management en organisatie - Campinia Media

campiniamedia.be

management en organisatie - Campinia Media

Van Beylen, Marieke –Het bedrijf onder de loep: Management en organisatie / Marieke Van Beylen;

Geel: Campinia Media vzw, 2005;

185 p; index; 25 cm; gelijmd.

ISBN: 90.356.1196.9; NUGI 683; NUR 754; UDC 657.1;

Wettelijk depot België: D/2005/3941/4

Campinia Media vzw

Kleinhoefstraat 4

B-2440 GEEL (Belgium)

Tel.: (+32) 014/59 09 59

Fax: (+32) 014/59 03 44

e-Mail: info@campiniamedia.be

URL: www.campiniamedia.be

Copyright 2005: No part of this book may be reproduced in any form, by print,

photoprint, microfilm or any other means without written permission of

the publisher.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar

gemaakt door middel van druk, fotokopie, print, microfilm of op welke

andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van

de uitgever.


VOORWOORD

Dit boek beoogt een begeleide kennismaking met het fenomeen ‘bedrijf’ en in ruime

zin alle organisaties die een werkomgeving kunnen vormen.

De opvatting van dit boek past best in een studieprogramma waarin enkel een

initiatie van dit vakgebied voorzien is, zonder verdere uitdieping. Er is geen

voorkennis vereist.

Met oprechte dank aan Frieda Beirnaert voor de controle van de teksten.

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: voorwoord


SAMENVATTING

Wat is een bedrijf? Hoe werkt het? Hoe blijft het werken en wanneer heeft het een

goede toekomst? Dit boek benadert het bedrijf van binnenuit. Het bedrijf is een

ingewikkelde samenhang van stromen (goederen, geld en informatie) en processen

(management en operationeel). Ieder medewerker vervult daar zijn rol en neemt

beslissingen eigen aan zijn plaats in het bedrijf.

Het management moet kwaliteitsvol zijn. Het moet zich toeleggen op een

toekomstgericht beleid: een strategisch management.

Om dat te kunnen ontwikkelen, moet het bedrijf zichzelf goed kennen. Daarvoor

wordt een situatieanalyse uitgevoerd. Enkele technieken hiervoor worden

geïllustreerd. Op basis daarvan kan het bedrijf zich een beeld vormen van de

toekomstige wensen. Een strategie wordt geformuleerd in een opdrachtverklaring.

Om dat doel te bereiken, worden de strategische alternatieven bekeken. Eens een

keuze gemaakt is, komt de planningsfase, de uitvoering en de controlefase met

terugkoppeling. Dat gebeurt best aan de hand van een kwaliteitsmodel.

Om dat alles mogelijk te maken, moet een gepaste en flexibele organisatiecultuur

aanwezig zijn of gecreëerd worden. Ook de organisatiestructuur zelf geeft vele

mogelijkheden.

Tot slot komt een terugblik in de geschiedenis van het management.

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: samenvatting


INHOUDSOPGAVE

1 HET BEDRIJF ALS EEN SYSTEEM VAN STROMEN EN PROCESSEN.......................1

1.1 INLEIDING.........................................................................................................................1

1.2 DE OMGEVING VAN HET BEDRIJF........................................................................................4

1.2.1 De micro-omgeving ..................................................................................................5

1.2.2 De meso-omgeving ..................................................................................................6

1.2.3 De macro-omgeving.................................................................................................6

1.3 HET BEDRIJF ALS EEN SYSTEEM VAN STROMEN..................................................................7

1.3.1 De goederenstroom .................................................................................................9

1.3.2 De geldstroom........................................................................................................10

1.3.3 De informatiestroom...............................................................................................11

1.4 HET BEDRIJF ALS EEN SYSTEEM VAN BEDRIJFSPROCESSEN..............................................12

1.4.1 De structuur van het bedrijf ....................................................................................12

1.4.1.1. Netjes gestapeld ….. ......................................................................................12

1.4.1.2. ….. of gewoon op een rij.................................................................................13

1.4.2 Soort bij soort .........................................................................................................14

1.4.3 Steeds verbonden: managementprocessen en operationele processen ...............15

1.5 DE OPERATIONELE PROCESSEN NADER BEKEKEN ............................................................16

1.5.1 Primaire functies, primaire processen....................................................................16

1.5.2 Hulpfuncties, hulpprocessen ..................................................................................18

1.5.3 Bedrijfstypes in functie van de aanwezigheid van primaire functies ......................18

1.5.3.1. Handelsbedrijven............................................................................................19

1.5.3.2. Productiebedrijven (industriële bedrijven) ......................................................19

1.5.3.3. Dienstverlenende bedrijven ............................................................................19

1.5.3.4. De combinatie.................................................................................................19

1.5.4 De functies in het organogram ...............................................................................19

1.5.5 Combinaties van primaire functies en hulpfuncties................................................20

1.6 DE MANAGEMENTPROCESSEN NADER BEKEKEN ...............................................................21

1.6.1 Drie managementniveaus ......................................................................................22

1.6.1.1. De bouwstenen van een piramide ..................................................................22

1.6.1.2. Karakteristieken van de beslissingen .............................................................24

1.6.1.2.1. Strategische beslissingen ........................................................................24

1.6.1.2.2. Na de strategische….. de tactische of organisatorische beslissingen .....24

1.6.1.2.3. Na de tactische….. de operationele beslissingen ....................................25

1.6.1.2.4. Samen sterk.............................................................................................25

1.6.2 De activiteiten van de managers: niet ieder voor zich!...........................................25

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave


1.6.2.1. Communicatie op het voorplan.......................................................................25

1.6.2.2. De agenda van de manager ...........................................................................26

1.6.2.2.1. Interpersoonlijke activiteiten.....................................................................27

1.6.2.2.2. Informatieactiviteiten ................................................................................27

1.6.2.2.3. Besluitvormende activiteiten ....................................................................27

1.6.2.3. Een welgevulde agenda, maar wie doet wat (het meest)...............................28

1.6.2.3.1. De topmanager(-s)...................................................................................28

1.6.2.3.2. De hogere middenmanagers en de lagere middenmanagers..................28

1.6.3 Nieuwe tendensen in het management..................................................................29

1.6.3.1. Het middenmanagement als spil ....................................................................29

1.6.3.2. Communicatienetwerk ....................................................................................30

2 HET BEDRIJF ALS EEN BOLWERK VAN STRATEGISCH MANAGEMENT ..............31

2.1 INLEIDING.......................................................................................................................31

2.1.1 Een terugblik …......................................................................................................31

2.1.2 De puzzelstukjes vallen in elkaar ….. ....................................................................31

2.2 MANAGEMENT: OP WEG NAAR EEN DOEL .........................................................................32

2.2.1 Even terug in de geschiedenis ...............................................................................32

2.2.2 Management in dienst van de gemeenschap ........................................................32

2.2.3 Management: niet zomaar een éénduidig begrip...................................................33

2.2.4 Een strategie gericht op flexibiliteit.........................................................................34

2.2.4.1. De koers uitstippelen ......................................................................................34

2.2.4.2. Voorwaarden van een goede strategie...........................................................35

2.2.4.3. Voordelen van een goede strategie................................................................35

2.2.4.4. Management: het sturend element.................................................................35

2.3 SITUATIEANALYSE...........................................................................................................37

2.3.1 Interne elementen ..................................................................................................38

2.3.1.1. Het productenpakket ......................................................................................39

2.3.1.1.1. De productbegrippen ...............................................................................39

2.3.1.1.2. De productlevenscyclus ...........................................................................40

2.3.1.1.3. Product-marktcombinaties .......................................................................41

2.3.1.2. De ontwikkelingsfase van het bedrijf ..............................................................45

2.3.2 Gecombineerde interne en externe benadering.....................................................46

2.3.2.1. Kritische succesfactoren (USP = Unique Selling Points)................................47

2.3.2.1.1. Hoe worden de KSF’s bepaald ................................................................47

2.3.2.1.2. Meten van KSF’s......................................................................................48

2.3.2.1.3. Keuze te over...........................................................................................48

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave


2.3.2.1.4. Een hele reeks andere mogelijke KSF’s ..................................................48

2.3.2.2. Het bedrijfsimago: de Balanced Scorecard ....................................................49

2.3.2.3. Onderzoek per functioneel gebied..................................................................52

2.3.3 Externe benadering................................................................................................52

2.3.3.1. De marktstructuren .........................................................................................53

2.3.3.1.1. Bedrijfstakperspectief...............................................................................54

2.3.3.1.2. Marktperspectief ......................................................................................54

2.3.3.1.3. Marktsegmenten: de product-marktmatrix van Ansoff .............................54

2.3.3.2. De verdere omgevingsinvloeden ....................................................................55

2.3.4 Formuleren van de SWOT’s...................................................................................56

2.3.4.1. Sterkten en zwakten .......................................................................................56

2.3.4.2. Kansen en bedreigingen.................................................................................57

2.3.5 Reageren op SWOT’s ............................................................................................57

2.4 NU EEN DOEL VOOR OGEN ..............................................................................................58

2.4.1 De missie of bestaansreden...................................................................................59

2.4.2 Volgens de regels van het spel ..............................................................................59

2.4.3 Samensmelten tot een visie ...................................................................................60

2.4.4 Doelstellingen om de visie waar te maken.............................................................60

2.4.4.1. Duidelijk richtinggevend..................................................................................60

2.4.4.2. Doelstellingen en ….. doelstellingen ..............................................................61

2.4.4.3. Kenmerken van doelstellingen .......................................................................61

2.4.4.4. Goede doelstellingen boven goede intuïtie ....................................................62

2.4.5 Hiërarchische doelenordening: strategie overal in het bedrijf ................................62

2.4.6 Doelenconcurrentie ................................................................................................66

2.4.7 Veranderingen in doelen ........................................................................................66

2.5 VIA STRATEGIE OP PAD NAAR EEN BETERE TOEKOMST .....................................................67

2.5.1 Overzicht van strategische alternatieven ...............................................................68

2.5.1.1. Strategieën afhankelijk van het marktaandeel van het bedrijf ........................69

2.5.1.1.1. Marktleiders .............................................................................................69

2.5.1.1.2. Uitdagers..................................................................................................70

2.5.1.1.3. Volgers.....................................................................................................70

2.5.1.1.4. Specialisten..............................................................................................71

2.5.1.2. Strategieën afhankelijk van de mate van turbulentie in de omgeving ............71

2.5.1.2.1. Immunificatie............................................................................................72

2.5.1.2.2. Adaptatie..................................................................................................72

2.5.1.2.3. Manipulatie...............................................................................................72

2.5.1.2.4. Innovatie ..................................................................................................72

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave


2.5.1.3. Expansiestrategieën .......................................................................................73

2.5.1.3.1. De marktpenetratie ..................................................................................73

2.5.1.3.2. Productontwikkeling .................................................................................74

2.5.1.3.3. Marktontwikkeling ....................................................................................75

2.5.1.3.4. Diversificatie.............................................................................................75

2.5.1.4. Het strategisch concurrentiemodel volgens Porter.........................................75

2.5.1.4.1. Nieuwkomers ...........................................................................................76

2.5.1.4.2. Klanten.....................................................................................................76

2.5.1.4.3. Vervangende producten en diensten .......................................................77

2.5.1.4.4. Leveranciers ............................................................................................77

2.5.1.4.5. Concurrenten uit dezelfde bedrijfstak ......................................................77

2.5.2 Strategievorming: keuze van een strategie............................................................78

2.6 VAN PLANNING TOT UITVOERING: DE PDCA-CYCLUS .........................................................81

2.6.1 Begin van de planningscyclus (P = plan) ...............................................................85

2.6.1.1. Strategische planning .....................................................................................85

2.6.1.2. Tactische planning..........................................................................................86

2.6.1.3. Operationele planning ....................................................................................86

2.6.1.4. Een geïntegreerd geheel ................................................................................87

2.6.1.4.1. Leiderschap .............................................................................................88

2.6.1.4.2. Personeelsbeleid .....................................................................................88

2.6.1.4.3. Beleid en strategie ...................................................................................88

2.6.1.4.4. Partners en middelen...............................................................................88

2.6.2 Invoering van de planning (D = do)........................................................................89

2.6.2.1. De klassieke weg............................................................................................89

2.6.2.2. Of het ook echt goed zal gaan … ...................................................................90

2.6.3 Controleren (C = check).........................................................................................90

2.6.3.1. Wat wordt gecontroleerd ................................................................................91

2.6.3.1.1. Waardering door klanten..........................................................................91

2.6.3.1.2. Waardering door personeel .....................................................................92

2.6.3.1.3. Waardering door maatschappij ................................................................92

2.6.3.1.4. Eindresultaten ..........................................................................................92

2.6.3.2. Hoe kan gecontroleerd worden ......................................................................93

2.6.4 (Re)ageren (A = act) ...............................................................................................93

2.7 TECHNIEKEN VAN PROCESINNOVATIE...............................................................................93

2.7.1 Hoe begin je eraan.................................................................................................94

2.7.2 Hoe kan je plannen maken ....................................................................................94

2.7.2.1. Project management software........................................................................94

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave


2.7.2.2. Critical Path Method (CPM)............................................................................95

2.7.2.3. Program Evaluation and Review Technique (PERT) .....................................95

2.7.2.4. Precedence Method (PM)...............................................................................95

2.7.2.5. Risicoanalyse .................................................................................................95

2.7.3 Wie kan helpen ......................................................................................................96

2.7.4 Waar moet je op letten? .........................................................................................96

2.8 HOE GOED DEED MEN HET: ENKELE ILLUSTRATIES: EFFECTIEF EN EFFICIÊNT.....................96

2.8.1 Effectiviteit of doeltreffendheid .............................................................................100

2.8.2 Criteria van effectiviteit.........................................................................................100

2.8.2.1. Technische en economische efficiëntie........................................................100

2.8.2.2. Satisfactie: psychologische efficiëntie ..........................................................101

2.8.2.3. Behoeftevoorziening: maatschappelijke efficiëntie.......................................101

2.8.2.4. Zelfhandhaving .............................................................................................101

3 ORGANISATIECULTUUR............................................................................................102

3.1 WAT IS ORGANISATIECULTUUR ......................................................................................103

3.2 HOE KOMEN ORGANISATIECULTUREN TOT STAND...........................................................105

3.3 DE TYPEN VAN ORGANISATIECULTUUR...........................................................................107

3.3.1 De machtsgerichte cultuur ...................................................................................108

3.3.2 De rolgerichte cultuur ...........................................................................................108

3.3.3 De taakgerichte cultuur ........................................................................................109

3.3.4 De persoonsgerichte cultuur ................................................................................109

3.4 CULTUURBEÏNVLOEDING ...............................................................................................110

3.5 HET BEDRIJF IN ONTWIKKELING: EEN TEST VOOR DE ORGANISATIECULTUUR ...................111

4 ORGANISATIESTRUCTUUR.......................................................................................115

4.1 ARBEIDSVERDELING EN COÖRDINATIE ...........................................................................115

4.2 OPBOUW VAN ORGANISATIESTRUCTUUR: VERTICALE EN HORIZONTALE OPBOUW.............117

4.2.1 Verticale opbouw..................................................................................................117

4.2.2 Horizontale opbouw .............................................................................................119

4.2.2.1. Interne differentiatie......................................................................................119

4.2.2.1.1. Interne differentiatie: F-indeling naar functionele gebieden ...................119

4.2.2.1.2. Interne differentiatie: F-indeling naar fasen van bewerking ...................120

4.2.2.1.3. Waarom een F-indeling..........................................................................120

4.2.2.2. Interne specialisatie......................................................................................121

4.2.2.2.1. Interne specialisatie: P-indeling .............................................................121

4.2.2.2.2. Interne specialisatie: G-indeling.............................................................123

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave


4.2.2.2.3. Interne specialisatie: M-indeling.............................................................124

4.2.2.2.4. Waarom (g)een P-, G- of M-indeling......................................................125

4.2.3 Combineren tot een organisatiestructuur .............................................................125

4.2.3.1. Delegeren .....................................................................................................127

4.2.3.2. Het omspanningsvermogen en de spanwijdte..............................................130

4.2.3.3. Taakverruiming, taakverrijking en taakroulatie .............................................133

4.2.3.3.1. Taakverruiming ......................................................................................135

4.2.3.3.2. Taakverrijking.........................................................................................135

4.2.3.3.3. Taakroulatie ...........................................................................................136

4.3 HET ORGANISATIESCHEMA IN DE PRAKTIJK ....................................................................136

4.3.1 De lijnorganisatie..................................................................................................137

4.3.2 De lijn-staforganisatie...........................................................................................139

4.3.3 Lijn- en functionele staforganisatie.......................................................................141

4.3.4 Divisieorganisatie .................................................................................................141

4.3.5 De matrixstructuur................................................................................................143

5 MANAGEMENT IN DE LOOP VAN DE TIJDEN..........................................................146

5.1 DE MECHANISTISCHE ORGANISATIE: ALS EEN MACHINE DIE HET BEVEL VOERT.................148

5.1.1 Vooronderstellingen van de klassieke school ......................................................148

5.1.2 Componenten van de klassieke school................................................................149

5.1.2.1. Weber ...........................................................................................................149

5.1.2.2. Taylor............................................................................................................149

5.1.2.3. Fayol.............................................................................................................151

5.1.2.3.1. Activiteiten in het bedrijf .........................................................................151

5.1.2.3.2. De managementactiviteiten ...................................................................151

5.1.2.3.3. De veertien managementprincipes van Fayol........................................152

5.1.3 De klassieke school vandaag...............................................................................153

5.2 DE ORGANISATORISCHE ORGANISATIES: ALS EEN ORGANISME........................................153

5.2.1 De gedragswetenschappelijke school..................................................................154

5.2.1.1. De Human Relationsbenadering van Mayo..................................................154

5.2.1.2. Het revisionisme ...........................................................................................155

5.2.2 De kwantitatieve methodeschool .........................................................................156

5.2.2.1. Vooronderstellingen van de kwantitatieve methodeschool...........................156

5.2.2.2. Werking van de kwantitatieve methode........................................................157

5.2.2.3. Toepassing van de kwantitatieve methode ..................................................157

5.3 DE SYSTEEMBENADERING .............................................................................................158

5.4 DE HEDENDAAGSE THEORIE: INTEGRAAL ONTWIKKELINGSMANAGEMENT.........................158

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave


5.4.1 Kennismanagement .............................................................................................159

5.4.2 Prestatiesturing ....................................................................................................159

5.4.3 Zelforganisatie......................................................................................................161

5.4.4 Werken in teams ..................................................................................................162

5.4.5 ‘360 graden feedback’..........................................................................................162

5.4.6 Emotionele intelligentie ........................................................................................163

5.4.7 Manager als coach...............................................................................................163

5.4.8 Binden en boeien .................................................................................................164

5.4.9 Hedendaags maar toch…….................................................................................165

6 BESLUIT.......................................................................................................................168

HET BEDRIJF ONDER DE LOEP: inhoudsopgave

More magazines by this user
Similar magazines