Verlichting met beleid - Fluster & Duster

flusterenduster.nl

Verlichting met beleid - Fluster & Duster

verlichting met beleid

Aanbevelingen voor overheden om efficiënt te verlichten in het Noorden

Friese Milieu Federatie

Een uitgave van: Friese Milieu Federatie • Milieufederatie Groningen • Milieufederatie Drenthe


Verlichting met beleid

Pagina 2

Inhoudsopgave

1. Wereldwijde trend: steeds meer licht 6

• Energieverbruik 6

• Biologische aspecten 6

- Verstoring van het dag-nacht ritme

- Versnippering van leefgebieden

- Desoriëntatie

- Afname voedselaanbod – toename predatiedruk

• Aantasting van de beleving van duisternis 8

2. Efficiënt verlichten 10

• Is verlichten noodzakelijk? 10

• Welke alternatieven zijn er? 10

• Welke lampsoort is energiezuinig én het minst hinderlijk? 12

• Welke armatuur en plaats van de lamp is energiezuinig én het minst hinderlijk? 12

• Op welke tijden of in welke periodes verlichten? 13

3. Wetgeving 14

• Wet Milieubeheer 14

• Instrumentarium Ruimtelijke Ordening 14

• Algemeen Plaatselijke Verordening 14

• Natuurbeschermingswetgeving 14

• Richtlijnen

- NSVV

- Richtlijnen wegen

- PolitieKeurmerk Veilig Wonen

15

4. Verlichting met beleid – aanbevelingen voor overheden 16

Bronnen 18


Verlichting met beleid

Pagina 4

Het wordt ’s nachts steeds minder donker. Wereldwijd is een sterke toename van ‘licht’ te zien.

Verlichting wordt aangebracht omwille van sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Daarnaast wordt er verlicht met het oog op reclame

en als vorm van decoratie.

Per jaar neemt de verlichting in Nederland met 3 % toe. Deze toename is ook in Friesland, Groningen en Drenthe waarneembaar. De

vraag om meer verlichting, in zowel de bebouwde kernen als in het buitengebied, wordt steeds vaker gehoord. Maar bijvoorbeeld ook

de bouw van tuinbouwkassen, die soms ’s nachts verlicht worden, wordt gestimuleerd.

Door deze toename van licht is er ook een toename van de negatieve bijeffecten van licht: energieverbruik, lichthinder voor mens en

dier en aantasting van de duisternis.

Om deze toename van de negatieve bijeffecten van licht zoveel mogelijk te beperken en te voorkomen, is het belangrijk dat er energiezuinig

én met zo min mogelijk lichthinder verlicht wordt. Met andere woorden: efficiënt verlichten. De Milieufederaties van

Friesland, Groningen en Drenthe vinden het belangrijk dat deze wijze van verlichten op gemeentelijk en provinciaal niveau door

middel van een bewust en helder lichtbeleid vastgelegd wordt.

Uit het in 2003 gehouden onderzoek van de Raad voor Ruimtelijk, Natuur- en Milieuonderzoek (RMNO) onder bestuurders en ambtenaren

in Drenthe blijkt dat het beleid zich vooral richt op functies van licht met betrekking tot de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid.

Dit komt overeen met een globale inventarisatie van het verlichtingsbeleid van de Friese en Groninger gemeenten. Daarnaast

nemen verschillende gemeenten maatregelen om energiezuiniger te verlichten, onder andere door het opstellen van een beleidsplan

Openbare Verlichting. Voor de gevolgen van kunstlicht voor de natuur is bij de meeste gemeenten weinig aandacht.

Om het buitengebied donker te houden, om energie te besparen en om de uitstraling van licht vanuit de dorps- en stadskernen te

beperken doen de Noordelijke Milieufederaties in deze brochure onder het motto “efficiënt verlichten” een aantal aanbevelingen en

suggesties gericht op het ontwikkelen en vastleggen van een helder verlichtingsbeleid.

Efficiënt verlichten: daar gaat het om!

Inleiding


Verlichting met beleid

Pagina 6

1. Wereldwijde trend: steeds meer licht

Wie ’s nachts via een satelliet Europa bekijkt ziet de wereldwijde trend: steeds meer licht. Een aantal Amerikaanse defensie satellieten

maken ‘s nachts opnames van de aarde en nemen de lichtuitstoot waar vanaf de aarde. Op basis van de vele gegevens van de

opnames is onderstaande kaart samengesteld en voor alle Nederlandse gemeenten is uitgerekend hoeveel verlichting gemiddeld van

hun grondgebied omhoog straalt. Wanneer men de verschillende provincies in Nederland vergelijkt, blijkt dat Friesland, Groningen en

Drenthe de donkerste provincies zijn. Zuid-Holland is met zijn intensieve ruimtegebruik en glastuinbouw de provincie met de meeste

lichtuitstoot.

Het Noorden is in vergelijking met de andere provincies in

Nederland de donkerste regio, maar het gebruik van kunstlicht in

het stedelijk en het buitengebied neemt ook hier toe. Er komen

steeds meer verlichte autowegen, huizen, dorps- en stadscentra,

bedrijventerreinen, kassen, sportvelden, reclameborden, monumentale

gebouwen, parkeerplaatsen en bruggen. Voornaamste

redenen voor deze verlichting zijn sociale veiligheid, verkeersveiligheid,

verlenging van de dagperiode, reclame en decoratie. Het

toenemende gebruik van licht heeft ook negatieve gevolgen,

zoals een hoger energieverbruik, negatieve biologische effecten

en aantasting van de beleving van de donkere nacht.

Energieverbruik

Ongeveer de helft van het totale energieverbruik van gemeenten

is toe te schrijven aan openbare verlichting. Proeven in onder

meer Amsterdam hebben uitgewezen dat er 30 tot 40 % energie

kan worden bespaard als er efficiënter verlicht wordt door onder

andere het gebruik van energiezuinige lampen en armaturen die

gericht licht geven. Veel nieuwe typen verlichting hebben naast

energiezuinigheid als voordeel dat ze ook langer meegaan

waardoor ze minder onderhoud nodig hebben.

Biologische aspecten

Verstoring van het dag-nacht ritme

Ieder wezen kent van nature een dag-nacht ritme. Dit wordt bepaald door de duur van de dag en de nacht en de bijbehorende lichtintensiteit.

Deze twee factoren zijn gekoppeld aan de seizoenen. Door (een toename van) kunstlicht wordt dit natuurlijke ritme verstoord,

met gevolgen voor mens, dier en zelfs plant. Zo kondigt licht bij dieren veranderingen aan die voorbereiding vergen, zoals het

opbouwen van vetreserves bij vogels voordat de trek begint, of het tijdstip waarop nesten worden gebouwd. Een teveel aan licht kan

ook leiden tot een tekort aan rust of slaap bij dieren, waardoor de conditie en de alertheid aangetast worden.

Mensen die in de nabijheid van grote lichtbronnen wonen, zoals kassen of sportvelden, ondervinden hinder van licht. Uit laboratoriumexperimenten

blijkt dat een verstoring van het dag-nachtritme bij mensen negatieve psychische en fysieke gevolgen heeft.


Verlichting met beleid

Pagina 8

Zo wordt het hormoon melatonine, dat het slaap-waakritme reguleert, ‘s nachts aangemaakt. Als het

‘s nacht niet (lang genoeg) donker is kan dit mogelijk de productie van dit hormoon verminderen waardoor

het slaap-waakritme verstoord raakt. Dit leidt onder andere tot vermoeidheid en stress en heeft een

negatief effect op de algehele weerstand van het lichaam.

Versnippering van leefgebieden

Veel dieren, zoals de Watervleermuis, schuwen licht. Dit leidt ertoe dat kunstlicht haar leefgebied en voedselzoekgebied

kleiner maakt. Dit kan hogere sterfte door voedselgebrek en inteelt tot gevolg hebben. In 1998

en 1999 is in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderzoek gedaan door Alterra naar

de lokale invloed van wegverlichting op een gruttopopulatie. Het onderzoek is uitgevoerd in een open

weidegebied aan weerszijden van de A 9 (tussen Limmen en Akersloot). Het belangrijkste resultaat van dit

onderzoek is dat wegverlichting een aantasting van de kwaliteit van het leefgebied voor de grutto betekent.

Zo kiezen de vogels hun nestplaats zo ver mogelijk bij de verlichting vandaan. Deze negatieve invloed van

wegverlichting lijkt zich uit te kunnen strekken over enige honderden meters afstand van de verlichting.

Desoriëntatie

Hazen, konijnen, muizen, egels, dassen, vossen, katten etc. kunnen tijdens het oversteken van een weg door

het licht van wegverlichting of koplampen gedesoriënteerd en verblind raken waardoor zij aangereden worden.

Er zijn over de gehele wereld onderzoeken gedaan naar het effect van nachtelijke verlichting op migrerende

vogels. Uit die onderzoeken komt naar voren dat vogels door licht gedesoriënteerd raken dan wel aangetrokken

worden. De vogels vliegen of zwerven vervolgens rond in een onbekend gebied wat veel van hun

kostbare energie kost. Dit kan er toe leiden dat de vogels hun weg ernstig verzwakt vervolgen, veel te laat

vertrekken en/of alsnog sterven. Daarnaast gebeurt het regelmatig dat vogels tegen verlichte gebouwen aanvliegen.

Afname voedselaanbod – toename predatiedruk

De bij nacht jagende dieren ondervinden op twee manieren hinder van kunstlicht. Door het licht zijn zij zelf

beter zichtbaar voor hun prooien en is het dus lastiger om een nietsvermoedende prooi te vinden. Daarbij

schuwen veel potentiële prooien het licht en neemt het voedselaanbod voor het nachtdier af. Het tegenovergestelde

geldt voor dieren, zoals insecten, die juist aangetrokken worden door licht. Zij vallen zo beter op en

vallen eerder ten prooi aan roofdieren.

Aantasting van de beleving van duisternis

De duisternis is een oerkwaliteit van de natuur en is onmisbaar voor het natuurlijk functioneren van elk levend

wezen. Uit onderzoek van de Milieufederaties en de Stichting Natuur en Milieu 1 blijkt dat veel mensen waarde

hechten aan het behoud van de donkere nacht. Ruim 50% van de Nederlandse bevolking gaf in dit onderzoek

aan het enigszins tot zeer belangrijk te vinden dat het ’s nachts donker is buiten de bebouwde kom. Ruim

40 % van de burgers geeft aan dat het ook in de woonomgeving ’s nachts donker moet zijn. Meer dan 40%

van de Nederlanders storen zich aan felle buitenverlichting van buren, lantaarnpalen die in slaapkamers schijnen

of hinderlijk lichtuitstralende reclame-uitingen. Deze verstoren de nacht en vaak ook de nachtrust. Naast de in

de directe omgeving aanwezige lichtbronnen, ervaren mensen ook een aantasting van de duisternis door de

lichtkoepels aan de horizon. Deze verlichting van de hemel door de uitstraling van bebouwde gebieden en

kassen is vaak tot tientallen kilometers van de bron te zien. Het tast de beleving van de donkere nacht en

de prachtige sterrenhemel aan. Ook voor (amateur) astronomen is dit nachtelijk kunstlicht zeer hinderlijk.

1 Bron: Alterra, Donkere nachten, de beleving van nachtelijke duisternis door burgers, Alterra-rapport 1137 -

Reeks Belevingsonderzoek nr.13, Wageningen 2005


Verlichting met beleid

Pagina 10

2. Efficiënt verlichten

Als gemeenten efficiënt verlichten, voorkomen zij het ontstaan van lichthinder en besparen zij energie. Om te komen tot een efficiënte

manier van verlichten moeten de volgende vragen worden beantwoord:

Is verlichten noodzakelijk?

Voordat overgegaan kan worden tot aanleg van verlichting dient men zich af te vragen of verlichten daadwerkelijk noodzakelijk is.

Het verlichten van een monument of mooi gebouw kan decoratief zijn, maar niet direct noodzakelijk. Er kan gekozen worden de verlichting

te beperken tot speciale avonden of bepaalde uren. Dat brengt het verlichte object zelfs extra onder de aandacht. Het waarborgen

van de verkeersveiligheid door verlichting van een weg of de sociale veiligheid in een woonwijk heeft echter wel een duidelijke

noodzaak. Als dat het geval is, zijn er verschillende alternatieven voor permanente verlichting die minder of geen lichthinder

veroorzaken, maar wel de veiligheid waarborgen.

Welke alternatieven zijn er?

• Retroflecterend materiaal

Retroflecterende verf en strips op en naast wegen lichten op dankzij het licht van autolampen en zorgen dus voor gratis licht en schijnen

alleen wanneer ze nodig zijn. Vooral wanneer het gaat om geleiding of het aangeven van veranderingen kunnen zij permanente verlichting

vervangen. Ook het aanbrengen van witte verf kan al soelaas bieden, bijvoorbeeld langs fietspaden.

• Kattenogen (wegdekreflectoren)

Kattenogen kunnen een middel zijn voor de geleiding van het verkeer. De reflectoren laten zich vanuit alle hoeken aanstralen en

reflecteren, waardoor de nachtzichtbaarheid optimaal is. Weggebruikers zullen bijzondere objecten of verkeerssituaties in het donker

eerder waarnemen. Deze kattenogen zijn ondermeer toegepast tussen Stiens en Holwerd, in Slochteren en in Tynaarlo als afscheiding

van de rijbaan en in Rodeschool als wegversmalling.

• LED’s

Light Emitting Diodes (LED’s) zijn kleine lampjes die een zwak lichtschijnsel geven waarmee weggebruikers geattendeerd kunnen worden

op een veranderende situatie zoals een scherpe bocht. De LED’s moeten gevoed worden met een gelijkspanning van slechts enkele

volts. Dit is een voordeel wanneer er gebruik wordt gemaakt van zonne-energie. Bovendien kunnen LED’s bijdragen aan de veiligheid

op wegen: met minder verlichting ziet men sneller de lichten van andere weggebruikers, aangezien dit licht niet wordt onderdrukt door

het licht van lichtmasten. Het energiegebruik en de lichtuitstoot worden door het gebruik van LED’s gereduceerd tot 99%. De Provincie

Noord-Holland heeft in 1999 op de N513 uitgebreid proeven gedaan met het gebruik van LED’s. Uit dit onderzoek komt naar voren

dat energiezuinige LED's een volwaardig alternatief zijn. Een verhoogde verkeersveiligheid blijkt hand in hand te kunnen gaan met

minder lichtvervuiling, minder energie en soms zelfs minder kosten. Belangrijkste reden voor de proef was dat de provincie een alternatief

zocht voor de energieverslindende openbare verlichting op wegen. Naar aanleiding van de proef heeft de Nederlandse

Stichting Voor Verlichtingskunde de ‘Aanbeveling Actieve Markering’ geschreven (zie ook pagina 18, ‘Bronnen’)


Verlichting met beleid

Pagina 12

• Bewegingsmelders

Bewegingsmelders maken het mogelijk om licht alleen te gebruiken als het echt nodig is. Deze vorm van

verlichting kan worden toegepast in tuinen, aan huizen en kantoren maar ook op wegen en wandel- en

fietspaden. De melder registreert bijvoorbeeld wanneer er een fietser/wandelaar het pad nadert en voert

het lichtniveau langzaam op. Het licht gaat weer uit als de bezoeker het pad verlaat.

Welke lampsoort is energiezuinig én het minst hinderlijk?

Naast het overwegen van mogelijke alternatieven, biedt ook de lampsoort mogelijkheden. Door te kiezen

voor de juiste soort lamp, kan de mate van lichthinder beperkt worden.

In Nederland worden voor de openbare verlichting in hoofdzaak drie soorten lampen gebruikt:

• lage druk kwik lampen; deze worden voornamelijk in woonbuurten opgesteld en worden gekenmerkt door

hun witte kleur.

• hoge druk natrium verlichting; deze vorm van verlichting staan langs de grotere wegen in de bebouwde

kom; deze lampen worden gekenmerkt door hun goud gele kleur.

• lage druk natrium lampen; buiten de bebouwde kom, vooral op provinciale wegen en rijkswegen, worden

deze lampen gebruikt. De kenmerkende kleur van deze lamp is geel.

Het is tevens belangrijk om het lampvermogen aan te passen aan het doel van de verlichting en het vermogen

van de lamp zo laag mogelijk te houden.

Welke armatuur en plaats van de lamp is energiezuinig én het minst hinderlijk

Alle lampen zitten in een constructie, de armatuur, die ervoor zorgt dat het licht op de plek gericht wordt waar

het thuis hoort.

Armaturen voor de openbare verlichting worden ontworpen om zoveel mogelijk de weg of de straat te verlichten.

Dat betekent dat het licht niet alleen onder de lamp op de weg gestraald wordt maar vooral schuin naar beide

kanten. Om dat te bereiken wordt over het algemeen ook heel veel licht horizontaal en zelfs naar boven toe

uitgestraald. Dit licht veroorzaakt samen met het reflecterende licht de geel/oranje gloed die boven steden te

zien is.

Door bepaalde spiegeltechnieken en de kleine lampen die tegenwoordig gebruikt worden is het mogelijk om

het licht schuin weg te stralen en geen licht boven de lamp omhoog te laten stralen. Deze vorm is iets duurder,

maar de kwaliteit is veel hoger. Ook hebben weggebruikers minder last van verblinding door het beter

gerichte licht en ontstaat er een veel rustiger wegbeeld.


Bij het plaatsen van een lichtbron is het belangrijk de volgende tips op te volgen:

• Plaats lichtmasten en armaturen zo dicht mogelijk bij het te verlichten object. Hoe verder er vandaan,

hoe meer vermogen nodig is om te verlichten.

• Vermijd omhoog schijnend licht, verlicht zoveel mogelijk van boven naar beneden. Als dit niet mogelijk is

minimaliseer dan het uitstralende licht door de bovenkant af te schermen.

• Voorkom verblinding door de hoek tussen mast en lichtstraal kleiner te maken dan 70 %. Dit wordt

gemakkelijk bereikt door gebruik te maken van lange masten. Bij smalle wegen is het rendement van hoge

lichtmasten echter te laag.

Naast de zogenaamde functionele verlichting die over het algemeen in de bebouwde kom gebruikt wordt is er

ook decoratieverlichting, meestal toegepast in het centrum van de stad of dorp om historische of monumentale

gebouwen of objecten te verlichten. Deze verlichting is over het algemeen meer ontworpen en uitgezocht

om ’s nacht de decoratiewaarde van het verlichte object onder de aandacht te brengen en niet om zijn lichttechnische

eigenschappen. Toch zijn er een aantal modellen op de markt die aanbevolen worden omdat ze

zowel lichttechnisch goed zijn als ook een aantrekkelijk straatbeeld opleveren.

Op welke tijden of in welke periodes verlichten?

Er zijn verschillende mogelijkheden voor een gemeente om energie te besparen én lichthinder te voorkomen.

Door bijvoorbeeld tussen 23.00 uur en 6.00 uur bepaalde lampen te doven, bespaart een gemeente veel

energie en ondervinden omwonenden minder last van het licht. Vanzelfsprekend mag de verkeersveiligheid

en/of de sociale veiligheid nooit aangetast worden en is het doven van lampen in een bepaalde periode daarom

niet overal mogelijk. Op deze plekken kan echter door te kiezen voor de juiste lamp en het juiste armatuur

wel voorkomen worden dat het aanwezige licht hinder geeft voor mens en dier. Decoratieverlichting en

reclameverlichting zijn bij uitstek geschikt voor een aangepast verlichtingsschema. Immers, vanaf 23.00 uur

of 24.00 uur zijn in de meeste dorps- en stadskernen weinig mensen meer op de been en trekt de verlichting

alleen nog maar de aandacht van erdoor gehinderde mensen of dieren.

Verlichting met beleid

Pagina 13


Verlichting met beleid

Pagina 14

3. Wetgeving

De huidige wetgeving ten aanzien van verlichting is beperkt tot het waarborgen van de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid.

Voor assimilatieverlichting, zoals die in de glastuinbouw wordt toegepast, wordt gebruik gemaakt van de Algemene Maatregel van

Bestuur Assimilatieverlichting.

In Nederland zijn wel enkele regelingen en bepalingen over lichthinder opgenomen. Hieronder worden deze kort toegelicht.

Wet milieubeheer

Deze wet is alleen van toepassing op bedrijven en inrichtingen en dus niet op bijvoorbeeld particuliere woningen of parken. Aan een

vergunning of in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) kunnen voorschriften/nadere eisen worden verbonden ter beperking

van lichthinder. De voorschriften kunnen betrekking hebben op de buitenverlichting van het gebouw of het terrein waarop het gebouw

zich bevindt.

In een vergunning kunnen de voorschriften gericht zijn op:

- beperking van hinder voor omwonenden

- beperking van de aantasting van het landschap

- besparing van energie

De voorschriften in een AMVB hebben tot doel omwonenden tegen lichtstraling in woningen te beschermen en energie te besparen.

Bescherming van het landschap is niet opgenomen.

Voor bepaalde activiteiten bestaat de verplichting een milieueffectrapport te maken (bijvoorbeeld bij de aanleg van een grote recreatieve

voorzieningen zoals een golfbaan, een jachthaven, maar ook de aanleg van een aaneengesloten gebied met woningbouw of de

aanleg van een bedrijventerrein). Artikel 7.35 van de Wet Milieubeheer bepaalt dat er rekening gehouden moet worden met alle

gevolgen die de voorgenomen activiteit voor het milieu kan hebben. Lichthinder is een van die gevolgen voor het milieu waarmee

rekening mee gehouden moet worden.

Instrumentarium Ruimtelijke ordening

In een bestemmingsplan kan rekening worden gehouden met de milieugevolgen van bepaalde handelingen. Door bepaalde bestemmingen

waarvan van tevoren vaststaat dat zij een grote lichtuitstraling hebben, in een bestemmingsplan te weren, kan aantasting van

het (donkere) landschap voorkomen worden. Refererend aan beeldkwaliteitplannen kunnen ook kwaliteitseisen worden gesteld met

betrekking tot de verlichting (d.m.v. bijvoorbeeld voorwaarden en voorschriften in de bouwvergunning). In de herziening van de Wet

op de Ruimtelijke Ordening komt zeer waarschijnlijk meer ruimte voor de regulering van lichthinder.

Algemeen Plaatselijke Verordening

In een Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) kunnen bepalingen omtrent lichthinder worden opgenomen. In de model APV zijn

hiervoor een aantal aanknopingspunten (afdeling1 van hoofdstuk 4 heeft als titel ‘geluid en lichthinder, ontsierende, hinderlijke of

gevaarlijke reclames’).

Natuurbeschermingswetgeving

Lichthinder wordt in het Natuurbeschermingrecht niet als apart onderwerp behandeld. Het voorkomen en beperken van schade aan de natuur

staat voorop. Alleen wanneer licht schade oplevert biedt het Natuurbeschermingrecht aanknopingspunten voor de bestrijding van lichthinder.

De Natuurbeschermingswet biedt kansen door onder aantasten van natuurschoon ook aantasting van de duisternis te verstaan. Voor schadelijke

verlichting buiten een natuurgebied moet duisternis dan wel zijn opgenomen als wezenlijk kenmerk van het natuurmonument.


Sinds 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Deze wet voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten

en heeft daarmee uiteenlopende gevolgen voor een gemeente. Het plukken van beschermde inheemse planten en het verstoren,

vangen en doden van diersoorten wordt verboden door deze wet. Indien aangetoond wordt dat verlichting verstorend is voor bepaalde

soorten kan op basis van de Flora- en Faunawet worden besloten dat de lichtbron aangepast of zelfs verwijderd moeten worden.

Het is dus belangrijk dat bij elke beslissing over bijvoorbeeld uitbreiding van een woonwijk, de aanleg van nieuwe wegen of industrieterreinen,

evenementen, etc. het aspect verlichting een rol speelt in de besluitvorming.

In het kader van de Europese verplichtingen moet Nederland de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn implementeren in haar wetgeving.

Deze Europese wetgeving voorziet in de bescherming van leefgebieden van verschillende planten- en diersoorten.

Leefgebieden die zijn aangewezen als vogel- dan wel habitatrichtlijngebied, genieten speciale bescherming. Plannen, projecten en

andere handelingen met gevolgen voor het gebied en de aanwezige soorten worden getoetst aan bepaalde eisen. Aangezien de aanleg

van verlichting negatieve gevolgen kan hebben voor dieren is toetsing van dit aspect door de gemeente noodzakelijk.

Richtlijnen

De hieronder genoemde richtlijnen staan ook vermeld op pagina 18, ‘Bronnen’.

Verlichting met beleid

Pagina 15

NSVV

De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft richtlijnen opgesteld voor openbare verlichting en verlichting van

sportvelden. Ook zijn er richtlijnen verschenen over lichtreclame en verlichting van gebouwen en/of objecten. In totaal komen er zes

boekjes met aanbevelingen over lichthinder. Zie ook de website van de NSVV, www.nsvv.nl.

Richtlijnen wegen

Voor de verlichting van wegen bestaat geen speciale wettelijke regeling. Wel bestaan er technische richtlijnen voor de verlichting van

wegen en er is een richtlijn Openbare Verlichting Natuurgebieden.

PolitieKeurmerk Veilig Wonen

Het politiekeurmerk Veilig Wonen is gestart als een initiatief vanuit de politieorganisatie (1994) en is inmiddels in heel Nederland overgenomen.

Doel van het keurmerk is om een zorgvuldig ontwerp en beheer van de bebouwde leefomgeving, de kans op criminaliteit

en het gevoel van onveiligheid in de woonomgeving te verkleinen. Het keurmerk is geen overheidsmaatregel; de aanvraag van het

keurmerk is vrijwillig. Het keurmerk gaat uit van een bepaald verlichtingsniveau met een continue gelijkmatigheid.


Verlichting met beleid

Pagina 16

4. Verlichting met beleid – aanbevelingen voor overheden

Efficiënt verlichten heeft veel voordelen; door bewust om te gaan met (de aanleg van) verlichting kan energie en geld bespaard en

lichthinder voorkomen worden.

Om bovenstaande voordelen te realiseren is het wenselijk dat overheden kennis in huis hebben over alle aspecten van verlichting en

dat er een duidelijk verlichtingsbeleid vastgelegd is, waarin ook aan het aspect lichthinder structureel aandacht wordt gegeven. De

Milieufederaties van Friesland, Groningen en Drenthe dringen bij de gemeenten aan op het:

Ontwikkelen en uitvoeren van een efficiënt openbaar verlichtingsplan

Door lichthinder een expliciet onderdeel te maken van het gemeentelijk milieubeleidsplan en het Provinciaal Omgevingsplan of het

Streekplan kan structureel aandacht gegeven worden aan het voorkomen en beperken ervan. Een uitwerking hiervan kan gevormd

worden door het ontwikkelen en uitvoeren van een ‘efficiënt openbaar verlichtingsplan’.

In kaart brengen van lichtgevoelige gebieden

Om de besluitvorming over de aanleg van nieuwe verlichting te vergemakkelijken kunnen overheden een overzicht maken van gebieden

die gevoelig zijn voor (een teveel aan) kunstlicht. Ook kunnen provinciale en gemeentelijke overheden ervoor kiezen om bepaalde

gebieden aan te wijzen als donkergebieden, waar geldt dat voor de aanleg van verlichting de ‘Richtlijn openbare verlichting natuurgebieden’

van CROW gehanteerd wordt.

Ontwikkelen van vergunningen op het gebied van verlichting

Reclameverlichting en de verlichting van huizen, kantoren, tuinen, etc. kunnen soms hinder veroorzaken. Gemeenten kunnen via het

uitschrijven van verlichtingsvergunningen invloed uitoefenen op de wijze en mate van deze verlichting.

Opstellen van toetsingscriteria voor aanleg van verlichting

De vraag om (meer) verlichting in het buitengebied wordt door gemeenten steeds vaker gehoord. Om dergelijke vragen op een

objectieve wijze te behandelen, kan een gemeente toetsingscriteria opstellen. De Friese gemeente Ooststellingwerf werkt bijvoorbeeld

al enige tijd met toetsingscriteria voor openbare verlichting in het buitengebied.

Voorlichten en stimuleren van particulieren en ondernemers

Om ervoor te zorgen dat haar inwoners zich bewust worden van lichthinder, de gevolgen ervan én hun eigen rol in deze problematiek,

kunnen de verschillende overheden hier voorlichting over geven. Bovendien kunnen particulieren en ondernemers gestimuleerd

worden tot het aanschaffen van energiezuinige middelen die lichthinder voorkomen, zoals bewegingsmelders.

Opnemen van verlichtingsvoorschriften in ruimtelijke plannen gemeente

Het onderwerp lichthinder zou betrokken moeten worden bij de voorbereiding en uitvoering van (nieuwe) plannen voor bedrijven

terreinen en woningbouwplannen. Door voorschriften en bestemmingsplanbepalingen kan al in een vroeg stadium aangegeven

worden welke grenzen een gemeente stelt aan de uitstoot van kunstlicht.


Er zijn twee belangrijke richtlijnen uitgebracht die gemeenten handvatten kunnen bieden bij de aanleg van verlichting:

• Centrum voor regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, Richtlijn openbare verlichting

natuurgebieden, Ede, CROW 1997; publicatie nr. 112

Deze richtlijn is opgesteld door Rijkswaterstaat. De richtlijn geeft een stappenplan ten aanzien van de aanleg van wegverlichting in

bestaande en toekomstige bos-, natuur- en recreatiegebieden. Dit rapport is schriftelijk te bestellen via CROW, Postbus 37, 6710 BA,

Ede.

• Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde: Commissie Lichthinder, Algemene Richtlijn betreffende lichthinder. Deel 1 Algemeen

en grenswaarden voor sportverlichting, Arnhem: Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, 1999

Bestellen: tel. 026 – 356 24 66

De Provincie Noord-Holland heeft onderzoek gedaan naar alternatieve verlichtingssystemen. Voor een beschrijving en de resultaten

van dit onderzoek kunt u bij de Provincie Noord-Holland het volgende rapport bestellen:

• Witteveen en Bos/Provincie Noord Holland, ‘n Nieuwe richting voor wegverlichting, Amsterdam 1999.

Naar aanleiding van bovenstaand onderzoek heeft de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde een aanbeveling voor actieve

markering geschreven:

• Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, Aanbeveling Actieve Markering, 2004

Internet

De roep om het behoud van de duisternis en het efficiënt omgaan met verlichting wordt de laatste jaren steeds vaker gehoord. Dit

resulteert in een toename van onderzoeken, publicaties en technische ontwikkelingen op het gebied van duisternis, (effecten van)

lichthinder en efficiënte verlichting.

Onderstaande websites bevatten actuele informatie over deze onderwerpen en het verdient aanbeveling om deze regelmatig te

bezoeken en zo de nieuwste ontwikkelingen en activiteiten op de voet te volgen.

www.laathetdonkerdonker.nl

www.platformlichthinder.nl

www.lichtvervuiling.nl

www.nsvv.nl

www.energiebesparinggww.nl

www.friesemilieufederatie.nl

www.milieufederatiegroningen.nl

www.milieufederatiedrenthe.nl

Verlichting met beleid

Pagina 17


Verlichting met beleid

Pagina 18

Alterra, Donkere nachten, de beleving van nachtelijke duisternis

door burgers, Alterra-rapport 1137 - Reeks Belevingsonderzoek

nr.13, Wageningen 2005

Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Wateren

Wegenbouw en de Verkeerstechniek, Richtlijn openbare verlichting

natuurgebieden, februari 1997, publicatie nr. 112

Expertisecentrum LNV, Workshop Samen werken aan Duisternis,

Planetarium Gaasperplas te Amsterdam 29 november 2001,

Ede/Wageningen, 2002

Gemeente Eemsmond, Beleidsplan Openbare Verlichting

gemeente Eemsmond, 2004

Gezondheidsraad, Hinder van nachtelijk kunstlicht voor mens en

natuur, Den Haag, 2000, publicatie nr. 2000/25

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal

Rijkswaterstaat, Wegverlichting en Natuur, III. Lokale invloed van

wegverlichting op een gruttopopulatie, DWW

Ontsnipperingsreeks, juli 2000

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal

Rijkswaterstaat, Wegverlichting en Natuur, IV. Effecten van wegverlichting

op het ruimtelijk gedrag van zoogdieren, DWW

Ontsnipperingsreeks, februari 2003

Bronnen

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal

Rijkswaterstaat, Zicht op licht, Lichthinder aangepakt (brochure),

november 1998

Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde: Commissie

Lichthinder, Algemene Richtlijn betreffende lichthinder. Deel 1:

Algemeen en grenswaarden voor sportverlichting, Arnhem, 1999

Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde, Aanbeveling

Actieve Markering, 2004

Stichting Het Geldersch Landschap, Verminder lichthinder,

Buitenverlichting uit in Gelderland (brochure)

Witteveen en Bos/Provincie Noord-Holland, ’n Nieuwe richting

voor wegverlichting, Amsterdam, 1999

World Wildlife Fund Canada en Fatal Light Awareness Program,

Collision Course, the hazards of lighted structures and windows

to migrating birds, september 1996

Raad voor Ruimtelijke, Milieu- en Natuuronderzoek en

Milieufederatie Drenthe, Resultaten Pilot Drenthe,

Inventariserend onderzoek naar de beleving van “licht en donker”,

mei 2004

Raad voor Ruimtelijke, Milieu- en Natuuronderzoek, Mooi licht

Mooi donker, 2004


Datum: juni 2005

Tekst: Mirte Kooistra, Leeuwarden

Saskia Op het Veld, Groningen

Niek de Knegt, Assen

Wim Schmidt, Utrecht

Fotografie: Voorkant, pagina 3,9 en 11:

Simon Bijlsma, Noardburgum

Pagina 7:

Copyright Royal Astronomical Society. Reproduced from the Monthly Notices of

the RAS by permission of Blackwell Science. Credit: P.Cinzano, F. Falchi,

C.D. Elvidge.

Pagina 5 en achterkant:

Bouke Janssen, Assen

Concept en vormgeving: FisK, Oentsjerk

Colofon

Drukwerk: Rekladruk, Gytsjerk

Deze brochure is gedrukt op milieuvriendelijk papier.

Deze brochure is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.

Verlichting met beleid

Pagina 19


Friese

Milieu

Friese Federatie Milieu Federatie

De Friese Milieu Federatie, Milieufederatie

Groningen en de Milieufederatie Drenthe werken in

2005 nauw samen in het landelijke samenwerkingsproject

‘Laat het donker donker’ en zullen ook in de jaren daarna

in hun werk het behoud van de duisternis en het efficiënt

verlichten in het Noorden blijven stimuleren. De Milieufederaties

hopen daarbij op samenwerking met de overheden

en de beheerders van kunstlicht om er zo voor te

zorgen dat het beleven van de prachtige donkere nachten

in Friesland, Groningen en Drenthe mogelijk blijft.

Friese Milieu Federatie

Oostergoweg 7

Postbus 713

8901 BM Leeuwarden

Telefoon 058 289 03 03

info@friesemilieufederatie.nl

www.friesemilieufederatie.nl

Milieufederatie Groningen

Praediniussingel 59

Postbus 1020

9701 BA Groningen

Telefoon 050 313 08 00

info@mfgroningen.nl

www.mfgroningen.nl

Milieufederatie Drenthe

Hertenkamp 6

9401 HL Assen

Telefoon 0592 31 11 50

info@mfdrenthe.nl

www.mfdrenthe.nl

More magazines by this user
Similar magazines