Armoede en armoedebeleid Amsterdam, Stadsdeel Zuid - DSP-groep

dsp.groep.nl

Armoede en armoedebeleid Amsterdam, Stadsdeel Zuid - DSP-groep

Van de totale groep ondervraagden heeft 21% een gecombineerde ziektelast op 3 domeinen en

40% een gecombineerde ziektelast op 2 domeinen.

De onderzoeksgroep beschikt over weinig hulpbronnen. Ze ervaren weinig regie over het eigen

leven, 53% van hen heeft een opleidingsniveau beneden startkwalificatie Nederlandse

arbeidsmarkt, 32% rapporteert Nederlandse taal minder dan goed/perfect te beheersen en 36%

heeft zeer weinig vertrouwen in eigen kunnen en in eigen waarde.

Ze beschikken ook over weinig maatschappelijke hulpbronnen: 47% besteedt geen tijd aan

participatie in de samenleving (opleiding, vorm van werk, vereniging, informele club) en 29% leeft in

maatschappelijk isolement (besteedt geen tijd aan participatie in combinatie met ontbrekende

gevoelens ‘erbij te horen’).

Een derde heeft gebrek aan een regelmatig dagritme en gebrek aan gevoelens van zingeving.

Naar schatting 33% van de alleenstaande mannen met een bijstandsuitkering heeft ernstige

problemen om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien of veroorzaakt overlast bij anderen.

De GGD spreekt in dit geval van ‘indicaties van zorgwekkend functioneren’. Hiervan is sprake als

respondenten problemen hebben op een of meer van de volgende indicatoren:

problematische schulden (21%);

indicaties van zelfverwaarlozing (11%);

zeer ontoereikende of instabiele huisvesting (0,6%);

suïcidepoging in afgelopen twaalf maanden (2,5%);

rapporteert burenoverlast te veroorzaken (5%).

4.4 Risicogroepen armoede

4.4.1

4.4.2

Inleiding

In beginsel kan iedereen op enig moment van zijn of haar leven behoren tot de sociale minima. Die

kans is echter klein als het gaat om mensen die een of meer van de volgende kenmerken bezitten:

Behoren tot een huishouden met meerdere inkomens.

Een hoog opleidingsniveau en een daaraan gekoppeld hoog inkomen.

Voltijds werken.

Daarentegen zijn er risicogroepen te benoemen, mensen met kenmerken die maken dat ze meer

vatbaar zijn voor armoede. We duiden ze hier met een enkel woord, maar het is meer het

samenstel van kenmerken die maken dat ze een risicogroep vormen. Het gaat achtereenvolgens

om:

Vrouwen

Alleenstaanden

Niet-westerse allochtonen

Ouderen

Vrouwen

Vrouwen vormen een risicogroep, maar wel in samenhang met bepaalde kenmerken. In 2011

behoorde 17% van de mannelijke Amsterdammers tot de sociale minima en 19% van de

vrouwelijke stadgenoten. Binnen de minimapopulatie is 53% vrouw en 47% man. Dat vrouwen

20 RAPPORT | Armoede en armoedebeleid Amsterdam, Stadsdeel Zuid | DSP-groep

More magazines by this user
Similar magazines