Preventieprogramma van gewelddadige radicalisering.pdf

milquet.belgium.be

Preventieprogramma van gewelddadige radicalisering.pdf

DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

Preventieprogramma van

gewelddadige radicalisering

1/26

16 april 2013

Voorwoord 2

I. Inleiding 4

A. Polarisering en gewelddadige radicalisering, maatschappelijke fenomenen 4

B. Polarisering en gewelddadige radicalisering in ons land 5

C. Een gerichte aanpak voor de problematiek 6

II. Beleidsinitiatieven 8

A. De zes grote assen van het nationale preventieprogramma tegen gewelddadige radicalisering 9

B. Een nieuwe methode : de vorming van een permanent preventieplatform tegen radicalisering 24

III. Toekomstige ontwikkelingen 26

IV. Bijlage 26


Voorwoord

DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

Onze Belgische samenleving wordt niet alleen gekenmerkt door een smeltkroes van verschillende talen, maar

ook van verschillende culturen. Deze grote diversiteit aan culturen biedt ons kleine land een grote rijkdom.

Ontmoetingen tussen culturen creëren een belangrijke dynamiek in onze maatschappij, waardoor vooruitgang

en veranderingen worden gestimuleerd. Dit is iets waar we als land trots op mogen zijn, want tot ver buiten

Europa staat België bekend als een land van open dialoog en een sterk uitgebouwd recht op de vrijheid van

meningsuiting. Het waarborgen van een open samenleving, waarin eenieder zijn eigen opvattingen,

geloofsovertuigingen, culturele en taalidentiteit en waarden kan behouden, met behoud van een basis aan

gemeenschappelijke waarden is bijgevolg één van de belangrijkste prioriteiten van onze overheid.

Het leven in open samenleving brengt echter heel wat invloeden met zich mee die veelal positief zijn, maar

ook bijkomende uitdagingen met zich meebrengen. Fenomenen als discriminatie, racisme, gewelddadige

radicalisering en polarisering maken hier ook deel van uit en schaden de samenleving in zijn geheel. De

overheid dient dan ook garanties in te bouwen opdat elke groep en individu in onze samenleving wordt

gewaardeerd en gerespecteerd van welke oorsprong ze ook zijn en welke ook hun overtuigingen kunnen zijn.

Uiteraard is het is niet de taak van de overheid te bepalen welke uitingen of opvattingen mensen moeten

hebben maar ze dient wel te strijden tegen geweld, haat en de verwerping van anderen, ongelijke behandeling

en tegen discriminatievormen.

De aanpak van gewelddadige radicalisering en polarisering vormt hier een belangrijk element in. Er dient te

worden voorkomen dat groepen of individuen hun opvattingen of overtuigingen op een gewelddadige manier

uiten of door hun uitlatingen of houding gedragingen teweegbrengen van geweld, van verwerping , van haat

of nog geweld gaan gebruiken of overgaan tot intimidatie. Deze fenomenen ontstaan niet alleen in ons land,

maar komen voort uit onze globale samenleving. Gewelddadige radicalisering dient daarom te worden

verbannen.

Soms wordt de aanpak van dergelijke fenomenen vereenzelvigd met een louter reactieve aanpak,

geconcentreerd op het opsporen en bestraffen van criminele feiten. Maar radicalisering en polarisering zijn

eveneens sociale fenomenen die worden gefaciliteerd door een grote verscheidenheid aan factoren, waar een

sociaal preventief beleid meer gericht op kan inspelen. Het voorkomen van deze fenomenen vergt bijgevolg het

voeren en versterken van een sociaal positief open beleid, met een geslaagde diversiteit dat o.a. strijdt voor

het versterken van sociale cohesie, inclusie, integratie en gelijke kansen voor elk individu in onze samenleving.

Op die manier kan een echt voluntaristisch en geïntegreerd beleid vermijden dat gewelddadige radicalisering

en polarisering kunnen groeien in onze maatschappij.

Met de uitwerking van deze preventiestrategie wenst de federale overheid, op initiatief van de Minister van

Binnenlandse zaken, het voortouw te nemen om samen met de deelstaten, het maatschappelijk

middenveld en de lokale overheden, een dergelijke sociaal positief beleid te stimuleren en dit op twee

sporen. Zowel gericht op het versterken van reeds bestaande initiatieven als op het uitwerken van nieuwe

specifieke maatregelen.

Ze schuift daarom zes multidisciplinaire pijlers voorop, gericht op een gezamenlijke uitwerking van deze

actiedomeinen door alle overheidsniveaus.

De specifieke staatsstructuur van ons land maakt dat verschillende partners op verscheidene

bevoegdheidsniveaus betrokken zijn. Gewelddadige radicalisering houdt immers geen rekening met de grenzen

van institutionele bevoegdheden. Wat in eerste instantie een knelpunt lijkt te zijn, kan echter een belangrijke

meerwaarde bieden voor het voorkomen van gewelddadige radicalisering en polarisering. Binnen de diverse

overheden bestaat namelijk al een veelheid aan nuttige initiatieven die elk binnen hun eigen optiek indirect

bijdragen tot de preventie van gewelddadige radicalisering en polarisering. Door blijvend te investeren in deze


2/26


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

3/26

lacunes in de huidige beleidsvoorzieningen in te vullen, kan een onderling versterkt en specifiek beleid voor de

preventie van gewelddadige radicalisering worden gerealiseerd.

De strategie die samen dient te worden gelanceerd is een dubbele strategie die twee nauw verbonden

uitdagingen bevat :

-‐ Zij vereist eerst en vooral een standvastig beleid tegen racisme en discriminatievormen,

antisemitisme en islamofobie en de bevordering van een samenleving die gegrondvest is op respect en

diversiteit. Deze elementen van racisme en discriminatie brengen gedeeltelijk bepaalde

radicaliseringen en gevoelens van afwijzing met zich mee.

-‐ Zij vraagt overigens een preventie beleid dat specifiek gericht is op het voorkomen van gewelddadige

radicalisering en polarisering. De strijd tegen gewelddadig en extreem radicalisme moet worden

gevoerd met dezelfde intensiteit en dit op twee redenen: vooreerst om veiligheidsredenen en ter

verdediging van een maatschappelijk project gebaseerd op respect. Vervolgens omdat het radicalisme

het over dezelfde kam scheren versterkt van enerzijds een kleine extremistische minderheid en

anderzijds de grote groep van deze gemeenschap waarbij uiteindelijk de hele gemeenschap wordt

geviseerd hetgeen racistische gevoelens en schrik ten aanzien van de andere nog versterkt.

De federale overheid wenst bijgevolg de regionale, gemeenschappelijke en lokale overheden alsook heel het

middenveld uit te nodigen aandacht te hebben voor de bestaande tendensen van gewelddadige radicalisering

en polarisering in onze maatschappij en samen te werken in de ontwikkeling van een gecoördineerd beleid.

Door zich in de toekomst integraal en geïntegreerd achter deze ene doestelling te scharen, zullen mogelijke

tendensen van gewelddadige radicalisering en polarisering op een positieve manier kunnen worden omgebogen.

Het tot stand brengen van een efficiënte en doeltreffende samenwerking met actoren uit verschillende

beleidsdomeinen is bijgevolg onontbeerlijk voor het realiseren van dit preventieprogramma. Want veiligheid is

een gedeelde verantwoordelijkheid.

Joëlle MILQUET

Minister van Binnenlandse Zaken


I. Inleiding

DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

A. Polarisering en gewelddadige radicalisering, maatschappelijke fenomenen

Het bestaan van radicale opvattingen in onze maatschappij is verrijkend en op zich niet problematisch.

Uiteraard heeft eenieder het recht op het koesteren van een eigen mening of overtuiging in onze

democratische samenleving. De geschiedenis leert ons zelfs dat een zekere mate van radicalisme soms juist

bevorderlijk kan zijn voor een maatschappelijke evolutie. Wat ooit als radicale ideeën werd beschouwd, wordt

vandaag in vele gevallen opgevat als noodzakelijke vooruitgang.

Uit bovenstaande vaststelling vloeit rechtstreeks voort dat acties gericht op het voorkomen van gewelddadige

radicalisering niet de ambitie mogen hebben om alle soorten en verschijningsvormen van radicalisme tegen te

gaan. De meerderheid van de groepen en individuen die actief zijn op dit vlak, streven naar (ingrijpende)

veranderingen aan de hand van democratische methodes. Sommigen onder hen kiezen echter wel voor het

gebruik van geweld als actiemiddel (fysiek geweld tegen goederen of personen) of zetten aan tot haat,

verwerping van anderen, discriminatie en geweld. Het voorkomen van het gebruik van dit soort geweld, dat

geïnspireerd of gerechtvaardigd wordt op basis van filosofische, religieuze, politieke of extreem ideologische

opvattingen is waar deze strategie zich naar richt.

In het kader van deze strategie wordt gewelddadige radicalisering gedefinieerd als een proces waarin een

individu of een groep, geïnspireerd op filosofische, religieuze, politieke of ideologische opvattingen,

diepingrijpende verandering in de samenleving wenst door het gebruik van ondemocratische en gewelddadige

middelen.

Gewelddadige radicalisering bestaat meestal niet op zichzelf, maar is in vele gevallen nauw verbonden met

een ander fenomeen, namelijk polarisering. Dit is een proces waarbij tegenstellingen tussen groepen in de

samenleving verscherpen en eventueel kunnen resulteren in spanningen of conflicten. Beide fenomenen staan

in wisselwerking met elkaar. Polarisering heeft een sterk maatschappij ontwrichtend effect en vormt een

ernstige bedreiging voor het voortbestaan van een open samenleving. Bevolkingsgroepen keren zich tegen


bestaan van polariserende tegenstellingen binnen een bepaalde bevolkingsgroep creëert een ideale omgeving

voor de ontwikkeling van radicale ideeën of racisme. Op dezelfde manier kan het bestaan van radicale

opvattingen in een bepaalde gemeenschap polarisering aanwakkeren. In het kader van een integrale aanpak

van het fenomeen gewelddadige radicalisering is het bijgevolg belangrijk ook aandacht te besteden aan dit

verschijnsel.

Aangezien polarisering en gewelddadige radicalisering bijzonder complexe sociale fenomenen zijn waarbij een

veelheid aan individuele, sociale en externe factoren, (zoals familiale spanningen, identificatieproblemen,

discriminatie, isolering, schoolmoeilijkheden, problemen op de arbeidsmarkt, het onrechtvaardigheidsgevoel

ten aanzien van een bepaalde politieke situatie) een rol spelen, is het niet mogelijk om een standaardprofiel

uit te werken van personen die vatbaar zijn om te verglijden in een gewelddadige radicalisering en hun

gedragingen, noch om hierover duidelijk afgelijnde statistieken op te stellen. Deze fenomenen komen voor in

alle lagen van de bevolking en individuele situaties spelen een grote rol. Onderzoek heeft evenwel aangetoond

dat processen van polarisering en gewelddadige radicalisering over het algemeen hun oorsprong vinden in

(reële of ervaren) gevoelens van maatschappelijke frustratie, aangewakkerd door

onrechtvaardigheidsgevoelens (eveneens reëel of ervaren) en dat het kwetsbare personen betreft waarvan de

weerbaarheid ten opzichte van gewelddadige opvattingen barsten vertoont, waarvan het geloof in de

maatschappij is afgebrokkeld en waarvoor de samenleving een plaats is waar ze zich niet op hun gemak voelen

en die soms volgens hen slechts te weinig toekomstperspectieven biedt als antwoord op de discriminaties

waarvan zij zich het slachtoffer voelen.

4/26


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

5/26

Een louter repressieve aanpak en een exclusieve focus op radicale groeperingen/individuen zelf zou niet

volstaan om bovenvermelde complexe en maatschappelijk gevoelige fenomenen efficiënt te voorkomen. Een

dergelijk beleid zou zich inderdaad te eenzijdig richten op het bestrijden van de gevolgen van deze fenomenen

eerder dan op de oorzaken. Een preventieve aanpak, zoals in deze nota naar voor wordt geschoven, die zowel

afgestemd als aanvullend is op de repressieve aanpak en inspeelt op de maatschappelijke oorzaken van

gewelddadige radicalisering en polarisering vormt hier een noodzakelijke aanvulling op. Het spreekt voor zich

dat heel wat actoren, zoals ook politie-‐ en inlichtingendiensten, een belangrijke opdracht hebben in het

preventieve aspect.

B. Polarisering en gewelddadige radicalisering in ons land

Er bestaan vormen van radicalisering, die zowel gestoeld kunnen zijn op zienswijzen of overtuigingen van


dierenrechten,

ecologie, enz.).

Met betrekking tot ons land blijkt uit informatie van de politie-‐ en inlichtingendiensten, open bronnen en de

media dat gewelddadige uitingen van radicalisering en polarisering in ons land voornamelijk toe te schrijven

zijn aan drie vormen van radicalisering, namelijk: extreemrechts geïnspireerde gewelddadige radicalisering,

extreemlinks geïnspireerde gewelddadige radicalisering en religieus geïnspireerde gewelddadige radicalisering

in het bijzonder. Deze verschillende vormen zijn ook opgenomen in het nationaal politioneel veiligheidsbeeld

2012-‐2016

Hieronder een korte beschrijving van de 3 eerste tendensen die alleen in dit plan worden bedoeld, met

bijzondere aandacht voor de religieus geïnspireerde radicalisering. Deze beschrijving blijft evenwel louter

indicatief en zal over het algemeen de grootste gemene deler van de groepen en individuen beschrijven die

daarin actief zijn.

Het radicalisme gedragen door een extreemrechtse ideologie treedt over het algemeen op wanneer een

individu zich gefrustreerd voelt in onze multiculturele samenleving. Die frustraties vinden vaak hun oorsprong

in een aantal grote maatschappelijke problemen, zoals werkloosheid, buurtproblemen (het samenleven van

verschillende groepen van verschillende oorsprong) of het verdringen van de eigen cultuur. Die tendens gaat

meestal gepaard met bepaalde vormen van xenofobie (waaronder voornamelijk islamofobie en antisemitisme),

een uitgesproken interesse voor tucht en een pro-‐militaristische houding. In België zijn rechts radicale

gewelddadige bewegingen groepen met racistische en neonazistische inslag die gekant zijn tegen de

democratie, de gelijkheid van kansen en de culturele diversiteit. Die radicalen ontmoeten elkaar het meest

tijdens concerten en bijeenkomsten die zij zelf organiseren. Hun daden hebben over het algemeen betrekking

op misdrijven tegen personen die tot de minderheden behoren.

Het radicalisme gedragen door een extreemlinkse ideologie zet zich af tegen de manier waarop onze

samenleving is georganiseerd en werkt. De anarchisten kanten zich tegen iedere vorm van gezag en geloven in

de organisatie van een samenleving op een vrijwillige en coöperatieve basis. Hun gewelddadige radicale

uitingen beogen voornamelijk symbolen van gezag en kapitalisme. Hun geweld komt meestal tot uiting tijdens

handelingen van vandalisme, brandstichtingen of graffiti. Dit geweld vindt vaak plaats tijdens grootschalige

vredesdemonstraties. De burger wordt meestal niet gezien als doelwit, wel openbare en financiële instellingen.

Het radicalisme gedragen door een religieus en in het bijzonder islamistisch discours neemt in België

verschillende vormen aan. Het is geen samenhangende beweging, maar wordt veeleer gekenmerkt door

verschillende ideologische stromingen waarvan het voornamelijk gemeenschappelijk element is die vertrekken

vanuit een radicale interpretatie van de islam. Bepaalde interpretaties van de islamitische voorschriften

rechtvaardigen het gebruik van geweld. Bij de oorzaken die aanzetten tot radicalisme op grond van

islamitische overtuigingen, blijken voornamelijk frustratie door wat men kan bestempelen als de politieke,

economische en culturele dominantie van het Westen, het onrecht dat ze zelf ervaren of door andere moslims

in binnen-‐ en buitenland. Groepen en individuen die vatbaar zijn voor polarisering en radicalisering zijn


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

6/26

vertegenwoordigd in alle geledingen van onze maatschappij. Uit een onderzoek van de Universiteit van Gent 1

blijkt dat voornamelijk jongeren en jongvolwassenen vatbaar zijn voor deze fenomenen. Het is evenwel niet

mogelijk een eenduidig antwoord te geven op de vraag waarom bepaalde jongeren radicaliseren en anderen

niet: zoals reeds gezegd, zijn radicaliseringsprocessen het gevolg van een veelheid aan factoren. Het

gewelddadige radicalisme kan, volgens meerdere studies, bij jongeren voortspruiten uit een wil om erbij te

horen en uit een zoektocht naar identiteit.

De processen van gewelddadige radicalisering en polarisering kunnen verschillende wegen inslaan. Volgens het

bovenvermelde onderzoek zouden verschillende personen niet gerekruteerd en gemanipuleerd zijn door de

gewelddadige radicale bewegingen, maar zouden zij zichzelf hebben geradicaliseerd. Hieronder dient te

worden verstaan dat zij zich zouden hebben geïdentificeerd met een bijzondere ideologie en dat zij vervolgens

contact zouden hebben gezocht met radicale groepen die dezelfde ideologie uitdragen.

Het is belangrijk om te benadrukken dat het internet een steeds belangrijkere rol speelt in de radicaliserings-‐

en polariseringsprocessen. Talrijke websites verspreiden namelijk een hatelijke inhoud («hate speech») en

bieden simplistische antwoorden op maatschappelijke frustraties. Kwetsbare personen met een zwakke

weerstand voor dit soort van boodschappen kunnen worden gerekruteerd of kunnen zichzelf radicaliseren. De

onderzoekers bevestigen eveneens dat de virtuele sociale netwerken een belangrijke rol kunnen spelen in de

rekrutering van radicalen. Het is dus belangrijk om dit fenomeen niet te onderschatten en een adequate

aanpak te ontwikkelen.

Verder is het duidelijk dat gewelddadig radicalisme zich in verschillende vormen kan uiten. Dit kan gaan van

het aanzetten tot haat, het gewelddadig verstoren van de openbare orde, en het vormen van een reële

bedreiging voor de veiligheid van het land.

C. Een gerichte aanpak voor de problematiek

We weten (op basis van ervaringen en studies uit het verleden) dat een onderscheid dient gemaakt tussen

Het eerste

begrip heeft te maken met de manier waarop een individu

ertoe kan overhaald worden afstand te doen van zijn radicale ideeën. Bij het tweede stelt zich de vraag hoe

een individu ertoe kan aangezet worden het geweld af te zweren.

Aan de hand van een integrale en geïntegreerde veiligheidsaanpak werken de verschillende Europese, federale,

regionale en lokale overheden samen aan de oprichting van een veilige en open samenleving. Die maatschappij

waarborgt het respect voor de rechten, fundamentele vrijheden, de veiligheid en de gelijkheid van kansen van

eenieder waarin geweld, haat en verdrukking niet kunnen gedijen. Tal van beleidsdomeinen zoals preventie,

politie, justitie, hulpverlening, jeugdbescherming, onderwijs, welzijn en nog vele anderen dragen hiertoe bij.

Ook ons land moet het hoofd bieden aan deze nieuwe uitdaging. Uit een wetenschappelijk onderzoek gevoerd

door de Universiteit van Gent in 2010 bleek dat tal van buurlanden naar aanleiding van dramatische incidenten

op hun grondgebied die rechtstreeks verband hielden met gewelddadige radicalisering, een beleid hebben

uitgewerkt ter voorkoming van die fenomenen. Hoewel België in de loop van de laatste jaren geen

vergelijkbaar evenement heeft gekend, bleef ons land toch niet gespaard van gewelddadige radicalisering. De

laatste jaren raakten enkele personen namelijk betrokken in dossiers van gewelddadige radicalisering. We

hebben ook diverse maatschappelijke problemen gekend waarbij groepen jongeren betrokken waren (met

afzonderlijke ideologieën) rellen veroorzaakten die zij onderling uitvochten of die naar aanleiding van

manifestaties, in conflict zijn met de openbare ordediensten. Het vertrek van jongeren om te gaan strijden in


is een ander voorbeeld.

De Federale overheid wenst bijgevolg alles in het werk te zetten voor het voorkomen van een verdere toename

van deze fenomenen en dit in samenwerking met de verschillende beleidsniveaus. Uitgaande van een

wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Gent over het voorkomen van gewelddadige

1 NOPPE J., HELLINCK J., VAND VELDE M., PONSAERS P., DERUYVER B., EASTON M., VERHAGE A. Polarisering en radicalisering: een

geïntegreerde preventieve benadering, Universiteit Gent, Governance of Security, 2010, 190 p.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

7/26

radicalisering en polarisering, heeft de Federale regering beslist om een dubbel sociaal preventiebeleid te

ontwikkelen. Enerzijds krijgen de bestaande beleidsinitiatieven in diverse sectoren, zoals tewerkstelling,

onderwijs en integratie, bijkomende ondersteuning. Anderzijds kunnen er zowel op federaal niveau als op

niveau van de gefedereerde entiteiten, specifieke werkvormen worden uitgewerkt. Die moeten bij voorkeur op

lokaal niveau georganiseerd worden en in een ruimer beleid worden ingebed. Dit tweeledig beleid moet

bijdragen tot een integrale en geïntegreerde preventieve aanpak van radicalisering en polarisering.

Personen radicaliseren meestal naar aanleiding van een gevoel van onrechtvaardigheid en van frustratie ten

aanzien van de maatschappij en door een gebrek aan alternatieve wegen om het verzet tegen een onrecht

(reëel of ervaren) te kanaliseren of om die frustraties te relativeren of er het hoofd aan te bieden. Individuen

die worden geconfronteerd met gevoelens van discriminatie, vernedering of uitsluiting, gaan hiervoor in eerste

instantie een antwoord zoeken in hun persoonlijke sociale netwerken (werk, school, familie, vrienden) en in

onze democratische samenleving als geheel. Als die eerste stap hen geen aanvaardbaar antwoord biedt,

dreigen ze geconfronteerd te worden met radicale opvattingen die eenvoudige en subjectieve antwoorden

aanreiken voor al hun problemen. Het is dus mogelijk dat die personen radicale opvattingen aannemen, die zij

vroeger nooit zouden hebben aanvaard. Dit radicaliseringsproces kan echter ingedijkt worden door het voeren

van een preventiebeleid dat streeft naar het beperken van maatschappelijke frustraties en het versterken van

de weerbaarheid van individuen die hiermee worden geconfronteerd. Derhalve zal het sterk uitgebouwd

sociaal-‐maatschappelijk beleid dat ons land reeds biedt, één van de belangrijkste elementen vormen in het

voorkomen van radicalisering en polarisering. Onder andere het stedenbeleid, sociale cohesie, jeugdbijstand,

onderwijsbeleid, arbeidsbeleid, inburgeringsbeleid en het cultuurbeleid dat door de federale, regionale en

lokale overheden wordt gevoerd, draagt indirect bij tot de preventie van gewelddadige radicalisering en van

polarisering.

Radicalisering is een complex fenomeen. Dit maakt dat de verschillende voornoemde beleidsvormen niet

afdoende zullen zijn om de gewelddadige radicalisering en de polarisering in te dijken. Een preventiestrategie

vereist eveneens de uitwerking van specifieke maatregelen, zoals het organiseren van opleidingen voor

eerstelijnswerkers (straathoekwerkers, maatschappelijke assistenten, maar ook lesgevers, dokters, politie-‐

inspecteurs, bepaalde gemeenteambtenaren, enz.) of nog het ontwikkelen van een kennis-‐ en adviescentrum

bijvoorbeeld. Voor het realiseren van die specifieke initiatieven is een goede samenwerking nodig tussen de

verschillende bevoegdheidsniveaus. Het centrale idee achter deze preventiestrategie is dat niet één

organisatie het vastgestelde doel alleen kan realiseren, maar dat samenwerking dé sleutel tot succes is.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

II. Beleidsinitiatieven

Om te komen tot een dergelijk gecoördineerde strategie voor de preventie van gewelddadige radicalisering en

polarisering, neemt de regering kennis van het document en beslist ze het opgezette preventieprogramma voor

discussie voor te leggen met de gefedereerde entiteiten om een gemeenschappelijke strategie te bepalen. Het

preventieprogramma dat berust op zes multidisciplinaire assen vereist een nieuwe werkmethode.

1. Een betere kennis en collectieve sensibilisering over radicalisme met daarbij de verruiming van de

bestaande kennis rond polarisering en gewelddadige radicalisering (betere kennis van het verschijnsel

en betere sensibilisering en informatie van de 1 ste lijnsmedewerkers).

2. Een actieplan tegen de frustraties die de voedingsbodem uitmaken van een radicaliseringsproces :

-­‐ een versterkt plan voor de bevordering van diversiteit en strijd tegen racisme waaronder het

antisemitisme en de islamofobie en de discriminatievormen;

-­‐ het beperken van de voedingsbodem voor frustraties en polarisering in de samenleving, in het

bijzonder de werkloosheid bij jongeren.

3. Het vergroten van de weerbaarheid van kwetsbare individuen, groepen en gemeenschappen in onze

samenleving.

4. Het identificeren en ondersteunen van de verschillende actoren in hun rol in de strijd tegen

radicalisme:

-­‐ lokale actoren;

-­‐ politie;

-­‐ verenigingsleven, eerstelijnswerkers en ouders;

-­‐ verantwoordelijken voor jeugdbeleid;

-­‐ medische sector;

-­‐ media;

-­‐ de betrokkenheid van religieuze actoren;

-­‐ de omgeving.

5. De strijd tegen radicalisme op internet en het organiseren van een tegendiscours.

6. Preventie van de radicalisering en de deradicalisering in de gevangenis.

8/26


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

A. De zes grote assen van het nationale preventieprogramma tegen

gewelddadige radicalisering

Het voorliggend programma maakt deel uit van het arsenaal in de strijd tegen de factoren die bijdragen tot het

proces van gewelddadige radicalisering, maar is niet het plan in de strijd tegen de radicalisering dat

grotendeels refereert aan de sfeer van de veiligheid en de strijd tegen het terrorisme (zie « plan in de strijd

tegen het radicalisme»). Het behandelt enkel de maatschappelijke

radicalisme.

Op basis van de verschillende, geanalyseerde studies, moeten de grote lijnen van de volgende principes

idealiter gerespecteerd worden, voor wat betreft de preventie-‐initiatieven tegen radicalisme ten aanzien van

diverse personen en de sociale partners van het maatschappelijke middenveld:

De vrijwillige en niet-‐opgelegde deelname van de persoon aan het preventieprogramma is wenselijk.

Het vertrouwen en het wederzijds respect tussen de persoon, belast met het preventieprogramma, en

degene op wie het van toepassing is, is fundamenteel.

De prioriteit voor de lokale actoren uit het verenigingsleven of het maatschappelijk of religieuze

middenveld geniet vaak de voorkeur om het vertrouwen te wekken en achterdocht te voorkomen.

De betrokkenheid van de religieuze gemeenschap of van herkomstgroepen is onontbeerlijk wanneer het

religieus of identitair extremisme.

Het naar voor schuiven van een visie ter promotie van de diversiteit en het respect, waarbij

verschillende identiteiten worden aanvaard maar waar ook een basis van gemeenschappelijke waarden

wordt verdedigd, is onontbeerlijk.

De methodie die gekozen wordt moet flexibel zijn, soepel, relationeel.

De interpersoonlijke dialoog en de uitwisseling van levenservaringen en van standpunten is verkieslijk

boven de ex cathedra-‐aanpak. Praatgroepen moeten de voorkeur krijgen.

Strategieën met het oog op het zonder nuances diaboliseren of ridiculiseren van het radicalisme

moeten vermeden worden, om contraproductieve effecten te vermijden.

De subtiele, genuanceerde en respectvolle aanpak is meer dan aanbevolen

De politiek van sociale preventie moet eveneens inhouden :

Algemene en vroegtijdige initiatieven voor een zo groot mogelijk aantal betrokken jongeren en

kinderen, die niet a priori als geradicaliseerd geïdentificeerd zijn;

De initiatieven moeten de jongeren en de personen beogen, die al geradicaliseerd zijn of die aan

het radicaliseren zijn;

Initiatieven die een maatschappij bevorderen met respect voor verschillen, diversiteit en

interculturele dialoog, zodat stigmatisering en discriminatie kunnen voorkomen worden bij

degenen die zouden radicaliseren.

1. Verdiepen van de kennis en de informatie over de fenomenen gewelddadige

radicalisering, uitwisseling van informatie en goede praktijken en samenstellen van

expertgroepen en netwerken.

Om zo efficiënt mogelijk te zijn, is het absoluut noodzakelijk vooreerst onze kennis en expertise van de

problematiek te versterken, wat meestal ontbreekt.

9/26


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

10/26

Om ervoor te zorgen dat ons land in de toekomst in staat is om de uitdagingen met betrekking tot

gewelddadige radicalisering en polarisering op een gerichte en integrale manier het hoofd kunnen bieden, is

het belangrijk dat de kennis rond deze fenomenen en hun impact op onze samenleving wordt versterkt. Hierbij

dient aandacht te worden besteed aan het vergroten van kennis en de uitwisseling ervan op lokaal, nationaal,

Europees en internationaal niveau.

Op nationaal vlak moet de kennis en goede praktijken die aanwezig zijn op deze verschillende niveaus worden

samengebracht, opdat zij elkaar kunnen versterken en opdat lokale overheden, eerstelijnswerkers en

maatschappelijke actoren die met deze fenomenen worden geconfronteerd gerichter kunnen worden

ondersteund in hun dagelijkse werking. De focus dient gelegd te worden op samenwerking, partnerschappen en

uitwisseling, opdat de fenomenen, hun impact op de samenleving en de aanpak ervan beter in kaart kunnen

worden gebracht. Het versterken en verspreiden van de kennis rond radicalisering en polarisering dient

bijgevolg te worden beschouwd als de verantwoordelijkheid van alle beleidsniveaus in ons land, maar met een

belangrijke scharnierfunctie voor het federale beleidsniveau.

Voorstellen 2

1. Het is eerst en vooral noodzakelijk om op nationaal, gewestelijk en lokaal vlak een lijst op te stellen van

contactpersonen en verenigingen inzake preventie tegen radicalisering. De FOD Binnenlandse Zaken

zal tegen eind mei dit voorstel van op te stellen lijst en netwerk samenstellen. Het zal gaan over personen

met veel ervaring en expertise en die in staat zijn om een rol van opleider, bemiddelaar, consultant of

punctueel contactpersoon te zijn voor de verschillende ontwikkelde initiatieven hieronder.

2. Het is eveneens absoluut noodzakelijk om op dit punt te werken met de verantwoordelijken van de

oorspronkelijke gemeenschappen en de religieuze verantwoordelijken en in verband met hen te


bemiddelaar kunnen spelen.

3. Er zal een beter opleidingsaanbod moeten kunnen worden georganiseerd ten aanzien van de personen

betrokken in

een intelligent tegenbetoog wat vaak het behoren tot dezelfde religieuze groep inhoudt. De aanpak van de

sociale en psychologische dimensie van de oorzaken is essenti

teveel gericht zijn op het recht en het beveiligingsaspect of een exclusieve politionele aanpak, vermijden.

Voor de opleiders moet het aspect van de tegenbetogen gedetailleerd worden.

4. Regelmatige seminaries en conferenties zullen het mogelijk moeten maken om de praktijken uit te

wisselen en om de kennis te actualiseren.

5. Er moeten pedagogische basisinstrumenten beschikbaar zijn, niet alleen voor de opleiders, maar ook

voor de jongeren en betrokken personen. Naast de eerste gids goede praktijken die als bijlage gaat, zal de

FOD Binnenlandse Zaken tegen het einde van het jaar een vollediger document afwerken over de te

implementeren goede praktijken.

6. Het lanceren van adige polarisering en


radicalisering ter versterking van de bestaande kennis over deze fenomenen en hun impact op de

samenleving in ons land.



elijkheid voorzien worden om het thema van gewelddadige radicalisering en polarisering op te

nemen als speerpunt. In het verleden (2010) werd reeds verkennend onderzoek in België gelanceerd naar

het radicaliseringsproces. In samenwerking met Belspo loopt er momenteel een wetenschappelijk

onderzoek naar de impact van internet en sociale media op de opinievorming in het kader van

gewelddadige radicalisering bij jongeren.

Bovendien is het onontbeerlijk een duidelijk cartografie te hebben van het fenomeen, de oorzaken en de

remedies.

2 Het federale niveau zal het kader moeten uittekenen. De lokale overheden moeten het op maat omzetten en in de praktijk brengen.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

11/26

Ook dienen de mogelijkheden van de financieringslijnen van de EU, zoals het ISEC-‐programma en het FP7

(en het toekomstige Horizon 2020) kaderprogramma te worden uitgeput.

Het is nodig om de cartografie aan te vullen met informatie afkomstig uit de steden en gemeenten, het

wetenschappelijk onderzoek en de gegevens van de verschillende organisaties zoals het Centrum voor

gelijkheid van kansen en racismebestrijding of het permanent overlegplatform voor de beveiliging van

ondernemingen.

7. Het uitbouwen van partnerschappen met Europese lidstaten die reeds actief zijn op het domein van

de preventie van gewelddadige radicalisering en polarisering aan de hand van het deelnemen aan

Europese werkgroepen, netwerken en expertenfora aan dit thema gewijd.



uitwerking van preventiestrategieën inzake gewelddadige radicalisering, polarisering en rekrutering.

Met het oog op de uitwisseling van kennis en informatie met deze lidstaten zal ons land nog meer

deelnemen aan verschillende netwerken en expertenfora (Policy Planners Network on countering

polarisation and radicalisation (PPN), Expert Network Extremism and Radicalisation (ENER), Radicalisation

Awareness Network (RAN) ...) die gericht zijn op de preventie van gewelddadige radicalisering en

polarisering. Bovendien zal België ook deelnemen aan verschillende begeleidingscomités van Europese

onderzoeksprojecten over radicalisering, die gefinancierd worden door de Europese Commissie, zoals

CRIME (Containing radicalisation in a Modern Europe), SAFIRE (Scientific Approach to Fighting Radical

Extremism) en READY (Recognizing Events as Drivers of Radicalisation).

Ter gelegenheid van het Belgisch Voorzitterschap van de Europese Unie werden een internationale

conferentie over de betrekking van de sociale actoren en de professionals inzake preventie van de

gewelddadige radicalisering en de polarisatie en een meeting van het Policy Planners Network (PPN)

georganiseerd door de FOD Binnenlandse Zaken in oktober 2010. De voornaamste conclusies die onthouden

worden uit deze twee evenementen zijn dat de morele weerstand, vooral van jongeren, versterkt moet

worden om te vermijden dat ze vervallen in gewelddadige radicalisering en dat de burgermaatschappij,

met de tussenkomst van « eerstelijnswerkers » (leraars, opvoeders, sociaal assistenten, enz.), een

belangrijk plaats inneemt in het kader van een preventiestrategie inzake de gewelddadige radicalisering

en de polarisering.

Tot slot bevestigt de Europese Unie haar steun aan het preventiebeleid inzake gewelddadige

radicalisering. Inzake de gewelddadige radicalisering bepaalt de mededeling van de Commissie met als

titel « The EU Internal Security Strategy in Action : Five steps towards a more secure Europe » van 22

november 2010 dat de preventie van de gewelddadige radicalisering moet gebeuren op het niveau dat het

dichtst bij de burger aansluit, maar globaal gecoördineerd moet worden op nationaal niveau. Ze benadrukt

dat de samenwerking tussen lokale overheden, de nationale overheid en burgerorganisaties essentieel is.

Anderzijds lanceerde de Commissie in 2011 het « EU-‐Awareness Radicalization Network » dat zal bestaan

uit overheidspersonen en burgers. Het doel is om de kennis en goede praktijken te verspreiden, vooral

inzake « tegendiscours », in de hele Europese Unie.

8. Het benutten van de diverse beschikbare financieringsbronnen vanuit de Europese commissie bij het

opstarten van projecten m.b.t. de preventie van radicalisering en polarisering.

Het voorkomen van gewelddadige radicalisering, het identificeren en focussen op factoren die hier

mogelijk van aan de basis liggen, is een belangrijke prioriteit voor de Europese Commissie in het kader van

het Europese actieplan

. De Commissie

bevestigde het belang van deze prioriteit recentelijk opnieuw in haar communicatie hierover « The EU

Internal Security Strategy in Action : Five steps towards a more secure Europe » op 22 november 2010,

zoals hierboven vermeld.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

12/26

Om de aandacht voor deze prioriteit kracht bij te zetten werden door de Commissie verscheidene

financieringsinstrumenten in het leven geroepen die zich richten op het opstarten van wetenschappelijk

onderzoek en het betrekken van gemeenschappen, lokale overheden en niet gouvernementele organisaties

op nationaal en Europees niveau. Via het financieren van dergelijke projecten wenst de Commissie te

streven naar het versterken van de kennis met betrekking tot dit fenomeen op Europees niveau en dit ter

ondersteuning van lidstaten die hiermee worden geconfronteerd.

Door als lidstaat van de Europese Unie deze financieringsinstrumenten optimaal te benutten voor het

opstarten van (Europese) wetenschappelijke onderzoeksprojecten en concrete initiatieven ter voorkoming

van gewelddadige radicalisering en polarisering in België, zal ons land bijdragen tot het vergroten van de

kennis m.b.t. deze fenomenen op Europees niveau en kunnen de Belgische beleidsinitiatieven worden

versterkt.

De FOD Binnenlandse Zaken heeft een dergelijke financiering gekregen. Concreet gaat het over het

verhogen van de weerbaarheid van jongeren (de meest kwetsbare doelgroep voor radicalisering) door

middel van het creëren van een specifieke weerbaarheidstraining als beschermende factor tegen

gewelddadige radicalisering. Dankzij die subsidiëring zullen in samenwerking met verschillende Europese

experten, beleidsmakers en eerstelijnswerkers concrete informatie-‐ en opleidingspakketten worden

uitgewerkt (o.a. voor scholen) om jongeren te informeren en sensibiliseren voor radicalisering, hen

hiermee te leren omgaan en hen weerbaarder te maken tegen mogelijke ondemocratische en radicale

boodschappen waarmee ze kunnen worden geconfronteerd.

De waarbinnen initiatieven gericht

op de

preventie van radicalisering en polarisering kunnen worden uitgewerkt, zijn de volgende:

Het specifieke programma

other Security related risks (CIPS)

terrorisme.

Het programma Prevention of and Fight against Crime (ISEC)

criminaliteitspreventie en bestrijding, maar ook een bijzondere aandacht besteed aan de preventie

van radicalisering.

Violence against children,

young people and women and to protect victims and groups at risk (Daphne III

Het Research and development Framework programme 7 (FP 7) (in de toekomst Horizon 2020): een

algemeen financieringsprogramma dat werd uitgewerkt ter bevordering van de samenwerking tussen

wetenschappelijke onderzoeksinstellingen uit heel Europa, samen met het versterken van de

aanwezige kennis en de verspreiding ervan binnen de Europese Unie. Het programma richt zicht op

een grote verscheidenheid aan onderzoeksdomeinen, waaronder veiligheid via het programma

FP7/Security.

9. Het geheel van instrumenten, contactpersonen, studies, fora en financieringsmogelijkheden zal ter

beschikking worden gesteld van alle pedagogische, publieke of associatieve actoren van de verschillende

beleidsniveaus.

10. Het centraliseren van kennis en expertise en het beantwoorden van alle vragen die professionele

doelgroepen kunnen hebben t.a.v. gewelddadige radicalisering en polarisering door middel van de



thema.

Tot op vandaag is de bestaande kennis inzake polarisering en radicalisering in ons land verspreid over

verschillende instellingen (regering, OCAD, veiligheid, defensie, politie, universiteiten, kenniscentra,

enz.). Om ervoor te zorgen dat we beschikken over een preventiestrategie inzake gewelddadige

polarisering en radicalisering die gebaseerd is op concrete elementen en om de pure securitaire

benadering van het fenomeen te overstijgen, moet deze kennis gecentraliseerd en gevalideerd worden en

dit binnen het departement bevoegd voor preventie. Medewerkers, academici, politieagenten en experts


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

13/26

moeten samenwerken om de kennis van deze fenomenen te vergroten. Om deze dynamiek te

vergemakke

administratie van Binnenlandse Zaken (AD Veiligheid en Preventie).

Naast de verzameling van kennis en informatie zou de cel ook belast worden met de centralisatie en de

verspreiding van wetenschappelijke onderzoeken en goede praktijken in België en in het buitenland en

met de verspreiding van gerichte informatiebrochures, communicatie-‐initiatieven voor de organisatie van

fora, enz. Deze cel zal ten dienste moeten staan van de verschillende machtniveaus en van de lokale

entiteiten alsook van de verschillende betrokken diensten en instellingen.

Het doel van deze cel bestaat eveneens in de creatie van een platform ter ondersteuning van lokale

overheden en professionals (de eerstelijnswerkers zoals leraars, artsen, straathoekwerkers,

jongerenwerkers, politieagenten) die mogelijk geconfronteerd worden met signalen van vroegtijdige

(gewelddadige) radicalisering en polarisering, en ook voor de federale en gefedereerde overheden die

verantwoordelijk zijn voor de uitwerking van het beleid en initiatieven. Deze lokale overheden worden

ongetwijfeld reeds geconfronteerd met heel wat potentiële signalen van radicalisering en polarisering,

maar kunnen ze momenteel niet identificeren. Dit zorgt ervoor dat ze geen positieve invloed kunnen

uitoefenen op de kwetsbare individuen. Om hen te helpen bij het herkennen en beheren van deze

signalen, moet het kennis-‐ en adviescentrum zo laagdrempelig mogelijk zijn.

Het is absoluut noodzakelijk dat de cel diverse publicaties zal (laten) opstellen om de eerstelijnswerkers

te informeren over:

-­‐ de signalen van radicalisering;

-­‐ de methodes, initiatieven en betogen teneinde dit fenomeen aan te pakken;

-­‐ het onderscheid tussen gewelddadige radicalisering en de keuze voor strenge en strikte

godsdienstige opvattingen en praktijken enz. om verwarring te voorkomen.

De oprichting van een dergelijk kennis-‐ en adviescentrum wordt overigens aanbevolen als een absolute

must voor de uitwerking van een veelomvattende preventiestrategie in het wetenschappelijk onderzoek

dat gedaan werd door de Universiteit Gent in 2009 2010 over de preventie van de gewelddadige

radicalisering en de polarisering. Het onderzoek geeft duidelijk aan dat de globale kennis over de

fenomenen van gewelddadige radicalisering en polarisering te beperkt is op dit moment.

2. Het voorkomen van gewelddadige polarisering en radicalisering in de maatschappij

door het beperken van een voedingsbodem van frustraties die hier mogelijk van

aan de basis kan liggen

Het voorkomen van frustraties en van situaties die het gevoel van onrechtvaardigheid voeden in onze

maatschappij draagt sterk bij tot de preventie van gewelddadige radicalisering en polarisering. Het spreekt

voor zich dat groepen en individuen die geconfronteerd worden met discriminatie, economische achterstelling,

vernedering of spanningen tussen bevolkingsgroepen, meer vatbaar zijn voor radicale boodschappen. Daarom is

het belangrijk om deze frustraties zo veel mogelijk te beperken door de integratie en het respect van eenieder

in onze maatschappij te bevorderen. Initiatieven om deze voedingsbodem aan frustraties te voorkomen,

bestaan op verschillende niveaus. De federale, gefedereerde en lokale overheid dragen door het uitvoeren van

hun beleid in hun respectievelijk domein reeds in grote mate bij aan de preventie ervan, maar ook de

samenleving zelf kan hierbij een belangrijke rol spelen.

Voorstellen


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

14/26

1. Een plan ter bestrijding van racisme, antisemitisme en islamofobie en het bevorderen van de diversiteit

en van het jaar 2014 het jaar van de diversiteit maken waarin 50 jaar Turkse en Marokkaanse

immigratie zal worden gevierd

-­‐ De eerste prioriteit inzake de strijd tegen het radicalisme is een beleid in het teken van respect, racisme-‐

en discriminatiebestrijding en bevordering van de diversiteit op lokaal, gewest-‐, gemeenschaps-‐ en

federaal vlak.

Het toekomstig interfederaal Centrum voor Gelijke Kansen zal gevraagd worden om op basis van de best

practices een gids antiracisme uit te werken met aanbevelingen tot regelgevende en wetgevende

initiatieven, concrete acties, attitudes voor de verschillende beleidsniveaus in het bijzonder het lokaal

niveau. Zich gerespecteerd voelen ongeacht verschillen, godsdienst, afkomst, geen discriminatie

ondervinden, dubbele identiteitsbeleving kunnen aangaan, vormen een sleutelfactor om de

aantrekkingskracht van religieus radicalisme weg te nemen. Bovendien zijn de bevordering van de

waarden van de diversiteit, de strijd tegen vooroordelen, de kennis van de overtuigingen en gevoeligheden

van andere groepen van burgers essentieel om het rechts-‐extremisme tegen te gaan.

-­‐ -‐Het jaar 2014 uitroepen tot het federale jaar van de diversiteit, voor alle beleidsniveaus

De opgang van steeds meer verholen racisme in de publieke opinie is onrustwekkend, gaande van een

nieuwe vorm van islamofobie die aan kracht wint tot een heropflakkerend antisemitsime, en nog andere

vormen van afwijzing verbonden aan de buitenlandse origine van burgers. Voorts zijn de bestendiging, ja

ook intensivering en vooral diversifiëring van die nieuwe vormen van racisme in de sociale media en

nieuwe informatietechnologieën onrustbarend, zoals blijkt uit verscheidene studies.

Zo stellen wij al aan alle overheden van ons land voor om het jaar 2014 in België te laten uitgroeien tot

het jaar van de diversiteit. 2014 bezit immers heel wat symboliek, vermits de vijftigjarige verjaardag van

de Marokkaanse en Turkse immigratie de nodige luister zal worden bijgezet met tal van events, debatten,

expo's, enz.

Eerstdaags volgt de voorstelling van een actieprogramma voor dat jaar van de diversiteit, dat openstaat

voor alle entiteiten van het land, de gemeenten, het verenigingsleven, de educatieve sector en

burgermaatschappij. Centraal in deze opzet staan de bewustmaking voor de troeven eigen aan diversiteit,

het aandragen van nieuwe projecten gericht op het welslagen van de interculturele samenleving, een

gemeenschappelijk charter voor burgerzin en een versterkt actieplan ter bestrijding van discriminatie en

allerhande racisme.

-­‐ Overeenkomstig het regeerakkoord zal een charter voor burgerzin, sokkel van gemeenschappelijke

waarden, eind 2013 voorgesteld worden aan alle entiteiten en het ganse jaar door gepromoot worden in

2014.

2. Sociaal werk ter bestrijding van frustraties met name op lokaal niveau

-­‐ Het belang van sociaal werk

De doelstellingen kunnen het best bereikt worden in het kader van een transversale aanpak met een religieuze,

familiale, sociale en educatieve dimensie. De kernelementen zijn tewerkstelling, slagen voor school, familiale

stabiliteit en het bestaan van een sociaal netwerk.

Het voeren van een effectief beleid ter voorkoming van een voedingsbodem voor polarisering en radicalisering

raakt vele beleidsdomeinen (veiligheid, stedenbeleid, onderwijs, jeugd, cultuur, werkgelegenheid, welzijn,

integratie, enz.) waarbinnen reeds heel wat nuttige gewestelijke en gemeenschapsinitiatieven hun

oorspronkelijke doelstellingen bereikt hebben, en indirect een rol gespeeld hebben bij de sociale preventie van

de gewelddadige radicalisering. Hoewel deze initiatieven niet specifiek gericht zijn op het voorkomen van de


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

15/26

gewelddadige radicalisering en de polarisering, dragen ze er indirect wel toe bij doordat ze de sociale

frustraties willen beperken. Zo zullen projecten gericht op het versterken van sociale cohesie, het vergroten

van de gelijkheid van kansen op school en op de arbeidsmarkt, het vermijden van discriminatie en

stigmatisering of het bevorderen van participatie en emancipatie een positieve invloed hebben op het

voorkomen van gewelddadige radicalisering. De uitwerking en uitvoering van dit soort initiatieven behoren tot

de bevoegdheid van de betrokken federale en gefedereerde overheden. Het doel van Binnenlandse Zaken is om

deze nuttige initiatieven te ondersteunen en te versterken in samenwerkingsverbanden met de bevoegde

overheden zonder deze initiatieven te vervormen.

-­‐ Sociale rol van de lokale overheden

Anderzijds wil de federale overheid dat de gefedereerde overheden meewerken aan het zoeken naar

aanvullende specifieke initiatieven die specifieker gericht zijn op de preventie van gewelddadige radicalisering

en polarisering. Naast het stroomlijnen en ontwikkelen van de beleidsinitiatieven op federaal en regionaal

niveau, dient ook aandacht te worden besteed aan de reeds bestaande beleidsinitiatieven op lokaal niveau. In

de praktijk zal namelijk de voedingsbodem voor radicalisering en polarisering vooral kunnen worden

tegengegaan op dit niveau. Lokale overheden hebben een beter zicht op de aanwezige frustraties in onze

maatschappij, doordat ze dichter bij de bevolking staan. De federale overheid zou bijgevolg ook hen willen

uitnodigen om blijvend te investeren in initiatieven gericht op o.a. sociale cohesie, socio-‐educatieve aspecten

of jongerenwerking. Bijkomend is er ook in het opvangen van frustraties een belangrijke rol weggelegd voor de

lokale overheden. Door zich als lokale overheid laagdrempelig en ontvankelijk op te stellen voor klachten van

de burgers en hier een passend antwoord op te bieden, kunnen eventuele frustraties worden opgevangen.

-­‐ Sociale rol van het maatschappelijk middenveld

Tot slot wil de federale regering ook het maatschappelijk middenveld sensibiliseren voor de belangrijke

(indirecte) rol die zij spelen in het voorkomen van gewelddadige radicalisering en polarisering. Het

verenigingsleven in ons land is één van de best uitgebouwde in Europa en beschikt over een zeer ruim aanbod

aan hobby-‐, sport-‐, jeugd-‐ en culturele verenigingen. Door het samenbrengen van groepen en individuen

bevordert het maatschappelijk middenveld de sociale cohesie in onze samenleving sterk en creëert het sociale

netwerken waarbinnen individuen kunnen worden opgevangen. Maar niet iedereen in onze samenleving

participeert in deze netwerken. Er blijkt meer bepaald dat de groepen of individuen die het meest vatbaar zijn

voor radicalisering en polarisering minder aanwezig zijn in deze verenigingen. Volgens de wetenschappelijke

studie van de Universiteit Gent zijn geïsoleerde jongeren gevoeliger voor radicale berichten dan de andere

voor zover hun netwerken beperkter zijn en de mogelijkheid om gematigde antwoorden te krijgen op hun

frustratie is dus beperkt. De federale overheid wenst daarom het maatschappelijk middenveld op te roepen om

blijvend te investeren in de inclusie van individuen uit alle bevolkingsgroepen in onze samenleving en langs

deze weg een mogelijke voedingsbodem voor radicalisering en polarisering mee op te vangen. De rol van het

maatschappelijk middenveld wordt gedetailleerder besproken in pijler 4.

3. Verhogen van de weerbaarheid van kwetsbare individuen, jongeren, groepen en

gemeenschappen tegen gewelddadige polarisering en radicalisering

Bij de meerderheid van de groepen of individuen die op een gewelddadige manier radicaliseren, blijkt dat ze

aanvankelijk het gebruik van geweld afkeurden en dat ze geloofden in het gebruik van democratische middelen

om hun doel te bereiken. Gaande weg en ten gevolge van zeer uiteenlopende maatschappelijke frustraties

blijkt deze weerbaarheid echter af te brokkelen en werden steeds extremere opvattingen en ideologieën

aanvaard die vooral het gebruik van geweld rechtvaardigen of zelfs stimuleren.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

16/26

Deze (morele) weerbaarheid 3 van een individu, waarover ieder van ons beschikt, kan worden beschouwd als het

vermogen om de ideologische, politieke, confessionele of filosofische opvattingen die van geweld een nobel

doel maken, in een juiste context te plaatsen en naast zich neer te leggen. Ze wordt beïnvloed door

verschillende factoren zoals opvoeding, de inbedding van een individu in onze maatschappij, zijn geloof in een

democratisch systeem en zijn houding ten opzichte van anderen in de samenleving. Des te groter de morele

weerbaarheid van een persoon, des te minder is deze kwetsbaar voor gewelddadige polarisering en

radicalisering. Het versterken en in stand houden van deze natuurlijke weerbaarheid zijn volgens onderzoek de

belangrijkste aspecten waaraan overheden aandacht dienen te besteden.

In onze samenleving zijn het voornamelijk jongeren die kwetsbaar zijn voor deze fenomenen. Ze zijn over het

algemeen makkelijker te beïnvloeden, zoeken vaak nog hun eigen identiteit of voelen zich gefrustreerd en

gaan impulsiever om met geweld. Zo zullen sommigen die zich uitgesloten voelen, omdat zij gediscrimineerd

worden, moeilijk werk vinden of problemen hebben op school, hun vertrouwen in onze open samenleving

verliezen. Hierdoor vermindert hun weerbaarheid ten opzichte van radicale opvattingen over groepen die zij

verantwoordelijk achten voor hun situatie. Dit kan ertoe leiden dat zij zich in eerste instantie vijandiger tegen

deze groep gaan opstellen en eventueel overgaan tot het gewelddadig uiten van hun frustraties tegen deze

groep.

Mogelijke preventieve maatregelen die hierin kunnen worden genomen, zijn gericht op zowel het versterken

van de banden die deze groepen hebben met onze maatschappij, als het begeleiden van jongeren tot

verantwoordelijke burgers met een kritische geest en bewust van de democratische principes. Het is belangrijk

dat eenieder zich bewust is van de opportuniteiten en vrijheden waarover hij beschikt, maar ook van de

verantwoordelijkheid die hij heeft tegenover de maatschappij. De federale overheid gelooft ook in het

vergroten van de weerbaarheid van jongeren. Op deze manier kunnen grote groepen jongeren, die mogelijks

vatbaar hadden kunnen zijn voor radicale en gewelddadige invloeden, leren deze radicale boodschappen te

contextualiseren of er zelfs tegenin te gaan.

Voorstellen

1. Het is dus noodzakelijk dat de opleidings-‐ en sensibiliseringsmodules ten aanzien van jongeren om de

aantrekking tot gewelddadige radicale stellingen te counteren, goed worden overdacht en uitgewerkt in

overleg met de experts (experts inzake preventie van radicalisering, betrokkenheid van psychologen die

een expertise ontwikkeld hebben inzake adolescentie en/of met de verantwoordelijken van de groep

waartoe zij behoren).

De federale overheid wenst bijgevolg, in samenwerking met de bevoegde partners (religieuze

verantwoordelijken, scholen, verenigingen, verantwoordelijken jeugdbeleid, sportverantwoordelijken,

taallesgevers, enz.), dat er meer specifieke projecten worden uitgewerkt met betrekking tot het

versterken van de morele weerbaarheid van jongeren, het sensibiliseren voor de democratische waarden,

het informeren over de ris het radicalisme en het tegenbetoog. Mogelijke beleidsdomeinen waarin

dergelijke projecten zich kunnen inschrijven, zijn: onderwijs, sociale cohesie, jeugd-‐ en

gelijkekansenbeleid.

De FOD Binnenlandse Zaken heeft in overleg en samenwerking met de regionale en communautaire

overheden een eerste initiatief genomen en heeft een projectvoorstel rond morele

weerbaarheidstrainingen gericht op gewelddadige radicalisering en polarisering ingediend bij de Europese

Commissie.

Bijkomend wenst de federale overheid de bestaande maatregelen, die een rechtstreekse of

onrechtstreekse rol spelen bij de versterking van de morele weerbaarheid, te blijven ondersteunen.

2. Gezien, enerzijds, de belangrijke rol die het internet en sociale media spelen in onze dagelijkse

samenleving, en de vaststelling, anderzijds, dat internet een belangrijke rol speelt bij zogenaamde

-‐via een gezamenlijke inspanning van de FOD Binnenlandse Zaken en het

Federaal Wetenschapsbeleid-‐ een diepgaande studie gelanceerd naar de impact van internet en sociale

media op radicaliseringsprocessen, naar de mate waarin de invloed van ouders en leeftijdsgenoten deze

3 3 Definitie van morele weerbaarheid: « Resilience can be understood as such a level of internal balance and integration (individual and/or group)

that allows a person/group to feel secure enough in their sense of identity as to no longer need to grasp tighly and throw around, hard-earned

partial identidies- dans E. MUSTAKOVA-POSSARDT, « Beyond competing indentities and ideologies : building resilience to radicalization in a

World in transition.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

17/26

impact versterkt of net neutraliseert en welke hefbomen gebruikt kunnen worden om jongeren

weerbaarder te maken voor radicale boodschappen op internet circuleren.

3. Het denken in absolute termen en het opnemen voor de goede zaak bij jongeren moet beter

geheroriënteerd worden naar grootschalige, exclusief humanitaire projecten die werken rond de

geopolitieke problemen waarmee zij begaan zijn, om te voorkopen dat ze in dat opzicht niet in andere

middelen gaan investeren of zich laten manipuleren door geradicaliseerde discoursen.

4. Een beroep doen op personen die vroeger geradicaliseerd waren, maar er uit zijn geraakt, is een

opportuniteit die als geloofwaardig wordt aanbevolen door de preventieactoren, mits uiteraard de nodige

voorzichtigheid qua voorafgaande screening (belangeloosheid, ervaring, legitimiteit, vertrouwen,

geloofwaardigheid).

4. Ondersteunen van lokale, pedagogische, associatieve en mediagerichte

preventiestrategieën en de verschillende actoren betrekken, versterken en

ondersteunen

Eén van de doelstellingen van het preventieprogramma tegen radicalisering is het stimuleren en ondersteunen

van de ontwikkeling van anti-‐radicaliseringsstrategieën in elke gemeente door bovenal een beroep te doen op

de associatieve actoren om de initiatieven te dragen.

4.1 Een gemeentelijke strategie

Lokale overheden zijn een cruciale partners om gewelddadige radicalisering te voorkomen en een veilige en

respectvolle samenleving te garanderen. Ze zijn de eigenlijke spilfiguren voor het realiseren van een effectief

preventiebeleid, aangezien radicaliseringsprocessen zich veelal afspelen in lokale settings. Ze zijn in staat

algemene richtlijnen te vertalen naar de lokale context en ze aan te passen aan de noden en behoeften van

kwetsbare individuen of van professionals die met deze fenomenen worden geconfronteerd. Elk individu, elke

groep en elke lokale gemeenschap beleeft een toestand van gewelddadige polarisering of radicalisering op een

eigen manier. Het is de bevoegdheid en taak van de lokale overheden gericht te ageren op deze fenomenen.

De lokale overheden zijn een belangrijke actor en vormen de schakel tussen het bestuur en de burger, en

tussen het bestuur, maatschappelijke (eerstelijnswerkers, verenigingsleven en private partners. Het blijkt

dat net deze actoren kunnen geconfronteerd worden met de eerste uitingen van gewelddadige radicalisering

en dat deze hierbij moeten worden ondersteund en begeleid.

Het is dan ook belangrijk dat lokale overheden goed op de hoogte zijn van deze fenomenen, van hun impact op

de samenleving en hoe men hiermee dient om te gaan. Zij kunnen gerichte acties op touw zetten, op een

sociaal preventieve wijze antwoorden bieden op vroegtijdige tekenen van gewelddadige radicalisering en

maatschappelijke en private actoren hierin ondersteunen. De federale overheid wenst dan ook met deze

strategie te investeren in het sensibiliseren en ondersteunen van steden en gemeenten bij het voorkomen van

deze fenomenen.

Voorstellen

1. Er zal aan elke betrokken stad en gemeente gevraagd worden om een lokale preventie-‐ en

bestrijdingsstrategie tegen radicalisering uit te werken, de verantwoordelijke persoon of dienst aan te

wijzen om die thematiek te coördineren en het lokale betrokken en bevoegde verenigingsleven alsook

de vertegenwoordigers van de betrokken religies erbij te betrekken en te responsabiliseren. Een

doeltreffende coördinatie van de verschillende actoren op lokaal niveau is belangrijk om éénzelfde

visie te hebben op de doelstellingen, de methodes en de taakverdeling, evenals op de verduidelijking

van de desbetreffende associatieve en sociale publieke opdrachten.

2. De toekomstige veiligheidscontracten van de federale regering zullen de verplichting opleggen zich te

richten op restrictievere doelstellingen i.v.m. de kadernota inzake veiligheid met een belangrijk punt

gericht op de lokale preventie van de radicalisering.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

18/26

3. De zonale veiligheidsplannen van alle zones zullen het NVP en de kadernota inzake veiligheid moeten

volgen, waarvan de bestrijding van de radicalisering één van de prioriteiten is.

4. De preventiecel radicalisering zal als opdracht hebben het adviseren, informeren en ondersteunen van

de gemeenten (zie supra). Belangrijk hierbij zal zijn het aanbod ervan af te stemmen op de noden van

de lokale overheden en hun partners. Bovendien kunnen eveneens soortgelijke lokale initiatieven

genomen worden in het raam van de toekomstige strategische veiligheids-‐ en preventieplannen en kan

er ook nog een toolbox worden uitgewerkt.

5. Parallel daarmee zal elke gemeente worden aangemoedigd om een plan inzake antiracisme en ter

bevordering van de interculturaliteit op te stellen, dat eveneens integraal deel uitmaakt van de

prioriteiten van de veiligheids-‐ en preventieplannen en van de zonale plannen.

4.2 Een opgeleide nabijheidspolitie

De politiediensten spelen op lokaal niveau ook een belangrijke rol in een sociaal preventieve aanpak. Bij

interventies of bij het uitvoeren van taken in het raam van wijkwerking kunnen politieagenten soms

geconfronteerd worden met mogelijke signalen van gewelddadige radicalisering. In sommige gevallen zal de

situatie geen onmiddellijke politieactie vereisen, in andere gevallen (bij een wetsoverschrijdende feiten) zal

het louter ondernemen van repressieve stappen mogelijks onvoldoende zijn. In het eerste geval is het

belangrijk deze vroegtijdige signalen niet verloren te laten gaan. In het tweede geval zal het belangrijk zijn de

jongeren de nodige sociale ondersteuning en coaching te bieden om de voedingsbodem voor hun frustraties

positief om te buigen.

Voorstellen

1. In het raam van deze socio-‐preventieve aanpak wenst de federale overheid de lokale politiekorpsen te

sensibiliseren voor hun rol in dit verhaal. In eerste instantie voor wat betreft het respect ten aanzien

van de verschillende gemeenschappen en het belang van tolerantie en non-‐discriminatie als attitude;

vervolgens over het belang van de «community policing», van het buurtwerk en van het partnerschap

met het verenigingsleven en tot slot over de signalen om radicalisme te detecteren, met name via een

ruim verspreide brochure en gespecialiseerde opleidingen (COPPRA-‐project). Tenzij er een duidelijk

en onmiddellijk gevaar is voor de individuen of hun omgeving, pleit men ervoor dat de

eerstelijnsactoren die met deze jongeren werken, altijd de signalen van gewelddadige radicalisering

identificeren met het oog op het nemen van sociaal preventieve maatregelen, al dan niet ter

aanvulling op andere. Hoewel de politie het fenomeen moet kennen, detecteren en bevatten, moeten

de echte preventie-‐initiatieven daarentegen veeleer genomen worden door de netwerken van het

verenigingsleven, van de religies, van de ouders en van het middenveld.

2. Het uitwerken van partnerschappen met andere eerstelijnswerkers en de informatie-‐uitwisseling zullen in

deze context zeer belangrijk zijn. Op die manier kunnen gerichte sociopreventieve acties op touw worden

gezet, welke maximaal aansluiten op de situatie en op de noden van kwetsbare groepen of individuen. Het

gebruik van politionele repressieve tussenkomsten

ultimum remedium

3. In dit opzicht heeft de politie specifieke opleidingen m.b.t. de radicaliseringsproblematiek op touw gezet,

welke nog worden versterkt, en is de laatste hand gelegd aan een brochure om te versturen naar de lokale

politiezones.

4. Het is ten slotte van essentieel belang dat de lokale politie blijk geeft van respect ten aanzien van de

gemeenschappen en van scherpzinnigheid in de strategieën die tot stand gebracht moeten worden, wat

stigmatiseringen vermijdt indien nodig, en dat ze voldoende aandacht besteedt aan de ontreddering van

ouders die te maken krijgen met de radicalisering van hun kinderen en dat ze die ouders kan doorverwijzen

om een antwoord te vinden op hun angsten.

4.3 Een verenigingssector op de eerste lijn

Naast de lokale overheden kunnen talrijke maatschappelijke partners een veelbetekende rol spelen in het

garanderen van veilig en respectvol samenleven. Eerstelijnswerkers (leraars, maatschappelijke assistenten,

huisartsen, enz.) en het verenigingsleven (cultuurverenigingen, sportverenigingen, enz.) kunnen -‐door de

veelvuldige en nauwe contacten die zij onderhouden met de bevolking-‐ in contact komen met tekenen van

gewelddadige radicalisering-‐ of polariseringsprocessen. Zoals al vermeld, zijn het vooral zij die vroegtijdige

signalen van kwetsbare groepen of personen zullen opvangen, net zoals de personen uit de onmiddellijke

omgeving van kwe

eersten die frustratiegevoelens en veranderingen waarnemen. Deze signalen blijven in vele gevallen


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

19/26

onbeantwoord. Ook het verenigingsleven kan een belangrijke bijdrage leveren, zoals aangetoond in de studie

van de Universiteit Gent. Net zoals de eerstelijnswerkers, staan de verenigingen in nauw contact met de

bevolking en zijn ze ook goed geplaatst om vroegtijdig de signalen op te vangen, zoals frustraties, radicale

uitspraken, en meer specifiek de tekenen van afzondering en isolement. De personen die ten prooi vallen aan

radicalisme hebben de neiging zich systematisch uit het sociaal leven terug te trekken of hebben steeds in een

bepaalde mate van isolement geleefd. Om redenen van vertrouwen en geloofwaardigheid, is het meer

aangewezen lokale verenigingsactoren, die betrokken zijn in het gemeenschapsleven, aan te duiden en te

responsabiliseren en hun, indien nodig, een opleiding aan te bieden, eerder dan externen te

Voorstellen

1. Op de eerste plaats moeten lokale overheden de lokale verenigingen op het terrein ertoe aanzetten om

een belangrijke rol te spelen in de preventie-‐ en bemiddelingsinitiatieven en in de contacten met de

betrokkenen, daar zij meer geschikt zijn om met bepaalde groepen vertrouwensbanden te smeden dan de

publieke overheid.

2. De federale overheid moet ten voordele van de verenigingssector instaan voor de opleiding en voor het

inroepen van de hulp van voormelde vakmensen. Dit houdt in dat ze moeten geïnformeerd worden en

vertrouwd gemaakt worden met het bestaan van deze fenomenen, ze moeten aangezet worden er een

passen antwoord op te bieden en ze geholpen moeten worden in al hun bekommernissen ter zake. In geen

geval beogen we hier een doelgerichte informatiestroom vanuit het maatschappelijk veld naar de politie

(wat uiteraard wel kan op vrijwillige basis). De federale overheid wil in geen enkel geval de

vertrouwensrelatie tussen de maatschappelijke actoren (eerstelijnswerkers, het verenigingsleven en de

sociale netwerken) en de bevolking ondermijnen. Het doel om de eerstelijnwerkers die actief zijn in

verschillende sociale domeinen, te sensibiliseren, bestaat erin de voedingsbodem van gewelddadig

radicalisme te kunnen identificeren en zich in de eerste plaats te ontfermen over de kwetsbare individuen.

In hun dagelijks werk kunnen ze er zodoende mee rekening houden dat bepaalde signalen kunnen wijzen

op afwezigheid van respect binnen de samenleving of op gewelddadige radicaliseringsprocessen, en kunnen

ze er bijgevolg meer gericht aandacht aan besteden. Ze moeten weten hoe en waarom bepaalde personen

opteren voor de weg van het gewelddadig radicalisme, hoe er adequaat mee om te gaan en waar ze

antwoorden kunnen vinden op al hun vragen ter zake.

3. Het is voor de verschillende initiatieven interessant om zich te baseren op de goede praktijken die men in

het buitenland heeft met de verenigingssector (zie bijlage). Het Nederlandse preventiebeleid inzake

radicalisering levert op dit vlak heel wat goede praktijkvoorbeelden die kunnen worden aangewend in

overleg met de lokale verenigingen:

-­‐

-­‐ Aanwerving van sleutelfiguren binnen het netwerk die een probleem kunnen signaleren en er snel

en efficiënt een antwoord kunnen op bieden, met name

tegendiscours

lanceren;

-­‐ Oprichting van opvangcentra (eventueel door het openstellen van een telefoonlijn), waar

jongeren die op zoek zijn naar zingeving en antwoorden gehoord, doorverwezen en zelfs begeleid

kunnen worden;

-­‐

kunnen bijdragen tot de organisatie van burgerdebatten met de lokale gemeenschappen);

-­‐ Opstarten van initiatieven ter bevordering van de dialoog tussen gemeenschappen (ontmoetingen,

proefwedstrijden, ervaringsuitwisseling, groepsdynamiek is essentieel; de emotionele

intelligentie en het emotionele leerproces zijn meer aangewezen dan een louter cognitieve

logica.

4.4 De verantwoordelijken van het Onderwijs-‐ en Jeugdbeleid

Overleg met de Gemeenschappen is absoluut noodzakelijk als draagvlak voor bestaande en toekomstige

beleidskoersen.


Voorstellen

DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

1. De onderwijswereld moet een belangrijke rol spelen door de kritische geest van jongeren aan te

scherpen en ze minder vatbaar te maken voor radicale boodschappen. De Gemeenschappen zullen

uitgenodigd worden zelf hun strategie te ontwikkelen ter bevordering van diversiteit en uitwisselingen

in de scholen, van de kennis van de andere religies en moraalfilosofieën en krachtdadig en regelmatig

op te treden tegen racisme en radicalisme.

2. De FOD Binnenlandse zaken zal -‐ op vraag -‐ opleidingen organiseren ten behoeve van de leerkrachten.

3. Een zo vroeg mogelijke preventieve aanpak via de school en de jeugdorganisaties is effectiever. Ook in

de betrokken gemeenten moeten de onderwijsactoren betrokken worden. In de scholen moeten

experten en/of vakmensen opleidings-‐ en/of sensibiliseringssessies organiseren, en dit in overleg met

de godsdienstleraars.

4. De verantwoordelijken van het Jeugdbeleid spelen een sleutelrol met betrekking tot de tweede

doelstelling, met name de vermindering van de voedingsbodem voor frustraties en radicalisering. De

rol van de straathoekwerkers, socio-‐educatieve coaches ... is in dit opzicht van cruciaal belang. De

sociale netwerken (partner, gezin, familie, vrienden) van een individu bieden in de eerste plaats een

belangrijke bescherming tegen gewelddadige radicalisering. De kans dat kwetsbare personen

gewelddadig radicaliseren is veel kleiner als ze sterke banden hebben met hun onmiddellijke

omgeving en ergens terecht kunnen met hun frustratiegevoelens. Het is voor hen echter niet altijd

even gemakkelijk om met dergelijke gevoelens en soms zelf met uitingen van gewelddadig radicalisme

om te gaan.

5. De FOD Binnenlandse zaken zal -‐

een

opleidingsprogramma opstellen voor de jeugd-‐ en verenigingssector.

4.5 De medische sector

De geestelijke gezondheidsproblemen, en in het bijzonder de mentale gezondheid, zijn aanzienlijk in onze

samenleving en kunnen in bepaalde gevallen helaas gepaard gaan met radicale en extreme standpunten die

kunnen leiden tot extreme gewelddaden (extreemrechts).

Er zal een overleg plaatsvinden met de Minister van Volksgezondheid met het oog op de sensibilisering van de

actoren van de sector van de mentale gezondheid m.b.t. het opsporen van de tekens en

-‐

uitwisselingsmodaliteiten tussen actoren, enz.

4.6 De media

Ook de media kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren. Radicalisering en polarisering kunnen namelijk worden

beïnvloed omdat de media er verslag over doen en door het tonen van conflicten.

Voorstellen

1. Er wordt voorgesteld om met de gemeenschappen en de media gedurende zes maanden een rondetafel te

organiseren over een precies aantal onderwerpen die verband houden met diversiteit en


2. Het is van belang de media bewust te maken van hun belangrijke rol die ze bekleden en de

verantwoordelijken in dit domein op te roepen er mee rekening te houden in de manier waarop ze verslag

uitbrengen over gebeurtenissen, in het bijzonder door eventuele initiatieven of aandachtspunten te

suggereren. Het debat over interculturalisme heeft nood aan nuancering, respect en sereniteit. Het moet

positief naar voor gebracht worden in een geest van constructieve en verenigde samenwerking om aldus het

niet-‐stigmatiseren van bepaalde groepen en gemeenschappen mogelijk te maken.

3. Diversiteit in de audiovisuele media vertaalt zich ook in de wil om de diversiteit beter naar voor te brengen

en erover te waken dat geen stereotypen worden overgebracht, maar dat men er daarentegen tegenin gaat

en dat men welke vorm ook van discriminatie voorkomt.

20/26


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

21/26

Aangezien extremisme een natuurlijke neiging heeft om zich te versterken, is het bovendien van belang om

een actieve strijd te voeren tegen racisme, antisemitisme, xenofobie en islamofobie op internet, met name

door de op het internet aanwezige Belgische media te sensibiliseren voor een grotere waakzaamheid voor

extremiteiten, welke men spijtig genoeg dagelijks vastgestelt op de fora naar aanleiding van artikels die de

media publiceren. Aangezien de media de spiegel van onze maatschappij vormen, kan het beeld dat die

extreme vormen van islamofobie over de Belgische samenleving de wereld insturen, enkel maar leiden tot een

nog grotere radicalisering van de moslimjongeren, die het vaakst op zoek zijn naar hun identiteit.

4.7 De actoren uit de religieuze wereld

Het is noodzakelijk dat de strategie ter bestrijding van radicalisering vooreerst wordt gedragen door de

vertegenwoordigers van de betrokken gemeenschappen (sociale en religieuze actoren, gemandateerden,

lesgevers, enz.).

Iedere strijd tegen het radicalisme die uitsluitend gedragen wordt door personen die niet tot de

desbetreffende gemeenschap behoren, is gedoemd te mislukken en maakt het voorwerp uit van

verdachtmaking of contraproductieve interpretaties.

De strijd tegen het religieuze radicalisme moet een prioriteit worden voor bijvoorbeeld de vertegenwoordigers

van de islamitische eredienst en van de moslims van België, want afgezien van de destructieve geweld-‐ en

haatbetogen en de vrouwendiscriminatie die zulk radicalisme voorstaat, is het vijand nummer 1 van de

moslimgemeenschap in België, die als gemeenschap vrijwel unaniem een gematigde islam praktiseert die op

gelijksoortige wijze moet worden gerespecteerd, ondersteund en ontwikkeld als de andere religies of

filosofische stromingen. Die gemeenschap heeft helaas al te vaak te lijden onder voortdurende ambiguïteit en

associatie met radicalisme, waardoor er soms een toenemend gevoel van afwijzing en islamofobie ontstaat, dat

met een even grote vastberadenheid moet bekampt worden als het radicalisme dat daarvan aan de basis ligt.

Voorstellen

1. In het raam van, enerzijds, de wil om een samenleving op te bouwen met respect voor andermans

overtuigingen en geloof en een samenleving van geslaagde diversiteit, en, anderzijds, de wil om het radicaal

islamisme te voorkomen, is het dus noodzakelijk om vooral op lokaal niveau een overleg op te starten met de

afgevaardigden van de moskees, van de islamitische eredienst en van de verschillende sociale actoren die

betrokken zijn. Aangeduide personen die tot deze gemeenschap behoren, moeten op vrijwillige betrokken


besteed aan radicale discoursen en aan het melden van radicale discoursen door de imams zelf. Het

noodzakelijk dat de strijd tegen het religieus radicalisme met gewelddadig karakter wordt aangepakt door de

religieuze moslimgemeenschap, de sociale verenigingen of actoren afkomstig van het land van herkomst. Dit

moet haar eerste strijdpu

betrokken gemeente moet deze strategie volgen op basis van nabijheid, respect, samenwerking met de

verantwoordelijken uit de gemeenschap en hun nauwe betrokkenheid in de genomen initiatieven of die ze zelf

willen voorstellen of ontwikkelen. Er zou op lokaal niveau een ontmoetingsplaats moeten georganiseerd worden

met de vertegenwoordigers van de gemeenschap, de preventiesector en de overheid om de problematiek aan

te kaarten, verschillende actievoorstellen naar voor te brengen en informatie uit te wisselen. Deze ruimte

moet een scharnier-‐ en uitwisselingsfunctie vervullen voor de problematieken die de gemeenschap heeft

beleefd (eredienst, strijd tegen discriminatie en racisme, positieve interculturele projecten, gemengde

burgerontmoetingen ...). Deze ontmoetingsruimte moet bovendien de strijd tegen het radicalisme en de

wederzijdse responsabiliseringen in de te volgen strategieën aansnijden.

2. Dat overleg moet ontwikkeld worden op federaal, gewestelijk en gemeenschapsniveau. Op basis van

informele contacten zou op federaal en regionaal niveau een officieel en regelmatig ontmoetingsforum op

touw moeten worden gezet tussen de vertegenwoordigers van de overheid en van de gemeenschap met een

twintigtal personen dat ook regelmatig op nationaal niveau samenkomt om de problematiek en actievoorstellen

te bespreken. Het moet gaan over een ruimte voor regelmatig overleg, met het oog op de uitbouw van een

permanente dialoog tussen de vertegenwoordigers van de verschillende beleidsniveaus en de

vertegenwoordigers van de gemeenschap om alle problemen in de gemeenschap te behandelen en er de


bevordering van een samenleving van diversiteit en geslaagde integratie, de discriminatie-‐ en

racismebestrijding alsook de strijd tegen het radicalisme moeten aan bod laten komen, maar ook de strijd

tegen radicalisme.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

3.Bovendien moeten de vertegenwoordigers van de verschillende overheden en in overleg met de

religieuze overheden op die basis de nodige beslissingen nemen om de harmonieuze uitoefening van de

eredienst mogelijk te maken. Onderwerpen zoals de erkenning van de moskees, van de imams, de verplichte

opleiding van de imams, het gebruik van de talen in de moskees, de strijd tegen de buitenlandse financieringen

en invloeden, de contacten met de andere religies en filosofische bewegingen zouden in het bijzonder aan bod

moeten komen.

4. Zo snel mogelijk dient een nieuwe moslimexecutieve opgericht worden (met, indien nodig, als

overgangsoplossing, personen aangeduid om de volgende verkiezingen en hervorming voor te bereiden).

4.8 De omgeving, de ouders en de familie

De omgeving (partner, gezin en familie, vrienden) van een individu biedt in de eerste plaats een belangrijke

bescherming tegen gewelddadige radicalisering. De kans dat kwetsbare personen gewelddadig radicaliseren is

veel kleiner als ze sterke banden hebben met hun onmiddellijke omgeving en ergens terecht kunnen met hun

frustratiegevoelens. Het is voor hen echter niet altijd even gemakkelijk om met dergelijke gevoelens en soms

zelf met uitingen van gewelddadige radicalisme om te gaan.

1. De FOD Binnenlandse Zaken zal een sensibiliserings-‐ en ondersteuningsprogramma voor de ouders en

de families uitwerken dat ter beschikking gesteld zal worden van de eerstelijnsactoren. Aangezien de

jongeren de voornaamste doelgroep zijn van radicale toespraken, kunnen de ouders een positieve en

beschermende invloed uitoefenen door de frustraties die kunnen leiden tot radicalisme (identiteits-‐ of

bestaanscrisis) te identificeren en door een dialoog aan te gaan om hun een alternatieve oplossing aan

te bieden. Zo kan men vermijden dat de kloof die ontstaat tussen de jongeren en hun onmiddellijke

omgeving niet groter wordt en dat de jongeren de antwoorden op hun vragen niet gaan zoeken binnen

radicale bronnen.

2. Het is uiterst belangrijk om te strijden tegen het inkrimpen van de kennissenkring van de

geradicaliseerde personen door de ouders van geradicaliseerde jongeren aan te moedigen hun band

niet te verbreken en zo de kansen te verhogen tot deradicalisering van deze jongeren. In die zin

hebben de preventiediensten in Denemarken verschillende projecten lopen.

De onlangs gelanceerde ontwikkeling van een training van de morele weerstand zal rekening houden

met dit aspect door informatiesessies te organiseren voor de onmiddellijke omgeving van de jongeren.

Zo zullen niet enkel de jongeren, maar ook de personen uit hun onmiddellijke omgeving

gesensibiliseerd worden.

Voor zover de bestaande generatiekloof één van de oorzaken is van de vervreemdingsfenomenen die

vastgesteld worden bij jongeren van vreemde oorsprong, moeten projecten zoals die welke in

Nederland gevoerd worden om de dialoog tussen de generaties te versterken, aangemoedigd worden.

5. Inzicht verwerven in de media, met name het internet: de impact ervan als

radicaliserende factor inperken en de instrumentalisering ervan als tegenbetoog

intensiveren

Zoals reeds aangegeven, speelt het internet een steeds belangrijker rol in het proces van radicalisering en

polarising. Er loopt een diepgaande studie, op gezamenlijk initiatief van de FOD Binnenlandse Zaken en het

Federaal Wetenschapsbeleid, naar de impact van het internet en de sociale media op de

radicaliseringsprocessen, de mate waarin de invloed van de ouders en gelijken die impact versterken of

neutraliseren, en de hefbomen die aangewend kunnen worden om de jongeren weerbaarder te maken ten

22/26


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

23/26

aanzien van radicale boodschappen die op het net circuleren (zie punt 1.1). De resultaten van die studie

kunnen dan aangewend worden voor het bepalen van gerichte maatregelen om de negatieve impact van die

sociale media tegen te gaan.

Voorstellen

1 Bijkomende maatregelen ter bestrijding van het haatbetoog op het internet

Er moet in ieder geval aandacht uitgaan naar de inhoud van het haatbetoog op internet (hate speech). De

impact op de radicalisering is tweeledig, vermits het haatbetoog de samenleving polariseert doordat het

geestesgenoten in hun desbetreffende overtuiging sterkt en tegelijk het gevoel van afwijzing versterkt bij de

groepen die zich geviseerd of gestigmatiseerd voelen. Er komt een specifiek partnerschap met het Centrum

voor gelijkheid van kansen, dat reeds zeer actief is binnen die sector, teneinde de nodige maatregelen in kaart

te brengen en te intensiveren om de aanwezigheid van zulk betoog op het internet in te dijken door de focus in

te stellen op de inhoud met een impact op het radicaliseringsproces.

Wat de opsporing en bestrijding van haatbetogen op het internet betreft, is een internationalisering en

europeanisering van de operationele aanpak absoluut noodzakelijk en zouden in het bijzonder specifieke cellen

met inbreng van politiemensen en specialisten ter zake moeten toegewezen worden bij Interpol en Europol;

voorts zouden er responsabiliseringsovereenkomsten afgesloten moeten worden met operatoren zoals Google of

Facebook, naast internationale rechtskaders die het verbieden van haatsites mogelijk maken.

Op Belgisch niveau is een versterkte samenwerking tussen de Veiligheid van de Staat, het OCAM en de politie

onontbeerlijk voor een intensievere opsporing en aanpak van die sites, middels een gemeenschappelijk

platform en een versterkt personeelskader. Een specifiek partnerschap zou opgezet moeten worden met het

Centrum voor gelijkheid van kansen, dat reeds zeer actief is binnen die sector, teneinde te helpen de nodige

maatregelen in kaart te brengen en te intensiveren om de aanwezigheid van zulk betoog op het internet in te

dijken door de focus in te stellen op de inhoud met een impact op het radicaliseringsproces.

2 Uitwerken

-‐strategie

Het is bovendien de bedoeling de impact van het internet op het radicalisme niet zomaar

maar het daarentegen aan te wenden een "tegenbetoog" te voeren dat het simplistische gedachtegoed achter

de radicale betogen aan de kaak stelt.

Daarbij kunnen initiatieven die gelanceerd zijn in het buitenland of op Europees niveau fungeren als


van slachtoffers of van personen die zich hebben kunnen losmaken van de radicalisering), aangepast aan de

specifieke context van het radicalisme in België; daarnaast moeten partnerschappen op de verschillende

niveaus opgezet worden om bekendheid te geven aan die inhoud op het internet. Het kan bijvoorbeeld gaan om

bewustmakingscampagnes of de investering van de overheid in internetfora en in de sociale media om in debat

te treden en radicale betogen te counteren.

2. Er moet een bijzondere follow-‐up van tegenbetoog en van diepgaande gesprekken verzekerd worden van bij

de eerste opmerking van racistische of radicale uitlatingen of uitlatingen tegen de Staat of tegen bepaalde

religieuze, culturele of rassengroepen. In dat opzicht stellen wij voor om de tegenbetogen toe te vertrouwen

aan de Gelijke kansen en daar twintig personen aan te wijzen waarvan minstens tien personen van vreemde

oorsprong (tegenbetoog racisme, radicalisme, islamisme, enz.). We stellen ook voor om een ploed op te richten


pseudoniemen, haatdiscoursen op internet countert en specifieke tegenbetogen uitwerkt op basis van

gespecialiseerde opleidingen.

6. Preventie van radicalisering en deradicalisering in de gevangenissen

Uit de kwetsbaarheidsanalyse van het nationaal politioneel veiligheidsbeeld blijkt dat gedetineerden een

bijzonder kwetsbare groep vormen voor radicalisering. Het is dus van belang n a te denken over hoe


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

24/26

gedetineerden die nog niet geradicaliseerd zijn, weerbaar kunnen gemaakt worden voor de invloeden van

extremistische boodschappen binnen de gevangenismuren.

Het deradicaliseringsbeleid in de gevangenissen moet twee doelstellingen hebben:

(1) Vermijden dat de personen geradicaliseerd worden tijdens hun verblijf in de gevangenis en

(2) Zorgen voor een omkadering van de geradicaliseerde personen die vrijkomen (buiten de bevoegdheden

inzake politionele en gerechtelijke veiligheid uiteraard).

Voorstellen

1. In dat opzicht zullen er dwingendere sensibiliseringsmaatregelen genomen moeten worden

(tegenbetoog, godsdienstlessen van een gemodereerde islam, enz.) tijdens de detentie (ook al moet de

vrijwillige aanpak aangemoedigd worden op basis van een persoonlijk engagement). Dit soort programma moet

gevoerd worden met de nodige expertise en subtiliteit door deskundigen en personen die idealiter afkomstig

zijn van gemeenschappen van dezelfde oorsprong.

2. Er moeten voortaan

een professionele aangepaste en gepersonaliseerde methode.

3. oeken of niet

bezoeken van bepaalde plaatsen en/of personen bij het vrijkomen;

4. De opleiding van de gevangenispersoneel omtrent de tekenen van radicalisering met nuances en met

behulp van externe expertise voor de evaluatie;

5. De assessment en de opleiding van de in de gevangenissen aanwezige godsdienstadviseurs of imams zal

versterkt moeten worden;

B. Een nieuwe methode : de vorming van een permanent preventieplatform

tegen radicalisering

Met het oog op een gecoördineerde preventieve (sociale) aanpak van de radicalisering en de gewelddadige

polarisering, moeten de krachten op de verschillende beleidsniveaus zich verenigen. De preventie van deze

fenomenen is niet alleen zaak van de minister van Binnenlandse Zaken, maar wel van de overheden op alle

beleidsniveaus. Een federale preventiestrategie zal dan ook alleen slagen, wanneer ze wordt uitgewerkt in

samenwerking met alle betrokken federale overheden, maar ook met de regionale en de lokale overheden van

ons land.

Vandaar het voorstel om een « platform » te creëren, dat gecoördineerd wordt door de minister van

Binnenlandse Zaken voor wat betreft de preventiestrategie in de strijd tegen de radicalisering binnen de

Interministeriële Conferentie IMC 8. Dit platform zal zowel de leden van de federale regering betrekken,

alsook die van de bevoegde deelentiteiten en de vertegenwoordigers van de Vereniging van Steden en

Gemeenten, voor de beleidsdomeinen die een (directe of indirecte) impact hebben op de lokale veiligheids-‐ en

integratiepolitiek. Rondetafelgesprekken kunnen ook worden beoogd.

Het platform zal samenkomen onder voorzitterschap van de minister van Binnenlandse Zaken en zal de

volgende acties ondernemen:

-‐ Concrete voorstellen en wettelijke, reglementaire of operationele initiatieven uitwerken met

betrekking tot deze preventiestrategie en aan de hand daarvan een jaarlijks actieplan opstellen;

-‐ Informatie en goede praktijken uitwisselen ;

-‐ Het bovenvermeld actieplan evalueren, en op basis van de evaluatie het actieplan van het jaar daarop

aanpassen.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

25/26

Het platform heeft tot doel om deze federale strategie in de praktijk te brengen en op te volgen, zodat een

efficiënte samenwerking tussen de verschillende overheden gegarandeerd is. Er zal gewaakt worden over

coherentie in de aanpak aan de hand van een regelmatig overleg en een permanente informatie-‐

uitwisseling. We zullen bovendien de mogelijkheid onderzoeken om externe partners uit te nodigen, zoals

het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding, de academische wereld, de Koning

Boudewijnstichting of experts.


DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

EN GELIJKE KANSEN

III. Toekomstige ontwikkelingen

Deze federale strategie is de eerste aanzet tot de ontwikkeling van een coherent en globaal beleid van sociale

preventie van polarisering en gewelddadige radicalisering. Dit plan, dat niet exhaustief is, is bestemd om in de

loop van de tijd te evolueren en wenst eveneens ook andere partners tot beweging aan te zetten. In dit opzicht

dient dit dan ook in een tweede fase verder te worden geconcretiseerd met alle pertinente partners.

De oefening eindigt dan ook niet met de uitwerking van deze strategie. Integendeel! Het is slecht een eerste

stap in de gefaseerde ontwikkeling van een gecoördineerd beleid gericht op de preventie van gewelddadige

radicalisering en polarisering, ondersteund door de verschillende partners. De strategie heeft in eerste

instantie tot doel alle betrokken beleidsdomeinen te sensibiliseren en de kennis m.b.t. deze fenomenen bij hen

te versterken. In die optiek is deze strategie dan ook een aanvulling op het alomvattende actieplan radicalisme

dat alle pijlers omvat.

De specifieke institutionele structuur van België mag geen rem zijn op een dynamisch beleid, integendeel de

samenwerking die tot stand kan komen tussen de verschillende beleidsniveaus en de concrete realisaties die

eruit voortvloeien, zullen het mogelijk maken om deze strategie verder te verrijken en zullen bijdragen tot het

veilig en respectvol samenleven.

IV. Bijlage

Om enkele doelstellingen van deze strategie te illustreren, zal de lezer hierbijgevoegd un document vinden dat

een aantal Europese goede praktijken bevat omtrent de beheersing -‐ in het bijzonder op lokaal vlak van de

problematiek van radicalisering.

26/26

More magazines by this user
Similar magazines