Diefdijk m.e.r. en MKBA eindrapportage - Belvedere

belvedere.nu

Diefdijk m.e.r. en MKBA eindrapportage - Belvedere

Witteveen+Bos

Willemskade 19-20

postbus 2397

3000 CJ Rotterdam

telefoon 010 244 28 00

telefax 010 244 28 88

RACM

Pilot cultuurhistorie in m.e.r. en

MKBA

Versterking van de Diefdijklinie

referentie projectcode status

UT382-2 concept

projectleider projectdirecteur datum

E. Ruiijgrok D. Bel 25 – 06 - 2008

autorisatie naam paraaf

goedgekeurd

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd

volgens ISO 9001 : 2000

© Witteveen+Bos

Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door

middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder

voorafgaande toestemming van Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs b.v., noch mag het

zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het

is vervaardigd.


Colofon

Aan deze rapportage hebben namens Witteveen+Bos de volgende personen gewerkt:

Ruben Abma

Dirk Janssen

Elisabeth Ruijgrok

Diederik Bel

De begeleidingscommissie voor het project bestond uit de volgende personen:

Iris Reuselaars, RACM

Machteld van Linssen, Projectbureau Belvedère

Geertje Korf, Commissie m.e.r.

Niek van der Heijden, VROM

Jos Deeben, RACM

Lammert Prins, RACM

Patricia Braaksma, LNV

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007


INHOUDSOPGAVE

INLEIDING 1

1 Gebruikte methodiek m.e.r. 1

2 Gebruikte methodiek MKBA 6

3 Leeswijzer 9

DEEL I: MER VERSTERKING DIEFDIJKLINIE 10

1. HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELING 11

1.1. Archeologie 11

1.1.1. Vindplaatsen 11

1.1.2. Trefkans 12

1.1.3. Autonome ontwikkeling archeologie 13

1.2. Historische geografie 14

1.2.1. Beleefde kwaliteit 14

1.2.2. Fysieke kwaliteit 16

1.2.3. Inhoudelijke kwaliteit 18

1.2.4. Autonome ontwikkeling historische geografie 20

1.3. Historische bouwkunde 20

1.3.1. Beleefde kwaliteit 20

1.3.2. Fysieke kwaliteit 21

1.3.3. Inhoudelijke kwaliteit 21

1.3.4. Autonome ontwikkeling historische bouwkunde 22

2. BESCHRIJVING INGREPEN 23

2.1. Economisch alternatief 23

2.2. Cultuurhistorisch alternatief 23

3. BEOORDELING EFFECTEN 25

3.1. Archeologie 25

3.2. Historische geografie 26

3.3. Historische bouwkunde 28

3.4 Conclusie 29

DEEL II: MKBA VERSTERKING DIEFDIJKLINIE 30

1. VASTSTELLEN VAN DE ALTERNATIEVEN 31

1.1. Cultuurhistorische behoudmaatregelen 34

1.2. Cultuurhistorische ontwikkelingsmaatregelen 35

2. KOSTENRAMING MAATREGELEN 36

3. KWANTIFICEREN FYSIEKE EFFECTEN 37

3.1. Fysieke effecten behoudmaatregelen 37

3.2. Fysieke effecten ontwikkelingsmaatregelen 37

4. BEPALING RELEVANTE WELVAARTSEFFECTEN 39

4.1. Woongenot 39

4.2. Veiligheidsbaten door bescherming tegen overstroming 40

4.3. Veiligheidsbaten door bescherming tegen wateroverlast als gevolg van zware

regenval 41

4.4. Verervingwaarde cultuurhistorie 43

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007


4.5. Recreatieve beleving 44

4.6. Vermeden herstelkosten forten 47

4.7. Ecosysteembaten 47

5. FASEREN, DISCONTEREN EN SALDEREN 49

6. GEVOELIGHEIDSANALYSE 50

7. CONCLUSIE 51

LEERPUNTEN UIT DE PILOT VERSTERKING DIEFDIJK 53

1 Leerpunten MER 53

2 Leerpunten MKBA 53

LIJST MET AFBEELDINGEN EN TABELLEN 55

LITERATUUR 56

BIJLAGE 1 LIGGING DEELTRAJECTEN MER 57

BIJLAGE II TECHNISCHE ONTWERP OPLOSSINGEN 58

laatste bladzijde 61

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007


INLEIDING

De Diefdijk is een primaire waterkering die de hoger gelegen Tieler- en Culemborgerwaard van de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

scheidt. Het is een zogenoemde compartimenteringdijk en er is dan ook

geen water in de directe omgeving. Dit geeft de Diefdijk een bijzondere uitstraling. In het verleden heeft

de dijk relatief weinig te verduren gehad, al heeft hij wel meerdere keren gefunctioneerd en is hij enkele

malen bezweken. De huidige wielen (zoals het wiel van Bassa) getuigen daarvan. Nog niet zo lang geleden

(1995) moesten de Betuwse waarden geëvacueerd worden. Door de aanwezigheid van de Diefdijk

gold dat niet voor de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.

De dijk is ontworpen op het keren van hoogwater in de Betuwse waarden voor omstandigheden/ waterstanden

die eens in de 1250 jaar voorkomen (het beschermingsniveau van de Tieler- en Culemborgerwaard).

Daarmee beschermt de Diefdijk de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden dat een beschermingsniveau

heeft van eens in de 2000 jaar. De dijk voldoet momenteel niet aan het vereiste veiligheidsniveau

en moet daarom versterkt worden over een traject van 10,4 km (op een totaal van ongeveer 23 km).

Het gaat hierbij voornamelijk om verbetering van de stabiliteit van de dijk.

Deze dijkversterking vormt een bedreiging voor verschillende cultuurhistorische elementen op en rond

de dijk: huizen dichtbij/ tegen het dijktalud, sluizen en vlieten, wielen, relicten van de Nieuwe Hollandse

Waterlinie, hoogstam fruitbomen, spekdammen en uitgedijkt land. In deze studie wordt via een projectm.e.r

(ook wel besluit-m.e.r genoemd) en een maatschappelijke kostenbaten analyse bekeken wat de

effecten van de dijkversterking op deze cultuurhistorische elementen zijn. Hierbij wordt de methode uit

de Handreiking cultuurhistorie in m.e.r. en MKBA toegepast. Hiervoor wordt een economisch alternatief/

nulalternatief (dijkversterking op een zo goedkoop mogelijke manier) afgezet tegen een cultuurhistorisch

alternatief (waarin geïnvesteerd wordt in behoud en ontwikkeling van cultuurhistorisch erfgoed).

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de aanpak voor de MER en de MKBA toegelicht. Het hoofdstuk

wordt afgesloten met een leeswijzer voor de gehele rapportage.

1 Gebruikte methodiek m.e.r.

De pilot Versterking van de Diefdijklinie laat zien hoe de methodiek voor cultuurhistorie in de m.e.r. kan

worden toegepast met de informatie die beschikbaar is op het moment tussen startnotitie en start van

het onderzoek voor het Milieueffectrapport (MER). Om de effecten van de verschillende maatregelen

op de cultuurhistorie te kunnen bepalen moet eerst de referentie situatie worden gewaardeerd. De referentiesituatie

in dit geval wordt gevormd door de situatie na autonome ontwikkeling.

Waarderen referentiesituatie

In deze pilot is op basis van de beschikbare inzichten ten aanzien van de alternatieven en op basis van

de beschikbare gebiedsinformatie gewerkt aan het waarderen van de referentiesituatie (huidige situatie

en na autonome ontwikkeling voor zover bekend). Daarbij is gezien de aard van de pilot niet gestreefd

naar een volledig kwantitatieve invulling van de waarden, maar is op basis van de criteria (zie tabel 1

t/m 3) een invulling gegeven aan de begrippen lage, gemiddelde en hoge (belevings-, fysieke- en informatie-)

waarde.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

1


Tabel 1 Waarderingscriteria archeologie

Kwaliteiten Waarderingscriteria Operationele parameters

Beleefde kwaliteit Zichtbaarheid ♦ zichtbaarheid vanaf het maaiveld als landschapselement

♦ relatie met omgeving: passendheid

Herinnerbaarheid

Fysieke kwaliteit Gaafheid

(herinneringswaarde)

(compleetheid)

Geconserveerdheid

(technische staat)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

♦ verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenis

♦ associatie met toegeschreven kwaliteit of gebeurtenis

♦ gaafheid aanwezigheid sporen

♦ ruimtelijke gaafheid: bodemlagen onverstoord, horizontaal

♦ stratificatie intact: bodemlagen onverstoord, verticaal

♦ mobilia in situ: losse onderdelen nog op hun plek

♦ ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling / mobilia en sporen

♦ aanwezigheid antropogeen biochemisch residu

♦ conservering artefacten (metaal/ overig)

♦ conservering organisch materiaal

Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid ♦ het aantal vergelijkbare monumenten (complextypen) van goede

Verwachte kwalitei-

ten

Informativiteit

(informatiewaarde)

Samenhangendheid

(ensemble- of context-

waarde)

fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde microregio

waarvan de aanwezigheid is vastgesteld

♦ idem op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart

♦ betekenis voor de wetenschap: recent en systematisch onderzoek

van de betreffende archeologische periode

- Binnen het facet archeologie:

♦ synchrone context: wel/ niet voorkomen van monumenten uit de-

zelfde periode binnen de microregio

♦ diachrone context: wel/ niet voorkomen van monumenten uit op-

eenvolgende perioden binnen de microregio

- Tussen het facet archeologie en de andere facetten van cultuur-

historie:

♦ landschappelijke context (fysisch –en historisch geografische

gaafheid van het contemporaine landschap)

♦ stedenbouwkundige context

♦ aanwezigheid van contemporaine organische sedimenten in de di-

recte omgeving

Representativiteit ♦ kenmerkendheid voor een bepaald gebied of periode

♦ het aantal vergelijkbare monumenten van goede fysieke kwaliteit

uit dezelfde periode binnen dezelfde archeoregio waarvan de aan-

wezigheid is vastgesteld en waarvan behoud is gegarandeerd

Trefkans ♦ kans dat de bovengenoemde parameters gelden voor het studie-

gebied

2


Tabel 2 Waarderingscriteria historische geografie

Kwaliteiten Waarderingscriteria Operationele parameters

Beleefde kwaliteit Zichtbaarheid

(herkenbaarheid)

Herinnerbaarheid

(herinneringswaarde)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

♦ afwisselendheid (diversiteit aan elementen)

♦ zichtbaarheid landschapselementen en patronen (herkenbaarheid)

♦ ‘match’ met omgeving (passendheid)

♦ verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenis (symboliek)

♦ associatie met toegeschreven kwaliteit of gebeurtenis (symboliek)

♦ ouderdom

Fysieke kwaliteit Gaafheid ♦ mate waarin landschapselementen en -patronen in tact zijn

♦ mate waarin oorspronkelijk karakter behouden is (authenticiteit)

Geconserveerdheid ♦ mate waarin landschapselementen in evenwicht verkeren met de

abiotische omgeving (veelal grondwaterstand)

Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid ♦ het aantal vergelijkbare landschapstypen c.q. patronen, lijnen,

Informativiteit

(informatiewaarde)

Samenhangendheid

(ensemblewaarde)

elementen, van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen

dezelfde regio 1

♦ betekenis voor de wetenschap

♦ mate waarin het element de sporen toont van zijn ontwikkeling

♦ afleesbaarheid (herkenbaarheid) van de genese van het historisch

landschap (landschapstype) 2

- Binnen het facet historische geografie:

♦ samenhang (tussen lijnen, elementen en patronen): mate waarin

elementen onderdeel vormen van een grotere eenheid

♦ mate waarin een element de samenhang begrijpelijk maakt

(vormfunctie)

- Tussen het facet historische geografie en de andere facetten van

cultuurhistorie:

♦ mate van samenhang met archeologische context

♦ mate van samenhang met stedenbouwkundige context

Representativiteit ♦ kenmerkendheid voor / verbonden aan een bepaald gebied, perio-

de of menselijke activiteit

♦ het aantal vergelijkbare landschapstypen c.q. patronen, lijnen,

elementen, van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen

dezelfde regio

1 Het begrip regio kan afhankelijk gesteld worden van het detailniveau van het onderhavige besluit (landelijk, regionaal of lokaal).

2 De historische geografie bestudeert immers ruimtelijke en landschappelijke elementen, patronen en samenhangen voor zover deze

het resultaat zijn van de wisselwerking tussen de mens en zijn fysieke omgeving op enig tijdstip in het verleden.

3


Tabel 3 Waarderingscriteria historische (steden)bouwkunde

Kwaliteiten Waarderingscriteria Operationele parameters

Beleefde kwaliteit Zichtbaarheid

(schoonheid)

Fysieke kwaliteit - Gaafheid

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

♦ esthetische kwaliteit: zichtbare uitingen

♦ ‘match’ met omgeving: passendheid 3 : overlap ensemble?

Herinnerbaarheid ♦ verbondenheid met historische gebeurtenis

- (herkenbaarheid)

-

♦ ouderdom

♦ compleetheid: mate waarin alle stijlelementen aanwezig zijn

♦ authenticiteit: mate waarin oorspronkelijk bouwkundig, steden-

bouwkundig karakter en/ of de gebruiksfunctie (lege hulzen!) be-

houden is

Geconserveerdheid ♦ bouwkundige staat

Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid ♦ het aantal vergelijkbare monumenten (complextypen) van uit de-

Informativiteit

(informatiewaarde)

Samenhangendheid

(ensemblewaarde of

situationele waarde)

Representativiteit

(cultuurhistorische

waarde)

zelfde periode binnen dezelfde regio 4

♦ innovativiteit: pionierskarakter

♦ betekenis voor de wetenschap c.q. belang voor

(bouw)geschiedenis

♦ mate waarin het bouwwerk/ complex de sporen toont c.q. uitdruk-

king is van o.a. culturele, sociaal-economische, geestelijke, techni-

sche bestuurlijke ontwikkelingen

- Binnen het facet historische bouwkunde:

♦ synchrone context: voorkomen van monumenten uit dezelfde peri-

ode binnen de stadswijk/ het complex

♦ mate waarin element onderdeel vormt van een grotere eenheid

♦ mate waarin interieur en exterieur samenhangen

- Tussen het facet historische bouwkunde en de andere facetten:

♦ samenhang met archeologische context

♦ samenhang met historisch geografische context

♦ kenmerkendheid voor een bepaalde periode of bouwstijl

Effectbeschrijving toekomstige situatie

Zoals eerder genoemd zijn in deze pilot het cultuurhistorische en economische alternatief gerefereerd

aan de situatie na autonome ontwikkeling om de effecten te kunnen beschrijving die naar verwachting

optreden na het nemen van de maatregelen. Voor het beoordelen van deze effecten is gebruik gemaakt

van een beoordelingskader dat aansluit bij de hiervoor genoemde waarderingscriteria.

Keuze traject

Gezien de aard van deze pilot is er voor gekozen om een tweetal deelgebieden te onderzoeken. Deze

deelgebieden zijn gekozen vanwege ligging in een omgeving met zoveel mogelijk waardevolle archeologische,

historisch geografische en historisch bouwkundige waarden. Tevens zijn deze deelgebieden

gekozen omdat verwacht wordt dat deze waarden daar in enige mate aangetast worden. In bijlage I is

een kaart opgenomen met de ligging van de twee deelgebieden.

Deelgebied 1 ligt tussen dijkpaal 2 en 3. In dit deelgebied is een relatief grote dichtheid aan bouwwerken,

zoals woningen, bunkers en geschutsopstellingen. Verder ligt het deelgebied een landschap met

een aantal historisch geografische elementen, zoals dijken, dammen en verkaveld land, zie afbeelding

1.

3 Zo is een bungalow op een historisch landgoed of een oude molen in de flattenwijk (die geen wind meer vangt) geen ‘match’ met zijn

omgeving. Dit bepaalt de beleefde kwaliteit van het historisch object.

4 Het begrip regio kan afhankelijk gesteld worden van het detailniveau van het onderhavige besluit (landelijk, regionaal of lokaal).

4


Afbeelding 1 uitsnede kaart cultuurhistorisch onderzoek RAAP, deelgebied 1

Deelgebied 2 ligt tussen dijkpaal 23 en 24, nabij het Wiel van Bassa. Dit deelgebied wordt gekenmerkt

door de aanwezigheid van boomgaarden en het wiel, zie afbeelding 2.

Afbeelding 2. uitsnede kaart cultuurhistorisch onderzoek RAAP, deelgebied 2

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

5


Afbeelding 3 Legenda met belangrijkste eenheden van bovenstaande kaarten

2 Gebruikte methodiek MKBA

Het berekenen van de maatschappelijke kosten en baten voor de twee alternatieven is gedaan met behulp

van een Kentallen Kosten Baten Analyse (KKBA). Een KKBA houdt in dat er geen gebiedsspecifieke

metingen zijn gedaan, maar dat de kosten en baten worden ingeschat met behulp van kengetallen

uit eerder uitgevoerde vergelijkbare studies. Deze methode levert een grof inzicht in de maatschappelijke

kosten en baten en levert zodoende input voor het nemen van beleidsbeslissingen en het opstellen

van financiële begrotingen. KKBA's volgen altijd een vast stramien, welke hieronder kort beschreven

staat. Afbeelding 4 toont een schematische weergave van de werkwijze.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

6


Afbeelding 4 Schematische weergave werkwijze MKBA

Kosten van maatregelen

Alternatieven

Saldo

Gevoeligheid Saldo

Conclusies

Fysieke effecten

Welvaartseffecten

stap 1 vaststellen alternatieven

De gehanteerde alternatieven voor het versterken van de Diefdijk komen uit de startnotitie Verbetering

van de Diefdijklinie (Grontmij, 2007). De aanvullende maatregelen voor behoud en ontwikkeling van

cultuurhistorie in de Diefdijklinie zijn vastgesteld in overleg met projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie

en RIGO Research (2008).

stap 2 kostenraming maatregelen

De kostenraming van de dijkversterkingmaatregelen komt uit genoemde studie (Grontmij, 2007). De inschatting

van de extra kosten voor behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie in de Diefdijklinie komen

uit studies van BunkerQ (2008) en Rigo (2008).

stap 3 kwantificeren van de fysieke effecten

In tegenstelling tot de kosten, zijn de baten niet rechtstreeks gerelateerd aan maatregelen. De identificatie

van baten loopt via de tussenstap van fysieke effecten. Een voorbeeld van een fysiek effect is het

behoud van een stuk uitgedijkt land. De grootte van de effecten is bepaald aan de hand van eerder uitgevoerde

studies in het kader van de verbetering van de Diefdijklinie.

stap 4 bepalen, kwantificeren en monetariseren welvaartseffecten

Elke baat bestaat uit een hoeveelheid maal een prijs. Het identificeren van de belangrijkste maatschappelijke

baten is gedaan aan de hand van onderstaand schema uit de handreiking cultuurhistorie in

m.e.r. en MKBA (afbeelding 5).

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

7


Afbeelding 5 Overzicht van de facetten van cultuurhistorie en hun mogelijke welvaartseffecten

Facetten

Archeologie

Historische geografie

Historische (steden)bouwkunde

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Uitgangspunten Welvaartseffecten

Markt interne

welvaart

Markt externe

welvaart

Markt interne

welvaart

Markt externe

welvaart

Markt interne

welvaart

Markt externe

welvaart

Recreatiemogelijkheden

Kennis voor vermaak

Woongenot

Recreatieve beleving

Vererving

Recreatiemogelijkheden

Woongenot

Vestigingsklimaat

Landbouwbaten

Informatiebaten

Recreatieve beleving

Bescherming tegen klimaat, water, geluid

Volksgezondheidsbaten

Beschuttingsbaten

Vererving

Recreatiemogelijkheden

Woongenot

Vestigingsklimaat

Recreatieve beleving

Bescherming tegen wateroverlast

Volksgezondheidsbaten

Vererving

De geïdentificeerde welvaartseffecten zijn eerst gekwantificeerd en daarna onder een noemer gebracht

door ze te monetariseren. Het kwantificeren en monetariseren is gebeurd met behulp van kengetallen.

Hierbij is o.a. gebruik gemaakt van het Kentallenboek Waardering natuur, water, bodem en landschap,

hulpmiddel bij MKBA´s (Ruijgrok e.a., 2006) en een studie naar Economische waardering van cultuurhistorie,

case Tieler- en Culemborgerwaard (Ruijgrok, 2004). Ook is gebruik gemaakt van de resultaten

van de CVM studie van RIGO naar de verervingwaarde van cultuurhistorie van de Nieuwe Hollandse

Waterlinie (RIGO, 2008). Daar waar kengetallen ontbreken zijn aannames gedaan.

stap 5 faseren, disconteren en salderen

De baten manifesteren zich altijd later in de tijd dan de kosten. Hierom en om rekening te kunnen houden

met het feit dat sommige posten eenmalig, andere periodiek en weer andere jaarlijks terugkerend

kunnen zijn, zijn de verschillende kosten- en batenposten uitgezet in de tijd. Als startjaar voor de investeringen

en daarmee dus ook van de effecten is het jaar 2008 gehanteerd. Als doorlooptijd is een

periode van 100 jaar beschouwd. Vervolgens zijn de waarden bij de officieel vastgestelde reële interestvoet

van 2,5 % verdisconteerd tot contante waarden. Voor de conjunctuur gevoelige baten is een risico

opslag van 3 % gehanteerd. Hierna is het saldo, de netto contante waarde, berekend.

stap 6 gevoeligheidsanalyse

Beschouwingen over mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn altijd met onzekerheden omgeven. Dat

kan te maken hebben met zowel de raming van de kosten als met de veronderstellingen die bij het bepalen

van de welvaartseffecten zijn gehanteerd. In deze MKBA, waar veel effecten nog onzeker zijn, is

een uitgebreide gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om grip te krijgen op de invloed van die onzekerheden

op de uiteindelijke uitkomsten.

stap 7 conclusies

In deze laatste stap zijn de conclusies getrokken en de resultaten gerapporteerd.

8


3 Leeswijzer

De rapportage is opgedeeld in twee delen:

I. Deel I gaat over de MER versterking van de Diefdijklinie. Dit deel is opgebouwd volgens de onderdelen

beschrijving van de huidige en autonome situatie (hoofdstuk 1), beschrijving van de

voorgenomen ingrepen (hoofdstuk 2) en een beschrijving en beoordeling van de effecten

(hoofdstuk 3).

II. Deel II gaat over de MKBA versterking van de Diefdijklinie. Dit deel is opgebouwd volgens de

werkstappen bij uitvoering van een MKBA: het vaststellen van de door te rekenen alternatieven

(hoofdstuk 1), de bepaling van de kosten van de door te voeren maatregelen (hoofdstuk 2), het

bepalen van de belangrijkste fysieke effecten (hoofdstuk 3), het bepalen van de belangrijkste

welvaartseffecten (hoofdstuk 4), het faseren, disconteren en salderen van de uitkomsten

(hoofdstuk 5), de gevoeligheidsanalyse (hoofdstuk 6) en de conclusies (hoofdstuk 7).

Afsluitend worden voor de MER en MKBA gezamenlijk de belangrijkste leerpunten uitgewerkt. Hierin

komt aan bod of de ontwikkelde methodiek van de handreiking cultuurhistorie in m.e.r. en MKBA goed

toe te passen valt op het project van de versterking van de Diefdijklinie. Er worden aanbevelingen gedaan

voor verbeteringen en toekomstig gebruik van de handleiding.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

9


DEEL I: MER VERSTERKING DIEFDIJKLINIE

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

10


1. HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELING

Een m.e.r. begint met een omschrijving van het projectgebied, voor zover dit relevant is voor de te nemen

maatregelen. In deze studie gaat het dan vooral om de cultuurhistorische elementen in de Diefdijklinie.

Hieronder wordt het thema cultuurhistorie beschreven aan de hand van de aspecten archeologie,

historische geografie en historische bouwkunde. Het aspect landschap (met uitzondering van historisch

geografische elementen) wordt hierbij niet beschouwd.

Bij de beschrijving van de huidige en autonome situatie is gebruik gemaakt van de criteria, zoals aangegeven

in de tabellen 1 tot en met 3. De waardering naar lage, matige of hoge kwaliteit is bepaald aan

de hand van onderstaande methode, zie tabellen 4 en 5 met als voorbeeld het aspect historische geografie

en de beleefde kwaliteit daarvan.

Tabel 4 Waarderingsschaal voor beleefde kwaliteit historische geografie

Waardeschaal Gemiddelde

waardering

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Waarderingcriteria

Schoonheid Herinnerbaarheid

Lage beleefde kwaliteit - - / - - -

Matige beleefde kwaliteit (-/0) 0 (0/+) 0 0

Hoge beleefde kwaliteit ++ / + + +

Tabel 5 Integrale waarderingschaal voor historische geografie

Waardeschaal Gemiddelde

waardering

Kwaliteiten

Beleefde kwaliteit Fysieke kwaliteit Inhoudelijke kwaliteit

Historisch matig waardevol - - - / - - - - -

Historisch waardevol -/0/+ 0 0 0

Historisch zeer waardevol ++ / +++ + + +

In bovenstaande tabellen is gewerkt met -, 0 en +. In principe komt de ontwikkelde methode het best tot zijn recht via een kwantitatieve

waardering op een schaal van bijvoorbeeld 1 tot 5. Immers, dan is het meest eenduidig de waarde en het effect te bepalen. Echter, een

volledig kwantitatieve analyse kost extra tijd en inspanning, welke vooral gerechtvaardigd is bij meer complexe afwegingen of over zeer

grote afstanden. Daarom zal in de praktijk meer voor een kwalitatieve benadering worden gekozen. Om te bekijken hoe dat werkt is

hiervoor in deze pilot ook gekozen, temeer ook hier tijd en middelen schaars waren.

Het is van belang minimaal te komen tot een waardering op het niveau van de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten. Deze kun-

nen per (deel)gebied worden bepaald aan de hand de ter plekke relevante waarderingscriteria (niet alle zijn steeds relevant of van toe-

passing). Deze zijn weer van belang omdat de effecten op dit niveau leiden tot een verandering (en dus andere waardering van de kwa-

liteit na de ingreep).

De integrale waarderingsschaal kan toegepast worden op gebieden, maar echter ook op objecten c.q. structuren. Indien structuren een

gebied betreffen kan de waardering plaats vinden op gebiedsniveau. Zijn er echter (meerdere) kleine structuren aanwezig in een gebied

dan moet gewaardeerd worden op het niveau van die objecten/ structuren en niet op gebiedsniveau. Dit is echter verschillend per op-

dracht/ onderzoek. In onderhavige pilot is gestreefd om te waarderen per object/ structuur.

1.1. Archeologie

Voor het aspect archeologie wordt een onderscheid gemaakt in bekende vindplaatsen en nog onbekende/

verwachte waarden.

1.1.1. Vindplaatsen

Nabij de Diefdijk zijn twee bekende vindplaatsen aanwezig die zijn geregistreerd op de AMK. Ten zuidwesten

van Wiel de Waai is een terrein van hoge archeologische waarde aanwezig en ten noordoosten

van Leerdam is eveneens een terrein van hoge archeologische waarde aanwezig. Op beide vindplaat-

11


sen zijn bewoningssporen aangetroffen uit respectievelijk de Late en de Vroege IJzertijd. Beide vindplaatsen

liggen in niet in het invloedsgebied van de werkzaamheden op en nabij de Diefdijk.

Aangezien direct bij of op de dijk geen bekende archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, kunnen de

archeologische waarden alleen beschreven worden aan de hand van de trefkans. In de navolgende paragraaf

wordt per deelgebied een beschrijving gegeven.

In andere gevallen dan deze pilot kan in principe niet volstaan worden met een beschouwing van IKAW en eventueel AMK. Aan een

dergelijke kaart zitten allerlei nadelen. Zo is het gebruik van de kaart op een schaal groter dan 1:50.000 niet mogelijk, maar in de prak-

tijk zien we dat toch dikwijls gebeuren. Daarnaast geeft de kaart zones aan waar de kans op het aantreffen van archeologische resten

het grootst is, maar niet exact waar wat kan worden aangetroffen. Bovendien hebben de indicatieve waarden in het 'droge' deel van

Nederland uitsluitend betrekking op de bovenste meter onder het maaiveld. In het 'natte' deel is het bereik groter (in Flevoland tot ca.

zeven meter beneden het maaiveld). In het kaartbeeld spelen resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd geen rol, omdat er

voor die perioden geen duidelijke relatie meer bestaat tussen vindplaatslocaties en de ondergrond. Tenslotte doet de kaart geen uit-

spraken over de kwaliteit, dat wil zeggen de conserveringstoestand van de verwachte resten.

Gezien bovenstaande redenen moet in de meeste gevallen minimaal een archeologisch bureauonderzoek al dan niet met proefboringen

worden uitgevoerd om de verwachtingen meer specifiek te maken. In dat geval kan ook meer gezegd worden over de archeologische

verwachtingswaarde.

1.1.2. Trefkans

Methodiek

Om meer greep op de ligging van het nog onbekende bodemarchief te krijgen, wordt in toenemende

mate gebruik gemaakt van verwachtingskaarten. De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en

Monumenten (RACM) werkt sinds 1996 aan een verwachtingskaart, de zogenoemde Indicatieve Kaart

van Archeologische Waarden (IKAW). Om deze kaart op te stellen, werd (kort samengevat) van iedere

combinatie van bodemtype en grondwatertrap het werkelijke aantal en verwachte aantal archeologische

vindplaatsen berekend. De indicatieve waarde is vervolgens bepaald door de rato tussen het

aanwezige en het verwachte aantal vindplaatsen op een combinatie van bodemtype en grondwatertrap.

De indicatieve waarden zijn ingedeeld in vier klassen: laag, middelhoog, hoog en onbekend. In de zone

met een hoge indicatie is het aanwezige aantal vindplaatsen altijd hoger (meestal 1,5 maal of meer)

dan het verwachte aantal en daarmee een aanwijzing voor een positieve correlatie tussen het voorkomen

van archeologica en de bodem/ grondwatertrap. In een zone met een lage indicatieve waarde is

het aanwezige aantal lager (bijv. 0,6 maal of minder) dan het verwachte aantal en is sprake van een

negatieve correlatie. Om de gespecificeerde trefkans te bepalen wordt verder gebruik gemaakt van een

bureauonderzoek. De methodiek die gebruikt wordt voor het opstellen van een gespecificeerde verwachtingswaarde,

wordt verder besproken in bijlage VI van de opgestelde handreiking cultuurhistorie in

m.e.r. en MKBA.

Deelgebied 1

Afbeelding 6 geeft een uitsnede van de IKAW weer voor deelgebied 1. Deelgebied 1 is daar aangegeven

met een blauwe lijn (bron: www.kich.nl).

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

12


Afbeelding 6 uitsnede IKAW

Voor dit deelgebied geldt voor het overgrote deel een hoge trefkans op het aantreffen van archeologische

sporen. Dit betekent dat wanneer er ingrepen in de nog onverstoorde bodem plaats vinden, er een

hoge kans is op het aantreffen van archeologische sporen.

Deelgebied 2

Afbeelding 7 geeft een uitsnede van de IKAW weer voor deelgebied 2. Deelgebied 2 is daar aangegeven

met een blauwe lijn.

Afbeelding 7 uitsnede IKAW

Voor dit deelgebied geldt voor een groot deel een hoge trefkans op het aantreffen van archeologische

sporen, vanwege de ligging op een stroomrug. Voor het noordelijkste deel geldt vanwege de ligging in

een komgebied, een lage trefkans.

1.1.3. Autonome ontwikkeling archeologie

Voor het aspect archeologie zijn na autonome ontwikkeling dezelfde waarden aanwezig als in de huidige

situatie. De onbekende archeologie in de ondergrond zal namelijk in de tijd niet wijzigen omdat er

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

13


geen ingrepen zijn voorzien in de bodem of de stand van het grondwater. Wel kan, als gevolg van

nieuwe (wetenschappelijke) inzichten, de trefkans voor bepaalde gebieden mogelijk worden bijgesteld.

1.2. Historische geografie

De historische geografie bestudeert de ruimtelijke en landschappelijke elementen, patronen en samenhangen

voor zover deze het resultaat zijn van de wisselwerking tussen de mens en zijn fysieke omgeving

op enig tijdstip in het verleden. Deze paragraaf geeft een beschrijving van de huidige situatie, met

betrekking tot de historische geografie, aan de hand van de beleefde, de fysieke en de inhoudelijke

kwaliteit van de hiervoor genoemde elementen, patronen en samenhangen.

1.2.1. Beleefde kwaliteit

Deze paragraaf begint met een samenvatting van de aanwezige waarden, waarna deze per deelgebied

verder besproken worden.

Resumé beleefde kwaliteit

Zowel de dijk, de groepsschuilplaatsen, de polderdijken als de historische verkaveling hebben een hoge

beleefde kwaliteit. De slechte afleesbaarheid van de verboden zone en het boerderijenlint hebben

echter een lage beleefde kwaliteit.

Het wiel Van Bassa, de strokenverkaveling aan weerszijden van de dijk en de zogenaamde overslaggrond

met fruitcultuur is van hoge waarde. Het uitgedijkte land is echter een element dat niet meer

zichtbaar is.

Deelgebied 1

De Diefdijk in dit deelgebied, is met uitzondering van de rotonde nog in haar oorspronkelijke staat

(Bron: RAAP). De beleefde kwaliteit van deze dijk is hoog, omdat de ligging duidelijk opvalt in het landschap

(herkenbaarheid) en ook duidelijk past in het landschap. Tevens heeft de dijk een hoge herinneringswaarde

als waterkerende dijk als onderdeel van zowel de Hollandse Waterlinie als wel de functie

van inundatiekering.

De hoge belevingswaarde wordt verder versterkt door de lijn van groepsschuilplaatsen aan de oostzijde

van de Diefdijk, relicten van een batterij aan de westzijde, vergezichten naar het oosten en de aanwezigheid

van een inundatiekanaal in het voorland. De Diefdijk is daarmee goed herkenbaar als inundatiedijk.

Voor het gehele deelgebied geldt een beschermde c.q. verboden zone vanwege het Fort Everdingen.

De beleefde kwaliteit van die zone op zich is laag en is alleen op papier aanwezig (zowel de zichtbaarheid

van de zone als de herinneringswaarde zijn laag). De afgeleide belevingswaarde ligt namelijk in

het feit dat er geen of slechts lage gebouwen zouden moeten staan. In de verboden zone zijn in het

verleden echter reeds diverse gebouwen opgetrokken. Daarmee is de indirecte herkenbaarheid van de

verboden zone niet meer groot.

Vanwege de winning van dijkspecie zijn er aan beide zijden van de dijk afgegraven oppervlakten aanwezig

(uitgedijkt land) (Bron: RAAP). Deze dijkspecie werd in het verleden gebruikt om dijken op andere

plaatsen te versterken. Deze in het verleden afgegraven gronden zijn veelal geëgaliseerd en zijn

daarmee niet meer als zodanig herkenbaar. De relicten van het uitgedijkte land hebben overigens wel

een herinneringswaarde. Dit leidt er toe dat het uitgedijkte land een matige beleefde kwaliteit heeft.

De wegen Lange Meent en Prijsseweg zijn (voormalige) polderdijken. Door de verhoogde ligging in het

landschap zijn deze dijken nog goed zichtbaar, waardoor eveneens de herinnerbaarheid hoog is. De

polderdijken hebben dus een hoge beleefde kwaliteit.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

14


Het deel ten noorden van de Prijsseweg is op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland

(Bron: chw Gelderland, zie afbeelding 8) aangegeven als ‘overspoeld, met verjongde blokvormige

verkaveling’. Het deel ten zuiden van de Prijsseweg is daarentegen aangegeven als ‘overspoeld

stroken gehandhaafd’. Tevens doorkruist een stroomrug dit deelgebied vanuit het noordoosten naar het

zuidwesten, hetgeen overigens niet meer (fysiek) zichtbaar is en alleen herkenbaar is in het bodemprofiel.

Ten noorden van de Lange Meent is een blokverkaveling aanwezig, ten zuiden daarvan een strokenverkaveling.

De zichtbaarheid van deze verkaveling is hoog, echter de zichtbaarheid van de stroomrug

is matig. Deze twee elementen hebben echter een hoge herinneringswaarde met betrekking tot de

verkaveling in het verleden. De genoemde verkavelingen hebben een hoge beleefde kwaliteit.

Afbeelding 8 uitsnede CHW Gelderland

Op de CHS van de provincie Utrecht (zie afbeelding 9) is ten westen van de Diefdijk een zogenaamd

boerderijenlint aangegeven. In verband met de eerder genoemde verboden zone rondom het Fort

Everdingen loopt dit lint niet verder dan onderhavig deelgebied. Ter hoogte van onderhavig deelgebied

is het boerderijenlint niet meer als zodanig herkenbaar, tegenwoordig is er een concentratie van bebouwing

aanwezig. Daarmee is de beleefde kwaliteit laag.

Deelgebied 2

De Diefdijk in dit deelgebied is in het verleden doorbroken, daarom is aan de westzijde van de dijk een

zogenaamd wiel ontstaan, het wiel “Van Bassa”. De herkenbaarheid en herinnerbaarheid van deze

doorbraak is, door het goed waarneembare wiel, hoog. De herkenbaarheid van de doorbraak is tevens

hoog door een goede passendheid in de omgeving. Een doorbraak met als gevolg het ontstaan van

een wiel komt namelijk alleen voor nabij een dijk, waar het water relatief hoog heeft gestaan. Het wiel

heeft in totaal dus een hoge beleefde kwaliteit.

Aan weerszijden van de Diefdijk bevinden zich de cope-ontginningen met strokenverkaveling (zie afbeelding

2.3). Deze verkaveling is tegenwoordig nog goed zichtbaar, waardoor de herinnerbaarheid

ook hoog is. De beleefde kwaliteit van deze strokenverkaveling is dus hoog.

Vanwege de winning van dijkspecie zijn er aan beide zijden van de dijk afgegraven oppervlakten aanwezig

(uitgedijkt land). Deze dijkspecie werd in het verleden gebruikt om dijken op andere plaatsen te

versterken. De zichtbaarheid van dit fenomeen is laag, aangezien deze gronden veelal geëgaliseerd

zijn. De relicten van het uitgedijkte land hebben overigens wel enige herinneringswaarde, die dus niet

zichtbaar zijn. Hiermee is de beleefde kwaliteit laag.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

15


Met de dijkbreuk rond het Wiel van Bassa is waarschijnlijk veel zand losgewoeld uit de bodem die in de

gedaante van een waaier is uitgestort over de omgeving. Een deel van dat zand is gebruikt voor bouwwerkzaamheden,

echter een deel is in de bodem achter gebleven. Rond het Wiel van Bassa bloeide op

deze overslaggrond de fruitcultuur op. De beleefde kwaliteit van de gevolgen van dit fenomeen is hoog

vanwege goede zichtbaarheid en herinneringswaarde van de boomgaarden.

Afbeelding 9 uitsnede CHS Utrecht

1.2.2. Fysieke kwaliteit

Deze paragraaf begint met een samenvatting van de aanwezige waarden, waarna deze per deelgebied

verder besproken worden.

Resumé fysieke kwaliteit

De fysieke kwaliteit van de Diefdijk is hoog, echter de fysieke kwaliteit van de overige elementen in dit

deelgebied is matig tot laag.

Zowel de dijk, het wiel en de fruitcultuur op de overslaggrond hebben een hoge kwaliteit. Alleen het uitgedijkte

land heeft een lage fysieke kwaliteit.

Deelgebied 1

De Diefdijk in dit deelgebied, is met uitzondering van de rotonde nog in haar oorspronkelijke staat

(Bron: RAAP). De dijk vertoont geen littekens van doorbraken, evenmin zijn er sluizen in gebouwd,

verlegd of verbeterd. Aangezien dit landschapselement dus nog goed in tact is en haar oorspronkelijke

karakter behouden heeft, is de fysieke kwaliteit (met name de gaafheid) van de Diefdijk in dit deelgebied

hoog.

De fysieke kwaliteit van het ensemble van groepsschuilplaatsen aan de oostzijde van de Diefdijk, relicten

van een batterij aan de westzijde, vergezichten naar het oosten en de aanwezigheid van een inundatiekanaal

in het voorland is matig. Hoewel het oorspronkelijke karakter grotendeels is behouden, is

de staat van onderhoud (geconserveerdheid) laag.

Voor het gehele deelgebied geldt een beschermde c.q. verboden zone vanwege het Fort Everdingen.

Aangezien de verboden zone in principe alleen op papier bestaat, is deze niet meer gaaf en geconserveerd,

waardoor er sprake is van een lage fysieke kwaliteit.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

16


Vanwege de winning van dijkspecie zijn er aan beide zijden van de dijk afgegraven oppervlakten aanwezig

(uitgedijkt land). Deze dijkspecie werd in het verleden gebruikt om dijken op andere plaatsen te

versterken. De fysieke kwaliteit van dit fenomeen is laag, aangezien deze gronden veelal geëgaliseerd

zijn en er dus geen sprake meer is van een gaaf relict.

De wegen Lange Meent en Prijsseweg zijn (voormalige) polderdijken. Vanwege de verkeersveiligheid

zijn deze dijken deels afgegraven en daarmee niet meer geheel gaaf. De fysieke kwaliteit van deze dijken

is daarom matig.

Het deel ten noorden van de Prijsseweg is op de CHW van de provincie Gelderland aangegeven als

‘overspoeld met verjongde blokvormige verkaveling’. Het deel ten zuiden van de Prijsseweg is daarentegen

aangegeven als ‘overspoeld stroken gehandhaafd’. Ten noorden van de Lange Meent is een

blokverkaveling aanwezig, ten zuiden daarvan een strokenverkaveling. Hoewel de ontginningspatronen

nog duidelijk af te lezen zijn, zijn een aantal percelen op een later tijdstip herverkaveld. De landschapspatronen

zijn dus niet meer geheel origineel en intact. De geconserveerdheid is nog wel goed. De fysieke

kwaliteit is per saldo matig.

Op de CHS van de provincie Utrecht is ten westen van de Diefdijk een zogenaamd boerderijenlint aangegeven.

In verband met de eerder genoemde verboden zone rondom het Fort Everdingen loopt dit lint

niet verder dan onderhavig deelgebied. Ter hoogte van onderhavig deelgebied is het boerderijenlint niet

meer gaaf. De meeste boerderijen uit dit lint zijn namelijk niet meer aanwezig, de gaafheid van dit landschapspatroon

is daarmee laag. Door het bouwen van clusters boerderijen is ook het oorspronkelijke

karakter niet meer aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat de fysieke kwaliteit van het boerderijenlint

laag is.

Afbeelding 10 uitsnede CHW Gelderland

Deelgebied 2

De Diefdijk in dit deelgebied is in het verleden doorbroken, daarom is aan de westzijde van de dijk een

zogenaamd wiel ontstaan, het wiel “Van Bassa”. Hoewel er in de loop van de tijd meer begroeiing is

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

17


gekomen en er boomgaarden zijn geplant, zijn zowel het wiel als de recentere dijk nog in tact en hebben

het oorspronkelijke karakter (van de tijd na de doorbraak) behouden. De fysieke kwaliteit van de

dijk en het wiel zijn hiermee van hoge waarde.

Aan weerszijden van de Diefdijk bevinden zich de cope-ontginningen met strokenverkaveling. Deze

verkaveling is nog goed in tact en heeft grotendeels haar oorspronkelijke karakter behouden. De fysieke

kwaliteit is hoog.

Vanwege de winning van dijkspecie zijn er aan beide zijden van de oorspronkelijke dijk afgegraven oppervlakten

aanwezig (uitgedijkt land). Deze dijkspecie werd in het verleden gebruikt om dijken op andere

plaatsen te versterken. De fysieke kwaliteit van dit fenomeen is laag, aangezien deze gronden veelal

geëgaliseerd zijn.

Met de dijkbreuk rond de Wiel van Bassa is waarschijnlijk veel zand losgewoeld uit de bodem die in de

gedaante van een waaier is uitgestort over de omgeving. Een deel van dat zand is gebruikt voor bouwwerkzaamheden,

echter een deel is in de bodem achter gebleven. Rond de Wiel van Bassa bloeide op

deze overslaggrond de fruitcultuur op. Hoewel de boomgaarden in het verleden de nodige (onderhoud)aanpassingen

hebben ondergaan is de fysieke kwaliteit hoog.

1.2.3. Inhoudelijke kwaliteit

Deze paragraaf begint met een samenvatting van de aanwezige waarden, waarna deze per deelgebied

verder besproken worden.

Resumé inhoudelijke kwaliteit

De Diefdijk op zich zelf heeft een hoge inhoudelijke waarde. De voormalige polderdijken haaks op de

dijk en het polderland naast de dijk hebben ook een hoge inhoudelijke kwaliteit. De relicten van het uitgedijkte

land hebben een matige inhoudelijke kwaliteit. De verboden zone van het Fort Everdingen

heeft echter een lage inhoudelijke waarde, evenals het boerderijenlint langs de dijk.

Het Wiel van Bassa als voormalige dijkdoorbraak heeft een hoge inhoudelijke waarde, hetgeen ook

geldt voor de zandwaaier met boomgaarden nabij het wiel. Zoals in deelgebied 1 heeft ook in deelgebied

2 het uitgedijkte land een matige inhoudelijke kwaliteit. De cope-ontginningen met strokenverkaveling

aan beide zijden van de dijk hebben in dit deelgebied een lage inhoudelijke waarde.

Deelgebied 1

De Diefdijk in dit deelgebied, is met uitzondering van de rotonde nog in haar oorspronkelijke staat

(Bron: RAAP). Een dergelijke dijk met dezelfde (historische) functie is in de omgeving niet te vinden. De

diverse elementen op of nabij de dijk zoals relicten van oorlogen of dijkdoorbraken geven de dijk een

hoge informatiewaarde en samenhangendheid. De Diefdijk is met name representatief voor een verdedigingslinie,

met een water kerende functie. Vanwege deze kenmerken is de inhoudelijke kwaliteit van

de dijk hoog.

Door de lijn van groepsschuilplaatsen aan de oostzijde van de Diefdijk, relicten van een batterij aan de

westzijde, vergezichten naar het oosten en de aanwezigheid van een inundatiekanaal in het voorland,

is de Diefdijk ook goed herkenbaar als inundatiedijk. Vanwege de zeldzaamheid en informatiewaarde

van dit ensemble van elementen is de inhoudelijke kwaliteit hoog.

Voor het gehele deelgebied geldt een beschermde c.q. verboden zone vanwege het Fort Everdingen.

Aangezien de verboden zone in principe alleen nog op papier bestaat, is de afleesbaarheid en samenhang

afwezig en is de inhoudelijke kwaliteit laag.

Vanwege de winning van dijkspecie zijn er aan beide zijden van de dijk afgegraven oppervlakten aanwezig

(uitgedijkt land). Deze dijkspecie werd in het verleden gebruikt om dijken op andere plaatsen te

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

18


versterken. De relicten van het uitgedijkte land hebben een matige informatiewaarde, aangezien veel

restanten niet meer in het landschap afleesbaar zijn. De ensemblewaarde is om dezelfde reden ook

matig. Aangezien de winning van dijkspecie langs de gehele dijk heeft plaats gevonden, is dit geen

zeldzaam verschijnsel. De representativiteit is ook matig, aangezien dit uitgedijkte land langs een groot

deel van de Diefdijk aanwezig is en de fysieke kwaliteit matig is. Geconcludeerd kan worden dat de inhoudelijke

kwaliteit van het uitgedijkte land matig is.

De wegen Lange Meent en Prijsseweg zijn (voormalige) polderdijken. Deze dijken maken deel uit van

een groter complex van dijken met behulp waarvan de inpoldering van het land heeft plaats gevonden.

De dijken in dit deelgebied zijn daarom (lokaal) niet zeldzaam, echter de informativiteit en de samenhangendheid

zijn hoog. Deze dijken hebben dus een hoge inhoudelijke kwaliteit.

Het deel ten noorden van de Prijsseweg is op de CHW van de provincie Gelderland aangegeven als

‘overspoeld met verjongde blokvormige verkaveling’. Het deel ten zuiden van de Prijsseweg is daarentegen

aangegeven als ‘overspoeld stroken gehandhaafd’. Ten noorden van de Lange Meent is een

blokverkaveling aanwezig, ten zuiden daarvan een strokenverkaveling. Het type verkaveling is niet

zeldzaam in de omgeving, de informativiteit en de samenhangendheid zijn echter wel hoog. De inhoudelijke

kwaliteit is daarom hoog.

Op de CHS van de provincie Utrecht is ten westen van de Diefdijk een zogenaamd boerderijenlint aangegeven.

Ter hoogte van onderhavig deelgebied is het boerderijenlint niet meer als zodanig herkenbaar,

tegenwoordig is er een concentratie van bebouwing aanwezig. Vanwege het verdwijnen van het

boerderijenlint is de informativiteit laag. Tevens is een dergelijk boerderijenlint in dit deelgebied niet

zeldzaam ten opzichte van het geheel van de Diefdijk. De inhoudelijke kwaliteit is dus laag.

Deelgebied 2

De Diefdijk in dit deelgebied is in het verleden doorbroken, daarom is aan de westzijde van de dijk een

zogenaamd wiel ontstaan, het wiel “Van Bassa”. Binnen dezelfde regio is een dijkdoorbraak niet zeldzaam,

er zijn namelijk meerdere wielen aan de Diefdijk. De informatiewaarde van het Wiel is echter

hoog, de ontstaansgeschiedenis van het Wiel is goed afleesbaar. Ook de ensemblewaarde is hoog. Het

Wiel heeft een grote samenhangendheid met de dijk en zijn onlosmakelijk verbonden. De representativiteit

is ook hoog. Wielen komen vanzelfsprekend alleen voor nabij dijken in riviergebieden. In totaal

heeft het Wiel dus een hoge inhoudelijke kwaliteit.

Aan weerszijden van de Diefdijk bevinden zich de cope-ontginningen met strokenverkaveling. De verkaveling

komt algemeen voor in de regio (lage zeldzaamheid), echter de informatiewaarde is wel hoog,

aangezien deze verkaveling goed de genese van het historisch landschap aangeeft. De ensemblewaarde

(sloot-kavel-huis) en representativiteit (van middeleeuwse ontginningen) zijn hoog. Geconcludeerd

kan worden dat de inhoudelijke kwaliteit van deze verkaveling hoog is.

Vanwege de winning van dijkspecie zijn er aan beide zijden van de dijk afgegraven oppervlakten aanwezig

(uitgedijkt land). Deze dijkspecie werd in het verleden gebruikt om dijken op andere plaatsen te

versterken. De relicten van het uitgedijkte land hebben een matige informatiewaarde, aangezien veel

restanten niet meer in het landschap afleesbaar zijn. De ensemblewaarde is om dezelfde reden ook

matig. Aangezien de winning van dijkspecie langs de gehele dijk heeft plaats gevonden, is dit geen

zeldzaam verschijnsel. De representativiteit is ook matig, aangezien dit uitgedijkte land langs een groot

deel van de Diefdijk aanwezig is en de fysieke kwaliteit matig is. Geconcludeerd kan worden dat de inhoudelijke

kwaliteit van het uitgedijkte land matig is.

Met de dijkbreuk rond de Wiel van Bassa is waarschijnlijk veel zand losgewoeld uit de bodem die in de

gedaante van een waaier is uitgestort over de omgeving. Rond de Wiel van Bassa bloeide op deze

overslaggrond de fruitcultuur op. De inhoudelijke kwaliteit van de boomgaarden op de overslaggrond is

hoog. Het is een zeldzaam verschijnsel waarvan de samenhang ook nog duidelijk aanwezig is. De we-

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

19


tenschappelijke waarde (informatiewaarde) is ook hoog, dit ensemble is letterlijk een schoolvoorbeeld

van de ontwikkeling van het landschap na een dijkdoorbraak. In totaal is de inhoudelijke kwaliteit van

deze voormalige doorbraak met zandwaaier en boomgaarden hoog.

1.2.4. Autonome ontwikkeling historische geografie

De aanwezige historische geografische waarden veranderen niet of nauwelijks in de loop der tijd. Voor

zover bekend zijn er geen plannen om dijken af te graven. De streekplannen van de provincies Utrecht,

Zuid-Holland en Gelderland geven aan dat het landelijke gebied aan beide zijden van de dijk veelal

ontwikkelt wordt tot verwevingsgebied, agrarische gebied met bijzondere waarden en/ of ecologische

verbindingszone (EHS), maar dat wel de openheid van het landschap behouden moet blijven. Tevens

is direct ten zuidoosten van deelgebied 2 een zoekgebied voor waterberging aangegeven. Deze aanduidingen

kunnen tot gevolg hebben dat er meer natuur zal ontstaan en dat de wordingsgeschiedenis

van het landschap minder goed afleesbaar kan worden. Tevens zou het verkavelingpatroon enigszins

kunnen wijzigen als gevolg van schaalvergroting in de landbouw (Bron:. o.a. Nota Ruimte).

Geconcludeerd kan worden dat de situatie na autonome ontwikkeling op de korte en middellange termijn,

minimaal zal verschillen ten opzichte van de beschreven huidige situatie en mogelijk zal verslechteren.

1.3. Historische bouwkunde

De historische bouwkunde bevat met name gebouwde objecten, zoals historische woningen, molens,

boerderijen en andere historische objecten.

1.3.1. Beleefde kwaliteit

Deze paragraaf begint met een samenvatting van de aanwezige waarden, waarna deze per deelgebied

verder besproken worden.

Resumé beleefde kwaliteit

In dit deelgebied zijn een aantal bunkers en groepsschuilplaatsen aanwezig met een hoge beleefde

kwaliteit. De beleefde kwaliteit van een aanwezig emplacement is echter matig.

In deelgebied 2 zijn geen gebouwde historische objecten aanwezig.

Deelgebied 1

In dit deelgebied zijn geen monumentale woningen c.q. boerderijen aanwezig. Nabij dijkpaal 2 zijn er

een zestal bunkers aanwezig langs de teen van de Diefdijk, deze groepsschuilplaatsen uit 1939/1940

vormen een relict van de infanteriestelling. Tevens is er nabij de kruising Prijsseweg/ Diefdijk nog een

monumentaal houten gebouw aanwezig. Deze relicten zijn goed herkenbaar (als bunkers) in het landschap

en hebben een hoge herinneringswaarde aan de oorlog. Daarmee hebben deze relicten een hoge

beleefde kwaliteit.

In het kader van de verdediging van het acces 5 rond de Lekdijk en naastgelegen hoge gronden werd dit

acces later versterkt met geschutsopstellingen. Aan een van die stellingen herinnerende relicten van

drie aarden emplacementen uit 1879, liggend op het westelijk talud van de Diefdijk. Een van die emplacementen

ligt in onderhavig deelgebied (Bron: RAAP). De beleefde kwaliteit van deze emplacementen

is matig. Hoewel de herinnerbaarheid hoog is, is de zichtbaarheid vanwege de aanwezigheid van bomen

laag.

5 Weg of begaanbare strook land door onbegaanbaar of voor een aanval ongeschikt terrein, bijvoorbeeld door moerasgebieden of inun-

daties.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

20


Deelgebied 2

In dit deelgebied zijn geen gebouwde historische objecten aanwezig op of direct grenzend aan de dijk.

Er zijn dus geen effecten te verwachten op het aspect historische bouwkunde.

1.3.2. Fysieke kwaliteit

Deze paragraaf begint met een samenvatting van de aanwezige waarden, waarna deze per deelgebied

verder besproken worden.

Resumé fysieke kwaliteit

Bij de groepsschuilplaatsen en de bunkers is de gaafheid hoog, echter de geconserveerdheid vanwege

betonrot veelal laag.

In deelgebied 2 zijn geen gebouwde historische objecten aanwezig.

Deelgebied 1

Nabij dijkpaal 2 zijn er een zestal bunkers aanwezig langs de teen van de Diefdijk, deze groepsschuilplaatsen

uit 1939/1940 vormen een relict van de infanteriestelling. Tevens is er nabij de kruising Prijsseweg/

Diefdijk nog een monumentaal houten gebouw aanwezig. De fysieke kwaliteit van deze gebouwen

is matig. De gaafheid is hoog, echter de geconserveerdheid is laag. Veelal is er sprake van betonrot.

In het kader van de verdediging van het acces rond de Lekdijk en naastgelegen hoge gronden werd dit

acces later versterkt met geschutsopstellingen. Aan een van die stellingen herinnerende relicten van

drie aarden emplacementen uit 1879, liggend op het westelijk talud van de Diefdijk. Een van die emplacementen

ligt in onderhavig deelgebied. De fysieke kwaliteit van deze emplacementen is matig.

Zoals bij meerdere historisch bouwkundige elementen is de fysieke kwaliteit van de emplacementen moeilijk exact te bepalen. Daarvoor

zou een bouwkundig onderzoek plaats moeten vinden.

Deelgebied 2

In dit deelgebied zijn geen gebouwde historische objecten aanwezig op of direct grenzend aan de dijk.

Er zijn dus geen effecten te verwachten op het aspect historische bouwkunde.

1.3.3. Inhoudelijke kwaliteit

Deze paragraaf begint met een samenvatting van de aanwezige waarden, waarna deze per deelgebied

verder besproken worden.

Resumé inhoudelijke kwaliteit

Alle aanwezige gebouwde historische objecten hebben een hoge inhoudelijke kwaliteit vanwege samenhangendheid

met de dijk en andere aanwezige elementen. Tevens zijn deze objecten zeldzaam in

de regio.

In deelgebied 2 zijn geen gebouwde historische objecten aanwezig.

Deelgebied 1

De relicten uit de oorlog in dit gebied hebben een hoge inhoudelijke kwaliteit. Een vergelijkbaar complex

van bunkers is in de omgeving wel te vinden (matige zeldzaamheid), echter de informativiteit van

dit complex is wel hoog. Het toont namelijk duidelijk de geschiedenis c.q. de ontwikkelingen van dit gebied

en is tevens van belang voor de bouwgeschiedenis. De samenhangendheid met andere elementen

langs de dijk is hoog, de ligging en functie van deze gebouwen maakt de samenhang met de dijk

en het fort begrijpelijk. Ook de representativiteit van dit ensemble is hoog. Het geeft een duidelijk voorbeeld

van de activiteiten die in dit gebied in een bepaalde periode hebben plaats gevonden.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

21


Zoals eerder is aangegeven ligt een emplacement (als herinnering van een geschutsopstelling) in onderhavig

deelgebied. Dergelijke emplacementen zijn zeldzaam in deze regio. De informativiteit is matig

aangezien het emplacement wel sporen vertoont van oorlogshandelingen, maar er geen fysieke gebouwen

meer aanwezig zijn die kunnen bijdragen aan de wetenschap over de bouwgeschiedenis. De

samenhangendheid met de dijk, het fort en andere relicten uit de oorlog is hoog. Hiermee is de representativiteit

ook hoog. Geconcludeerd kan worden dat de inhoudelijke kwaliteit hoog is.

Deelgebied 2

In dit deelgebied zijn geen gebouwde historische objecten aanwezig op of direct grenzend aan de dijk.

Er zijn dus geen effecten te verwachten op het aspect historische bouwkunde.

1.3.4. Autonome ontwikkeling historische bouwkunde

Aangezien er geen ingrijpende ruimtelijke plannen zijn voor dit gebied, zal de beleefde en inhoudelijke

kwaliteit niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie. In de loop der jaren is het wel aannemelijk

dat de fysieke kwaliteit van de objecten afneemt, door onder meer betonrot. Het is echter ook aannemelijk

dat er programma’s worden opgezet om deze afname van fysieke kwaliteit te remmen en zo

mogelijk te herstellen. Voor de autonome ontwikkeling wordt daarom aangenomen dat de fysieke kwaliteit

tenminste gelijk zal blijven of zelfs zal verbeteren.

Zoals bij de lezing van dit hoofdstuk misschien is opgevallen zijn er veel herhalingen. De aanwezige objecten/ structuren worden meer-

dere malen besproken bij zowel de beleefde, de inhoudelijke als de fysieke kwaliteit en dan ook nog eens bij historische geografie en

historische bouwkunde. Een andere werkwijze kan zijn om per object/ structuur de kwaliteiten te bespreken. Nadeel hiervan is dat je

een (zeer) lange opsomming krijgt van objecten met hun kwaliteiten. Het voordeel van een beschrijving zoals toegepast in dit hoofdstuk

is dat je heel methodische te werk kunt gaan en per kwaliteit kan beoordelen. Welke wijze toegepast moet worden is een discussiepunt.

In dit hoofdstuk is met name gewaardeerd binnen de regio rond de Diefdijk. Overwogen kan worden om ook op een hoger schaalni-

veau te waarderen. Met name op aspecten als zeldzaamheid heeft dit invloed. Afhankelijk van de wens van de opdrachtgever en be-

voegd gezag kan dan bepaalt worden of het verloren gaan van een dergelijk object een groot of klein effect is.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

22


2. BESCHRIJVING INGREPEN

Voor de ingrepen zijn er meerdere alternatieven ontwikkeld. In het kader van deze studie worden de ingrepen

beschreven vanuit een economisch alternatief en een cultuurhistorisch alternatief.

2.1. Economisch alternatief

Er wordt niet in cultuurhistorie geïnvesteerd waardoor er erfgoed verloren gaat, maar er wordt wel in

veiligheid geïnvesteerd omdat dat een wettelijk vereiste is. Dit betekent dat de veiligheid op zo´n goedkoop

mogelijke manier gerealiseerd wordt: de Diefdijk wordt zoveel mogelijk versterkt door steile en

hoge aanberming, alleen waar dat gezien de aanwezige bebouwing niet haalbaar is worden damwanden

geplaatst.

Ingrepen deelgebied 1 (binnendijks)

• aanbermen, behoudens ter hoogte van bebouwing en woningnummers: 28, 24, 25, 23, 22, 21 en

20;

• plaatsen damwand ter plaatse van boerderij, woningnummer 28 en bebouwing direct aan binnenteen,

nummers 24, 25 en 28.

Ingrepen deelgebied 2 (binnendijks)

• aanbermen alleen ter plaatse van waterpartij (wiel van Bassa) direct aan aanwezige binnenberm

(maximale verhoging 1 meter);

• bermverlenging onder 1:20 ter hoogte van hoogstamfruit, daar geen aanberming;

• vergroting en creëren flauwere oeverzones.

2.2. Cultuurhistorisch alternatief

Er wordt wel in cultuurhistorie geïnvesteerd zodat het aanwezige erfgoed zoveel mogelijk behouden

blijft èn er erfgoed verder ontwikkeld wordt. Er worden dus behoudsmaatregelen getroffen en ontwikkelingsmaatregelen.

Behoud houdt in essentie in dat de wettelijk vereiste veiligheid niet zo goedkoop mogelijk

wordt gerealiseerd door zoveel mogelijk aan te bermen, maar dat er meer damwanden worden

geplaatst omwille van erfgoed en dat er flauwer en lager wordt aangebermd aan de dijkteen, zodat de

dijk een duidelijke markering in het landschap blijft. Ontwikkeling houdt in dat het erfgoed opgeknapt

wordt (forten e.d.) en beleefbaar wordt gemaakt (fietspaden en zichtlijnen door inundatievlaktes). Bij het

beleefbaar maken gaat het om het in ere herstellen van het cultuurtechnisch kunstwerk op zo´n manier

dat een eenheid ontstaat: een ononderbroken linie, waarlangs overal iets te beleven valt.

Ingrepen deelgebied 1 (binnendijks)

• aanbermen, behoudens ter hoogte van bebouwing en woningnummers: 28, 24, 25, 23, 22, 21 en

20;

• plaatsen damwand ter plaatse van boerderij, woningnummer 28 en bebouwing direct aan binnenteen,

nummers 24, 25 en 28;

• o.a. inpassen relicten geschutsbanken door scherper profiel dijk of herstel van aarden hoogten;

• uitbaggeren inundatiekanaal;

• herstellen oorspronkelijke situatie ter hoogte van rotonde bij Lange Meent;

• opknappen geschutsbanketten en loopgraven;

• groepsschuilplaatsen herstellen door flauwe aanberming in plaats van steile aanberming.

Ingrepen deelgebied 2 (binnendijks)

• aanbrengen lange verankerde damwand;

• eventueel aanvullen met klei.

Verder geldt voor zowel deelgebied 1 als 2:

• niet aanbermen ter plaatse van:

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

23


⋅ Spekdammen;

⋅ Historische sloten;

⋅ Boomgaarden;

⋅ Wiel van Bassa;

⋅ uitgedijkt land / natte gronden aan de voet van de dijk;

• herstel van zichtlijnen;

• behoud van historische elementen zoals elektriciteitspalen en limietpaaltjes.

De twee hierboven beschreven alternatieven verschillen in principe maar weinig van elkaar. Door in het cultuurhistorische alternatief

maatregelen op te nemen ter behoud van cultuurhistorische waarden is er toch enig onderscheid in de alternatieven aan te brengen,

waardoor de effecten ook van elkaar kunnen verschillen. Dit probleem zal zich in ander projecten ook vaak voordoen, omdat er veelal

niet specifiek met cultuurhistorische waarden rekening wordt gehouden.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

24


3. BEOORDELING EFFECTEN

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving en beoordeling van de effecten weer. Daartoe worden de ingrepen

van de alternatieven afgezet tegen de referentiesituatie (de huidige situatie na autonome ontwikkeling).

De effectbeschrijving en –beoordeling vinden plaats voor de deelgebieden gezamenlijk.

Effectbeoordeling

De effectscores worden bepaald door de omvang van de maatregel (ingreep) maal de waarde die wordt

aangetast. Hoe meer landschapselementen of relicten met een hoge waarde (negatief) worden aangetast,

hoe negatiever het effect is (--), immers de waarde neemt af. Indien er maar weinig elementen of

relicten worden aangetast met een hoge waarde zal het effect licht negatief zijn (-). Deze waardering

geldt ook indien er veel elementen of relicten worden aangetast met een matige of lage kwaliteit. Indien

er geen elementen negatief worden aangetast is het effect neutraal (0). Indien de waarde van een

aantal elementen of relicten wordt verhoogd door de maatregel is er een positief effect (+). Indien dit

een groot aantal elementen of relicten betreft is dit effect sterk positief (++). Indien het echter gaat om

elementen of relicten die al een hoge waarde hebben is het effect neutraal.

3.1. Archeologie

Om het beoordelingskader voor archeologie in te kunnen vullen (zie tabel 4.1), wordt eerst een korte

beschrijving gegeven van de effecten van de voorgestelde maatregelen (zie hoofdstuk 3) op de beschreven

elementen (zie hoofdstuk 2).

In de deelgebieden zijn geen bekende archeologische vindplaatsen aanwezig. Deelgebied 1 en 2 kennen

voor het grootste deel een hoge archeologische trefkans. De voorgenomen bodemingrepen hebben

daarom een groter effect op eventueel aanwezige archeologische waarden, dan wanneer het gebied

een lage trefkans op archeologische waarden zou hebben.

Verstoring

Omdat niet bekend is waar eventueel aanwezige archeologische waarden zich bevinden, is de kans

klein dat archeologische waarden worden aangetast door betreding (0). Vanwege het feit dat nog niet

bekende archeologie alleen onder het maaiveld aanwezig kan zijn, is er geen effect mogelijk op de beleefde

kwaliteit daarvan (0).

Doorsnijding

Indien er archeologie aanwezig is, kunnen de maatregelen effect hebben op de inhoudelijke kwaliteit

van mogelijk aanwezige archeologie. Hoewel het een hoge verwachtingswaarde betreft, is niet bekend

in welke mate doorsnijding plaats vindt. Daarom is dit effect voor beide alternatieven licht negatief gewaardeerd

(-).

Vernietiging

Zoals eerder bij ‘verstoring’ benoemd is er geen effect mogelijk op beleefde kwaliteiten (0). Wel zou de

gaafheid en informatiewaarde kunnen afnemen door verstoring van de bodem, hetgeen bijvoorbeeld zal

plaatsvinden bij vergravingen nabij de dijk en bij het slaan van damwanden. Aangezien dit niet overal

zal plaatsvinden, maar het wel een hoge archeologische trefkans betreft is het effect licht negatief (-)

gewaardeerd.

Verdroging

Er vanuit gaande dat er geen langdurige verandering van de grondwaterstand is, die samenhangt met

de uit te voeren werkzaamheden, is er geen effect te verwachten op de fysieke kwaliteit van eventueel

aanwezige archeologische waarden (0).

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

25


Tabel 6 Effectbeoordeling archeologische waarden

Effect/ criterium Effect per alternatief

Verstoring

- verandering van beleefde kwaliteit door visuele hinder

(zichtbaarheid)

- verandering van de fysieke kwaliteit door betreding

(conservering)

Doorsnijding

- verandering van de inhoudelijke kwaliteit (samenhan-

gendheid)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Economisch alterna-

tief

0 0

0 0

- -

Vernietiging

- verandering van de beleefde kwaliteit (zichtbaarheid/

herinnerbaarheid)

0 0

- verandering van de fysieke kwaliteit (gaafheid, e.d.) - -

- verandering van de inhoudelijke kwaliteit (zeldzaam- - -

heid, informatiewaarde en representativiteit)

Verdroging

- verandering in de fysieke kwaliteit (conservering) 0 0

Totaal 0 0

Cultuurhistorisch

3.2. Historische geografie

Om het beoordelingskader voor historische geografie in te kunnen vullen (tabel 4.2), wordt eerst een

korte beschrijving gegeven van de effecten van de voorgestelde maatregelen (zie hoofdstuk 3) op de

beschreven historisch geografische elementen (zie hoofdstuk 2).

Verstoring

Door het aanbermen zal de beleefde kwaliteit van enkele elementen met een hoge beleefde kwaliteit,

zoals de dijk, (de omgeving van) het Wiel van Bassa en enkele andere kleine elementen met een matige

beleefde kwaliteit (zoals het uitgedijkte land) verstoord worden. Met name de zichtbaarheid zal verslechteren.

Aangezien dit in het economisch alternatief op meer plaatsen zal gebeuren is daar het effect

groter (- -), dan in het cultuurhistorische alternatief (-).

In het kader van de genoemde maatregelen zijn in beide alternatieven geen effecten te verwachten op

de fysieke kwaliteit van de historisch geografische elementen door betreding of de werkzaamheden (0).

Doorsnijding

Door de voorgenomen maatregelen worden de voormalige polderdijken haaks op de dijk en het polderland

naast de dijk voor een klein deel doorsneden (beide met een hoge inhoudelijke kwaliteit). De

samenhangendheid van met name de voormalige polderdijken worden daardoor minder. Aangezien het

een relatief klein aantal elementen met een hoge waarde betreft, is er een licht negatief effect te verwachten

in het economisch alternatief (-). In het cultuurhistorisch alternatief worden deze elementen

niet aangetast (0).

Vernietiging

Een groot deel van de beschreven historische geografische elementen worden deels vernietigd door de

te nemen maatregelen uit het economisch alternatief. Met name betreffen dit relicten van het uitgedijkte

land (met een lage cultuurhistorische waarde) en relicten van geschutsstellingen (met een hoge beleefde

kwaliteit). De effecten van deze maatregelen op het aspect vernietiging zijn dus grotendeels licht

negatief (-).

26


Door niet aan te bermen bij onder meer spekdammen, historische sloten, boomgaarden en uitgedijkt

land, blijven in het cultuurhistorisch alternatief een groot aantal historisch geografische elementen met

een matig tot hoge beleefde kwaliteit behouden of worden zelfs versterkt (bijvoorbeeld het uitbaggeren

van een oud inundatiekanaal of het herstellen van zichtlijnen). De effecten van deze maatregelen in het

cultuurhistorisch alternatief zijn positief (+).

Door de te nemen maatregelen in beide alternatieven wordt de fysieke kwaliteit van de Diefdijk niet significant

hoger. In het economisch alternatief zal wel de fysieke kwaliteit van een aantal elementen met

een hoge waarde lager worden, het betreft hier onder meer het wiel en de fruitcultuur op de overslaggrond.

De effecten op de vernietiging van fysieke kwaliteiten in het economisch alternatief zijn gezien

het geringe aantal elementen licht negatief (-).

Door het nemen van aanvullende maatregelen in het cultuurhistorische alternatief wordt een hogere fysieke

waarde bereikt. Een voorbeeld van een aanvullende maatregel is het aanpassen van de rotonde

bij Lange Meent. Hierdoor wordt het oorspronkelijke dijkprofiel hersteld en valt een positief effect (+) op

de fysieke waarde te verwachten.

Door de te nemen maatregelen in het economisch alternatief, zal het Wiel van Bassa, inclusief de

zandwaaier met boomgaarden nabij het wiel (met een hoge inhoudelijke waarde) deels worden vernietigd.

Dit geldt ook voor de relicten van het uitgedijkte land (met een matige inhoudelijke kwaliteit). Door

de maatregelen zal de informatiewaarde en representativiteit van deze elementen lager worden. Aangezien

het om een gering aantal maatregelen gaat met een hoge tot matige inhoudelijke kwaliteit, betreft

het een licht negatief effect in het economisch alternatief (-).

Door de maatregelen in het cultuurhistorische alternatief treden de hierboven beschreven effecten op

de inhoudelijke kwaliteit niet op. Het effect is daarmee neutraal (0).

Verdroging

Er zijn geen historisch geografische elementen bekend waarbij verdroging van invloed kan zijn op de

fysieke kwaliteit. Het gewaardeerde effect is daarom voor beide alternatieven neutraal (0).

Tabel 7 Effectbeoordeling historisch geografische waarden

Effect/ criterium Effect per alternatief

Verstoring

- verandering van beleefde kwaliteit door visuele hinder

(zichtbaarheid)

- verandering van de fysieke kwaliteit door betreding

(conservering)

Doorsnijding

- verandering van de inhoudelijke kwaliteit (samenhan-

gendheid)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Economisch alterna-

tief

-- -

0 0

- 0

Vernietiging

- verandering van de beleefde kwaliteit (zichtbaarheid/

herinnerbaarheid)

- +

- verandering van de fysieke kwaliteit (gaafheid, e.d.) - +

- verandering van de inhoudelijke kwaliteit (zeldzaamheid,

informatiewaarde en representativiteit)

- 0

Verdroging

Cultuurhistorisch

27


Effect/ criterium Effect per alternatief

- verandering in de fysieke kwaliteit (conservering) 0 0

Totaal - 0

3.3. Historische bouwkunde

Om het beoordelingskader voor historische bouwkunde in te kunnen vullen (tabel 8), wordt een korte

beschrijving gegeven van de effecten van de voorgestelde maatregelen (zie hoofdstuk 3) op de beschreven

historisch bouwkundige elementen (zie hoofdstuk 2).

Verstoring

De maatregelen ter verbetering van de dijk, zoals aanbermen en het slaan van damwanden, vinden

binnendijks plaats. Omdat de bunkers en groepsschuilplaatsen (veelal met een hoge beleefde kwaliteit)

buitendijks liggen, worden deze elementen door de maatregelen in beide alternatieven niet verstoord.

Gezien de afwezigheid van effecten in het economisch alternatief op elementen, wordt het effect neutraal

gewaardeerd (0). In het cultuurhistorische alternatief worden een aantal maatregelen genomen om

de geschutsbanketten en groepsschuilplaatsen te herstellen of te verbeteren. Hoewel een aantal van

deze elementen reeds een hoge beleefde kwaliteit heeft, zal de kwaliteit daarvan mogelijk licht kunnen

toenemen. Tevens betreft het ook elementen met een matige beleefde kwaliteit. De effecten in het cultuurhistorische

alternatief ten opzichte van de referentiesituatie zijn daarom licht positief (+).

De fysieke kwaliteit van de historisch bouwkundige elementen is matig. Hoewel bij de groepsschuilplaatsen

en de bunkers de gaafheid hoog is, is de geconserveerdheid vanwege betonrot veelal laag.

Tijdens het aanbrengen van de damwanden, hetgeen gepaard gaat met trillingen, is daarom een licht

negatief effect te verwachten op de bunkers. Gezien het aantal bunkers en de lage geconserveerdheid

daarvan is er een licht negatief effect te verwachten in het economisch alternatief (-). In het cultuurhistorische

alternatief zijn deze effecten ook te verwachten, echter in dat alternatief zijn ook maatregelen

opgenomen om de diverse historische bouwkundige elementen op te knappen. Daarmee zal de geconserveerdheid

dus sterk toenemen. Gezien het aantal aanwezige historisch bouwkundige elementen met

een veelal lage geconserveerdheid, is er een groot positief effect (++).

Doorsnijding

De inhoudelijke kwaliteit van historisch bouwkundige elementen is hoog. Alle aanwezige gebouwde

historische objecten hebben namelijk een hoge samenhangendheid met de dijk en andere aanwezige

elementen. Hoewel door aanberming mogelijk de samenhangendheid licht afneemt, zorgt dit niet voor

een groot effect. Bovendien zal dit slechts bij enkele elementen van toepassing zijn. In beide alternatieven

is het effect daarom neutraal (0).

Vernietiging

Door de maatregelen in beide alternatieven worden er geen historisch bouwkundige elementen vernietigd.

In het economisch alternatief en in het cultuurhistorisch alternatief is er ten opzichte van de referentiesituatie

geen effect te verwachten (0).

De fysieke kwaliteit van historisch bouwkundige elementen, met betrekking tot het aspect gaafheid, is

veelal hoog. Naar verwachting hebben de maatregelen in beide alternatieven geen effect op deze kwaliteit

(0).

In het economisch alternatief worden een aantal kleinschalige elementen, zoals elektriciteitspalen en

limietpaaltjes verwijderd. Aangezien deze elementen zeldzaam zijn en een hoge informatiewaarde

hebben, gaan er elementen met een hoge inhoudelijke kwaliteit verloren. Voor het overige worden er

geen historisch bouwkundige elementen verwijderd. Aangezien het om een gering aantal elementen

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

28


gaat is het effect licht negatief (-). In het cultuurhistorische alternatief blijven deze elementen behouden,

daarom is in dat alternatief een neutraal effect te verwachten ten opzichte van de referentiesituatie (0).

Een beoordelingscriterium dat ontbreekt in de methode is trillingshinder. Met name bij historische bouwwerken is dit een criterium dat de

nodige effecten kan opleveren.

Verdroging

Er zijn geen elementen bekend waarbij verdroging van invloed kan zijn op de cultuurhistorische waarde.

Het gewaardeerde effect is daarom neutraal (0).

Tabel 8 Effectbeoordeling historisch bouwkundige waarden

Effect/ criterium Effect per alternatief

Verstoring

- verandering van beleefde kwaliteit door visuele hinder

(zichtbaarheid)

- verandering van de fysieke kwaliteit door betreding/

verbouwing (conservering)

Doorsnijding

- verandering van de inhoudelijke kwaliteit (samenhan-

gendheid)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Economisch alterna-

tief

0 +

- ++

0 0

Vernietiging

- verandering van de beleefde kwaliteit (zichtbaarheid/

herinnerbaarheid)

0 0

- verandering van de fysieke kwaliteit (gaafheid, e.d.) 0 0

- verandering van de inhoudelijke kwaliteit (zeldzaam- - 0

heid, informatiewaarde en representativiteit)

Verdroging

- verandering in de fysieke kwaliteit (conservering) 0 0

Totaal 0 +

Cultuurhistorisch

3.4 Conclusie

De maatregelen in het cultuurhistorisch alternatief leiden met name voor het aspect historische geografie

en historische bouwkunde tot minder negatieve effecten en deels ook positieve effecten. Dit is voor

een deel het gevolg van een minder slechte of verbeterde beleving. Voor een ander deel vindt er minder

aantasting plaats en worden elementen versterkt.

29


DEEL II: MKBA VERSTERKING DIEFDIJKLINIE

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

30


1. VASTSTELLEN VAN DE ALTERNATIEVEN

Een MKBA begint met het omschrijven van de maatregelen in verschillende alternatieven. Bij deze

MKBA wordt een cultuurhistorisch alternatief afgezet tegen een nulalternatief. Dit is anders dan in de

MER waarin het economisch alternatief en het cultuurhistorisch alternatief worden beoordeeld ten opzichte

van de referentiesituatie (huidige situatie + autonome ontwikkeling). Het nulalternatief en het

cultuurhistorisch alternatief zijn:

Nulalternatief: er wordt niet in cultuurhistorie geïnvesteerd waardoor er erfgoed verloren gaat, maar er

wordt wel in veiligheid geïnvesteerd omdat dat een wettelijk vereiste is. Dit betekent dat de veiligheid op

zo´n goedkoop mogelijke manier gerealiseerd wordt. De Diefdijk wordt zoveel mogelijk versterkt door

steile en hoge aanberming, alleen waar dat gezien de aanwezige bebouwing niet haalbaar is worden

damwanden geplaatst.

Cultuurhistorisch alternatief: er wordt wel in cultuurhistorie geïnvesteerd zodat het aanwezige erfgoed

zoveel mogelijk behouden blijft èn er erfgoed verder ontwikkeld wordt. Er worden dus behoudsmaatregelen

getroffen en ontwikkelingsmaatregelen. Behoud houdt in essentie in dat de wettelijk vereiste veiligheid

niet zo goedkoop mogelijk wordt gerealiseerd door zoveel mogelijk aan te bermen, maar dat er

meer damwanden worden geplaatst omwille van erfgoed en dat er flauwer en lager wordt aangebermd

aan de dijkteen, zodat de dijk een duidelijke markering in het landschap blijft. Ontwikkeling houdt in dat

het erfgoed opgeknapt wordt (forten e.d.) en beleefbaar wordt gemaakt (fietspaden en zichtlijnen door

inundatievlaktes). Bij het beleefbaar maken gaat het om het in ere herstellen van het cultuurtechnisch

kunstwerk op zo´n manier dat een eenheid ontstaat: een ononderbroken linie, waarlangs overal iets te

beleven valt.

Het verschil tussen het nul- en projectalternatief zit dus in behoud- en ontwikkelingsmaatregelen. Tabel

9 geeft een overzicht van de behoud- en ontwikkelingsmaatregelen voor de Diefdijk. In afbeelding 11

staan deze maatregelen op een overzichtskaartje ingetekend. In deze afbeelding wordt de Diefdijklinie

begrensd door Everdingen en Asperen. Hier is het overgrote deel van de maatregelen gepland. In het

deel van Asperen tot Gorinchem is nog behoud van uitgedijkt land/ natte gronden aan de voet van de

dijk (4) en herstel van fort Nieuwe Steeg en fort Vuren gepland (N). Dit is niet in het kaartbeeld opgenomen.

In paragraaf 1.1 wordt verder ingegaan op de maatregelen die betrekking hebben op de versterking en

behoud van de Diefdijk. Paragraaf 1.2 gaat over de extra maatregelen die de cultuurhistorische waarden

van de Diefdijklinie versterken.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

31


Tabel 9 Behoud- en ontwikkelingsmaatregelen

Cultuurhistorische behoudsmaatregelen* Cultuurhistorische ontwikkelingsmaatregelen

1. Geen aantasting Wiel van Bassa. Bij een keuze voor aanberming in

het nulalternatief krijgt de oever een flauwer talud. Dit is ecologisch

misschien interessanter, maar vanuit cultuurhistorisch perspectief

gaat het typische kenmerk van het wiel verloren (ontstaan door kolk-

werking, met steile uitgesleten oevers).

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

A. Zichtlijn herstellen door het weghalen van bomen

(DP1-DP19)

2. Geen demping van sloten bij Overzijdeveld B. Sluizenherstel (Damsluis: DP1-DP9, inundatiesluis:

DP1-DP9, Akoijse en Oude Horn: DP25-DP40, Waai-

ersluis, DP41)

3. Geen verlies van hoogstam boomgaarden (o.a. bij Wiel van Bassa) C. Dijk aansluiten op rivierpont bij fort Everdingen

4. Geen verlies van uitgedijkt land/ natte gronden aan de voet van de

dijk

D. Fietspad aanleggen

5. Geen verlies van spekdammen E. Uitbaggeren van inundatiekanaal bij fort Everdingen

6. Geen verlies van de oorspronkelijke ligging van de dijk bij dijkpaal

36-37 bij Leerdam.

7. Door flauwe aanberming in plaats van steile aanberming worden

groepsschuilplaatsen hersteld. De groepsschuilplaatsen liggen nu

verhoogd in het landschap (gefundeerd - terwijl het omliggende land

is gezakt). Kleine aanberming kan de oude situatie herstellen.

dijkpaal DP1-DP9

F. Rotonde bij Langemeent weghalen

G. Vlakvormige verdieping uitgraven tussen de Waal en

de Lek voor afvoer van water en voor berging van

water (DP1-DP40). Het gaat in totaal om 250 ha.

8. Geen verlies van oude elektriciteitspalen H. Recreatieve ontsluiting molenkadegebied

9. Geen verlies van limietpaaltjes I. Opknappen geschutsbanketten en loopgraven

J. Natuurontwikkeling: ongeveer 308 ha.

K. Realisatie wandelpad

L. Het graven van poelen

M. Aanleg van een cultuurhistorisch transferium bij Aspe-

ren

N. Fortherstel : Fort Asperen als kunsteiland, Fort Nieu-

we Steeg als Geofort, Fort Vuren als pleisterplaats

* Het voorkomen van een verlies gebeurt door een damwand te plaatsen of een flauwe brede aanberming in plaats van een gewone

aanberming

32


Afbeelding 11 Behoud- en ontwikkelingsmaatregelen

B

I

M

De cijfers en letters in de figuur komen overeen met die in tabel 9

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

6

J

7

L

B

N

3

G

1

I

H

I

K

J

5

A

I

G

A

9

2

5

F

D

8

I

G

E

C

33


1.1. Cultuurhistorische behoudmaatregelen

Versterking van de dijk zal in principe gebeuren door het aanbrengen van extra grond aan de voet van

de dijk, het zogenoemde aanbermen van de binnenkant van de dijk. Dit is de eenvoudigste en goedkoopste

manier om de dijk te verstevigen en is op verschillende wijze toe te passen (bijvoorbeeld met

een flauw talud). Op plaatsen waar bebouwing staat is het aanbrengen van grond niet mogelijk of onwenselijk.

In dat geval kan er een (lange) damwand geslagen worden ter voorkoming van het afschuiven

van de dijk, of in sommige gevallen een korte damwand. Verder kan ook het zand onder de dijk

weggespoeld worden (piping). Dit is tegen te gaan door in het voorland of achterland een kleilaag aan

te leggen of door binnendijks een scherm te plaatsen. In grote lijnen worden er vijf maatregelen onderscheiden:

1. Het verbeteren van de stabiliteit binnenwaarts via het verhogen en verbreden van de berm

2. Het aanbrengen van een verankerde lange damwand

3. Het aanbrengen van een korte damwand

4. Het aanbrengen van klei op voorland/ achterland om piping tegen te gaan

5. Het aanbrengen van een scherm tegen piping

De maatregelen zijn in bijlage II gedetailleerder uitgewerkt. In tabel 10 staat de toepassing van de

maatregelen voor het nulalternatief en het projectalternatief uitgewerkt.

Tabel 10 Beschermingsmaatregelen per dijkvak

dijkgedeelte (Dp = dijkpaal) maatregel nulalternatief maatregel projectalternatief

van Dp 1+140m tot Dp 6+190m stabiliteit binnenwaarts, berm stabiliteit binnenwaarts, berm

van Dp 1+160m - Dp 2+70m klei aanbrengen voorland klei aanbrengen voorland

van Dp 9+40m - Dp 9+180m klei aanbrengen voorland klei aanbrengen voorland

van Dp 14 - Dp 15+170m stabiliteit binnenwaarts, berm lange verankerde damwand

van Dp 18 - Dp 19+20m stabiliteit binnenwaarts, berm; klei in

voorland ingraven

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

lange verankerde damwand: damwand als

kwelscherm verlengen

van Dp 22+120m - Dp22+180m stabiliteit binnenwaarts, berm lange verankerde damwand

van Dp 23+170m - Dp 25 stabiliteit binnenwaarts, berm lange verankerde damwand

van Dp 23+170m - Dp 24 klei aanbrengen voorland Damwand als kwelscherm verlengen

van Dp 29 - Dp 29+100m klei aanbrengen voorland Buitendijkse onverankerde damwand

van Dp 29+180m - Dp 32+150m stabiliteit binnenwaarts, berm lange verankerde damwand

van Dp32+210m - Dp 33+60m klei aanbrengen voorland buitendijks scherm

van Dp35+50m – Dp 38 structurele verbetering binnen- en bui- damwand als kistdamconstructie

tendijkse stabiliteit: verschuiving dijkprofiel

of kistdamconstructie

van Dp38 – Dp38+140m binnendijkse berm binnendijkse berm

van Dp 42+20m - Dp 44+40m klei aanbrengen voorland klei aanbrengen voorland

van Dp 53+140m – Dp61+60m buitendijkse stabiliteit, berm mixed inplace/ damwand

van Dp 61+50m - Dp 65 verankerde damwand verankerde damwand

van Dp 65 – Dp 66+180m stabiliteit binnenwaarts, berm stabiliteit binnenwaarts, berm

van Dp 67+180m - Dp 68+70m klei aanbrengen voorland klei aanbrengen voorland

van Dp 70 - Dp 75 stabiliteit binnenwaarts, berm: klei buitendijks

rond woningen inpassen

stabiliteit binnenwaarts: scherm, combineren

met kwelscherm tegen piping

van Dp 74 - Dp 74+130m lange verankerde damwand lange verankerde damwand

van Dp 78 - Dp 79 stabiliteitscherm in Linge stabiliteitscherm in Linge

van Dp 79 – Dp 81 stabiliteit binnenwaarts, berm lange verankerde damwand

van Dp 81 - Dp 81+180m lange verankerde damwand lange verankerde damwand

van Dp 81+180m – Dp82+150m lange verankerde damwand lange verankerde damwand

Bron: Grontmij, 2007

34


1.2. Cultuurhistorische ontwikkelingsmaatregelen

In het cultuurhistorisch alternatief wordt ingezet op herstel én ontwikkeling van cultuurhistorie in de

Diefdijklinie. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:

- Het herstel van elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie op en om de Diefdijk, zoals groepsschuilplaatsen,

geschutsbanketten, etc.;

- Het behoud en ontwikkeling van fort Asperen tot kunsteiland;

- Het herstel/ restauratie van kanalen, sluizen en gemalen;

- Het behoud en ontwikkeling van fort Nieuwe Steeg tot Geofort, met GPS inundatieroutes;

- De restauratie van Fort Vuren. Fort Vuren is eigendom van Staatsbosbeheer en in gebruik bij de

Stichting wandel- en fietsforten. Het fort is in gebruik als recreatieve pleisterplaats (horeca en overnachtingsmogelijkheid).

Het fort verkeert in vrij slechte toestand en dient geconsolideerd en gerestaureerd

te worden;

- De inrichting van het landschap (open maken inundatiekommen en schootsvelden)

- De aanleg van inundatievlaktes/ vlakvormige waterberging

Met deze cultuurhistorische maatregelen worden de toeristische en recreatieve potenties van de Diefdijklinie

verder ontwikkeld. Om deze potenties te verzilveren zijn er in het cultuurhistorisch alternatief

ook maatregelen opgenomen die de recreatiemogelijkheden verbeteren:

- Het verbeteren van de recreatieve ontsluiting (onder andere aanleg fietspad);

- De realisatie van een wandelpad tussen fort Asperen en fort Nieuwe Steeg;

- Het opzetten van een witte botenplan (roeiboten) over de Linge;

- De aanleg van parkeervoorzieningen (transferium) tussen of bij de forten.

Voor een aantal van de bovengenoemde maatregelen geldt dat ze een bijdrage kunnen leveren aan het

reduceren van wateroverlast in het gebied. In tabel 11 staat een overzicht van de maatregelen die

naast behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie ook van invloed zijn op het waterbeheer. 6

Tabel 11 Overzicht van maatregelen die van invloed zijn op het waterbeheer

locatie 7

Maatregel

DP1–DP9 Uitbaggeren inundatiekanaal

DP1–DP9 Restauratie Damsluis

DP1–DP9 Restauratie inundatiesluis

DP25–DP40 Sluizen renoveren

DP25–DP40 Akooijse en Oude Horn restaureren (sluis, gemaal, watermolen)

DP41 Restauratie waaiersluis

DP1–DP9 Realisatie vlakke waterberging

DP9–DP19 Realisatie vlakke waterberging

DP19–DP25 Realisatie vlakke waterberging

DP25–DP40 Aanleg vlakke waterberging in kader van EVZ 8

DP25–DP40 Aanleg natuurplassen

DP52-57 Aanleg rietmoeras

DP1–DP9 Bomen verwijderen t.b.v. landschapsbeleving

DP9–DP19 Bomen verwijderen t.b.v. zichtverbetering

6 Onder wateroverlast wordt verstaan: overlast als gevolg van extreme regenval, waardoor het water niet snel genoeg uit het gebied kan

worden gehaald, met ondergelopen kelders en vernielde gewassen als gevolg. Dit moet niet worden verward met een overlast door een

overstroming, wat het gevolg is van falen van een waterkering.

7 Diefdijklinie, lopend vanaf het fort bij Everdingen (Dijkpaal 1) richting Gorinchem (Dijkpaal 85).

8 Ecologische Verbinding Zone. Doel is om een ecologische waterverbinding te realiseren tussen Lek en Waal langs de dijk.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

35


2. KOSTENRAMING MAATREGELEN

In tabel 12 staat een overzicht van de kosten die gemaakt zullen moeten worden voor uitvoer van het

cultuurhistorisch alternatief. Dit zijn extra kosten ten opzichte van het nulalternatief.

Tabel 12 Kosten cultuurhistorische variant

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

periode kosten (euro) Bron

ondernemersrijp maken forten en sluizen Asperen 2009-2011 2.000.000 RIGO, 2008

ondernemersrijp maken fort Nieuwe Steeg 2009-2011 5.200.000 RIGO, 2008

restauratie fort Vuren 2009-2011 3.200.000 RIGO, 2008

verwerven en inrichten recreatief routenetwerk en ontsluiting 2009-2011 6.000.000 RIGO, 2008

graven inundatiekanalen/ vlaktes 2011-2014 7.500.000 RIGO, 2008

vergroten hydraulische afvoercapaciteit door herstel oude gemalen

en sluizen

2009-2011 6.000.000 RIGO, 2008

kosten landbouwgrond (verloren productie) vanaf 2011 1.829.000 KWIN, 2006

herstel cultuurhistorische waarden Diefdijk 2009-2011 5.900.000 BunkerQ

meerkosten behoud cultuurhistorisch dijkprofiel 2009-2011 24.019.000 Grontmij, 2007

totaal 65.059.000

Uit tabel 12 valt op te maken dat de grootste kostenpost het behoud van het originele dijkprofiel van de

Diefdijk is. Dit is logisch omdat hiervoor over een grote afstand lange verankerde damwanden worden

ingezet. Deze zijn aanzienlijk duurder dan het alternatief van aanbermen van de dijk. Andere hoge

kostenposten zijn het graven van inundatiekanalen/ vlaktes, het herstel van oude gemalen en sluizen,

het herstel van cultuurhistorische elementen op en om de dijk en de recreatieve ontsluiting. Voor onderhoud

en restauratie van de forten zijn alleen de kosten voor het ondernemersrijp maken opgevoerd.

Hierin zijn geen kosten verrekend die een ondernemer moet maken om de forten te kunnen exploiteren.

Er is ongeveer 250 ha nodig voor het graven van inundatiekanalen- en vlaktes. Deze ruimte gaat ten

koste van het huidig ruimtegebruik. In de huidige situatie wordt de grond voornamelijk gebruikt voor

landbouw (weide/ gras). De gemiddelde opbrengst van Engels raaigras in deze streek is 1.263 euro/

ha/ jaar. De gemaakte kosten voor deze productie zijn 790 euro/ ha/ jaar en de winst komt daarmee op

473 euro/ ha/ jaar (KWIN, 2007). Bij een discontovoet van 5,5% komt de netto contante waarde op

1,83 miljoen euro uit.

Als de kosten worden verdisconteerd voor de verschillende momenten van investeren komt het totaal

op 58,4 miljoen euro (netto contante waarde) uit.

36


3. KWANTIFICEREN FYSIEKE EFFECTEN

3.1. Fysieke effecten behoudmaatregelen

In het cultuurhistorisch alternatief wordt ongeveer 2 km extra damwand ten opzichte van het nulalternatief

gehanteerd. De totale lengte van de Diefdijk is ongeveer 22 km. De extra bescherming van cultuurhistorie

maakt daarmee ongeveer 10% van de totale lengte van de dijk uit. Dit is boven op de ruim 1800

strekkende meter damwand die voor de bescherming van bebouwing wordt toegepast. Het gaat hierbij

om de cultuurhistorisch/ landschappelijk meest aantrekkelijke delen van de dijk:

Tussen dijkpaal 14 en dijkpaal 15: bescherming van huizen, boomgaarden en het wiel.

Tussen dijkpaal 18 en dijkpaal 19: watergang & huizen die hoge waarde hebben. Omdat de huizen

in de economische variant ook al beschermd worden gaat het hier om de watergang.

Tussen dijkpaal 22 en dijkpaal 25: het Wiel van Bassa, grootste wiel van Nederland.

Tussen dijkpaal 29 en dijkpaal 32: woningen en uitgedijkt land. Omdat de huizen in het nulalternatief

ook al beschermd worden gaat het hier vooral om uitgedijkt land.

Tussen dijkpaal 61 en dijkpaal 63: Schaardijk moet in stand blijven.

Tussen dijkpaal 79 en dijkpaal 81: wiel en bebouwing.

Effect op hoogstam fruitboomgaarden

In beide alternatieven is rekening gehouden met bestaande bebouwing. Alle bebouwing wordt beschermd

door het hanteren van een lange damwand. In het cultuurhistorische alternatief wordt rond de

bebouwing over een langer traject een damwand gehanteerd dan in het nulalternatief. In het nulalternatief

wordt overgegaan op het aanbrengen van extra grond zodra dat mogelijk is. De inschatting is dat dit

een onrustiger dijkbeeld oplevert:; een afwisseling van een brede dijkvoet met een korte dijkvoet. De

bebouwing, inclusief aangrenzende (fruit)boomgaarden komen hierdoor minder goed uit de verf. Waarschijnlijk

wordt ook een groter deel van hoogstamfruitbomen gespaard door het slaan van extra damwand

over een langer traject.

Effect op uitgedijkt land

Zowel in het alternatief als in het cultuurhistorisch alternatief gaat er uitgedijkt land verloren. Het uitgedijkt

land kenmerkt zich door natte omstandigheden en het voorkomen van riet en houtteelt (grienden).

Het uitgedijkt land is ontstaan door het afgraven van klei voor herstel en versteviging van de dijk. Door

het geplande aanbermen verdwijnt een deel van het uitgedijkte land weer. Voor beide alternatieven is

bepaald hoeveel oppervlakte riet/ ruigte/ griend er verloren gaat als gevolg van aanberming. Hiervoor

zijn de trajecten waar aanberming plaats zal vinden uitgezet op de topografische atlas van Zuid-Holland

(schaal 1:25.000). Op deze kaart is redelijk nauwkeurig het landgebruik te achterhalen. Voor bepaling

van de oppervlakte uitgedijkt land zijn de bodemgebruikcategorieën ´grienen ´dras & riet´ gehanteerd.

Aanname is dat aanberming over een breedte van gemiddeld 25m zal plaatsvinden. Bij het nulalternatief

gaat er 6,3 ha uitgedijkt land verloren, bij het cultuurhistorisch alternatief 4,2 ha. Of de geïnventariseerde

oppervlakte riet/ ruigte/ griend in zijn geheel onder de cultuurhistorische noemer ‘uitgedijkt

land’ valt is niet duidelijk. De oppervlaktebepaling is gebruikt voor bepaling van ecosysteembaten

(en daarvoor is de noemer uitgedijkt land niet van belang).

Effect op wiel van Bassa

In het nulalternatief wordt bij het wiel van Bassa grond aangebracht ter versteviging. Het zal een flauw

talud worden dat doorloopt tot in het wiel zelf. Dit gaat mogelijk ten koste van natuurwaarden (beplanting

op de dijk + oevervegetatie). In het cultuurhistorisch alternatief wordt een damwand geslagen rond

het wiel, waarmee het wiel in de huidige staat behouden blijft.

3.2. Fysieke effecten ontwikkelingsmaatregelen

In het cultuurhistorisch alternatief zijn aanvullende maatregelen opgenomen voor behoud en ontwikkeling

van cultuurhistorie. Hieronder vallen restauratie/ herstel van cultuurhistorische elementen van de

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

37


Nieuwe Hollandse Waterlinie, verbeteren van de recreatieve ontsluiting van het gebied en inrichting van

het landschap.

Restauratie en herstel van cultuurhistorische elementen:

Hierbij gaat het om het tijdig onderhouden van bestaande cultuurhistorische elementen:

- ontwikkelen van fort Asperen tot kunsteiland

- ontwikkelen van fort Nieuwe Steeg tot Geofort

- restauratie van fort Vuren tot pleisterplaats

- herstel van Nieuwe Hollandse Waterlinie-elementen op en om de Diefdijk, zoals groepsschuilplaatsen,

geschutsbanketten, etc.

- herstel en restauratie van oude sluizen en gemalen. Kleinere en grotere kunstwerken zoals sluizen,

gemalen, duikers, watermolens en inundatiekanalen verbeteren de aanvoer en afvoer van water in

het gebied. Deze kunstwerken ondergaan een opknapbeurt (sluisjes) of krijgen meer capaciteit (kanaal).

Algemeen is de verwachting dat de gerenoveerde kunstwerken niet een capaciteitverbetering

krijgen, maar eerder een hogere betrouwbaarheid door de langere levensduur.

Verbeteren van de recreatieve infrastructuur

Hierbij gaat het om de aanleg van een recreatief netwerk tussen de forten dat aansluit op de omgeving:

- wandelpad tussen fort Asperen en fort Nieuwe Steeg (ongeveer 10 kilometer)

- inundatie GPS-routes vanuit het Geofort Nieuwe Steeg

- witte botenplan (roeiboten) over de Linge

- aanleg parkeervoorzieningen tussen of bij de forten

Aanpassing in inrichting van het landschap

Hierbij gaat het om versterking van het fysieke waterlinieprofiel bestaande uit behoud van het open linielandschap

en de daarbij passende bestemming in de voormalige inundatiegebieden en schootsvelden.

De hoofdverdedigingslijn wordt geaccentueerd en waar passend vindt verdichting plaats aan de

westzijde van de hoofdverdedigingslijn (circa 60 ha).

Langs de Diefdijk worden op diverse plaatsen open waterbergingen gerealiseerd: bestaande stukjes

land worden over een smalle strook in meer of mindere mate onder water gezet. Door deze maatregel

neemt de open waterberging in de polder toe, waardoor er minder hoeft te worden bemalen. De totale

oppervlakte aan extra waterberging is 250 ha. Naar verwachting zal 4/5 hiervan open water zijn en 1/5

riet (natte natuur).

Langs enkele plaatsen bij forten worden oude vergezichten hersteld. Hiervoor moeten bomen worden

verwijderd. Hierdoor verbetert de openheid van het gebied. Echter: bomen kunnen vooral ‘s zomers

dagelijks veel water gebruiken, sommige soorten tot wel 7.000 liter per dag 9 . Er blijft nu meer water in

de polder dat anders door de bomen zou zijn opgenomen. Daardoor moet de polder meer bemalen

worden, waardoor er bij zware neerslag meer overlast kan ontstaan. Ook leggen bomen koolstof vast.

Het is onduidelijk hoeveel bomen er in het cultuurhistorisch alternatief verwijderd moeten worden.

9 De wateropname van bomen hangt sterk af van soort, seizoen, temperatuur en bladgroei. Schattingen lopen in de zomer uiteen van

enkele honderden tot duizenden liters per dag.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

38


4. BEPALING RELEVANTE WELVAARTSEFFECTEN

Bij behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie in de Diefdijklinie gaat het vooral om de facetten historische

geografie (aanpassingen in het landschap, behoud dijkprofiel, etc.) en historische bouwkunde

(behoud en herstel forten, sluizen en gemalen). Het facet archeologie speelt niet/ nauwelijks een rol

omdat niet bekend is dat er archeologische waarden in het gebied zijn (wel wordt melding gedaan van

kansen op archeologische waarden). Ook hebben de maatregelen niet/ weinig invloed op archeologie.

Bij het bepalen van de maatschappelijke baten zijn de facetten historische geografie en historische

bouwkunde in samenhang bekeken.

De belangrijkste markt interne effecten die optreden als gevolg van cultuurhistorische behoud- en ontwikkelingsmaatregelen

zijn de woongenotwaarden (stijging van de huizenprijzen), de recreatiemogelijkheden

(bestedingen van bezoekers), de bijdrage aan het vestigingsklimaat voor bedrijven en de informatiebaten

(bijdrage aan kunst). Voor deze laatste twee zijn geen kwantitatieve gegevens beschikbaar.

Deze baten kunnen in deze pilot niet becijferd worden en zullen alleen als p.m. post genoemd worden.

In de handleiding Cultuurhistorie in m.e.r. en MKBA staat een toelichting op deze baten.

Daarnaast treden er markt externe effecten op. De belangrijkste markt externe effecten zijn de verervingwaarden

(betalingsbereidheid voor overlevering van cultuurhistorische waarden aan het nageslacht),

de recreatieve beleving (betalingsbereidheid voor kwalitatief hoogwaardige dagtochten), de

vermeden herstelkosten door het tijdig restaureren van cultuurhistorische objecten en het reduceren

van wateroverlast door waterberging & herstel van oude sluizen en gemalen (veiligheidsbaten).

Een deel van de cultuurhistorische maatregelen heeft betrekking op groene landschapselementen die

dezelfde baten voortbrengen als natuur, zoals boomgaarden en uitgedijkt land. Ook wordt er in het

cultuurhistorisch alternatief natte natuur en open water gerealiseerd. Bij deze maatregelen treden een

aantal ecosysteembaten op (ook markt externe effecten): bespaarde zuiveringskosten van oppervlaktewater

als gevolg van de binding/ afvang van nitraat, fosfaat en zware metalen door riet/ ruigte, de

oogst van riet en het tegengaan van broeikaswerking door het vastleggen van koolstof.

De berekening van de genoemde welvaartseffecten worden in paragraaf 4.1 tot en met 4.7 in willekeurige

volgorde toegelicht.

4.1. Woongenot

Het woongenot wordt bepaald door de stijging in huizenprijzen of het voorkomen van een daling in huizenprijzen

te bepalen.

De maatregelen voor ontwikkeling van cultuurhistorie in de Diefdijklinie hebben een positief effect op

het landschap en de leefomgeving. Er wordt verwacht dat de waarde van de woningen aan de Diefdijk

met direct uitzicht op het landschap met Nieuwe Hollandse Waterlinie elementen zal stijgen. De vraag

is hoe sterk deze stijging zal zijn. Hiervoor zijn geen gegevens beschikbaar uit vergelijkbare studies. De

inschatting is dat er een beperkte extra waardestijging van de woningen zal optreden van 1-3%. In de

berekening gaan we uit van een waardestijging van 2%. Voor het berekenen van de baat zijn gegevens

nodig over het aantal woningen dat profiteert van de herstelmaatregelen en gegevens over de gemiddelde

waarde van de woningen. Het aantal woningen is met behulp van google earth geschat op 70. De

gemiddelde waarde van een woning is met behulp van bestaand aanbod (funda) geschat op gemiddeld

600.000 euro. De eenmalige baat van het herstellen van Nieuwe Hollandse Waterlinie elementen komt

hiermee uit op 840.000 euro. De netto contante waarde hiervan is 643.000 euro.

De maatregelen voor behoud van cultuurhistorie van de dijk hebben een positief effect op de directe

woonomgeving. Voor zowel het nulalternatief als het cultuurhistorisch alternatief geldt dat alle woningen

gespaard blijven door het toepassen van een lange verankerde damwand. Het gaat hierbij om 37 woningen

die dicht bij de dijk liggen op een traject waar dijkversterking nodig is. In het cultuurhistorisch

alternatief wordt over een langer traject rond de woningen gebruik gemaakt van damwanden. Hierdoor

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

39


lijft de directe omgeving van de woningen (met veel boomgaarden) bespaard. Ook wat betreft uitzicht

en ruimtelijke uitstraling is het aantrekkelijker als aanberming pas verder van de woning af plaatsvindt.

In het cultuurhistorisch alternatief wordt er door extra inzet van verankerde damwanden een waardedaling

van de woning voorkomen. De inschatting van deze vermeden waardedaling is gelijkgesteld aan de

waardestijging bij ontwikkeling van cultuurhistorie, namelijk 2% van een gemiddelde huizenprijs van

600.000 euro. De eenmalige baat voor deze 37 woningen komt hiermee uit op 444.000 euro. De netto

contante waarde hiervan is 340.000 euro.

4.2. Veiligheidsbaten door bescherming tegen overstroming

Wanneer we naar de lijst van ontwikkelingsmaatregelen kijken die mogelijkerwijs veiligheidsbaten

voortbrengen, rijst als eerste de vraag of zij leiden tot extra bescherming tegen rivieroverstromingen.

Noch de maatregelen die de afvoercapaciteit in het gebied vergroten, noch de maatregelen die de bergingscapaciteit

in het gebied vergroten, verminderen de kans op overstroming vanuit de rivieren Lek of

Waal. Wel is het mogelijk dat deze maatregelen de schade aan bebouwing e.d. verminderen bij het falen

van een van de rivierdijken. Met andere woorden: de maatregelen veranderen de kans niet, maar

de gevolgschade wellicht wel.

Of de maatregelen daadwerkelijk de gevolgschade verminderen hangt af van de mate waarin de dijk

faalt. Bij een grootschalig falen, ofwel een dijkdoorbraak door grote waterdruk (de kans hierop is eens

per 1.250 jaar) zullen de maatregelen de gevolgschade niet kunnen beperken: het gebied ten oosten

van de Diefdijk tussen Lek en Waal stroomt vol en de Diefdijk zorgt ervoor dat ten westen niet hetzelfde

gebeurt. Noch inundatievlaktes, noch groene rivieren e.d. kunnen nu iets betekenen, want als het water

hoog staat op de Lek zal dit ook op de Waal het geval zijn. Alleen in het geval van kleinschalig falen

van een van de rivierdijken, kunnen dergelijke maatregelen de schade beperken. De faalmechanismen

bij kleinschalig falen zijn:

1) het overlopen van de dijk bij waterstanden net iets hoger dan de dijk waardoor er bresgroei ontstaat.

2) het water dringt door de dijk heen, het genoemde ´piping´. Dit kan ook bij lagere waterstanden gebeuren,

omdat het afhangt van de kwaliteit van de dijk.

Ad (1) In geval van het beperkt overlopen van de dijk, zou het overtollig water dat het gebied in loopt

via een groene rivier of via inundatievlakte kunnen worden afgevoerd, waardoor de schade aan bebouwing

beperkt blijft. Dit betekent wel dat deze maatregelen overal langs de rivier genomen moeten worden

(je weet immers niet waar het mis gaat) of dat de dijk op gewenste plekken verlaagd wordt (gecontroleerd

overlaten). Bovendien moeten de gebieden verbonden zijn, anders wordt de afvoer doorbroken.

Ad (2) In geval van piping kan het water dat door de dijk heen dringt worden afgevoerd via een groene

rivier of inundatievlaktes, zodat de schade in het gebied beperkt blijft.

De beperking van de schade in geval van overlopen of piping is een baat die alleen optreedt als het

bergingsareaal en/ of de afvoercapaciteit in het gebied fors toeneemt. Om de baat te becijferen is inzicht

nodig in hoeveel kuub er bij kleinschalig falen geborgen moet worden en hoe hierdoor de schade

afneemt. Dit is echter niet bekend, omdat normaliter in de rivierbouw alleen gerekend wordt aan schade

die optreedt bij volledig falen en niet bij kleinschalig falen. Bekend zijn de kans op bepaalde waterstanden

op de rivieren. Ook bestaan er grafieken die tonen welke schadebedragen er bij verschillende inundatiedieptes

in de polders horen. Wat ontbreekt is echter de relatie tussen de waterstanden op rivier

en de inundatiediepte in de polders. Deze hebben we nodig om de schadebeperking in geval van kleinschalig

falen te kunnen bepalen. De schadebeperking bij kleinschalig falen loopt via de beperking van

het getroffen areaal en/ of in de inundatiediepte bij kleinschalig falen. Afbeelding 12 illustreert dit aan de

hand van een grafiek, waarin op de y-as de mate van falen staat en op de x-as de schade in euro.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

40


Afbeelding 12 Schadebeperking bij kleinschalig falen

volledig

falen

kleinschalig

falen

niet

falen

0 schade in euro

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

?

maximale

schade

De vraag is dus hoe de schadegrafiek uit afbeelding 12 van vorm verandert door de afvoer en/ of bergingsmaatregelen.

Dit is niet bekend waardoor het niet mogelijk is om de baat van schadebeperking bij

kleinschalig falen te becijferen zonder arbitraire aannames te doen.

Aangezien de baat van schadebeperking bij kleinschalig falen een baat is die optreedt met een kans

van minder dan eens op de 1.250 jaar, ligt het niet in de lijn der verwachting dat deze baat groot zal

zijn. Omdat de kans op schade door zware regenval veel groter is (kansen van 1 per 10, 15 en 100

jaar), is het interessanter is om na te gaan of de afvoer- en bergingsmaatregelen schadebeperkingbaten

voortbrengen bij zware regenval. Het gaat nu niet langer om veiligheid maar om regionale wateroverlast.

Ook hier geldt weer: de kans op zware buien wordt door de maatregelen niet beïnvloed maar

de omvang van de gevolgschade wel.

4.3. Veiligheidsbaten door bescherming tegen wateroverlast als gevolg van zware regenval

Onder wateroverlast wordt verstaan: overlast als gevolg van extreme regenval, waardoor het water niet

snel genoeg uit het gebied kan worden gehaald, met ondergelopen kelders en vernielde gewassen als

gevolg. Dit moet niet worden verward met een overlast door een overstroming, wat het gevolg is van

falen van een waterkering.

De veiligheidsbaten door bescherming tegen wateroverlast als gevolg van zware regenval kunnen worden

bepaald met behulp van de Kentallen Waardering Natuur, Water, Bodem, Landschap (LNV, 2006).

Hierin is een kwantificeringsmethode (volgnummers W18 en W19) opgesteld, welke een goede eerste

benadering geeft voor de omvang van de verwachte baten, uitgedrukt in vermeden schade door wateroverlast,

als gevolg van een verandering in afvoercapaciteit en/ of bergingscapaciteit. Opvallend aan

deze rekenmethode is dat er een verandering in kans op overlast wordt geschat, terwijl de maatregelen

de kans op zware regenval niet beïnvloeden. In feite verandert alleen de gevolgschade van de regenval.

Omdat er geen grafieken bestaan (noch eenvoudig te maken zijn) waarin de gevolgschade gerelateerd

wordt aan afvoer- en/ of bergingscapaciteit, zijn op basis van het Cultuurtechnisch Vademecum

grafieken afgeleid die de kans op overlast (niet de kans op buien!) koppelen aan de relatieve afvoeren/

of bergingscapaciteit. Via deze tussenstap wordt het mogelijk de baten van schadebeperking te berekenen,

ondanks het feit dat de logischerwijs gewenste grafieken niet voor handen zijn.

41


Voor de berekening van de schadebeperkingbaten van afvoer- en bergingsmaatregelen bij zware buien

is informatie nodig over:

- de omvang van het gebied dat profiteert van schadebeperking (het beschermde gebied);

- de verandering in de relatieve afvoercapaciteit;

- de verandering in de relatieve bergingscapaciteit;

- de schade (per huishouden en bedrijf) in geval van overlast.

Omvang van het beschermingsgebied

De veranderingen in berging en afvoer hebben niet alleen gevolgen voor de lokale waterhuishouding,

maar voor het hele watersysteem waarbinnen het valt. In theorie zou dit zo groot kunnen zijn als de gehele

Tieler- en Culemborgerwaard, de Bommelerwaard en Alblasserwaard of zelfs het domein van het

Waterschap Rivierenland wat loopt van de Biesbosch tot aan de Duitse grens. In deze analyse is aangehouden

dat deze ingrepen effect hebben op de gemeenten die langs de buitendijkse (Gelderse) zijde

van de Diefdijk liggen: Culemborg, Geldermalsen en Lingewaard. Met behulp van de Kaart Totale Inundatie

Beneden Linge is bepaald welke wijken en buurten binnen deze gemeenten met wateroverlast te

maken zullen krijgen in geval van hevige regenval. Voor deze wijken en buurten is vervolgens via het

bestand Kerncijfers wijken en buurten het aantal woningen en bedrijven bepaald (zie tabel 13).

Tabel 13 Aantal woningen en bedrijven per wijk/ buurt met wateroverlast in extreme situaties

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Buurtnaam # woningen # bedrijven

Verspreide huizen Rhenoy 80 15

Verspreide huizen Beesd 585 0

Verspreide huizen Herwijnen 870 0

Verspreide huizen Vuren 115 10

Verspreide huizen Gelicum 525 0

Verspreide huizen Rumpt 5 0

Verspreide huizen Hellouw 160 0

Verspreide huizen Waardenburg 85 0

Verspreide huizen ten westen en zuiden van Culemborg 280 0

Verspreide huizen Tricht 80 35

Totaal 2.785 60

Voor het bepalen van de schade aan landbouw is gebruik gemaakt van de ‘Kaart Schade Beneden Linge,

Referentie’ van het waterschap (TAUW, 2006). Deze is gecombineerd met de ‘Kaart Totale Inundatie

Beneden Linge, Referentie’ (alleen de inundatiegebieden van de schadekaart genomen). De schade

is dan 1,7 miljoen per jaar (de baat in schadebeperking is een fractie hiervan).

Schadebeperking door verandering in relatieve afvoercapaciteit

Alle verbeterde of gerenoveerde objecten uit tabel 2 zorgen tezamen voor een relatieve verbetering van

de afvoercapaciteit in het gebied. Aangenomen wordt dat het effect hierop klein is, in de orde van

maximaal 2 procent. Hierdoor daalt de kans op overlast. Het gaat hier om zowel landelijk als stedelijk

gebied, waarvoor is aangenomen dat de overlast door regenval een herhalingstijd van resp. 10 en 100

jaar heeft. De geschatte kans op overlast daalt vanuit de aanvangssituatie met 0,5% (dat is van 0,10

naar 0,095 voor landelijk en van 0,010 naar 0,005 voor stedelijk gebied). De schade per woning bedraagt

€ 1.864, en voor bedrijven € 13.409 10 . De vermeden schade is dan van de orde:

10 Er is gerekend met de schadebedragen van de Commissie Waterbeheer 21 ste eeuw (WB21). Deze hanteert voor woongebieden een

gemiddeld bedrag van € 1.864 per huishouden in Zuidwest Nederland en € 2.227 per huishouden in Noordoost Nederland. Deze bedra-

gen gelden ongeacht de inundatiediepte en –duur. Voor bedrijven wordt een gemiddeld schadebedrag van € 13.409 gehanteerd (Van

der Bolt en Kok, 2000).

42


Daling kans x [aantal woningen. x

schade[

€ ]

woning

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

+ aantal bedrijven x

schade[

€ ]

bedrijf

= 0,005 x [2.785* €1.864 + 60* €13.409 + 1.683.397] = € 38.396 per jaar.

+ schade landbouwareaal

De verbeterde afvoercapaciteit levert een veiligheidsbaat van ruim € 38.000 per jaar op aan vermeden

schade. Contant gemaakt over een oneindige periode bij 5,5% interest is dat ongeveer € 600.000 in

totaal. Ondanks de kleine schadebeperking per huishouden (€ 9,32 per jaar) en per bedrijf (€ 67,05 per

jaar) is de baat toch relatief groot doordat een groot gebied moet worden beschouwd.

Gevoeligheid kansverandering:

Het effect van een toename van de relatieve afvoercapaciteit zorgt voor een daling van de kans op overlast. Indien de capaciteit in

het gebied met 20% stijgt, daalt de kans van 0,1 naar 0,07. Omdat de afvoercapaciteit in het projectgebied niet extreem verandert,

is het effect kleiner.

Schadebeperking door verandering in relatieve bergingscapaciteit

Alle geplande locaties aan vlakke waterberging zorgen tezamen voor een relatieve verbetering van de

bergingscapaciteit in het gebied. De omvang van de waterberging langs de Diefdijk is gesteld op 250

ha. Binnen het beheersgebied van de drie gemeenten betekent dit een toename van het open water

van ongeveer 33%. Hierdoor daalt de kans op overlast. Het gaat hier om landelijk gebied, waarvoor is

aangenomen dat de overlast door regenval een herhalingstijd van resp. 100 en 10 jaar heeft. Uit LNV

(2006) volgt dat de kans op overlast vanuit de aanvangssituatie daalt met 6,0%. De vermeden schade

is nu:

[ € ]

schade

schade[

€ ]

Daling kans x [aantal woningen. x

+ aantal bedrijven x + schade landbouwareaal]

woning

bedrijf

= 0,06 x [2.785* €1.864 + 60* €13.409 + 1.683.397] = € 460.751 per jaar.

De verbeterde bergingscapaciteit levert een veiligheidsbaat van € 460.750 op aan vermeden schade.

Contant gemaakt over een oneindige periode bij 5,5% interest is dat € 7,2 miljoen in totaal. Ondanks de

kleine schadebeperking per huishouden en per bedrijf is ook deze de baat toch relatief groot doordat

een groot gebied moet worden beschouwd.

4.4. Verervingwaarde cultuurhistorie

Mensen hechten waarde aan het behoud van cultuurhistorie en vinden het belangrijk dat cultuurhistorisch

erfgoed voor het nageslacht behouden blijft. De verervingwaarde van behoud en ontwikkeling van

het cultuurhistorisch erfgoed in de Diefdijklinie is bepaald in de KKBA Nieuwe Hollandse Waterlinie

(RIGO, 2008). Hierin is via een enquête het projectalternatief van investeren in cultuurhistorische waarden

in de Hollandse Waterlinie afgezet tegen een alternatief van niet-investeren. Uit de enquêteresultaten

valt af te leiden dat gemiddeld elk huishouden in Nederland eenmalig EUR 9,18 over heeft voor

het voortbestaan van de forten en het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op grond van de

7.191.000 huishoudens (CBS, 2008) komt de totale baat op ruim EUR 66 miljoen uit. Deze baat zal gelijk

verdeeld zijn over de drie deelgebieden binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Diefdijklinie

vormt immers slechts een derde deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De verervingwaarde van het

deelgebied Lingekwartier/ Diefdijklinie komt dan uit op EUR 22,0 miljoen De netto contante waarde

hiervan bedraagt EUR 16,8 miljoen (RIGO, 2008).

43


4.5. Recreatieve beleving

Bij een investering in cultuurhistorie nemen de recreatiemogelijkheden toe. Hierdoor kan het aantal

dagtochten of overnachtingen toenemen, de bestedingen kunnen toenemen maar ook de kwaliteit van

de bestaande dagtochten kan verbeteren (er valt meer te genieten). Dit laatste komt dan tot uiting in

een hogere waardering van recreatiedagtochten buiten de markt om. In tabel 14 staat in zijn algemeenheid

welke recreatiebaten kunnen optreden, uitgesplitst naar markt interne en markt externe effecten.

Bij de markt interne effecten gaat het om de winst op bestedingen door recreanten (alleen op te voeren

bij regionale MKBA’s). Bij de markt externe effecten gaat het om de recreatieve beleving buiten de

markt om (de waarde van een wandeling of fietstocht). Uiteraard kunnen markt interne en markt externe

effecten tegelijk optreden. Dat geldt ook voor de verschillende soorten recreatiebaten: een combinatie

van meer tochten en een hogere prijs is ook mogelijk. Dit is afhankelijk van de maatregelen die worden

genomen. In tabel 14 is verder onderscheid gemaakt in regionale dagrecreatie (wandelen, fietsen

en zonnen/ zwemmen in de directe woonomgeving), bovenregionale dagrecreatie (grotendeels bezoek

aan attracties) en verblijfsrecreatie.

Tabel 14 Verschillende soorten recreatiebaten

Markt intern

(exploitatie)

Markt extern(beleving)

Dagrecreatie regionaal

(dagtochten wandelen en

fietsen in groen)

(1) aantal tochten neemt

toe door project

(2) besteding per tocht

neemt toe door project

(3) aantal tochten neemt

toe door project

(4) betalingsbereidheid per

tocht neemt toe door

project

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Dagrecreatie bovenregionaal

(dagtochten attracties)

(5) aantal tochten neemt toe

door project

(6) besteding per tocht neemt

toe door project

(7) aantal tochten neemt toe

door project

(8) betalingsbereidheid per

tocht neemt toe door project

Verblijfsrecreatie (overnachtingen)

(9) aantal overnachtingen neemt toe

door project

(10) besteding per overnachting

neemt toe door project

n.v.t. (zodra het om beleving gaat is

de verblijfsrecreant hetzelfde als een

dagrecreant, vertrekkend vanuit zijn

verblijfsaccommodatie)

In tabel 15 staat vervolgens een indicatie van de maatregelen die tot de genoemde recreatiebaten kunnen

leiden. Zo kan het aantal dagtochten toe- of afnemen als gevolg van een verandering in de hoeveelheid

groen of een verandering in de toegankelijkheid van het beschikbare groen. Maar ook zijn er

maatregelen die bijdragen aan de kwaliteit van het landschap of aan het herstel van bouwkundige elementen

die omgezet worden tot attracties en daarmee een baat in recreatieve beleving opleveren. De

nummers in tabel 15 komen overeen met de nummers in tabel 14.

Bij het bepalen van de recreatiebaten is het belangrijk om verschuivingen uit te sluiten. Verschuivingen

kunnen ontstaan als recreanten naar een andere locatie gaan voor hun wandeling of fietstocht (en niet

thuisblijven). Verschuivingen kunnen ook ontstaan als mensen hun geld aan recreatie besteden en

daardoor niet aan andere zaken. Verschuivingen vormen op nationaal niveau geen toegevoegde waarde

en mogen daardoor niet in een MKBA opgevoerd worden. In tabel 15 staat aangegeven welke oplossingen

beschikbaar zijn om verschuivingen in de berekeningen uit te sluiten.

44


Tabel 15 Verschillende recreatie effecten, relevante maatregelen en uitsluiten van verschuivin-

gen

Recreatie effect Welke maatregelen leiden tot dit

effect?

(1) en (3) aantal fiets/ wandeltochten

neemt toe door project

(2) besteding per fiets/ wandeltocht

neemt toe door project

(4) betalingsbereidheid per fiets/

wandel tocht neemt toe door project

(5) en (7) aantal tochten naar attracties

neemt toe door project**

(6) besteding per attractietocht

neemt toe door project

(8) betalingsbereidheid per attractietocht

neemt toe door project

(9) aantal overnachtingen neemt toe

door project**

(10) besteding per overnachting

neemt toe door project

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

Aanleg van recreatief groen en ontsluiting

van recreatief groen (paden,

bruggen etc.)

Verbetering van de recreatieve kwaliteit

van het groen bijv. door meer

voorzieningen zoals parkeergelegenheid,

pannenkoekhuis, mooiere

beplanting etc. (hier zijn geen kentallen

voor)

Verbetering van de recreatieve kwaliteit

van het groen bijv. door mooiere

beplanting, meer sluizen/ molens

in werking etc.

Door het creëren van trekpleisters

zoals een geofort, landschapstheater

etc.

Door de kwaliteit van de attractie te

vergroten bijv. van 1 ster naar 2

sterren

Door de kwaliteit van de attractie te

vergroten bijv. van 1 ster naar 2

sterren (er moet wat te doen/ zien

zijn)

Door de recreatieve kwaliteit van het

gebied te vergroten (meer te doen/

zien) en/ of door de kwantiteit/ kwaliteit

van de accommodaties te vergroten

Door te recreatieve kwaliteit dusdanig

te vergroten dat de gemiddelde

besteding per overnachting toeneemt,

dit kan o.a. doordat het percentage

buitenlandse bezoekers

stijgt. Hiertoe kunnen gebieden met

verschillende kwaliteiten vergeleken

worden qua bestedingen)

* Het gaat hier om dagtochten vanaf huis en dus om Nederlandse bezoekers.

** Voor alle toenames van bezoeken geldt dat dit gerealiseerd kan worden via reclame!

Hoe verschuiving van de ene naar

de andere locatie uitsluiten?

Door met tekorten te rekenen

Dat kan niet*. Dit effect is per definitie

een verschuiving en mag dus alleen

in regionale MKBA´s worden

opgevoerd

Door een betalingsbereidheid voor

een verandering te hanteren (meer

genieten)

Hier is nog geen (tekorten)methode

voor attracties waardoor aannames

nodig zijn over verschuivingen

Dat kan niet, tenzij de attractie buitenlandse

bezoekers trekt. De Nederlandse

bezoekers vormen per

definitie een verschuiving en mogen

dus alleen in regionale MKBA´s

worden opgevoerd

Door een betalingsbereidheid voor

de verandering in de attractiviteit te

hanteren

Door alleen overnachtingen door

buitenlanders mee te nemen (kolom

voor inkomend toerisme uit Kentallenboek)

Door een toename van bestedingen

per overnachting alleen voor buitenlanders

te nemen (bijv. door bestedingen

op locaties met verschillende

kwaliteiten te vergelijken)

Gezien de maatregelen zijn voor de Diefdijk alleen de volgende recreatiebaten relevant::

1. De betalingsbereidheid per tocht neemt toe door het project. Dit is het gevolg van het verbeteren

van de recreatieve ontsluiting van de Diefdijkinie, de ingrepen in de inrichting van het landschap en

het behoud/ herstel van cultuurhistorische elementen in het gebied. De recreatieve beleving van

bestaande dagtochten zal hierdoor toenemen en de betalingsbereidheid daarvoor is hoger (nr. 4 in

de tabel).

45


2. Het aantal dagtochten naar attracties neemt toe door het project. Dit is vooral het gevolg van de investeringen

in behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische elementen. Zo wordt fort Asperen

omgevormd tot kunsteiland, gaat fort Vuren als pleisterplaats dienen en wordt fort Nieuwe Steeg

een geofort. Dit zal tot een toename van het aantal bezoekers leiden. Ook de investeringen in recreatieve

infrastructuur en inrichting van het landschap dragen bij aan de realisatie van extra dagtochten

(nr. 7 in de tabel).

3. Het aantal overnachtingen neemt toe door het project. Dit is vooral het gevolg van investeringen in

het landschap van de Diefdijklinie. Voor een deel vallen deze investeringen ook onder het nulalternatief

(realisatie van Ecologische Hoofdstructuur), maar in het cultuurhistorisch alternatief wordt

geïnvesteerd in de toegankelijkheid van het extra groen (nr. 9 in de tabel).

Ad 1) Betalingsbereidheid per tocht neemt toe door het project:

Het aantal bezoekers aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie is 1,2 miljoen bezoekers per jaar. Dit is een

uitkomst van een landelijke enquête (RIGO, 2008). De verdeling van deze bezoekers over de verschillende

deelregio’s binnen de Hollandse Waterlinie is als volgt: Rijnauwen-Vechten: Linieland: Lingekwartier/

Diefdijklinie = 4:3:3 . Dit is overeenkomstig de studie MKBA Lingekwartier (RIGO, 2008). Het

bezoek aan Lingekwartier/ Diefdijklinie komt daarmee uit op 360.000 bezoekers.

Als gevolg van de maatregelen in het cultuurhistorisch alternatief verbetert de recreatieve beleving van

deze bezoekers. In een eerdere studie naar de waardering van cultuurhistorie in de Tieler- en Culemborgerwaard

is bepaald dat mensen gemiddeld EUR 1,21 overhebben voor behoud en ontwikkeling van

cultuurhistorie. Bij een discontovoet van 2,5% levert dit een baat op van 8,9 miljoen euro netto contante

waarde.

Ad 2) Het aantal dagtochten naar attracties neemt toe door het project:

Het extra aantal bezoekers aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie is 800.000. In een landelijke enquête

hebben 800.000 mensen aangegeven dat zij na uitvoer van de maatregelen de Nieuwe Hollandse Waterlinie

zullen bezoeken. De verdeling van de verschillende deelregio’s binnen de Hollandse Waterlinie

is weer als volgt: Rijnauwen-Vechten: Linieland: Lingekwartier/ Diefdijklinie = 4:3:3. Het extra aantal bezoekers

aan Lingekwartier/ Diefdijklinie komt uit op 240.000 bezoekers.

Van deze bezoekers is enkel bekend dat zij eenmaal in hun leven de Nieuwe Hollandse Waterlinie zullen

bezoeken. Bij de aanname dat zij hun voornemen binnen 30 jaar tot uitvoer doen komen is het extra

bezoek in de komende 30 jaar gemiddeld 8.000 bezoekers/ jaar. Deze extra bezoeken zullen voor een

deel ten koste gaan van bezoeken aan andere locaties in Nederland. Het zijn verschuivingen in recreatiebezoeken.

Verschuivingen kunnen in een MKBA niet opgevoerd worden. Een voorzichtige schatting

is dat de helft van deze bezoeken een verschuiving is en de helft extra dagtochten.

Het prijskaartje voor een dagtocht in een cultuurhistorische locatie is gemiddeld EUR 8,90. Hiervoor is

het prijskaartje gehanteerd dat in de KKBA Nieuwe Hollandse Waterlinie is bepaald met behulp van de

reiskostenmethode voor nieuwe bezoekers (RIGO, 2008). Bij een discontovoet van 2,5% levert dit een

baat op van 728.000 euro netto contante waarde.

Ad 3) Het aantal overnachtingen neemt toe door het project:

In de regio Lingekwartier/ Diefdijklinie wordt ongeveer 308 ha nieuw groen gerealiseerd. Dit groen

wordt ook in het nulalternatief gerealiseerd, alleen bij het cultuurhistorisch projectalternatief wordt het

groen ook recreatief ontsloten. Als gevolg van deze toename van recreatief ontsloten groen neemt het

aantal overnachtingen in de regio toe. In het kentallenboek (Ruijgrok et al, 2006) staan getallen over

het gemiddeld aantal overnachtingen per toeristengebied. Om het probleem van verschuivingen in bestedingen

te omzeilen zijn alleen de overnachtingen van buitenlanders meegenomen (inkomend toerisme).

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

46


Voor de Diefdijklinie is het gemiddelde voor het Gelders Rivierengebied en Overig Nederland genomen:

gemiddeld 38 relevante 11 overnachtingen/ ha. De winst op van de gemiddelde bestedingen bedraagt

EUR 1,53 per overnachting. Bij een discontovoet van 5,5% levert dit een baat op van 294.000 euro

netto contante waarde. De toename in recreatieve beleving van toeristen/ verblijfsrecreanten is meegenomen

bij de berekening van de markt externe effecten van dagrecreanten.

In totaal is de recreatiebaat ongeveer 10 miljoen euro netto contante waarde.

4.6. Vermeden herstelkosten forten

In het nulalternatief worden de forten op een later tijdstip gerenoveerd, namelijk voordat onomkeerbare

schade optreedt aan deze rijksmonumenten. Door het bureau BunkerQ is per fort of delen daarvan de

huidige staat bepaald en is een inschatting gemaakt van het moment dat onomkeerbare schade dreigt

en welke kosten dan gemaakt dienen te worden om de forten te renoveren. Deze kosten worden gezien

als de minimum instandhoudingplicht. Het gaat alleen om de renovatiekosten van het fort en niet de

kosten voor het ondernemersrijp maken van de forten. Deze laatste kosten zijn wel meegenomen in het

cultuurhistorisch alternatief.

In tabel 16 is voor de forten in het gebied Lingekwartier-Diefdijk aangegeven wat de huidige staat is,

hoeveel jaar het duurt tot onomkeerbare schade dreigt op te treden en welke kosten gemaakt dienen te

worden om de forten dan te restaureren. Het gaat in de tabel om gewogen gemiddelden per fort.

Tabel 16 Vermeden herstelkosten forten Diefdijklinie

Fort Huidige staat Jaar

schade

tot onomkeerbare Kosten (mln. euro)

Asperen slecht 4 5,1

Nieuwe Steeg matig 14 6,4

Vuren matig 14 6,3

Totaal 17,8

De netto contante waarde van deze kosten zijn 12,9 miljoen euro.

4.7. Ecosysteembaten

Zowel bij het nulalternatief als bij de cultuurhistorisch alternatief gaat uitgedijkt land verloren door de

aanberming. Bij het cultuurhistorisch alternatief gaat er echter minder uitgedijkt land verloren dan in het

nulalternatief. Hierdoor verdwijnt er in het cultuurhistorisch alternatief minder natte vegetatie van riet en

ruigte (griend) die een aantal ecosysteembaten vervullen zoals de afvang van fosfaat en nitraat, koolstofvastlegging,

metalenbinding en rietoogst. Ook wordt er in het cultuurhistorisch alternatief ruimte gecreëerd

voor vlakvormige waterberging en herstel van oude inundatiekanalen. Een deel hiervan wordt

natte natuur dat dezelfde ecosysteembaten vervult. Naar schatting gaat het in totaal om ongeveer 50

ha extra natte natuur ten opzichte van het nulalternatief.

De bepaling van de ecosysteembaten is gedaan met behulp van bestaande kengetallen (Ruijgrok,

2006). In tabel 17 staan de gebruikte kengetallen die zijn gehanteerd voor bepaling van de ecosysteembaten.

In de laatste kolom staat de Netto Contante Waarde. Hiervoor is een discontovoet van

2,5% gehanteerd.

11 de term relevant slaat op het aantal overnachtingen dat aan de realisatie van het groen te relateren valt.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

47


Tabel 17 Berekening ecosysteembaten van het cultuurhistorisch alternatief

Ecosysteembaat effect opp. riet/

ruigte (ha)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

prijskaartje totaal

(euro)

totaal netto contante

waarde (euro)

fosfaat afvang 20 kg P/ ha/ jaar 50 8,5 euro/ kg P 8.502 289.000

nitraat afvang 277 kg N/ ha/ jaar 50 2,2 euro/ kg N 30.478 1.034.000

koolstofvastlegging 1.222 kg C/ ha/ jaar 50 0,15 euro/ kg C 9.045 307.000

metalenbinding 109 kg metaal/ ha/ jaar 50 0,31 euro/ kg metaal 1.690 57.000

rietoogst 250 bundels/ ha/ jaar 50 2 euro/ bundel 25.006 849.000

totaal ecosysteembaten 2.536.000

Bron: Ruijgrok et al, 2006

De belangrijkste aanname bij het bepalen van bovengenoemde ecosysteembaten is dat er in het gebied

sprake is van een overschot aan fosfaat en nitraat en dat er zware metalen te binden zijn. Dit is

een reële aanname, aangezien dit in landbouwgebieden in Nederland vrijwel altijd het geval. De inundatievlaktes

komen in een landbouwgebied te liggen. Verder treden de ecosysteembaten op als het riet

geoogst wordt. De ecosysteembaten zijn iets hoger dan de eerder berekende opbrengstderving van de

landbouw van 2.240.000 euro.

48


5. FASEREN, DISCONTEREN EN SALDEREN

De baten van het projectalternatief worden op verschillende momenten gerealiseerd. De baat van het

voorkomen van wateroverlast door hevige regenval zal in principe over een oneindige periode gerealiseerd

worden, vanaf het moment dat de waterberging en verbetering van de waterafvoer is gerealiseerd

(over ongeveer 4 jaar). De ecosysteembaten treden over dezelfde periode op. Het verschil met

de wateroverlast baten is dat de gebruikelijke interestvoet van 2,5% is gehanteerd in plaats van 5,5%.

De verervingwaarde, woongenotbaten en de vermeden herstelkosten van de forten zijn eenmalige

posten die ingaan op het moment van realisatie/ oplevering, dat wil zeggen na 5 jaar. De recreatiebaten

voor het huidige aantal bezoekers en de verblijfsrecreatie zijn jaarlijkse baten die over een oneindige

periode optreden vanaf het moment van oplevering. Voor de recreatieve beleving van de extra bezoekers

is alleen bekend hoeveel mensen de Diefdijklinie zullen bezoeken. Aangezien niet bekend is wanneer

zij dat zullen doen is dit aantal over een periode van 30 jaar uitgesmeerd.

Tabel 18 Overzicht welvaartsbaten cultuurhistorisch alternatief in euro netto contante waarde

welvaartseffect Baat cultuurhistorisch alternatief

voorkomen van slachtoffers en waterschade p.m

informatiebaten – bijdrage aan (schilder)kunst p.m

bijdrage aan vestigingsklimaat bedrijven p.m.

reduceren wateroverlast – waterberging 7.185.485

reduceren wateroverlast – verbetering afvoer 589.790

woongenot – dijkversterking 339.720

woongenot – gebiedsontwikkeling 642.713

verervingwaarde – bouwkunde 16.832.956

belevingswaarde – huidige bezoekers 8.901.859

belevingswaarde - extra bezoekers 727.517

verblijfsrecreatie – markt intern 293.720

metalenbinding riet 57.347

fosfaat afvang riet 288.517

nitraatzuivering riet 1.034.249

koolstofbinding riet 306.942

rietoogst 848.580

vermeden herstelkosten forten 12.900.000

totaal 50.958.394

De kosten van het cultuurhistorisch alternatief zijn 58,4 miljoen euro. De kosten zijn dus hoger dan de

maatschappelijke baten. De hoogste batenpost is de waarde die mensen toekennen aan het behoud

van cultureel erfgoed voor het nageslacht. Andere hoge batenposten zijn de vermeden kosten voor

herstel van de forten, de recreatiebaten en de vermeden wateroverlast door hevige regenbuien. De

ecosysteembaten en het woongenot vormen kleine aanvullende batenposten.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

49


6. GEVOELIGHEIDSANALYSE

De KKBA heeft een negatief saldo van ongeveer 7 miljoen euro. De vraag rijst nu in hoeverre dit te

wijten is aan de omvang van maatregelen en/ of de inschatting van de omvang van sommige baten.

Deze vraag kan beantwoord worden door voor grote posten na te gaan, bij welke omvang zij tot een

saldo van nul leiden.

Als grote kostenpost valt vooral het behoud van het cultuurhistorisch dijkprofiel op. De extra kosten

voor dijkversterking met behoud van het cultuurhistorisch dijkprofiel zijn 24 miljoen euro. Deze kosten

zitten vooral in het hanteren van damwanden in plaats van het aanbermen van de dijk. De extra kosten

voor de damwanden zijn 24 miljoen euro. Daarvoor wordt ongeveer 2.000 meter damwand gerealiseerd.

Gemiddeld zijn de extra kosten per strekkende meter damwand dan 12.000 euro. Bij het hanteren

van een kleinere hoeveelheid damwanden kunnen de kosten worden gedrukt. Het break-evenpoint

voor het verminderen van damwanden ligt op 600 meter. Dus als er 600 meter damwand uit het projectalternatief

wordt gehaald komt het project op een saldo van nul uit. Het is dan nog altijd mogelijk om

ongeveer 1.400 meter aan extra damwand te realiseren.

Extra recreatiebezoeken zijn lastig in te schatten, waardoor vaak discutabele aannames gemaakt

moeten worden. In deze studie zijn we uitgegaan van een eenmalige toename van 800.000 bezoeken

(en een toename in recreatieve beleving bij de huidige bezoekers). In een parallelle studie die is uitgevoerd

door RIGO (2008) is een hogere batenpost geraamd voor recreatieve beleving. Hier is ingeschat

dat er in de Diefdijk jaarlijks ongeveer 300.000 extra bezoeken zullen plaatsvinden, en 670.000 eenmalige

bezoeken. De recreatiebaten in RIGO (2008) zijn met 26,5 miljoen euro netto contante waarde veel

hoger dan in deze studie (10 miljoen euro netto contante waarde). Ook voor de recreatiebaten is een

break-evenpoint te bepalen. Om op een saldo van nul uit te komen zouden er jaarlijks ruim 150.000

extra dagtochten gerealiseerd moeten worden 12 .

12 Hierbij is uitgegaan van het prijskaartje dat RIGO (2008) hanteert voor bezoekers die gemiddeld 60 kilometer afleggen om bij de

Nieuwe Hollandse Waterlinie te komen. Het gaat hierbij om extra bezoeken, dus niet om dagtochten die anders naar een andere be-

stemming zouden plaatsvinden. Als inschatting voor het aandeel extra dagtochten is 25% gehanteerd. Het daadwerkelijke aantal nieu-

we dagtochten naar de diefdijklinie is 600.000 bezoeken.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

50


7. CONCLUSIE

In het cultuurhistorisch alternatief wordt niet alleen naar het beperken van mogelijke schade als gevolg

van dijkversterking gekeken, maar ook naar maatregelen die bijdragen aan behoud en ontwikkeling van

cultuurhistorie in de Diefdijklinie. Enkele grote posten van de maatregelen zijn:

1. De hoge kostenpost voor het behoud van het cultuurhistorisch dijkprofiel: 24 miljoen euro;

2. De waarde die mensen toekennen aan behoud en ontwikkeling van de Diefdijklinie als cultureel erfgoed:

16,8 miljoen euro;

3. Het vermijden van extra herstelkosten als gevolg van het tijdig restaureren van forten: 12,8 miljoen

euro;

4. Recreatiebaten als gevolg van investeringen in cultureel erfgoed en ontsluiting: 10 miljoen euro

5. Het reduceren van wateroverlast door verbeterde afvoer en berging van overtollig regenwater: 7,8

miljoen euro

De KKBA heeft uiteindelijk een negatief saldo van ruim 7 miljoen. De kosten zijn 58,4 miljoen euro. De

baten zijn op 51 miljoen euro geraamd.

Ad1) Dat de kosten hoger zijn dan de baten heeft vooral te maken met de hoge kosten die gemaakt

moeten worden voor behoud van het historisch dijkprofiel van de Diefdijk. De extra kosten voor behoud

van het historisch dijkprofiel zijn ongeveer 24 miljoen euro en beslaan daarmee ruim 40% van de totale

kosten. Deze maatregel is voor de belangrijke batenposten niet van doorslaggevend belang. Bij het

aanpassen van het projectalternatief tot een batig saldo lijkt het logisch om op het hanteren van damwanden

te besparen. In de gevoeligheidsanalyse is bepaald dat door ongeveer 600 meter minder

damwand te hanteren het saldo op 0 uit kan komen. In dat geval is het nog altijd mogelijk om met de

resterende 1400 meter extra damwand de belangrijkste cultuurhistorische elementen (bijvoorbeeld de

wielen) te beschermen. Daarmee lijkt de maatregel van het hanteren van damwanden voor behoud van

cultuurhistorische elementen wel mogelijk, maar dient ze wel gedoseerd te worden toegepast.

Ad2) De verervingwaarde van cultuurhistorische elementen is de grootste batenpost van het projectalternatief.

Deze baat is vaak moeilijk te bepalen, omdat er specifiek een enquête voor moet worden uitgevoerd.

Dankzij de empirische studie van RIGO (2008) is deze baat op betrouwbare wijze bepaald.

Ad3) Het vermijden van extra herstelkosten is de op één na grootste baat van het project en daarmee

een interessante batenpost.

Ad4) De recreatiebaten zijn een grote batenpost. In de gevoeligheidsanalyse is aangegeven dat de raming

van de recreatiebaten in deze studie conservatief is ingestoken. Er is uitgegaan van een kwaliteitsverbetering

van bestaande dagtochten (verbetering recreatieve beleving) en een beperkte toename

van het aantal dagtochten. Als het aantal dagtochten meer toeneemt dan verwacht kunnen de recreatiebaten

hoger uitpakken en voor een batig saldo zorgen.

Ad 5) Sommige cultuurhistorische ontwikkelingsmaatregelen vergroten de waterafvoercapaciteit en

waterbergingscapaciteit in het gebied tussen Lek en Waal ten oosten van de Diefdijk. Hierdoor brengen

zij mogelijkerwijs twee verschillende veiligheidsbaten voort: baten die betrekking hebben op rivieroverstromingen

en baten betreffende overlast door regenval.

De baten betreffende rivieroverstroming treden alleen op bij kleinschalig dijkfalen, en zijn gezien de geringe

kans hierop waarschijnlijk veel kleiner dan de baten betreffende overlast door regenval. Op dit

moment kunnen de baten aangaande overstroming niet berekend worden. Er bestaan wel manieren om

de verandering in overstromingkans en ook om de verandering in economische waarde van een gebied

te bepalen, maar niet om de verandering schadebeperking bij gelijkblijvende kansen en gelijk blijvende

economische waarden te bepalen.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

51


De baten betreffende overlast door regenval kunnen via speciaal daarvoor gemaakte grafieken wel geraamd

worden. Zij zijn voor de Diefdijk voorlopig geschat op € 38.000 per jaar in verband met extra afvoercapaciteit

en € 460.750 per jaar in verband met extra bergingscapaciteit. In tabel 19 staat een

overzicht van de kosten en baten die alleen te maken hebben met het beperken van wateroverlast in de

Diefdijklinie. Als je alleen kijkt naar de meest efficiënte manier om wateroverlast te beperken is het graven

van inundatiekanalen en vlaktes het meest interessant (deze variant heeft een batig saldo van 1,9

miljoen euro Netto Contante Waarde). Voor het verbeteren van de hydraulische afvoercapaciteit via

herstel van oude sluisjes en gemalen geldt dat de kosten veel hoger zijn dan de baten als gevolg van

beperking van wateroverlast. Deze variant heeft een negatief saldo van 5,3 miljoen euro. Hierin zijn de

baten van cultuurhistorie (recreatie, niet-gebruikswaarde, woongenot) niet meegenomen. Hieruit valt te

concluderen dat het interessant is om de waterberging in samenhang met behoud en ontwikkeling van

cultuurhistorie te beschouwen: vanuit cultuurhistorie bezien levert het beperken van wateroverlast een

belangrijke aanvullende baat (12,35 miljoen euro), vanuit het waterbeheer bezien zou zonder cultuurhistorie

het verbeteren van de afvoer niet rendabel zijn. Juist in de integrale aanpak schuilt het voordeel.

Tabel 19 Kosten en baten van maatregelen die wateroverlast beperken (netto contante waarde)

Kosten (euro) Baten (euro) saldo (euro)

realiseren waterberging aanleg + verlies land- beperken wateroverlast + 1.709.487

bouwopbrengsten: ecosysteembaten:

8.011.639

9.721.120

verbeteren hydraulische capaciteit + afvoer herstel/ restauratiekosten: beperken wateroverlast: -4.901.342

5.500.132

598.790

totaal beperken wateroverlast 13.511.765 10.319.910 -3.191.854

Het negatieve saldo van de MKBA lijkt nadelig uit te pakken voor het projectalternatief. Toch zijn er wel

degelijk goede mogelijkheden voor behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie in de Diefdijklinie. Het is

alleen wel zaak nog eens goed naar de maatregelenpakket te kijken en deze voor een dure maatregel

als het hanteren van damwanden aan te passen. De 2.000 meter extra damwand in het cultuurhistorisch

alternatief is ook maar als startpunt gekozen. De MKBA helpt dus om zo’n maatregel op de juiste

manier te proportioneren.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

52


LEERPUNTEN UIT DE PILOT VERSTERKING DIEFDIJK

1 Leerpunten MER

Een aantal belangrijke punten zijn in deze pilot naar voren gekomen. De belangrijkste worden hierna

opgesomd:

hoewel gestreefd wordt om zoveel mogelijk kwantitatief te waarderen, is dit niet altijd mogelijk.

Echter, zoals uit deze pilot blijkt, bewijst de methode zich ook op kwalitatieve wijze;

het niet toepassen van een kwantitatieve analyse maakt het minder eenduidig te bepalen wanneer

het opgetelde effect een overgang van de ene klasse (b.v. -) naar een andere klasse (b.v. - -)

maakt.

er is niet altijd voldoende info voor handen om goed te kunnen waarderen. Voor cultuurhistorie

moet daarbij bijvoorbeeld worden gedacht aan het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek

met boringen en een onderzoek naar de bouwkundige staat van historische bouwwerken;

voor het thema cultuurhistorie zijn alternatieven soms maar weinig onderscheidend. Door deze precieze

methode toe te passen is het veelal toch mogelijk een onderscheid tussen project- en nulalternatief

te kunnen benoemen. Echter daarbij moet wel gewaardeerd worden op het niveau van de

objecten/ structuren en niet op gebiedsniveau;

ondanks de kleine verschillen leidt de methode toch tot onderscheidende effecten. Dit komt door de

precisie van de waardering, waardoor kleine veranderingen in waarderingscriteria inzichtelijk worden

(in een verandering van de beleefde, fysieke of inhoudelijke kwaliteit).

2 Leerpunten MKBA

Bij uitvoer van de MKBA pilot versterking Diefdijk is in eerste instantie alleen gekeken naar de voorgenomen

versterking van de Diefdijk, dat wil zeggen de behoudmaatregelen zoals deze in de rapportage

zijn uitgewerkt (aanbermen, damwanden, etc.). Voor deze versterking van de Diefdijk bleken het nulalternatief

en het projectalternatief weinig onderscheidend. Bij het versterken van de dijk was in het nulalternatief

namelijk al rekening gehouden met cultuurhistorie door het hanteren van damwanden op

waardevolle gedeelten van de dijk (rond de huizen) Als gevolg hiervan vielen er relatief weinig maatschappelijke

baten door extra behoud van cultuurhistorie te verwachten.

Het is belangrijk om voldoende onderscheid tussen nulalternatief en projectalternatief te hanteren.

Anders zijn er geen baten maar wel kosten.

Tijdens het project is vervolgens breder gekeken naar behoud én ontwikkeling van cultuurhistorie in de

Diefdijklinie. Hierdoor werd het behoud van het huidige dijkprofiel in een bredere context geplaatst die

de beleving van cultuurhistorie ten goede komt. Dit werkt door in de belangrijke batenposten zoals verervingwaarde,

recreatie, vermeden herstelkosten van de forten en woongenotbaten. Ook treden er bij

de maatregelen voor ontwikkeling van cultuurhistorie enkele markt externe effecten op zoals zuivering

van oppervlaktewater, vastlegging van koolstof en vermeden schade als gevolg van hevige regenval.

Hoewel er bij de ontwikkelmaatregelen ook veel kosten gemaakt moeten worden, komt het saldo veel

beter uit.

Door behoud (en ontwikkeling) van cultuurhistorie in een bredere maatschappelijke context te

plaatsen pakt het kostenbaten saldo gunstiger uit. De integrale benadering brengt belangrijke aanvullende

baten met zich mee, zoals bescherming tegen wateroverlast als gevolg van hevige regenval.

Door de pilot uit te breiden met ontwikkelmaatregelen voor cultuurhistorie (in een groter gebied)

was het beter mogelijk om belangrijke batenposten zoals verervingwaarde en recreatie te berekenen.

Door op te schalen is de effectbepaling beter uit te voeren.

Het saldo van de pilot is uiteindelijk nog altijd negatief. Maar het blijkt wel dat een dure maatregel zoals

het hanteren van damwanden voor behoud van cultuurhistorie niet onmogelijk is. Het is alleen niet mogelijk

op de schaal die in het projectalternatief werd voorgesteld. Aan het eind van het project was de

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

53


ehoefte om het gehanteerde aantal damwanden te beperken en de effecten hiervan door te rekenen.

Dit bleek niet eenvoudig te doen.

De raming van de baten is gedaan voor een heel pakket aan maatregelen. Dat pakket aan maatregelen

wordt iets ingeperkt door een kleinere hoeveelheid damwanden. Het effect hiervan op enkele

belangrijke maatschappelijke baten – zoals vererving en recreatie – is met de beschikbare gegevens

niet goed aan te geven. Hierdoor is het niet mogelijk om de raming van de baten aan te passen.

Als dezelfde baten worden opgevoerd bij een ingeperkt maatregelparket kan twijfel ontstaan

over de betrouwbaarheid van de analyse. Het is zinvol om bij CVM onderzoek (het bepalen van

prijskaartjes voor welvaartseffecten buiten de markt om via enquêtes) naast het projectalternatief

ook in te spelen op een mogelijke aanpassing van het maatregelpakket. Dit is te mogelijk door bijvoorbeeld

voor verschillende ‘maten’ of gradaties van behoud van cultuurhistorie de prijskaartjes af

te leiden.

De MKBA kan helpen om maatregelen verantwoord te proportioneren. Het gevolg van dit verantwoord

proportioneren is dat er bespaard moet worden op te nemen maatregelen (in dit geval het

hanteren van damwanden). In de MKBA valt vervolgens niet te achterhalen welke individuele elementen

het meest waardevol zijn – en dus ook bij het ingeperkte maatregelpakket beschermd

moeten worden. Deze informatie is wel uit de MER te halen, waar de individuele elementen uitgebreider

zijn omschreven (aan de hand van beleving, fysieke- en inhoudelijke aspecten). De MKBA

en MER vullen elkaar hier aan.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

54


LIJST MET AFBEELDINGEN EN TABELLEN

Afbeelding 1 uitsnede kaart cultuurhistorisch onderzoek RAAP, deelgebied 1 ........................................ 5

Afbeelding 2. uitsnede kaart cultuurhistorisch onderzoek RAAP, deelgebied 2 ....................................... 5

Afbeelding 3 Legenda met belangrijkste eenheden van bovenstaande kaarten....................................... 6

Afbeelding 4 Schematische weergave werkwijze MKBA........................................................................... 7

Afbeelding 5 Overzicht van de facetten van cultuurhistorie en hun mogelijke welvaartseffecten............. 8

Afbeelding 6 uitsnede IKAW .................................................................................................................... 13

Afbeelding 7 uitsnede IKAW .................................................................................................................... 13

Afbeelding 8 uitsnede CHW Gelderland .................................................................................................. 15

Afbeelding 9 uitsnede CHS Utrecht ......................................................................................................... 16

Afbeelding 10 uitsnede CHW Gelderland ................................................................................................ 17

Afbeelding 11 Behoud- en ontwikkelingsmaatregelen............................................................................. 33

Afbeelding 12 Schadebeperking bij kleinschalig falen............................................................................. 41

Tabel 1 Waarderingscriteria archeologie ................................................................................................... 2

Tabel 2 Waarderingscriteria historische geografie .................................................................................... 3

Tabel 3 Waarderingscriteria historische (steden)bouwkunde.................................................................... 4

Tabel 4 Waarderingsschaal voor beleefde kwaliteit historische geografie.............................................. 11

Tabel 5 Integrale waarderingschaal voor historische geografie .............................................................. 11

Tabel 6 Effectbeoordeling archeologische waarden................................................................................ 26

Tabel 7 Effectbeoordeling historisch geografische waarden................................................................... 27

Tabel 8 Effectbeoordeling historisch bouwkundige waarden .................................................................. 29

Tabel 9 Behoud- en ontwikkelingsmaatregelen....................................................................................... 32

Tabel 10 Beschermingsmaatregelen per dijkvak..................................................................................... 34

Tabel 11 Overzicht van maatregelen die van invloed zijn op het waterbeheer....................................... 35

Tabel 12 Kosten cultuurhistorische variant.............................................................................................. 36

Tabel 13 Aantal woningen en bedrijven per wijk/ buurt met wateroverlast in extreme situaties............. 42

Tabel 14 Verschillende soorten recreatiebaten ....................................................................................... 44

Tabel 15 Verschillende recreatie effecten, relevante maatregelen en uitsluiten van verschuivingen..... 45

Tabel 16 Vermeden herstelkosten forten Diefdijklinie ............................................................................. 47

Tabel 17 Berekening ecosysteembaten van het cultuurhistorisch alternatief ......................................... 48

Tabel 18 Overzicht welvaartsbaten cultuurhistorisch alternatief in euro netto contante waarde ............ 49

Tabel 19 Kosten en baten van maatregelen die wateroverlast beperken (netto contante waarde)........ 52

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

55


LITERATUUR

ANWB (2004). Topografische atlas Zuid-Holland, 1:25.000. Den Haag.

CBS, 2007. Kerncijfers Wijken en Buurten.

DLG (= Dienst Landelijk Gebied), (2004), Landbouwverkenning Rivierengebied in Gelderland, in opdracht

van Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Arnhem.

Hoffmans, W., Bruls, E. & van der Giessen, V., 2006. Recreatievoorzieningen langs de Nieuwe Hollandse

Waterlinie: Inventarisatie van basisinformatie. Stichting Recreatie, Den Haag.

Grontmij, 2007. Kuipers, J., van Straten, B. & van den Hengel, P. Verbetering van de Diefdijklinie,

Grontmij, Arnhem.

Nota Belvedère, 1999. Ministerie van OCW, Ministerie van LNV, Ministerie van VROM, Den Haag.

Nota Ruimte, 2005. Ministerie van VROM, Den Haag.

RAAP, 2007. Schone slaper - Hollands hoop in bange dagen; Cultuurhistorisch advies voor de verbetering

van de Diefdijklinie. RAAP –rapport 1531, Amsterdam.

RIGO, 2008. Rosenberg, F., Wever, E., Schulenberg, R. & Damen, M. KKBA Nieuwe Hollandse Waterlinie:

deelprojecten Rijnauwen Vechten, Linieland en Lingekwartier/ Diefdijk, Amsterdam.

Ruijgrok, E.C.M. (2004). Economische waardering van cultuurhistorie, casestudie Tieler- en Culemborgerwaard.

Ruijgrok, E.C.M., A.J. Smale, R. Zijlstra, R. Abma, R.F.A. Berkers, A.A. Nemeth, N. Asselman, P.P. de

Kluiver, R.S. de Groot, U. Kirchholtes, P.G. Todd, E. Buter, P.J.G.J. Hellegers, F. A. Rosenberg,

(2006). Kentallen waardering Natuur, Water, Bodem en Landschap, Hulpmiddel bij MKBA, Ministerie

van LNV, Den Haag.

TAUW, 2006. Normenstudie Bommelerwaard en Beneden Linge, Deventer.

Streekplan provincie Gelderland.

Streekplan provincie Utrecht.

Streekplan provincie Zuid-Holland (oost).

Van der Bolt, F.J.E. en M. Kok, (2000). Hoogwaternormering regionale watersystemen, HKV en Alterra,

Lelystad en Wageningen.

Geraadpleegde websites:

www.chs.zuid-holland.nl;

www.geocement.esrinl.com/cultuurhistorie;

www.geodata2.prv.gelderland.nl/apps/chw/;

www.kich.nl.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

56


BIJLAGE 1 LIGGING DEELTRAJECTEN MER

deelgebied 2

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

deelgebied 1

57


BIJLAGE II TECHNISCHE ONTWERP OPLOSSINGEN

Stabiliteit binnenwaarts, berm

Bermverlenging ter plaatse van de deeltrajecten met een groot stabiliteitstekort en waar voldoende vrije

ruimte beschikbaar is. Bij plekken waarbij achterland van betekenis ontbreekt kan hetzelfde principe

uitgevoerd worden:

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

58


Lange verankerde damwand

Ter plaatse van de deeltrajecten met een stabiliteitstekort en waardevolle (laag gelegen) bebouwing

en/of hoge natuurwaarden, waar een aanberming of korte damwand onmogelijk is.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

59


Korte damwand

Ter plaatse van de deeltrajecten met een stabiliteitstekort als gevolg van opdrijven van deklaag

(grenspotentiaal) en bebouwing. Korte damwanden kunnen zeer voordelig zijn ten opzicht van een lange

verankerde damwand. Voorwaarde voor toepassing van de korte damwand is dat de ondiepe stabiliteit

(oppervlakkig) voldoende is verzekerd, of dat dit op relatief eenvoudige wijze is op te lossen door

beperkte maatregelen in grond.

Aanbrengen van klei tegen piping

Ter plaatse van de deeltrajecten met een piping-probleem en vrij beschikbare vrije ruimte. Waar ingraven

in het voorland in den droge mogelijk, is klei-aanvulling verdiept in principe mogelijk. De ingreep is

na uitvoering dan niet of nauwelijks zichtbaar waardoor tegemoet wordt gekomen aan de landschappelijke

en cultuurhistorische waarden.

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

60


Ter plaatse van de deeltrajecten met een piping- en opdrijfprobleem en de onmogelijkheid klei in het

voorland aan te brengen zoals hoge natuur- cultuurhistorische- en/of archeologische waarden. In geval

van opdrijfgevaar is ingraven van een noodzakelijke klei-aanvulling niet mogelijk, en dient de berm een

zekere minimale (aflopende) hoogte te bezitten.

Binnendijks scherm

Toepassen bij deeltrajecten met een piping-probleem ter plaatse van bebouwing of hoge natuur- cultuurhistorische-

en/of archeologische waarden (zoals een waterpartij).

Binnendijks

(Noord-Westzijde) 1:20

Buitendijks

(Zuid-Oostzijde)

Witteveen+Bos

UT382-2 MKBA versterken Diefdijklinie concept d.d. 19 oktober 2007

PIPING: BINNENDIJKS SCHERM

61

More magazines by this user
Similar magazines