28.07.2013 Views

publicatie downloaden - Erfgoed Utrecht

publicatie downloaden - Erfgoed Utrecht

publicatie downloaden - Erfgoed Utrecht

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


i n h o u d<br />

25 Digitaal<br />

8 Monument<br />

4<br />

Heemschut aktief<br />

22 Wonderbaarlijke<br />

om op te stampen<br />

bronnenpakket<br />

28 Monumentopname<br />

gemeente <strong>Utrecht</strong><br />

colofon<br />

14 Monumentaal<br />

16<br />

Vrouwengeschiedenis<br />

12 Wonen<br />

werken<br />

vermenigvuldiging<br />

van...<br />

30<br />

nieuwe boeken<br />

op het platteland<br />

Afscheid van Peter van den Hoek<br />

26 Klokkenluiders<br />

18 Als<br />

Lieu de mémoire<br />

32<br />

15<br />

de molenaar...<br />

29<br />

gm kwadraat is een uitgave van <strong>Erfgoed</strong>huis <strong>Utrecht</strong>, Het <strong>Utrecht</strong>s Archief, de Provinciale Commissie <strong>Utrecht</strong> van de Bond Heemschut en de sec-<br />

ties Cultuurhistorie en Monumenten van de gemeente <strong>Utrecht</strong> en verschijnt 4x per jaar. Het <strong>Utrecht</strong>s Archief Contactpersoon: Nettie Stoppelenburg,<br />

Alexander Numankade 199-201, 3572 KW <strong>Utrecht</strong>, tel. 030-2866611 Provinciale Commissie <strong>Utrecht</strong> Bond Heemschut Contactpersoon: Hein<br />

Kuiper, Mijzijde 49, 3471 GP Kamerik, tel. 0348-401435 Secties Cultuurhistorie en Monumenten van de gemeente <strong>Utrecht</strong> Contactpersoon:<br />

René de Kam, Cultuurhistorie gemeente <strong>Utrecht</strong>, Zwaansteeg 11, 3511 VG <strong>Utrecht</strong>, tel. 030-2863990 Redactie Edwin Maes, Fred Vogelzang en<br />

Jacquelien Vroemen Redactie-adres Herenstraat 28, 3512 KD <strong>Utrecht</strong> Telefoon 030-2343880 Fax 030-2328624 E-mail fsce@erfgoed-utrecht.nl<br />

Internet www.erfgoed-utrecht.nl Grafisch ontwerp Ontwerpkantoor Rotterdam, Marjorie Specht Druk PlantijnCasparie <strong>Utrecht</strong> ISSN 1571-442X<br />

f o t o o m s l a g : i n t e r i e u r D o m k e r k d o o r P i e t e r S a e n r e d a m


Honderden abonnees hebben gereageerd op onze oproep voor een vrijwillige bijdrage ter<br />

bestrijding van de portokosten. Deze geweldige respons is voor ons niet alleen reden tot<br />

dankbaarheid, maar ook steekt het ons een hart onder de riem. We zijn met G M 2 op de<br />

goede weg. Het blad wordt zeer gewaardeerd, en daar doen we het tenslotte voor.<br />

De festiviteiten rond het 750-jarig bestaan van de gotische Dom in <strong>Utrecht</strong> hebben grote<br />

invloed: niet alleen hebben we een artikel opgenomen over de <strong>Utrecht</strong>se klokkenluiders,<br />

maar misschien onbewust hebben twee auteurs zich laten inspireren door deze kerktoren<br />

in hun columns Lieu de mémoire en Monumentopname. Op moment van schrijven wordt<br />

hard gewerkt aan de opbouw van het ooit ingestorte middenschip, in de vorm van steiger-<br />

pijpen. Het jubileum heeft ook nieuwe boeken opgeleverd, die op de achterkant worden<br />

besproken.<br />

G M 2 richt zich op het hele erfgoed, dus behalve de Domkerk zijn er ook heel andere<br />

onderwerpen: de winnaar van het predikaat Boerderij van het Jaar bevindt zich deze keer<br />

in Woudenberg, we schenken aandacht aan stuifzand en stuifmeel, er is onderzoek gedaan<br />

naar Breukelse dienstboden dat als voorbeeld kan dienen voor andere historische kringen<br />

en onze vaste partners vullen hun pagina’s met nieuws over bedreigde monumenten, nieuwe<br />

inventarissen en onderzoeksmogelijkheden en verrassende archeologische vondsten. Een<br />

nummer om lekker in de achtertuin in het zonnetje van te genieten! De redactie


A . A . M a n t e n<br />

Onderzoek in Breukelen<br />

Na de eerste Wereldoorlog, toen de vraag naar dienstboden in West-Nederland<br />

veel groter was dan het aanbod, slaagden veel stedelingen er in voor zo’n betrek-<br />

king een of meer jonge Duitse vrouwen hierheen te krijgen. Na enkele jaren<br />

kregen ook de dorpen en het platteland in de Randstad hun deel. Handelsrelaties<br />

speelden in de werving een belangrijke rol. Aan buitenlandse werknemers die<br />

naar hun zin in Nederland werkten werd gevraagd om via hun correspondentie<br />

met familie en kennissen ook aan de dienstbodenwerving mee te helpen.<br />

Vrouwen<br />

geschiedenis<br />

f o t o b o v e n D e s a l o n v a n k a s t e e l N i j e n r o d e<br />

i n 1 9 1 5 . E e n t y p e r e n d v o l g e l a d e n i n t e r i e u r,<br />

z e e r b e w e r k e l i j k o m s c h o o n t e h o u d e n .<br />

E n a l s e r g a s t e n w a r e n , m o e s t h e t d i e n s t -<br />

p e r s o n e e l o n z i c h t b a a r b l i j v e n ( Fo t o H U A )<br />

f o t o p a g i n a 5 D e R i j k s s t r a a t w e g b i j<br />

B r e u k e l e n a a n h e t b e g i n v a n d e 2 0 s t e e e u w.<br />

E n k e l e b o e r e n d i e n s t e r t j e s a a n d e w a n d e l .<br />

Een Breukelse groothandelaar in levende vis reisde<br />

meermalen met een treinlading vis mee naar Duitsland.<br />

Hij was een van de eersten in zijn dorp die een Duitse<br />

dienstbode had. Een internationale kaashandelaar en<br />

een exporteur van bijenhoning kregen eveneens een<br />

Duitse in dienst. Een bankier met Zwitserse echtgeno-<br />

te had bijna voortdurend een scala aan Duits huisper-<br />

soneel op zijn buitenplaats aan de Vecht. De directeur<br />

van een melkfabriek maakte voor de productie van<br />

consumptie-ijs gebruik van een Italiaanse ijsbereider.<br />

Na enige tijd had deze directeur een Italiaanse dienst-<br />

bode in huis. Toen die na bijna een jaar naar het<br />

warme zuiden terugkeerde, nam hij er een Duitse met<br />

al Nederlandse ervaring voor terug, die vijf keer zo<br />

lang bleef. In 1928 dumpte de heer van Nijenrode zijn<br />

echtgenote, om een jaar later te hertrouwen met een<br />

bijna een kwart eeuw jonger baronesje. Toen zij als<br />

28-jarige uit Den Haag naar het Breukelse kasteel<br />

kwam, bracht ze een stoet aan persoonlijk dienstper-<br />

soneel mee, waaronder enige Duitse vrouwen. Dan<br />

kan je als burgemeester of andere dorpsnotabele ook<br />

moeilijk achterblijven.<br />

U proeft het al een beetje: sinds ruim een half jaar<br />

heeft de Historische Kring Breukelen een project<br />

4 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


vrouwengeschiedenis. De belangrijkste aanleiding<br />

daartoe was sociale rechtvaardigheid. Er zullen min-<br />

stens zoveel vrouwen als mannen in het werkgebied<br />

van de vereniging gewoond hebben, maar in de<br />

inhoud van ons tijdschrift kwam dat niet tot uiting.<br />

Dus moest er, als dat mogelijk zou blijken, wat bijge-<br />

stuurd worden in de manuscriptentoevoer. Gelukkig<br />

bleken vijf vrouwen met zeer verschillende achtergron-<br />

den (huisvrouw, secretaresse, chemica, advocate, oud-<br />

onderwijzeres) bereid aan een project vrouwenge-<br />

schiedenis mee te werken, op een nuchter zakelijke,<br />

niet emotioneel en ideologisch ingekleurde wijze.<br />

Er is enig uitzicht op een verdere versterking van het<br />

team. Een bijkomende overweging was dat ook een<br />

lokaal historisch tijdschrift niet mag vastroesten.<br />

Er moet niet alleen ‘meer van hetzelfde’ worden<br />

gepubliceerd. Zo hier en daar eens een opfrissinkje<br />

kan nooit kwaad. Daaraan kan worden bijgedragen<br />

door nieuwe auteurs (want iedere schrijver heeft een<br />

eigen aanpak en manier van vertellen), andere onder-<br />

werpen en het aanboren van tot dusver onderbenutte<br />

informatiebronnen. In die filosofie past een vrouwen-<br />

werkgroep heel goed. Het grootste onderwerp dat de<br />

groep tot dusver heeft aangepakt gaat over Duitse<br />

dienstboden. In 1919-1939, de periode tussen de twee<br />

wereldoorlogen, hadden Nederlandse vrouwen steeds<br />

minder zin in het baantje van dienstbode, terwijl veel<br />

huishoudens maar al te zeer gewend waren aan een<br />

dergelijke hulp. In Duitsland, dat er na de verloren<br />

oorlog van 1914-1918 slecht aan toe was, met een geld-<br />

inflatie die vreselijk huishield, waren veel jonge vrou-<br />

wen bereid dit gat in de Nederlandse arbeidsmarkt te<br />

helpen opvullen. In hun kielzog kwamen ook enige<br />

vrouwen uit andere landen mee hierheen. Over dit<br />

thema publiceerde Barbara Henkes in 1995 een dik<br />

en boeiend boek, met als titel Heimat in Holland<br />

(Uitgeverij Babylon-De Geus, Amsterdam). We vonden<br />

het een uitdaging om het door haar geschetste beeld<br />

5


In de bevolkingsregisters staat van een boeren-<br />

echtpaar gewoonlijk de man als ‘veehouder’<br />

of ‘landbouwer’ genoteerd, en blijft in de<br />

registratie van zijn echtgenote het vakje<br />

‘beroep’ leeg.<br />

lokaal-historisch en in meer detail in te kleuren. De<br />

gehele tegenwoordige gemeente Breukelen kozen we<br />

als onderzoeksterritoir. Dus moesten de archieven van<br />

zes toenmalige gemeenten worden geraadpleegd<br />

(Breukelen-Nijenrode, Breukelen-St. Pieters, Ruwiel,<br />

Loenersloot, Kockengen, Laag-Nieuwkoop). Begonnen<br />

werd met het uitpluizen van de bevolkingsregisters op<br />

buitenlandse werkneemsters. Als de dienstbode daarin<br />

werd bijgeschreven op het familieblad van het werkge-<br />

versgezin, vonden we gelijktijdig het een en ander<br />

over zowel deze jonge vrouw als haar werkkring. De<br />

(naar verhouding) grootste gemeenten hielden er ech-<br />

ter aparte dienstbodenregisters op na. Die geven het<br />

adres van de dienstbode vaak alleen in heel beknopte<br />

vorm (bijvoorbeeld Wijk B, nr. 32c), terwijl de gewone<br />

bevolkingsregisters alfabetisch op familienaam zijn<br />

geordend. Voor die toenmalige gemeenten kost het<br />

veel inspanning om bij iedere dienstbode haar werk-<br />

geversgezin te vinden. Daardoor werd een inventarise-<br />

rende klus ineens een spannende speurtocht en bleek<br />

hoe fijn het was om zo’n onderzoek met een groep te<br />

doen. Op een enkel geval na, lijken we er wel uit te<br />

komen. Het is opmerkelijk hoeveel kennis daarna te<br />

halen valt uit het op verschillende manieren groepe-<br />

ren van de bescheiden hoeveelheid gegevens die de<br />

ogenschijnlijk nogal saaie bevolkingsregisters ons te<br />

bieden hebben. Die kennis helpt vervolgens om rich-<br />

ting te geven aan het onderzoek in andere archiefbe-<br />

standdelen.<br />

Ons onderzoek werd vooral interessant omdat we in<br />

het Breukelse gebied naast Duitse dienstboden in<br />

burgerbetrekkingen (waarover Henkes en anderen al<br />

schreven) ook veel boerendienstboden hebben gehad<br />

(waarnaar elders nog nauwelijks onderzoek blijkt te<br />

zijn gedaan). We hebben al kunnen vaststellen dat er<br />

tussen deze beide groepen weinig uitwisseling bestond.<br />

Verder kunnen we in het Breukelse gebied drie sub-<br />

groepen burgerdienstboden onderscheiden, die werk-<br />

zaam waren op kastelen, op buitenplaatsen en bij de<br />

gegoede burgerij. Op dit moment hebben we 158 bui-<br />

tenlandse dienstboden in ons Breukelen-bestand<br />

opgenomen, maar van een klein deel hiervan zijn de<br />

gegevens nog beperkter dan ons lief is (vooral omdat<br />

we, dat zal u inmiddels duidelijk zijn, diverse gege-<br />

vens graag statistisch willen kunnen bewerken).<br />

Duidelijk is al wel dat het vooral om een randstedelijke<br />

ontwikkeling ging en om een arbeidsmarkt met heel<br />

wat meer vraag dan aanbod. De verblijfsduur in ons<br />

gebied schommelde tussen enkele weken en meer<br />

dan 40 jaar (wat zelfs een koninklijke onderscheiding<br />

opleverde). De meeste buitenlandse dienstboden heb-<br />

ben in ons land achtereenvolgens verschillende baan-<br />

tjes gehad. Daarbij verhuisden vrouwen in burgerbe-<br />

trekkingen ongeveer even vaak uit de Vechtstreek naar<br />

een grote stad (waaronder <strong>Utrecht</strong>) als omgekeerd.<br />

Als uitzondering hierop ziet het er naar uit dat na<br />

enige tijd Breukelen als woon- en werkgemeente bij<br />

hen heel wat meer in trek was dan Hilversum.<br />

Verscheidene Nederlandse burgerjongens trouwden<br />

met een Duitse dienstbode, maar boerenzonen deden<br />

dat nauwelijks. Dat eerste bleek voor onze werkgroep<br />

gunstig, het tweede een tegenvaller. Want de gezins-<br />

vorming leidde meestal tot nakomelingen en de kin-<br />

deren van Duitse moeders blijken heel wat meer voor<br />

ons nuttige informatie te kunnen vertellen dan de kin-<br />

deren van voormalige werkgevers van buitenlandse<br />

vrouwen.Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waren<br />

de meeste Duitse dienstboden al weer vertrokken.<br />

Voor de enkele tientallen die bleven, was de oorlog<br />

een moeilijke tijd, waarin men zich soms nadrukkelijk<br />

op de achtergrond hield, maar vaker nog steun gaf<br />

aan Nederlandse illegale activiteiten. Hun integratie<br />

was geslaagd.<br />

Een parallelstudie waar de Breukelse vrouwenwerk-<br />

groep inmiddels mee bezig is, betreft het lot van<br />

weduwen in het begin van de 20ste eeuw: hoe vingen<br />

6 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


f o t o b o v e n D e K e r k s t r a a t i n B r e u k e l e n r o n d d e<br />

E e r s t e We r e l d o o r l o g . E e n a a n t a l d i e n s t b o d e n i s<br />

v o o r d e f o t o g r a a f n a a r b u i t e n g e k o m e n . ( Fo t o H U A )<br />

f o t o o n d e r D e D o r p s s t r a a t v a n Te r A a i n 1 9 1 0 .<br />

E e n d i e n s t e r t j e i s o n d e r w e g . ( Fo t o H U A )<br />

zij het verlies van hun man en kostwinner naar beste<br />

vermogen op? Hertrouwen scoorde bij hen duidelijk<br />

lager dan bij weduwnaars. Het sociale vangnet was<br />

vóór 1940 nog niet zo sterk. Wat dan? Daar hopen we<br />

wat meer over te weten te komen.<br />

In een onderzoek naar werkende gehuwde vrouwen in<br />

de eerste 40 jaar van de vorige eeuw is het boeiendste<br />

eigenlijk wat de openbare archieven nou net niet vermel-<br />

den. Het lijkt daarin vaak alsof alleen mannen geacht<br />

werden werk te doen waar geld mee te verdienen viel.<br />

In de bevolkingsregisters staat van een boerenecht-<br />

paar gewoonlijk de man als ‘veehouder’ of ‘landbou-<br />

wer’ genoteerd, en blijft in de registratie van zijn echt-<br />

genote het vakje ‘beroep’ leeg. Overlijdt echter de<br />

man, dan komt in dat vakje van zijn weduwe ineens<br />

wel ‘veehoudster’ of iets dergelijks te staan.<br />

Meermalen blijkt zij dan vervolgens geruime tijd de<br />

boerderij zelfstandig te kunnen leiden, wat bewijst dat<br />

ze tijdens het leven van haar man ook al heel actief bij<br />

het bedrijf betrokken moet zijn geweest. Iets soortge-<br />

lijks komen we tegen in bepaalde ambachtelijke bedrijf-<br />

jes (bijvoorbeeld een schoenmakersweduwe die de<br />

schoenlapperij voortzet). Uit gesprekken met senioren<br />

weten we dat er eertijds nogal wat getrouwde vrouwen<br />

waren die op eigen wijze een bijdrage leverden aan de<br />

karige gezinsinkomsten, als naaister, wasvrouw, strijk-<br />

ster of iets dergelijks. De bevolkingsboekhouding uit<br />

die tijd maakt er hoogst zelden melding van. Vooral<br />

in de jaren 1930 dreven nogal wat vrouwen een klein<br />

winkeltje aan huis, maar daar vinden we in de<br />

gemeentelijke bevolkingsregisters eveneens weinig<br />

over terug. Of we zien Jan Mulder vermeld staan als<br />

‘timmermansknecht, kruidenier’ en zijn vrouw als<br />

‘zonder beroep’, terwijl volgens de oral history het toch<br />

echt zijn eega was die het kruidenierswinkeltje runde.<br />

Binnen onze werkgroep proberen we dit verschijnsel<br />

zo goed als dat kan in beeld te brengen en er ook<br />

achter te komen waarom zo schimmig werd gedaan<br />

over deze vrouwenarbeid. •<br />

7


J a c q u e l i e n Vr o e m e n<br />

M o n u m e n t<br />

Nuttig spelen in cultuurhistorisch waardevol landschap<br />

Tijdens een wandeling door de bossen bij Driebergen of Austerlitz kun je je soms verbazen over de<br />

opvallende heuvelachtigheid van het terrein. En als je dan door het donkere naaldbos een heuveltje<br />

oploopt, kan het je overkomen dat je plotseling aan de rand staat van een forse zandvlakte, die<br />

blinkt in het licht. Een enkele denneboom houdt zich staande in deze miniwoestijn, en biedt met<br />

zijn grillig gevormde luchtwortels een prachtige speelplek als hut of klimrek. De ontstaansge-<br />

schiedenis van dit landschap komt hier letterlijk aan de oppervlakte. Je bevindt je in een begroeid<br />

stuifzandlandschap.<br />

Ontstaan<br />

Voor het ontstaan van de stuifzandgebieden zijn drie<br />

perioden van belang, waarbij zowel het klimaat als de<br />

mens grote invloed hebben uitgeoefend op de land-<br />

schapsvorming. Eenvoudig gezegd is stuifzand: dek-<br />

zand dat door menselijk ingrijpen (opnieuw) is gaan<br />

stuiven.<br />

Stuifzandgebieden vinden we in het oosten van de<br />

provincie <strong>Utrecht</strong>, op de <strong>Utrecht</strong>se Heuvelrug. Dit is<br />

een stuwwal die tijdens de voorlaatste ijstijd, 150.000<br />

jaar geleden, gevormd is door het landijs dat vanuit<br />

Scandinavië ons land binnendrong. Langs de randen<br />

van de ijslobben werden grote massa’s grond opge-<br />

worpen tot, onder andere, de tientallen meters hoge<br />

Heuvelrug. In de laatste ijstijd, het Weichselien, is het<br />

dekzandgebied ontstaan. Deze ijstijd begon ongeveer<br />

75.000 geleden en eindigde rond 10.000 jaar geleden.<br />

Het was in deze periode overwegend koud (in juli<br />

kwam de temperatuur gemiddeld niet boven het vries-<br />

punt), zodat er niet veel begroeiing mogelijk was.<br />

Harde westenwinden bliezen zand uit onder andere<br />

de drooggevallen Noordzee over de poolwoestijn die<br />

ons land was. Aan de voet van obstakels, waar de<br />

wind geen vrij spel meer had, werd het zand afgezet.<br />

De helling van de Heuvelrug was zo’n obstakel.<br />

Omdat het zand als een deken over het landschap<br />

werd gelegd, wordt het ook wel dekzand genoemd.<br />

Na deze laatste ijstijd steeg de temperatuur weer,<br />

tot het gematigde klimaat dat wij nu kennen. De dek-<br />

zanden raakten begroeid en het zand stoof niet meer.<br />

De Heuvelrug was veranderd in een glooiend, bebost<br />

landschap.<br />

In de Middeleeuwen kwam hier verandering in.<br />

Vanaf ongeveer 1000 verdween een groot deel van<br />

de begroeiing doordat bossen plaats moesten maken<br />

voor akkers, weilanden en heidegebieden. Door over-<br />

beweiding, vooral door schapen, kwam het zand weer<br />

bloot te liggen. En zo herhaalde de geschiedenis zich:<br />

het zand ging weer stuiven. Het is nu bijna niet meer<br />

voor te stellen, maar eind 19e eeuw bestond bijna de<br />

hele <strong>Utrecht</strong>se Heuvelrug uit een boomloos landschap<br />

met heidevelden en zandverstuivingen. Maar nu woon-<br />

den er mensen en die konden dit soort aardkundige<br />

processen niet erg waarderen. Het stuivende zand<br />

begon dorpen en landbouwgebieden te bedreigen, en<br />

wat in de eeuwen daarvoor vanzelf was gegaan, werd<br />

nu door de mens gedaan: het stuifzandgebied werd,<br />

in de vorige eeuw, op grootschalige wijze met bos<br />

beplant. Bijna al het stuivende zand is op die manier<br />

vastgelegd, maar wie gaat wandelen in de bossen<br />

rond Den Dolder, Austerlitz en Driebergen, Lage<br />

Vuursche, Maarn, Bosch en Duin of Leersum, kan<br />

de geschiedenis van dit landschap nog overal duidelijk<br />

herkennen: in het reliëf (zandduinen) en in de kale<br />

zandplekken. En wie écht (actief) stuifzand wil zien,<br />

8 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


o m o p t e s t a m p e n<br />

E e n f o r t w a s v r o e g e r e e n l a a g g e l e g e n d e e l i n h e t t e r r e i n . D e l a g e d e l e n w a r e n v o c h t i g e r, s o m s z e l f s m o e r a s a c h t i g , z o d a t h i e r b e g r o e i i n g k o n o n t -<br />

s t a a n . Va n d e h o g e r e e n d r o g e r e d e l e n w e r d v e e l z a n d v e r s t o v e n , d a t w e r d o p g e v a n g e n i n d e b e g r o e i d e d e l e n . Z o w e r d e n d e l a g e g e b i e d j e s o p g e h o o g d<br />

m e t z a n d , e n d e h o g e r e g e b i e d j e s w e r d e n j u i s t s t e e d s l a g e r. A a n d e b l o o t g e s t o v e n w o r t e l s v a n d e b o o m o p h e t f o r t k u n j e z i e n d a t h i e r l a t e r w e e r<br />

e r o s i e h e e f t p l a a t s g e v o n d e n . Tu s s e n 1 8 70 e n 1 9 2 0 i s d e g r o v e d e n o p g r o t e s c h a a l a a n g e p l a n t d o o r d e H e i d e m a a t s c h a p p i j . E n e r z i j d s o m s t u i f z a n d -<br />

g e b i e d e n v a s t t e l e g g e n , a n d e r z i j d s o m d a t z e h e t h o u t k o n d e n g e b r u i k e n v o o r d e L i m b u r g s e k o l e n m i j n e n e n v o o r d e N S . H e t h o u t ( g r e n e n ) w o r d t<br />

n o g s t e e d s v e e l g e b r u i k t v o o r h u i z e n . f o t o l i n k s o n d e r : H e t o n t s t a a n v a n h e u v e l t j e s b e g i n t v a a k k l e i n .<br />

kan nog naar het Mollenbos bij Driebergen, het Leer-<br />

sumse bos, of naar de Korte en Lange Duinen in Soest.<br />

De Lange Duinen en de Korte Duinen van Soest zijn<br />

het grootste actieve stuifzandgebied van de <strong>Utrecht</strong>se<br />

Heuvelrug. Het zand kan hier nog vrijelijk stuiven,<br />

waardoor de vormen in het landschap – uitblazings-<br />

laagten en stuifheuvels (forten) – voortdurend veran-<br />

deren. Aan de noordoostkant van het gebied wordt<br />

veel van het zand opgevangen door de begroeiing,<br />

waardoor een enorme, meters hoge randwal kan ont-<br />

staan. Als de mens niet ingrijpt, verplaatst deze wal<br />

zich langzaam het bos in. Aan de andere kant, waar<br />

de wind vandaan komt, verdwijnt steeds meer zand,<br />

waardoor daar uiteindelijk weer begroeiing kan ont-<br />

staan. En zo zal het stuifzandgebied van het zuidwes-<br />

ten naar het noordoosten wandelen. Dat kan natuur-<br />

lijk niet. Het actieve stuifzand wordt gekoesterd, maar<br />

moet toch ook in toom gehouden worden. Daarom<br />

worden aan de noordoostkant van de duinen steeds<br />

sikkelvormige wallen aangelegd, die het zand moeten<br />

afremmen, en wordt aan de andere kant de oprukken-<br />

de vegetatie steeds verwijderd.<br />

Aardkundig erfgoed<br />

De Lange en Korte Duinen zijn in 1997 door de provincie<br />

<strong>Utrecht</strong> aangewezen als Aardkundig Monument. Een<br />

gebied of landschap valt deze eer te beurt als het het<br />

uniek is en als de ontwikkeling van het gebied over<br />

honderden of duizenden jaren kan worden gevolgd.<br />

De term ‘aardkundig monument’ is in 1995 ‘uitge-<br />

vonden’ door Wim Hoogendoorn, medewerker bij<br />

de Provincie <strong>Utrecht</strong> en momenteel voorzitter van de<br />

Stichting Aardkundige Waarden. Aardkundige waarden<br />

9<br />

f o t o : D o r i n e H a v e m a n


zijn die onderdelen van het landschap die iets vertel-<br />

len over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied.<br />

Ze zijn van belang omdat de niet-levende natuur grote<br />

invloed heeft (gehad) op de manier waarop de mens<br />

Nederland heeft ingericht. Waar dorpen of bosgebie-<br />

den liggen, hoe het land is verkaveld ten behoeve van<br />

de turfstekerij. En natuurlijk hebben aardkundige<br />

waarden invloed op de levende natuur: wat waar<br />

groeit en leeft. Nu wordt de levende natuur vaak<br />

beschermd, en de ‘dode’ natuur gemanipuleerd om<br />

bijvoorbeeld bepaalde soorten planten of dieren weer<br />

terug te krijgen: het land moet verdrogen of juist nat<br />

gemaakt, ecologische verbindingszones worden aan-<br />

gelegd, dijken doorstoken. Maar hierbij kunnen aard-<br />

kundige objecten worden vernietigd. Er is daarom<br />

sinds begin jaren ’90 een roep om het beschermen<br />

van ons aardkundig erfgoed.<br />

In het Beleidsplan Natuur en Landschap provincie<br />

<strong>Utrecht</strong> (BNLU) van 1992 is voor het eerst systema-<br />

tisch aandacht besteed aan de aardkundige waarden.<br />

Erkend werd, dat deze een eigen betekenis hebben,<br />

dat ze onvervangbaar zijn én dat ze bedreigd worden.<br />

Wie erfgoed wil beschermen, zoekt meestal de publi-<br />

citeit. De gedachte hierachter is simpel: hoe meer<br />

mensen doordrongen zijn van het belang van dit erf-<br />

goed, hoe beter ze er op zullen passen. Bovendien zal<br />

het voor beleidsmakers moeilijker worden dit erfgoed<br />

te veronachtzamen of zelfs te vernietigen. Immers,<br />

‘het volk’ zal ervoor op de bres staan. En eigenaren,<br />

zoals natuurmonumenten, kunnen attent gemaakt<br />

worden op de aardkundige waarden in hun gebied,<br />

zodat ze niets ‘per ongeluk’ kunnen beschadigen als<br />

ze in hun gebieden ingrijpen ten behoeve van de<br />

levende natuur.<br />

l i n k s D e L a n g e D u i n e n i n S o e s t r e c h t s h e t i n f o r m a t i e p a n e e l b i j d e i n g a n g v a n d e L a n g e D u i n e n ,<br />

g e s c h o n k e n t e r g e l e g e n h e i d v a n h e t u i t r o e p e n t o t A a r d k u n d i g M o n u m e n t .<br />

Ook voor de bescherming van het aardkundig erfgoed<br />

wordt deze lijn gevolgd. De aanwijzing van Aardkundige<br />

monumenten is behalve een zekere garantie voor hun<br />

bescherming, ook een mooie publiciteitsstunt. De Lange<br />

en Korte Duinen zijn ‘onthuld’ door de Commissaris van<br />

de Koningin en de eigenaar van het monument (de<br />

gemeente Soest) kreeg informatiepanelen, posters en<br />

folders. In 1997 is door de Provincie ook een diaserie<br />

‘aardkundige waarden in de provincie <strong>Utrecht</strong>’ gemaakt,<br />

voor het voortgezet onderwijs. Inmiddels zijn er vijf<br />

aardkundige monumenten. Een aantal daarvan is in<br />

bezit van provinciale landschappen, zoals de Plantage<br />

Willem II van het <strong>Utrecht</strong>s Landschap.<br />

De vraag is natuurlijk, of de gekozen strategie ook<br />

werkt. Volgens Wim Hoogendoorn wel. Hij weet te<br />

melden dat aardkundige waarden in het huidige<br />

concept-streekplan dat in het najaar uitkomt, al vaak<br />

genoemd worden. ‘Het wordt steeds meer meegeno-<br />

men in het beleid, aardkundige waarden worden een<br />

gegeven waar men rekening mee houdt. En, iets waar<br />

we erg trots op mogen zijn: inmiddels is het een begrip<br />

in heel Nederland, terwijl wij er hier in <strong>Utrecht</strong> mee<br />

begonnen zijn.’ Grondeigenaren, zoals het <strong>Utrecht</strong>s<br />

Landschap, zijn inmiddels doordrongen van het<br />

belang van aardkundige waarden.<br />

HUL heeft bijvoorbeeld verschillende beheersmaatre-<br />

gelen getroffen om de open heideterreinen te behou-<br />

den, omdat ze een afspiegeling zijn van het historisch<br />

grondgebruik in de provincie. Bovendien zijn er ook<br />

planten en dieren die alleen hier kunnen leven, zoals<br />

het heideblauwtje en de zandhagedis. De vergrassing,<br />

die altijd al op de loer ligt, wordt de laatste tijd ook<br />

nog eens gestimuleerd door verzuring en vermesting<br />

vanuit de atmosfeer.<br />

Op Breeveen en de Plantage Willem III lopen runde-<br />

ren en paarden om de opslag van grassen en bomen<br />

tegen te gaan. Op Heidestein en de Kozakkenput<br />

doen schapen dit werk. En de mens wordt ingezet om<br />

delen van de heideterreinen af te plaggen. Een deel<br />

van de bovengrond wordt dan samen met de voe-<br />

dingsstoffen verwijderd. Dit gebeurt meestal eens in<br />

de twintig jaar. Op de W.A. Hoeve en Breeveen is in<br />

2001 een deel van de sterk vergraste heide geplagd.<br />

Op landgoed Heidestein zijn ook Drentse Heideschapen<br />

ingezet en er is een schaapskooi, ingericht als infor-<br />

matiecentrum. Maar ook recreanten dragen door hun<br />

betreding bij aan het tegengaan van ongewenste<br />

begroeiing. Vandaar dat de genodigden bij de opening<br />

1 0 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


Meer informatie kunt u vinden op: www.aardkundigewaarden.nl of www.utrechtslandschap.nl<br />

f o t o b o v e n D e L a n g e D u i n e n i n S o e s t f o t o u i t e r s t l i n k s<br />

S t u i f z a n d l a n d s c h a p p e n h e b b e n e e n h o g e r e c r e a t i e v e w a a r d e<br />

f o t o l i n k s w a l a a n d e n o o r d o o s t k a n t v a n d e L a n g e D u i n e n<br />

f o t o d a a r o n d e r d e s o n d a n k s s t u i f t e r n o g v e e l z a n d h e t b o s i n .<br />

van het Aardkundig Monument De Lange en Korte<br />

Duinen werd verteld dat op het monument gerust<br />

gestampt mocht worden.<br />

De stichting aardkundige waarden heeft volgens Wim<br />

Hoogendoorn zijn doel, het promoten van aardkundige<br />

waarden, bereikt en wordt in de loop van dit jaar opge-<br />

heven. Het uit de stichting voortgekomen Platform<br />

Aardkundige Waarden zal zich blijven inzetten voor<br />

het behoud, beheer en ontwikkeling van ons aardkundig<br />

erfgoed. •<br />

Literatuur: A. A. Brombacher en W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie <strong>Utrecht</strong>, Provincie <strong>Utrecht</strong>, december 1997.<br />

De brochure Een wandeling door de Lange Duinen is te verkrijgen bij de VVV Soest, evenals de wandelroute Natuurpad De Soester Duinen<br />

(over de flora en fauna in het gebied).<br />

1 1


P a u l Ve s t e r s<br />

De eigenaren, de familie Ploeg-Van Manen, hebben<br />

de afgelopen jaren kosten noch moeite gespaard om<br />

boerderij en erf de oorspronkelijke negentiende-eeuw-<br />

se sfeer te laten uitstralen. Daarin zijn ze zo goed<br />

geslaagd dat het lijkt of boerderij en erf zijn ontsnapt<br />

aan de tijd.<br />

Kloostermoppen<br />

Wonen werken ontwikkelen<br />

De geschiedenis van hoeve De Beek gaat terug tot<br />

1395 wanneer de boerderij voor het eerst wordt ver-<br />

meld in een akte. Destijds behoorde de boerderij tot<br />

het goed Davelaar en heette Cleijn Davelaar. Uiteraard<br />

gaat het hierbij om een ander gebouw dan het huidige<br />

dat uit 1880 dateert en is gebouwd na een verwoesten-<br />

de brand. Onder de huidige brandmuur tussen deel<br />

(stal) en woongedeelte liggen nog kloostermoppen uit<br />

de veertiende of vijftiende eeuw. Het huidige gebouw<br />

is een zogenaamde langhuisboerderij, een type dat<br />

op het pla<br />

De Boerderijenstichting <strong>Utrecht</strong> timmert al meer dan 15 jaar aan de weg. Een jaarlijks<br />

terugkerend evenement is de uitreiking van de onderscheiding Boerderij van het Jaar.<br />

Dit jaar viel de keuze van de jury op hoeve De Beek in Woudenberg.<br />

veel voorkomt in de Gelderse Vallei. De voorkant van<br />

de boerderij is gericht op de Lunterse Beek en niet<br />

zichtbaar vanaf de weg. In de voorgevel is aan de<br />

noord-oost kant (de koude kant) een kelderraampje te<br />

zien dat de aanwezigheid van een kaaskelder verraadt.<br />

De achterzijde van de boerderij wordt gedomineerd<br />

door grote baanderdeuren. Op de deel is de knechten-<br />

kamer nog te zien. Het bakhuisje, dat tegenwoordig<br />

met de boerderij is verbonden, stond oorspronkelijk<br />

vanwege brandgevaar los van het hoofdgebouw. Het<br />

interieur van de boerderij ademt de sfeer uit van lang<br />

vervlogen tijden. De heerd, de woonkamer, wordt<br />

gedomineerd door een grote schouw met negentien-<br />

de-eeuwse tegeltableaus. De moderne tijd is in de<br />

keuken alleen te herkennen aan het stromend water.<br />

Er wordt op petroleum gekookt. Het erf heeft alle ken-<br />

merken van een boerenerf in dit deel van de provincie<br />

<strong>Utrecht</strong>: naast een tweetal kapbergen, een kleine<br />

1 2 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


tteland<br />

D e v o o r m a l i g e k n e c h t e n k a m e r, d e k a m e r l a g t e g e n d e b r a n d m u u r,<br />

n a b i j d e s c h o u w e n b o v e n d e k o e i e n : l e k k e r w a r m .<br />

schuur, het bakhuis, een wagenschuur en een veld-<br />

oventje staan op het erf een aantal hoogstamfruit-<br />

bomen en liggen aan de voorkant van de boerderij<br />

een prachtige sier- en moestuin, afgescheiden door<br />

een haag. De leilinden beschermen de voorgevel<br />

tegen weer en wind. Rondscharrelende kippen<br />

completeren het geheel.<br />

Quilts<br />

Tot voor een aantal jaren had de boerderij nog een<br />

agrarische functie. De melk van de zestien koeien<br />

werd verwerkt tot karnemelk, boter en dergelijke en<br />

met de opbrengst van de boomgaard en moestuin op<br />

de deel verkocht. Vanwege ziekte moest de eigenaar<br />

deze activiteiten stoppen. Dit betekende niet dat de<br />

ontwikkeling van boerderij en erf stil is komen te liggen.<br />

Slechts het accent is veranderd. Tegenwoordig is de<br />

boerderij een belangrijke halteplaats in de Knapzak-<br />

route, een fietsroute door de Gelderse Vallei en de<br />

<strong>Utrecht</strong>se Heuvelrug. Het Oudenhorsterpad, een<br />

D e e i g e n a r e n b i j h u n b o e r d e r i j . I n 2 0 0 3 i s d e b o e r d e r i j<br />

v o o r z i e n v a n e e n n i e u w r i e t e n d a k .<br />

klompenpad dat gedeeltelijk het tracé van de oude<br />

spoorlijn Amersfoort-Kesteren en de Liniedijk van de<br />

Grebbelinie volgt, doet eveneens hoeve De Beek aan.<br />

De verkoop van kaas en groente op de deel heeft<br />

plaatsgemaakt voor verkoop van quilts en stoffen in<br />

de zogenaamde Amish-stijl en er worden workshops<br />

en quiltcursussen gegeven.<br />

Nota’s en Agenda’s<br />

In het vorige nummer van GM 2 stond een artikel over<br />

heggen en houtwallen met daarin opgenomen een uit-<br />

snede van een historische en hedendaagse topografi-<br />

sche kaart van de gemeente Woudenberg. De twee<br />

kaarten laten duidelijk zien dat het houtwallenland-<br />

schap zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw<br />

nog prachtig aanwezig was, grotendeels is verdwenen.<br />

De zaag is rigoureus ter hand genomen. Op de histo-<br />

rische kaart is te zien dat hoeve De Beek geheel omslo-<br />

ten wordt door houtwallen. Tegenwoordig is het<br />

omliggende landschap kaal. De houtwallen zijn gro-<br />

tendeels verdwenen of vervangen door prikkeldraad.<br />

In de recent verschenen Nota Ruimte en Agenda<br />

Vitaal Platteland van de rijksoverheid wordt aange-<br />

geven dat provincie en gemeenten een grote verant-<br />

woordelijkheid krijgen ten aanzien van de ontwikke-<br />

ling en inrichting van het landelijk gebied. Het rijk<br />

hecht grote waarde aan de natuurlijke, culturele,<br />

gebruiks- en belevingskwaliteit van het landschap en<br />

reikt een aantal instrumenten aan waarmee een en<br />

ander op lokaal niveau kan worden gestimuleerd.<br />

Zo subsidieert het rijk voor 70% landschapsontwikke-<br />

lingsplannen. Hoeve De Beek laat nu al zien dat cultu-<br />

rele vernieuwing en recreatieve toegankelijkheid zeer<br />

wel samen kunnen gaan. Door herstel van houtwallen<br />

zou de ruimtelijke afwisseling en daarmee de beleving<br />

van het gebied, een impuls kunnen krijgen. Voor het<br />

behoud van het agrarisch karakter zijn boeren echter<br />

onmisbaar. Daar kan geen nota of agenda tegenop. •<br />

Hoeve De Beek is geopend op dinsdag en zaterdag en na telefonische afspraak (033-2772557, http//:knapzakroute.fateback.com)<br />

1 3


M o n i q u e Wa r m e r<br />

Monumentaal<br />

werken<br />

Ze zitten aan houten tafels in een middeleeuwse zaal in kasteel Duurstede: grote jongens<br />

in brede jassen en met stoere petten. Het zijn leerlingen van de opleiding VM BO techniek.<br />

Ze doen mee aan het project ‘Monumentaal Werk’.<br />

Een project speciaal geschreven voor ‘de jongens van<br />

de techniek’. Hierin worden onderdelen van school-<br />

vakken zoals metselen, (hout)verbindingen en funde-<br />

ringen gecombineerd met een cultureel object. Via<br />

technische vragen komen de leerlingen vanzelf terecht<br />

bij de culturele waarde van de gebouwen en objecten.<br />

In Wijk bij Duurstede worden Kasteel Duurstede en<br />

de straat ‘Langs de Wal’ onderzocht door de experts<br />

uit het VMBO onder leiding van een monumenten-<br />

wachter.<br />

De leerlingen maken opdrachten over metselwerk,<br />

verzakkingen en dakbedekking. Ondertussen vertelt<br />

de monumentenwachter iets over de geschiedenis en<br />

de functie van het kasteel vroeger. De jongens zijn<br />

enthousiast. Zij hebben op school al sites bekeken<br />

van het kasteel en van de monumentenwacht. Zij<br />

herkennen onderdelen van het verhaal en willen goed<br />

laten merken dat zij verstand van zaken hebben.<br />

Een andere groep speurt door het straatje ‘Langs de<br />

Wal’ naast het kasteel. Zij zoeken mankementen bij<br />

gebouwen, hekken en goten. Met elkaar bespreken<br />

ze de waarde van een pand. ‘Zou jij dit muurtje recht-<br />

zetten?’ ‘Nee joh, dit muurtje is niks waard, doen we<br />

niet. Kost veel te veel geld’.<br />

De schooldocenten prikkelen de jongens nog extra.<br />

Zij halen lesstof van hun eigen vak erbij: ‘Jongens,<br />

hoe heet zo’n afwateringssysteem?’ Als laatste beoor-<br />

delen de leerlingen een pand. Aan de hand van een<br />

rapport, dat gebruikt wordt door de monumenten-<br />

wacht, bekijken ze of het pand in een goede, matige<br />

of slechte staat is. De docent prikt ter illustratie zijn<br />

pen in het houtwerk. ‘Als boter’, roept een jongen en<br />

somt daarna op wat de eigenaar kan doen om zijn<br />

houtwerk te herstellen. Helaas is er niemand thuis<br />

om de tips in ontvangst te nemen.<br />

Het project ‘Monumentaal Werken’ is op maat<br />

geschreven door <strong>Erfgoed</strong>huis <strong>Utrecht</strong> in nauwe<br />

samenwerking met vakdocenten van het college<br />

Maarsbergen. Het project bestaat uit twee schoolles-<br />

sen, door de vakdocenten zelf verzorgd en een bezoek<br />

aan een monument onder leiding van een monumen-<br />

tenwachter. De leerlingen zijn actief bezig met opdrach-<br />

ten in en rond het monument. Zij krijgen op deze<br />

manier ook de kans om het werk van monumenten-<br />

wachter goed te onderzoeken. Wie weet hoeveel<br />

monumentenwachters er in de toekomst uit<br />

Maarsbergen komen… •<br />

1 4 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


J a c q u e l i e n Vr o e m e n<br />

Peter heeft het timmermansvak geleerd op het Centrum<br />

Vakopleiding voor Volwassenen. ‘Ik heb daarna 17 jaar<br />

bij een aannemer gewerkt en heel veel geleerd. We<br />

deden alles met de hand – we hadden één zaagmachi-<br />

ne – en we deden ook vaak restauratiewerk. Toen het<br />

bedrijfje dreigde opgedoekt te worden, heb ik gesolli-<br />

De Monumentenwacht is een particuliere instelling die eigenaren<br />

van monumenten helpt hun bezit voor verval te behoeden. Zij doet<br />

dit door het regelmatig inspecteren van de monumenten van haar<br />

abonnees, zodat eventuele gebreken snel verholpen kunnen worden.<br />

De Monumentenwacht is een landelijke organisatie met afdelingen<br />

in elke provincie.<br />

Senior wachter Peter van den Hoek heeft na twintig arbeidzame jaren als eerste wachter<br />

bij de Monumentenwacht, in april afscheid genomen. Hij gaat genieten van zijn vrije tijd<br />

als VUTter en zich volledig wijden aan zijn grote passie: het bouwen van (schitterende)<br />

maquettes van... monumenten.<br />

Afscheid<br />

‘We voelden ons pioniers’<br />

na 20 jaar<br />

citeerd bij de Monumentenwacht <strong>Utrecht</strong>. Ik werd met-<br />

een eerste wachter; en toen ik er een tijdje zat, dacht<br />

ik: had ik dit maar tien jaar eerder gedaan! Ik voelde<br />

me bevoorrecht. Het bezig zijn met het behoud van<br />

het cultureel erfgoed, de mooie dingen die je ziet; het<br />

is een prachtig beroep.’<br />

Bij een afscheid hoort een terugblik. Is er veel veran-<br />

derd in de afgelopen twintig jaar?<br />

‘Er zijn bepaalde vernieuwingen, waar ik me niet<br />

geheel prettig bij voel. Dat is vooral de ARBO-wetgeving,<br />

die is erg ingrijpend. Je mag nog maar zo weinig. Niet<br />

dat ze vroeger onveilig werkten, helemaal niet. Maar<br />

bijvoorbeeld: boven de 2,5 m moet je altijd aangelijnd<br />

zijn. Dat kan dus niet overal, met als gevolg dat je<br />

bepaalde dingen niet kunt verhelpen omdat je er niet<br />

bij kan: je kán er wel bij, maar het mág niet. Dan moet<br />

je onverrichterzake weggaan en dat vind ik vreselijk!<br />

Wij voelden ons destijds pioniers, alle kleine manke-<br />

menten verhielpen we zelf en daar is het gebouw mee<br />

gebaat, je spaart het als je meteen lekkages verhelpt.<br />

Daar word je nu te veel in beperkt.’<br />

Peter heeft in april meegewerkt aan het project in Wijk<br />

bij Duurstede (zie pagina hiernaast). ‘Onderwijs is erg<br />

belangrijk, en het is leuk om dingen aan jonge men-<br />

sen door te geven. Nadat ik dat project in Wijk had<br />

gehad, was ik op zondag aan het fietsen bij Wouden-<br />

berg en toen werd ik herkend door zo’n stoere jongen<br />

op een brommer. Dat is toch mooi, zoiets?’ •<br />

1 5


M a a r t e n L e m m e n s<br />

aktief<br />

Heemschut<br />

Meldingen<br />

www.heemsc<br />

Hoe werkt Heemschut? Hoe gaat dat beschermen van monumenten (en hun<br />

omgeving!) nu precies in zijn werk? Het leek ons aardig en verhelderend<br />

om dat aan de hand van een praktijkvoorbeeld te verduidelijken.<br />

Een belangrijke bron van informatie zijn de meldingen<br />

die we van ‘gewone burgers’ krijgen, dat wil zeggen<br />

van mensen die niet beroepsmatig met monumenten<br />

te maken hebben. Het kan zijn dat ze in hun regionale<br />

krant hebben gelezen, of anderszins te horen hebben<br />

gekregen dat er plannen zijn met een gebouw, een<br />

straat, molen of boerderij in hun regio van mogelijk<br />

historisch of architectonisch belang. Ook al weten de<br />

melders niet alle details over een bepaalde kwestie,<br />

we stellen toch veel prijs op hun melding; iedere<br />

inlichting is voor ons van belang en kan ons op het<br />

spoor zetten van een kwestie waar we misschien<br />

anders ongemerkt aan voorbij zouden gaan.<br />

Meldingen komen binnen via de post of per telefoon,<br />

maar sinds een jaar ook steeds meer via onze websi-<br />

te. Op www.heemschut.nl/meldpunt/index.htm. kun-<br />

nen meldingen aan ons worden opgestuurd, zonder<br />

dat de melder in de pen hoeft te klimmen of de tele-<br />

foon hoeft te pakken. Als verhelderend voorbeeld kan<br />

het nu volgende verhaal dienen.<br />

Casus Emmalaan 2<br />

Op 25 februari tipte een buurtbewoner van de Emma-<br />

laan in Driebergen ons over aanstaande verbouwplan-<br />

nen van een rijksmonument op nummer 2. Het<br />

betreft een monumentale Jugendstil villa van rond<br />

1900. Op dit moment is dit pand in gebruik als<br />

dependance van zorginstelling De Zonnenberg.<br />

Een dergelijke opzet voorziet kennelijk in een grote<br />

behoefte, want er is een grote uitbreiding gepland in<br />

de vorm van een geheel nieuwe, twee verdiepingen<br />

hoge aanbouw aan de achterzijde. Helaas zal deze<br />

nieuwbouw inbreuk maken op het monumentale karak-<br />

ter van het pand en de sfeervolle tuin. Wel dient ver-<br />

meld te worden, dat het monument als zodanig geen<br />

schade zal ondervinden van de aanbouwplannen.<br />

Wat gebeurt er met een melding?<br />

Allereerst gaan we meestal kijken of het betreffende<br />

pand in ons oog monumentale waarde heeft.<br />

Het kan op het eerste gezicht weinig spectaculair<br />

ogen, maar misschien is het in zijn omgeving wel<br />

degelijk van architectonisch of historisch belang.<br />

Vervolgens gaan we na of het op de gemeentelijke<br />

monumentenlijst staat. Let wel: een plaats op de<br />

monumentenlijst wil niet automatisch zeggen dat een<br />

gebouw of omgeving wettelijke bescherming geniet!<br />

Het betekent dat de gemeente het architectonische<br />

belang ervan inziet, maar verder kunnen er geen rech-<br />

1 6 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


hut.nl/utrecht<br />

ten aan worden ontleend. Het blijft dus ook in dat<br />

geval oppassen. Staat het pand niet op de lijst, maar<br />

vinden we dat het daar op zou moeten staan, dan<br />

sturen we een brief naar de gemeente waarin we<br />

ar gumenten aandragen waarom dat ons inziens wel<br />

terecht zou zijn.<br />

Wat is er vervolgens gebeurd? De Provinciale<br />

Commissie heeft in overleg met de melder getracht<br />

wegen te zoeken om de plannen te wijzigen, dan wel<br />

te verhinderen. We waren, na het bekijken van de<br />

bouwtekeningen, niet erg ingenomen met de geplan-<br />

de aanbouw, die noch in stijl, noch in ontwerp aan-<br />

sloot bij het bestaande gebouw. In een brief aan de<br />

gemeente hebben we dit laten weten, en ook gepleit<br />

voor een passende uitbreiding. Gezien het maat-<br />

schappelijk belang van de plannen – het voorziet<br />

immers in een grote behoefte – hebben wij uiteindelijk<br />

besloten van verdere acties af te zien.<br />

Conclusie<br />

Iedere melding wordt serieus genomen en grondig<br />

onderzocht. Bij ieder geval maken we de afweging of<br />

het zinvol is om stappen te ondernemen, en welke<br />

het doel het beste zouden kunnen dienen. Zoals uit<br />

bovenstaand verhaal blijkt, is het niet altijd mogelijk<br />

om de melder volledig tevreden te stellen, maar we<br />

houden bij ons besluit ook rekening met maatschap-<br />

pelijke belangen en ontwikkelingen die aanpassingen<br />

en wijzigingen noodzakelijk maken. En ook al zijn we<br />

met de vorm van de uitbreiding niet erg gelukkig, het<br />

monument zelf blijft gelukkig ongeschonden.<br />

In kort bestek<br />

Stationskoffiehuis Maarsbergen in verval<br />

Het voormalige stationskoffiehuis ‘De Grote Bloem-<br />

heuvel’ in Maarsbergen verkeert in staat van verval.<br />

Het als rijksmonument aangemerkte gebouw is niet<br />

meer in gebruik en wordt ook niet onderhouden.<br />

De gemeente Maarn is op deze kwestie gewezen, en<br />

is hopelijk bereid het betreffende cultuurhistorisch<br />

belangrijke gebouw van de ondergang te redden.<br />

Zichtas op Slot Zeist verder belemmerd<br />

In de vorige GM 2 maakten we melding van onze<br />

bedenkingen over het planten van bomen langs de<br />

Slotlaan in Zeist. Helaas zet de gemeente haar plan-<br />

nen ongewijzigd door, zodat het zicht op Slot Zeist<br />

nog verder belemmerd zal worden. •<br />

Wilt u reageren, dan kunt u schrijven naar onze secretaris, dhr. H. Kuiper, Mijzijde 49, 3471 GP, Kamerik of mailen naar kuiper.duijnker@wxs.nl.<br />

Of bezoek onze website op www.heemschut.nl/utrecht U kunt ook bellen naar ons landelijk kantoor op 020- 622 52 92.<br />

1 7


F r e d Vo g e l z a n g<br />

Een nieuwe molen<br />

De molenaar bekleedde een belangrijke positie in de lokale samenleving, want de<br />

molen was een hoofdschakel in het economische leven. Brood was het volksvoedsel<br />

bij uitstek en in het proces van graan naar brood speelde de molen een hoofdrol.<br />

Molenaars meenden zich dan ook veel te kunnen veroorloven. Dat bleek weer eens<br />

bij een onderzoek naar IJsselstein in de 18de eeuw.<br />

Al sinds Willem de Zwijger bevond IJsselstein zich<br />

in een bijzondere positie: de stad en de baronie,<br />

bestaande uit de schoutambten van IJsselstein,<br />

Benschop en Noord-Polsbroek, werden direct<br />

bestuurd door de stadhouders uit het huis van<br />

Oranje. In 1731 schonk de toenmalige stadhouder<br />

Willem IV aan zijn moeder de baronie IJsselstein<br />

als ‘weduwgoed’. Marie Louise van Hessen Kassel,<br />

die uit genegenheid de bijnaam Marijke Meu kreeg<br />

(Tante Marijke), bemoeide zich intensief met haar<br />

onderdanen in IJsselstein, al verbleef ze meestentijds<br />

aan het hof in Leeuwarden. Het dagelijks bestuur liet<br />

ze over aan een drost. Zij bleef echter degene die de<br />

beslissingen moest goedkeuren en daarom was zij<br />

degene die toestemming gaf om de stadskorenmolen,<br />

die in de zuidwesthoek op de stadsmuur stond, rond<br />

1735 te vervangen.<br />

De bestaande molen was een houten wipkorenmolen.<br />

Niet alleen was hij flink versleten, hij was ook een<br />

1 8 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


Als de molenaar schept<br />

en de bakker nept...<br />

gevaar voor zijn omgeving. De wieken hadden al twee-<br />

maal een nietsvermoedende voorbijganger geschept.<br />

In één geval met dodelijke afloop, terwijl het tweede<br />

slachtoffer zo’n dreun had gekregen, dat zijn hoofd<br />

blijvend werd ontsierd door een enorm litteken.<br />

Daarom werd besloten de nieuwe molen in steen op<br />

te trekken en op een stelling op de muur te plaatsen.<br />

Zijn wieken draaiden 20 voet (ongeveer 6 meter)<br />

boven de grond en de molen stak hoog boven de<br />

omliggende bebouwing uit. Naast de kerktoren was<br />

het het hoogste gebouw in de stad, zoals duidelijk op<br />

afbeeldingen te zien is.<br />

Een nieuwe kerk<br />

Johannes Govers werd na een opleiding in Antwerpen<br />

in 1767 kapelaan in IJsselstein. Drie jaar later volgde<br />

hij de overleden pastoor Bongaards op. Daarna groei-<br />

de het aantal katholieken in de stad flink, misschien<br />

wel door Govers’ populariteit. Zij kerkten in een<br />

gebouw uit 1695, dat, zoals dat in die tijd verplicht<br />

was, er niet als een publiek kerkgebouw mocht uit-<br />

zien. Er kwamen zoveel mensen op de diensten af,<br />

dat ‘daar door een groot gedeelte derzelve op kerk-<br />

daagen voor en agter dat gebouw op de publique<br />

G e z i c h t o p d e m o l e n v a n a f o n g e v e e r d e z e l f d e p l e k a l s<br />

d e t e k e n i n g u i t 179 9 . D e m o l e n s t a a t e r n o g , i n m i d d e l s<br />

g e r e s t a u r e e r d . D e p o o r t e n d e w a l z i j n v e r d w e n e n .<br />

straat tot merkelijke ergernis op hunne knien leggen-<br />

de derselver godsdienst verricht 1 ’. Het kerkgebouw<br />

stond aan de Have(n)straat, een meter of 50 van de<br />

molen vandaan. Tussen de straat en het gebouw was<br />

nog een stuk open erf, en in 1779 verzocht Govers het<br />

stadsbestuur om de oude kerk te mogen afbreken en<br />

op diezelfde plaats een nieuw en groter ‘kerkhuys’ te<br />

mogen neerzetten.<br />

De regenten van de stad waren overtuigd van de<br />

noodzaak van deze ingreep, niet alleen vanwege de<br />

ergernis over de knielende gelovigen op straat maar<br />

ook door de ‘slegthijd en bouwvallighijd’ van het<br />

bestaande onderkomen. Maar de magistraat was blijk-<br />

baar bang zich aan koud water te branden. Ze schoven<br />

de beslissing door ‘omdat ons niet onbekent is, wat<br />

voor precautien deezen aangaende in de Republicq<br />

plaatse hebben en wij vreesden, dat men zomtijds van<br />

ons mogten denken, dat wij dit stuk met geen te groote<br />

omzichtigheid hadden behandeld 2 ’. Liever lieten ze de<br />

Domeinraad, die de bezittingen van de stadhouder in<br />

zijn naam bestierde, de beslissing nemen. Waren ze<br />

bang om beschuldigd te worden van katholieke sym-<br />

pathieën? De katholieken waren in deze periode ten-<br />

slotte tweederangs burgers. Ze waren uitgesloten van<br />

overheidsambten en regeringsposten. Dat was ook te<br />

merken aan hun sociale en economische positie: veel<br />

katholieken in IJsselstein woonden in kleine huisjes of<br />

kameren, waren los arbeider of boerenknecht.<br />

De Domeinraad was blijkbaar wat geërgerd over de<br />

bangige opstelling. Wilde het stadsbestuur nu wel of<br />

niet dat die kerk werd vergroot? Het bestuur haastte<br />

zich om het nut van een nieuwe katholieke kerk te<br />

bevestigen. Timmerman Gerrit van Spanjen kreeg<br />

toen opdracht om een bestek te maken. Van Spanjen<br />

was een van de weinige katholieken die tot de rijkere<br />

inwoners behoorde: hij was feitelijk een soort aannemer<br />

en bezat diverse huizen in IJsselstein.<br />

Molenaar in de contramine<br />

De bouw was al een flink eind op streek toen een<br />

nieuwe hindernis opdoemde. Rentmeester Cornelis<br />

Johannes van Affelen Codde, die de goederen van de<br />

stadhouder in IJsselstein beheerde, was door mole-<br />

1 9


D e B e n s c h o p p e r p o o r t i n 179 9 m e t o p d e a c h t e r g r o n d ’s h e e r e n k o r e n m o l e n . ( t e k e n i n g A . C l a t e r b o s , H U A )<br />

naar Gerrit Brouwer aangesproken op het feit, dat het<br />

nieuwe kerkgebouw niet alleen groter, maar ook hoger<br />

zou worden. Brouwer kwam met twee getuige-deskun-<br />

digen, de molenmakers Hijmen van Zijll uit Benschop<br />

en Jan Theunisse Blanke uit Haastrecht. Die heren<br />

beweerden dat verhoging van het kerkgebouw met<br />

12 voet negatieve gevolgen zou hebben voor de<br />

molen. Pastoor Govers had echter ook bij enkele<br />

molenaars geïnformeerd. Die waren, misschien niet<br />

verwonderlijk, veel minder overtuigd van de hinder die<br />

het verhoogde dak voor de molen zou opleveren.<br />

Het stadsbestuur zat met een probleem: zij zelf had-<br />

den niet voldoende kennis van zaken om te kunnen<br />

beslissen, welk standpunt het juiste was. Ze keken<br />

nog eens kritisch naar de aangedragen bewijsvoering<br />

en concludeerden al vrij snel, dat molenaar Brouwer<br />

de boel had belogen. Ten eerste waren de door hem<br />

aangehaalde molenmakers nooit in IJsselstein komen<br />

kijken. Dat was des te ernstiger, omdat de situatie die<br />

Brouwer hen geschetst had, niet klopte met de werke-<br />

lijkheid. De molen stond in de zuidwesthoek van de<br />

stad, de kerk ten noordoosten daarvan. Bij de meest<br />

voorkomende windrichting, zuidwest, had de molen<br />

dus weinig van de kerk te vrezen. Alleen bij de veel<br />

zeldzamere oostenwind kon hij wat hinder ondervin-<br />

den. Brouwer echter had de relatieve positie van kerk<br />

en molen verkeerd voorgesteld. Bovendien had hij in<br />

zijn brief aan de molenmakers het dak van de kerk<br />

hoger afgeschilderd dan het in werkelijkheid zou wor-<br />

den. Hij had nog meer leugens verteld: het deel van<br />

de wieken dat geen wind zou vangen had hij schro-<br />

melijk overdreven en hij had een heel verhaal over<br />

gevaarlijke valwinden opgehangen, die gezien de<br />

afstand tussen kerk en molen, volstrekt uit de lucht<br />

gegrepen was.<br />

De regenten waren ontstemd over het feit, dat Brouwer<br />

pas maanden nadat het bestek was afgerond, bezwaar<br />

maakte. Gerrit van Spanjen had de kap al bijna klaar.<br />

Desgevraagd gaf die aan, dat als hij een nieuwe, lage-<br />

re kap moest bouwen, hij van voren af aan kon begin-<br />

nen. Al het hout was al gereed en dat kon zo de kachel<br />

in. Een ingreep nu zou een tegenvaller betekenen van<br />

dik 1000 gulden. Kosten, die de door de enorme vee-<br />

sterfte van de laatste jaren, door de sterk verarmde<br />

katholieke bevolking niet konden worden opgebracht.<br />

Dat moest dus uit de stadskas komen, geen prettig<br />

vooruitzicht.<br />

2 0 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


l i n k s G e z i c h t o p d e s t a d I j s s e l s t e i n i n 174 4 . L i n k s i s d e B e n s c h o p p e r p o o r t z i c h t b a a r, d e m o l e n s t a a t p r o m i n e n t o p d e s t a d s w a l . H e t h u i s d i r e c t<br />

r e c h t s d a a r v a n , m e t d e t r a p g e v e l , i s d e o u d e s c h u i l k e r k . U k i j k t v a n u i t h e t z u i d w e s t e n . ( Te k e n i n g v a n H . S p i l m a n n a a r J . d e B e y e r, H U A )<br />

r e c h t s D e k a t h o l i e k e s c h u i l k e r k i s i n m i d d e l s a f g e b r o k e n : d e v i e r h u i z e n h i e r a a n d e H a v e n s t r a a t v o r m d e n v r o e g e r d e p a s t o r i e v a n d i e k e r k .<br />

En dan had Brouwer zelf zich ook nog misdragen.<br />

Toen Govers’ getuige-deskundige molenaars de zaak<br />

in ogenschouw waren komen nemen, had Brouwer<br />

‘extremiteiten tegen hen gepleegd 3 ’. Dat gaf geen<br />

pas. En om Brouwer alle argumenten uit handen te<br />

slaan boden de katholieken aan, zijn pacht over te<br />

nemen. Als hij dan zoveel hinder zou ondervinden<br />

van de kerk en bevreesd was voor onvoldoende<br />

inkomsten, dan was hij vast wel genegen om de molen<br />

over te doen. Brouwer moest zich schikken en niet<br />

lang daarna kon het nieuwe kerkgebouw in gebruik<br />

worden genomen.<br />

Stuifmeel<br />

Een nieuw schandaal kwam in 1791 aan de opper-<br />

vlakte. Nu waren het de bakkers van IJsselstein die<br />

te hoop liepen tegen de molenaar. Opnieuw had<br />

Brouwer zich van de steun van de machtige rentmees-<br />

ter Van Affelen Codde verzekerd, maar weer zou het<br />

niet helpen. Wat was het probleem? De boeren van<br />

IJsselstein waren verplicht hun graan te malen bij<br />

‘’s heeren molen’, waar Brouwer de pachter van was.<br />

De bakkers waren verplicht hun meel van de molen te<br />

betrekken. Boeren en bakkers waren dus afhankelijk<br />

van de molenaar. Er waren echter al jarenlang klach-<br />

ten over Brouwers werkwijze. Bij het malen van graan<br />

kwam het meeste meel in de daarvoor bestemde zak-<br />

ken terecht, maar een deel werd door de middelpunt-<br />

vliedende kracht van de draaiende molenstenen naar<br />

Bronnen<br />

buiten ‘gestoven’. Dit ‘stuifmeel’ mocht de molenaar<br />

gebruiken voor eigen consumptie. Eventuele restjes<br />

mocht hij verkopen. Brouwer zag hier wel brood in.<br />

Door op een bepaalde manier te malen, kon hij de<br />

hoeveelheid stuifmeel vergroten. Vervolgens verkocht<br />

hij dit meel onder de prijs van de bakkers. Dat was<br />

een winstgevend handeltje, dat niet alleen de bakkers<br />

maar ook de boeren dupeerde. Die kregen tenslotte<br />

relatief minder meel voor hun graan. Als ze klaagden,<br />

dan liepen ze echter het gevaar dat de molenaar hun<br />

graan ‘verkeerd’ zou malen, met als gevolg meel van<br />

slechte kwaliteit, dat dus weinig opbracht. Brouwer<br />

werd er ook van verdacht slecht meel van een eerdere<br />

maalbeurt aan een boer te leveren die hem niet beviel.<br />

Controle was lastig, omdat de boeren meestal alleen<br />

waren met de molenaar. Getuigen waren nauwelijks<br />

te vinden. Bovendien gaf Brouwer altijd zijn knecht<br />

de schuld.<br />

Omdat nu de pacht van de molen vernieuwd moest<br />

worden, konden de gedupeerde bakkers eindelijk<br />

optreden. Ondanks een verweerschrift van Brouwer,<br />

dat bij nader inzien onder dwang door enkele boeren<br />

was ondertekend, wisten zij het stadsbestuur er van<br />

te overtuigen, Brouwer te verbieden nog langer meel<br />

te verkopen. Ze boden hem daarvoor een schadeloos-<br />

stelling. Ook werd de molenaar verplicht, altijd bij het<br />

malen aanwezig te zijn. Zo kwam er een einde aan de<br />

oneerlijke concurrentie. •<br />

1 Uit Gemeentearchief IJsselstein tot 1811, inv.nr. 701, 17 juli 1779<br />

2 Familiearchief De Beaufort, inv.nr. 1666, brief van vicedrost Van der Meulen aan Joachim de Beaufort, 27 juli 1779<br />

3 Gemeentearchief IJsselstein tot 1811, inv.nr 701, 27 april 1780<br />

Het <strong>Utrecht</strong>s Archief: Familiearchief De Beaufort, Archiefzorg Lopikerwaard, Gemeentearchief IJsselstein tot 1811.<br />

2 1


K a j v a n V l i e t<br />

Wonder<br />

Inventaris Domkapittel en vele andere geheel vernieuwd<br />

vermenigvuldiging<br />

Bezoekers van Het <strong>Utrecht</strong>s Archief die<br />

veel werken met oudere inventarissen,<br />

kennen ze maar al te goed: zogenaamde<br />

seriebeschrijvingen onder één nummer,<br />

waarachter dikwijls lange rijen pakken,<br />

banden of delen schuilgaan. ‘Crimineele<br />

stukken etc., 1577–1794. 204 pakken’ – en<br />

vind dan maar eens het juiste pak. Maar<br />

dat probleem is binnenkort verleden tijd,<br />

wanneer alle inventarissen van de nodige<br />

deelbeschrijvingen zijn voorzien.<br />

A f l a a t u i t g e g e v e n d o o r p a u s C l e m e n s t e n b e h o e v e v a n<br />

d e b o u w v a n d e n i e u w e D o m t e U t r e c h t , 2 m e i 1 2 6 5 .<br />

Volkomen onnoodig<br />

Voor Samuel Muller, die een eeuw geleden als<br />

gemeente- en rijksarchivaris in <strong>Utrecht</strong> de basis legde<br />

voor het toegangenapparaat van het tegenwoordige<br />

HUA, was het een uitgemaakte zaak. ‘Serieën moeten<br />

niet stuksgewijze, maar onder één nummer worden<br />

beschreven,’ zo stelt hij in paragraaf 42 van de ver-<br />

maarde Handleiding voor het ordenen en beschrijven<br />

van archieven uit 1898, die nog altijd als richtingge-<br />

vend wordt beschouwd door de Nederlandse archivis-<br />

tiek. ‘Een dergelijke stuksgewijze beschrijving veroor-<br />

zaakt belangrijk ruimteverlies en is volkomen onnood-<br />

ig daar de stuksgewijze beschrijving volstrekt niets er toe<br />

brengt, om den gebruiker van den inventaris een dui-<br />

delijker beeld te geven van hetgeen er in een archief<br />

voorhanden is.’ Mullers inventarissen blinken dan ook<br />

uit door beknoptheid. Desgewenst wilde hij de afzon-<br />

derlijke delen of pakken van een serie nog wel een<br />

eigen nummer toekennen – ‘voor het behoud der orde<br />

in het archief’ – maar een beschrijving van de onder-<br />

scheidende kenmerken van deze nummers was voor<br />

hem taboe.<br />

Praktische overwegingen dwingen de archivaris van<br />

vandaag de dag echter tot een andere keuze op dit<br />

punt. Waar het aantal strekkende meters archief en<br />

het volume van het studiezaalbezoek tegenwoordig<br />

van een volstrekt andere grootheid zijn dan in de<br />

dagen van Muller, worden veel hogere eisen gesteld<br />

aan de inrichting van de depots en de vindbaarheid<br />

van de stukken. Om al die kilometers archief in korte<br />

tijd op een adequate wijze in de studiezaal beschik-<br />

baar te kunnen stellen, is het onvermijdelijk dat ieder<br />

bestanddeel van een eigen kenmerk èn een eigen<br />

be schrijving wordt voorzien. Vandaar dat Het <strong>Utrecht</strong>s<br />

Archief drie jaar geleden is begonnen met het zoge-<br />

naamde specificatieproject, een project met één simpel<br />

2 2 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


aarlijke<br />

K a a r t j e v a n e e n o n b e k e n d p e r c e e l m e t e e n b o e r d e r i j u i t h e t b e g i n v a n d e 17 e e e u w. H e t a r c h i e f v a n h e t D o m k a p i t t e l b e v a t v e e l<br />

m a t e r i a a l o v e r d e l a n d e r i j e n d i e e i g e n d o m w a r e n v a n h e t k a p i t t e l , z o a l s p a c h t r e g i s t e r s e n k a a r t e n . D e b o e r d e r i j o p d i t k a a r t j e<br />

i s g e b o u w d v a n l e e m e n v o o r z i e n v a n e e n r i e t e n d a k . E r i s s l e c h t s é é n b e r g , d u s e r h o o r d e n i e t v e e l w e i l a n d b i j h e t b e d r i j f . D e<br />

b o e r v e r b o u w d e w e l f r u i t e n h i j h i e l d e e n d e n . ( A r c h i e f v a n h e t D o m k a p i t t e l , i n v. n r. 1 4 3 9 . )<br />

doel: alle serie- of verzamelbeschrijvingen in de<br />

bestaande inventarissen waar nodig te voorzien<br />

van deelbeschrijvingen.<br />

30.000 nieuwe beschrijvingen<br />

Voorwaar een gigantische klus! Maar liefst 180 toe-<br />

gangen moesten onder handen worden genomen,<br />

waarbij de toegangen in veel gevallen eerst via de<br />

computer moesten worden ingevoerd, alvorens de<br />

bestaande beschrijvingen konden worden aangepast.<br />

Vele duizenden nieuwe (sub-)nummers moesten wor-<br />

den toegevoegd om alle bestanddelen in deze toegan-<br />

gen van een eigen kenmerk te voorzien. En dat bete-<br />

kende niet alleen werk voor de inventarisator en de<br />

beheerder van het archiefbeheersysteem maar ook<br />

voor de verpakkers, waar oude verpakkingseenheden<br />

niet meer voldeden of nieuwe etiketten moesten wor-<br />

den aangebracht. Soms bleek de bewerking van een<br />

toegang zo ingrijpend dat voor een complete vernum-<br />

mering werd gekozen. En passant werden ook tal van<br />

2 3


handgeschreven wijzigingen en aanvullingen in de<br />

diverse toegangen verwerkt. Al deze handelingen kon-<br />

den alleen dankzij de inzet van vele mensen achter de<br />

schermen worden gerealiseerd, en dat alles onder de<br />

enthousiaste leiding van Annelot Vijn.<br />

Nu het einde van het project in zicht komt, beginnen<br />

de resultaten op de studiezaal duidelijk zichtbaar te<br />

worden. In totaal zijn er al ca. 30.000 nieuwe beschrij-<br />

vingen vervaardigd. Tientallen toegangen zijn inmid-<br />

dels vervangen door een nieuwe versie en vele andere<br />

zullen volgen in de tweede helft van dit jaar.<br />

Daaronder bevinden zich belangrijke inventarissen als<br />

die van het stadsarchief (SA) en de bij het stadsarchief<br />

bewaarde archieven (BA) en een aantal van de even-<br />

eens in druk gepubliceerde gebundelde inventarissen<br />

van het Gemeentearchief. Daarnaast is ook veel werk<br />

verricht aan de inventarissen van de <strong>Utrecht</strong>se kapit-<br />

tels. Van het kapittel van St. Pieter was al eerder een<br />

aangepaste versie op de studiezaal verschenen, maar<br />

in het kader van dit project komen nu ook de inventa-<br />

rissen van de vier andere grote kapittels aan bod.<br />

Domkapittel<br />

De grootste daarvan, die van het Domkapittel, een<br />

inventaris met meer dan 4400 inventarisnummers,<br />

is inmiddels door de inzet van Theo van de Sande<br />

geheel voltooid. Niet zonder gevoel van weemoed is<br />

onlangs de oude gedrukte inventaris van K. Heeringa<br />

uit 1929 van de studiezaal verwijderd, om plaats te<br />

maken voor een geheel herziene versie met meer dan<br />

11.000 beschrijvingen! Een deel van de nieuwe num-<br />

mers is ontleend aan de specificaties en bijschrijvin-<br />

gen in de oorspronkelijke inventaris, een ander deel<br />

aan de al eerder aan de inventaris toegevoegde lijst<br />

van charters en kaarten. Daarnaast werden ook veel<br />

nieuwe deelbeschrijvingen vervaardigd. Al deze deel-<br />

beschrijvingen zijn nu, elk met een eigen subnummer,<br />

geïntegreerd in de bestaande inventaris. Tegelijkertijd<br />

is de tekst van de oude gedrukte inventaris gemoder-<br />

niseerd en zijn de beschrijvingen van Heeringa waar<br />

nodig aangepast aan de hedendaagse archivistische<br />

conventies. Bovendien zijn alle aanvullingen en wijzi-<br />

gingen op de inventaris, zowel degene die in 1951<br />

door Ph.J.G.G. van Hinsbergen tezamen met de index<br />

in druk waren gepubliceerd als de latere bijschrijvin-<br />

gen in het studiezaalexemplaar, in de nieuwe versie<br />

van de inventaris verwerkt. Een geweldige verbetering<br />

kortom van de inventaris uit 1929, waar de gebruiker<br />

veel genoegen en gemak van zal hebben. Later dit jaar<br />

zal ook van de inventarissen van de kapittels van Oud-<br />

munster, St. Jan en St. Marie een nieuwe, actuele ver-<br />

sie op de studiezaal verschijnen.<br />

Ook op internet<br />

H e t a r c h i e f v a n h e t D o m k a p i t t e l<br />

i s v o o r h e t e e r s t e g e ï n v e n t a r i s e e r d<br />

d o o r d e r i j k s a r c h i v a r i s s e n d r. P. J .<br />

Ve r m e u l e n e n m r. S . M u l l e r F z n .<br />

M u l l e r z i t o p d e z e f o t o i n h e t<br />

a r c h i e f k a m e r t j e v a n d e D o m<br />

g e b o g e n o v e r d e s t u k k e n .<br />

Al deze inspanningen bieden de bezoeker nog een<br />

ander groot voordeel. Dankzij alle bewerkingen die in<br />

het kader van het specificatieproject zijn verricht, kun-<br />

nen de digitale bestanden van deze toegangen nu<br />

zonder problemen worden geconverteerd en beschik-<br />

baar gesteld via het internet. In een aantal gevallen is<br />

die stap reeds gezet, maar in de loop van 2004 en<br />

2005 zullen ook alle andere inventarissen aan de<br />

beurt komen. Zo zal binnenkort reeds een aanvang<br />

worden gemaakt met de conversie van de inventaris<br />

van het Domkapittel. Naar verwachting zullen de meer<br />

dan 11.000 beschrijvingen uit deze inventaris in het<br />

najaar via de website van HUA beschikbaar zijn. •<br />

2 4 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


N e t t i e S t o p p e l e n b u r g<br />

Digitaal<br />

bronnenpakket<br />

over de stad <strong>Utrecht</strong> in de Tweede Wereldoorlog<br />

Sinds kort vindt u op de site van Het <strong>Utrecht</strong>s Archief<br />

een digitaal bronnenpakket over de stad <strong>Utrecht</strong> in de<br />

Tweede Wereldoorlog. Dit pakket biedt 69 gescande<br />

afbeeldingen en documenten, die u door middel van<br />

een zoomfunctie goed kunt bekijken op uw computer-<br />

scherm. Hierbij moet u denken aan foto’s, affiches,<br />

spotprenten, distributiebonnen, illegale kranten, per-<br />

soonsbewijzen, verordeningen van de bezetter en<br />

brieven. Deze bronnen zijn afkomstig uit Het <strong>Utrecht</strong>s<br />

Archief. Het onderwerp is onderverdeeld in vijf the-<br />

ma’s, namelijk dagelijks leven, collaboratie, propagan-<br />

da en censuur, Jodenvervolging en verzet. Leerlingen<br />

kunnen thuis of op school zelfstandig onderzoek doen<br />

naar dit onderwerp. Door het beantwoorden van vra-<br />

gen bij de verschillende bronnen kunnen ze een werk-<br />

stuk samenstellen.<br />

Het bronnenpakket is met name bedoeld als lespak-<br />

ket voor het vak geschiedenis voor leerlingen van de<br />

derde klas van HAVO en VWO, maar is voor geïnte-<br />

resseerden in de geschiedenis van <strong>Utrecht</strong> (1940-1945)<br />

zeker de moeite van het bekijken waard. Zo vindt u bij-<br />

voorbeeld foto’s van de beroemde fotograaf Nico Jesse.<br />

Het digitale bronnenpakket <strong>Utrecht</strong> in de Tweede<br />

Wereldoorlog werd gemaakt door Mieke Heurneman<br />

in opdracht van Het <strong>Utrecht</strong>s Archief. •<br />

www.hetutrechtsarchief.nl<br />

2 5


J a c q u e l i e n Vr o e m e n<br />

Jubil<br />

Het <strong>Utrecht</strong>s Klokkenluiders Gilde (U KG) is 25 jaar gele-<br />

Klokken<br />

den opgericht door een aantal padvinders, die bevreesd<br />

Het nukkige touw rukt<br />

waren dat de aloude traditie van het handluiden verloren<br />

zou gaan. Toentertijd was er weinig waardering voor dit<br />

soort oude tradities en juist bij tradities wil het U KG<br />

aansluiting vinden.<br />

Dat zien we al terug in de naamgeving: het woord<br />

gilde roept associaties op met middeleeuwse hand-<br />

werkslieden en oude ambachten. De klokken werden<br />

in het verleden geluid door burgers van de stad, een<br />

eigen gilde was er niet. De gildegedachte is echter wel<br />

een leidraad geweest voor de oprichters: zij hebben<br />

oude gebruiken die met gilden samenhingen, zoals<br />

de onderlinge saamhorigheid, gedeeld vakmanschap<br />

en gildemaaltijden, een voorname plaats gegeven.<br />

Het 25-jarig bestaan wordt onder meer gevierd met<br />

het laten gieten van een eigen Gildeklok. Deze Bertken-<br />

klok zal komende winter in de Buurtoren komen te<br />

hangen en dan geluid worden ter ere van speciale<br />

gildegelegenheden.<br />

Arie Noordermeer (42) is sinds een jaar secretaris<br />

van het bestuur van het UKG. Vol enthousiasme leidt<br />

hij mij rond in het ‘werkvertrek’ van de klokkenluiders,<br />

de klok aarzelend in gang.<br />

Pure trekkracht brengt het<br />

krakende gewicht in kadans.<br />

Slag na slag worden<br />

de vibraties uit het<br />

eeuwenoude bronzen<br />

lichaam geslagen.<br />

Tot een volle galm<br />

de toren verlaat,<br />

een klankvolle echo<br />

boven de stad zweeft.<br />

Eberhard C. Roest,<br />

lid van het U KG<br />

de luidzolder in de Domtoren. In de klokkenzolder,<br />

een verdieping hoger, wijst hij naar de touwen en<br />

noemt de namen van de bijbehorende klokken en<br />

maakt al pratend enkele geroutineerde luidmeesters-<br />

gebaren. De luidmeester is de baas van het luiden.<br />

Hij bepaalt de combinaties van de klokken en hoe<br />

lang elke klok geluid wordt. Er zijn verschillende ‘luid-<br />

schema’s’, die vaak te maken hebben met de tijd van<br />

het jaar. Zo wordt in de Mariamaand altijd de klok<br />

met de naam ‘Maria’ meegeluid. Zo’n schema is geen<br />

echte partituur, zoals bij een carillion. Klokken worden<br />

gewoon enkele minuten geluid. Soms, bij speciale fes-<br />

tivals, wordt er een complexer luidschema opgezet.<br />

‘Maar dan heeft nog maar iets van een excell-bestandje.’<br />

De luidmeester moet niet alleen een muzikaal gehoor<br />

hebben. Hij of zij let ook op of alle klokken wel op de<br />

goede sterkte worden geluid. Als iemand te zacht luidt,<br />

‘hoor je wel bim maar geen bam’ en als iemand te hard<br />

2 6 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


eum<br />

voor het <strong>Utrecht</strong>s Klokkenluiders Gilde<br />

f o t o ’s o p d e l i n k e r p a g i n a , b o v e n : A r i e g e e f t h e t s e i n ‘s t o p p e n m e t l u i -<br />

d e n ’. D e l u i d m e e s t e r b e d i e n t z i c h v a n g e b a r e n t a a l o m d e l u i d e r s a a n t e<br />

s t u r e n . o n d e r : A r i e g e e f t h e t s e i n ‘s t o p p e n e n a f r e m m e n ’. r e c h t s : e e n<br />

d e e l v a n d e h o u t e n k l o k k e n s t o e l , m e t e e n s t u k v a n e e n o p h a n g b a l k – t o t<br />

A r i e s g r o t e s p i j t i s d e z e v a n s t a a l e n n i e t v a n h o u t g e m a a k t . D e k l o k -<br />

k e n s t o e l i s b e g i n 2 0 e e e u w v e r n i e u w d . H e t h o u t v a n d e o u d e k l o k k e n -<br />

s t o e l i s g e b r u i k t v o o r h e t m e u b i l a i r i n d e M i c h a e l s k a p e l o p d e e e r s t e<br />

v e r d i e p i n g v a n d e D o m t o r e n . f o t o ’s o p d e r e c h t e r p a g i n a , l i n k s : A r i e m e t<br />

d e k l e p e l – h e t a f g e k l o v e n a p p e l m o d e l – v a n d e S a l v a t o r, d e g r o o t s t e<br />

k l o k i n d e D o m t o r e n . r e c h t s : A r i e m e t h e t l u i d s c h r i f t v a n d e l u i d m e e s -<br />

t e r. b o v e n : e e n v a n d e k l e i n e r e k l o k k e n , g e g o t e n i n 1 9 8 2 .<br />

‘Luiden geeft een<br />

gevoel van macht’<br />

luidt is dat ook niet goed voor de klok. De luidmeester<br />

houdt vanouds in een luidschrift bij welke klokken<br />

geluid zijn (om ze allemaal evenveel aan bod te laten<br />

komen), welke luiders er waren en bij welke gelegen-<br />

heid geluid is. Dat laatste is natuurlijk erg interessant<br />

voor het nageslacht. De luidschriften gaan eeuwen<br />

terug en in oude exemplaren, die bewaard worden in<br />

Het <strong>Utrecht</strong>s Archief, is bijvoorbeeld te vinden met<br />

welke klokken geluid is voor de dood van Willem van<br />

Oranje of bij de intocht van Karel V. Voor Arie is het<br />

een historische sensatie om met diezelfde klokken te<br />

kunnen luiden.<br />

Nieuwe historische momenten kunnen ook worden<br />

aangegrepen om de klokken te luiden. Zo had Arie de<br />

noodklok willen luiden bij de afsluiting van de demon-<br />

stratie tegen de uitzetting van asielzoekers, die eindig-<br />

de op het Domplein. Het stadsbestuur gaf geen toe-<br />

stemming: nu moesten de mensen met een eigen<br />

klokje luiden, en dat terwijl daarboven in de Dom...<br />

Ik leg hem het gedicht (zie linkerpagina) voor. Arie<br />

reageert: ‘Ja, dat is wel mooi. Het drukt voor mij het<br />

gevoel uit van de Paasmorgen, als je heel vroeg, om<br />

half zeven, voor de Paasjubel luidt. Een kwartier lang,<br />

al die klokken tegelijk, over die stille stad. Dat is heel<br />

anders luiden dan over een drukke stad, met geluiden<br />

van auto’s en bussen en mensen.’<br />

Het UKG kent belangstellende leden en actieve leden,<br />

die regelmatig luiden. De actieve luiders mogen tot op<br />

zekere hoogte hun voorkeur voor een kerk en voor een<br />

‘luidfrequentie’ aangeven. Arie zelf luidt drie keer maand,<br />

in alle kerken: de Domtoren, de Jacobikerk, de Geerte-<br />

kerk en de Buurkerk.<br />

De actieve luiders komen vijf á zes keer per jaar bijeen<br />

om praktische zaken te bespreken. Onlangs stond de<br />

gildekleding op de agenda, nadat zij bij een begrafenis<br />

van een gildelid in hun knalrode gildetruien aanwezig<br />

waren geweest. Maar ook worden ervaringen uitgewis-<br />

seld en kennis gedeeld.<br />

Hoe is Arie bij het UKG terecht gekomen? ‘Ik vond een<br />

foldertje van het gilde en het leek me wel leuk. Ik ben<br />

een zondagochtend mee geweest om te kijken bij het<br />

luiden. Mijn motivatiebriefje naar het bestuur was blijk-<br />

baar enthousiast genoeg. Na een jaar adspirant-lid-<br />

maatschap heb ik het certificaat gekregen en nu ben ik<br />

gecertificeerd luider.’<br />

Wat vindt hij het allermooiste van het luiden? Hij wil<br />

niet oneerbiedig zijn, maar: ‘het kabaal dat je met één<br />

touw kunt maken in de stad; letterlijk de touwtjes in<br />

handen hebben. En met zúlk kostbaar cultuurhistorisch<br />

erfgoed. Het millennium inluiden om twaalf uur ’s nachts<br />

met de Salvator. Het klinkt misschien gek, maar dat geeft<br />

een gevoel van macht.’ •<br />

Op de website van het UKG kunt u veel informatie vinden over de<br />

kerken waar geluid wordt, en over de geschiedenis van de klokken:<br />

www.klokkenluiders.nl<br />

2 7


De Monumentopname<br />

van...<br />

Wim Denslagen, werkzaam bij de Rijksdienst voor<br />

de Monumentenzorg in Zeist en bijzonder hoogleraar aan de universiteit<br />

<strong>Utrecht</strong> in de Theorie en Geschiedenis van de monumenzorg. Hij publiceerde<br />

onlangs Romantisch mondernisme. Nostalgie in de monumentenzorg.<br />

Slopen of bewaren?! is een actieve werkvorm die de afdeling Cultuur & School van het <strong>Erfgoed</strong>huis al enkele<br />

jaren met succes gebruikt in het voortgezet onderwijs. De redactie van GMkwadraat wil graag weten hoe<br />

deze opdracht uitgevoerd wordt door de mensen die verstand van monumenten (zouden moeten) hebben.<br />

Het meest bewonderde monument<br />

De domtoren is niet alleen volgens mij, maar waarschijnlijk ook<br />

voor de meeste inwoners van <strong>Utrecht</strong>, het mooiste historische<br />

monument van stad en omstreken. Waarom is dit ontwerp uit de<br />

veertiende eeuw nog steeds onovertroffen? De toren in <strong>Utrecht</strong> is<br />

eigenlijk zelfs mooier dan de Empire State Building, hoewel deze<br />

de mooiste toren ter wereld heet te zijn. Het ontwerpen van een<br />

toren is extreem moeilijk en er zijn dan ook maar weinig echte<br />

indrukwekkende ontwerpen gemaakt. Kijk naar de domtoren van<br />

een grote afstand, op een moment van de dag dat de zon door de<br />

achthoekige lantaarn schijnt. Of zie hoe de toren achter de Oude<br />

Gracht opdoemt als een eerbiedwaardig icoon als je in noordelijke<br />

richting gaat. Elke keer ben ik weer verbaasd over de zeggings-<br />

kracht van dit bouwwerk.<br />

Moet worden beschermd als monument<br />

Buiten de stad ligt het boerenland en dat is voor menige stedeling<br />

belangrijk. Voor de boeren ligt dat anders. Onder druk van de markt<br />

lopen er steeds minder koeien in de wei, wat heel erg is, want zonder<br />

de koe is het Nederlandse landschap maar een armoedig geheel.<br />

Daarom moet de koe in de wei worden beschermd. De overheid zou,<br />

net als bij monumenten, ook hier subsidies kunnen verstrekken. Het<br />

valt overigens op dat de natuurbescherming over het algemeen wei-<br />

nig waardering voor de koe kan opbrengen. In een prachtig landgoed<br />

als Houdringen, dat vlakbij <strong>Utrecht</strong> ligt, zijn enkele jaren geleden tot<br />

mijn schrik de weiden vervangen door wild grasland en de koeien<br />

door allochtoon oervee. Dit parkachtige landschap met weilanden en<br />

cultuurgrond zou beschermd en gerestaureerd moeten worden. Dit<br />

landgoed is een historisch monument en leent zich daarom niet voor<br />

experimenten met oernatuur.<br />

Moet worden afgebroken<br />

In <strong>Utrecht</strong> en omgeving is veel gebouwd dat nooit gebouwd had<br />

mogen worden. Voor deze categorie gebouwen zou eigenlijk een<br />

negatieve monumentenlijst moeten worden gemaakt. Op de eerste<br />

plaats zou dan Hoog Catharijne moeten staan, want dit winkelcen-<br />

trum heeft een veel te grote hap uit het historische stedelijke weef-<br />

sel van de stad genomen en daarbij komt nog dat de opzet ervan<br />

onoverzichtelijk is, zogenaamd gezellig, maar in feite bedrukkend,<br />

benauwd zelfs en het geheel is uitgevoerd in ruw beton, dat er sme-<br />

rig uitziet en in het gangenstelsel stinkt het naar heet frituurvet. Je<br />

schaamt je er gewoon voor. Dat wel het ergste, dat men zich voor<br />

een gebouw moet schamen.<br />

2 8 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


H . J . A a l d e r i n k<br />

Een zware deur, een ietwat geheimzinnige poort in<br />

een muur, opgetrokken uit kolossale stenen. En daar<br />

kwam ik als jochie uit de beginjaren van de 20ste<br />

eeuw een man tegen, kort van stuk met een deuk-<br />

hoed, die mij vertelde dat die stenen in de muur<br />

‘kloostermoppen’ werden genoemd!<br />

Deze man was de heer W. Stooker. Hij nam mij mee<br />

de ladders af, diep de kleiputten in van opgravingen<br />

op het Domplein. Men wilde meer te weten komen<br />

over de beginperiode van Ultratrajectum. En met die<br />

meneer Stooker beklom ik via hoge stenen treden de<br />

Domtoren tot in het verste topje tijdens de restauraties.<br />

Hij was de man die bij mij het vuurtje ontstak dat<br />

later zou oplaaien tot grote belangstelling voor het<br />

verleden van <strong>Utrecht</strong> en mijn latere woonplaats<br />

Vreeland.<br />

Lieu de mémoire<br />

Als <strong>Utrecht</strong>er werd ik lang geleden geboren in die prachtige en interessante stad, middel-<br />

punt van ons Nederlandje. Mijn vader was daar ambtenaar en werkte in de binnenstad in<br />

een imposant, historisch gebouw aan ’t Achter Clarenburg.<br />

Na de Tweede Wereldoorlog, sinds 1953, woon en werk<br />

ik in dat Vreeland aan de Vecht en ontdekte daar een<br />

aantal raakpunten tussen beide nederzettingen.<br />

<strong>Utrecht</strong> en Vreeland, beiden hadden samen wat!<br />

Bijvoorbeeld de rivier de Vecht. Uit <strong>Utrecht</strong> komend<br />

L i n k s : d e D o m m e t S t M a a r t e n a l s w i n d v a a n , b e s c h e r m h e i l i g e v a n U t r e c h t e n v a n<br />

Vr e e l a n d . B o v e n : E e n p r o j e c t i e v a n k a s t e e l Vr e e l a n d , z o a l s h e t o o i t o p d e z e p l e k s t o n d .<br />

<strong>Utrecht</strong> en Vreeland die twee hadden samen wat...<br />

slingert deze stroom zich door het Stichtse Veenland<br />

om halverwege Muiden een flinke bocht te maken bij<br />

het plaatsje Vreeland. In <strong>Utrecht</strong> werkte in 1254 bis-<br />

schop Hendrik van Vianden aan de Domkerk. Een<br />

jaartje eerder startte hij de bouw van een burcht die<br />

hij kasteel Vredelant noemde. Om land en handel van<br />

<strong>Utrecht</strong>s goed van en naar zee in de gaten te laten<br />

houden. Nog tijdens deze kasteelbouw vestigden zich<br />

in die Vechtbocht handwerkers, handelslieden en vis-<br />

serlui. Een nederzetting dus: vanaf 1265 werd er gespro-<br />

ken van de stad Vredelant. Er waaide een rood-witte<br />

vlag en de krijgers daar werden ‘mannen van Sint<br />

Maarten’ genoemd. Beider beschermheilige was in<br />

afbeelding op het allerhoogst van de Domtoren als<br />

windvaan te vinden en in Vreeland, 750 jaar later, nog<br />

in het gemeentewapen aanwezig. Ook op een gevel-<br />

steen zijn deze Maartensmannen te vinden. In 1528<br />

werd ‘ons’ kasteel Vredelant afgebroken en gingen al<br />

zijn kloostermoppen via de Vecht naar <strong>Utrecht</strong>, voor<br />

de afbouw van een dwangburcht binnen zijn stads-<br />

muren, kasteel Vredenburg. <strong>Utrecht</strong> en Vreeland, die<br />

twee hebben samen (nog) wat! •<br />

2 9


H u i b d e G r o o t<br />

n a r r e n k o p j e<br />

In 1984 werd in de Bemuurde Weerd, een middeleeuw-<br />

se voorstad van <strong>Utrecht</strong>, aan weerszijden van de Vecht,<br />

een opgraving uitgevoerd waarbij zes ovens tevoorschijn<br />

kwamen waarin aardewerk en daktegels en plavuizen<br />

waren gebakken. Dat was geen grote verrassing omdat<br />

we uit de archieven wisten dat daar tot 1398 pottenbak-<br />

kers werkzaam waren geweest.<br />

Wèl een grote verrassing was het toen in april jongst-<br />

leden tijdens een opgraving aan de Oosterkade twee<br />

pottenbakkersovens werden gevonden die uit dezelfde<br />

periode moeten stammen als die uit de Bemuurde<br />

Weerd.<br />

D e t w a a l f d e - e e u w s e N i c o l a a s k e r k , d i e t i j d e n s K e r k e n K i j k e n t e b e z i c h t i g e n i s ,<br />

h e e f t a l s e n i g e U t r e c h t s e k e r k n o g z i j n t w e e R o m a a n s e t o r e n s .<br />

Gidsen gezocht<br />

voor Kerken Kijken <strong>Utrecht</strong>!<br />

<strong>Utrecht</strong> is een eeuwenoude kerkenstad waar nog veel<br />

bijzondere kerken bewaard zijn gebleven. Waar in<br />

Nederland vind je bijvoorbeeld elfde-eeuwse Romaanse<br />

kerken als de Janskerk en Pieterskerk? Of de pracht van<br />

de Nicolaaskerk, Geertekerk en Catharijnekerk? Door<br />

Kerken Kijken zijn ook dit jaar van 5 juli tot en met<br />

11 september weer elf bijzondere kerken dagelijks te<br />

bezichtigen. En daar wordt goed gebruik van gemaakt.<br />

In de afgelopen jaren trok Kerken Kijken maar liefst<br />

30.000 bezoekers en een belangrijk deel daarvan kwam<br />

uit het buitenland. Om de openstelling van de kerken<br />

mogelijk te maken, treden er zo’n 150 vrijwilligers op<br />

Middeleeuwse pottenbakkers<br />

in Tolsteeg<br />

In de directe omgeving van de nu gevonden ovens zijn<br />

afvalkuilen aangetroffen die vol zaten met misbakken<br />

aardewerk. Mede daarop gebaseerd worden de ovens<br />

omstreeks 1400 gedateerd. Het is voor het eerst dat uit<br />

een opgraving duidelijk wordt dat ook het gebied rond<br />

als gastheer/-vrouw. Ook voor de 22ste keer Kerken<br />

Kijken zijn er weer gidsen nodig die mensen ontvangen<br />

en vertellen over de geschiedenis van kerk en stad.<br />

Bent u geïnteresseerd om tenminste een dag per<br />

week bezoekers rond te leiden, dan kunt u contact<br />

opnemen met de organisatie van Kerken Kijken. •<br />

Aanmelding bij voorkeur schriftelijk aan:<br />

Kerken Kijken<br />

Hooghiemstraplein 102, 3514 AX <strong>Utrecht</strong><br />

e-mail: kku@xs4all.nl<br />

telefoon: 030-2769174<br />

de Ooster- en Westerkade in de Middeleeuwen een voor-<br />

stad van <strong>Utrecht</strong> was waar brandgevaarlijke industrie<br />

werd geconcentreerd. Archiefonderzoek door Kaj van<br />

Vliet heeft intussen tot vergelijkbare conclusies geleid.<br />

Op dit moment hebben we nog geen helder beeld van<br />

de variatie in producten die hier zijn gemaakt: vele dui-<br />

zenden scherven moeten daarvoor eerst nog worden<br />

gewassen en geadministreerd. Maar een eerste indruk<br />

is wel dat er veel gesmoord grijs aardewerk is gemaakt.<br />

Het roodbakkend – dat overigens van precies dezelfde<br />

klei werd gemaakt als het grijze, waarbij de wijze van<br />

bakken het kleurverschil veroorzaakt – is ver in de min-<br />

derheid.<br />

Op een open dag op 29 april kwamen enige honderden<br />

mensen de ovens en een aantal teruggevonden misbaksels<br />

bekijken. •<br />

3 0 g m k w a d r a a t n u m m e r 2 z o m e r 2 0 0 4


A r i e n H e e r i n g<br />

Voor <strong>Utrecht</strong>s ontstaan en voortbestaan als handels-<br />

centrum was de loop van de Rijn van cruciaal belang.<br />

Zonder water geen vervoer en dus geen handel. In de<br />

twaalfde eeuw hebben de <strong>Utrecht</strong>ers daarom ter ver-<br />

vanging van de hier en daar verlandde en afgedamde<br />

Kromme Rijn een nieuwe verbinding met de Lek gegra-<br />

ven: de Vaartse Rijn. Daarmee ontstond een doorgaan-<br />

de scheepvaartroute die via de Oudegracht en de Vecht<br />

uitkwam in de Zuiderzee.<br />

Nadat de Vaartse Rijn was gegraven, is de polder langs<br />

de vaart ontgonnen. De verkaveling daarvan staat lood-<br />

recht op de vaart en heeft een onregelmatig karakter<br />

gekregen door de diverse industrietjes die zich daar in<br />

de loop der eeuwen hebben gevestigd. Dat waren met<br />

name steen- en pannenbakkerijen, waarvoor de polders<br />

de grondstof klei leverden. De stad diende als afzetge-<br />

bied en de Vaartse Rijn als waterweg voor de aan- en<br />

afvoer. In de daaropvolgende eeuwen groeide er langs<br />

de vaart een lint van industrie afgewisseld met grote<br />

huizen voor de ‘ovenheren’ en arbeidershuisjes voor<br />

de ‘ovenknechten’.<br />

Vaartse Rijnoever<br />

fraai industrieel landschap<br />

Deze geschiedenis is nog steeds duidelijk herkenbaar.<br />

In de gerestaureerde watertoren uit 1905 bijvoorbeeld,<br />

die staat te pronken tussen een laatnegentiende-eeuwse<br />

loods, een rijtje jongere woonhuizen en een woning uit<br />

1873. En natuurlijk in het UMS/Pastoe-complex met<br />

aan de vaartkant zijn interessante gevelarchitectuur en<br />

de mottoren en ketelhuis die typologisch uniek zijn.<br />

De verroeste silo’s en golfplaten loodsen meer naar het<br />

zuiden toe doen afbreuk aan het beeld van de Vaartse<br />

Rijn. Maar achter deze façades gaan zowel in esthetisch<br />

als in typologisch opzicht twee fraaie gebouwen schuil:<br />

het pakhuis van de fouragehandel Rijnzicht uit 1919 en<br />

de machinefabriek De Klop uit 1913.<br />

Kenmerkend voor Rotsoord is dat de oorspronkelijke<br />

structuur nog steeds zichtbaar is terwijl elders in<br />

Nederland dergelijke structuren in de loop van de twin-<br />

tigste eeuw vaak zijn verdwenen. Bovendien geeft de<br />

concentratie van het industrieel erfgoed in Rotsoord een<br />

meerwaarde aan de individuele gebouwen. Rotsoord is<br />

de enige industriële straat in <strong>Utrecht</strong>. En dat maakt de<br />

plek bijzonder en geeft de buurt potentie. Een potentieel<br />

dat versterkt wordt door de oriëntatie op het water en<br />

haar ligging tegen het zuidelijke deel van de <strong>Utrecht</strong>se<br />

binnenstad aan. Daarnaast is Rotsoord uit cultuurhisto-<br />

risch oogpunt van belang als middeleeuws industriege-<br />

biedje buiten de stadswallen en als onderdeel van de<br />

historische as Vaartse Rijn – Oudegracht – Vecht.<br />

In de toekomst van Rotsoord kunnen de potenties van<br />

de nog aanwezige cultuurhistorie zeker in positieve zin<br />

bijdragen aan de ontwikkelingen. Te hopen is dat de<br />

bijnaam ‘Rotzooi’ voorgoed moge verdwijnen. •<br />

f o t o 1 D e w a t e r t o r e n u i t 1 9 0 5 h e e f t s i n d s d e r e s t a u r a t i e v a n e n k e l e j a r e n g e l e d e n e e n u i t s t r a l i n g d i e t o t v e r b u i t e n<br />

R o t s o o r d r e i k t . G e h e e l l i n k s s t a a t n o g e e n l a a t n e g e n t i e n d e - e e u w s e l o o d s e n h e t w i t t e w o o n h u i s r e c h t s i s u i t 1 8 73 .<br />

f o t o 2 Vr a c h t s c h e p e n , w o n i n g e n , f a b r i e k s g e b o u w e n e n s c h o o r s t e n e n : h e t ‘ i n d u s t r i ë l e l a n d s c h a p ’ l a n g s d e Va a r t s c h e<br />

R i j n o m s t r e e k s 1 9 2 0 . f o t o 3 M a c h i n e f a b r i e k D e K l o p g a a t t e g e n w o o r d i g s c h u i l a c h t e r v e r r o e s t e s i l o ’s . M a a r d e p r a c h -<br />

t i g e h i s t o r i s c h e g e v e l i s n o g g e h e e l i n t a c t . f o t o 4 H e t U M S / P a s t o e - c o m p l e x m e t r e c h t s o p d e v o o r g r o n d h e t g l a z e n<br />

k e t e l h u i s e n d e m o t t o r e n – w a a r d e m o t ( s c h a a f s e l e n a n d e r h o u t a f v a l ) w e r d o p g e s l a g e n o m v e r v o l g e n s v e r s t o o k t t e<br />

w o r d e n i n h e t k e t e l h u i s – u i t 1 9 6 8 . Vo o r d e w a t e r t o r e n i s n o g d e k a r a k t e r i s t i e k e f a b r i e k s h a l u i t 1 9 57 z i c h t b a a r w a a r<br />

t e g e n w o o r d i g h e t d u t c h d e s i g n c e n t r u m g e v e s t i g d i s .<br />

3 1


F r e d Vo g e l z a n g<br />

4 nieuwe<br />

In 1254 werd de eerste steen gelegd van de huidige gotische dom<br />

in <strong>Utrecht</strong> en dat zal niemand ontgaan deze zomer. Het in 1672<br />

door een orkaan tot een puinhoop herschapen middenschip, dat<br />

pas eeuwen later werd opgeruimd, herrijst vanaf mei in de vorm<br />

van een geraamte van steigerpijpen. Het 750-jarig bestaan van<br />

de Dom was bovendien aanleiding tot de uitgave van maar liefst<br />

twee boekwerkjes.<br />

De gotische Dom van <strong>Utrecht</strong> en De Dom van <strong>Utrecht</strong>. Symboliek<br />

in steen overlappen elkaar voor een flink deel. Het tweede boekje<br />

gaat echter diep in op de stenen versieringen. Die zijn volgens de<br />

auteurs niet toevallig ontstaan of voortgekomen uit de fantasie<br />

of de smaak van de steenhouwers. Ze hebben een weloverwogen<br />

symbolische betekenis. Als voorbeeld nemen ze de gedrochtelijke<br />

waterspuwers, die de harmonie en regelmaat van het gebouw<br />

lijken te verstoren. Niets is minder waar: op basis van de liturgie<br />

komen ze tot het inzicht dat regenwater een van de symbolen is<br />

van de gerechtigheid die de mens van boven heeft te verwachten.<br />

Juist dit levenbrengend vocht wordt via de monsters naar de<br />

aarde afgevoerd: ze zijn als het ware door God getemd en ingezet<br />

voor zijn schepping. De daklijsten en de versieringen rond de<br />

ramen bestaan uit bloemen, die omhoog streven. Deze stenen<br />

flora wordt gevoed door dat regenwater en culmineren in een<br />

kruisbloem bovenaan de pinakels. Die bloem verwijst naar de<br />

verlossing door Jezus aan het kruis. Het is helaas onmogelijk om<br />

de bouwers te vragen of dit werkelijk hun bedoeling was. Behalve<br />

de liturgie dragen de auteurs geen verdere bewijsvoering aan.<br />

Aan zulke etherische gedachten maken de auteurs van het tweede<br />

boekje over de Dom, De gotische Dom van <strong>Utrecht</strong>, zich niet schul-<br />

dig. Zij geven een meer historisch verhaal over de Dom, ingebed<br />

in de religieuze geschiedenis van <strong>Utrecht</strong>. Wel geven ze de Dom<br />

als geheel een symbolische betekenis: rechtgeaarde <strong>Utrecht</strong>ers<br />

zouden zich onbewust altijd op de Domtoren oriënteren. Beide<br />

boeken geven een goed beeld van de geschiedenis van de Dom,<br />

maar leggen de accenten net even anders.<br />

Een kerktoren, erfgoed dus, als symbool voor de eigen identi-<br />

teit sluit aan bij het werkje van het Nederlands Centrum voor<br />

Volkscultuur, Volkscultuur van en voor een breed publiek. Hierin<br />

probeert het NCV zich van een theoretische basis te voorzien. Er<br />

zijn nogal wat definities van volkscultuur in omloop, waarbij voor-<br />

al de afbakening met termen als geschiedenis, traditie en erfgoed<br />

de boel danig bemoeilijken. Vooral omdat de oude overtuiging,<br />

dat er vroeger een ‘zuivere’ volkscultuur bestond nu overboord is<br />

gezet. Volkscultuur is een actief begrip geworden: men moet het<br />

zich eigen maken. Daarmee komt het ook dicht te liggen bij zulke<br />

eveneens actieve begrippen als traditie en erfgoed. Bovendien<br />

zijn deze begrippen allemaal verbonden aan groepen. In onze<br />

maatschappij is dat lastig, want individuen maken deel uit van<br />

meerdere groepen. Iedere groep heeft eigen tradities, die niet<br />

met elkaar in overeenstemming hoeven zijn. Hoe in die veelzij-<br />

digheid dan tot een samenhangende ‘volkscultuur’ te komen? De<br />

kleinschalige en veel minder mobiele samenleving waarbinnen<br />

veel tradities leven bestaan niet meer. Tradities worden tegen-<br />

woordig vaak uitgevonden maar verdwijnen ook weer snel. En<br />

bovendien: wat is eigen maken? Het feit dat er een opleving is in<br />

volksdansgroepen, betekent niet automatisch dat de deelnemers<br />

deze dansen als ‘hun’ cultuur of hun ‘erfgoed’ beschouwen. Het<br />

is misschien juist het vreemde, het andere, dat ze er in aantrekt.<br />

Het feit ook dat het ze niet met de paplepel is ingegoten is bewijs<br />

genoeg, dat het niet om een ‘eigen’ cultuur gaat.<br />

Zulke gedachten komen ook boven bij het lezen van De Witte op<br />

avontuur. Dit boek is gebaseerd op de jeugdherinneringen van<br />

een Renswoudse aannemer. De historische kring aldaar heeft het<br />

onlangs, jaren na de dood van de auteur, uitgegeven. Aan de ene<br />

kant geeft het een herkenbaar verslag van de soms barre leef-<br />

omstandigheden aan het begin van de 20ste eeuw, waarin hard<br />

werken voor weinig geld een rode draad vormt en de Nederlandse<br />

maatschappij nog langs heldere scheidslijnen was ingedeeld.<br />

Juist de keuze om het verhaal in de derde persoon te gieten en<br />

de quasi-literaire vorm botst met de meer natuurgetrouwe, in<br />

dialect gestelde dialogen. In hoeverre heeft het verlangen het<br />

‘mooi’ op te schrijven de concrete gebeurtenissen gekleurd? Die<br />

onduidelijk heid wordt nog versterkt doordat de bezorgers behal-<br />

ve het toevoegen van foto’s uit die periode, geen historisch kader<br />

om de verhalen hebben geplaatst. De waarheidsgetrouwheid is<br />

daarmee onduidelijk, terwijl ook niet helder is in hoeverre het<br />

gaat om speciale of juist heel karakteristieke voorvallen. Wel valt<br />

op, dat de spannendste verhalen betrekking hebben op de meer<br />

perifere figuren, zoals zwervers en losvaste arbeiders. Is dat wat<br />

in het geheugen achterblijft en de herinnering bepaalt? Dat zou<br />

betekenen dat het gewone het meest gevaar loopt om vergeten te<br />

worden en daarmee wordt het vaststellen van wat ‘volkscultuur’<br />

is nog lastiger.<br />

K. van Droffelaar, De Witte op avontuur. Renswoudse volks-<br />

verhalen uit het begin van de 20 e eeuw (Renswoude 2004)<br />

A.H.M. van Schaik en C. de Boer-van Hoogevest,<br />

De gotische Dom van <strong>Utrecht</strong> (<strong>Utrecht</strong> 2004)<br />

J.B.A. Terlingen en G.M.J. Engelbregt, De Dom van <strong>Utrecht</strong>.<br />

Symboliek in steen (<strong>Utrecht</strong> 2004)<br />

A. van der Zeijden, Volkscultuur van en voor een breed publiek.<br />

Enkele theoretische premissen en conceptuele uitgangspunten<br />

(<strong>Utrecht</strong> 2004)

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!