Hier - girugten

girugten.nl

Hier - girugten

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g g g

g g g

g

g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

faculteit

ruimtelijke

wetenschappen

g g g

g

g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g g g

g

g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

contactadres

postbus 800

9700 AV Groningen

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g g g

g

g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

e-mail

info@girugten.nl

g g g

g

g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g g

g

g g g g

g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g

g

g

g

g

g

g

g

g

g


g

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g g

g

g

g

g

g

g

g g

g g g

g g g

g

g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

g g

g g g

g

g g g g

faculteitsblad

ruimtelijke

wetenschappen

WWW.GIRUGTEN.NL

girugten

Water

girugten

04

jaargang 43


girugten

04 / juli 2012

water

redactie

colofon

Eindredactie

Thijs Fikken (hoofdredacteur)

Sanne Feenstra (vormgeving)

Redactie

Eva Bouw

Robin Groenewold

Jordy Janssen

Wymer Praamstra

Jorn van der Scheer

Martinus Spoelstra

Mark Veenstra

Wietske Wilts

Saskia Zwiers

Druk

Drukkerij Sikkema, Warffum

Oplage

1000 stuks

E-mail

info@girugten.nl

Contactadres

Postbus 800

9700 AV Groningen

Girugten is het onafhankelijk

faculteitsblad van de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen,

Rijksuniversiteit Groningen.

Girugten functioneert als een

zelfstandige redactie onder

faculteitsvereniging Ibn Battuta.

De eindredactie behoudt zich het

recht voor zonder opgaaf van redenen

artikelen in te korten, dan wel te

weigeren.

redactioneel

We naderen het einde van het collegejaar 2011-2012. En met dit einde komt ook de laatste

Girugten van het jaar uit. Ditmaal is het thema voor de zomereditie van Girugten ‘Water’.

Over de hele wereld vragen waterkwesties de aandacht, om maar niet over ons eigen land

te spreken. Waar in delen van Afrika en Australië een watertekort dreigt, zorgt de zee in

landen als Bangladesh voor overstromingen. De hoeveelheid water op de wereld is verdeeld

in extremen. Als geografen en planologen spelen wij een grote rol bij de herinrichting van

het land, en daarmee de herverdeling van het water. Vandaar dit nummer, waarin een groot

aantal problemen én oplossingen besproken worden.

In de thema-artikelen van dit nummer worden onder andere de verwoestijning in Afrika

en de effecten van de Drieklovendam in China besproken. We bespreken ook issues die

dichter bij huis liggen. Als Nederlanders hebben we natuurlijk veel met water te maken. Zo

halen we op een unieke manier ons drinkwater uit de duinen en léven sommigen van ons

zelfs op het water. Voor de ov-freaks onder ons: ook op het water zijn problemen met het

vervoer te vinden, zoals te lezen is in het artikel over ov in de Waddenzee!

Ook de vaste rubrieken in dit nummer zijn gefocust op H2O. Zo gaat de bouwput van dit

nummer over één van de grootste planologische projecten in de provincie, de Blauwe

Stad. In ‘Geografen aan het werk’ worden de waterschappen uitgebreid besproken en naast

de ‘Op de bank van…’ bevat dit nummer een eenmalige ‘Op de woonboot van…’ Kortom,

genoeg leesvoer voor de komende maanden!

Namens de redactie wil ik jullie allen een fijne zomer wensen, waarin het water eens níet

met bakken uit de hemel komt vallen.

Veel leesplezier,

Thijs Fikken

Hoofdredacteur


girugten

04 / juli 2012

water

inhoud

6.

Inhoud

4.

6.

8.

9.

10.

12.

14.

Verwaterd afval

Martinus Spoelstra

De Drieklovendam: wonderproject of

bestuurskundige ramp?

Thijs Fikken

Drinkwater in Nederland

Eva Bouw

Wonen op het water

Jorn van der Scheer & Sanne Feenstra

Kick-starting Mother Nature

Martinus Spoelstra

Raad de plaat

Anticiperen op een veranderend

zoetwateraanbod

Jannes Willems, Piet Pellenbarg & Johan

Woltjer

16.

17.

18.

19.

20.

17. 16.

10.

4.

21.

23.

David vs. Goliath: de veerdienst tussen

Harlingen, Terschelling en Vlieland

Jorn van der Scheer

Bouwput: de Blauwe Stad wil niet

leven

Eva Bouw

Uit het buitenland

Saskia Zwiers

Op de bank van... Debbie Lager

Wietske Wilts

Geografen aan het werk

Anne Vrouwe

Ibn Battuta, Berichten van de faculteit

Pro Geo & Forum


girugten

04 / juli 2012

water

thema-artikel

Verwaterd afval

Omdat deze editie van Girugten als thema

‘water’ draagt, wordt in dit artikel de

vervuiling van water belicht. In beginsel

gaat het hierbij om de ophoping van

plastic in de Stille Oceaan. We hebben het

dan over de ‘plastic soep’. Deze ophoping

ontstaat wanneer het plastic, wat waar

dan ook ter wereld in zee terecht komt,

via verschillende zeestromingen in een

circulerende oceaanstroom belandt. Dit

gebeurt overigens niet alleen in het noorden

en zuiden van de Stille Oceaan, maar ook

in de Indische Oceaan en de Atlantische

Oceaan. Over de plastic soep in de Stille

Oceaan is, door Amerikaans onderzoek, het

meeste bekend, maar ook is er nog veel

onbekend en onduidelijk. Bijvoorbeeld

de werkelijk afmeting; sommige bronnen

stellen tweemaal de omvang van Texas,

andere 34 maal Nederland. Ook wordt er

gesproken over tweemaal de Verenigde

Staten. Het lastige hier is het feit dat het

plastic niet echt op een hoopje ronddrijft als

een soort eiland, maar over een gigantisch

gebied ronddrijft en daardoor erg moeilijk in

kaart te brengen is.

Charles Moore

Eind jaren tachtig was het probleem van

Martinus Spoelstra

hoe vergeten plastic zich verzamelt in de oceaan

drijvend plastic in de Oceaan al voorspeld

door de wetenschap. Maar de soep is min of

meer ontdekt in 1997, door de Amerikaan

Charles Moore, die tijdens een zeilwedstrijd

van Californië naar Hawaï merkte hoe

vervuild de oceaan raakte met voornamelijk

plastic aan het wateroppervlak. In het

boek ‘Plastic Soup’ zegt Moore dat plastic

in principe geen slecht materiaal is. Het is

namelijk ontwikkeld met het idee van een

materiaal waarmee producten gemaakt

worden die lang mee kunnen gaan. Maar

vandaag de dag gebruiken we producten en

verpakkingen, bestaande uit plastic, vaak

maar eenmalig en daarna is het afval. Als dit

afval op het land blijft, is het relatief goed

te verwerken of te recyclen, maar als het

eenmaal in het water belandt, is het veel

moeilijker om het afval te traceren en te

verzamelen.

Effecten

Als het plastic op een gegeven moment in het

watersysteem komt, eindigt het uiteindelijk

in de oceaan. Dit heeft vele gevolgen

voor het milieu en voor het ecosysteem.

Plastic breekt in het water langzaam af tot

microdeeltjes (microplastics). Deze deeltjes

zijn, net als onafgebroken plastic, giftig

4.

en trekken juist meer chemische stoffen

aan dan onafgebroken plastic. Het formaat

maakt het onmogelijk om de microplastics

op te vissen. Een ander probleem is de

accumulatie van de chemische stoffen in

de biomassa, dus ook in zeedieren. Volgens

Moore is er relatief weinig voedsel op

zee, waardoor de evolutie heeft bepaald

dat dieren alles eten wat ze tegenkomen.

Hierdoor komt het voor dat vogels en vissen

soms meer plastic eten dan natuurlijk

voedsel. Ook zijn er gevallen bekend van

de maaginhoud van een dode vogel


zieke baby’s in Eskimogemeenschappen,

die vergiftigd raken door borstvoeding. De

stoffen komen via de moeder van vis. Hoe

dramatisch dit ook is, de cirkel is rond: de

plastic is weer terug bij de mens. De natuur

heeft het afgebroken maar niet opgeruimd.

Het plastic verstoort ecosystemen ook op

een andere manier. Drijvend plastic maakt

over een oceaan een lange reis. Van het

ene ecosysteem naar het andere. Tijdens

deze reis hechten veel soorten, zoals

schelpendieren en planten, zich aan het

plastic. Omdat het plastic er lang over doet,

kunnen de soorten zich aanpassen aan de

nieuwe abiotische omstandigheden waar

ze in terecht komen. Als exoten vormen

ze uiteindelijk een bedreiging in andere

ecosystemen die ze kunnen verstoren of

andere soorten kunnen verstoten. Hierdoor

kan de biodiversiteit sterk verminderen.

Verantwoordelijkheid en oplossingen

Het is moeilijk te zeggen wie schuldig is

aan de sluipende milieuramp. In principe

is niemand verantwoordelijk, dus zijn we

eigenlijk allemaal verantwoordelijk. De

internationale wateren kennen op gebied

van milieu geen wetgeving. Ook is alleen

opruimen niet een waterdichte oplossing

volgens Moore, want je pakt dan niet de

oorzaak aan. In ‘Plastic Soup’ vertelt hij dat

er in de Stille Oceaan twee circulaties van

plastic zijn, een westelijke en een oostelijke.

In de oostelijke eindigt het plastic; daar

drijft afval uit de jaren vijftig van de vorige

eeuw. Hoe verder je landwaarts gaat hoe

‘verser’ het plastic is. Ook zegt hij dat het

opruimen van het plastic onbetaalbaar is.

Je kan natuurlijk zeggen dat de

verpakkingsindustrie en plasticfabrikanten

schuld hebben aan de plastic soep. Maar

de oorzaak ligt ook bij de consument. In

principe moet ons hele systeem van gebruik

van producten over de kop. Er zijn al tal

van ontwikkelingen op gang gebracht op

gebied van recycling, hergebruik en het

verminderen van consumeren. Daarnaast is

het ook belangrijk dat wat we weggooien niet

in zee komt. Volgens deskundigen moeten

er meer regels komen van samenwerkende

landen. Zo wordt er bijvoorbeeld meer

en meer aandacht besteed aan strengere

regelgeving en controle op het vastzetten

van containerlading op vrachtschepen.

Daarnaast zetten steeds meer mensen zich

in om te werken aan meer en betere educatie

over vervuiling van de zee. Kinderen

onthouden het, nemen het verhaal mee

naar huis en vertellen het hun ouders. Ook

zijn er architecten die hun gedachten erover

5.

loslaten. Zo zijn er al modellen gemaakt van

ontwerpen van eilanden bestaande uit het

plastic. Deze eilanden drijven in de oceaan

en slokken al het plastic op wat op hun weg

komt. Ze zijn dus niet alleen een plek om te

leven, maar tegelijkertijd ook een filter om

het afval op te ruimen.

Of de oplossingen en maatregelen

uiteindelijk sneller resultaat bieden dan

de dagelijkse toevoer van nieuw afval aan

de plastic soep is onzeker. Wel is zeker dat

de mens verantwoordelijk is en er nog veel

moet gebeuren om te voorkomen dat ons

afval verwatert. g

Meer weten:

Goossens, J. (2009), Plastic Soup.

www.plasticsoupfoundation.org


girugten

04 / juli 2012

water

thema-artikel

De Drieklovendam:

wonderproject of bestuurskundige ramp?

In het hart van de Chinese provincie

Hubei in de Yangtzerivier staat de

grootste waterkrachtcentrale ter wereld:

de Drieklovendam. De dam, die bijna 2,5

kilometer lang is en 185 meter hoog,

voorziet miljoenen Chinezen dag en nacht

van stroom. Naast het genereren van een

enorme hoeveelheid energie wordt de

dam gebruikt om overstromingen in het

gebied te reguleren. Ook zorgt de dam

ervoor dat de rivier beter bevaarbaar is voor

vrachtschepen. De dam is zo een stimulans

voor de economie van vele grote steden langs

de Yangtzerivier. Helaas zorgt de dam ook

voor veel (on)verwachte problemen die het

succesverhaal een zwart randje geven. Zelfs

de Chinese regering geeft toe dat het project

meer tegenslagen levert dan verwacht. Is de

bouw wel zo verstandig geweest?

Al decennia lang wordt er door de Chinezen

gefilosofeerd over een enorme dam in

de Yangtzerivier. Sun Yat-sen droomde

in zijn ‘The International Development of

China’ uit 1919 al over de dam, die volgens

hem de kracht kon genereren van wel 30

miljoen paarden. Een aantal jaren later

begon de nationalistische regering met

Thijs Fikken

het ontwikkelen van een plan voor de

dam. Dit plan werd hervat na de Tweede

Wereldoorlog: 52 Chinese ingenieurs

werden naar de Verenigde Staten gestuurd

om getraind te worden. Met de komst van

de communistische partij in 1949 verdween

de samenwerking met de Verenigde Staten,

maar Mao Zedong steunde het plan nog

steeds. Na een aantal grote overstromingen

schreef hij zelfs een gedicht over de dam,

waarin hij zijn fascinatie benadrukte. In de

jaren tachtig bloeide het idee om de dam

te bouwen weer op en in 1992 besloot de

regering dat de bouw gestart kon worden.

Op 14 december 1994 is daadwerkelijk

begonnen met de bouw.

Al met de constructie kwamen de

problemen. Voor de inwoners van het gebied

rondom de dam waren de effecten enorm.

Doordat de waterspiegel van het meer,

dat ontstond na de bouw, een stuk hoger

is dan het oude niveau zijn vele dorpen

overstroomd. Ruim 1,2 miljoen mensen

hebben hun huis moeten verlaten en zijn

verhuisd naar plaatsen die hoger aan het

meer liggen. Naast de enorme hoeveelheid

woningen die onder het wateroppervlak

6.

zijn verdwenen, zijn ook belangrijke

cultuurhistorische plaatsen door het water

opgeslokt. Tempels, historische dorpjes en

archeologische schatten zijn verdwenen

nadat de waterspiegel ruim 90 meter

omhoog kwam. Hoewel de Chinese regering

heeft beloofd om voor nieuw onderdak te

zorgen voor de vele gedupeerden, wonen

veel mensen nog in krotten langs het water.

Ook valt de economische ontwikkeling van

het gebied sterk tegen, wat zorgt voor veel

sociale onrust en een toenemende kritiek

op de aanpak van de regering.

Volgens voorstanders van het project

zorgt de dam er juist voor dat er mínder

huizen overstromen dan voorheen. De

Yangtze is van oudsher namelijk zeer

overstromingsgevoelig en treedt regelmatig

buiten zijn vaste rivierbed. Zo was er in 1954

een overstroming waarbij een gebied ter

grootte van vier keer Nederland onder water

kwam te staan. Het reservoir dat door de dam

ontstaat moet er dan ook voor zorgen dat dit

risico extreem beperkt wordt. Het Chinese

klimaat heeft een natte zomer en een

droge winter. Al het overtollig water uit het

regenseizoen wordt in de zomer opgeslagen


in het reservoir om zo overstromingen te

voorkomen. In de droge winter wordt dit

water weer langzaam losgelaten. Hierdoor

hebben de boeren op elk moment in het jaar

genoeg water voor hun gewassen en blijven

grote overstromingen uit.

Om deze bufferfunctie te realiseren

wordt elke winter het waterpeil verlaagd

van het hoogste punt, 175 meter boven

de zeespiegel, naar 145 meter boven de

zeespiegel. Hierdoor is er genoeg ruimte om

water in de zomer op te vangen, maar deze

wisseling van 30 meter heeft desastreuze

gevolgen voor de stabiliteit van de

ondergrond. Deze wisseling gaat namelijk

gepaard met een continue fluctuatie van het

grondwaterpeil, die zorgt voor een instabiele

bodem. De vele inwoners rondom het

meer hebben daardoor te maken gekregen

met aardbevingen en landverschuivingen

waardoor hun huizen verzakten. De regering

probeert deze verschuivingen tegen te gaan

door enorme betonnen blokken aan de

oevers van het meer te storten. Dit heeft

helaas nog niet het gewenste effect: de

kracht van de verschuivingen is zo groot dat

zelfs deze blokken doormidden breken.

Een ander effect dat de dam met zich

meebrengt is een verandering in het

sedimentatiepatroon van de rivier. Doordat

de stroomsnelheid van het water vele

malen lager is dat voorheen, daalt veel

van het sediment al aan het begin van

het meer. Critici stellen dat deze lading

sediment het meer op termijn zal vullen,

wat het watertransport benadeelt. Wat

deze vervroegde sedimentatie ook met

zich meebrengt is een vermindering van

sedimentatie in de benedenloop van

de rivier. Zo krijgen boeren veel minder

vruchtbare grond vanuit de bergen op

hun land, wat nadelig kan zijn voor hun

oogsten. Sommige deskundigen stellen dat

de problemen zich zelfs 1600 kilometer

verderop, in Shanghai, zullen manifesteren.

Shanghai ligt namelijk op een gigantische

sedimentaire vlakte in de riviermond van de

Yangtze. De toevoer van sediment is nodig

om dit vlak te blijven versterken. Zonder

dit sediment zal de oever van de rivier

verzwakken. Het gevaar is dat de metropool

Shanghai hierdoor kan verzakken.

Naast een ophoping van sediment blijkt

dat ook afval in het meer blijft liggen.

Sinds de bouw van de dam zijn de giftige

stoffen en afvalresten uit grote steden

die stroomopwaarts aan het water liggen

in het meer gekomen. Deze troep kan

helaas niet gemakkelijk weg. De angst voor

vervuiling en vernietiging van de omgeving

is hierdoor groot. Toch brengt het op een

onverwachte manier een voordeel met

zich mee: werkgelegenheid. Veel van de

mensen die vroeger in het ondergelopen

reservoir van de dam woonden hebben

7.

tegenwoordig een baan op het meer als

afvalschepper. De vuilnismannen staan met

schepnetten op ‘vuilnisboten’ en vissen

handmatig elk stukje plastic dat er te vinden

is uit het water terwijl ze over hun oude

woonplaatsen varen. Een bizar idee, maar

op de vraag of ze niet liever weg willen bij

de Yangtze, antwoorden ze allen gelijk. De

Yangtze, die hun huizen verzwolgen heeft,

is tegelijkertijd ook hun leven en hun thuis.

Je kunt niet om de negatieve effecten van

de Drieklovendam heen, maar de dam

heeft ook zijn goede punten. Zo zorgt de

dam voor genoeg stroom om een stad als

Shanghai dag en nacht te kunnen voorzien.

Ook is deze stroom groen, omdat bij de

productie geen broeikasgassen vrijkomen.

Daarnaast zorgt de dam ervoor dat er het

hele jaar door boten kunnen varen van

Chongqing, een miljoenenstad die vanaf de

dam gezien 600 kilometer stroomopwaarts

ligt, tot Shanghai, aan de Chinese zee.

Of dit de grote gevolgen op sociaal en

ecologisch niveau compenseert valt te

betwijfelen. Een definitief antwoord kan

hierop helaas niet gegeven worden. Eén

ding is duidelijk: het Drieklovenproject is

niet het constructiesprookje geworden waar

de Chinese overheid op had gehoopt. Zoals

de dam de Yangtze in tweeën snijdt, snijden

de gevolgen de publieke opinie in tweeën.

Over deze controverse is men nog lang niet

uitgepraat. g

g


girugten

04 / juli 2012

water

thema-artikel

Drinkwater in Nederland

Nederland is koploper in de wereld op

het gebied van het verkrijgen van schoon

drinkwater. Toch is er behoorlijk wat voor

nodig om het water van zulke kwaliteit te

krijgen. Verschillende technieken zijn nodig

om het water te zuiveren. We winnen het water

op verschillende plekken en hebben te maken

met een steeds groter wordende milieudruk.

Er moeten meer inspanningen geleverd

worden om het drinkwater schoon te krijgen

en te houden. Dit artikel bespreekt een aantal

bestaande manieren van drinkwaterwinning.

Daarnaast worden ook verschillende nieuwe

technieken geïntroduceerd.

Grondwater

Tweederde van ons drinkwater wordt uit

grondwater verkregen. Het water wordt

verkregen op een diepte van vijftig tot

honderd meter diep. Het water is tussen

de tien en honderd jaar oud. Doordat

het water naar beneden is gezakt zijn

bacteriën en virussen er al grotendeels

uitgefilterd. Dit betekent dat er minder

water gedesinfecteerd hoeft te worden.

Daarnaast is het water dat dieper uit de

grond gewonnen wordt over het algemeen

van betere kwaliteit. Ondanks dat het

meeste grondwater in Nederland van

goede kwaliteit is, hebben we toch te

maken met vervuilingen. Overbemesting,

bestrijdingsmiddelen en het lozen en

storten van afval verontreinigen het

grondwater. Er worden tegenwoordig

hogere concentraties nitraat en sulfaten

gemeten. Ook het verharden van water

zorgt voor meer inspanning bij de

drinkwaterbereiding. Het probleem van

bestrijdingsmiddelen die in het grondwater

terechtkomen is groot. Het detecteren van

deze middelen in het water is zeer moeilijk,

waardoor de kosten voor het zuiveren

erg hoog worden. Het zuiveringsproces

van grondwater verloopt als volgt: nadat

het water omhoog is gepompt, wordt er

Eva Bouw

zuurstof toegevoegd aan het water. Dit heet

beluchten, waardoor het vuil samenklontert.

Het vuil wordt vervolgens door grind-, zandof

koolstoffilters gefiltreerd. Als laatste

worden schadelijke stoffen uit het water

verwijderd met behulp van ozon, uv-straling

en chloor. Daarna wordt het opgeslagen

totdat het aan de consument geleverd kan

worden.

Oppervlaktewater

In het westen van Nederland kan er

vrijwel geen grondwater gewonnen

worden, doordat het zoute zeewater in het

grondwater terechtkomt. Daarom wordt het

water verkregen uit de Rijn en de Maas. Het

oppervlaktewater van rivieren is echter erg

kwetsbaar, omdat er nog steeds schadelijke

stoffen worden geloosd op rivieren. Dit lozen

hoeft niet per se in het waterwingebied

plaats te vinden. Het kan ook al eerder

in de bovenloop van de rivier geloosd

zijn, waardoor wij er in Nederland alsnog

last van hebben. Wanneer er een hoge

concentratie vervuiling in de rivieren zit kan

er op dat moment geen water gewonnen

worden. Daarom zijn er voorraden, zoals de

spaarbekkens van de Biesbosch. Doordat het

water daar een tijd opgeslagen ligt, wordt er

ook een betere waterkwaliteit verkregen.

Sommige stoffen kunnen zo alvast bezinken.

Dit vergemakkelijkt in het volgende stadium

het waterzuiveringsproces.

Duinwater

Een klein deel van ons drinkwater is

afkomstig uit de duinen. Het bereiden van

drinkwater uit duinwater is op de wereld een

unieke methode. Bij duinwaterwinning wordt

voorgezuiverd rivierwater in zogenoemde

infiltratieplassen het duingebied

ingepompt. Het water zakt langzaam weg

en mengt zich met het neerslagwater. Op

deze manier worden bacteriën en virussen

uit het water gefiltreerd. Het water blijft

daar ongeveer twee maanden opgeslagen,

waarna het weer omhoog wordt gepompt.

Hierna wordt het water onthard, belucht en

meerdere malen gefiltreerd om vervolgens

bij de gebruikers afgeleverd te worden.

Kwaliteitsverbetering

Om de waterkwaliteit te verbeteren

heeft de overheid verschillende plannen.

Een voorbeeld van deze plannen is het

hermeanderen van rivieren. Hierdoor

8.

kunnen meer stoffen bezinken voordat het

water gewonnen wordt. Daarnaast is er

een plan om zuiveringsmoerassen aan te

leggen. In zo’n omgeving leven bacteriën

die afvalstoffen als fosfaat en stikstof uit

het water kunnen zuiveren. Een andere

belangrijke maatregel is het terugdringen

van riooloverstorten. Bij riooloverstorten

komt water uit het riool omhoog (door

hevige regenval) en een deel van dit

vervuilde water komt vervolgens verdund

met het regenwater in het oppervlaktewater

terecht. Het is daarom van belang dat de

rioolcapaciteit verbeterd wordt. Daarnaast is

het van belang dat er minder overbemesting

plaatsvindt om zo het fosfaatgehalte in de

bodem terug te dringen.

Nieuwe technieken

Het zuiveren van drinkwater kan veel

efficiënter en vervuilingsproblemen kunnen

met nieuwe technieken opgelost worden.

Een voorbeeld van een nieuwe techniek

is het filtreren van water door middel van

nanofilters. Filtreren is een eeuwenoude

methode om water te zuiveren, maar met

nanofilters kan men zelfs zout uit water

halen. De nanofilters bevatten hele kleine

gaatjes die allemaal precies even groot zijn.

Hierdoor kunnen er geen micro-organismen

of bacteriën doorheen. Ook kan het aantal

gaatjes per oppervlakte vergroot worden,

waardoor het filtreren sneller verloopt.

Helaas is er wel een kanttekening: de filters

raken vrij snel verstopt en bij verwijdering

van de achtergebleven micro-organismen

blijven er altijd een paar achter die zich

vervolgens weer vermenigvuldigen.

Een andere toepassing van nanotechnologie

op het zuiveren van drinkwater is het

verwijderen van de giftige stof arseen uit

drinkwater. Nanodeeltjes ijzerroest worden

hierbij gemengd met het vervuilde water.

De nanodeeltjes ijzerroest trekken de

arseendeeltjes aan en met een magneet

worden vervolgens de combinatiedeeltjes

verwijderd. Ondanks dat deze techniek

veelbelovend lijkt, zitten er wat haken en

ogen aan. We weten namelijk niet wat de

gezondheidsrisico’s zijn van nanodeeltjes.

De concentratie arseen in de bodem is

vooral hoog in landen als Bangladesh en

India, waardoor we (gelukkig) in Nederland

geen gebruik hoeven te maken van deze

nieuwe techniek. g


girugten

04 / juli 2012

water

op de woonboot van...

Wonen op het water

Naast het leven met water en het recreëren

in het water kun je ook wonen op het water.

Als variatie op onze rubriek ’Op de bank van’

nu eenmalig ‘Op de woonboot van’. We zijn

op bezoek bij student Niek om te praten over

de voor- en nadelen van het wonen op een

woonboot.

Niek woont al zes jaar op deze woonboot.

eerst met een vriend en nu met zijn

vriendin. Hij heeft daarom de meeste voor-

en nadelen van het leven op een woonboot

wel ervaren. Het grootste voordeel vindt

hij het ‘vakantiegevoel’ dat hij krijgt van

wonen op een woonboot. Vooral in de

zomer, wanneer het zonnetje schijnt, is het

een genot om er te wonen: lekker met een

biertje aan het water zitten. De woonboot

heeft ook wel iets van een vakantiehuisje.

Omdat de woonboot vrijstaand is, of in dit

geval “vrijdrijvend”, hebben ze vrijwel geen

last van de buren. Omdat Niek ook een

motorbootje heeft, is de stap om het water

op te gaan zo gezet. Het bootje wordt dan

ook regelmatig gebruikt om bijvoorbeeld

richting het Leekstermeer te varen

Na zes jaar is Niek er ook achter gekomen

wat de nadelen van het wonen op

een woonboot zijn. Sinds 2010 zijn de

woonboten in Groningen aangesloten

op de riolering van de gemeente, terwijl

eerder het afvalwater direct het Hoendiep

in ging. Goed voor de kwaliteit van het

water, maar in de afgelopen twee winters is

gebleken dat dit erg nadelig kan uitpakken.

De rioleringsbuizen die bovengronds naar

de woonboten lopen zijn gevoelig voor

temperatuurwisselingen. Zo zijn de buizen

het verschil tussen hoog- en laagwater

Jorn van der Scheer &

Sanne Feenstra

de afgelopen twee winters kapot gevroren,

met als gevolg dat de afvoerbuizen in het

water gehangen moesten worden en het

afval dus alsnog in het Hoendiep belandde.

Ook is de waterleiding niet goed geïsoleerd,

waardoor de kraan als het vriest altijd een

beetje open moet staan om de waterleiding

niet dicht te laten vriezen. Na al deze

problemen heeft de gemeente de buizen

beter geïsoleerd. Het is te hopen dat ze het

de komende winter wél volhouden.

Naast de vorst was er afgelopen winter ook

een extreem hoge waterstand. Zo kwam

de woonboot een stuk hoger te liggen,

waardoor de brug, die van de deur van de

woonboot naar de kade loopt, niet meer

gebruikt kon worden en Niek een plank

moest gebruiken om droog van de woonboot

naar de kade te komen. Ook zijn woonboten

nogal stormgevoelig, het wil nog wel eens

wiebelen als het hard waait.

Het leven op het water levert gelukkig

genoeg afleiding om barre winters zonder

riolering door te komen. Er kan heel wat

9.

het water in verdwijnen: zo heeft Niek zijn

sleutels weleens in het water laten vallen

en heeft hij door middel van een touw met

een magneet eraan, na het opvissen van

honderd bierdopjes en een spatbord, zijn

sleutels weer op kunnen vissen. Ook heeft

hij gemerkt dat het tillen van een wasdroger

uit een motorbootje op een woonboot niet

zonder slag of stoot gaat: de wasdroger

heeft de bodem van het Hoendiep gezien

en was daarna kapot. Ook de honden van

Niek belanden er regelmatig in, en niet altijd

bedoeld. Ook is water om je huis een fijne

vervanging van je toilet, met een mooier

uitzicht, en scheelt het weer schoonmaken.

Al met al is het leven op een woonboot een

hele gebeurtenis. Het brengt voordelen en

nadelen met zich mee die je niet tegenkomt

in een normaal huis, en Niek is meer dan

tevreden met zijn woonboot. Hij is niet van

plan de komende tijd te gaan verhuizen:

Eigenlijk is hij het hele jaar op vakantie

en dat wil hij de komende tijd graag zo

houden. g


girugten

04 / juli 2012

water

thema-artikel

Door verschillende oorzaken, zoals uitputting

van de bodem door foutief landgebruik,

inefficiënt watermanagement, ontbossing

en de huidige klimaatverandering, krijgt

verwoestijning wereldwijd steeds vaker vrij

spel. Dit wordt landdegradatie genoemd.

Het vormt mondiaal één van de grootste

bedreigingen voor ecosystemen. De

veranderingen die hierdoor optreden treffen

op dit moment ongeveer 1 miljard mensen,

mede doordat er jaarlijks zo’n 120.000

vierkante kilometer landbouwgrond

verloren gaat en er een groot tekort aan

drinkwater ontstaat. Vooral in het noordelijk

en oostelijk gedeelte van Afrika bedreigt het

Martinus Spoelstra

‘Kick-starting Mother Nature’

hoe een Nederlander een wereldprobleem oplost

ontbossing als oorzaak van bodemerosie

Peter Westerveld met lokale bewoners bij een Contour Trench

uitdrogen van de bodem de lokale bevolking.

De in Tanzania geboren Nederlander Peter

Westerveld heeft voor dit probleem een

oplossing bedacht en probeert hiermee al

jaren de voedselproblemen in Afrika op te

lossen.

De regen die in deze gebieden valt kan vaak

amper opgenomen worden, doordat de

toplaag is uitgedroogd en vegetatiegroei dus

bijna onmogelijk wordt. Fysiek aanplanten

van bomen is te kostbaar om een probleem

van dergelijke omvang aan te pakken. Om

grond te regenereren is het essentieel om

de wateropvangcapaciteit van de bodem

10.

te verbeteren, door zogenoemde Contour

Trenches te graven. Volgens Westerveld is de

werkwijze in principe simpel: in een droog

gebied worden, in intervallen van 40 meter,

naast elkaar liggende geulen aangelegd die

dieper zijn dan de ondoordringbare laag van

ongeveer 60 centimeter. De regen die dan

valt, spoelt niet meteen weg via eroderende

bovengrondse stromen, maar blijft hangen

in de geulen en kan zo beter in de grond

filtreren. Ondergronds zal het water naar

het laagste punt stromen, beïnvloed door

de thermodynamica, zwaartekracht en

de capillaire werking van de bodem. Het

water verplaatst zich nu ondergronds met

enkele meters per jaar in plaats van enkele

meters per seconde bovengronds. Dit heeft

als resultaat dat er zelfs tijdens het droge

seizoen genoeg water is voor vegetatiegroei

en drinkwater. Deze aanpak verbetert de

stabiliteit van de bodem. Met de grond,

afkomstig uit de geulen, worden wallen

opgeworpen om zo een retentiemogelijkheid

te vergoten en erosie tegen te gaan. Deze

omstandigheden zijn cruciaal voor de

ontwikkeling van vegetatie. Langzaam

maar zeker ontstaan er weer graslanden en

bosschages. Door toenemende vegetatie

wordt de verdamping beter gereguleerd wat

uiteindelijk leidt tot een koeler en vochtigere

atmosfeer. Maar er zijn meer voordelen aan

gekoppeld. Ten eerste een permanente

aanvoer van drinkwater. Daarnaast wordt

het ook mogelijk om op duurzame wijze


voedselgewassen te verbouwen. Dit in

combinatie met meerjarige gewassen

die zaden leveren voor biobrandstoffen

voor lokaal gebruik (en daarmee een goed

alternatief voor koken op hout). Westerveld

denkt dat als deze techniek op grote schaal

toegepast wordt er zelfs weer sneeuw kan

terugkomen op de Kilimanjaro, doordat de

regenval gelijkmatiger zal zijn als de bodem

weer bedekt is met vegetatie.

Een cruciale voorwaarde om de

werkzaamheden op gang te brengen is dat

de lokale gemeenschap met de vraag komt

om een dergelijk project op te zetten. Ook

moet er voldoende draagvlak zijn. Daarnaast

is het erg belangrijk dat de verschillende

belangen kunnen worden behartigd en

vertegenwoordigd via bijvoorbeeld de

boerencoöperatie. De Naga Foundation zet

gezamenlijk met de lokale boeren, lokale

overheid en ondernemers een onderneming

op die op termijn zelfredzaam moet zijn. Elk

project wordt in stappen opgedeeld met

bepaalde voorwaarden waaraan voldaan

moet zijn, zoals eerlijke rechten van de

landgebruiker en een eerlijke verdeling

voordat de volgende fase wordt gestart.

Peter Westerveld werd in 1951 geboren in

Tanzania. Hij verhuisde later naar Nederland,

waar hij na de kunstacademie ging werken

als kunstenaar. Hij wilde terug naar zijn roots

en werkte lange tijd als natuurbeschermer

in Kenia. Hij leerde de fijne kneepjes van

de natuurkrachten en klimaatsprocessen.

Maar de natuur ging sterk achteruit en dus

besloot Westerveld in 1997 de ‘Westerveld

Conservation Trust’ op te richten. Met deze

stichting ontwikkelde hij de methode en

11.

hij probeerde aandacht te krijgen voor de

problematiek rond droogte en de steeds

verder oprukkende verwoestijning. Later

volgden ook projecten in Azië. Nadat zijn

vrouw, die de fondsenwerving deed en

Peters rechterhand was, overleed kwam dit

op een laag pitje te staan. In 2010 werd de

Naga Foundation opgericht en zette de visie

en aanpak van Westerveld voort, maar past

het op grotere schaal toe. Nu ligt de ambitie

ook in landen als Spanje en Australië. Deze

projecten zullen een meer commerciële

lading hebben, zodat de winst weer

geïnvesteerd kan worden in toekomstige

projecten in Afrika. Door het werk van de

Naga Foundation worden steeds meer

gebieden in de wereld weer groen en zo

bieden deze een beter leefklimaat voor de

lokale bevolking. De website van de Naga

Foundation draagt dan ook de cruciale

slogan: ‘kick-starting mother nature’. g

Meer weten:

www.nagafoundation.org

g


girugten

04 / juli 2012

water

raad de plaat

Raad de Plaat

12.

Waar is deze foto genomen?

Deze rots lijkt een kalkrots maar is werkelijk een

zwarte vulkanische prop. De kleur is te danken aan

de uitwerpselen van ongeveer 140.000 vogels die er

jaarlijks nestelen.


k een

n aan

die er

Oplossing Stuur je vorige antwoord keer: naar Nimis, info@girugten.nl Höganäs en maak kans

(Zweden) op een prachtige prijs!

Winnaar: Wessel van Vliet

foto: Saskia Zwiers

Foto: Guus Frenay g

oplossing vorige keer: Erlian, Erenhot (China)

Winnaar: Gernand Stockman g

13.


girugten

04 / juli 2012

water

ingezonden artikel

De gevolgen van klimaatverandering

hebben grote invloed op het Nederlandse

watersysteem. Rijkswaterstaat (RWS)

anticipeert hierop door het ontwikkelen

van het Deltaprogramma. Extremere

weersituaties worden verwacht, wat niet

alleen zorgt voor meer wateroverlast,

maar ook voor waterschaarste. Grote

gebruikers van zoetwater kunnen daardoor

in de problemen komen. In een verkennend

onderzoek voor RWS 1 is gekeken in

hoeverre zoetwater een rol speelt bij het

vestigingsgedrag van grote watergebruikers

en hoe er geanticipeerd wordt op een

veranderend zoetwateraanbod.

Voor dit onderzoek zijn vijf sectoren

bekeken die grote hoeveelheden zoetwater

gebruiken: industrie, energieproducenten,

drinkwater, landbouw en natuur. Zoetwater is

onmisbaar voor veel menselijke activiteiten.

Daarentegen is zoetwater ongelijk

verdeeld over de wereld. Zo woont in Azië

ongeveer 60% van de wereldbevolking,

terwijl het continent maar beschikt over

36% van de mondiale zoetwaterbronnen

(United Nations, 2003). Europees gezien

is het gebied rond de Middellandse Zee

kwetsbaar, vanwege langere perioden van

droogte. Nederland is ook kwetsbaar, omdat

het als delta benedenstrooms gelegen is bij

de mondingen van de Rijn, Maas, Schelde en

Eems. Met een hoge stedelijke dichtheid en

de daarbij horende hoge waarden op land

kunnen watertekorten en –overlast grote

invloed hebben.

Zoetwater wordt via oppervlaktewater

ingelaten of door onttrekking van

grondwater. Tabel 1 geeft een overzicht

van het waterverbruik in Nederland.

Jannes Willems, Piet Pellenbarg

& Johan Woltjer

Anticiperen op een veranderend

zoetwateraanbod

Opvallend is de grote hoeveelheid

oppervlaktewater die energieproducenten

gebruiken. De grondwaterwinning is de

afgelopen decennia afgenomen, met name

in de industrie (figuur 1). Grondwater wordt

vooral gewonnen in de hogere delen van

Nederland, in het westen is het grondwater

vaak te brak (figuur 2). Daar wordt vooral

oppervlaktewater verbruikt.

In het licht van de zoetwaterproblematiek

heeft Nederland in de toekomst vooral

last van meer perioden van droogte en

toenemende verzilting, vanwege een

Tabel 1. Waterwinning en -verbruik in Nederland per sector in 2008 (in mln m3/jaar)

Winning waterleidingbedrijven

verbruik land- en tuinbouw

verbruik industrie, delfstoffenwinning en raffinaderijen

verbruik electriciteitscentrales

verbruik overige bedrijven en huishoudens

Figuur 1. Grondwaterwinning ten behoeve van waterleidingbedrijven en industrie

totaal

1252

119

3643

9050

1329

Grondwater

762

47

155

2

1

14.

oprukkende zee. Over het jaar gezien is

de verwachting dat er genoeg zoetwater

beschikbaar is, maar gedurende het jaar zal

het vaker voorkomen dat er onvoldoende

zoetwater is op de juiste plaats, op het

juiste moment of van de juiste kwaliteit

(RWS, 2010). Hiermee lijkt water een

steeds belangrijkere rol te gaan spelen in

de ruimtelijke ordening. Dit is een scherp

contrast met het verleden, toen water

vaak als een ubiquiteit werd gezien (zoals

in de klassieke economisch-geografische

theorieën van bijvoorbeeld Weber, 1922).

Water is in dat geval, net als zonlicht, geen

Oppervlaktewater

490

24

3308

9044

431

leidingwater en ander water

-

47

181

3

905


factor van belang bij de locatiekeuze;

het is immers voldoende voorhanden.

Tegenwoordig lijkt water echter een meer

sturende rol te krijgen.

Anticiperen op een veranderend

zoetwateraanbod kan op verschillende

manieren. Ten eerste blijkt uit ons onderzoek

dat gebruikers op de plek zelf (in situ) nog

veel kunnen verbeteren. Door een hoger

rendement uit het zoetwater te halen, kunnen

knelpunten voorkomen worden. Innovatie

en het inzetten van nieuwe technologieën

zijn hiervoor essentieel. Een voorbeeld

zijn verbeterde beregeningssensoren in de

landbouw. Het is daarmee onwaarschijnlijk

dat op de korte termijn stopzetting of

vestigingsplaatsverandering aan de orde

is. Verplaatsing, de tweede mogelijkheid,

speelt slechts op kleine schaal. Alleen in

de energiesector is een grote verschuiving

naar de kust te zien (Tweede Maasvlakte,

Eemshaven). Hier is niet alleen genoeg zout

koelwater beschikbaar, de aanvoer van

grondstoffen is ook makkelijker. In andere

sectoren is vaak om de gebruikers heen

een hele infrastructuur is ontstaan. De

kwetsbare bloembollen in de Bollenstreek

liggen bijvoorbeeld vlakbij de mainports

Schiphol en Rotterdam.

Verplaatsing is dus ingrijpend en vaak niet

nodig. Door te kijken op regionaal niveau

kunnen namelijk veel zoetwaterproblemen

opgelost worden. Met een gebiedsgerichte,

integrale focus kunnen sectoren elkaar

aanvullen. Een voorbeeld is dat waterbuffers

in natuurgebieden in tijden van droogte

gebruikt kunnen worden door omliggende

gebruikers zoals de landbouw. Ook worden

steeds vaker industriewaterfabrieken

gebouwd door drinkwaterbedrijven, die

water efficiënter kunnen leveren aan

industriële gebruikers. In het verlengde

hiervan ligt het sluiten van de waterketen.

Gemeentelijk afvalwater kan na zuivering

bijvoorbeeld gebruikt worden voor

industriële processen.

Ook zou de overgang van grond- naar

oppervlaktewater verder doorgezet kunnen

worden. Hierbij is wel van belang dat

bronnen goed beschermd worden om een

goede kwaliteit te garanderen. Dit is een

taak voor het waterschap (waterkwaliteit)

en de provincie (vergunningverlening).

Op dit moment wisselt de kwaliteit van

Figuur 2. Verzilting in Nederland

Afbeeldingen: Klijn et al., 2011

oppervlaktewater nog sterk (onder andere

door lozingen), wat het voor gebruikers

minder interessant maakt. Door meer

bewustzijn te kweken over mogelijke

toekomstige watertekorten, kan de kwaliteit

beter gegarandeerd worden. Het kan tevens

leiden tot een efficiënter watergebruik.

Uit bovenstaande blijkt dat in situ en

regionaal veel (mogelijke) knelpunten

opgelost kunnen worden. Grote

watergebruikers zijn zich steeds vaker

bewust van mogelijke watertekorten in

de toekomst en anticiperen daar steeds

meer op. Op regionale schaal zullen

gebruikers, samen met de overheid,

meer moeten gaan samenwerken om de

zoetwaterbeschikbaarheid te garanderen.

De provincie, mede gezien de decentralisatie

dé verantwoordelijke voor het ruimtelijk

beleid, zal hierbij een belangrijke rol gaan

spelen als de afweger van de verschillende

belangen, waarbij water steeds dwingender

de ruimtelijke ordening beïnvloedt.

15.

Referenties

CBS (2010) Statline: Milieurekeningen;

watergebruik. Centraal Bureau voor de

Statistiek, Den Haag / Heerlen

Klijn, F., J. ter Maat en E. van Velzen (red)

(2011) Zoetwatervoorziening in Nederland.

Deltares, Delft

Rijkswaterstaat (2010) Synthese van de

landelijke en regionale knelpuntenanalyses.

Deltaprogramma, deelprogramma

Zoetwater

United Nations (2003) Water for People,

Water for Life. The UN World Development

Report

1 : In de vorm van twee essays: Het vestigingsgedrag van grote watergebruikers (december 2011) en Ruimtelijke sturingsopties en vestigingsgedrag grote

watergebruikers (juni 2012)

g


girugten

04 / juli 2012

water

thema-artikel

David vs. Goliath:

Als toerist op weg naar Vlieland en

Terschelling moet je het water over. Tot voor

kort kon dat alleen met Rederij Doeksen,

sinds kort is er concurrentie van een tweede

partij, Rederij Eigen Veerdienst Terschelling.

Als toerist ontstaan er alleen maar meer

mogelijkheden om naar Terschelling of

Vlieland te varen. Prettig dus. Maar helaas

is het niet zo makkelijk. Sinds 2008 bestaat

EVT en probeert ze te kunnen concurreren

met Rederij Doeksen. Dit gaat echter niet

zonder slag of stoot, er zijn wat factoren

die meespelen en deze situatie tot een hele

ingewikkelde maken. Hieronder een poging

om het iets te verduidelijken.

EVT is opgericht uit onvrede over Rederij

Doeksen, omdat Rederij Doeksen “geen

bedrijf van de eilanders is”. Er wordt hierbij

gekeken naar Texel, waar het mogelijk is

als inwoner van Texel aandelen te kopen

in TESO, de onderneming die de veerdienst

van en naar Texel onderhoudt. Vanaf het

moment dat EVT opgericht werd is er een

discussie gaande over het bestaansrecht

van EVT naast Rederij Doeksen en het

combineren van beide rederijen. Dit

heeft te maken met de beheerder van de

veerhaven, Rijkswaterstaat, de nieuwe

concessiewetgeving, de houding van de

gemeente Terschelling en de publieke

opinie.

Concessiewetgeving

Voordat de concessiewetgeving actief

werd, was er door middel van een openbaar

dienstcontract vastgelegd dat Rederij

Doeksen eerste en enige gebruiker was

van de voorzieningen van Rijkswaterstaat

en dat de eerstvolgende concessie

automatisch naar de huidige gebruiker zou

gaan. In dit geval Rederij Doeksen dus. De

reden hiervoor is beschreven in diverse

brieven van de toenmalig staatssecretaris

van Verkeer en Waterstaat en de huidige

demissionair minister van Infrastructuur

en Milieu: het gaat om het waarborgen

van een betrouwbare en altijd aanwezige

dienstregeling, ook wanneer de verbinding

minder winstgevend is. Ook het bedienen van

Vlieland met een regelmatige dienstregeling

is onderdeel van deze afspraak. Door deze

afspraak zijn bepaalde tijden vastgelegd

waarop Rederij Doeksen gebruik mag maken

van de rijksaanleginrichtingen. Buiten

Jorn van der Scheer

de veerdienst tussen Harlingen, Terschelling en Vlieland

deze tijden om is EVT vrij om gebruik te

maken van deze faciliteiten. De EVT vindt

helaas dat die tijd te kort is. Tevens zijn ze

het er niet mee eens dat Rederij Doeksen

automatisch de concessie toegewezen heeft

gekregen nadat de concessiewetgeving

werd ingevoerd. EVT heeft hierop beroep

aangetekend bij de rechtbank, waarbij de

uitspraak nog jaren kan duren. En zolang die

uitspraak er nog niet is geweest, kan EVT

blijven varen maar buiten de voor Rederij

Doeksen geserveerde tijden om.

Publieke opinie

Vlak na de oprichting van EVT bleken de

inwoners en de gemeente Terschelling

helemaal niet zo ontevreden te zijn over

Rederij Doeksen. Vooral de EVT zelf is

negatief over Rederij Doeksen. De gunning

van de concessie aan Rederij Doeksen in

2011 wordt gezien als oneerlijk en niet

volgens de regels. Toen Rederij Doeksen na

de oprichting van EVT een “charmeoffensief”

inzette was het gedaan met de negatieve

verhalen over Rederij Doeksen op het eiland.

Maar op het internet worden felle discussies

gevoerd over het bestaansrecht van EVT,

positief en negatief. Rederij Doeksen wordt

neergezet als duur en achterbaks, terwijl

anderen juist menen dat Rederij Doeksen

betrouwbaar en goed is, ze heeft immers

het vervoer naar de Waddeneilanden

opgezet en stabiel gekregen. Mocht er

concurrentie ontstaan moeten de prijzen

omlaag en zou dat ten koste kunnen gaan

van de punctualiteit. Er is documentaire

over gemaakt door Zembla en diverse Friese

nieuwssites en fora bespreken dit item

tot in den treure met discussies die soms

zover gaan dat het leidt tot verwijten aan de

persoon zelf. Het simpelweg googlen op EVT

of Rederij Doeksen leidt tot verschillende

discussies met verschillende meningen.

De toerist

Waar gaat het voor de toerist nou eigenlijk

om? Het vervoerd worden van Harlingen

naar Terschelling of Vlieland. En daar is een

merkbaar verschil. Ten eerste, in de prijs.

De prijs van EVT ligt een stuk lager dan die

van Rederij Doeksen. Overgaan met EVT is

dus goedkoper. Alleen is het materieel van

Rederij Doeksen een stuk nieuwer en sneller.

Overgaan met de EVT naar Terschelling

duurt ruim twee uur, terwijl Rederij Doeksen

16.

er minder dan twee uur over doet. Ook

biedt Rederij Doeksen een sneldienst aan,

waarmee je binnen drie kwartier over bent.

Daarnaast speelt de kwaliteit van de boten

een rol. Rederij Doeksen vaart met relatief

nieuwe boten met meer comfort, waar EVT

vaart met een oude boot die bedoeld is voor

relatief rustige wateren, waar de Waddenzee

niet onder valt. Dus de keuze is in dit geval

aan de toerist: comfortabel en snel voor een

iets hogere prijs of wat langzamer, minder

comfortabel maar wel goedkoper.

Al met al blijft het een intrigerend conflict.

Niemand is objectief en de rol van de

overheid is dubieus te noemen. Soms lijkt

het op ordinair moddergooien en op een

ander moment lijkt het een juridische strijd.

Het conflict lijkt qua verhoudingen op

David versus Goliath. Rederij Doeksen lijkt

de overheid mee te hebben en heeft, met

de aanwezige vloot en bewezen diensten,

een voorsprong. Maar de underdogpositie

lijkt EVT wel te liggen, het medelijden dat

EVT wekt ten opzichte van de reus Rederij

Doeksen lijkt de EVT kansen te geven voor de

toekomst. Maar of deze David versus Goliath

ook zal eindigen met een overwinning voor

David is nog maar de vraag. g

MS Friesland, het schip dat tussen Harlingen

en Terschelling vaart voor Rederij Doeksen

MS Spathoek, het schip dat tussen Harlingen

en Terschelling vaart voor EVT


girugten

04 / juli 2012

water

bouwput

Hoewel water vaak als een magneet mensen

aantrekt, wil het ambitieuze woon- en

recreatieproject in Oost-Groningen maar

niet leven. Het gebied genaamd de Blauwe

Stad, had Groningen een nieuwe impuls

moeten geven. Toch ligt het gebied er

vooralsnog verlaten bij en je ziet dat het

wacht op bewoners. Het plan was om er

1480 nieuwe woningen te bouwen rond een

kunstmatig aangelegd groot meer. Tot op

heden zijn er nog geen 200 huizen verkocht.

Wat is er mis gegaan bij het realiseren van

dit project? Hoe en waarom is het plan tot

stand gekomen?

Het plan van de Blauwe Stad was er niet voor

niks; Oost-Groningen heeft van oudsher

al een negatieve status. Het zou een

probleemregio zijn, met veel arme bewoners

en weinig toekomstperspectief. Eerst

woonden er in het gebied veel herenboeren

met dagloners als werknemers. Door de

mechanisering in de landbouw, waren veel

dagloners niet langer nodig. Er ontwikkelde

weinig industrie in het gebied, waardoor er

niet genoeg werk te vinden was. Dit had tot

gevolg dat veel (jonge) mensen vertrokken

uit Oost-Groningen. Hierdoor verarmde het

gebied. Zelfs in Haagse nota’s kwam te staan

dat het gebied een nieuw impuls nodig had.

Wim Haasken (Staatsbosbeheer) kwam

in maart 1989 met het idee om een groot

gebied in Oost-Groningen onder water te

zetten. Samen met Jan Timmer wist hij het

bestuur van de provincie Groningen warm

te krijgen voor het project dat zich zelfs tot

over de grens in Duitsland zou uitstrekken.

Het idee achter het project was het creëren

van nieuwe werkgelegenheid, het gebied

interessanter te maken en een gebied te

creëren waar het fijn wonen en werken

is. Het gebied kan toerisme aantrekken,

want water betekent recreatie: restaurants,

Eva Bouw

de Blauwe Stad wil niet leven

hotels en bijvoorbeeld watersportbedrijven

kunnen zich hier vestigen. Duitse

toeristen zouden hierdoor niet zo ver meer

hoeven te reizen om op vakantie te gaan.

Daarnaast was het de bedoeling dat er rijke

westerlingen zouden gaan wonen. Dit is niet

gebeurd, aangezien veel mensen de woonwerkafstand

van Oost-Groningen naar de

Randstad te groot vinden.

Uiteindelijk is het gebied veel kleiner

geworden dan in eerste instantie was

bedacht. Duitsland haakte al snel af en

het meer in Oost-Groningen moest kleiner

worden. Het meer kwam te liggen tussen

Winschoten, Beerta, Midwolda, Oostwold,

Finsterwolde en Scheemda. De kosten

van het project bedroegen zo’n half

miljard gulden. Zestig boeren moesten

worden uitgekocht. Sommige bestaande

boerderijen zouden aan het water komen te

staan, zodat zich daar ook nieuwe bewoners

konden vestigen. Vooralsnog staan veel

van deze boerderijen leeg en zijn ze erg

verwaarloosd.

In 2005 draaide Koningin Beatrix de kraan

open, om 14 miljoen kubieke meter water

het meer in te laten stromen. De Blauwe

Stad was een feit. Of het project de doelen

behaalt die het zou moeten behalen valt

zeker te betwisten. Veel werkgelegenheid

heeft het in ieder geval (nog) niet opgeleverd,

aangezien er nog weinig bewoners zijn. De

bewoners die de Blauwe Stad wél heeft,

laten bijvoorbeeld hun huisinrichting niet

door lokale bedrijven uitvoeren. Daarnaast

worden de te bouwen huizen niet door

Nederlandse aannemers gebouwd, maar

veelal door goedkopere Duitse aannemers.

Ook hebben veel delen van het gebied nog

een vrij sobere uitstraling, omdat je ziet

dat het in aanbouw is en er veel delen leeg

staan. Dit is natuurlijk niet aantrekkelijk als

nieuwe woonplek.

Het feit dat er zo weinig kavels verkocht

zijn levert veel zorgen op voor de provincie.

De verkoop van de kavels zou namelijk de

kosten van het meer financieren. Om er

nog een schepje bovenop te doen hebben

de twee belangrijke bouwbedrijven, BAM

en Ballast Nedam, zich teruggetrokken uit

het project. De provincie eist daarom een

schadevergoeding van deze bedrijven die

op kan lopen tot tientallen miljoenen euro’s.

17.

Misschien moeten we, ondanks alle

tegenslagen, de Blauwe Stad toch een kans

geven. Het feit dat er weinig woningen

verkocht worden heeft niet alleen te maken

met een falend project, maar ook met een

slechte economische tijd. Volgens Wim

Haasken is het project toch een succes,

want ‘’de herinrichting van het landschap

en de gebiedsontwikkeling zijn wel goed

gelukt. De plas wordt al goed gebruikt voor

recreatie’’. Het gebied is er ook in waarde

op vooruit gegaan. Daarnaast is het bij

degelijke grote projecten vaak afwachten

voordat het resultaat pas echt zichtbaar

is. Eerst is het vaak een ramp, maar na wat

sleutelwerk en aanpassingen kan het toch

een succes worden. De stadsuitleg van

Amsterdam (1612) bijvoorbeeld was in

eerste instantie ook geen succes en dat is

ook goed gekomen. Misschien moeten we

de tijd zijn werk laten doen en wachten tot

de Blauwe Stad zelf zijn bestemming vindt.

Zodra dit gebeurt, zijn we de problemen

vast snel weer vergeten. g

Meer weten:

http://www.geschiedenis24.nl/anderetijden/afleveringen/2011-2012/Blauwestad-in-de-klei.html

http://www.blauwestad.nl/

g


girugten

04 / juli 2012

water

uit het buitenland

Dit voorjaar verblijf ik een maand

op het Schotse platteland voor mijn

afstudeeropdracht binnen de master

Culturele Geografie. Ik onderzoek het belang

van plaatsidentiteit voor de veerkracht

van rurale gemeenschappen met behulp

van enquêtes en mental maps. Tijdens

de interviews leer ik het echte Schotland

kennen. Tussendoor is er gelukkig ruimte om

van de prachtige omgeving te genieten.

Mijn zoektocht naar een leerzame

afstudeeropdracht nam een verrassende

wending toen Marianna Markantoni

(voormalig PhD bij FRW) aankondigde dat

er twee posities beschikbaar kwamen bij

haar nieuwe werkplek: Scottish Agricultural

College (SAC) in Edinburgh. Medestudente

Hanneke Kuipers en ik hebben deze kans met

beide handen aangegrepen. Familieleden

reageerden verontwaardigd: “dat kun je toch

ook in Noord-Groningen onderzoeken?”

Jazeker! Echter, een aanbod van een

gerenommeerd onderzoeksinstituut op het

gebied van plattelandsontwikkeling waarbij

je ondergedompeld wordt in de Schotse

cultuur kon ik niet afslaan. SAC en het

Dumfries & Galloway LEADER Programme

onderzoeken samen de veerkracht van

rurale gemeenschappen.

Drie weken voor ons vertrek maakte SAC

onze bestemmingen bekend: Wanlockhead

en Drummore. Wanlockhead bevindt zich

op 467 meter boven zeeniveau en is het

hoogste dorp van Schotland. Verrassend

genoeg ligt het, ondanks de hoogte, niet in

de Hooglanden. Van de 155 inwoners is het

merendeel rustzoekende gepensioneerden.

Wanlockhead heeft veel verborgen,

historische, schatten die niet bekend zijn

bij het grote publiek. Schotten lopen niet

te koop met hun rijkdom. Het dorp heeft

geen primaire voorzieningen, maar ontleent

zich wel voor de hoogst gelegen kroeg van

Schotland,de één-na-oudste bibliotheek

ter wereld en het loodmijnmuseum.

Toeristen komen naar dit gebeid om goud

te zoeken (er zijn twee goudmijnen in de

omgeving) en de loodmijn te bezoeken.

Maar de echte verborgen schat van dit

dorp is het feit dat William Symington hier

in 1785 de motor creëerde voor ‘s werelds

eerste stoomboot. Symington woonde in

Wanlockhead en haalde inspiratie uit de

techniek die mijnwerkers gebruikten om

Saskia Zwiers

Verrassend Schotland:

een verlaten haven en een stoomboot op 500 meter hoogte

Hanneke en Saskia in de oude mijnersbibliotheek in Wanlockhead

water uit de mijn te pompen. Hij zette dit om

in een motor voor stoomboten. In het dorp

zelf is niets van dit feit te vinden, terwijl

iedere inwoner er in geuren en kleuren

over kan vertellen. Zelfs op mental maps,

die mensen voor mijn scriptieopdracht

tekenden, dook de stoommachine vaak op.

Ook de mijnbouwcultuur leeft nog erg bij

de bewoners, ondanks dat de laatste mijn

sloot in 1959. Het loodmijnmuseum en de

lokale erfgoedclub houden de geschiedenis

in leven hoewel er geen oud-mijnwerkers

meer in het dorp wonen.

Het tweede onderzoeksdorp is ook

onbekend bij het grote publiek maar

daarom niet minder uniek. Drummore

bevindt zich in het uiterste zuidwestelijke

puntje van Schotland en is het meest

zuidelijke dorp van Schotland. Op de gevels

van de supermarkt, het postkantoor en

het enige hotel pronkt telkens “the most

Southern of Scotland”. In het verleden was

Drummore een vooraanstaand vissersdorp

met een rijk agrarisch achterland.

Landbouwmechanisatie en betere

transportverbindingen hebben het dorp

in twee generaties tijd enorm veranderd.

Wat een bloeiende zelfredzame economie

was is nu een rustoord voor (Engelse)

gepensioneerden. Van de levendige haven

is weinig over. Al negen jaar gebeurt er

letterlijk niets in de haven dankzij een

meningsverschil tussen de eigenaren van

de haven. De toegang tot de getijdenhaven

is inmiddels vrijwel dichtgeslibd waardoor

18.

het ontoegankelijk is voor recreatieboten.

Uit interviews blijkt direct dat de slechte

staat van de haven een groot pijnpunt is bij

bewoners.

Ons onderzoek zorgt voor veel ophef in de

kleine dorpjes. Men vraagt zich af wie toch

die twee dames zijn die telkens door het

dorp lopen. Het nieuws over onze komst

verspreidt zich razendsnel. Het is een leuke

ervaring om de ‘gossip of the village’ te zijn.

In de kroeg worden we voorgesteld aan

dorpsbewoners en iedereen is geïnteresseerd

in ons onderzoek. Wanneer wij

mensen op straat ontmoeten horen we in een

bijna onverstaanbaar Schots accent: “Aye,

you’re the two Dutch girls, I’ve heard about

you”. Onze beroemdheid helpt gelukkig bij

het verkrijgen van nieuwe participanten.

De dagen vliegen voorbij en staan van

vroeg tot laat vol gepland met interviews.

Dankzij de vele vriendelijke Schotten

hebben Hanneke en ik inmiddels een

overvloed aan onderzoeksdata. Komende

week zullen wij deze in Edinburgh

verwerken en aan SAC presenteren. Als

we hard doorwerken kunnen we hopelijk

genieten van het spektakel rondom de

‘Queens Diamond Jubilee’. De Britten

vieren dinsdag 5 juni het 60-jarig jubileum

van Koningin Elisabeth. Schotland viert dit

feest mee als lid van het ‘British Empire’. De

strijd tussen de Schotse lokale bewoners

en de Engelse gepensioneerden is op het

platteland echter nog niet gestreden. g


girugten

04 / juli 2012

water

op de bank van...

Op onze faculteit gebeurt vaak meer dan

je denkt. Daarom komen in deze rubriek

personen aan het woord die een functie

vervullen aan de faculteit. Deze keer

zitten we op de bank van Debbie Lager,

promovendus aan onze faculteit.

Wat zijn je werkzaamheden binnen de

faculteit?

Ik ben promovendus sinds 1 november

2011. Ik doe een driejarig promotietraject.

Ik doe onderzoek naar hoe ouderen

wijkveranderingen ervaren en hoe ze

daar mee omgaan in het dagelijks leven.

Ik onderzoek dit in de Oosterparkwijk,

Vinkhuizen en Corpus den Hoorn.

Waarom ouderen?

Tijdens de Research Master was ik al bezig

met onderzoek naar ouderen. Toen heb ik

een onderzoek gedaan naar Antilliaanse

ouderen in een woongemeenschap. Ik vond

het heel fascinerend om te zien hoe oudere

mensen betekenis geven aan hun leven.

Ik heb ook meegedaan aan een project

met ouderen in Selwerd. De samenleving

vergrijst en er komen steeds meer ouderen,

vandaar dat ik ermee verder ben gegaan.

Heb je al specifieke dingen gevonden?

Ik denk in het algemeen dat ouderen

minder individualistisch zijn, omdat ze

vroeger en na de Tweede Wereldoorlog

slechtere tijden hebben gekend. Ik heb in de

Oosterparkwijk gemerkt dat de deelnemers

aan mijn onderzoek vrijwilligerswerk

doen voor andere ouderen. Er lijkt een

zeker gemeenschapsgevoel onder hen te

leven dat ik in het Selwerdproject niet ben

tegengekomen. Daar waren de deelnemers

meer op zichzelf. Dit verschil heeft denk ik

te maken met uit wat voor milieu men komt,

hoe men is opgevoed.

Clusteren ouderen zich veel?

De gemeente moedigt dat wel aan in

haar beleid. Ze wil ervoor zorgen dat er

servicezones ontstaan in elke wijk, waarin

woningen staan die geschikt zijn voor

ouderen. Gelijkvloers, of met een lift,

zodat bewoners daar goed zelfstandig

ouder kunnen worden. Ik wil kijken wat

voor betekenis zo’n leefomgeving heeft.

De gemeente is geïnteresseerd in mijn

onderzoek, omdat ze willen weten hoe hun

beleid aanslaat.

Wietske Wilts

Op de bank van.. Debbie Lager

Waarom wilde je PhD gaan doen?

Ik heb eerst de master Culturele Geografie

gedaan en toen ik daarmee klaar was,

wilde ik nog meer leren. Ik wilde mijn

onderzoeksvaardigheden verbeteren,

daarom ben ik de Research Master gaan

doen. Tijdens deze master heb ik veel

onderzoek gedaan. Ook heb ik geleerd

hoe je onderzoek doet. Ik ben ook heel

zelfstandig geworden. Dat was een goede

voorbereiding op mijn PhD.

Heeft onderzoek doen jouw blik op de

alledaagse wereld veranderd?

Dat heeft zich al tijdens Culturele Geografie

en de Research Master ontwikkeld.

Alle kleine dagelijkse dingen vind ik

interessant. Misschien is dat ook wel heel

cultureelgeografisch. Ik vind het leuk om

over die dingen te filosoferen. Ik vraag

ouderen wat ze doen in hun dagelijks

leven, wat voor contacten ze hebben. En die

kleine dingen kan ik verbinden met dingen

die in de samenleving gebeuren. Ik had

bijvoorbeeld de Antilliaanse ouderen foto’s

laten maken van dingen waarbij ze zich

goed voelen in hun dagelijkse omgeving.

Een vrouw had een foto gemaakt van dat ze

aan het computeren was. Computeren was

een dagelijkse bezigheid voor haar, want

via Skype kon ze contact hebben met haar

kinderen op de Antillen. Achter de computer

zitten betekent voor haar contact leggen. Zo

zie je ook hoe migrantenfamilies met elkaar

omgaan als ze niet bij elkaar kunnen zijn. In

eerste instantie denk je dus, zij zit gewoon

g

19.

te computeren, maar daar komt dan heel

veel achter weg.

Wil je na je PhD blijven onderzoeken?

Ja, ik vind het heel leuk. De culturele

geografie vind ik een hele interessante

invalshoek om dingen te bekijken. Dan

maakt het me niet veel uit wat ik dan zou

onderzoeken. Het moet wel relevant zijn

voor waar mensen dagelijks mee bezig zijn.

Wat doe je in je vrije tijd?

We hebben op vrijdag met collega’s

vrijdagmiddagborrel, dat is heel leuk voor

de ontspanning. In het weekend ga ik soms

hardlopen. Ik hou erg van lezen. En soms met

de auto weg om uit te waaien, bijvoorbeeld

bij de Eemshaven. Ik vind dat een mooie

desolate plek. Of ik ga naar mijn moeder

in Stedum, daar ga ik soms pianospelen. In

mijn vrije tijd ga ik naar het platteland, want

af en toe moet ik even uit de stad zijn. Oja,

en kookprogramma’s kijken! Of gewoon

hersenloos televisie kijken.

Wat voor bank heb je?

De bank komt van de Kostersgang, dat was

het laatste studentenhuis waar ik woonde.

Ik heb hem overgenomen van degene die

er daarvoor woonde en daarna heb ik hem

meegenomen hierheen. Mijn bank is heel

lelijk, daarom heb ik er een kleed over. En

er ligt een schapenvacht op. Zodra ik wat

groter woon, gaat-ie weg. Dan wil ik echt

een mooie bank waar geen kleed overheen

hoeft. g


girugten

04 / juli 2012

water

geografen aan het werk

Werken met water

Anne Vrouwe, 24 jaar, afgestudeerd

Environmental and Infrastructure Planning

okt. 2010, sinds feb. 2011 Trainee Waterbeleid

bij Waterschap Groot Salland te Zwolle

“Trainee bij het waterschap? Welke studie

doe je dan? Ben je stagiair ofzo?”. De

betekenis van een traineeship was voor veel

van mijn nieuwe collega’s een jaar geleden

een nog onbekende term. Bij de gemiddelde

burger staat het waterschap bekend als die

onnodige, dure, grijze en bureaucratische

organisatie. Mij sprak een traineeship bij het

waterschap direct aan: mijzelf inhoudelijk

verdiepen in de materie van het waterbeleid

én werken aan mijn eigen ontwikkeling.

Waterschappen zijn primair

verantwoordelijk voor waterveiligheid,

waterkwantiteit en waterkwaliteit (en dus

niet voor drinkwaterwinning of -levering).

Waterschappen focussen zich op deze

taken, maar houden zich ook bezig met

zogenaamde neventaken, zoals recreatief

medegebruik, gebiedsontwikkeling en

de ontwikkeling van (natte) natuur. Het

beheergebied van Waterschap Groot

Salland strekt zich van Staphorst tot

Deventer en van Kampen tot Ommen.

De laatste jaren zijn de waterschappen een

veel besproken bestuurslaag in politiek

Den Haag, vooral vlak voor de Tweede

Kamerverkiezingen laaien de discussies over

de waterschappen weer op. Op de werkvloer

merk je als waterschapper ook de invloed

van deze discussies over voortbestaan,

efficiëntie en nut en noodzaak. Zo is onlangs

‘Actie Storm’ geïnitieerd, waarbij door de

waterschappen gestreefd wordt naar een

doelmatiger waterbeheer om uiteindelijk

Anne Vrouwe

€ 100 miljoen per jaar op de Rijksbegroting

te besparen.

Ook door het hoogwater van januari 2012

kwam waterveiligheid in Nederland, en

daarmee de waterschappen, weer even in

de spotlights te staan. Politieke impasses

worden op dergelijke momenten even

doorbroken en zo kan aan ingezetenen

gegeven worden waar ze duur voor betalen:

waterveiligheid. Het wandtegeltje “Geef

ons ons dagelijks brood en af en toe een

watersnood” hangt dan ook met recht aan

de muur.

In het onderzoek voor mijn masterscriptie

met als titel ‘De positionering van

waterschappen in gebiedsontwikkeling’,

kwam ik er achter dat waterschappen vaak

participeren in gebiedsontwikkeling, maar

zelden zelf trekker zijn van deze projecten.

Ik deed mijn afstudeeronderzoek in

opdracht van Waterschap Noorderzijlvest

in Groningen en had het daar goed naar

mijn zin. Toen ik, met behulp van wat proactiviteit

en geluk, de vacature van Trainee

Waterbeleid kon vervullen, sprong ik dan

ook een gat in de lucht.

Ik werk op de afdeling Hydrologie en

Ruimtelijke Ontwikkeling van de sector

Waterbeleid en ik houd mij bezig met

de doorvertaling van nationaal en

provinciaal beleid naar het regionale

waterbeleid. Onderwerpen waar ik mij als

beleidsmedewerker onder andere mee

bezig houd zijn het Deltaprogramma,

veranderend landbouwbeleid vanuit de

Europese Unie en regionale projecten, zoals

het gebiedsontwikkelingsprogramma IJssel-

Vechtdelta van de provincie Overijssel.

Het traineeonderdeel houdt voor mij in

dat ik acht uur per week mag besteden

aan persoonlijke ontwikkelingen en aan

kennisontwikkeling. Ik volg samen met de

gehele traineegroep (17 jonge mensen,

verspreid over het hele land) cursussen

over onder andere projectmanagement,

financiën voor niet financiële medewerkers

en timemanagement. Ook hebben we

trainingen op het vlak van bijvoorbeeld

politiek-bestuurlijke sensitiviteit en

overtuigingskracht. Ik vind het leuk om hier

mee bezig te zijn en om mijn kennis verder te

vergroten. Omdat ik jong ben afgestudeerd,

20.

denk ik dat ik nog veel bij kan leren van de

trainingen en cursussen.

Een van mijn eerste opdrachten bij het

waterschap was om een bestuursvoorstel te

schrijven over de stand van zaken (StaVaZa

in jargon) van het Deltaprogramma. Tja,

een bestuursvoorstel schrijven; dát had

ik nog niet geleerd tijdens mijn studie.

Gedurende het traineeship leer je dan ook

hoe je met verschillende doelgroepen het

beste kunt communiceren. Als trainees

van het waterschap hebben we vorig jaar

ook een themadag georganiseerd voor de

gehele traineegroep. Omdat de andere

trainees allemaal bij gemeenten werken,

wilden ze graag zien wat een waterschap

nou eigenlijk doet. Wij namen ze mee naar

een rioolwaterzuiveringsinstallatie, de

waterkering Kampen-Midden en uiteraard

de Balgstuw. Het was leuk en nuttig om

deze dag te organiseren, omdat een stukje

onbekendheid over wat waterschappen

doen kan worden weggenomen. Een

andere opdracht voor alle trainees bij het

waterschap is om een organisatie voor jonge

medewerkers van Waterschap Groot Salland

op te richten. Het doel van deze organisatie

is om verbinding en kennisuitwisseling

tussen jonge werknemers onderling en met

het waterschap te stimuleren. Persoonlijk

vind ik het vooral erg nuttig om contacten

op te doen bij andere afdelingen van het

waterschap en bij externe organisaties.

Mijn studie technische planologie komt

mij tot nu toe erg goed van pas. Op kennis

uit de mastervakken, zoals Project- en

Procesmanagement en Water Management,

kan ik nog regelmatig terugvallen. Ook de

technische kennis die ik heb opgedaan

bij vakken zoals Bouwrijpmaken en

Watertechniek kan ik toepassen in

bijvoorbeeld een overleg met een gemeente

over concrete herinrichtingsprojecten.

Inmiddels heb ik mijn plek in de organisatie

en in de sector waterveiligheid een beetje

weten te vinden. Ik merk dat het ook in je

voordeel kan werken om de vrouwelijke,

jonge en roodharige medewerker te

zijn in een grijze pre-pensionerende

mannenwereld. Hoewel deze wereld

gelukkig in een behoorlijk tempo kleiner

wordt. En de vraag “Ben je stagiair ofzo?”

wordt steeds minder vaak gesteld. g


girugten

04 / juli 2012

water

studentenorganisaties,

faculteit

Ibn Battuta

Water. Het heeft erg veel invloed op ons

dagelijks leven. Je drinkt het, gebruikt

het om te douchen, te koken, te wassen,

noem maar op. In ons vakgebied is water

natuurlijk ook ontzettend belangrijk. Zo

vormt het bijvoorbeeld landschappen.

Rivieren snijden schitterende valleien uit,

denk aan de Rijnvallei met zijn ontelbare

kastelen. Oceanen huisvesten de meest

prachtige dierensoorten, van drie meter

lange wormen tot het grootste dier dat

ooit op de aarde geleefd heeft: de blauwe

vinvis. Wandelend in de bergen kun je jezelf

even lekker opfrissen met vers smeltwater

uit een beekje. Ook stelt water ons in staat

om goederen te vervoeren, wat tot enorme

urbanisatie van een gebied kan leiden

zoals dat in Rijnmond het geval is. Maar

water bedreigt ons ook. Zowel van boven

als vanuit de zee. Zuidoost Azië wordt

regelmatig geteisterd door tsunami’s en

overstromingen, wat miljoenen mensen

jaarlijks dakloos maakt.

Soms is water prominent aan- of afwezig

op een plek waar je het liever niet wilt

hebben, of juist wel, en verschilt men

daarin van mening. Misschien wel het

mooiste voorbeeld daarvan is de Hertogin

Hedwigepolder, in de media vaak alleen

Hedwigepolder genoemd. Vlaanderen

wil dat het land ontpolderd wordt, om

de haven van Antwerpen te kunnen

verbeteren. Maar dit stuit Zeeuwse boeren

op de borst, het is namelijk fantastische

landbouwgrond. Een belangrijke spil in het

hele verhaal is demissionair staatssecretaris

van Economische Zaken, Landbouw en

Berichten van de faculteit

Waardering van ondernemers voor locaties

in centraal Nederland zakt in

Ondernemers waarderen locaties in

centraal Nederland nog steeds het meest,

maar de ‘waarderingsberg’ (met Utrecht

als top) wordt stelselmatig lager. Dat

blijkt uit metingen die Piet Pellenbarg

en Wim Meester in de afgelopen 30

jaar hebben verricht aan de subjectieve

vestigingsvoorkeur van ondernemers in

Nederland. Gaandeweg ontstaat een ‘level

playing field’ voor ondernemers: veel

typen bedrijvigheid vinden relatief steeds

meer gelijke vestigingscondities. Dit wordt

besproken door prof.dr. P.H. Pellenbarg,

hoogleraar Economische Geografie aan de

Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, in zijn

afscheidscollege op maandag 7 mei 2012.

Het afnemende verschil in waardering van

centrum en periferie blijkt niet alleen uit wat

ondernemers van die vestigingscondities

vinden (hun ‘stated preferences’), maar

wordt ook bevestigd door hun feitelijk

gedrag (‘revealed preferences’). Men kan

het terugzien in actuele kaartbeelden

van nieuwe toplocaties en relatief sterk

groeiende werkgelegenheid buiten de

Randstad.

Mental map

Samen met zijn collega dr. W.J. Meester

verrichtte Pellenbarg in de afgelopen dertig

jaar een reeks van studies naar de ‘mental

map’ van ondernemers. Hierin wordt op basis

van enquêtes bij ondernemers een ruimtelijk

beeld geschetst van hun vestigingsvoorkeur.

Dergelijke mental maps zijn nu beschikbaar

voor Nederland, Duitsland, Hongarije en

Tsjechië, en in meer gedetailleerde vorm

ook voor afzonderlijke delen van Nederland,

zoals Noord-Nederland, Noord-Holland en

Twente. Enkele metingen zijn voor meerdere

tijdsstippen beschikbaar, wat dan enig licht

werpt op de vraag hoe ondernemers in

de loop van de tijd anders gaan aankijken

(positiever, of juist negatiever) tegen

bepaalde plaatsen of gebieden.

Waardering

Het meest opmerkelijke bij de vergelijking

met de eerdere drie metingen is enerzijds

de sterke continuïteit in de ruimtelijke

beeldvorming van ondernemers: Utrecht

was, is en blijft de best gewaardeerde

vestigingsplaats in Nederland, met van

daaruit afnemende waarderingen in alle

richtingen. Anderzijds valt de gestaag

21.

Innovatie Henk Bleker. Zijn oplossing op het

moment van schrijven is om de polder maar

gedeeltelijk te ontpolderen, inclusief enkele

andere kleine delen van Zeeland. Dit willen

ze bewerkstelligen door enkele dijken ”door

te prikken”

Henk Bleker zal op 9 juli de traditionele W.J.

van den Bremenlezing komen verzorgen.

Deze lezing is gratis toegankelijk voor

alle leden van Ibn Battuta en hij zal met

name spreken over landbouw, maar

vermoedelijk ook wel even over de

Hertogin Hedwigepolder. De W.J. Van den

Bremenlezing is een hele oude traditie

binnen Ibn Battuta en wordt doorgaans zeer

goed bezocht. Wij hopen van harte dat dit

de komende keer ook weer het geval is. g

doorzettende daling in waardering van

Utrecht en andere centrale plaatsen op,

waardoor het ‘waarderingslandschap’ op

de mental map steeds platter wordt. Met

het verzamelde datamateriaal hebben

Meester en Pellenbarg diverse statistische

bewerkingen uitgevoerd. Die leiden onder

meer tot de stelling dat de ondernemers

bij het vormen van hun vestigingsvoorkeur

worden geleid door overwegingen

met betrekking tot centrale ligging,

agglomeratievoor- of -nadeel, cultuur, en

persoonlijke woonpreferenties. g

Dit is overgenomen van http://www.rug.nl/frw/

nieuws/archief2012/nieuws-berichten/062_

Pellenbarg


girugten

04 / juli 2012

water

studentenorganisaties

In de tweede editie van Forum gaan we in op het GIS-onderwijs

aan de FRW. Volgend jaar komt GIS weer terug in de masterfase

als keuzevak, waar veel studenten erg blij mee zijn. Zie daarvoor

bijvoorbeeld de reacties van Lucy en Jorren. Ook legt Marien de

Bakker, dé GIS-docent aan onze faculteit, uit waarom GIS onmisbaar

is. Met de zomer in zicht, kan het terugblikken beginnen. Daïra kijkt

terug op haar schakeljaar, Fedde op zijn hele studieperiode. Dank

voor het delen van jullie ervaringen!

Voor reacties en nieuwe stellingen, we houden ons aanbevolen,

ook tijdens de vakantie! Namens Pro Geo,

Jannes Willems / info@progeo.nl

Per dag worden exabytes aan data verzameld, steeds vaker met x- en y- coördinaten (oftewel ruimtelijke data). Deze

gegevens (satellietbeelden, locatie met smartphones, kadaster, banken, gemeenten, waterschappen, provincies,

marketing, etc) worden gearchiveerd en omgezet naar informatie met behulp van Geografische Informatie Systemen.

Een student of onderzoeker aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen kan niet zonder kennis van en vaardigheden

met GIS omdat: (1) in het werkveld het gebruik van GIS volledig geïntegreerd is in de werkprocessen (b.v. www.

ruimtelijkeplannen.nl); en (2) het verwerken van grote datasets, ruimtelijke analyse, monitoring en visualisatie niet

meer mogelijk is zonder deze technieken.

Je kunt via internet veel leren over GIS, maar onderwijs levert je een structuur van gebruik, praktijkervaring en richting

op. Niet elke student hoeft een ‘GIS-wizard’ te zijn, maar in de praktijk zal je aan moeten geven aan het GIS- team wat

je wilt doen: het zelfstandig maken van een simpele kaart of een uitgebreide analyse.

Drs. Marien de Bakker, docent Ruimtelijke Informatiekunde (GIS)

Een geografisch informatiesysteem is een zeer handig

systeem tijdens je studie. Door GIS krijg je een beter

beeld van bepaalde aspecten van de studie. Kaarten

ondersteunen je beeld en visie op planologische,

economische en geografische aspecten. Het bachelorvak

is dus ook essentieel in de bachelor. Je wordt met het vak

in het diepe gegooid, en je moet een casus maken zonder

al te veel hulp. Hierdoor kom je wel op eigen houtje achter

het GIS, dit vind ik wel een goede methode. Het tentamen

zorgt voor de basiskennis die je ook nodig hebt, dus deze

moet niet verdwijnen vind ik.

Jorren Westra, bachelorstudent TP

De stelling: “Het GIS-onderwijs is een

onmisbaar onderdeel voor FRW-studenten”

Ik denk dat GIS zeker onmisbaar is als onderdeel van

de studie. Via het programma GIS leer je op een hele

zelfstandige manier gegevens over bepaalde gebieden

te analyseren en bewerken. Je leert hierdoor om te

gaan met grote hoeveelheden aan data en kunt dit

relatief gemakkelijk omzetten in een kaart waardoor

het een stuk overzichtelijker wordt. Ik denk dat dit

tijdens de bachelor en master een groot hulpmiddel

kan zijn voor projecten en opdrachten, en daarbij kan

het ook erg leuk en informatief zijn. Opdrachten van

GIS die ik tot nu toe gehad heb waren tijdrovend, maar

uiteindelijk goed uitvoerbaar met hier en daar wat tips

van de student-assistenten.

Lucy Talens, bachelorstudent SG&P

22.


Er staan nogal wat veranderingen op

stapel met betrekking tot onderwijs aan

de RuG, en specifieker, onze faculteit. Zo

wil de rector magnificus een omschakeling

van een ‘dubbel vrijblijvend model’ naar

een ‘model met wederzijdse scherpte en

verplichtingen’. Onderdeel hiervan is het

ophogen van het BSA naar 45 ECTS in 2012

en mogelijkerwijs naar 50 ECTS in 2013, wat

zelfs eventueel zou kunnen uitmonden in

het zogeheten ‘jaarklassensysteem’. Verder

moet toetsing gevarieerder worden, per

vak moeten er meerdere toets momenten

komen. Daarnaast is er discussie gaande om

misschien slechts twee vakken tegelijkertijd

te geven. Iets wat ook erg actueel is zijn de

Career Services, de RuG en de faculteiten

willen dit meer gaan aanbieden aan de

studenten. In hoeverre en wanneer deze

veranderingen doorgevoerd worden is nog

onbekend, dat er discussie gaande is over

het onderwijs aan de universiteit is zeker!

Een mooie dag om over bovenstaande

dingen in gesprek te treden was de door

Pro Geo georganiseerde FRW-dag van

afgelopen maandag 21 mei. We kijken terug

op een geslaagde middag, met o.a. een

praatje van Peter Groote (faculteitsbestuur)

over de aankomende veranderingen

voor het onderwijs, een korte discussie,

een speurtocht door de faculteit en een

Het einde van het studiejaar is in zicht: hoe was het?

Tijdens het volgen van de minor Culturele Geografie

en Planologie voor mijn bachelorprogramma Kunst- en

Architectuurgeschiedenis kwam ik voor het eerst in aanraking

met de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Deze eerste

ervaring met het vak Planologie en de faculteit was zeer

positief en daarop besloot ik om over te stappen naar de Master

Planologie via een divers schakelprogramma. Hoewel de

bachelorvakken wat betreft niveau en werkdruk enorm kunnen

verschillen, heb ik veel geleerd en ben ik erg blij met de keuze

die ik heb gemaakt. Het enthousiasme en de betrokkenheid

waarmee de staf haar studenten motiveert en ondersteunt

maken dat ik me vanaf het begin welkom heb gevoeld op de

FRW. Ik grijp deze kans dan ook graag aan om de stafleden

hiervoor te bedanken. Keep up the good work!

Daïra den Heijer, schakelaarstudent

Nieuws van Pro Geo

heerlijk afsluitend borreltje in de zon. Heb

je deze dag gemist? Bij deze een Pro Geo

tip: kom naar de Onderwijsdag ‘Onderwijs

en toetsvormen’ op donderdag 28 juni van

13.30 – 16.00u in 5412.0025. Deze dag

wordt vanuit de faculteit georganiseerd en

is een uitstekende gelegenheid om mee te

praten en discussiëren over het onderwijs

op onze faculteit. De input van studenten

wordt altijd gewaardeerd!

Op 22 mei was de bekendmaking van de

uitslag van de verkiezingen voor zowel de

Faculteits- als de Universiteitsraad. Loes

Kerkdijk, Roselinde van de Wiel, Anne Boer,

Martine Mollema en Berber Oosterhagen

zullen aankomend studiejaar zitting nemen

in de F-raad van onze faculteit. Daarmee

vormen zij tegelijkertijd ook het bestuur van

Vijf jaar studeren aan de FRW, er gaat nu dan toch bijna

een einde aan komen. Een erg mooie tijd in Groningen

waarbij ik veel geleerd heb en waarbij ik mijzelf heb leren

kennen. Terugkijkend op mijn studie weet ik nog dat ik

het vanaf het begin een pluspunt vond dat de studie iets

persoonlijks bij zich had. De student is geen nummer maar

er is ruimte voor persoonlijk contact als daar behoefte

naar is. Ook is de FRW relatief een kleine faculteit wat ik

zelf als iets positiefs heb ervaren. In vijf jaar tijd heb ik

“de wetenschap” leren kennen en vooral ook mijzelf: wat

vind ik leuk en waar ben ik goed in? Dit heb ik deels aan

mijn studie aan de FRW te danken en ben daar erg blij mee.

Nu ga ik op zoek naar de praktijkervaring en hoop ook daar

weer veel te gaan leren.

Fedde Moedt, masterstudent Planologie

de FRW-dag

23.

stichting Pro Geo voor volgend studiejaar.

Wij hebben er alle vertrouwen in dat ze er

een geslaagd bestuursjaar van gaan maken.

De komende tijd zullen wij hen inwerken

zodat ze op 1 september goed voorbereid

het stokje over kunnen nemen. g

Bestuur Pro Geo 2011-2012

Gwenda van der Vaart

Moniek Daggenvoorde

Pieter de Roest

Jannes Willems

Jimme Zoete

More magazines by this user
Similar magazines