hier - girugten

girugten.nl

hier - girugten

faculteit

ruimtelijke

wetenschappen

contactadres

postbus 800

9700 AV Groningen

e-mail

info@girugten.nl

faculteitsblad

ruimtelijke

wetenschappen

w w w . g i r u g t e n . n l

girugten

Digitale wereld

girugten

01

jaargang 44


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

redactie

colofon

Eindredactie

Thijs Fikken (hoofdredacteur)

Sanne Feenstra (vormgeving)

Redactie

Eva Bouw

Robin Groenewold

Jordy Janssen

Wymer Praamstra

Jorn van der Scheer

Martinus Spoelstra

Steven Wester

Wietske Wilts

Saskia Zwiers

Druk

Drukkerij Veenstra, Groningen

Oplage

900 stuks

E-mail

info@girugten.nl

Contactadres

Postbus 800

9700 AV Groningen

Girugten is het onafhankelijk

faculteitsblad van de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen,

Rijksuniversiteit Groningen.

Girugten functioneert als een

zelfstandige redactie onder

faculteitsvereniging Ibn Battuta.

De eindredactie behoudt zich het

recht voor zonder opgaaf van redenen

artikelen in te korten, dan wel te

weigeren.

redactioneel

Beste lezer,

Het collegejaar is al weer een tijdje onderweg. De eerste tentamenuitslagen zijn (hopelijk)

binnen en nu ligt ook de nieuwste Girugten bij je op de mat! In dit nummer kun je van alles

lezen over de Digitale Wereld, die steeds belangrijker wordt binnen ons vakgebied.

In de thema-artikelen in dit nummer komen verschillende onderwerpen naar voren.

Onderwerpen die allemaal aankaarten hoe de geografie een nieuwe dimensie heeft

gekregen. Een digitale dimensie. Zo wordt de rol van sociale media bij revoluties uitgelicht

en kijken we uitgebreid naar de digitale controle op dijken. En hoe zit het met Google

Street View? Wie verzamelt al die Geodata toch? Daarnaast kan een interview met GISexpert

Marien de Bakker natuurlijk niet ontbreken. Deze Girugten is goed gevuld met

studiegerelateerde onderwerpen. Zo vertellen een aantal Honours College-studenten over

de toekomst van ons vakgebied, en wordt op de Forum-pagina de relevantie van het vak

Fysische Geografie besproken.

Girugten bevindt zich in zwaar weer. Door de crisis moet er ook bij Girugten bezuinigd

worden en dat vind je in het blad terug. Zo verschijnt Raad De Plaat helaas niet meer in

kleur. Ook de redactie heeft wat veranderingen ondergaan. Mark Veenstra is afgestudeerd

en heeft de redactie verlaten. Gelukkig heeft Steven Wester de plek van Mark ingenomen.

Met zijn allen gaan we ervoor zorgen dat Girugten niet uit je brievenbus verdwijnt!

Veel leesplezier,

Thijs Fikken

Hoofdredacteur

girugten

01 / november 2012

digitale wereld

inhoud

Inhoud

4.

6.

8.

9.

10.

12.

13.

6.

Google vs. China

Wymer Praamstra

De digitale revolutie

Thijs Fikken

Thuisafgehaald.nl

Wietske Wilts

Verbeter je buurt via een app

Saskia Zwiers

Google Street View: de ins en outs

Steven Wester & Jordy Janssen

De Digidijk

Martinus Spoelstra

Godgames

Jorn van der Scheer

18.

10.

14.

16.

18.

19.

20.

21.

22.

Zoektocht naar ruimtelijke perspectieven

Rozanne Spijkerboer, Ries Knigge, Patrik

Nowak & Frank Brander

Op de bank van... Marien de Bakker

Eva Bouw

Bouwput - Oostwand Grote Markt krijgt

nieuw gezicht

Saskia Zwiers

Geografen aan het werk - strijd om de

ligruimte

Gerard Nijensteen

Ibn Battuta

Pro Geo & Forum

16.

9.


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

Google vs. China

wymer praamstra

westerse openheid tegenover oosterse geslotenheid

4.

.

Voor ons studenten is toegang tot Google

en alle websites die we maar kunnen

bedenken al lang gewoon. In China is dit

wel anders. Jullie hebben vast wel gehoord

van de Great Firewall of China. Deze door

de overheid gecreeërde online-muur zorgt

ervoor dat zoektermen als bijvoorbeeld

‘Tiananmenprotest’, het grootste protest van

burgers tegen de Chinese communistische

overheid ooit, geblokt worden. Ook websites

als Facebook, YouTube en Twitter zijn niet

toegankelijk in China. Op de studieresultaten

van Chinese studenten zal dit waarschijnlijk

een positief effect hebben, maar naar onze

westerse maatstaven zijn er veel vragen te

stellen bij deze vorm van censuur. Google

China werd in 2005 opgericht, maar besloot

in 2010 weg te trekken uit de Aziatische

grootmacht, omdat het niet langer mee wilde

doen aan het achterhouden van informatie

voor hun gebruikers.

De Great Firewall of China

Hoewel de naam erg grappig is, zijn de

consequenties van deze firewall niet echt

om te lachen. Geheel volgens het motto van

Deng Xiaoping, een van de leiders van de

transformatie van China tot een economisch

grootmacht, is de bevolking van China beter

af als sommige dingen voor hen verborgen

worden gehouden. ‘Als je het raam openzet

voor frisse lucht, kun je verwachten dat

een paar muggen binnen komen’, vatte hij

de visie van de Chinese overheid over de

vrijheid van het volk samen.

Niemand weet precies hoeveel mensen

werken aan de Chinese internetcensuur.

Wie heeft de software gemaakt, wie zorgt

voor het onderhoud en werkt de verboden

thema’s bij? Per dag kan het verschillen

wat de Chinese burgers wel of niet kunnen

vinden op het internet. Van search engines

als Google en Baidu, de belangrijkste speler

op de Chinese markt, wordt verwacht dat

ze ook zelf onderhouden en programmeren

welke zoekresultaten geblokt dienen te

worden voor ‘de veiligheid van het land’. Als

iemand in China op Baidu nu bijvoorbeeld

Plein van de Hemelse Vrede intypt, krijgt

diegene niks te zien of te lezen over de grote

protesten die daar hebben plaatsgevonden,

maar wel gewoon informatie over andere

evenementen en enkele historische feiten.

Google heeft er in 2010 voor gekozen

om niet langer mee te werken aan deze

internetcensuur. Door te kiezen voor

een herlocatie naar Hong Kong, waar

door de semi-onafhankelijke status

van dit gebied geen wetten over vrije

informatievoorziening gelden. De druppel

was een cyberattack die vermoedelijk

door de Chinese overheid was gepland en

uitgevoerd. Hierbij werden gegevens van

Google-gebruikers (Google+ en Gmail valt

hier ook onder) ‘gestolen’. Google had al

langer moeite met de vormen van censuur

die zij verplicht moesten toepassen en

besloot na deze aanvallen om te kiezen voor

herlocatie. Grappig detail: het vertrek van

Google uit China en de redenen daarvoor

zijn ook weer gecensureerd door de

overheid.

Waarom al die censuur?

Voor ons westerlingen roept de censuur

door de Chinese overheid veel onbegrip

en vragen op. Voor ons is vrijheid offline én

online een gewoon goed geworden. Maar

kijken we niet teveel door een gekleurde

bril naar de internetpolitiek in China? Feit is

dat de vele regels en het bannen van sites

als Facebook, Twitter en YouTube ervoor

zorgt dat de vele Chinese internetbedrijven

een kans krijgen op de markt. Twitter mag

dan geblokkeerd zijn, er zijn voldoende

andere microblogs te bereiken, waar

binnen de grenzen van het acceptabele

gepost kan worden door gebruikers. De

eigen economie wordt dus gestimuleerd

door het buitensluiten van voornamelijk

Amerikaanse grootmachten.

Anderzijds is het de vraag wat de bevolking

wil. In een aflevering van Tegenlicht

over dit onderwerp gaven veel van de

geïnterviewden aan de internetcensuur

niet eens heel slecht te vinden. Het belang

van rust en stabiliteit in hun land werd

als belangrijkste reden aangevoerd. Dat

belangrijke informatie over de geschiedenis

van China en dus de eigen identiteit niet

bereikbaar is, word ondergeschikt gevonden

aan de voordelen. Maar als je kijkt naar de

functies van geïnterviewden, voornamelijk

professoren op mediagebied en werknemers

van grote Chinese internetbedrijven, is hun

mening waarschijnlijk niet representatief

voor alle Chinezen.

Zoals Thijs in zijn artikel over De Digitale

Revolutie (pagina 6 & 7) ook aangeeft heeft

de sociale media een catalyserende invloed

gehad op de ontwikkeling van de Arabische

Lente. Veel Chinezen hebben slechte

herinneringen aan eerdere opstanden en

met de stijgende economische lijn van

China in het achterhoofd zijn ze tevreden

met hun huidige situatie. Revolutie zorgt,

indien het al slaagt, ongetwijfeld in een

land met een dusdanig sterke overheid

als China ongetwijfeld voor veel doden en

een achteruitgang van de economie. Liever

gaan veel van de geïnterviewde Chinezen

met subtiele veranderingen vooruit naar

een eerlijker China. Het opengooien van

alle informatiekanalen kan een schokgolf

teweegbrengen waar niemand, laten we

eerlijk zijn, ook wij als westerlingen, niet op

zitten te wachten. g

/// meer weten? http://www.greatfirewallofchina.org

5.


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

De digitale revolutie

De rol van sociale media binnen de politiek

groeit met het jaar. De overheid speurt

elke dag de sociale media af om slechte

berichtgeving te kunnen beantwoorden. Als

politicus hoor je er zonder Twitter-account

eigenlijk niet meer bij. Ook fascistische

regimes zijn bang voor sociale media.

Politieke veranderingen lijken immers steeds

vaker gepaard te gaan met een zogenaamde

‘Facebook-revolutie’. Maken sociale media

de stap naar een revolutie daadwerkelijk

makkelijker? Werkt berichtgeving via het

internet niet juist als woedetherapie voor

de massa? Of werken sociale media als een

katalysator voor revoluties? In dit artikel een

verkenning.

De Arabische lente. Als we het over

‘Facebook-revoluties’ hebben is dit

misschien wel het meest prangende

voorbeeld. Regimes van twintig, dertig en

soms wel veertig jaar oud zijn in een korte

periode uit elkaar gespat als een zeepbel,

met enorme politieke veranderingen als

gevolg. Volgens de berichtgeving in de

traditionele media was de rol van sociale

media van onmisbare waarde voor de

oppositie. Zo werd de eerste massale

demonstratie in Egypte georganiseerd via

Facebook. Ook heeft de verspreiding van

nieuws over de protesten via internet geleid

tot protesten in omringende landen tegen

andere regimes. De revolutie verspreidde

zich mede dankzij sociale media als een

olievlek door de Arabische wereld.

Slacktivism?!

Maar wat is de rol van sociale media bij

politieke verandering nou eigenlijk? Toen er

nog geen internet was vielen regimes ook

regelmatig door grootschalige revoluties.

Denk aan de val van de Sjah in Iran in 1979,

of het afbrokkelen van het IJzeren Gordijn

eind jaren tachtig. Malcolm Gladwell,

journalist en auteur bij de ‘New Yorker’, is

een van de bekendste sceptici op dit gebied.

Hij stelt dat het gebruik van sociale media

misschien wel een remmend effect heeft

op de ontwikkeling van een eventuele

revolutie. De mogelijkheid om je mening

op het internet te plaatsen zou leiden tot

activisme met weinig risico’s, een beweging

die hij omdoopt tot ‘slacktivism’. Een status

Thijs Fikken

hoe sociale media politieke verandering beïnvloeden

Malcolm Gladwell

‘liken’ is immers makkelijker dan de was

doen. Volgens Gladwell heeft activisme

pas echt nut als het met levensbedreigende

risico’s gepaard gaat: de opstand tegen

het Apartheidsregime in Zuid-Afrika, of de

strijd voor homorechten in San Francisco in

de jaren zeventig. Met het plaatsen van je

mening op het internet ontwijk je volgens

Gladwell de echte confrontatie. Het uitten

van je mening werkt in die situatie als

woedetherapie voor de massa, waardoor de

menigte juist beter beïnvloedbaar is door de

lokale autoriteiten.

Ook Evgeny Morozov, onderzoeker aan

Stanford University, bediscussieert de

rol van sociale media binnen de golf van

revoluties. De openheid van de media is

volgens Morozov zowel de kracht als de

achilleshiel. Naast revolutionairen kan ook

de overheid bij de informatie. Op die manier

kan de overheid zich voorbereiden en

eventueel inspelen op de berichten om een

Clay Shirky

6.

opstand te voorkomen. Misschien heeft

de menigte het zelfs zo druk met kletsen

óver het regime dat er geen tijd is om

daadwerkelijk wat te doen tégen het regime.

Slacktivism!?

Beschikbaarheid van informatie als troef

Als we het bovenstaande samenvatten komen

we snel tot een conclusie: sociale media

vertraagt het ontstaan van een revolutie.

Helaas is het zo simpel niet. We vergeten

hier namelijk een belangrijke eigenschap

van sociale media: het beschikbaar stellen

van informatie. In onderdrukte regimes is de

persvrijheid vaak beperkt. Dit zorgt ervoor

dat wreedheden lang verborgen blijven

voor de buitenwereld. Met de komst van

het internet en sociale media kan iedereen

informatie online zetten en bewerken.

Iedereen, dus ook het volk zelf. Door deze

wijde beschikbaarheid van informatie kan

iedereen over de hele wereld zien hoe het

er aan toe gaat in het desbetreffende land.

Leden van de eigen bevolking, maar ook

staatshoofden van andere staten.

Dit laatste is een bepalende factor

bij de ‘Facebook-revolutie’. Door de

beschikbaarheid van informatie kunnen

andere landen oordelen over de

gebeurtenissen. Met dat oordeel komt

vaak internationale druk aan de hand van

sancties, handelsverboden en in extreme

gevallen zelfs militaire bemoeienis. Deze

internationale druk was erg duidelijk

aanwezig bij de val van het regime van

Khadaffi in 2011. Bij dit extreme geval werd

het regime door aanvallen van de NAVO

omvergeworpen. Zonder deze internationale

inbreng had het veel langer geduurd voordat

Khadaffi van de troon was gestoten.

Massa-tegen-massa

Naast de voorziening in informatie is ook

de functie van discussieplatform een

belangrijke rol van de sociale media. Alleen

die informatie zegt immers niets. Een

gefundeerde mening over het probleem is

vele malen belangrijker. Nu denk je natuurlijk

meteen terug aan de term van Gladwell:

‘slacktivism’. Praten, maar niet protesteren.

Clay Shirky, hoogleraar media aan de

Universiteit van New York, denkt daar heel

anders over. Hij is van mening dat de sociale

media als conversatieplatform dient, waarbij

naast oppervlakkige uitspraken ook goede

discussies gevoerd worden. Het unieke aan

de sociale media is dat het deze discussies

omvormt van één-op-één gesprekken naar

massa-tegen-massa gesprekken. Hierdoor

raken enorme groepen mensen betrokken.

Sociale media als katalysator

Het is erg moeilijk te zeggen wat nou

daadwerkelijk de rol van sociale media

bij politieke verandering is. Er zijn

weinig voorbeelden beschikbaar. Bij de

voorbeelden die we wel hebben verschilt de

rol van sociale media enorm. In mijn optiek

kun je de rol van sociale media het beste

beschrijven als die van een katalysator.

Het versnelt het proces. En dit versnellen

is eigenlijk iets wat we in alle nieuwe

ontwikkelingen op de aarde zien.

Als we alles samenvoegen blijkt dat de

openheid van informatie en de functie

als discussieplatform bepalend zijn voor

onze katalysator. De belangstelling neemt

hierdoor exponentieel toe, niet alleen bij de

bevolking, maar ook bij de buitenwereld.

Dit laatste is cruciaal. Zonder de invloed

van andere staten is het voor het volk een

stuk lastiger om een dictator om te werpen.

Dit is de kern van de rol van sociale media

bij revoluties. Of dit goed is? Wie zal het

zeggen. g

7.


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

Je kent het vast wel. Dat je na een dag

hard studeren het liefst thuis wil komen

en dat er dan een heerlijke maaltijd op je

staat te wachten… Of dat je na een brakke

dag geen zin hebt om te koken en toch iets

fatsoenlijks wil eten… Het liefst een beetje

gezond en goedkoop. Nu is er een oplossing:

Thuisafgehaald.nl! Via deze website kun je

voor een paar euro een gezonde maaltijd bij

jou in de buurt ophalen.

Thuisafgehaald.nl biedt fanatieke koks

de ruimte om hun kookkunsten met

buurtgenoten te delen en ‘luie’ afhalers de

gelegenheid om goedkoop een gezonde

maaltijd op te halen. De website, die begin

dit jaar werd gelanceerd, is een groot

succes. Al ruim 2400 koks en bijna 17000

afhalers maakten een profiel aan. In de grote

steden werkt Thuisafgehaald.nl het beste.

Waar veel mensen dichtbij elkaar wonen,

is de kans het grootste dat er een paar

enthousiaste ‘thuiskoks’ tussen zitten. En

voor deze thuiskoks is er dan ook een groot

afhaalpubliek beschikbaar. Zo zijn er dankzij

Thuisafgehaald.nl in Utrecht en Amsterdam

thuiskoks die bijna elke dag een maaltijd aan

hun buurtgenoten aanbieden en afhalers die

elke dag elders in hun buurt terecht kunnen

voor een verse maaltijd.

Wietske Wilts

Thuisafgehaald.nl

gezonde en goedkope maaltijden bij jou in de buurt!

In Groningen heeft het even geduurd voordat

het concept goed van de grond kwam.

Getipt door een vriendin heb ik afgelopen

voorjaar gelijk een Thuisafgehaald.nl-profiel

aangemaakt. Het aantal koks in de stad was

toen nog op één hand de tellen. Met enige

regelmaat bied ik een maaltijd aan. Afhalers

die mij ‘volgen’ via de site, krijgen dan een

bericht dat er bij mij een maaltijd af te halen

is. Ze reserveren een portie, zodat ik weet

voor hoeveel mensen ik ga koken. Ik ga naar

de markt voor de boodschappen en duik dan

mijn keuken in. Eén voor één druppelen de

afhalers binnen met een bakje. In het begin

moest ik even wennen aan vreemde mensen

in mijn keuken (zeker ook omdat mijn keuken

piepklein is). Nu voelt dat heel gewoon.

Doordat koks en afhalers direct met elkaar

afrekenen, blijven de kosten laag. Voor

drie of vier euro haal je dus een volledige

maaltijd af. Na afloop kunnen de afhalers via

de website een bedankje achterlaten voor

de kok.

Omgekeerd heb ik ook al diverse malen eten

bij buurtgenoten afgehaald. Tegenwoordig

gaat dat heel makkelijk, omdat er bijna elke

dag wel een maaltijd aangeboden wordt in

Groningen. In de loop van de dag (het tijdstip

kun je zelf instellen op de site) krijg ik een

mailtje met welke maaltijden er vandaag en

8.

morgen in mijn buurt (en van de koks die ik

‘volg’) worden aangeboden. Kortgeleden

is er ook een app voor ontwikkeld. Laatst

was ik bij een thuiskok in mijn buurt. Haar

zelfgemaakte naanbrood was nog niet

helemaal klaar, dus bood de kok de afhalers

een wijntje aan tijdens het wachten. Door

Thuisafgehaald.nl zat ik dus zomaar aan

de wijn in de keuken van een ‘vreemde’.

Overigens wel samen met een afhaler die ik

al ‘kende’, omdat hij eerder een maaltijd bij

mij had afgehaald.

Zo’n concept als Thuisafgehaald.nl bevestigt

maar weer dat digitale communicatie mensen

niet uiteendrijft, maar juist samenbrengt.

Het succes van Thuisafgehaald.nl laat zien

dat mensen bij het koken en eten ook aan

elkaar denken en hun maaltijden delen.

Bovendien kan het je zomaar gebeuren dat

je je buren beter leert kennen, omdat je via

de website eten bij hen kunt afhalen. Zonder

digitale communicatie en Thuisafgehaald.nl

was dit niet op deze laagdrempelige manier

mogelijk geweest.

Ga dus snel naar Thuisafgehaald.nl en maak

een profiel aan. Voor je het weet haal je met

gemak de heerlijkste maaltijden in huis of

kun je je buurtgenoten blij maken met jouw

heerlijke gerechten. Eet smakelijk! g

girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

Saskia Zwiers

Verbeter je buurt via een app

Gemeenten beschikken al jaren over

loketten waar burgers melding kunnen

maken van defecte lantaarnpalen of verzakte

stoeptegels. De overheid speelt momenteel

goed in op nieuwe communicatiemiddelen

en wint met ‘digitale meldingen’-applicaties

steeds meer terrein bij 3G-beminnend

Nederland. Naast de landelijke ‘BuitenBeter’

-applicatie heeft elke zelf respecterende

gemeente een meldingsapplicatie. Hoe

werken deze mobiele applicaties en wat

hebben wij er aan?

Dat de komst van smartphones onze

communicatiestijlen drastisch veranderd

heeft moge duidelijk zijn. Dat ook de

overheid zo goed weet te profiteren

van die ontwikkeling is bijzonder. De

overheid heeft vaak moeite om contact te

onderhouden met jonge burgers, omdat de

communicatie als afstandelijk, formeel en

stroef ervaren wordt. Het vooroordeel dat

bij een gemeente alles traag verloopt, kan

overboord gegooid worden dankzij de komst

van de nieuwe manier van communiceren:

de meldingsapplicatie.

Met de meldingsapplicatie BuitenBeter kan

iedereen met een smartphone op iedere

plek in Nederland een gebrek in de openbare

ruimte doorgeven. Via een GPS-signaal kan

de applicatie (app) exact bepalen waar de

melder zich bevindt en daarmee de locatie

van melding gemakkelijk koppelen aan de

daarbij behorende gemeente. De melder

hoeft dan enkel nog een foto te maken

van het voorval en een korte toelichting

te geven, waarna de klacht met één druk

op de knop wordt verstuurd. De gemeente

ontvangt de melding en registreert deze bij

de werkbonnen.

Het doorgeven van een dergelijke melding

kan eventueel anoniem en op ieder

moment van de dag. Een voordeel voor de

gebruiker is dat hij/zij niet afhankelijk is

van de openingstijden van het telefonisch

loket. Het gebruiken van een dergelijke

app is erg laagdrempelig en vooral voor de

jongere doelgroepen eenvoudig in gebruik.

Bovendien hoeft de burger niet te bedenken

welke gemeente verantwoordelijk is voor

deze klacht en als een ware spoorzoeker

contact te zoeken met het juiste loket.

Ook voor loketmedewerkers biedt de app

een uitkomst, omdat via GPS de locatie

direct duidelijk is. Een telefoongesprek als

dit wordt zeldzaam: “Ja met Hendriks, er

zit een gat in de stoep. - Dat is vervelend

meneer, om deze melding in behandeling

te kunnen nemen zou ik graag de locatie

noteren. – Nou, het gat zit precies voor mijn

huis. - Waar woont u meneer Hendriks? - Ik

woon in Groningen. - Waar in Groningen

precies? - In Beijum. – Meneer, wat is uw

adres?”

Een nadeel van de BuitenBeter-app is echter

dat de nuance of noodzakelijke details

soms ontbreken. De melder kan óf een

foto toevoegen óf een toelichting typen.

Een wazige foto, slechte omschrijving of

een anonieme melding kan juist van de

loketmedewerkers spoorzoekers maken.

Daarnaast is de BuitenBeter-app een

landelijke app, waar alle gemeenten via

een algemeen e-mailadres op aangesloten

zitten, waardoor het een tijdje duurt voor de

melding het juiste loket bereikt.

9.

Gemeenten hebben liever rechtstreeks

contact met hun bewoners, omdat dit

sneller is en er gedetailleerder gewerkt

kan worden. Het laatste jaar hebben veel

gemeenten dan ook een broertje ontwikkeld

van BuitenBeter, waarbij alleen meldingen

binnen die gemeente doorgegeven kunnen

worden. Zo ontwikkelde de gemeente

Amsterdam de app ‘Opgeruimd’ en maakt

Groningen gebruik van ‘MeldStad’. Een

voordeel van deze lokale apps is dat je

openstaande meldingen in die straat of

buurt direct kunt zien. Daarop is te zien of

iemand anders dat zwerfafval al gemeld had

en wat de status van deze melding is.

Bovendien is het zo dat een landelijke app

erg abstract is en uitgaat van het idee dat

Nederlanders zich betrokken voelen bij

de kwaliteit van de openbare ruimtes in

het hele land. Veel meldingen komen van

directe omwonenden of wanneer men er

zelf expliciet hinder van ondervindt in

het dagelijks leven. Tijdens een éénmalig

uitstapje naar Utrecht zal een smartphonegebruiker

niet gauw een digitale melding

maken van defecte straatverlichting daar.

Lokale meldingsapplicaties voorzien

beter in de behoefte om de eigen buurt te

verbeteren en een steentje bij te dragen aan

de kwaliteit van de openbare ruimtes. Gezien

het nog altijd groeiende aantal smartphonetoepassingen,

gaat deze gemeentedienst

2.0 een succesvolle toekomst tegemoet. g

/// Meer weten? http://gemeente.groningen.

nl/woonomgeving/meldstad/ of scan de

code.


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

Als je aan het thema digitalisering denkt en

je wilt dit in relatie brengen met geografie,

dan kom je al snel bij Google Maps terecht.

Google Maps is de meest gebruikte online

kaart ter wereld. Sinds 2007 bestaat in Google

Maps de functie Street View, waarmee je nog

verder kan inzoomen op de aarde en virtueel

kan rondlopen over onze planeet. Het begon

op een kleinschalig niveau in de Verenigde

Staten, vijf jaar later zijn grote delen van de

wereld zichtbaar gemaakt in Street View. Het

kan natuurlijk erg leuk zijn om de wereld op

deze manier te ontdekken, maar toch is niet

iedereen zo blij met de functie Google Street

View. Sommige mensen zijn van mening

dat het de privacy van mensen aantast, en

keuren Street View daarom af.

Street View-auto’s

Om gegevens te kunnen weergeven moet

je natuurlijk altijd eerst data verzamelen.

Als de data niet al beschikbaar is moet

je deze zelf gaan verzamelen. Dit is wat

Google ook gedaan heeft. Omdat er geen

goede en volledige data beschikbaar is om

de wereld vanaf straatniveau te bekijken

is men zelf op pad gegaan om deze data te

verzamelen. Google Street View werd in het

begin gestart als een experimenteel project,

Steven Wester

&

Jordy Janssen

Google Street View: de ins en outs

waarbij met computers in de kofferbak en

camera’s, lasers en GPS-apparaten op het

dak de eerste beelden verzameld werden.

Deze auto’s reden voor het eerst rond in

2007 door een aantal grote steden in de

Verenigde Staten. Deze auto’s maakten

snel plaats voor busjes en vervolgens

werd een heel wagenpark gebruikt om

beelden te verzamelen. Dit scheelde een

hoop, want nu kon men met één computer

per auto rondrijden. Ook werd in korte tijd

de kwaliteit van de camera’s verbeterd.

Deze camera’s konden nu foto’s in 360

graden maken. Ook was er 3D-apparatuur

aanwezig waarmee afstanden realistischer

weergegeven konden worden.

Koers bepalen

Naast dat de apparatuur natuurlijk erg

belangrijk is om mooie beelden op te

vangen, moet er ook rekening gehouden

worden met fysisch-geografische factoren.

Het weer heeft een grote invloed op de

planning. Als het regent of sneeuwt kunnen

straten en gebouwen minder makkelijk

vastgelegd worden. Naast het weer is de

stand van de zon ook belangrijk. Als de zon

niet hoog genoeg staat, staan gebouwen in

de schaduw. Het doel van Google is om alle

10.

plaatsen zo mooi mogelijk weer te geven

op Google Street View, en in de zon kan dat

beter dan in de schaduw.

Verder moet er ook rekening gehouden

worden met de seizoenen. Geprobeerd

wordt om alle plaatsen in goede

weersomstandigheden op de foto te zetten.

Als je bijvoorbeeld naar Europa kijkt, begint

Google in het voorjaar met rondrijden

door Spanje en Italië, om vervolgens in de

zomer naar het noorden te rijden richting

Scandinavië. Als het weer herfst begint te

worden, rijden ze weer richting het zuiden.

Bij de start van het in kaart brengen van

de wereld, is Google begonnen met het

fotograferen van de stedelijke gebieden,

omdat hier de meeste mensen wonen en

omdat stedelijke gebieden optisch gezien

aantrekkelijker zijn. Het is logisch dat

mensen op Street View eerder rondkijken in

New York dan in Siberië. Toen een groot deel

van de stedelijke gebieden in kaart gebracht

was, werd begonnen met het fotograferen

van de landelijke gebieden.

Data-analyse

Nadat de Google-auto’s de foto’s genomen

hebben, moet hier mee aan de slag gegaan

worden. Men moet precies weten welke foto

waar gemaakt is. Hier gebruiken ze GPSapparaten

voor en sensoren die de snelheid

en richting van de auto meten.

Om vervolgens een mooi doorlopend

panorama van 360 graden te maken,

worden verschillende foto’s over elkaar

heen geplakt. De overgangen worden zo

onzichtbaar mogelijk gemaakt. Om het

ook mogelijk te maken om door de straten

heen te lopen, zitten er drie lasers op de

auto’s. Deze kaatsen terug op gebouwen en

andere objecten in de omgeving, waardoor

het mogelijk is een 3D-model te maken.

Dit systeem is vergelijkbaar met de manier

waarop vleermuizen hun weg vinden in het

donker, maar dan niet met geluid, maar met

licht. Als uiteindelijk alle beelden mooi aan

elkaar gekoppeld zijn, kun je over de straten

gaan rondlopen. Hiervoor gebruik je het

bekende poppetje dat je ziet op Google

Maps, genaamd ‘Pegman’.

De beelden die op deze manier worden

verzameld voor Google Street View, worden

ook gebruikt voor Google Earth.

Off-Road Backpack

Google’s nieuwste Street View project vindt

niet langer plaats op de weg, maar Google

gaat off-road. Het bedrijf heeft een backpack

ontworpen waarmee ook de wildernis

aangedaan kan worden, genaamd de Street

View Trekker. Ze worden gebruikt in grote

steden om fiets- en voetpaden in beeld te

brengen. Ook buiten de grote steden kan de

‘backpack’ goed gebruikt worden. Zo zijn er

plannen om binnenkort de Grand Canyon

in kaart te brengen. Bij een lezing van Ed

Parsons in het Belgische Leuven tijdens het

Annual Congress van EGEA, zei hij dat Google

nog op zoek is naar avonturiers om te helpen

bij dit project. Er wordt namelijk nog gezocht

naar mensen die met een backpack om mee

willen helpen de wereld te ontdekken.

Privacy

Het feit dat Google de hele wereld afgaat

om foto’s te maken is op zich mooi, zolang

het maar niet ten koste gaat van de privacy

vinden veel mensen. In de tijd dat Google

Street View nog niet zo lang bestond hield

Google minder rekening met de veiligheid

dan het tegenwoordig doet. Zo was het tot

een paar jaar geleden niet zo gemakkelijk

om een klacht tegen Google in te dienen,

als je een foto verwijderd wilde hebben.

Zo waren foto’s te zien van mannen die een

stripclub verlieten, en vrouwen die kinderen

sloegen. Er stond ook een foto op van een

overval die plaatsvond hier in Groningen. De

daders hiervan zijn vervolgens opgepakt. Dit

is dan weer de andere kant van het verhaal.

De laatste jaren heeft Google strengere

maatregelen getroffen betreffende de

privacy. Tegenwoordig kunnen problemen of

klachten makkelijk en snel gemeld worden,

simpelweg door de knop ‘meldt probleem’

aan te klikken. Ook worden gezichten van

mensen en nummerborden onherkenbaar

gemaakt. Gebruikers kunnen zelfs aanvragen

hun huis en omgeving niet te laten zien.

Duitsland

Toch vindt nog lang niet iedereen dat

de privacy van mensen hiermee genoeg

gewaarborgd is. Er zijn verscheidene

rechtzaken aangespannen tegen Google,

met wisselend resultaat. In Duitsland

protesteerde de bevolking massaal tegen

Google Street View. De rechter in Duitsland

heeft besloten dat de beelden legaal waren,

maar toch is Google gestopt met het verder

updaten van Duitsland. Zoals ook te zien is

op het kaartje hiernaast. Er zijn alleen van

de grote steden in Duitsland beelden te zien.

De privacykwestie in Duitsland liep hoog

op. Er zijn bijna 250.000 klachten geweest

van huishoudens tegen Google Street View.

Zelfs ministers gingen zich ermee bemoeien.

Zo vonden ministers dat de beelden pas vrij

mochten worden gegeven als elke klacht

ertegen was afgehandeld. De regering werd

verweten dat men eerder maatregelen

had moeten nemen tegen Google om

11.

deze situatie te voorkomen. Waar Google

inmiddels dus is gestopt met het maken

van Street View beelden in Duitsland, is

Microsoft juist net begonnen. Dat bedrijf

gebruikt de beelden voor haar Bing Maps.

Wordt vervolgd..

In Nederland zijn minder klachten geweest

tegenover Street View dan in Duitsland,

sterker nog, Nederland was het eerste land

dat nagenoeg volledig beschikbaar was in

Google Street View. Ook bestaat er een site,

streetviewnederland.nl, waarop mensen

opvallende foto’s plaatsen. Zo bestaan

hier categorieën als mooie meiden, en

bekende Nederlanders. Het lijkt er dus op

dat Nederland een stuk minder moeite heeft

met de privacyrechten dan Duitsland. g

/// Meer weten? www.streetviewnederland.

nl, www.google.com/streetview

g


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

raad de plaat

Raad de Plaat

12.

Van welke pc-games zijn deze screenshots?

Weet jij welke spellen de Girugtenredactie de afgelopen

weken heeft gespeeld?

Stuur je antwoord naar info@girugten.nl en maak kans

op een prachtige prijs!

Oplossing vorige keer: Bass Rock (Schotland)

Winnaar: Leon Lukkien

g

Extra: In de bovenbalk van dit nummer vind je op iedere

pagina een logo van een spel, een programma of iets

anders digitaals. Probeer ze allemaal te raden en maak

kans op een mooie prijs!

13.


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

martinus spoelstra

De Digidijk

hoe satellieten en sensoren onze dijken bewaken

Sinds mensenheugenis worden de dijken

in Nederland in de gaten gehouden door

Rijkswaterstaat en de waterschappen.

Vele dijkwachters kijken dan routinematig

met het blote oog ter plaatse hoe de dijk

erbij ligt en hoe stevig het dijkmassief is.

Logischerwijs wordt er ten tijde van storm

dan extra gecontroleerd. Al met al een

methode die lang stand heeft gehouden,

maar wellicht niet de meest zekere manier

is om de 3.500 kilometer tellende primaire

waterkering (en 14.000 km secundaire

waterkering) gelijktijdig, gelijkwaardig, en

structureel te observeren.

Dit bleek bijvoorbeeld in de warme,

droge zomer van 2003 toen in Wilnis een

woongebied plotseling onder water stond.

Onverwacht bezweek daar een veendijk

onder invloed van de droogte. Daarnaast

spelen de voorspelde zeespiegelstijging,

toenemende rivierafvoer en lopende

bodemdaling van veengebieden ook een

rol in de toenemende last voor de dijken.

De toenmalige staatssecretaris van Verkeer

en Waterstaat vond dat het tijd was voor

verandering. Het programma Verbetering

Inspecties Waterkeringen (VIW) werd

opgericht. Het doel van dit programma was

te komen tot realiseerbare technieken voor

permanent monitoren en meten van de

veiligheid als aanvulling op de bestaande

visuele dijkinspecties. Dit project zou niet

veel later de naam DigiDijk krijgen.

Aan de hand van SBIR (Small Business

Innovation Research), een Amerikaans

principe waarbij de markt wordt

opgeroepen om nieuwe ideeën aan te

dragen en uitvoerbaar te maken, werd

het DigiDijk-project in gang gezet.

Een voordeel van dit principe is dat de

overheid door participatie van de markt

het flexibele karakter, het specialisme en

de ondernemingslust van de bedrijven

kan benutten. Het is dus Rijkswaterstaat

die als projectleider de randvoorwaarden

stelt, waaronder ondernemers een nieuwe

dijkmonitoring Lauwersmeerdijk

techniek kunnen ontwikkelen. Het DigiDijkproject

past goed binnen de kaders

van het onderzoeksprogramma Flood

Control 2015. Dit is een initiatief van de

overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten

om gezamenlijk de beheersing van

overstromingsrisico’s te verbeteren en deze

kennis te integreren met besluitvorming

omtrent calamiteiten.

De projectenfasen van een SBIR bestaan

doorgaans uit: (1) Een haalbaarheidsonderzoek,

(2) het ontwikkelen en realiseren

van een prototype en (3) de commerciële

verkoop. Het project werd gefinancieerd

door het Ministerie van Verkeer en

Waterstaat en het Ministerie va Economische

Zaken. Na aanleiding van de oproep volgden

er 21 inschrijvingen. Hiervan kregen in 2007

vijf bedrijven een SBIR-cheque toegewezen

om de eerste fase te doorlopen, dus het

onderzoeken van de haalbaarheid van

nieuwe methoden voor dijkinspectie. De

selectie ging verder voor de tweede en

derde projectfase. Een jaar later werden er

twee bedrijven gekozen die een prototype

konden gaan ontwikkelen en realiseren.

Het eerste bedrijf Hansje Brinker B.V.,

een operationele monitorings- en

waarschuwingsdienst, ontwikkelde een

radartechniek via satellietgegevens

waarmee er continu actuele informatie

over het gedrag van de dijk kan worden

geboden. Het gedrag van een dijk

bestaat uit de stabiliteit, integriteit en de

hoogteverandering. Door deze gegevens

kan de lineaire deformatiesnelheid worden

berekend. Dit is in principe de snelheid

waarmee de waterkering omhoog komt

of juist verzakt. Dit wordt bijvoorbeeld

veroorzaakt door inklinking, afschuiving of

schade aan de aanliggende infrastructuur.

Een automatisch waarschuwingssysteem

treedt in werking wanneer de stabiliteit van

waterkeringen niet optimaal is op bepaalde

plaatsen. Hierdoor kunnen dijkbeheerders

tijdig maatregelen treffen voor de veiligheid

14.

van de dijken en het achterliggende land.

Het voordeel van deze radartechniek is de

inspectie op grote hoogte dag en nacht, bij

helder en bewolkt weer en op de millimeter

nauwkeurig de stand van de dijk kan

weergeven.

Het tweede bedrijf, Alert Solutions, kreeg

door het DigiDijk-project de kans om de zo

geheten GeoBeads-techniek te ontwikkelen.

Het betreft een chiptechnologie waarbij

sensoren als een soort kunstmatige

zintuigen in de dijk een ondergronds

beeld geven van de toestand van de dijk.

Dit beeld is online vanaf elke gewenste

computer toegankelijk. Deze sensoren

meten gelijktijdig en continu verschillende

grondeigenschappen zoals de waterdruk,

de temperatuur en de beweging van de

dijk. Hierdoor heeft men de mogelijkheid

vroegtijdig in te grijpen mochten de

meetgegevens een slechter wordende of

kritieke toestand aangeven en de kans op

calamiteiten kan worden verkleind. Een

ander voordeel is het terugdringen van

de kosten van dijkbewaking. Het eerste

ontwikkelde prototype is de levensechte

testdijk in Bellingwedde (Groningen). Bij

dit experiment wordt de stabiliteit van

de dijk getest door de dijk kunstmatig te

laten bezwijken, wat een goed beeld en

model heeft opgeleverd van hoe dit proces

verloopt. Momenteel wordt de GeoBeadstechniek

ook in rivierdijken, zeedijken en

ophoogwerkzaamheden van kades gebruikt.

De hierboven besproken technieken van de

twee bedrijven kunnen worden gezien als

complementaire technieken; ze sluiten goed

op elkaar aan. De (traditionele) menselijke

ogen op en om de dijk, worden vanaf nu

bijgestaan door ‘ogen’ boven de dijk en in

de dijk. g

/// Meer weten? www.innoverenmetwater.nl

dijkmonitoring lineaire

deformatiesnelheid

Hondsbossche

Zeewering

g

girugten

01 / november 2012

digitale wereld

thema-artikel

Godgames

startpunt voor de planoloog

De afgelopen twee jaar heb ik voor het vak

Ruimtelijke Planning 1 het simulatiespel PINgame

begeleid. Het spel wordt twee dagen

gespeeld door ongeveer dertig mensen,

voornamelijk eerstejaars planologie, en

laat onder andere zien wat diverse actoren

doen binnen het ontwikkelen van een

stad. Iedereen gaat voor eigen gewin maar

leert naarmate het spel vordert dat je het

dichtste bij komt als je de juiste mensen

aan je zijde hebt. Daarnaast zijn er allerlei

regels waaraan je moet voldoen. Zo heb

je het juiste bestemmingsplan nodig om

je plannen ten uitvoer te kunnen brengen.

Door allerlei rollen binnen het spel te laten

samen- en tegenwerken ontstaat er dus een

stad met slecht en goed functionerende

groepen. In dit spel wordt vooral het

planproces duidelijker gemaakt aan de

planologen in spe. Een ‘analoog’ spel als de

PIN-game is opgenomen binnen de bachelor

Technische Planologie, maar waarom wordt

er niet een middag SimCity gespeeld om

mensen bewust te maken van bepaalde

planologische processen? Onderstaand

artikel geeft een korte blik op deze vraag.

Tycoons

Velen van jullie hebben vast wel eens een

‘tycoon-game’ gespeeld. Een spel waarbij je

de Tycoon probeert te worden in de branche

van het spel. Aan vele branches is wel een

‘tycoon-game’ gewijd, variërend van de

klassiekers Rollercoaster Tycoon en Zoo

Tycoon tot het wat minder geslaagde Prison

Tycoon. Met Rollercoaster Tycoon merk je

dat er een verband is tussen het verdwalen

van gasten en de routes in je park. Daarnaast

is plaatsen van een kiosk, waar de gasten

kaarten van het park verkopen, op de juiste

plek ook zeer belangrijk. De keuzes tussen

dure attracties, prijskaarten en campagnes

laten zien dat het maken van een goed plan,

in dit geval het plan voor een pretpark,

bestaat uit allerlei keuzes en dat de gulden

middenweg lastig te vinden is. Dit neemt

jorn van der scheer

niet weg dat bijvoorbeeld Rollercoaster

Tycoon dusdanig simpel is dat er nauwelijks

een koppeling met de werkelijkheid te

maken is, maar dat het denken volgens

bepaalde patronen en structuren een goede

basis kan zijn.

Een spel dat wat Tycoons betreft meer

de diepte in gaat is Transport Tycoon. Het

originele spel is uitgebracht in 1994 en

heeft nog steeds een grote ‘community’

van spelers die het spel updaten en

uitbreiden. De mening van de spelers is dat

er sinds Transport Tycoon geen spel meer

is uitgebracht dat het transporteren van

goederen en het vervoeren van mensen

zó leuk maakt. Het is geen realistische

weergave van de werkelijkheid, maar

het heeft voor mij, en vele anderen, de

interesse voor de planologie gewekt. Het

gaat bij dit spel om het aanleggen van

routes tussen bijvoorbeeld twee steden.

Het vervoer gaat per bus, trein, boot of

vliegtuig en de speler heeft de vrijheid

om zelf de route te bepalen en/of aan te

leggen. Elk vervoersmiddel heeft zijn voor-

en nadelen en zorgt voor een afweging,

die per keer verschillend is. Hierdoor word

je gedwongen na te denken en creatief

te zijn in het zoeken naar oplossingen. Dit

maakt het spel erg interessant en levert het

een simplistische maar leuke kijk op het

oplossen van planologische vraagstukken.

SimCity

De release van SimCity in 1989 heeft

een unieke reeks opvolgers en spin-offs

afgeleverd. Met de nieuwste versie van

SimCity, SimCity, zijn we al toe aan de

twaalfde versie van dit spel. Daarnaast is

het aantal spin-offs ook bijzonder groot,

waarvan de bekendste The Sims is. SimCity

is een van de meest gespeelde spellen

onder planologen. SimCity gebruik ik

tijdens voorlichtingsdagen voor de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen, omdat veel

15.

geïnteresseerden vragen wat planologie

nou eigenlijk inhoudt. Omdat het begrip

‘planologie’ zo breed is, stel ik meestal als

tegenvraag of ze SimCity hebben gespeeld.

SimCity is een leuke kennismaking met

de planologie. Er zijn allerlei actoren die

hun wensen vervuld willen hebben, zo wil

de gemeente niet te veel geld uitgeven,

willen de bewoners een veilige wijk en wil

het bedrijfsleven de belastingen zo laag

mogelijk houden. Ondertussen dien je ook

nog rekening te houden met het milieu en

de reisafstand. Naast het inspelen op al

deze factoren is het leuke van SimCity dat

je alle macht hebt. Alles wat jij wilt, wordt

uitgevoerd. Er is geen instantie die je tegen

kan houden. Dit is dan ook meteen de reden

dat SimCity een leuk spel is, maar geen

simulatie van de werkelijkheid. Daarnaast

is SimCity, omdat het een computerspel is,

opgebouwd uit algoritmes die vaststaan. Dit,

in tegenstelling tot de werkelijkheid, waarin

alles veel chaotischer en onvoorspelbaarder

verloopt. Als een plan op dit moment goed

wordt gevonden, betekent dat niet dat het

over een aantal jaar nog steeds goed is.

De mening van een mens verandert nou

eenmaal.

Plezier

Het is vrij eenvoudig om te stellen dat

bepaalde spellen wel raakvlakken met

de planologie hebben, maar geen directe

toegevoegde waarde zijn. Maar misschien is

dat wel helemaal niet de vraag die gesteld

moet worden. Bovenstaande spellen hebben

voor velen van ons uren aan speelplezier

opgeleverd en daar gaan met de release

van de nieuwe SimCity in februari nog heel

wat uren bijkomen. Het feit dat voor velen

onder ons de interesse voor planologie

door SimCity en Transport Tycoon gewekt

is, is voor mij de toegevoegde waarde van

deze spellen. Want, zeg nou zelf, wat is er

nou leuker dan de mooiste stad ooit te

bouwen in SimCity of het, zonder vertraging

functionerende, grootste spoornetwerk te

bouwen in Transport Tycoon?! g


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

ingezonden artikel

Eind 2011 zijn wij, bachelor Honours Collegestudenten,

aan de zoektocht begonnen

wat de perspectieven voor ons vakgebied

– geografie en planologie – zijn. Aan de

hand van verschillende analyses hebben

we onderzocht wat de wetenschappelijke

en maatschappelijke agenda’s voor de

toekomst zijn. Ondertussen bleek de vraag

in hoeverre deze twee agenda’s met elkaar

in overeenstemming dienen te zijn, boven

te drijven. Zou de wetenschap enerzijds

de maatschappij moeten dienen en de

vraagstukken oplossen, of produceert de

wetenschap, anderzijds, kennis en zegt het

tegen de maatschappij ‘doe er je voordeel

mee’, om er vervolgens de handen van af

te trekken? Een gulden middenweg lijkt de

ideale situatie en ook de situatie die wij zijn

tegengekomen.

In onze zoektocht hebben we op verschillende

gebieden binnen ons vakgebied

vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften,

Nederlandse onderzoeksgroepen

en scenariostudies van Nederlandse

planbureaus geanalyseerd. Door de

resultaten hiervan te bundelen is

geprobeerd een overzichtelijk beeld

te schetsen van de thema’s die in de

wetenschap en maatschappij van belang

zijn en hoe dit wordt gethematiseerd in het

onderzoek.

Het eerste belangrijke thema is het vraagstuk

rondom ‘agglomeratie’. In de wetenschap

wordt de hoofdvraag gesteld waar bedrijven

heengaan. Voor de maatschappij wordt deze

vraag vertaald naar werkgelegenheid en

migratie: waar banen te vinden zijn. Het

betreft hetzelfde thema, maar er wordt

een andere vraag gesteld. Zo ook zijn de

doelstellingen van onderzoek naar deze

verschijnselen verschillend. Ten eerste

wordt de vraag gesteld waarom bedrijven

daar gaan waar ze gaan. Ten tweede roept

dit de vraag op wat er vervolgens met

de bevolking gebeurt: gaan mensen de

bedrijven, en dus de banen, achterna?

En wat gebeurt er met de plaatsen van

vertrek? Zo zien we dat wetenschappelijke

en maatschappelijke vraagstukken op

het gebied van economische geografie

vervlechten en de ene vraag een andere

oproept.

Rozanne Spijkerboer

Ries Knigge

Patrik Nowak

Frank Brander

Zoektocht naar ruimtelijke perspectieven

Het tweede belangrijke thema is te vinden

in de stadsgeografie: het vraagstuk rondom

segregatie. Op verschillende gebieden

en op verschillende schaalniveaus wordt

onderzoek gedaan naar het bestaan

of de toename van verschillen binnen

de bevolking. De faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen van de RuG heeft een

bijzondere benadering van dit vraagstuk.

Segregatie roept namelijk ook vragen op

omtrent individuele en collectieve sense of

belonging en plaatsgedrag. Dit is relevant

als ook de maatschappelijke vraagstukken

in ogenschouw worden genomen. Er blijkt

immers dat verschillen in de bevolking

steeds groter worden. Dit manifesteert

zich binnen, maar ook tussen steden en

heeft verschillende versterkende oorzaken

zoals demografische en economische krimp

en groei. Ondanks dat segregatie zich

uiteraard niet enkel voordoet in steden,

is het wel een thema van belang voor de

stedelijke geografie. Immers wonen er

tegenwoordig meer en meer mensen in

steden, zowel mondiaal als in Nederland, en

hoe groter een bevolking, hoe groter ook de

verschillen. Segregatie is dus geen urbaan

fenomeen, maar wel een fenomeen dat

grote consequenties kan hebben, met name

in steden. Bovendien wordt benadrukt dat

deze verschillen steeds extremer worden.

Een maatschappelijk vraagstuk, wat

wetenschappelijk onderzoek nodig heeft.

Een belangrijk vraagstuk binnen de

planologie dat hierop aansluit is in

welke ‘urban form’ deze ontwikkelingen

plaatsvinden en hoe beleid deze

ontwikkelingen kan beïnvloeden.

Segregatie en de vorming van agglomeraties

zijn fenomenen die over de hele wereld

plaatsvinden, zowel in krimpregio’s,

groeiende global cities en steden waar urban

sprawl een probleem vormt. Welke urban

form is een passende in deze verschillende

situaties en welke bestaande en nieuwe

planvormen op verschillende schaalniveaus

kunnen dit in goede banen leiden? Ook

de veranderende rol van de overheid en

een herverdeling van de taken hierbij is

een vraagstuk dat door veel Nederlandse

planologische onderzoeksgroepen behandeld

wordt.

16.

In de culturele geografie zijn de onderzoeksthema’s

niet wezenlijk veranderd. Wat wel

is veranderd, is de benadering van het

cultureel-geografisch onderzoek. Niet alleen

object en onderzoeksproces staan centraal,

steeds vaker staat ook de onderzoeker zelf

centraal. Hij onderzoekt elementen uit zijn

eigen leven, als het ware. Zo kan de ervaring

van het lezen van een boek, verklaard

vanuit geografisch perspectief, een prima

onderwerp voor onderzoek zijn. De vraag

is natuurlijk wel in hoeverre de lezer de

onderzoeker kan volgen in diens eigen

wereld, tijdens het lezen van een dergelijk

artikel over de ervaringen de onderzoeker.

Daarnaast probeert de culturele geografie

ook steeds meer aansluiting te vinden in de

maatschappij. Cultureel-geografen treden

buiten de academische wereld en gaan

zich ook bezig houden met de praktische

uitwerking van hun ideeën. Een voorbeeld

hierbij is de vakgroep Migration &

Development van de Radboud Universiteit,

die als beste naar voren kwam in een

onderlinge vergelijking van de vakgroepen

culturele geografie in Nederland.

Deze vraagstukken hebben we in

een originele ‘pick-my-brain-sessie’

voorgelegd aan de internationaal bekende

toponderzoeker van onze faculteit: prof.

Philip McCann. In een bijeenkomst die

speciaal georganiseerd is voor Honours

College-, Research Master- en PhD-

studenten, gaf McCann zijn visie op deze

en andere vragen en wat de ruimtelijk

wetenschappelijke en maatschappelijke

agenda zou moeten zijn.

In onze zoektocht kwam in de verschillende

gebieden naar voren dat stedelijke issues

steeds belangrijker worden. We zagen

in de economische geografie het thema

‘agglomeratie’ en ‘stedelijke vorm’ in

de planologie. In onderzoek wordt de

stedelijke schaal dan ook vaak gebruikt,

mede door de mondiale urbanisering.

Stedelijke issues zijn volgens McCann

echter niet het belangrijkst. Het stedelijke

fenomeen is zeker van belang, maar

onderkent moet worden dat in Nederland

en West-Europa er geen sprake meer is van

toenemende urbanisatie. Stedelijke issues

zijn interessant, er zijn vele problemen,

maar steden zijn niet belangrijker dan periurbane

plaatsen (intermediate places). Dit

is zeker interessant als men kijkt naar de

trend van de afgelopen decennia. Pas sinds

begin jaren negentig is er in West-Europa

namelijk weer sprake van re-urbanisatie

na jarenlange suburbanisatie. Sindsdien

concentreert alles zich steeds meer in

bepaalde mondiale steden, zoals London.

Dit betekent dat ‘de stad’ niet meer als

universeel fenomeen beschouwd kan

worden. Er zijn zowel krimpende als

groeiende steden, ofwel verliezende en

winnende steden. Zodoende is ook het

thema ‘segregatie’ van belang, niet alleen

tussen steden maar ook binnen steden.

De vragen: ‘wie heeft wat en waarom?’ en

‘wie heeft dit niet en waarom?’ zijn volgens

McCann zeer belangrijk in de geografie.

Het ziet er naar uit dat we ons in een

vakgebied bevinden dat zich steeds verder

manifesteert. Het belang van geografie en

planologie is de laatste decennia steeds

verder toegenomen, volgens McCann. De

geografie is vanaf begin jaren negentig

17.

veranderd van een ‘sluitend’ departement

tot een geëvolueerde studie. Plaatsen

bevinden zich in een systeem van urbane,

peri-urbane en rurale gebieden. De

stedelijke vorm is hiermee niet meer de

enige plaats die er toe doet. Door een

toenemende segregatie zowel binnen

als tussen plaatsen, met het bestaan

van verliezende en winnende plaatsen,

doet plaats er toe, misschien wel meer

dan ooit. g


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

op de bank van...

Eva Bouw

Op de bank van... Marien de Bakker

Op onze faculteit gebeurt vaak meer dan je

denkt. Daarom komen in de rubriek ‘Op de

bank van…’personen aan het woord die een

bijzondere functie aan de faculteit vervullen.

Om aan te sluiten bij ons thema zitten we

deze keer op de bank van drs. Marien de

Bakker.

Kunt u ten eerste wat over uzelf vertellen?

Ik ben geboren in Wageningen in 1958. Ik

ben voor mijn studie Fysische Geografie

naar Amsterdam gegaan en heb daarnaast

in andere steden nog meer vakken

gevolgd. Bij het ITC in Enschede (Faculty

of geoinformation science and earth

obeservation) heb ik een groot bijvak

gevolgd, over Remote Sensing (het gebruik

maken van beelden uit de ruimte om

verschijnselen op aarde beter te kunnen

bestuderen) en de eerste vormen van

Geografische Informatie Systemen (GIS).

Daarnaast heb ik het vak Bodemkunde

gevolgd in Wageningen. Tijdens mijn

studie was ik graag nog naar het buitenland

gegaan, maar helaas waren er voor mij toen

niet echt Erasmusmogelijkheden en het was

financieel ook lastig. Ik vind het daarom

erg leuk als studenten van onze faculteit

wel de kans grijpen om een tijdje in het

buitenland te studeren. Verder was mijn

studietijd een fantastische combinatie van

veldwerk - waar je letterlijk diep in de grond

wroette- en met ontspanning bij diverse

studentenverenigingen.

Heeft u andere banen gehad naast uw

functie bij de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen ?

Mijn eerste werkgever was ook het ITC.

Hier heb ik bij practica geassisteerd

en ik heb het luchtfotoarchief op orde

gebracht. In 1989 ben ik naar het Van Hall

Instituut in Groningen gekomen als docent

Milieumodellen. Hier heb ik internationale

congressen georganiseerd en me

beziggehouden met GIS en het beginnend

onderwijs hierin. Ik heb ook een tweejarige

opleiding Geo-informatiekunde opgestart

bij een onderdeel van de voorganger van

de Hanzehogeschool. Toen dit onderdeel

het bedrijf GEON werd, is de opleiding

overgenomen door van Van Hall waarna ik een

aantal jaren coördinator van deze opleiding

geweest. Daarnaast was ik organisator van

de deeltijdopleiding Milieukunde. Dit heb

ik tot ongeveer 2007 gedaan, waarna ik het

tijd vond voor wat anders. Hierna heb ik een

baan gehad bij ESRI (de leverancier van GIS).

Daar was ik business consultant, waarbij ik

GIS bij waterschappen en gemeentes onder

de aandacht probeerde te krijgen en dan

vooral het belang van de kennisoverdracht.

Hier heb ik ook nog een aantal trainingen in

gegeven. Eén van de leukste projecten die

ik gedaan heb was bij de NATO in Brussel,

om daar de nieuwste technieken van GIS en

analyses over te brengen. Drieënhalf jaar

geleden ben ik gevraagd om te solliciteren

als coördinator bij het Centrum voor

Ruimtelijke Informatiekunde aan de RUG

(CRIG), waar ik nu nog steeds werk.

Ons nummer heeft als thema de digitale

wereld. De ontwikkelingen binnen de

Geografische Informatie Systemen hebben

daar natuurlijk veel mee te maken. Waarom

heeft u zich verdiept in het gebruik van GIS

en wat vindt u er interessant aan?

Mijn vader heeft gewerkt bij de Stichting voor

Bodemkartering, wat tegenwoordig Alterra

heet. Toen ik daar een vakantiebaantje had,

ben ik voor het eerst met de beginselen van

GIS in aanraking gekomen. Ik vond het heel

interessant dat je data op zo’n manier kon

verwerken dat het je de informatie geeft die

je nodig hebt. Ik interesseerde me in wat je

met de techniek van computers kon doen

en hier ben ik verder in gegaan. Vooral het

maken van iets dat je over kunt brengen

aan mensen, uit ‘iets’ wat in het begin nog

helemaal ‘niets’ is, vind ik leuk. Hier zit denk

ik ook een stukje creativiteit in wat ik leuk

vind.

18.

Wat vindt u van de veranderingen binnen

de digitale wereld?

De veranderingen zijn natuurlijk fantastisch.

Nu hoef je veel minder met de hand in te

voeren. De verandering die zich de afgelopen

jaren voor hebben gedaan zijn dat het er

eerst om ging of je data had; nu gaat het er

vooral om wat je met de data wil doen. Die

verandering is natuurlijk heel aantrekkelijk

en brengt ook meer mogelijkheden met zich

mee. Een nadeel kan zijn dat mensen minder

goed nadenken over wat ze maken, omdat je

makkelijker en sneller resultaat hebt. Daar

tegenover staat natuurlijk wel dat gegevens

voor een veel breder publiek beschikbaar

zijn dan voorheen. Het is als het ware een

beetje gedemocratiseerd. Twee belangrijke

veranderingen zijn dat Bill Clinton

de GPS vrijgegeven heeft en vooral

dat het gebruik van internet zo

gegroeid is. De uitspraak van

Al Gore dat elke burger

geïnformeerd kan worden

en dat de

wereld een ‘digital

village’ kan

worden, komt

nu wel erg

dichtbij.

Wat doet u naast colleges geven nog meer

op de faculteit?

Ik ben coördinator van het Centrum

Ruimtelijke Informatiekunde, waarbij ik

onderzoekers ondersteun bij het gebruiken

en analyseren van de juiste data. Ik

ondersteun ze ook bij projecten die te maken

hebben met bijvoorbeeld bevolkingskrimp

en voorzieningenkrimp in Noord-Nederland

en de Achterhoek. Het gaat hierbij om

het verwerken van data en het maken van

atlassen. Mijn werk houdt dus vooral in dat

ik service verleen op dat gebied. Daarnaast

doe ik tussendoor ook nog onderzoek.

En als laatste vraag: wat voor bank heeft u?

Mijn bank heb ik al ruim twintig jaar. Deze

bank is van bamboe gemaakt en staat voor

mijn tv. Het is een tweeënhalfzitter, die mij

vooral dierbaar is omdat hij heel lekker zit. g

girugten

01 / november 2012

digitale wereld

bouwput

In januari is begonnen met een

grootscheepse ‘renovatie’ van de Oostwand

van onze geliefde Grote Markt. Over een

periode van vier jaar wordt de huidige

wand gesloopt en komen er vijf nieuwe

panden voor in de plaats. In deze rubriek een

korte geschiedenis van de plannen en een

vooruitblik op de planning.

Tot de helft van de twintigste eeuw kende

Groningen een prachtig marktplein omringd

door middeleeuwse panden. De oostwand

van de Grote Markt kenmerkte zich door

het grote woonhuis van de familie Scholten.

De grote industrieel W.A. Scholten brak

drie panden af om zijn paleis te kunnen

bouwen: het Scholtenshuis. Dit prachtige

pand viel ook bij de Duitse bezetter direct

in de smaak en deze nam het al snel in

beslag als noordelijk hoofdkwartier van

de Sicherheitsdienst. Aan het eind van de

Tweede Wereldoorlog verzetten de Duitse

bezetters zich stevig in de binnenstad,

waardoor de noord- en oostwand van de

Grote Markt na de bevrijding totaal verwoest

waren.

Na de bevrijding waren er twee

mogelijkheden: restaureren of vernieuwen.

Men koos toen voor totale vernieuwing

van de binnenstad. Stedenbouwer M.J.

Granpré Molière kreeg de opdracht voor

een wederopbouwplan voor de binnenstad.

Onder zijn visie onderging de Grote Markt

een schaalvergroting. In die tijdsgeest kwam

er moderne nieuwbouw dat hoger mocht

worden dan de bestaande bebouwing en

werd het plein groter door de panden naar

achter te schuiven. Zo werden de zichtlijnen

ruimer en de straten breder, wat een grootse

uitstraling gaf. Met enkele aanpassingen in

het plan door tegenspraak vanuit het Rijk,

waren pas in 1975 alle nieuwe panden

aan de oostwand gereed, waarvan de

Naberpassage het jongste gebouw is.

Saskia Zwiers

Oostwand Grote Markt krijgt nieuw gezicht

Oostwand rond 1900

Een paar decennia later had het stadsbestuur

al spijt van haar besluit destijds. Het

oostelijke deel van de binnenstad verkeert

in economisch verval. De Naberpassage

functioneert niet en ook de Grote Markt

is te vaak een kale grote leegte. Na een

weggestemd plan om de noordwand te

renoveren komt de gemeente in 2005 met

een nieuw plan dat zich richt op de oostwand.

Het gemeentebestuur komt terug op het

plan van Granpré Molière en wil de rooilijn

weer terugzetten op haar vooroorlogse

plek, inclusief bebouwing in een klassieke

stijl. Daarachter zal op een nieuw plein het

Groninger Forum gerealiseerd worden, dat

mede dankzij zijn opvallende architectuur

een culturele publiekstrekker moet worden

voor de oostelijke binnenstad.

De nieuwe oostwand gaat bestaan uit

vijf panden, met middenin een straat van

middeleeuwse afmeting. Al in 2008 stelde

de Duitse architect Thomas Müller een

beeldkwaliteitsplan vast voor de ontwerpen

van deze panden. Naast een maximale

hoogte van 23 meter dienen de panden in

een klassieke stijl gebouwd te worden, wat

past bij de zuidwand en de sfeer van een

historische binnenstad. Van het hoekpand

nabij de Martinitoren is de bestemming

en het ontwerp inmiddels bekend. De

definitieve ontwerpen voor de andere

panden worden begin 2013 verwacht.

Momenteel werken vier architecten aan de

ontwerpen hiervan, die allen een gemixte

functie van winkelen/horeca/wonen/

kantoren krijgen. De exacte invulling is

nog niet bekend, mede omdat een aantal

van de panden pas eind 2016 opgeleverd

worden. Wel spreekt de gemeente samen

met ontwikkelaar VolkerWessels Vastgoed

19.

de wens uit voor een vijfsterrenhotel en een

klein warenhuis.

Op de hoek naast de Martinitoren zal de

komende maanden het nieuwe onderkomen

van studentenvereniging Vindicat verrijzen.

Momenteel werkt men aan de zogenoemde

soilmix-wanden waarop de fundering

gebaseerd is. Deze techniek is een geluidsarm

alternatief voor heien, dat voor enkele

jaren geluidsoverlast zou zorgen in de

binnenstad. Eind 2013 is het gebouw

gereed, waarna de studenten verhuizen

en de huidige sociëteit gesloopt wordt. De

sociëteit zal begin volgende jaar enkele

maanden te midden van een bouwput

verkeren, omdat aan de rechterzijde van

Vindicat de Naberpassage gesloopt gaat

worden. Wanneer Nijestee haar intrek

neemt in het nieuwe kantoor op het

Damsterdiep, begint de aannemer in januari

met de sloop. De vrijgekomen ruimte zal

dan eerst archeologisch onderzocht worden,

waarna het tijdelijk als toegang kan dienen voor

werkverkeer naar de bouwplaats van het Forum.

De werkzaamheden aan de oostwand zijn

voor de aannemer een enorme uitdaging.

De locatie ligt pal langs een belangrijke

busroute, waar veel winkelend publiek

passeert en tegelijkertijd het Groninger

Forum wordt gebouwd. Er moet rekening

gehouden worden met bestaande gebouwen

en de werklocatie is krap. Er moeten daarom

telkens scherpe afspraken gemaakt worden

met vele partijen. Volgens deze strakke

planning is de nieuwe oostwand eind 2016

gereed. Of dit haalbaar is, hangt grotendeels

af van goede communicatie. Een jaar na

aanvang van de werkzaamheden verloopt

alles nog volgens schema. Een goed begin is

het halve werk… g

/// Meer weten? www.groningenvernieuwt.

nl of scan de code

start sloop Oostwand


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

geografen aan het werk

Strijd om de ligruimte

In deze rubriek beschrijft een alumnus

van de FRW recente belangrijke

ontwikkelingen in het werkveld van

geografen. Deze rubriek wordt gemaakt in

samenwerking met de Professor Keuning

Vereniging, de alumnivereniging voor

alle afgestudeerden van de faculteit.

Vandaag is het woord aan Gerard

Nijensteen, programmamanager duurzame

bedrijventerreinenherstructurering in Zuid-

Holland Zuid.

De associatie met ‘Herinneringen uit het

ondergrondse’ van Fjodor Dostojevski

ligt me het meest voor de hand als ik

mijn werk verricht aan een slordige 50

bedrijventerreinen in de 23 gemeenten

tussen Leerdam en Stellendam. Ik zal er

eentje daarvan uitlichten. In het boek van

de gekende schrijver ervaar je ruimtelijke

wetenschap in je werk: “Maar de mens heeft

zulk een voorliefde voor het systeem en

voor de abstracte gevolgtrekkingen, dat hij

bereid is ziende niet te zien en horende niet

te horen, als hij zijn logica maar kan hoog

houden.” Hieronder volgt een paletje van

“allemaal lekker je eigen belang”…

“Vernieuw bestaande bedrijventerreinen,

het liefst duurzaam!”, zo luidt -kort

samengevat- mijn opdracht. Zorg wel dat

er extra ruimte is voor de binnenvaart.

Daarmee bespaar je immers al twee derde

van de brandstofkosten-over-de-weg en

je bestrijdt ook files. Vervoer over water

staat weer sterk in de belangstelling. Kijk

maar naar bedrijventerrein ’t Plaatje in

baggerdorp Sliedrecht.

Rijkswaterstaat zoekt een locatie voor

minstens 18 overnachtingsplaatsen voor

een vlotte en veilige binnenvaart. Daarvoor

heb je een wateroppervlak van een

slordige 13 hectare nodig. Het krappe natte

bedrijventerrein ’t Plaatje ligt ingeklemd

tussen de Merwede en het dorp Sliedrecht.

Aan de overkant van de rivier ligt de

Hollandse en Sliedrechtse Biesbosch, een

Natura 2000-gebied. Meervleermuizen (een

ondersoort van de gewone, beschermde

vleermuizen) vliegen regelmatig de rivier

over. In een bedrijfspand gaan hangen, dat

doen die beestjes vanzelf wel natuurlijk,

maar toch mag industrielawaai niet

toenemen in het beschermde gebied.

Ten noorden van bedrijventerrein en

gerard nijensteen

binnenhaven ’t Plaatje liggen een woonwijk

en het Groene Hart (“Niet aankomen!”) en

zuidelijk ligt de Merwede, waarvoor het zes

jaar oude Ruimte voor de Rivierbeleid geldt

(“Maak de rivier niet kleiner, liever breder!”).

Gerard Nijensteen

Programmamanager duurzame bedrijven-

terreinenherstructurering in Zuid-Holland

Zuid

Eigenlijk heb je dan al genoeg aan je hoofd,

maar de Betuwelijn en een te verbreden A15,

die liggen er óók. Om maar te zwijgen van

strijd waarvoor je het dorp niet eens uit hoeft:

van bewoners tegen het gemeentebestuur.

De geluidcontouren voor bedrijven in

de hoge milieucategorieën liggen over

woonwijken heen… In de strijd om de ruimte

in het nieuwe bestemmingsplan zie je zelfs

het Nationaal Baggermuseum meedoen. Om

het nog complexer te maken: hier en daar

hebben ontwikkelende bouwers ook nog

een stukje bedrijventerrein gekocht waarop

ze het liefst een paar woningen bouwen…

Maar die bedrijven hebben ook

ruimtevragende wensen: méér kadelengte,

een diepere binnenhaven, meer ligruimte!

Menig binnenschip is anno 2012 veel langer

dan vroeger; nu gaan ze tot 135 meter

aan toe. Dat vraagt langere kades en een

diepere binnenhaven. Ze worden ook niet

meer één voor één hier gebouwd. Werven

bouwen aan meerdere schepen tegelijk,

waarvoor ze casco’s uit het (soms verre)

oosten laten invaren. Hierdoor is er meer

ligruimte in de binnenhavens nodig. Voor

offshorevaartuigen en –uitrusting nog meer

zelfs.

En van wie is die ligruimte eigenlijk? Bij

bedrijventerrein ‘t Plaatje is dat van de

aanliggende ‘natte bedrijven’. Als je hen

vraagt of ze nog genoeg hebben, luidt

het antwoord dat ze de ruimte van hun

20.

buurman er het liefst bij zouden nemen.

En de schippers dan die met kerst en oud

& nieuw naar hun thuishaven Sliedrecht

komen. Zij nemen vierjaarlijks deel aan

raadsverkiezingen om hùn ligruimtebelang

te bepleiten. Waarheen met hen?

Maar als bedrijven meer ligruimte nodig

hebben voor meer en tevens grotere

schepen, kun je dan niet de haven verdiepen

en een beetje vergroten? Dat gaat niet

zomaar. Daarom heeft een ingenieursbureau

onderzocht of een diepere binnenhaven

de achterliggende Alblasserwaard niet zal

doen verzilten? En dat de waterkerende dijk

straks niet minder stabiel komt te staan Met

die onderzoekuitkomst kan de gemeente

het bestemmingsplan aanpassen en ook de

aanlegvergunning van het waterschap voor

dit havenwerk stel je daarmee zeker.

Oud-minister Willem Vermeend beweert

dat in het mondialiserende internettijdperk

twee jaar veel is: “Geen enkel bedrijf weet

anno 2012 of ze in 2014 nog bestaat. Zó

snel vinden de veranderingen plaats!”

Dat geldt ook voor de bedrijven op natte

bedrijventerreinen. Nog een praktische

vraag: zit je met de hele scheepswerf aan

tafel, als je met de directeur spreekt? Zijn

vaste personeelsbestand is soms maar 25%

van de werknemers die op de werf hun

stiel uitoefenen. Dus 75% is personeel van

onderaannemers uit binnen- en buitenland,

zzp-er en/of, ja wie? Dat zie je duidelijk

terug in de schipperskranten als een nieuw/

vernieuwd binnenvaartschip is opgeleverd.

Een dubbele pagina met een foto van het

schip met daaromheen een hele vloot logo’s

van onderaannemers en toeleveranciers.

Ten slotte: de schrik slaat een beetje om

mijn wetenschapshart (of wat daar van

over is): want het hoofdkantoor van die

winnaar staat aan een rivierdijk in een

oudere woonwijk van Sliedrecht. Statistisch

gezien heet dat dienstverlening, geen

industrie, terwijl 95% van de werknemers

in fabriekshallen werkt! De economie wordt

steeds meer tertiair, roept iedereen, terwijl

–als je goed kijkt- die ‘dienstensector’ juist

hier secundair produceert! Werktuigbouwen

metaalopleidingen, ze worden steeds

krachtiger gevraagd! Maar zoveel is zeker:

met technische planologie kun je anno

2012 toch echt je hart ophalen. g

girugten

01 / november 2012

digitale wereld

studentenorganisaties

Iedereen heeft zijn eerste colleges er al

weer op zitten en komt langzaam aan in het

vertrouwde ritme. Voor Ibn Battuta is het ook

het teken om weer enthousiast een nieuw

studiejaar te beginnen vol leuke en leerzame

activiteiten.

Nieuwe commissies

De vele activiteiten kunnen onmogelijk

allemaal doorgaan zonder onze commissies.

Enkele weken geleden zijn er een aantal

nieuwe commissies samengesteld. Het

gaat hier om de Eerstejaarscommissie,

Excursiecommissie, Mediacommissie en

de Carrièredagcommissie. We hebben het

volste vertrouwen in deze commissies en

we kijken nu al uit naar de activiteiten die

zij zullen organiseren.

Afgelopen activiteiten

Aan het begin van het seizoen hebben we

veel nieuwe leden mogen verwelkomen.

Veel van deze nieuwe leden zijn mee geweest

met het introductiekamp op Ameland, waar

ze Ibn Battuta beter hebben leren kennen.

Ibn Battuta

Mededelingen van Ibn Battuta

Vele eerstejaars zagen we ook terug op de

borrels die volgden. De Excursiecommissie

organiseerde op 13 september een

interessante stadswandeling door onze

mooie stad. Deze werd goed bezocht en was

naast leerzaam ook heel erg gezellig. EGEA

verzorgde 25 september net zo’n gezellige

activiteit, namelijk de traditionele Barbecue.

Het weer zat mee, het vlees smaakte goed

en ook het bier ging er goed in. Ten slotte

organiseerde de Lezingencommissie nog

een interessante lezing van Stefan van der

Poel. Deze universitair docent en historicus

kwam spreken over Midden-Europa en

de geschiedenis van de relatie tussen

verschillende landen in deze regio dit

gebied.

Vooruitblik

Het wordt langzamerhand winter en de

donkere dagen komen er weer aan. Daarom

organiseert Ibn Battuta ook in deze tijd van

het jaar genoeg activiteiten om warm voor

te lopen.

21.

- Op 20 november komt Sinterklaas in

‘t Pleidooi alvast even een bezoekje

brengen aan Ibn Battuta. Hij zal zijn trouwe

Pieten meenemen om cadeautjes uit te

delen aan diegenen die braaf zijn geweest.

Kom dus lekker mee borrelen met de

goedheiligman.

- 23 November zal de Businesscourse van

Grontmij, onze hoofdsponsor, plaatsvinden.

Meer informatie hierover volgt nog, dus

houd onze site goed in de gaten en houd

deze datum alvast vrij in je agenda!

- Om alvast 2013 goed in te luiden

organiseert de Wintersportcommissie een

wintersport van 4 t/m 13 januari. Dit jaar

zullen we afreizen naar St. Jean d’Arves. Met

meer dan 300 km piste voor zowel beginners

als gevorderden en een centraal gelegen

appartement op kruipafstand van zowel

skilift als bar mag je deze reis zeker niet

missen. Kosten zullen ongeveer €295 euro

bedragen, exclusief materiaalhuur en skiles.

Je kunt je inschrijven t/m 16 november,

via de website of via de inschrijflijst bij de

koffiekamer! g

introductiekamp ibn battuta op ameland


girugten

01 / november 2012

digitale wereld

studentenorganisaties

Pro Geo

Pro Geo is dé organisatie die zich inzet

voor studentenbelangen aan de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen. Sinds onze

aanstelling op 1 september, hebben we hard

gewerkt aan ons beleidsplan met punten

waar we ons extra op willen richten dit jaar.

In de volgende editie van Girugten zullen we

hier verder op ingaan. Verder hebben we de

studentleden voor de opleidingscommissies

(OC) gekozen. Elke opleiding heeft zijn eigen

Bestuur Pro Geo 2012-2013:

(v.l.n.r.)

Martine Mollema

Vice-voorzitter

Anne Boer

Secretaris

Roselinde van der Wiel

Penningmeester

Loes Kerkdijk

Voorzitter

Berber Oosterhagen

Commissaris OC’s

Website: www.progeo.nl

E-mail: info@progeo.nl

Studentleden opleidingscommissies

2012-2013

Bachelor Sociale Geografie en Planologie

1. Wouter Gaastra (1e jaars)

2.Jacco Groen (2e jaars)

3. Neeltje Westra (3e jaars)

Bachelor Technische Planologie

1. Tobias Grond (1e jaars)

2. Robin Neef (2e jaars)

3. Jorren Westra (3e jaars)

Master Culturele Geografie

1. Aniëlla van den Heuvel

2. Beatrijs Lont

Pro Geo

vertegenwoordiging in zo’n commissie. Kijk

hieronder wie er namens jou in de OC zit.

Voor op- of aanmerkingen over de opleiding

kan je bij hem of haar terecht! Hij of zij

zal het meenemen naar de eerstvolgende

vergadering. Op onze website (www.progeo.

nl) zijn ook alle namen en foto’s te vinden

van deze studentleden.

Ook wij zijn natuurlijk altijd benieuwd naar

Master Lerarenopleiding

1. Anoek van Eck

2. Samantha van der Sluis

Master Economische Geografie

1. Chris Schuchmann

Master Vastgoedkunde

1. Martijn Beer

2. Rinse Bruggeman

Master Population Studies

1. Medhanit Getachew

2. Simone Soeters

22.

wat je van de opleiding vindt. Door jullie

input kunnen we het onderwijs helpen te

verbeteren! Spreek ons dus aan of stuur een

email met je suggesties of klachten. We zijn

te bereiken via info@progeo.nl, of neem

een kijkje op onze website waar je meer

informatie over ons kunt vinden.

We horen graag van jullie!

Bestuur Pro Geo 2012-2013

Research Master

1. Paula Prenzel

2. Gwenda van der Vaart

Master Sociale Planologie

1. Ellen Verbeek

2. Willemien Vlas

Master Environmental and Infrastructure

Planning

1. Neli Brankova

2. Jimme Zoete

g

girugten

01 / november 2012

digitale wereld

studentenorganisaties

stelling:

‘De bacheloropleidingen van

de FRW zijn de enige in

Nederland die fysisch geografische

vakken als verplicht

onderdeel in het programma

bevatten. Fysische geografie

hoort thuis in ons onderwijsprogramma.’

Voor sociaal geografen en planologen is

het kunnen werken met ‘het landschap’ een

essentieel onderdeel van hun studie. Als geograaf

onderzoek je ruimtelijke verschijnselen en

verschillen daartussen, als planoloog is het van

belang om bij het aanbrengen van veranderingen

in de ruimte rekening te houden met de invloed

van of op het landschap. Om dit op een goede

manier te kunnen doen, moet je het landschap

kunnen doorgronden, kunnen lezen. Kennis van

de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke

omgeving, de manier waarop deze omgeving

in de loop van miljoenen jaren ontstaan is en

de manier waarop deze omgeving voortdurend

onderhevig is aan natuurlijke veranderingen

dragen bij aan een beter begrip hiervan. Fysische

geografie lijkt mij dus een onmisbare schakel

binnen de bacheloropleidingen. Daarom vind

ik het logisch dat fysisch-geografische vakken

verplicht onderdeel uitmaken van het FRWprogramma.

Daarnaast is het ook gewoon erg leuk

om te weten hoe bijvoorbeeld het weerbericht

werkt, waarom de stad Groningen op deze plek

ligt, waarom er in Drenthe wel hunebedden

gevonden worden maar in Groningen niet

en waarom er een vulkaan in de Waddenzee

ligt. Eigenlijk is een bacheloropleiding zonder

fysische geografie als een bakker zonder brood,

een slager zonder vlees en als Bassie zonder

Adriaan.

Fedde Ruijl, tweedejaars Technische Planologie

Pro Geo

In deze editie van het Forum gaan we in op het aanbod van fysische geografie aan

de FRW en de vraag of het vak thuis hoort in ons onderwijsprogramma. Erik Meijles

vertelt waarom hij fysische geografie een belangrijk onderdeel vindt van de bachelor

sociale geografie. Fedde is het ook met de gegeven stelling eens, zoals te lezen is in

zijn reactie. Ondanks dat we overwegend mensen spraken die het eens zijn met de

stelling, hebben we toch iemand kunnen vinden die een andere mening heeft. Dit is

te lezen in Thom zijn reactie.

Wil je reageren op deze stelling? Of heb je ideeën voor nieuwe discussie? Laat het ons

weten via info@progeo.nl!

De bacheloropleidingen aan onze faculteit zijn de enige in Nederland die

fysisch-geografische vakken als verplicht onderdeel in de bachelor hebben.

Elke andere opleiding Planologie in Nederland heeft al door dat dit vak

niet in de planologielijn thuishoort. Het is slechts een veredelde vorm van

aardrijkskunde. Mochten mensen dat interessant gevonden hebben, dan

zouden ze het op de middelbare school wel gevolgd hebben. Planologie

hoort zich enkel te focussen op de planologie en sociale lijn. Er zou in de

plaats van dit vak veel beter een vak kunnen komen gefocust op ruimtelijke

ordening, waarmee de bachelor planologie meer betekenis krijgt. Door in

te zetten op het ondersteunen van de kerndoelen van de opleiding kan een

sterkere en toepasbaardere bachelor gecreëerd worden. Nu is het door dit

soort vakken een te gefragmenteerde opleiding met veel verwarring over wat

het algemeen ervan nut is.

Thom van der Gragt, derdejaars Technische Planologie

Jazeker! In Nederland maakt (ten onrechte!) fysische geografie vaak geen

onderdeel uit van sociale geografie. Een korte inventarisatie laat zien

dat in landen als Australië, Duitsland en Engeland de fysische en sociale

disciplines vaak in dezelfde faculteit zijn gehuisvest. De plaats van de

mens in de ruimte werd zowel in het verleden als in het heden beïnvloed

door natuurlijke processen. Mensen zoeken in hun omgeving altijd naar

geschikte plekken om te wonen en te werken. De geschiktheid wordt soms

bepaald door kansen (bijv. bodemvruchtbaarheid, strategische positie,

aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen), maar ook door bedreigingen

(overstromingsrisico’s, extreem weer, etc.). Door een gebied te gebruiken,

worden natuurlijke ruimtelijke processen ook weer beïnvloed. Denk hierbij

aan biodiversiteit, landschapsverandering of milieuverontreinigingen.

Daarnaast is er vaak een relatie te leggen tussen de woon- en leefomgeving

van de mens en de (lokale) cultuur. Om in een kwalitatief hoogwaardige

omgeving te kunnen leven, is het dus belangrijk voor de studie naar de

ruimtelijke spreiding van mensen dat de natuurlijke omgeving begrepen

wordt. Uiteraard geldt dit voor een land als Nederland, waar factoren als

zeespiegelfluctuaties, kustdynamiek, waterkwantiteit en -kwaliteit en

bodemgesteldheid een belangrijke rol spelen in de ruimtelijke ordening.

Maar dit geldt net zo goed op mondiale schaal. De afgelopen decennia

komen we weer terug van de sectorale benadering en zien we in dat de

interdisciplinaire aanpak van ruimtelijke problemen noodzakelijk is. De

onderwijsvisitatie van 2007 heeft aangegeven dat natuur, landschap

en milieukunde in Nederland weliswaar hier (!) en daar al beperkt wordt

gegeven, maar dat dit verder uitgebreid dient te worden. Dit is daarom

expliciet opgenomen in de eindkwalificaties voor de Sociale Geografie en

Planologie. Fysisch-geografisch georiënteerde vakken horen dus binnen de

sociale geografische context. En natuurlijk betekent dat ook dat studenten

fysisch-geografisch inzicht behoren te krijgen in sociaal-ruimtelijke relaties!

Erik Meijles, docent fysische geografie

23.

More magazines by this user
Similar magazines