Magazine 2013 (pdf) - Bert Hellinger Instituut Nederland

hellingerinstituut.nl

Magazine 2013 (pdf) - Bert Hellinger Instituut Nederland

Bert Hellinger Instituut Nederland

Systemisch werk met opstellingen - Familie - Organisatie - Onderwijs - Samenleving

Magazine 2013

In dit nummer o.a:

- Een opstelling om opstellingen succesvol te

laten worden

- Drie standpunten ten aanzien van de

ontwikkeling van systemisch werk

- Eeuwig en de ordeningen van het zijn

- Familieopstellingen als wegbereider

- Coachen met paarden

- Nationale en internationale Evenementen

- Nieuwe Opleidingen 2013

- Workshops uitgelicht

- 1 -


Inhoud

Laten gaan en inhouden... 3

Niet-weten 4

Wiens hart klopt in mijn borst? 6

Eeuwig en de ordeningen van het zijn 9

Vleugels voor verandering 11

Het opstellen van gevaarlijke ideeën

Familieopstellingen - Helpen ze ?

12

Wanneer helpen ze? En hoe? 14

Organisatieopstellingen; 16

van alledaags tot mythologisch 16

De jongen die niet praatte 18

Het geheel zegt dank aan het deel

Een opstelling om opstellingen

19

succesvol te laten worden 21

Nu 23

Een waarneming

Drie standpunten ten aanzien van de

26

ontwikkeling van systemisch werk

Familieopstellingen als

26

wegbereider van de vrede 29

We stellen ons ook dit jaar met een foto van ons team op deze pagina aan

u voor. Opnieuw, omdat het goed is om er te zijn en dat te laten zien, en

ook opnieuw omdat het is veranderd. Onze Janny, die velen kenden van

het eerste telefonische contact met ons instituut is het afgelopen jaar ziek

geworden en overleden. Op pagina 8 staat een klein verhaal over haar. Ons

team is nu veranderd. We stellen ons in deze andere samenstelling aan u

voor. Christa van Opzeland, die ons team is komen versterken, stelt zich

aan u voor op deze pagina.

Ons magazine biedt naast veel inspirerende artikelen ook het totaaloverzicht

van al onze opleidingen en workshops in 2013. Daarnaast zijn we het

afgelopen gestart met digitale nieuwsbrieven om actuele informatie over

workshops en opleidingen zo ongeveer elke twee maanden te verspreiden.

We hebben besloten dit magazine, met achting voor krimp, weer een goed

gevuld magazine te doen zijn.

We zullen elkaar en van alles ontmoeten in het nieuwe jaar.

Tot ziens in Groningen!

Namens het team van het Hellingerinstituut,

Angelique Matthijssen

Kiezen vanuit systemisch perspectief 31

Familieopstellingen Professional 32

Wat beweegt de ondernemingsraad? 33

De druppel en de zee 35

De Noösphere dient zich aan 36

Systemisch werk met paarden 37

IOCTI 2012 een persoonlijk verslag 39

Het begint met orga.....

(en eindigt met e) 40

Systemisch werken binnen

Plattelandsontwikkeling 42

Coachen met paarden 43

Opleidingen bij het

Bert Hellinger Instituut 44

Workshops uitgelicht 47

Nationale en internationale

Evenementen 52

Kalender 2013 53

Het Noorderlicht 56

- 2 -

Colofon

Dit is een uitgave van het

Bert Hellinger Instituut Nederland,

en verschijnt één keer per jaar.

Eindredactie

Bibi Schreuder en

Christa van Opzeland

Oplage

5500

Vormgeving en opmaak

Mirjam Strijbosch

Druk:

Scholma Druk, Bedum

Even voorstellen...

Mijn naam is

Christa van

Opzeland en

ik ben sinds

12 november

werkzaam bij

het Hellinger

Instituut als assistent manager.

Ik ben 43 jaar, getrouwd en moeder

van een dochter van 9 en een zoon

van 7. Hiervoor heb ik altijd in de

grafi sche industrie gewerkt als ordermanager

bij verschillende drukkerijen.

Ik heb ontzettend veel zin

om bij het Hellinger Instituut mijn

kennis en ervaring uit te breiden in

deze voor mij nieuwe sector en ik

hoop je persoonlijk te ontmoeten,

Christa van Opzeland


Laten gaan en inhouden...

Riga, Letland, 6 december 2012.

De projectleider van het Letse Ministerie van Financiën komt binnen. Haar taak

is om de invoering van de Euro over een jaar voor te bereiden. Dat de Euro

komt, betekent dat de huidige munteenheid, de Lats, moet verdwijnen. Ze wil

weten wat ze als ministerie kunnen doen om om te gaan met de weerstand

van de bevolking. We doen een zwerm-opstelling: een representant voor de

Lats, een representant voor de Euro en tien representanten voor burgers uit

Letland. Ze zijn allen vrij hun natuurlijke bewegingen te volgen. Meteen wordt

duidelijk dat beide munten heel andere waarden hebben dan alleen maar hun

wisselkoers: de Lats staat voor de Letlandse ziel, de euro staat voor kansen

en beweging, maar wordt ervaren als oppervlakkig. De meeste Letten zijn

verbonden met een eerdere geschiedenis: de korte periode tussen 1918 en

1941, de eerste keer in de geschiedenis dat Letland onafhankelijk was, vóór de

invasie van Duitsland en de latere inlijving bij de Sovjetunie. De projectleider,

deels in de opstelling, deels observerend, schrijft zich een ongeluk.

Het wordt haar duidelijk dat ze een andere koers moeten varen in de

invoeringscampagne.

Groningen, 13 September, dag na

de verkiezingen. Bert Hellinger, nu

87 jaar, maakt er een opmerking

over: 'Ik heb gehoord dat er verkiezingen

zijn geweest...... En dat

iedereen gewonnen heeft....'. Even

later is een groep betrokken Nederlanders

bezorgd over de (geestelijke)

gezondheidszorg in ons land.

De opstelling ontwikkelt zich

dramatisch: zodra de hulpverleners

een stap doen in de richting van de

tien patiënten, wringen die laatsten

zich in bochten van de hulpverleners

weg. Opeens zegt Bert:

'Wat we hier zien is christelijke

beweging: in het verlenen van hulp

worden de hulpverleners groter'.

Die zin hakt er in, bij de 150 aanwezigen.

In de dagen die volgen komt

een beweging op gang van mensen

die zich afvragen of er ook andere

patronen in de zorg mogelijk zijn.

De laatste opstelling van Bert die

dagen in het Middelberter kerkje,

gaat over de kerk, als grootste organisatie

ter wereld (Dit is immers

een workshop over organisatie- en

maatschappelijke ontwikkeling).

Deze opstelling, ook een beetje een

cadeau voor Bert zelf die immers

gevormd is in de kerk, laat veel

aanwezigen niet koud. De representant

van de kerk is verstard, en

even later buigt God zich over de

slachtoffers van de kerk en weent.

De dagen daarna besef ik, of ik nou

a-religieus ben opgevoed of niet,

hoe zeer onze samenleving doortrokken

is van de bewegingen van

het christendom.

Meer en meer komen we van

familieopstellingen via organisatieopstellingen

naar opstellingen

rond maatschappelijke vragen. Dat

- 3 -

verlangt ook veel van onze innerlijke

discipline om oordeelloos te

kijken naar de wereld om ons heen.

Het aardige van crisis en krimp is,

dat we gedwongen worden naar de

essentie te gaan. Wat is er echt

belangrijk? Welke patronen zitten

zo ongeloofl ijk diep ingebakken in

onze cultuur?

Waar komt de moed vandaan om

ons vastlopen helemaal te nemen

en te voelen in welke richting de

levensenergie, opgeslagen in het

vastlopen, zich wil transformeren?

We merken de crisis ook in de

opstellingen: de vragen worden

dringender, dat geeft de opstellingen

meer kracht.

Van meerdere kanten uit de wereld

van organisaties horen we het

afgelopen half jaar, dat de methode

van opstellingen voor bedrijven op

zich OK is, maar dat de vraag is of

de begeleider van een opstelling

te vertrouwen is. Kennelijk maakt

de persoon van begeleider van

een opstelling een meer onlosmakelijk

deel uit van het proces dan

we lange tijd dachten. Dat dwingt

opstellers en systemisch werkers

om met nog meer zelfdiscipline

en zelfrefl ectie aan het werk te

gaan. Het gaat serieus worden, de

komende jaren....

Veel leesplezier!

Jan Jacob Stam


Niet-weten

Bibi Schreuder

Als coach of als begeleider van een opstelling kan het je zomaar gebeuren.

Paniek slaat toe: “Ik weet het niet meer. Wat nu? Ik moet iets doen. Help!”

Als je in een situatie terecht komt waar je niet meer weet wat te doen, dan is de

kans groot dat er allerlei oordelen over jezelf door je hoofd gaan spoken, of dat

er zoveel lawaai in jezelf ontstaat dat al je denken overstemd wordt. Rationeel

denken gaat niet meer en vaak word je ook nog boos op jezelf, of ervaar je

de buitenwereld als onveilig. Daarmee komt alles nog meer op slot te zitten,

gevangen in onzekerheid. Hier beschrijf ik twee manieren van niet-weten en de

manier van ermee omgaan die tot een uitweg kan leiden.

Het sluitende niet-weten

Waarschijnlijk ontstaat de blokkade

en paniek, zoals hierboven omschreven,

omdat met het niet-weten

een eerder (systemisch) trauma

opnieuw wordt getriggerd. Bijvoorbeeld

de traumatische situatie

van een grootvader, die volkomen

hulpeloos en machteloos moest

toekijken hoe zijn vrouw het leven

verloor bij het ter wereld brengen

van haar kind. Of misschien roept

de situatie van nu herinneringen

op aan een situatie van vroeger op

school, waar je straf kreeg omdat

je een antwoord niet wist. Je weet

dat je iets moet doen, maar je hebt

geen fl auw idee wat. “Ik moet iets

doen; Help!”

Zodra je je verlamming weer de

baas bent ga je iets doen. Iets wat

bekend is, iets wat je goed kunt. Je

voelt de opluchting: “Pff, nou kan

ik weer verder, gelukkig!”

De paniek is over, misschien

ontstaat er zelfs wel een soort

overwinningsgevoel omdat je het

overleefd hebt. Maar je bent bezig

met iets anders, dan waar het over

ging toen je het even niet wist..

Dit is een voorbeeld van patroonherhaling

bij onzekerheid. De onzekerheid

nu triggert het patroon dat

in jouw systeem ooit het antwoord

was op gebeurtenissen die te

moeilijk waren om onder ogen te

zien. Dat patroon heeft meestal zijn

wortels in een specifi eke overlevingsstrategie

van iemand uit een

vorige generatie, als zijn reactie op

een specifi eke gebeurtenis.

Een veel voorkomend patroon

is bijvoorbeeld om uitermate

zorgzaam voor de ander te worden,

of, om geheel te focussen op wat je

onder controle hebt. In een coachingsgesprek

gaan samenvatten

wat er tot dan toe is gezegd, kan

bijvoorbeeld weer dat geruststellende

gevoel geven dat je alles onder

controle hebt.

We hebben ons zo goed aangeleerd

dat we altijd wel een antwoord

hebben, dat we zijn gaan geloven

in de illusie dat, ook als we het niet

weten we toch iets kunnen doen.

We gaan dus iets doen, zonder

te weten wat we moeten doen.

Dat voelt beter dan niets doen en

erkennen dat we het niet weten.

In het niet weten terecht komen

vinden we vaak eng. We hebben

het leren vermijden. En als we er

dan toch in terecht komen, dan

heeft het een sluitende werking.

We sluiten ons zelf af van de ander,

van het veld en de wereld om ons

heen, en daarmee worden onze

hulpbronnen ook nog eens onbereikbaar.

Het openende niet-weten

In het niet-weten terecht komen

kan ook een openende werking

hebben.

Allereerst moet je je ervan bewust

worden dat je het nu niet weet.

Dat bewust worden kan lastig zijn.

Soms hebben we namelijk zo goed

geleerd om de toestand van niet-weten

te vermijden, dat we niet eens

- 4 -

herkennen dat we het punt bereikt

hebben waarop we werkelijk niet

meer weten wat te doen.

Herkennen dat je aangekomen bent

in het niet-weten, hoe doe je dat?

Haal jezelf situaties voor de geest

waarvan je achteraf constateerde

'ik wist het toen echt niet'. Wat deed

je toen? Wat lijkt jouw patroon te

zijn? Hard praten, lachen, over iets

heel anders beginnen, boos worden

op je cliënt, een zogenaamd wijze

opmerking maken, enzovoorts. Dan

heb je in ieder geval een aanknopingspunt:

als ik x doe, dan mag ik

mezelf afvragen of het een teken is

dat ik het niet weet.

Stap twee is dan: ronduit erkennen

dat je het nu niet weet, punt.

Zonder oordeel, zonder dat je er op

dit moment ook maar iets aan kunt

veranderen dat dit nu het feit is dat

er is: ik weet het niet.

Benoemen dat je het niet weet

Hardop benoemen: “Ik weet het

nu even niet”, werkt rustgevend en

helpt om contact te houden met je

verantwoordelijkheid en je leiderschap.

Door ‘nu’ en ‘even’ te gebruiken,

stel je zowel je eigen paniek

en oordelen, als ook de client

gerust, en heb je even de tijd om

het gewoon niet te weten. In de

woorden 'nu' en 'even' zit echter

ook een valkuil. Heel gemakkelijk

zet je daarmee -onbewust- jezelf

onder druk om het aanstonds wél

te weten.

Verduren van het niet-weten

Om jezelf te trainen in het

verduren van de toestand van

niet-weten, kun je beter zeggen: “Ik

weet het niet”. Zonder ‘nu’, zonder

‘even’.

Het gaat om het werkelijk nemen

van het feit dat je het niet weet.

Een overgave aan “Ik weet het niet;

het zij zo”. Een toestand waarin


je jezelf iets terughoudt, terwijl je

wél de volle verantwoordelijkheid

houdt en je leiderschap gebruikt

voor ‘holding the space’. Je kunt

dit trainen en checken door, in de

toestand van niet-weten, in de begeleiderspositie,

met de volle verantwoordelijkheid

voor je eigen daden,

te kijken of je de anderen recht in

de ogen kunt kijken. Als je doet

alsof, is het meestal niet mogelijk

iemand, in stilte, recht in de ogen

te kijken.

Je kunt jezelf ook trainen in het

verduren van het niet-weten. Als

rationeel denkende volwassene

kan je de absurditeit inzien van

de illusie als je iets niet weet, dat

je dan wel adequaat zou kunnen

handelen. Misschien werkt het om

je oordelen met hun eigen taal om

de oren te slaan: “Het is helemaal

niet dom om niet te weten wat je

moet doen, het is juist dom om

zomaar iets te gaan doen!”

Je kunt je aanleren om te wachten,

als alternatief voor het haast

instinctmatige doen. Wachten,

in erkennende stilte dat er op dit

moment geen weten is. De tijd

en stilte nemen om je te openen

voor alles wat er te zien was en

is, te horen was en is en te voelen

wat was en is. Je te openen voor

het vele, het grootse. Misschien

ontstaat er verwondering. Verwondering

over wat is. Verwondering

geeft een heel andere kwaliteit

aan wat je waarneemt dan met

oordelen kijken, en verwondering

brengt je ook voorbij aan ‘zonder

oordelen waarnemen’.

Ruimtegevend stoppen

Ondanks al het voorgaande weet

je in een concreet geval misschien

nog steeds niet wat je moet doen.

Je hebt een tijdje in stilte gewacht,

je hebt het verduurd, je paniek is

niet toegeslagen op een manier dat

je erdoor overweldigd werd, maar

je weet het nog steeds niet. Dan is

er maar één mogelijkheid: Stoppen.

Geopend stoppen. Dat wil zeggen

dat je benoemt dat je stopt omdat

je het niet weet. Niet erom heen

draaien met mooi lijkende, maar

verstrikkende zinnen zoals: “Het

veld wil zich niet openen”, of “Is het

goed dat we hier stoppen?”. Houd

de verantwoordelijkheid voor het

niet weten en het stoppen bij jezelf

en erken dat door te zeggen: “Ik

weet het niet, dus hier stop ik”.

Het vreemde is, dat het lijkt of

vanuit die beweging van overgave

aan: “Ik stop hier, want ik weet het

niet”, vaak een impuls komt, alsof

die impuls vanuit het veld komt, en

niet van jou.

Dat gebeurt in de fractie van een

seconde die ligt tussen het moment

dat je het besluit om te stoppen

nam en dat je het hardop uitspreekt.

Daar ligt de opening naar

een ander weten.

De kunst is om deze opening te

herkennen en uit te proberen wat

die teweeg brengt. Meestal is het

iets wat je nooit zelf had kunnen

bedenken.

Het lijkt erop dat die opening

naar het ‘weten vanuit het veld’ er

steeds is, maar 'overschreeuwd'

wordt door onze actiegerichtheid

en ons 'willen weten'. Wanneer we

ons overgeven aan de stilte, aan

niet-doen en aan niet-weten én

tegelijkertijd in onze volle verantwoordelijkheid

aanwezig blijven,

kan de wijsheid van het veld ons

bereiken.

Verantwoordelijkheid versus

controle

Je verantwoordelijkheid nemen

heeft te maken met aanwezig

zijn en blijven en de veiligheid

scheppen waarin anderen ook

- 5 -

aanwezig kunnen zijn en blijven.

Niet alleen fysiek aanwezig zijn,

maar ook innerlijk er niet vandoor

gaan. Dit vergt moed. Het voeren

van een systemisch coachingsgesprek

of het begeleiden van opstellingen

vergt moed. Ook het volledig

toelaten van het niet-weten én de

verantwoordelijkheid houden voor

de situatie vergt moed.

Door moed aan te boren, schep je

een veilig kader voor anderen om

ook aanwezig te blijven. Waar haal

je moed vandaan?

Uit vertrouwen. Waar haal je vertrouwen

vandaan?

Uiteindelijk komt vertrouwen met

het nemen van de wereld zoals hij

is. Dat is gemakkelijker gezegd dan

gedaan. Als begeleider/coach van

systemisch werk begint het met

het nemen van je eigen achtergrond:

De eersten zijn je vader en

je moeder. Precies zoals ze zijn of

waren. En ook hun geschiedenis,

alsmede hun reactie op die geschiedenis.

En hún ouders, jouw grootouders,

met hun geschiedenis, en

hoe zij daarmee omgingen. Nemen,

zonder oordeel. Weer die overgave.

Wanneer je stopt met worstelen

met je eigen achtergrond, en je achtergrond

gewoon neemt als jouw

eigen en enige achtergrond, dan

krijg je een groot cadeau: Vertrouwen!

Dit vertrouwen kun je aanboren,

ook in die paniekmomenten dat je

het niet weet: leun achterover, leun

tegen je eigen achtergrond, en laat

je door je ouders en de hele achtergrond

gedragen worden.


Wiens hart klopt in mijn borst?

Over Otto Scharmers velden van aandacht.

Guni Leila Baxa

We hebben veel kennis over wát

we doen en hóe we dat doen. Maar

we weten weinig over de plek

van binnen, de bron, het veld van

aandacht van waaruit we handelen.

Otto Scharmer heeft zich jarenlang

gewijd aan onderzoek naar deze

innerlijke plek. Daarbij kwam hij

bijzondere luisterkwaliteiten op

het spoor. Kwaliteiten waarin zich

uiteenlopende velden van aandacht

openen waardoor ons handelen

gevoed wordt.

Scharmer onderscheidt vier

manieren van luisteren 1):

Downloading – herhaling

Feitgericht luisteren – op zoek

naar het verschil – open mind

Empatisch luisteren – open hart

Creërend luisteren – open wil.

Deze niveaus van luisteren kun je

ook in opstellingen waarnemen.

Daar manifesteren ze zich in

aandachtsvelden die onmiddellijk

voelbaar zijn en de sfeer meebepalen.

Heb je je er eenmaal vertrouwd

mee gemaakt, dan kunnen het wegwijzers

worden voor het antwoord

op de vraag of je als begeleider het

proces van de opstelling verder

kunt en wilt uitdiepen. De innerlijke

plek van stilte en tijdloosheid,

Hellingers ‘lege midden’, is te

bereiken via enkele stappen. Het

is geen toestand die automatisch

of permanent aanwezig is bij een

opstelling. Doorgaans bevinden

mensen, ook wij als begeleiders,

zich niet vanaf het begin in die

toestand. Iedere keer opnieuw

openen en creëren we die.

Via fragmenten van een bijzondere

opstelling –bijzonder vanwege het

thema waarover het ging- wil ik

graag ingaan op de verschillende

niveaus, c.q. Scharmers verschillende

manieren van luisteren.

Fragmenten van de opstelling

worden cursief weergegeven.

Elementen die gerepresenteerd

worden zijn vermeld tussen aanhalingstekens.

Ruth: de plaats van het eigen

lichaam in de wereld is als het

hart in het organisme. 2)

Ten tijde van de opstelling was

Ruth (cliënt) 76 jaar. Haar kwestie

was de harttransplantatie die ze

acht jaar tevoren had ondergaan.

Hoogst zelden krijgen mensen op

relatief hoge leeftijd nog een nieuw

hart. Bij Ruth was dat op grond

van bijzondere omstandigheden

mogelijk geweest. Na de succesvolle

transplantatie heeft Ruth

vier zware, levensgevaarlijke auto

ongelukken gehad. Van de acht

jaar sinds de transplantatie lag ze

er vier in het ziekenhuis. Na het

laatste ongeluk had iemand haar

aangeraden een opstelling te doen:

wellicht zouden de ongelukken

verband kunnen houden met de

transplantatie.

We beginnen de opstelling met een

representant voor Ruth en één voor

het hart.

Weloverwogen kies ik voor HET

hart. Die woordkeuze laat open om

welk hart het gaat: het vroegere

hart van Ruth of het donorhart. En,

wie weet, zou ook de archetypische

kracht van het symbool kunnen

resoneren, zoals we dat wereldwijd

kennen. Misschien zijn alle drie

deze mogelijkheden inbegrepen, en

misschien nog wel iets anders…..

- 6 -

Downloading – herhaling: wat

kan zo’n verzameling cellen

gewaarworden?

Downloaden is de vorm van

luisteren die dienstbaar is aan bevestiging.

Alles wat gebeurt wordt

afgemeten aan bestaande verwachtingen,

oordelen en overtuigingen:

Ja, ja, dat weet ik al. Wat we reeds

weten moet bevestigd worden. In

deze staat van zijn functioneert

onze waarneming van de wereld op

basis van een waarnemingsorgaan

van de eerste orde: we zien uitsluitend

datgene wat overeenkomt met

onze reeds aanwezige oordelen.

‘Ruth’ (cliënt) kijkt even naar ‘het

hart’, keert zich ervan af en zegt dat

ze er niet naar kan kijken. ‘Het hart’

staat afgewend, op enige afstand

van ‘Ruth’ en kijkt naar de vloer.

De keuze van het element ‘hart’

betekent voor Ruth een zware

opgave. Ze stemt weliswaar in

met mijn voorstel, schudt echter

tegelijkertijd haar hoofd en zegt:

‘Nou ja, wat kan zo’n klomp cellen

nu voelen?’

Op dit moment van de opstelling

bevindt Ruth zich in een toestand

van downloading. Vóór de transplantatie

was ze werkzaam als wetenschapsjournalist.

Met psychotherapie

heeft ze nooit iets te maken gehad.

Ze voelde zich zeer vertrouwd met

klassieke medische opvattingen,

waarin het lichaam gezien wordt

als een chemische fabriek, als een

voorwerp waarvan we ontwerp en

functioneren rationeel begrijpen.

Als we dat ontwerp eenmaal doorgronden

dan kunnen we dat naar

believen manipuleren en veranderen,

zonder gevolgen op het niveau van

ziel of geest.


Open mind: wiens hart klopt in

mijn borst?

Ik vraag Ruth (cliënt) iemand te

kiezen voor datgene waar het hart

naar kijkt. Ze kiest een jongeman,

die zowel door ‘Ruth’ als ‘het hart’

ogenblikkelijk benoemd wordt als

‘de donor’.

Ruth zelf is plotseling geschokt

en opgewonden. Ze grijpt mijn

hand, kijkt me met grote ogen aan

en vraagt verbijsterd: ‘Wiens hart

klopt in mijn borst?’ De verbreding

naar het aandachtsveld van open

mind toont zich in

de verbaasde en verschrikte vraag.

‘Toen ben ik wakker geworden’,

zegt Ruth later over dit moment in

de opstelling.

Feitgericht luisteren – zoekend

naar het verschil is een manier van

luisteren die zich richt op de waarneming

van feiten en op de wereld

als een verzameling van dingen.

We richten ons daarbij op aspecten

van de realiteit die afwijken van

onze eigen, reeds aanwezige opvattingen.

Waar het bij downloaden

gaat om het ontkennen van wat

anders is, richt de waarneming zich

hier op nieuwe of tegenstrijdige

feiten: kijk hier eens! De innerlijke

stem van het oordeel is uitgeschakeld.

Feitgericht luisteren hoort

bij goed wetenschap bedrijven.

Scharmer zegt daarvan: ‘In deze

staat van zijn activeren we een

waarnemingsorgaan van de tweede

ord e: het zintuig dat ons echt

uitsluitsel geeft over de werkelijke

aard der dingen.’

In de opstelling keert ‘het hart’

zich allereerst tot ‘Ruth’ en zegt: ‘Ik

zou echt graag naar je toe komen.

Maar ik kon werkelijk geen afscheid

nemen van hem’, daarbij wijzend

op ‘de donor’. Dan staart ze hem

gefi xeerd aan en roept, alsof er een

grote afstand te overschreeuwen is:

‘Je bent niet dood! Besef je dat? Je

bent niet dood! In mij leef je verder,

en ik zorg voor je hart.’

Onder dit harde schreeuwen van

haar representant krimpt Ruth

ineen. Afscheidspijn van het hart?

Geïrriteerd schudt ze haar hoofd;

ze is duidelijk in gevecht met

zichzelf. Ze zegt: ‘Een orgaan als

iets met eigen gevoelens en ervaringen?

Dat haalt alles overhoop wat

ik ooit gedacht heb.’

Open hart: bijna iedere dag

bedank ik hem

En dan begint Ruth hartverscheurend

te snikken, ze grijpt opnieuw

mijn hand en zegt: ‘Ja, zo is het

precies. Mijn representant voelt

het heel precies. Bijna iedere dag

beloof ik hem dat ik op zijn hart

zal passen. Ik ben hem, wijzend

op ‘de donor’, oneindig dankbaar.

HIJ heeft mij het leven gegeven.

En tegelijkertijd is het volstrekte

onzin. Ik ben totaal niet bijgelovig.

Ik schaam me voor mezelf en toch

doe ik het.’

Empathisch luisteren brengt

een kentering teweeg. Het is de

ommekeer van de focus op dingen

en feiten, naar de focus op de jijwereld,

het levende en zich ontwikkelende

zelf. Ja, ik weet precies hoe

je je voelt. Empathisch luisterend

beleven we de wereld vanuit het

perspectief van de ander. We

ervaren heel precies de plek van

waaruit de ander handelt. Het is

een vaardigheid die je, net als elke

andere vaardigheid, kunt aanleren

en verder ontwikkelen. Otto

- 7 -

Scharmer noemt het de intelligentie

van het hart, het waarnemingsorgaan

van de derde orde.

Een vrouw uit de groep, ‘het leven’

representerend, wordt gevraagd in

de opstelling een goede plek voor

zichzelf te vinden. Ze gaat zo staan

dat ze enige afstand heeft tot ieder

van de andere drie, dat ze hen

allemaal kan zien en dat de anderen

haar kunnen zien. ‘Ruth’ zakt in

elkaar en valt op de grond met de

woorden: ‘Het leven hoort mij niet

toe, het hoort bij hem’, daarbij op de

donor wijzend. ‘Het hart’ trekt zich

terug en zegt tegen ‘Ruth’: ‘Zolang je

dat niet oplost is hier geen plek voor

mij.’ De donor smeekt om gewoon

dood te mogen zijn. ‘Het leven’ staat

met open armen te wachten.

Wanneer een echte dialoog

ontstaat, vindt van binnen een

beweging plaats naar een andere

manier van luisteren. Zolang we

luisteren op één van de twee eerst

genoemde manieren bewegen we

ons binnen de grenzen van onze

eigen mentaal-cognitieve wereld.

Bij empathisch luisteren echter

verschuift onze waarneming vanuit

ons eigen veld naar dat van de

ander. De scheidslijn tussen mij en

de ander verdwijnt. We voelen een

directe verbinding, contact van hart

tot hart. We stellen ons open voor

de liefde.

Terug naar het moment dat Ruth

begint te snikken als ze geconfronteerd

wordt met haar dankbaarheid


jegens de donor en zich daarvoor

schaamt: dat is het moment waarop

Ruth in contact komt met een

kant van zichzelf die ze tot dan

toe weinig onder ogen gezien en

weinig plek gegeven heeft in haar

manier van leven. Met het zetten

van een stap in de richting van ‘het

leven’, slaat ze de weg in van het Ja,

van de liefde voor zichzelf.

Open wil; Ja, natuurlijk!

‘Ben je bereid tot een experiment?’

vraag ik Ruth. ‘Ja, natuurlijk’, zegt

ze. Ik vraag haar om op redelijk

grote afstand van ‘het leven’ te gaan

staan, er oogcontact mee te maken

en er dan, steeds in contact blijvend,

heel langzaam naar toe te bewegen,

stapje voor stapje.

Op die weg ontmoet Ruth in zichzelf

terugdeinzen, twijfel, verdriet, koppigheid,

bittere tranen, aarzelend

loslaten, voorzichtige toenadering,

geluidloos huilen, lachen, omarmen,

gelukkig zijn, vredige stilte, innerlijk

stralen. Het is het palet aan

gevoelens en ervaringen dat we

ook kennen uit het proces van het

herstel van de onderbroken uitreiking.

Maar tegelijkertijd ontstaat er nog

iets dat erboven uitstijgt.

Ongeveer halverwege Ruths gang

naar ‘het leven’ begint ‘Ruth’ (representant)

nauwelijks hoorbaar

te neuriën. ‘Het hart’ pakt een

trommel en slaat, eerst heel zachtjes,

dan iets harder het ritme van een

hartslag. Als Ruth bijna bij ‘het

leven’ aangekomen is staan -zonder

enige afspraak vooraf- plotseling

alle omzittenden op, vormen een

cirkel rondom Ruth en ‘het leven’ en

wiegen met elkaar zachtjes op het

ritme van de trommel.

Dertig minuten veranderen in een

tijdloos moment. Niet alleen voor

Ruth, maar voor alle aanwezigen.

Creërend luisteren zorgt ervoor dat

we onze wil openen als een waarnemingsorgaan

van de vierde orde.

Als we ons op dit vlak begeven gaat

het eigen ik naar de achtergrond.

Daardoor openen we van binnen

een plek van stilte en zijn, waar een

nieuwe kwaliteit van presentie zich

doorheen weeft. We ontwikkelen

een gevoeligheid die ons in contact

brengt met het hoogst mogelijke

van de toekomst. Op dit punt

aangeland zoeken we niet meer

buiten onszelf. We bevinden ons

in een veld, waardoor we ver over

onze gewoonlijke organisatiegrenzen

heen getild worden, doordat

In memoriam Janny Heideveld

- 8 -

we een moment van tijdloze stilte

binnentreden. Daarmee beleven

we iets totaal anders; iets volstrekt

nieuws en toekomstigs begint in

ons gezamenlijke midden aanwezig

te zijn.

Pas aan het einde van de ervaring

ontdek je dat je op het vierde

niveau was. Je stelt plotseling vast

dat je niet meer dezelfde persoon

bent als tevoren. Je hebt een

subtiele, nauwelijks waarneembare,

maar diepgaande verandering doorgemaakt.

1) De toelichting op de manieren

van luisteren is ontleend aan de

website van C. Otto Scharmer. Meer

daarover in zijn boek: Theorie U.

2) Merleau-Ponty: Phänomenologie

der Wahrnemung. Walter de

Gruyter & Co, Berlijn 1966, Blz 192

Vertaald door Anton de Kroon

Guni Baxa zal in 2013 de verdiepingsopleiding

‘Familieopstellingen

Professional’ geven in het

Hellingerinstituut. (zie elders in dit

magazine of op

www.hellingerinstituut.nl)

Op 22 maart 2012 werd Janny Heideveld getroffen door een hersenbloeding en een

auto-immuunziekte en raakte volledig verlamd. Na zeven maanden kon ze niet meer.

Op 17 oktober is ze overleden.

Janny werkte sinds 2006 op het kantoor van het Hellingerinstituut.

Janny had de gave om deelnemers, ook al waren ze nog totaal onbekend, snel te binden

aan het Instituut. Alle mailtjes en telefoontjes beantwoorde ze met veel enthousiasme

en liefde, waardoor mensen zich snel thuis voelden. Net toen we erover dachten om

misschien met de uitgeverij Het Noorderlicht te stoppen, heeft Janny het nieuw leven ingeblazen door met

on-line boekverkoop te starten. Ze bestierde haar boekwinkel vol overgave!

Dank zij Janny lagen bij het begin van een opleiding de opleidingsmappen altijd keurig van naam voorzien

klaar, zij hielp iedereen herinneren wie en wat er de komende tijd zouden komen en wie er nog gebeld moest

worden en ze regelde de vele reizen voor Jan Jacob. Of wel, Janny zorgde zes jaar lang dat het Hellinger

instituut bleef draaien.

Janny, dank je dat je zó je hart gaf aan de verwelkoming van onze deelnemers, aan de voorbereiding van de

opleidingen, aan ons werk en aan ons, als team. We bouwen erop voort!


Praxis der Systemaufstellung

Tien van de artikelen in dit magazine zijn eerder verschenen in hét Duitse tijdschrift voor opstellingen: Praxis

der Systemaufstellung. Gunthard Weber is de oprichter van dit tijdschrift, dat twee maal per jaar verschijnt.

Gunthard’s hobby is bomen planten. Vaak clandestien. De hele omgeving van zijn woonplaats bij Heidelberg

staat vol met inmiddels grote bomen die hij ooit geplant heeft. Gunthard houdt er ook van organisaties

te planten. Zo was hij de oprichter van de Duitse vereniging voor opstellers en inmiddels bouwt hij huizen

voor weesmeisjes in Afrika, scholen erbij en inmiddels een fabriek om de noten die in de natuur groeien te

verwerken tot karitee-boter. Gunthard had geld over van het eerste congres dat hij organiseerde en vroeg zich af

hoe dat geld weer terug kon vloeien naar het veld van opstellers. Daaruit ontstond een tijdschrift. In het begin

met het format van een dik schrift, inmiddels een volwaardig tijdschrift waar je je op kunt abonneren. Jacob

Schneider, Albrecht Mahr, Marianne Franke-Gricksch, Ursula Franke, Claude Rosselet en anderen voeren precies

en gewetensvol de redactie. Op deze manier leveren ze een belangrijke bijdrage aan het toegankelijk maken

van de vele toepassingen en stijlen in systemisch werk, maar ook aan een voortdurende refl ectie op dit werk,

waardoor het verder kan groeien.

Wilfried de Philipp is de eindredacteur: info@de-philipp.de

Voor abonnementen: www.carl-auer.de/praxis

Eeuwig

en de ordeningen van het zijn

Joan Garriga Bacardi

Als ruggengraat van ons opstellingenwerk heeft Bert Hellinger de ordeningen

van de liefde geïntroduceerd. Als deze ordeningen worden gerespecteerd en

iedereen omvatten die tot hetzelfde systeem van geest of ziel behoort dan

weten we dat die mensen gelukkiger zijn en zich verheugen in een grote vitaliteit.

De ordeningen van de liefde weerspiegelen niet alleen een mooie existentiële

wijsheid, ze omvatten niet alleen de goede liefde, maar bovenal het goede

leven. Je zou ook kunnen zeggen dat de ordeningen van de liefde impliciet de

ordeningen van het zijn bevatten. Daarover zou ik hier graag schrijven. Maar

sta me toe dat ik mijn eigen verteltrant volg en zo tegelijkertijd mijn eigen

geschiedenis vertel, als verhaal en als excuus.

De hoofdrolspelers van mijn geschiedenis

heten Jong en Oud. Ze

werden geboren op dezelfde dag,

hetzelfde tijdstip en in dezelfde

plaats. Hoewel ze beiden dezelfde

ouders hebben was het toch raar

dat ze geen broers van elkaar

waren.

Dat raadsel wordt opgelost door

het feit dat ze, hun hele leven

lang, hetzelfde lichaam deelden.

Jong werd als nieuweling geboren

en, net als alle anderen, begon hij

met een diepe ademhaling. Oud

werd op precies hetzelfde moment

geboren, maar het toeval wilde

dat net daarvoor de illusie van

de god Kronos opgeblazen werd.

In overeenstemming met enkele

moderne theorieën, die beweren

dat tijd niet bestaat, werd Oud op

96-jarige leeftijd geboren. Hem

resteerde nauwelijks zijn laatste

ademtocht. Jong begon zijn leven;

Oud voltooide het net. Jong was

een kind vol toekomst. Oud een

wezen vol verleden, in feite het

wezen dat Jong nu eenmaal wilde

worden. Kort daarvoor het toneel

van deze wereld verlaten hebbend,

om naakt terug te keren tot zijn

werkelijke identiteit: die van het

eeuwige zijn, het eeuwige, het nooit

geborene en het nooit gestorvene.

In feite zijn het er drie: Jong, Oud

en Eeuwig. Jong met een leven

om te leven. Oud met een geleefd

leven, met troost en littekens, vol

- 9 -

wijsheid. Eeuwig, de trommel die

ons op cruciale momenten in ons

leven dwingt zijn onweerstaanbaar

ritme in plaats van onze eigen

melodie te volgen.

Jong was een kind als alle andere.

Gezegend door zijn verleden,

ouders en familie. Gezegend ook

door de aanwezigheid van Eeuwig

die ons scherp houdt en in contact

met het zijn, zonder voorgeschreven

vormen. Gezegend tenslotte

door de hulp van Oud, de boodschapper

van de toekomst, die

niet ophield hem te onderrichten

over een geslaagd bestaan en over

de ordeningen die dat mogelijk

maken. In schitterende dialogen

liet hij hem vanuit de toekomst

inzichten voor een gelukkig leven

gewaarworden. We dopen ze ‘de

ordeningen van het zijn’; en het

zijn de volgende:

‘Het leven is groter dan het

individu’.

Jong, je moet weten, dat het leven

ons soms toelacht en tevreden

stelt en ons op andere momenten

frustreert en laat huilen. Beide


zijn juist, en eerlijk gezegd is het

niet eenvoudig te onderscheiden

wanneer het leven beter voor ons

zorgt, als het ons tevreden stelt

of als het ons verscheurt. Indien

enigszins mogelijk behoud dan

altijd vertrouwen, ondanks de

beproevingen die op je af komen. Je

wil, je wensen, je angsten, alles wat

je identiteit bepaalt, alles wat je ‘ik’

noemt is klein tegenover de wil van

het leven. Soms zul je je voelen als

een heel klein bootje op een grote

oceaan. De ene keer zul je je eigen

weg volgen, een andere keer zul je

geleid worden. Gaandeweg leer je

het geluk te verstaan als iets wat

twee elkaar aanvullende factoren

samenbrengt. De eerste is dat we

met alle kracht die in ons is de

richting opgaan die ons aanspreekt.

De tweede is het leven toe te staan

ons in zijn armen te houden, ook

als zijn bedoelingen niet met onze

vurigste verlangens overeenstemmen.

Het leven zorgt ervoor dat

er oneindig veel gebeurt wat ons

niet bevalt, wat moeilijk en pijnlijk

is: verlies, frustratie, et cetera.

Het leven is een soort existentiële

dialoog, creatief met het geluk

tussen zijn en onze wensen. Altijd

is het soeverein, meestal vraagt

het niets: Het handelt slechts, en

wij drijven mee op zijn stroom…

Gelukkig zijn de zeelui die ook bij

slecht weer een opgewekt gemoed

hebben en die ook in onaangename

omstandigheden nog voluit kunnen

leven. De ondankbaren klampen

zich vast aan hun ergernis, om

te rechtvaardigen dat ze minder

leven. Het gelukkigst zijn degenen

die kunnen instemmen, het grote

JA ten overstaan van het zijn. Als je

met één erkenning zou willen uitdrukken

wat werkelijk helpt, dan is

dat het onverbrekelijke JA zeggen

tegen het leven.

Iedere keer dat je zelf een probleem

hebt of dat iemand van wie je

houdt een probleem heeft, kun je je

afvragen tegen wie of wat hij ‘Nee’

zegt. Wie of wat kan hij geen plek

geven, van wie of wat kan hij niet

houden? ‘Nee’ zeggen is een glasheldere

poging om gevoelens van

pijn, schuld, iets niet waard te zijn

of schaamte te vermijden…. Maar

weet dat vluchten lange schaduwen

werpt.

Nietzsche heeft dit in zijn biografi e

‘Ecce homo’ helder uiteengezet:

‘Mijn formulering om de grootsheid

van de mens uit te drukken

is de amor fati (liefde jegens het

lot).’ Hij bedoelt daarmee ook:

‘De ultieme bevestiging die uit

de volheid geboren wordt, een

‘Ja-zeggen’ zonder enige terughoudendheid,

zelfs tegen lijden, schuld

en alles wat problematisch en

vreemd is aan het bestaan.’

Het lot dat wij aanvaarden neemt

ons in zijn armen en leidt ons

naar het leven. In tegenstelling

daarmee is het lot dat wij proberen

te ontlopen. Het achtervolgt ons en

eist het onbetwistbaar recht op zijn

bestaan op.

‘Het leven is in de toekomst’

Jong, stel jezelf de volgende

vraag: Waar leef je de rest van

je leven? Het juiste antwoord

luidt: in de toekomst! Dat mag je

komisch voorkomen omdat onze

liefde voor en binding aan het

verleden, familie, ouders, jeugd

en onze wortels zo sterk zijn.

Het is duidelijk dat ons verleden

ons draagt, maar het goede leven

bevindt zich in de toekomst. Luister

steeds heel goed: de toekomst zal

je steeds oproepen om haar niet te

vermijden gezang te horen.

Naar de toekomst kijken en ervan

te houden draagt ons net zo goed

als onze ouders en voorouders dat

doen. Kijk in de verte en je zult

mij als Oud ontdekken, bejaard,

gelukkig met het geleefde leven,

in harmonie ermee, vruchtbaar en

onbezorgd om het weer af te geven.

Je zult onze kinderen en kleinkinderen

zien en hoe het leven zich

verder uitbreidt in onze nakomelingen,

alsmaar verder, je hart met

toekomst vullend. Wat het meeste

- 10 -

dank zegt aan het verleden is een

mooie toekomst. De beste dank

aan onze voorouders is de vooruitgang,

het licht, het geluk van hun

nakomelingen. Stop niet met je te

oriënteren op morgen.

Boeddhisten zeggen dat het

verleden een begraafplaats is.

Daarvan blijven slechts beelden en

herinneringen over. Ze zeggen ook

dat de toekomst slechts een verwachting

is en dat uitsluitend het

nu bestaat. Het leven wordt alleen

vloeibaar in het zwijgende nu. Dat

is zijn natuurlijke toevluchtsoord

en woonplaats. Eeuwig, die onze

werkelijke essentie is, kent alleen

‘nu’. Hij leeft in ons als het eeuwige

heden. Maar het heden is zo

vluchtig dat je het alleen beheerst

als je naar voren kijkt. Gebruik

nooit het verleden als excuus om

afwachtend te zijn met leven. Zeg

nooit: ‘Mijn pijn is zo groot dat ik

geen kracht meer heb.’ Misschien

zijn de volgende verzen van de

dichter Benedetti je behulpzaam:

‘Geef niet op, er is nog tijd

te bekomen en op nieuw te

beginnen

je schaduw te accepteren,

je angsten te begraven,

je ballast af te werpen,

je vlucht te hervatten.’

De zin van het leven is het leven

te dienen.

Gezien mijn leeftijd kan ik je

zeggen, wat mij vervult is alles wat

ik aan het leven gegeven heb, wat

het leven aan mij gaf en wat ik met

vreugde kon aannemen.

Wat mijn geest vervolmaakt is de

totaal geliefde liefde. Ooit beging

ik de zonde niet te kunnen geven

en niet te kunnen nemen. Maar de

zonde is geen morele kwestie, maar

een begrip uit de oude kunst van

het boogschieten en betekent ‘het

doel missen’, niet het centrum van

ons existentiële doelwit te treffen.

Jong, ik kijk naar jou, en ik zie je

leven. Ik weet precies hoe het zal

zijn en daarom kom ik in je oor

fl uisteren: Er zijn drie grote zonden


die je dient te vermijden. De eerste

is niet te geven wat je hebt en bent.

De tweede is te geven wat je niet

hebt en wat je niet bent. De derde,

tenslotte, is om niet aan jezelf te

werken om onderscheid te maken

tussen wat je hebt en bent en wat

je niet bent en niet bent. De eerste

is eer bewijzen aan de boze geest

van de lafheid. De tweede aan die

van de onbetrouwbaarheid en

huichelarij. De derde aan die van

de luiheid en vadsigheid van het

bewustzijn om te luisteren naar

wat hem diep van binnen beweegt.

Heb altijd de moed om te respecteren

wat je hebt en dat aan het leven

te schenken, wat het ook moge

zijn: Schrijf gedichten, bespeel de

harp, ga een huwelijk aan, wees

tuinman, geef datgene wat jou zelf

in beweging zet, wat je talent en

je geschenk is. Probeer niet om je

anders voor te doen dan je bent,

probeer niet om te zijn wie je niet

bent. Doe niet alsof je de gave van

het dichten hebt als de muze je

die niet gegeven heeft. Leer naar

je lichaam te luisteren en naar je

innerlijke waarheid ‘in de stille

uren van de nacht’. Dan ervaar je

wat je het meest dringend te doen

hebt. Richt je pijlen alleen op de

toekomst, zodat ze leven tot stand

brengen. Daarin, en in de liefde

die je ondervonden hebt zul je de

zin ontdekken. Dat veroorzaakt

andere heldendaden, hartstochten

en waarden. Als je 47 jaar bent

zul je Bertrand Russell lezen en

begeesterd kennis nemen van wat

hij helemaal voorin in zijn autobiografi

e geschreven heeft: ‘Drie eenvoudige,

maar geweldig intensieve

hartstochten hebben mijn leven

gestuurd: de hunkering naar liefde,

Vleugels voor verandering

Het nieuwste boek van Jan Jacob

Stam, ‘vleugels voor verandering’,

durf ik meteen te betitelen als een

must voor iedereen die zich op de

één of andere manier bezig houdt

met organisaties.

De heldere uitleg over de systemische

principes en de vele voorbeelden

uit de praktijk maken dit werk

zeer waardevol voor al diegenen

die beroepsmatig te maken

hebben met organisaties. Ook voor

mensen die (nog) niet getraind

zijn in systemisch werk is dit boek

toegankelijk. De manier waarop

de systemische principes en de verschillende

dynamieken die kunnen

spelen binnen organisaties wordt

uitgelegd heeft de kwaliteit van een

korte, maar intensieve cursus. Of je

nu een eenmanszaak hebt, manager

bent bij een bank of CEO van een

multinational, het andere perspectief

dat je geboden wordt om naar

organisaties te kijken en de nieuwe

inzichten die je je eigen kunt

maken, zijn onmiddellijk praktisch

toepasbaar en bieden mogelijkhe-

den tot veranderimpulsen.

Dankzij de overzichtelijke index

kan dit boek ook gezien worden als

een naslagwerk dat regelmatig ter

hand genomen zal worden.

Jan Jacob Stam neemt ons mee

langs een aantal nieuwe inzichten

met betrekking tot systemisch werk

binnen organisaties, die het reeds

bestaande een kleine, maar signifi -

cante verbreding geven.

Hierdoor lijkt er een verdieping

in het werk te zijn ontstaan die ik

niet voor mogelijk had gehouden.

Er wordt bijvoorbeeld een nieuwe

wetmatigheid aan de drie al zo

bekende toegevoegd. Voor mij

persoonlijk was dat even slikken en

ik kwam daar dan ook een behoorlijke

weerstand in tegen, maar het

daagde me zeker uit om weer eens

met mezelf in gesprek te gaan.

Er is een pioniersgeest voor nodig

om heilige huisjes diepgaand te onderzoeken,

en het vraagt zeer zeker

moed om nieuwe inzichten aan de

- 11 -

de zoektocht naar erkenning, en

een ondraaglijk medelijden met het

menselijk lijden. Deze drie passies

hebben me alle kanten op gestuurd,

als krachtige stormwinden iedere

keer in een andere richting, over

een diepe oceaan van angst, tot aan

de rand der vertwijfeling.’ En hij

sluit af: ‘Dat was mijn leven. Ik heb

het levenswaardig gevonden, en ik

zou het graag opnieuw leven, als ik

de gelegenheid zou krijgen.’

Jong, nu eindigt ook mijn leven

dat in jou begint: ik heb het

beschouwd als mooi en de moeite

waard om het te leven, en nu neem

ik afscheid met zoveel liefde en met

zoveel broers en zussen dat ik ze

niet kan tellen. Leve jou.

Vertaald door Anton de Kroon

reeds lang bestaande toe te voegen.

De grote liefde en het respect

van de schrijver voor het systemisch

werk en voor organisaties

is zo duidelijk voelbaar dat je het

gevoel krijgt dat hij met je aan het

meelezen is en dat hij je aanmoedigt

om toch vooral niet zomaar

aan te nemen wat er geschreven

staat, maar het juist zelf ook te onderzoeken.

En daarna gaat hij graag

de dialoog met je aan.

Elmer Hendrix


Het opstellen van gevaarlijke

ideeën

Hunter Beaumont

Sinds een paar jaar ben ik geïnteresseerd geraakt in het gebruik van opstellingen

om iets te leren over de uitwerking van ‘gevaarlijke ideeën’ op menselijke

systemen. Hoewel dat verschijnsel me al enkele jaren intrigeert en ik geleidelijk

enkele mogelijkheden ontwikkeld heb om ermee te werken, had ik nog

geen woorden om te beschrijven wat ik waarnam en wat ik deed. De laatste

tijd echter heb ik langzamerhand een heldere en elegante manier gevonden

om over deze verschijnselen na te denken. Dit is mijn eerste poging om mijn

gedachten weer te geven in een tekst die geschikt is voor publicatie.

In een ‘TED-gesprek’ in 2002

(www.ted.com) heeft de fi losoof

Dan Dennett het begrip ‘gevaarlijke

ideeën’ geïntroduceerd. Hij

beschrijft hoe een parasiet (Dicrocoelium

dendriticum), levend in de

hersens van een mier, die hersens

zodanig verandert dat de mier

zich gedraagt op een manier die

goed is voor de parasiet en slecht

voor de mier. Hij zorgt ervoor dat

de mier iedere avond het mierennest

verlaat, naar het uiteinde

van een grasspriet klimt en zich

tot de volgende morgen daarin

vastbijt. Dit gedrag is gevaarlijk

voor de mier. Hij kan door een

koe, schaap of paard opgegeten

worden, waarbij de mier sterft

maar de parasiet zich kan voortplanten.

Dit is een voorbeeld van

genetische informatie die zich

door generaties heen voortplant.

Als je dit op mensen toepast, dan

is het deze genetische of andere

informatie die ervoor zorgt dat we

ons op een voor onszelf schadelijke

wijze gedragen. De Engelse bioloog

Richard Dawkins introduceerde

het begrip ‘meme’ voor de culturele

informatie die door individuen

doorgegeven wordt en zich verder

ontwikkelt door generaties heen.

(Wikipedia: meme is een begrip

uit de memetica en betekent een

idee dat zich onder informatiedragers

verspreidt; het wordt ook wel

omschreven als een besmettelijk

informatiepatroon.)

Voorbeelden van een meme zijn

stonewashed jeans en baseballcaps

met de klep naar achteren die door

teenagers in de meest uiteenlopende

culturen gedragen worden.

Of een ander voorbeeld, de overtuiging

dat fl essenvoeding beter is dan

borstvoeding; een overtuiging die

in ontwikkelingslanden aan veel

baby’s het leven kost. In zijn TEDgesprek

houdt Dennett zich bezig

met ‘gevaarlijke ideeën’ die als parasieten

bezit nemen van mensen

en ons ertoe brengen onszelf en

anderen te gronde te richten.

Plegers van zelfmoordaanslagen

bijvoorbeeld doden zichzelf en

andere onschuldige mensen in de

overtuiging ‘iets goeds’ te doen.

Anorectische meisjes hongeren

zich dood omdat ze denken dat dik

zijn lelijk is. Weer anderen, van

wie het gevoel voor wat gezond is

door onbekende factoren verstoord

wordt, blazen hun lichaam op tot

een omvang die absoluut ongezond

is.

Voor mensen die in een westerse

cultuur opgegroeid zijn is het

bijvoorbeeld vanzelfsprekend dat

de vrouwelijke besnijdenis niet

nodig is voor een gelukkig seksueel

verkeer tussen man en vrouw.

Maar Waris Dirie (Desert fl ower:

The Extraordinary Journey of a

Desert Nomad, New York 1998) en

anderen hebben beschreven dat het

bij de stam horen vereist dat je je

gedraagt naar die opvatting. Alle

- 12 -

geloofsuitspraken, overtuigingen

en ideologieën werken als meme.

Sommige zijn leven bevorderend

en goed, andere zijn ‘gevaarlijke

ideeën’. Dergelijke ideeën nemen

bezit van ons omdat we erin

geloven, terwijl ze slechts geïnteresseerd

zijn in hun eigen voortbestaan

en niet in ons welzijn.

De fi lm ‘Das weisse Band’ toont

op indrukwekkende wijze de

uitwerking van ‘memen’ of ‘gevaarlijke

ideeën’ op het platteland

honderd jaar geleden. In deze fi lm

onderken je ‘gevaarlijke ideeën’

over het lichaam, over het uiten

van gevoelens, over goed en kwaad,

die duidelijk een vernietigende

uitwerking hebben gehad zowel

op de mensen die ervan overtuigd

waren alsook op de wereldgeschiedenis.

Immers, twee wereldoorlogen

werden erdoor veroorzaakt.

Werken in een multiculturele

context confronteert ons met de

moeilijke opgave te onderkennen

welk meme gezond en welk gevaarlijk

is. Aan de hand van welke

criteria kunnen we in dit verband

goed en gevaarlijk onderscheiden?

Familieopstellingen kunnen ons

hier verder helpen, hoewel er ook

volop verhalen zijn over opstellers

die hun vernietigende meme

doorgeven aan hun cliënten. Eén

van de vernietigende ideeën die

ik met behulp van familieopstellingen

onderzocht heb is de haat

jegens het lichaam. Deze meme

gaat vaak samen met een religieuze

overtuiging en lijkt een enorme rol

gespeeld te hebben in de generatie

van onze grootouders bij het

toelaten van lichamelijke intimiteit.

Deze bijzondere meme heeft

grote invloed op ons gevoel van

eigenwaarde als man en vrouw en


op ons vermogen tot intimiteit met

onze partner en kinderen.

Vanuit de overtuiging dat hetgeen

werkelijk gebeurd is meer realiteit

bevat dan de geschiedenissen die in

de familie verteld worden (familiegeschiedenissen?)

is het bij opstellingen

gebruikelijk geworden om te

vragen: ‘Wat is er gebeurd?’ Het is

een krachtige vraag om tot de kern

van verwarrende familiegeschiedenissen

door te dringen. Maar in

menige opstelling is het zinvoller

om te vragen: ‘Hoe verhield grootmoeder

zich tot haar eigen lichaam

en lichamelijke intimiteit?’ Meestal

kan die vraag niet objectief beantwoord

worden. Hoogst zelden

herinnert iemand zich iets van

wat grootmoeder gezegd heeft

of gezegd zou hebben. Meestal

moeten de overtuigingen afgeleid

worden uit de uitwerking die ze

generaties lang gehad hebben. In

dat geval onderzoeken we de meme

en niet grootmoeders werkelijke

overtuiging.

Als iemand bijvoorbeeld moeite

heeft met intimiteit in de relatie

dan zou je kunnen vragen naar

abortussen, eerdere relaties of identifi

catie met niet erkende vroegere

partners van de ouders. Daarbij

kunnen inzichten naar voren

komen die verandering mogelijk

maken. Maar omdat we dergelijke

verbanden vaak vinden worden

we gemakkelijk ertoe verleid om te

denken dat die gebeurtenissen de

huidige relatieproblemen veroorzaakt

hebben. Naar mijn ervaring

is het zinvoller om preciezer te

kijken. Het is waarschijnlijk zo dat

hetzelfde meme dat onze ouders

en grootouders beïnvloed heeft ook

ons beïnvloedt. Dé kans tot verandering

zit dan in de opsporing en

verandering van dit meme en niet

in het opnieuw ontdekken van de

familiegeschiedenis. Daarom is

het in veel gevallen veel zinvoller

om te vragen: ‘Waarvan waren ze

overtuigd?’, en ons ervan bewust

te zijn dat we dat nooit helemaal

zeker weten.

De vraag is een uitnodiging om je

met de meme zelf bezig te houden

en je niet te laten meeslepen door

de gevolgen van de werking ervan.

In veel opstellingen wordt

duidelijk dat op grootmoeder of

overgrootmoeder, grootvader of

overgrootvader, met betrekking tot

lichamelijkheid en intimiteit in het

huwelijk een stempel gedrukt is

dat hun veel leed berokkend heeft.

Het is duidelijk dat onze ouders

- 13 -

en wij zelf daardoor beïnvloed

zijn. Bij dergelijke opstellingen is

het mogelijk een representant te

kiezen voor ‘het gevaarlijke idee’ en

daarnaast iemand voor de lichamelijke

relatie die oma en opa gehad

zouden hebben als ze niet door

deze vijandige maar door een meer

positieve overtuiging beïnvloed

geweest zouden zijn. Zoals

eerder aangegeven is het ‘haat je

lichaam-meme’ vaak verbonden

met religieuze overtuigingen en

om die reden kan een opstelling

ons helpen de familietheologie te

herzien. Het is zeer eenvoudig in

een opstelling het onderscheid te

maken tussen een destructieve en

een constructieve meme: helpt

het ons leven te leiden in liefde en

intense tevredenheid, of niet?

Zo bezien is het waarschijnlijk dat

overtuigingen meer werkelijkheid

zijn dan de zogenaamde feiten die

terug te voeren zijn op de invloed

van diezelfde overtuigingen.

Vertaald door Anton de Kroon


Familieopstellingen - Helpen ze ?

Wanneer helpen ze? En hoe?

Guenther Schricker

“Es irrt der Mensch, solang er

strebt”.

Johann Wolfgang von Goethe

Wat doet het jarenlang met dit

werk bezig zijn met ons? Worden

wij “oude rotten” of “Oergesteente”,

zoals sommigen ons betitelen?

Goed therapeutisch werk herken

je volgens mij aan de verdieping

van verwondering en dankbaarheid.

Daardoor wordt je niet

“oud” noch “van steen”, je blijft

jong, in beweging en fl exibel.

Voor sommige opstellers lijkt dit

een tikkeltje mager. Wij lezen bij

voorkeur zinnen zoals deze: “De

methodiek van de hedendaagse

familie- en systeemopstellingen

heeft zich tot een van de meest succesvolle

Coaching- en therapieprocessen

ontwikkeld -en dat wereld

breed”. Reclame, empirisch bewijs

van de werkzaamheid, succesverhalen,

onderscheidingen, prijzen- daar

denk ik vandaag de dag anders

over, dan vroeger. Misschien gaat

dit streven volstrekt voorbij aan de

geest van het opstellingswerk, zoals

het zich steeds meer laat zien?

Alles is nieuw

Niemand weet, hoe een opstelling

verloopt . Ook na meerdere

jaren schuw ik elke hypothese,

welke vanuit mijn ervaring in mij

opkomt. Het zou niets meer voorstellen,

dan vergelijkingen met wat

we veronderstellen te weten en te

kennen. Daardoor wordt de actuele

opstelling star, doods. Mentale

brillen, gevormd door het verleden,

belemmeren onze waarneming,

wij zien niet meer wat zich voor

onze ogen afspeelt. Opstellingen

werken meteen. Stralende ogen,

geanimeerde gelaatstrekken, diepe

ontspanning en dergelijke signalen

zijn direct te zien. Sommige deelnemers

(ik bedoel altijd mannelijke en

vrouwelijke) ervaren ook later nog

positieve veranderingen in hun persoonlijke

leven. Is het van belang,

dat direct op het werk van de

opsteller terug te voeren? Misschien

moeten we het open laten. Als

we denkbeelden, doelen, hoop en

verwachtingen afl eiden uit onze

successen, bestaat de kans dat we

het effect van het werk beperken.

Hoe kan je je zonder de boven

genoemde belemmeringen op dit

werk voorbereiden en afstemmen?

Uitkomsten

Wie klopt aan?

Een tijdje geleden kwamen ouders

met hun 12 jarige zoon bij mij in

de praktijk. De moeder had van

tevoren gebeld en verteld, dat hun

zoon volgens de artsen nog maar

2 tot 3 maanden te leven had. Er

groeit een niet operabele tumor in

zijn hersenen. Hoe bereid je jezelf

op zo’n ontmoeting voor? Men

onthoudt zich van alle planning,

verwachtingen, wensvoorstellingen

en mogelijke strategieën. Vanuit het

midden duiken beelden op, bijvoorbeeld:

Wie hangt om de jongen

heen? Wie heeft hij bij zich? Van

wie houdt hij op deze manier? De

beelden blijven als vragen staan. Als

het gezin arriveert, kijkt de jongen

bevreesd naar zijn ouders. ‘ij maakt

je zorgen om je ouders’ zeg ik tegen

hem. ‘Ja’, antwoord hij zachtjes.

‘Omdat iemand bij jou heeft aangeklopt’-

‘Ja’. ‘Weet jij wie het is ,

die bij jou aanklopt?’- ‘Mijn ziekte,

de tumor’. ‘Heb je hoofdpijn?’- ‘Ja,

steeds erger’. ‘Weet jij, hoe het met

jou is gesteld?’- ‘In het ziekenhuis

vertelden de artsen gisteren, dat ik

niet meer lang te leven heb’. ‘Dus,

wie klopt bij jouw aan?’ Stilte. Dan

- 14 -

kijkt de jongen naar mij en zegt: ‘De

dood’. ‘Luister even naar hem, hoe

hij klopt…. misschien kan je hem in

gedachten antwoorden’. Na een paar

seconden zwijgen zegt hij : ‘Ik hoor

zijn geklop.’ ‘Zeg het tegen hem: Ik

hoor je kloppen.’ Vader, moeder en

zoon zitten kalm op hun stoelen

en luisteren aandachtig. Niemand

beweegt. Als ze weggaan zegt de

jongen tegen zijn moeder: ‘Het is

koel geworden, in mijn hoofd.’

Deze dialoog heb ik indertijd vanuit

mijn herinnering opgeschreven.

Vandaag liep ik toevallig langs hun

huis. Is het geoorloofd, dat therapeuten

willen navragen? En, als ze

te weten komen hoe het verder is

gegaan, mogen ze deze informatie

met anderen delen? Therapeuten

mogen veel niet. Uit respect voor de

cliënt, uit respect voor zichzelf en

uit respect voor de grotere machten,

welke hier aan het werk zijn. Stille

vreugde en dankbaarheid mogen

therapeuten wel beleven, zelfs

zonder reden.

Beneden en klein

Hoe groot of klein was de therapeut

in de net beschreven sessie met dit

gezin? Tamelijk klein. Hij kon, in

aanwezigheid van het leed in dit

gezin, niet teruggrijpen op soortelijke

inzichten uit het verleden,

laat staan zich bekommeren om

mogelijke gebeurtenissen in de

toekomst. Hij kon alleen erbij zijn,

waarnemen, hoe het is, zonder een

poging tot beïnvloeding of verandering.

Ook systemisch revelante

familiegebeurtenissen leverden

geen aanknopingspunten op. Er

restte allen nog het heden met deze

jongen en onze dialoog, welke veel

verder rijkte dan wij tweeën.


Begrijpen

Onze liefde groeit en verdiept

zich, als we iets nieuws werkelijk

bevatten. Dit begrip komt niet

voort uit kennis of inzicht over de

ander. Begrip in opstellingen is het

beleven van een enkel moment,

waarin wij het vermogen hebben,

de ander daadwerkelijk waar te

nemen en te zien. Gedachten,

oordeel, interpretaties, herinneringen,

gevatte meningen, ervaring

komen er bij dit proces niet aan te

pas. Ook innerlijke beelden, welke

opgeslagen zijn door vroegere ervaringen

in opstellingen, zijn niet

bevorderlijk voor deze vorm van

waarnemen. Naar iemand kijken

en zonder belemmeringen te zien,

hoe het is, en tegelijkertijd zichzelf

te laten beroeren, te beleven, wie

je zelf op dit moment bent, brengt

nieuwe, levendige contacten voort.

Zonder verklaringen of oordeel.

Een enkel ogenblik van gewaarwording

volstaat, en de wereld is

veranderd.

Diepe verandering

Papa belt

Jutta, 26, komt voort uit een kortstondige

relatie van haar moeder

met een getrouwde man, welke

bij zijn echtgenote bleef. Zij heeft

haar vader maar één keer ontmoet

en herinnert zich nauwelijks iets.

In de opstelling zien we vader en

moeder in een innige omhelzing,

niets kan hen scheiden. ‘Maar zo

is het in werkelijkheid niet’, klaagt

Jutta, als ze voor haar ouders staat.

‘Jij bent een kind voortgekomen

uit een diepe liefde, die zich hier

toont’, is het enige wat de opsteller

erbij zegt. Jutta kijkt lang naar haar

ouders, beiden met een uitnodigend

gebaar naar haar uitreikend.

Voor een moment dringt dit beeld

van gelukkige ouders tot Jutta

door en ze licht ook op. Langzaam

beweegt ze zich naar haar ouders

toe. De volgende ochtend vertelt

ze: ‘Gisteren precies om 16.00 uur,

het tijdstip van de opstelling, heeft

mijn vader op mijn antwoordapparaat

ingesproken, dat hij mij graag

wil ontmoeten.’

Verrassingen

Men dient voorzichtig om te gaan

met uitkomsten van opstellingen.

Sommige moet men bij zich

houden. Wie verwachtingen en

hoop wekt, beschadigt het helingsproces.

De familieopsteller geneest

niet. Als genezende en verzachtende

bewegingen op gang komen, is hij

misschien een piepklein wieltje, dat

bijdraagt aan het geheel. Net zoals

de befaamde vlinder, welke met het

bewegen van zijn vleugel de laatste

druppel is, die een tornado tot stand

brengt. Misschien is de familieopsteller

nog minder dan bovengenoemde

vlinder. De kans bestaat, dat

hij, met al zijn betrokkenheid, ook

volstrekt nutteloos is. Voor mij is dat

een wonderbaarlijk denkbeeld. De

opsteller doet zijn werk, zo goed hij

kan, in het besef, dat hij ook staat

voor nutteloosheid, onwetendheid

en fouten. Gekoesterde verwachtingen

beschadigen niet alleen de

cliënt, maar ook de therapeut. Ik heb

wel vaker ontmoetingen met zelfbenoemde

helers gehad, die volledig

uitgeput en opgebrand zijn. Is het

dan van belang te weten, wie of wat

de genezing tot stand brengt? Het

mag een geheim blijven, waarvoor

we met z’n allen simpelweg klein

zijn. Het opstellingswerk biedt de

kans te oefenen klein te blijven in

aanwezigheid van het grote en niet

verklaarbare. Voor Albert Einstein

was de ontmoeting met het mysterie

het mooiste wat er te beleven viel.

Maar dan gebeuren, onder het

schrijven van deze zinnen, dingen

als deze, en de hele groep maakt het

mee:

Het verlies van een kind

Een echtpaar rouwt om de dood van

hun zoon, welke twee jaar geleden,

op 13 jarige leeftijd overleed. In de

opstelling valt zijn representant

op de grond en beweegt niet meer.

Hij schijnt niemand te horen en

reageert totaal niet. Bij navraag

komen er verscheidene doodgeboren

en helemaal vergeten kinderen

- 15 -

van beide ouderlijke families in

beeld. Die worden opgesteld. Als

de ouders belangstellend naar deze

familieleden kijken, glimlacht de

jongen en zegt met een diepe zucht

: ‘Nu gaat het goed met mij.’ De

volgende dag vertelt de moeder

in de groep: ‘Wij hebben gisteren

met onze oudste zoon gebeld. S

’middags, precies na de opstelling,

kwam opa langs. Hij en onze

zoon hebben geen goed contact.

Opa vertelde, dat het graf van

onze jongere zoon een halve meter

ingezakt was. Zoon en grootvader

hebben toen de hele middag eraan

besteed, om het graf weer in orde te

maken, en konden verbazingwekkend

goed met elkaar overweg.’

Bij dit bericht van de ontroerde

moeder krijgt de hele groep koude

rillingen. ‘Het heeft buitengewoon

veel geregend’ breng ik in (augustus

2010) ‘maar, als de dood van jullie

zoon ertoe bijdraagt, dat er nieuwe

verbindingen tussen dode en

levende leden van jullie familie

ontstaan, kunnen wij ervan uitgaan,

dat jullie zoon gelukkig is’. Ook de

representant van de jongen, die hem

de dag daarvoor in de opstelling representeerde,

huilt vreugde tranen.

Praktijk voor het heden

Wat hebben wij nodig, om in de

hedendaagse wereld staande te

blijven? Wat heeft de wereld van

ons nodig? In opstellingen zijn wij

in staat om universele wetten aan

den lijve te ondervinden, online en

niet offl ine. Het vaak besproken

nieuwe denken en de befaamde

verbondenheid komen in een

traditionele setting niet goed over.

In het opstellingswerk krijgen wij

de kans te ervaren , dat het in het

klein net zo is, als in het groot, in

de relatie met ons zelf, net zo als

in de relatie tussen de volkeren, in

onzer houding jegens onszelf net

zo als in onzer houding jegens de

wereld. Overall maken we mee, dat

er levensprincipes bestaan, die

niet altijd de logica volgen, maar

wel overeenkomen met gebeurtenissen

in verband met falen en

succes. Soms, en misschien wel


vaker, komen we met willen en

plannen nergens. Als we in staat

zijn feiten en situaties te zien en

te erkennen zoals ze zijn, komt

antwoord of hulp op geheimzinnige

wijze van buiten af naar ons

toe. Op haar eigen tijd. Het meest

fascinerende, mythische en religieuze

wat bij opstellingen komt

kijken, is voor iedereen te beleven,

in de vorm van representant te

zijn voor de levenden en de doden.

Wij zijn, meer dan we vermoeden,

verbonden met elkaar, en met het

grote mysterie. Vaak maken we

mee, dat we aan de hand genomen

door grotere krachten, ontzag

ervaren, onvermoede dieptes

beleven en heel soms oplossingen

aangereikt krijgen.

Vertaald door Sabine Obermayr-

Adamzek

Organisatieopstellingen;

van alledaags tot mythologisch

Friedrich Assländer

Opstellingen van thema’s uit

het bedrijfsleven

Opstellingen in de context van bedrijfsvraagstukken

worden steeds

meer geaccepteerd en krijgen een

steeds groter scala aan toepassingsmogelijkheden.

Te midden van het

hele scenario van interventiemogelijkheden

in bedrijfsadvisering

hebben opstellingen hun waarde

als krachtig instrument bewezen:

zowel in individuele- en team

coaching, bij interne bedrijfsconferenties,

als bij opstellingen in

workshops en opleidingen. Ook in

algemene managementcursussen

leiden organisatieopstellingen vaak

tot wezenlijke inzichten.

Voorbeeld uit mijn coachingspraktijk

De beide directeuren van een middelgrote

uitgeverij wilden in een

opstelling acht ideeën onderzoeken

om te ontdekken welke daarvan ze

verder zouden moeten uitwerken.

Als representanten werden twee

studenten uitgenodigd. In de

voorbereiding van de opstelling

bleek de vraag wezenlijk te zijn

waaraan de beide directeuren

later zouden herkennen dat ze het

beste idee gekozen hadden. Beide

cliënten waren het er snel over

eens dat het idee ertoe zou moeten

bijdragen dat het de onderneming

als geheel goed zou gaan en dat

het gekozen idee ook snel zou

gaan bijdragen aan de winst. In de

opstelling werden A-viertjes op de

- 16 -

grond gelegd voor de acht ideeën,

voor de onderneming en voor de

korte-termijn-winst. Beide studenten

testten iedere keer een idee op zijn

uitwerking, zowel op het bedrijf als

op de winst.

Eén van de studenten, die nog nooit

een opstelling had meegemaakt, was

sprakeloos over de helderheid van

zijn waarneming. Staande op het

ene A-viertje had hij het gevoel in

slaap te vallen, op het papier ernaast

staande zei hij: ‘Hier schraap ik als

een paard met mijn hoeven over de

grond.’ Op deze manier werden drie

ideeën als beloftevol geïdentifi ceerd

en kregen als projecten een vervolg

in het bedrijf. Eén van die ideeën

leidde twee jaar later, in aangepaste

vorm, tot de zo gewenste uitbreiding

van de onderneming.


Het opstellen van archetypes

Naast deze praktische en op bedrijfsvragen

gerichte opstellingen

zijn er ook situaties die zich goed

lenen voor het werken vanuit

archetypisch perspectief. Zo kun

je ‘het hogere zelf’ of ‘een waarde’

opstellen, maar ook polariteiten als

‘innerlijke en uiterlijke rijkdom’ of

‘geld en moraal’, enzovoorts. Het

is de kunst om de voor de cliënt

relevante dimensie te vinden. Het

opstellingswerk verplaatst zich

daarbij van buiten naar binnen, van

de gedaante van bedrijfsprocessen

naar die van het eigen leven. Voor

veel van de deelnemers aan mijn

workshops openen zich daardoor

volstrekt nieuwe zienswijzen op

problemen waarvoor tot dan toe

de oplossing in de buitenwereld

gezocht werd.

Een voorbeeld uit een workshop

Time management

Omgaan met tijd is voor veel

mensen een voortdurend probleem.

In workshops bieden opstellingen

de mogelijkheid om de manier van

omgaan met tijd inzichtelijk en

voelbaar te maken. Laat de cliënt

beginnen met de Griekse goden

voor tijd op te stellen: Kronos en

Kairos. Vervolgens zoekt hij voor

zichzelf een plaats daartussen.

Een korte introductie is nodig.

Kronos representeert de technische,

meetbare tijd. Hij vertegenwoordigt

ordening, planning, het kwantitatieve

aspect van tijd. In de Griekse

mythologie probeert Kronos, door

zijn eigen kinderen op te eten, de

voorspelling te ontlopen dat hij

door zijn eigen kinderen ontmand

en onttroond wordt. De kleine

Zeus ontkomt aan het noodlot en

voltrekt de profetie. Naar analogie

hiervan zou je kunnen zeggen dat

wat de vergankelijke tijd voortbrengt

ook weer door haar zelf

wordt opgegeten. Van Kronos zijn

we ons steeds bewust als we op

de klok of in de agenda kijken: we

zien de gelijkmatig voorbijgaande,

technische tijd. Zonder tijdmeting

en planning zou een cultuur zoals

wij die kennen niet tot ontwikkeling

kunnen komen. Begrippen als

uurwerk, chronologie en geschiedschrijving

getuigen van de alomtegenwoordigheid

van deze machtige

god.

Tegenover hem staat Kairos, een

jongeman met een prachtige

haarlok op zijn voorhoofd en een

kaal achterhoofd. Hij representeert

de kwaliteit van de tijd, datgene

waarvoor de tijd rijp is. Hij staat

voor het juiste moment, voor de

kans van het ogenblik. Het beeld

dat de oude Grieken van hem

geschetst hebben betekent: grijp

je kans als Kairos voor je staat. Als

je de kans voorbij laat gaan dan

kun je hem aan de achterkant, zijn

gladde achterhoofd, niet meer beet

pakken.

Zoals eerder aangegeven: voor de

opstelling kiest de cliënt representanten

voor Kronos en Kairos,

stelt die op en zoekt vervolgens

een plek voor zichzelf. Hij kan ook

verschillende plekken uitproberen.

En dan wordt nader ingegaan op

de vraag van de cliënt. Zo was er

een cliënt die last had van zijn

grote plichtsbesef en dwangmatige

nauwkeurigheid. Ik stelde hem

voor tegen Kronos te zeggen: ‘Jouw

eigenschappen heb ik in mijn leven

tot nu toe in hoge mate gerealiseerd.

Op den duur is dat niet goed

voor me. Ik zou dat willen veranderen,

om lichter en zorgelozer te

kunnen leven.’ Zo kan een proces

van verandering ingezet en kunnen

nieuwe inzichten tot leven gewekt

worden. Een belangrijke stap is

immers om erkenning en waardering

te geven aan al datgene wat

Kronos aan goeds teweeg gebracht

heeft in het leven, de successen

die met behulp van structuur

en precisie gerealiseerd konden

worden.

Vergelijkbaar hiermee verloopt

het proces met Kairos. Hij wordt

uitgenodigd om meer plek in te

nemen in het leven van cliënt met

zinnen als: ‘Ik ga meer in het heden

leven,’ of ‘Ik ga meer stil zijn, mijn

innerlijke stem horen en ernaar

- 17 -

luisteren.’ Daarmee ontstaat een

relatie met Kairos, die in de drukte

van het werk van alledag verwaarloosd

werd.

Dergelijke opstellingen hebben

een veel grotere impact dan

gewone adviesgesprekken. Een

opstelling is een gebeurtenis in

de ziel, doorgaans verbonden met

sterke gevoelens. Deze innerlijke

beweging en de intense betrokkenheid

maken de ervaring zo

waardevol. Tot slot zoekt de cliënt

een plek voor zichzelf waar hij zich

goed voelt en waar hij werkelijk

ervaart dat hij met de tijd omgaat

zoals hij graag zou willen. Zo kan

bijvoorbeeld Kronos achter en

Kairos tegenover hem staan. Een

cliënt reageerde op die plek met

de woorden: ‘Kronos, planning, is

iets dat ik blind kan doen. Ik weet

dat je er bent en dat ik op je kan

vertrouwen. Maar Kairos moet ik

eerst eens goed aankijken en leren

kennen. Het doet me goed dat hij

zo vriendelijk naar me kijkt.’

Er zijn allerlei andere plekken

mogelijk die door cliënten als

kloppend ervaren worden. Soms

worden beide goden naast elkaar

opgesteld en kiest de cliënt zijn

plek tegenover hen. Meestal

plaatst de cliënt de goden in enige

onderlinge afstand in een halve

cirkel en kiest zijn positie daartussen,

in het midden of wat meer

aan de kant van één aspect van

de tijd. Soms kiest hij zijn plek

tegenover hen, om ze beide tegelijk

te kunnen zien. In ieder geval zijn

de gekozen plek, en veelal ook de

door cliënt geleverde toelichting,

de uiting van ieders individuele

manier van omgaan met de tijd.

Deze werkwijze helpt niet alleen

om het omgaan met tijd bewuster

te maken, maar ook om je te

verzoenen met je eigen grenzen en

de werkelijkheid.

Organisatieopstellingen – quo

vadis?

Een organisatieopstelling in engere

zin gaat in op vraagstukken die

voortkomen uit de context van


organisaties. Dat leidt bijvoorbeeld

tot het opstellen van reorganisaties

of de relatie met klanten. Beslissingen,

met name op personeelsgebied,

kunnen op hun uitwerking

onderzocht worden, net als fusies,

bedrijfsovernames en dergelijke.

Als vragen uit het bedrijfsleven via

een opstelling onderzocht worden,

dan worden nagenoeg altijd wezenlijke

en vaak ook nieuwe aspecten

zichtbaar.

Voor opdrachtgevers is het

rendement vaak zeer hoog. Men

hoeft slechts nuchter na te rekenen

hoeveel tijd (=geld) geïnvesteerd

wordt om een nieuwe medewerker

aan te stellen en in te werken.

Dit is verloren geld als de nieuwe

medewerker niet geschikt blijkt te

zijn en er opnieuw geworven moet

gaan worden. Opstellingen laten

de beslisser wezenlijke dingen zien

die hij zich vaak nog niet zo bewust

was. Nog aanmerkelijk hoger dan

bij personele kwesties stijgen

de kosten voor investeringen in

mislukte reorganisaties of fusies.

Vaak gaat het om miljoenen. Bij

iedere organisatieopstelling moet

de precieze vraag zorgvuldig onderzocht

en geformuleerd worden.

Daarvoor is zowel vakkennis als

een hoge mate van intuïtie van de

opsteller vereist om precies datgene

op te stellen waarom het werkelijk

gaat. De vraag ‘Is dit de juiste

medewerker voor ons?’ is meestal

te kort door de bocht. Je moet

doorvragen waaraan ‘de juiste’

herkend kan worden. Goede vragen

kunnen zijn: Past hij in het team?

Hoe reageren klanten op hem? Past

hij bij de cultuur en waarden van

het bedrijf? Relevante personen

en elementen worden opgesteld,

bijvoorbeeld collega’s, klanten, het

ideaal van het bedrijf.

Zowel in individuele- als in team-

coaching zijn dergelijke vragen

heel goed met opstellingen te

onderzoeken. De begeleider kan

ofwel zelf als representant in de

opstelling plaats nemen ofwel de

cliënt verschillende plekken laten

innemen. Voor belangrijke kwesties

is het de moeite waard om representanten

uit te nodigen. Wat ook

zijn waarde bewezen heeft is om

een zeer gevoelig iemand, als een

soort medium, op verschillende

vloerankers te laten staan en naar

de verschillende gewaarwordingen

te vragen. Zijn uitspraken worden

dan met de cliënt verder onderzocht.

De jongen die niet praatte

Susan Ulfelder

Een zes jaar oude jongen van

Cambodjaanse afkomst was door

zijn moeder meegenomen naar

een van onze zaterdag-workshops

omdat hij niet wilde praten,

behalve tegen zijn moeder, vader,

zijn zus en één tante. Hij sprak niet

tegen klasgenoten, onderwijzers,

dokters of wie dan ook, zelfs niet

tegen zijn oudere stiefbroer die ook

in het gezin woonde. Zowel door

de school als door artsen was hij

uitgebreid onderzocht. Er was geen

enkele fysieke afwijking aan zijn

stembanden vastgesteld.

Ik herinnerde me Bert Hellinger, in

een andere workshop een vergelijkbaar

geval beschrijvend, die

een soort van vasthoud-therapie

toepaste. Daarom liet ik zijn

moeder hem liefdevol, maar stevig

vasthouden. Na een tijdje begon

deze aardige jongen te kronkelen,

zijn tanden op elkaar te klemmen

en kwaad te kijken. Hij begon zijn

moeder te knijpen, bijten, trappen

en uiteindelijk ook kopstoten te

geven.

Hij begon diepe keelgeluiden te

maken die al snel overgingen in

een bloed stollende schreeuw.

- 18 -

Opstellingen in de context van

ondernemingen blijven nog steeds

een beetje verdacht, ook al hebben

deelnemers op zichzelf goede

ervaringen met opstellingen. Er is

latente angst om geconfronteerd

te kunnen worden met aspecten

en ervaringen die op beheersing

en ratio gerichte leidinggevenden

liever vermijden. Het gevoel

van verlies aan controle -als in de

opstelling processen aangeraakt

of ongemakkelijke waarheden aan

het licht komen, en wellicht ook

het irrationele van opstellingen-

weerhoudt vele leidinggevenden

van een meer consequente inzet

van dit middel; ook waar ze het nut

ervan ervaren hebben. Mensen die

zich overgeven aan deze manier

van ervaren en leren krijgen en

passant wezenlijke impulsen voor

hun persoonlijke ontwikkeling die

misschien nog wel belangrijker zijn

dan ‘de goede oplossing’ die in de

opstelling gevonden werd.

Vertaald door Anton de Kroon

Zodra hij woorden begon te

spreken was het duidelijk dat het

niet zijn eigen stem was. Op dat

moment stelde ik in de cirkel, waarbinnen

de jongen en zijn moeder

zaten, tegenover hen twee representanten

op.

De representant die iedere keer als

de jongen iets zei terugdeinsde, gaf

ik de opdracht om alles te herhalen.

‘Laat me los!’ ‘Ik kan niet zien!’ ‘Ik

kan niet bewegen!’ Na die laatste

woorden controleerde zijn moeder,

die hem stevig vasthield, of ze hem

niet te strak vasthield. Het was

duidelijk dat hij ‘ergens anders’


was en niet zozeer in deze ruimte.

Naarmate de reeks uitspraken

voortduurde veranderde de stem

die door de jongen heen klonk in

die van hemzelf. Toen dat eenmaal

zover was waren de beide representanten

ook rustig geworden.

Toen hij zei dat hij naar beneden

TV wilde gaan kijken, liet zijn

moeder hem los en liep hij door de

cirkel naar de trap, met zijn moeder

achter hem aan.

Dinsdag daarop was er een hevige

sneeuwstorm en scholen waren

gesloten. Op woensdag ging de

jongen naar school, stapte op zijn

onderwijzer af en vertelde twintig

minuten lang over hoe hij de dag

daarvoor gesleed en gespeeld had

in de sneeuw. Dit was de eerste keer

dat hij iets zei tegen iemand buiten

zijn directe familie. De onderwijzer

vertelde die middag tegen zijn

ouders dat de jongen wel erg onder

de indruk moest zijn geweest van

de sneeuw. Wij weten dat het alles

te maken had met het feit dat hij

stem gegeven had aan een familielid,

met wie hij geïdentifi ceerd was,

die door de Rode Khmer gevangen

genomen en gemarteld was.

Vertaald door Anton de Kroon

Het geheel zegt dank aan het deel

Een opstellingsritueel

Siegfried Essen

Het hier uitgeschreven gesprek ontstond tijdens een tweedaagse retraite in

een bosgebied in het oosten van Oostenrijk. Bij de lezer wordt bekendheid met

de ik-zelf-dialoog verondersteld. (zie ook: S. Essen, Das Selbstliebebuch. Carl

Auer Systeme, 2011) Het bos staat hier voor de natuur, respectievelijk voor het

grotere geheel. Het zelf staat voor mijn/onze verbinding met alles en iedereen.

Het ik voor individualiteit, uniciteit en besluitvaardigheid.

Het bos: ‘Ik ben het bos. Ik ben

alles wat leeft. Jij bent welkom, ik

ben welkom! Dank je wel dat je me

tot bloei laat komen. Jullie mensen

brengen me tot bewustzijn. Als ik

jullie toch niet had!. Ik wil je iets

schenken. Doe een wens!’

Zelf: ‘Wat zou ik me nog kunnen

wensen, ik heb toch alles al; ben

een deel van jou en alles!’

Het bos: ‘Doe desondanks een

wens!’

Ik: ‘Oké, jij neemt het risico: ik wil

lichamelijk en geestelijk helemaal

gezond zijn, totdat ik sterf.’

Het bos: ’Het zij je vergund. Je bent

het waard. Ik dank je zeer!’

Voor mij zitten in deze tekst

minstens twee verrassingen (voor

lezers die zulke gesprekken niet

gewend zijn zitten er vast en zeker

nog meer verrassingen in).

1. Het grote geheel dankt het deel

in plaats van andersom, zoals

doorgaans het geval is.

2. De wens heeft niet het tekort als

vooronderstelling.

Zoals dat bij mij past experimenteer

ik ogenblikkelijk met

dergelijke inzichten en geef ze

een plek in mijn workshops. Zo

heb ik onderstaand opstellingsritueel

ontworpen en inmiddels

meermalen toegepast. Het is een

treffend, krachtig en ondersteunend

ritueel.

Zoals in iedere autopoietische

opstelling is ook hier de centrale

ondersteuning door het geheel de

- 19 -

grote kracht.

De verrassing, die altijd gepaard

gaat met de ontmoeting met het

grotere geheel, manifesteert zich,

zoals zo vaak, in de overgang naar

een andere laag.

Voorbereiding

Allereerst wordt iedere deelnemer

gevraagd om op vier vellen papier

steeds één zin op te schrijven

waarin het geheel zijn dank uitspreekt

voor een specifi eke bijdrage

die de deelnemer aan het grotere

geheel geleverd heeft. De vorm

hiervoor is: ‘Wij danken jou, eigen

voornaam invullen, dat je . . . . .’

of: ‘Wij danken jou, voornaam

invullen, voor . . . . .’

Bijvoorbeeld: ‘Wij danken jou,

Wilfried, voor het feit dat je drie

zonen hebt grootgebracht.’ Of: ‘Wij

danken jou, Elise, voor je bereidheid

om risico’s te nemen en voor

alle fouten die je daarbij gemaakt

hebt.’


Het ‘geheel’ stellen we op als de

rij van voorouders

De deelnemer die begint met het

ritueel -laten we hem Wilfried

noemen- kiest een representant

voor zijn beide ouders, dat wil

zeggen voor de generatie van de

ouders, en geeft hem een plek in de

ruimte. Deze representant op zijn

beurt vraagt iemand uit de groep

om de generatie van de grootouders

te representeren. Dit gaat zo

door tot alle deelnemers opgesteld

zijn. Helemaal aan het einde stel

ik meestal een man en een vrouw

op als Adam en Eva, of als god en

godin.

Het ritueel

Wilfried overhandigt zijn vier

papieren aan de begeleider en

neemt zijn plaats in aan het begin

van de rij voorouders. De begeleider

loopt langs de rij voorouders en

vraagt wie van hen dank zou willen

uitspreken en verdeelt de papieren

onder hen. Bij de eerste drie of vier

cases slaat de begeleider de ouders

en grootouders over, omdat zij zich

nog een heel persoonlijke representant

zouden kunnen voelen. Terwijl

de zegen gegeven moet worden

vanuit de onvoorwaardelijke, transpersoonlijke

voorouderkracht.

Iemand slaat een gelijkmatig ritme

op een trommel. Als er gesproken

wordt klinkt de trommel wat

zachter.

Dan gaat de begeleider voor

Wilfried staan en vraagt hem: ‘Ben

jij, Wilfried, bereid om de dank van

het geheel aan te nemen?’ Waarop

deze antwoordt: ‘Ja!’ Vervolgens

neemt de begeleider Wilfried bij

de hand en zegt: ‘Kom dan en laat

je roepen.’ De begeleider leidt hem

langs de rij voorouders, ongeveer

tot het midden, en vraagt de voorouders

die dank aan hem willen

uitspreken om hem te roepen,

de dank luid en duidelijk uit te

spreken en eraan toe te voegen:

‘We zijn je zeer dankbaar.’

Dat gebeurt vier keer, waarna de

begeleider aan de voorouders

vraagt of nog iemand anders dank

aan Wilfried wil uitspreken. Daarna

leidt hij hem terug naar zijn plaats,

aan het begin van de rij voorouders,

vraagt hem achterom te kijken en

zegt daarbij: ‘Dit zijn je voorouders,

en jij bent de jongste in de evolutie.’

Zo wordt met alle deelnemers

gewerkt.

Een andere vorm is dat het geheel

als een cirkel gerepresenteerd

wordt, en niet als rij van voorouders.

De vier dankzeggingen

worden door vertegenwoordigers

van de cirkel voorgelezen.

In groepen waar deelnemers

elkaar kennen kun je afzien van

het tevoren opschrijven van de

dank. Om beurten gaat iemand in

het midden staan, wendt zich tot

iemand in de cirkel en zegt: ‘Spreek

alsjeblieft de dank van het geheel

naar mij uit. Ik ben bereid om het

te horen!’ Meestal volgt spontaan

en intuïtief een uitspraak in de

trant van: ‘In naam van het geheel

dank ik je voor . . . . ‘ De persoon

in het midden vraagt hetzelfde

aan nog twee of drie anderen in de

cirkel. Dan volgen doorgaans, ongevraagd,

nog enkele uitspraken. In

deze vorm wordt de dank vaak zeer

intuïtief, trefzeker en ontroerend

geformuleerd.

- 20 -

Zich baserend op Pascal en Spinoza

wijst de cultuurfi losoof Robert

Pfaller op de noodzaak om een

onderscheid te maken tussen

trots en hoogmoed, om weer trots

te kunnen zijn (Das schmutzige

Heilige und die reine Vernunft.

Symptome der Gegenwartskultur,

Fischer Verlag). Hoogmoed, in

de middeleeuwen als doodzonde

Superbia genoemd, ontstaat als ik

een handeling, prestatie of succes

alleen aan mezelf toeschrijf. Zien

we onze handelingen en prestaties

echter als ontstaan vanuit verbondenheid,

uit co-creatie, dan smelt

het narcisme van de hoogmoed.

We erkennen dan zowel onze eigen

bijdrage als die van alle anderen;

tenzij we te trots zijn om trots te

zijn. Deze houding toont zich onder

andere in de moeite die het ons

kost om dank aan te nemen. Als we

echter het bijeen horen van ik en

zelf, van individualiteit en verbondenheid

onder ogen zien en ernaar

handelen dan kunnen we trots en

dankbaarheid tegelijkertijd ervaren.

We ontlopen dan zowel valse

bescheidenheid als zendelingenhoogmoed.

Het ritueel ‘Het geheel

dankt het deel’ brengt de Weg der

Dankbaarheid tot leven waarmee

Broeder David Steindl-Rast ons

heeft laten kennis maken op het

opstellingen congres in Keulen:

dankbaarheid zonder zelfverloochening,

in het bewustzijn van onze

volledige geborgenheid. ‘Bemin je

naaste als jezelf’ (Marcus 12, 31),

niet meer en niet minder.

Vertaald door Anton de Kroon


Een opstelling om opstellingen

succesvol te laten worden

David Mathes

In essentie wil ik met dit stuk inzichtelijk maken hoe een eenvoudig concept

van Bert Hellinger mijn opstellingspraktijk diepgaand heeft veranderd. Ik heb

nu letterlijk een andere kijk op opstellingen.

Onderwerp is het eenvoudige

concept dat Hellinger hanteert

van het begrip ‘resultaat’ , dat hij

defi nieert als het overgaan van een

innerlijke beweging in een uiterlijke

beweging. Hellinger stelt dat

cliënten vaak naar opstellingen

komen wanneer ze een blokkade

ervaren als ze praktische zaken in

hun leven proberen te veranderen.

Het klinkt voor de hand liggend

maar ik denk dat dit de kern raakt

van opstellingen. Ik heb me altijd

al afgevraagd waarom sommige

cliënten verder konden gaan terwijl

anderen geen verandering zagen

in hun leven na de opstelling. Wat

was hiervan de oorzaak? Kwam

de opstelling niet op het juiste

moment, was de opstellingsbegeleider

niet competent genoeg, of

ging het om iets heel anders? Om

een antwoord te krijgen op deze

vragen zou je na de workshop met

de cliënt contact moeten onderhouden

om hem te vragen hoe het hem

is vergaan na de opstelling. Ik kom

hier later nog op terug maar dit kan

een behoorlijke uitdaging zijn voor

onszelf in de rol van opstellingsbegeleider.

Hellingers defi nitie van resultaat

heeft een heel praktisch aanknopingspunt:

het merkbaar effect in

het alledaagse leven. Ongeveer de

helft van mijn opstellingen voer

ik uit in mijn praktijk in China.

Cliënten vragen me daar vaak hoe

ze iets uit de opstelling kunnen

leren dat bruikbaar is in het alledaagse

leven. Chinezen zijn hele

praktische mensen. Zo is bijvoorbeeld

in het Ch’an (het Zen Boed-

dhisme), dat is ontstaan in China,

de krijgskunst ontwikkeld door

zijn aanhangers, waarmee ze de

vruchten van het innerlijk proces

concreet en tastbaar maakten.

Het is me opgevallen dat een aantal

cliënten een opstelling doet zonder

dat dit hen iets tastbaar oplevert, of

1 keer meedoen en daarna zeggen

dat het niets voor hen is. Ik begon

de contouren van een nieuw opstellingssysteem

te ontwaren; niet het

familie of organisatie systeem maar

het helingssysteem. Dit systeem

bestaat uit de cliënt, de opstelling

en het alledaagse, praktische leven.

De opstelling kan al gedaan zijn,

zelfs al jaren geleden. Hiermee kan

opgesteld worden wat er met het

resultaat aan de hand is.

Het opstellen van dit helingssysteem

had grote gevolgen voor

mijn opstellingspraktijk omdat het

hierdoor mogelijk werd een grotere

context in ogenschouw te nemen.

Bij een grotere context is er meer

ruimte voor andere elementen of

aspecten. In dit helingssysteem

stel ik de oorspronkelijke opstelling

op in een andere opstelling

om vanuit een andere invalshoek

te kunnen kijken. Zoals je, bij wijze

van voorbeeld, vanuit een hoger

gelegen uitkijkpunt ook niet alleen

maar die individuele boom ziet

maar ook een stuk van het bos

waar die boom deel van uit maakt.

Dit concept is een uitdaging aan

het adres van het concept dat opstellingen

‘magisch’ of ‘voor de ziel’

zouden zijn. Het is me opgevallen

dat mensen die opstellingen als iets

- 21 -

‘magisch’ zagen, vaak niet in staat

waren de opstelling te integreren

in hun leven. Hoe zouden we ook

iets dat zo groots en magisch is tot

alledaagse proporties terug kunnen

brengen? Ik heb geleerd dat er een

balans, een zekere aardsheid nodig

is in een opstelling om deze te

kunnen integreren en een heilzame

uitwerking op ons dagelijks leven

te laten hebben.

In hoeverre is deze manier van

werken behulpzaam? Ten eerste

vinden cliënten het idee fi jn dat

het heilzame effect van een opstelling

nog beschikbaar is. De opstelling

zegt vaak iets in de trant van:

Ik wacht gewoon tot je er klaar

voor bent. Dit maakt duidelijk dat

de opstelling niet eindigt met de

workshop maar daarna pas begint.

De cliënt kan terug naar de opstelling,

de opstelling zelf kan de cliënt

zelfs helpen dat te doen. Een paar

voorbeelden:

Een man gaf aan zich geblokkeerd

te voelen en niet vooruit te komen

in het leven. Toen hij zijn laatste

opstelling opstelde plaatste hij

deze tussen zichzelf en zijn leven.

Toen hij probeerde zijn opstelling

achter zich te laten kreeg hij het

gevoel een voorwaartse beweging

te kunnen maken.

Een man had al veel opstellingen

gedaan, stuk voor stuk heel overrompelend,

maar het kernthema

veranderde niet. We onderzochten

zijn relatie tot zijn opstellingen en

hij ontdekte een dieper gelegen

thema. Namelijk dat hij bij zijn

familie hoorde op de voorwaarde

dat hij niet genas. Dit inzicht

leidde tot zijn eerste opstelling met

concrete resultaten.


Een vrouw voelde zich afgesneden

van haar opstelling. Dus onderbrak

ik de opstelling en nodigde haar uit

naar haar opstelling te gaan kijken.

Daar ging ze in mee. We begonnen

meteen een nieuwe opstelling en

zowel de vrouw als haar representant

zeiden tegelijkertijd; ik wil

de concrete stappen voor verbetering

weten. Een representant die

opgesteld werd voor ‘de concrete

stappen voor verbetering’ , gaf

haar de adviezen waar ze om had

gevraagd.

Een vrouw die twee opstellingen

had gedaan beklaagde zich over

het feit dat ze nog steeds het

gevoel had vastgelopen te zijn en

te veel mannelijke energie uit haar

familie met zich mee te dragen.

Dit had effect op haar huwelijk en

haar rol als moeder. Toch konden

we vaststellen dat ze al niet meer

zo donker gekleed ging en een

lichtere, meer vrouwelijke kledingstijl

droeg. Ze stelde twee

elementen op; haar alledaagse

leven en haar opstelling. Zichzelf

stelde ze op als element achter haar

opstelling waar haar zicht op haar

leven geblokkeerd was. Toen ze

dat deed voelde ze zich zwaar en

moedeloos. We konden vaststellen

dat dit, net als in de opstelling,

haar familie van herkomst betrof

waarbij zij opnieuw de rol op zich

nam haar ouders te dragen. We

stelden nog een representant op,

voor dat deel van haar dat nu al

lichtere kleding droeg en deze representant

koos een plek tegenover

haar opstelling van waaruit ze haar

alledaagse leven kon zien. De cliënt

glimlachte en klaarde zichtbaar

op toen ze haar vrouwelijke deel

zag. Nu was haar duidelijk welke

stappen ze al gemaakt had en wat

haar nog te doen stond.

Een man wilde een opstelling

doen maar wist niet waarom. Hij

had geen idee wat zijn thema

zou kunnen zijn en zei dat hem

dat eerder ook al een keer was

overkomen. We stelden feitelijk

vast dat zijn lichaam hem hierheen

had gebracht en dat er dus iets

moest zijn. Ik nodigde hem uit

twee representanten aan te wijzen.

Een voor zichzelf en een voor

‘een mogelijke opstelling in de

toekomst’. Deze mogelijke opstelling

leidde ons naar het werkelijke

thema; het sterven van zijn zus en

de gevolgen van dat verlies.

Deze benadering stelt cliënten in

de gelegenheid zichzelf in relatie

tot hun opstelling te bezien. En

hieruit blijkt dat deze relatie vaak

gelijkenis vertoont met de relatie

tot hun familie. Wellicht omdat ze

zich op dat moment niet richten op

de toekomst maar terugkijken naar

hun voorouders. Soms verwordt

de opstelling zelf tot niet meer dan

een vervolgthema of een volgend

symptoom in plaats van genezend

te werken.

Andere gevolgen van dit

helingssysteem

Zodra je op dit andere niveau gaat

werken brengt dit andere implicaties

met zich mee. Drie daarvan zijn

in het bijzonder vermeldenswaard

1. Er werd me zeer veel meer

duidelijk over mijn rol als opstellingsbegeleider.

Ik weet nu

met aan zekerheid grenzende

waarschijnlijkheid dat ik geen

‘heler’ ben. De ‘heler’ is diegene

zelf die naar mijn opstellingspraktijk

komt. Tegenwoordig

maak ik dat veel explicieter

waardoor de opstelling aan

kracht wint. Nu mijn rol

duidelijk is wordt het eenvoudiger

en veiliger om na de opstelling

contact te onderhouden

met de cliënt. Nu voer ik na de

opstelling enkele rituelen uit

met de cliënt waarin ieders rol

wordt geëerbiedigd en wederzijds

helder en transparant

wordt benoemd.

2. Het is net zo belangrijk voor

de opstellingsbegeleider om

zijn relatie tot de opstelling te

- 22 -

bezien als dit is voor de cliënt.

Dankzij dit nieuwe inzicht ben

ik beter in staat waar te nemen

wanneer ik mezelf in mijn rol in

de weg sta, bijvoorbeeld omdat

ik gelijk wil krijgen of omdat

mijn ego zich wil laten gelden.

In wezen dus omdat ik mijn

rechtmatige plek in het grotere

geheel niet inneem. In dat geval

meng ik me in het systeem van

de cliënt en vervul ik een rol die

niet helpt, ook nog lang nadat

de opstelling is beëindigd en

ik ook nog eens geen openlijk

contact meer onderhoud met

de cliënt. Dit had effect op mijn

gezondheid zowel als op mijn

relaties. Als een cliënt met een

thema komt dat aan gezondheid

gerelateerd is dan wijst ons dit

de weg naar onze eigen gezondheidsthema’s

in relatie tot opstellingswerk.

Deze wegwijzer

heeft me geholpen mijn opstellingspraktijk

te veranderen en te

toetsen en helpt me mijn juiste

plek in het grotere systeem

vast te houden. Nu scan ik de

energiebalans van mijn lichaam

regelmatig om te kijken welke

energie uit de opstelling ik op

neem en welk effect dit heeft

op mijn organen. Het lijkt me

raadzaam om met deze energie

te werken en niet te wachten tot

je symptomen ontwikkelt.

3. In mijn praktijk bestaat dit

grotere helingssysteem uit de

opstelling zelf, mijzelf als opstellingsbegeleider,

de cliënt en zijn

systeem, ongezonde energie die

ik opneem door dit werk, en

dat wat is - je kunt dat ook het

grote onbekende noemen. Dit

hielp me in zoverre dat mijn

relatie tot dat wat is helderder

werd en ik steeds meer ging

ontdekken over de relaties

tussen dat wat is, mijn gezondheid

en het merkbaar resultaat

voor de cliënten, die dankzij een

opstelling verder kunnen in hun

dagelijkse leven.


Nu lijkt de zaak rond. Ik begon met

een beschouwing over het functioneren

van opstellingen en de mate

waarin deze een merkbaar resultaat

kunnen opleveren voor cliënten.

Dit leidde mij via dagelijkse

oefening in mijn opstellingsprak-

Nu

Albrecht Mahr

tijk naar een doelgerichtere relatie

tot het grote onbekende, dat wat is.

Het is één groot systeem.

Vertaling door Hannie Ubachs

Soms vraag ik in een opstelling een ogenblik te onderbreken om helemaal in

het Nu te komen. Alle betrokkenen, representanten, cliënten, de deelnemers in

de buitenkring en ikzelf krijgen dan de mogelijkheid om -wat er ook tot dusver

in de opstelling is gebeurd- helemaal in het Nu te komen. De woordkeuze is

bewust en het Nu, eigenlijk passender weergegeven in hoofdletters, krijgt een

bijzondere inkleuring.

Ik opper deze mogelijkheid om

in het Nu te komen, zodra ik

de indruk heb dat het gaat om

vastgezette herbelevingen uit

het verleden die zich als enige

huidige realiteit voordoen of beter

gezegd: opdringen. Dan kunnen

we waarnemen hoe achterliggende

gebeurtenissen en hun bewuste

en onbewuste consequenties het

Nu overwoekeren met ervaringen,

opvattingen en overtuigingen uit

het verleden. Deze kenmerken zich

alsof zij in het heden plaatvinden.

Uiteraard is dit in de regel zo bij

het herbeleven van trauma’s en de

consequenties ervan. We komen dit

fenomeen echter ook tegen in het

leven van alledag en we ervaren dit

dan niet in strikte zin als traumatisch.

Een voorbeeld

Een cliënte van ongeveer 55 jaar

oud, na een lang en moeizaam

huwelijk gescheiden, alleen levend,

al geruime tijd zwaarmoedig en

zoals zij zegt ‘vleugellam’, vertelt

over haar door een ongeval

verminkte en verbitterd gestorven

vader en over haar eveneens door

hartzeer verteerde moeder, ooit

uit haar geboorteland verdreven.

Verder vertelt zij ook nog over

pijnlijke ervaringen van haar

grootouders en broers en zussen

van haar ouders. In de opstelling

lijken eerdergenoemden inderdaad

allemaal belast en laten zij zich ook

niet echt raken door het leed van

de cliënte. Zij tonen oprecht respect

voor haar noodlot door het verzoek

tot sympathie en zegen voor haar

leven van dit moment.

Het verzoek aan alle betrokkenen

om vervolgens helemaal in het

Nu te komen leidt tot indrukwekkende

gevolgen. Zwijgend komen

bij hen bewegingen tot ontwikkeling

die niet anders kunnen

worden uitgelegd dan een ontworsteling,

het zich ontdoen van en

zich bevrijden uit een strak korset.

De tot dusver kille sfeer ontdooit

duidelijk en het begint de cliënte

te dagen dat zij zichzelf heeft

vastgezet in voorbije beelden van

leed van eerdere generaties; dat

haar destijds lijdende familieleden

nu niet meer in een situatie zijn die

zo moeilijk is als toen; en dat zij

zich nu liefdevol en teder kunnen

geven waartoe zij gedurende hun

leven niet in staat waren.

Dit bevrijdingsproces dat de cliënte

heeft ontroerd, bleek duurzaam

zoals zij ruim een jaar later

vertelde. Zij sprak van een aanhoudende

verkwikking die voor haar

van de opstelling uitging, die zich

ook uitte in het aangaan van een

nieuwe partnerrelatie.

- 23 -

Het eeuwige Toen und Nu

Met het eeuwige Toen bedoel ik

het tot in het heden voortdurende

gestolde pijnlijke verleden zoals

in bovengenoemd voorbeeld

aangeduid. Ik opper om het Nu in

te brengen in situaties die resistent

zijn tegen de ons zo vertrouwde

oplossingsrichtingen zoals het

oprecht uiting geven aan pijn,

eerbied, medeleven en wensen voor

zegen, soms noodzakelijkerwijs via

omwegen van verwijt, woede en

begrenzing.

Ons vasthouden aan vroeger leed

en afgrijzen kan een enorme macht

ontwikkelen en de toenmalige betrokkenen

de kans ontnemen zich

-na de oorspronkelijke gebeurtenissen-

in het heden als veranderd te

tonen. We zijn in staat om zowel

onze naasten als onze voorzaten

met het verleden te maskeren

waardoor diens representanten

in opstellingen inderdaad steeds

hopelozer en wanhopiger lijken. En

omgekeerd, zodra de tijd rijp is, kan

de waarneming van het Nu onmiddellijk

recht doen aan een andere

werkelijkheid.

Nog een voorbeeld

Een Joodse cliënt leed zolang hij

zich kon herinneren aan de dood

van zijn grootouders, van twee

oudtantes en van zijn oom die in

concentratiekampen om het leven

waren gebracht. De opstelling met

de cliënt, zijn beide zusters, de

ouders en de vermoorde familieleden

liet een afschuwelijk tafereel

zien -bovengenoemden voelden

alsof zij zich in het concentratie-


kamp bevonden- de overlevenden

en nazaten konden ten aanzien

van de verschikkingen nauwelijks

overeind blijven. Sommigen lieten

zich op de grond zakken. Het erbij

betrekken van de daders leidde

bijvoorbeeld niet tot een nieuwe

beweging, maar tot verdere verstarring

waardoor bij de cliënt en

sommige representanten duidelijke

signalen van traumatisering

optraden. In deze opstelling

leidden de ons allen vertrouwde en

anders zo vaak bevredigende interventies

(die ik hier niet in detail

noem) tot niets.

Toen ik verzocht even te onderbreken

om ons tijd te gunnen in

het NU te komen, gebeurde het

volgende. Enkele representanten

gingen vervolgens helemaal

met hun aandacht naar binnen

waardoor de druk iets minder werd

die de wanhoop had veroorzaakt.

De op de grond liggende representanten

stonden langzaam op en

uiteindelijk stonden de levende

en de dode familieleden op enige

afstand tegenover elkaar en keken

elkaar aan.

Op de achtergrond stonden de

representanten van de daders

duidelijk meer aanwezig en

betrokken dan in het begin. Na lang

zwijgen zei de grootmoeder: “wij

zijn er niet meer”. Dat werd door

de andere gestorvenen bevestigd.

Dat veroorzaakte bij de cliënt extra

spanning waardoor hij eindelijk

hierom begon te huilen. In veel

kleine stapjes begon hij de grote

welwillendheid van zijn voorouders

waar te nemen en hun vreugde

over hoe hij zich van de oude

beelden kon ontdoen.

De NU-oriëntatie vervangt niet het

zorgvuldig werken aan bijvoorbeeld

de gevolgen van trauma’s

met hun langdurige psychische

verscheuringen, somatische herinneringsbeelden

of lichamelijke aandoeningen.

Het NU is evenwel een

soms verrassende uitnodiging aan

het systeem tot duurzame verandering.

Hieronder volgt een poging

tot een praktische uitleg hiervan.

Wat is het NU?

De waardering van het NU kent

een lange traditie. Het christelijke

“sacrale moment” is onder verschillende

benamingen terug te

vinden in bijna alle fi losofi sche en

spirituele richtingen en -geheel in

overeenstemming met zijn aard-

steeds weer opnieuw ontdekt. Een

recentere herontdekking is bijvoorbeeld

terug te vinden bij Eckhart

Tolle met zijn boek ‘’De Kracht Van

Het NU” (Ankhhermes, 2001) en de

daarop volgende titels als ‘De stilte

spreekt’ (Ankhhermes, 2003) of

‘Een Nieuwe Aarde’ (Ankhhermes,

2005).

Op de vraag hoe de toestand van

het NU kan worden bereikt krijgen

we bijvoorbeeld het antwoord dat

we graag ‘geheel in het moment’,

‘van moment in moment ‘ of

‘geheel aanwezig’ willen zijn. Mij

lijkt deze beoefening het eenvoudigst,

indien men zich niet constant

op wisselende momenten richt,

maar op de wijde, onbegrensde

ruimte waarin deze fenomenen

zich manifesteren. De beoefening

van het NU is dan een bewust

terugtreden in de ruimte waarin

al het komen, gaan en veranderen

liggen besloten. In deze ruimte

verandert de lineaire tijd in de te

ervaren kwaliteit van dit moment,

NU. ‘Nu’ is ook thema binnen de

Haiku-poëzie, hiervan twee hedendaagse

voorbeelden:

Afbraakwijk -

een stadsplattegrond vol

met wilde klaprozen

Heike Stehr

Uitverkocht.

Maar zij schenkt mij

een glimlach

Udo Wenzel

Een eeuwigdurend ‘Toen’ in de

zin van gestold verleden kan

ten aanzien van het NU net zo

weinig standhouden als het ‘ooit,

- 24 -

misschien’ van een uitzinnig

gewenste toekomst. In het NU

vloeit het beste van verleden en

toekomst samen: het voorbije is

veranderd en het toekomstige komt

ons tegemoet, wat ons inventief en

creatief maakt.

Het is goed zich bewust te zijn

van het feit dat het NU een geheel

normaal en alledaags verschijnsel

is. Het ligt in het bereik van elke

vrouw en man en wordt uiteraard

-zoals ook bij andere ervaringen-

door oefening vertrouwder en

toegankelijker.

Het NU is niet alleen voorbehouden

aan spirituele disciplines,

maar ook de neurowetenschappen

besteden intensief aandacht aan

de hiermee verbonden neurobiologische

processen. Zie bijvoorbeeld

Wolf Singer en Mattieu Ricard:

‘Hersenonderzoek en Meditatie.

Een Dialoog’, (editie unseld, 2008)

of Daniel Goleman: ‘The Lama in

the Lab: Neuroscience and Meditation’

onder: www.shambalasun.com

Ik denk dat het de moeite waard

is het NU als ijkpunt te introduceren

om te zien of er al een

doorbraak valt te bespeuren en wat

er eventueel moet gebeuren om

dit mogelijk te maken. Er blijven

echter openstaande vragen waarvan

ik er twee zou willen noemen.

Openstaande vragen

- Wat ondervinden de representanten

van overledenen?

Alhoewel we erkennen dat we over

het procesverloop bij en vooral na

het sterven zeer weinig weten laten

ervaringen in opstellingen hierover

echter het een en ander zien.

Het sterven schijnt een zeer ingrijpend

veranderingsproces te zijn,

waarin het bij leven zijnde onoplosbare

kan worden losgelaten. De

doden zijn niet meer op de plek

van hun lijden en wij hoeven hen

daar niet langer van te verlossen.


Zij zijn echter in staat -zeer tot

onze opluchting- zich via representanten

ook op een andere wijze te

tonen in hun nu getransformeerde

en bevrijde aard zoals bij benadering

beschreven in de verzen van

Vergilius:

De dode is niet dood.

Hij leeft op mysterieuze wijze voort.

Hij voegt zijn beste, nu van de last

des levens bevrijde krachten toe aan

de onze.

Op deze wijze begint hij, onszelf

transformerend en louterend,

in onze harten zijn tweede, hogere

essentie.

Wanneer wij echter -zoals eerder

geschetst- vasthouden aan de

machtige en verschrikkelijke

beelden van hen, dan moeten zij

zich wel in deze vreselijke maskers

laten zien.

Ik probeer niet langer in opstellingen

het lijden van vroegere generaties

op te heffen, wat sowieso

onmogelijk is en gewaagd schijnt

te zijn. Het is voldoende om een

weg te vinden naar deze getransformeerde

entiteit van de voorouders

die via erkenning graag een waardevolle

bijdrage willen leveren aan

ons levenden.

- Nuttig verleden - de kunst van

het zich goed kunnen

herinneren en vergeten?

De historicus Christian Meier heeft

zich met deze schijnbare tegenstelling

beziggehouden in zijn onlangs

verschenen boek ‘Het gebod om te

vergeten en de ontkenning van het

zich herinneren’. (Christian Meier:

Das Gebot zu vergessen und die

Unabweisbarkeit des Erinnerns

(Siedler 2010), over openlijke

omgang met een schrikwekkend

verleden.

‘Het schrikwekkende herhaalt

zich soms juist omdat de mensen

het zich herinneren…..want de

herinnering aan iets schrikbarends

roept graag op tot de drang

naar wraak en tegenwraak’ en ‘de

herinnering aan Auschwitz valt

niet te ontkennen. Zij moet levend

blijven en dreigt daardoor tot een

gestold ritueel te verworden’. (In

‘verzoenen en vergeten’, volgens

het interview met Christian Meier

over zijn boek in Der Spiegel nr.

30/2010 van 26.7.10) - probeert

Meier bruggen te slaan tussen dergelijke

posities met voorbeelden uit

de oudheid tot aan het heden.

Wij worden steeds weer uitgeno-

- 25 -

digd om onze weg te vinden tussen

verloochening van het verleden

(niet herinneren) en het heden/

de toekomst (eeuwig herinneren);

zoiets als een wegebbende herinnering

totdat we de gebeurtenissen

kunnen loslaten en het ons

zodoende vrijmaakt en verrijkt tot

een goed leven in het NU.

“Nuttig verleden” zou ik het willen

noemen en weet daarbij dat er

gebeurtenissen zijn uit het verleden

die het in afzienbare tijd onmogelijk

maken deze als nuttig waar te

nemen. Niettemin bezitten we -ook

bij zware en collectieve last- de bijzondere

vaardigheid om los te laten,

zoals we dat juist ook in opstellingen

kunnen ervaren. Vergeten is

dan een proces waarbij we -fi guurlijk

gesproken- de betrokkenen van

destijds net zolang aankijken totdat

we datgene kunnen waarnemen wat

ons leven via hun een bijzondere

waarde geeft, zoals bijvoorbeeld

het inlevingsvermogen bij ernstig

noodlot of begrip voor schuld en de

gevolgen ervan. Zodra de toenmalige

betrokkenen ook iets waardevols

kunnen achterlaten, wordt het voor

hen en voor ons makkelijker los te

laten, te vergeten - en geheel in het

NU te komen.

Vertaald door Wim Hoek


Een waarneming

Bibi Schreuder

Een man en een vrouw.

Zij zegt dat hij wel mag beginnen.

Hij leest voor wat hij thuis heeft opgeschreven.

Hij voelt zich schuldig,

hij kan niet omgaan met wat de

scheiding zijn kinderen heeft

aangedaan en de plek voor hen en

zijn huidige vrouw in zijn leven.

Zij heeft haar hoofd afgewend.

Hij heeft zijn arm bijna om haar

schouders op de leuning van de

bank liggen, waarop ze naast elkaar

zitten.

Zij wil nu haar verhaal vertellen.

‘Helemaal, zonder dat haar iets

verboden wordt uit te spreken

zoals zo vaak, thuis gebeurt’. Ze

heeft geen plek, haar wordt niets

gevraagd, zodra zijn kinderen er

zijn draait alles om hen. Hij kwam

altijd te laat van zijn werk en zij

deed alles voor zijn kinderen.

Haar verhaal duurt een uur. Een

uur lang misère en verwijten.

Al die tijd kijkt hij haar liefdevol

aan. Al die tijd ligt zijn arm op

twee centimeter afstand van haar

schouders. Hij heeft kennelijk

een bron. Een bron waar alsmaar

weer liefde uit komt stromen. Hij

heeft toegang tot die bron. En als

die liefde zijn arm verlaat, spat

het uiteen in die twee centimeter

afstand tussen zijn arm en haar

schouders.

Wat doet die twee centimeter? En

van wie is die twee centimeter? Is

het bescherming? Is het schuld? Is

het afweer? Is het hunkering? Is

het verlamming? Is het onwennigheid?

Misschien kent zij het niet, die

- 26 -

toegang tot de bron. Die bron

die altijd maar weer liefde laat

stromen, hoeveel je er ook van

neemt. Misschien is er ooit iets

gebeurd, waardoor gedacht werd

dat het niet toegestaan was om ongebreideld

te nemen van die bron.

Een enkel gebaar, dat een klein nog

woordeloos kind deed schrikken.

Een gebaar dat vertaald werd in 'ik

mag niet'. Het kind leerde snel. Eén

gebaar was voldoende.

Twee mensen, samen ouders van

een kind, op twee centimeter

afstand van elkaar, onbereikbaar

voor elkaar.

Drie standpunten ten aanzien van

de ontwikkeling van systemisch

werk

Wilfried Nelles

Standpunt 1

Om een opstelling te doen, hoeven we

niet meer op te stellen.

Sinds enkele jaren laat ik de representanten

niet meer “opstellen”. Het

standaardproces ziet er intussen

zo uit, dat ik de cliënt voorstel, met

welke personen ik zou beginnen

en dat ik hem dan vraag deze

personen enkel uit te zoeken.

De representanten staan dan op

en gaan dan, zoals zij dat van

binnenuit ervaren, vanuit hun innerlijke

bewegingen, op een plek in

de ruimte staan, zitten of liggen.

Soms blijven ze ook (in eerste

instantie) op hun stoel zitten – dat

is dan al een deel van hun rol en

altijd een sterke verwijzing naar

een dynamiek in het systeem.

Wat zijn de voordelen van dit

proces? Allereerst is het voor mij

belangrijk het opstellingswerk, zo

normaal en alledaags als mogelijk

is, te laten verlopen. Alles wat

met ritueel te maken heeft, maakt

hiervan iets bijzonders, uitgetild

boven het alledaagse. Dan is het

van daaruit niet meer zo ver naar

quasi sacrale handelingen.

Ik voel me steeds beter, als een

opstelling eenvoudig en alledaags

verloopt.

Zeker speelt het ook een belangrijke

rol, dat ik niet statisch

(“klassiek”) werk, maar de representanten

steeds uitnodig hun

innerlijke bewegingen te volgen en

daarbij lijkt mij dat deze nieuwe

aanpak beter is.

Voor veel systeemtherapeuten is

echter het beeld dat de cliënt aan

het begin opstelt, belangrijk. Ten

eerste zou dit beeld ertoe bijdragen

dat de therapeut zich een eerste

beeld over de familiedynamiek kan

vormen en een eerste hypothese

kan ontwikkelen. Aan de andere


kant bestaat het idee dat het intuïtieve

opstellen door de cliënt diens

innerlijk familiebeeld ook voor

de cliënt zelf zichtbaar maakt en

een eerste helend effect heeft. Dit

effect kan dan tot een helend einde

gebracht worden, daar waar in het

proces van de opstelling een nieuw,

in zichzelf harmonieus familiebeeld

ontstaat, dat de cliënt dan in

zich kan opnemen.

Wie echter fenomenologisch werkt,

vormt geen hypothesen. Dat wil

niet zeggen dat men niet kan

opstellen als men zich door hypothesen

laat leiden, maar dat is dan

eerder een ervaringsgeoriënteerd,

dan een fenomenologisch proces.

Bij het fenomenologische proces

passen geen hypothesen, men

heeft ze zelfs niet nodig, het zou

zijn alsof we hardloopschoenen

behoeven bij het zwemmen. Zoals

de schoenen, zijn de hypothesen

zelfs hinderlijk, want ze leiden af

van de fenomenologische waarneming.

Voor dit waarnemen heb ik

geen beginbeeld nodig.

Dat de cliënt zijn onbewuste familiebeeld

door een opstelling kan

externaliseren en zich dat beeld

bewust kan maken, heeft daarentegen

zeker helende effecten. Voor

mij echter heeft het proces van

de opstelling zich ontdaan van de

voorstelling om het innerlijke beeld

van de cliënt door een opstelling

te veranderen. Het gaat er mij veel

meer om enkel zichtbaar te laten

worden “wat er is”. Dat is natuurlijk

veel meer dan een kleine methodische

verandering, het is de afkering

van de therapie. Ik verander niets

meer, ik doe geen moeite iemand of

iets te helen. Dat doet de opgestelde

werkelijkheid zelf als ze gezien en

gevoeld is, en ze doet dat veel beter

dan ik het ooit zou kunnen.

Een ander voordeel van deze

manier van werken bestaat daarin

dat de representanten direct in

hun rol zijn. Zodra ze gevraagd

worden, komen ze in een innerlijke

beweging, zij voelen veel eerder en

sneller wat van binnen gebeurt. Het

werkt ook bij onervaren representanten.

Ik bedoel niet dat ieder zo

moet werken, maar het is zeker

een interessante uitbreiding van de

methode, die vaak zeer snel tot de

kern van de zaak leidt.

Standpunt 2

Er zijn geen ordeningen van de liefde

Bert Hellinger heeft voor de “ordeningen

van de liefde” de metafoor

van de kruik en het water gebruikt.

Het water symboliseert de liefde,

de kruik de ordening. Zonder

ordening, aldus Hellinger, wordt de

liefde oeverloos en vervloeit, zoals

het water wanneer de kruik breekt.

Dat is een sterk beeld.

Echter wie zorgvuldig kijkt, vindt

geen ordeningen van de liefde.

Alles, wat Hellinger daaronder

verstaat, zijn de ordeningen van

het sociale samenleven of zelfs van

de natuur. Met liefde hebben deze

ordeningen niets gemeen.

Nemen we het voorbeeld van de

rangorde. Ze geldt voor iedere rij

aan de kassa bij de supermarkt.

Wie er bij komt, sluit achter aan.

Dat ook de relaties tussen broers en

zussen of paren, of tussen ouders

en kinderen meer ontspannen en

meer vrij van confl icten worden,

indien er aandacht is voor de

ordening, is zeker een belangrijke

waarneming. Het blijkt ook daar,

waar mensen van elkaar houden

dat de aandacht voor deze sociale

ordening, het samenleven vergemakkelijkt.

Dat betekent echter

niet dat dit een ordening van

de liefde zou zijn. Dat blijkt ook

voor de andere ordeningen door

Hellinger beschreven; de plek, en

het evenwicht.

Met liefde hebben ze niets van

doen. Het zijn regels die het

overleven dienen.

De liefde is volkomen vrij en

wild, je zou ook kunnen zeggen:

volkomen onordelijk. Precies

daarom ontstaan er steeds confl ic-

- 27 -

ten met de sociale ordeningen en

precies daarom veranderen deze

ordeningen.

Weliswaar functioneren relaties

(ook alle vormen van liefdesrelaties)

beter wanneer ze letten op

de rangorde, de plek, de rij en de

balans, maar wanneer men dat niet

doet, hoeft dat de liefde niet te

vernietigen. Het maakt meestal de

relatie stuk, maar de liefde kan heel

goed blijven, want liefde en relatie

zijn twee zeer verschillende paar

schoenen. De ordeningen beschermen

de relatie, echter ze begrenzen

tegelijk de liefde en haar groei.

Wanneer ik innerlijk groei en de

liefde een liefde van het hart wordt,

wordt ze onafhankelijker van

relaties en ook van de ordeningen

die in relaties gelden.

Wat Hellinger dus beschreven

heeft, zijn universele leefregels

voor relaties. Weliswaar hebben familieopstellingen

met de moderne

mythe afgerekend dat men relaties

–liefdesrelaties dan wel werkrelaties-

naar gelieve kan vormgeven

en veranderen. De begrijpelijke

verknoping van deze relatieregels

met de liefde leidt echter tot grote

misverstanden en werkt in het

voordeel van een ordenings-fundamentalisme

dat men deels in de

wereld van opstellingen kan aantreffen

en dat terecht op afwijzing

stuit.

Daadwerkelijk is het zo dat de

liefde -en misschien alleen zij- de

kracht heeft, boven de ordeningen

uit te groeien en daarbij zelf breder

en dieper te worden.

Standpunt 3

Opstellingen zijn een zeer goed

instrument voor traumaverwerking

In het afgelopen decennium heeft

zich onder de systeemtherapeuten

het idee verspreid dat het

werken met getraumatiseerde

cliënten, speciale traumabegeleiding

behoeft. Menigeen meent dat

normale opstellingen geen recht

doen aan de getraumatiseerde


cliënt, erger nog, zelfs schadelijk

zou zijn. Soms wordt ook verondersteld

dat de overname van een rol

gevaarlijk kan zijn en tot een

herbeleving van het trauma kan

leiden. Deze ideeën vind ik overwegend

onjuist.

Opdat een trauma kan oplossen,

zijn er twee processen nodig. Ten

eerste dient degene die getraumatiseerd

is, met het trauma in

contact te komen, en dan vooral in

contact met de gevoelens die daar

afgespleten zijn. Dit dient echter

op een manier te gebeuren, waarbij

de cliënt niet meer helemaal in het

trauma getrokken wordt. Idealiter

zou de cliënt tussen de rollen van

waarnemer en betrokkene op en

neer kunnen bewegen. Het eigenlijke

trauma (het bestaan ervan

en de werking daarvan jaren en

decennia lang) ligt namelijk niet

in de verwonding zelf, maar in het

niet voelen en daarmee uiteindelijk

ook het niet waarnemen van wat er

gebeurt.

Pas het Niet-Waar-Nemen veroorzaakt

de afsplitsing en daarmee

het trauma (en is daarmee tegelijkertijd

voorwaarde voor het

overleven!). Daarom is het achteraf

zien, voelen en “waar nemen” -

ook het waarnemen van de overlevingsfunctie

van de emotionele

afsplitsing- , de eerste stap op weg

naar heelheid. Het (emotionele)

“Niet Waar Nemen” leidt er ook

toe dat op het emotionele vlak

niet waar genomen wordt, dat het

trauma verleden tijd is. De tweede

stap in het helingproces is juist dit

waarnemen dat het voorbij is.

Een eenvoudige opstelling kan aan

deze twee stappen volledig recht

doen. Allereerst komt de cliënt bij

een opstelling in contact met zijn

afgesplitste gevoelens en het traumagebeuren.

Daardoor kunnen niet

alleen deze gevoelens opgenomen

en aangenomen worden, maar

kunnen ook de neurologische

processen die in en door het

trauma automatisch uitgeschakeld

werden en sinds die tijd in een

soort “coma” liggen, opnieuw geactiveerd

worden.

Dat gebeurt niet indien men het

contact op de emotionele laag van

het trauma vermijdt.

Ten tweede kan de cliënt tegelijkertijd

redelijk eenvoudig een

bepaalde afstand aanhouden,

omdat iemand anders voor hem

(een representant) zich in het

gebeuren van het trauma begeeft.

De cliënt zelf kan dus -met geringe

ondersteuning van de begeleider-

zowel meebewegen en meevoelen

alsook voldoende afstand houden

om niet weer in het trauma terug

te vallen.

Indien men het opstellingsproces

daartoe beperkt tot datgene wat is

of was, aan het licht komt, gezien

en waar-genomen wordt, en men er

bij de cliënt op toeziet dat hij in het

proces van het waarnemen (vanuit

de Volwassene) blijft, dan zijn alle

voorwaarden er al, waarmee de

cliënt het proces kan integreren,

dat het trauma los kan komen en

zich kan oplossen.

Daartoe dient men echter bereid te

zijn, om drama te vermijden:

een verdere ontslakking en meer

alledaagsheid bij het werken met

opstellingen.

Het verbruik van zakdoekjes ligt

bij mij tegenwoordig slechts een

tikkeltje hoger dan normaal- het

pakje zakdoeken dat ieder bij zich

heeft, volstaat.

In het zien van wat er was, wordt

ook zichtbaar dat het voorbij is.

Men kan dan weliswaar nog een of

andere afrondende zin of kleinere

krachtige handelingen toevoegen.

Men kan bijv. een representant

voor het getraumatiseerde kind

naast de cliënt opstellen en de

cliënt vragen dit (dus het innerlijke

kind) vast te houden. Echter het

basisproces is het zien en innerlijk

opnemen van dat wat was, zonder

een enkele toevoeging en zonder

een enkele verandering.

- 28 -

Wat het zogenaamde gevaar van

het opnieuw beleven van een

trauma door de overname van

heftige rollen betreft, is mij in

mijn eigen praktijk in 15 jaar van

intensief werken met opstellingen,

geen enkel geval bekend. Wat

daarentegen zeer vaak gebeurt, is

dat men in een rol, met een eigen

verborgen trauma in contact komt.

Dat kan zeker heftig zijn, en is

tegelijk niets meer of minder dan

de beste voorbereiding voor een

eigen opstelling en voor heling van

het trauma.

Verder is deze vorm van “opnieuw

beleven van het trauma” een heel

dagelijks proces. Als bijvoorbeeld een

handeling of zelfs een achteloos

gemaakte opmerking bij mij een

schok veroorzaakt, ben ik voor

een bepaalde tijd weer gevangen

door een oud trauma. Precies

daardoor kan dit trauma zich

echter oplossen, als men een beetje

met zorg met deze situatie omgaat.

Op deze wijze heelt het leven heel

ongemerkt veel van de zogenoemde

trauma-ervaringen.

Dr. Wilfried Nelles,

systeemtherapeut en opleider met

een eigen praktijk in Marmagen/

Eifel, schrijver van vele boeken (o.a.

De helende kracht van de werkelijkheid).

www.wilfried-nelles.de

vertaald door Toos Nowacki


Familieopstellingen als

wegbereider van de vrede

Bert Hellinger

Ik beschouw familieopstellingen

als wegbereider van de vrede

in de familie

in het openbare leven, in

bedrijven en in de beroepsuitoefening

tussen volkeren en andere grote

groepen, zoals bijvoorbeeld de

religies

Wat houden familieopstellingen

in?

Zoals de naam al zegt, wordt bij

familieopstellingen een familie

opgesteld. In een grotere groep

kiest een deelnemer representanten

uit voor de afzonderlijke leden

van zijn familie en zet ze volgens

zijn innerlijke gevoel in relatie tot

elkaar. Daarna is hij meestal verrast

omdat ze anders ten opzichte van

elkaar staan dan hij zich dat had

voorgesteld. Dat is de uiterlijke of

zichtbare gang van zaken.

Tegelijkertijd blijkt dat deze representanten

zich als de personen

voelen die ze representeren, zonder

dat ze iets van hen weten. Soms

krijgen ze zelfs hun symptomen,

ze krijgen bijvoorbeeld ineens

ademhalingsproblemen en spreken

op dezelfde wijze en met dezelfde

woordkeus. Dat wil zeggen dat ze

uit hun eigen geestelijk veld naar

een ander gewisseld zijn en dat

ze vanaf dat moment tot dat veld

zouden behoren. Daarom moet

er voor de representanten na een

opstelling tijd overheen gaan en

ze moeten een bijzondere krachtsinspanning

leveren om weer in

hun eigen geestelijke veld terug te

keren.

De achtergronden

Hoezo stelt iemand zijn familie in

zo’n groep op? Omdat er in zijn

familie een probleem bestaat, dat

hij met behulp van de familieopstelling

wil oplossen.

Wat zijn de achtergronden, die in

de regel tot problemen leiden? Ik

vat ze hier kort samen.

Deze inzichten zijn het resultaat

van observatie en ervaring

gedurende tientallen jaren. Ze zijn

hoofdzakelijk terug te voeren op

twee “on-ordeningen” in de familie.

Ik spreek hier allereerst van de

familie. Het is echter duidelijk

geworden dat deze ordeningen op

de zelfde wijze voor alle menselijke

relaties gelden, zelfs voor de

relaties tussen de volkeren, landen

en religies. En ook in bedrijven,

in de beroepsuitoefening, op het

gebied van de gezondheid en bij

alle successen en mislukkingen,

van welke aard dan ook.

De beide grondordeningen of

wetten die beslissend zijn voor

succes en mislukking, zijn:

1. Ieder heeft het zelfde recht om

er bij te horen

2. Ieder heeft een plaats in zijn

groep die afhangt van de tijdspanne

die hij tot deze groep behoort.

In deze zin bestaat er een hiërarchische

oorsprongsordening.

Hoe komt het dat deze wetten veronachtzaamd

worden?

1. Ze zijn verregaand onbekend

2. Als drijvende kracht staat ons

geweten hen in de weg.

Wat is het gevolg?

Het revolutionaire dat aan het licht

komt bij familieopstellingen vereist

een nieuwe oriëntering op alle

niveaus van het bewustzijn en van

het handelen.

Nu ga ik weer terug naar de familieopstellingen.

- 29 -

De geestelijke dimensie

In de loop van de tijd is duidelijk

geworden dat de begeleider van

een opstelling maar weinig hoeft

te weten over de familie van zijn

cliënt of over zijn problemen op

welk gebied dan ook. Hij stelt vaak

alleen maar een representant voor

hem op of voor zijn probleem.

Deze laat zich, zonder dat hij iets

van hen weet, door een innerlijke

beweging leiden, zonder eigen

bedoeling, zonder over ze na te

denken, zonder vrees voor hetgeen

aan het licht zal komen. Hij wordt

daarbij in bezit genomen door

een geestelijke kracht. Hij ervaart

dat hij deze kracht dient. Uit zijn

bewegingen blijkt, of nog andere

representanten erbij genomen

moeten worden. Bijvoorbeeld als

de representant van de cliënt naar

de grond kijkt, dan weet de opstellingsleider

dat een representant op

zijn rug voor de representant van

de client op de grond moet gaan

liggen. Deze representant representeert

een dode waar de cliënt

naar toe wil. Ook deze representant

en alle andere die er nog bij

moeten komen, laten zich door een

beweging leiden die van binnen

komt en die ze meeneemt, zonder

rekening te houden met hun innerlijke

beelden, voorliefdes en

angsten.

Wat is het resultaat? Ten slotte

worden degenen die elkaar eerst in

de weg stonden, op zo’n manier bij

elkaar gebracht dat ze in harmonie

met elkaar komen, hoe onverzoenlijk

ze ook schenen, zoals bijvoorbeeld

dader en slachtoffer. Er

ontstaat dus een vredesbeweging

onder invloed van de krachten die

in de afzonderlijke representanten

werken en deze sturen en leiden.

Dat lukt echter alleen als alle be-


trokkenen, de opstellingsbegeleider

inbegrepen, geen eigen bedoeling

hebben en niet beïnvloed worden

door hun bestaande waardevoorstellingen

over wat goed en juist is,

in tegenstelling tot wat slecht en

verkeerd is.

Dat wil zeggen dat deze bewegingen

zich onafhankelijk van de richtlijnen

van het geweten voordoen.

Datgene wat onder invloed van het

geweten tegenover elkaar stond,

voegen deze bewegingen op een

hoger niveau tezamen.

Hier ben ik bij het eigenlijke punt

aangekomen dat aan het licht

brengt, hoe familieopstellingen tot

een vredesbeweging werden en ook

aan het licht brengt hoe familieopstellingen

ook diep zittende en

langdurige confl icten kunnen overwinnen,

op een wijze die elkaar

bestrijdende groepen en personen

blijvend met elkaar kan verzoenen.

Het goede geweten

Wat ik hier nader verklaar, stoot

in het begin meestal op grote

weerstand want het gaat hier

om het afscheid van het goede

geweten. Daarom weet ik niet

hoeveel ik erover zeggen mag.

Het goede geweten gold tot nu toe

als ons hoogste goed, ja als gods

stem in onze ziel die we overal en

altijd moeten volgen, ook als hij

het allerlaatste van ons eist en over

leven en dood beslist, zowel in dit

leven als in een later leven na onze

dood.

Via de familieopstellingen en mijn

consequente toepassing van de

fenomenologische methode op het

geweten, kwam aan het licht dat

ieder mens een eigen goed geweten

heeft. Ten gevolge daarvan ontstaan

de kleine en grote confl icten bijna

allemaal uit de strijd tussen twee

verschillende gewetens om dominantie

en ook bijna alle oorlogen.

Wat leidt tot blijvende vrede? De

overwinning van het eigen goede

geweten door de erkenning van

de andere goede gewetens dat ze

gelijkwaardig zijn. Zij leidt tot

mensenliefde aan de grenzen van

ons goede geweten voorbij, in overeenstemming

met een geestelijke

beweging die met alles instemt

zoals het is, omdat het van haar

komt, zonder onze onderscheidingen

van goed en kwaad of god welgevallig

of door hem verworpen.

De andere god

Hier moeten we stilstaan bij een

fundamenteel gegeven. Elke groep

met het eigen, haar gemeenschappelijk

geweten, heeft tegelijkertijd

zijn eigen god, de god van het

geweten. Daarom worden bijna

alle confl icten in naam van twee

verschillende goden uitgevochten,

van de goden van twee verschillende

gewetens. Soms dragen deze

goden de namen van twee verschillende

wereldbeschouwingen, zoals

bijvoorbeeld democratie of communisme.

Ook zij treden op met een

claim en aanspraak op waarheid die

niet onderdoet voor de pretentie

van religies met ieder hun eigen

god. Ook zij hebben het gevoel dat

ze het recht aan hun zijde hebben

tegenover andere wereldbeschouwingen

en religies en houden zich

voor beter. Ook zij rechtvaardigen

met hun god de strijd tegen andere

wereldbeschouwingen. Zoals alle

dodelijke confl icten komen ook

zij uit het eigen goede geweten en

doen niet onder voor religieuze

oorlogen.

Bestaat er een universele kracht

die aan de gewetensgoden voorafgaat,

voorbij aan de grenzen van

de afzonderlijke goede gewetens?

Een universele kracht die met alle

mensen op gelijke wijze instemt

zoals ze zijn, omdat allen uit deze

kracht ontspringen?

- 30 -

Bij familieopstellingen zoals ik ze

hier heb beschreven, openbaart

zij zich in de bewegingen van de

representanten, zolang en voor

zover zij zelf tijdens de opstelling

in harmonie blijven met deze

beweging, die hen in haar greep

houdt.

Het nieuwe bewustzijn

Hier wordt duidelijk: Blijvende

vrede verkrijgen we met een ander

bewustzijn. Hij begint in de ziel.

Alle andere vredesinspanningen

blijven tijdelijk, vaak alleen maar

omdat de confl ictpartijen uitgeput

zijn.

Familieopstellingen leiden tot dit

bewustzijn en tot een beweging

naar vrede toe. De vrede die erkent

dat alle mensen door de zelfde

scheppende macht in het leven

geroepen en in het leven gehouden

worden. Dat betekent dat de vrede

begint met een andere liefde, aan

gene zijde van de grenzen van de

verschillende gewetens. Om die

reden is deze vredesbeweging in

eerste instantie een geestelijke

beweging, die iets achter zich laat

wat haar eerst als het hoogste en

kostbaarste goed scheen: haar

goede geweten en ook de hun

eigen, uitsluitend hen toegewende

god.

Alleen in overeenstemming met

deze beweging der liefde voor alles,

zoals het is, lukt de vrede, die blijft.

Vertaald door Regina en Evert

Veenman


Kiezen vanuit systemisch

perspectief

Dymphie Kies

In mijn professionele leven heb ik veel gesprekken gevoerd met mensen over

de keuzes waar ze voor stonden: dreigend ontslag of een carrièreswitch , een

re-integratie na een burnout, een doorstart met je eigen bedrijf of een faillissement,

een fusie van twee scholen.

Fascinerende persoonlijke verhalen in het teken van ‘Ik kies……’. Steeds vanuit

verschillende rollen en functies verteld. Maar wat is ‘kiezen’ eigenlijk vanuit

systemisch perspectief?

Ik herinner me, dat ik als klein

meisje op weg was naar school.

Lopend door de kleine winkelstraat

in het dorp waar ik ben opgegroeid.

Het was op een mooie zonnige

voorjaarsdag, ik droeg geen jas. Ik

voelde de warmte van de zon op

mijn armen. Er was iets gaande, het

was spannend zo alleen naar school

te gaan. Ik liep verder en de hoek

om. Daar bleef ik opeens staan -ik

weet de plek nog heel precies- en

een golf van warmte en geluk trok

door me heen: ik realiseerde me,

dat ik kon kiezen! Dat ik vrij was

om zélf te kiezen. Dat ik in vrijheid

mocht kiezen en dat de wereld voor

me open lag. Een soort nieuwsgierigheid

maakte zich van mij meester,

een heel diep gevoel van ‘zó is het in

orde, dít is wie ik ben en wat ik mag

laten zien’

Deze diepe en rijke ervaring heeft

me altijd onbewust begeleid. En het

besef of ‘het weten’ hierover heeft

me nooit meer losgelaten.

Wat gebeurt er eigenlijk in de

split second net vòòr het kiezen:

aan wie of wat word je ontrouw

op het moment dat je kiest, wie

of wat sluit je buiten, ten koste

van wat maak je de keuze en wat

blijft achter en wordt niet gezien.

Word je ontrouw aan jezelf, aan

datgene waar jij voor staat met al

je talenten, capaciteiten, je normen

en waarden maar ook je identiteit?

Wat neem je mee vanuit de ervarin-

gen en de support en het systeem

achter je, als je kiest en letterlijk ìn

je toekomst stapt?

Kiezen lijkt soms meer op een worsteling.

Vaak leidt het tot dilemma’s

en een stuck-state bij de eigenaar

van de vraag. Het aanbod is te

groot, er is te veel om uit te kiezen.

Ook dat is een stuk van de werkelijkheid

zoals we die waarnemen.

Het aspect van loyaliteit speelt

hierin een belangrijke rol: aan wie

of wat word je ontrouw net voor

het moment dat je kiest. Leidt

het persoonlijk geweten je bij

het maken van die keuze of is er

onbewust een collectief geweten

dat je ergens heen leidt om bijvoorbeeld

een grootmoeder of grootvader

te eren.

Een jonge man is zoekend naar

het werk dat bij hem past. Zijn

huidige baan is zeer betrouwbaar

qua inkomsten, status en zekerheid.

Waarden en normen die vanuit de

achtergronden van moederskant

van groot belang zijn. Het bedrijf

en de mensen voelt bijna als een

familie voor hem. Door de veranderingen

binnen het team en

het bedrijf voelt hij er zich steeds

minder thuis. In een voortgangsgesprek

met zijn baas laat hij plots

vallen, dat hij op zoek is naar een

andere baan. Juist ín dit keuzemoment,

net voor het in-actie-komen,

zit de prijs van disloyaliteit opgesloten.

- 31 -

Kiezen lijkt in eerste instantie

vooral een cognitief proces te zijn.

Uit ervaringen van mensen en

gesprekken blijkt steeds weer, dat

keuzes met impact, van binnenuit

gebeuren, vanuit je eigen kern.

In het volle bewustzijn van jouw

aanwezigheid hier met alles wat je

bij je draagt en alles wat je in huis

hebt. In dit volle bewustzijn is er

stilte, rust en een soort vrede. Een

vrede die bijna met niets te vergelijken

is en je raakt in je diepste

binnenste.

Een cliënt had ernstige burnout

verschijnselen. Hij koos voor een

vrijwillige opname in een particuliere

kliniek om daar te werken

aan zijn herstel alvorens terug te

kunnen keren in de maatschappij.

Er was bij hem veel paniek en

angst over deze stap. Na een vijftal

weken ontmoette ik hem bij een

kop koffi e. Hij vertelde me, dat

hij voor het eerst in z’n leven zèlf

bewust gekozen had, tegen alle

stromen en meningen in: hij had

‘ja’ gezegd tegen het leven. Zonder

medicatie en sterk vermagerd

was er een soort ‘weten’ bij hem

ontstaan, dat hij in staat was om

het leven te nemen met de ups

en de downs. Hij wilde weer deel

uit maken van zijn gezin en zijn

rol daar innemen. Hij wilde weer

bijdragen aan de samenleving. De

‘ja’ voor het leven hier sluit dus ook

alle ‘nee’ van het leven in.

Het is overweldigend en ontroerend

om te merken wat ‘kiezen’ met

mensen en organisaties doet.

De man die een dag na het overlijden

van zijn zoontje tegen zijn

vrouw uitspreekt: we kiezen er

voor om verder te gaan, te leven

met onze twee dochtertjes, wetend

dat hij altijd deel uit zal maken


van ons nieuwe leven, ook al is hij

fysiek niet bij ons. Een voorbeeld

van een ‘ja’ tegen het leven in het

volle besef van de ‘nee’ die erin

besloten ligt en de prijs dit dit soms

vraagt.

De vrouwelijke onderneemster

die zich ten volle bewust is van

haar keuze die ze gemaakt heeft.

Het succes voor haar onderneming

maakt haar ontrouw aan

de patronen van haar familie van

oorsprong waarin o.a. faillissementen

aan de orde waren.

Bij een workshop was een vrouw

Nieuw is om komend jaar de

vervolgopleidingen voor familieopstellingen

en organisatieopstellingen

vanaf 2013 apart aan te

bieden. Voor nog meer kwaliteit en

essentie.

In elk van de drie blokken komen

de innerlijke houding van de begeleider,

methodiek en vormen van

opstellingen, en theorie

in balans met elkaar weer terug.

Deze opleiding van drie blokken

van drie dagen leidt niet alleen

tot een ongeloofl ijke fi ne-tuning

van je sensitiviteit en methodisch

arsenaal, de opleiding biedt ook de

mogelijkheid tot grotere en kleinere

transformatieprocessen bij jou als

opsteller, helper of therapeut.

Blok 1: Opstellingsmethodiek voor

gevorderden

Blok 2: De invloed van collectieve

maatschappelijke thema’s

en ervaringen

Blok 3: Spiritualiteit en transformatie

aanwezig die een zeer destructief

gedragspatroon vertoonde. Ze kreeg

een persoonlijke opdracht mee om

een jaar lang uit te proberen. Elke

ochtend twee stenen in iedere hand

nemen: één voor het leven en één

voor de dood. En elke ochtend het

bewustzijn ervaren, dat beide er

zijn, dat je voor beide opties kunt

kiezen. Gedurende dit jaar ontwikkelde

ze een kracht en helderheid

die tot dan toe onbekend waren

voor haar. In de loyaliteit naar haar

moeder had ze haar eigen levenskracht

nog niet eerder ontdekt.

- 32 -

Systemisch gezien is er nog veel

te ontdekken en te achterhalen

om meer inzicht te krijgen in het

fenomeen ‘Ik kies……”.

Als je vragen hebt, of als je verhalen

en inzichten wilt delen, heel graag.

Via info@kiesdekernvandezaak.nl.

Zie ook www.kiesdekernvandezaak.nl

Familieopstellingen Professional

Een verdiepingsopleiding Familieopstellingen.

Door Guni Baxa, met ondersteuning van Bibi Schreuder.

Guni is een begaafde opsteller,

therapeut en docent.

Bibi Schreuder helpt met en bij

het ‘vertalen’ van het aanbod en

geleerde, soms letterlijk, want de

voertaal in deze opleiding is Engels,

maar het mag geen beletsel vormen

als je Engels wel verstaat, maar

enigszins schoorvoetend spreekt.

Voor de PDF en uitgebreide inhoud

van de blokken: zie de website.

Mei, september en november 2013

Hallo, mijn naam

is Guni Baxa.

In sommige

landen denken

ze dat ‘Guni’

een mannen-

naam is. Wel, ik

ben een vrouw die woont in het

bijna mediterrane klimaat van de

heuvels in het zuiden van Oostenrijk.

Ik houd van de stilte van onze

bloementuin. Ik werk graag in die

tuin, luisterend naar het koor van

vogels. Ik houdt van reizen, verschillende

culturen ontmoeten en

wandelen in de natuur. Meer dan

woorden kunnen uitdrukken ben ik

dankbaar voor de liefdevolle relatie

met mijn man, onze kinderen en

kleinkinderen, die ons leven zo rijk

maken.

Tegenwoordig ligt mijn aandacht

op het voelen en verwelkomen

van de krachten die ons gemaakt

hebben tot wie we zijn, en om

dat wat ons bindt of belemmert

te transformeren naar kwaliteiten

die ons leven ondersteunen. Volop

dansen met die essentiële kwaliteiten

van het leven, zoals liefde,

vergeving, vrede, vreugde, sereniteit,

wijsheid, stilte, helderheid of

kracht, geeft het nodige vermogen

om met de spelingen van het lot

die een leven veranderen om te

kunnen gaan.


Wat beweegt de

ondernemingsraad?

Angelique Mattijssen

Natuurlijk, Het antwoord op deze vraag kan van meer kanten worden benaderd.

De ondernemingsraad (OR) als medezeggenschapsinstituut heeft natuurlijk

van ‘binnenuit’ een beweging die hij wil volgen, om zijn bijdragen aan de organisatie

ten volle te kunnen leveren. Er zijn ook andere bewegingen; die soms

maken dat de OR verstrakt, remt, of juist gaat versnellen.

In de (10) jaren dat ik als trainer/

adviseur voor ondernemingsraden

werkte heb ik tijdens trainingen

regelmatig met de ondernemingsraden

een organisatieopstelling of de

systemische blik gebruikt om zicht

te krijgen op de oplossingsrichting

voor de vragen en situaties waar zij

mee kwamen. Een aantal daarvan

worden in dit artikel omschreven.

Ondernemingsraden staan voor

allerlei verschillende vragen; er

zijn grote beleidsvraagstukken

en bijvoorbeeld interne situaties

waarbij de OR zijn rol kan spelen.

De OR heeft vaak een soort

antenne voor het niet goed in orde

zijn van de basisprincipes in het

systeem van de organisatie. In het

verstrakken of remmen door een

OR kan een signaal zitten: wat

wordt mogelijk niet gezien dat ‘uit

orde’ is? Hoe en waar in de organisatie

is de ordening verstoord

geraakt? Door erkenning te geven

aan die signaalfunctie van het

remmen en systemisch te kijken

(eventueel met een opstelling) wat

uit orde is geraakt is er meestal

weer beweging mogelijk.

Situatieschets 1: De OR van een

middelgrote gemeente krijgt een

lijvige notitie over veranderingen

in het personeelsbeleid. Er zijn

voorstellen over opleiding- en ontwikkeltrajecten

voor het personeel,

over roulatiemogelijkheden van

functies, de lijnen waarlangs de

POP-gesprekken zullen worden

gevoerd. Het is enerzijds allemaal

heel wenselijk, en toch… de

OR heeft een nog niet goed te

benoemen aarzeling. De beleidsmedewerker

die verantwoordelijk is

voor het stuk komt het met enthousiasme

presenteren. Het MT heeft

aangespoord, wil graag wat meer

tempo. Naderhand besluiten we om

via een opstelling te onderzoeken

wat op de een of andere manier zo

onbenoembaar blijft. De volgende

elementen worden neergezet: de

gemeentesecretaris, de verantwoordelijke

beleidsmedewerker,

de OR, het personeel, de nota.

In de opstelling werken we met

vloerankers. Dit houdt in de dat we

de posities op de grond aangeven

met een soort place-mat, met een

‘kijkrichting’. In een geconcentreerde

samenwerking wordt gekozen

voor de plaatsen waar de placemats

moeten liggen. Een OR-lid die het

wel ‘wat apart vindt allemaal’ kijkt

met belangstelling mee. Opvallend

is dat het midden van de opstelling

‘druk’ is, veel aandacht gericht op

elkaar en op de nota. Daar staan

MT, OR, de gemeentesecretaris,

en de beleidsmedewerker. Ieder

OR lid –die daarvoor voelt- wordt

gevraagd eventueel eens op die

plekken te gaan staan, en aan te

geven wat hij ervaart op die plek.

Ergens verderop in een soort

buitengebied staat ‘het personeel’.

Door de gerichtheid in de binnencirkel

is er weinig zicht op

waar het personeel staat. Op dat

moment maken we met elkaar

een afspraak dat we even afstand

nemen, het plaatje van de opstelling

in gedachten houden, en er

- 33 -

de volgende dag met elkaar over

praten.

In de training deed ik vaak aan

het eind van de eerste dag van een

twee-daagse training een opstelling.

Verschillende oefeningen/opdrachten

worden tijdens de training

gedaan om vanuit een gezamenlijk

besef over medezeggenschap, visie,

verlangen aan de slag te zijn. De

volgende dag is er met elkaar in

een ronde doorgesproken wat de

ingevingen zijn die de opstelling

mogelijk opleveren. Er is later door

de OR een voorstel geschreven

waarin via een serie workshops al

het personeel in gesprek kon zijn

over de op handen zijnde veranderingen.

In de zin van OR –rol: ze

gaven een procedureel advies.

Situatieschets 2: de OR van een

zorginstelling is heel tevreden over

de samenwerking met de bestuurder.

Maar in de praktijk lopen de

afspraken die zo duidelijk lijken in

de overlegvergadering toch anders.

In het gesprek dat de OR hierover

met de bestuurder heeft, komt

een soort ongedurigheid, het komt

steeds terug. Het lijkt een elastiek

dat steeds terugspringt naar zijn

oude model. De OR wil niet zeuren,

het gaat immers zo goed die samenwerking,

die communicatie, maar

heeft ook het gevoel niet serieus te

worden genomen in die zorg over

‘zo werkt het niet’. De opstelling die

we doen, met externe representanten,

laat het volgende beeld zien:

De bestuurder en de OR staan

in elkaars gezichtsveld, maar

kunnen ook langs elkaar kijken. De

afspraken als element staan er ook.

Het is wat vlak, niet veel contact

tussen de verschillende posities.

Dan wordt het MT opgesteld. Deze

staat schuin achter de OR maar


vangt de blik van de bestuurder,

bijna met een fl irt in de ogen. De

representant van het MT heeft desgevraagd

(op de vraag wat ervaar

je op deze plek, zegt hij met een

lachje) de tekst:” jaa, jaaa, jahaaa,

maar we doen het natuurlijk wel

zoals wij het willen” De bestuurder

kijkt weg, als hij dat hoort, alsof het

hem niet aangaat.

Er gaat een zucht van herkenning

door de OR-leden die dit ingebracht

hebben. Ja, dit is het.

We maken geen conclusies op dat

moment, het grootste belang was

de herkenning en de opluchting die

het ook gaf.

De meerwaarde van de methode

van opstellingen is naast een

analyse van de ‘gewone’ soort:

waar gaat het over, wie hebben hier

mogelijk een rol of aandeel, is de

kans om ook de relaties tussen de

elementen in 1 beeld, 1 oogopslag

te zien. En de effecten gewaar

worden van het ontbreken of het

toevoegen van een deel van de

organisatie.

Het effect het zien van het beeld is

anders dan de cognitieve ‘route’ en

brengt niet zozeer DE oplossing, als

wel mogelijk onverwachte oplossingsruimte

en andere oplossingsrichtingen

in beeld. Het lijkt een

ander besef op gang te brengen.

Soms is dat alleen al een aanleiding

voor een verandering in de aanpak

van de OR. Het kan ook zijn dat

er een besef ontstaat van niet-handelen,

of in eerste instantie niethandelen.

Met opdrachten vooraf

waarbij de leidende principes van

de OR in kaart werden gebracht,

en de mogelijkheid die te ervaren

door er letterlijk eens door te lopen,

ontstond vaak een rustig(er) besef:

“hier is het ons ten diepste om te

doen”. Juist ook voor de verschillende

OR leden, waarvan sommigen

minder cognitief en analytisch

ingesteld zijn, gaf een organisatieopstelling

inzicht, een doorkijk,

waar ieder goed in meekan.

Binnen de OR is veel, soms

onbewuste kennis over de organisatie

en zijn historie, over wat wel

en niet gaat werken. De manier

waarop er met het schrijven van

adviezen, via de gebruikelijke

juridische weg, wordt geprobeerd

- 34 -

invloed uit te oefenen, bereikt niet

altijd zijn doel. Soms helaas zelfs

het tegendeel. Bij een aantal opstellingen

hebben we ook geëxperimenteerd

met de positie van de

OR, en het type advies, en daarmee

verschillende scenario’s uitgetest.

Workshops voor ondernemingsraden

We organiseren dit jaar

twee 1-daagse workshops voor

ondernemingsraden om, eventueel

samen met hun adviseur/trainer,

een vraagstuk via een opstelling

te onderzoeken. Het is mogelijk

om als voltallige OR te komen;

maar het kan ook zijn dat een

delegatie komt, al dan niet met hun

trainer of adviseur. Hoe kunnen

we datgene waar de OR voor staat

in de organisatie meer naar zijn

bestemming doen bewegen?

Zie verder onder Workshops

uitgelicht .


De druppel en de zee

Siebke Kaat, Anton de Kroon

Als systemisch werkend adviseur ben je alert op wat er met jezelf gebeurt in

contact met (delen van) het systeem, waarvoor je gevraagd bent te werken.

Daarbij zijn zowel je eigen gewaarwordingen als de gedragingen van anderen

jegens elkaar en jou als buitsenstaander belangrijke informatiebronnen voor

het herkennen van patronen, die op hun beurt vaak weer verwijzen naar een

systemische nood van het grotere geheel. Interessante sporen dus. Enkele ervaringen

uit onze adviespraktijken.

Wat overkomt mij als ik een

druppel ben in deze zee?

Ik ga naar binnen in een nieuw,

groot gebouw. Hoge hallen, grote

ruimtes. Het huisvest vele opleidingen.

Allerlei kleuren, vormen en

materialen. Het voelt als een marktplaats:

om rond te slenteren, maar

ook wat verloren. Voel me nietig.

Hoe vind ik mijn weg? Onzekerheid

bekruipt me. Als ik hier de

hele dag zou zitten, zouden ze dan

’s avonds komen zeggen: ‘We gaan

sluiten?’

Op alle, werkelijk alle deuren zitten

heel sterke drangers. Ik moet echt

duwen om er een te openen. Achter

me sluit hij zich ogenblikkelijk. Ik

merk dat het me oplucht dat het

niet met een knal gebeurt. Nergens

staat een deur open. Houden ze

me hier liever buiten de deur?

Of bedoelen ze me veiligheid en

privacy te geven?

Ben ik hier iemand of ben ik hier

niemand? Ik word er onzeker van

als die vraag bij me opkomt. Ik

besluit íemand te zijn en loop met

stevige pas verder. Dat maakt dat

ik me beter begin te voelen dan de

omgeving. Mmm, dat was nou ook

weer niet de bedoeling…..

Zou er iets van dit alles te

herkennen zijn in het vraagstuk dat

mij aanstonds voorgeschoteld gaat

worden?

Hun zee overspoelt ook mij

Zou het zo kunnen zijn dat… Mijn

natuurlijke neiging is om wat

mij opvalt in het contact toe te

schrijven aan de chemie tussen

mij en de ander, en alles wat

daar los van staat tot het toeval

te rekenen. En toch, systemisch

kijkend… Ik heb contact met een

opdrachtgever betreffende grensoverschrijdend

gedrag van medewerkers

in de vorm van pesten en

intimidatie. Tijdens de uitvoering

van de opdracht zijn ook meerdere

malen mijn grenzen overschreden.

Weliswaar manifesteerde zich

dat heel anders, maar in de kern

was het hetzelfde. Tijden werden

overschreden, mijn agenda werd

overschreden door afspraken kort

tevoren te laten vervallen of te verplaatsen,

de grenzen van mijn plek

werden overschreden door steeds

weer aanpassingen te doen op

eerder gemaakte afspraken over de

rolverdeling, en zo meer. Het gevoel

dat bleef was jojo-en, geen heldere

plek, geen heldere ordening en

uiteindelijk een gespannen relatie

op de balans van geven en nemen.

En was dat nu niet identiek aan het

grensoverschrijdende gedrag dat de

medewerkers en managers zowel

onderling als ten opzichte van

elkaar vertoonden? De plek van de

manager was diffuus, de ordening

eerder informeel dan formeel, en

er was zeker een verstoorde balans.

En ik maakte de stap van ‘Wat

een toeval dat er rond dit project

zoveel mis gaat’ naar ‘Aha, als dit

geen patroonherhaling is….’. Toen

ik dit aankaartte was de reactie

tweeledig: ‘Ja’, vanuit herkenning

en erkenning van het patroon, en

‘Het maakt het niet gemakkelijker;

als het probleem alleen maar

- 35 -

op die afdeling is, bij die functies

dan staat het los van mij, ons, de

organisatie. Nu lijkt het veel dieper

te zitten, en ik geloof niet dat ik

daar verandering in kan brengen…’

Waarmee dien ik als adviseur uiteindelijk

het systeem het meeste?

Ze vroegen een pleister, en nu zien

ze de wond zelf opeens.

Van de regen in de drup

Ik was gevraagd om technisch

adviseurs te begeleiden om hun

relatie met de externe opdrachtgevers

beter te monitoren. Het ging

om verwachtingen bij de start

afspreken, heldere contractering,

betrouwbaarheid. En ja, mijn contractering

met deze opdrachtgever

ging van begin tot eind mis; een

situatie die ik nog nooit eerder had

meegemaakt. Dat deed me even

loskomen uit het patroon van ‘ligt

aan mij, ligt aan de chemie, ligt aan

toeval’.

In elke druppel herken je de zee

Uit deze en andere voorbeelden

houdt ons bezig: Wat gebeurt er

wanneer ik als externe contact

maak met een systeem, een

systeem dat een vraag heeft over

een patroon (meestal benoemd als

‘het probleem’)? Wat kan ik leren

uit wat mij gebeurt in het eerste

contact, waarin de opdrachtgever

ten volle verbonden is met

het probleem, zodat alle energie

daarvan aanwezig is? En: hoe kan

ik de ander meenemen om even

van een afstandje, zonder oordeel,

te kijken naar wat zich toont,

terwijl ook zijn neiging sterk is, net

als de mijne, om wat er gebeurt toe

te schrijven aan mij, zichzelf, de

chemie tussen ons of aan toeval?

Voor onszelf nemen we mee: het

zou toch onvoorstelbaar vreemd

zijn als het systeem in contact


met mij zijn patronen opeens zou

loslaten! Zoals bij een opstelling de

manier van lopen van de vraagsteller

naar de stoel en de manier

waarop hij of zij plaatsneemt en

soms net de stoel even verschuift al

inzichten geeft, zo speelt ditzelfde

als ik uitgenodigd word door een

opdrachtgever om mee te denken

over een probleem.

Smaakt dit naar meer? Kom naar de

opleiding Systemisch Interveniëren!

De Noösphere dient zich aan

Tijdens het vierdaagse ‘Hatching the Eggs’ in september 2012, bood het Bert

Hellinger Instituut ruimte voor het inbrengen van eieren: systemische mogelijkheden

die niet helemaal uitgedacht waren en wel een gezamenlijke bijdrage

van de verzamelde systemisch werkers konden gebruiken. Ik greep mijn kans

en meldde The Media Landscape aan. Jan Jacob Stam was enthousiast, met

name om het veld van sociale media (Twitter, Facebook, LinkedIn, Google+)

te onderzoeken en de betekenis die ze voor organisaties kunnen hebben. We

spraken een duo af: hij zou een of meer opstellingen leiden, waarmee ik mijn

handen vrij had om systemische vragen te stellen. Mijn doel was uit te vinden

of systemisch kijken van meerwaarde is bij PR, marketing en/of communicatie

vraagstukken, relevant voor mij aangezien ik het als dienst aanbied met mijn

onlangs gestarte bedrijf.

Systemisch kijken naar sociale

media

Het antwoord op de vraag of

systemisch kijken naar communicatievraagstukken

zinvol is, was een

luid en duidelijk “ja”. We hebben

gewerkt met een inbrengster en

haar vraag: “Kan ik mijn klanten

en prospects het best bereiken via

LinkedIn (zoals zij op dat moment

deed) of zijn er andere kanalen

die ik beter in kan zetten?”. In de

opstelling hebben we LinkedIn aan

het woord gehad, en hoewel we in

de grote koepelzaal werkten, paste

dat social media platform eigenlijk

niet in de ruimte. De aard van het

platform was serieus en zeer zelfverzekerd.

Machtig interessant was

het ook om Twitter te ondervragen.

Dat platform maakte helder dat het

‘kwetteren’ dat mensen er doen,

een wezenlijk verbindende functie

heeft en dus niet zozeer zinloos

gekwetter faciliteert, wat wel het

beeld is dat sommige mensen

er van hebben. Het verraste mij

aangenaam te zien dat Facebook

een blije, enthousiaste en energieke

aard heeft; verbinden en experimenteren

is het bestaansrecht van

dat netwerk, het is warm en heeft

een hart.

Door de onderneemster, haar organisatie,

klanten en de verschillende

netwerken op te stellen, kwamen

we erachter welke van de communicatiekanalen

het meest effectief

zijn voor haar om in te zetten. In

de zin van: via welke kanalen zijn

klanten en toekomstige klanten

het liefst in contact en waar is de

organisatie en de onderneemster

het meest zichtbaar? Een zo groot

mogelijke zichtbaarheid is bij communicatievraagstukken

vaak een

kerndoel. Die vragen zijn helder

- 36 -

beantwoord voor de onderneemster

en voor de aanwezigen was het ook

boeiend om mee te maken.

De Noösphere

Toen we klaar dachten te zijn, zei

een van de aanwezigen echter een

rol in de opstelling te hebben maar

niet te zijn benoemd. Jan Jacob

vroeg meteen of de representant

een idee had welk element hij

representeerde. Ja, dat wist hij: de

Noösphere (in het Nederlands vaak

genoemd de Noösfeer). Inmiddels

heb ik mij wat ingelezen en weet

dat de Russische wetenschapper

Vladimir Vernadsky hiermee het

gezamenlijk menselijk denken

benoemde, op Wikipedia is er een

en ander over te vinden. Tijdens

onze hatching sessie echter, wisten

we niet wat de Noösphere was en

ondervroeg Jan Jacob de representant

over zijn aard en wezen. Hij

legde uit dat hij de verzameling is

van alle gedachten, alle weten, die

op de aarde (en ook daarbuiten)

rondgaat en is gegaan. Sociale

media leveren momenteel een

belangrijke bijdrage aan dat collectieve

weten. Dezelfde functie heeft

de cloud; waarmee alle diensten

worden aangeduid die mensen

via het internet kunnen afnemen

en geen ruimte op hun computer

innemen. Foto’s, video’s en andere

documenten bevinden zich ‘ergens


in de cloud’ in een speciaal voor de

gebruiker gereserveerde digitale

ruimte. En al die ‘data’ tezamen

vullen de Noösphere, de cloud is

naar zijn zeggen zelfs ‘extreem

belangrijk’.

Kennis die uitdijt en zich bewust

is van zichzelf, zelfs opgesteld

kan worden en uitspraken kan

doen over andere elementen: we

vonden het zeer indrukwekkend.

Zo indrukwekkend zelfs dat de

Noösphere zei: “Jullie hoeven geen

eerbied voor mij te hebben, hoor.

Ik ben niet God”. We hebben om

beurten een vraag gesteld aan de

Noösphere, het is tenslotte niet

elke dag dat je de mogelijkheid

krijgt met een zo groot ‘Weten’ te

spreken. Over wat mijn interesse

heeft, zei de Noösphere: “Het

begrijpen van het nut van sociale

media is deel van de cocreatie van

universeel bewustzijn”, en verder

onderzoek daarnaar was wat hem

betreft okay. Bij het nabespreken

bleken we allemaal onder de

indruk en verrast over dit element

waar nog veel meer onderzoek naar

mogelijk is.

Co-creatiemiddag

Op 14 februari 2013 organiseer

ik (tegen kostprijs) een middag

co-creatief ontdekken wat systemisch

werken in combinatie met

PR, marketing en/of communicatie

allemaal (nog meer) kan opleveren.

Als je zin hebt om mee te doen,

ben je van harte welkom van 13 tot

17 uur te Wageningen. Meer informatie

op www.greenpepr.nl.

Tessa Weber, systemisch en

strategisch PR-, marketing- en

communicatieadviseur

GreenPePR

Systemisch werk met paarden

De ziel van de kudde

Nicolle Themmen

Al ruim 11 jaar ondersteunen mijn paarden mij in coachtrajecten. In 2006

volgde ik bij Ruud Knaapen zijn opleiding Systemisch Paardencoachen en

sindsdien heb ik mij verder ontwikkeld in het systemisch werk. Sinds twee

jaar verzorg ik samen met Bart van Ruiten de Wind opleiding in België. Als systemische

paardencoaches onderzoeken we hoe het veld van systemisch werk

met paarden verder kan ontwikkelen. Dit artikel beschrijft een deel van deze

ontwikkeling, het werken met de ziel van de kudde.

Bij systemische paardencoaching

werken we met de natuurlijke

eigenschappen van het paard. Voor

een paard is onafhankelijkheid wezensvreemd,

het is verontrustend

en niet veilig om alleen te zijn. In

een coachsessie vormen paard en

gecoachte een kudde waarin het

paard op zoek gaat naar ordening

en consistentie. In een paardenkudde

is het van levensbelang dat

de drie systemische principes in

evenwicht zijn. In de kudde tussen

mens en paard lijkt het paard te

reageren op systeemdruk die in het

systeem van de gecoachte aanwezig

is.

In coachsessies ervaar ik regelmatig

dat mijn kudde paarden vanuit de

wei meedoet met hetgeen in de bak

ernaast plaatsvindt. In de Vervolgopleiding

Systemisch werk van het

Hellinger Instituut onderzochten

we het thema ‘ziel’, dit zette mij aan

tot het onderzoeken van de ziel van

de kudde en het effect hiervan op

- 37 -

het systemisch werk met paarden.

Ontdekkingen tot nu toe:

Er lijkt een verschil te zijn

tussen opgenomen worden in

de kudde en contact maken met

de ziel van de kudde. In het

eerste laten de paarden ons toe

in de kudde, door ‘niets te doen’

er lijkt weinig te veranderen in

de kudde zelf. In contact met de

ziel van de kudde lijken grenzen

te vervagen en ervaren wij ons

geheel in het hier en nu. Er

ontstaat dan vaak als vanzelf

een opstelling waarbij meerdere

paarden een bijdrage leveren.

Na het contact maken met de

ziel van de kudde reageren de

paarden anders dan gewoonlijk

op individuele vragen. Zonder

dat contact dient zich een paard


aan die vervolgens werkt met de

individuele deelnemer. Met het

contact met de ziel reageren de

paarden op ons als (onderdeel

van hun) kudde. Dit door bijvoorbeeld

niet te accepteren dat

er met een individuele vraag

gewerkt wordt (door weg te

lopen uit de bak) of door voortdurend

alle kudde leden (mens

en paard) in te sluiten en op het

collectief te reageren.

Het werken met de ziel en de

paarden vraagt om vertragen;

Op het moment dat wij ‘door’

willen naar een volgende stap

of vraag lijken de paarden uit

te nodigen nog verder in het

hier en nu te blijven en in de

ervaring te gaan. Paarden en de

ziel hebben de tijd.

Er zijn paarden die alleen aansluiten

in een coachsessie op

het moment dat er verbinding

is met de ziel van de kudde. Eén

van mijn paarden lijkt alleen

dan bereid om ‘mee te doen’

Het paard zelf reageert altijd

vanuit de ziel van de kudde.

In het systemisch werk met

de paarden maakt het wel een

verschil of wij contact maken

met de paarden of met de ziel

van de kudde, met name in

intensiteit van ervaringen die

opgedaan worden in de ontmoetingen.

Ruud Knaapen zegt

hierover in zijn boek: ‘Werken

met de ziel van de kudde, of

daarmee in verbinding zijn, gaat

over de grenzen van de persoonlijke

kudde heen en ligt meer in

een universeel domein. Echter

je kunt daar pas vol zijn, nadat

je eerst je eigen kudde innerlijk

verzameld hebt. Net zoals je

- 38 -

ook niet zomaar Geest in kan

stappen zonder de worsteling

van het persoonlijk en collectief

geweten te hebben ervaren.’

Het veld van systemisch paardencoachen

blijft in beweging, samen

met de paarden mogen wij hier

steeds meer in ontdekken.

Workshop ‘Systemisch werk

met paarden’ 19 maart 2013

Op 19 maart organiseert Nicolle

een Sponsorworkshop ‘Systemisch

werk met paarden’

Het geld uit deze workshop staat

Nicolle af om scholarships voor

deelnemers aan Flying the Kites

te sponsoren.

Voor opgave en informatie:

nicolle@icoontrainingencoaching.nl


IOCTI 2012

een persoonlijk verslag

Stijn Tilanus

Diep in de woeste binnenlanden van Noord-Spanje ligt het eeuwenoude

pelgrimsdorp Arantzazu (‘doorn-oord’), waar de Baskische trots opstijgt uit

beboste valleien en steile klippen – een ander besef van tijd en ruimte plooit

zich als vanzelf om de bezoeker: kan het toepasselijker als lokatie voor een

intensieve leerervaring over de kern van organisatie-opstellingen?

Van 7-14 oktober 2012 vond daar

de International Organizational

Constellations Training Intensive

(IOCTI) plaats, een bont gezelschap

van ervaren en beginnende

opstellers uit verschillende werelddelen

ontmoette elkaar in artistiek

vormgegeven betonnen ruimten,

om te discussiëren tussen dikke

kloostermuren en te oefenen onder

leiding van gerenommeerde ‘topstellers’.

(Zie ook www.iocti2012.

com voor nadere informatie over

het programma).

Het was voor het eerst dat ik op

een internationale conferentie was

waar Engels de minderheidstaal

bleek: de voertaal was Spaans,

maar door de inzet van onvermoeibare

tolken was alles voor iedereen

te volgen. Het voordeel van deze

tweetaligheid was dat het een soort

natuurlijke trance teweegbracht,

het waarnemen werd erdoor

verscherpt (en je kon wat Spaans

oppikken tussendoor).

Het programma was opgebouwd

rond drie groepen cq. thema’s: introductie

in systemisch werk en opstellingen,

systemisch adviseren en

coachen, en gevorderden die dieper

op bepaalde formats wilden ingaan.

De meeste deelnemers kozen voor

één groep gedurende de hele week,

maar er waren ook switchers. Elke

dag begon met een gemeenschappelijke

oefening onder leiding van

Arawana Hayashi: the village/el

pueblo. De zes elementen hiervan

zijn: liggen, zitten, staan, lopen,

draaien, groeten. Hiermee werd

als groep een ‘body of resonance’

gevormd, wat een prachtig schouwspel

opleverde en tot boeiende

belevenissen leidde. Dit samen een

groter geheel vormen paste ook

in de traditie van de plaats: het

kloosterleven is immers daarop

gebaseerd, met dien verstande dat

de ene helft van de mensheid geen

toegang had tot dit leven. Wonderlijk

genoeg kwam het thema

‘gender/jenero’ in veel workshops

bovendrijven; er werd door de facilitators

in wisselende mate daarop

ingegaan.

Wat was er nu zo speciaal aan

deze week? Wat vind je niet op

de website terug, en kon je alleen

maar beleven? Voor mij waren dat

11 nationaliteiten op deze foto!

- 39 -

eigenlijk drie dingen: de bijzondere

ontmoetingen met andere

deelnemers, de verwevenheid van

de oefeningen uit de workshops

met ‘het echte leven’, en de fantastische

werking van de natuurlijke

omgeving. Om met dat laatste te

beginnen: regelmatig zaten we

tijdens de pauzes op het terras

in de herfstzon te genieten van

het uitzicht op de amberkleurige

rotsen, en soms zeilden langzaam

gieren over: als ze landden versmolten

ze met hun achtergrond en

waren nauwelijks meer zichtbaar,

maar wij werden gezien ook al

merkten we het niet: een bewustzijn

dat een lekker systemisch

onderbuikgevoel gaf. De verwevenheid

van de oefeningen met

alles wat daarbuiten gebeurt werd

treffend verbeeld in een opstelling

waarin parallel de familie en het familiebedrijf

werden opgesteld: heel

voelbaar was de invloed van een

traumatische gebeurtenis binnen

de familie op de representanten

van het bedrijf, en dat bracht mij

weer nieuwe inzichten over het

familiebedrijf uit mijn eigen achtergrond.

En dan de deelnemers:

sommigen hadden hechte familiebanden

onderling, zoals organisator

Guillermo Echegaray met

zijn vrouw Chus (en hun schattige

dochtertjes die ronddartelden


tijdens de lunch), anderen ontmoetten

elkaar voor het eerst, van verschillende

continenten afkomstig,

en vonden een verwantschap die

tot een soort groot familiegevoel

leidde.

Taal is overal, hetzij in woorden,

beelden of klank: de openingsceremonie

op het kloosterplein

werd luidruchtig begeleid door

Baskische percussie op houtblokken.

De afsluiting van IOCTI2012

was eveneens muzikaal doch meer

ingetogen, met een a cappella

optreden van een koor dat een

medley van canzónes ten gehore

bracht. En het volgende IOCTI

van 2014 werd als ‘business model

canvas’ opgesteld, onder het motto:

‘it is our professional duty to make

practicing joyful’. Waarvan acte.

Stijn Tilanus

De IOCTI- VI is van 2-9 november

2014 in Uruguay.

Het begint met orga ….

(en eindigt met e)

Een verkenning van sexuele energie in organisaties

Stijn Tilanus

Er is bijna geen onderwerp zo beladen als de aantrekkingskracht tussen

mensen onderling, vooral de erotische kant daarvan. Toch is deze kracht als

ordenend principe in organisaties van wezenlijk belang: tijd om dus eens de

culturele en maatschappelijke implicaties ervan onder de loupe te nemen. Juist

in creatieve en innovatieve organisaties is deze levenskracht duidelijk geïntegreerd

in het patroon van interacties, een kenmerk van vitaliteit? De vergelijking

met de levensfase der volwassenheid leidt tot een nieuwe kijk: jeugd en

ouderdom leveren het juiste perspectief hiervoor. En als organisaties werkelijk

volwassen willen worden, is het bewust integreren van deze organische kracht

een noodzakelijke (en prettige) voorwaarde.

0 Defi nitiekwesties

Wat is er toch met de naamgeving

van het gevoel en de uitingen

die ons het meest intiem zijn? In

andere culturen zijn er woorden

als Ερως of tweede chakra of Qi,

yin en yang –wij hebben het over

sex (seks) of geslachtelijkheid of

erotiek: het zal wel aan de mest en

modder in dit land liggen. Voor het

juist communiceren over de kern

van waar het hier over gaat stel

ik daarom de tijdelijke werkterm

LF1 (life force one) voor: wellicht

dat die een boel associaties van

andere termen helder maakt, en

tegelijk de aandacht weet te richten

op de dynamische kant van het

begrip. LF1, LF1, het went heus

wel. Voor de goede orde: LF1 is een

polaire kracht, met een vector ‘naar

buiten’(yang/mannelijk) en eentje

‘naar binnen’ (yin, vrouwelijk).

Deze polariteit kan zich in mensen

in verschillende gradaties uiten,

maar de meesten onder ons hebben

een gezonde portie van beide in

zich. Dan is er nog het punt van

wat we onder een organisatie

verstaan: gelukkig minder ingewikkeld,

maar in ieder geval hoort er

iets in van een samenwerking, een

doel, een oorsprong en einde, en

een krachtenveld –uiteraard alles

naar analogie van de oerganisatie:

de familie.

- 40 -

1 wat drijft een organisatie?

Zoals een familie tot doel heeft

zichzelf in stand te houden

temidden van andere families

(en soms ten koste daarvan) zo

is een organisatie óók in eerste

instantie gericht op het zichzelf

in stand houden –het individu

met zijn beperkte mogelijkheden

wordt boven zichzelf uitgetild ten

behoeve van iets groters.

In het begin van het leven van een

organisatie is er echter ook sprake

van een specifi ek doel, iets naar

buiten gekeerds, een yang-moment

of in heelaltermen een ‘small Big

Bang’. LF1 werkt dus vanaf het

begin aan het creëren en verder

uitbouwen van dat nieuwe samengestelde

element, wat we organisatie

of systeem kunnen noemen.

2 cultuur en schaamte

Maar zo eenvoudig blijft het helaas

niet: zodra mensen samenkomen

om iets te doen, treedt LF1 in

werking. Wie vind je aardig, wie

afstotelijk? Met wie zou je graag

dichter in contact komen, ook


uiten de werkvloer? Wie zie je als

rivaal of juist als partner? Welke

gevoelens krijg je bij het contact

met anderen, welke daarvan

‘kunnen’ wel en niet? Hoe ver ga

je in het contact: hoe dicht laat

je iemand naderen in je persoonlijke

ruimte, durf je oogcontact

aan, wat voor intonatie leg je in je

stem, neem je de vrijheid van een

aanraking, enzovoort? LF1 bepaalt

het allemaal, al zijn we ons dat

vaak niet meer bewust. De vraag is

of dat kwaad kan, of anders gezegd:

wat wordt er gediend met het

buiten beeld houden van LF1?

Hier komt de tegenkracht van LF1

om de hoek kijken, die je schaamte

zou kunnen noemen. Op de keper

beschouwd is dat geheel van regels

die de schaamte gebruikt om LF1

te reguleren binnen het geheel van

een organisatie datgene wat we

‘cultuur’ noemen.

3 Maslow revisited

Maar is niet de drang naar macht,

geld, kortom ‘wie-krijgt-het-meestte-eten’

een veel belangrijker

ordenend principe dan zoiets

triviaals als wie zich het meest

voortplant (want daar draait LF1

uiteindelijk op uit)? De behoeftepyramide

van Maslow laat hier

naar mijn smaak een aspect van

het menselijk bestaan teveel buiten

beschouwing, namelijk het feit dat

wij in eerste instantie sociale dieren

zijn, het systemisch samengevoegd

zijn tot een groter geheel van soortgenoten

zit zodanig in onze genen,

dat de strijd om eten (het individu)

daarbij vergeleken zeker niet

voorop staat. Onze voor primaten

uitzonderlijk lange periode van

onzelfstandigheid draagt daar aan

bij: wij móeten wel samenwerken,

anders zouden we de puberteit niet

eens halen.

Terug naar organisaties: wat

betekent dit inzicht voor het

reilen en zeilen op de werkvloer?

De interactie met medemensen

is wellicht op het eerste gezicht

gebaseerd op het verdelen van

macht en geld om het ‘doel’ te

bereiken – maar als je wat dieper

kijkt is het juist LF1 die de boel

bijelkaar houdt, en tot werkelijke

vooruitgang leidt. Zoals de oude

Plato al schrijft in het Symposium:

juist voor een geliefde willen

strijders zich dapper tonen, en

schamen ze zich voor laf gedrag.

Dat het bij de Grieken vooral om

liefde tussen mannen onderling

ging, is eigenlijk niet zo van belang

voor de moraal van dit verhaal:

ieder mens heeft immers beide

kanten in zich. Ook worden in de

meeste organisaties geen daadwerkelijke

slachtpartijen gehouden,

maar de onderliggende gevoelens

en bedoelingen kunnen daar wel

dicht bij liggen. Wie beseft nog dat

de E in CEO staat voor executie,

afslachting?

4 De volwassen organisatie:

tussen groen en grijs

Een trend die in alle sectoren

van de huidige maatschappij

waarneembaar is, is de roep om

innovatie. Wat men meestal bedoelt

is dat de doelen van de organisatie

beter moeten aansluiten bij de

veranderde realiteit: er moet een

betere gerichtheid naar buiten

komen, zonder dat de organisatie

daaraan ten onder gaat. En dat

kan naar mijn mening alleen als

binnen de organisatie als geheel,

en in elke medewerker zelf, recht

wordt gedaan aan die creatieve

impuls die we hierboven hebben

leren kennen als LF1. Dat daar vaak

een rem op staat door onze ‘cultuur’

is aanleiding om eens te kijken

waar die rem nog niet of niet meer

bestaat. Dat weten we eigenlijk wel:

kinderen kunnen nog onbevangen

genieten van en ontdekken in alles

wat wij volwassenen zo moeizaam

benoemen. Kinderen zijn ook bij

uitstek vernieuwers, van hun eigen

wereldbeeld, van hun lichaamsgevoel,

en hebben dat gezonde

evenwicht tussen naar buiten

gericht zijn en voor zichzelf zorgen.

Een echt volwassen organisatie

doet er dus goed aan voldoende

kinder-achtigheid te incorporeren.

- 41 -

Hoe dat kan? Vanuit systemisch

perspectief gezien door evenzeer

een tegenwicht te bieden in de

vorm van ‘grootouders-aan-de-top’:

mensen voor wie LF1 iets natuurlijks

en moois is, waar ze zelf echter

onbevangen tegenover staan, en die

ze kunnen stimuleren in anderen.

Voor een organisatie betekent dat

dus een management dat niet bezig

is met leiderschap, maar gericht is

op ‘verleiderschap’.

5 Een nieuwe bril

Het is even wennen om LF1 te

zien als ‘de’ ordenende kracht

binnen organisaties. Het is ook

spannend, omdat de grenzen van

een cultuur opzoeken noodzakelijkerwijs

risico’s met zich brengt.

Aan de andere kant is het ook een

bevrijding om niet meer te hoeven

wegkijken van iets waar wij allen

onze oorsprong aan te danken

hebben. Dat herwonnen 360 graden

perspectief geeft prikkels en ruimte

voor het vinden van de juiste

richting bij elke stap die een organisatie

heeft te zetten in een onzekere

omgeving. Bij het overwinnen van

culturele schaamte kunnen wij

leren van kinderen en ouden, om

LF1 optimaal in te zetten voor de

groei en bloei van onze organisatie.

En als we dan toch op zoek

zijn naar een woord daarvoor, dan

wellicht orgasmisatie?

Dr C.C. Tilanus

Tjasker Consult

cctilanus@hotmail.com


Systemisch werken binnen

Plattelandsontwikkeling

Petra van de Kop

Dat systemisch werken ook binnen Plattelandsontwikkeling heel bruikbaar kan

zijn ontdekte ik het afgelopen jaar. In december 2011 bracht een deelnemer

van het Stedennetwerk Stadslandbouw, dat ik begeleid, zijn vraag in bij de

Workshop Theory U en Social Presencing Theatre die Jan Jacob en Arawana

Hayashi toen begeleidden. Het idee was om eens op een andere manier naar

zijn vragen te kijken. Dit leverde hem zoveel inzicht op, dat ik besloot om bij

Hatching the Eggs verder te onderzoeken hoe ik systemisch werk verder toe

kan passen binnen plattelandsontwikkeling. (Hatching the Eggs was de internationale

broedplaats in september 2012, waar mensen uit 17 verschillende

landen hun ‘broedsels’ in cocreatie met de deelnemers verder lieten ontwikkelen.

In 2014 weer..)

Systemisch bekeken: de rol van

veranderaar

In mijn werk rond duurzaamheid

heb ik veel te maken met mensen

die dingen willen veranderen,

dingen willen verbeteren. Hoe

maak je bijvoorbeeld de lokale

overheid, waar je zelf voor werkt,

bewust van de werkelijke problematiek

die speelt rond bijvoorbeeld

voedsel of plattelandsontwikkeling?

Of hoe krijg je betrokken

partijen zover dat ze buiten de

bestaande kaders gaan denken?

Beleidsmedewerkers duurzaamheid

willen dingen veranderen.

Dat hoort bij hun functie. Ze zijn

op zoek naar verbetering, ze zien

soms al wat de toekomst die op ons

afkomt van ons vraagt. Ze zijn de

troepen vaak vooruit en daarmee

soms al trouw aan iets nieuws. Ik

zie in mijn werk dat ze vaak op

zoek zijn, als mens vanuit hun

eigen passie, of levensopdracht.

Maar vanuit hun functie zijn ze

deel van het organisatiesysteem.

De ambtenarij bijvoorbeeld. En

dat levert spanning. Want binnen

dat systeem is nog niet iedereen

zover. Daar zijn mensen vaak trouw

aan vertrouwde, aan het oude, aan

dingen die ooit goed of belangrijk

waren voor de organisatie. Het

gevaar bestaat dat dat veleden on-

voldoende gezien en erkend wordt.

Dan kan er een kloof ontstaan

tussen de vernieuwers die op de

toekomst zijn gericht en medewerkers

of afdelingen die geïdentifi -

ceerd raken met wat verloren dreigt

te gaan.

Mijn broedsels: systemen willen

hun bestemming bereiken

Tijdens Hatching the Eggs heb ik

met Jan Jacob Stam onderzocht in

hoeverre systemisch werken kan

bijdragen aan plattelandsontwikkeling.

We hebben met twee vragen

gewerkt. Eén vraag van ambtenaar

die werkt en woont in een plattelandsgebied

in Nederland. En een

vraag op een wat hoger aggregatieniveau:

over plattelandsontwikkeling

in Nederland.

De inbrenger van de eerste vraag

worstelde hoe zij het top-down

ambtelijke gebiedsproces en een

meer persoonlijk bottum-up gebiedsproces

bij elkaar kon brengen.

Binnen één opstelling werden twee

velden opgesteld: het persoonlijke

veld van de inbrenger in het gebied

en het ambtelijke veld dat actief is

in het gebied. En in beide velden

werd een ‘deel van de inbrenger’

opgesteld: haar persoonlijke deel

en haar ambtelijke deel. Er bleek

weinig verbinding tussen deze

- 42 -

velden. Opmerkelijk was dat het

plaatsen van de historie van het

waterschap verandering bracht.

Nadat deze historie in de opstelling

kwam, en gezien en erkend

werd, ontstond er verbinding

tussen deze twee velden. Een week

na de opstelling hoorde ik van de

inbrenger dat de maandag na de

opstelling het waterschap in een

vergadering met de gemeente had

gepleit voor om ruimte te geven

aan het bottom-up gebiedsproces.

Ze besloten dit proces te starten en

de diverse betrokken gemeenten

wilden er zelfs in deelnemen.

Bijzonder: het waterschap vormde

ook nu de verbinding. Het waterschap,

het bestaansrecht van plattelandsgebieden,

met als kernfunctie

verbinden. Deze opstelling lijkt

iets te laten zien over het vierde

systemische principe dat Jan Jacob

Stam onlangs in zijn nieuwe boek

‘Vleugels voor verandering’ introduceerde,

namelijk: ‘systemen

willen hun bestemming bereiken’.

Binnen gebiedsorganisaties zou dit

wel eens heel erg relevant kunnen

zijn! De rol van het waterschap

leek te gaan over de scheppende

kracht, de bestemming om iets te

bewerken binnen dit gebied. Alsof

het persoonlijke bestemmingen

verbond op systeemniveau. Er leek

een verschuiving te ontstaan van

veranderen in afstemming met de

wil, naar verschuiven in afstemming

met wat de bestemming van

het gebied vraagt.

Mijn broedsels:

maatschappelijke opstellingen

De tweede opstelling ging over plattelandsontwikkeling

in Nederland.

Het was eigenlijk een soort een

maatschappelijke opstelling rond

de vraag van de inbrenger. Het


was mooi om te zien hoe Jan Jacob

daar eerst een dragende setting

voor maakte. Binnen de kring van

deelnemers ging hij de deelnemers

uit de verschillende landen

langs met de vraag: hebben jullie

ook een nationaal plattelandsnetwerk?

En zo hoorden we dat

er in Engeland, België, Spanje,

Duitsland, Noorwegen, Finland,

Frankrijk, Australië allemaal

gelijksoortige netwerken zijn. Dit

rondje bracht energie op de vraag.

Nadat vervolgens de ‘local area’ en

‘Brussel’ waren opgesteld, meldden

de aanwezigen zich spontaan als

representanten. Iemand was het

water dat verbinding vormt en iets

te brengen heeft. En anderen de

natuur, de kinderen, de gemeenschappelijke

grond, de angst, de

Aboriginals, de voorouders, het

milieu. Bijzonder was dat iedereen

in de zaal deel uit maakte van het

vraagstuk. Niet alleen gaf deze

Coachen met paarden

Het systemisch perspectief

Ruud Knaapen

Uitgeverij Boom Nelissen nieuwe inzichten en oplossingen

Paardencoaching is een van de

meest directe manieren van

coaching. Het leidt in korte tijd

naar de essentie van iemands

coachvraag.

Bij coachen met paarden vindt

er een ontmoeting plaats tussen

mens en paard. De inzet van het

paard biedt een extra perspectief

op vraagstukken doordat paarden

instinctief reageren op wat er is

in het hier en nu, maar vooral ook

op wat ontbreekt. Paarden houden

geen rekening met de probleemdefi

nitie van de cliënt en ook niet met

de competenties van de begeleider.

Ze maken geen analyse van wat

zich aan hen voordoet; ze reageren

erop met hun hele fysiek. Dit levert

opstelling de inbrenger inzicht

op de vraag: wie ben ik en wat is

mijn rol in dit geheel. Verschillende

mensen kwamen de volgende

dag naar mij toe, dat hun ervaring

als representant zoveel met hen

had gedaan. Dat ze in die rol iets

hadden gevoeld over de ‘emerging

future’, de mogelijke toekomst die

op ons afkomt. Een bijzondere

gemeenschappelijke ervaring in het

U proces!

En wat zich aan het ontvouwen

is

Beide opstellingen hebben mij

inzicht gegeven in hoe ik systemisch

werk binnen plattelandsontwikkeling

kan toepassen en verder

kan ontwikkelen. Eigenlijk werkt

het niet anders dan in organisaties.

Alleen is de context soms

complexer: er zijn meer partijen,

organisaties met soms verschillende

belangen in een gebied. Er

op voor coach en coachee.

Coachen met paarden beschrijft

wat paardencoaching is en hoe het

werkt, wat paarden geschikt maakt

om te coachen en wat het van de

coach vraagt. Het systemisch perspectief

vormt hierbij het uitgangspunt.

De vele voorbeelden brengen

dit nieuwe vakgebied tot leven.

Dit boek is geschreven voor

iedereen die meer wil weten over

deze bijzondere vorm van coaching,

zowel coaches als coachees. Het

is ook geschikt voor coachopleidingen.

Ruud Knaapen is een van de

grondleggers van paardencoaching

in Nederland en grondlegger van

systemische coaching met paarden.

Hij is oprichter van Bureau Wind

en begeleidt als consultant en coach

- 43 -

zijn verschillende systemen die

door elkaar spelen. Zoals het persoonlijke

systeem en het ambtelijke

systeem in de eerste opstelling liet

zien. Daarnaast lijken een aantal

thema’s en dynamieken zich vaker

voor te doen binnen plattelandsontwikkeling.

De kern van systemisch

werken is voor mij om de

wereld te nemen zoals die is. Het

lijkt alsof het erkennen hiervan en

het loslaten van de overtuiging dat

de wereld niet in orde is zoals die

is, al beweging geeft! Want door

te willen veranderen bestaat het

gevaar dat je een deel buitensluit,

dat je dat deel het bestaansrecht in

de samenleving ontzegt.

KOP Coaching & Ontwikkeling

www.kopcoaching.nu

zowel individuen als teams bij veranderingstrajecten

in het bedrijfsleven

en het onderwijs.

www.paardencoaching.net

an

jd

COACHEN MET PAARDEN

Ruud Knaapen

Coachen

paarden

met

150

Ruud Knaapen

HET SYSTEMISCH PERSPECTIEF


Opleidingen bij het

Bert Hellinger Instituut

Bij het Bert Hellinger Instituut gaan opleidingen, nieuwe ontwikkelingen, verdieping, exploratie van toepassingsmogelijkheden

en uitwisseling hand in hand. Opleidingen vormen een enorm goede basis om je het gedachtegoed van systemisch

werk en de daarbij behorende methodes, zoals opstellingen eigen te maken. Daarnaast ondersteunen opleidingen

dikwijls de deelnemers in hun persoonlijke proces van groei en ontwikkeling.

Het systemisch werk ontwikkelt zich nog steeds in hoog tempo en wordt steeds breder toegankelijk. Workshops van

gastdocenten, aanvullende opleidingen en verdiepingsopleidingen zijn goede manieren om in contact te blijven met de

verdiepingen, verbredingen en nieuwe inzichten in binnen- en buitenland die zich voortdurend aandienen. Voor mensen

die langer geleden een (basis-) opleiding hebben gevolgd biedt een verdiepingsopleiding een goede ‘update’.

Routeplan opleidingen

Basis Aanvullend Verdieping

The Seed and

the fruit

Train the Trainer

Masteropleiding

organisatieopstellingen

Organisatieopstellingen

voor

Familieopstellers

Opleiding

Familie

Opstellingen

Familieopstellingen

Professional

verdiepingsopleiding

Familieopstellingen

voor

Organisatieopstellers

Opleiding

Systeem Dynamiek in

Organisaties

Opleiding

Ziekte en

Gezondheid

Systemisch

Coachen voor

Opstellers

International Training

System Dynamics in

Organisations

Advanced

System Dynamics

in Organisations

Opleiding

Systemische

Pedagogiek

- 44 -

Opleiding

Systemisch

Coachen

Opleiding

Systemisch

Interveniëren

International training

Problems are

solutions

Basisopleidingen

Basisopleidingen zijn complete, afgeronde opleidingen waarna je het systemisch werk of opstellingen kunt

toepassen in je werk.

Basisopleiding Systemisch Werk

met Familieopstellingen

levert een gedegen opleiding voor

de beginselen van het begeleiden

van Familieopstellingen en de Systemische

houding en waarneming.

Systeemdynamiek in Organisaties

De opleiding is een basisopleiding

voor zowel mensen die organisatie

opstellingen willen leren begeleiden

als voor diegenen die het

systemisch gedachtegoed willen

gebruiken bij hun werk met of in

organisaties.

Internationale opleiding System

Dynamics in Organizations

Deze Engelstalige versie van de

opleiding Systeemdynamiek in Organisaties

wordt gegeven door Jan

Jacob Stam, Bibi Schreuder en

gastdocenten in drie blokken van

vijf dagen. De veelheid van nationaliteiten

en achtergronden geeft

aan deze opleiding een bijzondere

intensiteit, vrolijkheid en glans.

Organisatie vraagstukken en maatschappelijke

vraagstukken raken

elkaar in deze opleiding.

Maart-oktober 2014

Opleiding Systemische Pedagogiek.

Bibi Schreuder met gastdocente

Jane James (England) de kunst van

het dagelijks systemisch werken..

Een opleiding systemisch denken

en handelen zonder opstellingen,

gericht op het werk in en om

onderwijs en kinderopvang. Vernieuwend

en intens. Vier blokken

van twee dagen met na een half

jaar een follow-up dag. Het blok

met Jane is de voertaal Engels,

Opleiding

vitale teams

(met vertaling waar nodig), verder

is de opleiding in het Nederlands.

Oktober 2013-maart 2014.

Opleiding Systemisch Coachen

Deze achtdaagse opleiding is

bedoeld voor coaches die hun

arsenaal willen uitbreiden. Alle

aspecten van systemisch werk in

gespreksvorm (zonder voorwerpen

of representanten) worden eigen

gemaakt: de principes, de houding,

de vaardigheden en het creëren van

een holding space. Het geleerde

kan meteen toegepast worden

in de eigen praktijk. Het is niet

nodig van te voren een opleiding

voor systemisch werk afgerond te

hebben.


Opleiding systemisch interveniëren

Met systemisch interveniëren

onderzoek je, zonder een opstelling,

hoe het komt dat een organisatie(-

onderdeel) niet in zijn volle

kracht lijkt te zijn. Je brengt een

beweging op gang waardoor de

organisatie terugkomt in zijn eigen

sterkte en veerkracht waardoor de

energie in het gehele systeem weer

gaat stromen. In deze zesdaagse

opleiding leer je organisatievraagstukken

benaderen vanuit

de systemisch-fenomenologische

basishouding en te handelen vanuit

de grondprincipes van systemisch

werken. Een verrijkende opleiding

voor adviseurs, coaches, (interim)

managers; geen (voor) kennis over

systemisch werken of opstellingen

nodig.

Nieuw!

Problems are solutions

Internationale opleiding systemisch

interveniëren. Wereldwijd

is er belangstelling voor de vraag

hoe je de systemische manier

van kijken kunt toepassen in de

adviespraktijk. De daarvoor ontwikkelde

opleiding ‘systemisch interveniëren’

hebben we inmiddels

al gegeven in Nederland, Spanje,

Mexico en Brazilië. In 2013 gaan

we naast de Nederlandse opleiding

(drie maal twee dagen, start in

april) ook een internationale

opleiding verzorgen in het Bert

Hellingerinstituut (twee maal drie

dagen, start in september). De

voertaal is Engels; deelnemers uit

Nederland en allerlei andere landen

zijn welkom. Spreekt het je aan om

vanuit verschillende nationale en

culturele perspectieven naar organi-

- 45 -

saties te kijken en met mensen van

verschillende nationaliteiten samen

te leren, kijk dan op de site voor

meer informatie. Opleiders: Siebke

Kaat en Anton de Kroon. Voertaal:

Engels.

Nieuw!

Opleiding Vitale teams

Onder de titel ‘Vitale teams’ geven

we een opleiding (in het midden

van het land) speciaal voor leidinggevenden.

We richten ons op

team- en afdelingsleiders, die direct

leiding geven aan teams. Het

betreft een bijzonder en nieuw

programma, helemaal gericht

op systemisch leidinggeven aan

teams. Zie elders in dit magazine

en op de site voor meer informatie.

Opleiders: Siebke Kaat en Anton de

Kroon

Aanvullende Opleidingen

Aanvullende, korte opleidingen hebben ten doel om je bekwamen in een aanpalend vakgebied als waar je je basisopleiding

in hebt voltooid.

Organisatieopstellingen voor

Familieopstellers

De opleiding is een korte opleiding

voor familieopstellers die een

familie opstellingen basisopleiding

voltooid hebben,die zich ook willen

bekwamen in Systemisch werk in

organisaties en Organisatieopstellingen.

Familieopstellingen voor

organisatieopstellers

De opleiding is een vijfdaagse

opleiding voor organisatieopstellers

die een organisatie opstellingen

basisopleiding voltooid hebben, die

willen leren patronen vanuit een

familiesysteem te herkennen en

familieopstellingen willen kunnen

begeleiden.

Systemisch Coachen (kort)

In drie dagen oefenen we in theorie

en praktijk intensief het proces

van systemisch coachen, waarbij

zich bij de cliënt een vergelijkbaar

proces inzet als bij een opstelling.

Voor opstellers die een opstellingen

basisopleiding voltooid hebben en

het verbale systemisch coachen

onder de knie willen krijgen.

Verdiepingsopleidingen

Het doel van verdiepingsopleidingen is om je sterk en vertrouwd te voelen in het werken met opstellingen en systemisch

werk vanuit je eigen profi el. Vanuit de essentie van systemisch werk

Nieuw!

Familieopstellingen Professional

Een verdiepingsopleiding Familieopstellingen,

internationaal. Door

Guni Baxa, met ondersteuning

van Bibi Schreuder. Nieuw is om

komend jaar de vervolgopleidingen

voor familieopstellingen en

organisatieopstellingen vanaf 2013

apart aan te bieden. Voor nog meer

kwaliteit en essentie. In elk van

de drie blokken komen de innerlijke

houding van de begeleider,

methodiek en vormen van opstellingen,

en theorie in balans met

elkaar weer terug. Deze opleiding

van drie blokken van drie dagen

leidt niet alleen tot een ongeloofl ijke

fi ne-tuning van je sensitiviteit en

methodisch arsenaal, de opleiding

biedt ook de mogelijkheid tot

grotere en kleinere transformatieprocessen

bij jou als opsteller,

helper of therapeut.

Blok 1: Opstellingsmethodiek voor

gevorderden

Blok 2: De invloed van collectieve

maatschappelijke thema’s

en ervaringen

Blok 3: Spiritualiteit en transformatie

Guni is een begaafde opsteller,

therapeut en docent met enorme

ervaring. Bibi Schreuder helpt met

en bij het ‘vertalen’ van het aanbod

en geleerde, soms letterlijk, want de

voertaal in deze opleiding is Engels,


maar het mag geen beletsel vormen

als je Engels wel verstaat, maar

enigszins schoorvoetend spreekt.

Mei, september en november 2013

Nieuw!

Masteropleiding

Organisatieopstellingen

door Jan Jacob Stam.

‘Er zijn meer goede organisatieopstellers

nodig’ Het begeleiden van

opstellingen is naast een kunst

ook een vak. Afgelopen jaren werd

duidelijk dat opdrachtgevers in

bedrijven en organisaties dan ook

willen dat een opsteller zijn of haar

vak verstaat. Bovendien blijken veel

organisatievraagstukken ingebed

in maatschappelijke vraagstukken.

Dat betekent dat je als opsteller ook

daarmee om moet kunnen gaan.

De Masteropleiding Organisatieopstellingen

is een vakopleiding die

opleidt tot een gedegen opsteller

die:

- weet hoe je een goede setting

maakt voor een organisatie-opstelling.

- een goede opstelling kan

uitvoeren, ook in teams waarbinnen

verdeeldheid heerst

- een oog en taal heeft om de

meeste organisatie vraagstukken

vanuit een systemisch perspectief

te benaderen.

- systemisch kan interveniëren,

ook zonder gebruik te maken van

opstellingen.

- de essenties van het systemisch

fenomenologisch werk door en

door kent en kan toepassen.

- een houding en ethiek hanteert

waar de opdrachtgever en zijn of

haar organisatie op kan bouwen.

- weet waar systemisch fenomenologisch

werk thuis hoort in het

veld van systeemtheorieën die

toegepast worden in organisaties.

- op de hoogte is van de ‘state of the

art’, en meerdere vormen van opstellingen

kan toepassen, passend

bij de opdracht, de vraag en de

setting.

- weet hoe persoonlijke vraagstukken

te onderscheiden zijn van organisatievraagstukken

en hoe die

soms weer samenhangen met en

te onderscheiden zijn van maatschappelijke

vraagstukken.

De opleiding bestaat uit drie

blokken van drie dagen in juni,

begin oktober en november 2013

Verdiepings opleiding Opstellingen

met ziekten en symptomen

Door Stephan Hausner en Bibi

Schreuder.

Een internationale ‘fi ne-tune’opleiding

in drie blokken van drie dagen

om je systemische houding te

fi ne-tunen, het systemisch gedachtegoed

over ziekten en symptomen

eigen te maken en opstellingen

rond ziekte en gezondheid te leren

begeleiden. Voertaal Engels.

november 2013, februari 2014 en

juni 2014

The Seed and the Fruit

Train-the-trainer organisatie-opstellingen

Door Jan Jacob Stam

‘Een goede opsteller maakt nog geen

goede opleider’.

Het mag inmiddels bekend zijn,

het Bert Hellinger Instituut werkt

in meer landen dan in Nederland.

Welgeteld hebben we op dit

moment in 23 verschillende landen

gewerkt, en elk jaar komen daar

een paar bij. Meestal gaat het om

het geven van opleidingen of delen

van opleidingen. Ik vind het een

heel bijzondere manier om mensen

en samenlevingen te ontmoeten

via het werken met opstellingen. Je

bent al heel snel in contact met de

essentie van een land. Van huis uit

hebben we geen kolonisatiedrang.

Sterker nog, ik ben huiverig voor

neo-kolonialisme. Neem bijvoorbeeld

Brazilië. Ik kom daar al een

jaar of vijf regelmatig. Inmiddels

zijn daar vele goede familie- en

organisatieopstellers. Ze staan op

het punt om nu zelf opleidingen

in organisatie-opstellingen te gaan

geven. Voor mij het passende

moment om me terug te trekken.

‘Maar wat kan ik doen om hen nóg

- 46 -

meer toe te rusten?’, mijmerde het

zich door me heen. Het antwoord

vond zich in de vorm van het

aanbieden van een Train-the-Trainer

met de naam The Seed and the

Fruit.

Deze training vindt plaats in Costa

Rica, in twee maal zes dagen in

maart en oktober 2013. Ik geef de

training in het Engels, die wordt

vertaald in Spaans en Portugees.

Er is een maximum van 18 deelnemers.

We zitten in een mooi hotel

niet ver van de hoofdstad San José.

Op dit moment zijn er nog enkele

plaatsen over, dus als je geïnteresseerd

bent? Voor een compleet

programma en alle informatie over

toelatingscriteria en prijs, verwijs ik

je naar de website www.hellingerinstituut.nl,

ga naar de international

pages en je kunt de pdf van de

brochure downloaden.

Er zijn aanmelding uit Chili,

Argentinië, Mexico, Colombia,

Ecuador, Spanje, USA, Portugal en

de Baltische staten. De wereldwijde

vereniging voor organisatieopstellers

Infosyon, ondersteunt dit

project door onder andere een voor

Latijns Amerikanen en oost-Europeanen

zo belangrijke mogelijkheid

tot certifi cering te verbinden aan

deze opleiding.

Meer informatie en details van

het opleidingsprogramma op

de website van het Hellinger

Instituut


Workshops uitgelicht

In deze rubriek worden veel, maar niet alle workshops die het Hellinger Instituut aanbiedt, in hun volle omvang

uitgelicht. Voor een volledig overzicht kunt u kijken op de kalender op blz 53-55 Voor een volledige inhoud

verwijzen we naar de website. Voor vragen kun je ons altijd mailen of bellen.

Workshops familie opstellingen

met een thema

Workshop ‘zorgen om kinderen’

Bibi Schreuder, 1 februari 2013

“Ik wil zo graag dat het nu bij mij

stopt. Hoe kan ik er voor zorgen

dat de familiepatronen niet worden

doorgegeven aan mijn kinderen?”

Een workshop voor dappere ouders,

die zelf aan het werk willen gaan

om het systeem in hen compleet

te laten zijn. Deze workshop is ook

voor professionals die kinderen en/

of ouders begeleiden.

Workshop Ziekte en Gezondheid.

Bibi Schreuder, 11 en 12 februari

2013

Lichamelijke symptomen leiden in

de opstelling meestal naar vastgezette

patronen na trauma in het

systeem. Met de opstelling komt

de ontspanning via de client weer

in het systeem. We pretenderen

niet dat een opstelling een ziekte

geneest. Wel is het na een opstelling

vaak makkelijker leven met de

ziekte.

Partners in leven, partners in werk

Bibi Schreuder en Jan Jacob Stam

Zoeken we een partner die bij ons

past of vinden we onbewust

iemand met in de achtergrond

dezelfde dynamieken als die in

onze achtergrond spelen? Welke

patronen weerspiegelen in onze

relatie? Als we boos zijn, is het dan

onze eigen boosheid of is het de

boosheid die van een voorouder

die niet ge-uit kon worden? Hoe

kunnen we onze moeilijkheden

omzetten in een impuls om verder

te gaan, ook al zou dat kunnen

betekenen dat we scheiding onder

ogen moeten zien? Hoe sterk is

de liefde in de relatie en hoe sterk

is de ziel van de relatie? Voor

mensen, die vragen hebben over

relaties, over wat wel lukt en wat

niet lukt, in liefde, leven en werk.

Worstelen met ouders

Jan Jacob Stam, 10 december 2013

Mag ik nog een hekel hebben

aan mijn ouders? Waar wordt

die hekel nog meer door gevoed,

dan alleen dat ik niet weet hoe ik

met hen om moe(s)t gaan en dat

ze mij niet echt gezien hebben?

Ik kan het verleden niet veranderen,

maar toch....... Opstellingen

kunnen het verleden niet veranderen,

maar wel helpen om anders

naar dat verleden te kijken. Een

workshop voor wie worstelt met

een of beide ouders of hen domweg

nog een keer wil ontmoeten.

Eéndaagse workshops rond

pedagogische vragen

Workshop over Pesten

Bibi Schreuder, woensdag 20 maart

De diepere dynamiek achter pesten

stijgt uit boven de relatie tussen

pester en gepeste. Vanuit systemisch

perspectief hebben beiden

een functie, veelal in het grotere

systeem (klas, familie, sociale

context) om hen heen.

Het oordeelloos kunnen bekijken

van de dynamiek rond pesten

geeft ouders, opvoeders en leraren

een ander beeld, en daarmee ook

andere handelingsmogelijkheden.

Het zien van de onderliggende

dynamiek helpt betrokken ouders,

leraren en opvoeders om een

positie te vinden, die rust brengt en

allen ten goede komt. Vaak is het

pesten een symptoom, of zo je wilt,

- 47 -

een oplossing voor een systemisch

open eind. In deze workshop kijken

we aan de hand van ingebrachte

cases naar het grotere perspectief

van het pesten, en naar dat, wat er

mogelijk is.

Voor ouders van zowel pesters als

gepesten, voor leraren, ook voor

leraren die zelf gepest worden

of werden, voor kindercoaches,

opvoeders of schoolmanagers die

met dit thema te maken hebben.

Workshop Moeilijk gedrag: Hoe

kinderen hard werken

Bibi Schreuder, vrijdag 7 juni 2013

Het is lastig om ongewenst of

vervelend gedrag als positief te

zien. Toch kunnen we er systemisch

naar kijken met de vraag:

waar werkt dit gedrag, of de concentratiestoornis,

zo hard voor?

Welke richting wijst de aandoening

ons aan, waar we naar te kijken

hebben? wat is of was er ooit zo

moeilijk om te zien, te erkennen

dat het er ook bij hoort?

Hoe meer het gedrag/ symptomen/

aandoening het effect hebben dat

het kind wordt buitengesloten, des

te groter is de kans dat hier een

patroon herhaald wordt van buitensluiting.

Dus de vraag: 'wie mocht

er niet bijhoren, eerder in het

systeem?' kan aanwijzingen geven

naar waar we te kijken hebben. We

kunnen niet het verleden herstellen.

We kunnen echter wel de

feiten die gebeurd zijn, erkennen

zoals ze zijn. We kunnen ook

erkennen dat het -kennelijk- ééns

nodig was dat iemand of een

gebeurtenis werd buitengesloten.

Waarschijnlijk was het een goede

manier om verder te gaan met het

leven om een verschrikkelijke of


pijnlijke gebeurtenis te vergeten en

er nooit meer over te spreken. Of

om iemand te veroordelen, of slecht

te noemen, of nooit meer met hem

of haar te maken willen hebben.

Dankzij die overlevingsmanieren

van onze voorouders, leven wij..

Kinderen zijn gevoelig voor

systemen die niet compleet zijn.

Onbewust vullen zij de gaten in

het systeem op. Dit kan op allerlei

manieren gebeuren. En soms

gebeurt dat door wat wij vreemd

gedrag noemen. Of gedrag waar we

een label aan geven, zoals ADHD.

Systemisch gezien kan je zeggen

dat het 'vreemde gedrag' het kind

meehelpt om het systeem compleet,

of in orde te maken.

We kunnen met een opstelling

deze taak misschien iets verlichten,

door groter te kijken, en door in

ons eigen systeem dat wat buitengesloten

was en is, weer in ons hart

te sluiten. Dat betekent dus ook

dat wat wij tot nu toe als slecht

ervoeren, in ons hart sluiten..

Als dát ons lukt, kunnen we zien

hoe een kind hard werkt om aan te

wijzen waar wij volwassenen nog

naar te kijken hebben, en wat in

ons hart gesloten wil worden.

Met workshops rond een bepaald

thema maakt het niet zoveel uit wie

de opstelling doet: ieder kan haar of

zijn eigen verhaal mee laten lopen,

en representanten zullen merken

dat je je soms afvraagt of je nu representant

bent in de opstelling van

iemand anders of van jezelf. Neem

dat, wat je uit iedere opstelling kan

nemen als een cadeau, ook al weet

je nog niet welk, en laat de rest bij

degene die de opstelling inbracht..

Workshop Moeite met

concentreren, adhd, pddnos, etc.

Bibi Schreuder, vrijdag 29 november

2013

Op 28 en 29 Januari 2013 Geeft

Bibi Schreuder in samenwerking

met Odette de Theije een workshop

over adhd in Nijmegen.

op 4 en 5 Februari 2013 geeft

Bibi in samenwerking met Daan

Wierenga een workshop ‘moeite

met concentratie’ in Maastricht.

Zie aankondigingen op

www.hellingerinstituut.nl

Workshops organisatie

opstellingen met een thema

Workshop organisatieopstellingen,

met het thema "Horten en Stoten".

Jan Jacob Stam, ma 28 januari 2013

Een dip in je carrière, loopbaan of

je werk? Ben je wel beschikbaar

voor de arbeidsmarkt? Kunnen je

talenten wel stromen? Worstel je

met de richting in je carrière? Hoe

komt jou geplande of gedroomde

toekomst overeen met de Emerging

Future, de toekomst zoals die op je

af komt? Hoe kan ik mijn loopbaan

tot nu toe tot een vloeiende lijn

maken die aantrekkelijk is voor

werkgevers en klanten? Hoe

ontdek ik in welke richting de

energie van het vastgelopen zijn

weer wil stromen?

In deze workshop benaderen we

deze loopbaan- en keuzevragen

vanuit systemisch perspectief.

We houden een korte inleiding,

waarna we werken met cases van

deelnemers, veelal met behulp van

opstellingen. Er zijn ook enkele

oefeningen in kleinere groepen. Als

je een case wilt inbrengen, meldt

dat dan van te voren. Tijdens deze

ééndaagse workshop kan er in

ieder geval met de eerste zes cases

gewerkt worden, meer opstellingen

kan ik niet garanderen.

Deze workshop is tevens een sponsorworkshop.

De totale opbrengst

zal gaan naar mensen uit Latijns

Amerika en andere verre landen

of zwakke economieën om hun

deelname aan het congres Flying

the Kites in Amsterdam mogelijk te

maken.

Startende bedrijven

Jan Jacob Stam, 25 november 2013

Een bedrijf start met een idee, soms

een eigen idee, soms zonder het

- 48 -

te beseffen een idee van iemand

anders. Dan wordt het idee materie.

En na verloop van tijd ontstaat

vanuit de oprichting een organisatiesysteem.

Wat zijn, vanuit systemisch

perspectief, de voorwaarden

waaronder een bedrijf succesvol

kan starten en een plek in de samenleving

kan innemen. Beschouwingen,

cases, theorie en met veel

inzichten naar huis...... Voor zzp-ers

en andere startende ondernemers.

Familiebedrijven

16 december 2013

80% van de bedrijven in Nederland

zijn familiebedrijven. Sommigen

al vele generaties lang, sommigen

nieuw. Voor je het weet heb je

een familiebedrijf, bedoeld of

onbedoeld. Dat roept allerlei vragen

op: in welke mate moeten we het

familiesysteem gescheiden houden

van de organisatie? Hoe lossen we

confl icten in een familiebedrijf

op? Welk systeem heeft voorrang?

Hoe gaan we met opvolging om?

Het kan enorm verrijkend zijn

om vanuit systemisch perspectief

naar je familiebedrijf te kijken,

verbonden, en ook op afstand.

Cases, inleidingen over verschillende

aspecten van het familiebedrijf

en oefeningen vormen de

ingredienten voor het menu van

deze dag.

NB: Voor alle ééndaagse workshops

van Jan Jacob geldt: de eerste zes

deelnemers die van te voren melden

dat hij/zij een case wil inbrengen

komt aan de beurt.

Theorie U en Systemisch Werk

Jan Jacob Stam en Eva Beerends

9 en 10 september 2013

Theorie U (van Otto Scharmer)

gaat over transformatieprocessen.

Hele kleintjes en hele grote.

Op meerdere lagen: transformatieprocessen

in jou als persoon,

in je team of organisatie en in de

samenleving. We gaan al die lagen

verkennen, en je bent welkom de

vragen waar jij of je organisatie


mee worstelt mee te brengen.

Daarbij is Theorie U geen stappenplan,

maar we gaan de verschillende

fasen in het U-proces wel

ervaren. En vooral ook datgene,

dat nodig is om naar een volgende

fase te gaan. Om zo te komen

tot inzichten in de kiemen van

het nieuwe dat in de toekomst

verborgen ligt en dit te helpen waar

maken. We doen dat met een systemische

blik. Dat verrijkt Theorie U

enorm. Neem bijvoorbeeld de Voice

of Judgement, de oordelen die jou

of een organisatie weerhouden om

vanuit de toestand van 'Downloading'

naar de toestand van 'Open

Mind' te gaan. Als je een oordeel

hebt, kan dat voelen als je eigen

oordeel, maar vanuit systemisch perspectief

kun je meteen vragen: 'Wie

of welke groepen in de samenleving

probeer je een stem te geven in het

hebben van een oordeel?' Meestal

werkt dat onbewust. Als je op een

systemische manier naar oordelen

of weerstand kijkt, dan veranderen

oordelen opeens van 'lastige

elementen' in een veranderproces

naar 'belangrijke informatie' om tot

verandering te kunnen komen.

Systemisch Werk en Theorie U

vullen elkaar aan en stellen elkaar

kritische vragen waardoor beiden

verder groeien.

In deze workshop staan het doen

en ervaren centraal. Uiteraard

leggen we het U-proces van

Theorie U en de principes van Systemisch

Werk wel uit.

Deze workshop is voor mensen die

in een transformatieproces zitten

of daarmee te maken hebben, en

voor wie wil leren over Theorie U

en dat toe wil passen in haar of zijn

organisatie; of voor wie begaan is

met - of betrokken bij maatschappelijke

vraagstukken.We reiken een

syllabus met theorie en oefeningen

uit als naslagwerk.

Jan Jacob Stam werkt veel samen

met Arawana Hayashi, de collega

van Otto Scharmer van het Presencing

Institute, die de fasen van

Theorie U invoelbaar maakt. Jan

Jacob heeft ook intens met Otto

Scharmer geëxperimenteerd op

het vlak waar opstellingen en de U

elkaar ontmoeten. Hij is de auteur

van ‘Vleugels voor Verandering’.

Eva Beerends past zowel het systemisch

werk als Theorie U toe in

de veranderprocessen in teams en

organisaties waar ze als consultant

bij betrokken is. Ze is samen met

Esther de Haan auteur van een

praktisch boek: 'Organisatieontwikkeling

met Theorie U, hoe komen

we de bocht door?'

De Ondernemingsraad, systemisch

beschouwd

Organisatieopstellingen voor ondernemingsraden

Angelique Matthijssen en Christiaan

Groen, 29 januari 2013 22 november

2013

In deze workshops willen we

onderzoeken, aan de hand van opstellingen,

hoe datgene waar de OR

voor staat nog meer zijn bestemming

kan bereiken.

In 50+ organisaties, zeker in de

Nederlandse situatie, is de positie

en de rol van de ondernemingsraad

bepaald. Systemisch gezien is het

vaak interessant wat er wel of juist

niet gebeurt, juist ook vanuit en

door deze positie en rol. Hoe heeft

dat zijn effecten op alle lagen in

de organisatie? We kijken in deze

workshop vanuit het systemisch

perspectief naar de mogelijke bewegingen

die de OR wel of niet kan

(doen) maken.

Deze workshop is bedoeld voor

leden van ondernemingsraden en

andere medezeggenschapsorganen.

Het is mogelijk met meerdere leden

van een ondernemingsraad of als

voltallige OR te komen. Ook voor

trainers en adviseurs van ondernemingsraden

is dit een interessante

workshop. We zullen ingebrachte

casussen opstellen. Aan het eind

van de dag zullen er nieuwe

inzichten zijn voor de eigen ondernemingsraad

of over medezeggen-

- 49 -

schap in bredere zin.

Zie ook: ‘Wat beweegt ondernemingsraden’,

elders in dit blad.

Workshop Voorbij de schuld…

Jan Jacob Stam, Eva Beerends

en René de Haan, 27 en 28 mei,

Amsterdam.

René de Haan is een aantal jaren

geleden bewust uit de fi nanciële

branche gestapt. Nu heeft hij de

roep gevolgd om zich opnieuw

te verbinden met de wereld van

banken en fi nanciële dienstverlening

om een bijdrage te leveren

aan de ontwikkelingen in deze

turbulente branche.

Jan Jacob Stam, Eva Beerends

en René geven een workshop op

27 en 28 mei in het fi nanciële

hart Amsterdam voor mensen

die geïnteresseerd zijn in en een

bijdrage willen leveren aan transformatieprocessen

in de fi nanciële

wereld. We zullen dat doen met een

combinatie van systemisch werk,

opstellingen en theorie U.

Meer details verschijnen op de

website van het Hellinger Instituut.

2 verdiepingsworkshops

Exploreren en onderzoeken voorbij

de grenzen van het bestaande

18 en 19 april en 17 en 18 oktober

2013

Het systemisch werk is voortdurend

in ontwikkeling. En er is nog

veel meer te exploreren en onderzoeken.

Dat is wat we in deze cocreatie

workshops doen. Gezamenlijk

creëren we de holdingspace,

het veld en het proces. We werken

volledig vormvrij met wat zich

vanuit stilte aandient, zo het zich

aandient; en ervaren gezamenlijk

wat zich toont. Met deze werkwijze

gaan we voorbij de grenzen van

het bestaande systemisch werk, het

veld is leidend en sturend. Indringende

opstellingen met verrassende

ontwikkelingen en inzichten over

allerlei, vaak actuele, maatschappelijke

en universele, onderwerpen


zijn het gevolg.

In deze 2 daagse workshops

(2x) wordt louter gezamenlijk

onderzocht en geëxploreerd. Er

wordt geen theorie aangereikt.

De workshops zijn bedoeld voor

ervaren opstellers en iedereen die

de vervolgopleiding systemisch

werk afgerond heeft.

Gastvrouw voor deze workshop is

Sheila Lanting-Rodrigues Loopes.

Zij vervult de rol van “anker” en

legt de basis voor de holdingspace

die nodig is om grensoverschrijdend

te werken. Sheila is al

decennia lang werkzaam op het

terrein van mens- en organisatieontwikkeling

en is verslingerd aan

het systemisch werk. Haar grootste

passie in dit werk is het grensoverschrijdend

exploreren en de verwondering

over wat dat allemaal

brengt en toont.

Workshops met buitenlandse

gastdocenten

Worstelen met je familie

achtergrond masterclass-workshop

met Jakob Schneider,

16 en 17 maart 2013

Wat speelt er in je familieachtergrond,

waarmee je niet in het reine

kunt komen of dat je belast?

Jakob is er een meester in om

vraagstukken 'thuis te brengen'.

Of het nou om relatievragen gaat,

familiegeheimen, er sporen van

schuld door de familie heen lopen

of er sprake is van psychische

aandoeningen. Jakob werkt zorgvuldig

en precies. Met behulp van

de scripts waarmee je nu je leven

leeft, bijvoorbeeld aan de hand van

je favoriete sprookje, jeugdboek

of fi lm, wordt duidelijk waar die

scripts hun oorsprong vinden. En

meer dan dat, er ontstaan onder

Jakobs begeleiding heilzame

beelden die je relaties en de manier

waarop je in het leven staat kunnen

transformeren.

Deze workshop is tegelijkertijd

ook een masterclass voor opstellers.

Jakob legt na opstellingen heel

precies uit hoe hij zich invoelt in

het familiesysteem en welke sporen

hij volgt.

Jakob Schneider (1943) hoort tot

de eerste generatie opstellers na

Bert Hellinger. Hij schreef een boek

over het gebruik van sprookjes

bij opstellingen en een diepgaand

boek over de uitgangspunten van

familieopstellingen. Sinds vele

jaren is hij redacteur van het Duitse

tijdschrift over systeemopstellingen.

Hij heeft een jongensachtige

bescheiden humor.

Jakob Schneider spreekt Duits, de

workshop wordt vertaald in het

Nederlands.

Seminar Structuur opstellingen met

Matthias Varga von Kibéd en Insa

Sparrer

23, 24 en 25 april 2013 in

Amsterdam

Structuuropstellingen, ontwikkeld

door Insa Sparrer en Matthias

Varga von Kibed, zijn een waardevolle

benadering in het veld van

organisatieopstellingen.

Bij structuuropstellingen (SySt)

wordt meer gewerkt met de

structuur van een onderwerp of

vraag dan met de inhoud. Dit sluit

prachtig aan bij veel bedrijfs- en

organisatieontwikkelingsvraagstukken.

Programma

Insa en Matthias werken op een bijzondere

manier samen. Ze starten

met een introductie en zullen

verschillende opstellingsvormen

demonstreren en doorspekken dat

met veel theorie en humor..

Veel van deze vormen zijn goed

toepasbaar in organisatiecontext.

Er zullen diverse oefeningen en opdrachten

zijn, die individueel of in

kleine en grotere groepen worden

uitgevoerd. Deelnemers kunnen

eigen (organisatie) vraagstukken

inbrengen, hetzij als bedrijfseigenaar

of bijvoorbeeld als lid van

een managementteam, hetzij als

consultant.

Hieronder slechts en klein beetje

- 50 -

inhoud van dit seminar uit de

overvloed aan kennis die Insa en

Matthias graag delen:

- Transverbale grammatica als basis

voor structuuropstellingen.

Systemen hebben een soort universele

taal in zichzelf, duidelijk

horend bij de mensheid als volk

en als soort. Deze taal is op de een

of andere manier vergeten en toch

ook nog ‘onbewust-bewust’. In dit

seminar zullen we ons verbinden

met deze natuurlijke universele

taal en onderzoeken hoe het op een

productieve manier kan worden

toegepast in organisaties.

- De oplossingsgerichte aanpak als

kern van de structuuropstellingen

methode.

- SySt-Miniatures (mini-opstellingen)

als handige basis tools in

organisaties en daarbuiten. Deze

zakformaat structuuropstellingen

zijn een aantrekkelijke, makkelijk

te gebruiken toevoeging aan het

arsenaal van systemisch werk.

Voor wie?

Voor iedereen die systemisch

werkt, met opstellingen of zonder,

is kennisnemen van de theorie en

praktijk van structuuropstellingen

eigenlijk een ‘must’, ongeacht

of je van plan bent het te gaan

gebruiken in je werk of niet.

HR managers, bedrijfseigenaren

en consultants zullen veel nieuwe

inzichten krijgen en zullen worden

geïnspireerd door deze systemische

benadering van organisatieontwikkeling.

Zij kunnen ook hun organisatievragen

inbrengen.

Voor wie al bekend is met de structuuropstellingen:

zonder twijfel

zal dit een goede update zijn, die

nieuwe ontwikkelingen en verdieping

van het begrip en inzicht erin

zal opleveren.

Literatuur

Als je van tevoren een introductie

wilt hebben in de wereld van de

structuuropstellingen bevelen we

Insa’s boek “Miracle, Solution and

System” van Solutions Books UK,


voor.

Tijdens het seminar zullen veel,

heel veel fl ipovervellen worden

beschreven door Matthias. Wij

zullen van al deze fl ipovervellen

foto’s maken en aan de deelnemers

beschikbaar stellen.

Aantal deelnemers: maximum 80.

Locatie: Felix Meritis, Amsterdamcentrum

Keizersgracht 324, 1016 EZ

Amsterdam.

Voor locatie en routebeschrijving:

www.felix.meritis.nl

Verblijf: Het is een drukke week

in Amsterdam! Wij adviseren

vroeg een hotel of verblijfplaats te

regelen.

Dit driedaagse seminar is gepland

vlak voor het internationale

Flying the Kites congres, ook in

Amsterdam, op 26-28 april.

TRAUMA:TIME, SPACE and

FRACTALS met Anngwyn St. Just,

Ph.D.

30 en 31 mei 2013

In onverwerkt trauma, is het

verleden altijd aanwezig en de

ervaring van overweldigende

levensgebeurtenissen kan onze

perceptie van tijd en ruimte veranderen.

Een fractale visie op trauma

ziet onze individuele menselijke

ervaringen, relaties en families als

een integraal onderdeel van een

veel groter geheel, dat de natuur,

cultuur en historische context

omvat. We leven in een fractaal

Universum en de tijd zelf is een

fractaal fenomeen. Hoe laat is het

eigenlijk ... in ons leven, familie,

carrière, cultuur, land en op de

planeet?

Deze workshop onderzoekt de

rol van lineaire en niet-lineaire

tijd en de perceptie van tijd in

het begrijpen van de oorzaken,

ervaring en heling van individueel-,

familie- en sociaal- trauma.

De workshop is geschikt voor

iedereen met interesse in persoonlijk

en sociaal trauma. De hoofd doelstelling

is scholing, geen therapie

en zeker geen groepstherapie.

Anngwyn is een heel speciale oude

dame die ongelofelijk veel weet

van de wereldgeschiedenis, die ze

verbindt met wat de opstellingen

laten zien. Angwynn St. Just, Ph.D.,

is een systemisch gerichte sociaal

traumatoloog, gepromoveerd aan

The Western Institute for Social

Research en de University of California,

Berkeley, USA. Ze is ook

cultuurhistoricus, psychotherapeut

en leraar somatiek, gespecialiseerd

in het ontwikkelen van gemakkelijk

overdraagbare cross culturele

methoden voor trauma, educatie en

herstel.

Meer dan 25 jaar werkte ze samen

met Peter Levine.

Angwynn St. Just heeft vaak in

Noord en Zuid Amerika, Europa en

Rusland onderwezen in vernieuwende

methoden om individueel

en sociaal trauma te helen.

Ze heeft talloze artikelen geschreven.

Haar nieuwste boek is

‘Trauma:Time,Space and Fractals’.

Workshop met Carola Castillo

13 en 14 september 2013

Carola Castillo uit Venezuela komt

weer. Ze beweegt energieën. Ze is

een heler, sjamaan en opsteller. Ze

gaat niets uit de weg, vooral niet

de waarheid, ook al is die nooit

eerder in een systeem hardop uit-

- 51 -

gesproken. Met haar multi-etnische

achtergrond geeft ze het gedachtegoed

van Hellinger een eigen

kleur en meedogenloze warmte. Ze

werkt met dat wat in ons binnenste

schreeuwt, maar niet gehoord

wordt. Carola werkt gegarandeerd

op het scherp van de snede.

Purpose is … Ambition, animus,

aspiration, big idea, bourn, calculation,

design, desire, destination,

determination, direction, dream,

drift, end, expectation, function,

goal, hope, idea,intendment, intent,

mecca, mission, object,objective,

plan, point, premeditation,

principle, project, proposal, proposition,

prospect, reason, resolve,

scheme, scope, target, ulterior

motive, view, whatfor, where one's

headed, whole idea, why and

wherefore, whyfor, will, wish.

It is transmission what is wrap

inside words. It is connection when

we use the body. It is awareness

when we establish the resources

inside our families and history.

It is the “spirit” the glue of your

purpose in words, body, family, and

on earth; life itself.

Carola Castillo

“Ancestral Quantum Medicine”

www.carolacastillo.com

voertaal Engels.


Nationale en internationale Evenementen

Bert Hellinger

Bert (87 jaar) is weer in goede doen,

na een periode van ziekte vorig

jaar. Hij reist weer, geeft seminars

en internationale opleidingsweken

in zijn thuisbasis Bad Reichenhal,

samen met zijn vrouw Maria

Sophie. Wie hem mee wil maken

en aan het werk wil zien, kan het

beste naar www.hellinger.com

reizen en speuren waar je hem aan

het werk kan zien.

Internationaal Congres:

Flying the Kites

De volgende stap

Wereldcongres voor mensen die

systemisch werk willen inzetten

voor organisatie- en maatschappelijke

ontwikkeling.

Amsterdam 26-28 april 2013. De

Rode Hoed

Twee Focuspoints in dit congres:

Systemisch werk voor Organisatie-

en maatschappelijke ontwikkeling,

én een kritische zelfrefl ectie van

het domein van systemisch werk.

Systemisch werk voor Organisatie-

en maatschappelijke ontwikkeling

We weten nu langzamerhand wel

genoeg van hoe we opstellingen

op een behoorlijke manier kunnen

uitvoeren. Dit congres gaat niet

zozeer over de methode, maar over

de vraag waar we organisatieopstellingen

en opstellingen rond

maatschappelijke vraagstukken nu

werkelijk voor in gaan zetten. Er

komen workshops en opstellingen

over bijvoorbeeld:

- Hoe kun je de intelligentie van

een stad met behulp van systemisch

werk mobiliseren (Diana

Claire Douglas en Mary Hamilton,

Canada)

- Hoe kun je met behulp van

opstellingen werken in corrupte

overheden (Ingala Robl, Mexico)

- Opstellingen ingezet bij de

recherche om aanwijzingen te

vinden voor vastgelopen onderzoeken.

(Claes-Berend van der

Kolk, Nederland)

- Wat is de systemische positie van

merken in het hele stelsel van

identiteit en strategieontwikkeling

van bedrijven en landen (Ulrich

Cremer, Duitsland)

- Systemisch werk als hulp bij gezondheidsmanagement

in organisaties

(Jürgen Reichert, Duitsland)

- Systemisch werk als middel voor

meer bewustzijn en verantwoordelijkheid

in economische oplossingen

en de fi nanciele branche

(Njezna en Vlado Illich, Servie)

- Systemische ordeningen voor het

lokaal succes van multinationals,

het achten van de locale cultuur.

Tao Wang, Peking

En nog 20 andere onderwerpen…..

De workshops zullen langer zijn

dan gebruikelijk (3uur) om na een

intense inleiding, presentatie en

demonstratie met de workshopdeelnemers

in een sfeer van co-creatie

het onderwerp nog een stap verder

te brengen.

Kritische zelfrefl ectie

We doen iets helemaal verkeerd met

dit werk, maar wat?

Wat maakt dat het volle potentieel

van opstellingen en systemisch

werk, nog lang niet bereikt wordt?

Hebben we een taal gecreëerd, een

identiteit aangenomen, uitgangspunten

gehanteerd die het volle

vermogen begrenzen?

Na vijftien jaar organisatieopstellingen

en een jaar of vijf opstellingen

rond maatschappelijke

vragen wordt het hoog tijd ons

deze vraag te stellen. Dit gedeelte

van het congres wordt begeleid

door professor Hans Vermaak

en anderen, die opstellingen wel

kennen maar er niet ‘aan verslaafd’

zijn.

Aanmelding en veel meer informatie

op de international pages

van de site van het Bert Hellinger

Instituut.

€ 475, (€ 425 voor leden van

Infosyon, de internationale vereniging

van organisatieopstellers).

- 52 -

Maximaal 200 deelnemers.

Sponsor een bed

Mensen die in Amsterdam wonen,

een bed over hebben en het leuk

vinden een buitenlander gedurende

het congres te logeren te hebben,

nodigen we uit om dat te laten

weten aan het secretariaat van het

Hellingerinstituut. Op die manier

wordt het mogelijk voor mensen

die hoge reiskosten hebben of

weinig geld hebben om voor dit

congres naar Amsterdam te komen.

IOCTI – VI in Uruguay

De International Organization

Constellation Training Intensive

(IOCTI) begon in 2004 in Bergen,

Noord Holland. Daar verzamelden

zich 100 deelnemers uit 31 landen

voor een intensieve trainingsweek

organisatieopstellingen. Elke twee

jaar vindt deze IOCTI plaats. Twee

maal in Nederland, daarna twee

maal in Mexico, in 2012 in Spaans

Baskenland en van 2-9 november

2014 in Uruguay.

Dit bijzondere land Uruguay, waar

men in staat is geweest om voorbij

dader-slachtofferschap te groeien

na vele jaren militaire dictatuur,

is nu een oord waar je voelt dat er

een bijzondere vorm van vrede is.

Die is ingebed in een sterk sociale

samenleving. Laura Pastorini,

Cecilia Rado en Andrea Caribe zijn

de organisatoren van de volgende

IOCTI. Voor wie wil leren en

geïnteresseerd is in het ontmoeten

van vele opstellers in een Latijns-

Amerikaanse sfeer.

Connecting Fields Internationaal

congres systeemopstellingen

Kopenhagen.

In samenwerking met ISCA, de

overkoepelende internationale

organisatie van systeem-opstellingen

2-5 mei 2013,

www.connecting-fi elds.com


Kalender 2013

Alle opleidingen en workshops vinden plaats in de Zeven Linden te Groningen, het opleidingsinstituut

van het Bert Hellinger Instituut Nederland, tenzij anders vermeld.

Prijzen zijn inclusief koffi e/thee en lunches.

Basisopleidingen

Opleiding Familieopstellingen (16 dagen)

Opleiders: Bibi Schreuder, Angelique Matthijssen en Christine Blumenstein-Essen

Groep 23 7 mei 2013 t/m 10 januari 2014 € 3500,-

Opleiding Systeemdynamiek in Organisaties (15 dagen)

Opleiders: Jan Jacob Stam, Angelique Matthijssen en Bibi Schreuder

Groep 24 23 mei 2013 t/m 20 december 2013 € 3550,-

Opleiding Systemische Pedagogiek (9 dagen)

Opleiders: Bibi Schreuder en Jane James

Groep 7 5 oktober 2013 t/m 16 maart 2014 € 1475,-

Opleiding Systemisch Coachen (8 dagen)

Opleiders: Jan Jacob Stam, Bibi Schreuder en Angelique Matthijssen

Groep 6 24 juni 2013 t/m 5 november 2013 € 1475,-

Opleiding Systemisch Interveniëren (6 dagen)

Opleiders: Siebke Kaat en Anton de Kroon

Groep 3 15 april t/m 18 juni 2013 € 1450.-

Groep 5 6 februari t/m 25 april 2014

Opleiding Systemisch Interveniëren Internationaal (6 dagen)

Opleider: Siebke Kaat en Anton de Kroon

Groep 4 18 september t/m 13 december 2013 € 1450,-

Opleiding ’Vitale teams‘ (5 dagen)

Opleider: Siebke Kaat, Anton de Kroon

Groep 1 18 april t/m 9 oktober 2013 (locatie nog te bepalen in midden Nederland) € 2450.-

Aanvullende opleidingen

Familieopstellingen voor organisatieopstellers (5 dagen)

Opleiders: Bibi Schreuder en Angelique Matthijssen

Groep 6 9 oktober t/m 12 november 2013 € 1050,-

Organisatieopstellingen voor familieopstellers (4 dagen)

Opleiders: Angelique Matthijssen en Jan Jacob Stam

Groep 8 4 december 2013 t/m januari 2014 € 1050,-

Systemisch Coachen voor opgeleide opstellers (3 dagen)

Opleider: Bibi Schreuder

Groep 5 3 t/m 5 juni 2013 € 550,-

- 53 -


Kalender 2013

Verdiepingsopleidingen

Familieopstellingen professional (9 dagen)

Opleiders: Guni Baxa en Bibi Schreuder

Groep 1 27 mei 2013 t/m 8 november 2013 € 2100,-

Masteropleiding organisatieopstellingen (9 dagen)

Opleider: Jan Jacob Stam

Groep 1 12 juni 2013 t/m 8 november 2013 € 2100,-

Opstellingen met ziekte en symptomen (9 dagen)

Opleiders: Stephan Hausner en Bibi Schreuder

Groep 3 19 november 2013 t/m 26 juni 2014 € 1900,-

Train the Trainer

‘The seed and the fruit’,

Internationale opleiding train the trainer organisatieopstellingen

opleider: Jan Jacob Stam.

Costa Rica blok1: 29 maart-3 april, blok 2: 24-29 oktober 2013.

Voertaal Engels met vertaling naar Spaans en Portugees.

€ 1550,- , € 85.- per dag (vol pension.)

Workshops

Workshops familieopstellingen zonder thema € 255.-

ma 14 en di 15 januari 2013 Angelique Matthijssen

ma 25 en di 26 februari 2013 Angelique Matthijssen

di 12 en wo 13 maart 2013 Bibi Schreuder

do 4 en vr 5 april 2013 Angelique Matthijssen

(pinkster)ma 20 en di 21 mei 2013 Elmer Hendrix

za 15 en zo 16 juni 2013 Elmer Hendrix

woe 3 en do 4 juli 2013 Angelique Matthijssen

di 27 en woe 28 augustus 2013 Angelique Matthijssen

ma 14 en di 15 oktober 2013 Bibi Schreuder

za 9 en zo 10 november 2013 Elmer Hendrix

ma 9 en di 10 december 2013 Angelique Matthijssen

Workshops familieopstellingen met thema

Ouderschap en zorgen om kinderen vr 1 februari 2013 Bibi Schreuder € 165.-

Ziekte en Gezondheid ma 11 en di 12 februari 2013 Bibi Schreuder € 255.-

Relaties in leven en werk wo 11 en do 12 september 2013 Bibi Schreuder en Jan Jacob Stam € 255.partners

betalen samen € 385.-

Worstelen met ouders di 10 december 2013 Jan Jacob Stam € 165.-

Workshops opstellingen rond pedagogische vragen

voor ouders, kindercoaches en mensen uit het onderwijs

Pesten wo 20 maart in 2013 Bibi Schreuder € 140.-

‘Moeilijk’ gedrag vr 7 juni 2013 Bibi Schreuder

Moeite met concentreren (adhd,

pddnos)

vr 29 november 2013 Bibi Schreuder

- 54 -


Kalender 2013

Workshops organisatieopstellingen

‘Horten en Stoten’ ma 28 januari 2013 Jan Jacob Stam € 185.-

Ondernemingsraden di 29 januari 2013 Angelique Matthijssen en

Christiaan Groen € 150,-

Familiebedrijven do 7 maart 2013 Jan Jacob Stam € 185,-

Koren en Kaf vr 8 maart 2013 Jan Jacob Stam € 185,-

Theorie U ma 9 en di 10 september 2013 Jan Jacob Stam en Eva Beerends € 375.-

Startende organisaties ma 25 november 2013 Jan Jacob Stam € 185.-

Geld ma16 december 2013 Jan Jacob Stam € 185.-

Ondernemingsraden vrij 22 november 2013 Angelique Matthijssen en

Christiaan Groen € 150.-

Verdiepingsworkshops

Voor mensen die Vervolgopleiding gevolgd hebben

Exploreren en onderzoeken

Sheila Lanting per workshop € 195.-

do 18 en vr 19 april en of voor beide workshops bij gelijktijdige inschrijving € 350.do

17 en vr 18 oktober 2013

Workshops/seminars met buitenlandse gastdocenten

Jakob Schneider

masterclass: Worstelen met je familieachtergrond

Matthias en Insa Sparrer

seminar: Structural Organizational Constellations

In: Felix Meritis, Amsterdam

Anngwyn St. Just

Trauma: Time, Space and Fractals

Carola Castillo workshop vr 13, za 14 en

zo 15 september 2013

- 55 -

za 16 en zo 17 maart 2013 € 345,-

di 23, wo 24 en do 25 april 2013 € 575,-

workshop do 30 en vr 31 mei 2013 € 345,-

€ 445,-

Evenementen

Internationaal congres:

Flying the Kites

Jan Jacob Stam en andere vr 26, za 27 en zo 28 april 2013 non Infosyon Infosyo member € 475,-

(In: de Rode Hoed, Amsterdam) Infosyon Infosy

member € 425,-


Het Noorderlicht

Uitgeverij Het Noorderlicht is in 2002 opgericht door Jan Jacob Stam en Bibi Schreuder. De uitgeverij beoogt een

bijdrage te leveren aan het toegankelijk maken van systemisch werk voor het Nederlands taalgebied. Daartoe

verzorgt ze Nederlandstalige uitgaven van boeken van Bert Hellinger en anderen. De uitgeverij beoogt, binnen de

haar gegeven mogelijkheden, een zo hoog mogelijke kwaliteit te leveren. Dat betekent dat de vertalingen die ze

uitbrengt, zo goed mogelijk de bedoelingen van de auteurs weergeven. Die boeken worden vertaald en uitgegeven,

waarvan de opinie in het veld is dat ze een hoge kwaliteit hebben.

De uitgeverij is nauw verbonden met het Bert Hellinger Instituut Nederland.

Leven, zoals het is

Bert Hellinger, Gunthard Weber, Marianne

Franke-Gricksch, Albrecht Mahr en Jakob

Schneider € 15,-

978 90-80687-41-7.

De wijsheid is voortdurend onderweg

Bert Hellinger

978-90-80687-45-5.

€ 32,90

Jij hoort bij ons!

Marianne Franke-Gricksch

978-90-80687-49-3.

€ 18,-

Het Verbindende Veld

Jan Jacob Stam. Organisatieopstellingen in

de praktijk. 978-90-77290-02-6. € 12,50

Engelstalige versie: Fields of Connection

978-90-77290-08-8. € 19,-

De kunst van het Helpen

Bert Hellinger

978-90-77290-05-7.

€ 20,-

Kind en familielot

Ingrid Dykstra

978-90-77290-06-4.

€ 17,50

Als ik mijn ogen sluit, kan ik je zien

Ursula Franke

978-90-77290-07-1.

€ 18,-

Gedachten aan God

Bert Hellinger

978-90-77290-10-1.

€ 22,-

De Helende kracht van de

werkelijkheid

Wilfried Nelles

978-90-77200-90-05.

€ 18,-

Deze boeken zijn on-line te bestellen

Middelberterweg 13A - 9723 ET Groningen – Nederland

telefoon: 00 31 (0)50 5020680 - fax: 00 31 (0)50 5425400

- 56 -

uitgeverij@hetnoorderlicht.com - www.hetnoorderlicht.com

Zelfs als het me mijn leven kost

Stephan Hausner

978-90-77290-11-8.

€ 22,-

Daders en slachtoffers voorbij

Bert Hellinger

978 9077 290 149

€ 21,-

De bewegingen van de Geest

Bert Hellinger

978 9077 290 200

€ 28,-

Systemisch bekeken

Met behulp van deze kaarten kunt u onderzoeken

in hoeverre het organisatiesysteem

in balans is.

€ 5,-

Succes in leven en werken

Bert Hellinger

978 90 77290 163

€ 20,-

Vleugels voor Verandering

Jan Jacob Stam

978 90 77290 156

€ 25,--

www.hetnoorderlicht.com

More magazines by this user
Similar magazines