leren onderwijzen in een werkplekleeromgeving - Hogeschool de ...
leren onderwijzen in een werkplekleeromgeving - Hogeschool de ...
leren onderwijzen in een werkplekleeromgeving - Hogeschool de ...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
LEREN ONDERWIJZEN IN EEN WERKPLEKLEEROMGEVING<br />
EEN MEERVOUDIGE CASESTUDY NAAR KENMERKEN VAN<br />
KRACHTIGE WERKPLEKLEEROMGEVINGEN<br />
VOOR AANSTAANDE LERAREN BASISONDERWIJS<br />
Jeannette J.M. Gel<strong>de</strong>ns
ISBN 978-90-9022107-6<br />
Ontwerp omslag en figuren: H.E. Popeijus, Sittard, h.e.popeijus@hb.unimaaas.nl<br />
Druk: Pr<strong>in</strong>tservice Technische Universiteit E<strong>in</strong>dhoven, pr<strong>in</strong>tservice@tue.nl<br />
Uitgever: Kempellectoraat <strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong> Kempel, Helmond, lectoraat@kempel.nl<br />
© Jeannette J.M. Gel<strong>de</strong>ns, Waalre, 2007, j.gel<strong>de</strong>ns@kempel.nl<br />
Verveelvoudigen en/of openbaar maken van (<strong>de</strong>len van) <strong>de</strong>ze uitgave op welke wijze dan ook, is<br />
uitsluitend toegestaan na voorafgaan<strong>de</strong> schriftelijke toestemm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitgever.
LEREN ONDERWIJZEN IN EEN WERKPLEKLEEROMGEVING<br />
EEN MEERVOUDIGE CASESTUDY NAAR KENMERKEN VAN<br />
KRACHTIGE WERKPLEKLEEROMGEVINGEN<br />
VOOR AANSTAANDE LERAREN BASISONDERWIJS<br />
Een wetenschappelijke proeve<br />
op het gebied van <strong>de</strong> Sociale Wetenschappen<br />
PROEFSCHRIFT<br />
ter verkrijg<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> graad van doctor<br />
aan <strong>de</strong> Radboud Universiteit Nijmegen<br />
op gezag van <strong>de</strong> rector magnificus prof. mr. S.C.J.J. Kortmann,<br />
volgens besluit van het College van Decanen<br />
<strong>in</strong> het openbaar te ver<strong>de</strong>digen op maandag 8 oktober 2007<br />
om 13.30 uur precies<br />
door<br />
Jeannette Jacoba Maria Gel<strong>de</strong>ns<br />
geboren op 19 april 1961<br />
te ’s-Hertogenbosch
Promotor Prof. dr. Th.C.M. Bergen<br />
Co-promotores Dr. mr. H.L. Popeijus<br />
Dr. V.A.M. Peters<br />
Manuscriptcommissie Prof. dr. J.M. Pieters<br />
Prof. dr. R.M. van <strong>de</strong>n Berg<br />
Prof. dr. D. Beijaard (TU E<strong>in</strong>dhoven)
WOORD VAN DANK<br />
De comb<strong>in</strong>atie van on<strong>de</strong>rzoekend <strong>leren</strong> en werken is kenmerkend voor mijn loopbaan. Deze<br />
comb<strong>in</strong>atie leid<strong>de</strong> tot verschillen<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs- en professionaliser<strong>in</strong>gstrajecten culm<strong>in</strong>erend<br />
<strong>in</strong> dit promotieon<strong>de</strong>rzoek. Veel mensen zijn betrokken geweest bij het on<strong>de</strong>rzoek. Enkelen wil<br />
ik bij naam noemen.<br />
Theo Bergen, mijn promotor, is daarvan <strong>de</strong> eerste. Theo, jij leer<strong>de</strong> me meer en meer <strong>een</strong><br />
wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoeksperspectief <strong>in</strong> te nemen. In elke fase van het on<strong>de</strong>rzoek zag je<br />
steeds kans haarfijn <strong>de</strong> kern waar het om g<strong>in</strong>g te benoemen en vervolgens richt<strong>in</strong>g te geven<br />
hoe ver<strong>de</strong>r te gaan. Je was voor mij <strong>een</strong> echte critical friend en ik ben dan ook meer dan trots<br />
dat jij mijn promotor bent!<br />
De twee<strong>de</strong> is Herman Popeijus, mijn co-promotor. Jouw kennis van <strong>de</strong> praktijk en <strong>de</strong><br />
tomeloze energie en <strong>in</strong>zet waarmee je me geduren<strong>de</strong> alle on<strong>de</strong>rzoeksjaren steeds on<strong>de</strong>rsteun<strong>de</strong><br />
zijn <strong>in</strong>drukwekkend. Je liet me ervaren hoe je door on<strong>de</strong>rzoek je eigen grenzen kunt<br />
verleggen. Van jou leer<strong>de</strong> ik <strong>de</strong> werkelijke betekenis van reflectie en vooral van volhard<strong>in</strong>g.<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> is V<strong>in</strong>cent Peters, mijn an<strong>de</strong>re co-promotor. Ik noem<strong>de</strong> je wel ‘<strong>de</strong> man van<br />
Kwalitan’. Je leer<strong>de</strong> me kwalitatief on<strong>de</strong>rzoek opzetten en uitvoeren. Jouw on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g op<br />
methodologisch gebied heeft <strong>in</strong> belangrijke mate bijgedragen aan <strong>de</strong> transparantie van het <strong>in</strong><br />
dit proefschrift beschreven kwalitatief on<strong>de</strong>rzoek.<br />
Ver<strong>de</strong>r wil ik <strong>een</strong> speciaal woord van dank richten tot <strong>de</strong> mensen die als actoren waren<br />
betrokken bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong><br />
meervoudige casestudy. Hun bereidheid om op vrijwillige basis <strong>in</strong> het empirisch on<strong>de</strong>rzoek te<br />
participeren maakte <strong>de</strong> dataverzamel<strong>in</strong>g mogelijk. Die bereidheid kreeg ook steeds warme<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g vanuit hun management.<br />
Dat geldt evenzo voor <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van het College van Bestuur van mijn eigen <strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong><br />
Kempel, Geert Hendriks en Taeke van <strong>de</strong>n Akker.<br />
Een promotieon<strong>de</strong>rzoek is doorgaans all<strong>een</strong> mogelijk doordat mensen bereid zijn directe<br />
bijdragen te leveren. Die bijdragen beston<strong>de</strong>n uit het transcriberen van alle bandopnames en<br />
het optre<strong>de</strong>n als corrector van het gehele proefschrift door Carla; het optre<strong>de</strong>n als native<br />
meelezer en corrector van <strong>de</strong> summary door L<strong>in</strong>dy; en het ontwerpen en uitwerken van <strong>de</strong><br />
omslag en <strong>de</strong> gebruikte figuren door Herman jr.<br />
Wat had mijn moe<strong>de</strong>r graag nog mijn promotie willen meemaken. Helaas mocht dit net niet<br />
meer zo zijn. Aan haar draag ik dit proefschrift op.
Inhoudsopgave<br />
1 Inleid<strong>in</strong>g 1<br />
1.1 Probleemschets 1<br />
1.2 Doelstell<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rzoeksvragen 8<br />
1.3 Opzet van het on<strong>de</strong>rzoek 8<br />
1.4 Opbouw van het proefschrift 10<br />
2 Theoretisch ka<strong>de</strong>r 11<br />
2.1 Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> 11<br />
2.1.1 Leren, <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> 11<br />
2.1.2 Inhoud en vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> 13<br />
2.2 Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 19<br />
2.3 Mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 32<br />
2.3.1 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 32<br />
2.3.2 De rol van mentor<strong>in</strong>g 37<br />
2.4 Conclusies 38<br />
3 Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 43<br />
3.1 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek 44<br />
3.1.1 Deelnemers 44<br />
3.1.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g 44<br />
3.1.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g 45<br />
3.2 Resultaten 45<br />
3.2.1 Resultaten concept maps praktijk<strong>de</strong>elnemers 46<br />
3.2.2 Resultaten concept maps expert<strong>de</strong>elnemers 48<br />
3.2.3 Vergelijk<strong>in</strong>g resultaten concept maps en literatuurstudie 50<br />
3.3 Conclusies 53<br />
4 Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1 55<br />
4.1 Context case 1 55<br />
4.2 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek 58<br />
4.2.1 Deelnemers 58<br />
4.2.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g 58<br />
4.2.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g 60
4.3 Resultaten algem<strong>een</strong> 64<br />
4.4 Resultaten kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 67<br />
4.4.1 Component 1. On<strong>de</strong>rwijsaanbod 67<br />
4.4.2 Component 2. Leerklimaat 70<br />
4.4.3 Component 3. Professionaliteit 74<br />
4.4.4 Component 4. Condities 77<br />
4.4.5 Component 5. Begeleid<strong>in</strong>g 83<br />
4.4.6 Component 6. Kwaliteitszorg 89<br />
4.4.7 Component 7. Startbekwaamheidseisen 91<br />
4.5 Kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken 92<br />
4.5.1 Dataverwerk<strong>in</strong>g 92<br />
4.5.2 Resultaten 93<br />
4.6 Conclusies 99<br />
5 Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2 105<br />
5.1 Context case 2 106<br />
5.2 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek 108<br />
5.2.1 Deelnemers 108<br />
5.2.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g 108<br />
5.2.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g 109<br />
5.3 Resultaten algem<strong>een</strong> 110<br />
5.4 Resultaten kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 113<br />
5.4.1 Component 1. On<strong>de</strong>rwijsaanbod 113<br />
5.4.2 Component 2. Leerklimaat 117<br />
5.4.3 Component 3. Professionaliteit 118<br />
5.4.4 Component 4. Condities 122<br />
5.4.5 Component 5. Begeleid<strong>in</strong>g 128<br />
5.4.6 Component 6. Kwaliteitszorg 132<br />
5.4.7 Component Startbekwaamheid 134<br />
5.5 Kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken 136<br />
5.5.1 Dataverwerk<strong>in</strong>g 136<br />
5.5.2 Resultaten 136<br />
5.6 Conclusies 139<br />
6 De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g 143<br />
6.1 Context van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken 144<br />
6.2 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek 145<br />
6.2.1 Deelnemers 145<br />
6.2.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g 146<br />
6.2.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g 147
6.3 Resultaten 151<br />
6.3.1 Algem<strong>een</strong> 151<br />
6.3.2 Gespreksfasen 152<br />
6.3.3 Kernactiviteiten 155<br />
6.3.4 Initiatief 156<br />
6.3.5 Gespreksduur 159<br />
6.4 Conclusies 162<br />
7 Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen 169<br />
7.1 Conclusies 170<br />
7.1.1 Kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 170<br />
7.1.2 Kenmerken die werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen krachtig maken 172<br />
7.1.3 De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken 175<br />
7.2 Discussie 176<br />
7.2.1 Kennis over en <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen 176<br />
7.2.2 Gekozen opzet en metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek 179<br />
7.3 Aanbevel<strong>in</strong>gen 181<br />
Summary 185<br />
Literatuur 193<br />
Bijlage A (Contextgegevens case 1 en 2) 207<br />
Bijlage B (Interviewgui<strong>de</strong>) 209<br />
Bijlage C (Frequentieoverzicht case 1) 210<br />
Bijlage D (Woordtabellen case 2) 213<br />
Bijlage E (Frequentieoverzicht case 2) 227<br />
Bijlage F (Omschrijv<strong>in</strong>g componenten, kenmerken en elementen) 230<br />
Curriculum Vitae 239
1<br />
INLEIDING<br />
Nationaal en <strong>in</strong>ternationaal wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> gebruikelijke manieren van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong><br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen geproblematiseerd (De<strong>in</strong>um et al., 2005; Grossman, 2006). Grossman<br />
(2006) duidt <strong>de</strong>ze problematiser<strong>in</strong>g als: “attacks on teacher education”. Soms wordt zelfs het<br />
bestaansrecht van <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen zelf ter discussie gesteld (ATEE/RDC, 2001;<br />
Moerkamp, 2003; OECD, 2001a, 2001b). Nieuwe vormen van werkplek<strong>leren</strong> wor<strong>de</strong>n<br />
nationaal en <strong>in</strong>ternationaal gezien als alternatieve toekomstscenario’s (ATEE/RDC, 2001;<br />
OECD, 2001b; Sectorbestuur On<strong>de</strong>rwijsarbeidsmarkt (SBO), 2005). Ook <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland zijn bezig nieuwe opleid<strong>in</strong>gsvormen te ontwikkelen en <strong>in</strong> te voeren<br />
zoals op competenties gericht <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Een<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is daarbij voor ons meer dan all<strong>een</strong> het <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek.<br />
On<strong>de</strong>r <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g verstaan wij hier <strong>een</strong> door basisschool en hogeschool<br />
<strong>in</strong>gerichte leer- en werkomgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>een</strong> competentiegericht<br />
leerwerktraject <strong>de</strong> voor het beroep benodig<strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n kunnen verwerven <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
wisselwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken. Voor <strong>de</strong> vorm<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren zijn daarmee<br />
zowel ‘learn<strong>in</strong>g on the job’ als ‘learn<strong>in</strong>g off the job’ functioneel (Harris et al., 2001).<br />
Het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen wordt gezien als <strong>een</strong> veelbeloven<strong>de</strong><br />
manier van oplei<strong>de</strong>n voor het beroep van leraar (Abdal-Haqq, 1998; Bassi et al., 1998;<br />
Mantle-Bromley, 2003; Smith, 2003; Torraco, 1999). Het is echter <strong>de</strong> vraag of dit vertrouwen<br />
terecht is (Nijhof et al., 2006). De nieuwe vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> ontmoeten ook<br />
kritiek. Een belangrijk bezwaar is gericht op het vrijwel ontbreken van empirische evi<strong>de</strong>nties<br />
voor <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> effecten (Grossman, 2006; Nijhof et al., 2006; On<strong>de</strong>rwijsraad, 2005).<br />
“Current <strong>de</strong>bates about the relevance of university-based teacher education <strong>in</strong> the United<br />
States and elsewhere, are press<strong>in</strong>g for evi<strong>de</strong>nce of the effectiveness of various forms of<br />
teacher preparation, […].” (Grossman, 2006).<br />
In dit proefschrift beschrijven we <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van<br />
krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
basison<strong>de</strong>rwijs. De problemen rond <strong>de</strong> nieuwe vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> bespreken we<br />
meer diepgaand <strong>in</strong> § 1.1. Dat doen we vanuit <strong>een</strong> perspectief waar<strong>in</strong> wetenschappelijk <strong>de</strong>nken<br />
over het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren en maatschappelijke en on<strong>de</strong>rwijskundige<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen op dit gebied aan elkaar zijn gerelateerd. Uit <strong>de</strong>ze probleemschets wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
§ 1.2 <strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen afgeleid. Vervolgens komen<br />
<strong>in</strong> § 1.3 <strong>de</strong> opzet van het on<strong>de</strong>rzoek en <strong>in</strong> § 1.4 <strong>de</strong> opbouw van het proefschrift aan bod.<br />
1.1 Probleemschets<br />
Het on<strong>de</strong>rwijs ziet zich nationaal en <strong>in</strong>ternationaal geconfronteerd met <strong>een</strong> aantal complexe<br />
problemen die <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs kunnen bedreigen. Deze problemen zijn gerelateerd<br />
aan uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> eisen en verwacht<strong>in</strong>gen die aan het on<strong>de</strong>rwijs wor<strong>de</strong>n gesteld vanuit<br />
leertheoretische opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en maatschappelijke overweg<strong>in</strong>gen.<br />
1
Hoofdstuk 1. Inleid<strong>in</strong>g<br />
Te <strong>de</strong>nken is aan op competentiegerichte naast curriculumgebon<strong>de</strong>n werkwijzen, vergrot<strong>in</strong>g<br />
van zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en zelfstur<strong>in</strong>g van stu<strong>de</strong>nten naast docentstur<strong>in</strong>g,<br />
maatschappelijk achterstan<strong>de</strong>nbeleid, pedagogisch-didactische werkwijzen, <strong>de</strong>reguler<strong>in</strong>g en<br />
schaalvergrot<strong>in</strong>g (ATEE/RDC, 2001; Bronneman-Helmers, 1999; Lang et al., 1999; Leune,<br />
1999; OECD, 2001b).<br />
Ook <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen hebben te maken met <strong>de</strong>ze, maar ook met enkele an<strong>de</strong>re soms heel<br />
specifieke kwaliteitsproblemen. Zo kwamen <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland verschillen<strong>de</strong> problemen wat<br />
betreft <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en organisatorische vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g tot leraar<br />
basison<strong>de</strong>rwijs nadrukkelijk voor het voetlicht met het verschijnen van het visitatierapport<br />
Moed tot Meesterschap (Visitatiecommissie, 2003). De reactie van <strong>de</strong> NVAO (Ne<strong>de</strong>rlands-<br />
Vlaamse accreditatieorganisatie) daarop lag daarmee <strong>in</strong> lijn (zie Lan<strong>de</strong>lijk Overleg<br />
Lerarenopleid<strong>in</strong>gen Basison<strong>de</strong>rwijs, 2004). De kritiek betrof on<strong>de</strong>r meer <strong>een</strong> te heterogene en<br />
kwalitatief <strong>de</strong>els on<strong>de</strong>rmaatse <strong>in</strong>stroom, <strong>de</strong> overla<strong>de</strong>nheid van het programma en het<br />
ontbreken van diepgang daar<strong>in</strong>. Maar ook <strong>een</strong> gebrek aan vernieuw<strong>in</strong>gsdrang en <strong>een</strong> sterk<br />
naar b<strong>in</strong>nen gekeerd zijn van <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen. De kwaliteit van <strong>de</strong> opgelei<strong>de</strong> leraren kan<br />
hierdoor <strong>in</strong> het gedrang komen.<br />
Daarnaast hebben <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen te maken met enkele specifieke <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke vraagstukken<br />
zoals het aanpassen van <strong>de</strong> curricula aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen en het me<strong>de</strong> door <strong>de</strong><br />
toenemen<strong>de</strong> nadruk op werkplek<strong>leren</strong>, zoeken naar afstemm<strong>in</strong>g tussen theorie en praktijk<br />
(Smith, 2003). An<strong>de</strong>re problemen hebben <strong>een</strong> meer organisatorische impact zoals het<br />
oplossen van <strong>de</strong> lerarentekorten en het tegelijk voldoen aan accreditatie-eisen. In het advies<br />
Koersen op Meesterschap (Lan<strong>de</strong>lijk Overleg Lerarenopleid<strong>in</strong>gen Basison<strong>de</strong>rwijs, 2004)<br />
wor<strong>de</strong>n vanuit <strong>de</strong> sector zelf enkele voorstellen geopperd voor ‘herontwerp, partnerschap en<br />
kwaliteitsborg<strong>in</strong>g’, die zou<strong>de</strong>n kunnen lei<strong>de</strong>n tot verbeter<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. Een <strong>de</strong>el van<br />
die voorstellen betreft <strong>een</strong> her<strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie van <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> partnerschool <strong>in</strong> het<br />
opleid<strong>in</strong>gs- en professionaliser<strong>in</strong>gsproces van (aanstaan<strong>de</strong>) leraren.<br />
Ter illustratie van <strong>de</strong> geschetste problemen geven we <strong>een</strong> citaat uit <strong>de</strong> Beleidsagenda<br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen 2005-2008 met <strong>de</strong> titel ‘Meer kwaliteit en differentiatie: <strong>de</strong><br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen aan zet’: “…er zijn fundamentele maatregelen en <strong>in</strong>vester<strong>in</strong>gen nodig<br />
zodat het huidige stelsel van opleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> staat is te voorzien <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraag naar meer<br />
differentiatie, hoogwaardiger expertise, meer kwaliteit en ren<strong>de</strong>ment.” (M<strong>in</strong>isterie van<br />
On<strong>de</strong>rwijs, 2005, p.1).<br />
Samengevat is sprake van <strong>een</strong> keten van problemen: er zijn twijfels wat betreft <strong>de</strong> kwaliteit<br />
van <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen, die op hun beurt lei<strong>de</strong>n tot twijfels over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
opgelei<strong>de</strong> leraren. De implicatie hiervan is dat <strong>de</strong> kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gen en uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk het (opleid<strong>in</strong>gs)niveau van <strong>de</strong> bevolk<strong>in</strong>g evenzo ter discussie staan.<br />
Bij on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> komen wetenschappelijke <strong>in</strong>zichten uit <strong>de</strong> pedagogiek,<br />
<strong>de</strong> leerpsychologie, <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskun<strong>de</strong> en <strong>de</strong> vakdidactiek aan bod. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
leerpsychologie zijn vanaf <strong>de</strong> jaren negentig opvatt<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> constructivistische<br />
leertheorieën sterk benadrukt (Brown et al., 1989; Glasersfeld, 2004; Phillips, 1997; Shuell,<br />
1988). Volgens <strong>de</strong> constructivistische opvatt<strong>in</strong>gen bestaat kennis over <strong>de</strong> realiteit uit<br />
constructies van <strong>de</strong> menselijke geest. Bij het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> v<strong>in</strong>dt kennisconstructie door<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar plaats zowel b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> hogeschool, als b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> specifieke<br />
on<strong>de</strong>rwijscontext van <strong>de</strong> basisschool.<br />
2
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Deze kennisconstructie v<strong>in</strong>dt plaats <strong>in</strong> leer- en werkgem<strong>een</strong>schappen op basis van <strong>in</strong>teractie<br />
tussen leerl<strong>in</strong>gen, leraren, aanstaan<strong>de</strong> leraren en docenten (vgl. Brown et al., 1989).<br />
De <strong>in</strong>vloed van constructivistische leertheorieën die <strong>de</strong> dynamische relatie tussen <strong>leren</strong> en<br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> her<strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren is van belang om <strong>de</strong> huidige on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>gen te begrijpen<br />
(Bergen & V<strong>een</strong>, 2004). Niet langer staat <strong>de</strong> <strong>in</strong>structie door leraren centraal, zoals <strong>in</strong> het<br />
overdrachtsmo<strong>de</strong>l het geval is, maar <strong>de</strong> leeractiviteiten van <strong>de</strong> actieve en zelfstandige leer<strong>de</strong>r<br />
(Lang et al., 1999; Shuell, 1996). Tegelijkertijd wordt nadruk gelegd op metacognitieve<br />
kenmerken als stur<strong>in</strong>g van het eigen leerproces en zelfregulatie (Pellegr<strong>in</strong>o, 2004).<br />
Naast het verwerven van theoretische kennis over het on<strong>de</strong>rwijs en het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong><br />
hogeschool, leert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar basison<strong>de</strong>rwijs van praktijkervar<strong>in</strong>gen die hij opdoet op<br />
<strong>de</strong> werkplek van <strong>de</strong> basisschool. Op <strong>de</strong> werkplek neemt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> bijzon<strong>de</strong>re<br />
plaats <strong>in</strong>. Voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen is hij <strong>de</strong> leraar. Voor <strong>de</strong> leraar-mentor is hij ook <strong>een</strong> leerl<strong>in</strong>g die<br />
leert <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Vanwege die bijzon<strong>de</strong>re positie, maar vooral ook vanwege <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor <strong>de</strong> eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g tot leraar, die voortvloeit<br />
uit <strong>de</strong> nadruk op stur<strong>in</strong>g van het eigen leerproces en zelfregulatie, spreken wij hier van<br />
‘aanstaan<strong>de</strong> leraar’.<br />
Bij het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong> werkplek, ook wel ‘on the job learn<strong>in</strong>g, learn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> the<br />
workplace, work-based learn<strong>in</strong>g’ genoemd, neemt ervar<strong>in</strong>gs<strong>leren</strong> <strong>een</strong> centrale plaats <strong>in</strong>. De<br />
stage op <strong>de</strong> werkplek werd van oudsher <strong>in</strong>gezet om didactische en pedagogische vaardighe<strong>de</strong>n<br />
te oefenen en om te <strong>leren</strong> van het on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> beroepspraktijk. Deze stages bezaten <strong>een</strong><br />
sterk ‘ambachtelijk’ karakter waarbij nadruk lag op <strong>leren</strong> door ervar<strong>in</strong>g, oefenen van<br />
vaardighe<strong>de</strong>n en vormen van mo<strong>de</strong>l<strong>leren</strong>. M<strong>in</strong><strong>de</strong>r nadruk kregen kenmerken gerelateerd aan<br />
zelfstur<strong>in</strong>g en zelfregulatie, reflectie en terugkoppel<strong>in</strong>g naar <strong>de</strong> theorie.<br />
Bij <strong>de</strong> op stage gebaseer<strong>de</strong> vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> droeg het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut<br />
primair zorg voor curriculumgebon<strong>de</strong>n kennisoverdracht over het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> met <strong>een</strong><br />
beperkte terugkoppel<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> stage-ervar<strong>in</strong>gen. Volgens Buit<strong>in</strong>k (1994) was bij <strong>de</strong> ou<strong>de</strong><br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen ten opzichte van <strong>de</strong> context waar<strong>in</strong> leraren op scholen moeten werken<br />
sprake van <strong>een</strong> sterk gereduceer<strong>de</strong> context. Het is dan ook g<strong>een</strong> won<strong>de</strong>r dat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
stagegebon<strong>de</strong>n situatie sprake was van <strong>een</strong> gebrekkige transfer en daarmee van <strong>een</strong> kloof<br />
tussen theorie en praktijk (Akker & Bergen, 1997; Pieters & Jochems, 2003). Maar ook was<br />
sprake van het gevoel bij beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraren dat ze pas echt leer<strong>de</strong>n lesgeven na het verlaten<br />
van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g (Alexan<strong>de</strong>r & Murphy, 1999; Tuomi-Gröhn & Engeström, 2003).<br />
Om <strong>de</strong>ze transferproblemen het hoofd te bie<strong>de</strong>n zijn mid<strong>de</strong>n jaren tachtig <strong>in</strong> Amerika en <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
jaren negentig <strong>in</strong> Engeland, basisscholen en hogescholen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen gaan<br />
<strong>in</strong>richten voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren. Het <strong>in</strong>richten van die<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen gebeur<strong>de</strong> op basis van samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken waarbij <strong>de</strong> partners<br />
<strong>een</strong> betere balans wil<strong>de</strong>n construeren tussen praktijk en theorie. Tevens streef<strong>de</strong>n ze naar <strong>een</strong><br />
betere afstemm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> te <strong>leren</strong> kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen op reeds bij <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren aanwezige competenties en leerbehoeften.<br />
De conceptuele uitgangspunten zijn ver<strong>de</strong>r ontwikkeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> Amerikaanse ‘Professional<br />
Development Schools’ (PDS) (Edwards & Protheroe, 2003; Holmes Group, 1990; National<br />
Council for Accreditation of Teacher Education, 2001; Ridley et al., 2005) en <strong>de</strong> Engelse<br />
‘School-based teacher education’ (Edwards, 2001; McIntyre et al., 1993). Ook <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re<br />
lan<strong>de</strong>n zoals Duitsland, Frankrijk en Zwe<strong>de</strong>n wordt <strong>de</strong> relatie tussen theorie en praktijk gezien<br />
als <strong>een</strong> pregnant knelpunt en zoekt men naar vergelijkbare mogelijkhe<strong>de</strong>n om dat knelpunt op<br />
te lossen (De<strong>in</strong>um et al., 2005).<br />
3
Hoofdstuk 1. Inleid<strong>in</strong>g<br />
Naar <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen rond het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong> werkplek zijn verschillen<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeken uitgevoerd (Abdal-Haqq, 1998; Book, 1996; Darl<strong>in</strong>g-Hammond, 1994; Kochan<br />
& Kunkel, 1998; Teitel, 2001; Zeichner & Miller, 1997). Conclusies op basis van <strong>de</strong>ze<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten zijn dat <strong>de</strong> kracht van <strong>de</strong> werkplek voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar vooral lijkt te liggen <strong>in</strong> <strong>een</strong> reële schoolcontext. Ver<strong>de</strong>r wordt het<br />
bevor<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van alle betrokkenen beklemtoond. Kenmerken<br />
daarvan zijn het:<br />
- realiseren van gezamenlijk overleg over <strong>de</strong> problemen met het <strong>leren</strong> van leerl<strong>in</strong>gen;<br />
- uitwisselen van leraren tussen <strong>de</strong> school en het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut;<br />
- samen on<strong>de</strong>rzoeken van praktische on<strong>de</strong>rwijsproblemen;<br />
- samenwerken bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
Ook <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland staat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g sterk <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
belangstell<strong>in</strong>g (Akker et al., 2002; Klarus, 2003; Kl<strong>in</strong>k & Streumer, 2004; Kwakman, 2004;<br />
Schepens, 2005). Voor opleid<strong>in</strong>gstrajecten die gerelateerd zijn aan werkplek<strong>leren</strong> blijken <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rlandstalige literatuur verschillen<strong>de</strong> begrippen te wor<strong>de</strong>n gebruikt: PDS-trajecten<br />
(Korthagen, Tigchelaar et al., 2002), leerwerktrajecten (M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en<br />
Wetenschappen, 1999), duaal oplei<strong>de</strong>n en duale leerroutes (M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur<br />
en Wetenschappen, 1999; Schepens, 2005), oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school (M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs<br />
Cultuur en Wetenschappen, 2000a), schoolgebon<strong>de</strong>n oplei<strong>de</strong>n of oplei<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> school<br />
(Dam & Alebeek, 2005).<br />
Over<strong>een</strong>komst met <strong>de</strong> Amerikaanse en Engelse situatie is, dat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gstrajecten<br />
steeds sprake is van samenwerk<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n tussen opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten en basisscholen. In<br />
<strong>de</strong> trajecten ligt <strong>de</strong> nadruk op <strong>een</strong> ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het oplei<strong>de</strong>n van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren. Dit partnerschap waarbij scholen en opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten op<br />
gelijkwaardige voet als partners samen verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> professionele<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van (aanstaan<strong>de</strong>) leraren blijkt kenmerkend voor <strong>de</strong> oploss<strong>in</strong>gen die men tracht<br />
te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> knelpunten (Edwards, 2001; Furlong, 2000). De basisscholen <strong>in</strong><br />
dit partnerschap wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse context opleid<strong>in</strong>gsscholen genoemd (M<strong>in</strong>isterie<br />
van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen, 1999). Hiermee is <strong>de</strong> meer centrale rol benadrukt<br />
die <strong>de</strong> school b<strong>in</strong>nen dit partnerschap krijgt bij het oplei<strong>de</strong>n van aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
In Ne<strong>de</strong>rland ontston<strong>de</strong>n <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n aanvankelijk op <strong>in</strong>itiatief van<br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen, maar <strong>de</strong> afgelopen jaren blijken ook <strong>in</strong>itiatieven uit te zijn gegaan van<br />
schoolbesturen (Kallenberg, 2004). Vele samenwerk<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n zijn behalve op het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren, tevens gericht op <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van<br />
beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> en zitten<strong>de</strong> leraren en op het uitvoeren van on<strong>de</strong>rzoek (Lan<strong>de</strong>lijk Overleg<br />
Lerarenopleid<strong>in</strong>gen Basison<strong>de</strong>rwijs, 2004; San<strong>de</strong>n, 2004; Zeichner & Miller, 1997).<br />
Wij spreken overigens liever van ‘partnerscholen’ dan van ‘opleid<strong>in</strong>gsscholen’. Met het<br />
begrip partnerschool benadrukken we het ‘partnerschap’ waarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> hogeschool en <strong>de</strong><br />
basisschool <strong>een</strong> gezamenlijke verantwoor<strong>de</strong>lijkheid dragen voor het <strong>in</strong>richten van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
4
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Het partnerschap houdt niet all<strong>een</strong> het leveren van <strong>een</strong> werkplek respectievelijk leeromgev<strong>in</strong>g<br />
voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong>, maar impliceert ons <strong>in</strong>ziens het creëren<br />
van <strong>een</strong> leer- en werkomgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> alle actoren, en dus niet all<strong>een</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren,<br />
<strong>leren</strong>. Dit sluit aan bij <strong>de</strong> hiervoor genoem<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten (Abdal-Haqq, 1998; Book,<br />
1996; Darl<strong>in</strong>g-Hammond, 1994; Kochan & Kunkel, 1998; Teitel, 2001; Zeichner & Miller,<br />
1997) waar<strong>in</strong> het bevor<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van alle betrokkenen wordt<br />
beklemtoond.<br />
On<strong>de</strong>r actoren verstaan we hier die <strong>de</strong>elnemers die bij het <strong>in</strong>richten van en het <strong>leren</strong> en<br />
werken <strong>in</strong> die werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>een</strong> betekenisvolle rol spelen. Uit <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r gegeven<br />
omschrijv<strong>in</strong>g van het begrip ‘werkplekleeromgev<strong>in</strong>g’ volgt dat ook <strong>de</strong> hogeschool <strong>de</strong>el<br />
uitmaakt van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Op <strong>de</strong> hogeschool <strong>leren</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren hun<br />
praktijkervar<strong>in</strong>gen te relateren aan <strong>de</strong> ‘body of knowledge’ wat betreft <strong>de</strong> dynamische relaties<br />
tussen <strong>leren</strong> en <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> vakgebie<strong>de</strong>n. Ook <strong>leren</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren op <strong>de</strong><br />
hogeschool <strong>de</strong> vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kennis die behoort bij <strong>de</strong> vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> basisschool.<br />
Daar hebben <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren, <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie s<strong>in</strong>ds mid<strong>de</strong>n jaren tachtig, vier<br />
jaar <strong>de</strong> tijd voor. In <strong>de</strong> eerste twee leerjaren ligt bij <strong>de</strong> meeste hogescholen <strong>de</strong> nadruk op het<br />
<strong>leren</strong> van vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n en op <strong>een</strong> theoretische reflectie op het on<strong>de</strong>rwijs en het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
In het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> en vier<strong>de</strong> leerjaar verschuift <strong>de</strong> nadruk van het <strong>leren</strong> over het on<strong>de</strong>rwijs en het<br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> naar het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van en <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspraktijk. Dit is ook <strong>de</strong> perio<strong>de</strong><br />
waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> nieuwe vorm van competentiegericht <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
veelal plaatsv<strong>in</strong>dt.<br />
Het <strong>in</strong>richten van <strong>de</strong>rgelijke werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen is <strong>een</strong> complexe vernieuw<strong>in</strong>g met name<br />
omdat daarbij altijd meer<strong>de</strong>re <strong>in</strong>stituten zijn betrokken namelijk <strong>de</strong> hogeschool en één of meer<br />
basisscholen en hun besturen. Wanneer <strong>de</strong>ze nieuwe vorm van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> algemene<br />
<strong>in</strong>gang krijgt, wordt <strong>de</strong> complexiteit <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie nog vergroot doordat <strong>de</strong><br />
hogeschool te maken heeft met enkele hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n basisscholen en enkele tientallen besturen.<br />
Dat <strong>de</strong> relatie tussen theorie en praktijk en het daaraan gerelateer<strong>de</strong> transferprobleem voor <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren, knelpunten opleveren (Alexan<strong>de</strong>r & Murphy, 1999; Tuomi-Gröhn &<br />
Engeström, 2003), lijkt <strong>een</strong> bijna logisch gevolg. Tegelijkertijd suggereren<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten dat kennis en vaardighe<strong>de</strong>n die geleerd zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolse context van<br />
<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, slechts <strong>in</strong> die context functioneren en daarbuiten moeilijk gebruikt kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n (Lave & Wenger, 1991). De opmerk<strong>in</strong>g “whatever is learned <strong>in</strong> the classroom tends to<br />
vanish outsi<strong>de</strong> the classroom” spreekt wat het ‘learn<strong>in</strong>g off the job’ betreft, boek<strong>de</strong>len<br />
(Tuomi-Gröhn & Engeström, 2003, p. 24).<br />
On<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> effecten van het ‘Ontwikkelproject Oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school <strong>in</strong> het primair<br />
on<strong>de</strong>rwijs 2002-2004’ bevestigt dat ook bij het oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong><br />
afstemm<strong>in</strong>g tussen theorie en praktijk <strong>een</strong> knelpunt is (Arriëns & Kle<strong>in</strong>, 2005). Zichtbaar is<br />
hier dat het transferprobleem twee kanten heeft. De eerste heeft te maken met <strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>de</strong> werkplek kan gebruiken wat hij op <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g leert over het<br />
on<strong>de</strong>rwijs en het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Omgekeerd is <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> vraag of <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar hetg<strong>een</strong><br />
hij leert van het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong> werkplek, kan plaatsen b<strong>in</strong>nen theoretische <strong>in</strong>zichten over<br />
het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
5
Hoofdstuk 1. Inleid<strong>in</strong>g<br />
De lerarenopleid<strong>in</strong>gen trachten <strong>de</strong> kloof tussen theorie en praktijk soms te overbruggen door<br />
<strong>de</strong> praktijktijd te vergroten (Buit<strong>in</strong>k, 1994). Echter dit kan lei<strong>de</strong>n tot wat Buit<strong>in</strong>k <strong>een</strong> ‘naïef<br />
curriculum’ noemt. Zo’n curriculum dicht <strong>de</strong> kloof tussen theorie en praktijk niet omdat als er<br />
bijna g<strong>een</strong> theorie meer is, er we<strong>in</strong>ig valt over te brengen. Zo bezien is het <strong>de</strong> vraag of met het<br />
uitbrei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> tijd voor <strong>de</strong> praktijk <strong>de</strong> kern van het kloofprobleem bij het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g a<strong>de</strong>quaat wordt aangepakt (Tuomi-Gröhn &<br />
Engeström, 2003).<br />
Een an<strong>de</strong>re oploss<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> theorie-praktijk kloof te overbruggen geven Korthagen et al.<br />
(2001). Zij suggereren dat <strong>de</strong>ze is te overbruggen <strong>in</strong>dien <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> omslag<br />
kunnen maken van <strong>een</strong> ‘expertgestuur<strong>de</strong>’ naar ‘praktijk- en stu<strong>de</strong>ntgestuur<strong>de</strong>’ aanpak. De<br />
nadruk ligt op <strong>een</strong> constructivistische vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar zelf actief kennis opbouwt <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie met <strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>g. Kennis en vaardighe<strong>de</strong>n<br />
zijn daarbij op <strong>de</strong> eerste plaats het resultaat van <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> zelf (Glaser, 1991; Marzano, 1992;<br />
Phillips, 1995).<br />
Voor <strong>een</strong> actief en constructief leerproces blijkt het nodig dat <strong>de</strong> werk- en leeromgev<strong>in</strong>g zich<br />
kenmerkt door kwalitatief goe<strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g (Bruner, 1986; Flavell, 1977; Lowyck &<br />
Verloop, 1995). Mentoren spelen <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g <strong>een</strong> cruciale rol. Mentoren die <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk begelei<strong>de</strong>n zijn doorgaans tevens leraar van <strong>de</strong> groep waar<strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> basisscholen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong>zetten. Deze situatie betekent dat <strong>de</strong> kwaliteit van het<br />
toekomstig professioneel han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar me<strong>de</strong> afhankelijk is van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsdidactische <strong>in</strong>zichten en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>gskwaliteiten van <strong>de</strong> mentor.<br />
On<strong>de</strong>rzoek wijst echter uit dat mentoren <strong>in</strong> het algem<strong>een</strong> niet <strong>in</strong> staat zijn voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren <strong>de</strong> relatie te leggen tussen hun han<strong>de</strong>len en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rliggen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige<br />
theorieën die ze <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> hogeschool (Tuomi-Gröhn & Engeström, 2003). Er zijn<br />
aanwijz<strong>in</strong>gen dat mentoren hun on<strong>de</strong>rwijspraktijk nauwelijks baseren op on<strong>de</strong>rliggen<strong>de</strong><br />
theoretische <strong>in</strong>zichten. Voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren kunnen <strong>de</strong>rgelijke ervar<strong>in</strong>gen aanleid<strong>in</strong>g<br />
zijn om <strong>de</strong> theorie als m<strong>in</strong><strong>de</strong>r relevant te beschouwen (Tuomi-Gröhn & Engeström, 2003).<br />
De wijze waarop <strong>de</strong> mentor begeleidt is daarmee van <strong>in</strong>vloed op het ontstaan of het<br />
<strong>in</strong>standhou<strong>de</strong>n van <strong>een</strong> transferprobleem van praktijk naar <strong>de</strong> theorie en omgekeerd (Feiman-<br />
Nemser, 2000; Gold, 1996). Bovendien versterken <strong>de</strong>ze gegevens het eer<strong>de</strong>re beeld van <strong>de</strong><br />
beperk<strong>in</strong>gen die gepaard gaan met het uitbrei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> praktijktijd. Uit on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
blijkt steeds het grote gewicht dat opvatt<strong>in</strong>gen en impliciete en expliciete boodschappen van<br />
<strong>de</strong> mentoren over <strong>leren</strong> en <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> hebben op het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar (Feiman-Nemser, 2000; Gold, 1996). Deze en vergelijkbare on<strong>de</strong>rzoeksgegevens<br />
wijzen zowel op <strong>een</strong> cruciale als op <strong>een</strong> tegelijkertijd kwetsbare rol die mentor<strong>in</strong>g <strong>in</strong>neemt bij<br />
het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> (Berl<strong>in</strong>er, 2001; Gallego, 2001; Korthagen & Kessels, 1999; Verloop et<br />
al., 2001; Zeichner, 1999).<br />
We conclu<strong>de</strong>ren dan ook dat <strong>een</strong> kwalitatief beperkte mentor<strong>in</strong>g <strong>de</strong> kloof tussen <strong>de</strong> theorie en<br />
<strong>de</strong> praktijk voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren all<strong>een</strong> maar wij<strong>de</strong>r en dieper lijkt te maken. Deze<br />
conclusie klemt temeer naarmate ook <strong>de</strong> praktijktijd ver<strong>de</strong>r wordt vergroot. Om <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>n<br />
focussen we straks nog na<strong>de</strong>r op <strong>de</strong> rol van mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
6
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Het geheel overziend is <strong>de</strong> vraag te stellen wat uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> nieuwe vormen van oplei<strong>de</strong>n<br />
bijdragen aan het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren. Het enkel benoemen dat <strong>de</strong><br />
nieuwe vormen ‘veelbelovend zijn voor het oplei<strong>de</strong>n’ is ons <strong>in</strong>ziens onvoldoen<strong>de</strong>.<br />
Voor <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijk statement zijn verifieerbare, aan <strong>de</strong> empirie ontl<strong>een</strong><strong>de</strong> argumenten nodig.<br />
Naar <strong>de</strong> effecten van oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school is op dit moment echter nog we<strong>in</strong>ig empirisch<br />
on<strong>de</strong>rzoek gedaan (On<strong>de</strong>rwijsraad, 2005). Daarmee ontbreekt <strong>een</strong> belangrijke grondslag voor<br />
die argumenten.<br />
Ook bestaat we<strong>in</strong>ig empirische dui<strong>de</strong>lijkheid over <strong>de</strong> vraag welke kenmerken <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
van zo’n werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zou moeten bezitten (Bergen, 2005; Bergen & V<strong>een</strong>, 2004;<br />
Scott Ridley et al., 2005; V<strong>een</strong>, 2003; Wilson et al., 2001). In <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie zijn<br />
partnerschappen <strong>in</strong>tussen ‘al doen<strong>de</strong>’ bezig werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> te richten.<br />
Zon<strong>de</strong>r op empirie gebaseerd <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> condities waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> werkplek <strong>een</strong> krachtige<br />
leeromgev<strong>in</strong>g is voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland, is op<br />
beleidsniveau het bevor<strong>de</strong>ren van werkplek<strong>leren</strong> bovendien <strong>in</strong> <strong>een</strong> stroomversnell<strong>in</strong>g geraakt<br />
(M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen, 1999, 2000a, 2000b, 2001). De<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsarbeidsmarkt (lerarentekorten) waren hier ongetwijfeld me<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>bet aan.<br />
In <strong>de</strong> bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur over <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijke leer- en werkomgev<strong>in</strong>g<br />
komen we regelmatig het begrip ‘krachtige’ (werkplek)leeromgev<strong>in</strong>g of ‘powerful’ learn<strong>in</strong>g<br />
environment tegen (De Corte, 1990; Lo<strong>de</strong>wijks, 1993; National Council for Accreditation of<br />
Teacher Education, 2001). De toevoeg<strong>in</strong>g van krachtig lijkt daarbij vooral betrekk<strong>in</strong>g te<br />
hebben op <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zelf of op <strong>de</strong> doelmatigheid voor het<br />
<strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g (De Corte, 1996).<br />
Uit <strong>de</strong> literatuur is ook wel af te lei<strong>de</strong>n dat ‘krachtig’ vooral gebruikt wordt om aan te dui<strong>de</strong>n<br />
dat <strong>de</strong> leerprocessen die zich op en rond <strong>de</strong> werkplek voltrekken, kennelijk ‘krachtiger’ zijn<br />
dan leerprocessen die plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> meer traditionele opleid<strong>in</strong>gsvormen (Bassi et al.,<br />
1998; Kessels & Poell, 2001; Klarus, 1998; Torraco, 1999).<br />
Vrijwel g<strong>een</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten zijn beschikbaar over <strong>de</strong> vraag welke kenmerken van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g nu het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren ‘krachtig(er)’ maakt.<br />
Daarmee is het nauwelijks mogelijk om het begrip ‘krachtige (werkplek)leeromgev<strong>in</strong>g’ te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van <strong>een</strong> (werkplek)leeromgev<strong>in</strong>g zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> toevoeg<strong>in</strong>g ‘krachtig’. Eer<strong>de</strong>r lijkt<br />
sprake te zijn van <strong>een</strong> tautologisch gebruik van het begrip ‘krachtig’.<br />
Resumerend on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n we <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> problemen:<br />
a) van <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen bestaat all<strong>een</strong> <strong>een</strong> fragmentarisch<br />
beeld;<br />
b) <strong>een</strong> beeld ontbreekt van <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong>ze tot<br />
krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> maken;<br />
c) er wordt zowel bij ‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g’ als bij ‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school’ <strong>een</strong> kloof<br />
ervaren tussen theorie en praktijk waarbij <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> mentor cruciaal lijkt te zijn.<br />
7
Hoofdstuk 1. Inleid<strong>in</strong>g<br />
8<br />
1.2 Doelstell<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rzoeksvragen<br />
Het doel van dit proefschrift is <strong>een</strong> wetenschappelijke bijdrage te leveren aan <strong>de</strong> kennis over<br />
en het <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die zijn <strong>in</strong>gericht voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Deze bijdrage zal bestaan uit <strong>een</strong><br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r. De concepten of begrippen uit dat ka<strong>de</strong>r maken het mogelijk<br />
om bestaan<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
basison<strong>de</strong>rwijs te analyseren, te beschrijven en op hun volledigheid te toetsen, maar ook om<br />
nieuwe werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> te richten.<br />
In <strong>de</strong> probleemschets hebben we erop gewezen dat het <strong>in</strong>richten van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
voor basisschool en hogeschool <strong>een</strong> complexe on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>g is en dat<br />
all<strong>een</strong> <strong>een</strong> fragmentarisch beeld bestaat van <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Inzicht ontbreekt <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraag welke van <strong>de</strong>ze kenmerken <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs maken. Het on<strong>de</strong>rzoek focust zich daarom op <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>gskenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
In het on<strong>de</strong>rzoek staan daarmee allereerst <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> twee on<strong>de</strong>rzoeksvragen centraal.<br />
1. Wat zijn kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs?<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
In <strong>de</strong> probleemschets hebben we <strong>de</strong> cruciale rol van mentor<strong>in</strong>g bij het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g aangegeven. Centraal <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g<br />
van die begeleid<strong>in</strong>gsrol staan <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken tussen mentoren en aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. Om die re<strong>de</strong>n willen we weten op welke wijze <strong>de</strong> mentoren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
hun mentor<strong>in</strong>gsgesprekken met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk vormgeven.<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag luidt dan ook:<br />
3. Hoe realiseren <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren op <strong>de</strong> werkplek?<br />
1.3 Opzet van het on<strong>de</strong>rzoek<br />
Om na te gaan wat al bekend is over <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs (on<strong>de</strong>rzoeksvraag 1) wordt allereerst<br />
<strong>een</strong> literatuurstudie uitgevoerd. Deze literatuurstudie resulteert <strong>in</strong> <strong>een</strong> eerste beeld van<br />
kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Daarna v<strong>in</strong>dt <strong>een</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g plaats om ook vanuit <strong>de</strong> praktijk <strong>een</strong> beeld te krijgen<br />
van kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Dit wordt gedaan door <strong>een</strong> groep<br />
praktijkmensen en <strong>een</strong> groep <strong>de</strong>skundigen die bij werkplek<strong>leren</strong> zijn betrokken daarover te<br />
‘bevragen’ met behulp van concept mapp<strong>in</strong>g.<br />
De resultaten uit <strong>de</strong> literatuurstudie en uit <strong>de</strong>ze empirische verkenn<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n op elkaar<br />
betrokken. Dit resulteert <strong>in</strong> <strong>een</strong> aantal kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Vervolgens<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze begrippen gebruikt als ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews<br />
die <strong>de</strong> data opleveren voor het empirisch on<strong>de</strong>rzoek.<br />
Het empirisch on<strong>de</strong>rzoek omvat <strong>een</strong> meervoudige casestudy met twee cases die <strong>in</strong> tijd na<br />
elkaar zijn gepositioneerd. De data voor <strong>de</strong> eerste case wor<strong>de</strong>n verkregen door mid<strong>de</strong>l van<br />
semi-gestructureer<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews aan het beg<strong>in</strong> en aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject. Deze<br />
<strong>in</strong>terviews wor<strong>de</strong>n afgenomen bij <strong>de</strong>elnemers die direct bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn betrokken. Deze <strong>de</strong>elnemers noemen we <strong>de</strong> actoren. Het gaat dan<br />
om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren, hun mentoren en hogeschooldocenten-coaches en <strong>de</strong> betrokken<br />
leraren en <strong>de</strong> bovenschools managers en directeuren van <strong>de</strong> partnerscholen en <strong>de</strong> hogeschool.<br />
Deze actoren wor<strong>de</strong>n bevraagd naar <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen die naar hun opvatt<strong>in</strong>g of<br />
perceptie zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewdata uit <strong>de</strong> eerste case wordt gebruik gemaakt van<br />
werkwijzen uit <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> (‘groun<strong>de</strong>d’) theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g (Wester & Peters, 2004).<br />
Daarbij wor<strong>de</strong>n getranscribeer<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews on<strong>de</strong>rzocht op uitspraken over <strong>de</strong> bevraag<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>gskenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
De toe te passen kwalitatieve analysetechnieken maken het mogelijk op basis van empirische<br />
gegevens <strong>een</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r met kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
te ontwikkelen en dit te toetsen aan <strong>de</strong> theoretische noties over die<br />
kenmerken (Swanborn, 2000; Y<strong>in</strong>, 1994). Omdat <strong>de</strong> elementen tevens <strong>de</strong> meest basale<br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g representeren, vormen ze<br />
tegelijkertijd <strong>de</strong> basis voor het ontwerp van <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijk conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r<br />
waarmee we werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen kunnen analyseren en beschrijven. Doel van het<br />
on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case is <strong>de</strong> validiteit te verifiëren van <strong>de</strong> begrippen uit het conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r en waar nodig <strong>de</strong> begrippen aan te scherpen en aan te vullen.<br />
Met <strong>de</strong> gekozen on<strong>de</strong>rzoeksopzet streven we <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begrips- en ecologische validiteit<br />
na van het te ontwikkelen conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r, dat we aanvullen met enkele<br />
maatregelen om <strong>de</strong> betrouwbaarheid van <strong>de</strong> analyses te bevor<strong>de</strong>ren. De resultaten van <strong>de</strong><br />
analyses uit <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases tezamen lei<strong>de</strong>n tevens tot antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag<br />
welke van <strong>de</strong> verkregen kenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> maken (on<strong>de</strong>rzoeksvraag<br />
2). De partnerschool uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case heeft op het moment dat <strong>de</strong> nieuwe werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
wordt <strong>in</strong>gericht, <strong>een</strong> eerste leerwerktraject afgesloten. Dit maakt het meer dan<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case mogelijk <strong>de</strong> kenmerken te on<strong>de</strong>rzoeken die <strong>de</strong> actoren als feitelijk aanwezig<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze werkplekleeromgev<strong>in</strong>g percipiëren. In <strong>de</strong> werkwijze bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews en <strong>de</strong> analyses<br />
ervan wordt voortgebouwd op die uit <strong>de</strong> eerste case. De resultaten van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wor<strong>de</strong>n<br />
vergeleken met die van <strong>de</strong> eerste case om zo het conceptuele beeld van <strong>de</strong> kenmerken aan te<br />
vullen en bij te stellen. Ook hierbij komen antwoor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksvraag, wanneer er sprake is van ‘krachtige’ werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
9
Hoofdstuk 1. Inleid<strong>in</strong>g<br />
Vanwege <strong>de</strong> cruciale rol die we aan mentor<strong>in</strong>g toekennen, on<strong>de</strong>rzoeken we <strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases<br />
tevens <strong>een</strong> expliciete vorm van begeleid<strong>in</strong>g tussen aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor namelijk <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken (on<strong>de</strong>rzoeksvraag 3). Dit wordt gedaan door <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases op <strong>een</strong><br />
drietal momenten geduren<strong>de</strong> elk leerwerktraject mentor<strong>in</strong>gsgesprekken op band op te nemen<br />
en te analyseren op variabelen die uit eer<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek naar coach<strong>in</strong>gsgesprekken (Engelen,<br />
2002) naar voren kwamen als <strong>in</strong>dicatoren van kwaliteit.<br />
10<br />
1.4 Opbouw van het proefschrift<br />
Na dit <strong>in</strong>lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> eerste hoofdstuk wordt <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> hoofdstuk het theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
beschreven op basis van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> literatuurstudie naar kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Daarbij komen eigenschappen die van belang zijn voor <strong>de</strong> rol van mentor<strong>in</strong>g<br />
afzon<strong>de</strong>rlijk aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
Vervolgens beschrijven we <strong>in</strong> het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> hoofdstuk <strong>de</strong> opzet, <strong>de</strong> analyse en <strong>de</strong> resultaten van<br />
<strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g naar <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
De opzet van het on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong> resultaten uit <strong>de</strong> eerste case waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
is opgezet voor twee zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren, wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het vier<strong>de</strong> hoofdstuk<br />
besproken.<br />
In het vijf<strong>de</strong> hoofdstuk komen <strong>de</strong> opzet en resultaten aan bod uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case waar<strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>gericht voor <strong>de</strong> twee aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> reguliere opleid<strong>in</strong>g.<br />
Met <strong>de</strong> resultaten van bei<strong>de</strong> casestudies kunnen we antwoord geven op <strong>de</strong> twee eerste<br />
on<strong>de</strong>rzoeksvragen.<br />
In het zes<strong>de</strong> hoofdstuk wordt <strong>in</strong>gegaan op <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>de</strong><br />
werkplek zoals <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken door <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases wordt<br />
gerealiseerd. De resultaten geven hiermee antwoord op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag.<br />
Tenslotte vatten we <strong>in</strong> het zeven<strong>de</strong> hoofdstuk eerst <strong>de</strong> voornaamste resultaten op <strong>de</strong> drie<br />
centrale on<strong>de</strong>rzoeksvragen samen en presenteren wij <strong>de</strong> conclusies. Vervolgens gaan we <strong>in</strong> op<br />
<strong>de</strong> opzet van het on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong> gebruikte on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>. In <strong>de</strong> afsluiten<strong>de</strong> paragraaf<br />
geven we enkele suggesties voor vervolgon<strong>de</strong>rzoek en formu<strong>leren</strong> we aanbevel<strong>in</strong>gen die<br />
betrekk<strong>in</strong>g hebben op <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.
2<br />
THEORETISCH KADER<br />
In dit hoofdstuk gaan we na wat <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur bekend is over <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong><br />
eigenschappen van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Doel is <strong>een</strong> samenhangend eerste beeld te krijgen van <strong>de</strong><br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Uit <strong>de</strong> probleemschets kwam naar voren dat <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
literatuur all<strong>een</strong> <strong>een</strong> fragmentarisch beeld naar voren komt over die kenmerken<strong>de</strong><br />
eigenschappen. Behalve dat we zicht willen krijgen op die kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen,<br />
streven we <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek daarom uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk <strong>een</strong> conceptuele or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van die kenmerken<br />
van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen na. De functie van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs krachtig te bevor<strong>de</strong>ren. Om die re<strong>de</strong>n<br />
zullen we eerst <strong>in</strong>gaan op dat <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Vervolgens on<strong>de</strong>rzoeken we wat <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
literatuur bekend is over <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen en gaan we<br />
tevens na welke kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> kennelijk<br />
‘krachtig’ kunnen bevor<strong>de</strong>ren. Vanwege <strong>de</strong> cruciale rol die mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g speelt beste<strong>de</strong>n we daar afzon<strong>de</strong>rlijk aandacht aan. Bij mentor<strong>in</strong>g<br />
staan <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken tussen mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren centraal. Daarom<br />
spitsen we toe op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
2.1 Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
Aan het concept ‘<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ zijn <strong>de</strong> begrippen ‘<strong>leren</strong>’ en ‘<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur is <strong>de</strong> laatste jaren nadruk komen<br />
te liggen op (sociaal-)constructivistische uitgangspunten. Ook wij volgen <strong>de</strong>ze ten<strong>de</strong>ns en<br />
plaatsen <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> begrippen <strong>in</strong> <strong>een</strong> constructivistisch leertheoretisch perspectief. Daarbij<br />
gaan we eerst <strong>in</strong> op functionele kenmerken van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Vervolgens gaan we <strong>in</strong><br />
op <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kenmerken van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en kenmerken die meer te maken<br />
hebben met <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g ervan. We sluiten af met <strong>een</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
competentiegerichte on<strong>de</strong>rwijsvormen die <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> afgelopen jaren op<br />
grote schaal hebben gekozen voor <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
2.1.1 Leren, <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
Het concept ‘<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ en daarmee <strong>de</strong> begrippen ‘<strong>leren</strong>’ en ‘<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ vormen <strong>in</strong><br />
dit on<strong>de</strong>rzoek kernbegrippen. De formuler<strong>in</strong>g ‘<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ suggereert overigens dat<br />
bekend is wat ‘<strong>leren</strong>’, wat ‘<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ en wat ‘<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> literatuur<br />
blijken echter over vragen naar het <strong>leren</strong> en het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
nauwelijks theoretisch en empirisch on<strong>de</strong>rbouw<strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n voorhan<strong>de</strong>n te zijn.<br />
11
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Laat staan dat we empirisch on<strong>de</strong>rbouw<strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n aantreffen op vragen over hoe dit <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> vergelijkbaar dan wel verschillend is van an<strong>de</strong>r <strong>leren</strong> en wat voor soort<br />
leerarrangementen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> het meest effectief zijn. Het ontbreken van<br />
voldoen<strong>de</strong> ontwikkel<strong>de</strong> theorieën over <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is daarvan <strong>de</strong> voornaamste re<strong>de</strong>n<br />
(Feiman-Nemser, 2000).<br />
Ook Reis (2005) wijst op knelpunten als uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> visies op <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>,<br />
on<strong>de</strong>rzoeksaanbevel<strong>in</strong>gen die elkaar tegenspreken en het ontbreken van <strong>een</strong><br />
gem<strong>een</strong>schappelijk on<strong>de</strong>rzoekska<strong>de</strong>r voor <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
Vanuit het perspectief van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar heeft het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> tenm<strong>in</strong>ste<br />
betrekk<strong>in</strong>g op twee samenhangen<strong>de</strong> functionele en <strong>de</strong>els <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kenmerken van <strong>leren</strong>.<br />
Enerzijds heeft <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> tot doel <strong>de</strong> nodige vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kennis te verwerven.<br />
An<strong>de</strong>rzijds gaat het om het verwerven van didactische vaardighe<strong>de</strong>n die nodig zijn om die<br />
vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kennis aan <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen te <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Leraren <strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>g zien zich<br />
daarmee op <strong>de</strong> werkplek met tenm<strong>in</strong>ste twee we<strong>de</strong>rzijds beïnvloe<strong>de</strong>n<strong>de</strong> taken geconfronteerd.<br />
Enerzijds verwachten scholen dat ze <strong>een</strong> bijdrage leveren aan het on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen,<br />
terwijl ze an<strong>de</strong>rzijds en tegelijkertijd zelf dat <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen nog moeten <strong>leren</strong>.<br />
In dit spann<strong>in</strong>gsveld wordt ook wel gesproken over ‘eerste or<strong>de</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ en ‘twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’ (Murray & Male, 2005). Het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> eerste or<strong>de</strong> heeft betrekk<strong>in</strong>g op<br />
het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
or<strong>de</strong> heeft betrekk<strong>in</strong>g op het on<strong>de</strong>rwijs dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf ontvangt over <strong>de</strong> theorie<br />
en praktijk van het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van leerl<strong>in</strong>gen. Dit on<strong>de</strong>rwijs van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> is daarmee<br />
te karakteriseren als on<strong>de</strong>rwijs over <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> vatten we <strong>in</strong> dit on<strong>de</strong>rzoek op als <strong>een</strong> specifieke vorm van <strong>leren</strong>. In<br />
navolg<strong>in</strong>g van Bakkenes, Vermunt en Wubbels (Bakkenes et al., 2004) en Hoekstra, Beijaard,<br />
Brekelmans en Korthagen (Hoekstra et al., 2004, 2006) verstaan we on<strong>de</strong>r <strong>leren</strong>: het<br />
on<strong>de</strong>rnemen van <strong>in</strong>wendige (mentale) en uitwendige (zichtbare) activiteiten die bewust of<br />
onbewust lei<strong>de</strong>n tot <strong>een</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> cognities en/of gedrag. Leeractiviteiten zijn<br />
activiteiten die bewust of onbewust lei<strong>de</strong>n tot <strong>een</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> cognities en/of gedrag. Alle<br />
leeractiviteiten kennen zowel <strong>een</strong> <strong>in</strong>wendige als <strong>een</strong> uitwendige component. Cognities wor<strong>de</strong>n<br />
hierbij opgevat als al het <strong>de</strong>nken, voelen en willen (Dolk, 1997; Evele<strong>in</strong>, 2005; Korthagen &<br />
Kessels, 1999).<br />
Het <strong>leren</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren is gericht op bepaal<strong>de</strong> beroepsgerichte bekwaamhe<strong>de</strong>n of<br />
competenties. Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> omschrijven we als <strong>een</strong> proces dat bestaat uit <strong>een</strong><br />
functioneel en georganiseerd geheel van leeractiviteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, dat is<br />
gericht op het bereiken van <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n die voor <strong>een</strong> beg<strong>in</strong>nend leraar zijn vereist<br />
(vgl. Lo<strong>de</strong>wijks, 1993). De functie, <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van dit <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en <strong>de</strong><br />
daaruit voortvloeien<strong>de</strong> bepal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> te <strong>leren</strong> kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen, geven<br />
me<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g aannemelijk dat het doel steeds bepalend is voor<br />
<strong>de</strong> keuzes die gemaakt wor<strong>de</strong>n wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g. Hoewel <strong>leren</strong><br />
even<strong>een</strong>s kan plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n tij<strong>de</strong>ns m<strong>in</strong><strong>de</strong>r doelgerichte en bewuste activiteiten ligt bij <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>de</strong> nadruk op <strong>de</strong> doelgerichte activiteiten. Dit omdat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar er uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk altijd op is gericht b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> aan<br />
vastgestel<strong>de</strong> startbekwaamheidseisen voor het beroep van leraar te voldoen.<br />
12
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Recente bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> zijn veelal gebaseerd op (sociaal-)constructivistische<br />
leertheorieën. Het gebruik van <strong>de</strong> meervoudsvorm wijst al op het gegeven dat<br />
sprake is van meer<strong>de</strong>re strom<strong>in</strong>gen waaraan verschillen<strong>de</strong> uitgangspunten zijn te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Zo beschouwen radicaal-<strong>in</strong>dividueel-constructivisten <strong>leren</strong> als <strong>een</strong> <strong>in</strong>dividueel<br />
of <strong>in</strong>tern proces. Mentale operaties zijn bewuste activiteiten, <strong>in</strong>dividueel en <strong>in</strong>tentioneel<br />
(vgl. Glasersfeld, 2004; Phillips, 1997). Dit betekent dat all<strong>een</strong> <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> zelf actief kennis<br />
kan construeren.<br />
Kennis wordt dus altijd voortgebracht door “the experiencer’s attention on his or her own<br />
operat<strong>in</strong>g” (Glasersfeld, 2004). Daarentegen zetten radicaal-sociaal-constructivisten zich juist<br />
af tegen <strong>de</strong> nadruk die hier wordt gelegd op <strong>de</strong> mentale operaties bij het <strong>leren</strong>. Sommigen<br />
betwijfelen zelfs of ze bestaan (Garrison, 1997). Ze gaan er vanuit dat <strong>leren</strong> steeds plaatsv<strong>in</strong>dt<br />
<strong>in</strong> <strong>een</strong> sociale en culturele gem<strong>een</strong>schap (Brown et al., 1989). De <strong>leren</strong><strong>de</strong> construeert actief<br />
kennis <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie met an<strong>de</strong>ren en met zijn omgev<strong>in</strong>g.<br />
De meeste constructivisten gaan er vanuit dat <strong>leren</strong> <strong>een</strong> zelfgestuurd proces is waar<strong>in</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong>n<br />
op basis van ervar<strong>in</strong>gen nieuwe kennis ontwikkelen (Teurl<strong>in</strong>gs et al., 2006).<br />
Richardson beschrijft <strong>de</strong> constructivistische leertheorie als “……a theory or set of theories of<br />
learn<strong>in</strong>g or mean<strong>in</strong>g mak<strong>in</strong>g. It suggests that <strong>in</strong>dividuals create their own new un<strong>de</strong>rstand<strong>in</strong>gs,<br />
based upon the <strong>in</strong>teractions of what they already know and believe, and the phenomena or<br />
i<strong>de</strong>as with which they come <strong>in</strong>to contact.” (Richardson, 1999, p.146).<br />
Deze omschrijv<strong>in</strong>g omsluit <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen van <strong>in</strong>dividueel-constructivisten zowel als die van<br />
sociaal-constructivisten. Deze kenmerken zijn ons <strong>in</strong>ziens ook van toepass<strong>in</strong>g op het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en daarmee op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vorm van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
2.1.2 Inhoud en vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
Vanuit <strong>de</strong> constructivistische leertheorieën zijn aan het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> allereerst enkele<br />
meer algemene kenmerken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n (Shuell, 1988). In <strong>de</strong> constructivistische<br />
leertheorieën kenmerkt <strong>leren</strong> zich door <strong>een</strong> a) actieve en b) constructieve houd<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
<strong>leren</strong><strong>de</strong> (vgl. Niemi, 2002, Entwistle & Walker, 2000). Tegelijkertijd kenmerkt het <strong>leren</strong> zich<br />
als <strong>een</strong> c) cumulatief, d) zelfregu<strong>leren</strong>d en e) doelgericht proces (vgl. Bergen et al., 2000;<br />
Bolhuis, 2000; De Corte, 1996; Jong & Biemans, 1998; Shuell, 1988; Verschaffel & De<br />
Grote, 1998). Terwijl we aanvullend aan het <strong>leren</strong> bovendien nog <strong>een</strong> f) reconstructief<br />
proceskenmerk kunnen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n (Bolhuis, 2004).<br />
Extrapo<strong>leren</strong> we dit naar het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>, dan is <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> te kenmerken als <strong>een</strong><br />
actief proces waarbij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf activiteiten on<strong>de</strong>rneemt. Het is <strong>een</strong> constructief<br />
proces omdat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf nieuwe kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen construeert<br />
op basis van reeds aanwezige <strong>in</strong>formatie. Dit gebeurt steeds door <strong>een</strong> eigen persoonsgebon<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong>terpretatie van verkregen <strong>in</strong>formatie. De persoonsgebon<strong>de</strong>n <strong>in</strong>terpretatie is afhankelijk van<br />
eer<strong>de</strong>r geleer<strong>de</strong> kennis en opgedane ervar<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> context (Bereiter &<br />
Scardamalia, 1993).<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> kenmerkt zich ook als <strong>een</strong> cumulatief proces omdat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
bij <strong>de</strong> verwerk<strong>in</strong>g van verkregen <strong>in</strong>formatie gebruik maakt van kennis die reeds aanwezig is.<br />
Het gaat om zelfregu<strong>leren</strong>d <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar waar<strong>in</strong> bewustzijn van en controle<br />
hebben over eigen <strong>leren</strong> van groot belang is (Purdie, 2001).<br />
13
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> kenmerkt zich bovendien als <strong>een</strong> doelgericht proces omdat <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> bewuste keuze heeft gemaakt voor het on<strong>de</strong>rwijsberoep. Het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is functioneel erop gericht aan <strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n te gaan voldoen die voor het<br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> zijn vereist. Tenslotte omvat <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> als reconstructief proces naast<br />
construeren/opbouwen, tegelijkertijd aanbouwen of wellicht soms af<strong>leren</strong> van eer<strong>de</strong>r<br />
verworven opvatt<strong>in</strong>gen en gewoonten (Bolhuis, 2000; Onstenk, 2004).<br />
Verschillen<strong>de</strong> kenmerken van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> blijken te relateren aan één van <strong>de</strong> meest<br />
weerbarstige problemen <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren namelijk <strong>de</strong> balans tussen<br />
theorie en praktijk. Aannemelijk is dat <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen over het evenwicht en <strong>de</strong> relatie tussen<br />
theorie en praktijk me<strong>de</strong> bepalend is voor on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> balans tussen <strong>leren</strong> en werken bij <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Wanneer bij het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>de</strong> nadruk meer op <strong>de</strong> theorie wordt gelegd, dan gaat het<br />
doorgaans vooral om het verwerven van abstracte, gegeneraliseer<strong>de</strong> en gesystematiseer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>formatie waarbij <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> <strong>een</strong> vertal<strong>in</strong>g leert maken van en naar <strong>de</strong> praktijk waarop <strong>de</strong>ze<br />
<strong>in</strong>formatie betrekk<strong>in</strong>g heeft (Lagerwerf & Korthagen, 2003a, 2003b, 2003c, 2003d). Deze<br />
manier van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is te karakteriseren als stu<strong>de</strong>rend <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
Aan <strong>de</strong>ze balans tussen theorie en praktijk relateren we <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rscheid dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur<br />
wordt gemaakt tussen vier kwalitatief verschillen<strong>de</strong> vormen van <strong>leren</strong> (Vermunt, 2006). Het<br />
gaat om het on<strong>de</strong>rscheid tussen a) reproductief, b) betekenisgericht, c) toepass<strong>in</strong>gsgericht en<br />
d) ongericht <strong>leren</strong>.<br />
Bij reproductief <strong>leren</strong> gaat het erom dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> stof grondig, tot <strong>in</strong> <strong>de</strong>tail<br />
bestu<strong>de</strong>ert en probeert te onthou<strong>de</strong>n zodat hij die op <strong>een</strong> toets kan reproduceren. Bij<br />
betekenisgericht <strong>leren</strong> probeert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar samenhangen te ont<strong>de</strong>kken <strong>in</strong> het<br />
studiemateriaal, overzicht te krijgen, er kritisch tegenover te staan en <strong>de</strong> stof te begrijpen. Een<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar die toepass<strong>in</strong>gsgericht leert probeert zich vooral <strong>de</strong> stof concreet voor te<br />
stellen en na te <strong>de</strong>nken over hoe die gebruikt kan wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk. Ongericht <strong>leren</strong><br />
betekent dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar niet goed weet hoe en wat hij moet <strong>leren</strong>.<br />
Een <strong>in</strong> <strong>de</strong> huidige opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> belangrijk kenmerk is <strong>de</strong> mate van<br />
zelfstandigheid waarmee <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraar <strong>de</strong> leerprocessen kan uitvoeren en uitvoert.<br />
Zelfstur<strong>in</strong>g past bij <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> autonoom professional <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkomgev<strong>in</strong>g die<br />
<strong>in</strong> <strong>een</strong> kenniseconomie steeds meer het karakter krijgt van <strong>een</strong> leeromgev<strong>in</strong>g (Harrison &<br />
Kessels, 2004). De stur<strong>in</strong>g van het leerproces dient gelei<strong>de</strong>lijk <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar over te gaan (Verloop & Lowyck, 2003).<br />
Hier raken we tevens aan <strong>een</strong> zekere twee<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g namelijk tussen zelfstandig en<br />
samenwerkend <strong>leren</strong> en <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> (Vermunt, 2006). Van zelfstandig <strong>leren</strong> is sprake<br />
wanneer <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar vooral zelf <strong>de</strong> leeractiviteiten uitvoert. Van samenwerkend <strong>leren</strong><br />
is sprake wanneer <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar met an<strong>de</strong>ren samenwerkt bij het <strong>leren</strong>. Het on<strong>de</strong>rwijs<br />
of <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g zal afhankelijk van <strong>de</strong> mate van zelfstandigheid en zelfstur<strong>in</strong>g daarbij meer<br />
of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r docent- of mentorgestuurd zijn.<br />
Vermunt (2006) noemt als gem<strong>een</strong>schappelijk kenmerk van veel huidige on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>gen<br />
dat nieuwe on<strong>de</strong>rwijsvormen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gezet waar<strong>in</strong> actief, betekenisgericht,<br />
toepass<strong>in</strong>gsgericht, zelfstandig en samenwerkend <strong>leren</strong> van <strong>leren</strong><strong>de</strong>n <strong>een</strong> centrale plaats<br />
<strong>in</strong>nemen. Deze opmerk<strong>in</strong>g is te relateren aan <strong>de</strong> hierboven beschreven kenmerken gebaseerd<br />
op <strong>de</strong> constructivistische leertheorieën. Ze is ook te relateren aan <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g dat<br />
kennis die op die manier wordt verworven beter beklijft, beter wordt begrepen, en beter<br />
bruikbaar is <strong>in</strong> contexten waar<strong>in</strong> ze moet wor<strong>de</strong>n toegepast.<br />
14
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Leren<strong>de</strong>n waaron<strong>de</strong>r aanstaan<strong>de</strong> leraren wor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>ze wijze voorbereid op <strong>een</strong> leven lang<br />
<strong>leren</strong>. Toegepast op het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g heeft <strong>de</strong>ze<br />
veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g consequenties voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g ervan zoals is te illustreren aan het verschil<br />
tussen <strong>in</strong>dividueel en samenwerkend <strong>leren</strong>. Echter over <strong>de</strong> juistheid van <strong>de</strong>ze veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g<br />
wor<strong>de</strong>n door on<strong>de</strong>rzoekers uitvoerige discussies gevoerd (De Jong, 2006; Simons, 2006;<br />
Stevens, 2006; Werf, 2006).<br />
Bolhuis & Doornbos (2000) leggen an<strong>de</strong>re accenten die toegepast op het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
zijn te omschrijven als <strong>leren</strong> door a) directe ervar<strong>in</strong>g, b) sociale <strong>in</strong>teractie, c) theorie en<br />
d) reflectie. In <strong>de</strong> alledaagse praktijk zullen <strong>de</strong>ze vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> dikwijls door<br />
elkaar h<strong>een</strong> lopen en elkaar aanvullen (Bolhuis & Doornbos, 2000). Een verschil tussen <strong>de</strong><br />
bei<strong>de</strong> eerste en <strong>de</strong> laatste twee vormen is dat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door directe ervar<strong>in</strong>g en<br />
door sociale <strong>in</strong>teractie zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk ook zon<strong>de</strong>r <strong>een</strong> mate van doelbewustheid ‘vanzelf’<br />
voordoen. In die situatie is er dan g<strong>een</strong> direct expliciet leerdoel, hoogstens <strong>een</strong><br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsdoel, maar zelfs dat is wellicht niet altijd aanwezig. Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door theorie<br />
en door reflectie daarentegen gebeuren all<strong>een</strong> als <strong>een</strong> doelgerichte en bewuste <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>g<br />
wordt geleverd.<br />
Bij <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door sociale <strong>in</strong>teractie spelen we<strong>de</strong>rzijdse op dat <strong>leren</strong> gerichte<br />
activiteiten tussen mensen <strong>een</strong> centrale rol. Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> omvat <strong>leren</strong> met, van en door<br />
elkaar. Er is dan <strong>in</strong> hoge mate sprake van samenwerkend <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
In het samenwerken van leraren ligt <strong>een</strong> uitdag<strong>in</strong>g tot we<strong>de</strong>rzijdse versterk<strong>in</strong>g besloten, ook<br />
wel ‘empowerment’ genoemd. Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door sociale <strong>in</strong>teractie zal zich <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijspraktijk, net als ervar<strong>in</strong>gs<strong>leren</strong> <strong>in</strong> vele situaties kunnen voordoen, dikwijls ook<br />
zon<strong>de</strong>r dat er bewust sprake is van <strong>een</strong> vooropgezet leerdoel. De bekwaamhe<strong>de</strong>n die behoren<br />
tot <strong>de</strong> competenties ‘samenwerken met collega’s’ en ‘samenwerken met <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g’ zijn<br />
spreken<strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door sociale <strong>in</strong>teractie.<br />
Als basisvorm van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door ervar<strong>in</strong>g en sociale <strong>in</strong>teractie komen we het<br />
leerl<strong>in</strong>g-gezel-meester systeem tegen waarbij het <strong>leren</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk op <strong>de</strong> werkplek<br />
plaatsv<strong>in</strong>dt. Ook <strong>in</strong> ons basison<strong>de</strong>rwijs was <strong>de</strong>ze ‘ambachtelijke’ vorm van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong> en beg<strong>in</strong> tw<strong>in</strong>tigste eeuw gebruikelijk. Met <strong>de</strong> komst van <strong>de</strong><br />
‘kweekscholen’ begon hier<strong>in</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g te ontstaan. De nadruk op het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong><br />
en van <strong>de</strong> praktijk is echter nimmer verdwenen. Doordat dit <strong>leren</strong> <strong>in</strong> en van <strong>de</strong> praktijk vanzelf<br />
en ook nog <strong>een</strong>s herhaal<strong>de</strong>lijk plaatsv<strong>in</strong>dt, zijn <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong>ze leerprocessen diep<br />
<strong>in</strong>gesleten en bezitten ze <strong>een</strong> grote mate van vanzelfsprekendheid. Een nu nog altijd<br />
gebruikelijke vorm van <strong>leren</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk is dat aanstaan<strong>de</strong> leraren ervar<strong>in</strong>g opdoen door<br />
ervaren leraren te observeren en vervolgens na te doen.<br />
Bij <strong>de</strong>ze vorm van ervar<strong>in</strong>gs<strong>leren</strong> kunnen aanstaan<strong>de</strong> leraren zich aspecten van <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> eigen maken en is <strong>in</strong> hoge mate sprake van mo<strong>de</strong>l<strong>leren</strong> (Bandura, 1986). Ook<br />
hier komt het belang van <strong>de</strong> rol die <strong>de</strong> mentor speelt naar voren. De mo<strong>de</strong>llen die <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar als belangrijk ervaart (‘significant others’) kunnen zowel <strong>een</strong> positief<br />
voorbeeld als <strong>een</strong> negatief voorbeeld vormen.<br />
Bij ervar<strong>in</strong>gs- en mo<strong>de</strong>l<strong>leren</strong> speelt bovendien reflectie <strong>een</strong> belangrijke rol (Bolhuis &<br />
Doornbos, 2000). Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door reflectie komt tot stand wanneer <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong><br />
zichzelf vragen stelt over het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> of als an<strong>de</strong>ren dat doen (Korthagen, Koster et al.,<br />
2002). Reflectie is <strong>een</strong> mentale activiteit, gericht op het on<strong>de</strong>rzoeken van het eigen han<strong>de</strong>len<br />
<strong>in</strong> <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> situatie (Bolhuis-Poortvliet & Snoek, 1996; Schwartz, 1996). Zelfreflectie<br />
omvat het vermogen om <strong>de</strong> eigen ontwikkel<strong>in</strong>g als <strong>leren</strong><strong>de</strong> te sturen (Griffiths & Tann, 1992).<br />
15
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
De z<strong>in</strong>volheid van reflectief <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> wordt bepaald door <strong>de</strong> functie en <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd<br />
van <strong>de</strong> na te streven bekwaamheid. Dat wil niet zeggen dat die z<strong>in</strong>volheid alléén wordt<br />
bepaald door die bekwaamheid waarop <strong>de</strong> kritische reflectie betrekk<strong>in</strong>g heeft. De z<strong>in</strong>volheid<br />
is me<strong>de</strong> afhankelijk van <strong>de</strong> motivatie van <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> om zich daarmee bezig te hou<strong>de</strong>n<br />
(Zeichner & Liston, 1996). In het ka<strong>de</strong>r van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> willen we daarom <strong>in</strong> navolg<strong>in</strong>g<br />
van Zeichner en Liston (1996) die het hebben over ‘reflective teach<strong>in</strong>g’, spreken van<br />
‘reflecterend <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’.<br />
In navolg<strong>in</strong>g van Griffiths & Thann (1992), on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n we aan die reflectie vijf dimensies<br />
waaruit eigenschappen zijn af te lei<strong>de</strong>n die het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> op<br />
competentiegerichte werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kunnen karakteriseren.<br />
1. ‘Rapid reflection’: ‘immediate and automatic reflection <strong>in</strong> action’: dit impliceert dat <strong>de</strong><br />
(aanstaan<strong>de</strong>) leraar terwijl hij les leert geven terstond en automatisch reflecteert. Ondanks<br />
het rout<strong>in</strong>ematige karakter zal niet elke (aanstaan<strong>de</strong>) leraar op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze reageren.<br />
Aannemelijk is bovendien dat <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraar <strong>de</strong>ze vorm van reflecteren zelf ook zal<br />
moeten <strong>leren</strong>.<br />
2. ‘Repair’ (herstellen): ‘thoughtful reflection <strong>in</strong> action’: hoewel er sprake is van snelle<br />
reflectie is er voor <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraar nu be<strong>de</strong>nktijd, <strong>een</strong> korte pauze om na te <strong>de</strong>nken<br />
hoe te gaan han<strong>de</strong>len.<br />
3. ‘Review’ (ervar<strong>in</strong>g opdoen, zich eigen maken): ‘less formal reflection on action at a<br />
particular po<strong>in</strong>t of time’: dit omvat met name terugkijken op <strong>de</strong> lesactiviteit, veelal met <strong>een</strong><br />
of meer collega’s.<br />
4. ‘Research’: ‘more systematic reflection on action over a period of time’: <strong>de</strong> observaties en<br />
<strong>de</strong> reflecties van <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraar krijgen <strong>een</strong> meer systematisch karakter en richten<br />
zich op bepaal<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen geduren<strong>de</strong> <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> tijd.<br />
5. ‘Rhetoriz<strong>in</strong>g and research’: ‘longterm reflection on action <strong>in</strong>formed by public aca<strong>de</strong>mic<br />
theories’: hier is reflectie meer abstract en duurt enkele maan<strong>de</strong>n of jaren. De (aanstaan<strong>de</strong>)<br />
leraar overweegt <strong>de</strong> wetenschappelijke theorieën en vergelijkt <strong>de</strong>ze met zijn eigen<br />
praktijktheorieën. Bei<strong>de</strong> laatste dimensies liggen <strong>in</strong> elkaars verleng<strong>de</strong>. Samenvattend<br />
benoemen we dit met <strong>de</strong> uitdrukk<strong>in</strong>g ‘on<strong>de</strong>rzoekend <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’.<br />
Uit <strong>de</strong>ze beschrijv<strong>in</strong>g lei<strong>de</strong>n we <strong>in</strong> elk geval twee eigenschappen af waarvan te verwachten is<br />
dat <strong>de</strong>ze voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g van belang zijn. De eerste<br />
eigenschap is het meest herkenbaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> dimensie en heeft betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong><br />
verhoud<strong>in</strong>g tussen theorie en praktijk. De twee<strong>de</strong> eigenschap heeft te maken met <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
dimensies herkenbare overgang <strong>in</strong> <strong>de</strong> tijd naar <strong>een</strong> meer systematisch zelfsturend en<br />
on<strong>de</strong>rzoekend <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Aannemelijk is dat mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g belangrijke<br />
begeleid<strong>in</strong>gskenmerken zullen zijn om <strong>de</strong> competenties die dat reflecterend en on<strong>de</strong>rzoekend<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> omvatten, te helpen ontwikkelen. Voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is reflectie<br />
waarbij van mentor of coach feedback wordt verkregen over <strong>de</strong> eigen vaardighe<strong>de</strong>n en<br />
houd<strong>in</strong>gen, dikwijls betrokken op het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van ervar<strong>in</strong>gs<strong>leren</strong> (Bolhuis-<br />
Poortvliet & Snoek, 1996; Reiman, 1999).<br />
‘Reflective teach<strong>in</strong>g’ wordt gezien als <strong>een</strong> eigenschap van effectieve leraren (Hen<strong>de</strong>rson,<br />
1996; LaBoskey, 1994; Lyons, 1998; Zeichner & Liston, 1996). Voortdurend reflecteren,<br />
aanpassen en <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong> leerbehoeften en mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar staan<br />
centraal <strong>in</strong> het toepassen van ‘reflecterend <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’. Reflectie vatten we daarmee op<br />
als <strong>een</strong> belangrijke bekwaamheid of competentie van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
16
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In dit licht zien we <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk lerarenopleid<strong>in</strong>gen ook op grote schaal kiezen voor<br />
‘competentiegerichte’ on<strong>de</strong>rwijsvormen (Vermunt, 2006). Een bijkomend argument voor <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g daarvan is <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> noodzaak tot flexibiliser<strong>in</strong>g (toenemen<strong>de</strong> heterogeniteit van<br />
<strong>in</strong>stroom). Een an<strong>de</strong>r argument heeft betrekk<strong>in</strong>g op nieuwe <strong>in</strong>zichten over het <strong>leren</strong> van<br />
leraren (het <strong>leren</strong> van complexe han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> authentieke beroepspraktijk). Voor <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g neemt daardoor <strong>de</strong> plaats van <strong>de</strong> partnerschool als leer- en werkplaats <strong>in</strong> belang toe<br />
(De<strong>in</strong>um et al., 2005).<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze competentiegerichte on<strong>de</strong>rwijsvormen betekent <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> dat <strong>een</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar zich op het beroep van leraar gerichte competenties moet eigen maken. In<br />
navolg<strong>in</strong>g van Wouda & Snoek (2003) omschrijven we <strong>een</strong> competentie of bekwaamheid als<br />
het vermogen om op basis van aanwezige kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen a<strong>de</strong>quaat te<br />
kunnen han<strong>de</strong>len <strong>in</strong> complexe beroepssituaties. Dit vermogen omvat ook het kunnen<br />
reflecteren op en het verantwoor<strong>de</strong>n van keuzes en besliss<strong>in</strong>gen die tij<strong>de</strong>ns dat han<strong>de</strong>len<br />
wor<strong>de</strong>n gemaakt. Wat elke aanstaan<strong>de</strong> leraar straks als beg<strong>in</strong>nend leraar aan competenties<br />
moet bezitten, vloeit s<strong>in</strong>ds 1997 voort uit <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> startbekwaamheidseisen<br />
(On<strong>de</strong>rwijsraad, 1998; SLO-VSLPC, 1997).<br />
Primair doel voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar die leert <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is daarmee te gaan voldoen aan<br />
<strong>de</strong> eisen die gesteld wor<strong>de</strong>n aan <strong>een</strong> startbekwame leraar. Omgekeerd impliceert dit dat<br />
diezelf<strong>de</strong> eisen voor <strong>de</strong> betrokken actoren <strong>in</strong> belangrijke mate <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zullen bepalen. De Sticht<strong>in</strong>g Beroepskwaliteit Leraren (SBL)<br />
bracht <strong>in</strong> 2004, namens <strong>de</strong> beroepsgroep leraren, <strong>een</strong> voorstel uit over <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze<br />
bekwaamheidseisen.<br />
Recent zijn <strong>de</strong> zeven door <strong>de</strong> SBL ontwikkel<strong>de</strong> beroepscompetenties geformaliseerd <strong>in</strong> het<br />
Besluit bekwaamheidseisen on<strong>de</strong>rwijspersoneel (23 augustus 2005, nr. 05.000562).<br />
De beroepscompetenties hebben betrekk<strong>in</strong>g op zeven bekwaamheidsgebie<strong>de</strong>n:<br />
- vier competenties hebben te maken met het directe on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas en het contact met<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren: pedagogisch, didactisch, organisatorisch en <strong>in</strong>terpersoonlijk (<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
<strong>in</strong>teractie van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren);<br />
- twee competenties hebben te maken met samenwerken (één met collega’s en één met <strong>de</strong><br />
omgev<strong>in</strong>g);<br />
- één competentie heeft betrekk<strong>in</strong>g op stur<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Het werken met ‘competentiegerichte’ on<strong>de</strong>rwijsvormen heeft gevolgen voor <strong>de</strong> praktijk<br />
zowel als voor <strong>de</strong> theorie. Zo dw<strong>in</strong>gt <strong>de</strong>ze aanpak <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen tot <strong>een</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong> curriculumbeschrijv<strong>in</strong>g (Wouda & Snoek, 2003). Van <strong>de</strong>n Akker (2003) wijst<br />
<strong>in</strong> dit verband op tien componenten die dusdanig samenhangen dat veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ene<br />
component gevolgen heeft voor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re. Zo zal bij curriculumvernieuw<strong>in</strong>g <strong>een</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> component rationale meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gevolgen hebben voor <strong>de</strong> componenten doel,<br />
<strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g, maar ook voor <strong>de</strong> componenten leeractiviteiten, toets<strong>in</strong>g, rol van <strong>de</strong><br />
docent, leermid<strong>de</strong>len of locatie en tijd. Bij <strong>een</strong> competentiegerichte aanpak ligt het leertraject<br />
om tot competent han<strong>de</strong>len te komen m<strong>in</strong><strong>de</strong>r vast. Bijna paradoxaal lijkt dat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze situatie<br />
het e<strong>in</strong>dresultaat, <strong>de</strong> startbekwaamheid, belangrijker wordt dan <strong>de</strong> route waarlangs <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar dit resultaat bereikt. Toch lijkt dit schijn aangezien er meer mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
ontstaan voor flexibiliteit en <strong>in</strong>dividuele leerroutes.<br />
De conclusie is dan dat zeker afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong><br />
kenmerk b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zal zijn dat aan belang w<strong>in</strong>t.<br />
17
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Tegelijkertijd staan bij competentiegericht oplei<strong>de</strong>n begrippen centraal als zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid,<br />
zelfstur<strong>in</strong>g en ontwikkel<strong>in</strong>g van het <strong>leren</strong>d vermogen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar.<br />
Competentiegerichte on<strong>de</strong>rwijsvormen wijken op enkele punten af van <strong>de</strong> meer gebruikelijke<br />
leraargecentreer<strong>de</strong> en curriculumgebon<strong>de</strong>n werkwijzen. In meer traditionele on<strong>de</strong>rwijsvormen<br />
<strong>leren</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren vooral vanuit <strong>een</strong> <strong>in</strong>structieperspectief hoe ze <strong>de</strong> curriculumleerstof<br />
op <strong>een</strong> effectieve en efficiënte manier aan <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen kunnen overdragen. Maar ook hoe ze<br />
hun leerl<strong>in</strong>gen kunnen sturen en hen motiveren om te <strong>leren</strong>. Bij competentiegericht on<strong>de</strong>rwijs<br />
ligt meer nadruk op kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren om te <strong>leren</strong><br />
het on<strong>de</strong>rwijs af te stemmen op <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n en leerbehoeften van hun leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Samenwerken, reflectie en zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid zijn daarbij kernbegrippen. Aannemelijk<br />
is daarmee dat <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zowel <strong>de</strong><br />
nadruk op <strong>de</strong>ze ‘nieuwe’ elementen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> alsook <strong>de</strong> meer traditionele<br />
kenmerken van <strong>een</strong> ‘gewone’ stageplaats zullen weerspiegelen.<br />
De wijzen waarop het op competenties gerichte <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> vull<strong>in</strong>g kan krijgen vormt<br />
voor vele lerarenopleid<strong>in</strong>gen nog <strong>een</strong> zoektocht. Eer<strong>de</strong>r zagen we al dat uit<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten dui<strong>de</strong>lijk blijkt dat all<strong>een</strong> ‘learn<strong>in</strong>g off the job’ voor het verwerven van<br />
competenties ontoereikend is (Alexan<strong>de</strong>r & Murphy, 1999; Teune, 2004; Teurl<strong>in</strong>gs & San<strong>de</strong>n,<br />
1999). An<strong>de</strong>rs geformuleerd <strong>leren</strong> ‘over’ on<strong>de</strong>rwijs en <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is onvoldoen<strong>de</strong> om te<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Maar <strong>de</strong> vraag is evenzo legitiem <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> grotere nadruk op<br />
‘learn<strong>in</strong>g on the job’ b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> bevor<strong>de</strong>rt.<br />
Voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g staat <strong>de</strong> vraag centraal op welke wijze <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> staat is, of kan wor<strong>de</strong>n gesteld, om <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
hogeschool verworven kennis en vaardighe<strong>de</strong>n toe te passen op <strong>de</strong> werkplek van <strong>de</strong><br />
basisschool. Maar ook omgekeerd hoe <strong>de</strong>ze <strong>de</strong> opgedane ervar<strong>in</strong>gen kan reflecteren aan reeds<br />
beken<strong>de</strong> en on<strong>de</strong>rzochte theoretische <strong>in</strong>zichten. Ook <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van het competentiegerichte<br />
perspectief staat nog allerm<strong>in</strong>st vast, terwijl ook over <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iër<strong>in</strong>g van het begrip<br />
‘competenties’ nog discussie bestaat zoals volgt uit <strong>de</strong> ‘z<strong>in</strong> en onz<strong>in</strong> van competentiegericht<br />
oplei<strong>de</strong>n’ (Korthagen, 2004). Het is dan ook we<strong>in</strong>ig verrassend dat on<strong>de</strong>rzoek door <strong>de</strong><br />
Inspectie on<strong>de</strong>r acht lerarenopleid<strong>in</strong>gen uitwijst, dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>voer<strong>in</strong>g van competentiegericht<br />
oplei<strong>de</strong>n niet probleemloos verloopt (Inspectie van het On<strong>de</strong>rwijs, 2003). Van belang is <strong>de</strong><br />
constater<strong>in</strong>g dat één van <strong>de</strong> knelpunten, <strong>de</strong> borg<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> school als<br />
leerplaats, me<strong>de</strong> lijkt terug te voeren op <strong>de</strong> we<strong>in</strong>ig structurele relatie die <strong>de</strong>ze<br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen met scholen on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n. Eer<strong>de</strong>r al zagen we op basis van<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten bovendien het belang van afspraken b<strong>in</strong>nen partnerschappen benadrukt.<br />
Vanuit <strong>een</strong> leertheoretisch perspectief zijn we <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze paragraaf <strong>in</strong>gegaan op kenmerken van<br />
<strong>de</strong> nieuwe vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren. Waar mogelijk en relevant<br />
is aangegeven of <strong>de</strong> eraan on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n functionele, <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en vormgev<strong>in</strong>gskenmerken<br />
consequenties hebben voor en me<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g geven aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Herkenbaar is dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur wat betreft het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
naar <strong>in</strong>houd en vorm uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong>, maar ook overlappen<strong>de</strong> en aanvullen<strong>de</strong> accenten wor<strong>de</strong>n<br />
gelegd.<br />
18
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kunnen we <strong>in</strong> elk geval wel <strong>een</strong> drietal<br />
conclusies trekken. De eerste is dat <strong>de</strong> nadruk die <strong>de</strong> laatste jaren blijkt te wor<strong>de</strong>n gelegd op<br />
het functionele, beroepsgerichte karakter bij competentiegerichte vormen van <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> me<strong>de</strong>bepalend zal zijn voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>gskenmerken van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Het lijkt daarbij op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats aannemelijk dat het benadrukken van<br />
bepaal<strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke of vormgev<strong>in</strong>gsaspecten zoals bij competentiegericht <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
zich zal weerspiegelen <strong>in</strong> het benadrukken van bepaal<strong>de</strong> elementen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Concreet is bijvoorbeeld te <strong>de</strong>nken aan elementen van kenmerken als<br />
‘balans theorie en praktijk, zelfstur<strong>in</strong>g, afstemm<strong>in</strong>g op behoeften, kenmerken<strong>de</strong> situaties’ en<br />
‘zelfevaluatie’. Tegelijkertijd zien we op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats het belang van mentor<strong>in</strong>g en<br />
coach<strong>in</strong>g als begeleid<strong>in</strong>gskenmerken voor het competentiegericht <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g noodzakelijkerwijs toenemen.<br />
Vanuit <strong>de</strong>ze conclusies zullen we <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf nagaan welke kenmerken aan <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur zijn af te lei<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong><br />
verkenn<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g, troffen we meermalen <strong>de</strong> uitdrukk<strong>in</strong>g<br />
‘krachtige’ werk- en leeromgev<strong>in</strong>g aan. We veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong>n dat aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bepaal<strong>de</strong> kenmerken zijn aan te wijzen die het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren ook krachtig kunnen bevor<strong>de</strong>ren (vgl. Bergen, 2001; Lo<strong>de</strong>wijks, 1993;<br />
Roelofs & Visser, 2001). Wanneer <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur sprake is van <strong>een</strong> ‘krachtige’<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g gaan we na op welke kenmerken dit betrekk<strong>in</strong>g heeft en waarom.<br />
2.2 Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf on<strong>de</strong>rzoeken we welke kenmerken vanuit nationale en <strong>in</strong>ternationale<br />
on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n aan krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. De literatuurstudie richtte zich<br />
voornamelijk op nationale en <strong>in</strong>ternationale literatuur vanaf <strong>de</strong> jaren ’90.<br />
Met behulp van ‘Current Contents Social & Behavioral Sciences’ hebben we Engelstalige<br />
literatuur verkregen op basis van <strong>een</strong> elektronisch zoekprofiel. In dit profiel zijn gerichte<br />
zoekwoor<strong>de</strong>n opgenomen zoals: ‘Professional Development (Schools), school-based (teacher)<br />
education, college of education, on the job tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g, (powerful) learn<strong>in</strong>g environment,<br />
workplace learn<strong>in</strong>g, learn<strong>in</strong>g on the workplace, <strong>in</strong>duction, <strong>in</strong>-servicetra<strong>in</strong><strong>in</strong>g, mentor<strong>in</strong>g’.<br />
Tevens zijn er <strong>de</strong> beschikbare educatieve tijdschriften <strong>in</strong> opgenomen (‘journals of education’).<br />
Op soortgelijke wijze is naast dit Engelstalige zoekprofiel ook <strong>een</strong> Ne<strong>de</strong>rlandstalig<br />
zoekprofiel uitgewerkt. Op basis van bei<strong>de</strong> zoekprofielen is uit <strong>de</strong> universiteitsdatabanken en<br />
bibliotheken aanvullen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur (hardcopy zowel als electronic) verkregen met<br />
behulp van digitale zoekprogramma’s zoals PiCarta en Google.<br />
Een krachtige leeromgev<strong>in</strong>g beoogt het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren te bevor<strong>de</strong>ren<br />
(vgl. Bergen, 2001; Lo<strong>de</strong>wijks, 1993; Roelofs & Visser, 2001). De aanstaan<strong>de</strong> leraren moeten<br />
<strong>in</strong> zo’n omgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong>tensief, diepgaand en gevarieerd kunnen <strong>leren</strong> (vgl. Munnik &<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil, 2001). Het gaat er bij het <strong>leren</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren om hun <strong>leren</strong> zo te<br />
arrangeren, dat zij zelf op hun beurt weer <strong>in</strong> staat zijn <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g te realiseren<br />
voor hun leerl<strong>in</strong>gen (Borko & Putnam, 1996; G<strong>in</strong>sburg & L<strong>in</strong>dsay, 1995).<br />
19
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Feiman-Nemser (2000) pleit ervoor om <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van leraren <strong>in</strong> te<br />
bouwen <strong>in</strong> het gewone werk, gerelateerd aan vragen en an<strong>de</strong>re belangrijke zaken voor leraren.<br />
Er moet <strong>een</strong> structuur en cultuur <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs zijn waar<strong>in</strong> <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> en van <strong>de</strong><br />
praktijk en vooral van elkaar, als cont<strong>in</strong>u proces wordt gewaarborgd. In <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> niet all<strong>een</strong> leerl<strong>in</strong>gen, maar ook aanstaan<strong>de</strong> leraren en hun<br />
mentoren. Hier<strong>in</strong> past <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g dat leraren bereid zijn hun kennis over hun eigen<br />
lespraktijk voortdurend te verbeteren (Edwards, 2001).<br />
K<strong>in</strong>cheloe benadrukt dat <strong>de</strong> eigen bekwaamheid, ervar<strong>in</strong>gen en behoeften nadrukkelijk (of<br />
me<strong>de</strong>) als uitgangspunt dienen te wor<strong>de</strong>n genomen bij <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van<br />
leraren. Hij stelt daarmee <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van leraren centraal (K<strong>in</strong>cheloe,<br />
1991). Ook Bergen et al. (2001) zien het gebruiken van <strong>de</strong> eigen kennis en ervar<strong>in</strong>gen van<br />
leraren als belangrijk uitgangspunt voor <strong>leren</strong>. Wij <strong>de</strong>nken dat dit ook geldt voor aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. De werkplek b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is te beschouwen als <strong>een</strong><br />
praktijkleerplaats (Koot & Dekker, 1999). Het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong> werkplek kunnen we<br />
op die manier ook omschrijven als het <strong>leren</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van het werk.<br />
Kessels <strong>in</strong>troduceert <strong>in</strong> dit verband het begrip ‘corporate curriculum’ (Kessels, 2001a, 2001b).<br />
Het ‘corporate curriculum’, het leerplan van <strong>een</strong> organisatie, heeft betrekk<strong>in</strong>g op het<br />
transformeren van <strong>de</strong> dagelijkse werkomgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> omgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> <strong>leren</strong> en werken<br />
samenvallen: <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> rijk en gevarieerd landschap dat me<strong>de</strong>werkers stimuleert<br />
en on<strong>de</strong>rsteunt <strong>in</strong> het noodzakelijke <strong>leren</strong>.<br />
In <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rzoek van Onstenk (1997) naar het werkplek<strong>leren</strong> <strong>in</strong> het mid<strong>de</strong>lbaar beroepson<strong>de</strong>rwijs<br />
wor<strong>de</strong>n leerprocessen en leereffecten beschreven en <strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n geanalyseerd<br />
om <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g te verkrijgen.<br />
Voor Onstenk hangt <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> werkplek als krachtige leeromgev<strong>in</strong>g af van <strong>de</strong><br />
didactische vormgev<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> structurer<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van het<br />
leerwerkproces. De <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g daarvan laat volgens Onstenk <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk echter nogal <strong>een</strong>s te<br />
wensen over. Hij wijst ook op het belang dat <strong>de</strong> werkplek heeft voor <strong>de</strong> organisatie. Dit<br />
belang kan tot uitdrukk<strong>in</strong>g komen <strong>in</strong> afspraken of protocollen die <strong>de</strong> organisatie daarover<br />
vastlegt. Elementen die hierbij <strong>een</strong> rol spelen zijn <strong>de</strong> betal<strong>in</strong>g of vergoed<strong>in</strong>g die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar krijgt, <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>g van het schoolteam, <strong>de</strong> afspraken en het regelmatig contact tussen<br />
coach en mentor en an<strong>de</strong>re teamle<strong>de</strong>n. De <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kenmerken van <strong>de</strong> leerwerkplek zijn<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze optiek samen te vatten <strong>in</strong> vier kwaliteitseisen. Het gaat om a) het realiteitsgehalte van<br />
<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g voor het beroep, b) <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> kennis voor het beroepsniveau, c) het <strong>in</strong>zicht<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> beroepsuitoefen<strong>in</strong>g en d) <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> beroepsuitoefen<strong>in</strong>g.<br />
Van belang is dus <strong>de</strong> variatie, het moeilijkheidsniveau en <strong>de</strong> breedte van <strong>de</strong> taak<strong>in</strong>houd <strong>in</strong><br />
relatie tot het latere beroep. Dat betekent ons <strong>in</strong>ziens dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar met volledige taken te maken krijgt en betrokken wordt bij <strong>de</strong><br />
voorbereid<strong>in</strong>g, uitvoer<strong>in</strong>g, on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g en kwaliteitscontrole. De nodige han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsspeelruimte<br />
daarbij voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en samenwerk<strong>in</strong>g met <strong>een</strong> reeds ervaren leraar zijn<br />
essentieel om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar voor te berei<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van het beroep.<br />
In het verleng<strong>de</strong> hiervan blijkt, weliswaar specifiek gericht op <strong>een</strong> project voor zij-<strong>in</strong>stromers<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> vier grote ste<strong>de</strong>n, <strong>in</strong> 2001 <strong>een</strong> lijst met eigenschappen van <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> werkplek te zijn<br />
opgesteld die voor onze on<strong>de</strong>rzoeksdoelstell<strong>in</strong>g naar <strong>de</strong> kenmerken relevant kunnen zijn<br />
(Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s, 2001). Een eerste van <strong>de</strong>ze eigenschappen heeft<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> ‘breedte’ van <strong>de</strong> werkplek.<br />
20
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Zij impliceert dat <strong>de</strong> werksituatie <strong>de</strong> mogelijkheid biedt om taken en problemen aan te pakken<br />
die representatief zijn voor het beroep waarvoor wordt opgeleid. Dit betekent dat het<br />
complexiteitsniveau van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g van belang is. Daarb<strong>in</strong>nen biedt <strong>de</strong><br />
werksituatie <strong>de</strong> mogelijkheid (op termijn) te functioneren op het niveau dat van <strong>een</strong><br />
aankomend professional mag wor<strong>de</strong>n verwacht. Dit betekent dat <strong>de</strong> werkplek<br />
actualiteitswaar<strong>de</strong> dient te bezitten. Kenmerkend voor <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is daarmee<br />
<strong>de</strong> mogelijkheid om te werken met up-to-date <strong>in</strong>zichten, metho<strong>de</strong>n en hulpmid<strong>de</strong>len. De<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar moet hier b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wel toe <strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid<br />
wor<strong>de</strong>n gesteld en bij wor<strong>de</strong>n begeleid. Ook nu wordt <strong>de</strong> noodzaak benadrukt te zorgen voor<br />
<strong>de</strong> werkplek als <strong>een</strong> veilige, maar wel uitdagen<strong>de</strong> beroepssituatie. Evenals het kunnen<br />
experimenteren <strong>in</strong> en buiten <strong>de</strong> groep(en), reflectie op het werk en <strong>leren</strong> van fouten.<br />
Een nieuw kenmerk dat <strong>de</strong> projectgroep benoemt is dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong>elneemt aan<br />
alle overlegsituaties en voor <strong>de</strong> beroepsgroep relevante activiteiten die normaliter tot <strong>de</strong><br />
functie behoren. Een <strong>de</strong>rgelijke participatie hangt overigens wel af van <strong>de</strong> kennis en<br />
vaardighe<strong>de</strong>n waarover <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar beschikt. Conditioneel is dat <strong>de</strong> partners <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong>richten op basis van tripartiete samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken. Tripartiete<br />
wil hier zeggen dat <strong>een</strong> contract is opgemaakt tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> partnerschool en<br />
<strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g. Hier<strong>in</strong> is <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g werk<strong>de</strong>el-leer<strong>de</strong>el op <strong>een</strong> zodanige manier<br />
vastgelegd dat bei<strong>de</strong> componenten elkaar on<strong>de</strong>rsteunen waardoor <strong>de</strong> kans op het bereiken van<br />
<strong>de</strong> startbekwaamheidseisen door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt vergroot. Om <strong>de</strong> gezamenlijk<br />
gedragen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren te<br />
concretiseren zullen <strong>de</strong> partners afspraken willen maken over ie<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>breng en taken <strong>in</strong> het<br />
partnerschap (Popeijus et al., 2006).<br />
In Ne<strong>de</strong>rland is dit zichtbaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> regionale convenanten die hogescholen en besturen van<br />
basisscholen sluiten. In <strong>de</strong>ze convenanten maken <strong>de</strong> partners samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken over<br />
ie<strong>de</strong>rs rol en verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n bij het oplei<strong>de</strong>n van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong> school<br />
(<strong>Hogeschool</strong> De Kempel, 2004a, 2004b; Popeijus, 2006). Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken<br />
beschouwen we als <strong>een</strong> conditionele eigenschap voor <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g en vormen<br />
<strong>de</strong> grondslag voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g ervan (Popeijus et al., 2006). Deze afspraken zijn dikwijls<br />
<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> het regionale arbeidsmarktbeleid en <strong>in</strong> het <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid (IPB) van <strong>de</strong><br />
scholen.<br />
Een an<strong>de</strong>re groep van kenmerken troffen we aan bij Boud et al (2001) die voor programma’s<br />
voor werkplek<strong>leren</strong> <strong>een</strong> zestal kenmerken benoemen:<br />
1. ‘work is the curriculum’: het leerprogramma gaat uit van <strong>de</strong> behoeften uit <strong>de</strong> praktijk en<br />
die van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar;<br />
2. <strong>de</strong> el<strong>de</strong>rs verworven competenties vormen <strong>de</strong> basis voor het leerprogramma;<br />
3. er is <strong>een</strong> partnerschap tussen school en opleid<strong>in</strong>g;<br />
4. <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar heeft <strong>een</strong> contract met het bestuur en er is sprake van <strong>een</strong> leerplan;<br />
5. het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar moet zichtbaar bijdragen aan <strong>de</strong> organisatie;<br />
6. <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kan via werkplek<strong>leren</strong> <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen bereiken.<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil (1999) beschrijft stelregels voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Naar zijn opvatt<strong>in</strong>g is <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong>gericht vanuit <strong>een</strong> hel<strong>de</strong>re visie waaraan<br />
<strong>een</strong> tweeledig perspectief is te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>in</strong>groei <strong>in</strong> het maatschappelijk leven.<br />
21
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Dit laatste perspectief is waar het gaat om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, enigsz<strong>in</strong>s ‘ruim’<br />
geïnterpreteerd als <strong>een</strong> groei naar <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n. Ook voor Vreug<strong>de</strong>nhil is<br />
kenmerkend voor <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong>ze beschikt over up-to-date, complete en<br />
kritisch geselecteer<strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n en rijk is aan mid<strong>de</strong>len en materialen. Tevens nodigt zo’n<br />
omgev<strong>in</strong>g uit tot activiteit en is ze realistisch en verwijzend naar praktische situaties die<br />
kritisch-pedagogisch gekozen zijn. Bij Vreug<strong>de</strong>nhil treffen we <strong>een</strong> koppel<strong>in</strong>g aan naar <strong>de</strong><br />
vormgev<strong>in</strong>g van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> waar hij aangeeft dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te maken<br />
krijgt met <strong>een</strong> variëteit aan rolmo<strong>de</strong>llen waaron<strong>de</strong>r die van mentor. Zijn stelregels impliceren<br />
dat <strong>een</strong> leeromgev<strong>in</strong>g (eerst) krachtige kenmerken bevat wanneer ze is gericht op (<strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van) zelfsturend <strong>leren</strong> en op zelfevaluatie en competentiegevoel. Ook bij<br />
Edwards (2001) treffen we <strong>een</strong> soortgelijke opvatt<strong>in</strong>g aan: <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g moet zo<br />
zijn <strong>in</strong>gericht dat (aanstaan<strong>de</strong>) leraren hun eigen manier van <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> kunnen ontwikkelen.<br />
Net als bij <strong>de</strong> Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s (2001) lijken hier <strong>de</strong> emotionele veiligheid<br />
en het <strong>in</strong>spireren tot <strong>leren</strong> als <strong>een</strong> conditioneel kenmerk aanwijsbaar voor <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Daarnaast kenmerkt <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zich door <strong>een</strong> sociaal-<strong>in</strong>teractief<br />
karakter met voldoen<strong>de</strong> affectieve impulsen en gevarieer<strong>de</strong> leerroutes die ‘pen<strong>de</strong>len’ tussen<br />
<strong>in</strong>formatie, subjectief concept en praktijk. On<strong>de</strong>r subjectief concept is te verstaan het geheel<br />
aan eigen men<strong>in</strong>gen en opvatt<strong>in</strong>gen, waar<strong>de</strong>n en normen, parate kennis, voorkeuren en<br />
<strong>in</strong>teresses, verwerkte emoties en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsschema’s (Vreug<strong>de</strong>nhil, 2000; Knol & Tillema,<br />
1995). Door koppel<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>formatie uit theorie en praktijk ontwikkelt het subjectief concept<br />
zich tot <strong>een</strong> professioneel <strong>in</strong>tern werkconcept. Faciliterend voor <strong>de</strong>ze pen<strong>de</strong>l of uitwissel<strong>in</strong>g<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kan <strong>een</strong> doordacht en functioneel gebruik van <strong>in</strong>formatie- en<br />
communicatietechnologie zijn. Wat <strong>de</strong> begrippen doordacht en functioneel daadwerkelijk<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n, werkt Vreug<strong>de</strong>nhil hier niet ver<strong>de</strong>r uit. In <strong>de</strong>ze visie is <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g<br />
op <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> afgestemd <strong>in</strong> zijn fysieke en virtuele (elektronische of digitale) functies.<br />
In over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> stelregels is het benadrukken van differentiatie naar<br />
niveau en leerstijl en van aandacht voor cultuur- en taaldiversiteit. Een laatste kenmerk is dat<br />
<strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie.<br />
On<strong>de</strong>r <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie verstaan we <strong>een</strong> organisatie waarvan <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n voortdurend<br />
bewust gericht zijn op het ontwikkelen van hun eigen <strong>leren</strong> en het <strong>leren</strong> samen met an<strong>de</strong>ren<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> organisatie. Er is sprake van <strong>een</strong> <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> organisatie als geheel. De samenhang<br />
tussen het <strong>leren</strong> op <strong>de</strong>ze drie ‘niveaus’ is dusdanig dat <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>ue veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
gewenste richt<strong>in</strong>g optreedt op alle drie <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> niveaus (Bolhuis & Simons, 2001).<br />
Lo<strong>de</strong>wijks (1993) werkt zes aandachtspunten uit voor het creëren van krachtige<br />
on<strong>de</strong>rwijsarrangementen die van belang zijn voor het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van kenmerken van<br />
krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Allereerst is ook bij hem <strong>een</strong> voorwaar<strong>de</strong>lijk kenmerk dat<br />
<strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>gen compleet en rijk zijn <strong>in</strong>gericht. Daarbij omvat <strong>een</strong> complete leeromgev<strong>in</strong>g<br />
alle <strong>de</strong>nkbare <strong>in</strong>grediënten die <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> leerprocessen mogelijk moeten maken.<br />
Leeromgev<strong>in</strong>gen zijn rijk wanneer ze zijn toegesne<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele behoeften,<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n en stijlen van <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong>, wanneer ze variaties <strong>in</strong> leerstrategieën toelaten en<br />
uitnodigen tot activiteit. Dit impliceert dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>g is gericht op het faciliteren en prioriteren van <strong>de</strong> leeractiviteiten van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar (vgl. Bergen et al., 2001).<br />
Kenmerkend voor het aanbod b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>de</strong> zorg voor <strong>een</strong><br />
doorgaan<strong>de</strong> lijn (McIntyre & Hagger, 1992).<br />
22
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Maar ook voor het realistisch karakter van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dat wil zeggen dat <strong>de</strong>ze<br />
omgev<strong>in</strong>g tenm<strong>in</strong>ste naar concrete <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n of situaties verwijst. Vanuit <strong>de</strong>ze visie impliceert<br />
dit dat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g situatie- en <strong>in</strong>houdsgebon<strong>de</strong>n<br />
plaatsv<strong>in</strong>dt en dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar voortdurend ervaart wat hij met <strong>de</strong> geleer<strong>de</strong> kennis kan<br />
doen. Deze situatiegebon<strong>de</strong>nheid van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is daarmee te zien als <strong>een</strong><br />
essentieel kenmerk van het <strong>leren</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g. Lo<strong>de</strong>wijks benadrukt nog dat<br />
leeromgev<strong>in</strong>gen mo<strong>de</strong>llen dienen te bevatten en dat ze voorzien <strong>in</strong> a<strong>de</strong>quate mentor<strong>in</strong>g of<br />
coach<strong>in</strong>g. In dat verband wijst Edwards (2001) op <strong>de</strong> taak van mentoren om besliss<strong>in</strong>gen die<br />
ze tij<strong>de</strong>ns het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> maken te expliciteren voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Lo<strong>de</strong>wijks (1993)<br />
vult daarop aan dat mentoren tot taak hebben <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aan te moedigen om hen te<br />
observeren en vragen te stellen.<br />
Opvallend <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze opvatt<strong>in</strong>gen is dat bei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> ‘navigatie’ <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> gelei<strong>de</strong>lijk<br />
aan steeds meer overlaten aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Een wezenlijk kenmerk van <strong>een</strong> krachtige<br />
leeromgev<strong>in</strong>g is daarmee dat <strong>in</strong> <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijke omgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar steeds meer zelf<br />
leert te <strong>leren</strong>. Het evenwicht kan verschuiven van stur<strong>in</strong>g naar zelfstur<strong>in</strong>g wanneer <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar heeft geleerd zelfstandig te <strong>leren</strong> (Simons, 1999). Dit impliceert dat <strong>een</strong><br />
krachtige leeromgev<strong>in</strong>g zich kenmerkt door ruimte voor zelfstandig <strong>leren</strong> (zelfregulatie) en<br />
tegelijkertijd voor voldoen<strong>de</strong> systematische begeleid<strong>in</strong>g (externe stur<strong>in</strong>g) (De Corte, 1990).<br />
Tegelijkertijd betekent dit, dat om te kunnen spreken van <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g voor<br />
(aanstaan<strong>de</strong>) leraren op <strong>de</strong> werkplek, ‘ownership’ van en actieve <strong>de</strong>elname aan <strong>de</strong><br />
leeractiviteiten door <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraren als kenmerken zijn aan te wijzen (Bergen et al.,<br />
2001). Het betekent dus dat kenmerkend voor <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g is dat aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn (en kunnen zijn) voor hun eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
(Korthagen, Tigchelaar et al., 2002).<br />
Wat die beroepsgebon<strong>de</strong>nheid betreft doen enkele opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van het<br />
project Educatief Partnership (2002) verslag van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen bij verschillen<strong>de</strong> duale<br />
opleid<strong>in</strong>gstrajecten. In <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gstrajecten is <strong>een</strong> grote plaats <strong>in</strong>geruimd voor het <strong>leren</strong> <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> praktijk, waarbij werken en <strong>leren</strong> samengaan. Uit <strong>de</strong> voortgangsrapportage blijkt vooral dat<br />
duale opleid<strong>in</strong>gstrajecten op verschillen<strong>de</strong> wijzen vorm krijgen. Wat opvalt is echter dat over<br />
mentor<strong>in</strong>g en over <strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> <strong>in</strong>stituutsoplei<strong>de</strong>rs, nauwelijks <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk<br />
verslag wordt gedaan. Dat gebeurt wel <strong>in</strong> <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re rapportage waar<strong>in</strong> <strong>een</strong> aantal ‘best<br />
practices’ op <strong>een</strong> evaluatieve wijze is beschreven (Korthagen, Tigchelaar et al., 2002).<br />
Uit <strong>de</strong>ze documenten is op te maken dat <strong>een</strong> belangrijk kenmerk van duaal oplei<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
koppel<strong>in</strong>g omvat tussen het meer theoretisch gebon<strong>de</strong>n <strong>leren</strong> en <strong>de</strong> praktijkervar<strong>in</strong>gen waarbij<br />
<strong>de</strong> concerns van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar centraal staan. Tegelijkertijd wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze documenten<br />
aandacht gevraagd voor <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> opleid<strong>in</strong>gsdidactiek gericht op <strong>in</strong>tegratie van<br />
theorie en praktijk. Inmid<strong>de</strong>ls blijkt uit longitud<strong>in</strong>ale on<strong>de</strong>rzoeksresultaten (Brouwer &<br />
Korthagen, 2005) dat <strong>in</strong>tegratie van theorie en praktijk <strong>in</strong> <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g <strong>een</strong> dui<strong>de</strong>lijke<br />
meerwaar<strong>de</strong> heeft en leidt tot aantoonbare effecten <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspraktijk. Ook het vermogen<br />
van docenten om hun leerl<strong>in</strong>gen te activeren, blijkt tot aantoonbare effecten te lei<strong>de</strong>n die nog<br />
jaren later waarneembaar zijn.<br />
Kenmerken<strong>de</strong> begrippen <strong>in</strong> het duaal oplei<strong>de</strong>n zijn hier reflectie, competentieontwikkel<strong>in</strong>g en<br />
het gebruik van <strong>in</strong>formatie- en communicatietechnologie <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. Korthagen,<br />
Tigchelaar et al. (2002) hebben enkele criteria uit <strong>de</strong> literatuur geselecteerd op basis waarvan<br />
ze <strong>een</strong> aantal cases met ‘best practices’ van duaal oplei<strong>de</strong>n kiezen.<br />
23
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Deze criteria zijn te ver<strong>de</strong>len <strong>in</strong> methodologische en opleid<strong>in</strong>gsdidactische criteria. De<br />
methodologische criteria hebben vooral te maken met <strong>de</strong> selectie van <strong>de</strong> cases.<br />
De opleid<strong>in</strong>gsdidactische criteria daarentegen zijn van belang voor <strong>de</strong> didactiek van het<br />
oplei<strong>de</strong>n van leraren en voor <strong>de</strong> concepten waar wij naar op zoek zijn. Korthagen, Tigchelaar<br />
et al. (2002) noemen <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> criteria voor ‘effectieve’ opleid<strong>in</strong>gsarrangementen:<br />
- <strong>de</strong> doelen zijn geformuleerd <strong>in</strong> termen van te verwerven competenties (bekwaamhe<strong>de</strong>n);<br />
- tussen hogeschool en partnerschool is <strong>een</strong> nauwe samenwerk<strong>in</strong>g;<br />
- hogeschoolactiviteiten en activiteiten op <strong>de</strong> werkplek zijn <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk geïntegreerd;<br />
- <strong>in</strong> reflectie en aanbod wordt systematisch voortgebouwd op <strong>de</strong> praktijkervar<strong>in</strong>gen,<br />
problemen en concerns van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren, praktijkrelevante theorie is gekoppeld;<br />
- <strong>in</strong> het aanbod is sprake van voldoen<strong>de</strong> flexibiliser<strong>in</strong>g en maatwerk;<br />
- <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar is me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g;<br />
- balans tussen eisen vanuit <strong>de</strong> werkplek en <strong>de</strong> eisen die behoren bij <strong>een</strong> optimale leersituatie;<br />
- hel<strong>de</strong>re rollen en taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> typen oplei<strong>de</strong>rs en begelei<strong>de</strong>rs;<br />
- oplei<strong>de</strong>rs en begelei<strong>de</strong>rs zijn geschoold om hun specifieke rollen en taken te vervullen;<br />
- het gaat om meer dan <strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijk of weer <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r opleid<strong>in</strong>gstraject: er is sprake van<br />
<strong>een</strong> vernieuw<strong>in</strong>g met consequenties voor <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g als geheel;<br />
- <strong>in</strong> het arrangement wordt optimaal gebruik gemaakt van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> huidige<br />
<strong>in</strong>formatie- en communicatietechnieken bie<strong>de</strong>n.<br />
Sommige van <strong>de</strong>ze opleid<strong>in</strong>gsdidactische criteria kunnen we direct relateren aan het (nieuwe)<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Te <strong>de</strong>nken is<br />
aan <strong>de</strong> koppel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> doelen aan <strong>de</strong> te verwerven competenties; <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>tegratie<br />
van <strong>in</strong>stituutsactiviteiten en activiteiten op <strong>de</strong> werkplek en het systematisch voortbouwen op<br />
<strong>de</strong> aanwezige kennis, <strong>de</strong> praktijkervar<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> concerns van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en<br />
maatwerk. An<strong>de</strong>re criteria zijn meer als faciliteren<strong>de</strong> of conditionele ‘goe<strong>de</strong> praktijken’ te<br />
beschouwen zoals <strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rollen en taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
begelei<strong>de</strong>rs en hun toerust<strong>in</strong>g en zonodig schol<strong>in</strong>g.<br />
Uit an<strong>de</strong>re literatuur is af te lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong>ze criteria echter niet zon<strong>de</strong>r meer vanzelfsprekend<br />
aanwezig of kenmerkend zullen zijn b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Zo bleek uit<br />
on<strong>de</strong>rzoek b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> universitaire lerarenopleid<strong>in</strong>g dat er nauwelijks zicht was op <strong>de</strong><br />
uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> <strong>de</strong>skundighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> mentoren en <strong>in</strong>stituutsbegelei<strong>de</strong>rs (Hatt<strong>in</strong>k et al., 1996).<br />
Gelet op het geconstateer<strong>de</strong> belang dat mentor<strong>in</strong>g bezit voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is dit gegeven bijzon<strong>de</strong>r relevant.<br />
In <strong>de</strong> literatuur hebben we echter g<strong>een</strong> aanwijz<strong>in</strong>gen gevon<strong>de</strong>n waaruit blijkt of dit zicht bij <strong>de</strong><br />
lerarenopleid<strong>in</strong>gen primair on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland wel aanwezig is. In <strong>de</strong> praktijk bepaalt <strong>de</strong><br />
school welke leraar of leraren gaan fungeren als mentor(en). Bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar vanuit het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut v<strong>in</strong>dt tevens wel meer of m<strong>in</strong><strong>de</strong>r frequente<br />
coach<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor plaats, terwijl ook bij<strong>een</strong>komsten en schol<strong>in</strong>gsdagen voor mentoren<br />
wor<strong>de</strong>n georganiseerd. Bij <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> universiteit van Oxford <strong>in</strong> Engeland,<br />
neemt b<strong>in</strong>nen het door hen ontwikkel<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsmo<strong>de</strong>l <strong>de</strong> school als opleid<strong>in</strong>gspartner <strong>een</strong><br />
volwaardige plaats <strong>in</strong>. De opleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar v<strong>in</strong>dt plaats op ‘Professional<br />
Development Schools’ (McIntyre & Hagger, 1992). Het centrale uitgangspunt <strong>in</strong> het Oxfordse<br />
mo<strong>de</strong>l is partnership. School- en opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len wor<strong>de</strong>n geïntegreerd en <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
samenwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> <strong>de</strong> school en <strong>de</strong> <strong>in</strong>stituutsoplei<strong>de</strong>rs aangebo<strong>de</strong>n. B<strong>in</strong>nen<br />
het partnerschap heeft elke betrokken oplei<strong>de</strong>r <strong>een</strong> eigen <strong>de</strong>skundigheid die hij of zij <strong>in</strong>brengt.<br />
24
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Daarmee lijkt aannemelijk dat b<strong>in</strong>nen dit mo<strong>de</strong>l van <strong>de</strong> betrokken oplei<strong>de</strong>rs voorafgaand aan<br />
het leerwerktraject bekend is over welke <strong>de</strong>skundighe<strong>de</strong>n zij beschikken. Aan elke betrokken<br />
oplei<strong>de</strong>r wordt bovendien gevraagd zich voortdurend te (blijven) ontwikkelen. Maar ook <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt b<strong>in</strong>nen dit mo<strong>de</strong>l uitgedaagd en gestimuleerd door uit te gaan van <strong>de</strong><br />
vragen: ‘wat kun je (al) wel’ en ‘wat wil je <strong>leren</strong>’. In <strong>de</strong> plann<strong>in</strong>g van het programma zit <strong>een</strong><br />
gelei<strong>de</strong>lijke opbouw zodat <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn <strong>in</strong> het aanbod aanwezig is. Het Oxfordse<br />
mo<strong>de</strong>l gaat daarbij niet uit van één theorie over <strong>leren</strong> of <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> die vervolgens toegepast<br />
wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk. Uitgangpunt is dat zowel <strong>de</strong> praktijk als <strong>de</strong> theorie bronnen zijn van<br />
<strong>leren</strong>. Aanstaan<strong>de</strong> leraren wor<strong>de</strong>n beschouwd als volwassen leer<strong>de</strong>rs. Dat betekent dat zij<br />
eigen leerbehoeften en ook eigen leerwensen hebben, die te maken hebben met <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> (leer)ervar<strong>in</strong>gen die ze meebrengen. De kracht van het mo<strong>de</strong>l als voorbeeld voor<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegratie van school- en<br />
opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> partnerschap waarbij school en opleid<strong>in</strong>g gezamenlijk<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Valli, Cooper & Frankes (1997) conclu<strong>de</strong>ren <strong>in</strong> dit verband overigens dat bij <strong>de</strong> door hen<br />
on<strong>de</strong>rzochte PDS-projecten vooral sprake is van eerste or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen (first or<strong>de</strong>r<br />
changes, Fullan, 2001) en niet van twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen (second or<strong>de</strong>r changes).<br />
Eerste or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen zijn gericht op organisatorische doelen en op het efficiënter en<br />
effectiever laten verlopen van <strong>de</strong> organisatie. Twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen hebben als doel <strong>de</strong><br />
primaire processen <strong>in</strong> <strong>de</strong> organisatie te veran<strong>de</strong>ren en zijn als <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen voor<br />
<strong>de</strong> professionals zelf te beschrijven. Bergen & V<strong>een</strong> (2004) beschouwen on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>gen,<br />
die van leraren nieuwe <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ities en <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>gen van hun werk vragen, als<br />
‘second or<strong>de</strong>r changes’ omdat <strong>de</strong> leraren <strong>de</strong>ze moeten <strong>in</strong>passen <strong>in</strong> hun eigen manier van<br />
<strong>de</strong>nken en werken, waardoor dit diep <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen zijn.<br />
Meermalen is het belang aangegeven van <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> hogeschool en <strong>de</strong><br />
partnerschool voor het creëren van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar. Voor Bergen et al. (2001) blijkt bovendien samenwerk<strong>in</strong>g en collegialiteit b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkend. Het partnerschap is ook te zien als <strong>een</strong> samenwerk<strong>in</strong>gsvorm<br />
om kennis over <strong>leren</strong> en <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> te ontwikkelen (Bergen & V<strong>een</strong>, 2004). De<br />
hogeschool en <strong>de</strong> partnerschool kunnen als ‘activity systems’ samenwerken en van elkaar<br />
<strong>leren</strong> (Tuomi-Gröhn et al., 2003). Daarom lijkt het wenselijk om veel meer dan thans het<br />
geval is, <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g tussen opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten en scholen te bevor<strong>de</strong>ren (Berl<strong>in</strong>er,<br />
2001; Gallego, 2001; Korthagen & Kessels, 1999; Verloop et al., 2001; Zeichner, 1999).<br />
Kochan en Kunkel (1998) conclu<strong>de</strong>ren bovendien dat <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>len van PDS vooral te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
waren <strong>in</strong> <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g die voortvloei<strong>de</strong> uit het ontstaan van leergem<strong>een</strong>schappen.<br />
Gezamenlijke activiteiten wor<strong>de</strong>n ontplooid en over en weer ontstaat <strong>een</strong> verhoogd begrip<br />
voor elkaars schoolcultuur. In dit verband levert <strong>de</strong> studie van Hess Rice (2002) enkele<br />
waar<strong>de</strong>volle aanwijz<strong>in</strong>gen op over <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Zij beschrijft<br />
<strong>een</strong> on<strong>de</strong>rzoek dat specifiek is gericht op het i<strong>de</strong>ntificeren van <strong>de</strong> kenmerken van het<br />
samenwerk<strong>in</strong>gsproces b<strong>in</strong>nen PDS. Voor dit on<strong>de</strong>rzoek zijn 20 casestudies geanalyseerd en<br />
12 thema’s ge<strong>de</strong>stilleerd die zijn gecategoriseerd <strong>in</strong> vier dimensies die aan het<br />
samenwerk<strong>in</strong>gsproces wer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n: <strong>de</strong> situationele, structurele, procesmatige en<br />
relationele dimensie. De conclusie uit dit on<strong>de</strong>rzoek is dat <strong>de</strong> 12 ge<strong>de</strong>stilleer<strong>de</strong> thema’s sterk<br />
samenhangen met <strong>de</strong> relationele dimensie. Deze dimensie lijkt daarmee <strong>een</strong> belangrijk<br />
element op te leveren voor het samenwerk<strong>in</strong>gsproces b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen dat is<br />
gerelateerd aan <strong>de</strong> wijze waarop betrokkenen met elkaar <strong>in</strong>teracteren.<br />
25
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Deze gedachte wordt nog on<strong>de</strong>rsteund doordat <strong>in</strong> 13 van <strong>de</strong> 20 casestudies wantrouwen en<br />
scepticisme als thema <strong>een</strong> rol speel<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> relationele dimensie. Er was scepsis over <strong>de</strong><br />
haalbaarheid van <strong>de</strong> gestel<strong>de</strong> PDS-doelen en <strong>de</strong> betrokkenen van <strong>de</strong> hogeschool en <strong>de</strong><br />
partnerschool wantrouw<strong>de</strong>n elkaar. Hieruit conclu<strong>de</strong>ren we dat goe<strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g,<br />
vertrouwen <strong>in</strong> elkaar en <strong>in</strong> <strong>de</strong> gestel<strong>de</strong> PDS-doelen vergt. In 9 van <strong>de</strong> 20 casestudies speel<strong>de</strong>n<br />
conflicteren<strong>de</strong> doelen als (negatief) thema van <strong>de</strong> relationele dimensie <strong>een</strong> rol. Tegelijkertijd<br />
is conditioneel voor <strong>een</strong> soepele samenwerk<strong>in</strong>g, dat <strong>de</strong> betrokkenen beschikken over sociale<br />
en relationele vaardighe<strong>de</strong>n (Edwards, 2001). Uit voorgaan<strong>de</strong> is herkenbaar dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> relatie<br />
tussen <strong>de</strong> partnerscholen en <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten, verschillen<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsstadia zijn te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Buit<strong>in</strong>k en Wouda (2001) on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> dat verband vijf stadia of mo<strong>de</strong>llen<br />
van samenwerk<strong>in</strong>g tussen scholen en opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten bij het oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. De<br />
samenwerk<strong>in</strong>gsvormen die zij on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n kunnen we plaatsen op <strong>een</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gscont<strong>in</strong>uüm<br />
dat loopt van ‘<strong>de</strong> school als stageplek’ tot ‘oplei<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> school’. Vanwege <strong>de</strong><br />
relevantie voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, zullen we ze hier kort toelichten.<br />
1. Het stageschoolmo<strong>de</strong>l: <strong>de</strong> school als werkplek.<br />
In dit mo<strong>de</strong>l is <strong>de</strong> school <strong>de</strong> werkplek waar <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> <strong>een</strong> praktijkstage<br />
leservar<strong>in</strong>g opdoet. De begeleid<strong>in</strong>g gebeurt door <strong>een</strong> mentor die (soms) wordt getra<strong>in</strong>d door<br />
het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut. Alle an<strong>de</strong>re opleid<strong>in</strong>gsactiviteiten liggen bij het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut.<br />
Er is g<strong>een</strong> sprake van <strong>een</strong> oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> school.<br />
2. Het coörd<strong>in</strong>atormo<strong>de</strong>l: <strong>de</strong> stageschool heeft <strong>een</strong> centrale begelei<strong>de</strong>r.<br />
Dit mo<strong>de</strong>l is <strong>een</strong> variant van het vorige mo<strong>de</strong>l. Het verschil is dat <strong>de</strong> school <strong>de</strong> taak op zich<br />
neemt <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren door <strong>een</strong> ervaren collega te laten coörd<strong>in</strong>eren<br />
en te stroomlijnen. Deze centrale begelei<strong>de</strong>r heeft naast eigen mentor<strong>in</strong>gstaken tot taak <strong>de</strong><br />
an<strong>de</strong>re mentoren te begelei<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van hen te coörd<strong>in</strong>eren.<br />
3. Het partnermo<strong>de</strong>l: <strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school als oplei<strong>de</strong>r van professionals.<br />
De school is me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk voor het curriculum van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. De school heeft,<br />
naast <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, als taak <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g te<br />
verzorgen. Hiertoe stelt het bestuur van <strong>de</strong> school één of meer<strong>de</strong>re oplei<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> <strong>de</strong> school<br />
aan. Naast supervisie over <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren op <strong>de</strong> school, richten zij<br />
zich op <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g en tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g en begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren.<br />
Soms verzorgen ze ook opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len. De school is samen met het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. Het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut<br />
verzorgt <strong>de</strong> vakdidactische en meer conceptuele thema’s en is wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiële<br />
opleid<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren gericht op <strong>de</strong> studievoortgang.<br />
4. Het netwerkmo<strong>de</strong>l: <strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school als lei<strong>de</strong>r van het opleid<strong>in</strong>gsteam <strong>in</strong> <strong>de</strong> school.<br />
De school is me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk voor het curriculum van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. De school<br />
beschikt over <strong>een</strong> opleid<strong>in</strong>gsteam bestaan<strong>de</strong> uit (<strong>een</strong>) oplei<strong>de</strong>r(s) op school en mentoren die<br />
vakdidactisch geschoold zijn. Dit team verzorgt <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, die zijn gericht op<br />
het concrete han<strong>de</strong>len en <strong>de</strong> praktijkgerichte professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar. Het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut verzorgt <strong>de</strong> meer conceptuele en schooloverstijgen<strong>de</strong> kanten<br />
van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. De samenwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsteams en het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut is<br />
<strong>in</strong>tensief. Het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut ontwikkelt, naast het verzorgen van het genoem<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs, vakdidactiek en algemene on<strong>de</strong>rwijskun<strong>de</strong> en doet on<strong>de</strong>rzoek ten behoeve van<br />
<strong>de</strong> vakdidactiek en <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van leraren c.q. opleid<strong>in</strong>gsdidactiek. Wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiële<br />
opleid<strong>in</strong>g is het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> studievoortgang van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
26
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
5. Het schoolopleid<strong>in</strong>gsmo<strong>de</strong>l: <strong>de</strong> school verzorgt <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g.<br />
In dit mo<strong>de</strong>l wordt <strong>de</strong> gehele opleid<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> school verzorgd. De opleid<strong>in</strong>g functioneert<br />
dan als <strong>een</strong> soort twee<strong>de</strong>lijns <strong>in</strong>stituut en richt zich op het oplei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>rs op<br />
school en op <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van vak- en opleid<strong>in</strong>gsdidactiek.<br />
Bij het schoolopleid<strong>in</strong>gsmo<strong>de</strong>l valt direct op dat <strong>een</strong> van <strong>de</strong> belangrijke functies van <strong>de</strong><br />
hogeschool ontbreekt namelijk het bie<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> theoretische ka<strong>de</strong>rs voor het (<strong>leren</strong>)<br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> samenhang met <strong>de</strong> reflectie op <strong>de</strong> praktijkervar<strong>in</strong>gen vanuit die theoretische<br />
kennis. Een an<strong>de</strong>r knelpunt is dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> g<strong>een</strong> van <strong>de</strong> door Buit<strong>in</strong>k en Wouda<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n stadia, <strong>een</strong> rol speelt als me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijke <strong>de</strong>r<strong>de</strong> partner. Basisschool en<br />
opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut richten <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Daarbij is<br />
g<strong>een</strong> rol weggelegd voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>breng van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bij die <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g. Dit laatste is<br />
evenm<strong>in</strong> het geval bij Roelofs (2003) die spreekt van ‘samenwerk<strong>in</strong>gsambities als<br />
richt<strong>in</strong>gaanwijzer bij oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> school’ en daarbij <strong>een</strong> viertal ‘posities’ on<strong>de</strong>rscheidt.<br />
In <strong>een</strong> op competenties gerichte aanpak met nadruk op vraagstur<strong>in</strong>g, zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
en zelfstur<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar is diens <strong>in</strong>breng ons <strong>in</strong>ziens conditioneel. Bovendien<br />
lijkt <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk eer<strong>de</strong>r sprake van verschillen<strong>de</strong> vormen of scenario’s van samenwerk<strong>in</strong>g<br />
dan van stadia <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Om die re<strong>de</strong>nen hanteren wij <strong>een</strong> drie<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het partnerschap van samen oplei<strong>de</strong>n. Deze<br />
drie<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g is vooral gebaseerd op <strong>de</strong> positie van <strong>de</strong> partners en <strong>de</strong> aard van <strong>de</strong> afspraken die<br />
zij maken over <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. In Figuur 2.1 geven<br />
we <strong>de</strong> drie scenario’s schematisch weer.<br />
Figuur 2.1 Drie scenario’s <strong>in</strong> het partnerschap van samen oplei<strong>de</strong>n.<br />
Hieron<strong>de</strong>r werken we <strong>de</strong> drie scenario’s <strong>in</strong> het partnerschap van samen oplei<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>r uit.<br />
a. De school is leverancier van stageplaatsen. In dit scenario is <strong>de</strong> basisschool <strong>de</strong> werkplek<br />
waar <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk ervar<strong>in</strong>g opdoet met <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Alle an<strong>de</strong>re<br />
opleid<strong>in</strong>gsactiviteiten liggen bij <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. Op <strong>de</strong> school gebeurt <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
stu<strong>de</strong>nt door <strong>een</strong> mentor en tij<strong>de</strong>ns stagebezoeken door <strong>de</strong> hogeschooldocent. De mentor is<br />
soms, maar overwegend niet tot nauwelijks specifiek geschoold voor zijn mentor<strong>in</strong>gstaken.<br />
De opleid<strong>in</strong>g geeft <strong>een</strong> stageplan met stageopdrachten zodat mentoren zich kunnen<br />
<strong>in</strong>formeren over <strong>de</strong> doelen, <strong>in</strong>houd en organisatie van <strong>de</strong> stage. De werkzaamhe<strong>de</strong>n, or<strong>de</strong> en<br />
regelmaat <strong>in</strong> <strong>de</strong> school wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> activiteiten van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt niet te veel beïnvloed.<br />
27
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Er zijn mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge of schriftelijke afspraken tussen stageschool en opleid<strong>in</strong>g over on<strong>de</strong>r<br />
meer het aantal stageplaatsen, (soms) over eisen aan <strong>de</strong> beschikbare mentoren en er is <strong>een</strong><br />
stagebezoekrooster vanuit <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. De stu<strong>de</strong>nt (aanstaan<strong>de</strong> leraar) is <strong>een</strong> stagiair voor<br />
wie <strong>de</strong> afspraken over <strong>de</strong> stage zon<strong>de</strong>r me<strong>de</strong>spraak zijn gemaakt (vgl. Popeijus et al., 2006).<br />
b. De school is me<strong>de</strong>-oplei<strong>de</strong>r. In dit scenario is <strong>de</strong> partnerschool formeel me<strong>de</strong>-oplei<strong>de</strong>r. Het<br />
verschil met het vorige scenario is dat <strong>de</strong> basisschool <strong>de</strong> taak op zich neemt <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar door <strong>een</strong> ervaren collega te laten coörd<strong>in</strong>eren en stroomlijnen. Er<br />
is dan sprake van <strong>een</strong> (speciaal opgelei<strong>de</strong> en gefaciliteer<strong>de</strong>) oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. Deze<br />
oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school heeft naast eigen mentor<strong>in</strong>gstaken me<strong>de</strong> tot taak <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re mentoren<br />
te begelei<strong>de</strong>n. De oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school doet dit <strong>in</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> hogeschooldocent.<br />
<strong>Hogeschool</strong> en basisschool beschikken over vastgeleg<strong>de</strong> afspraken over on<strong>de</strong>r meer het<br />
aantal stageplaatsen; <strong>de</strong> te verwerven competenties; <strong>de</strong> visie, werkwijze en taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
begeleid<strong>in</strong>g en beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Er zijn professionaliser<strong>in</strong>gsactiviteiten en -faciliteiten om <strong>de</strong><br />
rol van me<strong>de</strong>-oplei<strong>de</strong>r te kunnen vervullen. De aanstaan<strong>de</strong> leraar heeft <strong>in</strong> het opstellen van<br />
<strong>de</strong>ze of an<strong>de</strong>re afspraken nog g<strong>een</strong> meespreken<strong>de</strong> rol.<br />
c. Basisschool, aanstaan<strong>de</strong> leraar en hogeschool zijn partners <strong>in</strong> <strong>leren</strong>. Dit scenario is<br />
gebaseerd op <strong>een</strong> breed ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> visie op <strong>leren</strong>, <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en begeleid<strong>in</strong>g. On<strong>de</strong>rwijs- en<br />
professionele ontwikkel<strong>in</strong>g zijn on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g gekoppeld en zijn gerelateerd aan vormen van<br />
(actie)on<strong>de</strong>rzoek waarbij <strong>de</strong> scheid<strong>in</strong>g tussen theorie en praktijk is overbrugd. Afspraken<br />
zijn vastgelegd over elementen als <strong>de</strong> hoeveelheid en kwaliteit van <strong>de</strong> leerwerkplekken, <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>breng en te bereiken prestatie-<strong>in</strong>dicatoren van alle betrokkenen, <strong>de</strong> taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
begeleid<strong>in</strong>g en beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Maar ook over het <strong>leren</strong> en on<strong>de</strong>rzoeken <strong>in</strong> leerwerkgem<strong>een</strong>schappen<br />
door aanstaan<strong>de</strong> en zitten<strong>de</strong> leraren, <strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>r(s) <strong>in</strong> <strong>de</strong> school en <strong>de</strong><br />
hogeschooldocenten (Popeijus et al, 2007). De school of het bestuur beschikt over <strong>een</strong><br />
speciaal opgelei<strong>de</strong> en gefaciliteer<strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. De oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school heeft<br />
naast eigen mentor<strong>in</strong>gstaken voornamelijk tot taak <strong>de</strong> leerwerkgem<strong>een</strong>schappen te<br />
coörd<strong>in</strong>eren. De aanstaan<strong>de</strong> leraar is me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijke partner waarmee tripartiete<br />
afspraken zijn gemaakt over voorgaan<strong>de</strong> elementen.<br />
Aannemelijk lijkt dat <strong>de</strong> scholen die samen met <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gen ten tij<strong>de</strong> van het on<strong>de</strong>rzoek<br />
bezig waren met het <strong>in</strong>richten van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs het scenario van ‘leverancier van stageplaatsen’<br />
overstijgen. Volgens Verloop en Kessels (2006) is het cruciaal vast te stellen on<strong>de</strong>r welke<br />
condities partnerscholen werkelijk als me<strong>de</strong>-oplei<strong>de</strong>rs van aanstaan<strong>de</strong> leraren kunnen<br />
fungeren. Dat wil zeggen dat partnerscholen daadwerkelijk en gericht bijdragen aan het<br />
leerproces van aanstaan<strong>de</strong> leraren, zodat werkelijk <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek kan optre<strong>de</strong>n.<br />
Het relationele samenwerk<strong>in</strong>gsverband tussen <strong>de</strong> scholen en opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituten is ook te<br />
on<strong>de</strong>rzoeken op <strong>de</strong> effecten. Kallenberg (2004) hanteert <strong>in</strong> zijn beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>ternationale<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten naar <strong>de</strong> effecten van ‘Professional Development Schools’ <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
die afhangt van <strong>de</strong> aard van die effecten. Hij beschrijft namelijk effecten op het<br />
niveau van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsleersituatie (effecten bij aanstaan<strong>de</strong> leraren, mentoren en bij<br />
leerl<strong>in</strong>gen) en op dat van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsorganisatie. Wat betreft <strong>de</strong> effecten op het niveau van<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsleersituatie blijken aanstaan<strong>de</strong> leraren die wor<strong>de</strong>n opgeleid <strong>in</strong> ‘Professional<br />
Development Schools’, beter voorbereid op <strong>de</strong> rol van leraar dan aanstaan<strong>de</strong> leraren die<br />
traditioneel wor<strong>de</strong>n opgeleid. Ze zijn beter <strong>in</strong> staat te reflecteren (Hayes & Wetherwill, 1996).<br />
28
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Ook hun pedagogisch-didactisch han<strong>de</strong>len laat meer variatie zien dan bij aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
die traditioneel zijn opgeleid (Miller & O’Shea, 1994; Zeichner, 1992). Mentoren die bij<br />
PDS-programma’s zijn betrokken versterken on<strong>de</strong>r meer het eigen <strong>leren</strong>, verdiepen <strong>de</strong> eigen<br />
kennisbasis en theoretische <strong>in</strong>zichten, <strong>de</strong>len praktijkervar<strong>in</strong>gen meer met collega’s<br />
(Trachtman, 1996), voelen zich m<strong>in</strong><strong>de</strong>r geïsoleerd (Ariav & Cl<strong>in</strong>ard, 1996; Barba et al., 1993)<br />
en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r machteloos (Crow et al., 1996; Neufeld & McGowan, 1993) en ervaren<br />
verbeter<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> hun eigen on<strong>de</strong>rwijspraktijk (Crow et al., 1996; Houston Consortium of<br />
Professional Development, 1996). Wat betreft <strong>de</strong> effecten bij leerl<strong>in</strong>gen komen uit sommige<br />
on<strong>de</strong>rzoeken aanwijz<strong>in</strong>gen dat PDS-programma’s tot verbeter<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> van leerl<strong>in</strong>gen<br />
lei<strong>de</strong>n (Trachtman, 1996; Wiseman & Cooner, 1996). Daar staan an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rzoeken<br />
tegenover waaruit g<strong>een</strong> significante verbeter<strong>in</strong>gen naar voren komen (Devl<strong>in</strong>-Scherer et al.,<br />
1997). On<strong>de</strong>rzoeksresultaten naar <strong>de</strong> effecten op het niveau van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsorganisatie laten<br />
zowel voor<strong>de</strong>len als knelpunten zien die voortvloeien uit <strong>de</strong> PDS-samenwerk<strong>in</strong>gsverban<strong>de</strong>n.<br />
Voor<strong>de</strong>len zijn verbeter<strong>de</strong> doceer- en leeromgev<strong>in</strong>gen, toegenomen coherentie, persoonlijke<br />
en professionele ontwikkel<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n en toegenomen on<strong>de</strong>rzoeksmogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
(Kochan, 1996). Genoem<strong>de</strong> knelpunten zijn on<strong>de</strong>r meer culturele verschillen tussen <strong>de</strong><br />
partners (Lieberman & Miller, 1992; Sirotnick, 1991; Whitford & Metcalf-Turner, 1999) en<br />
tijdsbeperk<strong>in</strong>gen (Sirotnick, 1991; Whitford & Metcalf-Turner, 1999).<br />
Scott Ridley et al. (2005) vergeleken aanstaan<strong>de</strong> leraren die <strong>een</strong> PDS-traject had<strong>de</strong>n gevolgd,<br />
met aanstaan<strong>de</strong> leraren die ‘regulier’ via het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut waren opgeleid. De<br />
vergelijk<strong>in</strong>g had betrekk<strong>in</strong>g op lesplann<strong>in</strong>g, effectief on<strong>de</strong>rwijsgedrag, reflectie na <strong>de</strong> les en<br />
op het vasthou<strong>de</strong>n van (vak)didactische kennis. De PDS-opgelei<strong>de</strong>n bleken weliswaar<br />
consistent hogere resultaten te behalen dan <strong>de</strong> <strong>in</strong>stituutsopgelei<strong>de</strong>n maar <strong>de</strong> verschillen tussen<br />
bei<strong>de</strong> groepen bleken statistisch niet significant. Na één jaar on<strong>de</strong>rwijservar<strong>in</strong>g bleken <strong>de</strong><br />
PDS-abituriënten wel significant hoger te scoren op effectief on<strong>de</strong>rwijsgedrag.<br />
Schepens (2005) zocht <strong>in</strong> haar promotieon<strong>de</strong>rzoek evi<strong>de</strong>ntie voor <strong>de</strong> kwaliteit en effectiviteit<br />
van <strong>een</strong> alternatief opleid<strong>in</strong>gsarrangement voor <strong>de</strong>r<strong>de</strong>jaars stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> <strong>een</strong> bacheloropleid<strong>in</strong>g<br />
Leraar Secundair On<strong>de</strong>rwijs. In haar on<strong>de</strong>rzoek stel<strong>de</strong> ze <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> hypothese centraal:<br />
‘duale leerroutes <strong>in</strong> partnerschaparrangementen zijn, on<strong>de</strong>r specifieke voorwaar<strong>de</strong>n,<br />
effectiever dan leerroutes <strong>in</strong> traditioneel gestructureer<strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsprogramma’s en dit <strong>in</strong><br />
termen van <strong>een</strong> betere voorbereid<strong>in</strong>g van stu<strong>de</strong>nten op het lerarenberoep’. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> term<br />
‘duaal’ verstaat Schepens het we<strong>de</strong>rzijds afstemmen van <strong>een</strong> aantal traditionele dualiteiten op<br />
elkaar: het afstemmen van theorie op praktijk, van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g op het werkveld, van het<br />
curriculum op <strong>leren</strong> en op <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> en tenslotte van opleid<strong>in</strong>gsstructuur op<br />
opleid<strong>in</strong>gsdidactiek. Met het begrip ‘partnerschap’ verwijst ze naar <strong>een</strong> zekere mate van<br />
ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid en structureel overleg tussen het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut enerzijds<br />
en <strong>de</strong> (stage)scholen an<strong>de</strong>rzijds en dit zowel over het doel als over <strong>de</strong> organisatie van <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> stage.<br />
Om <strong>de</strong>ze hypothese te toetsen voer<strong>de</strong> ze <strong>een</strong> vergelijkend on<strong>de</strong>rzoek uit tussen twee<br />
arrangementen van <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dstage van <strong>een</strong> driejarige bacheloropleid<strong>in</strong>g leraar secundair<br />
on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> Artevel<strong>de</strong>hogeschool te Gent. Het gaat om respectievelijk het<br />
StagePartnerschaparrangement ‘StaP’ dat <strong>in</strong> 1999-2000 is ontwikkeld en het oorspronkelijke,<br />
traditioneel gestructureer<strong>de</strong> stageconcept van <strong>de</strong> hogeschool. Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten van<br />
vijf <strong>de</strong>elstudies bleken bei<strong>de</strong> stagearrangementen op verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len significant van<br />
elkaar te verschillen. Deze verschillen had<strong>de</strong>n betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> stagestructuur, -organisatie en<br />
-cultuur <strong>in</strong> <strong>de</strong> stagescholen.<br />
29
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Zo bleken mentoren uit het partnerschaparrangement significant meer transparantie te<br />
percipiëren wat betreft hun rol als begelei<strong>de</strong>r. Ze gaven aan meer samen te werken met<br />
collega’s en <strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>rs uit het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut dan <strong>de</strong> ‘traditionele’ mentoren.<br />
De mentoren van het partnerschaparrangement scoor<strong>de</strong>n significant beter dan die uit het<br />
traditionele arrangement waar het gaat om het stimu<strong>leren</strong> van zelfgestuurd <strong>leren</strong> en het<br />
<strong>in</strong>troduceren van stu<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> het schoolleven. Bovendien bleek <strong>de</strong> aanzet tot zelfgestuurd<br />
<strong>leren</strong> door <strong>de</strong> partnerschapmentoren samen te gaan met <strong>een</strong> sterkere zelfbepal<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
stu<strong>de</strong>nten bij het verbeteren van hun eigen professioneel functioneren en met <strong>een</strong> groeien<strong>de</strong><br />
doelmatigheidsbelev<strong>in</strong>g. Deze samenhang was negatief bij <strong>de</strong> traditionele stu<strong>de</strong>ntengroep.<br />
Tenslotte bleek <strong>in</strong> het partnerschaparrangement geïntroduceerd wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het schoolleven<br />
positief gerelateerd aan het <strong>in</strong>tegreren van theorie en praktijk over <strong>de</strong> stage h<strong>een</strong> via<br />
systematische reflectie. Ook bleek het arrangement positief gerelateerd aan <strong>een</strong> toenemen<strong>de</strong><br />
positieve houd<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten ten aanzien van het lerarenberoep. Deze positieve relatie<br />
g<strong>in</strong>g niet op voor <strong>de</strong> traditionele stu<strong>de</strong>ntengroep.<br />
Het Universitair On<strong>de</strong>rwijscentrum Gron<strong>in</strong>gen heeft <strong>een</strong> <strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g gemaakt<br />
tussen verschillen<strong>de</strong> mo<strong>de</strong>llen van ‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school’ voor het oplei<strong>de</strong>n van leraren <strong>in</strong><br />
Canada, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Zwe<strong>de</strong>n en Ne<strong>de</strong>rland (De<strong>in</strong>um et al., 2005). Op <strong>de</strong><br />
vraag wat er bekend is over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> leraar die het traject van oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school<br />
heeft doorlopen, zo mogelijk <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met an<strong>de</strong>re opleid<strong>in</strong>gstrajecten, bleek g<strong>een</strong><br />
afdoen<strong>de</strong> antwoord mogelijk. Hiervoor dient allereerst <strong>de</strong> ‘kwaliteit van leraren’ na<strong>de</strong>r te<br />
wor<strong>de</strong>n ge<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieerd. Zo hebben <strong>in</strong> Engeland praktische, pedagogische vaardighe<strong>de</strong>n meer<br />
gewicht dan <strong>in</strong> bijvoorbeeld Frankrijk, waar nadruk ligt op vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en on<strong>de</strong>rwijskundige<br />
kwaliteiten. Uit <strong>een</strong> toets<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> praktische pedagogische vaardighe<strong>de</strong>n door <strong>de</strong><br />
Engelse on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>spectie (Ofsted, 2003) bleek dat die kwaliteiten van beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraren<br />
vooruit zijn gegaan s<strong>in</strong>ds <strong>de</strong> partnerscholen <strong>een</strong> grotere rol hebben <strong>in</strong> het oplei<strong>de</strong>n van leraren.<br />
Het is echter ondui<strong>de</strong>lijk of dit evenzo geldt voor <strong>de</strong> vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en on<strong>de</strong>rwijskundige<br />
kwaliteiten van <strong>de</strong> beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraren.<br />
Op basis van <strong>de</strong> resultaten van <strong>een</strong> <strong>in</strong>ternationale vergelijk<strong>in</strong>g door William & Soares (2000)<br />
is te conclu<strong>de</strong>ren dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> situatie waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> partnerscholen <strong>de</strong> gehele verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
hebben voor het oplei<strong>de</strong>n van leraren, <strong>de</strong> kwaliteit van leraren weer afneemt. On<strong>de</strong>rzoek van<br />
Darl<strong>in</strong>g-Hammond (2000) toont dat <strong>een</strong> comb<strong>in</strong>atie van opleid<strong>in</strong>g en school, leidt tot<br />
kwalitatief ‘betere’ leraren dan wanneer all<strong>een</strong> één van bei<strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijk is voor het<br />
opleid<strong>in</strong>gstraject (zie ook Ridley et al, 2005; Edwards & Protheroe, 2003; Darl<strong>in</strong>g-Hammond<br />
et al, 2002).<br />
Op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte nationale en <strong>in</strong>ternationale on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur naar <strong>de</strong><br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>, kunnen we nu <strong>een</strong> overzicht geven van uit <strong>de</strong> literatuur afgelei<strong>de</strong> kenmerken.<br />
Daartoe zijn allereerst alle relevante eigenschappen, factoren, ontwikkelpr<strong>in</strong>cipes en zo meer<br />
<strong>in</strong> <strong>een</strong> omvangrijke woordtabel uitgewerkt. Van concepten die <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk over<strong>een</strong>stem<strong>de</strong>n is<br />
gezocht naar <strong>een</strong> kenmerken<strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>g die zo a<strong>de</strong>quaat en kernachtig mogelijk <strong>de</strong><br />
gezamenlijke eigenschappen weerspiegelt. De verkregen concepten, groeper<strong>in</strong>gen en<br />
<strong>in</strong>terpretaties en omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> kenmerken zijn voortdurend teruggekoppeld b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep (‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’). Door op <strong>de</strong>ze wijze te zoeken naar<br />
gem<strong>een</strong>schappelijke factoren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> opsomm<strong>in</strong>g van concepten zijn uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk 18 voor<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g relevante kenmerken afgeleid. Deze kenmerken<br />
zijn <strong>in</strong> Tabel 2.1 opgenomen. Na <strong>de</strong> tabel geven we <strong>een</strong> toelicht<strong>in</strong>g.<br />
30
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel 2.1 Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen vanuit <strong>de</strong> literatuur.<br />
Kenmerk Auteurs*<br />
De wplo omvat stimulansen tot ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> zelfevaluatie en het competentiegevoel<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Edwards; Lo<strong>de</strong>wijks; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo is gericht op persoonlijke ontwik- Boud et al.; Korthagen, Tigchelaar et al.; Onstenk;<br />
kel<strong>in</strong>g en groei naar startbekwaamhe<strong>de</strong>n. Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
In <strong>de</strong> wplo bestaat <strong>een</strong> balans tussen theorie en Korthagen, Tigchelaar et al.; McIntyre & Hagger;<br />
praktijk.<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo zorgt voor <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn <strong>in</strong> het<br />
aanbod.<br />
McIntyre & Hagger<br />
De wplo is emotioneel veilig en <strong>in</strong>spirerend. Kessels; Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s;<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo kenmerkt zich door <strong>een</strong> uitdagend en Edwards; Hess Rice; Kessels; Lo<strong>de</strong>wijks; McIntyre<br />
stimu<strong>leren</strong>d leerwerkklimaat.<br />
& Hagger; Onstenk; Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4<br />
Pabo’s; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> wplo is sprake van <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> Boud et al.; Edwards; Kessels; Korthagen,<br />
organisatie.<br />
Tigchelaar et al.; McIntyre & Hagger; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> wplo is sprake van voortduren<strong>de</strong> Edwards; Kessels; Korthagen, Tigchelaar et al.;<br />
professionaliser<strong>in</strong>g.<br />
McIntyre & Hagger; Onstenk; Projectgroep zij<strong>in</strong>stroom<br />
G4 Pabo’s; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo biedt mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>een</strong> Kessels; Korthagen, Tigchelaar et al.; Lo<strong>de</strong>wijks;<br />
gelei<strong>de</strong>lijke overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong> en<br />
werken.<br />
Onstenk; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo kenmerkt zich door <strong>een</strong> gerichte Bergen et al.; Hess Rice; Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom<br />
faciliter<strong>in</strong>g en prioriter<strong>in</strong>g.<br />
G4 Pabo’s<br />
De wplo kent <strong>een</strong> doordacht en functioneel<br />
gebruik van Informatie- en Communicatie-<br />
Technologie (ICT)-mogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
Korthagen, Tigchelaar et al.; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> wplo bestaat afstemm<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong><br />
virtuele en fysieke functies.<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo is op basis van samenwerk<strong>in</strong>gs- Boud et al.; Hess Rice; Korthagen, Tigchelaar et al.;<br />
afspraken opgezet.<br />
Onstenk; Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s<br />
De wplo is up-to-date, compleet en rijk aan Lo<strong>de</strong>wijks; Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s;<br />
mid<strong>de</strong>len.<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
Het aanbod <strong>in</strong> <strong>de</strong> wplo is afgestemd op <strong>de</strong> Bergen et al.; Korthagen, Tigchelaar et al.;<br />
leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Lo<strong>de</strong>wijks; McIntyre & Hagger; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo bevat kritische voor het leraarsberoep Bergen et al.; Lo<strong>de</strong>wijks; McIntyre & Hagger;<br />
kenmerken<strong>de</strong> situaties.<br />
Onstenk; Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s;<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo kent <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate mentor<strong>in</strong>g en Bergen et al.; Boud et al.; Edwards; Hess Rice;<br />
coach<strong>in</strong>g.<br />
Korthagen, Tigchelaar et al.; Lo<strong>de</strong>wijks; McIntyre<br />
& Hagger; Onstenk; Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
De wplo kenmerkt zich door ‘ownership’. Bergen et al.; Korthagen, Tigchelaar et al.<br />
* Bergen et al., 2001; Boud et al., 2001; Edwards, 2001; Hess Rice, 2002; Kessels, 2001b; Korthagen,<br />
Tigchelaar et al., 2002; Lo<strong>de</strong>wijks, 1993; McIntyre & Hagger, 1992; Onstenk, 1997; Projectgroep zij<strong>in</strong>stroom<br />
G4 Pabo’s, 2001; Vreug<strong>de</strong>nhil, 1999<br />
31
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Het doel van Tabel 2.1 is <strong>een</strong> overzicht te bie<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> kenmerken waarvan we op grond van<br />
<strong>de</strong> literatuur voorlopig aannemen dat <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> grote lijnen <strong>de</strong> relevante <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>gskenmerken<br />
van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen beschrijven. In <strong>de</strong> rechter kolom van <strong>de</strong> tabel zijn auteurs<br />
vermeld die aan het betreffen<strong>de</strong> kenmerk aandacht hebben besteed. Het overzicht weerspiegelt<br />
dat <strong>de</strong> eigenschappen waaruit elk van <strong>de</strong> 18 kenmerken bestaat door één tot acht auteurs zijn<br />
genoemd. De kenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong> tabel zijn conceptueel geor<strong>de</strong>nd naar functie, <strong>in</strong>houd en vorm.<br />
Opvallend is dat naar onze <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g all<strong>een</strong> <strong>de</strong> eerste twee kenmerken herkenbaar betrekk<strong>in</strong>g<br />
hebben op <strong>de</strong> functie van krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen. Maar ook dat all<strong>een</strong> <strong>de</strong> erop<br />
volgen<strong>de</strong> twee kenmerken betrekk<strong>in</strong>g hebben op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd of het aanbod voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dit betekent dat <strong>de</strong> overige 14 kenmerken zijn<br />
te omschrijven als vormkenmerken van die leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen. Gezien <strong>de</strong> plaats waar<br />
<strong>de</strong> meeste scholen zich vermoe<strong>de</strong>lijk zullen bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n op het cont<strong>in</strong>uüm dat loopt van ‘<strong>de</strong><br />
school als werk- of stageplek’ tot ‘oplei<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> school’ (Buit<strong>in</strong>k en Wouda, 2001) lijkt het<br />
we<strong>in</strong>ig reëel te verwachten dat <strong>de</strong> partners b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g volledig aan alle<br />
hier behan<strong>de</strong>l<strong>de</strong> eigenschappen wat betreft functie, <strong>in</strong>houd en vorm zullen kunnen voldoen.<br />
Van <strong>de</strong> 18 kenmerken weerspiegelen één vorm- en één <strong>in</strong>houdskenmerk het competentiegericht<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Het betreft a) <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g biedt mogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong> en werken en b) het aanbod <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is afgestemd op <strong>de</strong> leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Dit<br />
competentiegericht <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> vormt echter wel <strong>een</strong> kern van het nieuwe <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g (Dieleman, 2005). Deze kern is volgens<br />
Korthagen, Tigchelaar et al. (2002) bovendien <strong>een</strong> van <strong>de</strong> criteria voor ‘effectieve’ opleid<strong>in</strong>gsarrangementen.<br />
Tenslotte v<strong>in</strong><strong>de</strong>n sommige kenmerken die gerelateerd zijn aan <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
<strong>de</strong> werkomgev<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> partnerschool, <strong>een</strong> zekere pendant <strong>in</strong> kwaliteitskenmerken van <strong>de</strong><br />
leeromgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> hogeschool. Het kenmerk mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g vormen hiervan <strong>een</strong><br />
voorbeeld. In <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> paragrafen beste<strong>de</strong>n we aandacht aan <strong>de</strong>ze vormen van begeleid<strong>in</strong>g<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
2.3 Mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
Bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar spelen twee actoren <strong>een</strong> directe rol: <strong>de</strong> mentor en<br />
<strong>de</strong> coach. De mentor is verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> dagelijkse begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar. Voor <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zowel als van <strong>de</strong> mentor heeft <strong>de</strong><br />
hogeschool <strong>een</strong> hogeschooldocent-coach aangewezen. Bij <strong>de</strong> coach ligt ook <strong>de</strong><br />
e<strong>in</strong>dbeoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het leerwerktraject. Omdat<br />
het mentor<strong>in</strong>gsgesprek <strong>een</strong> expliciete vorm van begeleid<strong>in</strong>g omvat tussen aanstaan<strong>de</strong> leraar en<br />
<strong>de</strong> mentor, leggen we <strong>in</strong> <strong>de</strong> besprek<strong>in</strong>g nadruk op <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
2.3.1 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
Hoewel mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g als begeleid<strong>in</strong>gsvorm voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen onomstre<strong>de</strong>n zijn, wijzen Little (1990) en Zeichner & Miller 1997)<br />
erop dat er betrekkelijk we<strong>in</strong>ig kennis is over wat begelei<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren trachten<br />
te <strong>leren</strong>, over <strong>de</strong> wijze waarop zij hun kennis toegankelijk maken en over hoe zij hun rol als<br />
begelei<strong>de</strong>r percipiëren.<br />
32
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> literatuur wordt <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rscheid gemaakt tussen coach<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> ene kant en mentor<strong>in</strong>g<br />
aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant (Acheson et al., 1998; Sullivan & Glanz, 2000). Gem<strong>een</strong>schappelijke<br />
centrale activiteiten zowel bij coach<strong>in</strong>g als bij mentor<strong>in</strong>g zijn observaties en nabesprek<strong>in</strong>g van<br />
die observaties.<br />
Mentor<strong>in</strong>g verwijst eer<strong>de</strong>r naar <strong>een</strong> verschil <strong>in</strong> leeftijd en ervar<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> relatie. Te <strong>de</strong>nken is<br />
aan die tussen <strong>een</strong> junior- en <strong>een</strong> seniorleraar of tussen <strong>de</strong> ervaren leraar en aanstaan<strong>de</strong> of<br />
beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraar (Ballantyne et al., 1999; Murray & Owen, 1991). Er is eer<strong>de</strong>r sprake van<br />
raadgev<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g dan van beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g.<br />
Het doel van mentor<strong>in</strong>g is aanstaan<strong>de</strong> leraren te on<strong>de</strong>rsteunen <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van hun<br />
professionele i<strong>de</strong>ntiteit (Lortie, 1975). Bij mentor<strong>in</strong>g zijn daartoe <strong>een</strong> mentor en <strong>een</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar aan elkaar gekoppeld. Op geregel<strong>de</strong> momenten v<strong>in</strong><strong>de</strong>n gesprekken plaats<br />
over on<strong>de</strong>rwijsdoelen, wor<strong>de</strong>n i<strong>de</strong>eën en strategieën uitgewisseld, wordt gereflecteerd op<br />
on<strong>de</strong>rwijsmetho<strong>de</strong>n, v<strong>in</strong><strong>de</strong>n observaties plaats en wor<strong>de</strong>n alternatieven ter verbeter<strong>in</strong>g<br />
besproken (Sullivan & Glanz, 2000).<br />
Coach<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> <strong>de</strong> sport <strong>een</strong> bekend begrip. De coach van bijvoorbeeld <strong>een</strong> hockeyteam<br />
bepaalt <strong>de</strong> teamsamenstell<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> veldopstell<strong>in</strong>g en welk tactisch spel er wordt gespeeld.<br />
Tij<strong>de</strong>ns het spel geeft <strong>de</strong> coach voortdurend aanwijz<strong>in</strong>gen en wijzigt <strong>in</strong>dien nodig <strong>de</strong><br />
samenstell<strong>in</strong>g van het team en <strong>de</strong> speltactiek. Bij <strong>in</strong>dividuele sporten zoals tennis, bev<strong>in</strong>dt <strong>de</strong><br />
coach zich tij<strong>de</strong>ns <strong>een</strong> wedstrijd letterlijk en figuurlijk langs <strong>de</strong> zijlijn. De coach observeert <strong>de</strong><br />
tennisspeler, gaat na wat goed en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed gaat, evalueert <strong>de</strong> wedstrijd zodat <strong>de</strong><br />
tennisspeler vervolgens met name kan gaan tra<strong>in</strong>en op punten die verbeter<strong>in</strong>g behoeven.<br />
Coach<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen het on<strong>de</strong>rwijs vertoont over<strong>een</strong>komsten met het coachen van <strong>in</strong>dividuele<br />
sporters. Coach<strong>in</strong>g is <strong>een</strong> vorm van begeleid<strong>in</strong>g die gebaseerd is op observatie van <strong>de</strong><br />
lespraktijk van <strong>de</strong> gecoachte (aanstaan<strong>de</strong>) leraar (Engelen, 2002).<br />
In <strong>de</strong> literatuur blijkt coach<strong>in</strong>g dikwijls echter ook te verwijzen naar <strong>een</strong> zekere<br />
gelijkwaardigheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>gsrelatie, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van collegiale<br />
coach<strong>in</strong>g. Zo wordt bij coach<strong>in</strong>g ook verwezen naar <strong>een</strong> consultatie tussen collega’s van m<strong>in</strong><br />
of meer gelijke status, we<strong>de</strong>rkerigheid of gelijkwaardigheid (Conley et al., 1995). Wanneer<br />
twee of meer (aanstaan<strong>de</strong>) leraren elkaar <strong>in</strong> het proces van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> begelei<strong>de</strong>n en<br />
on<strong>de</strong>rsteunen spreken we van peer coach<strong>in</strong>g. Voorwaar<strong>de</strong>lijk voor peer coach<strong>in</strong>g is dat er <strong>een</strong><br />
begeleid<strong>in</strong>gs- en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>gsproces op gang komt op basis van we<strong>de</strong>rzijds vertrouwen. Het<br />
gaat hier immers om twee of meer collega’s die elkaar helpen met, maar ook aanspreken op<br />
samen werken om te reflecteren op <strong>de</strong> eigen praktijk, nieuwe vaardighe<strong>de</strong>n proberen op te<br />
bouwen, uit te brei<strong>de</strong>n en te verfijnen, i<strong>de</strong>eën uit te wisselen, elkaar te <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>,<br />
on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas uit te voeren en problemen van <strong>de</strong> werkplek proberen op te lossen<br />
(Engelen et al., 1997; Joyce & Showers, 1988). On<strong>de</strong>rzoek wijst uit dat (peer)coach<strong>in</strong>g <strong>een</strong><br />
effectieve manier is om te <strong>leren</strong> (Engelen et al., 1997; Joyce & Showers, 1995; Oja, 2001;<br />
Reiman, 1999). Naast vertrouwen wor<strong>de</strong>n als voorwaar<strong>de</strong>n genoemd dat <strong>de</strong> peercoach goed<br />
moet kunnen reflecteren en <strong>in</strong> staat is krachtige en constructieve feedback te geven.<br />
Op verschillen<strong>de</strong> plaatsen wordt gewezen op het belang van schol<strong>in</strong>g van mentoren en<br />
coaches. Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g die beperkt blijft tot het bij elkaar brengen van <strong>een</strong> mentor en<br />
<strong>een</strong> mentee, of van twee peercoaches, zal niet vanzelf bijdragen aan <strong>een</strong> krachtige<br />
leeromgev<strong>in</strong>g (Engelen, 2002). Doel van <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijke schol<strong>in</strong>g is dikwijls mentoren en<br />
coaches meer <strong>in</strong>zicht te laten verwerven <strong>in</strong> <strong>de</strong> effecten van het reflecteren (Darl<strong>in</strong>g-Hammond<br />
& Cobb, 1996).<br />
33
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
In <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten wordt <strong>een</strong> raamwerk gebruikt als basis voor schol<strong>in</strong>g van mentoren<br />
(O<strong>de</strong>ll et al., 2000). De aspecten van schol<strong>in</strong>g en tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g zijn geor<strong>de</strong>nd <strong>in</strong> <strong>een</strong> raamwerk<br />
waaraan zes samenhangen<strong>de</strong> dimensies zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Dit raamwerk is <strong>in</strong> Tabel 2.2<br />
schematisch uitgewerkt.<br />
Tabel 2.2 Het raamwerk met aspecten van schol<strong>in</strong>g en tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g van mentoren geor<strong>de</strong>nd naar zes dimensies<br />
(O<strong>de</strong>ll et al., 2000).<br />
Dimensie Component<br />
1 Doelen van het praktijkge<strong>de</strong>elte<br />
1.1 Het bouwen aan <strong>een</strong> professionele i<strong>de</strong>ntiteit<br />
1.2 De doelen aanpassen aan <strong>de</strong> locale situatie<br />
1.3 De doelen gebruiken voor exploratie en discussie over <strong>de</strong> praktijken van zowel<br />
beg<strong>in</strong>nel<strong>in</strong>g als <strong>de</strong> mentor<br />
2 De culturen van school en opleid<strong>in</strong>g en verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n<br />
2.1 School en opleid<strong>in</strong>g werken samen aan <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g en hebben ie<strong>de</strong>r hun<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
2.2 De school is gericht op het bevor<strong>de</strong>ren van het <strong>leren</strong> van alle <strong>de</strong>elnemers<br />
2.3 De opleid<strong>in</strong>g zorgt voor begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> lerarenoplei<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> <strong>de</strong> school en brengt<br />
bijvoorbeeld op on<strong>de</strong>rzoek gebaseer<strong>de</strong> kennis <strong>in</strong> (evi<strong>de</strong>nce-based practice)<br />
3 Selectie van mentoren en <strong>de</strong> match<strong>in</strong>g van mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
3.1 Criteria voor <strong>de</strong> selectie van mentoren<br />
3.2 Procedures voor <strong>de</strong> aanname van mentoren<br />
3.3 Criteria voor het matchen van aanstaan<strong>de</strong> leraren en mentoren<br />
3.4 Criteria voor het oplossen van conflicten tussen mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
4 De tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g en ver<strong>de</strong>re ontwikkel<strong>in</strong>g van mentoren<br />
4.1 Voorbereid<strong>in</strong>g op het mentorwerk en participatie <strong>in</strong> professional <strong>de</strong>velopment<br />
4.2 Het <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke programma voor mentoren<br />
4.3 Het professional <strong>de</strong>velopment programma<br />
4.4 Mentor <strong>in</strong>centives voor professional <strong>de</strong>velopment<br />
5 De rol en <strong>de</strong> praktijk van <strong>een</strong> mentor<br />
5.1 De opvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor op zijn rol en op <strong>de</strong> relatie met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
5.2 De <strong>de</strong>elname van <strong>de</strong> mentor aan <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>gsactiviteiten<br />
5.3 De taak van <strong>de</strong> mentor<br />
6 De organisatie van het praktijkge<strong>de</strong>elte<br />
6.1 De taak van <strong>de</strong> praktijkcoörd<strong>in</strong>ator<br />
6.2 Verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> praktijkcoörd<strong>in</strong>ator<br />
6.3 De evaluatie van het praktijkge<strong>de</strong>elte<br />
Naast <strong>in</strong>dividuele schol<strong>in</strong>g benadrukken sommige auteurs het belang van <strong>een</strong> gezamenlijke<br />
professionaliser<strong>in</strong>g van mentoren en hogeschooldocenten en het doen van gezamenlijk<br />
on<strong>de</strong>rzoek (Gallego, 2001; Stanulis, 1995). Zo beschrijven Cope en Stephen (2001) <strong>een</strong><br />
aanpak waarbij mentoren van <strong>de</strong> partnerschool b<strong>in</strong>nen het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut meewerken.<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraren die wor<strong>de</strong>n begeleid door geschool<strong>de</strong> mentoren, blijken beter <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
praktijk te functioneren en daarbij sneller vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen te maken dan aanstaan<strong>de</strong> leraren die<br />
door ongeschool<strong>de</strong> mentoren wor<strong>de</strong>n begeleid (Evertson & Smithey, 2000).<br />
Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur komt naar voren dat a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> werkplek cruciaal<br />
is voor het <strong>leren</strong> van (aanstaan<strong>de</strong>) leraren (Bullough & Draper, 2004; Cogan, 1973; Costa &<br />
Garmston, 1994; Goldhammer, 1969; Joyce & Showers, 1995; Oja, 2001; Reiman, 1999;<br />
V<strong>een</strong>man, 1995). Hierop aansluitend noemt Onstenk (1997) <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> mentor als één van<br />
<strong>de</strong> belangrijkste dimensies van <strong>de</strong> werkplek als leeromgev<strong>in</strong>g. Die rol is complex. Mentor<strong>in</strong>g<br />
gebeurt veelal <strong>in</strong> <strong>een</strong> direct <strong>in</strong>teractieproces tussen mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
34
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De complexiteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g wordt vergroot door <strong>de</strong> grote variëteit aan <strong>de</strong> te bereiken<br />
professionele doelen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> context van concrete on<strong>de</strong>rwijsleersituaties (Feiman-Nemser,<br />
1996; Franke & Dahlgren, 1996; Gallegos, 1995; Hegarty & Simco, 1995). Toml<strong>in</strong>son (1995)<br />
on<strong>de</strong>rscheidt <strong>in</strong> dit verband aan mentor<strong>in</strong>g vijf <strong>in</strong> die <strong>in</strong>teractie te realiseren basisfuncties:<br />
- bewust wor<strong>de</strong>n van vaardighe<strong>de</strong>n die van belang zijn voor het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>;<br />
- <strong>leren</strong> organiseren van on<strong>de</strong>rwijsactiviteiten met als focus <strong>de</strong> effecten op <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen;<br />
- monitoren van <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rwijsactiviteiten;<br />
- bijstellen van <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rwijsactiviteiten op basis van reflectie;<br />
- motiveren en ontwikkelen van <strong>de</strong> sterke kanten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Behalve dat het <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g is dat <strong>de</strong> mentor <strong>de</strong>ze basisfuncties realiseert, gaat het bij<br />
mentor<strong>in</strong>g vooral om <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en <strong>de</strong> manier waarop mentoren <strong>de</strong>ze basisfuncties realiseren<br />
(Franke & Dahlgren, 1996). Deze aanpak on<strong>de</strong>rsteunt ‘cognitive apprenticeship’ b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bij het verwerven van kennis en vaardighe<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren (Coll<strong>in</strong>s et al., 1989). De aanpak houdt <strong>in</strong> dat <strong>de</strong> mentor eerst hardop <strong>de</strong>nkend <strong>de</strong><br />
gewenste han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen <strong>de</strong>monstreert. Dit is vergelijkbaar met ‘mo<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g’. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> fase<br />
probeert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong>ze zelf toe te passen, waarbij <strong>de</strong> mentor begeleidt, met steeds<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r stur<strong>in</strong>g. Dit is <strong>de</strong> fase van ‘begeleid<strong>in</strong>g’. Op <strong>een</strong> gegeven moment is voortduren<strong>de</strong><br />
begeleid<strong>in</strong>g niet meer nodig, maar kan het leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar nog wel<br />
wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rsteund door hulpvragen, checklisten of an<strong>de</strong>re metho<strong>de</strong>n. Dit wordt aangeduid<br />
met ‘scaffold<strong>in</strong>g’. In <strong>de</strong> laatste fase laat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zien het geleer<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> nieuwe<br />
context toe te kunnen passen.<br />
Onafhankelijk van <strong>de</strong>ze basisfuncties is <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rscheid<strong>in</strong>g naar typen mentoren mogelijk<br />
(Feiman-Nemser, 1998). Het eerste type mentoren realiseert het mentorschap <strong>in</strong> termen van<br />
emotionele on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g en technische korte termijnhulp. Ze geven vooral adviezen en tips.<br />
Het twee<strong>de</strong> type mentoren <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieert hun mentorrol <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijstermen. Zij helpen <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren bij onmid<strong>de</strong>llijke problemen en hou<strong>de</strong>n tegelijkertijd <strong>de</strong> professionele<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten door <strong>de</strong> focus te richten op <strong>de</strong> legitimatie van het han<strong>de</strong>len. Het<br />
<strong>de</strong>r<strong>de</strong> type mentoren laat zich omschrijven als ‘agents of change’. Deze mentoren brengen <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> contact met an<strong>de</strong>re ervaren leraren en hun klassen, moedigen<br />
samenwerk<strong>in</strong>g aan en bevor<strong>de</strong>ren gedachtewissel<strong>in</strong>gen tussen <strong>de</strong> leraren over hun eigen<br />
on<strong>de</strong>rwijspraktijk. Deze mentoren <strong>in</strong>vesteren ook meer tijd <strong>in</strong> hun mentorschap dan <strong>de</strong> bei<strong>de</strong><br />
an<strong>de</strong>re groepen (Feiman-Nemser, 1998).<br />
Feiman-Nemser spreekt <strong>in</strong> navolg<strong>in</strong>g van Dewey over educatieve mentor<strong>in</strong>g. Educatieve<br />
mentor<strong>in</strong>g berust op <strong>een</strong> expliciete visie op wat ‘goed’ <strong>leren</strong> en <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong>houdt.<br />
Educatieve mentor<strong>in</strong>g laat zich karakteriseren door <strong>een</strong> mentor die:<br />
- gesprekken voert waarbij hij zijn praktijkkennis <strong>in</strong>brengt;<br />
- aandacht heeft voor <strong>de</strong> concerns en vragen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zon<strong>de</strong>r daarmee <strong>de</strong><br />
lange termijn leerdoelen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uit het oog te verliezen;<br />
- <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rzoeken<strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aanmoedigt;<br />
- <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar helpt om <strong>in</strong> en van <strong>de</strong> eigen praktijk te <strong>leren</strong>;<br />
- het betekenisvol <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar on<strong>de</strong>rsteunt.<br />
In aanvull<strong>in</strong>g dui<strong>de</strong>n Herman & Man<strong>de</strong>ll (2004) op het belang dat <strong>een</strong> mentor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar respecteert als iemand die kennis heeft. In <strong>de</strong>ze opvatt<strong>in</strong>g stelt <strong>de</strong> mentor eer<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
juiste vragen op het juiste moment, dan dat hij antwoor<strong>de</strong>n geeft.<br />
35
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
Franke & Dahlgren (1996) <strong>de</strong><strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen van mentoren en aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren over mentor<strong>in</strong>g. In hun on<strong>de</strong>rzoek troffen zij <strong>een</strong> schaker<strong>in</strong>g van opvatt<strong>in</strong>gen aan over<br />
drie mentor<strong>in</strong>gsdome<strong>in</strong>en. Deze schaker<strong>in</strong>g bleek te or<strong>de</strong>nen naar <strong>de</strong> dome<strong>in</strong>en functie,<br />
<strong>in</strong>houd en vorm van mentor<strong>in</strong>g en stemt over<strong>een</strong> met wat wij tot nog toe hebben besproken. In<br />
<strong>de</strong> praktijk kunnen <strong>de</strong>ze opvatt<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> mentor sterk kleuren waardoor mentor<strong>in</strong>g<br />
zowel wat functie, <strong>in</strong>houd en vorm betreft, op uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> wijze kan plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Het<br />
beeld dat daaruit ontstaat is schematisch weer te geven (Tabel 2.3). In navolg<strong>in</strong>g van Franke<br />
en Dahlgren wor<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> drie dome<strong>in</strong>en twee dimensies on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. De eerste<br />
dimensie betreft opvatt<strong>in</strong>gen over mentor<strong>in</strong>gsaspecten die zijn te beschouwen als reflectief en<br />
persoonsgericht. De twee<strong>de</strong> omvat <strong>in</strong>strumentele en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgerichte opvatt<strong>in</strong>gen.<br />
Tabel 2.3 Mentor<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>ge<strong>de</strong>eld naar drie dome<strong>in</strong>en en twee dimensies. In <strong>de</strong> l<strong>in</strong>ker kolom zijn<br />
reflectieve en persoonsgerichte opvatt<strong>in</strong>gen samengevat, <strong>in</strong> <strong>de</strong> rechter <strong>de</strong> <strong>in</strong>strumentele en<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgerichte.<br />
Reflectieve en persoonsgerichte opvatt<strong>in</strong>gen Instrumentele en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgerichte opvatt<strong>in</strong>gen<br />
reflectie op <strong>de</strong> praktijkkennis van <strong>de</strong> mentor v<strong>in</strong>dt<br />
plaats: <strong>de</strong> mentor gaat met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong><br />
dialoog, werkt samen, zorgt dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar bij het <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>de</strong> perspectieven van <strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> overweg<strong>in</strong>g kan nemen<br />
<strong>de</strong> lesactiviteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zijn<br />
object van reflectie: vertrekpunt van mentor<strong>in</strong>g is<br />
<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ale communicatie tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar en zijn leerl<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong> achterliggen<strong>de</strong><br />
re<strong>de</strong>nen van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnomen lesactiviteiten, <strong>een</strong><br />
reflectie van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op hetg<strong>een</strong> er<br />
gebeur<strong>de</strong> tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> les<br />
pr<strong>in</strong>cipegeoriënteer<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g: het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> wordt vooral besproken vanuit <strong>de</strong><br />
pr<strong>in</strong>cipes die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar over <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> heeft<br />
36<br />
Dome<strong>in</strong> 1: <strong>de</strong> functie van mentor<strong>in</strong>g<br />
Dome<strong>in</strong> 2: <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van mentor<strong>in</strong>g<br />
Dome<strong>in</strong> 3: <strong>de</strong> vorm van mentor<strong>in</strong>g<br />
<strong>de</strong> praktijkkennis van <strong>de</strong> mentor wordt als<br />
vanzelfsprekend beschouwd: <strong>de</strong> mentor staat<br />
mo<strong>de</strong>l, on<strong>de</strong>rsteunt en corrigeert<br />
<strong>de</strong> lesactiviteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bie<strong>de</strong>n<br />
gelegenheid om <strong>de</strong> praktijk te <strong>leren</strong>: vertrekpunt<br />
van mentor<strong>in</strong>g is hoe <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zijn<br />
on<strong>de</strong>rnomen lesactiviteiten heeft ervaren en <strong>de</strong><br />
positieve en negatieve reacties van <strong>de</strong> mentor op<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnomen lesactiviteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar<br />
episo<strong>de</strong>georiënteer<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g: het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> wordt vooral besproken vanuit het<br />
gedrag dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tij<strong>de</strong>ns het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> laat zien<br />
Wanneer we <strong>de</strong>ze <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g terugkoppelen naar <strong>de</strong> drie te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n typen mentoren, is het<br />
han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> eerste groep mentoren veelal <strong>in</strong>strumenteel en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgericht (rechter<br />
kolom) en van <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> groep vooral reflectief en persoonsgericht (l<strong>in</strong>ker kolom). Bij <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> groep mentoren zijn <strong>in</strong> het han<strong>de</strong>len kenmerken uit bei<strong>de</strong> kolommen aanwezig. Voor<br />
het <strong>leren</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren is van belang welke opvatt<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> mentor heeft over ‘goed’<br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Maar ook dat <strong>de</strong> mentor <strong>in</strong> staat is <strong>de</strong>ze opvatt<strong>in</strong>gen te expliciteren en ze samen<br />
met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te reconstrueren (Borko & Putnam, 1996; Richardson, 1996). Ook<br />
Deweys educatieve mentor<strong>in</strong>g berust op <strong>een</strong> expliciete visie op wat goed (<strong>leren</strong>) <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
<strong>in</strong>houdt. Dat laatste heeft ook te maken met het begrip dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren krijgen van<br />
<strong>de</strong> wijze waarop hun eigen leerl<strong>in</strong>gen vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n <strong>leren</strong> en welke mogelijkhe<strong>de</strong>n en<br />
knelpunten ze daarbij on<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>n.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Daarmee zijn <strong>de</strong> pedagogisch-didactische visie zowel als <strong>de</strong> vaardighe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren ontwikkelen, nauw gerelateerd aan <strong>de</strong> vakdidactische kennis van <strong>de</strong> mentor en van <strong>de</strong><br />
wijze waarop <strong>de</strong> mentor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsleeractiviteiten legitimeert.<br />
Net zo m<strong>in</strong> als coach<strong>in</strong>g draagt mentor<strong>in</strong>g dan ook als vanzelf bij aan <strong>een</strong> krachtige<br />
leeromgev<strong>in</strong>g. De kwalitatieve rol die <strong>de</strong> mentor voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g vervult is me<strong>de</strong> afhankelijk van diens eigen visie, kennis en<br />
vaardighe<strong>de</strong>n. De tot nog toe besproken aspecten van mentor<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rsteunen <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls nog<br />
nadrukkelijker <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g dat mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g relevante kenmerken voor <strong>een</strong><br />
krachtige leeromgev<strong>in</strong>g zijn. Om die re<strong>de</strong>n is het z<strong>in</strong>vol dieper <strong>in</strong> te gaan op enkele<br />
kantteken<strong>in</strong>gen bij <strong>de</strong> specifieke rol van mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
2.3.2 De rol van mentor<strong>in</strong>g<br />
Hoewel mentor<strong>in</strong>g als <strong>een</strong> beloftevol mid<strong>de</strong>l wordt gezien om het <strong>leren</strong> van aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren op <strong>de</strong> werkplek te bevor<strong>de</strong>ren, bestaan er ook twijfels over <strong>de</strong> effecten van mentor<strong>in</strong>g<br />
op het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (Berl<strong>in</strong>er, 2001; Gallego, 2001; Korthagen & Kessels,<br />
1999; Verloop et al., 2001; Zeichner, 1999). Zo is het <strong>de</strong> vraag of aanstaan<strong>de</strong> leraren ‘nieuwe’<br />
vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> kunnen <strong>leren</strong> wanneer mentoren die moeten begelei<strong>de</strong>n zelf<br />
hiertoe niet <strong>in</strong> staat zijn. Ook bestaat het gevaar van <strong>de</strong> conserveren<strong>de</strong> werk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplek voor <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren (Feiman-Nemser, 1996;<br />
Wid<strong>een</strong> et al., 1998). B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> gebruikelijke opzet van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g, die kenmerken heeft<br />
van het kennisoverdrachtmo<strong>de</strong>l, kunnen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren gemakkelijk conventionele<br />
normen en praktijken overnemen (Bergen & V<strong>een</strong>, 2004). Ook het i<strong>de</strong>e dat goe<strong>de</strong> leraren<br />
automatisch ook goe<strong>de</strong> mentoren zijn, is nauwelijks houdbaar (Feiman-Nemser, 2000).<br />
In Engeland is <strong>in</strong> dit verband gewezen op enkele problemen die <strong>een</strong> rol spelen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ‘school-based teacher education’ (Edwards, 2001). Deze problemen<br />
kwamen naar voren uit <strong>in</strong>houdsanalyses van mentorgesprekken en <strong>in</strong>terviews met mentoren.<br />
Gebleken is dat mentoren vooral feedback geven op het (les)gedrag van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
(Edwards, 2001). Ze blijken m<strong>in</strong><strong>de</strong>r aandacht te hebben voor <strong>de</strong> reflectie daarop van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf. De <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> feedback blijkt zich vooral te concentreren op <strong>de</strong><br />
mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar er<strong>in</strong> slaagt zich bij het lesgeven aan het lesplan te hou<strong>de</strong>n.<br />
De dialoog tussen mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar is vooral situatiegebon<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> mentor<br />
refereert tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> dialoog nauwelijks aan theoretische pr<strong>in</strong>cipes van het <strong>leren</strong> van leerl<strong>in</strong>gen.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n zelf nauwelijks gezien als<br />
leer<strong>de</strong>rs, <strong>de</strong> enige leer<strong>de</strong>rs <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas zijn <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen. Ook <strong>de</strong> mentor stelt zich niet als<br />
leer<strong>de</strong>r op, die samen met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar leert.<br />
Wanneer we <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rzoeksresultaten terugkoppelen naar <strong>de</strong> hiervoor genoem<strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
van Feiman-Nemser, 1998) en die van Franke & Dahlgren (1996), dan gaat het bij Edwards<br />
vooral over het eerste type mentoren, dat <strong>in</strong>strumenteel en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgericht te werk gaat.<br />
De resultaten suggereren dat mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> scholen waarschijnlijk wel het ‘ambacht’ van<br />
leraar door kunnen geven aan aanstaan<strong>de</strong> leraren -hoe geef je hier op onze school les- maar<br />
dat zij meer moeite hebben om <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren te<br />
stimu<strong>leren</strong> (Feiman-Nemser, 2000; Gold, 1996). Om <strong>de</strong>ze problemen te on<strong>de</strong>rvangen zijn er<br />
specifieke mentor<strong>in</strong>gsprogramma’s ontwikkeld.<br />
37
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
In <strong>de</strong>ze programma’s wordt gezorgd voor voldoen<strong>de</strong> tijd voor <strong>de</strong> mentortaak, voor<br />
mentorbegeleid<strong>in</strong>g (coach<strong>in</strong>g) en het bij<strong>een</strong>brengen van mentoren om elkaars werk te<br />
bespreken om zodoen<strong>de</strong> hun kennis en vaardighe<strong>de</strong>n rond mentor<strong>in</strong>g met elkaar te<br />
ontwikkelen en te <strong>de</strong>len. Wat die kennis en vaardighe<strong>de</strong>n betreft is even<strong>een</strong>s het on<strong>de</strong>rscheid<br />
naar procedurele en <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke aspecten relevant. Wat betreft <strong>de</strong> procedurele aspecten<br />
leveren verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeken aanwijz<strong>in</strong>gen op dat aan begeleid<strong>in</strong>gsactiviteiten <strong>een</strong><br />
zekere cyclische sequentie is te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n (Costa & Garmston, 1994; Derksen & Bergen,<br />
2001; Engelen & Bergen, 2001; Joyce & Showers, 1995). Deze cyclus omvat a) het<br />
voorbespreken van <strong>de</strong> uit te voeren activiteiten tussen mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar, b) het<br />
observeren door <strong>de</strong> mentor van <strong>de</strong> activiteiten, c) het analyseren van het gedrag van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar op basis van <strong>de</strong> observatie, d) het bespreken van <strong>de</strong> observaties tussen<br />
mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar, e) het evalueren van <strong>de</strong> geobserveer<strong>de</strong> activiteiten en f) het<br />
voorbespreken van volgen<strong>de</strong> activiteiten. Overigens is het observeren van activiteiten zoals<br />
<strong>een</strong> les, door <strong>de</strong> mentor g<strong>een</strong> noodzakelijke voorwaar<strong>de</strong> om <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek te voeren.<br />
Een mentor<strong>in</strong>gsgesprek kan ook plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n zon<strong>de</strong>r observatie van activiteiten namelijk<br />
wanneer <strong>de</strong> mentor of aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf gesprekson<strong>de</strong>rwerpen aandraagt. Dit kunnen<br />
on<strong>de</strong>rwerpen betreffen voorafgaand aan of na één les of activiteit of meer<strong>de</strong>re lessen of<br />
lesoverstijgen<strong>de</strong> activiteiten. In dit verband kan wor<strong>de</strong>n gesproken van <strong>in</strong>directe begeleid<strong>in</strong>g.<br />
Van directe begeleid<strong>in</strong>g is sprake wanneer <strong>de</strong> mentor <strong>de</strong> les heeft geobserveerd en naar<br />
aanleid<strong>in</strong>g hiervan <strong>een</strong> gesprek voert met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
On<strong>de</strong>rzoeksliteratuur naar coach<strong>in</strong>gsgesprekken (Engelen & Bergen, 2001) laat zien dat <strong>een</strong><br />
vijftal gespreksfasen is te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n waarvan aannemelijk is dat <strong>de</strong>ze op vergelijkbare<br />
wijze gel<strong>de</strong>n voor mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. In <strong>de</strong> eerste fase van <strong>een</strong> gesprek komen <strong>de</strong><br />
a) hoofdpunten en afspraken uit het vorige gesprek aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>. Dan volgt <strong>een</strong><br />
b) verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> situatie en c) het benoemen van verbeterpunten. In <strong>de</strong> voorlaatste<br />
fase wisselen <strong>de</strong> gesprekspartners d) suggesties en alternatieven voor verbeter<strong>in</strong>g uit.<br />
Afsluit<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt plaats met <strong>de</strong> e) afspraken voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> lessen of activiteiten. Uit <strong>de</strong><br />
resultaten van <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rzoek door Engelen (2002) volgt dat <strong>de</strong>ze variabelen bruikbare<br />
<strong>in</strong>dicatoren opleveren voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong>ze gesprekken. Ver<strong>de</strong>r wijzen verschillen<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten op het belang van <strong>een</strong> vijftal te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n functies of<br />
kernactiviteiten <strong>in</strong> <strong>een</strong> gesprek (Bergen, 2001; Engelen & Bergen, 2001; Joyce & Showers,<br />
1988). Centraal daarbij staan a) het geven van steun en vertrouwen en b) het geven van<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke terugkoppel<strong>in</strong>g. Het c) analyseren van <strong>de</strong> toepass<strong>in</strong>g is gericht op activiteiten om<br />
<strong>de</strong> verworven vaardighe<strong>de</strong>n op het juiste moment te gebruiken. Het d) afstemmen van <strong>de</strong><br />
nieuwe on<strong>de</strong>rwijsvaardighe<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraar e) aanmoedigen om<br />
<strong>de</strong> nieuwe on<strong>de</strong>rwijsvaardighe<strong>de</strong>n te oefenen zijn <strong>de</strong> twee laatste functies.<br />
38<br />
2.4 Conclusies<br />
Het doel van <strong>de</strong> literatuurstudie was na te gaan wat <strong>in</strong> <strong>de</strong> nationale en <strong>in</strong>ternationale<br />
on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur bekend is over <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur hebben we kunnen opmaken dat <strong>de</strong> leertheoretische uitgangspunten<br />
van het constructivisme <strong>een</strong> bruikbaar algem<strong>een</strong> ka<strong>de</strong>r voor ons on<strong>de</strong>rzoek bie<strong>de</strong>n.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De uitgangspunten van het constructivisme maken het mogelijk om <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> te<br />
benoemen als <strong>een</strong> actief, constructief, cumulatief, zelfregu<strong>leren</strong>d, doelgericht en reconstructief<br />
proces. Tegelijkertijd zien we <strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> besproken vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
ook elementen terug die te maken hebben met vakmanschap en didactische vaardighe<strong>de</strong>n en<br />
<strong>de</strong> afstemm<strong>in</strong>g daarvan op <strong>de</strong> theoretische <strong>in</strong>zichten en kennis. Omdat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
functioneel richt<strong>in</strong>g geeft aan <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g,<br />
zullen <strong>de</strong> partners die voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g ervan verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn, herkenbaar aan <strong>de</strong>ze<br />
concepten tegemoet moeten komen.<br />
Een belangrijk mid<strong>de</strong>l om met het <strong>in</strong>richten van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren te bevor<strong>de</strong>ren, is hen kennis te laten maken met<br />
authentieke situaties. Hoewel van groot belang, omvat ons on<strong>de</strong>rzoek g<strong>een</strong> effectstudie naar<br />
dat <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> zelf. Voor <strong>een</strong> verantwoor<strong>de</strong> effectstudie is ons <strong>in</strong>ziens namelijk eerst<br />
<strong>een</strong> meer omvattend beeld van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g gewenst. Dit<br />
beeld ontbreekt. Om daar<strong>in</strong> te voorzien hebben we ervoor gekozen <strong>een</strong> exploratief on<strong>de</strong>rzoek<br />
uit te voeren naar <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
krachtig kunnen bevor<strong>de</strong>ren.<br />
Wel komt uit <strong>de</strong> literatuur naar voren dat <strong>de</strong> partners bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
reken<strong>in</strong>g zullen (moeten) hou<strong>de</strong>n met vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en didactische<br />
uitgangspunten voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Waar het gaat om <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen theorie en<br />
praktijk blijkt dit echter <strong>een</strong> heikel punt. Uit verschillen<strong>de</strong> bronnen zagen we dat <strong>de</strong><br />
beschikbare tijd voor het <strong>leren</strong> en reflecteren vanuit <strong>de</strong> theorie sterk is verm<strong>in</strong><strong>de</strong>rd ten faveure<br />
van het <strong>leren</strong> <strong>in</strong> en van <strong>de</strong> praktijk. Op grond van wat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur over het<br />
vergroten van <strong>de</strong> praktijktijd aangeeft, conclu<strong>de</strong>ren we dat <strong>de</strong>ze bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> kloof<br />
tussen praktijk en theorie te overbruggen eer<strong>de</strong>r knelpunten dan kansen op succes oplevert.<br />
Aan <strong>de</strong>ze conclusie koppelen we tevens <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> druk die <strong>de</strong>ze bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g legt op <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> kwaliteiten van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Aan die<br />
kwaliteiten bleken bovendien enkele beperk<strong>in</strong>gen herkenbaar. Aannemelijk is gewor<strong>de</strong>n dat<br />
van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsactiviteiten <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>een</strong> centrale plaats <strong>in</strong>nemen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>teractie tussen mentor en mentee. Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten van Edwards conclu<strong>de</strong>ren we<br />
dat mentoren moeite hebben om <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren te<br />
stimu<strong>leren</strong>. Als <strong>de</strong>rhalve <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g cruciaal is voor het <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek<br />
kunnen daarmee tevens vraagtekens wor<strong>de</strong>n gezet bij <strong>de</strong> werkplek als krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
Zo bezien bezit mentor<strong>in</strong>g enerzijds <strong>de</strong> potentie om <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig te<br />
maken. Maar an<strong>de</strong>rzijds blijkt <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g bijzon<strong>de</strong>r kwetsbaar door <strong>de</strong> afhankelijkheid van<br />
<strong>de</strong> kwaliteiten van <strong>in</strong>dividuele mentoren. Samenhangend vermoe<strong>de</strong>n we dat <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g <strong>in</strong> hoge mate afhankelijk is van <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Uit het on<strong>de</strong>rzoek van Engelen (2003) conclu<strong>de</strong>ren we dat <strong>in</strong>dicatoren voor <strong>de</strong>ze kwaliteit zijn<br />
af te meten aan <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> tij<strong>de</strong>ns het gesprek <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen en<br />
kernactiviteiten zichtbaar zijn. Bij elkaar vormen dit re<strong>de</strong>nen om <strong>in</strong> het empirisch on<strong>de</strong>rzoek<br />
naast <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken ook specifiek aandacht te beste<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong><br />
voor mentor<strong>in</strong>g zelf beschikbare en beste<strong>de</strong> tijd.<br />
39
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
De on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur over <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
had betrekk<strong>in</strong>g op verschillen<strong>de</strong> doelgroepen (basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs) en contexten (on<strong>de</strong>rwijs en organisaties). Zo zijn <strong>de</strong> stelregels die Vreug<strong>de</strong>nhil<br />
(1999) ontwikkel<strong>de</strong> en <strong>de</strong> factoren die Bergen et al. (2001) noem<strong>de</strong>n voor <strong>een</strong> krachtige<br />
leeromgev<strong>in</strong>g voor aanstaan<strong>de</strong> leraren, gericht op het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Maar ook is<br />
literatuur bestu<strong>de</strong>erd die betrekk<strong>in</strong>g heeft op organisaties (Kessels, 2001b).<br />
We conclu<strong>de</strong>ren dat we bepaal<strong>de</strong> resultaten en conclusies niet zon<strong>de</strong>r meer kunnen<br />
extrapo<strong>leren</strong> naar a) het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen b) voor<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs c) <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland.<br />
An<strong>de</strong>rzijds kunnen diezelf<strong>de</strong> resultaten en conclusies lei<strong>de</strong>n tot an<strong>de</strong>re perspectieven en<br />
<strong>in</strong>zichten. Deze kunnen al dan niet aangepast, ook bruikbaar zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse situatie<br />
van <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen basison<strong>de</strong>rwijs. Voorbeel<strong>de</strong>n zijn <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> stelregels van<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil (1999) en <strong>de</strong> factoren van Bergen et al. (2001). Maar ook <strong>de</strong> resultaten uit <strong>de</strong><br />
Engelse ‘School-based teacher education’ aanpak (Edwards, 2001; McIntyre et al., 1993) en<br />
<strong>de</strong> Amerikaanse PDS-werkwijzen (Edwards & Protheroe, 2003; Holmes Group, 1990;<br />
National Council for Accreditation of Teacher Education, 2001; Ridley et al., 2005).<br />
Uit <strong>de</strong> bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur kunnen we bovendien aflei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> uitgangspunten<br />
uit die laatste bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gswijzen <strong>in</strong> sterke mate <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland beïnvloe<strong>de</strong>n.<br />
Op grond hiervan is <strong>de</strong> conclusie gerechtvaardigd dat <strong>een</strong> grondig on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong><br />
kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
basison<strong>de</strong>rwijs bijzon<strong>de</strong>r opportuun is. Waarbij we zeker ook <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> kenmerken die<br />
zo’n werkplekleeromgev<strong>in</strong>g mogelijk krachtig maken voor dat <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> zowel als <strong>de</strong><br />
vraag naar <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g dienen te betrekken.<br />
Opvallend is dat <strong>de</strong> toevoeg<strong>in</strong>g van het begrip ‘krachtig’ aan <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
door ons bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur vooral betrekk<strong>in</strong>g lijkt te hebben op bepaal<strong>de</strong> kwaliteiten van<br />
<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g die we kunnen relateren aan vormgev<strong>in</strong>g en doelmatigheid of<br />
effectiviteit. Een voorbeeld hiervan is het vormgev<strong>in</strong>gskenmerk: ‘<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is<br />
up-to-date, compleet en rijk aan mid<strong>de</strong>len’. Een enkele keer had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> kenmerken meer<br />
betrekk<strong>in</strong>g op doelmatigheid of effectiviteit: ‘<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g omvat stimulansen tot<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> zelfevaluatie en het competentiegevoel van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar’ en ‘<strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gericht op persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g en groei naar <strong>de</strong><br />
startbekwaamhe<strong>de</strong>n’. Twee kenmerken weerspiegelen het competentiegericht <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g: ‘<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
biedt mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong> en<br />
werken’ en ‘het aanbod <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is afgestemd op <strong>de</strong> leerbehoeften van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar’.<br />
Op grond hiervan conclu<strong>de</strong>ren we dat uit <strong>de</strong> literatuur <strong>een</strong> dui<strong>de</strong>lijke nadruk naar voren komt<br />
op kenmerken die te maken hebben met ‘first or<strong>de</strong>r changes’. Slechts <strong>in</strong> beperkte mate gaat<br />
het om ‘second or<strong>de</strong>r changes’. De vraag is dan te stellen <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> kenmerken die <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g ‘krachtig’ zou<strong>de</strong>n moeten maken betrekk<strong>in</strong>g hebben op, of<br />
rechtstreeks gerelateerd zijn aan <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kenmerken die het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> krachtig<br />
bevor<strong>de</strong>ren.<br />
40
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur troffen we wel meermalen aan wanneer volgens <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong><br />
auteur <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig is (bijvoorbeeld wanneer <strong>de</strong>ze doelmatig is), maar<br />
zijn g<strong>een</strong> antwoor<strong>de</strong>n gevon<strong>de</strong>n waarom dat dan zo is. Zo is allereerst <strong>de</strong> vraag te stellen<br />
wanneer <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g doelmatig is en vervolgens waarom die doelmatige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g dan krachtig zou zijn. Er lijkt hier sprake van <strong>een</strong> cirkelre<strong>de</strong>ner<strong>in</strong>g.<br />
Een hieraan gekoppel<strong>de</strong> conclusie is dat er <strong>een</strong> zekere mate van willekeurigheid lijkt te<br />
bestaan <strong>in</strong> <strong>de</strong> perspectieven en niveaus waarop verschillen<strong>de</strong> auteurs <strong>de</strong> kenmerken van<br />
krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen beschrijven.<br />
In <strong>een</strong> groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> door ons bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur wordt niet tot nauwelijks<br />
geëxpliciteerd vanuit welk theoretisch perspectief <strong>de</strong> kenmerken van krachtige leer- en<br />
werkomgev<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n beschreven. In <strong>de</strong> bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur zijn verschillen<strong>de</strong><br />
aanduid<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> eigenschappen van krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen naar voren<br />
gekomen (factoren, ontwikkelpr<strong>in</strong>cipes, stelregels). De verantwoord<strong>in</strong>g voor het gekozen<br />
perspectief en <strong>de</strong> daaruit voortvloeien<strong>de</strong> term<strong>in</strong>ologie is beperkt.<br />
We stel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> vraag welke van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> kenmerken het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> kennelijk<br />
‘krachtig’ kunnen bevor<strong>de</strong>ren. We moeten echter conclu<strong>de</strong>ren dat we <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur vrijwel<br />
g<strong>een</strong> met empirische evi<strong>de</strong>ntie on<strong>de</strong>rbouw<strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n op die vraag kon<strong>de</strong>n v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Daarop<br />
aansluitend bleken zeker g<strong>een</strong> antwoor<strong>de</strong>n voorhan<strong>de</strong>n over <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
kenmerken aanwezig dienen te zijn <strong>in</strong> krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen. Bij Korthagen,<br />
Tigchelaar et al. (2002); McIntyre & Hagger (1992); Vreug<strong>de</strong>nhil (1999) von<strong>de</strong>n we<br />
weliswaar het belang van <strong>de</strong> ‘balans tussen theorie en praktijk’ benadrukt, maar wat nu die<br />
praktijk en theorie concreet moet <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n en wat <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g daartussen zou moeten zijn,<br />
blijft ondui<strong>de</strong>lijk.<br />
Onze conclusie is dat <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g eerst dan krachtig kan zijn als <strong>de</strong>ze<br />
doelmatig is (vgl. De Corte, 1996). Tegelijkertijd kan er eerst sprake zijn van <strong>een</strong> doelmatige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wanneer <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g is gewaarborgd.<br />
Samenvattend hebben we nu <strong>een</strong> eerste beeld van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs<br />
verkregen. Kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen die <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig kunnen<br />
maken zijn gerelateerd aan doelmatigheid en mentor<strong>in</strong>g. De mentor<strong>in</strong>g bezit <strong>een</strong> dubbel<br />
karakter: potentieel krachtig en tegelijkertijd kwetsbaar.<br />
Het nu verkregen beeld van <strong>de</strong> kenmerken is nog <strong>in</strong>compleet en all<strong>een</strong> globaal geor<strong>de</strong>nd<br />
omdat <strong>een</strong> meer omvattend conceptueel ka<strong>de</strong>r ontbreekt. We kunnen daarmee slechts <strong>in</strong><br />
beperkte mate richt<strong>in</strong>g geven aan <strong>de</strong> bevrag<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> betrokken actoren op <strong>de</strong> kenmerken die<br />
zij aan <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g percipiëren. Dit betekent dat het nodig is <strong>de</strong> voorlopige<br />
antwoor<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur aan te vullen met <strong>een</strong> eerste empirische<br />
verkenn<strong>in</strong>g.<br />
41
Hoofdstuk 2. Theoretisch ka<strong>de</strong>r<br />
42
EMPIRISCHE VERKENNING NAAR KENMERKEN VAN<br />
KRACHTIGE WERKPLEKLEEROMGEVINGEN<br />
Uit <strong>de</strong> literatuur hebben we <strong>een</strong> beeld verkregen van <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Het gaat<br />
om kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die zijn <strong>in</strong>gericht om het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs krachtig te bevor<strong>de</strong>ren. Van die kenmerken willen we <strong>een</strong><br />
zo compleet mogelijk beeld trachten te verkrijgen.<br />
Dat willen we doen door mid<strong>de</strong>l van <strong>een</strong> ‘gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong>’ oftewel ‘groun<strong>de</strong>d’ werkwijze (Glaser<br />
& Strauss, 1976; Strauss & Corb<strong>in</strong>, 1990; Swanborn, 1994). Voor die werkwijze is het nodig<br />
te beschikken over <strong>een</strong> geheel van begrippen dat we kunnen gebruiken als ‘sensitiz<strong>in</strong>g<br />
concepts’. Dat betekent dat we <strong>de</strong> nu verkregen concepten uit <strong>de</strong> literatuurstudie eerst ver<strong>de</strong>r<br />
aanvullen met <strong>de</strong> resultaten van <strong>een</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g.<br />
Om <strong>een</strong> zo vali<strong>de</strong> mogelijk beeld te krijgen zorgen we daarbij voor <strong>een</strong> gevarieer<strong>de</strong> groep<br />
<strong>de</strong>elnemers die op uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> wijze zijn betrokken bij het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Hierdoor kunnen we <strong>de</strong><br />
verkregen concepten aanvullen en verrijken met begrippen afkomstig van <strong>de</strong>elnemers met<br />
uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> posities en belangen en (daarmee) verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretaties van die<br />
begrippen (Malmgren & van <strong>de</strong> Ven, 1994).<br />
Op die wijze kunnen we <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> literatuurstudie naar kenmerken van krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen koppelen aan <strong>in</strong>zichten en ervar<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> praktijk. Door bei<strong>de</strong><br />
resultaten te <strong>in</strong>tegreren komen theoretische en empirisch gevali<strong>de</strong>er<strong>de</strong> ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’<br />
voor werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen beschikbaar. Deze ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ zullen we benutten<br />
om op basis van <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> eerste case <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n voor het<br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem te ontwikkelen.<br />
Voor <strong>de</strong> nu volgen<strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g zijn van <strong>de</strong> eerste on<strong>de</strong>rzoeksvraag naar <strong>de</strong><br />
kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen (§ 1.2), twee <strong>de</strong>elvragen afgeleid:<br />
1.1 Welke kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van leraren betrokken <strong>de</strong>elnemers?<br />
1.2 Wat zijn <strong>de</strong> verschillen en over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong> kenmerken afkomstig van bei<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elnemersgroepen en <strong>de</strong> literatuur?<br />
Na het beschrijven van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong> <strong>in</strong> § 3.1, gaan we <strong>in</strong> op <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong><br />
empirische verkenn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> § 3.2 en trekken we conclusies <strong>in</strong> § 3.3.<br />
3<br />
43
Hoofdstuk 3. Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
44<br />
3.1 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek<br />
Om zicht te krijgen op <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
praktijk leven is <strong>de</strong> techniek van concept mapp<strong>in</strong>g toegepast. Deze techniek is bij uitstek<br />
geschikt om <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en <strong>de</strong> schematische representaties van <strong>de</strong> kennis van<br />
beroepsbeoefenaren te on<strong>de</strong>rzoeken (Markham et al., 1994; Mor<strong>in</strong>e-Dershimer, 1993).<br />
Concept mapp<strong>in</strong>g omvat <strong>een</strong> techniek om bestaan<strong>de</strong>, maar ook impliciete opvatt<strong>in</strong>gen of<br />
concepten te expliciteren en <strong>in</strong> één of meer schema’s te or<strong>de</strong>nen (Buit<strong>in</strong>k, 1998; Meijer et al.,<br />
2001). Er wordt gebruik gemaakt van aanwezige voorkennis, opvatt<strong>in</strong>gen, attitu<strong>de</strong>s en<br />
waar<strong>de</strong>systemen die <strong>een</strong> rol spelen bij het te bevragen concept. Het resultaat is <strong>een</strong> schema, <strong>de</strong><br />
‘concept map’ waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> betekenis van <strong>een</strong> bepaald concept en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge relaties tussen<br />
<strong>de</strong> begrippen tot uitdrukk<strong>in</strong>g komen (Novak, 1990).<br />
3.1.1 Deelnemers<br />
Aan het on<strong>de</strong>rzoek hebben <strong>een</strong> groep praktijk- en <strong>een</strong> groep expert<strong>de</strong>elnemers <strong>de</strong>elgenomen.<br />
Bij <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers zijn drie bij werkplek<strong>leren</strong> op <strong>een</strong> basisschool betrokken groepen<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n: twee aanstaan<strong>de</strong> leraren, twee mentoren, <strong>de</strong> directeur van <strong>de</strong> partnerschool<br />
plus <strong>een</strong> hogeschooldocent van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
De expertgroep tel<strong>de</strong> 30 personen. De groep bestond allereerst uit vijf <strong>in</strong>houds<strong>de</strong>skundige<br />
universitaire on<strong>de</strong>rzoekers, vier begelei<strong>de</strong>rs van lan<strong>de</strong>lijke pedagogische centra en twee me<strong>de</strong>werkers<br />
van lan<strong>de</strong>lijke on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rzoeksbureaus. Ver<strong>de</strong>r uit 16 docenten van hogescholen,<br />
twee le<strong>de</strong>n van colleges van bestuur van pedagogische hogescholen en <strong>een</strong> bij werkplek<strong>leren</strong><br />
betrokken on<strong>de</strong>rwijs<strong>in</strong>specteur. Zij namen <strong>in</strong> maart 2002 <strong>de</strong>el aan <strong>een</strong> congres over<br />
werkplek<strong>leren</strong> van <strong>de</strong> Verenig<strong>in</strong>g voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs Ne<strong>de</strong>rland (Velon). Tij<strong>de</strong>ns dit<br />
congres had<strong>de</strong>n ze <strong>in</strong>geschreven op <strong>een</strong> workshop die specifiek was bedoeld om door mid<strong>de</strong>l<br />
van concept mapp<strong>in</strong>g opvatt<strong>in</strong>gen over krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen uit te wisselen<br />
(Bergen et al., 2002; Gel<strong>de</strong>ns et al., 2003).<br />
3.1.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g<br />
Materiaal en procedure. Antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> kenmerken van krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> zijn verzameld bij twee verschillen<strong>de</strong><br />
groepen <strong>de</strong>elnemers. Deze <strong>de</strong>elnemers zijn elk vanuit hun eigen rol, taken en<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n betrokken bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Deze triangu<strong>leren</strong><strong>de</strong> aanpak<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> dataverzamel<strong>in</strong>g is gekozen om <strong>de</strong> ecologische validiteit van <strong>de</strong> verkregen kenmerken te<br />
bevor<strong>de</strong>ren. Als metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek is gebruik gemaakt van concept mapp<strong>in</strong>g om van<br />
<strong>de</strong>ze verschillen<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers hun opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> kenmerken van krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te verzamelen.<br />
Het maken van <strong>de</strong> concept maps is <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze empirische verkenn<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> drie groepen<br />
praktijk<strong>de</strong>elnemers <strong>in</strong> vier stappen uitgewerkt. In <strong>de</strong> eerste stap krijgen <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers <strong>een</strong><br />
m<strong>in</strong>uut of vijf <strong>de</strong> gelegenheid om <strong>in</strong>dividueel op post-its die begrippen te noteren die naar hun<br />
opvatt<strong>in</strong>g eigenschappen van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g beschrijven. De bedoel<strong>in</strong>g<br />
is om elk afzon<strong>de</strong>rlijk begrip op <strong>een</strong> post-it te noteren.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bij <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> stap vergelijken <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers paarsgewijs met elkaar <strong>de</strong> door hen genoteer<strong>de</strong><br />
begrippen. Daarbij bevragen ze elkaar en lichten ze toe waarom <strong>een</strong> genoteerd begrip <strong>een</strong><br />
eigenschap zou (moeten) zijn van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Wanneer twee<br />
<strong>de</strong>elnemers <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> begrippen hebben genoteerd, plakken ze <strong>de</strong> <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> post-its op<br />
elkaar. Het categoriseren van <strong>de</strong> begrippen is <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> stap van concept mapp<strong>in</strong>g. Allereerst<br />
plakt ie<strong>de</strong>r duo <strong>de</strong> uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> stap verkregen post-its op <strong>een</strong> flap-over. Vervolgens gaan ze<br />
<strong>de</strong>ze clusteren <strong>in</strong> samenhangen<strong>de</strong> categorieën. Sommige eigenschappen zullen wellicht <strong>in</strong><br />
twee categorieën zijn on<strong>de</strong>r te brengen. In dat geval wordt <strong>een</strong> keuze gemaakt en toegelicht.<br />
Ook kunnen categorieën nog on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g samenhangen. Dan kunnen ze op hun beurt <strong>in</strong> grotere<br />
gehelen wor<strong>de</strong>n geclusterd of er wor<strong>de</strong>n verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gslijnen getrokken. In <strong>de</strong> groep wordt<br />
besproken welke overweg<strong>in</strong>gen aan <strong>de</strong> cluster<strong>in</strong>g ten grondslag liggen. Hierbij proberen <strong>de</strong><br />
groepsle<strong>de</strong>n consensus te bereiken.<br />
In <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> stap bekijken tenslotte alle <strong>de</strong>elnemers gezamenlijk elkaars concept maps. De<br />
duo’s presenteren <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> concept maps aan elkaar en lichten <strong>de</strong> gemaakte keuzes<br />
toe. Van <strong>de</strong>ze laatste presentatie en <strong>de</strong> toelichten<strong>de</strong> discussie maakt <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker notulen.<br />
Bovendien wordt <strong>een</strong> bandopname gemaakt ter on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> latere verwerk<strong>in</strong>g.<br />
De dataverzamel<strong>in</strong>g wordt tij<strong>de</strong>ns <strong>een</strong> workshop op het Veloncongres op <strong>een</strong> vergelijkbare<br />
wijze uitgevoerd. Een belangrijk verschil was dat door het grote aantal <strong>de</strong>elnemers, <strong>de</strong><br />
concept maps zijn gemaakt <strong>in</strong> vijf groepen van zes willekeurig <strong>in</strong>ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> personen.<br />
Daarnaast was het niet mogelijk <strong>een</strong> bandopname bij <strong>de</strong> presentatie en discussie te maken.<br />
3.1.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g<br />
De verwerk<strong>in</strong>g vond <strong>in</strong> <strong>een</strong> aantal stappen plaats. Allereerst zijn <strong>de</strong> oorspronkelijke begrippen<br />
en categorieën (‘ruwe data’) van <strong>de</strong> concept maps van elke groep <strong>in</strong> het computerprogramma<br />
‘M<strong>in</strong>dmanager’ (versie 5) <strong>in</strong>gevoerd. De zo verkregen digitale concept maps zijn dan geschikt<br />
voor ver<strong>de</strong>re digitale verwerk<strong>in</strong>g en or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g. De <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve figuren van <strong>de</strong> concept maps<br />
zijn later nog overgezet naar en aangepast <strong>in</strong> het tekenprogramma Pa<strong>in</strong>t Shop Pro.<br />
Van alle begrippen die <strong>in</strong> <strong>de</strong> concept maps voorkomen is tevens <strong>een</strong> overzichtstabel gemaakt.<br />
De notulen, <strong>de</strong> bandopname van <strong>de</strong> presentaties en discussies en <strong>de</strong> toelicht<strong>in</strong>gen die elke<br />
groep op <strong>de</strong> flap-overs heeft geschreven, wor<strong>de</strong>n gebruikt bij het <strong>in</strong>terpreteren van <strong>de</strong>ze<br />
begrippen. In <strong>een</strong> volgen<strong>de</strong> stap wordt <strong>een</strong> samenvattend overzicht gemaakt van <strong>de</strong> acht<br />
concept maps. In <strong>een</strong> laatste stap van <strong>de</strong> dataverwerk<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> concepten van <strong>de</strong> concept<br />
maps vergeleken op over<strong>een</strong>komsten en verschillen met <strong>de</strong> 18 uit <strong>de</strong> literatuur afgelei<strong>de</strong><br />
kenmerken. Tenslotte werd ‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’ toegepast (Wester & Peters, 2004) om <strong>de</strong><br />
validiteit van <strong>de</strong> verkregen <strong>in</strong>terpretaties en conclusies te borgen. Daartoe zijn <strong>de</strong> concepten,<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie ervan en <strong>de</strong> hieruit afgelei<strong>de</strong> categorieën uitvoerig besproken met <strong>de</strong> drie<br />
le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep.<br />
3.2 Resultaten<br />
In totaal zijn uit bei<strong>de</strong> groepen <strong>de</strong>elnemers acht concept maps verkregen, drie van <strong>de</strong> praktijk-<br />
en vijf van <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> twee paragrafen beschrijven we <strong>de</strong> resultaten<br />
van <strong>de</strong> concept mapp<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> groep praktijk<strong>de</strong>elnemers en van <strong>de</strong> expertgroep. In paragraaf<br />
3.2.3 vergelijken we <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> concept maps met die van <strong>de</strong> literatuurstudie.<br />
45
Hoofdstuk 3. Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
3.2.1 Resultaten concept maps praktijk<strong>de</strong>elnemers<br />
Bij <strong>de</strong> drie concept maps van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers zijn, met behulp van <strong>de</strong> bandopnamen<br />
van <strong>de</strong> plenaire groepsbesprek<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> genotuleer<strong>de</strong> toelicht<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> concepten, <strong>de</strong><br />
concepten van <strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke maps herleid tot <strong>in</strong> totaal 37 verschillen<strong>de</strong> concepten. Deze<br />
concepten zijn geor<strong>de</strong>nd tot <strong>een</strong> gezamenlijke map. Zie Figuur 3.1.<br />
Figuur 3.1 Samenvatten<strong>de</strong> concept map van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers.<br />
Zoals uit <strong>de</strong> figuur is af te lei<strong>de</strong>n wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> 37 concepten <strong>in</strong> vijf samenhangen<strong>de</strong> clusters van<br />
concepten gegroepeerd. Bij <strong>de</strong>ze or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g bleken <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers drie clusters<br />
concepten te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Deze h<strong>in</strong>gen samen met drie verschillen<strong>de</strong> perspectieven. Eén<br />
cluster concepten was opgesteld vanuit het perspectief van <strong>de</strong> basisschool en één vanuit <strong>de</strong><br />
hogeschool, met daartussen concepten die betrokken waren op mentor<strong>in</strong>g als verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />
schakel. Vervolgens bleek <strong>een</strong> vier<strong>de</strong> groep concepten toegespitst te zijn op het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, terwijl <strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n vijf<strong>de</strong> groep met<br />
alle vier <strong>de</strong> voorgaan<strong>de</strong> groepen <strong>in</strong> verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g werd gebracht. De concepten daarvan wer<strong>de</strong>n<br />
door met name <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren geduid als <strong>de</strong> conceptgroep ‘relaties’. De pijlen bij <strong>de</strong><br />
groep ‘relaties’ verwijzen naar het belang van communicatie, vertrouwen en <strong>een</strong> open,<br />
authentieke relatie tussen <strong>de</strong> diverse betrokkenen. Daarnaast komen ‘theorie’, ‘balans’ en<br />
‘praktijk’ als afzon<strong>de</strong>rlijke concepten naar voren. Met behulp van <strong>de</strong> bandopnamen en <strong>de</strong><br />
genotuleer<strong>de</strong> toelicht<strong>in</strong>gen op <strong>de</strong> concepten en <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g ervan <strong>in</strong> <strong>de</strong> concept maps, zijn <strong>de</strong><br />
concepten van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers zowel als die van <strong>de</strong> expertgroep, uitgewerkt en <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
overzichtstabel opgenomen. Deze overzichtstabel is te groot om <strong>in</strong> dit proefschrift op te<br />
nemen. Per <strong>de</strong>elnemersgroep is daarom <strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke tabel gemaakt met <strong>de</strong> kern van elk<br />
concept. Voor <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers is dit resultatenoverzicht weergegeven <strong>in</strong> Tabel 3.1.<br />
46
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> concepten zijn nog vergeleken met <strong>de</strong> kenmerken die uit <strong>de</strong><br />
literatuur wer<strong>de</strong>n afgeleid. Het nummer <strong>in</strong> <strong>de</strong> laatste kolom van <strong>de</strong> tabel verwijst naar het<br />
over<strong>een</strong>komstige kenmerk uit <strong>de</strong> literatuurstudie.<br />
Tabel 3.1 Concepten uit <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> groep praktijk<strong>de</strong>elnemers gerelateerd aan <strong>de</strong> kenmerken uit <strong>de</strong><br />
literatuurstudie.<br />
Groeper<strong>in</strong>g Concepten Omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concepten 1 Lit.nr. 2<br />
basisschool acceptatie Directie en leraren nemen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>in</strong> het team (acceptatie). 3<br />
<strong>in</strong>tervisie De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt <strong>in</strong>tervisie (hier wordt mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
bedoeld) van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool.<br />
14<br />
professionaliteit Op <strong>de</strong> basisschool wordt door en van elkaar geleerd. Voor <strong>de</strong> mentor is<br />
sprake van op mentor<strong>in</strong>gsvaardighe<strong>de</strong>n gerichte schol<strong>in</strong>g.<br />
5 + 6<br />
studietijd De directie geeft <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar gelegenheid tot studie. 8<br />
studieruimte Op <strong>de</strong> basisschool is <strong>een</strong> studieruimte en zijn mid<strong>de</strong>len beschikbaar. 11<br />
groep<br />
De betreffen<strong>de</strong> groep moet geschikt zijn om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tot<br />
activiteit uit te nodigen. De aanstaan<strong>de</strong> leraar mag fouten maken en krijgt<br />
<strong>de</strong> ruimte om te experimenteren.<br />
4<br />
vernieuwend Er is mo<strong>de</strong>rn on<strong>de</strong>rwijs met recente metho<strong>de</strong>s. 5<br />
overleg Mogelijkheid en tijd bestaan voor overleg met collega’s en directie.<br />
mentor on<strong>de</strong>rwijstips De mentor zorgt voor tips en adviezen over het leerproces, <strong>de</strong><br />
communicatie met leerl<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> evaluatie van leerl<strong>in</strong>genresultaten.<br />
14<br />
feedback De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt feedback op zijn functioneren. De mentor (en<br />
docent) laat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar reflecteren op opgedane ervar<strong>in</strong>gen.<br />
14+16<br />
samenwerk<strong>in</strong>g De mentor zorgt voor samenwerk<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n. 4<br />
professioneel De mentor is <strong>een</strong> vakman, waar <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar van kan <strong>leren</strong>. 14<br />
stimu<strong>leren</strong> De mentor stimuleert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar activiteiten te on<strong>de</strong>rnemen. 4<br />
begeleid<strong>in</strong>gstijd De mentor besteedt tijd aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. 8<br />
begeleid<strong>in</strong>g De mentor begeleidt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar systematisch. 14<br />
gesprek De mentor voert voor- en nagesprekken met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. 14<br />
hogeschool observatielijsten Deze lijsten zijn bestemd om vooruitgang systematisch vast te leggen.<br />
kennisoverdracht Die kennis wordt overgedragen waar <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar om vraagt. 12<br />
checklisten Checklisten zijn beschikbaar om vooruitgang systematisch vast te leggen.<br />
systematisch volgen De vooruitgang van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt systematisch gevolgd en<br />
vastgelegd. A<strong>de</strong>quate toets<strong>in</strong>strumenten wor<strong>de</strong>n daarbij <strong>in</strong>gezet.<br />
literatuuraanbevel<strong>in</strong>gen<br />
Wanneer gewenst zorgt <strong>de</strong> hogeschool voor literatuuraanbevel<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar benut voor zijn persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen.<br />
12<br />
ervar<strong>in</strong>g Met praktijkervar<strong>in</strong>g(en) en aanwezige kennis van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
wordt reken<strong>in</strong>g gehou<strong>de</strong>n.<br />
12<br />
overleg Er zijn mogelijkhe<strong>de</strong>n en tijd voor overleg met <strong>de</strong> docent.<br />
balans theorie-praktijk Theorie en praktijk komen <strong>in</strong> evenwichtige mate aan bod. 1<br />
aanstaan<strong>de</strong> tijdsbested<strong>in</strong>g<br />
leraar<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar (zij-<strong>in</strong>stromer <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g) moet versneld en effectief<br />
<strong>leren</strong> om b<strong>in</strong>nen twee jaar aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen te voldoen.<br />
17<br />
zelfstandigheid De aanstaan<strong>de</strong> leraar ontplooit steeds meer zelfstandig <strong>in</strong>itiatieven. 7<br />
vertalen van<br />
praktijk <strong>in</strong> theorie<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar heeft te maken met voor het leraarsberoep kenmerken<strong>de</strong><br />
situaties. Hij vertaalt <strong>de</strong> praktijk naar <strong>de</strong> theorie en an<strong>de</strong>rsom.<br />
13+1<br />
bagage De el<strong>de</strong>rs verworven competenties wor<strong>de</strong>n benut <strong>in</strong> het leerwerktraject. 12<br />
e<strong>in</strong>ddoelen E<strong>in</strong>ddoelen voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar: <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> leraar en goed teamlid. 17<br />
toets<strong>in</strong>g De aanstaan<strong>de</strong> leraar maakt zijn tussentijdse vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen zichtbaar.<br />
relaties vertrouwen Relaties hebben hun basis <strong>in</strong> we<strong>de</strong>rzijds vertrouwen. 3<br />
communicatief Er is <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge communicatie. 3<br />
<strong>in</strong>zet Alle betrokkenen laten <strong>in</strong>zet zien en stimu<strong>leren</strong> elkaar. 4<br />
open Er is <strong>een</strong> open relatie tussen alle betrokkenen. 3<br />
oprecht De relatie tussen alle betrokkenen is oprecht. 3<br />
1<br />
Cursief weergegeven omschrijv<strong>in</strong>gen zijn van concepten die niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur zijn aangetroffen.<br />
2<br />
Voor <strong>een</strong> vlotte vergelijk<strong>in</strong>g is het volgnummer uit Tabel 3.3 gebruikt.<br />
47
Hoofdstuk 3. Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
3.2.2 Resultaten concept maps expert<strong>de</strong>elnemers<br />
Aan <strong>de</strong> workshop op het Veloncongres nam <strong>een</strong> expertgroep <strong>de</strong>el van <strong>in</strong> totaal 30 personen.<br />
Zij werkten <strong>in</strong> vijf groepen van zes personen aan hun concept maps. In Figuur 3.2 is eerst<br />
weer <strong>een</strong> algehele concept map gegeven die <strong>de</strong> samengevoeg<strong>de</strong> resultaten uit <strong>de</strong> vijf<br />
afzon<strong>de</strong>rlijke concept maps van <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elnemers toont.<br />
Figuur 3.2 Samenvatten<strong>de</strong> concept map expert<strong>de</strong>elnemers.<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> vijf concept maps 27 concepten afgeleid. Me<strong>de</strong> op basis van <strong>de</strong><br />
genotuleer<strong>de</strong> uitspraken kon<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze concepten wor<strong>de</strong>n gegroepeerd tot <strong>een</strong> vijftal clusters<br />
van samenhangen<strong>de</strong> concepten en één op zichzelf staand concept.<br />
48
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Uit <strong>de</strong> genotuleer<strong>de</strong> toelicht<strong>in</strong>gen werd afgeleid dat <strong>de</strong> vier clusters a) ‘vormen van <strong>leren</strong>’,<br />
b) ‘voorwaar<strong>de</strong>n’, c) ‘faciliteiten’ en d) ‘begeleid<strong>in</strong>g’ volgens <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers als het ware<br />
wer<strong>de</strong>n aangestuurd door <strong>de</strong> concepten uit het vijf<strong>de</strong> cluster ‘doelen’.<br />
In <strong>de</strong> concept map van Figuur 3.2 is dit aangegeven met pijlen die lopen van het cluster<br />
doelen naar <strong>de</strong>ze vier clusters. De <strong>de</strong>elnemers uit <strong>de</strong> expertgroep benadrukten dat <strong>de</strong> doelen<br />
richt<strong>in</strong>gbepalend zijn voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vorm van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Daarnaast bleken <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers nog <strong>een</strong> op zichzelf staand concept te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n dat is<br />
geformuleerd als ‘cohesie van aanstaan<strong>de</strong> leraar, basisschool en hogeschool’. Uit <strong>de</strong><br />
uitspraken van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers bleek dat dit concept betrekk<strong>in</strong>g had op afspraken tussen <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool over het leerwerktraject.<br />
In Tabel 3.2 is op basis van <strong>de</strong> genotuleer<strong>de</strong> toelicht<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> expertgroep <strong>een</strong> korte<br />
omschrijv<strong>in</strong>g van elk concept gegeven. Ook nu zijn <strong>de</strong>ze omschrijv<strong>in</strong>gen vergeleken met <strong>de</strong><br />
kenmerken die uit <strong>de</strong> literatuur wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 3.2 Concepten uit <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> expertgroep gerelateerd aan <strong>de</strong> kenmerken uit <strong>de</strong><br />
literatuurstudie.<br />
Groeper<strong>in</strong>g Concepten Omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concepten 1 Lit.nr. 2<br />
Vormen van<br />
<strong>leren</strong><br />
learn<strong>in</strong>g by do<strong>in</strong>g De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door daadwerkelijk<br />
praktijkgerichte ervar<strong>in</strong>g <strong>in</strong> voor het beroep kenmerken<strong>de</strong> situaties.<br />
13<br />
beroeps-, praktijkgericht In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krijgt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te maken<br />
met voor het leraarsberoep kenmerken<strong>de</strong> situaties.<br />
13<br />
kennis toepassen,<br />
vaardigheidsgericht<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar doet ervar<strong>in</strong>g op <strong>in</strong> authentieke situaties,<br />
waarbij hij leert van kritische, kenmerken<strong>de</strong> situaties.<br />
13<br />
<strong>leren</strong> vanuit<br />
on<strong>de</strong>rzoeksvragen<br />
De mentor en docent bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkheid tot reflectie over<br />
opgedane (on<strong>de</strong>rzoeks)ervar<strong>in</strong>gen.<br />
16<br />
veel <strong>leren</strong>: breed, Wat betreft <strong>de</strong> ‘breedte’ van <strong>de</strong> werkplek biedt <strong>de</strong> werksituatie <strong>de</strong><br />
diepgang en variatie <strong>in</strong><br />
leeractiviteiten<br />
mogelijkheid om taken en problemen aan te pakken die<br />
representatief zijn voor het leraarsberoep. Voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
is er <strong>de</strong> mogelijkheid gelei<strong>de</strong>lijk aan steeds meer zelfstandig<br />
<strong>in</strong>itiatieven te ontplooien.<br />
13<br />
Voorwaar<strong>de</strong>n hel<strong>de</strong>re faser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gezorgd voor <strong>een</strong><br />
2<br />
leerproces<br />
samenhangend en op <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar afgestemd aanbod<br />
samenhang en B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gezorgd voor <strong>een</strong> aanbod dat 2+<br />
afstemm<strong>in</strong>g<br />
<strong>een</strong> cont<strong>in</strong>u leerproces bevor<strong>de</strong>rt.<br />
12<br />
samenhang theorie -<br />
praktijk<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voorziet <strong>in</strong> <strong>een</strong> aanbod gericht op <strong>een</strong><br />
evenwichtige samenhang tussen theorie en praktijk.<br />
1<br />
samenwerk<strong>in</strong>g Voor het <strong>leren</strong> en werken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn 5<br />
basisschool en afspraken gemaakt tussen <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool. Alle +<br />
hogeschool<br />
betrokkenen <strong>leren</strong> van en met elkaar.<br />
10<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g Het <strong>leren</strong> en werken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gebaseerd 4<br />
is eerst krachtig als er op afspraken tussen basisschool en hogeschool. De aanstaan<strong>de</strong> +<br />
<strong>een</strong> hogeschool bij is leraar kan hulp en advies ook aan <strong>de</strong> hogeschool vragen.<br />
10<br />
Faciliteiten f<strong>in</strong>anciën Voor het <strong>leren</strong> en werken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn<br />
f<strong>in</strong>anciën beschikbaar bijvoorbeeld voor aanschaf van materialen.<br />
8<br />
voldoen<strong>de</strong> tijd voor alle Er is sprake van <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van personele mid<strong>de</strong>len voor<br />
betrokkenen<br />
het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
netwerk van coaches en B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn voor het team van<br />
mentoren<br />
leraren/docenten mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met collega’s.<br />
6<br />
vrijgestel<strong>de</strong> coaches Er is sprake van <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van personele mid<strong>de</strong>len.<br />
Cohesie Er zijn afspraken tussen aanstaan<strong>de</strong> leraar, basisschool en<br />
hogeschool.<br />
10<br />
49
Hoofdstuk 3. Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
Begeleid<strong>in</strong>g mentor en docent<br />
begelei<strong>de</strong>n samen<br />
De begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar omvat <strong>een</strong> systematische<br />
coach<strong>in</strong>g en mentor<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
14<br />
basisschool is <strong>een</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsschool<br />
Er is sprake van vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> open klimaat,<br />
waarbij <strong>een</strong>ie<strong>de</strong>r betrokken is en zichzelf kan zijn.<br />
3+5<br />
ontwikkelen reflectief<br />
vermogen<br />
De mentor en docent bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
tot regelmatige reflectie over opgedane ervar<strong>in</strong>gen.<br />
16<br />
onmid<strong>de</strong>llijke feedback De begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
omvat regelmatige voor- en nabesprek<strong>in</strong>gen van<br />
activiteiten.<br />
14<br />
<strong>in</strong>zet van teamteach<strong>in</strong>g B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> het team van leraren sprake<br />
van on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g en samenwerk<strong>in</strong>g.<br />
6<br />
persoonlijke ontwik- In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g werkt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar met<br />
kel<strong>in</strong>gsplannen (POP’s) POP’s. De ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt<br />
systematisch gevolgd.<br />
begelei<strong>de</strong>n vanuit <strong>een</strong> De begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleer-<br />
visie op on<strong>de</strong>rwijs omgev<strong>in</strong>g omvat <strong>een</strong> systematische begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar en mentor, vanuit <strong>een</strong> visie.<br />
14<br />
begelei<strong>de</strong>n is <strong>een</strong> mix De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g biedt <strong>een</strong> leerwerkklimaat waarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
van voordoen en<br />
samenwerken<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n krijgt aangebo<strong>de</strong>n. 4<br />
opbouw <strong>in</strong> activiteiten B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
voor aanstaan<strong>de</strong> leraar gezorgd voor <strong>een</strong> opbouw <strong>in</strong> het aanbod dat <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>u leerproces<br />
bevor<strong>de</strong>rt.<br />
2<br />
we<strong>de</strong>rzijds expliciteren B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> het team van leraren sprake<br />
en uitwisselen van<br />
kennis en opvatt<strong>in</strong>gen<br />
van mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met collega’s. 6<br />
<strong>leren</strong> <strong>leren</strong> (van De mentor en docent bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar) <strong>in</strong> <strong>een</strong> tot regelmatige reflectie over opgedane leerervar<strong>in</strong>gen en <strong>een</strong> 7+16<br />
<strong>leren</strong><strong>de</strong> context toenemen<strong>de</strong> zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor zijn eigen leerproces.<br />
Doelen optimale competentie- De ontwikkel<strong>in</strong>g is doelgericht op welomschreven competenties.<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g gaat uit van het behalen van <strong>de</strong><br />
17<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar startbekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
1<br />
Cursief weergegeven omschrijv<strong>in</strong>gen zijn van concepten die niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur zijn aangetroffen.<br />
2<br />
Voor <strong>een</strong> vlotte vergelijk<strong>in</strong>g is het volgnummer uit Tabel 3.3 gebruikt.<br />
3.2.3 Vergelijk<strong>in</strong>g resultaten concept maps en literatuurstudie<br />
Wanneer we <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers en <strong>de</strong> expertgroep<br />
met elkaar vergelijken, valt het verschil <strong>in</strong> perspectief op van waaruit <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elnemers <strong>de</strong><br />
concepten benoemen en or<strong>de</strong>nen. Zo bleken <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers nadruk te leggen op<br />
communicatieve, relationele en concreet-<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke concepten. Ze gebruikten daarvoor<br />
concepten die ze doorgaans <strong>in</strong> één woord uitdrukten.<br />
De expert<strong>de</strong>elnemers benadrukten vooral functionele en vormgeven<strong>de</strong> concepten van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g en gebruikten daarvoor concepten met één tot tien woor<strong>de</strong>n. Terwijl<br />
<strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers rollen en taken van <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren<br />
duid<strong>de</strong>n, conceptualiseer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> experts vanuit doelen, voorwaar<strong>de</strong>n, faciliteiten, begeleid<strong>in</strong>g<br />
en vormen van <strong>leren</strong>.<br />
50
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Voor het beantwoor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>elvraag 1.2 (naar <strong>de</strong> verschillen en over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong><br />
praktijk<strong>in</strong>zichten van <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elnemers en <strong>de</strong> theoretische noties uit <strong>de</strong> literatuur over <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n kenmerken), was het echter vooral nodig na te gaan welke kenmerken af waren<br />
te lei<strong>de</strong>n op grond van <strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> verkregen concepten. De resultaten daarvan<br />
zijn uitgewerkt <strong>in</strong> <strong>de</strong> Tabellen 3.1 en 3.2.<br />
Uit Tabel 3.1 is af te lei<strong>de</strong>n dat 13 van <strong>de</strong> 18 kenmerken zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> concepten van <strong>de</strong><br />
praktijk<strong>de</strong>elnemers als <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur naar voren komen (kenmerk 1, 3 t/m 8, 11 t/m 14, 16<br />
en 17). De drie afzon<strong>de</strong>rlijk benoem<strong>de</strong> concepten ‘theorie’, ‘balans’ en ‘praktijk’ bleken<br />
over<strong>een</strong> te komen met het eerste literatuurkenmerk namelijk ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
bestaat <strong>een</strong> balans tussen theorie en praktijk’.<br />
In Tabel 3.2 is het resultaat zichtbaar van <strong>de</strong> vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong><br />
expertgroep gerelateerd aan <strong>de</strong> kenmerken uit <strong>de</strong> literatuurstudie. Het overzicht uit die tabel<br />
laat zien dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> concepten van <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers 14 van <strong>de</strong> 18 kenmerken uit <strong>de</strong><br />
literatuurstudie herkenbaar waren (kenmerk 1 t/m 8, 10, 12 t/m 14 en 16). Het losstaan<strong>de</strong><br />
concept ‘cohesie van aanstaan<strong>de</strong> leraar, basisschool en hogeschool’ bleek te relateren aan<br />
kenmerk 10 ‘<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is op basis van samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken opgezet’.<br />
De uitwerk<strong>in</strong>g van zes concepten van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers en van drie concepten van <strong>de</strong><br />
expertgroep bleek niet te relateren aan kenmerken gevon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur. Van <strong>de</strong> zes<br />
concepten van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers bleek tweemaal het concept ‘overleg’ <strong>de</strong>el uit te maken.<br />
De resultaten lieten zien dat dit concept <strong>een</strong>maal werd omschreven vanuit het perspectief van<br />
taken van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool, <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re keer vanuit het perspectief van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar en hogeschool. Het g<strong>in</strong>g daarbij vooral om het beschikbaar zijn van tijd en<br />
personeel voor overleg. Bij <strong>de</strong> expertgroep wer<strong>de</strong>n soortgelijke concepten genoemd namelijk<br />
‘voldoen<strong>de</strong> tijd’ en ‘vrijgestel<strong>de</strong> coaches’. Deze uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> concepten hebben te<br />
maken met <strong>een</strong> kenmerk dat we <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
niet aantroffen (zie Tabel 2.1 <strong>in</strong> § 2.2). We hebben dit kenmerk omschreven als<br />
‘<strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van personele mid<strong>de</strong>len’ om het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g mogelijk te maken.<br />
De praktijk<strong>de</strong>elnemers noem<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>r nog <strong>de</strong> concepten ‘observatielijsten’, ‘checklisten’,<br />
‘toetsen’ en ‘systematisch volgen’. De omschrijv<strong>in</strong>g van dit laatste concept is even<strong>een</strong>s<br />
aangetroffen bij <strong>de</strong> expertgroep die <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> één a<strong>de</strong>m schaar<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r het werken met<br />
‘persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen’. Ook <strong>de</strong>ze uitwerk<strong>in</strong>gen troffen we als kenmerk van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g niet aan <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur. Het ‘systematisch volgen van <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g hebben we daarom<br />
als tw<strong>in</strong>tigste kenmerk toegevoegd.<br />
In Tabel 3.3 is van <strong>de</strong> vergelijk<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> praktijk- en<br />
expert<strong>de</strong>elnemers met die uit <strong>de</strong> literatuurstudie <strong>een</strong> samenvattend overzicht gegeven.<br />
51
Hoofdstuk 3. Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
Tabel 3.3 Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> literatuur en uit <strong>de</strong> concept maps van <strong>een</strong><br />
groep praktijk- en <strong>een</strong> groep expert<strong>de</strong>elnemers.<br />
Nr. Kenmerk Literatuur PraktijkExpert<strong>de</strong>elnemers<strong>de</strong>elnemers 1. In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bestaat <strong>een</strong> balans tussen theorie en praktijk. ● ● ●<br />
2. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zorgt voor <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn <strong>in</strong> het aanbod. ● ●<br />
3. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is emotioneel veilig en <strong>in</strong>spirerend. ● ● ●<br />
4. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> uitdagend en<br />
stimu<strong>leren</strong>d leerwerkklimaat.<br />
● ● ●<br />
5. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie. ● ● ●<br />
6. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van voortduren<strong>de</strong><br />
professionaliser<strong>in</strong>g.<br />
● ● ●<br />
7. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g biedt mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke<br />
overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong> en werken.<br />
● ● ●<br />
8. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> gerichte faciliter<strong>in</strong>g en<br />
prioriter<strong>in</strong>g.<br />
● ● ●<br />
9. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kent <strong>een</strong> doordacht en functioneel gebruik van<br />
ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
●<br />
10. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is op basis van samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken<br />
opgezet.<br />
●<br />
●<br />
11. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is up-to-date, compleet en rijk aan mid<strong>de</strong>len. ● ●<br />
12. Het aanbod <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is afgestemd op <strong>de</strong> leerbehoeften<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
● ● ●<br />
13. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bevat kritische voor het leraarsberoep<br />
kenmerken<strong>de</strong> situaties.<br />
● ● ●<br />
14. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kent <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g. ● ● ●<br />
15. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door ‘ownership’. ●<br />
16. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g omvat stimulansen tot ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
zelfevaluatie en het competentiegevoel van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
● ● ●<br />
17. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gericht op persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g en<br />
groei naar <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
● ● ●<br />
18. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bestaat afstemm<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> virtuele en<br />
fysieke functies.<br />
●<br />
19. In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gezorgd voor <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van<br />
personele mid<strong>de</strong>len.<br />
● ●<br />
20. In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van het systematisch volgen van <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
● ●<br />
Uit het overzicht is tenslotte nog zichtbaar dat <strong>in</strong> totaal 12 kenmerken die uit <strong>de</strong> literatuur<br />
kwamen, ook herkenbaar waren <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> praktijk-<br />
zowel als <strong>in</strong> die van <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers.<br />
Van drie kenmerken die uit <strong>de</strong> literatuurstudie wel naar voren kwamen wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> praktijk-<br />
noch bij <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers concepten aangetroffen. Het betrof hier twee kenmerken die<br />
direct of <strong>in</strong>direct gerelateerd zijn aan het toepassen van mogelijkhe<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie en<br />
communicatietechnologie (kenmerken 9 en 18). De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> heeft betrekk<strong>in</strong>g op ‘ownership’<br />
(kenmerk 15). Van drie kenmerken wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> praktijk- of bij <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers g<strong>een</strong><br />
concepten aangetroffen (kenmerken 2, 10 en 11). De conclusies die naar aanleid<strong>in</strong>g hiervan<br />
getrokken kunnen wor<strong>de</strong>n zijn het on<strong>de</strong>rwerp van <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf.<br />
52
3.3 Conclusies<br />
In <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g ston<strong>de</strong>n twee <strong>de</strong>elvragen centraal:<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
1.1 Welke kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van leraren betrokken <strong>de</strong>elnemers?<br />
1.2 Wat zijn <strong>de</strong> verschillen en over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong> kenmerken afkomstig van bei<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elnemersgroepen en <strong>de</strong> literatuur?<br />
Op basis van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten conclu<strong>de</strong>ren we <strong>in</strong> antwoord op <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>elvraag naar<br />
<strong>de</strong> kenmerken, dat we thans beschikken over <strong>een</strong> overzicht met concepten dat <strong>een</strong> voor het<br />
empirisch on<strong>de</strong>rzoek bruikbaar eerste beeld geeft van <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Dit beeld lijkt bovendien al re<strong>de</strong>lijk betrouwbaar omdat na<strong>de</strong>re<br />
analyse liet zien dat er sprake is van meer over<strong>een</strong>komsten dan verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> resultaten<br />
tussen <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemersgroepen en <strong>de</strong> literatuur. Daarmee is tevens het algemene<br />
antwoord op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>elvraag, naar <strong>de</strong> over<strong>een</strong>komsten en verschillen, gegeven. De<br />
concept mapp<strong>in</strong>gs lever<strong>de</strong>n tevens groeper<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> kenmerken op die we kunnen<br />
gebruiken voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen en <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g daarvan bij het opstellen van <strong>de</strong> vragen voor<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewgui<strong>de</strong>. De concepten die we verkregen uit <strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> kenmerken<br />
zijn geschikt om te gebruiken als ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews.<br />
Hoewel het verkregen overzicht <strong>een</strong> re<strong>de</strong>lijk compleet eerste beeld biedt van <strong>de</strong> verkregen<br />
kenmerken, zijn er wel enige aanvullen<strong>de</strong> opmerk<strong>in</strong>gen bij te plaatsen. Een eerste opmerk<strong>in</strong>g<br />
betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’. Dit kenmerk wordt vanuit alle<br />
drie <strong>de</strong> bronnen benadrukt als voorwaar<strong>de</strong> voor het succesvol <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
context van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Zowel <strong>de</strong> praktijk- als <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers<br />
beschouwen <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> mentor als cruciale persoon <strong>in</strong> het werkplek<strong>leren</strong> en zien <strong>de</strong><br />
mentor als mo<strong>de</strong>l. De praktijk<strong>de</strong>elnemers benadrukken met name <strong>de</strong> diverse begeleid<strong>in</strong>gsrollen<br />
van <strong>de</strong> mentor die uit<strong>een</strong>lopen van mo<strong>de</strong>l, coach, adviseur en contactpersoon tussen <strong>de</strong><br />
partnerschool en lerarenopleid<strong>in</strong>g. Het we<strong>de</strong>rzijds expliciteren van (praktijk)kennis en<br />
opvatt<strong>in</strong>gen wordt door <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers benadrukt als <strong>een</strong> belangrijke manier om van<br />
elkaar te kunnen <strong>leren</strong>. Dit on<strong>de</strong>rsteunt onze conclusie uit <strong>de</strong> literatuurstudie dat mentor<strong>in</strong>g<br />
<strong>een</strong> potentieel krachtig kenmerk van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is en dat specifieke aandacht<br />
voor dit kenmerk waar<strong>de</strong>volle aanvullen<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie kan opleveren.<br />
Opvallend zijn <strong>de</strong> drie kenmerken die wel uit <strong>de</strong> literatuurstudie naar voren kwamen, maar<br />
waarover we g<strong>een</strong> gegevens aantroffen <strong>in</strong> <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> praktijk- en expert<strong>de</strong>elnemers.<br />
Alhoewel bei<strong>de</strong> bij werkplek<strong>leren</strong> betrokken doelgroepen <strong>de</strong> persoonlijke<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar noemen, komen ‘ownership’ (kenmerk 15) of<br />
vergelijkbare begrippen niet expliciet <strong>in</strong> <strong>de</strong> door hen gebruikte concepten naar voren. Dit<br />
resulteert <strong>in</strong> <strong>een</strong> wezenlijk verschil met <strong>de</strong> literatuur waar we juist <strong>een</strong> vrij sterke nadruk<br />
aantroffen op het belang van eigenaarschap van het eigen <strong>leren</strong>.<br />
Wat <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n kan zijn dat we <strong>in</strong> <strong>de</strong> concept mapp<strong>in</strong>gs g<strong>een</strong> <strong>in</strong>dicaties voor dit kenmerk<br />
aantroffen is ondui<strong>de</strong>lijk. We vermoe<strong>de</strong>n dat dit kan samenhangen met het <strong>in</strong> <strong>de</strong> groepen<br />
gekozen perspectief. De concepten uit <strong>de</strong> concept map van <strong>de</strong> expertgroep bleken van <strong>een</strong><br />
hoog abstractieniveau te zijn met <strong>een</strong> conceptueel perspectief dat vooral vanuit het oplei<strong>de</strong>n<br />
en <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> partners werd aangestuurd.<br />
53
Hoofdstuk 3. Empirische verkenn<strong>in</strong>g naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
Hoewel <strong>de</strong> concepten van <strong>de</strong> praktijk<strong>de</strong>elnemers <strong>in</strong> aanzienlijk concretere bewoord<strong>in</strong>gen<br />
waren geformuleerd bleken ook hier vormgev<strong>in</strong>gs- en functiekenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong> meer<strong>de</strong>rheid.<br />
Bij g<strong>een</strong> van <strong>de</strong> groepen was het perspectief van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar dui<strong>de</strong>lijk aanwijsbaar.<br />
Dit kan <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re verklar<strong>in</strong>g vormen voor het ontbreken van concepten gerelateerd aan<br />
‘ownership’. Daarbij plaatsen we overigens onmid<strong>de</strong>llijk <strong>de</strong> kantteken<strong>in</strong>g dat ‘ownership’ ook<br />
betrokken kan zijn op elk van <strong>de</strong> overige bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren.<br />
Concepten die betrekk<strong>in</strong>g hebben op <strong>de</strong> afstemm<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> virtuele en fysieke functies<br />
(kenmerk 18) en <strong>een</strong> functioneel gebruik van ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n (kenmerk 9) wor<strong>de</strong>n<br />
evenm<strong>in</strong> aangetroffen. Deze twee kenmerken lijken voor <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> groepen daarmee evenm<strong>in</strong><br />
eigenschappen te representeren van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Van twee kenmerken<br />
wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur g<strong>een</strong>, maar bij zowel <strong>de</strong> praktijk- als bij <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
concept maps wel concepten aangetroffen. Bei<strong>de</strong> groepen <strong>de</strong>elnemers benadrukken <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
concepten elementen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op faciliteren<strong>de</strong> condities (kenmerk 19) en op het<br />
systematisch volgen van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (kenmerk 20). Uit <strong>de</strong><br />
notulen conclu<strong>de</strong>ren we dat zowel <strong>de</strong> praktijk- als <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers mentor<strong>in</strong>g en<br />
coach<strong>in</strong>g zagen als cruciale eigenschappen van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Daarbij<br />
benadrukten ze voldoen<strong>de</strong> beschikbare tijd voor mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g als <strong>een</strong> belangrijke<br />
conditie. Zij dui<strong>de</strong>n ook op <strong>de</strong> noodzakelijke f<strong>in</strong>anciële voorzien<strong>in</strong>gen die nodig zijn om<br />
begeleid<strong>in</strong>gstijd en het aanschaffen van voldoen<strong>de</strong> leermid<strong>de</strong>len mogelijk te maken. Deze<br />
resultaten on<strong>de</strong>rsteunen <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>re besliss<strong>in</strong>g bij mentor<strong>in</strong>g specifiek aandacht te beste<strong>de</strong>n aan<br />
<strong>de</strong> beschikbare en <strong>de</strong> feitelijk beste<strong>de</strong> tijd.<br />
De on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>. Om <strong>de</strong> <strong>de</strong>elvragen te beantwoor<strong>de</strong>n bleek <strong>de</strong> gekozen<br />
on<strong>de</strong>rzoeksaanpak met <strong>de</strong> techniek concept mapp<strong>in</strong>g a<strong>de</strong>quaat. We hebben <strong>de</strong> ecologische<br />
validiteit geborgd door te kiezen voor <strong>een</strong> triangu<strong>leren</strong><strong>de</strong> aanpak <strong>in</strong> <strong>de</strong> dataverzamel<strong>in</strong>g. Dit<br />
hebben we gedaan door twee verschillen<strong>de</strong> groepen <strong>de</strong>elnemers concept maps te laten maken.<br />
De <strong>de</strong>elnemers waren elk vanuit hun eigen rol, taken en verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n betrokken bij<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
De begripsvaliditeit van <strong>de</strong> verkregen <strong>in</strong>terpretaties en conclusies hebben we geborgd door<br />
‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’ toe te passen met <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep. Het geheel overziend<br />
zijn we van men<strong>in</strong>g dat <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls op verantwoor<strong>de</strong> wijze <strong>een</strong> aantal relevante kenmerken<br />
voor <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is geï<strong>de</strong>ntificeerd.<br />
Een punt van aandacht voor het ontwerp van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r is dat niet alle<br />
kenmerkomschrijv<strong>in</strong>gen van gelijk niveau zijn. Daarnaast hebben sommige kenmerken te<br />
maken met condities voor <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zoals faciliter<strong>in</strong>g en prioriter<strong>in</strong>g<br />
(kenmerk 8) en het gebruik van ICT (kenmerk 9). An<strong>de</strong>re kenmerken zoals mentor<strong>in</strong>g en<br />
coach<strong>in</strong>g (kenmerk 14) en zorgen voor ownership (kenmerk 15) hebben betrekk<strong>in</strong>g op<br />
begeleid<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> fasen van het on<strong>de</strong>rzoek zullen we proberen om <strong>de</strong> verkregen<br />
kenmerken na<strong>de</strong>r te or<strong>de</strong>nen.<br />
Me<strong>de</strong> op grond van het gegeven dat vooral sprake was van over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> kenmerken<br />
uit <strong>de</strong> literatuur en uit <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g, is onze slotconclusie dat <strong>de</strong> begrippen en<br />
omschrijv<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> nu verkregen 20 kenmerken bruikbare uitgangspunten opleveren voor<br />
<strong>de</strong> analyses uit het empirisch on<strong>de</strong>rzoek. We kunnen <strong>de</strong>ze begrippen en omschrijv<strong>in</strong>gen<br />
gebruiken als ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ voor <strong>de</strong> opbouw van <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n ten behoeve van het<br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews <strong>in</strong> <strong>de</strong> nu volgen<strong>de</strong> meervoudige<br />
casestudy.<br />
54
OP ZOEK NAAR KENMERKEN VAN<br />
KRACHTIGE WERKPLEKLEEROMGEVINGEN, CASE 1<br />
In dit hoofdstuk bespreken we het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case van <strong>de</strong> meervoudige casestudy.<br />
De begrippen en omschrijv<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g dienen<br />
als ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ voor het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem bij <strong>de</strong> kwalitatieve analyses van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> eerste case. De <strong>in</strong>terviews zijn gericht op <strong>de</strong> kenmerken van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Ze zijn afgenomen bij <strong>de</strong>elnemers die direct waren betrokken bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en uitvoer<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong>rgelijke werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Deze actoren vervul<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
verschillen<strong>de</strong> rollen en taken en waren afkomstig uit <strong>de</strong> drie actorgroepen:<br />
basisschool (bas), aanstaan<strong>de</strong> leraren (asl) en hogeschool (hos). Voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terviewdata uit <strong>de</strong> eerste case maken we gebruik van <strong>de</strong> faser<strong>in</strong>g en procedures uit <strong>de</strong><br />
gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g (‘groun<strong>de</strong>d theory’, Glaser & Strauss, 1976; Strauss & Corb<strong>in</strong>,<br />
1990; Swanborn, 1994; Wester & Peters, 2004). Deze ‘groun<strong>de</strong>d theory’ bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g is bij<br />
uitstek geschikt om het te ontwikkelen co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem stapsgewijs op te bouwen op basis<br />
van systematisch verkregen en geanalyseer<strong>de</strong> empirische gegevens (§ 1.3).<br />
Van <strong>de</strong> eerste on<strong>de</strong>rzoeksvraag naar <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs (§ 1.2) is, naast <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> <strong>de</strong>elvragen<br />
uit het voorgaan<strong>de</strong> hoofdstuk, voor het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> meervoudige casestudy nog <strong>een</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elvraag afgeleid:<br />
1.3 Welke kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren?<br />
Tevens on<strong>de</strong>rzoeken we welke van die kenmerken <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g mogelijk tot<br />
<strong>een</strong> krachtige omgev<strong>in</strong>g kunnen maken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
basison<strong>de</strong>rwijs. Daartoe is als twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag geformuleerd:<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
4.1 Context case 1<br />
Om te kunnen voldoen aan <strong>de</strong> vraag naar meer flexibele opleid<strong>in</strong>gstrajecten startte <strong>de</strong><br />
pedagogische hogeschool De Kempel <strong>in</strong> augustus 2001 <strong>een</strong> experimenteel ‘Professional<br />
Development School’ (PDS)-project. In <strong>de</strong> eerste case werd <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g samen<br />
met <strong>een</strong> basischool als pilot voor het PDS-project van <strong>de</strong> hogeschool opgezet voor twee zij<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren. De hogeschool en <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> partnerschool<br />
on<strong>de</strong>rteken<strong>de</strong>n <strong>een</strong> over<strong>een</strong>komst waar<strong>in</strong> zij aangaven gezamenlijk zorg en verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
te willen dragen voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van het PDS-project.<br />
4<br />
55
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
In <strong>de</strong>ze over<strong>een</strong>komst is even<strong>een</strong>s <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële bijdrage vastgelegd die <strong>de</strong> partnerschool per<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar per schooljaar ontvangt van <strong>de</strong> hogeschool. De hogeschool en partnerschool<br />
<strong>in</strong> dit pilotproject had<strong>de</strong>n nog g<strong>een</strong> ervar<strong>in</strong>g met ‘oplei<strong>de</strong>n en <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek’. Op <strong>de</strong><br />
partnerschool werd het ontwerp van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk ‘al doen<strong>de</strong>’<br />
uitgewerkt.<br />
Tot het leerwerktraject wer<strong>de</strong>n twee vrouwelijke zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
toegelaten. Bei<strong>de</strong> kandidaten had<strong>de</strong>n <strong>een</strong> opleid<strong>in</strong>g gevolgd voor en on<strong>de</strong>rwijservar<strong>in</strong>g<br />
opgedaan <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Ze gaven als motivatie aan dat ze na hun opleid<strong>in</strong>g en<br />
enkele jaren ervar<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs, liever wil<strong>de</strong>n werken met leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
leeftijdscategorie van het basison<strong>de</strong>rwijs. Om <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g als zij-<strong>in</strong>stromer te kunnen gaan<br />
volgen hebben bei<strong>de</strong>n hun betaal<strong>de</strong> baan opgezegd.<br />
De <strong>in</strong> het project <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> partnerschool was op <strong>in</strong>terconfessionele basis <strong>in</strong>gericht en<br />
maakte <strong>de</strong>el uit van <strong>een</strong> sticht<strong>in</strong>g voor katholiek en protestants-christelijk on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
grote stad <strong>in</strong> het zui<strong>de</strong>n van Ne<strong>de</strong>rland. Op <strong>de</strong> school was het Gem<strong>een</strong>telijk On<strong>de</strong>rwijsachterstan<strong>de</strong>nbeleid<br />
(GOA) van toepass<strong>in</strong>g. De school ken<strong>de</strong> twee locaties en tel<strong>de</strong> ongeveer 360<br />
leerl<strong>in</strong>gen met zo’n 25 verschillen<strong>de</strong> nationaliteiten ver<strong>de</strong>eld over 17 groepen en 35 leraren.<br />
Het bestuur van <strong>de</strong> school vorm<strong>de</strong> het bevoegd gezag van 38 scholen voor basison<strong>de</strong>rwijs met<br />
ruim 1100 personeelsle<strong>de</strong>n.<br />
De <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> pedagogische hogeschool is <strong>een</strong> monosectorale hogeschool die is<br />
aangesloten bij <strong>een</strong> educatieve fe<strong>de</strong>ratie van zeven zelfstandige lerarenopleid<strong>in</strong>gen<br />
basison<strong>de</strong>rwijs. De hogeschool tel<strong>de</strong> tij<strong>de</strong>ns het on<strong>de</strong>rzoek ongeveer 800 aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
(waaron<strong>de</strong>r vier zij-<strong>in</strong>stromers) en 64 personeelsle<strong>de</strong>n. In het hogeschoolbeleid stond <strong>de</strong><br />
afstemm<strong>in</strong>g van theoretische kennis op <strong>de</strong> praktische ervar<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
opdoen b<strong>in</strong>nen reële contexten centraal. De hogeschool baseert haar on<strong>de</strong>rwijs daarbij op<br />
<strong>in</strong>zichten over het ‘subjectief concept’ van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (Vreug<strong>de</strong>nhil, 2000).<br />
In het schooljaar 2001-2002 zijn door twee hogeschooldocenten-coaches, <strong>de</strong> Commissie<br />
On<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> Examencommissie van <strong>de</strong> hogeschool, zogenaam<strong>de</strong> PDS-condities<br />
ontwikkeld. Deze condities zijn <strong>in</strong>ge<strong>de</strong>eld <strong>in</strong> drie categorieën te weten motivatie, kennis en<br />
vaardighe<strong>de</strong>n en faciliteiten (zie Bijlagetabel A.1). Ze zijn bedoeld als referentiepunten dan<br />
wel als richt<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong> uitspraken voor <strong>de</strong> bij het leerwerktraject, betrokken personen en<br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> eerste werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn ze bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>take gebruikt als voorwaar<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> toelat<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren tot het leerwerktraject.<br />
De uitgangspunten voor het ontwerp van <strong>de</strong> eerste werkplekleeromgev<strong>in</strong>g waren afgeleid van<br />
<strong>een</strong> constructivistische en ontwikkel<strong>in</strong>gsgerichte visie op oplei<strong>de</strong>n zoals beschreven door<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil (2000). In <strong>de</strong>ze visie vormt <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar het<br />
uitgangspunt voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g en uitvoer<strong>in</strong>g van het leerwerktraject <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Er wordt getracht praktijk en theorie te verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van het<br />
subjectief concept van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tot <strong>een</strong> werkconcept (zie § 2.2). Ver<strong>de</strong>r gaat <strong>de</strong><br />
uitvoer<strong>in</strong>g zoveel mogelijk uit van <strong>de</strong> pr<strong>in</strong>cipes van het realistisch opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>rwijs<br />
(Korthagen, 1998).<br />
56
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Dit realistisch opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>rwijs kent <strong>een</strong> probleemgeoriënteer<strong>de</strong> aanpak doordat het<br />
uitgaat van concrete praktijkproblemen en concerns <strong>in</strong> reële contexten zoals <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>)<br />
leraren die ervaren. Cruciaal is het bevor<strong>de</strong>ren van systematische reflectie door <strong>de</strong><br />
(aanstaan<strong>de</strong>) leraar <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r gerelateerd aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegratie van theorie en praktijk en aan<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>tegratie van verschillen<strong>de</strong> discipl<strong>in</strong>es.<br />
Richt<strong>in</strong>ggevend voor alle bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken<br />
<strong>de</strong>elnemers is dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren gaan voldoen aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen. Een<br />
leidraad voor <strong>de</strong> partners b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is daarbij het ‘Kwaliteitska<strong>de</strong>r II’<br />
(Denters et al., 2001). Dit ka<strong>de</strong>r omvat uitgewerkte ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen voor aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Deze ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen wor<strong>de</strong>n ook wel omschreven als<br />
‘kerncompetenties’ (Denters et al., 2001). Aan <strong>de</strong>ze lijnen liggen <strong>de</strong> eisen voor <strong>de</strong><br />
startbekwaamheid ten grondslag waaraan elke beg<strong>in</strong>nend leraar basison<strong>de</strong>rwijs dient te<br />
voldoen (SLO-VSLPC, 1997). Voor <strong>de</strong> hier <strong>in</strong>gerichte werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>een</strong><br />
doelstell<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> an<strong>de</strong>rhalf tot hooguit twee jaar voldoen aan <strong>de</strong> eisen<br />
voor <strong>de</strong> startbekwaamheid als beg<strong>in</strong>nend leraar basison<strong>de</strong>rwijs (M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs<br />
Cultuur en Wetenschappen, 1999). De variatie wat betreft <strong>in</strong>houd en duur van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
zijn daarbij afhankelijk van el<strong>de</strong>rs of eer<strong>de</strong>r verworven competenties. De verschillen tussen<br />
<strong>de</strong>ze competenties en <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen waren bepalend voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het<br />
on<strong>de</strong>rwijsarrangement tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> partnerschool en <strong>de</strong> hogeschool. Deze<br />
verschillen wer<strong>de</strong>n vastgesteld <strong>in</strong> <strong>de</strong> assessmentprocedure en keer<strong>de</strong>n als aandachtspunten<br />
terug <strong>in</strong> <strong>de</strong> persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen.<br />
Een belangrijk voortvloeisel van <strong>de</strong> hiervoor aangegeven visie is dat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
plaatsv<strong>in</strong>dt b<strong>in</strong>nen sociale <strong>in</strong>teractie (Tigchelaar, 2003). Om <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>teractie te bevor<strong>de</strong>ren is<br />
ervoor gekozen om tenm<strong>in</strong>ste twee aanstaan<strong>de</strong> leraren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tezamen op <strong>een</strong> partnerschool te laten <strong>de</strong>elnemen aan het leerwerktraject. De sociale <strong>in</strong>teractie<br />
kan zich dan naast <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g, on<strong>de</strong>r meer concretiseren <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van collegiale<br />
coach<strong>in</strong>g. Deze peer coach<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> twee aanstaan<strong>de</strong> leraren v<strong>in</strong>dt op <strong>in</strong>formele wijze<br />
plaats wanneer daaraan behoefte bestaat.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g was zo <strong>in</strong>gericht dat <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> het eerste schooljaar vier dagen en <strong>in</strong><br />
het twee<strong>de</strong> jaar vijf dagen omvatte. Daarvan waren <strong>in</strong> het eerste jaar twee dagen en <strong>in</strong> het<br />
twee<strong>de</strong> schooljaar tweeënhalve dag bestemd voor het lesgeven aan <strong>de</strong> klas. De an<strong>de</strong>re dagen<br />
ston<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het teken van gesprekken met mentor, teamle<strong>de</strong>n en coach, voorbereid<strong>in</strong>g,<br />
verwerk<strong>in</strong>g en studie. In het eerste schooljaar was <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> dag aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf.<br />
Voor <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g is elke aanstaan<strong>de</strong> leraar gekoppeld aan <strong>een</strong> ervaren leraar van <strong>de</strong><br />
partnerschool. Deze leraar fungeert als mentor. Mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar verzorgen samen<br />
het on<strong>de</strong>rwijs aan één groep. Na <strong>een</strong> jaar krijgt elke aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> nieuwe groep én<br />
daarmee (doorgaans) tevens <strong>een</strong> nieuwe leraar-mentor toegewezen. Reflectie en feedback<br />
wor<strong>de</strong>n vastgelegd <strong>in</strong> het portfolio waar ook het persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan <strong>de</strong>el van uit<br />
maakt (Driessen, Beijaard, Tartwijk & Vleuten, 2002). In het persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan<br />
leggen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren, gewoonlijk voor <strong>een</strong> perio<strong>de</strong> van zes tot acht weken, <strong>de</strong> doelen<br />
vast evenals <strong>de</strong> wijze waarop ze <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>nken te bereiken. Samengevat hebben <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren daarbij <strong>de</strong> stappen doorlopen zoals beschreven <strong>in</strong> Bijlagetabellen A.2 en A.3.<br />
57
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
4.2 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek<br />
4.2.1 Deelnemers<br />
Bij het empirisch on<strong>de</strong>rzoek van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case waren <strong>in</strong> totaal<br />
12 actoren uit drie actorgroepen betrokken. Zij participeer<strong>de</strong>n op vrijwillige basis <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rzoek. De actorgroep ‘aanstaan<strong>de</strong> leraar’ bestond uit twee vrouwelijke zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren. De actorgroep ‘basisschool’ tel<strong>de</strong> acht actoren, te weten drie<br />
groepsleraren, drie leraren-mentoren, <strong>de</strong> bovenschools manager (namens het bestuur) en <strong>de</strong><br />
directeur van <strong>de</strong> basisschool. De actorgroep ‘hogeschool’ bestond uit <strong>de</strong> directeur on<strong>de</strong>rwijs<br />
en <strong>een</strong> hogeschooldocent-coach tevens projectlei<strong>de</strong>r van het PDS-project. Deze <strong>de</strong>elnemers<br />
zijn als actoren direct betrokken bij zowel <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g als bij <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dit betekent dat zij zowel uitspraken kon<strong>de</strong>n doen over hun<br />
opvatt<strong>in</strong>gen en verwacht<strong>in</strong>gen wat betreft <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g,<br />
als over hun percepties ten aanzien van <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g.<br />
De on<strong>de</strong>rzoeker is hogeschooldocent van <strong>de</strong> <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek beschreven hogeschool. Dit<br />
betekent dat wat <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker betreft, methodologisch <strong>de</strong> balans tussen<br />
objectiviteit en subjectiviteit van belang is (Wester & Peters, 2004). Daarom is ervoor<br />
gezorgd <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker <strong>in</strong> <strong>de</strong> case g<strong>een</strong> beleidsmatige of uitvoeren<strong>de</strong> rol te laten spelen bij <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte werkplekleeromgev<strong>in</strong>g of bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
daarb<strong>in</strong>nen. Naast het borgen van onafhankelijkheid wordt hiermee tegemoet gekomen aan<br />
het objectiviteitsbeg<strong>in</strong>sel. Objectiviteit verwijst <strong>in</strong> dit geval naar <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname-distantiebalans<br />
en het rolnem<strong>in</strong>gsbeg<strong>in</strong>sel (Smal<strong>in</strong>g, 1990). De <strong>de</strong>elname-distantiebalans vereist van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeker <strong>een</strong> mid<strong>de</strong>nweg tussen te grote afstan<strong>de</strong>lijkheid en te grote betrokkenheid.<br />
Rolnem<strong>in</strong>g impliceert het <strong>in</strong>nemen van <strong>een</strong> ‘actors po<strong>in</strong>t of view’ (Cobb, 1987). Een voor het<br />
on<strong>de</strong>rzoek geschikte rolnem<strong>in</strong>g voorkomt enerzijds te grote afstan<strong>de</strong>lijkheid. An<strong>de</strong>rzijds kan<br />
het bewust <strong>in</strong>nemen van <strong>een</strong> ‘actors po<strong>in</strong>t of view’ zorgen voor <strong>een</strong> voldoen<strong>de</strong> betrokkenheid.<br />
In dit on<strong>de</strong>rzoek is tevens gezorgd voor afwissel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>elname en distantie. Daartoe heeft<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker als observator tij<strong>de</strong>ns het leerwerktraject <strong>de</strong>elgenomen aan <strong>de</strong> bij<strong>een</strong>komsten<br />
van coaches, mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren. Dit maakte het mogelijk <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject nauwgezet en rechtstreeks te volgen.<br />
4.2.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g<br />
Bij <strong>de</strong>ze 12 direct bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren zijn <strong>in</strong>terviews afgenomen.<br />
Deze afname was gepland zowel aan het beg<strong>in</strong> (juni 2001) als aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> (februari 2003)<br />
van het leerwerktraject zodat <strong>in</strong> totaal 24 <strong>in</strong>terviews wer<strong>de</strong>n afgenomen.<br />
Om <strong>de</strong> betrouwbaarheid waarmee <strong>de</strong> data wor<strong>de</strong>n verkregen te bevor<strong>de</strong>ren zijn <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews<br />
door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker zelf afgenomen. Vanwege het exploratieve karakter van <strong>de</strong> eerste case<br />
ken<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews <strong>een</strong> semi-gestructureer<strong>de</strong> opzet (Swanborn, 1994). De volgor<strong>de</strong> en <strong>de</strong><br />
exacte formuler<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> te bevragen on<strong>de</strong>rwerpen liggen bij <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijke opzet niet op<br />
voorhand vast. Om <strong>de</strong> werkwijze transparant te maken en om te borgen dat <strong>in</strong> elk <strong>in</strong>terview<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> komen is voorafgaand aan <strong>de</strong> afname <strong>een</strong> ‘<strong>in</strong>terviewgui<strong>de</strong>’<br />
samengesteld (Bartelds et al., 1989; Jansen & Joostens, 1998).<br />
58
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De te bevragen on<strong>de</strong>rwerpen uit <strong>de</strong> gui<strong>de</strong> zijn gebaseerd op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen zowel als op<br />
<strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g naar <strong>de</strong> kenmerken van<br />
krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Deze aanpak resulteer<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> <strong>in</strong>terviewgui<strong>de</strong> die <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> topics omvatte (zie<br />
Bijlagetabel B.1):<br />
- <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iër<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> (krachtige) werkplekleeromgev<strong>in</strong>g (omschrijv<strong>in</strong>g en kenmerken);<br />
- voorwaar<strong>de</strong>n voor <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g;<br />
- vereisten aan kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
betrokken actoren;<br />
- rollen en taken van <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren;<br />
- faciliteiten die voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g nodig zijn;<br />
- visie op on<strong>de</strong>rwijs en <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
Door b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> topics van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewgui<strong>de</strong> gebruik te maken van vooraf opgestel<strong>de</strong> neutrale<br />
vragen is getracht ongewenste beïnvloed<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewer zo veel mogelijk uit te<br />
sluiten. In <strong>de</strong> opzet van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewgui<strong>de</strong> is er bij <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> gesprekstopics reken<strong>in</strong>g<br />
mee gehou<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> actoren naast uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g ook <strong>de</strong> feitelijke<br />
situatie aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> kunnen stellen. Voor <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> eerste case was het <strong>in</strong>richten van<br />
<strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g echter nieuw. Daarom is besloten het on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>de</strong><br />
wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g niet expliciet aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> te stellen.<br />
Om <strong>de</strong> ecologische validiteit zo groot mogelijk te laten zijn, wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews afgenomen<br />
op <strong>de</strong> werkplek van <strong>de</strong> geïnterview<strong>de</strong>n. Voor elk <strong>in</strong>terview was één tot an<strong>de</strong>rhalf uur<br />
uitgetrokken. Alle <strong>in</strong>terviews zijn op band opgenomen.<br />
Om <strong>de</strong> validiteit van <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
te vergroten behoor<strong>de</strong> daartoe <strong>een</strong> triangu<strong>leren</strong><strong>de</strong> aanpak <strong>in</strong> <strong>de</strong> dataverzamel<strong>in</strong>g<br />
waarbij gezorgd is:<br />
- actoren te laten <strong>de</strong>elnemen vanuit drie verschillen<strong>de</strong> actorgroepen; elk vanuit hun eigen rol,<br />
taken en verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n;<br />
- <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews af te nemen aan het beg<strong>in</strong> en aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject.<br />
De <strong>in</strong>terviews aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject waren specifiek bedoeld om het<br />
aanvankelijke beeld van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te complementeren. Alle<br />
geïnterview<strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> eerste case had<strong>de</strong>n aan het beg<strong>in</strong> géén en aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het<br />
traject ongeveer twee jaar leer- en werkervar<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Om <strong>de</strong>ze ervar<strong>in</strong>g mee te nemen <strong>in</strong> <strong>de</strong> resultaatbeschrijv<strong>in</strong>g is voorafgaand aan het twee<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terview <strong>de</strong> transcriptie van het eerste <strong>in</strong>terview aan <strong>de</strong> geïnterview<strong>de</strong> toegezon<strong>de</strong>n. De<br />
respon<strong>de</strong>nten had<strong>de</strong>n dan <strong>de</strong> gelegenheid hun eer<strong>de</strong>r gedane uitspraken na te gaan en zichzelf<br />
af te vragen of <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>rtijd gedane uitspraken nog onveran<strong>de</strong>rd geldig waren.<br />
In <strong>de</strong> gui<strong>de</strong> was voor het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview <strong>een</strong> aanvullen<strong>de</strong> vraag opgenomen die betrekk<strong>in</strong>g<br />
had op eventuele veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> geïnterview<strong>de</strong>: “Is je men<strong>in</strong>g van<br />
toen, nu nog hetzelf<strong>de</strong>?” en “Kun je je antwoord toelichten?”. Ook door <strong>de</strong>ze vragen te stellen<br />
versterken we <strong>de</strong> validiteit zowel als <strong>de</strong> betrouwbaarheid van het verkregen beeld van <strong>de</strong><br />
kenmerken van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
59
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
4.2.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g<br />
De <strong>in</strong>strumentatie en analyses. Van <strong>de</strong> bandopnamen zijn direct na elk <strong>in</strong>terview transcripties<br />
gemaakt. Bandopnamen kunnen gelet op het doel, op verschillen<strong>de</strong> manieren wor<strong>de</strong>n<br />
getranscribeerd. Hier zijn <strong>de</strong> transcripties bedoeld om co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en analyse van uitspraken<br />
door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker mogelijk te maken. Daartoe kunnen <strong>de</strong> opnamen wor<strong>de</strong>n uitgewerkt <strong>in</strong><br />
woor<strong>de</strong>lijke of letterlijke transcripties. Bij woor<strong>de</strong>lijke transcripties v<strong>in</strong>dt tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong><br />
uitwerk<strong>in</strong>g <strong>een</strong> zekere <strong>in</strong>terpreteren<strong>de</strong> vertaalslag plaats om het gesproken woord <strong>in</strong><br />
taalkundig correct geschreven woor<strong>de</strong>n en z<strong>in</strong>nen om te zetten. Een letterlijke transcriptie<br />
kent <strong>de</strong>ze vertaalslag niet en wordt alles wat is uitgesproken uitgewerkt, <strong>in</strong>clusief herhal<strong>in</strong>gen,<br />
versprek<strong>in</strong>gen en uitroepen. Om <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> tekst door <strong>de</strong> transcribent te vermij<strong>de</strong>n is<br />
er voor gekozen zo letterlijk mogelijk te transcriberen. Elke uitgewerkte transcriptie is ter<br />
goedkeur<strong>in</strong>g voorgelegd aan <strong>de</strong> betrokken <strong>de</strong>elnemer. Met <strong>de</strong>ze werkwijze is <strong>een</strong> zo<br />
natuurgetrouw mogelijke weergave van elk <strong>in</strong>terview geborgd. Op basis van <strong>de</strong> analyses van<br />
<strong>de</strong>ze transcripties kan <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> objectieve en<br />
betrouwbare wijze plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n (Maso & Smal<strong>in</strong>g, 1998).<br />
De transcripties zijn <strong>in</strong>gevoerd <strong>in</strong> het computerprogramma Kwalitan (versie 5.09, Peters,<br />
2001; Wester & Peters, 1999), dat speciaal voor kwalitatief on<strong>de</strong>rzoek is ontwikkeld (Hijmans<br />
& Peters, 2000). In Kwalitan vormt het segmenteren van <strong>de</strong> documenten <strong>in</strong> betekenisvolle<br />
<strong>een</strong>he<strong>de</strong>n <strong>de</strong> voorberei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> stap voor <strong>de</strong> analyses. Segmenten bestaan uit passages die<br />
wor<strong>de</strong>n gevormd door <strong>een</strong> samenhangend geheel van uitspraken (Wester & Peters, 2004). Ze<br />
bie<strong>de</strong>n <strong>een</strong> context voor het <strong>in</strong>terpreteren van uitspraken en bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkheid om later<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> analyse <strong>in</strong>zicht te krijgen <strong>in</strong> het gelijktijdig voorkomen van co<strong>de</strong>s. In dit on<strong>de</strong>rzoek is<br />
ervoor gekozen om <strong>de</strong> segmenten zoveel mogelijk samen te laten vallen met <strong>de</strong> (hoofd)vragen<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews en <strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n daarop. Indien antwoor<strong>de</strong>n erg lang waren, is zo’n<br />
antwoord on<strong>de</strong>rgebracht <strong>in</strong> twee of meer segmenten, waarbij elk segment betrekk<strong>in</strong>g had op<br />
<strong>een</strong> specifiek (sub)thema.<br />
De aanpak van <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewgegevens baseer<strong>de</strong>n we op <strong>de</strong> faser<strong>in</strong>g en<br />
procedures uit <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> oftewel ‘groun<strong>de</strong>d’ theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g (Glaser & Strauss, 1976;<br />
Strauss & Corb<strong>in</strong>, 1990; Swanborn, 1994; Wester & Peters, 2004). Deze <strong>in</strong>ductieve aanpak<br />
maakt het mogelijk om systematisch theorie te ontwikkelen of te genereren uit gegevens die<br />
zelf ook systematisch zijn verzameld (Wester, 1995). De term ‘gefun<strong>de</strong>erd’ verwijst hier naar<br />
het zoeken naar betekenisvolle ‘<strong>in</strong> elementaire begrippen vastgeleg<strong>de</strong>’ beschrijv<strong>in</strong>gen van<br />
‘verschijnselen’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkelijkheid.<br />
In <strong>de</strong> lijn van <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case twee fasen centraal<br />
gesteld: <strong>de</strong> exploratiefase en <strong>de</strong> specificatiefase. In <strong>de</strong> exploratiefase maakten we gebruik van<br />
<strong>de</strong> uit <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g verkregen ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’. Met<br />
behulp van <strong>de</strong>ze concepten hebben we het materiaal geco<strong>de</strong>erd en er nieuwe trefwoor<strong>de</strong>n uit<br />
afgeleid. In die z<strong>in</strong> vorm<strong>de</strong>n <strong>de</strong> ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ atten<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> en richt<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong><br />
begrippen voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker die gaan<strong>de</strong>weg <strong>de</strong> analyses na<strong>de</strong>r wer<strong>de</strong>n geconcretiseerd<br />
(Wester, 1995; Wester & Peters, 1999; Peters, 2001). Op <strong>de</strong>ze wijze dien<strong>de</strong>n <strong>de</strong> begrippen en<br />
omschrijv<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g als bouwstenen voor het<br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem bij <strong>de</strong> kwalitatieve analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews.<br />
60
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Voor ons was het voornaamste doel van <strong>de</strong> exploratiefase te komen tot <strong>een</strong> <strong>in</strong>ventarisatie van<br />
kenmerken die door <strong>de</strong> geïnterview<strong>de</strong>n wer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
Om <strong>een</strong> correct en volledig overzicht te krijgen van <strong>de</strong> kenmerken die door <strong>de</strong> geïnterview<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n is het noodzakelijk om alle beschikbare <strong>in</strong>terviews <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze fase te<br />
analyseren. Door <strong>een</strong> weloverwogen keuze te maken uit het beschikbare materiaal<br />
(‘theoretical sampl<strong>in</strong>g’), is het echter mogelijk op basis van <strong>een</strong> beperkt aantal <strong>in</strong>terviews al<br />
snel <strong>een</strong> re<strong>de</strong>lijk volledig beeld te verkrijgen. Daartoe zijn voor <strong>de</strong> exploratiefase <strong>de</strong> eerste en<br />
twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews van 7 verschillen<strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten gebruikt (op <strong>een</strong> totaal van 24 <strong>in</strong>terviews<br />
en 12 respon<strong>de</strong>nten).<br />
Geselecteerd zijn steeds <strong>een</strong> eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview van <strong>de</strong>:<br />
- actorgroep ‘aanstaan<strong>de</strong> leraar’: één aanstaan<strong>de</strong> leraar;<br />
- actorgroep ‘basisschool’: <strong>de</strong> bovenschools manager, <strong>de</strong> directeur, één mentor, één teamlid;<br />
- actorgroep ‘hogeschool’: <strong>de</strong> directeur en <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach.<br />
De belangrijkste analyseactiviteit <strong>in</strong> <strong>de</strong> exploratiefase was het ‘open co<strong>de</strong>ren’ van dit<br />
materiaal. Bij dit open co<strong>de</strong>ren zijn zoveel mogelijk trefwoor<strong>de</strong>n gegenereerd die <strong>in</strong> het teken<br />
staan van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen en <strong>de</strong>ze zijn aan het materiaal gekoppeld. Per segment is<br />
gezocht naar voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag relevante en betekenisvolle uitspraken. In Kwalitan<br />
zijn <strong>de</strong>ze uitspraken gemerkt waarna aan <strong>een</strong> gemerkte uitspraak <strong>een</strong> trefwoord is toegekend<br />
dat <strong>de</strong> kern van die uitspraak zo elementair en betrouwbaar mogelijk beschreef.<br />
In ons on<strong>de</strong>rzoek zijn nieuw verkregen concepten steeds afgezet en geïnterpreteerd tegen het<br />
reeds eer<strong>de</strong>r verkregen ‘geheel van trefwoor<strong>de</strong>n’. Deze reflectie lever<strong>de</strong> nieuwe <strong>in</strong>zichten en<br />
nieuwe trefwoor<strong>de</strong>n op die wer<strong>de</strong>n toegevoegd aan dat geheel van trefwoor<strong>de</strong>n en werd elk<br />
volgend <strong>in</strong>terview op grond van dit nieuwe geheel geco<strong>de</strong>erd. Dit cyclische proces van<br />
co<strong>de</strong>ren, nieuwe trefwoor<strong>de</strong>n toekennen en weer co<strong>de</strong>ren, is doorgegaan totdat het co<strong>de</strong>ren<br />
vrijwel g<strong>een</strong> nieuwe <strong>in</strong>zichten en trefwoor<strong>de</strong>n meer oplever<strong>de</strong> (‘saturatie’). Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk is zo<br />
<strong>een</strong> uitputtend co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem opgebouwd waarmee het on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal voldoen<strong>de</strong><br />
werd afge<strong>de</strong>kt.<br />
De uitspraken die we <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties over <strong>de</strong> kenmerken aantroffen waren variabel van<br />
lengte en beston<strong>de</strong>n uit <strong>een</strong> z<strong>in</strong>s<strong>de</strong>el, <strong>een</strong> z<strong>in</strong> of meer<strong>de</strong>re z<strong>in</strong>nen. Als basis voor <strong>de</strong><br />
trefwoor<strong>de</strong>n om die uitspraken mee te co<strong>de</strong>ren, wer<strong>de</strong>n steeds concepten gezocht waarmee zo<br />
<strong>een</strong>duidig en elementair mogelijk elke relevante uitspraak kon wor<strong>de</strong>n omschreven Om die<br />
re<strong>de</strong>n hebben we <strong>de</strong>ze conceptuele basis van <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n aangeduid als ‘elementen’.<br />
Een element vatten we op als <strong>een</strong> karakteristiek of kenmerken<strong>de</strong> eigenschap van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Ze<br />
zijn zo nauwkeurig mogelijk omschreven en sluiten elkaar zoveel als kan we<strong>de</strong>rzijds uit.<br />
Aan elk element dat we als trefwoord gebruikten, zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> analyses extra co<strong>de</strong>s<br />
toegevoegd <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van cijfers of letters. Dit had als voor<strong>de</strong>el dat meer<strong>de</strong>re trefwoor<strong>de</strong>n<br />
beschikbaar waren met éénzelf<strong>de</strong> element als basis. Daartoe kreeg ie<strong>de</strong>r element allereerst <strong>een</strong><br />
volgnummer toegekend en maakten verschillen<strong>de</strong> lettercijfercomb<strong>in</strong>aties direct dui<strong>de</strong>lijk om<br />
welk <strong>in</strong>terview (eerste of twee<strong>de</strong>) het g<strong>in</strong>g. Later kon op die manier ook <strong>een</strong>voudig zichtbaar<br />
wor<strong>de</strong>n gemaakt of <strong>een</strong> element was toegerekend aan <strong>een</strong> bepaald cluster van verwante<br />
elementen (<strong>een</strong> kenmerk).<br />
61
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
In Figuur 4.1 geven we <strong>een</strong> voorbeeld hoe <strong>een</strong> trefwoord uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk werd opgebouwd. We<br />
nemen daarvoor het element ‘terugkoppelen’ dat één van <strong>de</strong> 103 concepten is die we uit <strong>de</strong><br />
uitspraken van <strong>de</strong> actoren kon<strong>de</strong>n aflei<strong>de</strong>n.<br />
Figuur 4.1 Voorbeeld van <strong>de</strong> opbouw van <strong>een</strong> trefwoord.<br />
Het toevoegen van co<strong>de</strong>s aan elk element maakte <strong>een</strong> <strong>een</strong>duidige analyse van <strong>de</strong> uitspraken<br />
mogelijk waarbij <strong>de</strong> oorspronkelijke context (en ‘databron’) steeds kon wor<strong>de</strong>n teruggehaald<br />
en geverifieerd. Zo wer<strong>de</strong>n samenhangen en verschillen <strong>in</strong>zichtelijk gemaakt. In Tabel 4.1<br />
geven we <strong>een</strong> voorbeeld van het toekennen van trefwoor<strong>de</strong>n aan enkele uitspraken.<br />
Tabel 4.1 Uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> bovenschools manager waaraan <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n<br />
‘terugkoppelen’ en ‘sfeer’ zijn toegekend.<br />
Uitspraken Toegekend trefwoord<br />
Interviewer: “Aan welke eigenschappen moet <strong>een</strong> partnerschool voldoen, wil<br />
het <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g bie<strong>de</strong>n voor aanstaan<strong>de</strong> leraren?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Een kwaliteit die heel veel mensen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs missen is terugkoppelen_15_094_1<br />
62<br />
Opbouw van het trefwoord ‘terugkoppelen_15_094_2’<br />
Terugkoppelen : <strong>de</strong> naam van <strong>een</strong> element dat uit bepaal<strong>de</strong> uitspraken werd afgeleid<br />
Cijfer 15 : dit element behoort tot het 15e kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’<br />
Cijfer 094 : terugkoppelen is het 94e element (van <strong>in</strong> totaal 103 elementen)<br />
Cijfer 2 : als trefwoord is terugkoppelen toegekend aan uitspraken <strong>in</strong> het 2e <strong>in</strong>terview<br />
feedback geven. Mensen aanspreken op hun gedrag.<br />
We zijn zo fysiek <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, dat uhm we moeten het leuk<br />
hebben met elkaar. Het moet gezellig zijn.”<br />
sfeer_03_051_1<br />
Door het semi-gestructureer<strong>de</strong> karakter van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews was <strong>de</strong> kans aanwezig dat<br />
respon<strong>de</strong>nten zichzelf zou<strong>de</strong>n herhalen. Dit kan voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> resultaten tot<br />
overbodige dubbeltell<strong>in</strong>gen van uitspraken lei<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g is dit on<strong>de</strong>rvangen door aan<br />
uitspraken waarbij <strong>een</strong> respon<strong>de</strong>nt b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong>zelf<strong>de</strong> segment zichzelf herhaal<strong>de</strong> slechts één<br />
keer <strong>een</strong> trefwoord toe te kennen. Op <strong>de</strong>ze wijze is bij <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g reken<strong>in</strong>g gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong><br />
‘ongeor<strong>de</strong>n<strong>de</strong>’, ‘<strong>in</strong> herhal<strong>in</strong>g vallen<strong>de</strong>’ spreker. Ver<strong>de</strong>r zijn <strong>de</strong> taalkundig ‘conversationele’<br />
reacties van <strong>de</strong> gesprekspartner die ‘hoor<strong>de</strong>r’ is (Houtkoop & Koole, 2000) en an<strong>de</strong>re<br />
hoor<strong>de</strong>rsbijdragen niet geco<strong>de</strong>erd.<br />
Hoor<strong>de</strong>rsbijdragen oftewel cont<strong>in</strong>ueer<strong>de</strong>rs zijn bijdragen aan het gesprek waarmee <strong>de</strong> hoor<strong>de</strong>r<br />
op gezette tij<strong>de</strong>n <strong>de</strong> spreker te kennen geeft alles nog te kunnen volgen en te begrijpen dat<br />
<strong>de</strong>ze nog ver<strong>de</strong>r wil spreken. De hoor<strong>de</strong>r doet dit door regelmatig te knikken en door<br />
bijvoorbeeld ‘ja’, ‘aja’ of ‘mmhm’ te zeggen (Houtkoop & Koole, 2000).<br />
De 14 <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> exploratiefase bleken voldoen<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> opbouw van het<br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem. Na het twaalf<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview wer<strong>de</strong>n vrijwel g<strong>een</strong> nieuwe trefwoor<strong>de</strong>n meer<br />
ontwikkeld, zodat nu <strong>de</strong> specificatiefase kon wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gegaan.<br />
In <strong>de</strong> specificatiefase zijn alle 24 <strong>in</strong>terviews ‘vergelijkend geco<strong>de</strong>erd’ waarbij ‘axial cod<strong>in</strong>g’<br />
plaatsvond (Strauss & Corb<strong>in</strong>, 1990). ‘Axial cod<strong>in</strong>g’ is <strong>een</strong> procedure waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> kern van elke<br />
uitspraak wordt vergeleken met <strong>de</strong> reeds beschikbare <strong>in</strong> memo’s vastgeleg<strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>gen<br />
van <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Het doel van ‘axial cod<strong>in</strong>g’ is om <strong>de</strong> <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls verkregen concepten en <strong>in</strong>zichten van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te verrijken met nieuwe of meer specifieke betekenis<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n.<br />
Bij het lezen van <strong>de</strong> fragmenten gaat het dan vooral om het <strong>in</strong>terpreteren van <strong>de</strong> tekst en wordt<br />
op zoek gegaan naar achterliggen<strong>de</strong> dimensies.<br />
Het beantwoor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag, naar <strong>de</strong> kenmerken die <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken, verg<strong>de</strong> <strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke, <strong>de</strong>els aanvullen<strong>de</strong>, aanpak.<br />
Daarom zullen we <strong>de</strong> dataverwerk<strong>in</strong>g en resultaten daarvan <strong>in</strong> <strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke paragraaf<br />
(§ 4.5) aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> stellen.<br />
De kwaliteit van <strong>de</strong> analyses. De kwaliteit van <strong>de</strong> analyses is op drie verschillen<strong>de</strong> manieren<br />
geborgd. Allereerst zijn <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten transparant gemaakt door overzichten uit te<br />
werken <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van samenvatten<strong>de</strong> woordtabellen. Deze tabellen bevatten <strong>de</strong> aangetroffen<br />
samengevatte uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren op elementniveau over <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g voor elk<br />
kenmerk van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> component. Deze overzichten zijn steeds <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep<br />
besproken. Deze werkwijze wordt wel aangeduid als ‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’ (Peters, 1995; Wester<br />
& Peters, 2004). Wanneer <strong>een</strong> concept achter <strong>een</strong> aangetroffen uitspraak werd herkend, is die<br />
uitspraak geco<strong>de</strong>erd door er <strong>in</strong> Kwalitan <strong>een</strong> trefwoord aan toe te kennen. Dit betekent dat het<br />
aantal toegeken<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n altijd gelijk is aan het aantal aangetroffen uitspraken.<br />
Op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats is ter verificatie van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> resultaten steeds<br />
teruggekeken naar <strong>de</strong> transcripties <strong>in</strong> Kwalitan. Een enkele keer bleek aanvullen<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
nodig. Bij twee <strong>in</strong>terviews rees twijfel bij <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van enkele uitspraken en is <strong>een</strong><br />
‘membercheck’ uitgevoerd door <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt na<strong>de</strong>rhand te vragen aanvull<strong>in</strong>gen of correcties<br />
te geven (Swanborn, 2000).<br />
Op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> plaats is <strong>de</strong> begripsvaliditeit geborgd door <strong>een</strong> <strong>een</strong>duidig omschrijven van <strong>de</strong><br />
verkregen elementen. Dit is gedaan op basis van <strong>een</strong> consequent gebruik van theoretische en<br />
begrippenmemo’s <strong>in</strong> het computerprogramma Kwalitan (Wester, 1995; Wester & Peters,<br />
2004). De trefwoor<strong>de</strong>n waarmee <strong>in</strong> Kwalitan <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews aangetroffen uitspraken<br />
wer<strong>de</strong>n geco<strong>de</strong>erd, zijn gemaakt door aan <strong>de</strong> conceptuele elementen cijfer- of<br />
lettercomb<strong>in</strong>aties toe te voegen. Elk verkregen element evenals <strong>de</strong> daaraan toegevoeg<strong>de</strong><br />
cijfer- of letterco<strong>de</strong>s zijn besproken met <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep (‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’).<br />
De begrippenmemo’s <strong>in</strong> Kwalitan wer<strong>de</strong>n eerst <strong>in</strong> conceptvorm opgesteld en later <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve versies nadat <strong>de</strong> concepten waren voorgelegd aan en besproken met <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep.<br />
Wat betreft <strong>de</strong> betrouwbaarheid van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en analyses zijn nog twee<br />
aanvullen<strong>de</strong> maatregelen genomen.<br />
De eerste omvatte het borgen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>traco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheid. De twee<strong>de</strong> maatregel<br />
omvatte het door <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rzoeker die op <strong>de</strong> hoogte is van het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem laten<br />
co<strong>de</strong>ren en analyseren van enkele documenten aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> exploratiefase.<br />
In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen bespreken we <strong>de</strong> resultaten op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen waarbij we<br />
eerst <strong>in</strong>gaan op enkele algemene resultaten.<br />
63
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
64<br />
4.3 Resultaten algem<strong>een</strong><br />
Overzicht. Na afloop van <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties is eerst on<strong>de</strong>rzocht of voor <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksvraag relevante verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken tussen het eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
aanwezig waren. Dit bleek niet het geval. Daarom is ervoor gekozen om <strong>de</strong> verkregen data<br />
ver<strong>de</strong>r als <strong>een</strong> geheel te analyseren.<br />
In Tabel 4.2 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van het aantal transcripties en <strong>de</strong> daar<strong>in</strong> aangetroffen<br />
uitspraken evenals het aantal afgelei<strong>de</strong> elementen.<br />
Tabel 4.2 Overzicht van het aantal transcripties, aangetroffen uitspraken en daarvan afgelei<strong>de</strong> elementen<br />
uit <strong>de</strong> eerste (I1) en twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews van case 1.<br />
Actoren (n=12)<br />
I1 I2 Totaal<br />
Transcripties <strong>in</strong>terviews 1 12 12 24<br />
Aangetroffen uitspraken 810 1125 1935<br />
Afgelei<strong>de</strong> elementen 101 103 103<br />
1 Voor <strong>de</strong> analyse <strong>in</strong> het computerprogramma Kwalitan (versie 5.09, Peters, 2001; Wester & Peters, 1999) zijn per actor<br />
<strong>de</strong> transcripties van bei<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews steeds tot één document samengevoegd.<br />
Uit Tabel 4.2 is zichtbaar dat bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> 24 transcripties 1935 keer <strong>een</strong> uitspraak<br />
werd geco<strong>de</strong>erd. Bij elkaar vorm<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze uitspraken uit <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews <strong>de</strong> grondslag voor <strong>in</strong><br />
totaal 103 elementen. Deze elementen vatten we op als kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> elementen. In <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g is het fragmentarische beeld dat uit <strong>de</strong> literatuur<br />
naar voren komt over <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen ervan, aangewezen als <strong>een</strong> van <strong>de</strong><br />
problemen bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en beschrijv<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Om die re<strong>de</strong>n brachten we <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuurstudie op logische gron<strong>de</strong>n <strong>een</strong><br />
conceptuele or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g aan <strong>in</strong> <strong>de</strong> kenmerken op basis van <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gspr<strong>in</strong>cipes: a) functie, b)<br />
<strong>in</strong>houd en c) vormgev<strong>in</strong>g.<br />
Om het ‘groun<strong>de</strong>d’ karakter van het ontwerp van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r recht te<br />
doen is <strong>de</strong> opbouw ervan stapsgewijs uitgevoerd en geconcretiseerd op basis van <strong>de</strong><br />
aangetroffen uitspraken. Daarbij is elk nieuw element steeds vergeleken met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re reeds<br />
eer<strong>de</strong>r verkregen elementen om zo ‘dubbel<strong>in</strong>gen’ te voorkomen of uit eventuele synoniemen<br />
keuzes te maken. Zo was er aanvankelijk zowel het element ‘terugkoppelen’ als wel het<br />
element ‘feedback geven’. In overleg met <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep is ervoor gekozen om het<br />
eerste concept te handhaven als element.<br />
Na afloop van <strong>de</strong> analyses van alle 24 <strong>in</strong>terviews en aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> specificatiefase<br />
beschikten we op die wijze over <strong>een</strong> nog los geheel van 103 ‘unieke’ elementen. Dat wil<br />
zeggen elementen die zo nauwkeurig mogelijk <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen omschrijven<br />
en die zoveel als kan elkaar we<strong>de</strong>rzijds uitsluiten. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> vergelijk<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
stapsgewijze uitbouw van <strong>de</strong> elementen rees het vermoe<strong>de</strong>n dat sommige elementen dui<strong>de</strong>lijk<br />
aan elkaar verwant of gerelateerd waren on<strong>de</strong>r meer gezien <strong>de</strong> uit <strong>de</strong> naam ervan blijken<strong>de</strong><br />
functie (‘doorgroeicompetentie’ en ‘functioneren <strong>in</strong> klas’), <strong>in</strong>houd (‘aanbod’ en ‘curriculum’)<br />
en vormgev<strong>in</strong>g (‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’).
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Om met meer zekerheid <strong>de</strong> elementen te kunnen or<strong>de</strong>nen is elk van <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n elementen<br />
op <strong>een</strong> kaartje genoteerd. Gebruik makend van <strong>een</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gstechniek die is afgeleid van <strong>de</strong> <strong>in</strong><br />
het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> hoofdstuk beschreven techniek concept mapp<strong>in</strong>g, is <strong>in</strong> dit geheel van elementen<br />
or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g aangebracht door op logische gron<strong>de</strong>n aan elkaar verwante elementen te clusteren<br />
tot grotere gehelen waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke betekenis van <strong>de</strong> elementen en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
relaties ertussen tot uit<strong>in</strong>g komen (Novak, 1990). Hierbij zijn <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r beschreven<br />
begrippenmemo’s consequent geraadpleegd.<br />
De elementen bleken <strong>in</strong> zeven groepen <strong>in</strong> te <strong>de</strong>len. Deze zeven clusters van bij elkaar<br />
behoren<strong>de</strong> elementen zijn ‘componenten’ genoemd. Ze zijn omschreven als:<br />
‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’, ‘leerklimaat’, ‘professionaliteit’, ‘condities’, ‘begeleid<strong>in</strong>g’,<br />
‘kwaliteitszorg’ en ‘startbekwaamheid’. Voor wat betreft hun volgor<strong>de</strong> zijn we uitgegaan van<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk via vormgev<strong>in</strong>g naar functionaliteit.<br />
Op grond van <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> elementen wer<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>de</strong>ze zeven clusters vervolgens nog 19 kenmerken on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
Voor het benoemen van <strong>de</strong>ze kenmerken is gebruik gemaakt van <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
omschrijv<strong>in</strong>gen en naamgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> 20 kenmerken die we eer<strong>de</strong>r uit <strong>de</strong> literatuurstudie en<br />
empirische verkenn<strong>in</strong>g verkregen. Vergelijk<strong>in</strong>g met die kenmerken leer<strong>de</strong> dat vanuit g<strong>een</strong> van<br />
<strong>de</strong> nu gevon<strong>de</strong>n elementen het oorspronkelijke kenmerk ‘b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
bestaat afstemm<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> virtuele en fysieke functies’ herkenbaar was. Het geor<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />
geheel van componenten, kenmerken en elementen dat we aldus verkregen vorm<strong>de</strong> <strong>de</strong> basis<br />
voor het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r dat <strong>in</strong> Bijlagetabel F.1 is uitgewerkt. De naamgev<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> elementen, <strong>de</strong> kenmerken en <strong>de</strong> componenten zowel als hun or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong><br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r, zijn meermalen uitgebreid <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep en tij<strong>de</strong>ns<br />
presentaties aan het wetenschappelijk forum, aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> gekomen. Toch dragen zowel <strong>de</strong><br />
naamgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen als wel <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> aard<br />
van <strong>de</strong> toegepaste or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gstechniek en <strong>de</strong> aan <strong>een</strong> case study <strong>in</strong>herente beperk<strong>in</strong>gen, <strong>een</strong><br />
tentatief en voorlopig karakter.<br />
In Tabel 4.3 wordt van het nu verkregen geheel <strong>een</strong> samenvattend overzicht weergegeven<br />
waar<strong>in</strong> per component <strong>de</strong> kenmerken en het aantal bijbehoren<strong>de</strong> elementen is gegeven.<br />
Tevens is het aantal trefwoor<strong>de</strong>n en uitspraken vermeld waarvan <strong>de</strong>ze elementen, kenmerken<br />
en componenten wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Uit <strong>de</strong> tabel is af te lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> zeven on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n componenten zijn opgebouwd uit 4<br />
(‘kwaliteitszorg’) tot 30 (‘condities’) elementen. De b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> componenten on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
19 kenmerken omvatten elk 1 (‘zelfstur<strong>in</strong>g’, ‘zorgen voor ownership’ en ‘zelfevaluatie’) tot<br />
18 (‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’) elementen. Deze elementen zijn afgeleid van 2 (‘zorgen voor<br />
ownership’) tot 79 (‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’) verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n.<br />
Voor <strong>de</strong>ze trefwoor<strong>de</strong>n vorm<strong>de</strong>n 2 (‘zorgen voor ownership’) tot 495 (‘mentor<strong>in</strong>g en<br />
coach<strong>in</strong>g’) uitspraken <strong>de</strong> basis. Daarmee omvat <strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’ het hoogste<br />
(33%) percentage aangetroffen uitspraken, gevolgd door ‘leerklimaat’ (22%) en ‘condities’<br />
(18%), terwijl ‘kwaliteitszorg’ en ‘startbekwaamheidseisen’ met ie<strong>de</strong>r 3% het m<strong>in</strong>ste aantal<br />
uitspraken omvatten. De naam van <strong>de</strong> componenten en kenmerken is zo gekozen dat <strong>de</strong>ze<br />
<strong>een</strong>duidig en kernachtig <strong>de</strong> gem<strong>een</strong>schappelijke kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen representeren<br />
van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> elementen waaruit ze zijn opgebouwd.<br />
65
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Tabel 4.3 Het aantal uitspraken en het aantal daarop gebaseer<strong>de</strong> elementen voor elke component en elk<br />
kenmerk dat daaruit werd afgeleid. De uitspraken zijn aangetroffen <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties van 24<br />
<strong>in</strong>terviews afgenomen bij 12 actoren aan het beg<strong>in</strong> en het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject van case 1.<br />
Aangetroffen uitspraken<br />
Comp.<br />
nr. Component<br />
Kenm.<br />
nr. Kenmerk<br />
Aantal<br />
elementen<br />
Totaal<br />
kenm.<br />
Totaal<br />
comp.<br />
% comp.<br />
1 On<strong>de</strong>rwijsaanbod 1 Balans theorie en praktijk 3 31<br />
2 Doorgaan<strong>de</strong> lijn 7 146 177 9%<br />
2 Leerklimaat 3 Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g 10 281<br />
4 Emotioneel veilig 5 136 417 22%<br />
3 Professionaliteit 5 Professionaliser<strong>in</strong>g 11 176<br />
6 Zelfstur<strong>in</strong>g 1 36<br />
7 Leren<strong>de</strong> organisatie 2 27 239 12%<br />
4 Condities 8 Faciliter<strong>in</strong>g 13 82<br />
9 Gebruik van ICT 3 14<br />
10 Up-to-date mid<strong>de</strong>len 3 49<br />
11 Samenwerk<strong>in</strong>gs afspraken 8 64<br />
12 Personele mid<strong>de</strong>len 3 145 354 18%<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 13 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 18 495<br />
14 Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften 4 98<br />
15 Kenmerken<strong>de</strong> situaties 2 39<br />
16 Zorgen voor ownership 1 2 634 33%<br />
6 Kwaliteitszorg 17 Zelfevaluatie 1 32<br />
18 Procesmanagement 3 30 62 3%<br />
7 Startbekwaamheidseisen 19 Bekwaamheidseisen 5 52 52 3%<br />
Totaal 103 1935 1935 100%<br />
Volledigheidshalve is <strong>in</strong> Bijlagetabel C.1 het <strong>in</strong> Tabel 4.3 voor <strong>de</strong> eerste case beknopt<br />
gegeven frequentieoverzicht ver<strong>de</strong>r uitgewerkt.<br />
De analyses. De betrouwbaarheid van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
analyses zijn op twee momenten en op twee manieren on<strong>de</strong>rzocht. Aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong><br />
exploratiefase zijn at random vier <strong>in</strong>terviews uit twee <strong>in</strong>terviewdocumenten door <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeker zelf voor <strong>een</strong> twee<strong>de</strong>maal bl<strong>in</strong>d geco<strong>de</strong>erd en geanalyseerd. De resultaten van<br />
<strong>de</strong>ze twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g zijn kwalitatief afgezet tegen die van <strong>de</strong> eerste. De resultaten stem<strong>de</strong>n<br />
groten<strong>de</strong>els over<strong>een</strong>. De verschillen bleken vooral betrekk<strong>in</strong>g te hebben op het ontbreken bij<br />
<strong>de</strong> eerste co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van extra co<strong>de</strong>s die <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> analyses aan enkele trefwoor<strong>de</strong>n<br />
waren toegevoegd. Besloten is alle <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze fase geanalyseer<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewdocumenten op <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n te contro<strong>leren</strong>. Deze controle resulteer<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> beperkt aantal<br />
aanpass<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen. Zwaar<strong>de</strong>r wogen enkele verschillen <strong>in</strong> <strong>in</strong>terpretatie van<br />
bepaal<strong>de</strong> uitspraken bij het toekennen van trefwoor<strong>de</strong>n daaraan. Dit leid<strong>de</strong> tot het aanscherpen<br />
of herschrijven van ruim 20 van <strong>de</strong> 103 elementen <strong>in</strong> <strong>de</strong> begrippenmemo’s zoals bij <strong>de</strong><br />
elementen ‘systematisch volgen’ en ‘bewaken proces’.<br />
Aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> specificatiefase zijn na afloop van <strong>de</strong> analyses opnieuw at random twee<br />
<strong>in</strong>terviewdocumenten getrokken. Deze vier <strong>in</strong>terviews daaruit zijn, nu door <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re co<strong>de</strong>ur<br />
(<strong>een</strong> lid van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep), bl<strong>in</strong>d geco<strong>de</strong>erd en geanalyseerd. In <strong>de</strong> kwalitatieve<br />
vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen bleken per segment ongeveer één tot twee verschillen tussen<br />
<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs aanwezig <strong>in</strong> het toekennen van trefwoor<strong>de</strong>n aan uitspraken. Het bleek dat <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee documenten <strong>een</strong> groter aantal uitspraken co<strong>de</strong>er<strong>de</strong> met trefwoor<strong>de</strong>n<br />
dan <strong>de</strong> eerste co<strong>de</strong>ur. Het sterkst bleek dit het geval bij trefwoor<strong>de</strong>n van het kenmerk<br />
‘mentor<strong>in</strong>g’ en, <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate, bij die van het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’.<br />
66
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Na<strong>de</strong>re analyse liet zien dat van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ <strong>de</strong> meeste verschillen<br />
tussen <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs optra<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> elementen: ‘mentor<strong>in</strong>g’, ‘gesprek’ en ‘terugkoppelen’.<br />
Bij het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ bleek het verschil volledig betrekk<strong>in</strong>g te hebben op <strong>de</strong><br />
elementen ‘aanbod van kennis’, ‘overzicht curriculum’ en ‘cont<strong>in</strong>uïteit’. Deels bleek sprake<br />
van <strong>in</strong>terpretatieverschillen. Deze gaven aanleid<strong>in</strong>g om <strong>in</strong> overleg met <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep, <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> omschrijv<strong>in</strong>gen te herzien. Deels was sprake van <strong>een</strong> hoger aantal co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
door <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur. De oorzaak bleek vooral te liggen <strong>in</strong> het co<strong>de</strong>ren van ‘herhaal<strong>de</strong>’<br />
uitspraken. De gebruikte omschrijv<strong>in</strong>g van wat te verstaan on<strong>de</strong>r ‘herhaal<strong>de</strong>’ uitspraken is<br />
hierop aangepast. De vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> geco<strong>de</strong>er<strong>de</strong> documenten van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs liet<br />
tenslotte nog zien dat rond <strong>de</strong> 70% van <strong>de</strong> gebruikte trefwoor<strong>de</strong>n werd toegekend aan<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> uitspraken. Het gebruik van het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem en <strong>de</strong> bijbehoren<strong>de</strong><br />
omschrijv<strong>in</strong>gen gaf ver<strong>de</strong>r g<strong>een</strong> problemen bij <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en analyses van <strong>de</strong> uitspraken.<br />
Na <strong>de</strong>ze algemene beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> resultaten geven we <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen eerst<br />
antwoord op <strong>de</strong>elvraag 1.3: ‘Welke kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren?’. Bij <strong>de</strong><br />
resultaatbesprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elvraag hou<strong>de</strong>n we <strong>de</strong> zojuist gegeven or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
elementen <strong>in</strong> zeven componenten en 19 kenmerken aan.<br />
Per gevon<strong>de</strong>n component geven we steeds eerst <strong>een</strong> box met algemene <strong>in</strong>formatie waaruit <strong>de</strong><br />
opbouw van <strong>de</strong> component zichtbaar is. Deze <strong>in</strong>formatie is afgeleid van Tabel 4.3. Daarna<br />
wordt beschreven uit welke elementen <strong>de</strong> component is opgebouwd en hoe <strong>de</strong> elementen zijn<br />
<strong>in</strong>ge<strong>de</strong>eld <strong>in</strong> kenmerken. Waar dit voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie relevant is gaan we tevens <strong>in</strong> op<br />
opvallen<strong>de</strong> verwantschap tussen elementen of kenmerken en op verschillen of<br />
over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g. Op die wijze trachten we het beeld<br />
van <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te complementeren.<br />
4.4 Resultaten kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
4.4.1 Component 1. On<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
1 On<strong>de</strong>rwijsaanbod 1 Balans theorie en praktijk 3 31<br />
2 Doorgaan<strong>de</strong> lijn 7 146<br />
In <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> 24 <strong>in</strong>terviews wer<strong>de</strong>n 177 uitspraken aangetroffen waaruit 10<br />
elementen zijn afgeleid die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geclusterd tot <strong>de</strong> component ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’.<br />
Deze component heeft betrekk<strong>in</strong>g op het aanbod van kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. B<strong>in</strong>nen dit aanbod is sprake van <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zodat cont<strong>in</strong>ue ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
wordt geborgd en speelt <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> balans tussen theorie en praktijk. Op grond van <strong>de</strong><br />
verwantschap <strong>in</strong> <strong>de</strong> element<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n wer<strong>de</strong>n vervolgens <strong>de</strong> twee kenmerken ‘balans theorie<br />
en praktijk’ en ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ aan <strong>de</strong> component ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’ on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
67
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Kenmerk 1. Balans theorie en praktijk<br />
De drie elementen uit Tabel 4.4 die cluster<strong>de</strong>n tot het kenmerk ‘balans theorie en praktijk’,<br />
hebben betrekk<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijsaanbod b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong><br />
uitspraken die <strong>de</strong> basis van <strong>de</strong>ze elementen vorm<strong>de</strong>n was steeds <strong>een</strong> afweg<strong>in</strong>g herkenbaar die<br />
betrekk<strong>in</strong>g had op <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen theorie en praktijk. In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren<br />
kenmerkt <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijk aanbod zich ver<strong>de</strong>r door gevarieer<strong>de</strong> leerroutes waarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren kunnen pen<strong>de</strong>len tussen <strong>in</strong>formatie, subjectief concept en praktijk. Er is<br />
sprake van <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>tegratie van hogeschoolactiviteiten en activiteiten op <strong>de</strong> werkplek<br />
van <strong>de</strong> partnerschool. In Tabel 4.4 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante<br />
uitspraken waarvan <strong>de</strong> weergegeven drie elementen wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.4 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>de</strong> drie elementen waaruit het kenmerk ‘balans theorie en praktijk’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
balans praktijk Praktijk is belangrijker dan theorie, er is balans, start van leerproces kan bij praktijk of theorie<br />
theorie liggen.<br />
competenties Asl 1 ontwikkelt competenties om praktijksituaties aan te kunnen, theorie on<strong>de</strong>rsteunt.<br />
constructivisme Asl is constructeur van eigen betekenisvolle kennis, samen <strong>leren</strong>.<br />
1<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken kwamen enkele opvallen<strong>de</strong> zaken naar voren. Een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> actoren ken<strong>de</strong><br />
aan <strong>de</strong> praktijk meer belang toe dan aan <strong>de</strong> theorie (actoren van <strong>de</strong> actorgroep basisschool en<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren). Een an<strong>de</strong>r <strong>de</strong>el was van men<strong>in</strong>g dat bei<strong>de</strong> <strong>in</strong> balans zou<strong>de</strong>n moeten zijn<br />
(actoren van <strong>de</strong> actorgroep basisschool en hogeschool). Daarentegen zijn g<strong>een</strong> uitspraken<br />
aangetroffen waar<strong>in</strong> actoren aangaven meer belang te hechten aan <strong>de</strong> theorie dan aan <strong>de</strong><br />
praktijk. Bovendien bleken uitspraken waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> elementen ‘competenties’ en<br />
‘constructivisme’ centraal ston<strong>de</strong>n, voornamelijk afkomstig van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong><br />
hogeschool.<br />
In <strong>de</strong> loop van het traject bleken <strong>de</strong> uitspraken over het kenmerk ‘balans theorie en praktijk’<br />
vooral bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool en bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren verschoven te<br />
zijn. Terwijl <strong>de</strong>ze actoren <strong>in</strong> het eerste <strong>in</strong>terview het belang van <strong>de</strong> praktijk boven dat van <strong>de</strong><br />
theorie benadrukten, gaven zij <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview te kennen dat er <strong>een</strong> balans moest zijn<br />
tussen praktijk en theorie. Dit betekent dat aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject <strong>de</strong> uitspraken<br />
van <strong>de</strong> drie actorgroepen over <strong>de</strong> balans tussen praktijk en theorie vrij sterk over<strong>een</strong>stem<strong>de</strong>n.<br />
Kenmerk 2. Doorgaan<strong>de</strong> lijn<br />
De zeven elementen die dit kenmerk constitueren zijn opgenomen <strong>in</strong> Tabel 4.5 en wer<strong>de</strong>n<br />
afgeleid van 146 uitspraken. Ze impliceren dat het on<strong>de</strong>rwijsaanbod b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g, naast <strong>de</strong> hiervoor besproken balans, tevens <strong>een</strong> dui<strong>de</strong>lijke<br />
doorlopen<strong>de</strong> structuur en opbouw bezit. Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren blijkt dat ze daarbij<br />
aan <strong>de</strong> mentor en coach <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> voorname <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
taak toekennen. Deze begelei<strong>de</strong>rs wor<strong>de</strong>n geacht te zorgen voor materialen en metho<strong>de</strong>n die<br />
voorzien <strong>in</strong> <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>uïteit en <strong>een</strong> aanbod dat <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>u leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
bevor<strong>de</strong>rt. Naast <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n bleek on<strong>de</strong>rwijsaanbod ook betrekk<strong>in</strong>g te hebben op activiteiten<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf zoals het vastleggen en uitwerken van na te streven doelen <strong>in</strong> het<br />
eigen persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan.<br />
68
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In Tabel 4.5 is voor <strong>de</strong> zeven elementen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n gegroepeerd tot het kenmerk<br />
‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken waar ze uit<br />
wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.5 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis<br />
vorm<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> zeven elementen waaruit het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
aanbod van kennis Het team en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> mentor draagt kennis over en expliciteert achtergron<strong>de</strong>n<br />
van methodiek, didactiek en pedagogiek. Het team heeft <strong>een</strong> mo<strong>de</strong>lfunctie en draagt<br />
school<strong>in</strong>fo over. De coach geeft theoretische on<strong>de</strong>rbouw<strong>in</strong>g van leerproblemen en geeft<br />
literatuurhandreik<strong>in</strong>gen.<br />
aanbod van<br />
De mentor laat <strong>de</strong> Asl<br />
vaardighe<strong>de</strong>n<br />
1 veel leservar<strong>in</strong>g opdoen waar<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze eigen accenten kan<br />
realiseren.<br />
aanbod van houd<strong>in</strong>gen Het team expliciteert voor Asl <strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g vanuit hun on<strong>de</strong>rwijs- en schoolvisie en laat<br />
dit zien.<br />
cont<strong>in</strong>uïteit De mentor zorgt voor werktempo en kwaliteit van <strong>de</strong> Asl.<br />
flexibel curriculum De Hos 2 heeft flexibel curriculum dat is uitgewerkt <strong>in</strong> doelen, on<strong>de</strong>rwijsarrangementen<br />
en toetsen.<br />
overzicht curriculum De mentor en coach hebben zicht op opleid<strong>in</strong>g. De coach is vakman/-vrouw, kent <strong>de</strong><br />
praktijk en <strong>de</strong> doelen die Asl moet bereiken, heeft <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> leer<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n en<br />
verdui<strong>de</strong>lijkt <strong>de</strong>ze aan Asl.<br />
overzicht ontwikkel<strong>in</strong>g De mentor en coach hebben zicht op ontwikkel<strong>in</strong>g en op leerproces van <strong>de</strong> Asl.<br />
1 2<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
Van <strong>de</strong>ze zeven elementen bleek bijna <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> uitspraken betrekk<strong>in</strong>g te hebben op het<br />
element ‘aanbod van kennis’. In relatie tot het voorgaan<strong>de</strong> kenmerk ‘balans theorie en<br />
praktijk’ had bijna <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> uitspraken betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> theorie. Daarbij bleek het bij<br />
alle drie <strong>de</strong> actorgroepen te gaan om het aanbie<strong>de</strong>n van (nieuwe) kennis door <strong>de</strong> mentor.<br />
Vooral <strong>de</strong> mentor zou moeten zorgen voor het overdragen van voldoen<strong>de</strong> kennis over het<br />
on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong>clusief metho<strong>de</strong>kennis. De actoren van <strong>de</strong> hogeschool vul<strong>de</strong>n aan dat <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar van <strong>de</strong> mentor antwoord moet kunnen krijgen op vragen over <strong>de</strong><br />
achtergron<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> klas, over <strong>de</strong> gehanteer<strong>de</strong> methodiek, <strong>de</strong> didactiek en<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van het klassenmanagement. Omgekeerd spraken <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit dat <strong>de</strong><br />
coach van <strong>de</strong> hogeschool tot taak heeft hen handreik<strong>in</strong>gen te bie<strong>de</strong>n over <strong>de</strong> te bestu<strong>de</strong>ren<br />
literatuur. De coach zou voor hen daar<strong>in</strong> <strong>een</strong> voorselectie moeten aandragen. De actoren van<br />
<strong>de</strong> basisschool <strong>de</strong><strong>de</strong>n vergelijkbare uitspraken. Daaruit bleek dat zij het wenselijk achtten dat<br />
<strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> raamwerk biedt voor <strong>de</strong> dagelijkse praktijk. Dit raamwerk<br />
kan bestaan uit <strong>in</strong>formatiebronnen zoals <strong>in</strong>ternet, boeken, en an<strong>de</strong>re materialen. Tevens zou <strong>de</strong><br />
coach <strong>een</strong> theoretische on<strong>de</strong>rbouw<strong>in</strong>g van bepaal<strong>de</strong> leerproblemen moeten bie<strong>de</strong>n.<br />
Opvallend was dat bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool g<strong>een</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen<br />
over hun eigen rol bij het bewaken van <strong>de</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn. De partnerschool bezat <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
perceptie van <strong>de</strong> actoren over voldoen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsmetho<strong>de</strong>s en <strong>de</strong> coach en <strong>de</strong> mentoren<br />
beschikten over voldoen<strong>de</strong> theorie en kennis om <strong>de</strong>ze over te dragen aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren kwam <strong>een</strong> behoefte naar voren aan<br />
vroegtijdig(er) adviser<strong>in</strong>g over het leerwerktraject. Zo bleek aan het beg<strong>in</strong> van het<br />
leerwerktraject <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren behoefte aan <strong>in</strong>formatie over on<strong>de</strong>r<br />
meer <strong>de</strong> kerndoelen van het basison<strong>de</strong>rwijs. De <strong>in</strong>formatie uit en over het ‘Kwaliteitska<strong>de</strong>r<br />
<strong>de</strong>el II’ (Denters et al., 2001) von<strong>de</strong>n zowel <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren als <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong><br />
basisschool te complex.<br />
69
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Deze <strong>in</strong>formatie g<strong>in</strong>g over het aanbod van kennis dat nodig is om te voldoen aan <strong>de</strong><br />
kerncompetenties van <strong>de</strong> startbekwame leraar basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
De actoren van <strong>de</strong> partnerschool en <strong>de</strong> hogeschool spraken wat het aanbod betreft nog uit dat<br />
vooral <strong>de</strong> coach zicht moet hebben op het leerwerktraject van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en dat dat<br />
<strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate gold voor <strong>de</strong> mentor. Het is volgens uitspraken van <strong>de</strong>ze actoren vooral <strong>de</strong><br />
coach die tot taak had aan te geven welke doelen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren moeten bereiken om te<br />
voldoen aan <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n (‘overzicht curriculum’).<br />
Positief percipieer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> coach zicht had op <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, op <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g en op het leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. M<strong>in</strong><strong>de</strong>r positief spraken ze zich<br />
uit over <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> mentoren voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> leer<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n en<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen kon<strong>de</strong>n verdui<strong>de</strong>lijken (‘overzicht curriculum’).<br />
Uit <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> uitspraken uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews bleek bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool<br />
<strong>een</strong> meer positief beeld te zijn ontstaan over <strong>de</strong> kennis die <strong>de</strong> mentoren gaan<strong>de</strong>weg het<br />
leerwerktraject zou<strong>de</strong>n hebben verkregen wat betreft <strong>de</strong> leer<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n voor en <strong>de</strong> te doorlopen<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren (‘overzicht curriculum’).<br />
4.4.2 Component 2. Leerklimaat<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
2 Leerklimaat 3 Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g 10 281<br />
4 Emotioneel veilig 5 136<br />
De kwalitatieve analyses leid<strong>de</strong>n tot het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van 417 uitspraken <strong>in</strong> 15 elementen<br />
die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geclusterd tot <strong>de</strong> component ‘leerklimaat’. Deze component kenmerkt<br />
zich door <strong>een</strong> ‘uitdagend en stimu<strong>leren</strong>d’ en ‘emotioneel veilig’ leerklimaat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Kenmerk 3. Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren kenmerkt <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zich door <strong>een</strong> uitdagend<br />
en stimu<strong>leren</strong>d leerwerkklimaat. Daaron<strong>de</strong>r blijken ze on<strong>de</strong>r meer te verstaan dat <strong>de</strong> mentor<br />
en coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uitnodigen tot activiteit, stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n aanbie<strong>de</strong>n<br />
en accepteren dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar fouten maakt. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zou daartoe<br />
tevens <strong>een</strong> zekere veiligheid moeten bie<strong>de</strong>n (zie volgen<strong>de</strong> kenmerk). B<strong>in</strong>nen die omgev<strong>in</strong>g<br />
zou <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar voor hulp en advies altijd terecht moeten kunnen bij <strong>de</strong> mentor,<br />
teamle<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> directie, maar ook bij (vak)docenten van <strong>de</strong> hogeschool. De respon<strong>de</strong>nten<br />
verwachtten dat <strong>de</strong> mentor en coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> ruimte geven om te <strong>leren</strong><br />
(waaron<strong>de</strong>r experimenteren en zelfstandig <strong>in</strong>itiatieven ontplooien).<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> uitdagen<strong>de</strong> en stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g lag nadruk op het element ‘ruimte geven om<br />
te <strong>leren</strong>’ door het team van <strong>de</strong> basisschool, en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r door <strong>de</strong> mentor. De meeste<br />
uitspraken wer<strong>de</strong>n over dit element gedaan (Bijlagetabel C.1). Ook spraken alle actorgroepen<br />
uit dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar ervar<strong>in</strong>g op moest kunnen doen <strong>in</strong>, maar ook buiten <strong>de</strong> klas. In het<br />
bijzon<strong>de</strong>r benadrukten <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar ruimte te geven<br />
<strong>een</strong> eigen manier van lesgeven te ontwikkelen. Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
kwam <strong>de</strong> wenselijkheid van ruimte voor (zelf)studie naar voren. Meer<strong>de</strong>re actoren spraken uit<br />
dat on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge betrokkenheid b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject en belangstell<strong>in</strong>g voor elkaar van<br />
belang zijn b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
70
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Daarbij benadrukten <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong> betrokkenheid van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach bij het <strong>leren</strong> van<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (dit is gerelateerd aan het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’).<br />
In Tabel 4.6 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g opgenomen van uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren over <strong>de</strong> 10<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen.<br />
Tabel 4.6 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> 10 elementen waaruit het kenmerk ‘uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
betrokkenheid Team en coach zijn enthousiast over en actief betrokken bij PDS, mentor en coach tonen<br />
oprechte belangstell<strong>in</strong>g voor (leerwerktraject van) Asl 1 .<br />
fouten mogen Team geeft Asl kans om fouten te maken (zijn goe<strong>de</strong> leermomenten).<br />
hulp van coach Coach biedt hulp wanneer nodig.<br />
hulp van Asl consulteert (vak)docenten ten behoeve van persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan, knowhow van<br />
hogeschoolteam (vak)docenten wordt benut.<br />
hulp van directie Directie beantwoordt (pedagogische en didactische) vragen van Asl.<br />
hulp van mentor Mentor is eerste aanspreekpunt voor Asl.<br />
hulp van team Team on<strong>de</strong>rsteunt, verwijst, bevor<strong>de</strong>rt studie en <strong>in</strong>itiatief van Asl.<br />
rolmo<strong>de</strong>l Mentor kan klas ‘draaien’, geeft adaptief on<strong>de</strong>rwijs, heeft voorbeeldfunctie.<br />
Bas 2 heeft mo<strong>de</strong>lfunctie voor <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gsdoelen, werkt met visie, bevor<strong>de</strong>rt ‘<strong>leren</strong> <strong>leren</strong>’.<br />
ruimte om te <strong>leren</strong> Mentor en coach laten ruimte voor zelfontplooi<strong>in</strong>g, eigen ontwikkel<strong>in</strong>g en i<strong>de</strong>eën van Asl,<br />
geven ruimte voor gesprek en discussie, team geeft ruimte voor studie en eigen <strong>in</strong>itiatief.<br />
uitnodigend Team en coach dagen Asl uit tot <strong>leren</strong>, ont<strong>de</strong>kken en kennis construeren.<br />
1 2<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Bas = basisschool<br />
Van het kenmerk ‘uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g’ bleken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actorgroepen <strong>in</strong> het<br />
twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview, verschillen<strong>de</strong> elementen positief aanwezig. Daarbij g<strong>in</strong>g het <strong>in</strong> het<br />
bijzon<strong>de</strong>r om <strong>de</strong> elementen ‘betrokkenheid’, ‘fouten mogen maken’, ‘<strong>de</strong> hulp van <strong>de</strong> coach en<br />
<strong>de</strong> (vak)docenten van <strong>de</strong> hogeschool’. En ver<strong>de</strong>r om <strong>de</strong> elementen ‘hulp van <strong>de</strong> directie, <strong>de</strong><br />
mentor en het basisschoolteam’ en ‘uitnodigend’.<br />
In <strong>de</strong> perceptie van alle respon<strong>de</strong>nten kreeg <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> nodige stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong><br />
voorbeel<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n. De mentor fungeer<strong>de</strong> als ‘rolmo<strong>de</strong>l’.<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actorgroep hogeschool en <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> actorgroep basisschool<br />
bleek dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> ‘ruimte kreeg’ om te <strong>leren</strong>, activiteiten op te pakken en<br />
fouten te maken. Ook nodig<strong>de</strong> <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit om na te <strong>de</strong>nken over<br />
activiteiten waar ze mee bezig waren. Hij daag<strong>de</strong> uit om te reflecteren en consequenties te<br />
verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> conclusies uit die reflecties (‘uitnodigend’).<br />
Bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g<br />
had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> feitelijke aanwezigheid van <strong>de</strong>ze elementen. In het bijzon<strong>de</strong>r uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terviews bleek dat naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vakdocenten van <strong>de</strong> hogeschool te laat <strong>in</strong> het traject op gang was<br />
gekomen (‘hulp van hogeschoolteam’).<br />
Soortgelijk sprak <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren zich daarover uit. Uit hun uitspraken bleek<br />
ver<strong>de</strong>r dat ze veel baat had<strong>de</strong>n bij consultatiegesprekken. Dit waren gesprekken die ze <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
later stadium, steeds voorafgaand aan elk persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan, voer<strong>de</strong>n met <strong>een</strong><br />
vakdocent. Deze hulp werd echter <strong>in</strong> <strong>een</strong> (te) laat stadium gebo<strong>de</strong>n.<br />
71
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
In Tabel 4.7 zijn enkele uitspraken samengevat van het element ‘hulp van hogeschoolteam’.<br />
Tabel 4.7 Uitspraken uit het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar waar<strong>in</strong> het element ‘hulp van<br />
hogeschoolteam’ centraal staat.<br />
Vraag Aan welke eigenschappen moet <strong>een</strong> hogeschool voldoen, wil het <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g<br />
72<br />
bie<strong>de</strong>n voor aanstaan<strong>de</strong> leraren?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “En ik <strong>de</strong>nk dat je ook gebruik moet maken van docenten op <strong>de</strong> hogeschool. Dat dat ook wel<br />
gestimuleerd moet wor<strong>de</strong>n. Maar als je dat niet doet, dat je dan toch <strong>een</strong> stuk mist eigenlijk.<br />
Dat je bijvoorbeeld voor het schrijven van <strong>een</strong> persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan <strong>een</strong>s moet praten<br />
met vakdocenten. Wat betreft die verwijz<strong>in</strong>gen. Toen was ik daar best wel, vond ik dat heel erg<br />
nodig en gaan<strong>de</strong>weg <strong>de</strong>nk ik ja. Een paar tips kunnen wel gegeven wor<strong>de</strong>n, maar eigenlijk<br />
zoek je wel heel snel je eigen weg.”<br />
Interviewer: “Aan welke eigenschappen heeft <strong>de</strong> hogeschool voldaan?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “En die handreik<strong>in</strong>gen is ook gelukt, maar dat heeft wel even geduurd. Dat had wel wat sneller<br />
gekund. En dat is ook dan ook wel op eigen <strong>in</strong>itiatief eigenlijk.”<br />
Interviewer: “Hmhm. Je zegt ik had liever wat sneller die handreik<strong>in</strong>gen gehad. En wat is voor jou sneller?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Gelijk, <strong>de</strong> eerste week of misschien zelfs al voor je beg<strong>in</strong>t. Dat je <strong>een</strong> literatuurlijst krijgt met<br />
<strong>de</strong> standaardwerken, maar ook aanbevel<strong>in</strong>gen. Dat je <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval <strong>een</strong>s kan gaan kijken al.”<br />
Alle actoren gaven bij aanvang van het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview aan nog altijd hun uitspraken uit het<br />
eerste <strong>in</strong>terview te on<strong>de</strong>rschrijven. Wel kwamen uit <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> getranscribeer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terviews enkele aanvullen<strong>de</strong> uitspraken naar voren. Allereerst bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. Bij hen wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot het eerste <strong>in</strong>terview, <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
uitspraken aangetroffen over <strong>de</strong> wenselijkheid van on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> vakdocenten van <strong>de</strong><br />
hogeschool (‘hulp van hogeschoolteam’). Deze on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g zou dan kunnen bestaan uit het<br />
voeren van consultatiegesprekken, voorafgaand aan het opstellen en tij<strong>de</strong>ns het uitvoeren van<br />
<strong>een</strong> persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan.<br />
Een aanvull<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken was dat <strong>de</strong> coach wel ruimte moet geven om te <strong>leren</strong>, maar<br />
dat zeker <strong>in</strong> het beg<strong>in</strong> van het leerwerktraject ook stur<strong>in</strong>g wenselijk is (‘ruimte om te <strong>leren</strong>’).<br />
Van <strong>de</strong> actorgroep basisschool wer<strong>de</strong>n aanvullen<strong>de</strong> uitspraken aangetroffen die hierop<br />
aansluiten. In <strong>de</strong>ze uitspraken werd benadrukt dat <strong>de</strong> coach niet te snel moet reageren, maar<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> kans moet geven om zelf te groeien (‘ruimte om te <strong>leren</strong>’).<br />
Ver<strong>de</strong>r bleken <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview hun eer<strong>de</strong>re meer<br />
globale uitspraken over <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar door het team aan te<br />
scherpen (‘hulp van schoolteam’). De aanstaan<strong>de</strong> leraar zou aan alle collega’s vragen moeten<br />
kunnen stellen.<br />
Kenmerk 4. Emotioneel veilig<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren emotioneel veilig en <strong>in</strong>spirerend.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt <strong>een</strong> vertrouwensband met mentor en coach, wordt uitgenodigd om<br />
eigen leervragen te ontwikkelen en zijn competentiegevoel wordt ontwikkeld. Hij wordt<br />
geaccepteerd door mentor, directie, coach, teamle<strong>de</strong>n en ontvangt feedback op zijn<br />
functioneren.<br />
In Tabel 4.8 is voor <strong>de</strong> vijf elementen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n gegroepeerd tot het kenmerk<br />
‘emotioneel veilig’ <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken waaruit ze<br />
wer<strong>de</strong>n afgeleid.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel 4.8 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> vijf elementen waaruit het kenmerk ‘emotioneel veilig’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
acceptatie team 1<br />
Bas 2<br />
Team staat voor 100% achter PDS, er is draagvlak, team neemt Asl 3 op als volwaardig<br />
teamlid, Asl is welkom.<br />
competentiegevoel Team laat Asl succeservar<strong>in</strong>gen opdoen en <strong>de</strong>ze wor<strong>de</strong>n zichtbaar benoemd, team en coach<br />
zorgen dat Asl zich competent voelt.<br />
relatie directie Asl heeft eerlijke en open communicatie met directie.<br />
relatie Goe<strong>de</strong> relatie mentor-Asl, bei<strong>de</strong>n zijn ‘gelijkwaardig’, coach bouwt goe<strong>de</strong> relatie op met Asl.<br />
sfeer Team en coach zorgen voor open, ontspannen en veilige (werk) sfeer tussen alle betrokkenen.<br />
1 2 3<br />
team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor Bas = basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
In <strong>de</strong> meeste van <strong>de</strong>ze uitspraken stond het element ‘relatie’ centraal (zie Bijlagetabel C.1). Ze<br />
wer<strong>de</strong>n vooral gedaan door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool. Zij gaven<br />
aan dat <strong>de</strong> basisschool zorgt voor <strong>een</strong> omgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen het team <strong>een</strong> open en eerlijke<br />
houd<strong>in</strong>g aanneemt zodat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> relatie met collega’s kan opbouwen.<br />
Maar ook <strong>de</strong> coach van <strong>de</strong> hogeschool zou <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> relatie moeten opbouwen met <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar. De aanstaan<strong>de</strong> leraren wijzen <strong>de</strong> relatie met <strong>de</strong> mentor aan als cruciale<br />
factor <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek.<br />
Opvallend was dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool g<strong>een</strong> uitspraken<br />
wer<strong>de</strong>n aangetroffen die waren te herlei<strong>de</strong>n tot één van <strong>de</strong> elementen ‘relatie’ of ‘sfeer’. Bij<br />
<strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren is <strong>de</strong> uitspraak aangetroffen dat het team van <strong>de</strong> basisschool<br />
achter hen en <strong>de</strong> leerwerkuitgangspunten zou moeten staan. Soortgelijk is <strong>een</strong> uitspraak<br />
hierover van <strong>de</strong> actorgroep hogeschool.<br />
Uitspraken van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool dui<strong>de</strong>n op het belang van<br />
opname van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar als volwaardig teamlid. Zij spreken daarbij tevens uit dat<br />
<strong>de</strong>ze zo ook moet wor<strong>de</strong>n behan<strong>de</strong>ld (‘acceptatie team’).<br />
De actoren van <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en aanstaan<strong>de</strong> leraren percipieer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r meer<br />
dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar als collega wordt geaccepteerd (‘acceptatie team basisschool’) en dat<br />
<strong>de</strong>ze <strong>de</strong> kans krijgt om succeservar<strong>in</strong>gen op te doen (‘competentiegevoel’).<br />
Ver<strong>de</strong>r bleek dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van alle actoren <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong><br />
mentor goed is. Ook spreken zij uit dat er <strong>een</strong> optimale werksfeer heerst b<strong>in</strong>nen het team van<br />
<strong>de</strong> basisschool.<br />
Tegelijkertijd blijkt uit <strong>de</strong> uitspraken dat <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong> directeur en één aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar werd bemoeilijkt door verschillen <strong>in</strong> opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> manier van leid<strong>in</strong>g geven<br />
(‘relatie directie’). Volgens uitspraken van <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van actorgroep basisschool had <strong>de</strong>ze<br />
situatie <strong>in</strong>vloed op het functioneren van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen het team. Deze heeft<br />
hierdoor m<strong>in</strong><strong>de</strong>r kansen gekregen of gegrepen om zich <strong>in</strong> teamverband te ontplooien. De<br />
betreffen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong>ed <strong>de</strong> uitspraak dat zij, vanwege <strong>de</strong> bemoeilijkte relatie met<br />
<strong>de</strong> directeur, hierdoor <strong>in</strong> <strong>de</strong> teamverga<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen op <strong>een</strong> gegeven moment haar men<strong>in</strong>g<br />
achterwege liet.<br />
73
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
4.4.3 Component 3. Professionaliteit<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
3 Professionaliteit 5 Professionaliser<strong>in</strong>g 11 176<br />
6 Zelfstur<strong>in</strong>g 1 36<br />
7 Leren<strong>de</strong> organisatie 2 27<br />
De component ‘professionaliteit’ werd afgeleid van <strong>een</strong> cluster van 14 elementen die op grond<br />
van 239 uitspraken waren on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Het begrip professionaliteit verwijst naar <strong>de</strong><br />
typeren<strong>de</strong> eigenschappen van het leraarsberoep en van <strong>de</strong> leraar als beroepsbeoefenaar die <strong>in</strong><br />
die uitspraken wer<strong>de</strong>n genoemd.<br />
Professionaliteit kenmerkt zich door ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ en ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> betrokkenen<br />
en door <strong>een</strong> ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ als geheel. ‘Professionaliser<strong>in</strong>g’ en ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’<br />
bleken voor <strong>de</strong> actoren nauw aan elkaar gerelateerd. Uit <strong>de</strong> literatuur leid<strong>de</strong>n we af dat <strong>een</strong><br />
<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie veron<strong>de</strong>rstelt dat <strong>de</strong> actoren actief bij schoolontwikkel<strong>in</strong>gs- en<br />
vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten betrokken zijn. Dit kwam <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren ook naar<br />
voren waar zij spraken over voortduren<strong>de</strong> professionaliser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>skundigheidsbevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g.<br />
Wat betreft het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ bleken zij ook <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk<br />
te stellen voor zijn eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Kenmerk 5. Professionaliser<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren kenmerkt <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zich door <strong>een</strong><br />
voortduren<strong>de</strong> professionaliser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong>skundigheidsbevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
zijn mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met collega’s, ou<strong>de</strong>rs, leid<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong>n en externe<br />
on<strong>de</strong>rsteuners en voor samenwerk<strong>in</strong>g, on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g, collegiale coach<strong>in</strong>g en<br />
<strong>in</strong>terne schol<strong>in</strong>g. Alle betrokkenen ontwikkelen zich voortdurend waarbij <strong>de</strong> mentor door <strong>de</strong><br />
coach systematisch wordt gecoacht.<br />
De nadruk <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken bleek te liggen bij ‘coach<strong>in</strong>g mentor door coach’. Alle actoren<br />
benadrukten het belang van coach<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor door <strong>de</strong> coach. De analyses lieten zien<br />
dat <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool aan <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> taak toedachten <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>gsvaardighe<strong>de</strong>n<br />
en <strong>in</strong>terventietechnieken van <strong>de</strong> mentor uit te brei<strong>de</strong>n.<br />
De actoren van <strong>de</strong> hogeschool spraken uit dat <strong>de</strong> coach (en <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool)<br />
enerzijds tot taak hebben overzicht te hou<strong>de</strong>n over het verloop van het leerwerktraject.<br />
An<strong>de</strong>rzijds behoort het tot hun taak dit traject te begelei<strong>de</strong>n.<br />
Uit <strong>de</strong> analyses bleek ver<strong>de</strong>r dat alle actoren over<strong>een</strong>stem<strong>de</strong>n <strong>in</strong> hun uitspraken over <strong>de</strong><br />
noodzaak van schol<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> mentor. De actoren van <strong>de</strong> hogeschool vul<strong>de</strong>n hierbij aan dat<br />
<strong>de</strong> mentor zich expliciet dient te bekwamen <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> van volwassenen. Ze voer<strong>de</strong>n als<br />
re<strong>de</strong>n aan dat <strong>de</strong>ze vorm van <strong>leren</strong> an<strong>de</strong>rs is dan het <strong>leren</strong> van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren (‘schol<strong>in</strong>g mentor’).<br />
Overigens gaven <strong>de</strong> actorgroepen hogeschool en <strong>de</strong>els <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
aan dat <strong>de</strong> mentoren wel tra<strong>in</strong><strong>in</strong>gen en cursussen volg<strong>de</strong>n, maar zich niet specifiek school<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong> mentor<strong>in</strong>g. Uit <strong>de</strong> uitspraken van bei<strong>de</strong> actorgroepen bleek dat zij <strong>de</strong> elementen ‘coach<strong>in</strong>g<br />
mentor door coach’, ‘<strong>in</strong>teractie externen’, ‘on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g’, ‘willen <strong>leren</strong> van <strong>de</strong><br />
mentor’ b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g als positief aanwezig percipieer<strong>de</strong>n.<br />
74
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In Tabel 4.9 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van uitspraken over <strong>de</strong> 11 on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen<br />
van het kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’.<br />
Tabel 4.9 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis<br />
vorm<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> elf elementen waaruit het kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
coach<strong>in</strong>g mentor door Directie coacht niet all<strong>een</strong> <strong>de</strong> mentor, maar ook waar nodig <strong>de</strong> overige teamle<strong>de</strong>n en<br />
directie<br />
Asl 1 m.b.t. werkplek<strong>leren</strong>, directie hoeft niet per se zelf te coachen.<br />
coach<strong>in</strong>g mentor door Coach heeft <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> functioneren van mentor, leert mentor begeleid<strong>in</strong>gs- en<br />
coach<br />
<strong>in</strong>terventievaardighe<strong>de</strong>n, probeert overzicht te hou<strong>de</strong>n en processen te begelei<strong>de</strong>n.<br />
collegiale coach<strong>in</strong>g Team 2 spreekt elkaar aan b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> eigen persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g, er is <strong>een</strong><br />
coachcultuur.<br />
competentiegericht IPB Bestuur heeft visie op IPB 3 : <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk en f<strong>in</strong>ancieel, moet PDS gefaseerd over meer<br />
partnerscholen gaan versprei<strong>de</strong>n, moet Asl <strong>een</strong> baan <strong>in</strong> het vooruitzicht stellen.<br />
<strong>in</strong>teractie collega’s Mentor <strong>in</strong>formeert team over leerwerkervar<strong>in</strong>gen, er is open overleg.<br />
<strong>in</strong>teractie externen Coach on<strong>de</strong>rhoudt PDS-netwerkcontacten.<br />
<strong>in</strong>teractie directie Er is open overleg.<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g Directie on<strong>de</strong>rsteunt mentor, team on<strong>de</strong>rsteunt elkaar bij <strong>leren</strong>, <strong>in</strong>terne begelei<strong>de</strong>r als<br />
tussenpersoon tussen Asl-mentor.<br />
schol<strong>in</strong>g mentor Mentor bekwaamt zich expliciet <strong>in</strong> <strong>leren</strong> van volwassenen, krijgt schol<strong>in</strong>g <strong>in</strong> mentor<strong>in</strong>g.<br />
schol<strong>in</strong>g team Het team heeft regelmatig schol<strong>in</strong>gsactiviteiten ten behoeve van <strong>de</strong> schoolontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
willen <strong>leren</strong> mentor Kijkt kritisch naar zichzelf en zijn begeleid<strong>in</strong>g, staat open voor kritiek op eigen<br />
functioneren, staat open, is nog zelf <strong>in</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g, wil uitproberen, staat open om met<br />
Asl samen te werken: ‘maatjes’.<br />
1 2 3<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor IPB = <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid<br />
Bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen zijn verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken zichtbaar. Van <strong>de</strong><br />
actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren werd <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> uitspraak<br />
aangetroffen dat het bestuur <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> (<strong>in</strong>val)baan <strong>in</strong> het vooruitzicht dien<strong>de</strong> te<br />
stellen op één van zijn scholen (‘competentiegericht IPB’). Ver<strong>de</strong>r bleek <strong>de</strong>ze actorgroep <strong>in</strong><br />
haar uitspraken te benadrukken dat <strong>de</strong> mentor vooral open moet staan voor kritiek op eigen<br />
functioneren. Tegelijk moet <strong>de</strong>ze kritisch naar zichzelf en naar <strong>de</strong> door hem gegeven<br />
begeleid<strong>in</strong>g willen kijken (‘willen <strong>leren</strong> mentor’). Ver<strong>de</strong>r was <strong>een</strong> verschuiv<strong>in</strong>g zichtbaar <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> uitspraken over het element ‘coach<strong>in</strong>g mentor door directie’.<br />
In het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview gaf <strong>de</strong> actorgroep basisschool aan dat <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool<br />
niet perse zelf hoeft te coachen. Ook <strong>een</strong> collega-leraar zou <strong>een</strong> coachen<strong>de</strong> rol kunnen<br />
vervullen tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor.<br />
Tenslotte werd bij <strong>de</strong> actorgroep hogeschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> uitspraak<br />
aangetroffen dat het team elkaar moet steunen om nieuwe stappen te zetten om hierdoor van<br />
en met elkaar te <strong>leren</strong> (‘on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g’).<br />
Kenmerk 6. Zelfstur<strong>in</strong>g<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren gezorgd voor <strong>een</strong><br />
gelei<strong>de</strong>lijke overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong> en werken. De aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt<br />
me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk gemaakt voor zijn eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g en heeft ruimte<br />
voor het zelfstandig nemen van besliss<strong>in</strong>gen voor wat betreft <strong>de</strong> eigen groep.<br />
In Tabel 4.10 is voor het element ‘overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong>’ van het kenmerk<br />
‘zelfstur<strong>in</strong>g’ <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken.<br />
75
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Tabel 4.10 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor<br />
het element ‘overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong>’ waaruit het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
overgang naar<br />
zelfsturend <strong>leren</strong><br />
76<br />
Team 1 helpt Asl 2 zich te ontwikkelen en stuurt waar moet,<br />
mentor durft verantwoor<strong>de</strong>lijkheid te geven aan Asl,<br />
coach maakt constructieve fricties: ‘dw<strong>in</strong>gt’ gaan<strong>de</strong>weg Asl tot zelfstur<strong>in</strong>g, kan ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht<br />
<strong>in</strong>spelen op proces van Asl en mentor.<br />
1 team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor 2 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken kwam naar voren dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren enerzijds van <strong>de</strong> basisschool<br />
verwachtten <strong>de</strong> vrijheid te krijgen om zich te kunnen ontwikkelen. An<strong>de</strong>rzijds wensten ze ook<br />
handvatten en steun te (kunnen) krijgen. De actoren van <strong>de</strong> basisschool spraken uit dat <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar moet kunnen groeien van <strong>een</strong> aanvankelijk beperkte naar <strong>een</strong> steeds meer<br />
zelf gedragen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid. Zeker voor het lesgeven <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas. De meer<strong>de</strong>rheid van<br />
<strong>de</strong> uitspraken kwam voor reken<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> hogeschool. Uit <strong>de</strong> uitspraken bleek <strong>de</strong><br />
wenselijkheid dat <strong>de</strong> mentor zowel als <strong>de</strong> coach, <strong>een</strong> zekere terughou<strong>de</strong>ndheid aannemen. De<br />
actoren voer<strong>de</strong>n als re<strong>de</strong>n aan dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar dan zelf wordt uitgedaagd tot<br />
<strong>in</strong>itiatiefname. Een van <strong>de</strong> actoren verwoord<strong>de</strong> dit als volgt: “ontwikkelen daar waar kan en<br />
sturen daar waar moet.” Het element ‘overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong>’ is ten tij<strong>de</strong> van het<br />
twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> percepties van <strong>de</strong> actorgroep basisschool (met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van<br />
één actor) als van <strong>de</strong> hogeschool positief aanwezig. Eén actor van <strong>de</strong> basisschool sprak uit dat<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het eerste schooljaar niet te snel <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid zou moeten<br />
dragen voor <strong>een</strong> groep. Het betrof <strong>in</strong> dit geval <strong>een</strong> groep van 36 leerl<strong>in</strong>gen.<br />
Alle actoren on<strong>de</strong>rschreven hun uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview. De wens van <strong>de</strong><br />
actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren om naast vrijheid ook vraaggestuurd handvatten en steun te<br />
ontvangen, was <strong>een</strong> aanvull<strong>in</strong>g op het eerste <strong>in</strong>terview.<br />
Kenmerk 7. Leren<strong>de</strong> organisatie<br />
Bij het kenmerk ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ is <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> voortdurend leer-<br />
en ontwikkel<strong>in</strong>gsproces gebruikelijk van alle betrokkenen: aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, directie,<br />
teamle<strong>de</strong>n en coach. Tabel 4.11 laat <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g zien van <strong>de</strong> uitspraken van 12 actoren<br />
over <strong>de</strong> twee on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen.<br />
Tabel 4.11 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> twee elementen waaruit het kenmerk ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert Leren is <strong>een</strong> gezamenlijk proces van Asl 1 , team 2 , coach.<br />
vernieuw<strong>in</strong>g Team staat open voor vernieuw<strong>in</strong>gen die Asl meebrengt, biedt gelegenheid om af te gaan van<br />
het beken<strong>de</strong>, Bas 3 is vooruitstrevend en staat open voor nieuwe ontwikkel<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong>cl. PDS.<br />
1 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar 2 team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor 3 Bas = basisschool<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>de</strong><strong>de</strong>n over het element ‘vernieuw<strong>in</strong>g’ <strong>de</strong> uitspraak dat <strong>de</strong> basisschool<br />
<strong>een</strong> vooruitstreven<strong>de</strong> school moet zijn. Een school die openstaat voor nieuwe ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, <strong>in</strong>clusief het leerwerktraject. Volgens <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool behoort<br />
<strong>een</strong> team open te staan voor <strong>de</strong> vernieuw<strong>in</strong>gen die het werkplek<strong>leren</strong> met zich meebrengt. Een<br />
team moet durven afwijken van gebaan<strong>de</strong> pa<strong>de</strong>n. Bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool zijn over<br />
dit element g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bij het element ‘ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert’ benoem<strong>de</strong> <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>een</strong> school waar <strong>de</strong><br />
klassen<strong>de</strong>uren openstaan. De nieuwe vorm van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> omvat volgens hun<br />
uitspraken <strong>een</strong> gezamenlijk proces, waarbij sprake is van gelijkwaardigheid.<br />
Gelijkwaardigheid van alle drie <strong>de</strong> betrokken partijen: <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren, <strong>de</strong> hogeschool<br />
en <strong>de</strong> basisschool.<br />
Bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren wer<strong>de</strong>n over het element ‘ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert’ g<strong>een</strong> uitspraken<br />
aangetroffen. Wel over het element ‘vernieuw<strong>in</strong>g’. De actoren van <strong>de</strong> hogeschool benadrukten<br />
dat <strong>de</strong> basisschool <strong>een</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gsgez<strong>in</strong><strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g zou moeten bie<strong>de</strong>n. Zij benadrukten<br />
<strong>een</strong> omgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen het gewoon is dat aanstaan<strong>de</strong> en zitten<strong>de</strong> leraren zich nieuwe<br />
vaardighe<strong>de</strong>n eigen proberen te maken. En waarb<strong>in</strong>nen allen ervoor openstaan nieuwe stappen<br />
te zetten.<br />
Het element ‘ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert’ werd <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview bovendien door zeven van <strong>de</strong> acht<br />
actoren uit <strong>de</strong> actorgroep basisschool als positief gepercipieerd. Eén actor sprak uit dat het<br />
team wel samen had geleerd, maar dat er door te veel nieuwe an<strong>de</strong>re ontwikkel<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>de</strong> basisschool sprake was van on<strong>de</strong>rpresteren. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren bleek<br />
<strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> aanwezigheid van het element ‘vernieuw<strong>in</strong>g’ uit<strong>een</strong> te lopen. In het laatste<br />
geval impliceer<strong>de</strong> <strong>de</strong> uitspraak <strong>de</strong> vraag of b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school wel echt sprake was van <strong>een</strong><br />
‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’.<br />
4.4.4 Component 4. Condities<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
4 Condities 8 Faciliter<strong>in</strong>g 13 82<br />
9 Gebruik van ICT 3 14<br />
10 Up-to-date mid<strong>de</strong>len 3 49<br />
11 Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken 8 64<br />
12 Personele mid<strong>de</strong>len 3 145<br />
Op grond van <strong>in</strong> totaal 354 uitspraken kon<strong>de</strong>n 30 elementen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n met <strong>een</strong><br />
gem<strong>een</strong>schappelijke eigenschap die kon wor<strong>de</strong>n benoemd als ‘condities’. Bij ‘condities’ gaat<br />
het om ‘faciliter<strong>in</strong>g’, ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’, ‘gebruik van ICT’, ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’ en<br />
‘personele mid<strong>de</strong>len’.<br />
Kenmerk 8. Faciliter<strong>in</strong>g<br />
De elementen die samen het kenmerk ‘faciliter<strong>in</strong>g’ vormen, hebben betrekk<strong>in</strong>g op faciliter<strong>in</strong>g<br />
en prioriter<strong>in</strong>g van het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar door <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong><br />
basisschool. De hogeschool dient <strong>de</strong> docenten die betrokken zijn bij het leerwerktraject te<br />
faciliteren.<br />
Uit <strong>de</strong> analyses bleken <strong>de</strong> meeste uitspraken te gaan over het ‘zicht hou<strong>de</strong>n’ op het proces<br />
door <strong>de</strong> bovenschools manager (Bijlagetabel C.1). Bij het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> actoren bleek uit<br />
<strong>de</strong> uitspraken <strong>de</strong> wenselijkheid dat <strong>de</strong>ze op <strong>de</strong> hoogte moet zijn van het leerwerktraject. De<br />
actoren van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool rekenen het tot diens taak <strong>de</strong> globale voortgang<br />
van het traject te bewaken. De laatstgenoem<strong>de</strong> actorgroep vul<strong>de</strong> aan dat het a<strong>de</strong>quaat volgen<br />
van <strong>de</strong> globale voortgang van het traject voortdurend nodig is. Deze actorgroep plaatste dit<br />
bovendien b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> doelen van het <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid van het schoolbestuur.<br />
77
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
In Tabel 4.12 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> uitspraken waarvan <strong>de</strong> weergegeven 13<br />
elementen van het kenmerk ‘faciliter<strong>in</strong>g’ wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.12 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis<br />
vorm<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> 13 elementen waaruit het kenmerk ‘faciliter<strong>in</strong>g’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door directie Voert strategisch beleid, f<strong>in</strong>anciert Asl 1 o.a. aankoop van boeken.<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door Hos 2 Hos f<strong>in</strong>anciert coach o.a.: aanschaf materialen, congresbezoek.<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door overheid De overheid on<strong>de</strong>rsteunt door regelgev<strong>in</strong>g en f<strong>in</strong>anciën het werkplek<strong>leren</strong>.<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door bestuur Bestuur vervult f<strong>in</strong>anciële randvoorwaar<strong>de</strong>n.<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door manager Het bovenschools management stelt gel<strong>de</strong>n beschikbaar voor begeleid<strong>in</strong>g van Asl.<br />
g<strong>een</strong> taken bestuur Het bestuur heeft <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van het PDS-project g<strong>een</strong> specifieke taken.<br />
g<strong>een</strong> taken manager De bovenschools manager heeft g<strong>een</strong> taken <strong>in</strong> het leerwerktraject.<br />
houd<strong>in</strong>g bestuur Het bestuur toont zich positief betrokken bij het leerwerktraject en ziet dit als <strong>een</strong><br />
z<strong>in</strong>volle wijze van oplei<strong>de</strong>n en promoot het bij <strong>de</strong> overige scholen.<br />
houd<strong>in</strong>g manager Soortgelijke uitspraken als bij bestuur voor <strong>de</strong> bovenschools manager.<br />
prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door De directie van <strong>de</strong> school schept ruimte voor studie van Asl, laat Asl niet te snel<br />
directie<br />
<strong>in</strong>vallen bij ziekte, legt prioriteit bij <strong>leren</strong>.<br />
selecteren van Bas 3 Selecteert partnerschool.<br />
zicht hou<strong>de</strong>n bestuur Het bestuur volgt globaal <strong>de</strong> voortgang van het traject, w<strong>in</strong>t zelf <strong>in</strong>formatie <strong>in</strong>,<br />
checkt of dit b<strong>in</strong>nen IPB 4 past.<br />
zicht hou<strong>de</strong>n manager Soortgelijke uitspraken als bij bestuur voor <strong>de</strong> bovenschools manager.<br />
1 2 3 4<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Hos = <strong>Hogeschool</strong> Bas = basisschool IPB = <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid<br />
Bij het kenmerk ‘faciliter<strong>in</strong>g’ werd het element ‘f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door directie’ door <strong>de</strong> actorgroep<br />
hogeschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview als feitelijk aanwezig gepercipieerd. De elementen<br />
‘f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door overheid’ en ‘prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie’ wer<strong>de</strong>n door <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
actorgroep <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview als onvoldoen<strong>de</strong> aanwezig bestempeld. Wat betreft<br />
‘prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie’ werd <strong>een</strong> uitspraak aangetroffen die duid<strong>de</strong> op problemen <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> personeelsvoorzien<strong>in</strong>g. Deze problemen leid<strong>de</strong>n tot <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet geduren<strong>de</strong> enige tijd van <strong>een</strong><br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren als <strong>in</strong>valkracht.<br />
In Tabel 4.13 is <strong>een</strong> uitspraak gegeven waar<strong>in</strong> het element ‘prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie’<br />
centraal staat.<br />
Tabel 4.13 Uitspraak over het element ‘prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie’ uit <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>de</strong><br />
directeur van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
Vraag Aan welke eigenschappen moet <strong>een</strong> basisschool voldoen, wil het <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g<br />
bie<strong>de</strong>n voor aanstaan<strong>de</strong> leraren? Kun je aangeven of je men<strong>in</strong>g van toen, nu nog hetzelf<strong>de</strong> is?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, die blijven staan. Uhm, ik zou nog <strong>een</strong> keer willen benadrukken, dat is ook <strong>een</strong> knelpunt<br />
gebleken, <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> schoollei<strong>de</strong>r, <strong>de</strong> directeur. Namelijk op het moment dat er problemen <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> personeelsvoorzien<strong>in</strong>g zijn door ziekte enzovoorts, uhm, ja kan hij te snel en dat is ook<br />
gebeurd, <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> volledige verantwoor<strong>de</strong>lijkheid geven. En zeker als dat <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
beg<strong>in</strong>fase is, en wat is <strong>de</strong> beg<strong>in</strong>fase, laat ik zeggen <strong>de</strong> eerste zes maan<strong>de</strong>n, dan is dat niet goed.”<br />
Bij het kenmerk ‘faciliter<strong>in</strong>g’ verschoven bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van het<br />
traject <strong>de</strong> aan het bestuur <strong>in</strong> het leerwerktraject toegedachte taken. Waar <strong>de</strong>ze actoren eerst<br />
g<strong>een</strong> taken zagen weggelegd voor het bestuur (‘g<strong>een</strong> taken bestuur’) wer<strong>de</strong>n nu uitspraken<br />
aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op het selecteren van <strong>een</strong> geschikte partnerschool door het<br />
schoolbestuur (‘selecteren van Bas’) en op faciliter<strong>in</strong>g door het schoolbestuur.<br />
78
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bij dit laatste g<strong>in</strong>g het daarbij om het beschikbaar stellen van gel<strong>de</strong>n ten behoeve van <strong>de</strong><br />
mentor voor gesprekstijd (‘f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g bestuur’). Ook bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren werd <strong>een</strong><br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g aangetroffen die <strong>de</strong> taken van het schoolbestuur betroffen.<br />
Evenzo als bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool verschoof <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g van g<strong>een</strong> taken naar <strong>de</strong> taak<br />
om zich op <strong>de</strong> hoogte te stellen en te hou<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
(‘zicht hou<strong>de</strong>n bestuur’). Bovendien zou het bestuur <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong><br />
leerwerktraject (bij voldoen aan <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n) <strong>een</strong> baan <strong>in</strong> het vooruitzicht moeten<br />
stellen (‘competentiegericht IPB’).<br />
Bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool en hogeschool werd <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview <strong>een</strong> aanvull<strong>in</strong>g<br />
aangetroffen op het element ‘prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie’. Bei<strong>de</strong> actorgroepen achtten het<br />
nadrukkelijk gewenst dat <strong>de</strong> directie <strong>de</strong> leeractiviteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar prioriteit<br />
geeft. In <strong>de</strong> perceptie van één van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> actorgroep hogeschool was dit element <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g onvoldoen<strong>de</strong> tot zijn recht gekomen.<br />
Kenmerk 9. Gebruik van ICT<br />
In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren kenmerkt <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zich door <strong>een</strong> doordacht<br />
en functioneel gebruik van ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n. Zo is er <strong>de</strong> mogelijkheid voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar tot tekstverwerken, e-mailen en <strong>in</strong>ternetten. Daarnaast is ICT <strong>een</strong> vast on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het<br />
eigen on<strong>de</strong>rwijsleerproces en het on<strong>de</strong>rwijsleerproces aan leerl<strong>in</strong>gen. In Tabel 4.14 is voor <strong>de</strong><br />
drie elementen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n gegroepeerd tot het kenmerk ‘gebruik van ICT’ <strong>een</strong><br />
samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken waaruit ze wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.14 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>de</strong> drie elementen waaruit het kenmerk ‘gebruik van ICT’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
ICT<br />
Computer kan belangrijk communicatiemid<strong>de</strong>l zijn <strong>in</strong> leerwerktraject, maar is niet<br />
communicatie voorwaar<strong>de</strong>lijk.<br />
ICT <strong>in</strong>ternet Coach verwijst Asl 1 naar <strong>in</strong>ternet, Asl hanteert <strong>in</strong>ternet als <strong>in</strong>formatiebron.<br />
ICT simulatie Asl hanteert simulatieprogramma’s om vaardighe<strong>de</strong>n taal- of rekendidactiek te oefenen.<br />
1<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
Zowel <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool als van <strong>de</strong> hogeschool duid<strong>de</strong>n aan dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar en <strong>de</strong> coach steeds met elkaar moeten kunnen communiceren. Internet kan hierbij<br />
behulpzaam zijn en kan ook dienen als <strong>in</strong>formatiebron voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (‘ICT<br />
<strong>in</strong>ternet’).<br />
Alle drie <strong>de</strong> elementen waren <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actorgroep hogeschool positief aanwezig.<br />
Opvallend is dat zowel bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool als bij <strong>de</strong> hogeschool <strong>een</strong> positieve<br />
perceptie is aangetroffen van ICT <strong>in</strong>ternet. Over het kenmerk ‘gebruik van ICT’ wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong><br />
actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen.<br />
Kenmerk 10. Up-to-date mid<strong>de</strong>len<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren up-to-date, compleet en rijk aan<br />
(ICT-)mid<strong>de</strong>len. De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan gebruik maken van overlegruimtes,<br />
bibliotheekvoorzien<strong>in</strong>gen (basisschool), <strong>een</strong> mediacentrum (basisschool) en <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijswerkplaats<br />
(hogeschool).<br />
In Tabel 4.15 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van uitspraken over <strong>de</strong> drie on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
elementen van het kenmerk ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’.<br />
79
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Tabel 4.15 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis<br />
vorm<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> drie elementen waaruit het kenmerk ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
mid<strong>de</strong>len Er is op Bas 1 en Hos 2 <strong>een</strong> veelheid aan metho<strong>de</strong>s, materialen, boeken.<br />
on<strong>de</strong>rwijswerkplaats Hos Hos-gebouw is toegankelijk, Asl 3 gebruikt on<strong>de</strong>rwijswerkplaats als <strong>in</strong>formatiebron.<br />
studieruimte Op Bas is eigen werkplek (buiten <strong>de</strong> klas) voor Asl, op Hos zijn spreekkamers.<br />
1 Bas = basisschool 2 Hos = <strong>Hogeschool</strong> 3 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
Opvallend is dat <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraar g<strong>een</strong> enkele uitspraak heeft gedaan over dit<br />
kenmerk. Een eigen (werk)plek buiten <strong>de</strong> klas om rustig te werken, was gezien <strong>de</strong> uitspraken<br />
van <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en hogeschool, aan te bevelen (‘studieruimte’). De<br />
hogeschool gaf aan dat <strong>een</strong> spreekkamer op <strong>de</strong> hogeschool even<strong>een</strong>s wenselijk is om<br />
gesprekken te kunnen voeren.<br />
De elementen ‘mid<strong>de</strong>len’ en ‘on<strong>de</strong>rwijswerkplaats’ wer<strong>de</strong>n zowel door <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool als <strong>de</strong> hogeschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview als feitelijk aanwezig beoor<strong>de</strong>eld.<br />
Zowel op <strong>de</strong> basisschool als op <strong>de</strong> hogeschool percipiëren zij <strong>een</strong> veelheid aan materialen,<br />
metho<strong>de</strong>s en boeken. Op basis van <strong>de</strong> uitspraken bleken <strong>de</strong> actorgroepen basis- en hogeschool<br />
het element ‘studieruimte’ als afwezig te dui<strong>de</strong>n. De actorgroep hogeschool duid<strong>de</strong> het<br />
element ‘studieruimte’ op <strong>de</strong> hogeschool als aanwezig.<br />
Evenals bij het kenmerk ‘gebruik van ICT’ waren <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> twee actorgroepen<br />
waarvan uitspraken over ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’ wer<strong>de</strong>n aangetroffen, het nog altijd <strong>een</strong>s met<br />
hun eer<strong>de</strong>re uitspraken.<br />
Kenmerk 11. Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken<br />
De acht elementen die dit kenmerk constitueren zijn opgenomen <strong>in</strong> Tabel 4.16. In <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n volgens <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge en<br />
schriftelijke afspraken over het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar gemaakt. Zo wor<strong>de</strong>n<br />
afspraken gemaakt over <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken en over <strong>de</strong> taken en<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach. Bij het<br />
leerwerktraject zijn drie partijen (aanstaan<strong>de</strong> leraar, basisschool, hogeschool) betrokken die<br />
gezamenlijk en on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g afspraken kunnen maken rond het leerwerktraject en daarover met<br />
elkaar communiceren.<br />
Het element dat gebaseerd was op <strong>de</strong> meeste uitspraken, bleek te gaan over <strong>de</strong> ‘communicatie<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar-basisschool-hogeschool’ (Bijlagetabel C.1). De voornaamste uitspraken<br />
daarvan had<strong>de</strong>n betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> taken van <strong>de</strong> coach van <strong>de</strong> hogeschool. Tot diens taak<br />
reken<strong>de</strong> <strong>de</strong> actorgroep basisschool het bemid<strong>de</strong>len en on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>len tussen <strong>de</strong> basisschool, <strong>de</strong><br />
hogeschool en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. De actoren van <strong>de</strong> hogeschool benadrukten <strong>de</strong> noodzaak<br />
<strong>de</strong>ze contacten steeds opnieuw aan te gaan. Eén van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> actorgroep basisschool<br />
duid<strong>de</strong> dit als ‘manag<strong>in</strong>g by walk<strong>in</strong>g around’. Ver<strong>de</strong>r volgt uit <strong>de</strong> uitspraken dat <strong>de</strong> coach,<br />
zowel als <strong>de</strong> directie en <strong>de</strong> mentor tot taak hebben alle betrokkenen regelmatig te <strong>in</strong>formeren<br />
over <strong>de</strong> voortgang van het leerwerktraject. Meermalen werd benadrukt dat het <strong>de</strong><br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid is van alle betrokkenen om open met elkaar te communiceren. Hoewel<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> twee actorgroepen basisschool en hogeschool het element<br />
‘communicatie aanstaan<strong>de</strong> leraar-basisschool-hogeschool’ positief aanwezig was, oor<strong>de</strong>el<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren daar an<strong>de</strong>rs over.<br />
80
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In Tabel 4.16 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van uitspraken over <strong>de</strong> acht on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
elementen van het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’.<br />
Tabel 4.16 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>de</strong> acht elementen waaruit het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
afspraken Asl-Hos 1<br />
Hos heeft <strong>in</strong> afspraken met Asl <strong>een</strong> sturen<strong>de</strong> rol b<strong>in</strong>nen leerwerktraject. Coach en Asl<br />
maken afspraken voor terugkomdagen op Hos voor Asl.<br />
afspraken Asl-Bas 2 Asl weet welke afspraken er op Bas zijn. Bas heeft hel<strong>de</strong>re <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Afspraken wor<strong>de</strong>n<br />
gemaakt over <strong>de</strong> rol en taken van Asl b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school en <strong>de</strong> rol en taken van <strong>de</strong> mentor.<br />
afspraken Bas-Hos Er liggen dui<strong>de</strong>lijke afspraken zoals <strong>in</strong>formatiemomenten voor Bas-Hos met als basis <strong>een</strong><br />
gezamenlijke visie op begelei<strong>de</strong>n. Bas verwacht van Hos vooral <strong>een</strong> sturen<strong>de</strong> rol bij <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van en het afspraken maken over het leerwerktraject.<br />
communicatie Asl-Hos, Asl en Hos hebben constante wil om open dialoog aan te gaan over het leerwerktraject en<br />
bij te stellen waar nodig.<br />
communicatie Asl-Bas De directie en <strong>de</strong> mentor hebben tot taak regelmatig met Asl te communiceren over <strong>de</strong><br />
voortgang van het leerwerktraject.<br />
communicatie Asl-Bas-<br />
Hos<br />
Asl, Bas en Hos communiceren op <strong>een</strong> open manier en ie<strong>de</strong>r heeft daarbij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
doelen voor ogen. Coach plant, regelt, bemid<strong>de</strong>lt, on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>lt en communiceert met Asl<br />
en Bas en ‘managed by walk<strong>in</strong>g around’. Er is regelmatig contact tussen Asl, Bas en<br />
Hos: gesprek, mail, telefonisch.<br />
communicatie Bas-Hos Coach communiceert vanuit Hos <strong>de</strong> PDS-<strong>in</strong>formatie voor <strong>de</strong> Bas en an<strong>de</strong>rsom zorgt <strong>de</strong><br />
directie voor <strong>in</strong>formatie vanuit Bas.<br />
communicatie coach Coach houdt contact met alle betrokkenen en coörd<strong>in</strong>eert PDS-bij<strong>een</strong>komsten voor Bas.<br />
1 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Hos = <strong>Hogeschool</strong> 2 Bas = basisschool<br />
Wat betreft het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ gaven alle actoren aan hun uitspraken uit<br />
het eerste <strong>in</strong>terview bij het twee<strong>de</strong> nog te on<strong>de</strong>rschrijven. Wel wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool enkele aanvullen<strong>de</strong> uitspraken aangetroffen. Deze hiel<strong>de</strong>n <strong>in</strong> dat het gewenst is<br />
dat <strong>de</strong> coach bij<strong>een</strong>komsten coörd<strong>in</strong>eert tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> basisscholen die het<br />
leerwerktraject gestalte geven (‘communicatie coach’) en dat van <strong>de</strong> hogeschool <strong>een</strong> vooral<br />
sturen<strong>de</strong> rol wordt verwacht bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van en het afspraken maken over het<br />
leerwerktraject (‘afspraken Bas-Hos’).<br />
Bij bei<strong>de</strong> actorgroepen zijn verschillen<strong>de</strong> uitspraken aangetroffen waaruit <strong>een</strong> zeker verschil is<br />
af te lei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> communicatieve afstemm<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> drie partijen. Uit <strong>de</strong> uitspraken van<br />
<strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren bleek dat b<strong>in</strong>nen het traject aanvankelijk <strong>de</strong> men<strong>in</strong>gen<br />
uit<strong>een</strong>liepen over <strong>de</strong> juiste balans tussen theorie en praktijk (zie component on<strong>de</strong>rwijsaanbod).<br />
Vervolgens bleek uit <strong>de</strong> uitspraken dat <strong>de</strong>ze m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed lopen<strong>de</strong> zaken, bespreekbaar wer<strong>de</strong>n<br />
gemaakt (‘communicatie Asl-Bas-Hos’).<br />
Kenmerk 12. Personele mid<strong>de</strong>len<br />
In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van actoren gezorgd voor <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet<br />
van personele mid<strong>de</strong>len. Zo heeft <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool en hogeschool voor het <strong>leren</strong><br />
en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> doelmatige<br />
wijze personeel <strong>in</strong>gezet en <strong>een</strong> hoeveelheid tijd <strong>in</strong>geruimd voor <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g.<br />
In <strong>de</strong> 145 uitspraken werd <strong>een</strong> <strong>in</strong>dicatie aangetroffen van <strong>de</strong> gewenste hoeveelheid<br />
beschikbare tijd. Deze hoeveelheid gesprekstijd liep tussen <strong>de</strong> actoren vrij sterk uit<strong>een</strong>.<br />
81
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Om hier zicht op te kunnen krijgen was het nodig relatief veel (47) trefwoor<strong>de</strong>n te gebruiken<br />
waaraan nog extra aanvullen<strong>de</strong> co<strong>de</strong>s wer<strong>de</strong>n toegevoegd (bijvoorbeeld: ‘beschikbare tijd<br />
coach _10_016_2_75m<strong>in</strong>’).<br />
In Tabel 4.17 is voor <strong>de</strong> drie elementen <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante<br />
uitspraken waar ze uit wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.17 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> drie elementen waaruit het kenmerk ‘personele mid<strong>de</strong>len’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
beschikbare tijd<br />
mentor<br />
82<br />
Mentor ziet begeleid<strong>in</strong>g Asl 1 als <strong>een</strong> volwaardig <strong>de</strong>el van zijn taak, eerst tijd <strong>in</strong>vesteren en<br />
dit later terug krijgen, nul-urenoptie <strong>in</strong> het jaarcontract kan volstaan.<br />
Tijd variërend van <strong>een</strong> half tot drie uur per week, maar ook van twee tot vijf uur per week<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste twee maan<strong>de</strong>n en daarna drie uur per week.<br />
beschikbare tijd coach Coach maakt gesprekstijd vrij voor Asl en mentor en is goed bereikbaar.<br />
Tijd variërend van één kwartier tot drie uur per week.<br />
<strong>in</strong>zet personeel Directie functioneert goed op Bas 2 , team is competent <strong>in</strong> het begelei<strong>de</strong>n van Asl.<br />
Coach kent vrijwel alle <strong>in</strong>s and outs van hogeschool.<br />
1 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar 2 Bas = basisschool<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken kwam naar voren dat <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool <strong>in</strong> het<br />
bijzon<strong>de</strong>r ‘beschikbare tijd’ wenselijk achtten voor <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraren schatten <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> tijd voor <strong>de</strong> mentor op twee tot drie uur per<br />
week. Deze tijd zou nodig zijn voor formele en <strong>in</strong>formele gesprekken. De actoren van <strong>de</strong><br />
basisschool duid<strong>de</strong>n <strong>een</strong> benodig<strong>de</strong> tijd van <strong>een</strong> half tot drie uur per week.<br />
Enkele actoren van <strong>de</strong> basisschool spraken uit dat <strong>de</strong> mentor <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste perio<strong>de</strong> van het<br />
leerwerktraject meer en later m<strong>in</strong><strong>de</strong>r gesprekstijd zou behoeven te <strong>in</strong>vesteren. Of zelfs tijd zou<br />
kunnen w<strong>in</strong>nen wanneer <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar lessen of taken zou kunnen overnemen. Dit<br />
laatste zou kunnen wanneer <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> <strong>een</strong> later stadium meer zelfstandig <strong>in</strong> en<br />
buiten <strong>de</strong> klas kan han<strong>de</strong>len. Daardoor zou <strong>in</strong> <strong>de</strong> optiek van sommige actoren bovendien <strong>een</strong><br />
nul-urenoptie <strong>in</strong> het jaarcontract van <strong>de</strong> mentor kunnen volstaan.<br />
Tenslotte bleek ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> actorgroep hogeschool <strong>een</strong> uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
benodig<strong>de</strong> tijd. Deze varieer<strong>de</strong> van twee uur per week gesprekstijd voor <strong>de</strong> mentor tot vijf uur<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste twee maan<strong>de</strong>n en daarna drie uur per week.<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview bleek dat verschillen<strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool <strong>de</strong> ‘beschikbare tijd’ voor <strong>de</strong> mentor <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk onvoldoen<strong>de</strong> achten.<br />
Voor <strong>de</strong> coach werd door <strong>de</strong> actorgroep hogeschool voor <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor en<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar samen, één tot an<strong>de</strong>rhalf uur tijd per week geraamd. De aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
schatten <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> tijd voor <strong>de</strong> coach op één uur per week. Hierbij zou dan ook éénmaal<br />
per twee weken telefonisch contact en éénmaal <strong>in</strong> <strong>de</strong> vier á vijf weken persoonlijk contact<br />
zijn. De schatt<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool lieten <strong>een</strong> spreid<strong>in</strong>g zien van één<br />
kwartier tot drie uur per week als benodig<strong>de</strong> tijd voor <strong>de</strong> coach.<br />
Over het element ‘beschikbare tijd coach’ werd bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>de</strong> uitspraak<br />
aangetroffen dat <strong>de</strong> coach <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk meer dan één uur per week besteed<strong>de</strong> aan het<br />
leerwerktraject. Van <strong>de</strong> overige elementen van het kenmerk ‘personele mid<strong>de</strong>len’ percipieer<strong>de</strong><br />
steeds m<strong>in</strong>imaal één actorgroep <strong>de</strong>ze positief aanwezig.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In Tabel 4.18 zijn enkele uitspraken gegeven waar<strong>in</strong> het element ‘beschikbare tijd mentor’<br />
centraal staat.<br />
Tabel 4.18 Uitspraken bij het element ‘beschikbare tijd mentor’ uit het eerste <strong>in</strong>terview met <strong>de</strong> coach.<br />
Vraag Welke faciliteiten zijn nodig voor <strong>de</strong> mentor?<br />
Interviewer: “Hoeveel tijd moet <strong>de</strong> mentor <strong>de</strong>nk je beste<strong>de</strong>n aan die gesprekken?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Nou twee keer per week 1½ uur <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek. Dat moet zeker <strong>in</strong> <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dfase<br />
voldoen<strong>de</strong> kunnen zijn.”<br />
Interviewer: “Dus twee keer per week 1½ uur <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek, lijkt je reëel.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja. Mij lijkt zo dat dat voldoen<strong>de</strong> is.”<br />
Interviewer: “Hmhm. Wat <strong>de</strong>nk je dan aan het beg<strong>in</strong> wat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aan begeleid<strong>in</strong>g nodig heeft?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Cont<strong>in</strong>u, <strong>in</strong> het beg<strong>in</strong> <strong>de</strong> hele dag door. Dus d<strong>in</strong>gen zien, d<strong>in</strong>gen benoemen, aanwijzen. En ik<br />
<strong>de</strong>nk elke dag <strong>een</strong> uur, 1½ uur.”<br />
Interviewer: “Ja, elke dag <strong>een</strong> uur, 1½ uur <strong>een</strong> gesprek om alles op <strong>de</strong> rails te krijgen.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, over wat er gebeurt, over <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, <strong>de</strong> gewone gang van zaken, <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n van lessen,<br />
metho<strong>de</strong>gebruik. Van alles wat ze tegenkomen. Plus al vrij snel ook <strong>de</strong> taak die ze zichzelf<br />
stellen want ze gaan ook met het persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan aan <strong>de</strong> slag en ze krijgen<br />
regelmatig assessments.”<br />
De actorgroep basisschool <strong>de</strong>ed <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>g tot het eerste <strong>in</strong>terview <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terview concrete uitspraken over het opnemen van begeleid<strong>in</strong>gsuren voor <strong>de</strong> mentor <strong>in</strong> het<br />
jaarcontract. Ver<strong>de</strong>r kwam uit <strong>de</strong> uitspraken <strong>de</strong> bereidheid naar voren bij <strong>een</strong> volgend traject<br />
af te zien van <strong>een</strong> nul-urencontract. Een aantal van 80 begeleid<strong>in</strong>gsuren <strong>in</strong> het jaarcontract van<br />
<strong>de</strong> mentor werd meer reëel geacht voor begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Omgerekend<br />
zou dit neerkomen op twee uur gesprekstijd per week voor <strong>de</strong> mentor.<br />
Ook bij <strong>de</strong> hogeschool bleek <strong>een</strong> wijzig<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken. In plaats van één uur zou<br />
m<strong>in</strong>imaal an<strong>de</strong>rhalf uur gesprekstijd per week <strong>in</strong> het jaarcontract van <strong>de</strong> coach realistisch zijn.<br />
Ver<strong>de</strong>r werd uitgesproken dat differentiatie <strong>in</strong> gesprekstijd af zou kunnen hangen van het<br />
‘type’ aanstaan<strong>de</strong> leraar. Voor <strong>een</strong> zij-<strong>in</strong>stromer zou voor <strong>een</strong> coach 60 uur op jaarbasis<br />
geschikt kunnen zijn en voor <strong>een</strong> reguliere <strong>de</strong>r<strong>de</strong>jaars of vier<strong>de</strong>jaars aanstaan<strong>de</strong> leraar 30 uur.<br />
4.4.5 Component 5. Begeleid<strong>in</strong>g<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 13 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 18 495<br />
14 Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften 4 98<br />
15 Kenmerken<strong>de</strong> situaties 2 39<br />
16 Zorgen voor ownership 1 2<br />
De resultaten van <strong>de</strong> kwalitatieve analyses leid<strong>de</strong>n tot het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van 634 uitspraken<br />
<strong>in</strong> 25 elementen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geclusterd tot <strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’. Kenmerkend<br />
voor <strong>de</strong>ze component zijn ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ en <strong>de</strong> ‘afstemm<strong>in</strong>g van het aanbod op <strong>de</strong><br />
behoeften’ van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
De component ‘begeleid<strong>in</strong>g’ kenmerkt zich ver<strong>de</strong>r door het <strong>leren</strong> van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong><br />
en van ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’ te begelei<strong>de</strong>n. Deze situaties zijn veelal <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>de</strong> context<br />
van reële situaties van <strong>de</strong> basisschool. Bovendien is sprake van <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rsteunen van<br />
‘ownership’ zodat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar eigenaar wordt van zijn eigen leerproces.<br />
83
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Kenmerk 13. Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kent <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g op <strong>de</strong><br />
werkplek met behulp van mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g. Terwijl mentor<strong>in</strong>g betrekk<strong>in</strong>g heeft op het<br />
begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar door <strong>de</strong> mentor van <strong>de</strong> basisschool, heeft coach<strong>in</strong>g<br />
betrekk<strong>in</strong>g op het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor door <strong>de</strong> docent van <strong>de</strong><br />
hogeschool en <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool. De mentor en <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach<br />
begelei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> diens voortgang. Regelmatig wordt het han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar geobserveerd en wor<strong>de</strong>n voor- en nabesprek<strong>in</strong>gen gehou<strong>de</strong>n. Bij elkaar<br />
omvatten <strong>de</strong> 18 elementen van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ bijna driekwart van alle<br />
uitspraken van <strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’.<br />
In Tabel 4.19 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken over <strong>de</strong> 18<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen.<br />
Tabel 4.19 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong><br />
18 elementen waaruit het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
aanvoelen Noodzakelijk is dat mentor en coach zich kunnen <strong>in</strong>leven <strong>in</strong> Asl 1 , kunnen aanvoelen welke<br />
knelpunten of problemen er zijn, coach kan schakelen tussen reguliere Asl en zij-<strong>in</strong>stromer.<br />
adviseren Mentor en coach mogen Asl zelf tips geven of verwijzen naar an<strong>de</strong>ren.<br />
Coach geeft Asl studieadvies en adviseert mentor.<br />
begelei<strong>de</strong>n van Asl wordt begeleid bij het uitwerken van <strong>de</strong> 12 ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen <strong>in</strong> <strong>de</strong> POP’s.<br />
POP’s<br />
bewaken<br />
proces<br />
84<br />
Mentor bewaakt leerproces Asl en dat <strong>de</strong> 12 ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen aan bod komen.<br />
Directie voert met Asl 1x p/mnd evaluatiegesprek. Directie en coach hebben op Bas 2 <strong>een</strong><br />
‘helikopterview’, zijn procesbewaker, bewaken of schriftelijke afspraken plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
Begeleidt ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht, reikt Asl ‘tools’ aan om met mentor te communiceren, speelt <strong>in</strong><br />
op behoeften van Asl. Bij problemen kan Asl op coach terugvallen.<br />
Ook <strong>de</strong> directie heeft <strong>de</strong> taak <strong>de</strong> Asl te coachen.<br />
coach<strong>in</strong>g door<br />
coach<br />
coach<strong>in</strong>g door<br />
directie<br />
corrigeren Mentor en coach corrigeren Asl <strong>in</strong> hiaten. Coach en directie corrigeren wanneer mentor zijn<br />
begeleid<strong>in</strong>gsrol niet (goed) vervult.<br />
gesprek Team 3 communiceert met Asl, mentor bespreekt dagelijks met Asl gebeurtenissen.<br />
Coach arrangeert gesprekken met Asl.<br />
klassen- Mentor begeleidt Asl <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> van vaardighe<strong>de</strong>n gericht op het organiseren van <strong>de</strong> dagelijkse<br />
management gang van zaken <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas.<br />
luisteren Mentor en coach hebben <strong>een</strong> luisterend oor.<br />
mentor<strong>in</strong>g Essentieel is dat <strong>de</strong> mentor ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht kan <strong>in</strong>terveniëren en gespreksvaardighe<strong>de</strong>n bezit.<br />
omgang met Mentor kan overdragen hoe om te gaan met leerl<strong>in</strong>gen en hoe <strong>de</strong> Asl <strong>een</strong> goed pedagogisch<br />
leerl<strong>in</strong>g(en) klimaat kan creëren en on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n.<br />
on<strong>de</strong>rwijs- Asl heeft voldoen<strong>de</strong> kansen om nieuwe leerstof te presenteren, uit te leggen en te laten verwerken.<br />
leerproces Mentor biedt <strong>in</strong>zicht welke on<strong>de</strong>rwijsvormen geschikt zijn om leerprocessen bij leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> gang<br />
te zetten.<br />
samenvatten Coach kan samenvatten wat Asl heeft gezegd.<br />
structureren Mentor en coach bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Asl voldoen<strong>de</strong> dui<strong>de</strong>lijkheid en structuur <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Bas<br />
zorgt voor hel<strong>de</strong>re <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van klassen, afspraken.<br />
sturen Mentor en coach sturen vraaggericht <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g en het leerproces van Asl, coach stuurt<br />
mentor, directie stuurt team.<br />
terugkoppelen Directie, team, coach geven op tijd feedback (mentor elke dag), Asl vraagt zelf ook feedback.<br />
vragen stellen Team en coach bevragen Asl om behoeften te achterhalen, team stelt ook elkaar vragen.<br />
1 2 3<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Bas = basisschool team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Volgens <strong>de</strong> uitspraken van alle drie <strong>de</strong> actorgroepen is het essentieel dat <strong>de</strong> mentor<br />
vaardighe<strong>de</strong>n bezit om aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen a<strong>de</strong>quaat te begelei<strong>de</strong>n<br />
(‘mentor<strong>in</strong>g’). Gezien hun uitspraken zijn daar tevens gesprekstechnieken toe te rekenen. De<br />
actoren van <strong>de</strong> hogeschool spraken <strong>in</strong> dit verband over het kunnen toepassen van<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsgerichte <strong>in</strong>terventies. Alle actorgroepen duid<strong>de</strong>n <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> mentor als<br />
cruciaal <strong>in</strong> het leerwerktraject. De aanstaan<strong>de</strong> leraren merkten aanvullend op dat voor het<br />
<strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar veel afhangt van <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g met en betrokkenheid van<br />
<strong>de</strong> mentor (dit element is gerelateerd aan het element ‘betrokkenheid’ van het kenmerk<br />
‘uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g’). Over het element ‘coach<strong>in</strong>g door coach’ werd door <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen meermalen aan gegeven dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op momenten dat er<br />
knelpunten ontstaan, moet kunnen terugvallen op <strong>de</strong> coach. Verschillen<strong>de</strong> uitspraken bleken<br />
zowel te gel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> coach als voor <strong>de</strong> mentor en soms ook voor an<strong>de</strong>re bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g<br />
betrokken actoren. Elementen die uit <strong>de</strong>rgelijke uitspraken waren af te lei<strong>de</strong>n zijn afzon<strong>de</strong>rlijk<br />
benoemd <strong>in</strong> plaats van ze te rekenen tot mentor<strong>in</strong>g, coach<strong>in</strong>g door coach of coach<strong>in</strong>g door<br />
directie. Zo bleken alle drie <strong>de</strong> actorgroepen als cruciale eigenschappen te benoemen:<br />
‘aanvoelen’, ‘bewaken proces’, ‘gesprek voeren’, ‘sturen’, ‘structureren’ en ‘terugkoppelen’.<br />
Daarnaast wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken nog enkele eigenschappen aangetroffen die all<strong>een</strong> één of<br />
twee van <strong>de</strong> actorgroepen benoem<strong>de</strong>n of die m<strong>in</strong><strong>de</strong>r sterk wer<strong>de</strong>n benadrukt. De daaruit<br />
afgelei<strong>de</strong> elementen wer<strong>de</strong>n benoemd als: ‘adviseren’, ‘begelei<strong>de</strong>n van POP’s’, ‘corrigeren’,<br />
‘luisteren’ en ‘samenvatten’ (Bijlagetabel C.1). Van <strong>de</strong>ze elementen benadrukten vooral <strong>de</strong><br />
actorgroepen hogeschool en basisschool het gebruiken van <strong>in</strong>terventietechnieken als<br />
‘luisteren’, ‘samenvatten’ en ‘adviseren’. Bij het ‘begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> POP’s’ wijst <strong>de</strong><br />
hogeschool op <strong>de</strong> noodzaak <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te begelei<strong>de</strong>n bij het uitwerken van <strong>de</strong> 12<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen. Uitspraken over het belang van het element ‘bewaken proces’ wer<strong>de</strong>n bij<br />
alle drie <strong>de</strong> actorgroepen aangetroffen. Volgens <strong>de</strong>ze uitspraken is het vooral <strong>de</strong> taak van <strong>de</strong><br />
mentor het leerproces <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas te bewaken. Ver<strong>de</strong>r behoort het tot zijn verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
te zorgen dat <strong>de</strong> 12 ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen aan bod komen. Maar ook dat an<strong>de</strong>ren zoals <strong>de</strong> coach<br />
en <strong>de</strong> directie hier<strong>in</strong> <strong>een</strong> rol spelen. De directie heeft tot taak het leerproces op <strong>de</strong> werkplek<br />
over <strong>de</strong> gehele l<strong>in</strong>ie te bewaken. Volgens <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren is het gewenst dat<br />
mentor, coach en directie <strong>een</strong> helikopterview hebben. Daarmee kunnen zij <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten hou<strong>de</strong>n<br />
of <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas als <strong>in</strong> <strong>de</strong> school functioneert. Bij <strong>de</strong> actorgroep<br />
hogeschool is <strong>in</strong> dit verband <strong>de</strong> uitspraak aangetroffen dat <strong>de</strong> coach zicht moet hebben op <strong>de</strong><br />
diverse rollen die <strong>de</strong> betrokkenen op <strong>de</strong> basisschool hebben.<br />
De actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren en basisschool <strong>de</strong>ed uitspraken over het element ‘coach<strong>in</strong>g<br />
door directie’. Volgens hen kan <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool even<strong>een</strong>s tot taak hebben <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar te coachen. Samenhangend wer<strong>de</strong>n bij alle actorgroepen uitspraken<br />
aangetroffen over ‘omgang met leerl<strong>in</strong>g(en)’. Uit <strong>de</strong>ze uitspraken is af te lei<strong>de</strong>n dat zij als<br />
belangrijke eigenschap zien dat <strong>de</strong> mentor kan overdragen hoe om te gaan met leerl<strong>in</strong>gen en<br />
hoe <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> goed pedagogisch klimaat kan creëren en on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n.<br />
Tenslotte wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> actorgroepen aanstaan<strong>de</strong> leraren en basisschool nog uitspraken<br />
aangetroffen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n herleid tot het element ‘on<strong>de</strong>rwijsleerproces’. Uit <strong>de</strong><br />
uitspraken bleek <strong>de</strong> wenselijkheid dat voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
voldoen<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n zijn zelf nieuwe leerstof te <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Dit on<strong>de</strong>r<br />
directe begeleid<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> leraar-mentor. Ook biedt <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar mogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong>zicht te krijgen welke on<strong>de</strong>rwijsvormen geschikt zijn om<br />
leerprocessen bij <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> gang te zetten.<br />
85
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Opvallend is dat alle drie <strong>de</strong> actorgroepen on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> elementen ‘mentor<strong>in</strong>g’,<br />
‘structureren’ en ‘sturen’ als belangrijke eigenschappen zien van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Tegelijkertijd zijn <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uitspraken aangetroffen waaruit<br />
bleek dat zij <strong>de</strong>ze elementen <strong>in</strong> hun werkplekleeromgev<strong>in</strong>g feitelijk als onvoldoen<strong>de</strong><br />
percipieer<strong>de</strong>n. Van het gebrek aan structuur bleek ook uit enkele uitspraken van <strong>de</strong><br />
hogeschool. Bij het kenmerk ‘emotioneel veilig’ was al aangeduid dat <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong><br />
directeur en één aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>een</strong> gegeven moment moeizaam verliep. Uit <strong>de</strong><br />
uitspraken die bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren wer<strong>de</strong>n aangetroffen, kwam naar voren dat<br />
dit ook gevolgen had voor het ‘terugkoppelen van ervar<strong>in</strong>gen’.<br />
Van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ wer<strong>de</strong>n bij m<strong>in</strong>imaal één actorgroep bij <strong>de</strong> helft<br />
van <strong>de</strong> elementen (9 van <strong>de</strong> 18) verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken waargenomen. Het betrof <strong>de</strong><br />
elementen ‘adviseren’, ‘begelei<strong>de</strong>n van POP’s’, ‘bewaken proces’, ‘coach<strong>in</strong>g door directie’,<br />
‘samenvatten’, ‘structureren’, ‘sturen’, ‘terugkoppelen’ en ‘vragen stellen’. Zo bleken alle<br />
drie <strong>de</strong> actorgroepen meer nadruk te leggen op het belang dat <strong>de</strong> mentor kritisch naar <strong>de</strong><br />
POP’s kijkt en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar hierop bevraagt. Ook <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> schrijven van POP’s werd <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken sterk benadrukt (‘begelei<strong>de</strong>n van<br />
POP’s’). De actorgroep basisschool gaf aan dat <strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> directie ook <strong>een</strong> lid van het<br />
mid<strong>de</strong>nmanagement kan fungeren <strong>in</strong> <strong>de</strong> coach<strong>in</strong>g van mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar (‘coach<strong>in</strong>g<br />
door directie’).<br />
Tenslotte wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool en hogeschool aanvullen<strong>de</strong> uitspraken<br />
aangetroffen over het element ‘structureren’. De uitspraken van <strong>de</strong> eerste actorgroep wezen op<br />
<strong>de</strong> wenselijkheid vooral <strong>in</strong> <strong>de</strong> beg<strong>in</strong>perio<strong>de</strong> te zorgen voor <strong>de</strong> nodige structuur <strong>in</strong> het aanbod<br />
voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Bij <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> actorgroep werd <strong>de</strong> aanvull<strong>in</strong>g aangetroffen waaruit<br />
<strong>de</strong> wenselijkheid sprak om juist vooral meer structuur te bie<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> wijze van reflecteren<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Kenmerk 14. Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften<br />
De vier elementen die samen het kenmerk ‘afstemm<strong>in</strong>g op behoeften’ vormen, hebben<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> afstemm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bij het aanbod<br />
van kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong><br />
actoren is <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g sprake van voldoen<strong>de</strong> flexibiliser<strong>in</strong>g, maatwerk,<br />
vraaggeoriënteerd on<strong>de</strong>rwijs en <strong>een</strong> <strong>in</strong>dividuele leerroute voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
In Tabel 4.20 is voor <strong>de</strong> vier elementen <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante<br />
uitspraken waar ze uit wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.20 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> vier elementen waaruit het kenmerk ‘afstemm<strong>in</strong>g op behoeften’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
afstemm<strong>in</strong>g op<br />
betrokkenheid<br />
86<br />
Mentor is betrokken op vragen die Asl 1 stelt en houdt reken<strong>in</strong>g met betrokkenheidsfasen 2 .<br />
Coach koppelt theorie aan problemen van Asl, betrekt aanbod op behoeften van Asl, kan<br />
zelf an<strong>de</strong>r- en organisatiebetrokken functioneren. Hos 3 werkt competentiegericht.<br />
afstemm<strong>in</strong>g op Mentor en coach hebben <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> en hou<strong>de</strong>n reken<strong>in</strong>g met wat Asl wel en niet kan, team<br />
ervar<strong>in</strong>g<br />
4<br />
en coach sluiten aan bij zone van naaste ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
afstemm<strong>in</strong>g op kennis Mentor en coach hebben <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> en hou<strong>de</strong>n reken<strong>in</strong>g met wat (ou<strong>de</strong>re) Asl al weet.<br />
afstemm<strong>in</strong>g op Mentor en coach hou<strong>de</strong>n reken<strong>in</strong>g met leerstijl en eigen wijze waarop Asl werkt.<br />
leerstijl<br />
1 2<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Betrokkenheidsfasen Concerns Based Adoption Mo<strong>de</strong>l (CBAM): ik-, taak-, an<strong>de</strong>r-,<br />
organisatiebetrokken (Fuller, 1970) 3 Hos = <strong>Hogeschool</strong> 4 team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren werd op het belang gewezen dat <strong>de</strong><br />
mentor en <strong>de</strong> coach <strong>in</strong>schatten wat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar al wel en nog niet weet en daar hun<br />
aanbod voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op afstemmen. De actorgroep basisschool <strong>de</strong>ed <strong>een</strong><br />
vergelijkbare uitspraak. Tegelijkertijd benadrukte <strong>de</strong>ze actorgroep dat zij-<strong>in</strong>stromers die soms<br />
30 jaar of ou<strong>de</strong>r zijn, vaak al <strong>een</strong> veelheid aan kennis en ervar<strong>in</strong>g hebben verworven. In <strong>de</strong>ze<br />
uitspraken wordt ‘afstemm<strong>in</strong>g op die kennis’ (en ‘op ervar<strong>in</strong>g’) benadrukt. Over <strong>de</strong>ze<br />
elementen wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> actorgroep hogeschool g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen. De actorgroep<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren duid<strong>de</strong> er bovendien op dat <strong>de</strong> hogeschool, <strong>in</strong> dit geval <strong>de</strong> coach, a<strong>de</strong>quaat<br />
moet <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong>ze groep aanstaan<strong>de</strong> leraren omdat het voor hen <strong>in</strong> feite <strong>een</strong> nieuwe<br />
doelgroep betreft met el<strong>de</strong>rs verworven competenties.<br />
Voor alle elementen wer<strong>de</strong>n zowel <strong>in</strong> het eerste als twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview bij <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool uitspraken aangetroffen van positief feitelijke aard. Tegelijkertijd werd bij <strong>de</strong>ze<br />
actorgroep <strong>een</strong> negatieve perceptie aangetroffen over ‘afstemm<strong>in</strong>g op betrokkenheid’. In <strong>de</strong><br />
toelicht<strong>in</strong>g op <strong>de</strong>ze uitspraak werd aangevoerd dat het behalen van studiepunten zou<br />
conflicteren met het afstemmen op <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Van <strong>de</strong> actorgroep<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar percipieer<strong>de</strong> één aanstaan<strong>de</strong> leraar afstemm<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor en coach op<br />
<strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>g en kennis van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, terwijl <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re aanstaan<strong>de</strong> leraar dit negatief<br />
percipieer<strong>de</strong>.<br />
In Tabel 4.21 zijn enkele uitspraken gegeven waar<strong>in</strong> het element ‘afstemm<strong>in</strong>g op kennis’<br />
centraal staat.<br />
Tabel 4.21 Uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> teamlid over <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
waar<strong>in</strong> het element ‘afstemm<strong>in</strong>g op kennis’ centraal staat.<br />
Vraag Welke rol en taken heeft <strong>de</strong> hogeschooldocent?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, en ik <strong>de</strong>nk, omdat het juist iets nieuws is, dat je als pabo heel on<strong>de</strong>rlegd moet zijn <strong>in</strong> uh<br />
wat voor nieuwe d<strong>in</strong>gen er komen. En dat ook met<strong>een</strong> niet naast je neerleggen, van d<strong>in</strong>gen waar<br />
je <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie niet aan gedacht hebt, hè. Want het is natuurlijk heel an<strong>de</strong>rs werken met<br />
iemand die <strong>een</strong> carrière achter <strong>de</strong> rug heeft. Dat je <strong>de</strong>nkt van hè, daar hebben we nog niet aan<br />
gedacht. Dat moeten we onthou<strong>de</strong>n. Dat ze daar heel erg alert op zijn. Alert op nieuwe d<strong>in</strong>gen<br />
waar ze nog niet aan gedacht hebben. Ja, hoe moet ik dat zeggen? Snap je wat ik bedoel?”<br />
Interviewer: “Ja, uh dus die hogeschooldocent moet er op letten……”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, dan ben je tegen d<strong>in</strong>gen aangekomen en ja dat uh, daar heb ik eigenlijk nooit aan gedacht.”<br />
Interviewer: “Nieuwe situaties zijn dat, dat ze daar dus goed op kunnen reageren?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, want je kan niet stellen van we hebben vier jaar stu<strong>de</strong>nten. Die komen van <strong>de</strong> havo, het<br />
atheneum. Dus wij gaan dat even <strong>in</strong> elkaar stoppen, uh en dat moeten wij <strong>in</strong> twee jaar geven.<br />
Dan <strong>de</strong>nk ik dat die nieuwe d<strong>in</strong>gen die daar uit voortkomen, dat je daar alert op moet zijn.”<br />
Alle actoren spraken tij<strong>de</strong>ns het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview uit nog altijd hun eer<strong>de</strong>re uitspraken uit het<br />
eerste <strong>in</strong>terview te on<strong>de</strong>rschrijven.<br />
Kenmerk 15. Kenmerken<strong>de</strong> situaties<br />
In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren g<strong>in</strong>g het om contextgebon<strong>de</strong>nheid van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> en<br />
<strong>de</strong> daaraan verbon<strong>de</strong>n taken en activiteiten die <strong>in</strong> <strong>de</strong> dagelijkse (school)praktijk voorkomen.<br />
Een werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is realistisch of verwijzend naar praktische situaties die kritischpedagogisch<br />
gekozen zijn. De leeractiviteiten zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> unieke ‘context van <strong>de</strong> school<br />
<strong>in</strong>gebed’ en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt <strong>de</strong> ruimte om ervar<strong>in</strong>g op te doen met nietlesgebon<strong>de</strong>n<br />
taken.<br />
87
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
In Tabel 4.22 is voor <strong>de</strong> twee elementen van het kenmerk ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’ <strong>een</strong><br />
samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken.<br />
Tabel 4.22 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> twee elementen waaruit het kenmerk ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> context Team<br />
Bas<br />
1 laat Asl 2 optimale praktijkervar<strong>in</strong>gen opdoen, <strong>in</strong> en buiten <strong>de</strong> school.<br />
Bas 3 is representatief voor maatschappelijke omgev<strong>in</strong>g (Ne<strong>de</strong>rlandse en allochtone k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren).<br />
niet-lesgebon<strong>de</strong>n Team stimuleert Asl om ook niet-lesgeven<strong>de</strong> taken te verrichten zoals verga<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
taken<br />
bijwonen, contacten on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n met ou<strong>de</strong>rs en externen.<br />
1 2 3<br />
team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Bas = basisschool<br />
In <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren werd het belang aangestipt om <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren steeds te betrekken bij <strong>de</strong> algehele gang van zaken op school (‘<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong><br />
context school’). Bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken over dit element<br />
aangetroffen. De actoren van <strong>de</strong> basisschool suggereer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te koppelen<br />
aan één vaste leraar. De aanstaan<strong>de</strong> leraar heeft daarmee <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie één vast<br />
aanspreekpunt b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school. All<strong>een</strong> bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool wer<strong>de</strong>n uitspraken<br />
aangetroffen over <strong>de</strong> feitelijke aanwezigheid van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> elementen. Bei<strong>de</strong> elementen<br />
wer<strong>de</strong>n tenm<strong>in</strong>ste één- tot vijfmaal positief aanwezig gepercipieerd. Echter bij het element<br />
‘niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken’ werd uit <strong>de</strong> actorgroep basisschool ook <strong>een</strong> feitelijke uitspraak van<br />
negatieve aard aangetroffen. Daaruit kwam naar voren dat één van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r ervar<strong>in</strong>g had opgedaan met het werken <strong>in</strong> teamverband dan normaliter mogelijk zou<br />
zijn geweest. Bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren wer<strong>de</strong>n hierover overigens g<strong>een</strong> uitspraken<br />
aangetroffen. Ook bij dit kenmerk bleken <strong>de</strong> actoren hun eer<strong>de</strong>re uitspraken uit het eerste<br />
<strong>in</strong>terview nog altijd te on<strong>de</strong>rschrijven. All<strong>een</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actorgroep basisschool<br />
werd <strong>een</strong> aanvull<strong>in</strong>g aangetroffen bij het element ‘niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken’. Uit één van <strong>de</strong><br />
uitspraken kwam naar voren dat naast het werken <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas, ook het mogen werken <strong>in</strong><br />
teamverband belangrijke leerervar<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kunnen opleveren.<br />
Kenmerk 16. Zorgen voor ownership<br />
Het element en het gelijknamige kenmerk ‘zorgen voor ownership’ von<strong>de</strong>n hun basis <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
tweetal uitspraken die bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool wer<strong>de</strong>n aangetroffen. In <strong>de</strong> perceptie van<br />
<strong>de</strong>ze actorgroep stimu<strong>leren</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> mentor en docent<br />
‘ownership’ wat betreft professionaliser<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar ervaart eigenaarschap, zeggenschap over zijn eigen <strong>leren</strong> en leerproces.<br />
Ook <strong>de</strong> (actoren van <strong>de</strong>) hogeschool en van <strong>de</strong> basisschool ervaren ownership voor <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len waarvoor zij verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn.<br />
In Tabel 4.23 is voor het element ‘zorgen voor ownership’ <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong><br />
meest relevante uitspraken.<br />
Tabel 4.23 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor het<br />
element ‘zorgen voor ownership’ waaruit het gelijknamige kenmerk is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
zorgen voor Onbekend is of <strong>de</strong> Asl<br />
ownership<br />
1 eigenaar is van zijn eigen leerproces en zelf kan bepalen welke activiteiten<br />
hij wil on<strong>de</strong>rnemen.<br />
1<br />
Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
88
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De uitspraken die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op ‘ownership’ wer<strong>de</strong>n bij één actor uit <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool op twee <strong>in</strong>terviewmomenten aangetroffen. Bij het eerste <strong>in</strong>terview vroeg <strong>de</strong> actor<br />
zich af of <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar als eigenaar van zijn eigen leerproces wel zelf kon bepalen<br />
welke activiteiten hij wil<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnemen. Tij<strong>de</strong>ns het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview bleek <strong>de</strong> uitspraak <strong>in</strong><br />
wenselijke z<strong>in</strong> herhaald. In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong>ze actor was het onbekend of <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk als eigenaar van het eigen leerproces kon wor<strong>de</strong>n aangeduid.<br />
4.4.6 Component 6. Kwaliteitszorg<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
6 Kwaliteitszorg 17 Zelfevaluatie 1 32<br />
18 Procesmanagement 3 30<br />
Bij elkaar kon<strong>de</strong>n op basis van 62 uitspraken, vier elementen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n die alle<br />
waren te relateren aan <strong>de</strong> component ‘kwaliteitszorg’. In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake<br />
van <strong>een</strong> systematische zorg voor <strong>de</strong> kwaliteit van het leerwerktraject. Het gaat om reflectie bij<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf te bereiken (kenmerk ‘zelfevaluatie’) en het systematisch volgen van<br />
diens ontwikkel<strong>in</strong>g (kenmerk ‘procesmanagement’).<br />
Kenmerk 17. Zelfevaluatie<br />
In <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren omvat <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g stimulansen tot ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> zelfevaluatieve vaardighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. De aanstaan<strong>de</strong> leraar reflecteert<br />
regelmatig op <strong>de</strong> opgedane ervar<strong>in</strong>gen.<br />
Tabel 4.24 laat <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g zien van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren over het element<br />
‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’.<br />
Tabel 4.24 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n voor<br />
het element ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’ waaruit het kenmerk ‘zelfevaluatie’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
reflectie op<br />
ervar<strong>in</strong>gen<br />
Asl 1 reflecteert met mentor op leservar<strong>in</strong>gen, team 2 benoemt naar elkaar toe hun succeservar<strong>in</strong>gen.<br />
Mentor en coach stimu<strong>leren</strong> Asl zelf te reflecteren, verhel<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> vragen van Asl<br />
en proberen <strong>de</strong> achtergrond ervan scherp te krijgen.<br />
1 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar 2 team = teamle<strong>de</strong>n <strong>in</strong>cl. <strong>de</strong> mentor<br />
In <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool bleek<br />
nadruk te liggen op zowel het geven van directe feedback op <strong>de</strong> activiteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar, als op zelfreflectie bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’).<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren bleek dat zij tot <strong>de</strong> taken van mentor en coach<br />
reken<strong>de</strong>n het mee<strong>de</strong>nken met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong>ze bevragen op i<strong>de</strong>eën, hem helpen zijn<br />
vragen te verhel<strong>de</strong>ren, maar ook het ter discussie willen stellen van het eigen han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Het element ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’ was <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> actorgroepen<br />
basisschool en hogeschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview positief aanwezig. Er wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terviews over reflectie of zelfevaluatie g<strong>een</strong> kwalitatieve ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken<br />
aangetroffen.<br />
89
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Kenmerk 18. Procesmanagement<br />
Bij het kenmerk ‘procesmanagement’ gaat het <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van actoren om het vaststellen<br />
van <strong>de</strong> tussentijdse resultaten (voortgangsassessments) en het e<strong>in</strong>dresultaat (e<strong>in</strong>dassessments).<br />
In Tabel 4.25 is voor <strong>de</strong> drie elementen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n gegroepeerd tot het kenmerk<br />
‘procesmanagement’ <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> meest relevante uitspraken waar ze uit<br />
wer<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Tabel 4.25 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis<br />
vorm<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> drie elementen waaruit het kenmerk ‘procesmanagement’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
<strong>in</strong>take-assessment Hos 1 kan kandidaten scr<strong>een</strong>en en kan geschiktheid bepalen bij <strong>in</strong>take.<br />
Coach kan sterke en zwakke kanten van Asl 2 <strong>in</strong>schatten, weet wat Asl moet <strong>leren</strong>.<br />
systematisch volgen Coach volgt leerproces van Asl, bewaakt <strong>de</strong> vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen.<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g Mentor kan leerproces van Asl op afstand bekijken, ‘turft’ niet strak op kle<strong>in</strong>e doelen.<br />
voortgangsassessments Mentor en (toets)coach evalueren en beoor<strong>de</strong>len Asl, leggen ‘v<strong>in</strong>ger’ op wat goed/m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
goed gaat.<br />
1 2<br />
Hos = <strong>Hogeschool</strong> Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
Bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen wer<strong>de</strong>n uitspraken aangetroffen waar<strong>in</strong> eigenschappen wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n geduid als ‘(voortgangs)assessments’. Daar<strong>in</strong> werd<br />
benadrukt dat zowel <strong>de</strong> mentor als <strong>de</strong> toetscoach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar beoor<strong>de</strong>len op zijn<br />
functioneren. De actoren van <strong>de</strong> basisschool <strong>de</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong> uitspraak dat toets<strong>in</strong>g van het<br />
persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan, <strong>een</strong> taak is van <strong>de</strong> toetscoach.<br />
In hun uitspraken gaven <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool aan dat <strong>de</strong> mentor <strong>in</strong> staat moet zijn het<br />
leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>een</strong> afstand te kunnen bekijken. Deze eigenschap werd<br />
benoemd als ‘systematisch volgen ontwikkel<strong>in</strong>g’. Aanvullend was <strong>de</strong> uitspraak om b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g flexibel om te gaan met <strong>de</strong> doelen die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar moet<br />
bereiken. Alle actoren dui<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> noodzaak ‘systematisch <strong>de</strong> vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar te volgen’ en <strong>de</strong> voortgang van het leerproces te bewaken. Deze<br />
eigenschappen zou<strong>de</strong>n vooral te zien zijn als taken van <strong>de</strong> coach. In hun uitspraken zien <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>de</strong> hogeschool me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> kwaliteit die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk bereikt.<br />
Het element ‘systematisch volgen ontwikkel<strong>in</strong>g’ percipieer<strong>de</strong> <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview positief aanwezig. Over het element ‘<strong>in</strong>take-assessment’ werd<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews zowel <strong>een</strong> positieve als negatieve perceptie aangetroffen bij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
actorgroep.<br />
De uitspraken betroffen het al dan niet reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n met el<strong>de</strong>rs verworven competenties<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (zie ook kenmerk 14 ‘afstemm<strong>in</strong>g op behoeften’).<br />
Wat het kenmerk ‘procesmanagement’ betreft bleken <strong>de</strong> actoren hun eer<strong>de</strong>re uitspraken uit<br />
het eerste <strong>in</strong>terview opnieuw te on<strong>de</strong>rschrijven.<br />
In Tabel 4.26 zijn uitspraken opgenomen waar<strong>in</strong> het element ‘systematisch volgen<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g’ centraal staat.<br />
90
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel 4.26 Uitspraken bij het element ‘systematisch volgen ontwikkel<strong>in</strong>g’ uit <strong>een</strong> eerste <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Vraag Welke rol en taken heeft <strong>de</strong> hogeschool?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, dat is eigenlijk <strong>de</strong>gene waar je op zou moeten kunnen terugvallen. Op het moment dat het<br />
niet goed loopt. Stel dat we er niet uit komen met <strong>de</strong> PDS-school, of <strong>de</strong> mentor, of noem maar<br />
op. Dan moet je toch ergens iemand hebben waar je je hart kan luchten en die ook heel nuchter<br />
<strong>de</strong> zaak kan bekijken en vrij snel <strong>in</strong> kan schatten waar het aan ligt en wat er aan te doen. Die<br />
moet het vak<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk natuurlijk <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten hou<strong>de</strong>n. Ja, uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk is <strong>de</strong>nk ik <strong>de</strong> pabo<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijk voor uh, me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> kwaliteit die ik straks heb.”<br />
Interviewer: “Hmhm. Me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk, wie is nog meer verantwoor<strong>de</strong>lijk?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “ Ja, ook <strong>de</strong> school natuurlijk waar je <strong>de</strong> PDS-er bent.”<br />
Vraag Aan welke eigenschappen heeft <strong>de</strong> hogeschool voldaan?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: Ja, het was echt voor ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> vallen en opstaan en uitproberen. En ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> heeft met zijn<br />
han<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het haar gezeten <strong>de</strong>nk ik. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk als je er op terugkijkt, dan v<strong>in</strong>d ik dat we het<br />
met zijn allen re<strong>de</strong>lijk goed hebben gedaan, dus. Puur sec, ja, <strong>de</strong>nk ik dat ze……<br />
Interviewer: Ja, op alle punten zeg je, is het <strong>een</strong> proces geweest van vallen en opstaan. Het was <strong>een</strong> pilot.<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: Ja, dat is ook bijgestuurd. We hebben allemaal <strong>een</strong> men<strong>in</strong>g gehad die we bij hebben gestuurd<br />
en recht hebben gezet. En dat is, fouten dat is <strong>een</strong> hard woord, maar die zijn er gemaakt, aan<br />
weerskanten <strong>de</strong>nk ik. Maar dat was ook ‘no hard feel<strong>in</strong>gs’ en ook weer rechtgetrokken.<br />
4.4.7 Component 7. Startbekwaamheidseisen<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
7 Startbekwaamheidseisen 19 Bekwaamheidseisen 5 52<br />
De kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van <strong>de</strong> component ‘startbekwaamheidseisen’ had<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
opvatt<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> actoren vooral betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> eisen waaraan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g dient te voldoen om zijn startbekwaamheid te verwerven. De<br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van <strong>de</strong>ze component bleken (daarmee) conceptueel <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r<br />
karakter te bezitten dan <strong>de</strong> overige zes componenten. Ze hebben enerzijds betrekk<strong>in</strong>g op<br />
functionele criteria die richt<strong>in</strong>g en stur<strong>in</strong>g geven aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
An<strong>de</strong>rzijds vormen ze <strong>de</strong> functionele doelstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> z<strong>in</strong> van <strong>de</strong> door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren te behalen competenties of bekwaamhe<strong>de</strong>n. In totaal<br />
wer<strong>de</strong>n 52 uitspraken aangetroffen die <strong>de</strong> grondslag vorm<strong>de</strong>n voor het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
vijf elementen die cluster<strong>de</strong>n tot <strong>de</strong>ze component.<br />
Kenmerk 19. Bekwaamheidseisen<br />
De vijf elementen van het enige kenmerk ‘bekwaamheidseisen’ had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> gerichtheid op <strong>de</strong><br />
vereiste startbekwaamhe<strong>de</strong>n voor <strong>een</strong> beg<strong>in</strong>nend leraar als gem<strong>een</strong>schappelijke factor.<br />
Bij nagenoeg alle actoren uit <strong>de</strong> drie actorgroepen wer<strong>de</strong>n uitspraken aangetroffen over het<br />
gericht zijn op het toekomstig ‘functioneren’ van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Uit hun uitspraken<br />
bleek dat <strong>de</strong> actoren het voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g essentieel achtten<br />
dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar voldoen<strong>de</strong> <strong>in</strong> staat moet wor<strong>de</strong>n gesteld om te <strong>leren</strong> ‘functioneren <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> klas’ en ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong> school’. Enkele actoren van <strong>de</strong> basisschool gaven tevens aan dat <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar straks gestalte moet geven aan adaptief on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> alle groepen van <strong>de</strong><br />
basisschool.<br />
91
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
In Tabel 4.27 is <strong>een</strong> samenvatt<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren waarop <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen zijn gebaseerd.<br />
Tabel 4.27 Samenvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> 12 actoren uit 24 <strong>in</strong>terviews die <strong>de</strong> basis vorm<strong>de</strong>n<br />
voor <strong>de</strong> vijf elementen waaruit het kenmerk ‘bekwaamheidseisen’ is afgeleid.<br />
Element Uitspraken actoren (n=12)<br />
doorgroeicompetentie Startbekwaamheidseisen liggen ook op niveau van doorgroeicompetenties: Asl 1 is <strong>in</strong> staat<br />
en leert zichzelf ver<strong>de</strong>r te ontwikkelen, Asl 1 ervaart plezier <strong>in</strong> voortdurend van en aan<br />
elkaar <strong>leren</strong>, heeft <strong>leren</strong><strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g, is op <strong>de</strong> hoogte van on<strong>de</strong>rwijsontwikkel<strong>in</strong>gen.<br />
functioneren <strong>in</strong> klas Asl leert te functioneren <strong>in</strong> groep 1 t/m 8, te bereiken competenties zijn daarop gericht.<br />
functioneren <strong>in</strong> school Asl kan <strong>in</strong> <strong>een</strong> team en met ou<strong>de</strong>rs samenwerken.<br />
doelgerichtheid Ongeacht het opleid<strong>in</strong>gstraject voldoet Asl aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen.<br />
Asl en <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn gericht op <strong>de</strong> 12 ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen.<br />
visieontwikkel<strong>in</strong>g Asl is <strong>in</strong> staat <strong>een</strong> eigen on<strong>de</strong>rwijsvisie te formu<strong>leren</strong>.<br />
1 Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
Om dit te bereiken is het van belang dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> constant vertrouwen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsbehoefte en ontwikkel<strong>in</strong>gsdrang van zijn leerl<strong>in</strong>gen leert hebben en dit ook<br />
uitstraalt. De actoren van <strong>de</strong> hogeschool benadrukken dat <strong>de</strong> functie van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
<strong>de</strong> startbekwame leraar is en dat daarop <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is gericht.<br />
Opvallend is dat bij <strong>de</strong> analyses g<strong>een</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n<br />
op <strong>de</strong> feitelijke aanwezigheid van <strong>de</strong> bij <strong>de</strong>ze component beschreven elementen. Alle actoren<br />
bleken hun eer<strong>de</strong>re uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview opnieuw te on<strong>de</strong>rschrijven en soms<br />
zelfs te versterken.<br />
Met voorgaan<strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> resultaten per component zijn <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs beschreven. Daarmee is antwoord gegeven op <strong>de</strong>elvraag<br />
1.3. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf stellen we <strong>de</strong> dataverwerk<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> resultaten aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> op <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag naar <strong>de</strong> kenmerken die <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige omgev<strong>in</strong>g maken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
92<br />
4.5 Kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken<br />
4.5.1 Dataverwerk<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> literatuurstudie troffen we regelmatig <strong>de</strong> toevoeg<strong>in</strong>g ‘krachtige’ aan bij <strong>de</strong> kenmerken<br />
van <strong>een</strong> werk- of leeromgev<strong>in</strong>g. Op basis daarvan veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong>n we dat aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g mogelijk bepaal<strong>de</strong> kenmerken zijn aan te wijzen die het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren krachtig kunnen bevor<strong>de</strong>ren. In ons on<strong>de</strong>rzoek zoeken we<br />
naar antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag welke kenmerken <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
krachtig maken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs. Daartoe<br />
gaan we na welke kenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren van doorslaggevend belang zijn<br />
voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van zo’n werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Deze kenmerken zullen er <strong>in</strong> elk geval<br />
steeds toe doen, terwijl het doorslaggeven<strong>de</strong> karakter aannemelijk maakt dat ze<br />
voorwaar<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> ‘krachtige’ werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Me<strong>de</strong> gezien <strong>de</strong> bewoord<strong>in</strong>gen die <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuurstudie rond het begrip krachtig wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen, zal het <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren dan gaan om begrippen als ‘belang(rijk)’,<br />
‘essentieel’, ‘voorwaar<strong>de</strong>(lijk)’ of ‘noodzakelijk’.<br />
Het gewicht of belang dat <strong>een</strong> respon<strong>de</strong>nt klaarblijkelijk aan <strong>een</strong> element of kenmerk toekent<br />
kan op verschillen<strong>de</strong> manieren uit <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken wor<strong>de</strong>n afgeleid. Allereerst kan<br />
dat gewicht of belang <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk blijken uit <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> actoren daarover spraken en<br />
of er sprake is van over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g daarbij tussen <strong>de</strong> actorgroepen. Bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
transcripties gaat het dan om <strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretaties van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> gekozen<br />
bewoord<strong>in</strong>gen. Ver<strong>de</strong>r is zoals hiervoor aangegeven, bij <strong>de</strong> analyses dubbel<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
voor herhalen<strong>de</strong> uitspraken verme<strong>de</strong>n. Dit maakte het bovendien mogelijk ook het aantal keer<br />
dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties uitspraken over bepaal<strong>de</strong> elementen of kenmerken wordt aangetroffen<br />
als aanwijz<strong>in</strong>g voor dat belang mee te laten wegen. Daar kon<strong>de</strong>n we dan tevens <strong>de</strong> mate van<br />
over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g <strong>in</strong> aantallen uitspraken (uitgedrukt <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gpercentages) tussen <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen aan koppelen.<br />
Om te kunnen spreken van kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g maken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>, g<strong>in</strong>gen we bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten uit van vier criteria.<br />
Als eerste criterium on<strong>de</strong>rzochten we voor elk van <strong>de</strong> kenmerken of <strong>de</strong> actoren daar gezien<br />
hun uitspraken klaarblijkelijk <strong>een</strong> ‘doorslaggevend’ belang aan toeken<strong>de</strong>n. Dit gebeur<strong>de</strong><br />
kwalitatief <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk op elementniveau. Waar daar sprake van was werd genoteerd om welk<br />
element het g<strong>in</strong>g en bij welke actorgroep.<br />
Het twee<strong>de</strong> criterium was dat sprake moest zijn van over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> helft of meer van<br />
<strong>de</strong> elementen waaruit het kenmerk was opgebouwd.<br />
Als <strong>de</strong>r<strong>de</strong> criterium stel<strong>de</strong>n we dat <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk vergelijkbare uitspraken over het belang<br />
moesten wor<strong>de</strong>n aangetroffen bij alle drie of bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen.<br />
Wanneer bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen vergelijkbare uitspraken wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen stel<strong>de</strong>n we als aanvullen<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong> dat dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> actoren<br />
uit <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> actorgroep g<strong>een</strong> uitspraken zou<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n aangetroffen die strijdig waren met<br />
die van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re actorgroepen.<br />
Als vier<strong>de</strong> en laatste criterium hanteer<strong>de</strong>n we het aantal uitspraken (m<strong>in</strong>imaal 50) en <strong>de</strong> mate<br />
waar<strong>in</strong> <strong>de</strong>ze uitspraken evenredig ver<strong>de</strong>eld waren over <strong>de</strong> drie actorgroepen. Omdat het aantal<br />
actoren tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen verschilt is voor dat laatste uitgegaan van verhoud<strong>in</strong>gspercentages.<br />
Om te kunnen spreken van <strong>een</strong> krachtig kenmerk hiel<strong>de</strong>n we aan dat er<br />
bovendien g<strong>een</strong> sprake mocht zijn van <strong>een</strong> significant (p
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Het predikaat ‘krachtig’ bleek van toepass<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> kenmerken ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ (k2),<br />
‘professionaliser<strong>in</strong>g’ (k5), ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ (k11), ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ (k13)<br />
en ‘bekwaamheidseisen’ (k19). In het volgen<strong>de</strong> bespreken we <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong>ze analyses<br />
voor <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> vijf kenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgor<strong>de</strong> van <strong>de</strong> componenten.<br />
Voor elk mogelijk krachtig kenmerk is allereerst <strong>in</strong> <strong>een</strong> box <strong>in</strong>zichtelijk gemaakt hoe <strong>de</strong><br />
ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g was van <strong>de</strong> elementen waar<strong>in</strong> bij alle drie of bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen over<strong>een</strong>komen<strong>de</strong> uitspraken over het belang wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Tevens is het<br />
totaal aantal bij het kenmerk aangetroffen uitspraken vermeld.<br />
Kenmerk 2. Doorgaan<strong>de</strong> lijn.<br />
Bij het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ viel op dat <strong>de</strong> actoren uit drie of tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen vijf van <strong>de</strong> zeven elementen van doorslaggevend belang achtten voor <strong>de</strong> opbouw<br />
van het on<strong>de</strong>rwijsaanbod b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Daarbij werd verschillen<strong>de</strong> malen<br />
door <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> drie actorgroepen benadrukt dat voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar cruciaal en voorwaar<strong>de</strong>lijk is dat <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g flexibele leerroutes<br />
moet kunnen opzetten (element ‘flexibel curriculum’). Hier wer<strong>de</strong>n bijvoorbeeld uitspraken<br />
aangetroffen als “De lerarenopleid<strong>in</strong>g moet <strong>een</strong> flexibele route op kunnen zetten. Dat is echt<br />
<strong>een</strong> voorwaar<strong>de</strong> en dat betekent loslaten van uhm ja, <strong>de</strong> module jaarstof<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g zal ik het<br />
maar noemen.”. In Tabel 4.28 staan enkele illustratieve uitspraken die <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
<strong>de</strong>ed over het element ‘aanbod van kennis’.<br />
Tabel 4.28 Uitspraken over het element ‘aanbod aan kennis’ uit <strong>een</strong> eerste <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar.<br />
Vraag Aan welke eigenschappen moet <strong>een</strong> hogeschool voldoen, wil het <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g<br />
bie<strong>de</strong>n voor aanstaan<strong>de</strong> leraren?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, wat ik, we hebben natuurlijk g<strong>een</strong> colleges, dan zou ik wel heel graag wat handreik<strong>in</strong>gen<br />
krijgen wat betreft <strong>de</strong> literatuur of ja kennis. Dat bepaal<strong>de</strong> kennisoverdracht toch plaatsv<strong>in</strong>dt.”<br />
Interviewer: “Hmhm.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “In ie<strong>de</strong>r geval <strong>de</strong> kanalen aangegeven wor<strong>de</strong>n waar je mee op pad kunt <strong>in</strong> scholen. Dat<br />
verwacht ik ook dat dat gebeurt. Dat zou ik wel héél belangrijk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n.”<br />
Interviewer: “En met <strong>de</strong> literatuur bedoel je……..?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “De theoretische kant. Ja, want ik zie het zo voor me dat <strong>een</strong> eerstejaars pabostu<strong>de</strong>nt en zo, die<br />
krijgt natuurlijk stapels boeken te verwerken en daar zit ik niet zo op te wachten. Maar wel, je<br />
hebt altijd wel natuurlijk wel <strong>een</strong> boek dat heel goed zou zijn voor dat on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el.<br />
Dus echt zeg maar <strong>een</strong> selectie uit <strong>de</strong> stof. Dat zou ik wel heel graag uh krijgen van <strong>de</strong> docent.<br />
Dat moet je dus lezen en dat moet je bekijken. Ja.”<br />
Kwantitatieve on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g hiervoor bleek uit het gegeven dat <strong>de</strong> 146 uitspraken van actoren<br />
bij tenm<strong>in</strong>ste steeds twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen telkens betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> vijf<br />
uit zeven (71%) elementen.<br />
94<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Doorgaan<strong>de</strong> lijn’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
2 2 3 7 5 71% 146 137 94%
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bij dit kenmerk gaf <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze bij <strong>de</strong> drie actorgroepen aangetroffen uitspraken,<br />
uitgedrukt <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages, meer over<strong>een</strong>komst dan verschil te zien: bas:asl:hos =<br />
34%:36%:30%. Hieruit is zichtbaar dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aantallen uitspraken bij het<br />
kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ meer sprake was van over<strong>een</strong>komst dan van verschil.<br />
Kenmerk 5. Professionaliser<strong>in</strong>g.<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Professionaliser<strong>in</strong>g’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
3 4 4 11 8 73% 176 155 88%<br />
Bij <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> component ‘professionaliteit’ bleek dat voor alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>in</strong> het<br />
bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> elementen van het kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ van doorslaggevend belang<br />
waren voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> uitspraken die <strong>de</strong> actoren van<br />
<strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>de</strong><strong>de</strong>n benadrukten zij on<strong>de</strong>r meer het cruciale karakter van coach<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> mentor door <strong>de</strong> coach en <strong>de</strong> noodzaak van schol<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> mentor.<br />
In Tabel 4.29 zijn uitspraken gegeven waar<strong>in</strong> het element ‘coach<strong>in</strong>g mentor door coach’<br />
centraal bleek te staan.<br />
Tabel 4.29 Uitspraken over het element ‘coach<strong>in</strong>g mentor door coach’ uit <strong>een</strong> eerste <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> coach.<br />
Vraag Welke rol en taken heeft <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, als docent moet ik proberen het overzicht te hou<strong>de</strong>n. Dat v<strong>in</strong>d ik superbelangrijk.”<br />
Interviewer: “Hmhm.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Naast het begelei<strong>de</strong>n van processen, zal ik <strong>in</strong>formatie moeten geven over het hele PDS-project<br />
aan alle betrokkenen.”<br />
Interviewer: “Overzicht proberen te hou<strong>de</strong>n, begelei<strong>de</strong>n van processen en <strong>in</strong>formatie geven zeg je.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Bij <strong>in</strong>formatie geven, <strong>de</strong>nk ik on<strong>de</strong>r meer maar aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatiemodule die er nog moet<br />
komen. Een an<strong>de</strong>re taak is activiteiten met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar ontplooien die hem helpen <strong>in</strong><br />
zijn ontwikkel<strong>in</strong>g. En wat ik dus ook erg belangrijk v<strong>in</strong>d, ik zal ook <strong>de</strong> vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten moeten hou<strong>de</strong>n. Ik zal <strong>de</strong> klus moeten klaren en ook voorlicht<strong>in</strong>g<br />
moeten geven aan collega-docenten.”<br />
Interviewer: “Hmhm.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, en natuurlijk het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> mentor, dat is cruciaal, maar volgens mij hebben we<br />
dat al eer<strong>de</strong>r gehad.”<br />
De 176 uitspraken die aan dit kenmerk ten grondslag lagen, bleken <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk tussen <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen weliswaar regelmatig over<strong>een</strong> te komen, maar bleken tamelijk verspreid over <strong>de</strong><br />
drie actorgroepen. In totaal wer<strong>de</strong>n over 8 van <strong>de</strong> 11 (73%) elementen steeds bij tenm<strong>in</strong>ste<br />
twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen uitspraken aangetroffen.<br />
Opvallend was dat juist bij <strong>de</strong> basisschool verhoud<strong>in</strong>gsgewijs m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitspraken over dit<br />
kenmerk wer<strong>de</strong>n aangetroffen dan bij <strong>de</strong> twee an<strong>de</strong>re actorgroepen. In verhoud<strong>in</strong>gspercentages<br />
was <strong>de</strong>ze ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g bas:asl:hos = 21%:41%:38%. Hierdoor was het verschil <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken over <strong>de</strong> drie actorgroepen bij het kenmerk<br />
‘professionaliser<strong>in</strong>g’ significant (p=.03).<br />
95
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Kenmerk 11. Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken.<br />
Bij <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> component ‘condities’ wer<strong>de</strong>n bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen uitspraken<br />
aangetroffen waaruit het gewicht of belang bleek dat zij toeken<strong>de</strong>n aan het kenmerk<br />
‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’.<br />
Meer<strong>de</strong>re actoren ken<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> elementen van dit kenmerk bovendien <strong>een</strong> conditioneel<br />
karakter toe voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Tevens benadrukten<br />
verschillen<strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> dit verband dat het <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid is van alle betrokkenen<br />
om open met elkaar te communiceren en afspraken te maken bijvoorbeeld over <strong>de</strong> te geven<br />
lessen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g.<br />
In Tabel 4.30 zijn enkele uitspraken gegeven die betrekk<strong>in</strong>g hebben op het element<br />
‘communicatie Asl-Bas-Hos’.<br />
Tabel 4.30 Uitspraken over het element ‘communicatie Asl-Bas-Hos’ uit <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Vraag Aan welke eigenschappen moet <strong>een</strong> hogeschool voldoen, wil het <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g<br />
bie<strong>de</strong>n voor aanstaan<strong>de</strong> leraren? Is je men<strong>in</strong>g van toen, nu nog hetzelf<strong>de</strong>? Ja/nee: kun je dit<br />
toelichten?<br />
Interviewer: “Ja, jij zei zo mooi ‘verwacht<strong>in</strong>gen’. Je had verwacht<strong>in</strong>gen en je zei net van ja, het is niet altijd zo<br />
verlopen zoals ik het had verwacht. Is er voor jou iets waarvan jij zegt dat weet ik nog dat heb ik<br />
toen, zo had ik dat <strong>in</strong> mijn hoofd, en dat viel helemaal an<strong>de</strong>rs uit?”<br />
Geïnter- “Nou meer <strong>in</strong> grote lijnen. Ik had niet verwacht dat het zo’n moeilijk traject zou zijn voor<br />
view<strong>de</strong>: ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong>. Dat er zoveel trubbel<strong>in</strong>gen zou<strong>de</strong>n komen.”<br />
Interviewer: “En is er één trubbel<strong>in</strong>g die je het meeste bij staat?”<br />
Geïnter- “Ja, ik schrok er soms van dat <strong>de</strong> men<strong>in</strong>gen zo uit<strong>een</strong> liepen. Van èn directie èn <strong>de</strong> docenten èn<br />
view<strong>de</strong>: van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf. En ik <strong>de</strong>nk dan hè, hoe komt dat nou, we hebben toch allemaal<br />
hetzelf<strong>de</strong> doel voor ogen. Hoe komt het dan dat we er allemaal zo an<strong>de</strong>rs tegenaan kijken. Het zit<br />
er bij ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> op <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re manier <strong>in</strong>. Ie<strong>de</strong>r kijkt vanuit zijn eigen ogen.”<br />
Interviewer: “Nou <strong>de</strong>nk je aan <strong>een</strong> concreet voorbeeld volgens mij.”<br />
Geïnter- “Ja, ik kan mij <strong>een</strong> gesprek met <strong>de</strong> coach her<strong>in</strong>neren. Ik zie me daar nog <strong>in</strong> dat lokaaltje zitten en<br />
view<strong>de</strong>: we zaten helemaal niet op één lijn. En ik weet niet <strong>een</strong>s meer wat <strong>de</strong> aanleid<strong>in</strong>g was. Maar toen<br />
dacht ik van dit gaat nooit goed, dit is niet haalbaar. Ik was helemaal <strong>de</strong> kluts kwijt.”<br />
Interviewer: “Hmhm.”<br />
Geïnter- “Ja, volgens mij wel had dat toen te maken met het werken met POP’s en over doelen. Ik had niet<br />
view<strong>de</strong>: verwacht dat ik me zo erg moest uhm verantwoor<strong>de</strong>n of zo op <strong>de</strong> <strong>een</strong> of an<strong>de</strong>re manier. Dat er zo<br />
letterlijk gekeken werd naar hoe bepaal<strong>de</strong> z<strong>in</strong>nen op papier ston<strong>de</strong>n. Ik vond dat op dat moment<br />
niet belangrijk. Ik had het gevoel dat ik wist waar ik mee bezig was, en dat <strong>de</strong> coach maar<br />
constant zat van ja maar. En ik zei dan van ja, dat zeg ik toch, dat bedoel ik toch. En toch zaten we<br />
niet op één lijn terwijl dit zo ontzettend belangrijk is. Terwijl ik zeker wist dat ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> het beste<br />
met dit traject voor had en met mij.”<br />
96<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
4 3 1 8 4 50% 64 50 78%
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Op kenmerkniveau bleken <strong>de</strong> 64 aangetroffen uitspraken <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages vrij<br />
evenwichtig over <strong>de</strong> drie actorgroepen ver<strong>de</strong>eld: bas:asl:hos = 35%:29%:35%. In <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken was bij het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ dan ook<br />
eer<strong>de</strong>r sprake van enige over<strong>een</strong>komst dan van verschillen. Dat was echter m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dui<strong>de</strong>lijk<br />
het geval bij <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke elementen. Vier van <strong>de</strong> acht elementen waren<br />
gebaseerd op uitspraken uit één enkele actorgroep. De an<strong>de</strong>re helft van <strong>de</strong> elementen was<br />
afgeleid van uitspraken afkomstig van alle drie of tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen.<br />
Kenmerk 13. Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g.<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘ Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
1 4 13 18 17 94% 495 487 98%<br />
Bij <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’ bleek dat alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
elementen van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk benadrukten als cruciaal<br />
voor (<strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen) <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Opvallend is <strong>de</strong> dui<strong>de</strong>lijke relatie met<br />
<strong>de</strong> uitspraken bij het kenmerk professionaliser<strong>in</strong>g.<br />
Zo behoort volgens <strong>de</strong> uitspraken van actoren van <strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>de</strong> mentor<br />
vaardighe<strong>de</strong>n te bezitten om aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen a<strong>de</strong>quaat te<br />
begelei<strong>de</strong>n en duid<strong>de</strong>n ze <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> mentor als cruciaal <strong>in</strong> het leerwerktraject<br />
(‘mentor<strong>in</strong>g’). Ook werd door <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> drie actorgroepen aangegeven dat <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar op momenten dat er knelpunten ontstaan, moet kunnen terugvallen op <strong>de</strong><br />
coach (‘coach<strong>in</strong>g door coach’).<br />
Alle drie <strong>de</strong> actorgroepen bleken aan <strong>de</strong> mentor en coach eigenschappen toe te kennen die zij<br />
cruciaal v<strong>in</strong><strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te weten: ‘aanvoelen’, ‘bewaken<br />
proces’, ‘gesprek’, ‘sturen’, ‘structureren’ en ‘terugkoppelen’. Ver<strong>de</strong>r bleken alle drie <strong>de</strong><br />
actorgroepen <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview meer nadruk te leggen op het belang dat <strong>de</strong> mentor<br />
kritisch naar <strong>de</strong> POP’s kijkt en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar hierop bevraagt. Ook <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> schrijven van POP’s werd <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken sterk<br />
benadrukt (‘begelei<strong>de</strong>n van POP’s’).<br />
De 495 uitspraken van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ wer<strong>de</strong>n voor 17 van <strong>de</strong> 18 (94%)<br />
elementen die erop waren gebaseerd, aangetroffen bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen. Daarvan waren 13 elementen bovendien gebaseerd op uitspraken die bij alle<br />
drie <strong>de</strong> actorgroepen wer<strong>de</strong>n aangetroffen.<br />
In Tabel 4.31 zijn enkele uitspraken opgenomen waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> elementen ‘mentor<strong>in</strong>g’ en<br />
‘structureren’ centraal staan.<br />
97
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
Tabel 4.31 Uitspraken uit het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> elementen<br />
‘mentor<strong>in</strong>g’ en ‘structureren’ centraal staan.<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, er is heel veel verschil geweest wat dat betreft. Kijk, bij M. (mentor) had<strong>de</strong>n wij nooit echt<br />
<strong>een</strong> moment aan het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> dag. Op <strong>de</strong> <strong>een</strong> of an<strong>de</strong>re manier lukte dat niet. Dus daar zat<br />
totaal g<strong>een</strong> structuur <strong>in</strong> terwijl ik dat zo ontzettend belangrijk v<strong>in</strong>d. Maar we hebben wel vaak<br />
geëvalueerd. En dat g<strong>in</strong>g dan tussen <strong>de</strong> bedrijven door, zeg maar. En met J. was dat toch wel<br />
veel gestructureer<strong>de</strong>r want dan spraken we gewoon af van: nou dan en dan kom ik kijken en<br />
dan en dan plannen we <strong>in</strong> onze agenda van dan hebben we <strong>een</strong> nagesprek. En dat kon niet altijd<br />
op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> dag plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n, maar dan wel <strong>in</strong> die week.” (‘structureren’)<br />
Interviewer: “Hmhm.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Dus daar werd dan wel echt tijd voor vrij gemaakt. Ja. Maar ja, dat heeft gewoon heel erg met<br />
<strong>de</strong> personen te maken, <strong>de</strong>nk ik. Begeleid<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>d ik ontzettend belangrijk.<br />
En ja, ik vond het bij J. uhm was het wel meer begeleid<strong>in</strong>g. Want zij zette het ook op papier en<br />
dan kon ik dat nog <strong>een</strong>s bekijken en dan had ik echt het i<strong>de</strong>e van nou daar zijn <strong>een</strong> aantal<br />
punten die noem<strong>de</strong> zij dan ook en daar g<strong>in</strong>g ik dan braaf mee aan het werk <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> dag. En<br />
bij M. was gewoon heel erg ad hoc. En achteraf gezien nu heb ik ontzettend veel geleerd bij<br />
hem <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas, hoe hij les gaf. Maar hij heeft mij natuurlijk niet zo begeleid als J. nu heeft<br />
gedaan.” (‘mentor<strong>in</strong>g’)<br />
Interviewer: “Ja, dus jij zegt ja er was ook verschil <strong>in</strong> mentor<strong>in</strong>g maar was daardoor ook <strong>een</strong> verschil <strong>in</strong><br />
tijds<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g? Want je zegt bij M. was het veel meer tussendoor.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Nou, ik heb het i<strong>de</strong>e dat ze wel gelijk ston<strong>de</strong>n qua tijd.”<br />
Interviewer: “Maar <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> tijd was an<strong>de</strong>rs?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja.”<br />
Kwantitatief bleek op kenmerkniveau verhoud<strong>in</strong>gsgewijs sprake van <strong>een</strong> beperkt gelijkmatige<br />
spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> drie actorgroepen: bas:asl:hos = 27%:37%:36%.<br />
Kenmerk 19. Bekwaamheidseisen.<br />
Bij <strong>de</strong> zeven<strong>de</strong> component ‘startbekwaamheidseisen’ bleken uitspraken over het gewicht of<br />
belang dat <strong>de</strong> actoren toeken<strong>de</strong>n aan het kenmerk ‘bekwaamheidseisen’ bij alle drie <strong>de</strong><br />
actorgroepen te wor<strong>de</strong>n aangetroffen.<br />
In <strong>de</strong> 52 bij dit kenmerk aangetroffen uitspraken bleken <strong>de</strong> actoren het voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g essentieel te achten om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar voldoen<strong>de</strong> <strong>in</strong> staat te<br />
stellen bekwaam te wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het ‘functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas’ en ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong> school’.<br />
Ver<strong>de</strong>r bleken <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool samen <strong>de</strong> uitspraak te<br />
<strong>de</strong>len dat het noodzakelijk is dat <strong>de</strong> startbekwame leraar <strong>in</strong> staat moet zijn en moet wor<strong>de</strong>n<br />
gesteld <strong>een</strong> eigen visie op <strong>leren</strong> en <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> te ontwikkelen (‘visie’). Tenslotte duid<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
actoren van <strong>de</strong> hogeschool erop dat <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n naast het doelgericht ontwikkelen<br />
van kennis en vaardighe<strong>de</strong>n (‘doelgerichtheid’), ook <strong>de</strong> ‘doorgroeicompetentie’ impliceert.<br />
Ze achtten het van groot belang dat <strong>de</strong> startbekwame leraar <strong>in</strong> staat is zichzelf voortdurend<br />
ver<strong>de</strong>r te ontwikkelen. De actoren van <strong>de</strong> basisschool spraken zich op vergelijkbare wijze uit<br />
over <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g en <strong>een</strong> levenslang <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> startbekwame leraar.<br />
98<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Bekwaamheidseisen’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
- 3 2 5 5 100% 52 52 100%
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Alle vijf <strong>de</strong> elementen (100%) die aan het kenmerk waren toegerekend waren gebaseerd op<br />
uitspraken van tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen. Twee daarvan (‘functioneren <strong>in</strong> klas’<br />
en ‘functioneren <strong>in</strong> school’) waren bovendien gebaseerd op uitspraken aangetroffen bij alle<br />
drie <strong>de</strong> actorgroepen. In Tabel 4.32 zijn enkele uitspraken gegeven waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> elementen<br />
‘doelgerichtheid’ en ‘doorgroeicompetentie’ centraal staan.<br />
Tabel 4.32 Uitspraken bij <strong>de</strong> elementen ‘doelgerichtheid’ en ‘doorgroeicompetentie’ uit het twee<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terview met <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
Vraag Aan welke eisen moet <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aan het e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g voldoen?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g? Ja, die vraag is vrij simpel. Ik v<strong>in</strong>d ongeacht het<br />
opleid<strong>in</strong>gstraject cruciaal dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen gaat<br />
voldoen. Punt uit. (doelgerichtheid)<br />
En startbekwaamheidseisen zijn niet all<strong>een</strong> maar kennis en vaardighe<strong>de</strong>n eisen, maar liggen<br />
ook op het niveau van wat zo mooi dan heet, <strong>de</strong> doorgroeicompetentie. (doorgroeicompetentie)<br />
Dus <strong>in</strong> staat zijn om zelf als je werkt je ver<strong>de</strong>r te ontwikkelen. Maar ik wil dus absoluut g<strong>een</strong><br />
on<strong>de</strong>rscheid maken tussen aanstaan<strong>de</strong> leraren. Alle aanstaan<strong>de</strong> leraren die <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g<br />
verlaten, ongeacht het traject dat ze gevolgd hebben, voldoen aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen.”<br />
Bij dit kenmerk gaf <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze bij <strong>de</strong> drie actorgroepen aangetroffen uitspraken,<br />
uitgedrukt <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages, meer over<strong>een</strong>komst dan verschil te zien: bas:asl:hos =<br />
29%:36%:36%.<br />
Samenvattend werd voor drie van <strong>de</strong> vijf kenmerken naast <strong>de</strong> kwalitatieve over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g<br />
tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen over het ‘doorslaggeven<strong>de</strong>’ belang ervan, tevens <strong>in</strong> kwantitatieve<br />
z<strong>in</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g aangetroffen. Dit betrof <strong>in</strong> elk geval <strong>de</strong> kenmerken ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ (k2),<br />
‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ (k13) en ‘bekwaamheidseisen’ (k19) en <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate <strong>de</strong><br />
kenmerken ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ (k11) en ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ (k5).<br />
4.6 Conclusies<br />
In het on<strong>de</strong>rzoek van <strong>de</strong> eerste case zochten we naar antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> <strong>de</strong>elvraag van<br />
on<strong>de</strong>rzoeksvraag 1 en naar antwoor<strong>de</strong>n op on<strong>de</strong>rzoeksvraag 2:<br />
1.3 Welke kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren?<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
De eerste algemene conclusie is dat <strong>de</strong> gevolg<strong>de</strong> groun<strong>de</strong>d werkwijze a<strong>de</strong>quaat is gebleken<br />
om <strong>de</strong> hierboven genoem<strong>de</strong> bei<strong>de</strong> vragen te beantwoor<strong>de</strong>n. Uit <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong><br />
empirische verkenn<strong>in</strong>g kregen we <strong>een</strong> eerste beeld van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van<br />
<strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
99
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
De begrippen en omschrijv<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> verkregen 20 kenmerken vorm<strong>de</strong>n ‘sensitiz<strong>in</strong>g<br />
concepts’ voor het analyseren van <strong>de</strong> 24 <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> eerste case. Ze droegen bij aan het<br />
kunnen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> thans verkregen 103 elementen.<br />
Deze elementen representeren ons <strong>in</strong>ziens op <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate wijze <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong><br />
eigenschappen van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De 103 elementen hebben we op grond van<br />
logische verwantschap gegroepeerd tot zeven componenten waarb<strong>in</strong>nen we weer 19<br />
kenmerken kon<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
De meerwaar<strong>de</strong> van het nu uitgevoer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoek is dat we op <strong>de</strong>ze wijze <strong>een</strong> voor <strong>de</strong><br />
beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bruikbaar, maar nog wel voorlopig, conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r kon<strong>de</strong>n opbouwen. De elementen uit dit ka<strong>de</strong>r zijn afkomstig uit en<br />
bruikbaar gebleken bij het analyseren van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Daarmee is tevens <strong>een</strong> belangrijke stap gezet <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van het gestel<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksdoel.<br />
Namelijk <strong>een</strong> bijdrage te leveren aan <strong>de</strong> wetenschappelijke kennis over en het <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van <strong>een</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r. In<br />
het volgen<strong>de</strong> gaan we dieper <strong>in</strong> op <strong>de</strong>ze algemene conclusies waarbij we tevens <strong>in</strong>gaan op <strong>de</strong><br />
gehanteer<strong>de</strong> metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek.<br />
Deelvraag 1.3. Kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
De verkregen resultaten lei<strong>de</strong>n tot <strong>de</strong> conclusie dat het verkregen co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem ons <strong>een</strong><br />
<strong>in</strong>strumentarium oplevert dat bruikbaar is om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te analyseren en te<br />
beschrijven en op hun volledigheid te toetsen. Tevens lever<strong>de</strong> het bruikbare bouwstenen op<br />
voor het ontwerp van <strong>een</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r. Het omschrijven van <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong><br />
eigenschappen daarvan vond plaats vanuit <strong>een</strong> (sociaal-)constructivistische visie op <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. In ons on<strong>de</strong>rzoek omschreven we <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> als <strong>een</strong> actief en<br />
constructief proces waarbij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf activiteiten on<strong>de</strong>rneemt en<br />
zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en zelfstur<strong>in</strong>g voor het eigen <strong>leren</strong> wordt benadrukt.<br />
We conclu<strong>de</strong>ren dat <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> elementen en kenmerken van het door ons verkregen<br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem eigenschappen uit <strong>de</strong> (sociaal-)constructivistische visie op <strong>leren</strong> en<br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> herkenbaar waren. Voorbeel<strong>de</strong>n daarvan zijn elementen als ‘ruimte om te <strong>leren</strong>’<br />
en het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ en het daarbijbehoren<strong>de</strong> element ‘overgang naar zelfstur<strong>in</strong>g’.<br />
Ook het cumulatieve en vraaggestuur<strong>de</strong> karakter dat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze visie<br />
kenmerkt is herkenbaar. Dit blijkt uit elementen als ‘afstemm<strong>in</strong>g op betrokkenheid’,<br />
‘afstemm<strong>in</strong>g op ervar<strong>in</strong>g’, ‘afstemm<strong>in</strong>g op kennis’, ‘afstemm<strong>in</strong>g op leerstijl’ en<br />
‘doorgroeicompetentie’.<br />
Bijlagetabel F.1 geeft <strong>de</strong> opbouw van het ka<strong>de</strong>r met <strong>een</strong> per element, kenmerk en component<br />
uitgewerkte omschrijv<strong>in</strong>g. We kunnen daaruit conclu<strong>de</strong>ren dat <strong>de</strong> empirische data <strong>de</strong><br />
theoretische noties uit <strong>de</strong> literatuur die we beschreven <strong>in</strong> het theoretisch <strong>de</strong>el over <strong>de</strong><br />
kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen (§ 2.2) on<strong>de</strong>rsteunen.<br />
De verkregen elementen en kenmerken blijken herkenbaar op grond van verwantschap b<strong>in</strong>nen<br />
<strong>een</strong> component met elkaar samen te hangen. Soms zijn ze ook gerelateerd aan elementen of<br />
kenmerken uit an<strong>de</strong>re componenten.<br />
100
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Alhoewel <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong> componenten <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek niet ver<strong>de</strong>r op conceptueel<br />
niveau is on<strong>de</strong>rzocht, kunnen we op grond van <strong>de</strong> verkregen <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke omschrijv<strong>in</strong>gen wel<br />
<strong>een</strong> veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> samenhang aangeven. Deze veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> samenhang b<strong>in</strong>nen het<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r op componentniveau is <strong>in</strong> Figuur 4.2 weergegeven.<br />
kwaliteitszorg<br />
on<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
startbekwaamheidseisen<br />
leerklimaat condities<br />
begeleid<strong>in</strong>g<br />
professionaliteit<br />
Figuur 4.2 De veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> samenhang tussen <strong>de</strong> componenten en <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen<br />
van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
In <strong>de</strong> hier uitgewerkte samenhang weerspiegelen <strong>de</strong> componenten <strong>een</strong> zekere or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g naar functie, <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g. Zowel <strong>de</strong> naamgev<strong>in</strong>g als <strong>de</strong> <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> resultaatparagrafen gegeven omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten maakt dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>in</strong>houd<br />
en vormgev<strong>in</strong>g bijzon<strong>de</strong>r nauw samenhangen. In Bijlagetabel F.1 zijn <strong>de</strong>ze omschrijv<strong>in</strong>gen<br />
samengevat en geor<strong>de</strong>nd. Op basis van die <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke omschrijv<strong>in</strong>gen conclu<strong>de</strong>ren we dat<br />
<strong>de</strong> componenten uit <strong>de</strong> buitenr<strong>in</strong>g, te weten kwaliteitszorg, leerklimaat, professionaliteit en<br />
condities vooral betrekk<strong>in</strong>g hebben op vormgev<strong>in</strong>gsaspecten die utilitair en conditioneel zijn<br />
voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De componenten on<strong>de</strong>rwijsaanbod en<br />
begeleid<strong>in</strong>g zijn meer betrokken op <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en procesmatige aspecten ervan.<br />
In <strong>de</strong> hier gekozen samenhang staan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen als component centraal. De<br />
vraag is echter of bij <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen wel gesproken kan wor<strong>de</strong>n van <strong>een</strong> ‘echte’<br />
component van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Vanuit het perspectief van <strong>de</strong> bij<br />
<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren vormen <strong>de</strong> vastgeleg<strong>de</strong> startbekwaamheidseisen<br />
richt<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong> criteria die <strong>in</strong> hoge mate zowel <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd als <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g bepalen. Vanuit<br />
die optiek is sprake van <strong>een</strong> ‘functionele component’. Op grond daarvan trekken we <strong>de</strong><br />
voorlopige conclusie dat startbekwaamheid <strong>de</strong> functie van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
weerspiegelt en als zodanig <strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke positie <strong>in</strong>neemt. Op basis van <strong>de</strong> resultaten van<br />
het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case zullen we <strong>de</strong>ze conclusie na<strong>de</strong>r beschouwen.<br />
Voor <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> startbekwaam leraar, dragen <strong>de</strong> vier componenten uit <strong>de</strong><br />
buitenr<strong>in</strong>g bij aan <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>tensiteit van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van het on<strong>de</strong>rwijsaanbod voor<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Voor het on<strong>de</strong>rwijsaanbod en<br />
<strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g zijn <strong>de</strong> kwaliteitszorg van het leerwerktraject, het leerklimaat van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> professionaliteit van alle betrokkenen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
en <strong>de</strong> condities die voorwaar<strong>de</strong>lijk zijn voor het <strong>leren</strong> en werken <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g, van belang.<br />
101
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
De door ons veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> samenhang on<strong>de</strong>rsteunt <strong>de</strong> conclusie dat <strong>de</strong> elementen,<br />
kenmerken en componenten bruikbare concepten opleveren om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te<br />
analyseren, te beschrijven en op hun volledigheid te toetsen.<br />
Een belangrijke w<strong>in</strong>st van <strong>de</strong> meervoudige casestudy ten opzichte van <strong>de</strong> literatuurstudie en<br />
<strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g is dat we thans beschikken over <strong>een</strong> samenhangend conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r waarmee we <strong>een</strong> vrij compleet beeld kunnen beschrijven van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Samenhangend daarmee is het bezwaar van het<br />
fragmentarische beeld van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g waar we <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
probleemstell<strong>in</strong>g tegenaan liepen, door <strong>de</strong> samenhang <strong>in</strong> <strong>de</strong> opbouw en or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van dit<br />
conceptuele ka<strong>de</strong>r voor <strong>een</strong> groot <strong>de</strong>el weggenomen.<br />
On<strong>de</strong>rzoeksvraag 2. Kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken.<br />
Voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag die <strong>in</strong> dit hoofdstuk is besproken g<strong>in</strong>g het erom te<br />
on<strong>de</strong>rzoeken of het mogelijk is vast te stellen welke van <strong>de</strong> verkregen kenmerken <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g maken.<br />
De verwacht<strong>in</strong>g dat het gewicht of belang dat <strong>een</strong> respon<strong>de</strong>nt klaarblijkelijk aan <strong>een</strong><br />
eigenschap toekent kan blijken uit <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken, bleek gezien <strong>de</strong><br />
gegeven voorbeel<strong>de</strong>n, terecht.<br />
Een kenmerk zou<strong>de</strong>n we ‘krachtig’ noemen <strong>in</strong>dien kwalitatief zowel als kwantitatief op<br />
overtuigen<strong>de</strong> wijze het doorslaggevend belang bleek dat <strong>de</strong> actoren daaraan hechtten. Gezien<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong> § 4.3.8 beschreven resultaten was dat laatste het geval voor vier van <strong>de</strong> vijf daar<br />
besproken kenmerken. Dit waren <strong>de</strong> ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ (k2), ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ (k11),<br />
‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ (k13) en ‘bekwaamheidseisen’ (k19). Bij het kenmerk<br />
‘professionaliser<strong>in</strong>g’ (k5) bleken <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren vrij sterk uit<strong>een</strong> te lopen en <strong>in</strong><br />
(gewogen) aantal betekenisvol te verschillen tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen. Omdat dit laatste<br />
kan dui<strong>de</strong>n op verschil <strong>in</strong> nadruk die <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> hun uitspraken leggen op <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong><br />
elementen is dit kenmerk hier niet aangewezen tot <strong>de</strong> krachtige kenmerken.<br />
Dat <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> doorslaggevend belang toekennen aan samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken kan<br />
wellicht vanuit <strong>de</strong> ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid b<strong>in</strong>nen het partnerschap wor<strong>de</strong>n verstaan.<br />
Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken die <strong>de</strong> partners met elkaar <strong>in</strong> <strong>een</strong> open communicatie maken zijn <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren van cruciaal belang om dat <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> te on<strong>de</strong>rsteunen.<br />
Tenslotte is nog opvallend dat alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>de</strong> elementen ‘mentor<strong>in</strong>g’,<br />
‘structureren’ en ‘sturen’ <strong>in</strong> hun uitspraken aanwijzen als belangrijke, zelfs essentiële<br />
eigenschappen van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Tegelijkertijd zijn <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uitspraken aangetroffen waaruit<br />
bleek dat zij <strong>de</strong>ze elementen <strong>in</strong> hun werkplekleeromgev<strong>in</strong>g feitelijk als onvoldoen<strong>de</strong> aanwezig<br />
percipieer<strong>de</strong>n. Het gebrek aan structuur bleek ook uit enkele uitspraken van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
Dergelijke negatief georiënteer<strong>de</strong> uitspraken, vormen aanwijz<strong>in</strong>gen dat <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> actoren<br />
zich bewust zijn van het ontbreken van <strong>de</strong>ze eigenschappen <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g terwijl ze die daar<strong>in</strong> wel noodzakelijk achten. Wanneer overigens<br />
uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> perceptie van het vóórkomen<br />
van elementen <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>icht<strong>in</strong>g dan droegen <strong>de</strong>ze <strong>een</strong> voornamelijk positief karakter.<br />
De nu gevon<strong>de</strong>n resultaten lijken onze veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g die we op grond van <strong>de</strong> literatuurstudie<br />
uitspraken over <strong>de</strong> essentiële positie die mentor<strong>in</strong>g <strong>in</strong>neemt, te on<strong>de</strong>rsteunen.<br />
102
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
We veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong>n dat er eerst sprake kan zijn van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g als<br />
<strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g gewaarborgd is. In <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g bleken <strong>de</strong><br />
praktijk- en <strong>de</strong> expert<strong>de</strong>elnemers <strong>de</strong>ze veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g te <strong>de</strong>len waarbij zij voldoen<strong>de</strong> tijd <strong>in</strong><br />
dit geval f<strong>in</strong>anciële mid<strong>de</strong>len voor mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g conditioneel achtten. Uit <strong>de</strong><br />
uitspraken die <strong>de</strong> actoren over <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong><strong>de</strong>n blijkt dat zij<br />
het beeld bevestigen dat zeker ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ <strong>een</strong> van <strong>de</strong> essentiële kenmerken van<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g is. Tegelijkertijd wijzen hun uitspraken op <strong>de</strong> kwetsbaarheid van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wanneer <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijk kenmerk onvoldoen<strong>de</strong> tot zijn recht komt of<br />
mogelijk zelfs <strong>in</strong> essentie ontbreekt.<br />
Het geheel overziend conclu<strong>de</strong>ren we dat we op basis van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten thans <strong>een</strong><br />
viertal kenmerken (doorgaan<strong>de</strong> lijn, samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken, mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g,<br />
bekwaamheidseisen) hebben kunnen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n waarvan <strong>de</strong> actoren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat <strong>de</strong>ze van<br />
doorslaggevend belang zijn voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
De on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>. Om <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeks(<strong>de</strong>el)vragen te beantwoor<strong>de</strong>n bleek <strong>de</strong> gekozen<br />
kwalitatief georiënteer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksaanpak op <strong>de</strong> groun<strong>de</strong>d theory bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g a<strong>de</strong>quaat.<br />
Verschillen<strong>de</strong> maatregelen zijn genomen om <strong>de</strong> validiteit en betrouwbaarheid van <strong>de</strong> analyses<br />
te borgen. Met <strong>de</strong> gekozen on<strong>de</strong>rzoeksaanpak hebben we zo goed mogelijk gezorgd voor <strong>een</strong><br />
a<strong>de</strong>quate begrips- en ecologische validiteit van het te ontwikkelen conceptueel analytisch<br />
ka<strong>de</strong>r. Zo is <strong>de</strong> begripsvaliditeit van <strong>de</strong> begrippen en toegepaste or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gen geborgd door <strong>de</strong><br />
verkregen <strong>in</strong>terpretaties en conclusies voortdurend terug te koppelen naar <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksgroep (‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’) en zijn <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten jaarlijks tij<strong>de</strong>ns<br />
congressen aan het wetenschappelijk en beroepsforum voorgelegd.<br />
Ook hebben we op twee momenten en op twee manieren <strong>de</strong> betrouwbaarheid van <strong>de</strong><br />
uitgevoer<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> analyses on<strong>de</strong>rzocht. Uit <strong>de</strong>ze bei<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeken naar <strong>de</strong> kwalitatieve vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen kwamen meer<br />
over<strong>een</strong>komsten dan verschillen naar voren. In het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g door <strong>een</strong><br />
an<strong>de</strong>re co<strong>de</strong>ur liet het belang van <strong>een</strong>duidige omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> gebruikte begrippen en<br />
van <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quaat protocol zien. Naast enkele multi-<strong>in</strong>terpretabele begripsomschrijv<strong>in</strong>gen<br />
lever<strong>de</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong> herhal<strong>in</strong>g vallen<strong>de</strong> en ongeor<strong>de</strong>n<strong>de</strong> spreker bij <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>de</strong> meeste<br />
verschillen tussen bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs op. Om vast te stellen of <strong>de</strong> genomen maatregelen <strong>de</strong>ze<br />
knelpunten bij <strong>een</strong> volgen<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren is besloten ook aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g door <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur te laten plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
Op basis van <strong>de</strong> nu verkregen resultaten is <strong>in</strong> elk geval <strong>de</strong> conclusie gerechtvaardigd dat het<br />
geheel van <strong>de</strong> gebruikte elementen en trefwoor<strong>de</strong>n <strong>een</strong> voldoen<strong>de</strong> begripsvaliditeit bezit. En<br />
ver<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> dataverzamel<strong>in</strong>g toegepaste triangulatievormen en <strong>de</strong> groun<strong>de</strong>d werkwijze<br />
waarmee <strong>in</strong> <strong>de</strong> exploratiefase systematisch en dakpansgewijs het geheel aan trefwoor<strong>de</strong>n is<br />
opgebouwd ervoor zorg<strong>de</strong>n dat we betrouwbare en bruikbare resultaten verkregen. De<br />
toegepaste manier van analyseren blijkt voldoen<strong>de</strong> betrouwbaar te herhalen.<br />
Samenvattend conclu<strong>de</strong>ren we dat we er <strong>in</strong> zijn geslaagd om <strong>de</strong> validiteit en <strong>de</strong><br />
betrouwbaarheid van <strong>de</strong> data <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek voldoen<strong>de</strong> te borgen.<br />
103
Hoofdstuk 4. Op zoek naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 1<br />
104
KENMERKEN VAN KRACHTIGE<br />
WERKPLEKLEEROMGEVINGEN, CASE 2<br />
Een belangrijk doel van het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> case 2 is <strong>de</strong> validiteit te verifiëren van <strong>de</strong> begrippen<br />
uit het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r dat we gebruiken om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te<br />
analyseren, te beschrijven en op hun volledigheid te toetsen. De aanpak om dat doel <strong>in</strong> case 2<br />
te bereiken kunnen we opvatten als <strong>een</strong> kwalitatieve vorm van crossvalidatie. Crossvalidatie<br />
vereist twee geschei<strong>de</strong>n cases waar<strong>in</strong> we on<strong>de</strong>rzoeken of <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong><br />
elementen van <strong>de</strong> te beschrijven werkplekleeromgev<strong>in</strong>g vergelijkbaar aanwezig zijn. In ons<br />
on<strong>de</strong>rzoek bouwt <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case voort op <strong>de</strong> resultaten van het on<strong>de</strong>rzoek uit <strong>de</strong> eerste case.<br />
Het geheel aan trefwoor<strong>de</strong>n uit het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem wordt gerepliceerd <strong>in</strong> <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re<br />
context. De uit <strong>de</strong> eerste case verkregen elementen vormen daarmee <strong>de</strong> basis voor het<br />
trefwoor<strong>de</strong>nka<strong>de</strong>r dat we gebruiken bij <strong>de</strong> analyse van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewtranscripties uit case 2.<br />
In case 1 ston<strong>de</strong>n <strong>de</strong> exploratie- en <strong>de</strong> specificatiefase van <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
centraal. In case 2 v<strong>in</strong>dt, vergelijkbaar aan <strong>de</strong> reductiefase als <strong>de</strong>r<strong>de</strong> stap uit <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong><br />
theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, selectieve co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g plaats. Daarbij wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren<br />
selectief geco<strong>de</strong>erd met <strong>de</strong> uit <strong>de</strong> eerste case verkregen trefwoor<strong>de</strong>n. Een belangrijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el<br />
uit <strong>de</strong>ze fase omvat het ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren, or<strong>de</strong>nen en complementeren van <strong>de</strong> elementen van<br />
het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r dat we gebruiken om <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kwalitatief<br />
te beschrijven. Dit is tevens het twee<strong>de</strong> doel van het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
In <strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> vraag naar <strong>de</strong> kenmerken die <strong>de</strong> actoren aan <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong>n wer<strong>de</strong>n regelmatig uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g<br />
had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g ervan. In case 2 maken we hiervan gebruik door <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terviews op het on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g te contrasteren. Dit<br />
is <strong>in</strong> case 2 bovendien beter mogelijk omdat <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze case al ervar<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n<br />
opgedaan met <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Evenals <strong>in</strong> case 1 staat <strong>in</strong> case 2<br />
<strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> van <strong>de</strong> eerste on<strong>de</strong>rzoeksvraag afgelei<strong>de</strong> <strong>de</strong>elvraag centraal:<br />
1.3 Welke kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren?<br />
Evenzo <strong>in</strong> het verleng<strong>de</strong> van <strong>de</strong> eerste case on<strong>de</strong>rzoeken we welke van <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n<br />
kenmerken <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g mogelijk tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
kunnen maken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case droeg <strong>een</strong> exploratief karakter. Doel was elementen te<br />
verkrijgen die geor<strong>de</strong>nd bruikbaar waren om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs te analyseren, te beschrijven en op hun<br />
volledigheid te toetsen.<br />
5<br />
105
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
De doelstell<strong>in</strong>g van het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case draagt <strong>een</strong> meer evaluatief karakter.<br />
Vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> resultaten van dit on<strong>de</strong>rzoek met die van het vorige leidt tot het uitwerken<br />
van <strong>een</strong> meer <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itief ontwerp voor <strong>een</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r.<br />
In § 5.1 wordt allereerst <strong>de</strong> context van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case beschreven, gevolgd door <strong>de</strong> metho<strong>de</strong><br />
van on<strong>de</strong>rzoek (§ 5.2). De resultaten van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> § 5.3<br />
besproken. Tenslotte wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> § 5.4 naast <strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeks(<strong>de</strong>el)vragen <strong>de</strong><br />
conclusies op <strong>de</strong> resultaten besproken.<br />
106<br />
5.1 Context case 2<br />
Om het <strong>in</strong>formatiegehalte van het on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs te verrijken en <strong>de</strong> ecologische<br />
validiteit van het verkregen conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r te versterken, is ervoor gekozen <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case op <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re partnerschool en <strong>in</strong> <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re context te on<strong>de</strong>rzoeken. Doordat<br />
elke case zowel <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re school als <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re doelgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren omvatte, is<br />
meer gevarieer<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie over <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g verkregen.<br />
Evenals <strong>de</strong> partnerschool uit <strong>de</strong> eerste case, is <strong>de</strong> partnerschool uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case samen met<br />
<strong>de</strong> pedagogische hogeschool <strong>in</strong> augustus 2001 gestart met <strong>een</strong> experimenteel ‘Professional<br />
Development School’ (PDS)-project. De school heeft op het moment dat <strong>in</strong> 2003 <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case van start g<strong>in</strong>g, dit leerwerktraject met succes afgesloten. Daardoor was het mogelijk <strong>de</strong><br />
kenmerken die <strong>de</strong> actoren als feitelijk aanwezig percipiëren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze nieuwe<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g, nadrukkelijker <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek te betrekken.<br />
De <strong>in</strong> het project <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> partnerschool was <strong>een</strong> Daltonschool. Ze maakte <strong>de</strong>el uit van<br />
<strong>een</strong> sticht<strong>in</strong>g voor katholiek primair on<strong>de</strong>rwijs. De school was gevestigd <strong>in</strong> <strong>een</strong> kle<strong>in</strong>e<br />
plattelandsgem<strong>een</strong>te <strong>in</strong> het zui<strong>de</strong>n van Ne<strong>de</strong>rland. Aan m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan <strong>een</strong> kwart van <strong>de</strong><br />
leerl<strong>in</strong>gen was <strong>een</strong> extra leerl<strong>in</strong>ggewicht toegekend. De school ken<strong>de</strong> één locatie en tel<strong>de</strong><br />
ongeveer 220 leerl<strong>in</strong>gen ver<strong>de</strong>eld over tien groepen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> zorg van ongeveer 16<br />
personeelsle<strong>de</strong>n.<br />
In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste case is <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> opgezet voor twee geselecteer<strong>de</strong> reguliere<br />
<strong>de</strong>r<strong>de</strong>jaars aanstaan<strong>de</strong> leraren van <strong>de</strong> hogeschool. In het leerwerktraject namen <strong>de</strong> twee<br />
doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren vijf dagen per schoolweek <strong>de</strong>el aan het leerwerktraject.<br />
Daarvan ston<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren twee dagen voor <strong>de</strong> klas en benutten drie dagen voor<br />
gesprekken met mentor, teamle<strong>de</strong>n en coach, voorbereid<strong>in</strong>g, verwerk<strong>in</strong>g en studie. Deze<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren begonnen halverwege hun <strong>de</strong>r<strong>de</strong> jaar met het leerwerktraject. Zij had<strong>de</strong>n<br />
daarmee an<strong>de</strong>rhalf jaar <strong>de</strong> tijd om aan <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen te voldoen. Bei<strong>de</strong>n startten<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft van het schooljaar 2002-2003. De eerste doorstromer begon toen <strong>in</strong> groep<br />
8. In het twee<strong>de</strong> schooljaar 2003-2004 gaf zij les aan groep 1/2. De twee<strong>de</strong> doorstromer startte<br />
<strong>in</strong> groep 6. In het twee<strong>de</strong> schooljaar gaf zij les aan groep 4.<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case zijn er toelat<strong>in</strong>gscriteria gesteld voor <strong>de</strong>elname aan het<br />
leerwerktraject. Omdat <strong>de</strong>ze criteria nu specifiek zijn toegesne<strong>de</strong>n naar doorstromen<strong>de</strong><br />
reguliere aanstaan<strong>de</strong> leraren, wijken ze voor kennis en vaardighe<strong>de</strong>n en voor <strong>de</strong><br />
tijds<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g enigsz<strong>in</strong>s af van die voor <strong>de</strong> zij-<strong>in</strong>stromers (zie Bijlagetabel A.1).<br />
De hogeschool en <strong>de</strong> partnerschool hebben, evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, <strong>een</strong> over<strong>een</strong>komst<br />
on<strong>de</strong>rtekend waar<strong>in</strong> zij aangaven gezamenlijk zorg en verantwoor<strong>de</strong>lijkheid te willen dragen<br />
voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van het PDS-project.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van februari tot en met juli 2003 hebben bei<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren aan vier<br />
doelen gewerkt. Deze doelen zijn afgeleid van het reguliere <strong>de</strong>r<strong>de</strong>jaars programma. Het<br />
verschil daarmee is dat <strong>de</strong> betrokken aanstaan<strong>de</strong> leraren zelf <strong>de</strong> manier kon<strong>de</strong>n bepalen om<br />
<strong>de</strong>ze doelen te bereiken en hoe dit aan te tonen. De vier doelen zijn on<strong>de</strong>rver<strong>de</strong>eld <strong>in</strong> drie<br />
(vak)specifieke en één algem<strong>een</strong> (on<strong>de</strong>rwijskundig) doel. In Tabel 5.1 is <strong>een</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze doelen gegeven.<br />
Tabel 5.1 Inhou<strong>de</strong>lijke beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> doelen voor <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong>jaars aanstaan<strong>de</strong> leraar voor <strong>de</strong> perio<strong>de</strong><br />
februari tot en met juli 2003.<br />
Doel Inhou<strong>de</strong>lijke beschrijv<strong>in</strong>g<br />
algem<strong>een</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs-<br />
kundig<br />
(vak)<br />
specifiek 1<br />
(vak)<br />
specifiek 2<br />
(vak)<br />
specifiek 3<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar biedt alle leerl<strong>in</strong>gen het houvast en <strong>de</strong> uitdag<strong>in</strong>g waar ze behoeften aan<br />
hebben, zodat zij zichzelf ontwikkelen en hun zelfstandigheid en verantwoor<strong>de</strong>lijkheid wor<strong>de</strong>n<br />
bevor<strong>de</strong>rd. Hij maakt daarbij zichtbaar gebruik van <strong>de</strong> zeven standaar<strong>de</strong>n van Stevens.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan b<strong>in</strong>nen het reguliere basison<strong>de</strong>rwijs rekenmoeilijkhe<strong>de</strong>n aanpakken. Hij<br />
maakt hierbij gebruik van <strong>een</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsplan waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> stappen wor<strong>de</strong>n doorlopen:<br />
voorkomen, signa<strong>leren</strong>, diagnosticeren, remediëren en evalueren. Hij legt expliciet <strong>een</strong> l<strong>in</strong>k met<br />
het leerl<strong>in</strong>gvolgsysteem en kan bovenstaan<strong>de</strong> vormgeven b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> eigen lessen rekenon<strong>de</strong>rwijs.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar is <strong>in</strong> staat om op <strong>een</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> wijze te kiezen voor <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong><br />
werkwijze <strong>in</strong> <strong>de</strong> godsdienst/levensbeschouw<strong>in</strong>g. Op basis hiervan kan hij komen tot <strong>de</strong> opzet van<br />
<strong>een</strong> lessenserie waarbij het uitgangspunt gevon<strong>de</strong>n wordt <strong>in</strong> <strong>een</strong> bijbelverhaal. Hij verantwoordt<br />
<strong>de</strong>ze met behulp van <strong>de</strong> basisstructuur van het vak godsdienst/levensbeschouw<strong>in</strong>g.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar is <strong>in</strong> staat on<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> begrijpend luisteren/lezen, stu<strong>de</strong>rend lezen en <strong>de</strong><br />
zaakvakken te scr<strong>een</strong>en vanuit <strong>de</strong> hoofdon<strong>de</strong>rwerpen van het dome<strong>in</strong> begrijpend/stu<strong>de</strong>rend lezen.<br />
Hij vertaalt <strong>de</strong> consequenties hiervan <strong>in</strong> aanpass<strong>in</strong>gen en /of verbeter<strong>in</strong>gen van zijn eigen<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Daarbij formuleert hij aanpass<strong>in</strong>gen voor het curriculum van <strong>de</strong> school.<br />
Net als voor <strong>de</strong> reguliere aanstaan<strong>de</strong> leraren vorm<strong>de</strong>n het erop volgen<strong>de</strong> schooljaar <strong>de</strong> toen<br />
<strong>in</strong>gevoer<strong>de</strong> competenties van <strong>de</strong> Sticht<strong>in</strong>g Beroepskwaliteit Leraren (SBL) <strong>de</strong> leidraad voor <strong>de</strong><br />
opleid<strong>in</strong>g (Sticht<strong>in</strong>g Beroepskwaliteit Leraren en an<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijspersoneel, 2004) (zie<br />
§ 2.1.2). Bij <strong>de</strong> twee zij-<strong>in</strong>stromers uit <strong>de</strong> eerste case g<strong>in</strong>g het nog om ‘ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen’<br />
(§ 4.1). In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case vorm<strong>de</strong>n <strong>de</strong> SBL-competenties <strong>de</strong> basis voor het on<strong>de</strong>rwijsaanbod.<br />
Voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar vorm<strong>de</strong>n ze het ka<strong>de</strong>r om op het eigen functioneren te reflecteren.<br />
Tij<strong>de</strong>ns het leerwerktraject is, vergelijkbaar aan <strong>de</strong> eerste case, gewerkt met POP’s waarmee<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zijn eigen <strong>leren</strong> stuur<strong>de</strong> (zie Bijlagetabellen A.2 en A.3).<br />
Bij <strong>de</strong> aanvang van het leerwerktraject wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren begeleid bij het zoeken<br />
naar manieren om <strong>de</strong> doelen te bereiken. Om die re<strong>de</strong>n wordt dan nog gewerkt aan doelen die<br />
door <strong>de</strong> hogeschool zijn geformuleerd. Voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit dit leerwerktraject<br />
waren <strong>de</strong>ze doelen zodanig open geformuleerd dat ze zelf <strong>de</strong> manier kon<strong>de</strong>n bepalen om er<br />
aan te werken. Na die aanvangsperio<strong>de</strong> bepaal<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren zelf <strong>de</strong> te behalen<br />
doelen. Daarbij waren <strong>de</strong> SBL-competenties richt<strong>in</strong>ggevend.<br />
In dit traject kregen <strong>in</strong> totaal vier leraren tot taak <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
als mentor te begelei<strong>de</strong>n. Een van hen had al eer<strong>de</strong>r begeleid<strong>in</strong>gservar<strong>in</strong>g opgedaan tij<strong>de</strong>ns het<br />
vorige leerwerktraject. Daarnaast was één an<strong>de</strong>re leraar met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>g voor één<br />
middag per week vrijgesteld voor specifieke begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. Hij on<strong>de</strong>rsteun<strong>de</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren bij het opzetten van hun POP’s en het<br />
voorberei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> toetsgesprekken. De leraar-mentoren waarbij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
klas ston<strong>de</strong>n, had<strong>de</strong>n vooral <strong>een</strong> begelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> taak bij <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> POP’s.<br />
Net als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, werd het leerwerktraject afgesloten met <strong>een</strong> blokperio<strong>de</strong> waar<strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar m<strong>in</strong>imaal zes weken <strong>de</strong> klas van <strong>de</strong> mentor volledig overnam.<br />
107
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
5.2.1 Deelnemers<br />
108<br />
5.2 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek<br />
De samenstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> drie actorgroepen stem<strong>de</strong> naar taken en functie groten<strong>de</strong>els over<strong>een</strong><br />
met die van <strong>de</strong> eerste case. Het g<strong>in</strong>g echter <strong>in</strong> alle gevallen om an<strong>de</strong>re personen. De 12<br />
actoren participeer<strong>de</strong>n op vrijwillige basis <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek. De ‘actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraar’<br />
bestond <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze case uit twee vrouwelijke doorstromen<strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong>jaars aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case tel<strong>de</strong> <strong>de</strong> actorgroep ‘basisschool’ acht actoren, te weten twee<br />
groepsleraren, vier leraren-mentoren, <strong>de</strong> bovenschools manager (namens het bestuur) en <strong>de</strong><br />
directeur van <strong>de</strong> basisschool. De ‘actorgroep hogeschool’ bestond uit <strong>de</strong> (nieuwe) directeur<br />
on<strong>de</strong>rwijs en <strong>een</strong> hogeschooldocent-coach.<br />
5.2.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g<br />
De procedure van <strong>de</strong> dataverzamel<strong>in</strong>g stem<strong>de</strong> <strong>in</strong> hoge mate over<strong>een</strong> zoals beschreven voor<br />
case 1 (§ 4.2.2). De eerste serie <strong>in</strong>terviews werd aan het beg<strong>in</strong> (maart 2003), <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> serie<br />
aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject (juni 2004) afgenomen. Elk <strong>in</strong>terview nam ongeveer één<br />
tot an<strong>de</strong>rhalf uur <strong>in</strong> beslag. Alle <strong>in</strong>terviews zijn door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker zelf afgenomen. Voor<br />
het bevragen van <strong>de</strong> kenmerken, <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>de</strong><br />
voor <strong>de</strong> eerste case ontworpen ‘<strong>in</strong>terviewgui<strong>de</strong>’ daarbij op over<strong>een</strong>komstige wijze toegepast<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Wel zijn <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen uit <strong>de</strong> gui<strong>de</strong> aangevuld met vragen<br />
naar <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g. Door <strong>de</strong>ze triangu<strong>leren</strong><strong>de</strong> maatregel kunnen we met meer<br />
zekerheid on<strong>de</strong>rzoeken <strong>in</strong> hoeverre <strong>de</strong> elementen uit het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r ook zijn<br />
gebaseerd op <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Deze aanpak is <strong>in</strong> case 2<br />
mogelijk omdat <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> actoren -op <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren na- voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> maal bij<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g en uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn betrokken. Deze aanpak kan<br />
tevens <strong>de</strong> betrouwbaarheid versterken van het on<strong>de</strong>rzoek naar het belang dat <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten<br />
hechtten aan bepaal<strong>de</strong> elementen en kenmerken. Wanneer tij<strong>de</strong>ns het <strong>in</strong>terview <strong>een</strong><br />
respon<strong>de</strong>nt aangaf dat <strong>een</strong> element of kenmerk <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g niet of onvoldoen<strong>de</strong><br />
aanwezig was is doorgevraagd naar <strong>de</strong> mogelijke re<strong>de</strong>n. De kans is aanwezig dat <strong>de</strong><br />
respon<strong>de</strong>nt <strong>een</strong> bepaald element wel aan <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g blijkt te percipiëren maar<br />
daarover g<strong>een</strong> wenselijke uitspraken doet. Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt kan zelfs<br />
blijken dat <strong>de</strong>ze <strong>een</strong> aan <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g gepercipieerd element onwenselijk acht. Op<br />
die wijze kunnen <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> uitspraken het <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> het belang dat <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten aan<br />
bepaal<strong>de</strong> elementen hechtten, vergroten.<br />
De <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case genomen triangu<strong>leren</strong><strong>de</strong> maatregelen om <strong>de</strong> validiteit van <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te bevor<strong>de</strong>ren,<br />
zijn ver<strong>de</strong>r versterkt door:<br />
- te zorgen voor <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re schoolcontext en an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>elnemers;<br />
- <strong>de</strong> actoren naast hun opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g, ook nadrukkelijk te<br />
bevragen naar hun perceptie van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g.
5.2.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De <strong>in</strong>strumentatie en analyses. De <strong>in</strong>terviews van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case zijn, evenals van <strong>de</strong> eerste<br />
case, weer zo letterlijk mogelijk getranscribeerd. De transcripties zijn voor akkoord aan <strong>de</strong><br />
geïnterview<strong>de</strong> toegezon<strong>de</strong>n. In case 1 ston<strong>de</strong>n <strong>de</strong> exploratie- en <strong>de</strong> specificatiefase van <strong>de</strong><br />
gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g centraal. In case 2 kon<strong>de</strong>n we <strong>een</strong> volgen<strong>de</strong> stap nemen<br />
waarbij vergelijkbaar aan <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> stap uit die gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, <strong>de</strong><br />
reductiefase, selectieve co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g plaatsv<strong>in</strong>dt. Daarbij wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> uitspraken selectief<br />
geco<strong>de</strong>erd met <strong>de</strong> uit <strong>de</strong> eerste case verkregen trefwoor<strong>de</strong>n.<br />
Dit impliceert tevens dat <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n die we bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties uit <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case gebruiken gebaseerd zijn op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten van <strong>de</strong> eerste case. Het<br />
belang van <strong>de</strong>ze fase is <strong>de</strong> gegevens ver<strong>de</strong>r te or<strong>de</strong>nen en <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
met behulp van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r, te complementeren.<br />
Vanwege het on<strong>de</strong>rscheid dat we nu maken naar uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en <strong>de</strong> feitelijke<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g, zijn <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n hierop aangepast door <strong>een</strong> toevoeg<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> letter ‘f’. De<br />
uitspraken over <strong>de</strong> percepties van <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n van elkaar on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
door aan <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n die daar betrekk<strong>in</strong>g op had<strong>de</strong>n <strong>de</strong> letters f-, f+, f? toe te voegen.<br />
Daarbij impliceert <strong>de</strong> co<strong>de</strong> ‘f-’ dat <strong>een</strong> element naar oor<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk<br />
niet of op onvoldoen<strong>de</strong> wijze aanwezig is. De co<strong>de</strong> ‘f+’ impliceert dat <strong>een</strong> element aanwezig<br />
(en voldoen<strong>de</strong>) is <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g naar oor<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt. Tenslotte<br />
impliceert <strong>de</strong> co<strong>de</strong> ‘f?’ dat uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt blijkt dat <strong>de</strong>ze ermee onbekend<br />
is of <strong>een</strong> element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van werkplekleeromgev<strong>in</strong>g daadwerkelijk<br />
aanwezig is. In Figuur 5.1 is <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> element <strong>in</strong> ‘feitelijke’ trefwoor<strong>de</strong>n<br />
schematisch weergegeven.<br />
Elementen van <strong>de</strong><br />
wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
niet of onvoldoen<strong>de</strong> aanwezig<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
(f-)<br />
Elementen van <strong>de</strong><br />
feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
aanwezig b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
(f+)<br />
onbekend met<br />
aanwezigheid b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g (f?)<br />
Figuur 5.1 Na<strong>de</strong>re uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> element <strong>in</strong> drie trefwoor<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> co<strong>de</strong>s f-, f+ of f?<br />
Als basis voor <strong>de</strong> kwalitatieve analyses van <strong>de</strong> transcripties uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case zijn <strong>de</strong><br />
trefwoor<strong>de</strong>n uit het <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case gebruikte co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem benut. Ook nu zijn voor <strong>de</strong><br />
besprek<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> resultaten overzichten gemaakt <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van woordtabellen. Een verschil<br />
met <strong>de</strong> woordtabellen van <strong>de</strong> eerste case is dat nu <strong>in</strong> <strong>de</strong> tabellen on<strong>de</strong>rscheid is gemaakt tussen<br />
<strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> drie actorgroepen, tussen <strong>de</strong> eerste (I1) en <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> serie (I2) <strong>in</strong>terviews<br />
en tussen <strong>de</strong> wenselijke (‘w’) en <strong>de</strong> feitelijke (‘f-, f+, f?’) <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Vanwege hun omvang zijn <strong>de</strong>ze woordtabellen opgenomen <strong>in</strong> Bijlage D.<br />
109
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
De kwaliteit van <strong>de</strong> analyses. Dezelf<strong>de</strong> maatregelen als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case zijn getroffen om <strong>de</strong><br />
kwaliteit van <strong>de</strong> analyses <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case te borgen. Net als bij het<br />
voorgaan<strong>de</strong> meer exploratieve on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, is ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>de</strong> nodige<br />
zorg besteed aan <strong>de</strong> begripsvaliditeit. Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case<br />
eventuele nieuwe elementen en trefwoor<strong>de</strong>n consequent en systematisch met behulp van<br />
begrippenmemo’s <strong>in</strong> Kwalitan uitgewerkt. Een ver<strong>de</strong>rgaan<strong>de</strong> stap is dat na afloop van <strong>de</strong><br />
analyses, alle gebruikte elementen, kenmerken en componenten nogmaals zijn beoor<strong>de</strong>eld op<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke <strong>een</strong>duidigheid.<br />
De omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> reeds beken<strong>de</strong> elementen zijn steeds verantwoord vanuit <strong>de</strong><br />
uitspraken van <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> eerste case (zie <strong>de</strong> woordtabellen <strong>in</strong> § 4.3). Van elk element is<br />
on<strong>de</strong>rzocht of het nodig was <strong>de</strong>ze omschrijv<strong>in</strong>gen op basis van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren<br />
uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case na<strong>de</strong>r aan te scherpen of bij te stellen (woordtabellen uit Bijlagetabel D.1).<br />
Twee an<strong>de</strong>re belangrijke aspecten leid<strong>de</strong>n we uit <strong>de</strong> reductiefase af. De eerste is het nagaan<br />
van <strong>de</strong> relaties tussen en <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> begrippen. De twee<strong>de</strong> omvat het on<strong>de</strong>rzoeken of<br />
met <strong>de</strong> elementen uit het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zo<br />
uitputtend mogelijk is beschreven. Om <strong>de</strong> begripsvaliditeit ver<strong>de</strong>r te borgen zijn <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve<br />
omschrijv<strong>in</strong>gen en <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g steeds voorgelegd aan en besproken met <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksgroep (‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’).<br />
In <strong>de</strong> eerste case waren ook maatregelen genomen om <strong>een</strong> betrouwbare en herhaalbare wijze<br />
van co<strong>de</strong>ren door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker te borgen. Uit <strong>de</strong> resultaten van het on<strong>de</strong>rzoek bleek dat<br />
<strong>de</strong>ze maatregelen afdoen<strong>de</strong> waren zodat daarmee ver<strong>de</strong>r is volstaan.<br />
Tenslotte is aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> analyses, het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem opnieuw on<strong>de</strong>rzocht op <strong>de</strong><br />
bruikbaarheid ervan en op <strong>de</strong> manier van co<strong>de</strong>ren. Daarbij heeft <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rzoeker uit <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksgroep vier <strong>in</strong>terviews voor <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> maal bl<strong>in</strong>d geco<strong>de</strong>erd.<br />
110<br />
5.3 Resultaten algem<strong>een</strong><br />
Overzicht. De kwalitatieve analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case leid<strong>de</strong>n tot het<br />
aanpassen van <strong>een</strong> aantal trefwoor<strong>de</strong>n. Deze waren gerelateerd aan het element ‘beschikbare<br />
tijd’. Tevens werd nog het element ‘afspraken bas-asl-hos’ on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
In Tabel 5.2 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van het aantal transcripties, aangetroffen uitspraken,<br />
gebruikte trefwoor<strong>de</strong>n en daarvan afgelei<strong>de</strong> elementen uit <strong>de</strong> eerste (I1) en twee<strong>de</strong> (I2) serie<br />
<strong>in</strong>terviews van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Tabel 5.2 Overzicht van het aantal transcripties, aangetroffen uitspraken en daarvan afgelei<strong>de</strong> elementen uit<br />
<strong>de</strong> eerste (I1) en twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews van case 2.<br />
Actoren (n=12)<br />
I1 I2 Totaal<br />
Transcripties <strong>in</strong>terviews 1 12 12 24<br />
Aangetroffen uitspraken 880 1753 2633<br />
Afgelei<strong>de</strong> elementen 95 96 96<br />
1 Voor <strong>de</strong> analyse <strong>in</strong> het computerprogramma Kwalitan (versie 5.09, Peters, 2001; Wester & Peters, 1999) zijn per actor <strong>de</strong><br />
transcripties van bei<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews steeds tot één document samengevoegd.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Uit Tabel 5.2 is zichtbaar dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>in</strong> totaal <strong>in</strong> 2633 (1935 <strong>in</strong> case 1) uitspraken<br />
van <strong>de</strong> actoren elementen aangetroffen wer<strong>de</strong>n die te maken had<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> kenmerken van<br />
<strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Op grond van <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> kwalitatieve analyses van <strong>de</strong><br />
transcripties bleken <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken te herlei<strong>de</strong>n tot 96 elementen. Uit <strong>de</strong> eerste<br />
case resulteer<strong>de</strong> <strong>een</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem met 103 elementen als basis. Deze vorm<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
grondslag voor <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n uit het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem waarmee <strong>de</strong> analyses <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case wer<strong>de</strong>n uitgevoerd (Bijlagetabel C.1).<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren bleken 95 van <strong>de</strong>ze 103 elementen opnieuw herkenbaar.<br />
Daarnaast werd uit <strong>de</strong> uitspraken <strong>een</strong> nieuw element afgeleid namelijk ‘afspraken bas-aslhos’.<br />
Bij elkaar betekent dit dat over acht oorspronkelijke elementen thans g<strong>een</strong> uitspraken<br />
wer<strong>de</strong>n aangetroffen en dat één nieuw element is toegevoegd. Over <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> acht<br />
elementen wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen: ‘cont<strong>in</strong>uïteit’, ‘relatie directie’, ‘on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g’, ‘f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> overheid’, ‘ICT <strong>in</strong>ternet’ en ‘ICT simulatie’, ‘afspraken<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar-hogeschool’ en ‘samenvatten’.<br />
We geven <strong>een</strong> samenvattend overzicht <strong>in</strong> Tabel 5.3. De kenmerken zijn per component<br />
alfabetisch gerangschikt. In Bijlagetabel E.1 is <strong>een</strong> volledig frequentieoverzicht voor <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case uitgewerkt.<br />
Tabel 5.3 Overzicht van het aantal kenmerken en elementen per component uit bei<strong>de</strong> cases, evenals<br />
het aantal <strong>in</strong> case 2 aangetroffen uitspraken uit <strong>de</strong> <strong>in</strong> totaal 24 <strong>in</strong>terviews die aan het beg<strong>in</strong><br />
en het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject zijn afgenomen bij <strong>de</strong> 12 actoren.<br />
Aantal elementen Totaal uitspraken case 2<br />
nr. Component nr. Kenmerk Case 1 Case 2 Kenm. Comp. % Comp.<br />
1 On<strong>de</strong>rwijsaanbod 1 Balans theorie en praktijk 3 3 56<br />
2 Doorgaan<strong>de</strong> lijn 7 6 152 208 8%<br />
2 Leerklimaat 3 Emotioneel veilig 5 4 187<br />
2 Leerklimaat 4 Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g 10 10 280 467 18%<br />
3 Professionaliteit 5 Leren<strong>de</strong> organisatie 2 2 61<br />
3 Professionaliteit 6 Professionaliser<strong>in</strong>g 11 10 273<br />
3 Professionaliteit 7 Zelfstur<strong>in</strong>g 1 1 24 358 14%<br />
4 Condities 8 Faciliter<strong>in</strong>g 13 12 135<br />
4 Condi ties 9 Gebruik van ICT 3 1 5<br />
10 Personele mid<strong>de</strong>len 3 3 185<br />
4 Condities 11 Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken 8 8 155<br />
4 Condities 12 Up-to-date mid<strong>de</strong>len 3 3 62 542 21%<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 13 Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften 4 4 69<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 14 Kenmerken<strong>de</strong> situaties 2 2 25<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 15 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 18 17 627<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 16 Zorgen voor ownership 1 1 14 735 28%<br />
6 Kwaliteitszorg 17 Procesmanagement 3 3 121<br />
6 Kwaliteitszorg 18 Zelfevaluatie 1 1 28 149 6%<br />
Startbekwaamheid 19 Bekwaamhe<strong>de</strong>n 5 5 174 174 7%<br />
Totaal 103 96 2633 2633 100%<br />
Uit Tabel 5.3 is af te lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> componenten zijn opgebouwd uit 4 (‘kwaliteitszorg’) tot 27<br />
(‘condities’) elementen (<strong>in</strong> case 1: 4 elementen bij ‘kwaliteitszorg’ tot 30 elementen bij<br />
‘condities’). De elementen von<strong>de</strong>n hun grondslag <strong>in</strong> 5 tot 627 uitspraken per kenmerk (case 1:<br />
2 tot 495) respectievelijk <strong>in</strong> 149 tot 735 uitspraken per component (case 1: 52 tot 634).<br />
111
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, bleek het aantal aangetroffen uitspraken onevenredig ver<strong>de</strong>eld over<br />
<strong>de</strong> componenten. Ver<strong>de</strong>r is het nieuwe element ‘afspraken bas-asl-hos’ als nummer 104<br />
toegevoegd aan <strong>de</strong> 103 eer<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen.<br />
De analyses. Ook <strong>in</strong> case 2 is <strong>de</strong> <strong>in</strong>terbeoor<strong>de</strong>laarsbetrouwbaarheid nagegaan. Bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs<br />
had<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> twee documenten (vier <strong>in</strong>terviews) uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case<br />
(<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong>) 450 trefwoor<strong>de</strong>n ter beschikk<strong>in</strong>g. Deze waren afgeleid van 104 door <strong>de</strong> eerste<br />
co<strong>de</strong>ur on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen. De resultaten toon<strong>de</strong>n bij 512 aan uitspraken toegeken<strong>de</strong><br />
trefwoor<strong>de</strong>n, 122 (101+21) verschillen en 390 over<strong>een</strong>komsten. Ver<strong>de</strong>r bleek uit <strong>de</strong> resultaten<br />
dat g<strong>een</strong> van bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs elementen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van actoren aantrof over 3 van <strong>de</strong> 19<br />
kenmerken. Bij zes kenmerken stem<strong>de</strong> <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs over<strong>een</strong>. Dit<br />
betekent dat 10 kenmerken co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gsverschillen laten zien.<br />
In Tabel 5.4 zijn enkele voorbeel<strong>de</strong>n van het co<strong>de</strong>ren gegeven bij <strong>de</strong> kenmerken ‘mentor<strong>in</strong>g<br />
en coach<strong>in</strong>g’ en ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’.<br />
Tabel 5.4 Een voorbeeld van <strong>een</strong> verschil <strong>in</strong> co<strong>de</strong>ren tussen twee co<strong>de</strong>urs uit <strong>een</strong> eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong><br />
coach over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Gesprekspartners Citaat Eerste co<strong>de</strong>ur Twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur<br />
Interviewer: “Welke kennis, <strong>in</strong>zicht en vaardighe<strong>de</strong>n heeft <strong>een</strong> hogeschooldocent<br />
nodig om mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren te begelei<strong>de</strong>n?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ik v<strong>in</strong>d dat als je naar kennis kijkt dat ze het totaaloverzicht van <strong>de</strong> 02_076_1_w_<br />
opleid<strong>in</strong>g moeten hebben. Dus ze moeten weten wat eraan vooraf is overzicht<br />
gegaan. Waar het naartoe gaat. Snap je wat ik bedoel? Ik moet weten<br />
wat die stu<strong>de</strong>nt <strong>in</strong> pabo-1 en pabo-2 zo’n beetje heeft gedaan. Hoe hij<br />
dat heeft gedaan en wat ik van hem kan verwachten. En ik moet ook<br />
weten wat ik aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het traject van hem verwacht.”<br />
curriculum 1<br />
02_076_1_w_<br />
overzicht<br />
curriculum<br />
Interviewer: “Dus ze moeten <strong>een</strong> globaal beeld hebben van Pabo-1 t/m Pabo-4.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, en ze moeten <strong>de</strong> vaardigheid hebben om <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten 06_022_1_w_ 06_022_1_w_<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht te kunnen coachen.”<br />
coach<strong>in</strong>g mentor coach<strong>in</strong>g mentor<br />
door coach door coach<br />
Interviewer: “Ja, ja.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “En ze moeten <strong>de</strong> vaardigheid hebben om uhm flexibel te kunnen<br />
werken. Dus het PDS-traject is uhm, kun je niet <strong>in</strong> <strong>een</strong> rooster gieten.<br />
Er gebeuren te veel onvoorziene d<strong>in</strong>gen. Daar moet je tegen kunnen.”<br />
Interviewer: “Dus je bedoelt ook flexibel kunnen werken, bijvoorbeeld tijd dan?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, ja.”<br />
Interviewer: “Dat bedoel je vooral met flexibel?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, tijd maar ook gebeuren er soms d<strong>in</strong>gen die je an<strong>de</strong>rs had gepland<br />
10_016_1_w_<br />
en dan moet je dus ook <strong>de</strong> flexibiliteit bezitten om daar op door te<br />
beschikbare tijd<br />
kunnen <strong>de</strong>nken. En niet <strong>de</strong>nken van ja maar, dat had ik zo gedacht en<br />
dan moet het ook persé ook zo gebeuren. An<strong>de</strong>rs dan klopt het niet.”<br />
coach<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ik weet te we<strong>in</strong>ig wat er <strong>in</strong> PABO-3 gebeurt. En soms v<strong>in</strong>d ik dat 02_076_1_f-_<br />
wel <strong>een</strong>s <strong>een</strong> na<strong>de</strong>el.”<br />
overzicht<br />
curriculum 2<br />
02_076_1_f-_<br />
overzicht<br />
curriculum<br />
“Ik v<strong>in</strong>d dat ik zelf wel goed ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht kan coachen.” 06_022_1_f+_ 06_022_1_f+_<br />
coach<strong>in</strong>g mentor coach<strong>in</strong>g mentor<br />
door coach door coach<br />
“Dat kost me nog steeds moeite. Het lukt me wel maar goed, ja, het<br />
10_016_1_f+_<br />
levert me nog wel druk op. Ja, en dan nog niet misschien <strong>een</strong>s uhm,<br />
beschikbare tijd<br />
zeg maar objectief <strong>in</strong> kaart te brengen werkdruk, maar veel meer <strong>de</strong><br />
ervaren werkdruk.”<br />
coach<br />
1<br />
02_076_1_w_overzicht curriculum = kenmerk 02_elementnummer_eerste <strong>in</strong>terview_wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g_elementnaam<br />
2<br />
02_076_1_f-_overzicht curriculum = kenmerk 02_elementnummer_eerste <strong>in</strong>terview_feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g_elementnaam<br />
112
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs bleken b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong>zelf<strong>de</strong> tekstfragment over<strong>een</strong>komstige zowel als<br />
verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n te co<strong>de</strong>ren. Het kwam meermalen voor dat <strong>de</strong> eerste co<strong>de</strong>ur <strong>een</strong><br />
trefwoord wel gebruikte en <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur niet en an<strong>de</strong>rsom (21 om 101 maal).<br />
Bij het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ waren <strong>de</strong> meeste verschillen tussen <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs<br />
aanwezig. Vervolgens bij het kenmerk ‘personele mid<strong>de</strong>len’ en het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong><br />
lijn’.<br />
Zoals <strong>in</strong> Tabel 5.4 zichtbaar is co<strong>de</strong>er<strong>de</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur het laatste ge<strong>de</strong>elte van dit citaat<br />
over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g met het element ‘beschikbare tijd coach’. De eerste co<strong>de</strong>ur<br />
co<strong>de</strong>er<strong>de</strong> dit fragment niet. B<strong>in</strong>nen hetzelf<strong>de</strong> citaat wordt dus <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r element en<br />
tegelijkertijd <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r trefwoord gebruikt.<br />
Een vergelijkbaar verschil bleek ook bij <strong>een</strong> enkele uitspraak over <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g.<br />
Voor het overige was bij <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen sprake van meer over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g dan van verschil.<br />
De kwalitatieve vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> geco<strong>de</strong>er<strong>de</strong> documenten liet zien dat bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs<br />
ongeveer 80% van <strong>de</strong> door hen gebruikte trefwoor<strong>de</strong>n toeken<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> uitspraken.<br />
Geor<strong>de</strong>nd naar <strong>de</strong> zeven on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n componenten wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong> nu volgen<strong>de</strong> paragrafen <strong>een</strong><br />
beschrijv<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> analyses. De beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eerste case<br />
verliep per component. De nu voorliggen<strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g heeft vooral tot doel het verkregen<br />
ontwerp van componenten-kenmerken-elementen aan te vullen of bij te stellen. Daarom is <strong>de</strong><br />
beschrijv<strong>in</strong>g gericht op verschillen <strong>in</strong> uitspraken tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g en<br />
verschillen per actorgroep tussen I1 en I2 en tussen <strong>de</strong> eerste en twee<strong>de</strong> case.<br />
Het beg<strong>in</strong> van elke paragraaf start steeds met <strong>een</strong> omschrijv<strong>in</strong>g van elk van <strong>de</strong> 19<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n kenmerken. Samen met <strong>de</strong> componenten en <strong>de</strong> elementen ontstaat daarmee <strong>een</strong><br />
ontwerp van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
5.4 Resultaten kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
5.4.1 Component 1. On<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
1 On<strong>de</strong>rwijsaanbod 1 Balans theorie en praktijk 3 56<br />
2 Doorgaan<strong>de</strong> lijn 6 152<br />
In <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> 24 <strong>in</strong>terviews wer<strong>de</strong>n 208 uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g<br />
had<strong>de</strong>n op negen van <strong>de</strong> oorspronkelijke 10 elementen die wer<strong>de</strong>n afgeleid uit <strong>de</strong> uitspraken<br />
van <strong>de</strong> actoren uit case 1.<br />
Over het element ‘cont<strong>in</strong>uïteit’ van het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties<br />
van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews van <strong>de</strong> actoren uit case 2 g<strong>een</strong> uitspraken aantroffen.<br />
De gegevens uit <strong>de</strong> box laten dan ook zien dat <strong>de</strong> het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case is opgebouwd uit zes <strong>in</strong> plaats van zeven elementen.<br />
113
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Kenmerk 1. Balans theorie en praktijk<br />
In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bestaat <strong>een</strong> zeker evenwicht tussen theorie en praktijk.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is uitgerust met gevarieer<strong>de</strong> leerroutes waarbij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
kan pen<strong>de</strong>len tussen <strong>in</strong>formatie, subjectief concept en praktijk. Er is sprake van <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
<strong>in</strong>tegratie van hogeschoolactiviteiten en activiteiten op <strong>de</strong> werkplek <strong>in</strong> <strong>de</strong> basisschool. Er is<br />
balans tussen <strong>de</strong> eisen vanuit <strong>de</strong> werkplek en <strong>de</strong> eisen vanuit het theoretisch aanbod vanuit <strong>de</strong><br />
hogeschool. Bei<strong>de</strong> soorten eisen wor<strong>de</strong>n gestuurd vanuit <strong>de</strong> vastgestel<strong>de</strong> (start)bekwaam-<br />
heidseisen.<br />
Voor <strong>de</strong> drie on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties 14<br />
trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt. Deze wer<strong>de</strong>n aan 56 (31 <strong>in</strong> case 1) uitspraken toegekend. Deze 56<br />
aangetroffen uitspraken bleken ongelijk ver<strong>de</strong>eld over <strong>de</strong> drie elementen: 51-2-3 (Bijlagetabel<br />
E.1). In Bijlagetabel D.1 zijn voor het kenmerk ‘balans theorie en praktijk’ enkele meest<br />
relevante uitspraken gegeven van <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> drie actorgroepen.<br />
In <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop van het traject enkele verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen<br />
waargenomen over het kenmerk ‘balans theorie en praktijk’. Dit was met name het geval bij<br />
<strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> actorgroep basisschool en bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren g<strong>een</strong> verschuiv<strong>in</strong>gen vastgesteld. Alle actoren <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case waren van men<strong>in</strong>g dat theorie en praktijk <strong>in</strong> balans moeten zijn.<br />
Terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case bij g<strong>een</strong> van <strong>de</strong> actorgroepen uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen wat<br />
betreft <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g, was dit wel het geval <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Zo percipieer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case op één na alle actoren <strong>een</strong> balans tussen theorie en praktijk b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool werd <strong>de</strong> feitelijke uitspraak<br />
aangetroffen dat op <strong>de</strong> hogeschool <strong>de</strong> visie op het PDS-project b<strong>in</strong>nen het gehele curriculum<br />
<strong>in</strong> onvoldoen<strong>de</strong> mate was geëxpliciteerd. Tussen <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool en die van <strong>de</strong><br />
basisschool liepen <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> balans tussen theorie en praktijk wel uit<strong>een</strong>.<br />
In Tabel 5.5 is zichtbaar gemaakt hoe gaan<strong>de</strong>weg het leerwerktraject <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong><br />
actoren van <strong>de</strong> basisschool en hogeschool over het element ‘balans praktijk theorie’ g<strong>in</strong>gen<br />
over<strong>een</strong>stemmen.<br />
Tabel 5.5 Uitspraken over het element ‘balans praktijk theorie’ uit <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong><br />
directeur van <strong>de</strong> basisschool over <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Vraag Aan welke eigenschappen heeft <strong>de</strong> hogeschool voldaan?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Er moet <strong>een</strong> balans zijn tussen theorie en praktijk. Ja, ik <strong>de</strong>nk dat dat zeker wel gebeurd is.<br />
(f+) En zeker na <strong>de</strong> eerste aanloopperikelen dat er wat meer afgestemd is over ja, waar gebruik<br />
je nou theorie voor. Waar hebben <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren het voor nodig. En waar kunnen ze het<br />
gaan halen. Dat daar uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk veel meer uhm naar elkaar toe gegroeid is van ja, <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad,<br />
die aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
En wij had<strong>de</strong>n vroeger toch zo van vooral <strong>de</strong> praktijk is heel belangrijk. De hogeschool had <strong>in</strong><br />
eerste <strong>in</strong>stantie van ja maar zon<strong>de</strong>r theorie kan het niet. En later is dat toch meer gekoppeld.<br />
De theorie die je bij <strong>de</strong>ze praktijk nodig hebt, die kun je van ons krijgen of die kun je daar<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. En ook <strong>de</strong> mentoren hier op school, <strong>de</strong> coaches hier op school, hebben daar <strong>een</strong> beetje<br />
<strong>een</strong> draai <strong>in</strong> gevon<strong>de</strong>n. Zo dat het <strong>in</strong> goed evenwicht is gewor<strong>de</strong>n.”<br />
Interviewer: “Uhm, je zegt beg<strong>in</strong> en later. Beg<strong>in</strong>, bedoel je dan het beg<strong>in</strong> van het PDS-traject? Het<br />
allereerste beg<strong>in</strong>, dat hier is gestart met twee zij-<strong>in</strong>stromers?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja. Ja. We hebben dui<strong>de</strong>lijk gemerkt dat er an<strong>de</strong>re verwacht<strong>in</strong>gen bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
leef<strong>de</strong>n. An<strong>de</strong>re verwacht<strong>in</strong>gen hier en an<strong>de</strong>re verwacht<strong>in</strong>gen bij <strong>de</strong> hogeschool. Maar dat is<br />
ook logisch. Het zijn, van oudsher waren dat drie verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>zichten.”<br />
114
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tenslotte bleek het overgrote <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g met name<br />
aangetroffen te wor<strong>de</strong>n bij het element ‘balans praktijk theorie’ (41 uitspraken uit <strong>in</strong> totaal 45<br />
uitspraken).<br />
Kenmerk 2. Doorgaan<strong>de</strong> lijn<br />
Het leerwerktraject kenmerkt zich door <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wordt gewerkt met ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen die bestaan uit<br />
samenhangen<strong>de</strong> en op<strong>een</strong>volgen<strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> termen van kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en<br />
houd<strong>in</strong>gen. Dit impliceert dat sprake is van <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijsaanbod met <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn<br />
zodat <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>ue ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt bevor<strong>de</strong>rd. Bij programmer<strong>in</strong>g<br />
via ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen zijn voor elke ontwikkel<strong>in</strong>gslijn <strong>de</strong> te bereiken e<strong>in</strong>dtermen of<br />
competenties beschreven. De mentor en coach hebben <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar hier <strong>een</strong> voorname <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke taak. Zij zorgen voor materialen en metho<strong>de</strong>n die<br />
voorzien <strong>in</strong> <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>uïteit zodat <strong>een</strong> aanbod mogelijk wordt dat <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>u leerproces bij <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar bevor<strong>de</strong>rt. Afspraken zijn vastgelegd over het aanbod voor <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
perio<strong>de</strong>s. Naast <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n gaat het bij aanbod ook om <strong>de</strong> activiteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
zelf zoals het werken met POP’s. Gedragsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g is daarbij te zien als <strong>een</strong> langdurig en<br />
cont<strong>in</strong>u proces. Er wordt gewerkt met <strong>een</strong> flexibel curriculum en <strong>in</strong> <strong>de</strong> programmer<strong>in</strong>g is<br />
aandacht voor <strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke opbouw.<br />
Het twee<strong>de</strong> kenmerk van <strong>de</strong> component ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’ betreft <strong>de</strong> ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’. Uit <strong>de</strong><br />
uitspraken van <strong>de</strong> actoren wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case zeven elementen afgeleid. In Bijlagetabel<br />
D.2 zijn voor dit kenmerk enkele meest relevante uitspraken gegeven van <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong><br />
drie actorgroepen. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties 28 (29 <strong>in</strong> case 1)<br />
verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt, waarmee <strong>in</strong> totaal 152 (146 <strong>in</strong> case 1) uitspraken wer<strong>de</strong>n<br />
geco<strong>de</strong>erd. Deze uitspraken had<strong>de</strong>n betrekk<strong>in</strong>g op 6 van <strong>de</strong> 7 elementen van dit kenmerk. Er<br />
wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen die waren te herlei<strong>de</strong>n tot het element ‘cont<strong>in</strong>uïteit’.<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, bleek het meren<strong>de</strong>el (68) van <strong>de</strong> uitspraken wat betreft <strong>de</strong><br />
‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ te gaan over het element ‘aanbod aan kennis’. Net zo m<strong>in</strong> als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste<br />
case kon<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> uitspraken voor dit kenmerk opmerkelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
geduren<strong>de</strong> het traject wor<strong>de</strong>n afgeleid.<br />
Een aanscherp<strong>in</strong>g van het element ‘aanbod van kennis’ werd <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview door <strong>de</strong><br />
actorgroep basisschool gegeven waar<strong>in</strong> zij het toepassen van kennis <strong>in</strong> meer<strong>de</strong>re contexten<br />
benadrukten. Een aanstaan<strong>de</strong> leraar zou volgens hen veel verschillen<strong>de</strong> situaties moeten<br />
ervaren om zo zijn eigen on<strong>de</strong>rwijsvisie te ontwikkelen (‘aanbod van kennis’). Vergelijkbaar<br />
met <strong>de</strong> eerste case stond bij het aanbie<strong>de</strong>n van (nieuwe) kennis voor alle drie <strong>de</strong> actorgroepen<br />
<strong>de</strong> mentor als cruciale persoon centraal. De aanstaan<strong>de</strong> leraren von<strong>de</strong>n het van belang dat <strong>de</strong><br />
mentor goed kan uitleggen. Een relevante aanvull<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> eerste case bo<strong>de</strong>n enkele<br />
uitspraken over het aanbie<strong>de</strong>n van kennis door <strong>de</strong> coach van <strong>de</strong> hogeschool. Volgens <strong>de</strong><br />
actoren van <strong>de</strong> hogeschool dient <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te <strong>leren</strong> om systematisch <strong>een</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoek op te zetten, te verantwoor<strong>de</strong>n, uit te voeren en te presenteren. Ook dient <strong>de</strong> coach<br />
<strong>de</strong> mentor recente theorieën aan te bie<strong>de</strong>n om bij <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> te<br />
zetten. Ook <strong>de</strong> mentor moet goed ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong> boeken duiken’ en het lerarenteam moet voldoen<strong>de</strong><br />
kwaliteiten hebben om kennis te kunnen overdragen aldus <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool.<br />
115
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
In Tabel 5.6 is <strong>een</strong> voorbeeld gegeven waar<strong>in</strong> het element ‘aanbod van kennis’ centraal staat.<br />
Tabel 5.6 Uitspraken over het element ‘aanbod van kennis’ uit <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> mentor over <strong>de</strong><br />
wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Vraag Aan welke eigenschappen moet <strong>een</strong> partnerschool voldoen, wil het <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g<br />
bie<strong>de</strong>n voor aanstaan<strong>de</strong> leraren?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>:<br />
116<br />
“Ja, ja, en ik <strong>de</strong>nk sowieso ook wel <strong>in</strong> elk geval <strong>de</strong> kwaliteiten van <strong>de</strong> leraren, <strong>de</strong>nk ik. Heel<br />
belangrijk. Absoluut. Want uhm, dat heb ik vorig jaar ook gemerkt, dat het gewoon heel moeilijk was<br />
om als mentor <strong>in</strong> <strong>een</strong> keer weer met die hele theorie bezig te zijn. En je voelt je best onzeker dan.<br />
Want ja je hoort wel <strong>een</strong> hoop, maar je <strong>de</strong>nkt van oh jee, hoe zat dat ook alweer. En na <strong>een</strong> jaar heb<br />
je zoiets van nou ja, het valt allemaal wel mee.<br />
Want je moet heel veel over je eigen visie praten. Je moet weer <strong>de</strong> boeken <strong>in</strong>duiken. En ja, ik merk<br />
ook wel bijvoorbeeld, Mario (an<strong>de</strong>re mentor) nou die heeft die perio<strong>de</strong> ook weer gehad. Van oh, hoe<br />
moet dat nou allemaal, die theorie allemaal erbij. Ja, achteraf kom je er achter, dat heb je gewoon<br />
nodig. Het is belangrijk. Maar je moet het wel doen.”<br />
“Ik mis dus theoretische on<strong>de</strong>rgrond. Dat merk ik dus aan sommige gesprekken.” (f-)<br />
Zoals <strong>in</strong> Tabel 5.6 bij <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g staat aangegeven, gaf <strong>een</strong> mentor uit <strong>de</strong><br />
actorgroep basisschool te kennen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar onvoldoen<strong>de</strong> kennis te kunnen<br />
aanbie<strong>de</strong>n vanwege het gemis van theoretische on<strong>de</strong>rgrond (‘f- aanbod van kennis’).<br />
In <strong>de</strong> eerste case maakte <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
kenbaar dat het feitelijk aanbod van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool vol<strong>de</strong>ed aan hun<br />
verwacht<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case was dit voor driekwart van <strong>de</strong> actorgroep basisschool het<br />
geval (‘f+ aanbod van kennis’). De actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren percipieer<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> coach<br />
en <strong>de</strong> mentoren voldoen<strong>de</strong> theorie- en praktijkkennis bezaten en die ook kon<strong>de</strong>n overdragen.<br />
In tegenstell<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n er g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen waaruit kon blijken<br />
dat zij onvoldoen<strong>de</strong> geïnformeerd zou<strong>de</strong>n zijn over het leerwerktraject.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool zowel op I1 als op I2 uitspraken<br />
gedaan over het belang dat het team <strong>een</strong> houd<strong>in</strong>g laat zien vanuit hun on<strong>de</strong>rwijsvisie. En<br />
tevens dat het team daarover voortdurend met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> gesprek moet gaan<br />
opdat <strong>de</strong>ze ook zelf <strong>een</strong> eigen on<strong>de</strong>rwijsvisie kan ontwikkelen (‘aanbod van houd<strong>in</strong>gen’).<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case spraken <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> hogeschool uit dat<br />
vooral <strong>de</strong> coach zicht moet hebben op het leerwerktraject van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (‘overzicht<br />
curriculum’). Dergelijke uitspraken wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case ook bij <strong>de</strong> actorgroep<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren aangetroffen. Volgens <strong>een</strong> actor van <strong>de</strong> hogeschool hebben mentoren te<br />
we<strong>in</strong>ig zicht op <strong>de</strong> eisen die gel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> startbekwaamheid (‘f- overzicht curriculum’).<br />
Waar <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case door <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraar zes uitspraken wer<strong>de</strong>n gedaan<br />
over <strong>een</strong> aanbod dat <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>u leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bevor<strong>de</strong>rt (‘cont<strong>in</strong>uïteit’),<br />
<strong>de</strong>ed <strong>in</strong> case 2 g<strong>een</strong> van <strong>de</strong> actoren uitspraken over dit element.<br />
Bij dit kenmerk bleek tenslotte meer sprake van over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g dan van verschillen tussen<br />
<strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>in</strong> hun 92 uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g (zie Bijlagetabel E.1). Over 6 van <strong>de</strong> 7 elementen wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze case<br />
uitspraken aangetroffen. Bij drie ervan was <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk sprake van meer over<strong>een</strong>komst dan<br />
van verschillen bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen en voor één bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong><br />
actorgroepen. Over het element ‘aanbod van houd<strong>in</strong>gen’ wer<strong>de</strong>n all<strong>een</strong> uitspraken<br />
aangetroffen bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool.
5.4.2 Component 2. Leerklimaat<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
2 Leerklimaat 3 Emotioneel veilig 4 187<br />
4 Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g 10 280<br />
Bij <strong>de</strong> kwalitatieve analyses van <strong>de</strong> transcripties wer<strong>de</strong>n 467 uitspraken aangetroffen over 14<br />
van <strong>de</strong> 15 elementen van <strong>de</strong> component ‘leerklimaat’. Over het element ‘relatie directie’ van<br />
het kenmerk ‘emotioneel veilig’ werd g<strong>een</strong> enkele uitspraak aangetroffen.<br />
Kenmerk 3. Emotioneel veilig<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is emotioneel veilig en <strong>in</strong>spirerend.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krijgt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> vertrouwensband met<br />
mentor en coach. Hij wordt geaccepteerd door mentor, directie, coach, teamle<strong>de</strong>n en krijgt<br />
van hen op positieve wijze commentaar op zijn functioneren. Zijn competentiegevoel wordt<br />
ontwikkeld en hij wordt uitgenodigd om eigen leervragen te stellen.<br />
Voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties wer<strong>de</strong>n 18 (21 <strong>in</strong> case 1) verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n<br />
gebruikt, waarover <strong>in</strong> totaal 187 maal uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Deze 187 uitspraken<br />
bleken te herlei<strong>de</strong>n tot vier elementen (136 en 5 <strong>in</strong> case 1). Terwijl <strong>in</strong> het meren<strong>de</strong>el (48) van<br />
<strong>de</strong>ze uitspraken <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case het element ‘relatie’ centraal stond, was dit het element<br />
‘acceptatie team bas’ (69) <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case, gevolgd door ‘sfeer’ (56) en ‘relatie’ (52).<br />
Bijlagetabel D.3 geeft <strong>een</strong> overzicht van uitspraken over <strong>de</strong> vijf elementen van het kenmerk<br />
‘emotioneel veilig’.<br />
Terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case g<strong>een</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n gedaan door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren over het<br />
element ‘competentiegevoel’, werd dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case niet door <strong>de</strong> actorgroep hogeschool<br />
gedaan. Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case was het opvallend dat <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool g<strong>een</strong><br />
uitspraken <strong>de</strong><strong>de</strong>n over <strong>de</strong> elementen ‘relatie’ of ‘sfeer’. Bovendien bleek g<strong>een</strong> van <strong>de</strong><br />
actorgroepen <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case uitspraken te doen over ‘relatie directie’.<br />
Op één uitspraak bij het element ‘relatie’ na, wer<strong>de</strong>n alle elementen van het kenmerk<br />
‘emotioneel veilig’ als feitelijke positief gepercipieerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De ene<br />
uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g betrof het wegens tijdgebrek onvoldoen<strong>de</strong> kunnen opbouwen van <strong>een</strong> goe<strong>de</strong><br />
relatie tussen <strong>de</strong> coach en <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (‘f- relatie’).<br />
In Tabel 5.7 wordt van enkele elementen van het kenmerk ‘emotioneel veilig’ <strong>een</strong> voorbeeld<br />
gegeven.<br />
Tabel 5.7 Uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> mentor respectievelijk uit het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong><br />
teamlid over <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
“Ik v<strong>in</strong>d dat het <strong>een</strong> school zou moeten zijn met sfeer. Ik zeg niet dat als dat stukje ontbreekt dat die stu<strong>de</strong>nt<br />
zich daar dan niet kan ontwikkelen. Maar ja, dat is zo belangrijk. Dat er <strong>een</strong> sfeer is, <strong>een</strong> veilige omgev<strong>in</strong>g. Het<br />
team moet samen kunnen lachen, humor.” (‘f+ sfeer’)<br />
“Ik merk het <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval aan Irma van dat is ook <strong>een</strong> meid, die zelf heel direct is en eerlijk. Dus dat maakt het<br />
heel gemakkelijk om heel direct en eerlijk terug te zijn. En ik merk dat ik het zelf ook heel erg prettig v<strong>in</strong>d.”<br />
(‘f+ relatie’)<br />
“Ja, <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren opnemen als teamlid. Want wij zien ze ook echt als teamle<strong>de</strong>n. En die<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n geven we ze dus ook. Zo gaan we er ook eigenlijk mee om.” (‘f+ acceptatie team’)<br />
117
Kenmerk 5. Leren<strong>de</strong> organisatie<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie.<br />
De <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie impliceert dat <strong>een</strong> voortdurend leer- en ontwikkel<strong>in</strong>gsproces<br />
gebruikelijk is van alle betrokkenen: aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, directie, teamle<strong>de</strong>n en coach.<br />
Dit kenmerk veron<strong>de</strong>rstelt <strong>een</strong> open leerhoud<strong>in</strong>g. Alle betrokkenen staan open voor<br />
vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten. Een <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie is <strong>een</strong> organisatie die bewust is gericht op<br />
het <strong>leren</strong> en het leervermogen op het niveau van het <strong>in</strong>dividu, <strong>de</strong> groep en van <strong>de</strong> organisatie<br />
als geheel. Met als doel <strong>de</strong>ze op zodanige wijze met elkaar te verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat er cont<strong>in</strong>u<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g optreedt op alle drie <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> niveaus <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> door allen<br />
gewenste richt<strong>in</strong>g (Bolhuis & Simons, 2001).<br />
In <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviewtranscripties wer<strong>de</strong>n 61 uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op het<br />
kenmerk ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ (27 <strong>in</strong> case 1). In <strong>de</strong>ze uitspraken waren bei<strong>de</strong> elementen<br />
‘ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert’ en ‘vernieuw<strong>in</strong>g’ herkenbaar. Een overzicht is gegeven <strong>in</strong> Bijlagetabel D.5.<br />
In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste case kwamen bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool op I2 enkele<br />
aanvullen<strong>de</strong> uitspraken naar voren. Deze behels<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> mentor ook actief <strong>de</strong> over het<br />
functioneren <strong>in</strong> <strong>een</strong> leerwerktraject opgedane kennis aan an<strong>de</strong>ren over zou moeten dragen. Het<br />
enthousiasmeren van <strong>de</strong> collega’s, <strong>in</strong> en buiten <strong>de</strong> school werd benadrukt. Van dit laatste<br />
verwachtten <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten <strong>een</strong> olievlekwerk<strong>in</strong>g naar an<strong>de</strong>re scholen. Ze benadrukten het<br />
voortdurend van en met elkaar <strong>leren</strong>. Een opvallend verschil met <strong>de</strong> eerste case was overigens<br />
dat bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren over bei<strong>de</strong> elementen van het kenmerk ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ nu<br />
g<strong>een</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Bij <strong>de</strong> actorgroep hogeschool werd <strong>de</strong> uitspraak<br />
aangetroffen samen te willen <strong>leren</strong> met <strong>de</strong> basisschool (‘ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert’). De actoren<br />
benadrukten bereid te zijn hun expertise <strong>in</strong> te zetten voor <strong>de</strong> schoolontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
basisschool (‘vernieuw<strong>in</strong>g’).<br />
Terwijl <strong>in</strong> case 1 bij <strong>een</strong> enkele actor <strong>een</strong> negatieve uitspraak (f-) werd aangetroffen over <strong>de</strong><br />
feitelijke aanwezigheid van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> elementen, <strong>de</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong> actorgroep basisschool en<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> case 2 enkel positieve uitspraken (f+). Het totaal aantal bij dit kenmerk<br />
aangetroffen uitspraken was aanzienlijk hoger dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case (61 om 27).<br />
Kenmerk 6. Professionaliser<strong>in</strong>g<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door op het beroep gericht <strong>leren</strong> en ontwikkelen.<br />
De kenmerken ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ en ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ zijn nauw gerelateerd. Immers<br />
<strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie veron<strong>de</strong>rstelt dat <strong>de</strong> actoren actief bij schoolontwikkel<strong>in</strong>gs- en<br />
vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten betrokken zijn. Of het nu gaat om verbeter<strong>in</strong>g, vernieuw<strong>in</strong>g of<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> betrokken actoren zullen doorgaans mee moeten veran<strong>de</strong>ren. Dit impliceert<br />
dat sprake is van <strong>een</strong> voortdurend op het beroep gericht ontwikkelen en <strong>leren</strong> en daarmee van<br />
<strong>de</strong>skundigheidsbevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> het team van leraren<br />
sprake van collegiale coach<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>terne schol<strong>in</strong>g van externe on<strong>de</strong>rsteuners. De focus is<br />
gericht op samenwerk<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g. Er zijn mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie<br />
met collega’s, ou<strong>de</strong>rs, leid<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong>n en externe on<strong>de</strong>rsteuners. Alle betrokkenen,<br />
waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, ontwikkelen zich voortdurend. De mentor wordt daarbij<br />
door <strong>de</strong> coach systematisch gecoacht.<br />
119
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Van <strong>de</strong> 11 elementen die gebaseerd waren op 176 uitspraken uit <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n er 10<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case herkend <strong>in</strong> 273 uitspraken. Voor <strong>de</strong>ze uitspraken wer<strong>de</strong>n 41 (46 <strong>in</strong> case 1)<br />
verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt. Een overzicht van uitspraken van <strong>de</strong> actoren over het<br />
kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ is <strong>in</strong> Bijlagetabel D.6 opgenomen.<br />
Bij g<strong>een</strong> van <strong>de</strong> drie actorgroepen zijn opvallen<strong>de</strong> verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken ten opzichte<br />
van <strong>de</strong> eerste case aangetroffen. Wel wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terview enkele aanvullen<strong>de</strong> uitspraken aangetroffen over het element ‘competentiegericht<br />
IPB’. Daaruit sprak <strong>de</strong> wenselijkheid dat van het bestuur <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van <strong>in</strong>tegraal<br />
personeelsbeleid, actief beleid werd verwacht om <strong>de</strong> scholen te stimu<strong>leren</strong> zich te ontwikkelen<br />
tot partnerschool. Ver<strong>de</strong>r zou functiedifferentiatie b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> partnerschool <strong>de</strong> leraren wellicht<br />
<strong>de</strong> mogelijkheid kunnen bie<strong>de</strong>n zich expliciet te bekwamen <strong>in</strong> mentor<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> leerwerktraject. Een laatste aanvull<strong>in</strong>g betrof het on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g koppelen van<br />
organisatie- en persoonlijke belangen. De actoren zien <strong>in</strong> <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid tevens<br />
<strong>een</strong> ‘juiste match van schoolontwikkel<strong>in</strong>g en persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g’.<br />
Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case werd <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken door actoren van alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>de</strong><br />
‘coach<strong>in</strong>g mentor door coach’ benadrukt. Aanvullend op <strong>de</strong> eerste case <strong>de</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong> actoren van<br />
<strong>de</strong> basisschool zowel als die van <strong>de</strong> hogeschool <strong>de</strong> uitspraak dat <strong>de</strong> ‘ervaren mentor’ <strong>een</strong><br />
coörd<strong>in</strong>eren<strong>de</strong> taak zou kunnen krijgen b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject. Een ‘ervaren’ mentor<br />
duid<strong>de</strong>n zij daarbij aan als <strong>een</strong> leraar die <strong>in</strong> <strong>een</strong> eer<strong>de</strong>r schooljaar reeds als mentor b<strong>in</strong>nen het<br />
leerwerktraject fungeer<strong>de</strong>. Diens taak zou dan bestaan uit het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar bij het opzetten van <strong>de</strong> POP’s en het on<strong>de</strong>rsteunen bij <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toets<strong>in</strong>g.<br />
Bovendien zou <strong>de</strong>ze mentor kunnen fungeren als vraagbaak voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren zowel<br />
als voor <strong>de</strong> ‘nieuwe’ mentoren. Vastgesteld is dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk twee leraren <strong>de</strong>ze rol ook<br />
daadwerkelijk (f+) uitoefen<strong>de</strong>n, waarvan één bovendien voor <strong>een</strong> dag<strong>de</strong>el was vrijgemaakt.<br />
Een an<strong>de</strong>re aanvull<strong>in</strong>g had betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> aanwezigheid b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject van<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met ou<strong>de</strong>rs (‘<strong>in</strong>teractie externen’). Ook werd op het belang van<br />
<strong>de</strong> rol en taken van <strong>de</strong> directie gewezen. Daarover werd bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>de</strong><br />
uitspraak aangetroffen dat <strong>de</strong> directie <strong>een</strong> <strong>in</strong>formeren<strong>de</strong> rol speelt voor <strong>de</strong> leraren zon<strong>de</strong>r<br />
specifieke taken <strong>in</strong> het leerwerktraject.<br />
Deze rol dachten <strong>de</strong> actoren hem ook toe, maar dan voor alle leraren, bij nieuwe<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen op bestuursniveau. An<strong>de</strong>rsom evenzo voor het terugkoppelen naar het bestuur<br />
van <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>gen met het leerwerktraject (‘<strong>in</strong>teractie directie’). In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste<br />
case wer<strong>de</strong>n over het element ‘on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g’ g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen.<br />
Met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> elementen ‘schol<strong>in</strong>g mentor, team’ en ‘competentiegericht IPB’<br />
percipieer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong> elementen van dit kenmerk positief aanwezig. De actorgroep<br />
basisschool gaf <strong>in</strong> dit verband aan dat twee van <strong>de</strong> vier mentoren door <strong>de</strong> hogeschool<br />
specifiek waren geschoold <strong>in</strong> mentor<strong>in</strong>g. In het verleng<strong>de</strong> hiervan werd <strong>de</strong> uitspraak<br />
aangetroffen dat bij <strong>een</strong> PDS-traject professionaliser<strong>in</strong>g van alle teamle<strong>de</strong>n wenselijk is. Dat<br />
was nu niet gebeurd (f-).<br />
120
Kenmerk 7. Zelfstur<strong>in</strong>g<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g omvat het leerwerktraject <strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke overgang naar<br />
zelfsturend <strong>leren</strong> en werken.<br />
Deze kenmerken<strong>de</strong> eigenschap houdt <strong>in</strong> dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> navigatie <strong>in</strong><br />
het leerwerktraject langzamerhand wordt overgelaten aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Hij wordt<br />
me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk gemaakt voor zijn eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g en krijgt daarbij<br />
ruimte om zelfstandig besliss<strong>in</strong>gen te nemen over het on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> eigen groep. De eigen<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het leerproces neemt dan evenzo toe. Consequentie hiervan voor<br />
<strong>de</strong> mentor is <strong>een</strong> zoeken naar evenwicht tussen enerzijds begeleid<strong>in</strong>g en stur<strong>in</strong>g en an<strong>de</strong>rzijds<br />
zelfontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Daarmee is dit kenmerk sterk gerelateerd aan<br />
kenmerk 16 ‘zorgen voor ownership’.<br />
Uit <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews wer<strong>de</strong>n 24 uitspraken aangetroffen waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> ‘overgang<br />
naar zelfsturend <strong>leren</strong>’ centraal stond. Deze waren all<strong>een</strong> afkomstig van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong><br />
basisschool en <strong>de</strong> hogeschool. Bijlagetabel D.7 laat <strong>de</strong> uitspraken per actorgroep zien over het<br />
ene element van het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’.<br />
In Tabel 5.8 zijn weer enkele voorbeel<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> uitspraken opgenomen.<br />
Tabel 5.8 Uitspraken uit het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> bovenschools manager over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> het element ‘overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong>’<br />
centraal staat.<br />
Vraag Aan welke eisen moet <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g voldoen?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: <br />
Interviewer: <br />
Geïnterview<strong>de</strong>:<br />
“Ja, daar heb ik <strong>een</strong> cruciale gemist. En dat is dus dat niet all<strong>een</strong> reflecteren op eigen han<strong>de</strong>len, maar<br />
wat is <strong>de</strong> maat die je daarbij hanteert. Wanneer ben je tevre<strong>de</strong>n over wat je ziet. En dat kan all<strong>een</strong><br />
maar, <strong>in</strong> <strong>een</strong> professionele organisatie zijn. De organisatie waar<strong>in</strong> je werkt. Wat vraagt die organisatie<br />
van mij. En het referentieka<strong>de</strong>r daarvoor is, wat zal die schoolontwikkel<strong>in</strong>g gaan <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n. Hoeveel<br />
personeel is daarvoor nodig. Welke kwaliteiten van personeel zijn daarvoor nodig. Heb ik die<br />
kwaliteiten. Nou prima. Heb ik die niet, dan ga ik kijken of ik bij mijn huidige personeel die<br />
kwaliteiten kan aanboren of kan ontwikkelen. Gaat dat niet, dan ga je personeel benoemen met die<br />
kwaliteiten. Die factor, <strong>de</strong> organisatiefactor is <strong>een</strong> hele belangrijke die ik daar gemist heb.”<br />
“Uhm, betekent dat ook, ik weet niet of ik dat zo mag zeggen, dat zo’n aanstaan<strong>de</strong> of starten<strong>de</strong> leraar<br />
zichzelf ook moet sturen <strong>in</strong> zijn eigen proces, reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>nd met wat <strong>de</strong> organisatie ook van hem<br />
vraagt?”<br />
“Ja, die moet zich van tevoren ook goed realiseren wil ik op ie<strong>de</strong>re school wel les gaan geven om nou<br />
maar <strong>een</strong>s wat te noemen. Bij onze sollicitatiegesprekken bouwen we heel expliciet <strong>een</strong> aantal<br />
momenten <strong>in</strong>. Eerst willen wij <strong>de</strong> kandidaat <strong>leren</strong> kennen. Een CV-gericht gesprek. Wat ben je voor<br />
iemand. Wat heb je gedaan. Dan ben je bij nieuwe stu<strong>de</strong>nten gauw klaar. Maar je kunt het er wel<br />
over hebben, hoe heb je je opleid<strong>in</strong>g zelf gestuurd. Hoe heb je daar het optimale uit gehaald.<br />
Natuurlijk, en daarna als wij v<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat <strong>een</strong> kandidaat, <strong>de</strong> kandidaat is die we zoeken, wat ons<br />
betreft. Dan is het aan die kandidaat van, hé en op welke school kom ik nou? En wat wordt daar van<br />
mij gevraagd? Waarmee hij dus aangeeft van hé, ik kan zelf ook bepalen of ik op <strong>een</strong> school wil<br />
werken. En ik wil het niet, per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie op ie<strong>de</strong>re school werken. En dat is heel goed.”<br />
“Basisschool en opleid<strong>in</strong>g beste<strong>de</strong>n hier we<strong>in</strong>ig aandacht aan.” (f-)<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case on<strong>de</strong>rschreven <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> actoren hun uitspraken uit het eerste<br />
<strong>in</strong>terview. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk aan <strong>de</strong> eerste case vergelijkbare uitspraken<br />
gedaan over het element ‘overgang naar zelfsturend’.<br />
121
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Een aanvull<strong>in</strong>g die uit <strong>de</strong> uitspraken naar voren kwam had betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar om gelei<strong>de</strong>lijk aan steeds meer zelfstandig <strong>in</strong>itiatieven te<br />
ontplooien. In dat verband werd tevens <strong>een</strong> uitspraak aangetroffen waaruit <strong>de</strong> gedachte sprak<br />
dat aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate gericht zijn zelfstandig hun <strong>in</strong>itiatieven ten aanzien<br />
van hun persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g te matchen met die van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> organisatie<br />
(‘f- overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong>’, vgl. ‘competentiegericht IPB’).<br />
Bijzon<strong>de</strong>r was dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case over zelfstur<strong>in</strong>g g<strong>een</strong> enkele uitspraak werd aangetroffen<br />
bij <strong>de</strong> actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren. Een twee<strong>de</strong> opmerkelijke waarnem<strong>in</strong>g is dat bovendien<br />
ook bij <strong>de</strong> twee an<strong>de</strong>re actorgroepen aanzienlijk m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitspraken over ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case (24 om 36).<br />
5.4.4 Component 4. Condities<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
4 Condities 8 Faciliter<strong>in</strong>g 12 135<br />
9 Gebruik van ICT 1 5<br />
10 Personele mid<strong>de</strong>len 3 185<br />
11 Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken 8 155<br />
12 Up-to-date mid<strong>de</strong>len 3 62<br />
Uit <strong>in</strong> totaal 542 uitspraken wer<strong>de</strong>n 26 van <strong>de</strong> 30 oorspronkelijke elementen ook <strong>in</strong> case 2<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. G<strong>een</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen over het element ‘f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door<br />
overheid’ van het kenmerk ‘Faciliter<strong>in</strong>g’ en over <strong>de</strong> elementen ‘ICT <strong>in</strong>ternet’ en ‘ICT<br />
simulatie’ van het kenmerk ‘Gebruik van ICT’. Ook over het element ‘afspraken asl-hos’<br />
wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen. Daarentegen werd wel <strong>een</strong> drietal uitspraken<br />
aangetroffen met als kern het maken van afspraken waarbij nadrukkelijk alle drie <strong>de</strong><br />
actorgroepen zijn betrokken. Op grond daarvan is het element ‘afspraken bas-asl-hos’<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n dat gezien <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge verwantschap met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re elementen ervan, is<br />
on<strong>de</strong>rgebracht bij het kenmerk ‘Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’.<br />
Kenmerk 8. Faciliter<strong>in</strong>g<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door a<strong>de</strong>quate faciliter<strong>in</strong>g en prioriter<strong>in</strong>g.<br />
Besturen en directies van <strong>de</strong> aan <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
on<strong>de</strong>rsteunen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> en werken. Ze prioriteren <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van en<br />
<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject. Ze stimu<strong>leren</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bij het<br />
<strong>leren</strong> en werken, hou<strong>de</strong>n reken<strong>in</strong>g met verschillen tussen aanstaan<strong>de</strong> en zitten<strong>de</strong> leraren,<br />
nemen suggesties of i<strong>de</strong>eën van aanstaan<strong>de</strong> leraren serieus en zorgen voor <strong>de</strong> nodige<br />
faciliter<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> leer- en werkopdracht en van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g.<br />
Uit <strong>de</strong> 135 uitspraken bij dit kenmerk (82 <strong>in</strong> case 1) wer<strong>de</strong>n 12 van <strong>de</strong> 13 elementen uit <strong>de</strong><br />
eerste case herkend. Voor <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g wer<strong>de</strong>n 38 verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n (27 <strong>in</strong> case 1)<br />
gebruikt. In Bijlagetabel D.8 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van uitspraken van <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen over <strong>de</strong> elementen van dit kenmerk. In aanvull<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> eerste case <strong>de</strong>ed <strong>de</strong><br />
actorgroep hogeschool bij het element ‘faciliter<strong>in</strong>g door hos’ <strong>de</strong> uitspraak dat faciliter<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> basisschool door <strong>de</strong> hogeschool zou kunnen plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n met gesloten beurzen. Dit door<br />
professionele leerwerkgem<strong>een</strong>schappen te vormen.<br />
122
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Daarbij kan <strong>de</strong> hogeschool <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong> haar schoolontwikkel<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rsteunen en <strong>de</strong><br />
leraren professionaliseren op het gebied van mentor<strong>in</strong>g.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bleken <strong>de</strong> meeste (20) uitspraken te gaan over ‘faciliter<strong>in</strong>g door bestuur’. In<br />
<strong>de</strong> eerste case was dit ten aanzien van het ‘zicht hou<strong>de</strong>n’ op het proces door <strong>de</strong> bovenschools<br />
manager (14 uitspraken). De actorgroepen basisschool en hogeschool <strong>de</strong><strong>de</strong>n <strong>de</strong> uitspraak dat<br />
het schoolbestuur en het bovenschools management <strong>een</strong> beleid op werkplek<strong>leren</strong> moesten<br />
ontwikkelen en scholen voor <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g dienen te on<strong>de</strong>rsteunen en te faciliteren. Deze<br />
elementen wer<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en hogeschool als feitelijk onvoldoen<strong>de</strong><br />
gepercipieerd (‘f- faciliter<strong>in</strong>g door bestuur/manager’). Bovendien duid<strong>de</strong>n enkele actoren van<br />
<strong>de</strong> basisschool dat het schoolbestuur en het bovenschools management we<strong>in</strong>ig zicht hebben<br />
op het leerwerktraject.<br />
Alhoewel schoolbestuur en het bovenschools management achter het leerwerktraject ston<strong>de</strong>n,<br />
bleek er nog g<strong>een</strong> beleid ontwikkeld voor het oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. Evenm<strong>in</strong> om <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar die via <strong>een</strong> leerwerktraject is opgeleid, aan zich te b<strong>in</strong><strong>de</strong>n (‘f- zicht hou<strong>de</strong>n<br />
bestuur/manager’, ‘f- houd<strong>in</strong>g bestuur/manager’). Opvallend is dat bij <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case over dit kenmerk het hoogste aantal negatieve uitspraken werd aangetroffen. Bij dit<br />
kenmerk wer<strong>de</strong>n 23 negatieve uitspraken over <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aangetroffen op <strong>een</strong><br />
totaal van 85 negatieve uitspraken bij alle kenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze case.<br />
Tenslotte kwam <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actorgroep hogeschool het element<br />
‘prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g onvoldoen<strong>de</strong> tot zijn recht. In <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case werd bij <strong>de</strong>ze actorgroep hierover g<strong>een</strong> feitelijke uitspraak aangetroffen. Wel<br />
bleken <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en aanstaan<strong>de</strong> leraren dit element<br />
positief te percipiëren.<br />
Kenmerk 9. Gebruik van ICT<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kent <strong>een</strong> doordacht en functioneel gebruik van ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tekstverwerken, gebruik van<br />
e-mail, <strong>in</strong>ternetten vanzelfspreken<strong>de</strong> ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n. Daarmee is ICT <strong>een</strong> vast on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el<br />
van eigen on<strong>de</strong>rwijsleerproces en van het on<strong>de</strong>rwijsleerproces aan <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen.<br />
In <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n bij het kenmerk ‘gebruik van ICT’ drie elementen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. In<br />
<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bleef dit beperkt tot het ene element ‘ICT communicatie’. In totaal wer<strong>de</strong>n 5<br />
uitspraken aangetroffen (14 <strong>in</strong> case 1) bij dit element, waarvan net als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, g<strong>een</strong><br />
enkele van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren. In Bijlagetabel D.9 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van <strong>de</strong><br />
uitspraken van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en hogeschool over dit element.<br />
Bij <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en hogeschool zijn g<strong>een</strong> verschuiv<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken<br />
waargenomen bij het element ‘ICT communicatie’. De actorgroep hogeschool en basisschool<br />
hechten naast ‘face to face’ contact ook belang aan communicatie met behulp van ICT. Bij <strong>de</strong><br />
laatste actorgroep werd <strong>de</strong> uitspraak aangetroffen dat het e-mailcontact tussen <strong>de</strong> diverse<br />
betrokkenen voldoen<strong>de</strong> tot zijn recht was gekomen (‘f+ ICT communicatie’).<br />
In Tabel 5.9 zijn enkele uitspraken van <strong>een</strong> directeur en <strong>een</strong> mentor gegeven die dit<br />
illustreren.<br />
123
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Tabel 5.9 Uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview met <strong>de</strong> directeur van <strong>de</strong> hogeschool over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g,<br />
respectievelijk met <strong>een</strong> mentor van <strong>de</strong> basisschool over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> het element ‘ICT communicatie’ centraal staat.<br />
“Ik v<strong>in</strong>d dat <strong>de</strong> docent <strong>een</strong> laptop moet hebben. Dat <strong>een</strong> PDS-stu<strong>de</strong>nt…, dat is dus <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g die ik bedoel,<br />
met <strong>een</strong> digitaal portfolio moet kunnen werken.”<br />
“En dan zal <strong>de</strong> docent ook vaardig moeten zijn op <strong>de</strong> computer <strong>de</strong>nk ik. Vooral dat mailen. Het is toch allemaal<br />
op afstand. Maar zo houd je <strong>de</strong> lijnen toch wel dui<strong>de</strong>lijk <strong>in</strong> <strong>de</strong> hand. Dat je weet wat er gebeurt op school. En dat<br />
geldt voor jou als mentor precies hetzelf<strong>de</strong>. Het hoeft niet altijd <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van telefoongesprekken. Maar via<br />
mail kun je ook heel veel doen. “<br />
“En dat is ook wel gebeurd.” (f+).<br />
Kenmerk 10. Personele mid<strong>de</strong>len<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van personele mid<strong>de</strong>len.<br />
Voor het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g hebben<br />
<strong>de</strong> directies van <strong>de</strong> basisschool en hogeschool op <strong>een</strong> doelmatige wijze personeel <strong>in</strong>gezet.<br />
Tevens is <strong>de</strong> nodige tijd <strong>in</strong>geruimd voor <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g.<br />
Uit <strong>de</strong> analyses kwamen 185 (145 <strong>in</strong> case 1) uitspraken naar voren waar<strong>in</strong> beschikbare tijd en<br />
<strong>in</strong>zet personeel centraal ston<strong>de</strong>n. Deze 185 uitspraken wer<strong>de</strong>n geco<strong>de</strong>erd met 60 (47 <strong>in</strong> case 1)<br />
verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n. Uit <strong>de</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> drie elementen als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste<br />
case on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Bijlagetabel D.10 geeft <strong>een</strong> overzicht van uitspraken per actorgroep over<br />
<strong>de</strong> drie elementen van het kenmerk ‘personele mid<strong>de</strong>len’.<br />
In het bijzon<strong>de</strong>r bij <strong>de</strong> actorgroepen basisschool en hogeschool waren enkele ontwikkel<strong>in</strong>gen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken zichtbaar. Deze had<strong>de</strong>n vooral betrekk<strong>in</strong>g op het opnieuw <strong>in</strong>schatten van <strong>de</strong><br />
beschikbare tijd voor <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach. Daarbij werd <strong>een</strong> verschil opgemerkt tussen <strong>de</strong><br />
actoren van <strong>de</strong> basisschool met die van <strong>de</strong> hogeschool en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren. De laatste<br />
twee schatten <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> beschikbare tijd voor <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach hoger, dan <strong>de</strong> eerste.<br />
Uit <strong>de</strong> uitspraken bleek ondanks <strong>de</strong>ze verschillen dat alle actoren van <strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>een</strong><br />
m<strong>in</strong>imale hoeveelheid beschikbare tijd nodig achtten voor <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g.<br />
Van belang daarbij is <strong>de</strong> duur van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Om die tijd te achterhalen is <strong>een</strong><br />
afzon<strong>de</strong>rlijke analyse uitgevoerd naar <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> gewenste en feitelijk<br />
gepercipieer<strong>de</strong> duur van die gesprekken. De aanstaan<strong>de</strong> leraren waren maximaal vier dagen<br />
per week op <strong>de</strong> basisschool en zou<strong>de</strong>n dus theoretisch vier mentor<strong>in</strong>gsgesprekken per week<br />
kunnen hebben. Uit <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews kwam naar voren dat het <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases doorgaans om twee<br />
tot hooguit drie mentor<strong>in</strong>gsgesprekken per week g<strong>in</strong>g.<br />
Bereken<strong>in</strong>g wees vervolgens uit dat volgens <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>de</strong> gewenste duur<br />
van <strong>een</strong> gesprek gemid<strong>de</strong>ld 199:2.5 = 80 m<strong>in</strong>uten bedroeg en dat ze <strong>een</strong> feitelijke duur van<br />
192:2.5 = 77 m<strong>in</strong>uten percipieer<strong>de</strong>n (zie Tabel 5.10). In case 1 g<strong>in</strong>g het om 56 respectievelijk<br />
58 m<strong>in</strong>uten. Daarbij bleken vooral <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> tijd<br />
per week voor <strong>de</strong> mentor ruimschoots hoger <strong>in</strong> te schatten dan die uit <strong>de</strong> eerste case. Te weten<br />
op twee tot vijf uur per week tegen twee tot drie uur <strong>in</strong> case 1. De actoren van <strong>de</strong> basisschool<br />
noem<strong>de</strong>n <strong>een</strong> benodig<strong>de</strong> gesprekstijd die varieer<strong>de</strong> van één tot vijf uur per week (<strong>een</strong> half tot<br />
drie uur per week <strong>in</strong> case 1).<br />
In Tabel 5.10 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van <strong>de</strong> uitspraken uit <strong>de</strong> drie actorgroepen (voor <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge vergelijkbaarheid uit <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases). Het betreft <strong>de</strong> door <strong>de</strong> actoren gewenste en<br />
door hen als feitelijk gepercipieer<strong>de</strong> gesprekstijd per week voor <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
124
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel 5.10 Overzicht van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> drie actorgroepen uit bei<strong>de</strong> cases over <strong>de</strong><br />
gewenste en feitelijk gepercipieer<strong>de</strong> gesprekstijd per week voor <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
De tijd is uitgedrukt <strong>in</strong> m<strong>in</strong>uten.<br />
Case 01 Aard 30 60 90 120 180 240 300 Duur gem.<br />
Bas (n=8) wenselijk 2 1 10 2 114<br />
feitelijk 2 1 4 1 101<br />
Asl (n=2) wenselijk 2 2 150<br />
feitelijk 1 1 150<br />
Hos (n=2) wenselijk 2 2 2 200<br />
feitelijk 1 2 2 216<br />
Totaal wenselijk 2 1 14 6 2 140<br />
feitelijk 2 1 6 4 2 146<br />
Case 02<br />
Bas (n=8) wenselijk 2 5 1 4 3 184<br />
feitelijk 4 3 1 188<br />
Asl (n=2) wenselijk 1 3 255<br />
feitelijk 1 1 210<br />
Hos (n=2) wenselijk<br />
feitelijk<br />
Totaal wenselijk 2 6 1 4 6 199<br />
feitelijk 5 3 2 192<br />
Case 01 + 02<br />
Totaal wenselijk 2 2 1 20 7 4 8 166<br />
feitelijk 2 1 11 4 3 4 164<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case noem<strong>de</strong>n <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool <strong>de</strong> mogelijkheid van <strong>een</strong> nulurenoptie<br />
<strong>in</strong> het jaarcontract van <strong>de</strong> mentor. In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> hun<br />
uitspraken <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case g<strong>een</strong> aanwijz<strong>in</strong>gen voor <strong>een</strong> gewenste of feitelijke gespreksduur<br />
van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken aangetroffen.<br />
Voor <strong>de</strong> coach werd door <strong>de</strong>ze actorgroep voor <strong>de</strong> gesprekstijd met <strong>de</strong> mentor en aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar samen, 40 tot 75 m<strong>in</strong>uten tijd per week geraamd (60 tot 90 m<strong>in</strong>uten per week <strong>in</strong> case 1).<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraren schatten <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> gesprekstijd voor <strong>de</strong> coach op <strong>een</strong> half tot drie<br />
uur per week (één uur per week <strong>in</strong> case 1). De schatt<strong>in</strong>gen door <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool<br />
van <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> tijd voor <strong>de</strong> coach lieten <strong>een</strong> spreid<strong>in</strong>g zien van één tot vier uur per week<br />
(één kwartier tot drie uur per week <strong>in</strong> case 1).<br />
Ver<strong>de</strong>r werd bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> uitspraak aangetroffen dat zowel<br />
<strong>een</strong> basisschool als <strong>een</strong> hogeschool voldoen<strong>de</strong> <strong>de</strong>skundige mentoren, respectievelijk coaches<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g moet kunnen <strong>in</strong>zetten (‘<strong>in</strong>zet personeel’). Uit <strong>de</strong> uitspraken<br />
<strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview bleek <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> actoren over <strong>de</strong> feitelijke situatie uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong><br />
uitspraken te doen over <strong>de</strong> voor begeleid<strong>in</strong>g ‘beschikbare tijd’. Deze werd van onvoldoen<strong>de</strong><br />
(f-) tot voldoen<strong>de</strong> (f+) of onbekend (f?) <strong>in</strong>geschat.<br />
Tenslotte bleken <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> drie actorgroepen voor twee van <strong>de</strong> drie elementen<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk meer over<strong>een</strong> te komen dan te verschillen (zie Bijlagetabel D.10). Bei<strong>de</strong><br />
elementen had<strong>de</strong>n betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> beschikbare tijd van <strong>de</strong> mentor respectievelijk <strong>de</strong> coach.<br />
Over het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> element ‘<strong>in</strong>zet personeel’ wer<strong>de</strong>n all<strong>een</strong> bij <strong>de</strong> basisschool enkele uitspraken<br />
aangetroffen.<br />
125
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Kenmerk 11. Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is op basis van samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken opgezet.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge en schriftelijke afspraken gemaakt ten<br />
behoeve van het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Deze afspraken zijn <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
contract vastgelegd. Over <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken over <strong>de</strong> taken en<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach zijn afspraken<br />
gemaakt. Ook zijn er afspraken over het dienstverband en <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële vergoed<strong>in</strong>g. Tenslotte<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n op regelmatige momenten evaluaties plaats van <strong>de</strong> gemaakte afspraken.<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n bij het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ 155 (64 <strong>in</strong> case 1) uitspraken<br />
aangetroffen die herkenbaar betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op zeven van <strong>de</strong> negen elementen uit <strong>de</strong> eerste<br />
case. Enkele uitspraken van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool vorm<strong>de</strong>n <strong>de</strong> grondslag om <strong>een</strong><br />
nieuw element ‘afspraken bas-asl-hos’ te benoemen. Dit element werd toegevoegd aan <strong>de</strong> acht<br />
al eer<strong>de</strong>r bij dit kenmerk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen. In Bijlagetabel D.11 is <strong>een</strong> overzicht<br />
gegeven van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren over <strong>de</strong>ze acht elementen van het<br />
kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’.<br />
Alle actoren gaven aan hun uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview bij het twee<strong>de</strong> nog te<br />
on<strong>de</strong>rschrijven. Met name bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool wer<strong>de</strong>n wel enkele aanvullen<strong>de</strong><br />
uitspraken aangetroffen. Zo <strong>de</strong>ed <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> actorgroep basisschool <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong><br />
uitspraak dat <strong>de</strong> coach dui<strong>de</strong>lijk dient te communiceren wat van zowel <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
als van <strong>de</strong> mentor wordt verwacht <strong>in</strong> het leerwerktraject (‘communicatie coach’). Zij <strong>de</strong><strong>de</strong>n<br />
dan ook <strong>de</strong> uitspraak dat naar hun perceptie <strong>de</strong> coach dui<strong>de</strong>lijker had kunnen communiceren<br />
(f-). Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case bleek het element dat gebaseerd was op <strong>de</strong> meeste uitspraken<br />
(73, en 31 <strong>in</strong> case 1), te gaan over <strong>de</strong> ‘communicatie bas-asl-hos’, gevolgd door<br />
‘communicatie coach’ (44). In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste case bleken <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case g<strong>een</strong> uitspraken te doen over het element ‘afspraken asl-hos’.<br />
Ten tij<strong>de</strong> van het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview bleken zeven van <strong>de</strong> negen elementen van het kenmerk<br />
‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van tenm<strong>in</strong>ste steeds één actor feitelijk aanwezig<br />
(‘f+’, Bijlagetabel E.1, <strong>in</strong> case 1, zes van <strong>de</strong> acht, Bijlagetabel C.1).<br />
Bepaal<strong>de</strong> aspecten van het element ‘communicatie coach’ bleken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van elke<br />
actorgroep feitelijk zowel aanwezig (f+) als onvoldoen<strong>de</strong> aanwezig of zelfs afwezig (f-) te<br />
zijn. Waar het g<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> communicatie met betrokkenen zoals schoolbestuur, bovenschools<br />
management, directie, mentoren, teamle<strong>de</strong>n, vakdocenten, collega-coaches en aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren waren <strong>de</strong> uitspraken wisselend positief of negatief van karakter. De uitspraken waren<br />
doorgaans positief wat betrof het <strong>in</strong>formeren over <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen het PDS-traject<br />
en het organiseren van PDS-bij<strong>een</strong>komsten voor mentoren, aanstaan<strong>de</strong> leraren en directies.<br />
Een an<strong>de</strong>r aspect van het element ‘communicatie coach’ g<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> communicatiestructuur.<br />
Naast <strong>de</strong> partnerschool uit case 2 waren twee an<strong>de</strong>re scholen bezig met het <strong>in</strong>richten van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. In totaal waren daarbij vier coaches betrokken. Een aandachtspunt<br />
voor hen bleek hoe ze op over<strong>een</strong>komstige wijze aanstaan<strong>de</strong> leraren en mentoren kon<strong>de</strong>n<br />
coachen.<br />
126
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Als voorbeeld zijn <strong>in</strong> Tabel 5.11 hierover enkele spreken<strong>de</strong> uitspraken gegeven.<br />
Tabel 5.11 Uitspraken over het element ‘communicatie coach’ uit <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> coach<br />
over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g.<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “En ver<strong>de</strong>r mis ik nu heel dui<strong>de</strong>lijk <strong>een</strong> punt. Uhm want ik v<strong>in</strong>d dat je als <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g<br />
ook je communicatiestructuur goed moet hebben. En dat is iets waar we het afgelopen halfjaar<br />
<strong>de</strong>nk ik tegenaan gelopen zijn (f-).<br />
Dat nu we met meer mensen het PDS-traject begelei<strong>de</strong>n, is het echt <strong>een</strong> voorwaar<strong>de</strong> om daar<br />
goeie communicatieafspraken over te maken. Want nu hebben we dat we<strong>in</strong>ig gedaan en dat<br />
merk je ook. Want het verschil tussen <strong>de</strong> vier begelei<strong>de</strong>rs die er nu zijn is te groot gewor<strong>de</strong>n.<br />
Dus dat is voor onze groep terug te voeren op dat we eigenlijk veel te we<strong>in</strong>ig met elkaar<br />
gesproken hebben.”<br />
Interviewer: “Hm. Dus je geeft nu als voorbeeld bij die communicatiestructuur van het gaat vooral over <strong>de</strong><br />
afspraken tussen die vier PDS-begelei<strong>de</strong>rs.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, het is eigenlijk <strong>de</strong> communicatie. Niet zozeer <strong>de</strong> communicatie tussen <strong>de</strong> mensen die PDS<br />
doen en <strong>de</strong> rest van <strong>de</strong> organisatie, maar communicatie van <strong>de</strong>genen die betrokken zijn bij het<br />
uitvoeren van het PDS-traject.”<br />
Interviewer: “En hiervoor heb je het dan over verschillen? Uhm, heb je het dan over verschillen <strong>in</strong><br />
begelei<strong>de</strong>n of over verschillen <strong>in</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g of over ……”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Nou wat ik <strong>een</strong> heel mooi voorbeeld v<strong>in</strong>d en daardoor kom je er ook achter. Omdat wij die<br />
gekruiste toets<strong>in</strong>g doen, moet ik <strong>een</strong> stu<strong>de</strong>nt toetsen die begeleid wordt door <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re<br />
collega. Maar ik <strong>de</strong>nk dat ik doelen aangeleverd krijg <strong>in</strong> <strong>een</strong> e<strong>in</strong>dverslag van <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nt wat die<br />
voor mij aangeleverd had, wat ik hem moet gaan toetsen. Maar als ik dan naar die doelen kijk.<br />
Dan <strong>de</strong>nk ik verdorie, als ik <strong>de</strong>ze stu<strong>de</strong>nt begeleid zou hebben, dan zou ik dit doel niet<br />
goedgekeurd hebben en dat mag niet. Daar is dus blijkbaar te we<strong>in</strong>ig over gepraat. En heeft<br />
ook te maken met, en misschien valt dat ook wel on<strong>de</strong>r voorwaar<strong>de</strong>, dat er nog wel nieuwe<br />
mensen <strong>in</strong>stromen. Voor nieuwe PDS-begelei<strong>de</strong>rs, moet je dus zorgen voor <strong>een</strong><br />
begeleid<strong>in</strong>gstrajectje.<br />
En niet er vanuit gaan als je die mensen <strong>de</strong> brochure geeft en twee keer met die mensen om <strong>de</strong><br />
tafel hebt gezeten, dat ze het dan snappen. Dan blijkt dat <strong>de</strong> ene persoon die blijft vragen<br />
stellen waardoor die constant feedback moet geven en <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re persoon die <strong>de</strong>nkt dat die het<br />
snapt. Ja, dat is natuurlijk zijn begrip want wij hebben hem die <strong>in</strong>formatie gegeven. Maar die<br />
blijkt dan nou weer het iets an<strong>de</strong>rs te <strong>in</strong>terpreteren.”<br />
Interviewer: “Dus eigenlijk moet je nieuwe PDS-begelei<strong>de</strong>rs als het ware ook weer coachen om goed<br />
<strong>in</strong>gewerkt te raken?”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja.”<br />
Kenmerk 12. Up-to-date mid<strong>de</strong>len<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is up-to-date, compleet en rijk aan mid<strong>de</strong>len.<br />
In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g beschikt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar over up-to-date mid<strong>de</strong>len en<br />
materialen voor het (<strong>leren</strong>) <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> (basisschool). Er is sprake van <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet<br />
van materiële mid<strong>de</strong>len. Daarnaast kan hier ook wor<strong>de</strong>n gedacht aan <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
fysieke omgev<strong>in</strong>g. Te <strong>de</strong>nken is aan ruimtes voor pauzes en recreatie, a<strong>de</strong>quate ICTvoorzien<strong>in</strong>gen,<br />
ruimtes voor gesprekken en overleg <strong>in</strong> kle<strong>in</strong>e groepen. De aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
kan gebruik maken van bibliotheekvoorzien<strong>in</strong>gen (basisschool), <strong>een</strong> mediacentrum<br />
(basisschool) en <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijswerkplaats (hogeschool).<br />
Bij het kenmerk ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’ wer<strong>de</strong>n 14 (12 <strong>in</strong> case 1) verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n<br />
gebruikt waarmee 62 (49 <strong>in</strong> case 1) uitspraken wer<strong>de</strong>n geco<strong>de</strong>erd.<br />
127
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n nu bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren wel uitspraken (17)<br />
over dit kenmerk aangetroffen. In Bijlagetabel D.12 is per actorgroep <strong>een</strong> overzicht gegeven<br />
van uitspraken over <strong>de</strong> drie hier on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen.<br />
Met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het element ‘studieruimte’ bleken <strong>de</strong> actoren hun uitspraken uit het<br />
eerste <strong>in</strong>terview bij het twee<strong>de</strong> nog te on<strong>de</strong>rschrijven. In het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview werd <strong>in</strong> enkele<br />
uitspraken geduid dat behalve <strong>een</strong> eigen (werk)plek buiten <strong>de</strong> klas, ook <strong>een</strong> eigen plek <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
klas z<strong>in</strong>vol was. Als re<strong>de</strong>n werd aangevoerd dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, zij het meer dan op <strong>de</strong><br />
achtergrond het klassengebeuren zou kunnen volgen.<br />
In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> eerste case waar zij <strong>in</strong> het geheel g<strong>een</strong> uitspraken <strong>de</strong><strong>de</strong>n, wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wel aangetroffen voor <strong>de</strong> elementen ‘mid<strong>de</strong>len’ en ‘studieruimte’. Aanvullend<br />
op <strong>de</strong> eerste case, wor<strong>de</strong>n bij ‘mid<strong>de</strong>len’ ook computers genoemd wat volgens <strong>de</strong> uitspraken<br />
van <strong>de</strong> actorgroep basisschool ‘metho<strong>de</strong>n en werkwijzen zijn van <strong>de</strong> 21 e eeuw’.<br />
5.4.5 Component 5. Begeleid<strong>in</strong>g<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 13 Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften 4 69<br />
14 Kenmerken<strong>de</strong> situaties 2 25<br />
15 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 17 627<br />
16 Zorgen voor ownership 1 14<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n 735 uitspraken aangetroffen. Daarmee had ook nu het grootste aantal<br />
uitspraken betrekk<strong>in</strong>g op elementen van <strong>de</strong> component begeleid<strong>in</strong>g. Deze uitspraken bleken<br />
betrekk<strong>in</strong>g te hebben op 24 van <strong>de</strong> 25 oorspronkelijk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen. Over het<br />
element ‘samenvatten’ van het kenmerk ‘Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken<br />
aangetroffen.<br />
Kenmerk 13. Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften<br />
De leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bepalen <strong>de</strong> keuzes <strong>in</strong> het leerwerktraject.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bouwen <strong>de</strong> mentor en hogeschooldocent-coach bij het<br />
bepalen van het leerwerktraject voort op <strong>de</strong> eigen (praktijk)ervar<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> reeds aanwezige<br />
eigen kennis van aanstaan<strong>de</strong> leraar. Daaraan wordt praktijkrelevante theorie gekoppeld. De<br />
concerns en <strong>de</strong> leerstijl van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bepalen me<strong>de</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vorm van het<br />
leerwerktraject en er is aandacht voor cultuur- en taaldiversiteit. Dit impliceert<br />
flexibiliser<strong>in</strong>g, maatwerk, vraag georiënteerd on<strong>de</strong>rwijs en <strong>in</strong>dividuele leerroutes.<br />
Bij dit kenmerk wer<strong>de</strong>n 69 (98 <strong>in</strong> case 1) uitspraken aangetroffen waarvoor 17 (20 <strong>in</strong> case 1)<br />
verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n wer<strong>de</strong>n gebruikt. De vier eruit afgelei<strong>de</strong> elementen bleken<br />
vervolgens gebaseerd op <strong>een</strong> ongelijk ver<strong>de</strong>eld aantal uitspraken: 7-27-30-5 (28-27-29-14 <strong>in</strong><br />
case 1). Het aantal aangetroffen uitspraken laat voor het element ‘afstemm<strong>in</strong>g op<br />
betrokkenheid’ tussen <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> en <strong>de</strong> eerste case het grootste verschil zien: 7 om 28<br />
(Bijlagetabel E.1). Een overzicht van uitspraken per actorgroep over het kenmerk<br />
‘afstemm<strong>in</strong>g op behoeften’ is gegeven <strong>in</strong> Bijlagetabel D.13.<br />
Vergelijkbaar met <strong>de</strong> eerste case, spraken alle actoren tij<strong>de</strong>ns het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview uit nog<br />
altijd hun eer<strong>de</strong>re uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview te on<strong>de</strong>rschrijven. Bij <strong>de</strong> actorgroep<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren werd <strong>een</strong> aanvullen<strong>de</strong> uitspraak aangetroffen.<br />
128
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In die uitspraak werd het belang benadrukt om belangrijke <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n <strong>in</strong> hun persoonlijke<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen op te nemen. Hiervoor zou<strong>de</strong>n ze, b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> gegeven doelen, ook <strong>de</strong><br />
vrijheid van <strong>de</strong> hogeschool krijgen (‘afstemm<strong>in</strong>g op betrokkenheid’).<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case benadrukt <strong>de</strong> actorgroep hogeschool <strong>de</strong> taak van <strong>de</strong> coach om <strong>in</strong>zicht te<br />
krijgen <strong>in</strong> wat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kan en niet kan (‘afstemm<strong>in</strong>g op ervar<strong>in</strong>g’, <strong>in</strong> case 1 g<strong>een</strong><br />
uitspraken). Ver<strong>de</strong>r behoort het <strong>in</strong>gevolge hun uitspraken tot zijn taak <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar aan <strong>in</strong>structie of theorie <strong>in</strong> te schatten en <strong>de</strong>ze op tijd en op maat aan te<br />
bie<strong>de</strong>n (‘afstemm<strong>in</strong>g op kennis’, <strong>in</strong> case 1 g<strong>een</strong> uitspraken).<br />
Terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case bei<strong>de</strong> elementen <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren onvoldoen<strong>de</strong><br />
voorkwamen (f-) was dit oor<strong>de</strong>el positief (f+) <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Bij <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool werd <strong>de</strong> uitspraak aangetroffen dat g<strong>een</strong> feitelijke uitspraken mogelijk waren over<br />
coach<strong>in</strong>g omdat <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> actor hiervan onvoldoen<strong>de</strong> op <strong>de</strong> hoogte was (f?).<br />
Tenslotte benoemt all<strong>een</strong> <strong>de</strong> actorgroep basisschool het als taak van <strong>de</strong> coach om <strong>in</strong> te<br />
schatten hoe elke aanstaan<strong>de</strong> leraar leert en hierop <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g af te stemmen (‘afstemm<strong>in</strong>g<br />
op leerstijl’).<br />
Kenmerk 14. Kenmerken<strong>de</strong> situaties<br />
Kenmerken<strong>de</strong> situaties vormen het startpunt voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn <strong>de</strong> nieuwe op competenties gerichte werkwijzen bij het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> steeds gerelateerd aan beroepskenmerken<strong>de</strong> taken en activiteiten <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
(school)praktijk. Competenties omvatten beroepsgerichte kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen.<br />
De leerwerkactiviteiten zijn dan (noodzakelijkerwijs) <strong>in</strong> <strong>de</strong> unieke context van <strong>de</strong> basisschool<br />
<strong>in</strong>gebed. De aanstaan<strong>de</strong> leraar doet ervar<strong>in</strong>g op <strong>in</strong> authentieke situaties, waarbij hij ook op<br />
impliciete wijze leert van kritische, kenmerken<strong>de</strong> situaties. Actieve ‘participatie’ aan die<br />
kenmerken<strong>de</strong> situaties impliceert dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kan <strong>de</strong>elnemen aan alle<br />
overlegsituaties en voor <strong>de</strong> beroepsgroep relevante activiteiten, die normaliter tot <strong>de</strong> functie<br />
behoren. Hierbij krijgt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> directie gelegenheid om<br />
me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk te zijn voor <strong>de</strong> school als geheel en wordt hij <strong>in</strong> staat gesteld ervar<strong>in</strong>g<br />
op te doen met niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken.<br />
Over ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’ wer<strong>de</strong>n 25 uitspraken aangetroffen (39 <strong>in</strong> case 1). Daarvoor<br />
wer<strong>de</strong>n 12 verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt. In Bijlagetabel D.14 zijn per actorgroep<br />
uitspraken gegeven waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> elementen van dit kenmerk herkenbaar zijn. Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eerste case bleken <strong>de</strong> actoren hun eer<strong>de</strong>re uitspraken uit het eerste <strong>in</strong>terview nog altijd te<br />
on<strong>de</strong>rschrijven.<br />
De uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g waren vergelijkbaar met die van <strong>de</strong> eerste case.<br />
Van <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het geheel g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen waar<strong>in</strong><br />
<strong>de</strong>ze elementen voorkwamen. Dit is opvallend temeer daar ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case van <strong>de</strong>ze<br />
actorgroep slechts één over dit kenmerk werd aangetroffen. Bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren werd <strong>de</strong><br />
uitspraak aangetroffen dat zij door <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g leer<strong>de</strong>n functioneren <strong>in</strong> <strong>een</strong> team<br />
en leer<strong>de</strong>n omgaan met ou<strong>de</strong>rs (‘f+ niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken’).<br />
129
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Kenmerk 15. Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g.<br />
Op <strong>de</strong> werkplek is sprake van op <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren afgestem<strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g. Mentor<strong>in</strong>g heeft betrekk<strong>in</strong>g op het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar door <strong>de</strong> mentor van <strong>de</strong> basisschool. Coach<strong>in</strong>g heeft <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r betrekk<strong>in</strong>g op het<br />
begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor door <strong>de</strong> docent van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
De mentor en <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach begelei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> diens<br />
voortgang. De begeleid<strong>in</strong>g richt zich op <strong>de</strong> plann<strong>in</strong>g van werk (lesgeven<strong>de</strong> en nietlesgeven<strong>de</strong><br />
activiteiten), het <strong>in</strong>richten van <strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>g, het on<strong>de</strong>rwijsleerproces<br />
(<strong>in</strong>structie en verwerk<strong>in</strong>g), klassenmanagement, <strong>de</strong> omgang en communicatie met <strong>de</strong> groep,<br />
<strong>de</strong> evaluatie van leerl<strong>in</strong>genresultaten en <strong>de</strong> contacten met ou<strong>de</strong>rs. De mentor heeft daarbij tot<br />
taak regelmatig het han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te observeren en voor- en<br />
nabesprek<strong>in</strong>gen daarover te hou<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Het<br />
on<strong>de</strong>rscheid tussen begeleid<strong>in</strong>g en beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g is voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar dui<strong>de</strong>lijk. De<br />
rollen en taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van verschillen<strong>de</strong> typen begelei<strong>de</strong>rs zijn hel<strong>de</strong>r en omschreven.<br />
Tenslotte vormt het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het werken met POP’s <strong>een</strong><br />
belangrijk begeleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el. De begeleid<strong>in</strong>g vraagt daarmee om gevarieer<strong>de</strong> rollen<br />
on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re die van <strong>in</strong>structeur, mo<strong>de</strong>l en coach. De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt onmid<strong>de</strong>llijke<br />
feedback en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g. We<strong>de</strong>rzijds expliciteren en uitwisselen van kennis, opvatt<strong>in</strong>gen<br />
en besliss<strong>in</strong>gen zijn van belang.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case kon<strong>de</strong>n 17 van <strong>de</strong> 18 elementen uit <strong>de</strong> eerste case wor<strong>de</strong>n herleid uit <strong>in</strong><br />
totaal 627 uitspraken (495 <strong>in</strong> case 1). Daarvoor wer<strong>de</strong>n 80 (79 <strong>in</strong> case 1) verschillen<strong>de</strong><br />
trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt. Het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ omvat 85% (75% <strong>in</strong> case 1) van<br />
alle uitspraken die aan <strong>de</strong>ze component wer<strong>de</strong>n toegerekend. Vanwege <strong>de</strong> omvang, wordt <strong>in</strong><br />
Bijlagetabel D.15 <strong>een</strong> ge<strong>de</strong>eltelijk overzicht per actorgroep gegeven van uitspraken van acht<br />
(van <strong>de</strong> 17) <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen. Het element waarover nu g<strong>een</strong><br />
uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen was ‘samenvatten’.<br />
In <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n bij het element ‘begelei<strong>de</strong>n van POP’s’ all<strong>een</strong> van <strong>de</strong> hogeschool<br />
uitspraken (11x) aangetroffen. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bleken hierover van alle actorgroepen,<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g vergelijkbare uitspraken (80x) aanwezig. De actoren dui<strong>de</strong>n het als essentiële taak<br />
van <strong>de</strong> coach om eisen te stellen aan <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> POP’s van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Maar ook om <strong>de</strong> toets<strong>in</strong>gsprocedure vast te stellen. De mentor leest het POP en geeft <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar hierop feedback. Van mentoren werd <strong>de</strong> uitspraak aangetroffen<br />
‘langzamerhand meer doordrongen te raken van het belang om theorie te benutten bij het<br />
opzetten en uitvoeren van <strong>een</strong> POP’. Overigens on<strong>de</strong>rsteun<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>een</strong> ‘ervaren’<br />
leraar-mentor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en hun mentoren bij het opzetten van <strong>de</strong> POP’s en het<br />
voorberei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> toets<strong>in</strong>g. Alle actoren percipieer<strong>de</strong>n het element ‘begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
POP’s’ <strong>de</strong>rhalve feitelijk positief aanwezig.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bleken, <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> eerste case wel meer (28:19), maar overigens<br />
vergelijkbare uitspraken te zijn gedaan over het element ‘on<strong>de</strong>rwijsleerproces’. Zo doen <strong>de</strong><br />
actorgroepen aanstaan<strong>de</strong> leraar en hogeschool <strong>de</strong> uitspraak dat <strong>de</strong> mentor tot taak heeft het<br />
lesgeven van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te begelei<strong>de</strong>n. De actorgroep basisschool duidt <strong>in</strong> dit<br />
verband ook op het beoor<strong>de</strong>len van het lesgeven. Ook hier percipieer<strong>de</strong>n alle actoren alle<br />
uitspraken over dit element als feitelijk positief aanwezig.<br />
130
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Aanvullend op <strong>de</strong> eerste case percipieer<strong>de</strong>n twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen het element<br />
‘bewaken proces’ zowel feitelijk positief als negatief aanwezig. Zo <strong>de</strong>ed <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool <strong>de</strong> uitspraak dat het <strong>de</strong> coach niet altijd lukte om het proces van samenwerken<br />
tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor te bewaken. Tijdgebrek werd als re<strong>de</strong>n hiervan<br />
genoemd (f-).<br />
Bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren werd <strong>een</strong> uitspraak aangetroffen waaruit problemen spraken met het<br />
uitvoeren van <strong>een</strong> POP bij <strong>de</strong> start van het leerwerktraject. Daarbij werd tevens aangegeven<br />
dat <strong>de</strong> coach eer<strong>de</strong>r dan was gebeurd, zou moeten <strong>in</strong>grijpen en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g bie<strong>de</strong>n (f-).<br />
Tevens werd het element ‘sturen’ negatief gepercipieerd (f-) <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraak ‘het zou toch wel<br />
fijn zijn als mijn mentor af en toe <strong>een</strong> beetje meer achter mijn vod<strong>de</strong>n zou zitten’. Het betreft<br />
hier stur<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat <strong>de</strong> mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar afspraken maken wanneer taken af<br />
moeten zijn. In Tabel 5.12 wordt <strong>een</strong> voorbeeld gegeven van uitspraken van <strong>een</strong> coach over<br />
het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> kennis, houd<strong>in</strong>gen en vaardighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
coach en <strong>de</strong> mentor centraal staan.<br />
Tabel 5.12 Uitspraken uit <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> coach over <strong>de</strong> kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen die<br />
voor <strong>een</strong> coach en <strong>een</strong> mentor gewenst zijn en die feitelijk zijn gepercipieerd.<br />
Kennis, houd<strong>in</strong>gen en vaardighe<strong>de</strong>n<br />
Element Coach Mentor<br />
begeleid<strong>in</strong>g POP’s 1 begeleidt Asl 2 bij POP met klassenzaken en begeleidt Asl bij POP m.n. op<br />
klassenoverstijgen<strong>de</strong> zaken (f+)<br />
hetg<strong>een</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas gebeurt (f+)<br />
coach<strong>in</strong>g, mentor<strong>in</strong>g begeleidt ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht (f+) i<strong>de</strong>m (f+)<br />
kan omgaan met onzekerhe<strong>de</strong>n (f+) i<strong>de</strong>m (f+)<br />
kan flexibel werken (f+) i<strong>de</strong>m (f+)<br />
<strong>in</strong>teractie collega’s open houd<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> gesprek gaan (f+) i<strong>de</strong>m (f+)<br />
overzicht heeft zicht op <strong>de</strong> e<strong>in</strong>ddoelen (f+) i<strong>de</strong>m (f-)<br />
curriculum kent uitgangspunten van Hos 3 (f+) i<strong>de</strong>m (f+,f-)<br />
heeft overzicht over pabo 1-4 (f+) -<br />
voortgangsassessments toetst Asl (f+), kan POP’s selecterend lezen (f+) -<br />
1 2 3<br />
POP’s = Persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraar Hos = hogeschool<br />
Uit Tabel 5.12 is op te maken dat <strong>de</strong> coach alle hier gedui<strong>de</strong> elementen, met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van<br />
het element ‘overzicht curriculum f-’ positief percipieer<strong>de</strong> (f+).<br />
Bij <strong>de</strong> drie actorgroepen wer<strong>de</strong>n wat betreft het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk<br />
vergelijkbare uitspraken aangetroffen over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
(zie Bijlagetabel D.15).<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n 404 uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> wenselijke<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Over 8 van <strong>de</strong> 18 elementen wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze uitspraken<br />
bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen aangetroffen. Over 5 elementen wer<strong>de</strong>n bij twee actorgroepen<br />
uitspraken aangetroffen, terwijl over 1 element (‘samenvatten’) g<strong>een</strong> van <strong>de</strong> drie actorgroepen<br />
uitspraken <strong>de</strong>ed.<br />
131
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, gaven alle actoren aan hun eer<strong>de</strong>re uitspraken gedaan bij het eerste<br />
<strong>in</strong>terview, te on<strong>de</strong>rschrijven. Een verschuiv<strong>in</strong>g tij<strong>de</strong>ns het leerwerktraject betrof <strong>de</strong> hiervoor<br />
genoem<strong>de</strong> ‘relatie’ van <strong>de</strong> coach met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (‘f- relatie’).<br />
Kenmerk 4. Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> uitdagend en stimu<strong>leren</strong>d leerwerkklimaat.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g biedt <strong>een</strong> leerwerkklimaat waarb<strong>in</strong>nen op <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong><br />
mentor en coach, <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uitnodigen tot activiteit, hem stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n<br />
aanbie<strong>de</strong>n en accepteren dat hij fouten kan maken. Hij kan hulp en advies vragen aan <strong>de</strong><br />
mentor, teamle<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> directie, maar ook aan (vak)docenten van <strong>de</strong> hogeschool. De<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt van mentor en coach <strong>de</strong> ruimte om te <strong>leren</strong> (waaron<strong>de</strong>r<br />
experimenteren en zelfstandig <strong>in</strong>itiatieven ontplooien).<br />
Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bleken bij ‘uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g’ <strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> mentor en<br />
<strong>de</strong> coach <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken centraal te staan. De actoren uit <strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>de</strong><strong>de</strong>n<br />
uitspraken die te herlei<strong>de</strong>n waren tot <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> 10 elementen als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case. Deze<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen zijn gebaseerd op 42 (46 <strong>in</strong> case 1) gebruikte trefwoor<strong>de</strong>n waarover<br />
<strong>in</strong> totaal 280 (281 <strong>in</strong> case 1) uitspraken zijn aangetroffen. Terwijl <strong>in</strong> case 1 <strong>de</strong> meeste (53)<br />
uitspraken g<strong>in</strong>gen over ‘ruimte om te <strong>leren</strong>’, gold dit voor ‘betrokkenheid’(57) <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case. In Bijlagetabel D.4 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van uitspraken over het kenmerk ‘uitdag<strong>in</strong>g<br />
en stimuler<strong>in</strong>g’. Ze zijn per actorgroep ver<strong>de</strong>eld naar eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview (I1 en I2).<br />
Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case gaven alle actoren tij<strong>de</strong>ns het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview aan hun opvatt<strong>in</strong>gen<br />
uit het eerste <strong>in</strong>terview te on<strong>de</strong>rschrijven. Terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case enkele aanvullen<strong>de</strong><br />
uitspraken naar voren kwamen, was er <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case eer<strong>de</strong>r sprake van aanscherp<strong>in</strong>gen.<br />
Zo sprak <strong>de</strong> actorgroep basisschool uit dat niet all<strong>een</strong> <strong>de</strong> mentor, maar het gehele team <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> uitdagen<strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>g moet bie<strong>de</strong>n zodat <strong>de</strong>ze zich kan ontwikkelen.<br />
Gem<strong>een</strong>schappelijk <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken bleek daarbij <strong>de</strong> wenselijkheid dat alle betrokkenen van<br />
<strong>de</strong> basisschool open staan voor het leerwerktraject. Uitspraken hierover had<strong>de</strong>n betrekk<strong>in</strong>g op<br />
aspecten als ‘oprechte belangstell<strong>in</strong>g voor elkaar tonen’, ‘enthousiast zijn’ en ‘zich er voor<br />
willen <strong>in</strong>zetten’. Uit <strong>de</strong> uitspraken bleek tevens <strong>een</strong> positieve perceptie van <strong>de</strong>ze aspecten (‘f+<br />
betrokkenheid’). In bei<strong>de</strong> cases wer<strong>de</strong>n vergelijkbare uitspraken aangetroffen over ‘ruimte om<br />
te <strong>leren</strong>’: “De mentor en coach bie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar veel mogelijkhe<strong>de</strong>n om zich te<br />
ontwikkelen”. All<strong>een</strong> ruimte voor (zelf)studie werd <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case niet benoemd.<br />
5.4.3 Component 3. Professionaliteit<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
3 Professionaliteit 5 Leren<strong>de</strong> organisatie 2 61<br />
6 Professionaliser<strong>in</strong>g 10 273<br />
7 Zelfstur<strong>in</strong>g 1 24<br />
In <strong>de</strong> transcripties van case 2 wer<strong>de</strong>n 358 uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op<br />
13 van <strong>de</strong> 14 eer<strong>de</strong>r gevon<strong>de</strong>n elementen van <strong>de</strong> component ‘professionaliteit’. Over het<br />
element ‘on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g’ wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen.<br />
118
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Kenmerk 16. Zorgen voor ownership<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar is 'eigenaar’ van het eigen leerproces.<br />
Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur is af te lei<strong>de</strong>n dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g ownership<br />
voorwaar<strong>de</strong>lijk is voor <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (Bergen,<br />
Derksen et al., 2001; Day, 1999; Korthagen, Tigchelaar et al., 2001). B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g hebben <strong>de</strong> mentor en coach <strong>de</strong> zorg dit gevoel van ‘ownership’ te<br />
bevor<strong>de</strong>ren, on<strong>de</strong>r meer door nadruk te leggen op zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en zelfstur<strong>in</strong>g.<br />
Daarmee is dit kenmerk sterk gerelateerd aan kenmerk 7 ‘zelfstur<strong>in</strong>g’.<br />
Dit kenmerk was met het bijbehoren<strong>de</strong> element <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case verkregen op grond van twee<br />
uitspraken uit <strong>de</strong> actorgroep basisschool. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> basisschool zowel<br />
als bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren ie<strong>de</strong>r zeven uitspraken aangetroffen waar<strong>in</strong> dit element<br />
herkenbaar was. Bij <strong>de</strong> hogeschool wer<strong>de</strong>n evenm<strong>in</strong> als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case uitspraken<br />
aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op ‘zorgen voor ownership’. In Bijlagetabel D.16 is <strong>een</strong><br />
overzicht gegeven van uitspraken over het element ‘zorgen voor ownership’.<br />
In <strong>de</strong> eerste case was me<strong>de</strong> door het uiterst beperkte aantal uitspraken onzeker of <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk als eigenaar van het eigen leerproces kon wor<strong>de</strong>n aangeduid<br />
(‘f? zorgen voor ownership’). In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case werd dit element door <strong>de</strong> actorgroepen<br />
basisschool en aanstaan<strong>de</strong> leraar positief gepercipieerd (f+). In Tabel 5.13 wor<strong>de</strong>n twee<br />
representatieve citaten over dit element gegeven.<br />
Tabel 5.13 Uitspraken uit het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>de</strong> bovenschools manager, respectievelijk met<br />
<strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
waar<strong>in</strong> het element ‘zorgen voor ownership’ centraal staat.<br />
“Bij alle 5 punten v<strong>in</strong>d ik dat <strong>de</strong> pabo eigenaar is van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, en het bestuur eigenaar is van het<br />
traject van <strong>de</strong> beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraren. PDS, en dat geldt niet all<strong>een</strong> voor PDS, is eigenlijk <strong>een</strong> koppel<strong>in</strong>g,<br />
<strong>een</strong> brug waardoor je gezamenlijk eigenlijk ook die belangen ook kunt bekijken van starten<strong>de</strong><br />
leerkracht, aanstaan<strong>de</strong> leerkracht en beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraar.”<br />
“Ik heb <strong>de</strong> <strong>in</strong>druk dat dit ook zo gebeurt” (f+)<br />
“Ja, en <strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval dat ik <strong>de</strong> d<strong>in</strong>gen kan doen waar ik graag <strong>in</strong> wil ontwikkelen. Dus waar ik nog<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r goed <strong>in</strong> ben.”<br />
“Dat heb ik ook echt zo kunnen doen” (f+)<br />
5.4.6 Component 6. Kwaliteitszorg<br />
Comp. nr. Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
132<br />
6 Kwaliteitszorg 17 Procesmanagement 3 121<br />
18 Zelfevaluatie 1 28<br />
Uit <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> transcripties kwamen 149 uitspraken naar voren die kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n<br />
herleid tot alle vier <strong>de</strong> oorspronkelijke elementen van <strong>de</strong> component ‘Kwaliteitszorg’.
Kenmerk 17. Procesmanagement<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Procesmanagement omvat het zicht hebben en hou<strong>de</strong>n op het leerwerktraject.<br />
Kenmerkend daarbij is het zicht hebben en hou<strong>de</strong>n zowel op het leerwerktraject als geheel als<br />
op het <strong>in</strong>dividuele ontwikkel<strong>in</strong>gsproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Het vaststellen van <strong>de</strong><br />
tussentijdse resultaten (voortgangsassessments) en het e<strong>in</strong>dresultaat (e<strong>in</strong>dassessments) spelen<br />
daarbij <strong>een</strong> rol. De kwaliteit van <strong>de</strong> voortgangsassessments (tussentijdse ‘toets’momenten<br />
met behulp van portfolio, gesprekken, geobserveer<strong>de</strong> lessen) en het e<strong>in</strong>dassessment<br />
(e<strong>in</strong>dgesprek en portfolio) dienen daarbij gewaarborgd te zijn. De wijze van afname en<br />
normer<strong>in</strong>g liggen <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> mentor en coach gezamenlijk, waarbij <strong>de</strong> coach<br />
e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid draagt.<br />
Voor het kenmerk ‘procesmanagement’ wer<strong>de</strong>n 14 (9 <strong>in</strong> case 1) verschillen<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n<br />
gebruikt waarmee 121 (30 <strong>in</strong> case 1) uitspraken wer<strong>de</strong>n geco<strong>de</strong>erd. In <strong>de</strong>ze uitspraken bleken<br />
alle drie <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen aanwezig. In Bijlagetabel D.17 is <strong>een</strong><br />
overzicht van uitspraken per actorgroep gegeven uit het eerste en het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview over<br />
het kenmerk ‘procesmanagement’.<br />
Over het element ‘<strong>in</strong>take-assessment’ bleken <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste en <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bij <strong>de</strong><br />
actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren kwalitatief vergelijkbare positieve zowel als negatieve<br />
percepties aanwezig. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> actorgroep basisschool en hogeschool<br />
uitspraken aangetroffen waaruit ondui<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n bleken bij <strong>de</strong> start van het leerwerktraject.<br />
Zo was onvoldoen<strong>de</strong> dui<strong>de</strong>lijk over welke competenties <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar al moest<br />
beschikken, om succesvol <strong>een</strong> leerwerktraject te kunnen beg<strong>in</strong>nen en te doorlopen (f- <strong>in</strong>takeassessment).<br />
Daarbij wer<strong>de</strong>n uitspraken aangetroffen waaruit twijfels spraken over het <strong>in</strong>takeassessment.<br />
Deze twijfels bleken te herlei<strong>de</strong>n tot ervar<strong>in</strong>gen met <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar die aan<br />
het beg<strong>in</strong> van <strong>een</strong> leerwerktraject nog onvoldoen<strong>de</strong> zelf stur<strong>in</strong>g kon geven aan <strong>de</strong> eigen<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g. Met name <strong>in</strong> kwantitatieve z<strong>in</strong> bleken <strong>de</strong> uitspraken over het element<br />
‘voortgangsassessments’ tussen <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> en <strong>de</strong> eerste case sterk te verschillen: 78-11.<br />
In kwalitatieve z<strong>in</strong> vult <strong>de</strong> actorgroep basisschool uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case aan dat <strong>de</strong> mentor<br />
weliswaar <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar me<strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>elt, maar dat <strong>de</strong> e<strong>in</strong>dverantwoord<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong><br />
beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> hogeschool is. De meeste actoren van <strong>de</strong>ze actorgroep percipiëren kennis,<br />
<strong>in</strong>zicht en vaardighe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> toetscoach bezit om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te beoor<strong>de</strong>len positief<br />
aanwezig (f+). Een <strong>de</strong>el van hen geeft aan dit niet te weten omdat ze daar onvoldoen<strong>de</strong> zicht<br />
op hebben (‘f? voortgangsassessments’).<br />
Kenmerk 18. Zelfevaluatie<br />
Kenmerkend is <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren daartoe <strong>in</strong> staat te stellen omvat <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
stimulansen tot ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> zelfevaluatieve vaardighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Dit impliceert dat <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
on<strong>de</strong>rsteunen <strong>in</strong> en <strong>de</strong> mogelijkheid bie<strong>de</strong>n tot regelmatige reflectie over opgedane<br />
ervar<strong>in</strong>gen. Daarmee is dit kenmerk gerelateerd aan kenmerk 1 ‘Balans theorie en praktijk’<br />
en aan kenmerk 16 ‘Zorgen voor ownership’.<br />
133
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
In <strong>de</strong> transcripties wer<strong>de</strong>n 28 uitspraken aangetroffen die te herlei<strong>de</strong>n waren tot het kenmerk<br />
‘zelfevaluatie’ en het bijbehoren<strong>de</strong> element ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’. Een overzicht van<br />
uitspraken van <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> drie actorgroepen over het ene element ‘reflectie op<br />
ervar<strong>in</strong>gen’ van het kenmerk ‘zelfevaluatie’ wordt <strong>in</strong> Bijlagetabel D.18 gegeven. Over het<br />
element ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’ wer<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> actorgroep basisschool en hogeschool<br />
vergelijkbare uitspraken gedaan. De actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren benadrukte het belang dat<br />
<strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf laat na<strong>de</strong>nken. Zo leert <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf<br />
zijn doelen te <strong>leren</strong> formu<strong>leren</strong> voor <strong>de</strong> POP’s. Dit was te zien als <strong>een</strong> aanvull<strong>in</strong>g op <strong>de</strong><br />
uitspraken uit <strong>de</strong> eerste case. In Tabel 5.14 is hiervan <strong>een</strong> voorbeeld gegeven.<br />
Tabel 5.14 Uitspraken uit het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> het element ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’ centraal staat.<br />
Vraag Welke kennis, <strong>in</strong>zicht en vaardighe<strong>de</strong>n bezit <strong>de</strong> coach om mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren te<br />
Geïnterview<strong>de</strong>:<br />
134<br />
begelei<strong>de</strong>n?<br />
“Ja dat doelen daar had ik dan wel wat vaker moeite mee om echt concrete doelen te stellen.<br />
En ja … (eerste coach) dat is alweer effe gele<strong>de</strong>n. Maar die <strong>de</strong>ed dan ook net als … (twee<strong>de</strong> coach)<br />
om echt ja het uit mij zelf te halen (f+). Dus niet dat hij al <strong>de</strong> antwoor<strong>de</strong>n zelf gaat geven. Hij draait<br />
er dan omh<strong>een</strong>, zodat je zelf dan gaat na<strong>de</strong>nken. Dat v<strong>in</strong>d ik wel goed.”<br />
De spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> 28 uitspraken bleek <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gsprocenten uitgedrukt vrij groot:<br />
bas:asl:hos = 38:15:46. In grote lijnen stemt dit beeld over<strong>een</strong> met dat van <strong>de</strong> eerste case waar<br />
slechts twee uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren. De actoren van <strong>de</strong><br />
hogeschool <strong>de</strong><strong>de</strong>n toen verhoud<strong>in</strong>gsgewijs ongeveer driemaal zoveel uitspraken dan die van<br />
<strong>de</strong> basisschool (op <strong>een</strong> totaal van 32 uitspraken).<br />
5.4.7 Component Startbekwaamheid<br />
Component Kenm.nr. Kenmerk Aantal elementen Aantal uitspraken<br />
Startbekwaamheid 19 Bekwaamhe<strong>de</strong>n 5 174<br />
Over <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van <strong>de</strong> component ‘startbekwaamheid’ wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> case 2<br />
<strong>in</strong> totaal 174 uitspraken aangetroffen. De analyses wezen uit dat <strong>de</strong>ze uitspraken betrekk<strong>in</strong>g<br />
had<strong>de</strong>n op alle vijf <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen.<br />
Kenmerk 19. Bekwaamhe<strong>de</strong>n<br />
Kenmerkend is het doelgericht <strong>leren</strong> van die kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar straks nodig heeft om a<strong>de</strong>quaat te functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas en <strong>in</strong> <strong>de</strong> school,<br />
evenals het ontwikkelen van <strong>een</strong> eigen visie op on<strong>de</strong>rwijs en <strong>een</strong> gerichtheid op voortduren<strong>de</strong><br />
doorgroei.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk en naar vormgev<strong>in</strong>g zo <strong>in</strong>gericht dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject kan voldoen aan <strong>de</strong> vastgestel<strong>de</strong> eisen ten aanzien<br />
van <strong>de</strong> te behalen competenties en (start)bekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n over het kenmerk ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’ 174 (52 <strong>in</strong> case 1) uitspraken<br />
aangetroffen waaraan <strong>een</strong> vijftal elementen was te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Voor <strong>de</strong>ze 174 uitspraken wer<strong>de</strong>n 20 (10 <strong>in</strong> case 1) trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt. In Bijlagetabel D.19<br />
is <strong>een</strong> overzicht gegeven van uitspraken over dit kenmerk.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n vergelijkbare uitspraken over dit kenmerk gedaan als <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste<br />
case. Ook hier benadrukten <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> drie actorgroepen on<strong>de</strong>r meer dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar voldoen<strong>de</strong> <strong>in</strong> staat moet wor<strong>de</strong>n gesteld om te <strong>leren</strong> ‘functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas’ en ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
school’. Alle elementen, met uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het element ‘doorgroeicompetentie’, wer<strong>de</strong>n<br />
positief door <strong>de</strong> actorgroepen gepercipieerd. Aanvullend op <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong><br />
actorgroep hogeschool uitspraken aangetroffen waar<strong>in</strong> het schoolbestuur me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk<br />
werd geacht voor <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Hieruit bleek tevens <strong>de</strong><br />
wenselijkheid dat schoolbesturen ver<strong>de</strong>r na<strong>de</strong>nken over <strong>de</strong> wijze waarop ze <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van<br />
<strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid <strong>de</strong> toekomstige leraren aan zich kunnen b<strong>in</strong><strong>de</strong>n en aandacht<br />
schenken aan <strong>de</strong> ‘doorgroeicompetentie’. In Tabel 5.15 wordt hiervan <strong>een</strong> voorbeeld gegeven.<br />
Tabel 5.15 Uitspraken uit het eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview met <strong>de</strong> directeur van <strong>de</strong> hogeschool over <strong>de</strong><br />
wenselijke en feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> het element<br />
‘doorgroeicompetentie’ centraal staat.<br />
Vraag Welke rol en taken heeft het schoolbestuur (bestuursle<strong>de</strong>n)?<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Uhm, ik <strong>de</strong>nk dat het schoolbestuur dui<strong>de</strong>lijk moet hebben wat het belang is en dat moeten ze<br />
eigenlijk ook on<strong>de</strong>rschrijven of ergens neerzetten. Het belang van het PDS-project b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
sticht<strong>in</strong>g of school. In het ka<strong>de</strong>r van <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid, kwaliteit van het on<strong>de</strong>rwijs.<br />
Dat ze <strong>een</strong> i<strong>de</strong>e hebben over bijvoorbeeld bij IPB <strong>de</strong>nk ik aan <strong>in</strong>tegraal, dat is <strong>in</strong>tegraal<br />
personeelsbeleid. Een aantal functies b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> school. Dus wat ik <strong>de</strong>nk van nou zo’n PDS-er<br />
die kun je aanstellen <strong>in</strong> <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> functie of die moet je zien <strong>in</strong> <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> functie.”<br />
Interviewer: “Hmhm.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “En dat moet je willen. En als je dat niet wil, en je wil all<strong>een</strong> maar <strong>een</strong> afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong><br />
groepsleerkracht b<strong>in</strong>nen je school, nou dan…… Dus daar moet je over nagedacht hebben. En<br />
ze moeten na<strong>de</strong>nken over van dat zijn toekomstige leerkrachten, die willen we aan ons b<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
Nou, daar hebben we iets voor over.<br />
Dus het werven van nieuwe leerkrachten hierdoor, dus dat moeten ze ook dui<strong>de</strong>lijk hebben.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “En ze moeten zelf nog die <strong>in</strong>terne opleid<strong>in</strong>gsfunctie, daar moeten ze nog over na<strong>de</strong>nken. Is dat<br />
<strong>een</strong> bestuurstaak. Willen we voor het hele bestuur twee van die mensen hebben op die functies.<br />
Hoe ziet die functie er uit? Wat willen we op die <strong>in</strong>dividuele scholen?<br />
Moet ie<strong>de</strong>re school daar <strong>een</strong> coach hebben zitten <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van zoals wij <strong>een</strong> oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> school?<br />
Nee, dat wordt te duur waarschijnlijk. Dat lukt nu niet (f-).<br />
Dus daar moeten ze krachten bun<strong>de</strong>len en gel<strong>de</strong>n bun<strong>de</strong>len om hun eigen leerwerktraject vorm<br />
te geven.”<br />
Interviewer: “Ja, daar zijn ze nu eigenlijk volop mee bezig.”<br />
Geïnterview<strong>de</strong>: “Ja, je moet het even bre<strong>de</strong>r <strong>de</strong>nken, ik v<strong>in</strong>d dat <strong>een</strong> bestuur dat moet. Die moet bre<strong>de</strong>r <strong>de</strong>nken.<br />
Met drie PDS-ers hier en één PDS-er daar. Nee, die moet <strong>de</strong>nken over het totaal aantal mensen<br />
wat men <strong>in</strong> dienst heeft. Of wat men <strong>in</strong> dienst <strong>de</strong>nkt te kunnen nemen en <strong>een</strong> aantal functies. En<br />
het bestuur is daar wel mee bezig.” (f+).<br />
Tenslotte lieten <strong>de</strong> analyses zien dat <strong>de</strong> uitspraken die bij <strong>de</strong> drie actorgroepen wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen over <strong>de</strong> elementen van het kenmerk ‘bekwaamheidseisen’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk meer<br />
over<strong>een</strong>komsten dan verschillen vertoon<strong>de</strong>n (zie Bijlagetabel D.19). Bij vier van <strong>de</strong> vijf<br />
elementen wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze uitspraken bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen aangetroffen, <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> bij<br />
twee actorgroepen.<br />
Het grootste verschil met <strong>de</strong> eerste case bleek dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case ruim driemaal zoveel<br />
uitspraken over dit kenmerk wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Deze betroffen nu bovendien ook <strong>de</strong><br />
feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
135
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
136<br />
5.5 Kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken<br />
Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case is speciale aandacht besteed aan uitspraken waaruit het belang dat <strong>de</strong><br />
actoren hechtten aan bepaal<strong>de</strong> elementen en kenmerken kan blijken. Deze uitspraken vormen<br />
<strong>in</strong>dicatoren waarmee we antwoor<strong>de</strong>n hopen te krijgen op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag naar <strong>de</strong><br />
elementen en kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig kunnen maken voor het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
5.5.1 Dataverwerk<strong>in</strong>g<br />
De aanpak die we volg<strong>de</strong>n stem<strong>de</strong> over<strong>een</strong> met <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> aanpak uit case 1. Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case zijn we nagegaan welke kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> hun<br />
uitspraken kennelijk van doorslaggevend belang achtten voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De aanvullen<strong>de</strong> stap is dat we <strong>de</strong>ze kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen op<br />
basis van <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> criteria als <strong>in</strong> case 1 hebben afgezet tegen <strong>de</strong> kenmerken die we uit <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case verkregen. All<strong>een</strong> wanneer we <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases op grond van <strong>de</strong>ze criteria kon<strong>de</strong>n<br />
spreken van ‘doorslaggevend belang’ kunnen we <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijk kenmerk aanwijzen als <strong>een</strong><br />
‘krachtig’ kenmerk. Het doorslaggeven<strong>de</strong> karakter uit bei<strong>de</strong> cases maakt dan aannemelijk dat<br />
ze voorwaar<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> ‘krachtige’ werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
5.5.2 Resultaten<br />
Vergelijkbaar aan <strong>de</strong> eerste case, bleek het <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case te gaan om <strong>de</strong> kenmerken:<br />
‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ (k2), ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ (k5), ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ (k11),<br />
‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ (k13) en ‘bekwaamheidseisen, bekwaamhe<strong>de</strong>n’ (k19). We zullen<br />
<strong>de</strong>ze vijf kenmerken bespreken <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgor<strong>de</strong> van <strong>de</strong> componenten. Ook nu is voor elk<br />
mogelijk krachtig kenmerk allereerst <strong>in</strong> <strong>een</strong> box <strong>in</strong>zichtelijk gemaakt hoe <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g was<br />
van <strong>de</strong> elementen waar<strong>in</strong> bij alle drie of bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen<br />
over<strong>een</strong>komen<strong>de</strong> uitspraken over het belang wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Ook hier staan bij <strong>de</strong> kolom<br />
‘Totaal en aantal krachtig’ het totaal aantal elementen voor het betreffen<strong>de</strong> kenmerk, het<br />
aantal ‘krachtige’ elementen en het verhoud<strong>in</strong>gspercentage vermeld. Tenslotte staat <strong>in</strong> <strong>de</strong> box<br />
het totaal aantal uitspraken aangegeven dat over <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> elementen werd aangetroffen,<br />
het aantal uitspraken dat werd aangetroffen bij die elementen die het kenmerk <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie<br />
van <strong>de</strong> actoren potentieel krachtig maken en het verhoud<strong>in</strong>gspercentage.<br />
Kenmerk 2. Doorgaan<strong>de</strong> lijn.<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Doorgaan<strong>de</strong> lijn’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
2 1 3 6 4 66% 152 127 84%<br />
Bij <strong>de</strong> ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ viel onmid<strong>de</strong>llijk op dat actoren uit alle drie <strong>de</strong> actorgroepen aan <strong>de</strong><br />
helft van alle zes elementen <strong>een</strong> doorslaggevend belang toeken<strong>de</strong>n voor het on<strong>de</strong>rwijsaanbod.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Dat gold voor actoren uit twee actorgroepen ook nog voor <strong>een</strong> vier<strong>de</strong> element. De actoren<br />
ken<strong>de</strong>n aan die vier elementen van het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ <strong>een</strong> cruciaal karakter toe<br />
voor het on<strong>de</strong>rwijsaanbod b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Daarbij werd bovendien verschillen<strong>de</strong> malen door <strong>de</strong> actoren benadrukt dat bij het aanbie<strong>de</strong>n<br />
van (nieuwe) kennis (‘aanbod aan kennis’) <strong>de</strong> mentor centraal staat. Toch was <strong>de</strong><br />
over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case.<br />
Voor <strong>de</strong> 152 uitspraken wer<strong>de</strong>n nu bij 4 uit 6 (66%) elementen vergelijkbare uitspraken bij<br />
alle drie of bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen aangetroffen tegen <strong>in</strong> eerste case bij 5<br />
uit 7 (71%). De over<strong>een</strong>komst tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>in</strong> <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g van het aantal<br />
uitspraken bleek m<strong>in</strong><strong>de</strong>r sterk dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case. De verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong><br />
drie actorgroepen waren uitgedrukt <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages wel vrij groot, maar niet<br />
significant (bas:asl:hos = 32%:27%:41%).<br />
Kenmerk 6. Professionaliser<strong>in</strong>g.<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Professionaliser<strong>in</strong>g’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
5 3 2 10 5 50% 273 242 89%<br />
Bij <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> component ‘professionaliteit’ bleek dat bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen uitspraken<br />
wer<strong>de</strong>n aangetroffen waarvan <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r elementen van het kenmerk<br />
‘professionaliser<strong>in</strong>g’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk wer<strong>de</strong>n benadrukt als cruciale elementen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Meer specifiek benadrukten ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>de</strong> actoren van alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>in</strong><br />
hun uitspraken het element ‘coach<strong>in</strong>g mentor door coach’. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> 273 uitspraken van dit<br />
kenmerk bleken regelmatig bij <strong>de</strong> elementen ervan <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong><br />
drie actorgroepen voor te komen. Maar ook bij dit kenmerk m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case.<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n bij 5 van <strong>de</strong> 10 (50%) elementen regelmatig <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk over<strong>een</strong>stemmen<strong>de</strong><br />
uitspraken over het belang ervan aangetroffen bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen. In<br />
<strong>de</strong> eerste case was dat bij 8 van <strong>de</strong> 11 (73%) elementen het geval.<br />
Bij dit kenmerk werd nu g<strong>een</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g gevon<strong>de</strong>n om aan te nemen dat <strong>de</strong> actoren ook<br />
getalsmatig <strong>in</strong> hun uitspraken over<strong>een</strong>stem<strong>de</strong>n. De <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages uitgedrukte<br />
spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aantallen uitspraken tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen bas:asl:hos bleek bij het<br />
kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ sterk onevenwichtig ver<strong>de</strong>eld: 45%:12%:43%.<br />
Deze onevenwichtige spreid<strong>in</strong>g resulteer<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> significant verschil (p
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Kenmerk 11. Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken.<br />
Bij <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> component ‘condities’ wer<strong>de</strong>n uitspraken over het gewicht of belang dat <strong>de</strong><br />
actoren toeken<strong>de</strong>n aan het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen<br />
aangetroffen. De actoren ken<strong>de</strong>n aan elementen van dit kenmerk on<strong>de</strong>r meer <strong>een</strong> conditioneel<br />
karakter toe. Zo werd evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case meermalen benadrukt dat het <strong>de</strong><br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid is van alle betrokkenen om open met elkaar te communiceren<br />
(‘communicatie bas-asl-hos’). Bij dit kenmerk wer<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> 155 uitspraken bij tenm<strong>in</strong>ste<br />
twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk soortgelijke uitspraken over <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g aangetroffen bij 4 van <strong>de</strong> 8 (50%) elementen. Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case<br />
g<strong>in</strong>g het om 4 van <strong>de</strong> 8 (50%) elementen. Bij het kenmerk samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken wer<strong>de</strong>n<br />
bij <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> hogeschool verhoud<strong>in</strong>gsgewijs m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitspraken aangetroffen dan bij<br />
<strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> twee an<strong>de</strong>re actorgroepen (bas:asl:hos = 41%:35%:24%). Desondanks<br />
bleken <strong>de</strong>ze spreid<strong>in</strong>gsverschillen niet significant. In <strong>de</strong> eerste case waren <strong>de</strong> getalsmatige<br />
over<strong>een</strong>komsten dui<strong>de</strong>lijk sterker.<br />
Kenmerk 15. Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g.<br />
Bij <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’ bleek dat alle drie <strong>de</strong> actorgroepen <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
elementen van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk benadrukten als<br />
doorslaggeven<strong>de</strong> elementen voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Zo wer<strong>de</strong>n bij<br />
alle actorgroepen on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g vergelijkbare uitspraken aangetroffen bij on<strong>de</strong>r meer het element<br />
‘begelei<strong>de</strong>n van POP’s’. Deze kwamen erop neer dat actoren het als <strong>een</strong> essentiële opdracht<br />
voor het welslagen zagen dat <strong>de</strong> coach eisen stel<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> POP’s van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> 495 uitspraken van dit kenmerk bleken regelmatig bij <strong>de</strong> elementen ervan<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong> drie actorgroepen voor te komen. Dit soort<br />
over<strong>een</strong>stemmen<strong>de</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n bij tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen<br />
aangetroffen bij 13 van <strong>de</strong> 17 (76%) elementen tegen <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case bij 17 van <strong>de</strong> 18 (94%)<br />
elementen. Over 8 elementen daarvan wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong>rgelijke uitspraken bovendien bij alle drie <strong>de</strong><br />
actorgroepen aangetroffen.<br />
Bij het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ was tevens sprake van <strong>een</strong> vrij gelijkmatig beeld <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aantallen uitspraken over <strong>de</strong> drie actorgroepen (bas:asl:hos =<br />
30%:33%:37%). Deze getalsmatige on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kwalitatieve over<strong>een</strong>komsten was<br />
nu nog sterker dan <strong>in</strong> case 1.<br />
138<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
4 2 2 8 4 50% 155 139 90%<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘ Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
4 5 8 17 13 76% 627 353 56%
Kenmerk 19. Bekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantal elementen van ‘Bekwaamhe<strong>de</strong>n’<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bij 1, 2 of 3 actorgroepen Totaal en aantal krachtig Frequenties uitspraken<br />
1 actgr 2 actgr 3 actgr totaal krachtig percent totaal krachtig percent<br />
- 1 4 5 5 100% 174 174 100%<br />
Bij <strong>de</strong> component ‘startbekwaamheid’ wer<strong>de</strong>n op basis van <strong>de</strong> 174 uitspraken bij alle vijf <strong>de</strong><br />
elementen (100%) bij actoren van tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen vergelijkbare<br />
uitspraken aangetroffen waar<strong>in</strong> zij het belang van die elementen benadrukten. Evenals <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eerste case benadrukten <strong>de</strong> actoren ook hier on<strong>de</strong>r meer dat <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar voldoen<strong>de</strong> <strong>in</strong> staat moet stellen om te <strong>leren</strong> ‘functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas’ en ‘<strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> school’. De <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g was hier vrij groot. Vier van <strong>de</strong> vijf elementen<br />
wer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n bij alle drie <strong>de</strong> actorgroepen en één element bij twee actorgroepen.<br />
Getalsmatig bleek <strong>de</strong> <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages uitgedrukte ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> uitspraken over<br />
<strong>de</strong> drie actorgroepen <strong>een</strong> licht wisselend beeld te vertonen: bas:asl:hos = 31%:29%:40%.<br />
Evenals <strong>in</strong> case 1 was daarmee sprake van meer over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g dan van verschil.<br />
5.6 Conclusies<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> case 2 had tot doel <strong>de</strong> validiteit te verifiëren van <strong>de</strong> begrippen uit het<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r dat we gebruiken om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te analyseren, te<br />
beschrijven en op hun volledigheid te toetsen. Een m<strong>in</strong> of meer afgeleid doel bestond uit het<br />
ver<strong>de</strong>r <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren, or<strong>de</strong>nen en complementeren van <strong>de</strong> elementen uit dat conceptuele ka<strong>de</strong>r.<br />
Om <strong>de</strong>ze doelen te bereiken stel<strong>de</strong>n we <strong>de</strong>elvraag 1.3 van <strong>de</strong> eerste on<strong>de</strong>rzoeksvraag en<br />
on<strong>de</strong>rzoeksvraag 2 <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case opnieuw centraal:<br />
1.3 Welke kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g betrokken actoren?<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
De repliceren<strong>de</strong> werkwijze waarbij we over<strong>een</strong>komstig <strong>de</strong> reductiefase uit <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong><br />
theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, selectieve co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g toepasten bleek betrouwbare en vali<strong>de</strong> resultaten op te<br />
leveren. Gezien <strong>de</strong> hoge associatie tussen <strong>de</strong> uit bei<strong>de</strong> cases verkregen elementen conclu<strong>de</strong>ren<br />
we dat <strong>de</strong> resultaten <strong>de</strong> begripsvaliditeit van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r sterk steunen.<br />
De meerwaar<strong>de</strong> van het nu uitgevoer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoek is daarmee dat we <strong>een</strong> voor <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g<br />
van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bruikbaar en <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itief conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r kon<strong>de</strong>n<br />
opbouwen. De elementen uit dit ka<strong>de</strong>r blijken bruikbaar voor het analyseren, het beschrijven<br />
en het toetsen op hun volledigheid van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
139
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
Daarmee is <strong>een</strong> belangrijke stap gezet <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van het gestel<strong>de</strong> algemene<br />
on<strong>de</strong>rzoeksdoel. Namelijk <strong>een</strong> bijdrage te leveren aan <strong>de</strong> wetenschappelijke kennis over en<br />
het <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van <strong>een</strong> conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r. Aan <strong>de</strong> hand van <strong>de</strong> resultaten op <strong>de</strong>elvraag 1.3 en op on<strong>de</strong>rzoeksvraag 2<br />
gaan we nu dieper <strong>in</strong> op <strong>de</strong>ze algemene conclusies. Ook gaan we kort <strong>in</strong> op <strong>de</strong> gehanteer<strong>de</strong><br />
metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek.<br />
Deelvraag 1.3. Kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Een belangrijke kern <strong>in</strong> <strong>de</strong> aanpak die we afleid<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> reductiefase was te on<strong>de</strong>rzoeken of<br />
met <strong>de</strong> elementen uit het conceptueel ka<strong>de</strong>r <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zo uitputtend mogelijk<br />
is beschreven. De analyses van <strong>de</strong> transcripties uit case 2 resulteer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> 96 elementen van<br />
<strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dit zijn er zeven m<strong>in</strong><strong>de</strong>r dan <strong>de</strong> 103 <strong>in</strong> case 1. In totaal vorm<strong>de</strong>n<br />
2633 uitspraken (1935 <strong>in</strong> case 1) van <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong> grondslag voor <strong>de</strong>ze elementen. Opvallend<br />
is dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case enerzijds het aantal met trefwoor<strong>de</strong>n geco<strong>de</strong>er<strong>de</strong> uitspraken (2633)<br />
bedui<strong>de</strong>nd hoger ligt dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case (1935) die an<strong>de</strong>rzijds zijn gebaseerd op m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
elementen (96 tegen 103). Dit betekent dat <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten zich vaker uitspraken over <strong>een</strong><br />
beperkter aantal kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
De meest gere<strong>de</strong> verklar<strong>in</strong>g vormt <strong>de</strong> toename van het aantal aangetroffen uitspraken over <strong>de</strong><br />
feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g <strong>in</strong> case 2. Na<strong>de</strong>re analyse liet zien dat dit gegeven het verschil wel voor<br />
<strong>een</strong> groot <strong>de</strong>el maar niet volledig verklaart. Een an<strong>de</strong>re verklar<strong>in</strong>g voor het bedui<strong>de</strong>nd hogere<br />
aantal uitspraken zoals <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van uitspraken van ‘ongeor<strong>de</strong>n<strong>de</strong>’ of ‘<strong>in</strong> herhal<strong>in</strong>g<br />
vallen<strong>de</strong>’ sprekers lijkt m<strong>in</strong><strong>de</strong>r waarschijnlijk. De aanpak om <strong>de</strong>ze co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen te voorkomen<br />
bleek afdoen<strong>de</strong>. Ook <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheid bie<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong>ze<br />
verklar<strong>in</strong>g g<strong>een</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g. Een meer plausibele verklar<strong>in</strong>g kan zijn dat <strong>de</strong> partnerschool<br />
meer jaren ervar<strong>in</strong>g heeft opgedaan met het PDS-traject waardoor respon<strong>de</strong>nten wellicht meer<br />
verdiepen<strong>de</strong> en gedifferentieer<strong>de</strong> uitspraken hebben gedaan over <strong>de</strong> elementen.<br />
Ver<strong>de</strong>r is het hoge aantal ‘negatieve’ uitspraken <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bij het kenmerk<br />
‘faciliter<strong>in</strong>g’ (23 f- uit 85 negatieve uitspraken) opvallend. Als verklar<strong>in</strong>g daarvoor namen we<br />
aan dat het betreffen<strong>de</strong> schoolbestuur relatief laat ten aanzien van ‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school’ <strong>een</strong><br />
dui<strong>de</strong>lijker positie was gaan <strong>in</strong>nemen. Hier zien we <strong>een</strong> van <strong>de</strong> knelpunten terug die we <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
probleemschets noem<strong>de</strong>n, dat scholen al doen<strong>de</strong> en zon<strong>de</strong>r specifiek beleid op dit punt <strong>een</strong><br />
<strong>de</strong>rgelijk vernieuw<strong>in</strong>gstraject <strong>in</strong>gaan. Ook <strong>de</strong> uitspraken <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze case van <strong>de</strong> actorgroep<br />
basisschool <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview over het element ‘competentiegericht IPB’ van het<br />
kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’, zijn tegen <strong>de</strong>ze achtergrond te verstaan.<br />
De ‘feitelijke’ uitspraken resulteer<strong>de</strong>n overigens (<strong>in</strong> case 1) slechts éénmaal <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van <strong>een</strong> nieuw element (‘zorgen voor ownership’). Voor het overige gaven <strong>de</strong><br />
uitspraken <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>een</strong>, voornamelijk positieve, bevestig<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> gepercipieer<strong>de</strong><br />
aanwezigheid van gewenste kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen.<br />
Het aantreffen van <strong>een</strong> vrij groot aantal uitspraken over elementen <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g,<br />
heeft echter nog <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re betekenis. Het geeft namelijk extra on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>re<br />
conclusie dat <strong>de</strong> door ons gevon<strong>de</strong>n elementen <strong>een</strong> vali<strong>de</strong> beeld geven van <strong>de</strong> werkelijke<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
140
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De resultaten maken dui<strong>de</strong>lijk dat het overgrote <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> elementen die <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case<br />
wer<strong>de</strong>n gevon<strong>de</strong>n evenzo aanwezig bleken <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Uitspraken over <strong>een</strong> negental<br />
elementen wer<strong>de</strong>n all<strong>een</strong> <strong>in</strong> één van bei<strong>de</strong> cases aangetroffen. Door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rliggen<strong>de</strong><br />
over<strong>een</strong>komen<strong>de</strong> eigenschappen bleek <strong>de</strong> cluster<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> elementen tot zeven componenten<br />
en <strong>de</strong> groeper<strong>in</strong>g tot 19 kenmerken herkenbaar <strong>in</strong> case 2. Het geheel aan elementen,<br />
kenmerken en componenten dat we <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case opbouw<strong>de</strong>n werd <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case op<br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len aangescherpt en aangevuld. Als geheel bleef het ongewijzigd. Om <strong>de</strong><br />
begripsvaliditeit te borgen zijn <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve omschrijv<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> relationele or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> elementen steeds voorgelegd aan en besproken met <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep.<br />
Op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten kunnen we daarmee op verantwoor<strong>de</strong> wijze als<br />
conclusie op <strong>de</strong>elvraag 1.3 stellen dat het thans verkregen <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve ontwerp van <strong>een</strong><br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r met elementen, kenmerken en componenten <strong>in</strong> elk geval vrij<br />
compleet en uitputtend is.<br />
Tenslotte conclu<strong>de</strong>ren we op grond van <strong>de</strong>ze resultaten dat het verkregen conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r geschikt is om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs te analyseren, te beschrijven en op hun volledigheid te<br />
toetsen.<br />
On<strong>de</strong>rzoeksvraag 2. Kenmerken die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krachtig maken.<br />
De vraag of het mogelijk is vast te stellen welke van <strong>de</strong> verkregen kenmerken <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g maken, was ook <strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.<br />
Bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten is voor elk van <strong>de</strong> kenmerken nagegaan of over<br />
<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> elementen h<strong>een</strong> meer sprake was van over<strong>een</strong>komsten tussen <strong>de</strong> drie<br />
actorgroepen. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n zeker bij het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ en<br />
‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’ <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk uitspraken aangetroffen waaruit regelmatig bleek dat <strong>de</strong> actoren<br />
elementen daarvan doorslaggevend von<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Deze uitspraken bleken voor <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> elementen afkomstig van actoren uit alle drie of<br />
tenm<strong>in</strong>ste twee van <strong>de</strong> drie actorgroepen. Ook getalsmatig kon gesproken wor<strong>de</strong>n van <strong>een</strong><br />
zekere nadruk op <strong>de</strong>ze elementen terwijl tevens sprake was van <strong>een</strong> verhoud<strong>in</strong>gsgewijs vrij<br />
gelijkmatige ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van het aantal uitspraken over <strong>de</strong> drie actorgroepen. Hetzelf<strong>de</strong> gold <strong>in</strong><br />
aflopen<strong>de</strong> volgor<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> kenmerken, ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ en ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’. Bij<br />
‘professionaliser<strong>in</strong>g’ werd kwantitatief onvoldoen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g gevon<strong>de</strong>n voor het<br />
vermoe<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> actoren hier <strong>een</strong> sterk belang aan hechtten en zeker niet bij die van <strong>de</strong><br />
actorgroep aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
We conclu<strong>de</strong>ren daarom dat <strong>in</strong> elk geval voor het kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ <strong>de</strong><br />
aanwijz<strong>in</strong>gen te zwak blijken om dit tot <strong>de</strong> krachtige kenmerken te rekenen. Dit <strong>in</strong><br />
tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> kenmerken ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ en ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’ en <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re<br />
mate ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ en ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’. Op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
conclu<strong>de</strong>ren we dat <strong>de</strong>ze kenmerken zijn te rekenen tot <strong>de</strong> kenmerken die <strong>in</strong> <strong>de</strong> optiek van <strong>de</strong><br />
actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kunnen maken.<br />
In <strong>de</strong> discussie van het zeven<strong>de</strong> hoofdstuk gaan we op <strong>de</strong>ze conclusies nog dieper <strong>in</strong>.<br />
141
Hoofdstuk 5. Kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, case 2<br />
De on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>. De gekozen kwalitatieve en evaluatief georiënteer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksaanpak<br />
<strong>in</strong> case 2 bleek a<strong>de</strong>quaat om <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeks(<strong>de</strong>el)vragen te beantwoor<strong>de</strong>n en te<br />
voldoen aan <strong>de</strong> doelstell<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> validiteit te verifiëren. Vergelijkbaar aan het on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> eerste case zijn verschillen<strong>de</strong> maatregelen genomen om <strong>de</strong> validiteit en betrouwbaarheid<br />
van <strong>de</strong> analyses te borgen. Met <strong>de</strong> gekozen on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong> hebben we <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case<br />
zo goed mogelijk gezorgd voor <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begrips- en ecologische validiteit van het te<br />
ontwikkelen conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r. Voor één nieuw element (‘afspraken bas-asl-hos’)<br />
bleek <strong>een</strong> nieuw begrippenmemo <strong>in</strong> Kwalitan nodig.<br />
Op basis van <strong>de</strong> genomen maatregelen conclu<strong>de</strong>ren we dat met het thans verkregen<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen op <strong>een</strong><br />
voldoen<strong>de</strong> vali<strong>de</strong> en betrouwbare manier kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n beschreven.<br />
We conclu<strong>de</strong>ren ver<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong> gebleken kwalitatieve en kwantitatieve over<strong>een</strong>komsten tussen<br />
<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen door bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs <strong>een</strong> aanwijz<strong>in</strong>g vormen dat eer<strong>de</strong>r sprake is van<br />
over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g dan van verschillen bij het co<strong>de</strong>ren (Popp<strong>in</strong>g, 1983).<br />
Een kwantitatieve over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g behoeft echter nog g<strong>een</strong>sz<strong>in</strong>s zon<strong>de</strong>r meer te dui<strong>de</strong>n op<br />
<strong>een</strong> kwalitatieve over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>g noch omgekeerd (Fe<strong>in</strong>ste<strong>in</strong> & Cicchetti, 1990). Zo is uit<br />
kwantitatieve gegevens immers g<strong>een</strong> zekerheid te verkrijgen over <strong>de</strong> vraag of bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs<br />
ook steeds <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> uitspraken toeken<strong>de</strong>n. De kwalitatieve<br />
vergelijk<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rsteunen echter wel dat beeld.<br />
Daarmee conclu<strong>de</strong>ren we dat we op vali<strong>de</strong> en betrouwbare wijze <strong>een</strong> conceptueel analytisch<br />
ka<strong>de</strong>r hebben kunnen ontwikkelen waarmee werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs kunnen wor<strong>de</strong>n geanalyseerd en<br />
beschreven.<br />
Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r, slotconclusie. Uit <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> elementen, kenmerken en<br />
componenten is nu <strong>een</strong> ontwerp van <strong>een</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r uitgewerkt. Het<br />
ontwerp van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r is gecompleteerd met <strong>een</strong> per element, kenmerk<br />
en component uitgewerkte omschrijv<strong>in</strong>g (zie Bijlagetabel F.1). De nu verkregen elementen,<br />
kenmerken en componenten zijn bruikbare concepten gebleken om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs te analyseren, te<br />
beschrijven en op hun volledigheid te toetsen.<br />
Op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten zoals wij die uit <strong>de</strong> meervoudige casestudy hebben<br />
verkregen, conclu<strong>de</strong>ren we dat <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tenm<strong>in</strong>ste <strong>de</strong> thans on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
elementen, kenmerken en componenten omvat. Dat laatste impliceert echter g<strong>een</strong>sz<strong>in</strong>s dat uit<br />
<strong>de</strong>ze opsomm<strong>in</strong>g als zodanig uitspraken zijn te doen over <strong>de</strong> ‘kwaliteit’ van <strong>de</strong> <strong>in</strong>gerichte<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n elementen, kenmerken en<br />
componenten is vooral formeel van aard. Dat wil zeggen dat <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g <strong>een</strong> neutrale en<br />
objectieve beschrijv<strong>in</strong>g biedt van kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen of karakteristieken van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
142
6<br />
DE KWALITEIT VAN MENTORINGSGESPREKKEN<br />
IN DE WERKPLEKLEEROMGEVING<br />
Mentor<strong>in</strong>g bleek één van <strong>de</strong> kenmerken die het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
krachtig kunnen bevor<strong>de</strong>ren. De mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn <strong>een</strong> essentieel en onlosmakelijk<br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Mentor<strong>in</strong>g en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r<br />
<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn er functioneel op gericht het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren <strong>in</strong> die werkplekleeromgev<strong>in</strong>g te bevor<strong>de</strong>ren. De mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn <strong>een</strong><br />
expliciete vorm van begeleid<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor. De kwaliteit van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken is daarmee cruciaal voor het creëren van <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
We zijn vanuit <strong>een</strong> sociaal-wetenschappelijk perspectief vooral geïnteresseerd <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Uit <strong>de</strong> theoretische verkenn<strong>in</strong>g bleek namelijk dat aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken kernactiviteiten<br />
en gespreksfasen zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, waarvan <strong>de</strong> variabelen <strong>in</strong>dicatoren voor die kwaliteit<br />
opleveren (Engelen, 2002). De kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken on<strong>de</strong>rzoeken we door<br />
transcripties van opgenomen gesprekken te analyseren op <strong>de</strong> aanwezigheid van die<br />
variabelen. Gerelateerd aan het verloop van <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n we<br />
variabelen die te maken hebben met <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> gespreksfasen: a) terugkomfase;<br />
b) verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase; c) aandachtspuntenfase; d) alternatievenfase en e) afsprakenfase.<br />
Daarnaast zijn er kernactiviteiten waarbij het gaat om activiteiten die te maken hebben met<br />
het a) bie<strong>de</strong>n van vertrouwen; b) geven van feedback; c) zorgen voor verklar<strong>in</strong>gen;<br />
d) afstemmen op leerbehoeften en competenties en e) stimu<strong>leren</strong> en uitdagen.<br />
In verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uitten <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>een</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprek me<strong>de</strong> afhankelijk kan zijn van <strong>de</strong> gespreksduur. Als <strong>in</strong>dicatoren van <strong>de</strong><br />
kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken hebben wij het aanwezig zijn <strong>in</strong> die gesprekken van <strong>de</strong><br />
variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen en kernactiviteiten aangenomen. Evi<strong>de</strong>ntie voor <strong>de</strong><br />
veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g is dan aannemelijk wanneer gepaard aan <strong>een</strong> oplopen<strong>de</strong> gespreksduur, ook <strong>de</strong><br />
aanwezigheid van <strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren aangetroffen variabelen toeneemt.<br />
Het verwerven van kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> context van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
vraagt <strong>een</strong> hoge mate van zelfstur<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het eigen <strong>leren</strong> en werken waarbij<br />
zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en eigenaarschap van het eigen leerproces <strong>een</strong> rol spelen (§ 2.4).<br />
Aanwijz<strong>in</strong>gen of daartoe ruimte bestaat kunnen even<strong>een</strong>s blijken uit <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Die aanwijz<strong>in</strong>gen gaan we na door alle getranscribeer<strong>de</strong> gesprekken te analyseren<br />
op uitspraken waaruit <strong>in</strong>itiatiefname blijkt. We veron<strong>de</strong>rstellen dat <strong>de</strong> kans op zelfstur<strong>in</strong>g<br />
groter is naarmate <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren meer <strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid zijn zelf <strong>in</strong>itiatieven te<br />
nemen. Tevens gaan we uit van <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefname <strong>in</strong> het mentor<strong>in</strong>gsgesprek<br />
afhankelijk is van <strong>de</strong> <strong>in</strong>breng van bei<strong>de</strong> partijen. Dit betekent dat zelfstur<strong>in</strong>g <strong>in</strong> feite <strong>een</strong><br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid is van <strong>de</strong> mentor zowel als van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
143
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In dit hoofdstuk wor<strong>de</strong>n antwoor<strong>de</strong>n gezocht op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag: ‘hoe realiseren <strong>de</strong><br />
mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>de</strong><br />
werkplek?’ Het gaat om <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. De manier waarop <strong>de</strong><br />
mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g realiseren, relateren we aan <strong>de</strong> hiervoor<br />
beschreven kwaliteits<strong>in</strong>dicatoren. Dit leidt tot <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> vier <strong>de</strong>elvragen.<br />
3.1 Welke variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n?<br />
3.2 Welke variabelen uit <strong>de</strong> kernactiviteiten zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n?<br />
3.3 Van welke gesprekspartner gaat <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken het <strong>in</strong>itiatief uit?<br />
3.4 Is er <strong>een</strong> relatie tussen <strong>de</strong> gespreksduur en het voorkomen van <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong><br />
gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken?<br />
In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf (§ 6.1) beschrijven we kort <strong>de</strong> context waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g en <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken plaatsvon<strong>de</strong>n. Daarna komen achter<strong>een</strong>volgens <strong>de</strong> metho<strong>de</strong> van<br />
on<strong>de</strong>rzoek (§ 6.2), <strong>de</strong> resultaten (§ 6.3) en <strong>de</strong> conclusies (§ 6.4) aan bod.<br />
144<br />
6.1 Context van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
Tij<strong>de</strong>ns het leerwerktraject voeren <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tenm<strong>in</strong>ste wekelijks <strong>een</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprek. In meer algemene z<strong>in</strong> kunnen <strong>de</strong>ze gesprekken betrekk<strong>in</strong>g hebben op<br />
directe als wel op <strong>in</strong>directe begeleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>rwerpen (zie § 2.3.2). Uit <strong>de</strong> studieduur van 59<br />
weken voor bei<strong>de</strong> zij-<strong>in</strong>stromers (§ 4.2.2) en ongeveer 55 weken voor <strong>de</strong> doorstromers<br />
(§ 5.2.2) is af te lei<strong>de</strong>n dat over het gehele leerwerktraject van bei<strong>de</strong> cases ongeveer 228<br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken plaatsgevon<strong>de</strong>n hebben.<br />
In <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g spelen naast <strong>de</strong> mentor nog an<strong>de</strong>re personen <strong>een</strong> meer directe en <strong>in</strong>directe<br />
begeleid<strong>in</strong>gsrol. Een <strong>in</strong>directe rol spelen bijvoorbeeld <strong>de</strong> collega-leraren en <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong><br />
partnerschool. In case 1 fungeer<strong>de</strong> het laatste half jaar van het leerwerktraject, en <strong>in</strong> case 2<br />
geduren<strong>de</strong> het gehele leerwerktraject, <strong>een</strong> centrale begelei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> partnerschool als<br />
klankbord voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en hun mentoren. Deze centrale begelei<strong>de</strong>r had naast<br />
eigen mentor<strong>in</strong>gstaken tot taak <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re mentoren te begelei<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van hen te<br />
coörd<strong>in</strong>eren. De begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re mentoren vond veelal op <strong>in</strong>formele wijze plaats. In<br />
case 2 was <strong>de</strong> centrale begelei<strong>de</strong>r voor één middag per week vrijgemaakt en fungeer<strong>de</strong> naast<br />
klankbord voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en hun mentoren tevens op <strong>in</strong>- en formele wijze als<br />
gesprekspartner voor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re mentoren. De begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re mentoren bestond<br />
vooral uit het voeren van <strong>in</strong>- en formele gesprekken over begeleid<strong>in</strong>gsvragen. De formele<br />
gesprekken wer<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re mentoren, meestal <strong>in</strong> het bijzijn van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren,<br />
ongeveer <strong>een</strong>maal per maand gevoerd. De extra on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren had<br />
vooral betrekk<strong>in</strong>g op het opstellen van hun POP’s en op <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
toetsgesprekken. Een meer directe en tevens nadrukkelijke rol is weggelegd voor <strong>de</strong><br />
hogeschooldocent-coach van <strong>de</strong> hogeschool. In bei<strong>de</strong> cases begeleid<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze coach geduren<strong>de</strong><br />
het leerwerktraject zowel <strong>de</strong> mentor als <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en bezocht daartoe om <strong>de</strong> drie tot<br />
vier weken <strong>de</strong> partnerschool.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bij dat bezoek von<strong>de</strong>n gesprekken plaats tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach<br />
waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> doelen uit het persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplan van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar centraal<br />
ston<strong>de</strong>n. Ongeveer zes tot zeven maal is daarbij het ontwikkel<strong>in</strong>gsplan door alle partijen<br />
on<strong>de</strong>rtekend. De aanstaan<strong>de</strong> leraren werkten on<strong>de</strong>r directe begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor<br />
gemid<strong>de</strong>ld genomen zes tot acht weken aan het vastgestel<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsplan. De<br />
<strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bereikte resultaten lag reglementair overigens <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van<br />
<strong>een</strong> an<strong>de</strong>re hogeschooldocent-coach die optrad als toetscoach. Om <strong>de</strong> doelen uit het<br />
persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplan te bereiken zijn on<strong>de</strong>r meer lessencycli van drie lessen<br />
gepland waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>de</strong>ze punten en doelen oefen<strong>de</strong>n. Vanwege het belang<br />
van <strong>de</strong>ze lessencycli en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken die rond <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong><br />
lessen wer<strong>de</strong>n gevoerd, is ervoor gekozen om voor elke aanstaan<strong>de</strong> leraar driemaal twee van<br />
<strong>de</strong>ze gesprekken op te nemen en te analyseren. We verwachten dat juist <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze gesprekken <strong>de</strong><br />
kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken het sterkst speelt waardoor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
<strong>een</strong> zo hoog mogelijke zegg<strong>in</strong>gskracht hebben.<br />
6.2.1 Deelnemers<br />
6.2 Metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek<br />
In Tabel 6.1 geven we <strong>een</strong> overzicht van het totaal aantal mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren dat<br />
als actoren was betrokken bij het on<strong>de</strong>rzoek en hun ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g over bei<strong>de</strong> cases.<br />
Tabel 6.1 Ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g over bei<strong>de</strong> cases van <strong>de</strong> aan het on<strong>de</strong>rzoek<br />
<strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
Case Aantal mentoren Aantal aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
1 3 2 (zij-<strong>in</strong>stromers)<br />
2 4 2 (doorstromers)<br />
Totaal 7 4<br />
In <strong>de</strong> eerste case was <strong>in</strong> <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van 2001 tot 2003 <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong>gericht<br />
voor twee zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren. Bei<strong>de</strong>n kregen <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> jaar <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re<br />
groep toegewezen. Eén van hen kreeg toen als mentor <strong>de</strong> leraar die het jaar ervoor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar had begeleid. Hierdoor namen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze case drie mentoren <strong>de</strong>el aan het<br />
on<strong>de</strong>rzoek. Eén van <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong>ze case had reeds voorafgaand aan het leerwerktraject<br />
<strong>een</strong> op mentor<strong>in</strong>g gerichte schol<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re hogeschool afgerond.<br />
In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case g<strong>in</strong>g het <strong>in</strong> <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van 2003 tot 2004 om <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re partnerschool en<br />
om twee aanstaan<strong>de</strong> leraren uit het reguliere voltijdse traject. Bei<strong>de</strong>n kregen <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
om halverwege het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> jaar van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g door te stromen naar het leerwerktraject. Ook<br />
zij kregen <strong>in</strong> het twee<strong>de</strong> jaar <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re groep met voor bei<strong>de</strong>n <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re leraar-mentor,<br />
zodat voor hen <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n heeft gelegen van vier mentoren.<br />
Wat <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case betreft, merken we nog op dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case naast<br />
<strong>de</strong> vier ‘gewone’ mentoren nog <strong>een</strong> meer ervaren mentor (centrale begelei<strong>de</strong>r) voor één<br />
middag per week was vrijgemaakt die zorg<strong>de</strong> voor extra on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren bij<br />
<strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
145
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Deze extra begeleid<strong>in</strong>g had voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren vooral betrekk<strong>in</strong>g op het opstellen van<br />
hun POP’s en op <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toetsgesprekken. In die z<strong>in</strong> nam <strong>de</strong>ze ‘centrale<br />
begelei<strong>de</strong>r’ <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> taken van <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach voor zijn reken<strong>in</strong>g.<br />
Bovendien volg<strong>de</strong>n <strong>de</strong> centrale begelei<strong>de</strong>r en <strong>een</strong> mentor uit <strong>de</strong>ze case geduren<strong>de</strong> het<br />
leerwerktraject nog <strong>een</strong> op mentor<strong>in</strong>g gerichte schol<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> hogeschool.<br />
6.2.2 Dataverzamel<strong>in</strong>g<br />
Voor het on<strong>de</strong>rzoek zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste zowel als <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case voor elk van <strong>de</strong> vier<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren drie series van twee mentor<strong>in</strong>gsgesprekken op audioband opgenomen. Het<br />
on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal bestaat uit <strong>de</strong> letterlijke transcripties van <strong>de</strong> bandopnamen van <strong>de</strong>ze<br />
gesprekken. Het leerwerktraject uit <strong>de</strong> eerste case v<strong>in</strong>g aan <strong>in</strong> september/oktober 2001, dat<br />
van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong> maart 2003. In bei<strong>de</strong> cases is <strong>de</strong> eerste serie opgenomen na <strong>de</strong> gewenn<strong>in</strong>gsfase<br />
aan het beg<strong>in</strong> van het leerwerktraject, <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> halverwege het traject en <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het traject. Van ie<strong>de</strong>re aanstaan<strong>de</strong> leraar zijn daarmee gegevens uit zes<br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken verzameld. In Tabel 6.2 is <strong>een</strong> overzicht gegeven van het tijdstip<br />
waarop <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn opgenomen.<br />
Tabel 6.2 Tijdstip waarop <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn opgenomen.<br />
Serie Mentor<strong>in</strong>gsgesprek Aantal en tijdstip case 1 Aantal en tijdstip case 2<br />
1 eerste 2 x <strong>in</strong> februari 2002 2 x <strong>in</strong> juni 2003<br />
twee<strong>de</strong> 2 x <strong>in</strong> februari 2002 2 x <strong>in</strong> juni 2003<br />
2 eerste 2 x <strong>in</strong> juni 2002 2 x <strong>in</strong> <strong>de</strong>cember 2003<br />
twee<strong>de</strong> 2 x <strong>in</strong> juni 2002 2 x <strong>in</strong> <strong>de</strong>cember 2003<br />
3 eerste 2 x <strong>in</strong> februari 2003 2 x <strong>in</strong> mei 2004<br />
twee<strong>de</strong> 2 x <strong>in</strong> februari 2003 2 x <strong>in</strong> mei 2004<br />
Voor <strong>de</strong> werkwijze bij <strong>de</strong> opgenomen mentor<strong>in</strong>gsgesprekken gold het volgen<strong>de</strong> protocol.<br />
Voorafgaand aan <strong>de</strong> eerste les uit <strong>de</strong> lessencyclus voer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor<br />
<strong>een</strong> voorgesprek over <strong>de</strong> te geven lessen. Uitgangspunt voor <strong>de</strong> keuze van elke les was dat<br />
<strong>de</strong>ze <strong>in</strong> <strong>de</strong> reële lessituatie aansluit<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n bood op <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gslijn of<br />
competenties waar <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op grond van <strong>de</strong> afspraken uit het persoonlijke<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsplan <strong>in</strong> <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van het leerwerktraject aan zou werken.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor bepaal<strong>de</strong>n steeds samen om welke didactische,<br />
pedagogische en organisatorische vaardighe<strong>de</strong>n het tij<strong>de</strong>ns elke afzon<strong>de</strong>rlijke les g<strong>in</strong>g en<br />
welke aandachtspunten er voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar dan centraal ston<strong>de</strong>n. Vervolgens gaf <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> les terwijl <strong>de</strong> mentor observeer<strong>de</strong>. Daarbij zou <strong>de</strong> mentor tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong><br />
observaties specifiek letten op <strong>de</strong>ze vaardighe<strong>de</strong>n en punten. Na afloop van elke les (direct na<br />
<strong>de</strong> les of op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> dag) volg<strong>de</strong> het mentor<strong>in</strong>gsgesprek. Kern vorm<strong>de</strong>n <strong>de</strong> geobserveer<strong>de</strong><br />
vaardighe<strong>de</strong>n en punten. Elk gesprek zou <strong>in</strong> elk geval naast <strong>een</strong> reflectie op <strong>de</strong> gegeven les,<br />
tevens <strong>een</strong> terugblik op <strong>de</strong> voorgaan<strong>de</strong> les of lessen en <strong>een</strong> vooruitblik naar <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
omvatten. Naar aanleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vooruitblik zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor<br />
afspraken maken over <strong>de</strong> vervolgles. Evenzo was het nadrukkelijk <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g dat alle lessen<br />
en daarmee <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> en opklimmen<strong>de</strong> lijn aan elkaar<br />
waren gerelateerd.<br />
146
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Op die wijze is geborgd dat <strong>in</strong> elk geval protocollair <strong>de</strong> lessen en mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong><br />
voornaamste variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen en kernactiviteiten kon<strong>de</strong>n omvatten.<br />
6.2.3 Dataverwerk<strong>in</strong>g<br />
De <strong>in</strong>strumentatie. Voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>strumentatie zijn <strong>de</strong> variabelen gebruikt uit <strong>de</strong> gespreksfasen en<br />
kernactiviteiten die Engelen (2002) on<strong>de</strong>rscheidt. De door Engelen gebruikte variabelen<br />
had<strong>de</strong>n betrekk<strong>in</strong>g op coach<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> het voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Daarom zijn <strong>de</strong>ze<br />
variabelen op enkele aspecten aangepast voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Na<br />
aanpass<strong>in</strong>g zijn bij elk van <strong>de</strong> vijf gespreksfasen drie tot zeven variabelen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n op<br />
<strong>een</strong> totaal van 25 variabelen (zie Tabel 6.3).<br />
Tabel 6.3 Overzicht van <strong>de</strong> vijf aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n gespreksfasen en <strong>de</strong><br />
operationaliser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> 25 variabelen.<br />
nr. Gespreksfasen en hun operationaliser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> variabelen<br />
1.00 Terugkomfase: mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar komen terug op het voorgaan<strong>de</strong> gesprek<br />
1.01 terugkomen op het vorige gesprek<br />
1.02 bespreken van aandachtspunten uit het vorige gesprek<br />
1.03 terughalen van leerdoelen uit het vorige gesprek<br />
2.00 Verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase: verdui<strong>de</strong>lijken van <strong>de</strong> gegeven les(situatie)<br />
2.01 bespreken van <strong>de</strong> men<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> les(aanpak)<br />
2.02 benoemen van het lesdoel voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen<br />
2.03 benoemen van het leerdoel van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
2.04 beschrijven van het lesverloop<br />
2.05 verdui<strong>de</strong>lijken van <strong>de</strong> aanpak<br />
2.06 motiveren van <strong>de</strong> aanpak<br />
2.07 nagaan of het besprokene is begrepen<br />
3.00 Aandachtspuntenfase: benoemen van aandachtspunten vanuit <strong>de</strong> gegeven les<br />
3.01 benoemen van aandachtspunten voor <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r<br />
3.02 erkennen van door <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r gegeven aandachtspunten<br />
3.03 afwijzen van door <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r gegeven aandachtspunten<br />
3.04 noemen van eigen aandachtspunten<br />
3.05 afwijzen van eigen aandachtspunten<br />
4.00 Alternatievenfase: uitwisselen en formu<strong>leren</strong> alternatieven voor verbeter<strong>in</strong>g<br />
4.01 formu<strong>leren</strong> van alternatieven<br />
4.02 beargumenteren van alternatieven<br />
4.03 overnemen van alternatieven<br />
4.04 afwijzen van alternatieven<br />
5.00 Afsprakenfase: afspraken maken voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les(sen)<br />
5.01 bespreken van het plan voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les(sen)<br />
5.02 afspreken van lesdoel(en) voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les(sen)<br />
5.03 afspreken van leerdoel(en) voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les(sen)<br />
5.04 formu<strong>leren</strong> van afspraken<br />
5.05 evalueren van het gesprek<br />
5.06 afsluiten van het gesprek<br />
147
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Een verschil met Engelen is dat enkele van <strong>de</strong> door haar gebruikte variabelen door ons meer<br />
toegespitst zijn op <strong>de</strong> <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek benadrukte we<strong>de</strong>rzijdse verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor het<br />
gesprek en op <strong>de</strong> analyse van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Zo is gezorgd dat <strong>de</strong> formuler<strong>in</strong>g van verschillen<strong>de</strong> variabelen dit meer we<strong>de</strong>rzijdse karakter<br />
weerspiegelt: <strong>in</strong> plaats van ‘<strong>de</strong> coach geeft zijn eigen ervar<strong>in</strong>g weer’ is ‘<strong>de</strong>len van ervar<strong>in</strong>gen’<br />
gebruikt. Ook zijn sommige variabelen aangescherpt of vervangen. Omdat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar op <strong>de</strong> werkplek leert <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door te <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is <strong>de</strong> kans aanwezig dat bij<br />
analyse <strong>een</strong> mogelijke perspectiefswitch van aanstaan<strong>de</strong> leraar naar leerl<strong>in</strong>g ongezien blijft.<br />
Om hier<strong>in</strong> dui<strong>de</strong>lijk te blijven is bijvoorbeeld ‘coach vraagt gecoachte naar lesdoelen’<br />
vervangen door ‘benoemen van het lesdoel voor <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen’ en ‘benoemen van het leerdoel<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar’. Tenslotte is <strong>de</strong> term<strong>in</strong>ologie ‘coach’-‘gecoachte’ steeds vervangen<br />
door ‘mentor’-‘aanstaan<strong>de</strong> leraar’. Het begrip coach<strong>in</strong>g heeft <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek betrekk<strong>in</strong>g op<br />
<strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>gsactiviteiten van <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach. Ver<strong>de</strong>r is gekozen voor <strong>een</strong><br />
taalkundig logische formuler<strong>in</strong>g en or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> variabelen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> gespreksfasen en<br />
kernactiviteiten. Dit leid<strong>de</strong> tot het samenvoegen van verschillen<strong>de</strong> variabelen terwijl<br />
an<strong>de</strong>rzijds <strong>een</strong> enkele keer <strong>een</strong> variabele is toegevoegd om <strong>een</strong> dubbele <strong>in</strong>terpretatiemogelijkheid<br />
bij <strong>de</strong> analyses te voorkomen.<br />
Een voorbeeld hiervan is <strong>de</strong> kernactiviteit ‘Vertrouwen: uitgaan van steun en vertrouwen’ die<br />
bestond uit twee variabelen: het ‘bie<strong>de</strong>n van steun’ en het ‘<strong>de</strong>len van ervar<strong>in</strong>gen’. Daaraan<br />
hebben wij toegevoegd: het ‘bie<strong>de</strong>n van vertrouwen’. Voor elk van <strong>de</strong> vijf kernactiviteiten<br />
werd op <strong>de</strong>ze wijze twee tot drie variabelen uit <strong>een</strong> totaal van 11 variabelen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
(zie Tabel 6.4).<br />
Tabel 6.4 Overzicht van <strong>de</strong> vijf aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n kernactiviteiten en <strong>de</strong><br />
operationaliser<strong>in</strong>g ervan <strong>in</strong> 11 variabelen.<br />
nr. Kernactiviteiten en hun operationaliser<strong>in</strong>g <strong>in</strong> variabelen<br />
1.00 Vertrouwen: uitgaan van steun en vertrouwen<br />
1.01 bie<strong>de</strong>n van vertrouwen<br />
1.02 bie<strong>de</strong>n van steun<br />
1.03 <strong>de</strong>len van ervar<strong>in</strong>gen<br />
2.00 Feedback: uitgaan van constructieve terugkoppel<strong>in</strong>g of feedback<br />
2.01 bie<strong>de</strong>n van positieve terugkoppel<strong>in</strong>g<br />
2.02 geven van negatieve terugkoppel<strong>in</strong>g<br />
3.00 Verklar<strong>in</strong>g: het analyseren van <strong>de</strong> toepass<strong>in</strong>g<br />
3.01 verklaren van aspecten die goed liepen<br />
3.02 verklaren van aspecten die mislukten<br />
4.00 Afstemm<strong>in</strong>g: het afstemmen van nieuwe kennis en vaardighe<strong>de</strong>n<br />
4.01 afstemmen op mogelijkhe<strong>de</strong>n en leerbehoeften leerl<strong>in</strong>gen<br />
4.02 afstemmen op competenties en leerbehoeften aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
5.00 Uitdag<strong>in</strong>g: stimu<strong>leren</strong> en uitdagen tot nieuwe kennis en vaardighe<strong>de</strong>n<br />
5.01 aanmoedigen bepaal<strong>de</strong> nieuwe kennis en vaardighe<strong>de</strong>n op te doen<br />
5.02 uitdagen tot toepassen nieuwe kennis en vaardighe<strong>de</strong>n<br />
Bij <strong>de</strong> kernactiviteiten zowel als bij <strong>de</strong> gespreksfasen on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong> Engelen variabelen<br />
waaraan <strong>een</strong> vragend dan wel <strong>een</strong> stellend karakter is toe te schrijven, zoals ‘vragen naar <strong>de</strong><br />
motieven voor <strong>de</strong> aanpak’ of ‘geven van <strong>de</strong> motieven voor <strong>de</strong> aanpak’. Dergelijke variabelen<br />
vormen <strong>in</strong> feite <strong>een</strong> spiegelvariant van <strong>de</strong> variabele ‘motiveren van <strong>de</strong> aanpak’ (van <strong>een</strong> les).<br />
148
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Het on<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>de</strong> vragen<strong>de</strong> en stellen<strong>de</strong> vorm tij<strong>de</strong>ns het gesprek heeft voor ons <strong>een</strong><br />
kwalitatief belang <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat uitspraken met <strong>een</strong> vragend karakter vanuit <strong>de</strong> mentor ruimte<br />
geven om vragen te stellen bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> kwaliteit van uitspraken.<br />
Zo is aannemelijk dat <strong>een</strong> mentor die veel vragen<strong>de</strong> uitspraken doet meer ruimte biedt voor<br />
zelfstur<strong>in</strong>g en reflectie dan <strong>de</strong> mentor die vooral stellen<strong>de</strong> uitspraken doet. Om <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>n is<br />
per gespreksfase en kernactiviteit <strong>in</strong> <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n het vragen<strong>de</strong> en stellen<strong>de</strong><br />
karakter tot uitdrukk<strong>in</strong>g gebracht door <strong>een</strong> ‘s’ dan wel <strong>een</strong> ‘v’ aan <strong>de</strong> variabele toe te kennen.<br />
De analyses. Voor <strong>de</strong> verwerk<strong>in</strong>g en analyse van <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> bandopnamen is<br />
gebruik gemaakt van het computerprogramma Kwalitan (versie 5.09, Peters, 2001; Wester &<br />
Peters, 1999). Voor <strong>de</strong> analyses is elk van <strong>de</strong> 22 transcripties als één zelfstandig<br />
‘mentor<strong>in</strong>gsgesprekdocument’ <strong>in</strong> Kwalitan <strong>in</strong>gevoerd. Omdat <strong>in</strong> het computerprogramma<br />
Kwalitan per segment maximaal 50 co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen met trefwoor<strong>de</strong>n mogelijk zijn, is elk<br />
gespreksdocument steeds na dat aantal co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen gesegmenteerd. Bij <strong>de</strong> analyses speel<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>ze segmenter<strong>in</strong>g ver<strong>de</strong>r g<strong>een</strong> rol.<br />
De analyses van <strong>de</strong> transcripties zijn er me<strong>de</strong> op gericht te on<strong>de</strong>rzoeken van welke<br />
gesprekspartner tij<strong>de</strong>ns het gesprek het <strong>in</strong>itiatief uitgaat. Bij elke uitspraak is daartoe bepaald<br />
of er a) sprake was van <strong>een</strong> nieuw aangetroffen stellend of vragend <strong>in</strong>itiatief. Daarnaast is<br />
nagegaan of <strong>de</strong> uitspraak betrekk<strong>in</strong>g had op b) <strong>een</strong> variabele uit <strong>de</strong> gespreksfasen of uit <strong>de</strong><br />
kernactiviteiten, terwijl c) tevens werd vastgesteld van welke gesprekspartner het <strong>in</strong>ititatief<br />
uitg<strong>in</strong>g (van <strong>de</strong> mentor ‘m’ of van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar ‘a’).<br />
Net als bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews wil<strong>de</strong>n we voorkomen trefwoor<strong>de</strong>n toe te kennen aan herhalen<strong>de</strong><br />
uitspraken (vgl. § 4.2.3). Bij <strong>de</strong> analyses is <strong>een</strong> uitspraak all<strong>een</strong> geco<strong>de</strong>erd wanneer er sprake<br />
was van <strong>een</strong> nieuw ‘on<strong>de</strong>rwerp’. Daarmee is het toekennen van trefwoor<strong>de</strong>n aan herhalen<strong>de</strong><br />
uitspraken voorkomen. Evenm<strong>in</strong> zijn <strong>de</strong> taalkundig ‘conversationele’ reacties van <strong>de</strong><br />
gesprekspartner die ‘hoor<strong>de</strong>r’ is (Houtkoop & Koole, 2000), zoals reacties op <strong>de</strong> vragen<strong>de</strong> en<br />
stellen<strong>de</strong> uitspraken, en an<strong>de</strong>re hoor<strong>de</strong>rsbijdragen geco<strong>de</strong>erd (vgl. § 4.2.3).<br />
Als <strong>in</strong> <strong>de</strong> reactie van <strong>de</strong> hoor<strong>de</strong>r dui<strong>de</strong>lijk <strong>een</strong> eigen wend<strong>in</strong>g herkenbaar is op het <strong>in</strong>itiatief<br />
van <strong>de</strong> spreker doordat <strong>de</strong>ze bijvoorbeeld <strong>een</strong> nieuw on<strong>de</strong>rwerp of alternatief <strong>in</strong>brengt, is<br />
sprake van <strong>een</strong> nieuw <strong>in</strong>itiatief. Op <strong>de</strong>ze wijze is bij <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g reken<strong>in</strong>g gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong><br />
‘ongeor<strong>de</strong>n<strong>de</strong>’, ‘<strong>in</strong> herhal<strong>in</strong>g vallen<strong>de</strong>’ spreker zowel als met ‘conversationele’ reacties.<br />
Op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze als bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews bestaan <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n uit variabelen waaraan co<strong>de</strong>s<br />
zijn toegevoegd die <strong>een</strong> <strong>een</strong>duidige analyse van <strong>de</strong> uitspraken mogelijk maken. Bij <strong>de</strong><br />
analyses zijn we, meer dan bij Engelen (2002) het geval is, uitgegaan van <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>itiatiefname die steeds <strong>een</strong> vragend of stellend karakter bezit, <strong>in</strong> het mentor<strong>in</strong>gsgesprek<br />
afhankelijk is van <strong>de</strong> <strong>in</strong>breng van bei<strong>de</strong> partijen, <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> mentor. Voor <strong>de</strong><br />
analyses van <strong>de</strong> uitspraken kan dan wor<strong>de</strong>n volstaan met het toekennen van tweemaal twee<br />
extra co<strong>de</strong>s: s = stellend, v = vragend en m = mentor, a = aanstaan<strong>de</strong> leraar. Voor <strong>de</strong> analyses<br />
van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken waren voor <strong>de</strong> 25 respectievelijk 11 variabelen <strong>de</strong>rhalve 144<br />
trefwoor<strong>de</strong>n nodig. Als voorbeeld van <strong>een</strong> operationalisatie van <strong>een</strong> variabele <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
trefwoord, is <strong>in</strong> Tabel 6.5 <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>g gegeven van <strong>de</strong> variabele ‘afspreken van het leerdoel<br />
of <strong>de</strong> leerdoelen voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les of lessen’.<br />
149
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel 6.5 Uitwerk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> vier trefwoor<strong>de</strong>n van variabele 5.03 ‘afspreken van leerdoel(en) voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong><br />
les(sen)’ uit gespreksfase 5 ‘afspraken maken voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les(sen)’.<br />
Aard uitspraak Trefwoord bij <strong>in</strong>itiatief mentor Trefwoord bij <strong>in</strong>itiatief aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
stellend f_24_145_m_s_leerdoel(en) geven f_24_145_a_s_leerdoel(en) geven<br />
vragend f_24_146_m_v_vragen leerdoel(en) te geven f_24_146_a_v_vragen leerdoel(en) te geven<br />
Zoals uit <strong>de</strong> tabel is af te lezen maken <strong>de</strong> toegevoeg<strong>de</strong> co<strong>de</strong>s <strong>een</strong> vlotte en <strong>een</strong>duidige analyse<br />
van <strong>de</strong> uitspraken mogelijk. In één keer wordt <strong>een</strong> beeld verkregen van <strong>de</strong> variabele die <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
uitspraak besloten ligt als wel van <strong>de</strong> aard ervan en van wie het <strong>in</strong>itiatief uit is gegaan. De<br />
nummers na <strong>de</strong> letter ‘f’ (fase) specificeren om welke fase het gaat en i<strong>de</strong>ntificeren<br />
daarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> variabele. De toegevoeg<strong>de</strong> letters dui<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefnemer (‘m’ of ‘a’, mentor<br />
of aanstaan<strong>de</strong> leraar) respectievelijk <strong>de</strong> aard van <strong>de</strong> uitspraak (‘s’ of ‘v’, stellend of vragend).<br />
Om technische re<strong>de</strong>nen is ervoor gekozen <strong>de</strong> nummers van <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n aan te laten sluiten<br />
op <strong>de</strong> nummer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> kenmerken (19) en elementen (104) uit het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem. De<br />
eerste gespreksfase draagt daarmee met nummer 20 en <strong>de</strong> eerste variabele daarvan het<br />
nummer 105.<br />
In Tabel 6.6 is <strong>een</strong> voorbeeld uitgewerkt van <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren<br />
waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten herkenbaar<br />
waren, met behulp van <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n zijn geco<strong>de</strong>erd.<br />
Tabel 6.6 Een voorbeeld van co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten uit <strong>een</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprek van <strong>de</strong> eerste case.<br />
Mentor: “Je hebt dus wel het i<strong>de</strong>e dat je <strong>een</strong> beetje uitkomt met die plann<strong>in</strong>g zoals je die nu gemaakt<br />
hebt. Die tijdsplann<strong>in</strong>g.” (vragend <strong>in</strong>itiatief: _21_120_m_v_vragen om te verdui<strong>de</strong>lijken)<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Ja, ja.” (cont<strong>in</strong>ueer<strong>de</strong>r: niet geco<strong>de</strong>erd)<br />
Mentor: “Ik heb het net even doorgekeken, en ik <strong>de</strong>nk dat het <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad aardig klopte.” (stellend<br />
<strong>in</strong>itiatief: g_26_161_m_s_positief terugkoppelen)<br />
“Misschien dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>structie iets langer was, dan je gepland had.” (stellend <strong>in</strong>itiatief:<br />
f_22_125_m_s_aandachtspunten geven)<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Van het zelfstandig?” (reactie: niet geco<strong>de</strong>erd)<br />
Mentor: “Nee, van <strong>de</strong> oefen<strong>in</strong>genkalen<strong>de</strong>r, met daar achter aan <strong>de</strong> woordjes be<strong>de</strong>nken.” (reactie: niet<br />
geco<strong>de</strong>erd: is vervolg op stellend <strong>in</strong>itiatief: f_22_125_m_s_aandachtspunten geven)<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Oh ja, ja. Dat v<strong>in</strong>d ik ook nog steeds moeilijk <strong>in</strong> te schatten. Van tevoren dan. Hoeveel<br />
woordjes ga je dan be<strong>de</strong>nken. Komen ze er op? Gaan ze vaak <strong>de</strong> fout <strong>in</strong>, hè. Op <strong>een</strong> gegeven<br />
moment echt met ‘flits, vlag, vlees’. Ja, dan wil je toch <strong>een</strong> paar goeie hebben.” (stellend<br />
<strong>in</strong>itiatief: f_22_127_a_s_erkennen gegeven punten)<br />
De kwaliteit van <strong>de</strong> analyses. Om <strong>de</strong> validiteit en betrouwbaarheid van <strong>de</strong> analyses te borgen,<br />
zijn op vergelijkbare wijze als bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews (zie § 4.3.2 en § 5.3.2) verschillen<strong>de</strong><br />
maatregelen getroffen. De eerste beogen het borgen van <strong>de</strong> validiteit, <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> hebben<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> betrouwbaarheid.<br />
Om <strong>een</strong> zo werkelijkheidsgetrouw beeld te krijgen en daarmee <strong>de</strong> ecologische validiteit zo<br />
groot mogelijk te laten zijn, zijn <strong>de</strong> bandopnamen door <strong>de</strong> mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren zelf<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> natuurlijke sett<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g opgenomen, zon<strong>de</strong>r tussenkomst van<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker. Dat er tij<strong>de</strong>ns het gesprek <strong>een</strong> geluidsband meeloopt, kan echter van <strong>in</strong>vloed<br />
zijn op het gespreksverloop en daarmee op <strong>de</strong> validiteit. Omdat naar <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren dit g<strong>een</strong> <strong>in</strong>vloed heeft lijkt <strong>de</strong> kans daarop echter beperkt.<br />
150
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Ver<strong>de</strong>r is elk mentor<strong>in</strong>gsgesprek woor<strong>de</strong>lijk getranscribeerd. De transcripties zijn voorgelegd<br />
aan <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar. Daarmee is <strong>de</strong> weergave van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
zo letterlijk en zo volledig mogelijk geregistreerd en kan <strong>de</strong> analyse van <strong>de</strong><br />
werkelijkheid <strong>een</strong> zo objectief en vali<strong>de</strong> mogelijk beeld opleveren (Maso & Smal<strong>in</strong>g, 1998).<br />
We merken hierbij wel op dat het hier <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r gaat om <strong>een</strong> ‘verbale werkelijkheid’.<br />
Om <strong>de</strong> begripsvaliditeit te borgen zijn <strong>de</strong> aangepaste variabelen en <strong>de</strong> ervan afgelei<strong>de</strong><br />
trefwoor<strong>de</strong>n zo <strong>een</strong>duidig mogelijk omschreven met behulp van <strong>een</strong> consequent gebruik van<br />
memo’s <strong>in</strong> Kwalitan. Alle on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n variabelen evenals <strong>de</strong> ervan afgelei<strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n<br />
zijn steeds uitvoerig besproken met <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep (‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’,<br />
Peters, 1995; Wester & Peters, 2004).<br />
De gehele dialoog van het mentor<strong>in</strong>gsgesprek is geanalyseerd. Om daarbij <strong>de</strong> <strong>in</strong>traco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheid<br />
van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> analyses na te gaan heeft <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker na acht weken<br />
enkele mentor<strong>in</strong>gsdocumenten voor <strong>een</strong> twee<strong>de</strong>maal bl<strong>in</strong>d geco<strong>de</strong>erd. De resultaten van <strong>de</strong>ze<br />
twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g zijn vergeleken met die van <strong>de</strong> eerste. De betrouwbaarheid van <strong>de</strong> analyses<br />
van <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeker, is ver<strong>de</strong>r nog<br />
nagegaan door <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur enkele documenten te laten analyseren. Voorafgaand aan<br />
<strong>de</strong>ze twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g heeft <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur eerst nog uitgebrei<strong>de</strong> <strong>in</strong>structie gekregen over<br />
het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem.<br />
6.3 Resultaten<br />
In <strong>de</strong> nu volgen<strong>de</strong> besprek<strong>in</strong>g wordt eerst <strong>een</strong> overzicht gegeven van enkele algemene<br />
gegevens. Daarna wor<strong>de</strong>n achter<strong>een</strong>volgens <strong>de</strong> resultaten op <strong>de</strong> vier <strong>de</strong>elvragen van<br />
on<strong>de</strong>rzoeksvraag 3 besproken.<br />
6.3.1 Algem<strong>een</strong><br />
Met <strong>de</strong> 144 beschikbare trefwoor<strong>de</strong>n wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> 22 bruikbare transcripties 1965 uitspraken<br />
geco<strong>de</strong>erd die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten.<br />
In Tabel 6.7 is van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze uitspraken over bei<strong>de</strong> cases <strong>een</strong> overzicht gegeven.<br />
Tabel 6.7 Overzicht van het aantal <strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases opgenomen mentor<strong>in</strong>gsgesprekken, het aantal<br />
bruikbare transcripties en <strong>de</strong> daar<strong>in</strong> aangetroffen uitspraken gerelateerd aan <strong>de</strong> gespreksfasen<br />
en kernactiviteiten.<br />
Case 1 Case 2 Totaal<br />
Opgenomen gesprekken 12 12 24<br />
Bruikbare transcripties 10 12 22<br />
Aangetroffen uitspraken 1184 781 1965<br />
Van <strong>de</strong> 24 opgenomen gesprekken kon<strong>de</strong>n er 22 wor<strong>de</strong>n getranscribeerd. Bij <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> serie<br />
gesprekken van mentor 3 met aanstaan<strong>de</strong> leraar 2 uit <strong>de</strong> eerste case waren bij het opnemen op<br />
band technische problemen ontstaan. De bandopnamen bleken onbruikbaar. Hierdoor waren<br />
voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken uit <strong>de</strong> eerste case 10 transcripties bruikbaar.<br />
151
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Validiteit. Net als bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews is elke uitgewerkte transcriptie ter goedkeur<strong>in</strong>g voorgelegd<br />
aan <strong>de</strong> betrokken gesprekspartners. Alle <strong>de</strong>elnemers oor<strong>de</strong>el<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> getranscribeer<strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken over<strong>een</strong>stem<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> gesprekken zoals zij zich die her<strong>in</strong>ner<strong>de</strong>n. Ook<br />
gaven ze aan dat <strong>de</strong>ze gesprekken vergelijkbaar waren met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re formele (maar niet<br />
opgenomen) mentor<strong>in</strong>gsgesprekken die ze met elkaar voer<strong>de</strong>n.<br />
Betrouwbaarheid. Voor het on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> betrouwbaarheid zijn <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong><br />
analyses van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken uit <strong>de</strong> twee cases bij<strong>een</strong> genomen. Dit was mogelijk<br />
aangezien bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> documenten voor <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases is uitgegaan van <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
trefwoor<strong>de</strong>n.<br />
Om <strong>de</strong> <strong>in</strong>traco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheid van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> analyses na te gaan zijn at random<br />
twee uit <strong>de</strong> eerste tien geco<strong>de</strong>er<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsdocumenten getrokken en voor <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> maal<br />
bl<strong>in</strong>d geco<strong>de</strong>erd. In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> situatie bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews beschikten we bij <strong>de</strong><br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsdocumenten over <strong>een</strong> tevoren uitgewerkt geheel van trefwoor<strong>de</strong>n.<br />
Uit <strong>de</strong> kwalitatieve vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eerste en twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> gevallen<br />
(dan ook) vrijwel g<strong>een</strong> verschillen aangetroffen. Het was niet nodig <strong>de</strong> aan <strong>de</strong> trefwoor<strong>de</strong>n<br />
toegevoeg<strong>de</strong> co<strong>de</strong>s aan te scherpen.<br />
De co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g door <strong>een</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur bevestig<strong>de</strong> dit beeld. Voor <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
co<strong>de</strong>ur zijn 4 van <strong>de</strong> 22 mentor<strong>in</strong>gsdocumenten gebruikt. Als criterium is genomen dat slechts<br />
één document per aanstaan<strong>de</strong> leraar getrokken zou wor<strong>de</strong>n. Op die manier had elke<br />
geanalyseer<strong>de</strong> transcriptie automatisch betrekk<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek tussen an<strong>de</strong>re<br />
personen en was <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> cases maximaal. Voor <strong>de</strong> trekk<strong>in</strong>g zijn voor elk van <strong>de</strong><br />
vier aanstaan<strong>de</strong> leraren alle documenten op <strong>een</strong> stapel gelegd. Uit <strong>de</strong>ze vier stapels is van elke<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar één document at random getrokken voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong>, bl<strong>in</strong><strong>de</strong>, co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g door<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur die ook bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g uitvoer<strong>de</strong> (§ 4.2.3). Dit had als<br />
voor<strong>de</strong>el dat <strong>de</strong>ze bekend was met <strong>de</strong> werkwijze voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. Uit <strong>de</strong> vergelijk<strong>in</strong>g<br />
tussen <strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van bei<strong>de</strong> co<strong>de</strong>urs bleek <strong>een</strong> beperkt aantal verschillen, zowel<br />
kwalitatief als kwantitatief. Een verschil was dat <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur net als bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews,<br />
bij <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>een</strong> groter aantal trefwoor<strong>de</strong>n toeken<strong>de</strong> aan bepaal<strong>de</strong> uitspraken<br />
dan <strong>de</strong> eerste co<strong>de</strong>ur. De vergelijk<strong>in</strong>g van tekstfragmenten waaraan <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> co<strong>de</strong>ur wel en<br />
<strong>de</strong> eerste g<strong>een</strong> trefwoor<strong>de</strong>n toeken<strong>de</strong> liet zien dat het vooral g<strong>in</strong>g om <strong>een</strong> meer ge<strong>de</strong>tailleer<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> uitspraken. Het omgekeer<strong>de</strong> kwam overigens ook voor, zij het aanzienlijk<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r.<br />
Op grond van <strong>de</strong>ze resultaten conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n we dat het co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem voldoen<strong>de</strong><br />
bruikbaar was en dat aannemelijk was dat <strong>de</strong> wijze van co<strong>de</strong>ren tot betrouwbare analyses zou<br />
lei<strong>de</strong>n.<br />
6.3.2 Gespreksfasen<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf zijn <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten beschreven voor <strong>de</strong>elvraag 3.1: ‘Welke<br />
variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n?’ Om <strong>de</strong>ze<br />
vraag te beantwoor<strong>de</strong>n is on<strong>de</strong>rzocht welke uitspraken van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers aan <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken kon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n gerelateerd aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n variabelen uit <strong>de</strong><br />
gespreksfasen.<br />
152
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Eer<strong>de</strong>r conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n we uit <strong>de</strong> theoretische verkenn<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> aanwezigheid van <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen (en uit <strong>de</strong> kernactiviteiten) <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
<strong>in</strong>dicatoren vormen voor <strong>de</strong> kwaliteit van die gesprekken. Een eerste <strong>in</strong>dicatie van<br />
die kwaliteit is dan te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> het aantal keren dat we variabelen uit <strong>de</strong> vijf gespreksfasen<br />
kunnen aanwijzen <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken die <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken doen.<br />
Het aantal gesprekken dat elke actor voer<strong>de</strong>, varieer<strong>de</strong> van twee tot zes. Voor <strong>een</strong><br />
betrouwbare <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> analyseresultaten was het nodig het aantal uitspraken per<br />
actor te corrigeren voor het aantal mentor<strong>in</strong>gsgesprekken dat <strong>de</strong>ze voer<strong>de</strong>. Over <strong>de</strong> op die<br />
wijze gewogen aantallen uitspraken zijn percentages berekend.<br />
In bei<strong>de</strong> cases zijn bij alle gespreksfasen uitspraken aangetroffen die waren gekoppeld aan <strong>de</strong><br />
variabelen van <strong>de</strong> gespreksfasen. Bij <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n variabelen zijn g<strong>een</strong><br />
uitspraken aangetroffen terwijl tevens sprake was van opvallen<strong>de</strong> verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> per<br />
gespreksfase aangetroffen aantal uitspraken. Een samenvattend overzicht van <strong>de</strong>ze resultaten<br />
is <strong>in</strong> Tabel 6.8 gegeven.<br />
Tabel 6.8 Overzicht per case van het aantal aan <strong>de</strong> variabelen van <strong>de</strong> gespreksfasen gerelateer<strong>de</strong> uitspraken dat<br />
is aangetroffen <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Uitspraken<br />
Variabelen Eerste case 1 Twee<strong>de</strong> case 2<br />
nr. Gespreksfase aantal<br />
g<strong>een</strong><br />
uitspraak<br />
as<br />
leraren mentoren totaal<br />
as<br />
leraren mentoren totaal<br />
Totalen<br />
case1+case2<br />
1 Terugkomen 6 1 7 9 16 4 11 15 31 2%<br />
2 Verdui<strong>de</strong>lijken 14 0 242 264 506 186 208 394 900 66%<br />
3 Aandachtspunten 10 3 62 60 122 22 25 47 169 12%<br />
4 Alternatieven 8 3 47 65 112 39 52 91 203 15%<br />
5 Afspraken 12 3 8 21 29 9 20 29 58 4%<br />
Totalen 50 10 366 419 785 260 316 576 1361 100%<br />
Percent 3 29% 33% 62% 17% 21% 38% 100%<br />
1<br />
Eerste case: twee a.s. leraren, drie mentoren en 10 transcripties van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
2<br />
Twee<strong>de</strong> case: twee a.s. leraren, vier mentoren en 12 transcripties van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
3<br />
Voor <strong>een</strong> correcte <strong>in</strong>terpretatie zijn <strong>de</strong> rij-percentages gecorrigeerd voor het verschil <strong>in</strong> aantal transcripties per case (10 en 12)<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n over 40 van <strong>de</strong> 50 spiegelvariabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen 1361 uitspraken<br />
aangetroffen. Over 10 variabelen wer<strong>de</strong>n g<strong>een</strong> uitspraken aangetroffen. Daarvan bleek het 8<br />
maal om <strong>de</strong> vragen<strong>de</strong> variant van <strong>een</strong> variabele te gaan. Deze variabelen had<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het<br />
bijzon<strong>de</strong>r betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> drie laatste gespreksfasen. In die fasen ligt <strong>een</strong> toenemen<strong>de</strong> nadruk<br />
op <strong>de</strong> vooruitblik naar <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> les(sen) <strong>in</strong> casu naar het volgen<strong>de</strong> gesprek.<br />
Uit <strong>de</strong> eerste case waren 10 transcripties van 12 mentor<strong>in</strong>gsgesprekken beschikbaar. Daar<strong>in</strong><br />
wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> totaal 785 uitspraken aangetroffen die gerelateerd waren aan variabelen uit <strong>de</strong><br />
gespreksfasen. Daarvan waren 366 uitspraken afkomstig van <strong>de</strong> twee zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren en <strong>de</strong> overige 419 van <strong>de</strong> drie mentoren. Uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
12 transcripties <strong>in</strong> totaal 576 aan <strong>de</strong> gespreksfasen gerelateer<strong>de</strong> uitspraken aangetroffen.<br />
Daarvan waren er 260 afkomstig van <strong>de</strong> twee doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en 316 van<br />
<strong>de</strong> vier mentoren.<br />
153
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Om nauwkeuriger na te kunnen gaan hoe <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g was tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en<br />
hun mentoren is <strong>een</strong> na<strong>de</strong>re analyse uitgevoerd die <strong>in</strong>zicht biedt <strong>in</strong> <strong>de</strong> kwalitatieve verschillen<br />
die <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken optra<strong>de</strong>n tussen <strong>de</strong> actoren on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g en per actorgroep op<br />
grond van <strong>de</strong> aanwezigheid van variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen. Zo wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste zowel<br />
als <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren procentueel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitspraken aangetroffen<br />
dan bij <strong>de</strong> mentoren (case 1: 29% om 33% en <strong>in</strong> case 2: 17% om 21%). Ook wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
gesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case verhoud<strong>in</strong>gsgewijs aanzienlijk meer uitspraken over <strong>de</strong><br />
gespreksfasen aangetroffen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case (62% om 38%).<br />
Wat <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> gespreksfasen betreft, wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases uitspraken die gerelateerd<br />
waren aan <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase het meest aangetroffen (900 uitspraken<br />
totaal, dit is 66%). Hierna volg<strong>de</strong>n die uit <strong>de</strong> ‘alternatievenfase’ (15%), <strong>de</strong><br />
‘aandachtspuntenfase’ (12%). Het m<strong>in</strong>st wer<strong>de</strong>n uitspraken aangetroffen die betrekk<strong>in</strong>g<br />
had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> ‘afsprakenfase’ (4%) en <strong>de</strong> ‘terugkomfase’ (2%).<br />
In <strong>de</strong> verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase bleek het vooral te gaan om uitspraken die betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong><br />
variabele ‘men<strong>in</strong>g geven over <strong>de</strong> les(aanpak)’. Hierbij gaven <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> eerste case<br />
gemid<strong>de</strong>ld genomen vaker hun men<strong>in</strong>g, dan <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Een an<strong>de</strong>r opvallend resultaat was dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken bij <strong>de</strong> gespreksfasen ook g<strong>een</strong><br />
uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en mentor refereren aan<br />
theoretische <strong>in</strong>zichten. In <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken bleken zowel <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar als <strong>de</strong><br />
mentor vooral aan <strong>de</strong> eigen on<strong>de</strong>rwijspraktijk te refereren.<br />
In Tabel 6.9 is tenslotte <strong>een</strong> voorbeeld opgenomen van uitspraken over <strong>de</strong> variabele ‘men<strong>in</strong>g<br />
geven over <strong>de</strong> les(aanpak)’ van <strong>de</strong> ‘verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase’. Tevens is <strong>een</strong> voorbeeld gegeven<br />
voor <strong>de</strong> variabele ‘bie<strong>de</strong>n van positieve terugkoppel<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> kernactiviteit ‘feedback’. Het<br />
betreft hier uitspraken van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en mentor uit <strong>de</strong> eerste case waarbij <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len ‘men<strong>in</strong>g geven’ en ‘vragen men<strong>in</strong>g te geven’ centraal bleken te staan.<br />
Tabel 6.9 Uitspraken over <strong>de</strong> variabele ‘bespreken van <strong>de</strong> men<strong>in</strong>g over <strong>de</strong> les(aanpak)’ uit <strong>de</strong><br />
verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase van het twee<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek van <strong>de</strong> eerste case.<br />
Mentor: “Goed, we zitten weer bij elkaar want je hebt vanmorgen <strong>een</strong> taalles gegeven, on<strong>de</strong>r<br />
an<strong>de</strong>re. Eigenlijk <strong>de</strong> hele morgen gedraaid en daarvan wil ik even <strong>de</strong> taalles<br />
nabespreken. Gisteren hebben we het er over gehad, waar ik op zou gaan letten. Dat heb<br />
je ook meegenomen <strong>in</strong> jouw voorbereid<strong>in</strong>g. We had<strong>de</strong>n afgesproken dat ik zou letten op<br />
<strong>de</strong> tijd, <strong>de</strong> tijds<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> les.<br />
Uh, <strong>de</strong> lesovergang, <strong>de</strong> leswissel<strong>in</strong>g van zelfstandig werken naar <strong>een</strong> taalles, maar ook<br />
van <strong>in</strong>structie eigenlijk naar zelfstandig werken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> taalles. En als laatste <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>teractie tussen jou en <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.” (Terugkomfase: bespreken punten)<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Ja.”<br />
Mentor: “Voordat ik er wat over wil gaan vertellen, mag jij zelf eerst even spuien. Wat is jouw<br />
beeld van <strong>de</strong>ze les?” (Verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase: vragen men<strong>in</strong>g te geven + Feedback: vragen<br />
terug te koppelen)<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Uh, heel positief. Ik heb <strong>een</strong> prettig gevoel. Ik heb het i<strong>de</strong>e, dat het behoorlijk goed en<br />
soepel is verlopen. Ik heb me ook ter<strong>de</strong>ge voorbereid en ik heb af en toe tussen <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len natuurlijk weer moeten spieken.<br />
Van uh, zit ik nog op tijd, wat is er ook alweer het volgen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el. Zover ben ik het<br />
niet dat ik het helemaal uit mijn hoofd ken, maar ja, dat mag dan ook, <strong>de</strong>nk ik.”<br />
(Verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase: men<strong>in</strong>g geven + Feedback: geven van positieve terugkoppel<strong>in</strong>g)<br />
154
6.3.3 Kernactiviteiten<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Deelvraag 3.2. luid<strong>de</strong>: ‘Welke variabelen uit <strong>de</strong> kernactiviteiten zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n?’ Evenals bij het beantwoor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>elvraag kunnen<br />
we ook voor <strong>de</strong>ze twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>elvraag <strong>de</strong> kwantitatieve gegevens benutten over het aantal<br />
uitspraken dat we bij <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> actoren aantroffen wat betreft <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
variabelen uit <strong>de</strong> kernactiviteiten.<br />
Hoewel bij 5 van <strong>de</strong> 22 spiegelvariabelen g<strong>een</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen bleken <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
gesprekken wel alle kernactiviteiten voor te komen. Echter vergelijkbaar met <strong>de</strong><br />
gespreksfasen waren er grote verschillen <strong>in</strong> <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n kernactiviteiten<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> gesprekken voorkomen.<br />
De resultaten zijn <strong>in</strong> Tabel 6.10 samengevat waarbij het totaal aantal bij elke actor<br />
aangetroffen uitspraken voor ie<strong>de</strong>re kernactiviteit afzon<strong>de</strong>rlijk is vermeld.<br />
Tabel 6.10 Overzicht per case van het aantal aan <strong>de</strong> variabelen van <strong>de</strong> kernactiviteiten gerelateer<strong>de</strong> uitspraken<br />
dat is aangetroffen <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Uitspraken<br />
Variabelen Eerste case 1 Twee<strong>de</strong> case 2<br />
nr. Kernactiviteit aantal<br />
g<strong>een</strong><br />
uitspraak<br />
as<br />
leraren mentoren totaal<br />
as<br />
leraren mentoren totaal<br />
Totalen<br />
case1+case2<br />
1 Vertrouwen 6 3 10 80 90 9 29 38 128 21%<br />
2 Feedback 4 93 152 245 53 85 138 383 63%<br />
3 Verklaren 4 14 20 34 9 11 20 54 9%<br />
4 Afstemmen 4 1 7 6 13 2 1 3 16 3%<br />
5 Uitdagen 4 1 2 15 17 6 6 23 4%<br />
Totalen 22 5 126 273 399 73 132 205 604 100%<br />
Percent 3 22% 48% 70% 11% 19% 30% 100%<br />
1<br />
Eerste case: twee a.s. leraren, drie mentoren en 10 transcripties van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
2<br />
Twee<strong>de</strong> case: twee a.s. leraren, vier mentoren en 12 transcripties van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
3<br />
Voor <strong>een</strong> correcte <strong>in</strong>terpretatie zijn <strong>de</strong> rij-percentages gecorrigeerd voor het verschil <strong>in</strong> aantal transcripties per case (10 en 12)<br />
Uit Tabel 6.10 is zichtbaar dat voor <strong>de</strong> 22 mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases 604<br />
uitspraken zijn aangetroffen. In <strong>de</strong> eerste case zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> 10 mentor<strong>in</strong>gsgesprekken wat betreft<br />
<strong>de</strong> kernactiviteiten 126 uitspraken aangetroffen van <strong>de</strong> twee zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren en 273 van <strong>de</strong> drie mentoren. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> 12<br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken 73 uitspraken aangetroffen van <strong>de</strong> twee doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. Van <strong>de</strong> vier mentoren wer<strong>de</strong>n 132 uitspraken aangetroffen.<br />
Vergelijkbaar aan <strong>de</strong> resultaten bij <strong>de</strong> gespreksfasen viel ook bij <strong>de</strong> kernactiviteiten op dat<br />
daarover <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case gemid<strong>de</strong>ld per gesprek ruimschoots meer uitspraken wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case (gemid<strong>de</strong>ld 40 om 17 uitspraken per mentor<strong>in</strong>gsgesprek).<br />
Net als bij <strong>de</strong> gespreksfasen wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> kernactiviteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong><br />
eerste zowel als uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case per gesprek procentueel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r uitspraken aangetroffen<br />
dan van hun mentoren. Uitgedrukt <strong>in</strong> verhoud<strong>in</strong>gspercentages was het beeld <strong>in</strong> case 1 asl :<br />
mentor = 22% : 48% en <strong>in</strong> case 2 asl : mentor = 11% : 19%.<br />
155
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Na<strong>de</strong>re analyse liet zien dat <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases <strong>de</strong> meeste uitspraken betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op<br />
variabelen van <strong>de</strong> kernactiviteit ‘feedback’ (63%). Daarna volg<strong>de</strong> <strong>de</strong> kernactiviteit<br />
‘vertrouwen’ (21%). De m<strong>in</strong>ste uitspraken wer<strong>de</strong>n aangetroffen over variabelen die<br />
betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> kernactiviteiten ‘verklar<strong>in</strong>g’ (9%), ‘uitdag<strong>in</strong>g’ (4%) en ‘afstemm<strong>in</strong>g’<br />
(3%). Van <strong>de</strong> feedback bleek <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> variabele ‘bie<strong>de</strong>n van positieve<br />
terugkoppel<strong>in</strong>g’ het meest <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken voor te komen. Vergelijk<strong>in</strong>g tussen bei<strong>de</strong> cases liet<br />
zien dat zowel <strong>de</strong> mentoren als <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> eerste case gemid<strong>de</strong>ld genomen<br />
bedui<strong>de</strong>nd vaker positief terugkoppel<strong>de</strong>n. Van <strong>de</strong> 229 uitspraken rond feedback bleek<br />
verhoud<strong>in</strong>gsgewijs 28% en 42% afkomstig van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en mentoren uit <strong>de</strong><br />
eerste case. De resteren<strong>de</strong> 30% aan uitspraken bleek gelijkelijk ver<strong>de</strong>eld over <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren en mentoren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case: 15% om 15%.<br />
In Tabel 6.11 is tenslotte <strong>een</strong> voorbeeld opgenomen van enkele uitspraken, nu over <strong>de</strong><br />
variabele ‘bie<strong>de</strong>n van positieve terugkoppel<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> kernactiviteit ‘feedback’. Tevens is <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong>ze tabel <strong>een</strong> voorbeeld gegeven van <strong>de</strong> variabele ‘bespreken van <strong>de</strong> men<strong>in</strong>g over <strong>de</strong><br />
les(aanpak)’ van <strong>de</strong> ‘verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase’ uit <strong>de</strong> gespreksfasen. Het betrof <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> gevallen<br />
uitspraken van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en mentor uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Hierbij ston<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len ‘vragen terug te koppelen’ en ‘geven van positieve terugkoppel<strong>in</strong>g’ centraal.<br />
Tabel 6.11 Uitspraken over <strong>een</strong> variabele van <strong>de</strong> kernactiviteit ‘feedback’ en over <strong>een</strong> variabele van <strong>de</strong><br />
gespreksfase ‘verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>g’ van het twee<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Mentor: “Je hebt les gegeven, biologie. Dat is <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> serie en ook <strong>een</strong> stukje vervolg van <strong>de</strong> vorige<br />
keer. Uhm, toen hebben we <strong>een</strong> paar puntjes eruit gelicht. Het eerste punt wat ik je wil stellen is,<br />
wat vond je zelf goed aan <strong>de</strong>ze les?” (feedback: vragen terug te koppelen + verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase:<br />
Aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar:<br />
6.3.4 Initiatief<br />
156<br />
vragen men<strong>in</strong>g te geven)<br />
“Uhm, nou dat <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zelf bezig zijn met die planten, met die bloem. Dus dat ze ook kunnen<br />
zien van wat wordt er eigenlijk gezegd <strong>in</strong> het boek.<br />
Want ja als je het visueel maakt dan is het altijd veel dui<strong>de</strong>lijker. Uhm, ja en dat het weer <strong>een</strong><br />
vervolg was op <strong>de</strong> vorige keer. Dus dat het daar weer bij aansluit.” (feedback: bie<strong>de</strong>n van positieve<br />
terugkoppel<strong>in</strong>g + verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase: men<strong>in</strong>g geven)<br />
Voor <strong>de</strong>elvraag 3.3 is on<strong>de</strong>rzocht van welke gesprekspartner het <strong>in</strong>itiatief uitgaat <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Aan <strong>de</strong>ze vraag ligt me<strong>de</strong> <strong>de</strong> gedachte ten grondslag dat <strong>de</strong> rol van<br />
mentor<strong>in</strong>g gerelateerd is aan variabelen als zelfstur<strong>in</strong>g, zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en<br />
eigenaarschap van het eigen leerproces. Bij het zoeken naar antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>ze vraag is<br />
tevens het on<strong>de</strong>rscheid relevant <strong>in</strong> <strong>in</strong>itiatieven die gezien <strong>de</strong> aard van <strong>de</strong> uitspraak, <strong>een</strong><br />
‘stellend’ dan wel ‘vragend’ karakter bezaten.<br />
Een overzicht is <strong>in</strong> Tabel 6.12 uitgewerkt voor <strong>de</strong> per gesprekspartner aangetroffen<br />
percentages <strong>in</strong>itiatieven wat betreft <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten tezamen<br />
(n = 1965). Voor <strong>een</strong> betere on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge vergelijkbaarheid zijn <strong>de</strong> aangetroffen <strong>in</strong>itiatieven per<br />
gesprekspartner gecorrigeerd voor het verschil <strong>in</strong> het aantal gesprekken dat ie<strong>de</strong>r van hen<br />
voer<strong>de</strong>. Over <strong>de</strong>ze gewogen aantallen aangetroffen <strong>in</strong>itiatieven zijn percentages berekend.<br />
In vergelijk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren bleek bij <strong>de</strong> mentoren <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen<br />
vragen<strong>de</strong> en stellen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven wat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r pregnant door te slaan naar <strong>de</strong> stellen<strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>itiatieven. Toch wer<strong>de</strong>n ook bij hen, op mentor 6 na, vrijwel steeds meer stellen<strong>de</strong> dan<br />
vragen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven aangetroffen.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De mentoren uit <strong>de</strong> eerste case bleken gemid<strong>de</strong>ld genomen meer ‘stellen<strong>de</strong>’ dan ‘vragen<strong>de</strong>’<br />
<strong>in</strong>itiatieven te tonen dan <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case (70% : 30% om 56% : 44%).<br />
In Tabel 6.12 zijn <strong>de</strong> gegevens van <strong>de</strong> we<strong>de</strong>rzijdse gesprekspartners steeds <strong>in</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> rij<br />
geplaatst. Daarbij representeert <strong>een</strong> oneven genummerd mentor<strong>in</strong>gsgesprek steeds het eerste<br />
en <strong>een</strong> even genummerd steeds het twee<strong>de</strong> gesprek.<br />
Tabel 6.12 Overzicht per case van <strong>de</strong> gewogen percentages stellen<strong>de</strong> en vragen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven die bij elke gesprekspartner<br />
wer<strong>de</strong>n aangetroffen voor <strong>de</strong> gespreksfasen en kernactiviteiten tezamen. De gesprekspartners<br />
zijn per gesprek steeds <strong>in</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> rij geplaatst. De <strong>in</strong> percentages uitgedrukte aantallen <strong>in</strong>itiatieven zijn<br />
gecorrigeerd voor het aantal gesprekken dat ie<strong>de</strong>re partner voer<strong>de</strong>.<br />
Aard <strong>in</strong>itiatief 1<br />
Case 1 Case 2 Case 1 Case 2<br />
gesprek<br />
nr.<br />
Asl 1 Asl 2 Asl 3 Asl 4 Mentor 1 Mentor 2 Mentor 3 Mentor 4 Mentor 5 Mentor 6 Mentor 7<br />
st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr. st. vr.<br />
1 17% 0% 15% 7%<br />
2 16% 0% 12% 4%<br />
3 17% 2% 11% 7%<br />
4 16% 0% 14% 4%<br />
5 16% 2% 51% 13%<br />
6 14% 2% 27% 10%<br />
7 21% 5% 43% 23%<br />
8 13% 0% 20% 14%<br />
Case 1<br />
9 26% 5% 8% 5%<br />
10 28% 3% 10% 4%<br />
11 27% 7% 28% 24%<br />
12 23% 3% 24% 26%<br />
13 10% 3% 19% 8%<br />
14 10% 0% 15% 8%<br />
15 13% 3% 19% 15%<br />
16 7% 3% 19% 4%<br />
17 24% 4% 26% 33%<br />
18 16% 0% 19% 21%<br />
19 16% 0% 13% 17%<br />
20 12% 4% 17% 10%<br />
21 16% 0% 20% 10%<br />
22 8% 0% 10% 7%<br />
Totaal<br />
95% 5% 90% 10% 87% 13% 92% 8% 68% 32% 77% 23% 64% 36% 50% 50% 69% 31% 45% 55% 60% 40%<br />
st. of vr.<br />
Totaal<br />
aard<br />
100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%<br />
1<br />
Aard <strong>in</strong>itiatief: st. = stellend, vr. = vragend<br />
Case 2<br />
Een opvallend resultaat is dat uit <strong>de</strong> tabel direct zichtbaar is dat bij alle aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
ruimschoots meer stellen<strong>de</strong> dan vragen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Hier<strong>in</strong> waren<br />
nauwelijks verschillen tussen <strong>de</strong> zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> eerste case ten<br />
opzichte van <strong>de</strong> doorstomen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Om <strong>een</strong> totaalbeeld te krijgen van ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aangetroffen <strong>in</strong>itiatieven over <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren en <strong>de</strong> mentoren is <strong>een</strong> staafdiagram <strong>in</strong> Figuur 6.1 uitgewerkt van <strong>de</strong> per<br />
actor <strong>in</strong> elk gesprek gemid<strong>de</strong>ld aangetroffen percentages <strong>in</strong>itiatieven. Uit <strong>de</strong>ze figuur wordt<br />
dui<strong>de</strong>lijk dat het <strong>in</strong>itiatief tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken vrijwel steeds uitgaat van <strong>de</strong><br />
mentor.<br />
157
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren werd bij <strong>de</strong> zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar 1 het hoogste aantal<br />
<strong>in</strong>itiatieven <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken aangetroffen (9%). Bij <strong>de</strong> mentoren betrof dit mentor 2 met 18%.<br />
Bei<strong>de</strong> actoren waren afkomstig uit case 1.<br />
Opvallend was het grote verschil tussen <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases <strong>in</strong> <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen het aantal bij<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en bij <strong>de</strong> mentoren aangetroffen <strong>in</strong>itiatieven. Gemid<strong>de</strong>ld wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eerste case bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren 29 eigen <strong>in</strong>itiatieven aangetroffen tegen 66 bij <strong>de</strong><br />
mentoren. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren gemid<strong>de</strong>ld 11 <strong>in</strong>itiatieven per<br />
gesprek aangetroffen tegen 55 bij <strong>de</strong> mentoren. In <strong>de</strong> eerste case was <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen<br />
<strong>in</strong>itiatieven van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en <strong>de</strong> mentor daarmee ongeveer 1 : 3, tegen 1 : 5 <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong> case.<br />
Figuur 6.1 Overzicht van <strong>de</strong> per actor <strong>in</strong> elk gesprek gemid<strong>de</strong>ld aangetroffen percentages<br />
<strong>in</strong>itiatieven (n = 1965).<br />
De vergelijk<strong>in</strong>g tussen bei<strong>de</strong> cases liet nog <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r opvallend resultaat zien. Bij <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren zowel als bij <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> eerste case wer<strong>de</strong>n zowel meer stellen<strong>de</strong><br />
als meer vragen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven aangetroffen dan bij <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> actorgroepen uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
158
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Uit <strong>de</strong> analyses bleek dat uitspraken <strong>een</strong> enkele keer <strong>een</strong> zowel stellend als vragend karakter<br />
ken<strong>de</strong>n. Dit was vooral het geval bij uitspraken met <strong>een</strong> zeker retorisch karakter. Deze<br />
uitspraken bleken doorgaans bovendien suggestief van aard. Een voorbeeld van <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijke<br />
retorische vraag is gegeven <strong>in</strong> Tabel 6.13.<br />
Tabel 6.13 Een voorbeeld van <strong>een</strong> retorische vraag van <strong>een</strong> mentor bij <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek van<br />
<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Mentor: “Ja en wat was mijn twee<strong>de</strong> vraag ook al weer? Welke punten zou je veran<strong>de</strong>ren nog?<br />
Waar zou je zeggen van dit zou ik <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> keer an<strong>de</strong>rs doen. Je gaf zelf straks aan<br />
<strong>een</strong> beetje van uhm, kommagetallen, die beheersen ze eigenlijk al <strong>een</strong> beetje.”<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Ja, maar of ik het nou echt an<strong>de</strong>rs zou doen. Want ik bedoel ik ben er ook niet meer<br />
dan twee m<strong>in</strong>uten aan kwijt geweest. Want op het moment dat ik dan merk van nou<br />
uhm, ze weten het al dan stop ik ook gelijk. Dus ja, op zich uhm, ik heb er ook echt niet<br />
uhm.”<br />
Mentor: “Had je die <strong>in</strong>formatie ook al eer<strong>de</strong>r kunnen krijgen <strong>de</strong>nk je? (retorische vraag)<br />
Want nou moest je het via het bord en het duurt nog twee m<strong>in</strong>uten.”<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraar: “Ja, ja.”<br />
Mentor: “Had je niet die twee m<strong>in</strong>uten kunnen besparen? (retorische vraag)<br />
Bijvoorbeeld bij <strong>een</strong> vorige les al uhm <strong>in</strong>zicht hebben <strong>in</strong> dit soort ja, dat je <strong>de</strong> <strong>in</strong>formatie<br />
hebt dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren het al begrijpen.”<br />
Na<strong>de</strong>re analyse op dit punt wees uit dat vier van <strong>de</strong> zeven mentoren en drie van <strong>de</strong> vier<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren retorische vragen stel<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> eerste case ken<strong>de</strong>n twee van <strong>de</strong> 206<br />
vragen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven (1%) <strong>een</strong> retorisch karakter, terwijl dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case het geval was<br />
voor 16 van <strong>de</strong> 197 vragen (8%).<br />
6.3.5 Gespreksduur<br />
Voor <strong>de</strong>elvraag 3.4 is <strong>de</strong> relatie on<strong>de</strong>rzocht tussen <strong>de</strong> gespreksduur en kwaliteit van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken uitgedrukt <strong>in</strong> het voorkomen van <strong>de</strong> gespreksfasen, <strong>de</strong> kernactiviteiten<br />
en <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r gevoer<strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews naar <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
gaven <strong>de</strong> daar bevraag<strong>de</strong> leraren en mentoren uit <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases aan wekelijks mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
te voeren van gemid<strong>de</strong>ld ruim <strong>een</strong> uur. Naast <strong>de</strong>ze ‘meer formele’ gesprekken<br />
wer<strong>de</strong>n dagelijks <strong>in</strong>formele gesprekken gevoerd met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Opvallend was dat uit <strong>de</strong> lengtes van <strong>de</strong> bandopnamen <strong>een</strong> dui<strong>de</strong>lijk an<strong>de</strong>r beeld van <strong>de</strong><br />
gespreksduur naar voren kwam. In plaats van gemid<strong>de</strong>ld ruim <strong>een</strong> uur, lieten <strong>de</strong> lengtes van<br />
<strong>de</strong> bandopnamen <strong>een</strong> gespreksduur zien die varieer<strong>de</strong> van één tot drie kwartier. In Tabel 6.14<br />
is dit zichtbaar <strong>in</strong> <strong>de</strong> waargenomen tijdsduur van <strong>de</strong> bandopnamen van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Uit die tabel is tevens ver<strong>de</strong>r zichtbaar dat elke aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> zes opgenomen<br />
gesprekken bleek te hebben gevoerd met twee verschillen<strong>de</strong> mentoren. Ver<strong>de</strong>r laat <strong>de</strong> tabel<br />
zien dat <strong>de</strong> twee bandopnamen die onbruikbaar bleken, afkomstig waren van <strong>de</strong> gesprekken<br />
tussen aanstaan<strong>de</strong> leraar 2 en mentor 3. Bovendien is nog te zien dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case mentor<br />
1 zowel aanstaan<strong>de</strong> leraar 1 als 2 begeleid<strong>de</strong> en <strong>in</strong> totaal zes mentor<strong>in</strong>gsgesprekken voer<strong>de</strong>.<br />
159
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De op band opgenomen mentor<strong>in</strong>gsgesprekken bleken onafgerond tussen <strong>de</strong> 13 en 47 m<strong>in</strong>uten<br />
te duren. Over <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases h<strong>een</strong> duur<strong>de</strong> <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek gemid<strong>de</strong>ld ruim 28<br />
m<strong>in</strong>uten.<br />
Tabel 6.14<br />
160<br />
Duur 1 van elk mentor<strong>in</strong>gsgesprek <strong>in</strong> m<strong>in</strong>uten. Het kruisje <strong>in</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> rij bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
maakt zichtbaar wie <strong>de</strong> gesprekspartner is geweest. In <strong>de</strong> eerste en twee<strong>de</strong> kolom is <strong>de</strong><br />
gespreksserie gegeven en of het g<strong>in</strong>g om <strong>een</strong> eerste of twee<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek.<br />
Case 1 Case 2<br />
Serie Gesprek Nr. Asl 1 Asl 2<br />
Mentor<br />
1<br />
Mentor<br />
2<br />
Mentor<br />
3 Asl 3 Asl 4<br />
Mentor<br />
4<br />
Mentor<br />
5<br />
Mentor<br />
6<br />
1 eerste 1 x 35 x 25<br />
twee<strong>de</strong> 2 x 35 x 25<br />
2 eerste 3 x 40 x 20<br />
twee<strong>de</strong> 4 x 35 x 20<br />
3 eerste 5 x 45 x 30<br />
twee<strong>de</strong> 6 x 30 x 20<br />
1 eerste 7 x 25 x 45<br />
twee<strong>de</strong> 8 x 20 x 45<br />
2 eerste 9 - 2 - 2 x 20<br />
twee<strong>de</strong> 10 - 2 - 2 x 15<br />
3 eerste 11 x 25 x 15<br />
twee<strong>de</strong> 12 x 35 x 15<br />
Aantal gesprekken 6 4 6 2 2 6 6 2 4 2 4<br />
1 De duur van <strong>de</strong> gesprekken is afgerond per vijf m<strong>in</strong>uten<br />
2 Van Asl 2 waren <strong>de</strong> bandopnamen van het eerste en twee<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek met mentor 3 onbruikbaar.<br />
Mentor<br />
7<br />
Een dui<strong>de</strong>lijk verschil tussen <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases was zichtbaar bij <strong>de</strong> duur van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Waar <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> tijdsduur per mentor<strong>in</strong>gsgesprek<br />
afgerond 33 m<strong>in</strong>uten bedroeg, g<strong>in</strong>g het <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case om hooguit 25 m<strong>in</strong>uten. Uit dit<br />
verschil is af te lei<strong>de</strong>n dat voor <strong>de</strong> gesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case bijna 30% meer tijd werd<br />
uitgetrokken dan voor <strong>de</strong> gesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. In case 2 zijn tevens zowel <strong>de</strong> kortst-<br />
als <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> gesprekken waargenomen.<br />
Uit <strong>de</strong> resultaten bleek ver<strong>de</strong>r dat tussen <strong>de</strong> kortst- en langstduren<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
sprake was van ruim <strong>een</strong> half uur tijdsverschil namelijk 13 om 47 m<strong>in</strong>uten (zie Tabel 6.14).<br />
Daarmee duur<strong>de</strong>n <strong>de</strong> langste mentor<strong>in</strong>gsgesprekken driemaal langer dan <strong>de</strong> kortste.<br />
On<strong>de</strong>rzocht is daarop of ook sprake is van kwalitatieve verschillen tussen <strong>de</strong> kortst- en<br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken. Daarvoor zijn <strong>de</strong> vier kortst- en <strong>de</strong> vier langstduren<strong>de</strong> gesprekken<br />
genomen. Van <strong>de</strong> acht kortstduren<strong>de</strong> varieer<strong>de</strong> <strong>de</strong> gespreksduur tussen <strong>de</strong> 13 tot ruim 22<br />
m<strong>in</strong>uten. Een ervan werd aangetroffen bij één mentor uit <strong>de</strong> eerste case. De overige zeven<br />
waren ver<strong>de</strong>eld over twee mentoren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Eén van <strong>de</strong>ze bei<strong>de</strong> laatste mentoren<br />
nam vier van <strong>de</strong> resteren<strong>de</strong> zeven kortstduren<strong>de</strong> gesprekken voor zijn reken<strong>in</strong>g. De vier<br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken varieer<strong>de</strong>n tussen <strong>de</strong> ruim 40 tot bijna 47 m<strong>in</strong>uten. Twee wer<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen bij twee mentoren <strong>in</strong> case 1 en twee bij één mentor <strong>in</strong> case 2.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
We wil<strong>de</strong>n voorkomen dat eventuele kwalitatieve verschillen tussen <strong>de</strong> kortst- en<br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken voornamelijk zou<strong>de</strong>n zijn toe te schrijven aan <strong>de</strong> gesprekvoer<strong>in</strong>g<br />
door één persoon. De kans daarop was reëel aangezien <strong>de</strong> vier (uit acht) daadwerkelijk<br />
kortstduren<strong>de</strong> gesprekken bij één mentor wer<strong>de</strong>n aangetroffen. Daarom is <strong>een</strong> gerichte<br />
steekproef getrokken uit <strong>de</strong> acht kortstduren<strong>de</strong> gesprekken. Naast <strong>de</strong> twee kortstduren<strong>de</strong><br />
gesprekken van mentor 7 uit case 2 werd het ene kortstduren<strong>de</strong> gesprek van mentor 3 uit case<br />
1 geselecteerd evenals het kortstduren<strong>de</strong> gesprek van mentor 5 uit case 2.<br />
Net als <strong>de</strong> vier langstduren<strong>de</strong> waren ook <strong>de</strong> vier kortstduren<strong>de</strong> transcripties afkomstig van<br />
gesprekken met drie verschillen<strong>de</strong> mentoren. Op <strong>de</strong>ze wijze werd ervoor gezorgd dat bij <strong>de</strong><br />
acht gesprekken zes van <strong>de</strong> zeven mentoren en alle vier <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren waren<br />
betrokken (zie Tabel 6.14). Bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren wer<strong>de</strong>n nog enkele opvallen<strong>de</strong><br />
verschillen waargenomen. Zo voer<strong>de</strong> <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zowel twee<br />
van <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> (met mentor 6) als vier van <strong>de</strong> kortstduren<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
(met mentor 7). Ver<strong>de</strong>r bleek ook één zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (asl 1) twee van <strong>de</strong><br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken voor haar reken<strong>in</strong>g te nemen. Het ene met mentor 1, het an<strong>de</strong>re met<br />
mentor 2. Voor <strong>de</strong> twee maal vier mentor<strong>in</strong>gsgesprekken wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aangetroffen variabelen<br />
uit <strong>de</strong> gespreksfasen en kernactiviteiten gerelateerd aan <strong>de</strong> waargenomen gespreksduur.<br />
In Tabel 6.15 is van <strong>de</strong> resultaten <strong>een</strong> overzicht uitgewerkt.<br />
Tabel 6.15 Overzicht van <strong>de</strong> aangetroffen uitspraken gerelateerd aan het aantal aangetroffen<br />
variabelen <strong>in</strong> <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten <strong>in</strong> <strong>de</strong> vier kortst- en <strong>de</strong> vier<br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken (op <strong>een</strong> totaal van 22 mentor<strong>in</strong>gsgesprekken).<br />
Aantal aangetroffen uitspraken<br />
Kenmerken<br />
15 m<strong>in</strong> (n =4) 45m<strong>in</strong> (n =4)<br />
Gespreksfasen Terugkomfase 6 5% 2 1%<br />
Verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase 75 58% 214 67%<br />
Aandachtspuntenfase 18 14% 31 10%<br />
Alternatievenfase 29 23% 57 18%<br />
Afsprakenfase 1 1% 16 5%<br />
Totaal gespreksfasen 129 100% 320 100%<br />
Kernactiviteiten Vertrouwen 5 8% 24 17%<br />
Feedback 53 84% 89 65%<br />
Verklar<strong>in</strong>g 2 3% 17 12%<br />
Afstemm<strong>in</strong>g 0 0% 1 1%<br />
Uitdag<strong>in</strong>g 3 5% 7 5%<br />
Totaal kernactiviteiten 63 100% 138 100%<br />
Totaal generaal 192 458<br />
Wanneer het aantal aan <strong>de</strong> ‘kwalitatieve’ variabelen van <strong>de</strong> gespreksfasen en kernactiviteiten<br />
gerelateer<strong>de</strong> uitspraken uitsluitend afhankelijk zou zijn van <strong>de</strong> duur van <strong>de</strong> gesprekken dan<br />
zou bij <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> gesprekken <strong>een</strong> toename van 200% aangetroffen variabelen zijn te<br />
verwachten.<br />
161
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In totaal wer<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> vier kortstduren<strong>de</strong> gesprekken 192 en bij <strong>de</strong> vier langstduren<strong>de</strong> 458<br />
uitspraken aangetroffen die gerelateerd waren aan <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten. De<br />
geobserveer<strong>de</strong> toename van <strong>de</strong> aangetroffen kwalitatieve variabelen bedroeg daarmee 139%.<br />
De getalsmatig grootste toename was bij <strong>de</strong> gespreksfasen vooral zichtbaar bij variabelen uit<br />
<strong>de</strong> ‘verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase’ en bij <strong>de</strong> kernactiviteiten bij ‘feedback’. Verhoud<strong>in</strong>gsgewijs werd <strong>de</strong><br />
grootste toename overigens aangetroffen bij <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> ‘afsprakenfase’ (van 1 naar<br />
16). De verwachte en ook waargenomen toename van het aantal variabelen bij <strong>een</strong> langere<br />
gespreksduur werd doorbroken bij <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong> ‘terugkomfase’. Hier wer<strong>de</strong>n juist<br />
m<strong>in</strong><strong>de</strong>r variabelen aangetroffen.<br />
Drie zaken vielen nog op. Op <strong>de</strong> eerste plaats wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken g<strong>een</strong> directe<br />
aanwijz<strong>in</strong>gen gevon<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> re<strong>de</strong>n waarom bepaal<strong>de</strong> opgenomen mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
driemaal zo lang duur<strong>de</strong>n dan an<strong>de</strong>re.<br />
Ten twee<strong>de</strong> viel wel op dat bij alle on<strong>de</strong>rzochte gesprekken <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge verhoud<strong>in</strong>gen<br />
tussen <strong>de</strong> aangetroffen aantallen variabelen zowel b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> gespreksfasen als b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
kernactiviteiten tamelijk gelijk bleven ongeacht <strong>de</strong> duur van <strong>de</strong> gesprekken. De achter <strong>de</strong><br />
frequenties <strong>in</strong> Tabel 6.15 gegeven percentages laten dit dui<strong>de</strong>lijk zien.<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> zaak die uit <strong>de</strong> waargenomen frequenties opviel is dat daaruit niet onomstotelijk<br />
naar voren komt dat steeds <strong>in</strong> elk mentor<strong>in</strong>gsgesprek één of meer variabelen uit alle<br />
gespreksfasen of kernactiviteiten voorkomen. Ook niet wanneer <strong>de</strong> gespreksduur is<br />
toegenomen tot die van <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> gesprekken. Deze variabelen zijn aangenomen als<br />
<strong>in</strong>dicatoren voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Daarmee heeft <strong>de</strong>ze waarnem<strong>in</strong>g<br />
directe betekenis voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
162<br />
6.4 Conclusies<br />
In dit hoofdstuk wer<strong>de</strong>n antwoor<strong>de</strong>n gezocht op <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag: ‘Hoe realiseren <strong>de</strong><br />
mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>de</strong><br />
werkplek?’ Deze on<strong>de</strong>rzoeksvraag werd <strong>in</strong> vier <strong>de</strong>elvragen uit<strong>een</strong>gelegd.<br />
3.1 Welke variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n?<br />
3.2 Welke variabelen uit <strong>de</strong> kernactiviteiten zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n?<br />
3.3 Van welke gesprekspartner gaat <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken het <strong>in</strong>itiatief uit?<br />
3.4 Is er <strong>een</strong> relatie tussen <strong>de</strong> gespreksduur en het voorkomen van <strong>de</strong> variabelen uit <strong>de</strong><br />
gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken?<br />
De resultaten van het on<strong>de</strong>rzoek naar antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elvragen geven aanwijz<strong>in</strong>gen<br />
over <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> mentoren tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken hun rol als begelei<strong>de</strong>r van<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g realiseren. Hiermee kunnen we<br />
conclusies trekken over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases wat betreft <strong>de</strong> gespreksfasen, <strong>de</strong> kernactiviteiten<br />
en <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefnames. In <strong>de</strong> conclusies gaan we <strong>in</strong> op <strong>de</strong> verkregen on<strong>de</strong>rzoeksresultaten en<br />
vervolgens op <strong>de</strong> validiteit en betrouwbaarheid van <strong>de</strong> gevolg<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g omvat <strong>een</strong> partnerschap waar<strong>in</strong> <strong>een</strong> hogeschool en <strong>een</strong><br />
partnerschool samenwerken en <strong>een</strong> leer- en werkomgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong>richten waarb<strong>in</strong>nen aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren <strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n vereist vanuit <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen kunnen verwerven <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
wisselwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken. De resultaten op <strong>de</strong> <strong>de</strong>elvragen naar <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> specifieke cases laten zich daarmee <strong>in</strong>terpreteren <strong>in</strong> het<br />
licht van <strong>de</strong> stadia die Buit<strong>in</strong>k en Wouda (2001) on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n aan die samenwerk<strong>in</strong>g (§ 2.2).<br />
Begeleid<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren en mentoren. Gerelateerd aan die stadia, is er aan het<br />
beg<strong>in</strong> van het leerwerktraject <strong>in</strong> case 1 sprake van het bij <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
tot nog toe vrij algem<strong>een</strong> gebruikelijke ‘stageschoolmo<strong>de</strong>l’. Kern van het stageschoolmo<strong>de</strong>l is<br />
dat <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> partnerschool voornamelijk <strong>een</strong> werkplek bood waarb<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> twee zij<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>een</strong> praktijkstage leservar<strong>in</strong>gen opdoen. De begeleid<strong>in</strong>g van<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren tij<strong>de</strong>ns het leerwerktraject gebeur<strong>de</strong> door drie mentoren, die op hun<br />
beurt wer<strong>de</strong>n gecoacht door <strong>de</strong> hogeschooldocent-coach. Er heeft g<strong>een</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> mentoren plaatsgevon<strong>de</strong>n op het opleid<strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stituut. Eén van <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> eerste<br />
case had overigens wel voorafgaand aan het leerwerktraject <strong>een</strong> op mentor<strong>in</strong>g gerichte<br />
schol<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> an<strong>de</strong>re hogeschool afgerond. Aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject was meer<br />
sprake van het ‘coörd<strong>in</strong>atormo<strong>de</strong>l’ omdat <strong>in</strong> het laatste half jaar van het leerwerktraject <strong>een</strong><br />
centrale begelei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> partnerschool fungeer<strong>de</strong> als klankbord voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren en<br />
hun mentoren. Deze centrale begelei<strong>de</strong>r had naast eigen mentor<strong>in</strong>gstaken tot taak <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
mentoren te begelei<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van hen te coörd<strong>in</strong>eren.<br />
In case 2 is al aan het beg<strong>in</strong> van het leerwerktraject sprake van het ‘coörd<strong>in</strong>atormo<strong>de</strong>l’. De<br />
begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> twee doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren tij<strong>de</strong>ns het leerwerktraject<br />
gebeur<strong>de</strong> door vier mentoren, die op hun beurt wer<strong>de</strong>n gecoacht door <strong>de</strong> hogeschooldocentcoach.<br />
Naast <strong>de</strong> vier ‘gewone’ mentoren had het schoolbestuur nog <strong>een</strong> meer ervaren mentor<br />
(‘centrale begelei<strong>de</strong>r’) voor één middag per week vrijgeroosterd. Deze centrale begelei<strong>de</strong>r<br />
zorg<strong>de</strong> naast <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren ook voor extra on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> twee<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren. De begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren bestond vooral uit het voeren van<br />
<strong>in</strong>formele en formele gesprekken rond <strong>een</strong> diversiteit aan begeleid<strong>in</strong>gsvragen. De extra<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren had vooral betrekk<strong>in</strong>g op het opstellen van hun<br />
POP’s en op <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toetsgesprekken. Wat dat laatste betreft nam <strong>de</strong>ze<br />
centrale begelei<strong>de</strong>r daarmee <strong>een</strong> <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>gstaken van <strong>de</strong> hogeschooldocentcoach<br />
voor zijn reken<strong>in</strong>g. De centrale begelei<strong>de</strong>r werd op zijn beurt gecoacht door <strong>de</strong><br />
hogeschooldocent-coach. Tenslotte volg<strong>de</strong>n <strong>de</strong> centrale begelei<strong>de</strong>r en <strong>een</strong> mentor geduren<strong>de</strong><br />
het leerwerktraject nog <strong>een</strong> op mentor<strong>in</strong>g gerichte schol<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> hogeschool.<br />
We conclu<strong>de</strong>ren dat aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject het partnerschap tussen hogeschool<br />
en basisscholen zeker kenmerken vertoont van scenario 2 ‘me<strong>de</strong>-oplei<strong>de</strong>r’ (§ 2.2, Figuur 2.1).<br />
Dit gold voor case 2 meer dan voor case 1. Met name <strong>de</strong> aanstell<strong>in</strong>g door het schoolbestuur<br />
van <strong>een</strong> centrale begelei<strong>de</strong>r en <strong>de</strong> <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> extra on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren en <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren vormen daarvan <strong>in</strong>dicatoren.<br />
Van scenario 3 ‘partners <strong>in</strong> <strong>leren</strong>’ kan m<strong>in</strong><strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n gesproken. Zo was <strong>de</strong> partnerschool<br />
nog niet daadwerkelijk me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk voor het curriculum van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g, terwijl<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren nog g<strong>een</strong> me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijke partners waren waarmee tripartiete<br />
afspraken zijn gemaakt over on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> te bereiken doelen, <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet en begeleid<strong>in</strong>g.<br />
163
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De begeleid<strong>in</strong>g door <strong>de</strong> mentoren richtte zich vooral op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspraktijk en veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
op theoretische <strong>in</strong>zichten en op afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> leerbehoeften en competenties van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf. De conclusies op basis van <strong>de</strong> resultaten op <strong>de</strong> <strong>de</strong>elvragen zijn daarmee<br />
te <strong>in</strong>terpreteren tegen het licht van <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>gsvorm waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g op bei<strong>de</strong><br />
partnerscholen zich ten tij<strong>de</strong> van het on<strong>de</strong>rzoek bevond.<br />
Deelvraag 3.1. Variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen. In haar proefschrift over coach<strong>in</strong>g geeft<br />
Engelen (2002) aan dat ten aanzien van <strong>de</strong> gespreksfasen <strong>de</strong> <strong>in</strong>druk kan ontstaan dat <strong>de</strong>ze<br />
steeds sequentieel <strong>in</strong> <strong>een</strong> gesprek aanwezig zijn (vgl. § 2.3.2). Evenm<strong>in</strong> als bij Engelen is <strong>in</strong><br />
dit on<strong>de</strong>rzoek voor <strong>de</strong>ze gedachte evi<strong>de</strong>ntie gevon<strong>de</strong>n.<br />
De kwalitatieve analyses laten eer<strong>de</strong>r zien dat tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> gesprekken <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> fasen<br />
regelmatig door elkaar lopen. Wel is bij <strong>de</strong> hier geanalyseer<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>een</strong><br />
globale structuur herkenbaar. Wanneer terugkoppel<strong>in</strong>g plaatsv<strong>in</strong>dt blijkt dit veelal aan het<br />
beg<strong>in</strong> van <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek te gebeuren. Zoals te verwachten, wor<strong>de</strong>n afspraken voor <strong>de</strong><br />
komen<strong>de</strong> les(sen) vooral aan het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het mentor<strong>in</strong>gsgesprek gemaakt, althans als ze al<br />
tij<strong>de</strong>ns het gesprek gemaakt wor<strong>de</strong>n. De overige fasen zijn vooral <strong>in</strong> het tussenliggen<strong>de</strong> <strong>de</strong>el<br />
van het gesprek aangetroffen.<br />
Op basis van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur naar coach<strong>in</strong>gsgesprekken (Engelen & Bergen, 2001) is<br />
<strong>een</strong> vijftal gespreksfasen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n waarvan is aangenomen dat <strong>de</strong>ze op vergelijkbare<br />
wijze aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Uit <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken is gebleken dat <strong>de</strong>ze veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g gegrond was. Variabelen uit alle<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n fasen zijn ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> transcripties van <strong>de</strong> hier on<strong>de</strong>rzochte mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken aangetroffen.<br />
Uit <strong>de</strong> analyseresultaten blijkt dat <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases <strong>de</strong> meeste uitspraken zijn aangetroffen<br />
gerelateerd aan <strong>de</strong> variabelen van <strong>de</strong> ‘verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>gsfase’. De m<strong>in</strong>ste uitspraken komen voor<br />
bij variabelen van <strong>de</strong> ‘terugkomfase’ en <strong>de</strong> ‘afsprakenfase’. Daaruit conclu<strong>de</strong>ren we dat<br />
mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases <strong>in</strong> ger<strong>in</strong>ge mate terugblikken en terugkomen op<br />
het voorgaan<strong>de</strong> nagesprek. Maar ook dat ze <strong>in</strong> ger<strong>in</strong>ge mate vooruitblikken en afspraken<br />
maken voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> les(sen). Ver<strong>de</strong>r is uit <strong>de</strong> analyseresultaten te conclu<strong>de</strong>ren dat zowel<br />
mentoren als aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>de</strong> opgedane praktijkervar<strong>in</strong>gen vooral refereren aan elkaars<br />
on<strong>de</strong>rwijspraktijkervar<strong>in</strong>gen. In veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate koppelen ze <strong>de</strong> opgedane ervar<strong>in</strong>gen aan<br />
theoretische <strong>in</strong>zichten en concepten. De <strong>in</strong> het theoretisch ka<strong>de</strong>r beschreven koppel<strong>in</strong>g van<br />
praktijk en theorie komt hiermee <strong>in</strong> het gedrang. Vanwege <strong>de</strong>ze geconstateer<strong>de</strong> knelpunten<br />
conclu<strong>de</strong>ren we dat <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken waar het gaat om <strong>de</strong> variabelen<br />
uit <strong>de</strong> gespreksfasen evenals wat betreft <strong>de</strong> koppel<strong>in</strong>g theorie praktijk, <strong>een</strong> punt van aandacht<br />
vormen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Deelvraag 3.2. Variabelen uit <strong>de</strong> kernactiviteiten. Op basis van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur naar<br />
coach<strong>in</strong>gsgesprekken hebben we <strong>een</strong> vijftal functies of kernactiviteiten aan <strong>een</strong> gesprek<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n (Bergen, 2001; Engelen & Bergen, 2001; Joyce & Showers, 1988). Van <strong>de</strong>ze<br />
activiteiten namen we aan dat ze op vergelijkbare wijze ook aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn te<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. De on<strong>de</strong>rzoeksresultaten on<strong>de</strong>rsteunen <strong>de</strong> aanname dat <strong>de</strong>ze op vergelijkbare<br />
wijze aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n Bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken wer<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren <strong>de</strong> variabelen van <strong>de</strong><br />
kernactiviteiten <strong>in</strong><strong>de</strong>rdaad aangetroffen. Maar net als bij <strong>de</strong> gespreksfasen is <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> variabelen wer<strong>de</strong>n aangetroffen ongelijk ver<strong>de</strong>eld over <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> kernactiviteiten.<br />
164
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Zo zijn bij het bie<strong>de</strong>n van directe positieve dan wel negatieve terugkoppel<strong>in</strong>g op <strong>de</strong><br />
geobserveer<strong>de</strong> les bij <strong>de</strong> kernactiviteit ‘feedback’ ruimschoots <strong>de</strong> meeste uitspraken<br />
aangetroffen. Over <strong>de</strong> variabelen van ‘uitdag<strong>in</strong>g’ en ‘afstemm<strong>in</strong>g’ zijn <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ste uitspraken<br />
aangetroffen. Dit samen met het beperkte aantal uitspraken dat is aangetroffen bij ‘stimu<strong>leren</strong><br />
en uitdagen’ van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren om nieuwe kennis en vaardighe<strong>de</strong>n toe te passen leidt<br />
tot <strong>de</strong> conclusie dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken vooral sprake is van directe op <strong>de</strong> gegeven<br />
les en op <strong>de</strong> <strong>in</strong>structie gerichte terugkoppel<strong>in</strong>g. Deze conclusie wordt versterkt door het<br />
beperkte aantal uitspraken dat eer<strong>de</strong>r al bij <strong>de</strong> gespreksfasen werd aangetroffen waar<strong>in</strong> sprake<br />
was van terug- en vooruitblikken en van het koppelen van <strong>de</strong> opgedane ervar<strong>in</strong>gen aan<br />
theoretische <strong>in</strong>zichten en concepten.<br />
Tegelijkertijd wijzen <strong>de</strong> kwalitatieve analyses uit dat uitspraken wat betreft <strong>de</strong> variabelen van<br />
<strong>de</strong> kernactiviteit ‘afstemm<strong>in</strong>g’ vooral han<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n over <strong>in</strong>structievaardighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar. Dat wil zeggen op het <strong>leren</strong> afstemmen van het aanbod op <strong>de</strong> leerbehoeften<br />
en mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen. Dit wordt ook wel het ‘eerste or<strong>de</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’<br />
genoemd (§ 2.1.1 Murray & Male, 2005). Slechts éénmaal is <strong>een</strong> uitspraak aangetroffen<br />
waar<strong>in</strong> sprake bleek van afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf.<br />
Deze afstemm<strong>in</strong>g kunnen we beschouwen als <strong>een</strong> vorm van ‘twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’<br />
(§ 2.1.1, Murray & Male, 2005). Dat <strong>de</strong>ze vorm van <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> nauwelijks voor kwam<br />
betekent vermoe<strong>de</strong>lijk tevens dat daarmee <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r krachtig kenmerk namelijk ‘<strong>de</strong><br />
doorgaan<strong>de</strong> lijn’ <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsaanbod voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het gedrang komt. Dat<br />
<strong>de</strong>ze doorgaan<strong>de</strong> lijn on<strong>de</strong>r druk staat kunnen we ook aflei<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> beperkte mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
gesprekspartners terug- en vooruitblikken en <strong>de</strong> opgedane ervar<strong>in</strong>gen koppelen aan<br />
theoretische <strong>in</strong>zichten en concepten. De vermoe<strong>de</strong>lijke gevolgtrekk<strong>in</strong>g dat afstemm<strong>in</strong>g tussen<br />
het meer theoriegebon<strong>de</strong>n aanbod van <strong>de</strong> hogeschool en <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk opdoet evenzo on<strong>de</strong>r druk staat ligt dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> re<strong>de</strong>.<br />
Onze conclusie is dat kwalitatieve afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> competenties, op <strong>de</strong> leerbehoeften en<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf, <strong>in</strong> <strong>de</strong> rol die mentor<strong>in</strong>g speelt b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> elk geval op grond van <strong>de</strong> geobserveer<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
beperkt is. Mentor<strong>in</strong>g is eer<strong>de</strong>r aangewezen als één van <strong>de</strong> krachtige kenmerken van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Mentor<strong>in</strong>g speelt <strong>een</strong> cruciale rol <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> werkplek<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. De resultaten van <strong>de</strong> nu uitgevoer<strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken, laten <strong>een</strong> grote kwetsbaarheid zien van <strong>de</strong> rol die <strong>de</strong> werkplek b<strong>in</strong>nen<br />
die leeromgev<strong>in</strong>g speelt voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
Deelvraag 3.3. Initiatief. Hiervoor bespraken we onze conclusies op grond van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dicatoren<br />
die we aannamen als <strong>in</strong>dicatoren voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Daarnaast<br />
spelen echter ook vragen die te maken hebben met <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor zelfstur<strong>in</strong>g,<br />
zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en eigenaarschap van het eigen leerproces. Daarop was <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>elvraag gericht waarbij is on<strong>de</strong>rzocht van welke gesprekspartner het <strong>in</strong>itiatief uitgaat <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Bij <strong>de</strong> analyses zijn we er vanuit gegaan dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven die bei<strong>de</strong><br />
gesprekspartners <strong>in</strong> het gesprek tonen <strong>een</strong> maat bie<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> ruimte <strong>in</strong> te schatten die<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren krijgen om zelf stur<strong>in</strong>g te geven aan <strong>de</strong> eigen ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
De verkregen resultaten laten over <strong>de</strong> conclusie op <strong>de</strong> vraag van wie <strong>in</strong>itiatieven uitgaan<br />
tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken g<strong>een</strong> ondui<strong>de</strong>lijkheid bestaan. Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten<br />
blijkt dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie meer monologische dan dialogische kenmerken heeft. Het zijn <strong>de</strong><br />
mentoren van wie tij<strong>de</strong>ns het gesprek <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven uitgaan.<br />
165
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Wel bleek sprake van <strong>een</strong> substantieel verschil tussen bei<strong>de</strong> cases <strong>in</strong> <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren om tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> gesprekken zelf het <strong>in</strong>itiatief te nemen. Bij <strong>de</strong> zij<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> eerste case troffen we <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong><br />
doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case, aanzienlijk meer <strong>in</strong>itiatieven aan. Zowel<br />
<strong>in</strong> absolute z<strong>in</strong> als gerelateerd aan het aantal <strong>in</strong>itiatieven van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> mentoren.<br />
Een verklar<strong>in</strong>g kan zijn dat <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case hun aanstaan<strong>de</strong> leraren meer ruimte<br />
bo<strong>de</strong>n of hen meer uitlokten tot eigen <strong>in</strong>itiatief. Deze mentoren zijn <strong>in</strong> hun han<strong>de</strong>len wellicht<br />
meer reflectief en persoonsgericht geweest volgens <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van Franke & Dahlgren (zie<br />
§ 2.3.1) dan <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Vergelijk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> resultaten tussen bei<strong>de</strong> cases<br />
toon<strong>de</strong> bovendien dat óók bij <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> eerste case gemid<strong>de</strong>ld meer <strong>in</strong>itiatieven zijn<br />
aangetroffen dan bij die uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case.<br />
Het hogere aantal <strong>in</strong>itiatieven van bei<strong>de</strong> geprekspartners uit <strong>de</strong> eerste case zou wellicht<br />
verklaard kunnen wor<strong>de</strong>n vanuit <strong>de</strong> aanzienlijk hogere tijds<strong>in</strong>vester<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
<strong>in</strong> die case (gemid<strong>de</strong>ld 33 m<strong>in</strong>uten <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case, tegen 25 m<strong>in</strong>uten <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
twee<strong>de</strong>). Dit is on<strong>de</strong>rzocht, maar daarvoor gecorrigeerd blijft verhoud<strong>in</strong>gsgewijs sprake van<br />
<strong>een</strong> substantieel verschil <strong>in</strong> aantallen <strong>in</strong>itiatieven tussen bei<strong>de</strong> cases.<br />
Op grond van <strong>de</strong>ze resultaten zou<strong>de</strong>n we voorzichtig kunnen conclu<strong>de</strong>ren dat <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case<br />
meer sprake lijkt van mentoren van het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> type volgens <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van Feiman-Nemser.<br />
Deze mentoren, die substantieel meer tijd <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> hun mentorschap dan <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
types mentoren, laten zich omschrijven als ‘agents of change’ (zie § 2.3.1). Daar staat<br />
tegenover dat bij <strong>de</strong> mentoren uit case 2 verhoud<strong>in</strong>gsgewijs meer ‘vragen<strong>de</strong>’ <strong>in</strong>itiatieven<br />
wer<strong>de</strong>n aangetroffen dan <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case. En <strong>een</strong> vragen<strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g laat meer ruimte voor<br />
zelfstur<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> gesprekspartner. Maar daarmee is nog steeds niet het verhoud<strong>in</strong>gsgewijs<br />
bedui<strong>de</strong>nd hogere aantal <strong>in</strong>itiatieven bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren uit <strong>de</strong> eerste case verklaard.<br />
Meer aannemelijk lijkt <strong>een</strong> verklar<strong>in</strong>g vanuit <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren zelf. In case 1 waren <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren zij-<strong>in</strong>stromers. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case g<strong>in</strong>g het om doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren. De eerste groep is doorgaans ou<strong>de</strong>r en heeft meer levens- en werkervar<strong>in</strong>g. Te<br />
verwachten is dat zij al zelfstandiger zijn en zelf ook meer <strong>in</strong>itiatieven zullen nemen. De<br />
reguliere, doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren ontberen <strong>de</strong> levens- en werkervar<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> zij<strong>in</strong>stromers<br />
en <strong>de</strong> door hen el<strong>de</strong>rs verworven competenties. Deze verklar<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het gegeven dat bij <strong>de</strong> doorstromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar die twee van <strong>de</strong> vier<br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken met haar mentor voer<strong>de</strong> <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren g<strong>een</strong> hoger aantal <strong>in</strong>itiatieven is aangetroffen. Haar mentor was overigens <strong>de</strong> enige<br />
mentor bij wie meer vragen<strong>de</strong> dan stellen<strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatieven zijn aangetroffen.<br />
In het on<strong>de</strong>rzoek is uitgaan van <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g dat voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar het <strong>leren</strong> op<br />
<strong>de</strong> werkplek gunstig verloopt wanneer <strong>de</strong>ze zo zelfstandig mogelijk stur<strong>in</strong>g geeft aan zijn<br />
eigen leerproces. Dit betekent voor <strong>de</strong> mentor dat <strong>de</strong>ze <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zo veel mogelijk<br />
moet bevragen <strong>in</strong> plaats van zelf zaken aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> te stellen. Uit <strong>de</strong> resultaten valt enerzijds<br />
af te lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> mentoren uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case meer dan die uit <strong>de</strong> eerste case <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar bleken te bevragen. An<strong>de</strong>rzijds bleek <strong>de</strong> eerste zij-<strong>in</strong>stromen<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uit <strong>de</strong><br />
eerste case <strong>de</strong> meeste <strong>in</strong>itiatieven (95%) te stellen. De veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g is dan aannemelijk dat<br />
wanneer <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar veel <strong>in</strong>itiatieven stelt die <strong>een</strong> ‘voldoen<strong>de</strong>’ reflectieniveau<br />
bezitten, <strong>de</strong> mentor ook m<strong>in</strong><strong>de</strong>r (door) zal vragen. Evi<strong>de</strong>ntie voor <strong>de</strong>ze veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g<br />
kon<strong>de</strong>n we echter niet uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers aflei<strong>de</strong>n.<br />
166
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Juist <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte variabelen zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> probleemstell<strong>in</strong>g en <strong>in</strong> <strong>de</strong> theoretische verkenn<strong>in</strong>g<br />
benadrukt als sterke kanten van <strong>de</strong> nieuwe vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Wat betekenen dan <strong>de</strong> conclusies en verklar<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong><br />
zelfstur<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n bij het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren?<br />
Reflectie, balans tussen praktijk en theorie en zelfstur<strong>in</strong>g zijn kernbegrippen voor <strong>de</strong> nieuwe<br />
op competenties gerichte vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Daarmee zien we het belang van<br />
mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g als begeleid<strong>in</strong>gskenmerken voor het competentiegericht <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g noodzakelijkerwijs toenemen.<br />
Zij vormen <strong>de</strong> tegenpool voor <strong>de</strong> meer ‘traditionele’ stagevormen waarbij nadruk ligt op<br />
<strong>in</strong>structie en leraar gecentreer<strong>de</strong> vormen van <strong>leren</strong> door ervar<strong>in</strong>g, oefenen van vaardighe<strong>de</strong>n<br />
en vormen van mo<strong>de</strong>l<strong>leren</strong>. Wanneer we nu terugkoppelen naar <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van Feiman-<br />
Nemser en die van Franke en Dahlgren (§ 2.3.1), dan lei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n resultaten tot <strong>de</strong><br />
conclusie dat <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases vooral sprake is van type 1 en 2 mentoren. Deze mentoren<br />
han<strong>de</strong>len meer <strong>in</strong>strumenteel en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgericht dan reflectief en persoonsgericht. Dit<br />
impliceert dat <strong>de</strong>ze elementen van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> stagevormen kennelijk nog sterk doorkl<strong>in</strong>ken <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
werkwijzen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Deelvraag 3.4. Relatie tussen gespreksduur en kwaliteit. Als laatste is <strong>de</strong> <strong>de</strong>elvraag<br />
on<strong>de</strong>rzocht naar <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong> waargenomen gespreksduur en het voorkomen van <strong>de</strong><br />
variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen en kernactiviteiten als <strong>in</strong>dicatoren voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
De eerste conclusie die we uit <strong>de</strong> resultaten van dit on<strong>de</strong>rzoek trekken is dat er <strong>een</strong><br />
substantieel verschil blijkt te bestaan tussen <strong>de</strong> tijd die <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews aangaven<br />
en <strong>de</strong> op basis van <strong>de</strong> bandopnamen waargenomen gespreksduur. Terwijl <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews <strong>de</strong><br />
mentoren aangaven wekelijks mentor<strong>in</strong>gsgesprekken te voeren van gemid<strong>de</strong>ld ruim <strong>een</strong> uur,<br />
lag <strong>de</strong> aangetroffen gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> tijdsduur per mentor<strong>in</strong>gsgesprek aanzienlijk lager. In <strong>de</strong><br />
eerste case bedroeg <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> gespreksduur 33 m<strong>in</strong>uten en <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case 25 m<strong>in</strong>uten.<br />
Dit is opvallend. Aannemelijk lijkt immers dat juist <strong>de</strong> wetenschap dat <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken op band wor<strong>de</strong>n opgenomen en voor on<strong>de</strong>rzoek wor<strong>de</strong>n geanalyseerd,<br />
<strong>de</strong> kans groter lijkt te maken op <strong>een</strong> langere gespreksduur. Een <strong>de</strong>rgelijke bandopname kan<br />
immers al dan niet bewust er toe lei<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar zich extra<br />
<strong>in</strong>spannen en extra tijd <strong>in</strong>vesteren om <strong>een</strong> ‘goed’ gesprek te voeren.<br />
Direct aanwijsbare re<strong>de</strong>nen waarom bepaal<strong>de</strong> opgenomen mentor<strong>in</strong>gsgesprekken driemaal zo<br />
lang duur<strong>de</strong>n dan an<strong>de</strong>re zijn niet gevon<strong>de</strong>n. Wel valt op dat bij <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> gesprekken<br />
vooral meer uitspraken voorkomen bij variabelen waarover al veel uitspraken zijn<br />
aangetroffen. De on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge percentuele verhoud<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het aantal aangetroffen uitspraken<br />
gerelateerd aan variabelen van <strong>de</strong> gespreksfasen en van <strong>de</strong> kernactiviteiten veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
namelijk nauwelijks tussen <strong>de</strong> kortstduren<strong>de</strong> en <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> gesprekken. Ook zijn bij <strong>de</strong><br />
langstduren<strong>de</strong> gesprekken steeds één of meer uitspraken aangetroffen bij elke fase en<br />
kernactiviteit. Dit was ook te verwachten omdat bij <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong> gesprekken <strong>de</strong> kans dat<br />
uitspraken wor<strong>de</strong>n aangetroffen over elke fase en kernactiviteit toeneemt. Echter uit <strong>de</strong><br />
resultaten blijkt ook dat niet <strong>in</strong> alle gesprekken, en ook niet <strong>in</strong> alle langstduren<strong>de</strong> gesprekken<br />
alle gespreksfasen en kernactiviteiten zijn aangetroffen.<br />
167
Hoofdstuk 6. De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De eerste conclusie is dat <strong>de</strong> kans dat <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprek kwalitatief alle gespreksfasen en<br />
kernactiviteiten omvat wel toeneemt met het oplopen van <strong>de</strong> gespreksduur, maar dat <strong>een</strong><br />
langere gespreksduur daarvoor zeker g<strong>een</strong> garantie is.<br />
De twee<strong>de</strong> conclusie die we op grond van <strong>de</strong> resultaten kunnen trekken is dat <strong>de</strong> duur van <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken eer<strong>de</strong>r afhankelijk lijkt te zijn van persoonlijke factoren die zijn toe te<br />
schrijven aan <strong>de</strong> gesprekspartners en vooral aan die van <strong>de</strong> mentoren dan van an<strong>de</strong>re factoren.<br />
Wanneer dit juist is dan zijn <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> persoonlijke begeleid<strong>in</strong>gskwaliteiten van <strong>de</strong><br />
mentor bepalend voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g. Dit on<strong>de</strong>rsteunt <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>re conclusie dat<br />
mentor<strong>in</strong>g <strong>een</strong> potentieel krachtig kenmerk is van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De persoonlijke<br />
afhankelijkheid van die kwaliteiten maakt haar als krachtig kenmerk tegelijkertijd bijzon<strong>de</strong>r<br />
kwetsbaar.<br />
De on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>. Om <strong>de</strong> <strong>de</strong>elvragen te beantwoor<strong>de</strong>n bleek <strong>de</strong> gekozen<br />
on<strong>de</strong>rzoeksaanpak a<strong>de</strong>quaat. In tegenstell<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> situatie bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews beschikten we bij<br />
<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsdocumenten over <strong>een</strong> tevoren uitgewerkt geheel van<br />
trefwoor<strong>de</strong>n. Dit co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem bleek bruikbaar.<br />
We hebben verschillen<strong>de</strong> maatregelen genomen om <strong>de</strong> validiteit en betrouwbaarheid van <strong>de</strong><br />
analyses te borgen. Met <strong>de</strong> gekozen on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong> hebben we zo goed mogelijk gezorgd<br />
voor <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begrips- en ecologische validiteit van <strong>de</strong> gebruikte variabelen.<br />
Op twee momenten en op twee manieren hebben we <strong>de</strong> betrouwbaarheid van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong><br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken on<strong>de</strong>rzocht. Uit<br />
<strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rzoeken naar <strong>de</strong> <strong>in</strong>tra- en <strong>in</strong>terco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheid kwamen zowel <strong>in</strong><br />
kwalitatieve als <strong>in</strong> kwantitatieve z<strong>in</strong> meer over<strong>een</strong>komsten dan verschillen naar voren. Op<br />
basis van <strong>de</strong> nu verkregen resultaten is <strong>de</strong> conclusie gerechtvaardigd dat het geheel van <strong>de</strong><br />
gebruikte variabelen <strong>een</strong> voldoen<strong>de</strong> begripsvaliditeit bezit. Tenslotte conclu<strong>de</strong>ren we dat <strong>de</strong><br />
toegepaste manier van analyseren voldoen<strong>de</strong> betrouwbaar is te herhalen.<br />
Slotconclusie. In <strong>de</strong> theorie is aangegeven dat bij kwalitatief krachtige mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
tenm<strong>in</strong>ste over alle gespreksfasen en kernactiviteiten uitspraken zou<strong>de</strong>n moeten wor<strong>de</strong>n<br />
aangetroffen (§ 2.3.2). Dit blijkt bij <strong>de</strong> kortstduren<strong>de</strong> zowel als bij <strong>de</strong> langstduren<strong>de</strong><br />
gesprekken onvolledig het geval te zijn geweest. Ook <strong>de</strong> aantallen aangetroffen uitspraken bij<br />
<strong>de</strong> kernactiviteiten ‘feedback’ en ‘verklar<strong>in</strong>g’ laten we<strong>in</strong>ig ruimte voor optimisme over <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Temeer niet waar <strong>de</strong> analyses bovendien<br />
uitwijzen dat <strong>de</strong> toename van het aantal uitspraken bij <strong>een</strong> langere gespreksduur vooral<br />
betrekk<strong>in</strong>g hebben op ‘verdui<strong>de</strong>lijk<strong>in</strong>g’.<br />
Onze slotconclusie is dat <strong>de</strong> geanalyseer<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken voor wat betreft <strong>de</strong><br />
gespreksfasen, <strong>de</strong> kernactiviteiten en <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefnames <strong>in</strong> beperkte mate tegemoetkomen aan<br />
<strong>de</strong> criteria die van belang zijn voor <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong>rgelijke gesprekken. Uiteraard moeten<br />
we <strong>de</strong>ze resultaten niet generaliseren naar an<strong>de</strong>re mentor<strong>in</strong>gsgesprekken, maar wij vermoe<strong>de</strong>n<br />
dat er zeker w<strong>in</strong>st valt te behalen <strong>in</strong> <strong>de</strong> toerust<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren voor het voeren van<br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Kortom als scholen voor aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>een</strong> kwalitatief krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
willen <strong>in</strong>richten dan verdient <strong>de</strong> kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken op <strong>de</strong> hier on<strong>de</strong>rzochte<br />
aspecten specifieke aandacht.<br />
168
CONCLUSIES, DISCUSSIE EN AANBEVELINGEN<br />
Het <strong>in</strong> dit proefschrift beschreven on<strong>de</strong>rzoek heeft tot doel <strong>een</strong> wetenschappelijke bijdrage te<br />
leveren aan <strong>de</strong> kennis over en het <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die zijn<br />
<strong>in</strong>gericht voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Een werkplekleeromgev<strong>in</strong>g hebben we omschreven als <strong>een</strong> door basisschool en hogeschool<br />
<strong>in</strong>gerichte leer- en werkomgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>een</strong> competentiegericht<br />
leerwerktraject <strong>de</strong> voor het beroep van leraar benodig<strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n kunnen verwerven <strong>in</strong><br />
<strong>een</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken.<br />
Het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen wordt gezien als <strong>een</strong> veelbeloven<strong>de</strong><br />
manier van oplei<strong>de</strong>n voor het beroep van leraar (Abdal-Haqq, 1998; Bassi et al., 1998;<br />
Mantle-Bromley, 2003; Smith, 2003; Torraco, 1999). Zowel nationaal als <strong>in</strong>ternationaal<br />
wor<strong>de</strong>n werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren vorm<br />
gegeven. Vanuit <strong>de</strong> door ons bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur constateer<strong>de</strong>n we drie kernproblemen.<br />
Op <strong>de</strong> eerste plaats ontbreekt <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur <strong>een</strong> samenhangend beeld over <strong>de</strong><br />
kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Ten twee<strong>de</strong> is er g<strong>een</strong> <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> die kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong>ze tot<br />
krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren maken.<br />
Het <strong>de</strong>r<strong>de</strong> kernprobleem is dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zowel bij nadruk op<br />
‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g’ als bij nadruk op ‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school’ <strong>een</strong> kloof is te<br />
overbruggen tussen theorie en praktijk. De laatste jaren is <strong>de</strong> nadruk steeds sterker komen te<br />
liggen op ‘oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school’. De rol die <strong>de</strong> mentor <strong>in</strong> het overbruggen van die kloof<br />
speelt is dan <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate van <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> transferproblematiek tussen praktijk en<br />
theorie. Die rol van <strong>de</strong> mentor wordt expliciet <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Rond <strong>de</strong>ze drie kernproblemen zijn <strong>in</strong> dit on<strong>de</strong>rzoek drie on<strong>de</strong>rzoeksvragen geformuleerd:<br />
1. Wat zijn kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs?<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
3. Hoe realiseren <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>de</strong> werkplek?<br />
In dit hoofdstuk vatten we eerst <strong>de</strong> voornaamste resultaten op <strong>de</strong> drie centrale<br />
on<strong>de</strong>rzoeksvragen samen en presenteren wij <strong>de</strong> belangrijkste conclusies die wij <strong>in</strong> het licht<br />
van het theoretisch ka<strong>de</strong>r bediscussiëren. Vervolgens gaan we <strong>in</strong> op <strong>de</strong> opzet van het<br />
on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong> gebruikte on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>. Tenslotte geven we op basis van onze<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten enkele suggesties voor vervolgon<strong>de</strong>rzoek en formu<strong>leren</strong> we<br />
aanbevel<strong>in</strong>gen die betrekk<strong>in</strong>g hebben op <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gspraktijk.<br />
7<br />
169
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
170<br />
7.1 Conclusies<br />
In ons on<strong>de</strong>rzoek hebben we antwoor<strong>de</strong>n gezocht op <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> drie on<strong>de</strong>rzoeksvragen:<br />
1. Wat zijn kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs?<br />
2. Welke van <strong>de</strong>ze kenmerken maken <strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g?<br />
3. Hoe realiseren <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren op <strong>de</strong> werkplek?<br />
In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragrafen trekken we conclusies over <strong>de</strong> verkregen on<strong>de</strong>rzoeksresultaten.<br />
7.1.1 Kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
De eerste on<strong>de</strong>rzoeksvraag van ons on<strong>de</strong>rzoek was erop gericht na te gaan wat kenmerken<br />
zijn van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
basison<strong>de</strong>rwijs. We hebben <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rzoeksvraag beantwoord vanuit drie activiteiten<br />
namelijk vanuit <strong>een</strong> literatuurstudie, <strong>een</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g en <strong>een</strong> meervoudige<br />
casestudy.<br />
Wanneer we <strong>de</strong> uitkomsten van <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g vergelijken,<br />
blijken <strong>de</strong>ze, op enkele accentverschillen na, <strong>in</strong> hoge mate <strong>een</strong> vergelijkbaar beeld op te<br />
leveren van kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. We hebben 20 kenmerken<br />
van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> geï<strong>de</strong>ntificeerd.<br />
De omschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> kenmerken stellen ons <strong>in</strong> staat <strong>de</strong> begrippen als ‘sensitiz<strong>in</strong>g<br />
concepts’ te gebruiken om <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> eerste case te analyseren en <strong>een</strong><br />
co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem te ontwikkelen.<br />
Als we <strong>de</strong> resultaten uit <strong>de</strong> meervoudige casestudy overzien dan valt op dat <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases 19<br />
van <strong>de</strong> 20 kenmerken uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g, wer<strong>de</strong>n<br />
teruggevon<strong>de</strong>n. All<strong>een</strong> het uit on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur afkomstige kenmerk ‘b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
bestaat afstemm<strong>in</strong>g tussen virtuele en fysieke functies’ was niet herkenbaar<br />
waardoor we dit kenmerk ver<strong>de</strong>r buiten beschouw<strong>in</strong>g hebben gelaten.<br />
Een belangrijke w<strong>in</strong>st van <strong>de</strong> meervoudige casestudy ten opzichte van <strong>de</strong> literatuurstudie en<br />
<strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g is dat we nu beschikken over <strong>een</strong> samenhangend conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r waarmee we <strong>een</strong> vrij compleet beeld hebben gekregen van <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong><br />
eigenschappen van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Dit ka<strong>de</strong>r heeft ons <strong>in</strong> staat gesteld om<br />
bestaan<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te analyseren, te beschrijven en op hun volledigheid te<br />
toetsen, maar ook om nieuwe werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> te richten.<br />
Het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r is gebaseerd op 104 elementen die <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong><br />
eigenschappen van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g constitueren. Deze elementen kon<strong>de</strong>n we op<br />
grond van verwantschap on<strong>de</strong>rbrengen <strong>in</strong> 19 kenmerken en clusteren tot 7 componenten<br />
waarmee we <strong>een</strong> samenhangend conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r verkregen.<br />
In Tabel 7.1 geven we <strong>een</strong> samengevat overzicht van <strong>de</strong> componenten en kenmerken van dit<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r. Voor <strong>een</strong> volledig overzicht van <strong>de</strong> componenten, kenmerken<br />
en elementen van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r verwijzen we naar Bijlagetabel F.1.
Tabel 7.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: <strong>een</strong> overzicht van <strong>de</strong> componenten<br />
en kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
nr. Component nr. Kenmerk<br />
1 On<strong>de</strong>rwijsaanbod 1 Balans theorie en praktijk<br />
2 Doorgaan<strong>de</strong> lijn<br />
2 Leerklimaat 3 Emotioneel veilig<br />
4 Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g<br />
3 Professionaliteit 5 Leren<strong>de</strong> organisatie<br />
6 Professionaliser<strong>in</strong>g<br />
7 Zelfstur<strong>in</strong>g<br />
4 Condities 8 Faciliter<strong>in</strong>g<br />
9 Gebruik van ICT<br />
10 Personele mid<strong>de</strong>len<br />
11 Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken<br />
12 Up-to-date mid<strong>de</strong>len<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g 13 Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften<br />
14 Kenmerken<strong>de</strong> situaties<br />
15 Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
16 Zorgen voor ownership<br />
6 Kwaliteitszorg 17 Procesmanagement<br />
18 Zelfevaluatie<br />
Startbekwaamheid 19 Bekwaamhe<strong>de</strong>n<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De eerste component ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’, heeft betrekk<strong>in</strong>g op het aanbod van kennis,<br />
vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. B<strong>in</strong>nen dit aanbod speelt <strong>de</strong><br />
‘balans tussen theorie en praktijk’ (kenmerk 1) <strong>een</strong> rol en is sprake van <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
met <strong>een</strong> ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ (kenmerk 2) dat is afgestemd op <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>ue ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Bij <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> component ‘leerklimaat’, gaat het om <strong>een</strong> ‘emotioneel veilig’ (kenmerk 3) en<br />
‘uitdagend en stimu<strong>leren</strong>d’ (kenmerk 4) leerklimaat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
De <strong>de</strong>r<strong>de</strong> component ‘professionaliteit’, omvat kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen die betrekk<strong>in</strong>g<br />
hebben op <strong>de</strong> ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ (kenmerk 5) en op ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ (kenmerk 6) en<br />
‘zelfstur<strong>in</strong>g’ (kenmerk 7) van <strong>de</strong> betrokkenen.<br />
De vier<strong>de</strong> component ‘condities’, heeft betrekk<strong>in</strong>g op conditionele eigenschappen die<br />
benoemd zijn als ‘faciliter<strong>in</strong>g’ (kenmerk 8), het ‘gebruik van ICT’ (kenmerk 9) en het gebruik<br />
van ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’ (kenmerk 12). Ver<strong>de</strong>r kenmerkt <strong>de</strong>ze component zich door <strong>een</strong><br />
doelmatige <strong>in</strong>zet van ‘personele mid<strong>de</strong>len’ (kenmerk 10) ten behoeve van het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en door <strong>de</strong> aanwezigheid van ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’<br />
(kenmerk 11) tussen <strong>de</strong> partners.<br />
Kenmerkend voor <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’, zijn <strong>de</strong> ‘afstemm<strong>in</strong>g van het aanbod op<br />
<strong>de</strong> behoeften’ (kenmerk 13) van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong><br />
en van ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’ (kenmerk 14) met ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ (kenmerk 15) als<br />
begelei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> en on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong> activiteiten waarbij sprake is van ‘zorgen voor ownership’<br />
(kenmerk 16) zodat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar eigenaar wordt van zijn eigen leerproces.<br />
De zes<strong>de</strong> component ‘kwaliteitszorg’, omvat <strong>de</strong> systematische zorg voor <strong>de</strong> kwaliteit van het<br />
leerwerktraject b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Deze zorg bestaat allereerst uit <strong>een</strong> vorm<br />
van ‘procesmanagement’ (kenmerk 17) waarmee wij bedoelen dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
systematisch <strong>in</strong> diens ontwikkel<strong>in</strong>g wordt gevolgd.<br />
171
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
Vanwege <strong>de</strong> nadruk op zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en zelfstur<strong>in</strong>g omvat <strong>de</strong>ze component<br />
daarnaast reflecteren<strong>de</strong> activiteiten door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf die we kon<strong>de</strong>n benoemen<br />
als ‘zelfevaluatie’ (kenmerk 18).<br />
De ‘startbekwaamheid’ neemt b<strong>in</strong>nen het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r <strong>een</strong> bijzon<strong>de</strong>re positie<br />
<strong>in</strong>. De kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen ervan hebben vooral betrekk<strong>in</strong>g op het doelgericht<br />
verwerven van <strong>de</strong> ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’ (kenmerk 19) die nodig zijn voor het functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
klas en <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. Daarom vatten we <strong>de</strong>ze ‘component’ op als doel (het doelgericht<br />
verwerven van <strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n) dan wel als opbrengst (wanneer <strong>de</strong> startbekwaamheid is<br />
bereikt) van elke werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Tegelijkertijd geven <strong>de</strong> ‘startbekwaamheidseisen’<br />
stur<strong>in</strong>g en richt<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong><br />
conclusies bij <strong>de</strong> eerste case stel<strong>de</strong>n we daarom dat we <strong>de</strong> ‘startbekwaamheidseisen’ eer<strong>de</strong>r<br />
opvatten als <strong>een</strong> functie van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g dan als component ervan.<br />
7.1.2 Kenmerken die werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen krachtig maken<br />
De twee<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag was erop gericht te on<strong>de</strong>rzoeken welke kenmerken <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
perceptie van <strong>de</strong> actoren <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
maken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren.<br />
Uit <strong>de</strong> elementbeschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is niet zichtbaar welke<br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen <strong>een</strong> werk- en leeromgev<strong>in</strong>g tot <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
maken. Ook uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur kregen we hierover nauwelijks<br />
aanwijz<strong>in</strong>gen terwijl daar regelmatig sprake is van ‘krachtige’ werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Het<br />
begrip ‘krachtige (werkplek)leeromgev<strong>in</strong>g’ of ‘powerful learn<strong>in</strong>g environment’ (De Corte,<br />
1990; Lo<strong>de</strong>wijks, 1993; National Council for Accreditation of Teacher Education, 2001) heeft<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> tweetal aspecten. Het eerste daarvan is gerelateerd aan <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren. Het twee<strong>de</strong> heeft<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> doelmatigheid van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g (De Corte, 1996).<br />
Wij hebben <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek ‘krachtig’ empirisch afgeleid uit <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong><br />
hun uitspraken over <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen bijzon<strong>de</strong>re<br />
betekenis hechtten. Uit <strong>de</strong> analyses kon<strong>de</strong>n we achterhalen dat <strong>de</strong> actoren bepaal<strong>de</strong> elementen<br />
uit <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g benadrukten als cruciaal of van<br />
doorslaggevend belang voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Indien zowel kwalitatief als kwantitatief<br />
op overtuigen<strong>de</strong> wijze bleek dat <strong>de</strong> actoren aan <strong>de</strong> elementen van <strong>een</strong> bepaald kenmerk <strong>een</strong><br />
doorslaggevend belang hechtten, is dit kenmerk door ons ‘krachtig’ genoemd.<br />
Door op het on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal <strong>de</strong>ze criteria toe te passen bleken 4 van <strong>de</strong> 19 kenmerken uit<br />
het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>g te komen voor het predikaat ‘krachtig’. Dit<br />
zijn <strong>de</strong> kenmerken ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’, ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’, ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ en<br />
‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’. Deze kenmerken maken <strong>de</strong>el uit van respectievelijk <strong>de</strong><br />
componenten ‘begeleid<strong>in</strong>g’, ‘startbekwaamheid’, ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’ en ‘condities’.<br />
Op grond van <strong>de</strong>ze resultaten conclu<strong>de</strong>ren we dat ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ <strong>een</strong> krachtig<br />
kenmerk vormt om het <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’ a<strong>de</strong>quaat af te stemmen op <strong>de</strong><br />
behoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren om zo het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van hen krachtig te<br />
bevor<strong>de</strong>ren. Onze eer<strong>de</strong>re bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g op basis van <strong>de</strong> literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische<br />
verkenn<strong>in</strong>g dat mentor<strong>in</strong>g <strong>een</strong> essentieel kenmerk is voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
zien we met <strong>de</strong>ze resultaten ook empirisch bevestigd.<br />
172
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Dat het kenmerk ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’ is aangewezen als <strong>een</strong> krachtig kenmerk maakt <strong>de</strong> cruciale<br />
betekenis van doelgerichtheid en het functionele karakter van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
dui<strong>de</strong>lijk. De <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is er op gericht om <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar te on<strong>de</strong>rsteunen om b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> bepaal<strong>de</strong> tijd te voldoen aan <strong>de</strong> voor <strong>de</strong><br />
startbekwaamheid als beg<strong>in</strong>nend leraar vereiste bekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
Ook van het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ wezen <strong>de</strong> actoren het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> elementen aan<br />
als cruciaal voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>. Zo benadrukten zij <strong>een</strong> flexibel curriculum waar<strong>in</strong> het<br />
on<strong>de</strong>rwijsaanbod is afgestemd op <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>ue ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong><br />
centrale rol van <strong>de</strong> mentor bij het aanbod van kennis.<br />
Dat <strong>de</strong> actoren aan het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ <strong>een</strong> doorslaggevend belang<br />
toeken<strong>de</strong>n maakt dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g eerst <strong>in</strong> <strong>een</strong> daadwerkelijk<br />
partnerschap tot zijn recht kan komen. Dat wil zeggen <strong>een</strong> partnerschap waarbij elk van <strong>de</strong><br />
partners me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijkheid draagt voor met elkaar afgesproken elementen.<br />
Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken die <strong>de</strong> partners met elkaar <strong>in</strong> <strong>een</strong> open communicatie maken bleken<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> perceptie van <strong>de</strong> actoren van cruciaal belang om het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren te on<strong>de</strong>rsteunen.<br />
Wanneer we <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> eerste twee on<strong>de</strong>rzoeksvragen comb<strong>in</strong>eren, dan is onze<br />
conclusie dat <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g a<strong>de</strong>quaat beschreven kan wor<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> door ons<br />
beschreven elementen, kenmerken en componenten. Daarvan zijn <strong>de</strong> kenmerken ‘mentor<strong>in</strong>g<br />
en coach<strong>in</strong>g’, ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’, ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ en ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
perceptie van <strong>de</strong> actoren als <strong>de</strong> krachtige kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen gezien.<br />
Hiervoor conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n we dat <strong>de</strong> ‘startbekwaamheid’ vooral is te zien als doel dan wel als<br />
opbrengst van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dit impliceert dat <strong>de</strong> elementen en kenmerken van<br />
<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re componenten er op zijn gericht <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te helpen en te on<strong>de</strong>rsteunen<br />
die startbekwaamheid te behalen. De startbekwaamheidseisen sturen en geven richt<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>houd, <strong>de</strong> processen en <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
De samenhang impliceert dat ‘on<strong>de</strong>rwijsaanbod’ en ‘begeleid<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke en procesmatige componenten vormen die nodig zijn om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te<br />
helpen <strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n vereist vanuit <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen te verwerven. Ze vormen<br />
<strong>de</strong> componenten die het meest direct zijn gerelateerd aan het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar. De vier overige componenten bezitten <strong>een</strong> vooral vormgevend en<br />
conditioneel-faciliterend karakter.<br />
Drie van <strong>de</strong>ze vier componenten, ‘leerklimaat’, ‘professionaliteit’ en ‘kwaliteitszorg’, dragen<br />
faciliterend en conditioneel bij aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd, vormgev<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>tensiteit van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Het gaat hierbij on<strong>de</strong>r meer om <strong>de</strong> professionaliteit van <strong>de</strong><br />
begelei<strong>de</strong>rs, maar ook om het leerklimaat van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> zorg voor <strong>de</strong><br />
kwaliteit. Omdat het bij <strong>de</strong> component ‘condities’ gaat om faciliteiten b<strong>in</strong>nen of ten behoeve<br />
van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van beschikbare mensen, materialen, ruimte, tijd,<br />
geld en afspraken, beschouwen we <strong>de</strong>ze component <strong>in</strong> het algem<strong>een</strong> als voorwaar<strong>de</strong>lijk voor<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
Als we <strong>de</strong>ze resultaten overzien, dan kunnen we <strong>de</strong> componenten <strong>in</strong> samenhang beschrijven<br />
zoals weergegeven <strong>in</strong> Figuur 7.1.<br />
173
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
Figuur 7.1 De veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> samenhang tussen <strong>de</strong> componenten gericht op het doel en <strong>de</strong><br />
opbrengst van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De krachtige kenmerken van <strong>de</strong> componenten zijn<br />
cursief weergegeven.<br />
De pijlen en lijnen <strong>in</strong> Figuur 7.1 laten zien dat sprake is van <strong>een</strong> samenhang tussen <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n componenten en <strong>een</strong> gerichtheid tussen <strong>de</strong> componenten op <strong>de</strong><br />
startbekwaamheid. Omgekeerd geven <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen richt<strong>in</strong>g en stur<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong><br />
componenten van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Interessant voor <strong>de</strong> theorievorm<strong>in</strong>g over <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen is dat <strong>de</strong> centrale componenten<br />
‘Startbekwaamheid’, ‘On<strong>de</strong>rwijsaanbod’ en ‘Begeleid<strong>in</strong>g’ tezamen met ‘Condities’ <strong>de</strong><br />
kenmerken bevatten die <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek naar voren kwamen als krachtige kenmerken<br />
(‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’, ‘bekwaamhe<strong>de</strong>n’, ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’ en ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’).<br />
We conclu<strong>de</strong>ren dan ook dat het voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g er niet<br />
all<strong>een</strong> om gaat dat alle door ons gevon<strong>de</strong>n kenmerken daar<strong>in</strong> aanwezig zijn, maar dat het er<br />
vooral om gaat dat <strong>de</strong> <strong>in</strong> potentie krachtige kenmerken <strong>de</strong> kwaliteit hebben om het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren te stimu<strong>leren</strong>. Voor mentor<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken, hebben wij dit na<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzocht.<br />
174
7.1.3 De kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Met <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag richtten we ons op <strong>de</strong> vraag hoe <strong>de</strong> mentoren <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar op <strong>de</strong> werkplek realiseren.<br />
Mentor<strong>in</strong>g bleek naar voren te komen als één van <strong>de</strong> vier kenmerken die het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen krachtig kunnen bevor<strong>de</strong>ren. De mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
zijn <strong>een</strong> expliciete vorm van begeleid<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong><br />
mentor. Uiteraard gaat het er niet all<strong>een</strong> om dat er mentor<strong>in</strong>gsgesprekken zijn maar gaat het <strong>in</strong><br />
<strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Die<br />
kwaliteit is op enkele punten kwetsbaar.<br />
Onze voornaamste conclusie is dat <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken waar het gaat om <strong>de</strong> variabelen<br />
uit <strong>de</strong> gespreksfasen en <strong>de</strong> kernactiviteiten, maar ook wat betreft <strong>de</strong> koppel<strong>in</strong>g tussen theorie<br />
en praktijk, tekortkom<strong>in</strong>gen vertonen die rechtstreekse gevolgen hebben voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke<br />
kwaliteit van die gesprekken. Me<strong>de</strong> daardoor conclu<strong>de</strong>ren we dat kwalitatieve afstemm<strong>in</strong>g op<br />
<strong>de</strong> competenties, op <strong>de</strong> leerbehoeften en mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf, <strong>in</strong> elk<br />
geval <strong>in</strong> <strong>de</strong> door ons on<strong>de</strong>rzochte mentor<strong>in</strong>gsgesprekken, beperkt is.<br />
Wanneer we voor wat betreft <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefname terugkoppelen naar <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van Feiman-<br />
Nemser (1998) en die van Franke en Dahlgren (1996), blijkt <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> cases vooral sprake van<br />
type 1 en 2 mentoren. Deze mentoren han<strong>de</strong>len meer <strong>in</strong>strumenteel en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgericht dan<br />
reflectief en persoonsgericht. In <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken lag herkenbaar nadruk op <strong>in</strong>structie<br />
en op leraar gecentreer<strong>de</strong> vormen van <strong>leren</strong>. De conclusie is daarmee gerechtvaardigd dat<br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van ‘ou<strong>de</strong>’ stagevormen nog sterk doorkl<strong>in</strong>ken b<strong>in</strong>nen<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen waar werkvormen ons <strong>in</strong>ziens gericht zou<strong>de</strong>n moeten zijn op<br />
vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> mentoren ruimte scheppen voor zelfontplooi<strong>in</strong>g,<br />
eigen ontwikkel<strong>in</strong>g en eigen <strong>in</strong>itiatief van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Het aanzienlijk hogere aantal<br />
<strong>in</strong>itiatiefnames <strong>in</strong> alle gesprekken door <strong>de</strong> mentoren leidt <strong>in</strong> samenhang met voorgaan<strong>de</strong>,<br />
tevens tot <strong>de</strong> conclusie dat het bie<strong>de</strong>n van die ruimte <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken vooral<br />
afhankelijk lijkt van persoonlijke factoren die zijn toe te schrijven aan <strong>de</strong> mentoren. Het<br />
i<strong>de</strong>aalbeeld dat <strong>een</strong> van <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste case schetste: ‘ontwikkelen daar waar kan en<br />
sturen daar waar moet’ (§ 4.4.3) is daarmee <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk nog g<strong>een</strong> realiteit.<br />
Ook uit <strong>de</strong> door <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong>geschatte duur voor <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken van gemid<strong>de</strong>ld<br />
ruim één uur en <strong>de</strong> door ons daadwerkelijk vastgestel<strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> duur van <strong>een</strong> kle<strong>in</strong> half<br />
uur, conclu<strong>de</strong>ren we dat bij mentor<strong>in</strong>g, <strong>de</strong>nken en doen niet steeds over<strong>een</strong>komen. De actoren<br />
schatten <strong>de</strong> benodig<strong>de</strong> tijdsduur tweemaal zo ruim <strong>in</strong> dan daadwerkelijk het geval blijkt.<br />
Onze slotconclusie is dat <strong>de</strong> geanalyseer<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken onvoldoen<strong>de</strong> tegemoet<br />
blijken te komen aan <strong>de</strong> kwaliteitseisen die <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur aan mentor<strong>in</strong>gsgesprekken wor<strong>de</strong>n<br />
gesteld. Voor wat betreft <strong>de</strong> gespreksfasen, <strong>de</strong> kernactiviteiten en <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefnames is g<strong>een</strong><br />
sprake van kwalitatief hoogwaardige mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Deze conclusie maakt <strong>de</strong><br />
kwetsbaarheid van mentor<strong>in</strong>g, dat als <strong>een</strong> potentieel krachtig kenmerk van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
is aangewezen, zichtbaar, hetg<strong>een</strong> overigens <strong>in</strong> lijn is met <strong>de</strong> literatuur over<br />
mentor<strong>in</strong>g (Berl<strong>in</strong>er, 2001; Feiman-Nemser, 2000; Gallego, 2001; Gold, 1996; Korthagen &<br />
Kessels, 1999; Verloop et al., 2001; Zeichner, 1999; Tuomi-Gröhn & Engeström, 2003).<br />
175
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
176<br />
7.2 Discussie<br />
In <strong>de</strong> nu volgen<strong>de</strong> discussie bespreken we rond zes kernen <strong>de</strong> betekenis en consequenties van<br />
<strong>de</strong> conclusies die we op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten hebben getrokken. Daarmee<br />
verantwoor<strong>de</strong>n we onze bijdrage aan <strong>de</strong> wetenschappelijke kennis over en het <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong><br />
krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Tevens gaan we <strong>in</strong> op <strong>de</strong> door ons gekozen opzet en<br />
metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek.<br />
7.2.1 Kennis over en <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
Het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar centraal? De vraag is of <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk bij het <strong>in</strong>voeren<br />
van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen nu daadwerkelijk het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar centraal<br />
staat. In <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieer<strong>de</strong>n we <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g als <strong>een</strong> door basisschool en<br />
hogeschool <strong>in</strong>gerichte leer- en werkomgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
competentiegericht leerwerktraject <strong>de</strong> voor het beroep benodig<strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n kunnen<br />
verwerven <strong>in</strong> <strong>een</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken. Dit betekent dat <strong>de</strong> gekozen<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> daaraan gestel<strong>de</strong> kwaliteiten <strong>in</strong> functie moeten<br />
staan van <strong>de</strong> nieuwe vormen van competentiegericht <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
De <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek gevon<strong>de</strong>n kenmerken zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong>rhalve <strong>een</strong> krachtige bijdrage moeten<br />
leveren aan het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren. Dat geldt <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r voor<br />
<strong>de</strong> kenmerken die we als krachtig kon<strong>de</strong>n aanwijzen.<br />
De <strong>in</strong>druk die wij uit <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> actoren echter hebben verkregen is dat<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen waaron<strong>de</strong>r ook <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen,<br />
vooral organisatorisch zijn vormgegeven vanuit <strong>een</strong> opleid<strong>in</strong>gsperspectief en (veel) m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
vanuit <strong>een</strong> leerperspectief van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
We von<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uitspraken waaruit <strong>de</strong> wenselijkheid van afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n en behoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren bleek. Nauwelijks troffen we feitelijke<br />
aanwijz<strong>in</strong>gen aan waar <strong>de</strong>ze het meest voor <strong>de</strong> hand zou<strong>de</strong>n liggen namelijk <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Dit terwijl aan het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ het predikaat<br />
krachtig werd toegekend.<br />
Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten verkregen we vooral zicht op elementen die betrekk<strong>in</strong>g hebben<br />
op organisatorische en conditionele elementen en kenmerken. Dit is vergelijkbaar met <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten van Valli, Cooper & Frankes (1997). Zij conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> door hen<br />
on<strong>de</strong>rzochte PDS-projecten dat vooral sprake was van eerste or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen. Deze<br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen zijn gericht op organisatorische doelen en op het efficiënter en effectiever laten<br />
verlopen van <strong>de</strong> organisatie. Ook bij <strong>de</strong> door hen on<strong>de</strong>rzochte projecten bleek vrijwel g<strong>een</strong><br />
sprake van twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen.<br />
Juist bij twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen staan primaire processen <strong>in</strong> <strong>de</strong> organisatie die zijn te<br />
beschrijven als <strong>in</strong>grijpen<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> professionals zelf, centraal. Uit <strong>de</strong><br />
uitspraken die <strong>de</strong> actoren <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek <strong>de</strong><strong>de</strong>n tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> component<br />
‘begeleid<strong>in</strong>g’ blijkt dat ze wel overtuigd zijn van <strong>de</strong> wenselijkheid van aandacht voor <strong>de</strong> wijze<br />
waarop het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kan wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rsteund en begeleid. Toch blijkt<br />
het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> verkregen elementen vooral gerelateerd aan het proces en <strong>de</strong><br />
vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g. Veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>r zijn ze gerelateerd aan het leerproces van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Een samenhangend beeld van kenmerken. De meerwaar<strong>de</strong> van het door ons ontwikkel<strong>de</strong><br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r is dat het <strong>een</strong> volledig en met <strong>de</strong> toegepaste or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
constitueren<strong>de</strong> elementen, kenmerken en componenten, samenhangend en gestructureerd<br />
overzicht biedt van <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen waaruit <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
bestaat. We zijn van men<strong>in</strong>g dat we daarmee het <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuur aangetroffen fragmentarische<br />
beeld van <strong>de</strong> kenmerken van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen hebben kunnen <strong>in</strong>tegreren tot<br />
<strong>een</strong> meer samenhangend en compleet beeld.<br />
De over<strong>een</strong>komsten die bleken met <strong>de</strong> diverse <strong>in</strong> <strong>de</strong> literatuurstudie aangetroffen kenmerken<br />
en met <strong>de</strong> kenmerken uit <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rsteunen <strong>de</strong>ze conclusie. Uiteraard<br />
staat het conceptuele ka<strong>de</strong>r open voor aanvull<strong>in</strong>gen omdat <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zich<br />
ontwikkelt en niet als statisch moet wor<strong>de</strong>n gezien. Met <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> nadruk op het ‘<strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> op <strong>de</strong> werkplek’ zou <strong>de</strong> opvatt<strong>in</strong>g kunnen ontstaan dat voor <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g <strong>de</strong><br />
hogeschool niet meer nodig is en dat (grote) schoolbesturen hun eigen leraren zelf wel kunnen<br />
oplei<strong>de</strong>n. Wanneer <strong>de</strong> hogeschool g<strong>een</strong> partner meer zou zijn dan veran<strong>de</strong>rt ook <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en<br />
<strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wezenlijk. Wij kunnen op basis van onze<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten niet voorzien wat dit voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zou gaan betekenen.<br />
De reikwijdte van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten. Met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> reikwijdte van onze<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten vragen we ons af of met het door ons ontwikkel<strong>de</strong> conceptueel<br />
analytisch ka<strong>de</strong>r uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen kunnen wor<strong>de</strong>n geanalyseerd en<br />
beschreven. Werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen kunnen <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> beroepsvel<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong>gericht. In ons on<strong>de</strong>rzoek hebben we werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong><br />
van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs bestu<strong>de</strong>erd. Wij weten niet <strong>in</strong> welke mate het door ons<br />
ontwikkel<strong>de</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r van toepass<strong>in</strong>g is op werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
an<strong>de</strong>re beroepsvel<strong>de</strong>n.<br />
De vraag is wel <strong>in</strong> welke mate <strong>de</strong> kenmerken van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, zoals door ons<br />
ontwikkeld, ook van toepass<strong>in</strong>g is op <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g voor leraren voortgezet on<strong>de</strong>rwijs. Bij <strong>de</strong><br />
nationale en <strong>in</strong>ternationale literatuurstudie conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n we dat <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur over<br />
<strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen betrekk<strong>in</strong>g had op<br />
verschillen<strong>de</strong> doelgroepen (basison<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs) en contexten (on<strong>de</strong>rwijs<br />
en organisaties). De factoren die Bergen et al. (2001) noemen voor <strong>een</strong> krachtige<br />
leeromgev<strong>in</strong>g voor aanstaan<strong>de</strong> leraren voortgezet on<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> meer<strong>de</strong>re kenmerken uit <strong>de</strong><br />
‘Professional Development Schools’ zijn daarvan <strong>een</strong> voorbeeld. We verwachten dat het<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r bruikbaar zal zijn <strong>in</strong> an<strong>de</strong>re maar wel soortgelijke<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen als die wij hier hebben on<strong>de</strong>rzocht.<br />
Scenario’s <strong>in</strong> het partnerschap. Wat verschil kan opleveren is <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>gsvorm <strong>in</strong> het<br />
partnerschap van samen oplei<strong>de</strong>n. Dit verschil resulteert ons <strong>in</strong>ziens echter niet <strong>in</strong> <strong>een</strong> an<strong>de</strong>r<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r, maar <strong>in</strong> <strong>een</strong> verschil <strong>in</strong> <strong>de</strong> mate waar<strong>in</strong> bepaal<strong>de</strong> elementen <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> geanalyseer<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g aanwijsbaar zijn. Zo zullen elementen<br />
gerelateerd aan bijvoorbeeld het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’ zoals ‘tripartiete<br />
afspraken’ of elementen gerelateerd aan het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ <strong>in</strong> ger<strong>in</strong>ge mate<br />
aanwijsbaar zijn of wellicht zelfs ontbreken <strong>in</strong> <strong>een</strong> scenario waar<strong>in</strong> sprake is van ‘<strong>de</strong> school<br />
als leverancier van stageplaatsen’.<br />
177
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
Op basis van <strong>de</strong> <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen uit <strong>de</strong> meervoudige casestudy aangetroffen<br />
elementen kon<strong>de</strong>n we <strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>gsvorm typeren als dat van ‘me<strong>de</strong>-oplei<strong>de</strong>r’. In <strong>de</strong> ene<br />
case meer dan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re en <strong>in</strong> tijd opschuivend <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van ‘partners <strong>in</strong> <strong>leren</strong>’.<br />
Ondanks die conclusies kunnen we bij g<strong>een</strong> van bei<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen al spreken<br />
van ‘partners <strong>in</strong> <strong>leren</strong>’. Daarvoor was op <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar als<br />
me<strong>de</strong>partner te beperkt. Maar ook conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n we dat <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen zich typeer<strong>de</strong> als ‘stageschoolmo<strong>de</strong>l’ en ‘coörd<strong>in</strong>atormo<strong>de</strong>l’ (§ 6.4).<br />
Die conclusies hebben ook betekenis voor an<strong>de</strong>re kenmerken en elementen uit het<br />
conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r. Zo zijn dan ook kwalitatieve beperk<strong>in</strong>gen te verwachten bij<br />
kenmerken en elementen die bij <strong>de</strong> component ‘professionaliteit’ te maken hebben met <strong>de</strong><br />
koppel<strong>in</strong>g tussen on<strong>de</strong>rwijs- en professionele ontwikkel<strong>in</strong>g gerelateerd aan vormen van<br />
(actie)on<strong>de</strong>rzoek evenals het overbruggen van <strong>de</strong> scheid<strong>in</strong>g tussen theorie en praktijk.<br />
Onze on<strong>de</strong>rzoeksresultaten uit het vier<strong>de</strong> en vijf<strong>de</strong> hoofdstuk waar bij professionaliser<strong>in</strong>g<br />
sprake bleek te zijn van <strong>een</strong> sterke onevenwichtigheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> uitspraken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> actoren van <strong>de</strong> basisschool en hogeschool bevestigen dit beeld.<br />
Daar is nog aan toe te voegen dat <strong>in</strong> g<strong>een</strong> van bei<strong>de</strong> cases het <strong>in</strong>richten van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g gebaseerd was op speciaal daarvoor uitgewerkte over<strong>een</strong>komsten. Wel<br />
on<strong>de</strong>rteken<strong>de</strong>n <strong>de</strong> hogeschool en <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> partnerscholen <strong>een</strong> over<strong>een</strong>komst waar<strong>in</strong> zij<br />
aangaven gezamenlijk zorg en verantwoor<strong>de</strong>lijkheid te willen dragen voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en<br />
vormgev<strong>in</strong>g van het PDS-project. Maar die over<strong>een</strong>komst droeg nog sterk het karakter van <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong><strong>de</strong>rtijd gebruikelijke ‘stageover<strong>een</strong>komsten’ en bood g<strong>een</strong> grondslag voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>gskenmerken<br />
van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraren speel<strong>de</strong>n <strong>in</strong> en bij het opstellen van die over<strong>een</strong>komst g<strong>een</strong> actieve rol<br />
als me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijke partner. In latere stukken is het hebben van samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken<br />
waar<strong>in</strong> ook zij <strong>een</strong> actieve en me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijke rol spelen genoemd als <strong>een</strong><br />
conditionele eigenschap voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g (§ 2.2). Ons<br />
<strong>in</strong>ziens zal dit <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r gel<strong>de</strong>n wanneer <strong>de</strong> hogeschool en partnerschool als visie en<br />
doelstell<strong>in</strong>g hebben om samen met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren ‘partners <strong>in</strong> <strong>leren</strong>’ te willen zijn.<br />
Dit uitgangspunt heeft ons <strong>in</strong>ziens rechtstreeks consequenties voor <strong>de</strong> kwaliteiten die <strong>de</strong><br />
partners dan toe (dienen te) kennen aan <strong>de</strong> kenmerken en elementen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
Het analytisch ka<strong>de</strong>r gebruiken als kwaliteits<strong>in</strong>strument. Hierboven <strong>de</strong><strong>de</strong>n we, gefun<strong>de</strong>erd op<br />
<strong>de</strong> mate van aanwezigheid van bepaal<strong>de</strong> elementen <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g, tevens bepaal<strong>de</strong> kwalitatieve uitspraken over <strong>de</strong> aard van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. We kon<strong>de</strong>n <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong><strong>de</strong>len <strong>in</strong> drie scenario’s <strong>in</strong> het<br />
partnerschap van samen oplei<strong>de</strong>n. Bijzon<strong>de</strong>r is te constateren dat <strong>de</strong>ze mogelijkheid tevens<br />
wijst op <strong>de</strong> potentie om het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r te gebruiken als kwaliteits<strong>in</strong>strument.<br />
Met behulp van <strong>de</strong> begrippen uit het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r <strong>in</strong> relatie tot <strong>de</strong> drie door<br />
ons on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n scenario’s (§ 2.2) kunnen <strong>de</strong> partners zowel het scenario waar<strong>in</strong> zij nu<br />
zitten als het scenario dat zij met elkaar zou<strong>de</strong>n willen bereiken, gefun<strong>de</strong>erd beschrijven.<br />
Kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Met betrekk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
tenslotte, willen we twee punten ter discussie stellen.<br />
178
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Allereerst blijkt uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie meer monologische dan<br />
dialogische kenmerken heeft. De <strong>in</strong>itiatieven <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken gaan vooral uit van<br />
<strong>de</strong> mentoren. De <strong>in</strong>itiatiefname van gesprekpartners hangt samen met <strong>de</strong> wijze waarop bei<strong>de</strong><br />
partners <strong>in</strong>teracteren. Zo zal <strong>een</strong> mentor, wanneer van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar veel <strong>in</strong>itiatieven<br />
uitgaan die <strong>een</strong> zeker reflectieniveau bezitten, zelf m<strong>in</strong><strong>de</strong>r aan het woord zijn hetg<strong>een</strong> van<br />
<strong>in</strong>vloed is op <strong>de</strong> wijze waarop mentoren en aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong>teracteren. Overigens<br />
wanneer <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar veel <strong>in</strong>itiatieven toont, dus meer het woord neemt <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
gesprek, zal dit vermoe<strong>de</strong>lijk niet per se <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n dat dan sprake is van <strong>een</strong> ‘betere’<br />
mentor<strong>in</strong>g die dus tot <strong>een</strong> hogere mate van zelfstur<strong>in</strong>g en daarmee tot <strong>een</strong> ‘beter’ <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar leidt. Vanuit <strong>de</strong> competentiegerichte aanpak bij <strong>de</strong><br />
nieuwe vormen van <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> is het afstemmen op <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n en<br />
leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar van belang. Voor die afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> leerbehoeften<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren von<strong>de</strong>n wij <strong>in</strong> <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken echter vrijwel g<strong>een</strong><br />
aanwijz<strong>in</strong>gen of <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk, bij het <strong>in</strong>voeren van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen nu<br />
daadwerkelijk het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar centraal staat.<br />
Het twee<strong>de</strong> punt heeft, net als bij het <strong>in</strong>voeren van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen, betrekk<strong>in</strong>g op<br />
<strong>de</strong> vraag of bij <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzochte mentor<strong>in</strong>gsgesprekken wel het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
centraal staat. In <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken <strong>in</strong> <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases bleek vooral nadruk te liggen op<br />
het organiseren van <strong>de</strong> leerprocessen van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> plaats van op <strong>de</strong> leerprocessen van<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf.<br />
Dit betekent dat vergelijkbaar aan <strong>de</strong> hiervoor beschreven ‘eerste en twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong><br />
veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen’, bij <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken meer aandacht is voor ‘eerste’, dan voor<br />
‘twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>’.<br />
Wel is aannemelijk dat al <strong>de</strong>ze organisatorische, conditionele en vormgev<strong>in</strong>gselementen, die<br />
nodig zijn voor het organiseren van <strong>de</strong> leerprocessen van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen, zijn gericht op het<br />
bevor<strong>de</strong>ren van het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
7.2.2 Gekozen opzet en metho<strong>de</strong> van on<strong>de</strong>rzoek<br />
De kracht van <strong>de</strong> gekozen on<strong>de</strong>rzoeksopzet is naar onze men<strong>in</strong>g <strong>de</strong> ‘dakpansgewijze’ opbouw<br />
van het on<strong>de</strong>rzoek. De dakpanconstructie van het on<strong>de</strong>rzoek bestaat uit <strong>een</strong> literatuurstudie,<br />
gevolgd door <strong>een</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g, <strong>een</strong> meervoudige casestudy en <strong>een</strong> <strong>de</strong>elon<strong>de</strong>rzoek<br />
naar <strong>de</strong> kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
De keuze om antwoor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen te zoeken met behulp van <strong>een</strong> kwalitatief<br />
on<strong>de</strong>rzoeks<strong>de</strong>sign gebaseerd op <strong>een</strong> meervoudige casestudy heeft consequenties on<strong>de</strong>r meer<br />
voor <strong>de</strong> validiteit en <strong>de</strong> betrouwbaarheid van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten.<br />
Om <strong>de</strong> validiteit van <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> elementen, kenmerken en componenten van<br />
krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen te waarborgen wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> data <strong>in</strong> <strong>de</strong> meervoudige<br />
casestudy verzameld door <strong>een</strong> triangu<strong>leren</strong><strong>de</strong> aanpak. Dit gebeur<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r meer door:<br />
- twee afzon<strong>de</strong>rlijke cases te nemen die van elkaar verschillen (twee verschillen<strong>de</strong><br />
partnerscholen met an<strong>de</strong>re contexten en an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>elnemers);<br />
- <strong>in</strong> elke case actoren te laten <strong>de</strong>elnemen vanuit drie verschillen<strong>de</strong> actorgroepen: die elk<br />
vanuit hun eigen rol, taken en verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n <strong>de</strong>el uitmaken van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g;<br />
- <strong>in</strong> elk van bei<strong>de</strong> cases twee series <strong>in</strong>terviews af te nemen: één aan het beg<strong>in</strong> en één aan het<br />
e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject;<br />
179
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
- <strong>de</strong> twee cases <strong>in</strong> tijd na elkaar te plaatsen zodat <strong>een</strong> spreid<strong>in</strong>g is verkregen van vier jaar;<br />
- door <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case <strong>de</strong> actoren naast hun opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>de</strong> wenselijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g,<br />
ook nadrukkelijk te bevragen naar hun perceptie van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> feitelijke<br />
<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g;<br />
- <strong>de</strong> gegevens van bei<strong>de</strong> cases op elkaar te betrekken waardoor sprake is van crossvalidatie.<br />
Bij het omschrijven van <strong>de</strong> elementen, kenmerken en componenten en hun or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g is steeds<br />
gestreefd naar zo <strong>een</strong>duidig mogelijke formuler<strong>in</strong>gen (zie Bijlagetabel F.1).<br />
We <strong>de</strong>nken op basis van <strong>de</strong> nu verkregen resultaten dat het geheel van <strong>de</strong> gebruikte elementen<br />
voldoet aan begrips- en ecologische validiteit. Bovendien is <strong>de</strong> toegepaste manier van<br />
analyseren zo beschreven dat <strong>de</strong>ze herhaalbaar is.<br />
Het karakter van <strong>een</strong> meervoudige casestudy impliceert dat <strong>de</strong> analyses primair wor<strong>de</strong>n<br />
uitgevoerd vanuit <strong>een</strong> kwalitatieve on<strong>de</strong>rzoeksaanpak. Omdat <strong>een</strong> omvattend geheel aan<br />
begrippen om <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g te beschrijven ontbrak is <strong>de</strong> gefun<strong>de</strong>er<strong>de</strong> theoriebena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g<br />
toegepast. De basis voor <strong>de</strong>ze aanpak lag <strong>in</strong> <strong>een</strong> literatuurstudie en <strong>een</strong> empirische<br />
verkenn<strong>in</strong>g die tezamen <strong>een</strong> begrippenka<strong>de</strong>r oplever<strong>de</strong>n waarvan <strong>de</strong> concepten zijn gebruikt<br />
als ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> <strong>in</strong>terviews uit <strong>de</strong> eerste case.<br />
De begripsvaliditeit van <strong>de</strong> elementen is geborgd door <strong>de</strong>ze op basis van <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong><br />
aangetroffen uitspraken, zo <strong>een</strong>duidig mogelijk en we<strong>de</strong>rzijds uitsluitend te beschrijven.<br />
Daarbij is consequent gebruik gemaakt van theoretische en begrippenmemo’s <strong>in</strong> het<br />
computerprogramma Kwalitan. De elementen zijn gebaseerd op het treffen van <strong>de</strong> kern <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
aangetroffen uitspraken van <strong>de</strong> actoren uit <strong>de</strong> meervoudige casestudy.<br />
Een element is ‘uniek’ genoemd wanneer het mogelijk bleek <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> karakteristiek of<br />
kenmerken<strong>de</strong> eigenschap van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g op <strong>een</strong> we<strong>de</strong>rzijds uitsluiten<strong>de</strong> wijze<br />
te beschrijven. Uit <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g die we op grond van verwantschap tussen elementen kon<strong>de</strong>n<br />
uitvoeren is aannemelijk dat <strong>de</strong> elementen van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zel<strong>de</strong>n uitsluitend<br />
op zichzelf zullen staan. Ze zijn doorgaans gerelateerd aan an<strong>de</strong>re elementen op grond van<br />
<strong>een</strong> of meer gem<strong>een</strong>schappelijke eigenschappen.<br />
Dit betekent tegelijkertijd dat <strong>de</strong> elementen <strong>een</strong> zekere mate van on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge afhankelijkheid<br />
vertonen, maar ook dat het ‘unieke’ karakter relatief is. Ook werd dui<strong>de</strong>lijk dat verschillen<strong>de</strong><br />
elementen aan meer dan één an<strong>de</strong>r element verwant zijn. Dit is ook te verwachten wanneer<br />
ondanks het ‘unieke’ karakter van <strong>een</strong> element daar<strong>in</strong> ook eigenschappen van an<strong>de</strong>re<br />
elementen besloten liggen.<br />
Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk hebben we <strong>een</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem opgebouwd waarmee het on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal<br />
op <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate, dat wil zeggen vali<strong>de</strong> en betrouwbare wijze werd beschreven. Het <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eerste case ontwikkel<strong>de</strong> co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem kon wor<strong>de</strong>n gebruikt bij <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />
case. De bei<strong>de</strong> door ons on<strong>de</strong>rzochte werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen omvatten steeds alle 7<br />
componenten en 19 kenmerken. In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case bleken we ruim 92% van <strong>de</strong><br />
oorspronkelijke elementen opnieuw aan te treffen. Dit betekent dat werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
naar onze opvatt<strong>in</strong>g voor <strong>een</strong> groot <strong>de</strong>el alle door ons gevon<strong>de</strong>n elementen bevatten. We zijn<br />
van men<strong>in</strong>g dat wij hierdoor <strong>een</strong> uitputtend co<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gssysteem hebben opgebouwd.<br />
180
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
De begripsvaliditeit van <strong>de</strong> begrippen en <strong>de</strong> toegepaste or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>gen zijn geborgd door <strong>de</strong><br />
verkregen <strong>in</strong>terpretaties en conclusies voortdurend terug te koppelen naar <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeksgroep (‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’). Daarbij zijn steeds ook <strong>de</strong> resultaten uit <strong>de</strong><br />
literatuurstudie en <strong>de</strong> empirische verkenn<strong>in</strong>g betrokken. Tevens zijn metho<strong>de</strong>n toegepast om<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>tra- en <strong>in</strong>terco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheid na te gaan. Waar relevant en z<strong>in</strong>vol, zijn<br />
kwantitatieve gegevens die ook uit <strong>de</strong> analyses wer<strong>de</strong>n verkregen on<strong>de</strong>rsteunend en<br />
aanvullend <strong>in</strong>gezet bij <strong>de</strong> <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> resultaten. De gehanteer<strong>de</strong> werkwijzen blijken<br />
voldoen<strong>de</strong> betrouwbaar te herhalen.<br />
De gekozen on<strong>de</strong>rzoeksaanpak voor het <strong>de</strong>elon<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
week af van <strong>de</strong> werkwijzen uit <strong>de</strong> eerste case uit <strong>de</strong> meervoudige casestudy. Ze<br />
vertoon<strong>de</strong> wel over<strong>een</strong>komst met <strong>de</strong> aanpak uit <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> case. Voor <strong>de</strong> analyses van <strong>de</strong><br />
transcripties van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken hebben we <strong>een</strong> tevoren uitgewerkt geheel van<br />
trefwoor<strong>de</strong>n gebruikt. We kon<strong>de</strong>n ons daarbij baseren op <strong>een</strong> aanpass<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> <strong>in</strong> eer<strong>de</strong>r<br />
on<strong>de</strong>rzoek door Engelen (2002) gebruikt begrippenka<strong>de</strong>r.<br />
Ook <strong>in</strong> dit <strong>de</strong>elon<strong>de</strong>rzoek hebben we maatregelen genomen om <strong>de</strong> validiteit en<br />
betrouwbaarheid van <strong>de</strong> analyses te borgen. Door <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken op te nemen op<br />
audioband <strong>in</strong> <strong>de</strong> natuurlijke sett<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zelf, door <strong>de</strong><br />
transcripties voor te leggen aan <strong>de</strong> betrokkenen en door <strong>een</strong> consequent gebruik van<br />
begrippenmemo’s <strong>in</strong> Kwalitan, hebben we niet all<strong>een</strong> <strong>de</strong> begripsvaliditeit, maar ook <strong>de</strong><br />
ecologische validiteit gewaarborgd.<br />
Tenslotte bleek uit <strong>de</strong> ‘peer <strong>de</strong>brief<strong>in</strong>g’ en <strong>de</strong> <strong>in</strong>tra- en <strong>in</strong>terco<strong>de</strong>ursbetrouwbaarheidresultaten<br />
dat <strong>de</strong> wijze van het analyseren van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken voldoen<strong>de</strong> betrouwbaar was.<br />
7.3 Aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf geven we eerst twee aanbevel<strong>in</strong>gen voor vervolgon<strong>de</strong>rzoek. Daarna<br />
formu<strong>leren</strong> we drie aanbevel<strong>in</strong>gen die betrekk<strong>in</strong>g hebben op <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van krachtige<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Aanbevel<strong>in</strong>gen voor vervolgon<strong>de</strong>rzoek<br />
De eerste aanbevel<strong>in</strong>g voor vervolgon<strong>de</strong>rzoek heeft te maken met <strong>de</strong> reikwijdte van onze<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten. De twee<strong>de</strong> aanbevel<strong>in</strong>g is gericht op na<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong><br />
effecten van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen.<br />
Reikwijdte on<strong>de</strong>rzoeksresultaten. Uit <strong>de</strong> or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> elementen, kenmerken en<br />
componenten is <strong>een</strong> ontwerp van <strong>een</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r voor werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
ontstaan. De elementen, kenmerken en componenten leveren bruikbare<br />
concepten om werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
basison<strong>de</strong>rwijs te analyseren, te beschrijven en op hun volledigheid te toetsen. Dit betekent<br />
dat ook <strong>de</strong>r<strong>de</strong>n met behulp van dit conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r bestaan<strong>de</strong> of reeds <strong>in</strong>gerichte<br />
uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen kunnen analyseren, beschrijven en op hun<br />
volledigheid kunnen toetsen. Maar ook kan dit conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n gebruikt<br />
om nieuwe werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> te richten.<br />
181
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
We bevelen dan ook aan <strong>in</strong> vervolgon<strong>de</strong>rzoek na te gaan of uit<strong>een</strong>lopen<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
daadwerkelijk <strong>in</strong> beeld kunnen wor<strong>de</strong>n gebracht of kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gericht met<br />
behulp van het door ons ontwikkel<strong>de</strong> conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r.<br />
On<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> effecten van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong> <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g van dit proefschrift<br />
schreven we dat het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen zowel nationaal als<br />
<strong>in</strong>ternationaal als <strong>een</strong> veelbeloven<strong>de</strong> manier van oplei<strong>de</strong>n voor het beroep van leraar wordt<br />
gezien. Vooralsnog zijn er nauwelijks empirische evi<strong>de</strong>nties gevon<strong>de</strong>n die <strong>de</strong>ze aanname<br />
bevestigen, maar dit neemt niet weg dat het <strong>de</strong> moeite waard is om nieuwe vormen van<br />
oplei<strong>de</strong>n te door<strong>de</strong>nken en te implementeren.<br />
Ons on<strong>de</strong>rzoek laat naast enkele krachtige kenmerken ook verschillen<strong>de</strong> kwetsbare punten<br />
zien. Ook bij die kenmerken die als krachtig zijn aangewezen. Het <strong>in</strong>richten van<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> verplicht ons <strong>in</strong>ziens <strong>de</strong> twee <strong>in</strong>richten<strong>de</strong><br />
partners om zorgvuldig te evalueren wat <strong>de</strong> effecten zijn op het niveau van <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijsleersituatie (effecten bij aanstaan<strong>de</strong> leraren, leraren en bij leerl<strong>in</strong>gen) en op dat van<br />
<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsorganisatie. Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk doel van elke werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is wat ons betreft<br />
steeds om (aanstaan<strong>de</strong>) leraren te <strong>in</strong>volveren <strong>in</strong> volwaardige leerprocessen.<br />
Wat <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g aangaat adviseren we dan ook om op empirie<br />
gebaseerd on<strong>de</strong>rzoek uit te voeren dat evi<strong>de</strong>nties oplevert voor <strong>de</strong> effecten van <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n kenmerken voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>de</strong> (aanstaan<strong>de</strong>)<br />
leraar. Dit opdat leerl<strong>in</strong>gen (aanstaan<strong>de</strong>) leraren krijgen die op hun beurt zelf <strong>in</strong> staat zijn<br />
krachtige leer- en werkomgev<strong>in</strong>gen te creëren waardoor ook zij hun eigen leerl<strong>in</strong>gen <strong>leren</strong><br />
<strong>in</strong>volveren <strong>in</strong> volwaardige leerprocessen.<br />
Aanbevel<strong>in</strong>gen voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
De drie aanbevel<strong>in</strong>gen die we formu<strong>leren</strong> voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gspraktijk<br />
hebben betrekk<strong>in</strong>g op het centraal stellen van <strong>een</strong> leerperspectief, <strong>de</strong> toerust<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
mentoren en het ver<strong>de</strong>r ontwikkelen van het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r als <strong>een</strong><br />
kwaliteits<strong>in</strong>strument om het ontwerp van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g te analyseren, te<br />
beschrijven en te toetsen.<br />
Centraal stellen leerperspectief. Op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten is bij ons <strong>de</strong> <strong>in</strong>druk<br />
ontstaan dat <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen vooral organisatorisch zijn vormgegeven<br />
vanuit <strong>een</strong> opleid<strong>in</strong>gsperspectief en m<strong>in</strong><strong>de</strong>r vanuit <strong>een</strong> leerperspectief van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar. Onze eerste aanbevel<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> praktijk is dan ook vooral twee<strong>de</strong> or<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g te stimu<strong>leren</strong> met als doel <strong>de</strong> primaire processen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
organisatie van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g te veran<strong>de</strong>ren en het leerperspectief van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voorop te stellen.<br />
Toerust<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentoren. De rol en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n zowel <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
door ons bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> literatuur als <strong>in</strong> <strong>de</strong> concept maps van <strong>de</strong> praktijk- en <strong>de</strong><br />
expert<strong>de</strong>elnemers benadrukt als <strong>een</strong> belangrijke voorwaar<strong>de</strong> voor het succesvol <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Ook <strong>de</strong><br />
resultaten van <strong>de</strong> meervoudige casestudy wijzen zowel kwalitatief als kwantitatief <strong>in</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />
richt<strong>in</strong>g.<br />
182
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Op grond van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksresultaten conclu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n ook wij dat mentor<strong>in</strong>g één van <strong>de</strong> vier<br />
kenmerken is die <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g ‘krachtig’ maakt of kán maken.<br />
Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur bleken twijfels over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g. Mentoren<br />
zou<strong>de</strong>n onvoldoen<strong>de</strong> zijn toegerust voor hun begeleid<strong>in</strong>gs- en opleid<strong>in</strong>gstaak bij het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren. Vanuit <strong>de</strong> verkregen resultaten uit ons on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong><br />
kwaliteit van mentor<strong>in</strong>gsgesprekken is dan <strong>de</strong> vraag legitiem of sprake is van ‘krachtige’<br />
mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. We conclu<strong>de</strong>ren dat er voor wat betreft <strong>de</strong> gespreksfasen, <strong>de</strong><br />
kernactiviteiten en <strong>de</strong> <strong>in</strong>itiatiefnames op dit moment <strong>in</strong> elk geval g<strong>een</strong> evi<strong>de</strong>ntie is om te<br />
spreken van kwalitatief hoogwaardige mentor<strong>in</strong>gsgesprekken.<br />
Dit bij<strong>een</strong> maakt <strong>in</strong> onze ogen het oplei<strong>de</strong>n van aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen<br />
tot <strong>een</strong> kwetsbare on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g. Ondui<strong>de</strong>lijk is of aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
nieuwe opleid<strong>in</strong>gssett<strong>in</strong>g ‘beter’ wor<strong>de</strong>n opgeleid dan voorh<strong>een</strong> waarbij het primaat lag bij het<br />
oplei<strong>de</strong>n vanuit <strong>de</strong> hogeschool. Beter opgeleid wor<strong>de</strong>n zou zich <strong>in</strong> onze ogen moeten vertalen<br />
<strong>in</strong> leraren die op hun beurt <strong>in</strong> staat zijn om hun leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> basisschool beter te <strong>in</strong>volveren<br />
<strong>in</strong> volwaardige leerprocessen dan thans het geval is. Dit laatste nagaan vergt nieuw en an<strong>de</strong>r<br />
on<strong>de</strong>rzoek.<br />
Afgestemd op <strong>de</strong> reeds verworven competenties van mentoren, bevelen wij daarom aan om<br />
mentoren specifiek te professionaliseren voor hun taak van mentor. Specifiek betekent het dat<br />
nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke elementen die <strong>in</strong> ons on<strong>de</strong>rzoek als<br />
kwetsbaar naar voren kwamen zoals ‘balans theorie en praktijk’, ‘afstemm<strong>in</strong>g op behoeften’<br />
en ‘zelfstur<strong>in</strong>g’. Waar het gaat om <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g is zeker aandacht nodig voor <strong>de</strong> kwaliteit van<br />
<strong>de</strong> gesprekken waar het gaat om variabelen uit <strong>de</strong> gespreksfasen, <strong>de</strong> kernactiviteiten en <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>itiatiefnames.<br />
In aansluit<strong>in</strong>g hierop pleiten wij ervoor, dat er b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> op empirie gebaseer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeken<br />
specifieke aandacht uitgaat naar <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen wor<strong>de</strong>n begeleid. Dit om evi<strong>de</strong>nties te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n voor manieren om het<br />
<strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren daadwerkelijk krachtig te bevor<strong>de</strong>ren.<br />
Ontwikkelen kwaliteits<strong>in</strong>strument. Het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r kan voor <strong>de</strong> praktijk gaan<br />
fungeren als kwaliteits<strong>in</strong>strument voor het ontwerp van <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dat is het<br />
op dit moment echter nog niet. De conclusie dat <strong>een</strong> (krachtige) werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
tenm<strong>in</strong>ste (het overgrote <strong>de</strong>el van) <strong>de</strong> thans on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n elementen, kenmerken en<br />
componenten omvat, impliceert g<strong>een</strong>sz<strong>in</strong>s dat <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r zon<strong>de</strong>r aanpass<strong>in</strong>g meer<br />
normatieve uitspraken over <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>een</strong> <strong>in</strong>gerichte werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
opgenomen kunnen wor<strong>de</strong>n.<br />
De huidige uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n elementen, kenmerken en componenten is vooral<br />
formeel van aard. Dat wil zeggen dat <strong>de</strong> uitwerk<strong>in</strong>gen <strong>een</strong> neutrale en objectieve beschrijv<strong>in</strong>g<br />
bie<strong>de</strong>n van kenmerken<strong>de</strong> eigenschappen van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Het huidige ka<strong>de</strong>r<br />
gebruiken als kwaliteits(meet)<strong>in</strong>strument vergt <strong>een</strong> aangepaste beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> elementen, kenmerken en componenten naast het toevoegen van <strong>een</strong> zekere<br />
normer<strong>in</strong>g.<br />
183
Hoofdstuk 7. Conclusies, discussie en aanbevel<strong>in</strong>gen<br />
Uit het conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r kan <strong>een</strong> lijst wor<strong>de</strong>n ontwikkeld op basis waarvan<br />
uitspraken zijn te doen over <strong>de</strong> kwaliteit van werkplekleeromgev<strong>in</strong>gen. Een <strong>de</strong>rgelijke<br />
uitwerk<strong>in</strong>g, die buiten het bestek van dit on<strong>de</strong>rzoek valt, kan voor praktische doele<strong>in</strong><strong>de</strong>n van<br />
belang zijn. Gezien <strong>de</strong> reacties op eer<strong>de</strong>re presentaties en publicaties over dit ka<strong>de</strong>r blijkt aan<br />
<strong>een</strong> meer normatief ka<strong>de</strong>r zeker behoefte te bestaan.<br />
We bevelen daarom aan dat lan<strong>de</strong>lijke pedagogische centra of aan lerarenopleid<strong>in</strong>gen<br />
verbon<strong>de</strong>n lectoraten <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijke uitwerk<strong>in</strong>g op zich nemen en <strong>de</strong>ze beschikbaar stellen<br />
voor <strong>de</strong> praktijk. Een aanzet <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van ‘Kwaliteitskenmerken voor oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
school’ is hiervoor overigens reeds gegeven (HBO-Raad, 2006).<br />
Tot slot. Het concept ‘samen oplei<strong>de</strong>n’ heeft zich <strong>in</strong> korte tijd <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>gswereld <strong>in</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rland <strong>een</strong> belangrijke plaats verworven.<br />
Wij zijn van men<strong>in</strong>g dat op <strong>de</strong>ze weg van ‘samen oplei<strong>de</strong>n’ moet wor<strong>de</strong>n voortgegaan. Wel<br />
maken <strong>de</strong> resultaten van dit on<strong>de</strong>rzoek dui<strong>de</strong>lijk dat het ‘samen oplei<strong>de</strong>n’ <strong>een</strong> omvangrijke<br />
<strong>in</strong>novatie is en dat <strong>de</strong> implementatie complex is. Deze <strong>in</strong>zichten liggen <strong>in</strong> lijn met <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoeken naar het functioneren van <strong>de</strong> ‘Professional Development Schools’ <strong>in</strong> Amerika en<br />
<strong>de</strong> ‘School-based teacher education’ <strong>in</strong> Engeland.<br />
184
Summary<br />
TEACHER EDUCATION IN A WORKPLACE LEARNING ENVIRONMENT<br />
A multiple case study to <strong>de</strong>term<strong>in</strong>e the dist<strong>in</strong>ctive characteristics of powerful workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environments with<strong>in</strong> primary teacher education<br />
Problem <strong>de</strong>scription, objectives and research questions<br />
Problem <strong>de</strong>scription. In the past <strong>de</strong>ca<strong>de</strong> the conventional methods of professional primary<br />
teacher education have b<strong>een</strong> subjected to criticism, nationally and <strong>in</strong>ternationally. Un<strong>de</strong>rly<strong>in</strong>g<br />
reasons for this criticism are chang<strong>in</strong>g theories of learn<strong>in</strong>g as well as chang<strong>in</strong>g expectations of<br />
society (De<strong>in</strong>um et al., 2005; Grossman, 2006). Current theories emphasize the importance of<br />
new educational competence-based mo<strong>de</strong>ls and so-called workplace learn<strong>in</strong>g environments <strong>in</strong><br />
primary teacher education. Nationally and <strong>in</strong>ternationally, these new mo<strong>de</strong>ls and<br />
environments are s<strong>een</strong> as promis<strong>in</strong>g alternatives <strong>in</strong> professional teacher education (Abdal-<br />
Haqq, 1998; Bassi et al., 1998; Mantle-Bromley, 2003; Smith, 2003; Torraco, 1999).<br />
Thus, the <strong>in</strong>stitutions for primary teacher education <strong>in</strong> the Netherlands are <strong>de</strong>velop<strong>in</strong>g and<br />
implement<strong>in</strong>g new educational competence-based mo<strong>de</strong>ls. In these mo<strong>de</strong>ls the workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environment plays a central role (ATEE/RDC, 2001; Bronneman-Helmers, 1999;<br />
Long et al., 1999; Leune, 1999; OECD, 2001b).<br />
Therefore, we <strong>de</strong>f<strong>in</strong>e workplace learn<strong>in</strong>g environments as more than solely learn<strong>in</strong>g at the<br />
workplace. A workplace learn<strong>in</strong>g environment is <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ed as an environment created with<strong>in</strong><br />
primary schools and universities of professional teacher education where prospective teachers<br />
can <strong>de</strong>velop the necessary professional competences <strong>in</strong> an <strong>in</strong>teraction betw<strong>een</strong> learn<strong>in</strong>g and<br />
work<strong>in</strong>g.<br />
Creat<strong>in</strong>g ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environments is a complex educational <strong>in</strong>novation for<br />
the universities of professional teacher education and the primary schools. Furthermore, the<br />
<strong>in</strong>formation currently available <strong>in</strong> the literature regard<strong>in</strong>g ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environments is scarce.<br />
The addition of the term ‘powerful’ to a (workplace) earn<strong>in</strong>g environment is specifically<br />
related to the quality of the workplace learn<strong>in</strong>g environment (De Corte, 1990; Lo<strong>de</strong>wijks,<br />
1993; National Council for Accreditation or Teacher Education, 2001).<br />
Sometimes it is related to the efficiency of the education of teachers (De Corte, 1996). In<br />
addition, the term ‘powerful’ is used to emphasize the strong character of learn<strong>in</strong>g processes<br />
that occur with<strong>in</strong> a workplace.<br />
These learn<strong>in</strong>g processes are presumed to be more ‘powerful’ than learn<strong>in</strong>g processes with<strong>in</strong><br />
more traditional classroom sett<strong>in</strong>gs at a university of professional teacher education (Bassi et<br />
al., 1998; Kessels & Poell, 2001; Klarus, 1998; Torraco, 1999).<br />
To date few research results are available to <strong>in</strong>dicate which characteristics of such a<br />
‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environment enhance the learn<strong>in</strong>g of prospective teachers <strong>in</strong><br />
their education.<br />
Objectives. The ma<strong>in</strong> objective of our research is to obta<strong>in</strong> a coherent representation of the<br />
characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g environments created for the education of prospective<br />
teachers. This representation consists of a conceptual analytical framework.<br />
The concepts of this framework make it possible to analyze, <strong>de</strong>scribe, and test for<br />
thoroughness <strong>in</strong> exist<strong>in</strong>g workplace learn<strong>in</strong>g environments. The concepts should also enable<br />
the creation of new workplace learn<strong>in</strong>g environments.<br />
185
Summary<br />
A second objective, <strong>de</strong>duced from the ma<strong>in</strong> objective, is to ga<strong>in</strong> <strong>in</strong>sight as to the<br />
characteristics that make learn<strong>in</strong>g how to teach <strong>in</strong> a workplace learn<strong>in</strong>g environment<br />
‘powerful’.<br />
A third objective, related to the first and second objective, concerns the fact that the education<br />
of teachers <strong>in</strong> a workplace learn<strong>in</strong>g environment <strong>in</strong>clu<strong>de</strong>s characteristics of learn<strong>in</strong>g ‘off the<br />
job’ as well as ‘on the job’. The prospective teacher faces the challenge of <strong>in</strong>corporat<strong>in</strong>g onthe-job-learned<br />
teach<strong>in</strong>g with theoretical <strong>in</strong>sights <strong>in</strong>to education. The prospective teacher<br />
supervision by his mentor appears to be crucial <strong>in</strong> <strong>in</strong>duc<strong>in</strong>g a transfer betw<strong>een</strong> theory and<br />
practice (Berl<strong>in</strong>er, 2001; Gallego, 2001; Korthagen & Kessels, 1999; Verloop et al., 2001;<br />
Zeichner, 1999). In the supervision by the mentors, the meet<strong>in</strong>gs betw<strong>een</strong> mentors and<br />
prospective teachers play a central role. Therefore, the third objective is to ga<strong>in</strong> <strong>in</strong>sight <strong>in</strong>to<br />
the (qualitative) structure and content of their mentor<strong>in</strong>g conversations with<strong>in</strong> the workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environment.<br />
Research questions. Three research questions are formulated, based on the objectives as<br />
discussed above.<br />
1. What are the characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g environments for primary teacher<br />
education?<br />
2. Which of these characteristics, <strong>in</strong> the op<strong>in</strong>ion of the actors, <strong>de</strong>f<strong>in</strong>e a ‘powerful’ workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environment?<br />
3. How do the mentors utilize their supervision <strong>in</strong> the conversations with the prospective<br />
teachers?<br />
Research method<br />
First, a literature study was performed to <strong>de</strong>term<strong>in</strong>e the current knowledge concern<strong>in</strong>g the<br />
characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g environments for learn<strong>in</strong>g how to teach prospective<br />
primary teachers. Next, an outl<strong>in</strong>e of characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g environments was<br />
obta<strong>in</strong>ed through an empirical exploration. This was done by conduct<strong>in</strong>g a query <strong>in</strong> a group of<br />
professionals and a group of experts, <strong>in</strong>volved <strong>in</strong> workplace learn<strong>in</strong>g, with the aid of concept<br />
mapp<strong>in</strong>g (Mark Ham et al., 1994; Mor<strong>in</strong>e-Dershimer, 1993).<br />
The results obta<strong>in</strong>ed by the literature study and the empirical exploration were comb<strong>in</strong>ed. This<br />
resulted <strong>in</strong> a number of characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g environments. From these<br />
characteristics, concepts were <strong>de</strong>rived that we used as ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ to analyze<br />
<strong>in</strong>terviews (Wester, 1995; Wester & Peters, 1999; Peters, 2001). In addition to the literature<br />
study and empirical exploration, a multiple case study was performed. This multiple case<br />
study was comprised of two separate case studies that were performed sequentially us<strong>in</strong>g<br />
semi-structured <strong>in</strong>terviews. Two workplace learn<strong>in</strong>g environments were created by a<br />
university of professional teacher education <strong>in</strong> association with two primary schools.<br />
In the first case study the workplace learn<strong>in</strong>g environment was created for two prospective<br />
teachers stream<strong>in</strong>g <strong>in</strong> with work experience and a certificate from another university of<br />
professional education. In the second case study the workplace learn<strong>in</strong>g environment was<br />
created for two regular prospective teachers.<br />
186
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
In each of the two case studies twelve different actors were directly <strong>in</strong>volved <strong>in</strong> the workbased<br />
learn<strong>in</strong>g stages. Semi-structured <strong>in</strong>terviews took place <strong>in</strong> the beg<strong>in</strong>n<strong>in</strong>g and at the end<br />
of each work-based learn<strong>in</strong>g stage; the actors were questioned about the characteristic<br />
properties of the workplace learn<strong>in</strong>g environment.<br />
The transcriptions of a total of 48 <strong>in</strong>terviews were analyzed us<strong>in</strong>g the computer program<br />
Kwalitan, which was <strong>de</strong>veloped especially for qualitative research (version 5.09, Peters, 2001;<br />
Wester & Peters, 1999; Hijmans & Peters, 2000). The ‘groun<strong>de</strong>d theory approach’ (Glaser &<br />
Strauss, 1976; Strauss & Corb<strong>in</strong>, 1990; Swanborn, 1994; Wester & Peters, 2004) was used for<br />
analysis. The ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ obta<strong>in</strong>ed <strong>in</strong> the empirical exploration were employed to<br />
<strong>de</strong>velop a cod<strong>in</strong>g system. A cyclic process of cod<strong>in</strong>g, assign<strong>in</strong>g new keywords and aga<strong>in</strong><br />
cod<strong>in</strong>g, cont<strong>in</strong>ued until the cod<strong>in</strong>g produced no new <strong>in</strong>sight and keywords (saturation). This<br />
was the case after analyz<strong>in</strong>g 14 <strong>in</strong>terviews. F<strong>in</strong>ally, <strong>in</strong> this manner, an extensive cod<strong>in</strong>g<br />
system was built by which the research material was sufficiently exhausted.<br />
Results of the data analysis of the <strong>in</strong>terviews from both cases served to <strong>de</strong>velop a conceptual<br />
analytical framework with the characteristic properties of workplace learn<strong>in</strong>g environments.<br />
This framework was then compared with the current theoretical i<strong>de</strong>as concern<strong>in</strong>g those<br />
characteristics (Swanborn, 2000; Y<strong>in</strong>, 1994).<br />
We also searched for answers to the second research question: ‘which of these characteristics,<br />
<strong>in</strong> the op<strong>in</strong>ion of the actors, <strong>de</strong>f<strong>in</strong>e a ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environment?’ We<br />
analyzed 48 <strong>in</strong>terviews on the importance and <strong>in</strong>terest the respon<strong>de</strong>nts assigned to the element<br />
or characteristic.<br />
The quality of the mentor<strong>in</strong>g conversations was exam<strong>in</strong>ed at three times <strong>in</strong> each case. For this<br />
purpose a total of 22 conversations were recor<strong>de</strong>d and analyzed as to the phases of the<br />
conversations, the ma<strong>in</strong> activities, and the tak<strong>in</strong>g of <strong>in</strong>itiative. We also <strong>de</strong>term<strong>in</strong>ed whether<br />
the quality of mentor<strong>in</strong>g conversations could be <strong>de</strong>pen<strong>de</strong>nt upon the duration of these<br />
conversations.<br />
Characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g environments<br />
The first research question was to <strong>de</strong>term<strong>in</strong>e the characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environments for primary teacher education. We accomplished this by conduct<strong>in</strong>g a literature<br />
study, an empirical exploration and a multiple case study.<br />
We compared the results of the literature study and the empirical exploration; this produced a<br />
similar outcome, with some m<strong>in</strong>or exceptions. Twenty characteristics of workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environments were i<strong>de</strong>ntified. The <strong>de</strong>scriptions of the characteristics allowed us to use these<br />
concepts as ‘sensitiz<strong>in</strong>g concepts’ for analyz<strong>in</strong>g the <strong>in</strong>terviews from the first case to <strong>de</strong>velop a<br />
cod<strong>in</strong>g system.<br />
We recognized 19 of these 20 characteristics <strong>in</strong> the multiple case study. Interest<strong>in</strong>gly, one<br />
characteristic was not recognized, ‘the harmony <strong>in</strong> a workplace learn<strong>in</strong>g environment betw<strong>een</strong><br />
virtual and physical functions’. Therefore, we disregar<strong>de</strong>d this characteristic <strong>in</strong> further<br />
analysis of the data.<br />
An important outcome of the multiple case study, <strong>in</strong> regard to the literature study and the<br />
empirical exploration, is that we were able to <strong>de</strong>velop a coherent conceptual analytical<br />
framework provid<strong>in</strong>g a fairly complete picture of the characteristic properties of workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environments. This framework allows the user to not only analyze and register<br />
exist<strong>in</strong>g workplace learn<strong>in</strong>g environments and to test them for completeness, but also to create<br />
new ones.<br />
187
Summary<br />
The conceptual analytical framework is based on 104 elements that constitute the<br />
characteristic properties of a workplace learn<strong>in</strong>g environment. We categorized these elements,<br />
on the basis of aff<strong>in</strong>ity, <strong>in</strong> 19 characteristics and grouped these characteristics <strong>in</strong>to 7<br />
components to obta<strong>in</strong> a logically coherent conceptual analytical framework.<br />
Table 1 gives a summary of the components and characteristics of this framework. For a<br />
complete <strong>de</strong>scription of the components, characteristics, and elements of the conceptual<br />
analytical framework, see Appendix F.<br />
Table 1 Summary of the components and characteristics of a workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environment<br />
no. Component no. Characteristic<br />
1 Educational activities 1 Balance of theory and practice<br />
2 Cont<strong>in</strong>uity<br />
2 Learn<strong>in</strong>g climate 3 Emotional security<br />
4 Challenge and stimulation<br />
3 Professionalism 5 Learn<strong>in</strong>g organization<br />
6 Professional <strong>de</strong>velopment<br />
7 Self-management<br />
4 Conditions 8 Facilitation<br />
9 ICT utilization<br />
10 Human resources<br />
11 Cooperation agreements<br />
12 Up-to-date equipment<br />
5 Supervision 13 Adaptation to needs<br />
14 Characteristic situations<br />
15 Mentor<strong>in</strong>g and coach<strong>in</strong>g<br />
16 Provid<strong>in</strong>g ownership<br />
6 Quality control 17 Process management<br />
18 Self-evaluation<br />
Initial competence 19 Competences<br />
The first component, educational activities, refers to a balanced program of essential elements<br />
of knowledge, skills and attitu<strong>de</strong>s that the prospective teacher has to acquire with<strong>in</strong> the<br />
workplace learn<strong>in</strong>g environment. The workplace learn<strong>in</strong>g environment provi<strong>de</strong>s the<br />
prospective teacher with a balance betw<strong>een</strong> theory and practice (characteristic 1) and a<br />
cont<strong>in</strong>uity (characteristic 2) of the educational activities; both play a role <strong>in</strong> the <strong>de</strong>velopment<br />
of the prospective teacher to obta<strong>in</strong> the necessary competences.<br />
The second component, learn<strong>in</strong>g climate, is comprised of emotional security (characteristic 3)<br />
and challenge and stimulation (characteristic 4) with<strong>in</strong> the workplace learn<strong>in</strong>g environment.<br />
Professionalism is the third component; it <strong>in</strong>clu<strong>de</strong>s characteristic properties related to a<br />
learn<strong>in</strong>g organization (characteristic 5), and to professional <strong>de</strong>velopment (characteristic 6),<br />
and self-management (characteristic 7) of the participants.<br />
The fourth component, conditions, is related to conditional properties that are <strong>de</strong>scribed as<br />
facilitation (characteristic 8), ICT utilization (characteristic 9) and up-to-date equipment<br />
(characteristic 12).<br />
188
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Furthermore, this component is characterized by an efficient implementation of human<br />
resources (characteristic 10) that are necessary for education of the prospective teacher. There<br />
is also the presence of cooperation agreements (characteristic 11) betw<strong>een</strong> the partners.<br />
The fifth component, supervision, <strong>in</strong>clu<strong>de</strong>s the adaptation to the needs (characteristic 13) of<br />
the prospective teacher and the learn<strong>in</strong>g of characteristic situations (characteristic 14) with<br />
the aid of mentor<strong>in</strong>g and coach<strong>in</strong>g (characteristic 15) as supervis<strong>in</strong>g and support<strong>in</strong>g activities.<br />
These activities are aimed at provid<strong>in</strong>g ownership (characteristic 16) which is necessary for a<br />
prospective teacher to become master of his own learn<strong>in</strong>g process.<br />
The sixth component, quality control, <strong>in</strong>clu<strong>de</strong>s systematic control of the quality of the workbased<br />
learn<strong>in</strong>g stages with<strong>in</strong> the workplace learn<strong>in</strong>g environment. This control concerns<br />
primarily a form of process management (characteristic 17) to systematically follow the<br />
<strong>de</strong>velopment of the prospective teacher. Because of the emphasis on self-management and<br />
responsibility of the prospective teacher, this component <strong>in</strong>clu<strong>de</strong>s, <strong>in</strong> addition, reflect<strong>in</strong>g<br />
activities by the prospective teacher, <strong>de</strong>scribed as self-evaluation (characteristic 18).<br />
The last ‘component’, <strong>in</strong>itial competence, has a special position with<strong>in</strong> the conceptual<br />
analytical framework. Its characteristic properties are directly related to acquir<strong>in</strong>g the<br />
competences (characteristic 19) necessary to become a teacher. Acquirement of this<br />
component is either the ultimate objective (to acquire goal-oriented competences) or the result<br />
(when the <strong>in</strong>itial competence has b<strong>een</strong> acquired) of each workplace learn<strong>in</strong>g environment.<br />
Therefore, the <strong>in</strong>itial competence always targets and directs the contents and the <strong>de</strong>sign of the<br />
workplace learn<strong>in</strong>g environment.<br />
Characteristics that make a workplace learn<strong>in</strong>g environment ‘powerful’<br />
The second research question was to <strong>de</strong>term<strong>in</strong>e which of the characteristics, <strong>in</strong> the op<strong>in</strong>ion of<br />
the actors, <strong>de</strong>f<strong>in</strong>e a ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environment.<br />
As <strong>de</strong>scribed earlier, the term ‘powerful’ is related to the quality of the workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environment and to the efficiency of educat<strong>in</strong>g prospective teachers. Therefore, the<br />
characteristic properties that result <strong>in</strong> such a ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environment were<br />
empirically <strong>in</strong>duced, based on op<strong>in</strong>ions expressed by the actors dur<strong>in</strong>g the <strong>in</strong>terviews. From<br />
the analyses it appeared that the actors saw certa<strong>in</strong> characteristic properties as crucial or<br />
<strong>de</strong>cisive for educat<strong>in</strong>g teachers. The 48 <strong>in</strong>terviews were analyzed separately on these specific<br />
properties. When it became qualitatively and quantitatively apparent to us that the actors<br />
consi<strong>de</strong>red a certa<strong>in</strong> characteristic <strong>de</strong>cisive, this characteristic was consi<strong>de</strong>red ‘powerful’.<br />
A total of 4 of the 19 characteristics from the conceptual analytical framework were<br />
consi<strong>de</strong>red ‘powerful’. These four characteristics are mentor<strong>in</strong>g and coach<strong>in</strong>g, competences,<br />
cont<strong>in</strong>uity and cooperation agreements. These four are, respectively, part of the components<br />
supervision, <strong>in</strong>itial competence, educational activities and conditions.<br />
When we comb<strong>in</strong>e the results of the first two research questions we conclu<strong>de</strong> that a workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environment can be a<strong>de</strong>quately <strong>de</strong>scribed with the elements, characteristics and<br />
components we have <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ed.<br />
Four characteristics, as perceived by the actors, <strong>de</strong>f<strong>in</strong>e the workplace learn<strong>in</strong>g environment as<br />
‘powerful’. The relationship betw<strong>een</strong> the components is shown <strong>in</strong> Figure 1.<br />
189
Summary<br />
Figure 1 The conceived relationship betw<strong>een</strong> the components, regard<strong>in</strong>g the objective and<br />
result of a workplace learn<strong>in</strong>g environment. The ‘powerful’ characteristics of the components<br />
are shown <strong>in</strong> italics.<br />
The arrows and l<strong>in</strong>es <strong>in</strong> Figure 1 show <strong>in</strong> the first place a certa<strong>in</strong> mutual <strong>de</strong>pendancy and a<br />
relationship betw<strong>een</strong> the components. Secondly they show the goal-orientated character of the<br />
components towards the <strong>in</strong>itial competence. On the other hand, as s<strong>een</strong>, the <strong>in</strong>itial competence<br />
requirements provi<strong>de</strong> direction and guidance for the components of the workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environment.<br />
Interest<strong>in</strong>gly for the theory of the creation of ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environments, the<br />
central components ‘Initial competence’, ‘Educational activities’ and ‘Supervision’ together<br />
with ‘Conditions’ conta<strong>in</strong> the characteristics <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ed <strong>in</strong> our research results as ‘powerful’<br />
characteristics.<br />
We conclu<strong>de</strong> that the creation of a workplace learn<strong>in</strong>g environment is <strong>in</strong>fluenced by the<br />
presence of the characteristics we have found, but foremost that the potentially ‘powerful’<br />
characteristics have the quality to stimulate the education of prospective teachers. We have<br />
pursued this for mentor<strong>in</strong>g and, more specifically, for mentor<strong>in</strong>g conversations.<br />
190
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
The quality of mentor<strong>in</strong>g conversations<br />
The third research question concerned the way <strong>in</strong> which mentors utilize their supervision <strong>in</strong><br />
the conversations with the prospective teachers. Mentor<strong>in</strong>g was i<strong>de</strong>ntified as one of the four<br />
characteristics that stimulate a ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environment for teacher<br />
education. With<strong>in</strong> mentor<strong>in</strong>g, the mentor<strong>in</strong>g conversations are the most explicit form of<br />
supervision. However, not the fact that the mentor<strong>in</strong>g conversations take place, but the quality<br />
of these conversations, is of great importance with<strong>in</strong> a ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environment. The quality of mentor<strong>in</strong>g conversations was exam<strong>in</strong>ed as to the phases of the<br />
conversations, the ma<strong>in</strong> activities, and the tak<strong>in</strong>g of <strong>in</strong>itiative. We explored the possibility that<br />
the quality of the conversations could be <strong>de</strong>pen<strong>de</strong>nt on the duration of these conversations.<br />
We conclu<strong>de</strong> that the mentor<strong>in</strong>g conversations shows shortcom<strong>in</strong>gs concern<strong>in</strong>g the variables<br />
<strong>in</strong> the conversational phases and the ma<strong>in</strong> activities, but also concern<strong>in</strong>g the l<strong>in</strong>k betw<strong>een</strong><br />
theory and practice. These shortcom<strong>in</strong>gs have direct impact on the quality of the<br />
conversations and the ‘power’ of mentor<strong>in</strong>g. They also result <strong>in</strong> restriction of the qualitative<br />
adaptation to the competences, the learn<strong>in</strong>g needs, and the possibilities of the prospective<br />
teacher himself, at least <strong>in</strong> the mentor<strong>in</strong>g conversations <strong>in</strong> our research.<br />
If we look at the classification, <strong>in</strong> regard to the tak<strong>in</strong>g of <strong>in</strong>itiative, of Feiman-Nemser (1998)<br />
and that of Franke and Dahlgren (1996), we see <strong>in</strong> both cases mentors of type 1 and 2. These<br />
mentors act more <strong>in</strong>strumentally and directly than reflectively and personally.<br />
From the <strong>in</strong>terviews it became apparent that the actors estimated the time of their<br />
conversations to be about twice as long as it actually was. Therefore, we conclu<strong>de</strong> that the<br />
actors’ th<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g does not always correspond with the actual situation.<br />
Based on the results, another conclusion is that the chance that all the conversational phases<br />
and ma<strong>in</strong> activities <strong>in</strong> a mentor<strong>in</strong>g conversation occur <strong>in</strong>creases as the length of the<br />
conversation <strong>in</strong>creases, but this is <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itively no guarantee.<br />
Our f<strong>in</strong>al conclusion, as to the conversational phases, the ma<strong>in</strong> activities and the tak<strong>in</strong>g of<br />
<strong>in</strong>itiative, is that there is no evi<strong>de</strong>nce of high-quality mentor<strong>in</strong>g conversations. This<br />
conclusion is <strong>in</strong> keep<strong>in</strong>g with the literature concern<strong>in</strong>g mentor<strong>in</strong>g (Berl<strong>in</strong>er, 2001; Gallego,<br />
2001; Korthagen & Kessels, 1999; Course et al., 2001; Zeichner, 1999). Mentor<strong>in</strong>g has b<strong>een</strong><br />
<strong>de</strong>signated as a potential ‘powerful’ characteristic of the workplace learn<strong>in</strong>g environment. The<br />
last conclusion, however, also shows the vulnerability of this characteristic.<br />
Discussion and recommendations<br />
Research <strong>de</strong>sign. The strength of the chosen research <strong>de</strong>sign is <strong>in</strong> our op<strong>in</strong>ion the layered<br />
construction of the research. This construction consists of a literature study, followed by an<br />
empirical exploration, a multiple case study and a <strong>de</strong>rived study on the quality of mentor<strong>in</strong>g<br />
conversations. We have taken measures to guarantee the validity and reliability of the<br />
analyzes.<br />
Is learn<strong>in</strong>g how to teach the ma<strong>in</strong> objective? Workplace learn<strong>in</strong>g environments are <strong>de</strong>signed<br />
to stimulate new ways of learn<strong>in</strong>g how to teach by prospective primary teachers. The question<br />
we pose here is whether or not learn<strong>in</strong>g how to teach, the <strong>in</strong>itial competence, really is the<br />
ma<strong>in</strong> objective dur<strong>in</strong>g the creation and implementation of workplace learn<strong>in</strong>g environments <strong>in</strong><br />
the education of prospective teachers. Our impression <strong>de</strong>rived from the statements of the<br />
actors is that the <strong>de</strong>sign of the workplace learn<strong>in</strong>g environments, <strong>in</strong>clud<strong>in</strong>g the two we<br />
<strong>in</strong>vestigated, rests ma<strong>in</strong>ly on an organizational perspective.<br />
191
Summary<br />
This means that the workplace learn<strong>in</strong>g environments are <strong>de</strong>signed from an educational<br />
perspective (first or<strong>de</strong>r changes) and, to a lesser <strong>de</strong>gree, from a learn<strong>in</strong>g perspective (second<br />
or<strong>de</strong>r changes).<br />
Our recommendation is to stimulate second or<strong>de</strong>r changes with<strong>in</strong> workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environments to change the primary processes with<strong>in</strong> the organization of the workplace<br />
learn<strong>in</strong>g environments and to emphasize the learn<strong>in</strong>g perspective of the prospective teacher.<br />
The impact of the research results. Based upon our research results, we have b<strong>een</strong> able to<br />
<strong>in</strong>tegrate the fragmentary <strong>in</strong>formation found <strong>in</strong> the literature and form a coherent and<br />
complete picture of the characteristics of ‘powerful’ workplace learn<strong>in</strong>g environments.<br />
As far as the impact of our research results, we won<strong>de</strong>r if various workplace learn<strong>in</strong>g<br />
environments can be analyzed and documented with the conceptual analytical framework we<br />
have <strong>de</strong>veloped. We exam<strong>in</strong>ed workplace learn<strong>in</strong>g environments for the education of<br />
prospective primary teachers. We expect that the conceptual analytical framework can be used<br />
<strong>in</strong> workplace learn<strong>in</strong>g environments similar to the ones we have researched. We do not know<br />
to what extent our conceptual analytical framework can be applied to exist<strong>in</strong>g or new<br />
workplace learn<strong>in</strong>g environments <strong>in</strong> other educational sectors or even <strong>in</strong> other professional<br />
fields. More research is necessary to evaluate whether the conceptual analytical framework is<br />
applicable <strong>in</strong> diverse workplace learn<strong>in</strong>g environments.<br />
The conceptual analytical framework as an <strong>in</strong>strument for measur<strong>in</strong>g quality. With some<br />
adaptations or adjustments, the conceptual analytical framework can function as an <strong>in</strong>strument<br />
for measur<strong>in</strong>g quality for exist<strong>in</strong>g or new workplace learn<strong>in</strong>g environments. For this reason<br />
we recommend pedagogical centers or research <strong>de</strong>partments of universities of professional<br />
teacher education to <strong>de</strong>velop such an <strong>in</strong>strument for measur<strong>in</strong>g quality and to make this<br />
<strong>in</strong>strument available for educational <strong>in</strong>stitutions. An <strong>in</strong>itiative <strong>in</strong> this direction has already<br />
b<strong>een</strong> taken by the ‘HBO-raad’, the Netherlands association of universities of professional<br />
education (‘quality <strong>in</strong>dicators for school-based teacher education’).<br />
The quality of the mentor<strong>in</strong>g conversations. With regard to the phases of the conversations,<br />
the ma<strong>in</strong> activities and the tak<strong>in</strong>g of <strong>in</strong>itiative, we conclu<strong>de</strong> that there is no evi<strong>de</strong>nce at present<br />
of high-quality of mentor<strong>in</strong>g conversations. Consi<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g this conclusion, the education of<br />
prospective teachers <strong>in</strong> workplace learn<strong>in</strong>g environments, <strong>in</strong> our op<strong>in</strong>ion, is a vulnerable<br />
un<strong>de</strong>rtak<strong>in</strong>g. Therefore, we recommend professionaliz<strong>in</strong>g mentors specifically for their<br />
mentor<strong>in</strong>g task. Yet, it rema<strong>in</strong>s unclear whether prospective teachers educated <strong>in</strong> this way are<br />
better tra<strong>in</strong>ed than previously when teacher education primarily orig<strong>in</strong>ated from teacher<br />
tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g colleges. Better educated means, <strong>in</strong> our view, that these prospective teachers are<br />
better prepared to <strong>in</strong>volve their pupils <strong>in</strong> entire learn<strong>in</strong>g processes. Further research is<br />
necessary to explore this assumption.<br />
F<strong>in</strong>ally. The concept ‘educat<strong>in</strong>g together’ has ma<strong>de</strong> a rapid progress <strong>in</strong> the Netherlands. It is<br />
our op<strong>in</strong>ion that it should be cont<strong>in</strong>ued. The results of this research make it clear that<br />
‘educat<strong>in</strong>g together’ an important <strong>in</strong>novation is with a complex implementation.<br />
These <strong>in</strong>sights are similar to results of research <strong>in</strong>to the practices of the ‘Professional<br />
Development Schools’ <strong>in</strong> the U.S.A. and ‘School-based teacher education’ <strong>in</strong> England.<br />
192
Literatuur<br />
Abdal-Haqq, I. (1998). Professional <strong>de</strong>velopment schools. Weigh<strong>in</strong>g the evi<strong>de</strong>nce. Thousand<br />
Oaks: Corw<strong>in</strong> Press.<br />
Acheson, K. A., Shamsher, M. & Stephenson Smith, N. (1998). Supervision and <strong>in</strong>structional<br />
<strong>de</strong>velopment. In G. R. Firth & E.F. Pajak (Ed.), Handbook of research on school<br />
supervision (pp. 763-781). New York: Simon & Schuster Macmillan.<br />
Akker, J. v. d. & Bergen, T. C. M. (1997). Het <strong>leren</strong> door docenten. Velon tijdschrift voor<br />
lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 18(4), 26-33.<br />
Akker, J. v. d. (2003). Curriculum Perspectives: an <strong>in</strong>troduction. In J. v. d. Akker, W. Kuiper<br />
& U. Hameyer (Eds.), Curriculum landscapes and trends. Dordrecht: Kluwer Aca<strong>de</strong>mic<br />
Publishers.<br />
Akker, T. v. d., Marita Melchers, Tertoolen, A. & Hulten, N. v. (2002). Tussenevaluatie<br />
SKIF-project Dualiser<strong>in</strong>g (Interne notitie): SKIF.<br />
Alexan<strong>de</strong>r, P. A. & Murphy, P. K. (1999). Nurtur<strong>in</strong>g the seeds of transfer: a doma<strong>in</strong>-specific<br />
perspective. International Journal of Educational Research, 31(7), 561-576.<br />
Ariav, T. & Cl<strong>in</strong>ard, L. M. (1996, july). Does coach<strong>in</strong>g stu<strong>de</strong>nt teachers affect the<br />
professional <strong>de</strong>velopment and teach<strong>in</strong>g of cooperat<strong>in</strong>g teachers? A cross-cultural<br />
perspective. Paper presented at the The Second International Conference of the Mofet<br />
Institute, Israel.<br />
Arriëns, K. L. & Kle<strong>in</strong>, T. (2005). Ontwikkelproject Oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> school E<strong>in</strong>drapport. Een<br />
on<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> opdracht van het m<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs, Cultuur en Wetenschap<br />
(B2824). Lei<strong>de</strong>n: Research voor Beleid.<br />
ATEE/RDC. (2001). Scenarios for the future of Teacher Education <strong>in</strong> Europe. Amsterdam:<br />
ATEE/RDC.<br />
Bakkenes, I., Vermunt, J. & Wubbels, T. (2004, 11 juni). Leren van docenten <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
beroepspraktijk vanuit <strong>een</strong> theoretisch perspectief. Paper presented at the On<strong>de</strong>rwijs<br />
Research Dagen 2004, Utrecht.<br />
Ballantyne, R., Gr<strong>een</strong>, A., Yarrow, A. & Millwater, J. (1999). Reciprocal mentor<strong>in</strong>g:<br />
preparatory learn<strong>in</strong>g materials for teacher <strong>de</strong>velopment. Teacher Development, 3(1), 79-<br />
94.<br />
Bandura, A. (1986). Social foundations of thought and action: a social cognitive theory. New<br />
Jersey: Prentice-Hall.<br />
Barba, R., Sei<strong>de</strong>man, I., Schnei<strong>de</strong>r, H. & Mera, M. (1993). School of education secondary<br />
teacher education program. Professional Development Schools project. Status report.<br />
Unpublished manuscript. Amherst: School of Education, University of Massachusetts.<br />
Bartelds, J. F., Jansen, E. P. W. A. & Joostens, T. H. (1989). Enquêteren: het opstellen en<br />
gebruiken van vragenlijsten. Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Bassi, L., Cheney, S. & Lewis, E. (1998). Trends <strong>in</strong> workplacelearn<strong>in</strong>g: supply and <strong>de</strong>mand <strong>in</strong><br />
<strong>in</strong>terest<strong>in</strong>g times. Tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g and Development, 52(11), 51-77.<br />
Bereiter, C. & Scardamalia, M. (1993). Surpass<strong>in</strong>g ourselves: an <strong>in</strong>quiry <strong>in</strong>to the nature and<br />
implications of expertise. Ill<strong>in</strong>ois: Open Court Publish<strong>in</strong>g Company.<br />
Bergen, T. C. M. (2001). Op zoek naar <strong>een</strong> krachtige leeromgev<strong>in</strong>g voor docenten. In<br />
P. L<strong>een</strong>heer, J. Kal<strong>de</strong>waij & G. Westhoff (Eds.), Meso focus: over schoolorganisatie en<br />
on<strong>de</strong>rwijsmanagement (Vol. 40, pp. 40-47). Houten: Educatieve Partners Ne<strong>de</strong>rland.<br />
Bergen, T. C. M. (2005). Het <strong>leren</strong> van leraren (afscheidsre<strong>de</strong>). Nijmegen: Radboud<br />
Universiteit Nijmegen.<br />
193
Literatuur<br />
Bergen, T. C. M., Derksen, K. & Engelen, A. J. A. (2001). Samen oplei<strong>de</strong>n. Paper presented<br />
at the Lan<strong>de</strong>lijke conferentie opleid<strong>in</strong>gsscholen, E<strong>de</strong>.<br />
Bergen, T. C. M., Derksen, K. & Sleegers, P. (2000). Effecten van het schol<strong>in</strong>gsprogramma<br />
‘Activeren<strong>de</strong> <strong>in</strong>structie’. In A. Wald (Ed.), Kennis en kwaliteit. Opleid<strong>in</strong>g en naschol<strong>in</strong>g<br />
van leraren. Antwerpen: Garant Uitgevers.<br />
Bergen, T. C. M., Gel<strong>de</strong>ns, J. J. M., Smits, M. C. & Wijnhoven, H. (2002, 18 maart).<br />
Werkplek<strong>leren</strong> als krachtige leeromgev<strong>in</strong>g. Paper at the Veloncongres, Zwolle.<br />
Bergen, T. C. M. & V<strong>een</strong>, K. v. (2004). Het <strong>leren</strong> van leraren <strong>in</strong> <strong>een</strong> context van<br />
on<strong>de</strong>rwijsvernieuw<strong>in</strong>gen: waarom is het zo moeilijk? Velon tijdschrift voor<br />
lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 25(4), 29-39.<br />
Berl<strong>in</strong>er, D. C. (2001). Learn<strong>in</strong>g about and learn<strong>in</strong>g from expert teachers. International<br />
Journal of Educational Research, 35, 463-482.<br />
Bolhuis, S. (2000). Naar zelfstandig <strong>leren</strong>. Wat doen en <strong>de</strong>nken docenten? proefschrift,<br />
Garant, Leuven-Apeldoorn.<br />
Bolhuis, S. (2004). Leerstrategieën, <strong>leren</strong> en verantwoor<strong>de</strong>lijkheid (oratie). Tilburg: Fontys<br />
Hogescholen.<br />
Bolhuis, S. & Doornbos, A. (2000). Leren op <strong>de</strong> werkplek. Advies t.b.v. het pilotproject zij<strong>in</strong>stroom<br />
van vakmensen als leraar <strong>in</strong> het vmbo. Nijmegen: KU Nijmegen.<br />
Bolhuis, S. & Simons, P. R.-J. (2001). Leren en werken. Deventer: Kluwer.<br />
Bolhuis-Poortvliet, G. A. v. & Snoek, J. P. A. (1996). Reflecteren op stage-ervar<strong>in</strong>gen.<br />
proefschrift, Rijksuniversiteit Gron<strong>in</strong>gen, Gron<strong>in</strong>gen.<br />
Book, C. L. (1996). Professional <strong>de</strong>velopment schools. In J. Sikula (Ed.), Handbook of<br />
research on teacher education (2 ed., pp. 194-210). New York: Macmillan Library<br />
Reference.<br />
Borko, H. & Putnam, R. T. (1996). Learn<strong>in</strong>g to Teach. In J. Sikula (Ed.), Handbook of<br />
research on teacher education (2 ed., pp. 666-703). New York: Macmillan Library<br />
Reference.<br />
Brakel, G. v. & Heijmen-Versteegen, I. (2003). Cont<strong>in</strong>u zicht. Toets<strong>in</strong>g als spiegel voor<br />
zelfgestuurd <strong>leren</strong> en competentiegericht oplei<strong>de</strong>n. ’s-Hertogenbosch: SKIF,<br />
Samenwerk<strong>in</strong>g KPCgroep, Interactum, Fontys Hogescholen.<br />
Bronneman-Helmers, H. M. (1999). Scholen on<strong>de</strong>r druk. Op zoek naar <strong>de</strong> taak van <strong>de</strong> school<br />
<strong>in</strong> <strong>een</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g (Sociale en Culturele Studies: 28). Den Haag: SCP.<br />
Brouwer, N. & Korthagen, F. (2005). Can teacher education make a difference? American<br />
Educational Research Journal, 42, 153-224.<br />
Brown, J. S., Coll<strong>in</strong>s, A. & Duguid, P. (1989). Situated Cognition and the Culture of<br />
Learn<strong>in</strong>g. Educational Researcher, 18(1), 32-42.<br />
Bruner, J. (1986). Actual m<strong>in</strong>ds, possible worlds. Cambridge, MA: Harvard University Press.<br />
Buit<strong>in</strong>k, J. (1994). Achtergron<strong>de</strong>n en mogelijkhe<strong>de</strong>n van <strong>een</strong> <strong>in</strong>-service-opleid<strong>in</strong>g. Velon<br />
tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 15(2), 4-11.<br />
Buit<strong>in</strong>k, J. (1998). In-functie oplei<strong>de</strong>n en <strong>in</strong>-functie <strong>leren</strong> van aanstaan<strong>de</strong> leraren. proefschrift<br />
Rijksuniversiteit Gron<strong>in</strong>gen, UCL, Gron<strong>in</strong>gen.<br />
Buit<strong>in</strong>k, J. & Wouda, S. (2001). Samen-schol<strong>in</strong>g. Velon tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs,<br />
22(1), 17-21.<br />
Bullough, R. V. & Draper, R. J. (2004). Mak<strong>in</strong>g sense of a failed triad - Mentors, university<br />
supervisors, and position<strong>in</strong>g theory. Journal of Teacher Education, 55(5), 407-420.<br />
194
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Cobb, P. (1987). Information-process<strong>in</strong>g psychology and mathematics education.<br />
A constructivist perpective. The Journal of Mathematical Behavior, 6(1), 4-40.<br />
Cogan, M. L. (1973). Cl<strong>in</strong>ical supervision. Boston: Houghton Miffl<strong>in</strong>.<br />
Coll<strong>in</strong>s, A., Brown, J. S. & Newman, S. (1989). Cognitive apprenticeship. In L. B. Resnick<br />
(Ed.), Know<strong>in</strong>g, learn<strong>in</strong>g and <strong>in</strong>struction: Essays <strong>in</strong> honor of Robert Glaser (pp. 453-<br />
494). Hillsdale: NJ. Lawrence Erlbaum.<br />
Conley, S., Bas-Isaac, E. & Scull, R. (1995). Teacher mentor<strong>in</strong>g and peer coach<strong>in</strong>g:<br />
a micropolitical <strong>in</strong>terpretation. Journal of Personnel Evaluation <strong>in</strong> Education, 9, 7-19.<br />
Conway, P. F. & Clark, C. M. (2003). The journey <strong>in</strong>ward and outward: a re-exam<strong>in</strong>ation of<br />
Fuller’s concerns-based mo<strong>de</strong>l of teacher <strong>de</strong>velopment. Teach<strong>in</strong>g and Teacher<br />
Education, 19(5), 465-482.<br />
Cope, P. & Stephen, C. (2001). A role for practis<strong>in</strong>g teachers <strong>in</strong> <strong>in</strong>itial teacher education.<br />
Teach<strong>in</strong>g and Teacher Education, 17, 913-924.<br />
Costa, A. L. & Garmston, R. I. (1994). Cognitive coach<strong>in</strong>g. Norwood: Christopher-Gordon.<br />
Crow, N., Stokes, D., Kauchak, D., Hobbs, S. & Bullough, R. (1996, april). Masters<br />
cooperative program: an alternative mo<strong>de</strong>l of teacher <strong>de</strong>velopment <strong>in</strong> PDS sites. Paper<br />
presented at the American Educational Research Association, New York.<br />
Dam, G. t. & Alebeek, F. v. (2005). In sp<strong>in</strong>, <strong>de</strong> bocht gaat <strong>in</strong>. Uit spuit, <strong>de</strong> bocht gaat uit. Over<br />
oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. Velon tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 26(3), 4-14.<br />
Darl<strong>in</strong>g-Hammond, L. (1994). Professional <strong>de</strong>velopment schools: schools for <strong>de</strong>velop<strong>in</strong>g<br />
a profession. New York: Teachers College Press.<br />
Darl<strong>in</strong>g-Hammond, L. & Cobb, V. L. (1996). The chang<strong>in</strong>g context of teacher education. In<br />
F. B. Murray (Ed.), The teacher educator’s handbook, build<strong>in</strong>g a knowledge base for the<br />
preparation for teachers (pp. 37-46). San Francisco: Jossey-Bass Publishers.<br />
De Corte, E. (1990). Ontwerpen van krachtige leeromgev<strong>in</strong>gen. In M. J. Ippel & J. J. Elshout<br />
(Eds.), Tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g van hogere-or<strong>de</strong> <strong>de</strong>nkprocessen (pp. 133-147). Amsterdam: Swets &<br />
Zeitl<strong>in</strong>ger.<br />
De Corte, E. (1996). Actief <strong>leren</strong> b<strong>in</strong>nen krachtige on<strong>de</strong>rwijsleeromgev<strong>in</strong>gen. Impuls, 26(4),<br />
145-156.<br />
De Jong, T. (2006). Nieuw <strong>leren</strong> en ou<strong>de</strong> kennis: Over bestaan<strong>de</strong> evi<strong>de</strong>ntie voor <strong>de</strong><br />
effectiviteit van ‘nieuwe’ en ‘gecomb<strong>in</strong>eer<strong>de</strong>’ vormen van <strong>leren</strong>. Pedagogische Studiën,<br />
83, 89-94.<br />
De<strong>in</strong>um, J. F., Maandag, D. W., Hofman, W. H. A. & Buit<strong>in</strong>k, J. (2005). Aspecten van<br />
oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school. Een vergelijkend <strong>in</strong>ternationaal overzicht (Studie Aspecten van<br />
oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school, uitgebracht aan <strong>de</strong> m<strong>in</strong>ister van On<strong>de</strong>rwijs, Cultuur en<br />
Wetenschap 20050383/839). Den Haag: On<strong>de</strong>rwijsraad.<br />
Denters, M., Brakel, G. v. & Himbergen, T. v. (2001). Kwaliteitska<strong>de</strong>r <strong>de</strong>el II. Uitwerk<strong>in</strong>g<br />
van ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen voor pabo’s. ’s-Hertogenbosch: Samenwerk<strong>in</strong>g KPC Groep,<br />
Fe<strong>de</strong>ratie van Lerarenopleid<strong>in</strong>gen Interactum en Fontys Hogescholen (SKIF).<br />
Derksen, K. & Bergen, T. C. M. (2001, 15 maart). Het <strong>leren</strong> door docenten. Paper presented<br />
at the VOR-bij<strong>een</strong>komst.<br />
Devl<strong>in</strong>-Scherer, W., et al. (1997, february). The effects on stu<strong>de</strong>nt learn<strong>in</strong>g of transform<strong>in</strong>g<br />
professional <strong>de</strong>velopment schools to focus on national content standards. Paper at the<br />
annual meet<strong>in</strong>g of the American Association of Colleges of Teacher, Phoenix, AR.<br />
195
Literatuur<br />
Dieleman, A. (2005). Inleid<strong>in</strong>g. In M. d. Bie, B. v. d. Heij<strong>de</strong>n, H. Münstermann & S. Stijnen<br />
(Eds.), De school als leerrijke omgev<strong>in</strong>g (Jaarboek 2005 ed.). Heerlen: Open Universiteit<br />
Ne<strong>de</strong>rland Ruud <strong>de</strong> Moor Centrum.<br />
Dolk, M. L. A. M. (1997). Onmid<strong>de</strong>llijk on<strong>de</strong>rwijsgedrag; over <strong>de</strong>nken en han<strong>de</strong>len van<br />
leraren <strong>in</strong> onmid<strong>de</strong>llijke on<strong>de</strong>rwijssituaties. proefschrift, Universiteit Utrecht, Utrecht.<br />
Driessen, E., Beijaard, D., Tartwijk, J. v. & Vleuten, C. v. d. (2002). Portfolio’s (Hoger<br />
On<strong>de</strong>rwijs Reeks). Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Educatief Partnerschap. (2002). EPS-voortgangsrapportage 2001 (EPS-reeks 10).<br />
’s-Gravenhage: Lan<strong>de</strong>lijk Programmamanagement Educatief Partnerschap, HBO-raad.<br />
Edwards, A. (2001). School-based teacher tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g: where angels fear to thread. Velon<br />
tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 22(3), 11-19.<br />
Edwards, A. & Protheroe, L. (2003). Learn<strong>in</strong>g to see <strong>in</strong> classrooms: what are stu<strong>de</strong>nt teachers<br />
learn<strong>in</strong>g about teach<strong>in</strong>g and learn<strong>in</strong>g while learn<strong>in</strong>g to teach <strong>in</strong> schools? British<br />
Educational Research Association DOI.<br />
Engelen, A. J. A. (2002). Coach<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nenstebuiten. Een on<strong>de</strong>rzoek naar coach<strong>in</strong>g van<br />
docenten door docenten. proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen, Nijmegen<br />
University Press, Nijmegen.<br />
Engelen, A. J. A. & Bergen, T. C. M. (2001). On<strong>de</strong>r welke condities is coach<strong>in</strong>g <strong>een</strong><br />
krachtige leeromgev<strong>in</strong>g. Nijmegen: Instituut voor Leraar en School, Katholieke<br />
Universiteit Nijmegen.<br />
Engelen, A. J. A., Pelkmans, A. & Bergen, T. C. M. (1997). Coach<strong>in</strong>g geëvalueerd, <strong>een</strong><br />
on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> condities en <strong>de</strong> effecten van <strong>de</strong> coach<strong>in</strong>g van en door docenten <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
Twee<strong>de</strong> Fase van het Voortgezet On<strong>de</strong>rwijs. Nijmegen: UNILO.<br />
Entwistle, N. & Walker, P. (2000). Strategic alertness and expan<strong>de</strong>d awareness with<strong>in</strong><br />
sophisticated conceptions of teach<strong>in</strong>g. Instructional Science, 28, 335-361.<br />
Evele<strong>in</strong>, F. G. (2005). Psychologische basisbehoeften van docenten-<strong>in</strong>-opleid<strong>in</strong>g. proefschrift,<br />
Universiteit Utrecht, Utrecht.<br />
Evertson, C. M. & Smithey, M. W. (2000). Mentor<strong>in</strong>g effects on protégées’ classroom<br />
practice: an experimental field study. The Journal of Educational Research, 39(5), 294-<br />
304.<br />
Feiman-Nemser, S. (1996). Teacher mentor<strong>in</strong>g: a critical review: ERIC Digest.<br />
Feiman-Nemser, S. (1998). Teachers as teacher educators. European Journal of Teacher<br />
Education, 21(1), 63-74.<br />
Feiman-Nemser, S. (2000). From preparation to practice, <strong>de</strong>sign<strong>in</strong>g a cont<strong>in</strong>uum to strengthen<br />
and susta<strong>in</strong> teach<strong>in</strong>g. Teachers College Record, 103(6), 1013-1055.<br />
Fe<strong>in</strong>ste<strong>in</strong>, A. R. & Cicchetti, D. V. (1990). High agreement but low kappa. The problems of<br />
two paradoxes. Journal of Cl<strong>in</strong>ical Epi<strong>de</strong>miology, 43(6), 543-549.<br />
Flavell, J. H. (1977). Cognitive <strong>de</strong>velopment. Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall.<br />
Franke, A. & Dahlgren, L. O. (1996). Conceptions of mentor<strong>in</strong>g: an empirical study of<br />
conceptions of mentor<strong>in</strong>g dur<strong>in</strong>g the school-based teacher education. Teach<strong>in</strong>g and<br />
Teacher Education, 12(6), 627-641.<br />
Fullan, M. G. (2001). The new mean<strong>in</strong>g of educational change (3 ed.). New York: Teachers<br />
College Press.<br />
Fuller, F. F. (1970). Personalized education for teachers: an <strong>in</strong>troduction for teacher<br />
educators (0001). Aust<strong>in</strong>: The University of Texas, Research and Development.<br />
Furlong, J. (2000). Teacher education <strong>in</strong> transition. Buck<strong>in</strong>gham: Open University Press.<br />
196
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Gallego, M. A. (2001). Is experience the best teacher? The potential of coupl<strong>in</strong>g classroom<br />
and community-based field experiences. Journal of Teacher Education, 52(4), 312-325.<br />
Gallegos, B. (1995). Teachers for Chicago: ensur<strong>in</strong>g urban teachers with class. Phi Delta<br />
Kappa, 76, 782-785.<br />
Garrison, J. (1997). An alternative to Von Glasersfeld’s subjectivism <strong>in</strong> science education:<br />
Deweyan Social Constructivism. Science and Education, 6, 543-554.<br />
Gel<strong>de</strong>ns, J. J. M., Popeijus, H. L. & Bergen, T. C. M. (2003). Op zoek naar <strong>de</strong> kenmerken van<br />
<strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g voor aanstaan<strong>de</strong> leraren <strong>in</strong> <strong>de</strong> basisschool. Velon<br />
tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 24(2), 15-22.<br />
G<strong>in</strong>sburg, M. & L<strong>in</strong>dsay, B. (Eds.). (1995). The political dimension <strong>in</strong> teacher education:<br />
comparitive perspectives on policy formation, socialization and society. London,<br />
Wash<strong>in</strong>gton DC: The Falmer Press.<br />
Glaser, B. G. & Strauss, A. L. (1976). Time for dy<strong>in</strong>g. Chicago: Ald<strong>in</strong>e.<br />
Glaser, R. (1991). The matur<strong>in</strong>g relationship betw<strong>een</strong> the science of learn<strong>in</strong>g and cognition<br />
and educational practice. Learn<strong>in</strong>g and <strong>in</strong>struction, 1, 129-144.<br />
Glasersfeld, E. v. (2004). Radical Constructivism and Teach<strong>in</strong>g. Archives Jean Piaget.<br />
http://www.umass.edu/srri/vonGlasersfeld/onl<strong>in</strong>ePapers/html/geneva/, retr. 31 [2004,<br />
oktober].<br />
Gold, Y. (1996). Beg<strong>in</strong>n<strong>in</strong>g teacher support attrition, mentor<strong>in</strong>g and <strong>in</strong>duction. In J. Sikula<br />
(Ed.), Handbook of research on teacher education (pp. 548-594). New York: Macmillan<br />
Library Reference.<br />
Goldhammer, R. (1969). Cl<strong>in</strong>ical supervision: special methods for the supervision of<br />
teachers. New York: Holt, R<strong>in</strong>ehart & W<strong>in</strong>ston.<br />
Griffiths, M. & Tann, S. (1992). Us<strong>in</strong>g reflective practice to l<strong>in</strong>k personal and public theories.<br />
Journal of education for teach<strong>in</strong>g, 18(1), 69-84.<br />
Grossman, P. (2006, 10 mei). From Crisis to Opportunity: New Directions <strong>in</strong> Research on<br />
Teacher Education. Paper presented at the On<strong>de</strong>rwijs Research Dagen 2006, Amsterdam.<br />
Harris, R., Willis, P., Simons, M. & Coll<strong>in</strong>s, E. (2001). The relative contributions of<br />
<strong>in</strong>stitutional and workplace learn<strong>in</strong>g environments: an analysis of apprenticeship<br />
tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g. Journal of Vocational Education and Tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g, 53(2), 263-278.<br />
Harrison, R. & Kessels, J. W. M. (2004). Human Resource Development <strong>in</strong> a knowledge<br />
economy. An organizational view. New York: Palgrave Macmillan.<br />
Hatt<strong>in</strong>k, J., Lunenberg, M., Schee, J. v. d. & Vaart, W. v. d. (1996). Leraar-<strong>in</strong>-opleid<strong>in</strong>g:<br />
tussen opleid<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rwijspraktijk. Velon tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 17(5), 40-<br />
47.<br />
Hayes, H. A. & Wetherwill, K. S. (1996, april). A new vision for schools, supervision and<br />
teacher education: the professional <strong>de</strong>velopment system and mo<strong>de</strong>l cl<strong>in</strong>ical teach<strong>in</strong>g<br />
project. Paper presented at the American Education Research Association, New York.<br />
HBO-Raad. (2006). Kwaliteit vergt keuzes. Bijlagen Bestuurscharter Lerarenopleid<strong>in</strong>gen.<br />
Den Haag: HBO-Raad.<br />
Hegarty, P. & Simco, N. (1995). Partnership and progress: teacher-mentor<strong>in</strong>g <strong>in</strong> United<br />
K<strong>in</strong>gdom teacher education (primary). Action <strong>in</strong> Teacher Education, 17(2), 69-75.<br />
Hen<strong>de</strong>rson, J. G. (1996). Reflective teach<strong>in</strong>g: the study of your constructivist practices.<br />
Englewood Cliffs, NJ: Merrill Prentice Hall.<br />
Herman, L. & Man<strong>de</strong>ll, A. (2004). From Teach<strong>in</strong>g to Mentor<strong>in</strong>g: Pr<strong>in</strong>ciple and Practice,<br />
Dialogue and Life <strong>in</strong> Adult Education. New York: Routledge/Falmer.<br />
197
Literatuur<br />
Hijmans, E. & Peters, V. (2000). Groun<strong>de</strong>d theory <strong>in</strong> media research and the use of the<br />
computer. Communications, 25(4), 407-432.<br />
Hoekstra, A., Beijaard, D., Brekelmans, M. & Korthagen, F. (2004, 11 juni). Informele<br />
leeractiviteiten van docenten <strong>in</strong> <strong>de</strong> beroepspraktijk. Paper presented at the On<strong>de</strong>rwijs<br />
Research Dagen 2004, Utrecht.<br />
Hoekstra, A., Beijaard, D., Brekelmans, M. & Korthagen, F. (2006, 11 mei). Experienced<br />
teachers’ <strong>in</strong>formal learn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> and from classroom teach<strong>in</strong>g. Paper presented at the<br />
On<strong>de</strong>rwijs Research Dagen 2006, Amsterdam.<br />
<strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong> Kempel. (2004a). Regionaal convenant arbeidsmarktbeleid primair on<strong>de</strong>rwijs<br />
Regio Peel en Maas (<strong>de</strong>cember 2004 - <strong>de</strong>cember 2007). Helmond: <strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong><br />
Kempel.<br />
<strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong> Kempel. (2004b). Regionaal convenant arbeidsmarktbeleid primair on<strong>de</strong>rwijs<br />
tussen Dommel en Aa (januari 2004 - augustus 2007). Helmond: <strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong> Kempel.<br />
Holmes Group. (1990). Tomorrow’s schools: pr<strong>in</strong>ciples for the <strong>de</strong>sign of professional<br />
<strong>de</strong>velopment schools. A report of the Holmes Group. East Lans<strong>in</strong>g, MI: Holmes Group,<br />
Michigan State University.<br />
Houston Consortium of Professional Development. (1996). ATE Newsletter, p.7.<br />
Houtkoop, H. & Koole, T. (2000). Taal <strong>in</strong> actie. Hoe mensen communiceren met taal.<br />
Bussum: Cout<strong>in</strong>ho.<br />
Inspectie van het On<strong>de</strong>rwijs. (1999). Toezichtska<strong>de</strong>r primair on<strong>de</strong>rwijs. Utrecht: Inspectie van<br />
het On<strong>de</strong>rwijs.<br />
Inspectie van het On<strong>de</strong>rwijs. (2003). Bekwaam afgerond? Evaluatie startbekwaamhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
opleid<strong>in</strong>gen leraar basison<strong>de</strong>rwijs (2003-12). Utrecht: Inspectie van het On<strong>de</strong>rwijs.<br />
Jansen, E. P. W. A. & Joostens, T. H. (1998). Enquêteren: het opstellen en gebruiken van<br />
vragenlijsten. Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Jong, F. P. C. M. d. & Biemans, H. (1998). Constructivistisch on<strong>de</strong>rwijs. In J. Vermunt &<br />
L. Verschaffel (Eds.), On<strong>de</strong>rwijskundig Lexicon (3 ed., pp. 67-85). Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn:<br />
Samson.<br />
Joyce, B. R. & Showers, B. (1988). Stu<strong>de</strong>nt achiev<strong>in</strong>g through staff <strong>de</strong>velopment. New York:<br />
Longman.<br />
Joyce, B. R. & Showers, B. (1995). Stu<strong>de</strong>nt achiev<strong>in</strong>g through staff <strong>de</strong>velopment:<br />
fundamentals of school renewal (2nd ed.). White Pla<strong>in</strong>s, New York: Longman.<br />
Kallenberg, A. J. (2004). Tussen oplei<strong>de</strong>n en professionele ontwikkel<strong>in</strong>g: <strong>leren</strong> (en)<br />
organiseren van nieuwe leerarrangementen. lectorale re<strong>de</strong>, <strong>Hogeschool</strong> Lei<strong>de</strong>n, Lei<strong>de</strong>n.<br />
Kessels, J. W. M. (2001a). Learn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> organisations: a corporate curriculum for the<br />
knowledge economy. Futures, 33, 497-506.<br />
Kessels, J. W. M. (2001b). Verlei<strong>de</strong>n tot kennisproductiviteit. Re<strong>de</strong>, Universiteit Twente,<br />
Twente.<br />
Kessels, J. W. M. & Poell, R. F. (Eds.). (2001). Human resourcemanagement. Organiseren<br />
van het <strong>leren</strong>. Alphen aan <strong>de</strong>n Rijn: Samson.<br />
K<strong>in</strong>cheloe, J. L. (1991). Teachers as researchers: qualitative <strong>in</strong>quiry as a path to<br />
empowerment. London: Palmer Press.<br />
Klarus, R. (1998). Competenties erkennen. Een studie naar mo<strong>de</strong>llen en procedures voor<br />
leerwegonafhankelijke beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van beroepscompetenties. proefschrift Katholieke<br />
Universiteit Nijmegen, CINOP, ’s-Hertogenbosch.<br />
Klarus, R. (2003). Leraar wor<strong>de</strong>n door leraar te zijn: HAN & Stoas <strong>Hogeschool</strong>.<br />
198
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Kl<strong>in</strong>k, M. R. v. d. & Streumer, J. N. (2004). De werkp ek als leersituatie. In J. N. Streumer &<br />
M. R. v. d. Kl<strong>in</strong>k (Eds.), Leren op <strong>de</strong> werkplek (pp. 11-32). ’s-Gravenhage: Reed<br />
Bus<strong>in</strong>ess Information.<br />
Knol, W. & Tillema, H. (1995). Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> via conceptuele uitwissel<strong>in</strong>g. Velon<br />
tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 16(2), 14-22.<br />
Kochan, F. K. (1996). Problems, solutions and benefits of professional <strong>de</strong>velopment schools<br />
as perceived by university faculty. Paper presented at the The Mid-South Regional<br />
Educational Research Association, Tuscaloosa, AL.<br />
Kochan, F. K. & Kunkel, R. C. (1998). The learn<strong>in</strong>g coalition: professional <strong>de</strong>velopment<br />
schools <strong>in</strong> partnership. Journal of Teacher Education, 49(5), 325-333.<br />
Koot, A. N. G. J. & Dekker, F. d. (1999). Leren en oplei<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> werkplek.<br />
’s-Hertogenbosch: Verenig<strong>in</strong>g <strong>de</strong> Samenwerken<strong>de</strong> Lan<strong>de</strong>lijke Pedagogische Centra.<br />
Korthagen, F. A. J. (1998). Leraren <strong>leren</strong> <strong>leren</strong>, realistisch opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>rwijs, geïnspireerd<br />
door Ph. A. Kohnstamm (oratie). Amsterdam: Vossiuspers AUP.<br />
Korthagen, F. A. J. (2004). Z<strong>in</strong> en onz<strong>in</strong> van competentiegericht oplei<strong>de</strong>n. Velon tijdschrift<br />
voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 25(1), 13-23.<br />
Korthagen, F. A. J. & Kessels, J. (1999). L<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g practice and theory: chang<strong>in</strong>g the pedagogy<br />
of teacher education. Educational Researcher, 28(4), 4-17.<br />
Korthagen, F. A. J., Koster, B., Melief, K. & Tigchelaar, A. (2002). Docenten <strong>leren</strong><br />
reflecteren. Systematische reflectie <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g en begeleid<strong>in</strong>g van leraren. Baarn:<br />
Nelissen.<br />
Korthagen, F. A. J., Tigchelaar, A., Koster, B. & Melief, K. (2002). Duaal oplei<strong>de</strong>n: <strong>een</strong><br />
evaluatie van vijf ‘best practices’ (EPS-reeks 08). ’s-Gravenhage: Lan<strong>de</strong>lijk<br />
Programmamanagement Educatief Partnerschap, HBO-raad.<br />
Kwakman, K. (2004). Ontwerpen van <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek. In J. N. Streumer & M. R. v. d.<br />
Kl<strong>in</strong>k (Eds.), Leren op <strong>de</strong> werkplek (pp. 89-110). ’s-Gravenhage: Reed Bus<strong>in</strong>ess<br />
Information.<br />
LaBoskey, V. K. (1994). The <strong>de</strong>velopment of reflective practice. New York: Teachers College<br />
Press.<br />
Lagerwerf, B. & Korthagen, F. A. J. (2003a). Een brug over <strong>de</strong> kloof tussen theorie en<br />
praktijk. 1. Gestalts, onbewuste actiecentra van onmid<strong>de</strong>llijk leraarsgedrag. Velon<br />
tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 24(1), 14-18.<br />
Lagerwerf, B. & Korthagen, F. A. J. (2003b). Een brug over <strong>de</strong> kloof tussen theorie en<br />
praktijk. 2. Schema’s, centra van kennis en weten. Velon tijdschrift voor<br />
lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 24(1), 19-23.<br />
Lagerwerf, B. & Korthagen, F. A. J. (2003c). Een brug over <strong>de</strong> kloof tussen theorie en<br />
praktijk. 3. Bruikbare kennis ontwikkelen bij stu<strong>de</strong>nten, het schemaniveau na<strong>de</strong>r<br />
beschouwd. Velon tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 24(2), 4-9.<br />
Lagerwerf, B. & Korthagen, F. A. J. (2003d). Een brug over <strong>de</strong> kloof tussen theorie en<br />
praktijk. 4.Van praktijk tot theorie en terug, <strong>de</strong> complete niveautheorie en <strong>de</strong><br />
consequenties voor <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g. Velon tijdschrift, 24(2), 10-14.<br />
Lan<strong>de</strong>lijk Overleg Lerarenopleid<strong>in</strong>gen Basison<strong>de</strong>rwijs. (2004). Koersen op meesterschap.<br />
Herontwerp, partnerschap en kwaliteitsborg<strong>in</strong>g (Advies). Den Haag: Lan<strong>de</strong>lijk Overleg<br />
Lerarenopleid<strong>in</strong>gen Basison<strong>de</strong>rwijs.<br />
Lang, M., Olson, J., Hansen, H. & Bün<strong>de</strong>r, W. (1999). Chang<strong>in</strong>g schools/chang<strong>in</strong>g practices:<br />
perspectives on educational reform and teacher professionalism. Louva<strong>in</strong>: Garant.<br />
199
Literatuur<br />
Lave, J. & Wenger, E. (1991). Situated learn<strong>in</strong>g. Legitimate peripheral participation.<br />
Cambridge: Cambridge University Press.<br />
Leune, H. (1999). On<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> beweg<strong>in</strong>g; Enige opmerk<strong>in</strong>gen over veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het<br />
Ne<strong>de</strong>rlandse on<strong>de</strong>rwijs geduren<strong>de</strong> het laatste kwart van <strong>de</strong> tw<strong>in</strong>tigste eeuw. Den Haag:<br />
SCP.<br />
Lieberman, A. & Miller, L. (1992). Teacher <strong>de</strong>velopment <strong>in</strong> professional practice schools. In<br />
M. Lev<strong>in</strong>e (Ed.), Professional practice schools: l<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g teacher education and school<br />
reform (pp. 105-123). New York: Teachers College Press.<br />
Little, J. W. (1990). The ‘mentor’ phenomenon and the social organization of teach<strong>in</strong>g.<br />
Review of research <strong>in</strong> Education, 16, 297-351.<br />
Lo<strong>de</strong>wijks, J. G. L. C. (1993). De kick van het kunnen: over arrangement en engagement bij<br />
het <strong>leren</strong>. <strong>in</strong>augurele re<strong>de</strong>, MesoConsult, Tilburg.<br />
Lowyck, J. & Verloop, N. (1995). On<strong>de</strong>rwijskun<strong>de</strong>. Een kennisbasis voor professionals.<br />
Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Lyons, N. (Ed.). (1998). With portfolio <strong>in</strong> hand. Validat<strong>in</strong>g the new teacher professionalism.<br />
New York: Teachers College Press.<br />
Malmgren, L. G. & van <strong>de</strong> Ven, P. H. (1994). Democracy, space, refugees, environment, love:<br />
a case study on thematic literature teach<strong>in</strong>g <strong>in</strong> a Swedish school. Occasional papers <strong>in</strong><br />
Mother Tongue Education, 6, 50-53.<br />
Mantle-Bromley, C. (2003). The status of early theories of professional <strong>de</strong>velopment school<br />
potential. In I.N. Guadarrama, J. Ramsey & J.L. Nath (Eds.), Forg<strong>in</strong>g alliances <strong>in</strong><br />
community and thought. Research <strong>in</strong> professional <strong>de</strong>velopment schools (Vol. I, pp. 3-30).<br />
Gr<strong>een</strong>wich: Information Age Publish<strong>in</strong>g Inc.<br />
Markham, K. M., M<strong>in</strong>tzes, J. J. & Jones, M. G. (1994). The concept map as a research and<br />
evaluation tool: further evi<strong>de</strong>nce of validity. Journal of Research <strong>in</strong> Science Teach<strong>in</strong>g,<br />
31(1), 91-101.<br />
Marzano, R. J. (1992). A different k<strong>in</strong>d of classroom: teach<strong>in</strong>g with dimensions of learn<strong>in</strong>g.<br />
Alexandria: ASCD.<br />
Maso, I. & Smal<strong>in</strong>g, A. (1998). Kwalitatief on<strong>de</strong>rzoek: praktijk en theorie. Amsterdam:<br />
Boom.<br />
McIntyre, D. & Hagger, H. (1992). Professional <strong>de</strong>velopment through the Oxford <strong>in</strong>ternship<br />
mo<strong>de</strong>l. British Journal of Educational Studies, 40(3).<br />
McIntyre, D., Hagger, H. & Wilk<strong>in</strong>, M. (Eds.). (1993). Mentor<strong>in</strong>g: perspectives on schoolbased<br />
teacher education. London: Kogan Page.<br />
Meerl<strong>in</strong>g. (1999). Data-analyse en psychometrie, Metho<strong>de</strong>n en technieken van psychologisch<br />
on<strong>de</strong>rzoek (Vol. 2). Meppel: Boom.<br />
Meijer, P. C., Zant<strong>in</strong>g, A. & Verloop, N. (2001). Docenten-<strong>in</strong>-opleid<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rzoeken <strong>de</strong><br />
praktijkkennis van ervaren docenten. Deel 1: het gebruik van ‘concept mapp<strong>in</strong>g’ <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
lerarenopleid<strong>in</strong>g. Velon tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 22(1), 9-16.<br />
Miller, L. & O’Shea, C. (1994). Partnership: gett<strong>in</strong>g broa<strong>de</strong>r, gett<strong>in</strong>g <strong>de</strong>eper (NCREST<br />
repr<strong>in</strong>t series). New York: NCREST. Teachers College, Columbia University.<br />
M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen. (2005). Meer kwaliteit en differentiatie:<br />
<strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>gen aan zet. Beleidsagenda lerarenopleid<strong>in</strong>gen 2005 – 2008. Den<br />
Haag: M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs, Cultuur en Wetenschappen.<br />
M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen. (1999). Maatwerk voor morgen. Het<br />
perspectief van <strong>een</strong> open on<strong>de</strong>rwijsmarkt. ’s-Gravenhage: Sdu Grafisch bedrijf bv.<br />
200
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen. (2000a). Maatwerk 2. Vervolgnota over<br />
<strong>een</strong> open on<strong>de</strong>rwijsmarkt. ’s-Gravenhage: Sdu Grafisch bedrijf bv.<br />
M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen. (2000b). Tij<strong>de</strong>lijke uitvoer<strong>in</strong>gsregel<strong>in</strong>g<br />
Interimwet zij-<strong>in</strong>stroom leraren primair on<strong>de</strong>rwijs en voortgezet on<strong>de</strong>rwijs.<br />
’s-Gravenhage: Sdu Grafisch bedrijf bv.<br />
M<strong>in</strong>isterie van On<strong>de</strong>rwijs Cultuur en Wetenschappen. (2001). Maatwerk 3. Voortgangsrapportage.<br />
’s-Gravenhage: Sdu Grafisch bedrijf bv.<br />
Moerkamp, T. (2003). Het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong> lerarenopleid<strong>in</strong>g? Tijdschrift voor on<strong>de</strong>rwijs en<br />
opvoed<strong>in</strong>g, 62(2), 25-27.<br />
Mor<strong>in</strong>e-Dershimer, G. (1993). Trac<strong>in</strong>g conceptual change <strong>in</strong> preservice teachers. Teach<strong>in</strong>g<br />
and Teacher Education, 9, 15-26.<br />
Munnik, C. d. & Vreug<strong>de</strong>nhil, K. (2001). On<strong>de</strong>rwijs ontwerpen. Het didactisch routeboek als<br />
werkboek voor <strong>de</strong> pabo. Gron<strong>in</strong>gen: Wolters Noordhoff.<br />
Murray, J. & Male, T. (2005). Becom<strong>in</strong>g a teacher: evi<strong>de</strong>nce from the field. Teach<strong>in</strong>g and<br />
Teacher Education, 21(2), 125-142.<br />
Murray, M. & Owen, M. A. (1991). Beyond the myths and magic of mentor<strong>in</strong>g. San<br />
Francisco: Jossey-Bass.<br />
National Council for Accreditation of Teacher Education. (2001). Standards for professional<br />
<strong>de</strong>velopment schools (report). Wash<strong>in</strong>gton, DC: NCATE.<br />
Neufeld, J. A. & McGowan, T. M. (1993). Professional Development Schools: a witness to<br />
teacher empowerment. Contemporary Educational Psychology, 64, 249-251.<br />
Niemi, H. (2002). Active learn<strong>in</strong>g. A cultural change nee<strong>de</strong>d <strong>in</strong> teacher education and schools.<br />
Teach<strong>in</strong>g and Teacher Education, 18(7), 763-780.<br />
Nijhof, W. J., Nieuwenhuis, A. F. M. & Terwel, J. (2006). Het leerpotentieel van <strong>de</strong><br />
werkplek. Pedagogische Studiën, 83(5), 335-342.<br />
Norušis, M. J. (1994). SPSS professional statistics. Chicago: SPSS Inc.<br />
Novak, J. D. (1990). Concept maps and vee diagrams: two metacognitive tools to facilitate<br />
mean<strong>in</strong>gful learn<strong>in</strong>g. Instructional Science, 19, 29-52.<br />
O<strong>de</strong>ll, S. J., et al. (2000). Framework for quality mentor<strong>in</strong>g. In S. J. O<strong>de</strong>ll & L. Hul<strong>in</strong>g (Eds.),<br />
Quality mentor<strong>in</strong>g for novice teachers (pp. 15-25). Wash<strong>in</strong>gton DC: ATE.<br />
OECD. (2001a). Educational Policy Analysis 2001. Paris: OECD.<br />
OECD. (2001b). School<strong>in</strong>g for Tomorrow. What schools for the future. Paris: OECD.<br />
Ofsted. (2003). An evaluation of the Teach<strong>in</strong>g Schools Programme (Geraadpleegd via<br />
http://www.ofsted.gov.uk/publications)<br />
Oja, S. N. (2001). Collaborative action research and social role tak<strong>in</strong>g. Paper presented at<br />
the Earli conference, University of Fribourg, Switzerland.<br />
On<strong>de</strong>rwijsraad. (1998). Startbekwaamhe<strong>de</strong>n leraar primair on<strong>de</strong>rwijs (E<strong>in</strong>drapport).<br />
’s-Gravenhage: On<strong>de</strong>rwijsraad.<br />
On<strong>de</strong>rwijsraad. (2005). Leraren oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> school (Advies 20050393/839). Den Haag:<br />
On<strong>de</strong>rwijsraad.<br />
Onstenk, J. H. A. M. (1997). Lerend <strong>leren</strong> werken. Bre<strong>de</strong> vakbekwaamheid en <strong>de</strong> <strong>in</strong>tegratie<br />
van <strong>leren</strong>, werken en <strong>in</strong>noveren. proefschrift KU Nijmegen, Eburon, Delft.<br />
Onstenk, J. H. A. M. (2004). De school en <strong>de</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie. Meso magaz<strong>in</strong>e, 24, 24-26.<br />
201
Literatuur<br />
Pellegr<strong>in</strong>o, J. W. (2004). Complex learn<strong>in</strong>g environments: connect<strong>in</strong>g learn<strong>in</strong>g theory,<br />
<strong>in</strong>structional <strong>de</strong>sign and technology. In N.M. Seel & S. Dijkstra (Eds.), Curriculum,<br />
plans and processes <strong>in</strong> <strong>in</strong>structional <strong>de</strong>sign: <strong>in</strong>ternational perspectives. Mahwah, NJ:<br />
Lawrence Erlbaum Associates, Publishers.<br />
Peters, V. (1995). De case-study. In H. Hüttner, Renckstorf, K., Wester, F. Houten (Ed.),<br />
On<strong>de</strong>rzoekstypen <strong>in</strong> <strong>de</strong> communicatiewetenschap (pp. 586-607). Houten: Bohn Staffleu<br />
Van Loghum.<br />
Peters, V. (2001). Rondleid<strong>in</strong>g door Kwalitan 5.0. Nijmegen: Katholieke Universiteit<br />
Nijmegen, af<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g Metho<strong>de</strong>n.<br />
Phillips, D. C. (1995). The good, the bad and the ugly: the many faces of constructivism.<br />
Educational Researcher, 24(7), 5-12.<br />
Phillips, D. C. (1997). How, why, what, when, and where: perspectives on constructivism <strong>in</strong><br />
psychology and education. Issues <strong>in</strong> Education, 3(2), 151-194.<br />
Pieters, J. M. & Jochems, W. M. G. (2003). On<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rwijson<strong>de</strong>rzoek: and ever the<br />
twa<strong>in</strong> shall meet? Pedagogische Studiën, 80, 407-413.<br />
Popeijus, H. E. (2006). Samen oplei<strong>de</strong>n: samen werken aan <strong>leren</strong> samenwerken. Een<br />
on<strong>de</strong>rzoek naar elementen van (<strong>leren</strong>) samenwerken en het belang dat basisscholen,<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren en hogeschooldocenten hechten aan afspraken daarover voor stage<br />
en begeleid<strong>in</strong>g. Masterthesis, Universiteit Utrecht, Utrecht.<br />
Popeijus, H. E., Gel<strong>de</strong>ns, J. & Popeijus, H. L. (2006). Samen oplei<strong>de</strong>n: <strong>een</strong> ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong><br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid. Velon tijdschrift voor lerarenoplei<strong>de</strong>rs, 27(3), 13-22.<br />
Popeijus, H. L., Gel<strong>de</strong>ns, J. J. M., Venrooij, W.A.J. v. & Coen<strong>de</strong>rs, F. (2007). Uitgangspunten<br />
en kenmerken van <strong>leren</strong> <strong>in</strong> leerwerkgem<strong>een</strong>schappen. (Lectoraatsplan). Helmond:<br />
Kempellectoraat <strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong> Kempel.<br />
Popp<strong>in</strong>g, R. (1983). Over<strong>een</strong>stemm<strong>in</strong>gsmaten voor nom<strong>in</strong>ale data. proefschrift,<br />
Rijksuniversiteit Gron<strong>in</strong>gen, Gron<strong>in</strong>gen.<br />
Projectgroep zij-<strong>in</strong>stroom G4 Pabo’s. (2001). Zij-<strong>in</strong>stromers, onze zorg. Rapport over <strong>de</strong><br />
uitvoer<strong>in</strong>g van opleid<strong>in</strong>gstrajecten voor zij-<strong>in</strong>stromers door <strong>de</strong> G4 PABO’s. Utrecht:<br />
LOBO.<br />
Purdie, N. (2001). Self-regulation of learn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> university contexts. New Zealand Journal of<br />
Educational Studies, 36(2), 259-270.<br />
Reiman, A. J. (1999). The evolution of the social roletak<strong>in</strong>g and gui<strong>de</strong>d reflection framework<br />
<strong>in</strong> teacher education: recent theory and quantitative synthesis of research. Teach<strong>in</strong>g and<br />
Teacher Education, (15), 597-612.<br />
Reis, S. (2005). Learn<strong>in</strong>g to teach read<strong>in</strong>g <strong>in</strong> english as a foreign language. An <strong>in</strong>terpretive<br />
study of stu<strong>de</strong>nt teachers’ cognitions and actions. Proefschrift, Radboud Universiteit,<br />
Nijmegen.<br />
Richardson, V. (1996). The role of attitu<strong>de</strong>s and beliefs <strong>in</strong> learn<strong>in</strong>g to teach. In J.Sikula (Ed.),<br />
Handbook of Research on Teacher Education (2 ed., pp. 102-119). New York:<br />
Macmillan.<br />
Richardson, V. (1999). Teacher education and the construction of mean<strong>in</strong>g. In G. A. Griff<strong>in</strong><br />
(Ed.), The education of teachers: N<strong>in</strong>ety-eight yearbook of the National Society for the<br />
study of education (pp. 145-166). Chicago: The University of Chicago Press.<br />
Ridley, D., Hurwitz, S. & Davis-Hackett, R. (2005). Compar<strong>in</strong>g PDS and campus-based<br />
preservice teacher preparation: is PDS-based preparation realy better? Journal of<br />
Teacher Education, 56(1), 46-56.<br />
202
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Roelofs, E. C. & Visser, J. J. C. M. (2001). Leeromgev<strong>in</strong>gen volgens ou<strong>de</strong>rs en leraren:<br />
voorkeuren en realisatie. Pedagogische Studiën, 78(3), 151-168.<br />
Roelofs, W. (2003). Authentiek oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> scholen. ’s-Hertogenbosch: KPC groep.<br />
San<strong>de</strong>n, J. J. M., van <strong>de</strong>r. (2004). Ergens goed <strong>in</strong> wor<strong>de</strong>n, naar leerzame loopbanen <strong>in</strong> het<br />
beroepson<strong>de</strong>rwijs. oratie, Fontys Hogescholen, E<strong>in</strong>dhoven.<br />
Schepens, A. (2005). A study of the effect of dual learn<strong>in</strong>g routes and partnerships on<br />
stu<strong>de</strong>nts’ preparation for the teach<strong>in</strong>g profession. proefschrift, Universiteit Gent, Gent.<br />
Schwartz, H. (1996). The chang<strong>in</strong>g nature of teacher education. In W. R. Houston,<br />
M. Haberman & J. Sikula (Eds.), Handbook of Research on Teacher Education (pp. 3-<br />
12). New York: MacMillan.<br />
Scott Ridley, D., Hurwitz, S. & Davis-Hacket, M. R. (2005). Compar<strong>in</strong>g PDS and campusbased<br />
preservice teacher preparation. Journal of Teacher Education, 56(1), 46-56.<br />
Sectorbestuur On<strong>de</strong>rwijsarbeidsmarkt (SBO). (2005). Leraren <strong>leren</strong>. Een discussie over<br />
oplei<strong>de</strong>n en professionaliseren van leraren. Den Haag: SBO.<br />
Shuell, T. J. (1988). The role of the stu<strong>de</strong>nt <strong>in</strong> learn<strong>in</strong>g from <strong>in</strong>struction. Contemporary<br />
Educational Psychology, 13, 276-295.<br />
Shuell, T. J. (1996). Teach<strong>in</strong>g and learn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> a classroom context. In D. C. Berl<strong>in</strong>er & R. C.<br />
Calfee (Eds.), Handbook of educational psychology (pp. 726-764).<br />
Simons, P. R. J. (1999). Krachtige leeromgev<strong>in</strong>gen, Gids voor on<strong>de</strong>rwijsmanagement (pp. 1-<br />
11). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.<br />
Simons, R. J. (2006). Hoe je <strong>een</strong> karikatuur van het nieuwe <strong>leren</strong> om zeep helpt.<br />
Pedagogische Studiën, 83, 81-85.<br />
Sirotnick, K. A. (1991). Mak<strong>in</strong>g school-university partnerships work (Vol. 2, pp. 19-23):<br />
Metropolitan Universities.<br />
SLO-VSLPC. (1997). Startbekwaamhe<strong>de</strong>n leraar primair on<strong>de</strong>rwijs. Utrecht: Sticht<strong>in</strong>g<br />
Leerplanontwikkel<strong>in</strong>g/Verenig<strong>in</strong>g Samenwerken<strong>de</strong> Lan<strong>de</strong>lijke Pedagogische Centra.<br />
Smal<strong>in</strong>g, A. (1990). Enige aspecten van kwalitatief on<strong>de</strong>rzoek en het kl<strong>in</strong>isch <strong>in</strong>terview.<br />
Tijdschrift voor Naschol<strong>in</strong>g en On<strong>de</strong>rzoek van het Reken- en wiskun<strong>de</strong>on<strong>de</strong>rwijs, 8(3), 4-<br />
10.<br />
Smith, P. J. (2003). Workplace learn<strong>in</strong>g and flexible <strong>de</strong>livery. Review of Educational<br />
Research, 73(1), 53-88.<br />
Stanulis, R. N. (1995). Classroom teachers as mentors: possibilities for participation <strong>in</strong> a<br />
professional <strong>de</strong>velopment school context. Teach<strong>in</strong>g and Teacher Education, 11(4), 331-<br />
344.<br />
Stevens, L. (2006). Niet nieuw of oud, wel an<strong>de</strong>rs. Pedagogische Studiën, 83, 85-89.<br />
Stevens, L., Werkhoven, W. v. & Castelijns, J. (2001). The attunement strategy, reclaim<strong>in</strong>g<br />
children’s motivation by responsive <strong>in</strong>struction. Geneva: International Bureau of<br />
Education.<br />
Sticht<strong>in</strong>g Beroepskwaliteit Leraren en an<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijspersoneel. (2004). Bekwaamheidseisen<br />
leraren. ’s-Gravenhage: Sticht<strong>in</strong>g Beroepskwaliteit Leraren en an<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rwijspersoneel.<br />
Strauss, A. L. & Corb<strong>in</strong>, J. (1990). Basics of qualitative research: groun<strong>de</strong>d theory,<br />
procedures and tactics. London: Sage.<br />
Sullivan, S. & Glanz, J. (2000). Supervision that improves teach<strong>in</strong>g: strategies and<br />
techniques. California: Corw<strong>in</strong> Press.<br />
Swanborn, P. G. (1994). Metho<strong>de</strong>n van sociaal-wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek. Meppel: Boom.<br />
Swanborn, P. G. (2000). Case-study’s: wat, wanneer en hoe?. Amsterdam: Boom.<br />
203
Literatuur<br />
Teitel, L. (2001). An assessment framework for professional <strong>de</strong>velopment schools, go<strong>in</strong>g<br />
beyond the leap of faith. Journal of Teacher Education, 52(1), 57-69.<br />
Teurl<strong>in</strong>gs, C., Wolput, B. v. & Vermeulen, M. (2006). Nieuw <strong>leren</strong> waar<strong>de</strong>ren. Een<br />
literatuuron<strong>de</strong>rzoek naar effecten van nieuwe vormen van <strong>leren</strong> <strong>in</strong> het voortgezet<br />
on<strong>de</strong>rwijs. Utrecht: Schoolmanagers_VO.<br />
Tigchelaar, A. (2003). Op maat, <strong>een</strong> opleid<strong>in</strong>gstraject voor zij-<strong>in</strong>stromers (EPS-reeks 18).<br />
’s-Gravenhage: Lan<strong>de</strong>lijk Programmamanagement Educatief Partnerschap, HBO-raad.<br />
Torraco, R. J. (1999). Integrat<strong>in</strong>g learn<strong>in</strong>g with work<strong>in</strong>g: a reconception of the role of<br />
workplace learn<strong>in</strong>g. Human Resource Development Quarterly, 10, 249-270.<br />
Trachtman, R. (1996, april). The NCATE professional <strong>de</strong>velopment school study. Paper<br />
presented at the American Educational Research Association, New York.<br />
Tuomi-Gröhn, T. & Engeström, Y. (2003). Conceptualiz<strong>in</strong>g transfer: from standard notions to<br />
<strong>de</strong>velopmental perspectives. In T. Tuomi-Gröhn & Y. Engeström (Eds.), Betw<strong>een</strong> school<br />
and work: new perspectives on transfer and boundary cross<strong>in</strong>g (pp. 19-38). Amsterdam:<br />
Pergamon.<br />
Tuomi-Gröhn, T., Engeström, Y. & Young, M. (2003). From transfer to boundary cross<strong>in</strong>g<br />
betw<strong>een</strong> school and work as a tool for <strong>de</strong>velop<strong>in</strong>g vocational education: an <strong>in</strong>troduction.<br />
In T. Tuomi-Gröhn & Y. Engeström (Eds.), Betw<strong>een</strong> school and work: new perspectives<br />
on transfer and boundary cross<strong>in</strong>g (pp. 1-15). Amsterdam: Pergamon.<br />
Twee<strong>de</strong> Kamer. (2003). Een samenhangend opleid<strong>in</strong>gsstelsel voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsberoepen (TK<br />
AP/2003/50233a).<br />
Valli, L., Cooper, D. & Frankes, L. (1997). Professional Development Schools and equity:<br />
a critical analysis of rhetoric and research. In M. W. Apple (Ed.), Review of Research <strong>in</strong><br />
Education (Vol. 22, pp. 251-304). Wash<strong>in</strong>gton DC: American Educational Research<br />
Association.<br />
V<strong>een</strong>, K. v. (2003). Teachers’ emotions <strong>in</strong> a context of reforms. proefschrift, Katholieke<br />
Universiteit Nijmegen, Nijmegen.<br />
V<strong>een</strong>man, S. (1995). The tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g of coach<strong>in</strong>gs skills: an implementation study. Educational<br />
studies, 21(3), 415-431.<br />
Verloop, N., Driel, J. H. v. & Meijer, P. (2001). Teacher knowledge and the knowledge of<br />
base of teach<strong>in</strong>g. International Journal of Educational Research, 35, 441-461.<br />
Verloop, N. & Kessels, J. W. M. (2006). Opleid<strong>in</strong>gskun<strong>de</strong>: ontwikkel<strong>in</strong>gen rond het oplei<strong>de</strong>n<br />
en <strong>leren</strong> van professionals <strong>in</strong> on<strong>de</strong>rwijs en bedrijfsleven. Pedagogische Studiën, 83(4),<br />
301-321.<br />
Verloop, N. & Lowyck, J. (2003). On<strong>de</strong>rwijskun<strong>de</strong>: <strong>een</strong> kennisbasis voor professionals.<br />
Gron<strong>in</strong>gen: Wolters-Noordhoff.<br />
Vermunt, J. (2006). Docent van <strong>de</strong>ze tijd: <strong>leren</strong> en laten <strong>leren</strong> (oratie). Utrecht: Universiteit<br />
Utrecht.<br />
Verschaffel, L. & De Grote, E. (1998). Actief en constructief <strong>leren</strong> b<strong>in</strong>nen krachtige<br />
on<strong>de</strong>rwijsleeromgev<strong>in</strong>gen. In J. Vermunt & L. Verschaffel (Eds.), On<strong>de</strong>rwijzen van<br />
kennis en vaardighe<strong>de</strong>n, On<strong>de</strong>rwijskundig Lexicon (Vol. III, pp. 15-45). Alphen aan <strong>de</strong>n<br />
Rijn: Samsom H.D. Tj<strong>een</strong>k Will<strong>in</strong>k.<br />
Vreug<strong>de</strong>nhil, K. (2000). Samen oplei<strong>de</strong>n. Facetten van het Kempelconcept voor<br />
opleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>rwijs. Meppel: Giethoorn-Ten Br<strong>in</strong>k.<br />
Werf, G. v. d. (2006). Oud of nieuw <strong>leren</strong>? Of liever gewoon léren? Pedagogische Studiën,<br />
83, 74-81, 94-99.<br />
204
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Wester, F. (1995). Strategieën voor kwalitatief on<strong>de</strong>rzoek. Bussum: Cout<strong>in</strong>ho.<br />
Wester, F. & Peters, V. (1999). Kwalitatieve analyse van <strong>in</strong>terviews: fasen, stappen en<br />
computergebruik <strong>in</strong> <strong>in</strong>tensief on<strong>de</strong>rzoek. Pedagogische Studiën, 76, 117-131.<br />
Wester, F. & Peters, V. (2004). Kwalitatieve analyse. Uitgangspunten en procedures.<br />
Bussum: Cout<strong>in</strong>ho.<br />
Whitford, B. L. & Metcalf-Turner, P. (1999). Of promises and unsolved puzzles: reform<strong>in</strong>g<br />
teacher education with professional <strong>de</strong>velopment schools. In G. A. Griff<strong>in</strong> (Ed.), The<br />
education of teachers (98th yearbook of the national society for the study of education)<br />
(pp. 257-278). Chicago: University of Chicago Press.<br />
Wid<strong>een</strong>, M. F., Mayer-Smith, J. A. & Moon, B. J. (1998). A critical analysis of the research<br />
on learn<strong>in</strong>g to teach: mak<strong>in</strong>g the case for an ecological perpective on <strong>in</strong>quiry. Review of<br />
Educational Research, 86(2), 130-178.<br />
William, E. A. & Soares, A. B. (2000). The Role of Higher Education <strong>in</strong> the Initial Teacher<br />
Tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g of Secondary School Teachers: The View of the Key Participants. Journal of<br />
Education for Teach<strong>in</strong>g, 26(3), 225-244.<br />
Wilson, S. M., Flo<strong>de</strong>n, R. E. & Ferr<strong>in</strong>i-Mundy, J. (2001). Teacher preparation research:<br />
current knowledge, gaps and recommendations. Wash<strong>in</strong>gton: University of Wash<strong>in</strong>gton:<br />
Centre for Study of Teach<strong>in</strong>g and Policy.<br />
Wiseman, D. L. & Cooner, D. (1996). Discover<strong>in</strong>g the power of collaboration: the impact of a<br />
school-university partnership on teach<strong>in</strong>g. Teacher Education and Practice, 12(1), 18-<br />
28.<br />
Wouda, S. & Snoek, M. (2003). Competentiegericht <strong>leren</strong> en begelei<strong>de</strong>n. Competentiegericht<br />
bewijzen en beoor<strong>de</strong>len. Assessment & portfolio <strong>in</strong> <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g. (EPS-reeks 15).<br />
’s-Gravenhage: Lan<strong>de</strong>lijk Programmamanagement Educatief Partnerschap, HBO-raad.<br />
Y<strong>in</strong>, R. K. (1994). Case study research. Design and methods (Second ed. Vol. 5). London:<br />
Sage.<br />
Zeichner, K. (1992). Reth<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g the practicum <strong>in</strong> the professional <strong>de</strong>velopment school<br />
partnership. Journal of Teacher Education, 43(4), 296-307.<br />
Zeichner, K. M. (1999). The new scholarship <strong>in</strong> teacher education. Educational Researcher,<br />
4-15.<br />
Zeichner, K. M. & Liston, D. P. (1996). Reflective teach<strong>in</strong>g: an <strong>in</strong>troduction. Mahwah, New<br />
Yersey: Lawrence Erlbaum Associates.<br />
Zeichner, K. M. & Miller, M. (1997). Learn<strong>in</strong>g to teach <strong>in</strong> professional <strong>de</strong>velopments schools.<br />
In M. Lev<strong>in</strong>e & R. Trachtman (Eds.), Build<strong>in</strong>g professional <strong>de</strong>velopment schools:<br />
Politics, practice and policy (pp. 15-32). New York: Teachers College press.<br />
205
206
Bijlage A (Contextgegevens case 1 en 2)<br />
De gegevens uit <strong>de</strong> tabellen van Bijlage A zijn verkregen uit verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>terne notities van<br />
<strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> De Kempel <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r wat betreft het PDS-traject.<br />
Tabel A.1 Overzicht condities voor <strong>de</strong> <strong>in</strong>take voor bij <strong>een</strong> leerwerktraject betrokken personen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong>ge<strong>de</strong>eld <strong>in</strong><br />
drie categorieën.<br />
Betrokken personen en <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen<br />
Categorie Aanstaan<strong>de</strong> leraar (Asl) Basisschool (Bas)<br />
bestuur, bovenschools management,<br />
<strong>Hogeschool</strong> (Hos)<br />
directie, coach, (vak)docenten<br />
motivatie bereidheid om te <strong>leren</strong><br />
directie, mentor, team<br />
bereidheid om te <strong>leren</strong> bereidheid om te <strong>leren</strong><br />
wil verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor Bas wil met Hos verantwoor<strong>de</strong>lijk- Hos wil met Bas verantwoor<strong>de</strong>lijk-<br />
eigen ontwikkel<strong>in</strong>g dragen heid voor oplei<strong>de</strong>n van Asl dragen heid voor oplei<strong>de</strong>n van Asl dragen<br />
bestuur en bovenschools<br />
realiseert (start)bekwaamhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
management: er is taak-, functie-, betekenisvolle context:<br />
teamgerichte naschol<strong>in</strong>g voor werkplekspecifieke opleid<strong>in</strong>gs-<br />
schoolontwikkel<strong>in</strong>g, actieon<strong>de</strong>rzoek<br />
en adviser<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> werkplek door<br />
experts<br />
arrangementen<br />
kennis, Toelat<strong>in</strong>gscriteria zij-<strong>in</strong>stromers<br />
vaardig- (zie OER<br />
he<strong>de</strong>n<br />
1 ): Start PDS is mogelijk<br />
vanaf eerste semester:<br />
- <strong>in</strong> bezit van 1 e of 2 e bestuur, bovenschools management<br />
heeft competentiegericht <strong>in</strong>tegraal<br />
personeelsbeleid<br />
graads Bas is ‘vernieuw<strong>in</strong>gsgez<strong>in</strong>d’<br />
on<strong>de</strong>rwijsbevoegdheid<br />
directie bewaakt leerwerkproces<br />
- of <strong>in</strong> buitenland behaal<strong>de</strong> ver- mentor werkt ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht<br />
gelijkbare on<strong>de</strong>rwijsbevoegdheid met Asl: geeft ruimte, daagt uit,<br />
- of ruime opleid<strong>in</strong>gservar<strong>in</strong>g <strong>in</strong> stelt vragen, sluit aan bij<br />
werksituatie opgedaan<br />
leerbehoeften en betrokkenheidsfasen<br />
2 vanuit ontwikkel<strong>in</strong>gsgerichte visie<br />
werken waaron<strong>de</strong>r ruimte geven,<br />
uitdagen, vragen stellen,<br />
communiceren, aansluiten bij<br />
leerbehoefte van mentor, aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar, flexibel zijn, reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>n<br />
met verschillen<strong>de</strong> betrokkenheidsfasen<br />
, is flexibel<br />
2 van mentor en Asl<br />
mentor kan ontwikkel<strong>in</strong>g van Asl flexibel curriculum, (toets)coach kan<br />
volgen, begelei<strong>de</strong>n, beoor<strong>de</strong>len ontwikkel<strong>in</strong>g van Asl volgen,<br />
begelei<strong>de</strong>n, beoor<strong>de</strong>len<br />
geeft zelf richt<strong>in</strong>g aan eigen mentor kan dui<strong>de</strong>lijkheid en coach kan dui<strong>de</strong>lijkheid en structuur<br />
professionaliser<strong>in</strong>g (zelfstur<strong>in</strong>g) structuur bie<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het<br />
begeleid<strong>in</strong>gsproces<br />
bie<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het begeleid<strong>in</strong>gsproces<br />
kan flexibel zijn Bas biedt mogelijkhe<strong>de</strong>n voor coach kan constructieve fricties<br />
werkplekoefen<strong>in</strong>g, -<strong>in</strong>structie en maken (‘dw<strong>in</strong>gt’ gaan<strong>de</strong>weg <strong>de</strong> Asl<br />
-studie, mentor heeft on<strong>de</strong>rwijsvisie tot zelfstur<strong>in</strong>g).<br />
kan al ‘enigsz<strong>in</strong>s’ reflecteren mentor kan reflecteren coach kan reflecteren<br />
Bas biedt mo<strong>de</strong>lfunctie t.a.v.<br />
startbekwaamhe<strong>de</strong>n<br />
mentor biedt rolmo<strong>de</strong>l als leraar<br />
coach biedt rolmo<strong>de</strong>l<br />
mentor kan Asl begelei<strong>de</strong>n, kan coach kan mentor en Asl coachen,<br />
gespreksvaardighe<strong>de</strong>n hanteren kan gespreksvaardighe<strong>de</strong>n hanteren<br />
coach heeft overzicht op curriculum<br />
faciliteiten tijd: m<strong>in</strong>imaal 4 werkdagen per Bas en mentor heeft tijd voor Hos biedt tijd voor coach en<br />
week<br />
gesprekken, on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g en met Asl (vak)docenten<br />
coach heeft 160 uur op jaarbasis<br />
f<strong>in</strong>anciën: collegegeld,<br />
f<strong>in</strong>anciën: ontvangt per aanstaan<strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciën: geeft per Asl per jaar <strong>een</strong><br />
literatuurkosten<br />
leraar per jaar bedrag van Hos bedrag aan Bas<br />
werkruimte werkruimtes: ICT,<br />
on<strong>de</strong>rwijswerkplaats<br />
1<br />
OER = On<strong>de</strong>rwijs Examen Reglement<br />
2<br />
Betrokkenheidsfasen CBAM (Concerns Based Adoption Mo<strong>de</strong>l): ik-, taak-, an<strong>de</strong>r-, organisatiebetrokken (Fuller, 1970).<br />
207
Bijlagen<br />
Tabel A.2 Toelicht<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> werkwijze bij <strong>de</strong> stappen die wor<strong>de</strong>n doorlopen bij het maken van <strong>een</strong> POP.<br />
Stappen POP Toelicht<strong>in</strong>g werkwijze stappen persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan (POP)<br />
Stap 1: Oriëntatie In het selfassessment heeft <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aangegeven op welke leerlijnen en voor<br />
op selfassessment welke fasedoelen nog ontwikkel<strong>in</strong>gsmogelijkhe<strong>de</strong>n zijn. Deze vormen <strong>de</strong> basis voor het<br />
POP.<br />
Stap 2: Selectie Uit het aanbod van ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen selecteert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar enkele<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen. Meestal betreft het <strong>een</strong> comb<strong>in</strong>atie van vakgerichte en on<strong>de</strong>rwijskundig<br />
gerichte ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen.<br />
Stap 3: Leerdoelen Op basis van <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het document ‘Kwaliteitska<strong>de</strong>r <strong>de</strong>el II’ (Denters et al., 2001)<br />
formu<strong>leren</strong> en <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen beheers<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gslijn, formuleert <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar specifieke en concrete leerdoelen. Deze leerdoelen moeten voldoen aan <strong>de</strong><br />
zogenaam<strong>de</strong> SMART-criteria (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebon<strong>de</strong>n).<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar maakt bij <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g van het na te streven leerdoel <strong>een</strong><br />
on<strong>de</strong>rscheid naar kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>g.<br />
Stap 4: Toets<strong>in</strong>gs- De aanstaan<strong>de</strong> leraar geeft aan op welke wijze <strong>de</strong> door hem gekozen leerdoelen getoetst<br />
vorm kiezen kunnen wor<strong>de</strong>n.<br />
Stap 5: Leeractivi- Nadat <strong>de</strong> leerdoelen zijn geformuleerd, maakt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> overzicht van <strong>de</strong><br />
teiten kiezen concrete activiteiten die hij wil on<strong>de</strong>rnemen om <strong>de</strong>ze doelen te verwezenlijken.<br />
Stap 6:<br />
Om het eigen leerproces te bewaken, bepaalt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar vooraf enkele tussentijdse<br />
Tussentijdse meetpunten zodat hijzelf kan <strong>in</strong>schatten of <strong>de</strong> geselecteer<strong>de</strong> leeractiviteiten daadwerkelijk<br />
meetpunten gaan lei<strong>de</strong>n tot het gewenste resultaat. Deze meetpunten formuleert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong><br />
bepalen tussentijdse producten<br />
Stap 7: Tijdpad Zowel <strong>de</strong> leeractiviteiten als <strong>de</strong> tussentijdse producten wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>een</strong> tijdpad neergezet. Dit<br />
plannen tijdpad fungeert voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar als <strong>de</strong> perio<strong>de</strong>plann<strong>in</strong>g.<br />
Stap 8:<br />
Als laatste on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het POP maakt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar vooraf <strong>een</strong> zo concreet<br />
Begeleid<strong>in</strong>gsbe- mogelijke <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g die hij nodig heeft van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach. De<br />
hoefte formu<strong>leren</strong> <strong>in</strong>schatt<strong>in</strong>g betreft <strong>de</strong> hoeveelheid tijd en <strong>de</strong> aard van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g.<br />
Stap 9: Def<strong>in</strong>itief De beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bovenstaan<strong>de</strong> zes stappen vormt het <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve POP. Dit wordt<br />
voorstel <strong>in</strong>dienen <strong>in</strong>gediend <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste week van <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> bij zowel <strong>de</strong> mentor als <strong>de</strong> coach.<br />
Stap 10: Overleg Over <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve versie van het POP v<strong>in</strong>dt <strong>een</strong> gesprek plaats <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste week van <strong>de</strong><br />
coach–mentor perio<strong>de</strong>. Centraal tij<strong>de</strong>ns dit gesprek staan <strong>de</strong> SMART-criteria.<br />
Stap 11: Toets<strong>in</strong>gs- Na het gesprek maakt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itieve keuze voor <strong>de</strong> wijze van toets<strong>in</strong>g.<br />
wijze bepalen<br />
Tabel A.3 Ontwikkel<strong>in</strong>g van vijf aspecten <strong>in</strong> vijf niveaus van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het werken met POP’s.<br />
Niveaus <strong>in</strong> het werken met persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen (POP’s)<br />
Aspecten Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5<br />
Concern ik ik-taak taak an<strong>de</strong>r organisatie<br />
Complexiteit<br />
van taken<br />
we<strong>in</strong>ig complex meer complex complex<br />
Reflectie extern gericht<br />
gericht op eigen<br />
buiten zichzelf<br />
han<strong>de</strong>len<br />
taakgericht contextgericht i<strong>de</strong>eëngericht<br />
<strong>in</strong>ci<strong>de</strong>nteel systematisch vak- of<br />
taakgebon<strong>de</strong>n<br />
metareflectie<br />
m.b.v coachen wor<strong>de</strong>n<br />
alle vormen van<br />
<strong>in</strong>tegratie van<br />
doen, <strong>de</strong>nken, v<strong>in</strong><strong>de</strong>n en<br />
functioneren wor<strong>de</strong>n als<br />
doen, <strong>de</strong>nken,<br />
willen <strong>in</strong>gezet<br />
vanzelf <strong>in</strong>gezet<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n en willen<br />
Visie kennisnemen van visie en<br />
hanteren van concepten<br />
eigen visie als<br />
concepten<br />
en visie<br />
leidraad hanteren<br />
On<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g samen met <strong>de</strong> mentor on<strong>de</strong>r super- zelfstandig met hulp all<strong>een</strong> nog on<strong>de</strong>rsteu- volledig<br />
visie van <strong>de</strong> van <strong>de</strong> mentor n<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> zone van zelfstandig<br />
mentor<br />
naaste ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
208
Bijlage B (Interviewgui<strong>de</strong>)<br />
Tabel B.1 Interviewgui<strong>de</strong> en topics van eerste en twee<strong>de</strong> 1 <strong>in</strong>terview.<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Nr. Interviewvraag (F) = Feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g 1 Topic<br />
1. Wat is <strong>een</strong> krachtige wplo 2 voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar?<br />
Wat zijn <strong>de</strong> kenmerken van <strong>een</strong> krachtige wplo voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar?<br />
2. Aan welke voorwaar<strong>de</strong>n moet <strong>een</strong> partnerschool/hogeschool voldoen, wil het <strong>een</strong> krachtige wplo bie<strong>de</strong>n<br />
voor aanstaan<strong>de</strong> leraren?<br />
(F) Aan welke voorwaar<strong>de</strong>n heeft <strong>de</strong> partnerschool/hogeschool voldaan?<br />
3.<br />
Vragen all<strong>een</strong> bestemd voor directeur hogeschool en bovenschools manager.<br />
(F) Welke argumenten (criteria, kenmerken, condities) speel<strong>de</strong>n <strong>een</strong> rol bij <strong>de</strong> keuze van <strong>de</strong><br />
partnerschool?<br />
(F) Welke argumenten (criteria, kenmerken, condities) gaven <strong>de</strong> doorslag?<br />
(F) In hoeverre voldoet <strong>de</strong> gekozen partnerschool aan <strong>de</strong>ze kenmerken van <strong>de</strong> krachtige wplo?<br />
Gel<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> keuze van <strong>de</strong> nieuwe partnerschool nog <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> eerstgenoem<strong>de</strong> argumenten?<br />
Ja/nee: kun je dit toelichten?<br />
Welke argumenten zullen nu <strong>de</strong> doorslag geven bij <strong>de</strong> keuze van <strong>de</strong> nieuwe partnerschool?<br />
4. Welke kennis, houd<strong>in</strong>g en vaardighe<strong>de</strong>n heeft <strong>een</strong> coach/mentor nodig om (mentoren en) aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren te begelei<strong>de</strong>n?<br />
5. (F) Welke kennis, houd<strong>in</strong>g en vaardighe<strong>de</strong>n bezit jij reeds als coach/mentor om (mentoren en)<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren te begelei<strong>de</strong>n?<br />
(F) Welke kennis, houd<strong>in</strong>g en vaardighe<strong>de</strong>n bezit jij reeds als aanstaan<strong>de</strong> leraar om leerl<strong>in</strong>gen te<br />
begelei<strong>de</strong>n?<br />
6. Waaraan moeten aanstaan<strong>de</strong> leraren aan het e<strong>in</strong>d van het leerwerktraject voldoen?<br />
7. Over welke kennis, houd<strong>in</strong>g en vaardighe<strong>de</strong>n moeten aanstaan<strong>de</strong> leraren (zij-<strong>in</strong>stromers en doorstromers)<br />
reeds beschikken om b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> daarvoor beschikbare tijd (twee resp. an<strong>de</strong>rhalf jaar)<br />
aan <strong>de</strong> eisen voor <strong>een</strong> startbekwaam leraar te voldoen?<br />
8. Welke rol en taken heeft <strong>de</strong> hogeschool/partnerschool (directie, teamle<strong>de</strong>n)/het schoolbestuur/<br />
<strong>de</strong> bovenschools manager/coach/ mentor/aanstaan<strong>de</strong> leraar?<br />
(F) Aan welke rol en taken heeft <strong>de</strong> hogeschool/partnerschool (directie, teamle<strong>de</strong>n)/het schoolbestuur/<br />
<strong>de</strong> bovenschools manager/coach/ mentor/aanstaan<strong>de</strong> leraar voldaan?<br />
9. Welke faciliteiten (zoals tijd, f<strong>in</strong>anciën) zijn nodig voor <strong>de</strong> coach/mentor/aanstaan<strong>de</strong> leraar?<br />
(F)Aan welke faciliteiten (tijd en f<strong>in</strong>anciën) heeft <strong>de</strong> coach/mentor/aanstaan<strong>de</strong> leraar voldaan?<br />
9.<br />
Wat is je visie op het <strong>leren</strong> van (aanstaan<strong>de</strong>) leraren? (verhoud<strong>in</strong>g theorie - praktijk)<br />
10. Wat is je visie op het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> van (aanstaan<strong>de</strong>) leraren?<br />
<strong>de</strong>f<strong>in</strong>iër<strong>in</strong>g<br />
krachtige wplo 2<br />
eigenschappen<br />
voor <strong>een</strong> krachtige<br />
wplo<br />
keuze partnerschool<br />
benodig<strong>de</strong> kennis,<br />
vaardighe<strong>de</strong>n en<br />
houd<strong>in</strong>g<br />
rollen en taken<br />
faciliteiten<br />
1<br />
In het twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview is bij elke vraag <strong>de</strong> aanvullen<strong>de</strong> vraag gesteld: “Is je men<strong>in</strong>g van toen, nu nog hetzelf<strong>de</strong>? Ja/nee: kun je<br />
dit toelichten?”<br />
2<br />
wplo = werkplekleeromgev<strong>in</strong>g: <strong>een</strong> door basisschool en hogeschool <strong>in</strong>gerichte leer- en werkomgev<strong>in</strong>g waarb<strong>in</strong>nen aanstaan<strong>de</strong><br />
leraren <strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n vereist vanuit <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen kunnen verwerven <strong>in</strong> <strong>een</strong> wisselwerk<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en<br />
werken<br />
visie<br />
209
Bijlagen<br />
Bijlage C (Frequentieoverzicht case 1)<br />
Tabel C.1 Overzicht, <strong>in</strong> componentvolgor<strong>de</strong>, per kenmerk en element van het aantal per actorgroep aangetroffen<br />
uitspraken uit het eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview.<br />
Component Actorgroep<br />
Kenmerk Basisschool(n=8) Aanstaan<strong>de</strong> leraren(n=2) <strong>Hogeschool</strong>(n=2)<br />
Element I1 I2 I1 I2 I1 I2 Totaal<br />
On<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
Balans theorie en praktijk 9 9 3 2 4 4 31<br />
balans praktijk theorie 9 9 3 2 2 2 27<br />
competenties 0 0 0 0 1 1 2<br />
constructivisme 0 0 0 0 1 1 2<br />
Doorgaan<strong>de</strong> lijn 44 54 11 15 9 13 146<br />
aanbod van houd<strong>in</strong>gen 1 2 0 0 1 2 6<br />
aanbod van kennis 24 29 5 6 3 4 71<br />
aanbod van vaardighe<strong>de</strong>n 7 6 1 1 0 1 16<br />
cont<strong>in</strong>uïteit 0 0 2 4 0 0 6<br />
flexibel curriculum 0 0 0 0 1 2 3<br />
overzicht curriculum 8 11 3 4 2 2 30<br />
overzicht ontwikkel<strong>in</strong>g 4 6 0 0 2 2 14<br />
Leerklimaat<br />
Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g 62 82 20 27 40 50 281<br />
betrokkenheid 11 14 6 6 4 3 44<br />
fouten mogen 4 5 0 0 5 7 21<br />
hulp van coach 2 3 0 0 1 2 8<br />
hulp van hogeschoolteam 3 5 0 2 2 3 15<br />
hulp van directie 4 5 2 2 0 0 13<br />
hulp van mentor 4 4 1 2 2 2 15<br />
hulp van team 10 13 2 3 5 6 39<br />
rolmo<strong>de</strong>l 9 11 0 1 5 7 33<br />
ruimte om te <strong>leren</strong> 10 15 4 5 8 11 53<br />
uitnodigend 5 7 5 6 8 9 40<br />
Emotioneel veilig 42 58 9 14 4 9 136<br />
acceptatie team 11 13 1 2 2 3 32<br />
competentiegevoel 5 7 0 0 2 6 20<br />
relatie 13 21 6 8 0 0 48<br />
relatie directie 1 1 1 3 0 0 6<br />
sfeer 12 16 1 1 0 0 30<br />
Professionaliteit<br />
Professionaliser<strong>in</strong>g 37 54 17 27 17 24 176<br />
coach<strong>in</strong>g mentor door coach 15 20 1 1 5 5 47<br />
coach<strong>in</strong>g mentor door directie 4 5 0 0 1 1 11<br />
collegiale coach<strong>in</strong>g 3 4 0 0 0 0 7<br />
competentiegericht IPB 1 2 2 0 2 4 4 14<br />
<strong>in</strong>teractie collega‘s 3 7 4 5 0 0 19<br />
<strong>in</strong>teractie externen 0 0 3 4 1 2 10<br />
<strong>in</strong>teractie met directie 0 0 3 4 0 0 7<br />
on<strong>de</strong>rl. on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g 4 7 0 0 1 2 14<br />
schol<strong>in</strong>g mentor 2 3 3 4 3 8 23<br />
schol<strong>in</strong>g team 0 0 3 4 0 0 7<br />
willen <strong>leren</strong> mentor 4 6 0 3 2 2 17<br />
210
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Component Actorgroep<br />
Kenmerk Basisschool(n=8) Aanstaan<strong>de</strong> leraren(n=2) <strong>Hogeschool</strong>(n=2)<br />
Element I1 I2 I1 I2 I1 I2 Totaal<br />
Zelfstur<strong>in</strong>g 8 10 0 1 8 9 36<br />
overgang naar zelfsturend 8 10 0 1 8 9 36<br />
Leren<strong>de</strong> organisatie 8 12 3 3 0 1 27<br />
ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert 6 8 0 0 0 1 15<br />
vernieuw<strong>in</strong>g 2 4 3 3 0 0 12<br />
Condities<br />
Faciliter<strong>in</strong>g 22 24 6 4 11 15 82<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door directie 0 0 0 0 2 4 6<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door hogeschool 1 1 0 0 0 0 2<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door overheid 0 0 0 0 1 1 2<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door bestuur 2 4 0 0 2 2 10<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door manager 0 1 0 0 0 0 1<br />
g<strong>een</strong> taken bestuur 3 1 1 0 0 0 5<br />
g<strong>een</strong> taken manager 2 1 1 0 0 0 4<br />
houd<strong>in</strong>g bestuur 3 3 1 1 1 1 10<br />
houd<strong>in</strong>g manager 2 2 0 0 1 1 6<br />
prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie 0 2 1 1 0 2 6<br />
selecteren van basisschool 1 1 0 0 2 2 6<br />
zicht hou<strong>de</strong>n bestuur 3 3 1 1 1 1 10<br />
zicht hou<strong>de</strong>n manager 5 5 1 1 1 1 14<br />
Gebruik van ICT 2 3 0 0 3 6 14<br />
ICT communicatie 0 0 0 0 1 2 3<br />
ICT <strong>in</strong>ternet 2 3 0 0 1 2 8<br />
ICT simulatie 0 0 0 0 1 2 3<br />
Up-to-date mid<strong>de</strong>len 7 25 0 0 6 11 49<br />
Mid<strong>de</strong>len 4 7 0 0 1 2 14<br />
on<strong>de</strong>rwijswerkplaats 1 5 0 0 3 5 14<br />
studieruimte 2 13 0 0 2 4 21<br />
Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken 19 25 2 7 5 6 64<br />
afspraken asl-hos 3 1 1 0 0 0 0 2<br />
afspraken asl-bas 3 2 2 0 0 1 1 6<br />
afspraken bas-hos 3 5 0 0 0 0 8<br />
communicatie asl-hos 0 0 0 2 0 0 2<br />
communicatie asl-bas 0 0 0 0 1 1 2<br />
communicatie asl-bas-hos 9 11 2 4 2 3 31<br />
communicatie hos 1 3 0 0 1 1 6<br />
communicatie bas-hos 3 3 0 1 0 0 7<br />
Personele mid<strong>de</strong>len 36 64 4 8 11 22 145<br />
beschikbare tijd coach 10 28 2 4 3 5 52<br />
beschikbare tijd mentor 26 36 2 4 4 13 85<br />
<strong>in</strong>zet personeel 0 0 0 0 4 4 8<br />
Begeleid<strong>in</strong>g<br />
Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 129 169 35 63 41 58 495<br />
aanvoelen 11 12 3 4 2 2 34<br />
adviseren 6 6 0 1 3 2 18<br />
begelei<strong>de</strong>n van POP‘s 4 0 2 0 4 1 4 11<br />
bewaken proces 8 10 3 4 3 3 31<br />
coach<strong>in</strong>g door coach 10 15 4 5 2 2 38<br />
coach<strong>in</strong>g door directie 2 3 1 1 0 0 7<br />
corrigeren 0 0 1 2 3 4 10<br />
gesprek 14 19 2 2 6 9 52<br />
211
Bijlagen<br />
Component Actorgroep<br />
Kenmerk Basisschool(n=8) Aanstaan<strong>de</strong> leraren(n=2) <strong>Hogeschool</strong>(n=2)<br />
Element I1 I2 I1 I2 I1 I2 Totaal<br />
klassenmanagement 4 4 0 1 0 0 9<br />
luisteren 4 4 0 0 0 0 8<br />
mentor<strong>in</strong>g 25 28 9 14 4 7 87<br />
omgang met leerl<strong>in</strong>g(en) 9 11 1 2 1 1 25<br />
on<strong>de</strong>rwijsleerproces 7 7 1 2 1 1 19<br />
samenvatten 1 1 0 1 0 0 3<br />
structureren 3 8 2 5 3 4 25<br />
sturen 6 10 5 10 5 5 41<br />
terugkoppelen 17 23 3 5 0 3 51<br />
vragen stellen 2 6 0 0 7 11 26<br />
Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften 34 36 9 11 4 4 98<br />
afstemm<strong>in</strong>g op betrokkenheid 9 11 1 1 3 3 28<br />
afstemm<strong>in</strong>g op ervar<strong>in</strong>g 9 9 4 5 0 0 27<br />
afstemm<strong>in</strong>g op kennis 10 10 4 5 0 0 29<br />
afstemm<strong>in</strong>g op leerstijl 6 6 0 0 1 1 14<br />
Kenmerken<strong>de</strong> situaties 14 20 2 2 0 1 39<br />
<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> context bas 9 12 1 1 0 0 23<br />
niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken 5 8 1 1 0 1 16<br />
Zorgen voor ownership 1 1 0 0 0 0 2<br />
zorgen voor ownership 1 1 0 0 0 0 2<br />
Kwaliteitszorg<br />
Zelfevaluatie 7 9 1 1 6 8 32<br />
reflectie op ervar<strong>in</strong>gen 7 9 1 1 6 8 32<br />
Procesmanagement 4 5 7 10 2 2 30<br />
<strong>in</strong>take-assessment 1 1 2 4 0 0 8<br />
systematisch volgen ontwikkel<strong>in</strong>g 1 1 2 3 2 2 11<br />
voortgangsassessments 2 3 3 3 0 0 11<br />
Startbekwaamheidseisen<br />
Bekwaamheidseisen 15 17 5 5 5 5 52<br />
doorgroeicompetentie 3 3 0 0 1 1 8<br />
functioneren <strong>in</strong> klas 7 8 2 2 1 1 21<br />
functioneren <strong>in</strong> school 4 4 2 2 1 1 14<br />
doelgerichtheid 1 1 0 0 2 2 6<br />
visieontwikkel<strong>in</strong>g 0 1 1 1 0 0 3<br />
Totaal generaal 500 677 134 200 176 248 1935<br />
212
Bijlagen<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
overzicht<br />
curriculum<br />
214<br />
coach heeft zicht op<br />
(<strong>in</strong>houd van)<br />
opleid<strong>in</strong>g<br />
coach benut<br />
effectieve<br />
leerstrategieën bij Asl<br />
i<strong>de</strong>m (f+, f?) coach heeft<br />
zicht op<br />
leerwerktraject<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
coach heeft<br />
totaal opleid<strong>in</strong>gsoverzicht<br />
coach kent alle<br />
competenties<br />
(f-, f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f?) coach kent<br />
hogeschoolconcept<br />
en<br />
overzicht coach heeft zicht op i<strong>de</strong>m (f?) coach heeft<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g ontwikkel<strong>in</strong>g van Asl<br />
<strong>in</strong>zicht <strong>in</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
en leerproces<br />
van Asl<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
werkt ermee<br />
mentor heeft<br />
totaal opleid<strong>in</strong>gsoverzicht<br />
i<strong>de</strong>m (f?, f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3<br />
I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
4<br />
team = team van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong>clusief mentoren<br />
Tabel D.3 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> vijf elementen van het kenmerk ‘emotioneel veilig’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
acceptatie<br />
team 4 team staat volledig achter het PDS- i<strong>de</strong>m Asl wordt i<strong>de</strong>m (f+) team ziet Asl als teamlid, i<strong>de</strong>m<br />
Bas project, <strong>de</strong> Asl is welkom, wordt (f+) beschouwd als<br />
heeft <strong>een</strong> postbakje, staat (f+)<br />
opgenomen als teamlid<br />
collega, wordt<br />
geaccepteerd<br />
ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> schoolkrant (f+)<br />
competentie- mentor kan aanstaan<strong>de</strong> leraar i<strong>de</strong>m<br />
mentor straalt<br />
gevoel<br />
relatie<br />
directie<br />
zelfvertrouwen geven<br />
(f+)<br />
vertrouwen uit<br />
(f+)<br />
relatie mentor en Asl spreken elkaar aan<br />
op professionaliteit maar ook op<br />
meeleven, op meegevoel, er is <strong>een</strong><br />
goed contact, ie<strong>de</strong>r heeft over en<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
mentor weet hoe Asl i<strong>de</strong>m (f+)<br />
<strong>in</strong> elkaar zit<br />
weer vertrouwen <strong>in</strong> elkaar (f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+,f-)<br />
sfeer Asl durft feedback aan Bas en Hos i<strong>de</strong>m <strong>een</strong> ontspannen sfeer i<strong>de</strong>m (f+)<br />
te geven, er is openheid naar elkaar (f+) b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> klas,<br />
toe, samen kunnen lachen (humor), gezelligheid, Asl<br />
ontspannen sfeer, mentor brengt gaat met plezier naar<br />
plezier <strong>in</strong> het vak over (f+)<br />
Bas (f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3<br />
I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
4<br />
team = team van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong>clusief mentoren
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel D.4 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> 10 elementen van het kenmerk ‘uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
betrokken- hele team staat achter PDS, i<strong>de</strong>m (f+) team staat open voor i<strong>de</strong>m (f+) team ziet Asl als teamlid, i<strong>de</strong>m (f+)<br />
heid staat er open voor, is<br />
PDS<br />
Asl kan door school<br />
enthousiast en gemotiveerd<br />
‘shoppen’, 80% team is<br />
voor PDS,<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
actief betrokken bij Asl,<br />
werkplek<strong>leren</strong> is op <strong>een</strong> school<br />
ook hogeschoolteam is op i<strong>de</strong>m (f+)<br />
en niet op of <strong>in</strong> één klas<br />
<strong>de</strong> hoogte van PDS<br />
fouten mogen Asl mag gerust <strong>een</strong> keer falen, i<strong>de</strong>m (f+)<br />
fouten maken mag: daar i<strong>de</strong>m (f+)<br />
liever fouten maken dan niet<br />
proberen, mentor stelt zichzelf<br />
ook kwetsbaar op (f+)<br />
(f?)<br />
leert Asl ook veel van<br />
stimuler<strong>in</strong>g stimuleert en motiveert Asl i<strong>de</strong>m<br />
stimuleert<br />
door coach om <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n van (vak)concept (f?f+)<br />
Asl door<br />
uit te proberen<br />
voorbeeld-<br />
POP (f+)<br />
stimuler<strong>in</strong>g (vak)docenten stimu<strong>leren</strong> en i<strong>de</strong>m (f+) (vak)docenten i<strong>de</strong>m (f-) vakdocenten stimu<strong>leren</strong> i<strong>de</strong>m (f+)<br />
door team motiveren Asl om <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n<br />
bena<strong>de</strong>ren Asl<br />
vakconcept door expertise<br />
Hos van (vak)concept uit te<br />
positief<br />
beschikbaar te stellen: bij<br />
proberen<br />
i<strong>de</strong>m (f+) start POP en vraaggericht<br />
stimuler<strong>in</strong>g stimuleert Asl door <strong>de</strong>ze te i<strong>de</strong>m (f+) stimuleert Asl om i<strong>de</strong>m (f+) directie heeft stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+)<br />
door direc- on<strong>de</strong>rsteunen<br />
activiteiten te<br />
functie<br />
teur<br />
on<strong>de</strong>rnemen<br />
stimuler<strong>in</strong>g mentor kan enthousiasmeren i<strong>de</strong>m (f+) Asl kan makkelijk i<strong>de</strong>m mentor stimuleert Asl om i<strong>de</strong>m (f+)<br />
door mentor Asl kan ‘aankloppen’ met zijn <strong>de</strong> mentor bevragen, (f+, f-) op on<strong>de</strong>rzoek uit te gaan<br />
problemen<br />
één mentor stimuleert<br />
<strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re<br />
mate<br />
stimuler<strong>in</strong>g <strong>de</strong>uren staan letterlijk en i<strong>de</strong>m (f+) Asl kan makkelijk i<strong>de</strong>m (f+) team stimuleert Asl om op i<strong>de</strong>m (f+)<br />
door team figuurlijk open <strong>in</strong> Bas<br />
an<strong>de</strong>ren bevragen,<br />
on<strong>de</strong>rzoek uit te gaan<br />
van Bas<br />
elkaars klassen<br />
wor<strong>de</strong>n bezocht<br />
rolmo<strong>de</strong>l mentor en team hebben i<strong>de</strong>m (f+) teamle<strong>de</strong>n en mentor zijn i<strong>de</strong>m (f+)<br />
mo<strong>de</strong>lfunctie zoals<br />
mo<strong>de</strong>l van samen meer<br />
zelfvertrouwen, on<strong>de</strong>rwijsvisie<br />
hebben, klas kunnen managen<br />
leraar wor<strong>de</strong>n<br />
ruimte om te er is veel gelegenheid voor <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+) team geeft <strong>de</strong> Asl <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+) Asl kan eigen opdrachten i<strong>de</strong>m (f+)<br />
<strong>leren</strong> Asl om te <strong>leren</strong><br />
vrijheid om zich te<br />
formu<strong>leren</strong>, experimenteren<br />
mentor durft <strong>de</strong> Asl ruimte te i<strong>de</strong>m (f+) kunnen ontwikkelen<br />
Asl krijgt kansen gebo<strong>de</strong>n i<strong>de</strong>m (f+)<br />
geven <strong>in</strong> zijn klas om te <strong>leren</strong> team geeft Asl <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+) om te <strong>leren</strong><br />
Asl heeft kans <strong>in</strong> meer i<strong>de</strong>m (f+) ruimte om te<br />
groepen te <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> han<strong>de</strong>len<br />
uitnodigend <strong>een</strong> omgev<strong>in</strong>g waar Asl wordt i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) <strong>een</strong> werkplek waar Asl i<strong>de</strong>m (f+)<br />
uitgedaagd te <strong>leren</strong> (f+)<br />
uitgedaagd wordt om goed<br />
hele team moet <strong>een</strong> uitdagen<strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+)<br />
om zich h<strong>een</strong> te kijken en<br />
leeromgev<strong>in</strong>g bie<strong>de</strong>n<br />
om d<strong>in</strong>gen op te pakken<br />
coach daagt Asl en mentoren i<strong>de</strong>m (f+)<br />
(f+)<br />
uit te reflecteren<br />
(f?)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
215
Bijlagen<br />
Tabel D.5 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> twee elementen van het kenmerk ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leertg<strong>een</strong> ‘eilandjesgebeuren’ <strong>in</strong> <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+) activiteiten van elkaar bekijken en i<strong>de</strong>m (f+)<br />
school, er is sprake van <strong>leren</strong> van<br />
hierop reflecteren, er moet <strong>een</strong><br />
elkaar, gezamenlijk <strong>leren</strong>, team-<br />
match zijn tussen <strong>de</strong> persoonlijke<br />
en persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>g,<br />
doelen van <strong>de</strong> Asl <strong>de</strong> doelen van <strong>de</strong><br />
i<strong>de</strong>eën van Asl wor<strong>de</strong>n<br />
uitgeprobeerd<br />
coach en <strong>de</strong> doelen van <strong>de</strong> Bas<br />
vernieuw<strong>in</strong>g Bas heeft schoolconcept van 21 e<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Hos on<strong>de</strong>rsteunt Bas <strong>in</strong><br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
eeuw, adaptief on<strong>de</strong>rwijs v<strong>in</strong>dt<br />
schoolontwikkel<strong>in</strong>g<br />
plaats (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
team is op zoek naar schoolvernieu- i<strong>de</strong>m (f+)<br />
coach is op <strong>de</strong> hoogte van recente mentor<br />
w<strong>in</strong>g en werkt aan eigen school-<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs enthousiasmeert<br />
PDS <strong>in</strong> en buiten<br />
<strong>de</strong> school<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g (f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
Tabel D.6 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1)<br />
en twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> 11 elementen van het kenmerk ‘professionaliser<strong>in</strong>g’.<br />
Bas (n=8)<br />
Actorgroep2<br />
Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
coach<strong>in</strong>g<br />
mentor door<br />
directie<br />
coach<strong>in</strong>g<br />
mentor door<br />
coach<br />
collegiale<br />
coach<strong>in</strong>g<br />
competentiegericht<br />
IPB<br />
<strong>in</strong>teractie<br />
collega’s<br />
<strong>in</strong>teractie<br />
externen<br />
216<br />
sluit vragen van mentoren kort met<br />
coach, directie of ‘ervaren mentor’<br />
coörd<strong>in</strong>eert PDS-traject op Bas, is<br />
vraagbaak voor Asl en mentoren<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g en begeleid<strong>in</strong>g op<br />
aanvraag, geeft aan wat van<br />
mentoren wordt verwacht<br />
maatjeswerk en reflecteren <strong>in</strong> <strong>een</strong><br />
<strong>in</strong>tervisiegroep (f+)<br />
directie heeft weet van IPB, er is<br />
<strong>een</strong> stevig on<strong>de</strong>rbouwd<br />
personeelsbeleid<br />
kweekvijver: afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n<br />
b<strong>in</strong>nen bestuur hou<strong>de</strong>n<br />
Asl communiceert<br />
i<strong>de</strong>m (f+) ‘ervaren mentor’ begeleidt<br />
me<strong>de</strong> <strong>de</strong> Asl bij <strong>de</strong> opzet van<br />
<strong>de</strong> POP’s en <strong>de</strong><br />
i<strong>de</strong>m (f+) begeleid<strong>in</strong>g i<strong>de</strong>m<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
van mentor<br />
m.n. hoe <strong>de</strong>ze<br />
<strong>de</strong> Asl moet<br />
begelei<strong>de</strong>n<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+, f-)<br />
functiedifferenti<br />
atie toepassen,<br />
match van<br />
organisatie- én<br />
persoonlijke<br />
belangen<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f+, f?)<br />
Asl communiceert ook met ou<strong>de</strong>rs i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Asl wordt<br />
getipt op<br />
vacatures<br />
b<strong>in</strong>nen het<br />
bestuur te<br />
reageren<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f-)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
toetsvoorbereid<strong>in</strong>g<br />
coach is ‘coach<strong>in</strong>gs- i<strong>de</strong>m<br />
<strong>in</strong>telligent’: hanteert op juiste (f+)<br />
moment <strong>de</strong> juiste aanpak, zet<br />
zich op flexibele wijze <strong>in</strong><br />
directie houdt<br />
functioner<strong>in</strong>gsgesprekken<br />
met Asl<br />
bestuur ziet belang van PDSproject<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> sticht<strong>in</strong>g of<br />
school <strong>in</strong> het ka<strong>de</strong>r van IPB<br />
en kwaliteit van het<br />
on<strong>de</strong>rwijs<br />
toekomstige leraren aan hen<br />
b<strong>in</strong><strong>de</strong>n door <strong>een</strong> baangarantie<br />
twee aanstaan<strong>de</strong> leraren op<br />
één basisschool stimuleert<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge <strong>in</strong>teractie<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Bas (n=8)<br />
Actorgroep2<br />
Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
<strong>in</strong>teractie<br />
directie<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g<br />
schol<strong>in</strong>g<br />
mentor<br />
directie heeft over PDS-traject <strong>een</strong><br />
<strong>in</strong>formeren<strong>de</strong> rol naar team en<br />
bestuur toe<br />
Hos is <strong>in</strong> staat mentoren te scholen<br />
alle mentoren krijgen gespreks-<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
tra<strong>in</strong><strong>in</strong>g en <strong>in</strong>tervisie<br />
schol<strong>in</strong>g team5 schol<strong>in</strong>g van alle teamle<strong>de</strong>n is<br />
wenselijk<br />
(f-)<br />
willen <strong>leren</strong> staat open voor hetg<strong>een</strong> Asl b<strong>in</strong>nen i<strong>de</strong>m (f+, f?) staat open voor d<strong>in</strong>gen te<br />
mentor brengt, toont bereidheid om te<br />
<strong>leren</strong>, kan ook feedback ontvangen<br />
<strong>leren</strong> van <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r<br />
1 wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2 Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
Tabel D.7 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over het element ‘overgang naar zelfsturend <strong>leren</strong>’ van het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
overgang mentor laat groep op <strong>een</strong> i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Asl kan gelei<strong>de</strong>lijk aan i<strong>de</strong>m<br />
naar gegeven moment over aan Asl<br />
steeds betere leervragen<br />
zelfsturend mentor en coach geven Asl i<strong>de</strong>m (f+)<br />
stellen en <strong>de</strong> aanpak<br />
<strong>leren</strong> eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
hiervan bepalen<br />
mentor on<strong>de</strong>rsteunt <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Asl leert eigen <strong>leren</strong> te i<strong>de</strong>m<br />
gelei<strong>de</strong>lijke zelfstur<strong>in</strong>g van Asl Asl stuurt eigen leerproces,<br />
reken<strong>in</strong>g hou<strong>de</strong>nd met wat <strong>de</strong><br />
organisatie van hem vraagt (f-)<br />
sturen<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
4 wplo = werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
5 team = team van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong>clusief mentoren<br />
Tabel D.8 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1)<br />
en twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> 13 elementen van het kenmerk ‘faciliter<strong>in</strong>g’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
directie<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
Hos<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door<br />
overheid<br />
Asl kan vergoed<strong>in</strong>g krijgen<br />
van Bas<br />
voor <strong>de</strong> coach wordt tijd<br />
vrijgemaakt, Hos bekijkt<br />
wat te doen om Bas goed<br />
toe te rusten<br />
Hos geeft f<strong>in</strong>anciële<br />
bijdrage aan Hos voor<br />
me<strong>de</strong> oplei<strong>de</strong>n van Asl<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
mentoren tijd<br />
geven om taken<br />
uit te voeren<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
Bas met<br />
gesloten beurs<br />
faciliteren ,<br />
professionaliseren<br />
van<br />
mentoren (f-)<br />
217
Bijlagen<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
bestuur<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
manager<br />
218<br />
bestuur stippelt beleid uit<br />
en on<strong>de</strong>rsteunen dat ook<br />
f<strong>in</strong>ancieel<br />
zorgt dat PDS-geld op <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> school komt<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
coach zou <strong>in</strong> dienst van<br />
bestuur kunnen werken<br />
manager stippelt beleid uit i<strong>de</strong>m (f-)<br />
en on<strong>de</strong>rsteunen dat ook<br />
f<strong>in</strong>ancieel<br />
zorgt dat PDS-geld op <strong>de</strong><br />
betreffen<strong>de</strong> school komt<br />
taken bestuur er zijn g<strong>een</strong> taken nodig<br />
i<strong>de</strong>m (f-)<br />
i<strong>de</strong>m g<strong>een</strong> taken i<strong>de</strong>m<br />
taken manager er zijn g<strong>een</strong> taken nodig i<strong>de</strong>m g<strong>een</strong> taken i<strong>de</strong>m<br />
houd<strong>in</strong>g bestuur toont <strong>in</strong>teresse <strong>in</strong> PDS- i<strong>de</strong>m (f+)<br />
traject, voert aantrekkelijk mee<strong>de</strong>nken hoe Bas<br />
PDS-beleid om Asl <strong>in</strong> Bas het best kan<br />
op te nemen<br />
functioneren (f+, f-)<br />
Bas aanmoedigen zich te<br />
profi<strong>leren</strong> tot partnerschool<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
houd<strong>in</strong>g manager toont <strong>in</strong>teresse <strong>in</strong> PDStraject,<br />
voert aantrekkelijk<br />
PDS-beleid om Asl <strong>in</strong> Bas<br />
op te nemen<br />
Bas aanmoedigen zich te<br />
prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong><br />
door directie<br />
selecteren van<br />
Bas<br />
zicht hou<strong>de</strong>n<br />
bestuur<br />
zicht hou<strong>de</strong>n<br />
manager<br />
profi<strong>leren</strong> tot partnerschool<br />
Asl kan drie dagen werken<br />
aan POP’s<br />
Hos heeft weet van <strong>de</strong><br />
kwaliteiten van Bas <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
regio, kijkt kritisch welke<br />
Bas geschikt is als<br />
partnerschool<br />
op PDS zicht hou<strong>de</strong>n als<br />
mogelijkheid voor goed<br />
gekwalificeerd personeel<br />
PDS-traject volgen<br />
op PDS zicht hou<strong>de</strong>n als<br />
mogelijkheid voor goed<br />
gekwalificeerd personeel<br />
PDS-traject volgen<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
mee<strong>de</strong>nken hoe Bas<br />
het best kan<br />
functioneren (f+, f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) prioriteert<br />
werken aan<br />
POP i.p.v.<br />
<strong>in</strong>vallen<br />
i<strong>de</strong>m (f+) Hos selecteert<br />
<strong>een</strong> Bas voor<br />
i<strong>de</strong>m (f+) Asl<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+, f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+, f-)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
zicht hou<strong>de</strong>n op i<strong>de</strong>m<br />
functioneren (f+)<br />
van Asl voor<br />
mogelijke baan<br />
zicht hou<strong>de</strong>n op i<strong>de</strong>m<br />
functioneren<br />
van Asl voor<br />
mogelijke baan<br />
ziet belang van<br />
PDS <strong>in</strong> en<br />
on<strong>de</strong>rschrijft het,<br />
moet enthousiast<br />
zijn, voelt zich<br />
me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk<br />
voor<br />
oplei<strong>de</strong>n<br />
ziet belang van<br />
PDS <strong>in</strong> en<br />
on<strong>de</strong>rschrift het<br />
moet enthousiast<br />
zijn<br />
Hos heeft criteria<br />
voor selecteren<br />
van<br />
partnerscholen<br />
<strong>in</strong> ka<strong>de</strong>r van<br />
IPB mentoren<br />
ook willen<br />
faciliteren (f-)<br />
<strong>in</strong> ka<strong>de</strong>r van<br />
IPB mentoren<br />
ook willen<br />
faciliteren (f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
bestuur heeft i<strong>de</strong>m (f+)<br />
zicht op het<br />
functioneren van<br />
Asl op Bas<br />
1 wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2 Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel D.9 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste<br />
(I1) en twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> drie elementen van het kenmerk ‘gebruik van ICT’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
ICT communicatie e-mailcontact Asl, mentor en i<strong>de</strong>m (f+) coach beschikt over laptop, i<strong>de</strong>m<br />
coach<br />
ICT <strong>in</strong>ternet<br />
ICT simulatie<br />
werkt met digitaal portfolio<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
Tabel D.10 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> drie elementen van het kenmerk ‘personele mid<strong>de</strong>len’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
beschikbare bereid om er energie en tijd <strong>in</strong> i<strong>de</strong>m (f+) neemt tijd i<strong>de</strong>m (f+)<br />
tijd coach te stoppen (f+)<br />
voor Asl<br />
beschikbare<br />
tijd mentor<br />
<strong>in</strong>zet<br />
personeel<br />
te allen tij<strong>de</strong> is service op te<br />
vragen door Asl en Bas<br />
i<strong>de</strong>m (f+, f-) 1 x per mnd<br />
contact met<br />
Asl<br />
i<strong>de</strong>m (f-) 40 m<strong>in</strong>. p/w 1 uur 15 m<strong>in</strong>. p/w<br />
(f+)<br />
1 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+, f-, f?) 1 uur p/w (f-)30m<strong>in</strong>.p/w 1 uur 15 m<strong>in</strong>. p/w i<strong>de</strong>m (f+, f?)<br />
2 uur p/w i<strong>de</strong>m(f+, f-, f?)<br />
3 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+, f-, f?) 3 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+,f-)<br />
4 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+, f-)<br />
bereid (<strong>in</strong>cl. team) om er ener- i<strong>de</strong>m (f+) maakt tijd i<strong>de</strong>m (f+) neemt <strong>de</strong> tijd<br />
gie en tijd <strong>in</strong> te stoppen (f+) tijd tekort (f-) vrij voor Asl<br />
voor Asl<br />
1½ uur p/w i<strong>de</strong>m (f+) nulurenoptie i<strong>de</strong>m (f+, f?)<br />
2 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+) stelt tijd<br />
beschikbaar (f+)<br />
3 uur p/w 4 uur p/w (f+)<br />
4 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+)<br />
5 uur p/w i<strong>de</strong>m (f?) 5 uur p/w i<strong>de</strong>m (f+)<br />
4 uur p/w (f?)<br />
2 uur p/w (f+)<br />
niet elke coach kan wor<strong>de</strong>n i<strong>de</strong>m (f+, f?)<br />
<strong>in</strong>gezet voor PDS-traject, niet mentor moet<br />
elke docent is geschikt voor <strong>de</strong> zichzelf ontwik-<br />
functie van coach (f?)<br />
niet elke leraar is geschikt<br />
voor <strong>de</strong> functie van mentor<br />
keld hebben (f-)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) Hos<br />
heeft <strong>de</strong>skundige<br />
coaches (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) team is<br />
gewend regelmatig<br />
<strong>de</strong> tijd te<br />
nemen om terug<br />
te kijken op eigen<br />
leerproces<br />
1 wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2 Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
219
Bijlagen<br />
Tabel D.11 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> negen elementen van het kenmerk ‘samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
afspraken Asl- afspraken maken om i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Bas<br />
afspraken<br />
Asl-Hos<br />
dui<strong>de</strong>lijkheid te<br />
verschaffen over het<br />
leerwerktraject<br />
afspraken afspraken maken om i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Bas-Asl-Hos dui<strong>de</strong>lijkheid te<br />
verschaffen over het<br />
leerwerktraject<br />
afspraken<br />
afspraak<br />
Bas-Hos<br />
rol-/taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
Bas-Hos<br />
communicatie verwacht<strong>in</strong>gen i<strong>de</strong>m (f+, f-)<br />
Asl-Hos uitspreken naar elkaar<br />
toe: coach, mentor en<br />
Asl<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
coach bespreekt met Asl<br />
waar en hoe hij op Hos<br />
kennis kan vergaren<br />
communicatie verwacht<strong>in</strong>gen i<strong>de</strong>m (f+) mentor en Asl i<strong>de</strong>m<br />
Asl-Bas uitspreken naar elkaar<br />
bespreken het (f+)<br />
toe : coach, mentor en<br />
<strong>leren</strong> on<strong>de</strong>r-<br />
Asl (f+)<br />
wijzen (f+)<br />
communicatie verwacht<strong>in</strong>gen i<strong>de</strong>m (f+, f?) mentor, coach en i<strong>de</strong>m mentor bespreekt visie i<strong>de</strong>m (f+,f-)<br />
Bas-Asl-Hos uitspreken naar elkaar<br />
Asl bespreken het (f+) op het <strong>leren</strong> en begelei-<br />
toe: coach, mentor en<br />
<strong>leren</strong> en het<br />
<strong>de</strong>n met Asl en coach<br />
Asl (f+)<br />
functioneren van coach medieert tussen<br />
Asl <strong>in</strong> het<br />
startbekwaamheidsei- i<strong>de</strong>m (f+)<br />
leerwerktraject sen, wat Bas en wat Asl<br />
vraagt (f+)<br />
communicatie coach organiseert PDS- i<strong>de</strong>m (f+) coach geeft i<strong>de</strong>m<br />
goe<strong>de</strong><br />
coach bij<strong>een</strong>komsten voor coach geeft dui<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>fo (f+,f-)<br />
communicatiementoren<br />
en Asl dui<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>fo aan aan Asl over<br />
structuur (f+,f-)<br />
mentoren over leerwerktraject<br />
nieuwe coaches<br />
leerwerktraject (f-)<br />
<strong>in</strong>werken (f-)<br />
communicatie we<strong>de</strong>rzijdse<br />
i<strong>de</strong>m (f+) Bas en Hos i<strong>de</strong>m<br />
Bas-Hos beïnvloed<strong>in</strong>g Bas-Hos<br />
<strong>in</strong>formeren elkaar(f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
220
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel D.12 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> drie elementen van het kenmerk ‘up-to-date mid<strong>de</strong>len’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
mid<strong>de</strong>len er zijn metho<strong>de</strong>n en<br />
werkwijzen van <strong>de</strong> 21 e<br />
i<strong>de</strong>m<br />
werkmaterialen i<strong>de</strong>m (f+) mid<strong>de</strong>len, <strong>in</strong>stru- i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
(computers, boeken,<br />
menten, computers (f+)<br />
eeuw<br />
rea<strong>de</strong>rs van hos) bij <strong>de</strong><br />
voor Asl om adaptief<br />
hand voor Asl (f+)<br />
te <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> (f+)<br />
on<strong>de</strong>rwijs- op on<strong>de</strong>rwijswerk- i<strong>de</strong>m<br />
Asl maakt ook i<strong>de</strong>m<br />
werkplaatsplaats op Hos is bre<strong>de</strong>r (f+)<br />
gebruik van (f+)<br />
Hos scala aan metho<strong>de</strong>s<br />
dan op Bas<br />
on<strong>de</strong>rwijswerkplaats<br />
studieruimte Asl heeft eigen plek <strong>een</strong> eigen leerplek: eigen plek voor Asl eigen plek eigen plek voor Asl eigen plek<br />
om te werken <strong>in</strong>, maar ook buiten buiten <strong>de</strong> klas (f+) voor Asl <strong>in</strong> om te werken, liefst ook <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
<strong>de</strong> klas (f+)<br />
<strong>de</strong> klas (f+) buiten <strong>de</strong> klas (f+,f-) klas (f+,f-)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
Tabel D.13 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> vier elementen van het kenmerk ‘afstemm<strong>in</strong>g op behoeften’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
afstemm<strong>in</strong>g<br />
vanuit <strong>de</strong> gegeven doelen i<strong>de</strong>m Hos speelt op vragen van i<strong>de</strong>m (f+)<br />
op betrok-<br />
krijgt asl <strong>de</strong> vrijheid van (f+) Asl a<strong>de</strong>quaat <strong>in</strong>, houdt<br />
kenheid<br />
hos om POP’s vorm te reken<strong>in</strong>g met wat Asl echt<br />
geven<br />
belangrijk v<strong>in</strong>dt<br />
afstemm<strong>in</strong>g Hos differentieert op grond van i<strong>de</strong>m mentor weet wat Asl al i<strong>de</strong>m coach heeft <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> wat i<strong>de</strong>m (f+)<br />
op ervar<strong>in</strong>g ervar<strong>in</strong>g van Asl,<br />
(f+) kan, en wat hij nog (f+) Asl kan en niet kan<br />
coach+mentor kunnen afstem- i<strong>de</strong>m moeilijk v<strong>in</strong>dt<br />
men op vaardighe<strong>de</strong>n van Asl<br />
(en mentor)<br />
(f+, f?)<br />
afstemm<strong>in</strong>g coach kan afstemmen op kennis i<strong>de</strong>m Hos+Bas stemmen af op i<strong>de</strong>m Hos laat leerstof- i<strong>de</strong>m (f+)<br />
op kennis van Asl en mentor<br />
(f+, f?) niveau van Asl en gaan <strong>in</strong> (f+) jaarklassensysteem los,<br />
zone van naaste<br />
coach kan zijn niveau<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g zitten<br />
bepalen, kan behoefte van<br />
Asl aan <strong>in</strong>structie of<br />
theorie <strong>in</strong>schatten en op<br />
tijd en op maat aanbie<strong>de</strong>n<br />
afstemm<strong>in</strong>g coach kan <strong>in</strong>schatten hoe Asl i<strong>de</strong>m<br />
op leerstijl leert en hier op afstemmen (f+,f?)<br />
ie<strong>de</strong>r heeft <strong>een</strong> eigen leerstijl i<strong>de</strong>m<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
221
Bijlagen<br />
Tabel D.14 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> twee elementen van het kenmerk ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> leert op Bas met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met specifieke leer- i<strong>de</strong>m (f+) Asl i<strong>de</strong>m (f+)<br />
context Bas behoeften zoals rugzakleerl<strong>in</strong>g om te gaan (f+)<br />
leert<br />
mentor heeft taak om Asl alle facetten op school i<strong>de</strong>m (f+,f?) alles <strong>in</strong><br />
te laten proeven, zien en meemaken (f+) i<strong>de</strong>m en over<br />
Asl is er vanaf <strong>de</strong> eerste t/m <strong>de</strong> laatste schooldag<br />
die klas<br />
niet-lesge- Asl leert hoe met ou<strong>de</strong>rs te communiceren (f+) i<strong>de</strong>m (f+) Bas en Hos zorgen dat Asl<br />
bon<strong>de</strong>n taken Asl communiceert open, dui<strong>de</strong>lijk met collega’s i<strong>de</strong>m<br />
leert functioneren <strong>in</strong> team en<br />
leert omgaan met ou<strong>de</strong>rs (f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
Tabel D.15 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> 18 elementen van het kenmerk ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
aanvoelen<br />
222<br />
coach heeft veel gevoel voor<br />
mensen, voelt aan wat Asl wil<br />
coach weet met <strong>een</strong> paar z<strong>in</strong>nen<br />
wat er <strong>in</strong> Asl en mentor leeft,<br />
voelt <strong>de</strong> sfeer van het team 4 aan<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+, f?)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
coach heeft<br />
mensenkennis en<br />
voelt Asl goed aan<br />
coach, mentor hebben feel<strong>in</strong>g met i<strong>de</strong>m (f+)<br />
on<strong>de</strong>rwijs<br />
mentor heeft <strong>in</strong>lev<strong>in</strong>gsvermogen i<strong>de</strong>m (f+)<br />
<strong>in</strong> Asl (f+), kan <strong>in</strong>schatten waar<br />
Asl tegenaan loopt en kan dit<br />
signa<strong>leren</strong> en <strong>in</strong>terpreteren<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
adviseren mentor geeft tips, adviseert Asl i<strong>de</strong>m coach kan mentor i<strong>de</strong>m coach en mentor kunnen <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m<br />
om teamlid raad te plegen of<br />
bepaal<strong>de</strong> literatuur te bestu<strong>de</strong>ren<br />
(f+,f?) en Asl tips geven (f+) juiste tips geven (f+) (f+,f?)<br />
begelei<strong>de</strong>n coach helpt Asl op weg met het i<strong>de</strong>m vakdocenten i<strong>de</strong>m coach weet wat <strong>een</strong> POP is en i<strong>de</strong>m<br />
POP’s opstellen en werken met POP’s (f+,f?) kunnen op vraag<br />
van Asl <strong>in</strong>fo voor<br />
POP geven<br />
(f+) hoe ermee te werken (f+) (f+)<br />
coach stelt eisen aan <strong>de</strong> kwaliteit i<strong>de</strong>m (f+) coach weet hoe<br />
van <strong>de</strong> POP’s van <strong>de</strong> Asl<br />
POP op te zetten,<br />
helpt Asl met<br />
doelen smart 5<br />
i<strong>de</strong>m coach begeleidt Asl vooral met i<strong>de</strong>m<br />
(f+) POP’s en begelei<strong>de</strong>n ook <strong>de</strong> (f+)<br />
formu<strong>leren</strong><br />
mentoren<br />
mentor heeft kennis over <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f+) mentor zoekt met i<strong>de</strong>m coach geeft aan hoe er gewerkt i<strong>de</strong>m<br />
POP’s, leest ze en geeft er<br />
Asl samen naar (f+) moet wor<strong>de</strong>n met POP’s en (f+,f?)<br />
feedback op<br />
manieren hoe hij<br />
zijn POP kan<br />
wat <strong>de</strong> toets<strong>in</strong>gsprocedure is<br />
uitvoeren, i<strong>de</strong>m<br />
bewaakt dat Asl<br />
drie dagen aan<br />
POP besteedt<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
bewaken<br />
proces<br />
<strong>de</strong> ‘ervaren’ leraar helpt Asl bij <strong>de</strong><br />
opzet van <strong>de</strong> POP’s en <strong>de</strong><br />
voorbereid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> toets<strong>in</strong>g<br />
coach zorgt voor goe<strong>de</strong><br />
afstemm<strong>in</strong>g tussen Asl en mentor<br />
directie Hos toont belangstell<strong>in</strong>g<br />
voor leerwerktraject en bevraagt<br />
coach<br />
coach bewaakt (op afstand) het<br />
proces op Hos en van<br />
samenwerken van Asl en mentor<br />
mentor bewaakt<br />
i<strong>de</strong>m (f+) Bas wil en kan<br />
vragen van Asl<br />
over POP<br />
beantwoor<strong>de</strong>n<br />
i<strong>de</strong>m coach en <strong>de</strong> 2<br />
(f+, f?) ervaren leraren<br />
i<strong>de</strong>m (f+) bewaken het<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsproces<br />
van Asl,<br />
i<strong>de</strong>m bewaken dat Asl<br />
(f+,f?,f-) a<strong>de</strong>quaat met<br />
POP’s werkt<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f-)<br />
mentor begeleidt Asl met het i<strong>de</strong>m<br />
functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas en daar (f+)<br />
waar nodig met hun POP’s,<br />
volgt wat er gebeurt op POP- i<strong>de</strong>m<br />
gebied en helpt zonodig (f+)<br />
coach houdt <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten dat i<strong>de</strong>m<br />
b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> afgesproken ka<strong>de</strong>rs (f+)<br />
door ie<strong>de</strong>r wordt gewerkt<br />
directie bewaakt dat zijn team i<strong>de</strong>m<br />
(<strong>in</strong>cl. ervaren leraren) <strong>de</strong> taken (f+)<br />
goed kan uitvoeren<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsproces van Asl (f+)<br />
directie Bas bewaakt of team Asl i<strong>de</strong>m (f+)<br />
me<strong>de</strong> begeleidt<br />
coach<strong>in</strong>g door coach heeft kennis van coach<strong>in</strong>gscoach<br />
Hos (<strong>in</strong>cl. gespreks-)technieken,<br />
begeleidt op bepaal<strong>de</strong> tij<strong>de</strong>n of te<br />
allen tij<strong>de</strong> op aanvraag van Asl en<br />
Bas, heeft vangnetfunctie voor<br />
Asl<br />
on<strong>de</strong>rsteunt team 7 i<strong>de</strong>m coach geeft Asl en i<strong>de</strong>m coach haalt het beste uit Asl i<strong>de</strong>m<br />
(f+,f?) mentor begeleid<strong>in</strong>g (f+) naar boven<br />
wanneer nodig, coach geeft g<strong>een</strong> antwoor<strong>de</strong>n i<strong>de</strong>m<br />
i<strong>de</strong>m (f+) weet waarover hij i<strong>de</strong>m maar stelt tegenvragen (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) het heeft <strong>in</strong> zijn (f+) coach geeft ka<strong>de</strong>rs aan i<strong>de</strong>m<br />
<strong>in</strong> begelei<strong>de</strong>n<br />
Asl<br />
begeleid<strong>in</strong>g<br />
waarb<strong>in</strong>nen Asl kan werken (f+)<br />
stu<strong>de</strong>nten, mentoren en ‘PDS- i<strong>de</strong>m<br />
leraren’ begelei<strong>de</strong>n (f+)<br />
coach kan ontwikkel<strong>in</strong>gs- i<strong>de</strong>m<br />
gericht (volgend) coachen (f+) (f+,f?)<br />
coach<strong>in</strong>g door<br />
kan ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht i<strong>de</strong>m<br />
directie<br />
coachen (f+)<br />
(f+)<br />
corrigeren coach lan Asl als er d<strong>in</strong>gen an<strong>de</strong>rs i<strong>de</strong>m (f+) als het niet loopt i<strong>de</strong>m<br />
gaan op tijd bijstellen (f+)<br />
bij Asl kan coach<br />
op tijd <strong>in</strong>grijpen<br />
(f+)<br />
gesprek coach overlegt regelmatig met Asl i<strong>de</strong>m coach plant i<strong>de</strong>m<br />
en mentor<br />
(f+,f?) overlegmomenten (f+)<br />
mentor overleg dagelijks, ook i<strong>de</strong>m (f+) coach signaleert op i<strong>de</strong>m<br />
momenten tussendoor met Asl<br />
tijd problemen en (f+)<br />
(f+)<br />
grijpt <strong>in</strong> bij Asl<br />
coach en mentor praten met Asl<br />
ook over zaken die verkeerd<br />
g<strong>in</strong>gen<br />
i<strong>de</strong>m<br />
team praat met Asl over on<strong>de</strong>rwijsi<strong>de</strong>m (f+)<br />
klassenmana- mentor en team laten Asl alles i<strong>de</strong>m (f?) mentor helpt Asl bij i<strong>de</strong>m<br />
gement zien en meemaken <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas<br />
organiseren van <strong>de</strong> dagelijkse (f+)<br />
gang van zaken <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas<br />
luisteren Mentor kan goed luisteren naar i<strong>de</strong>m<br />
Asl<br />
(f+,f?)<br />
mentor<strong>in</strong>g mentor weet <strong>in</strong> zijn begeleid<strong>in</strong>g i<strong>de</strong>m (f+) mentor weet hoe i<strong>de</strong>m mentor haalt het beste uit Asl i<strong>de</strong>m<br />
wat hij van Asl mag verwachten, leerwerktraject <strong>in</strong> (f+) naar boven (f+)<br />
(f+)<br />
on<strong>de</strong>r-steunt Asl <strong>in</strong> hele reilen en elkaar zit om Asl te<br />
zeilen<br />
kunnen begelei<strong>de</strong>n<br />
223
Bijlagen<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
omgang met<br />
leerl<strong>in</strong>gen<br />
224<br />
team luistert naar i<strong>de</strong>eën van Asl,<br />
neemt ze serieus en doet er wat<br />
mee<br />
Asl leert op Bas gedifferentieerd<br />
en adaptief lesgeven (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) mentor is bereid<br />
om Asl te<br />
begelei<strong>de</strong>n<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+,f?)<br />
mentor leert Asl<br />
goed om te gaan<br />
met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
mentor begeleidt<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht<br />
mentor probeert pedagogisch<br />
repertoire van Asl ver<strong>de</strong>r te<br />
ontwikkelen<br />
on<strong>de</strong>rwijs- mentor beoor<strong>de</strong>elt het lesgeven i<strong>de</strong>m (f+) mentor heeft i<strong>de</strong>m Asl doet ervar<strong>in</strong>g op met i<strong>de</strong>m<br />
leerproces van Asl<br />
kennis van (f+) adaptief on<strong>de</strong>rwijs (f+) (f+)<br />
mentor laat Asl alle facetten <strong>in</strong> <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m (f?) vakgebie<strong>de</strong>n,<br />
mentor begeleidt didactisch en i<strong>de</strong>m<br />
klas en <strong>de</strong> school zien<br />
observeert en<br />
evalueert het<br />
lesgeven van Asl<br />
pedagogisch repertoire (f+)<br />
samenvatten<br />
structureren op Bas is structuur en is dui<strong>de</strong>lijk i<strong>de</strong>m (f+) Hos structureert communicatie i<strong>de</strong>m<br />
wie verantwoor<strong>de</strong>lijk is voor <strong>de</strong><br />
begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> Asl<br />
met Bas<br />
(f+)<br />
sturen coach stuurt (op afstand) Asl en i<strong>de</strong>m coach, mentor i<strong>de</strong>m coach probeert Asl aan te i<strong>de</strong>m<br />
mentor <strong>de</strong> ‘goe<strong>de</strong>’ kant op, laat (f+,f?) stuurt wanneer Asl (f+,f-) sturen om zelf actief te <strong>leren</strong> (f+)<br />
Asl heel vrij, maar stuurt toch ook zich onvoldoen<strong>de</strong> coach mag bij<br />
i<strong>de</strong>m<br />
weer<br />
ontwikkelt of als ontwikkel<strong>in</strong>gsgericht (f+,f?)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) opdrachten niet begelei<strong>de</strong>n sturen (f+)<br />
mentor kan sturen, ook relativeren<br />
(f+)<br />
zijn <strong>in</strong>geleverd<br />
terugkoppelen team en coach geven feedback; i<strong>de</strong>m<br />
Asl moet zelf ook erom vragen (f+,f?)<br />
vragen stellen team en coach bevragen Asl i<strong>de</strong>m<br />
op i<strong>de</strong>eën, mentor stelt vragen (f+,f?)<br />
n.a.v. logboek, coach stelt<br />
vragen vanuit han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsgerichte<br />
observaties (f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3<br />
I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
4<br />
team = team van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong>clusief mentoren<br />
5<br />
smart = specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebon<strong>de</strong>n<br />
Tabel D.16 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over het element ‘zorgen voor ownership’ van het gelijknamige kenmerk.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
zorgen voor Asl heeft <strong>in</strong>spraak <strong>in</strong> zijn i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Asl kan <strong>de</strong> d<strong>in</strong>gen doen i<strong>de</strong>m<br />
ownership begeleid<strong>in</strong>g en zijn leerproces<br />
waar hij zich graag <strong>in</strong> (f+)<br />
zelfverantwoor<strong>de</strong>lijke i<strong>de</strong>m (f+)<br />
wil ontwikkelen (f+)<br />
subteams op Bas, z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>g is Hos is eigenaar van <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g van Asl heeft eigen <strong>in</strong>breng i<strong>de</strong>m<br />
belangrijk om <strong>in</strong> beweg<strong>in</strong>g te <strong>de</strong> Asl, het bestuur is eigenaar van het en kiest bijv. zelf <strong>in</strong> (f+)<br />
komen<br />
traject van <strong>de</strong> beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> leraar (f+) welke klas hij komt (f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel D.17 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> drie elementen van het kenmerk ‘procesmanagement’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
<strong>in</strong>take- Hos kan kandidaten i<strong>de</strong>m (f+,f?,f-)<br />
Hos test kandida- Hos heeft <strong>in</strong> beeld welk type i<strong>de</strong>m<br />
assessment scr<strong>een</strong>en, heeft zicht op Hos hanteert<br />
ten op geschikt- Asl geschikt is voor (f-)<br />
competenties van Asl <strong>een</strong> selectieheid<br />
voor leer- leerwerktraject<br />
<strong>in</strong>strument (f-)<br />
werktraject (f-)<br />
Hos kan <strong>in</strong>schatten<br />
welke Asl met succes<br />
<strong>een</strong> leerwerktraject<br />
kunnen doorlopen<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
systematisch mentor volgt i<strong>de</strong>m (f+) mentor, coach i<strong>de</strong>m (f+) coach bewaakt of Asl op i<strong>de</strong>m<br />
volgen ontwikkel<strong>in</strong>g van Asl coach volgt volgen<br />
goed weg blijft<br />
(f+)<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van Asl<br />
systematisch<br />
(f+)<br />
van Asl<br />
voortgangsas Hos toetst Asl en heeft i<strong>de</strong>m (f+,f?)<br />
i<strong>de</strong>m (f+) begelei<strong>de</strong>n en beoor<strong>de</strong>len is i<strong>de</strong>m<br />
sessments e<strong>in</strong>dverantwoord<strong>in</strong>g<br />
toetscoach stelt <strong>een</strong><br />
aantal ijkmomenten<br />
i<strong>de</strong>m (f+,f?)<br />
toetscoach<br />
toetscoach<br />
beoor<strong>de</strong>elt <strong>de</strong><br />
POP’s<br />
uit elkaar gehaald (f+)<br />
<strong>de</strong> gehele toets<strong>in</strong>gsprocedure i<strong>de</strong>m<br />
is geregeld<br />
(f+)<br />
(toets)coach bewaakt het i<strong>de</strong>m<br />
bijv. 1 x per/mnd beoor<strong>de</strong>elt Asl<br />
niveau van Asl; betekent ook (f+)<br />
waarop kwaliteit wordt (f+)<br />
toetsen<br />
i<strong>de</strong>m<br />
getoetst<br />
toetscoach heeft vaardigheid (f+,f?)<br />
om POP’s doelgericht te<br />
lezen<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
4 POP = persoonlijk ontwikkel<strong>in</strong>gsplan<br />
Tabel D.18 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over het element ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’ van het kenmerk ‘zelfevaluatie’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
reflectie op betrokkenen van Bas en Hos kunnen i<strong>de</strong>m Bas (f+), coach laat Asl i<strong>de</strong>m mentor kan leervragen bij i<strong>de</strong>m<br />
ervar<strong>in</strong>gen reflecteren op eigen han<strong>de</strong>len Hos (f?) zelf na<strong>de</strong>nken (f+) Asl naar boven halen en kent (f+)<br />
coach kan en houdt Asl en mentor i<strong>de</strong>m (f+, f?) over bijv. doelen technieken om Asl te helpen<br />
<strong>een</strong> spiegel voor<br />
formu<strong>leren</strong> bij<br />
POP’s<br />
verwoor<strong>de</strong>n wat die wil <strong>leren</strong><br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
225
Bijlagen<br />
Tabel D.19 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> vijf elementen van het kenmerk ‘bekwaamheidseisen’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
doorgroei- on<strong>de</strong>rwijsbegeleid<strong>in</strong>gsdienst en i<strong>de</strong>m<br />
Asl is teamplayer die reflecteert, i<strong>de</strong>m<br />
competentie Bas coacht Asl, pabo geeft (f+,f?)<br />
en zichzelf ontwikkelt (f+)<br />
nazorg<br />
schoolbestuur is me<strong>de</strong>verant- i<strong>de</strong>m<br />
Asl staat open staat om<br />
woor<strong>de</strong>lijk voor het oplei<strong>de</strong>n<br />
levenslang te <strong>leren</strong>, is nooit i<strong>de</strong>m<br />
van Asl<br />
i<strong>de</strong>m<br />
uitgeleerd (f+)<br />
(f+)<br />
Asl staat open om te blijven<br />
<strong>leren</strong> en weet hoe hij die weg<br />
moet bewan<strong>de</strong>len<br />
functioneren Bas zorgt dat Asl leert hoe i<strong>de</strong>m Bas+Hos zorgen dat Asl i<strong>de</strong>m Bas+Hos zorgen dat Asl klas i<strong>de</strong>m<br />
<strong>in</strong> klas groepsprocessen op gang (f+) leert lesgeven, <strong>een</strong> eigen (f+) leert runnen, en vandaar uit zijn (f+)<br />
gebracht en hoe ze beïnvloed groep leert draaien<br />
eigen leervragen kan stellen<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
i<strong>de</strong>m<br />
Bas+Hos zorgen dat Asl leert<br />
lesgeven, <strong>een</strong> eigen groep leert<br />
draaien<br />
(f+)<br />
functioneren Bas zorgt dat Asl leert om als i<strong>de</strong>m Bas+Hos zorgen dat Asl i<strong>de</strong>m Bas+Hos zorgen dat Asl <strong>een</strong> i<strong>de</strong>m<br />
<strong>in</strong> school teamlid te functioneren (f+) b<strong>in</strong>nen team en (f+) teamplayer wordt<br />
(f+)<br />
Bas+Hos zorgen dat Asl collega i<strong>de</strong>m werkgroepen leert<br />
is, <strong>in</strong> team, met ou<strong>de</strong>rs kan (f+) functioneren, leert<br />
werken en alle overige nietlesgeven<strong>de</strong><br />
taken<br />
omgang met ou<strong>de</strong>rs<br />
doelgericht- coach heeft dui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> doelen i<strong>de</strong>m Hos reikt belangrijke i<strong>de</strong>m coach heeft ro<strong>de</strong> lijn van <strong>de</strong> i<strong>de</strong>m<br />
heid en eisen <strong>in</strong> beeld (<strong>in</strong>cl. kwaliteit (f?, f+) leerdoelen aan voor Asl (f+) opleid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> het vizier en geeft (f+)<br />
van POP’s) en weet welke<br />
Hos zorgt dat Asl op i<strong>de</strong>m aan welke competenties en<br />
competenties Asl moet bereiken i<strong>de</strong>m hetzelf<strong>de</strong> niveau blijft (f+) e<strong>in</strong>ddoelen behaald moeten<br />
Bas is me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk (f?) als Asl die <strong>in</strong>itiële<br />
wor<strong>de</strong>n (f+)<br />
voor doelgerichte groei naar<br />
opleid<strong>in</strong>g doet<br />
competenties<br />
i<strong>de</strong>m<br />
Bas heeft visie op waar <strong>een</strong><br />
leraar aan moet voldoen (f+)<br />
(f+)<br />
visie- Bas+Hos zorgen dat Asl <strong>een</strong> i<strong>de</strong>m Bas+Hos zorgen dat Asl i<strong>de</strong>m Asl moet visie op on<strong>de</strong>rwijs i<strong>de</strong>m<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rwijsvisie ontwikkelt (f+) <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijsvisie (f+) ontwikkelen<br />
Bas heeft zelf goe<strong>de</strong> visie op i<strong>de</strong>m ontwikkelt<br />
on<strong>de</strong>rwijs (f+)<br />
(f+)<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g<br />
aanwezig is, wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
226
Bijlage E (Frequentieoverzicht case 2)<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel E.1 Overzicht, <strong>in</strong> componentvolgor<strong>de</strong>, per kenmerk en element van alle aangetroffen uitspraken per actorgroep. On<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
is naar eerste en twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview (I1 en I2) en naar wenselijke (W) of feitelijke (F) aard van het kenmerk of element.<br />
Component Basisschool(n=8)<br />
Actorgroep<br />
Aanstaan<strong>de</strong> leraren(n=2) <strong>Hogeschool</strong>(n=2)<br />
Kenmerk I1 I2 I1 I2 I1 I2<br />
Element<br />
On<strong>de</strong>rwijsaanbod<br />
W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? Totaal<br />
Balans theorie en praktijk 15 0 0 1 16 0 3 3 3 0 0 0 3 0 2 0 4 0 0 0 4 1 1 0 56<br />
Balans praktijk theorie 14 1 15 3 3 3 3 2 3 3 1 51<br />
competenties 1 1 2<br />
constructivisme 1 1 1 3<br />
Doorgaan<strong>de</strong> lijn 29 0 4 0 30 1 30 5 7 0 0 0 7 0 7 0 9 2 1 0 10 3 6 1 152<br />
aanbod van houd<strong>in</strong>gen 7 1 7 7 22<br />
aanbod van kennis 13 2 16 1 16 1 3 3 3 3 4 3 68<br />
aanbod van vaardighe<strong>de</strong>n 5 1 3 4 2 2 2 1 1 1 22<br />
cont<strong>in</strong>uïteit 0<br />
flexibel curriculum 1 1 1 3<br />
overzicht curriculum 3 3 3 2 1 1 1 4 2 1 4 3 1 1 30<br />
overzicht ontwikkel<strong>in</strong>g 1 1 2 1 1 1 7<br />
Leerklimaat<br />
Emotioneel veilig 39 0 15 0 39 1 38 3 8 0 4 0 11 0 12 0 5 0 2 0 5 0 5 0 187<br />
acceptatie team bas 11 4 11 12 3 2 4 5 5 2 5 5 69<br />
competentiegevoel 3 3 2 1 1 10<br />
relatie 13 5 13 1 13 2 1 2 2 52<br />
relatie directie 0<br />
sfeer 12 6 12 11 1 4 2 4 4 56<br />
Uitdag<strong>in</strong>g en stimuler<strong>in</strong>g 45 0 11 0 53 0 50 3 11 0 2 0 15 2 13 0 22 0 5 0 27 0 21 0 280<br />
betrokkenheid 9 1 9 9 2 3 3 6 2 7 6 57<br />
fouten mogen 5 2 5 4 1 2 2 2 23<br />
stimuler<strong>in</strong>g door coach 1 2 1 1 1 1 7<br />
stimuler<strong>in</strong>g door team hos 6 8 8 3 3 1 2 3 3 3 40<br />
stimuler<strong>in</strong>g door directie 1 1 1 1 2 1 2 3 2 14<br />
stimuler<strong>in</strong>g door mentor 3 1 4 4 1 1 1 1 1 2 1 20<br />
stimuler<strong>in</strong>g door team bas 4 2 5 5 2 1 3 3 1 2 1 29<br />
rolmo<strong>de</strong>l 5 1 5 4 1 1 1 18<br />
ruimte om te <strong>leren</strong> 10 3 11 11 2 1 2 2 3 1 4 3 53<br />
uitnodigend 1 1 3 3 1 3 2 3 2 19<br />
Professionaliteit<br />
Leren<strong>de</strong> organisatie 10 0 4 0 14 0 11 2 0 0 0 0 0 0 0 0 5 0 2 0 6 1 6 0 61<br />
ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert 7 2 8 7 2 1 2 1 2 32<br />
vernieuw<strong>in</strong>g 3 2 6 4 2 3 1 4 4 29<br />
Professionaliser<strong>in</strong>g 59 0 12 0 71 10 47 10 4 0 0 0 5 2 3 0 15 0 2 0 16 4 12 1 273<br />
coach<strong>in</strong>g mentor door coach 19 1 22 21 5 2 3 3 5 1 5 5 1 93<br />
coach<strong>in</strong>g mentor door directie 4 1 4 3 2 2 2 18<br />
collegiale coach<strong>in</strong>g 2 2 3 1 8<br />
competentiegericht IPB 1 11 3 18 8 5 2 2 2 5 5 4 1 66<br />
<strong>in</strong>teractie collega’s 8 2 8 5 1 2 1 3 3 33<br />
<strong>in</strong>teractie externen 1 1 2<br />
<strong>in</strong>teractie directie 1 2 2 5<br />
227
Bijlagen<br />
Component Basisschool(n=8) Aanstaan<strong>de</strong> leraren(n=2) <strong>Hogeschool</strong>(n=2)<br />
Kenmerk I1 I2 I1 I2 I1 I2<br />
Element W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? Totaal<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g 0<br />
schol<strong>in</strong>g mentor 5 5 1 3 14<br />
schol<strong>in</strong>g team 1 1 2<br />
willen <strong>leren</strong> mentor 8 2 8 7 4 1 1 1 32<br />
Zelfstur<strong>in</strong>g 5 0 0 0 7 2 6 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 0 2 0 0 0 24<br />
overgang naar zelfstur<strong>in</strong>g 5 7 2 6 2 2 24<br />
Condities<br />
Faciliter<strong>in</strong>g 26 0 0 0 35 19 16 0 6 0 0 0 6 0 4 0 5 0 0 0 9 4 5 0 135<br />
faciliter<strong>in</strong>g door directie 1 1 1 1 1 1 6<br />
faciliter<strong>in</strong>g door hos 1 5 5 1 1 13<br />
f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g door overheid 0<br />
faciliter<strong>in</strong>g door bestuur 4 6 6 2 2 20<br />
faciliter<strong>in</strong>g door manager 3 4 4 1 1 13<br />
taken bestuur 1 1 1 3<br />
taken manager 1 1 1 3<br />
houd<strong>in</strong>g bestuur 4 5 1 4 1 1 1 17<br />
houd<strong>in</strong>g manager 4 5 1 4 1 1 1 17<br />
prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> door directie 1 1 1 1 1 1 6<br />
selecteren van bas 2 2 2 1 1 1 1 1 1 12<br />
zicht hou<strong>de</strong>n bestuur 1 2 1 1 1 1 2 1 1 1 12<br />
zicht hou<strong>de</strong>n manager 3 4 1 3 1 1 13<br />
Gebruik van ICT 1 0 0 0 1 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 5<br />
ICT communicatie 1 1 1 1 1 5<br />
ICT <strong>in</strong>ternet 0<br />
ICT simulatie 0<br />
Personele mid<strong>de</strong>len 37 0 4 1 40 5 29 12 9 0 0 0 9 6 7 0 8 0 1 0 8 0 6 3 185<br />
beschikbare tijd coach 14 1 14 4 9 5 4 4 6 2 2 2 2 1 70<br />
beschikbare tijd mentor 17 3 19 1 17 2 5 5 5 6 1 6 4 2 93<br />
<strong>in</strong>zet personeel 6 1 7 3 5 22<br />
Samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken 34 0 3 0 37 6 31 3 6 0 1 0 8 1 8 0 3 0 1 0 7 2 4 0 155<br />
afspraken asl-bas 1 1 1 3<br />
afspraken asl-hos 0<br />
afspraken bas-asl-hos 2 1 1 1 3<br />
afspraken bas-hos 1 1<br />
communicatie asl-hos 3 3 2 1 9<br />
communicatie asl-bas 2 2 2 2 1 1 2 2 14<br />
communicatie bas-asl-hos 15 1 16 16 3 3 3 4 3 1 4 1 3 73<br />
communicatie coach 11 12 4 8 1 2 1 1 2 1 1 44<br />
communicatie bas-hos 1 2 2 1 1 1 8<br />
Up-to-date mid<strong>de</strong>len 8 0 1 0 10 0 9 0 5 0 2 0 5 0 5 0 5 1 1 0 5 1 4 0 62<br />
mid<strong>de</strong>len 2 1 3 3 2 1 2 2 2 1 2 2 23<br />
on<strong>de</strong>rwijswerkplaats 2 2 2 1 1 1 9<br />
studieruimte 4 5 4 3 1 3 3 2 1 2 1 1 30<br />
Begeleid<strong>in</strong>g<br />
Afstemm<strong>in</strong>g op behoeften 11 0 0 0 13 0 10 3 4 0 0 0 4 0 3 0 6 0 2 0 7 0 6 0 69<br />
afstemm<strong>in</strong>g op betrokkenheid 1 1 1 1 2 1 7<br />
afstemm<strong>in</strong>g op ervar<strong>in</strong>g 5 6 5 1 1 1 1 2 1 2 2 27<br />
afstemm<strong>in</strong>g op kennis 5 5 4 1 2 2 1 3 1 3 3 30<br />
228
Bijlage D (Woordtabellen case 2)<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel D.1 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> drie elementen van het kenmerk ‘balans theorie en praktijk’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 balans<br />
I2 I1 I2 I1 I2<br />
praktijk<br />
theorie<br />
er moet balans zijn (f?) i<strong>de</strong>m (f? f+) i<strong>de</strong>m i<strong>de</strong>m (f+) theorie en praktijk aan elkaar kunnen koppelen i<strong>de</strong>m (f+)<br />
competenties asl doet ervar<strong>in</strong>gen op i<strong>de</strong>m<br />
constructi-<br />
ook als Hos <strong>een</strong> PDS-visie opbouwen, keuze i<strong>de</strong>m (f-)<br />
visme<br />
voor PDS kunnen motiveren en verantwoor<strong>de</strong>n<br />
1<br />
wanneer <strong>een</strong> uitspraak werd aangetroffen waar<strong>in</strong> naar <strong>de</strong> perceptie van <strong>een</strong> actorgroep het element <strong>in</strong> <strong>de</strong> feitelijke <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g aanwezig is,<br />
wordt dit bij <strong>de</strong> uitspraak tussen haakjes vermeld: (f+) = voldaan (f-) = niet voldaan (f?) = onbekend<br />
2<br />
Actorgroep: Bas = Basisschool Asl = Aanstaan<strong>de</strong> leraren Hos = <strong>Hogeschool</strong><br />
3 I1 = eerste <strong>in</strong>terview, I2 = twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>terview<br />
Tabel D.2 Samenvatt<strong>in</strong>g per actorgroep van <strong>de</strong> uitspraken over <strong>de</strong> wenselijke en feitelijke 1 <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g uit <strong>de</strong> eerste (I1) en<br />
twee<strong>de</strong> (I2) serie <strong>in</strong>terviews over <strong>de</strong> zeven elementen van het kenmerk ‘doorgaan<strong>de</strong> lijn’.<br />
Actorgroep 2<br />
Bas (n=8) Asl (n=2) Hos (n=2)<br />
Element I1 3 I2 I1 I2 I1 I2<br />
aanbod van<br />
kennis<br />
Hos zorgt voor<br />
theoretische<br />
achtergrond, coach<br />
heeft voor Asl <strong>een</strong><br />
verwijsfunctie<br />
mentor heeft<br />
vakkennis(f+)<br />
aanbod van Asl doet veel<br />
vaardighe<strong>de</strong>n praktijkvaardighe<strong>de</strong>n<br />
aanbod van<br />
houd<strong>in</strong>gen<br />
cont<strong>in</strong>uïteit<br />
flexibel<br />
curriculum<br />
op (f+)<br />
team 4 laat houd<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
on<strong>de</strong>rwijs vanuit<br />
Daltonvisie zien (f+)<br />
mentor is gesprekspartner<br />
bij visieontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van Asl<br />
i<strong>de</strong>m, (f+)<br />
Asl kan veel<br />
verschillen<strong>de</strong> situaties<br />
ervaren om zo <strong>een</strong><br />
eigen on<strong>de</strong>rwijsvisie te<br />
ontwikkelen;<br />
toepassen van kennis<br />
<strong>in</strong> meer<strong>de</strong>re contexten<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
mentor bezit theoretische<br />
kennis om Asl<br />
goed bij POP’s te<br />
begelei<strong>de</strong>n(f-, f?)<br />
i<strong>de</strong>m, (f+) Asl doet op<br />
meer<strong>de</strong>re scholen<br />
vaardighe<strong>de</strong>n op<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
mentor heeft<br />
kennis van<br />
on<strong>de</strong>rwijs en<br />
verschillen<strong>de</strong><br />
vakgebie<strong>de</strong>n<br />
Asl leert<br />
allerlei<br />
vaardighe<strong>de</strong>n<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
i<strong>de</strong>m<br />
(f+)<br />
coach draagt<br />
ook theorieën<br />
aan<br />
coach heeft<br />
knowhow over<br />
coachen<br />
mentor kent<br />
‘basis’methodiek,<br />
-theorie<br />
Asl leert <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
praktijk veel<br />
vaardighe<strong>de</strong>n<br />
i<strong>de</strong>m, coach leert Asl om<br />
systematisch on<strong>de</strong>rzoek op<br />
te zetten, uit te voeren en te<br />
verantwoor<strong>de</strong>n<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
i<strong>de</strong>m (f+)<br />
Hos heeft i<strong>de</strong>m (f+)<br />
flexibele<br />
leerroute voor<br />
Asl: is loslaten<br />
van modulejaarstof<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
213
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Component Basisschool(n=8) Aanstaan<strong>de</strong> leraren(n=2) <strong>Hogeschool</strong>(n=2)<br />
Kenmerk I1 I2 I1 I2 I1 I2<br />
Element W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? W F- F+ F? Totaal<br />
afstemm<strong>in</strong>g op leerstijl 1 2 1 1 5<br />
Kenmerken<strong>de</strong> situaties 6 0 3 0 6 0 3 2 1 0 0 0 1 0 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 25<br />
<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> context bas 3 1 3 1 2 1 1 2 14<br />
niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken 3 2 3 2 1 11<br />
Mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g 125 0 8 0 135 1 113 17 35 0 0 0 35 2 35 0 35 0 9 0 39 0 33 5 627<br />
aanvoelen 11 1 11 11 1 1 1 1 38<br />
adviseren 6 6 4 1 1 1 1 3 1 3 3 1 31<br />
begelei<strong>de</strong>n van POP’s 3 11 13 10 1 8 8 9 6 1 6 6 1 80<br />
bewaken proces 16 1 16 1 14 1 4 4 1 3 2 2 2 67<br />
coach<strong>in</strong>g door coach 14 15 15 3 5 5 5 7 1 8 5 1 84<br />
coach<strong>in</strong>g door directie 3 1 3 3 10<br />
corrigeren 1 1 1 2 1 1 1 8<br />
gesprek 16 1 19 15 1 1 1 1 55<br />
klassenmanagement 1 1 1 1 1 1 6<br />
luisteren 8 8 6 1 23<br />
mentor<strong>in</strong>g 18 18 17 6 6 6 4 1 5 4 85<br />
omgang met leerl<strong>in</strong>gen 4 2 5 1 2 2 2 2 1 1 1 23<br />
on<strong>de</strong>rwijsleerproces 3 3 2 1 4 4 4 2 1 2 2 28<br />
samenvatten 0<br />
structureren 4 6 4 1 3 1 19<br />
sturen 9 2 10 10 2 2 2 1 2 3 2 3 3 1 52<br />
terugkoppelen 3 3 2 2 10<br />
vragen stellen 2 1 2 2 1<br />
Zorgen voor ownership 2 0 0 0 3 0 2 0 2 0 1 0 2 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 14<br />
zorgen voor ownership 2 3 2 2 1 2 2 14<br />
Kwaliteitszorg<br />
Procesmanagement 19 0 0 0 25 6 20 4 4 0 0 0 5 1 4 0 10 0 2 0 11 1 8 1 121<br />
<strong>in</strong>take-assessment 4 6 3 2 1 1 1 1 1 1 21<br />
systematisch volgen 3 4 3 3 3 3 1 1 1 22<br />
voortgangsassessments 12 15 3 15 3 1 1 1 8 2 9 7 1 78<br />
Zelfevaluatie 6 0 0 0 6 0 6 2 0 0 0 0 1 0 1 0 2 0 0 0 2 0 2 0 28<br />
reflectie op ervar<strong>in</strong>gen 6 6 6 2 1 1 2 2 2 28<br />
Startbekwaamheid<br />
Bekwaamhe<strong>de</strong>n 31 0 3 0 33 0 41 3 7 0 0 0 7 0 12 0 11 0 1 0 11 0 14 0 174<br />
doorgroeicompetentie 3 1 3 2 1 3 3 3 19<br />
functioneren <strong>in</strong> klas 8 8 11 2 2 4 1 1 2 39<br />
functioneren <strong>in</strong> school 7 7 11 2 2 4 1 1 2 37<br />
doelgerichtheid 9 1 10 10 2 2 2 2 5 1 5 7 56<br />
visieontwikkel<strong>in</strong>g 4 1 5 7 1 1 2 1 1 23<br />
Totaal generaal 508 68 2 574 51 466 72 112 10 124 14 121 148 3 29 170 17 133 11 2633<br />
1 IPB = <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid<br />
2 asl = aanstaan<strong>de</strong> leraar hos = hogeschool bas = basisschool<br />
3 POP’s = persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen<br />
229
Bijlagen<br />
Bijlage F (Omschrijv<strong>in</strong>g componenten, kenmerken en elementen)<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
1 On<strong>de</strong>rwijsaanbod Deze component ziet op het aanbod van kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De startbekwaamheid is opgebouwd uit verschillen<strong>de</strong> competenties. Voor <strong>een</strong><br />
competentie vormt <strong>een</strong> aanbod van verwante kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen, <strong>de</strong> kern. B<strong>in</strong>nen dit<br />
aanbod is sprake van <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en is er <strong>een</strong><br />
k01 Balans theorie en<br />
praktijk<br />
230<br />
balans praktijk<br />
theorie<br />
zekere balans tussen theorie en praktijk.<br />
In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bestaat <strong>een</strong> zeker evenwicht tussen theorie en praktijk.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is uitgerust met gevarieer<strong>de</strong> leerroutes waarbij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kan<br />
pen<strong>de</strong>len tussen <strong>in</strong>formatie, subjectief concept en praktijk. Er is sprake van <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>tegratie van<br />
hogeschoolactiviteiten en activiteiten op <strong>de</strong> werkplek <strong>in</strong> <strong>de</strong> basisschool. Er is balans tussen <strong>de</strong> eisen<br />
vanuit <strong>de</strong> werkplek en <strong>de</strong> eisen vanuit het theoretisch aanbod vanuit <strong>de</strong> hogeschool. Bei<strong>de</strong> soorten eisen<br />
wor<strong>de</strong>n gestuurd vanuit <strong>de</strong> vastgestel<strong>de</strong> (start)bekwaamheidseisen.<br />
Dit element karakteriseert <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen het praktische en theoretische <strong>de</strong>el <strong>in</strong> het aanbod. De<br />
on<strong>de</strong>rzoeksresultaten tonen <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rscheid <strong>in</strong> <strong>een</strong> drietal <strong>in</strong>valshoeken. Bij <strong>de</strong> eerste twee zijn praktijk<br />
en theorie ‘even belangrijk’ en komen bei<strong>de</strong> evenredig aan bod. Wel blijkt <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste <strong>in</strong>valshoek <strong>de</strong><br />
start te liggen vanuit het werken <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk en van daaruit komt <strong>de</strong> theorie. Bij <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek<br />
is dit omgekeerd. Vanuit <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek is <strong>de</strong> praktijk belangrijker dan <strong>de</strong> theorie en dient meer aan<br />
bod te komen. Net als bij <strong>de</strong> eerste <strong>in</strong>valshoek komt <strong>de</strong> theorie vanuit <strong>de</strong> praktijk aan bod. Bij alle drie is<br />
<strong>de</strong> pen<strong>de</strong>l tussen praktijk en theorie van belang voor het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
competenties In <strong>de</strong> op competenties gerichte bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gswijze uit <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>de</strong> startbekwaamheid<br />
opgebouwd uit verschillen<strong>de</strong> competenties. De competenties omvatten <strong>in</strong> <strong>een</strong> zekere balans steeds<br />
aspecten van <strong>de</strong> elementen ‘kennis’, ‘vaardighe<strong>de</strong>n’ en ‘houd<strong>in</strong>g’.<br />
constructivisme B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g staat <strong>een</strong> constructivistische visie op het <strong>leren</strong> van (aanstaan<strong>de</strong>)<br />
leraren centraal. Dit element karakteriseert dat <strong>leren</strong> <strong>een</strong> actief, constructief, cumulatief, zelfregu<strong>leren</strong>d,<br />
reconstructief en doelgericht proces omvat, gericht op <strong>een</strong> toenemen<strong>de</strong> mate van ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ door <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar (zie kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> component ‘professionaliteit’, ook: Bergen et al.,<br />
2000; Bolhuis, 2000; De Corte, 1996; Entwistle & Walker, 2000; Jong & Biemans, 1998; Niemi, 2002;<br />
Shuell, 1988; Verschaffel & De Grote, 1998). De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan dan uitgaan van toepass<strong>in</strong>gen <strong>in</strong><br />
die geest: mo<strong>de</strong>ll<strong>in</strong>g, scaffold<strong>in</strong>g, coach<strong>in</strong>g (Denters et al., 2001).<br />
k02 Doorgaan<strong>de</strong> lijn Het leerwerktraject kenmerkt zich door <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wordt gewerkt met ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen die bestaan uit<br />
samenhangen<strong>de</strong> en op<strong>een</strong>volgen<strong>de</strong> bekwaamhe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> termen van kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen.<br />
Dit impliceert dat sprake is van <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijsaanbod met <strong>een</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn zodat <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>ue<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt bevor<strong>de</strong>rd. Bij programmer<strong>in</strong>g via ontwikkel<strong>in</strong>gslijnen zijn<br />
voor elke ontwikkel<strong>in</strong>gslijn <strong>de</strong> te bereiken e<strong>in</strong>dtermen of competenties beschreven. De mentor en coach 1<br />
hebben <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar hier <strong>een</strong> voorname <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijke taak. Zij zorgen voor<br />
materialen en metho<strong>de</strong>n die voorzien <strong>in</strong> <strong>een</strong> cont<strong>in</strong>uïteit zodat <strong>een</strong> aanbod mogelijk wordt dat <strong>een</strong><br />
cont<strong>in</strong>u leerproces bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bevor<strong>de</strong>rt. Afspraken zijn vastgelegd over het aanbod voor <strong>de</strong><br />
verschillen<strong>de</strong> perio<strong>de</strong>s. Naast <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>n gaat het bij aanbod ook om <strong>de</strong> activiteiten van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar zelf zoals het werken met POP’s 2 . Gedragsveran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g is daarbij te zien als <strong>een</strong> langdurig en<br />
cont<strong>in</strong>u proces. Er wordt gewerkt met <strong>een</strong> flexibel curriculum en <strong>in</strong> <strong>de</strong> programmer<strong>in</strong>g is aandacht voor<br />
aanbod van<br />
houd<strong>in</strong>gen<br />
<strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke opbouw.<br />
Sommige competenties zijn generiek. Bijvoorbeeld competenties gerelateerd aan <strong>de</strong> algemene<br />
bekwaamhe<strong>de</strong>n. Voor an<strong>de</strong>re, meer beroepsgerichte, competenties geldt dat m<strong>in</strong><strong>de</strong>r. Het element<br />
‘aanbod van houd<strong>in</strong>gen’, attitu<strong>de</strong>s is gerelateerd aan <strong>de</strong> visie op het on<strong>de</strong>rwijsleerproces en omvat <strong>in</strong> het<br />
aanbod ook aspecten die te maken hebben met klassenmanagement en omgang met leerl<strong>in</strong>gen (zie ook<br />
het element ‘omgang met leerl<strong>in</strong>gen’ bij <strong>de</strong> component ‘begeleid<strong>in</strong>g’).<br />
aanbod van kennis Aanbod van vakdidactische en algem<strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijskundige kennis op het gebied van het<br />
on<strong>de</strong>rwijsleerproces, klassenmanagement, omgang met leerl<strong>in</strong>gen. Het element ziet ook op <strong>de</strong><br />
aanbod van<br />
vaardighe<strong>de</strong>n<br />
beschikbaarheid van relevante literatuur, bepaal<strong>de</strong> theorieën en zo meer.<br />
Dit element karakteriseert het aanbod van (<strong>in</strong>structie)vaardighe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar leert<br />
gebruiken ten behoeve van het on<strong>de</strong>rwijsleerproces, klassenmanagement, omgang met leerl<strong>in</strong>gen. In <strong>de</strong><br />
werkplek oefent <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong>ze vaardighe<strong>de</strong>n.<br />
cont<strong>in</strong>uïteit Dit element karakteriseert <strong>de</strong> beschikbaarheid b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g van <strong>een</strong> aanbod dat <strong>een</strong><br />
cont<strong>in</strong>u leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bevor<strong>de</strong>rt. Het element impliceert tevens <strong>de</strong> eigenschap dat<br />
<strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar hierbij <strong>een</strong> eigen (werk)tempo kan aanhou<strong>de</strong>n.
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
flexibel curriculum B<strong>in</strong>nen het competentiegerichte oplei<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g ligt nadruk op <strong>een</strong><br />
aanbod-op-maat. Eigenschap van <strong>een</strong> <strong>de</strong>rgelijk aanbod is dat dit aanbod wordt gerealiseerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm<br />
van <strong>een</strong> flexibel curriculum waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> zekere keuzevrijheid bezit waarbij <strong>de</strong><br />
startbekwaamheidseisen richt<strong>in</strong>ggevend zijn.<br />
overzicht Dit element weerspiegelt dat <strong>de</strong> betrokkenen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> doorgaan<strong>de</strong> lijn en <strong>de</strong><br />
curriculum<br />
overzicht<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
te bereiken (tussen)doelen voor ogen staan.<br />
Dit element karakteriseert dat on<strong>de</strong>rwijsaanbod zijn basis v<strong>in</strong>dt <strong>in</strong> kennis van en <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> relevante<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsaspecten van jong volwassenen. Het ontwikkel<strong>in</strong>gsproces van beg<strong>in</strong>nend tot startbekwaam<br />
leraar is bekend evenals <strong>de</strong> betrokkenheidsfasen die <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kan doorlopen (Zie Concerns<br />
Based Adoption Mo<strong>de</strong>l: ik-, taak-, an<strong>de</strong>r-, organisatiebetrokken; Fuller, 1970; Conway & Clark, 2003).<br />
2 Leerklimaat Deze component laat zich kenmerken door <strong>een</strong> ‘emotioneel veilig’ en <strong>een</strong> ‘uitdagend en stimu<strong>leren</strong>d’<br />
klimaat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
k03 Emotioneel veilig De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is emotioneel veilig en <strong>in</strong>spirerend.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g krijgt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> vertrouwensband met mentor en coach.<br />
Hij wordt geaccepteerd door mentor, directie, coach, teamle<strong>de</strong>n en krijgt van hen op positieve wijze<br />
commentaar op zijn functioneren. Zijn competentiegevoel wordt ontwikkeld en hij wordt uitgenodigd<br />
om eigen leervragen te stellen.<br />
acceptatie team bas Dit element wijst op <strong>de</strong> eigenschap dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g alle teamle<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar het gevoel geven hem te accepteren en op positieve wijze commentaar geven op zijn functioneren.<br />
competentiegevoel Bij dit element gaat het om het bevor<strong>de</strong>ren van competentiegevoel (‘ik kan het’) en het zelfvertrouwen,<br />
zelfverzekerdheid van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar waardoor <strong>de</strong>ze zich bekwamer gaat voelen <strong>in</strong> zijn han<strong>de</strong>len.<br />
relatie Er is over en weer vertrouwen <strong>in</strong> elkaar. Aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, team, coach voelen zich veilig bij<br />
elkaar en er is <strong>een</strong> goe<strong>de</strong> samenwerk<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge communicatie.<br />
relatie directie zie ‘relatie team’, hier gaat het specifiek on <strong>de</strong> relatie tussen aanstaan<strong>de</strong> leraar en directie<br />
sfeer Een open klimaat, waar <strong>een</strong>ie<strong>de</strong>r het gevoel heeft zichzelf te mogen zijn, vormt <strong>een</strong> karakteristiek van <strong>de</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. Dit impliceert on<strong>de</strong>r meer ook toegankelijkheid voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong><br />
k04 Uitdag<strong>in</strong>g en<br />
stimuler<strong>in</strong>g<br />
allerlei relevante zaken van belang voor zijn leerproces.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> uitdagend en stimu<strong>leren</strong>d leerwerkklimaat.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g biedt <strong>een</strong> leerwerkklimaat waarb<strong>in</strong>nen op <strong>de</strong> eerste plaats <strong>de</strong> mentor en<br />
coach, <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uitnodigen tot activiteit, hem stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n aanbie<strong>de</strong>n en<br />
accepteren dat hij fouten kan maken. Hij kan hulp en advies vragen aan <strong>de</strong> mentor, teamle<strong>de</strong>n en <strong>de</strong><br />
directie, maar ook aan (vak)docenten van <strong>de</strong> hogeschool. De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt van mentor en<br />
coach <strong>de</strong> ruimte om te <strong>leren</strong> (waaron<strong>de</strong>r experimenteren en zelfstandig <strong>in</strong>itiatieven ontplooien).<br />
betrokkenheid De mentor, teamle<strong>de</strong>n, directie, coach zijn betrokken op en naar elkaar toe, staan open voor en staan<br />
achter het leerwerktraject, tonen oprechte belangstell<strong>in</strong>g voor elkaar, ervaren het leerwerktraject als <strong>een</strong><br />
uitdag<strong>in</strong>g, zijn enthousiast en willen zich er voor <strong>in</strong>zetten.<br />
fouten mogen De betrokkenen (mentor, teamle<strong>de</strong>n, directie, coach) accepteren dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar fouten kan<br />
stimuler<strong>in</strong>g door<br />
mentor<br />
stimuler<strong>in</strong>g door<br />
team bas<br />
stimuler<strong>in</strong>g door<br />
directie<br />
stimuler<strong>in</strong>g door<br />
coach<br />
maken bij <strong>de</strong> les- en niet-lesgeven<strong>de</strong> activiteiten die hij on<strong>de</strong>rneemt.<br />
De mentor stimuleert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Bijvoorbeeld door uit te dagen <strong>in</strong>itiatieven te ontplooien <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g en toepass<strong>in</strong>g van zijn kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen me<strong>de</strong> <strong>in</strong> relatie tot <strong>de</strong> reeds<br />
aanwezige competenties <strong>de</strong> te realiseren (tussen)doelen <strong>in</strong> het licht van <strong>de</strong> te behalen<br />
startbekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
De an<strong>de</strong>re leraren stimu<strong>leren</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> diens ontwikkel<strong>in</strong>g naar het behalen van <strong>de</strong><br />
startbekwaamhe<strong>de</strong>n. Bijvoorbeeld door uit te dagen <strong>de</strong> eigen men<strong>in</strong>g te zeggen of bepaal<strong>de</strong> taken op<br />
zich te nemen.<br />
De directie stimuleert <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> diens ontwikkel<strong>in</strong>g naar het behalen van <strong>de</strong><br />
startbekwaamhe<strong>de</strong>n. Dit kan on<strong>de</strong>r meer door waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g uit te spreken bij het uitvoeren van bepaal<strong>de</strong><br />
werkzaamhe<strong>de</strong>n en bij <strong>de</strong> voortgang <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijsleerproces.<br />
De coach stimuleert bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van zelfstandigheid en het nemen van<br />
eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid. Bijvoorbeeld door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uit te dagen eigen <strong>in</strong>itiatieven te<br />
ontplooien en niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken uit te voeren.<br />
stimuler<strong>in</strong>g door De (vak)docenten stimu<strong>leren</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar om na te <strong>de</strong>nken over (nieuwe) vakconcepten <strong>in</strong> het<br />
team hos licht van <strong>de</strong> startbekwaamheidseisen en dagen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar uit <strong>de</strong>ze <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk te proberen.<br />
rolmo<strong>de</strong>l De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt van mentor en coach b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> en<br />
uitdagen<strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n aangebo<strong>de</strong>n.<br />
ruimte om te <strong>leren</strong> B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g wordt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar door mentor en coach gestimuleerd en <strong>de</strong><br />
ruimte gebo<strong>de</strong>n om te <strong>leren</strong> en te experimenteren.<br />
uitnodigend De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g heeft door haar <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g, fysiek, virtueel en door <strong>de</strong> rol die <strong>de</strong> personen<br />
daarb<strong>in</strong>nen spelen, <strong>een</strong> tot activiteit uitdagend karakter.<br />
231
Bijlagen<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
3 Professionaliteit Professionaliteit b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g laat zich kenmerken door ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ en<br />
‘zelfstur<strong>in</strong>g’ van <strong>de</strong> betrokkenen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze omgev<strong>in</strong>g en door <strong>een</strong> ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ als geheel.<br />
k05 Leren<strong>de</strong> B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie.<br />
organisatie De <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie impliceert dat <strong>een</strong> voortdurend leer- en ontwikkel<strong>in</strong>gsproces gebruikelijk is van<br />
alle betrokkenen: aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, directie, teamle<strong>de</strong>n en coach. Dit kenmerk veron<strong>de</strong>rstelt <strong>een</strong><br />
open leerhoud<strong>in</strong>g. Alle betrokkenen staan open voor vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten. Een <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie is<br />
<strong>een</strong> organisatie die bewust is gericht op het <strong>leren</strong> en het leervermogen op het niveau van het <strong>in</strong>dividu, <strong>de</strong><br />
groep en van <strong>de</strong> organisatie als geheel. Met als doel <strong>de</strong>ze op zodanige wijze met elkaar te verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat<br />
er cont<strong>in</strong>u veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g optreedt op alle drie <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> niveaus <strong>in</strong> <strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> door allen<br />
gewenste richt<strong>in</strong>g.<br />
ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert In dit element is <strong>de</strong> eigenschap zichtbaar dat <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong> context<br />
waar herkenbaar voortdurend van en aan elkaar wordt geleerd. De bij <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
betrokken actoren (aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, directie, teamle<strong>de</strong>n en coach) staan hiervoor open zodat er<br />
gelegenheid is om ervar<strong>in</strong>gen uit te wisselen.<br />
vernieuw<strong>in</strong>g Vernieuw<strong>in</strong>g is te zien als <strong>een</strong> karakteristiek van <strong>de</strong> school als <strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie. Het element brengt<br />
tot uitdrukk<strong>in</strong>g dat voor het ontwikkelen van competenties voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar ruimte nodig is om<br />
steeds meer zelfstur<strong>in</strong>g te geven aan <strong>de</strong> eigen ontwikkel<strong>in</strong>g van het beroepsgerichte han<strong>de</strong>len. Daarmee<br />
biedt <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> mogelijkheid aanwezige competenties op <strong>een</strong> hoger niveau te<br />
brengen en nieuwe competenties te ontwikkelen.<br />
k06 Professionaliser<strong>in</strong>g B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van op het beroep gericht <strong>leren</strong> en ontwikkelen.<br />
De kenmerken ‘<strong>leren</strong><strong>de</strong> organisatie’ en ‘professionaliser<strong>in</strong>g’ zijn nauw gerelateerd. Immers <strong>een</strong> <strong>leren</strong><strong>de</strong><br />
organisatie veron<strong>de</strong>rstelt dat <strong>de</strong> actoren actief bij schoolontwikkel<strong>in</strong>gs- en vernieuw<strong>in</strong>gsactiviteiten<br />
betrokken zijn. Of het nu gaat om verbeter<strong>in</strong>g, vernieuw<strong>in</strong>g of veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> betrokken actoren zullen<br />
doorgaans mee moeten veran<strong>de</strong>ren. Dit impliceert dat sprake is van <strong>een</strong> voortdurend op het beroep<br />
gericht ontwikkelen en <strong>leren</strong> en daarmee van <strong>de</strong>skundigheidsbevor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
coach<strong>in</strong>g mentor<br />
door coach<br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> het team van leraren sprake van collegiale coach<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>terne schol<strong>in</strong>g van<br />
externe on<strong>de</strong>rsteuners. De focus is gericht op samenwerk<strong>in</strong>g en on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g. Er zijn<br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met collega’s, ou<strong>de</strong>rs, leid<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong>n en externe on<strong>de</strong>rsteuners. Alle<br />
betrokkenen, waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, ontwikkelen zich voortdurend. De mentor wordt daarbij<br />
door <strong>de</strong> coach systematisch gecoacht.<br />
De mentor wordt door <strong>de</strong> coach systematisch gecoacht.<br />
coach<strong>in</strong>g mentor<br />
door directie<br />
De mentor wordt door <strong>de</strong> directie (of coach van <strong>de</strong> basisschool) systematisch gecoacht.<br />
collegiale coach<strong>in</strong>g Collega’s coachen elkaar systematisch.<br />
competentiegericht<br />
IPB 3<br />
Een schoolbestuur en <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> school heeft opvatt<strong>in</strong>gen over <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid en<br />
daar<strong>in</strong> <strong>de</strong> rol van met name competentieontwikkel<strong>in</strong>g van zitten<strong>de</strong> én aanstaan<strong>de</strong> leraren. Er is <strong>een</strong><br />
<strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk maar ook f<strong>in</strong>ancieel personeelsbeleid.<br />
<strong>in</strong>teractie collega’s Er zijn mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met collega’s. Men <strong>in</strong>formeert elkaar over het leerwerktraject. Bij<br />
<strong>in</strong>teractie is men er niet altijd bewust op uit om on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g te bie<strong>de</strong>n. Interactie kan zelfs<br />
tegenwerk<strong>in</strong>g van collega’s opleveren. Het plaatsen van meer<strong>de</strong>re aanstaan<strong>de</strong> leraren op één basisschool<br />
stimuleert on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge <strong>in</strong>teractie.<br />
<strong>in</strong>teractie externen Zie ‘<strong>in</strong>teractie collega’s’. Dit element duidt op <strong>de</strong> aanwezigheid van mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met<br />
ou<strong>de</strong>rs, leid<strong>in</strong>ggeven<strong>de</strong>n, externe on<strong>de</strong>rsteuners.<br />
<strong>in</strong>teractie directie Zie ‘<strong>in</strong>teractie collega’s’. Er zijn mogelijkhe<strong>de</strong>n voor <strong>in</strong>teractie met <strong>de</strong> directie.<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge<br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g<br />
B<strong>in</strong>nen het team is sprake van professionele on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g.<br />
schol<strong>in</strong>g mentor Er is sprake van op mentor<strong>in</strong>gsvaardighe<strong>de</strong>n gerichte schol<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> mentor.<br />
schol<strong>in</strong>g team B<strong>in</strong>nen het team is sprake van structurele en op schoolontwikkel<strong>in</strong>gsaspecten gerichte <strong>in</strong>terne of externe<br />
schol<strong>in</strong>gsactiviteiten.<br />
willen <strong>leren</strong> De actoren (aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, directie, teamle<strong>de</strong>n en coach) staan open om te <strong>leren</strong> en willen<br />
zich voortdurend (blijven) ontwikkelen. Dit element laat zich on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> wenselijke vorm<br />
van het element ‘ie<strong>de</strong>r<strong>een</strong> leert’, doordat het hier gaat om <strong>de</strong> bereidheid te willen <strong>leren</strong>.<br />
232
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
k07 Zelfstur<strong>in</strong>g B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g omvat het leerwerktraject <strong>een</strong> gelei<strong>de</strong>lijke overgang naar zelfsturend<br />
<strong>leren</strong> en werken.<br />
Deze kenmerken<strong>de</strong> eigenschap houdt <strong>in</strong> dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> navigatie <strong>in</strong> het<br />
leerwerktraject langzamerhand wordt overgelaten aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Hij wordt<br />
me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk gemaakt voor zijn eigen professionele ontwikkel<strong>in</strong>g en krijgt daarbij ruimte om<br />
zelfstandig besliss<strong>in</strong>gen te nemen over het on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> eigen groep. De eigen verantwoor<strong>de</strong>lijkheid<br />
voor het leerproces neemt dan evenzo toe. Consequentie hiervan voor <strong>de</strong> mentor is <strong>een</strong> zoeken naar<br />
evenwicht tussen enerzijds begeleid<strong>in</strong>g en stur<strong>in</strong>g en an<strong>de</strong>rzijds zelfontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
overgang naar<br />
zelfstur<strong>in</strong>g<br />
leraar. Daarmee is dit kenmerk sterk gerelateerd aan kenmerk 16 ‘zorgen voor ownership’.<br />
Zie kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’. Voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar nemen <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n toe on<strong>de</strong>r eigen<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkheid gelei<strong>de</strong>lijk aan steeds meer zelfstandig <strong>in</strong>itiatieven te ontplooien.<br />
4 Condities Bij <strong>de</strong>ze component gaat het om faciliteiten b<strong>in</strong>nen of ten behoeve van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
vorm van beschikbare mensen, materialen, ruimte, tijd, geld en afspraken.<br />
k08 Faciliter<strong>in</strong>g De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate faciliter<strong>in</strong>g en prioriter<strong>in</strong>g.<br />
Besturen en directies van <strong>de</strong> aan <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rsteunen <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het <strong>leren</strong> en werken. Ze prioriteren <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van en <strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen<br />
het leerwerktraject. Ze stimu<strong>leren</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bij het <strong>leren</strong> en werken, hou<strong>de</strong>n reken<strong>in</strong>g met<br />
verschillen tussen aanstaan<strong>de</strong> en zitten<strong>de</strong> leraren, nemen suggesties of i<strong>de</strong>eën van aanstaan<strong>de</strong> leraren<br />
serieus en zorgen voor <strong>de</strong> nodige faciliter<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> leer- en werkopdracht en van <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g.<br />
faciliter<strong>in</strong>g door De overheid on<strong>de</strong>rsteunt het werkplek<strong>leren</strong> door regelgev<strong>in</strong>g en f<strong>in</strong>ancieel door gel<strong>de</strong>n beschikbaar te<br />
overheid<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
hos<br />
stellen.<br />
De hogeschool faciliteert on<strong>de</strong>r meer door het <strong>in</strong>richten van <strong>een</strong> leerwerktraject, door voor <strong>de</strong> coach tijd<br />
vrij te maken en door f<strong>in</strong>anciën beschikbaar te stellen bijvoorbeeld voor <strong>de</strong> aanschaf van materialen, het<br />
creëren van bij<strong>een</strong>komsten, het bezoeken van congressen.<br />
Het schoolbestuur van <strong>de</strong> basisschool on<strong>de</strong>rsteunt het leerwerktraject door gel<strong>de</strong>n beschikbaar te stellen<br />
aan <strong>de</strong> school om als partnerschool te fungeren (o.a. bekostigen van gesprekstijd).<br />
Het bovenschools management on<strong>de</strong>rsteunt het leerwerktraject, door ruimte te bie<strong>de</strong>n aan het leerwerk-<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
bestuur<br />
faciliter<strong>in</strong>g door<br />
manager traject en <strong>de</strong> school <strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid te stellen als partnerschool te fungeren.<br />
faciliter<strong>in</strong>g door De directie vertaalt het bestuursbeleid <strong>in</strong> schoolbeleid en rekent het tot zijn taak om daar stur<strong>in</strong>g aan te<br />
directie geven. Hij biedt faciliter<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld <strong>een</strong> werkruimte<br />
voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, door tijd vrij te maken voor <strong>de</strong> mentor of door aanschaf van boeken,<br />
(metho<strong>de</strong>)materialen, cd-roms e.d. ten behoeve van het leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
taken bestuur Het schoolbestuur heeft al dan g<strong>een</strong> taken b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject.<br />
taken manager Het bovenschools management heeft al dan g<strong>een</strong> taken b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject.<br />
houd<strong>in</strong>g bestuur Het schoolbestuur staat achter het leerwerktraject.<br />
houd<strong>in</strong>g manager Het bovenschools management staat achter het leerwerktraject.<br />
prioriter<strong>in</strong>g <strong>leren</strong> De directie staat achter het leerwerktraject en maakt dit zichtbaar door prioriteit te geven aan het <strong>leren</strong><br />
door directie en het leerproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Hij prioriteert het <strong>leren</strong> on<strong>de</strong>r meer door <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid te stellen om enkele vaste dagen per week te werken aan <strong>de</strong> POP’s. Wanneer hij <strong>een</strong><br />
<strong>in</strong>valkracht nodig heeft, doet hij op <strong>de</strong>ze vaste dagen g<strong>een</strong> beroep op <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
selecteren van bas De taak van het schoolbestuur is <strong>een</strong> basisschool te selecteren die <strong>een</strong> krachtige werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
kan bie<strong>de</strong>n.<br />
zicht hou<strong>de</strong>n Het schoolbestuur heeft en houdt zicht op het leerwerktraject.<br />
bestuur<br />
zicht hou<strong>de</strong>n Het bovenschools management heeft en houdt zicht op het leerwerktraject.<br />
manager<br />
k09 Gebruik van ICT De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kent <strong>een</strong> doordacht en functioneel gebruik van ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tekstverwerken, gebruik van e-mail,<br />
<strong>in</strong>ternetten vanzelfspreken<strong>de</strong> ICT-mogelijkhe<strong>de</strong>n. Daarmee is ICT <strong>een</strong> vast on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van eigen<br />
on<strong>de</strong>rwijsleerproces en van het on<strong>de</strong>rwijsleerproces aan <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen.<br />
ICT communicatie De aanstaan<strong>de</strong> leraar, mentor, directie, coach zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> gelegenheid <strong>in</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge communicatie<br />
gebruik te maken van tekstverwerk<strong>in</strong>g, e-mail, chatprogramma’s e.d.<br />
ICT <strong>in</strong>ternet De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan ten behoeve van zijn <strong>leren</strong> op <strong>de</strong> werkplek gebruik maken van <strong>in</strong>ternet.<br />
ICT simulatie De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan ten behoeve van zijn <strong>leren</strong> gebruik maken van simulatieprogramma’s zoals<br />
MILE-Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
233
Bijlagen<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
k10 Personele mid<strong>de</strong>len De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kenmerkt zich door <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van personele mid<strong>de</strong>len.<br />
Voor het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g hebben <strong>de</strong> directies<br />
van <strong>de</strong> basisschool en hogeschool op <strong>een</strong> doelmatige wijze personeel <strong>in</strong>gezet. Tevens is <strong>de</strong> nodige tijd<br />
<strong>in</strong>geruimd voor <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g.<br />
beschikbare tijd De coach beschikt over <strong>een</strong> hoeveelheid tijd voor coach<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
coach<br />
beschikbare tijd De mentor (en <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate an<strong>de</strong>re teamle<strong>de</strong>n) beschikt over <strong>een</strong> hoeveelheid tijd voor begeleid<strong>in</strong>g<br />
mentor<br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en voor overleg met <strong>de</strong> coach.<br />
<strong>in</strong>zet personeel B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is op <strong>een</strong> doelmatige wijze sprake van <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet van personeel. Deze<br />
<strong>in</strong>zet is gericht op taken b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject ten behoeve van het <strong>leren</strong> van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
k11 Samenwerk<strong>in</strong>gs- De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is op basis van samenwerk<strong>in</strong>gsafspraken opgezet.<br />
afspraken B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge en schriftelijke afspraken gemaakt ten behoeve van<br />
het <strong>leren</strong> en werken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Deze afspraken zijn <strong>in</strong> <strong>een</strong> contract vastgelegd. Ver<strong>de</strong>r<br />
zijn over <strong>de</strong> verhoud<strong>in</strong>g tussen <strong>leren</strong> en werken over <strong>de</strong> taken en verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar, <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach afspraken gemaakt. Ook zijn er afspraken over het<br />
dienstverband en <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële vergoed<strong>in</strong>g. Tenslotte v<strong>in</strong><strong>de</strong>n op regelmatige momenten evaluaties plaats<br />
van <strong>de</strong> gemaakte afspraken.<br />
afspraken bas-asl 4 - Afspraken zijn gericht op <strong>de</strong> wijze waarop b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject <strong>de</strong> startbekwaamhe<strong>de</strong>n kunnen<br />
hos<br />
wor<strong>de</strong>n bereikt. Ver<strong>de</strong>r hebben ze betrekk<strong>in</strong>g op (<strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> evaluaties van) <strong>de</strong> (SMART 5 )<br />
geformuleer<strong>de</strong> doelen en ver<strong>de</strong>r op <strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> betrokkenheid van het management, <strong>de</strong><br />
leraren en <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet van extra mid<strong>de</strong>len. Afspraken kunnen daarbij gaan over <strong>de</strong> rol-/taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g,<br />
verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> faciliter<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciën, maar ook <strong>de</strong> wijze van uitvoeren van POP’s.<br />
afspraken asl-bas Zie ‘afspraken bas-asl-hos’. Meer toegespitst op <strong>de</strong> rol en taken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
school, <strong>de</strong> rol en taken van <strong>de</strong> mentor en <strong>een</strong> eventueel leerwerkcontract.<br />
afspraken asl-hos Zie ‘afspraken bas-asl-hos’. Meer toegespitst op <strong>de</strong> rol en taken van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />
hogeschool en <strong>de</strong> rol en taken van <strong>de</strong> coach.<br />
afspraken bas-hos Zie ‘afspraken bas-asl-hos’.<br />
communicatie bas- B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> driehoek bas-asl-hos is sprake van regelmatige <strong>in</strong>terne communicatie en dui<strong>de</strong>lijke<br />
asl-hos<br />
overlegstructuren. De communicatie richt zich op on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> visie op het <strong>leren</strong> en <strong>de</strong> <strong>in</strong>zet en<br />
begeleid<strong>in</strong>g van (aanstaan<strong>de</strong>) leraren.<br />
communicatie asl- Zie ‘communicatie bas-asl-hos’. Meer toegespitst op <strong>de</strong> communicatie met <strong>de</strong> mentor over het <strong>leren</strong> en<br />
bas<br />
het functioneren van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
communicatie asl- Zie ‘communicatie bas-asl-hos’.<br />
hos<br />
Meer toegespitst op <strong>de</strong> communicatie met <strong>de</strong> coach over het <strong>leren</strong> en het functioneren van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
communicatie bas- Zie ‘communicatie bas-asl-hos’.<br />
hos<br />
communicatie De coach communiceert met alle betrokkenen (schoolbestuur, bovenschools management, directie,<br />
coach<br />
mentoren, teamle<strong>de</strong>n, vakdocenten, collega-coaches, aanstaan<strong>de</strong> leraren). Hij <strong>in</strong>formeert hen over <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen het leerwerktraject. De coach organiseert bij<strong>een</strong>komsten voor mentoren,<br />
aanstaan<strong>de</strong> leraren en directie.<br />
k12 Up-to-date De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is up-to-date, compleet en rijk aan mid<strong>de</strong>len.<br />
mid<strong>de</strong>len In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g beschikt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar over up-to-date mid<strong>de</strong>len en materialen voor<br />
het (<strong>leren</strong>) <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> (basisschool). Er is sprake van <strong>een</strong> doelmatige <strong>in</strong>zet van materiële mid<strong>de</strong>len.<br />
Daarnaast kan hier ook wor<strong>de</strong>n gedacht aan <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g. Te <strong>de</strong>nken is aan<br />
ruimtes voor pauzes en recreatie, a<strong>de</strong>quate ICT-voorzien<strong>in</strong>gen, ruimtes voor gesprekken en overleg <strong>in</strong><br />
kle<strong>in</strong>e groepen. De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan gebruik maken van bibliotheekvoorzien<strong>in</strong>gen (basisschool),<br />
<strong>een</strong> mediacentrum (basisschool) en <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rwijswerkplaats (hogeschool).<br />
mid<strong>de</strong>len De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan gebruik maken van mid<strong>de</strong>len (zoals metho<strong>de</strong>s, bronnenboeken, pc) en<br />
materialen (zoals werkbla<strong>de</strong>n, oefenschriften, papier) van <strong>de</strong> basisschool voor het (<strong>leren</strong>) <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
on<strong>de</strong>rwijswerk- De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan gebruik maken van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswerkplaats van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
plaats<br />
studieruimte De aanstaan<strong>de</strong> leraar kan gebruik maken van het documentatie-/ mediacentrum van basisschool. Er is op<br />
<strong>de</strong> basisschool/hogeschool <strong>een</strong> ruimte beschikbaar waar <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar ongestoord kan werken.<br />
234
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
5 Begeleid<strong>in</strong>g Kenmerkend zijn ‘mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g’ en <strong>de</strong> ‘afstemm<strong>in</strong>g van het aanbod op <strong>de</strong> behoeften’ van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar. De begeleid<strong>in</strong>g kenmerkt zich ver<strong>de</strong>r door het <strong>leren</strong> van <strong>een</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong><br />
en van ‘kenmerken<strong>de</strong> situaties’. Deze zijn veelal <strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> <strong>de</strong> context van reële situaties van <strong>de</strong><br />
basisschool. Bovendien is sprake van <strong>een</strong> on<strong>de</strong>rsteunen van ‘ownership’ zodat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
k13 Afstemm<strong>in</strong>g op<br />
behoeften<br />
afstemm<strong>in</strong>g op<br />
betrokkenheid<br />
afstemm<strong>in</strong>g op<br />
ervar<strong>in</strong>g<br />
afstemm<strong>in</strong>g op<br />
kennis<br />
afstemm<strong>in</strong>g op<br />
leerstijl<br />
k14 Kenmerken<strong>de</strong><br />
situaties<br />
<strong>in</strong>gebed <strong>in</strong> context<br />
bas<br />
‘eigenaar’ wordt van zijn eigen leerproces.<br />
De leerbehoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bepalen <strong>de</strong> keuzes <strong>in</strong> het leerwerktraject.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g bouwen <strong>de</strong> mentor en coach bij het bepalen van het leerwerktraject<br />
voort op <strong>de</strong> eigen (praktijk)ervar<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> reeds aanwezige eigen kennis van aanstaan<strong>de</strong> leraar. Daaraan<br />
wordt praktijkrelevante theorie gekoppeld. De concerns en <strong>de</strong> leerstijl van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bepalen<br />
me<strong>de</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd en vorm van het leerwerktraject en er is aandacht voor cultuur- en taaldiversiteit. Dit<br />
impliceert flexibiliser<strong>in</strong>g, maatwerk, vraaggeoriënteerd on<strong>de</strong>rwijs en <strong>in</strong>dividuele leerroutes.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> concerns van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r of el<strong>de</strong>rs<br />
verworven ervar<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r of el<strong>de</strong>rs<br />
verworven kennis van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van afstemm<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> leerstijl van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Kenmerken<strong>de</strong> situaties vormen het startpunt voor het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>.<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g zijn <strong>de</strong> nieuwe op competentiegerichte werkwijzen bij het <strong>leren</strong><br />
<strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> steeds gerelateerd aan beroepskenmerken<strong>de</strong> taken en activiteiten <strong>in</strong> <strong>de</strong> (school)praktijk.<br />
Competenties omvatten beroepsgerichte kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen. De leerwerkactiviteiten<br />
zijn dan (noodzakelijkerwijs) <strong>in</strong> <strong>de</strong> unieke context van <strong>de</strong> basisschool <strong>in</strong>gebed. De aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
doet ervar<strong>in</strong>g op <strong>in</strong> authentieke situaties, waarbij hij ook op impliciete wijze leert van kritische,<br />
kenmerken<strong>de</strong> situaties. Actieve ‘participatie’ aan die kenmerken<strong>de</strong> situaties impliceert dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar kan <strong>de</strong>elnemen aan alle overlegsituaties en voor <strong>de</strong> beroepsgroep relevante activiteiten, die<br />
normaliter tot <strong>de</strong> functie behoren. Hierbij krijgt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> directie<br />
gelegenheid om me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijk te zijn voor <strong>de</strong> school als geheel en wordt hij <strong>in</strong> staat gesteld<br />
ervar<strong>in</strong>g op te doen met niet-lesgebon<strong>de</strong>n taken.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar doet ervar<strong>in</strong>g op <strong>in</strong> authentieke situaties, waarbij hij leert van kritische,<br />
kenmerken<strong>de</strong> situaties. Het zijn situaties die specifiek zijn voor <strong>een</strong> basisschool <strong>in</strong> het algem<strong>een</strong> zoals<br />
<strong>in</strong>breng tij<strong>de</strong>ns on<strong>de</strong>rwijskundige verga<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en commissies, (mee) organiseren van activiteiten,<br />
ou<strong>de</strong>ravon<strong>de</strong>n, tien-m<strong>in</strong>uten-gesprekken.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt begeleid<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> organisatie van <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len, materialen en media, ten<br />
niet-lesgebon<strong>de</strong>n<br />
taken<br />
behoeve van <strong>de</strong> dagelijkse activiteiten, zowel b<strong>in</strong>nen als buiten <strong>de</strong> school.<br />
k15 Mentor<strong>in</strong>g en De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g kent <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g.<br />
coach<strong>in</strong>g Op <strong>de</strong> werkplek is sprake van op <strong>de</strong> behoeften van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren afgestem<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>g en<br />
coach<strong>in</strong>g. Mentor<strong>in</strong>g heeft betrekk<strong>in</strong>g op het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar door <strong>de</strong> mentor van <strong>de</strong><br />
basisschool. Coach<strong>in</strong>g heeft <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r betrekk<strong>in</strong>g op het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en<br />
<strong>de</strong> mentor door <strong>de</strong> coach. De mentor en <strong>de</strong> coach begelei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> diens voortgang.<br />
De begeleid<strong>in</strong>g richt zich op <strong>de</strong> plann<strong>in</strong>g van werk (lesgeven<strong>de</strong> en niet-lesgeven<strong>de</strong> activiteiten), het<br />
<strong>in</strong>richten van <strong>de</strong> leeromgev<strong>in</strong>g, het on<strong>de</strong>rwijsleerproces (<strong>in</strong>structie en verwerk<strong>in</strong>g), klassenmanagement,<br />
<strong>de</strong> omgang en communicatie met <strong>de</strong> groep, <strong>de</strong> evaluatie van leerl<strong>in</strong>genresultaten en <strong>de</strong> contacten met<br />
ou<strong>de</strong>rs. De mentor heeft daarbij tot taak regelmatig het han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te observeren<br />
en voor- en nabesprek<strong>in</strong>gen daarover te hou<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gsgesprekken. Het<br />
on<strong>de</strong>rscheid tussen begeleid<strong>in</strong>g en beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g is voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar dui<strong>de</strong>lijk. De rollen en<br />
taakver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van verschillen<strong>de</strong> typen begelei<strong>de</strong>rs zijn hel<strong>de</strong>r en omschreven.<br />
Tenslotte vormt het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het werken met POP’s <strong>een</strong> belangrijk<br />
begeleid<strong>in</strong>gson<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el. De begeleid<strong>in</strong>g vraagt daarmee om gevarieer<strong>de</strong> rollen on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re die van<br />
<strong>in</strong>structeur, mo<strong>de</strong>l en coach. De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt onmid<strong>de</strong>llijke feedback en on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g.<br />
We<strong>de</strong>rzijds expliciteren en uitwisselen van kennis, opvatt<strong>in</strong>gen en besliss<strong>in</strong>gen zijn van belang.<br />
aanvoelen De mentor en coach zijn <strong>in</strong> staat om aan en <strong>in</strong> te voelen wat er leeft bij en <strong>in</strong> welke richt<strong>in</strong>g <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong>nkt en waar vragen of knelpunten zijn te verwachten.<br />
adviseren Adviseren van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, omvat het doen van suggesties het aanbie<strong>de</strong>n van alternatieven voor<br />
het leerproces (zie Engelen, 2002). Adviseren gebeurt op <strong>de</strong> eerste plaats door <strong>de</strong> mentor en coach, maar<br />
gebeurt ook door <strong>de</strong> directie en teamle<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> basisschool en <strong>de</strong> (vak)docenten van <strong>de</strong> hogeschool.<br />
235
Bijlagen<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
begelei<strong>de</strong>n van De mentor zowel als <strong>de</strong> coach spelen bij het begelei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> POP’s <strong>een</strong> rol.<br />
POP’s<br />
bewaken proces Bij het ‘bewaken van het proces’ is te <strong>de</strong>nken aan <strong>de</strong> evaluaties die <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach samen met <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar uitvoeren om greep te hou<strong>de</strong>n op het ontwikkel<strong>in</strong>gsproces dat <strong>de</strong>ze doormaakt <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
groei tot startbekwaam leraar. Tevens omvat dit bewaken het algehele leerwerktraject. Daarbij gaat het<br />
om het verloop van <strong>de</strong> contacten aanstaan<strong>de</strong> leraar - mentor, aanstaan<strong>de</strong> leraar - team, aanstaan<strong>de</strong> leraar<br />
- directie en <strong>de</strong> (vak)docenten van <strong>de</strong> hogeschool, het functioneren van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> het team<br />
en zo meer. In het bewaken van <strong>de</strong>ze aspecten blijkt ook aan <strong>de</strong> directie van <strong>de</strong> basisschool <strong>een</strong> taak<br />
toegedacht. De directie van <strong>de</strong> hogeschool bewaakt bovendien <strong>de</strong> consequenties die het leerwerktraject<br />
heeft voor het on<strong>de</strong>rwijs op <strong>de</strong> hogeschool. Hij voert hierover gesprekken met <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> coaches.<br />
coach<strong>in</strong>g door De aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt begeleid door <strong>de</strong> coach. Zie kenmerkbeschrijv<strong>in</strong>g. Bij verschillen<strong>de</strong><br />
coach<br />
elementen zijn beschrijv<strong>in</strong>gen van meer specifieke coach<strong>in</strong>gstaken gegeven. Het element ‘coach<strong>in</strong>g door<br />
coach’ is ruimer geformuleerd dan <strong>de</strong> meer op specifieke karakteristieken van mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g<br />
toegesne<strong>de</strong>n elementen.<br />
coach<strong>in</strong>g door De aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt begeleid door <strong>de</strong> directie. Zie kenmerkbeschrijv<strong>in</strong>g. Bij verschillen<strong>de</strong><br />
directie elementen zijn beschrijv<strong>in</strong>gen van meer specifieke coach<strong>in</strong>gstaken van <strong>de</strong> directie geduid. Het element<br />
‘coach<strong>in</strong>g door directie’ is ruimer geformuleerd dan <strong>de</strong> meer op specifieke karakteristieken van<br />
mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g toegesne<strong>de</strong>n elementen.<br />
corrigeren Dit element ligt dicht tegen <strong>de</strong> elementen die te maken hebben met het geven van feedback. Het<br />
on<strong>de</strong>rscheidt zich daarvan doordat het als eigenschap vooral gaat om het corrigeren van gedrag<strong>in</strong>gen of<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen die onvoldoen<strong>de</strong> tegemoetkomen aan verwachte of gewenste doelen, criteria of normen.<br />
gesprek Dit element raakt aan communicatieve elementen. Karakteristiek is echter dat het specifiek gaat om<br />
gesprekken die op begeleid<strong>in</strong>g (mentor<strong>in</strong>g en coach<strong>in</strong>g) zijn gericht. Te <strong>de</strong>nken is ook aan voor- en<br />
nagesprekken (<strong>een</strong> gesprek voorafgaand aan, respectievelijk na, <strong>de</strong> activiteit van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
Het kan ook gaan om overleg-, feedback- en discussiemomenten met me<strong>de</strong>stu<strong>de</strong>nten.<br />
klassen- Vooral <strong>de</strong> mentor biedt <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar begeleid<strong>in</strong>g bij aspecten die betrekk<strong>in</strong>g hebben op<br />
management klassenmanagement. Het gaat hierbij met name om het <strong>leren</strong> van vaardighe<strong>de</strong>n die zijn gericht op het<br />
organiseren van <strong>de</strong> dagelijkse gang van zaken <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas.<br />
luisteren Dit element ziet op <strong>de</strong> bereidheid van <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach om daadwerkelijk te luisteren naar <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar en te proberen <strong>in</strong>zicht te krijgen <strong>in</strong> diens (leer)behoeften. De mentor en <strong>de</strong> coach tonen<br />
<strong>in</strong>formatie op te pakken en <strong>in</strong> te gaan op (non)verbale reacties van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
mentor<strong>in</strong>g De aanstaan<strong>de</strong> leraar wordt begeleid door <strong>de</strong> mentor. Voor <strong>de</strong> karakteriser<strong>in</strong>g van dit element wordt<br />
verwezen naar <strong>de</strong> kenmerkbeschrijv<strong>in</strong>g en naar <strong>de</strong> elementen die taken van <strong>de</strong> mentor beschrijven. Het<br />
element ‘mentor<strong>in</strong>g’ is ruimer geformuleerd dan <strong>de</strong> meer op specifieke karakteristieken van mentor<strong>in</strong>g<br />
toegesne<strong>de</strong>n elementen.<br />
omgang met De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt begeleid<strong>in</strong>g bij het creëren en on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n van <strong>een</strong> pedagogisch<br />
leerl<strong>in</strong>gen klassenklimaat. Dit betreft zowel <strong>de</strong> omgang tussen <strong>de</strong> leraar en zijn leerl<strong>in</strong>gen, als die tussen leerl<strong>in</strong>gen<br />
on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g.<br />
on<strong>de</strong>rwijsleer- De aanstaan<strong>de</strong> leraar krijgt begeleid<strong>in</strong>g bij het on<strong>de</strong>rwijsleerproces. In het on<strong>de</strong>rwijsleerproces komen<br />
proces<br />
het pedagogisch en het didactisch han<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> leraar samen. De begeleid<strong>in</strong>g is gericht op het <strong>leren</strong><br />
van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te zorgen voor <strong>een</strong> systematische en stimu<strong>leren</strong><strong>de</strong> aanpak en het activeren van<br />
<strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen. Voorwaar<strong>de</strong>lijk daartoe is dat <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar begelei<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
het <strong>leren</strong> volgen van <strong>de</strong> vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen en ontwikkel<strong>in</strong>g van leerl<strong>in</strong>gen en het afstemmen van het<br />
on<strong>de</strong>rwijsleerproces op <strong>de</strong> leerbehoeften van <strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen. De begeleid<strong>in</strong>g richt zich daartoe ook op<br />
aspecten van <strong>de</strong> <strong>in</strong>structie, verwerk<strong>in</strong>g en verzorg<strong>in</strong>g van on<strong>de</strong>rwijsarrangementen.<br />
samenvatten Dit element ziet vooral op goed on<strong>de</strong>rkennen van hoofd- en bijzaken <strong>in</strong> het ontwikkel<strong>in</strong>gsproces van <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar. Van belang tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> mentor<strong>in</strong>gs- en coach<strong>in</strong>gsgesprekken zijn <strong>in</strong> dit verband<br />
herhalen en samenvatten van <strong>de</strong> uitgevoer<strong>de</strong> activiteiten en vervolgens het reflecteren op gedrag en<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen.<br />
structureren Structuur, dui<strong>de</strong>lijkheid bie<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar bijvoorbeeld b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> school is <strong>een</strong> hel<strong>de</strong>re<br />
<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g, is dui<strong>de</strong>lijk waar <strong>de</strong> groepen zich bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n, wat wel kan en wat niet kan, welke afspraken er<br />
zijn, structuur bie<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> begeleid<strong>in</strong>g van en tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> gesprekken met <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (gesprek<br />
moet structuur bie<strong>de</strong>n qua <strong>in</strong>houd en vormgev<strong>in</strong>g o.a. wat is het doel van het gesprek, welke zaken<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> welke volgor<strong>de</strong> besproken).<br />
sturen Een van <strong>de</strong> kenmerken van <strong>de</strong> component ‘professionaliteit’ is het kenmerk ‘zelfstur<strong>in</strong>g’. Dit kenmerk<br />
veron<strong>de</strong>rstelt dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate zelfstandig stur<strong>in</strong>g geeft aan zijn <strong>leren</strong> en<br />
leerproces. Karakteristiek voor het element ‘sturen’ is dat hier het <strong>in</strong>itiatief vooral ligt bij <strong>de</strong> mentor en<br />
<strong>de</strong> coach die <strong>in</strong> het begelei<strong>de</strong>n van het leerproces, voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>de</strong> ‘richt<strong>in</strong>g’ aangeven.<br />
236
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
terugkoppelen Bij dit element gaat het vooral om han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen die herkenbaar zijn <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste drie gespreksfasen van<br />
Engelen (2002). Mentor en aanstaan<strong>de</strong> leraar ‘komen terug op het voorgaan<strong>de</strong> nagesprek’,<br />
‘verdui<strong>de</strong>lijken <strong>de</strong> gegeven les(situatie)’ en ‘benoemen aandachtspunten vanuit <strong>de</strong> gegeven les’. Het<br />
element ‘terugkoppelen’ is verwant aan <strong>de</strong> elementen ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’ en ‘corrigeren’.<br />
Terugkoppelen of feedback geven en correctie zijn te zien als (aspecten van) kernactiviteiten (Engelen,<br />
2002) b<strong>in</strong>nen <strong>een</strong> mentor<strong>in</strong>gs- of coach<strong>in</strong>gsgesprek.<br />
vragen stellen Essentieel voor <strong>een</strong> a<strong>de</strong>quate begeleid<strong>in</strong>g is dat mentor en coach (<strong>de</strong> juiste) vragen stellen aan <strong>de</strong><br />
aanstaan<strong>de</strong> leraar. Daarbij gaat het ook om <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> vragen wor<strong>de</strong>n gesteld en wie <strong>de</strong> vragen<br />
stelt. In dit on<strong>de</strong>rzoek wordt veron<strong>de</strong>rsteld dat <strong>de</strong> kwaliteit van het mentor<strong>in</strong>gs- en coach<strong>in</strong>gsgesprek<br />
afhankelijk is van <strong>de</strong> <strong>in</strong>breng van bei<strong>de</strong> gesprekspartners: <strong>de</strong> mentor of coach en <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar.<br />
k16 Zorgen voor<br />
ownership<br />
zorgen voor<br />
ownership<br />
Dit betekent dat mentor en coach ook <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar kunnen uitdagen vragen te stellen.<br />
De aanstaan<strong>de</strong> leraar is ‘eigenaar’ van het eigen leerproces.<br />
Uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksliteratuur is af te lei<strong>de</strong>n dat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g ownership<br />
voorwaar<strong>de</strong>lijk is voor <strong>de</strong> professionele ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar (Bergen, Derksen et al.,<br />
2001; Day, 1999; Korthagen, Tigchelaar et al., 2001).<br />
B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g hebben <strong>de</strong> mentor en coach <strong>de</strong> zorg dit gevoel van ‘ownership’ te<br />
bevor<strong>de</strong>ren, on<strong>de</strong>r meer door nadruk te leggen op zelfverantwoor<strong>de</strong>lijkheid en zelfstur<strong>in</strong>g. Daarmee is<br />
dit kenmerk sterk gerelateerd aan kenmerk 7 ‘zelfstur<strong>in</strong>g’.<br />
De mentor en coach stimu<strong>leren</strong> dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar eigenaarschap, zeggenschap ervaart over zijn<br />
eigen <strong>leren</strong> en leerproces. Ook <strong>de</strong> (actoren van <strong>de</strong>) hogeschool en van <strong>de</strong> basisschool ervaren ownership<br />
voor <strong>de</strong> on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len waarvoor zij verantwoor<strong>de</strong>lijk zijn. De an<strong>de</strong>re partijen bie<strong>de</strong>n daartoe ruimte.<br />
6 Kwaliteitszorg In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van <strong>een</strong> systematische zorg voor <strong>de</strong> kwaliteit van het<br />
leerwerktraject. Er zijn maatregelen om <strong>de</strong> kwaliteit te behou<strong>de</strong>n en zonodig te verbeteren. Het gaat<br />
om reflectie bij <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar zelf te bereiken en het systematisch volgen van zijn<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
k17 Procesmanagement Procesmanagement omvat het zicht hebben en hou<strong>de</strong>n op het leerwerktraject.<br />
Kenmerkend daarbij is het zicht hebben en hou<strong>de</strong>n zowel op het leerwerktraject als geheel als op het<br />
<strong>in</strong>dividuele ontwikkel<strong>in</strong>gsproces van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Het vaststellen van <strong>de</strong> tussentijdse resultaten<br />
(voortgangsassessments) en het e<strong>in</strong>dresultaat (e<strong>in</strong>dassessments) spelen daarbij <strong>een</strong> rol. De kwaliteit van<br />
<strong>de</strong> voortgangsassessments (tussentijdse ‘toets’momenten met behulp van portfolio, gesprekken,<br />
geobserveer<strong>de</strong> lessen) en het e<strong>in</strong>dassessment (e<strong>in</strong>dgesprek en portfolio) dienen daarbij gewaarborgd te<br />
zijn. De wijze van afname en normer<strong>in</strong>g liggen <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> mentor en coach gezamenlijk, waarbij<br />
<strong>in</strong>take-assessment<br />
systematisch<br />
volgen<br />
voortgangsassessments<br />
<strong>de</strong> coach e<strong>in</strong>dverantwoor<strong>de</strong>lijkheid draagt.<br />
Dit element heeft betrekk<strong>in</strong>g op het assessment waar<strong>in</strong> wordt vastgesteld of <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar voldoet<br />
aan <strong>de</strong> bekwaamheid die nodig is om toegelaten te wor<strong>de</strong>n tot <strong>een</strong> specifiek opleid<strong>in</strong>gstraject en aan<br />
welke competenties <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> opleid<strong>in</strong>g nog moet werken.<br />
Een assessment omvat <strong>de</strong> toetsomgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar laat zien dat hij competent is en<br />
waar<strong>in</strong> zijn competenties wor<strong>de</strong>n beoor<strong>de</strong>eld (Wouda & Snoek, 2003). Assessment omvat <strong>een</strong> grote<br />
diversiteit aan toetsvormen zoals casuïstiek, portfolio of vaardigheidsproeven.<br />
In <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is sprake van systematisch volgen van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar. Dit gebeurt door gesprekken, observeren, lezen van (les)verslagen, portfolio en POP’s. Tevens<br />
wor<strong>de</strong>n a<strong>de</strong>quate toets<strong>in</strong>strumenten <strong>in</strong>gezet.<br />
Met <strong>een</strong> voortgangsassessment wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> tussentijdse vor<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar, getoetst en<br />
beoor<strong>de</strong>eld op één of meer<strong>de</strong>re complexe vaardighe<strong>de</strong>n en competenties (Brakel & Heijmen-Versteegen,<br />
2003). In <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> cases v<strong>in</strong><strong>de</strong>n voortgangsassessments plaats door het voeren van toetsgesprekken<br />
tussen <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar en <strong>de</strong> coach, eventueel on<strong>de</strong>rsteund door <strong>een</strong> praktijkassessment.<br />
k18 Zelfevaluatie Kenmerkend is <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> eigen ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Om <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraren daartoe <strong>in</strong> staat te stellen omvat <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g stimulansen tot<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> zelfevaluatieve vaardighe<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar. Dit impliceert dat <strong>de</strong><br />
mentor en <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar on<strong>de</strong>rsteunen <strong>in</strong> en <strong>de</strong> mogelijkheid bie<strong>de</strong>n tot regelmatige<br />
reflectie over opgedane ervar<strong>in</strong>gen. Daarmee is dit kenmerk gerelateerd aan kenmerk 1 ‘Balans theorie<br />
reflectie op<br />
ervar<strong>in</strong>gen<br />
en praktijk’, en aan kenmerk 16 ‘Zorgen voor ownership’.<br />
Het element is verwant aan ‘terugkoppelen’ en ‘corrigeren’. Karakteristiek voor ‘reflectie op ervar<strong>in</strong>gen’<br />
is dat <strong>de</strong> mentor en <strong>de</strong> coach <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar stimu<strong>leren</strong> om zelf te reflecteren op opgedane<br />
ervar<strong>in</strong>gen en op grond daarvan vooruit te blikken naar nieuwe activiteiten. Bij ‘terugkoppelen’ en<br />
‘corrigeren’ gaat <strong>de</strong> terugblik of bijstell<strong>in</strong>g uit van <strong>de</strong> mentor of <strong>de</strong> coach.<br />
237
Bijlagen<br />
Tabel F.1 Conceptueel analytisch ka<strong>de</strong>r: omschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> componenten, kenmerken en elementen van <strong>een</strong><br />
werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
7 Startbekwaamheid De startbekwaamheid vormt het doel en <strong>de</strong> opbrengst van het <strong>leren</strong> <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
De startbekwaamheid weerspiegelt daarmee <strong>de</strong> functie van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g.<br />
De voor het behalen van <strong>de</strong> startbekwaamheid omschreven (formele) eisen geven richt<strong>in</strong>g<br />
en stur<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. On<strong>de</strong>rwijsjuridisch impliceren <strong>de</strong><br />
(start)bekwaamheidseisen voor <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar <strong>een</strong> resultaatsverplicht<strong>in</strong>g en voor <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen <strong>een</strong> <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gsverplicht<strong>in</strong>g.<br />
k19 Bekwaamhe<strong>de</strong>n Kenmerkend is het doelgericht <strong>leren</strong> van die kennis, vaardighe<strong>de</strong>n en houd<strong>in</strong>gen die <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong><br />
leraar straks nodig heeft om a<strong>de</strong>quaat te functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas en <strong>in</strong> <strong>de</strong> school, evenals het ontwikkelen<br />
van <strong>een</strong> eigen visie op on<strong>de</strong>rwijs en <strong>een</strong> gerichtheid op voortduren<strong>de</strong> doorgroei.<br />
Kernelementen zijn <strong>de</strong> doelgerichtheid op te behalen bekwaamhe<strong>de</strong>n om straks vanuit <strong>een</strong> hel<strong>de</strong>re eigen<br />
visie op <strong>leren</strong> en <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong>, als beg<strong>in</strong>nend leraar te kunnen functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas en <strong>in</strong> <strong>de</strong> school.<br />
De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g is <strong>in</strong>hou<strong>de</strong>lijk en naar vormgev<strong>in</strong>g zo <strong>in</strong>gericht dat <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar aan<br />
het e<strong>in</strong><strong>de</strong> van het leerwerktraject kan voldoen aan <strong>de</strong> vastgestel<strong>de</strong> eisen ten aanzien van <strong>de</strong> te behalen<br />
competenties en (start)bekwaamhe<strong>de</strong>n.<br />
doelgerichtheid Dit element karakteriseert <strong>de</strong> doelgerichtheid van het <strong>leren</strong> en werken <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g. De<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar omvat <strong>een</strong> doelgerichte groei naar welomschreven competenties<br />
238<br />
doorgroeicompetentie<br />
(bekwaamhe<strong>de</strong>n).<br />
De bekwaamhe<strong>de</strong>n omvatten naast kennis en vaardighe<strong>de</strong>n, ook aspecten die gerelateerd zijn aan<br />
doorgroeicompetenties. Van <strong>een</strong> (aanstaan<strong>de</strong>) leraar wordt verwacht dat <strong>de</strong>ze op <strong>de</strong> hoogte is en blijft<br />
van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs (Wet op <strong>de</strong> beroepen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rwijs, Han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen TK, 28088,<br />
44).<br />
functioneren <strong>in</strong> klas Dit element karakteriseert <strong>een</strong> aspect dat <strong>in</strong> beg<strong>in</strong>sel <strong>in</strong> elk voortschrij<strong>de</strong>nd niveau van<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gsbekwaamheid terugkeert namelijk dat (het aanbod <strong>in</strong>) <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g erop is<br />
functioneren <strong>in</strong><br />
school<br />
gericht <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar te <strong>leren</strong> als zelfstandig leraar <strong>in</strong> <strong>de</strong> klas te functioneren.<br />
Dit element is vergelijkbaar met het voorgaan<strong>de</strong>, doch hier gaat het om het functioneren <strong>in</strong> <strong>de</strong> school als<br />
geheel. Het element omvat dan ook niet-lesgebon<strong>de</strong>n beroepskarakteristieken. De werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
maakt het <strong>de</strong> aanstaan<strong>de</strong> leraar mogelijk te <strong>leren</strong> functioneren <strong>in</strong> klassenoverstijgen<strong>de</strong> zaken<br />
zoals samenwerken <strong>in</strong> <strong>een</strong> team, gesprekken voeren met ou<strong>de</strong>rs en zo meer.<br />
visieontwikkel<strong>in</strong>g Bij dit element gaat het om <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g <strong>een</strong> (eigen) visie op<br />
on<strong>de</strong>rwijs te ontwikkelen. Te <strong>de</strong>nken is bijvoorbeeld aan <strong>een</strong> constructivistische on<strong>de</strong>rwijsvisie (zie<br />
‘constructivisme’).<br />
1<br />
coach = <strong>de</strong> coach is hier <strong>de</strong> docent van <strong>de</strong> hogeschool (el<strong>de</strong>rs wordt daar ook wel <strong>de</strong> ‘oplei<strong>de</strong>r <strong>in</strong> <strong>de</strong> school’ van <strong>de</strong><br />
partnerschool mee bedoeld).<br />
2<br />
POP’s = persoonlijke ontwikkel<strong>in</strong>gsplannen<br />
3<br />
IPB = <strong>in</strong>tegraal personeelsbeleid<br />
4<br />
asl = aanstaan<strong>de</strong> leraar hos = hogeschool bas = basisschool/partnerschool<br />
5<br />
SMART = Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Relevant en Tijdsgebon<strong>de</strong>n
Curriculum Vitae<br />
Leren <strong>on<strong>de</strong>rwijzen</strong> <strong>in</strong> <strong>een</strong> werkplekleeromgev<strong>in</strong>g<br />
Jeannette J.M. Gel<strong>de</strong>ns werd op 19 april 1961 geboren te ’s-Hertogenbosch. Na <strong>de</strong> volledige<br />
bevoegdheid als on<strong>de</strong>rwijzeres <strong>in</strong> 1981, behaal<strong>de</strong> ze <strong>in</strong> 1988 aan <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> Katholieke<br />
Leergangen te Tilburg <strong>de</strong> MO-A en <strong>in</strong> 1990 <strong>de</strong> MO-B akte Pedagogiek.<br />
In 1994 slaag<strong>de</strong> zij voor het doctoraal pedagogische wetenschappen (orthopedagogiek) aan <strong>de</strong><br />
Faculteit Sociale Wetenschappen van <strong>de</strong> Universiteit Utrecht. In 1999 is het getuigschrift<br />
postdoctorale beroepsopleid<strong>in</strong>g gezondheidszorgpsycholoog verkregen en is ze geregistreerd<br />
gz-psychologe.<br />
Zij was acht jaar leraar basison<strong>de</strong>rwijs en negen jaar leraar en tevens on<strong>de</strong>rwijsbehan<strong>de</strong>lcoörd<strong>in</strong>ator<br />
bij <strong>een</strong> expertisecentrum voor doofbl<strong>in</strong><strong>de</strong> leerl<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong> leeftijd van 3 tot 21<br />
jaar. In die perio<strong>de</strong> was ze tevens als naschol<strong>in</strong>gsdocent verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Opleid<strong>in</strong>gscentrum<br />
Speciale On<strong>de</strong>rwijszorg (OSO) en verzorg<strong>de</strong> ze presentaties op nationale en <strong>in</strong>ternationale<br />
congressen.<br />
In 1998 werd ze als hogeschooldocent benoemd op <strong>de</strong> pedagogische <strong>Hogeschool</strong> <strong>de</strong> Kempel<br />
en heeft zij zich verdiept <strong>in</strong> opleid<strong>in</strong>gsvraagstukken. In <strong>de</strong> afgelopen jaren heeft ze diverse<br />
taken vervuld waaron<strong>de</strong>r stagebegelei<strong>de</strong>r, coach van externe stagebegelei<strong>de</strong>rs, relatiebeheer<strong>de</strong>r,<br />
stagecoörd<strong>in</strong>ator en lid van <strong>de</strong> commissie Toelat<strong>in</strong>g en Verwij<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g.<br />
S<strong>in</strong>ds 2003 is ze lid van <strong>de</strong> Kenniskr<strong>in</strong>g van het Interactumlectoraat ‘Kantelen<strong>de</strong> kennis’. In<br />
2005 is ze ook benoemd als lid van <strong>de</strong> Kernkenniskr<strong>in</strong>g van het Kempellectoraat ‘Leren <strong>in</strong><br />
leerwerkgem<strong>een</strong>schappen’, waarvan ze thans associate lector is.<br />
Ze heeft als auteur en me<strong>de</strong>-auteur verschillen<strong>de</strong> publicaties op haar naam staan waarvan er<br />
twee zijn bekroond met <strong>de</strong> Gerard Willemsprijs. Een publicatie met <strong>de</strong> eerste prijs voor het<br />
beste Velon-artikel uit 2003, <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r met <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> prijs voor het beste Velon-artikel uit 2006.<br />
239