Cultuurbehoud loont! - Belvedere

belvedere.nu

Cultuurbehoud loont! - Belvedere

Cultuurbehoud loont!

Eerste aanzetten

tot een economische waardering

van cultuurhistorie


2

Investeren in cultuurhistorie loont! De sociaal-economische baten zijn vele malen groter dan de kosten. Dat blijkt uit

een baanbrekend onderzoek op initiatief van projectbureau Belvedere en de provincie Gelderland. In het onderzoek is

voor het eerst de sociaal-economische (maatschappelijke) waarde van het erfgoed uitgedrukt in euro’s. Investeringen

in woningbouw, infrastructuur en cultuurhistorie laten zich nu makkelijker vergelijken.

Cultuurbehoud loont!

Kosten en baten

Steeds vaker worden overheidsinvesteringen

beoordeeld met

behulp van een maatschappelijke

kosten-batenanalyse. Met zo’n

analyse worden alle huidige en

toekomstige maatschappelijke

voor- en nadelen van een project

tegen elkaar afgewogen. Anders

dan bij een doorsnee financieel

plaatje krijgen daardoor ook kwalitatieve

belangen, zoals cultuurhistorie,

een plek in de afweging.

Deze ‘zachte’ belangen genereren

meestal geen directe inkomsten -

je ziet het geld niet echt rollen -

maar hebben wel een maatschappelijk

rendement dat in geld is uit

te drukken.

Tot nu toe staan voor cultuurhistorie

alleen de kosten op de

balans bij een maatschappelijke

kosten-baten analyse. De baten

laten zich lastiger becijferen en

worden hooguit aangeduid met

plusjes en minnetjes. Daardoor

ontstaat het beeld dat cultuurhistorie

alleen maar geld kost en

niets oplevert. Niets is echter

minder waar. Onderzoekster dr. ir.

Elisabeth Ruijgrok, teamleider

milieueconomie bij adviesbureau

Witteveen + Bos, toont dit overtuigend

aan in het onderzoek

‘Economische waardering van

cultuurhistorie; een casestudy

over de Tieler- en Culemborgerwaard’.

Om cultuurhistorie economisch

te waarderen heeft zij de drie

belangrijkste sociaal economische

baten van cultuurhistorie

onderzocht: de recreatieve belevingswaarde,

de verervingswaarde

en de woongenotswaarde.

Een cultuurhistorisch landschap

is interessant voor bezoekers en

trekt toeristen aan. Dat noemt

men de recreatieve belevingswaarde.

Archeologie, landschap

en historische gebouwen dragen

daaraan bij. Veel mensen vinden

het bovendien waardevol om zo’n

bijzonder landschap te kunnen

nalaten aan hun (klein)kinderen.

Ze vinden het een mooi idee als

er over honderd jaar nog ridderkastelen

bestaan, of dat dijken,

kades, huisterpen en vloedschuren

laten zien hoe bewoners van

het rivierengebied met het overstromingsgevaar

zijn omgegaan.

Dat wordt de verervingswaarde

genoemd. Tenslotte blijken huizen

met interessante historische

bouwkenmerken meer waard te

zijn dan vergelijkbare panden in

een nieuwbouwwijk. Dat is de

woongenotswaarde.

Primeur

Het onderzoek van Ruijgrok is

een primeur. Het is de eerste

empirische studie in Nederland

naar de economische waarde van

cultuurbehoud. De methodiek

is mede geïnspireerd op vergelijkbare

studies die zijn uitgevoerd

naar de economische

waarde van natuur. Inmiddels

zijn er allerlei kengetallen

beschikbaar voor waardetoekenning

aan natuur, water en

bodem in maatschappelijke

kosten-batenanalyses. Mede

dankzij deze studies heeft het

natuurbehoud zich een plaats

verworven op de politieke en

ruimtelijke agenda. Onlangs

werd bekend dat een maatschappelijkekosten-batenanalyse

van natuur, water en

bodem deel moet gaan uitmaken

van de zogenoemde OEIleidraad

voor grote infrastructurele

projecten. Met de studie

naar de economische waardering

van cultuurhistorie is wellicht

een eerste stap gezet om

dit voorbeeld te volgen.


Meerwaarde loopt

in de miljoenen

De economische waardebepaling

voor cultuurhistorie is toegepast

in de Tieler- en Culemborgerwaard.

Dit Gelderse landschap

maakt deel uit van het nationale

landschap Rivierengebied en is

een zogenoemd ‘Belvederegebied’.

Er liggen prachtige historische

landschappen, maar om ze

bestaansgrond mee te geven

voor de toekomst zijn investeringen

nodig. De gewenste investeringen

in het gebied zijn opgenomen

in het nieuwe cultuurplan

van de provincie Gelderland (Belvoir2).

Zo’n plan kost geld, maar

zijn er ook baten? Dat antwoord

ligt nu op tafel.

Voor het onderzoek zijn korte

beschrijvingen gemaakt van de

Tieler- en Culemborgerwaard nu

en straks, als het cultuurplan is

uitgevoerd. In een publieksenquête

is vervolgens aan de mensen

gevraagd hoeveel ze over

hebben voor het uitvoeren van

het cultuurplan. De uitkomst van

het onderzoek is verrassend. Elke

euro die in het cultuurplan wordt

gestoken, is zijn geld dubbel en

dwars waard. De extra belevings-

waarde van het gebied bedraagt

zo’n 35.990 euro per jaar, terwijl

de extra verervingswaarde zelfs

becijferd is op 33,8 miljoen euro

per jaar. De toename in woongenotswaarde

is, met een andere

methode, berekend op een eenmalig

bedrag van 21,6 miljoen

euro. Woningen met historische

kenmerken blijken namelijk een

extra vastgoedwaarde van 14,8

procent te hebben. Waar uit eerder

onderzoek al gebleken is dat

de waarde van woningen nabij

groen procenten hoger ligt dan

van vergelijkbare woningen ver

van groen, geldt dit dus ook voor

woningen met historische kenmerken.

In het onderzoek is uitgegaan van

een zeer hoog investeringsniveau

van 4 miljoen euro per jaar over

een periode van tien jaar. Wordt

dit investeringsbedrag afgezet

tegen de baten, dan blijkt dat

deze de kosten met 195 miljoen

euro overtreffen.

Expert- en publieksoordeel

versterken elkaar

Met de economische waardering van het

cultureel erfgoed krijgt de cultuurhistorie

er een krachtig ‘argument’ bij. Het

gevonden prijskaartje is immers gebaseerd

op de waarde die burgers ergens

aan toekennen. In besluitvormingsprocessen

kunnen het expert- en het

publieksoordeel elkaar versterken. Ten

behoeve van gebiedsgericht beleid bijvoorbeeld

zal men moeten vaststellen

welke cultuurhistorische waarden bepalend

zijn voor het gebied, of zo uniek zijn

dat ze niet mogen worden aangetast.

Maar als het er ook om gaat of het

belang van de cultuurhistorie opweegt

tegen het economisch belang van bijvoorbeeld

een nieuw bedrijventerrein,

dan is alleen een vakinhoudelijk oordeel

niet altijd voldoende.

Het expertoordeel blijft echter de basis.

Soms immers, loopt het expertoordeel

vooruit op de publiekswaardering. De

naoorlogse wijken bijvoorbeeld konden

tot voor kort op weinig waardering rekenen

van het brede publiek. Grootschalige

sloopprogramma’s werden omarmd

als oplossing voor fysieke verpaupering

en sociale problemen in de wijk. De laatste

jaren echter groeit de waardering,

zodat het nog mogelijk is in een aantal

karakteristieke wijken vernieuwing en

behoud beter op elkaar af te stemmen.

Het oordeel van cultuurhistorici en stedenbouwkundigen

speelde in deze koerswijziging

een belangrijke rol.

3


4

Aansprekend verleden

In het cultuurhistorisch beleid van de provincie

Gelderland wordt waar mogelijk ingezet op

behoud door ontwikkeling. Voor de Tieler- en

Culemborgerwaard zullen de komende jaren

enige miljoenen euro’s beschikbaar komen om

behoud van het erfgoed en ruimtelijke ontwikkeling

op elkaar af te stemmen. Met dat geld

kunnen bijvoorbeeld archeologische bodemschatten

worden opgenomen in ruimtelijke

plannen zodat ze niet worden vernietigd door

vergraving of verandering van het grondwaterpeil.

Ook valt te denken aan nieuwbouw op

oude fundamenten en volgens oude patronen,

om zo het onzichtbare zichtbaar te maken. De

belevingswaarde van het landschap valt bovendien

te verhogen door de aanleg van fiets-, wandel-

en autoroutes met aansprekende beschrijvingen.

Zo komen er nieuwe recreatieroutes

langs de Hollandse Waterlinie, die tevens een

opknapbeurt krijgt. Daarbij wordt ook gezocht

naar nieuwe bestemmingen voor de verdedigingswerken

(verblijfsrecreatie, horeca, museale

en educatieve doeleinden, maar ook waterberging).

Bij toekomstige woning- en wegenbouw

zal veel aandacht uitgaan naar ruimtelijke en

landschappelijke inpassing. Dat kan door aansluiting

te zoeken bij bestaande landschapspatronen

en door architectuur en materiaalgebruik

af te stemmen op de streek. Historische

gebouwen worden gerestaureerd en leegstaande

kerken, kloosters en kazernes krijgen nieuwe

bestemmingen als woonhuis, atelier of restaurant.

Ook zullen meer kastelen voor het publiek

worden opengesteld, soms in combinatie met

tentoonstellingen of horeca. Zo zijn er tal van

ideeën om het verleden te laten voortleven.

Cultuurhistorie op de ruimtelijke

en politieke agenda

De economische waardering van

cultuurhistorie kan, naast de

reguliere maatschappelijke

kosten-batenanalyse, op

verschillende manieren worden

ingezet in de dagelijkse beleidsen

uitvoeringspraktijk.

Onderbouwing en

verantwoording van

investeringen

Cultuurhistorie wordt soms

beschouwd als de franje van de

samenleving, die alleen geld kost.

Bij het opstellen van een investeringsplan

levert onderzoek naar

de economische waardering echter

argumenten op om de voorgestelde

investeringen te onderbouwen.

De waarde voor de samenleving

wordt in euro’s uitgedrukt.

Als de baten duidelijk zijn, wordt

het eenvoudiger om de kosten

van cultuurbehoud te rechtvaardigen.

Ook achteraf, bij de verantwoording

van de uitgaven kan

onderzoek uitwijzen of de verwachtingen

zijn uitgekomen en

beloftes zijn waargemaakt.

Binnen de overheid wordt het

steeds belangrijker prestaties

zichtbaar te maken in begroting

en verantwoording, getuige de

programmabegrotingen voor

gemeenten en VBTB voor het rijk.

Beleidsafweging

en politieke keuzes

Er is vrijwel geen plek in Nederland,

of er rusten meerdere ruimtelijke

claims op. Waterberging,

woningbouw, infrastructuur en

bedrijvigheid strijden om voorrang.

Als het hard tegen hard

gaat, delven kwalitatieve belangen

als cultuurhistorie regelmatig het

onderspit. In deze status van

‘van minder belang’ kan met de

economische waardering van cultuurhistorie

verandering komen.

Inhoudelijke argumenten worden

kracht bijgezet met economische

motieven. Hierdoor ontstaat er in

de discussie ruimte voor behoud,

of voor behoud door ontwikkeling.

In het laatste geval wordt

gezocht naar een nieuw evenwicht

waarin oud met nieuw

versmelt. De ruimtelijke ontwikkelingen

vormen bijvoorbeeld

een nieuwe, ruimtelijke

drager, voorzien in een nieuwe

functie, of geven een economische

impuls tot behoud van

het erfgoed. Tegelijkertijd geeft

het erfgoed een kwaliteitsimpuls

aan de vormgeving van

het ruimtelijk programma.

Draagvlak

Tot slot kan het economische

argument bijdragen aan draagvlak

voor nieuw of vastgesteld

beleid bij bijvoorbeeld burgers.

Denk aan het monumentenbeleid,

het welstandsbeleid, of

beeldkwaliteitsplannen voor

beschermde stads- en dorpsgezichten.

Het feit dat een deel

van de vastgoedwaarde direct

samenhangt met de authenticiteit

van het vastgoed en zijn

omgeving, prikkelt het eigenbelang

van de burger.

Inhoudelijke argumenten worden kracht bijgezet met economische motieven.


6

Het onderzoek: opzet en bevindingen

Het onderzoek heeft in beeld

gebracht wat de economische

waarde is van cultuurhistorie.

Daarbij is nadrukkelijk niet alleen

naar geld gekeken.

In de economische wetenschap is

het gebruikelijk om financiële én

niet-financiële vormen van welvaart

te analyseren. Financiële

baten komen tot uitdrukking in de

markt. Zo valt een deel van de

extra omzet van de goedlopende

McDonalds in de Amsterdamse

Kalverstraat ongetwijfeld toe te

schrijven aan de charme en aantrekkingskracht

van de historische

binnenstad. En een appartement

binnen de grachtengordel zal aanmerkelijk

meer waard zijn dan een

even grote flat in een saaie buitenwijk.

Daarnaast levert diezelfde

historische binnenstad niet-financiële

baten, die zich aan de markt

onttrekken, maar wel in geld kunnen

worden uitgedrukt. Mensen

hechten bijvoorbeeld waarde aan

hun historische binnenstad en ze

vinden het een mooie gedachte

om al dat fraais te kunnen nalaten

aan hun kindskinderen. Dat rijke

gevoel draagt bij aan hun welvaart.

Om de ‘welvaartswaarde’ van cultuurhistorie

in euro’s uit te drukken

kan men verschillende economische

waarderingsmethoden

hanteren. In dit onderzoek zijn

met gebruikmaking van deze

methoden de drie grootste componenten

van de sociaal economische

waarde van cultuurhistorie

berekend: de recreatieve belevingswaarde,

de verervingswaarde

en de woongenotswaarde.

Belevingswaarde

De belevingswaarde van een cultuurhistorisch

interessant gebied

kan worden bepaald door te kijken

naar de reiskosten die mensen

maken om er te komen of door

hen te vragen hoeveel ze zouden

willen betalen voor een bezoek. In

de Tieler- en Culemborgerwaard is

met een enquêtetechniek, de Conditionele

Waarderingsmethode,

bepaald hoeveel mensen bereid

zijn te betalen als er entree zou

worden geheven. Sceptici voeren

aan dat het hier niet om harde

gegevens gaat; de ondervraagden

hebben immers niet daadwerkelijk

hoeven te betalen. Maar als men

de resultaten van dergelijke

enquêtes met elkaar vergelijkt, blijken

de uitkomsten redelijk consistent.

De respondenten in het onderzoek

voor de Tieler- en Culemborgerwaard

verklaarden zich bereid

tot een betaling van 1,22 euro per

recreatiebezoek. Uitgaande van

28.000 bezoeken per jaar aan dit

gebied, leidt dit tot een totale extra

belevingswaarde van 35.990 euro

per jaar. Het aantal bezoeken is

gebaseerd op gegevens van het

Continu Vakantie Onderzoek van

het CBS.

Verervingswaarde

Ook voor het berekenen van de

verervingswaarde is gebruik

gemaakt van de Conditionele

Waarderingsmethode. Mensen

geven daarbij aan wat ze over hebben

voor behoud van het bodemarchief,

of wat ze zouden willen

betalen om een historische molen

voor toekomstige generaties te

behouden. De respondenten verklaarden

zich bereid tot een betaling

van 11,88 euro per jaar om het


Huizen met historische kenmerken hebben vaak een flinke meerwaarde, zo blijkt uit gegevens van makelaars.

Kopers blijken bereid om 14,8% meer te betalen.

gebied te kunnen bewaren voor

hun nakomelingen. De uiteindelijke

berekening heeft betrekking

op alle huishoudens in de provincies

Gelderland, Utrecht en Zuid-

Holland; tezamen 2,8 miljoen

huishoudens. Als deze huishoudens

bereid zijn gemiddeld 11,88

euro per huishouden per jaar te

betalen voor behoud van cultuurhistorie

in de Tieler- en Culemborgerwaard,

levert dat een totale verervingswaarde

van 2,8 x 11,88 =

33,8 miljoen euro per jaar op.

Het aantal huishoudens in de

rekensom is overigens een vrij

conservatieve inschatting. Nederland

telt in totaal ruim 6 miljoen

huishoudens. Uit de enquêtes

bleek echter dat de betalingsbereidheid

vooral hoog was onder

ondervraagden afkomstig uit de

provincies Zuid-Holland, Utrecht

en Gelderland. Bezoekers uit

andere, verder weg gelegen provincies

legden een veel lagere

betalingsbereidheid aan de dag,

waarbij zij aangeven liever te willen

betalen voor cultuurhistorische

waarden in de eigen regio.

Woongenotswaarde

De waarde van het woongenot is

bepaald met de zogenoemde

Hedonische Prijzenmethode. In

de Tieler- en Culemborgerwaard

werd met deze methode de extra

woongenotswaarde becijferd op

21,6 miljoen euro. Men kan de

prijs voor woongenot berekenen

door de prijzen van woningen in

een mooie en een minder mooie

omgeving met elkaar te vergelijken.

De meerwaarde van een

woning in een aantrekkelijke, groene

omgeving, kan zo bijvoorbeeld

oplopen tot meer dan 20% van de

marktwaarde. Ook huizen met

historische kenmerken hebben

vaak een flinke meerwaarde, zo

blijkt uit gegevens van makelaars.

Kopers blijken bereid om 14,8%

meer te betalen. Omgekeerd blijkt

dat een ondoordachte verbouwing

of opknapbeurt de waarde van de

woning snel kan doen kelderen.

Alleen al het verkeerd restaureren

of verwijderen van een historisch

detail aan de gevel, levert een verliespost

van 3.800 euro op per

kenmerk. Wordt de authenticiteit

van het pand vergaand aangetast,

dan komt dat de eigenaar hele-

maal duur te staan. Voor het onderzoek

waren de onderzochte panden

ingedeeld in drie klassen van

authenticiteit. Uit het verschil in de

verkoopprijzen valt af te leiden dat

degradatie naar een lagere klasse

een waardedaling kan betekenen

van 30.000 euro.

Vervolgonderzoek?!

Het onderzoek ‘Economische

waardering van cultuurhistorie’ is

het eerste in zijn soort en nodigt uit

tot vervolgonderzoek. Het zou interessant

zijn om de pilot van de Tieler-

en Culemborgerwaard in andere

gebieden te herhalen. Bij herhaling

zal zich in de onderzoeksresultaten

een lijn aftekenen, waaruit men landelijk

toepasbare kengetallen kan

destilleren. Daarmee kunnen

belanghebbenden straks zelf de economische

waarde van cultuurhistorie

van een gebied inschatten zonder

steeds opnieuw kostbaar en tijdrovend

veldonderzoek te moeten

doen. Door bijvoorbeeld ook in

grote steden vergelijkbaar onderzoek

te doen, kan men bovendien

meer inzicht krijgen in verschillen

tussen stad en platteland.

Gestandaardiseerde

classificatie

Naar aanleiding van het onderzoek

wordt door de Rijksdiensten ROB en

RDMZ en de directie Kennis van het

ministerie van LNV een vervolgonderzoek

gestart naar de ontwikkeling van

een uniforme classificatiemethode

voor cultuurhistorie.

In het onderzoek voor de Tieler- en

Culemborgerwaard is een dergelijke

gestandaardiseerde ‘meetlat’ al ontwikkeld

voor het gebouwde erfgoed.

Op deze manier wordt elk gebouw,

van herenhuis tot monumentale boerderij,

met dezelfde criteria beoordeeld,

zodat de inhoudelijke waarde vergeleken

kan worden.

In het vervolgonderzoek zal deze classificatiemethodiek

verder worden uitgebouwd

en vertaald naar het archeologisch

en historisch geografisch erfgoed.

7


Colofon

Uitgave Projectbureau Belvedere, Postbus 389, 3500 AJ Utrecht, tel. 030 2305010, info@belvedere.nu, www.belvedere.nu Tekst Marion de Boo, Bleiswijk

Fotografie George Burggraaff (recreanten op de Appeldijk bij Beesd), Marcel Köppen (Slot Loevestein), Wim van der Ende (woningen in Fort Steurgat; onderdeel

van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) Vormgeving Grafisch Atelier Wageningen Drukwerk Modern, Bennekom Uitgave juli 2005

Het rapport ‘Economische waardering van cultuurhistorie. Case-studie Tieler- en Culemborgerwaard’ is te downloaden op www.belvedere.nu onder bibliotheek.

More magazines by this user
Similar magazines