30.07.2013 Views

Bronnenboek

Bronnenboek

Bronnenboek

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Spelend leren<br />

Een praktisch curriculum voor kleuters<br />

MINOV<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Spelend leren<br />

Een praktisch curriculum voor kleuters<br />

4-jarigen<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

© MINOV 2011<br />

Uitgave 2011 van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.<br />

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke<br />

andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


VOORWOORD<br />

In het kader van de invoering van het 11-jarig basisonderwijs heeft het Ministerie van<br />

Onderwijs en Volksontwikkeling (MinOV) in samenwerking met de Stichting Leerplan<br />

Ontwikkeling (SLO) het Speelwerkplan (SWP) voor het kleuteronderwijs herzien.<br />

Voorafgaand aan dit proces hebben er consultaties plaatsgevonden met de verschillende<br />

schoolbesturen zoals: RKBO, EBGS, SIS, SMA, Sanathan Dharm en Arya Dewaker en<br />

overheids- organen te weten inspectie KO, inspectie GLO, BLO, de afdelingen Curriculum<br />

ontwikkeling en Begeleiding en het bureau onderwijs binnenland (BOB).<br />

Ook lokale NGO’s, docenten van Pedagogische instituten en kleuterleidsters hebben<br />

hun bijdrage hieraan geleverd.<br />

Uit een baseline studie eerder verricht door Minov - BEIP en de veldconsultaties,<br />

zijn de tekortkomingen van het voorgaande Speelwerkplan ter harte genomen en aangepakt.<br />

In dit nieuwe Speelwerkplan is er aandacht besteed aan o.a. het volgende:<br />

• Meer en duidelijker aandacht voor voorbereidend rekenen<br />

• Meer en duidelijker aandacht voor voorbereidend taal<br />

• Een integratie van leeractiviteiten in de verschillende thema’s<br />

• Een duidelijk overzicht van wat leerlingen leren en volgens welke leerlijnen dat gebeurt<br />

• Meer ruimte voor ontdekkend leren door leerlingen<br />

• Meer ruimte voor creatieve lesinvulling door de kleuterleidster<br />

Het nieuwe SWP pakket bestaat uit een handleiding, themaboeken, bronnenboeken en<br />

visueel materiaal. Gedurende elk leerjaar komen 12 thema’s aan de orde.<br />

De speel- en leeractiviteiten zijn er thema als voorbeelden uitgewerkt.<br />

Het staat de kleuter-leidster vrij om volgens de leerlijnen thema’s en eigen leeractiviteiten in<br />

te richten.<br />

Het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling is verheugd en trots om u dit nieuwe<br />

Speelwerkplan te kunnen presenteren. Hiervoor is in de eerste plaats dank verschuldigd<br />

aan een ieder die heeft bijgedragen tot dit kleurrijke resultaat, in het bijzonder de leden van<br />

de ontwikkelgroep. Zij hebben gedurende een jaar vanuit hun expertise flink gewerkt aan<br />

het tot stand komen van dit mooie Speelwerkplan.<br />

We zijn ons ervan bewust dat geen enkele methode volmaakt is, derhalve wordt op u een<br />

dringend beroep gedaan om op- en aanmerkingen alsook suggesties ter verbetering van dit<br />

pakket kenbaar te maken aan het MinOV.<br />

Ik spreek tot slot de hoop uit dat dit nieuwe Speelwerkplan voor de leerkrachten van de<br />

kleuterscholen een geschikte leidraad mag zijn in de dagelijkse praktijk.<br />

De directeur van het Ministerie van onderwijs en volksontwikkeling.<br />

Ruben Soetosenojo.


INHOUD<br />

1. VERTELLINGEN<br />

1.1 Naar school 5<br />

1.2 DiereN 8<br />

1.3 We viereN feest 10<br />

1.4 allemaal meNseN 13<br />

1.5 GezoND eN lekker eteN 16<br />

1.6 Waar WoNeN We? 20<br />

1.7 PlaNteN om oNs heeN 24<br />

1.8 oP WeG Naar 27<br />

1.9 het Weer 30<br />

1.10 Wat trekkeN We aaN? 33<br />

1.11 GezoND eN ziek 36<br />

1.12 sPeleN eN sPeelGoeD 39<br />

2. VERSJES<br />

2.1 Naar school 43<br />

2.2 DiereN 43<br />

2.3 We viereN feest 44<br />

2.4 allemaal meNseN 44<br />

2.5 GezoND eN lekker eteN 45<br />

2.6 Waar WoNeN We? 45<br />

2.7 PlaNteN om oNs heeN 46<br />

2.8 oP WeG Naar....... 46<br />

2.9 het Weer 47<br />

2.10 Wat trekkeN We aaN? 47<br />

2.11 GezoND eN ziek 48<br />

2.12 sPeleN eN sPeelGoeD 48<br />

3. LIEDJES<br />

3.1 Naar school 49<br />

3.2 DiereN 51<br />

3.3 We viereN feest 53<br />

3.4 allemaal meNseN 54<br />

3.5 GezoND eN lekker eteN 56<br />

3.6 Waar WoNeN We? 59<br />

3.7 PlaNteN om oNs heeN 60<br />

3.8 oP WeG Naar....... 61<br />

3.9 het Weer 62<br />

3.10 Wat trekkeN We aaN? 63<br />

3.11 GezoND eN ziek 64<br />

3.12 sPeleN eN sPeelGoeD 65<br />

3 <strong>Bronnenboek</strong>


4. TELSPELLETJES<br />

4.1 telsPelletjes Deel a 67<br />

5. BEWEGINGSOEFENINGEN<br />

5.1 kleuterGymNastiek met blokkeN 71<br />

5.2 kleuterGymNastiek met GymNastiekballeN 71<br />

5.3 kleuterGymNastiek met PitteNzakjes 73<br />

5.4 kleuterGymNastiek met hoePels 74<br />

6. BASISWOORDEN SURINAAMSE KLEUTERGROEP 1<br />

6.1 De school 77<br />

6.2 DiereN 80<br />

6.3 Wij viereN feest 82<br />

6.4 allemaal meNseN 84<br />

6.5 GezoND eN lekker eteN 87<br />

6.6 Waar WoNeN We? 89<br />

6.7 PlaNteN om oNs heeN 91<br />

6.8 oP WeG Naar …. 92<br />

6.9 het Weer 94<br />

6.10 Wat trekkeN We aaN? 96<br />

6.11 GezoND eN ziek 98<br />

6.12 sPeleN eN sPeelGoeD 100<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

4


1.1<br />

5<br />

NAAR SCHOOL<br />

Lili gaat naar school<br />

1. Vertellingen<br />

Vandaag heeft Lili helemaal geen honger en geen dorst.<br />

Ze lust geen brood en ook geen thee. Haar buik doet ook zo raar.<br />

Weet je hoe dat komt? Vandaag gaat Lili voor het eerst naar school.<br />

Eigenlijk is ze heel blij, maar toch ook een beetje bang en verdrietig.<br />

Nu kan ze niet meer met Kaya, haar zusje, spelen. Kaya is nog te klein om naar<br />

school te gaan, zij moet met moeder thuisblijven. Lili denkt: Hoe zal het op school<br />

zijn? Moeder heeft haar schooltas al klaargelegd. Wil je weten wat erin zit?<br />

Wel, een broodje met hagelslag, een flesje sinaasappelsap, een kleurboek en<br />

kleurpotloden. Stil zit Lili in een hoekje, ze wil niet meer naar school.<br />

„Kom op Lili”, zegt moeder, “nu moeten we weg, de school gaat zo beginnen.<br />

Papa, Kaya en ik lopen mee met je naar school.“ Lili pakt haar schooltas en begint<br />

ook te lopen.<br />

Daar is de school al. En weet je wie Lili op ’t schoolerf ziet? Oooo…., dat zijn opa en<br />

oma! Die zijn speciaal voor haar hiernaartoe gekomen. Lili is nu een beetje blij, ze is<br />

niet bang meer.<br />

Zal de juf streng zijn? Mag ik met mijn vriendjes praten, wat zullen wij met de juf<br />

doen? Aan deze dingen denkt Lili. Daar komt de juffrouw aangelopen.<br />

”Hallo” roept ze naar Lili. “Jij bent zeker Lili. Ik ben juf Anne.”<br />

Opa vraagt: “Mogen de kinderen praten in de klas?” “Natuurlijk”, zegt de juf.<br />

“En zingen?” “Dat doen we elke dag.<br />

En buitenspelen doen wij ook. Met alle kinderen van de klas. Kom maar mee Lili, de<br />

andere kinderen wachten al op je. Ze zitten al in de klas.” Zusje begint te huilen als<br />

Lili met de juf meegaat. “Stil maar Kaya, Lili komt heus wel terug; ze blijft niet de hele<br />

dag op school.” Lili krijgt een kusje en een dikke brasa van allemaal.<br />

Ze kijkt haar ogen uit in de kas. Zoveel vriendjes en vriendinnetjes om te spelen en<br />

te werken. Zij mag aan de rode tafel zitten, naast Robby.<br />

“Kom maar Lili, onze groep heet “Rood”.” Wat is Lili blij, de kinderen zijn zo lief.<br />

De juf vertelt een verhaaltje over een stoute aap, hierna mogen ze buiten spelen en<br />

daarna gaan ze kleuren.<br />

Lili vindt het leuk op school. Ze wil nog niet naar huis. Vader en moeder halen haar<br />

weer op.<br />

“Lili, waar is je schooltas?”, vraagt moeder.<br />

“Oeps, die ben ik vergeten op het tassenrek.<br />

” Vlug haalt Lili haar tas en onderweg vertelt ze vader en moeder wat ze op school<br />

heeft gedaan. Morgen sta ik heel vroeg op, denkt Lili.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Op school is het best wel leuk en daar heb ik veel vriendjes en vriendinnetjes om<br />

mee te spelen.<br />

Schoolsportdag<br />

Op deze dag zijn er heel veel kinderen in het stadion.<br />

Weet je wie al deze kinderen zijn?<br />

Het zijn leerlingen van drie verschillende kleuterscholen:<br />

De Paddenstoel, De Twa-Twa’s en Snoepie zijn bij elkaar. Vandaag hoeven zij niet in<br />

de klas te zitten. Ze mogen met elkaar buiten spelen, maar spelen voor een prijsje.<br />

Welke school gewonnen heeft die krijgt een prijs.<br />

Alle kinderen hebben vandaag een short aan. De Twa-Twa’s dragen een gele, die<br />

van de Paddenstoel een rode en die van Snoepie een groene broek.<br />

Zo kunnen de juffrouwen precies zien van welke school de kinderen zijn.<br />

Ze zullen hardlopen, zakspringen, bollenhappen en nog veel meer spelletjes doen.<br />

De prijzen staan al klaar en ze moeten hard rennen: vier kleuters van elke school<br />

mogen meedoen. Wie als eerste aan de overkant is, heeft gewonnen.<br />

„Hup Twa-Twa’s, hup Snoepies en hup Paddenstoel, roepen alle kinderen.<br />

De kleuters lopen erg hard. Welke school komt het eerst aan de overkant?<br />

Het zijn de kleuters van de Paddenstoel, met de rode broekjes aan. Die krijgen elk<br />

een prijs. Ze krijgen een mooie schooltas. Ook de school krijgt een prijs: een grote<br />

beker. Alle andere kinderen krijgen ook een prijsje, omdat ze hebben meegedaan.<br />

De kinderen worden vandaag extra verwend. Ze krijgen rijst met bruine bonen,<br />

snoepjes en lekkere stroop. Ook krijgt iedereen een ijsje.<br />

Om twee uur moeten ze weer naar huis.<br />

De bussen staan er al. Die zullen de kleuters weer naar haar school brengen.<br />

Daar wachten de ouders.Alle kinderen zijn moe, maar ook blij. Ze hebben zoveel<br />

prijsjes gewonnen die ze naar huis mogen meenemen.<br />

Als ze thuis zijn, vertellen ze aan hun ouders wat ze allemaal in het stadion hebben<br />

gedaan.<br />

De nieuwe speelplaats<br />

De kleuters in de klas zijn erg blij. Ze zijn blij omdat het schoolhoofd ze net heeft<br />

verteld dat hij het stuk land dat naast de kleuterschool staat, wil laten maken tot een<br />

mooie speelplaats voor de kleuters.<br />

Het stuk grond kan nu niet gebruikt worden, want het gras staat daar heel hoog.<br />

De kleuters mogen zelf vertellen hoe de speelplaats eruit moet zien en welke<br />

speeltoestellen erop moeten staan.<br />

Ze willen graag: een glijbaan, een wip, een grote zandbak, een schommel en een<br />

klimrek hebben. „Dat kost wel veel geld”, zegt meester Nelson. „Dan sparen we<br />

ervoor!” roepen de kleuters. „Misschien kunnen we leuke dingen organiseren om aan<br />

geld te komen”, zegt de juf.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 6


„Ja, ja!” roepen alle kinderen, “dan vragen wij mama en papa om ook te helpen met<br />

sparen.”<br />

Juf zegt: „Weet je wat, wij zullen briefjes sturen naar de grote bedrijven om ons aan<br />

wat geld te helpen. En we zullen een paar weken lang, elke vrijdag, een snoeppauze<br />

organiseren.”<br />

Alle ouders vinden dit een goed idee. Ze willen graag meehelpen. „Mijn moeder zal<br />

een cake maken”, zegt Tine. „Mijn papa zal een mooie tent maken, daaronder zullen<br />

de spullen verkocht worden.<br />

De ouders doen hun best. Elke vrijdag brengen ze veel lekkers naar school.<br />

Dit alles is bestemd voor de verkoop. De pauze duurt dan een beetje langer.<br />

De kinderen krijgen extra geld van hun ouders mee. Ook die van de lagere school<br />

doen mee. Ze willen ook zo graag een mooie speelplaats voor de kleuters.<br />

Het gaat goed, elke vrijdag is alle lekkers verkocht.<br />

Ze verdienen heel veel geld. Ook de grote bedrijven geven geld aan de school.<br />

Nu kunnen de arbeiders beginnen. Het veld wordt helemaal schoongemaakt.<br />

Een paar vaders helpen mee.<br />

Het ziet er al mooi uit. Er komt een nieuw hek en een mooie poort. Er worden een<br />

paar bomen geplant, die voor schaduw moeten zorgen. De kleuters staan elke dag<br />

te kijken hoe er gewerkt wordt. Nu komen er de wip, de glijbaan en het klimrek.<br />

Later wordt ook de grote zandbak gemaakt. Er komen wel drie schommels met heel<br />

mooie kleuren. De glijbaan is geel met rood.<br />

De schommels zijn blauw-wit en het klimrek heeft drie kleuren: geel, rood en groen.<br />

Eindelijk is het zover, de nieuwe speelplaats voor de kleuters kan geopend worden.<br />

Alle ouders worden uitgenodigd. Ook de directeuren van de bedrijven die hebben<br />

geholpen, mogen erbij zijn. De ouders hebben weer voor lekkers gezorgd.<br />

Het is feest, omdat de school een nieuwe speelplaats erbij heeft.<br />

De kinderen hoeven vandaag niet in uniform naar school.<br />

Hun schooltas mogen ze ook thuis laten. Ze zullen getrakteerd worden.<br />

Er zal ook een feesttent zijn waar er muziek gemaakt wordt. Als iedereen rustig zit,<br />

begint meneer Nelson te praten.<br />

Hij bedankt alle mensen die gewerkt hebben, om de speelplaats op te zetten.<br />

Vooral de arbeiders die zo snel hebben gewerkt. Ook de kinderen worden bedankt.<br />

Aan de kleuters vraagt hij om zuinig te zijn op de speeltoestellen en de speelplaats.<br />

Geen flessen en rommel op het veld te gooien. Dat beloven allemaal. Nu mag een<br />

kleuter het schoolhoofd helpen het brede lint door te knippen. Het speelveld is nu<br />

echt open. Wat hebben de kinderen plezier. Ze krijgen elk een beurt op de toestellen.<br />

Wie vandaag geen beurt krijgt, mag er morgen of een andere dag wel op.<br />

Ze vieren nog tot twaalf uur feest en dan gaan ze tevreden naar huis.<br />

7 <strong>Bronnenboek</strong>


1.2<br />

DIEREN<br />

Konijntje Flapoor<br />

In de klas van juf Cynthia hebben alle groepen kleuters een werkje.<br />

Groep “Sinaasappel” zorgt voor de plantjes: die krijgen elke dag vers water.<br />

Groep “Bacove” zorgt voor de teil met schoon water voor het wassen van de<br />

handen. Groep “Manja” mag alle tafels na ’t eten schoonvegen.<br />

En weet je wat groep “Appel” mag doen. Die mag voor het konijn zorgen.<br />

Elke dag vers water, brood of gras. Maar o, o, wat schrikt de groep “Appel” vandaag.<br />

Konijntje Flapoor zit niet in zijn hok. Vlug rennen ze naar de juf om dat te vertellen.<br />

Alle kinderen komen bij het hok staan.<br />

Waar kan Konijntje Flapoor toch zijn? „Allemaal zoeken”, zegt de juf.<br />

De kinderen zoeken, in de kast, onder de tafel, in de hoek, buiten in de schooltuin.<br />

Maar Konijntje Flapoor blijft weg.<br />

Wat zijn de kinderen verdrietig. Waar is hij toch? „Weet je wat”, zegt juf Cynthia,<br />

“ik zet wat blaadjes kool in de schooltuin. Konijntje Flapoor vindt die heel lekker en<br />

komt dan zeker eropaf. Wij gaan stil in de klas wachten tot we hem zien.” En ja hoor,<br />

daar komt hij aangesprongen.<br />

Uit een hol in ’t zand dat hij zelf uitgegraven heeft. Wat zijn de kinderen blij.<br />

Konijntje Flapoor is terug. Vlug zetten ze hem weer in zijn hok. Dat gaat nu goed<br />

dicht, dan kan hij er niet zomaar uit. Konijntje Flapoor is nu tevreden en gaat stil in<br />

een hoek slapen.<br />

Baloendi, de visser<br />

In een dorpje woont Baloendi, de visser. Baloendi gaat vaak vissen.<br />

De vissen die hij vangt, verkoopt hij aan de mensen in het dorp. Met het geld dat hij<br />

verdient, zorgt hij voor zijn vrouw en hun vier kinderen. De vissen verkoopt hij<br />

vers. Van vissen die niet verkocht zijn, maakt hij gezou ten of droge vis.<br />

Deze week gaat Baloendi weer vissen. Hij wil extra veel vissen vangen.<br />

Met het geld, dat hij meer verdient, wil hij een nieuw visnet kopen.<br />

Baloendi staat op vertrek. Hij fluit een melodie, terwijl hij alles in zijn boot zet.<br />

„Zo, even kijken, of alles wat ik nodig heb in de boot zit: mijn visnet, een<br />

houwer, een grote bak voor de vissen, wat zout, een jerrycan met water en<br />

genoeg eten voor onderweg”.<br />

Ronnie, het neefje van Baloendi, gaat vandaag ook mee. Voor hem zet hij<br />

twee hengels en een godo met pieren in de boot. 0 ja, hij neemt ook een flash-<br />

light mee. Daar komt Ronnie aan.Baloendi kan hem net op tijd vastgrijpen.<br />

Samen zetten ze de boot vast.<br />

Baloendi gooit zijn net uit en dan gaat hij samen met Ronnie onder een<br />

boom zitten en ze beginnen te hengelen. “Kijk, kijk, de dobber gaat omlaag!”<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

8


Ronnie trekt.”Wèh, wèh, een grote walapa!” roept Ronnie. Oom trekt ook.<br />

Hij vangt een djaki. Na een tijdje tellen ze de vissen.<br />

Het zijn er tien! Oom loopt nu naar zijn net. “Ronnie, wil je even helpen?<br />

We zullen het net ophalen.” Met z’n tweeën slepen ze het net aan de kant.<br />

En ja hoor, in het net liggen kleine en grote krobia’s, pataka’s, walapa’s,<br />

sriba’s en datra’s. Ze zetten de vissen in een mand. “Ik word later ook visser”,<br />

zegt Ronnie en hij klapt in zijn handen. “Nu nog een keer het net uitzetten,” zegt<br />

Baloendi. “Als we dan weer zoveel vangen, koop ik zeker een mooi nieuw<br />

visnet.” Ronnie heeft geen zin meer om te hengelen.<br />

Met een visnet gaat het veel sneller.<br />

Baloendi en Ronnie zitten onder een boom te eten en wachten weer een<br />

hele tijd. Intussen raakt het net vol. “Zullen we weer gaan kijken?” vraagt<br />

Baloendi aan Ronnie. Samen slepen ze het net met veel kracht aan de<br />

kant. Het is heel zwaar. Kkrrr, kkrrrr, kkrrr, ‘t net gaat stuk en de vissen zwemmen<br />

eruit. Baloendi, gaat terug met heel weinig vissen.<br />

Die zullen net genoeg zijn voor de mensen. Hij vertelt wat er is gebeurd en de<br />

mensen vinden dat heel erg. Samen denken ze na wat ze kunnen doen voor<br />

Baloendi. Weet je wat, we zoeken thuis iets uit dat er nog mooi uitziet, maar dat we<br />

niet meer gebruiken. We zetten alles bij elkaar en verkopen die op de markt.<br />

En ja hoor, ze brengen zo veel: een lamp van tante Loes, een mooie pot van oma<br />

Carla, een ketting van Helga, nieuwe schoenen van buurman en een vaas van tante.<br />

Alles verkopen ze op de markt en met dit geld kopen ze een nieuw visnet<br />

voor Baloendi.<br />

Wat is Baloendi blij, nu kan hij weer veel vissen vangen voor de mensen in het dorp.<br />

Ook de mensen zijn blij, want nu hebben ze weer elke dag verse vis.<br />

Mimi, de poes, wordt beloond<br />

Mama komt op school en vertelt aan de kinderen dat ze erg veel last heeft van<br />

muizen. Ze zitten overal aan. Ze vraagt aan de kinderen haar te vertellen hoe ze van<br />

de muizen of kan komen. Terwijl ze nog met de kinderen praat, rent er een muis van<br />

de ene kant naar de andere kant en houdt zich achter de gordijnen schuil.<br />

Wat moet ik doen? vraagt mama opnieuw. De kinderen komen met enkele<br />

voorstellen. Het beste vindt ze zelf om Mimi, de poes, erbij te halen.<br />

De kinderen roepen de poes. Mimi begint met de muizenjacht. Na een spannende<br />

jachtpartij lukt het haar de muis te vangen. De poes krijgt als beloning melk en vis.<br />

9 <strong>Bronnenboek</strong>


1.3<br />

De juf is jarig<br />

WE VIEREN FEEST<br />

Het is maandag, het zonnetje schijnt. Lisa staat heel vroeg op. En weet je waarom?<br />

Juf Marie is jarig. Van juf Sita hebben ze een liedje geleerd dat ze voor hun juf zullen<br />

zingen. Mama heeft de bloemen de vorige dag al klaargezet. Vandaag hoeven de<br />

kinderen niet in uniform naar school, ze mogen andere kleren aan.<br />

Mama heeft Lisa’s gele jurk al uit de kast gehaald. Die mag ze vandaag aantrekken.<br />

Vandaag blijft de schooltas thuis, want de juf zal voor het eten en de dranken<br />

zorgen. Wat zal ze meenemen?<br />

Als Lisa helemaal klaar is, mag ze met haar bloemen in de hand wachten op de<br />

schoolbus die haar elke morgen naar school brengt. Lisa wacht al heel lang, maar<br />

de bus komt niet. „<br />

Rustig wachten Lisa, de bus komt zo”, zegt moeder. Maar hij komt niet en Lisa loopt<br />

angstig op en neer. Het is al acht uur en nog steeds is de bus er niet. Lisa begint te<br />

huilen. Nu kan zij niet op het feest zijn en niet spelen met haar vriendjes.<br />

Mama denkt na, op de fiets kan ze Lisa niet brengen, want de school is erg ver.<br />

Ring, daar gaat de bel. Wie kan dat nu zijn? O, dat is oom Rudi. „Zo Lisa, ga je<br />

vandaag niet naar school? Je ziet er zo mooi uit.” Moeder vertelt oom Rudi waarom<br />

Lisa nog thuis is. „Ojee”, zegt oom Rudi, dan breng ik haar met mijn auto naar<br />

school. Wat is Lisa blij, nu kan ze toch op het feest van juf Marie zijn. Vlug stapt ze in<br />

de auto van oom Rudi. Op school wachten ze al op haar om het liedje van juf Sita te<br />

zingen. Wat is de juf blij als ze Lisa ziet aankomen. Ook de kinderen zijn blij.<br />

Samen zingen ze het liedje voor de jarige juf. Ze smullen van de nasi (goreng) en<br />

alle lekkers dat juf Marie heeft meegenomen.<br />

Lisa wordt door oom Rudi afgehaald van school. Als zij thuis is, vertelt moeder<br />

waarom de chauffeur haar niet opgehaald heeft. Hij had pech onderweg: de bus kon<br />

niet meer starten.<br />

Maar morgen wordt Lisa wel opgehaald, want hij is nu weer in orde.<br />

Lisa vertelt op haar beurt hoe het is geweest op school.<br />

Morgen moet Lisa wel haar uniform aandoen en haar tas met eten en drinken<br />

meenemen, want dan is er geen feest.<br />

Opa Willem en Oma Betsie<br />

Vandaag zijn alle mensen in de straat blij. Iedereen viert een beetje feest.<br />

De straat is mooi versierd met slingers en bloemen. Maar het echte grote feest is bij<br />

opa Willem en oma Betsie. Die zijn vandaag vijftig jaar getrouwd.<br />

Vijftig jaar wonen ze al samen. Opa Willem en oma Betsie hebben ook kinderen:<br />

samen vier. Zij hebben het huis van opa en oma heel mooi gemaakt voor het grote<br />

feest. Mooie slingers en mooie bloemen versieren het huis.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

10


11<br />

Ook de stoelen waarop zij zullen zitten zijn mooi versierd.<br />

De vrouw van de president zal ook op het feest zijn. Is dat niet geweldig?<br />

Opa en oma zijn een beetje zenuwachtig. Wat zal er vandaag gebeuren.<br />

Er is voor de gasten heel wat in huis gehaald. Stoelen en tafels.<br />

Veel lekker eten en drinken. Koekjes en snoepjes. Er is aan van alles gedacht.<br />

Daar komen de eerste gasten aan. Dat zijn de buren, daarna komt de familie.<br />

Het huis begint al vol te raken. Sommige mensen gaan buiten zitten en anderen<br />

op ’t balkon.<br />

Er is een mooie stoel klaargezet voor de vrouw van de president. Daar komt de auto<br />

aanrijden. „Wat een mooie auto!”, roepen de kinderen uit de straat. De president en<br />

zijn vrouw stappen uit. Wat zijn opa Willem en tante Betsie blij, dat kun je zien aan<br />

hun gezichten. De vrouw van de president heeft een enveloppe in haar hand.<br />

Daar zit zeker geld in. Daarvan kunnen ze zelf een mooi cadeau kopen.<br />

“Dag opa Willem en oma Betsie”, zegt zij, “ik ben jullie komen feliciteren ook<br />

namens de president met deze mooie dag. Vijftig jaar zijn jullie al samen en dat<br />

moet echt gevierd worden. Hier is een envelop met geld erin. Koop maar iets moois<br />

ermee.” De vrouw van de president krijgt een stukje cake en een glaasje lekker<br />

gemberbier. Heerlijk is dat! Plotseling horen de gasten iets. „<br />

Toem, toem, fuut, fuut”. Oma Betsie schrikt „dat lijken wel muzikanten”.<br />

Alle mensen van de straat lopen achter de muzikanten aan. Ze gaan naar het huis<br />

van opa en oma. Alle mensen dansen mee, opa en oma, ook de en zijn vrouw van<br />

de president. Iedereen is blij. De mensen blijven tot ’s avonds op het feest.<br />

Als iedereen weg is, gaan opa en oma in ’t bad en vallen moe, maar gelukkig in slaap.<br />

Sandra is jarig<br />

Sandra is nu vier jaar. Over een paar dagen is ze jarig, dan wordt ze vijf jaar.<br />

Sandra vindt het fijn om jarig te zijn. Dan hangen vader en moeder mooie slingers<br />

op en krijgt ze een leuke muts op haar hoofd. Op school zingen de kinderen<br />

verjaardagsliedjes. Soms krijgt ze een cadeautje.<br />

“Papa als ik straks jarig ben word ik zoveel jaar, hè? Sandra steekt haar hand om-<br />

hoog en laat vijf vingers zien.<br />

“Ja”, zegt papa, “alle vingers van een hand”. Sandra lacht.<br />

Ze vraagt: “Mama, wat krijg ik voor mijn verjaar dag?”<br />

Mama en papa kijken elkaar aan, maar ze zeggen niets.<br />

Weet je wat Sandra het liefst wil? Een poes: een klein lief poesje. Sandra zegt het<br />

tegen papa en mama. Maar mama zegt: “0 nee dat niet. Poesjes lopen overal met<br />

hun nagels te krabben. Ze willen overal op liggen en laten haren op de stoel achter.<br />

Nee Sandra, vraag alsjeblieft wat anders.”<br />

En papa zegt: “Als we niet thuis zijn, waar moeten we dan de poes laten?<br />

En als we met vakantie gaan, wie moet dan voor de poes zorgen?”<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


“Dan kan ik aan oma vragen om op de poes te letten”, zegt Sandra. “Ik ben er echt<br />

niet zo zeker van of oma wel op de poes wil letten. Dat zien we nog wel Sandra,<br />

maar ik beloof niets hoor!”<br />

Eindelijk is het zaterdag: de verjaardag van Sandra.<br />

Het is nog donker als Sandra uit haar bedje stapt. Het is overal nog stil.<br />

Iedereen slaapt nog. Sandra is erg nieuwsgierig en op haar tenen gaat ze kamer in<br />

kamer uit. Zij gaat op zoek naar haar cadeau. In de keuken? Boven op de<br />

keukenkast? Nee. Daar ziet zij niets. In de voorkamer onder de tafel? Nee, er is<br />

nergens een cadeau te vinden. Zijn mama en papa vergeten dat ik jarig ben?<br />

Wel nee, want er hangen prachtige slingers en haar stoel is versierd.<br />

Opeens hoort Sandra mensen zingen: “Vandaag is er een jarig, hoera! hoera!”<br />

Daar komen papa en mama de voorkamer binnen. Papa tilt Sandra heel hoog op en<br />

zegt:”Gefeliciteerd grote meid van vijf jaar!”<br />

Mama geeft Sandra een brasa en een dikke zoen. “We hebben geen cadeau hoor!”<br />

zegt papa. Maar dat is een grapje, want Sandra heeft allang gezien dat Mania een<br />

groot pak achter haar rug houdt. Een mooie groene vierkante doos met een<br />

geel lintje er om. Sandra mag hem nu open maken. Omdat zij zo nieuwsgierig<br />

is, scheurt zij heel vlug het mooie papier eraf.<br />

Wat is dat nou? Een mand?<br />

Wat moet ik met een mand doen?<br />

Nu gaat papa de kamer uit en weet je wat hij meebrengt? Een klein wit poesje met<br />

zwarte vlekjes en een witte neus. En met een wit strikje om haar hals.<br />

“Het is net alsof zij ook jarig is”, zegt Sandra. Wat is Sandra blij.<br />

Van blijdschap danst zij de hele kamer rond met haar poes. Nu weet zij ook<br />

meteen waarvoor die mand is. Dat is het bedje van haar nieuw vriendinnetje.<br />

Maar de poes wil liever even in een hoekje wegkruipen.<br />

“Laat haar maar rustig wennen” zegt Vader. “En ga maar gauw in het bad.<br />

Je vriendjes komen je later feliciteren en wij hebben nog heel wat te doen.”<br />

zegt Mama.<br />

“Sandra “, vraagt Papa, “hoe heet het poesje eigenlijk?” “Dat zal ik straks aan<br />

haar vragen”, zegt Sandra. En ze lachen allemaal.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 12


1.4<br />

ALLEMAAL MENSEN<br />

Tineke gaat naar de stad<br />

Tineke hoeft niet naar school. Weet je waarom? Het is zaterdag en op zaterdag<br />

zijn bijna alle scholen gesloten. Alle kinderen zijn gezellig met mama en papa thuis.<br />

Tineke is erg blij, want ze mag met haar ouders naar de stad. Ze mag meehelpen<br />

een cadeau uit te zoeken voor haar vriendinnetje Tanja. Die is over een paar dagen<br />

jarig en ze wordt vijf jaar oud. Ze mag een feestje geven. „Weet je wat”, zegt mama<br />

tegen Tineke, „we gaan heel vroeg uit huis, want dan is het nog lekker koel.<br />

Papa is al klaar, hij zit in de auto om ze naar de stad te brengen. Wat ziet Tineke<br />

veel op straat: de agent die het verkeer regelt, de buschauffeur die de moeders naar<br />

de markt brengt en ook veel mensen die in en uit de winkels gaan.<br />

„Zo Tineke, we zijn er al, wat zullen we voor Tanja kopen?” „Weet je wat, we gaan in<br />

die grote winkel daar, je kan er leuke spullen voor kleine kinderen kopen.<br />

Er is zoveel te zien in de winkel: tasjes, gespen, mooie jurkjes en nog veel meer.<br />

Tineke kijkt haar ogen uit. Zoveel mooie dingen bij elkaar heeft ze nog nooit gezien.<br />

Ze weet bijna niet wat ze zullen kopen. Maar ja, daar ziet Tineke iets dat Tanja zeker<br />

leuk zal vinden: een kleurboek met een doosje lange kleurpotloden erbij.<br />

Vlug gaat mama naar de verkoopster toe. Die zet het kleurboek en de kleurpotloden<br />

in een mooie tas, met een strikje eraan. Ze wandelen nog een beetje in de stad.<br />

Ze worden een beetje moe van het lopen. „Weet je wat”, zegt papa, “wij gaan iets<br />

eten en drinken en Tineke krijgt een lekker ijsje van ons.”<br />

Wat is Tineke blij. Ze danst van plezier.<br />

Op het feestje van Tanja is het heel erg druk, er zijn heel wat vriendjes en vriendin-<br />

netjes bij haar. Ze krijgt leuke cadeautjes, maar ’t mooiste cadeau vindt ze toch dat<br />

van Tineke.<br />

Tanja kleurt nu elke dag een blaadje vol.<br />

Moeder heeft het druk<br />

Kukelekuu, kukelekuu doet de haan, tijd om op te staan. Het is heel vroeg in de<br />

morgen, het is nog een beetje donker buiten. Het zonnetje is er nog niet. Die slaapt<br />

nog een beetje achter de donkere wolken. De mensen in de huizen slapen nog.<br />

Alleen de moeders zijn al wakker, want die moeten zoveel doen en aan veel dingen<br />

denken. Ook moeder Conie is al wakker, ze stapt vlug uit bed, gaat in ’t bad, poetst<br />

haar tanden en begint met ’t werk. Waarmee moet ik beginnen denkt moeder Conie.<br />

De schoolkleren, schoenen en tassen klaarzetten voor Wim en Liesje.<br />

Papa’s trommel komt er ook bij, want papa moet ook eten en drinken als hij op ’t<br />

werk is. Als mama klaar is met het eten en drinken, wordt de tafel gedekt, want<br />

voordat iedereen weggaat, moet er gegeten worden.<br />

13 <strong>Bronnenboek</strong>


Nu gaat zij de anderen wakker maken. Opstaan papa, opstaan Wim en Liesje, tijd<br />

om in ’t bad te gaan. Als iedereen weg is, blijft moeder alleen achter.<br />

Waarmee zal ik beginnen. O ja, de bedden moeten opgemaakt en het huis moet<br />

aangeveegd worden. Ook de vuile kleren moeten in de was. Tjip, tjip zegt Pietje het<br />

vogeltje in zijn kooi. O, zegt moeder, ik ben jou bijna vergeten, vlug geeft zij wat zaad<br />

en vers water aan Pietje. De kooi wordt schoongemaakt.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

De vuile kleren doet moeder in de wasmachine. Gelukkig hoeft zij die niet zelf te<br />

wassen, de machine wast, spoelt en droogt de kleren een beetje. Mama moet ze<br />

alleen ophangen, zodat de zon en de wind ze verder kunnen drogen.<br />

Mama haalt de groente en vis alvast uit de koelkast. Die moet ze klaarmaken, voor-<br />

dat de kinderen uit school komen.<br />

Papa komt een beetje later thuis. Oei, oei zegt moeder, mijn spijsolie is op, hoe moet<br />

ik nu de vis bakken? Gelukkig is de winkel niet ver, dus stapt moeder gauw op haar<br />

fiets en rijdt zo snel als ze klaar naar de winkel. Ze denkt: als ’t eten maar op tijd<br />

klaar is, want de kinderen hebben honger wanneer zij thuiskomen.<br />

Gelukkig is moeder op tijd klaar met het eten. O, o denkt moeder, bijna ben ik oma<br />

vergeten. Die krijgt elke dag warm eten van moeder. Oma woont op de hoek van de<br />

straat, niet ver van moeder. Moeder brengt het eten heel gauw voor oma.<br />

Nu vlug doorlopen naar huis, want de kinderen komen straks thuis.<br />

Gelukkig, moeder is op tijd thuis om de kinderen op te vangen.<br />

O, o wat is ze moe. Na ’t eten mogen de kinderen even rusten. Ook moeder probeert<br />

een beetje te slapen, maar staat snel weer op. De vuile borden en glazen moeten<br />

afgewassen worden.<br />

Om vijf uur komt vader thuis. Ook voor vader moet er gezorgd worden. Iedereen is<br />

tevreden. De kinderen zijn verzorgd, vader zit rustig de krant te lezen, Pietje heeft<br />

genoeg water en zaad. Ook Fikkie de hond heeft zijn buikje vol.<br />

Als ’t avond is en iedereen in bed ligt denkt moeder, wat ben ik weer druk geweest<br />

vandaag. Ik heb niets vergeten. O jee, moeder is toch wat vergeten! Ze heeft de<br />

kleren niet uit de wasmachine gehaald. Dit vertelt ze aan vader.<br />

Vader krijgt medelijden met haar en zegt, blijf jij maar lekker liggen, ik haal de was<br />

wel uit de machine en hang die lekker op in onze vrije kamer. Wat is moeder blij, nu<br />

hoeft ze niet op te staan en kan zij lekker gaan slapen.<br />

De zwerver<br />

Srp, srp, srp. Kijk daar komt hij aangelopen. Jodie de zwerver. Je komt hem bijna<br />

overal tegen. Hij zwerft de hele dag. Hij heeft maar een schoen aan.<br />

Op zijn rug draagt hij een bundeltje: dat is alles wat hij heeft. Hij heeft geen huis meer.<br />

Niemand kijkt meer naar hem om.<br />

Waar moet hij nu naar toe?<br />

“Oom Jodie, oom Jodie!” hoort hij iemand roepen. Hij kijkt om en ziet een jongen<br />

14


naar hem toelopen. “Oom Jodie, oom Jodie waar gaat u naar toe? Wat is er met u<br />

gebeurd? En waar is uw andere schoen?”<br />

“Ik weet het niet, ik weet het echt niet. Ze hebben mij uit mijn huis gezet. Ik heb nu<br />

geen dak meer boven mijn hoofd. Ik slaap hier en dan weer daar. Soms onder een<br />

balkon of op een bank ergens langs de straat.”<br />

“Maar oom Jodie, kunt u niet naar huis terug?” “Nee, nee dat kan ik niet.<br />

Thuis vinden ze me lastig. Ik ben daar te veel. Ik ben bang dat ze me daar weer<br />

wegjagen. Want dat hebben ze met me gedaan. Ze vinden dat ik maf doe en dat ik<br />

gek ben. Nee ik ga niet naar huis terug.”<br />

“Maar --- heeft u vanmorgen al gegeten, oom Jodie?” “Nee mijn jongen, ik heb<br />

vanmorgen niet gegeten. Soms krijg ik een broodje van mensen, die mij kennen<br />

en ‘s middags ga ik met mijn bord naar de Waterkant. Daar komt elke middag een<br />

meneer met eten voor iedereen die geen huis heeft. Dan krijg ik een bordje warm<br />

eten.”<br />

“Oom Jodie u zal wel honger hebben. Kijk, dit broodje mag u hebben. Dat had ik<br />

meegekregen maar u mag het lekker opeten.”<br />

“ Dank je wel Benny”, zegt oom Jodie.<br />

Ga maar gauw naar huis voor het te laat wordt.<br />

Als Benny van school komt, vertelt hij alles over oom Jodie aan zijn vader.<br />

Vader vindt het heel erg, dat oom Jodie ‘s nachts onder een balkon moet slapen.<br />

“Weet je wat”, zegt vader, “er is ergens een huis speciaal voor zwervers.<br />

Ik zal gauw met de mensen gaan praten over oom Jodie. Misschien hebben ze een<br />

plaatsje voor hem. Dan hoeft hij ‘s nachts niet in de openlucht te slapen.”<br />

Na een paar dagen gaat Benny op zoek naar oom Jodie. Hij wil hem het prettige<br />

nieuws vertellen. Hij komt hem tegen aan de Waterkant. Oom Jodie zit op een bank<br />

naar het water van de rivier te kijken.<br />

“Oom Jodie, ik heb een verrassing voor u”, roept Benny hem toe.<br />

Oom Jodie is al blij voordat hij weet wat die is. “Vanavond en ook alle andere<br />

avonden hoeft u niet meer buiten te slapen”, zegt Benny. “Pappa heeft een plaatsje<br />

voor u. Daar mag u elke avond gaan slapen. Gaat u met mij mee, oom Jodie.<br />

Papa staat om de hoek op ons te wachten.”<br />

Wat is oom Jodie blij. Hij loopt met grote passen. Straks hoeft hij het ‘s nachts niet<br />

meer koud te hebben. Hij hoeft niet meer nat te worden van de regen. Hij wil bijna in<br />

de lucht springen van blijdschap.<br />

Als ze bij papa aankomen, geeft oom Jodie papa een stevige handdruk en hij<br />

knipoogt naar Benny. Oom Jodie rijdt met papa en Benny naar huis. Daar gaat hij<br />

eerst in het bad en krijgt schone kleren van papa aan.<br />

“Wat ben ik gelukkig”, zegt oom Jodie en hij danst van plezier<br />

15 <strong>Bronnenboek</strong>


1.5<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

GEZOND EN LEKKER ETEN<br />

De groentetuin van oom Sjaak<br />

Vandaag is oom Sjaak erg blij. Weet je waarom?<br />

Omdat het regent. De groenten van oom Sjaak krijgen fris water. Oom Sjaak hoeft ze<br />

niet zelf nat te maken. Dat doet de regen wel. Hij heeft heel veel groenten geplant.<br />

Op dit groentebed staan kousenband, spinazie en klaroen.<br />

Op een ander bed groeien boulanger, sopropo, pompoen en amsoi.<br />

De groenten van oom Sjaak zien er goed uit. Elke dag maakt hij de bedden schoon,<br />

zet nieuwe aarde voor en geeft water aan de plantjes. Hij weet dat je door groenten<br />

te eten gezond blijft. Oom Sjaak verkoopt de groenten, maar maakt soms ook<br />

mensen blij met groenten uit zijn tuin. Zij hoeven dan geen geld aan hem te geven.<br />

Wie zal ik morgen blij maken, denkt oom Sjaak? Ik weet ’t al. Oma Koba van de<br />

overkant krijgt klaroen. De baby van tante Carmen krijgt tajerblad de sopropo gaat<br />

naar buurvrouw Nelly.<br />

Zo maak ik drie mensen blij.<br />

Als oom Sjaak de klaroen voor oma Koba de volgende dag wil plukken, ziet hij dat<br />

alle mooie blaadjes van de klaroen weg zijn. Oom Sjaak schrikt ervan. Wat kan er<br />

gebeurd zijn.<br />

Gisteren stonden ze er nog. Hij wordt er verdrietig van. De klaroen stond er zo mooi.<br />

Dan krijgt oma Koba maar een andere groente vandaag. Ik pluk spinazie voor<br />

haar, dan kan ze spinaziesoep koken. Maar toch moet ik weten wie mijn klaroen<br />

opgegeten heeft. Oom Sjaak gaat op de loer zitten en wacht. En ja hoor, daar komt<br />

de dief stilletjes aangekropen en hij begint te eten. Aha, denkt oom Sjaak, ik weet al<br />

wie de dief is: dat is een stoute leguaan en die zal ik pakken.<br />

Oom Sjaak zet een kooi met een klep en doet wat klaroen erin. En ja hoor, daar<br />

komt hij. Langzaam, heel langzaam kruipt hij in de kooi en plof, daar valt de klep<br />

naar beneden. De leguaan is gevangen. Snel rent oom Sjaak naar de kooi.<br />

„Wat zal ik met jou doen?”, zegt oom Sjaak tegen de leguaan.<br />

Weet je wat „ik breng je terug waar je thuishoort. Ik breng je naar het bos, waar de<br />

dieren wonen.<br />

Achter het erf van oom Sjaak is een groot bos en daar maakt hij de deur van de kooi<br />

open. Snel kruipt de leguaan uit de kooi en springt het bos in.<br />

Jij komt niet meer in mijn tuintje. De groenten zijn voor de mensen om op te eten.<br />

In het bos is er genoeg eten voor jou.<br />

Oom Sjaak is blij, want nu kan de klaroen weer goed groeien.<br />

16


Hap, hap, lekkere pap<br />

Met een boos gezicht zit Ria aan de keukentafel met haar bordje pap. Ze wil geen<br />

pap, elke avond maar pap. Ze wil liever gaan spelen met het kleine poesje Mimi.<br />

Bij de eerste hap denkt ze :<br />

Vieze pap.<br />

Bij de tweede hap: Ik wil geen pap. Bij de derde hap zegt ze luid :<br />

“Ik wil die vieze pap niet.”<br />

Mama komt kijken als ze Ria zo luid hoort roepen. Ria glijdt uit de stoel, pakt haar<br />

poesje en gaat in de voorkamer zitten. Mama loopt haar achterna en zegt boos:<br />

“Vandaag moet het afgelopen zijn! Ik doe mijn best om elke avond pap voor je te<br />

koken en dan lust je hem niet. Vanavond ga je maar zonder eten naar bed.<br />

Ga maar meteen je tanden poetsen en daarna naar bed.”<br />

Ria is heel erg geschrokken, want zo boos heeft ze mama nog nooit gezien.<br />

Mama stopt Ria in bed, geeft haar een kusje en zegt :”Welterusten!” Ria is een<br />

beetje verdrietig maar ze valt heel gauw in slaap en droomt:<br />

Ze staat achter op het erf en plotseling staat haar opa bij haar. “Ga je mee?” vraagt<br />

hij. Natuurlijk gaat ze mee. Opa is altijd grappig. Wat zal hij deze keer doen?<br />

Opeens staat opa stil en zegt : “Hoemboekoc doemboeka wambombe.”<br />

En daar staat Ria in een veld vol koren. “Kijk eens”, zegt opa, “daar groeit het koren<br />

waar jouw vieze pap van gemaakt wordt.” Ria schrikt wel even.<br />

Wat jammer dat opa het ook weet van die pap. Ze lopen nu langs het korenveld.<br />

Wat mooi, al die glanzend-bruine pluimen in de zon. En wat werken de mensen hard<br />

om het koren te plukken.<br />

Als ze zo bezig zijn, is het alsof je een liedje hoort: Klip klap, klip klap, het kindje lust<br />

geen pap. Klip klap, klip klap, nu wordt ze ook niet knap.<br />

“Je wordt van pap eten toch niet knap?” moppert Ria met een ontevreden gezicht.<br />

“Welzeker”, zegt opa. “Van pap eten word je sterk en blijf je gezond, als je gezond<br />

bent, kun je goed leren!”<br />

Tussen het koren groeien mooie boterbloemen. Ria bukt en plukt een bosje van die<br />

prachtige gele en paarse bloemen. “He opa, wacht op mij. wacht op mij.”<br />

Ze moet heel hard lopen om opa weer in te halen.<br />

Ze komen bij een huisje.<br />

Daar draait een machine. De machine kraakt. En alles is wit van het meel dat overal<br />

stuift. “Van dit meel wordt nu jouw vieze pap gemaakt”, zegt opa.<br />

Ria zegt niets, ze schaamt zich. Want ze weet best dat de pap lekker is.<br />

Hoor de machine zingt ook een Iiedje.<br />

Krik krak, lekkere pap<br />

Krik krak hap, hap, hap.<br />

17 <strong>Bronnenboek</strong>


Opa loopt nu terug naar huis. Ze gaan aan de achterkant naar binnen, daar is de<br />

keuken. Plotseling zegt opa: “Hoemboekoe doemboeka bombe”.<br />

“Wat gaat er gebeuren?” zegt Ria. Als ze zich omkeert is opa verdwenen.<br />

Maar zij staat in een prachtige jurk, net een prinses.<br />

In de keuken staat mama met een verdrietig gezicht in een pot met pap te roeren.<br />

“Waarom kijkt u zo verdrie tig?” vraagt Ria.<br />

Moeder schrikt als zij plotseling een meisje in een prach tige jurk ziet staan.<br />

“Ik ben bedroefd omdat Ria de pap die ik elke dag voor haar kook niet lust.<br />

En ik doe toch zo mijn best.” Ria schrikt nu voor de tweede keer en kijkt naar de<br />

grond. “De pap had best een lekkere smaak, maar ik wilde stout zijn.”<br />

Opeens merkt moeder, dat het meisje dat voor haar staat Ria is. Ria wil nu graag<br />

nog eens heel goed proeven hoe die pap smaakt. “Mama”, zegt ze heel lief, “wilt u<br />

nog een beetje pap voor mij koken?”<br />

Moeder knikt vriendelijk en zegt: “Zo meteen, zal ik die voor je brengen.<br />

Het duurt niet lang of daar staat moeder met een heerlijk bordje pap.<br />

“Dank u wel, mama”, zegt Ria. Moeder lacht. Ria begint te eten. Bij de eerste hap<br />

denkt ze aan het koren, goudgeel van kleur. Bij de tweede hap denkt ze aan de<br />

bloemen, die ze voor haar moeder zou brengen. Bij de derde hap kan ze de machine<br />

weer het lied horen zingen. “Klip klap klip klap,<br />

Ria eet haar pap. Klip klap, klip klap Nu wordt ze sterk en knap.”<br />

En voor ze het weet, is de pap op.<br />

Ria begint te dansen.<br />

Zoef-zoef<br />

Proefproces<br />

Krik krak, lekkere pap<br />

Krik krak, hap hap hap.<br />

Boemmm. Maar wat is dat?<br />

Ria is klaarwakker en ze ligt op de vloer. Moeder heeft het geluid gehoord en komt<br />

de kamer binnenrennen. Ze ziet Ria op de vloer liggen terwijl ze heel hard lacht.<br />

“Wat is er Ria?”<br />

“Helemaal niks mama. Ik heb gedroomd van die heerlijke pap. “Voortaan wil ik iedere<br />

dag lekkere pap”.<br />

Van groenten word je sterk<br />

“Romeo”. vraagt mama, “wat zullen we eten vandaag?”<br />

“Hmm, iets lekkers, iets waar ik groot en sterk van word. Bruine bonen!”<br />

“Dat is erg lekker, maar die heb ik niet in huis en nu heb ik ook geen geld om ze te<br />

kopen.”<br />

“Dan maar wat anders mam.”<br />

“Zullen we in de tuin gaan kijken?” zegt mama.<br />

In de tuin staan er verschillende groenten: kousenband, tajerblad, spinazie, kool,<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

18


itawiwiri, snijbonen en klaroen. Ze staan allemaal op een eigen bedje, heel mooi in<br />

rijtjes. Nu mag Romeo uitkiezen.<br />

Wat zal het zijn? Romeo kijkt rond. “Kousenband vind ik erg lekker. Maar van klaroen<br />

word je groot en sterk als, Mam weet je net als wie?” Mama denkt even na,<br />

“Net als een bokser?” “Mis!” zegt Romeo. “Nog een keer raden.” Mama denkt weer<br />

na. “Ik weet het echt niet,” zegt ze. “Ik ken iemand die heel, heel sterk is.<br />

Die eet veel groen ten, vooral klaroen.<br />

Zal ik het vertellen mam?” “Vertel het maar.” “Dat is papa!”<br />

“Ja, papa is heel sterk, nu weet ik het weer. Dan nemen we klaroen. Hmmm lekker.”<br />

“Op school heeft de juffrouw verteld dat we veel groenten moeten eten om gezond<br />

en sterk te blijven.” “<br />

Dat heb je goed onthouden, hoor. Kom Romeo jij mag helpen plukken. Weet je wel<br />

hoe dat moet?” Romeo stapt naar het bedje waarop de klaroen groeit, pakt een takje<br />

vast en trekt heel hard.<br />

“Nee, nee zo gaat dat niet, zo maak je de plant kapot”, zegt mama. “Ik zal het even<br />

voordoen,<br />

kijk maar!” Mama pakt een takje vast en voorzichtig snijdt ze het van de plant af.<br />

“Zo blijft de plant langer mooi”, zegt ze. Romeo en moeder snijden een bak vol<br />

klaroen. “Zoveel!”, zegt Romeo, “wat zullen we vandaag smullen.” Romeo mag de<br />

bak naar de keuken brengen. Mama gaat de klaroen plukken, goed wassen en<br />

klaarmaken. Terwijl mama bezig is met koken, mag Romeo buiten spelen met Elton,<br />

zijn buurvriendje. Romeo vertelt dat hij vandaag klaroen gaat eten.<br />

“Weet je wat er gebeurt als je veel groenten eet?” vraagt hij. “Ja, dan word je groot<br />

en sterk en je blijft gezond.”<br />

“Als wie?” vraagt Romeo. Elton mag raden.<br />

“Als een bokser”, zegt hij.<br />

“Nee hoor, nog sterker. Je mag nog een keer raden.” “Als mijn broer Harold, die<br />

heeft grote “powa’s”<br />

“Weer mis. Ik zal het je vertellen: als jouw vader en mijn vader. Heb je wel naar hun<br />

“powa’s” (biceps) gekeken? Die zijn echt groot hoor, dat komt van die klaroen.”<br />

“Ik vraag mijn moeder ook om klaroen klaar te maken. Dan word ik ook sterk”, zegt<br />

Elton. “Romeo, Romeo waar ben je?<br />

Het eten is klaar en je vader is er ook al.” “Mijn moeder roept me”, zegt Romeo tegen<br />

Elton.<br />

“Ja ma, ik kom naar huis!” “Romeo, vraag aan je moeder of ik bij jullie mag eten.”<br />

“Oké, dat doe ik.” Als Romeo in de keuken is, vraagt hij of zijn vriendje mee mag<br />

eten. Papa en mama vinden het goed. Romeo roept Elton naar binnen.<br />

Van mama moeten ze eerst hun handen wassen en dan gaan ze aan tafel.<br />

Samen smullen ze van de lekkere klaroen. Na het eten zegt Elton: “Romeo, kijk ik<br />

voel me net zo sterk als jouw vader en mijn vader” en hij laat zijn grote “powa” zien.<br />

19 <strong>Bronnenboek</strong>


1.6<br />

Sjamano<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

WAAR WONEN WE?<br />

Sjamano is een kleine jongen en hij woont in het bos. Hij woont met zijn vader en<br />

moeder ver in het binnenland in het dorpje Kasjuru.<br />

Over een paar dagen krijgt Sjamano schoolvakantie.<br />

Dan mag hij een paar dagen naar oom Theo en tante Ingrid in Paramaribo.<br />

Wat is hij blij, want hij is nog nooit daar geweest. Papa zal met hem meegaan.<br />

Zijn tas met kleren heeft mama al ingepakt.<br />

De grote dag breekt aan. Paramaribo is heel ver. Ze moeten met een bootje varen<br />

en daar overstappen in de bus. Sjamano kijkt zijn ogen uit. Zoveel mensen heeft hij<br />

nog nooit gezien.<br />

En al die auto’s! Die ziet hij niet in zijn dorp. Daar loopt iedereen. Er zijn geen fietsen<br />

en bussen in het dorp. Alles is zo anders hier. De mensen wonen hier in huizen.<br />

In Paramaribo aangekomen, ziet hij nog meer. Grote huizen, kleine huizen.<br />

Huizen van steen, maar ook huizen van hout.<br />

Ze hebben ramen en deuren en het dak is van dakplaten gemaakt.<br />

Bij ons zijn de daken van bladeren en zijn de huizen niet zo groot.<br />

Oom Theo en tante Ingrid wonen in een groot huis. `Zij hebben een keuken in het<br />

huis. Daar wordt het eten gekookt. Wat gek, denkt Sjamano.<br />

Bij ons is de keuken buiten. Mama maakt het eten buiten klaar en daar eten wij ook.<br />

Hier moeten wij aan een tafel gaan zitten om te eten. Thuis eten we buiten in de tent.<br />

’s Avonds mag Sjamano in een groot bed slapen. Hij is een beetje bang.<br />

In het dorp slapen we in een hangmat. Die schommelt dan op en neer tot ik in slaap<br />

val. Sjamano ziet nog veel meer in huis. Hij ziet een badkamer en een toilet.<br />

Ook een logeerkamer waar de gasten slapen. Alles is zo anders. Papa vertelt hem<br />

dat het leven in de stad anders is dan het leven in het dorp. Sjamano geniet van<br />

alles om zich heen. Hij mag ook naar de tv kijken. In zijn dorp is er geen stroom.<br />

Daar kunnen ze niet naar de televisie kijken. Sjamano ziet zoveel in Paramaribo.<br />

Hij zal alles aan mama vertellen. Hij krijgt kleren van tante Ingrid en een mooie<br />

schooltas, voor wanneer hij weer naar school zal gaan. Wat is hij blij!<br />

Hij eet ook dingen die hij in het dorp niet eet, zoals roti, nasi goreng en bami.<br />

Ook krijgt hij een dik ijsje van oom Theo. Wat is dit lekker. Dit alles zal ik aan mijn<br />

vriendjes en vriendinnetjes vertellen. Als hij weer in het dorp is, mag Sjamano voor<br />

de klas staan en de juf en de vriendjes vertellen hoe het in de hoofdstad was en wat<br />

hij allemaal gezien en gegeten heeft.<br />

20


21<br />

Verhuizen<br />

Corine woont met haar vader en moeder en broertje Stan in een heel klein huisje.<br />

Ze wonen er al lang. Papa en mama hebben aan Corine verteld dat zij en Stan hier<br />

geboren zijn. Corine slaapt met haar broertje in dezelfde kamer.<br />

Ze vinden het gezellig samen.<br />

Soms maken ze een beetje ruzie, maar dat duurt niet lang. Al een hele tijd gaat papa<br />

bijna elke dag weg. Alleen mama weet waar hij naar toe gaat.<br />

Op een zondagmorgen zegt papa tegen de kinderen: “Vandaag heb ik een<br />

verrassing voor jullie. Oom Frans komt ons met zijn pick-up ophalen. Hij neemt ons<br />

mee naar een plekje dat jullie nooit eerder gezien hebben.” De kinderen kijken elkaar<br />

aan. Ze durven niets te vragen. “Als het een verrassing is. zal papa ons toch niets<br />

vertellen”, denkt Corine. “Waar denk je dat papa ons naar toe brengt?” vraagt Stan.<br />

“Dat weet ik niet”, zegt Corine, “maar ik ben al nieuwsgierig.”<br />

Tutuut! Daar is oom Frans al. Corine en Stan rennen naar de voordeur.<br />

“Dag oom Frans”, roepen ze. Papa en mama komen achter hen aan.<br />

De kinderen mogen bij hun ouders op schoot zitten.<br />

Eerst zijn ze stil, maar als mama en papa beginnen te vertellen over de buurten<br />

waar ze langs rijden stellen de kinderen een heleboel vragen. Oom Frans begint<br />

langzamer te rijden. “We zijn er bijna”, zegt hij. De kinderen kijken nieuwsgierig om<br />

zich heen.<br />

“Uitstappen maar”, zegt papa als de auto stilstaat. Mama houdt de kinderen bij de<br />

hand. “Zo”, zegt vader terwijl hij naar een huisje op neuten wijst, “dit is ons huis.<br />

“Helemaal nieuw!” De kinderen laten mama los en springen van plezier.<br />

Dan lopen ze met z’n allen naar het huis om te kijken hoe het eruit ziet.<br />

“Volgende week gaan we verhuizen “, zegt moeder. “Jeh, Jeh”, roepen de kinderen.<br />

Dit hadden ze niet verwacht.<br />

Dagen lang zijn ze bezig om de spullen in te pakken.<br />

Papa heeft een paar grote dozen meegebracht. De kinderen mogen zelf hun boeken<br />

en speelgoed in een doos stoppen.<br />

Papa en mama zorgen voor de grotere dingen zoals de tv en de radio.<br />

De kinderen lopen met mama mee om te kijken of ze niets vergeten zijn.<br />

Tutuut ! daar is oom Frans met zijn pick-up. Oma is ook meegekomen.<br />

Ze komt moeder helpen. Dat vinden de kinderen fijn.<br />

“Ik ben er met mijn verhuiswagen”, zegt oom Frans. “Wat mag ik meenemen?”<br />

“Kom maar hier”, zegt vader, “dan nemen we eerst de bedden, stoelen, tafels en de<br />

ijskast mee.”<br />

Elke keer als oom Frans komt om een vrachtje te halen vragen de kinderen;<br />

“Mogen we nu wel mee?” “Nog even geduld”, zegt vader. “Dit is onze laatste vracht,<br />

daarna mogen jullie en ook mama en oma mee”. De kinderen lopen nog even het<br />

achtererf op en denken: Dag erf. We gaan je niet meer zien.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Dag speelhuisje. Er komen vast andere kinderen met jou spelen.<br />

Als de kinderen de auto van oom Frans horen, rennen ze naar voren.<br />

“Dag huis, dag huis”, roepen ze. Als ze bij het nieuwe huis aankomen, stoppen ze<br />

eerst alles in het berghok. Dan gaan oma en mama nog even alle keukenkasten en<br />

rekjes met een natte lap afvegen.<br />

Corine mag haar spullen in haar kamer een plaatsje geven.<br />

“Leuk he”, zegt Stan, als je een eigen kamer hebt. “Ik kom bij jou op bezoek en jij bij<br />

mij”. Plotseling horen ze voetstappen op de trap.<br />

“Er komt iemand naar boven”, zegt Corine. Ze kijkt even of ze kan zien wie dat is.<br />

Maar voor ze het weet, staat papa voor de kamerdeur. “Mag ik naar binnen?” grapt<br />

papa; De kinderen lachen.<br />

“ Nu hebben jullie een eigen kamer. En jullie gaan die netjes houden. “<br />

“Ja papa, zeker papa we zullen ons speelgoed altijd netjes opbergen in de kast.”<br />

“ Goed zo, gaan jullie maar rustig vender. Ik ga nu de woonkamer inrichten.<br />

Mama roept jullie straks wel voor een glaasje stroop.<br />

De nieuwe hut<br />

Mano, Kwame en Martha zijn op het erf. Martha speelt djompofutu. Mano en Kwame<br />

spelen met koemboepitten. Mama is bezig bij de hui het eten klaar te maken.<br />

Vader maakt een bankje voor de kinderen. Hij kijkt omhoog: de lucht words donker.<br />

Ineens begint het te regenen. De kinderen rennen naar binnen. “Zullen we een ander<br />

spelletje docn met de pitjes. “, vraagt Mano. “Ik doe ook me. “. roept Martha.<br />

“ We gooien de pitjes in een bakje: wie de meeste pitjes in het bakje heeft gegooid<br />

heeft gewonnen. “ Maar wat is dat? Wat voelt ame op zijn arm? Zijn arm is nat.<br />

De kinderen kijken omhoog. Het dak van de hut lekt op twee plaatsen.<br />

“Papa papa we worden nal”. roept Martha. Papa komt met een prapi (een kom van<br />

klei gemaakt) aangelopen. “Doe deze prapi er maar onder”, zegt hij, “en schuif de<br />

koffer met kleren op”. “We moeten heel gau\\’ met de nieuwe hut beginnen want de<br />

pinabladeren brokkelen al af’.<br />

“Hmm ik ruik lets lekkers”, zegt papa. “Is het eten klaar?”<br />

“Ja”, zegt mama “Laten we gaan eten. We eten cassave met vis.<br />

Terwijl ze eten, praten ze over de nieuwe hut. De palen liggen al klaar; vader heefi<br />

samen met moeder ook al pinabladeren gekapt.<br />

De lianen om de bladeren vast le binden hebben ze ook al. Zodra het droog weer<br />

is, zullen we met de bouw van de nieuwe hut beginnen. Want als het dak van de hut<br />

blijft lekken, hebben we straks geen enkele droge plek meer om de hangmatten te<br />

binden. De volgende dag is het droog.<br />

De kinderen zijn vrij van school; dat komt goed uit. Ze kunnen papa helpen, buurman<br />

helpt ook mee. Kwame en Mano sjouwen met de palen. Martha maakt samen met<br />

mama de lianen schoon. Papa begint samen met de buurman te graven.<br />

Als hij zo druk bezig is, hoort hij een dof geluid.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 22


23<br />

Wat zal dat zijn?<br />

Papa houdt op met graven. Hij stopt zijn hand in het gat. De kinderen zien dat<br />

en komen dichterbij. “Er zit wat in de grond”, zegt papa. Papa schuift het zand<br />

voorzichtig opzij. Misschien is het een mooi nest. Nee, het is een kruik, het is goed<br />

te zien . Papa haalt de kruik uit het zand. “De kruik is heel oud hoor”, zegt hij.<br />

“Vroeger hebben op dit plekje andere mensen gewoond.”<br />

Martha neemt de kruik mee naar binnen; ze zal hem later bij de rivier schoonwassen.<br />

Ze vindt de kruik heel mooi.<br />

Papa en de buurman gaan door met graven. Ze slaan de palen in de grond, dan<br />

maker ze de stokken voor het dak vast. Drie dagen tang werken ze aan de hut.<br />

De kinderen helpen na school ook mee.<br />

Buurman maakt een deur van dunne en dikke takken; die maakt hij vast aan de<br />

deuropening. Vader zit op een balk en bindt de pinabladeren stevig vast.<br />

Hij kijkt even omhoog. De zon staat hoog aan de hemel en brandt op zijn huid.<br />

Papa heeft het heel erg warm. Na een poos komt hij naar beneden en zegt:<br />

“ Onze hut is af”.<br />

De kinderen zijn trots op hun nieuwe hut. Vandaag rusten ze uit en morgen vertrek-<br />

ken ze naar de nieuwe hut.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


1.7<br />

Het mooiste tuintje<br />

PLANTEN OM ONS HEEN<br />

Alle mensen van de straat zijn bij elkaar op het grote plein. Ze zijn aan het nadenken<br />

hoe ze de buurt een beetje mooier kunnen maken. „Weet je wat”, zegt buurman Eddy,<br />

“laten wij onze tuintjes mooi maken. Wij maken er een wedstrijd van.<br />

Wie het mooiste tuintje heeft, is de winnaar.<br />

Alle mensen vinden het een goed idee. „Ik maak een bloementuin”, zegt tante Lies,<br />

„En ik maak een groententuin” zegt oom Alwin. En wij maken een tuin met planten<br />

en bloemen erin.” Opa Jerry en oma Lilian mogen dan komen kijken wie de prijs<br />

verdient. Iedereen gaat aan het werk.<br />

Er wordt zwarte aarde en mest gekocht voor alle tuintjes.<br />

Na een poosje zijn de tuinen af. Wat staan de bloemen en planten er mooi bij.<br />

Rozen, dahlia’s en fajalobi’s. Kleine en grote bloemen. Gele, maar ook blauwe en<br />

rode bloemen. Ook de groenten staan mooi op een rij. De bitawiwiri bij elkaar, de<br />

kousenband en de snijbonen, er is van alles wat.<br />

Opa Jerry en oma Lilian mogen nu komen kijken. „Wat mooi”, roepen ze allebei.<br />

Ze lopen alle tuinen langs.<br />

Allemaal zijn even mooi, ze kunnen niet kiezen. „Weet ja wat”, zegt opa Jerry, alle<br />

mensen krijgen een prijs voor hun tuin, want iedereen heeft hard gewerkt.<br />

Alle tuinen krijgen een mooie stenen kabouter. Die staat mooi tussen de planten.<br />

De mensen zijn blij, want nu ziet de straat er prachtig uit.<br />

De bloementuin van mama<br />

Bij Rudy op het erf is er een prachtige bloementuin. In de tuin staan er verschillende<br />

soorten bloemen: rozen, zinnia’s, fajalobi’s, poespoestére en nog veel meer.<br />

Rudy kijkt met plezier naar de bloemen. Ik ben trots op mama, denkt hij, ze zorgt heel<br />

goed voor de planten. Iedere dag is mama in de tuin. Ze zorgt ervoor dat er geen<br />

gras tussen de planten groeit. Vader helpt ook mee.<br />

Hij spit voor het planten de grond om en maakt bedjes. Elke bloemsoort komt op een<br />

ander bedje. De bloementuin staat er heel mooi bij. Iedereen die er langsloopt geniet<br />

van de bloemen.<br />

Er zijn zelfs mensen die bloemen van mama kopen. Met het geld dat mama ontvangt,<br />

koopt ze zaden, andere planten of mest. De mest zet ze voor de planten om ze beter<br />

te laten groeien.Mama snoeit ook de struiken die te groot worden.<br />

Rudy mag op zaterdag meehelpen in de tuin, want dan is hij vrij van school.<br />

Hij helpt bij het afknippen van de droge bloemen en trekt grassprietjes uit de grond.<br />

Vandaag mag Rudy mama weer helpen. Hij mag de planten nat maken want:<br />

de grond is erg droog. De grote planten maakt hij met een tuinslang nat en de jonge<br />

plantjes met een gieter. Moeder doet water in de gieter en Rudy mag hem dragen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 24


25<br />

De gieter is een beetje groot maar hij is niet helemaal vol.<br />

De planten waarvan de wortels te zien komen, krijgen wat aarde erbij zodat ze weer<br />

stevig kunnen staan. Rudy mag ook de droge bladeren opharken en ze in de kuil<br />

doen die papa heeft gegraven. In de kuil rotten de bladeren; ze worden een soort<br />

mest, zodat ze die weer kan gebruiken om de planten te bemesten.<br />

Terwijl Rudy bezig is, hoort hij gepiep in de fajalobistruik. Hij gaat dichterbij staan en<br />

kijkt of hij wat ziet. Hij schuift de takken opzij en ja hoor, daar is een vogelnestje!<br />

Hij gaat op z’n teentjes staan om te zien of er wat in het nestje zit.<br />

“O wat lief, twee piepkleine vogeltjes. Mama, kom eens kijken!”, roept Rudy.<br />

“Een nestje in de fajalobistruik. Er zitten twee vogeltjes in. Kom kijken!<br />

Hoor ze piepen.” Mama komt snel aanlopen. “Til me op mama, dan kan ik ze goed<br />

zien. Oo! Wat lief! Mag ik ze eruit halen?” “Neen jongen,” zegt mama “dat mag niet!<br />

Ze moeten bij hun ouders in het nest blijven, anders gaan ze dood.” Terwijl Rudy en<br />

mama naar het nest kijken, komen de grote vogels aanvliegen.<br />

Als ze mama en Rudy bij het nest zien staan, vliegen ze verschrikt terug.<br />

Ze kwetteren angstig en klappen met hun vleugels. “Vlug Rudy, we moeten hier weg”<br />

zegt mama, want de vogels zijn bang.” Mama en Rudy gaan verder met hun werk.<br />

Als Rudy opkijkt, ziet hij de vogels naar het nest vliegen. Morgen, als ik op school<br />

ben, vertel ik de juf en de kinderen over het volgelnestje, denkt Rudy.<br />

Het kooltje in de groententuin<br />

In de groentetuin van Jabeni gebeuren soms vreemde dingen.<br />

De groenten, die daar groeien kunnen praten. Maar dat weet Jabeni niet.<br />

Als hij op een middag naar de achterdeur loopt, hoort hij iets vreemds.<br />

Hij is nieuwsgierig en wil graag weten wat dat is. Op zijn tenen loopt hij naar het<br />

achtererf waar het geluid van daan komt. Als hij dichterbij de groentetuin komt, blijft<br />

hij even staan om beter te kunnen luisteren. Maar nu is het muisstil.<br />

Jabeni blijft toch nog een poosje staan, maar als hij niets hoort, gaat hij naar het<br />

berghok, pakt het tuingereedschap en gaat in de tuin werken. Wat vindt hij het fijn<br />

om naar de planten te kijken. Wat groeien de amsoi, soepgroenten, kouseband,<br />

tajerblad en kolen toch mooi! Als Jabeni moe is, gaat hij even op een bankje in de<br />

tuin zitten. Hij is erg blij met zijn groentetuin. Hij hoeft geen groenten meer te kopen.<br />

Even kijkt hij naar het koolbedje. De kooltjes worden al groot.<br />

Maar hoort hij het goed? “Au, au, au!” Jabeni kijkt met grote ogee. Hij kan het haast<br />

niet geloven. Een kool die praat! “Au, au, au, au, Jabeni help me eens!<br />

De mieren zitten aan mijn wortels en dat doet pijn!” “Maar wat wil je dat ik doe?”<br />

vraagt Jabeni. “Ik weet het niet, maar ze moeten hier weg!” “Wacht even, ik haal een<br />

spuitbus dan spuit ik ze dood.”<br />

“Stop!”, zegt het kooltje, “dat moet je niet doen, anders zal ik niet meer gezond<br />

groeien.” “Maar dan weet ik het ook niet meer”, zegt Jabeni. “Waai, waai, waai”,<br />

roept het kooltje nu, “de groente worm komt er ook bij, hij maakt grote gaten in me.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Straks blijft er niets meer van me over. En dan heb jij ook niets aan mij!”<br />

“Ja je hebt gelijk”, zegt Jabeni. “0, wacht eens even, ik heb in de keuken in een fles<br />

medicijn tegen wormen en mieren. Dat had ik zelf vanuit bladeren gemaakt.<br />

Jij zal het niet vies vinden. Maar de mieren en de groentewormen vinden het<br />

helemaal niet lekker; ze lopen er weg van.” “Ga dan maar gauw”, zegt het kooltje.<br />

“De worm vreet me anders helemaal op.”<br />

Jabeni haalt gauw de fles met plantenmedicijn. Hij schenkt wat van de medicijn in<br />

een gieter en doet er wat water bij. Daarmee maakt hij de aarde rond het kooltje nat.<br />

De mieren roepen naar elkaar: “Kom laten we weg gaan, anders gaan we dood.”<br />

Maar niet alle mieren kunnen op tijd wegkomen; enkele gaan toch dood.<br />

“He, he”’ zegt het kooltje, “nu voel ik me beter. Geen gekriebel meer.<br />

Maar die wormpjes ben ik nog niet kwijt Jabeni.” “Rustig aan, rustig aan.<br />

Ik moet je jasje goed be sproeien met de medicijn. En als de worm weer van je wil<br />

eten, zal die je helemaal niet lekker vinden!” “Au, au, opschieten Jabeni, want de<br />

worm knaagt weer aan mij.” “Psj, psj hier een beetje, daar ook wat, nou ik denk dat,<br />

dat genoeg is”, zegt Jabeni.<br />

“Dank je wel Jabeni, nu zal ik beter gaan groeien en de mooiste kool van de hele<br />

wereld worden.” “Hahaha, dat wil ik zien”, zegt Jabeni. “Doe je best. groei maar goed.<br />

Dan laat ik de buren komen om naar je te kijken, om te zien hoe mooi je bent.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 26


1.8<br />

27<br />

Oponthoud<br />

OP WEG NAAR<br />

Ting, daar gaat de schoolbel. Alle kinderen lopen netjes in de rij naar hun klas.<br />

De klas van juf Nora is bijna vol. De meeste kinderen zitten al op hun stoel.<br />

“Zullen wij beginnen?” vraagt de juf. “Nog niet”, zegt Wilma, de stoel van Joke is nog<br />

vrij. Zij is er nog niet. “Zullen we even op haar wachten?” zegt de juf.<br />

“Goed hoor”, we wachten nog even op Joke. Maar zij komt niet en het wordt laat.<br />

In de Domineestraat staat een schoolbus in het verkeer. In die bus zitten Joke en<br />

andere kinderen die ook naar school moeten. Maar de bus kan niet verder.<br />

Er liggen overal grote dozen op de weg. Die zijn uit een vrachtwagen gevallen.<br />

Nu kan niemand meer rijden.<br />

Fietsers en bromfietsers kunnen ook niet langs. Er zijn heel veel dozen op de weg.<br />

Ze liggen overal. De chauffeurs toeteren. Mensen schiet op, bel de politie om het<br />

verkeer te regelen. Gelukkig, daar komen twee agenten aan. Die proberen het<br />

verkeer te regelen, maar dat lukt niet. De dozen zijn te zwaar om op te tillen.<br />

Dan moet er een kraanwagen komen. Die is sterk genoeg om de dozen weer op de<br />

vrachtwagen te zetten. Wat duurt het lang, denkt Joke. Ze denkt aan de juffrouw en<br />

haar vriendjes van de klas. Nu zullen ze al buiten spelen, denkt ze.<br />

Hé, hé, daar komt de kraanwagen aan. Vlug worden de dozen weer op de<br />

vrachtauto’s gezet. Wat zijn de chauffeurs van de auto’s, de bussen en de trucks blij.<br />

Nu kunnen ze verder rijden. O jee, de verkeerslichten doen het niet.<br />

Gelukkig komt de verkeersagent om de chauffeurs te helpen. Hij heeft een fluit bij<br />

zich. Als hij daarop blaast, moeten de chauffeurs stoppen. De voetgangers mogen<br />

dan veilig oversteken. Nu gaat alles goed. De bus waarin Joke zit mag oprijden.<br />

Wat is de juf blij als Joke aankomt. De kinderen roepen: “Joke, waar ben je zolang<br />

gebleven?” Joke mag voor de klas staan om te vertellen wat er is gebeurd.<br />

De kinderen schrikken ervan. Gelukkig is alles toch goed afgelopen.<br />

“Het is maar goed dat er agenten zijn, anders waren we nog steeds op straat, zegt<br />

Joke opgelucht!”<br />

Met de boot naar school<br />

Abena staat bij de rivier. Elke morgen gaat hij met zijn boot langs om de kinde ren<br />

van het dorp op te halen. De school is niet dichtbij. En je kan er niet naar toe lopen.<br />

Abena loopt ongeduldig heen en weer. Hij vindt het niet leuk om zo lang te wachten.<br />

Ein delijk komen de kinderen aanlopen.<br />

“Schiet een beet je op! “roept Abena, “anders zijn we weer te laat.” Bij het volgende<br />

dorp houden ze weer stil. Maar ook hier is er nog niemand. Abena stapt uit de boot,<br />

legt hem vast en gaat kijken of hij de kinderen ziet aan komen, maar er is niemand te<br />

zien. Als hij zich omkeert om weer naar de boot te gaan, hoort hij kinderen roepen:<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


“Abena, Abena wacht op ons alsjeblieft.<br />

Abena blijft staan, kijkt de kinderen boos aan en zegt: “Als jullie morgen niet op tijd<br />

hier zijn, blijf ik niet wachten. Stappen jullie nu maar gauw in”.<br />

Als de kinderen allemaal een zitplaats hebben vaart Abena snel weg.<br />

De pagaai gaat steeds sneller.<br />

Ze varen langs een heleboel andere boten. Sommige boten vervoeren mensen en<br />

andere vervoeren vracht. Dat gebeurt elke dag.<br />

De kinderen, maar ook Abena letten niet eens meer op de andere boten.<br />

He, daar horen ze het geluid van een boot. Ze kunnen de boot nog niet zien, want ze<br />

zijn dichtbij een scherpe bocht in de rivier.<br />

Abena moet nu heel goed uitkijken, anders kan hij tegen de motorboot die om de<br />

bocht komt, opbotsen. Dan kan er een ongeluk gebeuren. De motorboot vaart snel<br />

voorbij. Hij zit vol met ba nanen en koren.<br />

Nog even varen en dan zijn de kinderen bij de school. Als de boot stil ligt, maakt<br />

Abena hem aan een paal vast en helpt de kinderen een voor een uitstappen.<br />

Vandaag zijn ze weer te laat. Ze haasten zich naar de klas en Abena vaart weg.<br />

Nu gaat hij vracht met zijn boot vervoeren. Daarmee verdient hij wat extra geld.<br />

Met de tractor mee<br />

De school is uit. Loetie en zijn zusje Amla zijn op weg naar huis.<br />

Ze moeten elke dag lopen. Ze wonen in de polder. Daar zijn de wegen anders dan<br />

in de grote stad. De weggetjes zijn van klei en soms erg smal. Aan beide kanten van<br />

de weg zijn er sloten. Als je in de sloot terechtkomt, kan dat erg gevaarlijk zijn. “Niel<br />

spelen op de weg”, zegt mama bijna elke dag. Langs de weg staan er weinig bomen.<br />

De zon brandt fel op de huid van Loetie en Amla.<br />

Als ze het te warm krijgen, zetten ze een petje op. Dan krijgen ze de zon niet in het<br />

gezicht. Misschien komt er vandaag weer een tractor voorbij. Wat zullen ze het fijn<br />

vinden als ze weer mee mogen rijden.<br />

Gisteren heeft het geregend en de weg is modderig en glad. Daarom kunnen de<br />

kinderen niet zo snel vooruit.<br />

“Ay”, roept Loetie “ik glijd bijna uit”. “Laten we onze schoenen uittrekken”, zegt Amla,<br />

“dan kunnen we beter lopen en gaan onze schoenen niet zo gauw kapot.” Ze trekken<br />

de schoenen uit. Nu lopen ze met hun schoenen in de hand verder.<br />

Horen ze wat? Ze kijken allebei tegelijk om. Hé, een tractor! Loetie en Amla blijven<br />

even staan. Ze zijn blij. Maar hun blijdschap duurt niet lang. De tractor slaat een<br />

zijweg in. “Laten we maar verder gaan”, zegt Loetie, als we blijven wachten op een<br />

tractor wordt het misschien laat.<br />

De kinderen beginnen te lopen. Loetie valt. “Au”! roept hij. “Kom maar”, zegt Amla,<br />

“geef mij een hand dan help ik jou opstaan”. Terwijl Amla met een stok probeert de<br />

modder van Loeties benen weg te krabben, hoort ze een geluid.<br />

Het is het geluid van een tractor.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 28


29<br />

De tractor van zoeven komt nu hun kant op. Ze blijven even staan en zwaaien.<br />

De chauffeur stopt en vraagt: “Willen jullie meerijden?” “Ja,” roepen ze allebei.<br />

“Maar mijn broek zit vol modder,” zegt Loetie. “Dat is niet erg. Gaan jullie achter mij<br />

zitten. De tractor zal ik straks wel schoonmaken”.<br />

De chauffeur trekt weer op. “Als ik groot ben, wil ik ook tractorchauffeur worden”,<br />

zegt Loetie.<br />

“Mag ik even het stuur vasthouden”? vraagt hij aan de chauffeur.<br />

De chauffeur lacht. “Dat mag je pas, als hij stilstaat. Als je groot bent, mag je op rijles.<br />

Dan mag je leren om een tractor te besturen.” Even later zijn ze thuis.<br />

Moeder staat al uit te kijken. Ze is blij dat de kinderen thuis zijn. Ze loopt naar de<br />

chauffeur en bedankt hem.<br />

Terwijl de kinderen nog met mama staan te praten, rijdt de tractor weg.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


1.9<br />

Een uitstapje<br />

HET WEER<br />

De kleuters van juf Jenny zijn erg vrolijk vandaag; ze hebben hun uniform ook niet<br />

aan, maar andere kleren. Sommige meisjes hebben korte en andere weer lange<br />

broeken aan.<br />

Dat is makkelijk voor de plek waar ze naar toe gaan.<br />

Vandaag gaan ze met de juf naar het Openlucht museum.<br />

Een paar vaders en moeders mogen mee. Die zullen de juf helpen bij ’t uitdelen<br />

van het eten en de drank.<br />

Het is mooi weer. Het begint al warm te worden. „Dit wordt vast en zeker een mooie<br />

dag”, zegt de juf. „Gelukkig maar, want zij zullen onder de bomen in de tuin van het<br />

museum eten en drinken.<br />

Daar komt de bus aanrijden. Hij stopt, alle mensen stappen in. Het is een verre reis<br />

naar het museum. Ze rijden over de grote brug over de Surinamerivier. Als ze naar<br />

buiten kijken, zien ze de bootjes op de rivier varen. De brug is erg hoog en lang.<br />

De kinderen zingen mooie liedjes met de juf. Eindelijk komen zij aan.<br />

Alles wordt onder de bomen op de tafels gelegd. De kinderen maken een wandeling<br />

in de tuin van het museum. Er is zoveel te zien.<br />

Plotseling begint het donker te worden. Het lijkt alsof het ’ s avonds wordt.<br />

Dat kan toch niet? De wolken zijn niet meer blauw, maar een beetje donker, bijna<br />

zwart. Plotseling begint het te regenen, alle mensen rennen om hun tas te pakken.<br />

Gelukkig is er een plekje in de tuin waar ze niet nat kunnen worden: de zaal van de<br />

tuinman. Op die plek blijven ze tot het ophoudt met regenen.<br />

Om twee uur vertrekken ze weer naar school.<br />

Waar komt het water vandaan?<br />

Het is heel druk daar boven in de lucht. De wolken werken heel hard. „ Ja, ze<br />

moeten heel veel water dragen”. “0, o” zegt de zwarte wolk tegen de grijze, “ik ben<br />

nu echt moe van het water dragen. Ik kan haast niet meer zweven, zo zwaar ben ik.”<br />

“Ik ook,” zegt de grijze wolk. “Laten we bij elkaar blijven en elkaar helpen, want kijk,<br />

daar beneden spelen de kinderen zo heerlijk met elkaar. Als wij al het water dat we<br />

bij ons hebben naar beneden laten vallen en het gaat regenen, dan worden alle<br />

kinderen nat.” “Ik .houd het niet meer vol, ik houd het echt niet meer vol.”<br />

“Kom dan maar wat dichter bij mij,” zegt de grijze wolk, “en houd me vast.”<br />

Maar het is te laat. De zwarte wolk laat het water los en nu ook de grijze.<br />

Kijk eens, de mensen rennen. Sommige gaan onder een balkon schuilen.<br />

Anderen rennen naar de waslijn, want de was hangt nog buiten en mag niet nat<br />

worden. Sssjjj, sssjjj, sssjjj, het water komt overal neer.<br />

Op de torens, de bomen, de huizen. En de kinderen? Spelen die nog?<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 30


31<br />

Moeten ze niet naar binnen?<br />

Ja, de meeste kinderen zijn al binnen en zitten bij het raam te kijken naar de<br />

regendruppels, die op de grond neerkomen. Maar er zijn ook kinderen, die lekker in<br />

de regen baden.<br />

Zoveel water!!!<br />

Rtsss, rtsss, rtsss het water glijdt van een heuveltje. Rtsss, rtsss helemaal beneden<br />

maakt het water een weggetje en komt in de sloot terecht.Het blijft daar niet zitten,<br />

maar stroomt verder tot het niet meer kan. Maar niet al het water stroomt naar de<br />

sloot. Klets, klets, klets, hoor je het ook? Dat is het water dat uit een kapotte dakgoot<br />

valt. Het valt in een regenton.<br />

Nu is de regenton vol en het water stroomt uit de ton, maar komt niet ver.<br />

De grond zuigt het water op. Daar blijft het zitten. Maar er komt steeds meer water<br />

bij. Nu zoekt het grondwater een weg in de grond en vindt een put, een waterput.<br />

Dit is een lekker plekje voor het water. De put is halfvol. En het blijft regenen.<br />

De hele wolkenfamilie heeft er plezier in om steeds meer water naar beneden te<br />

laten vallen. Nu doen alle wolken mee. Alle grijze en zwarte wolken drijven door<br />

elkaar. Maar ook de mensen zijn blij met de regen.”Zullen we ermee doorgaan?”<br />

vraagt de grijze wolk aan de zwarte. “We laten al zo lang water vallen”. “Ja”, zegt de<br />

zwarte wolk. “Liever niet”, zegt de grijze, “want vandaag is alles nat genoeg.<br />

Als we doorgaan, zullen de mensen die laag wonen last hebben van het water.<br />

Dan komen de huizen onder water te staan”. “Je hebt gelijk,” zegt de zwarte wolk,<br />

‘laten we maar aan de andere wolken zeggen dat we ermee stoppen.”<br />

Na een tijdje weten alle wolken dat ze moeten stoppen.<br />

Nu klaart het weer langzaam op. De zon schijnt weer. Jell, bijna alle kinderen zijn<br />

weer buiten. Wat vinden ze het prettig om weer buiten te spelen.<br />

Maar, oh, daar glijdt er een uit en komt in een grote waterplas terecht. Dat is zo erg<br />

niet. Ze trekt haar kleertjes uit en doet ze in een teil met water. Daarna gaat ze onder<br />

de douche staan en draait de kraan open. Heerlijk schoon water komt uit de douche.<br />

Je wordt er schoon en fris van. Wat is dat fijn.<br />

De droge tijd<br />

Rikesh zit buiten op de bank in de schaduw van een grote amandelboom.<br />

Hij kijkt naar de hemel. Er is geen enkele wolk te zien.<br />

Iedere dag komt de zon reeds vroeg op. En het is alsof hij elke dag feller schijnt.<br />

De mensen, de dieren en zelfs de planten hebben het warm.<br />

In huis is het erg benauwd en de meeste mensen zitten daarom liever buiten.<br />

“Rikesh, Rikesh!” roept moeder. Rikesh staat op en loopt naar moeder toe.<br />

“Hoor je de koeien loeien?” vraagt moeder. “Ze hebben zeker dorst.<br />

Haal water uit de put en geef de koeien te drinken.”<br />

Rikesh vindt het fijn om water uit de put te halen.<br />

De koeien kunnen niet meer uit de sloot drinken. Die is bijna droog.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Wat gaat er met de vissen in de sloot gebeuren als er helemaal geen water meer is?<br />

denkt Rikesh. Als hij klaar is met de koeien loopt hij naar de sloot.<br />

Er zit nu alleen maar wat modder in.<br />

“He, ligt daar een dode vis? Ja en daar is er nog een”. Rikesh vindt het heel erg.<br />

“Misschien kan ik de andere vissen uit de modder helpen”, denkt hij.<br />

Hij rent naar de put, pakt de emmer en rent terug naar de sloot.<br />

Een voor een probeert hij de kleine visjes uit de modder te halen.<br />

Hij ziet een vis die in de modder vastzit.<br />

Hij zegt: “Kom visje, ik zal je helpen”.<br />

Voorzichtig schept hij de modder aan de kant. Hoe meer hij schept, hoe !anger de<br />

vis wordt. “Wat is dat voor een vis, of is het een slang? “ Rikesh is eigenlijk een<br />

beetje bang. Hij gaat rechtop staan en wil weglopen. Maar ineens weet hij het.<br />

Het lijkt op een slang maar het is geen slang. Het is een aal. Opa neemt weleens<br />

aaltjes mee als hij gaat hengelen.<br />

Rikesh bukt weer en haalt voorzichtig de aal uit de modder en doet hem in de<br />

emmer. Als hij klaar is, neemt hij de emmer met visjes en de aal mee naar de put.<br />

Hij wast ze eerst een keer en doet ze in schoon water. De vissen spartelen.<br />

Wat is Rikesh blij. Laat het maar gauw weer regenen, denkt hij, dan kunnen de<br />

visjes weer in de sloot.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 32


1.10<br />

33<br />

Kleren kopen<br />

WAT TREKKEN WE AAN?<br />

Mama heeft het vandaag een beetje moeilijk. Ze denkt na en ze denkt na.<br />

Ze denkt aan het trouwfeestje van nichtje Annet en Frank. Die houden veel van<br />

elkaar en willen samenwonen.<br />

Eerst gaan zij trouwen en hebben dan een heel groot feest. Ze hebben veel mensen<br />

uitgenodigd voor de grote dag. Mama en papa gaan ook naar het feest.<br />

Millie, Ronald en baby Erik mogen ook mee. Op het feest zullen heel veel mensen in<br />

mooie kleren komen.<br />

„Weet je wat” zegt mama, “we kopen voor iedereen iets leuks om aan te trekken.<br />

Wij gaan met z’n allen naar de stad. Daar zijn er veel winkels met mooie kleren.”<br />

In de stad kijken ze hun ogen uit. Zoveel mooie winkels en zoveel mooie kleren.<br />

Eerst komen de kinderen aan de beurt voor ’t uitzoeken van hun kleren.<br />

Ronald loopt rond en kijkt. Ja, daar ziet hij iets moois, een rood hemd met lange<br />

mouwen; dat mag hij passen in de paskamer.<br />

„Vind je deze lange zwarte broek niet mooi” vraagt Millie. Ja, hoor die staat heel<br />

mooi bij het rode hemd. Ja, hoor alles past heel goed. Mag ik ook een nieuwe<br />

onderbroek en ondertruitje, vraagt Ronald. Ja, hoor dat mag.<br />

Wat is Ronald blij. Millie is nog niet zo groot om zelf te kiezen. Mama kiest een witte<br />

jurk met een rode roos erop. Bij het jurkje hoort ook een hoedje. Op het hoedje is er<br />

ook een rode roos. Dat zal Millie wel passen. Wat is Millie mooi in haar jurk en hoed.<br />

Nu nog leuke sokken voor Ronald en Millie. Baby Erik moet ook iets nieuws.<br />

Papa vindt een mooi trappelpakje voor hem. Hierin zal hij het niet koud hebben, want<br />

de beentje en voetjes steken er niet uit. Ook de mouwen zijn lekker lang.<br />

Dit blauw trappelpak is goed voor Erik. Dat nemen wij ook.<br />

Nu gaan ze verder. In een andere winkel zijn er hele mooie kleren voor papa en<br />

mama. Dit is de boetiek, zegt mama. De kleren zijn hier een beetje duurder, maar<br />

ook erg mooi.<br />

Vader koopt een mooi wit hemd met een rode das erbij. Mama koopt een mooie<br />

lange jurk. Die zal goed staan bij de hoge hakken, denkt mama.<br />

Wat zien ze er mooi uit op het feest. Het bruidspaar heeft helemaal wit aan.<br />

Tante Annet en Frank hebben alle twee een wit pak aan. Wat zijn ze mooi.<br />

Tante Annet heeft mooie bloemen in haar hand. Beiden hebben witte handschoenen<br />

aan. “Dit is pas een deftig feestje hé mama”, zegt Millie. „Ja, hoor iedereen ziet er zo<br />

mooi uit”. Het bruidspaar krijgt veel cadeautjes. Het wordt een prettig feest.<br />

Iedereen is blij en gaat ook blij van het feest. De mooie kleren worden aan de<br />

klerenhanger opgehangen.<br />

Morgen gaan ze weer in de kast voor een ander feest misschien.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Carnaval op school<br />

Op school zal er feest gehouden worden. En weet je welk feest dat is.<br />

Het wordt een carnavalsfeest. Iedereen mag verkleed komen. Jouw vriendje of<br />

vriendinnetje mag niet weten wie je bent op die dag. De juf, heeft de kinderen alles<br />

uitgelegd. Ik kom als een militair en ik kom als de dokter en ik kom als Pipo de<br />

Clown. De klas wordt mooi versierd.<br />

Op de grote dag ziet de juf zoveel kinderen binnenkomen, maar ze weet nu niet<br />

meer wie, wie is. Wie is de militair daar en de brandweerman? Ook de verpleegster<br />

herkent ze niet.<br />

De goochelaar is erbij en ook de dokter. Die heeft helemaal wit aan.<br />

Ook Dora ziet ze en Spiderman. O, o wat heeft de juf het moeilijk. Ze herkent haar<br />

eigen kleuters niet meer.<br />

Ook de cowboy met de grote hoed op kan ze niet herkennen.<br />

De juf is helemaal in de war.<br />

Ze hebben allemaal een ander gezicht, want ze hebben een masker op.<br />

Weet je wat denkt Tilly, zal ik de juf helpen? Stil gaat ze naast de juf staan en<br />

zachtjes zegt ze, ik ben Tilly juf, alleen ben ik vandaag de verpleegster. Dat wist je<br />

niet hè, juf. „Dat is waar”, zegt de juf. Iedereen viert feest, maar niemand weet wie in<br />

het pakje “zit”. Dat mogen ze niet aan elkaar vertellen. Later pas, even voor het naar<br />

huis gaan. Morgen kent de juf ze weer allemaal, dan komen ze weer in hun uniform<br />

naar school. Dan herkent de juf ze weer.<br />

O, wat hebben ze een pret!<br />

Een verkleedfeestje<br />

De kleuterjuffen hebben iets moois bedacht.<br />

Ze willen een feestje organiseren voor de kleuters. Maar het mag geen gewoon<br />

feestje zijn, neen hoor, het moet een feestje zijn dat niet elke dag gevierd wordt.<br />

„Weet je wat”, zeggen ze tegen elkaar, „we gaan een verkleedfeestje houden.<br />

Alle kinderen mogen verkleed op het feestje komen. De kinderen mogen elkaar bijna<br />

niet herkennen. Er zullen ook prijsjes zijn voor de kinderen met de leukste kostuums.<br />

Dit alles wordt op een speciale ouderdag aan de moeders en vaders verteld.<br />

Zij moeten de pakjes laten maken of die zelf maken.<br />

De kleuters mogen elkaar niet vertellen wat ze zullen aantrekken op die dag.<br />

Het moet een verrassing voor allemaal zijn.<br />

Ze mogen op die dag ook een masker opzetten.<br />

Alle moeders gaan aan het werk. Ze gaan naar de winkels in het centrum om lapjes,<br />

knopen, garen en alles wat ze nodig hebben voor de pakjes, te kopen.<br />

De kleuters doen een beetje geheimzinnig tegen elkaar. Niemand mag vertellen wat<br />

mama aan het maken is.<br />

“Wat maakt jouw mama voor je?” vraagt Dewi aan haar vriendinnetje Jenny.<br />

Ik wil je dat graag vertellen, maar dat mag niet. Het moet een verrassing blijven.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 34


35<br />

Ze weet wel waarmee mama bezig is. Het is een mooie korte jurk, met grote rode<br />

balletjes op een witte achtergrond. Mama maakt ook een grote rode strik erbij.<br />

Die mag Jenny, op die dag, in het haar zetten. Wat zal ze mooi zijn.<br />

Het feest zal morgen in de grote gymzaal gehouden worden.<br />

De zaal is al mooi versierd. Vandaag is het feest. Daar komen de kleuters al aan.<br />

Wie komt daar aangelopen? Ja, ik zie het al, het is Minnie- Mouse, met de grote<br />

rood-zwarte strik in het haar. En naast haar loopt Mickey-Mouse. Ze hebben zwarte<br />

maskertjes op. Niemand weet wie ze eigenlijk zijn.<br />

En daar komt de monteur aan, in zijn blauwe overall. Hij loopt met een grote nijptang<br />

in zijn hand. Net een echte automonteur.<br />

Nu komt ook een prinsesje binnen. Ze lijkt wel op een mooie barbiepop. Ze heeft een<br />

mooie gele jurk aan met een zilveren kroontje op haar hoofd.<br />

De juffen weten niet wat ze zien. Ze zien dokters en verpleegsters in mooie, witte<br />

uniformen. Batman en Spiderman zijn er ook. „O, o wat zie ik”, zegt juffrouw gaat<br />

deze jongen slapen? Hij heeft een grote pyama aan. Er is ook een piloot hier hoor.<br />

Hij heeft zelfs zijn pilotenpet op.<br />

Wat hebben de kinderen en de juffen een pret. Er is ook een hengelaar bij, met zijn<br />

hengel en een korf om de vissen erin te doen. Er komt nu een deftige mevrouw aan.<br />

Zij is zeker de vrouw van de president. Ze heeft hoge hakjes aan en een mooie<br />

blauwe hoed op. Het lijkt wel op Rineke van groep twee zeggen de kleuters tegen<br />

elkaar. Kijk, maar hoe deftig ze is gaan zitten.<br />

Daar zitten de zeven dwergen van Sneeuwitje. Zij is er ook bij. Ze heeft een groene<br />

jurk aan.<br />

„Dat moet Roodkapje zijn!” zegt juf Marleen als ze een meisje in een vuurrode jurk<br />

met een rode muts op ziet staan.<br />

Ja, hoor het is Roodkapje. Kijk maar, ze heeft het mandje van oma ook bij zich.<br />

De moeders hebben echt hard gewerkt.<br />

Ook een politieagent en een militair lopen rond.<br />

Er wordt echt gefeest, want er is ook een band aanwezig, met echte muzikanten.<br />

Aan het einde van het feest, mogen alle kinderen hun masker afdoen. Nu pas weten<br />

ze wie Minnie-Mouse en de piloot en alle anderen zijn. Zo meteen weten ze wie de<br />

prijsjes zullen krijgen.<br />

De juffen gaan met een grote doos op het podium staan. Omdat ze alle kinderen<br />

heel mooi vinden, krijgen ze allemaal een prijs uit deze grote doos.<br />

Wat zijn de kleuters blij. Allemaal krijgen een cadeau mee naar huis.<br />

Dat was een leuk feestje, zeggen de juffen en kinderen tegen elkaar.<br />

Ook de vaders en moeders zijn tevreden.<br />

„Het lijkt een beetje op carnaval”, zeggen de ouders. „Maar, dat is het lekker niet”,<br />

zeggen de juffen. Het is gewoon een verkleedfeestje geweest. Ze noemen het ook<br />

een gemaskerd bal of feest.<br />

De kleuters gaan blij naar huis en dromen nu al van het volgende verkleedfeestje.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


1.11<br />

De verrassing<br />

Ting, ting, daar gaat de bel.<br />

De kinderen moeten naar binnen. Eerst moeten de tassen op het rek gezet worden,<br />

daarna mag iedereen gaan zitten.<br />

Prija gaat op haar stoel zitten en kijkt om zich heen.<br />

Waar blijft haar vriendinnetje Pearl toch? Ze is al drie dagen niet op school geweest.<br />

Ze moet nu toch naar school komen.<br />

Na de pauze krijgt de juf bezoek van een dame. Het is de moeder van Pearl.<br />

Maar waar is Pearl?<br />

Als haar moeder weg is, vertelt de juf aan de kinderen dat Pearl erg ziek is en in het<br />

ziekenhuis moet blijven. Daar kan de dokter goed op haar passen en haar ook beter<br />

maken. De kinderen worden er stil van. Ze zijn erg verdrietig, bijna willen zij huilen.<br />

“Weet je wat”, zegt de juf, “zullen wij iets bedenken om Pearl een beetje blij te maken.<br />

“Laten wij bloemen voor haar brengen”, zegt Steven.<br />

“Wij kunnen een mooie tekening voor haar maken”, zegt Sita.<br />

“Een mooi liedje voor haar zingen”, zegt Ronald.<br />

“Goed zo, zegt de juf. Dat zullen wij doen. Samen gaan ze aan het werk.<br />

Het wordt een hele grote, mooie tekening. Alle kinderen mogen iets op het blaadje<br />

tekenen en kleuren. „Dit wordt mooi”, zegt de juf. “Morgen brengen wij hem naar<br />

Pearl”. Wij nemen ook bloemen mee en dan wordt Pearl gauw beter.<br />

De volgende dag mogen vijf kinderen met de juf mee naar het ziekenhuis.<br />

Wat is Pearl blij als ze de juf en haar klasgenootjes ziet. Ze klapt in haar handen van<br />

pret. Ze voelt zich al bijna beter.<br />

Ze dacht ze haar al vergeten waren. De tekening vindt ze heel mooi.<br />

De bloemen worden in een grote vaas op het kastje naast haar bed gezet.<br />

Zo kan zij elke keer naar ze kijken. Nu word ik gauw beter, zegt Pearl aan de juf.<br />

En ja hoor, zij wordt gauw beter en mag weer naar school.<br />

Op school aangekomen, zingen de kinderen nog een liedje voor Pearl.<br />

Iedereen is nu weer blij.<br />

Wie is sterker?<br />

Het is middag. Fariza en Faroek spelen achter op het erf.<br />

Moeder is net klaar met de afwas en loopt naar de vuilniston om daar afval in te doen.<br />

Ze hoort de kinderen lachen en loopt naar ze toe.<br />

“Wat hebben jullie toch een plezier” zegt moeder, “wat vinden jullie toch zo fijn?”<br />

Maar voordat de kinderen iets kunnen zeggen, horen ze de hond blaffen.<br />

Woef Woefl<br />

GEZOND EN ZIEK<br />

“Er is zeker iemand aan de poort. Ga maar eens gauw kijken,” zegt moeder.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 36


37<br />

Faroek rent naar voren.<br />

“Jeh Jeh”, horen ze hem roepen. Moeder en Fariza lopen nu ook naar de poort.<br />

Ze willen weten waarom Faroek zo blij is. Maar Faroek rent ze al tegemoet om hen<br />

het blijde nieuws te vertellen.<br />

“Oma en opa zijn er, komen jullie snel,” zegt Faroek.<br />

“Rustig maar,” zegt mama, “we komen er aan.”<br />

Fariza loopt met een vaart haar broer voorbij. Zij is ook blij dat oma en opa er zijn.<br />

Ze zitten nu met z’n allen gezellig bij elkaar op het balkon. ledereen heeft wat te<br />

vertellen.<br />

Oma vertelt over die akelige griep die zij heeft gekregen, maar die gelukkig weer<br />

over is. Na een poosje babbelen, staat mama op en loopt naar de keuken om wat<br />

stroop te halen. Oma loopt haar achterna.<br />

“Opa, opa” roept Faroek, “bent u nog net zo sterk als de laatste keer toen wij bij u op<br />

bezoek waren?” Opa moet erom lachen.<br />

Ja, de laatste keer dat de kinderen bij oma en opa thuis waren hebben ze flink met<br />

opa gestoeid. Toen hadden ze gemerkt dat opa heel sterk is. Met z’n tweeen kon den<br />

ze hem niet op de grond krijgen.<br />

“Opa”, zegt Fariza, “hoe komt het dat u zo sterk bent?”<br />

“Nou”, zegt opa, “ik eet elke dag flink wat groenten. En ook trim ik een paar keren<br />

in de week. Maar zullen we weer een beetje stoeien, misschien zijn jullie vandaag<br />

sterker dan ik.” De kinderen willen dat heel graag. Opa schuift de stoelen wat opzij,<br />

trekt zijn hemd uit, gaat rechtop staan en zegt : “Ik ben klaar. Probeer mij maar op de<br />

vloer te krijgen”.<br />

De kinderen duwen en trekken, maar opa blijft rechtop staan. Faroek roept Fariza<br />

aan een kant en fluistert haar wat in het oor.<br />

“Zijn jullie klaar?” vraagt opa. “Ja,” zegt Faroek, “maar we willen dat u uw ogen sluit”.<br />

Opa sluit zijn ogen en de kinderen lopen met een vaart van achteren tegen zijn<br />

benen aan. En ja hoor, daar zit opa op de vloer. Hij komt precies op z’n billen terecht.<br />

“Jeh Jeh, wij zijn sterker, wij zijn kampioen.”<br />

Oma en moeder komen net aangelopen met een dienblad met stroop en koekjes.<br />

Ze zien opa op de vloer zitten. “Wat is er met opa gebeurd?” vraagt oma.<br />

“We hebben gespeeld en hebben het van hem gewonnen. Wij zijn sterker!” roepen<br />

de kinderen blij. Opa staat op, lacht en zegt: “Omdat jullie gewonnen hebben, krijgen<br />

we van mama een glaasje stroop en een koekje erbij.” “Hoera voor de kampioenen”,<br />

roept opa en iedereen lacht. Opa krijgt een troostprijs.<br />

Ketura is boos<br />

Wat is er toch met Ketura aan de hand?<br />

Ze lust geen eten en ze wil geen melk drinken.<br />

Zij wil haar haar niet kammen. Hoe komt dat toch?<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Is ze ziek? Of heeft ze een nare droom gehad?<br />

Nee, niets van dat alles. Ze is zomaar boos, niemand weet waarom.<br />

Mama zegt: “Schiet op Ketura, eet vlug je brood op!”<br />

Maar Ketura zit voor zich uit te kijken. Ze duwt het bord opzij. En het bord komt<br />

tegen de beker met melk aan. Bom! Alle melk vloeit over de tafel.<br />

Mama neemt Ketura bij de arm en zegt: “Ga maar naar buiten, als je boze bui voorbij<br />

is, mag je weer naar binnenkomen”. Daar staat Ketura, wat is ze kwaad.<br />

Ze trekt haar slippers aan en loopt het erf rond. Haar lip hangt naar beneden.<br />

Op haar voorhoofd is een dikke rimpel. 0, wat een boos meisje.<br />

Met kleine korte passen loopt ze naar de poort. De poort is niet dicht.<br />

Dat komt goed uit denkt de boze Ketura. Ik loop weg, ver weg. Ketura loopt twee<br />

huizen verder maar blijft plotseling staan.<br />

Woef, woef, woef, woef! Wat een griezel.<br />

Een grote hond met verschrikkelijke grote tanden staat voor haar. Het is alsof hij<br />

zeggen wil: Ga terug! Ga terug!<br />

Ketura keert zich om, ziet de grote steen niet en valt. Ze probeert weer op te staan.<br />

maar haar ene been kan ze niet meer bewegen. 0, wat doet dat pijn.<br />

Ze gilt heel hard van de pijn.<br />

“Ketura, Ketura,” roept iemand. Ze kijkt op. Het is de buurvrouw.<br />

“Wat is er aan de hand? “ vraagt ze. “Ik kan niet op mijn ene been staan.<br />

Het doet zo’n pijn”. De buurvrouw tilt Ketura op en brengt haar naar huis.<br />

Mama schrikt heel erg. Samen met de buurvrouw kijkt ze naar het been van Ketura.<br />

Als ze zoveel pijn heeft, moeten we haar naar de dokter brengen.<br />

Als ze bij de dokter zijn, zegt hij: “Mevrouw, het been van uw dochter is gebroken.<br />

Het moet in het gips”. De volgende dag is bijna de hele familie bij Ketura op bezoek.<br />

Ze zit nu erg verlegen te kijken en durft bijna niets te zeggen. Ze vindt het heel erg<br />

dat ze niet lief is geweest. Als iedereen weg is, zegt ze:<br />

“Mama, ik zal echt nooit meer zo lelijk doen. Bent u nog boos op me? “<br />

“Nee hoor”, zegt moeder, “ik ben helemaal niet meer boos op je.<br />

Zal ik mijn naam op je gipsbeen schrijven?”<br />

Ma pakt een stift en schrijft: mama houdt van Ketura.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 38


1.12<br />

39<br />

Meneer Sammy<br />

SPELEN EN SPEELGOED<br />

Vandaag zijn de kinderen van moeder Gerda heel erg blij.<br />

Ze zullen met de bus opgehaald worden om ergens gezellig te gaan spelen.<br />

Moeder Gerda is niet hun echte moeder hoor, maar ze mogen bij haar blijven.<br />

Ze heeft een heel groot huis met veel kamers, waarin al deze kinderen op een bedje<br />

mogen slapen.<br />

Deze kinderen blijven bij mama Gerda, omdat hun eigen moeder niet voor ze kan<br />

zorgen. Die is te arm: ze heeft ook geen eigen huis en niet genoeg geld.<br />

Mama Gerda zorgt goed voor de kinderen. Vandaag is een rijke meneer jarig.<br />

Die heeft alle kinderen een prettige dag beloofd.<br />

Tuut – tuut, horen de kinderen.<br />

Ze rennen naar buiten. Wat zien ze daar?<br />

Een grote bus met balonnen en slingers. „Instappen!”, zegt de jarige meneer.<br />

Hij zit al in de bus. Alle kinderen krijgen een mooie plek.<br />

Mama Gerda kijkt trots naar haar kinderen. Er zijn wel twintig in de bus.<br />

„Waar gaan wij naar toe?” vragen de kinderen.<br />

„Dat is een verrassing!”, zegt meneer Sammy. De kinderen zingen mooie<br />

verjaardagsliederen voor hem. Eindelijk stopt de bus bij een grote speeltuin.<br />

Er is zoveel in de tuin: glijbanen, wipplanken, klimrekken, voetballen en<br />

springtouwtjes. Wat hebben ze een pret. „Voorzichtig hoor”, zegt mama Gerda.<br />

„Voorzichtig op de toestellen. Niet allemaal tegelijk.” Wat worden ze verwend<br />

vandaag. Ze krijgen lekker eten en drankjes.<br />

Ze mogen de hele dag samen spelen en samen genieten met de jarige.<br />

Aan het eind van de dag komt er nog een verrassing. Er komt een pick-up aanrijden<br />

met een grote doos erin. „ Zo”, zegt meneer Sammy, „vandaag ben ik jarig, maar<br />

jullie krijgen allemaal iets van mij. Alle kinderen krijgen een mooi stuk speelgoed.<br />

Ze krijgen: Dorapoppen, auto’s. voetballen en nog veel meer.<br />

Elk kind krijgt iets om thuis met iemand te spelen. Wat zijn de kinderen blij.<br />

Ook mama Gerda krijgt een dik verhaalboek. Daaruit kan ze verhaaltjes voorlezen<br />

voor de kinderen.<br />

„Nu kunnen we met ons allen in de grote woonkamer spelen, met ons speelgoed.<br />

Dank U, wel meneer Sammy!” Bij het uitstappen in de bus krijgen ze elk nog een<br />

grote zak koekjes van meneer Sammy.<br />

„Niet alles tegelijk opeten, hoor. Elke dag één koekje!”<br />

„Ja hoor” roepen de kinderen en vrolijk gaan ze weer naar huis.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Kinderdag<br />

Morgen is het kinderdag.<br />

Dan zijn alle kinderen een beetje jarig. Niet echt hoor.<br />

Op die dag worden alle kinderen extra verwend. Ze krijgen dan cadeaus van vader<br />

en moeder. De ouders van Peter en Marjan hebben de inkopen al gedaan.<br />

De cadeaus hebben ze ver verstopt, zodat Peter en Marjan die niet kunnen zien.<br />

„Wat zullen we krijgen” zegt Peter tegen Marjan. “Dat weet ik niet, ik ben benieuwd”.<br />

Ze zijn zo opgewonden. Ze kunnen haast niet slapen.<br />

De volgende ochtend staan ze heel vroeg op. „ Zie je wat ik zie?” zegt Peter tegen<br />

Marjan. „Kijk, op de tafel liggen er twee grote cadeaus. Wat zou er in die pakjes<br />

zitten?” Vader en moeder komen er ook bij.<br />

„Kom maar lieve kinderen, vandaag is het jullie dag. Dit is voor Peter en dat is<br />

voor Marjan. Maak maar vlug open, dan zie je wat erin zit.” Als Peter zijn cadeau<br />

openmaakt schrikt hij ervan. Een echte voetbal! Hij wil meteen gaan voetballen.<br />

Zwart met witte vierkantjes. Net als op de tv, wanneer de echte voetballers spelen.<br />

Hij danst in het rond. Nu kan ik al mijn vriendjes vragen om te komen voetballen.<br />

Misschien worden wij later beroemde voetballers en komen wij dan op de tv.<br />

Bedankt mama, bedankt papa. Ze krijgen een dikke zoen van Peter.<br />

Marjan maakt nu haar cadeau open en wat ziet zij? Een poppenkeukentje, met een<br />

kleine ijskast, een fornuis met potten en pannen. Er zijn ook kleine bordjes, lepeltjes<br />

en vorken erbij. Wat is Marjan blij. Nu kunnen mijn twee buurvriendinnetjes bij mij<br />

komen spelen.<br />

Mama en papa krijgen een dikke brasa van Marjan. „Dit moeten we aan onze<br />

vriendjes laten zien.”<br />

De vriendjes en vriendinnetjes worden uitgenodigd. De jongens mogen buiten spelen<br />

met de bal en de meisjes gaan op de kamer, vader – en – moedertje spelen.<br />

Alle poppen worden erbij gehaald. Zo lijkt het net een echte familie.<br />

De kinderen spelen de hele middag en worden door papa en mama verwend met<br />

koekjes, ijsjes en fruit. Wat hebben ze een pret.<br />

Als het donker begint te worden, mogen ze weer naar huis. Daar vertellen ze hoe<br />

prettig ze met Peter en Marjan gespeeld hebben.<br />

“Goed”, zeggen de ouders van Siska en Roy, “dan mogen Marjan en Peter een<br />

andere keer bij jullie komen spelen. Dan kunnen jullie met de grote blokken van Roy<br />

samen een huis bouwen en op het tekenbord van Siska een mooie tekening maken.”<br />

„Afgesproken!” zeggen Peter en Marjan.<br />

Het trekkarretje<br />

Kleine Sammy speelt graag met zijn speelgoed maar vandaag heeft hij er geen zin in.<br />

Het speelgoed waarmee hij het liefst speelt, is stuk. Het is een trekkarretje met zes<br />

wielen. Maar er zijn twee wielen kapot.<br />

Het karretje kan nu niet meer zo gemakkelijk vooruit.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 40


41<br />

Mama loopt om het huis om naar Sammy te zoeken.<br />

Ze hoort hem niet dus wil ze even kijken wat hij eigenlijk doet.<br />

Daar zit Sammy op het gras. Hij kijkt verdrietig voor zich uit.<br />

“Wat is er, mijn schatje? Waarom kijk je zo verdrietig?” vraagt moeder.<br />

“M m mijn karretje is kapot,” stottert Sammy.<br />

“Het wil niet meer vooruit.” Tranen rollen langs Sammy’s wangen.<br />

Mama streelt over het hoofdje van Sammy en zegt:<br />

“Kom grote jongen van mij, huil maar niet. Van middag vragen we aan papa om het<br />

karretje weer voor je in orde te maken”.<br />

Moeder houdt Sammy’s handje vast en zegt : “Ga maar met mij mee, dan lees ik<br />

je een mooi verhaaltje voor.” Sammy lacht weer. Hij vindt het fijn om naar een leuk<br />

verhaal te luisteren en te kijken naar mooie plaatjes.<br />

Na het verhaaltje gaat moeder koken.<br />

Sammy pakt zijn kleurboek en gaat kleuren. Bij elk geluid zit hij rechtop om te<br />

luisteren of het papa is die thuiskomt. Eindelijk hoort hij een bromfiets.<br />

Dat zal papa wel zijn. Sammy staat op en rent naar de voordeur.<br />

“Papa! papa!” roept hij, “het wil niet meer, het wil echt niet meer rijden.”<br />

Papa zet de brornmer in het berghok, neemt zijn tas in de ene hand en pakt de<br />

kleine hand van Sammy vast met zijn andere hand.<br />

“Dag papa,” zegt Sammy vlug en hij trekt papa mee naar het achtererf.<br />

Papa kijkt naar het trekkarretje en zegt: “0, ik zie het al. Zo kan het karretje echt niet<br />

meer vooruit. Ik zal er vanmiddag wat aan doen.<br />

Kom mee, laten we naar mama gaan. Ze heeft vast lekker eten voor ons klaar staan.”<br />

Na het eten gaan mama, papa en Sammy een dutje doen.<br />

Als papa uitgerust is, staat hij op loopt naar achteren, neemt de trekkar en gaat<br />

ermee naar het berghok. Hij zoekt alles bij elkaar wat hij nodig heeft om het karretje<br />

weer in orde te maken.<br />

Sammy gaat samen met mama naar oma en opa. Als ze terug zijn gekomen ziet<br />

Sammy in de keuken een grote doos staan.<br />

“Papa, wat zit er in die doos?” “Doe hem maar open, dan zie je zelf wel wat er in zit,”<br />

zegt papa. Sammy kan het haast raden. Hij haast zich om de doos open te maken.<br />

Als hij ziet dat het een nieuw trekkarretje is, springs hij papa om de hals.<br />

“Dank u wel papa. U bent de liefste vader van de hele wereld.”<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


43<br />

2. Versjes<br />

2.1 Naar school<br />

Kleutertje<br />

Kleutertje, kleutertje kleine guit.<br />

Wip maar vlug je bedje uit.<br />

Jij mag mee, jij mag mee.<br />

Naar de kleuterklas, hoezee!<br />

Huppel, hoppel<br />

Huppel hoppel, trippel trap.<br />

Met mijn mooie tas op stap<br />

op de weg en op het gras.<br />

Vrolijk naar de kleuterklas.<br />

Robby schrijft<br />

Robby heeft een potlood<br />

en een vel papier.<br />

Ja,ja, hij kan schrijven.<br />

Hij is ook al bijna vier.<br />

2.2 Dieren<br />

Poesje<br />

Poesje is zo moe, zo moe.<br />

Ze doet haar beide oogjes toe.<br />

Eerst nog even gapen,<br />

en dan gaat poesje slapen.<br />

Vogeltje lief<br />

Pitjes van de zonnebloem<br />

en kleine stukjes brood<br />

strooi ik in mijn achtertuin<br />

voor vogeltjes in nood.<br />

Toko, het hondje<br />

Toko is een heel lief hondje<br />

met een lange staart<br />

die danst vrolijk op en neer<br />

als je tot hem praat.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


2.3 We vieren feest<br />

Het is feest<br />

Het is feest<br />

Wij zijn blij<br />

….. is jarig<br />

en dat vieren wij.<br />

Snoepjes kopen<br />

Snoepjes kopen<br />

Snoepjes halen<br />

In de winkel<br />

geld betalen.<br />

Feest vieren<br />

….. die is jarig<br />

en wij vieren feest.<br />

Wij roepen: “Hoedje op,<br />

hoezee, hoezee, hoezee.”<br />

2.4 Allemaal mensen<br />

De bakker<br />

De bakker bakt heel lekker brood.<br />

Wit en bruin, klein en groot.<br />

Bollen, koekjes, zoet en fijn.<br />

Ja, de bakker moet er zijn.<br />

De postbode<br />

Jongens, meisjes, kijk eens aan,<br />

daar komt onze postbode aan.<br />

Hij is altijd heel erg lief,<br />

want wij krijgen vaak een brief.<br />

De kapper<br />

Zeg kapper, moet je horen:<br />

mijn haren zijn te lang.<br />

Ze zijn over mijn oren,<br />

knip ze maar, ik ben niet bang.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 44


45<br />

2.5 Gezond en lekker eten<br />

Manja’s<br />

Manja’s hangen aan de bomen<br />

wel honderd bij elkaar<br />

’t is alsof zij samen roepen<br />

kom, mijn vriendje pluk me maar.<br />

Een bordje pap<br />

Een bordje pap, een bordje pap.<br />

Is lekker en gezond.<br />

Dat lust ik zeker elke dag.<br />

Weg is het in mijn mond!<br />

Een broodje ham<br />

Een broodje ham of één met kaas,<br />

een glaasje melk erbij<br />

dat eet en drink ik lekker op.<br />

Wat ben ik dan weer blij.<br />

2.6 Waar wonen we?<br />

Mijn plekje<br />

Mijn beste plek, dat is mijn huis.<br />

Met pa en ma erbij.<br />

Mientje de poes en de hond.<br />

Zijn ook van de partij.<br />

Opruimen<br />

Opruimen, kan ik heus wel goed.<br />

Ik weet precies waar alles moet.<br />

Een blokje hier, een popje daar.<br />

En moeder roept: “Kind, ben je klaar?”<br />

Een kaartje<br />

Er lag een heel mooi kaartje.<br />

In onze brievenbus.<br />

Maar ik kan het niet lezen.<br />

Het is voor grote zus.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


2.7 Planten om ons heen<br />

Mama heeft een bloem geplant<br />

Op de tafel in een mand<br />

heeft mama een bloem geplant.<br />

Wil je weten hoe die groeit<br />

Geef hem water, zodat hij bloeit.<br />

Onze tuin<br />

Alle planten groot en klein,<br />

Vinden water reuze fijn<br />

Daarvan gaan ze heel flink groeien.<br />

Vlug zie je hun bloempjes bloeien.<br />

Het zaadje<br />

Zie je het zaadje?<br />

Het is maar heel klein.<br />

Het wil zo graag groeien.<br />

Dat vindt het zo fijn!<br />

2.8 Op weg naar ...........<br />

Het verkeerslicht<br />

Heb je wel de paal zien staan?<br />

Met zijn lichtjes uit en aan?<br />

Hij waarschuwt ons telkens weer.<br />

Wees voorzichtig in ‘t verkeer.<br />

Een bootje<br />

Todie heeft een bootje<br />

een bootje geel met rood.<br />

Daarmee gaat hij varen.<br />

Wat voelt hij zich toch groot.<br />

De tractor<br />

Kijk naar de tractor.<br />

Hij rijdt op het land.<br />

En daarachter zie je,<br />

een kar vol met zand.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 46


47<br />

2.9 Het weer<br />

De wind<br />

Als het gaat waaien<br />

Dan gaan de bomen zwaaien<br />

En vallen blaadjes op de grond<br />

Die zijn al oud, niet meer gezond.<br />

De zon<br />

Lieve grote gele zon<br />

Ik zou je pakken als ik kon<br />

Schijn maar op de bloempjes vrij,<br />

Want daarvan worden deze blij.<br />

Het weer<br />

Ik ben zo graag buiten,<br />

dat vind ik zo fijn,<br />

want ik houd van de wind<br />

en de zonneschijn.<br />

2.10 Wat trekken we aan?<br />

De twee beertjes<br />

Zie je de twee beertjes staan?<br />

Wat hebben ze voor kleertjes aan?<br />

Truitjes met een bloem erop<br />

gele mutsen op hun kop.<br />

Naar school gaan<br />

Schoenen aan<br />

Kleren aan<br />

Ik ben klaar om<br />

naar school te gaan.<br />

Mijn nieuwe broek<br />

Met mijn trui en nieuwe broek<br />

loop ik op de hoge stoep<br />

in mijn rechterhand mijn tas<br />

zo stap ik naar de kleuterklas.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


2.11 Gezond en ziek<br />

Buikpijn<br />

Au, au ’t gaat niet meer<br />

mijn buik, mijn buik doet vreselijk zeer.<br />

Dokter, geef me vlug wat medicijn<br />

ik wil zo graag weer beter zijn.<br />

Pleister<br />

Mama, mama luister even,<br />

Wil je mij een pleister geven<br />

Mijn voet, ik zie hij bloedt.<br />

Zet ik de pleister goed?<br />

Loes is ziek<br />

Loes is ziek, ze ligt op bed,<br />

Haar buikje doet zo raar.<br />

De dokter geeft haar medicijn.<br />

En morgen zal ze beter zijn.<br />

2.12 Spelen en speelgoed<br />

Ret-tet-tet<br />

Ret-tet-tet. Ret-tet-tet.<br />

O, wat heeft die Frank een pret<br />

met zijn prachtige trompet.<br />

Die kreeg hij van opa Jan.<br />

Speel maar mooi hoor, kleine man.<br />

Poppenmoeder<br />

Popje Lien is ziek vandaag.<br />

Ik stop haar gauw in bed.<br />

Morgen zal ze weer beter zijn.<br />

Dan hebben wij weer pret.<br />

Een bootje van papier<br />

Twee jongens met een bootje.<br />

Een bootje van papier<br />

Ze spelen bij het slootje.<br />

En hebben veel plezier.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 48


49<br />

3.1 Naar school<br />

3. Liedjes<br />

Ochtendgroet(kinderen), Ochtendgroet(leidster), Flinke kleuters.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong> 50


51<br />

3.2 Dieren<br />

Grietjebie, Dierenverhaal, Het lieve aapje.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong> 52


53<br />

3.3 We vieren feest<br />

Feest, Verkleedlied, De feestmuts, Feest feest!<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


3.4 Allemaal mensen<br />

Mensen, Mijn gezicht, Onze baby thuis, Handen en voeten.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 54


55<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


3.5 Gezond en lekker eten<br />

Voeding, Bakriman, Vers fruit, Eten en bewegen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 56


57<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong> 58


59<br />

3.6 Waar wonen we?<br />

In de kamer, Luk’ o lat’ un de, Mijn vriendje gaat weg.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


3.7 Planten om ons heen<br />

Het vruchtenlied, Papa heeft een tuintje, Planten in mijn tuintje.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 60


61<br />

3.8 Op weg naar ........<br />

In de garage, Hobbeltje, Varen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


3.9 Het weer<br />

Zonnetje, Mijn opa, Hetregent.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 62


63<br />

3.10 Wat trekken we aan?<br />

Ronald, Verkleden, Nieuwe kleren.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


3.11 Gezond en ziek<br />

Verdriet, De borstel, Ik snap het niet.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 64


65<br />

3.12 Spelen en speelgoed<br />

Poppenkastliedje, Timpe tampe tovenaar, Speelgoed.<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


4.1 Telspelletjes Deel A<br />

Telversje<br />

Eén, twee, drie,<br />

mijn zusje heet Marie.<br />

En als zij geen Marietje heet,<br />

dat heet ze één, twee, drie.<br />

Telliedje<br />

Eén, twee, drie vier,<br />

hoedje van, hoedje van.<br />

Eén, twee, drie vier,<br />

Hoedje van papier.<br />

Heb je dan geen hoedje meer,<br />

maak er één van bordpapier.<br />

Eén, twee, drie, vier, hoedje van papier.<br />

Telliedje<br />

Eén, twee, drie vier, appels hmm, appels hmm,<br />

Eén, twee, drie vier, appels lust ik graag.<br />

In de boom en op de grond.<br />

Zie ik appels dik en rond.<br />

Eén, twee, drie vier, appels in mijn mond.<br />

Telspelletje (kernspelletje)<br />

(op de wijs van Hoedje van papier)<br />

Speelwijze: Kring<br />

67<br />

4. Telspelletjes<br />

Voor drie kinderen twee cirkels op de grond, voor vier kinderen drie cirkels.<br />

Aan het eind van het lied moet iedereen zo snel mogelijk in een cirkel gaan staan (zitten).<br />

Wie overblijft is af.<br />

Er gaat dan een ander kind in de kring en het spel wordt herhaald.<br />

Liedje<br />

Wan-tu-dri-fo (Eén, twee, drie vier)<br />

Yu mus’lon, yu mus’lon (je moet rennen, je moet rennen)<br />

Wan-tu-dri-fo (Eén, twee, drie vier)<br />

Yu’m lon esi kon (Je moet rennen en snel komen)<br />

Bika efu yu no lon (Want als je niet gaat rennen)<br />

1 2<br />

34<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Fosýu trawan ego s’don (zal niemand anders komen zitten)<br />

Wan-tu-dri-fo (Eén, twee, drie vier)<br />

Yu’m lon esi kon (Je moet rennen en snel komen)<br />

Telspel (kalmeringsspel)<br />

De kinderen staan in een kring.<br />

Om de beurt krijgt een kind de beurt om in het midden van de kring te staan/zitten met<br />

gesloten ogen.<br />

Sommige kinderen uit de kring krijgen de beurt om op de tenen naar het kind te lopen en<br />

achter hem of haar te gaan zitten.<br />

Het kind met de gesloten ogen mag nu raden hoeveel kinderen achter haar rug zitten/staan.<br />

Daarna mag het kind de ogen open doen en tellen of het juist geraden is.<br />

Hierna wordt het spelletje herhaald.<br />

Telspel (kalmeringsspel)<br />

De kinderen zitten in de kring. De leerkracht legt een hoeveelheid voorwerpen op een tafel<br />

of dienblad in het midden van de kring. De kinderen sluiten hun ogen.<br />

De leerkracht haalt enkele voorwerpen weg. De kinderen openen de ogen en bepalen<br />

hoeveel voorwerpen er weg zijn.<br />

En tellen hoeveel er over zijn.<br />

Tellen tot en met vijf<br />

(Op de linkerhand bij rechtshandigen)<br />

Beginnen bij de pink: dat is één.<br />

Daarna twee vingers, drie vingers, vier vingers en daarna allemaal: vijf vingers.<br />

Eerst in volgorde, daarna door elkaar (oefening van getalbeelden).<br />

Flitsen<br />

Steek zelf een, twee, drie, vier of vijf vingers op en laat het kind zeggen hoeveel het gezien heeft.<br />

Later kan dit spel ook tot en met 10 worden gedaan.<br />

Telversje ‘Een hoofdtooi met tien veren’<br />

Een hoofdtooi met tien veren<br />

en ik heb een idee<br />

Die veren gaan we tellen<br />

tel jij ook even mee?<br />

Daar gaan we met z’n allen<br />

en we beginnen hier:<br />

veer één, dan gaan we verder<br />

met twee, drie en vier.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 68


Dan vijf en zes en zeven,<br />

en heb je ze gezien:<br />

veer acht en ook veer negen<br />

en dan de laatste ..... tien.<br />

Telversje (opklimmend tellen)<br />

Eén, twee<br />

Kopje thee<br />

Drie, vier<br />

Glaasje bier<br />

Vijf, zes<br />

Kurk op de fles<br />

Zeven, acht<br />

Soldaat op wacht<br />

Negen, tien<br />

Jij bent gezien.<br />

* Met het versje leren de kinderen de telrij tot en met 10 opzeggen.<br />

Het kennen van de telrij betekent nog niet dat ze de getallen kunnen verbinden aan<br />

voorwerpen (synchroon tellen) of weten hoeveel voorwerpen het betreft (resultatief tellen).<br />

Telliedje<br />

Vijf vingers heb ik aan één handje (3x)<br />

Eén, twee, drie, vier, vijf.<br />

Telliedje<br />

Vijf vingers hier, vijf vingers daar.<br />

Dat zijn tien vingers bij elkaar.<br />

Nu ben ik klein, maar straks word ik groot.<br />

Dan werk ik met mijn handjes bloot (2x)<br />

Getalkaartjes<br />

De leerkracht maakt voor elk kind vijf kaartjes met de dobbelsteenpatronen erop.<br />

Het mogen er natuurlijk ook zes zijn. Het is handig om dit op gekleurd papier te doen,<br />

dan schijnt het patroon niet door.<br />

Met deze kaartjes zijn allerlei spelletjes mogelijk.<br />

1. Leg de kaartjes in een rij.<br />

De kinderen mogen zelf bepalen hoe ze de getalkaarten neerleggen: van boven naar beneden,<br />

van links naar rechts, in volgorde van 1 t/m 5 of van 5 t/m 1.<br />

De leerkracht observeert en bespreekt de ordeningen:<br />

Waarom heb je de kaartjes op deze manier neergelegd?<br />

69<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


2. Welk getal is weg?<br />

De kinderen werken in tweetallen met één set getalkaartjes.<br />

De kaartjes worden in volgorde neergelegd, van 1 t/m 5.<br />

Een kind draait zich om. Het andere kind draait een kaartje om.<br />

Daarna kijkt het ene kind welk getal is omgedraaid.<br />

Het wordt nog moeilijker als het kaartje weggehaald wordt en de rij gesloten is.<br />

3. Zoek een voorwerp bij het getal.<br />

Kinderen maken in de klas een wandeling met de kaartjes.<br />

De leerkracht kan ook één kaartje tegelijk meegeven.<br />

Bijvoorbeeld 4. Het kind gaat op zoek naar een voorwerp waar 4 bij past.<br />

Bijvoorbeeld een doos met vier puzzelstukken of een bloempot met vier randen enz.<br />

We lopen de telrij<br />

De leerkracht loopt een getal.<br />

Bijvoorbeeld 8: Met grote stappen en bij elke stap het getal opnoemen tot 8.<br />

Bij acht maakt ze een sprongetje met twee benen tegelijk.<br />

Daarna zijn de kinderen aan de beurt.<br />

Dit spelletje kan met alle kinderen tegelijk als een soort oefening. Het kan ook om beurten.<br />

Variatie: Een getal van achter naar voren - teruglopen en de terugtellen<br />

bijvoorbeeld van 6 naar 1.<br />

De kip en de kuikens<br />

Moeder kip gaat op reis.<br />

Ze neemt haar kuikentjes mee.<br />

Tel je even mee?<br />

Hoeveel kuikentjes gaan er mee?<br />

Eén, twee, drie, ...<br />

Racebaan spel<br />

De leerkracht maakt op een groot vel twee rijen ‘rondjes’ (20 stuks). Dit is de racebaan.<br />

Twee kinderen spelen het spel met één dobbelsteen en twee pionnen.<br />

Elk kind loopt met de eigen pion op zijn eigen baan.<br />

Om beurten gooien de kinderen met de dobbelsteen.<br />

Met de pion loopt het kind het aantal ogen.<br />

Wie het eerst aan het eind van de racebaan is, heeft gewonnen.<br />

- Dit spel kan ook met twee dobbelstenen worden gespeeld.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 70


71<br />

5. Bewegingsoefeningen<br />

5.1 Kleutergymnastiek met blokken<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie en hun<br />

evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />

bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Gymnastiekblokken<br />

5.2 Kleutergymnastiek met gymnastiekballen<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens de kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond de coördinatie van het<br />

evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met gymnastiekballen.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />

bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Gymnastiekballen<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Bewegingsoefeningen om<br />

de motorische vaardigheden<br />

en oog-handcoördinatie te<br />

versterken.<br />

Balanceren<br />

De leerlingen luisteren naar<br />

de opdracht en voeren het<br />

ook uit.<br />

Ze hinkelen, luisteren naar<br />

het teken en staan bij een<br />

blokje.<br />

Ze voeren de eenvoudige<br />

balanceeroefeningen uit<br />

(op tenen staan, op blokken<br />

staan, op één been staan).<br />

De leerkracht: legt het materiaal klaar,<br />

bakent het speelveld af en geeft de<br />

leerlingen een juiste plaats<br />

geeft de opdracht om te hinkelen en<br />

op teken staan ze bij een blokje<br />

laat de leerlingen simpele<br />

romp-, evenwichts- en<br />

behendigheidsoefeningen uitvoeren<br />

z.a.: balanceren (op tenen staan, op<br />

blokken staan, op één been staan, op<br />

een been op een blokje) .<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


Woordenschat<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Bewegingsoefeningen om<br />

de motorische vaardigheden<br />

en oog-handcoördinatie te<br />

versterken.<br />

Ballenregen<br />

Gooien en vangen<br />

Stuiten en vangen<br />

Rollen<br />

De leerlingen kijken en<br />

luisteren en voeren de<br />

opdracht uit.<br />

Ze voeren de simpele en wat<br />

moeilijkere oefeningen uit:<br />

- De bal omhoog gooien<br />

en weer opvangen.<br />

- Op de hurken zitten en<br />

in een wijde boog om<br />

zich heen rollen.<br />

- De bal met de<br />

rechterhand tussen de<br />

benen van de ene kant<br />

naar de andere kant<br />

rollen (in spreidstand<br />

staan).<br />

Ze lopen, op teken van de juf,<br />

heel langzaam en doen de bal<br />

in de emmer.<br />

De leerkracht: zorgt voor het<br />

benodigde materiaal en bakent het<br />

speelveld af.<br />

legt uit hoe het spel ballenregen<br />

gespeeld wordt en geeft<br />

opdrachten<br />

doet oefeningen voor en geeft de<br />

opdracht om zet uit te proberen<br />

laat de leerlingen simpele en wat<br />

moeilijkere oefeningen uitvoeren<br />

z.a. gooien, vangen en rollen<br />

laat kalmeringsoefeningen<br />

uitvoeren.<br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

(op)rapen<br />

Gooien<br />

Vangen<br />

Omhoog<br />

Opvangen<br />

Wijde boog<br />

Dezelfde<br />

Terug<br />

De bal<br />

Jullie<br />

Hurken<br />

Rollen<br />

De rechterhand<br />

De linkerhand<br />

Spreidstand<br />

De streep<br />

De overkant<br />

Het hoofd<br />

Op<br />

Tussen<br />

Van<br />

In<br />

Boven<br />

Onder<br />

Langs<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 72


5.3 Kleutergymnastiek met pittenzakjes<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond de coördinatie van het<br />

evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met pittenzakjes.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />

bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Pittenzakjes<br />

Oude kranten<br />

Rijstzakken of zitlappen<br />

Woordenschat<br />

73<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Bewegingsoefeningen om<br />

de motorische vaardigheden<br />

en de oog-handcoördinatie<br />

te versterken.<br />

Lopen-hinkelen<br />

Glijden-opvangen<br />

Klemmen-lichten<br />

Heffen en doorsturen<br />

Kring vormen<br />

De leerlingen kijken en<br />

luisteren naar de leerkracht.<br />

Ze lopen naar een zakje en<br />

hinkelen ermee terug op<br />

hun plaats.<br />

Ze voeren opdrachten uit<br />

zoals<br />

- glijden en vangen,<br />

- hoge rug maken,<br />

- klemmen en lichten,<br />

- heffen en<br />

doorsturen.<br />

Ze vormen een kring<br />

en sturen, op teken, de<br />

pittenzakjes door.<br />

De leerkracht: legt het materiaal klaar<br />

en bakent het veld af<br />

geeft opdrachten op teken naar een<br />

zakje toe te lopen en hinkelend terug<br />

te keren<br />

laat de leerlingen zitten naast een<br />

zakje en geeft opdrachten, zoals<br />

1. zakje van het hoofd laten<br />

glijden en opvangen<br />

2. zakje op je rug door een hoge<br />

rug te maken<br />

3. zakje klemmen tussen voeten<br />

en benen lichten<br />

4. één been heffen en zakje<br />

doorsturen naar de andere<br />

hand<br />

laat kalmeringsoefeningen uitvoeren,<br />

zoals kringvormen en op teken een<br />

zakje doorsturen.<br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

De lijn<br />

Benen<br />

Gestrekt<br />

Glijden<br />

Probeer<br />

Zonder<br />

Doorsturen<br />

Klappen<br />

Het zakje<br />

Een krant<br />

De zitlap<br />

Het hoofd<br />

Opvangen<br />

De handen<br />

De knieën<br />

Oplichten<br />

Opheffen<br />

Ene<br />

Op<br />

Als<br />

In<br />

En<br />

Nu<br />

Maar<br />

Naast<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


5.4 Kleutergymnastiek met hoepels<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond de coördinatie en hun<br />

evenwicht. Ze maken verschillende bewegingen. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen<br />

met hoepels.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de verschillende<br />

bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Hoepels<br />

Blinddoeken<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

De bewegingsoefeningen<br />

om de motorische<br />

vaardigheden en de<br />

oog-handcoördinatie te<br />

versterken.<br />

Gehurkt zitten<br />

Draaien boven het hoofd<br />

Vóór je sturen<br />

De leerlingen kijken,<br />

luisteren en voeren de<br />

opdrachten uit.<br />

Ze hurken in een hoepel.<br />

Ze pakken de hoepels met<br />

beide handen vast.<br />

Ze pakken de hoepels<br />

zonder de knieën te buigen.<br />

Ze houden de hoepel boven<br />

het hoofd en gaan sturen.<br />

Ze staan achter een hoepel<br />

en gaan sturen.<br />

Ze staan op een streep met<br />

een hoepel en gaan rijden<br />

naar de overkant.<br />

Ze maken een tunnel met de<br />

hoepel en gaan om de beurt<br />

erdoor.<br />

Ze staan geblinddoekt en<br />

moeten zeggen of ze iets<br />

horen.<br />

De leerkracht: zorgt voor het<br />

benodigde materiaal en bakent het<br />

speelveld af<br />

geeft opdrachten zoals: gehurkt<br />

gaan zitten in een hoepel bij een<br />

afgesproken teken.<br />

laat deze oefening enkele keren<br />

herhalen.<br />

geeft romp-, evenwichts- en<br />

behendigheidsoefeningen, zoals<br />

1. de hoepels zo langzaam<br />

mogelijk met beide handen<br />

oppakken<br />

2. herhalen, maar nu zonder de<br />

knieën te buigen<br />

3. de hoepel horizontaal boven<br />

het hoofd houden en doen alsof ze<br />

sturen<br />

laat de leerlingen achter een hoepel<br />

staan en oefenen.<br />

laat de leerlingen op een streep<br />

staan met de hoepel en oefenen.<br />

laat een tunnel maken met de<br />

hoepels en geeft opdrachten.<br />

laat kalmeringsoefeningen uitvoeren.<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 74


Woordenschat<br />

75<br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

Tunnel<br />

Blinddoeken<br />

Voorin<br />

Oppakken<br />

Buigen<br />

Boven het hoofd<br />

Sturen<br />

De hoepel<br />

De hand<br />

Beide handen<br />

De overkant<br />

Het hoofd<br />

Het stuur<br />

Achter<br />

En<br />

Vóór<br />

Aan<br />

Op<br />

Met<br />

In<br />

Voor<br />

Om<br />

Over<br />

Dan<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


6. Basiswoorden Surinaamse<br />

kleutergroep 1<br />

Thema’s<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 76


6.1 DE SCHOOL<br />

’s avonds<br />

’s middags<br />

’s morgens<br />

’s nachts<br />

aantal, het<br />

achteraan<br />

achterkant, de<br />

achttien<br />

af en toe<br />

allang<br />

allerlei<br />

alsof<br />

alvast<br />

alvast<br />

alweer<br />

antwoord, het<br />

antwoorden<br />

apart (afzonderlijk)<br />

applaus, het<br />

april<br />

augustus<br />

bedekken<br />

bedoeling, de<br />

begin<br />

behalve<br />

beide (-n)<br />

belangrijk<br />

beleven<br />

beroemd<br />

betekenen<br />

bijzetten<br />

binnenkant, de<br />

binnenkomen<br />

77<br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

alsof<br />

behalve<br />

boven<br />

bovenkant, de<br />

daarmee<br />

het hebben over<br />

het midden<br />

inderdaad<br />

intussen<br />

klappen<br />

kloppen<br />

blokkendoos, de<br />

boel (veel)<br />

bol, de(znw)<br />

bovenaan<br />

bovendien<br />

bovenkant, de<br />

bravo<br />

breed<br />

buitenkant, de<br />

cijfer, het<br />

controleren<br />

crossfiets, de<br />

daarmee<br />

daarnet<br />

december<br />

dertien<br />

deurmat, de<br />

dinsdag<br />

diploma, het<br />

direct<br />

domoor, de<br />

donderdag<br />

door elkaar<br />

doorgeven<br />

doorlopen<br />

doormidden<br />

doorwerken<br />

duiken (dook, gedoken; zee)<br />

duizend<br />

duw, de<br />

dwars (richting)<br />

echt (tegenover vals)kist, de<br />

eerder<br />

naast<br />

om<br />

omdat<br />

onder<br />

ondersteboven<br />

ondertussen<br />

samen<br />

sedert<br />

steeds<br />

tussen<br />

eind<br />

eind (afstand)<br />

eind / einde<br />

elf (getal)<br />

enkel (een paar)<br />

enorm<br />

erachter<br />

eraf<br />

eraf halen<br />

erbij<br />

erbij doen<br />

ermee<br />

doelpunt, het<br />

even donker<br />

even licht<br />

extra<br />

februari<br />

flink (groot, veel)<br />

geeft niet, het<br />

geleden<br />

gelijk (meteen)<br />

gelijk (tegelijk)<br />

getal, het<br />

getallenlijn, de<br />

gezicht (aanblik)<br />

gisteravond<br />

gymschoenen, de<br />

gymzaal, de<br />

haast (bijna)<br />

haast, de (tijdgebrek)<br />

hal, de<br />

hardlopen<br />

helft, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


misschien<br />

moeilijk<br />

moeten<br />

mogen<br />

morgen<br />

morgen, de (ochtend)<br />

muur, de<br />

naast<br />

nadenken<br />

natuurlijk<br />

nee<br />

negen<br />

netjes<br />

nodig hebben / zijn<br />

noemen<br />

nummer, het<br />

ophangen<br />

opletten<br />

opruimen<br />

opruimen<br />

opsteken<br />

papier, het<br />

pen, de<br />

plaat, de<br />

plaat, de / het plaatje<br />

plaats , de (plek)<br />

plakken<br />

plantjes, de<br />

plek, de<br />

potlood, het<br />

praten<br />

prikken<br />

prima<br />

proberen<br />

prullenbak, de<br />

achterblijven<br />

afblijven<br />

bekijken<br />

blik, het (de doos)<br />

breekbaar<br />

de ketting rijgen<br />

dichtmaken<br />

droogmaken<br />

gieten<br />

glimmen<br />

hulp, de / het hulpje<br />

ijzer, het<br />

kletsen<br />

kleuter, de<br />

kruk, de<br />

kurk, de<br />

kwijtraken<br />

Uitbreiding<br />

punt, de (het potlood)<br />

rij, de<br />

roepen<br />

rommel, de<br />

rustig<br />

schaar, de<br />

scherp<br />

scheuren<br />

school, de<br />

schreeuwen<br />

schrijven<br />

snappen<br />

spullen<br />

steken (plaatsen in)<br />

stekker, de<br />

stempelen<br />

stift, de<br />

stil (geluid)<br />

stoel, de<br />

stoppen<br />

stuk<br />

tekenen<br />

tekening, de<br />

tellen<br />

tien<br />

touw, het / het touwtje<br />

twee<br />

vandaag<br />

vast (zeker)<br />

vegen<br />

verf, de<br />

verkeerd<br />

vertellen<br />

verven<br />

vier<br />

licht, lichter, lichtst<br />

lokaal, het<br />

meester, de<br />

meten<br />

naald, de<br />

onrustig<br />

onvoorzichtig<br />

opbergen<br />

oppassen<br />

pas op!<br />

plaatje, het<br />

plakband, het<br />

plaksel, het<br />

plakspullen<br />

plastic, het (het plastiek)<br />

punt, de<br />

puntenslijper, de<br />

vijf<br />

vinden (mening)<br />

vinden (terug)<br />

vinger, de<br />

volgens<br />

voorlezen<br />

vouwen<br />

vragen<br />

waar (echt)<br />

water geven<br />

week, de<br />

weg<br />

wegleggen<br />

wel<br />

werk / werkje<br />

werken<br />

werken<br />

weten<br />

wijzen<br />

willen<br />

woord, het<br />

zak, de<br />

zeggen<br />

zeker<br />

zelfstandig<br />

zes<br />

zetten<br />

zeven<br />

zo<br />

zomaar<br />

zorgen<br />

zullen<br />

raadsel, het<br />

raden<br />

rek, het<br />

slordig<br />

stempel, de<br />

stilzitten<br />

stopcontact, het<br />

sturen (zenden)<br />

te kort<br />

te veel<br />

uitkiezen<br />

vastmaken<br />

versje, het<br />

waarschuwen<br />

weggooien<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 78


(groter etc.) dan<br />

achter<br />

achteruit<br />

af<br />

alle drie<br />

alle twee<br />

allebei<br />

allemaal<br />

alles<br />

als<br />

als (indien)<br />

anders<br />

andersom<br />

beneden<br />

best<br />

beter<br />

bij<br />

boven<br />

bovenin<br />

bovenop<br />

daar<br />

derde<br />

dik<br />

dikker<br />

dikst<br />

dun<br />

dunner<br />

dunst<br />

dus<br />

een paar<br />

eerst …daarna<br />

eerst …dan<br />

eerste<br />

elk<br />

en<br />

eraan<br />

erbij<br />

erbij kunnen<br />

ergens<br />

even groot<br />

even klein<br />

evenveel<br />

79<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

geen<br />

goed<br />

groot<br />

grootst<br />

groter<br />

half<br />

heel<br />

heel (erg)<br />

heleboel<br />

helemaal<br />

hetzelfde<br />

hier<br />

hoe<br />

hoeveel<br />

hoger<br />

hoog<br />

hoogst<br />

ieder<br />

iedereen<br />

klein<br />

kleiner<br />

kleinst<br />

kort<br />

korter<br />

kortst<br />

lang<br />

langer<br />

langst<br />

leeg<br />

leegst<br />

leger<br />

maar (doch)<br />

meer<br />

meest<br />

midden (znw)<br />

middenin<br />

minder<br />

minst<br />

naast<br />

neerleggen<br />

neerzetten<br />

nergens<br />

niemand<br />

niets<br />

niks<br />

of<br />

omdat<br />

omhoog<br />

omlaag<br />

onder<br />

onderaan<br />

onderin<br />

ook<br />

opzij<br />

overal<br />

overheen<br />

precies<br />

soort, de<br />

te groot<br />

te hoog<br />

te klein<br />

tegen<br />

toch<br />

tussen<br />

tweede<br />

veel<br />

verder (voorts)<br />

vierde<br />

vol<br />

voller<br />

volst<br />

voor<br />

vooruit<br />

waar<br />

waarom<br />

want<br />

wat<br />

weinig<br />

welk<br />

wie<br />

zoals<br />

zoveel<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


6.2 DIEREN<br />

aaien<br />

aap, de<br />

beer, de<br />

bek, de<br />

bijten<br />

blaffen<br />

boer, de<br />

boerderij, de<br />

bos, het<br />

eend, de<br />

geit, de<br />

giraf, de<br />

haan, de<br />

hert, het<br />

hok, het<br />

hol, het<br />

hond, de<br />

big, de<br />

boerin, de<br />

bok, de<br />

cavia, de<br />

draven<br />

eekhoorn, de<br />

ezel, de<br />

gans, de<br />

haas, de<br />

hooi, het<br />

kalf, het<br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

ijsbeer, de<br />

kat, de<br />

kikker, de<br />

kip, de<br />

koe, de<br />

konijn, het<br />

kop, de<br />

krokodil, de (de kaaiman)<br />

kuiken, het<br />

leeuw, de<br />

mand, de<br />

mol, de<br />

muis, de<br />

olifant, de<br />

paard, het<br />

papegaai, de<br />

piepen<br />

kater, de<br />

kinderboerderij, de<br />

kooi, de<br />

kwaken<br />

lieveheersbeestje, het<br />

marmot, de<br />

merel, de<br />

miauwen<br />

mier, de<br />

mug, de<br />

aaien<br />

draven<br />

waggelen<br />

poes, de<br />

poot, de<br />

schaap, het<br />

slak, de<br />

slang, de<br />

spin, de<br />

tijger, de<br />

uil, de<br />

varken, het<br />

vis, de<br />

vlinder, de<br />

vogel, de / het vogeltje<br />

vos, de<br />

wolf, de<br />

zebra, de<br />

schildpad, de<br />

snavel, de<br />

snuit, de<br />

staart , de<br />

stal, de<br />

stekelvarken, het<br />

veulen, het<br />

vlieg, de<br />

vogelnest, het<br />

waggelen<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 80


81<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

al<br />

aldoor<br />

alhoewel<br />

alsof<br />

behalve<br />

bijna<br />

bovendien<br />

daarna<br />

intussen<br />

net … als<br />

sinds<br />

ten eerste<br />

ten slotte<br />

terwijl<br />

vervolgens<br />

vooral<br />

want<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


6.3 WIJ VIEREN FEEST<br />

ballon, de<br />

bedankt!<br />

blazen<br />

cadeau, het<br />

circus, het<br />

clown, de<br />

clownsneus, de<br />

dansen<br />

aansteken<br />

baby, de<br />

branden<br />

circustent, de<br />

de jarige job<br />

engel, de<br />

feesthoed, de<br />

geboren<br />

herder, de<br />

inpakken<br />

kerstbal, de<br />

kerstboom, de<br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

feest, het<br />

film, de<br />

hoera<br />

jarig<br />

kaars, de / het kaarsje<br />

kaartje, het<br />

klappen<br />

krijgen<br />

kerstfeest, het<br />

kerstklok, de<br />

kerstliedje, het<br />

kerstman, de<br />

kerstmis, de<br />

kribbe, de<br />

mijter, de<br />

pepernoot, de<br />

piet / zwarte piet<br />

Sint / Sinterklaas<br />

sinterklaasfeest, het<br />

sinterklaasliedje, het<br />

ballon<br />

klappen<br />

muts<br />

slinger<br />

taart<br />

versieren<br />

pakje, het<br />

pakken<br />

slinger, de<br />

taart, de<br />

verjaardag, de<br />

verrassing<br />

vieren<br />

vlag, de<br />

staf, de<br />

stoomboot, de<br />

strooien<br />

uitblazen<br />

uitdelen<br />

uitpakken<br />

verjaardagsfeest, het<br />

versieren<br />

versiering, de<br />

vijf december<br />

woonwagen, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 82


83<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

allebei<br />

alles<br />

anders<br />

beginnen<br />

bijna<br />

blijven<br />

boven<br />

contra<br />

daarentegen<br />

datzelfde<br />

sinds<br />

terwijl<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


6.4 ALLEMAAL MENSEN<br />

NT2<br />

aandoen(kleren)<br />

aankleden<br />

aankomen (aanraken)<br />

achter (achterkant)<br />

achter (-na)<br />

achteruit<br />

af (plaats)<br />

bal, de<br />

beneden<br />

berg, de<br />

bewegen<br />

binnen<br />

blauw<br />

bord, het<br />

bruin<br />

buiten<br />

daar<br />

dag (groet)<br />

dank je/ dankjewel<br />

dat/dit<br />

deur, de<br />

dicht<br />

die<br />

fluit<br />

fluiten<br />

geel<br />

geluid<br />

(voor)zingen<br />

aan de beurt<br />

aan de hand<br />

aankijken<br />

aankleden<br />

alleen<br />

alsjeblieft / alstublieft<br />

au<br />

auto, de<br />

baby, de<br />

bang<br />

beurten, de<br />

bijten<br />

binnen<br />

Themawoorden<br />

goud<br />

grijs<br />

geluid<br />

goud<br />

grijs<br />

groen<br />

hai/hoi<br />

hallo<br />

huis, het<br />

is<br />

ja<br />

jas, de<br />

juf, de<br />

kast, de<br />

kijken<br />

kind, het<br />

klaar<br />

kleur, de<br />

kleuren<br />

klinken<br />

komen<br />

kring, de<br />

lawaai<br />

liedje<br />

lopen<br />

mama<br />

mee<br />

blij<br />

blij<br />

blijven<br />

bloem, de<br />

blokfluit, de<br />

boom, de<br />

boos<br />

brengen<br />

broodbak, de /het broodbakje<br />

brug, de<br />

buiten<br />

buiten spelen<br />

bus, de<br />

dank (je wel)<br />

muur, de<br />

muziek, de<br />

nee<br />

niet<br />

open<br />

paars<br />

pakken<br />

papa<br />

piepen<br />

plassen<br />

poepen<br />

raam, het<br />

rood<br />

roze<br />

schoen, de<br />

staan<br />

stil<br />

stoel, de<br />

stop<br />

tafel, de<br />

tas, de<br />

uitdoen(kleren)<br />

wassen<br />

wc, de<br />

wit<br />

zwart<br />

ding, het<br />

duwen<br />

een lekke band<br />

eerste<br />

eng<br />

erg<br />

erg<br />

erg (vervelend)<br />

fiets, de<br />

fietsen<br />

fijn<br />

gaan<br />

gek<br />

gelukkig<br />

<strong>Bronnenboek</strong> 84


geven<br />

gewoon<br />

gieter, de<br />

graag, liever, liefst<br />

grap, de<br />

gras, het<br />

haar (bez. vnw)<br />

haar, het (pers. vnw)<br />

halen<br />

hebben<br />

heerlijk<br />

helpen<br />

hem<br />

heten<br />

hij ( ie)<br />

horen bij<br />

houden van<br />

huilen<br />

hulp vragen<br />

ieder<br />

iedereen<br />

iemand<br />

ik<br />

je / jouw<br />

jij / je<br />

jongen, de<br />

jou<br />

juf(frouw) , de<br />

kamerplant, de<br />

kennen<br />

kietelen<br />

kind, het<br />

klap, de<br />

klei, de<br />

kleren, de<br />

kleur, de<br />

kleuren, de<br />

klimmen<br />

klimrek, het<br />

klittenband, de<br />

knijpen<br />

knoop, de<br />

komen<br />

kralen, de<br />

kriebelen<br />

kus, de / het kusje<br />

laat<br />

lachen<br />

lachen<br />

langs<br />

langzaam<br />

leuk<br />

lied(je), het<br />

lief<br />

lijken op<br />

lijm, de<br />

links<br />

lopen<br />

los<br />

luid (hard)<br />

luisteren<br />

mama / ma / mammie<br />

man, de<br />

meedoen<br />

meegaan<br />

meezingen<br />

meisje, het<br />

meneer, de<br />

mens, de<br />

mevrouw, de<br />

mij<br />

mijn<br />

moeder, de<br />

mooi<br />

naam, de<br />

naar huis<br />

nadenken<br />

nemen<br />

oké<br />

om de beurt<br />

op schoot<br />

ophangen<br />

ophouden<br />

overkant, de<br />

oversteken<br />

papa / pa / pappie<br />

pauze, de<br />

pijn, de<br />

plagen<br />

platte band, de<br />

poppen, de<br />

potplant, de<br />

prachtig<br />

raar<br />

racen /hard fietsen<br />

rechts<br />

rek, het<br />

rennen/ hollen<br />

rijden<br />

rijgen<br />

ruzie , de<br />

samen<br />

samen(doen) spelen<br />

schaar, de<br />

schep , de /de schop<br />

schrikken<br />

slaan<br />

spelen<br />

spugen<br />

stilstaan<br />

stom (dom)<br />

stout<br />

straat, de<br />

strijken<br />

tak, de<br />

terugbrengen<br />

teruggeven<br />

traan<br />

trekken<br />

troosten<br />

trottoir, het<br />

trui, de (het T-shirt)<br />

tuin, de<br />

uitkijken<br />

vader, de<br />

vallen<br />

van (bezit)<br />

vasthouden<br />

vechten<br />

veranderen<br />

verdrietig<br />

verdwijnen<br />

verhaal, het<br />

verkeerslicht, het<br />

verliezen<br />

versje, het<br />

vertellen<br />

vlug<br />

voelen<br />

vriend, de / het vriendje<br />

vriendin , de<br />

vrouw, de<br />

wassen<br />

water (geven)<br />

welterusten<br />

winkel, de<br />

worden<br />

zacht<br />

zakdoek, de<br />

ze / zij<br />

zebra, de<br />

zebrapad, het<br />

zeg (tussenw.)<br />

zelf<br />

zich<br />

zijn<br />

zijn (bez.vnw)<br />

zoeken<br />

zon, de<br />

zuchten<br />

zwaaien<br />

85 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

Uitbreiding<br />

afpakken<br />

alle drie<br />

alle twee<br />

banken, de<br />

bedenken<br />

bloempot, de<br />

bordenwisser, de<br />

botsen<br />

bult, de (kundu)<br />

dag/doei/doeg<br />

de<br />

de grote mensen<br />

de oude bloemen/ verwelken<br />

de visite, de<br />

dom<br />

een voor een<br />

eigen<br />

erbij horen<br />

flauw<br />

geloven<br />

geluk hebben<br />

giechelen<br />

goedemiddag<br />

goedemorgen<br />

goedmaken<br />

hai/hoi<br />

hand, de / handje geven<br />

handen schudden<br />

hark, de<br />

kiezen<br />

kledingstuk, het<br />

kleren<br />

aan<br />

allebei<br />

alleen<br />

allemaal<br />

als<br />

bijvoorbeeld<br />

daarna<br />

daarom<br />

dan<br />

dat<br />

dus<br />

eerst<br />

eigen<br />

elkaar<br />

en<br />

enkele<br />

kletsnat<br />

kloppen (juist)<br />

kralendoos, de<br />

kralenplank, de<br />

kwijt zijn<br />

licht/ donker<br />

meehelpen<br />

melodie, de<br />

mest, de<br />

met de wind mee<br />

muziekinstrument, het<br />

naar (vervelend)<br />

neuriën<br />

normaal<br />

ochtend, de<br />

okselmouw, de<br />

om beurten<br />

ongezellig<br />

op bezoek komen<br />

op je beurt wachten<br />

opendoen<br />

opgelucht/ blij<br />

pech hebben<br />

pedaal, het<br />

pesten<br />

pestkop, de<br />

pleister, de<br />

plek, de<br />

poëziealbum, het<br />

probleem oplossen<br />

prullenbak, de<br />

regel, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

erdoor<br />

gezellig<br />

hen (pers. vnw)<br />

hoe<br />

hun<br />

jullie<br />

langs<br />

met<br />

naar (richting aangevend)<br />

natuurlijk<br />

of<br />

om<br />

omdat<br />

ons<br />

ook<br />

rijgdraad, de<br />

ritme, het<br />

rits, de<br />

ruzie maken<br />

schat, de (lief iemand)<br />

schoolerf, het<br />

schooltijd, de<br />

schrik, de<br />

snoeischaar, de<br />

speeltuin, de<br />

stompen<br />

strijken<br />

stripverhaal, het<br />

struik , de<br />

tafels, de<br />

tegenwind /tegen de wind in<br />

tot straks<br />

tot ziens<br />

trappen<br />

troosten<br />

T-shirt, het /de trui<br />

vervelend<br />

voor je beurt praten<br />

voorhoofd, het<br />

vriendjes maken<br />

vriendschap, de<br />

vrolijk<br />

waarde, de<br />

wand, de<br />

wandkaart, de<br />

wortel, de<br />

over<br />

samen<br />

straks<br />

ten slotte<br />

terug<br />

toen<br />

u<br />

vervolgens<br />

voor<br />

waarmee<br />

wanneer<br />

want<br />

wat<br />

we / wij<br />

zonder<br />

86


6.5 GEZOND EN LEKKER ETEN<br />

Themawoorden<br />

aardappel, de<br />

appel , de<br />

bakkersmuts, de<br />

banaan, de<br />

beker, de<br />

boodschappen doen<br />

bord, het / het bordje<br />

boter, de<br />

boterham, de<br />

brood, het<br />

broodje, het<br />

cent , de<br />

chips, de<br />

chocolade, de<br />

chocomel , de / de chocomelk /<br />

de chocolademelk<br />

dorst, de<br />

drinken<br />

drop, de / het dropje<br />

duur<br />

ei, het<br />

eten, het<br />

fles, de<br />

fornuis, het<br />

friet, de, de frietjes<br />

geld, het<br />

glas, het<br />

goedkoop<br />

hap, de / het hapje<br />

happen<br />

het is op<br />

NT2<br />

bakken<br />

braden<br />

cake, de<br />

casinobrood, het<br />

die /dat<br />

koren, het(de mais)<br />

lekker<br />

lusten<br />

marineren<br />

mata, de<br />

meel, het<br />

ijsje, het<br />

kaas, de<br />

kaneel, de<br />

kauwgom, de<br />

kip, de<br />

knoeien<br />

koek, de /het koekje<br />

koffie, de<br />

kop, de / het kopje<br />

kopen<br />

lekkers<br />

lepel, de<br />

likken<br />

limonade, de<br />

lolly, de<br />

melk, de<br />

mes, het<br />

nieuw<br />

noot, de / het nootje<br />

opdrinken<br />

opeten<br />

pakje, het<br />

pan, de<br />

pannenkoek, de<br />

pap, de<br />

patat , de<br />

peer, de<br />

pinda, de<br />

pindakaas, de<br />

pollepel, de<br />

portemonnee, de<br />

proeven<br />

puntbroodje, het<br />

slagroom, de<br />

stamper, de<br />

stoven<br />

taart, de<br />

vies<br />

zin hebben in<br />

zoet<br />

zout<br />

zuur<br />

rietje, het<br />

rijst, de<br />

roeren<br />

roeren<br />

sap, het<br />

schotel , de / het schoteltje<br />

schudden<br />

sinaasappel, de<br />

sla, de<br />

slok, de / het slokje<br />

snijden<br />

snoep, de / het snoepje<br />

soep, de<br />

speen , de (de baby)<br />

spinazie , de<br />

stuk, het / het stukje<br />

suiker, de<br />

tas, de<br />

thee, de<br />

tomaat, de<br />

tussendoortje, het<br />

vis, de<br />

vlees, het<br />

voeding, de<br />

vork, de<br />

winkel , de<br />

worst, de<br />

wortel, de<br />

yoghurt, de<br />

87 <strong>Bronnenboek</strong>


aardbei, de<br />

appelmoes, de<br />

avondeten, het<br />

bakken<br />

bakker, de<br />

bakkersschort, de<br />

bakkerswinkel, de<br />

biefstuk, de<br />

bier, het<br />

boodschappenkar, de<br />

boodschappentas, de<br />

boon, de<br />

boos<br />

citroen, de<br />

cola, de<br />

de tafel dekken<br />

druif, de<br />

een<br />

eten maken<br />

fruit, het<br />

aldoor<br />

alhoewel<br />

amper<br />

anders<br />

behalve<br />

bovendien<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Uitbreiding<br />

gaar<br />

gehakt, het<br />

gezond<br />

gist , de<br />

groente, de<br />

hagelslag, de<br />

honger , de<br />

kauwen<br />

kers, de<br />

kiwi, de<br />

koekenpan, de<br />

kom, de<br />

kroket, de<br />

macaroni, de<br />

mandarijn, de<br />

markt, de<br />

mayonaise, de<br />

meel, het<br />

melk, de<br />

meloen, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

daarentegen<br />

daarna<br />

dan<br />

eerst<br />

eraf<br />

mengen<br />

morsen<br />

oven , de<br />

pak, het<br />

pizza, de<br />

rijp<br />

roeren<br />

rotten<br />

schap, de<br />

schil, de<br />

schort<br />

sinas, de<br />

slager, de<br />

spaghetti, de<br />

spatel, de<br />

supermarkt, de<br />

tafelkleed, het<br />

vla, de<br />

zeef, de<br />

erbij<br />

net … als<br />

sinds<br />

ten eerste<br />

tot slot<br />

88


6.6 WAAR WONEN WE?<br />

(op)bellen<br />

bank, de<br />

bed, het<br />

brief, de<br />

broer, de<br />

dak, het<br />

deken, de<br />

deur, de<br />

foto , de<br />

gang , de<br />

garage, de<br />

gordijn, het<br />

hek, het<br />

huis, het<br />

kachel, de<br />

afwassen<br />

badkamer, de<br />

behangen<br />

boekenkast, de<br />

bos bloemen<br />

brievenbus, de<br />

buren, de<br />

buurjongen, de<br />

buurman, de<br />

buurmeisje, het<br />

buurvrouw, de<br />

dekbed, het<br />

doek , de / het doekje<br />

drogen<br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

kamer, de<br />

kapstok, de<br />

keuken , de<br />

koelkast, de<br />

krant, de<br />

kussen, het<br />

mama / ma / mammie<br />

moeder, de<br />

neef , de<br />

nicht, de<br />

oma, de<br />

oom, de<br />

opa, de<br />

papa / pa / pappie<br />

raam, het<br />

emmer, de<br />

flat , de<br />

grootmoeder, de<br />

grootvader, de<br />

kachel, de<br />

kelder , de<br />

laken, het<br />

metselen<br />

op slot<br />

ophangen<br />

ramenlappen<br />

schoonmaken<br />

schoorsteen , de<br />

schuur, de<br />

gang, de<br />

hek, het<br />

kapstok, de<br />

kelder, de<br />

schuur, de<br />

sop, het<br />

wasmiddel, het<br />

zolder, de<br />

radio, de<br />

shutter, de (de jaloezie)<br />

sleutel, de<br />

stoel, de<br />

tafel, de<br />

tante, de<br />

telefoon, de<br />

televisie, de<br />

thuis<br />

trap, de<br />

tuin, de<br />

vaas, de<br />

vader, de<br />

wonen<br />

zus, de<br />

slaapkamer , de<br />

slot, het<br />

sop, het<br />

stoffer, de en het blik<br />

tafelkleed, het<br />

telefoonboek, het<br />

telefoonnummer, het<br />

uitspoelen<br />

verwarming, de<br />

wasmiddel, het<br />

wieg, de<br />

woonkamer , de<br />

zeem, de<br />

zolder , de<br />

89 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

alles<br />

alsof<br />

beide<br />

bijna<br />

daarginds<br />

datgene<br />

datzelfde<br />

dergelijk<br />

eerst<br />

nu<br />

90


6.7 PLANTEN OM ONS HEEN<br />

blad, het<br />

bloem, de<br />

boom, de<br />

bos, het<br />

brand, de<br />

aarde, de (de grond)<br />

as, de<br />

drijven<br />

druppel, de<br />

grond, de (de aarde)<br />

allemaal<br />

ander<br />

bijna<br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

gieter, de<br />

knop, de<br />

plant, de<br />

stam, de<br />

stengel, de<br />

omspitten<br />

plantenbed, het<br />

rook, de<br />

sproeien<br />

spuiten<br />

daarna<br />

datgene<br />

eerst<br />

erna<br />

net … als<br />

ook<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

blijven<br />

bovendien<br />

daarentegen<br />

tak, de<br />

tuinslang, de<br />

vrucht, de<br />

vuur, het<br />

wortel, de<br />

stromen<br />

vlam, de<br />

zinken<br />

daarna<br />

alvorens<br />

91 <strong>Bronnenboek</strong>


6.8 OP WEG NAAR ...<br />

berg, de<br />

boot, de<br />

botsen<br />

bus, de<br />

druk (niet rustig)<br />

gevaarlijk<br />

golven, de / de golf<br />

helikopter, de<br />

hijskraan, de<br />

land, het<br />

aankomst, de<br />

autoweg, de<br />

bekeuren<br />

bekeuring, de<br />

brommer, de<br />

buitenland, het<br />

bushalte, de<br />

fietspad, het<br />

fietspomp, de<br />

gevaar, het<br />

gordel , de<br />

graafmachine, de<br />

in de buurt<br />

instappen<br />

klaarover<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

land, het (de staat)<br />

motor, de<br />

politie, de<br />

rijden<br />

stoep, de<br />

straat, de<br />

tent, de<br />

tram, de<br />

trein, de<br />

vakantie, de<br />

kruispunt, het<br />

metro, de<br />

overkant , de<br />

oversteken<br />

parkeerplaats, de<br />

parkeren<br />

pas op!<br />

pijl, de<br />

reis, de<br />

reizen<br />

rijbewijs, het<br />

schip, het<br />

scooter, de<br />

station, het<br />

allebei<br />

alles<br />

erachter<br />

ernaast<br />

langs<br />

samen<br />

tegelijk<br />

voor<br />

varen,<br />

vliegen<br />

vliegtuig, het<br />

vrachtauto, de<br />

wachten<br />

weg, de<br />

wereld, de<br />

zee, de<br />

schip, het<br />

scooter, de<br />

station, het<br />

stoeprand, de<br />

stoplicht, het /het<br />

verkeerslicht<br />

taxi, de<br />

tractor, de<br />

uitstappen<br />

veilig<br />

verkeer, het<br />

verkeersbord, het<br />

vliegveld, het<br />

zebrapad , het<br />

92


Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

beneden<br />

bij<br />

bijna<br />

boven<br />

bovendien<br />

langs<br />

onder<br />

ten slotte<br />

voorbij<br />

zodat<br />

93 <strong>Bronnenboek</strong>


6.9 HET WEER<br />

blad, het / het blaadje<br />

bloem, de<br />

bruin<br />

de jonge dieren<br />

de zon schijnt<br />

geel<br />

glijden<br />

gras, het<br />

groeien<br />

groen, het<br />

grond, de<br />

dennenappel, de<br />

dennenboom, de<br />

dwarrelen<br />

eikel, de<br />

golf, de<br />

grasveld, het<br />

kastanje , de<br />

omwaaien<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

het regent<br />

het sneeuwt<br />

het waait<br />

ijs, het<br />

koud<br />

lucht, de<br />

paddenstoel, de<br />

plas, de<br />

rolschaatsen, de<br />

rood<br />

schelp, de<br />

paardenbloem, de<br />

pasgeboren<br />

roos, de<br />

schaats, de<br />

slee, de<br />

smelten<br />

sneeuw, de<br />

donker<br />

anders<br />

licht<br />

eerst<br />

later<br />

bovendien<br />

ten slotte<br />

warm<br />

weer, het<br />

wei, de<br />

wind, de<br />

wit<br />

wolk, de<br />

zand, het<br />

zon, de<br />

sneeuwpop, de<br />

steel, de<br />

strand, het<br />

vriest, het<br />

winter, de<br />

zaadje, het<br />

zomer, de<br />

94


Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

eerst<br />

behalve<br />

bovendien<br />

daarna<br />

ook<br />

sinds<br />

ten slotte<br />

toch<br />

vervolgens<br />

waardoor<br />

waarmee<br />

95 <strong>Bronnenboek</strong>


6.10 WAT TREKKEN WE AAN?<br />

aan<br />

aandoen<br />

aankleden (zich)<br />

aantrekken<br />

achterkant, de<br />

baard, de<br />

bad, het<br />

bloot<br />

bril, de<br />

broek, de<br />

das , de (de sjaal)<br />

doek, de<br />

doorspoelen<br />

douche, de<br />

douchen<br />

dragen<br />

droog<br />

elastiek, het<br />

haar, het / de haren<br />

handdoek , de<br />

heet<br />

hemd, het<br />

het wc-papier afvegen<br />

hoed, de<br />

jas, de<br />

jurk, de<br />

kam, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

kammen<br />

kammen<br />

kapper, de<br />

ketting, de<br />

kleren, de<br />

knoop , de (de jas)<br />

knoop, de (de veter)<br />

koud<br />

kraan, de<br />

laars, de /de laarzen<br />

los<br />

luier, de<br />

maat, de<br />

mooi<br />

muts, de<br />

nat<br />

onderbroek, de<br />

opzetten (muts)<br />

passen<br />

pet, de<br />

plas, de<br />

plassen<br />

poep, de<br />

poepen<br />

poetsen<br />

pot, de / het potje<br />

pyjama, de<br />

riem, de<br />

aldoor<br />

alsof<br />

alsook<br />

ander<br />

beide<br />

net<br />

sedert<br />

sinds<br />

zoals<br />

ring, de<br />

rits, de<br />

rok, de<br />

schoen, de<br />

schoon<br />

snor, de<br />

sok, de<br />

spiegel, de<br />

stof, de<br />

strak<br />

strik, de<br />

tandenborstel, de<br />

tandpasta, de<br />

trui, de<br />

T-shirt, het<br />

uitdoen<br />

uittrekken<br />

veter, de<br />

vies<br />

voorkant, de<br />

want, de<br />

warm<br />

wassen<br />

water, het<br />

wc, de /het toilet<br />

wijd<br />

zeep, de<br />

96


aanhebben<br />

afdrogen<br />

armband, de<br />

borstel, de<br />

broekspijp, de<br />

dichtdoen<br />

gloeiend<br />

in je blootje<br />

kaal<br />

kledingstuk, het<br />

kletsnat<br />

Uitbreiding<br />

klittenband, de<br />

mouw, de<br />

oorbel, de<br />

opendoen<br />

paar, het (de schoenen)<br />

regenjas, de<br />

ritssluiting, de<br />

sandaal, de<br />

schuim, het<br />

shampoo, de<br />

slipper, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

alvorens<br />

behalve<br />

behoren<br />

beide<br />

breed<br />

circa<br />

daarmee<br />

daarna<br />

sinds<br />

smal<br />

wijd<br />

slof, de<br />

spijkerbroek, de<br />

spons, de<br />

uitkleden (zich)<br />

uitspoelen<br />

verkleedkleren<br />

vlecht, de<br />

washand , de<br />

winterjas, de<br />

zich verkleden<br />

97 <strong>Bronnenboek</strong>


6.11 GEZOND EN ZIEK<br />

arm, de<br />

been, het<br />

bil, de<br />

borst, de<br />

buik, de<br />

duim, de<br />

gezicht, het<br />

hand , de<br />

hard<br />

hoofd , het<br />

horen<br />

bot, het<br />

elleboog, de<br />

glad<br />

hals, de<br />

hiel, de<br />

huid, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

kijken<br />

knie, de<br />

lip, de<br />

luisteren<br />

mond , de<br />

nek, de<br />

neus, de<br />

oog, het<br />

oor, het<br />

proeven<br />

rug , de<br />

keel, de<br />

kin, de<br />

lijf, het<br />

lip, de<br />

pink, de<br />

ruw<br />

NT2<br />

ander<br />

daarna<br />

eerst<br />

gezond<br />

koorts<br />

vervolgens<br />

ruiken<br />

tand, de<br />

teen , de<br />

tong, de<br />

verstaan<br />

vinger, de<br />

voelen<br />

voet, de<br />

wang, de<br />

zacht<br />

zien<br />

schouder, de<br />

wenkbrauw, de<br />

wimper, de<br />

wreef, de<br />

98


Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

achter<br />

allemaal<br />

alsof<br />

benaderen<br />

boven<br />

bovendien<br />

onder<br />

voor<br />

want<br />

zo<br />

99 <strong>Bronnenboek</strong>


6.12 SPELEN EN SPEELGOED<br />

auto, de<br />

bak, de<br />

bal, de<br />

beer, de<br />

berg, de<br />

blauw<br />

blok, het<br />

boef, de<br />

boek, het<br />

botsen<br />

bouwen<br />

bouwhoek, de<br />

bruin<br />

buiten<br />

dichtdoen<br />

diep<br />

draaien<br />

durven<br />

fiets, de<br />

fietsen<br />

fluiten<br />

geel<br />

geluid, het<br />

gevaarlijk<br />

gooien<br />

goud<br />

grijs<br />

groen<br />

grond, de<br />

hangen<br />

heen en weer<br />

hollen<br />

hop / hup<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

hupsakee<br />

hut, de<br />

in ‘t echt<br />

kabouter, de<br />

kant, de<br />

kar , de<br />

kiepen<br />

kleur, de<br />

kleuren (ww)<br />

klinken<br />

knikker, de<br />

koning, de<br />

koningin, de<br />

kruipen<br />

kussen , het<br />

langzaam<br />

lawaai, het<br />

lego, de<br />

liedje, het<br />

liggen<br />

lopen<br />

los<br />

loslaten<br />

mis<br />

monster, het<br />

muziek, de<br />

omdraaien<br />

omvallen<br />

op en neer<br />

op z’n kop<br />

opendoen<br />

paars<br />

pang!<br />

piepen<br />

NT2<br />

alles<br />

erin<br />

ervan<br />

intussen<br />

vervolgens<br />

vooral<br />

waaruit<br />

pijn<br />

plons, de<br />

politie<br />

pop, de<br />

poppenhoek, de (de<br />

huishoek)<br />

poppenkast, de<br />

puzzel, de<br />

puzzelen<br />

rand, de<br />

rennen<br />

reus, de<br />

rijden<br />

rollen<br />

ronddraaien<br />

rood<br />

roze<br />

schep, de<br />

scheppen<br />

schieten<br />

schommel, de<br />

schoppen<br />

slap<br />

spannend<br />

speelgoed, het<br />

spel, het (de spelen)<br />

spelen<br />

spelen<br />

spelletje, het<br />

springen<br />

staan<br />

stap, de<br />

stappen<br />

steen, de<br />

100


step, de<br />

sterk<br />

sticker, de<br />

stilstaan<br />

stoer<br />

stok, de<br />

stop, de<br />

stoten<br />

streep, de<br />

stuur, het<br />

tegen (plaats)<br />

tent, de<br />

afkloppen (zand)<br />

afvallen<br />

badpak, het<br />

balk, de<br />

bezem, de<br />

bezemsteel, de<br />

bikini, de<br />

botsing, de<br />

brug, de<br />

cd, de / de dvd<br />

deftig<br />

dief, de<br />

directeur, de<br />

doen alsof<br />

draaimolen, de<br />

draak, de<br />

dwerg, de<br />

fee, de<br />

fluit, de<br />

gevangenis, de<br />

gitaar, de<br />

gymmen<br />

gymnastiek<br />

gymspullen, de<br />

heks, de<br />

herrie, de<br />

Uitbreiding<br />

terug<br />

tik, de (de klap)<br />

toren, de<br />

trekken<br />

vallen<br />

vangen<br />

vast<br />

verstoppen<br />

voetbal, de<br />

voetballen<br />

voorzichtig<br />

wagen, de<br />

huppelen<br />

kaft, de<br />

kassa, de<br />

kasteel, het<br />

klimrek, het<br />

knikkeren<br />

knuffel, de<br />

krat, het<br />

legen<br />

masker, het<br />

meezingen<br />

omkiepen<br />

omver<br />

ondersteboven<br />

ondiepe, het<br />

op een rij<br />

oprapen<br />

optillen<br />

oranje<br />

piano, de<br />

pistool, het<br />

plakboek, het<br />

plakkertje, het<br />

plakplaatje, het<br />

politieagent, de<br />

politiebureau , het<br />

wieg, de<br />

wiel, het<br />

wip, de<br />

wit<br />

zand, het<br />

zandbak, de<br />

zingen<br />

zitten<br />

zoeken<br />

zwart<br />

zwemmen<br />

politiepet, de<br />

politiewagen, de<br />

poppenhuis, het<br />

poppenwagen, de<br />

prins, de<br />

prinses, de<br />

rechtop<br />

reusachtig<br />

ridder, de<br />

sloffen<br />

sluipen<br />

speeltuin, de<br />

spetteren<br />

spook, het<br />

springtouw, het<br />

stampen<br />

stapelen<br />

toeter, de<br />

touwtje springen<br />

toveren<br />

trommel, de<br />

troon, de<br />

verkleuren<br />

vullen<br />

zandvorm, de<br />

zilver, het<br />

101 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

beneden<br />

boven<br />

bovenop<br />

door<br />

doorheen<br />

eraf<br />

erin<br />

erop<br />

hoog<br />

in<br />

naast<br />

omhoog<br />

onder<br />

op<br />

tussen<br />

uit<br />

102


Spelend leren<br />

Een praktisch curriculum voor kleuters<br />

5-jarigen<br />

<strong>Bronnenboek</strong>


INHOUD<br />

1. VERTELLINGEN<br />

1.1 sameN lereN 103<br />

1.2 De DiereNtuiN 106<br />

1.3 feest 110<br />

1.4 sameN leveN 113<br />

1.5 voeDiNG 117<br />

1.6 WoNeN eN sameNleveN 120<br />

1.7 het bos 125<br />

1.8 verkeer 128<br />

1.9 het Weer 132<br />

1.10 kleDiNG 134<br />

1.11 mijN laND 138<br />

1.12 jij eN ik 144<br />

2. VERSJES<br />

2.1 sameN lereN 149<br />

2.2 zoo 150<br />

2.3 NatioNale feestDaGeN 151<br />

2.4 sameN leveN 152<br />

2.5 voeDiNG 153<br />

2.6 WoNeN 154<br />

2.7 het bos 155<br />

2.8 verkeer 156<br />

2.9 het Weer 157<br />

2.10 kleDiNG 158<br />

2.11 mijN laND 159<br />

2.12 jij eN ik 160<br />

3. LIEDJES<br />

3.1 sameN lere 161<br />

3.2 De DiereNtuiN 163<br />

3.3 feest 164<br />

3.4 sameN leveN 166<br />

3.5 voeDiNG 167<br />

3.6 WoNeN eN sameNleveN 168<br />

3.7 het bos 169<br />

3.8 verkeer 170<br />

3.9 het Weer 171<br />

3.10 kleDiNG 172<br />

3.11 mijN laND 173<br />

3.12 jij eN ik 174


4. REKENSPELLETJES<br />

4.1 telleN tot eN met 10 177<br />

5. BEWEGINGSOEFENINGEN<br />

5.1 beWeGiNGsoefeNiNGeN met blokkeN 180<br />

5.2 beWeGiNGsoefeNiNGeN met balleN 181<br />

5.3 beWeGiNGsoefeNiNGeN met PitteNzakjes 183<br />

5.4 beWeGiNGsoefeNiNGeN met stokkeN 184<br />

6. BASISWOORDEN SURINAAMSE KLEUTERGROEP 2<br />

sPeleN eN sPeelGoeD 186


1.1<br />

Een wandeling<br />

SAMENLEREN<br />

1. Vertellingen<br />

Tingelingeling. Daar gaat de bel. De kinderen staan netjes in de rij voor de<br />

vlaggenparade. Daarna mogen ze naar de klas. Juf Bea heeft haar kinderen<br />

vandaag iets moois te vertellen.<br />

Allemaal opgelet, vandaag zullen we een wandeling maken naar de Palmentuin.<br />

De school staat niet zo ver van de Palmentuin.<br />

Het is niet zomaar een wandeling. We gaan naar de mooie plekjes en gebouwen<br />

bekijken en daarna zullen we onze broodjes opeten in de Palmentuin. Dan zullen we<br />

wat spelen en keren daarna naar school terug. Netjes in de rij lopen en naar de juf<br />

luisteren, hoor. Als je iets moois ziet, mag je dat luidop zeggen.<br />

De kinderen beginnen te lopen. Ze komen in een straat.<br />

“Kijk juf”, zegt Randall, “hier komen de mensen tanken”.<br />

“Goed”, zegt de juf, “dit is een pompstation. Auto’s kunnen zonder benzine of<br />

dieselolie niet rijden. Hier kunnen ze een van beide in hun tank zetten en ook hun<br />

banden oppompen. Kijk maar, er komen bussen, trucks, auto’s, pick- ups, maar<br />

ook bromfietsen. Die hebben ook benzine nodig.”<br />

Naast het pompstation staat een kerk. Daar gaan de mensen om te bidden en te<br />

zingen. De kerk heeft een toren en in die toren zit de kerkbel. Die “roept” de mensen<br />

zondag uit hun huizen. “Bim bam”, zegt de bel, “mensen kom toch naar de kerk”.<br />

Het is erg druk op straat. “Goed uitkijken”, zegt de juf. “Kijk kinderen, hier is het ’s<br />

Lands Hospitaal, hier liggen de zieke mensen. Sommige blijven een paar dagen en<br />

als ze beter zijn, , mogen ze naar huis”. De kinderen kijken hun ogen uit.<br />

“Iets verder staat de Surinaamsche Bank, daar sparen de mensen hun centen.<br />

Er werken heel veel mensen daar. En naast de Bank staat een hele grote kerk.<br />

Die heet de Kathedraal”. “wat zien wij veel juf”! “Kijk maar, aan de overkant, daar is<br />

de waterleidingmaatschappij. Je kan er de waterrekening betalen”.<br />

Ze zijn al bijna bij de Palmentuin.<br />

“Kijk juf, daar woont de president”. Dat is het paleis van de president. Hij is de baas<br />

van het land. Nog een stukje lopen, dan zijn we in de Palmentuin”.<br />

Die is eigenlijk de tuin van het paleis.<br />

“Gelukkig”, roepen de kinderen, hier hoeven wij niet meer voorzichtig te lopen”.<br />

Ze gaan naar de speeltuin en mogen daar flink stoeien.<br />

Daarna mogen ze eten en drinken. “Zo, nu vlug naar school terug”.<br />

De kinderen zijn moe, maar stappen toch flink door.<br />

De vaders en moeders staan al te wachten.<br />

103 <strong>Bronnenboek</strong>


“Weet je wat”, zegt de juf tegen de kinderen, “morgen mogen jullie allemaal een<br />

mooie tekening maken over alles wat je vandaag gezien hebt”.<br />

“Dat is een goed idee”, zeggen de kinderen.<br />

De nieuwe poppenkast<br />

Vandaag zijn de kinderen blij. Weet je waarom? Dat zal ik je dan even vertellen.<br />

De kinderen van de klas van juf Marian hebben veel te doen.<br />

Nadat er is gebeld en alle kinderen op hun plaats zitten, zegt juf Marian:<br />

“Goede morgen kinderen. Heeft iedereen goed geslapen?” Daarna pakt ze het<br />

register. Ze zegt: “Hierin staan de namen van alle kinderen van de klas.” De juf leest<br />

de namen op om te weten wie er niet is. Remie is niet op school.<br />

Als de juf klaar is met het register zegt ze: “Kinderen gisteren hebben we een afspraak<br />

gemaakt, wie weet nog wat voor afspraak die is?”<br />

Alle kinderen steken hun vinger op. “Zeg jij het maar, Carlo.” Carlo staat op en zegt:<br />

“Vandaag gaan wij de klas mooi maken.”<br />

“Dat heb je goed onthouden”, zegt de juf. In de klas zijn er vier groepen.<br />

De groepen hebben allemaal een naam: Fayalobi, Kotomisi, Angalampoe en Kréré-<br />

kréré. “Zo”, zegt de juf, “luister nu eens even goed.” De kinderen luisteren aandachtig.<br />

“Een paar kinderen uit groepje Fayalobi mogen de poppenhoek opruimen:<br />

alle kleren opvouwen, alle kopjes en schotels naar de keuken brengen, en het<br />

plankje afstoffen.” De Fayalobi’s willen al beginnen.<br />

“Even wachten”, zegt de juf. “Een paar kinderen uit groepje Kotomisi mogen alle<br />

potten, pannen, lepels, vorken, het servies wassen en de keuken mooi schoonmaken.”<br />

De kinderen klappen in hun handen van blijdschap.<br />

“Wat mogen wij dan doen?” vragen de Angalampoes.<br />

“Een paar kinderen uit de groep mogen het boekenplankje eerst goed afstoffen<br />

en daarna de boeken keurig netjes leggen.” “Krérékréré’s zorgen voor de<br />

materialenkast: blokkendozen bij elkaar, puzzels bij elkaar. Jullie weten het wel!<br />

Verder hoef ik niets meer te zeggen, want grote kinderen als jullie, weten al samen<br />

te werken. En denk erom, we werken met onze handen en fluisteren met onze<br />

mond. Zo en nu aan het werk!”<br />

De andere kinderen mogen de juf helpen de muur mooi te maken. Een plaatje hier,<br />

een werkstuk daar, een grote plaat in de keukenhoek, groetjes in de poppenhoek.<br />

“Juf komt er op de plek waar de poppenkast stond ook een plaatje?” vraagt Siska.<br />

“Voorlopig niet”, antwoordt de juffrouw.<br />

De kinderen hebben veel plezier in het werk.<br />

Plotseling is het stil en alle kinderen kijken in de richting van de deur.<br />

Hebben ze het goed gehoord? Heeft er iemand op de deur geklopt?<br />

Daar horen ze het weer. Klop, klop, klop!<br />

De juf loopt naar de deur en doet die open. En wat ziet ze daar?<br />

Een grote poppenkast! Maar er is verder niets of niemand te zien.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

104


Ineens komt er een kindje achter de poppenkast vandaan.<br />

Het is Remie. Hij lacht. Daar komt zijn vader aangelopen.<br />

“Goede morgen juf! Remie heeft allang om een poppenkast voor de school<br />

gevraagd. Hier is hij dan.” Remie’s vader komt met de kast binnen.<br />

“Wauw, wat mooi”, roepen de kinderen. “Ik ben ook gekomen om de kast aan de<br />

muur vast te maken. Als u hen gebruiken wilt, klapt u hem open.”<br />

Remie’s vader boort met een boormachine gaten in de muur en maakt de<br />

poppenkast stevig vast. Terwijl hij doorgaat zegt de juf tegen de kinderen:<br />

“Zo, gaan jullie maar weer aan het werk.” Het werk gaat goed in alle hoeken.<br />

Als de kinderen klaar zijn, kijkt de juf of alles in orde is. Remie helpt zijn vader.<br />

Wat is de kast toch mooi! Remie’s vader is klaar.<br />

De kinderen klappen en bedanken hem. De klas ziet er zo anders uit.<br />

“We hebben een nieuwe klas”, zegt Remie.<br />

“Na het eten zullen we de poppen eens uitproberen”, zegt de juf.<br />

“Jeeh, jeeh!” roepen de kinderen en klappen nogmaals van plezier.<br />

Te laat op school<br />

Ruby woont ver van school. Zij gaat met de schoolbus naar school. De schoolbus is<br />

altijd op tijd. Ruby’s moeder zorgt ervoor dat ze klaarstaat als de bus komt.<br />

Op een dag verhuizen ze. Zij gaan niet ver van de school wonen.<br />

De schoolbus hoeft Ruby niet meer op te halen. Zij kan nu helemaal alleen naar<br />

school lopen.<br />

U kunt een keus doen uit onderstaande punten om het verhaal uit te bouwen:<br />

• Ruby blijft op straat spelen;<br />

• Ruby blijft te lang onderweg omdat zij een verkeerde weg heeft genomen;<br />

• Ruby is verdwaald en een politieagent brengt haar naar school;<br />

• Ruby vertrekt te laat van huis;<br />

• Ruby staat bij de bushalte te praten met een vriendje en let niet op de tijd.<br />

105 <strong>Bronnenboek</strong>


1.2<br />

Naar het circus<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

DE DIERENTUIN<br />

Wat gebeurt er op het plein? Er wordt getimmerd en gewerkt.<br />

Er komt een hele grote dichte tent.<br />

“Waarvoor is die tent?” Dat vragen de mensen aan elkaar.<br />

Er komt een circus met veel dieren: Olifanten, tijgers en leeuwen. Ook duiven en<br />

konijntjes. Die gaan hun kunstjes vertonen aan de mensen.<br />

De kinderen van de kleuterschool mogen er ook naar toe. Samen met de juffen.<br />

Die moeten op de kinderen letten. Vol spanning wachten de kinderen op de dieren.<br />

In het midden van de tent is er een grote kooi. Die is voor de dieren.<br />

Ze mogen er niet uit. Daar komt de leeuwentemmer aan. Die zal de leeuwen<br />

kunstjes laten vertonen. Ze staan heel hoog, elk op een grote kruk en brullen een<br />

beetje. Nu mogen ze door een hoepel springen. Goed zo, alle drie springen keurig<br />

door de hoepel. Daarna gaan ze op twee poten staan en doen een dansje.<br />

Dat vinden de kinderen echt leuk.<br />

“Wat zijn ze knap juf.”<br />

Daarna komen de olifanten. Die rollen op een vat, maar vallen er niet af.<br />

Nee hoor, ze blijven op de vaten dansen. Dat is heel mooi om te zien.<br />

Ook de apen komen aan de beurt. Ze springen van het ene touw naar het andere.<br />

Ze worden slingerapen genoemd. De muizen dansen op de maat van de muziek.<br />

Daarna komen de clowns.<br />

De kinderen van de kleuterschool zien voor het eerst echte olifanten.<br />

In onze dierentuin zijn er geen olifanten, daarom kijken ze goed.<br />

Ze genieten van alle dieren en ook van de clowns. Ze zijn een beetje bang dat de<br />

dieren uit de kooi zullen komen. Maar nee hoor, die zit goed op slot.<br />

“Juf, wat zijn de dieren knap”, zegt Ashna. “Als ik thuis ben, zal ik mijn hond Fikkie<br />

ook kunstjes leren, dan kan ik in het circus met hem optreden.<br />

De kinderen lachen erom.<br />

“Ja”, zegt de juf, “hondjes kunnen ook veel leren hoor, probeer het maar thuis met je<br />

eigen hond. Naar jou zal hij wel luisteren, maar naar een ander niet.”<br />

De volgende dag bij de handenarbeidles, worden de kinderen in groepjes verdeeld.<br />

Zij mogen het circus voor de juf maken. Zij heeft het materiaal al klaargelegd.<br />

Dozen, schaartjes, kleurpotloden en lijm. De kleuters werken flink door.<br />

Iedereen heeft een eigen opdracht.<br />

Groepje ‘rood’ maakt de mensen. Groepje ‘geel’ maakt de dieren. Groepje ‘oranje’<br />

maakt de grote kooi en groepje ‘groen’ maakt de stoelen waarop de mensen moeten<br />

zitten. Wat doen ze hun best. Als ze klaar zijn, brengt de juf alles bij elkaar en samen<br />

vormen ze het circus.<br />

De juf is blij, want het werkstuk is heel mooi geworden.<br />

106


Terug naar de boerderij<br />

Het is vroeg in de morgen. De dieren op de boerderij van boer Waldie zijn al wakker.<br />

De koe strekt zich uit en denkt: Mooie dag vandaag, ik ga wandelen. Dan ga ik even<br />

op bezoek bij Jako het paard.<br />

Zij begint te lopen. Na een korte tijd blijft zij even staan. En wat ziet ze daar?<br />

Ziet ze het wel goed? Staat het hek open?<br />

De koe denkt bij zichzelf: Ik ga niet meer bij Jako het paard. Ik ga de grote wereld in.<br />

Zij kijkt eerst om zich heen om te zien of de boer niet toevallig in de buurt is.<br />

Neen hoor, zij ziet niemand. Ze hoort wel een stem. Maar die komt van heel ver weg.<br />

Nu kan zij het hek uitlopen zonder dat iemand haar ziet. Voorzichtig kijkt zij nog een<br />

keer om. Nu moet ik gaan, denkt zij en loopt vlug het hek uit.<br />

En wie komt ze op de weg tegen?<br />

Dat is Jako het paard. Wat doet die daar? denkt de koe.<br />

O, o, misschien moet hij een vrachtje wegbrengen. Neen, maar dat kan niet, want hij<br />

heeft geen leidsel om zijn hoofd. Zal ik toch maar naar hem toelopen?, denkt ze.<br />

“Ja dat doe ik.” “Hé vriendin, waar ga je naartoe?” hinnikt het paard.<br />

De koe stottert: “Ikke? Ikke ehh, ik ga de grote wereld in.”<br />

“De grote wereld, waar is dat?” vraagt Jako.<br />

“Hier en daar en overal”, antwoordt de koe.<br />

”O, weet je wat, dan ga ik met je mee.” De koe staat met de bek vol tanden.<br />

Zij kan haar ogen niet geloven.<br />

“Wat doen jullie hier?” roept zij tegen de ezel, het varken, het schaap en de haan.<br />

De dieren lachen allemaal. Het klinkt haast als een zanggroep.<br />

Maar wat gebeurt er plotseling? Wat voor geluid is dat? Wie huilt er? De kop van het<br />

schaap is nat van de tranen.<br />

Klk, klk, klk. Bwè, bwè, bwè.”<br />

“Zeg schaap, wat is er met jou aan de hand?” vraagt Jako.<br />

“Ik ben bang voor de grote wereld. Ik wil terug naar de boerderij.”<br />

“Ga jij dan maar terug”, zegt de koe, “maar ik ga verder. Ik wil de wereld zien.”<br />

O, o, nu is het afgelopen. Kijk wie daar aankomt. Dat is de boer.<br />

De dieren proberen in de sloot tussen de struiken te schuilen. Maar de boer ziet dat.<br />

Hij draaft met zijn paard er naartoe en gaat tegen een boom staan.<br />

De dieren durven niet uit de sloot te komen.<br />

“Ik ga niet naar huis zonder jullie” zegt de boer luidop. “Ik blijf net zo lang hier staan,<br />

totdat iedereen tevoorschijn komt.”<br />

“Heeft hij ons gezien?” fluistert het varken.<br />

“Ik weet het niet”, balkt de ezel.<br />

“Houd je stil”, zegt het paard, “anders weet hij precies waar we zijn.” Maar de haan<br />

kan dat niet. Hij krijgt de kriebel in zijn keel. En ja hoor:<br />

“Kukeleku!” kraait hij dan. Wat vind hij dat erg. “Ik kan er niets aan doen”, zegt hij<br />

gauw. De boer die de haan hoort kraaien, lacht heel hard.<br />

107 <strong>Bronnenboek</strong>


“Nu is het afgelopen. Komen jullie maar tevoorschijn voor ik boos word”, zegt hij.<br />

Eén voor eén klimmen de dieren uit de sloot. Met de kop omlaag lopen ze terug<br />

naar de boerderij. Voor straf moeten ze vandaag allemaal in de stal blijven en de<br />

haan in het kippenhok. Dat vinden de dieren heel erg. En ze willen daarom nooit<br />

meer de grote wereld in.<br />

Feest in het dierenbos<br />

Vandaag is er in het dierenbos groot feest.<br />

Op een open plek in het grote bos staan al heel wat diern te wachten.<br />

De vogels zitten bij elkaar. Ze vormen het fluitorkest.<br />

“Allemaal hierheen!” brult de leeuw vriendelijk.<br />

Alle dieren gaan in een kring om de leeuw staan. Ze zijn zo opgewonden dat ze niet<br />

stil kunnen blijven staan.<br />

“Grrr- grrr”, gromt de leeuw zacht. Dat wil zeggen: Stil nou, stil nou.<br />

Dan is het stil.<br />

De leeuw zegt: “Ik zie nog niet alle kinderen.<br />

Maar kijk, daar komen enkele.”<br />

Het feest gaat beginnen. Eerst mogen het hert en het konijn naar voren komen.<br />

Zij gaan touwtrekken. De aap brengt het touw naar het midden van de kring.<br />

Het hert pakt het touw aan het ene eind en het konijn houdt vast aan het andere eind.<br />

“Ik brul drie keer en bij de derde keer mogen jullie beginnen.<br />

Gr, gr, gr……”<br />

“Jeh, jeh, jeh! Hertje, hertje, hertje!” roept een groep dieren.<br />

“Konikoni, konikoni, konikoni!” roept een andere groep.<br />

Het hert valt op degrond en het konijn trekt uit alle macht. Wie zal het winnen?<br />

Maar het hert staat weer op en trekt, en trekt……en trekt.<br />

Het konijn gaat over de streep. Het hert wint. Zijn vriendjes komen hem feliciteren.<br />

Plotseling klinkt er een geluid als een trompet door het bos. Ja, dat is niet mis.<br />

De hele olifantenfamilie komt in optocht naar het feest. De kleintjes lopen in een<br />

kring totdat een grote olifant luid trompettert. Op dat moment gaan de voorpoten van<br />

de olifantjes omhoog en lopen ze nu op hun achterpoten.<br />

Alle dieren springen en juichen van plezier.<br />

De kleine olifanten krijgen een flinke brul van de leeuw. “Dat hebben jullie goed<br />

gedaan. Gaan jullie maar naar de aap en het konijn. Dan krijgen jullie wat te eten..”<br />

Achter elkaar komen de dieren, die wat willen doen, naar voren.<br />

De slang steekt zijn kop omhoog en sist een vrolijk wijsje.<br />

De aap gaat toveren. Hij tovert van iedereen iets weg.<br />

Nu is de zebra aan de beurt. Hij klimt op een boomstam. Iedereen moet hem goed<br />

zien. “Kom jij eens hier”, zegt hij tegen pakira die net is aangekomen.<br />

De pakira loopt naar voren en wenkt de zebra. Hij fluistert hem iets in het oor.<br />

De zebra maakt een sprong achteruit en de witte strepen worden van schrik<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

108


helemaal rood. “Sannnng!” roepen alle dieren, want ze begrijpen dat er wat aan de<br />

hand is. De zebra loopt naar de leeuw toe en fluistert hem ook wat in het oor.<br />

De leeuw brult heel luid:<br />

“Dieren, dieren, even luisteren. Er is een dier op weg hiernaartoe. Een dier dat wij<br />

niet hebben uitgenodigd. Volgens Pakira is hij van plan om een paar van jullie te<br />

pakken en op te eten.<br />

”Veel dieren beginnen van angst te schreeuwen. Dan brult de leeuw weer.<br />

“Rustig maar. Rustig maar.” Alle dieren kijken naar het pad dat uitkomt bij het open<br />

veld. Ja, kijk eens, daar is hij. Langzaam kruipt hij naar het open veld.<br />

De kleine dieren beginnen te huilen.<br />

Maar wat gebeurt er?<br />

De krokodil gaat rechtop staan, zijn twee voorpoten gaan omhoog. Zijn achterpoten<br />

strekt hij naar voren. Hij roept: “Wees niet bang. Ik zal niemand kwaad doen.<br />

Ik kom samen met jullie feestvieren.”<br />

De kleine dieren worden nu rustig. Ze huilen niet meer, maar kijken met grote ogen<br />

naar wat de krokodil doet.<br />

“Luister eens”, zegt de leeuw, “als je komt om feest te vieren dan mag je erbij<br />

komen. Maar denk erom geen grapjes.” De krokodil gaat nu helemaal op zijn staart<br />

staan. “Wauw, wauw”, schreeuwen de dieren.<br />

“Dat is geweldig, dat is geweldig.” Nu zijn ze niet meer bang voor de krokodil.<br />

109 <strong>Bronnenboek</strong>


1.3<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

FEEST<br />

Nationale feestagen, Keti Koti<br />

Alle kleuters van juf Anne zijn blij. Ze zijn bezig mooie slingers te maken.<br />

De klas moet mooi versierd zijn voor het grote feest.<br />

Over een paar dagen is het Keti- Koti. Dan viert heel Suriname feest.<br />

De juf heeft de kinderen verteld over de mensen die uit Afrika hiernaartoe gekomen<br />

zijn. Hier moesten ze als slaven op de plantages werken.<br />

Ze werden ook niet goed behandeld: ze kregen weinig eten en ook geen geld om<br />

mooie spullen te kopen. Maar op een dag, 1 juli 1863 waren ze plotseling vrij.<br />

Ze hoefden niet meer zo hard te werken en ze kregen geld voor het werk dat ze<br />

deden. En nog steeds wordt deze dag gevierd door alle mensen die in Suriname<br />

wonen. Iedereen is blij op die dag en er wordt overal feestgevierd.<br />

Op alle scholen vieren de leerkrachten het feest met de kinderen.<br />

De kleuters van juf Anne zijn bijna klaar. Allemaal zijn vrolijk. De juf heeft ze ook<br />

gezegd, dat ze anders gekleed op school mogen komen.<br />

“Ik kom als een Indiaan”, zegt Alirijo, “en ik kom als Chinees, ik kom als een<br />

Javaanse”, roepen de kinderen naar juf.<br />

Alleen Maitrie zegt niets. Ze zit stil voor zich uit te kijken. Ze heeft ook geen zin om<br />

slingers te maken.<br />

“Waarom ben je stil, Maitrie?” vraagt Suzie, haar vriendinnetje.<br />

”Ben je niet blij met het feest?”<br />

“Ik wil ook feesten, maar ik mag op die dag niet naar school komen van mama, het<br />

feest is niet voor Hindoestanen, het is alleen voor een bepaalde groep, voor de<br />

marrons.” “Ik vind het heel erg, want ik wil in mijn sari op die dag naar school komen.<br />

“Neen hoor”, zegt Suzie “het feest is voor alle Surinamers.<br />

Wij wonen allemaal in dit land en dit feest is een nationaal feest. Iedereen doet mee.<br />

Dit vertel ik aan juf Anne.” Als iedereen buiten speelt, gaat Suzie naar juf en vertelt<br />

wat ze van Maitrie gehoord heeft. De juf schrikt ervan:<br />

“Neen hoor, het feest is voor alle kinderen. Ik zal even thuis bij Maitrie gaan, om haar<br />

moeder over het Keti Kotifeest te vertellen.<br />

Juf Anne gaat die middag naar het huis van Maitrie toe. Daar vertelt ze aan Maitries<br />

moeder over het feest. Nu begrijpt de moeder van Maitrie het goed. Maitries sari<br />

wordt gauw uit de kast gehaald en opgehangen voor de grote dag.<br />

Wat is ze trots als ze op 1 juli het schoolerf opkomt. Alle kinderen vinden haar mooi.<br />

Er zijn een heleboel kinderen in verschillende klederdrachten. De kinderen vieren<br />

feest. Er is ook een kleine kawinaband op school. De kinderen mogen meedansen.<br />

Maar er wordt ook Hindoestaanse muziek afgedraaid. Iedereen danst , want het is<br />

een echt Surinaams feest.<br />

De kinderen krijgen veel lekkers. De juf heeft bara’s en roti’s meegebracht.<br />

110


Sommige moeders hebben gemberbier en orgeade gebracht.<br />

Twee moeders hebben moksi- alesi gekookt. Er is van alles wat. Mieuw- tjiens vader<br />

heeft Chinese bami gebakken, speciaal voor het feest. Alle mensen zijn blij.<br />

Wij zijn blij, omdat de slavernij is afgeschaft. Wij hoeven niet meer zo hard te<br />

werken. En iedereen krijgt geld, als hij of zij werkt.<br />

Het feest duurt tot een uur. Eigenlijk is het feest morgen, dan is iedereen vrij,<br />

niemand hoeft naar het werk te gaan. Maar op school vieren we het een dag eerder,<br />

dan kunnen de kinderen dit feest samen met de leerkrachten vieren.<br />

We zijn blij dat we in Suriname wonen, hier zijn we allemaal een. Net echte broers<br />

en zussen. “Wij zijn een grote familie”, zegt Maitrie zacht.<br />

Samen feesten<br />

Vandaag 25 oktober mogen de kinderen van de Kankantrieschool even bij de<br />

vlaggenmast blijven staan. Het schoolhoofd heeft ze iets leuks te vertellen.<br />

Ze zijn erg benieuwd naar wat hij te zeggen heeft. Daar komt meester Wortel aan.<br />

Hij gaat zodanig staan dat iedereen hem kan horen en zien.<br />

“Jongens en meisjes, vandaag zal ik jullie iets vertellen. Over een maand zullen we<br />

het srefidensifeest vieren. Dat is het feest van de onafhankelijkheid van Suriname.<br />

Jouw juf of meester zal je daarover vertellen. Dit jaar zullen we het feest niet alleen<br />

vieren, maar samen met nog twee andere scholen uit de buurt. Het feest zal dan op<br />

het sportveld van de Derde Rijweg worden gehouden.<br />

Het veld is erg groot, dus er kunnen makkelijk drie scholen samen feesten.<br />

Elke school moet een toneelstuk opvoeren over de Onafhankelijkheid van Suriname.<br />

De minister van Onderwijs zal ook aanwezig zijn, dus gaan we op die dag extra ons<br />

best doen. De gasten zullen dan met een blij gevoel van het feest kunnen gaan.<br />

Wat zijn de kinderen blij. Op die dag zullen ze misschien hun vriendjes en<br />

vriendinnetjes van de andere scholen ontmoeten. Vanaf vandaag beginnen de juffen<br />

met de voorbereiding van het feest. Uit alle klassen mogen drie leerlingen meedoen<br />

met het toneelstuk. Ook de kleuters doen mee. Dat vinden ze leuk. Elke dag mogen<br />

ze oefenen met juffrouw Dorien. De kleuters zullen een dans maken en erbij zingen.<br />

Ook zullen ze mutsjes opzetten met de Surinaamse vlag erop.<br />

De kinderen doen hard hun best. Hun toneelstuk moet het mooiste van alle drie<br />

scholen worden.<br />

Op de dag van het feest zijn de kinderen van de Kankantrie-, de Koemboe- en de<br />

Kasjoeschool op het speelveld. Wat zien ze er mooi uit. Ook het veld is versierd.<br />

Er staat een hele grote tent met daarvoor een groot podium. Daarop zullen de<br />

kinderen de toneelstukjes opvoeren. De kinderen die meedoen zijn een beetje<br />

zenuwachtig. Zal het wel goed gaan, denken ze.<br />

De minister is er al. Ook enkele ouders zijn aanwezig. Alle kinderen mogen op een<br />

stoel zitten. Ook de Militaire Kapel is aanwezig. Die zal voor de muziek zorgen, want<br />

111 <strong>Bronnenboek</strong>


natuurlijk zal er ook gedanst worden. Het feest kan beginnen.<br />

Alle scholen krijgen een beurt op het podium. Iedereen klapt, want ze vinden de<br />

opvoeringen van de scholen erg mooi.<br />

Ook de minister heeft grote pret. Hij lacht en geniet van alles om zich heen.<br />

Als de scholen klaar zijn met hun toneelstuk mogen de leerlingen de benen losgooien.<br />

De militairen beginnen te spelen en alle kinderen dansen met de leerkrachten mee.<br />

Ook de minister danst mee.<br />

De kinderen worden getrakteerd op moksi alesi en bami. Iedereen krijgt een grote<br />

cup stroop. De kinderen vinden het fijn. Drie scholen bij elkaar. Allemaal hebben ze<br />

samen pret. Dat is pas leuk, samen met de andere scholen.<br />

“Dit moeten we vaker doen”, zeggen de leerkrachten tegen elkaar. Aan het einde van<br />

het feest gaat iedereen tevreden naar huis.<br />

De volgende dag mogen de kinderen aan hun juffrouw of meester vertellen hoe ze<br />

die dag gevonden hebben. Allemaal hebben ze genoten en kijken vol verlangen uit<br />

naar een ander feest met alle drie scholen samen.<br />

Het Holifeest (Phagwa)<br />

De landbouwers hebben de afgelopen maanden heel hard gewerkt op het veld.<br />

Ze hebben geploegd en veel zaden in de grond gestopt. Ze hopen dat het nu zal<br />

gaan regenen. Dan zullen de planten goed groeien. Als de planten beginnen te<br />

bloeien, is het tijd om feest te vieren. Niet alleen de landbouwers vieren feest, maar<br />

ook alle mensen in Suriname. Ze hopen dat het een goede oogst zal worden.<br />

Het feest dat ze vieren heet het “Holifeest of Phagwa”.<br />

Op die dag zijn alle mensen blij. Ze strooien gekleurde poeder op elkaar.<br />

Maar ook kleurstof, opgelost in water wordt op elkaar gegooid.<br />

De moeders maken veel lekkere hapjes klaar zoals bara, roti en phulawri.<br />

Iedereen mag mee komen smullen. Roshni’s moeder heeft de familie en veel vrien-<br />

den uitgenodigd.<br />

De busjes met gekleurde poeder staan al klaar. Rode, gele, groene, maar ook roze<br />

poeder. De gasten krijgen ook wat parfum op het lichaam. Daar komen de eerste<br />

gasten. Ze worden begroet met veel poeder. Wat vinden ze dat leuk.<br />

Iedereen heeft mooie kleurenpoeder over zich. De kinderen rennen achter elkaar<br />

met de busjes poeder. Er zit poeder in het haar en op het gehele lichaam.<br />

Het feest duurt tot zeven uur ’s avonds. Nu maar hopen dat alles dat geplant is, mooi<br />

groeit. De boeren verwachten groenten die er goed zullen uitzien, zodat ze die op de<br />

markt kunnen verkopen. Dan hebben alle mensen in Suriname genoeg groenten om<br />

te eten en heeft het land alleen gezonde mensen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

112


1.4<br />

SAMEN LEVEN<br />

Papa’s nieuwe werk<br />

Vanaf nu hoeft papa niet meer elke ochtend heel vroeg op te staan om naar het werk<br />

te gaan. Weet je waarom?<br />

Papa moest elke ochtend om vijf uur opstaan om de bus , die hem naar de fabriek<br />

moest brengen, te pakken. Daar werkt de papa van Ronnie tot ’s middags.<br />

De bus haalt hem dan weer op. Papa is dan om zes uur thuis. Papa werkt nu in de<br />

stad. Hij hoeft dus niet meer zo vroeg op te staan. Hij moet voor zijn nieuwe baas<br />

een formulier ophalen waarop zijn naam, geboortedatum en adres nauwkeurig<br />

staan. Zo een formulier heet een geboortebewijs. Dit formulier moet hij bij een groot<br />

kantoor afhalen. Ronnie mag met papa mee om het formulier op te halen.<br />

Het kantoor is een beetje ver. Ze moeten met de bus ernaartoe.<br />

“We zijn er Ronnie”, zegt papa en hij wijst naar een groot gebouw.<br />

Als ze in het gebouw lopen, schrikt Ronnie van zoveel mensen.<br />

“Komen ze allemaal voor een formulier?” vraagt hij aan zijn vader.<br />

Nee hoor, ze komen voor andere zaken. Zie je die lange rijen met mensen?<br />

In elke komen de mensen voor iets anders. De werknemers die achter de loketten<br />

zitten, helpen de mensen aan iets wat ze nodig hebben.<br />

Ik zal je vertellen waarom al die rijen zijn. Kijk, deze rij is voor mensen die komen<br />

voor een geboorte-uittreksel. Hierin moeten wij staan. In de tweede rij komen de<br />

mensen hun familieboekje ophalen. In die lange rij daar komen ze opgeven dat<br />

ze verhuisd zijn. In deze rij staan mensen die willen trouwen, dat moeten ze ook<br />

hier opgeven. In de andere rij zijn mensen die uit een ander land komen en hier<br />

willen wonen. Ze komen hun adres opgeven. De laatste rij is voor mensen die<br />

komen opgeven dat een familielid is overleden. Dit alles moet ergens opgeschreven<br />

worden. Zo kan iedereen nagaan of alles wel goed gaat in het land.<br />

“Vind je dat niet geweldig Ronnie”, zegt vader. Ronnie wordt er stil van.<br />

Hij wist niet dat er zo een kantoor bestond. De mensen die op dit kantoor werken,<br />

zijn ambtenaren. Zij moeten ervoor zorgen dat alles van het land netjes opgeschre-<br />

ven wordt. Is mijn naam ook in zo een groot boek opgeschreven papa.<br />

Ja hoor, al onze namen staan ook in een groot boek.<br />

Nu is papa aan de beurt. Hij vertelt waarvoor hij komt en wordt snel geholpen.<br />

Ziekenhuis<br />

Jamila is opgenomen in het ziekenhuis, omdat haar hartje ziek is.<br />

In het ziekenhuis zal de dokter Jamila weer beter maken.<br />

Jamila heeft een tas met kleren, kleurboekjes en speelgoed meegenomen.<br />

Naast haar ligt haar lievelingspop Susanna. Jamila’s moeder staat bij het bed van<br />

Jamila in het ziekenhuis.<br />

113 <strong>Bronnenboek</strong>


Ze geeft Jamila een zoen en zegt: “Lieve Jamila je moet flink zijn, dan word je gauw<br />

beter en mag je weer naar huis.<br />

Als mama weg is, begint Jamila zachtjes te huilen: ze denkt aan mama, papa, haar<br />

zus en haar hondje Pipo.<br />

Een lieve zuster staat bij het bed en zegt: “Jamila wij houden ook van jou, de dokter<br />

zal je gauw beter maken. Morgen zal de dokter het hartje van jou opereren.”<br />

“Ik, ik, ik, wil dat niet”, zegt Jamila.<br />

Jamila drukt haar popje tegen zich aan en valt in slaap.<br />

Als Jamila wakker wordt staat de lieve zuster weer bij haar en ook een lange dokter.<br />

De dokter zet een apparaatje op Jamila’s hartje. Jamila mag naar haar eigen hartje<br />

luisteren. Pfff, pfff klinkt het in haar oor, net een fietspomp denkt Jamila.<br />

“Zo moet het niet”, zegt de dokter, “we zullen je hartje gauw beter maken, je hoeft<br />

helemaal niet bang te zijn.” De zuster praat met Jamila. Jamila vindt de zuster<br />

ineens niet meer zo lief. De zuster heeft voor het onderzoek een beetje bloed van<br />

Jamila nodig. Daarom geeft ze Jamila een prik in haar arm. Jamila huilt niet.<br />

“Flinke meid”, zegt de zuster. Jamila drukt haar popje tegen zich aan en zegt:<br />

Susanna het deed maar even pijn, gelukkig dat jij bij me bent, lieve pop.”<br />

Daar is de zuster weer. “Ik zal je een prik geven aan je bil daarvan zal je heel diep<br />

slapen”, zegt de zuster. Jamila kijkt nu wel boos. Zuster maakt Jamila’s billen bloot<br />

en geeft haar een prik. “Valt alleen mijn bil in slaap?” vraagt Jamila.<br />

”Neen”, zegt de zuster, “je zal heel diep slapen en niets merken van de operatie.”<br />

Als Jamila slaapt, brengt zuster haar naar een grote kamer. In deze operatiekamer<br />

maken de dokters Jamila’s hart weer goed.<br />

Na een paar uren ligt ze weer in haar kamer. Er loopt een streep over haar borst.<br />

Daar is een grote pleister op geplakt. Op haar buik zitten twee kleine pleisters en<br />

ook twee buisjes.<br />

Als Jamila wakker wordt, hoort ze stemmen in de verte.<br />

Mama zegt: “Ik houd van je.” Papa zegt: ”Ik ook kleine Jamila.”jamila voelt mama’s<br />

hand, ze heeft pijn en slaapt nog half. De zuster zit bij het bed van Jamila.<br />

Ze moet nog een paar dagen in bed blijven, ze krijgt pillen en drankjes.<br />

Als Jamila moet plassen, schuift de zuster een plasbakje onder haar billen, want ze<br />

mag nog niet lopen. Drie keer per dag doet de zuster een band om Jamila’s arm;<br />

daar pompt de zuster lucht in. Zo kan ze haar bloeddruk meten. Maar dat is nog niet<br />

alles. De zuster kijkt op de thermometer of ze koorts heeft. De dokter komt elke dag<br />

bij Jamila. O, wat hebben ze het druk met haar.<br />

Als papa en mama weer op bezoek zijn, praat de dokter met hen. Mama lacht en<br />

papa knikt tevreden. Als de dokter weg is, knuffelt mama Jamila en zegt:<br />

“Schatje het gaat goed met je.” “Ik heb geen pijn meer, ik wil uit bed”, zegt Jamila.<br />

“Alleen de streep op mijn borst doet nog een beetje pijn.” Jamila krijgt ook bezoek<br />

van oom Frank, tante Sila en buurman Krish. Ze krijgt ook pakjes met lekkers,<br />

speelgoed en beterschapskaarten van de school en familie.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

114


De kaarten hangen boven haar bedje.<br />

Vandaag is het een grote dag. De dokter komt Jamila weer onderzoeken.<br />

Als haar hartje het goed doet mag ze naar huis.<br />

De dokter neemt Jamila op zijn schoot. “Luister maar eens naar je hartje”, zegt hij.<br />

Jamila luistert. Boem, boem, boem, hoort ze.<br />

“Het klinkt nu net als een trommel en niet als een fietspomp”, zegt Jamila.<br />

“Juist”, zegt de dokter, “zo is het goed. Je mag naar huis”. Wat is Jamila blij.<br />

Ze maakt voor alle lieve zusters en dokters een mooie tekening.<br />

Als Jamila weer thuis is, is iedereen vrolijk en blij. Ook Pipo de hond kwispelt vrolijk<br />

met zijn staart.<br />

Opa is er niet meer<br />

Barney loopt op straat. Hij gaat naar tante Anna.<br />

Hij loopt met zijn hoofd naar beneden. Hij voelt zich verdrietig.<br />

“Barney, Barney!” Barney blijft even staan en kijkt achterom.<br />

Ooh, het is Martina, het buurmeisje van vroeger.<br />

“Wat is er met jou aan de hand?” vraagt Martina.<br />

“Mijn, mijn, mm….”, Barney kan niets meer zeggen. De tranen rollen over zijn<br />

wangen. Martina legt haar handen op de schouders van Barney.<br />

“Huil maar even uit. Als je klaar bent, zal je mij vertellen waarom je verdrietig bent.”<br />

Martina haalt een zakdoek uit haar tasje en droogt de tranen van Barney.<br />

“Wil je mij nu vertellen wat er precies met jou aan de hand is?” vraagt Martina.<br />

“Mijn opa is er niet meer, hij is dood.” “Is je opa dood, was hij ziek?”, vraagt Martina.<br />

“Hij was helemaal niet ziek. Hij is ’s morgens gewoon opgestaan, heeft zich<br />

gewassen en is gaan zitten om te eten. Maar plotseling voelde hij zich erg moe.<br />

Hij is toen gaan liggen en is niet meer opgestaan. Mijn oma probeerde hem wakker<br />

te schudden, maar hij werd niet wakker. Oma begon heel hard te huilen.<br />

Toen mama dat hoorde, is ze gaan kijken. Maar zij kon ook niets meer voor opa doen.<br />

De dokter is komen kijken en heeft opa laten wegbrengen.<br />

“Waar naartoe?”, vraagt Martina. “Naar het mortuarium”, zegt Barney.<br />

“Daar blijven de dode mensen liggen, totdat ze worden begraven.<br />

En weet je wat een paar mensen met opa hebben gedaan?” zegt Barney, “ze hebben<br />

hem eerst gebaad, en mooie kleren aangetrokken. Daarna hebben de mensen hem<br />

in een houten kist gezet met zachte kussens.” “Heb je dat gezien?” vraagt Martina<br />

aan Barney. “Ja, ik ben met mijn mama en papa naar het mortuarium gegaan om<br />

nog een laatste keer naar opa te kijken.<br />

Oma was er ook bij. Ze was zo verdrietig dat ze bijna niet kon lopen. Ik heb haar een<br />

beetje vastgehouden. En we hebben samen voor de kist waarin opa lag, gehuild.”<br />

“Ben je ook naar de begraafplaats gegaan?”<br />

“Ja”, zegt Barney.<br />

“Vond je dat niet griezelig?”, vraagt Martina.<br />

115 <strong>Bronnenboek</strong>


“Eerst wel. Maar mama zei dat ik niet bang hoef te zijn.<br />

Ze heeft mij toen verteld dat ze de kist waarin opa ligt in een graf doen.<br />

Een diepe kuil is dat. Dan doen ze veel zand erover. Ik zei aan mama dat ik dat<br />

verschrikkelijk vind. Maar mama zei dat opa helemaal niets voelt. Toen was ik niet<br />

bang meer. Ik heb zelfs een beetje zand op de kist van opa gestrooid. En ik heb heel<br />

zachtjes gezegd:” Opa ik zal u missen, maar ik zal nog vaak aan u denken.<br />

”En als ik aan hem denk dan moet ik toch een beetje huilen.”<br />

“Maar dat is niet erg”, zegt Martina.<br />

“Over een tijdje zal je aan hem denken zonder te huilen.<br />

Ik vind jou een flinke jongen.” En Barney krijgt een brasa van Martina.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

116


1.5<br />

VOEDING<br />

De nieuwe koelkast<br />

Mama staat heel vroeg op. Ze heeft vandaag heel veel te doen.<br />

Eerst in de keuken beginnen, denkt ze.<br />

Wat is er hier aan de hand? Er is veel water op de vloer; het lijkt wel een zwembad.<br />

“Het kan toch niet in huis regenen”, zegt mama. “Laat mij eens kijken wat er is<br />

gebeurd.” Ze doet de deur van de koelkast open. En wat ziet ze? Het licht brandt niet<br />

meer. Ook is het niet meer koud in de kast, alles is warm. De koelkast is stuk!<br />

Wat moet ik nu beginnen? Waar moet ik nu mijn groenten en vlees laten?<br />

Alles zal bederven! Papa komt erbij en ook de andere kinderen.<br />

“Wat moeten wij nu doen mama? Wij hebben geen centen om een nieuwe koelkast<br />

te kopen.” “Weet je wat”, zegt moeder. “Wij hebben twee grote ijsboxen.<br />

Daar doen wij wat ijs in en zo blijven de groenten en het vlees goed.<br />

“Maar dan moeten we elke dag ijs kopen”, zegt papa. Dat is niet zo erg hoor.<br />

Als ik wat geld gespaard heb, kopen we een nieuwe koelkast.<br />

Klop klop! “Wie is daar?” “Ik ben het, oom Dolf.<br />

Mag ik binnen?”<br />

“Ja hoor!” “Ik weet dat ik altijd iets kouds hier kan drinken”, zegt oom Dolf.<br />

“Dat gaat niet meer”, zegt moeder verdrietig. “De koelkast is stuk, dus kunnen de<br />

dranken niet zo koud worden.” “Dat is erg jammer.” Oom Dolf denkt diep na.<br />

“Weet je wat”, zegt hij aan vader en moeder.<br />

“Thuis heb ik twee koelkasten staan. Als ik jullie een geef dan kunnen jullie alle<br />

groenten en vlees weer in de koelkast zetten en dan wordt alles weer lekker koud.”<br />

“Jippie”, roepen ze allemaal. Oom Dolf is blij dat hij papa en mama kan helpen.<br />

Twee koelkasten zijn toch te veel voor hem. De koelkast wordt de volgende dag<br />

gebracht. Het is een mooie grote.<br />

“Dank je wel oom Dolf, nu kunt u weer wat komen drinken, want dan zijn de dranken<br />

lekker koud.”<br />

Alles was lekker<br />

Halima mag bij haar vriendinnetje gaan eten. O, wat is ze blij. Halima eet niet zo<br />

graag. Maar als ze bij haar vriendin, Ratia, mag gaan eten, doet ze het met veel<br />

plezier. Beide oma’s van Ratia koken heel lekker. En als je begint te eten, houd je<br />

niet op. Halima woont twee straten verder.<br />

De straten in de buurt zijn niet zo druk als de straten in de stad. Als Halima soms bij<br />

Ratia mag gaan spelen, loopt ze er helemaal alleen naar toe. Maar vandaag loopt<br />

papa met haar mee naar Ratia’s huis.<br />

Hmm, ze ruikt het eten al van ver. Ratia ziet Halima aankomen en loopt haar<br />

tegemoet. Ze groet haar papa en pakt Halima bij de hand.<br />

117 <strong>Bronnenboek</strong>


Samen lopen ze naar binnen terwijl papa hen toeroept: “Eet maar lekker hoor.”<br />

Iedereen is blij om Halima te zien. “Kom maar eens hier”, zegt de mama van Ratia.<br />

“Op deze lange tafel staan er heel wat lekkernijen: zoete, zure, zoute gerechten.<br />

Je mag er zoveel van eten als je wilt.” Ratia gaat naast Halima staan en wijst haar<br />

een voor een de gerechten aan. “Kijk eens Halima dit is samoza, hier staat de pom<br />

en dit is kerriekip. De roti is er precies naast.”<br />

Halima kijkt met verbaasde ogen.<br />

“Hmmm, het ziet er lekker uit”, denkt ze. Maar Ratia is nog niet klaar, ze gaat verder<br />

en vraagt: “Weet jij wat dit is?” Ratia doet de pot open. Halima is even stil.<br />

Hoe heet het ook weer? Denkt ze. “O ja, ik weet het al, dit is cassavesoep.”<br />

“Ja”, zegt Ratia, “mijn oma houdt van cassavesoep en jij zal het zeker ook wel lekker<br />

vinden. “En wat zit er in die emmer? ”vraagt Halima. Ratia loopt naar de emmer en<br />

doet hem open. “O, wat lekker”, roept Halima uit, “Dawet, ik houd van dawet.”<br />

“Zo laten we nu maar gaan eten”, stelt Ratia voor, “anders wordt alles koud.”<br />

Ze gaan naast elkaar zitten en samen beginnen ze te smullen.<br />

Halima neemt eerst samoza, daarna cassavesoep. Zo nu en dan komt de oma van<br />

Ratia vragen of ze het lekker vinden. Halima houdt haar buik vast.<br />

“Ik weet niet of ik verder kan eten”, zegt ze, “ik lust toch zo graag een stukje roti met<br />

kerriekip.” “Probeer het maar even”, moedigt Ratia haar aan.<br />

Halima loopt naar het bord met roti, breekt een stuk eraf en legt het op haar bord.<br />

Ze doet daarop wat kerriekip en uit een flesje schenkt ze wat tomatenketchup erbij.<br />

Ze rolt daarna de roti op als een broodje en neemt een flinke hap. Maar ze blijft<br />

stokstijf zitten. Haar gezicht krijgt een donkerrode kleur. Haar ogen puilen uit.<br />

Het lijkt wel alsof Halima in brand staat. Ze rent naar buiten, spuugt de roti uit haar<br />

mond en roept:<br />

”Dawet, dawet, geef me wat dawet te drinken.” Ratia schept gauw een beker vol met<br />

dawet en geeft die aan Halima.<br />

“Ik weet wat er gebeurd is”, zegt Ratia, “je hebt te veel peper op die roti gedaan.”<br />

“Ja”, zegt Halima, “nu pas weet ik dat; ik dacht dat het ketchup was. Ik vind het heel<br />

erg dat ik die lekkere roti moest uitspuwen.” “Het is niet erg”, zegt Ratia.<br />

“Ik was vergeten om je te zeggen dat er een fles met peper en een fles met ketchup<br />

daar stonden. Halima neemt nog een beker dawet. “Hmm heerlijk”, zegt ze.<br />

De smaak van de peper is bijna helemaal weg. Als het donker wordt komt de papa<br />

van Halima haar ophalen. Halima krijgt voor iedereen thuis samoza’s en roti mee.<br />

“Alles was lekker”, zegt ze tegen Ratia. Ze groet daarna en bedankt iedereen.<br />

Als Halima samen met papa naar huis loopt, vertelt ze onderweg over de peper die<br />

zo verschrikkelijk heet was.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

118


Antroea en boulanger<br />

Het is heel vroeg in de morgen. De meeste mensen slapen nog. Maar op de weg<br />

rijdt er een pick- up. Aan het stuur zit Ramdino. Hij is marktverkoper. Zijn pick- up is<br />

vol met verschillende groenten: kouseband, amsoi, tajerblad, antroea en boulanger.<br />

De auto van Ramdino is een beetje oud en rammelt heel erg.<br />

De antroea’s en de boulangers rollen van de ene hoek naar de andere.<br />

Als Ramdino over een brug rijdt, schudt de auto zo erg dat er een antroea en een<br />

boulanger uit de pick- up rollen.<br />

“Au”, roept de boulanger. “Au, au, au”, roept de antroea. Ze liggen beide op de<br />

grond, heel dicht bij elkaar.<br />

“Wat erg”, zegt Antroea tegen Boulanger. “Ik vind het heel erg dat ik niet naar de<br />

markt kan. Ik ben zo mooi. De mensen zouden me zeker kopen.” “Ik ben wel blij dat<br />

ik uit de auto ben gevallen”, zegt Boulanger, “ik heb er geen zin in dat mensen me<br />

opeten. Ik wil graag dat ze mijn zaadjes gebruiken voor nieuwe plantjes.”<br />

“Maar wat moeten we nu doen?” vraagt Antroea.”We kunnen toch niet midden op de<br />

weg blijven liggen?” dan rijden een heleboel auto’s over ons heen. En dat zal niet<br />

prettig zijn.” “Gelukkig liggen we niet zo ver van de rand van de brug.<br />

Zullen we weer naar opzij rollen?” zegt Boulanger. “dat is een goed idee, opschieten<br />

want ik hoor een auto aankomen”, zegt Antroea.<br />

“Geef me een duw want ik kan niet zo goed rollen als jij!” roept Boulanger. Antroea<br />

geeft Boulanger een flinke duw. En net op tijd zijn ze aan de rand van de brug.<br />

Boulanger kijkt even om zich heen.<br />

“Kijk eens, Antroea!”, roept hij. “Beneden ons is er een kreek met water. Ik ben bang.<br />

We zullen in het water vallen. Ik ben draaierig.”<br />

“Stel je toch niet zo aan, we komen echt niet in het water terecht. Als de zon straks<br />

meer licht geeft en we beter kunnen zien, springen we naar beneden en blijven we<br />

aan de kant van de kreek liggen. Daar zijn we veilig.” Zegt Antroea.<br />

Na een poosje pakt Antroea Boulanger vast en beiden springen ze naar beneden en<br />

komen aan de kant van de kreek terecht.<br />

“Au, au, au, wat gemeen om op ons te springen!” Antroea en Boulanger kijken op.<br />

Naast hen liggen nog twee antroea’s en een boulanger. “Wat doen jullie hier?”<br />

vraagt Antroea. “We zijn gisteren uit de pick- up gerold en zijn naar beneden<br />

gevallen. De antroea’s en boulangers beginnen heel hartelijk te lachen. Hun lachen<br />

houdt op als ze plotseling een man met een hengelstok zien staan. De man roept:<br />

“He, een hoopje antroea en boulanger.<br />

Dat komt goed van pas. Met die drie krobia’s die ik gevangen heb erbij, kan ik een<br />

lekker potje koken.” De man strekt zijn hand uit naar de boulangers en antroea’s en<br />

telt 1, 2 boulangers en 1, 2, 3, antroea’s. hij zet ze in een emmer bij de visjes.<br />

Terwijl de man naar huis loopt, zingt hij een liedje.<br />

“Antroea’s, boulangers en drie visjes neem ik mee.” En de antroea’s en boulangers<br />

zingen heel zacht: “Neem ons mee, neem ons mee, dat is nou een goed idee.”<br />

119 <strong>Bronnenboek</strong>


1.6<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

WONEN EN SAMENLEVEN<br />

Het huis van opa en oma<br />

Wat gebeurt er bij het huis van meneer en mevrouw Knop?<br />

Waarom is het plotseling zo druk bij de buren?<br />

“Dat zal ik aan mijn vriendje Glenn vragen”, zegt Lesley. Hij woont met zijn vader en<br />

moeder in het huis.<br />

De volgende morgen als ze op school zijn, vraagt Lesley het aan zijn vriendje.<br />

“Waarom is het zo druk bij jullie? Wij zien zoveel mensen komen en weer weggaan.”<br />

“Wel”, zegt Lesley, “over een paar dagen komen oma en opa terug uit Nederland.<br />

Niet voor vakantie hoor, ze komen weer hier wonen. Ze zijn al een beetje oud en<br />

kunnen niet meer tegen de kou daar. Hier in Suriname is het lekker warm, maar<br />

ze hebben nog geen huis. Daarom bouwen mijn ouders een huisje erbij op het erf<br />

van ons. Het erf is toch groot, dus er kan best een klein huis voor oma en opa bij.<br />

Morgen komen de timmerlieden en de metselaars om te beginnen. Er moet hout<br />

komen, ook veel stenen en zakken cement. Er moet hard gewerkt worden, want het<br />

huis moet op tijd klaar zijn. Weet je, mijn opa en mijn oma hebben niet veel ruimte<br />

nodig. Eigenlijk kunnen ze bij ons komen wonen, maar papa vindt een eigen huis<br />

voor hen toch het beste. Dan kan iedereen bij ze op bezoek komen.<br />

Papa wil oma en oma een beetje dichtbij ons hebben, dan kunnen we ook op hen<br />

letten. Opa en oma zij al oud, dus een beetje hulp kunnen ze best gebruiken.<br />

Het huis krijgt maar twee slaapkamers, een voor opa en voor oma en een voor<br />

gasten. Als een familielid bij ze wil slapen, kan dat in de logeerkamer.<br />

Het huis krijgt ook een keuken. Er komt ook een woonkamer. Daar kunnen ze naar<br />

de tv kijken of gewoon naar de radio luisteren. Een badkamer en een toilet horen<br />

ook erbij. Dit huis komt niet op pilaren hoor, want opa en oma kunnen niet zo goed<br />

meer d e trap op of af. Het huis krijgt ook een balkon waar ze ‘s avonds zitten als<br />

het binnen erg warm is.<br />

O ja, opa houdt nog van knutselen. Hij repareert alles wat stuk is in huis.<br />

Ook maakt hij leuke spullen voor in huis. Dat houdt hen een beetje bezig.<br />

Daarom krijgt hij ook een knutselkamer. Die komt naast het huis te staan.<br />

En weet je wat zo mooi is? Oma krijgt ook een plekje buiten om te planten.<br />

Ze houdt van bloemen, dus kan ze die buiten planten. Ook kan ze een bed voor<br />

groenten maken.<br />

Ik verheug me al op hun komst. Oma kan zo mooi vertellen over vroeger en ze kan<br />

ook mooie liedjes zingen.<br />

De volgende dag begint het werk: er wordt getimmerd en gezaagd. De dakplaten<br />

komen er ook. Papa is tevreden. Het huis komt zeker op tijd klaar. Dat is een<br />

verrassing voor oma en opa hoor. Ze weten niet dat ze een eigen huisje krijgen.<br />

120


en als ze hier zijn wordt oma zeventig jaar. Dat noemen ze bigi jari. Dan komen alle<br />

familieleden en vrienden op bezoek. Papa en mama hebben al een feestje voorbereid<br />

met een echte muziekband. De muzikanten zullen dan spelen en iedereen mag dan<br />

dansen. Wat zullen zij een pret hebben. Jullie worden ook uitgenodigd hoor. Alle buren<br />

mogen komen. O ja, weet je wat er aan de ramen en de deuren van het huis komt?<br />

Dievenijzer, dan kunnen er geen lelijke dieven zomaar in hun huis. We kijken allemaal<br />

uit naar oma en opa. Er wordt hard gewerkt en het huis is op tijd klaar. Nu is het<br />

wachten op oma en opa en op de grote dag. Ja, de grote dag is oma’s verjaardag.<br />

Het dorpsschooltje<br />

In het dorp staat een schooltje. Op dit schooltje zijn er weinig kinderen, en ook<br />

weinig klassen. In de klas waar Rafila zit zijn er twee groepen kinderen.<br />

Kinderen van de kleuterschool en kinderen van de eerste klas. Rafila is van de<br />

kleutergroep. Rafila vindt het leuk om naar school te gaan. Daar leert ze heel veel.<br />

Soms neemt de juf mooie plaatjes mee naar school. Op de plaatjes kun je dingen<br />

zien die je in het dorp nooit ziet. Rafila wil alles weten. Ze gaat vaak naar de juffrouw<br />

en stelt haar een heleboel vragen. Als de andere kinderen Rafila bij de juffrouw zien<br />

staan, willen ze graag erbij zijn. Dat mag van de juffrouw.<br />

Op vrijdag vertelt juffrouw altijd een verhaal. Dan luisteren de kinderen heel aan-<br />

dachtig. De juffrouw vertelt deze keer een verhaal over gebouwen waarin mensen<br />

werken en wonen.<br />

Als het verhaal uit is, vraagt Rafila: “Juf mag ik ook een keer met u mee naar de<br />

stad, dan kunt u mij al die grote gebouwen laten zien.”<br />

“Als het van je mama en papa mag neem ik je een keer mee naar de stad” zegt de<br />

juf. Alle kinderen roepen nu door elkaar: “Mogen wij ook mee juf, mogen wij ook<br />

mee?” de juffrouw is heel erg verrast en weet niet wat ze zeggen zal.<br />

Ze denkt even na en antwoordt: “Ik neem Rafila eerst mee, als ze terug is, zal zij<br />

aan jullie vertellen wat ze zoal heeft gezien. En een volgende keer, voor de grote<br />

vakantie neem ik de hele klas mee naar de stad met de bus. Daar zal ik jullie<br />

verschillende gebouwen en huizen laten zien. En nog veel meer.<br />

De kinderen springen van blijdschap.”<br />

Aan het eind van de maand neemt de juffrouw Rafila mee naar de stad.<br />

Als de bus op de brug rijdt, kijkt Rafila haar ogen uit. Er is zoveel te zien.<br />

“Kijk eens juf, daar op de rivier vaart er een groot huis, hoe kan dat nou?” vraagt<br />

Rafila. De juffrouw glimlacht en zegt: “Dat is geen huis Rafila, maar een schip.<br />

Het lijkt misschien op een huis met kleine ramen, maar dit schip noemen we een<br />

vrachtschip. Het vervoert (brengt) vracht van het ene land naar een ander land.<br />

Als Rafila en de juffrouw thuis zijn aangekomen gaan ze eerst wat uitrusten en<br />

daarna maken ze een wandeling in de buurt. Daar zijn allemaal huizen die op elkaar<br />

lijken. Rafila vindt het grappig dat ze steeds weer dezelfde soort huizen tegenkomt.<br />

121 <strong>Bronnenboek</strong>


Bij haar in het dorp ziet het er anders uit.<br />

“Zullen we maar weer naar huis gaan?” vraagt de juffrouw aan Rafila. “Vandaag heb<br />

je al genoeg gezien. Morgen zullen we met de auto de stad ingaan. Dan hebben we<br />

genoeg tijd om de gebouwen en andere dingen te bekijken.<br />

De volgende morgen als Rafila wakker wordt, vraagt ze zich af; “Waar ben ik, waar<br />

ben ik? Dit is niet mijn huis.” Ze gaat rechtop zitten. O ja, nu weet ze het weer.<br />

Ze hoort een deur dichtgaan en plotseling een klop op haar kamerdeur.<br />

Dan gaat de deur open. “Goede morgen Rafila”, zegt de juffrouw, “heb je lekker<br />

geslapen?” “Ja juf ik heb heerlijk geslapen”, zegt ze zacht en strekt zich uit.<br />

Ze is nog een beetje suf van de slaap.<br />

“Kom maar lief meisje, je moet in het bad.<br />

Je weet al waar de badkamer staat. Ga je maar gauw wassen. Als je klaar bent gaan<br />

we eten en dan…” Rafila kan wel raden wat er dan gaat gebeuren.<br />

Ze gaat gauw in het bad, trekt daarna het pakje dat ze van de juf heeft gekregen aan<br />

en loopt naar de keuken.<br />

Als de juffrouw Rafila ziet, zegt ze: “Wat een mooi meisje met een schattig pakje<br />

aan.” Rafila wordt er heel verlegen van. De juf trekt haar naar zich toe en geeft<br />

haar een brasa. Na het eten ruimt de juffrouw op. Dan hangt ze haar tas over haar<br />

schouder en neemt Rafila bij de hand. Samen lopen ze naar de voordeur.<br />

Als de juf de deur dicht doet, hoort ze een auto toeteren. De juffrouw en Rafila kijken<br />

tegelijk om. Daar staat een auto met een meneer aan het stuur.<br />

“Jullie zijn netjes op tijd”, zegt die meneer. “Stap maar in, ik breng jullie overal waar<br />

jullie maar naartoe willen gaan. Beiden gaan achter in de auto zitten, want de juf wil<br />

alles heel goed aan Rafila uitleggen. Terwijl de auto rijdt, kijkt Rafila met grote ogen.<br />

Ze stoppen eerst bij een bankgebouw. Wat is het toch groot. Zo een hoge stoep ziet<br />

Rafila voor het eerst. Ook de glazen wanden ziet ze voor het eerst.<br />

De juf neemt haar mee naar binnen. Samen bekijken ze de binnenkant van het<br />

bankgebouw. Daar staan mensen in de rij. Achter elk loket zit er een juffrouw of<br />

een meneer. Die noemen ze een lokettist. De lokettist helpt de mensen als ze geld<br />

moeten halen of brengen (storten). Voor ze weer naar buiten gaan, krijgt Rafila van<br />

een mevrouw een kleurboekje met een tekening van de bank erop.<br />

Ze bedankt de bankmevrouw, groet en loopt hand in hand met de juf naar buiten.<br />

Naast het bankgebouw staat een kerk, met hoge spitse torens. De kerk is van<br />

hout gemaakt. Rafila vindt het maar knap van de mensen die zulke torens hebben<br />

gemaakt. Ze stappen weer in de auto en rijden verder. In dezelfde straat waar de<br />

kerk en het bankgebouw staan, zijn er heel veel houten gebouwen. Die gebouwen<br />

staan er al heel lang. En ze lijken allemaal op elkaar. Ze hebben bijna allemaal<br />

dezelfde kleur, wit met groen.<br />

Bij het Onafhankelijkheidsplein stappen ze weer uit, want daar staan er zoveel<br />

gebouwen waar de juffrouw iets over wil vertellen. Het paleis van de president, het<br />

gebouw van financiën met een toren. Van elk gebouw vertelt de juffrouw wat.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

122


Plotseling roept Rafila, terwijl zij wijst naar een gebouw waar je van buiten uit alles<br />

binnen kan zien. “Juf ik kan er doorheen kijken.” Rafila verbaast zich.<br />

Ze heeft voor het eerst zo een doorkijkhuis gezien. De juf vertelt haar dat dit<br />

gebouw ‘de congreshal’ genoemd wordt. Mensen komen daar vaak bij elkaar om te<br />

vergaderen. Rafila zucht en zegt: “Juf nu ben ik echt moe. Ik heb al zoveel gezien.<br />

Zoveel grote gebouwen.”<br />

“Je hebt gelijk mijn schatje. Laten we nu maar naar de Waterkant lopen daar kunnen<br />

we wat eten en drinken.” Als ze samen met de chauffeur op een bank aan de<br />

Waterkant zitten, genieten ze van alles wat er op de Surinamerivier gebeurt en kijken<br />

ze iedere keer weer naar het verkeer op de hoge brug.<br />

Wat een verandering<br />

Kadishe gaat in de paasvakantie bij oma en opa “buiten”. Ze is erg blij dat ze af en<br />

toe naar haar grootouders mag gaan. De vorige keer toen ze daar was, vond ze het<br />

zo leuk dat ze langer wilde blijven. Deze keer mag ze iets langer wegblijven.<br />

Ze vindt dat een goed idee van papa en mama. Op de dag van het vertrek haalt oom<br />

Senso haar af. Oom Senso gaat ook een bezoek brengen aan oma en opa.<br />

Hij is de broer van papa. Kadishe zit kant en klaar te wachten.<br />

Toetoet ! “Dat zal oom Senso wel zijn,”zegt papa. Mama en papa nemen de bagage<br />

van Kadishe mee naar de auto. Ze vinden het fijn dat ze met oom Senso mag<br />

meerijden. Mama en papa wensen hen een goede reis.<br />

“Rij voorzichtig”, roept papa tegen oom Senso. Ze blijven wuiven, totdat ze de auto<br />

niet meer zien. Dan gaan ze naar binnen.<br />

“Kadishe weet lekker niet dat we een verrassing voor haar hebben,”zegt papa.<br />

Mama lacht en zegt: “Vandaag kunnen de mannen al beginnen aan de nieuwe<br />

kamer voor haar. Binnen twee weken moeten ze klaar zijn. “<br />

“Alles wat ze nodig hebben, heb ik netjes opgeborgen bij de buurman,”zegt papa.<br />

Mama lacht weer en zegt: “Ik ben er zeker van dat Kadishe haar nieuwe kamer mooi<br />

zal vinden.” Na twee dagen belt Kadishe naar huis. Mama pakt de hoorn op.<br />

Voor ze wat kon zeggen hoort ze de lieve stem van Kadishe zeggen:<br />

“Mama,mama het is erg leuk hier bij oma en opa. Oom Senso keert morgen terug.<br />

Maar ik kom niet mee hoor.” Even is Kadishe stil; mama vraagt:<br />

“Ben je er nog Kadishe?”<br />

“Ja,mamie,ik hoor iemand timmeren,waarmee is papa bezig?”<br />

Mama is nu even stil. “Ik,eh,hoor niets,” zegt ze voorzichtig.<br />

“Misschien is het de buurman hiernaast.” Mama is blij dat ze geen moeilijke vragen<br />

meer stelt. “Doe even de groeten aan opa en oma,ik bel gauw terug.”zegt mama en<br />

legt de hoorn neer. Papa loopt net de kamer binnen en zegt: “Mama ,de mannen<br />

kunnen niet verder ,want er is geen cement te vinden. De vloer moet nog gestort<br />

worden. En de kamer moeten we nog inrichten voordat Kadishe terug is.”<br />

“we hebben nog maar vier dagen.<br />

123 <strong>Bronnenboek</strong>


” Klop,klop,klop. “Hoor ik iemand?” vraagt mama. Papa loopt naar de deur.<br />

“Wie is daar,” “Ik ben het de buurman. Ik heb wat cement voor u gevonden.”<br />

Papa gaat meteen naar buiten om het cement uit te laden. Wat is hij blij.<br />

“Dankjewel buurman, dankjewel.”<br />

Hij geeft het geld voor het cement aan de buurman en sjouwt samen met hem de<br />

zak cement naar binnen. Dezelfde dag werken de bouwers aan de vloer.<br />

Papa en mama zijn een beetje opgelucht. Nog drie dagen dan komt Kadishe terug.<br />

’s Avonds belt papa naar oma en opa om ze te groeten.<br />

“Het is goed dat je belt, want Kadishe komt een dag later” zegt opa. Dat vindt papa<br />

helemaal niet erg. Dan hoeft hij zich niet meer te haasten. Nu hebben ze wat meer<br />

tijd om alles keurig een plaats te geven. Dan komt Kadishe ook aan de telefoon.<br />

“Dag papa. Ik heb het hier naar mijn zin..” “Oma en opa verwennen jou flink hẻ?<br />

Denk erom lief zijn voor je grootouders!” “Dag pappie, een bosi voor mama.<br />

De kamer van Kadishe ziet er prachtig uit. Dit wordt een grote verrassing voor haar.<br />

Vol verwachting zien mama en papa uit naar de dag waarop Kadishe terugkomt.<br />

Tuutuut. Moeder haast zich naar de poort. Ja, ze ziet het al. Kadishe is er weer, ze<br />

mocht met tante Susy meerijden. Papa haalt haar tas uit de auto. Kadishe vergeet<br />

bijna om tante Susy te groeten.<br />

Als tante Susy wegrijdt lopen ze met zijn drieën naar binnen. Kadishe heeft nog niets<br />

gemerkt. Ze gooit zich neer op de bank en zegt: ”Het was leuk bij oma, maar ik ben<br />

blij dat ik terugben.”<br />

“En wij zijn blij dat je er weer bent”, zegt mama.<br />

”Wij hebben een verrassing voor je. We willen je straks iets heel moois laten zien.”<br />

Kadishe gaat rechtop zitten en kijkt met glinsterende ogen.<br />

“Mag ik weten wat de verrassing is?” vraagt ze.<br />

“Ja”, zegt papa.”Ik loop vooraan, jij loopt achter mij en mama helemaal achteraan.<br />

Je mag niet links en niet rechts kijken.” Zo lopen de drie achter elkaar aan.<br />

Papa blijft stilstaan en doet een deur open. Kadishe probeert langs papa heen te<br />

gluren. “Kom maar binnen”, zegt papa als de deur helemaal openstaat.<br />

Kadishe weet niet wat ze ziet. Ze kent deze kamer niet. Het is niet de kamer<br />

waarin ze eerst sliep. Alles is veranderd. “Wauw papa, is die kamer voor mij?”<br />

“Ja”, antwoordt mama. Kadishe klautert tegen papa’s benen op. Hij pakt haar vast.<br />

Kadishe geeft een dikke zoen aan papa. Mama komt dichter bij die twee staan en<br />

Kadishe springt op haar mama. Wat is ze blij. Een nieuwe kamer!<br />

Wat een verandering! Een echte verrassing!<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

124


1.7<br />

HET BOS<br />

Het bos van Saramacca<br />

Oom Just is al dagen in de weer. Hij is bezig al zijn hengelspullen bij elkaar te zetten.<br />

Zondag zullen hij en oom Andy gaan hengelen.<br />

“Even kijken, de hengels liggen klaar, allemaal hebben ze een dobber en een haak.<br />

De kur’kuru, de mand om de vissen in te zetten is er ook. Mijn laarzen, mijn pet, de<br />

godo, het bakje voor de pieren, mijn kleine ijsbox, mijn hengelstoeltje.<br />

Ben ik nog wat vergeten?” zegt oom Just. “O ja, mijn houwer! Die is belangrijk, want<br />

wij moeten door het bos lopen om bij de kreek waar de vissen zwemmen te komen.”<br />

Oom Just staat zondag heel vroeg op. Zijn vrouw, tante Annie, heeft het eten en de<br />

dranken klaargezet. Ze zullen de hele dag wegblijven, dus moeten ze eten en iets te<br />

drinken meenemen. Ze zullen helemaal naar Saramacca rijden.<br />

Daar in het bos is er een kreek met veel vissen. Grote, maar ook kleine.<br />

Toet, toet, daar is oom Andy al. Vandaag is hij met de pick- up gekomen.<br />

In de laadbak zullen ze alle spullen zetten, die is groot genoeg.<br />

Vlug worden de hengelspullen in de laadbak gedaan.<br />

De heren hebben lange broeken en hemden met lange mouwen aan, tegen de<br />

muskieten. In het bos kunnen er vreselijke muskieten en bijen zijn die je kunnen<br />

steken. De reis naar Saramacca duurt een beetje lang, maar het is wel leuk, want<br />

onderweg kom je van alles tegen. Het is niet druk.<br />

Oom Just en oom Andy genieten van de geur van het bos in de vroege ochtend.<br />

De zon schijnt nog niet. Zo, nu zijn ze er. De auto wordt aan de kant geparkeerd<br />

en de spullen worden uitgeladen. Daar gaan ze. Ze moeten een eindje het bos in.<br />

Oom Just en oom Andy houden hun houwer in de hand. Daarmee moeten ze bomen<br />

omkappen om te lopen, want er is geen weg in het bos.<br />

Krak, krak, gaat het onder hun laarzen. Ze trappen op oude omgevallen bomen,<br />

of op kleine planten. Het bos is groot en donker en er leven zoveel dieren daar.<br />

Ze zouden wel een tijger of een slang kunnen tegenkomen. Het duurt een beetje<br />

lang voordat ze bij de grote Kankantri zijn.<br />

Bij de Kankantri staat de kreek waar ze willen hengelen. Ze worden moe van het<br />

sjouwen. Het is stil in het bos, je kan elk geluidje horen. Het gefluit van de vogels<br />

fluiten, het roepen van de uil, maar ook het geritsel van de leguanen, de sapakara’s<br />

en de hagedissen. Af en toe horen ze ook brulapen gillen. Maar oom Just en oom<br />

Andy zijn niet bang hoor. Ze denken alleen aan de vissen die ze zullen vangen.<br />

Het bos is zo groot en de bomen zijn erg hoog. De zon kan niet door de bomen<br />

schijnen. Het is een beetje koud in het bos. Gelukkig hebben ze lange broeken en<br />

hemden met lange mouwen aan. Eindelijk komen ze bij de kreek aan.<br />

Het hengelen kan beginnen. Kijken wie de eerste vis vangt.<br />

“Ha ha”, roept oom Andy en hij trekt zijn hengel op.<br />

125 <strong>Bronnenboek</strong>


Oei, oei, dat is een grote walapa. Die gaat vlug in de kur’kuru. Er zijn veel vissen<br />

in de kreek. Van alles gaat in de korf. Krobia’s, kwie- kwies, walapa’s, maar ook<br />

pataka’s en datra’s. Wat zullen we thuis smullen.<br />

Ze vinden het prettig in het bos. Heel rustig, je hoort geen geluid van auto’s of van<br />

de radio. Ze zouden nog langer willen blijven, maar het wordt al donker.<br />

Ze zijn best tevreden. Er zit veel vis in de korf. Ze denken al aan lekkere pepre-<br />

watra en gebakken vis. Vandaag zijn ze in Saramacca geweest.<br />

Een andere keer gaan ze naar Commewijne. Daar is er ook een groot bos en daar<br />

zijn er ook veel kreken om te hengelen. Oom Just en oom Andy gaan vrolijk naar<br />

huis. Onderweg wordt er niet veel gesproken. Ze zijn te moe van het hengelen en<br />

het sjouwen van zoveel vis.<br />

Naar Brownsberg<br />

Het is heel druk in het huis van Renzo. Iedereen is bezig met inpakken.<br />

De kleren worden in kleine koffers gedaan. Er gaat van alles mee, want ze zullen<br />

een paar dagen wegblijven. Weet je waar ze naartoe gaan? Wel, ze gaan heel ver;<br />

naar Brownsberg. Die ligt helemaal in Brokopondo.<br />

Tante Annie is met vakantie in Suriname. Papa heeft haar een reisje naar<br />

Brownsberg cadeau gegeven. Hij wil tante Annie het bos daar laten zien.<br />

Ze zullen een boswandeling maken. Pa heeft veel hierover verteld. Tante Annie is blij.<br />

Daar gaan ze. De reis duurt een beetje lang, maar ze verveelt zich niet hoor:<br />

er is zoveel te zien onderweg. Ze zijn er bijna; nu alleen de berg oprijden.<br />

Renzo is een beetje bang. “Er kan niets gebeuren hoor”, zegt vader.<br />

Eindelijk zijn ze er. Alles wordt uitgeladen en in een huisje gezet.<br />

De volgende morgen staan ze heel vroeg op. Vandaag zullen zij een boswandeling<br />

maken. De gids heeft ze al gezegd wat ze wel en niet mogen. Er mag niet op de<br />

dieren geschoten worden en de planten mogen niet afgebroken of geknipt worden.<br />

Hier zijn de planten en dieren beschermd. Niemand mag aan ze komen.<br />

Alleen maar kijken en genieten van ze.<br />

De gids loopt voorin, hij zal ze alles vertellen. Ze moeten achter hem aan blijven<br />

lopen. Ze zien veel mooie bloemen en bomen. De gids vertelt veel over de grote<br />

bomen en de mooie bloemen van het bos. Ook over de dieren horen ze veel.<br />

Eerst zien ze een boskonijn, daarna een slang. Oei, een heel groot mierennest.<br />

Wel een miljoen mieren bij elkaar. Ze komen ook hele mooie vogels tegen.<br />

Grote, maar ook hele kleine.<br />

Tante Annie heeft een schrift en een pen meegenomen. Daarin schrijft ze alles wat<br />

ze ziet op. Het is heerlijk koel in het bos. Van de gids mochten ze hun zwemspullen<br />

meenemen. Er is een kreek in het bos waar ze kunnen zwemmen. Wat zijn ze moe<br />

van het lopen, ze willen zo gauw mogelijk bij de kreek zijn om te zwemmen.<br />

Eindelijk zijn ze bij de kreek. Vlug gaan ze het water in voor een heerlijke duik.<br />

Het water is donkerbruin net als de Colakreek. Dat komt door al de bladeren die<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

126


in de kreek vallen. Het water lijkt op thee en is koud.<br />

Na het zwemmen keren ze terug. Ze hoeven niet meer zo goed te kijken, want ze<br />

komen alles wat ze al gezien hebben weer tegen.<br />

Als ze weer op de berg komen, wacht er een verrassing. Moeder heeft heerlijke bami<br />

met geroosterde kip klaargemaakt. Daar smullen ze van.<br />

“Dat was me het dagje wel, bedankt hoor, voor die gezellige boswandeling”, zegt<br />

tante Annie. Het bos moet er zijn, want de bomen zorgen voor zuurstof.<br />

Plaats voor een school<br />

In het dorpje Manlobi, ver in het binnenland, gebeurt er iets. Er komen veel korjalen<br />

met mensen uit de stad.<br />

“Waarom komen al deze mensen naar ons dorp?” vraagt Ajako aan zijn vriendje.<br />

“Dat zal ik aan mijn vader vragen. Hij is de basja van het dorp, hij moet het weten.”<br />

De mannen gaan het bos in en komen uren later weer terug.<br />

De volgende dag heeft Ping- Ping nieuws voor zijn vriend. “Ajako, weet je wat de<br />

mannen zijn komen doen? Wel, ze willen een school bouwen voor de kinderen<br />

van ons dorp. De kinderen moeten elke dag met de boot naar een ander dorp op<br />

school. Nu zijn er zoveel kinderen in het dorp, maar er zijn niet genoeg boten om ze<br />

ernaartoe te brengen. Daarom hebben de mensen hier om een school gevraagd.<br />

Die zullen ze nu bouwen.”<br />

“Ay boi”, roept Ajako, dan hoef ik niet meer zo vroeg op te staan.<br />

“Maar”, zegt Ping- Ping, “als ze de school gaan bouwen, moet er een heel stuk bos<br />

van ons weg. Dat is waar, maar het bos hebben we nodig voor de dieren.<br />

Die wonen daar. Ook laten de bomen ons gezonde lucht inademen, die de mensen<br />

nodig hebben. Wij zullen naar de basja gaan en vragen om het bos te sparen, dan<br />

kunnen onze dieren lekker vrij daarin leven.”<br />

De volgende dag gaan ze naar de basja toe. Ze vragen hem geen toestemming te<br />

geven voor het kappen van de bomen.<br />

“Luister”, zegt de basja, “het schooltje moet er komen. Er zijn in het dorp zoveel<br />

kinderen die naar school moeten. En een stukje bos minder is ook niet erg.<br />

Wij hebben genoeg bomen en planten. En van het hout van de bomen zal de school<br />

gebouwd worden. De kinderen denken na. Wat de basja zegt, is waar.<br />

De school is erg belangrijk, want de kinderen van Manlobi moeten ook knap worden.<br />

Ze moeten ook verder studeren om schoolmeester of juffrouw te worden, of dokter<br />

misschien. Nu vinden Ajako en Ping- Ping het niet meer erg dat er een school komt.<br />

Alle vaders en moeders zijn blij. Iedereen helpt mee om de school te bouwen.<br />

Zelfs de kinderen sjouwen met water en zand.<br />

Na een paar maanden is de school klaar. Iedereen is blij. Het hout van de bomen is<br />

gebruikt om de school te bouwen en de tafels en stoelen te maken. Gelukkig dat ons<br />

bos zo groot is. De mensen van Manlobi hebben nu hun eigen school.<br />

Er komen juffen uit de stad, die zullen daar blijven wonen. De kinderen doen hun<br />

best, want ze willen later naar Paramaribo om verder te studeren.<br />

127 <strong>Bronnenboek</strong>


1.8<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

VERKEER<br />

Met de boot mee<br />

Het is vakantie. De kinderen van de Wafelstraat zijn ook vrij van school.<br />

Daarom mogen ze met buurman Theo mee naar plantage “Rust en Werk”.<br />

Buurman Theo is bootsman op een grote rivierboot. Deze boot vaart elke dag naar<br />

een paar plaatsen in het district Commewijne. Wat zijn ze blij.<br />

Ze stappen al heel vroeg in de boot. Er zijn wel tien kinderen op de boot.<br />

Een paar moeders mogen mee. Buurman Theo is blij dat ze er zijn.<br />

Zo kunnen ze zien wat buurman Theo elke dag doet. Er zijn ook andere mensen aan<br />

boord. De boot schommelt een beetje, maar de kinderen zijn niet bang.<br />

Daar komt oom Theo aan. Nu zullen zij vertrekken. Oom Theo gaat achter het grote<br />

stuur staan. Dit noemen ze het “roer” zegt oom Theo trots.<br />

De kinderen kijken hun ogen uit. Dit is anders dan in de auto of op de fiets.<br />

Ze varen op het water. De wind waait door hun haar. De kinderen mogen overal van<br />

de boot bekijken.<br />

Broem…horen ze in de lucht. Daar vliegt een helikopter, die heeft een gele kleur. Het<br />

is zeker een Hi- Jet. Ze moeten zeker een zieke ophalen in Commewijne. Met de<br />

helikopter gaat dat veel sneller.<br />

Op Rust en Werk wacht de eigenaar van de plantage hen al op.<br />

Hij heeft een verrassing voor de kinderen en de moeders. Ze mogen meehelpen<br />

met het plukken van de sinaasappels. De bomen zijn heel ver en ze staan in hoog<br />

gras. Ze hoeven niet te lopen naar de bomen, want meneer Winter heeft een eigen<br />

treintje, waarin alle mensen kunnen zitten. Achter het treintje hobbelt er een grote<br />

open kar. Daarin moeten de sinaasappels. Wat een pret! De kinderen plukken de<br />

rijpe vruchten van de bomen. Dat vinden ze fijn. Als de kar helemaal vol is, gaan ze<br />

terug. Ze blijven de hele dag bij meneer Winter. ’s Middags keren zij terug.<br />

Weer met de boot. Wat is buurman Theo toch knap. Die kan een grote boot<br />

besturen. Ze krijgen elk een tasje met vruchten mee. Die kunnen ze lekker thuis<br />

opeten. Aan de Waterkant staat de bus al op ze te wachten. De chauffeur zal ze<br />

thuis afzetten. Wat hebben ze genoten van de dag op Rust en Werk.<br />

Maar het leukst vonden ze toch wel op de boot.<br />

De auto die veranderen kan<br />

Sarfina ligt tussen haar speelgoed in de voorkamer te slapen.<br />

Boemm, Sarfina schrikt wakker. Heeft ze een bons gehoord? Ze kijkt om zich heen.<br />

“O”, denkt ze, “de televisie is aan”. Ze wrijft haar ogen uit en kijkt wat er op de<br />

televisie te zien is. Wat een prachtige auto staat er met felle kleuren door elkaar.<br />

Een hele lange man met een zonnebril op en een jongen met één lange en één korte<br />

broekspijp stappen in de auto. Maar daar komt ook een meisje aanrennen.<br />

128


Ze heeft een pet op. Die draagt ze met het kapje naar achteren.<br />

“Wacht op me. Wacht op me”, roept ze. De jongen doet het portier van de auto open<br />

en het meisje stapt in. Het portier gaat weer dicht.<br />

De chauffeur rijdt met een grote vaart op een brede weg. De man aan het stuur remt<br />

plotseling heel hard.<br />

“Wat een lange rij auto’s”, moppert hij. “Zo kom ik te laat op het vliegveld aan”.<br />

De twee kinderen beginnen heel hard te huilen. “Waarom huilen jullie?” vraagt<br />

de man. “We zullen het vliegtuig niet meer halen als we zolang in de file moeten<br />

wachten”. De man begint ook te huilen. Nu zijn de kinderen stil.<br />

“Huil toch niet, huil toch niet”. Het meisje neemt een zakdoek en droogt de tranen<br />

van de chauffeur af.<br />

Opeens lacht de chauffeur heel hartelijk. “Waarom maak ik me toch druk om die<br />

lange rij auto’s. Mijn auto kan niet alleen rijden hoor, hij kan ook vliegen”, zegt hij.<br />

De kinderen kijken hem met grote ogen aan.<br />

“Zetten jullie je stoelriemen vast, want als ik op deze knop druk, gaat mijn auto de<br />

lucht in”, zegt de chauffeur. Hij drukt op een knop en ja hoor, daar gaat de auto de<br />

lucht in. De mensen langs de weg kijken allemaal verschrikt. Het is alsof ze willen<br />

zeggen: “Wat gebeurt er nou?”<br />

De kinderen genieten van de vliegreis met de auto. Ze kijken naar beneden.<br />

Wat is de file toch lang. Ze zouden zeker laat op het vliegveld aankomen als ze in de<br />

rij waren blijven staan.<br />

Maar wat zien ze? Stijgt er een vliegtuig op? “Het is toch niet het vliegtuig dat we<br />

moeten halen?” vraagt het meisje.<br />

“Ik denk het niet”, zegt de chauffeur. “Houden jullie je goed vast, want we zullen<br />

landen”, zegt de chauffeur. De kinderen zitten met spanning te kijken.<br />

“Komen we echt op tijd? vragen ze. “Dat zien we straks wel”antwoord de chauffeur.<br />

De auto komt met een behoorlijke plof op de grond terecht.<br />

“Snel eruit”, zegt de chauffeur, “ik pak de tassen wel”.<br />

De kinderen beginnen alvast te lopen. Als ze in de hal aankomen merken ze dat er<br />

maar heel weinig mensen zitten. De kinderen kijken elkaar aan.<br />

“Ik denk dat het vliegtuig al vertrokken is” zegt de jongen.<br />

“Dat denk ik ook” zegt het meisje. De chauffeur loopt met de tassen in zijn hand<br />

regelrecht naar het loket en zegt: “Goede morgen mevrouw, mag ik drie tickets naar<br />

Kadoembaland?”<br />

“Het spijt me meneer” zegt de juffrouw aan het loket. “Het vliegtuig naar<br />

Kadoembaland is al vertrokken”.<br />

De chauffeur keert zich om en zegt: “Kinderen kom maar gauw mee.<br />

Het vliegtuig is al vertrokken maar wij gaan met mijn auto over de rivier naar<br />

Kadoembaland”. De kinderen begrijpen er niets van. Maar ze willen zo graag<br />

ernaartoe. Ze stappen samen met de chauffeur in de auto.<br />

“Zetten jullie je riemen vast”, zegt hij een beetje nors.<br />

129 <strong>Bronnenboek</strong>


“Ben je boos op ons?” vraagt de jongen. “Nee hoor, helemaal niet”, antwoordt de<br />

chauffeur. “Maar ik vind het niet zo prettig dat we het vliegtuig gemist hebben.<br />

Daarom breng ik jullie maar zelf naar Kadoembaland”.<br />

De kinderen kijken weer blij. De auto rijdt in volle vaart weg. Na een paar minuten<br />

stopt de chauffeur bij een grote rivier. Hij drukt op een knop bbrr plats… en voor dat<br />

je denkt is de auto op het water en vaart als een boot weg.<br />

“Wauw-wauw. We gaan naar Kadoembaland”.<br />

Sarfina ziet de boot heel klein worden. Ze blijft kijken totdat ze niets meer van de<br />

boot ziet. Dan staat ze op en zingt: “Jeh, jeh, jeh ik wil naar Kadoembaland.<br />

Jeh, jeh, jeh ik wil naar Kadoembaland”.<br />

Een reis naar Dyumu<br />

Raboeno is heel onrustig. Hij loopt kamer in kamer uit. Hij is druk bezig zijn tas in te<br />

pakken, want vanmorgen gaat hij op reis. Het wordt een lange reis. Misschien moet<br />

hij zelfs een nachtje ergens slapen, voor hij verder kan.<br />

“Raboeno, wil je je tas bij mij brengen, dan zullen we samen kijken of je alles hebt<br />

ingepakt”, zegt papa.<br />

Raboeno haalt de tas. Papa pakt alles uit terwijl Raboeno toekijkt.<br />

Als de tas weer ingepakt is, zegt papa: “Keurig jongen.<br />

Alles wat je nodig hebt, zit erin”.<br />

Terwijl Raboeno met papa zit te praten, stopt er een busje voor de deur.<br />

Raboeno springt uit zijn stoel, pakt papa’s arm vast en zegt:<br />

“Dag papa, ik zal mama voor u groeten”.<br />

“Dag lieve Raboeno”, zegt papa. “Ik neem je tas mee naar de bus. Let goed op jezelf<br />

en doe wat de chauffeur zegt. Mama haalt jou onderweg bij Pokigron wel op”.<br />

Raboeno stapt in de bus en gaat bij het raampje achter de chauffeur zitten.<br />

Terwijl de bus rijdt, zwaait hij naar papa.<br />

Een hele tijd is Raboeno stil. Hij denkt aan Dyumu en aan de soela’s.<br />

Hij droomt al van de boot en van de rotsen in het water.<br />

Wrmm-wrm-wrm.<br />

Raboeno schrikt even. “Wat gebeurt er?” vraagt hij aan de chauffeur.<br />

We zitten vast in de modder.<br />

De chauffeur stapt uit en vraagt daarna aan alle passagiers om ook uit te stappen.<br />

Hij haalt een plank uit de bus en plaatst die onder het wiel dat in de modder vast zit.<br />

Dan stapt hij weer in terwijl twee mannen klaar staan om de auto te duwen.<br />

Wrm…wrrmm. “Duwen maar!” roept de chauffeur. Raboeno houdt zijn adem in.<br />

Hij zegt in zichzelf “Uit de modder, uit de modder, alsjeblieft auto, ga uit de kuil”.<br />

En ja hoor, daar rijdt de auto uit de modder. Iedereen is blij. Raboeno kan wel<br />

dansen van blijdschap want nu kunnen ze verder gaan. De chauffeur koopt iets te<br />

drinken voor Raboeno.<br />

“Hm lekker”, zegt hij. “Dank u wel”. Na een paar minuten stappen de passagiers<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

130


weer in. “Zijn we er nog niet? vraagt Raboeno aan de chauffeur.<br />

De chauffeur kijkt Raboeno aan en zegt vriendelijk.<br />

“We zijn al een hele tijd onderweg. Ben je moe”?<br />

“Ja, een beetje en ik wil mijn moeder zien. Ze wacht ïn Pokigron op me.<br />

Moeten we nog lang rijden?” vraagt Raboeno. “Nee hoor, het duurt niet lang meer<br />

voor we bij het dorpje Pokigron zijn”. Ze rijden nog een tijdje door.<br />

“Eindelijk, we zijn er” zegt de chauffeur.<br />

Raboeno kijkt uit het raam naar buiten. Hij ziet een paar mensen lopen.<br />

Waar is zijn moeder dan.<br />

De chauffeur pakt de tas van Raboeno en zegt: “Ga maar met me mee m’n jongen.<br />

Je mama wacht bij de winkel op je”.<br />

Raboeno stapt uit de bus en loopt met de chauffeur mee naar een winkel.<br />

Als ze de winkel binnenstappen, zien ze een vrouw met haar rug naar de deur op<br />

een stoel zitten.<br />

“He, die vrouw is mijn moeder”, denkt Raboeno. Nu loopt hij op zijn tenen en omhelst<br />

van achteren zijn moeder. Mama is zo blij, dat zij Raboeno op haar rug neemt.<br />

De chauffeur lacht en zegt: “Nu heb je je moeder zelf gevonden. Ik laat jullie nu maar<br />

alleen want ik heb nog heel wat te doen. Hier is de tas van Raboeno”.<br />

Hij strijkt Raboeno over zijn hoofd en zegt: “Een hele goede reis naar Dyumu.<br />

En pas goed op mama”. Mama lacht, geeft een hand aan de chauffeur en wenst<br />

hem ook een goede reis. Dan zegt mama tegen Raboeno: “ Ik heb een verrassing<br />

voor je. “O, ja mama? En wat is die verrassing?”<br />

“Dat zal ik je nu vertellen” zegt mama. “We hoeven hier niet te blijven slapen”.<br />

“Gaan we dan vanmiddag met de boot weg? Het is toch veel te gevaarlijk mama als<br />

het straks donker wordt?” zegt Raboeno.<br />

“Maak je maar geen zorgen jongen, we gaan niet met de boot mee, maar met het<br />

vliegtuig” zegt ze. “Waw waw mama wat bent u lief. Ik vind het geweldig”, roept<br />

Raboeno uit. “ Nu kan ik vanuit het vliegtuig naar beneden kijken en aan papa<br />

vertellen wat ik heb gezien. Mama zullen we direkt naar het vliegveldje lopen?”<br />

“Niet zo opgewonden jongen. Ga maar eens samen met mij een broodje eten.<br />

Over een half uur komt het vliegtuig”.<br />

Het duurt maar even om bij het vliegveldje te komen. Als het vliegtuig er is lopen<br />

mama en Raboeno er naar toe. Daar staat een klein vliegtuig.<br />

De piloot kijkt al naar hen uit. “Stapt u maar direkt in mevrouw en jongeman”.<br />

Raboeno gaat heel voorzichtig de trap op. Het vliegtuig heeft plaats voor vier mensen.<br />

De piloot start het vliegtuig, rijdt één keer het vliegveldje af, keert terug en zzzpp.<br />

131 <strong>Bronnenboek</strong>


1.9<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

HET WEER<br />

Een nieuwe buurt<br />

Waar is het grote veld waarop we spelen gebleven? Vragen de kinderen van de<br />

Bamboesistraat zich af. Het veld waarop alle kinderen van de buurt spelen, lijkt op<br />

een grote werkplaats. Mensen sjouwen en er gaan grote vrachtwagens af en aan.<br />

Er komt een nieuwe woonwijk. Er zullen huizen hier gebouwd worden. Er zijn in de<br />

verschillende wijken niet genoeg huizen voor de mensen om in te wonen.<br />

Zal er ook een veld komen, waar wij op kunnen spelen?<br />

”Ja hoor”, zegt de meneer die de vraag gehoord heeft. “Er komt ook een veld voor<br />

jullie.” De huizen zijn klaar en de mensen mogen naar hun nieuwe huis komen.<br />

Er is bijna van alles, een mooi erf, mooie kamers, licht, maar er is nog geen water.<br />

De buizen om het water naar de huizen te pompen zijn nog niet geplaatst.<br />

Dat is heel veel werk. Voorlopig moeten de mensen maar grote watertanks of grote<br />

bakken op het erf plaatsen om regenwater op te vangen. En als het niet regent, komt<br />

de waterleidingmaatschappij zelfs de tank bijvullen. Ja, want water is erg belangrijk<br />

voor de mensen. Als je dorst hebt, moet je drinken en je moet baden en moeder<br />

moet het eten koken. Ook de kleren moeten gewassen worden. En de bloemen en<br />

de bomen? Ja, die moeten ook drinken om goed te groeien. Water is erg belangrijk.<br />

De vissen in de kreken moeten ook water hebben, anders gaan ze dood.<br />

De dieren die op het land wonen ook. Gelukkig regent het, dus worden de tanks<br />

gevuld. Het water dat gedronken moet worden, wordt eerst gekookt.<br />

Gelukkig hebben we al een huis en electriciteit. Het regent ook een beetje.<br />

De mensen van de Bamboesistraat zijn blij dat er weer genoeg huizen zijn in de<br />

buurt. De kinderen krijgen weer vriendjes en vriendinnetjes bij. Gelukkig worden de<br />

buizen geplaatst en kunnen de mensen de kranen openzetten voor schoon helder<br />

water. Wat zou er gebeuren als we geen water hadden, zucht moeder. Dan zouden<br />

we zeker niet hier komen wonen, want water is erg belangrijk voor mensen, dieren<br />

en planten.<br />

In de regen<br />

Het is stil in de huizen, de mensen zijn een beetje moe. Dat komt door de zon die zo<br />

fel schijnt. Straks komen de kinderen uit school. De moeders maken het eten klaar.<br />

Wat gebeurt er? Het wordt plotseling donker. Het lijkt alsof het zal regenen.<br />

Broem, broem, gaat het door de lucht. De donder laat zich horen.<br />

Ramen en deuren van de huizen worden dichtgedaan. We krijgen regen, roepen de<br />

vrouwen vanuit de ramen. De kinderen komen zo thuis.<br />

Maar de regen is vandaag een beetje boos. De wolken kunnen de regen niet meer<br />

dragen, dus laten ze alle regen naar beneden komen.<br />

De kinderen zijn op straat, de school is al gesloten.<br />

132


Ze kunnen niet wachten tot de regen ophoudt, want ze hebben honger. We gaan<br />

gewoon door de regen naar huis. Dat is goed, de kinderen vinden in de regen lopen<br />

best wel leuk. Ze worden helemaal nat en koelen zo een beetje af. Gelukkig is het<br />

vrijdag. De uniformen worden toch zaterdag gewassen. De kinderen spelen in de<br />

regen met elkaar. Ze zijn helemaal nat. Wat hebben ze een pret. Moeder ziet ze<br />

al aankomen. “Doorlopen naar de badkamer”, zegt ze. Neem maar gauw een echt<br />

bad en dan aan tafel. De kinderen zijn afgekoeld. Ze hebben het nu zelfs een beetje<br />

koud. Gelukkig heeft mama erwtensoep gemaakt. Dat vinden ze erg lekker.<br />

Mama heeft er ook zoutvlees en kip ingedaan. Voor de rest van de dag blijven de<br />

kinderen binnen. Er wordt niet meer buiten gespeeld. Binnen spelen is ook wel leuk.<br />

Er wordt gekleurd en getekend en anderen spelen ‘Mens erger je niet’.<br />

Binnenspelen terwijl het buiten regent, is wel ook fijn, zegt moeder en kijkt tevreden<br />

naar haar kinderen.<br />

Eric vertelt<br />

Thalicia is bij Eric op bezoek. Ze komt helemaal uit Albina.<br />

Eric en Thalicia zitten samen op een houten brug voor de deur van Erics huis.<br />

Ze kijken naar de modderige goot.<br />

“Wat ziet de goot er vies uit, en waar zijn alle mooie waterlelies gebleven?” vraagt<br />

Thalicia. Eric kijkt Thalicia een beetje bedroefd aan en vertelt;<br />

“In deze goot groeiden er waterplanten, maar nu is er haast niets meer te zien.<br />

Er zijn maar een paar kleine pankoekoewiri overgebleven. Die moeten eerst flink<br />

groeien voordat ze bloeien.”<br />

“Maar wie heeft de planten weggehaald?” vraagt Thalicia. Eric kijkt Thalicia weer aan<br />

en zegt met een zachte stem: “De regen heeft ze meegenomen.”<br />

“De regen”, zegt Thalicia verbaasd, “hoe is dat gebeurd?”<br />

Eric vertelt weer: “De vorige week heeft het hier heel hard geregend. Wel drie dagen<br />

en drie nachten lang. Op de derde dag waren alle huizen in de buurt onder water<br />

gelopen. De goten waren zo vol dat het water helemaal op de straten kwam.<br />

Het stroomde als een soela en nam alles mee. Emmers, vuilnistonnen, stoelen,<br />

vaten, zelfs matrassen stroomden met het water mee. Er was zoveel water net als in<br />

een grote rivier. De meeste mensen wonen in een huis op hoge neuten.<br />

Zij zijn in hun huis gebleven. Maar de mensen die laag wonen moesten hun huis<br />

verlaten en bij familieleden gaan slapen. Er zijn veel dieren doodgegaan.” Er rolt een<br />

traan over Erics wang. Hij veegt de traan weg en gaat verder: “Onze poes heeft een<br />

hele nacht in een boom geslapen. Ik ben blij dat zij niet dood is gegaan.”<br />

Thalicia heeft medelijden met Eric. Ze staat op, geeft hem een brasa en een klopje<br />

op zijn rug. “Huil maar niet, nu is alles gelukkig weer droog.”<br />

“Ik vind het erg dat er dieren zijn doodgegaan”, zegt Eric. “Een paar dagen geleden<br />

hebben ze hier alle goten opgehaald en alle verstoppingen opgeruimd. De mensen<br />

van de buurt hebben beloofd hun goten beter te onderhouden en geen rommel meer<br />

erin te gooien”, zegt Eric.<br />

133 <strong>Bronnenboek</strong>


1.10<br />

Wandelmars<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

KLEDING<br />

Over een paar dagen zal het weer erg druk zijn in de straten van Paramaribo.<br />

De wandelmars zal dan gelopen worden. Vier dagen lang. Waldo en Emmy doen<br />

ook mee. Ze zijn de broer en zus van Willie. Die is nog klein, hij mag nog niet<br />

meelopen. Hij vindt het wel mooi en spannend ernaar te kijken. Waldo zal ook<br />

meelopen. Zijn groepje heet “The dancers”. Ze zullen hele mooie pakjes aantrekken:<br />

witte lange broeken met oranje hemden. Op de hemden komen mooie glimmende<br />

knopen. Ook zal iedereen van de groep een mooie zwarte hoed dragen.<br />

Alle kinderen moeten hetzelfde aan. De kleermaker zal alle pakjes maken.<br />

Ook de hoeden worden door hem gemaakt. De hele groep heeft dan hetzelfde aan.<br />

Het was moeilijk een kostuum te bedenken voor de groep. De kleermaker heeft<br />

zoveel stof nodig om de pakjes te maken. De lappen stof moeten gekocht worden,<br />

ook de knopen en het garen. Wat heeft hij het druk.<br />

Emmy loopt in een andere groep mee. Zij zullen shorts aantrekken met mooie gele<br />

truitjes. Op de T- shirts zal de modiste een mooie fayalobi borduren, want de groep<br />

heet fayalobi. Dat zal leuk worden, vier dagen lopen door Paramaribo.<br />

De pakjes voor de groep van Emmy worden door tante To gemaakt.<br />

Alle kinderen uit de groep krijgen een mooi rood mutsje op. Dat staat erg grappig.<br />

Waldo en Emmy kunnen haast niet wachten op de grote dag.<br />

“Weet je”, zegt mama, ik breng jullie er zelf naartoe, dan mag kleine Willie mee.<br />

Moeder kleedt de kinderen aan. “Wat zijn jullie mooi in je kostuums, jullie winnen<br />

zeker een prijsje.” Vlug gaan ze naar het plekje waar alle groepen bij elkaar zijn.<br />

“Wat een mooie groepen”, roept Willie. Zoveel groepen en allemaal hebben ze een<br />

ander kostuum aan. Rode, gele, groene pakjes. Groepen met mooie blauwe jurken.<br />

Willie kijkt zijn ogen uit. Zoveel kinderen bij elkaar heeft hij nog nooit gezien.<br />

Daar komen de padvinders ook aan. Zij hebben hun padvinderspak aan. Zij zullen<br />

ook muziek maken net als de “Parbo brass band” ik zie ook de militairen en de<br />

politie. Allemaal in verschillende kostuums. Er doen zelfs enkele clowns mee.<br />

De mensen staan al langs de straten te wachten. Ze willen niets missen.<br />

Anderen zitten op de auto. Eindelijk komen ze aan. Netjes, groep na groep.<br />

De militairen vooraan, daarna de rest. Willie geniet ervan. De mensen langs de<br />

straten zijn blij. Het lijkt alsof de hele stad feest viert. Sommige groepen zingen,<br />

andere dansen, maar sommige lopen rustig. Het is druk op straat.<br />

De politie heeft haar handen vol. Zij moet erop letten dat alles goed verloopt.<br />

Er zijn wel vijftig groepen. Allemaal hebben ze een ander kostuum aan.<br />

Willie geniet ervan. Wanneer alle groepen voorbij zijn gaan mama en Willie weer<br />

naar huis. Daar eten ze een lekker ijsje en kijken verder naar tv, want daar kun je de<br />

wandelmars weer zien.<br />

134


Inspecteur Brew<br />

Het is feest in het huis van de familie Brew. Er staan mooie bloemen in een grote<br />

vaas op de tafel. Tegen de muur staat op een groot bord: Gefeliciteerd papa.<br />

Maar papa is niet jarig en toch is er feest. Hoe kan dat nou? Wel, papa heeft heel<br />

hard zijn best gedaan.<br />

Eerst was hij gewoon een politieman, maar nu is hij geslaagd voor Inspecteur<br />

van politie. Hij is dan de baas van de agenten. Hij heeft hard zijn best gedaan en<br />

daarom is hij ook geslaagd. Wat zijn mama en Dino trots op hem. Hij zal ook een<br />

ander uniform mogen aantrekken op speciale dagen. Dan kan iedereen zien dat<br />

hij de baas is van de agenten. Hij is dan inspecteur. Morgen mag hij zijn nieuwe<br />

uniform aantrekken en dan zal de minister van Justitie en Politie het sterretje op<br />

zijn schouder zetten. Zo kan iedereen zien wat hij is. Er wordt een feestje voor hem<br />

georganiseerd. Hij is niet de enige hoor. Er zijn nog drie nieuwe inspecteurs.<br />

Mama en Dino mogen mee met papa. Op het Politie Opleidingscentrum staat<br />

iedereen al klaar.de kapel van de politie zal voor de muziek zorgen. Ook is iedereen<br />

mooi aangekleed. Mama heeft voor deze dag haar mooie lange blauwe jurk aan.<br />

Dino heeft een zwarte broek aan, een wit hemd en een kleine vlinderdas om.<br />

Dat staat zo mooi. De andere inspecteurs hebben witte uniformen aan.<br />

De agenten hebben hun pakken aan. Iedereen mag zitten, behalve de agenten.<br />

Die blijven staan. “Wie komt daar aangelopen?” vraagt Dino aan mama.<br />

Wel, die deftige meneer is de minister van Justitie en Politie. Wat is hij mooi<br />

aangekleed. Een grijs pak met een jas en een mooie rode das eronder.<br />

Het feest kan nu beginnen. De muzikanten spelen een mooi lied. Daarna begint de<br />

minister te praten. Hij is trots op de nieuwe inspecteurs. Daarna zet hij het sterretje<br />

op de schouder van de nieuwe inspecteurs. Er zijn hoge militairen op het feest.<br />

Zij hebben een ander pak aan. Speciaal voor de militairen. Als het feest bijna<br />

afgelopen is, komt er nog een verrassing. Daar komen majorettes. Wat zijn ze mooi!<br />

De drumband is er ook. De majorettes voeren een mooie dans uit op de tonen van<br />

de drumband. Iedereen danst op zijn plaats. Papa is zo blij, hij lacht alleen maar.<br />

Ook mama is blij, want nu zal papa een beetje meer gaan verdienen; dan kunnen<br />

ze het huis een beetje groter maken. Morgen vertel ik alles aan mijn juf en mijn<br />

vriendjes. Als ik groot ben, wil ik ook inspecteur van politie worden en dan draag ik<br />

ook een mooi pak, net als papa. Als het feest is afgelopen, gaat iedereen tevreden<br />

naar huis.<br />

Het pakje dat van kleur veranderde<br />

Arno kreeg op z’n verjaardag een pakje van oom Lando. Arno vond het pakje heel<br />

mooi. Hij liet het aan iedereen die op het feest kwam zien. Ooms, tantes, vriendjes<br />

en vriendinnetjes. Ze vonden allemaal dat het een prachtig pakje was.<br />

Nadat een ieder het pakje had gezien, bracht Arno het in z’n kamer en legde het<br />

heel netjes op z’n bed. Hij ging daarna weer feestvieren met de gasten.<br />

135 <strong>Bronnenboek</strong>


Steeds als hij aan het pakje dacht ging hij naar de kamer om heel even te kijken of<br />

het nog op zijn bed lag.<br />

Arno hield zoveel van het pakje dat hij iedere keer als hij ergens naartoe moest<br />

speciaal dat pakje wilde aantrekken. “Arno”, zei moeder, “jij moet niet steeds<br />

hetzelfde pakje aantrekken. Ik moet het dan vaak wassen, en het wordt dan heel<br />

gauw lelijk. De kleur zal dan niet zo mooi meer zijn.”<br />

Arno werd verdrietig als hij dacht aan wat moeder gezegd had. Hij wilde het pakje<br />

wel vaker aantrekken maar het mocht niet lelijk worden.<br />

Op een goeie dag kreeg Arno een uitnodiging om op het verjaardagsfeestje van zijn<br />

vriendje te gaan. Weer dacht hij aan zijn pakje, maar ook aan wat moeder gezegd<br />

had. Maar hij wilde geen ander pakje naar het feest aantrekken.<br />

Hij ging kijken welke kleren moeder voor hem had klaargezet. Toen hij in de kamer<br />

kwam, zag hij een heel ander pakje. Hij had meteen geen zin meer in het feestje.<br />

Hij ging stiekem naar de kast om toch even naar zijn lievelingspakje te kijken al<br />

mocht hij het niet aandoen.<br />

Hij deed de deur voorzichtig open zodat niemand het kon horen. Hij deed de kast<br />

open. Hij keek en keek maar kon het groene pakje dat hij op z’n verjaardag van oom<br />

Lando had gekregen nergens zien. Zou moeder het pakje aan een ander kindje<br />

hebben gegeven, omdat ze vond dat ik het vaak aantrok?<br />

Het gebeurde weleens dat moeder de kleertjes die te klein waren voor Arno aan<br />

kindertjes gaf die weinig kleren hadden. Weer werd hij verdrietig en begon heel<br />

zacht te huilen.<br />

Plotseling hoorde hij een fijn stemmetje dat zei: “Hallo Arno, waarom huil je, waarom<br />

ben je zo verdrietig?” Arno schrok even en vroeg: “Wie ben je en waar ben je?”<br />

“Ik ben je beste vriend en ik ben ook hier in de kamer. Vertel me eens Arno, waarom<br />

huil je? Heb je soms pijn? Ik ben je vriendje daarom wil ik weten wat er aan de hand<br />

is. Ik wil weten waarom je verdriet hebt, zodat ik je weer blij kan maken.”<br />

“Nee…………ja ik heb toch wel pijn in m’n hartje want mijn pakje is er niet.”<br />

“Je pakje is er wel. “Uit de stapel kleren bewoog zich een blauw broekje.<br />

Het broekje schoof en schoof tot hij helemaal uit de stapel vandaan was gekomen<br />

en op de rand van het bed bleef hangen. “Ik ben er ook nog!” riep een andere stem.<br />

“Ik lig hier helemaal onder de andere kleren. Help me even zodat ik eronder uit kan.”<br />

Arno begon alle kleren opzij te schuiven. Er kwam een hemd te voorschijn van<br />

precies dezelfde blauwe kleur als het broekje.<br />

“Arno je hoeft niet verdrietig te zijn, kijk ik ben dat pakje dat je van oom Lando hebt<br />

gehad op je verjaardag”, zei het stemmetje.<br />

Maar Arno riep: “Het is niet waar, het is niet waar. Het pakje dat oom Lando me had<br />

gegeven was groen en niet blauw.”<br />

“Toen oom Lando op je verjaardag was gekomen was ik groen maar nu ben ik<br />

blauw.”<br />

“Het is niet waar’, zei Arno weer.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

136


“Het is wel waar”, zei het stemmetje.<br />

“Luister eens, zal ik je wat vertellen? Oom Lando heeft mij in een toverwinkeltje<br />

gekocht. Ik ben een toverpakje. Ik verander van kleur. Omdat je zoveel van me houdt<br />

en me vaker wil aantrekken, verander ik van kleur zodat ik altijd mooi blijf.<br />

Ik wil een afspraak met je maken.<br />

Voortaan zal ik elke keer als je me wil aantrekken van kleur veranderen dan denken<br />

de mensen dat je steeds een ander pakje aan hebt. Dan hoef je ook niet meer<br />

verdrietig te zijn. En je mama zal ook niet meer zeggen dat je mij te vaak aantrekt.”<br />

Arno pakt het pakje en deed het snel aan want hij wist dat moeder op hem wachtte.<br />

Terwijl Arno de andere kleren weer in de kast zette, klopte moeder op de deur en<br />

stapte de kamer in. “Arno, heb je een ander pakje aan?” vroeg ze.<br />

“Nee mam. Het is het pakje dat ik van oom Lando heb gekregen.<br />

Het is een toverpakje. Het verandert van kleur. Voortaan kan ik het vaker<br />

aantrekken, het zal echt niet meer lelijk worden. Al zet u het nog zo vak in de was,<br />

het zal mooi blijven.”<br />

“ Wat zeg je Arno, is het een toverpakje en zal het altijd mooi blijven?”<br />

“Ja mam dat heeft dat pakje zelf verteld.”<br />

“Hoe doet het pakje dat Arno?”<br />

“Dat is een geheimpje mam tussen m’n vriendje en ik. Maar voortaan trek ik aan wat<br />

we samen hebben uitgezocht. Maar als ik eens graag dit pakje wil aantrekken mag<br />

ik dat wel?”<br />

“Goed Arno, zullen we dat afspreken?” “Ja mam wat ben ik toch blij, blij met m’n<br />

vriendje en het pakje van oom Lando.”<br />

137 <strong>Bronnenboek</strong>


1.11<br />

De winnaars<br />

Vijf kinderen die in Suriname wonen, zitten heerlijk op het balkon van een mooi hotel<br />

te praten en te lachen met elkaar. Ze zijn pas vriendjes en vriendinnetjes van elkaar<br />

geworden. Deze vijf kinderen heten: Liesbeth, Meriam, Steven, Mila en Randall.<br />

Ze wonen allemaal in een ander district. Liesbeth woont in Paramaribo, Meriam<br />

in Marowijne, Steven in Nickerie, Mila in Commewijne en Randall in Saramacca.<br />

Zij hebben elk een hoofdprijs gewonnen bij een tekenwedstrijd. Nu mogen ze een<br />

weekje in Paramaribo logeren in een mooi hotel. Ze zullen leuke uitstapjes maken<br />

naar plaatsen die ze nog nooit gezien hebben. Wat zijn ze blij.<br />

Paramaribo lijkt groter dan het district waarin ze wonen. De mevrouw die ze overal<br />

naartoe zal brengen, heet mevrouw Wanda. Maar ze mogen haar ook “tante Wanda”<br />

noemen.<br />

Er is al een programma voor elke dag gemaakt.<br />

Het is vandaag maandag, de eerste dag, dus zullen ze een beetje door Paramaribo<br />

rijden en af en toe een wandeling maken. Tante Wanda zal ze dan alles vertellen<br />

over de dingen die ze zien.<br />

Eerst rijden ze naar het Onafhankelijkheidsplein. Daar staat het paleis van de<br />

president. Zo een mooi paleis hebben de kinderen nog nooit gezien. ze mogen<br />

uitstappen en een beetje gaan wandelen. Ze lopen met tante langs de Waterkant.<br />

Daar zien ze veel mensen die langslopen of gewoon gezellig op de banken zitten.<br />

Er zijn ook een paar boten op het water. Ze drinken lekkere stroop bij een van de<br />

eettentjes die daar zijn. De bus haalt ze op en ze rijden verder. Nu komen ze langs<br />

de grote markt. Vanuit de bus kunnen ze zien hoe druk het daar is. Nu gaan ze langs<br />

een groot gebouw, dat is de Hakrinbank. Daar is het geld van veel mensen.<br />

De kinderen schrijven alles op. Dat kunnen ze, want ze zitten allemaal in de vijfde<br />

klas. Ze rijden weer een eindje en zien een nog groter gebouw.<br />

Daar is het Academisch Ziekenhuis; het grootste ziekenhuis van ons land.<br />

De kinderen worden een beetje moe van het kijken. Ze rijden nog wel twee uren<br />

door de stad. Nu gaan wij naar de Paramaribo Zoo en dan naar het hotel.<br />

Jippie, wij gaan naar de dierentuin. Daar zien ze dieren die ze nog nooit in het echt<br />

gezien hadden. De apen vinden ze het mooist. Die slingeren van boom naar boom.<br />

Ze blijven een tijdje in de dierentuin. “Zo voor vandaag is het genoeg geweest”, zegt<br />

tante Wanda. “Morgen gaan we ergens anders naar toe.” Ze slapen die nacht erg<br />

goed, want ze zijn zo moe. Dinsdag neemt tante Wanda ze mee naar Colakreek.<br />

Daar mogen ze zwemmen, spelen en lekker eten. Ze blijven er tot ’s middags en dan<br />

brengt de bus ze terug. Woensdag gaan ze naar Domburg, dat is een eindje rijden.<br />

Bij de Waterkant mogen ze uitstappen en een wandeling maken.<br />

Er zijn bootjes op het water. Daarin wonen er mensen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

MIJN LAND<br />

138


Als ze iets nodig hebben, komen ze even aan land om in de winkel hun spullen te<br />

kopen. Instappen, wij gaan nu naar White Beach. Je kan daar zwemmen, maar wij<br />

gaan niet in het water. Dat vinden de kinderen best jammer, ze hadden graag willen<br />

spetteren in het water. De reis naar het hotel duurt een beetje lang. Ze vallen bijna in<br />

slaap. Donderdag gaan ze naar een grote fabriek op Paranam. Daar wordt van alle<br />

bauxiet aluinaarde gemaakt. Dit wordt naar andere landen gestuurd.<br />

De landen maken er potten en pannen van en nog veel meer.<br />

Een vriendelijke meneer legt de kinderen alles uit. Ook krijgen ze een heerlijk<br />

maaltijd van de baas van de fabriek. Wat worden de kinderen knap. Ze zien en<br />

horen ook zoveel. Vrijdag is de laatste dag voor de uitstapjes. Ze zullen vandaag<br />

naar het vliegveld op Zanderij gaan. Dit vliegveld is het grootste van Suriname.<br />

Alle grote vliegtuigen die uit andere landen komen, landen hier op de Johan Adolf<br />

Pengel Luchthaven. Vandaag komt er een vliegtuig uit Nederland.<br />

De familie is de mensen komen afhalen. Ze hebben veel bagage bij zich.<br />

Wat is het druk. “Bij elkaar blijven hoor”, zegt tante Wanda. De kinderen kijken hun<br />

ogen uit. Tante Wanda maakt van elk plekje een foto. De foto’s krijgen de kinderen<br />

mee. Dan kunnen ze hun juf en kinderen van de klas laten zien waar ze geweest<br />

zijn. Wat een heerlijke dagen hebben we gehad. Zaterdag mogen ze uitrusten en<br />

zijn ze lekker vrij. Ze mogen doen waarin ze zin hebben. Zondag gaan ze terug naar<br />

huis: met de bus of met de auto, want ze wonen ver.<br />

Alleen Liesbeth blijft hier, zij woont in Paramaribo<br />

Hoe wij hier ook samen kwamen<br />

Heel lang geleden woonden in ons land, Suriname alleen indianen. Ze vonden het<br />

prettig om hier te zijn. Mannen en hun vrouwen vonden het fijn om tussen de bomen<br />

in het bos te werken. De kinderen speelden er ook graag.<br />

Op een dag kwam er een meneer uit een heel ver land in Suriname aan.<br />

Hij vond ons land heel mooi. “Mag ik bij jullie komen wonen?” vroeg hij aan de<br />

indianen. Eerst vonden die het een beetje vreemd. Nadat ze met elkaar gesproken<br />

hadden, zeiden ze: “Het zal ook leuk zijn als er andere mensen in Suriname komen<br />

wonen. Dan kunnen we samen met ze werken.”<br />

De meneer bedankte de indianen en gaf ze cadeautjes (spiegels en kralen), omdat<br />

ze vriendelijk tegen hem waren. Hij ging weer naar zijn land terug en vertelde aan<br />

z’n vrienden hoe aardig de mensen in Suriname tegen hem waren.<br />

Na een poosje kwam hij terug naar ons land. Nu met een paar vrienden.<br />

Ze namen van alles mee want ze wilden echt hier wonen. Ze legden plantages aan.<br />

En ze lieten de indianen voor hen werken op de plantages.<br />

Eerst waren ze heel lief voor ze. Na een tijdje vonden ze dat de indianen harder voor<br />

hen moesten werken. Indianen waren heel hard werken niet gewend dus vonden ze<br />

het niet leuk. Ze wilden doen wat ze zelf fijn vonden. Daarom gingen ze weg van de<br />

vreemde mannen. Ze vluchtten dieper het bos in.<br />

139 <strong>Bronnenboek</strong>


De vreemde mannen hadden dan geen mensen meer om het werk te doen.<br />

De mannen die zo lelijk deden tegen de indianen hoorden van iemand dat er Afrika<br />

heel sterke mensen woonden. Die kunnen wel hard werken.<br />

Er werd een boot vol geladen met sterke negers die naar Suriname gebracht<br />

moesten worden. De reis van Afrika naar Suriname duurde heel lang, maar eindelijk<br />

kwamen ze aan. De negers waren blij dat ze uit de boot mochten stappen.<br />

Ze keken hun ogen uit. Het zag er hier toch een beetje anders uit.<br />

Een paar vreemde mannen liepen naar de mensen toe en begonnen ze van alle<br />

kanten te bekijken. Daarna werden ze naar verschillende plaatsen gebracht om te<br />

werken en te wonen. Kinderen werden van hun ouders weggehaald.<br />

Mama’s mochten ook niet bij de papa’s blijven. Ze gingen heel ver van elkaar<br />

wonen. Soms zagen ze elkaar nooit meer terug. Ze moesten voor een baas gaan<br />

werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ze werden niet goed behandeld.<br />

Genoeg eten krijgen ze niet en als ze ziek waren, moesten ze toch door werken.<br />

Deden ze dat niet dan kregen ze pakslaag. Mensen die zo behandeld worden<br />

noemen we slaven. Als de slaven moe werden van het werken mochten ze ook niet<br />

uitrusten.<br />

Op een dag spraken veel slaven met elkaar af om niet meer zo hard te werken.<br />

Ze maakten een afspraak om heel ver het bos in te vluchten net als de indianen.<br />

Daar zouden ze vrij zijn en de vreemde mannen konden hen niet zo makkelijk<br />

terughalen. Ze deden precies zoals ze hadden afgesproken. Slaven die achter<br />

waren gebleven, wilden ook graag vrij zijn maar kregen de kans niet weg te lopen.<br />

Er werd heel goed op hen gelet. Gelukkig waren na heel veel jaren ook de slaven<br />

die niet gevlucht waren, vrij. Ze mochten werken waar en wanneer ze dat zelf graag<br />

wilden.<br />

Velen werden timmerman, meubelmaker of monteur. Slechts enkele bleven op de<br />

plantages werken. Weet je wat die bazen van de plantages deden? Ze lieten uit<br />

verre landen mensen komen om het werk te doen. Er kwamen Chinezen uit China.<br />

Ook kwamen er mensen uit India. Dat waren de Hindoestanen.<br />

De boot waarin de Hindoestanen hiernaartoe gekomen zijn heet de Lalarookh.<br />

Er is een straat in Suriname die dezelfde naam heeft als die boot.<br />

Na de Hindoestanen zijn de Javanen hier gebracht. Nu werken de verschillende<br />

bevolkingsgroepen: indianen, negers, Chinezen, Hindostanen en Javanen en nog<br />

vele andere mensen om Suriname tot een mooi land te maken.<br />

De mensen van vroeger hebben heel hard gewerkt. Ook jullie oma en opa hebben<br />

hun best gedaan om Suriname tot een land te maken waarin iedereen prettig kan<br />

leven. Nu werken je ouders voor het land. En later als je groot bent, zal je ook zelf<br />

moeten meehelpen om ons land vooruit te brengen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

140


Reizen in het mooiste land<br />

Kim-Sam en Doriën wonen in Nickerie. Ze hebben meegedaan aan een<br />

tekenwedstrjd en hebben allebei een leuke prijs gewonnen. Nu mogen ze met een<br />

groep mensen met het vliegtuig naar het binnenland. Daar mogen ze hele leuke<br />

plekjes gaan bekijken. Twee dagen lang. Op de derde dag keren ze terug.<br />

Nu zitten ze in het vliegtuig dat naar het binnenland gaat.<br />

De reisleidster komt naast hen zitten en zegt: ”Dag Kim-Sam, dag Doriën genieten<br />

jullie een beetje van de vlucht? Overal waar jullie naar toe gaan, zal ik bij jullie zijn.<br />

We zullen het samen heel leuk hebben, want in het binnenland is er heel wat te zien.<br />

Maken jullie nu je stoelriemen vast. Het duurt niet lang meer, dan zal het vliegtuig<br />

landen.” Als het vliegtuig stilstaat, maken de kinderen hun stoelriemen los en gaan<br />

naar buiten.<br />

De reisleidster vraagt aan iedereen om achter haar aan te lopen. Bij een grote tent<br />

met hangmatten en lange banken blijft de reisleidster staan. Iedereen staat vol<br />

verwachting te kijken.<br />

“Lieve kinderen en alle grote mensen. Onder deze tent gaan we eerst wat uitrusten,<br />

onze benen strekken en wat eten. Na het eten zullen we naar de rivier lopen.<br />

We lopen door een ondiepe kreek en komen zo aan de andere kant. Bij de rivier zijn<br />

er 2 boten waarmee we naar de soela’s zullen varen”.<br />

“Naar de soela’s”, roept Kim-Sam. “Dat vind ik eng. Ik ben bang voor de soela’s”.<br />

“Wees maar niet bang”, zegt de reisleidster. “ De bootsman kan heel goed varen en<br />

de koelaman weet precies waar er rotsblokken in de rivier zijn. En er is hier nog nooit<br />

een ongelukje gebeurd”.<br />

Kim-Sam is nu gerust. De grote mensen zorgen goed voor Kim-Sam en Doriën.<br />

Nu kunnen ze vertrekken. Als er te weinig water in de rivier is moeten de mensen<br />

soms uitstappen. Dan duwen mannen de boot naar het diepe water.<br />

Kim-Sam en Doriën helpen af en toe ook duwen. Nu zijn ze helemaal niet bang<br />

meer. Als het een beetje donker begint te worden, keren ze naar het kamp terug.<br />

Het was een fijne dag. Maar nu willen ze eten want ze hebben een verschrikkelijke<br />

honger.<br />

De volgende morgen maken de mensen zich klaar voor een boswandeling.<br />

Er is een vriendelijke gids die de mensen de weg zal wijzen. Hij kent het bos heel<br />

goed. Voor de mensen vertrekken maakt hij eerst een afspraak met ze.<br />

Weet je wat hij zegt?<br />

“mensen, mensen, luister eens goed naar mij. We hebben hier een heel mooi<br />

bos met heel veel prachtige planten en bloemen. Er lopen ook wilde dieren rond.<br />

Prachtige vogels in verschillende kleuren zijn er te zien. Mooie watervallen en grote<br />

bergen zijn er in dit bos. Als we straks een wandeling door het bos maken, mag je<br />

niet aan de bloemen of planten trekken. En als je mooie vogels tegenkomt, mag je<br />

naar ze kijken en van ze genieten”.<br />

141 <strong>Bronnenboek</strong>


“Mogen wij ook schuiltje spelen in het bos?” vraagt Doriën aan de gids.<br />

Maar voordat de gids kan antwoorden zegt Kim-Sam: “Nee, dat moet je niet doen,<br />

anders raak je de weg kwijt”. De gids glimlacht en zegt: “Goed zo mijn beste vriend<br />

dat weet jij heel goed. Als we in het bos zijn, blijven we bij elkaar. Let op wat ik doe,<br />

en doe dat na”.<br />

Voor ze vertrekken krijgt iedereen een broodje en een flesje stroop mee.<br />

“Iedereen klaar”, vraagt de gids, “volg mij maar”. Daar gaan ze dan. Kim-Sam pakt<br />

de hand van de gids die de mensen de weg door het bos wijst, en Doriën houdt de<br />

hand van de reisleidster vast. Onderweg zien ze verschillende vogels, papegaaien,<br />

die hele kleine kolebri en raven. Wat zijn de raven toch mooi. Ze hebben mooie<br />

kleuren en ze maken veel lawaai. Ineens blijft de gids staan en zegt:<br />

“Ssstt…. Horen jullie wat ik hoor? “Iedereen blijft stokstijf staan. Niemand durft<br />

verder te lopen. De gids kijkt in de buurt van een kreek met grote bomen. Hij wenkt<br />

de mensen om wat dichterbij te komen. Hij tilt Kim-Sam op. En wat ziet Kim-Sam<br />

daar? “Een leeuw, een leeuw! Roept hij fluisterend. “ Het is een tijger”, zegt de gids.<br />

“In ons land hebben we geen leeuwen”. “Waaw, ik heb een tijger gezien”, roept<br />

Kim-Sam zacht. “En ik, mag ik de tijger ook zien”, vraagt Doriën.<br />

“Ja natuurlijk, kom maar gauw, want hij loopt al weg”, zegt de gids.<br />

Doriën kan nog net de achterpoten en de staart van de tijger zien. De tijger loopt<br />

snel weg, want hij ruikt dat er mensen in de buurt zijn.<br />

Kim-Sam en Doriën zijn dol van blijdschap. Ze zullen, als ze weer thuis zijn, aan<br />

iedereen vertellen dat ze een echte tijger hebben gezien.<br />

De gids loopt verder en de mensen volgen hem.<br />

“Kijk”, zegt hij en wijst met zijn hand in de richting van een berg.<br />

“De berg daar is niet zo ver weg. We zullen proberen die berg te beklimmen”.<br />

De mensen kijken elkaar aan. Maar de gids stelt hen gerust en zegt: “Niemand is<br />

verplicht de berg op te gaan maar als je gaat, krijg je een prijsje”.<br />

“Ik ga met u mee”, zegt Doriën. “En ik ga ook mee”, roept Kim-Sam.<br />

De kinderen lopen dichtbij de gids want ze willen alles van heel dichtbij meemaken.<br />

“Hier beginnen we de berg te beklimmen”, zegt de gids. “Wie gaat er mee?”<br />

Drie mensen willen liever de berg niet op. Ze vinden dat erg vermoeiend.<br />

“Wij blijven hier op jullie wachten. Dan kunnen we een beetje uitrusten”.<br />

“Dat is goed. De reisleidster zal bij jullie blijven”.<br />

“Kom op. We gaan die berg op”.<br />

Kim-Sam en Doriën blijven heel dichtbij de gids lopen. Ze lopen helemaal voorover-<br />

gebogen. Het is alsof ze een zak rijst op hun rug hebben. Af en toe blijft de gids<br />

staan om te zien of iedereen nog verder kan. De kinderen vinden het leuk.<br />

Dit zullen ze nooit meer vergeten. Als ze op de top van de berg zijn, kijken de<br />

mensen om zich heen. “Wat is het toch mooi hier” zegt Doriën.<br />

“Ik zou graag op deze berg willen wonen dan kan ik alles om me heen goed zien.<br />

De kreken, de vogels de wilde dieren, de bomen”.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

142


“Wat is ons land toch mooi hè”, zegt Kim-Sam.<br />

“Mijn land is het mooiste land van de wereld”, roept hij uit. En iedereen lacht.<br />

”Zullen we maar teruggaan”, vraagt de gids en hij gaat weer voor de mensen uit<br />

lopen.<br />

Als ze beneden aankomen zitten de anderen rustig op hen te wachten.<br />

Nu kunnen ze met z’n allen naar het kamp teruglopen. Bij het kamp krijgt iedereen<br />

een lekker koud drankje.<br />

Het eten staat ook al klaar. Iedereen heeft honger en een z’n bordje leeg.<br />

Nu nog even een dutje doen want in de late middag mogen de mensen met de gids<br />

mee om te gaan te zwemmen. Kim-Sam en Doriën willen geen dutje doen.<br />

Ze gaan alvast hun zwemkleding klaarzetten. Om vijf uur ’s middags gaat er een<br />

fluitsignaal. Iedereen wordt er wakker van.<br />

Terwijl Kim-Sam en Doriën al klaarstaan om met de gids mee te gaan haasten de<br />

anderen zich om hun zwemkleding aan te trekken. Als iedereen gereed is, gaat de<br />

gids weer voor. Ze gaan een bospaadje op. Na een tijdje lopen komen ze bij een<br />

kreek terecht.<br />

“Waaw”, roepen de kinderen, “wat is het prachtig hier”. Van bovenaf stroomt er een<br />

waterval naar beneden in de kreek. Het is net een gordijn.<br />

“Mag ik eronder gaan staan”, vraadt Doriën aan de gids, “Ja dat mag wel.<br />

Maar eerst moet iedereen goed luisteren”, zegt de gids. “In de kreek zijn er twee<br />

grote rotsblokken. Eén aan de rechterkant en eén aan de linkerkant.<br />

Tussen de twee rotsblokken is alles veilig. Niemand mag aan de andere kant van<br />

deze rotsblokken komen. Je mag ook onder de waterval staan, maar kijk goed uit,<br />

want als je onder de grote straal gaat staan waar er veel water naar de beneden<br />

komt, doet dat erg pijn. Ga je gang en geniet maar flink”.<br />

Kim-Sam en Doriën waren niet van de waterval weg te krijgen.<br />

Ze spetteren en spatten en krijgen er niet genoeg van. Ze zouden elke dag hier terug<br />

willen komen.<br />

Het wordt donker en de gids laat weer een fluitsignaal horen.<br />

Dat betekent dat iedereen uit het water moet stappen.<br />

“Het wordt al donker”, zegt de gids. “En jullie moeten je spullen gaan inpakken.<br />

Morgenochtend komt het vliegtuig jullie weer ophalen”.<br />

Doriën pakt de hand van de reisleidster en zegt, “Ik wil hier blijven wonen dan kan ik<br />

iedere dag zwemmen in de kreek”.<br />

Kim-Sam die achter de gids loopt, roept heel luid: “Mijn land is het mooiste land van<br />

de wereld”. En iedereen klapt in de handen daarvoor.<br />

143 <strong>Bronnenboek</strong>


1.12<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

JIJ EN IK<br />

Het nieuwe buurmeisje<br />

Op het laatste plekje dat nog leeg was in de straat, wordt er een huis gebouwd.<br />

Wie zou in dat huis komen wonen? Dat denken de mensen van de buurt. Ze weten<br />

het niet. Pas als het huis klaar is, zullen ze dat weten. Het huis wordt naast het huis<br />

van Linda gebouwd. Linda heeft veel vriendjes en vriendinnetjes in de straat.<br />

Ze mag elke dag met ze spelen. Soms spelen ze voorin op het erf of gewoon op het<br />

trottoir, maar meestal spelen ze achter op het erf.<br />

Het huis is al klaar en de mensen zijn bezig mooie spullen in het huis te zetten.<br />

Ook komen er mooie gordijnen voor de ramen. Nu is alles binnen en staat op zijn<br />

plaats. Alleen de nieuwe buren moeten nog komen. Daar zien ze twee auto’s komen.<br />

De mensen in de voorste auto kennen ze al. Die kwamen elke dag naar het huis<br />

kijken. De mensen in de achterste auto kennen ze nog niet. Het zijn heel andere<br />

mensen, ze zijn zeker niet van Suriname, want ze hebben allemaal grote koffers bij<br />

zich. Ze zien er ook anders uit. Er is ook een klein meisje bij, net als Linda.<br />

Ze heeft kleine spleetoogjes, je kan de ogen haast niet zien. “O, dat zijn Chinezen”,<br />

zegt vader. “Die komen zeker uit China. Maar dan verstaan ze ons zeker niet.<br />

Papa gaat een praatje met ze maken, maar ze verstaan hem niet.<br />

Gelukkig praat de vader van het meisje Engels. Papa verstaat een beetje Engels.<br />

Zo kunnen ze elkaar een beetje verstaan.<br />

“Papa, hoe heet het meisje? Wil je dat aan haar vader vragen?” Dat meisje heet<br />

Moei Foeng. Wat een mooie naam, maar Moei Foeng is een beetje verlegen.<br />

Ze durft bijna niet naar Linda te kijken. “Zeg haar dat ze met mij mag komen spelen.”<br />

De volgende dag vertelt Linda aan de kinderen van de straat over het nieuwe<br />

buurmeisje. “Ze mag met ons komen spelen”, roepen ze allemaal.<br />

Maar Moei Foeng komt maar niet, ze praat een heel andere taal. Ze verstaat de<br />

taal van de kinderen van Suriname niet. Linda vindt het heel erg. Moei- Foeng is<br />

erg eenzaam.”Weet je wat”, zegt Linda tegen mama, “ik sta bij de schutting en roep<br />

haar om met mij te spelen.” Dat doet ze dus: “Moei- Foeng, Moei- Foeng”, roept<br />

Linda,”kom je met me spelen?” Ze houdt haar pop omhoog. Moei- Foeng begrijpt<br />

haar een beetje en komt dichterbij. Linda maakt het tussendeurtje open, zodat Moei-<br />

Foeng op het erf van Linda kan komen.<br />

Nu is Moei- Foeng niet bang meer. Ze probeert met Linda te praten. Ze gebruikt haar<br />

handen om te zeggen wat ze bedoelt. Linda begrijpt het wel. Ze vindt het niet erg.<br />

Ze is al blij dat Moei- Foeng met haar wil spelen. Over een poosje zal ze je wel<br />

kunnen verstaan. Hoe langer ze hier blijft, hoe meer ze de taal zal leren.<br />

Linda neemt Moei- Foeng mee naar de andere kinderen in de straat. Dat vinden ze<br />

wel prettig. Nu heeft ze meer vriendjes en vriendinnetjes. Ze gaat ook al naar school.<br />

Ze zit op dezelfde school als Linda. De school is niet ver.<br />

144


Moei- Foeng mag elke dag met Linda’s moeder mee. Dat vindt ze fijn.<br />

De moeder van Moei- Foeng haalt ze na school weer op. Dat is dan goed geregeld.<br />

Na een tijdje kent Moei- Foeng al enkele woordjes. Ze kan de kinderen al een beetje<br />

verstaan. Ze weet ook wat de juf bedoelt als die tot haar praat.<br />

Nu vindt Moei- Foeng het wel prettig in Suriname. Ze heeft veel vriendjes en<br />

vriendinnetjes. Maar haar liefste vriendin is Linda, haar buurmeisje.<br />

Als ik jaloers ben<br />

Morino woont al zes jaar aan de Boetastraat.<br />

De straat is heel kort en niet druk.<br />

Morino kent de meeste mensen die daar wonen goed. Hij speelt graag met de<br />

kinderen van de buurt. Maar het liefst speelt hij met Sandrono en Nanghitie.<br />

Nanghitie heeft van haar vader een nieuwe fiets gekregen.<br />

Met z’n drieёn rijden ze om de beurt op de fiets. Als Morino op de fiets zit, denkt hij:<br />

“Ik zou zelf graag zo’n fiets willen hebben als die van Nanghitie, dan zou ik iedereen<br />

voorbij racen.<br />

Als Morino thuiskomt vertelt hij aan vader over de nieuwe fiets van Nanghitie.<br />

Papa lacht en zegt; “Fijn dat jullie om de beurt op de fiets van haar mogen rijden.”<br />

“Ja pap, maar weet u wat leuker is? Dat u voor mij ook zo’n fiets koopt.”<br />

Vader kijkt Morino glimlachend aan en zegt: “Daar heb je gelijk in, maar ik heb nu<br />

geen geld voor een nieuwe fiets.”<br />

Morino laat zijn hoofd hangen. Hij voelt zich van binnen niet zo prettig.<br />

Plotseling vindt hij Nanghitie niet leuk meer. En zijn vader vindt hij niet lief.<br />

Hij rent naar zijn kamer, doet heel hard de deur achter zich dicht en begint heel hard<br />

te huilen. “Waarom mag Nanghitie wel een fiets en ik niet”, schreeuwt hij huilend.<br />

Vader doet de kamerdeur op een kier open. Morino hoort het niet eens.<br />

Hij schopt en trapt en gooit met een kussen. Vader doet de kamerdeur weer stilletjes<br />

dicht. Hij denkt: Morino is jaloers op Nanghitie. Ik laat hem maar rustig uithuilen.<br />

’s Avonds vóór Morino naar bed gaat, vraagt vader aan Morino: “Wil je nog iets aan<br />

mij zeggen?” Morino durft niet naar zijn vader te kijken.<br />

Hij zegt….: “Welterusten papa, welterusten mama”en gaat gauw naar zijn kamer.<br />

De volgende morgen neemt papa Morino mee naar school.<br />

Papa loopt met hem mee tot voor de deur van de klas. De juffrouw staat bij de deur,<br />

geeft Morino een hand en zegt: “Goedemorgen Morino, vandaag ben je niet vrolijk,<br />

hoe komt dat?”<br />

Morino geeft geen antwoord maar stapt de klas binnen. Papa fluistert wat aan de<br />

juffrouw en vertrekt.<br />

De juffrouw let steeds op Morino. Ze vindt het niet zo prettig dat hij vandaag geen zin<br />

heeft om mee te doen.<br />

Na het eten mogen de kinderen in de kring gaan zitten. Dan zegt de juffrouw:<br />

“Soms ben je blij, soms ben je bang, soms ben je verdrietig en soms jaloers.<br />

145 <strong>Bronnenboek</strong>


Laat eens even zien dat je blij bent, en nu dat je bang bent… Kijk eens even<br />

verdrietig. Nou, dat kunnen jullie goed. Wie wil aan mij vertellen hoe je je voelt als je<br />

jaloers bent.<br />

Wat doe je allemaal?”<br />

Chaffie staat op en zegt; “Als ik jaloers ben dan ga ik naar mijn kamer en dan huil ik<br />

heel hard”. “Wanneer ben je jaloers?”, vraagt de juffrouw.<br />

“Als mijn zusje veel cadeaus krijgt en ik niet”, antwoord Chaffie.<br />

“Ja juf, zegt Morino plotseling heel luid, “als ik jaloers ben omdat mijn vriendje een<br />

fiets krijgt en ik niet, dan word ik zo boos en dan wil ik met niemand praten.”<br />

Carny steekt zijn vinger op en zegt “Juf, als mijn beste vriendin met een ander gaat<br />

spelen en mij alleen laat, dan ben ik jaloers. Dan zeg ik haar dat ik nooit meer met<br />

haar wil spelen. Maar later vind ik het erg wat ik haar heb gezegd, dan bel ik haar op.<br />

Want iedereen mag meer dan één vriendje of vriendinnetje hebben.”<br />

Trendy rent naar de juffrouw toe en zegt: “Juf ik wil allang wat zeggen maar u ziet<br />

mijn vinger niet.”<br />

“Neem me niet kwalijk dat ik je vinger niet heb gezien maar wat wil je zeggen<br />

Trendy?” Trendy stottert eerst een beetje. “J..j..juf, als u iemand aanwijst om iets<br />

voor u te doen, dan ben ik jaloers. Maar soms mag ik de boekjes uitdelen dat vind ik<br />

wel leuk.”<br />

Juffrouw lacht en zegt “Als je merkt dat je jaloers bent, denk dan aan hele fijne<br />

dingen. Denk ook aan de mooie en leuke dingen die je hebt. Het is echt niet vreemd<br />

als je jaloers bent. Jij doet zelf ook wel eens wat waar andere kinderen jaloers van<br />

kunnen worden. Als je voelt dat je jaloers wordt, praat er met je papa, mama of oma<br />

over. Die begrijpt jou wel. Dus als je weer eens jaloers bent, dan moet je weten dat<br />

andere kinderen ook jaloers op jou kunnen zijn.<br />

Wees blij met wat je hebt en gooi al die jaloerse gedachten in de prullenmand.”<br />

Die lieve stoute oma<br />

Vroeg ’s morgens drinken ze samen thee en eten vaak brood met choco-pasta.<br />

Maar een gebakken ei vinden ze ook lekker.<br />

“Jasima, Jasima, waar ben je?” roept oma. Jasima komt aangerend.<br />

Hijgend zegt ze: “Oma, oma hebt u mij geroepen?”<br />

“Ja, zegt oma, “wil je me even helpen?”<br />

“Waarmee mag ik u helpen oma?” vraagt Jasima.<br />

“Met een bed. Ik wil nog een bed in je kamer zetten.”<br />

“Mag ik dan op beide bedden slapen oma?” vraagt Jasima.<br />

“Ha ha ha”, lacht oma vrolijk, “zal ik je vertellen waarom ik nog een bed in je kamer<br />

zet? Omdat…omdat…omdat Charro van tante Brenda ook komt logeren”, zegt oma.<br />

“Charro!”, roept Jasima uit, “die heb ik al een lange tijd niet gezien.<br />

O wat fijn dat hij komt dan kunnen we samen spelen en televisie kijken.”<br />

Dus dan tel ik niet meer mee hè”, zegt oma.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

146


Jasima schatert en geeft oma een brasa.<br />

“Oma”, zegt ze, u bent de liefste oma van de hele wereld”.<br />

“En jij bent het liefste meisje van de hele wereld”, zegt oma terug.<br />

“Wat hebben we toch veel plezier samen hè Jasima, en als Charro erbij komt dan<br />

hebben we dubbel plezier”, zegt oma glimlachend.<br />

Terwijl oma en Jasima samen het bed waarop Charro gaat slapen opmaken, denkt<br />

Jasima aan Charro. Ze weet niet meer hoe hij eruit ziet.<br />

De volgende morgen om negen uur klopt er iemand aan de poort. Jasima springt als<br />

eerste op en rent naar het raam.<br />

”Oma, oma kom gauw. Charro is er”, roept ze opgewonden.<br />

Oma loopt naar buiten en Jasima loopt achter haar aan. Bij de poort staan Charro en<br />

zijn vader te wachten. Ze zijn met de bus gekomen.<br />

“Dag oma”, zegt Charro, “wie is dat meisje”? vraagt hij. “Komen jullie maar binnen<br />

dan zal ik jullie weer kennis laten maken met elkaar”, zegt oma. Als iedereen binnen<br />

is, maken ze weer kennis met elkaar. Ze hadden elkaar zolang niet gezien en de<br />

kinderen zijn groter geworden.<br />

Papa kan niet blijven en is na de kennismaking direct weggegaan. Jasima laat<br />

Charro zien waar hij mag slapen. Ze kunnen nu al heel goed met elkaar opschieten.<br />

Ze zijn de hele dag samen bezig. Af en toe gluurt oma bij de kamerdeur om te zien<br />

of ze nog lekker met elkaar spelen.<br />

Tussen de middag hebben ze een broodje gegeten en flink gesnoept.<br />

Met oma hadden ze afgesproken om laat in de middag warm te eten.<br />

Maar nu het al bijna zes uur is en ze het eten dat oma kookt, ruiken krijgen ze<br />

honger. Gelukkig, daar roept oma:”Charro, Jasima het eten staat al klaar.”<br />

De kinderen laten zich niet een tweede keer roepen. Ze vliegen de eetkamer binnen.<br />

“Rustig maar, rustig maar” zegt oma. “wat moeten jullie voor het eten doen?” vraagt<br />

oma. De kinderen kijken elkaar aan en rennen naar de wasbak om hun handen te<br />

wassen.<br />

Als ze hun bord hebben leeg gegeten zegt oma: “Nu mogen jullie een poosje naar<br />

de televisie kijken en daarna gaan douchen”.<br />

“Maar oma” zegt Jasima, “mogen wij voor u afwassen?”<br />

Oma denkt eerst goed na en zegt:”Gaan jullie je gang maar. Wassen jullie de glazen<br />

en de borden af, en de rest doe ik wel”. Oma zet een bankje bij de wasbak neer.<br />

De kinderen gaan daarop staan. “Zo is het veel makkelijker voor ons. We zijn nu net<br />

zo groot als u” zegt Charro. Oma lacht en gaat naar buiten. Na een poosje komt oma<br />

kijken hoe ver de kinderen zijn met afwassen. Ze zijn net klaar. Oma kijkt en zegt:<br />

“Dat hebben jullie heel goed gedaan. Gaan jullie nu maar gauw douchen, dan ga ik<br />

de potten afwassen.”<br />

“Hallo” zegt oma even gauw, ”denk eraan overal goed wassen.”<br />

De kinderen giechelen en gaan naar de badkamer. Terwijl die twee aan het baden<br />

zijn, zegt Charro opeens “Jasima, ik vind oma erg lief.”<br />

147 <strong>Bronnenboek</strong>


“Ja” zegt Jasima “ze is de liefste oma die ik ken.”<br />

“Zijn jullie klaar kinderen”, roept oma.<br />

“ Ik heb wat lekkers voor jullie.” Jasima en Charro kijken elkaar met glinsterende<br />

ogen aan. Hmm, wat zal dat zijn, vragen zij<br />

zich af. Ze drogen zich snel af, gaan naar de slaapkamer en kleden zich aan.<br />

“Hier zijn we dan oma, wat voor lekkers hebt u voor ons?”, vraagt Charro.<br />

“Kijk maar op tafel”, zegt oma. De kinderen kijken en zien drie ijsjes op een schotel.<br />

Jasima klapt in haar handen van blijdschap en roept uit “Kokosijsjes hmm wat<br />

lekker.” Ieder pakt een ijsje. Er is eentje over maar dat is van oma.<br />

De kinderen smullen van hun kokosijsjes. Als ze klaar zijn, gaan ze hun handen<br />

wassen. “Poets maar gelijk je tanden, dan hoeven jullie als je straks naar bed gaat<br />

dat niet meer te doen”, roept oma hen toe.<br />

Nadat de kinderen samen een tijdje met hun speelgoed hebben gespeeld kijkt oma<br />

op de klok en zegt: “Kinderen, willen jullie je speelgoed opruimen, het is al negen<br />

uur. Jullie moeten nu echt naar bed.”<br />

De kinderen doen wat oma hen vraagt. Dan gaan ze naar oma toe, geven haar een<br />

brasa en zeggen: “Welterusten oma”. “Slaap lekker, lieve kinderen”, zegt oma.<br />

Ze loopt met hen mee naar de kamer. “ We zullen van u dromen oma”, zegt Charro.<br />

Oma doet de kamerdeur dicht en gaat nog een poosje televisie kijken.<br />

Als ze weer op de klok kijkt, is het tien uur. Ze gaapt, staat op en schakelt de<br />

televisie uit.<br />

Even kijken of alle lichten uit zijn. Ja.....nee....er brandt licht in de kamer van Charro<br />

en Jasima. Ze loopt naar de kamer doet de deur open en ziet de kinderen een<br />

spelletje doen. De kinderen schrikken en weten niet wat ze moeten zeggen.<br />

Verlegen zoeken ze hun bed op.<br />

Dan zegt oma heel streng: “Nu gaat iedereen slapen. En het licht mag niet meer<br />

aan. Is het afgesproken?”<br />

“Ja oma” zeggen de kinderen met zachte stem en oma gaat zelf ook naar bed.<br />

“En toch houd ik van oma” zegt Jasima.<br />

“Ik ook”, zegt Charro. “Ze is een lieve stoute oma”.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

148


2. Versjes<br />

2.1 Samen leren<br />

In de klas<br />

In de klas bij juffrouw Thea<br />

Is het altijd reuzefijn<br />

Samen werken, samen zingen<br />

Jij hoort ook bij ons te zijn<br />

Ja, wij spelen prettig buiten<br />

In de kring of zomaar vrij<br />

Neen, wij hoeven niets te vrezen<br />

Want de juf is er ook bij<br />

De schoolpoort<br />

De schoolpoort gaat open<br />

De schoolpoort gaat dicht<br />

Daar komt een nieuw vriendje<br />

Een neef of een nicht<br />

Want hier in ons klasje<br />

Wordt het een groot gezin<br />

Met vriendjes en vriendinnetjes<br />

Kom jij er maar ook in<br />

Vriendjes<br />

Ring, ringeling, daar gaat de bel<br />

Het is gedaan met het leuke spel<br />

Kom, zegt de juf, kom dichterbij<br />

We maken een hele lange rij<br />

Van kinderen die vrolijk zijn<br />

Ja hier bij ons is het heel erg fijn<br />

Leren<br />

Ik ben klaar om te leren<br />

Ik zit al helemaal stil<br />

Mijn oortjes die weten<br />

Dat ik luisteren wil<br />

Mijn ogen die kijken<br />

De juffrouw blij aan<br />

Want anders kan ik haar<br />

Niet zo goed verstaan<br />

149 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

2.2 Zoo<br />

Beste kipje<br />

Beste kipje, doe je mij<br />

morgen een pleziertje?<br />

Leg je dan een heel groot ei?<br />

Een ei in een papiertje<br />

Want die harde eierdop<br />

Kan ik haast niet pellen<br />

Als je dat doet, zal ik aan jou<br />

Een mooi verhaaltje vertellen.<br />

In de dierentuin<br />

In de dierentuin aangekomen<br />

Zien we wie daar allemaal wonen<br />

Slangen, tijgers, leeuwen en apen<br />

En een kaaiman ligt te slapen<br />

Zoveel dieren! Groot en klein<br />

Vinden het hier wel reuzefijn.<br />

De duizendpoot<br />

De moeder van de duizendpoot is vrees’lijk ontevreden,<br />

Want haar zoontje is zojuist in de sloot gegleden<br />

En als je even rekent, weet je wat dat betekent:<br />

Op zijn hoofd een grote buil,<br />

En wel duizend sokjes vuil.<br />

Lelijk varkentje<br />

Ach lelijk, lelijk varkentje,<br />

Ik vind je echt niet knap<br />

Je staartje is wel aardig, maar<br />

Het hangt zo vrees’lijk slap<br />

Ik weet het, zegt het varkentje<br />

En ik vind het toch gemeen<br />

Jij hebt drie krullen in je staart<br />

En ik heb er niet een<br />

Wacht maar, als ik centjes heb gespaard<br />

Dan ga ik naar de kapper<br />

Die draait zes krullen in mijn staart<br />

Dan ben ik zeker knapper.<br />

Vliegen als een vogel<br />

Vliegen als een vogel,<br />

ik wou dat ik dat kon.<br />

Heel hoog vliegen zou ik,<br />

Misschien wel naar de zon<br />

Ik kan alleen wat springen,<br />

Maar dat stelt weinig voor.<br />

Vliegen zal ik nooit leren<br />

Dat is echt jammer hoor.<br />

150


2.3 Nationale feestdagen<br />

Op school<br />

Ergens op een schooltje<br />

Daar zat er een creooltje<br />

Maar ook een Hindoestaantje<br />

En naast haar een Javaantje,<br />

Voorin een Indiaantje<br />

Toen kwam er nog eentje bij<br />

En iedereen dacht: “wie is zij?”<br />

Op wie lijkt zij het meest?<br />

Ja, kijk maar goed, weet je<br />

Want zij is een Chineesje<br />

Srefidensi<br />

Wij zijn van Suriname<br />

Suriname is ons land<br />

Blank en bruin dat staat ons goed<br />

Wij hebben saam een band<br />

Wij wonen hier en hebben pret<br />

Op srefidensidag<br />

Chinees, Javaan of Hindoestaan<br />

Die lacht vandaag, dat mag!!<br />

Keti- Koti<br />

Zoveel mooie koto- misis<br />

Die dansen in het rond,<br />

Ze roepen naar ons allen<br />

Zorg dat je erbij komt<br />

Vrouw Jaja en oma Koba<br />

Die schudden vrolijk mee<br />

Ook nani en mijn simba<br />

Die dansen echt voor twee<br />

151 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

2.4 Samenleven<br />

Brand<br />

Wat is er hier toch aan de hand?<br />

Ik kijk en zie: daar is er brand<br />

De brandweerwagen komt eraan<br />

En de politie meldt zich aan<br />

Opzij toch mensen, ga opzij!<br />

Wij moeten daar toch ook bij zijn<br />

De spuit erop los en blussen maar<br />

De brandweer is dan snel weer klaar.<br />

Was ik maar groot<br />

Was ik maar groot, was ik maar groot<br />

Dan kocht ik een echte motorboot<br />

Het is niet fijn om klein te zijn<br />

Ik heb alleen een speelgoedtrein<br />

ik mag nooit wat, ik moet zoveel<br />

ik moet in ’t bad en als ik speel<br />

dan roepen ze: “Niet bij de sloot!”<br />

was ik maar groot, heel groot<br />

wat zeggen de vingers?<br />

Ik ben de dikste, dat is bijzonder<br />

Ik kan likken en wijzen, is dat geen wonder?<br />

Ik ben de langste, dat is een goed ding<br />

Ik ben de mooiste, ik draag een ring<br />

Ik ben de kleine met de meeste praatjes<br />

Want ik kan in de kleinste gaatjes<br />

Een tand verloren<br />

Een tand verloren<br />

Nu heb ik een gat<br />

Mijn tong kan erin,<br />

Wat vreemd voelt dat.<br />

Ik kijk in de spiegel en lach, wat staat dat raar!<br />

Een minder te poetsen<br />

Dan ben ik gauw klaar!<br />

152


2.5 Voeding<br />

Okersoep<br />

Wat is er in de grote pot<br />

Op moeders gasfornuis<br />

Ik weet het al, moeder kookt soep<br />

Voor iedereen in huis<br />

Wat smullen wij ons buikje rond<br />

En iedereen is blij<br />

Want okersoep met vis erin<br />

Is iedereen wel naar de zin.<br />

Bacoven<br />

Bacoven zijn gezond en fijn<br />

Bacoven groot, bacoven klein<br />

Soorten zijn er ook zoveel<br />

Recht en krom, groen en geel<br />

Hap, hap, hap, zo heerlijk zacht<br />

Ik heb er nog meer, als je even wacht.<br />

Bij de bakker<br />

Bakkertje, bakkertje, bakkertje Bol<br />

Hij bakt voor de kinderen een krentenbol<br />

Hij bakt ook veel broden, bruin en wit<br />

Zelfs die waar lekker suiker op zit<br />

Bakkertje, bakkertje dank u wel<br />

Die verse broodjes smaken ons wel.<br />

Eten<br />

Eten doe ik maar wat graag<br />

Iedere dag vul ik mijn maag<br />

En weet je wat ik niet vergeet<br />

Dat ik lekkere groenten eet<br />

Sla, komkommer of wat prei<br />

En ook vaak een ei erbij<br />

Dat stop ik lekker in mijn mond<br />

Want dan blijf ik goed gezond.<br />

153 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

2.6 Wonen<br />

In huis<br />

In mijn huis, daar hoor je iets<br />

Het gaat van tik tak tik<br />

Ik weet het al, het is de klok<br />

Die zegt hoe laat het is<br />

Het is nu tijd om op te staan<br />

Wip gauw je bedje uit<br />

De juffrouw wacht, de vriendjes ook<br />

Kom binnen, kleine guit.<br />

In de keuken<br />

Bij mama in de keuken<br />

Daar is het toch zo fijn<br />

Ik wou dat ik ook koken kon<br />

Maar ik ben nu nog klein<br />

Wacht maar tot ik wat groter word<br />

en heel goed koken kan<br />

Dan kook ik rijst met vlees erbij<br />

In een hele grote pan.<br />

De cactus<br />

Ik heb een vreemd klein plantje<br />

Hij staat bij ons onder het raam<br />

Hij krijgt maar weinig water<br />

Het plantje heeft een naam<br />

Mijn moeder noemt het cactus<br />

Maar ik noem hem stekelplant<br />

Want als ik ertegenaan kom<br />

Zitten er stekels in mijn hand.<br />

De markt<br />

Met mama naar de markt<br />

Dat vind ik toch zo fijn<br />

Er zijn daar zoveel kraampjes<br />

En mensen groot en klein.<br />

Met mama op de markt<br />

langs de kraampjes lopen.<br />

Ik kijk mijn ogen uit.<br />

Mijn mama moet veel kopen.<br />

154


2.7 Het bos<br />

Het bos<br />

In het grote, donkere bos<br />

Daar zijn de dieren vrij<br />

De leguaan, de grietjebie,<br />

De slang is er ook bij.<br />

Daar wonen ze, met elkaar<br />

De tijgers en ook de apen<br />

vruchten vallen uit de bomen<br />

Die moeten zij gaan rapen<br />

De apen<br />

Hoor je de apen brullen?<br />

Ze zoeken in het bos<br />

naar vruchten om te smullen<br />

En eten erop los<br />

“Ik was hier eerst”, zegt vader aap<br />

Hij graait naar een grote noot<br />

Die is voor moeder en voor mij<br />

En lacht nu haar tandjes bloot<br />

Flieder fladder<br />

Flieder, fladder doen de blaadjes<br />

Flieder,fladder op de paadjes<br />

Kijk eens rond<br />

Op de grond<br />

Op het dak en in de goot<br />

Liggen de blaadjes allemaal dood op een hoop.<br />

155 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

2.8 Verkeer<br />

Verkeer<br />

Een auto die rijdt op de weg<br />

Een boot vaart op het water<br />

Een vliegtuig vliegt hoog in de lucht<br />

Een fiets die gaat wat trager<br />

De mensen reizen elke dag<br />

Met de boot of het vliegtuig mee<br />

Ook fietsend komt men op z’n plek<br />

De auto doet ook mee.<br />

In het verkeer<br />

Op de grote rijweg<br />

stond een meisje klein.<br />

En ze wenste, dat ze veilig<br />

aan de overkant kon zijn.<br />

Auto’s, fietsen en motoren<br />

raasden langs haar heen.<br />

En te midden van die drukte<br />

stond ze helemaal alleen.<br />

Maar daar kwam een grote jongen<br />

hij gaf haar een hand.<br />

En zo liep het kleine meisje<br />

veilig naar de overkant.<br />

Mijn koffertje<br />

Ik ga op reis, ik ga logeren<br />

haren gekamd en schone kleren<br />

handen gewassen, tanden wit.<br />

Weet je wat er in mijn koffertje zit?<br />

Een borsteltje, een kammetje<br />

een stukje zeep, een kannetje<br />

Een baddoek en schoon ondergoed<br />

en ook een zwempak voor als het moet<br />

Voor oma neem ik ook wat mee<br />

Vind je dat geen goed idee?<br />

Vliegen<br />

Vliegen als een vliegtuig<br />

Ik wou dat ik dat kon<br />

Heel hoog vliegen zou ik<br />

Misschien wel naar de zon<br />

Ik kan alleen wat springen<br />

Maar dat stelt weinig voor<br />

Vliegen zal ik nooit leren<br />

Dat is echt jammer hoor.<br />

156


2.9 Het weer<br />

Water<br />

Duizenden druppels water<br />

die zitten in mijn glas<br />

Je kan ze echt niet tellen<br />

Heel erg moeilijk is dat<br />

En al die druppels water<br />

die gaan mijn buikje in<br />

Weg is dat lekkere water<br />

Dat is mij naar de zin.<br />

Wat een weer<br />

wat een weer<br />

wat een zon<br />

er valt geen druppel<br />

op ons balkon<br />

en ook geen druppel<br />

op het gras<br />

ik wou dat het weer<br />

regentijd was<br />

wat een regen<br />

nou nou nou<br />

maar dat is ook niet<br />

wat ik wou<br />

vieze voeten<br />

kletsnat haar<br />

geef naar mij de<br />

droge tijd maar.<br />

Spetter spat<br />

Spetter spat, spetter spat<br />

Kijk, ik maak mijn handen nat<br />

Vraag je waarom doe je dat?<br />

Omdat ik vieze handen had.<br />

Druppels hier, druppels daar<br />

Op mijn voorhoofd op mijn haar<br />

Ach zon wil jij iets voor mij doen?<br />

Droog gauw de druppels voor een zoen.<br />

Douchen<br />

Draai de douchekraan nu maar open<br />

Laat het water langs je lopen<br />

Met een washandje je gaan wassen<br />

Lekker spetteren en plassen<br />

Was je hoofd je armen en je benen<br />

Vergeet niet je oren en je tenen<br />

En nu afspoelen dan maar<br />

afdrogen dan ben je klaar<br />

O ja… ook de kleren<br />

Dan mag je weer zitten gaan.<br />

157 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

2.10 Kleding<br />

Eddy<br />

Kijk wie komt daar aangelopen<br />

Eddy met zijn nieuwe broek<br />

Een geel T- shirt met een beertje<br />

Maar de sokken, die zijn zoek<br />

Eddy kan ze niet meer vinden<br />

Ze zijn weg, zomaar verdwenen<br />

Hij gaat zo de straat op<br />

Met zijn blote benen.<br />

Mijn kleren zijn nieuw<br />

Mijn kleren zijn nieuw,<br />

ik heb ze maar pas.<br />

Ik dans door de straat,<br />

ik dans in een plas.<br />

Maar o, o, wat erg,<br />

ik stap in een kuil.<br />

En nu zijn mijn kleren vuil.<br />

Ze zitten in mijn sokken<br />

Juf mijn tenen zijn verdwenen<br />

Heeft u ze soms gezien?<br />

Toen ik net naar school liep<br />

Had ik er nog tien.<br />

Jack, zal ik maar een dokter bellen<br />

En het aan je mam vertellen?<br />

Nee hoor, juf ik zat gewoon<br />

Zomaar wat te jokken.<br />

Kijk maar naar beneden<br />

Ze zitten in mijn sokken.<br />

158


2.11 Mijn land<br />

Brand<br />

Wat is er hier toch aan de hand?<br />

Ik kijk en zie: daar is er brand<br />

De brandweerwagen komt eraan<br />

En de politie meldt zich aan<br />

Opzij toch mensen, ga opzij!<br />

Wij moeten daar toch ook bij zijn<br />

De spuit erop los en blussen maar<br />

De brandweer is dan snel weer klaar.<br />

Suriname<br />

Suriname voor jou heb ik gekozen<br />

Suriname een land zo fijn<br />

Suriname een land om in te wonen<br />

Ik draag een steentje bij al ben ik klein.<br />

Kom, alle mensen<br />

Kom, alle mensen<br />

Kom toch eens kijken<br />

Kom alle mensen vrouw en man<br />

Kom maar kijken wat wij maken in Sranan<br />

Heel ver weg<br />

Heel ver weg in vreemde landen<br />

Daar maak je van alles mee<br />

Kind’ren spelen op de stranden<br />

And’ren zwemmen in de zee<br />

Grote pleinen, lange straten<br />

Honden gaan naar het toilet<br />

Mensen die heel anders praten<br />

‘k Heb het zelf gezien ’t is echt!<br />

159 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

2.12 Jij en ik<br />

Jij en ik<br />

Jij helpt mij en ik help jou<br />

dan maken wij een mooi gebouw.<br />

Het zand ligt hier, het moet naar daar.<br />

We slaan de handen in elkaar<br />

en sjouwen sjouwen sjouwen maar.<br />

Veel handen maken het werk licht.<br />

En jij en ik hebben een blij gezicht.<br />

Mijn eigen plekje<br />

Mijn eigen plekje om te zitten<br />

zonder mensen om me heen.<br />

Mijn eigen plekje om te slapen<br />

lekker dromen, heel alleen.<br />

Mijn eigen plekje om te spelen<br />

met mijn vriendje niet alleen.<br />

Een ieder heeft zijn eigen plekje<br />

jij vlak hier, ik helemaal daar.<br />

Maar zoeken wij elkaar eens op<br />

dan zijn wij bij elkaar.<br />

Ik heb ruzie<br />

Ik heb ruzie met mijn vriendje<br />

om een rode lollypop<br />

Want die wou hij niet verdelen<br />

en toen gaf ik hem een schop.<br />

Ik heb ruzie met mijn vriendje<br />

daarom speelt hij verderop<br />

Nu zit ik me te vervelen<br />

om die rode lollypop.<br />

160


3.1 Samen leren<br />

3. Liedjes<br />

Spelen in het speelkwartier, Werken, Kleutertjes op stap.<br />

161 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

162


3.2 De dierentuin<br />

Wan bigi bofru, Dierenverhaal, Alasma oso.<br />

163 <strong>Bronnenboek</strong>


3.3 Feest<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Hiep, hiep hoeree, Het feestlied, Plezier en verdriet.<br />

164


165 <strong>Bronnenboek</strong>


3.4 Samenleven<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Als ik met mijn zusje stoei, Mijn baby broertje, Eet niet teveel.<br />

166


3.5 Voeding Wowojo, Weet wat en hoeveel je eet, Lekkere manja’s.<br />

167 <strong>Bronnenboek</strong>


3.6 Wonen en samenleven<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Zigge zagge zig zag, Stenen van klei, Een ritje door de stad.<br />

168


3.7 Het bos<br />

Tien snelle aapjes, Bigi busi, Het vogelnestje.<br />

169 <strong>Bronnenboek</strong>


3.8 Verkeer<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Luku bun fa y’e waka, Rood licht,groen licht, No gwe libi mi.<br />

170


3.9 Het weer<br />

Regen, Mi frigi, Alen kon.<br />

171 <strong>Bronnenboek</strong>


3.10 Wat trekken we aan?<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Clowntje draagt een rode broek, Anyisa, Als ik in mijn eentje speel.<br />

172


3.11 Mijn land<br />

Wil je van mij kopen, Swit’ Sranan, Wroko tranga.<br />

173 <strong>Bronnenboek</strong>


3.12 Jijj en ik<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Logeren, Een broertje en een zusje.<br />

174


De liederen van de verschillende thema’s zijn in twee categorieën onderverdeeld<br />

te weten :<br />

1. Zelf gecomponeerde liederen. Aantal: 14<br />

2. Liederen uit het vorige speelwerkplan met enkele aanpassingen van de tekst.<br />

Aantal:22<br />

Alle liederen inclusief de liedjes uit het vorige speelwerkplan, zijn ingevoerd met<br />

het muziekprogramma ‘Finale’ en in een andere lay-out zijn opgenomen.<br />

Totaal aantal liederen tbv de vijfjarige kleuters : Zesendertig(36)<br />

175 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

176


4. Rekenspelletjes<br />

4.1 Tellen tot en met 10<br />

Zing eerst het liedje: “Ik kan tellen, ik kan tellen”<br />

Manieren:<br />

Beginnen bij de pink: dat is één tot en met 10.<br />

Opdracht: Steel een vinger op, daarna twee vingers, drie vingers, vier vingers en daarna allemaal:<br />

tien vingers.<br />

Eerst in volgorde, daarna door elkaar (oefening van getalbeelden).<br />

Het oefenen van het getalbeeld vijf is hierbij erg belangrijk. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het<br />

getal acht direct zichtbaar wordt door de hand (5) en drie vingers van de andere hand.<br />

Flitsen<br />

Steek zelf zes vingers op en het kind zegt hoeveel het gezien heeft. (t/m 10)<br />

Hoeveel nog over?<br />

De leerkracht laat een getal zien met de vingers, bijvoorbeeld drie. Daarna snel op de rug.<br />

Hoeveel vingers van de hand heb je niet gezien? (twee: want drie en twee is vijf).<br />

Dit wordt eerst met een hand gedaan en daarna met twee (t/m 10).<br />

Op deze manier leert het kind de structuur van getallen (splitsen): Bijvoorbeeld 5 is 1 en 4, 2 en 3,<br />

4 en 1, 5 en niets.<br />

Steeds één erbij (later twee)<br />

De leerkracht steekt twee vingers op. De kinderen doen gelijk mee. “We doen er één bij, dan<br />

hebben we drie.”<br />

Zo gevarieerd verder.<br />

Bij alle getallen tot en met 8 kunnen één of twee vingers erbij worden gedaan.<br />

Het vervolg betreft één of twee vingers eraf bij de getallen 2 tot en met 10.<br />

Telboekje<br />

Kinderen maken een eigen getalboekje met de cijfersymbolen en een tekening erbij.<br />

Vouw een aantal A-4 vellen dubbel en naai of niet de vouwlijn vast (A-5 is ook mogelijk, maar de<br />

kinderen moeten dan kleiner kunnen werken). Op het voorste blad komt een mooie tekening en de<br />

naam van het kind. Daarna is de eerste bladzijde voor het cijfersymbool 1. Op het blad daarnaast<br />

komt een tekening die bij het getal 1 hoort: bijvoorbeeld één kind of één vrucht. De volgende<br />

bladzijde gaat verder met twee. Zo kunnen telboekjes tot 10 worden gemaakt (of tot 6 of tot 12-<br />

waar het kind aan toe is).<br />

Het is erg leuk om dit als een gezamenlijke activiteit te doen. Een verhaal over een getal of iets<br />

wat is gebeurd.<br />

5 6<br />

78<br />

177 <strong>Bronnenboek</strong>


Bewegende cijfers<br />

De kinderen zitten in de kring. De leerkracht staat voor de groep en laat de kinderen voor hun<br />

stoel staan. Ze beeldt het cijfer 1 uit met haar lichaam: “heupen naar voren en in een rechte lijn<br />

naar achteren”. Ze zegt erbij: “Nu maak ik de één!”. De kinderen doen het allemaal na. Zo verder<br />

tot en met de 9. Het getal 10 bestaat uit twee cijfers. Tien wordt daarom door twee kinderen<br />

uitgevoerd. Het ene kind beeldt de 1 uit en de ander de 0.<br />

Voor ondersteuning hangt de getallenlijn tot en met 10 in de klas.<br />

Spelen met getalkaartjes<br />

Alle spelletjes die bij deel A “telspelletjes” staan bij getalkaartjes kunnen voor 6-jarige kleuters<br />

worden gedaan met getalkaarten tot en met 10. Dit geldt zowel voor de dobbelsteenpatronen als<br />

de cijfersymbolen.<br />

Er kunnen allerlei variaties met de spelen worden bedacht.<br />

Memory<br />

Een spel voor vier kinderen. Het memoryspel bestaat uit 20 kaartjes: tien kaartjes met<br />

de cijfersymbolen 1 t/m 10 en tien kaartjes met de telpatronen 1 t/m 10 (bijvoorbeeld<br />

dobbelsteenpatronen, maar het kunnen ook vingerspatronen zijn). Het is het beste op gekleurd<br />

papier te gebruiken zodat het niet doorschijnt.<br />

Alle kaartjes liggen blind en door elkaar op tafel. Een kind draait twee kaartjes om. Als het cijfer bij<br />

het patroon past, dan is het een duo en mag het kind dit houden.<br />

Het hoogste getal<br />

Dit is een spel voor een tweetal. Elk kind heeft een stapeltje getalkaarten door elkaar op de kop<br />

voor zich. De kinderen draaien tegelijkertijd een kaartje om. Wie het hoogste getal heeft krijgt het<br />

kaartje van de ander erbij en legt het naast zich neer.<br />

Dit spel kan met telpatronen en met cijfersymbolen worden gespeeld of alles door elkaar.<br />

Flitsen<br />

Dit spel is bedoeld om getalbeelden te ontwikkelen en de cijfersymbolen te herkennen.<br />

Met telpatronen:<br />

De leerkracht laat snel een groot telpatroon zien en legt het direct weg. Kinderen krijgen de beurt<br />

om te zeggen welk getal ze gezien hebben.<br />

Dit kan ook met de getalkaartjes waar cijfersymbolen op staan.<br />

Tien, negen, acht<br />

Kabouter Stien telt vaak tot tien,<br />

Maar in de regen blijft het bij negen<br />

en in de nacht stopt hij bij acht.<br />

De leerkracht kan na inoefening van dit versje samen met de kinderen het versje verder afmaken<br />

tot één. Het versje geeft ook aanleiding om hardop gezamenlijk tot één terug te tellen.<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

178


Help, mijn schoen is zoek<br />

Help, mijn schoen is zoek.<br />

Wie kan vertellen hoeveel schoenen ik aantrek?<br />

Eén, twee, en dat noemen we een paar.<br />

Dit versje geeft aanleiding om het begrip paar te verhelderen. Een paar is twee.<br />

Twee paar is vier, enz. Een ondersteuning hier is het tellen met de nadruk op twee, vier enz.<br />

De kinderen lopen de telrij. Bij elke stap het telwoord hardop zeggen. Steeds een, drie, vijf .... heel<br />

zachtjes opzeggen. Het gaat zo: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven.<br />

Met de bus<br />

De leerkracht speelt samen met de kinderen busje in de klas.<br />

De chauffeur haalt de kinderen op bij de ‘haltes’. Er stappen bijvoorbeeld twee kinderen in de bus.<br />

Daarna stapt er nog een kind in. Hoeveel kinderen zitten er nu in de bus? (2 erbij 1)<br />

Dit gaat zo verder met in- en uitstappen. De kinderen tellen na elke busstop hoeveel kinderen er in<br />

de bus zitten. Er kunnen kinderen bij gekomen zijn en er kunnen kinderen uitgestapt zijn.<br />

De leerkracht stelt elke keer de vraag: “Hoeveel kinderen zitten er nu in de bus?” Een kind<br />

krijgt de beurt om te zeggen hoeveel kinderen er in de bus zitten. Daarna telt een ander kind de<br />

kinderen in de bus door ze aan te wijzen (controle).<br />

Racebaanspel<br />

De leerkracht maakt op een groot vel twee rijen ‘rondjes’ (20 stuks). Dit is de racebaan.<br />

Twee kinderen spelen het spel met twee dobbelstenen en twee pionnen. Elk kind loopt met de<br />

eigen pion op zijn eigen baan. Om beurten gooien de kinderen met de dobbelsteen. Met de pion<br />

loopt het kind het aantal ogen. Wie het eerst aan het eind van de racebaan is, heeft gewonnen.<br />

Als het spel nog te moeilijk is voor kinderen, dan kunnen ze het ook met één dobbelsteen spelen.<br />

Wie gooit het meest?<br />

Dit spel speel je met z’n tweeën. Elk kind heeft zelf een dobbelsteen. Ze gooien om beurten met<br />

de dobbelsteen. De twee dobbelstenen blijven op tafel liggen. Bijvoorbeeld vijf en drie. Wie heeft<br />

het meest gegooid? Dat kind krijgt een fiche. Wie aan het eind van het spel de meeste fiches<br />

heeft, is de winnaar. Bij dit spel krijgt elk kind tien fiches.<br />

Later kunnen kinderen dit spel met twee dobbelstenen spelen.<br />

Bedekspelletjes<br />

De leerkracht legt zeven vruchten op een tafeltje midden in de kring. Ze laat een paar kinderen<br />

de vruchten hardop tellen en aanwijzen. Daarna doen alle kinderen hun ogen dicht of ze draaien<br />

zich om. De leerkracht legt drie vruchten onder de doek. Ze vraagt daarna iedereen weer te kijken:<br />

“Hoeveel vruchten liggen onder de doek?” Kinderen denken hierover na en geven nog geen<br />

antwoord. Eerst krijgt iedereen tijd om de onzichtbare hoeveelheid te tellen. Daarna krijgen een<br />

paar kinderen de beurt.<br />

179 <strong>Bronnenboek</strong>


5. Bewegingsoefeningen<br />

5.1 Bewegingsoefeningen met blokken<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie en hun<br />

evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />

verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Gymnastiekblokken<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Bewegingsoefeningen om<br />

de motorische vaardigheden<br />

en oog-hand coördinatie te<br />

versterken.<br />

Balanceren<br />

Links/rechts<br />

Samenwerking<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

De leerlingen luisteren naar<br />

de opdracht en voeren het<br />

ook uit.<br />

Ze hinkelen, luisteren naar<br />

het teken en staan bij een<br />

blokje.<br />

Ze voeren de oefeningen<br />

met het blokje uit:<br />

De voet met het blokje zo<br />

hoog mogelijk te houden,<br />

Het blokje op het hoofd<br />

te laten balanceren en<br />

opdrachten uit te voeren,<br />

Een toren te bouwen met<br />

elkaar.<br />

De leerkracht legt het materiaal klaar,<br />

bakent het speelveld af, legt een<br />

parcours met blokjes.<br />

Ze geeft de opdracht om het parcours<br />

al hinkelend af te leggen.<br />

Ze laat elke leerlingen bij een<br />

blokje staan en laat de leerlingen<br />

simpele romp-, evenwichts- en<br />

behendigheidsoefeningen uitvoeren<br />

zoals:<br />

Het blokje op de voet laten leggen<br />

en de voet zo hoog mogelijk op te<br />

tillen zonder dat het blokje valt (eerst<br />

rechts, dan links).<br />

Het blokje als de leerlingen gehurkt<br />

zitten op het hoofd te laten leggen en<br />

de armen wijd te spreiden.<br />

Het blokje als de leerlingen zitten op<br />

het hoofd te laten leggen en op te<br />

staan, eventueel te lopen.<br />

Het blokje in de handpalm te houden<br />

en het zo hoog mogelijk, zo laag<br />

mogelijk, zo ver mogelijke naar rechts<br />

of links te houden.<br />

De leerlingen met elkaar een zo hoog<br />

mogelijke toren te laten bouwen.<br />

180


5.2 Bewegingsoefeningen met ballen<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens de kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie<br />

evenwicht. Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met gymnastiekballen.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />

verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Gymnastiekballen<br />

Doos of emmer<br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

Hoog<br />

Laag<br />

Hinkelen<br />

Staan<br />

Het blokje<br />

Omhoog<br />

Omlaag<br />

De hand<br />

Zo hoog<br />

mogelijk<br />

Zo laag mogelijk<br />

De hurken<br />

Op je hurken zitten<br />

De handpalm<br />

Optillen<br />

De toren<br />

Als…dan<br />

Nu<br />

Dus<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Bewegingsoefeningen om<br />

de motorische vaardigheden<br />

en oog-hand coördinatie te<br />

versterken.<br />

Gooien en vangen<br />

Rollen en stuiteren<br />

De leerlingen kijken en<br />

luisteren en voeren de<br />

opdracht uit.<br />

Ze voeren de simpele en<br />

wat moeilijker oefeningen<br />

uit:<br />

- de bal van een afstand in<br />

de doos of emmer werpen<br />

- de bal naar elkaar rollen,<br />

gooien of stuiteren<br />

- de bal doorgeven in een<br />

kring en aanwijzen waar de<br />

bal is.<br />

De leerkracht zorgt voor het<br />

benodigde materiaal en bakent het<br />

speelveld af.<br />

Ze zet de doos of emmer met ballen<br />

in het midden van het speelveld. Ze<br />

rolt de ballen over het speelveld.<br />

Ze laat de leerlingen de ballen zo snel<br />

mogelijk oprapen en van een afstand<br />

in de doos of emmer werpen.<br />

Ze verdeelt de klas in twee groepen<br />

en zet ze op een streep tegenover<br />

elkaar met een afstand ertussen. Ze<br />

laat de leerlingen om de beurt de bal<br />

naar de andere rij:<br />

- rollen<br />

- gooien<br />

- stuiteren<br />

181 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

Ze laat de leerlingen in een kring staan<br />

en de bal achter zich rondsturen. Een<br />

leerling staat in de kring. Ze roept<br />

‘stop’ en de leerling in het midden moet<br />

aanwijzen waar de bal is.<br />

De leerlingen met elkaar een zo hoog<br />

mogelijke toren te laten bouwen.<br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

(op)rapen<br />

Gooien<br />

Vangen<br />

Omhoog<br />

Opvangen<br />

Wijde boog<br />

Dezelfde<br />

Terug<br />

De doos<br />

De emmer<br />

Werpen<br />

De bal<br />

Jullie<br />

De hurken<br />

Rollen<br />

De rechterhand<br />

De linkerhand<br />

Een streep<br />

Het hoofd<br />

Doorgeven<br />

De hurken<br />

Stuiteren<br />

Tegenover elkaar<br />

Tussen<br />

182


5.3 Bewegingsoefeningen met hoepels en pitzakjes<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie evenwicht.<br />

Ze doen romp-, evenwichts- en behendigheidsoefeningen met hoepels en pittenzakjes.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />

verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Pittenzakjes<br />

Hoepels<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Bewegingsoefeningen om<br />

de motorische vaardigheden<br />

en de oog-handcoördinatie<br />

te versterken.<br />

Lopen-hinkelen<br />

Gooien.<br />

De leerlingen kijken en<br />

luisteren naar de leerkracht.<br />

Ze lopen met hun zakje<br />

naar een hoepel, leggen<br />

het erin en huppelen er<br />

omheen.<br />

Ze kruipen met het zakje op<br />

hun hoofd door de hoepel.<br />

Ze maken tweetallen en<br />

proberen van steeds grotere<br />

afstand de zakjes door de<br />

hoepel te gooien.<br />

Ze bouwen met elkaar een<br />

toren van zakjes door ze<br />

door de hoepel te gooien.<br />

De leerkracht legt de hoepels<br />

verspreid klaar en bakent het veld af.<br />

Ze geeft elke leerling een pitzakje en<br />

ze laat ze vrij lopen door het veld. Ze<br />

geeft een teken en elke leerling stopt<br />

bij een hoepel. De leerlingen leggen<br />

het pitzakje in hun eigen hoepel.<br />

Ze laat de leerlingen om de hoepel<br />

heen hinkelen en het zakje weer<br />

oppakken.<br />

Ze laat de leerlingen met het zakje op<br />

hun hoofd door de hoepel kruipen.<br />

Ze laat de leerlingen tweetallen<br />

vormen. Ze laat een leerling de<br />

hoepel vasthouden en de andere<br />

leerling de twee zakjes door de<br />

hoepel gooien. Probeer de afstand<br />

steeds zo groot mogelijk te maken<br />

totdat het niet meer lukt. Ze laat ze<br />

wisselen: nu houdt de andere leerling<br />

de hoepel vast en mag de ander<br />

gooien.<br />

Ze laat de leerlingen met elkaar een<br />

toren bouwen door de zakjes door 1<br />

hoepel te gooien die zij vasthoudt.<br />

Ze laat kalmeringsoefeningen<br />

uitvoeren zoals: kringvormen en op<br />

teken zakje doorsturen.<br />

183 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

Het pitzakje<br />

De hoepel<br />

Kruipen<br />

Hinkelen<br />

Gooien<br />

Zo ver mogelijk<br />

Zo groot mogelijk<br />

Erdoorheen kruipen<br />

Erdoorheen gooien<br />

5.4 Bewegingsoefeningen met stokken<br />

Ene<br />

En<br />

Nu<br />

Maar<br />

Als<br />

Waar gaat het over?<br />

Tijdens kleutergymnastiek doen de leerlingen allerlei oefeningen rond coördinatie en<br />

hun evenwicht. Ze maken verschillende bewegingen. Ze doen romp-, evenwichts- en<br />

behendigheidsoefeningen met stokken.<br />

Leerdoel:<br />

De leerlingen vergroten de motorische vaardigheden en de woordenschat door de<br />

verschillende bewegingsoefeningen uit te voeren.<br />

Materialen:<br />

Stokken<br />

Leerinhoud Wat doen de leerlingen? Wat doet de leerkracht?<br />

Het versterken van de<br />

motorische vaardigheden en<br />

de oog-hand coördinatie.<br />

Evenwicht en balanceren.<br />

De leerlingen kijken,<br />

luisteren en voeren de<br />

opdrachten uit.<br />

Ze lopen rond en pakken op<br />

het teken een stok<br />

Ze houden de stok boven<br />

hun hoofd, eerst met 1, later<br />

met beide handen<br />

Ze houden de stok<br />

met beide handen op<br />

kniehoogte en stappen<br />

eerst met de rechtervoet<br />

over de stok en terug, later<br />

met de linkervoet.<br />

Ze gaan in spreidstand<br />

staan en rollen de stok van<br />

links naar rechts over de<br />

grond.<br />

De leerkracht zorgt voor het benodigd<br />

materiaal en bakent het speelveld af.<br />

Ze heeft de stokken verspreid over<br />

het veld neergelegd.<br />

Ze geeft opdrachten zoals:<br />

- loop rond en pak een stok op het<br />

teken<br />

- houd de stok boven je hoofd, eerst<br />

met 1, later met 2 handen<br />

- houd de stok met beide handen op<br />

kniehoogte en stap met je<br />

rechtervoet over de stok en terug,<br />

daarna met de linkervoet.<br />

- ga in spreidstand staan en rol de<br />

stok over de grond van links naar<br />

rechts ga in hurkzit zitten en houdt<br />

de stok met beide handen voor<br />

je vast. Sta op terwijl je de stok<br />

vasthoudt.<br />

- zet de stok op de linkervoet en<br />

breng de stok omhoog zonder dat<br />

deze valt: zo hoog als je kan.<br />

184


Ze gaan in hurkzit zitten en<br />

proberen op te staan zonder<br />

de stok los te laten (met beide<br />

handen).<br />

Ze balanceren de stok op een<br />

voet en proberen de stok zo<br />

hoog mogelijk te brengen.<br />

Ze maken met elkaar een<br />

stapel van stokken.<br />

- maak met elkaar een stapel door<br />

steeds twee stokken per laag op elkaar<br />

te leggen (2 x horizontaal, 2 x<br />

verticaal).<br />

Ze laat kalmeringsoefeningen uitvoeren.<br />

NT2 Themawoorden Taaldenkwoorden<br />

De stok<br />

Oppakken<br />

Buigen<br />

Boven het hoofd<br />

Links<br />

Rechts<br />

Terug<br />

stappen<br />

De spreidstand<br />

balanceren<br />

De stapel<br />

Recht omhoog<br />

Van links naar rechts<br />

Van de ene naar de andere<br />

kant<br />

Op kniehoogte<br />

Eroverheen stappen<br />

185 <strong>Bronnenboek</strong><br />

Met<br />

Als<br />

Dan


6. Basiswoorden Surinaamse<br />

kleutergroep 2<br />

Algemene inleiding thema’s<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Thema’s<br />

186


6.1 SAMENLEREN<br />

’s avonds<br />

’s middags<br />

’s morgens<br />

’s nachts<br />

aantal, het<br />

achteraan<br />

achterkant, de<br />

achttien<br />

af en toe<br />

allang<br />

allerlei<br />

alsof<br />

alvast<br />

alvast<br />

alweer<br />

antwoord, het<br />

antwoorden<br />

apart (afzonderlijk)<br />

applaus, het<br />

april<br />

augustus<br />

bedekken<br />

bedoeling, de<br />

begin<br />

behalve<br />

beide (-n)<br />

belangrijk<br />

beleven<br />

beroemd<br />

betekenen<br />

bijzetten<br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

alsof<br />

behalve<br />

boven<br />

bovenkant, de<br />

daarmee<br />

het hebben over<br />

het midden<br />

inderdaad<br />

intussen<br />

klappen<br />

kloppen<br />

binnenkant, de<br />

binnenkomen<br />

blokkendoos, de<br />

boel (veel)<br />

bol, de(znw)<br />

bovenaan<br />

bovendien<br />

bovenkant, de<br />

bravo<br />

breed<br />

buitenkant, de<br />

cijfer, het<br />

controleren<br />

crossfiets, de<br />

daarmee<br />

daarnet<br />

december<br />

dertien<br />

deurmat, de<br />

dinsdag<br />

diploma, het<br />

direct<br />

domoor, de<br />

donderdag<br />

door elkaar<br />

doorgeven<br />

doorlopen<br />

doormidden<br />

doorwerken<br />

duiken (dook, gedoken; zee)<br />

duizend<br />

naast<br />

om<br />

omdat<br />

onder<br />

ondersteboven<br />

ondertussen<br />

samen<br />

sedert<br />

steeds<br />

tussen<br />

duw, de<br />

dwars (richting)<br />

echt (tegenover vals)kist, de<br />

eerder<br />

eind<br />

eind (afstand)<br />

eind / einde<br />

elf (getal)<br />

enkel (een paar)<br />

enorm<br />

erachter<br />

eraf<br />

eraf halen<br />

erbij<br />

erbij doen<br />

ermee<br />

doelpunt, het<br />

even donker<br />

even licht<br />

extra<br />

februari<br />

flink (groot, veel)<br />

geeft niet, het<br />

geleden<br />

gelijk (meteen)<br />

gelijk (tegelijk)<br />

getal, het<br />

getallenlijn, de<br />

gezicht (aanblik)<br />

gisteravond<br />

gymschoenen, de<br />

187 <strong>Bronnenboek</strong>


gymzaal, de<br />

haast (bijna)<br />

haast, de (tijdgebrek)<br />

hal, de<br />

hardlopen<br />

helft, de<br />

herkennen<br />

het hebben over<br />

hierachter<br />

hiermee<br />

hieronder<br />

hoewel<br />

honderd<br />

hoop (veel)<br />

horloge, het<br />

iemand anders<br />

iets anders<br />

in de gaten houden<br />

in een rij staan<br />

in elk geval<br />

in groepjes<br />

in het midden<br />

in het rond<br />

in orde<br />

inderdaad<br />

ingang, de<br />

intussen<br />

januari<br />

juist (goed)<br />

juist (net)<br />

juli<br />

juni<br />

kier, de<br />

kilometer, de<br />

klaarzetten<br />

klaarmaken<br />

klappen (applaudis seren)<br />

knap<br />

krabbelen<br />

kwart<br />

laatst<br />

languit<br />

leren<br />

les, de<br />

letten op<br />

liggen aan<br />

linker (plaats)<br />

maand, de<br />

maandag<br />

maart<br />

map, de<br />

meevallen<br />

mei<br />

meten (lengte)<br />

meter, de (100 cm)<br />

minuut, de<br />

mislukken<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

mogelijk<br />

moment, het<br />

mooi (ok)<br />

na (achter)<br />

nazeggen<br />

negen<br />

negentien<br />

nieuws, het (journaal)<br />

nog (opnieuw)<br />

nogal<br />

november<br />

ochtend, de<br />

oefenen<br />

ogenblik, het<br />

oktober<br />

om (tijdstip)<br />

omkeren<br />

onder (tijdens)<br />

onderdoor<br />

onderkant, de<br />

ondersteboven<br />

ondertussen<br />

ongeveer<br />

onmiddellijk<br />

ontdekken<br />

onzin<br />

ooit<br />

op (moment)<br />

op het nippertje<br />

op tijd<br />

op zoek<br />

openen<br />

opnieuw<br />

oppakken (optillen)<br />

opstaan (bed)<br />

opstaan (gaan staan)<br />

opstapelen<br />

opsteken (vinger)<br />

opzeggen (gedicht)<br />

oud (tegenover nieuw)<br />

over (plaats)<br />

over (tijdsaanduiding)<br />

overblijven<br />

overblijven (rest)<br />

overdag<br />

overeind<br />

overslaan<br />

paardrijden<br />

pal<br />

pas (nog maar)<br />

poos, de, het poosje<br />

poot, de (de tafel)<br />

prullenmand, de<br />

publiek, het<br />

raken<br />

rechter (rechterkant)<br />

rechthoek, de<br />

rekenen<br />

rest, de<br />

roeien<br />

rond (rondom)<br />

ronde (rondgang)<br />

rondom<br />

rust, de<br />

scheef<br />

september<br />

sluiten<br />

smal<br />

soepel<br />

speelplaats, de<br />

speeltuin, de<br />

spel, het<br />

sport, de<br />

stapel, de<br />

stempelkussen, het<br />

stevig (solide)<br />

te lang<br />

te voorschijn<br />

tegelijk<br />

telkens<br />

tellen<br />

tenslotte (uiteindelijk)<br />

ten slotte (tot slot)<br />

tijdens<br />

toe (erbij/extra)<br />

toevallig<br />

totdat (tot de tijd dat)<br />

twintig<br />

uitgang, de<br />

uithalen<br />

uitkiezen<br />

uitpraten (afronden)<br />

uitsteken<br />

uitzoeken<br />

vanaf<br />

vanavond<br />

vandaan<br />

vandoor<br />

vanmiddag<br />

vanmorgen<br />

vannacht<br />

vanochtend<br />

vanuit<br />

vast (al)<br />

veertien<br />

veertig<br />

verdelen<br />

verderop<br />

vergelijken<br />

vergissen<br />

verliezen<br />

verschillend<br />

verzamelen<br />

vierkant, het<br />

188


vijftien<br />

vijftig<br />

vlakbij<br />

vol (volledig)<br />

voor (doel)<br />

voor (ipv)<br />

voor (tijdstip)<br />

voor het eerst<br />

vooraan<br />

vooral<br />

voorbeeld<br />

voorbij (afgelopen)<br />

voordat<br />

voorlezen<br />

vraag, de<br />

vrijdag<br />

vroeg<br />

vroeger<br />

waar (juist)<br />

Uitbreiding<br />

afstempelen<br />

afvragen<br />

allereerste<br />

allerlaatste<br />

anderhalf<br />

basisschool, de<br />

berg, de (de stapel)<br />

beste, de<br />

bibliotheek, de<br />

boksen<br />

bokser<br />

botsen<br />

botsing<br />

buitendeur, de<br />

bureau, het (de schrijftafel)<br />

cirkel, de<br />

club, de<br />

delen<br />

eergisteren<br />

fietspomp, de<br />

gebergte, het<br />

gemak (makkelijk)<br />

groepjes van drie<br />

het hangt ervan af<br />

hondenpoep, de<br />

hurken<br />

kampioen, de<br />

kegel, de<br />

kletskous, de<br />

later<br />

waarschijnlijk<br />

wedstrijd, de weegschaal<br />

weekend, het<br />

wegen<br />

weinig (inhoud)<br />

wiebelen (wankelen)<br />

wijd<br />

wijs (verstandig)<br />

wijsje (melodie)<br />

wijzer, de<br />

winnaar, de<br />

winnen<br />

wisselen<br />

woensdag<br />

woensdagmiddag, de<br />

zaal, de<br />

zaterdag<br />

zeggen (betekenen)<br />

zelf(van zichzelf)<br />

medaille, de<br />

meerijden<br />

meestal<br />

meeste<br />

met z’n drieën<br />

met z’n tweeën<br />

mini<br />

minste<br />

missen (niet raak)<br />

missen (ontbreken)<br />

namelijk<br />

navertellen<br />

negende<br />

nul<br />

nummer, het<br />

omdebeurt<br />

omheen<br />

omhooghouden<br />

onderzoek, het<br />

onderzoeken<br />

onlangs<br />

onthouden<br />

opnieuw<br />

opschuiven<br />

overmorgen<br />

pauze, de<br />

per (per dag, per uur)<br />

plan, het<br />

prikbord, het<br />

rammen<br />

zelfs<br />

(ook→verassenderwijs)<br />

zestien<br />

zijkant, de<br />

zoals<br />

zodat<br />

zodra<br />

zoiets<br />

zolang<br />

zondag<br />

zover<br />

zulk<br />

zweefvliegtuig, het<br />

zwembad, het<br />

zwemles, de<br />

zweven<br />

zwijgen<br />

regelen<br />

rol, de (de cilinder, het<br />

toneelstuk)<br />

rotzooi, de<br />

ruit, de (het glas)<br />

schatten<br />

schoolbord, het<br />

schooldokter, de<br />

schoolplein, het<br />

schoolreisje, het<br />

seconde, de<br />

ski, de<br />

skiën<br />

smak, de (harde val,<br />

mondgeluid bij het eten)<br />

stijf<br />

stoelpoot, de<br />

straf, de<br />

tegenaan<br />

tegenover<br />

tel, de (het tellen)<br />

tennis, het<br />

terugleggen<br />

trapleuning, de<br />

trappen<br />

trapper, de (de/het pedaal)<br />

tussendoor<br />

twee aan twee<br />

uitleggen<br />

189 <strong>Bronnenboek</strong>


uitmaken (belang)<br />

uitzoeken<br />

vereniging, de<br />

verschil, het<br />

verstandig<br />

verte, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

al<br />

aldoor<br />

alvorens<br />

bijna<br />

daardoor<br />

daarentegen<br />

daarom<br />

eraf<br />

erbij<br />

erna<br />

et cetera<br />

indien<br />

intussen<br />

ten eerste<br />

ten slotte<br />

tenslotte<br />

voeten vegen<br />

volgen (begrijpen)<br />

volgorde, de<br />

voordoen<br />

voordringen<br />

voorkant, de<br />

voorlopig<br />

voorstelling (film)<br />

voortaan<br />

voorzeggen<br />

wielrenner, de<br />

zwaargewicht, het


6.2 DE ZOO<br />

Themawoorden<br />

achterpoot, de<br />

fladderen<br />

gaas, het (de afrastering, de<br />

omrastering)<br />

galopperen<br />

graven<br />

grommen<br />

haai, de<br />

hamster, de<br />

hoop, de (de berg)<br />

huid, de<br />

insect, het<br />

jagen<br />

jager, de<br />

jong, het<br />

kakelen<br />

awarie, de<br />

bij, de<br />

blaten<br />

brullen<br />

de bever, de<br />

dolfijn, de (de vis)<br />

duif, de<br />

everzwijn, het<br />

goudvis, de<br />

grazen<br />

hengel, de<br />

hinniken<br />

kameleon, de<br />

kanarie, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

kameel, de<br />

knorren<br />

kraai, de<br />

kraaien (haan)<br />

leggen (ei)<br />

lievelingsdier, het<br />

loeien<br />

olifant, de<br />

ontsnappen<br />

pony, de<br />

rat, de<br />

reiger, de<br />

rups, de<br />

slingeren (zwaaien)<br />

snuffelen<br />

kangoeroe, de<br />

kikkervis, de<br />

kikvors, de<br />

koekoek, de<br />

konijnenhok, het<br />

kudde, de<br />

lasso, de<br />

leg<br />

meeuw, de<br />

miereter, de<br />

net, het (het visnet)<br />

neushoorn, de<br />

nijlpaard, het<br />

alsof<br />

behalve<br />

boven<br />

bovenkant, de<br />

daarmee<br />

het hebben over<br />

het midden<br />

inderdaad<br />

intussen<br />

klappen<br />

kloppen<br />

spinnen (draden maken,<br />

geluid<br />

van katachtigen)<br />

vacht, de<br />

verdrinken<br />

vluchten<br />

voeren (dieren)<br />

wei, de<br />

weiland, het<br />

winterslaap, de<br />

wol, de<br />

zeehond, de<br />

zoemen<br />

zorgen voor<br />

zwaluw, de<br />

opmaken (opeten)<br />

pakira, de<br />

pikken (vogels)<br />

pingo, de<br />

pluim, de (de veer)<br />

pluis, het<br />

prikkeldraad, de/het<br />

scharrelen<br />

schild, het<br />

schildpad, de<br />

slagtand, de<br />

slakkenhuis, het<br />

slurf, de<br />

190


schildpad, de<br />

slagtand, de<br />

slakkenhuis, het<br />

slurf, de<br />

snorhaar, de<br />

spinnenweb, het<br />

stekel, de<br />

steken (prikken)<br />

stinkdier, het<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

al<br />

aldoor<br />

daar<br />

daarna<br />

doordat<br />

eerst<br />

eraf<br />

erbij<br />

erna<br />

indien<br />

intussen<br />

sedert<br />

ten eerste<br />

ten tweede<br />

ten slotte<br />

bijna<br />

bij<br />

bovendien<br />

circa<br />

stro, het<br />

tapir, de<br />

veer, de<br />

veer, het (de veerpont)<br />

verjagen<br />

vleugel, de<br />

vogelkooi, de<br />

vogelverschrikker, de<br />

voorpoot, de<br />

walvis, de<br />

web, het<br />

weide, de<br />

wesp, de<br />

worm, de<br />

zadel, het<br />

191 <strong>Bronnenboek</strong>


6.3 NATIONALE FEESTDAGEN<br />

bijzonder<br />

boffen<br />

carnaval, het<br />

dansje, het<br />

divali<br />

donkerblauw<br />

donkergroen<br />

een feest geven<br />

feest vieren<br />

feestdag, de<br />

Uitbreiding<br />

bellen blazen<br />

Koninginnedag, de<br />

lichtblauw<br />

lichtgroen<br />

muisgrijs<br />

offerfeest, het<br />

onafhankelijkheidsdag<br />

opblijven<br />

ramadan, de<br />

tekenfilm, de<br />

trakteren<br />

zalig<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

feestjurk, de<br />

feliciteren<br />

hartelijk<br />

hartstikke<br />

kerstkaart, de<br />

moederdag, de<br />

Nieuwjaar, het<br />

oud en nieuw<br />

oudjaar, het<br />

pret, de<br />

cultuur, de<br />

hoofddoek, de<br />

hoofdtooi, de<br />

lendendoek, de<br />

onafhankelijk<br />

suikerfeest, het<br />

surprise, de<br />

uitnodiging, de<br />

verrassen<br />

welkom<br />

wens, de<br />

wensen<br />

zichzelf<br />

zoen, de (de kus)<br />

zoenen<br />

192


amper<br />

betreffende<br />

contra<br />

net …als<br />

omdat<br />

ook<br />

opdat<br />

sinds<br />

vooral<br />

waarvoor<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

193 <strong>Bronnenboek</strong>


6.4 SAMENLEVEN<br />

aanrecht, het/de<br />

afstandsbediening<br />

balkon, het<br />

begraven<br />

bezem, de<br />

bezoek, het<br />

deurbel, de<br />

dochter, de<br />

dokter, de<br />

dweilen<br />

elektrisch<br />

etage, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

NT2<br />

Themawoorden<br />

familie, de<br />

getrouwd<br />

graf, het<br />

kan, de<br />

klep, de (het deksel)<br />

lade, de<br />

lift, de<br />

lucifer, de<br />

mat, de<br />

mat, de<br />

matras, het/de<br />

ouder(s), de<br />

huis, het<br />

keuken, de<br />

lift, de<br />

slaapkamer, de<br />

trap, de<br />

voornaam, de<br />

woning, de<br />

woonkamer, de (de<br />

voorkamer)<br />

oven, de<br />

plafon(d), het<br />

poort, de<br />

stofzuigen<br />

stofzuiger, de<br />

tapijt, het<br />

toilet, het<br />

vensterbank, de<br />

voorbijlopen<br />

voordeur, de<br />

vuilniszak, de<br />

zoon, de<br />

194


achterdeur, de<br />

achternaam, de<br />

afwas, de<br />

behang, het<br />

box, de (de baby)<br />

fluitketel, de<br />

kap , de<br />

kennis, de<br />

ketel, de<br />

kinderwagen, de<br />

luciferhoutje, het<br />

meubels, de<br />

pijp roken<br />

pitten, de (het fornuis)<br />

allebei<br />

alles<br />

begalve<br />

behoren<br />

beide<br />

beneden<br />

blijven<br />

daarginds<br />

Uitbreiding<br />

achterdeur, de<br />

achternaam, de<br />

afwas, de<br />

behang, het<br />

box, de (de baby)<br />

fluitketel, de<br />

kap , de<br />

kennis, de<br />

ketel, de<br />

kinderwagen, de<br />

luciferhoutje, het<br />

meubels, de<br />

pijp roken<br />

pitten, de (het fornuis)<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

plat dak, het<br />

puntdak, het<br />

raad, de<br />

regenpijp, de<br />

sleutelgat, het<br />

sleutelhanger, de<br />

tegel, de<br />

toilettas, de<br />

verdieping, de(de etage)<br />

verhuizen<br />

voornaam, de<br />

195 <strong>Bronnenboek</strong>


6.5 KLEUTERS EN VOEDING<br />

aardappel, de<br />

appel, de<br />

brok, de<br />

cassave, de<br />

dollar, de<br />

eetwaar, de<br />

etenstijd, de<br />

euro, de<br />

groene banaan, de<br />

gulzig (gierig)<br />

hapje, het (gerecht, het )<br />

heerlijk<br />

honger, de<br />

hongerig<br />

inpakken (cadeau, het)<br />

jam, de<br />

kauwen<br />

kers, de<br />

klant, de<br />

klokhuis, het<br />

knabbelen<br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

knagen<br />

koken (water)<br />

kokosnoot, de<br />

kosten, de<br />

maaltijd, de<br />

mager<br />

mals<br />

napi, de<br />

ontbijt, het<br />

opeten<br />

ophalen (afhalen)<br />

paasei, het<br />

pakken , de<br />

plukken<br />

pruim, de<br />

rijst, de<br />

rondkijken<br />

rundvlees, het<br />

sappig (appel, de)<br />

schaal, de (schotel, de)<br />

mals<br />

hap, de<br />

gulzig<br />

taai<br />

maaltijd, de<br />

rijst, de<br />

heerlijk<br />

aardvruchten, de (de<br />

veldvrucht)<br />

slagroom, de<br />

smaken<br />

smullen<br />

snoepen<br />

super<br />

taai<br />

theepot, de<br />

theezakje, het<br />

trek, de (eetlust, de)<br />

trommel, de (koek, de)<br />

varkensvlees, het<br />

verrukkelijk<br />

vet, het<br />

vies (smaak)<br />

vrucht, de<br />

winkelen<br />

zin, de (lust, de)<br />

zoete patat, de<br />

zoutvlees, het<br />

zuigen<br />

197 <strong>Bronnenboek</strong>


aardewerk, het<br />

aflikken<br />

afrekenen<br />

afsnijden<br />

ananas, de<br />

appeltaart, de<br />

barbecue, de<br />

bes, de<br />

beschuitje, het<br />

bestek, het<br />

bestellen<br />

bietjes, de<br />

broodtrommel, de<br />

café, het<br />

champignon, de<br />

dessert, het<br />

fruitschaal, de<br />

achter<br />

alvorens<br />

beide<br />

bij<br />

erbij<br />

nu<br />

sedert<br />

terwijl<br />

waaruit<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Uitbreiding<br />

gebak, het<br />

groente, de<br />

honing, de<br />

kassabon, de<br />

kippenvlees, het<br />

komkommer, de<br />

kraam, de<br />

leegdrinken<br />

middageten, het<br />

oliebol, de<br />

opvreten<br />

paddenstoel, de<br />

pannenkoek, de<br />

paprika, de<br />

pin, de<br />

pinnen<br />

pompoen, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

porseein, de<br />

pudding, de<br />

restaurant, het<br />

schrokken<br />

servies, het<br />

smakken<br />

snackbar, de<br />

suikerklontje, het<br />

suikerpot, de<br />

toetje, het<br />

ui, de(de uien)<br />

vers<br />

winkeljuffrouw, de<br />

zuurkool, de<br />

198


6.6 WAAR WONEN WE?<br />

adres, het<br />

agent (politie)<br />

alfabet, het<br />

avontuur, het<br />

baas, de<br />

bedanken<br />

beleefd<br />

bladzijde, de<br />

blind<br />

blussen, het<br />

brandweer, de<br />

brandweerauto, de<br />

brandweerman, de<br />

buurt, de<br />

chauffeur, de<br />

cowboy, de<br />

dame, de<br />

degene<br />

doodgaan<br />

doof<br />

dorp, het<br />

droom, de<br />

erf, het<br />

etage, de<br />

flat, de<br />

gaan over<br />

gedag<br />

gedragen (zich)<br />

geduld, het<br />

geduldig<br />

gehoorzaam<br />

goedenacht<br />

goeienacht<br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

achter<br />

alvorens<br />

ander<br />

anders<br />

beginnen<br />

behalve<br />

bovendien<br />

droom, de<br />

nachtmerrie, de<br />

goot, de<br />

gracht, de<br />

hangen (houding, de)<br />

haven, de<br />

heer, de<br />

helpen (baten)<br />

hut, de<br />

ijscoman, de<br />

in brand staan<br />

indiaan, de<br />

instorten (gebouw)<br />

jazeker<br />

kasteel, het<br />

kerk, de<br />

ladder, de<br />

lieverd, de<br />

meid, de<br />

ober, de<br />

omslaan (bladzijde)<br />

opschrijven<br />

opzoeken (proberen te vinden)<br />

oversteken<br />

park, het<br />

plaats, de (stad)<br />

plein, het<br />

postbode, de<br />

redden (leven)<br />

restaurant, het<br />

rijmen<br />

robot, de<br />

rondlopen<br />

schaafijs, het<br />

schaafijsman, de<br />

schelden<br />

schilder, de<br />

schrift, het<br />

schuin<br />

sirene, de<br />

sloot, de<br />

smakelijk<br />

soldaat, de<br />

sorry<br />

spijten<br />

sprookjesboek, het<br />

spuit, de<br />

spuiten<br />

stad, de<br />

tijdschrift, het<br />

timmerman, de<br />

touw, het<br />

trede, de<br />

trouwen<br />

tunnel, de<br />

tweeling, de<br />

uitgaan (vuur)<br />

veld, het<br />

vriendin, de<br />

welnee<br />

zeerover, de<br />

zijn mond houden<br />

zin, de<br />

zuster , de (verpleegster)<br />

zwaailicht, het<br />

199 <strong>Bronnenboek</strong>


zijn<br />

bom, de<br />

boodschappenlijstje<br />

buitenkomen<br />

districtcommissaris, de<br />

goochelaar, de<br />

groenteman, de<br />

hoofdletter, de<br />

horen<br />

kapitein, de(dorp)<br />

kleine letter, de<br />

knecht, de<br />

kok, de<br />

lantaarnpaal, de<br />

leesboek, het<br />

letter, de<br />

luiaard, de<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Uitbreiding<br />

matroos, de<br />

metselaar, de<br />

miljonair, de<br />

moskee, de<br />

museum, het<br />

muzikant, de<br />

nachtmerrie, de<br />

opnoemen<br />

paleis, het<br />

piraat, de<br />

rechtop<br />

regel, de<br />

roltrap, de<br />

schatrijk<br />

schipper, de<br />

schoolkrant, de<br />

schutting, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

allebei<br />

alles<br />

ander<br />

anders<br />

beginnen<br />

behoren<br />

beide<br />

beneden<br />

betreffende<br />

boven<br />

boven<br />

contra<br />

spellen<br />

steeg, de<br />

steil<br />

stripboek, het<br />

tandarts, de<br />

tempel, de<br />

titel, de<br />

vent, de<br />

verdieping, de<br />

vreemde, de<br />

vuurwerk, het<br />

wonder, het<br />

woord , het<br />

woordenboek, het<br />

zaal, de<br />

200


6.7 KLEUTERS IN HET BOS<br />

aarde, de (aardbol)<br />

beek, de<br />

bestaan, het<br />

bloempot, de<br />

bosananas, de<br />

dor<br />

graan, het<br />

hemel, de<br />

horizon, de<br />

kuil, de<br />

kust, de<br />

land, het (de zee)<br />

appelboom, de<br />

awara, de<br />

bijl, de<br />

bloembol, de<br />

boomstam, de<br />

dal, het<br />

greppel, de<br />

guaveboom, de<br />

heuvel, de<br />

boven<br />

daardoor<br />

datgene<br />

eerst<br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

liaan, de<br />

meer, het<br />

modder, de<br />

mos, het<br />

natuur, de<br />

oceaan, de(de zee)<br />

oerwoud, het<br />

ondergaande zon, de<br />

op pad<br />

pad, het<br />

paddenstoel, de<br />

regenboog, de<br />

alles<br />

alsof<br />

ander<br />

bloem, de<br />

boom, de<br />

plant, de<br />

struik, de<br />

waarmee<br />

kankantrie, de<br />

klei, de/het<br />

kruidje-roer-me-niet, het (siensien)<br />

maripa, de<br />

mesthoop, de<br />

mesthoop, de<br />

oever, de<br />

omwaaien<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

ervan<br />

langs<br />

onder<br />

ook<br />

riet, het (de plant)<br />

rivier, de<br />

rots, de<br />

schaduw, de<br />

sloot, de<br />

vaart, de<br />

verdwalen<br />

vijver, de<br />

wandelen<br />

wandeling<br />

zaad, het<br />

zaaien<br />

rapen<br />

ravijn, het<br />

regenwater, het<br />

slang, de<br />

struik, de<br />

tocht, de<br />

tuinslang, de<br />

waterkan, de<br />

ook<br />

steeds<br />

201 <strong>Bronnenboek</strong>


6.8 KLEUTERS REIZEN<br />

aankomen<br />

achterbank, de<br />

afhalen<br />

aflopen (einde)<br />

afscheid, het<br />

afstand, de<br />

ansichtkaart, de<br />

autorijden<br />

autoweg, de<br />

benzine, de<br />

bereiken<br />

bestuurder, de<br />

bocht, de<br />

buitenlands<br />

camping, de<br />

dagje uit<br />

eiland, het<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

fototoestel, het<br />

halte, de<br />

helikopter, de<br />

inhalen<br />

kaart, de (de landkaart)<br />

kermis, de<br />

koets, de<br />

koffer, de<br />

landen<br />

locomotief, de<br />

logeren<br />

machinist, de<br />

onderweg<br />

ongeluk, het<br />

op reis<br />

op weg<br />

opschieten<br />

erbij<br />

ernaartoe<br />

ernaast<br />

eronder<br />

golven, de<br />

landen<br />

oceaan, de<br />

strand, het<br />

via<br />

vliegen<br />

rails, de<br />

remmen<br />

terechtkomen (plaats)<br />

uitkijken<br />

uitladen<br />

vaart, de (snelheid)<br />

vakantiereisje, het<br />

veilig<br />

verdergaan<br />

vertrekken<br />

vervoer, het<br />

voorbij (verder)<br />

vreemd<br />

vrij<br />

vuilniswagen, de<br />

zonnebril, de<br />

zuiden, het<br />

202


achterin<br />

achterlicht, het<br />

appartement, het<br />

conducteur, de<br />

hotel, het<br />

inladen<br />

landen, de<br />

landing, de<br />

meebrengen<br />

meegeven<br />

meekomen<br />

metrostation, het<br />

Uitbreiding<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

boven<br />

eraf<br />

erbij<br />

erdoor<br />

hoeveel<br />

indien<br />

onder<br />

steeds<br />

toch<br />

zo<br />

opzetten (tent)<br />

pension, het<br />

per bus<br />

razen<br />

reisbureau, het<br />

rit, de<br />

strippenkaart, de<br />

sturen<br />

trekken (tocht)<br />

uitgerust<br />

verhuiswagen, de<br />

verkeer, het<br />

verkeersbord, het<br />

vertrekken<br />

vervoeren<br />

vervoermiddel, het<br />

via<br />

vliegtuig, het<br />

voorbank, de<br />

voorlicht, het<br />

vrachtwagen, de<br />

wegbrengen<br />

weggaan<br />

windstreken, de<br />

203 <strong>Bronnenboek</strong>


6.9 KLEUTERS EN WATER<br />

badhanddoek, de<br />

badpak, het<br />

bikini, de<br />

buis, de<br />

doortrekken<br />

douche, de<br />

glibberig<br />

grondwater, het<br />

afdrogen<br />

afspoelen<br />

afvoer<br />

afwasborstel, de<br />

badborstel, de<br />

droogrek, het<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

lek, het<br />

lopen (vloeistof)<br />

plas, de (water)<br />

spatten<br />

spoelen<br />

stinken<br />

vuil, het<br />

was, de (wasgoed)<br />

helder<br />

kleedhok, het<br />

kleedkamer, de<br />

lekken<br />

slang, de (de buis)<br />

straal, de (water)<br />

badpak<br />

daardoor<br />

daarna<br />

eerst<br />

intussen<br />

spoelen<br />

steeds<br />

tot slot<br />

wasbak, de<br />

wasknijper, de<br />

waslijn, de<br />

wasmachine, de<br />

wasmand, de<br />

wc-rol, de<br />

zwembad, het<br />

toiletpapier, het<br />

troebel<br />

uitwringen<br />

waterleiding, de<br />

204


Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

daarna<br />

erin<br />

eruit<br />

hoewel<br />

sedert<br />

steeds<br />

toch<br />

toen<br />

205 <strong>Bronnenboek</strong>


6.10 KOSTUUMS<br />

aanzetten<br />

afzakken (broek)<br />

cowboyhoed, de<br />

doktersjas, de<br />

doodstil<br />

dragen (kleren)<br />

echo, de<br />

eruit zien als<br />

gesp, de<br />

gil, de<br />

hak, de<br />

handschoen, de<br />

hardop<br />

instoppen<br />

kabaal, het<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

katoen, de/het<br />

klank, de<br />

klappen<br />

kleding, de<br />

koptelefoon, de<br />

kous, de<br />

kraag, de<br />

kraken<br />

krul, de<br />

laag, de<br />

luid<br />

microfoon, de<br />

mompelen<br />

muziekinstrument, het<br />

vlek, de<br />

daarna<br />

eerst<br />

erdoor<br />

maar<br />

nu<br />

of<br />

ook<br />

vervolgens<br />

waarmee<br />

zool, de<br />

zwembroek, de<br />

zwempak, het<br />

ontzettend<br />

pak, het<br />

plof(fen)<br />

rugzak, de<br />

schminken<br />

sieraad, het<br />

sjaal, de<br />

staan (mooi)<br />

stoom, de<br />

tikken<br />

verkopen<br />

206


ioscoop, de<br />

bolhoed, de<br />

brommen<br />

clownspak, het<br />

gulp, de<br />

helm, de<br />

hoofddoek, de<br />

indianenpak, het<br />

indianentooi, de<br />

klomp, de<br />

knallen<br />

kniekous, de<br />

Uitbreiding<br />

knijper, de<br />

knoopsgat, het<br />

losmaken<br />

mobieltje, het<br />

neuriën<br />

omdoen<br />

onhoorbaar<br />

opnemen<br />

optreden<br />

pianospelen<br />

pruik, de<br />

regenlaarzen, de<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

daarna<br />

eerst<br />

er<br />

eraf<br />

erbij<br />

ook<br />

vooral<br />

zo<br />

zodat<br />

rek, het<br />

rinkelen<br />

ritselen<br />

schateren<br />

shirt, het<br />

stof, de (kleding)<br />

strijken<br />

strikken<br />

trompet, de<br />

verkleden<br />

verslijten<br />

207 <strong>Bronnenboek</strong>


6.11 MIJN LAND<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

bevriezen<br />

bewolkt<br />

bliksem, de<br />

donder , de<br />

het hagelt<br />

hitte, de<br />

ijskoud<br />

maan, de<br />

bevriezen<br />

buitenspelen<br />

dooien<br />

gordijn, het<br />

het hagelt<br />

koel<br />

najaar, het<br />

orkaan, de<br />

Themawoorden<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

mist, de<br />

onweer, het<br />

sterren, de<br />

storm, de<br />

warmte, de<br />

zonnig<br />

aldoor<br />

daarna<br />

daarom<br />

eraf<br />

erbij<br />

erbij<br />

net … als<br />

nu<br />

regenachtig<br />

regenbui, de<br />

shutters, de<br />

sneeuwvlok, de<br />

tropenwoud, het (het bos)<br />

tropenzon, de<br />

voorjaar, het<br />

208


Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

alsmede<br />

erna<br />

ervan<br />

ten eerste<br />

ten slotte<br />

ten tweede<br />

toch<br />

trouwens<br />

209 <strong>Bronnenboek</strong>


6.12 JIJ EN IK<br />

aanlopen (komt)<br />

aanvliegen (rennen/aanvallen)<br />

aanvoelen (tastzin, voelt koud<br />

aan)<br />

aardig<br />

adem, de<br />

ademen<br />

ademhalen<br />

afbreken<br />

afknippen<br />

afpakken<br />

angst, de<br />

apparaat, het<br />

arm (niet rijk)<br />

arm (zielig)<br />

baas spelen (de)<br />

band, de (stof)<br />

batterij, de<br />

bedroefd<br />

beet (vast)<br />

beloven<br />

bemoeien<br />

benieuwd<br />

beschermen<br />

besluiten<br />

beven<br />

beweging<br />

bewonderen<br />

bezorgd<br />

bonzen-bonsde-gebonsd<br />

boor, de<br />

boren<br />

bot, het<br />

brutaal<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Themawoorden<br />

NT2<br />

buigen<br />

buiging<br />

bulderen<br />

cement, het<br />

dapper<br />

de slappe lach<br />

deftig<br />

dol op<br />

doodmoe<br />

droevig<br />

eens (akkoord)<br />

eenzaam<br />

eerlijk<br />

eigenwijs<br />

enig (alleen)<br />

er vandoor gaan<br />

ernstig (serieus)<br />

fantastisch (geweldig)<br />

flink (dapper)<br />

franje, de<br />

gapen<br />

geheim, het (znw)<br />

geheimzinnig<br />

gelijk hebben<br />

geloven (niet zeker weten)<br />

geluk, het<br />

gemeen (slecht)<br />

genieten (plezier)<br />

genoeg hebben van<br />

geweldig<br />

gieren<br />

gillen<br />

glanzen<br />

glimlachen<br />

allemaal<br />

anders<br />

even<br />

groot<br />

hoeveel<br />

omdat<br />

sinds<br />

glippen<br />

gluren<br />

grappig<br />

griezelig<br />

grijnzen<br />

grijpen<br />

halen (roepen)<br />

hamer, de<br />

handig<br />

hart, het<br />

hebberig<br />

het kan me niet(s) schelen<br />

heus<br />

hijgen<br />

hik, de<br />

hoofdschuddend<br />

hopen<br />

huid, de<br />

in de gaten houden<br />

in de war raken<br />

in slaap vallen<br />

in zijn eentje<br />

inkleuren<br />

insmeren<br />

ja knikken<br />

jammeren<br />

janken<br />

jeuken<br />

jezelf<br />

juichen<br />

kaart, de (spel)<br />

kalm<br />

karton, het<br />

keihard<br />

210


kies, de (tand)<br />

klagen<br />

kletteren<br />

kleurboek, het<br />

kleurkrijt, het<br />

kleurpotlood, het<br />

kleven<br />

klodder, de<br />

knip, de (knippen)<br />

knuffelbeest, het<br />

knuffelen<br />

knutselen<br />

kogel, de<br />

koprol, de<br />

korst, de<br />

krabben<br />

krijsen<br />

krom<br />

kruis, het<br />

kruiwagen, de<br />

kubus, de<br />

kussen, het<br />

kwaad<br />

lach, de<br />

lap, de<br />

last, de (hinder)<br />

lastig<br />

lelijk<br />

lenen (van)<br />

leunen<br />

leven<br />

lippenstift, de<br />

lol, de<br />

lucht (zuurstof)<br />

lui<br />

luisteren (gehoorzamen)<br />

maken (repareren)<br />

maken (zorgen dat)<br />

mal<br />

manier<br />

meeloper<br />

meemaken<br />

meespelen<br />

memory<br />

missen<br />

moeite, de<br />

mopperen<br />

motor, de (machine)<br />

nadoen<br />

nee schudden<br />

nieuwsgierig<br />

nijdig<br />

ongelukkig<br />

onrustig<br />

ontmoeten<br />

oorpijn<br />

op zijn gemak<br />

op zijn kop krijgen<br />

oppassen<br />

opplakken<br />

paniek, de<br />

plank, de<br />

plastic, het<br />

plastiek, het<br />

plezier<br />

post<br />

precies (secuur)<br />

pretpark, het<br />

probleem, het<br />

prop, de<br />

recht<br />

ruilen<br />

saai<br />

schamen (zich)<br />

schattig<br />

snuiven<br />

snurken<br />

sputteren<br />

stelen<br />

stem, de (praten)<br />

stevig (fors)<br />

stiekem<br />

stikken (benauwd)<br />

stom (vervelend)<br />

stoppen (ophouden met iets)<br />

storen<br />

stotteren<br />

streng<br />

struikelen<br />

suf<br />

tegenhouden<br />

tegenkomen<br />

tevreden<br />

tikkertje<br />

timmeren<br />

tovenaar, de<br />

traan, de<br />

trekken (gezichten)<br />

treurig<br />

trillen<br />

uitglijden<br />

uitknippen<br />

uitlachen<br />

uitpraten (bijleggen)<br />

uitrusten<br />

van plan zijn<br />

vanzelf<br />

vast (stevig)<br />

vastplakken<br />

vastzitten<br />

vel, het (huid)<br />

vel, het (papier)<br />

verbaasd<br />

verbergen<br />

verbieden<br />

verdienen<br />

verfpot, de<br />

verlangen<br />

verlegen<br />

verliefd<br />

verschrikt<br />

verstoppertje<br />

vertrouwen (ww)<br />

vervelen<br />

verwachten<br />

verwend<br />

verwennen<br />

vlieger<br />

voetstap, de<br />

volgen (achterna)<br />

voor de gek houden<br />

vouw, de<br />

vouwblad, het<br />

vuist, de<br />

wedden<br />

wegwezen<br />

wennen<br />

werken (apparaat)<br />

wild (bvnw)<br />

wimper, de<br />

wippen<br />

wisselen (ruilen)<br />

woedend<br />

woest<br />

wrijven<br />

zacht (kracht)<br />

zenuwachtig<br />

zeuren<br />

zicht, het<br />

zielig<br />

zijn best doen<br />

zijn gang gaan<br />

zijn zin krijgen<br />

zoek (verloren)<br />

zonde (jammer)<br />

zucht<br />

zwaaien<br />

211 <strong>Bronnenboek</strong>


achterover<br />

afscheuren<br />

angstig<br />

expres(met opzet)<br />

flauwekul<br />

flipperkast, de<br />

foppen<br />

geeuwen(gapen)<br />

geweer, het<br />

goochelen<br />

hobbelpaard, het<br />

indoen<br />

indrukken<br />

inhouden (adem)<br />

inslikken<br />

kaart, de (het ticket)<br />

kanon, het<br />

karwei, de/het<br />

ketting, de (keten)<br />

kippenvel<br />

klapperen<br />

klauteren<br />

kleermakerszit, de<br />

klikken<br />

kloppen (slaan)<br />

klosje, het (garen)<br />

kneden (klei)<br />

kunst, de (prestatie)<br />

kwebbelen<br />

licht (straling)<br />

lief vinden<br />

liegen<br />

<strong>Bronnenboek</strong><br />

Uitbreiding<br />

lint, het<br />

met grote ogen<br />

mislukken<br />

mop, de (grap)<br />

nagellak, de/het<br />

nakijken (oog)<br />

natekenen<br />

navel, de<br />

neusdruppels, de<br />

omkijken (over de schouder)<br />

onaardig<br />

ongerust<br />

onvriendelijk<br />

ophalen (schouders)<br />

oprollen<br />

optocht, de<br />

opwinden (zich)<br />

overtekenen<br />

overtrekken-trok overovergetrokken<br />

per ongeluk<br />

pijp, de (buis)<br />

podium, het<br />

postzegel, de<br />

puffen<br />

reep, de (papier)<br />

rijgen<br />

rottig<br />

rukken<br />

schok, de (beweging)<br />

sip<br />

sissen<br />

smeken<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

alle<br />

allebei<br />

allemaal<br />

alles<br />

alsof<br />

alvorens<br />

beide<br />

bij<br />

bijna<br />

blijven<br />

daarentegen<br />

datzelfde<br />

sneeuwballen gooien<br />

snikken<br />

staren<br />

stijgen<br />

stoeien<br />

storten (gooien)<br />

streek<br />

stuiven<br />

toneelspelen<br />

trampoline, de<br />

trippelen<br />

turen<br />

uitroepen<br />

vals (boosaardig)<br />

verbazing<br />

vergrootglas, het<br />

verklappen<br />

verlaten<br />

verschijnen<br />

voorover<br />

voorstellen<br />

vreselijk<br />

vriendelijk<br />

wapperen<br />

waterpistool, het<br />

weglopen<br />

zagen<br />

zakken (ww naar beneden)<br />

zaklopen<br />

zeilboot, de<br />

zeilen<br />

212


6.13 IN HET ZIEKENHUIS<br />

bacterie, de<br />

bloedneus, de<br />

bot, het<br />

brancard, de<br />

bult, de<br />

hechten<br />

jeuk hebben<br />

Themawoorden<br />

ambulance, de<br />

bibberen<br />

bleek zien<br />

duizelig<br />

hoesten<br />

kiespijn<br />

mazelen<br />

rillen<br />

rusten (slapen)<br />

snuiten (neus)<br />

te pakken (ziek)<br />

thermometer, de<br />

thuisblijven<br />

tillen<br />

verband, het (de wond)<br />

waterpokken, de<br />

zweetdruppels, de<br />

Uitbreiding<br />

NT2<br />

koorts, de<br />

laken, het<br />

melktand, de<br />

microscoop, de<br />

sirene, de<br />

snee, de<br />

stethoscoop, de<br />

daaraan<br />

daarin<br />

ernaar<br />

waarin<br />

waarop<br />

waarvoor<br />

verzorgen<br />

washandje, het<br />

watten<br />

zalf, de<br />

zeep, de<br />

213 <strong>Bronnenboek</strong>


<strong>Bronnenboek</strong><br />

alsof<br />

beginnen<br />

behalve<br />

betreffende<br />

erom<br />

ertegen<br />

Taal-denkwoorden/ functiewoorden<br />

214

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!