2 Tessalonicenzen 2:1-4

kvdnvlaardingen.info

2 Tessalonicenzen 2:1-4

2 Tessalonicenzen 2:1-4

1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot

de komst van [onze] Here Jezus Christus en onze

vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw

bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door

een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij

door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof

de dag des Heren (reeds) aanbrak. 3 Laat niemand

u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de

afval komen en de mens der wetteloosheid zich

openbaren, de zoon des verderfs, 4 de tegenstander,

die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van

verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet,

om aan zich te laten zien, dat hij een god is.


Handelingen 9:1-5

1 En Saulus, nog dreiging en moord blazende

tegen de discipelen des Heren, ging naar de

hogepriester, 2 en vroeg van hem brieven naar

Damascus voor de synagogen, om, als hij mannen

en vrouwen, die van die weg waren, zou vinden,

hen gevankelijk naar Jeruzalem te brengen.

3 En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde

het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling

licht uit de hemel omstraalde; 4 en ter aarde

gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen:

Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? 5 En hij zeide:

Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die

gij vervolgt.


Efeziërs 4:1-6

1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan

te wandelen waardig der roeping, waarmede

gij geroepen zijt, 2 met alle nederigheid en

zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en

elkander in liefde te verdragen, 3 en u te

beijveren de eenheid des Geestes te bewaren

door de band des vredes: 4 één lichaam en

één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de

ene hoop uwer roeping, 5 één Here, één

geloof, één doop, 6 één God en Vader van

allen, die is boven allen en door allen en in

allen.


Efeziërs 4:1-6

8 Daarom heet het:

opgevaren naar den hoge voerde Hij

krijgsgevangenen mede,

gaven gaf Hij aan de mensen.

9 Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders

dan dat Hij ook nedergedaald is naar de

lagere, aardse gewesten? 10 Hij, die

nedergedaald is, Hij is het ook, die is

opgevaren ver boven alle hemelen, om alles

tot volheid te brengen. 11 En Hij heeft zowel

apostelen als profeten gegeven, zowel

evangelisten als herders en leraars,


12 om de heiligen toe te rusten tot

dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van

Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des

geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods

bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de

maat van de wasdom der volheid van

Christus.


Efeziërs 5:28-33

28 Zo zijn [ook] de mannen verplicht hun vrouw lief

te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen

vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; 29 want niemand

haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en

koestert het, zoals Christus de gemeente, 30 omdat

wij leden zijn van zijn lichaam. 31 Daarom zal een

man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn

vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees

zijn. 32 Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met

het oog op Christus en [op] de gemeente.

33 Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen

vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet

ontzag hebben voor haar man.

More magazines by this user
Similar magazines