Beleidsplan openbare verlichting (pdf) - Gemeente Heerlen

heerlen.nl

Beleidsplan openbare verlichting (pdf) - Gemeente Heerlen

Bestuurlijke Samenvatting

Beleidsplan Openbare Verlichting


2

Inleiding

Openbare verlichting is belangrijk voor de leefbaarheid, de sociale

veiligheid en de verkeersveiligheid. Een goede verlichting is sfeerbepalend

en verbetert de kwaliteit van de openbare ruimte.

De gemeente Heerlen heeft als doel om tegen acceptabele kosten,

een energiezuinige en milieuvriendelijke openbare verlichtingsinstallatie

duurzaam in stand te houden. Daarbij spelen milieu,

sfeer en energie een belangrijke rol. De beheersing van kwaliteit

en de kosten vragen daarnaast om een helder beleid. Daarom is er

een uitgebreid beleidsplan Openbare Verlichting gemaakt. U leest

nu de samenvatting hiervan. Hierin wordt in het kort ingegaan op

de inspanningen die nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau

voor de periode tot en met 2015 te bereiken, met een doorkijk tot

en met 2020. Het gaat daarbij om de basiskwaliteit van de lichtkleur,

het lichtniveau en de standaardisatie van masten, armaturen en

lampen. Er wordt een beeld geschetst van de huidige situatie van de

openbare verlichting. De achtergronden en uitgangspunten worden

kort toegelicht en vertaald naar normeringen en kostenindicaties.

Doelstellingen

De belangrijkste beleidsdoelstellingen zijn:

· de openbare verlichting draagt voldoende bij aan een sociaal

veilige, verkeersveilige en leefbare openbare ruimte;

· de openbare verlichting wordt aangepast conform de Nederlandse

richtlijn OVL 2011. Dat betekent dat er naar schatting 5% meer

masten nodig zijn;

· de huidige openbare verlichting wordt zoveel mogelijk gehand-

haafd. De economische levensduur voor masten wordt omhoog

geschroefd van 35 naar 40 jaar (landelijk is dit 30 jaar).

De levensduur van armaturen wordt op 20 jaar gesteld (landelijk is

dit 15 jaar). Masten en armaturen die de economische levensduur

hebben bereikt maar nog in goede staat verkeren, worden

vooralsnog niet vervangen;

· door goed beheer en tijdig onderhoud wordt kapitaalvernietiging

voorkomen en vindt weinig klachtenonderhoud plaats. Verouderde

lichtpuntcombinaties worden versneld weggewerkt;

· in de komende beleidsperiode wordt het gele licht vervangen door

wit licht. Dit maakt kleurherkenning en dimmen gedurende de

nachtelijke uren mogelijk;

· bestaande armaturen (op dit moment zo’n 9.000 stuks) worden

niet omgebouwd tot dimbare lampen. Dit is niet rendabel vanwege

de snelle ontwikkeling van de ledverlichting afgezet tegen de

kosten voor het ombouwen van de bestaande armaturen;

· bij nieuwe installaties worden lampen vanaf 36 Watt bij nacht -

schakeling gedimd;

· gezien het belang van het verminderen van de CO2-uitstoot

worden nieuwe technologische ontwikkelingen gevolgd en indien

rendabel toegepast. Ledverlichting speelt hierbij in de toekomst

een grote rol;

· het energieverbruik van de openbare verlichting wordt terug

gebracht om de gemeentelijke klimaatdoelen te halen.

Nieuwe technieken en ontwikkelingen worden bij reconstructies

en projectmatige vervangingen, indien rendabel, toegepast.

+++ Openbare verlichting heeft tot hoofddoel het openbare leven bij duisternis (ca. 47% van het jaar!) zo goed mogelijk te laten functioneren. +++


Sociale veiligheid

Met het oog op de sociale veiligheid is het verlichtingsniveau

voldoende en de verlichting evenwichtig over de ruimte verdeeld.

Zo worden ‘zwarte gaten’ en donkere hoekjes voorkomen.

Tegemoetkomende personen zijn op een redelijke afstand te

herkennen, waarbij ook voldoende kleurherkenning mogelijk is.

Leefbaarheid met kwaliteit

Er wordt bewust gekozen voor verschillende soorten verlichting

voor verschillende soorten openbare ruimten, gebouwen, bijzondere

bomen en kunstwerken om het karakter van de betreffende ruimtes

te benadrukken. Zo wordt het vermogen om je in de stad te kunnen

oriënteren versterkt.

Milieu

Bij het installeren en het onderhoud van een nieuwe verlichtingsinstallatie

wordt met milieu-eisen rekening gehouden door o.a. te

kiezen voor energiezuinige lampen en milieuvriendelijk geproduceerde

materialen en door de levensduur en recyclingmogelijkheden te

betrekken bij de keuze van de materialen. Ook hergebruik van

materiaal en afvoer naar erkende verwerkers hoort hier bij.

Verkeersveiligheid

De weg is zodanig verlicht dat de situatie in de rijrichting goed te

overzien is. Vooral bij ingewikkelde wegsituaties zoals kruispunten

en rotondes wordt veel aandacht besteed aan de geleiding van

de weg. Ook de samenhang tussen verlichtingsinstallatie en

verhardingsoppervlak wordt niet uit het oog verloren.

Elke weg heeft verder zijn eigen functie en moet dus zijn eigen

verlichting hebben. Zo zijn er:

· stroomwegen (de A76, A79 en N281), met een regionale en/of

internationale verkeersfunctie;

· gebiedsontsluitingswegen: doorgaande routes voor lokaal en inter-

lokaal verkeer met een belangrijke rol in de opbouw van de stads-

structuur. Hier is naast het bevorderen van de verkeersveiligheid

ook het vergroten van de sociale veiligheid een belangrijke taak

voor de openbare verlichting;

· buurtontsluitingswegen, die vooral een hoofdrol vervullen voor

fietser en voetganger;

· industriewegen, hiervoor geldt hetzelfde;

· woonstraten, die eigenlijk alleen bedoeld zijn voor bestemmings-

verkeer. Sociale veiligheid en leefbaarheid spelen een grote

rol. Het gaat hier om het typische weggebruik door voetgangers

en fietsers;

· fietspaden. Hierin is nog een onderscheid te maken tussen:

o paden langs hoofdverkeerswegen, die apart worden verlicht.

Door het gebruik van wit licht is het mogelijk om de eisen voor

sociale veiligheid extra aandacht te geven;

o vrijliggende fietspaden, deze worden van verlichting voorzien

als dit uit oogpunt van sociale veiligheid noodzakelijk is;

o buiten de bebouwde kom vindt incidentele verlichting van de

fietspaden plaats, vaak via oriëntatieverlichting;

o recreatieve fietsroutes worden niet verlicht omdat hier ook

alternatieve routes voor te vinden zijn die wel verlicht zijn;

· parkeerterreinen roepen snel gevoelens van onveiligheid op.

De openbare verlichting draagt bij aan het wegnemen van dit

gevoel. (Kleur)herkenning op afstand is hierbij het belangrijkste.

Het verlichtingsniveau van parkeerplaatsen in de woonwijk is lager

dan op parkeerplaatsen van winkelcentra.

+++ De gemeente is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de openbare verlichting. Daarmee is ze in beginsel aansprakelijk voor door

derden geleden schade als de uitrusting van de weg niet voldoet aan de gestelde eisen. +++

3


4

Openbare ruimten goed verlicht

In de binnenstad ligt de nadruk op winkelen en uitgaan. De sociale

veiligheid en sfeer staan centraal. Een bijzondere vorm van de

openbare verlichting benadrukt het specifieke karakter van dit deel

van de binnenstad van Heerlen en Hoensbroek. Hier worden dan ook

speciale mastcombinaties toegepast.

Winkelcentra zijn vooral voor voetgangers bestemd. In het winkelerf

staan de sociale veiligheid en sfeer centraal. Ook hier benadrukt een

verbijzondering van de openbare verlichting door middel van speciale

mastcombinaties het specifieke karakter van dit gebied.

De toe te passen verlichtingsmiddelen moeten aangepast zijn aan de

inrichting van de omgeving. Het huidige beleid ten aanzien van de

schakeling van de verlichting wordt voortgezet: alle lampen blijven in

de nachtelijke uren branden.

Voetpaden en parken spelen een belangrijke rol in de omgeving.

In beide gevallen zijn sociale veiligheid en leefbaarheid zeer

belangrijk. Als een voetpad in een park een duidelijk verbindingspad

is en er geen alternatief voetpad vlakbij is, kan openbare verlichting

worden aangebracht.

Kernen met cultuur historisch erfgoed zijn herkenbaar aan het

typische nostalgische dorpsgezicht en de bouwstijl van de vooroorlogse

jaren. De bovengrondse bedrading op houten palen met

hierop gemonteerd de verlichting is dan ook authentiek voor dit

gebied.

Hondenlosloopvoorzieningen zijn meestal gelegen in de woonwijken,

iets van de directe woonomgeving afgelegen. Er is geen noodzaak om

bij duisternis gebruik te maken van de losloopgebieden, ze worden

daarom ook niet verlicht.

Semi-openbare ruimten zijn ruimten die geen eigendom zijn van

de gemeente maar wel (vrij) toegankelijk zijn, zoals achterpaden in

eigendom van woningstichtingen. De gemeente brengt geen verlichting

aan in deze achterpaden en geeft ook geen bijdrage in de aanleg- of

exploitatiekosten. Ze speelt, voor zover mogelijk, alleen een bemiddelende

rol tussen bewoners en woningstichtingen.

In buitengebieden wordt geen verlichting geplaatst, behalve bij een

clustering van meerdere woningen of bij verkeersonveilige situaties.

In buitengebieden waar geen elektriciteit beschikbaar is of het

niet rendabel is het erheen te brengen kan onderzocht worden of

verlichting met zonnepanelen toegepast kan worden.

Tunnels met een lengte groter dan tien maal de tunnelhoogte worden

permanent verlicht. ‘s Avonds wordt een lager niveau aangehouden.

Tunnels kleiner dan tien maal de tunnelhoogte worden met

hetzelfde verlichtingstype als de toevoerwegen uitgerust, waarbij het

verlichtingsniveau één klasse hoger is. Deze verlichting brandt

‘s avonds en ‘s nachts. Speciale aandacht wordt geschonken aan

extra verlichting bij de in- en uitgang van de tunnel.

+++ In 2011 staan er in de gemeente Heerlen 18.266 lichtmasten met 19.468 verlichtingsarmaturen. De komende beleidsperiodes zal de

avond/nacht-schakeling worden vervangen door dimbare schakelingen. +++


Bijzondere objecten voor het voetlicht

Voor de verlichting van zebra’s bestaat speciale attentieverlichting.

Deze wordt in relatie met de straatverlichting bekeken.

Bussluizen hebben voor wat betreft verkeersveiligheid een hoge

prioriteit. Ze worden om aansprakelijkheid en schadeclaims

te voorkomen extra verlicht. Van geval tot geval worden extra

maatregelen bepaald.

Het gebruik van hangplekken in het donker wordt niet aangemoedigd.

Daarom worden ze niet verlicht. Bovendien moeten verlichtingsarmaturen

bij hangplekken als gevolg van vandalisme vaak worden

vervangen. Mocht in de praktijk blijken dat het verlichten van

hangplekken positieve effecten heeft dan wordt het verlichten van

hangplekken heroverwogen.

Ook het gebruik van skateboardbanen wordt tijdens duisternis niet

aangemoedigd, vanwege de veiligheid en geluidsoverlast.

Het verlichten van de skateboardbanen wordt daarom ontraden.

Speelvoorzieningen worden in de regel bij daglicht gebruikt door jeugd

tot 12 jaar. Mochten de ervaringen in de toekomst uitwijzen dat de

speelvoorzieningen ‘s avonds worden gebruikt door de oudere jeugd

en dat het ontbreken van openbare verlichting er toe bijdraagt dat

men zich ontrekt aan sociale controle, dan moet het verlichten van

speelvoorzieningen opnieuw aan de orde komen.

Betreffende feestverlichting wordt met winkeliers en horecaexploitanten

afgesproken in welke periode deze mag branden.

Hierbij is het zoeken naar een balans tussen eenheid en verscheidenheid

in vormgeving van armaturen en ophangconstructies.

De verlichting moet een feestelijke en toch niet te uitbundige uitstraling

hebben, een zeker cachet uitstralen die past bij de binnenstad.

Het systeem moet gemakkelijk te monteren zijn. Lampen moeten

eenvoudig te vervangen, energiezuinig en vandalismebestendig zijn.

Het aanlichten van monumentale panden of objecten levert een

bijdrage aan de belevingswaarde van de stad. Er moet echter gewaakt

worden voor wildgroei van dit soort verlichting. De voorkeur gaat dan

ook uit naar het verlichten van monumentale panden vanuit het

interieur van het gebouw. Bij aanstraling van een object moet het

verlichtingstype en de lichtkleur harmoniëren met de aanpalende

openbare verlichting. Een aantal markante gebouwen en objecten

wordt ‘s avonds aangestraald door schijnwerpers, zoals de

Pancratiuskerk, het Heilig Hartbeeld op het Tempsplein en het

stadhuis. Het juist aanstralen ondersteunt het verlichtingsniveau van

de omgeving en heeft een positief effect op de sociale veiligheid.

+++ De landelijk geaccepteerde lichttechnische eisen zijn gebaseerd op het verlichtingsniveau dat een gemiddeld persoon van 40 jaar nodig heeft

om voldoende te kunnen waarnemen. +++

5


6

Financiën

Bij een gelijkmatige spreiding van de noodzakelijke investeringen

over de periode

· 2011-2015, bedraagt de gemiddelde investering per jaar

€ 1.042.677,-;

· 2016-2020, bedraagt de gemiddelde investering per jaar

€ 379.581,-;

· 2011-2020, bedraagt de gemiddelde investering per jaar

€ 711.129,-.

Per jaar wordt een totaal stelpostenbudget gereserveerd van

€ 103.000,-.

Het huidige budget voor het instandhouden en verbeteren van de

openbare verlichting voor de periode 2008-2012 bedraagt structureel

€ 642.000,- per jaar. Het huidige budget is dus niet toereikend om

de noodzakelijke investeringen in de komende vijf jaar te realiseren

en moet dus worden opgehoogd. Er wordt daarom voorgesteld de

uitgaven te spreiden over de periode t/m 2020. Dat betekent dat de

komende tien jaar in totaal € 7.111.285,- wordt uitgegeven. Dat is

jaarlijks € 711.129,-.

Besparen door omschakelen

De gemeente Heerlen wil op korte termijn energie besparen op het

gebied van de openbare verlichting. De afgelopen jaren is die weg al

ingezet, want ondanks dat het aantal armaturen de afgelopen jaren is

toegenomen met 952 stuks en het aantal nachtbranders is uitgebreid,

is het verbruikte vermogen afgenomen. Dit komt door het gebruik van

energiezuinige lampen. Omdat de gemeente verder wil met besparen,

is gekozen voor een bespaaroptie waarbij ongeveer 1.625 lampen

worden omgeschakeld van het nachtbrandrooster naar het avond/

ochtend-brandrooster. Hiermee wordt een energiebesparing van

239.000 kWh bereikt.

Besparen door dimmen

Bij nachtschakeling en lampen vanaf 36 Watt wordt dimmen van de

verlichting toegepast. Dat betekent dat het lichtniveau met de helft

wordt verminderd op het tijdstip dat normaal gesproken de avondverlichting

uitgaat. Hierdoor worden donkere plekken die ontstaan

door het uitschakelen van de avondbranders voorkomen.

Bij bestaande installaties doet zich echter een probleem voor:

het dimmen van de installatie is alleen rendabel bij lampen vanaf

36 Watt, maar de bestaande armaturen (in totaal ongeveer

9.000 stuks) zijn uitgerust met lampen van 24 Watt. Aanbrengen van

36 Watt-lampen op masten met een lichtpunthoogte van 4 meter leidt

weer tot verblinding en lichthinder. Bovendien zijn led-armaturen

binnen enkele jaren zover doorontwikkeld dat deze ingezet kunnen

worden voor functionele toepassingen. Daarom is het niet raadzaam

de bestaande armaturen in de woonwijken om te bouwen naar een

dimbare lamp van 36 Watt. Hiermee wordt in de periode 2011 – 2015

een besparing van 245.257 kwh bereikt.

Besparen door ledverlichting

De toepassing van led-armaturen hangt af van de lichttechnische,

constructieve- en elektrische eigenschappen, de functionaliteit, het

energieverbruik, de investeringskosten en de beheerkosten in vergelijking

met de traditionele armaturen. Per situatie wordt onderzocht

of ledverlichting wordt toegepast. Nadere berekeningen moeten uitwijzen

in hoeverre deze armaturen interessant zijn om in te zetten.

Openbaar groen (bomen)

Bij het installeren van de openbare verlichting wordt in een vroegtijdig

stadium rekening gehouden met het openbaar groen. Hierdoor is het

mogelijk dat er meer lichtpunten geïnstalleerd worden, waardoor de

energiekosten hoger zullen uitvallen.

+++ Uit onderzoek blijkt dat met wit licht eerder gezichten en kleding herkend worden. Dit vergroot het gevoel van sociale veiligheid.

Daarnaast is aangetoond dat mensen zich veiliger voelen bij wit licht. +++


Beheer en dagelijks onderhoud

De gemeente is economisch eigenaar van de verlichtingsinstallaties.

Openbare verlichting is de verantwoordelijkheid en de zorgplicht

voor de gemeente. Om de gemeente zoveel mogelijk te vrijwaren van

aanspraken op basis van gevolgen van slechte openbare verlichting,

moet de openbare verlichting goed worden onderhouden.

De verantwoor delijkheid voor de openbare verlichting is ondergebracht

bij de af deling Beheer en Onderhoud. Aanleg en onderhoud van de

verlichting gebeurt door derden. Het onderhoud wordt opgesplitst in

drie delen:

1. preventief onderhoud, zoals schilderen, invetten van sluitingen en

deurtjes en groepsgewijs vervangen van lampen;

2. correctief onderhoud, zoals het vervangen van defecte onderdelen,

herstellen van storingen en vervangen van materialen als gevolg

van aanrijdingen en vernielingen;

3. vervangingen, de meest verregaande vorm van onderhoud van-

wege einde levensduur of vanwege grootschalige omvormingen

of aanpassingen van de bestaande verlichtingsmiddelen om deze

te laten voldoen aan het vastgestelde beleid.

Storingen

Voor storingen en schades aan de openbare verlichting kan men

24 uur per dag 7 dagen per week terecht bij de servicetelefoon van

de gemeente Heerlen. Urgente storingen worden direct gemeld bij

de opdrachtnemer en uiterlijk binnen 1 uur na melding veiliggesteld.

Iedere melding wordt geregistreerd en afgehandeld in het

meldingssysteem.

Storingen

Storingen in de openbare verlichting zijn te verdelen in twee

categorieën:

1. een storing in de lichtmast zelf, het bovengrondse deel;

2. een storing in het ondergrondse deel: het OV-net of de aansluiting

van de lichtmast. Enexis Netwerk is hiervoor verantwoordelijk.

Inkomsten en risico’s

(Verlichte) reclameborden, al dan niet bevestigd aan lichtmasten,

kunnen voor de gemeente inkomsten betekenen. Bij verlichte objecten

wordt de verlichting rechtstreeks aangesloten op een aanwezige

ov-kabel of laagspanningskabel. Ook kan er worden afgetakt van de

aansluiting van de mast waaraan het reclamebord wordt bevestigd.

De energiekosten worden direct doorberekend aan de eigenaar of

opdrachtgever van de reclameobjecten. Risico’s zijn de problemen die

kunnen ontstaan als de lichtmasten waaraan reclame-uitingen hangen

de statische en windbelasting niet aankunnen. Hierdoor kunnen

schades aan de masten ontstaan, die zelfs tot mastbreuk kunnen

leiden.

ANWB-bewegwijzering

Daar waar verlichting in de ANWB-bewegwijzering is aangebracht,

wordt het beheer en onderhoud meegenomen met het onderhoud

van de openbare verlichting.

+++ Nederland is een van de meest verlichte landen van Europa. Negatieve effecten van lichthinder zijn lichtverspilling, ontregeling van de natuur,

energieverspilling, mogelijk aantasting van de gezondheid, verstoring nachtelijk landschap en de slechte zichtbaarheid van de sterrenhemel. +++

7


Landelijke normen

Bij het opstellen van het beleidsplan is rekening gehouden met de Nederlandse Richtlijn OVL 2011, uitgegeven door

de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV), het InterGemeentelijk-overleg Openbare Verlichting (IGOV),

Agentschap NL en het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN). Hoewel niet dwingend voorgeschreven, worden de

aanbevelingen en het nieuwe model beleidsplan landelijk toegepast.

More magazines by this user
Similar magazines