1994 - 4 - Orchideeën Vereniging Vlaanderen

pnporchids.be

1994 - 4 - Orchideeën Vereniging Vlaanderen

• •

4/94 Orchid eeen

T weemaandelijks tijdschrift van de Nederlandse Orchideeen Vereniging

Oisa omithantha

Inhoud Vijf eeuwen orchideeen in beeld 2 Wandelen in Malawi 16

KNOP3

Kweken in de koele kas 18

Ecuador 4 Orchideeenreis naar Zuid-Afrika 18

Allerlei Cattleya's (5) 8 Sterke verhalen en verzinsels 19

Stuif es in (11 & 12) 9 De orchideeentuin in Kuala Lumpur 19

Vocht in de kaslucht 11

Verslag tentoonstelling "Water '94"

Adviescommissie/Agenda jaarvergadering 12 van Orchideeenvereniging "Mergelland" 20

De eerste orchidee: het watergeven 13 Een expeditie naar Papua New Guinea 21


Nederlandse Orchideeen Vereniging

Bestuur

E Meeuwissen, voorzitter

J.C. van Haltumweg 5, 1187 ZN Amstelveen

020-6434755

secretariaat: tijdelijk zie voorzitter

AJT Hovens, penningmeester

De Plaggenhouwer 1, 5971 LB Grubbenvorst

077- 661226 na 18 ullr

T van den Heuvel, tijdschrift-manager

Westerse Drift 53, 9 752 LC Haren 050-341420

tevens fax 050-341420

HM Jordens-Schlahmilch, pr-.commissie

Hoekenbllrglaan 21, 2275 TC Voorburg

070-3952471

Leden

PG van der Horst

Ribespad 23, 3852 GL Ermelo 0341 753482

T Mulder-Roelfsema,

Hertenlaan 8, 6705 CB Wageningen

08370- 13863

W Prins, ledenadministratie

Zwartendijk 39a, 2681 UI/1 Monster, 01749-48699

J Wetsteyn

Warmoestraat 33, 6678 BW Oosterhout Gld

08818-1498

Redactie

NA van der Cingel.

Hooiweg 185, 9765 EG Paterswolde,

05907-91902, fax 05907-9201 1

A Klaassen

Krayenhoffstraat 2, 1222 RW Hilversum

035-832033, fax 035-839064

Realisatie

Drukkerij Knijnenberg, produktie

Zuiderhoofdstraat 70, 1561 AP Krommenie

Kopij

Bijdragen voor 'Orchideeen', te zen den aan

Redactie Orchideeen, Hooiweg 185, 9765 EG

Paterswolde, resp. v66r 1 februmi , 1 april, 1 junl,

1 augustus, 1 oktober en 1 december, dus ruim

2 maanden voor verschijning.

Verschlj'ningsdatum

'Orchideeen ' ontvangt u rond het midden van de

even maanden

Bibliotheek

A. Klaassen

Krayenhofstraat 2, 1222 RW Hilversum,

035-832033, fax 035-839064

Advel1eniies

Voor advertenties wende men zich uitsluitend

schnftelijk tot de heer T van den Heuvel, W Drift 53,

9752 LC Haren. Advertenties inzenden voor

16 februari , 13 april, 8 junl, 22 augustus,

19 oktober en 25 december

Contriblltie

Voor het kalenderjaar f 45, -, jeugdleden tim 18

jaar f 22,50, huisgenootleden (ontvangen geen

tijdschrift) f 10, -. Betaling op postgiro nr. 191 .1 91

of bankrek. nl'. 11.77.12.949 tnv penningmeester

van de Nederlandse Orchideeen Vereniging te

Grubbenvorst of na ontvangst van de

acceptgirokaart

De Orchideevriend Belgie

Secretanaat

Maurice Casteleyn, Ossenstraat 70, 9000 Gent

Contributie

500 Bfr door storting of overschrijving op rekening

737 -51 10609 -1 3 van De Orchideevriend,

Bronstraat 21 te 9700 Mater

Belgische Orchideeen Vereniging

Zetel

Jo Jansen, Fortlaan 16, 2070 Zwijndrecht

Secretarlslpenn. A. Colart, Vuurkrui slaan 4,

26 10 Antwerpen

Lidgeld

Orchika (Orchideeenkiub An twerpen) 450 BFr,

inbegrepen tijdschrift Orchika (6 nummers).

Orchika + Orchjdeeen 1050 BFr.

Bijdragen te storten op rekening 068-2089058-93.

2

Spetie de Tes tic II et III ­

Wi/dorchid.

H STI CVLJ SrECJES Ii.

Pierandrea Mattioli

II

Vijf eeuwen orchideeen in beeld (3)

In 1544 maakte de Italiaan Pierandrea Mattioli (of Matthiolus),

gebor-en in Sienna in 1501 en overleden in Trente in 1577 een

kruidenboek. Mattio li was lijfarts van paus Leo X en geneesheer ean

het hof van keizer Ferdinand, die hem in de adelstand verhlef en

naar Praag haalde. Later werd hij ook nog lijfarts van keizer

Maximiliaan II, broer van Ferdinand. Hij schreef een com mentaar op

de boeken van Dioscorides, de maker van het allereerste kru e/1boek

onder de titel Cammentarii in Sex Libras Pedacii Oioscondis.

Hij gebruikte daarvoor afbeeldingen uit diverse boeken, o. a UI het

Herbarium van Brunfels en Llit Ilet boek Opera Batanica van de

Zwitser Konrad Gesner (1516-1 565). Dit boek had een encyclopedie

van het plantenrijk moeten worden, maar versoheen pas lang

na Gesner's dood tussen 1751 en 1771. Gesner was de ploOier

van de Alpenflora en maakte veel goede afbeeldingen .

Hij liet er zo'n 1500 na, waarvan diverse in het kruidboek van

Matthiolus werden opgenomen.

Mattioli's boek werd een echte bestseller en verscheen in hel DUlts,

Latijn , Italiaans, Nederlands, TSjechisch en Frans. Elke latere heruitgave

kreeg meer illustraties mee, de laatste had er maer dan

1000. Er werden van de eerste edities 30.000 exemplarer verkocht.

Elke uitgever zou daar vandaag de dag graag voor tekenen.

Latere edities hadden tekeningen van Georgio Liberale en WoIfg

Meyerpeck. De tekeningen waren gearceerde houtsneden in

zwartwit. De kopers van de boeken namen soms de kwast ter hand

om de afbeeldingen in te kleuren. Diverse afbeeldingen waren

gemaakt naar gedroogde herbariumplanten die in warm water

waren geweekt. Oat kwam uiteraard de kwaliteit niet ten goede.

Er zijn zelfs tekeningen uit het geheugen gemaakt, nadat de planten

verloren waren gegaan.

Van wiens hand de hier afgebeelde orchideeen zijn laat zich moeilijk

achterhalen. Oat de kwaliteit het niet haalt bij de eerder afgebeelde

orchideeen in deze serie zal niemand ontgaan. Het is zelfs niet

goed mogelijk om te bepalen om welke soorten het gaat .

De omhooggerichte spoor van de linkse orchidee doet denken aan

Orchis moria . De rechtse afbeelding doet meer denken aan een

Ophryssoort.

Het bijschrift Testic Lili species II (en III) verwijst naar het Latijnse

w oord voor teelbal o f testikel en heeft dezelfde betekenis als het

Griekse woord orchis.

Brannen:

Lys de Bray. The Art of Botanical //Iustration (1989)

H. G 0. de Wit: Ontwikke/ingsgeschiedenis van de bia/ogie. Pudoc

(1982).

(vdC)


Oncidium obryzatum

omgeving weer te scheppen, terug Ie

brengen. De naetltmerrie van CITES heeft

het importeren van planten haast onmogelijk

gemaakt. Materiaal dient dus in de

vorm van zaacl of weefsel in tlet veld verzameld

Ie worden.

We constateercten dat vele orchideeen heel

oppervlakkig groeiden in gr-aslanden, min of

meer op en tussen de wortels van het gras

en de ertussen liggende humus uit het

omringende bos. Deze planten groeien

luchtig over de oppervlakte van de grond,

maar niet eeht erin. Meestal vindt je een

dllnne laag mos of korstmos op de grond

artllssen de wortels van de orehideeen

,scherming, voedsel en houvast vinden.

Soms was zo'n plek blootgesteld aan zon,

wind en kOllde. Deze hoge grassen

One. nUbigenum

Citrus bomen a!s gastheer voor vee! epipl1yten:

CompareIlia 's, Oncidiums, Odonloglossums,

Rodriquezia's en vele Bramella 's

scheppen een microklimaat waardoor de

orchicleeen kllnnen overleven.

Van Sobralia's en Epldendrllms is een dergelijke

standplaats wei bekend, maar ook

vele Oncidiums en Odontoglossums bleken

zieh daar thuis te voelen. Prachtige exemplaren

van Lycaste long/petala evenals verschillende

Stanhopea's zagen we op zulke

plekken, steeds omgeven door hun zaailingen,

In de bomen rondom kwamen

dezelfde soorten voor. Zo lang dus de kon ­

dities maar hetzelfcle zijn lijkt het sllbstraat

van mincler belang, Vochligheid, die uitermate

belangrijke faktor, worclt door het gras

op peil gehouden, 1erwijl het gras tevens

beschlltting biedt 1egen cle zon, In het oerwOlld

groeien orehideeen ook wei op de

grond, meestal op gevallen blad en ander


Phragmipedium bessiae

alva I , dat soms zo'n 30 cm diep is,

Het was opmerkelijk hoe akelig somber vele

van cleze orehideeenrijke plekken waren,

Het was meestal noodzakelijk om flitslicht te

gebruiken bij het maken van een foto, zelfs

midden overdag. Hier, laag bij cle groncl

vonden we voornamelijk Masdevallia,

Dracula en Pleurathallis , Epiclendrums en

Oncidiums vroegen aanmerkelijk meer licht.

Pleurothallis daarenlegen lijkt ziell aan zeer

uiteenlopende omstancligheden aan te kunnen

passen. Duidelijk was clat planten van

Oncidium macranthum en Masdevallia

instar het het beste deden in volle zon en

wind. Ze bleven hier kompakter, de bloemen

haclden vollere kleuren, De bladeren

waren geel-groen op zlilke plekken, in tegenstelling

tot het diep groen van cle

5


Allerlei Cattleya's (5)

uit "The Catt/eyas and their relatives", Carl L. Withner

vertaling Bert van Zuylen

Cattleya bie%r uit Brazilie

De stammen van deze soort worden 49-76 cm hoog, ze zijn

gegroefd op de gewoonlijke manier en bedekt met een dun vlies.

Er zijn twee bladeren van 15 em lengte. De 3-10 geurende bloemen

zijn 7,6-10 cm in diameter en zijn variabel van kleur. De vlezige

sepalen en petalen lopen van bleekgroen of bleek olijfkleurig naar

een koperaehtige bruine kleur, telwijl de bloemen gespikkeld kunnen

zijn. De lip is karmozijnrood-paarsachtig tot bleek roze, soms

afgezet aan de rand met wit, en heeft als enige Cattleya geen zijlobben

die de zu ll bedekken. Oat laatste is een dominante

karaktertrek van deze soort, en wordt heel sterk doorgegeven aan

de nakomelingen, er voor zorgend dat bij hybnden dat aandeel van

de ouders redelijk gemakkelijk te ontdekken is. De blootliggende zuil

is roze.

Mr. Descourtilz vernoemde deze soort naar Iris, de godin van de

regenboog. Hij moet werkelijk onder de indruk zijn geweest van de

bloemen! (In 1821 cleelde Mr. Deseourtilz deze soort in bij het

geslacht Epidendrum, met als soortnaam iridee. Het is dus geen

foutje van mr. Withner m.b.t. C. iricolor, vert.). De planten bloeien in

september, houden van warmte, water in de groeiperiode en daarna

een flinke rust.

U mag de planten aileen verpotten op het moment dat de nieuwe

wortels zichtbaar worden onderaan de starn. Zoals bij andere,

tweebladige Cattleya's kunnen de stammen heel dun zijn, zonder

voldoende reservevoedsel, zodat het erg belangrijk is deze regel op

te volgen. Als er op andere momenten verpot wordt, kunnen de

planten zover terugvallen dat ze nog een seizoen of soms nog

langer in rust blijven, terwijl het ook kan gebeuren dat ze zover uitdrogen

dat het moellijk of onmogelijk wordt de planten over te houden.

Het is eigenlijk onbelangrijk wat de plant aan het doen is,

knoppen maken of groeien, het proces van wortels vormen is het

belangrijkste en zal ten aile tijden ger-especteerd moeten worden.

Deze soort werd geintroduceerd door de heren Loddiges uit

Hackney, Engeland in 1838, die haar ontvingen uit het gebied rond

Bananal in de provincie Minais Gerais in Brazilie. Ze wel'd aangetroffen

in grote groepen die boven in hoge bomen langs de rivier

groeiden. Ook werden planten gevonden in de bergen van Rio de

Janeiro op een hoogte van 60 m., waar ze zowel op rotsen als op

bomen groeiden. Zowel Fowlie als Braem beschr-even twee

populaties van deze plant terwijl Fowlie later nog een derde ontdekte.

Planten die aan de kust groeien zijn, in vergelijking met de origineel

beschreven planten, diploid. Ook zijn er nog tetraplolde, binnenandse

ondersoorten die technisch beschreven moeten worden als

8

Catt/eya blc%r

C. bicolor ssp. minaisgeresensis (Fowlie). De laatstgenoemde

planten zijn groter op aile afmetingen dan de diploide soolien van

de kust, en de populaties omvatten ook de varieteiten die omschreven

vverden als C. grossii of C. bicolor var. grossii.

De vormen worden gekarakteriseercl door een breder uitlopencle

niervorrnige midden lob vall de lip en meestal een witte strook aan

de voorste rand.

De clerde populatie is de subspecies brasiliensIs die werclen beschreven

en afgebeeld door mr. Fowlie. Ze heeft donkerbruine

bloemen met een grotere, bredere lip dan de andere soorten en

meestal zonder wit erin, al is de lichte strook op de lip ook

daadwerkelijk liehter dan de rest van de lip. De sepalen en petalen

zijn ietwat gegolfd zoals bij C. elongata. De plallten kunnell een

hoogte bel'8lken van 122 em. Deze subspecies groeit op knoestige

bomen met een ruwe schors in de vochtige moerassen vlakbij

Brasilia, de hoofdstad van Brazilie, op een hoogte van 1110 m.

De ras kan best wei velwikkelcl zijn met C. tenuis, een recentelijk

beschreven soort, die weer dicht bij C.bicolor en C. elongata staat.

De populatie van de subspecies brasiliensis mag niet worden

verwarcl met die van C. brasiliensis wat een natuurlijke hybride is

van waarschijnlijk C.bicolor ell C.harrisontana. Deze hybride plalltell'

worden in Rio Doce gevollden volgens Fowlie, en zijll in cle cu ltuur

per abuis C. amethystoglossa "Pinkie" gelloemd.

Er zijn verschillende opvallende kleurvormen beschreven ill het

bicolor-complex. De zogellaamde alba is appelgroen met een witte

lip. Door eell kweker Zijll de planten de laatste dl'ie generaties met

zichzelf bestoven en ze blijvell groene bloemen dragen.

Vooral gespikkelde klonen of blauwe vormen (coerulea), planten

met eell donkerder gekleurde lip, en grotere of minder witte strokell

(die er dus eell tricolor van maken I) op de lip zijll beschreven als

varieteiten Ze voegell zich mooi ill het spectrum vall variaties die ill

deze soort te villdell zijn.


Vocht in de kaslucht

door H. G. Kronenberg

Na een serie van 7 artikelen over de lu chtvochtlgheid in de kas en

de reacties van planten op deze luchtvochtigheid leek het onderwerp

uitputtend genoeg behandeld te zijn. Maar dat blijkt niet het

geval. De artikelen hebben mensen aan het denken gezet en men

bezint zich op maatregelen. Daarom in dit artikel nogmaals een

uiteenzetting over de gewenste luchtvochtigheid, het verlies van

vocht uit een kas, het bewust verlagen van de luchtvochtigheid en

het aanvullen van de luchtvochtigheid. In een tweede artikel zal

nader ingegaan worden op de kaskoeling.

Gewenste luchtvochtigheden in de kas

Uitgangspunt bij elke gedachtegang over luchtvochtigheid in een

kas moet zijn dat mchideeen - althans de door ons gekweekte ­

een vrij hoge luchtvochtigheid (bijvoorbeeld van de kaslucht)

verlangen. Waarbij meteen aangetekend wordt dat de behoefte aan

hoge luchtvochtigheden zeer verschillend neer liggen voor de

verschillende soorten. Bovendien is de behoefte verschillend voor

een zelfde pla nt, gekweekt in een pot of tegen een plankje.

Ook het feit of de planten in staat zijn de lOgenaamde nachtassi ­

milatie toe te passen is van belang.

Een luchtvochtigheid kan te hoog of te laag zijn vom goede

ntengroei. Hoe hoog de luchtvochtigheid in de kas mag zijn,

nangt af van het dagelijkse temperatuursritme dat optreedt (aangehouden

wmdt) en de luchtverplaatsing (Iuchtbeweging in de kas).

Nachlluchtvochtigheden van 95-100% kunnen gewenst zijn, omdat

bekend is dat orchideeen bij zulke luchtvochtigheden vocht uit de

atmosfeer kunnen opnemen. Maar dergelijke luchtvochtigheden

verhogen in sterke mate de kans op schimmel aantastingen .

En hierbiJ moet dan niet gedacht worden aan de luchtvochtigheid

zoals afgelezen op een (al dan niet betrouwbare) luchtvochtig ­

heidsmeter, maar aan de luchtvochtiglleid bij de huidmondjes aan

de onderkant van de bladeren. Ais deze huidmondjes open staan,

lozen ze waterdamp die tesamen met de waterdamp in de kaslucrlt

tot een plaatselijk veel hogere luchtvochtigheid kan leiden, tenzij

een luchtstroom langs de planten zorg draagt voor de verplaatsing,

(= afvoer), van uit het huidmondje komende wat8l'damp.

Een goede luchtbeweging in de kas vomkomt plaatselijke (te) hoge

luchtvochtig heden en maakt teelt bij hoge kasluchtvochtigheid

daard oor mogelijk. Een duidelijke relatie dus tussen hoge luchtvochtigheid

en luchtbeweging in de kas.

Ook het dag-nacht temperatuursverloop heeft een belangrijke

invloed. Wordt overdag een hoge luchtvochtigheid aangehouden en

daalt de temperatuur 's nachts, dan zal 's nachts de luchtvochtigid

hoger, wellicht te hoog worden.

. ,oge luchtvochtigheden overdag, die op zichzelf gewenst zijn,

kunnen slechts dan aangehouden worden als:

1 . De nachttemperatuur niet zo veel lager ligt dan de dagtemperatuur;

2. De luchtvochtigheid op het moment dat de temperatuur gaat

dalen op hetzelfde niveau gehol1den kan worden (= afvoer van

vocht).

Hoe hoog de luchtvochtigheid in een kas kan zijn, hangt af van de

vochtafvoer en vochtaanvoer.

Ongewilde vochtafvoer vindt plaats door vochtlek naar buiten en

dam condensatie tegen de kasruiten. Geen enkele kas is (volledig)

dampdicht. Hoeveel vochtlek op deze manier plaatsvindt is

afhankelijk van de dichtheid van de kas, het verschil in temperatuur

en luchtvochtigheid in de kas en buiten en de luchtverplaatsing

binnen en buiten (wind).

Een goed dichte kas heeft altijd wei een eenmaal per uur verversing

van de hele kaslucht. Bijna windstil weer met Z -W wind leidt tot

mindel' vochtlek dan weer met een krachtige, droge oostenwind.

Vochtafvoer kan ook plaatsvinden tegen de kasruiten als deze (veel)

oeler zijn dan de kastemperatuur. Er treedt dan condensatie legen

. Des te meer condensatie, des te meer vochtonttrekking aan de

Kaslucht. Dubbel glas, waarbij de binnenruit een wat hogere temperatuur

heeft dan de buitenruit maakt een hogere luchtvochtigheid in

de kas mogelijk.

Atvoer van vochtige kaslucht als teeltmaatregel

Naast de hierboven genoemde vochtverliezen waar een plantenteler

niets aan kan veranderoen, kan hij bewust streven naar afvoer van

vochtige kaslucht (door luchten).

Lu€ hten met luchtramen boven in de kas zorgt voor vervanging met

koele (en daarom weinig vochtbevattende) buitenlucht van de

warme en (wellicht) vochtige kaslucht. Luchten heeft daarom altijd

twee kanten:

verlaging van de kastemperatuur;

- verJaging van de luchtvochtigheid .

Het eerste aspect is vooral overdag van belang, het tweecle vomal

's nachts. Wordt er overdag naar gestreefd een hoge luchtvochtigheid

te handhaven , dan zal 's nachts vocht afgevoerd

moeten worden. Ll1chten met luchtramen is dan vaak weinig effectief,

omdat dit systeem aileen goed werkt bij voldoende wind.

Bij weinig , vooral zuid-westen wind, zal er weinig afvoer plaatsvinden

.

Luchten via een schoorsteensysteem wordt weinig toegepast:

buitenlucht onder het tablet inlaten en liefst via (g lazen) schoorsteentjes

weer uitlaten werkt veel beter dan aileen luchtl'8men

bovenin de kas (warme lucht stijgt altijd op!).

Kunstmatige ventilatie via uitzuigventilatoren werkt nog beter, maar

vraagt extra investeringen en stroom. Regeling van draaitiJden via

een hygrostaat of thermostaat beperkt dit aantal draaiuren bij hand ­

having van het gewenste effect.

Wil men wei vochtafvoer zonder (te veel) verJaging van de kastemperatuur,

dan wordt wei 'droog gestookt ': stoken met open

luchtramen of draaiende uitzuigventllatoren.

Aanvulling van vocht in de kaslucht als teeltmaatregel

Is het 20 mogeJijk overtollig vocht kwijt te I'aken, dan moet er zeker

aandacht besteed worden aan de mogelijkheden van aanvoer van

vocht. Een kas waarin een hoge luchtvochtigheid gehandhaafd

wordt, verliest altijd vocht dat aangevuld moet worden, wil men de

luchtvochtigheid op het uitgangsniveau Ilandhaven of, als dit uitgangsniveau

te laag was, de luchtvochtigheid opvoeren.

Er staan een aantal system en ter beschikking om de luchtvochtigheid

op te voeren, waarbij wei op een paar belangrijke kanten van

dit opvoerell gewezen moet worden.

Verloopt Ilet vochtverlies vrij langzaam, dan voldoen aanvullingssystemen

die wij langzaam w erken goed, maar verloopt het

vochtverlies in de kas snel: luchten bij zonnig, warm weer en droge

oosten winden, dan moet het aanvoersysteem snel vocht kunnen

leveren.

De verdamping uit watergeefbakken, van natte vloeren, enz.

verloopt vrij traag, omdat het verdampend oppervlak relatlef klein is.

Verdamping wordt namelijk bepaald door het natte oppervlak, het

vochttekort in de lucht (dampspanningstekort) en de luchverplaatsing.

In een kas kan gebroesd worden. Naast het broezen van de vloer

ook de planten te broezen vergroot het verdampend oppervlak

sterk en daarmee de verdamping. Oat bij het broezen van planten

opgepast moet worden dat bladoksels niet nog 's avonds nat zijn

spreekt vanzelf. De ervaren teler zal op sterk drogende dagen veel

royaler planten en hun omgeving nat maken dan op minder

dmgende dagen. In het laatste geval broest hiJ aileen de paden of

de paden en de tabletten tussen de planten. Veelvuldig broezen

kan de luchtvochtigheid behoorlijk omhoog brengen .

De frequentie van broezen moet dan wei zo hoog liggen dat

gedurende de periode dat de kasvloer opdroogt, deze steeds weer

nat gemaakt moet worclen. Planten word en aileen's morgens nat

gemaakt. De laatste keer natmaken 's middags valt samen met de

verwachting dat de kastemperatuur zal gaan dalen en de vloer nog

net zal opdrogen. Veelal wordt gesteld dat een kas een vloer en

muren van poreuze baksteen moet hebben en dat die vooral goed

nat gemaakt moeten worden. dit lOU leiden tot een betere luchtvochtigheid

. Hoeveel vocht er verdampt wordt uit bijv. poreuze

baksteen vl/ordt echter niet aileen bepaald door oppervlak,

dampspanningstekort en luchtbeweging, maar ook door de

krachten die het vocht in de baksteen vasthouden (ad haesiekrachten).

Ais deze groot zijn, zoals in nauwe kanalen, dan zal de

verdamping tegenvallen . En wat wellicht erger is, de vochtlevet'ing

zal niet beperk t blijven tot de gewenste dagperiode, maar ook

11


Kweken in de koele kas- deeI 3: luchtvochtigheid Orchideeenreis naar Zuid-Afrika

H G. Kronenberg

Het belang van het hebben van een hoge luchtvochtigheid in de

koele kas is al snel ontdekt toen men koel te kweken planten ook

werkelijk koel ging kweken (en niet tropisch warm, zoals aanvankelijk

gedaan werd) . Toch ontbrak het tot voor kort aan de juiste

inzichten over hoe belangrijk een bepaalde luchtvochtigheid als

maat gebruikt. Een relatieve luchtvochtigheid van 70% wil zeggen,

dat de lucht 70% van de hoeveelheid vocht bevat die deze lucht bij

die temperatuur bevatten kan. De planten reageren met hun verdamping

niet op het feit hoeveel vocht de lucht bevat, maar op het

feit hoeveel vocht de lucht nog kan opnemen (met een ingewikkeld

woord: op het dampspanningstekort of het dampspanningsdeficit).

En aangezien lucht bij hog ere temperaturen steeds meer vocht kan

bevatten zal bij stijging van de temperatuur, gesteld dat de relatieve

luchtvochtigheid 70% blijft, het "verdampingsgat" steeds grotel'

worden. Planten zullen bij 70% luchtvochtigheid en 15°C minder

vocht willen verdampen dan bij 70% luchtvochtigheid en 20°C.

Wil men planten niet te vee I laten verdampen, omdat ze anders

moeilijkheden ondervinden met hun vochtaanvoer dan zuilen bij

hoge kastemperaturen hogere luchtvochtigheden (dan 70%) nagestreefd

moeten worden (liefst 90%), hoe moeilijk dlt ook mag

wezen. Doet men elit niet dan zullen de planten moeil ijkheden met

hun groei ondervinden (in een "stress" toestand komen zoals de

Amerikanen dit zeggen).

Bij stijgende kastemperaturen moet daarom altijd zorg aan de

luchtvochtigheid besteed worden. Broezen en nevelen van de kas

zijn de daartoe geeigende middelen. En omdat overdag de kastemperatu

l'en hoger liggen clan's nachts zal broezen in de ochtend

zeer zj nvol zijn (en ook algemeen toegepast worden).

Minder algemeen toegepast is het 's middags nogmaals broezen

en soms is zelfs broezen voor het vallen van de avond belangrijk.

Of een kasvloer (door verdamping) opgedroogd is, geeft aan of er

opnieuw behoefte aan broezen is. Planten kunnen 's morgens meegebroesd

worden, maar planten later op de dag meebroezen kan

leiden tot natte planten, die nat de nacht Ingaan, met aile kansen

op rot en het optreden van schimmels.

Van andere planten is bekend (bv. tomaten) dat een luclltvochtigheid

te hoog kan zijn. De planten verdampen dan te moeilijk en

worclen te warm. Van orchideeen is een dergelijke reactie onbekend.

Toch kan bij orchideeen ook de luchtvochtigheid te hoog

worden, wat dan vooral leidt tot een verhoogde kans op schimmelaantasting.

Dan wordt vooralluchtbeweging van vee I belang om

lokale, erg hoge luchtvoclltigheden te voorkomen. Luchtbeweging

vermindert clit soort verschillen.

In het najaar (september, oktober, november) als de koele kas

nauwelijks of niet gestookt wordt kan de luchtvochtigheid in de kas

erg hoog oplopen. Een voorbehoedende bespuiting met een breed

werkend fungicide (schimmeldodend middel) kan dan op zijn plaats

zijn en het eventuele optreden van bladvlekken op de bladeren

voorkomen. Zodra er gestookt wordt loopt de luchtvochtigheid in

de kas weer terug en dient, zeker 's morgens, weer gebroesd te

worden.

Nog een opmerking. Aigemeen geldt het inzicht, dat bepaalde

planten ongunstig reageren op hog ere temperaturen. Maar, zo kan

men op het ogenblik horen fiuisteren, het zou wei eens zo kunnen

zijn, dat de planten geen last hebben van deze hoge temperaturen

op zichzelf, maar van de dan optredende verdampingsnoodzaak:

cle planten staan in leite te verdrogen. Het lijkt dat de planten veel

minder ongunstig reageren op hoge temperaturen als het ons

werkelijk lukt ele luchtvochtigheid tot erg hoge waarden op te

voeren.

En dit leidt dan tot een laatste waarschuwing. Probeer nooit door

een uitgebreide watergift aan de planten tekortkomingen in de

temperatuursbeheersing 01 in de iuchtvochtigheid goed te maken.

Te vee I verdamping leidt dus tot watertekorten, ongeacht de hoeveelheid

water die aan de planten gegeven word!.

Veel watergeven leidt eerder tot zuurstofg ebrek aan de wortels dan

tot goede groei.

18

Wanneet' er voldoende belangstelling voor is wil ik in de periode

december 1994-januari 1995 een tweeweekse reis organiseren

naar tKaapstad en naar het Royal National Park Natal.

Het is de periode waarin de Disa's bloeien en er in Zuid-Afrika veel

prachtige orchideeen in het wild zijn te bewoneleren.

Bovendien is er van 29 dec. - 1 jan . een Disashow in Kaapstad die

zal worden bezocht.

Het is de onder meer de bedoeling om op wandelingen in enkele

prachtige natuurgebieden orchideeen te zoeken. Verzamelen is

uiteraard niet toegestaan. Het transport gebeurt met een minibusje.

We verblijven in bungalows. De prijs voor deze reis zal ongeveer

f 4000,- bedragen. Het is in die periode hoogselzoen

Opgaven zo spoedig mogelijk bij NA van der Cingel.

Tel. 05907-91902. Hooiweg 185. 9765 EG Paterswolde.

Ook voor nadere informatie dit adres.

Orchi-deetje

Aangeboden:

planten van Ludisia discolor var. dawnsoniana

(zie Orchicleeen 1/94).

Tevens vele vleesetende planten en

enkele winterharde aardorchideeen .

Zend voor meer informatie,

een aan uzelf geadresseerde en

gefrankeerde envelop naar:

Wilko Hofstecle, Doormanstraat 6,

6852 AK Huissen.

Orch-ideetje

Uit Frans-Guyana kreeg ik een aanbod voor

3 ex. van het boek "Orchicleeen van Suriname".

Twee exemplaren zijn niellw en kosten

inclusiel verzendkosten f 75,- .

Een inkijkexemplaar is beschikbaar voor f 50, ­

Liefhebbers kunnen zich bij mij melden .

Ik zorg dan dat de eigenaar ze naar u toestllurt.

NA v.d .Cingel.

Adres en tel. zie colofon.

Orch-i-deetje

Wegens verbouwing te koop aangeboden:

Alum. kas 5 x 2 m., twee afdelingen.

Gedeelte dak stegdoppel 16 mm. 6 jaar oud.

Nieuwprijs f 3300,- , nu voor de helft.

Voor mee r' informatie:

J.Beeren. Galliershol 13. Weert.

Tel. 04950-37848


Sterke verhalen en verzinsels - 2

door Bert van Zuylen

Den de regellboog uit het eerste verhaal uiteenspatte, kregen

sommige bloemen natuurlijk meer kleur te pakken dan andere.

Oat is logisch, want zo kun je een goed verhaal langer maken of

zoals hier gebeurt el' een vervolg aan geven. Sommige mensen

zeiden dat de iris werd geboren uit die explosie van kleuren, maar

dat is natuurlijk niet waar ... Sommigen vertel/en dat de waterlelie 's

in India zoveel kleu r te pakken kregen, dat ze zich al/een nag maar

's nachts openen. Zinnia's en rozen vormden zich uit het rood en

oranje, terwijl de donkerblauwe deeltjes hoog in de bergen zorgden

voar de gentiallen en de scil/a's.

Sommige bloemen werden niet geraakt door de kleuren, maar

kregen wei de zucht van de val/ende regenboog over zich heen, en

kregen zo een schitterend uiterlijk of een heerlijke geur. Maar al/e

bloemen werden op de een of andere manier toch beroerd door de

Hemelse Regenboog, en daarom zijn er geen zwarte bloemen.

De bloemen die wij zwart noemen blijken in werkelijkheid heel

donker paars, blauw, bruin of groen als er goecJ gekeken word t.

Misschien is het volgende verh aal zijn leven wei begonnen voordat

de regenboog brak: Toen de aarde nag jong was bedreigden

agressieve planten het bestaansrecht van de zwakkere soorten,

waaronder de orchideeen. Maar een paar soorten probeerden een

bestaan op te bouwen als terrestrische soorten. De delikate arcllieen

werden zwakker en zwakker terwijl ze steeds meer over­

O1,oeid dreigden te raken. Tot op een gegeven moment al/een nag

maar het zaad overbleef van de laatste orchideeebioem.

De vriendelijke goden van de w ind vonden het jammer dat zulke

mooie bloemen zouden verdwijnen en droegen het zaad met zich

mee en lieten het achter op takken en stammen van de grote

oerwoudreuzen . De Jungle-planten kregen medelijden met de kl eine

verschoppelingen. Ze gaven ze licht, lucht, water en een plaats om

hoog boven de groncJ verder te groeien. De baby-orchideeen die

bang waren voor het leven boven in een reusachtige boom,

klemden zich met hun wortels vast aan de bast. Zo werden de

orchideeen epifieten.

Toen Columbus in de West gouden oarringen ontdekte, gaf hij het

land de naam "RiJke kust". Wij kennen dat land tegenwoordig onder

de naam Costa Rica. Er leefde toen een jongen die Jose heette, in

een slaperig stadje dat volgens sommigen Limon moet zijn.

Jose was geen sterke jongen die ging vissen of jagen, hij hield meer

van zijn tuin bij het kerkhof. Het enige wat de schoonheid van zijn

bloemen kon evenaren was het grote, prachtig bewerkte gouden

De orchideeentuin in Kuala Lumpur

G Kronenberg

::>ommige vakantiereizen naar het ver-re oosten lei den tot een korte

onderbreking van de reis in Kuala Lumpur. Dit is een in de laatste

35 jaar uit de grond gestampte m iljoenenstad, die centraal gelegen

een park heeft, dat onder andere een orchideeentuin bevat.

Deze tuin, waar volgens de brochure SOO inlandse orchideeen gekweekt

worden, verheugt zich in een enorme populariteit bij de

bewoners van Kuala Lumpur. De in 19S9 opgezette tuin kent een

grandioze entree geflankeerd met Dendrobium phalaenopsis

hybride planten. Er stonden ook enkele Vanda's en Oncidium 's

toen ik in november 1993 de tuin bezocht.

Links en rechts van de ingang loopt een halfronde schaduwllal die

vol hangt met orchideeen in patten en op stamstukken, waarvan ik

omdat ze niet bloeiden, al/een soorten van de geslachten

Coelogyne, Bulbophyllum, Phalaenopsis en Dendrobium kon

herkennen. In de volle zon standen, nu wei te bloeien, veel

Dendrobium-hybriden en Vanda-hybriden tot wei 4 m hoog.

Dit al/es in de meest fantastische kleuren. roze, wit, paars, oranje,

geel, enz. en met fantastisch grote bloemen.

En dan was er een commerciele afdeling met prachtig bloeiende

planten . Dendrobiumplanten 3 voor f 7,50. (U leest dit goed.)

Vanda's voor f 6,- en wat misschien voor bezoekers uit Nederd

interessanter is: f/essen met zaaili ngen .

. _ssen met zaailingen vallen niet langer onder de CITES en u mag

ze dus (zonder enig risico) in Nederland invoeren. Vee I fl essen met

natuurlijk in Nederland moeilijker te kweken soorten (Vanda,

kruis in zijn kerkje. Op een dag hoarden de Spaanse veroveraars

van het kruis, dat tot dan toe geheim was gehouden door de inwoners

van het dorpje. Toen de zeilen van de Spaanse schepen in

zicht kwamen, meldde Jose zich ook bij de mannen die het dorp

zoutien verdedigen. Maar hij werd door iedereen uitgelachen:

"Ga maar terug naar je tuin je bloemen, aileen de moedigste mannen

hebben we hier nodig".

Huilend liep Jose terug naar zijn kerk, maar toen hij daar aan kwam

bedacht hij dat hij nu eigenlijk als enige het kruls echt kon verdedigen.

En lo kwam het dat Jose bij het kruis was toen de Spanjaarden de

dorpelingen versloegen en optrokken naar het kerkje. Jose pakte

het kruis, rende doar een kleine achterdeur en verelween zo snel als

hij kon, het grote kruis met zich meedragend.

Ondanks het feit dat Jose Ileel klein was en hard I'enele, raakte hij

toch gewond. De he Ie nacht kon hij uit de handen van de bezetters

blijven, en even leek het erop dat hij lOU ontkomen. Maar de vol ­

gende dag, verraadden druppels bloed op de struiken waar Jose

zich had verborgen. Hoe hij ook dwaalsporen opzette, de achtervolgers

kwamen steeds dichterbij. Maar de Godin van de Bloemen

zag Jose toen hij doar zijn bloedverlies verder struikelde door de

jungle. En steeds dichter en dichter kwamen de achtervolgers.

De Godin van de Bloemen )Jeranderde echter de bloeddruppels in

schitterende rode orchideeen, iedere druppel die hij veri oar werd

meteen een prachtige rode bloem. Om de Spanjaarden te misleiden

liet de Godin ook bloemen in een andere richting opkomen,

en in nag een andere richting, en nag een .

Jose wist echter niets van de Godin en uitgeput rende hij een

hel/ing op van een vulkaan, volkomen uitgeput stierf hij, net onder

de top, het kru is nag in zijn handen. Op hetzelfde moment veranderen

aile rode orchideeen van vorm, en namen de vorm van het

kruis aan. En am de herinnering aan Jose levend te houden groeien

er nu nag steeds in Costa Rica orchideeen langs de kant van de

weg, met een schitterend kruis in hun bloem . Die bloem , die in

zoveel collecties voorkomt, kennen w ij onder de naam Epidendrum

radicans (of Epidendrum ibaguense). Bekijk ze maar eens goed en

denk dan eens aan dit verhaal. Misschien is het dan niet meer, wat

sommigen zo oneerbiedig zeggen, een bos onkruid.

Ui( de Kringen: Kring Eindhoven 1990, januari 1994

Dendrobium) , maar oak met soorten die minder licht nodig hebben

zoals Oncidium en Phalaenopsis . De prijzen van de fl essen waren

aardig op Europees niveau Ue behoeft Malayers niet veel bij te

brengen). Grote f/essen RM 30, kleine RM 20 (1 RM = f 0,70).

In toeristische gidsen wordt wei eens een kwalificatie van een te

bezoeken object gegeven in sterren. Deze archideeentuin kreeg

van mij 2 sterren: stellig de moeite waard om te bezoeken als je er

bent (geldt uiteraard aileen voor orchideeenliefhebbers), maar niet

interessant genoeg om er apart een tocht naar Kuala Lumpur voor

te ondernemen (3 sterren).

De orchideeentuin in Kuala Lumpur

19


Verslag tentoonstelling "Water '94' van Orchideeenvereniging "Mergelland"


Tijdens de afgelopen paasdagen organiseerde

orchideeenvereniging "Mergelland"

voor de derde maal haar tweejaarlijkse

tentoonstelling in de kassen van Europatuin

TAN te Nuth.

Ook dit jaar heef! de tentoonstellingscommissie

opnieuw een uitzonderlijke prestatie

geleverd. Bedenkt u wei, dat de

voorbereidingen bijna een jaar in beslag

nemen. Daarbij wordt veel gevraagd van

Inventiviteit, volhardendheid en incasseringsvermogen

van deze leden.

Thema dit jaar was " Water ", Orchideeen

hebben net als aile andere levende wezens

een nauwe relatle met "vater. Vooral in het

tropische regenwoud komt dit verband

sterk naar boven.

De tentoonstelling werd gekenmerkt door

een sterke bezetting van natuursoorten, die

samen met de hybriden een kleurrijk

schouwspel opleverden. Onze vereniging

kent een aantalleden, die zich gespecialiseerd

hebben in de teelt van miniatuurorchideeen,

Dracula's en Masdevallia's,

Deze kleinoden konden bewonderd worden

in de grote vitrlne van de vereniging. werven voor de N.O.v. Sterke kringen en Uiteindelijk bezochten 2700 betalende

De opening werd verricht door dhr. een sterke landelijke vereniging kunnen bezoekers de tentoonstelling. Opnieuw een

P. van der Horst, op persoonlijke titel aan­ wellicht iets bereiken op het gebied van de goed resultaat.

wezig , maar u allen bekend van het hoofd­ instandhouding van soorten.

bestuur van de N.O.v. Dhr. van der Horst opende de tentoon­ Etienne Hartman

Belangrijke passages uit het betoog van stelling door een gezaaid plantje aan de voorzitter "Mergelland"

dhr, van der Horst waren onder andere: voorzitter te overhandigen als symbool van

-Vermijd aankoop van wilde planten, die uit een goede toekomst voor de orchidee en

een nog ongerept stuk natuur komen, de N.O.v. KCO= Keuringscommissie Orchideeen

Besef echter, dat hierdoor aileen, redding Nieuw dit jaar was de keuring van de beste NOV= Ned. Orch. Ver.

van het oerbos niet te bewerkstelligen is planten (ongeveer 45 van de 450 planten).

(zie ook de artikelen van Mevr, Mulder De keuringscommissle trok donderdag

aug '93 en Dhr. Kronenberg jan '94 "Orchi­ voorafgaarlde aan de oHiciele opening bedeeen")

oordelend door de tentoonstelling.

-De orchidee kan wei gered worden, door Het uiteindelijke resultaat mocht er ziJn:

te zaaien en/of zaailingen op te kweken. vijf maal goud, 10 maal zilver en 23 maal

Door zaailingen te kopen ontstaat vanzelf brons.

een markt, waar an we tevens kunnen

bijdragen door planten te bestuiven en het

zaad ter beschikking te stellen.

-De N,O.V, kan aileen een vuist maken als

zij als vereniging sterk is en voldoende

financiele armslag heef!, ledere tentoonstelling

heef! als doel het laten meegenieten

van het publiek, het op peil houden van de

kringkas, maar ook de noodzaak leden te

20

Oendrobium findleyanum,

9.0 KCOINOV

kweker: N. Hutschemakers,

fotograaf.' A. Klaassen

Angeluocaste "Apollo",

9,2 KCOINOV

kweker: E. Hartman,

fotograaf.' A. Klaassen


Een expeditie naar

Papua New Guinea

eel 4 (slot): het middelgebergte

door Andre Schuiteman en Art Vogel

Lake Kutubu

Dlep in het binnenland van Papua New

Guinea (PNG), waar de ruige bergketens

van de provincie Southern Highlands overgaan

in de moerassige laagvlakte rond de

Kikori rivier, ligt Lake Kutubu; een van de

weinige meren die het land rijk is. Het is een

langgerekt, ongeveer twintig kilometer lang

en drie kilomete r' breed meer, grotendeels

omringd door heuvelruggen, waarvan de

toppen tot zo' n 1100 meter boven de zeespiegel

reiken, Lake Kutubu zelf IIgt op ongeveer

800 meter, Ten tijde van ons bezoek

aan PNG, in 1990, waren er maar twee

manieren om het meer te bereiken: per helikopter

of te voet, een wandeling van twee

dagen vanaf het dichtstbijzijnde vliegveldje,

Bepaald geen plek waar je zomaar even

artoe gaa1. Toch, zo werd in een reisgids

...,eweerd, bevond zich aan de noord-

Oendrobium insigne

estkant van het meer een onderkomen

voor toeristen. Gezien de ontoegankelijkheid

van het gebied en de afwezigheid

van toeristische attracties -aan het meer

liggen een paar vrssersdorpjes waar niets

bijzonders is te zien - was het ons een

raadsel waarom uitgerekend Ilier een lodge

zou ziJn gevestigd. Niet voor het gezonde

klimaat in elk geval , want de regenval is in

dit gebied enorm, ongeveer 4700 mm per

jaar (in Nederland gemiddeld nog geen 800

mm). Voor zover we konden nagaan was

het oerwoud in de wijde omtrek van Lake

Kutubu nog goeddeels ongeschonden.

Het kon niet anders, of het wemelde daar

van de orchideeen. Een bijzonder aanlokkelijke

plek dus, wat ons betrof.

Aileen de bereikbaarheid vormde een op

het eerste gezicht onoverkomelijk probleem,

Vier dagen lopen (heen en terug),

met al onze bagage, waaronder verscheidene

dozen met levende planten , leek ons

gal onpraktisch, en wat die helikopter

' Ianging: waar haal je zo gauw een helikopter

vandaan? Vooralsnog konden we

over Lake Kutubu aileen maar dagdromen,

We verbleven al enkele dagen in de Ambua

Lodge, hemelsbreed nog geen vijftig kilometer

noord-noordwestelijk van Lake

Ku tubu, toen daar op een ochtend de rust

werd verstoord door een laag overvliegende

helikopter, die even verderop aan de grond

werd geze1. Kort daarna kwam de piloot de

eetzaal binnenwandelen, waar wij aan het

ontbijt zaten, en bestelde een kop koffie.

Dit herhaalcle zich de volgencle dag.

We raakten In gesprek. De man zei te

werken voor een oliemaatschappij, die ergens

in de omgeving bezig was boringen te

verrichten. Waar dat clan wei was, wilden

wij weten. Bij Lake Kutubu, was het antwoord...

En zo, om een lang verhaal kort te maken,

wisten we onze clagdroom in realiteit om te

zetten, De helikopterpiloot bleek, uiteraarcl

tegen betaling, wei bereid om ons naar de

mysterieuze lodge aan het Ku tubu-meer te

vliegen. Het was een vlucttt van slechts

twintig minuten, maar een ervaring die ons

altijd zal bijblijven. Door onbewoonde

bergkloven, schijnbaar rakelings over het

dichte oerwoud, langs idyllische watervallen,

onder laaghangende wolken vlogen

we naar onze bestemming. We vlogen zo

BullJophyllum spec.

laag , dat we de orchideeen op de boomtakken

konden zien zitten. Plotseling waren

we boven het meer, en met een scherpe

bocht daalden we naar een smalle landtong

, vvaar huisjes en grasvelden het oerwoud

onderbraken,

Verscheidene dmpelingen en de vrouwelijke

manager van de lodge stonden ons al op te

wachten. Onze komst was over de kortegolfzender

aangekondigd, In een oogwenk

was de bagage naar de lodge gebracht, en

na een versterkende lunch konden we de

eenvoudige hutjes inspecteren waar we die

week de nacht zouden doorbrengen.

We waren op dat moment haast de enige

gasten, Later verschenen er meer bezoekers

, onder andere een jong Australisch

paar, dat te voet INas gekomen.

Deze ongelukkigen hadden onderweg hun

voeten tot bloedens toe stuk gel open en

konden weinig anders doen dan wachten

tot de wonden zouden helen. Ook kwamen

er bijna dagelijks helikopterpiloten , die ten

zuiden van het meer, achter de bergen, bij

de oliewinnig betrokken waren . Jane, de

manager, was de echtgenote van een van

de piloten. Het oerwoud begon tien minuten

lopen voorbij de lodge.

Bonanza!

Er bestaat een, oorspronkelijk Durtse,

roman van een zekere E.F. Lbhnclorff met

de titel 'Bloemenhel aan de Jacinto'.

Hij gaat over twee orchideeenjagers in het

Amazonegebied (eigenlijk over drie orchideeenjagers,

maar een ervan wordt al in het

begin door gifpijlen gedood). Het is een

aardig avonturenverhaal, maar de passages

over orchideeen zijn uit een he Ie dikke duim

gezogen. Na vee I omzwervingen bereiken

de heiden een eilandje in de rivier, dat een

waar orchideeenparadljs blijkt te zijn .

Zij noemen dit eilandje een bonanza, een

woor'd waarmee goudzoekers in het Wilde

Westen een plek aanduidden waar goud en

zilver aan de oppervlakte lagen.

Een citaa!:

"Kljk, die kent nog geen sterveling'"

schreeuwt Henderson, terwijl hlj een paar

groen- en witgestreepte, pantoffelvormige

orchideeen ult een grate groep van dezelfde

soort wegrukt.

Deze bonanza, met de orchideeen die er

voorkomen, bestaat aileen op papier,

Maar wat w iJ bij Lake Kutubu aantreffen is

werkelijkheid. Een echte bonanza.

Geen boom zonder orchideeen , en, zo lijkt

het soms, geen twee bomen met dezelfde

orchideeen, En meer dan eens kllnnen we

Henderson nazeggen: "Die kent nog geen

sterveling!"

Het is een tamelijk open bos, met vrij lage

bomen (voor trapische begrippen), vooral

Castanopsis en Uthocarpus, verwanten van

de Eik. De stammen zijn met mos begroeid ,

maar niet zo zwaar als in het hooggebergte.

Er is plaatselijk een weelderige ondergroei.

Op lichte, drassige plekken is de bekerplant

Nepenthes ampul/aria talrijk, met bijzonder

fraa ie gevlekte bekers. Hier, op ongeveer

850 meter boven zeeniveall heerst een

gematigd warm klimaat met betrekkelijk

koele nachten, Diverse laagiandorchideeen

bereiken op deze hoogte de bovengrens

van hun verspreiding, terwijl aan de andere

kant verscheidene bergsoorten hier juist

hun ondergrens vinden. Daarnaast zijn er

nog talrijke soorten die noch in het laag ­

21


land, noch in het hooggebergte zijn aan te

treffen; dit zijn de orchideeen van het

middelgebergte, Het aantal orchideeensoorten

in de wouden rond Lake Kutubu

moet in de honderden lopen, Wat wij in een

klein gebied in een veeI te korte week aantreffen

kan maar een kleine steekproef zijn.

Laten we met de aardorchideeen beginnen.

Dit zijn hier zonder uitzondering bosplanten,

die op vochtige, beschaduwde, maar

meestal niet al te donkere plaatsen groeien.

Misschien de algemeenste is Neuwiedia

veratrifolia , Dit is een forse, maar onopvallende

plant, met lange dichte aren die wei

een meter hoog kunnen worden, Van de

dooiergele, circa drie centimeter lange

bloemen zijn er maar enkele tegelijk geopend,

Ze zijn voor een orchidee bijzonder

eenvoudig geboLlwd; er is nauwelijks

verschil tussen de petalen en de lip, en in

tegenstelling tot bijna aile andere orchideeen

zijn de meeldl'aden en de stamper

niet vergroeid tot een zuiltje, Om deze en

andere redenen wordt Neuwiedia beschouwd

als een primitief geslacht. Oat wil

zeggen dat Neuwiedia diverse kenmerken

heeft die vermoedelijk ook al voorkwamen

bij de eerste orcilideeen die in de loop der

evolutie zijn ontstaan, Zoals veel aard ­

orchideeen is Neuwiedia in cultuur moeilijk

in leven te houden,

Nog forser, en veel opvallender, is

Lepidogyne longifolia, Uit een rozet van

lange smalle bladeren verrijst een kaarsrechte

bloeistengel van ruim een meter

lengte, waarvan de dlchte aar met vele

tientallen bloempjes ongeveer een kwart tot

een derde deel in beslag neemt.

De bloemen zijn ongeveer een centimeter

breed, met roestoranje sepalen en een witte

lip en witte petalen, Ook de forse bracteeen

zijn roestoranje, en dit maakt Lepidogyne

longifolia tot een bijzonder opvallende

versch ijning, Je kunt haar onmogelijk over

het hoofd zien. Vreemd genoeg is

Lepldogyne verwant aan Goodyera, een

geslacht waartoe ook onze Dennenorchis

behoort, Tot de groep van de Goodyerinae

behoren vrijwel uitsluitend kleinblijvende,

tere bosplantjes, en Lepidogyne is in dit

gezelschap een ware reus, Hoewel meer

dan Neuwiedia waard om in cultuur genomen

te worden, zijn onze ervaringen ook

in dit geval niet bemoedigend, Door de

plaatselijke bevolking wordt Lepidogyne

gebruikt als medicijn tegen bepaalde

varkensziekten, L, longifolia komt ook op

Java en Borneo voor, maar daar is ze,

eigenaardig genoeg , vee I minder opvallend

van kleur, bleek bruinachtig,

Niet ver van de plek waar wij een fraaie

groep Lepidogyne als oranje toortsen uit de

ondergroei zien oprijzen ontdekken we een

andere vertegenwoordiger van de

Goodyerinae, Op een helling tussen

rotsblokken, diep in de sclladuw, losjes

wortelend in de humus, prijken de fraaie

bladrozetten van Macodes sanderiana, een

van de mooiste 'jewel OI'chids', De bladeren

zijn fluweelachtig donker bronsgroen met

een dicht netwerk van zilverkleurige nerven,

Geen van de planten staat in bloei,

Macodes is helaas , zoals de meeste 'jewel

OI'chids', lastig te kweken (de bekende

Ludisia discolor is een gunstige uit­

22

zondering). Hoewel de planten in de natuur

op zeer vochtige en donkere plaatsen

groeien, en absoluut niet van droogte

houden, zijn ze in cultuur zeer gevoelig voor

rot. Bovendien schijnen slakken de jonge

uitlopers als een speciale delicatesse te

bescflouwen. De broze, sappige wortelstokken

mogen beslist niet worden ingegraven,

maar moeten losjes op het

substraat liggen (bijvoorbeeld een mengsel

van beukeblad en veenmos), Het is af te

raden de planten direct te besproeien en

bezoek van slakken moet ten sterkste

worden ontmoedigd,

Vee I eenvoudiger te kweken, maar toch vrij

zelden in cultuur te vinden, is Spathoglottis.

De planten, die eruit zien als zaailingen van

een palm, zijn mnd Lake Kutubu plaatselijk

talrijk, maar er staat er niet €'len in bloei, Een

meegebracht exemplaar heeft in de Leidse

Hortus gebloeid; het blijkt te gaan om de

zeer algemene Spathoglottls plicata.

Een bet ere vondst doen we met een aard ­

orchidee met geel gevlekte bladeren; ook

clie staat niet in bloei, zodat we twijfelen

tussen Calanthe en Plocoglottis. Deze plant

was zo welwillend later voor ons te gaan

bloeien, en zo kvvamen we erachter dat het

een Calanthe was; een vorm van of een

nauwe verwant van C. torricellensis , met

mooie ivoorwitte bloemen,

De laatste aardorchidee die we hier zullen

vermelden is een merkwaardige klimplant,

Dip odium pictum. Deze orchidee, in de

verte verwant aan Cymbidium, heeft riemvormige

bladeren in twee dichte rijen langs

een meterslange stengel, die spiraalsgewijs

mnd de stammen van dunne boompjes

klimt, De groeiwijze doet sterk denken aan

die van bepaalde Freycinetla soorten uit de

familie der Pandanaceae, Een van de

synoniemen van Dipodium pictum is niet

voor niets 0, pandanum, Freycinetia's in

aile soorten en maten zijn overigens Ileel

algemeen in dit bos. De bloemen van

Dipodium pictum zijn niet onaardig, en de

plant is gemakkelijk in eultullr.

Bulbophyllum foetidum Is een twijfelgeval: is

het een klimplant of een epifiet? Deze forse

soort (bladeren ruim 30 bij 10 em) groeit op

ongeveer dezelfde manier als Dipodium

pic tum : de dikke wortelstokken slingeren

zich als een slang rond kaar'srechte boomstammen,

Voor zover w ij konden nagaan

schijnt B. foetidum zijn bestaan steeds als

aardorehidee te beginnen, maar oudere

exemplaren , die aan de basis zijn afgestorven,

zijn zuivere epifyten,

Volgens Schlechter, die cleze soort voor het

eerst beschreef, verspreidden de bloemen

van een door hem ver'zameld exemplaar

zo'n afschuwelijke stank, clat hij de plant

niet bij zieh in de tent kon houden, niet

aileen doordat de stank onverdraaglijk was,

maar ook vanwege de massa's vliegen die

erop af kwamen. Foetidum betekent dan

ook 'stinkend', Wij vinden geen bloeiende

exemplaren (misschien gellikkig maar), en

de enige maal dat B. foetidum in Leiden

heeft gebloeid waren wij op reis, zodat w i)

niet kunnen beoordelen of en in hoeverre

Schlechter overdreef. Volgens een notitie

van J.J. Smith, clie deze soort voor de

oOl'log in Buitenzorg in cultuur had, valt de

stank heel erg mee. Een soort uit Borneo,

Bulbophyllum beccarii, verheugt zieh ook in

de reputatie een geweldige stinker te zijn,

et.l heeft ongeveer dezelfde groeiwijze als

B. foetidum, Maar terwijl B, beccarii

leerachtig blad en een zeer diehte veelbloemige

bloeiwijze heeft, zijn de blacleren

van B. foetidum veel dunner en de losse

bloemtros heeft aanzienlijk minder bloemen,

Deze zijn groen met een wijnrode lip.

Bulbophyllum is zonder twijfel het soortenrijkste

orchideeengesiacht in Nieuw

Guinea (ongeveer 600 soorten), en de

bossen rond Lake Kutubu zijn uitermate rijk

aan vertegenwoordigers ervan, Het zou te

ver voeren aile soorten te bespreken die we

hier aantreffen: het zijn er tientallen, en

bovendien zijn ze nog niet allemaal op

naam gebracht.

Ongetwijfeld de fraaiste bloeier onder de

plaatselijke Bulbophyllums is B, speciosum,

Deze behoort tot de sectie Hapalochilus,

die door sommigen als een zelfstandig

geslacht wordt beschouwd, De tere, grote,

bijna geurloze bloemen blijven maar een

paar dagen fris, ze sluiten tegen de avond,

om's ochtencls weer geleidelijk open te

gaan, Tot deze sectie behoort ook

B. cuniculiforme, die een merkwaardige

kokervormige, met stekelige wratjes bezette

lip heeft. Een andere opvallende SOOl't is

B. macrobulbon L1it de sectie Sestochilus,

Deze heeft vuistgrote pseudobulben en

zeer dikke, loodrecht afhangende bladeren

van ruim een halve meter lengte, De blauwgroene

bladeren zijn sterk wasachtig bel·ijpt.

We vinden maar een exemplaar, Minder

zeldzaam is hier een tweede vertegenwoordiger

van de sectie Sestochilus, Het is

een kruipende plant die je op het eerste

gezicht eerder voor een Hoya zou verslijten

clan VOOl' een orehidee, De soort is onlangs

door Jaap Vermeulen beschreven als

B, hoyifolium, met een van onze planten als

type-exemplaar. De witte bloemen van

ongeveer anderhalve centimeter doorsnede

zijn groen en kersrood getekend,

B, hoyifolium was pas twee keer tevoren

verzameld, eveneens in de omgeving van

Lake Kutubu, Een andere door ons

verzamelde nieuwigheid is zo mogelijk nog

exclusiever, want zij was nog nooit eerder

gevonden. B, ustusfortiter, zoals Vermeulen

haar genoemd heeft, behoort tot de kleine

seetie Vesicisepalum, waal'Van de bloemen

sterke gelijkenis vertonen met die van

bepaalde soorten Zootrophion uit Zuid

Amerika. De sepalen zijn grotendeels met

elkaar vergroeid, zodat er maar een kleine

opening overblljft als ingang voor de insekten

die deze vreemde bloemen moeten

bestuiven. De kort gesteelde bloemen van

B, ustusfortiter, een centimeter groot, zijn

zeer donker purper, op het eerste gezicht

vrijwel zwart. De verwante B. folliculiferum is

een schaarse soort in dit bos. Tot de

hoogst interessante sectie Lepanthanthe

behoren B. bulliferum en B, lepanthiflorum.

Deze hebben zeer kleine, maar buitengewoon

complexe bloempjes, clie aan

kleine insecten doen clenken .

B, lepanthiflorum heeft slap naar beneclen

hangende, zeer lange wortelstokken , en is

voorallangs rivieroevers aan te treffen.

vervolg zie nr. 5/94


Disa ukingensis

More magazines by this user
Similar magazines