nummer 139 / vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010 - Midden ...

mdkrant.middendelflandvereniging.nl

nummer 139 / vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010 - Midden ...

nummer 139 / vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010


2

Colofon

Midden-Delfkrant nr. 139

Uitgave van de Midden-Delfland

Vereniging

Verschijnt viermaal per jaar.

Losse nummers e 3,00

Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier.

Redactie

Karin Kievit

Ankie Maessen (eindredacteur)

Pia van Oord (hoofdredacteur)

Frits van Ooststroom

Joke Rodenburg-van der Ende

Redactie-adres

Midden-Delfkrant,

Burgemeester Musquetiersingel 40,

2636 GG Schipluiden,

redactie@middendelflandvereniging.nl

Basis lay-out

Frits van Ooststroom,

Stad en Streek Cultuurhistorie

Productie en druk

Drukgroep Maasland,

Maasdijk-Coldenhove

Overname van artikelen is in vele gevallen

mogelijk in overleg met de redactie.

Kopij en suggesties voor kopij zijn van

harte welkom bij de redactie.

Verantwoording

Publicatie van artikelen behoeft niet te

betekenen dat de daarin vervatte meningen

het inzicht van de Midden-Delfland

Vereniging weergeven.

Abonnementen op de Midden-Delfkrant

zijn alleen mogelijk door lid te worden

van de Midden-Delfland Vereniging.

De minimum contributie bedraagt

e 17,50 per jaar.

Aanmelding door storting op 3928463

(ING) of 14.37.75.367 (RABO) ten name

van de Midden-Delfland Vereniging te

Maassluis, onder vermelding van ‘nieuw

lid’. U kunt ook bellen: (010) 591 90 93 of

schrijven: ledenadministratie

Midden-Delfland Vereniging,

Burgemeester Musquetiersingel 40,

2636 GG Schipluiden.

Opzegging van het lidmaatschap/

abonnement uitsluitend schriftelijk aan

de ledenadministratie. Opzegging kan

slechts geschieden tegen het einde van

het verenigingsjaar en met inachtneming

van een opzegtermijn van vier weken.

Website

www.middendelflandvereniging.nl

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Redactioneel

Het voorjaar staat te trappelen nu we

de laatste hand leggen aan dit nummer

van de Midden-Delfkrant. Hoewel het

’s nachts nog vriest, barst het leven uit

de knoppen van bomen en planten. De

dagen worden weer langer en de zon

doet haar best. Daarom veel natuur in

dit nummer: Vockestaert schrijft over

trends in de weidevogelbescherming,

u leest een interview met Geert van

Poelgeest van de KNNV Delfland

en ziet een portret van de koekoeksbloem.

Verder zet de veertigjarige

Bomenstichting in 2010 monumentale

bomen in het middelpunt van de

belangstelling. Reden voor de redactie

om dit jaar de vier covers aan bomen te

wijden.

In het portret van een Midden-

Delflander komt dit keer paardenman

Frans Cloosterman aan het woord.

De bouwhistorische verkenning van

Inhoud

Frits van Ooststroom gaat over Hoeve

Sophia aan de Groeneweg in Kethel, ook

de Gevelsteen komt van die hoeve.

De actualiteit komt ruim aan bod met

de Hof van Delfland, de A4 en de petitie

tegen de nieuwe Waterschapswet.

In de boekbespreking leest u over het

Nederlandse rundvee in de afgelopen

eeuw en er wordt teruggeblikt op het

feit dat de vereniging haar grote schare

vrijwilligers heeft gefêteerd.

Tenslotte de column op de achterzijde,

voor de derde keer op rij door een landschapsarchitect

geschreven: Steven

Slabbers stelt zich Midden-Delfland in

2025 voor.

Met ingang van dit jaar heeft Arie

van der Kooij zijn bestuursplaats in

de redactie afgestaan aan Karin Kievit.

Wij danken Arie voor zijn steun en

inbreng gedurende de zes afgelopen

jaren.

Redactioneel / 2

Vergeten? / Ben van der Velde / 3

Een echte koetsier heeft nooit geen last van kou Portret van een Midden-Delflander:

Frans Cloosterman / Gemma van Winden / 4

Hoeve Sophia in Kethel Bouwhistorische verkenningen / Frits van Ooststroom / 6

Peilmerk Vreemd staafje / Frits van Ooststroom / 9

Gevelsteen / Frits van Ooststroom / 9

Natuur beschermen dicht bij huis Geert van Poelgeest, KNNV afdeling Delfland /

Pia van Oord / 10

De Hof van Delfland Er mag geen meter meer vanaf / Steven Slabbers / 12

Een kleurige verrassing Koekoek! / Michel van Ruijven / 13

Petitie tegen Waterschapswet Waterschapslasten voor agrariërs verdubbeld /

Ben van der Velde / 14

Bomenstichting bestaat 40 jaar Boom op de covers van de Midden-Delfkrant / PO / 15

Kringlooplandbouw in Midden-Delfland / Hiske Ridder / 16

Turbokoe of dubbeldoelkoe Het dilemma tussen melkopbrengst en gezond gestel / PO / 16

Vaart met de A4? / Govert van Oord / 17

Zaterdag 17 april Midden Delfland: Open! Bericht van Vockestaert / 18

Van nestbescherming naar mozaïekbeheer Een nieuwe subsidieregeling /

Michel Kuijpers / 18

Uit onze winkel / 20

Beste redactie / 21

Natuurlijke grenzen / C.J. van der Sar / 21

Verenigingsnieuws / 22

Agenda / 23

Rosemarijn van Limburg Stirum ‘Doorsneden landschap’ Tentoonstelling DOK Kunst /

LvV / 23

Een goede vrijdag / Steven Slabbers / 24

Vrijwilligers vereniging gefêteerd Oud-Hollandse spelletjesavond / KK / 24

Foto voorzijde: Wilgen gezien vanaf de Oostveenseweg, Paul Meuldijk.


Vergeten?

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Zou de reden zijn dat ik een stedeling ben. Of is het

gewoon de leeftijd? Ik hoop echt, dat het laatste niet het

geval is. Maar vergeten was ik het wel bijna, het winterse

landschap in de polder.

De witte vergezichten met vrieskoude luchten, de verstilde

beelden die ik waarnam, fietsend en vooral wandelend

door Midden-Delfland. De koude wind ook en

de verbazing, dat schapen zo goed tegen de kou blijken

te kunnen. Verwondering vooral, omdat het nog stiller

leek dan anders al het geval is. De formaties vogels in

de lucht, die zo veel dichterbij leken. Maar vooral die

extra intensiteit waarin ik dat alles beleefde. Het leek

wel een andere dimensie.

Niet echt vergeten hoor, want natuurlijk herinner ik me

het schaatsen op de slootjes in de polder waar nu de

A20 loopt en de Holywijk verrezen is. Natuurlijk herinner

ik me de verontwaardiging bij het kapot varen van

ijs op de Vlaardingse Vaart door de melkschuiten.

Wat waren we kwaad!

Met één been in het verleden en me realiserend hoe

geweldig dat was (maar wat moet ik een kou geleden

hebben, zonder die moderne outfit), en het andere been

in het hier en nu!

Molenslootpad Maasland. Foto Tiny van der Meer.

Ik hoef me geen geweld aan te doen om niet in de

nostalgie te blijven hangen. Dat zou een miskenning

zijn van alles wat in ons gebied is gebeurd. Het is toch

geweldig, dat de agrarische bedrijven, tegen de stroom

in nog steeds kans zien, te overleven.

Het is toch fantastisch, dat ons gebied nu toch min of

meer vaststaat en dat er een mix gevonden is tussen

recreatie en agrarische bedrijvigheid.

Wat is het geweldig, dat er zoveel nieuwe initiatieven

genomen worden door de gemeente Midden-Delfland

(LOP), maar ook door andere overheden en niet te vergeten

bewoners, ondernemers en gebruikers van het

gebied, verenigd in Groen Goud, zelf.

En wat is het fijn, dat zo veel mensen (ruim 2600) lid

zijn van onze vereniging en daardoor aangeven dat zij

zich met het gebied verbonden weten.

Nee ik ben het niet vergeten, maar juist meer dan ooit

ben ik ervan overtuigd dat we in een geweldig gebied

wonen. Een gebied dat het waard is om alert te blijven

en er met elkaar voor te vechten. Een gebied waarin een

Midden-Delfland Vereniging nodig is.

Ben van der Velde

Voorzitter Midden-Delfland Vereniging

3


4

Voor de oude woning uit 1779.

De hoeve, die nog steeds langs de

Gaag te vinden is, stamt uit 1779.

In de opkamer is de oude bedstee

nog aanwezig. Een antiek dressoir

en dito kabinet doen denken aan

lang vervlogen tijden. In de kelder

is nog een ‘pet’ waarin vroeger de

melk gekoeld werd. Elders in de

oude woning prijken tableaus en

delftsblauwe tegeltjes met bijbelse

tafereeltjes. ‘God zelf is daar niet op

afgebeeld, mogelijk omdat de tegels

gekocht zijn door de protestante

familie De Bloois, ooit eigenaar van

de boerderij,’ zo valt er te lezen in

het jaarboek van de Historische

Vereniging Maasland uit 2003.

Jong geleerd…

Frans Cloosterman, thans 91 jaar, is

met paarden opgegroeid. De edele

dieren lopen als een rode draad

door zijn leven. “En nog steeds

hoor,” zegt hij en zijn ogen beginnen

te twinkelen. De overlevering

vertelt dat Frans in de nacht na zijn

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Portret van een Midden-Delflander: Frans Cloosterman

“Een echte koetsier heeft nooit

geen last van kou”

Frans Cloosterman werd geboren op 17 maart 1919 als

hekkensluiter van een gezin met twaalf kinderen. Zijn

moeder, Helena Arkesteijn, stierf in 1923 op 43-jarige leeftijd.

Zij liet haar man Frans Cloosterman sr. met elf kinderen

achter, de jongste was al snel na de geboorte overleden.

Vader Cloosterman trouwde opnieuw maar uit dat huwelijk

kwamen geen kinderen meer voort. Het gezin woonde op de

oude boerderij van het geslacht Arkesteijn.

geboorte in vliegende vaart met de

koets naar de katholieke kerk in

Den Hoorn werd gereden om een

nooddoop te ondergaan. “Wat er

mis was, weet ik niet, maar het zal

wel niet voor niks geweest zijn,”

zegt hij schouderophalend.

Op zondag ging het gezin Cloosterman

met de koets naar de Heilige

Mis op Hodenpijl. Er stonden steevast

zo’n vijftien rijtuigen gestald

op de kerkwerf. Achterin de kerk

werden de klompen uitgedaan.

“Maar wij hadden toen al schoenen

aan als we op zondag naar de kerk

gingen,” herinnert Frans zich. Als

vijfjarige mocht hij op de terugweg

uit de kerk de leidsels van het

paard ter hand nemen. Jong geleerd

is oud gedaan, is dan ook zeker op

Frans van toepassing.

Op de boerderij

Omdat zijn oudste broer Gerrit

op Gaagweg 50 ging boeren en de

andere broers geen interesse hadden

in het melkveebedrijf, kon

Frans als jongste zoon uiteindelijk

de boerderij overnemen. Hij trouwde

met Wilhelmina Barbara Schenkeveld,

een boerendochter uit Den

Hoorn. “Ik had het lot uit de loterij

dat ik een meisje trof dat kon melken,”

zegt Frans. Mien moest thuis,

om te kunnen melken, dagelijks met

de schuit overvaren naar de koeien

die elders in de polder liepen. Zij

had geleerd de handen uit de mouwen

te steken. Haar vader had een

kleine boerderij aan de Woudseweg,

waar nu de brandweerkazerne is.

Van alle markten thuis

Het echtpaar kreeg vier zonen en

vier dochters. Frans heeft ruim zes

jaar in de gemeenteraad van Schipluiden

gezeten voor de KVP en was

bestuurslid voor de LTB. Verder

was hij, naast eigenaar van zijn boerenbedrijf,

schouwmeester voor de

Duifpolder. Die functie heeft zoon

Jan van hem overgenomen.

Door de jaren heen, bleef Frans zijn

paarden trouw. Op Koninginnedag

deed hij mee met ringsteken. Frans

was bestuurslid van de rijvereniging

St Maartensrecht, die in 1946

was opgericht. Toen de vereniging

ophield te bestaan, werden de

paardenbezitters verwelkomd bij

de Maasruiters in Maasland. Bij het

75-jarig bestaan in 2007 werd Frans

erelid van deze laatste vereniging

gemaakt, net als Meindert van Buuren

en Geert de Vries.

Intussen was Frans koetsier geworden

bij manege Chardon en dat

heeft hij met liefde 23 jaar volgehouden.

Daarna is hij vooral recreatief

gaan rijden met zijn eigen twee

paarden. Met hart en ziel.

Frans Cloosterman op de bok en zijn vrouw Mien Schenkeveld in de koets.


En natuurlijk doet Frans nog steeds mee met ringsteken, samen met zijn jongste dochter José. Frans Cloosterman anno 2010.

Gewoon doorgaan

Frans woont alweer vijf jaar in

Korpershoek. Zijn vrouw is overleden

en hij kookt zijn eigen potje

nadat de dochters de boodschappen

gedaan hebben. Het liefst is

Frans nog dagelijks op de boerderij

te vinden, waar hij tot voor kort

zelf naar toe reed. Zoon Jan melkt

daar zestig koeien. Eenmaal per

week weet Jan wel tijd te vinden

om samen met zijn vader op de bok

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

van het rijtuig te klimmen. Frans

rijdt op de heenweg en Jan neemt

de teugels op de terugweg ter hand.

“Het is ontzettend druk geworden

op de weg, dus je moet wel met

zijn tweeën zijn,” zegt de krasse

koetsier. Anderhalf jaar geleden

deed Frans samen met zijn jongste

dochter mee met ringsteken tijdens

de oranjefeesten op de ijsbaan van

Schipluiden.

En nog steeds rijdt hij graag.

Bij het 25-jarig bestaan van de LTB hebben de leden van de Ruiterclub een demonstratie

gehouden. V.l.n.r: F. Cloosterman, J. Snijders, W. Sunder, J. Moerman, G. Vreugdenhil,

A. de Vette, M. Poot, J. Cloosterman, Arn. Ammerlaan, C. Roeling, W. van Winden, L.

Snijders en N. van Wijk. Daarnaast instructeur Toop Roeling.

Natuurlijk moet het weer wel een

beetje meewerken. Alhoewel: “Ik ga

gewoon nog door zolang het kan.

Een echte koetsier heeft nooit geen

last van kou,” zegt hij met overtuiging.

Frans kan het weten want hij

is ongetwijfeld een van de oudste

koetsiers uit de hele regio.

Gemma van Winden-Tetteroo

Kleurenfoto’s auteur

Frans Cloosterman bij het portret van zijn jong overleden moeder

in 2004.

5


6

Ingekleurde luchtfoto van het boerderijcomplex (vóór 1950). Foto collectie M. Hoogerbrugge.

De boerderijen in dit recreatiegebied

zijn onttrokken aan de agrarische

bestemming. Ook van Hoeve

Sophia is de boer vertrokken en het

is een woonboerderij geworden.

De boerderij staat op de nominatie

gerestaureerd te worden.

Terpjes

In de streek is een Groeneweg van

oudsher vaak een doodlopende

weg. Misschien is de naam ontstaan

omdat de weg weinig gebruikt

werd en begroeid was met gras.

De Groeneweg in Kethel werd ten

tijde van de ontginning aangelegd

als zijdwinde, een langsbedijking

die het al ontgonnen gebied moest

beschermen tegen het water van de

Schie en de Oude Leede, die nog

in open verbinding met de Maas

stonden.

De Polder Noord-Kethel is een inte-

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Bouwhistorische verkenningen

Hoeve Sophia in Kethel

Door de aanleg van fietspaden in het groene gebied ten

noorden van Schiedam, tussen de Harreweg en de Schie,

is het drukker geworden op de doodlopende Groeneweg.

Er is zelfs een fietspad aangelegd over het oorspronkelijke

boerderijterrein van Hoeve Sophia. Dat is jammer omdat

niet alleen oude boerderijen, maar ook de omringende

groene erven een zekere cultuurhistorische waarde

vertegenwoordigen. Soms kun je aan de grillige vorm van

het slotenpatroon de hoge ouderdom van de boerderijplaats

aflezen.

ressante polder door de aanwezigheid

van een aantal middeleeuwse,

verlaten boerderijplaatsen. Deze

lage terpjes liggen langs de oostzijde

van de Harreweg, de weg van

Kethel naar Delft. De terpjes waren

opgeworpen op het veen. Door

oxidatie en inklinking van het veen

kwamen ze steeds lager te liggen,

terwijl de met klei en zand gevulde,

verlande kreekbeddingen zich langzaam

maar zeker als ruggen in het

landschap gingen aftekenen. De

boeren verplaatsten hun boerderij

naar een plaats die hoger en droger

lag en dat was op de kreekrug. Daar

was de grond ook steviger. Waarschijnlijk

is ook de voorganger van

de Hoeve Sophia verplaatst van de

terp aan de Harreweg (op hetzelfde

perceel) naar de huidige plaats aan

de Groeneweg. Dat verplaatsen

kan wel letterlijk genomen worden

Foto van de voorgevel (waarschijnlijk vóór

1920). Foto collectie J.A. Rodenburg-Bijl.

omdat vóór de zestiende eeuw vrijwel

alle boerderijen in de regio van

hout waren. Pas in de loop van die

eeuw werden de boerderijen ‘versteend’.

Ouderdom?

Op het eerste gezicht is een hoge

leeftijd niet af te lezen aan Hoeve

Sophia. Een rondgang om de boerderij

laat zien dat bijna alle gevels

in de achttiende eeuw zijn opgetrokken

en dat de oudste vensters

uit die tijd zijn of van de negentiende

eeuw dateren. Omdat in de loop

van de tijd de glasmaten toenamen,

laat de roedenverdeling van ramen

veel zien over de ouderdom. In de

zeventiende eeuw werden kleine

glas-in-lood raampjes gebruikt en

pas in de twintigste eeuw konden

ruiten gemaakt worden die het hele

kozijn vulden. Bij Hoeve Sophia (en

bij veel andere boerderijen) zijn in

de twintigste eeuw veel vensters

met roedeverdeling vervangen door

grotere ramen. In de voorgevel zitten

twee vensters met een negentiende-eeuwse

roedenverdeling en

op de verdieping twee zogenoemde

bolkozijnen (met een verticale stijl

in het midden). Vroeger had zo’n

venster vaak één vast raam met roedenverdeling

en een luik dat opengezet

kon worden.

In de zijgevels van de stal zitten

stalramen met houten kozijnen en

een roedenverdeling. Dat komt niet

zo vaak voor in de streek, meestal

worden gietijzeren stalramen aangetroffen

en die dateren altijd van

na ca. 1850. Wat opvalt aan de stal

zijn de lage zijgevels. Dat schept

voor de boerderij-onderzoeker ver-

Fragment van de kaart van Delfland door

Nicolaes Kruikius, 1712.


Indeling van de begane grond. Tekening Restauro Architecten 2009.

wachtingen over de constructie van

het interieur, maar eerst brengen we

een bezoek aan het voorhuis en het

achterhuis.

Voorhuis

Het voorhuis levert op bouwhistorisch

vlak weinig op. Veel is

gemoderniseerd en de plafonds zijn

afgetimmerd. Alleen de opkamer

heeft nog een balkenplafond en er

is een tot kast verbouwde bedstee.

De kelder is traditioneel, met een

plafond van troggewelfjes (een laag

gemetseld boogje tussen de balken).

Er staan een aantal gemetselde bakken

waarin vroeger de melk koel

kon worden bewaard in opgepompt

water.

Het voorhuis laat niets zien van

de traditionele indeling in drieën,

met zijbeuken en een middenbeuk,

die bij veel andere oude boerderijen

herkenbaar is gebleven. Ook

van een zogenoemde brandmuur,

die van de vloer tot het dak liep

en waartegen de stookplaats was

gebouwd, is geen sprake. De muur

is er wel, maar geen sporen van een

schouw of een rookvang.

Achterhuis

Aan de erfzijde van de boerderij

zijn in het achterhuis een moderne

keuken en een slaapkamer gemaakt.

Ook hier geen balkenplafonds; alles

oogt recent.

Aan de niet-erfzijde van de boerderij

bevindt zich een tweede woonkamer.

Ook daar is het plafond afgetimmerd,

maar er is wel degelijk

een verwijzing naar het verleden

zichtbaar. Hoewel er een moderne

schoorsteenmantel is, zitten op het

rookkanaal en op de wand ernaast

paarse tegeltjes. Er is zelfs een

tableau met een landelijk tafereel.

De tegels zullen van de tweede helft

van de negentiende eeuw dateren.

Deze kamer is een beetje uitgebouwd

en heeft een tuitgevel. Op

de zolder bevindt zich tegen deze

gevel een grote rookvang. In de

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

achttiende eeuw moet deze woonkamer

de werkruimte van de boerderij

zijn geweest. Daar werd boter

en kaas gemaakt.

Bakoven

Achter deze woonkamer in het

achterhuis bevindt zich een tweede

moderne keuken (de boerderij werd

in tweeën bewoond). Deze keuken

is in de plaats gekomen van een

tweede, negentiende-eeuwse werkruimte.

De Rotterdamse architect/

schilder Jan Verheul Dzn. maakte

in 1927 een prachtige aquarel van

de uitbouwen, waarbij blijkt dat

ook een bakoven was uitgebouwd.

In de tweede werkruimte was ook

een stookplaats, vandaar de schoorsteen.

In de bakoven werd brood

gebakken. Eerst werd de oven verhit

door takkenbossen te stoken. Als

de ovenwand heet genoeg was werden

de restanten en de as verwijderd.

Dan werden bollen deeg in de

oven geplaats die door de hitte van

de ovenwand gebakken werden.

Gewoonlijk werd op boerderijen

eens per week brood gebakken.

‘Oral history’

De boerderij aan de Groeneweg

werd omstreeks 1965 grondig

verbouwd en ook later vonden

verbouwingen plaats. Zo werd de

voordeur in de voorgevel in 1992

vervangen door een raam (dat er

negentiende-eeuws uitziet, maar

het dus niet is). Over de meer

recente bouwgeschiedenis valt veel

te vernemen door gesprekken met

vroegere bewoners. In het geval van

de Hoeve Sophia waren zowel de

onlangs vertrokken familie Hoogerbrugge,

als de al in 1931 naar een

boerderij in Abtswoude verhuisde

dames (toen meisjes) Bijl bereid

om hun herinneringen op te halen.

Vooral het beeld van het vroegere

voor- en achterhuis kon door deze

gesprekken worden gecompleteerd.

In de voorkamer werd vroeger

geslapen, daar waren twee kamer-

Tegeltableau in de vroegere werkruimte.

tjes afgescheiden. Doordat de voordeur

direct in deze kamer uitkwam,

kon het er behoorlijk tochten.

In het achterhuis aan de erfzijde

waren vroeger een dorsruimte en

een paardenstal (nu keuken en

slaapkamer). Boven de dorsvloer

en de paardenstal was geen zolder,

je keek tegen het dak aan. In de

dorsruimte werd graan gedorst dat

was opgeslagen in de ‘hooiberg’ die

vlakbij op het erf stond. Op de dorsvloer

stonden twee ladders. Eén

leidde naar de voorzolder, waar de

dienstmeiden sliepen. De andere

ladder verschafte toegang tot de

zolder boven de werkruimte in het

achterhuis. Daar sliepen de knechten.

Hun bedstee staat er nog.

De kelder is nu L-vormig, maar had

vroeger een rechthoekige vorm. Een

deel werd opgeofferd aan een halletje

bij een nieuwe voordeur aan

de niet-erfzijde. Er kwamen nieuwe

trappen naar de zolder. Eén vanuit

het nieuwe halletje, de ander in het

slaapkamertje in de voorkamer. Ook

deze trappen zijn later in onbruik

geraakt, maar de plaatsen van de

trapluiken zijn in de zoldervloer

nog goed te herkennen. Tegenwoordig

is er een trap in de gang.

In 1965 werd een gang gemaakt

achter de voordeur aan de erfzijde.

Daarbij werd ook de werkruimte in

Zolder boven de vroegere werkruimte met rookvang en rookkast.

Links een knechtenbedstee.

7


8

Boenhoek met uitgebouwde bakoven. Aquarel door J. Verheul Dzn. (maart 1927).

Gemeentelijke Archiefdienst Rotterdam.

het achterhuis afgescheiden van de

stal. In dat inpandige deel van de

werkruimte stond de karnton en er

was een gemetselde waterbak met

pomp. In de bak konden bussen

met melk worden voorgekoeld en

met het opgepompte water werden

ook de koeien in de stal van drinkwater

voorzien. In het uitgebouwde

deel van de werkruimte was o.a.

een waterfornuis om water op te

warmen voor de kaasbereiding.

De stal

Nadat het voor- en achterhuis zijn

verkend, vraagt nu de koeienstal de

aandacht. Hier binnengaan betekent

een grote stap terug in de tijd. Terwijl

de constructie van de meeste

stallen in Delfland in de loop der

tijd is geëvolueerd en gemoderniseerd,

heeft deze stal nog de

oorspronkelijke ankerbalkgebinten,

waardoor er een brede middenbeuk

is en twee smalle zijbeuken. Een

ankerbalk is de horizontale verbindingsbalk

tussen de twee stijlen

van een gebint. De ankerbalk steekt

door de stijlen heen met een tot wig

versmald uiteinde en is achter de

stijl verankerd met één of twee pennen.

In de stal staan zes ankerbalkgebinten,

maar in het achterhuis

zijn de stijlen blijven staan van een

Boes (voergang) en ankerbalkgebinten in de

stal.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

zevende gebint. Ook het spant daarvan

is nog aanwezig. De drie gebinten

in het achtergedeelte van de stal

zijn van grenenhout en waarschijnlijk

in de achttiende eeuw neergezet

toen de oorspronkelijke stal werd

verlengd. Gewoonlijk werden bij

een dergelijke renovatie alle gebinten

vervangen door modernere

dekbalk- of langsbalkgebinten; hier

dus niet. De vier andere gebinten

zijn van eikenhout en zullen van de

zestiende eeuw dateren. Dergelijke

gebinten werden gemaakt in de

werkplaats van de timmerman, die

ze daarna demonteerde en transporteerde,

om ze op de definitieve

plaats weer in elkaar te zetten. Om

de juiste onderdelen bij elkaar te

vinden waren die voorzien van

zogenoemde telmerken, ingehakte

of gekraste merktekens. Ook de

eikenhouten gebinten en spantjukken

hebben telmerken die in een

bepaalde volgorde staan. Merkwaardig

is dat de gebinten van vóór

naar achter tellen en de jukken van

achter naar voren. Maar zo is wel

te constateren dat de eikenhouten

gebinten een compleet stel vormen

en dat er nog een extra gebint in het

achterhuis moet hebben gestaan.

Dat was in de tijd dat de stal direct

achter de brandmuur begon.

Doorsnede stal.

Tekening Restauro Architecten 2009.

Staafvormige telmerken op de ankerbalk.

Maanvormige telmerken op jukbeen.

Zo’n stal had een brede deel (middenbeuk)

en de koeien stonden met

de konten tegen de zijgevel. De stal

heeft later wel een ‘moderne’ indeling

gekregen, met een smalle boes

(voergang) en een grup (mestgoot)

achter de koeien. Ook werden toen

kruipaden gemaakt langs de zijgevels

van de stal. De boes is betegeld

met rode plavuizen en langs de

voergoot is een knieboom (opstaande

rand) van aan de bovenzijde

afgeronde stenen. Deze dateren van

de eerste helft van de negentiende

eeuw.

Topstuk

Zo’n stal met ankerbalkgebinten

mag in andere delen van het land,

en zelfs in het oosten van Zuid-

Holland, nog heel gewoon zijn. In

Midden-Delfland is het, cultuurhistorisch

gezien, een topstuk. Bij sommige

andere boerderijen in de regio

zijn nog wel één of twee (restanten

van) ankerbalkgebinten te vinden,

maar een hele stal met onverzaagde

gebinten is buitengewoon, en waarschijnlijk

uniek in de regio!

Bij de komende restauratie van de

boerderij wordt de stal grotendeels

intact gelaten. In andere delen van

de boerderij wordt veel van de oorspronkelijke

situatie hersteld.

Frits van Ooststroom

Foto’s Frits van Ooststroom (tenzij anders

vermeld).

Bron: F.W. van Ooststroom,

Bouwhistorische verkenning boerderij Hoeve

Sophia, Groeneweg 31, 3124 KA Schiedam.

Stad en Streek Cultuurhistorie, Vlaardingen

2009. (In opdracht van J. Niemann.)

Zie ook www.hoevesophia.nl.


Vreemd staafje

Peilmerk

In een hoek van de voorgevel van

de Hoeve Sophia aan de Groeneweg

31 in Kethel bevindt zich in

het metselwerk een merkwaardig

rond staafje. Het is een zogenoemd

peilmerk.

In Nederland zijn ongeveer 35.000

peilmerken. Het zijn ronde staafjes

in de gevels van gebouwen, bruggen,

viaducten en dergelijke. Ze

geven een peil aan ten opzichte

van het NAP (Normaal Amsterdams

Peil). Ze worden gebruikt om

actuele hoogtes in het landschap te

bepalen.

Als gevolg van bodembewegingen

treden er voortdurend veranderingen

op. Rijkswaterstaat bepaalt

periodiek opnieuw de hoogte van

het peilmerk. De gegevens worden

verzameld door de Data-ICT-Dienst

van Rijkswaterstaat (in Delft).

Voor wat betreft het peilmerk in

de voorgevel van de boerderij aan

Peilmerk met de letters CD in de gevel

van de Hoeve Sophia aan de Groeneweg in

Kethel.

Peilmerk met de letters NAP in de gevel

van boerderij Oostvliet aan de Vlietweg in

Leiden.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

de Groeneweg gelden de volgende

metingen:

1969-01-01 - 1,348 m

1974-01-01 - 1,359 m

1979-01-01 - 1,366 m

1987-07-01 - 1,377 m

Wegens een herziening van het

NAP in 2005 moet van de hoogtes

nog 0,017 m worden afgetrokken.

Te constateren valt dat de boerderij

de afgelopen ca. 18 jaar ongeveer

3 cm is gezakt.

Gewoonlijk staan op het peilmerk

de letters NAP, maar op het merk

van Hoeve Sophia staat CD. Dit is

de afkorting van Cultuurtechnische

Dienst. Deze dienst had eigen peilmerknetten

in verkavelingsgebieden.

In de voorgevel van de boerderij De

Vergulde Hand, aan de Maassluissedijk

188 in Vlaardingen zit ook

een peilmerk. Boven dit moderne

staafje bevindt zich een oud gevelsteentje

met een ingehakte streep.

Onder de streep staat ‘boven AP’

(Amsterdams Peil).

De tekst boven de streep is

onduidelijk.

In Delft zit in de gevel van Oude

Delft 95 een metalen plaatje met een

streep. Ernaast hangt een ANWBbord

met in vijf talen de verklaring:

‘Hoofdmerk van het Normaal

Amsterdams Peil (NAP).

Aangebracht tijdens de eerste

nauwkeurigheidswaterpassing

(1875-1885). Bedoeld om het NAP

duurzaam vast te leggen’.

Frits van Ooststroom

Foto’s Frits van Ooststroom

Peilmerk en gevelsteentje in de gevel

van boerderij De Vergulde Hand aan de

Maassluissedijk in Vlaardingen.

Gevelsteen

Foto Frits van Ooststroom.

9

In het artikel op de vorige pagina’s

over de Hoeve Sophia in Kethel, is

een oude foto opgenomen van de

voorgevel van de boerderij aan de

Groeneweg. Op de foto is van een

gevelsteen niets te bespeuren, terwijl

er nu een hardstenen plaat in

de gevel zit, met daarin uitgehakt

de naam Hoeve Sophia. De gevelsteen

is dus niet bij de bouw, maar

later aangebracht. Dat kun je bij

nadere beschouwing ook wel zien

aan de doorgehakte steentjes in het

metselwerk rondom de rand van

halve steentjes.

Wanneer zou de naam aan de boerderij

zijn gegeven? Voor zover valt

na te gaan komt de naam Hoeve

Sophia niet voor op oude kaarten.

Pas op de topografische kaart

uit 1940 wordt de naam Sophia

vermeld. Jaap de Raat, de auteur

van een reeks boeken over Kethel,

schrijft dat de naam Hoeve Sophia

in de jaren twintig aan de boerderij

is gegeven. De foto zou dan van

vóór die tijd zijn.

Als Jaap de Raad gelijk heeft,

zou de naam door de toenmalige

bewoners, de familie Bijl aan de

boerderij gegeven zijn. Wie is dan

Sophia? De vraag werd voorgelegd

aan mevrouw J.A. Rodenburg-Bijl

uit Oude Leede, die vanaf haar

geboorte in 1918 tot het vertrek van

de familie in 1931, op de boerderij

woonde. Zij kent echter geen familielid

of iemand anders, naar wie

de boerderij genoemd zou zijn. Die

laatste vraag wordt dus helaas nog

niet opgelost.

Frits van Ooststroom


10

De ongeveer 300 leden van de Delflandse

KNNV zetten zich in voor

natuurstudie, natuureducatie en

natuurbescherming, de drie doelen,

ook wel 3 N’s genoemd, van de

KNNV. Voluit staat KNNV voor

Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische

Vereniging, maar in de

wandeling spreekt ‘vereniging voor

veldbiologie’ meer tot de verbeelding.

In de loop van de tijd heeft de

vereniging een keur aan activiteiten,

projecten en initiatieven ontwikkeld

om de drie N’s te realiseren.

Waarnemingen

De natuurstudie wordt beoefend

door op locatie onderzoek te doen,

bijvoorbeeld naar planten, mossen

en varens. Het komt ook regelmatig

voor dat groenbeheerders de hulp

inroepen van de kennis en kunde

van de vereniging. Het Hoogheemraadschap

van Delfland of Natuurmonumenten

bijvoorbeeld werken

met de KNNV samen voor het

verzamelen van informatie over de

natuur in de Polder Noord Kethel,

of de Balij. De groep neemt zo’n

‘opdracht’ altijd aan als een groeps-

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Geert van Poelgeest, KNNV afdeling Delfland

Natuur beschermen dicht bij huis

Dit jaar bestaat de KNNV, de natuurvereniging voor

Delfland, 25 jaar. Haar werkgebied heeft zich in die kwart

eeuw gestaag uitgebreid en omvat ook heel Midden-

Delfland. Vorig jaar berichtten wij in deze krant al over de

succesvolle actie Dicht het gat van de KNVV. Al met al de

hoogste tijd om te horen waar deze vereniging zich verder

mee bezig houdt. Een gesprek met Geert van Poelgeest,

medeoprichter, voorzitter en redacteur van de wekelijkse

digitale nieuwsbrief.

activiteit, zodat gevorderden hun

kennis niet alleen door de opdracht

kunnen uitbreiden maar tegelijk

kunnen overdragen aan leden, die

minder ervaring hebben. Zo snijdt

het mes aan twee kanten en worden

beide partijen er beter van. Het

onderzoek bestaat in grote lijnen uit

het doen van systematische waarnemingen,

deze waarnemingen goed

registreren en ze tenslotte analyseren,

zodat er een basis ontstaat voor

nieuw beleid. Deze worden vastgelegd

in een rapport, een tentoonstelling

en een leesbaar verslag.

Jaarthema’s

Bij de natuureducatie wordt de kennis

overgedragen door cursussen,

excursies, reizende tentoonstellingen

en lezingen. Als sinds het

begin wordt een jaarthema gekozen,

waaromheen deze leerzame activiteiten

plaatsvinden. Tot nu toe

waren de thema’s een herkenbaar

en ‘aaibaar’ dier, van de citroenvlinder

(1987) tot de vleermuis (2009).

Dit jaar is het voor het eerst een biotoop:

de tuin (zie kadertje). De cursussen

worden ook gegeven voor

Geert van Poelgeest legt in een hoogstamboomgaard aan de

Groeneweg uit hoe je moet snoeien. Foto Pia van Oord. KNNVers zijn nieuwsgierig. Foto KNNV.

de groepen 7 en 8 van basisscholen,

vooral die in Midden-Delfland en

Pijnacker-Nootdorp, bv rond Boomplantdag.

Een bijzondere activiteit

die de KNNV afdeling Delfland

uitvoert is het aanbieden van zaden

van wilde planten, de zg. zaadlijst.

Deze zaden vinden in het hele land

aftrek en zijn een gewild product in

het kraampje, waarmee de KNNV

zich presenteert bijvoorbeeld bij de

jaarlijkse Midden-Delfland Dag.

Een nieuwe activiteit, die veel

belangstelling trekt en waaraan

iedereen op zijn eigen niveau kan

deelnemen is de gratis e-mailcursus:

‘Zicht op Wilde planten’. Een studieproject

voor de deelnemer.

Actief beschermen

De natuurbescherming bestaat

vooral uit zowel praktisch handelen

als reageren op plannen van

overheden en voorstellen doen om

de natuur te bevorderen. Een voorbeeld

van praktisch handelen is het

knotten van bomen, het onderhouden

van hoogstamfruitbomen en

het overzetten van padden. Interessante

seizoensgebonden activiteiten,

die in groepsverband worden

uitgevoerd en waarvan je al doende

ook veel opsteekt omdat er altijd

mensen samenwerken met veel en

weinig ervaring en achtergrondkennis.

Hieruit blijkt al, dat in de activiteiten

van de KNNV de drie N’s

vaak samen opgaan.

Een voorbeeld van reageren op

plannen van de overheid is een

reactie op de brug over de Lookwatering.

De geplande brug daar

vernielt een groot deel van een

historische weg en zorgt voor een

ecologische breuk in het gebied.

Voorstellen voor natuurontwikkeling

krijgen vorm in het ontwikkelen

van streefbeelden, bijvoorbeeld

Streefbeelden Struweel en Streefbeelden

Ruimtelijke Ordening; op


dit moment zijn er vijf. Een zesde

is in voorbereiding over Bloemrijke

Graslanden. Over dit onderwerp

heeft de KNNV net een rapport uitgebracht

aan Vockestaert en Groenservice

Zuid-Holland voor de graslanden

in de Zuidrand van Midden-

Delfland. Deze streefbeelden zijn

gebaseerd op eigen waarnemingen

en ervaring met deze omgeving.

Naast al deze serieuze activiteiten,

zijn er ook activiteiten die, soms

letterlijk, veel lichtvoetiger zijn. Zo

loopt een groep leden met elkaar

een lange afstandspad.

Dicht het Gat

De directe aanleiding voor het

contact met Geert was de actie van

vorige zomer Dicht het Gat, gericht

op aankoop en daarmee veiligstellen

van het natuurmonument De

Zeven Gaten. Deze actie is een

mooi voorbeeld van het combineren

van de drie doelen in één aanpak.

Het begon – jaren geleden - met

onderzoek ter plekke, daardoor

bleven een paar mensen het gebied

volgen. Zo kregen ze weet van een

mogelijke bedreiging (het terrein

kwam te koop). Maar dat konden ze

ombuigen naar een kans. Aan het

Zuid-Hollands Landschap is toen

het aanbod gedaan om het ontbrekende

geld voor de aankoop en de

eerste inrichting in te zamelen. Daar

gingen ze graag op in. Er werden

excursies georganiseerd om de

belangstelling te vergroten en ook

de pers en geïnteresseerde mensen

in de omgeving werden regelmatig

geïnformeerd. Van natuurstudie via

natuureducatie naar natuurbehoud,

en zo kunnen de drie N’s elkaar tot

grote hoogte brengen. Het resultaat

was een zeer geslaagde actie en de

aankoop van het terrein door het

Zuid-Hollands Landschap.

De KNNV afdeling Delfland probeert

echt een lerende organisatie te

zijn, die voorbouwt op de ervaringen

uit voorgaande acties en projecten.

De gestage groei in diepgang

en in verbreding (wat zich uit in een

steeds groter werkgebied) is daar

een uiting van. Een aardige impuls

kan het komende jaar voortkomen

uit maar liefst 65 nieuwe, jonge

leden: er is een sponsor gevonden,

die er voor zorgt dat alle eerstejaarsstudenten

van de studierichting

Ruimte, Milieu en Water en de studierichting

Natuur, Landschap en

Recreatie van de hogeschool InHolland

voor een jaar een lidmaatschap

krijgen. En nu de uitdaging om die

na dat jaar vast te houden!

Passie

Geert van Poelgeest werkt nu bij het

Haagse Milieucentrum en werkte

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

eerder o.a. bij het natuur- en milieucentrum

De Papaver in Delft. Hij

is van huis uit geen bioloog, maar

heeft zijn kennis vooral te danken

aan de KNNV. Gevraagd naar

zijn motivatie zegt hij, dat het zijn

gevoel voor verantwoordelijkheid

is dat hem aan de gang houdt en

zijn passie en dankbaarheid voor

het vele dat in de natuur te genieten

valt. Hij voelt zich verantwoordelijk

voor zichzelf, voor zijn eigen relatie

tot de natuur, maar ook voor zijn

directe omgeving, het gebied binnen

zijn eigen horizon (Delfland

dus) en voor de wereld als geheel.

Maar hoe dichter bij huis, hoe makkelijker

het is om een redelijke en

uitvoerbare bijdrage te leveren aan

de 3 N’s. En dat is een enorme stimulans.

Pia van Oord

Het werkgebied van de KNNV afdeling

Delfland omvat de gemeenten Delft,

Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker-

Nootdorp en Westland, en de gebieden Sion,

Wilhelminapark, Elsenburgerbos (Rijswijk)

en Ypenburg (Den Haag). Aanpalende

afdelingen zijn KNNV afdeling Den Haag,

KNNV afdeling Waterweg Noord en KNNV

afdeling Zoetermeer.

Op zoek naar mos in het bos. Foto KNNV.

Jaarthema 2010

De Natuurrijke Tuin

Elk jaar heeft de KNNV een thema dat gebruikt

wordt om de bewoners van haar werkgebied op

te roepen aandacht voor de natuur te hebben.

Uit de verzamelde natuurwaarnemingen van de

leden de afgelopen jaren bleek dat tuinen steeds

belangrijker worden voor de natuur en de natuurbeleving.

En tegelijk is er een tendens om de tuinen te

bestraten en af te sluiten met hoge schuttingen,

waardoor de natuur geen kans krijgt.

De KNNV vindt dat iedere tuinbezitter moet

beseffen dat hij of zij een natuurbeheerder in het

klein is. Alle tuinen bij elkaar vormen de groene

longen in de stad en een steeds belangrijker

onderdeel van de ecologische structuur in ons

gebied.

Naast het meedoen aan activiteiten als excursies,

de tentoonstelling of de cursus De Natuurrijke

Tuin, kan ieder zich persoonlijk inzetten voor

het jaarthema door de zoekkaart De Natuurrijke

Tuin aan te vragen. Met deze kaart kunt u planten

en dieren uit uw tuin melden die met elkaar

een indicatie geven of u een natuurrijke tuin

heeft. Met uw hulp krijgen wij zo meer inzicht in

het voorkomen en het leven van deze dieren en

daarmee kan er beter rekening met ze worden

gehouden.

KNNV afdeling Delfland,

Postbus 133, 2600 AC DELFT;

email: afdelingDelfland@knnv.nl

www.knnv.nl/afdelingDelfland

(015) 214 36 75 (na 18:00 uur).

11


12

Er mag geen meter meer vanaf

De Hof van Delfland

De inkt van het Landschapsontwikkelingsplan is nog niet

droog of er is al weer een nieuw plan in de maak: De Hof van

Delfland. Dit omvat grofweg het gebied tussen Den Haag,

Zoetermeer, Rotterdam en Hoek van Holland: een complex

en veelkleurig mozaïek van steden, groengebieden, havens,

glastuinbouwgebieden en open landschappen. Midden-

Delfland vormt, samen met het gebied van de Ackerdijkse

plassen, binnen dit mozaïek het open kerngebied.

In januari kwamen ongeveer 100

mensen, bestuurders, ondernemers,

betrokken organisaties tijdens een

atelierweek bij elkaar om na te denken

over wat De Hof van Delfland

straks moet gaan betekenen.

In die week werd één ding duidelijk.

De Hof van Delfland is geen

concurrent van het landschapsontwikkelingsplan,

maar vormt daar

een vervolg op. De Hof van Delfland

bouwt voort op de inzichten

die eerst met de reconstructie en

later met het ontwikkelen van het

LOP zijn gevormd. Het vormt een

logische stap in de omslag in het

denken over de verhouding stadland

die de afgelopen 40 jaar heeft

plaatsgevonden. De vermeende

tegenstelling tussen stad en land,

die er toe heeft geleid dat stad

en land zich met de ruggen naar

elkaar hebben ontwikkeld, heeft

plaatsgemaakt voor het besef dat

stad en land complementair zijn

en zo intensief mogelijk met elkaar

verbonden moeten zijn. Ruimtelijk,

maar ook sociaal en economisch.

Schaarste

Het open polderland bepaalt,

tezamen met de diversiteit aan

steden, stedelijke groengebieden,

glastuinbouwgebieden en havens,

de eigen identiteit van dit deel van

de Zuidvleugel, draagt bij aan een

internationaal concurrerend woon-

en vestigingsklimaat.

De stad heeft het belang van het

land ontdekt, herkent dat de aanwezigheid

van het land van essentiële

betekenis is voor de leefbaarheid

van de stad. Daarbij wordt ook

onderkent dat het land, wil dit zich

vitaal kunnen handhaven, inmiddels

haar minimum areaal heeft

bereikt.

Daarmee is een nieuwe situatie

ontstaan. Het land is zo belangrijk

voor de stad dat er geen meter meer

van af mag. Maar tegelijkertijd gaat

de krimp aan de Randstad voorbij

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

en hebben de steden ruimte nodig

voor groei. Dat leidt tot spanning,

immers tot voor kort werd

ruimte voor de stedelijke groei

vooral gevonden door stadsuitleg

in het landelijk gebied. Nu we tot

het inzicht zijn gekomen dat dat

niet langer een optie is ontstaat er

schaarste. Dat dwingt ons efficiënter

met de ruimte om te gaan.

Een efficiënter gebruik van de

ruimte kan alleen worden bereikt

met een betere samenwerking. Een

betere samenwerking tussen de

steden onderling en tussen stad en

land. Daartoe is de Hof van Delfland

ingezet.

‘No-built-area’

De stad moet de ruimte tot groei

binnen haar eigen grenzen vinden,

dat vergt bouwen in hogere

dichtheden in de centrumgebieden,

herstructurering van verouderde

bedrijventerreinen en spoorzones.

Dat zijn complexe en kapitaalsintensieve

opgaven. Zo complex en

kapitaalsintensief dat het haast niet

anders kan dan dat de stad af en toe

toch weer met hongerige ogen naar

het land kijkt.

Het land moet zich daar tegen

wapenen, moet haar status van ‘nobuilt-area’

telkenmale waarmaken.

Wil dat land voor de stedeling echt

waarde toevoegen dan moeten de

inrichting en het beheer van het

land naar een hoger niveau. Dan

moet het land de stedeling letterlijk

meer te bieden hebben, dan moet

het land als ‘tuin’ van de stad optimaal

met die stad en het stedelijk

leven verweven zijn.

Noodzaak

De noodzaak tot de Hof van Delfland

ligt in de ontdekking van de

vernieuwde wederkerigheid van

de stad-land relatie en in de ontdekking

van noodzaak dat ook de

steden zich complementair ontwikkelen.

De Hof van Delfland erkent de

waarde van het mozaïek en herkent

dat de kleuren van dat mozaïek

geleidelijk aan dreigen te vervagen.

De Hof van Delfland zoekt naar

wegen waarmee de kleuren van dat

mozaïek opnieuw kunnen worden

aangezet: sterke steden naast sterk

land, innovatieve glastuinbouwgebieden

naast de dynamiek van

de haven, en dat alles zodanig met

elkaar verbonden dat er een nieuwe

ruimtelijke, economische en functionele

samenhang ontstaat.

Steven Slabbers

Mede-opsteller van het LOP

Vogelvlucht Zouteveensepolder met onder in beeld de Vlaardingse Vaart, november 2007. Foto Pia van Oord.


Een zee van koekoeksbloemen. Foto Michel van Ruijven.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Koekoek!

Een kleurige verrassing

Wat een verrassing. Het kleine eilandje tussen het fietspad

en de golfbaan bij Schipluiden was in mei 2009 geheel in een

lila-paarse gloed gehuld. Het eilandje was vrijwel helemaal

bezet met de ‘Echte Koekoeksbloem’. Bij navraag bleek dat

de gemeente Midden-Delfland het eilandje had ingezaaid met

o.a. Echte Koekoeksbloem met de bedoeling hier, met enige

begeleiding, natuurlijke ontwikkeling op gang te helpen.

Een mooi initiatief.

De Echte Koekoeksbloem is een veel

voorkomende plant in West Europa.

De Botanische naam is Silene floscuculi

(flos-cuculi=Koekoek), maar

de plant heeft in de meeste landen

ook een eigen naam: in Engeland

wordt hij Ragged Robin genoemd,

in het Frans Fleur de Coucou en in

Duitsland Kuckuckslichtnkelke. En

in Friesland heet hij Kranebloem.

Het Coeckcoecksbloemke wordt

reeds in de 16e eeuw uitgebreid

beschreven in het Cruijdeboeck van

Rembert Dodoens toen nog onder

de naam Lichnis flos-cuculi. Zowel

Silene als Lichnis behoren tot de

familie van de anjerachtigen.

In de middeleeuwen werden koe-

koeksbloemen gebruikt voor het

vlechten van kransen en bloemenkronen.

Boeren waren er niet echt

blij mee omdat de plant saponine

bevat wat een giftige stof is.

In het voorjaar wordt door een klein

insectje, de schuimcicade, schuim

afgezet in de bladoksels van de

koekoeksbloem. Vroeger dacht men

dat dit spuug van de koekoek was

en vermoedelijk komt daar de naam

vandaan. In mei zijn de bloemen

een belangrijke leverancier van nectar

voor de vlinder Zilveren Maan

(Boloria Silene).

Wij zijn nieuwsgierig naar wat dit

eilandje in de toekomst nog kan

Flora Batava, Jan Kops.

13

brengen. Bij een zorgvuldig maaibeheer

kunnen zich naast de Echte

Koekoeksbloem onder andere ook

dotterbloem, Breedbladige Orchis

en Moerasrolklaver ontwikkelen.

Maar het is ook mogelijk dat de

grote Ratelaar en het Moeraskartelblad

ruimte gaat maken voor

verschillende soorten orchideeën.

We blijven het met belangstelling

volgen.

Michel van Ruijven


14

Die nieuwe wet voorziet in een verlaging

van de lasten voor de agrarische

sector. Bijna een halvering

van de waterschapslasten was het

uitgangspunt. Na evaluatie bleek

dat dat niet helemaal gehaald is,

maar wel dat er een aanmerkelijk

verlaging voor de agrarische sector

gerealiseerd is. Wel ten koste van

anderen natuurlijk bv. de huishoudens

en met name de eenpersoonshuishoudens,

want de opbrengsten

moesten wel gelijk blijven.

Wat in de evaluatie niet vermeld

werd, is dat voor het Hoogheemraadschap

van Delfland een ver-

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Waterschapslasten voor agrariërs verdubbeld

Petitie tegen Waterschapswet

Op 1 december 2009 vergaderde de Vaste Kamercommissie

van Verkeer en Waterstaat over de gevolgen van de

Nieuwe Waterschapswet. Die nieuwe wet had ondermeer

tot doel de verkiezingen van Waterschappen meer onder

de aandacht te brengen, dus in te spelen op de huidige

democratische verhoudingen en ontwikkelingen. Maar ook

en vooral om een andere verdeling van de waterschapslasten

te bewerkstelligen, lasten die nu eenmaal horen bij het

waterbeheer. Deze doelstellingen die aan de nieuwe wet

ten grondslag lagen werden in de Commissie geëvalueerd

evenals de verkiezingen die eind 2008 plaatsvonden.

dubbeling van de lasten voor de

agrarische sector het gevolg was.

Dat komt door een ingewikkelde

berekening van de economische

waarde van de grond en het meetellen

van de infrastructuur in die

grondwaarde.

Reden om aan de bel te trekken,

zeker ook voor de Midden-Delfland

Vereniging. Het kan toch niet zo

zijn dat na het instorten van de

melkprijs, de onzekerheid op allerlei

andere gebieden, nu ook de

waterschapslasten het voortbestaan

van de melkveehouderij in ons

gebied in gevaar brengen.

Petitie

De Vereniging heeft in nauwe

samenwerking met de gemeente

Midden-Delfland een petitie opgesteld,

een petitie waarin we pleiten

voor een herziening van de nieuwe

Waterschapswet en aandringen op

een herziening van de lasten voor

de melkveehouderij in Midden-

Delfland. Die petitie heb ik namens

de vereniging op 1 december aangeboden

aan de voorzitter van de

Vaste Kamercommissie.

De petitie werd welwillend maar

niet al te enthousiast in ontvangst

genomen door die voorzitter en een

drietal inderhaast opgetrommelde

Kamerleden. Van die schijnbare

desinteresse bleek echter niets tijdens

de behandeling in de commissie

zelf.

Natuurlijk was er veel aandacht

voor de mislukte Waterschapsverkiezingen.

Want zo moeten we dat

toch wel noemen: in ‘ons’ Waterschap

was de opkomst 19% en

totaal genomen waren 10% (!) van

de uitgebrachte stemmen ook nog

eens ongeldig. Maar gelukkig was

er ook veel aandacht en discussie

over de onrechtvaardige uitkomst

en de gevolgen van de nieuwe wet

voor de veehouderij in Midden-

Delfland.

Want alle goede plannen, landelijk,

provinciaal en regionaal, en er

komen er steeds meer bij, zoals nu

ook voor het Hof van Delfland, pleiten

voor het behoud van het unieke

gebied. En dat unieke gebied wordt

gedragen door de boeren, zij houden

het landschap wat we allemaal

zo belangrijk vinden in stand. Wij

kunnen ons dan ook niet neerleggen

bij alsmaar stijgende lasten voor de

agrarische sector.

De staatssecretaris heeft toegezegd

deze problematiek nader te bezien.

Als het haar ernst is, waaraan ik

niet wil twijfelen, komt zij met een

oplossing.

Ben van der Velde

De petitie is te lezen op onze website. Kijk

bij Nieuwsblik december 2009.

Ben van der Velde (links) overhandigt

de petitie aan de voorzitter van de Vaste

Kamercommissie R. Jager (rechts), in het

midden de griffier.


Boom op de covers van de Midden-Delfkrant

Bomenstichting bestaat 40 jaar

De bomenstichting heeft haar 40ste verjaardag aangegrepen

om een feestelijk jaar te organiseren en daarbij 2010

uitgeroepen tot het Jaar van de Monumentale Boom. De

redactie grijpt dit feit dankbaar aan als jaarthema voor de

covers van de Midden-Delfkrant. Wie weet leidt dit nog tot

speciale activiteiten rond monumentale bomen in het gebied.

In Midden-Delfland spelen bomen

een grote rol in de beleving van het

landschap. We zien ze langs wegen,

kades en oprijlanen of bij de entree

en op het erf van boerderijen. We

kunnen het hele scala aan bomen

aantreffen: volwassen reuzen en

nog beginnende exemplaren, eenvoudige,

inheemse soorten en ook

gecultiveerde bomen, die toch al

eeuwen op een bepaalde plaats

kunnen staan. Soms zijn het opvallende

exemplaren, vaker zijn het

bescheiden knotwilgen.

Bomen - waarvoor

We koppelen onze herinneringen

aan bomen, gebruiken bomen als

markering, koesteren bomen vanwege

hun schoonheid, spelen in

bomen. Bomen kunnen verwijzen

naar het verhaal van een plek, een

verdwenen boerderij of een ander

gebruik van een erf. Voor steeds

meer mensen zijn bomen ‘de natuur

onder handbereik’: in de stad kun je

de seizoenen vooral aan de bomen

aflezen. De oude, monumentale

bomen leveren met hun talrijke

‘inwonende’ planten en dieren een

substantiële bijdrage aan de biodiversiteit,

het thema van de Verenigde

Naties voor 2010.

Feestprogramma

Er is een landelijk feestprogramma

met diverse jubileumactiviteiten,

waaronder een fotowedstrijd,

bomenactiviteiten in diverse parken,

een congres over bomenbeleid

en een prachtig boek over bijzondere

bomen in Nederland. Met de

fotowedstrijd van de Bomenstichting

worden mensen uitgenodigd

om hun eigen monumentale boom

vast te leggen in vier seizoenen. Dat

mag die kolossale beuk zijn waar

niemand omheen kan, maar ook je

eigen veelbelovende jonge boom die

op weg is naar een monumentale

toekomst. Het mogen ook vier verschillende

bomen zijn, die duidelijk

de vier seizoenen laten zien. Het

complete jubileumoverzicht is te

vinden op www.bomenstichting.nl.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Midden-Delfland

Het lijkt het aangewezen moment

om ook in Midden-Delfland de

(monumentale) boom centraal te

stellen. Wij dagen u uit om deze

kans aan te grijpen. Misschien reden

voor een eigen Midden-Delfland

fotowedstrijd. Of voor de uitverkiezing

van de monumentaalste boom

van Midden-Delfland?

PO

Wilgen in Vlietland Maasland. Foto Tiny v.d. Meer.

Kastanjes bij Hodenpijl. Foto Henk Groenendaal.

15


16

Kringlooplandbouw in Midden-Delfland

Bij kringlooplandbouw wordt uitgegaan

van het optimaliseren van de

kringloop die bodem, plant, dier en

mest vormen. Uitgangspunt is het

streven naar optimale productie van

een agrarisch bedrijf in plaats van

maximale productie. LTO Delflands

Groen en de gemeente Midden-

Delfland hebben dit onderwerp

samen aan de orde gesteld.

Na een gezamenlijke informatieavond

afgelopen najaar over de

mogelijkheden van kringlooplandbouw

hebben zich 20 melkveehouders

als geïnteresseerde gemeld.

Half december zijn daarom twee

studiegroepen gestart. Het doel

is het verzamelen en uitwisselen

van economische en ecologische

bedrijfsgegevens. Door het bespre-

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

ken van deze gegevens kan veel

van elkaar geleerd worden. Samen

kan gewerkt worden aan een duurzame

veehouderijsector in Midden-

Delfland. De studiegroepen zijn

voorlopig tot de zomer actief. De

betrokken partijen overleggen hoe

een vervolg na de zomer kan worden

vormgegeven.

In een volgende Midden-Delfkrant

komen we hier graag op terug.

Hiske Ridder

Gemeente Midden-Delfland,

sociaal economisch adviseur

Op de website www.duurzaamboerblijven.

nl is meer informatie te vinden over kringlooplandbouw.

Het dilemma tussen melkopbrengst en gezond gestel

Turbokoe of dubbeldoelkoe

‘De koe. Het verhaal van het Nederlandse Melkvee

1900-2000’ is een handzame geschiedenis van de

rundveefokkerij in Nederland en geeft in een kleine 200

pagina’s een verbazend toegankelijke inkijk in de wondere

wereld van fokmethoden, koe-rassen, veranderende modes

en de economische wetten die op het boerenerf gelden.

Biologiehistoricus Bert Theunissen

beschrijft uitvoerig hoe de Nederlandse

fokkerscultuur, het overheidsbeleid

en ontwikkeling van de

wetenschap in ruim een eeuw tijd

in elkaar grepen en tezamen hebben

geleid tot de opeenvolgende typeveranderingen

van het melkvee.

Veranderingen, die ook in Midden-

Delfland te volgen zullen zijn.

Bij deze veranderingen is het voor

de melkveehouder steeds laveren

geweest tussen de economische

en landbouwpolitieke druk om tot

steeds hogere melkopbrengsten te

komen en eenvoudige kennis over

wat goed is voor de koe als individu.

Dan speelt gezondheid een rol

in de vorm van kwetsbaarheid voor

blessures, behoefte aan (extra) specifiek

bijvoer, vruchtbaarheid en de

economische levensduur (het

aantal keren dat gekalfd kan worden).

Kort samengevat gaat het om het

verschil tussen wat de koe kan en

wat ze aankan. Tegenwoordig is de

trend, dat de belangstelling voor

meer robuuste koeien toeneemt.

Als u wilt weten wat een ‘padstier’

en ‘bulloper’ zijn of het verschil wil

weten tussen ‘platte’ en ‘scherpe’

koeien, waarom Fries-Hollandse

koeien in de tweede helft van de

19e eeuw eerst van Friesland naar

Amerika werden verscheept en

ruim honderd jaar later weer terug

kwamen als Holstein-Friesians, wat

het ‘exterieur’ van de koe is en wat

voor rol dat speelt in de afwegingen

van fokkers, dan hebt u nu de gelegenheid

om dat voor slechts 20 euro

te weten te komen.‘De koe’ is een

informatief en toegankelijk boek,

met leerzame zwart-wit illustraties,

die helaas wat minder sprekend zijn

dan je bij zo’n interessant en beeldend

onderwerp zou hopen.

PO

De koe. Het verhaal van het Nederlandse

Melkvee 1900-2000.

Bert Theunissen, uitgeverij Bert Bakker,

ISBN 978 90 351 34232


Vaart met de A4?

Laten we beginnen met de positieve

kanten van het verhaal. Want nadat

minister Eurlings in september 2009

aankondigde dat wat hem betrof

de zaak in kannen en kruiken was

en heel Nederland de indruk kreeg

dat de A4 door Midden-Delfland

praktisch een feit was, kwam een

heel nieuwe regionale dynamiek

op gang. Dat zal wel iets te maken

hebben met het gevoel dat de focus

van de discussie nu eindelijk kon

verschuiven van ‘moet die weg

nu eigenlijk wel?’ naar ‘maar hoe

willen we de weg nu eigenlijk in

Midden-Delfland hebben?’. Een

interessante ontwikkeling die plots

bij nieuwe groepen grote bezorgdheid

over de toekomst van het landschap

te weeg bracht en wellicht

daardoor ook veel nieuwe steun

voor de ‘variant met vaart’.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Het is en blijft een vreemd verhaal: de A4 door Midden-

Delfland. Bij elke Midden-Delfkrant willen we over de

voortgang schrijven en elke keer gebeurt er weer iets

waardoor het tot het laatste moment onduidelijk blijft, waar

we nu precies staan met die voortgang van de voorbereiding

en de besluitvorming. Zo ook nu.

Nog even kort hoe het ook alweer

in elkaar zat. In 2006 spraken de

minister van Verkeer en Waterstaat,

de regio en allerlei maatschappelijke

organisaties af dat de aanleg van

de A4 door Midden-Delfland, niet

alleen om de weg draaide, maar

een ‘integrale ontwikkeling’ van het

gebied tussen Delft en Schiedam

omvatte (kortweg IODS). Dat was

een eerste stap naar een brede benadering.

Inmiddels zijn we al weer 4

jaar en vooral een heleboel onderzoek

en kennis verder en weten we

beter wat de werkelijke effecten

van de A4 op Midden-Delfland

zullen zijn. Die nieuwe inzichten

maken duidelijk dat de verwachte

resultaten, de effecten en de kosten

allemaal niet passen binnen de

IODS-afspraken van 2006. De weg

lost minder problemen op, past niet

in de beschikbare ruimte, de negatieve

milieueffecten zijn groter dan

beloofd en de kosten zijn hoger dan

voorzien.

Niet veel duurder

Al sinds 2008 is de Midden-Delfland

Vereniging bezig om samen

met allerlei partners aandacht te

vragen voor een alternatieve wijze

van aanleg, de ‘A4 met vaart’. Hierbij

wordt de weg in een soort ‘zwevende’

gesloten tunnelbak aangelegd

en kan er bovenop de weg een

‘vaart’ of een natuurgebied worden

gerealiseerd. Met uiteraard grote

voordelen voor het milieu, dubbel

grondgebruik (tunnel en natuurcompensatie

ineen), maar als grote

nadeel - althans dat wordt verondersteld

- de kosten. De Midden-

Delfland Vereniging heeft in juni

2008 minister Eurlings dringend

verzocht om de tunnelvariant mee

te nemen in de verdere afweging,

zodat niet het argument van ‘vertraging’

een rol zou gaan spelen. Dat

is toen niet gebeurd, Rijkswaterstaat

serveerde zelfs zonder al te veel

omhaal het plan ‘A4 met vaart’ af

als te duur en ging over tot de orde

van de dag. Tot ergernis van de vereniging,

maar ook tot onbegrip van

aannemers en andere deskundigen.

Nu, bijna twee jaar verder, lijkt het

17

tij zich echter alsnog tegen dit soort

‘autisme’ van de minister te keren.

Hij lijkt dat in te zien en blijkt op

zoek naar nieuwe actieve steun

voor het ‘oude’, maar toch ook wel

een ‘beetje aangepaste’ convenant

van 2006. De gemeente Delft heeft

in reactie op een vraag om steun

van de minister in een zeer uitvoerige

en breed gedragen brief 14

‘tegenvragen’ gesteld over de huidige

aanlegplannen. Daarbij heeft

Delft onomwonden vastgesteld dat

de ‘A4 met vaart’ eigenlijk de enige

variant is die past in de oude IODS

afspraken. En Delft staat daarin niet

alleen. Schiedam is al jaren actief

in deze discussie en op aangeven

van een motie van het CDA kwam

ook de gemeente Vlaardingen in

februari 2010 tot dezelfde conclusie.

Nu via regionaal onderzoek is uitgerekend

dat de ‘vaartvariant’ ook

helemaal niet zoveel duurder is dan

de nieuwste ‘vliesconstructie’ van

Rijkswaterstaat (en misschien zelfs

veel minder riskant), staat eigenlijk

weinig een serieuze kans voor de’

A4 met vaart’ in de weg.

Opmerkelijk ontbrekende schakel in

dit regionale verhaal is de gemeente

Midden-Delfland, de gemeente die

als missie heeft de ‘hoeder’ van

Midden-Delfland te zijn. Maar het

goede nieuws is dat zo langzamerhand

ook daar het besef doorbreekt

dat actie is geboden. Men geeft in

die gemeente toe dat de aanleg van

de A4 het - echt ontoelaatbare -

sluipverkeer door Midden-Delfland

(Maasland) niet zal beteugelen en

dat (mede daarom) een actievere

inzet voor een betere inpassing van

de A4 noodzakelijk is. Een nieuw

college van B&W van Midden-

Delfland zal zich hopelijk actiever

inzetten voor een betere inpassing

van de A4, dat is winst. Of dat ook

steun betekent voor een ‘A4 met

vaart’ is nog niet duidelijk.

Helemaal onduidelijk is of minister

Eurlings zich de komende tijd tot

een verstandige dialoog zal laten

bekeren en of dat hij de ‘crisiswet’

en andere machtsmiddelen zal

aanwenden om een discussie uit de

weg te gaan. De schrijver Maarten

’t Hart schreef begin maart in de

NRC dat hij hoopte dat de kabinetscrisis

ook rond de A4 tot bezinning

zou leiden. De Midden-Delfland

Vereniging hoopt dat met hem. We

blijven actief werken aan een A4 die

Midden-Delfland respecteert en niet

onaanvaardbaar aantast.

GvO


18

Zaterdag 17 april Midden-Delfland: Open!

Alweer voor het zesde jaar op

rij organiseert ANV Vockestaert

Midden-Delfland:Open! en dit jaar

zijn het boeren aan de Kwakelweg

en de Duifpolder in Maasland, die

hun boerderijen voor het publiek

Boerderij De Kwakel. Foto Henk Groenendaal

Ongeveer tien jaar geleden ontstonden

in Nederland de eerste agrarische

natuurverenigingen. Clubs van

boeren en buitenlui, die zich organiseerden

om de ‘groene subsidies’ op

een goede manier te kunnen toekennen

aan de boeren. Want plotseling

was er geld beschikbaar om de boeren

te compenseren voor het extra

werk en de mindere kwaliteit gras

als gevolg van later maaien.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

openstellen. Ieder jaar komt er een

ander stukje Midden-Delfland in de

schijnwerpers en zorgen boeren en

hun buren voor een kijkje op hun

bedrijf.

De Duifpolder ligt omsloten door

Een nieuwe subsidieregeling

Van nestbescherming naar

mozaïekbeheer

Een van de gevolgen van de groeiende

aandacht voor de problemen

waarmee de weidevogels werden

geconfronteerd, was meer onderzoek.

Er werd zorgvuldig geteld,

gemeten en onderzoek gedaan naar

het daadwerkelijke rendement van

de subsidiegelden.

Te weinig vliegvlugge jongen

Al snel bleek dat de traditionele

de Vlaardingervaart, de Vlietlanden

en de Kwakel. Een prachtige gelegenheid

om het gebied te bezoeken

via het water. Dit kan via het pontje

vanuit de Broekpolder of het trekpontje

over de Vlaardingervaart.

Het is een geweldig wandelgebied

dat vanuit Maasland via het

Doelpad te bereiken is. Er kan een

rondje gewandeld worden langs

alle deelnemende bedrijven.

Wat kunt u deze dag verwachten:

alles over het boerenleven en de

boerderij, een streekmarkt, dieren

in allerlei soorten en maten, activiteiten

voor de kinderen, tentoongestelde

oude machines en boten.

Kortom te veel om op te noemen en

zeker een bezoek waard voor jong

en oud.

Iedereen is welkom op zaterdag

17 april van 11.00 – 16.00 op de

Kwakelweg en de Duifpolder in

Maasland. Midden-Delfland:

Groene tuin naast de stad.

www.vockestaert.nl

In Midden-Delfland wordt al 25 jaar aan weidevogelbescherming

gedaan. Een kwart eeuw geleden zag een aantal

boeren en vogelliefhebbers dat er veel weidevogelnesten

verloren gingen bij het maaien. Doordat dit maaien steeds

vroeger in het jaar werd gedaan, verergerde dit probleem.

De vogels waren doodgewoon nog niet klaar met het

broedseizoenals er gemaaid werd. Dat dit maaien ook met

steeds grotere en snellere machines gedaan werd, verkleinde

de kansen van de vogels nog verder. Het beschermen van de

nesten door deze te markeren met een stok, waarna de boer

bij het maaien om het nest heen kon, was lange tijd een zaak

van boer en vrijwilliger.

weidevogelbescherming van het

markeren van de nesten en hier vervolgens

omheen maaien, niet (meer)

voldoende resultaat opleverde om

de kwijnende populaties van grutto

en andere weidevogels op peil te

houden. Een onvoldoende aantal

jongen per paar bleek bracht het tot

het stadium ‘vliegvlug’ te brengen.

Anders gezegd, er werden niet

genoeg jonge weidevogels groot.

Monotoon gras

Een van de oorzaken ligt in het

steeds monotoner worden van de

begroeiing, weilanden die vooral

bestaan uit één enkele soort gras,

zijn productief. Er kan veel en

relatief voedselrijk gras worden

geoogst. De keerzijde hiervan is

echter beduidend minder insecten,

de voornaamste voedselbron van

de kuikens. Daarnaast wordt het

Aantal gruttojongen vliegvlug per jaar


Dus liever niet zo.

gewas zo snel ‘zwaar’ dat er, bij

later maaien, voor de vogels letterlijk

geen doorkomen meer aan is.

Meer predatoren

Er zijn de afgelopen decennia veel

meer predatoren gekomen dan in

de jaren ‘50 – ‘80 van de vorige

eeuw. Denk aan de toegenomen

aantallen kraaien, meeuwen, roofvogels

en de intrede van de vos.

Ook hermelijn en wezel hebben zich

deels hersteld van decennia lange

vervolging door de mens. Nu zijn

weidevogels in staat zichzelf en

hun nesten erg goed te verstoppen,

maar op de vroeg gemaaide weilanden

zijn de jongen erg kwetsbaar

voor ieder langskomend roofdier.

Hogere aantallen predatoren hebben

van zichzelf al een impact op

de aantallen weidevogels, maar in

combinatie met vroeg en vooral

massaal maaien, is deze invloed nog

vele malen sterker.

Peilbeheer

Ook het steeds verder verlagen van

het grondwaterpeil heeft vogels

geen goed gedaan. In een droog

voorjaar wordt de grond al snel zo

hard, dat zelfs de volwassen vogels

niet meer in de grond kunnen

komen om wormen te vangen. Ook

op de insectenstand heeft dit een

negatieve invloed gehad.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Al dit bovenstaande heeft de beleidsmakers,

die verantwoordelijk zijn

voor het zo goed mogelijk besteden

van de subsidiegelden, doen besluiten

dat het roer om moet. Klassieke

nestbescherming wordt niet langer

vergoed, er moet meer gedaan worden

om toch voldoende kuikens

vliegvlug te krijgen. Een nieuwe

subsidieregeling werd geboren…

De nieuwe subsidieregeling

Deze regeling is gericht op de

bescherming van nesten, maar

vooral op het creëren van mogelijkheden

voor kuikens om veilig op te

groeien. In zogenoemd ‘kuikenland’

moeten de kuikens dekking en

voedsel kunnen vinden tot ze groot

genoeg zijn om al vliegend naar

voedselrijkere of veiliger oorden te

vertrekken.

Dit kuikenland moet voldoen aan

een aantal voorwaarden. Voornaamste

hiervan is dat er niet voor

1 juni gemaaid mag worden. Daarnaast

moet het op korte afstand van

een nest liggen, de kuikens moeten

het immers lopend kunnen bereiken.

Uiteraard is niet vooraf precies

bekend waar de nesten komen te

liggen. Op grond van ervaring en

de honkvastheid van de vogels, is

hier echter wel een schatting van te

maken. Er moet dus op de goede

Maar zo Of nog liever zo

plaatsen een mozaïek ontstaan van

gemaaid land en kuikenland.

Dit is makkelijker gezegd dan

gedaan. Voornaamste punt is

natuurlijk dat de boeren het kuikenland

moeten kunnen inpassen in

hun bedrijfsvoering. Laat gemaaid

land levert immers gras op van een

lagere kwaliteit. Daarnaast moet het

land idealiter ook nog eens minder

intensief bemest worden, anders

ontstaat voor de kuikens onbegaanbaar

lang en zwaar gras, waar ook

nog eens minder insecten in zitten.

Allemaal eisen die moeilijk te combineren

met moderne en intensieve

bedrijfsvoering. Niet alle boeren

hebben dit kunnen inpassen en

de oppervlakte weiland waarop

subsidie verleend wordt, is dus

gekrompen ten opzichte van de

oude regeling.

Mozaïek

Er is door de werkgroep agrarisch

natuurbeheer van Vockestaert een

uitvoerig plan gemaakt waarin

heel Midden-Delfland in kaart is

gebracht, en de gewenste mozaïeken

zijn ingetekend. Hierna is contact

opgenomen met alle boeren om

te zien in hoeverre het ideaalplaatje

haalbaar was.

Als resultaat van al dit werk ligt er

nu een plan waarin een zo gunstig

mogelijk mozaïek van vroeg en

laat gemaaid grasland is opgenomen.

Met alle individuele boeren

zijn contracten gesloten waarbij de

boeren een vergoeding per hectare

krijgen voor het gerealiseerde kuikenland

en nestbescherming.

Dit alles moet bijdragen aan het

stoppen van de achteruitgang van

onze weidevogels in het gebied,

zodat we er ook in de toekomst allemaal

van kunnen blijven genieten!

Michel Kuijpers

Foto’s Aad van Paassen

19


20

Uit onze winkel

Al deze artikelen zijn ook zeer geschikt om cadeau te doen.

Bestellen?

Als u in het bezit wilt komen van een van deze producten, maakt u het bedrag incl.

verzendkosten (de prijs tussen de haakjes) over op giro 3928463 t.n.v. Midden-

Delfland Vereniging te Maassluis, onder vermelding van ‘aantal en omschrijving

publicatie’. Verzeker u ervan dat uw naam en adres staan vermeld. U ontvangt de

bestelling dan per post.

Mapjes met 6 handzame

wandelkaarten

Met beschrijvingen van de bezienswaardigheden

no 1, 2 of 3

Prijs leden per mapje ? 4,00 (5,80) /

niet leden ? 5,00 (6,80)

Cultureel erfgoed

Midden-Delfland

Inspiratiebron voor beheer en ontwikkeling

van het agrarische cultuurlandschap en

streekeigen boerenerven.

Een uitgave van Midden-Delfland is

Mensenwerk en Vockestaert.

Prijs ? 5,00 (7,25)

Fietskaart Cultuur & Historie

Prijs ? 2,00 (3,00)

Waterkaart Water & Oevers

Prijs ? 2,50 (3,50)

In combinatie met de special ‘Water & Waterwegen’ kost de kaart € 1,50.

U kunt de kaart samen met de special bestellen voor € 8,50 inclusief verzendkosten.

Boeken over de streektaal van

Delfland door Henk Tetteroo

‘Kreen en Gruizig’ Prijs ? 12,00 (14,00)

‘Wonen in Woorden’ Prijs ? 14,50 (16,50)

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Speciale uitgaven van de

Midden-Delfkrant

Markant Midden-Delfland,

een wereld apart

Diversen

Planten & Dieren

52 pagina’s; veel informatie,

(kleuren)foto’s en illustraties.

Prijs ? 3,00 (5,00)

Water & Waterwegen

52 pagina’s; veel informatie,

(kleuren)foto’s en illustraties.

Prijs ? 5,00 (7,00)

Kwaliteit & Landschap

60 pagina’s; veel informatie,

(kleuren)foto’s en illustraties.

Prijs ? 5,00 (7,00)

Fotoboek door Gemma

M.M. van Winden-

Tetteroo

Prijs ? 22,00 (25,00)

T-shirts L en XL geel of groen, ? 7,50 (10,10)

Kinder T-shirts maat 128 en 152 wit

met opdruk koe of boer ? 7,50 (10,10)

Vlag Mooi Dichtbij (150 x 225 cm) ? 10,00 (14,90)


Beste redactie,

Bonte Haas (2)

Enkele maanden geleden werd ik in

de Midden-Delfkrant nr. 137 op pag

13 verrast door een afbeelding van

mijn ouderlijk huis. Inderdaad het

huis waar de familie van der Heuvel

heeft gewoond. Mijn ouders zijn

bij hen ingetrokken toen ze in 1954

trouwden.

Helaas heb ik daar samen met mijn

familie maar tot ongeveer mijn veertiende

verjaardag mogen wonen.

Het huis werd toen onbewoonbaar

verklaard. Er waren namelijk grote

scheuren en kieren ontstaan, vooral

daar waar wij sliepen. De kinderen

sliepen op de eerste etage.

Mijn broers en zussen waren eveneens

verrast toen ik hen de foto liet

zien.

Leuk ook om in nr. 138 nog een

reactie te lezen over de Bonte Haas;

de nodige jeugdherinneringen

komen daardoor weer boven.

Met weemoed denk ik vaak aan

de Zweth en de omgeving, die nu

helaas totaal is veranderd .

Thea Alsemgeest-Hazekamp

Maasland

Zwerfvuil

In de vorige Midden-Delfkrant

schrijft Ben van der Velde in zijn

artikel, Kwaliteit? over koeien met

‘scherp in’. Naar aanleiding daarvan

heb ik een voorstel.

De Midden-Delfland Vereniging

organiseert maandelijks wandelingen

en ik stel voor dat de Vereniging

tijdens de wandelingen de

wandelaars stimuleert om zwerfvuil

te gaan rapen. De leiding van de

wandeling neemt een paar plastic

zakken mee en vraagt de deelnemers,

natuurlijk op basis van vrijwilligheid,

te gaan rapen.

Voordelen zijn: meer bewustzijn

onder de wandelaars, reclame voor

de vereniging, meer sympathie van

boeren jegens de wandelaars en een

schonere wandelroute.

Dit voorstel heb ik een aantal jaren

ook al eens gedaan, maar daar is

jammer genoeg aan voorbij gegaan.

Henk Tetteroo

Delft

Reactie:

Zwerfvuil is een serieus probleem,

helaas ook in ons gebied!

Een maandelijkse schoonmaakactie

is misschien te veel gevraagd, maar

de suggestie om tijdens de wandelingen

de aandacht op het zwerfvuil

te vestigen is wel het minste wat we

kunnen doen. Het bestuur zal dan

ook zeker aan de werkgroep paden

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

voorstellen dat er materiaal mee

gaat met de wandelingen.

BvdV

Spectaculair contrast

Leuk om de column te lezen van

Yttje Feddes op de achterkant van

nr. 137. Frappant vanwege de raakvlakken

met een brief die ik een

kleine 12 jaar geleden naar Groot

Vlaardingen stuurde waarin ik mijn

boosheid ventileerde over de reconstructiecommissie.

Ik verwachtte

daar wel wat reacties op maar het

bleef ijzingwekkend stil, ook van de

zijde van de commissie.

Ik heb de brief nog eens opgediept

en ik ben het in grote lijnen nog

Foto Paul Meuldijk.

Natuurlijke grenzen

Het is prachtig als je zo’n foto kan

maken. Alleen geduld en altijd een

camera bij de hand geeft nog geen

garantie dat je zoiets voor de lens

krijgt. Paul Meuldijk schrijft erbij als

de vos een haas wil grijpen heeft ze

nu de kans. Nu ik kan je zeggen, die

kans is erg klein.

Een haas daagt vaak uit en zeker

als er jongen in de buurt zijn. Door

zelf de aandacht te trekken proberen

ze de belagers weg te lokken

bij hun jongen. Een jonge vos zal

wel eens proberen een haas te pakken

te nemen in zo’n situatie als op

de foto, maar een oudere bespaart

zich die moeite. Een haas is alleen

te pakken als de belager harder

kan lopen of bij verrassing. Op de

foto kan de vos de haas niet verrassen,

want ze is in beeld. Er zijn ook

hazen die weten hoe ze jagers kunnen

ontlopen.

Om te overleven moet een haas een

enorme reactiesnelheid hebben.

steeds eens met wat ik toen schreef.

(In de brief onder de kop ‘Wat is

natuur nog in dit land’ keert Aad de

Visser zich o.a. tegen de invulling

van het cultuurhistorisch belangrijke

weidelandschap met kanovijvers

en natuurbos. Red.)

De gezellige kronkelweggetjes,

bosjes en bruggetjes zijn er in de

Holierhoekse polder jammer genoeg

gekomen. Wonderlijk dat we de

authentieke weidelandschappen

van Mauve meer waarderen dan de

werkelijkheid.

Aad de Visser

Vlaardingen

21

Hazen die dat niet hebben sneuvelen

en planten zich dan ook niet

meer voort. De natuur selecteert

constant. We zeggen altijd dat de

natuur zich aanpast, maar eigenlijk

selecteert ze altijd. Een vlieg die

niet vliegensvlug is wordt door een

insecteneter gepakt of sneuvelt door

toedoen van onze vliegenmepper.

Ratten zijn sociale en interessante

dieren, maar ze vallen onder de

term ongedierte en worden op alle

mogelijke manieren bestreden.

Gevolg is dat de slimste overleven

en zich voortplanten met als resultaat

nog slimmere ratten.

Met de jacht gebeurt hetzelfde. Ganzen

die ’s morgens opvliegen uit

het water waar ze overnacht hebben

om zich tegoed te gaan doen aan

het malse gras bij de veehouders

hebben een paar verkenners voorop

vliegen om te waarschuwen als ze

onraad zien. Als ze een paar keer

door jagers belaagd zijn, herkennen

ze dat, en als ze dan de jagers

verscholen zien zitten geven ze

een soort angstschreeuw en de

hele koppel maakt rechtsomkeert.

De jacht vormt de enige manier

om ganzen bij te brengen dat ze

van andermans spullen af moeten

blijven. Beleefdheid kent de natuur

niet. Alleen de kans om te sneuvelen

kan ze weerhouden.

Dat geldt voor de vos ook. Bejagen

houdt de natuurlijke schuwheid

in stand. Als er hondsdolheid uitbreekt

loopt de mens minder risico,

hij weet dan dat het niet in orde

is als een vos te dicht in zijn buurt

komt.

C.J. van der Sar


22

Aanvulling bestuur

In het vorige nummer van de

Midden-Delfkrant heeft het bestuur

een oproep geplaatst voor nieuwe

bestuursleden en hierop zijn zo’n

negen reacties binnengekomen.

Het bestuur heeft drie geïnteresseerden

gevraagd om de komende

periode nader kennis te maken en

mee te lopen met zijn activiteiten.

De oproep leverde ook reacties op

van mensen die het bestuur op een

specifiek onderwerp of op praktisch

gebied willen ondersteunen. We

zijn blij verrast met het enthousiasme

en de diversiteit aan deskundigheid

van de leden van onze

vereniging!

A4

De eventuele aanleg van de A4

bleef ook de afgelopen periode

de gemoederen bezig houden, en

terecht. De laatste maanden heeft de

vereniging zich nadrukkelijker dan

anders in de discussie gemengd.

Hoewel we formeel geen lid zijn

van de Stichting A4 met Vaart

weten we ons wel verbonden met

de acties die gevoerd zijn en nog

op stapel staan. We staan daar zelfs

volledig achter. Zo hebben we door

middel van flyers van de stichting

aandacht gevraagd voor de variant

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Verenigings nieuws

Maak de Midden-Delfland

Vereniging groter en sterker

De Midden-Delfland Vereniging groeit gestaag,

maar het draagvlak voor onze activiteiten kan niet

groot genoeg zijn.

Maak daarom een vriend(in) lid en ontvang zelf een

cadeaubon van ? 5,- te besteden in onze winkel.

Stuur een briefje of e-mail met uw naam, adres en

telefoonnummer en dat van het nieuwe lid aan de

Midden-Delfland Vereniging,

Burgemeester Musquetiersingel 40,

2636 HW Schipluiden of aan

info@middendelflandvereniging.nl.

A4 met Vaart van de bezoekers van

de informatieavonden van RWS in

Schiedam, Vlaardingen en Midden-

Delfland. Ook in de pers hebben

we ons niet onbetuigd gelaten. Een

oproep aan de politieke partijen

viel niet bij iedereen in goede aarde,

maar kreeg wel de aandacht die wij

ons hadden voorgesteld. Het lijkt

er sterk op dat we in de laatste fase

van de besluitvorming zijn beland,

voor de vereniging een reden te

meer zich extra in te zetten voor het

behoud van het landschap. Voor

belangstellenden is inmiddels op

LinkedIn de groep ‘A4 met Vaart’

opgericht. Hierop is in te schrijven

via www.linkedin.com . (BvdV)

Groen Goud

In december jl. zond het bestuur

van de vereniging een open brief

over de Maaslandse Dam aan de

leden van de gemeenteraad van

Midden-Delfland. Wij herinnerden

hen eraan dat zij in november

2008 akkoord waren gegaan met

de Ruimtelijke Programmatische

Visie en daarmee het standpunt

onderschreven er alles aan te doen

om autonome woningbouw op de

Maaslandse Dam te voorkomen.

Er werd immers gekozen voor vestiging

van kleinere bedrijfjes met

woonmogelijkheid, opgezet als een

buurtschap volgens de Cittaslow

gedachte. Helaas moeten wij nu

constateren dat het stedenbouwkundige

bureau en de projectleiders

die door de gemeente zijn aangesteld

evenals enkele wethouders

dit standpunt in de praktijk niet

verwoorden zoals werd afgesproken.

De mogelijkheid van autonome

woningbouw wordt nog steeds

als een reële optie gezien en hij

wordt niet onder stoelen en banken

geschoven wanneer het onderwerp

‘Maaslandse Dam‘ ter sprake komt.

De Midden-Delfland Vereniging

vindt dit zeer onverstandig en

signaleert dat de gemeente op

2 gedachten hinkt. Dit geeft een

verkeerd signaal af aan potentiële

ondernemers, bereidwillige financiers

en woningbouwcorporaties.

Bovendien zal een dergelijke stellingname

een lagere grondprijs

voor de ondernemers in de weg

staan. Inmiddels gaat een tiental

ondernemers onder begeleiding

van Groen Goud enthousiast door

op de ingeslagen weg. Zij zijn wél

overtuigd van de mogelijkheden

om de Maaslandse Dam te kunnen

ontwikkelen zoals ook in het Beeld

KwaliteitsPlan (van december 2009)

is vastgelegd. Het college en de

raad zou deze ondernemersmentaliteit

en visie op waarde dienen te

schatten en zich nu daadwerkelijk

moeten inzetten om i.s.m. andere

partijen de grondprijs voor de

ondernemers zo laag mogelijk te

houden, in plaats van diverse opties

open te houden. (AvdK)

Gebiedsmarketing

In het najaar van 2009 verscheen

in opdracht van de gemeente

Midden-Delfland, het Recreatieschap

en de Stichting Groen Goud

een rapport over een mogelijke

marketingstrategie voor het gebied

Midden-Delfland. De Midden-

Delfland Vereniging was kritisch

over het rapport omdat het ervan

uit leek te gaan dat de kern van ‘het

product‘, het open weidelandschap,

altijd wel zou blijven bestaan en

dat daar geen bijzondere inspanning

voor verricht zou hoeven te

worden. Ook de VMO (Maaslandse

Ondernemers) uitte kritiek op het

rapport dat vervolgens voor een

deel werd herschreven. Maar ook

het tweede rapport geeft niet concreet

aan dat de bescherming en

het traditionele onderhoud van het

gebied even essentieel zijn voor een

succesvol marketingbeleid als de

promotie, organisatie en merkstrategie.

Toch zal de Midden-Delfland

Vereniging de verdere uitwerking

van de Gebiedsmarketingplannen

ondersteunen. Recent hebben zich

namelijk enkele hoopvolle ontwikkelingen

voorgedaan. Zo heeft de

gemeente Midden-Delfland een

brief van onze vereniging aan de

Staatssecretaris voor verlaging

van de waterschapsbelasting voor

agrariërs, mede ondertekend, zijn

er moedgevende ontwikkelingen

ten aanzien van de Grondbank en

maakt de gemeente Midden-Delfland

zich met LTO Noord/Groen

sterk voor ‘Duurzaam boeren’, een

andere vorm van bedrijfsbeleid dat

zowel het milieu als het rendement

van de boerenbedrijven ten goede

moet komen. (AvdK)

Promotie Platform Midden-

Delfland

De gezamenlijke activiteiten in het

Midden-Delflandgebied hebben dit

jaar als thema: ’Groene wereld naast

de stad’. De evenementen hebben

ieder een deelthema als uitgangspunt,

zie de agenda elders op deze

pagina’s.

Midden-Delfland Dag in een

nieuw jasje

De Midden-Delfland Dag probeert

zoveel mogelijk mensen uit

de randgemeenten kennis te laten


maken met ‘Hun Groene Voortuin’.

Om een goede spreiding over

het gebied te verkrijgen is dit jaar

gekozen voor een dag in een nieuw

jasje. Er zijn drie routes ontwikkeld

die eventueel ook te koppelen

zijn: actief, culinair, en cultureel.

17 februari was er een informatieavond

voor deelnemers en is er met

veel plezier nagedacht over verdere

thematische invulling van de routes.

Mocht u geïnteresseerd om ook

deel te nemen aan deze dag: neem

dan contact om met Inge van den

Heuvel, 06-42105407.

Ledenwerving

De afgelopen jaren is de vereniging

naar volle tevredenheid gegroeid tot

zo’n 2600 leden. Maar om stabiel,

krachtig en initiatiefrijk te blijven is

het nodig om nieuwe leden te blijven

werven. Natuurlijk doen we dat

nog steeds in stands op informatiemarkten,

maar daarnaast zoeken we

naar nieuwe wegen. Bijvoorbeeld

door aan bedrijven of gemeenten te

vragen om het lidmaatschap cadeau

te geven (zoals dit bijvoorbeeld al

door de gemeente Midden Delfland

wordt gedaan). Heeft U ideeën om

nieuwe leden te werven, of wilt u

lidmaatschappen als cadeau weggeven:

laat het ons weten!

Karin Kievit

Agenda 2010

Komend jaar staan er vier Midden-

Delflandevenementen op de

kalender:

17 april Midden Delfland Open:

‘Ontluikend Groen’

19 juni Midden Delfland Dag:

‘Ontdek de Groene Voortuin’

11 september Monumentendag:

‘Monumentaal groen’

9 oktober Tuin van de Randstad:

‘Onder het Groene Dak’.

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Bestuur Midden-Delfland Vereniging

Ben van der Velde, voorzitter

Telefoon (010) 460 02 93

Kees van der Sar, penningmeester

Telefoon (010) 591 90 93

Harry Arkesteijn

Telefoon (015) 380 91 51

Hanneke Blokdijk

E-mail barhoeve@caiway.nl

Karin Kievit

Telefoon (015) 213 38 99

Arie van der Kooij

Telefoon (010) 880 40 73

Website

www.middendelflandvereniging.nl

Tentoonstelling DOK Kunst

Rosemarijn van Limburg Stirum

‘Doorsneden landschap’

Midden-Delfland, een essentieel

leefgebied voor Delftenaren, zal

doorsneden worden door de A4.

De Schie heeft het land al in de

10e eeuw in tweeën gedeeld. In de

honderden jaren dat dit landschap

in cultuur is gebracht, veranderde

er steeds iets. Niet per se lelijk,

niet per se mooi. Hoog tijd voor

een eerbetoon aan dit mooie land

tussen Delft en Rotterdam, met

een kleine tentoonstelling rond

Midden-Delfland Dag ergens in

Midden-Delfland. Hierbij werken

DOK Kunst en de VAK uit Delft

en de Midden-Delfland Vereniging

voor het eerst samen. Het wordt een

mooi voorjaar!

Expositie & grafiekwerkplaats

Vol verwondering wandelt kun-

Calamiteitenberging Woudse Polder, 2008,

olieverf op doek.

Midden-Delfland Vereniging

Secretariaat:

Burgemeester Musquetiersingel 40

2636 GG Schipluiden

Telefoon 06 42 10 54 07 (overdag)

info@middendelflandvereniging.nl

Rabobank 14.37.75.367

ING 3928463 (Midden-Delfland

Vereniging te Maassluis)

Verenigingenregister Haaglanden

V 40397143

Werkgroep Historie en Landschap

Midden-Delfland

p/a Frits van Ooststroom

Trekkade 20, 3137 KD Vlaardingen

Telefoon (010) 474 25 98

Werkgroep Paden Midden-Delfland

p/a Hein van Bohemen

Holierhoek 36, 2636 EK Schipluiden

Telefoon (015) 380 99 40

23

stenaar Rosemarijn van Limburg

Stirum door Midden-Delfland en

schildert dit veranderende gebied.

Van 14 mei t/m 19 juni 2010 exposeert

Van Limburg Stirum haar

doeken, aquarellen en druksels bij

DOK Kunst in Delft onder de titel

Doorsneden landschap.

Gedurende de tentoonstelling

werkt de kunstenaar in de mobiele

grafiekwerkplaats in de tentoonstellingsruimte.

Daarnaast geeft ze

rondleidingen.

Gedicht & lezingen

In het kader van de tentoonstelling

worden twee sprekers en een

dichter in DOK uitgenodigd:

Architect Wilfried van Winden van

WAM architecten geeft een lezing

over de A4 en het landschap en historicus

en stedenbouwkundige Wim

Nijenhuis verzorgt een lezing over

het thema ‘Geen landschap zonder

beweging’. Speciaal voor deze gelegenheid

dichtte de Delftse dichter

Arjen Duinker over het Midden-

Delfland gebied.

Check de activiteitenagenda

op www.dok.info. (LvV)

DOK kunst Vesteplein 100 Delft,

14 mei t/m 19 juni 2010

www.rosemarijnvanlimburgstirum.nl


24

Een goede vrijdag

Het is Goede Vrijdag 2025 en ik besluit

naar Midden-Delfland te gaan, het

gebied waarvoor ik ruim 15 jaar eerder

een ‘landschapsontwikkelingsplan’

mocht opstellen. Het is een uurtje fietsen

vanuit Den Haag, maar ik neem

liever de tram, die brengt me in een half

uur naar het hart het gebied.

Sinds 2010 heeft Midden-Delfland een

forse kwaliteitsimpuls ondergaan. Het

verspreide glas is opgeruimd, de stadsranden

zijn tot randparken getransformeerd

en het gebied is levendiger

geworden. Dankzij de betere bewegwijzering,

het opknappen van de toegangen

vanuit de stad en het slechten van barrières

doorkruisen meer fietsers en wandelaars

het gebied. Sloepjes en fluisterboten

leggen bij restaurant Lickebaert of

galerie ‘De Hoge Hemel’ aan. Grotere

boten gaan via de herstelde sluizen de

Waterweg op, zij kunnen nu echt ‘een

rondje Midden-Delfland’ varen.

In de Poldervaart trekt de bruine

vloot veel bekijks. Het aangrenzende

Beatrixpark lijkt niet meer op het wat

sombere park van weleer. Er wordt

gevoetbald en gebarbecued, kinderen

roeien in de vergrote vijver, een groep

nordic walkers passeert.

Sedert de herprofilering is de Gaagweg

de recreatieve ruggengraat van Midden-

Delfland. Het sluipverkeer heeft plaatsgemaakt

voor fietsende gezinnen. Zij

zijn op weg naar de kaasboerderij, de

streeksuper of een verjaarspartijtje.

Buiten het weekeinde is het rustiger,

maar ook dan profiteert de boer van

de nabijheid van de stad. Dan zijn er

congressen, waarbij men gebruik maakt

van het ‘boeren brood en bed arrangement’.

Ik ga nog even naar het Museum van

het Polderlicht. Hier genieten bezoekers

van heinde en verre van klassieke topstukken

als de Stier van Potter, maar

ook van meer recente Hollandse meesters.

De gids vertelt de Amerikanen

dat de nazaten van de Stier rond de

Ackerdijkse plassen grazen, onzin

natuurlijk, maar wel een mooi verhaal

voor thuis. Dat het polderlicht blijft

inspireren blijkt ook uit de vele deelnemers

aan de schilderworkshops en de

galeries aan het Zuideinde, de rurale

tegenhanger van het Haags Noordeinde.

Ik besluit de dag met een bezoek aan

de Veranda aan de Nieuwe Waterweg.

Hier herken ik de oorspronkelijke relatie

tussen het open polderland en de rivier,

kan ik de mammoettankers bijna aanraken,

zie ik uit over de high-tech havenindustrie

en voel ik de rust en ruimte

van de polder in de rug.

Voldaan keer ik huiswaarts. Inderdaad,

het was een goede vrijdag.

Steven Slabbers

Mede-opsteller van het LOP

vierendertigste jaargang nr. 1, maart 2010

Oud-Hollandse spelletjesavond

Vrijwilligers vereniging gefêteerd

Eef Boeve bij het vertrekpunt van de wandeling op 13 februari.

Foto Henk Groenendaal.

Binnen de Midden-Delfland Vereniging

zijn er veel vrijwilligers op

verschillende manieren actief. Zij

‘bemensen’ bijvoorbeeld de stands,

pakken de Midden-Delfkrant in,

hielpen mee bij de verhuizing, helpen

op de Midden-Delfland Dag,

begeleiden de wandeltochten of

schrijven of fotograferen voor de

Midden-Delfkrant. Dit jaar was

de speciale vrijwilligersavond in

Hoeve Bouwlust waar de waardering

voor de trouwe inzet werd

getoond met een maaltijd en het

spelen van Oud-Hollandse spelletjes.

Veertig mensen maakten van

de uitnodiging gebruik en hadden

een gezellige avond.

Vele handen maken licht werk, dus

ook u kunt zich altijd aanmelden

om mee te helpen.

Wandelroutes

De avond werd aangegrepen om

twee mensen, die het afgelopen jaar

veel voor de vereniging hebben

gedaan, in het zonnetje te zetten.

Eef Boeve heeft in de afgelopen

periode alle 18 routes van de wandelkaarten

van de Midden-Delfland

Vereniging begeleid. In aanvulling

op deze wat langere routes heeft hij

ook korte ‘ommetjes’ ontwikkeld,

die binnenkort zullen worden uitgegeven.

Ondertussen is Boeve al

weer bezig met het bedenken van

nieuwe wandelmogelijkheden in

Midden-Delfland: van meerdaagse

wandelroutes langs bed-en-breakfasts

tot ‘struinwandelroutes’. Deze

struinroutes hebben wel een vast

startpunt, maar kunnen - afhankelijk

van bijvoorbeeld seizoen of

weer - worden bepaald.

Als dank voor de inzet kreeg hij

een symbolische oorkonde van het

bestuur op de vrijwilligersavond.

Wil van Dalen heeft vorig jaar

o.a. de professionele zorg voor de

Midden-Delfland Dag gehad, in

een tijd dat het verenigingskantoor

onbemand was. Dat heeft zij niet

alleen voortreffelijk gedaan, maar

met zo’n groot hart, dat zij nu met

een boeket werd beloond.

KK

Voorzitter Ben van der Velde dankt Wil van Dalen voor haar geweldige inzet.

Foto Karin Kievit.

More magazines by this user
Similar magazines