Verslag juristenoverleg 11 mei 2006 - Pmgg

pmgg.nl

Verslag juristenoverleg 11 mei 2006 - Pmgg

Verslag juristenoverleg 25 november 2010

Inventarisatie inning dwangsom

Op verzoek van Apeldoorn hebben diverse gemeenten aangegeven hoe zij omgaan met het innen.

Altijd innen? En in welke gevallen dan niet? Een terugkoppeling.

Geen enkele gemeente heeft inningsbeleid op papier. Maar vrijwel allemaal geven ze aan:

verbeuren is innen. En je moet geen verschil maken in bedrijven en burgers. Niet innen

ondermijnt de geloofwaardigheid van de handhaving.

We kunnen ons goed voorstellen dat het moeilijk te begrijpen is voor de bestuurder. Het doel is

toch bereikt? Het bedrijf kan het geld toch beter besteden aan het aanbrengen van de

voorziening? Nee zegt ook de Raad van State; het feit dat de overtreding inmiddels ongedaan is

gemaakt is geen reden om af te zien van het innen. Ook kan iedere derde om inning verzoeken.

De reactie van Tom Lodders (Westland) is vrij volledig (bedankt Tom!)

Indien na het verstrijken van de begunstigingstermijn de overtreding voorduurt, verbeurt de

overtreder van rechtswege dwangsommen. Die dwangsommen moeten worden betaald binnen

zes weken nadat zij van rechtswege zijn verbeurd (5:33 Awb). Dit artikel schrijft dit dwingend

voor. Slechts in bijzondere omstandigheden is er geen sprake van een verplichting tot betaling.

Dit blijkt uit de memorie van toelichting (zie TK 2003-2004, 29 702, nr. 3 pagina 115). Het ligt

op de weg van de overtreder om dergelijke omstandigheden onder de aandacht van het

bestuursorgaan te brengen.

Volgens jurisprudentie is géén sprake van een bijzondere omstandigheid indien:

- de overtreding wordt beëindigd na het verstrijken van de begunstigingstermijn (Rb. Utrecht 7-

11-2001, LJN: AD5836 en Hof Arnhem, 22-06-2004, JB 2004, 307)

- concreet zicht op legalisatie bestaat na het verstrijken van de begunstigingstermijn (Rb. Zwolle

10-10-2007 LJN: BC4774)

Er is wel sprake van een bijzondere omstandigheid indien achteraf blijkt dat het (vrijwel)

onmogelijk is om aan de last te voldoen. De jurisprudentie op dit punt is vrij strikt en laat weinig

ruimte voor discussie.

Apeldoornse aanpak repressieve handhaving

In Apeldoorn wordt de repressieve handhaving uitgevoerd door de juristen. Die nemen

onmiddellijk na de hercontrole het dossier over indien blijkt dat de overtreding voortduurt.

Liefst nog dezelfde dag neemt de jurist telefonisch contact op. Dan wordt gelijk mondeling om

een zienswijze gevraagd en een vooraankondiging gedaan. Wettelijk mag dit immers ook

mondeling. En het scheelt veel papierwerk en het lijkt een stuk effectiever. Meestal weet de

overtreder al wel precies hoe het zit en zijn ze door de handhaver al voldoende voorgelicht. Een

samenvatting van dit gesprek wordt in de meeste gevallen even op de mail gezet. Dus niet in een

aparte brief wat bij de meeste gemeenten gebruikelijk is. Hierover is achteraf nooit discussie

geweest.

Soms zijn er problemen met een offerte. Of het moederbedrijf uit Amerika wil geen toestemming


geven. Dan krijgt het bedrijf nog een kleine extra termijn, maar wel met harde afspraken. Wouter

wil dan bijvoorbeeld een ondertekende offerte zien of een concrete datum waarop het werk

wordt uitgevoerd.

Het lijkt ook effect te hebben dat het bedrijf nu een ander persoon aan de lijn krijgt. In 2004 zijn

ze met deze aanpak begonnen. Ook om de termijnen tussen de controle en de vervolgstappen

terug te dringen. De repressieve handhaving is daarmee met 50% terug gedrongen. De aandacht

is verplaatst naar het voortraject.

Zie ook de handhavingsfolder van Apeldoorn. En notitie Samenhangend Wabo toezicht en

matrix.

Sportvelden en festiviteiten

Indien meerdere sportclubs gebruik maken van een veld of kantine; kan iedere club dan 2 x een

festiviteit per jaar aanvragen? Voor en na de wedstrijden gaat de knop van de muziek voluit. Zo kan

een buurtbewoner in een weekend veel overlast ervaren.

In de laatste wijziging van het Activiteitenbesluit is aangegeven dat je per gebied of per branche

nadere regels mag opnemen in de APV. Dat biedt hier een mogelijkheid.

Geluidmeten bij kroegen naast elkaar

Wij hebben het bekende probleem op de markt van Gouda dat we geluid van horecaondernemingen

niet goed kunnen meten omdat de kroegen naast elkaar zitten. Nu zijn wij aan het kijken naar de

“Harderwijkmethode” of naar het werken met limiters. Nu is mijn vraag of andere gemeenten hier

beleid voor op papier hebben en eventueel positieve/negatieve ervaringen.

Het is een bekend probleem bij de horeca. Van belang is het akoestisch onderzoek. Hieruit moet

blijken welke maatregelen het bedrijf moet hebben genomen indien het geluid hoger is dan

achtergrondmuziek (70 dB(A). Zo’n onderzoek kun je ook achteraf afdwingen als nu blijkt dat

de muziek harder is dan het achtergrondmuziek, want dan is er sprake van een verandering van

de inrichting. Uit het onderzoek blijkt welke maatregelen het bedrijf moet nemen en daarop kun

je dan handhaven. Bijvoorbeeld limiters, ramen en deuren gesloten. Zie verder ook het horecaexcessenbeleid

van Apeldoorn; klasse stukje werk!

Wob verzoeken commerciële partijen

Wij krijgen tegenwoordig veel wobverzoeken van commerciële partijen. Zo wil men graag alle

adressen van propaaneigenaren om daar warmtepompen aan te kunnen verkopen (denken wij).

Hoe gaan andere gemeenten daar me om? Strak de Wobprocedure volgen of pragmatisch door

informatie simpelweg te geven of botweg te weigeren?

Probeer contact op te nemen met de aanvrager en kijk of er een praktische mogelijkheid te

vinden is. Je bent verplicht de info te geven. Ligt ook in de lijn van het Verdrag van Aarhus.

Eerder hebben we te maken gehad met het bedrijf Landmark. Je mag wel administratieve kosten

in rekening brengen.


Berekening afstand in nieuwe PGS

De nieuwe PGS voor propaan hanteert niet meer standaard 7,5 meter tot brandbare objecten maar

vraagt een hele rekenexcercitie. Wij willen nu beleid maken waarbij we in de meeste gevallen toch

uitgaan van 7,5 meter en alleen in de uitzonderingssituaties nog hoeven te rekenen. Hebben gaan

de andere gemeenten hier mee om?

We hebben er nog geen ervaring mee. Wel weten we dat leveranciers (Primagaz en Benegas)

ermee bezig zijn. Het kan zelfs zo zijn dat die 7,5 meter niet meer voldoet na berekening en dan

heb je een probleem bij een bestaande situatie.

Aanvulling Wouter: De ingewikkelde berekening is alleen nodig als een brandgevaarlijk object of

opslag zich bevindt binnen 7,5 meter. Bij afstanden groter dan 7,5 meter kan gebruik worden

gemaakt van een tabel waarbij die berekening al is gemaakt. Bij kortere afstanden dan 7,5m is

die tabel niet bruikbaar vanwege onvoldoende onnauwkeurigheid en is een aparte berekening

noodzakelijk. (zie paragraaf 4.2.1 en 4.2.2 van de PGS 19).

Vastleggen hogere waarde in bestemmingsplan

Tot slot nog de vraag hoe andere gemeenten in hun bestemmingsplannen de hogere waarde

vastleggen. Er is een uitspraak van de RvS die aangeeft dat het vastleggen van dove gevels in een

hogere waarden besluit alleen onvoldoende is om te waarborgen dat gevels doof worden

uitgevoerd. Het is een reden om een bestemmingsplan te vernietigen als het daar niet ook in is

verwerkt. Indien er dus hogere waarden verleend worden maar daar voorwaarden aan worden

gesteld die uitgevoerd moeten worden bij de bouw van bijvoorbeeld woningen dan zullen die

voorwaarden moeten worden neergelegd in het bestemmingsplan omdat bouwplannen slechts

getoetst hoeven te worden aan bestemmingsplannen.

We hebben er zelf nog geen ervaring mee omdat het iets is voor de collega’s niet juristen van de

RO afdeling. Wat je kan doen is via internet bestemmingsplannen van gemeenten bekijken en

zien hoe het daarin is vastgelegd als voorbeeld.

Procedure Wabo intrekken of wijzigen vergunning

Welke procedure in de Wabo moet worden gevolgd voor het intrekken of wijzigen van

voorschriften van een omgevingsvergunning? Volgens art. 3.15 lid 3 Wabo moet de uitgebreide

procedure worden gevolgd tenzij de uitzondering. In de toelichting bij dit artikel wordt gesteld dat

indien de omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide procedure, de intrekking of

wijziging voorschriften ook met de uitgebreide procedure moet geschieden. Volgt hieruit de indien

de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere procedure, bij de wijziging voorschriften of

intrekking ook de reguliere procedure mag worden gevolgd?

Situaties waarvoor de reguliere procedure kan worden gevolgd is geregeld in artikel 3.15 lid 1

en 2.

Bij milieu eerder sprake van reguliere procedure?

De (juridische) hoofdregel is dat op het wijzigen of intrekken van een vergunning de uitgebreide

procedure van toepassing is (artikel 3.15 Wabo, tenzij artikel 3.10 lid 3 van de Wabo zegt dat de

reguliere procedure van toepassing is). Maar zal er bij intrekkingen van omgevingsvergunningen


op het onderwerp milieu mogelijk eerder sprake kunnen zijn van een reguliere procedure? Deze

vraag wordt gesteld omdat een (gedeeltelijke) intrekking meestal gunstige gevolgen heeft voor het

milieu en de intrekking meestal niet zal leiden tot een andere omgevingsvergunning.

Artikel 3.10 lid 3 Wabo is volgens de Memorie van toelichting gebaseerd op het oude 8.19 Wm

artikel, maar in de zin van de Wabo kan artikel 3.10 lid 3 ook van toepassing zijn op

intrekkingen/wijzigingen van de omgevingsvergunning en op wijzigingen van voorschriften van de

omgevingsvergunning. Dat komt omdat, anders dan in de Wm, artikel 3.10 lid 3 tot het gevolg heeft

dat de onderliggende vergunning (voor gedeelte wijziging/intrekking) vervalt, terwijl bij de oude

8.19 Wm procedure de onderliggende vergunning gewoon in stand bleef. Daarom kon onder de Wm

voorheen niet met een 8.19 melding een vergunning worden ingetrokken, onderliggende rechten

bleven immers in stand. Ook konden met een 8.19 melding geen vergunningvoorschriften worden

ingetrokken, dan wel worden gewijzigd.

NB: Anders dan in de Juridische leidraad op pag. 125,129 staat vermeld betekent artikel 3.15 lid 3

Wabo volgens sommigen niet dat als de onderliggende vergunning met 3.4 Awb tot stand is

gekomen dat ook de wijziging of intrekking altijd met Afdeling 3.4 Awb tot stand moet komen. Er

dient gekeken te worden of de intrekking of wijziging ten opzichte van de vergunde situatie tot

meer nadelige gevolgen van het milieu leidt (dit staat als uitzondering vermeld op pag. 130

Juridische leidraad). Als dat het geval is, dan dient afdeling 3.4 Awb gevolgd te worden?

In welke gevallen nu niet de uitgebreide procedure gevolgd moet worden, is dus niet geheel

duidelijk. In de Memorie van Toelichting bij de invoeringswet (TK, vergaderjaar 2008-2009, 31 953,

nr 3, pag 103) staat vermeld dat essentieel voor de toepassing van artikel 3.10 lid 3 is, dat de

verandering niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu (oude 8.19 Wm

criteria) en de verandering van de inrichting niet leidt tot een andere inrichting waarvoor eerder

een omgevingsvergunning is verleend. In tegenstelling tot de bestaande regeling (8.19 Wm) kan het

bevoegd gezag nu wel voorschriften aanpassen, maar indien het bevoegd gezag tot de conclusie

komt dat de milieucontouren van de vergunning te ruim zijn en dat de vergunning daarom dient te

worden aangepast (oftewel vanwege vermindering milieugevolgen), zal de vergunning gewijzigd

moeten worden en is in dat geval de uitgebreide procedure van toepassing op grond van artikel

3.15 lid 3 Wm.

Staat deze toelichting haaks op artikel 3.10 lid 3 Wabo.? Jurisprudentie zal uiteindelijk wel

uitwijzen wanneer sprake zal zijn van een andere inrichting, en hoe ruim artikel 3.10 lid 3 Wabo

uitgelegd moet worden.

Kan niet geadviseerd worden de reguliere procedure te volgen wanneer de inrichtinghouder

verzoekt om intrekking van (een deel van) de vergunning en de intrekking gunstiger gevolgen heeft

voor het milieu? Wanneer ten onrechte de uitgebreide procedure is gevolgd kan immers van

rechtswege de intrekking van de vergunning tot stand zijn gekomen? (Lex Silencio Positivo).

Bij een aanvraag op grond van artikel 3.10 lid 3 Wabo moet het bevoegd gezag beoordelen (net

als voorheen bij een melding 8.19) of sprake is van milieuneutrale gevolgen en dus de vraag

beantwoorden of met de reguliere procedure kan worden volstaan. De aanvrager moet (art 3.1

lid 3 Wabo) worden medegedeeld welke procedure gevolgd gaat worden. Leidt die conclusie er

toe dat voorschriften moeten worden gewijzigd, dan is de uitgebreide voorbereidingsprocedure

van toepassing.

Lex silencio positivo is niet van toepassing op de uitgebreide procedure (art. 1. lid 2 Tijdelijk

besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn).


Verder

- Binnenterrein horeca; het terras is ommuurd maar ligt voor een deel aan de straat. Er

is geen terrasvergunning nodig. Indien het referentieniveau laag is zou je eerder kunnen

aannemen dat er sprake is van een binnenterrein.

- Meervoudige omgevingsvergunningen; niemand heeft er nog ervaring mee. Nog geen

aanvragen ingediend.

- Standaardbrieven; denk bij aanpassing aan de verwijzing naar de mogelijkheid van

digitaal beroep en aanvraag voorlopige voorziening.

Volgende bijeenkomst is donderdag 17 maart 2011.

More magazines by this user
Similar magazines