12.09.2013 Views

Twee Haarlemse parels uit de Franse tijd - if then is now

Twee Haarlemse parels uit de Franse tijd - if then is now

Twee Haarlemse parels uit de Franse tijd - if then is now

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

ThemaTijdschrift

26

Twee Haarlemse parels

uit de Franse tijd

Haarlem heeft twee bijzondere huizen uit de Franse tijd die een zeld-

zaam inkijkje geven in het wonen van de Hollandse elite ten tijde

van de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland. Huis Barnaart

(1803-1807) en het Hodshon Huis, uit 1794, zijn twee gaaf bewaarde

parels. DOOR NIEK SMIT

Haarlem, 27 april 1807, in de

avond. Het moet een prachtig

gezicht zijn geweest toen Lodewijk

Napoleon, koning van Holland en

broer van de Franse keizer, in een koets

met toortslicht arriveerde bij het nieuwe

huis van Willem Philip Barnaart (1781-

1851), commandant van de Haarlemse

burgerwacht. Voor de gelegenheid was

de gevel van het huis door lampionnen

in de bomen verlicht. In de ontvangstvertrekken,

gedecoreerd in Empire-stijl

volgens de allerlaatste mode in de meest

afwisselende materialen en kleuren, ontvingen

de 25-jarige gastheer en zijn nog

jongere echtgenote hun belangrijke gast.

De koning bezocht Haarlem en logeerde

voor de gelegenheid in een van de meest

voorname huizen van de stad.

Huis Barnaart aan de Nieuwe Gracht in

Haarlem, gebouwd in 1803-1807, vormt

samen met het tien jaar oudere Hodshon

Huis aan het Spaarne een uitzonderlijk

bezit voor Vereniging Hendrick

de Keyser, de landelijk

werkende organisatie die

zich inzet voor het behoud

van historische huizen. Beide

huizen zijn gaaf bewaarde

pareltjes uit de Franse tijd

en geven ons een zeldzaam

inkijkje in het wonen van de

Hollandse elite ten tijde van

de Bataafse Republiek en het

Koninkrijk Holland. De twee

huizen geven ook een goed

beeld van de ontwikkelingen

in de interieurmode in deze tijd. Beide

huizen werden ontworpen door Abraham

van der Hart (1747-1820), de stadsbouwmeester

van Amsterdam en de meest

vooraanstaande architect in Holland

aan het eind van de 18 e eeuw. Van der

Hart had een praktische achtergrond en

stamde uit een familie van timmerlieden

en metselaars. Uit zijn boekenbezit weten

we dat hij zeer goed op de hoogte was

van de laatste internationale architectuurontwikkelingen.

In zijn interieurs zijn

Italiaanse, Franse en Engelse invloeden

aan te wijzen. Bekende gebouwen van

zijn hand in Amsterdam zijn het Maagdenhuis,

het Nieuwe Werkhuis, de Franse

Schouwburg, de Evangelisch-Lutherse

Kerk en Herengracht 502 (tegenwoordig

de ambtswoning van de Amsterdamse

burgemeester). Sinds kort weten we

dat hij betrokken was bij de bouw van

Paviljoen Welgelegen, het Haarlemse verblijf

van de schatrijke Henry Hope. Ook

De Blauwe Zaal in het Hodshon Huis

maakte hij ontwerpen voor monumenten,

decoraties en illuminaties voor feestelijke

gelegenheden.

Het huis dat Abraham van der Hart in

1794 voor Keetje Hodshon (1768-1829)

ontwierp, staat aan het begin van een

reeks particuliere opdrachten, met het

Huis Barnaart aan het eind van deze

reeks. Daardoor is een vergelijking van

de interieurs erg interessant. Keetje

Hodshon stamde uit een doopsgezinde

familie, afkomstig uit Engeland,

die rijk geworden was in de handel in

linnen. Ze was op jonge leeftijd wees

geworden en erfgenaam van een enorm

vermogen. Op 22-jarige leeftijd gaf ze

Abraham van der Hart de opdracht een

groot huis in de bocht van het Spaarne

te bouwen, tegenover Teylers Museum,

de meest prestigieuze locatie in de stad.

Ze zal in contact zijn gekomen met de

architect via haar voogd Willem Philip

Kops, die kort daarvoor zijn huis door

Van der Hart had laten verbouwen.

Het is moeilijk voor te stellen dat de

jonge Keetje de opdracht voor de bouw

van haar stadspaleisje gaf midden in

de rumoerige situatie van de Bataafse

Omwenteling. De jaren van de bouw

vallen er precies mee samen en een

wijziging in het ontwerp kan er mee in

verband worden gebracht. De eerste

ontwerptekeningen laten

een classicistisch huis zien,

met een fronton waarin een

groot familiewapen was

bedacht. Dit maakte in het

uitgevoerde ontwerp plaats

voor een beeldengroep

van de Hollandse Maagd,

afgebeeld als Minerva, een

vrouw met een pijlenbundel

en een vrouw met een hoorn

des overvloeds. Wijsheid,

eenheid en voorspoed van

de Hollandse Republiek is de


Links het Hodshon huis in 1799. Op de voorgrond enkele platbodems waarop soldaten te zien zijn. ‘Gezigt der schepen met gekwetsten in het Spaarne.’ Volgens de verhalen zou

Keetje Hodshon gezorgd hebben dat de soldaten te eten kregen (Noord-Hollands Archief)

boodschap die niemand in deze tijd zal

zijn ontgaan.

Achter een strenge gevel schuilt een

huis met een doordacht circulatieplan.

De woonvertrekken, representatieve

kamers en dienstvertrekken zijn

hiërarchisch gegroepeerd. Het

personeel bleef hierdoor zo

veel mogelijk onzichtbaar.

De hoofdingang van het

huis ligt aan het Spaarne,

maar aan de achterzijde,

tussen twee zijvleugels,

is een grote cour waar

gasten per koets hun

entree konden maken. De

cour wordt afgesloten door

een muur met kantelen en

een speels vormgegeven

hek, het eerste voorbeeld

van de neogotiek in ons

land. Op de begane grond

waren de vestibule, een spreekkamertje

en een monumentaal trappenhuis

gesitueerd. Verder was deze verdieping

bestemd voor een groot aantal dienst-

Cornelia Catharina (‘Keetje’)

Hodshon, pastelportret door

C.H. Hodges (Vereniging

Hendrick de Keyser)

vertrekken, waaronder mangelkamers,

washok, keuken en bijkeuken, meidenkamer,

kamer van knecht en kok en een

tuinkamer. Keetje had maar liefst tien

inwonende personeelsleden in dienst.

Een aparte ingang gaf direct toegang tot

deze dienstvertrekken, het diensttrappenhuis,

de kelders en de

provisiekamers. De bovenste

verdieping van het

huis bevatte de woon- en

slaapvertrekken van

de vrouw des huizes,

haar gezelschapsdame,

kamenierster, gasten en

een kantoor. De dienstmeiden

sliepen op zolder,

waar ook een droogzolder

en vleeskamer waren.

Op de bel-etage zijn

naast het kabinetje van

Keetje, vier representatieve

staatsievertrekken bewaard. Deze

hebben elk een heel eigen karakter en

behoren tot de fraaiste neoclassicistische

interieurs van ons land. De naast het

trappenhuis gelegen Erkerkamer wordt

gedomineerd door het uitzicht op de

stad en het Spaarne. Oorspronkelijk was

het ingericht met een grote eettafel, 24

stoelen en een buffetkast. Het naastgelegen

ontvangstvertrek is gedecoreerd met

schilderwerk in terracotta en zwart. De

motieven zijn afgeleid van de Griekse

vaasschilderkunst. Het is een voorbeeld

van een zogenaamde ‘Etruscan Room’,

die in deze tijd in Engelse landhuizen

populair was. De Rode Zaal is voorzien

van delicaat houtsnijwerk en stucwerk

op wanden en plafond. De uiterst verfijnde

decoratieve motieven van de marmeren

schouw worden herhaald in het

hout- en stucwerk. De Blauwe Zaal of

Muzieksalon vormt het hoogtepunt van

deze serie vertrekken. De wandopbouw,

in ‘Wedgwood’ blauwe kleuren, is geleed

door pilasters met Grieks Ionische

kapitelen. Tegen de lange wand zijn

stucreliëfs aangebracht met voorstellingen

van de vier seizoenen. De enorme

afwisseling van kleuren en materialen in

het interieur en het vakmanschap van de

Napoleon in Nederland , no. 2 jrg. 1, 2011

27


ThemaTijdschrift

28

betrokken kunstenaars is voor de huidige

bezoeker nog steeds verbluffend.

Enorm fortuin

Het huis dat Abraham van der Hart voor

Willem Philip Barnaart ontwierp, heeft

een minstens zo indrukwekkend interieur.

Het werd gebouwd in de periode

1803-1808. De interieurs hebben een

zwaarder karakter en vertonen de invloed

van de Empire stijl. Willem Philip

Barnaart was familie van Keetje Hodshon

en net als zij

op jonge leeftijd

erfgenaam van

een enorm fortuin.

Barnaart stamde

uit een geslacht

van handelaren

in garen en band.

Onder Lodewijk

Napoleon werd hij

maire van Haarlem.

De gevel van

zijn huis grijpt

terug op voorbeelden uit de stijl van het

17e Details in Huis Barnaart

-eeuwse Hollands Classicisme, een

periode die men in deze tijd bewonderde

voor de burgerzin en welvaart.

Op aandringen van Barnaart kreeg het

huis een voorname dubbele bordestrap.

We zijn zeer goed op de hoogte van de

bouw van het huis omdat de bestekken

en bouwrekeningen bewaard zijn gebleven,

keurig afgetekend door de architect.

Zo weten we exact welke ambachtslieden

en leveranciers ingeschakeld werden,

hoe lang ze bezig waren en welke

kosten ze in rekening brachten. Abraham

van der Hart ontving een honorarium

van 5% over de ruwe bouwkosten.

Gedurende de bouw kwam hij vrijwel

wekelijks naar Haarlem om toezicht

over de voortgang te houden. De totale

bouwsom bedroeg ruim 396,000 gulden,

een fenomenaal bedrag in deze tijd.

De representatieve vertrekken op de

bel-etage vormen de kern van het huis,

optimaal en discreet toegankelijk voor

het personeel via een dwarsgang en door

middel van aangebouwde kleine zijvleugels

met diensttrappen. In het onderhuis

waren een spreekkamer en het kantoor

van Barnaart, met grote kluis, en de huishoudelijke

vertrekken zoals de keuken

met spoelkeuken, een ruim vertrek voor

het personeel, de kamers van de kok en

de knecht, een linnenkamer en de toegang

tot de wijn- en provisiekelders. Ook

in dit huis waren de slaapkamers voor de

familie en de gasten (met alkoven voor

losstaande bedden) op de eerste verdieping.

Hier was ook het grote boeken- en

verzamelkabinet van Barnaart. Uiterst

modern en toppunt van luxe was een

vertind koperen bad met een stenen

fornuis en koperen ketel in een van de

uitgebouwde zijvleugels. De kamers van

de meiden (met bedsteden) waren ook in

dit huis op de zolder ondergebracht. Op

de bel-etage waren de dagelijkse woonvertrekken

van de familie gesitueerd,

de eetkamer en drie uiterst representatieve

ontvangstvertrekken. Net als in het

Hodshon Huis kregen deze een sterk

individueel karakter. Ook hier was een

‘Etrurische antichambre’ met motieven uit

de klassieke Oudheid, echter in heel andere

kleuren: groen en oranje. De naast

dit vertrek gelegen ‘Gouden Salon’ is een

van de eerste vertrekken in Empire stijl

in ons land, de keizerlijke interieurstijl

die ontstond aan het hof van Napoleon

in Parijs. De zaal is overdadig voorzien

van verguldsel, goudkleurige gordijnen,

draperieën en wandbespanning. De kosten

van het vergulden ‘in verguld bruneer

goud, alles dubbel belegdt’ waren enorm.

Het vertrek kreeg een marmeren schouw,

wandtafels en spiegels en ‘Pompeïaanse’

schilderingen gemaakt door de kunstschilder

Adriaan de Lelie. Het werd gestoffeerd

en gemeubileerd door de Amsterdamse

firma Joseph Cuel, later ook

leverancier van Lodewijk Napoleon bij de

inrichting van het

Paleis op de Dam

in Amsterdam. Het

meest representatieve

vertrek van

het huis was de

Erker- of Marmer

Zaal. De wanden

werden hier voorzien

van fijn ‘stuccolustro’,imitatiemarmer.

Tijdens de

uitvoering werd de

kleur gewijzigd naar terracotta rood en

gespikkeld groen. De wanden zijn geleed

door rijke Korinthische pilasters. De

firma Lefebvre Caters & Fils uit Doornik

leverde twee prachtige kolomkachels in

Empire stijl, die er nog steeds staan. De

representatieve vertrekken op de bel-etage

van het huis konden ter gelegenheid

van grote ontvangsten aan elkaar worden

gekoppeld. Het bezoek en de logeerpartij

van koning Lodewijk Napoleon in 1807

vonden plaats tegen deze voor Holland

wel zeer voorname achtergrond. n

NIEK SMIT WERKT ALS ARCHITECTUURHISTORICUS

BIJ VERENIGING HENDRICK DE KEYSER.

Openstelling Hodshon Huis voor lezers van

Napoleon in Nederland 1811-2011

Het Hodshon Huis, Spaarne 17 in Haarlem, heeft een interieur dat een bezoek meer dan waard is. Het

huis van Keetje Hodshon is tegenwoordig zetel van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.

Voor lezers van Napoleon in Nederland 1811-2011 stelt de eigenaar, Vereniging Hendrick

de Keyser, het bijzondere huis op vrijdag 20 mei open. Rondleidingen worden verzorgd om 12.00, 14.00

en 16.00 uur. De rondleiding duurt ongeveer een uur. De kosten bedragen 7,50 euro per deelnemer.

Voor leden van de Vereniging is de entree gratis. Opgave vooraf via het secretariaat van de Vereniging,

tel. 020 521 06 30 of info@hendrickdekeyser.nl.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!