Kroniek 2009 - Lijnen door de Tijd

lijnendoordetijd.nl

Kroniek 2009 - Lijnen door de Tijd

6

Moeder Nelie met Els

Nelie Haakma-Nieuweboer vertelt

Als vierde kind ben ik geboren op 11 oktober 1923 in een gezin met vijf kinderen. Ik had twee oudere

broers en twee zusjes. Mijn vader en moeder hadden een bouwersspulletje in Abbekerk. We hadden het

niet breed, maar dat was gewoon in die tijd, want niemand had het breed. Mijn opoe van vaders kant was

hullenplooister, ze verdiende één cent per hul. Opa Trappel was bakker aan de Waterkant in Opmeer. Als

het heel koud was, werden de wiegjes met de kinderen in de bakkerij gezet. Daar was het lekker warm.

Door het dichtvriezen van het water was er geen aanvoer van brandstof en dokter Van Balen Blanken had

bedacht dat de baby’s in de bakkerij beter op temperatuur konden blijven. Mijn eigen vader en moeder

gingen naar een soort oecumenische school, dit was toen gebruikelijk. Later kwam er een splitsing tussen

openbaar onderwijs en andersdenkenden.

Thuishaalder

Mijn overgrootvader Nieuweboer was een ‘thuishaalder’, dat wil zeggen: een wees en uitbesteed. Hij had

vast toch wel wat geld en kon met gebruikt hout een stolp neerzetten. In de bedstee zag je dan verschillende

soorten en kleuren hout, dat was in Abbekerk waar wij later woonden. Toen ik vijf jaar was zijn we

met ons gezin naar de Gouwe verhuisd. De stolp hier was wat groter en werd gehuurd van de ooms van

mijn moeder, de fam. Slijksteeg. Hier heb ik tot mijn veertiende jaar gewoond. Zoals gebruikelijk hielp

iedereen mee in het bedrijf, in de tuin, op het land en in de stal. Ook ik heb melken geleerd.

Ik ging naar de lagere school in Hoogwoud. In mijn jeugdjaren ben ik erg ziek geweest en toen ik tien jaar

was zei mijn moeder dat ik naar de Villa in Hoorn moest. Ik wist niet wat er ging gebeuren, maar ik moest

een zware buikoperatie ondergaan. Na die operatie moest ik van de dokter lopend naar school. En als er

geen school was dan moest ik de schapen op het land tellen. Ik was een magere skriebel en moest daarom

naar vakantiekolonie Kerdijk in Egmond. Na die tijd mocht ik niet meer in de bedstee op de koegang slapen,

maar moest ik in een ledikant. Het was te vochtig in de koestal en niet goed voor mijn gezondheid.

Dienstje

Na de lagere school kreeg ik een dienstje (baan) op een boerderij. Het was geen prettige werksfeer. De

boer had naast de boerderij nog een werkmanshuis, daar was het wat schoner.

Ik moest dan emmers water halen op klompen. Dat was zwaar. Koud en nat werk. Ik schrobde daar ook

muren en deed de was. Na enige tijd ontdekte ik dat ik dit werk eigenlijk niet meer wilde doen.

More magazines by this user
Similar magazines