UWVMagazine(pdf, 4 MB)

uwv.nl

UWVMagazine(pdf, 4 MB)

VOOR RELATIES VAN UWV JULI 2013

SASCHA

MEYER

DE NIEUWE ARME

ZET DE TERING NAAR

DE SCHULDSANERING:

GELUK ZIT SOMS IN

EEN KLEIN JURKJE

ARMOEDE IN

NEDERLAND

ECONOMISCHE CRISIS:

ARMOE TROEF?

PROBLEMEN TE LIJF MET

HET M-TEAM VAN UWV

BESLAG LEGGEN IS VOOR

NIEMAND LEUK


24

2

UWVMAGAZINE

UWVMAGAZINE

6

COLOFON UWVMagazine voor relaties van Uitvoeringsinstituut

Werknemersverzekeringen (UWV) juli 2013. Verschijnt 4 x per jaar

Realisatie: vdbj_, Postbus 2215, 1180 EE Amstelveen, www.vdbj.nl,

uwvmagazine@vdbj.nl Hoofdredactie: Kees Diamant Redactioneel

management: Fennie Pruim Mailadres redactie: concernredactie@uwv.nl

Eindredactie: Mirjam van Immerzeel en Jacques Poell Vormgeving Marc

van Meurs, Yullan Oosterhof Aan dit nummer werkten mee: Koos Breukel,

Kay Coenen, Corbino.nl, Jeroen Dietz, Gert Hage, Martijn Houwerzijl,

Nationaal Archief/Spaarnestad, Erik Kriek, Sascha Meyer, Moker ontwerp,

Martyn F. Overweel, Isabel Pousset, Egbert Jan Riethof, Peter Rijnsburger,

Hanny Roskamp, Stephan Sanders, Jeroen Schoondergang, Peter Tahl,

Bert Verhoeff/Hollandse Hoogte, Arie Vreeburg, Menno de Vries, Martin

Waalboer, Audrey Zonneveld Lithografie: Grafimedia, Amsterdam

Drukwerk: Atlas, Soest Adreswijzigingen s.v.p. sturen naar: UWV,

Postbus 58285, 1040 HG Amsterdam onder vermelding van: adreswijziging

UWV Magazine. Het is alleen toegestaan artikelen uit UWV Magazine –

geheel of gedeeltelijk – over te nemen na toestemming van de redactie

6 ARMOE TROEF

Armoede in Nederland. Hoe groot is dat

probleem? Hoeveel groter gaat het nog

worden? Doet de overheid genoeg of staat

zij machteloos? Drie deskundigen putten voor

de antwoorden op deze vragen uit hun rijke

ervaring met armoedebestrijding.

11 WERELDWIJD

UWV en zusterorganisaties in het buitenland

leren van elkaar. Zo willen Denen alles weten

van onze aanpak om participatie van arbeidsgehandicapten

te bevorderen en zijn wij geïnteresseerd

in hun mentorsysteem. En Zuid-

Korea is ook al op werkbezoek geweest.

14

32

EN VERDER

4 Nieuws

14 Pretparkouderen

van het Dolfinarium

18 Het M-Team als

troubleshooter

22 Armoedeval in cijfers

36 Het nut van stages

40 Essay van Sascha

‘nieuwe arme’ Meyer

43 Stephan Sanders

24 ‘CALVINISME WERKT NIET’

Frank van Massenhove werd Overheidsmanager

van het Jaar in Vlaanderen door de ambtenaren

van zijn Federale Overheidsdienst

Sociale Zekerheid zo om te turnen dat ze weer

trots waren op hun werk. Daar kunnen we in

Nederland wat van leren!

28 ANTWOORD OP ALLE VRAGEN

Bij het UWV Klantencontactcenter werken

800 klantadviseurs dagelijks aan een missie:

de klanten direct het juiste antwoord geven.

Met succes. In 87% van de gesprekken krijgt de

klant meteen antwoord op de vraag, overige

klanten worden binnen 24 uur teruggebeld.

35

21, 35, 39 EN 44 ARMOEDE IN BEELD

Een eeuw geleden raakte Nederland ervan

overtuigd dat armoedebestrijding meer zou

moeten zijn dan de liefdadigheid van particulieren

in de eeuwen daarvoor. Vijftig jaar later,

in 1963, was dat besef verankerd in wetten. Die

hebben niet kunnen verhinderen dat armoede

anno 2013 nog altijd actueel is.

32 VAN EEN KALE KIP

UWV krijgt steeds meer te maken met beslagleggingen

op uitkeringen. Soms vanwege

onverantwoordelijke gedrag van de klant,

soms vanwege domme pech en de laatste tijd

helaas ook vaak vanwege de crisis. Maar plukken

van een kale kip is voor niemand leuk …

HOE CONCRETER HOE BETER

Onlangs maakte ik het MKB Ondernemerscongres in

Den Haag mee. In het World Forum hadden zich duizend

Haagse werkgevers verzameld. Burgemeester

Van Aartsen opende de dag met het bericht dat

ondernemers in Den Haag méér werkgelegenheid

bieden dan de ambtelijke sector. Nooit geweten. In

mijn congresbijdrage vertelde ik over het ‘aanbod’

dat UWV kan doen aan werkgevers die een Wajonger

in dienst willen nemen.

Voordat ik ‘op’ moest, raakte ik in gesprek met een

jonge ondernemer én haar – voormalig – stagiair, nu

medewerker, Tim. Hij is bewegingstechnoloog en

werkt aan een snowboard dat geschikt is voor mensen

in een rolstoel. Hij kwam als stagiair bij het

Haagse bedrijf, en is er nu in dienst. Tijdelijk, en met

een steuntje in de rug vanuit de Wajongvoorziening,

want Tim is Wajonger. Het zijn spannende tijden voor

het bedrijf, want de grote vraag is natuurlijk of er een

markt zal zijn voor dit snowboard. Nog een paar

maanden, dan weet de jonge ondernemer meer,

omdat dan het wintersportseizoen weer is begonnen.

En weet Tim ook of er al dan niet een vervolg aan zijn

job komt. Hoe dan ook: als stagiair is hij er voorlopig

perfect in geslaagd om van z’n stage een baan te

maken.

‘Moet je vaker doen’, zei een werkgever tegen me, na

mijn praatje op het congres. ‘Vertellen waarom wij

Wajongers in dienst moeten nemen én wat voor

ondersteuning UWV kan bieden: de proefplaatsing,

een mobiliteitsbonus, werkplekvoorzieningen. Vertel

het. Hoe concreter hoe beter.’ Hij heeft gelijk, de

ondernemer wil die duidelijkheid. En Tim die baan!

Wordt vervolgd.

Bruno Bruins, bestuursvoorzitter UWV

(Of u nu werkgever bent of niet, mail me als iets niet duidelijk is:

bruno.bruins@uwv.nl)

JULI 2013 13 3


Techniekpact

pakt jongeren

Het kabinet, werkgevers, onderwijs en

werknemersorganisaties waaronder

UWV, hebben een ‘Techniekpact’ ondertekend.

Het pact moet de aansluiting van

het onderwijs op de arbeidsmarkt in de

technieksector verbeteren en daarmee

het tekort aan technisch personeel terugdringen.

In het Techniekpact staan concrete

afspraken tussen de verschillende

partijen.

De komende jaren neemt het tekort aan

goed geschoolde technici sterk toe. Het

tekort aan technici is een bedreiging voor

de groeiambities van bedrijven en zet de

economische groei van Nederland onder

druk. Op alle opleidingsniveaus komen er

te weinig jongeren op de arbeidsmarkt

om aan de behoefte te voldoen. Er zijn al

veel plannen en ideeën om het tekort aan

te pakken. In het Techniekpact worden

deze plannen vertaald naar concrete

afspraken.

UWV blijft zich inzetten om de uitstroom

van werkzoekenden uit de WW richting

is het aantal jonggehandicapten dat in 2012

instroomde in de Wajong. Bij iets meer dan

5000 Wajongers werd de uitkering beëindigd.

De meest voorkomende redenen voor beëindiging zijn pensionering, overlijden en detentie.

In totaal heeft ruim twee derde van de Wajongers een ontwikkelingsstoornis, zoals een

verstandelijke beperking of een autistische stoornis. Ook zijn er veel Wajongers met een

psychiatrisch ziektebeeld, zoals een persoonlijkheidsstoornis of schizofrenie. Er zijn relatief

weinig Wajongers met alleen een lichamelijke aandoening.

4 444 4 UWVMAGAZINE

UWVMAGAZINE

WWW.SHUTTERSTOCK.C0M

de techniek te verhogen. Daarnaast

maakt UWV zich hard voor het vervullen

van (technische) vacatures en het bieden

van ondersteuning via de Servicepunten

Techniek.

Servicepunt Kunst & Cultuur

Mensen die werkzaam zijn in de culturele sector en hun baan verliezen, kunnen sinds mei 2013

extra ondersteuning krijgen bij het vinden van ander werk. UWV richt in samenwerking met de

Federatie Werkgeversverenigingen in de Cultuur (FC) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Wetenschap (OCW) een aantal Servicepunten Kunst & Cultuur op.

Vanaf vier maanden voor de laatste werkdag kunnen medewerkers uit de culturele- en

kunstsector terecht bij één van de Servicepunten Kunst & Cultuur voor ondersteuning bij het

vinden van ander werk. Ook krijgen zij hier informatie over de mogelijkheden voor trainingen of

scholing.

ER GAAT NIETS

BOVEN HET KCC

IN GRONINGEN

De gemeente Groningen, die de telefonische

dienstverlening van dienst Sociale Zaken en

Werk (SOZAWE) heeft ondergebracht bij

UWV, is uitermate tevreden over UWV Klantencontact.

Volgens de gemeente worden de

klanten van de dienst SOZAWE (dat zijn mensen

met een WWB-uitkering) telefonisch uitstekend

bediend. ‘Groningen is er trots op dat

de gemeente wereldwijd de eerste gemeente

is die de telefonische dienstverlening laat uitvoeren

door een COPC-gecertificeerd contact

center’, aldus Sociale Zakenwethouder

Istha van de gemeente Groningen.

UWV Klantencontact is gecertificeerd conform

de hoge standaarden van het Customer

Operations Performance Center (COPC), een

internationaal keurmerk speciaal voor contact

centers. Het contact center van UWV

werkt volledig volgens dit besturingsmodel en

is als enige overheidsdienst ter wereld ook

gecertificeerd.

Ook is Groningen blij dat UWV Klantencontact

actief zoekt naar nieuwe medewerkers die

een afstand tot de arbeidsmarkt hebben.

Daardoor zijn afgelopen jaar ongeveer tien

WWB-klanten van SOZAWE na een interne

opleiding als klantadviseur aan de slag bij UWV

gegaan. UWV Klantencontact is momenteel

aan het werven voor de volgende groep klantadviseurs

met een WWB-uitkering.

Meer feiten en cijfers over de Wajong zijn te vinden op uwv.nl onder het kopje over UWV.

WWW.SHUTTERSTOCK.COM

DE HORECA, DE BOUW-

NIJVERHEID EN DE CRISIS

UWV maakt in 2013 arbeidsmarktbeschrijvingen van twintig sectoren.

Deze kennis, bijvoorbeeld over (te verwachten) tekorten en overschotten,

draagt bij aan het beter functioneren van de arbeidsmarkt. Hierdoor

wordt zichtbaar waar zich baan- en opleidingskansen voordoen voor

werkzoekenden en waar werkgevers geschikt (te maken) personeel

kunnen vinden voor beroepen waarvoor een tekort is ontstaan op de

arbeidsmarkt. Onlangs verschenen twee nieuwe sectorbeschrijvingen:

Horeca en Bouwnijverheid.

HORECA De crisis heeft duidelijk vat op de horeca, catering en verblijfsrecreatie.

Voor de komende jaren wordt nog geen omvangrijke werkgelegenheidsgroei

verwacht. Toch zijn er nog instroommogelijkheden voor werkzoekenden met de

juiste competenties. Werkgevers hebben in sommige segmenten nog steeds

moeite om geschikt personeel te vinden, bijvoorbeeld voor zelfstandig werkend

kok in een restaurant of voor opgeleide gastheren of -vrouwen met ervaring en

gevoel voor het vak. Voor de langere termijn kan de sector wél te maken krijgen

met generieke tekorten. Aangezien de horeca veel jongere werknemers werft, is

het een sector waar de bevolkingskrimp relatief vroeg kan worden gevoeld.

BOUWNIJVERHEID Vanwege de vergrijzing in de bouw en de lage instroom uit

bouwopleidingen zal na de crisis snel veel vraag ontstaan naar geschoold personeel.

De bouw staat volgens UWV voor een dubbele uitdaging. Enerzijds moeten

bouwbedrijven de huidige malaise zien te overleven met behoud van voldoende

vakbekwaam personeel. Anderzijds dient de sector nu al toe te werken naar een

grotere aanwas van werknemers. Om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen

is het noodzakelijk dat er een einde komt aan de al jaren dalende instroom van

jongeren in bouwopleidingen, met name in het mbo. De huidige crisis kan volgens

UWV goed worden benut om bouwplaatspersoneel te scholen voor deze

toekomstige uitdagingen.

Lees L de volledige sectorbeschrijvingen op uwv.nl onder het kopje over UWV.

KORT NIEUWS VAN UWV

Feiten en cijfers

* Mensen werken minder vaak vanuit een

uitzendcontract, als oproepkracht of in

een tijdelijk contract (flexwerk) naarmate

zij ouder zijn. Zo heeft ongeveer 15

op de 20 mensen onder de 20 jaar een

flexibele baan, terwijl dit bij 59-jarigen

slechts 2 op de 20 is.

* Gemiddeld lopen werknemers in vaste

dienst een risico van 3 op de 1000 om

in de WIA te komen. Voor tijdelijke

werknemers is dit risico groter, namelijk

bijna 5 op de 1000 en voor uitzendkrachten

zelfs bijna 7 op de 1000.

* In 2011 vonden langdurig werkzoekenden

die van sector wisselden gemiddeld

3 maanden eerder werk dan degenen

die terugkeerden in de eigen sector.

* Uitzendkrachten krijgen bijna even

vaak als werknemers met een tijdelijk

contract 2 jaar na de werkhervatting

een vast contract. In beide groepen

heeft ongeveer 1 op de 6 personen dan

een vast contract.

Bron: UWV Kennisverslag (UKV) 2013-1

InspiratiePlusDagen

Het aantal oudere werknemers zonder baan

neemt onder invloed van de crisis fors toe. Alleen

al van april 2012 tot april 2013 steeg het aantal

niet-werkende werkzoekende 55-plussers met

ruim 23% van ruim 109 duizend naar ruim 134

duizend. Het is voor deze groep bovendien

bijzonder lastig om weer aan de slag te komen.

Om de kansen voor werkzoekende 55-plussers

op de arbeidsmarkt te vergroten, organiseert

UWV vijf InspiratiePlusDagen in verschillende

regio’s in het land.

Werkzoekenden kunnen onder andere diverse

workshops volgen, zoals: hoe leer ik LinkedIn

gebruiken, strategisch netwerken, leer wat

werkgevers willen horen/zien, en jezelf als sterk

merk presenteren. Voor werkgevers is er een

apart programma over trends en ontwikkelingen

in personeelsbeleid. Ook kunnen werkgevers

gemotiveerde en ervaren kandidaten ontmoeten

voor hun vacatures.

Meer informatie op www.inspiratieplusdagen.nl.

JULI 2013 5


6 UWVMAGAZINE

‘In armoedebeleid

zou onderwijs

de speerpunt

moeten zijn’

COK VROOMAN ONDERZOEKER

SOCIAAL CULTUREEL PLANBUREAU

ARMOE

TROEF

Armoede in Nederland. Hoe groot is dat probleem?

Hoeveel groter gaat het nog worden? Doet de overheid genoeg

om het probleem aan te pakken of staat zij machteloos?


e regering doet een beroep op

burgers, bedrijven, andere overheden

en maatschappelijke organisaties

om gezamenlijk de

sociale uitsluiting en stille

armoede in onze samenleving

eensgezind en met kracht aan te pakken.’ Was

getekend, koningin Beatrix. Het waren maar vier

zinnen in de Troonrede van 1995, maar ze bleven

bepaald niet onopgemerkt. Voor het eerst sinds

lange tijd werd van officiële zijde weer openlijk

over armoede gesproken. Lang hadden politici en

beleidsmakers het woord zorgvuldig weten te

vermijden. Armoede was iets dat niet bestond en

als het al bestond dan was het een kwestie van

tijd of het zou niet meer bestaan. Liever dan over

armen, spraken zij over “langjarige minima”,

“kwetsbaren” of over “de lage-inkomensgroepen” .

Het woord armoede mocht dan uit de politieke

woordenlijst zijn geschrapt, het onderliggende

armoedeprobleem was daarmee niet uitgebannen.

Het had alleen een ander, moderner gezicht

Nederland en de crisis

TEKST GERT HAGE FOTOGRAFIE CORBINO.NL

gekregen. Het draaide niet langer alleen om de

vraag of er voldoende eten is of adequate huisvesting,

maar ook om het beginsel dat huishoudens

mee moeten kunnen doen aan de samenleving.

In de woorden van het Sociaal en Cultureel Planbureau

(SCP): ‘Een individuele actor is arm als

hij geruime tijd niet de middelen heeft om het

minimaal noodzakelijke van zijn gemeenschap te

verwerven.’

Werkende armen

‘Op grond van deze definitie is de armoede in de

periode van 1985-2010 met twee procentpunt

afgenomen, vooral dankzij de verbeterde positie

van ouderen’, zegt Cok Vrooman, afdelingshoofd

van de Sector Arbeid en Publieke Voorzieningen

bij het SCP. Het slechte nieuws is dat vanaf 2008 de

armoede weer toeneemt. Aanvankelijk bleef het

effect van de wereldwijde crisis, die in 2008 begon

met de val van Amerikaanse zakenbank Lehman

Brothers, op de armoedecijfers nog beperkt. Maar

vanaf 2011 nam de armoede fors toe, aldus het SCP

JULI 2013 7


Definitiedoolhof

Cok Vrooman stuitte tijdens zijn promotieonderzoek op wel zestien verschillende

definities van armoede, waaronder de volgende veel voorkomende:

* Zijn werkgever, SCP, gebruikt de zogenaamde budgetbenadering,

waarbij wordt uitgegaan van de minimaal noodzakelijke uitgaven voor

basisbehoeften en sociale participatie.

* Het CBS hanteert de lange-inkomensgrens, die door de tijd een vast

koopkrachtniveau vertegenwoordigt, en die is afgeleid van het bijstandsniveau

voor een alleenstaande uit 1979, toen dit in koopkracht het hoogst was.

* Amsterdam hanteert, zoals vermeld, de grens van 110 procent van het wettelijk

sociaal minimum.

* Voor de EU zijn mensen arm als zij deel uitmaken van een huishouden waarvan

het besteedbaar inkomen beneden de 60 procent ligt van de mediane

waarde van hun land.

Vrooman: ‘Een relatief armoedecriterium heeft als nadeel dat niet duidelijk is welke

levensstandaard mensen met dit bedrag kunnen bereiken. In een rijk land kun je met

60 procent van de mediaan misschien redelijk rondkomen, in een arm land is het

mogelijk te weinig voor voeding, kleding en huisvesting. In onze budgetbenadering

wordt dit ondervangen doordat wij normbedragen hebben vastgesteld aan de hand

van richtlijnen die het Nibud hanteert voor huishoudens op minimumniveau.’


8 UWVMAGAZINE

in de derde editie van het Armoedesignalement, dat

enkele maanden geleden in samenwerking me het CBS

werd gepubliceerd.

In dat jaar zat 7,1 procent van de Nederlanders onder de

armoedegrens, een percentage dat in 2012 en 2013 nog

hoger zal uitvallen, verwacht het SCP. De crisis raakte

uiteraard in eerste instantie de van oudsher kwetsbare

groepen als de eenoudergezinnen, bijstandontvangers

en niet-westerse allochtonen. Maar de armoedevlek

dreigt zich inmiddels ook te verspreiden over groepen

die voorheen niet voorkwamen in de armoedestatistieken,

onder wie jongeren, zelfstandigen en andere zogeheten

werkende armen. Verontrustend is ook de sterke

toename van de armoede onder kinderen tot 17 jaar,

hun aantal liep in 2011 op tot 359.000.

‘De voortekenen zijn niet gunstig’, stelt Vrooman. ‘De

werkloosheid en de instroom in de Bijstand lopen op

en in 2013 en 2014 krijgen huishoudens onder andere te

maken met stijgende zorglasten en het niet-indexeren

van pensioenen en kinderbijslag. In december publiceren

we nieuwe cijfers, maar een verdere stijging van de

armoede ligt voor de hand.’

Schulden

Armoede kent vele gezichten. Dat van een Marokkaans

kind dat zonder eten naar school gaat. Of dat van de

ondernemer die zijn bedrijf ten onder ziet gaan in de

crisis. Er is de jonge moeder die overladen is met schulden,

de laagopgeleide die maar niet aan het werk komt

of de ontslagen thuiszorgmedewerkster die nu als

oproepkracht haar kostje bijeen moet zien te scharre-

len. ‘Voor de gemeente Amsterdam zijn die mensen arm

die onder de 110 procent van het wettelijk sociaal minimum

zitten’, zegt Hetty Vlug, armoederegisseur bij de

gemeente Amsterdam. ‘Dat wil niet zeggen dat

armoede louter een financieel probleem is. Ik ken

genoeg kunstenaars die moeten rondkomen van minder

dan het minimumloon maar zichzelf niet arm zullen

noemen. Nee, echt arm ben je pas, als je daarbij ook

nog weinig of geen sociale contacten hebt, je gezondheid

slecht is en/of schulden hebt. Armoede wordt een

probleem als het je belemmert in je dagelijks leven.’

Dat laatste is steeds vaker het geval, vervolgt Vlug. ‘Vijftien

jaar geleden was ik betrokken bij het landelijk

armoedebeleid. Toen kwamen schulden nauwelijks

voor, nu is het een groot probleem. Hoe dat kan? De

samenleving is veel ingewikkelder geworden, zie je

maar eens als laaggeletterde door de digitale overheidsjungle

heen te worstelen. Een andere verklaring

is dat door de sociale media mensen gek worden

gemaakt met wat ze allemaal zouden moeten hebben

of willen. Maar ook iets schijnbaar triviaals als de

steeds hogere verkeersboetes kunnen mensen in de

problemen brengen. De schuldenproblematiek is een

combinatie van een strengere overheid, grotere verleidingen

om iets meteen te willen of krijgen en bezuinigingen

op de sociale zekerheid.’

Wachten op de brandweer

Andries de Jong is onder meer voorzitter van het Fonds

Bijzonder Noden Amsterdam en directeur van de Stichting

Urgente Noden Nederland, een publiek-private

organisatie die op verzoek van hulpverleners hulp

biedt aan mensen die in grote financiële problemen

verkeren. De Jong: ‘Als iemand in het water valt, moet je

niet wachten op de brandweer, maar hem direct uit het

water halen. Dat is wat wij mogelijk maken. Vervolgens

is het aan anderen om ervoor te zorgen dat hij niet langer

in de buurt van het water komt of leert zwemmen.’

De afgelopen jaren nam het beroep op de inmiddels

achttien noodhulpbureaus toe. ‘Het afgelopen kwartaal

lag het aantal aanvragen in Amsterdam 15 procent

hoger ten opzichte van het laatste kwartaal van het

vorig jaar. Wat je ziet – en dat is een redelijk contant cijfer

– is dat zo’n 15 procent van de bevolking het risico

loopt op verarming. Van die groep komt jaarlijks

gemiddeld zo’n 8 procent daadwerkelijk in de knoei.

‘Armoede wordt

een probleem als

het je belemmert in

je dagelijkse leven’

HETTY VLUG ARMOEDEREGISSEUR

GEMEENTE AMSTERDAM

JULI 2013 9


10 UWVMAGAZINE

Dat laatste cijfer schommelt mee met de conjunctuur.

Naast de permanent kwetsbare groepen zoals eenoudergezinnen

en niet-westerse allochtonen zien we dat

steeds meer jongeren in de problemen raken, nu zij pas

na hun 23ste jaar recht hebben op een uitkering. Dat is

een groot probleem, temeer daar de hulpverlening niet

of pas veel te laat in actie komt. Door de bezuinigingen

op jeugdhulp is er steeds minder tijd en aandacht voor

deze groep kwetsbare jongeren. Er zijn meer armen dan

uit de cijfers blijkt. Of omdat mensen in stilte hun lot

dragen – stille armoede werd dat vroeger genoemd – of

omdat hulpverleners uit tijd- en geldgebrek al dan niet

bewust signalen negeren.’

Nooit of-of

Armoede is niet alleen een complex probleem, het is

ook chronisch. Door de decennia heen is van alles

geprobeerd om de armoede uit te bannen, van de invoering

van de AOW en de Algemene bijstandswet tot het

inzetten van busladingen welzijnswerkers en van Melkert-banen

tot Vogelaar-wijken.

Maar het armoedeprobleem bleef bestaan en neemt dus

zelfs weer toe. ‘Als overheid kun je het probleem nooit

alleen oplossen,’ zegt Hetty Vlug. ‘Je zult het als over-

‘Tegenwoordig

gaat het over

kostenbeheersing

en effi ciency, zo

roep je de ellende

over je af’

ANDRIES DE JONG VOORZITTER STICHTING

URGENTE NODEN NEDERLAND

heid moeten zoeken in de samenwerking met het

bedrijfsleven en de samenleving. Als armoederegisseur

probeer ik deze partijen waar mogelijk met elkaar te

verbinden.’ Een van de initiatieven die hieruit is voortgekomen,

is de langjarige ondersteuning door bedrijven

van scholen in kwetsbare wijken. Vlug: ‘Het is hét

voorbeeld van hoe je door het versterken en aan elkaar

koppelen van netwerken, mensen, in dit geval kinderen,

kunt helpen. De hulp is persoonlijk en langjarig en

is gericht op het verbeteren van de onderwijsprestatie,

op cultuurparticipatie en op gezondheid. Het effectief

bestrijden van armoede is nooit of-of. Het is én het verbeteren

van onderwijs én het organiseren van stages

én het bestrijden van obesitas en zo kan ik nog wel

even doorgaan.’

Andries de Jong zoekt het in het versterken van de

basale sociale infrastructuur in kwetsbare wijken. ‘Zo

voorkom je dat mensen daadwerkelijk door de bodem

zakken en tegelijkertijd versterk je de zelfredzaamheid

van mensen, je zet ze in hun kracht. Drie woorden staan

hierbij centraal: nabijheid, geloofwaardigheid en meelevendheid.

Maar ja, in plaats daarvan gaat het tegenwoordig

over kostenbeheersing en efficiency. Zo roep

je de ellende over je af.’

Nee, weerspreekt Cok Vrooman, armoede is niet onoplosbaar.

‘Ik ben een positief mens. Bij de grens die wij

als SCP hanteren is het in principe denkbaar dat

armoede daalt tot een zeer laag niveau. Nederland is

van oudsher een open samenleving met een grote mate

van inkomensmobiliteit. Ons onderzoek heeft laten

zien dat van de mensen die in 1985 als kind arm waren,

93 procent als volwassen niet langer arm is. Dat is hoopgevend.

Daar tegenover staat dat dit percentage nog

hoger is, namelijk 97 procent, bij mensen die als kind

niet in armoede opgroeiden. Dat betekent dus dat de

latere armoedekans voor arme kinderen twee keer zo

groot is als voor niet-arme kinderen. Die verhoogde

armoedekans is het resultaat van diverse met elkaar

samenhangende factoren, maar het onderwijsniveau

dat kinderen weten te bereiken speelt een cruciale rol.

In het armoedebeleid zou dat dan ook de speerpunt

moeten zijn.’

Internationale uitwisseling

GEVEN & NEMEN

TEKST EGBERT JAN RIETHOF ILLUSTRATIE ERIK KRIEK

UWV en zusterorganisaties in het buitenland leren veel van elkaars kennis en

ervaringen. Zo willen Denen alles weten van onze aanpak om participatie van

arbeidsgehandicapten te bevorderen en zijn wij geïnteresseerd in hun mentorsysteem.

De uitwisseling kent geen grenzen: Zuid-Korea is ook al op werkbezoek geweest.

JULI 2013 11


'Het buitenland slaat

steil achterover als je over

onze Ziektewet vertelt'

nlangs bezocht een vertegenwoordiging

van een Deense partnerorganisatie de

burelen van UWV in Amsterdam. ‘Hoe

doen jullie dat?’, was de vraag. Want

Nederland zet stevig in op bevordering

van participatie van mensen met een

arbeidshandicap en haalt daar aansprekende

resultaten mee. De Denen stelden een ochtend

lang hun vragen, vooraf ingestuurd zodat de gastheren en

-vrouwen een presentatie op maat konden voorbereiden.

De gasten hoorden onder meer dat Nederlandse werkgevers

bij ziekte van de werknemer het loon tot maximaal

twee jaar moeten doorbetalen. Daar keken ze van op.

Inspiratie

Maar ook de Nederlanders waren verrast door het Deense

mentorsysteem. Mentoren worden in Denemarken grootschalig

ingezet om de arbeidsparticipatie te bevorderen

en ze staan werkenden (ook zelfstandig ondernemers) en

werkzoekenden bij om aan het werk te komen en te blijven.

Het gaat dan bijvoorbeeld ook om het aanleren van

sociale competenties en werkgedrag. De mentoren zijn

niet officieel gecertificeerd, maar krijgen wel een opleiding.

Ze kunnen zzp’er zijn, maar ook in overheidsdienst

of in company bij bedrijven werken. Financiering wordt

geregeld door het de rijksoverheid. Leerzaam voor

Nederland.

Alleen al aan de divisie WERKbedrijf van UWV brengen

zo’n dertig keer per jaar buitenlandse delegaties een

werkbezoek. ‘Er komen veel aanvragen binnen, zeker vijftig, maar we zijn selectief’, zegt Corine Peeters, businessadviseur

bij UWV WERKbedrijf. ‘Een belangrijke

voorwaarde om erop in te gaan is dat het ook ons iets

Quotum

Onlangs had de regering-Rutte nog het voornemen werkgevers een quotum op

te leggen: bedrijven met meer dan twintig werknemers moesten 5 procent van

het personeelsbestand laten bestaan uit mensen met een arbeidsbeperking.

Inmiddels is het niet meer zeker of die regeling er komt, maar UWV had dit voorjaar

al zijn licht opgestoken bij de collega’s in Duitsland, waar al heel lang een

quotumregeling bestaat. Johan de Jong: ‘Wat bleek onder meer bij dat werkbezoek?

De aanpak dateert al van kort na de Tweede Wereldoorlog, toen veel

gewonde Duitse soldaten uit de strijd terugkeerden. De overheid wilde niet dat

zij net als hun voorgangers na de Eerste Wereldoorlog zonder inkomen zouden

zitten en zo sociaal de dupe zouden worden. Daardoor is in Duitsland de acceptatie

van de regeling heel sterk. Er is geen discussie over ... anders dan hier!’ In

de gebieden Westfalen en Lippe – 8,4 miljoen inwoners – hadden werkgevers in

2010 als gevolg van de quotumregeling 4,5 procent zwaar gehandicapte werknemers

in dienst.

12 UWVMAGAZINE

oplevert. Wat kunnen wij leren van initiatieven die elders

al genomen zijn? Van Denemarken wisten we op hoofdlijnen

natuurlijk al veel af, maar juist kennis van onderdelen

kan vernieuwend zijn. Je neemt nooit een-op-een een hele

regeling, methodiek of werkproces over, het gaat om deelaspecten.

De Vlamingen, bijvoorbeeld, pakken het matchen

van werkzoekenden en werk op een andere manier

aan dan wij. Wij laten ons inspireren door hun manier

van matchen op basis van competenties om onze aanpak

te optimaliseren. Zij kijken op hun beurt weer graag mee

bij onze e-dienstverlening.’

Internationale contacten komen voor bij alle divisies van

UWV; de Strategiegroep Internationaal coördineert ze. De

groep, circa tien personen groot, bestaat sinds drie jaar.

Corine Peeters maakt er deel van uit, en ook Johan de

Jong, strategisch beleidsadviseur bij de directie Strategie,

Beleid en Kenniscentrum (SBK). ‘We geven gestalte aan

afspraken over Europees voorgeschreven samenwerking

in de ruimste zin’, zegt hij. ‘Hoe werk je die uit, hoe zet je

verbindende organen op? Maar het gaat dus ook over uitwisseling

van kennis en ervaring. Een voorbeeld. We zijn

in Nederland bezig met organisatorische veranderingen

als gevolg van onder meer het Sociaal Akkoord en de Participatiewet.

Dat is een beweging van decentralisatie,

waarbij de gemeenten taken overnemen. In Noorwegen

is die beweging al een paar jaar geleden gemaakt. De Raad

van Bestuur wil graag meer weten van de Noorse ervaringen.

Wij zetten dan ons netwerk in. En wat blijkt? Toevallig

komt de directeur buitenland van de Noorse partnerorganisatie

eind juni naar Nederland. We maken nu een

koppeling tussen zijn bezoek en onze behoefte aan

informatie.’

Brengen en halen

Buitenlanders mogen kennis komen ophalen en af en toe

brengt een vertegenwoordiging van UWV een tegenbezoek.

Maar eenrichtingsverkeer is het nooit. ‘Je brengt iets

en je haalt iets’, zegt Peeters. In april was zij met een UWVdelegatie

in Engeland om te zien hoe dat land de vereenvoudiging

van het uitkeringssysteem aanpakt, met het

doel dat proces minder bureaucratisch en goedkoper te

maken. ‘Zelf gaven we een presentatie over hoe we hier

de digitale dienstverlening inrichten; in Europa lopen we

daarmee voorop. Het gevolg was dat er in juni een

Engelse minister zelf is komen kijken. Dat bezoek was

zeer waardevol en zal zeker nog een vervolg krijgen. Het

is geven en nemen.’

Hoe kritisch wij hier ook zijn op het eigen stelsel, en met

name op het functioneren van de e-dienstverlening,

elders beschouwen ze Nederland op dat gebied als koploper.

Johan de Jong: ‘Op het terrein van werknemersverzekeringen

is dat zeker het geval. Landen die nu ook aan

bezuinigingen toe zijn, volgen de ontwikkelingen hier op

de voet. Wij zijn al flink bezig met bezuinigen, zoals

bekend. We streven naar een zo hoog mogelijke arbeidsparticipatie

tegen nadrukkelijk zo laag mogelijke kosten.

Veel landen zijn daar nog niet aan toe. Neem de Ziektewet.

Nergens ter wereld komt het voor dat wanneer een

werknemer ziek wordt een werkgever de verplichting

heeft om maximaal twee jaar loon door te betalen. Het

buitenland slaat steil achterover als je dat vertelt. Hier

vinden we dat werkgever en werknemer prikkels moeten

krijgen om het verzuim zo kort mogelijk te laten duren.

Beetje hard, zeggen ze dan.’

Online inkijk

Overal binnen UWV onderhouden afdelingen nuttige contacten met het

buitenland. De divisie Gegevensdiensten, die onder meer een database als

de Polisadministratie beheert (met gegevens over lonen, uitkeringen en

arbeidsverhoudingen van alle verzekerden in Nederland), werkt bijvoorbeeld

nauw samen met Ierland. Sinds maart heeft dit land recht op zogenoemde

online inkijk in de Polisadministratie. ‘Dat is voor hen nuttig’, vertelt

Hans Tromp van Gegevensdiensten. ‘Ze kunnen zo van bijvoorbeeld

een Nederlander die in Ierland werkt, werkloos wordt en een uitkering

aanvraagt zien wat zijn verleden is met inkomen uit dienstverband of uitkering.’

Tromp is ook in bespreking met Duitsland en Zweden, landen die al

zeer binnenkort van dezelfde online inkijk gebruik zullen maken. ‘Vroeger

ging zoiets met een cd’tje. Een medewerker pakte het vliegtuig en ruilde

gegevensdragers met collega’s elders.’ Tromp staat ook op het punt om

op het ministerie van Sociale Zaken met andere overheidsorganisaties

zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te overleggen over samenwerking

met de Belgen. ‘Nog niet met hen erbij. Eerst kijken we hoe we het willen

organiseren. Daarna gaan we met ze om de tafel.’ Binnenkort vertrekt

hij naar Finland, dat vanaf 2014 ook aansluiting heeft op de online inkijk.

Ook het uitgangspunt van de WIA dat het vooral gaat om

wat iemand nog wél kan, en de manier waarop participatie

van Wajongers wordt bevorderd, trekken aandacht.

Corine Peeters: ‘Al met al komen de delegaties vooral af op

de relatief lage jeugdwerkloosheid, de e-dienstverlening

en de bevordering van participatie van mensen met een

arbeidshandicap.’ Meestal komen de buitenlanders uit

Europa, waarmee de samenwerking nu eenmaal intensief

is. Maar begin juni bezocht een Zuid-Koreaanse delegatie

UWV. De Koreanen legden een lange reis af om kennis op

te halen over de digitale dienstverlening bij UWV Werkbedrijf.

Daarnaast wilden ze weten hoe UWV omgaat met

gegevens. Dat varieerde van het omgaan van data binnen

de privacywetgeving tot aan het vastleggen en benutten

van managementinformatie.

Meer dan uitruil

Bij uitwisselingen als deze gaat UWV bij voorkeur in zee

met verdragslanden, zoals Zuid-Korea. Ook eerder opgebouwde

contacten met Roemeense delegaties bewijzen

nu hun nut. Vanaf 1 januari 2014 is er immers vrij verkeer

van mensen en goederen tussen Nederland en Roemenië.

Roemenen komen dan in principe in aanmerking voor

WW. Maar UWV heeft straks voor een beslissing kennis

nodig over de lengte van het dienstverband. De contacten

maken het een stuk makkelijker om zulke informatie te

krijgen. Toch is er meer dan alleen uitruil van gegevens.

Johan de Jong: ‘Dat is wel het uitgangspunt, maar we hebben

als UWV ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

In Nederland hebben we, met publiek geld, zóveel

kennis en ervaring opgedaan op het gebied van sociale

zekerheid ... Die horen we te delen met wie nog niet zo ver

is gekomen. We hopen zo bij te dragen aan de ontwikkeling

van de sociale zekerheid in de wereld, ook in niet-verdragslanden.’


JULI 2013 13


e saucijzenbroodjes staan te dampen op

het bakblik. De geur verspreidt zich

door de koffiebar van het Dolfinarium

in Harderwijk. De eerste bezoekers

stromen binnen. Kinderen rennen naar

de levensgrote vensters waar nieuwsgierige

dolfijnen voorbij zwemmen. ‘Kijk papa, hij

komt naar me toe!’ Jan Schuit (60-plus) pakt een kan en

schenkt een kopje koffie in voor de vader die zijn papadag

gebruikt om zijn kinderen kennis te laten maken

met de indrukwekkende en vrolijke zeezoogdieren.

Schuit heeft er lol in. Als arbeidsvitaliteit af te meten

zou zijn aan een glimlach, dan scoorde hij een 10 op

een schaal van 10. Hij begon half april in de koffiebar

van het Dolfinarium, nadat hij reageerde op een selectiedag

voor vijftigplussers, die het Dolfinarium organiseerde

op initiatief van UWV.

Na anderhalf jaar thuiszitten was Schuit wel klaar met

‘op zijn lauweren rusten’. Hij wilde weer aan de slag.

Hij reageerde in eerste instantie op een baan in een

van de winkeltjes op het Dolfinariumterrein, maar die

vacatures waren al vergeven. ‘Ik heb 25 jaar een eigen

zaak gehad in Hilversum, in delicatessen. Verder heb ik

14 UWVMAGAZINE

Ouderen aan de slag in het Dolfinarium

ALS EEN VIS

IN HET WATER

Deze zomer gaan vijftien vijftigplussers aan de slag in

het Dolfinarium, door een slimme samenwerking met UWV.

De ouderen brengen klantvriendelijkheid en affiniteit met de

doelgroep mee. In ruil daarvoor winnen ze aan arbeidsvitaliteit.

Een arbeidsplek van onschatbare waarde.

TEKST HANNY ROSKAMP FOTOGRAFIE MARTIN WAALBOER

veel in de horeca gewerkt, het werken met gasten

heeft me altijd getrokken.’ Dat laatste bleek voor het

Dolfinarium een belangrijk argument om hem aan te

stellen in de koffiebar, naast zijn niet aflatende

enthousiasme natuurlijk. Hoewel zijn uitzicht op het

onderwatergedeelte van het zeeaquarium prachtig is,

heeft hij eigenlijk niet zoveel affiniteit met dolfijnen.

Dat is ook niet belangrijk. Hoewel het in het bekende

pretpark om dolfijnen lijkt te gaan, draait het om

natuureducatie en het entertainen van mensen. Dolfijnenfreaks

maken zelfs minder kans op een baan in het

Dolfinarium, omdat ze om de verkeerde redenen

solliciteren.

Winterstop

De selectiedag was gericht op de doelgroep van vijftigplussers.

Adriaan Bruinink, Manager Human Resources

was daarvoor binnen het Dolfinarium de verantwoordelijke

persoon. Hij denkt dat zijn bedrijf bij uitstek

geschikt is om werk te bieden aan vijftigplussers. ‘Ze

komen met een flinke ervaring. Iemand van 16 jaar

heeft nog niet de levenservaring van een vijftigplusser.

De combinatie van ouderen met jongeren is daarom


Jan Schuit

15 UWVMAGAZINE

JULI 2013 15


erg geslaagd. De doelgroep bestaat uit kinderen, hun

ouders en hun grootouders. Iemand van 50-plus spreekt al

die groepen even makkelijk aan.’ Hoe zit het dan met:

“vijftigplussers zijn duurder” of “met vijftigplussers is de

kans op arbeidsongeschiktheid groter”? Bruinink: ‘We respecteren

uiteraard de cao, maar kosten zijn geen overweging

geweest. Ook de kans op arbeidsongeschiktheid was

voor ons niet relevant.’

Een groot voordeel van vijftigplussers is dat een deel van

hen minder gebrand is op een vaste baan. De vijftien tot

twintig functies die beschikbaar waren, zijn namelijk allemaal

tijdelijk; gedurende het hoogseizoen. Schuit vindt

het ideaal dat hij in de winter lekker met zijn vrouw kan

afreizen naar warme landen, ‘die heeft last van reuma, die

winterstop is dus echt een voordeel.’ Er zijn volgens Bruinink

echter ook vijftigplussers die afvallen vanwege het

tijdelijke karakter. ‘Die kiezen voor een vaste baan als het

even kan en die zijn om die reden afgevallen. Vooral de

jonge vijftigplussers die nog veel arbeidsjaren voor de

boeg hebben, zullen eerder kiezen voor de zekerheid van

een vaste baan.’

Volgend jaar zal Schuit opnieuw moeten solliciteren,

maar de kans is groot dat hij weer aan de slag kan, want de

werknemers waarmee een goede ervaring is opgedaan,

liggen bij het Dolfinarium boven op de stapel. Er zijn

sowieso veel terugkomers. Zelfs de huidige directeur

Marten Foppen is ooit begonnen met een vakantiebaan.

16 UWVMAGAZINE

Bruinink is enthousiast over de samenwerking met UWV.

‘UWV heeft natuurlijk de kandidaten aangedragen, maar

ze hebben ons ook geholpen om onze werving en selectie

nog verder aan te scherpen. De selectiedag voor vijftigplussers

is dan ook zeker voor herhaling vatbaar. Extra

meerwaarde zat in het bij elkaar brengen van de mensen

uit de doelgroep. Onder het genot van een kopje koffie

konden ze met elkaar praten over hun situatie en ervaringen

op de arbeidsmarkt. Daardoor ontstond meteen een

goede sfeer. We zien nu al dit het project geslaagd is, door

de manier waarop onze vijftigplussers zich binnen het

bedrijf profileren.’

HELP!

Binnen UWV initieerde Bea Schulting van UWV regio Stedendriehoek

de selectiedag. Zij is verantwoordelijk voor

de horeca, een bedrijfstak die in haar regio sterk vertegenwoordigd

is. ‘De ontvangst was in zaal Odiezee, door Dolfinarium-directeur

Marten Foppen. Je zag voortdurend de

dolfijnen langs zwemmen. En het Dolfinarium is natuurlijk

toch al een werkgever die tot de verbeelding spreekt.’

De kandidaten kregen opdrachten die ze in groepjes

moesten uitvoeren terwijl ze werden geobserveerd door

P&O’ers. Daarna volgden korte een-op-eengesprekken.

Uiteindelijk vonden vijftien van de veertig kandidaten

een baan. Een uitstekend resultaat.

Ook Schulting denkt dat vijftigplussers bij uitstek toege-

voegde waarde hebben voor het Dolfinarium. ‘Ze hebben

overwicht op kinderen maar ook geduld en inlevingsvermogen.

Ze kunnen kleine problemen oplossen. Bovendien

zijn ze zélf een deel van de doelgroep: de opa’s en oma’s. 50

is echt het nieuwe 40.’

Dit sluit aan bij de ervaring van Jan – 60-plus is het nieuwe

50-plus – Schuit. ‘Kennis en ervaring zijn heel belangrijk,

zeker omdat hier zoveel jongeren werken. Die kun je een

stuk coachen en begeleiden. Dat heb ik vroeger in mijn

winkel ook veel gedaan.’

Het omgaan met mensen neemt hij vanuit zijn achtergrond

mee. Maar zaterdag was het wel even spannend.

Toen werd het ineens heel druk terwijl hij alleen achter de

toonbank stond. ‘Ik ben gewend dat er een klant, of zo dat

tegenwoordig heet “een gast”, voor mijn toonbank staat.

Maar toen kwam ik handen tekort. Ik heb even gebeld en

gezegd: “HELP!” Gelukkig kwam er snel assistentie.’

Uit de sleur

Ook al is de werkloosheid in Schultings regio relatief laag,

nu de cijfers oplopen, merkt ze dat vijftigplussers meer en

meer in het verdomhoekje zitten . ‘Als je 55 bent en je zit

twee jaar thuis, dan gaat je arbeidsmarktvitaliteit hárd

achteruit. Daarom is het belangrijk aan de slag te gaan,

ook al is het tijdelijk. De arbeidsplaatsen bij het Dolfinarium

zijn seizoensplaatsen, maar ze bieden de voordelen

van een vaste werkplek: de werknemers komen weer in

een werkritme en hun netwerk blijft op peil. Ook blijven

ze gemotiveerd omdat ze zich nuttig voelen.’

De horeca – waar het Dolfinarium strikt genomen toe

behoort – is een branche waarin vooral jonge en goedkope

krachten werk vinden. Schulting: ‘Het idee is dat het

werk zwaar is en dat ouderen het fysiek niet aankunnen

om weekenddiensten te draaien. Maar daar komt men bij

de derde jonge kracht die het opgeeft, snel van terug. Toch

blijft het moeilijk om ouderen in de horeca te plaatsen.

Dat ligt voor een deel ook aan de beeldvorming van de

ouderen zelf. Ze vinden zichzelf niet meer passen bij bijvoorbeeld

McDonald’s.’

Schuit heeft geen last van vooroordelen. ‘Ik ben gewoon

een enthousiaste persoonlijkheid. Hier is het heel belangrijk

hoe je overkomt. Die dolfijnen, dat verwachten de gasten

al. Maar als we net wat meer doen door vriendelijk en

hulpvaardig te zijn, dan kan de belevenis extra positief

zijn.’

Schuit kent de verschillende dolfijnen nog niet uit elkaar.

Veel tijd om naar ze te staren is er dan ook niet. Er moeten

nog broodjes worden afgebakken, er moet koffie worden

gezet en de toonbank moet nog even worden afgesopt

voor de gastenstroom goed op gang komt. Terwijl hij

afscheid neemt, vat hij stralend samen waarom hij het zo

leuk vindt om te werken in het Dolfinarium: ‘Ik ben uit

mijn sleur en het leukste is: de mensen zijn hier altijd vrolijk.

Ik ben hier als een vis in het water.’

JULI 2013 17


De problemen te lijf met het M-Team

HOE MEVROUW

BRUIN HAAR WEG

WEER VOND

TEKST MIRJAM VAN IMMERZEEL ILLUSTRATIE MARTYN F. OVERWEEL

Met meer dan een miljoen klanten kun je er op rekenen dat er wel eens

wat misgaat. Neem mevrouw Bruin; ziek, financieel aan de grond en dan

werkt het systeem ook nog eens tegen. Dan is er gelukkig nog het M-Team

van UWV om de problemen te helpen oplossen.

sychische problemen, schulden, en nu

dreigt ook nog huisuitzetting. Mevrouw

Bruin ontvangt van UWV een Ziektewetuitkering

van € 86 per week en raakt

steeds verder in de problemen. Ze werkt

aanvankelijk af en toe via uitzendbureaus.

Maar in de loop der jaren krijgen haar mentale klachten

de overhand en zij meldt zich ziek. Sindsdien heeft ze

naast gezondheidsproblemen er nog een zorg bij: geld.

Met een gebrekkig arbeidsverleden is haar aanspraak

op een Ziektewetuitkering namelijk te klein om van

rond te komen. Haar oude werkgever geeft niet meer

thuis en de gemeente wijst naar UWV. Daar moet ze

maar eerst een toeslag aanvragen en dan pas kan ze bij

de gemeente aankloppen voor verdere inkomenssteun.

Niet bij machte zelf actie te ondernemen, groeit het

papierwerk mevrouw Bruin boven het hoofd. Een miscommunicatie

met haar bewindvoerder duwt haar nog

verder in de problemen. Tijdens een afspraak met de

arbeidsdeskundige van UWV komen de financiële problemen

aan het licht. Met een druk op de zogeheten

M-knop kaart deze medewerker de situatie aan binnen

UWV. Dat brengt de zaak in een stroomversnelling.

‘Het is niet echt een kwestie van een knop indrukken

en dat dan de zwaailichten aan gaan’, vertelt klantmedewerker

Pim van Hoesel, bij wie de melding over

mevrouw Bruin is binnengekomen. ‘Het is een digitaal

formulier dat iedere UWV’er met klantcontact kan

invullen en mailen naar een centraal punt in onze organisatie.

Dat beoordeelt of het aan de criteria van een

“uitzonderlijk probleemgeval” voldoet.’

Als een klant zelf het een en ander kan oplossen, dan

wordt er niet ingegrepen. Dreigt echter totale verzanding

in bureaucratie, dan komt een zogenoemd M-Team

in actie: met de M van multiproblematiek. De M-Teams

van UWV zijn regionale initiatieven en bestaan uit

gespecialiseerde klantmedewerkers die over de grenzen

van divisies en instanties binnen de sociale zekerheid

kijken naar oplossingen.

Tussen wal en schip

Met meer dan een miljoen klanten te bedienen, gaat er

geheid wel eens wat mis. ‘Zeker een kwetsbare klant

kan verdwalen in het systeem. Maar met een beetje

18 UWVMAGAZINE JULI 2013 19


pech raken zo nu en dan ook weerbare burgers verstrikt

in regelgeving’, legt Van Hoesel uit. Samen met enkele collega’s

trekt hij vastgelopen klanten in regio Oost weer los.

Landelijk gaat het om zo’n vier- à vijfhonderd klanten per

jaar.

‘Geen groot aantal als je het vergelijkt met het totale aantal

klanten van UWV, maar toch: elke verdwaalde klant is

er één te veel. We streven ernaar onszelf overbodig te

maken door de knelpunten die we tegenkomen te delen

binnen UWV én daarbuiten. Zo kunnen procedures worden

aangescherpt of worden vereenvoudigd. We rapporteren

ook aan het hogere echelon omdat het kan leiden

tot verbetering van wetgeving. Het is de bedoeling dat

iedereen krijgt waar hij of zij recht op heeft binnen de

sociale zekerheid.’

Het M-Team wordt het meest ingeschakeld voor problemen

die UWV betreffen. Maar geregeld is er ook een ongelukkige

samenloop van procedures, regels en menselijke

missers waarbij de Belastingdienst en gemeente zijn

betrokken. Hun procedures doorkruisen elkaar bijvoorbeeld.

Een klant heeft te maken met vier verschillende

uitkeringen, of toeslagen van verschillende instanties.

Zoals in het geval van mevrouw Bruin.

Zij raakte tussen wal en schip door haar psychische problemen,

miscommunicatie met haar bewindvoerder en

de regels rond toeslagen. Ze voelde zich van het kastje

naar de muur gestuurd en dreigde de moed op te geven.

Om haar zaakjes op orde te krijgen was kordate hulp

nodig.

In dit soort gevallen is samenwerking tussen medewerkers

van het M-Team en hun evenknieën bij andere

instanties erg belangrijk. De Belastingdienst heeft drie

jaar geleden zogenoemde Stella Teams opgericht, ook met

een regionale aanpak.

Gehoord worden

Van Hoesel merkt in zijn regio dat gemeenten steeds meer

oog hebben voor burgers die naast hun rechten grijpen.

In een regionale pilot zijn de Belastingdienst, UWV en

enkele gemeenten van plan de banden verder aan te

halen om dit soort problemen beter te analyseren en op te

lossen. Maar er wordt ook gekeken naar samenwerking

met andere instanties. Van Hoesel noemt als voorbeeld de

Sociale Verzekeringsbank en Dienst Uitvoering Onderwijs,

de instantie die studieschulden bijhoudt.

‘De sociale zekerheid is complex en het vraagt onderling

20 UWVMAGAZINE

‘We streven ernaar

onszelf overbodig te maken’

begrip en samenwerking om burgers die vastlopen, van

dienst te zijn. Netwerken is heel belangrijk. Inmiddels

kunnen we vaak met een telefoontje over en weer snel

iets in gang zetten.’ Als regiehouder heeft Van Hoesel bijvoorbeeld

contact opgenomen met collega’s bij de divisie

Uitkeren, met de bewindvoerder van mevrouw Bruin en

met haar gemeente. Hij vertelt hoe hij mevrouw Bruin

met één belletje boven op de stapel kreeg bij de afdeling

toeslagen van UWV. ‘Ze had al zoveel tijd verloren, nu

moesten we het voor haar voor elkaar krijgen. Als het allemaal

vanaf het begin goed was gegaan, had ze de gewone

procedure doorlopen, net als iedereen. Nu was het

gerechtvaardigd om de kwestie wat sneller af te

handelen.’

Hij spoorde haar aan om via werk.nl een aanvullende bijstandsuitkering

aan te vragen bij de gemeente. De sociale

dienst heeft op zijn beurt toegezegd haar aanvraag snel te

verwerken. Dankzij de bijstand kan ze een begin maken

met de aflossing van haar schulden. Zo is het balletje eindelijk

gaan rollen richting een oplossing. En mevrouw

Bruin? Die ziet weer een lichtpuntje.

Van Hoesel kijkt inmiddels tevreden terug op de goede

afloop. Bij klanten waar meerdere problemen samenvallen,

is het van belang om snel te handelen, vindt hij. Voordat

de schade nog groter wordt. ‘Het is de bedoeling dat

de vaart er in blijft zodra er een M-melding binnenkomt.

De ene zaak is natuurlijk complexer dan de andere. Binnen

48 uur moet er antwoord komen, en als er dan nog

geen oplossing is, dan blijven we de klant op de hoogte

houden van onze vorderingen tot die wel is gevonden.’

Maar de probleemoplossers in de sociale zekerheid kunnen

niet altijd alles rechtzetten. Soms brengen klanten

ook zichzelf in de problemen door regels en termijn te

overschrijden. ‘We doen wat kan en wat eerlijk is. Maar ik

merk dat mensen het vooral belangrijk vinden om

gehoord te worden. Dat iemand echt luistert naar wat er

misgaat.’ Het meest bevredigend is natuurlijk als hij concrete

zorgen kan wegnemen bij klanten. ‘Soms heeft

iemand alleen een duwtje nodig, in andere zaken moet je

helemaal duiken. Sinds dit jaar zijn we ook aan nazorg

gaan doen. Om te kijken wat ons werk teweeg heeft

gebracht voor de klant. Dat is ontzettend leuk, we krijgen

heel positieve reacties.’

Omwille van haar privacy is de naam van mevrouw

Bruin gefingeerd.

Armoede in beeld

1655 Armenzorg is in Nederland van alle tijden. Aanvankelijk ontfermt vooral de kerk zich over de nooddruftige medemens, maar

in de Gouden Eeuw is het ook een zaak van regenten geworden. Die vangen armen op in hofjes, gasthuizen en weeshuizen –

niet zelden door protestanten geconfisceerde roomse kloosters. De burgemeester van Delft, hier samen met zijn dochter door Jan Steen

geportretteerd, is kennelijk niet te beroerd om ook nog eens af en toe een aalmoes te geven.

STEEN. JAN 1655, DELFT, OUDE DE AAN CROESER CATHARINA EN

JULI 2013 21 ADOLF


DE VAL PER GEVAL

ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Men neme ...

Herma

Jansen

Herma Jansen van 47

met een leidinggevende

rol in het

bedrijfsleven die door

een ongeluk arbeidsongeschikt

raakt.

Inkomen: €10.000

bruto per maand,

inclusief bonus en

vakantiegeld.

WIA

Herma belandt in een WIA-uitkering.

Als zij ‘volledig en duurzaam’ arbeidsongeschikt

wordt verklaard, houdt zij €3.178,55 over.

8

6

4

5

WGA

Echter, de kans is groot dat ze in een zogenaamde

WGA-regeling terechtkomt: een uitkering voor

iemand die gedeeltelijk en/of tijdelijk niet kan

werken. De berekening is dan als volgt:

WGA wordt bepaald aan de hand van het dagloon.

Dat is in het geval van Herma € 194,85. Dit is het

maximale bedrag dat iemand sinds 1 januari 2013

kan krijgen.

De eerste twee maanden krijgt zij

75% van die € 194,85 = € 146,14

per dag. Daarna gaat ze terug naar 70%

van € 194,85 = € 136,40 per dag. Omgerekend

naar maandbedrag (=x21,75): € 2.966,70.

Hoelang Herma dit bedrag ontvangt, is afhankelijk

van de duur van haar arbeidsverleden. Maar het

maximum is 38 maanden.

7

VERVOLGUITKERING WGA

Als Herma dan nog steeds arbeidongeschikt is,

belandt ze in een vervolguitkering. Dit houdt een

percentage van het wettelijk minimum dagloon in

dat € 72,96 is.Als het niet lukt om werk te vinden

dat past bij haar nieuwe lichamelijke toestand, dan

krijgt ze maximaal: 70% van 72,96 = € 51,07 per

dag. Omgerekend naar maandloon: € 1.110,77.

Er gelden ook percentages van 50,75%, 42% en

35%. Het laagste percentage is 28%. Als ze dit

krijgt, houdt ze maandelijks € 444,35 over.

22 UWVMAGAZINE

3

Abdel

El Fnae

Abdel El Fnae is 58 jaar

en werkt als teamleider

bij een tractorfabrikant.

Hij raakt arbeidsongeschikt.

Inkomen: € 2.400 bruto

per maand, inclusief

eindejaars-uitkering en

vakantiegeld.

WIA

Abdel belandt in een WIA-uitkering. Als hij ‘volledig

en duurzaam’ arbeidsongeschikt wordt verklaard,

houdt hij € 1.800,03 over.

0

9

4

0

WGA

Echter, de kans is groot dat hij in een

WGA-regeling terechtkomt: een uitkering voor

iemand die gedeeltelijk en/of tijdelijk niet kan

werken. De berekening is dan als volgt:

WGA wordt bepaald aan de hand van het dagloon.

Dat is in het geval van Abdel € 110,34.

Dit bedrag wordt berekend aan de hand van zijn

inkomen.

De eerste twee maanden krijgt hij

75 % van die € 110,34 = € 82,76 per dag.

Daarna gaat hij terug naar 70%

van € 110,34 = € 77,24 per dag. Omgerekend

naar maandbedrag (=x21,75): € 1.679,98

Hoelang Abdel dit bedrag ontvangt, is afhankelijk

van de duur van zijn arbeidsverleden. Maar het

maximum is 38 maanden.

9

VERVOLGUITKERING WGA

Als Abdel dan nog steeds arbeidsongeschikt is,

belandt hij in een vervolguitkering. Dit houdt een

percentage van het wettelijk minimum dagloon in

dat € 72,96 is. Als het niet lukt om werk te vinden

dat past bij zijn nieuwe lichamelijke toestand, dan

krijgt hij maximaal 70% van € 72,96 = € 51,07 per

dag. Omgerekend naar maandloon: € 1.110,77.

Er gelden ook percentages van 50,75%, 42% en

35%. Het laagste percentage is 28%. Als hij dit

krijgt, houdt hij maandelijks € 444,35 over.

3

Liliana

Kwame

Liliana Kwame (35)

is schoonmaakster en

raakt arbeidsongeschikt.

Inkomen: € 1.400 bruto

per maand, inclusief

vakantietoeslag.

WIA

Liliana belandt in een WIA-uitkering. Als zij ‘volledig

en duurzaam’ arbeidsongeschikt wordt verklaard,

houdt zij € 1.050,09 over.

0

0

1

0

WGA

Echter, de kans is groot dat ze in een zogenaamde

WGA-regeling terechtkomt: een uitkering voor

iemand die gedeeltelijk en/of tijdelijk niet kan

werken. De berekening is dan als volgt:

WGA wordt bepaald aan de hand van het dagloon.

Dat is in het geval van Liliana € 64,37.

Dit is onder het wettelijk minimumloon.

De eerste twee maanden krijgt zij

75% van die € 64,37 = € 48,28 per dag.

Daarna gaat ze terug naar 70% van

€ 64,37 = € 45,06 per dag. Omgerekend naar

maandbedrag (=x21,75): € 980,06 per maand.

Hoelang Liliana dit bedrag ontvangt, is afhankelijk

van de duur van haar arbeidsverleden. Maar het

maximum is 38 maanden.

0

VERVOLGUITKERING WGA

Als Liliana dan nog steeds arbeidsongeschikt is,

belandt ze in een vervolguitkering. Dit houdt een

percentage van haar eigen dagloon in dat € 64,37

is. Als het niet lukt om werk te vinden dat past bij

haar nieuwe lichamelijke toestand, dan krijgt ze

maximaal 70% van € 64,37 = € 45,06 per dag.

Omgerekend naar maandloon: € 980,06.

Er gelden ook percentages van 50,75%, 42% en

35%. Het laagste percentage is 28%. Als ze dit

krijgt, houdt ze maandelijks € 391,95 over.

9

INFOGRAPHIC KAY COENEN

Een val met de fiets kan zomaar leiden tot arbeidsongeschiktheid. Maar ook zonder te vallen kun je

je baan kwijt raken. Waar je wel zeker van kunt zijn bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, is een

ander soort val: de inkomensval. En die kan heel groot zijn. Zes rekenvoorbeelden.

WERKLOOSHEID

Men neme ...

Johan

Pietersen

Johan Pietersen van

52 met een leidinggevende

rol in de

makelaardij die door de

crisis zonder werk

komt te zitten.

Inkomen: € 10.000 per

maand, inclusief bonus

en vakantiegeld.

WW

Johan krijgt in principe een WW-uitkering op basis

van de volgende berekening. € 120.000 per jaar:

261 werkbare dagen = € 459,77 dagloon.

Echter, het maximum dagloon per 1 januari 2013

is € 194,85.

De eerste twee maanden krijgt hij 75%

van die € 194,85 = € 146,14 per dag.

Daarna gaat hij terug naar 70% van

€ 194,85 = € 136,40 per dag.

Omgerekend naar maandbedrag

(=x21,75): € 2.966,67.

Hoelang Johan dit bedrag ontvangt, is afhankelijk

van de duur van zijn arbeidsverleden. Maar het

maximum is 38 maanden.

6

5

6

Hij komt niet in aanmerking voor toeslagen op dit

bedrag aangezien hij al gebruikmaakt van het

maximum dagloon. De hoogte van zijn vermogen

(spaargeld, waarde van het huis) telt niet mee bij

het toekennen van de WW-uitkering.

BIJSTAND

Als de maximale uitkeringsduur voorbij is, komt hij

in aanmerking voor bijstand.

Dit is maximaal € 1.321,96 als Johan gehuwd is.

Als hij ongetrouwd is, gaat het om € 925,37.

Als Johan te veel eigen vermogen heeft, heeft hij

geen recht op een bijstandsuitkering. *

* Onder eigen vermogen valt spaargeld, maar

ook andere bezittingen, bijvoorbeeld een auto.

Het maximale eigen vermogen met ingang van

1 januari 2013 is: € 11.590 voor alleenstaande

ouders en voor mensen die een gezamenlijke

huishouding voeren; € 5.795 voor alleenstaanden.

3

Nanda

Drijver

Nanda Drijver is

48 jaar en werkt als

teamleider in de zorg.

Zij raakt werkloos.

Inkomen: € 2.400 per

maand, inclusief

eindejaarsuitkering en

vakantiegeld.

WW

Nanda krijgt in principe een WW-uitkering

op basis van de volgende berekening:

€ 28.800 per jaar:

261 werkbare dagen =

€ 110,34 dagloon.

De eerste twee maanden krijgt ze 75%

van die € 110,34 = € 82,76 per dag.

Daarna gaat ze terug naar 70% van

die € 110,34 = € 77,24 per dag.

Omgerekend naar maandbedrag

(x21,75) = € 1.679,97.

Hoelang Nanda dit bedrag ontvangt, is afhankelijk

van de duur van haar arbeidsverleden. Maar het

maximum is 38 maanden.

9

5

9

Ze komt niet in aanmerking voor toeslagen op dit

bedrag aangezien ze al meer verdient dan het

sociaal minimum. De hoogte van haar vermogen

(spaargeld, waarde van het huis) telt niet mee bij

het toekennen van de WW-uitkering.

BIJSTAND

Als de maximale uitkeringsduur voorbij is, komt zij

in aanmerking voor bijstand.

Dit is maximaal € 1.321,96 als ze gehuwd is.

Als ze ongetrouwd is, gaat het om € 925,37.

Als Nanda te veel eigen vermogen heeft, heeft zij

geen recht op een bijstandsuitkering.*

3

Lena

Popolov

Lena Popolov is

41 jaar en raakt

haar baan als

thuiszorgmedewerkster

kwijt. Ze verdient

€ 1.400 in de maand,

inclusief vakantiegeld.

WW

Lena krijgt in principe een WW-uitkering

op basis van de volgende berekening:

€ 16.800 per jaar:

261 werkbare dagen =

€ 64,37 dagloon.

De eerste twee maanden krijgt ze 75%

van die € 64,37 = € 48,28 per dag.

Daarna gaat ze terug naar 70% van

die € 64,37 = € 45,06.

Omgerekend naar maandbedrag

(x21,75) = € 980,06.

Hoelang Nanda dit bedrag ontvangt, is afhankelijk

van de duur van haar arbeidsverleden. Maar het

maximum is 38 maanden.

0

5

0

Ze komt eventueel in aanmerking voor een toeslag

als ze onder het sociaal minimum terechtkomt.

De hoogte van haar vermogen (spaargeld, waarde

van het huis) telt niet mee bij het toekennen van de

WW-uitkering.

BIJSTAND

Als de maximale uitkeringsduur voorbij is,

komt zij in aanmerking voor bijstand.

Dit is maximaal € 1.321,96 als ze gehuwd is.

Als ze ongetrouwd is, gaat het om € 925,37.

Als Lena te veel eigen vermogen heeft, heeft zij

geen recht op een bijstandsuitkering.*

Aan de rekenvoorbeelden en de bedragen

die op deze spread genoemd worden,

kunnen geen rechten ontleend worden.

Alle genoemde bedragen zijn bruto,

tenzij anders vermeld.

3

JULI 2013 23


Frank van Massenhove turnt ambtenaren om

‘ CALVINISME

WERKT NIET’

TEKST MIRJAM VAN IMMERZEEL FOTOGRAFIE ISABEL POUSSET

24 UWVMAGAZINE

Bij zijn aantreden als directievoorzitter van de

Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid van België,

stelde Frank van Massenhove zich één doel: zijn organisatie

zo inrichten dat medewerkers weer trots op hun werk

kunnen zijn. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?

Kan UWV hier wat van leren?

ijdens het koudste voorjaar sinds

mensenheugenis, is het een gure wandeling

van station Brussel Noord naar

de burelen van de FOD SZ waar Frank van

Massenhove de scepter zwaait. FOD SZ

staat voor de Federale Overheidsdienst

die zich bezighoudt met de beleidskant

van de Belgische sociale zekerheid (zie kader). Schuine

trappen leiden naar de “…nance Toren” (de eerste letters

van “Finance” zijn verdwenen). ‘We huren het gebouw

van een Nederlands bedrijf dat weinig werk maakt van

onderhoud’, legt Van Massenhove uit. Hij ontvangt in

de kelder. Kleurrijk ingericht met design weliswaar,

maar toch, een kelder.

Eerder had de receptionist mij met de lift naar beneden

gevoerd, in plaats van naar de hoogste verdieping, zoals

gewoonlijk bij bazen. Maar Van Massenhove is geen

gewone baas. Hij heeft zelfs geen eigen werkplek, laat

staan een statig bureau en comfortabele fauteuil. Weliswaar

houdt een secretaresse zijn werkdag overzichtelijk,

maar veel is aan hem zelf. Net als bij de meeste

medewerkers van de FOD SZ.

Frank van Massenhove


Frank van Massenhove (1954) studeerde rechten aan

de Universiteit van Gent en startte zijn carrière als

federaal en Vlaams werkgelegenheidsinspecteur.

* 1990-1995 Kabinetsadviseur van de minister van

Werkgelegenheid

* 1995-1999 Kabinetschef burgemeester van Gent

* 1999- 2002 Kabinetschef minister van Sociale Zaken

en Pensioenen

* 2002 Voorzitter van het directiecomité Federale

Overheidsdienst Sociale Zekerheid in België

* 2007 Overheidsmanager van het Jaar (Vlaamse

Vereniging voor Bestuur en Beleid)

26 UWVMAGAZINE


‘Het is makkelijker om

vrijgesproken te worden in

een rechtszaak dan ontslagen

te worden als ambtenaar’

‘Alleen staffuncties als beveiligers, schoonmakers en receptionisten

hebben een werkplek en vaste werktijden.

Logisch. De rest bepaalt zelf waar en wanneer er wordt

gewerkt. We maken afspraken welke doelen ze moeten

bereiken. Hoe ze dat voor elkaar krijgen, aan de keukentafel

thuis of hier – Van Massenhove kijkt gebarend om zich heen

– dat maken zij zelf uit.’ Eigenlijk zou hij zich moeten vervelen,

geeft Van Massenhove dan onverwacht toe. Na elf jaar is

FOD SZ gereorganiseerd tot een flexibele, kennisgerichte

instelling met gelukkige werknemers die trots zijn op hun

ambtenarenstatus. Jong afgestudeerden willen er graag

werken. Zelfstandig werken, eigen verantwoordelijkheid en

meedenken en beslissen. Dat had de directeur bij zijn aantreden

in 2002 voor ogen. Het moest anders, en dat lukte

met glans.

En dan is de uitdaging ervanaf?

‘Nee in tegendeel, maar dit is de eerste keer dat ik ergens

zo lang werk. Ik heb hier zoveel kunnen veranderen en nu

zie ik dagelijks hoe dat uitpakt. Ik verveel me zeker niet.

Het geeft natuurlijk ook inzicht in hoe de overheid werkt.

Dat boeit me enorm en verbaast me tegelijk.’

Welke inzichten heeft u opgedaan?

‘Dat degenen die niet goed werken, zich nog vaak kunnen

verstoppen in overheidsdienst omdat er toch om de paar

jaar een andere minister komt die te weinig tijd heeft

om door te hebben hoe slecht of goed zijn ambtenarenapparaat

werkt. Daarom hebben overheidsdiensten een

benchmark nodig. Er wordt nu niet vergeleken wat er

gebeurt binnen de ministeries. Hier bij FOD SZ benchmarken

wij onze afdelingen wel tegenover elkaar. Als de

ene veel meer IT nodig heeft dan de andere, en hun

processen verschillen niet veel, dan zet ik de directeuren

bij elkaar en dan mogen ze het me uitleggen. Kunnen ze

dat niet, dan zeg ik: zet dan maar je eigen mensen bij

elkaar. Want zodra je medewerkers verantwoordelijk

maakt, zie je dingen evolueren. Ik heb een enorm

vertrouwen gekregen in medewerkers. Ik zeg ze: probeer

maar dingen uit. Als het werkt, krijgen jullie alle lof en dan

zet ik dat op Twitter, overal. Als het mislukt, dan zeggen

we dat Van Massenhove een verkeerde beslissing heeft

genomen. Ik weet namelijk dat mensen willen slagen. Als

iets niet lukt, dan is dat niet omdat ze willen saboteren,

dan lukt het gewoon niet.’

Maar als je van tevoren weet dat je iemand anders de

schuld kunt geven zodra het misgaat, dan neem je

misschien te veel risico ...

‘Nee, dat is calvinistisch gedacht. Als ze denken: “Ik zou hier

de roe voor kunnen krijgen” dan proberen ze niets te verbeteren.

Dat is wat bureaucratie zo middelmatig maakt. Dat

als je initiatief mislukt, je nooit meer de kans krijgt om een

project op te starten. Zo krijg je gedemotiveerde mensen

die zich heel cynisch uitspreken over hun organisatie.’

Hoe houden jullie dan de risico’s van dergelijke vrijheden

in toom?

‘Dat kun je niet op voorhand. We zijn hier van een totaal

ouderwetse, bureaucratische, prikklokgebonden organisatie

overgegaan naar een organisatie die op output werkt,

waar mensen zelf kunnen beslissen waar ze werken. Dus

we moesten alles digitaliseren, we moesten voor iedereen

individueel definiëren wat hun resultaten moeten zijn, we

moesten de ganse logistiek ombouwen, dus dachten we

aanvankelijk: hiermee kan van alles verkeerd gaan. Het

enige wat je kunt doen, is vooral zeer wendbaar zijn, zo

veel mogelijk mensen bij een project betrekken. En dan

niet alleen experts maar ook mensen die er anders nooit

mee bezig zijn. We hebben hier de waanzinnigste verbeterprojecten

gehad die lukten, terwijl heel rationele zaken

mislukten. Dat heeft te maken met het wezen van de mens;

mensen spelen graag en dan lukken dingen.’

Toch had u dit voorjaar de vakbonden in de gordijnen met

uw opmerkingen over afrekenen op prestaties en

versoepeling van ontslagprocedures voor ambtenaren ...

‘Mijn punt is: er is geen vastigheid van job – het takenpakket

–, het gaat om vastheid van betrekking – het dienstverband.

Je weet zeker dat je een job hebt zolang als je geen

negatieve evaluatie van je leidinggevende krijgt. Maar na

drie slechte evaluaties ligt je er uit.’

Werkt het niet al zo dan?

‘Op papier wel, maar het gebeurt te weinig. Een collega zei

eens: “Het is makkelijker om vrijgesproken te worden in

een rechtszaak dan ontslagen te worden als ambtenaar.”

Je moet weten dat hier 70 procent met een vaste benoeming

werkt, de anderen hebben een contractuele aanstelling.

Die twee groepen hebben nagenoeg dezelfde job. Dit

is niet goed, niet eerlijk.’

Federale Overheidsdienst

Sociale Zekerheid

De Belgische ‘Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid’ (FOD

SZ) ondersteunt politieke besluitvormers, sociale partners en

uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid met onderzoek,

analyse en beleidsformulering. In totaal werken er zo’n 1300

medewerkers. ‘Dankzij ons werk laten we Belgische

beleidsmakers toe een correcte beslissing te nemen voor het

verbeteren van de sociale bescherming in België’, aldus de

website. Verder vertegenwoordigt de FOD SZ de Belgische

sociale zekerheid bij supranationale instellingen als de Europese

Commissie. De dienst is geen uitvoeringsorganisatie, zoals UWV,

die uitkeringen verzorgt voor werklozen en zieke werknemers.

Wel verleent de FOD SZ diensten aan zelfstandigen,

gehandicapten en oorlogsslachtoffers. Ook houdt de organisatie

zich bezig met bestrijding van fraude in de sociale zekerheid.

U wilt ze allemaal in vaste dienst?

‘Ik wil ze allemaal in vaste dienst nemen, maar dan wil ik

ook dat degenen die echt niet voldoen, er eenvoudiger uit

gaan. In mijn organisatie – ik kan me niet uitspreken over

andere overheidsdiensten – haalt 95 procent van onze

mensen hun doelen en zelfs meer. De rest moet eruit want

die verzieken de boel, die zorgen ervoor dat anderen meer

moeten werken. Het heeft wat tijd gevergd voor mijn mensen

dat doorhadden.’

Misschien kan het ook zo zijn dat de een sneller werkt dan

de ander?

‘Vandaar dat we werk niet meer in tijd uitdrukken. We zeggen

gewoon: je moet dat doen. Sommige mensen werken

twee keer zo snel als anderen, is dat eerlijk? Neen. De een

heeft dertig uur nodig, de ander veertig. Als je maar je target

haalt, daar gaat het me om.’

Hoe ziet de ideale werknemer eruit?

‘Wij vinden het heel belangrijk dat mensen creatief met

elkaar zijn en verantwoordelijkheid nemen, en dan niet

alleen voor hun eigen werk en problemen. Je ziet dat onze

mensen zich zeer betrokken voelen met wat ze doen, ze

komen constant met voorstellen voor veranderingen. Die

komen bijna nooit van het management. Dat is helemaal

omgeslagen, vroeger was er een probleem en besliste het

management hoe het opgelost moest worden.’

En de ideale minister?

‘Uiteindelijk krijgen we beleid dat we moeten uitvoeren.

Maar ik eis van mijn minister, en mocht ik uitvoerende zijn

in Nederland zoals UWV zou ik het ook eisen van het ministerie,

dat ik zelf beslis hoe ik het doe. Dat is het probleem:

dat ministers ook willen beslissen hoe je die resultaten

haalt. Ik zeg: “Nee, laat dat dan aan ons over, daar hebben

wij veel meer expertise over dan jullie.” Dat horen ze niet

graag, maar het is wel zo.’

JULI 2013 27


et UWV Klantencontactcenter (KCC) is

een van de meest toonaangevende

klantencontactcenters van Nederland.

Jaarlijks worden hier meer dan 7

miljoen telefonische klantvragen

beantwoord. Hoofdtaak is het verzorgen

van binnenkomende gesprekken: inbound, in vaktaal.

Daarnaast bellen de medewerkers ook zelf klanten

– inderdaad: outbound – om ze proactief te wijzen

op de regels rond bijvoorbeeld handhaving. Per jaar

gaat het om zo’n 50.000 gesprekken. Ieder antwoord op

elke vraag wordt opgezocht en geregistreerd in het

unieke klantvolgsysteem. Aan de hand van rapportages

hieruit wordt het proces voortdurend verbeterd.

28 UWVMAGAZINE

Het KCC antwoordt op alle vragen

BINNEN

300

SECONDEN

Bij het UWV Klantencontactcenter werken 800 klantadviseurs

dagelijks aan een missie: de klanten direct het juiste antwoord geven.

Met succes. In 87 procent van de gesprekken krijgt de klant meteen

antwoord op de vraag, overige klanten worden binnen 24 uur

teruggebeld. UWV Magazine volgde Ilonka de Vries in haar werk als

klantadviseur op de vestiging in Groningen.

TEKST MARTIJN HOUWERZIJL FOTOGRAFIE PETER TAHL

@ # chat

* Ook via Twitter, mail voor

Werkgevers en werk.nl is

het Klantencontactcenter

bereikbaar.

* Voor doven en slechthorenden

is er ook de

mogelijkheid om te chatten.

Klantadviseurs hebben minimaal een van de drie grote

belgroepen in hun pakket: ZW (Ziektewet) – WW (Werkloosheidswet)

of AG (WAO, Wajong, WIA). Voor elke belgroep

volgen medewerkers een opleiding, in duur varierend

van enkele dagen tot weken. Als deze opleiding

voor 80 procent is doorlopen, start de ‘coaching-on-thejob’

en worden de eerste klantgesprekken gevoerd. Om

de kwaliteit te waarborgen luisteren coaches ook na

de opleidingsperiode nog vier keer per maand mee.

Mede dit feit garandeert dat 99 procent van de gegeven

antwoorden juist is.

Van de klantadviseurs wordt verwacht dat zij gemiddeld

twaalf gesprekken per uur voeren. De voortgang

wordt geregistreerd door de afdeling Traffic. Na vier


‘Gesprekstijd

is niet het

belangrijkste.

De klant

tevreden

stellen wel’

ILONKA DE VRIES

KLANTADVISEUR VAN UWV

JULI 2013 29


Gesprek 1:

Inkomsten doorgeven

Klant: ‘Ik wil mijn inkomsten doorgeven maar ik

kan het formulier niet vinden.’

Klantadviseur Ilonka: ‘Het formulier staat

voor u klaar op MijnUWV.nl. Als u met uw DigiDcode

inlogt, kunt u aan de linkerkant in de

blauwe balk uw inkomsten doorgeven. U kunt

het aanstaande zondag versturen, dan start er

weer een nieuwe vierweekse periode. Bent u zo

geholpen mevrouw? Fijne dag verder!’

30 UWVMAGAZINE

Gesprek 3:

Kunt u mijn DigiD-code

wijzigen?

De zwager van een gescheiden vrouw belt. De ex

van de vrouw heeft haar DigiD-code.

Klant: ‘Ik wil graag een nieuwe DigiD-code

aanvragen.’

Klantadviseur Ilonka: ‘Dat kan niet via UWV.

U kunt een nieuwe code aanvragen via

www.digid.nl.


Gesprek 2:

Wanneer werkloos?

Klant: ‘Ik ben in dienst van een

uitzendbureau en mijn contract loopt af.

Vanaf wanneer ben ik werkloos?’

Klantadviseur Ilonka: ‘U bent werkloos

op de eerste dag dat uw contract is

afgelopen. En dat is per 1 juni.

gesprekken zit Ilonka op een gemiddelde

gesprekstijd van 2.21 minuten. Dan volgt er een

gesprek van ruim 11 minuten, over te veel ontvangen

loon als gevolg van een herberekening. Teamleider

Elly van Vulpen neemt wekelijks met

Ilonka haar persoonlijke scorecard (PSC) door. Voldoet

de workflow aan de norm? Zijn er in de afgelopen

periode verstoringen of afwijkingen

geweest?

Ilonka: ‘Voor ieder gesprek staan 300 seconden

ingepland. In het ene gesprek zit je daar ruim

onder, in het andere ga je er ruim overheen.

Gesprekstijd is niet het belangrijkste. De klant

tevredenstellen wel. Het werkt prettig om inzicht

te hebben in je prestaties. Los daarvan laat ik me

niet strikt leiden door deze cijfers. Niet alle

gesprekken zijn hetzelfde, niet alle klanten zijn

gelijk en de belgroepen verschillen. Een mindere

score in de ene maand trek je wel weer recht in de

andere. Scores jagen doe ik niet, als je daar de hele

tijd op let, draai je door.’

E-coaching

Tot 2018 heeft UWV een bezuiniging van € 440 miljoen

als financiële taakstelling. Een gevolg daarvan

is vergaande automatisering van de dienstverlening.

Mede in dat kader werkt Ilonka mee

aan de pilot e-coaching. Klanten stellen hier hun

vragen niet per telefoon, maar per mail via de persoonlijke

Werkmap. Daarnaast registreert ze voor

het KCC Lab vragen die binnenkomen over specifieke

onderwerpen, bijvoorbeeld over de betaling

Gesprek 4:

Wanneer krijg

ik mijn geld?

Klant: ‘Wanneer wordt mijn uitkering

gestort?’

Klantadviseur Ilonka: ‘U krijgt per vier

weken betaald, vandaag kunt u de betaling

op uw rekening verwachten.

van het vakantiegeld. Door de vraag te noteren

kan die ook in andere media, bijvoorbeeld de website,

beantwoord worden waardoor het call-aanbod

verder omlaag kan.

Als erkend leerwerkbedrijf helpt het Klantencontactcenter

ook intern langdurig werkzoekenden

aan een baan. 30 procent van de nieuwe instroom

dient een afstand tot de arbeidsmarkt te hebben;

mensen die langer dan een half jaar werkloos zijn,

Wajongers of herintreders. Ook zij krijgen de

mogelijkheid om zich binnen het Klanten-contactcenter

te ontwikkelen waarna ze met erkende

diploma’s en een dosis werkervaring weer de

arbeidsmarkt opgaan.

De klant als motivator

Ruim 77 procent van de klanten, werkgevers en

werknemers, is tevreden of zelfs zeer tevreden

over de telefonische dienstverlening van het

Klanten-contactcenter. Elly: ‘Klanttevredenheid is

bij ons echt een groot goed. We investeren veel in

kennis en gespreksvoering. Onze klantadviseurs

zijn topsporters; goed getraind en hardwerkend

voor het beste resultaat.’ Een gedrevenheid die bij

Elly ook voortkomt uit persoonlijke ervaring.

‘Mijn vader kwam in 1965 in de WAO terecht. Het

betekende een zware periode voor ons gezin. Die

realiteit probeer ik over te brengen op het team.

Kijk naar die mensen die daar buiten lopen. Het

kunnen allemaal onze klanten zijn. Daarom zijn

wij er. Om ze te helpen.’

KCC* in cijfers

Aantal klantadviseurs: . . . . . . . . . . . . . . . . . . 800

Aantal teammanagers: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35

Werktijden: . . . . . . . . . . . . . van 8.00 tot 17.00 uur

Pauze (op werkdag van 8 uur): . . . 2 x 15 minuten en

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 x 30 minuten

Inkomende telefoontjes: . . 7.000.000 gesprekken

Uitgaande telefoontjes: . . . . . 55.000 gesprekken

Telefonie voor gemeenten: . . . 60.000 gesprekken

Dovenchat: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1500 chats

Mail: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55.000 berichten

Webcare: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3000 mails

Werkm@p: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40.000 mails

* Cijfers van alle vijf vestigingen bij elkaar opgeteld. Van de huidige vijf

vestigingen sluiten binnenkort twee vestigingen de deuren.

Groningen, Goes en Almere blijven operationeel en bedienen vanaf

juli 2014 heel Nederland.

JULI 2013 31


32 UWVMAGAZINE

Beslag leggen is voor niemand een pretje

VAN EEN

KALE KIP...

Leuk is het allerminst, maar ook UWV krijgt te maken met

beslagleggingen op uitkeringen. Soms vanwege onverantwoordelijke

gedrag van de klant, soms vanwege domme pech en de laatste

tijd helaas ook vaak vanwege de crisis. Hoe gaat zo’n

beslaglegging nu precies in zijn werk?

TEKST AUDREY ZONNEVELD FOTOGRAFIE JEROEN DIETZ

r kunnen allerlei redenen zijn

waarom er beslag gelegd wordt op

een uitkering. Een televisie die op

afbetaling wordt gekocht, maar desondanks

nooit wordt afbetaald. Een

schuld bij het energiebedrijf, belastingproblemen,

huurschulden … Wat de reden

ook is, vaststaat dat het voor de betrokkene heel

onplezierig is. Toch moet UWV de beslaglegging

uitvoeren, op voorspraak van andere instanties

zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst of het energiebedrijf.

En … als verlengde arm van de deurwaarder!

Want het is de deurwaarder die daadwerkelijk

de beslaglegging oplegt.

Ingewikkeld? Valt mee. Een voorbeeld zegt alles:

Jan Jansen heeft een auto gekocht die hij in termijnen

moet afbetalen. Maar Jan raakt zijn baan

kwijt en kan de maandelijkse rekeningen niet

meer betalen. Als hij een paar maanden achterstallige

betalingen heeft en hij niet reageert op

aanmaningen, dan kan de schuldeisende partij

een deurwaarder inschakelen om het resterende

bedrag te innen. En aangezien Jan inmiddels een

WW-uitkering heeft, kan de deurwaarder beslag

leggen en moet UWV aan dit verzoek gehoor

geven. Een beslag op een uitkering duurt totdat

de schuld is afgelost of de uitkering ten einde is.

Overigens wordt er nooit beslag gelegd op de

gehele uitkering. Anders zou iemand immers niet

meer in staat zijn om in de kosten van levensonderhoud

te voorzien. Maar de deurwaarder

bepaalt een zogenaamde beslagvrije voet; een

deel van de uitkering blijft vrij. Dit is meestal 90

procent van de bijstandsnorm per maand. Afhankelijk

van de leefsituatie van de betrokkene (een

hoge huur bijvoorbeeld) kan deze beslagvrije

voet worden verhoogd of verlaagd.

Naar rato

Remmert Breidenbach, UWV-teammanager Uitkeren

in district Rijnmond, licht toe: ‘Een beslaglegging

wordt pas complex als er meerdere

schuldeisers zijn. Dus bijvoorbeeld zowel de

Belastingdienst als een gemeentelijke instelling.


Remmert Breidenbach

JULI 2013 33


Gegevenslevering

Voor UWV Gegevensdiensten is ook een rol

weggelegd bij beslagleggingen op uitkeringen.

Marion Helsper, manager gegevenslevering: ‘Bij ons

komt een schriftelijke aanvraag binnen voor een

eventuele beslaglegging, een zogenaamde VOI:

Verzoek tot Informatie. Dit houdt in dat wij kijken of

meneer X of mevrouw Y een uitkering heeft en of

daar al eventueel een beslag op ligt. Zo’n verzoek

kunnen wij krijgen van gerechtsdeurwaarders,

maar ook van de Belastingdienst, gemeentelijke

instellingen of de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Wij geven door welke soort uitkering de betrokkene

heeft, wat de termijn is en welke netto-omvang de

betalingen hebben.’


34 UWVMAGAZINE

Dan is het namelijk zaak om te bepalen wie de

“preferente schuldeiser” is. Oftewel: wie voorrang

heeft op voldoening van de schuld. De Belastingdienst

gaat vrijwel altijd voor op de andere

schuldeisers. Als er geen preferente beslagleggers

zijn, dan zal de deurwaarder het geïncasseerde

geld naar rato verdelen. Tenzi j … te elfder ure zich

nog een andere partij meldt met een nóg grotere

schuld. In dat geval kan de verdeling van de

beslaglegging weer opnieuw worden gemaakt.’

Breidenbach wil nogmaals benadrukken dat de

beslaglegging dus niet door UWV wordt gedaan,

maar door de deurwaarder. Desalniettemin heeft

UWV natuurlijk wel contact met uitkeringsgerechtigden

die door een beslaglegging in de problemen

komen. ‘Die bellen naar ons en zijn soms

emotioneel. Het gaat om hun inkomen en hun

levensonderhoud, logisch dat dat ze raakt! En

natuurlijk is het voor medewerkers aan de telefoon

soms ook lastig. Er zijn schrijnende gevallen

waarbij de partner van iemand allerlei schulden

heeft gemaakt maar dat de uitkeringsgerechtigde

het beslag krijgt. Dat is natuurlijk vreselijk, zeker

als er kinderen in het spel zijn.’

Luisterend oor

Ina van Os, medewerker Uitkeren van district

Arnhem heeft wel eens mensen aan de telefoon

die te maken hebben met een beslaglegging: ‘Het

raakt mij soms ook, natuurlijk. Maar feitelijk doet

het niet ter zake wat ik ervan vind. UWV moet de

beslaglegging uitvoeren, wij leggen hem niet op.

Dus aan de telefoon bied ik een luisterend oor,

maar probeer ik wel zakelijk te blijven en zo snel

mogelijk door te verwijzen naar de deurwaarder.

Want vergeet niet: het heeft geen zin als ik ga zitten

meehuilen. Dáár help ik de persoon in kwestie

niet mee. Wel met doorverwijzen zodat ze,

hopelijk, hun zaakjes weer zo snel mogelijk op de

rit hebben.’

Volgens Remmert Breidenbach vinden er de laatste

tijd wel steeds meer beslagleggingen plaats.

‘Als gevolg van de crisis: mensen die hun baan

kwijt zijn en nu de rekeningen niet meer kunnen

betalen. Maar er is ook een groep die gewoon

heel onverantwoorde aankopen doet en steeds

weer een beslaglegging krijgt opgelegd. Dat zijn

meestal mensen die niet naar de lange termijn

kunnen kijken. Als ze een beetje geld hebben,

geven ze het meteen uit zonder na te denken

over lopende lasten. Soms wel treurig om te zien:

mensen die jaar in, jaar uit een uitkering met

beslaglegging hebben. Soms komen die er eigenlijk

nooit meer uit.’

Armoede in beeld

1936 Is armenzorg heel lang synoniem met liefdadigheid, in de negentiende eeuw verandert dat. Mede dankzij de uitvinding van de

fotografie wordt armoede steeds pregnanter onder de aandacht gebracht van steeds meer mensen. Dat leidt niet alleen

tot veel particulier initiatief, maar ook tot meer overheidsbemoeienis, getuige onder meer de Armenwet van 1854. Vooral gemeenten

nemen de zorg voor armen op zich. Niet dat deze plaggenhutbewoners daar heel veel van gemerkt zullen hebben in hun Drentse gemeente.

193

ONBEKEND, LEVEN/FOTOGRAAF PHOTO/HET ARCHIEF/SPAARNESTAD

JULI 2013 35 NATIONAAL


tudenten hebben baat bij stages’, zegt Lucia van

Heteren. Zij begeleidt stagiairs vanuit de opleiding

Kunsten, Cultuur en Media aan de Faculteit

der Letteren aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘Ik merk dat studenten profijt hebben van

het opdoen van werkervaring en een oriëntatie

op de arbeidsmarkt. Niet alleen ondervinden ze de waarde

van hun studie in de praktijk, ze leren ook veel over zichzelf.

Ik heb studenten meegemaakt die erg verlegen en

schuchter aan een stage begonnen en er helemaal opbloeiden.

Maar ik heb ook meegemaakt dat een student haar toekomstplannen

moest herzien, omdat ze in de praktijk ontdekte

niet tegen de druk van het gekozen beroep te

kunnen. Het is mooi dat je zoiets in de relatieve veiligheid

van een stage kunt ontdekken.’

Net als studenten in een beroepsopleiding, zijn ook acade-

36 UWVMAGAZINE

Het nut van stages

JEZELF

ONTDEKKEN

IN DE VEILIGE

PRAKTIJK

Belangrijke leerervaring en investeren in de toekomst, of gratis

arbeidskracht? Je kunt op verschillende manieren naar stages kijken.

Lucia van Heteren, wetenschappelijk medewerker bij de Rijksuniversiteit

Groningen, is er in ieder geval enthousiast over. Zij is van mening dat, mits

met mate ingezet, studenten en werkgevers baat kunnen hebben bij stages.

TEKST JEROEN SCHOONDERGANG FOTOGRAFIE KOOS BREUKEL

mische studenten die door Van Heteren begeleid worden

na hun afstuderen op zoek naar een baan. ‘Ik merk ook dat

studenten die bij ons zijn afgestudeerd en niet direct aan

een baan komen, interesse hebben in plekken waar ze al

dan niet betaald werkervaring kunnen opdoen. Dat lijkt

me alleen maar logisch. Als je jong bent en geen werkervaring

hebt, is een stage de ideale manier om die ervaring op

te doen.’

Financiële consequenties

Studenten aan de opleiding Kunsten, Cultuur en Media

moeten als onderdeel van hun studie stage lopen. Ze krijgen

daar in totaal tien studiepunten voor. Van Heteren:

‘Een volledig studiejaar levert zestig punten op. Zet je die

tien punten om in studietijd dan kom je uit op 280 uren. Dat

is dus zeven werkweken. De complete stage mag dus niet

Lucia van Heteren

JULI 2013 37


Een stage mag nooit leiden tot

verdringing van betaalde arbeid

‘Ik werd bij alles in

het bedrijf betrokken’

Loes Roest volgde vanuit de specialisatie kunsteducatie binnen

haar studie Kunsten, Cultuur en Media een stage bij het Rijksmuseum

Twente. Zij kijkt met een goed gevoel terug op haar stageperiode.

‘Ik werd bij alles in het bedrijf betrokken. Wat mijn opdrachtgever

en mijn collega’s betrof, was ik een gewone werknemer, net

als zij. Mijn stagebegeleider in het museum vertelde me dat hij

erop vertrouwde dat ik gewoon kon meedraaien. Daarom was ik

ook aangenomen voor de stage.’

De praktijk is volgens Loes een belangrijke aanvulling op de studie.

‘Ik heb vooral veel gehad aan de communicatie met collega’s en

bedrijven waar het museum mee samenwerkt. Stuur je een e-mail

of is het handiger om te bellen? Dat leer je niet in de

collegebanken.’

Ze houdt een goed gevoel over aan haar stage. Af en toe was het

echter wel even slikken, want ze werd meteen in het diepe

gegooid. ‘Na een korte uitleg kon ik meteen aan de slag. Dat is

soms wat lastig. Iets meer uitleg over hoe bepaalde procedures

lopen, was wel handig geweest. Dat gaat vaak over ingesleten

details, waarvan collega’s niet beseffen dat die voor mij nieuw en

relevant zijn.’

‘Ook op persoonlijk vlak ben

ik enorm gegroeid’

In de studie Kunsten, Cultuur en Media heeft Kim Zonneveld gekozen

voor het theater. Zij wil dramaturg worden. Een stage bij het

theatergezelschap Zina van Adelheid Roosen moet haar helpen

dat doel te bereiken. ‘Ik ben nu regieassistent bij het project Wijksafari

in Utrecht. Daarvoor hield ik me bezig met research.’

Kim is enthousiast over haar stage. ‘De praktijk heeft me duidelijk

gemaakt dat ik me breed moet ontwikkelen in de theaterwereld. Je

moet jezelf op meer gebieden nuttig kunnen maken, niet alleen op

creatief gebied, maar ook op het vlak van marketing.’

Als regieassistent werkt Kim voornamelijk samen met één stagebegeleider.

Toch komt het voor dat zij zelfstandig aan de slag mag.

‘Als ik een puntje van kritiek zou moeten noemen, dan zou dat met

de zelfstandige klussen te maken hebben. Ik zou het prettig vinden

om ook dan te kunnen terugvallen op iemand als het moeilijk wordt.

Aan de andere kant geeft het ook aan dat mijn begeleiding me voldoende

vertrouwt om me deze verantwoordelijkheid te geven.’

Uit de woorden van Kim is op te maken dat zij haar stage als een

waardevol onderdeel van haar studie ziet. ‘Mijn begeleiding op de

stageplek zorgt ervoor dat de praktijk ook een leerervaring is.

Bovendien merk ik dat ik ook op persoonlijk vlak enorm ben

gegroeid.’

38 UWVMAGAZINE


veel langer duren dan deze zeven weken, anders komt de studietijd

in het gedrang.’ Daarin schuilt dan ook een risico. Van Heteren

merkt dat veel stagiairs graag ingaan op verzoeken van werkgevers

om een langere periode stage te lopen dan er voor staat. ‘Ik

houd dat goed in de gaten. Als zij te veel tijd aan hun stage besteden,

kunnen ze een studieachterstand oplopen. Dat kan ook vervelende

financiële consequenties hebben. De langstudeerboete is

dan wel van de baan, het leenstelstel dat ervoor in de plaats komt is

in zulke gevallen ook financieel nadelig. Bovendien neemt de stagiair

tijdens een langere stage de plek in die heel goed door een

betaalde kracht zou kunnen worden ingenomen. Dat houd ik ze

ook voor. Hoe zouden zij het vinden als ze na hun studie werk zoeken

en ze kunnen niets vinden, omdat hun werkplek is ingenomen

door een onbetaalde kracht? Blijf je te lang op je stageplek hangen,

dan frustreer je jouw eigen arbeidsmarkt en die van je

studiegenoten.’

Stagiairs bieden uitkomst

Van Heteren onderkent dat de behoefte van werkgevers in het

kunst en culturele veld groot is om met stagiairs te werken. Het

kost haar daardoor weinig moeite om stageplekken te vinden. ‘Met

het wegvallen van subsidies en de terugvallende publieksinkomsten,

moet er stevig worden bezuinigd in deze sector. Stagiairs bieden

daarom uitkomst. Ik moet erop toezien dat instellingen niet

overvragen en te lange stages aanbieden. Afgezien van de studievertraging

die een langdurige stage oplevert, is een stage een leerplek.

Het is prima als de stagiair een marketingplan maakt voor de

stagegever. Als de stagiair vijf van die plannen moet maken, voegt

dat niets toe aan de studie.’

UWV en stages

Een werkzoekende kan tijdens een stage in de praktijk ontdekken

waar hij goed in is en waarin hij zich nog kan ontwikkelen. Stageervaring

is bovendien een pluspunt bij sollicitaties. UWV kan toestemming

geven voor een stage als onderdeel van een studie als er

een scholingsnoodzaak is. Als een werkzoekende weinig kans op

werk heeft, is een losse stage ook mogelijk, in principe voor drie

maanden. De werkzoekende mag meerdere malen stage lopen,

maar niet twee keer bij dezelfde werkgever in dezelfde functie en

ook niet bij zijn laatste werkgever in dezelfde functie. Een stage

mag nooit leiden tot verdringing van betaalde arbeid. UWV kan

geen toestemming geven aan bijstandsgerechtigden en WWgerechtigden

voor wie de ex-werkgever de uitkering betaalt. Een

stage is bedoeld om werkervaring op te doen, niet als testperiode

of inwerkperiode. Als een werkgever twijfelt om een werkzoekende

aan te nemen, bestaat eventueel de mogelijkheid voor een

tijdelijke proefplaatsing met behoud van uitkering. UWV staat een

proefplaatsing toe bij werkzoekenden met een afstand tot de

arbeidsmarkt.

Zie ook www.werk.nl, zoekwoord stages

1963 Na de Tweede Wereldoorlog komt de verzorgingsstaat definitief van de grond. De zorg voor de minder

bedeelde is voortaan een overheidsaangelegenheid, verankerd in de Werkloosheidswet, de Bijstandswet

en de Arbeidsongeschiktheidswet. Dat wil niet zeggen dat de zorgen van mevrouw Kop, hier gefotografeerd in de keuken

van haar Nijmeegse krotwoning (met vrij uitzicht op de plee buiten), hiermee verleden tijd zijn.

NATIONAAL ARCHIEF/SPAARNESTAD PHOTO/HENK BLANSJAAR, 1963

Armoede in beeld

JANUARI JAN JA JAN JAA UJUL JULI JUL JU JUL J JUL JU JULII 201 2 201 20 2013 3 39

39


k hoor, sinds ik uit de kast gekomen ben, allemaal

persoonlijke schrijnende situaties van

mensen. Bemoedigend en respectvol word ik toegesproken

door bekenden, met welgemeende

schouderkloppen. We peppen elkaar op. Positief

denken is het credo. De angst regeert maar we laten ons

niet langer bang maken. Iedereen wordt in zijn

bestaanszekerheid bedreigd. Of je wel of niet werkt,

doet er niet meer toe. Het lijkt erop dat de dertigers de

dans een beetje ontspringen. Hun beurt komt nog.

Hoogopgeleide, hardwerkende veertigplussers met

afgestudeerde kinderen, wonend in de eens zo succesvolle

tweeverdienerswijk waar nu te veel huizen te

koop staan, zitten thuis. Het leven on hold. Lang leve de

40 UWVMAGAZINE

Essay

DE TERING

NAAR DE

SCHULD-

SANERING

Sascha Meyer (1965) is al acht jaar een alleenstaande ouder. Na een freelancebestaan

kreeg ze een “vaste” redactiebaan. Na twee jaar stond ze op straat

en belandde ze in de Ziektewet door een enkelbreuk. Haar kinderalimentatie

viel weg, ze solliciteerde zich vergeefs suf en zag haar inkomen zo dalen dat

ze uiteindelijk bij de Voedselbank belandde. Om zinvol bezig te zijn, ging ze

schrijven over haar ervaringen als armlastige. Het resultaat is onder meer het

boek De nieuwe arme (2012) en een blog op denieuwearme.blogspot.nl.

ILLUSTRATIE MOKER ONTWERP

gezelligheid. Geen perspectieven hebben is dodelijk.

Geen baan en armoede is een van de grootste angsten

van een mens en berokkent psychische schade. Zolang

er armoede heerst, is er geen vrijheid, zegt Nelson

Mandela.

Veel verborgen werklozen waren al voor zichzelf

begonnen als zzp’er toen de eerste crisis zich

aandiende. Dat klonk immers veelbelovender

dan ‘ik ben mijn baan kwijt’. Helaas bleek

dit ook niet het beloofde land. De markt

is vol van financiële pijnstillers, vermomd

als zakelijke kansen.

Mijn buurman was twee jaar

geleden nog een van de

JULI 2013 41


gelukkigen die een vaste aanstelling kreeg, er waren maar

liefst dertienhonderd gegadigden dat jaar. Daar zat hij bij.

Wat was hij blij. Over een maand zit hij werkloos thuis. 50

jaar. Zijn zus van halverwege de vijftig staat ook op straat.

Een straatgenoot, directeur van een cultureel erfgoed, zag

de subsidie opeens stoppen. Weg baan.

Het reisbureaustel een paar deuren verderop heeft hun

pand in de binnenstad verkocht. Daar huist nu een koffieshop.

Hij zit met een laptop op een kamertje internetreizen

aan de man te brengen. Zijn flexibiliteit in deze crisistijd

doet zijn gemoed goed. Zij is omgeschoold en heeft

een crèche aan huis. Ze hebben de bakens verzet. Van de

stress heeft zij een hartprobleem. Op de buurtborrel vertelde

haar man me dat ze vlak voor de verkoop waren

overvallen in de zaak. Een man met zijn handen in zijn

broekzakken was hun reisbureau binnen komen lopen.

‘Dit is een overval! Dit is een overval! Bel de politie!’ Het

zag er niet echt gevaarlijk uit, maar je weet nooit of

iemand vuurwapengevaarlijk is. De overvaller smeekte ze

de politie te bellen. Hij wilde opgepakt worden, dan had

hij een dak boven zijn hoofd en te eten die avond. Idee?

***

Ik ga boodschappen doen en een straatgenoot loopt met

me op.

‘Mijn man zit thuis’, zegt ze.

Ik vraag wat hem scheelt.

‘Werkloos’, zegt ze.

We schieten in de lach. Ik dacht dat hij iets onder de leden

had. Werkloosheid is de nieuwe welvaartsziekte met bijbehorende

psychische symptomen.

***

Ik ga kopiëren bij de copyshop, voorheen een kleine drogist.

Toen de Etos zijn intrede deed en ze hun omzet zagen

dalen, hebben de eigenaren er uit noodzaak een copyshop

van gemaakt. Om de zaak te laten renderen was er al een

zzp’er ingetrokken met woonaccessoires om de bedrijfskosten

te delen. Eind van de maand gaan ze hun deuren

om bedrijfseconomische redenen sluiten.

‘En nu?’, vraag ik de eigenaar, een kleine man van eind

veertig. Zijn vingers staan alle kanten op. Kopiëren is een

vak.

‘Solliciteren!’, zegt hij kordaat.

Ik word geacht dit serieus te nemen. ‘Ik geef je weinig

kans in deze tijd.’ Hij haalt zijn schouders op. Er is genoeg

werk, zegt hij. Hij heeft geen keus, valse hoop is wat hem

rest. Hij is vijftien jaar zelfstandig geweest. Ik pin € 1,30.

Bij de drogist kom ik de compagnon tegen. Ze vergeet haar

42 UWVMAGAZINE

‘Een oude journalistenvriendin van ons doet

een kappersopleiding, want iedereen moet geknipt

worden. En wij worden nu juist geschoren’

pinpas uit het apparaat te halen. De verkoopster, een

meisje van 16, attendeert haar erop. ‘Pas maar op! Er staat

wel een nieuwe arme achter je’, zeg ik gekscherend.

‘Van wat er op mijn rekening staat, word jij ook niet blij’,

zegt ze.

Op naar de supermarkt. Daar word ik staande gehouden

door een oud-sportgenootje, beroep rechter. Zij heeft

werk. Haar echtgenoot zit al tijden zonder arbeid thuis,

een kale man met een hoed. Vijftig plus. Drie studerende

uitwonende kinderen.

***

Als ik aftaai naar huis, zit mijn driejarige stoere buurjongetje

buiten het hek van de speeltuin gehurkt. Hij is boos

en huilt. Ik steek over en hurk naast hem. ‘Hé Bartje, wat is

er?’ ‘Ik ben boos op mama.’ Zijn moeder staat gezellig te

kletsen. De kinderen in de zandbak hebben alleen oog

voor hun eigen spel. Bartje maakt wat extra uithalen. ‘En

ik ben boos op de schepjes.’ Hij vertelt precies wat hem

scheelt. Er zijn drie schepjes en vier kinderen en nu heeft

hij geen schepje. Hij wil ook een schepje. Dat doet wat met

hem. Hij zondert zich af en jammert van frustratie. Hij

mag niet meedoen. Een moment overweeg ik thuis een

schepje te halen maar besluit dat het beter is dat hij nu

ervaart hoe het is om een buitenstaander te zijn. Voor

later. Zo gaat dat in de maatschappij. Zijn verhaal is hij nu

kwijt. Het gaat om aandacht. Als ik weer verder ga, stopt

hij ook met huilen. ‘Dag blauwe rakker’, zeg ik. ‘Nee

blauwe makker’, zegt hij lachend. Mijn buurjongetje, een

toekomstige werkloze? Zijn moeder steekt haar duim naar

me op.

***

Met dochterlief kijk ik een stukje X Factor. De zangtalenten

van 18, 21 en 25 jaar hebben allen de status van “werkloze”.

We pakken een zak chips en maken een dippie van

wat mayo, curry en paprikapoeder.

’s Avonds ga ik wat drinken met een bijna werkloze bladenvriendin.

We zijn de enige twee op het buitenterras

van de kroeg. Ze voelt zich afgedankt. Nadat ze eerst haar

redactie afgeslankt had, is het nu haar beurt. Het weekend

had ze een feestje en kon ze zich aansluiten bij het groepje

werklozen aldaar. Dat was echt party time. Ze houdt de

moed erin. Onze ouders hebben we allemaal de pensioengerechtigde

leeftijd zien halen zonder ooit werkloos te

zijn geweest. Een nieuwe baan was een carrièrestap en

een financiële vooruitgang. Een oude journalistenvriendin

van ons doet een kappersopleiding, want iedereen

moet geknipt worden. En wij worden nu juist geschoren.

Bij UWV krijg ik een arbeidsdeskundige. Hij wil me helpen.

Het is heel simpel: ik wil een baan die jan modaal verdient

en dag probleem! Helaas, hij kan niets doen: ‘We stimuleren

dat mensen zelfredzaam zijn.’ We hebben een gesprek

over hoe niemand nog een kant op kan. De hervormingen

zijn misvormingen geworden. Alles wordt kapot bezuinigd.

Ik heb het getroffen want ik ben bij UWV mensen

tegengekomen met hart voor de gedane zaken. Maar de

website uwv.nl straalt wantrouwen uit. Ik voel steeds de

bestraffende vinger en de dreigende boetes alsof ik bij

voorbaat al van plan ben te frauderen.

Zolang er meer werklozen dan banen zijn, is elk hulpaanbod

schijn. Niemand kan iets doen. De vacaturemarkt zit

potdicht. Branche na branche stort in. Uitstapjes maken

naar andere bedrijfstakken is geen optie. Bedrijven weten

met hun eigen mensen al geen raad. Sommige bedrijven

kopen andere bedrijven op, waardoor ze het overschot

aan personeel van het ene naar het andere kunnen doorsluizen.

Als buitenstaander ben je bij voorbaat kansloos.

Op passende vacatures komen honderden reacties. Solliciteren

is een zinloze exercitie en een achterhaalde plicht.

Ik stel voor dat de sollicitatieplicht afgeschaft wordt.

Werklozen willen dolgraag een baan.

***

De crisis heeft mij mezelf teruggegeven. Wie ben je zonder

baan en maatschappelijke status? Ik ben een paar levels

afgezakt. Vanuit mijn hoofd ben ik bij mijn hart aanbeland,

daar zit de kracht, een nieuw begin. Ik begon te

schrijven, iets wat ik als kind graag deed. Dat bracht me tot

de basis en zo kreeg ik weer heel veel plezier met mezelf.

Succes is steeds opnieuw beginnen. Het geboorterecht

van de mens is gelukkig zijn en je niet te laten leiden door

angsten, de norm waarop onze maatschappij gestoeld

lijkt. Ik ben mijn eigen therapeut. Misschien kan ik wat

nota’s indienen bij mijn ziektekostenverzekering?

***

Bij Emmaüs (tweedehands welvaartsgoederen) koop ik

Tsjakkaa! van meneer Ratelband. Ik denk van min naar

plus. Hij raadt me aan mezelf te verwennen. Ga lekker de

stad in en koop iets moois! Ik ga naar de bouwmarkt en

koop een tuinschepje van € 3, afgeprijsd. Ik ben er blij mee.

Drie dagen later realiseer ik me dat dat niet de opdracht

was. Ik moest juist naar de stad. Ik volg alsnog de tip op en

koop met mijn GoldenMemberCard een jurkje van € 190. U

leest het goed! Geluk is een jurk! Ik zet de tering naar de

schuldsanering. We moeten niet gaan zitten somberen

met zijn allen, aldus Rutte en Ratelband.

Stephan Sanders

Nieuwe

armoede

Armoede is niet nieuw – nieuw zijn de groepen die zij treft; ze wisten zeker

dat zoiets “ons soort mensen” nooit zou overkomen, en het overkwam ze

wel. Nu bestaat voor dat probleem een stichtelijke oplossing, die mij al

werd voorgehouden in mijn jeugd: ‘Denk aan de kindertjes in Biafra’. Dit is

het standaardvoorbeeld van begin jaren 70, toen ik opgroeiend was,

maar er zijn altijd genoeg andere landen waarmee het punt ook kan worden

gemaakt. Vergeleken met Daar hebben wij het Hier nog reuze goed:

tel je zegeningen, op vingers die nog niet door de lepra zijn aangevreten.

Klein probleem: we wonen niet in Biafra (waar lag dat ook al weer?) maar

in Nederland, met zijn rioolbelastingen en zijn kijk- en luistergelden. De

vergelijking gaat mank, en alleen heel vreemde of vrome mensen putten

voldoening uit het feit dat het in verre streken nog erger is.

Na bijna zeventig jaar onafgebroken vrede en steeds maar stijgende

welvaartslijnen zijn we het verleerd: de grote tegenslag, de lijn die consequent

naar beneden buigt. Er zijn, ook in Nederland, families te vinden die

al generaties lang ervaring hebben met armoede, maar meestal ging het

toch zo: na de behoeftige grootvader verscheen de zoon, die zich net kon

redden, ook dankzij de uitbreiding van de sociale voorzieningen. Kijk eens

aan: de kleinzoon ging naar een Hogere Beroeps Opleiding, en verdiende

een net salaris, waarvan zomaar op zaterdag uit eten kon worden

gegaan, zonder dat er voor gespaard moest worden. En dan ineens:

einde vooruitgang, de geschiedenis keert op zijn schreden terug, en de

kleinzoon heeft ineens geen baan meer, wel kosten en een hypotheekschuld.

De grootvader kon er alleen maar van dromen, maar net als toen

met Biafra – dat helpt de kleinzoon niet.

Eigen voorbeeld: jaren geleden verloor ik door een schimmige pinfraude

al mijn geld, zowel van de spaarrekening als de rekening-courant,

waarna ik nog precies € 45 over had. De bank verweet mij nalatigheid en

vergoedde niets. Vier maanden heb ik geleefd van € 30 per week. Mijn

geluk: mijn opdrachten liepen door. Ik heb toen de Lidl ontdekt, geleerd dat

roken onbetaalbaar is, en dat je “over de datum” prima kan eten. Maar de

schaamte was groot, en mijn leven leek sterk op dat van heel iemand

anders, die ik bovendien nooit gekend had.

Uiteindelijk kreeg ik toch een deel van het gestolen geld terug, en wat

belangrijker was: al die tijd bleef het perspectief mij helder voor ogen

staan. Ik moest harder werken en bijna niets uitgeven. Alcoholvrije periode.

Dagelijks vis uit blik. Maar ik kon het einde zien.

Dat geldt voor veel van de nieuwe armen niet. Ze verloren die redelijk

tot goed betaalde baan, het huis is nog lang niet afbetaald, en de werkloosheid

stijgt alleen maar. Zestig sollicitatiebrieven later is er alleen een

kostenpost: de postzegels.

Nieuw aan de armoede is de uitzichtloosheid. Tijdelijke armoede valt

te overzien. Maar een ravijn: daar kan je alleen maar in staren, als in een

zwart gat.


Armoede in beeld

2013 Wanhoopskreet op een deur in Oude Pekela, gelegen in de voormalige veenkolonie

met de armste bevolking en de hoogste werkloosheid van Nederland.

BERT VERHOEFF/HOLLANDSE HOOGTE


KENNISDOSSIER

ECONOMISCHE

GROEI 2014

TEKST ARIE VREEBURG, PETER RIJNSBURGER EN MENNO DE VRIES INFOGRAPHICS KAY COENEN

De auteurs zijn kennisadviseur bij UWV

De economie in Nederland krimpt en de

arbeidsmarkt laat een verdere verslechtering zien

in het eerste kwartaal van dit jaar. Maar in de loop

van het jaar worden economische verbeteringen

verwacht. Voor de arbeidsmarkt moeten we

langer wachten op herstel. Dit kennisdossier

biedt een overzicht en duiding van de laatste

arbeidsmarktontwikkelingen.

JULI 2013 I


›Arbeidsmarkt vers rslechtert verder

Economische ontwikkeling

Economie blijft krimpen in het

eerste kwartaal 2013

Groei bbp

5 %

(per kwartaal t.o.v.

hetzelfde kwartaal

4

3

2

1

0

-1

van voorgaand jaar)

-2

Groei bbp

-3

(per kwartaal t.o.v.

-4

voorgaande kwartaal;

seizoensgecorrigeerd)

-5

‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘13

BRON: CBS

bbp=bruto binnenlands product

Werkzoekenden

Aantal werkzoekenden blijft groeien in eerste vier maanden

700 X 1000

600

500

400

300

‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘13

II UWVMAGAZINE

Aantal bij UWV

ingeschreven

werkzoekenden

x 1.000

1

2

e economie is de sturende factor voor

de arbeidsmarkt. Als de economie beter

gaat draaien, zien we dat met vertraging

terug op de arbeidsmarkt. Aan de

graadmeter voor de Nederlandse economie, het

Bruto Binnenlands Product (BBP), is tot nu toe weinig

hoop te ontlenen. Het BBP krimpt ook in het eerste

kwartaal van dit jaar. Ook ten opzichte van een

vol jaar geleden is de omvang van de economische

activiteiten lager (fi guur 1).

Dit krimpcijfer is een optelsom van bestedingen

door consumenten, overheid, bedrijven en het buitenland

(export minus import). In het eerste kwartaal

zien we dat consumenten ruim 2% minder uitgeven

dan een jaar geleden. Daarbij doen

non-foodwinkels (9% minder verkochte producten)

het duidelijk slechter dan de foodsector (1% minder

verkochte producten). Overheidsbestedingen krimpen

ook en de investeringen door bedrijven zijn

aanzienlijk lager in het eerste kwartaal. De motor

van de Nederlandse economie, de export, laat wel

groei zien.

Weinig behoefte aan personeel

De arbeidsmarkt verslechtert in het eerste kwartaal

verder. Zo zien we het aantal uren dat bedrijven

inhuren van uitzendbedrijven nog steeds krimpen.

Bedrijven hebben dus minder behoefte aan uitzendkrachten.

Deze indicator reageert snel op economische

omstandigheden en aan de hand daarvan

zien we in het tweede kwartaal nog steeds een

verslechtering.

Het aantal vacatures dat in het eerste kwartaal is

ontstaan, is erg laag: even laag als in het eerste jaar

toen het CBS met de huidige vacaturestatistiek is

begonnen (1997). Relatief is de huidige situatie

slechter te noemen. Immers de omvang van de

arbeidsmarkt (in banen gemeten) is veel groter dan

vijftien jaar terug. Kortom: het bedrijfsleven heeft

weinig behoefte aan nieuw personeel. Bedrijven

willen ook vaker van hun personeel af. Het aantal

door UWV verleende ontslagvergunningen is in de

eerste vier maanden van 2013 ruim een derde

hoger dan een jaar geleden, terwijl ook het aantal

faillissementen op recordhoogte blijft.

Het sentiment op de arbeidsmarkt is daarom negatief

te noemen en de werkgelegenheid krimpt in

het eerste kwartaal opnieuw. Het aantal banen is in

het eerste kwartaal 1,6% lager dan een jaar geleden.

Daarbij hebben alle twaalf door het CBS onderscheiden

sectoren werkgelegenheidsverlies in het eerste

kwartaal (ten opzichte van een jaar geleden). Zelfs

de werkgelegenheid van de sector ‘Gezondheids- en

welzijnszorg’ krimpt. Dit is een bijzondere situatie,

omdat werkgelegenheidsverlies binnen

‘Gezondheids- en welzijnszorg’ op jaarbasis sinds

de start van de CBS-reeks niet is voorgekomen. Dit

heeft natuurlijk te maken met bezuinigingen in de

kinderopvang, de ouderenzorg en dergelijke en

omdat instellingen mogelijk anticiperen op toekomstige

bezuinigingen. Bovendien zijn de eigen

bijdragen verhoogd, wat mogelijk het beroep op de

zorg vermindert.

Krimpende werkgelegenheid

Kijken we over een langere periode (vanaf het eerste

kwartaal van 2009), dan zien we dat de werkgelegenheid

in vier jaar tijd in totaal 2,6% is gekrompen.

De werkgelegenheid in de sector Bouwnijverheid is

relatief het meest gekrompen, namelijk met 16%

(-65 duizend banen), maar ook ‘Verhuur en handel

van onroerend goed’ en ‘Financiële dienstverlening’

hebben het moeilijk. De enige sectoren die

groeien, zijn ‘Handel, vervoer en horeca’ en

‘Gezondheids- en welzijnszorg’ .

Behalve dat er minder banen zijn, is ook de beroepsbevolking

groter dan een jaar terug (zie onder ‘Groei

beroepsbevolking’ verderop). Een afnemend aantal

banen verhoogt het aantal werkzoekenden en een

grotere beroepsbevolking doet dat ook. Het gevolg

is dat het aantal werkzoekenden in een jaar tijd fors

is toegenomen. Aan het eind van het eerste kwartaal

zijn er 32% meer werkzoekenden dan een jaar

geleden. Overigens is de toename van het aantal

Minder banen

In vier jaar tijd 200 duizend minder banen (-2,6%)

Werkgelegenheidsontwikkeling werknemers

werkzoekenden in april en mei minder groot dan in

eerdere maanden (fi guur 2). Maar dat heeft vooral

met het seizoen te maken.

Arbeidsmarktprognose 2014

Het Centraal Planbureau, maar ook de economische

bureaus van de grote banken in Nederland, verwachten

dat in de tweede helft van dit jaar de economie

gaat aantrekken. Die omslag zal pas echt

zichtbaar worden in een groeicijfer voor de economie

in 2014. De verschillende economische bureaus

verwachten volgend jaar een groei van de economie

tussen de 0 en 1%.

UWV heeft begin juni haar arbeidsmarktprognose

gepresenteerd over 2013-2014. Daarbij wordt uitgegaan

van het macro-economische beeld van het

Centraal Planbureau (CPB): voor dit jaar nog een

krimp van de economie en volgend jaar een economische

groei. De economische groei vertaalt zich

niet direct in een groeiende werkgelegenheid.

Enerzijds omdat gemiddeld gezien de productiviteit

van arbeid groeit (we werken steeds effi ciënter)

en anderzijds omdat werkgevers met vertraging

hun personeelsbestand aanpassen aan de afzetontwikkeling

en op dit moment nog ruim in het

KENNISDOSSIER

3

2009 2013 %

Bouwnijverheid

Bouwnnijverh ve heid

399 333 -16,5

Verhuur en handel van onroerend goed 74 63 -14,9

Financiële Fin F nanncciëëlee dienstverlening

dieenstveerllenninng

g

284 28 284 250

-12

Zakelijke dienstverlening

1344 1225 -8,9

Nijverheid Nijvveerhheid h (geen (ggeeenn bouw) bbo

ouw) en

energie energ

rgiee

924 9224

863 -6,6

Informatie en communicatie

253 239 -5,5

Landbouw, uw bosb bosbouw b bo ouww en enn

visserij vvisserrij

102 97 -4,9

Cultuur, recreatie, overige diensten 270 258 -4,4

Onderwijs On Ondeerwijs 512 51 512 497

-2,9 2, ,9

Alle economische activiteiten

7907 7685 -2,8

Openbaar Op pennbbaar

b r bestuur bbesstuur uu en overheidsdiensten

ovverrheidsdiienns

steen

524 5224

512 -2,3

Handel, vervoer en horeca

1989 1992

0,2

Gezondheids- Gezondheids he ds- en een welzijnszorg welzij w jnsszorrgg

1233 1357 10,1

x 1.000, per eerste kwartaal

JULI 2013 III


Verwachtingen 2014

Verwachtingen economie en werkloosheidsindicator van de

Nederlandse banken en het Centraal Planbureau (CPB)

Economische

groei 2014

ABN N AM AAMRO MROO

Mutatie gemiddeld

werkloosheids percentage 2014

1%

6%

Rabobank Ra R bo obank k

0,75%

ING

0,70%

3%

CPB

1% -

6%

De e Ne Ned Nederlandse erlla

andse

Bank

k

1%

7%

UWV (ultimocijfer)

6%

IV UWVMAGAZINE

11%

Toename van de gemiddelde werkloosheid in het jaar als percentage van de

beroepsbevolking (nationale definitie). Bijvoorbeeld. een toename van het gemiddeld

werkloosheidspercentage van 5 naar 5,5 betekent een mutatie van +10%.

Werkloosheid bijft groeien

Instroom, uitstroom en bestand werkzoekenden. Het aantal

werkzoekenden is eind vorig jaar en begin dit jaar snel opgelopen:

de instroom van werkzoekenden was veel groter dan de uitstroom.

In april en mei is de stijging minder, omdat er meer

seizoenswerk in die maanden is.

Bestand werkzoekenden

90

700 00 0 x 1000 1

68

45

23

0

2012 2013

0

Instroom werkzoekenden Uitstroom werkzoekenden

Werkloosheid EU

Werkloosheid EU in eerste kwartaal 2013

(EUROSTAT, internationale definitie)

30%

20

10

0

525

350

175

Oostenrijk

Duitsland

Luxemburg

Nederland

Malta

Roemenië

Denemarken

Tsjechië

Verenigd Koninkrijk

België

Finland

Zweden

Estland

Slovenië

Polen

EU-27*

Frankrijk

Hongarije

Italië

EA-17**

Bulgarije

Litouwen

Ierland

Cyprus

Letland

Slowakije

Portugal

Spanje

Griekenland

*EU27: in de 27 landen van de Europese Unie

**EA17: in de 17 landen van de eurozone

4

5

6

personeel zitten. Daarom wordt na een banen-

krimp van bijna 90 duizend in 2013 ook in 2014 nog

een krimp van de werkgelegenheid voorzien van

ruim 20 duizend banen.

Groei beroepsbevolking

Tegelijkertijd verwacht UWV een verdere groei van

de beroepsbevolking in 2013 en 2014. Aan de ene

kant krimpt de (potentiële) bevolking met een leeftijd

van 15-64 jaar, maar aan de andere kant participeren

steeds meer ouderen en vrouwen op de

arbeidsmarkt. In 2013-2014 groeit de beroepsbevolking

met circa 20 duizend per jaar.

Minder banen voor meer mensen die willen werken,

geeft ook meer werkzoekenden. In 2013 is de

groei van het aantal werkzoekenden nog bijna 130

duizend (+22%). In 2014 vlakt de groei af tot ruim 40

duizend (+6%).

Sectoren die het relatief goed doen in 2014 zijn de

conjunctuurgevoelige uitzendsector en de groothandel.

De sectoren ‘Financiële dienstverlening’

(herstructurering), ‘Nijverheid en energie’ (trendmatige

ontwikkeling) en ‘Openbaar bestuur en overheidsdiensten’

(bezuinigingen) blijven te maken

hebben met omvangrijke krimp van de

werkgelegenheid.

Er blijven kansen

De conclusie is dat de arbeidsmarkt de gevolgen

van de recessie ondervindt. Bij deze ongunstige

ontwikkelingen maken we drie opmerkingen. Ten

eerste blijven er in deze ongunstige arbeidsmarkt

nog steeds deelsectoren en beroepen waar de

arbeidsmarkt relatief krap is. Ten tweede blijft er

dynamiek op de arbeidsmarkt die kansen oplevert

voor werkzoekenden. Op jaarbasis worden immers

ongeveer 640 duizend vacatures vervuld. Ten derde

is het aantal mensen zonder werk in Nederland –

internationaal gezien – nog steeds relatief laag. Het

werkloosheidspercentage in Nederland ligt met

6,4 % ruim onder het EU-gemiddelde (zie fi guur 6).

Alleen Oostenrijk, Duitsland en Luxemburg hebben

een lagere werkloosheid (maart 2013). Dit geldt voor

zowel de totale werkloze beroepsbevolking als voor

de jeugdige werkloze beroepsbevolking.

De Nederlandse economie

zal volgens het Centraal

Planbureau (CPB) dit jaar

krimpen. De omvang van de economische

activiteiten in Nederland

ligt in 2013 0,5% lager dan in 2012. Als

gevolg van deze ongunstige economische

ontwikkeling blijft het aantal

uitkeringen in de WW

(Werkloosheidswet) hoog. Het aantal

uitkeringen WW bedraagt in het

eerste kwartaal van 2013 380 duizend.

Dit is 40 duizend meer dan in

het vierde kwartaal van 2012. Ook

ten opzichte van één jaar geleden

blijft het aantal uitkeringen WW

verder stijgen. In vergelijking met

het eerste kwartaal van 2012 ligt het

aantal uitkeringen WW in het eerste

kwartaal van 2013 84 duizend hoger.

De instroom in de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

WIA en

Wajong laat een verdere stijging

zien in het eerste kwartaal van 2013.

Voor de bijstandsuitkeringen (WWB)

zijn cijfers beschikbaar tot en met

maart 2013. Deze cijfers zijn opgenomen

in tabel 1. Van de IOAW en IOAZ

zijn nog geen cijfers over 2013

beschikbaar.

Instroom in de WW neemt toe

ten opzichte van 2012

De ontwikkelingen van de

WW-instroom en -uitstroom vertonen

seizoenschommelingen. Zo ligt

de instroom in het eerste en vierde

kwartaal gemiddeld hoger dan in de

beide andere kwartalen. De ongunstige

economische ontwikkeling

speelt daarin een belangrijke rol. In

het eerste kwartaal van 2013 zien

we dat de instroom hoger ligt dan in

het eerste kwartaal van 2012. Omdat

de instroom in het eerste kwartaal

van 2013 hoger is dan de uitstroom,

is er in het eerste kwartaal van 2013

sprake van een toename van het

aantal WW-uitkeringen.

De cijfers over de bijstand zijn

afkomstig van het Centraal Bureau

voor de Statistiek (CBS). Met ingang

van 2013 heeft het CBS een aantal

wijzigingen doorgevoerd bij de

Bijstandsuitkeringenstatistiek

(BUS). De belangrijkste wijziging is

dat in CBS-publicaties voortaan de

nadruk ligt op het aantal personen

met een bijstandsuitkering in plaats

van het aantal bijstandsuitkeringen

per huishouden. Het totale aantal

personen met een bijstandsuitkering

ligt hoger, omdat binnen één

huishouden meerdere bijstandsuitkeringen

kunnen voorkomen. De

KENNISDOSSIER

Kerngegevens uitkeringen

Tabel 1 Uitkeringen per kwartaal (x 1000)

2012-1 2012-2 2012-3 2012-4 2013-1

Werkloos

UWV • WW 296 291 304 340 380

Bijstand* • WWB 368 371 372 379 390

• IOAW 10,0 10,3 10,6 11,2

• IOAZ

* Bron: CBS, Statline.

Arbeidsongeschikt

1,4 1,4 1,4 1,4

UWV • WAO 432 425 415 406 399

• WIA 145 150 155 162 169

• Wajong 219 221 224 226 229

• WAZ 25 24 23 23 22

Tabel 2 Instroom en uitstroom WW per kwartaal

(aantal x 1000 en mutatie t.o.v. 1 jaar eerder in %)*

2012-1 2012-2 2012-3 2012-4 2013-1

Instroom 140 105 120 137 168

Uitstroom 115 110 107 101 129

Mutatie instroom 18 18 21 26 20

Mutatie uitstroom -5 3 7 12 12

* Aantallen inclusief deeltijd-WW

gegevens over de Wet Werk en

Bijstand (WWB) in tabel 1 zijn aangepast

vanaf 2012 en hebben voortaan

betrekking op het aantal personen

met een uitkering, dus niet meer op

het aantal huishoudens met een

WWB-uitkering. Het aantal WWBuitkeringen

laat in het eerste kwartaal

van 2013 een stijging zien. De

wet Inkomensvoorziening oudere

en gedeeltelijk arbeidsongeschikte

werknemers (IOAW) biedt een inkomensgarantie

op het niveau van het

sociaal minimum. Het belangrijkste

verschil met de WWB is dat in de

IOAW de vermogenstoets ontbreekt.

Voor oudere zelfstandigen (tussen

55 en 65 jaar) is een soortgelijke wet

als voor werknemers in het leven

geroepen, de IOAZ.

JULI 2013 V


Arbeidsmarktregio’s

VI UWVMAGAZINE

Aantal werkzoekenden Groei t.o.v. werkzoekenden

(x 1000) 1 jaar eerder als % van

beroepsbevolking

Arbeidsmarktregio 2011 2012 2013 2012 2013 2013

mei mei mei mei mei mei

Totaal werkzoekenden 465 465 636 0% 37% 8,2%

Sterk verstedelijkt

Groot Amsterdam 41 34 42 -16% 22% 7,0%

Midden-Utrecht 16 16 23 -2% 42% 5,6%

Haaglanden 25 28 38 8% 38% 10,6%

Rijnmond 51 51 85 0% 67% 14,2%

Nabij grote steden

Flevoland 13 13 18 6% 35% 9,9%

Noord-Holland Noord 12 12 18 5% 42% 5,9%

Zuid-Kennemerland 8 8 11 2% 35% 6,1%

Zaanstreek/Waterland 8 8 10 -3% 27% 6,9%

Oost-Utrecht 7 6 10 -2% 50% 6,4%

Gooi- en Vechtstreek 6 6 8 -1% 30% 6,6%

Midden-Holland 5 5 7 3% 42% 6,9%

Zuid-Holland Centraal 8 10 13 14% 37% 7,9%

Drechtsteden 6 5 8 -13% 61% 6,5%

Gorinchem 2 3 4 16% 42% 5,8%

Holland Rijnland 10 10 14 0% 38% 5,6%

Rivierenland 5 5 7 3% 40% 7,0%

Rond de Randstad

IJsselvechtstreek 11 12 16 9% 40% 7,0%

Stedendriehoek 15 15 20 3% 34% 7,4%

Food Valley 6 6 8 -4% 42% 5,8%

Midden-Gelderland 13 14 16 4% 19% 8,7%

Zuid-Gelderland 12 12 14 -3% 23% 9,9%

West-Brabant 17 16 22 -8% 40% 6,9%

Midden-Brabant 11 12 15 4% 30% 7,0%

Noordoost-Brabant 14 15 19 8% 30% 6,9%

Zuidoost-Brabant 12 13 18 7% 41% 8,1%

Helmond-De Peel 7 7 9 -4% 35% 7,7%

Nationaal decentraal

Groningen 25 25 31 -3% 27% 9,5%

Friesland 21 21 29 -1% 38% 9,9%

Drenthe 10 10 12 7% 15% 9,7%

Twente 21 21 28 2% 30% 9,8%

Achterhoek 7 7 10 4% 43% 7,0%

Zeeland 7 7 10 -1% 32% 5,7%

Noord-Limburg 8 8 11 2% 38% 8,2%

Midden-Limburg 5 5 8 3% 44% 7,2%

Zuid-Limburg 21 21 25 -2% 22% 9,5%

BRON: UWV WERKBEDRIJF

KENNISDOSSIER

JULI 2013 VII


In het komende UKV van augustus 2013 is professionalisering

van de dienstverlening een belangrijk thema.

Aan bod komen:

* Effectieve dienstverlening voor oudere

werkzoekenden (55-plussers)

* Inzet van digitale dienstverlening voor WW-klanten:

lessen uit ervaringen met online dienstverlening in

de gezondheidszorg

* Inzetten van interventies om regelovertredingen

van bedrijven tegen te gaan

* Kansen en knelpunten voor werkzoekenden op

de arbeidsmarkt in 2013 en 2014

* Hoe vaak bereiken mensen de maximale

uitkeringsduur WW?

UWV schrijft mee aan publicatie van KWI

De publicatie ‘Investeren in participeren’ van het

Kennisplatform Werk en Inkomen (KWI) is half mei

uitgebracht. In het KWI werken de uitvoeringsorganisaties

voor de sociale zekerheid met elkaar samen

op het gebied van kennisontwikkeling in het domein

van werk en inkomen. Lid van het KWI zijn UWV, SVB,

Inspectie SZW, het ministerie van SZW, Divosa en de

gemeenten Amersfoort, Amsterdam en Rotterdam.

UWV werkte mee aan de inhoud van deze publicatie, met

bijdragen over gezondheidsbeleving en Wajong. Het

Arbeidsdeskundig Kenniscentrum (AKC) leverde een

bijdrage over loonwaardebepaling. Andere onderwerpen

die aan bod komen: effectiviteit van re-integratie,

methodisch werken en werkgeversdienstverlening.

Enkele conclusies uit de publicatie:

VIII UWVMAGAZINE

UIT HET UKV

INVESTEREN

IN PARTICIPEREN

Driemaal per jaar publiceert UWV in het UKV (UWV kennisverslag)

analyses op het gebied van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt.

Het UKV gaat in op de veranderingen in de directe omgeving van UWV en

wat dit kan gaan betekenen voor de dienstverlening.

Re-integratie

* Toenemend gebruik van screening (profi ling) en diag-

nose biedt betere inzichten in kennis en vaardigheden

van werkzoekenden en in het identifi ceren van

belemmeringen voor participatie. Dit is een essentiele

voorwaarde voor toepassing van een effectief

re-integratiebeleid.

Gezondheidsbeleving

* Een te negatieve of juist positieve gezondheids-

beleving kan vinden en behouden van werk in de weg

staan. Aandacht voor de gezondheidsbeleving van

cliënten is cruciaal in de begeleiding.

Wajong

* In 2011 waren er voor het eerst meer Wajongers

werkzaam bij een reguliere werkgever dan bij een

Sociale Werkplaats.

* Een derde van de werkgevers met een Wajonger in

dienst noemt maatschappelijk verantwoord

ondernemen (MVO) als belangrijkste reden. Voor

16 procent van de werkgevers zijn fi nanciële redenen

het belangrijkst om een Wajonger in dienst te nemen.

* Werken bij een reguliere werkgever betekent veel

aangepast werk in een reguliere setting met veel

begeleiding en ondersteuning.

Loonwaardebepaling

* Methodes voor een objectieve loonwaardebepaling

zijn in ontwikkeling. Zo’n methode is echter in veel

situaties niet voldoende om mensen met arbeidsbeperkingen

over de drempel naar arbeidsparticipatie

te helpen. Er zijn vaak ook aangepaste

werkomstandigheden of begeleiding nodig.

De volledige KWI-publicatie is te vinden op www.uwv.nl/kennis

More magazines by this user
Similar magazines