Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Spelend leren<br />
Een praktisch curriculum voor kleuters<br />
MINOV<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Spelend leren<br />
Een praktisch curriculum voor kleuters<br />
4-jarigen<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
© MINOV 2011<br />
Uitgave 2011 van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.<br />
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke<br />
andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
VOORWOORD<br />
In het kader van de invoering van het 11-jarig basisonderwijs heeft het Ministerie van<br />
Onderwijs en Volksontwikkeling (MinOV) in samenwerking met de Stichting Leerplan<br />
Ontwikkeling (SLO) het Speelwerkplan (SWP) voor het kleuteronderwijs herzien.<br />
Voorafgaand aan dit proces hebben er consultaties plaatsgevonden met de verschillende<br />
schoolbesturen zoals: RKBO, EBGS, SIS, SMA, Sanathan Dharm en Arya Dewaker en<br />
overheids- organen te weten inspectie KO, inspectie GLO, BLO, de afdelingen Curriculum<br />
ontwikkeling en Begeleiding en het bureau onderwijs binnenland (BOB).<br />
Ook lokale NGO’s, docenten van Pedagogische instituten en kleuterleidsters hebben<br />
hun bijdrage hieraan geleverd.<br />
Uit een baseline studie eerder verricht door Minov - BEIP en de veldconsultaties,<br />
zijn de tekortkomingen van het voorgaande Speelwerkplan ter harte genomen en aangepakt.<br />
In dit nieuwe Speelwerkplan is er aandacht besteed aan o.a. het volgende:<br />
• Meer en duidelijker aandacht voor voorbereidend rekenen<br />
• Meer en duidelijker aandacht voor voorbereidend taal<br />
• Een integratie van leeractiviteiten in de verschillende thema’s<br />
• Een duidelijk overzicht van wat leerlingen leren en volgens welke leerlijnen dat gebeurt<br />
• Meer ruimte voor ontdekkend leren door leerlingen<br />
• Meer ruimte voor creatieve lesinvulling door de kleuterleidster<br />
Het nieuwe SWP pakket bestaat uit een handleiding, themaboeken, bronnenboeken en<br />
visueel materiaal. Gedurende elk leerjaar komen 12 thema’s aan de orde.<br />
De speel- en leeractiviteiten zijn er thema als voorbeelden uitgewerkt.<br />
Het staat de kleuter-leidster vrij om volgens de leerlijnen thema’s en eigen leeractiviteiten in<br />
te richten.<br />
Het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling is verheugd en trots om u dit nieuwe<br />
Speelwerkplan te kunnen presenteren. Hiervoor is in de eerste plaats dank verschuldigd<br />
aan een ieder die heeft bijgedragen tot dit kleurrijke resultaat, in het bijzonder de leden van<br />
de ontwikkelgroep. Zij hebben gedurende een jaar vanuit hun expertise flink gewerkt aan<br />
het tot stand komen van dit mooie Speelwerkplan.<br />
We zijn ons ervan bewust dat geen enkele methode volmaakt is, derhalve wordt op u een<br />
dringend beroep gedaan om op- en aanmerkingen alsook suggesties ter verbetering van dit<br />
pakket kenbaar te maken aan het MinOV.<br />
Ik spreek tot slot de hoop uit dat dit nieuwe Speelwerkplan voor de leerkrachten van de<br />
kleuterscholen een geschikte leidraad mag zijn in de dagelijkse praktijk.<br />
De directeur van het Ministerie van onderwijs en volksontwikkeling.<br />
Ruben Soetosenojo.
INHOUD<br />
1. VERTELLINGEN<br />
1.1 Naar school 5<br />
1.2 DiereN 8<br />
1.3 We viereN feest 10<br />
1.4 allemaal meNseN 13<br />
1.5 GezoND eN lekker eteN 16<br />
1.6 Waar WoNeN We? 20<br />
1.7 PlaNteN om oNs heeN 24<br />
1.8 oP WeG Naar 27<br />
1.9 het Weer 30<br />
1.10 Wat trekkeN We aaN? 33<br />
1.11 GezoND eN ziek 36<br />
1.12 sPeleN eN sPeelGoeD 39<br />
2. VERSJES<br />
2.1 Naar school 43<br />
2.2 DiereN 43<br />
2.3 We viereN feest 44<br />
2.4 allemaal meNseN 44<br />
2.5 GezoND eN lekker eteN 45<br />
2.6 Waar WoNeN We? 45<br />
2.7 PlaNteN om oNs heeN 46<br />
2.8 oP WeG Naar....... 46<br />
2.9 het Weer 47<br />
2.10 Wat trekkeN We aaN? 47<br />
2.11 GezoND eN ziek 48<br />
2.12 sPeleN eN sPeelGoeD 48<br />
3. LIEDJES<br />
3.1 Naar school 49<br />
3.2 DiereN 51<br />
3.3 We viereN feest 53<br />
3.4 allemaal meNseN 54<br />
3.5 GezoND eN lekker eteN 56<br />
3.6 Waar WoNeN We? 59<br />
3.7 PlaNteN om oNs heeN 60<br />
3.8 oP WeG Naar....... 61<br />
3.9 het Weer 62<br />
3.10 Wat trekkeN We aaN? 63<br />
3.11 GezoND eN ziek 64<br />
3.12 sPeleN eN sPeelGoeD 65<br />
3 <strong>Bronnenboek</strong>
4. TELSPELLETJES<br />
4.1 telsPelletjes Deel a 67<br />
5. BEWEGINGSOEFENINGEN<br />
5.1 kleuterGymNastiek met blokkeN 71<br />
5.2 kleuterGymNastiek met GymNastiekballeN 71<br />
5.3 kleuterGymNastiek met PitteNzakjes 73<br />
5.4 kleuterGymNastiek met hoePels 74<br />
6. BASISWOORDEN SURINAAMSE KLEUTERGROEP 1<br />
6.1 De school 77<br />
6.2 DiereN 80<br />
6.3 Wij viereN feest 82<br />
6.4 allemaal meNseN 84<br />
6.5 GezoND eN lekker eteN 87<br />
6.6 Waar WoNeN We? 89<br />
6.7 PlaNteN om oNs heeN 91<br />
6.8 oP WeG Naar …. 92<br />
6.9 het Weer 94<br />
6.10 Wat trekkeN We aaN? 96<br />
6.11 GezoND eN ziek 98<br />
6.12 sPeleN eN sPeelGoeD 100<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
4
1.1<br />
5<br />
NAAR SCHOOL<br />
Lili gaat naar school<br />
1. Vertellingen<br />
Vandaag heeft Lili helemaal geen honger en geen dorst.<br />
Ze lust geen brood en ook geen thee. Haar buik doet ook zo raar.<br />
Weet je hoe dat komt? Vandaag gaat Lili voor het eerst naar school.<br />
Eigenlijk is ze heel blij, maar toch ook een beetje bang en verdrietig.<br />
Nu kan ze niet meer met Kaya, haar zusje, spelen. Kaya is nog te klein om naar<br />
school te gaan, zij moet met moeder thuisblijven. Lili denkt: Hoe zal het op school<br />
zijn? Moeder heeft haar schooltas al klaargelegd. Wil je weten wat erin zit?<br />
Wel, een broodje met hagelslag, een flesje sinaasappelsap, een kleurboek en<br />
kleurpotloden. Stil zit Lili in een hoekje, ze wil niet meer naar school.<br />
„Kom op Lili”, zegt moeder, “nu moeten we weg, de school gaat zo beginnen.<br />
Papa, Kaya en ik lopen mee met je naar school.“ Lili pakt haar schooltas en begint<br />
ook te lopen.<br />
Daar is de school al. En weet je wie Lili op ’t schoolerf ziet? Oooo…., dat zijn opa en<br />
oma! Die zijn speciaal voor haar hiernaartoe gekomen. Lili is nu een beetje blij, ze is<br />
niet bang meer.<br />
Zal de juf streng zijn? Mag ik met mijn vriendjes praten, wat zullen wij met de juf<br />
doen? Aan deze dingen denkt Lili. Daar komt de juffrouw aangelopen.<br />
”Hallo” roept ze naar Lili. “Jij bent zeker Lili. Ik ben juf Anne.”<br />
Opa vraagt: “Mogen de kinderen praten in de klas?” “Natuurlijk”, zegt de juf.<br />
“En zingen?” “Dat doen we elke dag.<br />
En buitenspelen doen wij ook. Met alle kinderen van de klas. Kom maar mee Lili, de<br />
andere kinderen wachten al op je. Ze zitten al in de klas.” Zusje begint te huilen als<br />
Lili met de juf meegaat. “Stil maar Kaya, Lili komt heus wel terug; ze blijft niet de hele<br />
dag op school.” Lili krijgt een kusje en een dikke brasa van allemaal.<br />
Ze kijkt haar ogen uit in de kas. Zoveel vriendjes en vriendinnetjes om te spelen en<br />
te werken. Zij mag aan de rode tafel zitten, naast Robby.<br />
“Kom maar Lili, onze groep heet “Rood”.” Wat is Lili blij, de kinderen zijn zo lief.<br />
De juf vertelt een verhaaltje over een stoute aap, hierna mogen ze buiten spelen en<br />
daarna gaan ze kleuren.<br />
Lili vindt het leuk op school. Ze wil nog niet naar huis. Vader en moeder halen haar<br />
weer op.<br />
“Lili, waar is je schooltas?”, vraagt moeder.<br />
“Oeps, die ben ik vergeten op het tassenrek.<br />
” Vlug haalt Lili haar tas en onderweg vertelt ze vader en moeder wat ze op school<br />
heeft gedaan. Morgen sta ik heel vroeg op, denkt Lili.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Op school is het best wel leuk en daar heb ik veel vriendjes en vriendinnetjes om<br />
mee te spelen.<br />
Schoolsportdag<br />
Op deze dag zijn er heel veel kinderen in het stadion.<br />
Weet je wie al deze kinderen zijn?<br />
Het zijn leerlingen van drie verschillende kleuterscholen:<br />
De Paddenstoel, De Twa-Twa’s en Snoepie zijn bij elkaar. Vandaag hoeven zij niet in<br />
de klas te zitten. Ze mogen met elkaar buiten spelen, maar spelen voor een prijsje.<br />
Welke school gewonnen heeft die krijgt een prijs.<br />
Alle kinderen hebben vandaag een short aan. De Twa-Twa’s dragen een gele, die<br />
van de Paddenstoel een rode en die van Snoepie een groene broek.<br />
Zo kunnen de juffrouwen precies zien van welke school de kinderen zijn.<br />
Ze zullen hardlopen, zakspringen, bollenhappen en nog veel meer spelletjes doen.<br />
De prijzen staan al klaar en ze moeten hard rennen: vier kleuters van elke school<br />
mogen meedoen. Wie als eerste aan de overkant is, heeft gewonnen.<br />
„Hup Twa-Twa’s, hup Snoepies en hup Paddenstoel, roepen alle kinderen.<br />
De kleuters lopen erg hard. Welke school komt het eerst aan de overkant?<br />
Het zijn de kleuters van de Paddenstoel, met de rode broekjes aan. Die krijgen elk<br />
een prijs. Ze krijgen een mooie schooltas. Ook de school krijgt een prijs: een grote<br />
beker. Alle andere kinderen krijgen ook een prijsje, omdat ze hebben meegedaan.<br />
De kinderen worden vandaag extra verwend. Ze krijgen rijst met bruine bonen,<br />
snoepjes en lekkere stroop. Ook krijgt iedereen een ijsje.<br />
Om twee uur moeten ze weer naar huis.<br />
De bussen staan er al. Die zullen de kleuters weer naar haar school brengen.<br />
Daar wachten de ouders.Alle kinderen zijn moe, maar ook blij. Ze hebben zoveel<br />
prijsjes gewonnen die ze naar huis mogen meenemen.<br />
Als ze thuis zijn, vertellen ze aan hun ouders wat ze allemaal in het stadion hebben<br />
gedaan.<br />
De nieuwe speelplaats<br />
De kleuters in de klas zijn erg blij. Ze zijn blij omdat het schoolhoofd ze net heeft<br />
verteld dat hij het stuk land dat naast de kleuterschool staat, wil laten maken tot een<br />
mooie speelplaats voor de kleuters.<br />
Het stuk grond kan nu niet gebruikt worden, want het gras staat daar heel hoog.<br />
De kleuters mogen zelf vertellen hoe de speelplaats eruit moet zien en welke<br />
speeltoestellen erop moeten staan.<br />
Ze willen graag: een glijbaan, een wip, een grote zandbak, een schommel en een<br />
klimrek hebben. „Dat kost wel veel geld”, zegt meester Nelson. „Dan sparen we<br />
ervoor!” roepen de kleuters. „Misschien kunnen we leuke dingen organiseren om aan<br />
geld te komen”, zegt de juf.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 6
„Ja, ja!” roepen alle kinderen, “dan vragen wij mama en papa om ook te helpen met<br />
sparen.”<br />
Juf zegt: „Weet je wat, wij zullen briefjes sturen naar de grote bedrijven om ons aan<br />
wat geld te helpen. En we zullen een paar weken lang, elke vrijdag, een snoeppauze<br />
organiseren.”<br />
Alle ouders vinden dit een goed idee. Ze willen graag meehelpen. „Mijn moeder zal<br />
een cake maken”, zegt Tine. „Mijn papa zal een mooie tent maken, daaronder zullen<br />
de spullen verkocht worden.<br />
De ouders doen hun best. Elke vrijdag brengen ze veel lekkers naar school.<br />
Dit alles is bestemd voor de verkoop. De pauze duurt dan een beetje langer.<br />
De kinderen krijgen extra geld van hun ouders mee. Ook die van de lagere school<br />
doen mee. Ze willen ook zo graag een mooie speelplaats voor de kleuters.<br />
Het gaat goed, elke vrijdag is alle lekkers verkocht.<br />
Ze verdienen heel veel geld. Ook de grote bedrijven geven geld aan de school.<br />
Nu kunnen de arbeiders beginnen. Het veld wordt helemaal schoongemaakt.<br />
Een paar vaders helpen mee.<br />
Het ziet er al mooi uit. Er komt een nieuw hek en een mooie poort. Er worden een<br />
paar bomen geplant, die voor schaduw moeten zorgen. De kleuters staan elke dag<br />
te kijken hoe er gewerkt wordt. Nu komen er de wip, de glijbaan en het klimrek.<br />
Later wordt ook de grote zandbak gemaakt. Er komen wel drie schommels met heel<br />
mooie kleuren. De glijbaan is geel met rood.<br />
De schommels zijn blauw-wit en het klimrek heeft drie kleuren: geel, rood en groen.<br />
Eindelijk is het zover, de nieuwe speelplaats voor de kleuters kan geopend worden.<br />
Alle ouders worden uitgenodigd. Ook de directeuren van de bedrijven die hebben<br />
geholpen, mogen erbij zijn. De ouders hebben weer voor lekkers gezorgd.<br />
Het is feest, omdat de school een nieuwe speelplaats erbij heeft.<br />
De kinderen hoeven vandaag niet in uniform naar school.<br />
Hun schooltas mogen ze ook thuis laten. Ze zullen getrakteerd worden.<br />
Er zal ook een feesttent zijn waar er muziek gemaakt wordt. Als iedereen rustig zit,<br />
begint meneer Nelson te praten.<br />
Hij bedankt alle mensen die gewerkt hebben, om de speelplaats op te zetten.<br />
Vooral de arbeiders die zo snel hebben gewerkt. Ook de kinderen worden bedankt.<br />
Aan de kleuters vraagt hij om zuinig te zijn op de speeltoestellen en de speelplaats.<br />
Geen flessen en rommel op het veld te gooien. Dat beloven allemaal. Nu mag een<br />
kleuter het schoolhoofd helpen het brede lint door te knippen. Het speelveld is nu<br />
echt open. Wat hebben de kinderen plezier. Ze krijgen elk een beurt op de toestellen.<br />
Wie vandaag geen beurt krijgt, mag er morgen of een andere dag wel op.<br />
Ze vieren nog tot twaalf uur feest en dan gaan ze tevreden naar huis.<br />
7 <strong>Bronnenboek</strong>
1.2<br />
DIEREN<br />
Konijntje Flapoor<br />
In de klas van juf Cynthia hebben alle groepen kleuters een werkje.<br />
Groep “Sinaasappel” zorgt voor de plantjes: die krijgen elke dag vers water.<br />
Groep “Bacove” zorgt voor de teil met schoon water voor het wassen van de<br />
handen. Groep “Manja” mag alle tafels na ’t eten schoonvegen.<br />
En weet je wat groep “Appel” mag doen. Die mag voor het konijn zorgen.<br />
Elke dag vers water, brood of gras. Maar o, o, wat schrikt de groep “Appel” vandaag.<br />
Konijntje Flapoor zit niet in zijn hok. Vlug rennen ze naar de juf om dat te vertellen.<br />
Alle kinderen komen bij het hok staan.<br />
Waar kan Konijntje Flapoor toch zijn? „Allemaal zoeken”, zegt de juf.<br />
De kinderen zoeken, in de kast, onder de tafel, in de hoek, buiten in de schooltuin.<br />
Maar Konijntje Flapoor blijft weg.<br />
Wat zijn de kinderen verdrietig. Waar is hij toch? „Weet je wat”, zegt juf Cynthia,<br />
“ik zet wat blaadjes kool in de schooltuin. Konijntje Flapoor vindt die heel lekker en<br />
komt dan zeker eropaf. Wij gaan stil in de klas wachten tot we hem zien.” En ja hoor,<br />
daar komt hij aangesprongen.<br />
Uit een hol in ’t zand dat hij zelf uitgegraven heeft. Wat zijn de kinderen blij.<br />
Konijntje Flapoor is terug. Vlug zetten ze hem weer in zijn hok. Dat gaat nu goed<br />
dicht, dan kan hij er niet zomaar uit. Konijntje Flapoor is nu tevreden en gaat stil in<br />
een hoek slapen.<br />
Baloendi, de visser<br />
In een dorpje woont Baloendi, de visser. Baloendi gaat vaak vissen.<br />
De vissen die hij vangt, verkoopt hij aan de mensen in het dorp. Met het geld dat hij<br />
verdient, zorgt hij voor zijn vrouw en hun vier kinderen. De vissen verkoopt hij<br />
vers. Van vissen die niet verkocht zijn, maakt hij gezou ten of droge vis.<br />
Deze week gaat Baloendi weer vissen. Hij wil extra veel vissen vangen.<br />
Met het geld, dat hij meer verdient, wil hij een nieuw visnet kopen.<br />
Baloendi staat op vertrek. Hij fluit een melodie, terwijl hij alles in zijn boot zet.<br />
„Zo, even kijken, of alles wat ik nodig heb in de boot zit: mijn visnet, een<br />
houwer, een grote bak voor de vissen, wat zout, een jerrycan met water en<br />
genoeg eten voor onderweg”.<br />
Ronnie, het neefje van Baloendi, gaat vandaag ook mee. Voor hem zet hij<br />
twee hengels en een godo met pieren in de boot. 0 ja, hij neemt ook een flash-<br />
light mee. Daar komt Ronnie aan.Baloendi kan hem net op tijd vastgrijpen.<br />
Samen zetten ze de boot vast.<br />
Baloendi gooit zijn net uit en dan gaat hij samen met Ronnie onder een<br />
boom zitten en ze beginnen te hengelen. “Kijk, kijk, de dobber gaat omlaag!”<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
8
Ronnie trekt.”Wèh, wèh, een grote walapa!” roept Ronnie. Oom trekt ook.<br />
Hij vangt een djaki. Na een tijdje tellen ze de vissen.<br />
Het zijn er tien! Oom loopt nu naar zijn net. “Ronnie, wil je even helpen?<br />
We zullen het net ophalen.” Met z’n tweeën slepen ze het net aan de kant.<br />
En ja hoor, in het net liggen kleine en grote krobia’s, pataka’s, walapa’s,<br />
sriba’s en datra’s. Ze zetten de vissen in een mand. “Ik word later ook visser”,<br />
zegt Ronnie en hij klapt in zijn handen. “Nu nog een keer het net uitzetten,” zegt<br />
Baloendi. “Als we dan weer zoveel vangen, koop ik zeker een mooi nieuw<br />
visnet.” Ronnie heeft geen zin meer om te hengelen.<br />
Met een visnet gaat het veel sneller.<br />
Baloendi en Ronnie zitten onder een boom te eten en wachten weer een<br />
hele tijd. Intussen raakt het net vol. “Zullen we weer gaan kijken?” vraagt<br />
Baloendi aan Ronnie. Samen slepen ze het net met veel kracht aan de<br />
kant. Het is heel zwaar. Kkrrr, kkrrrr, kkrrr, ‘t net gaat stuk en de vissen zwemmen<br />
eruit. Baloendi, gaat terug met heel weinig vissen.<br />
Die zullen net genoeg zijn voor de mensen. Hij vertelt wat er is gebeurd en de<br />
mensen vinden dat heel erg. Samen denken ze na wat ze kunnen doen voor<br />
Baloendi. Weet je wat, we zoeken thuis iets uit dat er nog mooi uitziet, maar dat we<br />
niet meer gebruiken. We zetten alles bij elkaar en verkopen die op de markt.<br />
En ja hoor, ze brengen zo veel: een lamp van tante Loes, een mooie pot van oma<br />
Carla, een ketting van Helga, nieuwe schoenen van buurman en een vaas van tante.<br />
Alles verkopen ze op de markt en met dit geld kopen ze een nieuw visnet<br />
voor Baloendi.<br />
Wat is Baloendi blij, nu kan hij weer veel vissen vangen voor de mensen in het dorp.<br />
Ook de mensen zijn blij, want nu hebben ze weer elke dag verse vis.<br />
Mimi, de poes, wordt beloond<br />
Mama komt op school en vertelt aan de kinderen dat ze erg veel last heeft van<br />
muizen. Ze zitten overal aan. Ze vraagt aan de kinderen haar te vertellen hoe ze van<br />
de muizen of kan komen. Terwijl ze nog met de kinderen praat, rent er een muis van<br />
de ene kant naar de andere kant en houdt zich achter de gordijnen schuil.<br />
Wat moet ik doen? vraagt mama opnieuw. De kinderen komen met enkele<br />
voorstellen. Het beste vindt ze zelf om Mimi, de poes, erbij te halen.<br />
De kinderen roepen de poes. Mimi begint met de muizenjacht. Na een spannende<br />
jachtpartij lukt het haar de muis te vangen. De poes krijgt als beloning melk en vis.<br />
9 <strong>Bronnenboek</strong>
1.3<br />
De juf is jarig<br />
WE VIEREN FEEST<br />
Het is maandag, het zonnetje schijnt. Lisa staat heel vroeg op. En weet je waarom?<br />
Juf Marie is jarig. Van juf Sita hebben ze een liedje geleerd dat ze voor hun juf zullen<br />
zingen. Mama heeft de bloemen de vorige dag al klaargezet. Vandaag hoeven de<br />
kinderen niet in uniform naar school, ze mogen andere kleren aan.<br />
Mama heeft Lisa’s gele jurk al uit de kast gehaald. Die mag ze vandaag aantrekken.<br />
Vandaag blijft de schooltas thuis, want de juf zal voor het eten en de dranken<br />
zorgen. Wat zal ze meenemen?<br />
Als Lisa helemaal klaar is, mag ze met haar bloemen in de hand wachten op de<br />
schoolbus die haar elke morgen naar school brengt. Lisa wacht al heel lang, maar<br />
de bus komt niet. „<br />
Rustig wachten Lisa, de bus komt zo”, zegt moeder. Maar hij komt niet en Lisa loopt<br />
angstig op en neer. Het is al acht uur en nog steeds is de bus er niet. Lisa begint te<br />
huilen. Nu kan zij niet op het feest zijn en niet spelen met haar vriendjes.<br />
Mama denkt na, op de fiets kan ze Lisa niet brengen, want de school is erg ver.<br />
Ring, daar gaat de bel. Wie kan dat nu zijn? O, dat is oom Rudi. „Zo Lisa, ga je<br />
vandaag niet naar school? Je ziet er zo mooi uit.” Moeder vertelt oom Rudi waarom<br />
Lisa nog thuis is. „Ojee”, zegt oom Rudi, dan breng ik haar met mijn auto naar<br />
school. Wat is Lisa blij, nu kan ze toch op het feest van juf Marie zijn. Vlug stapt ze in<br />
de auto van oom Rudi. Op school wachten ze al op haar om het liedje van juf Sita te<br />
zingen. Wat is de juf blij als ze Lisa ziet aankomen. Ook de kinderen zijn blij.<br />
Samen zingen ze het liedje voor de jarige juf. Ze smullen van de nasi (goreng) en<br />
alle lekkers dat juf Marie heeft meegenomen.<br />
Lisa wordt door oom Rudi afgehaald van school. Als zij thuis is, vertelt moeder<br />
waarom de chauffeur haar niet opgehaald heeft. Hij had pech onderweg: de bus kon<br />
niet meer starten.<br />
Maar morgen wordt Lisa wel opgehaald, want hij is nu weer in orde.<br />
Lisa vertelt op haar beurt hoe het is geweest op school.<br />
Morgen moet Lisa wel haar uniform aandoen en haar tas met eten en drinken<br />
meenemen, want dan is er geen feest.<br />
Opa Willem en Oma Betsie<br />
Vandaag zijn alle mensen in de straat blij. Iedereen viert een beetje feest.<br />
De straat is mooi versierd met slingers en bloemen. Maar het echte grote feest is bij<br />
opa Willem en oma Betsie. Die zijn vandaag vijftig jaar getrouwd.<br />
Vijftig jaar wonen ze al samen. Opa Willem en oma Betsie hebben ook kinderen:<br />
samen vier. Zij hebben het huis van opa en oma heel mooi gemaakt voor het grote<br />
feest. Mooie slingers en mooie bloemen versieren het huis.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
10
11<br />
Ook de stoelen waarop zij zullen zitten zijn mooi versierd.<br />
De vrouw van de president zal ook op het feest zijn. Is dat niet geweldig?<br />
Opa en oma zijn een beetje zenuwachtig. Wat zal er vandaag gebeuren.<br />
Er is voor de gasten heel wat in huis gehaald. Stoelen en tafels.<br />
Veel lekker eten en drinken. Koekjes en snoepjes. Er is aan van alles gedacht.<br />
Daar komen de eerste gasten aan. Dat zijn de buren, daarna komt de familie.<br />
Het huis begint al vol te raken. Sommige mensen gaan buiten zitten en anderen<br />
op ’t balkon.<br />
Er is een mooie stoel klaargezet voor de vrouw van de president. Daar komt de auto<br />
aanrijden. „Wat een mooie auto!”, roepen de kinderen uit de straat. De president en<br />
zijn vrouw stappen uit. Wat zijn opa Willem en tante Betsie blij, dat kun je zien aan<br />
hun gezichten. De vrouw van de president heeft een enveloppe in haar hand.<br />
Daar zit zeker geld in. Daarvan kunnen ze zelf een mooi cadeau kopen.<br />
“Dag opa Willem en oma Betsie”, zegt zij, “ik ben jullie komen feliciteren ook<br />
namens de president met deze mooie dag. Vijftig jaar zijn jullie al samen en dat<br />
moet echt gevierd worden. Hier is een envelop met geld erin. Koop maar iets moois<br />
ermee.” De vrouw van de president krijgt een stukje cake en een glaasje lekker<br />
gemberbier. Heerlijk is dat! Plotseling horen de gasten iets. „<br />
Toem, toem, fuut, fuut”. Oma Betsie schrikt „dat lijken wel muzikanten”.<br />
Alle mensen van de straat lopen achter de muzikanten aan. Ze gaan naar het huis<br />
van opa en oma. Alle mensen dansen mee, opa en oma, ook de en zijn vrouw van<br />
de president. Iedereen is blij. De mensen blijven tot ’s avonds op het feest.<br />
Als iedereen weg is, gaan opa en oma in ’t bad en vallen moe, maar gelukkig in slaap.<br />
Sandra is jarig<br />
Sandra is nu vier jaar. Over een paar dagen is ze jarig, dan wordt ze vijf jaar.<br />
Sandra vindt het fijn om jarig te zijn. Dan hangen vader en moeder mooie slingers<br />
op en krijgt ze een leuke muts op haar hoofd. Op school zingen de kinderen<br />
verjaardagsliedjes. Soms krijgt ze een cadeautje.<br />
“Papa als ik straks jarig ben word ik zoveel jaar, hè? Sandra steekt haar hand om-<br />
hoog en laat vijf vingers zien.<br />
“Ja”, zegt papa, “alle vingers van een hand”. Sandra lacht.<br />
Ze vraagt: “Mama, wat krijg ik voor mijn verjaar dag?”<br />
Mama en papa kijken elkaar aan, maar ze zeggen niets.<br />
Weet je wat Sandra het liefst wil? Een poes: een klein lief poesje. Sandra zegt het<br />
tegen papa en mama. Maar mama zegt: “0 nee dat niet. Poesjes lopen overal met<br />
hun nagels te krabben. Ze willen overal op liggen en laten haren op de stoel achter.<br />
Nee Sandra, vraag alsjeblieft wat anders.”<br />
En papa zegt: “Als we niet thuis zijn, waar moeten we dan de poes laten?<br />
En als we met vakantie gaan, wie moet dan voor de poes zorgen?”<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
“Dan kan ik aan oma vragen om op de poes te letten”, zegt Sandra. “Ik ben er echt<br />
niet zo zeker van of oma wel op de poes wil letten. Dat zien we nog wel Sandra,<br />
maar ik beloof niets hoor!”<br />
Eindelijk is het zaterdag: de verjaardag van Sandra.<br />
Het is nog donker als Sandra uit haar bedje stapt. Het is overal nog stil.<br />
Iedereen slaapt nog. Sandra is erg nieuwsgierig en op haar tenen gaat ze kamer in<br />
kamer uit. Zij gaat op zoek naar haar cadeau. In de keuken? Boven op de<br />
keukenkast? Nee. Daar ziet zij niets. In de voorkamer onder de tafel? Nee, er is<br />
nergens een cadeau te vinden. Zijn mama en papa vergeten dat ik jarig ben?<br />
Wel nee, want er hangen prachtige slingers en haar stoel is versierd.<br />
Opeens hoort Sandra mensen zingen: “Vandaag is er een jarig, hoera! hoera!”<br />
Daar komen papa en mama de voorkamer binnen. Papa tilt Sandra heel hoog op en<br />
zegt:”Gefeliciteerd grote meid van vijf jaar!”<br />
Mama geeft Sandra een brasa en een dikke zoen. “We hebben geen cadeau hoor!”<br />
zegt papa. Maar dat is een grapje, want Sandra heeft allang gezien dat Mania een<br />
groot pak achter haar rug houdt. Een mooie groene vierkante doos met een<br />
geel lintje er om. Sandra mag hem nu open maken. Omdat zij zo nieuwsgierig<br />
is, scheurt zij heel vlug het mooie papier eraf.<br />
Wat is dat nou? Een mand?<br />
Wat moet ik met een mand doen?<br />
Nu gaat papa de kamer uit en weet je wat hij meebrengt? Een klein wit poesje met<br />
zwarte vlekjes en een witte neus. En met een wit strikje om haar hals.<br />
“Het is net alsof zij ook jarig is”, zegt Sandra. Wat is Sandra blij.<br />
Van blijdschap danst zij de hele kamer rond met haar poes. Nu weet zij ook<br />
meteen waarvoor die mand is. Dat is het bedje van haar nieuw vriendinnetje.<br />
Maar de poes wil liever even in een hoekje wegkruipen.<br />
“Laat haar maar rustig wennen” zegt Vader. “En ga maar gauw in het bad.<br />
Je vriendjes komen je later feliciteren en wij hebben nog heel wat te doen.”<br />
zegt Mama.<br />
“Sandra “, vraagt Papa, “hoe heet het poesje eigenlijk?” “Dat zal ik straks aan<br />
haar vragen”, zegt Sandra. En ze lachen allemaal.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 12
1.4<br />
ALLEMAAL MENSEN<br />
Tineke gaat naar de stad<br />
Tineke hoeft niet naar school. Weet je waarom? Het is zaterdag en op zaterdag<br />
zijn bijna alle scholen gesloten. Alle kinderen zijn gezellig met mama en papa thuis.<br />
Tineke is erg blij, want ze mag met haar ouders naar de stad. Ze mag meehelpen<br />
een cadeau uit te zoeken voor haar vriendinnetje Tanja. Die is over een paar dagen<br />
jarig en ze wordt vijf jaar oud. Ze mag een feestje geven. „Weet je wat”, zegt mama<br />
tegen Tineke, „we gaan heel vroeg uit huis, want dan is het nog lekker koel.<br />
Papa is al klaar, hij zit in de auto om ze naar de stad te brengen. Wat ziet Tineke<br />
veel op straat: de agent die het verkeer regelt, de buschauffeur die de moeders naar<br />
de markt brengt en ook veel mensen die in en uit de winkels gaan.<br />
„Zo Tineke, we zijn er al, wat zullen we voor Tanja kopen?” „Weet je wat, we gaan in<br />
die grote winkel daar, je kan er leuke spullen voor kleine kinderen kopen.<br />
Er is zoveel te zien in de winkel: tasjes, gespen, mooie jurkjes en nog veel meer.<br />
Tineke kijkt haar ogen uit. Zoveel mooie dingen bij elkaar heeft ze nog nooit gezien.<br />
Ze weet bijna niet wat ze zullen kopen. Maar ja, daar ziet Tineke iets dat Tanja zeker<br />
leuk zal vinden: een kleurboek met een doosje lange kleurpotloden erbij.<br />
Vlug gaat mama naar de verkoopster toe. Die zet het kleurboek en de kleurpotloden<br />
in een mooie tas, met een strikje eraan. Ze wandelen nog een beetje in de stad.<br />
Ze worden een beetje moe van het lopen. „Weet je wat”, zegt papa, “wij gaan iets<br />
eten en drinken en Tineke krijgt een lekker ijsje van ons.”<br />
Wat is Tineke blij. Ze danst van plezier.<br />
Op het feestje van Tanja is het heel erg druk, er zijn heel wat vriendjes en vriendin-<br />
netjes bij haar. Ze krijgt leuke cadeautjes, maar ’t mooiste cadeau vindt ze toch dat<br />
van Tineke.<br />
Tanja kleurt nu elke dag een blaadje vol.<br />
Moeder heeft het druk<br />
Kukelekuu, kukelekuu doet de haan, tijd om op te staan. Het is heel vroeg in de<br />
morgen, het is nog een beetje donker buiten. Het zonnetje is er nog niet. Die slaapt<br />
nog een beetje achter de donkere wolken. De mensen in de huizen slapen nog.<br />
Alleen de moeders zijn al wakker, want die moeten zoveel doen en aan veel dingen<br />
denken. Ook moeder Conie is al wakker, ze stapt vlug uit bed, gaat in ’t bad, poetst<br />
haar tanden en begint met ’t werk. Waarmee moet ik beginnen denkt moeder Conie.<br />
De schoolkleren, schoenen en tassen klaarzetten voor Wim en Liesje.<br />
Papa’s trommel komt er ook bij, want papa moet ook eten en drinken als hij op ’t<br />
werk is. Als mama klaar is met het eten en drinken, wordt de tafel gedekt, want<br />
voordat iedereen weggaat, moet er gegeten worden.<br />
13 <strong>Bronnenboek</strong>
Nu gaat zij de anderen wakker maken. Opstaan papa, opstaan Wim en Liesje, tijd<br />
om in ’t bad te gaan. Als iedereen weg is, blijft moeder alleen achter.<br />
Waarmee zal ik beginnen. O ja, de bedden moeten opgemaakt en het huis moet<br />
aangeveegd worden. Ook de vuile kleren moeten in de was. Tjip, tjip zegt Pietje het<br />
vogeltje in zijn kooi. O, zegt moeder, ik ben jou bijna vergeten, vlug geeft zij wat zaad<br />
en vers water aan Pietje. De kooi wordt schoongemaakt.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
De vuile kleren doet moeder in de wasmachine. Gelukkig hoeft zij die niet zelf te<br />
wassen, de machine wast, spoelt en droogt de kleren een beetje. Mama moet ze<br />
alleen ophangen, zodat de zon en de wind ze verder kunnen drogen.<br />
Mama haalt de groente en vis alvast uit de koelkast. Die moet ze klaarmaken, voor-<br />
dat de kinderen uit school komen.<br />
Papa komt een beetje later thuis. Oei, oei zegt moeder, mijn spijsolie is op, hoe moet<br />
ik nu de vis bakken? Gelukkig is de winkel niet ver, dus stapt moeder gauw op haar<br />
fiets en rijdt zo snel als ze klaar naar de winkel. Ze denkt: als ’t eten maar op tijd<br />
klaar is, want de kinderen hebben honger wanneer zij thuiskomen.<br />
Gelukkig is moeder op tijd klaar met het eten. O, o denkt moeder, bijna ben ik oma<br />
vergeten. Die krijgt elke dag warm eten van moeder. Oma woont op de hoek van de<br />
straat, niet ver van moeder. Moeder brengt het eten heel gauw voor oma.<br />
Nu vlug doorlopen naar huis, want de kinderen komen straks thuis.<br />
Gelukkig, moeder is op tijd thuis om de kinderen op te vangen.<br />
O, o wat is ze moe. Na ’t eten mogen de kinderen even rusten. Ook moeder probeert<br />
een beetje te slapen, maar staat snel weer op. De vuile borden en glazen moeten<br />
afgewassen worden.<br />
Om vijf uur komt vader thuis. Ook voor vader moet er gezorgd worden. Iedereen is<br />
tevreden. De kinderen zijn verzorgd, vader zit rustig de krant te lezen, Pietje heeft<br />
genoeg water en zaad. Ook Fikkie de hond heeft zijn buikje vol.<br />
Als ’t avond is en iedereen in bed ligt denkt moeder, wat ben ik weer druk geweest<br />
vandaag. Ik heb niets vergeten. O jee, moeder is toch wat vergeten! Ze heeft de<br />
kleren niet uit de wasmachine gehaald. Dit vertelt ze aan vader.<br />
Vader krijgt medelijden met haar en zegt, blijf jij maar lekker liggen, ik haal de was<br />
wel uit de machine en hang die lekker op in onze vrije kamer. Wat is moeder blij, nu<br />
hoeft ze niet op te staan en kan zij lekker gaan slapen.<br />
De zwerver<br />
Srp, srp, srp. Kijk daar komt hij aangelopen. Jodie de zwerver. Je komt hem bijna<br />
overal tegen. Hij zwerft de hele dag. Hij heeft maar een schoen aan.<br />
Op zijn rug draagt hij een bundeltje: dat is alles wat hij heeft. Hij heeft geen huis meer.<br />
Niemand kijkt meer naar hem om.<br />
Waar moet hij nu naar toe?<br />
“Oom Jodie, oom Jodie!” hoort hij iemand roepen. Hij kijkt om en ziet een jongen<br />
14
naar hem toelopen. “Oom Jodie, oom Jodie waar gaat u naar toe? Wat is er met u<br />
gebeurd? En waar is uw andere schoen?”<br />
“Ik weet het niet, ik weet het echt niet. Ze hebben mij uit mijn huis gezet. Ik heb nu<br />
geen dak meer boven mijn hoofd. Ik slaap hier en dan weer daar. Soms onder een<br />
balkon of op een bank ergens langs de straat.”<br />
“Maar oom Jodie, kunt u niet naar huis terug?” “Nee, nee dat kan ik niet.<br />
Thuis vinden ze me lastig. Ik ben daar te veel. Ik ben bang dat ze me daar weer<br />
wegjagen. Want dat hebben ze met me gedaan. Ze vinden dat ik maf doe en dat ik<br />
gek ben. Nee ik ga niet naar huis terug.”<br />
“Maar --- heeft u vanmorgen al gegeten, oom Jodie?” “Nee mijn jongen, ik heb<br />
vanmorgen niet gegeten. Soms krijg ik een broodje van mensen, die mij kennen<br />
en ‘s middags ga ik met mijn bord naar de Waterkant. Daar komt elke middag een<br />
meneer met eten voor iedereen die geen huis heeft. Dan krijg ik een bordje warm<br />
eten.”<br />
“Oom Jodie u zal wel honger hebben. Kijk, dit broodje mag u hebben. Dat had ik<br />
meegekregen maar u mag het lekker opeten.”<br />
“ Dank je wel Benny”, zegt oom Jodie.<br />
Ga maar gauw naar huis voor het te laat wordt.<br />
Als Benny van school komt, vertelt hij alles over oom Jodie aan zijn vader.<br />
Vader vindt het heel erg, dat oom Jodie ‘s nachts onder een balkon moet slapen.<br />
“Weet je wat”, zegt vader, “er is ergens een huis speciaal voor zwervers.<br />
Ik zal gauw met de mensen gaan praten over oom Jodie. Misschien hebben ze een<br />
plaatsje voor hem. Dan hoeft hij ‘s nachts niet in de openlucht te slapen.”<br />
Na een paar dagen gaat Benny op zoek naar oom Jodie. Hij wil hem het prettige<br />
nieuws vertellen. Hij komt hem tegen aan de Waterkant. Oom Jodie zit op een bank<br />
naar het water van de rivier te kijken.<br />
“Oom Jodie, ik heb een verrassing voor u”, roept Benny hem toe.<br />
Oom Jodie is al blij voordat hij weet wat die is. “Vanavond en ook alle andere<br />
avonden hoeft u niet meer buiten te slapen”, zegt Benny. “Pappa heeft een plaatsje<br />
voor u. Daar mag u elke avond gaan slapen. Gaat u met mij mee, oom Jodie.<br />
Papa staat om de hoek op ons te wachten.”<br />
Wat is oom Jodie blij. Hij loopt met grote passen. Straks hoeft hij het ‘s nachts niet<br />
meer koud te hebben. Hij hoeft niet meer nat te worden van de regen. Hij wil bijna in<br />
de lucht springen van blijdschap.<br />
Als ze bij papa aankomen, geeft oom Jodie papa een stevige handdruk en hij<br />
knipoogt naar Benny. Oom Jodie rijdt met papa en Benny naar huis. Daar gaat hij<br />
eerst in het bad en krijgt schone kleren van papa aan.<br />
“Wat ben ik gelukkig”, zegt oom Jodie en hij danst van plezier<br />
15 <strong>Bronnenboek</strong>
1.5<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
GEZOND EN LEKKER ETEN<br />
De groentetuin van oom Sjaak<br />
Vandaag is oom Sjaak erg blij. Weet je waarom?<br />
Omdat het regent. De groenten van oom Sjaak krijgen fris water. Oom Sjaak hoeft ze<br />
niet zelf nat te maken. Dat doet de regen wel. Hij heeft heel veel groenten geplant.<br />
Op dit groentebed staan kousenband, spinazie en klaroen.<br />
Op een ander bed groeien boulanger, sopropo, pompoen en amsoi.<br />
De groenten van oom Sjaak zien er goed uit. Elke dag maakt hij de bedden schoon,<br />
zet nieuwe aarde voor en geeft water aan de plantjes. Hij weet dat je door groenten<br />
te eten gezond blijft. Oom Sjaak verkoopt de groenten, maar maakt soms ook<br />
mensen blij met groenten uit zijn tuin. Zij hoeven dan geen geld aan hem te geven.<br />
Wie zal ik morgen blij maken, denkt oom Sjaak? Ik weet ’t al. Oma Koba van de<br />
overkant krijgt klaroen. De baby van tante Carmen krijgt tajerblad de sopropo gaat<br />
naar buurvrouw Nelly.<br />
Zo maak ik drie mensen blij.<br />
Als oom Sjaak de klaroen voor oma Koba de volgende dag wil plukken, ziet hij dat<br />
alle mooie blaadjes van de klaroen weg zijn. Oom Sjaak schrikt ervan. Wat kan er<br />
gebeurd zijn.<br />
Gisteren stonden ze er nog. Hij wordt er verdrietig van. De klaroen stond er zo mooi.<br />
Dan krijgt oma Koba maar een andere groente vandaag. Ik pluk spinazie voor<br />
haar, dan kan ze spinaziesoep koken. Maar toch moet ik weten wie mijn klaroen<br />
opgegeten heeft. Oom Sjaak gaat op de loer zitten en wacht. En ja hoor, daar komt<br />
de dief stilletjes aangekropen en hij begint te eten. Aha, denkt oom Sjaak, ik weet al<br />
wie de dief is: dat is een stoute leguaan en die zal ik pakken.<br />
Oom Sjaak zet een kooi met een klep en doet wat klaroen erin. En ja hoor, daar<br />
komt hij. Langzaam, heel langzaam kruipt hij in de kooi en plof, daar valt de klep<br />
naar beneden. De leguaan is gevangen. Snel rent oom Sjaak naar de kooi.<br />
„Wat zal ik met jou doen?”, zegt oom Sjaak tegen de leguaan.<br />
Weet je wat „ik breng je terug waar je thuishoort. Ik breng je naar het bos, waar de<br />
dieren wonen.<br />
Achter het erf van oom Sjaak is een groot bos en daar maakt hij de deur van de kooi<br />
open. Snel kruipt de leguaan uit de kooi en springt het bos in.<br />
Jij komt niet meer in mijn tuintje. De groenten zijn voor de mensen om op te eten.<br />
In het bos is er genoeg eten voor jou.<br />
Oom Sjaak is blij, want nu kan de klaroen weer goed groeien.<br />
16
Hap, hap, lekkere pap<br />
Met een boos gezicht zit Ria aan de keukentafel met haar bordje pap. Ze wil geen<br />
pap, elke avond maar pap. Ze wil liever gaan spelen met het kleine poesje Mimi.<br />
Bij de eerste hap denkt ze :<br />
Vieze pap.<br />
Bij de tweede hap: Ik wil geen pap. Bij de derde hap zegt ze luid :<br />
“Ik wil die vieze pap niet.”<br />
Mama komt kijken als ze Ria zo luid hoort roepen. Ria glijdt uit de stoel, pakt haar<br />
poesje en gaat in de voorkamer zitten. Mama loopt haar achterna en zegt boos:<br />
“Vandaag moet het afgelopen zijn! Ik doe mijn best om elke avond pap voor je te<br />
koken en dan lust je hem niet. Vanavond ga je maar zonder eten naar bed.<br />
Ga maar meteen je tanden poetsen en daarna naar bed.”<br />
Ria is heel erg geschrokken, want zo boos heeft ze mama nog nooit gezien.<br />
Mama stopt Ria in bed, geeft haar een kusje en zegt :”Welterusten!” Ria is een<br />
beetje verdrietig maar ze valt heel gauw in slaap en droomt:<br />
Ze staat achter op het erf en plotseling staat haar opa bij haar. “Ga je mee?” vraagt<br />
hij. Natuurlijk gaat ze mee. Opa is altijd grappig. Wat zal hij deze keer doen?<br />
Opeens staat opa stil en zegt : “Hoemboekoc doemboeka wambombe.”<br />
En daar staat Ria in een veld vol koren. “Kijk eens”, zegt opa, “daar groeit het koren<br />
waar jouw vieze pap van gemaakt wordt.” Ria schrikt wel even.<br />
Wat jammer dat opa het ook weet van die pap. Ze lopen nu langs het korenveld.<br />
Wat mooi, al die glanzend-bruine pluimen in de zon. En wat werken de mensen hard<br />
om het koren te plukken.<br />
Als ze zo bezig zijn, is het alsof je een liedje hoort: Klip klap, klip klap, het kindje lust<br />
geen pap. Klip klap, klip klap, nu wordt ze ook niet knap.<br />
“Je wordt van pap eten toch niet knap?” moppert Ria met een ontevreden gezicht.<br />
“Welzeker”, zegt opa. “Van pap eten word je sterk en blijf je gezond, als je gezond<br />
bent, kun je goed leren!”<br />
Tussen het koren groeien mooie boterbloemen. Ria bukt en plukt een bosje van die<br />
prachtige gele en paarse bloemen. “He opa, wacht op mij. wacht op mij.”<br />
Ze moet heel hard lopen om opa weer in te halen.<br />
Ze komen bij een huisje.<br />
Daar draait een machine. De machine kraakt. En alles is wit van het meel dat overal<br />
stuift. “Van dit meel wordt nu jouw vieze pap gemaakt”, zegt opa.<br />
Ria zegt niets, ze schaamt zich. Want ze weet best dat de pap lekker is.<br />
Hoor de machine zingt ook een Iiedje.<br />
Krik krak, lekkere pap<br />
Krik krak hap, hap, hap.<br />
17 <strong>Bronnenboek</strong>
Opa loopt nu terug naar huis. Ze gaan aan de achterkant naar binnen, daar is de<br />
keuken. Plotseling zegt opa: “Hoemboekoe doemboeka bombe”.<br />
“Wat gaat er gebeuren?” zegt Ria. Als ze zich omkeert is opa verdwenen.<br />
Maar zij staat in een prachtige jurk, net een prinses.<br />
In de keuken staat mama met een verdrietig gezicht in een pot met pap te roeren.<br />
“Waarom kijkt u zo verdrie tig?” vraagt Ria.<br />
Moeder schrikt als zij plotseling een meisje in een prach tige jurk ziet staan.<br />
“Ik ben bedroefd omdat Ria de pap die ik elke dag voor haar kook niet lust.<br />
En ik doe toch zo mijn best.” Ria schrikt nu voor de tweede keer en kijkt naar de<br />
grond. “De pap had best een lekkere smaak, maar ik wilde stout zijn.”<br />
Opeens merkt moeder, dat het meisje dat voor haar staat Ria is. Ria wil nu graag<br />
nog eens heel goed proeven hoe die pap smaakt. “Mama”, zegt ze heel lief, “wilt u<br />
nog een beetje pap voor mij koken?”<br />
Moeder knikt vriendelijk en zegt: “Zo meteen, zal ik die voor je brengen.<br />
Het duurt niet lang of daar staat moeder met een heerlijk bordje pap.<br />
“Dank u wel, mama”, zegt Ria. Moeder lacht. Ria begint te eten. Bij de eerste hap<br />
denkt ze aan het koren, goudgeel van kleur. Bij de tweede hap denkt ze aan de<br />
bloemen, die ze voor haar moeder zou brengen. Bij de derde hap kan ze de machine<br />
weer het lied horen zingen. “Klip klap klip klap,<br />
Ria eet haar pap. Klip klap, klip klap Nu wordt ze sterk en knap.”<br />
En voor ze het weet, is de pap op.<br />
Ria begint te dansen.<br />
Zoef-zoef<br />
Proefproces<br />
Krik krak, lekkere pap<br />
Krik krak, hap hap hap.<br />
Boemmm. Maar wat is dat?<br />
Ria is klaarwakker en ze ligt op de vloer. Moeder heeft het geluid gehoord en komt<br />
de kamer binnenrennen. Ze ziet Ria op de vloer liggen terwijl ze heel hard lacht.<br />
“Wat is er Ria?”<br />
“Helemaal niks mama. Ik heb gedroomd van die heerlijke pap. “Voortaan wil ik iedere<br />
dag lekkere pap”.<br />
Van groenten word je sterk<br />
“Romeo”. vraagt mama, “wat zullen we eten vandaag?”<br />
“Hmm, iets lekkers, iets waar ik groot en sterk van word. Bruine bonen!”<br />
“Dat is erg lekker, maar die heb ik niet in huis en nu heb ik ook geen geld om ze te<br />
kopen.”<br />
“Dan maar wat anders mam.”<br />
“Zullen we in de tuin gaan kijken?” zegt mama.<br />
In de tuin staan er verschillende groenten: kousenband, tajerblad, spinazie, kool,<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
18
itawiwiri, snijbonen en klaroen. Ze staan allemaal op een eigen bedje, heel mooi in<br />
rijtjes. Nu mag Romeo uitkiezen.<br />
Wat zal het zijn? Romeo kijkt rond. “Kousenband vind ik erg lekker. Maar van klaroen<br />
word je groot en sterk als, Mam weet je net als wie?” Mama denkt even na,<br />
“Net als een bokser?” “Mis!” zegt Romeo. “Nog een keer raden.” Mama denkt weer<br />
na. “Ik weet het echt niet,” zegt ze. “Ik ken iemand die heel, heel sterk is.<br />
Die eet veel groen ten, vooral klaroen.<br />
Zal ik het vertellen mam?” “Vertel het maar.” “Dat is papa!”<br />
“Ja, papa is heel sterk, nu weet ik het weer. Dan nemen we klaroen. Hmmm lekker.”<br />
“Op school heeft de juffrouw verteld dat we veel groenten moeten eten om gezond<br />
en sterk te blijven.” “<br />
Dat heb je goed onthouden, hoor. Kom Romeo jij mag helpen plukken. Weet je wel<br />
hoe dat moet?” Romeo stapt naar het bedje waarop de klaroen groeit, pakt een takje<br />
vast en trekt heel hard.<br />
“Nee, nee zo gaat dat niet, zo maak je de plant kapot”, zegt mama. “Ik zal het even<br />
voordoen,<br />
kijk maar!” Mama pakt een takje vast en voorzichtig snijdt ze het van de plant af.<br />
“Zo blijft de plant langer mooi”, zegt ze. Romeo en moeder snijden een bak vol<br />
klaroen. “Zoveel!”, zegt Romeo, “wat zullen we vandaag smullen.” Romeo mag de<br />
bak naar de keuken brengen. Mama gaat de klaroen plukken, goed wassen en<br />
klaarmaken. Terwijl mama bezig is met koken, mag Romeo buiten spelen met Elton,<br />
zijn buurvriendje. Romeo vertelt dat hij vandaag klaroen gaat eten.<br />
“Weet je wat er gebeurt als je veel groenten eet?” vraagt hij. “Ja, dan word je groot<br />
en sterk en je blijft gezond.”<br />
“Als wie?” vraagt Romeo. Elton mag raden.<br />
“Als een bokser”, zegt hij.<br />
“Nee hoor, nog sterker. Je mag nog een keer raden.” “Als mijn broer Harold, die<br />
heeft grote “powa’s”<br />
“Weer mis. Ik zal het je vertellen: als jouw vader en mijn vader. Heb je wel naar hun<br />
“powa’s” (biceps) gekeken? Die zijn echt groot hoor, dat komt van die klaroen.”<br />
“Ik vraag mijn moeder ook om klaroen klaar te maken. Dan word ik ook sterk”, zegt<br />
Elton. “Romeo, Romeo waar ben je?<br />
Het eten is klaar en je vader is er ook al.” “Mijn moeder roept me”, zegt Romeo tegen<br />
Elton.<br />
“Ja ma, ik kom naar huis!” “Romeo, vraag aan je moeder of ik bij jullie mag eten.”<br />
“Oké, dat doe ik.” Als Romeo in de keuken is, vraagt hij of zijn vriendje mee mag<br />
eten. Papa en mama vinden het goed. Romeo roept Elton naar binnen.<br />
Van mama moeten ze eerst hun handen wassen en dan gaan ze aan tafel.<br />
Samen smullen ze van de lekkere klaroen. Na het eten zegt Elton: “Romeo, kijk ik<br />
voel me net zo sterk als jouw vader en mijn vader” en hij laat zijn grote “powa” zien.<br />
19 <strong>Bronnenboek</strong>
1.6<br />
Sjamano<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
WAAR WONEN WE?<br />
Sjamano is een kleine jongen en hij woont in het bos. Hij woont met zijn vader en<br />
moeder ver in het binnenland in het dorpje Kasjuru.<br />
Over een paar dagen krijgt Sjamano schoolvakantie.<br />
Dan mag hij een paar dagen naar oom Theo en tante Ingrid in Paramaribo.<br />
Wat is hij blij, want hij is nog nooit daar geweest. Papa zal met hem meegaan.<br />
Zijn tas met kleren heeft mama al ingepakt.<br />
De grote dag breekt aan. Paramaribo is heel ver. Ze moeten met een bootje varen<br />
en daar overstappen in de bus. Sjamano kijkt zijn ogen uit. Zoveel mensen heeft hij<br />
nog nooit gezien.<br />
En al die auto’s! Die ziet hij niet in zijn dorp. Daar loopt iedereen. Er zijn geen fietsen<br />
en bussen in het dorp. Alles is zo anders hier. De mensen wonen hier in huizen.<br />
In Paramaribo aangekomen, ziet hij nog meer. Grote huizen, kleine huizen.<br />
Huizen van steen, maar ook huizen van hout.<br />
Ze hebben ramen en deuren en het dak is van dakplaten gemaakt.<br />
Bij ons zijn de daken van bladeren en zijn de huizen niet zo groot.<br />
Oom Theo en tante Ingrid wonen in een groot huis. `Zij hebben een keuken in het<br />
huis. Daar wordt het eten gekookt. Wat gek, denkt Sjamano.<br />
Bij ons is de keuken buiten. Mama maakt het eten buiten klaar en daar eten wij ook.<br />
Hier moeten wij aan een tafel gaan zitten om te eten. Thuis eten we buiten in de tent.<br />
’s Avonds mag Sjamano in een groot bed slapen. Hij is een beetje bang.<br />
In het dorp slapen we in een hangmat. Die schommelt dan op en neer tot ik in slaap<br />
val. Sjamano ziet nog veel meer in huis. Hij ziet een badkamer en een toilet.<br />
Ook een logeerkamer waar de gasten slapen. Alles is zo anders. Papa vertelt hem<br />
dat het leven in de stad anders is dan het leven in het dorp. Sjamano geniet van<br />
alles om zich heen. Hij mag ook naar de tv kijken. In zijn dorp is er geen stroom.<br />
Daar kunnen ze niet naar de televisie kijken. Sjamano ziet zoveel in Paramaribo.<br />
Hij zal alles aan mama vertellen. Hij krijgt kleren van tante Ingrid en een mooie<br />
schooltas, voor wanneer hij weer naar school zal gaan. Wat is hij blij!<br />
Hij eet ook dingen die hij in het dorp niet eet, zoals roti, nasi goreng en bami.<br />
Ook krijgt hij een dik ijsje van oom Theo. Wat is dit lekker. Dit alles zal ik aan mijn<br />
vriendjes en vriendinnetjes vertellen. Als hij weer in het dorp is, mag Sjamano voor<br />
de klas staan en de juf en de vriendjes vertellen hoe het in de hoofdstad was en wat<br />
hij allemaal gezien en gegeten heeft.<br />
20
21<br />
Verhuizen<br />
Corine woont met haar vader en moeder en broertje Stan in een heel klein huisje.<br />
Ze wonen er al lang. Papa en mama hebben aan Corine verteld dat zij en Stan hier<br />
geboren zijn. Corine slaapt met haar broertje in dezelfde kamer.<br />
Ze vinden het gezellig samen.<br />
Soms maken ze een beetje ruzie, maar dat duurt niet lang. Al een hele tijd gaat papa<br />
bijna elke dag weg. Alleen mama weet waar hij naar toe gaat.<br />
Op een zondagmorgen zegt papa tegen de kinderen: “Vandaag heb ik een<br />
verrassing voor jullie. Oom Frans komt ons met zijn pick-up ophalen. Hij neemt ons<br />
mee naar een plekje dat jullie nooit eerder gezien hebben.” De kinderen kijken elkaar<br />
aan. Ze durven niets te vragen. “Als het een verrassing is. zal papa ons toch niets<br />
vertellen”, denkt Corine. “Waar denk je dat papa ons naar toe brengt?” vraagt Stan.<br />
“Dat weet ik niet”, zegt Corine, “maar ik ben al nieuwsgierig.”<br />
Tutuut! Daar is oom Frans al. Corine en Stan rennen naar de voordeur.<br />
“Dag oom Frans”, roepen ze. Papa en mama komen achter hen aan.<br />
De kinderen mogen bij hun ouders op schoot zitten.<br />
Eerst zijn ze stil, maar als mama en papa beginnen te vertellen over de buurten<br />
waar ze langs rijden stellen de kinderen een heleboel vragen. Oom Frans begint<br />
langzamer te rijden. “We zijn er bijna”, zegt hij. De kinderen kijken nieuwsgierig om<br />
zich heen.<br />
“Uitstappen maar”, zegt papa als de auto stilstaat. Mama houdt de kinderen bij de<br />
hand. “Zo”, zegt vader terwijl hij naar een huisje op neuten wijst, “dit is ons huis.<br />
“Helemaal nieuw!” De kinderen laten mama los en springen van plezier.<br />
Dan lopen ze met z’n allen naar het huis om te kijken hoe het eruit ziet.<br />
“Volgende week gaan we verhuizen “, zegt moeder. “Jeh, Jeh”, roepen de kinderen.<br />
Dit hadden ze niet verwacht.<br />
Dagen lang zijn ze bezig om de spullen in te pakken.<br />
Papa heeft een paar grote dozen meegebracht. De kinderen mogen zelf hun boeken<br />
en speelgoed in een doos stoppen.<br />
Papa en mama zorgen voor de grotere dingen zoals de tv en de radio.<br />
De kinderen lopen met mama mee om te kijken of ze niets vergeten zijn.<br />
Tutuut ! daar is oom Frans met zijn pick-up. Oma is ook meegekomen.<br />
Ze komt moeder helpen. Dat vinden de kinderen fijn.<br />
“Ik ben er met mijn verhuiswagen”, zegt oom Frans. “Wat mag ik meenemen?”<br />
“Kom maar hier”, zegt vader, “dan nemen we eerst de bedden, stoelen, tafels en de<br />
ijskast mee.”<br />
Elke keer als oom Frans komt om een vrachtje te halen vragen de kinderen;<br />
“Mogen we nu wel mee?” “Nog even geduld”, zegt vader. “Dit is onze laatste vracht,<br />
daarna mogen jullie en ook mama en oma mee”. De kinderen lopen nog even het<br />
achtererf op en denken: Dag erf. We gaan je niet meer zien.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Dag speelhuisje. Er komen vast andere kinderen met jou spelen.<br />
Als de kinderen de auto van oom Frans horen, rennen ze naar voren.<br />
“Dag huis, dag huis”, roepen ze. Als ze bij het nieuwe huis aankomen, stoppen ze<br />
eerst alles in het berghok. Dan gaan oma en mama nog even alle keukenkasten en<br />
rekjes met een natte lap afvegen.<br />
Corine mag haar spullen in haar kamer een plaatsje geven.<br />
“Leuk he”, zegt Stan, als je een eigen kamer hebt. “Ik kom bij jou op bezoek en jij bij<br />
mij”. Plotseling horen ze voetstappen op de trap.<br />
“Er komt iemand naar boven”, zegt Corine. Ze kijkt even of ze kan zien wie dat is.<br />
Maar voor ze het weet, staat papa voor de kamerdeur. “Mag ik naar binnen?” grapt<br />
papa; De kinderen lachen.<br />
“ Nu hebben jullie een eigen kamer. En jullie gaan die netjes houden. “<br />
“Ja papa, zeker papa we zullen ons speelgoed altijd netjes opbergen in de kast.”<br />
“ Goed zo, gaan jullie maar rustig vender. Ik ga nu de woonkamer inrichten.<br />
Mama roept jullie straks wel voor een glaasje stroop.<br />
De nieuwe hut<br />
Mano, Kwame en Martha zijn op het erf. Martha speelt djompofutu. Mano en Kwame<br />
spelen met koemboepitten. Mama is bezig bij de hui het eten klaar te maken.<br />
Vader maakt een bankje voor de kinderen. Hij kijkt omhoog: de lucht words donker.<br />
Ineens begint het te regenen. De kinderen rennen naar binnen. “Zullen we een ander<br />
spelletje docn met de pitjes. “, vraagt Mano. “Ik doe ook me. “. roept Martha.<br />
“ We gooien de pitjes in een bakje: wie de meeste pitjes in het bakje heeft gegooid<br />
heeft gewonnen. “ Maar wat is dat? Wat voelt ame op zijn arm? Zijn arm is nat.<br />
De kinderen kijken omhoog. Het dak van de hut lekt op twee plaatsen.<br />
“Papa papa we worden nal”. roept Martha. Papa komt met een prapi (een kom van<br />
klei gemaakt) aangelopen. “Doe deze prapi er maar onder”, zegt hij, “en schuif de<br />
koffer met kleren op”. “We moeten heel gau\\’ met de nieuwe hut beginnen want de<br />
pinabladeren brokkelen al af’.<br />
“Hmm ik ruik lets lekkers”, zegt papa. “Is het eten klaar?”<br />
“Ja”, zegt mama “Laten we gaan eten. We eten cassave met vis.<br />
Terwijl ze eten, praten ze over de nieuwe hut. De palen liggen al klaar; vader heefi<br />
samen met moeder ook al pinabladeren gekapt.<br />
De lianen om de bladeren vast le binden hebben ze ook al. Zodra het droog weer<br />
is, zullen we met de bouw van de nieuwe hut beginnen. Want als het dak van de hut<br />
blijft lekken, hebben we straks geen enkele droge plek meer om de hangmatten te<br />
binden. De volgende dag is het droog.<br />
De kinderen zijn vrij van school; dat komt goed uit. Ze kunnen papa helpen, buurman<br />
helpt ook mee. Kwame en Mano sjouwen met de palen. Martha maakt samen met<br />
mama de lianen schoon. Papa begint samen met de buurman te graven.<br />
Als hij zo druk bezig is, hoort hij een dof geluid.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 22
23<br />
Wat zal dat zijn?<br />
Papa houdt op met graven. Hij stopt zijn hand in het gat. De kinderen zien dat<br />
en komen dichterbij. “Er zit wat in de grond”, zegt papa. Papa schuift het zand<br />
voorzichtig opzij. Misschien is het een mooi nest. Nee, het is een kruik, het is goed<br />
te zien . Papa haalt de kruik uit het zand. “De kruik is heel oud hoor”, zegt hij.<br />
“Vroeger hebben op dit plekje andere mensen gewoond.”<br />
Martha neemt de kruik mee naar binnen; ze zal hem later bij de rivier schoonwassen.<br />
Ze vindt de kruik heel mooi.<br />
Papa en de buurman gaan door met graven. Ze slaan de palen in de grond, dan<br />
maker ze de stokken voor het dak vast. Drie dagen tang werken ze aan de hut.<br />
De kinderen helpen na school ook mee.<br />
Buurman maakt een deur van dunne en dikke takken; die maakt hij vast aan de<br />
deuropening. Vader zit op een balk en bindt de pinabladeren stevig vast.<br />
Hij kijkt even omhoog. De zon staat hoog aan de hemel en brandt op zijn huid.<br />
Papa heeft het heel erg warm. Na een poos komt hij naar beneden en zegt:<br />
“ Onze hut is af”.<br />
De kinderen zijn trots op hun nieuwe hut. Vandaag rusten ze uit en morgen vertrek-<br />
ken ze naar de nieuwe hut.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
1.7<br />
Het mooiste tuintje<br />
PLANTEN OM ONS HEEN<br />
Alle mensen van de straat zijn bij elkaar op het grote plein. Ze zijn aan het nadenken<br />
hoe ze de buurt een beetje mooier kunnen maken. „Weet je wat”, zegt buurman Eddy,<br />
“laten wij onze tuintjes mooi maken. Wij maken er een wedstrijd van.<br />
Wie het mooiste tuintje heeft, is de winnaar.<br />
Alle mensen vinden het een goed idee. „Ik maak een bloementuin”, zegt tante Lies,<br />
„En ik maak een groententuin” zegt oom Alwin. En wij maken een tuin met planten<br />
en bloemen erin.” Opa Jerry en oma Lilian mogen dan komen kijken wie de prijs<br />
verdient. Iedereen gaat aan het werk.<br />
Er wordt zwarte aarde en mest gekocht voor alle tuintjes.<br />
Na een poosje zijn de tuinen af. Wat staan de bloemen en planten er mooi bij.<br />
Rozen, dahlia’s en fajalobi’s. Kleine en grote bloemen. Gele, maar ook blauwe en<br />
rode bloemen. Ook de groenten staan mooi op een rij. De bitawiwiri bij elkaar, de<br />
kousenband en de snijbonen, er is van alles wat.<br />
Opa Jerry en oma Lilian mogen nu komen kijken. „Wat mooi”, roepen ze allebei.<br />
Ze lopen alle tuinen langs.<br />
Allemaal zijn even mooi, ze kunnen niet kiezen. „Weet ja wat”, zegt opa Jerry, alle<br />
mensen krijgen een prijs voor hun tuin, want iedereen heeft hard gewerkt.<br />
Alle tuinen krijgen een mooie stenen kabouter. Die staat mooi tussen de planten.<br />
De mensen zijn blij, want nu ziet de straat er prachtig uit.<br />
De bloementuin van mama<br />
Bij Rudy op het erf is er een prachtige bloementuin. In de tuin staan er verschillende<br />
soorten bloemen: rozen, zinnia’s, fajalobi’s, poespoestére en nog veel meer.<br />
Rudy kijkt met plezier naar de bloemen. Ik ben trots op mama, denkt hij, ze zorgt heel<br />
goed voor de planten. Iedere dag is mama in de tuin. Ze zorgt ervoor dat er geen<br />
gras tussen de planten groeit. Vader helpt ook mee.<br />
Hij spit voor het planten de grond om en maakt bedjes. Elke bloemsoort komt op een<br />
ander bedje. De bloementuin staat er heel mooi bij. Iedereen die er langsloopt geniet<br />
van de bloemen.<br />
Er zijn zelfs mensen die bloemen van mama kopen. Met het geld dat mama ontvangt,<br />
koopt ze zaden, andere planten of mest. De mest zet ze voor de planten om ze beter<br />
te laten groeien.Mama snoeit ook de struiken die te groot worden.<br />
Rudy mag op zaterdag meehelpen in de tuin, want dan is hij vrij van school.<br />
Hij helpt bij het afknippen van de droge bloemen en trekt grassprietjes uit de grond.<br />
Vandaag mag Rudy mama weer helpen. Hij mag de planten nat maken want:<br />
de grond is erg droog. De grote planten maakt hij met een tuinslang nat en de jonge<br />
plantjes met een gieter. Moeder doet water in de gieter en Rudy mag hem dragen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 24
25<br />
De gieter is een beetje groot maar hij is niet helemaal vol.<br />
De planten waarvan de wortels te zien komen, krijgen wat aarde erbij zodat ze weer<br />
stevig kunnen staan. Rudy mag ook de droge bladeren opharken en ze in de kuil<br />
doen die papa heeft gegraven. In de kuil rotten de bladeren; ze worden een soort<br />
mest, zodat ze die weer kan gebruiken om de planten te bemesten.<br />
Terwijl Rudy bezig is, hoort hij gepiep in de fajalobistruik. Hij gaat dichterbij staan en<br />
kijkt of hij wat ziet. Hij schuift de takken opzij en ja hoor, daar is een vogelnestje!<br />
Hij gaat op z’n teentjes staan om te zien of er wat in het nestje zit.<br />
“O wat lief, twee piepkleine vogeltjes. Mama, kom eens kijken!”, roept Rudy.<br />
“Een nestje in de fajalobistruik. Er zitten twee vogeltjes in. Kom kijken!<br />
Hoor ze piepen.” Mama komt snel aanlopen. “Til me op mama, dan kan ik ze goed<br />
zien. Oo! Wat lief! Mag ik ze eruit halen?” “Neen jongen,” zegt mama “dat mag niet!<br />
Ze moeten bij hun ouders in het nest blijven, anders gaan ze dood.” Terwijl Rudy en<br />
mama naar het nest kijken, komen de grote vogels aanvliegen.<br />
Als ze mama en Rudy bij het nest zien staan, vliegen ze verschrikt terug.<br />
Ze kwetteren angstig en klappen met hun vleugels. “Vlug Rudy, we moeten hier weg”<br />
zegt mama, want de vogels zijn bang.” Mama en Rudy gaan verder met hun werk.<br />
Als Rudy opkijkt, ziet hij de vogels naar het nest vliegen. Morgen, als ik op school<br />
ben, vertel ik de juf en de kinderen over het volgelnestje, denkt Rudy.<br />
Het kooltje in de groententuin<br />
In de groentetuin van Jabeni gebeuren soms vreemde dingen.<br />
De groenten, die daar groeien kunnen praten. Maar dat weet Jabeni niet.<br />
Als hij op een middag naar de achterdeur loopt, hoort hij iets vreemds.<br />
Hij is nieuwsgierig en wil graag weten wat dat is. Op zijn tenen loopt hij naar het<br />
achtererf waar het geluid van daan komt. Als hij dichterbij de groentetuin komt, blijft<br />
hij even staan om beter te kunnen luisteren. Maar nu is het muisstil.<br />
Jabeni blijft toch nog een poosje staan, maar als hij niets hoort, gaat hij naar het<br />
berghok, pakt het tuingereedschap en gaat in de tuin werken. Wat vindt hij het fijn<br />
om naar de planten te kijken. Wat groeien de amsoi, soepgroenten, kouseband,<br />
tajerblad en kolen toch mooi! Als Jabeni moe is, gaat hij even op een bankje in de<br />
tuin zitten. Hij is erg blij met zijn groentetuin. Hij hoeft geen groenten meer te kopen.<br />
Even kijkt hij naar het koolbedje. De kooltjes worden al groot.<br />
Maar hoort hij het goed? “Au, au, au!” Jabeni kijkt met grote ogee. Hij kan het haast<br />
niet geloven. Een kool die praat! “Au, au, au, au, Jabeni help me eens!<br />
De mieren zitten aan mijn wortels en dat doet pijn!” “Maar wat wil je dat ik doe?”<br />
vraagt Jabeni. “Ik weet het niet, maar ze moeten hier weg!” “Wacht even, ik haal een<br />
spuitbus dan spuit ik ze dood.”<br />
“Stop!”, zegt het kooltje, “dat moet je niet doen, anders zal ik niet meer gezond<br />
groeien.” “Maar dan weet ik het ook niet meer”, zegt Jabeni. “Waai, waai, waai”,<br />
roept het kooltje nu, “de groente worm komt er ook bij, hij maakt grote gaten in me.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Straks blijft er niets meer van me over. En dan heb jij ook niets aan mij!”<br />
“Ja je hebt gelijk”, zegt Jabeni. “0, wacht eens even, ik heb in de keuken in een fles<br />
medicijn tegen wormen en mieren. Dat had ik zelf vanuit bladeren gemaakt.<br />
Jij zal het niet vies vinden. Maar de mieren en de groentewormen vinden het<br />
helemaal niet lekker; ze lopen er weg van.” “Ga dan maar gauw”, zegt het kooltje.<br />
“De worm vreet me anders helemaal op.”<br />
Jabeni haalt gauw de fles met plantenmedicijn. Hij schenkt wat van de medicijn in<br />
een gieter en doet er wat water bij. Daarmee maakt hij de aarde rond het kooltje nat.<br />
De mieren roepen naar elkaar: “Kom laten we weg gaan, anders gaan we dood.”<br />
Maar niet alle mieren kunnen op tijd wegkomen; enkele gaan toch dood.<br />
“He, he”’ zegt het kooltje, “nu voel ik me beter. Geen gekriebel meer.<br />
Maar die wormpjes ben ik nog niet kwijt Jabeni.” “Rustig aan, rustig aan.<br />
Ik moet je jasje goed be sproeien met de medicijn. En als de worm weer van je wil<br />
eten, zal die je helemaal niet lekker vinden!” “Au, au, opschieten Jabeni, want de<br />
worm knaagt weer aan mij.” “Psj, psj hier een beetje, daar ook wat, nou ik denk dat,<br />
dat genoeg is”, zegt Jabeni.<br />
“Dank je wel Jabeni, nu zal ik beter gaan groeien en de mooiste kool van de hele<br />
wereld worden.” “Hahaha, dat wil ik zien”, zegt Jabeni. “Doe je best. groei maar goed.<br />
Dan laat ik de buren komen om naar je te kijken, om te zien hoe mooi je bent.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 26
1.8<br />
27<br />
Oponthoud<br />
OP WEG NAAR<br />
Ting, daar gaat de schoolbel. Alle kinderen lopen netjes in de rij naar hun klas.<br />
De klas van juf Nora is bijna vol. De meeste kinderen zitten al op hun stoel.<br />
“Zullen wij beginnen?” vraagt de juf. “Nog niet”, zegt Wilma, de stoel van Joke is nog<br />
vrij. Zij is er nog niet. “Zullen we even op haar wachten?” zegt de juf.<br />
“Goed hoor”, we wachten nog even op Joke. Maar zij komt niet en het wordt laat.<br />
In de Domineestraat staat een schoolbus in het verkeer. In die bus zitten Joke en<br />
andere kinderen die ook naar school moeten. Maar de bus kan niet verder.<br />
Er liggen overal grote dozen op de weg. Die zijn uit een vrachtwagen gevallen.<br />
Nu kan niemand meer rijden.<br />
Fietsers en bromfietsers kunnen ook niet langs. Er zijn heel veel dozen op de weg.<br />
Ze liggen overal. De chauffeurs toeteren. Mensen schiet op, bel de politie om het<br />
verkeer te regelen. Gelukkig, daar komen twee agenten aan. Die proberen het<br />
verkeer te regelen, maar dat lukt niet. De dozen zijn te zwaar om op te tillen.<br />
Dan moet er een kraanwagen komen. Die is sterk genoeg om de dozen weer op de<br />
vrachtwagen te zetten. Wat duurt het lang, denkt Joke. Ze denkt aan de juffrouw en<br />
haar vriendjes van de klas. Nu zullen ze al buiten spelen, denkt ze.<br />
Hé, hé, daar komt de kraanwagen aan. Vlug worden de dozen weer op de<br />
vrachtauto’s gezet. Wat zijn de chauffeurs van de auto’s, de bussen en de trucks blij.<br />
Nu kunnen ze verder rijden. O jee, de verkeerslichten doen het niet.<br />
Gelukkig komt de verkeersagent om de chauffeurs te helpen. Hij heeft een fluit bij<br />
zich. Als hij daarop blaast, moeten de chauffeurs stoppen. De voetgangers mogen<br />
dan veilig oversteken. Nu gaat alles goed. De bus waarin Joke zit mag oprijden.<br />
Wat is de juf blij als Joke aankomt. De kinderen roepen: “Joke, waar ben je zolang<br />
gebleven?” Joke mag voor de klas staan om te vertellen wat er is gebeurd.<br />
De kinderen schrikken ervan. Gelukkig is alles toch goed afgelopen.<br />
“Het is maar goed dat er agenten zijn, anders waren we nog steeds op straat, zegt<br />
Joke opgelucht!”<br />
Met de boot naar school<br />
Abena staat bij de rivier. Elke morgen gaat hij met zijn boot langs om de kinde ren<br />
van het dorp op te halen. De school is niet dichtbij. En je kan er niet naar toe lopen.<br />
Abena loopt ongeduldig heen en weer. Hij vindt het niet leuk om zo lang te wachten.<br />
Ein delijk komen de kinderen aanlopen.<br />
“Schiet een beet je op! “roept Abena, “anders zijn we weer te laat.” Bij het volgende<br />
dorp houden ze weer stil. Maar ook hier is er nog niemand. Abena stapt uit de boot,<br />
legt hem vast en gaat kijken of hij de kinderen ziet aan komen, maar er is niemand te<br />
zien. Als hij zich omkeert om weer naar de boot te gaan, hoort hij kinderen roepen:<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
“Abena, Abena wacht op ons alsjeblieft.<br />
Abena blijft staan, kijkt de kinderen boos aan en zegt: “Als jullie morgen niet op tijd<br />
hier zijn, blijf ik niet wachten. Stappen jullie nu maar gauw in”.<br />
Als de kinderen allemaal een zitplaats hebben vaart Abena snel weg.<br />
De pagaai gaat steeds sneller.<br />
Ze varen langs een heleboel andere boten. Sommige boten vervoeren mensen en<br />
andere vervoeren vracht. Dat gebeurt elke dag.<br />
De kinderen, maar ook Abena letten niet eens meer op de andere boten.<br />
He, daar horen ze het geluid van een boot. Ze kunnen de boot nog niet zien, want ze<br />
zijn dichtbij een scherpe bocht in de rivier.<br />
Abena moet nu heel goed uitkijken, anders kan hij tegen de motorboot die om de<br />
bocht komt, opbotsen. Dan kan er een ongeluk gebeuren. De motorboot vaart snel<br />
voorbij. Hij zit vol met ba nanen en koren.<br />
Nog even varen en dan zijn de kinderen bij de school. Als de boot stil ligt, maakt<br />
Abena hem aan een paal vast en helpt de kinderen een voor een uitstappen.<br />
Vandaag zijn ze weer te laat. Ze haasten zich naar de klas en Abena vaart weg.<br />
Nu gaat hij vracht met zijn boot vervoeren. Daarmee verdient hij wat extra geld.<br />
Met de tractor mee<br />
De school is uit. Loetie en zijn zusje Amla zijn op weg naar huis.<br />
Ze moeten elke dag lopen. Ze wonen in de polder. Daar zijn de wegen anders dan<br />
in de grote stad. De weggetjes zijn van klei en soms erg smal. Aan beide kanten van<br />
de weg zijn er sloten. Als je in de sloot terechtkomt, kan dat erg gevaarlijk zijn. “Niel<br />
spelen op de weg”, zegt mama bijna elke dag. Langs de weg staan er weinig bomen.<br />
De zon brandt fel op de huid van Loetie en Amla.<br />
Als ze het te warm krijgen, zetten ze een petje op. Dan krijgen ze de zon niet in het<br />
gezicht. Misschien komt er vandaag weer een tractor voorbij. Wat zullen ze het fijn<br />
vinden als ze weer mee mogen rijden.<br />
Gisteren heeft het geregend en de weg is modderig en glad. Daarom kunnen de<br />
kinderen niet zo snel vooruit.<br />
“Ay”, roept Loetie “ik glijd bijna uit”. “Laten we onze schoenen uittrekken”, zegt Amla,<br />
“dan kunnen we beter lopen en gaan onze schoenen niet zo gauw kapot.” Ze trekken<br />
de schoenen uit. Nu lopen ze met hun schoenen in de hand verder.<br />
Horen ze wat? Ze kijken allebei tegelijk om. Hé, een tractor! Loetie en Amla blijven<br />
even staan. Ze zijn blij. Maar hun blijdschap duurt niet lang. De tractor slaat een<br />
zijweg in. “Laten we maar verder gaan”, zegt Loetie, als we blijven wachten op een<br />
tractor wordt het misschien laat.<br />
De kinderen beginnen te lopen. Loetie valt. “Au”! roept hij. “Kom maar”, zegt Amla,<br />
“geef mij een hand dan help ik jou opstaan”. Terwijl Amla met een stok probeert de<br />
modder van Loeties benen weg te krabben, hoort ze een geluid.<br />
Het is het geluid van een tractor.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 28
29<br />
De tractor van zoeven komt nu hun kant op. Ze blijven even staan en zwaaien.<br />
De chauffeur stopt en vraagt: “Willen jullie meerijden?” “Ja,” roepen ze allebei.<br />
“Maar mijn broek zit vol modder,” zegt Loetie. “Dat is niet erg. Gaan jullie achter mij<br />
zitten. De tractor zal ik straks wel schoonmaken”.<br />
De chauffeur trekt weer op. “Als ik groot ben, wil ik ook tractorchauffeur worden”,<br />
zegt Loetie.<br />
“Mag ik even het stuur vasthouden”? vraagt hij aan de chauffeur.<br />
De chauffeur lacht. “Dat mag je pas, als hij stilstaat. Als je groot bent, mag je op rijles.<br />
Dan mag je leren om een tractor te besturen.” Even later zijn ze thuis.<br />
Moeder staat al uit te kijken. Ze is blij dat de kinderen thuis zijn. Ze loopt naar de<br />
chauffeur en bedankt hem.<br />
Terwijl de kinderen nog met mama staan te praten, rijdt de tractor weg.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
1.9<br />
Een uitstapje<br />
HET WEER<br />
De kleuters van juf Jenny zijn erg vrolijk vandaag; ze hebben hun uniform ook niet<br />
aan, maar andere kleren. Sommige meisjes hebben korte en andere weer lange<br />
broeken aan.<br />
Dat is makkelijk voor de plek waar ze naar toe gaan.<br />
Vandaag gaan ze met de juf naar het Openlucht museum.<br />
Een paar vaders en moeders mogen mee. Die zullen de juf helpen bij ’t uitdelen<br />
van het eten en de drank.<br />
Het is mooi weer. Het begint al warm te worden. „Dit wordt vast en zeker een mooie<br />
dag”, zegt de juf. „Gelukkig maar, want zij zullen onder de bomen in de tuin van het<br />
museum eten en drinken.<br />
Daar komt de bus aanrijden. Hij stopt, alle mensen stappen in. Het is een verre reis<br />
naar het museum. Ze rijden over de grote brug over de Surinamerivier. Als ze naar<br />
buiten kijken, zien ze de bootjes op de rivier varen. De brug is erg hoog en lang.<br />
De kinderen zingen mooie liedjes met de juf. Eindelijk komen zij aan.<br />
Alles wordt onder de bomen op de tafels gelegd. De kinderen maken een wandeling<br />
in de tuin van het museum. Er is zoveel te zien.<br />
Plotseling begint het donker te worden. Het lijkt alsof het ’ s avonds wordt.<br />
Dat kan toch niet? De wolken zijn niet meer blauw, maar een beetje donker, bijna<br />
zwart. Plotseling begint het te regenen, alle mensen rennen om hun tas te pakken.<br />
Gelukkig is er een plekje in de tuin waar ze niet nat kunnen worden: de zaal van de<br />
tuinman. Op die plek blijven ze tot het ophoudt met regenen.<br />
Om twee uur vertrekken ze weer naar school.<br />
Waar komt het water vandaan?<br />
Het is heel druk daar boven in de lucht. De wolken werken heel hard. „ Ja, ze<br />
moeten heel veel water dragen”. “0, o” zegt de zwarte wolk tegen de grijze, “ik ben<br />
nu echt moe van het water dragen. Ik kan haast niet meer zweven, zo zwaar ben ik.”<br />
“Ik ook,” zegt de grijze wolk. “Laten we bij elkaar blijven en elkaar helpen, want kijk,<br />
daar beneden spelen de kinderen zo heerlijk met elkaar. Als wij al het water dat we<br />
bij ons hebben naar beneden laten vallen en het gaat regenen, dan worden alle<br />
kinderen nat.” “Ik .houd het niet meer vol, ik houd het echt niet meer vol.”<br />
“Kom dan maar wat dichter bij mij,” zegt de grijze wolk, “en houd me vast.”<br />
Maar het is te laat. De zwarte wolk laat het water los en nu ook de grijze.<br />
Kijk eens, de mensen rennen. Sommige gaan onder een balkon schuilen.<br />
Anderen rennen naar de waslijn, want de was hangt nog buiten en mag niet nat<br />
worden. Sssjjj, sssjjj, sssjjj, het water komt overal neer.<br />
Op de torens, de bomen, de huizen. En de kinderen? Spelen die nog?<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 30
31<br />
Moeten ze niet naar binnen?<br />
Ja, de meeste kinderen zijn al binnen en zitten bij het raam te kijken naar de<br />
regendruppels, die op de grond neerkomen. Maar er zijn ook kinderen, die lekker in<br />
de regen baden.<br />
Zoveel water!!!<br />
Rtsss, rtsss, rtsss het water glijdt van een heuveltje. Rtsss, rtsss helemaal beneden<br />
maakt het water een weggetje en komt in de sloot terecht.Het blijft daar niet zitten,<br />
maar stroomt verder tot het niet meer kan. Maar niet al het water stroomt naar de<br />
sloot. Klets, klets, klets, hoor je het ook? Dat is het water dat uit een kapotte dakgoot<br />
valt. Het valt in een regenton.<br />
Nu is de regenton vol en het water stroomt uit de ton, maar komt niet ver.<br />
De grond zuigt het water op. Daar blijft het zitten. Maar er komt steeds meer water<br />
bij. Nu zoekt het grondwater een weg in de grond en vindt een put, een waterput.<br />
Dit is een lekker plekje voor het water. De put is halfvol. En het blijft regenen.<br />
De hele wolkenfamilie heeft er plezier in om steeds meer water naar beneden te<br />
laten vallen. Nu doen alle wolken mee. Alle grijze en zwarte wolken drijven door<br />
elkaar. Maar ook de mensen zijn blij met de regen.”Zullen we ermee doorgaan?”<br />
vraagt de grijze wolk aan de zwarte. “We laten al zo lang water vallen”. “Ja”, zegt de<br />
zwarte wolk. “Liever niet”, zegt de grijze, “want vandaag is alles nat genoeg.<br />
Als we doorgaan, zullen de mensen die laag wonen last hebben van het water.<br />
Dan komen de huizen onder water te staan”. “Je hebt gelijk,” zegt de zwarte wolk,<br />
‘laten we maar aan de andere wolken zeggen dat we ermee stoppen.”<br />
Na een tijdje weten alle wolken dat ze moeten stoppen.<br />
Nu klaart het weer langzaam op. De zon schijnt weer. Jell, bijna alle kinderen zijn<br />
weer buiten. Wat vinden ze het prettig om weer buiten te spelen.<br />
Maar, oh, daar glijdt er een uit en komt in een grote waterplas terecht. Dat is zo erg<br />
niet. Ze trekt haar kleertjes uit en doet ze in een teil met water. Daarna gaat ze onder<br />
de douche staan en draait de kraan open. Heerlijk schoon water komt uit de douche.<br />
Je wordt er schoon en fris van. Wat is dat fijn.<br />
De droge tijd<br />
Rikesh zit buiten op de bank in de schaduw van een grote amandelboom.<br />
Hij kijkt naar de hemel. Er is geen enkele wolk te zien.<br />
Iedere dag komt de zon reeds vroeg op. En het is alsof hij elke dag feller schijnt.<br />
De mensen, de dieren en zelfs de planten hebben het warm.<br />
In huis is het erg benauwd en de meeste mensen zitten daarom liever buiten.<br />
“Rikesh, Rikesh!” roept moeder. Rikesh staat op en loopt naar moeder toe.<br />
“Hoor je de koeien loeien?” vraagt moeder. “Ze hebben zeker dorst.<br />
Haal water uit de put en geef de koeien te drinken.”<br />
Rikesh vindt het fijn om water uit de put te halen.<br />
De koeien kunnen niet meer uit de sloot drinken. Die is bijna droog.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Wat gaat er met de vissen in de sloot gebeuren als er helemaal geen water meer is?<br />
denkt Rikesh. Als hij klaar is met de koeien loopt hij naar de sloot.<br />
Er zit nu alleen maar wat modder in.<br />
“He, ligt daar een dode vis? Ja en daar is er nog een”. Rikesh vindt het heel erg.<br />
“Misschien kan ik de andere vissen uit de modder helpen”, denkt hij.<br />
Hij rent naar de put, pakt de emmer en rent terug naar de sloot.<br />
Een voor een probeert hij de kleine visjes uit de modder te halen.<br />
Hij ziet een vis die in de modder vastzit.<br />
Hij zegt: “Kom visje, ik zal je helpen”.<br />
Voorzichtig schept hij de modder aan de kant. Hoe meer hij schept, hoe !anger de<br />
vis wordt. “Wat is dat voor een vis, of is het een slang? “ Rikesh is eigenlijk een<br />
beetje bang. Hij gaat rechtop staan en wil weglopen. Maar ineens weet hij het.<br />
Het lijkt op een slang maar het is geen slang. Het is een aal. Opa neemt weleens<br />
aaltjes mee als hij gaat hengelen.<br />
Rikesh bukt weer en haalt voorzichtig de aal uit de modder en doet hem in de<br />
emmer. Als hij klaar is, neemt hij de emmer met visjes en de aal mee naar de put.<br />
Hij wast ze eerst een keer en doet ze in schoon water. De vissen spartelen.<br />
Wat is Rikesh blij. Laat het maar gauw weer regenen, denkt hij, dan kunnen de<br />
visjes weer in de sloot.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 32
1.10<br />
33<br />
Kleren kopen<br />
WAT TREKKEN WE AAN?<br />
Mama heeft het vandaag een beetje moeilijk. Ze denkt na en ze denkt na.<br />
Ze denkt aan het trouwfeestje van nichtje Annet en Frank. Die houden veel van<br />
elkaar en willen samenwonen.<br />
Eerst gaan zij trouwen en hebben dan een heel groot feest. Ze hebben veel mensen<br />
uitgenodigd voor de grote dag. Mama en papa gaan ook naar het feest.<br />
Millie, Ronald en baby Erik mogen ook mee. Op het feest zullen heel veel mensen in<br />
mooie kleren komen.<br />
„Weet je wat” zegt mama, “we kopen voor iedereen iets leuks om aan te trekken.<br />
Wij gaan met z’n allen naar de stad. Daar zijn er veel winkels met mooie kleren.”<br />
In de stad kijken ze hun ogen uit. Zoveel mooie winkels en zoveel mooie kleren.<br />
Eerst komen de kinderen aan de beurt voor ’t uitzoeken van hun kleren.<br />
Ronald loopt rond en kijkt. Ja, daar ziet hij iets moois, een rood hemd met lange<br />
mouwen; dat mag hij passen in de paskamer.<br />
„Vind je deze lange zwarte broek niet mooi” vraagt Millie. Ja, hoor die staat heel<br />
mooi bij het rode hemd. Ja, hoor alles past heel goed. Mag ik ook een nieuwe<br />
onderbroek en ondertruitje, vraagt Ronald. Ja, hoor dat mag.<br />
Wat is Ronald blij. Millie is nog niet zo groot om zelf te kiezen. Mama kiest een witte<br />
jurk met een rode roos erop. Bij het jurkje hoort ook een hoedje. Op het hoedje is er<br />
ook een rode roos. Dat zal Millie wel passen. Wat is Millie mooi in haar jurk en hoed.<br />
Nu nog leuke sokken voor Ronald en Millie. Baby Erik moet ook iets nieuws.<br />
Papa vindt een mooi trappelpakje voor hem. Hierin zal hij het niet koud hebben, want<br />
de beentje en voetjes steken er niet uit. Ook de mouwen zijn lekker lang.<br />
Dit blauw trappelpak is goed voor Erik. Dat nemen wij ook.<br />
Nu gaan ze verder. In een andere winkel zijn er hele mooie kleren voor papa en<br />
mama. Dit is de boetiek, zegt mama. De kleren zijn hier een beetje duurder, maar<br />
ook erg mooi.<br />
Vader koopt een mooi wit hemd met een rode das erbij. Mama koopt een mooie<br />
lange jurk. Die zal goed staan bij de hoge hakken, denkt mama.<br />
Wat zien ze er mooi uit op het feest. Het bruidspaar heeft helemaal wit aan.<br />
Tante Annet en Frank hebben alle twee een wit pak aan. Wat zijn ze mooi.<br />
Tante Annet heeft mooie bloemen in haar hand. Beiden hebben witte handschoenen<br />
aan. “Dit is pas een deftig feestje hé mama”, zegt Millie. „Ja, hoor iedereen ziet er zo<br />
mooi uit”. Het bruidspaar krijgt veel cadeautjes. Het wordt een prettig feest.<br />
Iedereen is blij en gaat ook blij van het feest. De mooie kleren worden aan de<br />
klerenhanger opgehangen.<br />
Morgen gaan ze weer in de kast voor een ander feest misschien.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Carnaval op school<br />
Op school zal er feest gehouden worden. En weet je welk feest dat is.<br />
Het wordt een carnavalsfeest. Iedereen mag verkleed komen. Jouw vriendje of<br />
vriendinnetje mag niet weten wie je bent op die dag. De juf, heeft de kinderen alles<br />
uitgelegd. Ik kom als een militair en ik kom als de dokter en ik kom als Pipo de<br />
Clown. De klas wordt mooi versierd.<br />
Op de grote dag ziet de juf zoveel kinderen binnenkomen, maar ze weet nu niet<br />
meer wie, wie is. Wie is de militair daar en de brandweerman? Ook de verpleegster<br />
herkent ze niet.<br />
De goochelaar is erbij en ook de dokter. Die heeft helemaal wit aan.<br />
Ook Dora ziet ze en Spiderman. O, o wat heeft de juf het moeilijk. Ze herkent haar<br />
eigen kleuters niet meer.<br />
Ook de cowboy met de grote hoed op kan ze niet herkennen.<br />
De juf is helemaal in de war.<br />
Ze hebben allemaal een ander gezicht, want ze hebben een masker op.<br />
Weet je wat denkt Tilly, zal ik de juf helpen? Stil gaat ze naast de juf staan en<br />
zachtjes zegt ze, ik ben Tilly juf, alleen ben ik vandaag de verpleegster. Dat wist je<br />
niet hè, juf. „Dat is waar”, zegt de juf. Iedereen viert feest, maar niemand weet wie in<br />
het pakje “zit”. Dat mogen ze niet aan elkaar vertellen. Later pas, even voor het naar<br />
huis gaan. Morgen kent de juf ze weer allemaal, dan komen ze weer in hun uniform<br />
naar school. Dan herkent de juf ze weer.<br />
O, wat hebben ze een pret!<br />
Een verkleedfeestje<br />
De kleuterjuffen hebben iets moois bedacht.<br />
Ze willen een feestje organiseren voor de kleuters. Maar het mag geen gewoon<br />
feestje zijn, neen hoor, het moet een feestje zijn dat niet elke dag gevierd wordt.<br />
„Weet je wat”, zeggen ze tegen elkaar, „we gaan een verkleedfeestje houden.<br />
Alle kinderen mogen verkleed op het feestje komen. De kinderen mogen elkaar bijna<br />
niet herkennen. Er zullen ook prijsjes zijn voor de kinderen met de leukste kostuums.<br />
Dit alles wordt op een speciale ouderdag aan de moeders en vaders verteld.<br />
Zij moeten de pakjes laten maken of die zelf maken.<br />
De kleuters mogen elkaar niet vertellen wat ze zullen aantrekken op die dag.<br />
Het moet een verrassing voor allemaal zijn.<br />
Ze mogen op die dag ook een masker opzetten.<br />
Alle moeders gaan aan het werk. Ze gaan naar de winkels in het centrum om lapjes,<br />
knopen, garen en alles wat ze nodig hebben voor de pakjes, te kopen.<br />
De kleuters doen een beetje geheimzinnig tegen elkaar. Niemand mag vertellen wat<br />
mama aan het maken is.<br />
“Wat maakt jouw mama voor je?” vraagt Dewi aan haar vriendinnetje Jenny.<br />
Ik wil je dat graag vertellen, maar dat mag niet. Het moet een verrassing blijven.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 34
35<br />
Ze weet wel waarmee mama bezig is. Het is een mooie korte jurk, met grote rode<br />
balletjes op een witte achtergrond. Mama maakt ook een grote rode strik erbij.<br />
Die mag Jenny, op die dag, in het haar zetten. Wat zal ze mooi zijn.<br />
Het feest zal morgen in de grote gymzaal gehouden worden.<br />
De zaal is al mooi versierd. Vandaag is het feest. Daar komen de kleuters al aan.<br />
Wie komt daar aangelopen? Ja, ik zie het al, het is Minnie- Mouse, met de grote<br />
rood-zwarte strik in het haar. En naast haar loopt Mickey-Mouse. Ze hebben zwarte<br />
maskertjes op. Niemand weet wie ze eigenlijk zijn.<br />
En daar komt de monteur aan, in zijn blauwe overall. Hij loopt met een grote nijptang<br />
in zijn hand. Net een echte automonteur.<br />
Nu komt ook een prinsesje binnen. Ze lijkt wel op een mooie barbiepop. Ze heeft een<br />
mooie gele jurk aan met een zilveren kroontje op haar hoofd.<br />
De juffen weten niet wat ze zien. Ze zien dokters en verpleegsters in mooie, witte<br />
uniformen. Batman en Spiderman zijn er ook. „O, o wat zie ik”, zegt juffrouw gaat<br />
deze jongen slapen? Hij heeft een grote pyama aan. Er is ook een piloot hier hoor.<br />
Hij heeft zelfs zijn pilotenpet op.<br />
Wat hebben de kinderen en de juffen een pret. Er is ook een hengelaar bij, met zijn<br />
hengel en een korf om de vissen erin te doen. Er komt nu een deftige mevrouw aan.<br />
Zij is zeker de vrouw van de president. Ze heeft hoge hakjes aan en een mooie<br />
blauwe hoed op. Het lijkt wel op Rineke van groep twee zeggen de kleuters tegen<br />
elkaar. Kijk, maar hoe deftig ze is gaan zitten.<br />
Daar zitten de zeven dwergen van Sneeuwitje. Zij is er ook bij. Ze heeft een groene<br />
jurk aan.<br />
„Dat moet Roodkapje zijn!” zegt juf Marleen als ze een meisje in een vuurrode jurk<br />
met een rode muts op ziet staan.<br />
Ja, hoor het is Roodkapje. Kijk maar, ze heeft het mandje van oma ook bij zich.<br />
De moeders hebben echt hard gewerkt.<br />
Ook een politieagent en een militair lopen rond.<br />
Er wordt echt gefeest, want er is ook een band aanwezig, met echte muzikanten.<br />
Aan het einde van het feest, mogen alle kinderen hun masker afdoen. Nu pas weten<br />
ze wie Minnie-Mouse en de piloot en alle anderen zijn. Zo meteen weten ze wie de<br />
prijsjes zullen krijgen.<br />
De juffen gaan met een grote doos op het podium staan. Omdat ze alle kinderen<br />
heel mooi vinden, krijgen ze allemaal een prijs uit deze grote doos.<br />
Wat zijn de kleuters blij. Allemaal krijgen een cadeau mee naar huis.<br />
Dat was een leuk feestje, zeggen de juffen en kinderen tegen elkaar.<br />
Ook de vaders en moeders zijn tevreden.<br />
„Het lijkt een beetje op carnaval”, zeggen de ouders. „Maar, dat is het lekker niet”,<br />
zeggen de juffen. Het is gewoon een verkleedfeestje geweest. Ze noemen het ook<br />
een gemaskerd bal of feest.<br />
De kleuters gaan blij naar huis en dromen nu al van het volgende verkleedfeestje.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
1.11<br />
De verrassing<br />
Ting, ting, daar gaat de bel.<br />
De kinderen moeten naar binnen. Eerst moeten de tassen op het rek gezet worden,<br />
daarna mag iedereen gaan zitten.<br />
Prija gaat op haar stoel zitten en kijkt om zich heen.<br />
Waar blijft haar vriendinnetje Pearl toch? Ze is al drie dagen niet op school geweest.<br />
Ze moet nu toch naar school komen.<br />
Na de pauze krijgt de juf bezoek van een dame. Het is de moeder van Pearl.<br />
Maar waar is Pearl?<br />
Als haar moeder weg is, vertelt de juf aan de kinderen dat Pearl erg ziek is en in het<br />
ziekenhuis moet blijven. Daar kan de dokter goed op haar passen en haar ook beter<br />
maken. De kinderen worden er stil van. Ze zijn erg verdrietig, bijna willen zij huilen.<br />
“Weet je wat”, zegt de juf, “zullen wij iets bedenken om Pearl een beetje blij te maken.<br />
“Laten wij bloemen voor haar brengen”, zegt Steven.<br />
“Wij kunnen een mooie tekening voor haar maken”, zegt Sita.<br />
“Een mooi liedje voor haar zingen”, zegt Ronald.<br />
“Goed zo, zegt de juf. Dat zullen wij doen. Samen gaan ze aan het werk.<br />
Het wordt een hele grote, mooie tekening. Alle kinderen mogen iets op het blaadje<br />
tekenen en kleuren. „Dit wordt mooi”, zegt de juf. “Morgen brengen wij hem naar<br />
Pearl”. Wij nemen ook bloemen mee en dan wordt Pearl gauw beter.<br />
De volgende dag mogen vijf kinderen met de juf mee naar het ziekenhuis.<br />
Wat is Pearl blij als ze de juf en haar klasgenootjes ziet. Ze klapt in haar handen van<br />
pret. Ze voelt zich al bijna beter.<br />
Ze dacht ze haar al vergeten waren. De tekening vindt ze heel mooi.<br />
De bloemen worden in een grote vaas op het kastje naast haar bed gezet.<br />
Zo kan zij elke keer naar ze kijken. Nu word ik gauw beter, zegt Pearl aan de juf.<br />
En ja hoor, zij wordt gauw beter en mag weer naar school.<br />
Op school aangekomen, zingen de kinderen nog een liedje voor Pearl.<br />
Iedereen is nu weer blij.<br />
Wie is sterker?<br />
Het is middag. Fariza en Faroek spelen achter op het erf.<br />
Moeder is net klaar met de afwas en loopt naar de vuilniston om daar afval in te doen.<br />
Ze hoort de kinderen lachen en loopt naar ze toe.<br />
“Wat hebben jullie toch een plezier” zegt moeder, “wat vinden jullie toch zo fijn?”<br />
Maar voordat de kinderen iets kunnen zeggen, horen ze de hond blaffen.<br />
Woef Woefl<br />
GEZOND EN ZIEK<br />
“Er is zeker iemand aan de poort. Ga maar eens gauw kijken,” zegt moeder.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 36
37<br />
Faroek rent naar voren.<br />
“Jeh Jeh”, horen ze hem roepen. Moeder en Fariza lopen nu ook naar de poort.<br />
Ze willen weten waarom Faroek zo blij is. Maar Faroek rent ze al tegemoet om hen<br />
het blijde nieuws te vertellen.<br />
“Oma en opa zijn er, komen jullie snel,” zegt Faroek.<br />
“Rustig maar,” zegt mama, “we komen er aan.”<br />
Fariza loopt met een vaart haar broer voorbij. Zij is ook blij dat oma en opa er zijn.<br />
Ze zitten nu met z’n allen gezellig bij elkaar op het balkon. ledereen heeft wat te<br />
vertellen.<br />
Oma vertelt over die akelige griep die zij heeft gekregen, maar die gelukkig weer<br />
over is. Na een poosje babbelen, staat mama op en loopt naar de keuken om wat<br />
stroop te halen. Oma loopt haar achterna.<br />
“Opa, opa” roept Faroek, “bent u nog net zo sterk als de laatste keer toen wij bij u op<br />
bezoek waren?” Opa moet erom lachen.<br />
Ja, de laatste keer dat de kinderen bij oma en opa thuis waren hebben ze flink met<br />
opa gestoeid. Toen hadden ze gemerkt dat opa heel sterk is. Met z’n tweeen kon den<br />
ze hem niet op de grond krijgen.<br />
“Opa”, zegt Fariza, “hoe komt het dat u zo sterk bent?”<br />
“Nou”, zegt opa, “ik eet elke dag flink wat groenten. En ook trim ik een paar keren<br />
in de week. Maar zullen we weer een beetje stoeien, misschien zijn jullie vandaag<br />
sterker dan ik.” De kinderen willen dat heel graag. Opa schuift de stoelen wat opzij,<br />
trekt zijn hemd uit, gaat rechtop staan en zegt : “Ik ben klaar. Probeer mij maar op de<br />
vloer te krijgen”.<br />
De kinderen duwen en trekken, maar opa blijft rechtop staan. Faroek roept Fariza<br />
aan een kant en fluistert haar wat in het oor.<br />
“Zijn jullie klaar?” vraagt opa. “Ja,” zegt Faroek, “maar we willen dat u uw ogen sluit”.<br />
Opa sluit zijn ogen en de kinderen lopen met een vaart van achteren tegen zijn<br />
benen aan. En ja hoor, daar zit opa op de vloer. Hij komt precies op z’n billen terecht.<br />
“Jeh Jeh, wij zijn sterker, wij zijn kampioen.”<br />
Oma en moeder komen net aangelopen met een dienblad met stroop en koekjes.<br />
Ze zien opa op de vloer zitten. “Wat is er met opa gebeurd?” vraagt oma.<br />
“We hebben gespeeld en hebben het van hem gewonnen. Wij zijn sterker!” roepen<br />
de kinderen blij. Opa staat op, lacht en zegt: “Omdat jullie gewonnen hebben, krijgen<br />
we van mama een glaasje stroop en een koekje erbij.” “Hoera voor de kampioenen”,<br />
roept opa en iedereen lacht. Opa krijgt een troostprijs.<br />
Ketura is boos<br />
Wat is er toch met Ketura aan de hand?<br />
Ze lust geen eten en ze wil geen melk drinken.<br />
Zij wil haar haar niet kammen. Hoe komt dat toch?<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Is ze ziek? Of heeft ze een nare droom gehad?<br />
Nee, niets van dat alles. Ze is zomaar boos, niemand weet waarom.<br />
Mama zegt: “Schiet op Ketura, eet vlug je brood op!”<br />
Maar Ketura zit voor zich uit te kijken. Ze duwt het bord opzij. En het bord komt<br />
tegen de beker met melk aan. Bom! Alle melk vloeit over de tafel.<br />
Mama neemt Ketura bij de arm en zegt: “Ga maar naar buiten, als je boze bui voorbij<br />
is, mag je weer naar binnenkomen”. Daar staat Ketura, wat is ze kwaad.<br />
Ze trekt haar slippers aan en loopt het erf rond. Haar lip hangt naar beneden.<br />
Op haar voorhoofd is een dikke rimpel. 0, wat een boos meisje.<br />
Met kleine korte passen loopt ze naar de poort. De poort is niet dicht.<br />
Dat komt goed uit denkt de boze Ketura. Ik loop weg, ver weg. Ketura loopt twee<br />
huizen verder maar blijft plotseling staan.<br />
Woef, woef, woef, woef! Wat een griezel.<br />
Een grote hond met verschrikkelijke grote tanden staat voor haar. Het is alsof hij<br />
zeggen wil: Ga terug! Ga terug!<br />
Ketura keert zich om, ziet de grote steen niet en valt. Ze probeert weer op te staan.<br />
maar haar ene been kan ze niet meer bewegen. 0, wat doet dat pijn.<br />
Ze gilt heel hard van de pijn.<br />
“Ketura, Ketura,” roept iemand. Ze kijkt op. Het is de buurvrouw.<br />
“Wat is er aan de hand? “ vraagt ze. “Ik kan niet op mijn ene been staan.<br />
Het doet zo’n pijn”. De buurvrouw tilt Ketura op en brengt haar naar huis.<br />
Mama schrikt heel erg. Samen met de buurvrouw kijkt ze naar het been van Ketura.<br />
Als ze zoveel pijn heeft, moeten we haar naar de dokter brengen.<br />
Als ze bij de dokter zijn, zegt hij: “Mevrouw, het been van uw dochter is gebroken.<br />
Het moet in het gips”. De volgende dag is bijna de hele familie bij Ketura op bezoek.<br />
Ze zit nu erg verlegen te kijken en durft bijna niets te zeggen. Ze vindt het heel erg<br />
dat ze niet lief is geweest. Als iedereen weg is, zegt ze:<br />
“Mama, ik zal echt nooit meer zo lelijk doen. Bent u nog boos op me? “<br />
“Nee hoor”, zegt moeder, “ik ben helemaal niet meer boos op je.<br />
Zal ik mijn naam op je gipsbeen schrijven?”<br />
Ma pakt een stift en schrijft: mama houdt van Ketura.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 38
1.12<br />
39<br />
Meneer Sammy<br />
SPELEN EN SPEELGOED<br />
Vandaag zijn de kinderen van moeder Gerda heel erg blij.<br />
Ze zullen met de bus opgehaald worden om ergens gezellig te gaan spelen.<br />
Moeder Gerda is niet hun echte moeder hoor, maar ze mogen bij haar blijven.<br />
Ze heeft een heel groot huis met veel kamers, waarin al deze kinderen op een bedje<br />
mogen slapen.<br />
Deze kinderen blijven bij mama Gerda, omdat hun eigen moeder niet voor ze kan<br />
zorgen. Die is te arm: ze heeft ook geen eigen huis en niet genoeg geld.<br />
Mama Gerda zorgt goed voor de kinderen. Vandaag is een rijke meneer jarig.<br />
Die heeft alle kinderen een prettige dag beloofd.<br />
Tuut – tuut, horen de kinderen.<br />
Ze rennen naar buiten. Wat zien ze daar?<br />
Een grote bus met balonnen en slingers. „Instappen!”, zegt de jarige meneer.<br />
Hij zit al in de bus. Alle kinderen krijgen een mooie plek.<br />
Mama Gerda kijkt trots naar haar kinderen. Er zijn wel twintig in de bus.<br />
„Waar gaan wij naar toe?” vragen de kinderen.<br />
„Dat is een verrassing!”, zegt meneer Sammy. De kinderen zingen mooie<br />
verjaardagsliederen voor hem. Eindelijk stopt de bus bij een grote speeltuin.<br />
Er is zoveel in de tuin: glijbanen, wipplanken, klimrekken, voetballen en<br />
springtouwtjes. Wat hebben ze een pret. „Voorzichtig hoor”, zegt mama Gerda.<br />
„Voorzichtig op de toestellen. Niet allemaal tegelijk.” Wat worden ze verwend<br />
vandaag. Ze krijgen lekker eten en drankjes.<br />
Ze mogen de hele dag samen spelen en samen genieten met de jarige.<br />
Aan het eind van de dag komt er nog een verrassing. Er komt een pick-up aanrijden<br />
met een grote doos erin. „ Zo”, zegt meneer Sammy, „vandaag ben ik jarig, maar<br />
jullie krijgen allemaal iets van mij. Alle kinderen krijgen een mooi stuk speelgoed.<br />
Ze krijgen: Dorapoppen, auto’s. voetballen en nog veel meer.<br />
Elk kind krijgt iets om thuis met iemand te spelen. Wat zijn de kinderen blij.<br />
Ook mama Gerda krijgt een dik verhaalboek. Daaruit kan ze verhaaltjes voorlezen<br />
voor de kinderen.<br />
„Nu kunnen we met ons allen in de grote woonkamer spelen, met ons speelgoed.<br />
Dank U, wel meneer Sammy!” Bij het uitstappen in de bus krijgen ze elk nog een<br />
grote zak koekjes van meneer Sammy.<br />
„Niet alles tegelijk opeten, hoor. Elke dag één koekje!”<br />
„Ja hoor” roepen de kinderen en vrolijk gaan ze weer naar huis.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Kinderdag<br />
Morgen is het kinderdag.<br />
Dan zijn alle kinderen een beetje jarig. Niet echt hoor.<br />
Op die dag worden alle kinderen extra verwend. Ze krijgen dan cadeaus van vader<br />
en moeder. De ouders van Peter en Marjan hebben de inkopen al gedaan.<br />
De cadeaus hebben ze ver verstopt, zodat Peter en Marjan die niet kunnen zien.<br />
„Wat zullen we krijgen” zegt Peter tegen Marjan. “Dat weet ik niet, ik ben benieuwd”.<br />
Ze zijn zo opgewonden. Ze kunnen haast niet slapen.<br />
De volgende ochtend staan ze heel vroeg op. „ Zie je wat ik zie?” zegt Peter tegen<br />
Marjan. „Kijk, op de tafel liggen er twee grote cadeaus. Wat zou er in die pakjes<br />
zitten?” Vader en moeder komen er ook bij.<br />
„Kom maar lieve kinderen, vandaag is het jullie dag. Dit is voor Peter en dat is<br />
voor Marjan. Maak maar vlug open, dan zie je wat erin zit.” Als Peter zijn cadeau<br />
openmaakt schrikt hij ervan. Een echte voetbal! Hij wil meteen gaan voetballen.<br />
Zwart met witte vierkantjes. Net als op de tv, wanneer de echte voetballers spelen.<br />
Hij danst in het rond. Nu kan ik al mijn vriendjes vragen om te komen voetballen.<br />
Misschien worden wij later beroemde voetballers en komen wij dan op de tv.<br />
Bedankt mama, bedankt papa. Ze krijgen een dikke zoen van Peter.<br />
Marjan maakt nu haar cadeau open en wat ziet zij? Een poppenkeukentje, met een<br />
kleine ijskast, een fornuis met potten en pannen. Er zijn ook kleine bordjes, lepeltjes<br />
en vorken erbij. Wat is Marjan blij. Nu kunnen mijn twee buurvriendinnetjes bij mij<br />
komen spelen.<br />
Mama en papa krijgen een dikke brasa van Marjan. „Dit moeten we aan onze<br />
vriendjes laten zien.”<br />
De vriendjes en vriendinnetjes worden uitgenodigd. De jongens mogen buiten spelen<br />
met de bal en de meisjes gaan op de kamer, vader – en – moedertje spelen.<br />
Alle poppen worden erbij gehaald. Zo lijkt het net een echte familie.<br />
De kinderen spelen de hele middag en worden door papa en mama verwend met<br />
koekjes, ijsjes en fruit. Wat hebben ze een pret.<br />
Als het donker begint te worden, mogen ze weer naar huis. Daar vertellen ze hoe<br />
prettig ze met Peter en Marjan gespeeld hebben.<br />
“Goed”, zeggen de ouders van Siska en Roy, “dan mogen Marjan en Peter een<br />
andere keer bij jullie komen spelen. Dan kunnen jullie met de grote blokken van Roy<br />
samen een huis bouwen en op het tekenbord van Siska een mooie tekening maken.”<br />
„Afgesproken!” zeggen Peter en Marjan.<br />
Het trekkarretje<br />
Kleine Sammy speelt graag met zijn speelgoed maar vandaag heeft hij er geen zin in.<br />
Het speelgoed waarmee hij het liefst speelt, is stuk. Het is een trekkarretje met zes<br />
wielen. Maar er zijn twee wielen kapot.<br />
Het karretje kan nu niet meer zo gemakkelijk vooruit.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 40
41<br />
Mama loopt om het huis om naar Sammy te zoeken.<br />
Ze hoort hem niet dus wil ze even kijken wat hij eigenlijk doet.<br />
Daar zit Sammy op het gras. Hij kijkt verdrietig voor zich uit.<br />
“Wat is er, mijn schatje? Waarom kijk je zo verdrietig?” vraagt moeder.<br />
“M m mijn karretje is kapot,” stottert Sammy.<br />
“Het wil niet meer vooruit.” Tranen rollen langs Sammy’s wangen.<br />
Mama streelt over het hoofdje van Sammy en zegt:<br />
“Kom grote jongen van mij, huil maar niet. Van middag vragen we aan papa om het<br />
karretje weer voor je in orde te maken”.<br />
Moeder houdt Sammy’s handje vast en zegt : “Ga maar met mij mee, dan lees ik<br />
je een mooi verhaaltje voor.” Sammy lacht weer. Hij vindt het fijn om naar een leuk<br />
verhaal te luisteren en te kijken naar mooie plaatjes.<br />
Na het verhaaltje gaat moeder koken.<br />
Sammy pakt zijn kleurboek en gaat kleuren. Bij elk geluid zit hij rechtop om te<br />
luisteren of het papa is die thuiskomt. Eindelijk hoort hij een bromfiets.<br />
Dat zal papa wel zijn. Sammy staat op en rent naar de voordeur.<br />
“Papa! papa!” roept hij, “het wil niet meer, het wil echt niet meer rijden.”<br />
Papa zet de brornmer in het berghok, neemt zijn tas in de ene hand en pakt de<br />
kleine hand van Sammy vast met zijn andere hand.<br />
“Dag papa,” zegt Sammy vlug en hij trekt papa mee naar het achtererf.<br />
Papa kijkt naar het trekkarretje en zegt: “0, ik zie het al. Zo kan het karretje echt niet<br />
meer vooruit. Ik zal er vanmiddag wat aan doen.<br />
Kom mee, laten we naar mama gaan. Ze heeft vast lekker eten voor ons klaar staan.”<br />
Na het eten gaan mama, papa en Sammy een dutje doen.<br />
Als papa uitgerust is, staat hij op loopt naar achteren, neemt de trekkar en gaat<br />
ermee naar het berghok. Hij zoekt alles bij elkaar wat hij nodig heeft om het karretje<br />
weer in orde te maken.<br />
Sammy gaat samen met mama naar oma en opa. Als ze terug zijn gekomen ziet<br />
Sammy in de keuken een grote doos staan.<br />
“Papa, wat zit er in die doos?” “Doe hem maar open, dan zie je zelf wel wat er in zit,”<br />
zegt papa. Sammy kan het haast raden. Hij haast zich om de doos open te maken.<br />
Als hij ziet dat het een nieuw trekkarretje is, springs hij papa om de hals.<br />
“Dank u wel papa. U bent de liefste vader van de hele wereld.”<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
43<br />
2. Versjes<br />
2.1 Naar school<br />
Kleutertje<br />
Kleutertje, kleutertje kleine guit.<br />
Wip maar vlug je bedje uit.<br />
Jij mag mee, jij mag mee.<br />
Naar de kleuterklas, hoezee!<br />
Huppel, hoppel<br />
Huppel hoppel, trippel trap.<br />
Met mijn mooie tas op stap<br />
op de weg en op het gras.<br />
Vrolijk naar de kleuterklas.<br />
Robby schrijft<br />
Robby heeft een potlood<br />
en een vel papier.<br />
Ja,ja, hij kan schrijven.<br />
Hij is ook al bijna vier.<br />
2.2 Dieren<br />
Poesje<br />
Poesje is zo moe, zo moe.<br />
Ze doet haar beide oogjes toe.<br />
Eerst nog even gapen,<br />
en dan gaat poesje slapen.<br />
Vogeltje lief<br />
Pitjes van de zonnebloem<br />
en kleine stukjes brood<br />
strooi ik in mijn achtertuin<br />
voor vogeltjes in nood.<br />
Toko, het hondje<br />
Toko is een heel lief hondje<br />
met een lange staart<br />
die danst vrolijk op en neer<br />
als je tot hem praat.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
2.3 We vieren feest<br />
Het is feest<br />
Het is feest<br />
Wij zijn blij<br />
….. is jarig<br />
en dat vieren wij.<br />
Snoepjes kopen<br />
Snoepjes kopen<br />
Snoepjes halen<br />
In de winkel<br />
geld betalen.<br />
Feest vieren<br />
….. die is jarig<br />
en wij vieren feest.<br />
Wij roepen: “Hoedje op,<br />
hoezee, hoezee, hoezee.”<br />
2.4 Allemaal mensen<br />
De bakker<br />
De bakker bakt heel lekker brood.<br />
Wit en bruin, klein en groot.<br />
Bollen, koekjes, zoet en fijn.<br />
Ja, de bakker moet er zijn.<br />
De postbode<br />
Jongens, meisjes, kijk eens aan,<br />
daar komt onze postbode aan.<br />
Hij is altijd heel erg lief,<br />
want wij krijgen vaak een brief.<br />
De kapper<br />
Zeg kapper, moet je horen:<br />
mijn haren zijn te lang.<br />
Ze zijn over mijn oren,<br />
knip ze maar, ik ben niet bang.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 44
45<br />
2.5 Gezond en lekker eten<br />
Manja’s<br />
Manja’s hangen aan de bomen<br />
wel honderd bij elkaar<br />
’t is alsof zij samen roepen<br />
kom, mijn vriendje pluk me maar.<br />
Een bordje pap<br />
Een bordje pap, een bordje pap.<br />
Is lekker en gezond.<br />
Dat lust ik zeker elke dag.<br />
Weg is het in mijn mond!<br />
Een broodje ham<br />
Een broodje ham of één met kaas,<br />
een glaasje melk erbij<br />
dat eet en drink ik lekker op.<br />
Wat ben ik dan weer blij.<br />
2.6 Waar wonen we?<br />
Mijn plekje<br />
Mijn beste plek, dat is mijn huis.<br />
Met pa en ma erbij.<br />
Mientje de poes en de hond.<br />
Zijn ook van de partij.<br />
Opruimen<br />
Opruimen, kan ik heus wel goed.<br />
Ik weet precies waar alles moet.<br />
Een blokje hier, een popje daar.<br />
En moeder roept: “Kind, ben je klaar?”<br />
Een kaartje<br />
Er lag een heel mooi kaartje.<br />
In onze brievenbus.<br />
Maar ik kan het niet lezen.<br />
Het is voor grote zus.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
2.7 Planten om ons heen<br />
Mama heeft een bloem geplant<br />
Op de tafel in een mand<br />
heeft mama een bloem geplant.<br />
Wil je weten hoe die groeit<br />
Geef hem water, zodat hij bloeit.<br />
Onze tuin<br />
Alle planten groot en klein,<br />
Vinden water reuze fijn<br />
Daarvan gaan ze heel flink groeien.<br />
Vlug zie je hun bloempjes bloeien.<br />
Het zaadje<br />
Zie je het zaadje?<br />
Het is maar heel klein.<br />
Het wil zo graag groeien.<br />
Dat vindt het zo fijn!<br />
2.8 Op weg naar ...........<br />
Het verkeerslicht<br />
Heb je wel de paal zien staan?<br />
Met zijn lichtjes uit en aan?<br />
Hij waarschuwt ons telkens weer.<br />
Wees voorzichtig in ‘t verkeer.<br />
Een bootje<br />
Todie heeft een bootje<br />
een bootje geel met rood.<br />
Daarmee gaat hij varen.<br />
Wat voelt hij zich toch groot.<br />
De tractor<br />
Kijk naar de tractor.<br />
Hij rijdt op het land.<br />
En daarachter zie je,<br />
een kar vol met zand.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 46
47<br />
2.9 Het weer<br />
De wind<br />
Als het gaat waaien<br />
Dan gaan de bomen zwaaien<br />
En vallen blaadjes op de grond<br />
Die zijn al oud, niet meer gezond.<br />
De zon<br />
Lieve grote gele zon<br />
Ik zou je pakken als ik kon<br />
Schijn maar op de bloempjes vrij,<br />
Want daarvan worden deze blij.<br />
Het weer<br />
Ik ben zo graag buiten,<br />
dat vind ik zo fijn,<br />
want ik houd van de wind<br />
en de zonneschijn.<br />
2.10 Wat trekken we aan?<br />
De twee beertjes<br />
Zie je de twee beertjes staan?<br />
Wat hebben ze voor kleertjes aan?<br />
Truitjes met een bloem erop<br />
gele mutsen op hun kop.<br />
Naar school gaan<br />
Schoenen aan<br />
Kleren aan<br />
Ik ben klaar om<br />
naar school te gaan.<br />
Mijn nieuwe broek<br />
Met mijn trui en nieuwe broek<br />
loop ik op de hoge stoep<br />
in mijn rechterhand mijn tas<br />
zo stap ik naar de kleuterklas.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
2.11 Gezond en ziek<br />
Buikpijn<br />
Au, au ’t gaat niet meer<br />
mijn buik, mijn buik doet vreselijk zeer.<br />
Dokter, geef me vlug wat medicijn<br />
ik wil zo graag weer beter zijn.<br />
Pleister<br />
Mama, mama luister even,<br />
Wil je mij een pleister geven<br />
Mijn voet, ik zie hij bloedt.<br />
Zet ik de pleister goed?<br />
Loes is ziek<br />
Loes is ziek, ze ligt op bed,<br />
Haar buikje doet zo raar.<br />
De dokter geeft haar medicijn.<br />
En morgen zal ze beter zijn.<br />
2.12 Spelen en speelgoed<br />
Ret-tet-tet<br />
Ret-tet-tet. Ret-tet-tet.<br />
O, wat heeft die Frank een pret<br />
met zijn prachtige trompet.<br />
Die kreeg hij van opa Jan.<br />
Speel maar mooi hoor, kleine man.<br />
Poppenmoeder<br />
Popje Lien is ziek vandaag.<br />
Ik stop haar gauw in bed.<br />
Morgen zal ze weer beter zijn.<br />
Dan hebben wij weer pret.<br />
Een bootje van papier<br />
Twee jongens met een bootje.<br />
Een bootje van papier<br />
Ze spelen bij het slootje.<br />
En hebben veel plezier.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 48
49<br />
3.1 Naar school<br />
3. Liedjes<br />
Ochtendgroet(kinderen), Ochtendgroet(leidster), Flinke kleuters.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong> 50
51<br />
3.2 Dieren<br />
Grietjebie, Dierenverhaal, Het lieve aapje.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong> 52
53<br />
3.3 We vieren feest<br />
Feest, Verkleedlied, De feestmuts, Feest feest!<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
3.4 Allemaal mensen<br />
Mensen, Mijn gezicht, Onze baby thuis, Handen en voeten.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 54
55<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
3.5 Gezond en lekker eten<br />
Voeding, Bakriman, Vers fruit, Eten en bewegen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 56
57<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong> 58
59<br />
3.6 Waar wonen we?<br />
In de kamer, Luk’ o lat’ un de, Mijn vriendje gaat weg.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
3.7 Planten om ons heen<br />
Het vruchtenlied, Papa heeft een tuintje, Planten in mijn tuintje.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 60
61<br />
3.8 Op weg naar ........<br />
In de garage, Hobbeltje, Varen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
3.9 Het weer<br />
Zonnetje, Mijn opa, Hetregent.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 62
63<br />
3.10 Wat trekken we aan?<br />
Ronald, Verkleden, Nieuwe kleren.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
3.11 Gezond en ziek<br />
Verdriet, De borstel, Ik snap het niet.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 64
65<br />
3.12 Spelen en speelgoed<br />
Poppenkastliedje, Timpe tampe tovenaar, Speelgoed.<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
4.1 Telspelletjes Deel A<br />
Telversje<br />
Eén, twee, drie,<br />
mijn zusje heet Marie.<br />
En als zij geen Marietje heet,<br />
dat heet ze één, twee, drie.<br />
Telliedje<br />
Eén, twee, drie vier,<br />
hoedje van, hoedje van.<br />
Eén, twee, drie vier,<br />
Hoedje van papier.<br />
Heb je dan geen hoedje meer,<br />
maak er één van bordpapier.<br />
Eén, twee, drie, vier, hoedje van papier.<br />
Telliedje<br />
Eén, twee, drie vier, appels hmm, appels hmm,<br />
Eén, twee, drie vier, appels lust ik graag.<br />
In de boom en op de grond.<br />
Zie ik appels dik en rond.<br />
Eén, twee, drie vier, appels in mijn mond.<br />
Telspelletje (kernspelletje)<br />
(op de wijs van Hoedje van papier)<br />
Speelwijze: Kring<br />
67<br />
4. Telspelletjes<br />
Voor drie kinderen twee cirkels op de grond, voor vier kinderen drie cirkels.<br />
Aan het eind van het lied moet iedereen zo snel mogelijk in een cirkel gaan staan (zitten).<br />
Wie overblijft is af.<br />
Er gaat dan een ander kind in de kring en het spel wordt herhaald.<br />
Liedje<br />
Wan-tu-dri-fo (Eén, twee, drie vier)<br />
Yu mus’lon, yu mus’lon (je moet rennen, je moet rennen)<br />
Wan-tu-dri-fo (Eén, twee, drie vier)<br />
Yu’m lon esi kon (Je moet rennen en snel komen)<br />
Bika efu yu no lon (Want als je niet gaat rennen)<br />
1 2<br />
34<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Fosýu trawan ego s’don (zal niemand anders komen zitten)<br />
Wan-tu-dri-fo (Eén, twee, drie vier)<br />
Yu’m lon esi kon (Je moet rennen en snel komen)<br />
Telspel (kalmeringsspel)<br />
De kinderen staan in een kring.<br />
Om de beurt krijgt een kind de beurt om in het midden van de kring te staan/zitten met<br />
gesloten ogen.<br />
Sommige kinderen uit de kring krijgen de beurt om op de tenen naar het kind te lopen en<br />
achter hem of haar te gaan zitten.<br />
Het kind met de gesloten ogen mag nu raden hoeveel kinderen achter haar rug zitten/staan.<br />
Daarna mag het kind de ogen open doen en tellen of het juist geraden is.<br />
Hierna wordt het spelletje herhaald.<br />
Telspel (kalmeringsspel)<br />
De kinderen zitten in de kring. De leerkracht legt een hoeveelheid voorwerpen op een tafel<br />
of dienblad in het midden van de kring. De kinderen sluiten hun ogen.<br />
De leerkracht haalt enkele voorwerpen weg. De kinderen openen de ogen en bepalen<br />
hoeveel voorwerpen er weg zijn.<br />
En tellen hoeveel er over zijn.<br />
Tellen tot en met vijf<br />
(Op de linkerhand bij rechtshandigen)<br />
Beginnen bij de pink: dat is één.<br />
Daarna twee vingers, drie vingers, vier vingers en daarna allemaal: vijf vingers.<br />
Eerst in volgorde, daarna door elkaar (oefening van getalbeelden).<br />
Flitsen<br />
Steek zelf een, twee, drie, vier of vijf vingers op en laat het kind zeggen hoeveel het gezien heeft.<br />
Later kan dit spel ook tot en met 10 worden gedaan.<br />
Telversje ‘Een hoofdtooi met tien veren’<br />
Een hoofdtooi met tien veren<br />
en ik heb een idee<br />
Die veren gaan we tellen<br />
tel jij ook even mee?<br />
Daar gaan we met z’n allen<br />
en we beginnen hier:<br />
veer één, dan gaan we verder<br />
met twee, drie en vier.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 68
Dan vijf en zes en zeven,<br />
en heb je ze gezien:<br />
veer acht en ook veer negen<br />
en dan de laatste ..... tien.<br />
Telversje (opklimmend tellen)<br />
Eén, twee<br />
Kopje thee<br />
Drie, vier<br />
Glaasje bier<br />
Vijf, zes<br />
Kurk op de fles<br />
Zeven, acht<br />
Soldaat op wacht<br />
Negen, tien<br />
Jij bent gezien.<br />
* Met het versje leren de kinderen de telrij tot en met 10 opzeggen.<br />
Het kennen van de telrij betekent nog niet dat ze de getallen kunnen verbinden aan<br />
voorwerpen (synchroon tellen) of weten hoeveel voorwerpen het betreft (resultatief tellen).<br />
Telliedje<br />
Vijf vingers heb ik aan één handje (3x)<br />
Eén, twee, drie, vier, vijf.<br />
Telliedje<br />
Vijf vingers hier, vijf vingers daar.<br />
Dat zijn tien vingers bij elkaar.<br />
Nu ben ik klein, maar straks word ik groot.<br />
Dan werk ik met mijn handjes bloot (2x)<br />
Getalkaartjes<br />
De leerkracht maakt voor elk kind vijf kaartjes met de dobbelsteenpatronen erop.<br />
Het mogen er natuurlijk ook zes zijn. Het is handig om dit op gekleurd papier te doen,<br />
dan schijnt het patroon niet door.<br />
Met deze kaartjes zijn allerlei spelletjes mogelijk.<br />
1. Leg de kaartjes in een rij.<br />
De kinderen mogen zelf bepalen hoe ze de getalkaarten neerleggen: van boven naar beneden,<br />
van links naar rechts, in volgorde van 1 t/m 5 of van 5 t/m 1.<br />
De leerkracht observeert en bespreekt de ordeningen:<br />
Waarom heb je de kaartjes op deze manier neergelegd?<br />
69<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
2. Welk getal is weg?<br />
De kinderen werken in tweetallen met één set getalkaartjes.<br />
De kaartjes worden in volgorde neergelegd, van 1 t/m 5.<br />
Een kind draait zich om. Het andere kind draait een kaartje om.<br />
Daarna kijkt het ene kind welk getal is omgedraaid.<br />
Het wordt nog moeilijker als het kaartje weggehaald wordt en de rij gesloten is.<br />
3. Zoek een voorwerp bij het getal.<br />
Kinderen maken in de klas een wandeling met de kaartjes.<br />
De leerkracht kan ook één kaartje tegelijk meegeven.<br />
Bijvoorbeeld 4. Het kind gaat op zoek naar een voorwerp waar 4 bij past.<br />
Bijvoorbeeld een doos met vier puzzelstukken of een bloempot met vier randen enz.<br />
We lopen de telrij<br />
De leerkracht loopt een getal.<br />
Bijvoorbeeld 8: Met grote stappen en bij elke stap het getal opnoemen tot 8.<br />
Bij acht maakt ze een sprongetje met twee benen tegelijk.<br />
Daarna zijn de kinderen aan de beurt.<br />
Dit spelletje kan met alle kinderen tegelijk als een soort oefening. Het kan ook om beurten.<br />
Variatie: Een getal van achter naar voren - teruglopen en de terugtellen<br />
bijvoorbeeld van 6 naar 1.<br />
De kip en de kuikens<br />
Moeder kip gaat op reis.<br />
Ze neemt haar kuikentjes mee.<br />
Tel je even mee?<br />
Hoeveel kuikentjes gaan er mee?<br />
Eén, twee, drie, ...<br />
Racebaan spel<br />
De leerkracht maakt op een groot vel twee rijen ‘rondjes’ (20 stuks). Dit is de racebaan.<br />
Twee kinderen spelen het spel met één dobbelsteen en twee pionnen.<br />
Elk kind loopt met de eigen pion op zijn eigen baan.<br />
Om beurten gooien de kinderen met de dobbelsteen.<br />
Met de pion loopt het kind het aantal ogen.<br />
Wie het eerst aan het eind van de racebaan is, heeft gewonnen.<br />
- Dit spel kan ook met twee dobbelstenen worden gespeeld.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 70
71<br />
5. Bewegingsoefeningen<br />
5.1 Kleutergymnastiek met blokken<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie en hun<br />
evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />
bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Gymnastiekblokken<br />
5.2 Kleutergymnastiek met gymnastiekballen<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens de kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond de coördinatie van het<br />
evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met gymnastiekballen.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />
bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Gymnastiekballen<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Bewegingsoefeningen om<br />
de motorische vaardigheden<br />
en oog-handcoördinatie te<br />
versterken.<br />
Balanceren<br />
De leerlingen luisteren naar<br />
de opdracht en voeren het<br />
ook uit.<br />
Ze hinkelen, luisteren naar<br />
het teken en staan bij een<br />
blokje.<br />
Ze voeren de eenvoudige<br />
balanceeroefeningen uit<br />
(op tenen staan, op blokken<br />
staan, op één been staan).<br />
De leerkracht: legt het materiaal klaar,<br />
bakent het speelveld af en geeft de<br />
leerlingen een juiste plaats<br />
geeft de opdracht om te hinkelen en<br />
op teken staan ze bij een blokje<br />
laat de leerlingen simpele<br />
romp-, evenwichts- en<br />
behendigheidsoefeningen uitvoeren<br />
z.a.: balanceren (op tenen staan, op<br />
blokken staan, op één been staan, op<br />
een been op een blokje) .<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
Woordenschat<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Bewegingsoefeningen om<br />
de motorische vaardigheden<br />
en oog-handcoördinatie te<br />
versterken.<br />
Ballenregen<br />
Gooien en vangen<br />
Stuiten en vangen<br />
Rollen<br />
De leerlingen kijken en<br />
luisteren en voeren de<br />
opdracht uit.<br />
Ze voeren de simpele en wat<br />
moeilijkere oefeningen uit:<br />
- De bal omhoog gooien<br />
en weer opvangen.<br />
- Op de hurken zitten en<br />
in een wijde boog om<br />
zich heen rollen.<br />
- De bal met de<br />
rechterhand tussen de<br />
benen van de ene kant<br />
naar de andere kant<br />
rollen (in spreidstand<br />
staan).<br />
Ze lopen, op teken van de juf,<br />
heel langzaam en doen de bal<br />
in de emmer.<br />
De leerkracht: zorgt voor het<br />
benodigde materiaal en bakent het<br />
speelveld af.<br />
legt uit hoe het spel ballenregen<br />
gespeeld wordt en geeft<br />
opdrachten<br />
doet oefeningen voor en geeft de<br />
opdracht om zet uit te proberen<br />
laat de leerlingen simpele en wat<br />
moeilijkere oefeningen uitvoeren<br />
z.a. gooien, vangen en rollen<br />
laat kalmeringsoefeningen<br />
uitvoeren.<br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
(op)rapen<br />
Gooien<br />
Vangen<br />
Omhoog<br />
Opvangen<br />
Wijde boog<br />
Dezelfde<br />
Terug<br />
De bal<br />
Jullie<br />
Hurken<br />
Rollen<br />
De rechterhand<br />
De linkerhand<br />
Spreidstand<br />
De streep<br />
De overkant<br />
Het hoofd<br />
Op<br />
Tussen<br />
Van<br />
In<br />
Boven<br />
Onder<br />
Langs<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 72
5.3 Kleutergymnastiek met pittenzakjes<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond de coördinatie van het<br />
evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met pittenzakjes.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />
bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Pittenzakjes<br />
Oude kranten<br />
Rijstzakken of zitlappen<br />
Woordenschat<br />
73<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Bewegingsoefeningen om<br />
de motorische vaardigheden<br />
en de oog-handcoördinatie<br />
te versterken.<br />
Lopen-hinkelen<br />
Glijden-opvangen<br />
Klemmen-lichten<br />
Heffen en doorsturen<br />
Kring vormen<br />
De leerlingen kijken en<br />
luisteren naar de leerkracht.<br />
Ze lopen naar een zakje en<br />
hinkelen ermee terug op<br />
hun plaats.<br />
Ze voeren opdrachten uit<br />
zoals<br />
- glijden en vangen,<br />
- hoge rug maken,<br />
- klemmen en lichten,<br />
- heffen en<br />
doorsturen.<br />
Ze vormen een kring<br />
en sturen, op teken, de<br />
pittenzakjes door.<br />
De leerkracht: legt het materiaal klaar<br />
en bakent het veld af<br />
geeft opdrachten op teken naar een<br />
zakje toe te lopen en hinkelend terug<br />
te keren<br />
laat de leerlingen zitten naast een<br />
zakje en geeft opdrachten, zoals<br />
1. zakje van het hoofd laten<br />
glijden en opvangen<br />
2. zakje op je rug door een hoge<br />
rug te maken<br />
3. zakje klemmen tussen voeten<br />
en benen lichten<br />
4. één been heffen en zakje<br />
doorsturen naar de andere<br />
hand<br />
laat kalmeringsoefeningen uitvoeren,<br />
zoals kringvormen en op teken een<br />
zakje doorsturen.<br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
De lijn<br />
Benen<br />
Gestrekt<br />
Glijden<br />
Probeer<br />
Zonder<br />
Doorsturen<br />
Klappen<br />
Het zakje<br />
Een krant<br />
De zitlap<br />
Het hoofd<br />
Opvangen<br />
De handen<br />
De knieën<br />
Oplichten<br />
Opheffen<br />
Ene<br />
Op<br />
Als<br />
In<br />
En<br />
Nu<br />
Maar<br />
Naast<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
5.4 Kleutergymnastiek met hoepels<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond de coördinatie en hun<br />
evenwicht. Ze maken verschillende bewegingen. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen<br />
met hoepels.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />
bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Hoepels<br />
Blinddoeken<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
De bewegingsoefeningen<br />
om de motorische<br />
vaardigheden en de<br />
oog-handcoördinatie te<br />
versterken.<br />
Gehurkt zitten<br />
Draaien boven het hoofd<br />
Vóór je sturen<br />
De leerlingen kijken,<br />
luisteren en voeren de<br />
opdrachten uit.<br />
Ze hurken in een hoepel.<br />
Ze pakken de hoepels met<br />
beide handen vast.<br />
Ze pakken de hoepels<br />
zonder de knieën te buigen.<br />
Ze houden de hoepel boven<br />
het hoofd en gaan sturen.<br />
Ze staan achter een hoepel<br />
en gaan sturen.<br />
Ze staan op een streep met<br />
een hoepel en gaan rijden<br />
naar de overkant.<br />
Ze maken een tunnel met de<br />
hoepel en gaan om de beurt<br />
erdoor.<br />
Ze staan geblinddoekt en<br />
moeten zeggen of ze iets<br />
horen.<br />
De leerkracht: zorgt voor het<br />
benodigde materiaal en bakent het<br />
speelveld af<br />
geeft opdrachten zoals: gehurkt<br />
gaan zitten in een hoepel bij een<br />
afgesproken teken.<br />
laat deze oefening enkele keren<br />
herhalen.<br />
geeft romp-, evenwichts- en<br />
behendigheidsoefeningen, zoals<br />
1. de hoepels zo langzaam<br />
mogelijk met beide handen<br />
oppakken<br />
2. herhalen, maar nu zonder de<br />
knieën te buigen<br />
3. de hoepel horizontaal boven<br />
het hoofd houden en doen alsof ze<br />
sturen<br />
laat de leerlingen achter een hoepel<br />
staan en oefenen.<br />
laat de leerlingen op een streep<br />
staan met de hoepel en oefenen.<br />
laat een tunnel maken met de<br />
hoepels en geeft opdrachten.<br />
laat kalmeringsoefeningen uitvoeren.<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 74
Woordenschat<br />
75<br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
Tunnel<br />
Blinddoeken<br />
Voorin<br />
Oppakken<br />
Buigen<br />
Boven het hoofd<br />
Sturen<br />
De hoepel<br />
De hand<br />
Beide handen<br />
De overkant<br />
Het hoofd<br />
Het stuur<br />
Achter<br />
En<br />
Vóór<br />
Aan<br />
Op<br />
Met<br />
In<br />
Voor<br />
Om<br />
Over<br />
Dan<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
6. Basiswoorden Surinaamse<br />
kleutergroep 1<br />
Thema’s<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 76
6.1 DE SCHOOL<br />
’s avonds<br />
’s middags<br />
’s morgens<br />
’s nachts<br />
aantal, het<br />
achteraan<br />
achterkant, de<br />
achttien<br />
af en toe<br />
allang<br />
allerlei<br />
alsof<br />
alvast<br />
alvast<br />
alweer<br />
antwoord, het<br />
antwoorden<br />
apart (afzonderlijk)<br />
applaus, het<br />
april<br />
augustus<br />
bedekken<br />
bedoeling, de<br />
begin<br />
behalve<br />
beide (-n)<br />
belangrijk<br />
beleven<br />
beroemd<br />
betekenen<br />
bijzetten<br />
binnenkant, de<br />
binnenkomen<br />
77<br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
alsof<br />
behalve<br />
boven<br />
bovenkant, de<br />
daarmee<br />
het hebben over<br />
het midden<br />
inderdaad<br />
intussen<br />
klappen<br />
kloppen<br />
blokkendoos, de<br />
boel (veel)<br />
bol, de(znw)<br />
bovenaan<br />
bovendien<br />
bovenkant, de<br />
bravo<br />
breed<br />
buitenkant, de<br />
cijfer, het<br />
controleren<br />
crossfiets, de<br />
daarmee<br />
daarnet<br />
december<br />
dertien<br />
deurmat, de<br />
dinsdag<br />
diploma, het<br />
direct<br />
domoor, de<br />
donderdag<br />
door elkaar<br />
doorgeven<br />
doorlopen<br />
doormidden<br />
doorwerken<br />
duiken (dook, gedoken; zee)<br />
duizend<br />
duw, de<br />
dwars (richting)<br />
echt (tegenover vals)kist, de<br />
eerder<br />
naast<br />
om<br />
omdat<br />
onder<br />
ondersteboven<br />
ondertussen<br />
samen<br />
sedert<br />
steeds<br />
tussen<br />
eind<br />
eind (afstand)<br />
eind / einde<br />
elf (getal)<br />
enkel (een paar)<br />
enorm<br />
erachter<br />
eraf<br />
eraf halen<br />
erbij<br />
erbij doen<br />
ermee<br />
doelpunt, het<br />
even donker<br />
even licht<br />
extra<br />
februari<br />
flink (groot, veel)<br />
geeft niet, het<br />
geleden<br />
gelijk (meteen)<br />
gelijk (tegelijk)<br />
getal, het<br />
getallenlijn, de<br />
gezicht (aanblik)<br />
gisteravond<br />
gymschoenen, de<br />
gymzaal, de<br />
haast (bijna)<br />
haast, de (tijdgebrek)<br />
hal, de<br />
hardlopen<br />
helft, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
misschien<br />
moeilijk<br />
moeten<br />
mogen<br />
morgen<br />
morgen, de (ochtend)<br />
muur, de<br />
naast<br />
nadenken<br />
natuurlijk<br />
nee<br />
negen<br />
netjes<br />
nodig hebben / zijn<br />
noemen<br />
nummer, het<br />
ophangen<br />
opletten<br />
opruimen<br />
opruimen<br />
opsteken<br />
papier, het<br />
pen, de<br />
plaat, de<br />
plaat, de / het plaatje<br />
plaats , de (plek)<br />
plakken<br />
plantjes, de<br />
plek, de<br />
potlood, het<br />
praten<br />
prikken<br />
prima<br />
proberen<br />
prullenbak, de<br />
achterblijven<br />
afblijven<br />
bekijken<br />
blik, het (de doos)<br />
breekbaar<br />
de ketting rijgen<br />
dichtmaken<br />
droogmaken<br />
gieten<br />
glimmen<br />
hulp, de / het hulpje<br />
ijzer, het<br />
kletsen<br />
kleuter, de<br />
kruk, de<br />
kurk, de<br />
kwijtraken<br />
Uitbreiding<br />
punt, de (het potlood)<br />
rij, de<br />
roepen<br />
rommel, de<br />
rustig<br />
schaar, de<br />
scherp<br />
scheuren<br />
school, de<br />
schreeuwen<br />
schrijven<br />
snappen<br />
spullen<br />
steken (plaatsen in)<br />
stekker, de<br />
stempelen<br />
stift, de<br />
stil (geluid)<br />
stoel, de<br />
stoppen<br />
stuk<br />
tekenen<br />
tekening, de<br />
tellen<br />
tien<br />
touw, het / het touwtje<br />
twee<br />
vandaag<br />
vast (zeker)<br />
vegen<br />
verf, de<br />
verkeerd<br />
vertellen<br />
verven<br />
vier<br />
licht, lichter, lichtst<br />
lokaal, het<br />
meester, de<br />
meten<br />
naald, de<br />
onrustig<br />
onvoorzichtig<br />
opbergen<br />
oppassen<br />
pas op!<br />
plaatje, het<br />
plakband, het<br />
plaksel, het<br />
plakspullen<br />
plastic, het (het plastiek)<br />
punt, de<br />
puntenslijper, de<br />
vijf<br />
vinden (mening)<br />
vinden (terug)<br />
vinger, de<br />
volgens<br />
voorlezen<br />
vouwen<br />
vragen<br />
waar (echt)<br />
water geven<br />
week, de<br />
weg<br />
wegleggen<br />
wel<br />
werk / werkje<br />
werken<br />
werken<br />
weten<br />
wijzen<br />
willen<br />
woord, het<br />
zak, de<br />
zeggen<br />
zeker<br />
zelfstandig<br />
zes<br />
zetten<br />
zeven<br />
zo<br />
zomaar<br />
zorgen<br />
zullen<br />
raadsel, het<br />
raden<br />
rek, het<br />
slordig<br />
stempel, de<br />
stilzitten<br />
stopcontact, het<br />
sturen (zenden)<br />
te kort<br />
te veel<br />
uitkiezen<br />
vastmaken<br />
versje, het<br />
waarschuwen<br />
weggooien<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 78
(groter etc.) dan<br />
achter<br />
achteruit<br />
af<br />
alle drie<br />
alle twee<br />
allebei<br />
allemaal<br />
alles<br />
als<br />
als (indien)<br />
anders<br />
andersom<br />
beneden<br />
best<br />
beter<br />
bij<br />
boven<br />
bovenin<br />
bovenop<br />
daar<br />
derde<br />
dik<br />
dikker<br />
dikst<br />
dun<br />
dunner<br />
dunst<br />
dus<br />
een paar<br />
eerst …daarna<br />
eerst …dan<br />
eerste<br />
elk<br />
en<br />
eraan<br />
erbij<br />
erbij kunnen<br />
ergens<br />
even groot<br />
even klein<br />
evenveel<br />
79<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
geen<br />
goed<br />
groot<br />
grootst<br />
groter<br />
half<br />
heel<br />
heel (erg)<br />
heleboel<br />
helemaal<br />
hetzelfde<br />
hier<br />
hoe<br />
hoeveel<br />
hoger<br />
hoog<br />
hoogst<br />
ieder<br />
iedereen<br />
klein<br />
kleiner<br />
kleinst<br />
kort<br />
korter<br />
kortst<br />
lang<br />
langer<br />
langst<br />
leeg<br />
leegst<br />
leger<br />
maar (doch)<br />
meer<br />
meest<br />
midden (znw)<br />
middenin<br />
minder<br />
minst<br />
naast<br />
neerleggen<br />
neerzetten<br />
nergens<br />
niemand<br />
niets<br />
niks<br />
of<br />
omdat<br />
omhoog<br />
omlaag<br />
onder<br />
onderaan<br />
onderin<br />
ook<br />
opzij<br />
overal<br />
overheen<br />
precies<br />
soort, de<br />
te groot<br />
te hoog<br />
te klein<br />
tegen<br />
toch<br />
tussen<br />
tweede<br />
veel<br />
verder (voorts)<br />
vierde<br />
vol<br />
voller<br />
volst<br />
voor<br />
vooruit<br />
waar<br />
waarom<br />
want<br />
wat<br />
weinig<br />
welk<br />
wie<br />
zoals<br />
zoveel<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
6.2 DIEREN<br />
aaien<br />
aap, de<br />
beer, de<br />
bek, de<br />
bijten<br />
blaffen<br />
boer, de<br />
boerderij, de<br />
bos, het<br />
eend, de<br />
geit, de<br />
giraf, de<br />
haan, de<br />
hert, het<br />
hok, het<br />
hol, het<br />
hond, de<br />
big, de<br />
boerin, de<br />
bok, de<br />
cavia, de<br />
draven<br />
eekhoorn, de<br />
ezel, de<br />
gans, de<br />
haas, de<br />
hooi, het<br />
kalf, het<br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
ijsbeer, de<br />
kat, de<br />
kikker, de<br />
kip, de<br />
koe, de<br />
konijn, het<br />
kop, de<br />
krokodil, de (de kaaiman)<br />
kuiken, het<br />
leeuw, de<br />
mand, de<br />
mol, de<br />
muis, de<br />
olifant, de<br />
paard, het<br />
papegaai, de<br />
piepen<br />
kater, de<br />
kinderboerderij, de<br />
kooi, de<br />
kwaken<br />
lieveheersbeestje, het<br />
marmot, de<br />
merel, de<br />
miauwen<br />
mier, de<br />
mug, de<br />
aaien<br />
draven<br />
waggelen<br />
poes, de<br />
poot, de<br />
schaap, het<br />
slak, de<br />
slang, de<br />
spin, de<br />
tijger, de<br />
uil, de<br />
varken, het<br />
vis, de<br />
vlinder, de<br />
vogel, de / het vogeltje<br />
vos, de<br />
wolf, de<br />
zebra, de<br />
schildpad, de<br />
snavel, de<br />
snuit, de<br />
staart , de<br />
stal, de<br />
stekelvarken, het<br />
veulen, het<br />
vlieg, de<br />
vogelnest, het<br />
waggelen<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 80
81<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
al<br />
aldoor<br />
alhoewel<br />
alsof<br />
behalve<br />
bijna<br />
bovendien<br />
daarna<br />
intussen<br />
net … als<br />
sinds<br />
ten eerste<br />
ten slotte<br />
terwijl<br />
vervolgens<br />
vooral<br />
want<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
6.3 WIJ VIEREN FEEST<br />
ballon, de<br />
bedankt!<br />
blazen<br />
cadeau, het<br />
circus, het<br />
clown, de<br />
clownsneus, de<br />
dansen<br />
aansteken<br />
baby, de<br />
branden<br />
circustent, de<br />
de jarige job<br />
engel, de<br />
feesthoed, de<br />
geboren<br />
herder, de<br />
inpakken<br />
kerstbal, de<br />
kerstboom, de<br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
feest, het<br />
film, de<br />
hoera<br />
jarig<br />
kaars, de / het kaarsje<br />
kaartje, het<br />
klappen<br />
krijgen<br />
kerstfeest, het<br />
kerstklok, de<br />
kerstliedje, het<br />
kerstman, de<br />
kerstmis, de<br />
kribbe, de<br />
mijter, de<br />
pepernoot, de<br />
piet / zwarte piet<br />
Sint / Sinterklaas<br />
sinterklaasfeest, het<br />
sinterklaasliedje, het<br />
ballon<br />
klappen<br />
muts<br />
slinger<br />
taart<br />
versieren<br />
pakje, het<br />
pakken<br />
slinger, de<br />
taart, de<br />
verjaardag, de<br />
verrassing<br />
vieren<br />
vlag, de<br />
staf, de<br />
stoomboot, de<br />
strooien<br />
uitblazen<br />
uitdelen<br />
uitpakken<br />
verjaardagsfeest, het<br />
versieren<br />
versiering, de<br />
vijf december<br />
woonwagen, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 82
83<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
allebei<br />
alles<br />
anders<br />
beginnen<br />
bijna<br />
blijven<br />
boven<br />
contra<br />
daarentegen<br />
datzelfde<br />
sinds<br />
terwijl<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
6.4 ALLEMAAL MENSEN<br />
NT2<br />
aandoen(kleren)<br />
aankleden<br />
aankomen (aanraken)<br />
achter (achterkant)<br />
achter (-na)<br />
achteruit<br />
af (plaats)<br />
bal, de<br />
beneden<br />
berg, de<br />
bewegen<br />
binnen<br />
blauw<br />
bord, het<br />
bruin<br />
buiten<br />
daar<br />
dag (groet)<br />
dank je/ dankjewel<br />
dat/dit<br />
deur, de<br />
dicht<br />
die<br />
fluit<br />
fluiten<br />
geel<br />
geluid<br />
(voor)zingen<br />
aan de beurt<br />
aan de hand<br />
aankijken<br />
aankleden<br />
alleen<br />
alsjeblieft / alstublieft<br />
au<br />
auto, de<br />
baby, de<br />
bang<br />
beurten, de<br />
bijten<br />
binnen<br />
Themawoorden<br />
goud<br />
grijs<br />
geluid<br />
goud<br />
grijs<br />
groen<br />
hai/hoi<br />
hallo<br />
huis, het<br />
is<br />
ja<br />
jas, de<br />
juf, de<br />
kast, de<br />
kijken<br />
kind, het<br />
klaar<br />
kleur, de<br />
kleuren<br />
klinken<br />
komen<br />
kring, de<br />
lawaai<br />
liedje<br />
lopen<br />
mama<br />
mee<br />
blij<br />
blij<br />
blijven<br />
bloem, de<br />
blokfluit, de<br />
boom, de<br />
boos<br />
brengen<br />
broodbak, de /het broodbakje<br />
brug, de<br />
buiten<br />
buiten spelen<br />
bus, de<br />
dank (je wel)<br />
muur, de<br />
muziek, de<br />
nee<br />
niet<br />
open<br />
paars<br />
pakken<br />
papa<br />
piepen<br />
plassen<br />
poepen<br />
raam, het<br />
rood<br />
roze<br />
schoen, de<br />
staan<br />
stil<br />
stoel, de<br />
stop<br />
tafel, de<br />
tas, de<br />
uitdoen(kleren)<br />
wassen<br />
wc, de<br />
wit<br />
zwart<br />
ding, het<br />
duwen<br />
een lekke band<br />
eerste<br />
eng<br />
erg<br />
erg<br />
erg (vervelend)<br />
fiets, de<br />
fietsen<br />
fijn<br />
gaan<br />
gek<br />
gelukkig<br />
<strong>Bronnenboek</strong> 84
geven<br />
gewoon<br />
gieter, de<br />
graag, liever, liefst<br />
grap, de<br />
gras, het<br />
haar (bez. vnw)<br />
haar, het (pers. vnw)<br />
halen<br />
hebben<br />
heerlijk<br />
helpen<br />
hem<br />
heten<br />
hij ( ie)<br />
horen bij<br />
houden van<br />
huilen<br />
hulp vragen<br />
ieder<br />
iedereen<br />
iemand<br />
ik<br />
je / jouw<br />
jij / je<br />
jongen, de<br />
jou<br />
juf(frouw) , de<br />
kamerplant, de<br />
kennen<br />
kietelen<br />
kind, het<br />
klap, de<br />
klei, de<br />
kleren, de<br />
kleur, de<br />
kleuren, de<br />
klimmen<br />
klimrek, het<br />
klittenband, de<br />
knijpen<br />
knoop, de<br />
komen<br />
kralen, de<br />
kriebelen<br />
kus, de / het kusje<br />
laat<br />
lachen<br />
lachen<br />
langs<br />
langzaam<br />
leuk<br />
lied(je), het<br />
lief<br />
lijken op<br />
lijm, de<br />
links<br />
lopen<br />
los<br />
luid (hard)<br />
luisteren<br />
mama / ma / mammie<br />
man, de<br />
meedoen<br />
meegaan<br />
meezingen<br />
meisje, het<br />
meneer, de<br />
mens, de<br />
mevrouw, de<br />
mij<br />
mijn<br />
moeder, de<br />
mooi<br />
naam, de<br />
naar huis<br />
nadenken<br />
nemen<br />
oké<br />
om de beurt<br />
op schoot<br />
ophangen<br />
ophouden<br />
overkant, de<br />
oversteken<br />
papa / pa / pappie<br />
pauze, de<br />
pijn, de<br />
plagen<br />
platte band, de<br />
poppen, de<br />
potplant, de<br />
prachtig<br />
raar<br />
racen /hard fietsen<br />
rechts<br />
rek, het<br />
rennen/ hollen<br />
rijden<br />
rijgen<br />
ruzie , de<br />
samen<br />
samen(doen) spelen<br />
schaar, de<br />
schep , de /de schop<br />
schrikken<br />
slaan<br />
spelen<br />
spugen<br />
stilstaan<br />
stom (dom)<br />
stout<br />
straat, de<br />
strijken<br />
tak, de<br />
terugbrengen<br />
teruggeven<br />
traan<br />
trekken<br />
troosten<br />
trottoir, het<br />
trui, de (het T-shirt)<br />
tuin, de<br />
uitkijken<br />
vader, de<br />
vallen<br />
van (bezit)<br />
vasthouden<br />
vechten<br />
veranderen<br />
verdrietig<br />
verdwijnen<br />
verhaal, het<br />
verkeerslicht, het<br />
verliezen<br />
versje, het<br />
vertellen<br />
vlug<br />
voelen<br />
vriend, de / het vriendje<br />
vriendin , de<br />
vrouw, de<br />
wassen<br />
water (geven)<br />
welterusten<br />
winkel, de<br />
worden<br />
zacht<br />
zakdoek, de<br />
ze / zij<br />
zebra, de<br />
zebrapad, het<br />
zeg (tussenw.)<br />
zelf<br />
zich<br />
zijn<br />
zijn (bez.vnw)<br />
zoeken<br />
zon, de<br />
zuchten<br />
zwaaien<br />
85 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Uitbreiding<br />
afpakken<br />
alle drie<br />
alle twee<br />
banken, de<br />
bedenken<br />
bloempot, de<br />
bordenwisser, de<br />
botsen<br />
bult, de (kundu)<br />
dag/doei/doeg<br />
de<br />
de grote mensen<br />
de oude bloemen/ verwelken<br />
de visite, de<br />
dom<br />
een voor een<br />
eigen<br />
erbij horen<br />
flauw<br />
geloven<br />
geluk hebben<br />
giechelen<br />
goedemiddag<br />
goedemorgen<br />
goedmaken<br />
hai/hoi<br />
hand, de / handje geven<br />
handen schudden<br />
hark, de<br />
kiezen<br />
kledingstuk, het<br />
kleren<br />
aan<br />
allebei<br />
alleen<br />
allemaal<br />
als<br />
bijvoorbeeld<br />
daarna<br />
daarom<br />
dan<br />
dat<br />
dus<br />
eerst<br />
eigen<br />
elkaar<br />
en<br />
enkele<br />
kletsnat<br />
kloppen (juist)<br />
kralendoos, de<br />
kralenplank, de<br />
kwijt zijn<br />
licht/ donker<br />
meehelpen<br />
melodie, de<br />
mest, de<br />
met de wind mee<br />
muziekinstrument, het<br />
naar (vervelend)<br />
neuriën<br />
normaal<br />
ochtend, de<br />
okselmouw, de<br />
om beurten<br />
ongezellig<br />
op bezoek komen<br />
op je beurt wachten<br />
opendoen<br />
opgelucht/ blij<br />
pech hebben<br />
pedaal, het<br />
pesten<br />
pestkop, de<br />
pleister, de<br />
plek, de<br />
poëziealbum, het<br />
probleem oplossen<br />
prullenbak, de<br />
regel, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
erdoor<br />
gezellig<br />
hen (pers. vnw)<br />
hoe<br />
hun<br />
jullie<br />
langs<br />
met<br />
naar (richting aangevend)<br />
natuurlijk<br />
of<br />
om<br />
omdat<br />
ons<br />
ook<br />
rijgdraad, de<br />
ritme, het<br />
rits, de<br />
ruzie maken<br />
schat, de (lief iemand)<br />
schoolerf, het<br />
schooltijd, de<br />
schrik, de<br />
snoeischaar, de<br />
speeltuin, de<br />
stompen<br />
strijken<br />
stripverhaal, het<br />
struik , de<br />
tafels, de<br />
tegenwind /tegen de wind in<br />
tot straks<br />
tot ziens<br />
trappen<br />
troosten<br />
T-shirt, het /de trui<br />
vervelend<br />
voor je beurt praten<br />
voorhoofd, het<br />
vriendjes maken<br />
vriendschap, de<br />
vrolijk<br />
waarde, de<br />
wand, de<br />
wandkaart, de<br />
wortel, de<br />
over<br />
samen<br />
straks<br />
ten slotte<br />
terug<br />
toen<br />
u<br />
vervolgens<br />
voor<br />
waarmee<br />
wanneer<br />
want<br />
wat<br />
we / wij<br />
zonder<br />
86
6.5 GEZOND EN LEKKER ETEN<br />
Themawoorden<br />
aardappel, de<br />
appel , de<br />
bakkersmuts, de<br />
banaan, de<br />
beker, de<br />
boodschappen doen<br />
bord, het / het bordje<br />
boter, de<br />
boterham, de<br />
brood, het<br />
broodje, het<br />
cent , de<br />
chips, de<br />
chocolade, de<br />
chocomel , de / de chocomelk /<br />
de chocolademelk<br />
dorst, de<br />
drinken<br />
drop, de / het dropje<br />
duur<br />
ei, het<br />
eten, het<br />
fles, de<br />
fornuis, het<br />
friet, de, de frietjes<br />
geld, het<br />
glas, het<br />
goedkoop<br />
hap, de / het hapje<br />
happen<br />
het is op<br />
NT2<br />
bakken<br />
braden<br />
cake, de<br />
casinobrood, het<br />
die /dat<br />
koren, het(de mais)<br />
lekker<br />
lusten<br />
marineren<br />
mata, de<br />
meel, het<br />
ijsje, het<br />
kaas, de<br />
kaneel, de<br />
kauwgom, de<br />
kip, de<br />
knoeien<br />
koek, de /het koekje<br />
koffie, de<br />
kop, de / het kopje<br />
kopen<br />
lekkers<br />
lepel, de<br />
likken<br />
limonade, de<br />
lolly, de<br />
melk, de<br />
mes, het<br />
nieuw<br />
noot, de / het nootje<br />
opdrinken<br />
opeten<br />
pakje, het<br />
pan, de<br />
pannenkoek, de<br />
pap, de<br />
patat , de<br />
peer, de<br />
pinda, de<br />
pindakaas, de<br />
pollepel, de<br />
portemonnee, de<br />
proeven<br />
puntbroodje, het<br />
slagroom, de<br />
stamper, de<br />
stoven<br />
taart, de<br />
vies<br />
zin hebben in<br />
zoet<br />
zout<br />
zuur<br />
rietje, het<br />
rijst, de<br />
roeren<br />
roeren<br />
sap, het<br />
schotel , de / het schoteltje<br />
schudden<br />
sinaasappel, de<br />
sla, de<br />
slok, de / het slokje<br />
snijden<br />
snoep, de / het snoepje<br />
soep, de<br />
speen , de (de baby)<br />
spinazie , de<br />
stuk, het / het stukje<br />
suiker, de<br />
tas, de<br />
thee, de<br />
tomaat, de<br />
tussendoortje, het<br />
vis, de<br />
vlees, het<br />
voeding, de<br />
vork, de<br />
winkel , de<br />
worst, de<br />
wortel, de<br />
yoghurt, de<br />
87 <strong>Bronnenboek</strong>
aardbei, de<br />
appelmoes, de<br />
avondeten, het<br />
bakken<br />
bakker, de<br />
bakkersschort, de<br />
bakkerswinkel, de<br />
biefstuk, de<br />
bier, het<br />
boodschappenkar, de<br />
boodschappentas, de<br />
boon, de<br />
boos<br />
citroen, de<br />
cola, de<br />
de tafel dekken<br />
druif, de<br />
een<br />
eten maken<br />
fruit, het<br />
aldoor<br />
alhoewel<br />
amper<br />
anders<br />
behalve<br />
bovendien<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Uitbreiding<br />
gaar<br />
gehakt, het<br />
gezond<br />
gist , de<br />
groente, de<br />
hagelslag, de<br />
honger , de<br />
kauwen<br />
kers, de<br />
kiwi, de<br />
koekenpan, de<br />
kom, de<br />
kroket, de<br />
macaroni, de<br />
mandarijn, de<br />
markt, de<br />
mayonaise, de<br />
meel, het<br />
melk, de<br />
meloen, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
daarentegen<br />
daarna<br />
dan<br />
eerst<br />
eraf<br />
mengen<br />
morsen<br />
oven , de<br />
pak, het<br />
pizza, de<br />
rijp<br />
roeren<br />
rotten<br />
schap, de<br />
schil, de<br />
schort<br />
sinas, de<br />
slager, de<br />
spaghetti, de<br />
spatel, de<br />
supermarkt, de<br />
tafelkleed, het<br />
vla, de<br />
zeef, de<br />
erbij<br />
net … als<br />
sinds<br />
ten eerste<br />
tot slot<br />
88
6.6 WAAR WONEN WE?<br />
(op)bellen<br />
bank, de<br />
bed, het<br />
brief, de<br />
broer, de<br />
dak, het<br />
deken, de<br />
deur, de<br />
foto , de<br />
gang , de<br />
garage, de<br />
gordijn, het<br />
hek, het<br />
huis, het<br />
kachel, de<br />
afwassen<br />
badkamer, de<br />
behangen<br />
boekenkast, de<br />
bos bloemen<br />
brievenbus, de<br />
buren, de<br />
buurjongen, de<br />
buurman, de<br />
buurmeisje, het<br />
buurvrouw, de<br />
dekbed, het<br />
doek , de / het doekje<br />
drogen<br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
kamer, de<br />
kapstok, de<br />
keuken , de<br />
koelkast, de<br />
krant, de<br />
kussen, het<br />
mama / ma / mammie<br />
moeder, de<br />
neef , de<br />
nicht, de<br />
oma, de<br />
oom, de<br />
opa, de<br />
papa / pa / pappie<br />
raam, het<br />
emmer, de<br />
flat , de<br />
grootmoeder, de<br />
grootvader, de<br />
kachel, de<br />
kelder , de<br />
laken, het<br />
metselen<br />
op slot<br />
ophangen<br />
ramenlappen<br />
schoonmaken<br />
schoorsteen , de<br />
schuur, de<br />
gang, de<br />
hek, het<br />
kapstok, de<br />
kelder, de<br />
schuur, de<br />
sop, het<br />
wasmiddel, het<br />
zolder, de<br />
radio, de<br />
shutter, de (de jaloezie)<br />
sleutel, de<br />
stoel, de<br />
tafel, de<br />
tante, de<br />
telefoon, de<br />
televisie, de<br />
thuis<br />
trap, de<br />
tuin, de<br />
vaas, de<br />
vader, de<br />
wonen<br />
zus, de<br />
slaapkamer , de<br />
slot, het<br />
sop, het<br />
stoffer, de en het blik<br />
tafelkleed, het<br />
telefoonboek, het<br />
telefoonnummer, het<br />
uitspoelen<br />
verwarming, de<br />
wasmiddel, het<br />
wieg, de<br />
woonkamer , de<br />
zeem, de<br />
zolder , de<br />
89 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
alles<br />
alsof<br />
beide<br />
bijna<br />
daarginds<br />
datgene<br />
datzelfde<br />
dergelijk<br />
eerst<br />
nu<br />
90
6.7 PLANTEN OM ONS HEEN<br />
blad, het<br />
bloem, de<br />
boom, de<br />
bos, het<br />
brand, de<br />
aarde, de (de grond)<br />
as, de<br />
drijven<br />
druppel, de<br />
grond, de (de aarde)<br />
allemaal<br />
ander<br />
bijna<br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
gieter, de<br />
knop, de<br />
plant, de<br />
stam, de<br />
stengel, de<br />
omspitten<br />
plantenbed, het<br />
rook, de<br />
sproeien<br />
spuiten<br />
daarna<br />
datgene<br />
eerst<br />
erna<br />
net … als<br />
ook<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
blijven<br />
bovendien<br />
daarentegen<br />
tak, de<br />
tuinslang, de<br />
vrucht, de<br />
vuur, het<br />
wortel, de<br />
stromen<br />
vlam, de<br />
zinken<br />
daarna<br />
alvorens<br />
91 <strong>Bronnenboek</strong>
6.8 OP WEG NAAR ...<br />
berg, de<br />
boot, de<br />
botsen<br />
bus, de<br />
druk (niet rustig)<br />
gevaarlijk<br />
golven, de / de golf<br />
helikopter, de<br />
hijskraan, de<br />
land, het<br />
aankomst, de<br />
autoweg, de<br />
bekeuren<br />
bekeuring, de<br />
brommer, de<br />
buitenland, het<br />
bushalte, de<br />
fietspad, het<br />
fietspomp, de<br />
gevaar, het<br />
gordel , de<br />
graafmachine, de<br />
in de buurt<br />
instappen<br />
klaarover<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
land, het (de staat)<br />
motor, de<br />
politie, de<br />
rijden<br />
stoep, de<br />
straat, de<br />
tent, de<br />
tram, de<br />
trein, de<br />
vakantie, de<br />
kruispunt, het<br />
metro, de<br />
overkant , de<br />
oversteken<br />
parkeerplaats, de<br />
parkeren<br />
pas op!<br />
pijl, de<br />
reis, de<br />
reizen<br />
rijbewijs, het<br />
schip, het<br />
scooter, de<br />
station, het<br />
allebei<br />
alles<br />
erachter<br />
ernaast<br />
langs<br />
samen<br />
tegelijk<br />
voor<br />
varen,<br />
vliegen<br />
vliegtuig, het<br />
vrachtauto, de<br />
wachten<br />
weg, de<br />
wereld, de<br />
zee, de<br />
schip, het<br />
scooter, de<br />
station, het<br />
stoeprand, de<br />
stoplicht, het /het<br />
verkeerslicht<br />
taxi, de<br />
tractor, de<br />
uitstappen<br />
veilig<br />
verkeer, het<br />
verkeersbord, het<br />
vliegveld, het<br />
zebrapad , het<br />
92
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
beneden<br />
bij<br />
bijna<br />
boven<br />
bovendien<br />
langs<br />
onder<br />
ten slotte<br />
voorbij<br />
zodat<br />
93 <strong>Bronnenboek</strong>
6.9 HET WEER<br />
blad, het / het blaadje<br />
bloem, de<br />
bruin<br />
de jonge dieren<br />
de zon schijnt<br />
geel<br />
glijden<br />
gras, het<br />
groeien<br />
groen, het<br />
grond, de<br />
dennenappel, de<br />
dennenboom, de<br />
dwarrelen<br />
eikel, de<br />
golf, de<br />
grasveld, het<br />
kastanje , de<br />
omwaaien<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
het regent<br />
het sneeuwt<br />
het waait<br />
ijs, het<br />
koud<br />
lucht, de<br />
paddenstoel, de<br />
plas, de<br />
rolschaatsen, de<br />
rood<br />
schelp, de<br />
paardenbloem, de<br />
pasgeboren<br />
roos, de<br />
schaats, de<br />
slee, de<br />
smelten<br />
sneeuw, de<br />
donker<br />
anders<br />
licht<br />
eerst<br />
later<br />
bovendien<br />
ten slotte<br />
warm<br />
weer, het<br />
wei, de<br />
wind, de<br />
wit<br />
wolk, de<br />
zand, het<br />
zon, de<br />
sneeuwpop, de<br />
steel, de<br />
strand, het<br />
vriest, het<br />
winter, de<br />
zaadje, het<br />
zomer, de<br />
94
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
eerst<br />
behalve<br />
bovendien<br />
daarna<br />
ook<br />
sinds<br />
ten slotte<br />
toch<br />
vervolgens<br />
waardoor<br />
waarmee<br />
95 <strong>Bronnenboek</strong>
6.10 WAT TREKKEN WE AAN?<br />
aan<br />
aandoen<br />
aankleden (zich)<br />
aantrekken<br />
achterkant, de<br />
baard, de<br />
bad, het<br />
bloot<br />
bril, de<br />
broek, de<br />
das , de (de sjaal)<br />
doek, de<br />
doorspoelen<br />
douche, de<br />
douchen<br />
dragen<br />
droog<br />
elastiek, het<br />
haar, het / de haren<br />
handdoek , de<br />
heet<br />
hemd, het<br />
het wc-papier afvegen<br />
hoed, de<br />
jas, de<br />
jurk, de<br />
kam, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
kammen<br />
kammen<br />
kapper, de<br />
ketting, de<br />
kleren, de<br />
knoop , de (de jas)<br />
knoop, de (de veter)<br />
koud<br />
kraan, de<br />
laars, de /de laarzen<br />
los<br />
luier, de<br />
maat, de<br />
mooi<br />
muts, de<br />
nat<br />
onderbroek, de<br />
opzetten (muts)<br />
passen<br />
pet, de<br />
plas, de<br />
plassen<br />
poep, de<br />
poepen<br />
poetsen<br />
pot, de / het potje<br />
pyjama, de<br />
riem, de<br />
aldoor<br />
alsof<br />
alsook<br />
ander<br />
beide<br />
net<br />
sedert<br />
sinds<br />
zoals<br />
ring, de<br />
rits, de<br />
rok, de<br />
schoen, de<br />
schoon<br />
snor, de<br />
sok, de<br />
spiegel, de<br />
stof, de<br />
strak<br />
strik, de<br />
tandenborstel, de<br />
tandpasta, de<br />
trui, de<br />
T-shirt, het<br />
uitdoen<br />
uittrekken<br />
veter, de<br />
vies<br />
voorkant, de<br />
want, de<br />
warm<br />
wassen<br />
water, het<br />
wc, de /het toilet<br />
wijd<br />
zeep, de<br />
96
aanhebben<br />
afdrogen<br />
armband, de<br />
borstel, de<br />
broekspijp, de<br />
dichtdoen<br />
gloeiend<br />
in je blootje<br />
kaal<br />
kledingstuk, het<br />
kletsnat<br />
Uitbreiding<br />
klittenband, de<br />
mouw, de<br />
oorbel, de<br />
opendoen<br />
paar, het (de schoenen)<br />
regenjas, de<br />
ritssluiting, de<br />
sandaal, de<br />
schuim, het<br />
shampoo, de<br />
slipper, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
alvorens<br />
behalve<br />
behoren<br />
beide<br />
breed<br />
circa<br />
daarmee<br />
daarna<br />
sinds<br />
smal<br />
wijd<br />
slof, de<br />
spijkerbroek, de<br />
spons, de<br />
uitkleden (zich)<br />
uitspoelen<br />
verkleedkleren<br />
vlecht, de<br />
washand , de<br />
winterjas, de<br />
zich verkleden<br />
97 <strong>Bronnenboek</strong>
6.11 GEZOND EN ZIEK<br />
arm, de<br />
been, het<br />
bil, de<br />
borst, de<br />
buik, de<br />
duim, de<br />
gezicht, het<br />
hand , de<br />
hard<br />
hoofd , het<br />
horen<br />
bot, het<br />
elleboog, de<br />
glad<br />
hals, de<br />
hiel, de<br />
huid, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
kijken<br />
knie, de<br />
lip, de<br />
luisteren<br />
mond , de<br />
nek, de<br />
neus, de<br />
oog, het<br />
oor, het<br />
proeven<br />
rug , de<br />
keel, de<br />
kin, de<br />
lijf, het<br />
lip, de<br />
pink, de<br />
ruw<br />
NT2<br />
ander<br />
daarna<br />
eerst<br />
gezond<br />
koorts<br />
vervolgens<br />
ruiken<br />
tand, de<br />
teen , de<br />
tong, de<br />
verstaan<br />
vinger, de<br />
voelen<br />
voet, de<br />
wang, de<br />
zacht<br />
zien<br />
schouder, de<br />
wenkbrauw, de<br />
wimper, de<br />
wreef, de<br />
98
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
achter<br />
allemaal<br />
alsof<br />
benaderen<br />
boven<br />
bovendien<br />
onder<br />
voor<br />
want<br />
zo<br />
99 <strong>Bronnenboek</strong>
6.12 SPELEN EN SPEELGOED<br />
auto, de<br />
bak, de<br />
bal, de<br />
beer, de<br />
berg, de<br />
blauw<br />
blok, het<br />
boef, de<br />
boek, het<br />
botsen<br />
bouwen<br />
bouwhoek, de<br />
bruin<br />
buiten<br />
dichtdoen<br />
diep<br />
draaien<br />
durven<br />
fiets, de<br />
fietsen<br />
fluiten<br />
geel<br />
geluid, het<br />
gevaarlijk<br />
gooien<br />
goud<br />
grijs<br />
groen<br />
grond, de<br />
hangen<br />
heen en weer<br />
hollen<br />
hop / hup<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
hupsakee<br />
hut, de<br />
in ‘t echt<br />
kabouter, de<br />
kant, de<br />
kar , de<br />
kiepen<br />
kleur, de<br />
kleuren (ww)<br />
klinken<br />
knikker, de<br />
koning, de<br />
koningin, de<br />
kruipen<br />
kussen , het<br />
langzaam<br />
lawaai, het<br />
lego, de<br />
liedje, het<br />
liggen<br />
lopen<br />
los<br />
loslaten<br />
mis<br />
monster, het<br />
muziek, de<br />
omdraaien<br />
omvallen<br />
op en neer<br />
op z’n kop<br />
opendoen<br />
paars<br />
pang!<br />
piepen<br />
NT2<br />
alles<br />
erin<br />
ervan<br />
intussen<br />
vervolgens<br />
vooral<br />
waaruit<br />
pijn<br />
plons, de<br />
politie<br />
pop, de<br />
poppenhoek, de (de<br />
huishoek)<br />
poppenkast, de<br />
puzzel, de<br />
puzzelen<br />
rand, de<br />
rennen<br />
reus, de<br />
rijden<br />
rollen<br />
ronddraaien<br />
rood<br />
roze<br />
schep, de<br />
scheppen<br />
schieten<br />
schommel, de<br />
schoppen<br />
slap<br />
spannend<br />
speelgoed, het<br />
spel, het (de spelen)<br />
spelen<br />
spelen<br />
spelletje, het<br />
springen<br />
staan<br />
stap, de<br />
stappen<br />
steen, de<br />
100
step, de<br />
sterk<br />
sticker, de<br />
stilstaan<br />
stoer<br />
stok, de<br />
stop, de<br />
stoten<br />
streep, de<br />
stuur, het<br />
tegen (plaats)<br />
tent, de<br />
afkloppen (zand)<br />
afvallen<br />
badpak, het<br />
balk, de<br />
bezem, de<br />
bezemsteel, de<br />
bikini, de<br />
botsing, de<br />
brug, de<br />
cd, de / de dvd<br />
deftig<br />
dief, de<br />
directeur, de<br />
doen alsof<br />
draaimolen, de<br />
draak, de<br />
dwerg, de<br />
fee, de<br />
fluit, de<br />
gevangenis, de<br />
gitaar, de<br />
gymmen<br />
gymnastiek<br />
gymspullen, de<br />
heks, de<br />
herrie, de<br />
Uitbreiding<br />
terug<br />
tik, de (de klap)<br />
toren, de<br />
trekken<br />
vallen<br />
vangen<br />
vast<br />
verstoppen<br />
voetbal, de<br />
voetballen<br />
voorzichtig<br />
wagen, de<br />
huppelen<br />
kaft, de<br />
kassa, de<br />
kasteel, het<br />
klimrek, het<br />
knikkeren<br />
knuffel, de<br />
krat, het<br />
legen<br />
masker, het<br />
meezingen<br />
omkiepen<br />
omver<br />
ondersteboven<br />
ondiepe, het<br />
op een rij<br />
oprapen<br />
optillen<br />
oranje<br />
piano, de<br />
pistool, het<br />
plakboek, het<br />
plakkertje, het<br />
plakplaatje, het<br />
politieagent, de<br />
politiebureau , het<br />
wieg, de<br />
wiel, het<br />
wip, de<br />
wit<br />
zand, het<br />
zandbak, de<br />
zingen<br />
zitten<br />
zoeken<br />
zwart<br />
zwemmen<br />
politiepet, de<br />
politiewagen, de<br />
poppenhuis, het<br />
poppenwagen, de<br />
prins, de<br />
prinses, de<br />
rechtop<br />
reusachtig<br />
ridder, de<br />
sloffen<br />
sluipen<br />
speeltuin, de<br />
spetteren<br />
spook, het<br />
springtouw, het<br />
stampen<br />
stapelen<br />
toeter, de<br />
touwtje springen<br />
toveren<br />
trommel, de<br />
troon, de<br />
verkleuren<br />
vullen<br />
zandvorm, de<br />
zilver, het<br />
101 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
beneden<br />
boven<br />
bovenop<br />
door<br />
doorheen<br />
eraf<br />
erin<br />
erop<br />
hoog<br />
in<br />
naast<br />
omhoog<br />
onder<br />
op<br />
tussen<br />
uit<br />
102
Spelend leren<br />
Een praktisch curriculum voor kleuters<br />
5-jarigen<br />
<strong>Bronnenboek</strong>
INHOUD<br />
1. VERTELLINGEN<br />
1.1 sameN lereN 103<br />
1.2 De DiereNtuiN 106<br />
1.3 feest 110<br />
1.4 sameN leveN 113<br />
1.5 voeDiNG 117<br />
1.6 WoNeN eN sameNleveN 120<br />
1.7 het bos 125<br />
1.8 verkeer 128<br />
1.9 het Weer 132<br />
1.10 kleDiNG 134<br />
1.11 mijN laND 138<br />
1.12 jij eN ik 144<br />
2. VERSJES<br />
2.1 sameN lereN 149<br />
2.2 zoo 150<br />
2.3 NatioNale feestDaGeN 151<br />
2.4 sameN leveN 152<br />
2.5 voeDiNG 153<br />
2.6 WoNeN 154<br />
2.7 het bos 155<br />
2.8 verkeer 156<br />
2.9 het Weer 157<br />
2.10 kleDiNG 158<br />
2.11 mijN laND 159<br />
2.12 jij eN ik 160<br />
3. LIEDJES<br />
3.1 sameN lere 161<br />
3.2 De DiereNtuiN 163<br />
3.3 feest 164<br />
3.4 sameN leveN 166<br />
3.5 voeDiNG 167<br />
3.6 WoNeN eN sameNleveN 168<br />
3.7 het bos 169<br />
3.8 verkeer 170<br />
3.9 het Weer 171<br />
3.10 kleDiNG 172<br />
3.11 mijN laND 173<br />
3.12 jij eN ik 174
4. REKENSPELLETJES<br />
4.1 telleN tot eN met 10 177<br />
5. BEWEGINGSOEFENINGEN<br />
5.1 beWeGiNGsoefeNiNGeN met blokkeN 180<br />
5.2 beWeGiNGsoefeNiNGeN met balleN 181<br />
5.3 beWeGiNGsoefeNiNGeN met PitteNzakjes 183<br />
5.4 beWeGiNGsoefeNiNGeN met stokkeN 184<br />
6. BASISWOORDEN SURINAAMSE KLEUTERGROEP 2<br />
sPeleN eN sPeelGoeD 186
1.1<br />
Een wandeling<br />
SAMENLEREN<br />
1. Vertellingen<br />
Tingelingeling. Daar gaat de bel. De kinderen staan netjes in de rij voor de<br />
vlaggenparade. Daarna mogen ze naar de klas. Juf Bea heeft haar kinderen<br />
vandaag iets moois te vertellen.<br />
Allemaal opgelet, vandaag zullen we een wandeling maken naar de Palmentuin.<br />
De school staat niet zo ver van de Palmentuin.<br />
Het is niet zomaar een wandeling. We gaan naar de mooie plekjes en gebouwen<br />
bekijken en daarna zullen we onze broodjes opeten in de Palmentuin. Dan zullen we<br />
wat spelen en keren daarna naar school terug. Netjes in de rij lopen en naar de juf<br />
luisteren, hoor. Als je iets moois ziet, mag je dat luidop zeggen.<br />
De kinderen beginnen te lopen. Ze komen in een straat.<br />
“Kijk juf”, zegt Randall, “hier komen de mensen tanken”.<br />
“Goed”, zegt de juf, “dit is een pompstation. Auto’s kunnen zonder benzine of<br />
dieselolie niet rijden. Hier kunnen ze een van beide in hun tank zetten en ook hun<br />
banden oppompen. Kijk maar, er komen bussen, trucks, auto’s, pick- ups, maar<br />
ook bromfietsen. Die hebben ook benzine nodig.”<br />
Naast het pompstation staat een kerk. Daar gaan de mensen om te bidden en te<br />
zingen. De kerk heeft een toren en in die toren zit de kerkbel. Die “roept” de mensen<br />
zondag uit hun huizen. “Bim bam”, zegt de bel, “mensen kom toch naar de kerk”.<br />
Het is erg druk op straat. “Goed uitkijken”, zegt de juf. “Kijk kinderen, hier is het ’s<br />
Lands Hospitaal, hier liggen de zieke mensen. Sommige blijven een paar dagen en<br />
als ze beter zijn, , mogen ze naar huis”. De kinderen kijken hun ogen uit.<br />
“Iets verder staat de Surinaamsche Bank, daar sparen de mensen hun centen.<br />
Er werken heel veel mensen daar. En naast de Bank staat een hele grote kerk.<br />
Die heet de Kathedraal”. “wat zien wij veel juf”! “Kijk maar, aan de overkant, daar is<br />
de waterleidingmaatschappij. Je kan er de waterrekening betalen”.<br />
Ze zijn al bijna bij de Palmentuin.<br />
“Kijk juf, daar woont de president”. Dat is het paleis van de president. Hij is de baas<br />
van het land. Nog een stukje lopen, dan zijn we in de Palmentuin”.<br />
Die is eigenlijk de tuin van het paleis.<br />
“Gelukkig”, roepen de kinderen, hier hoeven wij niet meer voorzichtig te lopen”.<br />
Ze gaan naar de speeltuin en mogen daar flink stoeien.<br />
Daarna mogen ze eten en drinken. “Zo, nu vlug naar school terug”.<br />
De kinderen zijn moe, maar stappen toch flink door.<br />
De vaders en moeders staan al te wachten.<br />
103 <strong>Bronnenboek</strong>
“Weet je wat”, zegt de juf tegen de kinderen, “morgen mogen jullie allemaal een<br />
mooie tekening maken over alles wat je vandaag gezien hebt”.<br />
“Dat is een goed idee”, zeggen de kinderen.<br />
De nieuwe poppenkast<br />
Vandaag zijn de kinderen blij. Weet je waarom? Dat zal ik je dan even vertellen.<br />
De kinderen van de klas van juf Marian hebben veel te doen.<br />
Nadat er is gebeld en alle kinderen op hun plaats zitten, zegt juf Marian:<br />
“Goede morgen kinderen. Heeft iedereen goed geslapen?” Daarna pakt ze het<br />
register. Ze zegt: “Hierin staan de namen van alle kinderen van de klas.” De juf leest<br />
de namen op om te weten wie er niet is. Remie is niet op school.<br />
Als de juf klaar is met het register zegt ze: “Kinderen gisteren hebben we een afspraak<br />
gemaakt, wie weet nog wat voor afspraak die is?”<br />
Alle kinderen steken hun vinger op. “Zeg jij het maar, Carlo.” Carlo staat op en zegt:<br />
“Vandaag gaan wij de klas mooi maken.”<br />
“Dat heb je goed onthouden”, zegt de juf. In de klas zijn er vier groepen.<br />
De groepen hebben allemaal een naam: Fayalobi, Kotomisi, Angalampoe en Kréré-<br />
kréré. “Zo”, zegt de juf, “luister nu eens even goed.” De kinderen luisteren aandachtig.<br />
“Een paar kinderen uit groepje Fayalobi mogen de poppenhoek opruimen:<br />
alle kleren opvouwen, alle kopjes en schotels naar de keuken brengen, en het<br />
plankje afstoffen.” De Fayalobi’s willen al beginnen.<br />
“Even wachten”, zegt de juf. “Een paar kinderen uit groepje Kotomisi mogen alle<br />
potten, pannen, lepels, vorken, het servies wassen en de keuken mooi schoonmaken.”<br />
De kinderen klappen in hun handen van blijdschap.<br />
“Wat mogen wij dan doen?” vragen de Angalampoes.<br />
“Een paar kinderen uit de groep mogen het boekenplankje eerst goed afstoffen<br />
en daarna de boeken keurig netjes leggen.” “Krérékréré’s zorgen voor de<br />
materialenkast: blokkendozen bij elkaar, puzzels bij elkaar. Jullie weten het wel!<br />
Verder hoef ik niets meer te zeggen, want grote kinderen als jullie, weten al samen<br />
te werken. En denk erom, we werken met onze handen en fluisteren met onze<br />
mond. Zo en nu aan het werk!”<br />
De andere kinderen mogen de juf helpen de muur mooi te maken. Een plaatje hier,<br />
een werkstuk daar, een grote plaat in de keukenhoek, groetjes in de poppenhoek.<br />
“Juf komt er op de plek waar de poppenkast stond ook een plaatje?” vraagt Siska.<br />
“Voorlopig niet”, antwoordt de juffrouw.<br />
De kinderen hebben veel plezier in het werk.<br />
Plotseling is het stil en alle kinderen kijken in de richting van de deur.<br />
Hebben ze het goed gehoord? Heeft er iemand op de deur geklopt?<br />
Daar horen ze het weer. Klop, klop, klop!<br />
De juf loopt naar de deur en doet die open. En wat ziet ze daar?<br />
Een grote poppenkast! Maar er is verder niets of niemand te zien.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
104
Ineens komt er een kindje achter de poppenkast vandaan.<br />
Het is Remie. Hij lacht. Daar komt zijn vader aangelopen.<br />
“Goede morgen juf! Remie heeft allang om een poppenkast voor de school<br />
gevraagd. Hier is hij dan.” Remie’s vader komt met de kast binnen.<br />
“Wauw, wat mooi”, roepen de kinderen. “Ik ben ook gekomen om de kast aan de<br />
muur vast te maken. Als u hen gebruiken wilt, klapt u hem open.”<br />
Remie’s vader boort met een boormachine gaten in de muur en maakt de<br />
poppenkast stevig vast. Terwijl hij doorgaat zegt de juf tegen de kinderen:<br />
“Zo, gaan jullie maar weer aan het werk.” Het werk gaat goed in alle hoeken.<br />
Als de kinderen klaar zijn, kijkt de juf of alles in orde is. Remie helpt zijn vader.<br />
Wat is de kast toch mooi! Remie’s vader is klaar.<br />
De kinderen klappen en bedanken hem. De klas ziet er zo anders uit.<br />
“We hebben een nieuwe klas”, zegt Remie.<br />
“Na het eten zullen we de poppen eens uitproberen”, zegt de juf.<br />
“Jeeh, jeeh!” roepen de kinderen en klappen nogmaals van plezier.<br />
Te laat op school<br />
Ruby woont ver van school. Zij gaat met de schoolbus naar school. De schoolbus is<br />
altijd op tijd. Ruby’s moeder zorgt ervoor dat ze klaarstaat als de bus komt.<br />
Op een dag verhuizen ze. Zij gaan niet ver van de school wonen.<br />
De schoolbus hoeft Ruby niet meer op te halen. Zij kan nu helemaal alleen naar<br />
school lopen.<br />
U kunt een keus doen uit onderstaande punten om het verhaal uit te bouwen:<br />
• Ruby blijft op straat spelen;<br />
• Ruby blijft te lang onderweg omdat zij een verkeerde weg heeft genomen;<br />
• Ruby is verdwaald en een politieagent brengt haar naar school;<br />
• Ruby vertrekt te laat van huis;<br />
• Ruby staat bij de bushalte te praten met een vriendje en let niet op de tijd.<br />
105 <strong>Bronnenboek</strong>
1.2<br />
Naar het circus<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
DE DIERENTUIN<br />
Wat gebeurt er op het plein? Er wordt getimmerd en gewerkt.<br />
Er komt een hele grote dichte tent.<br />
“Waarvoor is die tent?” Dat vragen de mensen aan elkaar.<br />
Er komt een circus met veel dieren: Olifanten, tijgers en leeuwen. Ook duiven en<br />
konijntjes. Die gaan hun kunstjes vertonen aan de mensen.<br />
De kinderen van de kleuterschool mogen er ook naar toe. Samen met de juffen.<br />
Die moeten op de kinderen letten. Vol spanning wachten de kinderen op de dieren.<br />
In het midden van de tent is er een grote kooi. Die is voor de dieren.<br />
Ze mogen er niet uit. Daar komt de leeuwentemmer aan. Die zal de leeuwen<br />
kunstjes laten vertonen. Ze staan heel hoog, elk op een grote kruk en brullen een<br />
beetje. Nu mogen ze door een hoepel springen. Goed zo, alle drie springen keurig<br />
door de hoepel. Daarna gaan ze op twee poten staan en doen een dansje.<br />
Dat vinden de kinderen echt leuk.<br />
“Wat zijn ze knap juf.”<br />
Daarna komen de olifanten. Die rollen op een vat, maar vallen er niet af.<br />
Nee hoor, ze blijven op de vaten dansen. Dat is heel mooi om te zien.<br />
Ook de apen komen aan de beurt. Ze springen van het ene touw naar het andere.<br />
Ze worden slingerapen genoemd. De muizen dansen op de maat van de muziek.<br />
Daarna komen de clowns.<br />
De kinderen van de kleuterschool zien voor het eerst echte olifanten.<br />
In onze dierentuin zijn er geen olifanten, daarom kijken ze goed.<br />
Ze genieten van alle dieren en ook van de clowns. Ze zijn een beetje bang dat de<br />
dieren uit de kooi zullen komen. Maar nee hoor, die zit goed op slot.<br />
“Juf, wat zijn de dieren knap”, zegt Ashna. “Als ik thuis ben, zal ik mijn hond Fikkie<br />
ook kunstjes leren, dan kan ik in het circus met hem optreden.<br />
De kinderen lachen erom.<br />
“Ja”, zegt de juf, “hondjes kunnen ook veel leren hoor, probeer het maar thuis met je<br />
eigen hond. Naar jou zal hij wel luisteren, maar naar een ander niet.”<br />
De volgende dag bij de handenarbeidles, worden de kinderen in groepjes verdeeld.<br />
Zij mogen het circus voor de juf maken. Zij heeft het materiaal al klaargelegd.<br />
Dozen, schaartjes, kleurpotloden en lijm. De kleuters werken flink door.<br />
Iedereen heeft een eigen opdracht.<br />
Groepje ‘rood’ maakt de mensen. Groepje ‘geel’ maakt de dieren. Groepje ‘oranje’<br />
maakt de grote kooi en groepje ‘groen’ maakt de stoelen waarop de mensen moeten<br />
zitten. Wat doen ze hun best. Als ze klaar zijn, brengt de juf alles bij elkaar en samen<br />
vormen ze het circus.<br />
De juf is blij, want het werkstuk is heel mooi geworden.<br />
106
Terug naar de boerderij<br />
Het is vroeg in de morgen. De dieren op de boerderij van boer Waldie zijn al wakker.<br />
De koe strekt zich uit en denkt: Mooie dag vandaag, ik ga wandelen. Dan ga ik even<br />
op bezoek bij Jako het paard.<br />
Zij begint te lopen. Na een korte tijd blijft zij even staan. En wat ziet ze daar?<br />
Ziet ze het wel goed? Staat het hek open?<br />
De koe denkt bij zichzelf: Ik ga niet meer bij Jako het paard. Ik ga de grote wereld in.<br />
Zij kijkt eerst om zich heen om te zien of de boer niet toevallig in de buurt is.<br />
Neen hoor, zij ziet niemand. Ze hoort wel een stem. Maar die komt van heel ver weg.<br />
Nu kan zij het hek uitlopen zonder dat iemand haar ziet. Voorzichtig kijkt zij nog een<br />
keer om. Nu moet ik gaan, denkt zij en loopt vlug het hek uit.<br />
En wie komt ze op de weg tegen?<br />
Dat is Jako het paard. Wat doet die daar? denkt de koe.<br />
O, o, misschien moet hij een vrachtje wegbrengen. Neen, maar dat kan niet, want hij<br />
heeft geen leidsel om zijn hoofd. Zal ik toch maar naar hem toelopen?, denkt ze.<br />
“Ja dat doe ik.” “Hé vriendin, waar ga je naartoe?” hinnikt het paard.<br />
De koe stottert: “Ikke? Ikke ehh, ik ga de grote wereld in.”<br />
“De grote wereld, waar is dat?” vraagt Jako.<br />
“Hier en daar en overal”, antwoordt de koe.<br />
”O, weet je wat, dan ga ik met je mee.” De koe staat met de bek vol tanden.<br />
Zij kan haar ogen niet geloven.<br />
“Wat doen jullie hier?” roept zij tegen de ezel, het varken, het schaap en de haan.<br />
De dieren lachen allemaal. Het klinkt haast als een zanggroep.<br />
Maar wat gebeurt er plotseling? Wat voor geluid is dat? Wie huilt er? De kop van het<br />
schaap is nat van de tranen.<br />
Klk, klk, klk. Bwè, bwè, bwè.”<br />
“Zeg schaap, wat is er met jou aan de hand?” vraagt Jako.<br />
“Ik ben bang voor de grote wereld. Ik wil terug naar de boerderij.”<br />
“Ga jij dan maar terug”, zegt de koe, “maar ik ga verder. Ik wil de wereld zien.”<br />
O, o, nu is het afgelopen. Kijk wie daar aankomt. Dat is de boer.<br />
De dieren proberen in de sloot tussen de struiken te schuilen. Maar de boer ziet dat.<br />
Hij draaft met zijn paard er naartoe en gaat tegen een boom staan.<br />
De dieren durven niet uit de sloot te komen.<br />
“Ik ga niet naar huis zonder jullie” zegt de boer luidop. “Ik blijf net zo lang hier staan,<br />
totdat iedereen tevoorschijn komt.”<br />
“Heeft hij ons gezien?” fluistert het varken.<br />
“Ik weet het niet”, balkt de ezel.<br />
“Houd je stil”, zegt het paard, “anders weet hij precies waar we zijn.” Maar de haan<br />
kan dat niet. Hij krijgt de kriebel in zijn keel. En ja hoor:<br />
“Kukeleku!” kraait hij dan. Wat vind hij dat erg. “Ik kan er niets aan doen”, zegt hij<br />
gauw. De boer die de haan hoort kraaien, lacht heel hard.<br />
107 <strong>Bronnenboek</strong>
“Nu is het afgelopen. Komen jullie maar tevoorschijn voor ik boos word”, zegt hij.<br />
Eén voor eén klimmen de dieren uit de sloot. Met de kop omlaag lopen ze terug<br />
naar de boerderij. Voor straf moeten ze vandaag allemaal in de stal blijven en de<br />
haan in het kippenhok. Dat vinden de dieren heel erg. En ze willen daarom nooit<br />
meer de grote wereld in.<br />
Feest in het dierenbos<br />
Vandaag is er in het dierenbos groot feest.<br />
Op een open plek in het grote bos staan al heel wat diern te wachten.<br />
De vogels zitten bij elkaar. Ze vormen het fluitorkest.<br />
“Allemaal hierheen!” brult de leeuw vriendelijk.<br />
Alle dieren gaan in een kring om de leeuw staan. Ze zijn zo opgewonden dat ze niet<br />
stil kunnen blijven staan.<br />
“Grrr- grrr”, gromt de leeuw zacht. Dat wil zeggen: Stil nou, stil nou.<br />
Dan is het stil.<br />
De leeuw zegt: “Ik zie nog niet alle kinderen.<br />
Maar kijk, daar komen enkele.”<br />
Het feest gaat beginnen. Eerst mogen het hert en het konijn naar voren komen.<br />
Zij gaan touwtrekken. De aap brengt het touw naar het midden van de kring.<br />
Het hert pakt het touw aan het ene eind en het konijn houdt vast aan het andere eind.<br />
“Ik brul drie keer en bij de derde keer mogen jullie beginnen.<br />
Gr, gr, gr……”<br />
“Jeh, jeh, jeh! Hertje, hertje, hertje!” roept een groep dieren.<br />
“Konikoni, konikoni, konikoni!” roept een andere groep.<br />
Het hert valt op degrond en het konijn trekt uit alle macht. Wie zal het winnen?<br />
Maar het hert staat weer op en trekt, en trekt……en trekt.<br />
Het konijn gaat over de streep. Het hert wint. Zijn vriendjes komen hem feliciteren.<br />
Plotseling klinkt er een geluid als een trompet door het bos. Ja, dat is niet mis.<br />
De hele olifantenfamilie komt in optocht naar het feest. De kleintjes lopen in een<br />
kring totdat een grote olifant luid trompettert. Op dat moment gaan de voorpoten van<br />
de olifantjes omhoog en lopen ze nu op hun achterpoten.<br />
Alle dieren springen en juichen van plezier.<br />
De kleine olifanten krijgen een flinke brul van de leeuw. “Dat hebben jullie goed<br />
gedaan. Gaan jullie maar naar de aap en het konijn. Dan krijgen jullie wat te eten..”<br />
Achter elkaar komen de dieren, die wat willen doen, naar voren.<br />
De slang steekt zijn kop omhoog en sist een vrolijk wijsje.<br />
De aap gaat toveren. Hij tovert van iedereen iets weg.<br />
Nu is de zebra aan de beurt. Hij klimt op een boomstam. Iedereen moet hem goed<br />
zien. “Kom jij eens hier”, zegt hij tegen pakira die net is aangekomen.<br />
De pakira loopt naar voren en wenkt de zebra. Hij fluistert hem iets in het oor.<br />
De zebra maakt een sprong achteruit en de witte strepen worden van schrik<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
108
helemaal rood. “Sannnng!” roepen alle dieren, want ze begrijpen dat er wat aan de<br />
hand is. De zebra loopt naar de leeuw toe en fluistert hem ook wat in het oor.<br />
De leeuw brult heel luid:<br />
“Dieren, dieren, even luisteren. Er is een dier op weg hiernaartoe. Een dier dat wij<br />
niet hebben uitgenodigd. Volgens Pakira is hij van plan om een paar van jullie te<br />
pakken en op te eten.<br />
”Veel dieren beginnen van angst te schreeuwen. Dan brult de leeuw weer.<br />
“Rustig maar. Rustig maar.” Alle dieren kijken naar het pad dat uitkomt bij het open<br />
veld. Ja, kijk eens, daar is hij. Langzaam kruipt hij naar het open veld.<br />
De kleine dieren beginnen te huilen.<br />
Maar wat gebeurt er?<br />
De krokodil gaat rechtop staan, zijn twee voorpoten gaan omhoog. Zijn achterpoten<br />
strekt hij naar voren. Hij roept: “Wees niet bang. Ik zal niemand kwaad doen.<br />
Ik kom samen met jullie feestvieren.”<br />
De kleine dieren worden nu rustig. Ze huilen niet meer, maar kijken met grote ogen<br />
naar wat de krokodil doet.<br />
“Luister eens”, zegt de leeuw, “als je komt om feest te vieren dan mag je erbij<br />
komen. Maar denk erom geen grapjes.” De krokodil gaat nu helemaal op zijn staart<br />
staan. “Wauw, wauw”, schreeuwen de dieren.<br />
“Dat is geweldig, dat is geweldig.” Nu zijn ze niet meer bang voor de krokodil.<br />
109 <strong>Bronnenboek</strong>
1.3<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
FEEST<br />
Nationale feestagen, Keti Koti<br />
Alle kleuters van juf Anne zijn blij. Ze zijn bezig mooie slingers te maken.<br />
De klas moet mooi versierd zijn voor het grote feest.<br />
Over een paar dagen is het Keti- Koti. Dan viert heel Suriname feest.<br />
De juf heeft de kinderen verteld over de mensen die uit Afrika hiernaartoe gekomen<br />
zijn. Hier moesten ze als slaven op de plantages werken.<br />
Ze werden ook niet goed behandeld: ze kregen weinig eten en ook geen geld om<br />
mooie spullen te kopen. Maar op een dag, 1 juli 1863 waren ze plotseling vrij.<br />
Ze hoefden niet meer zo hard te werken en ze kregen geld voor het werk dat ze<br />
deden. En nog steeds wordt deze dag gevierd door alle mensen die in Suriname<br />
wonen. Iedereen is blij op die dag en er wordt overal feestgevierd.<br />
Op alle scholen vieren de leerkrachten het feest met de kinderen.<br />
De kleuters van juf Anne zijn bijna klaar. Allemaal zijn vrolijk. De juf heeft ze ook<br />
gezegd, dat ze anders gekleed op school mogen komen.<br />
“Ik kom als een Indiaan”, zegt Alirijo, “en ik kom als Chinees, ik kom als een<br />
Javaanse”, roepen de kinderen naar juf.<br />
Alleen Maitrie zegt niets. Ze zit stil voor zich uit te kijken. Ze heeft ook geen zin om<br />
slingers te maken.<br />
“Waarom ben je stil, Maitrie?” vraagt Suzie, haar vriendinnetje.<br />
”Ben je niet blij met het feest?”<br />
“Ik wil ook feesten, maar ik mag op die dag niet naar school komen van mama, het<br />
feest is niet voor Hindoestanen, het is alleen voor een bepaalde groep, voor de<br />
marrons.” “Ik vind het heel erg, want ik wil in mijn sari op die dag naar school komen.<br />
“Neen hoor”, zegt Suzie “het feest is voor alle Surinamers.<br />
Wij wonen allemaal in dit land en dit feest is een nationaal feest. Iedereen doet mee.<br />
Dit vertel ik aan juf Anne.” Als iedereen buiten speelt, gaat Suzie naar juf en vertelt<br />
wat ze van Maitrie gehoord heeft. De juf schrikt ervan:<br />
“Neen hoor, het feest is voor alle kinderen. Ik zal even thuis bij Maitrie gaan, om haar<br />
moeder over het Keti Kotifeest te vertellen.<br />
Juf Anne gaat die middag naar het huis van Maitrie toe. Daar vertelt ze aan Maitries<br />
moeder over het feest. Nu begrijpt de moeder van Maitrie het goed. Maitries sari<br />
wordt gauw uit de kast gehaald en opgehangen voor de grote dag.<br />
Wat is ze trots als ze op 1 juli het schoolerf opkomt. Alle kinderen vinden haar mooi.<br />
Er zijn een heleboel kinderen in verschillende klederdrachten. De kinderen vieren<br />
feest. Er is ook een kleine kawinaband op school. De kinderen mogen meedansen.<br />
Maar er wordt ook Hindoestaanse muziek afgedraaid. Iedereen danst , want het is<br />
een echt Surinaams feest.<br />
De kinderen krijgen veel lekkers. De juf heeft bara’s en roti’s meegebracht.<br />
110
Sommige moeders hebben gemberbier en orgeade gebracht.<br />
Twee moeders hebben moksi- alesi gekookt. Er is van alles wat. Mieuw- tjiens vader<br />
heeft Chinese bami gebakken, speciaal voor het feest. Alle mensen zijn blij.<br />
Wij zijn blij, omdat de slavernij is afgeschaft. Wij hoeven niet meer zo hard te<br />
werken. En iedereen krijgt geld, als hij of zij werkt.<br />
Het feest duurt tot een uur. Eigenlijk is het feest morgen, dan is iedereen vrij,<br />
niemand hoeft naar het werk te gaan. Maar op school vieren we het een dag eerder,<br />
dan kunnen de kinderen dit feest samen met de leerkrachten vieren.<br />
We zijn blij dat we in Suriname wonen, hier zijn we allemaal een. Net echte broers<br />
en zussen. “Wij zijn een grote familie”, zegt Maitrie zacht.<br />
Samen feesten<br />
Vandaag 25 oktober mogen de kinderen van de Kankantrieschool even bij de<br />
vlaggenmast blijven staan. Het schoolhoofd heeft ze iets leuks te vertellen.<br />
Ze zijn erg benieuwd naar wat hij te zeggen heeft. Daar komt meester Wortel aan.<br />
Hij gaat zodanig staan dat iedereen hem kan horen en zien.<br />
“Jongens en meisjes, vandaag zal ik jullie iets vertellen. Over een maand zullen we<br />
het srefidensifeest vieren. Dat is het feest van de onafhankelijkheid van Suriname.<br />
Jouw juf of meester zal je daarover vertellen. Dit jaar zullen we het feest niet alleen<br />
vieren, maar samen met nog twee andere scholen uit de buurt. Het feest zal dan op<br />
het sportveld van de Derde Rijweg worden gehouden.<br />
Het veld is erg groot, dus er kunnen makkelijk drie scholen samen feesten.<br />
Elke school moet een toneelstuk opvoeren over de Onafhankelijkheid van Suriname.<br />
De minister van Onderwijs zal ook aanwezig zijn, dus gaan we op die dag extra ons<br />
best doen. De gasten zullen dan met een blij gevoel van het feest kunnen gaan.<br />
Wat zijn de kinderen blij. Op die dag zullen ze misschien hun vriendjes en<br />
vriendinnetjes van de andere scholen ontmoeten. Vanaf vandaag beginnen de juffen<br />
met de voorbereiding van het feest. Uit alle klassen mogen drie leerlingen meedoen<br />
met het toneelstuk. Ook de kleuters doen mee. Dat vinden ze leuk. Elke dag mogen<br />
ze oefenen met juffrouw Dorien. De kleuters zullen een dans maken en erbij zingen.<br />
Ook zullen ze mutsjes opzetten met de Surinaamse vlag erop.<br />
De kinderen doen hard hun best. Hun toneelstuk moet het mooiste van alle drie<br />
scholen worden.<br />
Op de dag van het feest zijn de kinderen van de Kankantrie-, de Koemboe- en de<br />
Kasjoeschool op het speelveld. Wat zien ze er mooi uit. Ook het veld is versierd.<br />
Er staat een hele grote tent met daarvoor een groot podium. Daarop zullen de<br />
kinderen de toneelstukjes opvoeren. De kinderen die meedoen zijn een beetje<br />
zenuwachtig. Zal het wel goed gaan, denken ze.<br />
De minister is er al. Ook enkele ouders zijn aanwezig. Alle kinderen mogen op een<br />
stoel zitten. Ook de Militaire Kapel is aanwezig. Die zal voor de muziek zorgen, want<br />
111 <strong>Bronnenboek</strong>
natuurlijk zal er ook gedanst worden. Het feest kan beginnen.<br />
Alle scholen krijgen een beurt op het podium. Iedereen klapt, want ze vinden de<br />
opvoeringen van de scholen erg mooi.<br />
Ook de minister heeft grote pret. Hij lacht en geniet van alles om zich heen.<br />
Als de scholen klaar zijn met hun toneelstuk mogen de leerlingen de benen losgooien.<br />
De militairen beginnen te spelen en alle kinderen dansen met de leerkrachten mee.<br />
Ook de minister danst mee.<br />
De kinderen worden getrakteerd op moksi alesi en bami. Iedereen krijgt een grote<br />
cup stroop. De kinderen vinden het fijn. Drie scholen bij elkaar. Allemaal hebben ze<br />
samen pret. Dat is pas leuk, samen met de andere scholen.<br />
“Dit moeten we vaker doen”, zeggen de leerkrachten tegen elkaar. Aan het einde van<br />
het feest gaat iedereen tevreden naar huis.<br />
De volgende dag mogen de kinderen aan hun juffrouw of meester vertellen hoe ze<br />
die dag gevonden hebben. Allemaal hebben ze genoten en kijken vol verlangen uit<br />
naar een ander feest met alle drie scholen samen.<br />
Het Holifeest (Phagwa)<br />
De landbouwers hebben de afgelopen maanden heel hard gewerkt op het veld.<br />
Ze hebben geploegd en veel zaden in de grond gestopt. Ze hopen dat het nu zal<br />
gaan regenen. Dan zullen de planten goed groeien. Als de planten beginnen te<br />
bloeien, is het tijd om feest te vieren. Niet alleen de landbouwers vieren feest, maar<br />
ook alle mensen in Suriname. Ze hopen dat het een goede oogst zal worden.<br />
Het feest dat ze vieren heet het “Holifeest of Phagwa”.<br />
Op die dag zijn alle mensen blij. Ze strooien gekleurde poeder op elkaar.<br />
Maar ook kleurstof, opgelost in water wordt op elkaar gegooid.<br />
De moeders maken veel lekkere hapjes klaar zoals bara, roti en phulawri.<br />
Iedereen mag mee komen smullen. Roshni’s moeder heeft de familie en veel vrien-<br />
den uitgenodigd.<br />
De busjes met gekleurde poeder staan al klaar. Rode, gele, groene, maar ook roze<br />
poeder. De gasten krijgen ook wat parfum op het lichaam. Daar komen de eerste<br />
gasten. Ze worden begroet met veel poeder. Wat vinden ze dat leuk.<br />
Iedereen heeft mooie kleurenpoeder over zich. De kinderen rennen achter elkaar<br />
met de busjes poeder. Er zit poeder in het haar en op het gehele lichaam.<br />
Het feest duurt tot zeven uur ’s avonds. Nu maar hopen dat alles dat geplant is, mooi<br />
groeit. De boeren verwachten groenten die er goed zullen uitzien, zodat ze die op de<br />
markt kunnen verkopen. Dan hebben alle mensen in Suriname genoeg groenten om<br />
te eten en heeft het land alleen gezonde mensen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
112
1.4<br />
SAMEN LEVEN<br />
Papa’s nieuwe werk<br />
Vanaf nu hoeft papa niet meer elke ochtend heel vroeg op te staan om naar het werk<br />
te gaan. Weet je waarom?<br />
Papa moest elke ochtend om vijf uur opstaan om de bus , die hem naar de fabriek<br />
moest brengen, te pakken. Daar werkt de papa van Ronnie tot ’s middags.<br />
De bus haalt hem dan weer op. Papa is dan om zes uur thuis. Papa werkt nu in de<br />
stad. Hij hoeft dus niet meer zo vroeg op te staan. Hij moet voor zijn nieuwe baas<br />
een formulier ophalen waarop zijn naam, geboortedatum en adres nauwkeurig<br />
staan. Zo een formulier heet een geboortebewijs. Dit formulier moet hij bij een groot<br />
kantoor afhalen. Ronnie mag met papa mee om het formulier op te halen.<br />
Het kantoor is een beetje ver. Ze moeten met de bus ernaartoe.<br />
“We zijn er Ronnie”, zegt papa en hij wijst naar een groot gebouw.<br />
Als ze in het gebouw lopen, schrikt Ronnie van zoveel mensen.<br />
“Komen ze allemaal voor een formulier?” vraagt hij aan zijn vader.<br />
Nee hoor, ze komen voor andere zaken. Zie je die lange rijen met mensen?<br />
In elke komen de mensen voor iets anders. De werknemers die achter de loketten<br />
zitten, helpen de mensen aan iets wat ze nodig hebben.<br />
Ik zal je vertellen waarom al die rijen zijn. Kijk, deze rij is voor mensen die komen<br />
voor een geboorte-uittreksel. Hierin moeten wij staan. In de tweede rij komen de<br />
mensen hun familieboekje ophalen. In die lange rij daar komen ze opgeven dat<br />
ze verhuisd zijn. In deze rij staan mensen die willen trouwen, dat moeten ze ook<br />
hier opgeven. In de andere rij zijn mensen die uit een ander land komen en hier<br />
willen wonen. Ze komen hun adres opgeven. De laatste rij is voor mensen die<br />
komen opgeven dat een familielid is overleden. Dit alles moet ergens opgeschreven<br />
worden. Zo kan iedereen nagaan of alles wel goed gaat in het land.<br />
“Vind je dat niet geweldig Ronnie”, zegt vader. Ronnie wordt er stil van.<br />
Hij wist niet dat er zo een kantoor bestond. De mensen die op dit kantoor werken,<br />
zijn ambtenaren. Zij moeten ervoor zorgen dat alles van het land netjes opgeschre-<br />
ven wordt. Is mijn naam ook in zo een groot boek opgeschreven papa.<br />
Ja hoor, al onze namen staan ook in een groot boek.<br />
Nu is papa aan de beurt. Hij vertelt waarvoor hij komt en wordt snel geholpen.<br />
Ziekenhuis<br />
Jamila is opgenomen in het ziekenhuis, omdat haar hartje ziek is.<br />
In het ziekenhuis zal de dokter Jamila weer beter maken.<br />
Jamila heeft een tas met kleren, kleurboekjes en speelgoed meegenomen.<br />
Naast haar ligt haar lievelingspop Susanna. Jamila’s moeder staat bij het bed van<br />
Jamila in het ziekenhuis.<br />
113 <strong>Bronnenboek</strong>
Ze geeft Jamila een zoen en zegt: “Lieve Jamila je moet flink zijn, dan word je gauw<br />
beter en mag je weer naar huis.<br />
Als mama weg is, begint Jamila zachtjes te huilen: ze denkt aan mama, papa, haar<br />
zus en haar hondje Pipo.<br />
Een lieve zuster staat bij het bed en zegt: “Jamila wij houden ook van jou, de dokter<br />
zal je gauw beter maken. Morgen zal de dokter het hartje van jou opereren.”<br />
“Ik, ik, ik, wil dat niet”, zegt Jamila.<br />
Jamila drukt haar popje tegen zich aan en valt in slaap.<br />
Als Jamila wakker wordt staat de lieve zuster weer bij haar en ook een lange dokter.<br />
De dokter zet een apparaatje op Jamila’s hartje. Jamila mag naar haar eigen hartje<br />
luisteren. Pfff, pfff klinkt het in haar oor, net een fietspomp denkt Jamila.<br />
“Zo moet het niet”, zegt de dokter, “we zullen je hartje gauw beter maken, je hoeft<br />
helemaal niet bang te zijn.” De zuster praat met Jamila. Jamila vindt de zuster<br />
ineens niet meer zo lief. De zuster heeft voor het onderzoek een beetje bloed van<br />
Jamila nodig. Daarom geeft ze Jamila een prik in haar arm. Jamila huilt niet.<br />
“Flinke meid”, zegt de zuster. Jamila drukt haar popje tegen zich aan en zegt:<br />
Susanna het deed maar even pijn, gelukkig dat jij bij me bent, lieve pop.”<br />
Daar is de zuster weer. “Ik zal je een prik geven aan je bil daarvan zal je heel diep<br />
slapen”, zegt de zuster. Jamila kijkt nu wel boos. Zuster maakt Jamila’s billen bloot<br />
en geeft haar een prik. “Valt alleen mijn bil in slaap?” vraagt Jamila.<br />
”Neen”, zegt de zuster, “je zal heel diep slapen en niets merken van de operatie.”<br />
Als Jamila slaapt, brengt zuster haar naar een grote kamer. In deze operatiekamer<br />
maken de dokters Jamila’s hart weer goed.<br />
Na een paar uren ligt ze weer in haar kamer. Er loopt een streep over haar borst.<br />
Daar is een grote pleister op geplakt. Op haar buik zitten twee kleine pleisters en<br />
ook twee buisjes.<br />
Als Jamila wakker wordt, hoort ze stemmen in de verte.<br />
Mama zegt: “Ik houd van je.” Papa zegt: ”Ik ook kleine Jamila.”jamila voelt mama’s<br />
hand, ze heeft pijn en slaapt nog half. De zuster zit bij het bed van Jamila.<br />
Ze moet nog een paar dagen in bed blijven, ze krijgt pillen en drankjes.<br />
Als Jamila moet plassen, schuift de zuster een plasbakje onder haar billen, want ze<br />
mag nog niet lopen. Drie keer per dag doet de zuster een band om Jamila’s arm;<br />
daar pompt de zuster lucht in. Zo kan ze haar bloeddruk meten. Maar dat is nog niet<br />
alles. De zuster kijkt op de thermometer of ze koorts heeft. De dokter komt elke dag<br />
bij Jamila. O, wat hebben ze het druk met haar.<br />
Als papa en mama weer op bezoek zijn, praat de dokter met hen. Mama lacht en<br />
papa knikt tevreden. Als de dokter weg is, knuffelt mama Jamila en zegt:<br />
“Schatje het gaat goed met je.” “Ik heb geen pijn meer, ik wil uit bed”, zegt Jamila.<br />
“Alleen de streep op mijn borst doet nog een beetje pijn.” Jamila krijgt ook bezoek<br />
van oom Frank, tante Sila en buurman Krish. Ze krijgt ook pakjes met lekkers,<br />
speelgoed en beterschapskaarten van de school en familie.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
114
De kaarten hangen boven haar bedje.<br />
Vandaag is het een grote dag. De dokter komt Jamila weer onderzoeken.<br />
Als haar hartje het goed doet mag ze naar huis.<br />
De dokter neemt Jamila op zijn schoot. “Luister maar eens naar je hartje”, zegt hij.<br />
Jamila luistert. Boem, boem, boem, hoort ze.<br />
“Het klinkt nu net als een trommel en niet als een fietspomp”, zegt Jamila.<br />
“Juist”, zegt de dokter, “zo is het goed. Je mag naar huis”. Wat is Jamila blij.<br />
Ze maakt voor alle lieve zusters en dokters een mooie tekening.<br />
Als Jamila weer thuis is, is iedereen vrolijk en blij. Ook Pipo de hond kwispelt vrolijk<br />
met zijn staart.<br />
Opa is er niet meer<br />
Barney loopt op straat. Hij gaat naar tante Anna.<br />
Hij loopt met zijn hoofd naar beneden. Hij voelt zich verdrietig.<br />
“Barney, Barney!” Barney blijft even staan en kijkt achterom.<br />
Ooh, het is Martina, het buurmeisje van vroeger.<br />
“Wat is er met jou aan de hand?” vraagt Martina.<br />
“Mijn, mijn, mm….”, Barney kan niets meer zeggen. De tranen rollen over zijn<br />
wangen. Martina legt haar handen op de schouders van Barney.<br />
“Huil maar even uit. Als je klaar bent, zal je mij vertellen waarom je verdrietig bent.”<br />
Martina haalt een zakdoek uit haar tasje en droogt de tranen van Barney.<br />
“Wil je mij nu vertellen wat er precies met jou aan de hand is?” vraagt Martina.<br />
“Mijn opa is er niet meer, hij is dood.” “Is je opa dood, was hij ziek?”, vraagt Martina.<br />
“Hij was helemaal niet ziek. Hij is ’s morgens gewoon opgestaan, heeft zich<br />
gewassen en is gaan zitten om te eten. Maar plotseling voelde hij zich erg moe.<br />
Hij is toen gaan liggen en is niet meer opgestaan. Mijn oma probeerde hem wakker<br />
te schudden, maar hij werd niet wakker. Oma begon heel hard te huilen.<br />
Toen mama dat hoorde, is ze gaan kijken. Maar zij kon ook niets meer voor opa doen.<br />
De dokter is komen kijken en heeft opa laten wegbrengen.<br />
“Waar naartoe?”, vraagt Martina. “Naar het mortuarium”, zegt Barney.<br />
“Daar blijven de dode mensen liggen, totdat ze worden begraven.<br />
En weet je wat een paar mensen met opa hebben gedaan?” zegt Barney, “ze hebben<br />
hem eerst gebaad, en mooie kleren aangetrokken. Daarna hebben de mensen hem<br />
in een houten kist gezet met zachte kussens.” “Heb je dat gezien?” vraagt Martina<br />
aan Barney. “Ja, ik ben met mijn mama en papa naar het mortuarium gegaan om<br />
nog een laatste keer naar opa te kijken.<br />
Oma was er ook bij. Ze was zo verdrietig dat ze bijna niet kon lopen. Ik heb haar een<br />
beetje vastgehouden. En we hebben samen voor de kist waarin opa lag, gehuild.”<br />
“Ben je ook naar de begraafplaats gegaan?”<br />
“Ja”, zegt Barney.<br />
“Vond je dat niet griezelig?”, vraagt Martina.<br />
115 <strong>Bronnenboek</strong>
“Eerst wel. Maar mama zei dat ik niet bang hoef te zijn.<br />
Ze heeft mij toen verteld dat ze de kist waarin opa ligt in een graf doen.<br />
Een diepe kuil is dat. Dan doen ze veel zand erover. Ik zei aan mama dat ik dat<br />
verschrikkelijk vind. Maar mama zei dat opa helemaal niets voelt. Toen was ik niet<br />
bang meer. Ik heb zelfs een beetje zand op de kist van opa gestrooid. En ik heb heel<br />
zachtjes gezegd:” Opa ik zal u missen, maar ik zal nog vaak aan u denken.<br />
”En als ik aan hem denk dan moet ik toch een beetje huilen.”<br />
“Maar dat is niet erg”, zegt Martina.<br />
“Over een tijdje zal je aan hem denken zonder te huilen.<br />
Ik vind jou een flinke jongen.” En Barney krijgt een brasa van Martina.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
116
1.5<br />
VOEDING<br />
De nieuwe koelkast<br />
Mama staat heel vroeg op. Ze heeft vandaag heel veel te doen.<br />
Eerst in de keuken beginnen, denkt ze.<br />
Wat is er hier aan de hand? Er is veel water op de vloer; het lijkt wel een zwembad.<br />
“Het kan toch niet in huis regenen”, zegt mama. “Laat mij eens kijken wat er is<br />
gebeurd.” Ze doet de deur van de koelkast open. En wat ziet ze? Het licht brandt niet<br />
meer. Ook is het niet meer koud in de kast, alles is warm. De koelkast is stuk!<br />
Wat moet ik nu beginnen? Waar moet ik nu mijn groenten en vlees laten?<br />
Alles zal bederven! Papa komt erbij en ook de andere kinderen.<br />
“Wat moeten wij nu doen mama? Wij hebben geen centen om een nieuwe koelkast<br />
te kopen.” “Weet je wat”, zegt moeder. “Wij hebben twee grote ijsboxen.<br />
Daar doen wij wat ijs in en zo blijven de groenten en het vlees goed.<br />
“Maar dan moeten we elke dag ijs kopen”, zegt papa. Dat is niet zo erg hoor.<br />
Als ik wat geld gespaard heb, kopen we een nieuwe koelkast.<br />
Klop klop! “Wie is daar?” “Ik ben het, oom Dolf.<br />
Mag ik binnen?”<br />
“Ja hoor!” “Ik weet dat ik altijd iets kouds hier kan drinken”, zegt oom Dolf.<br />
“Dat gaat niet meer”, zegt moeder verdrietig. “De koelkast is stuk, dus kunnen de<br />
dranken niet zo koud worden.” “Dat is erg jammer.” Oom Dolf denkt diep na.<br />
“Weet je wat”, zegt hij aan vader en moeder.<br />
“Thuis heb ik twee koelkasten staan. Als ik jullie een geef dan kunnen jullie alle<br />
groenten en vlees weer in de koelkast zetten en dan wordt alles weer lekker koud.”<br />
“Jippie”, roepen ze allemaal. Oom Dolf is blij dat hij papa en mama kan helpen.<br />
Twee koelkasten zijn toch te veel voor hem. De koelkast wordt de volgende dag<br />
gebracht. Het is een mooie grote.<br />
“Dank je wel oom Dolf, nu kunt u weer wat komen drinken, want dan zijn de dranken<br />
lekker koud.”<br />
Alles was lekker<br />
Halima mag bij haar vriendinnetje gaan eten. O, wat is ze blij. Halima eet niet zo<br />
graag. Maar als ze bij haar vriendin, Ratia, mag gaan eten, doet ze het met veel<br />
plezier. Beide oma’s van Ratia koken heel lekker. En als je begint te eten, houd je<br />
niet op. Halima woont twee straten verder.<br />
De straten in de buurt zijn niet zo druk als de straten in de stad. Als Halima soms bij<br />
Ratia mag gaan spelen, loopt ze er helemaal alleen naar toe. Maar vandaag loopt<br />
papa met haar mee naar Ratia’s huis.<br />
Hmm, ze ruikt het eten al van ver. Ratia ziet Halima aankomen en loopt haar<br />
tegemoet. Ze groet haar papa en pakt Halima bij de hand.<br />
117 <strong>Bronnenboek</strong>
Samen lopen ze naar binnen terwijl papa hen toeroept: “Eet maar lekker hoor.”<br />
Iedereen is blij om Halima te zien. “Kom maar eens hier”, zegt de mama van Ratia.<br />
“Op deze lange tafel staan er heel wat lekkernijen: zoete, zure, zoute gerechten.<br />
Je mag er zoveel van eten als je wilt.” Ratia gaat naast Halima staan en wijst haar<br />
een voor een de gerechten aan. “Kijk eens Halima dit is samoza, hier staat de pom<br />
en dit is kerriekip. De roti is er precies naast.”<br />
Halima kijkt met verbaasde ogen.<br />
“Hmmm, het ziet er lekker uit”, denkt ze. Maar Ratia is nog niet klaar, ze gaat verder<br />
en vraagt: “Weet jij wat dit is?” Ratia doet de pot open. Halima is even stil.<br />
Hoe heet het ook weer? Denkt ze. “O ja, ik weet het al, dit is cassavesoep.”<br />
“Ja”, zegt Ratia, “mijn oma houdt van cassavesoep en jij zal het zeker ook wel lekker<br />
vinden. “En wat zit er in die emmer? ”vraagt Halima. Ratia loopt naar de emmer en<br />
doet hem open. “O, wat lekker”, roept Halima uit, “Dawet, ik houd van dawet.”<br />
“Zo laten we nu maar gaan eten”, stelt Ratia voor, “anders wordt alles koud.”<br />
Ze gaan naast elkaar zitten en samen beginnen ze te smullen.<br />
Halima neemt eerst samoza, daarna cassavesoep. Zo nu en dan komt de oma van<br />
Ratia vragen of ze het lekker vinden. Halima houdt haar buik vast.<br />
“Ik weet niet of ik verder kan eten”, zegt ze, “ik lust toch zo graag een stukje roti met<br />
kerriekip.” “Probeer het maar even”, moedigt Ratia haar aan.<br />
Halima loopt naar het bord met roti, breekt een stuk eraf en legt het op haar bord.<br />
Ze doet daarop wat kerriekip en uit een flesje schenkt ze wat tomatenketchup erbij.<br />
Ze rolt daarna de roti op als een broodje en neemt een flinke hap. Maar ze blijft<br />
stokstijf zitten. Haar gezicht krijgt een donkerrode kleur. Haar ogen puilen uit.<br />
Het lijkt wel alsof Halima in brand staat. Ze rent naar buiten, spuugt de roti uit haar<br />
mond en roept:<br />
”Dawet, dawet, geef me wat dawet te drinken.” Ratia schept gauw een beker vol met<br />
dawet en geeft die aan Halima.<br />
“Ik weet wat er gebeurd is”, zegt Ratia, “je hebt te veel peper op die roti gedaan.”<br />
“Ja”, zegt Halima, “nu pas weet ik dat; ik dacht dat het ketchup was. Ik vind het heel<br />
erg dat ik die lekkere roti moest uitspuwen.” “Het is niet erg”, zegt Ratia.<br />
“Ik was vergeten om je te zeggen dat er een fles met peper en een fles met ketchup<br />
daar stonden. Halima neemt nog een beker dawet. “Hmm heerlijk”, zegt ze.<br />
De smaak van de peper is bijna helemaal weg. Als het donker wordt komt de papa<br />
van Halima haar ophalen. Halima krijgt voor iedereen thuis samoza’s en roti mee.<br />
“Alles was lekker”, zegt ze tegen Ratia. Ze groet daarna en bedankt iedereen.<br />
Als Halima samen met papa naar huis loopt, vertelt ze onderweg over de peper die<br />
zo verschrikkelijk heet was.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
118
Antroea en boulanger<br />
Het is heel vroeg in de morgen. De meeste mensen slapen nog. Maar op de weg<br />
rijdt er een pick- up. Aan het stuur zit Ramdino. Hij is marktverkoper. Zijn pick- up is<br />
vol met verschillende groenten: kouseband, amsoi, tajerblad, antroea en boulanger.<br />
De auto van Ramdino is een beetje oud en rammelt heel erg.<br />
De antroea’s en de boulangers rollen van de ene hoek naar de andere.<br />
Als Ramdino over een brug rijdt, schudt de auto zo erg dat er een antroea en een<br />
boulanger uit de pick- up rollen.<br />
“Au”, roept de boulanger. “Au, au, au”, roept de antroea. Ze liggen beide op de<br />
grond, heel dicht bij elkaar.<br />
“Wat erg”, zegt Antroea tegen Boulanger. “Ik vind het heel erg dat ik niet naar de<br />
markt kan. Ik ben zo mooi. De mensen zouden me zeker kopen.” “Ik ben wel blij dat<br />
ik uit de auto ben gevallen”, zegt Boulanger, “ik heb er geen zin in dat mensen me<br />
opeten. Ik wil graag dat ze mijn zaadjes gebruiken voor nieuwe plantjes.”<br />
“Maar wat moeten we nu doen?” vraagt Antroea.”We kunnen toch niet midden op de<br />
weg blijven liggen?” dan rijden een heleboel auto’s over ons heen. En dat zal niet<br />
prettig zijn.” “Gelukkig liggen we niet zo ver van de rand van de brug.<br />
Zullen we weer naar opzij rollen?” zegt Boulanger. “dat is een goed idee, opschieten<br />
want ik hoor een auto aankomen”, zegt Antroea.<br />
“Geef me een duw want ik kan niet zo goed rollen als jij!” roept Boulanger. Antroea<br />
geeft Boulanger een flinke duw. En net op tijd zijn ze aan de rand van de brug.<br />
Boulanger kijkt even om zich heen.<br />
“Kijk eens, Antroea!”, roept hij. “Beneden ons is er een kreek met water. Ik ben bang.<br />
We zullen in het water vallen. Ik ben draaierig.”<br />
“Stel je toch niet zo aan, we komen echt niet in het water terecht. Als de zon straks<br />
meer licht geeft en we beter kunnen zien, springen we naar beneden en blijven we<br />
aan de kant van de kreek liggen. Daar zijn we veilig.” Zegt Antroea.<br />
Na een poosje pakt Antroea Boulanger vast en beiden springen ze naar beneden en<br />
komen aan de kant van de kreek terecht.<br />
“Au, au, au, wat gemeen om op ons te springen!” Antroea en Boulanger kijken op.<br />
Naast hen liggen nog twee antroea’s en een boulanger. “Wat doen jullie hier?”<br />
vraagt Antroea. “We zijn gisteren uit de pick- up gerold en zijn naar beneden<br />
gevallen. De antroea’s en boulangers beginnen heel hartelijk te lachen. Hun lachen<br />
houdt op als ze plotseling een man met een hengelstok zien staan. De man roept:<br />
“He, een hoopje antroea en boulanger.<br />
Dat komt goed van pas. Met die drie krobia’s die ik gevangen heb erbij, kan ik een<br />
lekker potje koken.” De man strekt zijn hand uit naar de boulangers en antroea’s en<br />
telt 1, 2 boulangers en 1, 2, 3, antroea’s. hij zet ze in een emmer bij de visjes.<br />
Terwijl de man naar huis loopt, zingt hij een liedje.<br />
“Antroea’s, boulangers en drie visjes neem ik mee.” En de antroea’s en boulangers<br />
zingen heel zacht: “Neem ons mee, neem ons mee, dat is nou een goed idee.”<br />
119 <strong>Bronnenboek</strong>
1.6<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
WONEN EN SAMENLEVEN<br />
Het huis van opa en oma<br />
Wat gebeurt er bij het huis van meneer en mevrouw Knop?<br />
Waarom is het plotseling zo druk bij de buren?<br />
“Dat zal ik aan mijn vriendje Glenn vragen”, zegt Lesley. Hij woont met zijn vader en<br />
moeder in het huis.<br />
De volgende morgen als ze op school zijn, vraagt Lesley het aan zijn vriendje.<br />
“Waarom is het zo druk bij jullie? Wij zien zoveel mensen komen en weer weggaan.”<br />
“Wel”, zegt Lesley, “over een paar dagen komen oma en opa terug uit Nederland.<br />
Niet voor vakantie hoor, ze komen weer hier wonen. Ze zijn al een beetje oud en<br />
kunnen niet meer tegen de kou daar. Hier in Suriname is het lekker warm, maar<br />
ze hebben nog geen huis. Daarom bouwen mijn ouders een huisje erbij op het erf<br />
van ons. Het erf is toch groot, dus er kan best een klein huis voor oma en opa bij.<br />
Morgen komen de timmerlieden en de metselaars om te beginnen. Er moet hout<br />
komen, ook veel stenen en zakken cement. Er moet hard gewerkt worden, want het<br />
huis moet op tijd klaar zijn. Weet je, mijn opa en mijn oma hebben niet veel ruimte<br />
nodig. Eigenlijk kunnen ze bij ons komen wonen, maar papa vindt een eigen huis<br />
voor hen toch het beste. Dan kan iedereen bij ze op bezoek komen.<br />
Papa wil oma en oma een beetje dichtbij ons hebben, dan kunnen we ook op hen<br />
letten. Opa en oma zij al oud, dus een beetje hulp kunnen ze best gebruiken.<br />
Het huis krijgt maar twee slaapkamers, een voor opa en voor oma en een voor<br />
gasten. Als een familielid bij ze wil slapen, kan dat in de logeerkamer.<br />
Het huis krijgt ook een keuken. Er komt ook een woonkamer. Daar kunnen ze naar<br />
de tv kijken of gewoon naar de radio luisteren. Een badkamer en een toilet horen<br />
ook erbij. Dit huis komt niet op pilaren hoor, want opa en oma kunnen niet zo goed<br />
meer d e trap op of af. Het huis krijgt ook een balkon waar ze ‘s avonds zitten als<br />
het binnen erg warm is.<br />
O ja, opa houdt nog van knutselen. Hij repareert alles wat stuk is in huis.<br />
Ook maakt hij leuke spullen voor in huis. Dat houdt hen een beetje bezig.<br />
Daarom krijgt hij ook een knutselkamer. Die komt naast het huis te staan.<br />
En weet je wat zo mooi is? Oma krijgt ook een plekje buiten om te planten.<br />
Ze houdt van bloemen, dus kan ze die buiten planten. Ook kan ze een bed voor<br />
groenten maken.<br />
Ik verheug me al op hun komst. Oma kan zo mooi vertellen over vroeger en ze kan<br />
ook mooie liedjes zingen.<br />
De volgende dag begint het werk: er wordt getimmerd en gezaagd. De dakplaten<br />
komen er ook. Papa is tevreden. Het huis komt zeker op tijd klaar. Dat is een<br />
verrassing voor oma en opa hoor. Ze weten niet dat ze een eigen huisje krijgen.<br />
120
en als ze hier zijn wordt oma zeventig jaar. Dat noemen ze bigi jari. Dan komen alle<br />
familieleden en vrienden op bezoek. Papa en mama hebben al een feestje voorbereid<br />
met een echte muziekband. De muzikanten zullen dan spelen en iedereen mag dan<br />
dansen. Wat zullen zij een pret hebben. Jullie worden ook uitgenodigd hoor. Alle buren<br />
mogen komen. O ja, weet je wat er aan de ramen en de deuren van het huis komt?<br />
Dievenijzer, dan kunnen er geen lelijke dieven zomaar in hun huis. We kijken allemaal<br />
uit naar oma en opa. Er wordt hard gewerkt en het huis is op tijd klaar. Nu is het<br />
wachten op oma en opa en op de grote dag. Ja, de grote dag is oma’s verjaardag.<br />
Het dorpsschooltje<br />
In het dorp staat een schooltje. Op dit schooltje zijn er weinig kinderen, en ook<br />
weinig klassen. In de klas waar Rafila zit zijn er twee groepen kinderen.<br />
Kinderen van de kleuterschool en kinderen van de eerste klas. Rafila is van de<br />
kleutergroep. Rafila vindt het leuk om naar school te gaan. Daar leert ze heel veel.<br />
Soms neemt de juf mooie plaatjes mee naar school. Op de plaatjes kun je dingen<br />
zien die je in het dorp nooit ziet. Rafila wil alles weten. Ze gaat vaak naar de juffrouw<br />
en stelt haar een heleboel vragen. Als de andere kinderen Rafila bij de juffrouw zien<br />
staan, willen ze graag erbij zijn. Dat mag van de juffrouw.<br />
Op vrijdag vertelt juffrouw altijd een verhaal. Dan luisteren de kinderen heel aan-<br />
dachtig. De juffrouw vertelt deze keer een verhaal over gebouwen waarin mensen<br />
werken en wonen.<br />
Als het verhaal uit is, vraagt Rafila: “Juf mag ik ook een keer met u mee naar de<br />
stad, dan kunt u mij al die grote gebouwen laten zien.”<br />
“Als het van je mama en papa mag neem ik je een keer mee naar de stad” zegt de<br />
juf. Alle kinderen roepen nu door elkaar: “Mogen wij ook mee juf, mogen wij ook<br />
mee?” de juffrouw is heel erg verrast en weet niet wat ze zeggen zal.<br />
Ze denkt even na en antwoordt: “Ik neem Rafila eerst mee, als ze terug is, zal zij<br />
aan jullie vertellen wat ze zoal heeft gezien. En een volgende keer, voor de grote<br />
vakantie neem ik de hele klas mee naar de stad met de bus. Daar zal ik jullie<br />
verschillende gebouwen en huizen laten zien. En nog veel meer.<br />
De kinderen springen van blijdschap.”<br />
Aan het eind van de maand neemt de juffrouw Rafila mee naar de stad.<br />
Als de bus op de brug rijdt, kijkt Rafila haar ogen uit. Er is zoveel te zien.<br />
“Kijk eens juf, daar op de rivier vaart er een groot huis, hoe kan dat nou?” vraagt<br />
Rafila. De juffrouw glimlacht en zegt: “Dat is geen huis Rafila, maar een schip.<br />
Het lijkt misschien op een huis met kleine ramen, maar dit schip noemen we een<br />
vrachtschip. Het vervoert (brengt) vracht van het ene land naar een ander land.<br />
Als Rafila en de juffrouw thuis zijn aangekomen gaan ze eerst wat uitrusten en<br />
daarna maken ze een wandeling in de buurt. Daar zijn allemaal huizen die op elkaar<br />
lijken. Rafila vindt het grappig dat ze steeds weer dezelfde soort huizen tegenkomt.<br />
121 <strong>Bronnenboek</strong>
Bij haar in het dorp ziet het er anders uit.<br />
“Zullen we maar weer naar huis gaan?” vraagt de juffrouw aan Rafila. “Vandaag heb<br />
je al genoeg gezien. Morgen zullen we met de auto de stad ingaan. Dan hebben we<br />
genoeg tijd om de gebouwen en andere dingen te bekijken.<br />
De volgende morgen als Rafila wakker wordt, vraagt ze zich af; “Waar ben ik, waar<br />
ben ik? Dit is niet mijn huis.” Ze gaat rechtop zitten. O ja, nu weet ze het weer.<br />
Ze hoort een deur dichtgaan en plotseling een klop op haar kamerdeur.<br />
Dan gaat de deur open. “Goede morgen Rafila”, zegt de juffrouw, “heb je lekker<br />
geslapen?” “Ja juf ik heb heerlijk geslapen”, zegt ze zacht en strekt zich uit.<br />
Ze is nog een beetje suf van de slaap.<br />
“Kom maar lief meisje, je moet in het bad.<br />
Je weet al waar de badkamer staat. Ga je maar gauw wassen. Als je klaar bent gaan<br />
we eten en dan…” Rafila kan wel raden wat er dan gaat gebeuren.<br />
Ze gaat gauw in het bad, trekt daarna het pakje dat ze van de juf heeft gekregen aan<br />
en loopt naar de keuken.<br />
Als de juffrouw Rafila ziet, zegt ze: “Wat een mooi meisje met een schattig pakje<br />
aan.” Rafila wordt er heel verlegen van. De juf trekt haar naar zich toe en geeft<br />
haar een brasa. Na het eten ruimt de juffrouw op. Dan hangt ze haar tas over haar<br />
schouder en neemt Rafila bij de hand. Samen lopen ze naar de voordeur.<br />
Als de juf de deur dicht doet, hoort ze een auto toeteren. De juffrouw en Rafila kijken<br />
tegelijk om. Daar staat een auto met een meneer aan het stuur.<br />
“Jullie zijn netjes op tijd”, zegt die meneer. “Stap maar in, ik breng jullie overal waar<br />
jullie maar naartoe willen gaan. Beiden gaan achter in de auto zitten, want de juf wil<br />
alles heel goed aan Rafila uitleggen. Terwijl de auto rijdt, kijkt Rafila met grote ogen.<br />
Ze stoppen eerst bij een bankgebouw. Wat is het toch groot. Zo een hoge stoep ziet<br />
Rafila voor het eerst. Ook de glazen wanden ziet ze voor het eerst.<br />
De juf neemt haar mee naar binnen. Samen bekijken ze de binnenkant van het<br />
bankgebouw. Daar staan mensen in de rij. Achter elk loket zit er een juffrouw of<br />
een meneer. Die noemen ze een lokettist. De lokettist helpt de mensen als ze geld<br />
moeten halen of brengen (storten). Voor ze weer naar buiten gaan, krijgt Rafila van<br />
een mevrouw een kleurboekje met een tekening van de bank erop.<br />
Ze bedankt de bankmevrouw, groet en loopt hand in hand met de juf naar buiten.<br />
Naast het bankgebouw staat een kerk, met hoge spitse torens. De kerk is van<br />
hout gemaakt. Rafila vindt het maar knap van de mensen die zulke torens hebben<br />
gemaakt. Ze stappen weer in de auto en rijden verder. In dezelfde straat waar de<br />
kerk en het bankgebouw staan, zijn er heel veel houten gebouwen. Die gebouwen<br />
staan er al heel lang. En ze lijken allemaal op elkaar. Ze hebben bijna allemaal<br />
dezelfde kleur, wit met groen.<br />
Bij het Onafhankelijkheidsplein stappen ze weer uit, want daar staan er zoveel<br />
gebouwen waar de juffrouw iets over wil vertellen. Het paleis van de president, het<br />
gebouw van financiën met een toren. Van elk gebouw vertelt de juffrouw wat.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
122
Plotseling roept Rafila, terwijl zij wijst naar een gebouw waar je van buiten uit alles<br />
binnen kan zien. “Juf ik kan er doorheen kijken.” Rafila verbaast zich.<br />
Ze heeft voor het eerst zo een doorkijkhuis gezien. De juf vertelt haar dat dit<br />
gebouw ‘de congreshal’ genoemd wordt. Mensen komen daar vaak bij elkaar om te<br />
vergaderen. Rafila zucht en zegt: “Juf nu ben ik echt moe. Ik heb al zoveel gezien.<br />
Zoveel grote gebouwen.”<br />
“Je hebt gelijk mijn schatje. Laten we nu maar naar de Waterkant lopen daar kunnen<br />
we wat eten en drinken.” Als ze samen met de chauffeur op een bank aan de<br />
Waterkant zitten, genieten ze van alles wat er op de Surinamerivier gebeurt en kijken<br />
ze iedere keer weer naar het verkeer op de hoge brug.<br />
Wat een verandering<br />
Kadishe gaat in de paasvakantie bij oma en opa “buiten”. Ze is erg blij dat ze af en<br />
toe naar haar grootouders mag gaan. De vorige keer toen ze daar was, vond ze het<br />
zo leuk dat ze langer wilde blijven. Deze keer mag ze iets langer wegblijven.<br />
Ze vindt dat een goed idee van papa en mama. Op de dag van het vertrek haalt oom<br />
Senso haar af. Oom Senso gaat ook een bezoek brengen aan oma en opa.<br />
Hij is de broer van papa. Kadishe zit kant en klaar te wachten.<br />
Toetoet ! “Dat zal oom Senso wel zijn,”zegt papa. Mama en papa nemen de bagage<br />
van Kadishe mee naar de auto. Ze vinden het fijn dat ze met oom Senso mag<br />
meerijden. Mama en papa wensen hen een goede reis.<br />
“Rij voorzichtig”, roept papa tegen oom Senso. Ze blijven wuiven, totdat ze de auto<br />
niet meer zien. Dan gaan ze naar binnen.<br />
“Kadishe weet lekker niet dat we een verrassing voor haar hebben,”zegt papa.<br />
Mama lacht en zegt: “Vandaag kunnen de mannen al beginnen aan de nieuwe<br />
kamer voor haar. Binnen twee weken moeten ze klaar zijn. “<br />
“Alles wat ze nodig hebben, heb ik netjes opgeborgen bij de buurman,”zegt papa.<br />
Mama lacht weer en zegt: “Ik ben er zeker van dat Kadishe haar nieuwe kamer mooi<br />
zal vinden.” Na twee dagen belt Kadishe naar huis. Mama pakt de hoorn op.<br />
Voor ze wat kon zeggen hoort ze de lieve stem van Kadishe zeggen:<br />
“Mama,mama het is erg leuk hier bij oma en opa. Oom Senso keert morgen terug.<br />
Maar ik kom niet mee hoor.” Even is Kadishe stil; mama vraagt:<br />
“Ben je er nog Kadishe?”<br />
“Ja,mamie,ik hoor iemand timmeren,waarmee is papa bezig?”<br />
Mama is nu even stil. “Ik,eh,hoor niets,” zegt ze voorzichtig.<br />
“Misschien is het de buurman hiernaast.” Mama is blij dat ze geen moeilijke vragen<br />
meer stelt. “Doe even de groeten aan opa en oma,ik bel gauw terug.”zegt mama en<br />
legt de hoorn neer. Papa loopt net de kamer binnen en zegt: “Mama ,de mannen<br />
kunnen niet verder ,want er is geen cement te vinden. De vloer moet nog gestort<br />
worden. En de kamer moeten we nog inrichten voordat Kadishe terug is.”<br />
“we hebben nog maar vier dagen.<br />
123 <strong>Bronnenboek</strong>
” Klop,klop,klop. “Hoor ik iemand?” vraagt mama. Papa loopt naar de deur.<br />
“Wie is daar,” “Ik ben het de buurman. Ik heb wat cement voor u gevonden.”<br />
Papa gaat meteen naar buiten om het cement uit te laden. Wat is hij blij.<br />
“Dankjewel buurman, dankjewel.”<br />
Hij geeft het geld voor het cement aan de buurman en sjouwt samen met hem de<br />
zak cement naar binnen. Dezelfde dag werken de bouwers aan de vloer.<br />
Papa en mama zijn een beetje opgelucht. Nog drie dagen dan komt Kadishe terug.<br />
’s Avonds belt papa naar oma en opa om ze te groeten.<br />
“Het is goed dat je belt, want Kadishe komt een dag later” zegt opa. Dat vindt papa<br />
helemaal niet erg. Dan hoeft hij zich niet meer te haasten. Nu hebben ze wat meer<br />
tijd om alles keurig een plaats te geven. Dan komt Kadishe ook aan de telefoon.<br />
“Dag papa. Ik heb het hier naar mijn zin..” “Oma en opa verwennen jou flink hẻ?<br />
Denk erom lief zijn voor je grootouders!” “Dag pappie, een bosi voor mama.<br />
De kamer van Kadishe ziet er prachtig uit. Dit wordt een grote verrassing voor haar.<br />
Vol verwachting zien mama en papa uit naar de dag waarop Kadishe terugkomt.<br />
Tuutuut. Moeder haast zich naar de poort. Ja, ze ziet het al. Kadishe is er weer, ze<br />
mocht met tante Susy meerijden. Papa haalt haar tas uit de auto. Kadishe vergeet<br />
bijna om tante Susy te groeten.<br />
Als tante Susy wegrijdt lopen ze met zijn drieën naar binnen. Kadishe heeft nog niets<br />
gemerkt. Ze gooit zich neer op de bank en zegt: ”Het was leuk bij oma, maar ik ben<br />
blij dat ik terugben.”<br />
“En wij zijn blij dat je er weer bent”, zegt mama.<br />
”Wij hebben een verrassing voor je. We willen je straks iets heel moois laten zien.”<br />
Kadishe gaat rechtop zitten en kijkt met glinsterende ogen.<br />
“Mag ik weten wat de verrassing is?” vraagt ze.<br />
“Ja”, zegt papa.”Ik loop vooraan, jij loopt achter mij en mama helemaal achteraan.<br />
Je mag niet links en niet rechts kijken.” Zo lopen de drie achter elkaar aan.<br />
Papa blijft stilstaan en doet een deur open. Kadishe probeert langs papa heen te<br />
gluren. “Kom maar binnen”, zegt papa als de deur helemaal openstaat.<br />
Kadishe weet niet wat ze ziet. Ze kent deze kamer niet. Het is niet de kamer<br />
waarin ze eerst sliep. Alles is veranderd. “Wauw papa, is die kamer voor mij?”<br />
“Ja”, antwoordt mama. Kadishe klautert tegen papa’s benen op. Hij pakt haar vast.<br />
Kadishe geeft een dikke zoen aan papa. Mama komt dichter bij die twee staan en<br />
Kadishe springt op haar mama. Wat is ze blij. Een nieuwe kamer!<br />
Wat een verandering! Een echte verrassing!<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
124
1.7<br />
HET BOS<br />
Het bos van Saramacca<br />
Oom Just is al dagen in de weer. Hij is bezig al zijn hengelspullen bij elkaar te zetten.<br />
Zondag zullen hij en oom Andy gaan hengelen.<br />
“Even kijken, de hengels liggen klaar, allemaal hebben ze een dobber en een haak.<br />
De kur’kuru, de mand om de vissen in te zetten is er ook. Mijn laarzen, mijn pet, de<br />
godo, het bakje voor de pieren, mijn kleine ijsbox, mijn hengelstoeltje.<br />
Ben ik nog wat vergeten?” zegt oom Just. “O ja, mijn houwer! Die is belangrijk, want<br />
wij moeten door het bos lopen om bij de kreek waar de vissen zwemmen te komen.”<br />
Oom Just staat zondag heel vroeg op. Zijn vrouw, tante Annie, heeft het eten en de<br />
dranken klaargezet. Ze zullen de hele dag wegblijven, dus moeten ze eten en iets te<br />
drinken meenemen. Ze zullen helemaal naar Saramacca rijden.<br />
Daar in het bos is er een kreek met veel vissen. Grote, maar ook kleine.<br />
Toet, toet, daar is oom Andy al. Vandaag is hij met de pick- up gekomen.<br />
In de laadbak zullen ze alle spullen zetten, die is groot genoeg.<br />
Vlug worden de hengelspullen in de laadbak gedaan.<br />
De heren hebben lange broeken en hemden met lange mouwen aan, tegen de<br />
muskieten. In het bos kunnen er vreselijke muskieten en bijen zijn die je kunnen<br />
steken. De reis naar Saramacca duurt een beetje lang, maar het is wel leuk, want<br />
onderweg kom je van alles tegen. Het is niet druk.<br />
Oom Just en oom Andy genieten van de geur van het bos in de vroege ochtend.<br />
De zon schijnt nog niet. Zo, nu zijn ze er. De auto wordt aan de kant geparkeerd<br />
en de spullen worden uitgeladen. Daar gaan ze. Ze moeten een eindje het bos in.<br />
Oom Just en oom Andy houden hun houwer in de hand. Daarmee moeten ze bomen<br />
omkappen om te lopen, want er is geen weg in het bos.<br />
Krak, krak, gaat het onder hun laarzen. Ze trappen op oude omgevallen bomen,<br />
of op kleine planten. Het bos is groot en donker en er leven zoveel dieren daar.<br />
Ze zouden wel een tijger of een slang kunnen tegenkomen. Het duurt een beetje<br />
lang voordat ze bij de grote Kankantri zijn.<br />
Bij de Kankantri staat de kreek waar ze willen hengelen. Ze worden moe van het<br />
sjouwen. Het is stil in het bos, je kan elk geluidje horen. Het gefluit van de vogels<br />
fluiten, het roepen van de uil, maar ook het geritsel van de leguanen, de sapakara’s<br />
en de hagedissen. Af en toe horen ze ook brulapen gillen. Maar oom Just en oom<br />
Andy zijn niet bang hoor. Ze denken alleen aan de vissen die ze zullen vangen.<br />
Het bos is zo groot en de bomen zijn erg hoog. De zon kan niet door de bomen<br />
schijnen. Het is een beetje koud in het bos. Gelukkig hebben ze lange broeken en<br />
hemden met lange mouwen aan. Eindelijk komen ze bij de kreek aan.<br />
Het hengelen kan beginnen. Kijken wie de eerste vis vangt.<br />
“Ha ha”, roept oom Andy en hij trekt zijn hengel op.<br />
125 <strong>Bronnenboek</strong>
Oei, oei, dat is een grote walapa. Die gaat vlug in de kur’kuru. Er zijn veel vissen<br />
in de kreek. Van alles gaat in de korf. Krobia’s, kwie- kwies, walapa’s, maar ook<br />
pataka’s en datra’s. Wat zullen we thuis smullen.<br />
Ze vinden het prettig in het bos. Heel rustig, je hoort geen geluid van auto’s of van<br />
de radio. Ze zouden nog langer willen blijven, maar het wordt al donker.<br />
Ze zijn best tevreden. Er zit veel vis in de korf. Ze denken al aan lekkere pepre-<br />
watra en gebakken vis. Vandaag zijn ze in Saramacca geweest.<br />
Een andere keer gaan ze naar Commewijne. Daar is er ook een groot bos en daar<br />
zijn er ook veel kreken om te hengelen. Oom Just en oom Andy gaan vrolijk naar<br />
huis. Onderweg wordt er niet veel gesproken. Ze zijn te moe van het hengelen en<br />
het sjouwen van zoveel vis.<br />
Naar Brownsberg<br />
Het is heel druk in het huis van Renzo. Iedereen is bezig met inpakken.<br />
De kleren worden in kleine koffers gedaan. Er gaat van alles mee, want ze zullen<br />
een paar dagen wegblijven. Weet je waar ze naartoe gaan? Wel, ze gaan heel ver;<br />
naar Brownsberg. Die ligt helemaal in Brokopondo.<br />
Tante Annie is met vakantie in Suriname. Papa heeft haar een reisje naar<br />
Brownsberg cadeau gegeven. Hij wil tante Annie het bos daar laten zien.<br />
Ze zullen een boswandeling maken. Pa heeft veel hierover verteld. Tante Annie is blij.<br />
Daar gaan ze. De reis duurt een beetje lang, maar ze verveelt zich niet hoor:<br />
er is zoveel te zien onderweg. Ze zijn er bijna; nu alleen de berg oprijden.<br />
Renzo is een beetje bang. “Er kan niets gebeuren hoor”, zegt vader.<br />
Eindelijk zijn ze er. Alles wordt uitgeladen en in een huisje gezet.<br />
De volgende morgen staan ze heel vroeg op. Vandaag zullen zij een boswandeling<br />
maken. De gids heeft ze al gezegd wat ze wel en niet mogen. Er mag niet op de<br />
dieren geschoten worden en de planten mogen niet afgebroken of geknipt worden.<br />
Hier zijn de planten en dieren beschermd. Niemand mag aan ze komen.<br />
Alleen maar kijken en genieten van ze.<br />
De gids loopt voorin, hij zal ze alles vertellen. Ze moeten achter hem aan blijven<br />
lopen. Ze zien veel mooie bloemen en bomen. De gids vertelt veel over de grote<br />
bomen en de mooie bloemen van het bos. Ook over de dieren horen ze veel.<br />
Eerst zien ze een boskonijn, daarna een slang. Oei, een heel groot mierennest.<br />
Wel een miljoen mieren bij elkaar. Ze komen ook hele mooie vogels tegen.<br />
Grote, maar ook hele kleine.<br />
Tante Annie heeft een schrift en een pen meegenomen. Daarin schrijft ze alles wat<br />
ze ziet op. Het is heerlijk koel in het bos. Van de gids mochten ze hun zwemspullen<br />
meenemen. Er is een kreek in het bos waar ze kunnen zwemmen. Wat zijn ze moe<br />
van het lopen, ze willen zo gauw mogelijk bij de kreek zijn om te zwemmen.<br />
Eindelijk zijn ze bij de kreek. Vlug gaan ze het water in voor een heerlijke duik.<br />
Het water is donkerbruin net als de Colakreek. Dat komt door al de bladeren die<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
126
in de kreek vallen. Het water lijkt op thee en is koud.<br />
Na het zwemmen keren ze terug. Ze hoeven niet meer zo goed te kijken, want ze<br />
komen alles wat ze al gezien hebben weer tegen.<br />
Als ze weer op de berg komen, wacht er een verrassing. Moeder heeft heerlijke bami<br />
met geroosterde kip klaargemaakt. Daar smullen ze van.<br />
“Dat was me het dagje wel, bedankt hoor, voor die gezellige boswandeling”, zegt<br />
tante Annie. Het bos moet er zijn, want de bomen zorgen voor zuurstof.<br />
Plaats voor een school<br />
In het dorpje Manlobi, ver in het binnenland, gebeurt er iets. Er komen veel korjalen<br />
met mensen uit de stad.<br />
“Waarom komen al deze mensen naar ons dorp?” vraagt Ajako aan zijn vriendje.<br />
“Dat zal ik aan mijn vader vragen. Hij is de basja van het dorp, hij moet het weten.”<br />
De mannen gaan het bos in en komen uren later weer terug.<br />
De volgende dag heeft Ping- Ping nieuws voor zijn vriend. “Ajako, weet je wat de<br />
mannen zijn komen doen? Wel, ze willen een school bouwen voor de kinderen<br />
van ons dorp. De kinderen moeten elke dag met de boot naar een ander dorp op<br />
school. Nu zijn er zoveel kinderen in het dorp, maar er zijn niet genoeg boten om ze<br />
ernaartoe te brengen. Daarom hebben de mensen hier om een school gevraagd.<br />
Die zullen ze nu bouwen.”<br />
“Ay boi”, roept Ajako, dan hoef ik niet meer zo vroeg op te staan.<br />
“Maar”, zegt Ping- Ping, “als ze de school gaan bouwen, moet er een heel stuk bos<br />
van ons weg. Dat is waar, maar het bos hebben we nodig voor de dieren.<br />
Die wonen daar. Ook laten de bomen ons gezonde lucht inademen, die de mensen<br />
nodig hebben. Wij zullen naar de basja gaan en vragen om het bos te sparen, dan<br />
kunnen onze dieren lekker vrij daarin leven.”<br />
De volgende dag gaan ze naar de basja toe. Ze vragen hem geen toestemming te<br />
geven voor het kappen van de bomen.<br />
“Luister”, zegt de basja, “het schooltje moet er komen. Er zijn in het dorp zoveel<br />
kinderen die naar school moeten. En een stukje bos minder is ook niet erg.<br />
Wij hebben genoeg bomen en planten. En van het hout van de bomen zal de school<br />
gebouwd worden. De kinderen denken na. Wat de basja zegt, is waar.<br />
De school is erg belangrijk, want de kinderen van Manlobi moeten ook knap worden.<br />
Ze moeten ook verder studeren om schoolmeester of juffrouw te worden, of dokter<br />
misschien. Nu vinden Ajako en Ping- Ping het niet meer erg dat er een school komt.<br />
Alle vaders en moeders zijn blij. Iedereen helpt mee om de school te bouwen.<br />
Zelfs de kinderen sjouwen met water en zand.<br />
Na een paar maanden is de school klaar. Iedereen is blij. Het hout van de bomen is<br />
gebruikt om de school te bouwen en de tafels en stoelen te maken. Gelukkig dat ons<br />
bos zo groot is. De mensen van Manlobi hebben nu hun eigen school.<br />
Er komen juffen uit de stad, die zullen daar blijven wonen. De kinderen doen hun<br />
best, want ze willen later naar Paramaribo om verder te studeren.<br />
127 <strong>Bronnenboek</strong>
1.8<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
VERKEER<br />
Met de boot mee<br />
Het is vakantie. De kinderen van de Wafelstraat zijn ook vrij van school.<br />
Daarom mogen ze met buurman Theo mee naar plantage “Rust en Werk”.<br />
Buurman Theo is bootsman op een grote rivierboot. Deze boot vaart elke dag naar<br />
een paar plaatsen in het district Commewijne. Wat zijn ze blij.<br />
Ze stappen al heel vroeg in de boot. Er zijn wel tien kinderen op de boot.<br />
Een paar moeders mogen mee. Buurman Theo is blij dat ze er zijn.<br />
Zo kunnen ze zien wat buurman Theo elke dag doet. Er zijn ook andere mensen aan<br />
boord. De boot schommelt een beetje, maar de kinderen zijn niet bang.<br />
Daar komt oom Theo aan. Nu zullen zij vertrekken. Oom Theo gaat achter het grote<br />
stuur staan. Dit noemen ze het “roer” zegt oom Theo trots.<br />
De kinderen kijken hun ogen uit. Dit is anders dan in de auto of op de fiets.<br />
Ze varen op het water. De wind waait door hun haar. De kinderen mogen overal van<br />
de boot bekijken.<br />
Broem…horen ze in de lucht. Daar vliegt een helikopter, die heeft een gele kleur. Het<br />
is zeker een Hi- Jet. Ze moeten zeker een zieke ophalen in Commewijne. Met de<br />
helikopter gaat dat veel sneller.<br />
Op Rust en Werk wacht de eigenaar van de plantage hen al op.<br />
Hij heeft een verrassing voor de kinderen en de moeders. Ze mogen meehelpen<br />
met het plukken van de sinaasappels. De bomen zijn heel ver en ze staan in hoog<br />
gras. Ze hoeven niet te lopen naar de bomen, want meneer Winter heeft een eigen<br />
treintje, waarin alle mensen kunnen zitten. Achter het treintje hobbelt er een grote<br />
open kar. Daarin moeten de sinaasappels. Wat een pret! De kinderen plukken de<br />
rijpe vruchten van de bomen. Dat vinden ze fijn. Als de kar helemaal vol is, gaan ze<br />
terug. Ze blijven de hele dag bij meneer Winter. ’s Middags keren zij terug.<br />
Weer met de boot. Wat is buurman Theo toch knap. Die kan een grote boot<br />
besturen. Ze krijgen elk een tasje met vruchten mee. Die kunnen ze lekker thuis<br />
opeten. Aan de Waterkant staat de bus al op ze te wachten. De chauffeur zal ze<br />
thuis afzetten. Wat hebben ze genoten van de dag op Rust en Werk.<br />
Maar het leukst vonden ze toch wel op de boot.<br />
De auto die veranderen kan<br />
Sarfina ligt tussen haar speelgoed in de voorkamer te slapen.<br />
Boemm, Sarfina schrikt wakker. Heeft ze een bons gehoord? Ze kijkt om zich heen.<br />
“O”, denkt ze, “de televisie is aan”. Ze wrijft haar ogen uit en kijkt wat er op de<br />
televisie te zien is. Wat een prachtige auto staat er met felle kleuren door elkaar.<br />
Een hele lange man met een zonnebril op en een jongen met één lange en één korte<br />
broekspijp stappen in de auto. Maar daar komt ook een meisje aanrennen.<br />
128
Ze heeft een pet op. Die draagt ze met het kapje naar achteren.<br />
“Wacht op me. Wacht op me”, roept ze. De jongen doet het portier van de auto open<br />
en het meisje stapt in. Het portier gaat weer dicht.<br />
De chauffeur rijdt met een grote vaart op een brede weg. De man aan het stuur remt<br />
plotseling heel hard.<br />
“Wat een lange rij auto’s”, moppert hij. “Zo kom ik te laat op het vliegveld aan”.<br />
De twee kinderen beginnen heel hard te huilen. “Waarom huilen jullie?” vraagt<br />
de man. “We zullen het vliegtuig niet meer halen als we zolang in de file moeten<br />
wachten”. De man begint ook te huilen. Nu zijn de kinderen stil.<br />
“Huil toch niet, huil toch niet”. Het meisje neemt een zakdoek en droogt de tranen<br />
van de chauffeur af.<br />
Opeens lacht de chauffeur heel hartelijk. “Waarom maak ik me toch druk om die<br />
lange rij auto’s. Mijn auto kan niet alleen rijden hoor, hij kan ook vliegen”, zegt hij.<br />
De kinderen kijken hem met grote ogen aan.<br />
“Zetten jullie je stoelriemen vast, want als ik op deze knop druk, gaat mijn auto de<br />
lucht in”, zegt de chauffeur. Hij drukt op een knop en ja hoor, daar gaat de auto de<br />
lucht in. De mensen langs de weg kijken allemaal verschrikt. Het is alsof ze willen<br />
zeggen: “Wat gebeurt er nou?”<br />
De kinderen genieten van de vliegreis met de auto. Ze kijken naar beneden.<br />
Wat is de file toch lang. Ze zouden zeker laat op het vliegveld aankomen als ze in de<br />
rij waren blijven staan.<br />
Maar wat zien ze? Stijgt er een vliegtuig op? “Het is toch niet het vliegtuig dat we<br />
moeten halen?” vraagt het meisje.<br />
“Ik denk het niet”, zegt de chauffeur. “Houden jullie je goed vast, want we zullen<br />
landen”, zegt de chauffeur. De kinderen zitten met spanning te kijken.<br />
“Komen we echt op tijd? vragen ze. “Dat zien we straks wel”antwoord de chauffeur.<br />
De auto komt met een behoorlijke plof op de grond terecht.<br />
“Snel eruit”, zegt de chauffeur, “ik pak de tassen wel”.<br />
De kinderen beginnen alvast te lopen. Als ze in de hal aankomen merken ze dat er<br />
maar heel weinig mensen zitten. De kinderen kijken elkaar aan.<br />
“Ik denk dat het vliegtuig al vertrokken is” zegt de jongen.<br />
“Dat denk ik ook” zegt het meisje. De chauffeur loopt met de tassen in zijn hand<br />
regelrecht naar het loket en zegt: “Goede morgen mevrouw, mag ik drie tickets naar<br />
Kadoembaland?”<br />
“Het spijt me meneer” zegt de juffrouw aan het loket. “Het vliegtuig naar<br />
Kadoembaland is al vertrokken”.<br />
De chauffeur keert zich om en zegt: “Kinderen kom maar gauw mee.<br />
Het vliegtuig is al vertrokken maar wij gaan met mijn auto over de rivier naar<br />
Kadoembaland”. De kinderen begrijpen er niets van. Maar ze willen zo graag<br />
ernaartoe. Ze stappen samen met de chauffeur in de auto.<br />
“Zetten jullie je riemen vast”, zegt hij een beetje nors.<br />
129 <strong>Bronnenboek</strong>
“Ben je boos op ons?” vraagt de jongen. “Nee hoor, helemaal niet”, antwoordt de<br />
chauffeur. “Maar ik vind het niet zo prettig dat we het vliegtuig gemist hebben.<br />
Daarom breng ik jullie maar zelf naar Kadoembaland”.<br />
De kinderen kijken weer blij. De auto rijdt in volle vaart weg. Na een paar minuten<br />
stopt de chauffeur bij een grote rivier. Hij drukt op een knop bbrr plats… en voor dat<br />
je denkt is de auto op het water en vaart als een boot weg.<br />
“Wauw-wauw. We gaan naar Kadoembaland”.<br />
Sarfina ziet de boot heel klein worden. Ze blijft kijken totdat ze niets meer van de<br />
boot ziet. Dan staat ze op en zingt: “Jeh, jeh, jeh ik wil naar Kadoembaland.<br />
Jeh, jeh, jeh ik wil naar Kadoembaland”.<br />
Een reis naar Dyumu<br />
Raboeno is heel onrustig. Hij loopt kamer in kamer uit. Hij is druk bezig zijn tas in te<br />
pakken, want vanmorgen gaat hij op reis. Het wordt een lange reis. Misschien moet<br />
hij zelfs een nachtje ergens slapen, voor hij verder kan.<br />
“Raboeno, wil je je tas bij mij brengen, dan zullen we samen kijken of je alles hebt<br />
ingepakt”, zegt papa.<br />
Raboeno haalt de tas. Papa pakt alles uit terwijl Raboeno toekijkt.<br />
Als de tas weer ingepakt is, zegt papa: “Keurig jongen.<br />
Alles wat je nodig hebt, zit erin”.<br />
Terwijl Raboeno met papa zit te praten, stopt er een busje voor de deur.<br />
Raboeno springt uit zijn stoel, pakt papa’s arm vast en zegt:<br />
“Dag papa, ik zal mama voor u groeten”.<br />
“Dag lieve Raboeno”, zegt papa. “Ik neem je tas mee naar de bus. Let goed op jezelf<br />
en doe wat de chauffeur zegt. Mama haalt jou onderweg bij Pokigron wel op”.<br />
Raboeno stapt in de bus en gaat bij het raampje achter de chauffeur zitten.<br />
Terwijl de bus rijdt, zwaait hij naar papa.<br />
Een hele tijd is Raboeno stil. Hij denkt aan Dyumu en aan de soela’s.<br />
Hij droomt al van de boot en van de rotsen in het water.<br />
Wrmm-wrm-wrm.<br />
Raboeno schrikt even. “Wat gebeurt er?” vraagt hij aan de chauffeur.<br />
We zitten vast in de modder.<br />
De chauffeur stapt uit en vraagt daarna aan alle passagiers om ook uit te stappen.<br />
Hij haalt een plank uit de bus en plaatst die onder het wiel dat in de modder vast zit.<br />
Dan stapt hij weer in terwijl twee mannen klaar staan om de auto te duwen.<br />
Wrm…wrrmm. “Duwen maar!” roept de chauffeur. Raboeno houdt zijn adem in.<br />
Hij zegt in zichzelf “Uit de modder, uit de modder, alsjeblieft auto, ga uit de kuil”.<br />
En ja hoor, daar rijdt de auto uit de modder. Iedereen is blij. Raboeno kan wel<br />
dansen van blijdschap want nu kunnen ze verder gaan. De chauffeur koopt iets te<br />
drinken voor Raboeno.<br />
“Hm lekker”, zegt hij. “Dank u wel”. Na een paar minuten stappen de passagiers<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
130
weer in. “Zijn we er nog niet? vraagt Raboeno aan de chauffeur.<br />
De chauffeur kijkt Raboeno aan en zegt vriendelijk.<br />
“We zijn al een hele tijd onderweg. Ben je moe”?<br />
“Ja, een beetje en ik wil mijn moeder zien. Ze wacht ïn Pokigron op me.<br />
Moeten we nog lang rijden?” vraagt Raboeno. “Nee hoor, het duurt niet lang meer<br />
voor we bij het dorpje Pokigron zijn”. Ze rijden nog een tijdje door.<br />
“Eindelijk, we zijn er” zegt de chauffeur.<br />
Raboeno kijkt uit het raam naar buiten. Hij ziet een paar mensen lopen.<br />
Waar is zijn moeder dan.<br />
De chauffeur pakt de tas van Raboeno en zegt: “Ga maar met me mee m’n jongen.<br />
Je mama wacht bij de winkel op je”.<br />
Raboeno stapt uit de bus en loopt met de chauffeur mee naar een winkel.<br />
Als ze de winkel binnenstappen, zien ze een vrouw met haar rug naar de deur op<br />
een stoel zitten.<br />
“He, die vrouw is mijn moeder”, denkt Raboeno. Nu loopt hij op zijn tenen en omhelst<br />
van achteren zijn moeder. Mama is zo blij, dat zij Raboeno op haar rug neemt.<br />
De chauffeur lacht en zegt: “Nu heb je je moeder zelf gevonden. Ik laat jullie nu maar<br />
alleen want ik heb nog heel wat te doen. Hier is de tas van Raboeno”.<br />
Hij strijkt Raboeno over zijn hoofd en zegt: “Een hele goede reis naar Dyumu.<br />
En pas goed op mama”. Mama lacht, geeft een hand aan de chauffeur en wenst<br />
hem ook een goede reis. Dan zegt mama tegen Raboeno: “ Ik heb een verrassing<br />
voor je. “O, ja mama? En wat is die verrassing?”<br />
“Dat zal ik je nu vertellen” zegt mama. “We hoeven hier niet te blijven slapen”.<br />
“Gaan we dan vanmiddag met de boot weg? Het is toch veel te gevaarlijk mama als<br />
het straks donker wordt?” zegt Raboeno.<br />
“Maak je maar geen zorgen jongen, we gaan niet met de boot mee, maar met het<br />
vliegtuig” zegt ze. “Waw waw mama wat bent u lief. Ik vind het geweldig”, roept<br />
Raboeno uit. “ Nu kan ik vanuit het vliegtuig naar beneden kijken en aan papa<br />
vertellen wat ik heb gezien. Mama zullen we direkt naar het vliegveldje lopen?”<br />
“Niet zo opgewonden jongen. Ga maar eens samen met mij een broodje eten.<br />
Over een half uur komt het vliegtuig”.<br />
Het duurt maar even om bij het vliegveldje te komen. Als het vliegtuig er is lopen<br />
mama en Raboeno er naar toe. Daar staat een klein vliegtuig.<br />
De piloot kijkt al naar hen uit. “Stapt u maar direkt in mevrouw en jongeman”.<br />
Raboeno gaat heel voorzichtig de trap op. Het vliegtuig heeft plaats voor vier mensen.<br />
De piloot start het vliegtuig, rijdt één keer het vliegveldje af, keert terug en zzzpp.<br />
131 <strong>Bronnenboek</strong>
1.9<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
HET WEER<br />
Een nieuwe buurt<br />
Waar is het grote veld waarop we spelen gebleven? Vragen de kinderen van de<br />
Bamboesistraat zich af. Het veld waarop alle kinderen van de buurt spelen, lijkt op<br />
een grote werkplaats. Mensen sjouwen en er gaan grote vrachtwagens af en aan.<br />
Er komt een nieuwe woonwijk. Er zullen huizen hier gebouwd worden. Er zijn in de<br />
verschillende wijken niet genoeg huizen voor de mensen om in te wonen.<br />
Zal er ook een veld komen, waar wij op kunnen spelen?<br />
”Ja hoor”, zegt de meneer die de vraag gehoord heeft. “Er komt ook een veld voor<br />
jullie.” De huizen zijn klaar en de mensen mogen naar hun nieuwe huis komen.<br />
Er is bijna van alles, een mooi erf, mooie kamers, licht, maar er is nog geen water.<br />
De buizen om het water naar de huizen te pompen zijn nog niet geplaatst.<br />
Dat is heel veel werk. Voorlopig moeten de mensen maar grote watertanks of grote<br />
bakken op het erf plaatsen om regenwater op te vangen. En als het niet regent, komt<br />
de waterleidingmaatschappij zelfs de tank bijvullen. Ja, want water is erg belangrijk<br />
voor de mensen. Als je dorst hebt, moet je drinken en je moet baden en moeder<br />
moet het eten koken. Ook de kleren moeten gewassen worden. En de bloemen en<br />
de bomen? Ja, die moeten ook drinken om goed te groeien. Water is erg belangrijk.<br />
De vissen in de kreken moeten ook water hebben, anders gaan ze dood.<br />
De dieren die op het land wonen ook. Gelukkig regent het, dus worden de tanks<br />
gevuld. Het water dat gedronken moet worden, wordt eerst gekookt.<br />
Gelukkig hebben we al een huis en electriciteit. Het regent ook een beetje.<br />
De mensen van de Bamboesistraat zijn blij dat er weer genoeg huizen zijn in de<br />
buurt. De kinderen krijgen weer vriendjes en vriendinnetjes bij. Gelukkig worden de<br />
buizen geplaatst en kunnen de mensen de kranen openzetten voor schoon helder<br />
water. Wat zou er gebeuren als we geen water hadden, zucht moeder. Dan zouden<br />
we zeker niet hier komen wonen, want water is erg belangrijk voor mensen, dieren<br />
en planten.<br />
In de regen<br />
Het is stil in de huizen, de mensen zijn een beetje moe. Dat komt door de zon die zo<br />
fel schijnt. Straks komen de kinderen uit school. De moeders maken het eten klaar.<br />
Wat gebeurt er? Het wordt plotseling donker. Het lijkt alsof het zal regenen.<br />
Broem, broem, gaat het door de lucht. De donder laat zich horen.<br />
Ramen en deuren van de huizen worden dichtgedaan. We krijgen regen, roepen de<br />
vrouwen vanuit de ramen. De kinderen komen zo thuis.<br />
Maar de regen is vandaag een beetje boos. De wolken kunnen de regen niet meer<br />
dragen, dus laten ze alle regen naar beneden komen.<br />
De kinderen zijn op straat, de school is al gesloten.<br />
132
Ze kunnen niet wachten tot de regen ophoudt, want ze hebben honger. We gaan<br />
gewoon door de regen naar huis. Dat is goed, de kinderen vinden in de regen lopen<br />
best wel leuk. Ze worden helemaal nat en koelen zo een beetje af. Gelukkig is het<br />
vrijdag. De uniformen worden toch zaterdag gewassen. De kinderen spelen in de<br />
regen met elkaar. Ze zijn helemaal nat. Wat hebben ze een pret. Moeder ziet ze<br />
al aankomen. “Doorlopen naar de badkamer”, zegt ze. Neem maar gauw een echt<br />
bad en dan aan tafel. De kinderen zijn afgekoeld. Ze hebben het nu zelfs een beetje<br />
koud. Gelukkig heeft mama erwtensoep gemaakt. Dat vinden ze erg lekker.<br />
Mama heeft er ook zoutvlees en kip ingedaan. Voor de rest van de dag blijven de<br />
kinderen binnen. Er wordt niet meer buiten gespeeld. Binnen spelen is ook wel leuk.<br />
Er wordt gekleurd en getekend en anderen spelen ‘Mens erger je niet’.<br />
Binnenspelen terwijl het buiten regent, is wel ook fijn, zegt moeder en kijkt tevreden<br />
naar haar kinderen.<br />
Eric vertelt<br />
Thalicia is bij Eric op bezoek. Ze komt helemaal uit Albina.<br />
Eric en Thalicia zitten samen op een houten brug voor de deur van Erics huis.<br />
Ze kijken naar de modderige goot.<br />
“Wat ziet de goot er vies uit, en waar zijn alle mooie waterlelies gebleven?” vraagt<br />
Thalicia. Eric kijkt Thalicia een beetje bedroefd aan en vertelt;<br />
“In deze goot groeiden er waterplanten, maar nu is er haast niets meer te zien.<br />
Er zijn maar een paar kleine pankoekoewiri overgebleven. Die moeten eerst flink<br />
groeien voordat ze bloeien.”<br />
“Maar wie heeft de planten weggehaald?” vraagt Thalicia. Eric kijkt Thalicia weer aan<br />
en zegt met een zachte stem: “De regen heeft ze meegenomen.”<br />
“De regen”, zegt Thalicia verbaasd, “hoe is dat gebeurd?”<br />
Eric vertelt weer: “De vorige week heeft het hier heel hard geregend. Wel drie dagen<br />
en drie nachten lang. Op de derde dag waren alle huizen in de buurt onder water<br />
gelopen. De goten waren zo vol dat het water helemaal op de straten kwam.<br />
Het stroomde als een soela en nam alles mee. Emmers, vuilnistonnen, stoelen,<br />
vaten, zelfs matrassen stroomden met het water mee. Er was zoveel water net als in<br />
een grote rivier. De meeste mensen wonen in een huis op hoge neuten.<br />
Zij zijn in hun huis gebleven. Maar de mensen die laag wonen moesten hun huis<br />
verlaten en bij familieleden gaan slapen. Er zijn veel dieren doodgegaan.” Er rolt een<br />
traan over Erics wang. Hij veegt de traan weg en gaat verder: “Onze poes heeft een<br />
hele nacht in een boom geslapen. Ik ben blij dat zij niet dood is gegaan.”<br />
Thalicia heeft medelijden met Eric. Ze staat op, geeft hem een brasa en een klopje<br />
op zijn rug. “Huil maar niet, nu is alles gelukkig weer droog.”<br />
“Ik vind het erg dat er dieren zijn doodgegaan”, zegt Eric. “Een paar dagen geleden<br />
hebben ze hier alle goten opgehaald en alle verstoppingen opgeruimd. De mensen<br />
van de buurt hebben beloofd hun goten beter te onderhouden en geen rommel meer<br />
erin te gooien”, zegt Eric.<br />
133 <strong>Bronnenboek</strong>
1.10<br />
Wandelmars<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
KLEDING<br />
Over een paar dagen zal het weer erg druk zijn in de straten van Paramaribo.<br />
De wandelmars zal dan gelopen worden. Vier dagen lang. Waldo en Emmy doen<br />
ook mee. Ze zijn de broer en zus van Willie. Die is nog klein, hij mag nog niet<br />
meelopen. Hij vindt het wel mooi en spannend ernaar te kijken. Waldo zal ook<br />
meelopen. Zijn groepje heet “The dancers”. Ze zullen hele mooie pakjes aantrekken:<br />
witte lange broeken met oranje hemden. Op de hemden komen mooie glimmende<br />
knopen. Ook zal iedereen van de groep een mooie zwarte hoed dragen.<br />
Alle kinderen moeten hetzelfde aan. De kleermaker zal alle pakjes maken.<br />
Ook de hoeden worden door hem gemaakt. De hele groep heeft dan hetzelfde aan.<br />
Het was moeilijk een kostuum te bedenken voor de groep. De kleermaker heeft<br />
zoveel stof nodig om de pakjes te maken. De lappen stof moeten gekocht worden,<br />
ook de knopen en het garen. Wat heeft hij het druk.<br />
Emmy loopt in een andere groep mee. Zij zullen shorts aantrekken met mooie gele<br />
truitjes. Op de T- shirts zal de modiste een mooie fayalobi borduren, want de groep<br />
heet fayalobi. Dat zal leuk worden, vier dagen lopen door Paramaribo.<br />
De pakjes voor de groep van Emmy worden door tante To gemaakt.<br />
Alle kinderen uit de groep krijgen een mooi rood mutsje op. Dat staat erg grappig.<br />
Waldo en Emmy kunnen haast niet wachten op de grote dag.<br />
“Weet je”, zegt mama, ik breng jullie er zelf naartoe, dan mag kleine Willie mee.<br />
Moeder kleedt de kinderen aan. “Wat zijn jullie mooi in je kostuums, jullie winnen<br />
zeker een prijsje.” Vlug gaan ze naar het plekje waar alle groepen bij elkaar zijn.<br />
“Wat een mooie groepen”, roept Willie. Zoveel groepen en allemaal hebben ze een<br />
ander kostuum aan. Rode, gele, groene pakjes. Groepen met mooie blauwe jurken.<br />
Willie kijkt zijn ogen uit. Zoveel kinderen bij elkaar heeft hij nog nooit gezien.<br />
Daar komen de padvinders ook aan. Zij hebben hun padvinderspak aan. Zij zullen<br />
ook muziek maken net als de “Parbo brass band” ik zie ook de militairen en de<br />
politie. Allemaal in verschillende kostuums. Er doen zelfs enkele clowns mee.<br />
De mensen staan al langs de straten te wachten. Ze willen niets missen.<br />
Anderen zitten op de auto. Eindelijk komen ze aan. Netjes, groep na groep.<br />
De militairen vooraan, daarna de rest. Willie geniet ervan. De mensen langs de<br />
straten zijn blij. Het lijkt alsof de hele stad feest viert. Sommige groepen zingen,<br />
andere dansen, maar sommige lopen rustig. Het is druk op straat.<br />
De politie heeft haar handen vol. Zij moet erop letten dat alles goed verloopt.<br />
Er zijn wel vijftig groepen. Allemaal hebben ze een ander kostuum aan.<br />
Willie geniet ervan. Wanneer alle groepen voorbij zijn gaan mama en Willie weer<br />
naar huis. Daar eten ze een lekker ijsje en kijken verder naar tv, want daar kun je de<br />
wandelmars weer zien.<br />
134
Inspecteur Brew<br />
Het is feest in het huis van de familie Brew. Er staan mooie bloemen in een grote<br />
vaas op de tafel. Tegen de muur staat op een groot bord: Gefeliciteerd papa.<br />
Maar papa is niet jarig en toch is er feest. Hoe kan dat nou? Wel, papa heeft heel<br />
hard zijn best gedaan.<br />
Eerst was hij gewoon een politieman, maar nu is hij geslaagd voor Inspecteur<br />
van politie. Hij is dan de baas van de agenten. Hij heeft hard zijn best gedaan en<br />
daarom is hij ook geslaagd. Wat zijn mama en Dino trots op hem. Hij zal ook een<br />
ander uniform mogen aantrekken op speciale dagen. Dan kan iedereen zien dat<br />
hij de baas is van de agenten. Hij is dan inspecteur. Morgen mag hij zijn nieuwe<br />
uniform aantrekken en dan zal de minister van Justitie en Politie het sterretje op<br />
zijn schouder zetten. Zo kan iedereen zien wat hij is. Er wordt een feestje voor hem<br />
georganiseerd. Hij is niet de enige hoor. Er zijn nog drie nieuwe inspecteurs.<br />
Mama en Dino mogen mee met papa. Op het Politie Opleidingscentrum staat<br />
iedereen al klaar.de kapel van de politie zal voor de muziek zorgen. Ook is iedereen<br />
mooi aangekleed. Mama heeft voor deze dag haar mooie lange blauwe jurk aan.<br />
Dino heeft een zwarte broek aan, een wit hemd en een kleine vlinderdas om.<br />
Dat staat zo mooi. De andere inspecteurs hebben witte uniformen aan.<br />
De agenten hebben hun pakken aan. Iedereen mag zitten, behalve de agenten.<br />
Die blijven staan. “Wie komt daar aangelopen?” vraagt Dino aan mama.<br />
Wel, die deftige meneer is de minister van Justitie en Politie. Wat is hij mooi<br />
aangekleed. Een grijs pak met een jas en een mooie rode das eronder.<br />
Het feest kan nu beginnen. De muzikanten spelen een mooi lied. Daarna begint de<br />
minister te praten. Hij is trots op de nieuwe inspecteurs. Daarna zet hij het sterretje<br />
op de schouder van de nieuwe inspecteurs. Er zijn hoge militairen op het feest.<br />
Zij hebben een ander pak aan. Speciaal voor de militairen. Als het feest bijna<br />
afgelopen is, komt er nog een verrassing. Daar komen majorettes. Wat zijn ze mooi!<br />
De drumband is er ook. De majorettes voeren een mooie dans uit op de tonen van<br />
de drumband. Iedereen danst op zijn plaats. Papa is zo blij, hij lacht alleen maar.<br />
Ook mama is blij, want nu zal papa een beetje meer gaan verdienen; dan kunnen<br />
ze het huis een beetje groter maken. Morgen vertel ik alles aan mijn juf en mijn<br />
vriendjes. Als ik groot ben, wil ik ook inspecteur van politie worden en dan draag ik<br />
ook een mooi pak, net als papa. Als het feest is afgelopen, gaat iedereen tevreden<br />
naar huis.<br />
Het pakje dat van kleur veranderde<br />
Arno kreeg op z’n verjaardag een pakje van oom Lando. Arno vond het pakje heel<br />
mooi. Hij liet het aan iedereen die op het feest kwam zien. Ooms, tantes, vriendjes<br />
en vriendinnetjes. Ze vonden allemaal dat het een prachtig pakje was.<br />
Nadat een ieder het pakje had gezien, bracht Arno het in z’n kamer en legde het<br />
heel netjes op z’n bed. Hij ging daarna weer feestvieren met de gasten.<br />
135 <strong>Bronnenboek</strong>
Steeds als hij aan het pakje dacht ging hij naar de kamer om heel even te kijken of<br />
het nog op zijn bed lag.<br />
Arno hield zoveel van het pakje dat hij iedere keer als hij ergens naartoe moest<br />
speciaal dat pakje wilde aantrekken. “Arno”, zei moeder, “jij moet niet steeds<br />
hetzelfde pakje aantrekken. Ik moet het dan vaak wassen, en het wordt dan heel<br />
gauw lelijk. De kleur zal dan niet zo mooi meer zijn.”<br />
Arno werd verdrietig als hij dacht aan wat moeder gezegd had. Hij wilde het pakje<br />
wel vaker aantrekken maar het mocht niet lelijk worden.<br />
Op een goeie dag kreeg Arno een uitnodiging om op het verjaardagsfeestje van zijn<br />
vriendje te gaan. Weer dacht hij aan zijn pakje, maar ook aan wat moeder gezegd<br />
had. Maar hij wilde geen ander pakje naar het feest aantrekken.<br />
Hij ging kijken welke kleren moeder voor hem had klaargezet. Toen hij in de kamer<br />
kwam, zag hij een heel ander pakje. Hij had meteen geen zin meer in het feestje.<br />
Hij ging stiekem naar de kast om toch even naar zijn lievelingspakje te kijken al<br />
mocht hij het niet aandoen.<br />
Hij deed de deur voorzichtig open zodat niemand het kon horen. Hij deed de kast<br />
open. Hij keek en keek maar kon het groene pakje dat hij op z’n verjaardag van oom<br />
Lando had gekregen nergens zien. Zou moeder het pakje aan een ander kindje<br />
hebben gegeven, omdat ze vond dat ik het vaak aantrok?<br />
Het gebeurde weleens dat moeder de kleertjes die te klein waren voor Arno aan<br />
kindertjes gaf die weinig kleren hadden. Weer werd hij verdrietig en begon heel<br />
zacht te huilen.<br />
Plotseling hoorde hij een fijn stemmetje dat zei: “Hallo Arno, waarom huil je, waarom<br />
ben je zo verdrietig?” Arno schrok even en vroeg: “Wie ben je en waar ben je?”<br />
“Ik ben je beste vriend en ik ben ook hier in de kamer. Vertel me eens Arno, waarom<br />
huil je? Heb je soms pijn? Ik ben je vriendje daarom wil ik weten wat er aan de hand<br />
is. Ik wil weten waarom je verdriet hebt, zodat ik je weer blij kan maken.”<br />
“Nee…………ja ik heb toch wel pijn in m’n hartje want mijn pakje is er niet.”<br />
“Je pakje is er wel. “Uit de stapel kleren bewoog zich een blauw broekje.<br />
Het broekje schoof en schoof tot hij helemaal uit de stapel vandaan was gekomen<br />
en op de rand van het bed bleef hangen. “Ik ben er ook nog!” riep een andere stem.<br />
“Ik lig hier helemaal onder de andere kleren. Help me even zodat ik eronder uit kan.”<br />
Arno begon alle kleren opzij te schuiven. Er kwam een hemd te voorschijn van<br />
precies dezelfde blauwe kleur als het broekje.<br />
“Arno je hoeft niet verdrietig te zijn, kijk ik ben dat pakje dat je van oom Lando hebt<br />
gehad op je verjaardag”, zei het stemmetje.<br />
Maar Arno riep: “Het is niet waar, het is niet waar. Het pakje dat oom Lando me had<br />
gegeven was groen en niet blauw.”<br />
“Toen oom Lando op je verjaardag was gekomen was ik groen maar nu ben ik<br />
blauw.”<br />
“Het is niet waar’, zei Arno weer.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
136
“Het is wel waar”, zei het stemmetje.<br />
“Luister eens, zal ik je wat vertellen? Oom Lando heeft mij in een toverwinkeltje<br />
gekocht. Ik ben een toverpakje. Ik verander van kleur. Omdat je zoveel van me houdt<br />
en me vaker wil aantrekken, verander ik van kleur zodat ik altijd mooi blijf.<br />
Ik wil een afspraak met je maken.<br />
Voortaan zal ik elke keer als je me wil aantrekken van kleur veranderen dan denken<br />
de mensen dat je steeds een ander pakje aan hebt. Dan hoef je ook niet meer<br />
verdrietig te zijn. En je mama zal ook niet meer zeggen dat je mij te vaak aantrekt.”<br />
Arno pakt het pakje en deed het snel aan want hij wist dat moeder op hem wachtte.<br />
Terwijl Arno de andere kleren weer in de kast zette, klopte moeder op de deur en<br />
stapte de kamer in. “Arno, heb je een ander pakje aan?” vroeg ze.<br />
“Nee mam. Het is het pakje dat ik van oom Lando heb gekregen.<br />
Het is een toverpakje. Het verandert van kleur. Voortaan kan ik het vaker<br />
aantrekken, het zal echt niet meer lelijk worden. Al zet u het nog zo vak in de was,<br />
het zal mooi blijven.”<br />
“ Wat zeg je Arno, is het een toverpakje en zal het altijd mooi blijven?”<br />
“Ja mam dat heeft dat pakje zelf verteld.”<br />
“Hoe doet het pakje dat Arno?”<br />
“Dat is een geheimpje mam tussen m’n vriendje en ik. Maar voortaan trek ik aan wat<br />
we samen hebben uitgezocht. Maar als ik eens graag dit pakje wil aantrekken mag<br />
ik dat wel?”<br />
“Goed Arno, zullen we dat afspreken?” “Ja mam wat ben ik toch blij, blij met m’n<br />
vriendje en het pakje van oom Lando.”<br />
137 <strong>Bronnenboek</strong>
1.11<br />
De winnaars<br />
Vijf kinderen die in Suriname wonen, zitten heerlijk op het balkon van een mooi hotel<br />
te praten en te lachen met elkaar. Ze zijn pas vriendjes en vriendinnetjes van elkaar<br />
geworden. Deze vijf kinderen heten: Liesbeth, Meriam, Steven, Mila en Randall.<br />
Ze wonen allemaal in een ander district. Liesbeth woont in Paramaribo, Meriam<br />
in Marowijne, Steven in Nickerie, Mila in Commewijne en Randall in Saramacca.<br />
Zij hebben elk een hoofdprijs gewonnen bij een tekenwedstrijd. Nu mogen ze een<br />
weekje in Paramaribo logeren in een mooi hotel. Ze zullen leuke uitstapjes maken<br />
naar plaatsen die ze nog nooit gezien hebben. Wat zijn ze blij.<br />
Paramaribo lijkt groter dan het district waarin ze wonen. De mevrouw die ze overal<br />
naartoe zal brengen, heet mevrouw Wanda. Maar ze mogen haar ook “tante Wanda”<br />
noemen.<br />
Er is al een programma voor elke dag gemaakt.<br />
Het is vandaag maandag, de eerste dag, dus zullen ze een beetje door Paramaribo<br />
rijden en af en toe een wandeling maken. Tante Wanda zal ze dan alles vertellen<br />
over de dingen die ze zien.<br />
Eerst rijden ze naar het Onafhankelijkheidsplein. Daar staat het paleis van de<br />
president. Zo een mooi paleis hebben de kinderen nog nooit gezien. ze mogen<br />
uitstappen en een beetje gaan wandelen. Ze lopen met tante langs de Waterkant.<br />
Daar zien ze veel mensen die langslopen of gewoon gezellig op de banken zitten.<br />
Er zijn ook een paar boten op het water. Ze drinken lekkere stroop bij een van de<br />
eettentjes die daar zijn. De bus haalt ze op en ze rijden verder. Nu komen ze langs<br />
de grote markt. Vanuit de bus kunnen ze zien hoe druk het daar is. Nu gaan ze langs<br />
een groot gebouw, dat is de Hakrinbank. Daar is het geld van veel mensen.<br />
De kinderen schrijven alles op. Dat kunnen ze, want ze zitten allemaal in de vijfde<br />
klas. Ze rijden weer een eindje en zien een nog groter gebouw.<br />
Daar is het Academisch Ziekenhuis; het grootste ziekenhuis van ons land.<br />
De kinderen worden een beetje moe van het kijken. Ze rijden nog wel twee uren<br />
door de stad. Nu gaan wij naar de Paramaribo Zoo en dan naar het hotel.<br />
Jippie, wij gaan naar de dierentuin. Daar zien ze dieren die ze nog nooit in het echt<br />
gezien hadden. De apen vinden ze het mooist. Die slingeren van boom naar boom.<br />
Ze blijven een tijdje in de dierentuin. “Zo voor vandaag is het genoeg geweest”, zegt<br />
tante Wanda. “Morgen gaan we ergens anders naar toe.” Ze slapen die nacht erg<br />
goed, want ze zijn zo moe. Dinsdag neemt tante Wanda ze mee naar Colakreek.<br />
Daar mogen ze zwemmen, spelen en lekker eten. Ze blijven er tot ’s middags en dan<br />
brengt de bus ze terug. Woensdag gaan ze naar Domburg, dat is een eindje rijden.<br />
Bij de Waterkant mogen ze uitstappen en een wandeling maken.<br />
Er zijn bootjes op het water. Daarin wonen er mensen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
MIJN LAND<br />
138
Als ze iets nodig hebben, komen ze even aan land om in de winkel hun spullen te<br />
kopen. Instappen, wij gaan nu naar White Beach. Je kan daar zwemmen, maar wij<br />
gaan niet in het water. Dat vinden de kinderen best jammer, ze hadden graag willen<br />
spetteren in het water. De reis naar het hotel duurt een beetje lang. Ze vallen bijna in<br />
slaap. Donderdag gaan ze naar een grote fabriek op Paranam. Daar wordt van alle<br />
bauxiet aluinaarde gemaakt. Dit wordt naar andere landen gestuurd.<br />
De landen maken er potten en pannen van en nog veel meer.<br />
Een vriendelijke meneer legt de kinderen alles uit. Ook krijgen ze een heerlijk<br />
maaltijd van de baas van de fabriek. Wat worden de kinderen knap. Ze zien en<br />
horen ook zoveel. Vrijdag is de laatste dag voor de uitstapjes. Ze zullen vandaag<br />
naar het vliegveld op Zanderij gaan. Dit vliegveld is het grootste van Suriname.<br />
Alle grote vliegtuigen die uit andere landen komen, landen hier op de Johan Adolf<br />
Pengel Luchthaven. Vandaag komt er een vliegtuig uit Nederland.<br />
De familie is de mensen komen afhalen. Ze hebben veel bagage bij zich.<br />
Wat is het druk. “Bij elkaar blijven hoor”, zegt tante Wanda. De kinderen kijken hun<br />
ogen uit. Tante Wanda maakt van elk plekje een foto. De foto’s krijgen de kinderen<br />
mee. Dan kunnen ze hun juf en kinderen van de klas laten zien waar ze geweest<br />
zijn. Wat een heerlijke dagen hebben we gehad. Zaterdag mogen ze uitrusten en<br />
zijn ze lekker vrij. Ze mogen doen waarin ze zin hebben. Zondag gaan ze terug naar<br />
huis: met de bus of met de auto, want ze wonen ver.<br />
Alleen Liesbeth blijft hier, zij woont in Paramaribo<br />
Hoe wij hier ook samen kwamen<br />
Heel lang geleden woonden in ons land, Suriname alleen indianen. Ze vonden het<br />
prettig om hier te zijn. Mannen en hun vrouwen vonden het fijn om tussen de bomen<br />
in het bos te werken. De kinderen speelden er ook graag.<br />
Op een dag kwam er een meneer uit een heel ver land in Suriname aan.<br />
Hij vond ons land heel mooi. “Mag ik bij jullie komen wonen?” vroeg hij aan de<br />
indianen. Eerst vonden die het een beetje vreemd. Nadat ze met elkaar gesproken<br />
hadden, zeiden ze: “Het zal ook leuk zijn als er andere mensen in Suriname komen<br />
wonen. Dan kunnen we samen met ze werken.”<br />
De meneer bedankte de indianen en gaf ze cadeautjes (spiegels en kralen), omdat<br />
ze vriendelijk tegen hem waren. Hij ging weer naar zijn land terug en vertelde aan<br />
z’n vrienden hoe aardig de mensen in Suriname tegen hem waren.<br />
Na een poosje kwam hij terug naar ons land. Nu met een paar vrienden.<br />
Ze namen van alles mee want ze wilden echt hier wonen. Ze legden plantages aan.<br />
En ze lieten de indianen voor hen werken op de plantages.<br />
Eerst waren ze heel lief voor ze. Na een tijdje vonden ze dat de indianen harder voor<br />
hen moesten werken. Indianen waren heel hard werken niet gewend dus vonden ze<br />
het niet leuk. Ze wilden doen wat ze zelf fijn vonden. Daarom gingen ze weg van de<br />
vreemde mannen. Ze vluchtten dieper het bos in.<br />
139 <strong>Bronnenboek</strong>
De vreemde mannen hadden dan geen mensen meer om het werk te doen.<br />
De mannen die zo lelijk deden tegen de indianen hoorden van iemand dat er Afrika<br />
heel sterke mensen woonden. Die kunnen wel hard werken.<br />
Er werd een boot vol geladen met sterke negers die naar Suriname gebracht<br />
moesten worden. De reis van Afrika naar Suriname duurde heel lang, maar eindelijk<br />
kwamen ze aan. De negers waren blij dat ze uit de boot mochten stappen.<br />
Ze keken hun ogen uit. Het zag er hier toch een beetje anders uit.<br />
Een paar vreemde mannen liepen naar de mensen toe en begonnen ze van alle<br />
kanten te bekijken. Daarna werden ze naar verschillende plaatsen gebracht om te<br />
werken en te wonen. Kinderen werden van hun ouders weggehaald.<br />
Mama’s mochten ook niet bij de papa’s blijven. Ze gingen heel ver van elkaar<br />
wonen. Soms zagen ze elkaar nooit meer terug. Ze moesten voor een baas gaan<br />
werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ze werden niet goed behandeld.<br />
Genoeg eten krijgen ze niet en als ze ziek waren, moesten ze toch door werken.<br />
Deden ze dat niet dan kregen ze pakslaag. Mensen die zo behandeld worden<br />
noemen we slaven. Als de slaven moe werden van het werken mochten ze ook niet<br />
uitrusten.<br />
Op een dag spraken veel slaven met elkaar af om niet meer zo hard te werken.<br />
Ze maakten een afspraak om heel ver het bos in te vluchten net als de indianen.<br />
Daar zouden ze vrij zijn en de vreemde mannen konden hen niet zo makkelijk<br />
terughalen. Ze deden precies zoals ze hadden afgesproken. Slaven die achter<br />
waren gebleven, wilden ook graag vrij zijn maar kregen de kans niet weg te lopen.<br />
Er werd heel goed op hen gelet. Gelukkig waren na heel veel jaren ook de slaven<br />
die niet gevlucht waren, vrij. Ze mochten werken waar en wanneer ze dat zelf graag<br />
wilden.<br />
Velen werden timmerman, meubelmaker of monteur. Slechts enkele bleven op de<br />
plantages werken. Weet je wat die bazen van de plantages deden? Ze lieten uit<br />
verre landen mensen komen om het werk te doen. Er kwamen Chinezen uit China.<br />
Ook kwamen er mensen uit India. Dat waren de Hindoestanen.<br />
De boot waarin de Hindoestanen hiernaartoe gekomen zijn heet de Lalarookh.<br />
Er is een straat in Suriname die dezelfde naam heeft als die boot.<br />
Na de Hindoestanen zijn de Javanen hier gebracht. Nu werken de verschillende<br />
bevolkingsgroepen: indianen, negers, Chinezen, Hindostanen en Javanen en nog<br />
vele andere mensen om Suriname tot een mooi land te maken.<br />
De mensen van vroeger hebben heel hard gewerkt. Ook jullie oma en opa hebben<br />
hun best gedaan om Suriname tot een land te maken waarin iedereen prettig kan<br />
leven. Nu werken je ouders voor het land. En later als je groot bent, zal je ook zelf<br />
moeten meehelpen om ons land vooruit te brengen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
140
Reizen in het mooiste land<br />
Kim-Sam en Doriën wonen in Nickerie. Ze hebben meegedaan aan een<br />
tekenwedstrjd en hebben allebei een leuke prijs gewonnen. Nu mogen ze met een<br />
groep mensen met het vliegtuig naar het binnenland. Daar mogen ze hele leuke<br />
plekjes gaan bekijken. Twee dagen lang. Op de derde dag keren ze terug.<br />
Nu zitten ze in het vliegtuig dat naar het binnenland gaat.<br />
De reisleidster komt naast hen zitten en zegt: ”Dag Kim-Sam, dag Doriën genieten<br />
jullie een beetje van de vlucht? Overal waar jullie naar toe gaan, zal ik bij jullie zijn.<br />
We zullen het samen heel leuk hebben, want in het binnenland is er heel wat te zien.<br />
Maken jullie nu je stoelriemen vast. Het duurt niet lang meer, dan zal het vliegtuig<br />
landen.” Als het vliegtuig stilstaat, maken de kinderen hun stoelriemen los en gaan<br />
naar buiten.<br />
De reisleidster vraagt aan iedereen om achter haar aan te lopen. Bij een grote tent<br />
met hangmatten en lange banken blijft de reisleidster staan. Iedereen staat vol<br />
verwachting te kijken.<br />
“Lieve kinderen en alle grote mensen. Onder deze tent gaan we eerst wat uitrusten,<br />
onze benen strekken en wat eten. Na het eten zullen we naar de rivier lopen.<br />
We lopen door een ondiepe kreek en komen zo aan de andere kant. Bij de rivier zijn<br />
er 2 boten waarmee we naar de soela’s zullen varen”.<br />
“Naar de soela’s”, roept Kim-Sam. “Dat vind ik eng. Ik ben bang voor de soela’s”.<br />
“Wees maar niet bang”, zegt de reisleidster. “ De bootsman kan heel goed varen en<br />
de koelaman weet precies waar er rotsblokken in de rivier zijn. En er is hier nog nooit<br />
een ongelukje gebeurd”.<br />
Kim-Sam is nu gerust. De grote mensen zorgen goed voor Kim-Sam en Doriën.<br />
Nu kunnen ze vertrekken. Als er te weinig water in de rivier is moeten de mensen<br />
soms uitstappen. Dan duwen mannen de boot naar het diepe water.<br />
Kim-Sam en Doriën helpen af en toe ook duwen. Nu zijn ze helemaal niet bang<br />
meer. Als het een beetje donker begint te worden, keren ze naar het kamp terug.<br />
Het was een fijne dag. Maar nu willen ze eten want ze hebben een verschrikkelijke<br />
honger.<br />
De volgende morgen maken de mensen zich klaar voor een boswandeling.<br />
Er is een vriendelijke gids die de mensen de weg zal wijzen. Hij kent het bos heel<br />
goed. Voor de mensen vertrekken maakt hij eerst een afspraak met ze.<br />
Weet je wat hij zegt?<br />
“mensen, mensen, luister eens goed naar mij. We hebben hier een heel mooi<br />
bos met heel veel prachtige planten en bloemen. Er lopen ook wilde dieren rond.<br />
Prachtige vogels in verschillende kleuren zijn er te zien. Mooie watervallen en grote<br />
bergen zijn er in dit bos. Als we straks een wandeling door het bos maken, mag je<br />
niet aan de bloemen of planten trekken. En als je mooie vogels tegenkomt, mag je<br />
naar ze kijken en van ze genieten”.<br />
141 <strong>Bronnenboek</strong>
“Mogen wij ook schuiltje spelen in het bos?” vraagt Doriën aan de gids.<br />
Maar voordat de gids kan antwoorden zegt Kim-Sam: “Nee, dat moet je niet doen,<br />
anders raak je de weg kwijt”. De gids glimlacht en zegt: “Goed zo mijn beste vriend<br />
dat weet jij heel goed. Als we in het bos zijn, blijven we bij elkaar. Let op wat ik doe,<br />
en doe dat na”.<br />
Voor ze vertrekken krijgt iedereen een broodje en een flesje stroop mee.<br />
“Iedereen klaar”, vraagt de gids, “volg mij maar”. Daar gaan ze dan. Kim-Sam pakt<br />
de hand van de gids die de mensen de weg door het bos wijst, en Doriën houdt de<br />
hand van de reisleidster vast. Onderweg zien ze verschillende vogels, papegaaien,<br />
die hele kleine kolebri en raven. Wat zijn de raven toch mooi. Ze hebben mooie<br />
kleuren en ze maken veel lawaai. Ineens blijft de gids staan en zegt:<br />
“Ssstt…. Horen jullie wat ik hoor? “Iedereen blijft stokstijf staan. Niemand durft<br />
verder te lopen. De gids kijkt in de buurt van een kreek met grote bomen. Hij wenkt<br />
de mensen om wat dichterbij te komen. Hij tilt Kim-Sam op. En wat ziet Kim-Sam<br />
daar? “Een leeuw, een leeuw! Roept hij fluisterend. “ Het is een tijger”, zegt de gids.<br />
“In ons land hebben we geen leeuwen”. “Waaw, ik heb een tijger gezien”, roept<br />
Kim-Sam zacht. “En ik, mag ik de tijger ook zien”, vraagt Doriën.<br />
“Ja natuurlijk, kom maar gauw, want hij loopt al weg”, zegt de gids.<br />
Doriën kan nog net de achterpoten en de staart van de tijger zien. De tijger loopt<br />
snel weg, want hij ruikt dat er mensen in de buurt zijn.<br />
Kim-Sam en Doriën zijn dol van blijdschap. Ze zullen, als ze weer thuis zijn, aan<br />
iedereen vertellen dat ze een echte tijger hebben gezien.<br />
De gids loopt verder en de mensen volgen hem.<br />
“Kijk”, zegt hij en wijst met zijn hand in de richting van een berg.<br />
“De berg daar is niet zo ver weg. We zullen proberen die berg te beklimmen”.<br />
De mensen kijken elkaar aan. Maar de gids stelt hen gerust en zegt: “Niemand is<br />
verplicht de berg op te gaan maar als je gaat, krijg je een prijsje”.<br />
“Ik ga met u mee”, zegt Doriën. “En ik ga ook mee”, roept Kim-Sam.<br />
De kinderen lopen dichtbij de gids want ze willen alles van heel dichtbij meemaken.<br />
“Hier beginnen we de berg te beklimmen”, zegt de gids. “Wie gaat er mee?”<br />
Drie mensen willen liever de berg niet op. Ze vinden dat erg vermoeiend.<br />
“Wij blijven hier op jullie wachten. Dan kunnen we een beetje uitrusten”.<br />
“Dat is goed. De reisleidster zal bij jullie blijven”.<br />
“Kom op. We gaan die berg op”.<br />
Kim-Sam en Doriën blijven heel dichtbij de gids lopen. Ze lopen helemaal voorover-<br />
gebogen. Het is alsof ze een zak rijst op hun rug hebben. Af en toe blijft de gids<br />
staan om te zien of iedereen nog verder kan. De kinderen vinden het leuk.<br />
Dit zullen ze nooit meer vergeten. Als ze op de top van de berg zijn, kijken de<br />
mensen om zich heen. “Wat is het toch mooi hier” zegt Doriën.<br />
“Ik zou graag op deze berg willen wonen dan kan ik alles om me heen goed zien.<br />
De kreken, de vogels de wilde dieren, de bomen”.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
142
“Wat is ons land toch mooi hè”, zegt Kim-Sam.<br />
“Mijn land is het mooiste land van de wereld”, roept hij uit. En iedereen lacht.<br />
”Zullen we maar teruggaan”, vraagt de gids en hij gaat weer voor de mensen uit<br />
lopen.<br />
Als ze beneden aankomen zitten de anderen rustig op hen te wachten.<br />
Nu kunnen ze met z’n allen naar het kamp teruglopen. Bij het kamp krijgt iedereen<br />
een lekker koud drankje.<br />
Het eten staat ook al klaar. Iedereen heeft honger en een z’n bordje leeg.<br />
Nu nog even een dutje doen want in de late middag mogen de mensen met de gids<br />
mee om te gaan te zwemmen. Kim-Sam en Doriën willen geen dutje doen.<br />
Ze gaan alvast hun zwemkleding klaarzetten. Om vijf uur ’s middags gaat er een<br />
fluitsignaal. Iedereen wordt er wakker van.<br />
Terwijl Kim-Sam en Doriën al klaarstaan om met de gids mee te gaan haasten de<br />
anderen zich om hun zwemkleding aan te trekken. Als iedereen gereed is, gaat de<br />
gids weer voor. Ze gaan een bospaadje op. Na een tijdje lopen komen ze bij een<br />
kreek terecht.<br />
“Waaw”, roepen de kinderen, “wat is het prachtig hier”. Van bovenaf stroomt er een<br />
waterval naar beneden in de kreek. Het is net een gordijn.<br />
“Mag ik eronder gaan staan”, vraadt Doriën aan de gids, “Ja dat mag wel.<br />
Maar eerst moet iedereen goed luisteren”, zegt de gids. “In de kreek zijn er twee<br />
grote rotsblokken. Eén aan de rechterkant en eén aan de linkerkant.<br />
Tussen de twee rotsblokken is alles veilig. Niemand mag aan de andere kant van<br />
deze rotsblokken komen. Je mag ook onder de waterval staan, maar kijk goed uit,<br />
want als je onder de grote straal gaat staan waar er veel water naar de beneden<br />
komt, doet dat erg pijn. Ga je gang en geniet maar flink”.<br />
Kim-Sam en Doriën waren niet van de waterval weg te krijgen.<br />
Ze spetteren en spatten en krijgen er niet genoeg van. Ze zouden elke dag hier terug<br />
willen komen.<br />
Het wordt donker en de gids laat weer een fluitsignaal horen.<br />
Dat betekent dat iedereen uit het water moet stappen.<br />
“Het wordt al donker”, zegt de gids. “En jullie moeten je spullen gaan inpakken.<br />
Morgenochtend komt het vliegtuig jullie weer ophalen”.<br />
Doriën pakt de hand van de reisleidster en zegt, “Ik wil hier blijven wonen dan kan ik<br />
iedere dag zwemmen in de kreek”.<br />
Kim-Sam die achter de gids loopt, roept heel luid: “Mijn land is het mooiste land van<br />
de wereld”. En iedereen klapt in de handen daarvoor.<br />
143 <strong>Bronnenboek</strong>
1.12<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
JIJ EN IK<br />
Het nieuwe buurmeisje<br />
Op het laatste plekje dat nog leeg was in de straat, wordt er een huis gebouwd.<br />
Wie zou in dat huis komen wonen? Dat denken de mensen van de buurt. Ze weten<br />
het niet. Pas als het huis klaar is, zullen ze dat weten. Het huis wordt naast het huis<br />
van Linda gebouwd. Linda heeft veel vriendjes en vriendinnetjes in de straat.<br />
Ze mag elke dag met ze spelen. Soms spelen ze voorin op het erf of gewoon op het<br />
trottoir, maar meestal spelen ze achter op het erf.<br />
Het huis is al klaar en de mensen zijn bezig mooie spullen in het huis te zetten.<br />
Ook komen er mooie gordijnen voor de ramen. Nu is alles binnen en staat op zijn<br />
plaats. Alleen de nieuwe buren moeten nog komen. Daar zien ze twee auto’s komen.<br />
De mensen in de voorste auto kennen ze al. Die kwamen elke dag naar het huis<br />
kijken. De mensen in de achterste auto kennen ze nog niet. Het zijn heel andere<br />
mensen, ze zijn zeker niet van Suriname, want ze hebben allemaal grote koffers bij<br />
zich. Ze zien er ook anders uit. Er is ook een klein meisje bij, net als Linda.<br />
Ze heeft kleine spleetoogjes, je kan de ogen haast niet zien. “O, dat zijn Chinezen”,<br />
zegt vader. “Die komen zeker uit China. Maar dan verstaan ze ons zeker niet.<br />
Papa gaat een praatje met ze maken, maar ze verstaan hem niet.<br />
Gelukkig praat de vader van het meisje Engels. Papa verstaat een beetje Engels.<br />
Zo kunnen ze elkaar een beetje verstaan.<br />
“Papa, hoe heet het meisje? Wil je dat aan haar vader vragen?” Dat meisje heet<br />
Moei Foeng. Wat een mooie naam, maar Moei Foeng is een beetje verlegen.<br />
Ze durft bijna niet naar Linda te kijken. “Zeg haar dat ze met mij mag komen spelen.”<br />
De volgende dag vertelt Linda aan de kinderen van de straat over het nieuwe<br />
buurmeisje. “Ze mag met ons komen spelen”, roepen ze allemaal.<br />
Maar Moei Foeng komt maar niet, ze praat een heel andere taal. Ze verstaat de<br />
taal van de kinderen van Suriname niet. Linda vindt het heel erg. Moei- Foeng is<br />
erg eenzaam.”Weet je wat”, zegt Linda tegen mama, “ik sta bij de schutting en roep<br />
haar om met mij te spelen.” Dat doet ze dus: “Moei- Foeng, Moei- Foeng”, roept<br />
Linda,”kom je met me spelen?” Ze houdt haar pop omhoog. Moei- Foeng begrijpt<br />
haar een beetje en komt dichterbij. Linda maakt het tussendeurtje open, zodat Moei-<br />
Foeng op het erf van Linda kan komen.<br />
Nu is Moei- Foeng niet bang meer. Ze probeert met Linda te praten. Ze gebruikt haar<br />
handen om te zeggen wat ze bedoelt. Linda begrijpt het wel. Ze vindt het niet erg.<br />
Ze is al blij dat Moei- Foeng met haar wil spelen. Over een poosje zal ze je wel<br />
kunnen verstaan. Hoe langer ze hier blijft, hoe meer ze de taal zal leren.<br />
Linda neemt Moei- Foeng mee naar de andere kinderen in de straat. Dat vinden ze<br />
wel prettig. Nu heeft ze meer vriendjes en vriendinnetjes. Ze gaat ook al naar school.<br />
Ze zit op dezelfde school als Linda. De school is niet ver.<br />
144
Moei- Foeng mag elke dag met Linda’s moeder mee. Dat vindt ze fijn.<br />
De moeder van Moei- Foeng haalt ze na school weer op. Dat is dan goed geregeld.<br />
Na een tijdje kent Moei- Foeng al enkele woordjes. Ze kan de kinderen al een beetje<br />
verstaan. Ze weet ook wat de juf bedoelt als die tot haar praat.<br />
Nu vindt Moei- Foeng het wel prettig in Suriname. Ze heeft veel vriendjes en<br />
vriendinnetjes. Maar haar liefste vriendin is Linda, haar buurmeisje.<br />
Als ik jaloers ben<br />
Morino woont al zes jaar aan de Boetastraat.<br />
De straat is heel kort en niet druk.<br />
Morino kent de meeste mensen die daar wonen goed. Hij speelt graag met de<br />
kinderen van de buurt. Maar het liefst speelt hij met Sandrono en Nanghitie.<br />
Nanghitie heeft van haar vader een nieuwe fiets gekregen.<br />
Met z’n drieёn rijden ze om de beurt op de fiets. Als Morino op de fiets zit, denkt hij:<br />
“Ik zou zelf graag zo’n fiets willen hebben als die van Nanghitie, dan zou ik iedereen<br />
voorbij racen.<br />
Als Morino thuiskomt vertelt hij aan vader over de nieuwe fiets van Nanghitie.<br />
Papa lacht en zegt; “Fijn dat jullie om de beurt op de fiets van haar mogen rijden.”<br />
“Ja pap, maar weet u wat leuker is? Dat u voor mij ook zo’n fiets koopt.”<br />
Vader kijkt Morino glimlachend aan en zegt: “Daar heb je gelijk in, maar ik heb nu<br />
geen geld voor een nieuwe fiets.”<br />
Morino laat zijn hoofd hangen. Hij voelt zich van binnen niet zo prettig.<br />
Plotseling vindt hij Nanghitie niet leuk meer. En zijn vader vindt hij niet lief.<br />
Hij rent naar zijn kamer, doet heel hard de deur achter zich dicht en begint heel hard<br />
te huilen. “Waarom mag Nanghitie wel een fiets en ik niet”, schreeuwt hij huilend.<br />
Vader doet de kamerdeur op een kier open. Morino hoort het niet eens.<br />
Hij schopt en trapt en gooit met een kussen. Vader doet de kamerdeur weer stilletjes<br />
dicht. Hij denkt: Morino is jaloers op Nanghitie. Ik laat hem maar rustig uithuilen.<br />
’s Avonds vóór Morino naar bed gaat, vraagt vader aan Morino: “Wil je nog iets aan<br />
mij zeggen?” Morino durft niet naar zijn vader te kijken.<br />
Hij zegt….: “Welterusten papa, welterusten mama”en gaat gauw naar zijn kamer.<br />
De volgende morgen neemt papa Morino mee naar school.<br />
Papa loopt met hem mee tot voor de deur van de klas. De juffrouw staat bij de deur,<br />
geeft Morino een hand en zegt: “Goedemorgen Morino, vandaag ben je niet vrolijk,<br />
hoe komt dat?”<br />
Morino geeft geen antwoord maar stapt de klas binnen. Papa fluistert wat aan de<br />
juffrouw en vertrekt.<br />
De juffrouw let steeds op Morino. Ze vindt het niet zo prettig dat hij vandaag geen zin<br />
heeft om mee te doen.<br />
Na het eten mogen de kinderen in de kring gaan zitten. Dan zegt de juffrouw:<br />
“Soms ben je blij, soms ben je bang, soms ben je verdrietig en soms jaloers.<br />
145 <strong>Bronnenboek</strong>
Laat eens even zien dat je blij bent, en nu dat je bang bent… Kijk eens even<br />
verdrietig. Nou, dat kunnen jullie goed. Wie wil aan mij vertellen hoe je je voelt als je<br />
jaloers bent.<br />
Wat doe je allemaal?”<br />
Chaffie staat op en zegt; “Als ik jaloers ben dan ga ik naar mijn kamer en dan huil ik<br />
heel hard”. “Wanneer ben je jaloers?”, vraagt de juffrouw.<br />
“Als mijn zusje veel cadeaus krijgt en ik niet”, antwoord Chaffie.<br />
“Ja juf, zegt Morino plotseling heel luid, “als ik jaloers ben omdat mijn vriendje een<br />
fiets krijgt en ik niet, dan word ik zo boos en dan wil ik met niemand praten.”<br />
Carny steekt zijn vinger op en zegt “Juf, als mijn beste vriendin met een ander gaat<br />
spelen en mij alleen laat, dan ben ik jaloers. Dan zeg ik haar dat ik nooit meer met<br />
haar wil spelen. Maar later vind ik het erg wat ik haar heb gezegd, dan bel ik haar op.<br />
Want iedereen mag meer dan één vriendje of vriendinnetje hebben.”<br />
Trendy rent naar de juffrouw toe en zegt: “Juf ik wil allang wat zeggen maar u ziet<br />
mijn vinger niet.”<br />
“Neem me niet kwalijk dat ik je vinger niet heb gezien maar wat wil je zeggen<br />
Trendy?” Trendy stottert eerst een beetje. “J..j..juf, als u iemand aanwijst om iets<br />
voor u te doen, dan ben ik jaloers. Maar soms mag ik de boekjes uitdelen dat vind ik<br />
wel leuk.”<br />
Juffrouw lacht en zegt “Als je merkt dat je jaloers bent, denk dan aan hele fijne<br />
dingen. Denk ook aan de mooie en leuke dingen die je hebt. Het is echt niet vreemd<br />
als je jaloers bent. Jij doet zelf ook wel eens wat waar andere kinderen jaloers van<br />
kunnen worden. Als je voelt dat je jaloers wordt, praat er met je papa, mama of oma<br />
over. Die begrijpt jou wel. Dus als je weer eens jaloers bent, dan moet je weten dat<br />
andere kinderen ook jaloers op jou kunnen zijn.<br />
Wees blij met wat je hebt en gooi al die jaloerse gedachten in de prullenmand.”<br />
Die lieve stoute oma<br />
Vroeg ’s morgens drinken ze samen thee en eten vaak brood met choco-pasta.<br />
Maar een gebakken ei vinden ze ook lekker.<br />
“Jasima, Jasima, waar ben je?” roept oma. Jasima komt aangerend.<br />
Hijgend zegt ze: “Oma, oma hebt u mij geroepen?”<br />
“Ja, zegt oma, “wil je me even helpen?”<br />
“Waarmee mag ik u helpen oma?” vraagt Jasima.<br />
“Met een bed. Ik wil nog een bed in je kamer zetten.”<br />
“Mag ik dan op beide bedden slapen oma?” vraagt Jasima.<br />
“Ha ha ha”, lacht oma vrolijk, “zal ik je vertellen waarom ik nog een bed in je kamer<br />
zet? Omdat…omdat…omdat Charro van tante Brenda ook komt logeren”, zegt oma.<br />
“Charro!”, roept Jasima uit, “die heb ik al een lange tijd niet gezien.<br />
O wat fijn dat hij komt dan kunnen we samen spelen en televisie kijken.”<br />
Dus dan tel ik niet meer mee hè”, zegt oma.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
146
Jasima schatert en geeft oma een brasa.<br />
“Oma”, zegt ze, u bent de liefste oma van de hele wereld”.<br />
“En jij bent het liefste meisje van de hele wereld”, zegt oma terug.<br />
“Wat hebben we toch veel plezier samen hè Jasima, en als Charro erbij komt dan<br />
hebben we dubbel plezier”, zegt oma glimlachend.<br />
Terwijl oma en Jasima samen het bed waarop Charro gaat slapen opmaken, denkt<br />
Jasima aan Charro. Ze weet niet meer hoe hij eruit ziet.<br />
De volgende morgen om negen uur klopt er iemand aan de poort. Jasima springt als<br />
eerste op en rent naar het raam.<br />
”Oma, oma kom gauw. Charro is er”, roept ze opgewonden.<br />
Oma loopt naar buiten en Jasima loopt achter haar aan. Bij de poort staan Charro en<br />
zijn vader te wachten. Ze zijn met de bus gekomen.<br />
“Dag oma”, zegt Charro, “wie is dat meisje”? vraagt hij. “Komen jullie maar binnen<br />
dan zal ik jullie weer kennis laten maken met elkaar”, zegt oma. Als iedereen binnen<br />
is, maken ze weer kennis met elkaar. Ze hadden elkaar zolang niet gezien en de<br />
kinderen zijn groter geworden.<br />
Papa kan niet blijven en is na de kennismaking direct weggegaan. Jasima laat<br />
Charro zien waar hij mag slapen. Ze kunnen nu al heel goed met elkaar opschieten.<br />
Ze zijn de hele dag samen bezig. Af en toe gluurt oma bij de kamerdeur om te zien<br />
of ze nog lekker met elkaar spelen.<br />
Tussen de middag hebben ze een broodje gegeten en flink gesnoept.<br />
Met oma hadden ze afgesproken om laat in de middag warm te eten.<br />
Maar nu het al bijna zes uur is en ze het eten dat oma kookt, ruiken krijgen ze<br />
honger. Gelukkig, daar roept oma:”Charro, Jasima het eten staat al klaar.”<br />
De kinderen laten zich niet een tweede keer roepen. Ze vliegen de eetkamer binnen.<br />
“Rustig maar, rustig maar” zegt oma. “wat moeten jullie voor het eten doen?” vraagt<br />
oma. De kinderen kijken elkaar aan en rennen naar de wasbak om hun handen te<br />
wassen.<br />
Als ze hun bord hebben leeg gegeten zegt oma: “Nu mogen jullie een poosje naar<br />
de televisie kijken en daarna gaan douchen”.<br />
“Maar oma” zegt Jasima, “mogen wij voor u afwassen?”<br />
Oma denkt eerst goed na en zegt:”Gaan jullie je gang maar. Wassen jullie de glazen<br />
en de borden af, en de rest doe ik wel”. Oma zet een bankje bij de wasbak neer.<br />
De kinderen gaan daarop staan. “Zo is het veel makkelijker voor ons. We zijn nu net<br />
zo groot als u” zegt Charro. Oma lacht en gaat naar buiten. Na een poosje komt oma<br />
kijken hoe ver de kinderen zijn met afwassen. Ze zijn net klaar. Oma kijkt en zegt:<br />
“Dat hebben jullie heel goed gedaan. Gaan jullie nu maar gauw douchen, dan ga ik<br />
de potten afwassen.”<br />
“Hallo” zegt oma even gauw, ”denk eraan overal goed wassen.”<br />
De kinderen giechelen en gaan naar de badkamer. Terwijl die twee aan het baden<br />
zijn, zegt Charro opeens “Jasima, ik vind oma erg lief.”<br />
147 <strong>Bronnenboek</strong>
“Ja” zegt Jasima “ze is de liefste oma die ik ken.”<br />
“Zijn jullie klaar kinderen”, roept oma.<br />
“ Ik heb wat lekkers voor jullie.” Jasima en Charro kijken elkaar met glinsterende<br />
ogen aan. Hmm, wat zal dat zijn, vragen zij<br />
zich af. Ze drogen zich snel af, gaan naar de slaapkamer en kleden zich aan.<br />
“Hier zijn we dan oma, wat voor lekkers hebt u voor ons?”, vraagt Charro.<br />
“Kijk maar op tafel”, zegt oma. De kinderen kijken en zien drie ijsjes op een schotel.<br />
Jasima klapt in haar handen van blijdschap en roept uit “Kokosijsjes hmm wat<br />
lekker.” Ieder pakt een ijsje. Er is eentje over maar dat is van oma.<br />
De kinderen smullen van hun kokosijsjes. Als ze klaar zijn, gaan ze hun handen<br />
wassen. “Poets maar gelijk je tanden, dan hoeven jullie als je straks naar bed gaat<br />
dat niet meer te doen”, roept oma hen toe.<br />
Nadat de kinderen samen een tijdje met hun speelgoed hebben gespeeld kijkt oma<br />
op de klok en zegt: “Kinderen, willen jullie je speelgoed opruimen, het is al negen<br />
uur. Jullie moeten nu echt naar bed.”<br />
De kinderen doen wat oma hen vraagt. Dan gaan ze naar oma toe, geven haar een<br />
brasa en zeggen: “Welterusten oma”. “Slaap lekker, lieve kinderen”, zegt oma.<br />
Ze loopt met hen mee naar de kamer. “ We zullen van u dromen oma”, zegt Charro.<br />
Oma doet de kamerdeur dicht en gaat nog een poosje televisie kijken.<br />
Als ze weer op de klok kijkt, is het tien uur. Ze gaapt, staat op en schakelt de<br />
televisie uit.<br />
Even kijken of alle lichten uit zijn. Ja.....nee....er brandt licht in de kamer van Charro<br />
en Jasima. Ze loopt naar de kamer doet de deur open en ziet de kinderen een<br />
spelletje doen. De kinderen schrikken en weten niet wat ze moeten zeggen.<br />
Verlegen zoeken ze hun bed op.<br />
Dan zegt oma heel streng: “Nu gaat iedereen slapen. En het licht mag niet meer<br />
aan. Is het afgesproken?”<br />
“Ja oma” zeggen de kinderen met zachte stem en oma gaat zelf ook naar bed.<br />
“En toch houd ik van oma” zegt Jasima.<br />
“Ik ook”, zegt Charro. “Ze is een lieve stoute oma”.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
148
2. Versjes<br />
2.1 Samen leren<br />
In de klas<br />
In de klas bij juffrouw Thea<br />
Is het altijd reuzefijn<br />
Samen werken, samen zingen<br />
Jij hoort ook bij ons te zijn<br />
Ja, wij spelen prettig buiten<br />
In de kring of zomaar vrij<br />
Neen, wij hoeven niets te vrezen<br />
Want de juf is er ook bij<br />
De schoolpoort<br />
De schoolpoort gaat open<br />
De schoolpoort gaat dicht<br />
Daar komt een nieuw vriendje<br />
Een neef of een nicht<br />
Want hier in ons klasje<br />
Wordt het een groot gezin<br />
Met vriendjes en vriendinnetjes<br />
Kom jij er maar ook in<br />
Vriendjes<br />
Ring, ringeling, daar gaat de bel<br />
Het is gedaan met het leuke spel<br />
Kom, zegt de juf, kom dichterbij<br />
We maken een hele lange rij<br />
Van kinderen die vrolijk zijn<br />
Ja hier bij ons is het heel erg fijn<br />
Leren<br />
Ik ben klaar om te leren<br />
Ik zit al helemaal stil<br />
Mijn oortjes die weten<br />
Dat ik luisteren wil<br />
Mijn ogen die kijken<br />
De juffrouw blij aan<br />
Want anders kan ik haar<br />
Niet zo goed verstaan<br />
149 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
2.2 Zoo<br />
Beste kipje<br />
Beste kipje, doe je mij<br />
morgen een pleziertje?<br />
Leg je dan een heel groot ei?<br />
Een ei in een papiertje<br />
Want die harde eierdop<br />
Kan ik haast niet pellen<br />
Als je dat doet, zal ik aan jou<br />
Een mooi verhaaltje vertellen.<br />
In de dierentuin<br />
In de dierentuin aangekomen<br />
Zien we wie daar allemaal wonen<br />
Slangen, tijgers, leeuwen en apen<br />
En een kaaiman ligt te slapen<br />
Zoveel dieren! Groot en klein<br />
Vinden het hier wel reuzefijn.<br />
De duizendpoot<br />
De moeder van de duizendpoot is vrees’lijk ontevreden,<br />
Want haar zoontje is zojuist in de sloot gegleden<br />
En als je even rekent, weet je wat dat betekent:<br />
Op zijn hoofd een grote buil,<br />
En wel duizend sokjes vuil.<br />
Lelijk varkentje<br />
Ach lelijk, lelijk varkentje,<br />
Ik vind je echt niet knap<br />
Je staartje is wel aardig, maar<br />
Het hangt zo vrees’lijk slap<br />
Ik weet het, zegt het varkentje<br />
En ik vind het toch gemeen<br />
Jij hebt drie krullen in je staart<br />
En ik heb er niet een<br />
Wacht maar, als ik centjes heb gespaard<br />
Dan ga ik naar de kapper<br />
Die draait zes krullen in mijn staart<br />
Dan ben ik zeker knapper.<br />
Vliegen als een vogel<br />
Vliegen als een vogel,<br />
ik wou dat ik dat kon.<br />
Heel hoog vliegen zou ik,<br />
Misschien wel naar de zon<br />
Ik kan alleen wat springen,<br />
Maar dat stelt weinig voor.<br />
Vliegen zal ik nooit leren<br />
Dat is echt jammer hoor.<br />
150
2.3 Nationale feestdagen<br />
Op school<br />
Ergens op een schooltje<br />
Daar zat er een creooltje<br />
Maar ook een Hindoestaantje<br />
En naast haar een Javaantje,<br />
Voorin een Indiaantje<br />
Toen kwam er nog eentje bij<br />
En iedereen dacht: “wie is zij?”<br />
Op wie lijkt zij het meest?<br />
Ja, kijk maar goed, weet je<br />
Want zij is een Chineesje<br />
Srefidensi<br />
Wij zijn van Suriname<br />
Suriname is ons land<br />
Blank en bruin dat staat ons goed<br />
Wij hebben saam een band<br />
Wij wonen hier en hebben pret<br />
Op srefidensidag<br />
Chinees, Javaan of Hindoestaan<br />
Die lacht vandaag, dat mag!!<br />
Keti- Koti<br />
Zoveel mooie koto- misis<br />
Die dansen in het rond,<br />
Ze roepen naar ons allen<br />
Zorg dat je erbij komt<br />
Vrouw Jaja en oma Koba<br />
Die schudden vrolijk mee<br />
Ook nani en mijn simba<br />
Die dansen echt voor twee<br />
151 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
2.4 Samenleven<br />
Brand<br />
Wat is er hier toch aan de hand?<br />
Ik kijk en zie: daar is er brand<br />
De brandweerwagen komt eraan<br />
En de politie meldt zich aan<br />
Opzij toch mensen, ga opzij!<br />
Wij moeten daar toch ook bij zijn<br />
De spuit erop los en blussen maar<br />
De brandweer is dan snel weer klaar.<br />
Was ik maar groot<br />
Was ik maar groot, was ik maar groot<br />
Dan kocht ik een echte motorboot<br />
Het is niet fijn om klein te zijn<br />
Ik heb alleen een speelgoedtrein<br />
ik mag nooit wat, ik moet zoveel<br />
ik moet in ’t bad en als ik speel<br />
dan roepen ze: “Niet bij de sloot!”<br />
was ik maar groot, heel groot<br />
wat zeggen de vingers?<br />
Ik ben de dikste, dat is bijzonder<br />
Ik kan likken en wijzen, is dat geen wonder?<br />
Ik ben de langste, dat is een goed ding<br />
Ik ben de mooiste, ik draag een ring<br />
Ik ben de kleine met de meeste praatjes<br />
Want ik kan in de kleinste gaatjes<br />
Een tand verloren<br />
Een tand verloren<br />
Nu heb ik een gat<br />
Mijn tong kan erin,<br />
Wat vreemd voelt dat.<br />
Ik kijk in de spiegel en lach, wat staat dat raar!<br />
Een minder te poetsen<br />
Dan ben ik gauw klaar!<br />
152
2.5 Voeding<br />
Okersoep<br />
Wat is er in de grote pot<br />
Op moeders gasfornuis<br />
Ik weet het al, moeder kookt soep<br />
Voor iedereen in huis<br />
Wat smullen wij ons buikje rond<br />
En iedereen is blij<br />
Want okersoep met vis erin<br />
Is iedereen wel naar de zin.<br />
Bacoven<br />
Bacoven zijn gezond en fijn<br />
Bacoven groot, bacoven klein<br />
Soorten zijn er ook zoveel<br />
Recht en krom, groen en geel<br />
Hap, hap, hap, zo heerlijk zacht<br />
Ik heb er nog meer, als je even wacht.<br />
Bij de bakker<br />
Bakkertje, bakkertje, bakkertje Bol<br />
Hij bakt voor de kinderen een krentenbol<br />
Hij bakt ook veel broden, bruin en wit<br />
Zelfs die waar lekker suiker op zit<br />
Bakkertje, bakkertje dank u wel<br />
Die verse broodjes smaken ons wel.<br />
Eten<br />
Eten doe ik maar wat graag<br />
Iedere dag vul ik mijn maag<br />
En weet je wat ik niet vergeet<br />
Dat ik lekkere groenten eet<br />
Sla, komkommer of wat prei<br />
En ook vaak een ei erbij<br />
Dat stop ik lekker in mijn mond<br />
Want dan blijf ik goed gezond.<br />
153 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
2.6 Wonen<br />
In huis<br />
In mijn huis, daar hoor je iets<br />
Het gaat van tik tak tik<br />
Ik weet het al, het is de klok<br />
Die zegt hoe laat het is<br />
Het is nu tijd om op te staan<br />
Wip gauw je bedje uit<br />
De juffrouw wacht, de vriendjes ook<br />
Kom binnen, kleine guit.<br />
In de keuken<br />
Bij mama in de keuken<br />
Daar is het toch zo fijn<br />
Ik wou dat ik ook koken kon<br />
Maar ik ben nu nog klein<br />
Wacht maar tot ik wat groter word<br />
en heel goed koken kan<br />
Dan kook ik rijst met vlees erbij<br />
In een hele grote pan.<br />
De cactus<br />
Ik heb een vreemd klein plantje<br />
Hij staat bij ons onder het raam<br />
Hij krijgt maar weinig water<br />
Het plantje heeft een naam<br />
Mijn moeder noemt het cactus<br />
Maar ik noem hem stekelplant<br />
Want als ik ertegenaan kom<br />
Zitten er stekels in mijn hand.<br />
De markt<br />
Met mama naar de markt<br />
Dat vind ik toch zo fijn<br />
Er zijn daar zoveel kraampjes<br />
En mensen groot en klein.<br />
Met mama op de markt<br />
langs de kraampjes lopen.<br />
Ik kijk mijn ogen uit.<br />
Mijn mama moet veel kopen.<br />
154
2.7 Het bos<br />
Het bos<br />
In het grote, donkere bos<br />
Daar zijn de dieren vrij<br />
De leguaan, de grietjebie,<br />
De slang is er ook bij.<br />
Daar wonen ze, met elkaar<br />
De tijgers en ook de apen<br />
vruchten vallen uit de bomen<br />
Die moeten zij gaan rapen<br />
De apen<br />
Hoor je de apen brullen?<br />
Ze zoeken in het bos<br />
naar vruchten om te smullen<br />
En eten erop los<br />
“Ik was hier eerst”, zegt vader aap<br />
Hij graait naar een grote noot<br />
Die is voor moeder en voor mij<br />
En lacht nu haar tandjes bloot<br />
Flieder fladder<br />
Flieder, fladder doen de blaadjes<br />
Flieder,fladder op de paadjes<br />
Kijk eens rond<br />
Op de grond<br />
Op het dak en in de goot<br />
Liggen de blaadjes allemaal dood op een hoop.<br />
155 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
2.8 Verkeer<br />
Verkeer<br />
Een auto die rijdt op de weg<br />
Een boot vaart op het water<br />
Een vliegtuig vliegt hoog in de lucht<br />
Een fiets die gaat wat trager<br />
De mensen reizen elke dag<br />
Met de boot of het vliegtuig mee<br />
Ook fietsend komt men op z’n plek<br />
De auto doet ook mee.<br />
In het verkeer<br />
Op de grote rijweg<br />
stond een meisje klein.<br />
En ze wenste, dat ze veilig<br />
aan de overkant kon zijn.<br />
Auto’s, fietsen en motoren<br />
raasden langs haar heen.<br />
En te midden van die drukte<br />
stond ze helemaal alleen.<br />
Maar daar kwam een grote jongen<br />
hij gaf haar een hand.<br />
En zo liep het kleine meisje<br />
veilig naar de overkant.<br />
Mijn koffertje<br />
Ik ga op reis, ik ga logeren<br />
haren gekamd en schone kleren<br />
handen gewassen, tanden wit.<br />
Weet je wat er in mijn koffertje zit?<br />
Een borsteltje, een kammetje<br />
een stukje zeep, een kannetje<br />
Een baddoek en schoon ondergoed<br />
en ook een zwempak voor als het moet<br />
Voor oma neem ik ook wat mee<br />
Vind je dat geen goed idee?<br />
Vliegen<br />
Vliegen als een vliegtuig<br />
Ik wou dat ik dat kon<br />
Heel hoog vliegen zou ik<br />
Misschien wel naar de zon<br />
Ik kan alleen wat springen<br />
Maar dat stelt weinig voor<br />
Vliegen zal ik nooit leren<br />
Dat is echt jammer hoor.<br />
156
2.9 Het weer<br />
Water<br />
Duizenden druppels water<br />
die zitten in mijn glas<br />
Je kan ze echt niet tellen<br />
Heel erg moeilijk is dat<br />
En al die druppels water<br />
die gaan mijn buikje in<br />
Weg is dat lekkere water<br />
Dat is mij naar de zin.<br />
Wat een weer<br />
wat een weer<br />
wat een zon<br />
er valt geen druppel<br />
op ons balkon<br />
en ook geen druppel<br />
op het gras<br />
ik wou dat het weer<br />
regentijd was<br />
wat een regen<br />
nou nou nou<br />
maar dat is ook niet<br />
wat ik wou<br />
vieze voeten<br />
kletsnat haar<br />
geef naar mij de<br />
droge tijd maar.<br />
Spetter spat<br />
Spetter spat, spetter spat<br />
Kijk, ik maak mijn handen nat<br />
Vraag je waarom doe je dat?<br />
Omdat ik vieze handen had.<br />
Druppels hier, druppels daar<br />
Op mijn voorhoofd op mijn haar<br />
Ach zon wil jij iets voor mij doen?<br />
Droog gauw de druppels voor een zoen.<br />
Douchen<br />
Draai de douchekraan nu maar open<br />
Laat het water langs je lopen<br />
Met een washandje je gaan wassen<br />
Lekker spetteren en plassen<br />
Was je hoofd je armen en je benen<br />
Vergeet niet je oren en je tenen<br />
En nu afspoelen dan maar<br />
afdrogen dan ben je klaar<br />
O ja… ook de kleren<br />
Dan mag je weer zitten gaan.<br />
157 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
2.10 Kleding<br />
Eddy<br />
Kijk wie komt daar aangelopen<br />
Eddy met zijn nieuwe broek<br />
Een geel T- shirt met een beertje<br />
Maar de sokken, die zijn zoek<br />
Eddy kan ze niet meer vinden<br />
Ze zijn weg, zomaar verdwenen<br />
Hij gaat zo de straat op<br />
Met zijn blote benen.<br />
Mijn kleren zijn nieuw<br />
Mijn kleren zijn nieuw,<br />
ik heb ze maar pas.<br />
Ik dans door de straat,<br />
ik dans in een plas.<br />
Maar o, o, wat erg,<br />
ik stap in een kuil.<br />
En nu zijn mijn kleren vuil.<br />
Ze zitten in mijn sokken<br />
Juf mijn tenen zijn verdwenen<br />
Heeft u ze soms gezien?<br />
Toen ik net naar school liep<br />
Had ik er nog tien.<br />
Jack, zal ik maar een dokter bellen<br />
En het aan je mam vertellen?<br />
Nee hoor, juf ik zat gewoon<br />
Zomaar wat te jokken.<br />
Kijk maar naar beneden<br />
Ze zitten in mijn sokken.<br />
158
2.11 Mijn land<br />
Brand<br />
Wat is er hier toch aan de hand?<br />
Ik kijk en zie: daar is er brand<br />
De brandweerwagen komt eraan<br />
En de politie meldt zich aan<br />
Opzij toch mensen, ga opzij!<br />
Wij moeten daar toch ook bij zijn<br />
De spuit erop los en blussen maar<br />
De brandweer is dan snel weer klaar.<br />
Suriname<br />
Suriname voor jou heb ik gekozen<br />
Suriname een land zo fijn<br />
Suriname een land om in te wonen<br />
Ik draag een steentje bij al ben ik klein.<br />
Kom, alle mensen<br />
Kom, alle mensen<br />
Kom toch eens kijken<br />
Kom alle mensen vrouw en man<br />
Kom maar kijken wat wij maken in Sranan<br />
Heel ver weg<br />
Heel ver weg in vreemde landen<br />
Daar maak je van alles mee<br />
Kind’ren spelen op de stranden<br />
And’ren zwemmen in de zee<br />
Grote pleinen, lange straten<br />
Honden gaan naar het toilet<br />
Mensen die heel anders praten<br />
‘k Heb het zelf gezien ’t is echt!<br />
159 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
2.12 Jij en ik<br />
Jij en ik<br />
Jij helpt mij en ik help jou<br />
dan maken wij een mooi gebouw.<br />
Het zand ligt hier, het moet naar daar.<br />
We slaan de handen in elkaar<br />
en sjouwen sjouwen sjouwen maar.<br />
Veel handen maken het werk licht.<br />
En jij en ik hebben een blij gezicht.<br />
Mijn eigen plekje<br />
Mijn eigen plekje om te zitten<br />
zonder mensen om me heen.<br />
Mijn eigen plekje om te slapen<br />
lekker dromen, heel alleen.<br />
Mijn eigen plekje om te spelen<br />
met mijn vriendje niet alleen.<br />
Een ieder heeft zijn eigen plekje<br />
jij vlak hier, ik helemaal daar.<br />
Maar zoeken wij elkaar eens op<br />
dan zijn wij bij elkaar.<br />
Ik heb ruzie<br />
Ik heb ruzie met mijn vriendje<br />
om een rode lollypop<br />
Want die wou hij niet verdelen<br />
en toen gaf ik hem een schop.<br />
Ik heb ruzie met mijn vriendje<br />
daarom speelt hij verderop<br />
Nu zit ik me te vervelen<br />
om die rode lollypop.<br />
160
3.1 Samen leren<br />
3. Liedjes<br />
Spelen in het speelkwartier, Werken, Kleutertjes op stap.<br />
161 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
162
3.2 De dierentuin<br />
Wan bigi bofru, Dierenverhaal, Alasma oso.<br />
163 <strong>Bronnenboek</strong>
3.3 Feest<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Hiep, hiep hoeree, Het feestlied, Plezier en verdriet.<br />
164
165 <strong>Bronnenboek</strong>
3.4 Samenleven<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Als ik met mijn zusje stoei, Mijn baby broertje, Eet niet teveel.<br />
166
3.5 Voeding Wowojo, Weet wat en hoeveel je eet, Lekkere manja’s.<br />
167 <strong>Bronnenboek</strong>
3.6 Wonen en samenleven<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Zigge zagge zig zag, Stenen van klei, Een ritje door de stad.<br />
168
3.7 Het bos<br />
Tien snelle aapjes, Bigi busi, Het vogelnestje.<br />
169 <strong>Bronnenboek</strong>
3.8 Verkeer<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Luku bun fa y’e waka, Rood licht,groen licht, No gwe libi mi.<br />
170
3.9 Het weer<br />
Regen, Mi frigi, Alen kon.<br />
171 <strong>Bronnenboek</strong>
3.10 Wat trekken we aan?<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Clowntje draagt een rode broek, Anyisa, Als ik in mijn eentje speel.<br />
172
3.11 Mijn land<br />
Wil je van mij kopen, Swit’ Sranan, Wroko tranga.<br />
173 <strong>Bronnenboek</strong>
3.12 Jijj en ik<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Logeren, Een broertje en een zusje.<br />
174
De liederen van de verschillende thema’s zijn in twee categorieën onderverdeeld<br />
te weten :<br />
1. Zelf gecomponeerde liederen. Aantal: 14<br />
2. Liederen uit het vorige speelwerkplan met enkele aanpassingen van de tekst.<br />
Aantal:22<br />
Alle liederen inclusief de liedjes uit het vorige speelwerkplan, zijn ingevoerd met<br />
het muziekprogramma ‘Finale’ en in een andere lay-out zijn opgenomen.<br />
Totaal aantal liederen tbv de vijfjarige kleuters : Zesendertig(36)<br />
175 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
176
4. Rekenspelletjes<br />
4.1 Tellen tot en met 10<br />
Zing eerst het liedje: “Ik kan tellen, ik kan tellen”<br />
Manieren:<br />
Beginnen bij de pink: dat is één tot en met 10.<br />
Opdracht: Steel een vinger op, daarna twee vingers, drie vingers, vier vingers en daarna allemaal:<br />
tien vingers.<br />
Eerst in volgorde, daarna door elkaar (oefening van getalbeelden).<br />
Het oefenen van het getalbeeld vijf is hierbij erg belangrijk. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het<br />
getal acht direct zichtbaar wordt door de hand (5) en drie vingers van de andere hand.<br />
Flitsen<br />
Steek zelf zes vingers op en het kind zegt hoeveel het gezien heeft. (t/m 10)<br />
Hoeveel nog over?<br />
De leerkracht laat een getal zien met de vingers, bijvoorbeeld drie. Daarna snel op de rug.<br />
Hoeveel vingers van de hand heb je niet gezien? (twee: want drie en twee is vijf).<br />
Dit wordt eerst met een hand gedaan en daarna met twee (t/m 10).<br />
Op deze manier leert het kind de structuur van getallen (splitsen): Bijvoorbeeld 5 is 1 en 4, 2 en 3,<br />
4 en 1, 5 en niets.<br />
Steeds één erbij (later twee)<br />
De leerkracht steekt twee vingers op. De kinderen doen gelijk mee. “We doen er één bij, dan<br />
hebben we drie.”<br />
Zo gevarieerd verder.<br />
Bij alle getallen tot en met 8 kunnen één of twee vingers erbij worden gedaan.<br />
Het vervolg betreft één of twee vingers eraf bij de getallen 2 tot en met 10.<br />
Telboekje<br />
Kinderen maken een eigen getalboekje met de cijfersymbolen en een tekening erbij.<br />
Vouw een aantal A-4 vellen dubbel en naai of niet de vouwlijn vast (A-5 is ook mogelijk, maar de<br />
kinderen moeten dan kleiner kunnen werken). Op het voorste blad komt een mooie tekening en de<br />
naam van het kind. Daarna is de eerste bladzijde voor het cijfersymbool 1. Op het blad daarnaast<br />
komt een tekening die bij het getal 1 hoort: bijvoorbeeld één kind of één vrucht. De volgende<br />
bladzijde gaat verder met twee. Zo kunnen telboekjes tot 10 worden gemaakt (of tot 6 of tot 12-<br />
waar het kind aan toe is).<br />
Het is erg leuk om dit als een gezamenlijke activiteit te doen. Een verhaal over een getal of iets<br />
wat is gebeurd.<br />
5 6<br />
78<br />
177 <strong>Bronnenboek</strong>
Bewegende cijfers<br />
De kinderen zitten in de kring. De leerkracht staat voor de groep en laat de kinderen voor hun<br />
stoel staan. Ze beeldt het cijfer 1 uit met haar lichaam: “heupen naar voren en in een rechte lijn<br />
naar achteren”. Ze zegt erbij: “Nu maak ik de één!”. De kinderen doen het allemaal na. Zo verder<br />
tot en met de 9. Het getal 10 bestaat uit twee cijfers. Tien wordt daarom door twee kinderen<br />
uitgevoerd. Het ene kind beeldt de 1 uit en de ander de 0.<br />
Voor ondersteuning hangt de getallenlijn tot en met 10 in de klas.<br />
Spelen met getalkaartjes<br />
Alle spelletjes die bij deel A “telspelletjes” staan bij getalkaartjes kunnen voor 6-jarige kleuters<br />
worden gedaan met getalkaarten tot en met 10. Dit geldt zowel voor de dobbelsteenpatronen als<br />
de cijfersymbolen.<br />
Er kunnen allerlei variaties met de spelen worden bedacht.<br />
Memory<br />
Een spel voor vier kinderen. Het memoryspel bestaat uit 20 kaartjes: tien kaartjes met<br />
de cijfersymbolen 1 t/m 10 en tien kaartjes met de telpatronen 1 t/m 10 (bijvoorbeeld<br />
dobbelsteenpatronen, maar het kunnen ook vingerspatronen zijn). Het is het beste op gekleurd<br />
papier te gebruiken zodat het niet doorschijnt.<br />
Alle kaartjes liggen blind en door elkaar op tafel. Een kind draait twee kaartjes om. Als het cijfer bij<br />
het patroon past, dan is het een duo en mag het kind dit houden.<br />
Het hoogste getal<br />
Dit is een spel voor een tweetal. Elk kind heeft een stapeltje getalkaarten door elkaar op de kop<br />
voor zich. De kinderen draaien tegelijkertijd een kaartje om. Wie het hoogste getal heeft krijgt het<br />
kaartje van de ander erbij en legt het naast zich neer.<br />
Dit spel kan met telpatronen en met cijfersymbolen worden gespeeld of alles door elkaar.<br />
Flitsen<br />
Dit spel is bedoeld om getalbeelden te ontwikkelen en de cijfersymbolen te herkennen.<br />
Met telpatronen:<br />
De leerkracht laat snel een groot telpatroon zien en legt het direct weg. Kinderen krijgen de beurt<br />
om te zeggen welk getal ze gezien hebben.<br />
Dit kan ook met de getalkaartjes waar cijfersymbolen op staan.<br />
Tien, negen, acht<br />
Kabouter Stien telt vaak tot tien,<br />
Maar in de regen blijft het bij negen<br />
en in de nacht stopt hij bij acht.<br />
De leerkracht kan na inoefening van dit versje samen met de kinderen het versje verder afmaken<br />
tot één. Het versje geeft ook aanleiding om hardop gezamenlijk tot één terug te tellen.<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
178
Help, mijn schoen is zoek<br />
Help, mijn schoen is zoek.<br />
Wie kan vertellen hoeveel schoenen ik aantrek?<br />
Eén, twee, en dat noemen we een paar.<br />
Dit versje geeft aanleiding om het begrip paar te verhelderen. Een paar is twee.<br />
Twee paar is vier, enz. Een ondersteuning hier is het tellen met de nadruk op twee, vier enz.<br />
De kinderen lopen de telrij. Bij elke stap het telwoord hardop zeggen. Steeds een, drie, vijf .... heel<br />
zachtjes opzeggen. Het gaat zo: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.<br />
Met de bus<br />
De leerkracht speelt samen met de kinderen busje in de klas.<br />
De chauffeur haalt de kinderen op bij de ‘haltes’. Er stappen bijvoorbeeld twee kinderen in de bus.<br />
Daarna stapt er nog een kind in. Hoeveel kinderen zitten er nu in de bus? (2 erbij 1)<br />
Dit gaat zo verder met in- en uitstappen. De kinderen tellen na elke busstop hoeveel kinderen er in<br />
de bus zitten. Er kunnen kinderen bij gekomen zijn en er kunnen kinderen uitgestapt zijn.<br />
De leerkracht stelt elke keer de vraag: “Hoeveel kinderen zitten er nu in de bus?” Een kind<br />
krijgt de beurt om te zeggen hoeveel kinderen er in de bus zitten. Daarna telt een ander kind de<br />
kinderen in de bus door ze aan te wijzen (controle).<br />
Racebaanspel<br />
De leerkracht maakt op een groot vel twee rijen ‘rondjes’ (20 stuks). Dit is de racebaan.<br />
Twee kinderen spelen het spel met twee dobbelstenen en twee pionnen. Elk kind loopt met de<br />
eigen pion op zijn eigen baan. Om beurten gooien de kinderen met de dobbelsteen. Met de pion<br />
loopt het kind het aantal ogen. Wie het eerst aan het eind van de racebaan is, heeft gewonnen.<br />
Als het spel nog te moeilijk is voor kinderen, dan kunnen ze het ook met één dobbelsteen spelen.<br />
Wie gooit het meest?<br />
Dit spel speel je met z’n tweeën. Elk kind heeft zelf een dobbelsteen. Ze gooien om beurten met<br />
de dobbelsteen. De twee dobbelstenen blijven op tafel liggen. Bijvoorbeeld vijf en drie. Wie heeft<br />
het meest gegooid? Dat kind krijgt een fiche. Wie aan het eind van het spel de meeste fiches<br />
heeft, is de winnaar. Bij dit spel krijgt elk kind tien fiches.<br />
Later kunnen kinderen dit spel met twee dobbelstenen spelen.<br />
Bedekspelletjes<br />
De leerkracht legt zeven vruchten op een tafeltje midden in de kring. Ze laat een paar kinderen<br />
de vruchten hardop tellen en aanwijzen. Daarna doen alle kinderen hun ogen dicht of ze draaien<br />
zich om. De leerkracht legt drie vruchten onder de doek. Ze vraagt daarna iedereen weer te kijken:<br />
“Hoeveel vruchten liggen onder de doek?” Kinderen denken hierover na en geven nog geen<br />
antwoord. Eerst krijgt iedereen tijd om de onzichtbare hoeveelheid te tellen. Daarna krijgen een<br />
paar kinderen de beurt.<br />
179 <strong>Bronnenboek</strong>
5. Bewegingsoefeningen<br />
5.1 Bewegingsoefeningen met blokken<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie en hun<br />
evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />
verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Gymnastiekblokken<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Bewegingsoefeningen om<br />
de motorische vaardigheden<br />
en oog-hand coördinatie te<br />
versterken.<br />
Balanceren<br />
Links/rechts<br />
Samenwerking<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
De leerlingen luisteren naar<br />
de opdracht en voeren het<br />
ook uit.<br />
Ze hinkelen, luisteren naar<br />
het teken en staan bij een<br />
blokje.<br />
Ze voeren de oefeningen<br />
met het blokje uit:<br />
De voet met het blokje zo<br />
hoog mogelijk te houden,<br />
Het blokje op het hoofd<br />
te laten balanceren en<br />
opdrachten uit te voeren,<br />
Een toren te bouwen met<br />
elkaar.<br />
De leerkracht legt het materiaal klaar,<br />
bakent het speelveld af, legt een<br />
parcours met blokjes.<br />
Ze geeft de opdracht om het parcours<br />
al hinkelend af te leggen.<br />
Ze laat elke leerlingen bij een<br />
blokje staan en laat de leerlingen<br />
simpele romp-, evenwichts- en<br />
behendigheidsoefeningen uitvoeren<br />
zoals:<br />
Het blokje op de voet laten leggen<br />
en de voet zo hoog mogelijk op te<br />
tillen zonder dat het blokje valt (eerst<br />
rechts, dan links).<br />
Het blokje als de leerlingen gehurkt<br />
zitten op het hoofd te laten leggen en<br />
de armen wijd te spreiden.<br />
Het blokje als de leerlingen zitten op<br />
het hoofd te laten leggen en op te<br />
staan, eventueel te lopen.<br />
Het blokje in de handpalm te houden<br />
en het zo hoog mogelijk, zo laag<br />
mogelijk, zo ver mogelijke naar rechts<br />
of links te houden.<br />
De leerlingen met elkaar een zo hoog<br />
mogelijke toren te laten bouwen.<br />
180
5.2 Bewegingsoefeningen met ballen<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens de kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie<br />
evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met gymnastiekballen.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />
verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Gymnastiekballen<br />
Doos of emmer<br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
Hoog<br />
Laag<br />
Hinkelen<br />
Staan<br />
Het blokje<br />
Omhoog<br />
Omlaag<br />
De hand<br />
Zo hoog<br />
mogelijk<br />
Zo laag mogelijk<br />
De hurken<br />
Op je hurken zitten<br />
De handpalm<br />
Optillen<br />
De toren<br />
Als…dan<br />
Nu<br />
Dus<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Bewegingsoefeningen om<br />
de motorische vaardigheden<br />
en oog-hand coördinatie te<br />
versterken.<br />
Gooien en vangen<br />
Rollen en stuiteren<br />
De leerlingen kijken en<br />
luisteren en voeren de<br />
opdracht uit.<br />
Ze voeren de simpele en<br />
wat moeilijker oefeningen<br />
uit:<br />
- de bal van een afstand in<br />
de doos of emmer werpen<br />
- de bal naar elkaar rollen,<br />
gooien of stuiteren<br />
- de bal doorgeven in een<br />
kring en aanwijzen waar de<br />
bal is.<br />
De leerkracht zorgt voor het<br />
benodigde materiaal en bakent het<br />
speelveld af.<br />
Ze zet de doos of emmer met ballen<br />
in het midden van het speelveld. Ze<br />
rolt de ballen over het speelveld.<br />
Ze laat de leerlingen de ballen zo snel<br />
mogelijk oprapen en van een afstand<br />
in de doos of emmer werpen.<br />
Ze verdeelt de klas in twee groepen<br />
en zet ze op een streep tegenover<br />
elkaar met een afstand ertussen. Ze<br />
laat de leerlingen om de beurt de bal<br />
naar de andere rij:<br />
- rollen<br />
- gooien<br />
- stuiteren<br />
181 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Ze laat de leerlingen in een kring staan<br />
en de bal achter zich rondsturen. Een<br />
leerling staat in de kring. Ze roept<br />
‘stop’ en de leerling in het midden moet<br />
aanwijzen waar de bal is.<br />
De leerlingen met elkaar een zo hoog<br />
mogelijke toren te laten bouwen.<br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
(op)rapen<br />
Gooien<br />
Vangen<br />
Omhoog<br />
Opvangen<br />
Wijde boog<br />
Dezelfde<br />
Terug<br />
De doos<br />
De emmer<br />
Werpen<br />
De bal<br />
Jullie<br />
De hurken<br />
Rollen<br />
De rechterhand<br />
De linkerhand<br />
Een streep<br />
Het hoofd<br />
Doorgeven<br />
De hurken<br />
Stuiteren<br />
Tegenover elkaar<br />
Tussen<br />
182
5.3 Bewegingsoefeningen met hoepels en pitzakjes<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie evenwicht.<br />
Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met hoepels en pittenzakjes.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />
verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Pittenzakjes<br />
Hoepels<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Bewegingsoefeningen om<br />
de motorische vaardigheden<br />
en de oog-handcoördinatie<br />
te versterken.<br />
Lopen-hinkelen<br />
Gooien.<br />
De leerlingen kijken en<br />
luisteren naar de leerkracht.<br />
Ze lopen met hun zakje<br />
naar een hoepel, leggen<br />
het erin en huppelen er<br />
omheen.<br />
Ze kruipen met het zakje op<br />
hun hoofd door de hoepel.<br />
Ze maken tweetallen en<br />
proberen van steeds grotere<br />
afstand de zakjes door de<br />
hoepel te gooien.<br />
Ze bouwen met elkaar een<br />
toren van zakjes door ze<br />
door de hoepel te gooien.<br />
De leerkracht legt de hoepels<br />
verspreid klaar en bakent het veld af.<br />
Ze geeft elke leerling een pitzakje en<br />
ze laat ze vrij lopen door het veld. Ze<br />
geeft een teken en elke leerling stopt<br />
bij een hoepel. De leerlingen leggen<br />
het pitzakje in hun eigen hoepel.<br />
Ze laat de leerlingen om de hoepel<br />
heen hinkelen en het zakje weer<br />
oppakken.<br />
Ze laat de leerlingen met het zakje op<br />
hun hoofd door de hoepel kruipen.<br />
Ze laat de leerlingen tweetallen<br />
vormen. Ze laat een leerling de<br />
hoepel vasthouden en de andere<br />
leerling de twee zakjes door de<br />
hoepel gooien. Probeer de afstand<br />
steeds zo groot mogelijk te maken<br />
totdat het niet meer lukt. Ze laat ze<br />
wisselen: nu houdt de andere leerling<br />
de hoepel vast en mag de ander<br />
gooien.<br />
Ze laat de leerlingen met elkaar een<br />
toren bouwen door de zakjes door 1<br />
hoepel te gooien die zij vasthoudt.<br />
Ze laat kalmeringsoefeningen<br />
uitvoeren zoals: kringvormen en op<br />
teken zakje doorsturen.<br />
183 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
Het pitzakje<br />
De hoepel<br />
Kruipen<br />
Hinkelen<br />
Gooien<br />
Zo ver mogelijk<br />
Zo groot mogelijk<br />
Erdoorheen kruipen<br />
Erdoorheen gooien<br />
5.4 Bewegingsoefeningen met stokken<br />
Ene<br />
En<br />
Nu<br />
Maar<br />
Als<br />
Waar gaat het over?<br />
Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie en<br />
hun evenwicht. Ze maken verschillende bewegingen. Ze doen romp-, evenwichts- en<br />
behendigheidsoefeningen met stokken.<br />
Leerdoel:<br />
De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />
verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />
Materialen:<br />
Stokken<br />
Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />
Het versterken van de<br />
motorische vaardigheden en<br />
de oog-hand coördinatie.<br />
Evenwicht en balanceren.<br />
De leerlingen kijken,<br />
luisteren en voeren de<br />
opdrachten uit.<br />
Ze lopen rond en pakken op<br />
het teken een stok<br />
Ze houden de stok boven<br />
hun hoofd, eerst met 1, later<br />
met beide handen<br />
Ze houden de stok<br />
met beide handen op<br />
kniehoogte en stappen<br />
eerst met de rechtervoet<br />
over de stok en terug, later<br />
met de linkervoet.<br />
Ze gaan in spreidstand<br />
staan en rollen de stok van<br />
links naar rechts over de<br />
grond.<br />
De leerkracht zorgt voor het benodigd<br />
materiaal en bakent het speelveld af.<br />
Ze heeft de stokken verspreid over<br />
het veld neergelegd.<br />
Ze geeft opdrachten zoals:<br />
- loop rond en pak een stok op het<br />
teken<br />
- houd de stok boven je hoofd, eerst<br />
met 1, later met 2 handen<br />
- houd de stok met beide handen op<br />
kniehoogte en stap met je<br />
rechtervoet over de stok en terug,<br />
daarna met de linkervoet.<br />
- ga in spreidstand staan en rol de<br />
stok over de grond van links naar<br />
rechts ga in hurkzit zitten en houdt<br />
de stok met beide handen voor<br />
je vast. Sta op terwijl je de stok<br />
vasthoudt.<br />
- zet de stok op de linkervoet en<br />
breng de stok omhoog zonder dat<br />
deze valt: zo hoog als je kan.<br />
184
Ze gaan in hurkzit zitten en<br />
proberen op te staan zonder<br />
de stok los te laten (met beide<br />
handen).<br />
Ze balanceren de stok op een<br />
voet en proberen de stok zo<br />
hoog mogelijk te brengen.<br />
Ze maken met elkaar een<br />
stapel van stokken.<br />
- maak met elkaar een stapel door<br />
steeds twee stokken per laag op elkaar<br />
te leggen (2 x horizontaal, 2 x<br />
verticaal).<br />
Ze laat kalmeringsoefeningen uitvoeren.<br />
NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />
De stok<br />
Oppakken<br />
Buigen<br />
Boven het hoofd<br />
Links<br />
Rechts<br />
Terug<br />
stappen<br />
De spreidstand<br />
balanceren<br />
De stapel<br />
Recht omhoog<br />
Van links naar rechts<br />
Van de ene naar de andere<br />
kant<br />
Op kniehoogte<br />
Eroverheen stappen<br />
185 <strong>Bronnenboek</strong><br />
Met<br />
Als<br />
Dan
6. Basiswoorden Surinaamse<br />
kleutergroep 2<br />
Algemene inleiding thema’s<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Thema’s<br />
186
6.1 SAMENLEREN<br />
’s avonds<br />
’s middags<br />
’s morgens<br />
’s nachts<br />
aantal, het<br />
achteraan<br />
achterkant, de<br />
achttien<br />
af en toe<br />
allang<br />
allerlei<br />
alsof<br />
alvast<br />
alvast<br />
alweer<br />
antwoord, het<br />
antwoorden<br />
apart (afzonderlijk)<br />
applaus, het<br />
april<br />
augustus<br />
bedekken<br />
bedoeling, de<br />
begin<br />
behalve<br />
beide (-n)<br />
belangrijk<br />
beleven<br />
beroemd<br />
betekenen<br />
bijzetten<br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
alsof<br />
behalve<br />
boven<br />
bovenkant, de<br />
daarmee<br />
het hebben over<br />
het midden<br />
inderdaad<br />
intussen<br />
klappen<br />
kloppen<br />
binnenkant, de<br />
binnenkomen<br />
blokkendoos, de<br />
boel (veel)<br />
bol, de(znw)<br />
bovenaan<br />
bovendien<br />
bovenkant, de<br />
bravo<br />
breed<br />
buitenkant, de<br />
cijfer, het<br />
controleren<br />
crossfiets, de<br />
daarmee<br />
daarnet<br />
december<br />
dertien<br />
deurmat, de<br />
dinsdag<br />
diploma, het<br />
direct<br />
domoor, de<br />
donderdag<br />
door elkaar<br />
doorgeven<br />
doorlopen<br />
doormidden<br />
doorwerken<br />
duiken (dook, gedoken; zee)<br />
duizend<br />
naast<br />
om<br />
omdat<br />
onder<br />
ondersteboven<br />
ondertussen<br />
samen<br />
sedert<br />
steeds<br />
tussen<br />
duw, de<br />
dwars (richting)<br />
echt (tegenover vals)kist, de<br />
eerder<br />
eind<br />
eind (afstand)<br />
eind / einde<br />
elf (getal)<br />
enkel (een paar)<br />
enorm<br />
erachter<br />
eraf<br />
eraf halen<br />
erbij<br />
erbij doen<br />
ermee<br />
doelpunt, het<br />
even donker<br />
even licht<br />
extra<br />
februari<br />
flink (groot, veel)<br />
geeft niet, het<br />
geleden<br />
gelijk (meteen)<br />
gelijk (tegelijk)<br />
getal, het<br />
getallenlijn, de<br />
gezicht (aanblik)<br />
gisteravond<br />
gymschoenen, de<br />
187 <strong>Bronnenboek</strong>
gymzaal, de<br />
haast (bijna)<br />
haast, de (tijdgebrek)<br />
hal, de<br />
hardlopen<br />
helft, de<br />
herkennen<br />
het hebben over<br />
hierachter<br />
hiermee<br />
hieronder<br />
hoewel<br />
honderd<br />
hoop (veel)<br />
horloge, het<br />
iemand anders<br />
iets anders<br />
in de gaten houden<br />
in een rij staan<br />
in elk geval<br />
in groepjes<br />
in het midden<br />
in het rond<br />
in orde<br />
inderdaad<br />
ingang, de<br />
intussen<br />
januari<br />
juist (goed)<br />
juist (net)<br />
juli<br />
juni<br />
kier, de<br />
kilometer, de<br />
klaarzetten<br />
klaarmaken<br />
klappen (applaudis seren)<br />
knap<br />
krabbelen<br />
kwart<br />
laatst<br />
languit<br />
leren<br />
les, de<br />
letten op<br />
liggen aan<br />
linker (plaats)<br />
maand, de<br />
maandag<br />
maart<br />
map, de<br />
meevallen<br />
mei<br />
meten (lengte)<br />
meter, de (100 cm)<br />
minuut, de<br />
mislukken<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
mogelijk<br />
moment, het<br />
mooi (ok)<br />
na (achter)<br />
nazeggen<br />
negen<br />
negentien<br />
nieuws, het (journaal)<br />
nog (opnieuw)<br />
nogal<br />
november<br />
ochtend, de<br />
oefenen<br />
ogenblik, het<br />
oktober<br />
om (tijdstip)<br />
omkeren<br />
onder (tijdens)<br />
onderdoor<br />
onderkant, de<br />
ondersteboven<br />
ondertussen<br />
ongeveer<br />
onmiddellijk<br />
ontdekken<br />
onzin<br />
ooit<br />
op (moment)<br />
op het nippertje<br />
op tijd<br />
op zoek<br />
openen<br />
opnieuw<br />
oppakken (optillen)<br />
opstaan (bed)<br />
opstaan (gaan staan)<br />
opstapelen<br />
opsteken (vinger)<br />
opzeggen (gedicht)<br />
oud (tegenover nieuw)<br />
over (plaats)<br />
over (tijdsaanduiding)<br />
overblijven<br />
overblijven (rest)<br />
overdag<br />
overeind<br />
overslaan<br />
paardrijden<br />
pal<br />
pas (nog maar)<br />
poos, de, het poosje<br />
poot, de (de tafel)<br />
prullenmand, de<br />
publiek, het<br />
raken<br />
rechter (rechterkant)<br />
rechthoek, de<br />
rekenen<br />
rest, de<br />
roeien<br />
rond (rondom)<br />
ronde (rondgang)<br />
rondom<br />
rust, de<br />
scheef<br />
september<br />
sluiten<br />
smal<br />
soepel<br />
speelplaats, de<br />
speeltuin, de<br />
spel, het<br />
sport, de<br />
stapel, de<br />
stempelkussen, het<br />
stevig (solide)<br />
te lang<br />
te voorschijn<br />
tegelijk<br />
telkens<br />
tellen<br />
tenslotte (uiteindelijk)<br />
ten slotte (tot slot)<br />
tijdens<br />
toe (erbij/extra)<br />
toevallig<br />
totdat (tot de tijd dat)<br />
twintig<br />
uitgang, de<br />
uithalen<br />
uitkiezen<br />
uitpraten (afronden)<br />
uitsteken<br />
uitzoeken<br />
vanaf<br />
vanavond<br />
vandaan<br />
vandoor<br />
vanmiddag<br />
vanmorgen<br />
vannacht<br />
vanochtend<br />
vanuit<br />
vast (al)<br />
veertien<br />
veertig<br />
verdelen<br />
verderop<br />
vergelijken<br />
vergissen<br />
verliezen<br />
verschillend<br />
verzamelen<br />
vierkant, het<br />
188
vijftien<br />
vijftig<br />
vlakbij<br />
vol (volledig)<br />
voor (doel)<br />
voor (ipv)<br />
voor (tijdstip)<br />
voor het eerst<br />
vooraan<br />
vooral<br />
voorbeeld<br />
voorbij (afgelopen)<br />
voordat<br />
voorlezen<br />
vraag, de<br />
vrijdag<br />
vroeg<br />
vroeger<br />
waar (juist)<br />
Uitbreiding<br />
afstempelen<br />
afvragen<br />
allereerste<br />
allerlaatste<br />
anderhalf<br />
basisschool, de<br />
berg, de (de stapel)<br />
beste, de<br />
bibliotheek, de<br />
boksen<br />
bokser<br />
botsen<br />
botsing<br />
buitendeur, de<br />
bureau, het (de schrijftafel)<br />
cirkel, de<br />
club, de<br />
delen<br />
eergisteren<br />
fietspomp, de<br />
gebergte, het<br />
gemak (makkelijk)<br />
groepjes van drie<br />
het hangt ervan af<br />
hondenpoep, de<br />
hurken<br />
kampioen, de<br />
kegel, de<br />
kletskous, de<br />
later<br />
waarschijnlijk<br />
wedstrijd, de weegschaal<br />
weekend, het<br />
wegen<br />
weinig (inhoud)<br />
wiebelen (wankelen)<br />
wijd<br />
wijs (verstandig)<br />
wijsje (melodie)<br />
wijzer, de<br />
winnaar, de<br />
winnen<br />
wisselen<br />
woensdag<br />
woensdagmiddag, de<br />
zaal, de<br />
zaterdag<br />
zeggen (betekenen)<br />
zelf(van zichzelf)<br />
medaille, de<br />
meerijden<br />
meestal<br />
meeste<br />
met z’n drieën<br />
met z’n tweeën<br />
mini<br />
minste<br />
missen (niet raak)<br />
missen (ontbreken)<br />
namelijk<br />
navertellen<br />
negende<br />
nul<br />
nummer, het<br />
omdebeurt<br />
omheen<br />
omhooghouden<br />
onderzoek, het<br />
onderzoeken<br />
onlangs<br />
onthouden<br />
opnieuw<br />
opschuiven<br />
overmorgen<br />
pauze, de<br />
per (per dag, per uur)<br />
plan, het<br />
prikbord, het<br />
rammen<br />
zelfs<br />
(ook→verassenderwijs)<br />
zestien<br />
zijkant, de<br />
zoals<br />
zodat<br />
zodra<br />
zoiets<br />
zolang<br />
zondag<br />
zover<br />
zulk<br />
zweefvliegtuig, het<br />
zwembad, het<br />
zwemles, de<br />
zweven<br />
zwijgen<br />
regelen<br />
rol, de (de cilinder, het<br />
toneelstuk)<br />
rotzooi, de<br />
ruit, de (het glas)<br />
schatten<br />
schoolbord, het<br />
schooldokter, de<br />
schoolplein, het<br />
schoolreisje, het<br />
seconde, de<br />
ski, de<br />
skiën<br />
smak, de (harde val,<br />
mondgeluid bij het eten)<br />
stijf<br />
stoelpoot, de<br />
straf, de<br />
tegenaan<br />
tegenover<br />
tel, de (het tellen)<br />
tennis, het<br />
terugleggen<br />
trapleuning, de<br />
trappen<br />
trapper, de (de/het pedaal)<br />
tussendoor<br />
twee aan twee<br />
uitleggen<br />
189 <strong>Bronnenboek</strong>
uitmaken (belang)<br />
uitzoeken<br />
vereniging, de<br />
verschil, het<br />
verstandig<br />
verte, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
al<br />
aldoor<br />
alvorens<br />
bijna<br />
daardoor<br />
daarentegen<br />
daarom<br />
eraf<br />
erbij<br />
erna<br />
et cetera<br />
indien<br />
intussen<br />
ten eerste<br />
ten slotte<br />
tenslotte<br />
voeten vegen<br />
volgen (begrijpen)<br />
volgorde, de<br />
voordoen<br />
voordringen<br />
voorkant, de<br />
voorlopig<br />
voorstelling (film)<br />
voortaan<br />
voorzeggen<br />
wielrenner, de<br />
zwaargewicht, het
6.2 DE ZOO<br />
Themawoorden<br />
achterpoot, de<br />
fladderen<br />
gaas, het (de afrastering, de<br />
omrastering)<br />
galopperen<br />
graven<br />
grommen<br />
haai, de<br />
hamster, de<br />
hoop, de (de berg)<br />
huid, de<br />
insect, het<br />
jagen<br />
jager, de<br />
jong, het<br />
kakelen<br />
awarie, de<br />
bij, de<br />
blaten<br />
brullen<br />
de bever, de<br />
dolfijn, de (de vis)<br />
duif, de<br />
everzwijn, het<br />
goudvis, de<br />
grazen<br />
hengel, de<br />
hinniken<br />
kameleon, de<br />
kanarie, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
kameel, de<br />
knorren<br />
kraai, de<br />
kraaien (haan)<br />
leggen (ei)<br />
lievelingsdier, het<br />
loeien<br />
olifant, de<br />
ontsnappen<br />
pony, de<br />
rat, de<br />
reiger, de<br />
rups, de<br />
slingeren (zwaaien)<br />
snuffelen<br />
kangoeroe, de<br />
kikkervis, de<br />
kikvors, de<br />
koekoek, de<br />
konijnenhok, het<br />
kudde, de<br />
lasso, de<br />
leg<br />
meeuw, de<br />
miereter, de<br />
net, het (het visnet)<br />
neushoorn, de<br />
nijlpaard, het<br />
alsof<br />
behalve<br />
boven<br />
bovenkant, de<br />
daarmee<br />
het hebben over<br />
het midden<br />
inderdaad<br />
intussen<br />
klappen<br />
kloppen<br />
spinnen (draden maken,<br />
geluid<br />
van katachtigen)<br />
vacht, de<br />
verdrinken<br />
vluchten<br />
voeren (dieren)<br />
wei, de<br />
weiland, het<br />
winterslaap, de<br />
wol, de<br />
zeehond, de<br />
zoemen<br />
zorgen voor<br />
zwaluw, de<br />
opmaken (opeten)<br />
pakira, de<br />
pikken (vogels)<br />
pingo, de<br />
pluim, de (de veer)<br />
pluis, het<br />
prikkeldraad, de/het<br />
scharrelen<br />
schild, het<br />
schildpad, de<br />
slagtand, de<br />
slakkenhuis, het<br />
slurf, de<br />
190
schildpad, de<br />
slagtand, de<br />
slakkenhuis, het<br />
slurf, de<br />
snorhaar, de<br />
spinnenweb, het<br />
stekel, de<br />
steken (prikken)<br />
stinkdier, het<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
al<br />
aldoor<br />
daar<br />
daarna<br />
doordat<br />
eerst<br />
eraf<br />
erbij<br />
erna<br />
indien<br />
intussen<br />
sedert<br />
ten eerste<br />
ten tweede<br />
ten slotte<br />
bijna<br />
bij<br />
bovendien<br />
circa<br />
stro, het<br />
tapir, de<br />
veer, de<br />
veer, het (de veerpont)<br />
verjagen<br />
vleugel, de<br />
vogelkooi, de<br />
vogelverschrikker, de<br />
voorpoot, de<br />
walvis, de<br />
web, het<br />
weide, de<br />
wesp, de<br />
worm, de<br />
zadel, het<br />
191 <strong>Bronnenboek</strong>
6.3 NATIONALE FEESTDAGEN<br />
bijzonder<br />
boffen<br />
carnaval, het<br />
dansje, het<br />
divali<br />
donkerblauw<br />
donkergroen<br />
een feest geven<br />
feest vieren<br />
feestdag, de<br />
Uitbreiding<br />
bellen blazen<br />
Koninginnedag, de<br />
lichtblauw<br />
lichtgroen<br />
muisgrijs<br />
offerfeest, het<br />
onafhankelijkheidsdag<br />
opblijven<br />
ramadan, de<br />
tekenfilm, de<br />
trakteren<br />
zalig<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
feestjurk, de<br />
feliciteren<br />
hartelijk<br />
hartstikke<br />
kerstkaart, de<br />
moederdag, de<br />
Nieuwjaar, het<br />
oud en nieuw<br />
oudjaar, het<br />
pret, de<br />
cultuur, de<br />
hoofddoek, de<br />
hoofdtooi, de<br />
lendendoek, de<br />
onafhankelijk<br />
suikerfeest, het<br />
surprise, de<br />
uitnodiging, de<br />
verrassen<br />
welkom<br />
wens, de<br />
wensen<br />
zichzelf<br />
zoen, de (de kus)<br />
zoenen<br />
192
amper<br />
betreffende<br />
contra<br />
net …als<br />
omdat<br />
ook<br />
opdat<br />
sinds<br />
vooral<br />
waarvoor<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
193 <strong>Bronnenboek</strong>
6.4 SAMENLEVEN<br />
aanrecht, het/de<br />
afstandsbediening<br />
balkon, het<br />
begraven<br />
bezem, de<br />
bezoek, het<br />
deurbel, de<br />
dochter, de<br />
dokter, de<br />
dweilen<br />
elektrisch<br />
etage, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
NT2<br />
Themawoorden<br />
familie, de<br />
getrouwd<br />
graf, het<br />
kan, de<br />
klep, de (het deksel)<br />
lade, de<br />
lift, de<br />
lucifer, de<br />
mat, de<br />
mat, de<br />
matras, het/de<br />
ouder(s), de<br />
huis, het<br />
keuken, de<br />
lift, de<br />
slaapkamer, de<br />
trap, de<br />
voornaam, de<br />
woning, de<br />
woonkamer, de (de<br />
voorkamer)<br />
oven, de<br />
plafon(d), het<br />
poort, de<br />
stofzuigen<br />
stofzuiger, de<br />
tapijt, het<br />
toilet, het<br />
vensterbank, de<br />
voorbijlopen<br />
voordeur, de<br />
vuilniszak, de<br />
zoon, de<br />
194
achterdeur, de<br />
achternaam, de<br />
afwas, de<br />
behang, het<br />
box, de (de baby)<br />
fluitketel, de<br />
kap , de<br />
kennis, de<br />
ketel, de<br />
kinderwagen, de<br />
luciferhoutje, het<br />
meubels, de<br />
pijp roken<br />
pitten, de (het fornuis)<br />
allebei<br />
alles<br />
begalve<br />
behoren<br />
beide<br />
beneden<br />
blijven<br />
daarginds<br />
Uitbreiding<br />
achterdeur, de<br />
achternaam, de<br />
afwas, de<br />
behang, het<br />
box, de (de baby)<br />
fluitketel, de<br />
kap , de<br />
kennis, de<br />
ketel, de<br />
kinderwagen, de<br />
luciferhoutje, het<br />
meubels, de<br />
pijp roken<br />
pitten, de (het fornuis)<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
plat dak, het<br />
puntdak, het<br />
raad, de<br />
regenpijp, de<br />
sleutelgat, het<br />
sleutelhanger, de<br />
tegel, de<br />
toilettas, de<br />
verdieping, de(de etage)<br />
verhuizen<br />
voornaam, de<br />
195 <strong>Bronnenboek</strong>
6.5 KLEUTERS EN VOEDING<br />
aardappel, de<br />
appel, de<br />
brok, de<br />
cassave, de<br />
dollar, de<br />
eetwaar, de<br />
etenstijd, de<br />
euro, de<br />
groene banaan, de<br />
gulzig (gierig)<br />
hapje, het (gerecht, het )<br />
heerlijk<br />
honger, de<br />
hongerig<br />
inpakken (cadeau, het)<br />
jam, de<br />
kauwen<br />
kers, de<br />
klant, de<br />
klokhuis, het<br />
knabbelen<br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
knagen<br />
koken (water)<br />
kokosnoot, de<br />
kosten, de<br />
maaltijd, de<br />
mager<br />
mals<br />
napi, de<br />
ontbijt, het<br />
opeten<br />
ophalen (afhalen)<br />
paasei, het<br />
pakken , de<br />
plukken<br />
pruim, de<br />
rijst, de<br />
rondkijken<br />
rundvlees, het<br />
sappig (appel, de)<br />
schaal, de (schotel, de)<br />
mals<br />
hap, de<br />
gulzig<br />
taai<br />
maaltijd, de<br />
rijst, de<br />
heerlijk<br />
aardvruchten, de (de<br />
veldvrucht)<br />
slagroom, de<br />
smaken<br />
smullen<br />
snoepen<br />
super<br />
taai<br />
theepot, de<br />
theezakje, het<br />
trek, de (eetlust, de)<br />
trommel, de (koek, de)<br />
varkensvlees, het<br />
verrukkelijk<br />
vet, het<br />
vies (smaak)<br />
vrucht, de<br />
winkelen<br />
zin, de (lust, de)<br />
zoete patat, de<br />
zoutvlees, het<br />
zuigen<br />
197 <strong>Bronnenboek</strong>
aardewerk, het<br />
aflikken<br />
afrekenen<br />
afsnijden<br />
ananas, de<br />
appeltaart, de<br />
barbecue, de<br />
bes, de<br />
beschuitje, het<br />
bestek, het<br />
bestellen<br />
bietjes, de<br />
broodtrommel, de<br />
café, het<br />
champignon, de<br />
dessert, het<br />
fruitschaal, de<br />
achter<br />
alvorens<br />
beide<br />
bij<br />
erbij<br />
nu<br />
sedert<br />
terwijl<br />
waaruit<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Uitbreiding<br />
gebak, het<br />
groente, de<br />
honing, de<br />
kassabon, de<br />
kippenvlees, het<br />
komkommer, de<br />
kraam, de<br />
leegdrinken<br />
middageten, het<br />
oliebol, de<br />
opvreten<br />
paddenstoel, de<br />
pannenkoek, de<br />
paprika, de<br />
pin, de<br />
pinnen<br />
pompoen, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
porseein, de<br />
pudding, de<br />
restaurant, het<br />
schrokken<br />
servies, het<br />
smakken<br />
snackbar, de<br />
suikerklontje, het<br />
suikerpot, de<br />
toetje, het<br />
ui, de(de uien)<br />
vers<br />
winkeljuffrouw, de<br />
zuurkool, de<br />
198
6.6 WAAR WONEN WE?<br />
adres, het<br />
agent (politie)<br />
alfabet, het<br />
avontuur, het<br />
baas, de<br />
bedanken<br />
beleefd<br />
bladzijde, de<br />
blind<br />
blussen, het<br />
brandweer, de<br />
brandweerauto, de<br />
brandweerman, de<br />
buurt, de<br />
chauffeur, de<br />
cowboy, de<br />
dame, de<br />
degene<br />
doodgaan<br />
doof<br />
dorp, het<br />
droom, de<br />
erf, het<br />
etage, de<br />
flat, de<br />
gaan over<br />
gedag<br />
gedragen (zich)<br />
geduld, het<br />
geduldig<br />
gehoorzaam<br />
goedenacht<br />
goeienacht<br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
achter<br />
alvorens<br />
ander<br />
anders<br />
beginnen<br />
behalve<br />
bovendien<br />
droom, de<br />
nachtmerrie, de<br />
goot, de<br />
gracht, de<br />
hangen (houding, de)<br />
haven, de<br />
heer, de<br />
helpen (baten)<br />
hut, de<br />
ijscoman, de<br />
in brand staan<br />
indiaan, de<br />
instorten (gebouw)<br />
jazeker<br />
kasteel, het<br />
kerk, de<br />
ladder, de<br />
lieverd, de<br />
meid, de<br />
ober, de<br />
omslaan (bladzijde)<br />
opschrijven<br />
opzoeken (proberen te vinden)<br />
oversteken<br />
park, het<br />
plaats, de (stad)<br />
plein, het<br />
postbode, de<br />
redden (leven)<br />
restaurant, het<br />
rijmen<br />
robot, de<br />
rondlopen<br />
schaafijs, het<br />
schaafijsman, de<br />
schelden<br />
schilder, de<br />
schrift, het<br />
schuin<br />
sirene, de<br />
sloot, de<br />
smakelijk<br />
soldaat, de<br />
sorry<br />
spijten<br />
sprookjesboek, het<br />
spuit, de<br />
spuiten<br />
stad, de<br />
tijdschrift, het<br />
timmerman, de<br />
touw, het<br />
trede, de<br />
trouwen<br />
tunnel, de<br />
tweeling, de<br />
uitgaan (vuur)<br />
veld, het<br />
vriendin, de<br />
welnee<br />
zeerover, de<br />
zijn mond houden<br />
zin, de<br />
zuster , de (verpleegster)<br />
zwaailicht, het<br />
199 <strong>Bronnenboek</strong>
zijn<br />
bom, de<br />
boodschappenlijstje<br />
buitenkomen<br />
districtcommissaris, de<br />
goochelaar, de<br />
groenteman, de<br />
hoofdletter, de<br />
horen<br />
kapitein, de(dorp)<br />
kleine letter, de<br />
knecht, de<br />
kok, de<br />
lantaarnpaal, de<br />
leesboek, het<br />
letter, de<br />
luiaard, de<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Uitbreiding<br />
matroos, de<br />
metselaar, de<br />
miljonair, de<br />
moskee, de<br />
museum, het<br />
muzikant, de<br />
nachtmerrie, de<br />
opnoemen<br />
paleis, het<br />
piraat, de<br />
rechtop<br />
regel, de<br />
roltrap, de<br />
schatrijk<br />
schipper, de<br />
schoolkrant, de<br />
schutting, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
allebei<br />
alles<br />
ander<br />
anders<br />
beginnen<br />
behoren<br />
beide<br />
beneden<br />
betreffende<br />
boven<br />
boven<br />
contra<br />
spellen<br />
steeg, de<br />
steil<br />
stripboek, het<br />
tandarts, de<br />
tempel, de<br />
titel, de<br />
vent, de<br />
verdieping, de<br />
vreemde, de<br />
vuurwerk, het<br />
wonder, het<br />
woord , het<br />
woordenboek, het<br />
zaal, de<br />
200
6.7 KLEUTERS IN HET BOS<br />
aarde, de (aardbol)<br />
beek, de<br />
bestaan, het<br />
bloempot, de<br />
bosananas, de<br />
dor<br />
graan, het<br />
hemel, de<br />
horizon, de<br />
kuil, de<br />
kust, de<br />
land, het (de zee)<br />
appelboom, de<br />
awara, de<br />
bijl, de<br />
bloembol, de<br />
boomstam, de<br />
dal, het<br />
greppel, de<br />
guaveboom, de<br />
heuvel, de<br />
boven<br />
daardoor<br />
datgene<br />
eerst<br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
liaan, de<br />
meer, het<br />
modder, de<br />
mos, het<br />
natuur, de<br />
oceaan, de(de zee)<br />
oerwoud, het<br />
ondergaande zon, de<br />
op pad<br />
pad, het<br />
paddenstoel, de<br />
regenboog, de<br />
alles<br />
alsof<br />
ander<br />
bloem, de<br />
boom, de<br />
plant, de<br />
struik, de<br />
waarmee<br />
kankantrie, de<br />
klei, de/het<br />
kruidje-roer-me-niet, het (siensien)<br />
maripa, de<br />
mesthoop, de<br />
mesthoop, de<br />
oever, de<br />
omwaaien<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
ervan<br />
langs<br />
onder<br />
ook<br />
riet, het (de plant)<br />
rivier, de<br />
rots, de<br />
schaduw, de<br />
sloot, de<br />
vaart, de<br />
verdwalen<br />
vijver, de<br />
wandelen<br />
wandeling<br />
zaad, het<br />
zaaien<br />
rapen<br />
ravijn, het<br />
regenwater, het<br />
slang, de<br />
struik, de<br />
tocht, de<br />
tuinslang, de<br />
waterkan, de<br />
ook<br />
steeds<br />
201 <strong>Bronnenboek</strong>
6.8 KLEUTERS REIZEN<br />
aankomen<br />
achterbank, de<br />
afhalen<br />
aflopen (einde)<br />
afscheid, het<br />
afstand, de<br />
ansichtkaart, de<br />
autorijden<br />
autoweg, de<br />
benzine, de<br />
bereiken<br />
bestuurder, de<br />
bocht, de<br />
buitenlands<br />
camping, de<br />
dagje uit<br />
eiland, het<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
fototoestel, het<br />
halte, de<br />
helikopter, de<br />
inhalen<br />
kaart, de (de landkaart)<br />
kermis, de<br />
koets, de<br />
koffer, de<br />
landen<br />
locomotief, de<br />
logeren<br />
machinist, de<br />
onderweg<br />
ongeluk, het<br />
op reis<br />
op weg<br />
opschieten<br />
erbij<br />
ernaartoe<br />
ernaast<br />
eronder<br />
golven, de<br />
landen<br />
oceaan, de<br />
strand, het<br />
via<br />
vliegen<br />
rails, de<br />
remmen<br />
terechtkomen (plaats)<br />
uitkijken<br />
uitladen<br />
vaart, de (snelheid)<br />
vakantiereisje, het<br />
veilig<br />
verdergaan<br />
vertrekken<br />
vervoer, het<br />
voorbij (verder)<br />
vreemd<br />
vrij<br />
vuilniswagen, de<br />
zonnebril, de<br />
zuiden, het<br />
202
achterin<br />
achterlicht, het<br />
appartement, het<br />
conducteur, de<br />
hotel, het<br />
inladen<br />
landen, de<br />
landing, de<br />
meebrengen<br />
meegeven<br />
meekomen<br />
metrostation, het<br />
Uitbreiding<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
boven<br />
eraf<br />
erbij<br />
erdoor<br />
hoeveel<br />
indien<br />
onder<br />
steeds<br />
toch<br />
zo<br />
opzetten (tent)<br />
pension, het<br />
per bus<br />
razen<br />
reisbureau, het<br />
rit, de<br />
strippenkaart, de<br />
sturen<br />
trekken (tocht)<br />
uitgerust<br />
verhuiswagen, de<br />
verkeer, het<br />
verkeersbord, het<br />
vertrekken<br />
vervoeren<br />
vervoermiddel, het<br />
via<br />
vliegtuig, het<br />
voorbank, de<br />
voorlicht, het<br />
vrachtwagen, de<br />
wegbrengen<br />
weggaan<br />
windstreken, de<br />
203 <strong>Bronnenboek</strong>
6.9 KLEUTERS EN WATER<br />
badhanddoek, de<br />
badpak, het<br />
bikini, de<br />
buis, de<br />
doortrekken<br />
douche, de<br />
glibberig<br />
grondwater, het<br />
afdrogen<br />
afspoelen<br />
afvoer<br />
afwasborstel, de<br />
badborstel, de<br />
droogrek, het<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
lek, het<br />
lopen (vloeistof)<br />
plas, de (water)<br />
spatten<br />
spoelen<br />
stinken<br />
vuil, het<br />
was, de (wasgoed)<br />
helder<br />
kleedhok, het<br />
kleedkamer, de<br />
lekken<br />
slang, de (de buis)<br />
straal, de (water)<br />
badpak<br />
daardoor<br />
daarna<br />
eerst<br />
intussen<br />
spoelen<br />
steeds<br />
tot slot<br />
wasbak, de<br />
wasknijper, de<br />
waslijn, de<br />
wasmachine, de<br />
wasmand, de<br />
wc-rol, de<br />
zwembad, het<br />
toiletpapier, het<br />
troebel<br />
uitwringen<br />
waterleiding, de<br />
204
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
daarna<br />
erin<br />
eruit<br />
hoewel<br />
sedert<br />
steeds<br />
toch<br />
toen<br />
205 <strong>Bronnenboek</strong>
6.10 KOSTUUMS<br />
aanzetten<br />
afzakken (broek)<br />
cowboyhoed, de<br />
doktersjas, de<br />
doodstil<br />
dragen (kleren)<br />
echo, de<br />
eruit zien als<br />
gesp, de<br />
gil, de<br />
hak, de<br />
handschoen, de<br />
hardop<br />
instoppen<br />
kabaal, het<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
katoen, de/het<br />
klank, de<br />
klappen<br />
kleding, de<br />
koptelefoon, de<br />
kous, de<br />
kraag, de<br />
kraken<br />
krul, de<br />
laag, de<br />
luid<br />
microfoon, de<br />
mompelen<br />
muziekinstrument, het<br />
vlek, de<br />
daarna<br />
eerst<br />
erdoor<br />
maar<br />
nu<br />
of<br />
ook<br />
vervolgens<br />
waarmee<br />
zool, de<br />
zwembroek, de<br />
zwempak, het<br />
ontzettend<br />
pak, het<br />
plof(fen)<br />
rugzak, de<br />
schminken<br />
sieraad, het<br />
sjaal, de<br />
staan (mooi)<br />
stoom, de<br />
tikken<br />
verkopen<br />
206
ioscoop, de<br />
bolhoed, de<br />
brommen<br />
clownspak, het<br />
gulp, de<br />
helm, de<br />
hoofddoek, de<br />
indianenpak, het<br />
indianentooi, de<br />
klomp, de<br />
knallen<br />
kniekous, de<br />
Uitbreiding<br />
knijper, de<br />
knoopsgat, het<br />
losmaken<br />
mobieltje, het<br />
neuriën<br />
omdoen<br />
onhoorbaar<br />
opnemen<br />
optreden<br />
pianospelen<br />
pruik, de<br />
regenlaarzen, de<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
daarna<br />
eerst<br />
er<br />
eraf<br />
erbij<br />
ook<br />
vooral<br />
zo<br />
zodat<br />
rek, het<br />
rinkelen<br />
ritselen<br />
schateren<br />
shirt, het<br />
stof, de (kleding)<br />
strijken<br />
strikken<br />
trompet, de<br />
verkleden<br />
verslijten<br />
207 <strong>Bronnenboek</strong>
6.11 MIJN LAND<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
bevriezen<br />
bewolkt<br />
bliksem, de<br />
donder , de<br />
het hagelt<br />
hitte, de<br />
ijskoud<br />
maan, de<br />
bevriezen<br />
buitenspelen<br />
dooien<br />
gordijn, het<br />
het hagelt<br />
koel<br />
najaar, het<br />
orkaan, de<br />
Themawoorden<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
mist, de<br />
onweer, het<br />
sterren, de<br />
storm, de<br />
warmte, de<br />
zonnig<br />
aldoor<br />
daarna<br />
daarom<br />
eraf<br />
erbij<br />
erbij<br />
net … als<br />
nu<br />
regenachtig<br />
regenbui, de<br />
shutters, de<br />
sneeuwvlok, de<br />
tropenwoud, het (het bos)<br />
tropenzon, de<br />
voorjaar, het<br />
208
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
alsmede<br />
erna<br />
ervan<br />
ten eerste<br />
ten slotte<br />
ten tweede<br />
toch<br />
trouwens<br />
209 <strong>Bronnenboek</strong>
6.12 JIJ EN IK<br />
aanlopen (komt)<br />
aanvliegen (rennen/aanvallen)<br />
aanvoelen (tastzin, voelt koud<br />
aan)<br />
aardig<br />
adem, de<br />
ademen<br />
ademhalen<br />
afbreken<br />
afknippen<br />
afpakken<br />
angst, de<br />
apparaat, het<br />
arm (niet rijk)<br />
arm (zielig)<br />
baas spelen (de)<br />
band, de (stof)<br />
batterij, de<br />
bedroefd<br />
beet (vast)<br />
beloven<br />
bemoeien<br />
benieuwd<br />
beschermen<br />
besluiten<br />
beven<br />
beweging<br />
bewonderen<br />
bezorgd<br />
bonzen-bonsde-gebonsd<br />
boor, de<br />
boren<br />
bot, het<br />
brutaal<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Themawoorden<br />
NT2<br />
buigen<br />
buiging<br />
bulderen<br />
cement, het<br />
dapper<br />
de slappe lach<br />
deftig<br />
dol op<br />
doodmoe<br />
droevig<br />
eens (akkoord)<br />
eenzaam<br />
eerlijk<br />
eigenwijs<br />
enig (alleen)<br />
er vandoor gaan<br />
ernstig (serieus)<br />
fantastisch (geweldig)<br />
flink (dapper)<br />
franje, de<br />
gapen<br />
geheim, het (znw)<br />
geheimzinnig<br />
gelijk hebben<br />
geloven (niet zeker weten)<br />
geluk, het<br />
gemeen (slecht)<br />
genieten (plezier)<br />
genoeg hebben van<br />
geweldig<br />
gieren<br />
gillen<br />
glanzen<br />
glimlachen<br />
allemaal<br />
anders<br />
even<br />
groot<br />
hoeveel<br />
omdat<br />
sinds<br />
glippen<br />
gluren<br />
grappig<br />
griezelig<br />
grijnzen<br />
grijpen<br />
halen (roepen)<br />
hamer, de<br />
handig<br />
hart, het<br />
hebberig<br />
het kan me niet(s) schelen<br />
heus<br />
hijgen<br />
hik, de<br />
hoofdschuddend<br />
hopen<br />
huid, de<br />
in de gaten houden<br />
in de war raken<br />
in slaap vallen<br />
in zijn eentje<br />
inkleuren<br />
insmeren<br />
ja knikken<br />
jammeren<br />
janken<br />
jeuken<br />
jezelf<br />
juichen<br />
kaart, de (spel)<br />
kalm<br />
karton, het<br />
keihard<br />
210
kies, de (tand)<br />
klagen<br />
kletteren<br />
kleurboek, het<br />
kleurkrijt, het<br />
kleurpotlood, het<br />
kleven<br />
klodder, de<br />
knip, de (knippen)<br />
knuffelbeest, het<br />
knuffelen<br />
knutselen<br />
kogel, de<br />
koprol, de<br />
korst, de<br />
krabben<br />
krijsen<br />
krom<br />
kruis, het<br />
kruiwagen, de<br />
kubus, de<br />
kussen, het<br />
kwaad<br />
lach, de<br />
lap, de<br />
last, de (hinder)<br />
lastig<br />
lelijk<br />
lenen (van)<br />
leunen<br />
leven<br />
lippenstift, de<br />
lol, de<br />
lucht (zuurstof)<br />
lui<br />
luisteren (gehoorzamen)<br />
maken (repareren)<br />
maken (zorgen dat)<br />
mal<br />
manier<br />
meeloper<br />
meemaken<br />
meespelen<br />
memory<br />
missen<br />
moeite, de<br />
mopperen<br />
motor, de (machine)<br />
nadoen<br />
nee schudden<br />
nieuwsgierig<br />
nijdig<br />
ongelukkig<br />
onrustig<br />
ontmoeten<br />
oorpijn<br />
op zijn gemak<br />
op zijn kop krijgen<br />
oppassen<br />
opplakken<br />
paniek, de<br />
plank, de<br />
plastic, het<br />
plastiek, het<br />
plezier<br />
post<br />
precies (secuur)<br />
pretpark, het<br />
probleem, het<br />
prop, de<br />
recht<br />
ruilen<br />
saai<br />
schamen (zich)<br />
schattig<br />
snuiven<br />
snurken<br />
sputteren<br />
stelen<br />
stem, de (praten)<br />
stevig (fors)<br />
stiekem<br />
stikken (benauwd)<br />
stom (vervelend)<br />
stoppen (ophouden met iets)<br />
storen<br />
stotteren<br />
streng<br />
struikelen<br />
suf<br />
tegenhouden<br />
tegenkomen<br />
tevreden<br />
tikkertje<br />
timmeren<br />
tovenaar, de<br />
traan, de<br />
trekken (gezichten)<br />
treurig<br />
trillen<br />
uitglijden<br />
uitknippen<br />
uitlachen<br />
uitpraten (bijleggen)<br />
uitrusten<br />
van plan zijn<br />
vanzelf<br />
vast (stevig)<br />
vastplakken<br />
vastzitten<br />
vel, het (huid)<br />
vel, het (papier)<br />
verbaasd<br />
verbergen<br />
verbieden<br />
verdienen<br />
verfpot, de<br />
verlangen<br />
verlegen<br />
verliefd<br />
verschrikt<br />
verstoppertje<br />
vertrouwen (ww)<br />
vervelen<br />
verwachten<br />
verwend<br />
verwennen<br />
vlieger<br />
voetstap, de<br />
volgen (achterna)<br />
voor de gek houden<br />
vouw, de<br />
vouwblad, het<br />
vuist, de<br />
wedden<br />
wegwezen<br />
wennen<br />
werken (apparaat)<br />
wild (bvnw)<br />
wimper, de<br />
wippen<br />
wisselen (ruilen)<br />
woedend<br />
woest<br />
wrijven<br />
zacht (kracht)<br />
zenuwachtig<br />
zeuren<br />
zicht, het<br />
zielig<br />
zijn best doen<br />
zijn gang gaan<br />
zijn zin krijgen<br />
zoek (verloren)<br />
zonde (jammer)<br />
zucht<br />
zwaaien<br />
211 <strong>Bronnenboek</strong>
achterover<br />
afscheuren<br />
angstig<br />
expres(met opzet)<br />
flauwekul<br />
flipperkast, de<br />
foppen<br />
geeuwen(gapen)<br />
geweer, het<br />
goochelen<br />
hobbelpaard, het<br />
indoen<br />
indrukken<br />
inhouden (adem)<br />
inslikken<br />
kaart, de (het ticket)<br />
kanon, het<br />
karwei, de/het<br />
ketting, de (keten)<br />
kippenvel<br />
klapperen<br />
klauteren<br />
kleermakerszit, de<br />
klikken<br />
kloppen (slaan)<br />
klosje, het (garen)<br />
kneden (klei)<br />
kunst, de (prestatie)<br />
kwebbelen<br />
licht (straling)<br />
lief vinden<br />
liegen<br />
<strong>Bronnenboek</strong><br />
Uitbreiding<br />
lint, het<br />
met grote ogen<br />
mislukken<br />
mop, de (grap)<br />
nagellak, de/het<br />
nakijken (oog)<br />
natekenen<br />
navel, de<br />
neusdruppels, de<br />
omkijken (over de schouder)<br />
onaardig<br />
ongerust<br />
onvriendelijk<br />
ophalen (schouders)<br />
oprollen<br />
optocht, de<br />
opwinden (zich)<br />
overtekenen<br />
overtrekken-trok overovergetrokken<br />
per ongeluk<br />
pijp, de (buis)<br />
podium, het<br />
postzegel, de<br />
puffen<br />
reep, de (papier)<br />
rijgen<br />
rottig<br />
rukken<br />
schok, de (beweging)<br />
sip<br />
sissen<br />
smeken<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
alle<br />
allebei<br />
allemaal<br />
alles<br />
alsof<br />
alvorens<br />
beide<br />
bij<br />
bijna<br />
blijven<br />
daarentegen<br />
datzelfde<br />
sneeuwballen gooien<br />
snikken<br />
staren<br />
stijgen<br />
stoeien<br />
storten (gooien)<br />
streek<br />
stuiven<br />
toneelspelen<br />
trampoline, de<br />
trippelen<br />
turen<br />
uitroepen<br />
vals (boosaardig)<br />
verbazing<br />
vergrootglas, het<br />
verklappen<br />
verlaten<br />
verschijnen<br />
voorover<br />
voorstellen<br />
vreselijk<br />
vriendelijk<br />
wapperen<br />
waterpistool, het<br />
weglopen<br />
zagen<br />
zakken (ww naar beneden)<br />
zaklopen<br />
zeilboot, de<br />
zeilen<br />
212
6.13 IN HET ZIEKENHUIS<br />
bacterie, de<br />
bloedneus, de<br />
bot, het<br />
brancard, de<br />
bult, de<br />
hechten<br />
jeuk hebben<br />
Themawoorden<br />
ambulance, de<br />
bibberen<br />
bleek zien<br />
duizelig<br />
hoesten<br />
kiespijn<br />
mazelen<br />
rillen<br />
rusten (slapen)<br />
snuiten (neus)<br />
te pakken (ziek)<br />
thermometer, de<br />
thuisblijven<br />
tillen<br />
verband, het (de wond)<br />
waterpokken, de<br />
zweetdruppels, de<br />
Uitbreiding<br />
NT2<br />
koorts, de<br />
laken, het<br />
melktand, de<br />
microscoop, de<br />
sirene, de<br />
snee, de<br />
stethoscoop, de<br />
daaraan<br />
daarin<br />
ernaar<br />
waarin<br />
waarop<br />
waarvoor<br />
verzorgen<br />
washandje, het<br />
watten<br />
zalf, de<br />
zeep, de<br />
213 <strong>Bronnenboek</strong>
<strong>Bronnenboek</strong><br />
alsof<br />
beginnen<br />
behalve<br />
betreffende<br />
erom<br />
ertegen<br />
Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />
214