staatssecretaris sociale Zaken in duitsland - Uwv

uwv.nl

staatssecretaris sociale Zaken in duitsland - Uwv

voor relaties van UWv april 2012

Gerd Hoofe

staatssecretaris sociale Zaken in duitsland

over Het

nieuwe

wirtscHaftswunder


6

1o

colofon UWvmagazine voor relaties van uitvoeringsinstituut

werknemersverzekeringen (uwv) april 2012. verschijnt 4 x per jaar

realisatie: vdbj_, Postbus 215, 2060 ae Bloemendaal www.vdbj.nl,

uwvmagazine@vdbj.nl hoofdredactie: kees diamant redactioneel

management: fennie Pruim mailadres redactie: concernredactie@uwv.nl

eindredactie: Mirjam van immerzeel en Jacques Poell vormgeving:

Marc van Meurs aan dit nummer werkten mee: amke, rhonald

Blommestijn, andreas chudowski, Philip dröge, dutchphotography.nl,

Gert Hage, wim Hardeman, annemieke Hendriks, erik kriek, ellen Meijer,

tessa Posthuma de Boer, nicolien reith, egbert Jan riethof, Peter

rijnsburger, Hanny roskamp, stephan sanders, arie vreeburg, Menno

de vries, Martin waalboer correctie: annette en rien van der snoek

lithografie: Grafimedia, amsterdam drukwerk: atlas, soest

adreswijzigingen s.v.p. sturen naar: uwv, Postbus 58285, 1040 HG

amsterdam onder vermelding van: adreswijziging uwv Magazine. Het is

alleen toegestaan artikelen uit uwv Magazine – geheel of gedeeltelijk –

over te nemen na toestemming van de redactie

6 door een ringetje

Wie op sollicitatiegesprek gaat, moet zorgen

dat hij er representatief uitziet; om door een

ringetje te halen! Zolang dat ringetje maar niet

door zijn neus zit... Kan de overheid die

iemands uitkering betaalt hem of haar verplichten

zich ‘te gedragen’ bij het solliciteren?

10 WirtschaftsWUnder

Terwijl Nederland van de eerste in de tweede

recessie terecht is gekomen, gaat de economie

in Duitsland goed. De werkloosheid is bij

onze oosterburen in 21 jaar nog niet zo laag

geweest. Gerd Hoofe, staatssecretaris van

Sociale Zaken bij onze oosterburen, over

dit Wirtschaftswunder.

15

22

15 sUf gesolliciteerd

Ze zijn goed gekwalificeerd, hebben veel

werkervaring en solliciteren zich suf, maar

krijgen steevast nul op het rekest. De

politiek schildert ze soms af als lui en

werkschuw. Drie oudere werklozen tekenen

waardig protest aan.

22 inclUsief Wajongers

Bij veertien Nederlandse universiteiten

hebben studenten onderzocht of er banen

zijn die geschikt zijn voor Wajongers. De

conclusies van deze Summer Course, onder

auspiciën van de Universiteit van Maastricht

en van UWV, zijn positief.

iets voor U?

Bent u op zoek naar

personeel, hebt u geen

vooroordelen over uiterlijk

en gedrag maar

beoordeelt u mensen op

hun zuivere merites?

Maak dan uw keus op

pagina 20, 21, 29 en 40! 30

30 ‘doe mij ook zo’n pietje!’

Wie een Wajonger in dienst wil nemen,

moet eerst en vooral het hart op de goede

plaats hebben zitten. In Zuid-Gelderland

zorgt arbeidsdeskundige Alex Thomas van

UWV ervoor dat ‘zijn’ Wajongers bij zulke

werkgevers aan de slag kunnen.

36 pro’s en contra’s van flex

Er bestaat veel discussie over de toenemende

flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Wie profiteert

er het meest van: de werkgever of de werknemer?

Zijn we aan het doorschieten of kan de

flexibele schil niet groot genoeg zijn? En wat

is de rol van de overheid?

en verder

nieuws 4

kennisdossier 20

e-dienst 26

stephan sanders 35

open tijdens

de verboUWing

een van mijn favoriete tv-programma’s gaat over het verbouwen

van je huis. in een uurtje zie je de bestaande situatie,

het plan voor de opknapbeurt én de uitvoering ervan, en

tot slot de nieuwe situatie. Zo’n ‘verbouwingsspecial’ zouden

de presentatoren John williams en Martijn krabbé ook

bij uwv kunnen opnemen. Ga maar na: uwv staat tot 2015

voor een enorme krimpoperatie. Het personeelsbestand

moet met circa 5000 afnemen, en de begroting moet met

een half miljard omlaag naar ongeveer 1,3 miljard euro.

en ondertussen geldt: tijdens de verbouwing blijft de zaak

open. Zo houden we de Polisadministratie met ruim 20 miljard

gegevens van 12 miljoen nederlanders up-to-date.

en zorgen we elke maand dat ongeveer 1,2 miljoen

nederlanders hun uitkering ontvangen.

de verbouwing van uwv zal het meest zichtbaar zijn bij de

invoering van e-dienstverlening. in 2012 is face-to-facedienstverlening

alleen nog beschikbaar voor ongeveer de

helft van de ww-ingeschrevenen, voornamelijk degenen

met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

ontegenzeggelijk zal deze digitaliseringsklus gevolgen

hebben voor de prestaties en de klanttevredenheid. de

kunst is: er tóch voor zorgen dat het team elke dag weer

gemotiveerd op de steiger staat. en het hele uwv-huis

gaat op de schop. Zo zal – naar verwachting – op 1 januari

2013 de wet werken naar vermogen van kracht worden.

veel jongeren die voorheen een beroep deden op de

wajong, zijn dan aangewezen op deze wet, die uitgevoerd

wordt door de gemeenten. om die jongeren goed te blijven

steunen, moeten gemeenten, divosa en uwv tijdig heldere

afspraken maken – inderdaad: steigeroverleg!

de verbouwing vergt van alle uwv’ers een puntje-van-jestoel-mentaliteit.

niet in een uitzending van een uurtje,

maar over een periode van een jaar of vier. een bemoedigende

klop op de schouder zal af en toe meer dan welkom

zijn. van John en Martijn – of misschien wel van u?

bruno bruins, voorzitter van de raad van bestuur van uwv

2 uwvMaGaZine

april 2012 3


effectieve 50-pluscampagne

* uit de cijfers van een door een extern bureau gehouden meting

blijkt dat de 50-pluscampagne die uwv in november 2011 heeft

geïnitieerd, bijzonder effectief is geweest. tijdens de

actiemaand 50-plus werden activiteiten georganiseerd om

50-plussers te koppelen aan potentiële werkgevers.

* deze actiemaand werd ondersteund door een campagne in de

landelijke en regionale media. van de ondervraagde

werkgevers gaf 31% aan de radiocommercial te hebben

gehoord en 17% had de advertentie gezien.

* Het merendeel van de ondervraagden heeft er met anderen

over gesproken (64%), informatie opgezocht (36%) of het plan

opgevat om een 50-plusser in dienst te nemen zodra de

mogelijkheid zich voordoet (36%) of een kandidaat gezocht en

in dienst genomen (beide 14%).

* van de ondervraagden is bijna een kwart (24%) in positieve zin

van mening veranderd over uwv. tot slot is het opvallend dat

14% van de werkgevers actie heeft ondernomen naar

aanleiding van de campagne.

* uwv maakt in 2012 150 extra werkcoaches vrij om ouderen

aan het werk te helpen.

10.000 = het aantal arbeidsgehandicapten

dat werkgevers het afgelopen

jaar in dienst hebben genomen. van hen zijn 7000 Wajonger. dat blijkt uit het jaarlijks

onderzoek van uwv naar de personeelswerving door bedrijven. van de bedrijven heeft

13% een of meer arbeidsgehandicapten in dienst. de meerderheid van de bedrijven

(71%) die geen arbeidsgehandicapten in dienst hebben, heeft dit ook nooit overwogen

te doen. ouderen hebben het onverminderd moeilijk op de arbeidsmarkt. slechts 2% van

het aantal vervulde vacatures werd in 2011 ingenomen door een 55-plusser.

Grotere rol uwv BiJ

arBeidsMarktinforMatie

Met de komende opheffing van de Raad van Werk en Inkomen (RWI) ontstaat er

op het gebied van arbeidsmarktinformatie een gat. Om de expertise van de Raad

voor Werk en Inkomen te kunnen behouden, heeft staatssecretaris Paul de

Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om UWV een grotere rol

te geven in het bieden van arbeidsmarktinformatie. Omdat UWV al de informatieverstrekking

over landelijke en regionale arbeidsmarktinformatie verzorgt,

ziet De Krom het als een logische stap om die uit te breiden met sectorale informatie.

Daarnaast krijgen sociale partners en VNG zitting in een klankbordgroep

die UWV gaat adviseren over de sectorale arbeidsmarktinformatie.

jaarverslag

2011

Het onlinejaarverslag

van UWV over 2011

is te raadplegen op

www.uwvjaarverslag.nl

U kunt daar onder meer

luisteren naar interviews

met klanten die

werk vonden en met de

Nationale Ombudsman.

Ook UWV aan het werk

2011, een beknopte

publicatie waarin we

terugblikken op het

vorige kalenderjaar,

is op deze website te

vinden.

UWv en g4 openen één

loket voor werkgevers

UWv en de arbeidsmarktregio’s van amsterdam, rotterdam,

den haag en Utrecht gaan de krachten bundelen in hun

dienstverlening aan werkgevers. in de vier grote steden komt

een publiek loket waar bedrijven terechtkunnen voor informatie,

advies en het vervullen van vacatures. UWv en

gemeenten richten zich daarbij op werkgevers die kansen

willen bieden aan werkzoekenden met een moeilijke positie op

de arbeidsmarkt, zoals langdurig werklozen en Wajongers.

volgens andré timmermans, directeur van UWv Werkbedrijf,

vormen de nieuwe servicepunten sterke regionale netwerken

voor bedrijven: ‘Werkgevers en uitzendbureaus

geven aan dat zij één publiek aanspreekpunt voor de arbeidsmarkt

willen. aan die wens komen we nu tegemoet in de

arbeidsmarktregio’s van de grote steden.’

kort nieuws van UWv

inforMatie dienstverleninG

oP uwv.nl

De dienstverlening van UWV WERKbedrijf gaat tussen

2012 en 2015 veranderen. De versnelde ontwikkeling

van dienstverlening via internet voor werkzoekenden

is daar een belangrijke reden voor. Om klanten en stakeholders

over deze veranderingen te informeren is een

aparte pagina op uwv.nl in het leven geroepen. Bent u

benieuwd wat er verandert aan de dienstverlening van

UWV WERKbedrijf? Op www.uwv.nl/werkinuitvoering

kunt u de ontwikkelingen volgen.

uniek keurMerk

klantencontact

uwv klantencontact heeft opnieuw voldaan aan de certificeringseisen

coPc en heeft daarmee nog steeds wereldwijd als enige overheidsinstelling

dit keurmerk voor klantencontactcentra. coPc staat voor

customer operations Performance center en is een internationale

standaard voor klantencontact. Het beoogt een betere kwaliteit en

klanttevredenheid tegen lagere kosten.

een certificaat geldt maar voor een jaar en hercertificeren lukt alleen

wanneer een organisatie bewezen betere prestaties heeft geleverd dan

het jaar ervoor. klantencontact is hét leer-werkbedrijf van uwv dat ook

mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt opleidt tot het vak van

klantadviseur.

Medewerkers van uwv klantencontact weten in 83% van de gesprekken

(7,5 miljoen op jaarbasis) in één keer antwoord te geven op de vraag. 77%

van de klanten geeft daarbij aan (zeer) tevreden te zijn over het gesprek.

4 uwvMaGaZine april 2012 5


solliciteren

naar

MoeiliJkHeden

Wie op gesprek komt om te solliciteren naar een baan als

bankemployé en weigert daarbij zijn bivakmuts af te doen,

maakt niet veel kans op de functie. Maar kan de overheid die zijn

uitkering betaalt, hem verplichten zich ‘fatsoenlijk’ te gedragen?

En als hij dat niet doet, hem straffen?

tekst gert hage fotoGrafie dUtchphotography.nl

l bijna vijfentwintig jaar begeleidt Ria

Kuipers, werkcoach bij UWV in Gouda,

klanten bij het vinden van werk.

Respect voor de klant staat bij haar

voorop. Haar ervaring: de meeste

mensen willen dolgraag weer aan de

slag en zijn zeer bereidwillig om,

indien nodig, adviezen aan te nemen, ook omtrent kleding

en gedrag. Een doodenkele keer treft ze wel eens

iemand aan met – zoals zij dat omschrijft – ‘tien ringen

in de neus en de armen vol tattoos’. Ze vraagt dan aan

de persoon in kwestie of die het idee heeft dat het uiterlijk

misschien iets te maken heeft met het feit dat hij of

zij geen werk heeft. Meestal wordt dan bevestigend

geknikt aan de andere kant van de tafel, direct gevolgd

door de opmerking: ‘Maar het hoort nu eenmaal bij mij,

zo ben ik.’

Wat te doen? Iemand dwingen om zich anders te presenteren

op straffe van een korting op de uitkering?

Kuipers: ‘We gaan eerst in gesprek. Iemand die onfris

ruikt of heel slordig is gekleed, zal ik daarop attent

maken. Zoals ik dat ook doe als iemand van plan is voor

de functie van peuterleidster te gaan solliciteren met

lange gelakte nagels en in een strak mantelpakje. Ik ben

niet zo van de betutteling. Het belangrijkste voor mij is

een goed contact met de klant. Voor iedereen is wel een

plekje te vinden. Wie van ringen en tatoeages houdt,

kan altijd nog ergens achter de schermen werken of in

een tattooshop.’

Vragen klanten haar wat ze aan moeten trekken tijdens

een sollicitatie – iets wat zeer regelmatig gebeurt – dan

houdt Kuipers het simpel op: ‘Schoon, heel en passend

bij wie je bent.’ Dus ook een boerka? Kuipers: ‘Boerka’s

zijn straks verboden, dus dat speelt niet meer. Net zo

min als de hoofddoekjes, dat was vroeger misschien

nog een issue, maar inmiddels zijn die algemeen geaccepteerd.’

Als iemand qua gedrag en kleding echt totaal

uit de toon valt, is er meestal iets heel anders aan de

hand, vervolgt Kuipers: ‘Zo iemand is vaak in de war of

er is anderszins wat mis mee. Anders ligt het als ik merk

6 uwvMaGaZine april 2012 7


dress for success

wie gaat solliciteren, maar het geld niet heeft voor passende, nette kleding, kan sinds

2001 terecht bij de vrijwilligersorganisatie Dress for Success. in dat jaar werd in rotterdam

met één simpel kledingrek gestart met een initiatief dat inmiddels is uitgegroeid

tot twaalf winkels. in 2013 wil dress for success verder groeien naar dertig winkels,

verspreid over even zo veel grote gemeenten in nederland.

Het idee achter de organisatie is simpel: wie representatief gekleed op een sollicitatiegesprek

verschijnt, heeft meer kans op succes. niet alleen vanwege de kleding, maar

ook omdat de sollicitant zelfverzekerder het gesprek aangaat.

en het werkt, zo blijkt. van de sollicitanten wordt vijftig procent aangenomen.

de medewerkers in de winkels delen niet alleen kleding uit, maar geven tevens advies

over de kledingkeuze en zelfs over het te voeren sollicitatiegesprek. van de vrijwilligers

wordt dan ook enige affiniteit met mode gevraagd, naast mensenkennis.

dress for succes kleedt alleen mensen met een minimuminkomen. die hebben de keuze

uit kleding die wordt gedoneerd door onder meer tommy Hilfiger, suit supply en – voor

vrouwen – kyra & ko. de eerste twee doneren alle niet-opgehaalde maatpakken aan de

stichting, kyra & ko levert restanten van oude collecties. daarnaast komt er kleding binnen

van particulieren en bedrijven als kPMG, clifford chance en Pels rijcken.

in principe krijgt de klant één outfit mee. Bij gebleken succes mag hij of zij een tweede

outfit uitkiezen. naast de donaties drijven de winkels op sponsors en worden ze ondersteund

door gemeenten en woningbouwverenigingen, die verschillende panden ter

beschikking hebben gesteld.


dat iemand bijvoorbeeld met opzet heel slordige sollicitatiebrieven

schrijft. Daar spring ik gelijk op in, want

dan kan het zijn dat iemand dat doet om niet aangenomen

te worden.’

Strenger in de leer

‘Het naleven van verplichtingen’ is de titel van een

recent rapport van de Inspectie Werk en Inkomen, dat

is geschreven op verzoek van staatssecretaris De Krom

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De kernvraag

uit deze verkennende studie is hoe gemeenten omgaan

met WBB-(‘Bijstands’)klanten ‘van wie gedrag en/of kleding

de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk beperken.’

Het onderzoek komt voort uit de wens van het

kabinet het handhavingsbeleid aan te scherpen, zoals

dat is vastgelegd in het regeerakkoord.

Het uitgangspunt van de socialezekerheidsregelingen

is dat iedereen verplicht is mee te werken aan re-integratie

dan wel het aanvaarden van werk. Op zich biedt

de regeling, zo constateert het rapport, ‘voldoende

handvatten om ongewenst gedrag en kleding te sanctioneren’.

Bij de uitvoering van de regeling hebben de

werkcoaches bij UWV en de klantmanagers bij de

gemeenten een grote mate van vrijheid. In de praktijk

leidt dat tot een verschil van aanpak tussen de coaches/klantmanagers,

aldus de Inspectie. De één is wat

strenger in de leer dan de ander. Maar in het algemeen

wordt de lijn gevolgd zoals die eerder is geschetst door

werkcoach Ria Kuipers. Zij en met haar vele anderen

geven de voorkeur aan een goed gesprek boven een

sanctie om ongewenst gedrag bij te sturen.

Niet dat het vaak nodig is. De meeste klanten weten

wat er van hen verlangd wordt. En als er een maatregel

wordt opgelegd, is dat vooral omdat er te weinig

inspanningen zijn gedaan om aan het werk te komen –

niet vanwege kleding en/of gedrag. UWV heeft op dat

terrein de afgelopen twee jaar niet één maatregel opgelegd.

Met de bestaande regelgeving kunnen de werkcoaches

in de regel dan ook prima uit de voeten, zo

bleek de inspectie uit gesprekken met direct betrokkenen.

Voor de WWB zijn er geen betrouwbare gegevens

voorhanden, maar er is geen reden aan te nemen dat de

praktijk bij gemeenten afwijkt van die bij UWV, aldus

de Inspectie Werk en Inkomen.

Apart onderzoek werd gedaan naar de gevolgen van de

invoering van e-dienstverlening en e-handhaving voor

de uitvoeringspraktijk op dit terrein.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij twee UWVvestigingen

waar de e-dienstverlening redelijk is

gevorderd. Op basis van gesprekken met werkcoaches

schrijft de inspectie dat het risico bestaat ‘dat een klant

die wel formeel aan de eisen voldoet, maar zich feitelijk

weinig inzet niet (tijdig) wordt opgemerkt. Minder

klantcontacten betekent dat het persoonlijk gesprek

als instrument voor beïnvloeding en bijsturing aan

kracht inboet.’

Om door een oorringetje te halen

Bij Randstad Nederland kennen ze geen regels voor uitzendkrachten

omtrent kleding en gedrag. ‘Het is een

onderwerp dat zich lastig in regels laat vangen.

Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren op dit terrein.

Zoveel mensen, zoveel smaken,’ licht Marjolein ten

Hoonte, directeur Arbeidsmarkt bij Randstad, toe. De

wijze waarop iemand is gekleed, vervolgt Ten Hoonte,

zegt bovendien niks over hoe iemand zijn werk verricht.

Iets anders is of iemand bereid is zich aan te passen

aan zijn toekomstige werkkring. ‘Je kunt je natuurlijk

zo gedragen en kleden dat je vooraf kunt bedenken

geen kans te maken op een bepaalde baan.’ Soms wordt

door klanten expliciet aan de intercedent gevraagd of

de oorringen niet beter uitkunnen tijdens de sollicitatie.

Het gangbare advies van de intercedent: ‘Check het

even bij het bedrijf waar je gaat solliciteren.’ Ten

Hoonte: ‘De meeste mensen die bij ons komen, willen

graag aan het werk. Ze zijn dus in de regel bereid zich

‘Meer regels roept meer controle op.

Als je, zoals het kabinet, een voorstander bent van

meer deregulering, lijkt me dit niet de juiste weg’

aan te passen aan wat van hen wordt gevraagd, ook als

het gaat om kleding. En zo niet – dan is dat hun persoonlijke

keuze en zoek je een baan die aansluit bij die

keuze. Het zou mijn idee niet zijn om er een regeling op

los te laten, te gecompliceerd, te veel gedoe en bovendien

blijkt uit de praktijk dat het zichzelf wel regelt.’

Onuitvoerbaar?

‘Onuitvoerbaar’, reageerde de Vereniging Nederlandse

Gemeenten (VNG), op de aankondiging van een wetsvoorstel

waarin wordt ‘voorzien in weigering van een

uitkering bij gedragingen die leiden tot een onnodig

beroep op de bijstand.’ In een toelichting op het voorstel

schreef minister Kamp van Sociale Zaken en

Werkgelegenheid dat het hierbij ging ‘om gedragingen

die betrekking hebben op het verkrijgen, aanvaarden

en behouden van werk.’ Ook hoe iemand gekleed gaat

en hoe hij zich gedraagt, vallen hieronder. Maar wanneer

gedraagt iemand zich goed of slecht, vraagt de

VNG zich af. ‘In de bouw wordt het hebben van een

piercing of een tatoeage anders opgevat dan op een

kantoor. En bovendien: hoe controleer je hoe een sollicitant

zich opstelt of kleedt tijdens een gesprek?’ Maar

het belangrijkste bezwaar van de VNG is dat je iemand

die zich niet weet te gedragen of zich onverzorgd

kleedt wel een uitkering kan weigeren, maar dat die

vervolgens direct kan worden doorverwezen naar de

schuldhulpverlening. De bijstand is immers het laatste

vangnet.

Gevaar van discriminatie

De VNG vindt Martin van Hees aan haar zijde als het

gaat om hun bedenkingen bij het wetsvoorstel. Van

Hees, hoogleraar Ethiek en Politieke Theorie aan de

Rijksuniversiteit Groningen, vroeg zich na lezing van

het rapport van de Inspectie Werk en Inkomen af wat

het probleem nu eigenlijk is. ‘In de praktijk blijken de

ongewenste gedragingen nauwelijks voor te komen.

En als ze zich al een keer voordoen, wordt via persoonlijk

contact naar een oplossing gezocht. Volgens het

rapport werkt dat. Dus waarom zou je daar algemene

richtlijnen voor uitvaardigen? Die wens lijkt vooral

voort te komen uit politieke overwegingen, eerder dan

uit praktische noodzaak.’

martin van hees, hoogleraar ethiek

Meer in het algemeen pleit Van Hees voor een grote

mate van terughoudendheid van de overheid als het

gedrag van burgers in het geding is. ‘Het is onverstandig

en onwenselijk. Als je gaat letten op gedrag dat samenhangt

met cultuur of religieuze overtuiging, loop je al

snel tegen het gevaar van discriminatie aan. Zolang er

nog geen boerkaverbod bestaat, kun je het knap lastig

krijgen bij een rechter als je mensen met een boerka

verbiedt om te werken in bijvoorbeeld een callcenter.’

Naast de algemene norm dat een overheid er wijs aan

doet zich verre te houden van regels voor kleding en

gedrag van haar burgers, levert volgens Van Hees het

wetsvoorstel ook het gevaar van ‘een bureaucratische

spiraal op’. Van Hees: ‘Meer regels roept meer controle

op. Als je, zoals het kabinet, een voorstander bent van

meer deregulering, lijkt me dit niet de juiste weg.’ F

regeldrift

Het is een discussie die al tientallen jaren woedt. de een spreekt over de juridisering van

de samenleving, de ander – in navolging van de duitse filosoof Habermas – over ‘de kolonisering

van de levenswereld van de burgers’. Het gaat over de almaar toenemende

overheidsregulering. in 2005 bracht het ministerie van Justitie een brochure uit over de

regeldruk. ‘Mensen kunnen regels als een last ervaren, wanneer hun mogelijkheden

worden beperkt zonder dat zij de noodzaak daarvan inzien’, aldus het ministerie. dat

hangt niet alleen samen met het aantal regels, maar ook met de kwaliteit van de regelgeving,

‘regels zijn goed als zij begrijpelijk, eenduidig, proportioneel, uitvoerbaar en

handhaafbaar zijn en het beoogde effect sorteren.’

Peter van koppen, hoogleraar rechtspsychologie aan de universiteit van Maastricht:

‘vanuit het idee van de maakbaarheid van de samenleving lanceert de overheid de ene

na de andere regeling, vanuit het idee dat de praktijk zich dan wel zal plooien naar de

regel. Maar de werkelijkheid is weerbarstig. op zich is er niks mis met het idee dat je je

als werkzoekende serieus dient te presenteren aan de arbeidsmarkt, in ruil voor het

verkrijgen van een uitkering. uiteraard moeten de uitvoerders een zekere beleidsvrijheid

hebben. aan een politieman worden nu eenmaal andere eisen gesteld op dit terrein

dan aan een vuilnisman. Maar dat kán de overheid onder de bestaande regelgeving al

afdwingen, dus het is de vraag of het zinvol is om deze regelgeving aan te scherpen. Het

lastige is dat dat moeilijk te voorspellen is. neem het idee van het opheffen van het bordeelverbod.

Het idee was dat de legalisering op termijn zou leiden tot een keurige

bedrijfstak. Het tegendeel is het geval. omgekeerd zag ik – en met mij vele anderen –

niets in het ooit door d66 ingediende voorstel tot het verbod op stalking. wat blijkt? die

wet werkt wonderschoon.’

8 uwvMaGaZine april 2012 9


Het Bundesministerium für Arbeit und

Soziales (BMAS) bevindt zich vlak bij de

voormalige Berlijnse Muur. In een van

de samengevoegde gebouwen van dit

Duitse ministerie van Arbeid en Sociale

Zaken huisde vóór de Tweede Wereldoorlog Goebbels’

Propagandaministerie, en in een ander stuk had

Wilhelm Pieck zijn bureau, de eerste president van de

DDR. En je kijkt uit op de standbeelden van Pruisische

generaals, die na de val van de Muur zijn teruggeplaatst.

Het BMAS heeft al die historie gewetensvol ingepast in

zijn verder moderne, lichte entourage. Staatssecretaris

Gerd Hoofe (CDU) past hier goed: een toegankelijke vijftiger

uit Duitslands Westen, die zich wars toont van

partijformules en propagandataal.

De Duitse economie gaat goed. Gerd Hoofes ‘Chefin’,

minister Ursula von der Leyen (eveneens CDU), heeft

onlangs verklaard dat de groei ook ten goede moet

komen aan de werknemers – in een land waar loonmatiging

het devies is. Prompt vragen de twee grootste

vakbonden, IG Metall en Verdi (dienstverlening) 6,5 procent

loonsverhoging. Het grondpersoneel van het vliegveld

Frankfurt wil zelfs tot 70 procent meer en dreigt op

deze februaridag met stakingen. ‘Maar ze zijn, na arbitrage,

zojuist 20 procent gezakt’, vertelt Hoofe. ‘Ook niet

niks, trouwens.’

Een paar dagen na ons gesprek, op schrikkeldag, zal

openbaar worden wat Gerd Hoofe al wist: de werkloosheid

is in Duitsland op het laagste niveau beland sinds

21 jaar. De staatssecretaris ziet echter nog genoeg mit-

10 uwvMaGaZine

interview met gerd hoofe, staatssecretaris ‘für arbeit und soziales’

waaroM Het

in dUitsland

Zo Goed Gaat

tekst annemieke hendriks foto’s andreas chUdoWski

sen en maren. Zal de eurocrisis alsnog toeslaan in

Duitsland? Op diezelfde 29e februari komt in het

nieuws dat de drogisterijketen Schlecker, in opspraak

gekomen door loondumpings- en afluisterpraktijken,

de helft van zijn filialen sluit en bijna twaalfduizend

banen schrapt. De Duitse arbeidsmarkt is even flexibel

als onzeker – vooral aan de onderkant, waar, voor

Nederlandse begrippen, lonen en uitkeringen erg laag

zijn.

De Duitse economie gaat goed, terwijl Nederland

sinds half december in een recessie zit. Welke

bijdrage aan dit Duitse succes heeft de

arbeidsmarktpolitiek van uw ministerie?

‘De export is gestegen en de werkloosheid, die jarenlang

boven de zeven procent was, is nu net daaronder

gedaald en daarmee ongeveer even hoog als die in

Nederland, waar die flink is gestegen. In deze ontwikkeling

spelen de hervormingen op de Duitse arbeidsmarkt

een belangrijke rol. Sinds een klein decennium

hebben we een heel andere, flexibeler instelling

tegenover werk en werkgelegenheid. De aanzet daartoe

gaf de rood-groene regering-Schröder al in de

jaren 2003-2005.’

U doelt op de ‘Agenda 2010’, die de Bondsrepubliek via

het drukken van loonkosten en sociale lasten een

concurrerender positie in de wereld moest geven?

‘Die bedoel ik. De sociale partners, de werkgevers- en

werknemersorganisaties, hebben al die jaren een


janUari 2012 11


* 1955: geboren te Mittelnkirchen, ten

* rechtenstudie in Göttingen

* 1981-1983: werkzaam als advocaat

* 1983-2003: diverse overheidsfuncties

* 2003-2005: staatssecretaris in de

* 2005-2009: staatssecretaris in

* sinds 2009: staatssecretaris in

BioGrafie

gerd hoofe

westen van Hamburg

in nordrhein-westfalen op de terreinen

jeugd, sociale zaken, school, gezondheid,

verkeer, financiën, personeelsbeleid, it

deelstaat niedersachsen, Ministerium

für soziales, frauen, familie und

Gesundheit

het Bundesministerium für familie,

senioren, frauen und Jugend

het Bundesministerium für arbeit

und soziales (een van de vier

staatssecretarissen van dit ministerie)

werkgelegenheidsvriendelijk beleid gevoerd: geen

overdreven looneisen, niet “eruit halen wat erin zit”,

maar een cao-beleid voeren dat arbeidsplaatsen op

termijn veiligstelt. Het resultaat kon je in de crisisjaren

2008-2009 goed zien. Ook toen wisten we de werkgelegenheid

op peil te houden. Het recept was

interne flexibiliteit”: de economische neergang in de

bedrijven zelf opvangen. Dat houdt in dat je de werknemers

er niet uitgooit en ze na de crisis opnieuw

aanstelt. Want daarbij gaat veel verloren.’

Tijdens die laatste crisis werd in uw land veel

systematischer en massaler dan in Nederland

gebruikgemaakt van arbeidstijdverkorting. Hoe

pakte dat uit?

‘De gezamenlijke filosofie van regering en sociale

partners was om de knowhow in de bedrijven te houden.

We moesten alles doen om het oude horrorscenario

te voorkomen: de massale werkloosheid

kort na de val van de Muur in het Oosten van ons land.

In 2009 zijn maar liefst 1,6 miljoen werknemers tijdelijk

van een volledige naar een deeltijdbaan in hun

bedrijf overgegaan. Dat betrof met name de automobiel-,

de metaal- en elektronische industrie. Bijna allemaal

werken de betrokkenen inmiddels weer fulltime.

Achteraf hebben we eens laten berekenen

hoeveel geld met deze ingreep gemoeid was. De Staat

heeft 5,4 miljard euro in aanvullende uitkeringen,

premies en bijscholing geïnvesteerd; de werkgevers

hebben 4,6 miljard ingezet voor de extra kosten; en de

werknemers hebben inkomsten ingeleverd voor 2,6

miljard.’

Die werknemers kregen tijdens de crisis tijd en

middelen om zich verder te kwalificeren. Was dat

deel van het succes?

‘Ja, met name laagopgeleid en ouder personeel werd

zo beter op de toekomst voorbereid. Toen de crisis

voorbij was, ging het in rap tempo vooruit met de productiviteit.

De werkverhoudingen in de bedrijven

waren niet verstoord, de werknemers waren er nog,

vaak beter opgeleid en wel. Dat gaf ons een voorsprong

op andere landen. Ik heb ter voorbereiding

van dit gesprek nog eens nagekeken hoe snel ons

land in 2009 de nodige regelingen heeft getroffen, en

hoe snel en op welke schaal de cao-partners in de

diverse sectoren deze hebben uitgevoerd. Dat is naar

mijn idee beslissend geweest voor het succes. Kijk,

elke Staat heeft in die crisis wel conjunctuurmaatregelen

genomen. Maar dat ging vaak aarzelend en op

kleinere schaal, zoals in Frankrijk en Nederland.’

Die flexibele Duitse arbeidsmarktpolitiek heeft ook

nadelen voor de werknemers. In vele sectoren is

deeltijdwerk, uitzendwerk, tijdelijk werk aan de orde

van de dag – slecht betaald werk sowieso. Als je in

Nederland vertelt dat Duitsland geen wettelijk

minimumloon kent, word je amper geloofd. Waarom

is dat zo?

‘Nou ja, we kennen in Duitsland wel sectoren waar

een minimumloon is vastgesteld: de bouw, de gebouwenreiniging,

de veiligheidsindustrie, en zelfs de

uitzendbranche...’

Maar dat minimumloon per branche kan heel laag

liggen, net als de cao’s die voor kleinere, regionale

branches zijn uitonderhandeld, waar de vakbonden

merkbaar weinig macht hebben. Een actueel lijstje

uit de krant – horeca in Beieren: 5,26 euro per uur; een

slagersbranche in Saksen: 6 euro; hotel- en

restaurants in Brandenburg: ook 6 euro. Dit betreft

dus niet alleen de deelstaten in het Oosten, zoals je

vaak hoort. 4,6 miljoen mensen met een volledige

baan verdienen minder dan 7 euro per uur, aldus

cijfers van de Bundesagentur für Arbeit, een soort

Duitse UWV.

‘Dat zullen voor een deel stokoude cao’s zijn. Maar

daarvan kunnen velen inderdaad niet rondkomen.

Die kunnen de Staat om een aanvullende uitkering

vragen. Duitsland kent nu eenmaal de traditie van

Tarifautonomie, van arbeidsovereenkomsten waar

de Staat niet tussenkomt. Ook die cao-minimumlonen

in de bouw en zo, waarover ik het had, zijn pas recent

tot stand gekomen. De uitbreiding van de Europese

Unie bracht de vrees met zich mee dat werknemers

uit andere, met name Oost-Europese landen voor

wezenlijk geringere lonen in Duitsland zouden

komen werken.’

Dat is toch de beste reden voor een wettelijk

minimumloon? Want nu mogen Polen en andere Oost-

Europese arbeidsmigranten nog in Duitsland werken

op basis van cao’s die in hun eigen land gelden.

‘Dat is waar, en de zaak is ook in beweging. Ook in

mijn eigen christen-democratische partij CDU gaan

stemmen op voor een wettelijk minimumloon. Dat

geldt dan voor iedereen, ook voor Polen etc. Ikzelf

ben daar ook helemaal niet op tegen.’

Laten we terugkeren naar het speerpunt van uw

arbeidsmarktpolitiek: mensen prikkelen om (weer)

aan het werk te gaan. Met dat doel is indertijd, in de

Agenda 2010, een nieuw systeem van uitkeringen

voor werklozen in het leven geroepen. Je hebt in

Duitsland geen recht meer op vijf jaar WW, zoals

vroeger, maar ontvangt die slechts één jaar lang,

ouderen anderhalf. Daarna beland je in een uitkering

die het bestaansminimum garandeert, een soort

‘bijstand’ voor werkzoekenden: de zogeheten Hartz

IV, genoemd naar de Volkswagen-topman die het

systeem heeft uitgedacht. Ook steeds meer

deeltijdwerkers, seizoenarbeiders en, u zei het al,

mensen die met hun volledige baan te weinig

verdienen om van te kunnen leven, zijn deels op

Hartz IV aangewezen. In totaal betreft dit nu 6,3

miljoen mensen. Is Hartz IV wel de juiste aanloop

naar een fatsoenlijke baan?

‘Ten opzichte van 2005 hebben we veertig procent

langdurig werklozen minder. En het aantal mensen

dat Hartz IV ontvangt, was nog nooit zo laag als nu. De

meesten van hen zijn werkloos. Maar het is waar dat

de groep slechtbetaalde werknemers met aanvullende

Hartz IV groeit. De hamvraag is hoe we ze er zo

snel mogelijk weer uitkrijgen. Daar moeten we alles

voor doen.’

Want het welvarende Duitsland kent verrassend

grote verschillen tussen arm en rijk.

‘We hebben inderdaad in de afgelopen tien, vijftien

jaar te maken met een schaar waarvan de bladen uit

elkaar lopen. Bij de hogere inkomens is een voortdurende

stijging te zien en bij de lagere niet, soms zelfs

een netto-teruggang. Dus de economische groei pakt

nogal ongelijk uit.’

Dat is een politieke zaak.

‘Jazeker, en ook een kwestie van ethiek. Want in de

crisis van 2008-2009 hebben de lagere inkomens, door

af te zien van looneisen, sterk bijgedragen aan het

snelle herstel. Dus we moeten ons met dit probleem

hier in huis, op het BMAS, intens bezighouden – wat

we ook doen. Het gaat erom de juiste balans te vinden:

flexibiliteit voor het bedrijfsleven, maar tegelijk

misbruik bestrijden, zoals loondumping, zoals het

vervangen van de vaste krachten door losse – trefwoord

Schlecker.’

In Nederland kijkt men goed naar het Duitse systeem.

Er gaan stemmen op om de duur van onze

werkloosheidsuitkering te bekorten, zodat mensen

sneller in de richting van de bijstand, van uw Hartz

IV, komen. Onze bijstandsuitkering is van het

minimumloon afgeleid: dat zou een gezin nodig

hebben als bestaansminimum, en een alleenstaande

pakweg twee derde daarvan. Hartz IV kent

daarentegen een basisbedrag van 337 euro per

gezinspartner per maand, plus een deel daarvan per

kind, en 374 euro voor een alleenstaande. Dat geld

beheert de Bundesarbeitsagentur, zeg maar uw UWV.

De gemeente waarin je woont, vult deze bedragen

aan met de kosten voor woninghuur en verwarming.

Dat geld krijg je dus niet zelf in handen. Wat is uw

ervaring met dit tweesporensysteem?

‘Dat de woonkosten direct door de gemeenten worden

betaald, en het leeuwendeel van de uitkeringen

12 uwvMaGaZine april 2012 13


door de Staat, heeft met de Duitse deling van verantwoordelijkheden

tussen de overheden te maken. Het

leverde aanvankelijk een hoop problemen en competentiestrijd

op. Er moest zelfs een grondwetsverandering

aan te pas komen. Het Constitutionele Hof heeft

bepaald dat genoemde basisbedragen volstrekt controleerbaar

tot stand moeten komen. Daartoe worden

er steekproeven gehouden die aantonen wat je per

maand aan kleding, eten, vrijetijdsbesteding, noem

maar op, minimaal nodig hebt voor een menswaardig

bestaan.’

Op die lijst staat bijvoorbeeld: ‘Voedingsmiddelen en

alcoholvrije dranken: 128,46 euro. Alcoholische

dranken, tabak en drugs: 0,00 euro’. Dat klinkt

betuttelend.

‘Wat de Staat bijdraagt, moet nu eenmaal worden

gemotiveerd. Maar de uitgaven van de Hartz

IV-ontvanger worden niet gecontroleerd, hoor. Wat

voorop staat, is dat deze zo min mogelijk last moet

hebben van die hele bureaucratie. Hij of zij hoeft de

taakverdeling niet te kennen, die overigens in grote

steden weer anders is dan in landelijke regio’s. Je gaat

overal naar het Jobcenter, en daar wordt alles geregeld

en aangeboden: de uitkeringen, de begeleiding

naar werk, drugshulpverlening, psycho-sociale hulp.

Ik zou die begeleiding graag nog beter zien. In Berlijn

hebben we het Jobcenter-personeel flink uitgebreid

en dat had direct effect op het vinden van passend

werk.’

De integratie van zwakke groepen op de

arbeidsmarkt, zoals gehandicapten, is eveneens

ondergebracht bij de Bundesagentur für Arbeit, en

dus het Jobcenter. Maar hun arbeidsvermogen en de

uitkeringshoogte worden elders bepaald. Is dat niet

extra lastig?

‘Zeker. Problemen heb je bij een gedeelde verantwoordelijkheid

altijd. Maar wettelijk kan het bij ons

niet anders. Daarom hebben we al conflictoplossingsmechanismen

in de wet ingebouwd. De instanties

moeten er samen uitkomen, en wie het met die uitkomst

niet eens is, kan om arbitrage verzoeken.’

Kunnen Nederlanders iets leren van de Duitse

organisatie van het arbeidsmarktbeleid?

‘Eigenlijk heb ik juist in Nederland geleerd hoe je een

functionerend systeem kunt opzetten. Dat was eind

jaren negentig, ik werkte toen in Osnabrück bij de

regionale overheid en ging geregeld naar Amsterdam

en Den Haag om te kijken en te overleggen. Je had bij

jullie toen Maatwerk. Wij hebben in die tijd in

Osnabrück een instelling opgericht die we Maßarbeit

genoemd hebben. Want het Nederlandse uitgangspunt,

werklozen op lokaal niveau en intensief begeleiden,

sprak ons zeer aan. In zekere zin vind je dat

ook terug bij de uitvoering van Hartz IV.’

‘Waar het om gaat, is dat we iedereen op de arbeidsmarkt

hard nodig hebben. Zo hebben we het afgelopen

jaar in het kader van het VN-verdrag Handicap

een nationaal actieplan geïntroduceerd, waarvoor

we honderd miljoen euro hebben vrijgemaakt. Een

speerpunt daarvan is ook de werkgevers te overtuigen

dat we gehandicapten op de arbeidsmarkt hard

nodig hebben. Zo hebben we ook goedopgeleide

immigranten nodig. Inderdaad, Duitsland heeft,

anders dan Nederland, vakkrachten uit de Oost-

Europese staten die in 2004 bij de Europese Unie kwamen,

het werken tot mei vorig jaar belemmerd. Maar

nu zijn we met een inhaalslag bezig. Sterker, ook

hoogopgeleiden uit landen buiten de EU zullen hier

in de Bondsrepubliek vanaf 1 juli makkelijker aan de

slag komen. Op die datum gaat een wet in, die hun

een Blue Card kan verschaffen. Wanneer ze twee jaar

in Duitsland werken, krijgen deze academici een permanente

verblijfsvergunning.’

U hebt het economisch tij nu mee. Dat geeft zulke

plannen wellicht ook vleugels.

‘Zo is het. Maar onze taak is niet alleen werkgevers te

stimuleren om onbenutte kwaliteit aan te boren. We

moeten er vooral ook voor zorgen dat ze niet de

bekende fout maken: mensen binnenhalen om ze er

bij de volgende crisis weer uit te gooien.’

U doelt nu op gehandicapten en immigranten, maar

ook op bijvoorbeeld vrouwen en ouderen op de

arbeidsmarkt?

‘Precies, op al het onbenutte arbeidspotentieel. Want

we hebben deze groepen hard nodig om onze welvaart

te behouden. In 2025 zullen we in de

Bondsrepubliek 6,3 miljoen minder vakkrachten hebben,

zelfs met de nieuwe immigranten erbij. We hebben

berekend dat als het lukt om ieder jaar tot 2025

honderdduizend mensen extra aan het werk te krijgen,

dat 450 miljard euro aan economische groei oplevert.

Het omgekeerde is ook waar: als dat niet lukt,

zullen de groei en de welvaart in Duitsland met hetzelfde

bedrag afnemen. Hier ligt dus een reusachtige

uitdaging.’ F

op één hoop gegooid

werkloos ≠

WerkschUW

tekst philip dröge fotoGrafie tessa posthUma de boer

Bestaat ‘de’ Nederlander? Toen prinses Máxima twee jaar geleden een

ontkennend antwoord gaf op deze vraag, kwamen er onmiddellijk

Kamervragen. Sommige politici wisten heel zeker van wel, andere

waren overtuigd van niet; je kunt er dus over discussiëren.

Generaliseren is echter gevaarlijk. Zo is er ook een algemeen beeld

van ‘de werkloze’, en dat is niet altijd even gunstig. Dat steekt veel

werkzoekenden, en niet zo’n klein beetje ook.

Ze voelen zich onbegrepen door de politiek die ze in hun ogen

soms te kijk zet als werkschuw en lui. Tientallen, vooral oudere

werkzoekenden klommen de afgelopen maanden in de pen om dat

imago recht te zetten. In ingezonden brieven naar kranten vertelden

ze dat ze dolgraag willen werken, maar dat vrijwel niemand op hen

zit te wachten*, de inspanningen – zoals de 50-pluscampagne, zie

pagina 4 – van UWV ten spijt. UWV Magazine sprak met drie van deze

briefschrijvers over hun frustraties en hun onverwoestbare optimisme

in de zoektocht naar werk. Een pleidooi voor meer erkenning van de

capaciteiten van oudere werkzoekenden.

* in 2011 werd slechts 2% van de vacatures vervuld door 55-plussers (bron: kenniscentrum UWv)

14 uwvMaGaZine april 2012 15


freek Wiedijk

‘Verwijt mij nooit dat

ik ben vastgeroest’

Mijn laatste baan was als trainer bij

UWV. Ik leerde oudere werknemers

om een nieuwe baan te vinden. Dus toen

dat project stopte, dacht ik binnen korte

tijd nieuw werk te vinden. Niemand was

toch beter in het vinden van een baan

dan ik? Dat is nu een half jaar geleden en

ik weet niet hoe lang het nog gaat duren.

Ik kan volgende maand aan de slag zijn,

maar het kan ook zijn dat ik over een jaar

nog steeds werk zoek. Een paar keer ben

ik uitgenodigd voor een gesprek, maar

uiteindelijk vinden ze me als voormalig

manager te zwaar voor de functies waar

ik op solliciteer.

Het klinkt misschien gek voor iemand die

bij UWV heeft gewerkt, maar solliciteren

heeft op deze leeftijd eigenlijk geen zin

meer. Je moet netwerken, handen schudden,

praten, aan het bureau komen. Als

werkgevers iemand van vlees en bloed

zien, dan reageren ze heel anders dan

wanneer ze je cv ontvangen met daarop

je geboortedatum. Als je ze in de ogen

kijkt, merken ze gelijk dat je geen oude

kerel bent, maar gewoon iemand van 57

die dolgraag nog tien jaar zijn handen uit

de mouwen wil steken. Zo kom je veel

eerder tot een gesprek dan wanneer je

met je sollicitatie op een stapel van een

paar honderd soortgelijke brieven

terechtkomt.

De schuld voor werkloosheid wordt naar

mijn idee momenteel veel te veel bij de

werkzoekenden gelegd. Toen ik een

interview met minister Kamp las waarin

hij vertelt dat werklozen te weinig doen

om aan de slag te komen, werd ik echt

kwaad. Je mag van mening zijn dat ik

voor werk moet verhuizen, maar verwijt

mij nooit dat ik ben vastgeroest, want dat

slaat nergens op. Waarom geeft hij niet

eens een interview over werkgevers die

weigeren mensen van boven de veertig

aan te nemen? Werkgevers die liever

mensen uit Oost Europa hebben omdat

die zo lekker goedkoop zijn? Laat hij zijn

pijlen eens richten op de werkgever in

plaats van de werkzoekende te

stigmatiseren.

16 uwvMaGaZine

marcel heijnsbroek*

‘Ik wil dolgraag

aan de slag’

In augustus 2011 kreeg ik te horen

dat mijn contract via een detacheringsbedrijf

werd ontbonden.

Uiteraard heb ik binnen mijn netwerk

verteld dat ik op zoek was naar een

nieuwe baan, ik heb me ingeschreven

bij allerlei vacaturebanken. Op die

manier dacht ik binnen één of twee

maanden weer aan de slag te komen.

Maar al snel werd het me duidelijk dat

de omstandigheden ten opzichte van

een paar jaar geleden aardig zijn veranderd.

Banen liggen niet meer voor

het opscheppen en werkgevers willen

geen mensen van boven de vijftig, die

zijn te duur, denken ze.

Wat me stoort, is dat er niet netjes met

je wordt omgegaan. Ik solliciteerde bij

een gemeente, ging op gesprek en toen

bleef het stil. Toen ik navraag deed,

bleek dat ze iemand anders hadden

aangenomen maar de afwijzingsbrieven

waren vergeten. Bij een andere

gemeente hebben ze een van mijn

voormalige werkgevers gevraagd of ik

eigenwijs was. Ja, zei die werkgever,

dat is hij wel. Dat was reden om me

niet aan te nemen.

En dan word je door de politiek ook

nog op één hoop gegooid. Natuurlijk

zijn er werklozen die niets doen om

aan de slag te komen. Maar dat wil niet

zeggen dat we allemaal lui zijn. Ik wil

dolgraag aan de slag. Als het aan de

politiek ligt, moet ik daarvoor zelfs verhuizen.

Dat klinkt heel mooi, maar wat

moet ik bijvoorbeeld in Friesland als

mijn sociale netwerk in Brabant ligt?

In Den Haag onderschatten ze de

ellende waarin je terechtkomt als je

niet meer werkt. Je gaat soms aan

jezelf twijfelen. Heb je nog wel de

juiste vaardigheden, ben je echt zo

duur? Ik mis van de politiek een positief

verhaal: hoe gaan we zorgen dat

het beter gaat, wat kunnen we doen

om de schouders eronder te zetten.

Praat dáár eens over.

* Marcel Heijnsbroek heeft inmiddels een

baan gevonden.

ron van der Wal

‘Je zou zeggen dat ik met

42 jaar nog jong ben...’

. . .maar van veel werkgevers hoor ik

dat de magische grens waarop je te

oud bent inmiddels op 40 of zelfs 35 ligt.

Veel werkgevers leggen de focus op

bedrijfskosten en ze denken ten onrechte

dat jongere werknemers veel goedkoper

zijn. Werkervaring kun je niet in het jaarverslag

zetten, gedaalde personeelskosten

wel.

Je krijgt bij een afwijzing nooit letterlijk

te horen dat je te oud of te duur bent. Je cv

heeft “te weinig aansluiting op de vacature”,

zo heet het dan. Bij uitzendbureaus

reageer ik wel eens op een vacature die

dan niet blijkt te bestaan. Ze willen mensen

lokken om in hun bestand op te

nemen en die prachtige baan die in de

advertentie staat, komt dan “binnenkort”,

zo hopen ze.

Toen ik mijn laatste vaste baan verloor,

dacht ik binnen drie maanden weer aan

de slag te zijn, maar nu duurt het al meer

dan 22 maanden. Van UWV heb ik weinig

steun gehad. Twee gesprekken met een

coach, dat was het. Een vriendelijke

dame, maar er ging weinig initiatief van

uit. Ik wilde graag een cursus doen om

mijn kansen te vergroten, maar het potje

voor opleidingen was op, zei ze.

Minister Kamp lijkt me een capabele

man, maar hij weet niet hoe de vlag er bij

hangt in Nederland. Natuurlijk is er een

bepaalde groep werklozen die niet vooruit

te branden is, maar als je iedereen

over één kam scheert, dan doe je de werklustigen

tekort, je generaliseert. Het

klinkt zo makkelijk om mensen verplicht

te laten verhuizen als ergens anders wel

werk is. Maar mensen hebben een koopwoning,

een sociale omgeving, een partner

met wie je ook rekening moet houden.

De overheid zou er ook eens op

kunnen wijzen dat oudere werknemers

waardevol zijn. Op de werkvloer hoor je

een goede mix te hebben tussen jeugdig

enthousiasme en ervarenheid. Mensen

die al een tijdje meelopen, zijn vaak wat

socialer en rustiger, dat mag Den Haag

wel eens wat meer benadrukken.


ron van der Wal • Woonplaats: apeldoorn • beroep: informatiedienstverlener/medewerker bedrijfsbureau. • leeftijd: 42 •

aantal sollicitaties: 300+ • zin uit zijn ingezonden brief in het nederlands dagblad: ‘Het is alsof ik met blote handen door een betonnen

muur probeer te komen.’

april 2012 17


marcel heijnsbroek • Woonplaats: Maarheeze • beroep: bestekschrijver in de weg- en waterbouw • leeftijd: 55 •

aantal sollicitaties: 85 • zin uit zijn ingezonden brief in het eindhovens dagblad: ‘na drie maanden kan ik concluderen dat het voor mij als

55-jarige werkzoekende, bulkend van de ervaring, niet gemakkelijk is om er weer bij te horen.’

18 uwvMaGaZine

freek Wiedijk • Woonplaats: schagen • beroep: P&o’er • leeftijd: 57 • aantal sollicitaties: 80 • zin uit zijn ingezonden brief in

het noordhollands dagblad: ‘Beste minister kamp. stop toch eens met die negatieve beeldvorming van de werkzoekende.’ F

april 2012 19


Zou u HeM aanneMen?

Bent u op zoek naar personeel, hebt

u geen vooroordelen over uiterlijk en

gedrag maar beoordeelt u mensen op

hun zuivere merites? dan is deze

werknemer misschien wel iets voor u!

20 uwvMaGaZine

‘Het naleven van verplichtingen’ is de titel van een recent rapport van de

inspectie werk en inkomen. de kernvraag uit deze verkennende studie is hoe

gemeenten omgaan met wBB-(‘Bijstands’)klanten ‘van wie gedrag en/of

kleding de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk beperken.’ Het onderzoek

komt voort uit de wens van het kabinet het handhavingsbeleid aan te

scherpen, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord. Zie ook pagina 6-9.

wiM HardeMan

Zou u Haar aanneMen?

Bent u op zoek naar personeel, hebt

u geen vooroordelen over uiterlijk en

gedrag maar beoordeelt u mensen op

hun zuivere merites? dan is deze

werknemer misschien wel iets voor u!

‘Het naleven van verplichtingen’ is de titel van een recent rapport van de

inspectie werk en inkomen. de kernvraag uit deze verkennende studie is hoe

gemeenten omgaan met wBB-(‘Bijstands’)klanten ‘van wie gedrag en/of

kleding de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk beperken.’ Het onderzoek

komt voort uit de wens van het kabinet het handhavingsbeleid aan te

HardeMan

scherpen, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord. Zie ook pagina 6-9. wiM

april 2012 21


Voorjaar 2012 mag het in de media veel over oplopende

werkloosheid en minder vacatures gaan,

krapte op de arbeidsmarkt door vergrijzing en

ontgroening komt eraan. Vanaf 2015, heus waar.

Zo zal de komende jaren een groot deel van het

personeel aan Nederlandse universiteiten met pensioen

gaan. Deze instellingen zullen dan – samen met talloze

andere ‘vissers’ – de hengel moeten uitwerpen boven een

almaar slinkende vijver met beschikbare gekwalificeerden.

Er moet echt iets gebeuren, dat beseffen ook de sociale partners

die de cao 2011 voor universitair personeel in elkaar

hebben gezet. Zij legden daarin het voornemen vast arbeidsplaatsen

te creëren voor Wajongers en andere groepen met

een arbeidsbeperking. UWV kreeg het verzoek van de VSNU,

de vereniging van Nederlandse universiteiten, een ‘schouw’

te houden op alle universiteiten om in kaart te brengen waar

22 uwvMaGaZine

universiteiten kunnen Wajongers goed gebruiken

studeren oP

inclusief

denken

Voor het eerst is er aan Nederlandse universiteiten – en wel alle

veertien tegelijk – gericht, praktisch onderzoek gedaan naar de

mogelijkheid Wajongers duurzaam in te zetten. Het zorgvuldig

onderbouwde onderzoek, uitgevoerd door enthousiaste studenten

onder begeleiding van UWV en de Universiteit Maastricht, leidt tot

optimistische conclusies en aanbevelingen.

tekst egbert jan riethof fotoGrafie amke

geschikte taken voor de doelgroep te vinden of geschikt te

maken zijn. Daar had UWV wel oren naar, temeer daar het in

samenwerking met de Universiteit Maastricht al een paar

jaar bezig was met ontwikkeling en toepassing van de zogenoemde

inclusieve arbeidsanalyse. Deze methode voorziet in

een ‘inclusief herontwerp van werkprocessen’ (IHW), dat

organisaties toegankelijker maakt voor mensen met een

arbeidsbeperking. Zij krijgen in zo’n inclusieve organisatie

de kans naar vermogen en duurzaam bij te dragen aan het

bedrijfsresultaat.

Een andere arbeidsdeling

Traditioneel is de organisatie van werk ‘exclusief’ ingericht

op werving en selectie van de gezonde kandidaten met passende

opleiding en ervaring. Een inclusieve organisatie heeft

een ander uitgangspunt: die creëert functies die aansluiten


jolijn calle (27):

‘Die mensen kunnen veel’

het resultaat op de afdeling aan de

Universiteit Utrecht die jolijn calle

(master sociologie) en anderen onderzochten,

was niet onverdeeld positief.

‘maar dat is onderzoek hè. zo kan het

gaan. Werknemers gingen er hun eigen

gang, er was weinig overleg. ze zaten

ook niet echt te wachten op een andere

inrichting van het werk. op zich kan ik

me dat ook voorstellen. komt er weer

zo’n richtlijn van bovenaf, zij mogen het

regelen. het lag ook wel aan het karakter

van de plek: technische mensen,

voor wie het vaak inderdaad zinloos leek

om iemand naast zich te hebben meelopen.

toch vonden we geschikte elementaire

taken. maar houding en organisatie

zouden voor “inclusief herontwerp van

werkprocessen” wel anders moeten.

Wajongers hebben duidelijkheid nodig,

en als taken historisch zijn gegroeid en

weinig omschreven zijn, is die duidelijkheid

er niet.’

ooit kwam jolijn tijdens een stage hbosociaal-juridische

dienstverlening in

aanraking met Wao’ers die bij herkeuring

in haar ogen ten onrechte werden

goedgekeurd en weer aan het werk

moesten – terwijl dat werk er niet was.

in dit project is dat beter doordacht.

UWv wil zorgen voor een duurzame en

veilige omgeving voor Wajongers, heel

goed. die mensen kunnen veel, als je

alles goed inricht. je moet mensen op de

werkvloer Wajongers laten ontmoeten.

dan zullen ze dat inzien en verandert de

mentaliteit. We moeten ons er allemaal

voor openstellen, massaal, niet op een

paar uitzonderlijke plekken, zoals nu

nog. er hoeft dan niet eens veel te veranderen

om geschikte werkplekken te

creëren.’

april 2012 23


enée Bleeker

marco hooghuis, student lucht- en ruimtevaarttechniek aan de technische

Universiteit delft, zag de annonce voor het onderzoeksproject bij uitzendbureau

studentenWerk en dacht: interessant. ‘een mooie oplossing, als het zou

lukken om deze mensen in het arbeidsproces te krijgen. ik gebruik dat woord

nu wel, arbeidsproces, maar ik had best moeite om aan de terminologie te

wennen. het is mijn vakgebied niet en dat zal het ook niet worden.’ toch is het

hem allemaal goed bevallen. zijn team lichtte in delft de afdeling facilitair

management door. lampjes vervangen, studenten aanspreken op gedrag,

colleges voorbereiden… ‘We vonden diverse mogelijkheden voor elementaire

taken, maar er waren dan wel veranderingen nodig. nu moet elke werknemer

hetzelfde kunnen: een lamp vervangen, maar ook goed zijn in sociale contacten.

je zou die competenties kunnen scheiden en functies creëren voor denkers

en doeners. in dat geval zouden diverse Wajongers aan de slag kunnen.’

marco noemt het ‘stom’ dat het kan bestaan dat mensen die willen werken,

zoals Wajongers, niet aan de bak komen alleen doordat organisaties en

instanties te behoudend zijn. ‘deze aanpak kan verandering brengen. ook in

de werkkring waar ikzelf later aan de slag kom, geen idee waar dat zal zijn, zal

ik me daarvoor inzetten.’

marco hooghUis(22):

‘Deze aanpak kan

het verschil maken’

bij het potentieel van álle werknemers, ook die met een

beperking. Zij is dus flexibel en bundelt taken zodanig

dat functies aansluiten bij de diversiteit van het aanbod.

De meeste organisaties zijn exclusief, IHW is dus

hard nodig – en langzaam begint dat inzicht te groeien.

Specifieke, vaak elementaire taken zou je na inventarisatie

en analyse bedrijfsbreed en structureel kunnen

losmaken uit de ene groep functies en bundelen tot

nieuwe, geschikt voor bijvoorbeeld niet-hoogopgeleide

Wajongers. Zo ontstaat vraag naar hun vermogens en

talenten. Nieuwe arbeidsdeling in die zin kan voor de

werkgever economisch aantrekkelijk zijn, omdat je

werknemers optimaal naar hun mogelijkheden inzet.

‘Maar daarmee ben je er nog lang niet’, zegt Henny

Mulders, adviseur inclusieve arbeidsanalyse bij UWV.

‘Het gaat niet alleen over het anders verdelen van werk.

De bedrijfscultuur heeft aandacht nodig en een voorwaarde

is commitment van leiding en personeel. De

personeelskosten moeten niet toenemen, liever zelfs

minder worden. De IHW moet leiden tot een bedrijfseconomisch

verantwoorde businesscase.’

Summer Course

Er liep al sinds begin 2010 een succesvol praktijkexperiment

in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam; het

verzoek van de universiteiten was voor UWV een

nieuwe kans om te leren wat in de praktijk mogelijk is.

Maar veertien fors uitgevallen organisaties als onze

universiteiten doorlichten, dat was nogal wat. Via een

uitzendbureau verzamelden Henny Mulders en consorten

daarom in totaal 43 studenten van alle universiteiten,

en niet alleen afkomstig uit sociale wetenschappen:

zo was er bijvoorbeeld een student vliegtuigbouw

bij, en een natuurkundige. Zij volgden in augustus 2011

in Amsterdam een vierdaagse Summer Course. ’s

Avonds ging het overleg door in het uitgaansleven,

overnachten kon in een Youth Hostel. ‘Ze waren er allemaal

in vakantietijd vrijwillig bij. Het enthousiasme

was hartverwarmend, dat was al goed voor het project.

Het voordeel was verder dat ze op hun universiteit goed

ingevoerd waren. En dan is het ook nog nuttig voor studenten

om kennis te maken met de wereld van mensen

met een arbeidsbeperking. Die kom je tijdens de doorsnee

studieprogramma’s namelijk niet tegen. Ze kregen

les van deskundigen over de problematiek van de

arbeidsmarkt en over Wajongers. Ook hebben we de

methodiek van inclusieve arbeidsanalyse uitgelegd en

het onderzoekspracticum voor het najaar voorbereid.

Elk team deed een praktijkoefening in het Slotervaartziekenhuis

en presenteerde de resultaten. Ze waren

diana alblas(24):

‘Er zal een cultuurverandering

nodig zijn’

enorm gretig om te leren, ook van elkaar. Voor mijzelf

was het de leukste klus van 2011.’ De teams gingen

begin september aan de slag door in overleg met de

begeleiders op hun universiteit een afdeling te kiezen

waar een eerste verkenning als deze zinvol kon zijn.

Wel welkom

In december 2011 verscheen de eindrapportage. In vrijwel

alle onderzochte bedrijfsonderdelen troffen de

jonge onderzoekers werkzaamheden aan die

Wajongers zouden kunnen uitvoeren of die daarvoor

geschikt te maken zouden zijn. Elk van de veertien

teams gaf in de eerste plaats een staalkaart aan mogelijkheden

aan, maar noemde ook drempels die er bij uitvoering

nog te nemen zijn gezien de lokale cultuur. Zo

zaten hier en daar aanwezige werknemers niet te springen

om (weer) veranderingen. Mulders: ‘Dit was nog

niet de fase om daarop in te gaan. Hoe universiteiten

met de aanpak verder gaan, is de volgende stap. Maar

zulke bezwaren van zittende mensen kunnen reëel

zijn. Stel je dat vast, en zijn ze niet te ondervangen, dan

moet je ervan afzien. Wajongers moeten wel welkom

zijn. De randvoorwaarden moeten kloppen: zittende

mensen moeten goed geïnformeerd en gemotiveerd

zijn, net als de leiding.’ De cao-partijen toonden zich bij

de presentatie ingenomen met de kwaliteit van het

onderzoek, de inzet van de betrokkenen en de aanbevelingen

zelf.

En hoe nu verder? Het onderzoek van de studenten was

maar een eerste indicatie: veertien zo veel mogelijk

onderling verschillende afdelingen, één per universiteit,

zijn geanalyseerd. Of dezelfde resultaten elders op

soortgelijke afdelingen te halen zijn, is goed denkbaar

maar niet zeker. In het voorjaar van 2012 zijn de caopartijen

naar eigen zeggen bezig een vervolg voor te

bereiden. UWV en de Universiteit Maastricht zullen er

met hun expertise bij betrokken blijven. Henny

Mulders: ‘Op de grote ondersteunende en facilitaire

diensten die universiteiten nu eenmaal hebben, is

ongetwijfeld een hoop te bereiken. Maar ook elders, in

grote bedrijven en vooral zorginstellingen gaat het

onderzoek naar de mogelijkheden van IHW intensief

door. Iedereen beseft: het moet echt anders. En het gaat

niet alleen om Wajongers; er zijn meer werkenden en

werkzoekenden met beperkingen. Denk eens aan de

werknemers die in de WGA zitten, gedeeltelijk arbeidsgeschikten

dus, en aan oudere werknemers; ook voor

hen zijn organisatorische aanpassingen nodig en ook

hen zal de arbeidsmarkt hard nodig hebben.’ F

met haar team onderzocht diana alblas aan de vrije Universiteit in amsterdam

het centrum voor studie en loopbaan. hier werken decanen, adviseurs

en psychologen die studenten begeleiden en cursussen opzetten, bijvoorbeeld

leren omgaan met stress of een sollicitatiebrief schrijven. ‘We vonden

dertien mogelijke elementaire taken. een voorbeeld: aan het eind van de dag

bijgewerkte info in een map stoppen en die terug op zijn plaats zetten. aan de

hand hiervan stelden we nieuwe functies samen voor een bepaald aantal

uren, geschikt voor bijvoorbeeld een niet-hoogopgeleide Wajonger. dit ontlast

geschoolde medewerkers die hierdoor meer toekomen aan primaire

taken.’ de medewerkers, ondervond zij, waren open en welwillend. momenteel

volgt diana alblas de master beleid, communicatie en organisatie. ‘ik heb

me voor de summer course opgegeven, deels omdat de insteek me aansprak

– zo zou de samenleving op grotere schaal moeten ijveren voor betere

arbeidsparticipatie – en daarnaast omdat ik een toekomst voor me zie als

organisatieadviseur. ik zou graag in bedrijven veranderingsprocessen

begeleiden – en dat kan betekenen dat je mensen mee moet krijgen bij een

reorganisatie. dat is ook het thema bij de inclusieve arbeidsanalyse, waar een

andere arbeidsdeling aan de orde kan komen. er zal dan een cultuur-

verandering nodig zijn.’

24 uwvMaGaZine april 2012 25


uwv is europees koploper in digitale dienstverlening

tot uw

e-dienst

tekst nicolien reith en ellen meijer illustratie rhonald blommestijn

UWV zet e-dienstverlening in als primair kanaal

en loopt daarmee voorop in Europa, zo toont een

onderzoek in tien Europese landen aan. Een recent

voorbeeld van onze ‘e-innovatie’ is het experiment

Netwerkplein: een digitaal werkplein waar

hoogopgeleide werkzoekenden leren netwerken.

ij het ontwikkelen van

e-dienstverlening wil UWV leren van

anderen. Daarom deed senior

beleidsmedewerker Internationale

Zaken Corine Peeters van UWV onderzoek

naar de vorderingen in andere EU-landen.

Uit de resultaten blijkt dat Nederland vooroploopt

als het gaat om de inzet van e-dienstverlening

als primair kanaal. UWV verplicht een groot

deel van de werkzoekenden de eerste drie maanden

gebruik te maken van het e-kanaal en ook de

inhoudelijke begeleiding naar werk gebeurt waar

mogelijk online. ‘We zijn daarmee op dit moment

uniek in Europa’, aldus Peeters. ‘De meeste landen

hebben nog veel persoonlijke en telefonische

dienstverlening.’

Peeters en haar team bedachten een aantal vragen

die ze voorlegden aan twaalf landen, aangesloten

bij een netwerk van Europese arbeidsvoorzieningenorganisaties.

De vragen gingen over

ontwikkelingen en aanpak van e-dienstverlening,

strategie voor de komende jaren en handige tools

die deze landen gebruiken. Tien van de twaalf lan-

den werkten

aan het onderzoek mee. ‘Het in

kaart brengen van alle data was een boeiend

avontuur’, blikt Peeters terug. ‘De vraag is:

leer je vooral van overeenkomsten of van verschillen?

Een-op-een landen met elkaar vergelijken

kan niet. Je hebt te maken met verschillen in

wetgeving, arbeidsmarkt, politieke structuren en

politiek klimaat.’

Leren van andere landen

Corine Peeters kwam uiteindelijk tot drie hoofdconclusies:

Nederland loopt voorop met de inrichting

van e-dienstverlening als primair kanaal; de

UWV e-coach als begeleider van klanten bij het

vinden van werk is uniek; en er bestaat geen

blauwdruk voor de toekomst van UWV. ‘We moeten

zelf onze weg vinden en leren van onze ervaringen.

UWV zal de komende jaren vooral samenwerking

zoeken met Groot-Brittannië, Zweden,

Denemarken, België – meer bepaald: Vlaanderen –

en Estland. Net als Nederland streven deze landen

naar een meer efficiënte en effectieve bedrijfs-

uniek in europa

belangrijkste conclusies van peeters’ onderzoek naar multichannelstrategieën

en e-dienstverlening in europa zijn:

* de aanpak van nederland om digitale dienstverlening als primair

kanaal te benutten ter vervanging van face-to-facediensten is

uniek binnen europa.

* nederland kiest als enig europees land voor de inzet van een

e-coach binnen digitale arbeidsbemiddeling.

* de meeste landen houden vast aan face- to-facecontact als het

gaat om handhaving.

* nederland gaat zwaardere bezuinigingen tegemoet dan de

meeste andere landen.

* callcenters kunnen een belangrijke rol spelen in handhaving,

acquisitie en ondersteuning van klanten die onvoldoende

‘digivaardig’ zijn.

* sociale media werken imagoversterkend en zorgen voor meer

(verschillende) contactmomenten met de klant.

26 uwvMaGaZine april 2012 27


voering. Sommige maken daarbij gebruik van methodieken

waaraan UWV ook iets zou kunnen hebben.’ Wat

kunnen we van de vijf genoemde landen leren? Een

klein overzicht.

Groot-Brittannië is een land waar UWV veel aan kan

hebben. Net als in Nederland richten de Britten, onder

druk van bezuinigingsmaatregelen en plannen ter vereenvoudiging

van de sociale wetgeving, hun arbeidsvoorzieningenorganisatie

anders in. En net als UWV

focussen zij daarbij op digitale dienstverlening. Dat

maakt onderwerpen als strategische keuzes, handhaving,

toekomstige dienstverlening aan kwetsbare groepen

en de ontwikkeling van e-dienstverlening tot

belangrijke gespreksthema’s.

Denemarken komt in het onderzoek van Peeters naar

voren als een land met een gedegen handhavingsbeleid.

Deense werklozen moeten hun inschrijving elke

week bevestigen, anders stopt hun uitkering. De communicatie

met hun arbeidsvoorzieningenorganisatie

verloopt verplicht via internet. En werkloze werkzoekenden

moeten hun cv op internet plaatsen.

Werkzoekenden van wie het cv langer dan drie maanden

niet is geraadpleegd, ontvangen hiervan bericht.

UWV wil vooral van de Denen leren wat het verplichte

internetgebruik nu precies inhoudt, hoe de wekelijkse

registratie is georganiseerd en welke voordelen die

oplevert.

In Vlaanderen valt vooral de innovatiedrang op. ‘De

e-dienstverlening van de Vlaamse arbeidsvoorzieningenorganisatie

is gestoeld op trends en gebruikersvriendelijkheid’,

vertelt Peeters. ‘Zij maken van begin af

aan gebruik van social media, inmiddels ook van smart

phones en plaatsen vacatures op iDTV (interactieve

televisie). Verder bieden ze middelen aan die bedoeld

zijn om eigen kennis en ervaring in kaart te brengen. Ik

denk dat UWV veel kan leren van de Vlaamse marketingstrategie

rond e-dienstverlening.’

In Zweden kiezen klanten zelf het communicatiekanaal

dat op een bepaald moment het best past. Het callcenter

van de Zweedse arbeidsvoorzieningenorganisatie

is zeven dagen per week bereikbaar. En een

digicoach geeft via een speciale website antwoord op

vragen. Niet-Zweeds sprekende klanten vinden op de

website van de arbeidsvoorzieningenorganisatie

informatie in hun eigen taal. Ook het callcenter geeft

informatie in meerdere talen. Zweden wil de e-dienstverlening

uitbreiden om ruimte te maken voor face-tofacedienstverlening

aan klanten .

Estland heeft e-learningmodules ontwikkeld voor klanten

die zich computervaardigheden moeten eigen

28 uwvMaGaZine

‘De vraag is: leer je vooral van

overeenkomsten of van verschillen?’

maken of een businessplan leren schrijven. UWV wil

hier meer van weten. Net als van de e-agenda die klanten

na drie maanden werkloosheid moeten bijhouden.

Netwerkplein

Een veelbelovend experiment met e-dienstverlening

dat UWV de afgelopen twee jaar zelf heeft uitgetest is

het project Netwerkplein. Het werd uitgevoerd onder

hoogopgeleide klanten van UWV in de regio’s

Amsterdam, Utrecht en Groningen. Ruim 4000 klanten

deden mee.

Veel hoogopgeleide werkzoekenden hebben volgens

werkgevers een slecht cv. Ze zijn niet gewend te solliciteren,

zichzelf te profileren of te netwerken.

Netwerkplein is daarom rond die thema’s georganiseerd,

vertelt projectmanager Tanja Oosterbaan van

UWV: ‘We hebben een communitywebsite gebouwd en

daar in interactie met klanten diensten opgezet.

Tegelijkertijd nodigden we ze uit samen dingen te organiseren.

Dat hebben we gestimuleerd met een uitdagende

vorm, met polls en stellingen, en met themaweken,

chatsessies en “webinars”; seminars op het web

dus. Na een tijdje zagen we dat klanten elkaar inderdaad

opzochten. Ze gaven onderling cursussen en gingen

samen naar beurzen. Aankomend zelfstandig

ondernemers wisselden tips uit. In een netwerk zie je

dat mensen kwaliteiten hebben die ze voor zichzelf en

anderen inzetten.’

Interactie

Een webinar over ‘Hoe maak ik een elevator-pitch?’ kon

op Netwerkplein tot een onlineworkshop leiden. Zo

werd aan de hand van klantvragen de content aangepast.

Die interactie is volgens Oosterbaan nodig als je

dienstverlening via een nieuw kanaal vormgeeft: ‘Je

moet in de praktijk uitvinden hoe mensen reageren.

Klanten konden op Netwerkplein iets leren en ervaren

dat ze niet alleen staan. Voor ons was het een kans

input te krijgen over hun behoefte aan kennis en vaardigheden.’

Het experiment is afgelopen, maar UWV

neemt de belangrijkste elementen over. Webinars en

e-modules komen dit jaar beschikbaar via www.werk.

nl. Naar e-learning en communities volgt nader onderzoek.

Oosterbaan: ‘Informatie op een website plaatsen

en mensen vertellen wat ze moeten doen, is één. Wil je

ze uitdagen zichzelf te profileren om een baan te vinden,

dan moet je ze verleiden. Dat lukte met

Netwerkplein. De waardering van klanten was hoger

dan voor onze fysieke dienstverlening en de uitstroom

bleek even hoog.’ F

Zou u HeM aanneMen?

Bent u op zoek naar personeel, hebt

u geen vooroordelen over uiterlijk en

gedrag maar beoordeelt u mensen op

hun zuivere merites? dan is deze

werknemer misschien wel iets voor u!

‘Het naleven van verplichtingen’ is de titel van een recent rapport van de

inspectie werk en inkomen. de kernvraag uit deze verkennende studie is hoe

gemeenten omgaan met wBB-(‘Bijstands’)klanten ‘van wie gedrag en/of

kleding de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk beperken.’ Het onderzoek

komt voort uit de wens van het kabinet het handhavingsbeleid aan te

scherpen, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord. Zie ook pagina 6-9.

april 2012 29

wiM HardeMan


werkgevers in elst zijn blij met Wajongers

‘doe MiJ ook

Maar Zo‘n

pietje’

tekst hanny roskamp foto’s martin Waalboer

Financieel gewin mag nooit het argument zijn om Wajongers

aan te nemen. Wat wel telt, is dat potentiële werkgevers het

hart op de goede plaats hebben. In Zuid-Gelderland zorgt

arbeidsdeskundige Alex Thomas van UWV ervoor dat ‘zijn’

Wajongers bij zulke werkgevers aan de slag kunnen.

april 2012 31


eter Slaats en zijn pupil Lars Deijnne

(22) vormen een mooi stel. Ze zijn net

Master Po en Grashopper, voor wie

zich deze karakters uit de serie Kung

Fu nog kan herinneren. De ervaren

meester die een jonge spring-in-hetveld

bij de hand neemt. Peter Slaats

schildersbedrijf SGG Onderhoud groeide en

Slaats had een rechterhand nodig. Lars Deijnne

wilde altijd al schilder worden en volgde daarvoor

een opleiding. Maar door een probleem met taal en

spraak kwam hij in de Wajong terecht. ‘Gelukkig ben ik in

contact gekomen met Peter. Hij wilde iemand die in zijn

bedrijf paste en die alles wilde leren.’ Slaats: ‘Ik betrek Lars

vanaf het begin bij alles wat ik doe. Dus niet alleen schilderen,

maar ook offertes maken. Ik wil hem alles laten zien.

Lars gaat ook mee naar de beurs of naar leveranciers. Wat

mij betreft blijft hij tot zijn vijfenzestigste.’

Er is een plafond

Het schilderwerk buiten is inmiddels bij Lars in goede handen.

Slaats: ‘Ik durf hem een pui af te laten schilderen en die

is dan strak geverfd. Alleen het tempo moet nog wat

omhoog.’ En ook informatie opnemen kost Lars soms nog

wat moeite. ‘Er is een plafond. We proberen het echter op te

bouwen en als het te hard gaat, dan geeft hij dat aan. Dan doe

ik een stap terug.’

Slaats en Deijnne hebben elkaar echt gevonden. Dat is geen

gelukkig toeval, maar het werk van de arbeidsdeskundigen

van UWV. Alex Thomas (UWV Nijmegen), die de match tot

stand heeft gebracht, denkt dat Slaats alles in huis heeft om

een Wajonger succesvol naar de arbeidsmarkt te begeleiden.

‘Hij is iemand met het hart op de goede plek, hij heeft geduld,

hij is vakinhoudelijk goed en ziet het als zijn verantwoordelijkheid.’

Dat zijn de criteria die Thomas hanteert als hij

Wajongers ‘onderbrengt’. Werkgevers die alleen maar denken

een goedkope arbeidskracht binnen te halen, komen

van een koude kermis thuis. Dat is voor de jongeren demotiverend

en voor de werkgevers ook.

Elst ligt mooi in het groen verscholen tussen Arnhem en

Nijmegen. Zo mooi dat je haast zou vergeten dat ze ook hier

hun best moeten doen om Wajongers aan de slag te helpen.

Dankzij de voortvarendheid van het UWV-team zit het

tempo er in Gelderland echter stevig in. Het team, bestaande

uit onder anderen Alex Thomas, Bob Waalewijn (arbeidsdeskundige

Werkgeversservicepunt Midden-Gelderland) en

Suzan de Boer (adviseur Werkgeversdiensten) is bezig om in

36 verschillende sectoren passende werkplekken te vinden

voor Wajongers. Van kwekers en bouwbedrijven tot winkels

32 uwvMaGaZine

en cafés. Thomas: ‘Het vinden van werk voor deze mensen is

een probleem van ons allemaal en met zijn allen moeten we

er iets aan doen. We proberen hier verbindingen te maken

tussen mensen en partijen. Samenwerking is onze troef.’

Carrière als fietsendief

De Algemene Fiets Afhandel Centrale is een mondvol, maar

heet kortweg AFAC en bevindt zich in een loods in Elst. Die is

gevuld met een paar honderd fietsen. Er gebeurt zo’n beetje

alles wat te maken heeft met fietsen en fietsendiefstal. Het

opknappen van kapotte fietsen, het registreren van fietsen,

het herkennen van gestolen fietsen op straat, diefstalpreventie,

het afhandelen van verzekeringsfietsen en binnenkort

ook nog eens de montage van nieuwe fietsen uit gerecyclede

onderdelen volgens een jarenvijftigmodel.

Er werken hier in totaal twaalf Wajongers. Twee hebben een

vrije dag en een groepje is on the road in Dordrecht. Op de

AFAC zwaait Peter Niederer de scepter. Hij is trots op zijn

jongens, die in een enkel geval een carrière als fietsendief

achter de rug hebben, wat hier een enorm voordeel blijkt te

zijn. Niederer: ‘Ze hebben meer expertise dan de politie op

straat. De jongens die hier werken, zijn echt jachthonden, ze

zien feilloos welke fietsen gestolen zijn. Al van ver af spotten

ze dat een slot is doorgezaagd. Daar kan de politie veel van

leren.’ Er zijn jongens bij met een relatief laag IQ. Soms speelt

ADHD, autisme of gedragsproblematiek. De sociale omgeving

kan het probleem zijn, bijvoorbeeld als iemand ’s morgens

liever met vrienden een biertje gaat drinken. Daarom is

soms intensieve begeleiding nodig. Die wordt gedaan door

de jobcoaches van Refrisk, zoals Mark Driessen. ‘In het begin

sta je misschien elke morgen bij de poort, gaandeweg kun je

zo’n jongere loslaten. De coaching kan gemiddeld zes uur

per week zijn. Dat is een stevige factuur, maar het is wel

bedoeld om de overgang naar passend, regulier en duurzaam

werk mogelijk te maken.’ Na een proefperiode kunnen

de jongeren een halfjaarcontract verdienen. In die periode

stromen ze met begeleiding van een jobcoach door naar een

passende werkgever. Een van hen is onlangs nog doorgestroomd

naar een baan bij een drukkerij in de buurt.

Gelukkig ziet men in deze regio langzaam een sneeuwbaleffect.

Driessen: ‘Wat ik mooi vind, is dat we zien dat de

bereidheid om die jongens een kans te geven groeit. Als

werkgevers een positieve ervaring hebben met Pietje,

gebeurt het dat andere werkgevers zeggen: doe mij ook maar

zo’n Pietje.’

Alex Thomas legt alvast twee vacatures voor aan Driessen.

Het zijn banen bij een fietsenwerkplaats. Men zoekt een jongen

die overweg kan met elektrische fietsen of die het kan

leren. Omgaan met klanten is ook belangrijk. Driessen ziet

voor wat

hoort wat

werkgevers hebben op een aantal

manieren voordeel bij het aannemen

van een wajonger. allereerst

zijn er de loondispensatie, de noriskpolis,

coaching voor de werknemer,

premiekorting en werkvoorzieningen.

daarnaast kan een

bedrijf soms lastige vacatures vervullen

door scholing binnenshuis.

Gemeenten kunnen bovendien aan

bedrijven die wajongers in dienst

nemen de voorkeur geven bij het

aanbesteden van gemeentelijke

projecten of werkzaamheden.

april 2012 33


wel mogelijkheden voor de jongens die nu bij de AFAC

werken.

Sleutelen aan je geluk

René van de Blaak (23) is nog maar net begonnen bij de AFAC.

Hij had problemen met zijn concentratie en met het uiten

van agressie. Inmiddels gaat het een stuk beter en hij vindt

het werk hier ‘heel leuk’. ‘Ik ben met fietsen aan het sleutelen

en ik ben mee geweest naar Dordrecht om verkeerd

geparkeerde fietsen weg te halen. En ik heb gewerkt in de

loods waar mensen hun fiets kunnen komen halen tegen

betaling.’ Hij heeft weer voldoening in zijn leven, net als zijn

collega Leandro Samuels (25), die hier via UWV een plek heeft

gevonden nadat hij een moeilijke periode had. ‘Ik vind dit

leuk om te doen. Ik doe veel aan preventie zoals auto’s controleren

op diefstal. Je benadert mensen op straat, je legt dingen

uit. Ik zou dit wel langer willen blijven doen, maar mijn

contract duurt vier maanden. Op den duur wil ik meer gaan

sleutelen, misschien aan brommers. Ik ben liever aan het

werk dan dat ik de hele dag thuiszit.’

Koen Janssen (22) heeft ADD en leed aan een psychose. Hij

heeft zijn leven weer op de rit, maar moet nu werkervaring

opdoen. Hij houdt van het fietsenvak. ‘Ik zit eraan te denken

om de fietsenmakersopleiding te doen. Op zich gaat het allemaal

prima. Het contact met collega’s is prettig. Dat geeft me

een goed gevoel. Hier is het na een jaar helaas afgelopen.

Maar ik hoop samen met mijn jobcoach passend werk te

vinden.’

Jack Pannekoek (18) weet al wat hij wil. Hoewel hij het leuk

vindt om bij de AFAC te werken, ligt zijn toekomst niet in de

fietsen. ‘Ik ben echt een buitenmens. In het begin ben ik op

pad geweest met het promotieteam, dat was gezellig. Maar

nu vind ik het minder. Als ik hier klaar ben, ga ik naar de

markt. Mijn oom heeft een kraam, ik help hem elke vrijdag.

Mijn oom gaat mij misschien begeleiden. Mijn droom is een

eigen kraam met computergames.’

Broodje ICT

Daan Meurs en Daan van Deutekom zijn de eigenaren van

D-Two, een bedrijf dat afgedankte computers een nieuw

leven geeft. Alex Thomas ontmoette ze bij ‘Broodje ICT’, een

netwerkbijeenkomst voor ondernemers uit de regio. Daar

kwamen ze vertellen over hun positieve ervaringen met een

jongere met een beperking. Thomas had nog wel meer

geschikte Wajongers voor ze. Gevoelsmatig hebben Daan en

Daan iets met deze jongeren en het paste binnen hun ideaal

van ondernemen. ‘We hebben bij een grote club gewerkt,

waar het alleen maar draaide om geld. Toen we voor onszelf

begonnen, wilden we niet alleen maar dozen schuiven,

maar ook maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.’

Het resultaat is dat er nu een paar jongens op de werkplaats

staan met een afstand tot de arbeidsmarkt. Leuke jongens,

slim ook, maar met hun eigenaardigheden. David de Haan

(22) werkt sinds juni bij D-Two. Hij heeft ADHD en problemen

met zijn kortetermijngeheugen, maar met computers is het

een wizz kid, die zichzelf het vak heeft eigen gemaakt. Het

kost hem totaal geen moeite wat extra geheugen in een computer

te zetten. ‘Dit werk geeft me het gevoel dat ik meedraai

in de maatschappij. Dat heb ik met een uitkering niet. Dan

voel je je toch een beetje een profiteur. Bovendien vind ik dit

werk leuk, het is erg afwisselend. En als er iets mis is met een

computer, is het echt een uitdaging.’

Zijn collega-Wajonger Cirino Schrijver (19) heeft concentratieproblemen,

hij is snel afgeleid. Maar nu hij werk heeft dat

hem boeit, gaat het een stuk beter. ‘Ik haal al van jongs af aan

dingen uit elkaar. Ik snap altijd meteen hoe dingen in elkaar

zitten, als ik ze uit elkaar haal. Ja, dat klinkt gek, nu ik het zeg,

maar toch is het zo. Ik heb een technische knobbel.’

Daan en Daan hebben veel geduld met de jongens: ‘We houden

er rekening mee dat het werk iets vaker gecontroleerd

moet worden, dat er misschien wel eens iets misgaat. Maar

het gaat nooit ten koste van onze kwaliteit. Het is leuk om

met deze jongeren te werken. Ons uitgangspunt is dat ze veel

in hun mars hebben. Een van de jongens was stelselmatig te

laat. Toen hebben we hem een sleutel gegeven en de verantwoordelijkheid

om ’s morgens om half negen te openen. Dat

bleek een gouden greep.’ F

Stephan Sanders

zeer oude praat

ik denk wel eens: en wat was er nu eigenlijk zo mis met het generatieconflict?

kan dat niet gewoon weer in ere worden hersteld? niet dat

ik er zelf nu zo’n conflictueuze bende van heb gemaakt, maar een

beetje strijd met die ouders… een paar gepeperde meningsverschillen…

ik denk er wel eens melancholisch aan terug.

Geboren in 1961 hoor ik niet echt tot de babyboomers – de grote

geboortegolf van tussen 1945 en 1955 – maar voel me als het ware

nog net door ze geadopteerd, als het nakomertje. waar mijn oudere

nicht en neef, allebei van de jaren ’50, échte conflicten hadden met

hun vader en moeder, waren het bij mij al ruzietjes geworden. Maar

het idee dat een beetje jongeling zich zo gauw mogelijk aan de ouderlijke

invloed wilde onttrekken – dat zat er bij mij toch ook nog in.

nu praat ik met een vriend, net als ik zojuist 50 geworden, en hij vertelt

over zijn zoon van 15. deze jongeman stond voor de keuze of hij

havo of vwo ging volgen, en zoals dat tegenwoordig gaat, waren pa

en zoon er eens goed voor gaan zitten. Het zou me niet verbazen als

ze samen een waterpijp hebben gerookt. nu, zoon had eigenlijk al een

beslissing genomen, want hem was vwo geadviseerd, maar dat zag

hij niet zo zitten… hij vond het nu vooral tijd om het eens ‘een jaartje

rustig aan te doen’.

vijftien.

vader-vriend heeft naar zijn argumenten geluisterd, en er uiteindelijk

mee ingestemd ‘want wat heeft het voor zin dat zo’n jongen zich

meteen in de ratrace stort?’

ik zei: ‘Ben jij helemaal gék geworden!’

ik zei: ‘toen jijzelf 15 was, wilde je het toen rustiger aan doen? Je

zocht juist meer spanning, meer uitgaan, meer seks. wat een ongelooflijke

smoes.’

vriend begon nu toch enigszins te twijfelen, was hij met zijn gescheidenvaderstatus

en het bijbehorende schuldgevoel misschien toch

een tikje te toegeeflijk geweest voor zoon?

Ja, man.

Zo blijft het mij ook bevreemden dat kinderen – okay, adolescenten –

die van de middelbare school afkomen de dringende behoefte gevoelen

om eerst eens een GAP-year te beleven, voor avonturen, reizen,

en vrijwilligerswerk dat, o ja, door de ouders moet worden bekostigd.

een retourtje Zambia graag.

Je bent 18 of 19, je hebt wat wiskunde, economie en Grieks geleerd

en je wilt meteen al een sabbatical – ooit het voorrecht van academici

die er minstens twintig dienstjaren op hadden zitten.

Mag ik even heel ouderwets uit de hoek komen? deze nieuwe generatie

is veel te relaxed. veel te – excusez le mot – chill. wie zo ontspannen

is en nog 20 moet worden, die kan voor de zekerheid maar beter

tegen z’n 40 ste in het graf gaan liggen.

Jongeren aller landen, ontwaak eens een keer!

34 uwvMaGaZine april 2012 35


et is een bont gezelschap, de wereld

van de flexwerkers. Hij wordt bevolkt

door uitzend- en oproepkrachten,

door werknemers met een tijdelijk

contract met uitzicht op vast werk of

met een tijdelijk contract zonder perspectief

op een vaste aanstelling. Dan zijn er nog werknemers

met een vast dienstverband die wisselende

uren hebben en – om het nog ingewikkelder te maken –

soms worden ook zelfstandigen zonder personeel

(zzp’ers) tot de flexwerkers gerekend. ‘Er worden inderdaad

nogal wat verschillende cijfers gebruikt,’ zegt

Anneke van der Giezen, hoofd Kenniscentrum van

UWV. ‘Het CBS, het ministerie van Sociale Zaken en

Werkgelegenheid en UWV zijn daarom nu bezig één

definitie te ontwikkelen voor de berekening van het

aantal mensen met vaste en flexibele arbeidsrelaties,

om tot meer eenduidige cijfers te komen.’

Wat hierbij speelt, is dat er twee dimensies zijn in flexibel

werk: de looptijd van een contract (vast of tijdelijk)

en de omvang van het contract (vast of variabel aantal

36 uwvMaGaZine

flexwerken vraagt om andere zekerheden

de Pro’s en

contra’s

van flex

tekst gert hage illustratie erik kriek

Er bestaat veel discussie over de toenemende flexibiliteit op

de arbeidsmarkt. Wie profiteert er het meest van: de werkgever of

de werknemer? Zijn we aan het doorschieten of kan de flexibele schil

niet groot genoeg zijn? En wat is de rol van de overheid?

werkuren). Het voorstel van CBS, SZW en UWV is nu dat

alleen een vast dienstverband met vaste uren tot vaste

arbeidsrelatie gerekend wordt. De overige arbeidsrelaties

zoals tijdelijke dienstverbanden (ook die met uitzicht

op een vast contract) en/of contracten met wisselende

uren worden tot flexibele arbeidsrelaties

gerekend. Zzp’ers zullen dus niet onder de nieuwe definitie

van flexibele arbeidsrelaties vallen. Ze hebben

immers geen dienstverband met een werkgever.

Maar welke definitie ook wordt gehanteerd, het aantal

mensen met flexibele arbeidsrelaties groeit. In een

recent artikel in het blad ESB werd aan de hand van cijfers

van het CBS een stijging van het aandeel flexwerkers

aangetoond van 15 procent (van de totale beroepsbevolking)

in 1996 naar 17 procent in 2010. In diezelfde

periode verdubbelde het aantal zzp’ers bijna. Waren het

er in 1996 nog 397.000, vijftien jaar later is hun aantal

gegroeid tot 728.000, berekende het CBS.Over flexwerk

valt dan ook veel positiefs te melden. Werknemers in

tijdelijke dienst zijn bijvoorbeeld gemiddeld korter

werkloos dan vaste krachten als deze werknemers

april 2012 37


vast versus flex

Hoewel volgens cijfers van het cBs nog steeds zo’n 83% van de werknemers

in vaste dienst werkt, wint flexibele arbeid steeds meer terrein. rob witjes,

manager arbeidsinformatie uwv werkbedrijf: ‘werkgevers willen hun

bedrijfsvoering en werkprocessen steeds sneller kunnen aanpassen aan veranderende

omstandigheden. Zeker nu de huidige recessie de vorige snel heeft

opgevolgd en tussentijds geen sprake is geweest van echt herstel, zien we dat

werkgevers steeds meer overschakelen op flexibele arbeid. de onzekerheid is

immers te groot. Bij de geënquêteerde werkgevers in het vacatureonderzoek

2011 van uwv blijkt dat ze het opvangen van pieken verreweg het belangrijkste

motief noemen om uitzendkrachten in te huren. uit een ander onderzoek

van uwv weten we dat uitzendwerk een goede in- en opstap biedt voor werkzoekenden

die een grote afstand tot de arbeidsmarkt ervaren. Bijna een

derde van de werkzoekenden die in 2010 een baan vonden, slaagde hierin via

een uitzendbureau. de samenwerking tussen uwv en gemeenten met de uitzendsector

is dan ook essentieel voor de kansen op de arbeidsmarkt voor

minder kansrijke groepen. niet alleen nu in verslechterde arbeidsmarkt, maar

juist ook als de arbeidsmarkt krapper wordt en veel van deze mensen een

inmiddels verder opgelopen achterstand moeten zien in te halen.’

werkloos raken. Ook blijkt uitzendwerk en tijdelijk

werk WW’ers een uitgelezen kans te bieden de uitkering

vaarwel te zeggen. Maar liefst 76 procent van alle

werkhervattingen is in tijdelijk werk, rekent Van der

Giezen voor. ‘En al biedt dat vooralsnog misschien weinig

zekerheid, ze zijn aan het werk en dat is beter dan

thuis zitten. Bovendien stroomt een deel ook nog door

naar vast werk. Dus tijdelijke contracten hebben duidelijk

positieve kanten.’ En lukt het niet via tijdelijk werk,

dan is er altijd nog de mogelijkheid om als zzp’er de

arbeidsmarkt te betreden. Van der Giezen: ‘Je ziet vooral

dat oudere WW’ers op die manier proberen aan de slag

te komen.’

Aart van der Gaag is als directeur van de Algemene Bond

Uitzendondernemingen (ABU) uiteraard ook overtuigd

van het grote maatschappelijke belang van uitzendwerk.

Hij kan zich opwinden over het negatieve ‘doorgedraaide’

imago dat flexwerk óók aankleeft. ‘Het beeld

wordt geschetst dat de mens is verworden tot klapstoel,

die kan worden ingehuurd en weggestuurd al naar

gelang de werkgever het belieft. Maar als je kijkt naar

de feiten, dan is flexibiliteit helemaal niet doorgeschoten.

De flexibiliteit – zonder zzp – ligt rond de tien procent,

waarvan drie procent uitzendkrachten. Storend is

ook dat alle vormen van flexwerk gemakzuchtig op één

hoop worden gegooid. Nuluren- en oproepcontracten

worden in één adem genoemd met “nette” flex als uitzendwerk.

Uitzendwerk is in de dikste cao geregeld.

Uitzendkrachten hebben wel degelijk toegang tot opleidingen,

zijn weerbaar bij ontslag, bouwen rechten op

en hebben een goede sociale zekerheid bij ziekte.’

Van der Gaag vindt dan ook dat in de discussie over flexarbeid

de vele voordelen van uitzendwerk te weinig

naar voren komen. ‘De uitzendbranche vormt de

“smeerolie” van onze arbeidsmarkt, en is voor veel men-

sen een ontzettende belangrijke opstap naar een vaste

baan (29%, bron: Ecorys Instroomonderzoek 2009 in

opdracht van de ABU). Vooral ook voor veel mensen met

een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zoals allochtonen,

gedeeltelijk arbeidsgehandicapten en langdurig

werklozen. Ik denk dat mensen die zich flexibel opstellen,

steeds bijleren en niet aan een sector gebonden

zijn, de mensen zullen zijn die aan het werk blijven.

Ook de toenemende schaarste op de arbeidsmarkt in de

komende jaren zal de behoefte aan flexwerk vergroten.

Bovendien wil de politiek meer mensen aan het werk,

mensen die nu nog in een uitkeringssituatie zitten.

Voor deze groep vervult de uitzendbranche een steeds

belangrijker rol.’

Spel zonder grenzen

Ook de flexwerkers zelf – en zeker zzp’ers – tellen hun

zegeningen: zelf je tijd indelen, nooit in de file, de mogelijkheid

om de kinderen na schooltijd op te vangen.

Onder hen bevinden zich relatief veel hoogopgeleiden,

zij redden zich over het algemeen wel. Maar er is ook

een andere, veel grotere groep van flexwerkers die

bestaat uit jongeren en laagopgeleiden die vooral de

nadelen ervan ondervinden. Zo is het voor flexwerkers

lastig om een huis te kopen, om maar eens een voorbeeld

te noemen. En als ze langdurig ziek zijn of met

pensioen gaan, zijn ze slechter af dan werknemers in

vaste dienst. Zeker zzp’ers die vanwege de hoge kosten

vaak niet eens een arbeidsongeschiktheidsverzekering

hebben en al evenmin hebben gespaard voor hun pensioen.

Ook de kansen op scholing zijn gering, werkgevers

hoeven nu eenmaal minder in flexwerkers te

investeren.

De toename van het aantal flexwerkers hangt dan ook

voor een deel samen met de wensen van werkgevers.

Uit een recente publicatie van het Sociaal Cultureel

Planbureau blijkt dat driekwart van de werkgevers

voorstander is van een versoepeling van het ontslagrecht,

twee derde ziet graag meer ruimte voor een eigen

arbeidsvoorwaardenbeleid. ‘In het spel zonder grenzen

dat de werkgevers in een globaliserende economie

moeten spelen, is het zaak je snel aan te passen aan

steeds weer veranderende omstandigheden,’ zegt Ton

Wilthagen, hoogleraar Institutionele en Juridische

Aspecten van de Arbeidsmarkt aan de Universiteit van

Tilburg. ‘Daar passen flexibele arbeidsvoorwaarden bij.

Natuurlijk zijn er ook werknemers die zelf kiezen voor

Ton Wilthagen: ‘Bij nieuwe flexibiliteit horen

nieuwe zekerheden. Die zijn er vooralsnog niet,

de overheid laat het op dit punt afweten’

meer flexibiliteit, bijvoorbeeld om werk en privé beter

te kunnen combineren. Maar over het algemeen zijn de

werkgevers de motor achter deze veranderende

arbeidsmarkt. Zij voeren de regie, de overheid kijkt toe.

Helaas, zeg ik daarbij. De overheid zou actiever moeten

zijn om deze nieuwe, hardere en dynamische arbeidsmarkt

te faciliteren door nieuwe zekerheden te ontwikkelen

voor de flexwerkers, een groep waarin zich relatief

veel jongeren en laagopgeleiden bevinden.’

Hij krijgt bijval van Esther Mirjam Sent, hoogleraar

Economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en

PvdA-senator. ‘Enige flexibilisering van de arbeidsmarkt

is wenselijk en noodzakelijk, maar er is ook een

schaduwkant. Er dreigt een tweedeling op de arbeidsmarkt

tussen enerzijds werknemers met een vast contract

met alles wat daaraan vastzit, zoals een pensioenregeling

en een arbeidsongeschiktheidsverzekering, en

anderzijds flexwerkers en zzp’ers die een veel onzekerder

bestaan hebben. Daarbij is het de vraag of het voor

werkgevers op lange termijn wel zo gunstig is om een

groot bestand van flexwerkers en zzp’ers te hebben.’

Proeftijd

Op korte termijn spinnen werkgevers garen bij een zo

groot mogelijk flexibele schil. Van mensen met een tijdelijk

contract kunnen ze desgewenst makkelijk en

kosteloos af, en mede daardoor kan het flexibele personeelsbestand

snel worden aangepast aan het economisch

tij. Het tijdelijke contract wordt bovendien

steeds vaker ingezet als een soort verlengde proeftijd.

Die mogelijkheid wordt, als het aan minister Kamp ligt,

verruimd, zo kondigde hij begin dit jaar aan.

‘Wat we zien is dat mensen met een tijdelijk contract

gemiddeld een drie keer groter risico lopen om in de

WW te belanden’, zegt Anneke van der Giezen. ‘Ook de

instroom in de WIA vanuit het vangnet Ziektewet, een

regeling voor onder meer zieke uitzendkrachten en

“eindedienstverbanders” (zieke mensen van wie het

vaak tijdelijke dienstverband is beëindigd), is hoger dan

van werknemers in vaste dienst. Aan UWV de lastige

taak deze groep te re-integreren. Lastig, want deze mensen

hebben geen werkgever bij wie ze via gedeeltelijke

werkhervatting tot volledig herstel kunnen komen.

Daarnaast zien we bij deze groep meer kenmerken die

de re-integratie belemmeren dan bij werknemers in

loondienst. Ze zijn veel vaker laag opgeleid en ervaren

hun gezondheid als slechter, zonder dat ze feitelijk ook

meer gezondheidsproblemen hebben. Problemen in de

privé-situatie, zoals schulden, scheiding of huiselijk

geweld, en persoonlijke problemen zoals een ongezonde

leefstijl, verslavingsproblematiek en slechte persoonlijke

verzorging komen bij deze groepen relatief

vaak voor. Uiteindelijk vind je onder de flexwerkers dus

relatief meer langdurig zieken die niet aan het werk

gaan dan bij mensen met een vast arbeidscontract die

ondanks beperkingen doorwerken bij hun werkgever.’

Flex en Zekerheid 2.0

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt – door Sent aangeduid

als ‘een stille revolutie’ – vragen om nieuwe en

innovatieve collectieve arrangementen, aldus de

Nijmeegse hoogleraar Economie. ‘De nieuwe armen

heb ik ze wel eens genoemd: mensen die minder dan

het minimumloon verdienen, onvoldoende mogelijkheden

tot scholing hebben, niet of nauwelijks sparen voor

hun pensioen en onvoldoende verzekerd zijn tegen

arbeidsongeschiktheid. In deze categorie bevinden

zich veel flexwerkers en zzp’ers. De overheid zou op dit

terrein actiever moeten optreden om de dreigende

tweedeling tussen werknemers met een vast dienstverband

en flexwerkers en zzp’ers te voorkomen. Denk

hierbij aan het beschikbaar stellen van scholing voor

alle werkenden, het garanderen van een minimuminkomen

voor iedereen die fulltime werkt en het voor

iedereen toegankelijk maken van collectiviteiten als

pensioen.’ Voor de nieuwe arbeidsmarkt is het belangrijk

dat werknemers, al dan niet met een vast dienstverband,

de mogelijkheid wordt geboden tot scholing, vult

Ton Wilthagen aan. ‘Bij nieuwe flexibiliteit horen

nieuwe zekerheden. Die zijn er vooralsnog niet, de

overheid laat het op dit punt afweten, met als gevaar

dat flexwerkers veroordeeld blijven tot zwaarder en

slechter betaald werk, zonder pensioen en zonder een

voorziening bij arbeidsongeschiktheid. Waar we op

wachten zijn nieuwe arrangementen voor de flexmarkt

op drie belangrijke terreinen: scholing, pensioenen en

arbeidsongeschiktheid. Maak die regelingen toegankelijk

voor mensen zonder vast dienstverband. Omdat de

politiek het laat afweten neem ik, samen met andere

onafhankelijke denkers, zelf maar het heft in handen.

We gaan een Nationale Flex Conferentie organiseren,

die moet leiden tot een concreet pakket maatregelen:

Flex en Zekerheid 2.0. Dat bieden we vervolgens aan de

politiek aan. We kunnen niet langer wachten.’ F

38 uwvMaGaZine april 2012 39


Zou u Haar aanneMen?

Bent u op zoek naar personeel, hebt

u geen vooroordelen over uiterlijk en

gedrag maar beoordeelt u mensen op

hun zuivere merites? dan is deze

werknemer misschien wel iets voor u!

‘Het naleven van verplichtingen’ is de titel van een recent rapport van de

inspectie werk en inkomen. de kernvraag uit deze verkennende studie is hoe

gemeenten omgaan met wBB-(‘Bijstands’)klanten ‘van wie gedrag en/of

kleding de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk beperken.’ Het onderzoek

komt voort uit de wens van het kabinet het handhavingsbeleid aan te

HardeMan

scherpen, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord. Zie ook pagina 6-9. wiM


Kennisdossier

Tweede

recessie

TeKsT Arie VreeBUrG, peTer riJnsBUrGer en Menno de Vries inFoGrAPHics KAY Coenen

de auteurs zijn kennisadviseur bij UWV

De ongunstige economische ontwikkelingen in

het afgelopen halfjaar hebben gevolgen voor

vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

En wat zijn de arbeidsmarktverwachtingen voor

2012? In dit kennisdossier duiden we de laatste

ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

April 2012 i


≥een bijzondere siTUATie

1

Krimp

Recessie: economie krimpt al twee kwartalen achtereen (CBS)

6%

4

2

0

-2

-4

-6

Groei bbp

(per kwartaal t.o.v.

voorgaand kwartaal)

Groei bbp

(per kwartaal t.o.v.

hetzelfde kwartaal

van voorgaand jaar)

‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12

Faillissementen

Aantal faillissementen per maand (eenmanszaken en

vennootschappen) is hoog en groeit weer (CBS)

800

700

600

500

400

300

200

JAN 2005

JULI 2005

JAN 2006

JULI 2006

JAN 2007

JULI 2007

JAN 2008

JULI 2008

JAN 2009

JULI 2009

JAN 2010

JULI 2010

JAN 2011

JULI 2011

JAN 2012

2

In het vorige Kennisdossier werd het

woord ‘recessie’ nog met een vraagteken

geschreven. Inmiddels weten we dat de

Nederlandse economie in de tweede helft van

vorig jaar in een nieuwe recessie is

aanbeland.

De economie steunt op vier pijlers. En alle vier

laten een ongunstige ontwikkeling zien in het

laatste kwartaal. De consumentenbestedingen

– de eerste pijler – nemen in de loop van

vorig jaar steeds verder af. Eind vorig jaar

gaven consumenten bijna 2% minder uit dan

in het voorgaande jaar. Bij de tweede pijler, de

overheidsbestedingen, zien we dat in het

vierde kwartaal de groei omslaat in een krimp

van de bestedingen. De invloed van de bezuinigingen

van de overheid wordt langzaam

aan zichtbaar. De investeringen, de derde pijler,

groeien nog wel in 2011. Maar ook hier

zien we een verslechtering: de groei wordt

gedurende het jaar steeds minder krachtig.

Bedrijven hebben immers weinig behoefte

aan investeringen voor nieuwe productiecapaciteit.

Ook de laatste pijler, de export, laat

een ongunstige ontwikkeling zien. Dat laatste

is van groot belang. Immers de Nederlandse

economie is behoorlijk gevoelig voor ontwikkelingen

in de internationale handel. De

Nederlandse export draagt voor ongeveer 30%

bij aan het bruto binnenlands product (bbp).

Een duidelijke omslag

De ontwikkelingen leiden al met al dus tot een

duidelijke omslag in de economische ontwikkeling:

de groei in het eerste halfjaar van 2011

maakt plaats voor een krimp in het tweede.

Een nieuwe recessie, in twee jaar tijd. Dit

heeft zijn uitwerking niet gemist op de indicatoren

van de arbeidsmarkt:

* Het aantal faillissementen van bedrijven

daalt niet meer en stabiliseert het afgelopen

jaar op een hoog niveau en groeit in

januari zelfs weer.

* Het aantal vacatures volgens CBS en

UWV vertoont een neerwaartse trend.

Het totaalaantal vacatures dat in het

laatste kwartaal in Nederland ontstaat

(167.000) is zelfs nog iets lager dan tijdens

de kredietcrisis (171.000 in het vierde

kwartaal van 2009).

* Het aantal door UWV afgegeven ontslagvergunningen

groeit. Hoewel het aantal

beëindigingen van dienstverbanden door

een ontslagvergunning verhoudingsgewijs

beperkt is, is de ontwikkeling wel te

zien als een arbeidsmarktbarometer.

Enig tegenwicht geeft nog de ontwikkeling

van het aantal uitzenduren. Dat ontwikkelt

zich het afgelopen jaar gunstig. Wel wordt de

groei van het aantal uitzenduren in de loop

van het jaar steeds minder krachtig. Ook hier

zien we echter recentelijk een daling van het

aantal uitzenduren.

Vraag en aanbod

De verslechtering van de economische

omstandigheden zien we nog niet direct terug

in een lagere vraag naar arbeid door werkgevers

(werkgelegenheid). Dit is een gebruikelijk

patroon: de arbeidsmarkt volgt de ontwikkelingen

in de economie gedeeltelijk met vertraging.

In het laatste kwartaal ligt het aantal

banen hoger dan een jaar daarvoor. Dit komt

doordat werkgevers hun personeel niet direct

aanpassen aan de gewijzigde economische

omstandigheden (labour-hoarding).

Normaal gesproken leidt het negatieve senti-

Kennisdossier

3

Ontstane vacatures

Aantal ontstane vacatures in laatste kwartaal 2011

lager dan tijdens de voorgaande recessie (CBS)

ii UWVMAGAzine April 2012 iii

350 x 1.000

300

250

200

150

100

2005

1e kw

2006

1e kw

2007

1e kw

2008

1e kw

2009

1e kw

2010

1e kw

ment tot vertrek van mensen van de arbeidsmarkt

(discouraged worker effect). Men is ontmoedigd

en redeneert dat economische krimp

leidt tot minder kansen op werk. Men besluit

later of helemaal niet toe te treden tot de

arbeidsmarkt. Zo stellen huisvrouwen hun

hernieuwde arbeidsdeelname uit en scholieren

studeren verder. Of men vertrekt bij een

recessie juist eerder van de arbeidsmarkt,

zoals ouderen die in het verleden eerder met

pensioen gingen.

Op dit moment hebben we te maken met een

bijzondere situatie en zien we dat het arbeidsaanbod

juist groeit. De arbeidsparticipatie

eind 2011 is behoorlijk hoger dan eind 2010,

vooral veroorzaakt door jongeren en ouderen.

Jongeren participeren nu meer, omdat ze een

paar jaar geleden tijdens de kredietcrisis

kozen voor doorleren. Nu ze klaar zijn met

hun vervolgstudie betreden ze alsnog de

arbeidsmarkt en zoeken ze een baan. Ouderen

blijven langer werken vanwege versobering

van pensioenregelingen en onzekerheid over

de hoogte van het toekomstige pensioen.

Het aantal niet-werkende werkzoekenden

wordt beïnvloed door ontwikkelingen van

vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Meer

2011

1e kw


Uitzenduren

Begin 2012 daling aantal uitzenduren (ABU)

30

20

10

0%

-10

-20

-30

2008

65

65

63

62

61

iV UWVMAGAzine

2009 2010 2011 2012

60

2000 ‘01 ‘02 ‘03 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11

4

Pensioenleeftijd 5

Werknemers gaan steeds later met pensioen (CBS)

Ontwikkeling NWW jong/oud

Het aantal werkzoekende jongeren varieert veel sterker dan

het aantal werkzoekende ouderen. Vanaf juni 2011 groeit het

aantal werkzoekende jongeren sterk

105 x 1.000

100

95

90

50-65 JAAR

85

80


Arbeidsmarktregio’s

Vi UWVMAGAzine

Aantal nww Groei t.o.v. Totaal

(x 1000) 1 jaar eerder nww*

Arbeidsmarktregio 2009 2010 2011 2012 2010 2011 2012 2012

januari januari januari januari jan. jan. jan. jan.

Totaal nww 444 520 496 479 17% -5% -3% 6,1%

sterk verstedelijkt

Groot-Amsterdam 46 51 44 35 11% -14% -21% 6,0%

Midden-Utrecht 15 19 17 16 25% -10% -1% 4,1%

Haaglanden 28 32 33 36 16% 2% 10% 7,6%

rijnmond

nabij grote steden

46 51 54 54 12% 4% 2% 8,9%

Flevoland

noord-Kennemerland en

12 13 13 13 12% -3% 3% 7,3%

West-Friesland 11 13 13 12 14% 1% -5% 4,0%

zuid-Kennemerland 8 8 8 8 6% 0% -2% 4,6%

zaanstreek/Waterland 7 8 9 8 19% 9% -8% 5,5%

oost-Utrecht 6 7 7 6 10% -2% -3% 4,3%

Gooi- en Vechtstreek 6 6 6 6 10% -3% 3% 5,4%

Midden-Holland 4 5 6 6 20% 7% -3% 4,9%

drechtsteden 7 9 10 8 29% 5% -13% 3,9%

Holland-rijnland 9 12 11 10 26% -7% -6% 3,9%

rivierenland

rond de randstad

4 5 5 5 30% 0% -6% 4,7%

ijssel-Vechtstreek 10 13 12 12 30% -9% 5% 5,3%

stedendriehoek 13 16 16 15 21% 0% -3% 5,5%

Midden-Gelderland 19 21 20 20 14% -6% 1% 6,2%

zuid-Gelderland 11 13 12 12 16% -4% -3% 8,0%

West-brabant 15 18 17 16 24% -5% -8% 5,4%

Midden-brabant 10 13 11 11 24% -9% 0% 5,4%

noordoost-brabant 13 16 15 15 23% -5% 1% 5,4%

zuidoost-brabant

nationaal decentraal

18 24 22 20 32% -7% -11% 5,9%

Groningen 23 25 24 23 12% -4% -7% 8,1%

Friesland 19 23 23 22 20% 1% -3% 7,6%

drenthe 13 16 14 14 18% -11% -1% 7,8%

Twente 20 24 23 23 21% -6% -1% 8,1%

Achterhoek 6 8 7 7 31% -12% 0% 5,1%

zeeland 8 9 8 8 13% -7% 1% 4,7%

noord- en Midden-Limburg 15 17 14 13 13% -15% -7% 5,6%

zuid-Limburg 24 25 23 22 7% -8% -6% 8,1%

* als percentage van de beroepsbevolking; nWW = niet-werkende werkzoekenden.

bron: UWV WerKbedrijF

NWW JONGEREN

Groei aantal NWW jonger dan 27 jaar

naar arbeidsmarktregio. Januari 2012

t.o.v. oktober 2011

ZEELAND

25%

20% - 25%

15% - 20%

10% - 15%

5% - 10%

0% - 5%

0%

ZUID-KENNEMERLAND

GROOT-AMSTERDAM

HOLLAND-RIJNLAND

HAAGLANDEN

ZAANSTREEK

RIJNMOND

WEST-BRABANT

MIDDEN-

HOLLAND

NOORD-

KENNEMERLAND

DRECHT-

STEDEN

MIDDEN-

BRABANT

GOOI

MIDDEN-

UTRECHT

OOST

UTRECHT

RIVIEREN-

LAND

N.O. BRABANT

Z.O.

BRABANT

FLEVOLAND

FRIESLAND

MIDDEN-

GELDERLAND

NOORD- EN

MIDDEN-

LIMBURG

ZUID-

LIMBURG

STEDEN-

DRIEHOEK

BRON: CBS, UWV

IJSSELVECHTSTREEK

ACHTERHOEK

ZUID-GELDERLAND

Kennisdossier

TWENTE

GRONINGEN

DRENTHE

April 2012 Vii


* Op dit moment bevindt de Nederlandse economie

* Het aantal mensen dat van de WW naar de bijstand

* Tussen juni 2010 en juni 2011 zijn er veel meer

zich in een recessie. Hoewel deze neergang minder

groot is dan in 2008/2009, zal dit toch gaan leiden tot

een stijging van het aantal niet-werkende werkzoekenden

in 2012. Daarnaast zal ook het aantal

WW-uitkeringen eind 2012 hoger liggen dan eind

2011 het geval was.

gaat, is in de afgelopen tien jaar verdubbeld. Dit is

onder andere het gevolg van de recente economische

crisis. Op het geheel van de totale uitstroom uit

de WW gaat het om een relatief klein percentage dat

in de bijstand komt (6% in 2011). Voor de gemeenten

gaat het echter om een relatief groot aandeel van de

instroom in de bijstand (20% in 2011). Het gaat daarbij

vooral om werkzoekenden die binnen de

WW-periode geen baan vinden en daardoor de maximumduur

van de WW-uitkering bereiken.

Wajongers aan het werk gegaan dan een jaar eerder.

Bovendien gaan Wajongers vooral aan de slag bij

reguliere werkgevers, en nauwelijks in de sociale

werkvoorziening. Inmiddels heeft dat ertoe geleid

dat er meer Wajongers aan het werk zijn bij een reguliere

werkgever dan binnen de sociale

werkvoorziening.

Viii UWVMAGAzine

UiT HeT UKV

oVer WerKzoeKenden,

de bijsTAnd en

de UiTzendsecTor

Drie maal per jaar publiceert UWV in het UWV Kennisverslag

(UKV) analyses op het gebied van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt.

Het UKV gaat in op de veranderingen in de directe omgeving van UWV,

en wat dit kan gaan betekenen voor de dienstverlening.

Enkele belangrijke bevindingen uit het UKV van maart 2012 zijn:

* Binnen de Wet werk en inkomen naar arbeids-

* Bijna een derde van alle werkzoekenden die bij

vermogen (WIA) blijkt het aantal mensen dat van de

niet-duurzame en/of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsregeling

(WGA) overgaat naar de regeling

voor duurzaam volledig arbeidsongeschikten (IVA)

vrijwel stabiel te zijn (circa 2,4% per jaar). Op basis

van de huidige inzichten zal waarschijnlijk 35 tot

40% van de WGA’ers uiteindelijk doorstromen naar

de IVA. Het aandeel van de mensen met een IVAuitkering

binnen de WIA zal dan toenemen van 26%

nu tot 35% in 2040.

UWV stonden ingeschreven, vond in 2009 een baan

in de uitzendsector. Hoewel dit werk vaak een tijdelijk

karakter had, was bijna driekwart van deze mensen

een jaar later nog steeds aan het werk. Zo’n 40%

van de mensen die een jaar later nog werk had, was

inmiddels werkzaam in een reguliere sector. In eerste

instantie gaat iemand die gaat werken in de uitzendsector

er in inkomen op achteruit. Dit is slechts

tijdelijk: een jaar later is deze achteruitgang ingelopen,

en gaat men er zelfs op vooruit. Het aanpakken

van werk in de uitzendsector kan daarmee dus

gezien worden als een goede opstap naar werk in

een reguliere sector.

De integrale versie van het UKV is te vinden op

www.uwv.nl/kenniscijfersonderzoek F

More magazines by this user
Similar magazines