NVB Thermometer Huurders in minuten - Gebiedsontwikkeling.nu

gebiedsontwikkeling.nu

NVB Thermometer Huurders in minuten - Gebiedsontwikkeling.nu

teert van

mie gaat alweer

r een zware crisis

ond van bezuinities.

Zoiets heeft

markt. De verkoop

teruggelopen, met

bouwproductie. Teers

in Profiel dat de

n allerminst weg is.

uurders in Profiel 2012

itie van dertien onder-

1995 zijn gehouden en

een jarenlange samenet

Onderzoeksinstituut

oorjaar van 2012 heeft

uw circa tweeduaizend

met een modaal en ho-

)inkomen geënquêteerd.

len er circa 700.000 huisde

gedachte om te verhuihuurhuis.

Dat zijn er ruim

er dan in 2010, en zelfs

er dan in 2008. Bij de geïnvoor

een koophuis zien we

name met 200.000 (zie rapkopers

in Profiel 2012). Maar

nken nog steeds maar liefst

mensen aan verhuizen. De

lling voor een ander huis is

teeds substantieel (30%) aant

huurhuis is daarbij wat pogeworden

dan het koophuis.

is niet iedereen even seride

plannen om daadwerkelijk

uizen. Het onderzoek maakt

geheten

mis

huisplannen zijn de verand

demografie. Het gemiddelde huishouden

in Nederland verkleind, vergrijsd en ontgroend

en dat is merkbaar in de verhuiswensen.

NVB

Thermometer

Huurders

Het staat al lange tijd vast dat Nederland

de komende decennia overspoeld

zal worden door een golf van vergrijzing.

Het CBS schat zelfs dat het aandeel

van de bevolking ouder dan 60 jaar zal

groeien van 20% in 2010 naar een piek

van meer dan 30% in 2040. Tegelijkertijd

krimpt de groep jongeren van 18 tot

30 jaar. Ondertussen neemt het aantal

eenpersoonshuishoudens fors toe. Het

aantal huishoudens (d.w.z. het aantal

voa voor de woningmarkt. De bovenmodale

huursector is een vergrijsde

sector, met een gemiddelde leeftijd van

54,5 jaar. 53% van de verhuisgeneigden

binnen de huursector is 55 jaar of ouder.

Deze groep is weer substantieel toegenomen

ten opzichte van eerdere jaren.

Direct hierop volgt de groep die tussen

de 40 en 55 jaar oud zijn. Zij maken

30% uit van de verhuisgeneigden binnen

de huursector. Hekkensluiter is de

leeftijdscategorie tot 40 jaar met een

percentage van 17% van de respondenten.

Dit percentage is wellicht wat vertekend

omdat starters niet zijn meegenomen

in dit onderzoek. Veel starters

op de woningmarkt richten zich noodgedwongen

tot de huurmarkt, omdat

meer dan ooit de financiële mogelijkheden

daartoe dwingen. Een koopwoning

is door de hogere eisen van banken en

toezichthouders (AFM, DNB, WEW, NI-

BUD) vrijwel niet meer weggelegd voor

e woningstarter.

in minuten

najaar 2012


Thermometer

lgemeen

rkt profiteert van

ndse economie gaat alweer

ebukt onder een zware crisis

n de vooravond van bezuinireorganisaties.

Zoiets heeft

de woningmarkt. De verkoop

ngen is sterk teruggelopen, met

lgen voor de bouwproductie. Tejkt

uit Huurders in Profiel dat de

te verhuizen allerminst weg is.

eel.

Huurmarkt profiteert van

crisis

De Nederlandse economie gaat alweer

enige tijd gebukt onder een zware crisis

en staat aan de vooravond van bezuinigingen

en reorganisaties. Zoiets heeft

invloed op de woningmarkt. De verkoop

van woningen is sterk teruggelopen,

met alle gevolgen voor de bouwproductie.

Tegelijk blijkt uit Huurders in Profiel

dat de wens om te verhuizen allerminst

weg is. Integendeel.

Het onderzoek Huurders in Profiel 2012

staat in een traditie van dertien onderzoeken

die sinds 1995 zijn gehouden en

is gebaseerd op een jarenlange samenwerking

met het Onderzoeksinstituut

OTB. In het voorjaar van 2012 heeft

het OTB opnieuw circa tweeduizend

Nederlanders met een modaal en hoger

(huishoud)inkomen geënquêteerd.

Anno 2012 spelen er circa 700.000

huishoudens met de gedachte om te

verhuizen naar een huurhuis. Dat zijn

er ruim 200.000 meer dan in 2010, en

zelfs 400.000 meer dan in 2008. Bij de

geïnteresseerden voor een koophuis

zien we juist een afname met 200.000

(zie rapport Huizenkopers in Profiel

2012). Maar ook daar denken nog

steeds maar liefst 1,2 miljoen mensen

aan verhuizen. De belangstelling voor

een ander huis is dus nog steeds substantieel

(30%) aanwezig. Het huurhuis

is daarbij wat populairder geworden

dan het koophuis. Uiteraard is niet

iedereen even serieus met de plannen

om daadwerkelijk te verhuizen. Het

onderzoek maakt daarom onderscheid

tussen zogeheten ‘planners’ (mensen

die serieuze verhuisplannen hebben)

en ‘dromers’ (mensen die misschien

willen verhuizen). Het onderzoek wijst

uit dat van de bovenmodale verhuisgeneigden

er 12% echte planners zijn

en 18% dromers.

onderzoek Huurders in Profiel 2012

t in een traditie van dertien onderken

die sinds 1995 zijn gehouden en

ebaseerd op een jarenlange samenrking

met het Onderzoeksinstituut

B. In het voorjaar van 2012 heeft

t OTB opnieuw circa tweeduizend

ederlanders met een modaal en hoer

(huishoud)inkomen geënquêteerd.

nno 2012 spelen er circa 700.000

uishoudens met de gedachte om te

verhuizen naar een huurhuis. Dat zijn

er ruim 200.000 meer dan in 2010, en

zelfs 400.000 meer dan in 2008. Bij de

geïnteresseerden voor een koophuis

zien we juist een afname met 200.000

(zie rapport Huizenkopers in Profiel

2012). Maar ook daar denken nog steeds

maar liefst 1,2 miljoen mensen aan verhuizen.

De belangstelling voor een ander

huis is dus nog steeds substantieel

(30%) aanwezig. Het huurhuis is daarbij

wat populairder geworden dan het

koophuis. Uiteraard is niet iedereen

even serieus met de plannen om daaderkelijk

te verhuizen. Het onderzoek

id tussen zo-

De Thermometer

algemeen

1

Demografische

verschuivingen…

Gemid

van bovenmoda

huurders neem

De crisis heeft een grote impact op de

woningmarkt, maar net zo ingrijpend

en misschien wel ‘sluipender’ voor de

verhuisplannen zijn de veranderingen

in de demografie. Het gemiddelde huishouden

in Nederland verkleind, vergrijsd

en ontgroend en dat is merkbaar

in de verhuiswensen.

Het staat al lange tijd vast dat Nederland

de komende decennia overspoeld

zal worden door een golf van vergrijzing.

Het CBS schat zelfs dat het aandeel

van de bevolking ouder dan 60

jaar zal groeien van 20% in 2010 naar

een piek van meer dan 30% in 2040. Tegelijkertijd

krimpt de groep jongeren

van 18 tot 30 jaar. Ondertussen neemt

het aantal eenpersoonshuishoudens

fors toe. Het aantal huishoudens (d.w.z.

het aantal voordeuren) groeit tot en

met 2030 nog met 1 miljoen. Dit heeft

uiteraard grote gevolgen voor de woningmarkt.

De bovenmodale huursector

is een vergrijsde sector, met een gemiddelde

leeftijd van 54,5 jaar. 53% van

de verhuisgeneigden binnen de huursector

is 55 jaar of ouder. Deze groep is

weer substantieel toegenomen ten opzichte

van eerdere jaren. Direct hierop

volgt de groep die tussen de 40 en 55

jaar oud zijn. Zij maken 30% uit van de

verhuisgeneigden binnen de huursector.

Hekkensluiter is de leeftijdscategorie

tot 40 jaar met een percentage van

17% van de respondenten. Dit percentage

is wellicht wat vertekend omdat

starters niet zijn meegenomen in dit

onderzoek. Veel starters op de woningmarkt

richten zich noodgedwongen

tot de huurmarkt, omdat meer dan ooit

de financiële mogelijkheden daartoe

dwingen. Een koopwoning is door de

hogere eisen van banken en toezichthouders

(AFM, DNB, WEW, NIBUD)

vrijwel niet meer weggelegd voor een

gemiddelde woningstarter.

Als we kijken naar d

rieën van verhuisg

huurders zien we ee

treden naar de hog

steeds een grote g

inkomenscategorie

modaal. Dit perc

twee jaar geleden

inkomensgroep v

als vanaf 2x mod

men naar percen

tievelijk 28%. He

komen ligt ook i

geleden: € 40.70

Belangstell

gezinnen m

voor huren

Net als in vo

deel kinderlo

potentiële h

heeft de hu

de helft va

de huizenk

de huurder

nende kind

lijk gegeve

hoge leeft

vaak klein

gemidde

2012 (net

nen me

zijn in e

nemen.


le

t toe

Gemiddeld netto inkomen

van bovenmodale

huurders neemt toe

e inkomenscategoeneigde

potentiële

n verschuiving opere

inkomens. Nog

roep (46%) vormt de

tussen 1 en 1,5 keer

entage was echter

nog 59%. Zowel de

an 1,5x tot 2x modaal

aal zijn beide toegenotages

van 26% respect

gemiddelde netto inets

hoger dan twee jaar

0 per jaar.

Als we kijken naar de inkomenscategorieën

van verhuisgeneigde potentiële

huurders zien we een verschuiving optreden

naar de hogere inkomens. Nog

steeds een grote groep (46%) vormt de

inkomenscategorie tussen 1 en 1,5 keer

modaal. Dit percentage was echter

twee jaar geleden nog 59%. Zowel de

inkomensgroep van 1,5x tot 2x modaal

als vanaf 2x modaal zijn beide toegenomen

naar percentages van 26% respectievelijk

28%. Het gemiddelde netto inkomen

ligt ook iets hoger dan twee jaar

geleden: € 40.700 per jaar.

Belangstelling bij

gezinnen met kinderen

voor huren neemt toe

Net als in voorgaande jaren is het aandeel

kinderloze huishoudens onder

de potentiële huurders groot. Gemiddeld

heeft de huurder 0,6 kind. Dat is

circa de helft van het aantal kinderen

van de huizenkoper (1,1). Ongeveer

67% van de huurders heeft helemaal

geen inwonende kinderen. Dit is niet

verwonderlijk gegeven de gemiddeld

(nog altijd) hoge leeftijd van de huurders.

Het zijn vaak kleine huishoudens

bestaande uit gemiddeld 2 personen.

Wel zien we in 2012 (net als in 2010)

het aantal gezinnen met kinderen die

geïnteresseerd zijn in een huurwoning

weer iets toenemen.

ing bij

et kinderen

neemt toe

orgaande jaren is het aanze

huishoudens onder de

uurders groot. Gemiddeld

urder 0,6 kind. Dat is circa

n het aantal kinderen van

oper (1,1). Ongeveer 67% van

s heeft helemaal geen inwoeren.

Dit is niet verwondern

de gemiddeld (nog altijd)

ijd van de huurders. Het zijn

e huishoudens bestaande uit

ld 2 personen. Wel zien we in

als in 2010) het aantal gezint

kinderen die geïnteresseerd

en huurwoning weer iets toe-

Huurwoning wint flink

aan terrein… koopwoning

doet stap terug

Net als in voorgaande jaren is aan de

respondenten gevraagd of de woning

die zij wensen een koop- of huurwoning

moet zijn. We zien dat door de

economische crisis de belangstelling

voor de koopwoning sterk is teruggelopen.

In combinatie met een in zijn

totaliteit licht afnemende verhuisgeneigdheid,

betekent dit een flink

lager aantal potentiële huizenkopers

vergeleken met voorgaande jaren (i.c.

400.000 minder). Daarentegen wint

de huurwoning verhoudingsgewijs en

absoluut duidelijk aan terrein. Bijna

22% wil nu beslist een huurhuis. Ook

2

k aan

het percentage van mensen die het om

het even vinden of ze naar een huurhuis

dan wel naar een koophuis verhuizen

is toegenomen (van 15% naar

20%). In totaal zijn er 700.000 verhuisgeneigden

die een huurhuis willen

Welke leeftijd

Leeftijd in jaren van huurder

Welk inkomen

Netto inkomen van huurder in 1000 euro

Hoeveel inwonende kinderen

Aantal kinderen per huurder

overwegen. Dat is een toename van

200.000 huishoudens in vergelijking

met twee jaar terug.

Nederlandse huurder wil

13,4% meer huur betalen

dan 2 jaar geleden

In z’n algemeenheid valt vast te stellen

dat in twee jaar tijd het maximale huurbedrag

(nominaal) behoorlijk is toegenomen

voor alle leeftijdscategorieën. De

gemiddelde huur komt uit op € 692 per

hoogste

vanaf 70 jaar) wil maximaal € 6

per maand betalen, het laagst

in vergelijking met de andere

klassen. De 40 tot 55 jarigen he

meeste over voor hun huurhu

lijk € 726 per maand. Voor

leeftijdscategorieën ligt de g

huurprijs per maand zo ro

middelde van € 692.

De belangstelling voor nie

vels (koop en huur) is wat te

maar als er nieuw gebouw

men wel het nodige te ze

over het bouwproces. 85%

sen die nieuwbouw aant

den, willen invloed op he

om zo hun voorkeuren zo

verwezenlijkt te zien. He

de potentiële huurders

huurklasse (> € 700 p

graag een nieuwbouwk

zich is dat logisch, wan

niet veel mogelijk in de

mensen hebben in dit

realistisch beeld.

Huurappartem

altijd meest ge

Het valt in dit onderzo

woningtypen als vri

rijwoning allemaal ee

ling kennen onder p

Het appartement ma

de grootste belangste

een belangstellingsp

Deze belangstelling

valt onder de doe

slist nie


58 h

e bedrag

leeftijdsbben

het

is, namede

andere

emiddelde

nd het ge-

uwbouwkaruggelopen,

d wordt wil

ggen hebben

van de menrekkelijkvint

bouwproces

veel mogelijk

t zijn met name

in de hoogste

er maand) die

avel hebben. Op

t daaronder is er

nieuwbouw. De

opzicht dus een

ent nog

vraagd

maand. Het gemiddelde huurbedrag per

maand lag in 2010 nog op € 610. We zien

dus in twee jaar tijd een stijging van

13,4% in nominale termen. Potentiële

huurders reserveren dus anno 2012 een

substantieel groter deel van het inkomen

voor hun huurlasten.

De huurprijs die men wenst te betalen

schommelt wat heen en weer voor de

ene of de andere leeftijdscategorie. De

hoogste leeftijdscategorie (senioren

vanaf 70 jaar) wil maximaal € 658 huur

per maand betalen, het laagste bedrag

in vergelijking met de andere leeftijdsklassen.

De 40 tot 55 jarigen hebben het

meeste over voor hun huurhuis, namelijk

€ 726 per maand. Voor de andere

leeftijdscategorieën ligt de gemiddelde

huurprijs per maand zo rond het gemiddelde

van € 692.

De belangstelling voor nieuwbouwkavels

(koop en huur) is wat teruggelopen,

maar als er nieuw gebouwd

wordt wil men wel het nodige te zeggen

hebben over het bouwproces.

85% van de mensen die nieuwbouw

aantrekkelijk vinden, willen invloed

op het bouwproces om zo hun voorkeuren

zo veel mogelijk verwezenlijkt

te zien. Het zijn met name de potentiele

huurders in de hoogste huurklasse

(> € 700 per maand) die graag een

nieuwbouwkavel hebben. Op zich is

dat logisch, want daaronder is er niet

veel mogelijk in de nieuwbouw. De

mensen hebben in dit opzicht dus een

realistisch beeld.

Huurappartement nog

altijd meest gevraagd

Het valt in dit onderzoek op dat bekende

woningtypen als vrijstaand, hoek-, en

rijwoning allemaal een grote belangstelling

kennen onder potentiële huurders.

Het appartement mag zich nog

steeds in de grootste belangstelling verheugen

met een belangstellingspercentage

van 38%. Deze belangstelling voor

het appartement valt onder de doelgroep

bovenmodale huurders beslist

niet tegen. De belangstelling voor deze

woonvorm is onder potentiële huurders

in elk geval aanmerkelijk groter dan onder

potentiële huizenkopers. (91% van

de bovenmodale huizenkopers wil geen

appartement.) De tweekapper is het

minst geliefd onder potentiële huurders

(13%).

ek op dat bekende

jstaand, hoek-, en

n grote belangstelotentiële

huurders.

g zich nog steeds in

lling verheugen met

ercentage van 38%.

voor het appartement

lgroep bovenmodale

t tegen. De belangsteloten

3

Hoe graag verhuizen?

Aantal verhuisgeneigden

index 1995 = 100

Huren of kopen

Voorkeur voor huren

index 1995 = 100

In welke klasse huren

Bedragen per maand in euro’s

Ruimte blijft belangrijk

Ruimte is altijd een belangrijk kwaliteitskenmerk

geweest en zal dat ook

altijd wel blijven. De enquêteresultaten

van 2012 laten zien dat de meeste potentiële

huurders (45%) een huurwoning

zoeken van 125 m 2 tot 150 m 2 . Dit is vergelijkbaar

met de uitkomsten uit 2010,

ondanks de verschuiving naar oudere en

kleinere huishoudens.

De meeste huurders (72%) willen een

woning tot 4 kamers. Heel grote woningen

met 6 kamers of meer zijn relatief

minder in trek, maar zitten wel

(ten opzichte van eerdere jaren) in de

lift. Dit percentage is in 2 jaar tijd namelijk

verdubbeld tot 9%.

voorgelegd o

kamer nog andere kam

ne grond wensen, al d

extra badkamer. Ruim

respondenten zegt gra

lijkvloerse faciliteiten

de vorm van extra k

Dit percentage is m

toegenomen de afge

Moderne archi

wint aan popu

Nu er de laatste jare

gen met een modern

architectuur (strakk

daken en bijzonder

gebouwd, mogen w

waardering voor m

architectuur evene

kiest de grootste gr

steeds voor traditi

vallend is dat de

aan terrein gewon

koste van de groe

geen voorkeur he

tuur dan ook. Ni

tuur bij huurders

rol dan bij koper

Voor een bep

denten is he

belangrijk.

bewust heb

architectuu

geving zee

Van degen

tectuur p

lijke vorm

den.


er(s) op de beg

an niet met een

39% van deze

ag over extra gete

beschikken in

amer(s) beneden.

et 7 procentpunt

lopen twee jaar.

Welk woningtype?

Voorkeur voor eengezinswoning

index 1995 = 100

tectuur

lariteit

n wat meer wonine

en experimentele

e vormgeving/platte

e woonvormen) zijn

e verwachten dat de

oderne en bijzondere

ens toeneemt. Toch

oep respondenten nog

onele bouw (40%). Opmoderne

architectuur

nen heeft. Dit gaat ten

p mensen die helemaal

eft voor welke architecettemin

speelt architeceen

minder prominente

s.

Hoeveel ruimte in huis?

Gewenste woninggrootte in m 2 binnenruimte

erkt aantal van de respont

uiterlijk van het huis heel

Vooral de huishoudens die

ben gekozen voor moderne

r zeggen de uiterlijke vormr

belangrijk te vinden (30%).

en die de traditionele archi-

refereren, zegt 29% de uitergeving

zeer belangrijk te vin-

Over het algemeen verlangen de potentiële

huurders een behoorlijke

woonkamer (in ieder geval groter dan

30 m 2 ), een ruime (ouder)slaapkamer

(groter dan 10 m 2 ) en goede sanitaire

voorzieningen.

Extra gelijkvloerse voorzieningen bij eengezinswoning?

Ja

index 1995 = 100

Vraag naar meer

gelijkvloerse

voorzieningen stijgt

In sommige woningtypen ligt de da-

gelijkse leefruimte (woonkamer, badkamer

en tenminste één slaapkamer)

op één etage. Een groot aantal potentiële

huurders vindt deze gelijkvloers-

4

In sommige woningty

lijkse leefruimte (woonkamer,

en tenminste één slaapkam

etage. Een groot aantal poten

ders vindt deze gelijkvloersh

langrijk kwaliteitskenmerk.

er ook opvallend veel men

zinnen hebben gezet op een

den) eengezinshuis.

heid een belangrijk kwaliteitskenmerk.

Daarbij zijn er ook opvallend veel mensen

die hun zinnen hebben gezet op een

(grondgebonden) eengezinshuis.

Alle respondenten met als eerste voorkeur

het eengezinshuis kregen de vraag

voorgelegd of zij graag naast de woonkamer

nog andere kamer(s) op de begane

grond wensen, al dan niet met een

extra badkamer. Ruim 39% van deze

respondenten zegt graag over extra gelijkvloerse

faciliteiten te beschikken in

de vorm van extra kamer(s) beneden.

Dit percentage is met 7 procentpunt

toegenomen de afgelopen twee jaar.

Moderne architectuur

wint aan populariteit

Nu er de laatste jaren wat meer woningen

met een moderne en experimentele

architectuur (strakke vormgeving/platte

daken en bijzondere woonvormen)

zijn gebouwd, mogen we verwachten dat

de waardering voor moderne en bijzondere

architectuur eveneens toeneemt.

Toch kiest de grootste groep respondenten

nog steeds voor traditionele bouw

(40%). Opvallend is dat de moderne architectuur

aan terrein gewonnen heeft.

Dit gaat ten koste van de groep mensen

die helemaal geen voorkeur heeft voor

welke architectuur dan ook. Niettemin

speelt architectuur bij huurders een

minder prominente rol dan bij kopers.

Voor een beperkt aantal van de respondenten

is het uiterlijk van het huis heel

belangrijk. Vooral de huishoudens die

bewust hebben gekozen voor moderne

architectuur zeggen de uiterlijke vormgeving

zeer belangrijk te vinden (30%).

Van degenen die de traditionele architectuur

prefereren, zegt 29% de uiterlijke

vormgeving zeer belangrijk te vinden.

Kleinere gemeente

wat meer in trek als

woonomgeving

Alle respondenten met a

keur het eengezinshuis k

voorgelegd of zij graag

kamer nog andere kam

ne grond wensen, al d

extra badkamer. Ruim

respondenten zegt gra

lijkvloerse faciliteiten

de vorm van extra k

Dit percentage is m

toegenomen de afgel

Moderne archi

wint aan popu

De meerderheid van de geënquêteerden

woont het liefst in een wijk die meer centraal

is gelegen ten opzichte van allerlei

(stedelijke) voorzieningen dan in een

wijk met een meer landelijk karakter.

De voorkeur voor een woonplek buiten

de bebouwde kom is blijven hangen op

iets boven de 10%. In 2004 gaf nog zo’n

Nu er de laatste jaren

gen met een modern

architectuur (strakke

daken en bijzonder

gebouwd, mogen w

waardering voor m

architectuur evene

kiest de grootste gr

steeds voor traditio

vallend is dat de

aan terrein gewon

koste van de groe

geen voorkeur he

tuur dan ook. Ni

tuur bij huurders


20% van de respondenten aan graag

buiten de bebouwde kom te wonen.

Tegelijk is er een toegenomen belangstelling

voor de kleinere gemeente

(33%). De rand van de stad is wat minder

in trek, maar nog wel goed voor

een vergelijkbaar percentage van 34%.

De populariteit van het centrum van

de stad is vrijwel gelijk gebleven met

15%. Een kleine minderheid (6%) zegt

het allemaal niets uit te maken.

Stad wint weer aan

populariteit

Nederland heeft in vergelijking tot het

buitenland weinig echt grote steden en

als we onze respondenten mogen geloven,

is de meerderheid daar best tevreden

mee. We zien een grote belangstelling

voor de kleinere gemeente (tot

25.000 inwoners) en vooral ook voor de

iets grotere gemeente (25.000 tot 50.000

inwoners) met percentages van respectievelijk

21% en 30%. De grote stad met

meer dan 100.000 inwoners kent ook

een vergelijkbaar percentage van 21%,

maar dit is wel 10 procentpunt lager

dan twee jaar geleden (31%). De grote

gemeente met 50.000 tot 100.000 inwoners

blijft hier toch iets bij achter met

16%. Hekkensluiter is een toekomstige

woonplaats buiten de bebouwde kom

met 13% geïnteresseerden.

Opvallend is verder dat de meeste

mensen het liefst dicht bij huis blijven

als zij verhuizen (bijvoorbeeld binnen

de eigen gemeente of soms zelfs binnen

de eigen wijk). Dit is al sinds het

begin van dit onderzoek (1995) het

geval. In de enquêteresultaten van

2012 zien we nu wel dat dit percentage

afneemt. Meer mensen maakt het

niet uit waar ze uiteindelijk komen te

wonen. Men neemt eerder genoegen

met een andere wijk of gemeente. Het

huurhuis zelf wordt wel kritisch tegen

het licht gehouden.

Autobezit versus

openbaar vervoer

De potentiële huurders in het bovenmodale

segment behoren tot het autominnende

publiek. We schreven dit

al in voorgaande jaren en net als toen

trekken we deze conclusie ook nu.

60,5% van deze huurders heeft één

auto. Ruim 31% beschikt over 2 of meer

5

Welke architectuur?

Voorkeur voor traditionele architectuur

index 1995 = 100

Welke woonomgeving

Voorkeur voor de stad

index 1995 = 100

Hoeveel auto´s in bezit

Aantal auto´s per huurder

auto’s. 8% heeft niet de beschikking

over een eigen auto.

Voor het woon-werkverkeer is de

auto bij 68% van de ondervraagden

veruit het meest gebruikte vervoermiddel,

op afstand gevolgd door de

(brom)fiets (19%). Alle inspanningen

ten spijt scoort het openbaar vervoer

onder de doelgroep nog steeds matig

met 14%. Opmerkelijk is dat in de

stedelijke locaties het gebruik van

het openbaar vervoer voor woonwerkverkeer

op 12% ligt, en in het

platteland op 14%. Dat was jaren juist

andersom. Men is in de stad blijkbaar

meer gaan fietsen.

De voorkeur voor een woonple

de bebouwde kom is blijven h

iets boven de 10%. In 2004 ga

20% van de respondenten a

buiten de bebouwde kom te w

gelijk is er een toegenomen b

ling voor de kleinere gemeen

rand van de stad is wat min

maar nog wel goed voor ee

baar percentage van 34%. D

teit van het centrum van d

wel gelijk gebleven met 15

minderheid (6%) zegt het a

uit te maken.

Stad wint weer aa

populariteit

Nederland heeft in verge

buitenland weinig echt

als we onze respondenten

is de meerderheid daar be

We zien een grote belan

kleinere gemeente (tot

en vooral ook voor de iet

te (25.000 tot 50.000 in

centages van respectie

De grote stad met meer

ners kent ook een verg

ge van 21%, maar dit is

lager dan twee jaar ge

gemeente met 50.000

ners blijft hier toch ie

Hekkensluiter is een

plaats buiten de beb

geïnteresseerden.

Opvallend is ver

dic


k buiten

angen op

f nog zo’n

an graag

onen. Teelangstelte

(33%). De

der in trek,

n vergelijkepopularie

stad is vrij-

%. Een kleine

llemaal niets

n

Verhuisbalansen, 2012

Huur of koop

van verhuizing naar

Prijsklasse

Woningtype

lijking tot het

grote steden en

mogen geloven,

st tevreden mee.

gstelling voor de

25.000 inwoners)

s grotere gemeenwoners)

met perelijk

21% en 30%.

dan 100.000 inwoelijkbaarpercentawel

10 procentpunt

leden (31%). De grote

tot 100.000 inwots

bij achter met 16%.

toekomstige woonouwde

kom met 13%

Bestaand of nieuwbouw?

Bij de keuze van de volgende woning

speelt de vraag of het een bestaande woning

of een nieuwbouwwoning is eigenlijk

niet zo’n belangrijke rol. Tweederde

van de respondenten vindt dit zelfs helemaal

niet belangrijk. Van degenen die

wel hun voorkeur uitspreken heeft 18%

voorkeur voor een nieuwe woning. 15%

van alle respondenten wil beslist een

bestaande woning. Het is eigenlijk voor

het eerst sinds dit onderzoek in 1995 is

gestart dat dit verschil zich zo duidelijk

manifesteert in het voordeel van de

nieuwbouwwoning. Maar het zit nog

steeds heel dicht bij elkaar.

6

Huiseigenaren 41 %

van koop verhuizing naar huur van huur verhuizing naar huur

van verhuizing naar

der dat de meeste menht

bij huis blijven als zij

Huurders 59%

De huurders in het luxe segment (boven

€ 700) hebben nog de meeste belangstelling

voor een nieuwbouwhuis.

Ongeveer 50% van die huurders ziet

een nieuwe woning wel zitten. Deze

groep heeft dan ook de meeste financiële

middelen om dit ook te realiseren.

We kunnen ook vaststellen dat, zodra

men een nieuwbouwwoning wenst,

men ook invloed wil hebben op het

bouwproces. Men hoopt daarbij zo veel

mogelijk eigen wensen te kunnen verwezenlijken.

Dit geldt voor zo’n 85%

van alle respondenten.

Huurmarkt profi

crisis

De Nederlandse econo

enige tijd gebukt onde

en staat aan de voorav

gingen en reorganisa

invloed op de woning

van woningen is sterk

alle gevolgen voor de

gelijk blijkt uit Huurd

wens om te verhuize

Integendeel.

Het onderzoek H

staat in een trad

zoeken die sinds

is gebaseerd op

werking met h

OTB. In het vo

het OTB opnie

Nederlanders

ger (huishoud

Anno 2012 spe

houdens met

zen naar een

200.000 me

400.000 me

teresseerden

juist een af

port Huizen

ook daar de

1,2 miljoen

belangste

dus nog s

wezig. He

pulairder

Uiteraard

eus met

h


postadres:

Postbus 620

2270 AP Voorburg

telefoon:

(070) 386 02 04

e-mail:

info@nvb-bouw.nl

twitter:

@nvbbouw

internet:

www.nvb-bouw.nl

Huurders raken doordrongen van

noodzaak hogere huurlasten

Huurders in Profiel kan bogen op een jarenlange nauwe samenwerking met het Delftse onderzoeksinstituut

OTB. Het onderzoek past in een traditie van een reeks vergelijkbare onderzoeken

die sinds 1995 zijn gehouden. In de eerste helft van 2012 heeft het OTB wederom van circa

2.000 huishoudens met een bovenmodaal inkomen de wensen en voorkeuren gepeild. Gezien

de effecten die de economische crisis heeft op het geheel van de samenleving en zeker ook op

de woningmarkt, waren wij meer dan ooit benieuwd naar de uitkomsten van dit onderzoek.

We kunnen concluderen dat er, de recessie ten spijt, nog steeds een grote verhuisbereidheid is

onder de Nederlandse consument. Er zijn nog altijd 1,6 miljoen geïnteresseerden in een ander

huis. Het gaat dan om mensen die ‘dromen’ van een ander huis of daadwerkelijk bezig zijn

met het ‘plannen’ van een verhuizing. In de koopsector zien we ondertussen wel dat men de

beslissing tot daadwerkelijke koop uitstelt en niet tot daden overgaat. De consument heeft

momenteel te weinig vertrouwen in de woningmarkt als het gaat om de woningprijs en om

het verkopen van de eigen woning. Daarnaast ontmoedigen de hypotheekbanken ieder enthousiasme

door de kredieteisen op alle vlakken aan te scherpen, waardoor er simpel weg veel

minder mogelijk is geworden in de koopsector. Bovendien is er nog steeds onzekerheid over

de economie, over het behoud van de eigen baan, en over het overheidsbeleid met betrekking

tot de hypotheekrenteaftrek. Dit alles werkt ondertussen in het voordeel van de huursector,

want als de onzekerheid voortduurt en er wel verhuizing noodzakelijk is, is huren altijd nog

een optie. Dit zien we dan ook terugkomen in de enquêteresultaten. De belangstelling voor

huren is de afgelopen twee jaar verder toegenomen, van 490.000 in 2010 geïnteresseerden

naar 700.000 in 2012 (oftewel een stijging met 43%).

De interesse voor de huurmarkt zien we de laatste twee jaar met name toenemen in het segment

net boven de huurliberalisatiegrens van € 650. De gemiddelde huur die de potentiële

huurder bereid is te betalen is gestegen van € 610 naar € 692. Een stijging dus van ruim 13%

in twee jaar tijd. Het lijkt erop dat de huurder van vandaag begrijpt dat er gemiddeld een

hoger bedrag aan woonlasten zal moeten worden gereserveerd om überhaupt nog te kunnen

wonen. De huurder is daarbij ook bereid wat minder veeleisend te zijn met betrekking tot het

woonwensenpakket. Over de hele linie zien we redelijke eisen terug als het gaat om de woon-

en leefomgeving.

Los van de crisis is er nog wel een andere cruciale tendens waarneembaar. Dit betreft de vergrijzing

en ontgroening. Er komen steeds meer ouderen en minder jongeren in Nederland. Omdat

ouderen veel minder vaak verhuizen dan jongeren heeft dat invloed op de gemiddelde verhuisgeneigdheid.

Deze wordt gestaag kleiner, ook al omdat de bevolkingsgroei afzwakt. Tegelijk is

er sprake van gezinsverdunning, en ook dat beïnvloedt de verhuisplannen en woonvoorkeuren.

Het is zaak in deze nieuwe behoeften te voorzien ook op het gebied van wonen.

De woningmarkt zal voorlopig de nodige dynamiek blijven kennen, omdat het overheidsbeleid

voor zowel de huur- als de koopsector stevig ter discussie staat. Het is de uitdaging voor

projectontwikkelaars, gemeenten en alle andere stakeholders om zich hier samen goed op

voor te bereiden en aan de slag te gaan. Er liggen immers mooie kansen in de toekomst voor

de huurmarkt.

NVB Onderzoeksinstituut OTB

Dr. L.D. Meijers Drs. H.J.F.M. Boumeester

Drs. N. Rietdijk Drs. A.A.A. Mariën

oktober 2012

More magazines by this user
Similar magazines