SINT - LUCIA Wandeling - Gemeente Boutersem

boutersem.be

SINT - LUCIA Wandeling - Gemeente Boutersem

Tekst: Jean Vandeborne

Wandeling

SINT - LUCIA

5 KM

8 KM


Sint-Lucia wandeling

Vertrijk

De oudste schrijfwijze “Vertreiik” komt uit een schenkingsakte van 1122 waarmee ene dame Geva van

Leuven gronden onder “Vertreiik” aan de abdij van Affligem schenkt.

In de Romeinse tijd liep er, van de Romeinse Vicus te Tienen, een heirbaan over Kumtich en Vertrijk

(Kerkweg en Keizerstraat) naar Leuven. Gronduitbatingen waren er in Vertrijk op de Grote Kouter en het

Hoefveld. Van de Frankische en Karolingische tijd dateren de vestigingen Redingen, Dalem, ter Sluizen,

Koutem, Kolem en Loofort.

Kerkplein op de Scherpenberg (1)

Figuur 1. Primitieve kadasterkaart 1815b

Kerkhuisjes (a in fig. 1)

e

c

2

aa

b


Sint-Lucia wandeling

Op dit terrein stond in 1500 een lemen kosters – annex pastoriegebouw dat ook dienst deed als

parochieschool.

In 1796 werd de stenen kosterswoning van de foto gebouwd.

Deze parochieschool werd na de Franse revolutie door de gemeente overgenomen maar omdat het

gemeentebestuur in 1840 niet wilde tussenkomen in verbouwingskosten beslisten zij om de gemeenteschool

over te brengen naar de hoeve Vanlaer in de Dreefstraat .

Hoeve Demunter (b in fig. 1)

Figuur 2. De woning met wit bepleisterde zijgevel.

3


Sint-Lucia wandeling

Deze familie bewoonde de hoeve in de 15 de eeuw, samen met een andere aan de overkant van de straat.

Deze laatste, waar de tiendenschuur van Villers aan verbonden was, werd in 1635 door vreemde troepen

vernield.

Rond 1600 kwam de boerderij in handen van de familie Vleminckx. Van deze familie is een grafkelder in de

kerk met op de deksteen: “ Hier leet begraeven Sieur Mathias Vleminckx sterft 12 februari 1660 ende jonkvrouwe

Maria de Beaulis zijne huisvrouwe die sterft 27 juni 1686 Bidt voor hen”

Kerk Onze Lieve Vrouw Hemelvaart (c in fig. 1)

Figuur 3. Detail uit kaartboek Abdij van Park 1654

In de Karolingische tijd maakte Vertrijk, samen met 57 andere gemeenten, deel uit van het graafschap

Brunenrode en kerkelijk behoorde het tot het bisdom Luik. Rond 980 verkreeg aartsbisschop Notger van Luik

de heerlijke rechten over Brunenrode van de Duitse keizer Otto III.

In 1162 schonk de Prins-bisschop de Luikse patronaatsrechten over Vertrijk aan zijn Sint Lambertuskapittel.

De huidige kerk staat op de plaats van een 10 de eeuws Romaans kerkje dat waarschijnlijk in opdacht van het

keizerlijk domein van Loofort werd gebouwd.

In de 12 de eeuw werd aan dit Romaans kerkje de huidige toren aangebouwd. Het Romaanse schip en koor

werden in de 14 de eeuw door een Gotisch vervangen. De enige restanten hier van zijn het zuidelijk traptorentje

en 4 kolommen in het schip.

In opdracht van het Luiks Sint Lambertuskapittel werd in 1489 begonnen aan de uitbouw van een Gotische

kapittelkerk. Zonder de bestaande kerk af te breken werden in 1540 koor- en zijbeukwerken beëindigd.

In 1559 werd, door herschikking van de kerkelijke provincies, het aartsbisdom Mechelen opgericht waardoor

Luik hier geen kerkelijke invloed meer had.

Door een ruil werden de Luikse tienden- en patronaatsrechten in 1582 overgedragen aan de abdij van Villers

la Ville. De abt van Villers liet in 1732 het nog bestaande 14 de eeuws schip door het huidige classicistische

vervangen. In 1906 werd de 18 de eeuwse sacristie door de huidige vervangen.

4


Sint-Lucia wandeling

Pastorie (d in fig. 1)

Kerkhofstraat (e in fig. 1)

5

In opdracht van de abdij van Villers werd in

1784 de pastorie gebouwd.

De ommuring dateert echter uit de 19 de

eeuw. Op enkele storende uitbreidingen

na is ze nog origineel. De tuin had een

kruisvormige indeling.

Eén arm van dat kruis geeft uit op het natuurlijk “Gotisch poortje”

In het benedendeel van de tuin is de vijver een restant van een afgesneden

meander van de Velpe.

In vroegere tijden heette dit paadje “Via Regna”, wat verwijst naar het koninklijk domein Loofort.

Links van dit paadje zijn vele pestgraven gevonden. Dit perceel heette tot de jaren 1700 het “Potenhof”

(knoken- of knekelhof).

Figuur 4 Schets uit een akte van 1715


Sint-Lucia wandeling

Kapelsite

In de Karolingische periode was dit een onderdeel van het Caemergoed Loofort (Loo = bos, voort =

doorwaadbare plaats). Het omvatte een gronduitbating en een “slachmolen”. De slachmolen heeft tot circa

1500 koren gemalen en lijnzaad geplet. Zijn waterkracht haalde hij uit een vijver van ca. 70 aren die door het

Koningsvlietje gevoed werd.

De oudste gekende uitbater van het winhof was de familie Van den Borchhoven. Uit dat winhof is ook de

waterburcht Loofort ontstaan met een Van den Borchhoven als leenman van de graaf van Leuven, later van de

hertog van Brabant.

Als Hendrik IV van den Borchhoven na 1420 naar Leuven vertrok verviel de burcht in puin. Door het

huwelijk in 1489 van Margriet Roelofs met Jan Van der Ee werd het domein Loofort eigendom van Kwabeek.

Kapel Sint Lucia in de Luciënbeemd

Lucia wordt aanroepen tegen bloedkwalen, oogziekten, en blindheid.

Haar feestdag van 13 december valt samen het vroegere midwinterfeest.

De Luciadevotie te Vertrijk dateert uit de 14de eeuw toen er, na de kruistochten,

regelmatig epidemieën van pest, cholera, tyfus en melaatsheid uitbraken; ziekten die als

bloedkwalen omschreven werden.

In 1316, 1348 en 1362 kwam de pest over Vertrijk en tijdens die laatste uitbraak stierf de

helft van de bevolking.

De slachtoffers werden in gemeenschappelijke graven bijgelegd maar niet op het gewone

kerkhof; men durfde pestgraven niet opnieuw gebruiken en vandaar het ontstaan van het

“Potenhof”.

Van de pestgolven uit 1401, 1409 en 1420 bleef Vertrijk gespaard wat een zeer sterke

impuls gaf aan de devotie tot de Heilige Lucia te Vertrijk

6


Sint-Lucia wandeling

Tussen 1508 en 1514 laat Jan Van der Ee, op de plaats van de huidige kapel een bron uitgraven en inmetselen,

wat nu nog de onderbouw van de kapel is.

In 1796, juist voor de sluiting van de kerk door de Fransen wordt, onder impuls van pastoor Vanderborght en

koster Naets, de huidige kapel op de bestaande bronput gebouwd.

Eén van de gulle schenkers was kerkmeester Johannes Van der Vorst wiens initialen “JVDV.KM” iets onder en

rechts van de kapeldeur gebeiteld staan.

Na de bouw van de bonput werd een 15 de eeuws gepolychromeerd Lucia beeld, uit de kerk, naast de bronput aan

een boom bevestigd.

In 1796 kwam dat beeld in de kapel om in 1976 om veiligheidsredenen terug naar de kerk te verhuizen.

Voetweg naar de Maagdomstraat (2)

De huidige kadastrale benamingen van dit gebied zijn nog steeds Caemerveld en Keizerryck, die refereren naar

het keizerlijk domein Loofort.

Maagdomstraat (3)

Honderd meter naar links, op de hoek van Smidstraat en Maagdomstraat woonde, tot zijn dood in 1504,

priester Gilis Van den Borchhoven.

Zijn grootvader woonde op het winhof Loofort en zijn grootoom was Hendrik IV Van den Borchhoven van de

waterburcht Loofort.

Gilis van den Borchhoven was niet de pastoor van Vertrijk maar deed er wel alle zondagen de vroegmis waardoor

zijn woning het “vroegmishuis” genoemd werd.

Priester Gilis woonde er tot zijn dood met zijn “maegd” of meid en tot midden vorige eeuw werd, in de

volksmond, de Maagdomstraat ook “Geestelijken Hoek” genoemd.

Het priesterhuis werd in 1580 door plunderende Spaanse troepen vernield.

Spoorweg (4)

Deze werd in 1837, met een enkel spoor, in gebruik genomen. Het brongebied van de Kleine Vondelbeek,

waar de spoorlijn doorloopt, was de vroegere “Yndenbeemd (eendenbeemd)” van het Caemergoed Loofort.

Oude Aarschotsebaan (5)

Dit was de vroegere verbindingsweg tussen Aarschot en Geldenaken.

Hij brengt ons naar 97,5 m boven de zeespiegel, het hoogste punt van Vertrijk.

Vanop de viersprong daalt het terrein naar het kasteelbos af. Tot de jaren 1400 was dit een tichelrij waar

bakstenen en pannen gemaakt werden.

De weg die we links nemen heette op oude kaarten de Tichelrijstraat en brengt ons naar het kasteeldomein

Kwabeek.

7


Sint-Lucia wandeling

Domein Kwabeek (6)

Na de gewelddadige dood van barones Thérèse Ernst de Bunswijck in 1979 werd een deel van het domein

eigendom van de gemeente Boutersem.

Het kasteel doet nu dienst als gemeentehuis.

Het Sterrenbos, de hoeve met aanhorigheden en de molen zijn privébezit.

Figuur 5. Waterburcht in 1709

*De huidige parktuin

Figuur 6. Ferrariskaart 1771-1775

Het domein vindt zijn ontstaan in een Frankisch heim, dat zich op

de huidige boerderijsite situeerde.

Het is ook op deze plaats dat de eerste versterkte woonfunctie

ontstaan is, getuige daarvan is de nu ingebouwde donjon.

Uit deze versterking is, op de plaats waar het kasteel nu staat, de

latere waterburcht Kwabeek ontstaan.

Het domein Kwabeek was binnen het hertogdom Brabant een

heerlijk goed dat aan de hertog geen leenhulde verschuldigd was.

De molen was, langs de abdij van Affligem om, wel leengoed van de

hertog en werd altijd door de heren van Kwabeek in leen gehouden.

De Ferrariskaart geeft een beeld van de geometrische

tuinstructuur van het domein in die tijd.

Wat opvalt is het “Sterrenbos”, dat in de volksmond zo

benoemd blijft.

Ook merk je het nog met water omgeven kasteel dat

toen wel geen versterking meer was.

Het gebouw “ De Zeerovers”, is het vroegere hoveniers-

en boswachtershuis.

Rechts daarvan, in het bos, is de nog quasi intacte

ijskelder te zien waarin tot eind 19 de eeuw ijs uit de

vijver werd opgeslagen.

Het kasteel staat op de grondvesten van de vroegere waterburchten die in de loop der tijden verschillende

malen werden verwoest.

Pas in 1829 liet de toenmalige eigenaar, Ridder Philippe de Wouters ‘d Oplinter de Bouchout, met het puin

van ringmuur en ophaalbrug de ringgracht dichten.

Ridder Philippe de Wouters ‘d Oplinter de Bouchout zette in 1837, bij de ingebruikname van de spoorweg,

zijn boeren aan om suikerbieten te kweken.

Door de blokkade van de havens van Antwerpen en Rotterdam kon er geen suikerriet meer worden ingevoerd.

8


Sint-Lucia wandeling

In 1839 installeerde hij, achter de kasteelhoeve, een suikerfabriek. De gefilterde en gestolde suikerstroop werd

verder in Tienen geraffineerd.

Door de concurrentie met Tienen is er na 1854 geen spoor meer van de Vertrijkse verwerkingsfabriek. De

oorsprong van het Tiense suikerklontje ligt dus ook in Vertrijk!!!

Onze kasteelheer was echter een ondernemer. Met subsidiestimulansen van de Belgisch staat begon de ridder

aan de kweek van zijderupsen. In 1849 haalde hij, in de serres aan het hoveniershuisje, een productie van 46

kg zijdepoppen. Was het door gebrek aan subsidies of een ziekte onder de zijderupsen?De kweek heeft maar

enkele jaren geduurd.

De familie de Wouters schonk in 1864 twee klokken aan de kerk maar deze werden in 1943 door de Duitsers

weggehaald en voor hun oorlogsindustrie gesmolten.

Het kasteel heeft in 1922, onder Antoine Ernst de Bunswyck, zijn huidig uitzicht gekregen.

Zijn wapenschild staat boven de toegangsdeur met daarin zijn lijfspreuk “ Sine Invidia Laudem” of “Als ik

iemand loof wil ik dat doen zonder afgunst”.

De stoeterij

Tegen de boerderij liet Graaf de Liedekerke (1893 – 1903) een koetshuis en paardenstallen met geglazuurde

muurtegels oprichten.

De boerderij

Dit is de eerste versterkte woonplaats van Kwabeek waarvan de vierkante, ingebouwde, donjon nog een

restant is.

Bakoven

De watermolen

Deze was er niet alleen voor het kasteel maar voor alle

bewoners van het domein.

Nu bakt de heemkundige kring er nog iedere tweede

maandag van de maand.

Reeds in de Frankische tijd was hier een molen,.

Het huidige gebouw dateert van 1826.

Vanaf 1826 vergaderden de schepenen in de “beste plaats” van de molen en werden er ook de

gemeentearchieven bewaard.

Het enige niet originele aan de voorgevel zijn de paar traptreden. Toen de molen nog in werking was ging

men hier, gelijkgronds, naar het keldergedeelte.

Aan de overkant van de Velpe staat een klein vakwerkbouw.

Tot begin 20 ste eeuw was dit het “elektriciteitshuisje”. In dit gebouw stonden grote glazen bakken met

hangende platen in en gevuld met vloeistof. Dit waren de accu’s die met waterkracht werden opgeladen en zo

konden zorgen dat er ’s avonds in het kasteel wat “moderne” verlichting was.

9


Sint-Lucia wandeling

Driehoekig dorpsplein (7)

Aan dit plein stond de herberg en brouwerij “Den Hert”.

In één vertrek van het toenmalige gebouw was, tot de Franse Revolutie, de Vertrijkse schepenbank gevestigd.

De schepenbank vergaderde tweemaal per maand.

Belangrijke beslissingen aan de bevolking werden hier ’s zondags na de hoogmis aan de bevolking meegedeeld.

De schepenbank deed, volgens het plaatselijk gewoonterecht, ook uitspraken bij betwistingen en kleine

misdrijven. Zij moesten ook de opgelegde belastingen en cijnzen

onder de bevolking verdelen.

Na de Franse revolutie en tot 1826 bleven de schepenen hier

vergaderen en werd er ook het gemeentearchief bewaard.

Dit huis was ook een vrijhuis. Wie er na een vergrijp in

vluchtte ontsnapte aan de mogelijke aanhouding door de lagere

rechtsmacht en kon, zolang men binnen bleef, alleen door de

meier van Tienen gearresteerd worden. In Vertrijk waren er nog 2

vrijplaatsen: de woning van Wouter Coelaerts ( Dreefstraat 17) en

het kasteel van Kwabeek.

Voormalige meisjesschool

Ridder Alphonse de Wouters d’ Oplinter van Kwabeek was van 1873 tot 1890 burgemeester van Vertrijk.

In 1873 kocht hij de woning Vandenhoeck die er nu nog staat om er L’ école Sainte Marie op te richten.

Onder het zadeldak werden 20 “chambrettes” ingericht en op de plaats waar nu nog de klassen van 1948 staan

werden 2 klaslokalen aangebouwd.

De zusters Dominicanessen van Lubbeek hebben dit internaat gedurende 2 schooljaren geleid waarna het zijn

deuren sloot.

Op 01 juli 1879 werd door een liberale meerderheid een wet gestemd die aan het openbaar onderwijs een

strikte neutraliteit oplegde. Uit de schoolstrijd die volgde werden, onder impuls van de kerk en de katholieke

partij, vele gemengde katholieke scholen opgericht die volledig afhankelijk waren van gulle gevers.

Het is pas na een katholieke meerderheid in 1884 dat er vanaf 1894 staatssteun verleend werd.

In Vertrijk kwamen de Zusters van Liefde uit Leuven vanaf 1879 het onderwijs verzorgen. De congregatie heeft

hen pas op 01 september 1967 terug getrokken. Door gebrek aan leerlingen werd op 01 september 1972 de

schoolpoort definitief gesloten

!! Op de kruising Honsemsestraat met de Schoolstraat kan je naar links en heb je een wandeling van 5 km in de

benen . Voor de wandeling van 8 km ga je rechtdoor.

10


Sint-Lucia wandeling

Schoolstraat Jongensschool (8)

11

In opdracht van de hogere overheid

moest iedere gemeente over een eigen

gemeentehuis beschikken.

Dit werd, onder burgemeester Ridder Leon

de Wouters ‘d Oplinter, in 1868 gebouwd

en omvatte naast het gemeentehuis ook de

woning voor de hoofdonderwijzer en 2

klaslokalen.

Vanaf de bouw van het gemeentehuis

werden de vergaderingen van de

schepenen hier gehouden en verhuisde het

gemeentearchief van de Kwabeekmolen naar

deze “nieuwbouw”.

Tevens was er een dodenhuisje voorzien

waar de overledenen opgebaard werden

Bij de centralisatie van het gemeentelijk onderwijs werd de jongensschool in 1972 gesloten.

Honsemsestraat (9)

Van begin 20de eeuw tot circa 1990 was hier het centrum van de Vertrijkse druiventeelt onder glas.

Op het hoogtepunt stonden er in Vertrijk ongeveer 200 verwarmde serres.

Grote Kouter (10)

Hier was er een Romeinse hoeve gevestigd die nog lang na de Frankische tijd in uitbating was maar

rond 1500 is de bewoning er verdwenen.


Sint-Lucia wandeling

Deze wandeling kwam tot stand bij de restauratie van de Luciakapel uit 1796. Deze restauratie werd mogelijk

door subsidies uit het “Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling”, de financiële steun van de

gemeente Boutersem en in samenwerking met Natuurpunt, als eigenaar van het terrein, en de kerkfabriek O. L.

Vr. hemelvaart Vertrijk.

12


Sint-Lucia wandeling

13

More magazines by this user
Similar magazines