ZE-no4 dec 2009 - Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

scez.nl

ZE-no4 dec 2009 - Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

jaargang 9, maart 2010 01

NIEUWSBRIEF VAN DE STICHTING

CULTUREEL ERFGOED ZEELAND


ARCHEOLOGIECULTUURHISTORIEERFGOEDEDUCATIEMONUMENTENMUSEASTREEKTALEN

Inhoudsopgave

2 SCEZpresse

ARCHEOLOGIE

3 Archeologisch Nieuws

• Onderzoek en meldingen

MONUMENTEN

6 2009 een succesvol jaar voor Meldpunt Erfgoed Zeeland

7 Voorlopig geen Werelderfgoed voor Zeeland

8 Hoge waardering voor curus Buitenkansen!

9 Vaardigheden door kennis

10 Monumentenwacht meet onderhoudsstaat rijksmonumenten

• Zeeuws potdekselwerk

11 Eigenaren van historische boerderijen

weten BoerderijEnZeeland te vinden

CULTUURHISTORIE

12 Kousen drogen op de kousentuun

13 ‘Verwalling’: bijdrage aan verfraaiing

of verrommeling van het landschap?

STREEKTALEN

14 Cd met Zeeuwse verhaaltjes voor goed doel

• Zêêuwse Dialect Verênigieng 80!

15 Streektaal Varia

MUSEA

16 Nationaal Museumweekend 10 en 11 april

• Zeeuwse musea sluiten aan bij landelijk succesjaar

ALGEMEEN

17 De Archiefronde van Zeeland: Gemeentearchief Borsele

18 Vondst voor het voetlicht:

Pelgrimsinsigne Sint-Job van Wezemaal (B) uit Scherpenisse

ERFGOED ALLERLEI

19 Publicaties

21 Zeeland in Japan, Japan in Zeeland

22 Stichting De Zeeuwse Streekdrachten:

nieuwe voorzitter en afscheid adviseur

Stichting tot Behoud van de Cadzandse dracht opgericht

Stichting Het Werkend Trekpaard Zeeland zoekt bestuursleden

23 Colofon

• KORTelings

• Bij de omslag

24 MOnuMENTaal

Zeeuws Erfgoed 2 maart 2010/01

SCEZpresse

De nieuwsbrief Zeeuws Erfgoed is aan verandering onderhevig. Dat is u

als vaste lezer natuurlijk allang opgevallen, maar het is goed om daar af

en toe ook eens bij stil te staan. Het gaat om verandering in de zin van

verbetering, dat durf ik wel te stellen. In de loop der jaren is geleidelijk

aan het aanbod aan artikelen verbreed, is er naast informatie over de

specifieke werkvelden van de SCEZ ook ruimte gekomen voor meer

beschouwende en werkveldoverstijgende stukken en is het aantal kleurenpagina’s

toegenomen. U zult zien dat met ingang van dit nummer

wederom iets is veranderd: de indeling. De SCEZ houdt zich bezig met

erfgoed in de meest brede betekenis van het woord, maar onderscheidt

daarbinnen nadrukkelijk enkele specifieke werkvelden. Daar liggen ook

de kerntaken van de organisatie. Er is voor gekozen om deze werkvelden

zodanig te clusteren en te benoemen, dat ze herkenbaar aansluiten bij

de verschillende provinciale uitvoeringsnota’s: archeologie, erfgoededucatie

(cultuureducatie), cultuurhistorie, monumenten, musea en streektalen

(immaterieel erfgoed). De nieuwe indeling zal ook gestalte krijgen in

de nieuwe website van de SCEZ, die medio dit jaar online komt.

Wat ook verandert is de huisvesting van de SCEZ. Het Zeeuws

Archeologisch Depot en de monumentenwacht worden namelijk in

de loop van dit jaar definitief gehuisvest in een prachtig nieuw en

buitengewoon functioneel gebouw aan de Looierssingel in Middelburg.

Het nieuwe pand ligt op loopafstand van de kantoorlocatie van de SCEZ

aan de Groenmarkt. Eigenaar is de Provincie Zeeland. Er wordt

momenteel hard gewerkt aan het inrichten van de kantoor-, garage-

en depotruimtes. Tijdens de Open Monumentendag van dit jaar op

zaterdag 11 september is iedereen van harte welkom om het pand

van binnen te bekijken.

Bent u tot slot benieuwd naar veranderingen in het beleid en het werk

van de SCEZ in de komende jaren, dan verwijs ik u met plezier naar

Erfgoed boeit en erfgoed bindt, het beleids- en werkkader van de SCEZ.

Het laat zien waar de SCEZ voor staat, wat er de afgelopen jaren is

gedaan, welke ontwikkelingen er zijn, wat de voornemens zijn voor

de komende jaren en welke middelen daarvoor worden ingezet.

De publicatie is eind vorig jaar toegezonden aan alle belanghebbende

partijen in en buiten Zeeland. U kunt haar natuurlijk ook lezen op

www.scez.nl. Ik ben benieuwd wat u ervan vindt!

Wim Scholten, directeur

Omslag ‘Erfgoed boeit en erfgoed bindt’. Beleids- en werkkader 2009-2012.


Archeologisch Nieuws

Gemeentelijk archeologiebeleid (VZG-traject)

Archeologisch en cultuurhistorisch bureau Vestigia

presenteerde de conceptversies van haar archeologische

verwachtingskaarten en beleidsplan op 27 januari aan

de wethouders van Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Noord-

Beveland, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Tholen in het

Provinciehuis. Komend voorjaar buigen de regionale

klankbordgroepen van amateurarcheologen, belanghebbenden,

gemeenteambtenaren en overige deskundigen

zich over de conceptversie onder begeleiding van de

adviseurs archeologie van de SCEZ in samenwerking met

Vestigia. Landelijk verwierf het project al veel bekendheid.

Geanimeerde Reuvensdagen 2009 in Middelburg

Op 12 en 13 november 2009 vond in de Middelburgse

schouwburg het 39 ste Nederlandse congres voor

archeologen ‘De Reuvensdagen’ plaats. Tijdens het congres

met ongeveer zevenhonderd archeologen uit Nederland

en Vlaanderen kwam de Zeeuwse archeologie uitstekend

onder de (inter)nationale aandacht in zeven (van zeventien)

lezingen. Hierbij ook twee bijdragen van SCEZarcheologen

Hans Jongepier en Robert van Dierendonck,

respectievelijk over het rituele ijzertijddepot van

Grijpskerke en de regionale productie van zout, vissaus

en aardewerk als pijlers voor de handel in de Romeinse

Schelderegio. Ook in de Reuvenslezing van dr. H. Jöns

(Nedersaksisch Instituut voor Historisch Kustonderzoek,

Wilhelmshaven (D.)) werd Zeeland vermeld.

De uitsmijter van de Topvondsten was gewijd aan het

SCHOUWEN-DUIVELAND

Oudste werktuig uit Zeeland

Vuistbijl uit de Schelphoek

Ongeveer twintig jaar geleden vond de heer S. Regeer

een vuurstenen vuistbijl op de slikken bij de Schelphoek

onder Serooskerke. De SCEZ kreeg de bijl enige tijd in

bruikleen voor onderzoek en documentatie. Hij is 17,5

centimeter lang met een grootste breedte van 9 centimeter

en een grootste doorsnede van 4,8 centimeter. De bijl

heeft een lichtbruin patina; de oorspronkelijke kleur was

lichtgrijs, afgaande op een kleine recentere beschadiging.

Het voorwerp was, gezien het type, als multifunctioneel

werktuig in gebruik bij mogelijk een Neanderthaler, die

in deze streken zo’n 100.000 à 150.000 jaar geleden

rondzwierf. Daarmee is de bijl het oudste door een

mensachtige gemaakte werktuig dat ooit in Zeeland is

teruggevonden! Voor de kust van Walcheren zijn twee

kleinere vuistbijlen opgevist; ook op het strand van

Cadzand is een exemplaar gevonden. De twee uit de

Noordzee zijn vermoedelijk jonger; die van Cadzand

kan uit dezelfde periode dateren.

Hoe de bijl op de slikken terechtkwam is onbekend.

Een plausibele verklaring is dat een korvisser de bijl uit

een geul voor de kust bij Serooskerke (De Hammen)

opviste en de inhoud van zijn netten op een

mosselperceel bij de Schelphoek deponeerde.

ONDERZOEK EN MELDINGEN

schedelfragment van ‘Krijn, de jonge Neanderthaler’.

Veel congresgangers brachten een bezoek aan de

tentoonstellingen ‘De rituele kuil van Grijpskerke’ in

het Zeeuws Museum en ‘50 jaar Zeeuwse bodemvondsten’

in de SCEZ-tentoonstellingsruimte aan de Groenmarkt

(te bezichtigen tot 28 oktober 2010).

De SCEZ gaf met een nieuw ontworpen spandoek en

een boekentafel ook acte de présence op de bedrijfs- en

informatiemarkt. Bij de uitreiking van de tweejaarlijkse

Ym van der Werffprijs voor een bijzondere prestatie op

het gebied van archeologische monumentenzorg kreeg

Staatsbosbeheer een eervolle vermelding met oorkonde

voor de herinrichting van de Karolingische ringwalburg

te Burgh.

Zeeuws Erfgoed 3 maart 2010/01 • ARCHEOLOGIE

Archeologie

Vuistbijl van de Schelphoek.

Hans Jongepier (SCEZ)

tijdens zijn lezing op

de Reuvensdagen in

Middelburg

(foto Erfgoed Nederland).

Vondstmeldingen

en archeologisch spreekuur

Melding van archeologische

vondsten dient te geschieden

bij de SCEZ. Het materiaal

wordt wanneer nodig geregistreerd

en gedocumenteerd,

maar blijft altijd in het bezit

van de melder, tenzij deze het

zelf wil afstaan. Uw melding

van vondst(en) of waarneming(en)

kan ook schriftelijk

of telefonisch geschieden bij:

SCEZ

Postbus 49

4330 AA

Middelburg

T 0118-670870

E j.jongepier@scez.nl

Daarnaast houdt de SCEZ

op elke eerste dinsdagmiddag

van de maand een archeologisch

spreekuur. U kunt het

spreekuur in gebouw

De Burg

Groenmarkt 13

te Middelburg

bezoeken om voorwerpen te

laten determineren (geldwaarde

wordt niet getaxeerd),

vondstmeldingen te doen, of

allerlei vragen op het gebied

van de Zeeuwse archeologie

voor te leggen.

De eerstvolgende archeologische

spreekuren vinden

plaats op de dinsdagmiddagen

6 april, 4 mei en 1 juni

van 15.30 tot 16.30 uur.

Dank voor uw medewerking!


Houten wiel,

vermoedelijk onderdeel

van een katrol,

uit De Hompels

bij Vrouwenpolder.

ZUID-BEVELAND

Presentatie karrenwiel in Goes

Wethouder Joost Adriaanse overhandigde op 30 november

2009 een gerestaureerd karrenwiel aan directeur

Hans Oomen van Historisch Museum De Bevelanden

en archeoloog Jan Wattenberghe van SOB Research.

De vondst is gedaan in de Elvis Presleylaan bij het graven

van een watergang voor bedrijventerrein Poel II.

Het volledig intacte zestiende-eeuwse houten karrenwiel

lag op de bodem van een tonput. Het is geconserveerd en

gerestaureerd met financiële steun van de Provincie

Zeeland, onder begeleiding van de SCEZ. Het karrenwiel

is de komende maanden te zien in het Goese museum.

WALCHEREN

Vondsten van De Hompels,

Vrouwenpolder

Najaar 2008 voerde

Rijkswaterstaat een

zandsuppletie uit op

de stranden bij de

Veersedam.

Amateurarcheoloog

Jan Meulmeester uit

Middelburg verzamelde

toen veel archeologisch

materiaal op de

stranden van de

aanpalende Banjaard en

Oranjezon. Navraag

leerde dat het zand

afkomstig was van een baggerlocatie

in de Hompels, circa 2

kilometer ten noorden van de

Veersedam.

De variatie in de vondsten is groot:

stukken bewerkt hout, waaronder een aangepunt

paaltje en waarschijnlijk een wiel van een katrol (zie foto);

dierlijk bot ‘in situ’ in een brok veen; bewerkt dierlijk bot,

onder andere een schedelfragment van een hert met

afgezaagde geweistang; visresten; dennenappels en

perzikpitten. Goed dateerbaar zijn twee fragmenten

van Romeins aardewerk.

De herkomst van het materiaal wijst er in ieder geval

op dat deze baggerlocatie in de Romeinse tijd tot het

Zeeuwse vasteland behoorde. Het is voor het eerst in

dit gebied dat dergelijke strandvondsten gekoppeld

kunnen worden aan een oorspronkelijke vondstlocatie.

Zeeuws Erfgoed 4 maart 2010/01 • ARCHEOLOGIE

ZEEUWS-VLAANDEREN

Wallen Aardenburg: Noordstraat en Smedekensbrugge

Stichting Het Zeeuwse Landschap wil op twee locaties bij

de wallen van Aardenburg poelen aanleggen om leefgebied

te creëren voor de boomkikker. Dit idee kon gepaard gaan

met cultuurhistorische doeleinden, namelijk reconstructie

van vestinggrachten uit de nieuwe tijd die nog deels in het

landschap herkenbaar zijn. Een terrein aan de Noordstraat

in het noorden van Aardenburg en één ten oosten van

de Rijksweg bij Smedekensbrugge zijn eerst onderzocht

door de Universiteit van Leiden (bureauonderzoek en

boringen). Op basis van de resultaten voerde SOB

Research najaar 2009 op beide locaties een proefsleuvenonderzoek

uit. De vestinggrachten, met een breedte van

19 meter, bleken de onderliggende lagen nauwelijks te

hebben verstoord. In het noordelijk deel is ook de

middeleeuwse wal aangetroffen, enkele vondsten uit de

Romeinse tijd, maar ook resten van bommen (en bomkraters)

en handgeschut uit de Tweede Wereldoorlog.

Blijkbaar is dit deel van Aardenburg gebombardeerd

en hebben de Duitsers zich hier in de wallen verschanst.

Sommige bewoners konden hier meer over vertellen

tijdens de succesvolle open dag op 14 november. In het

oostelijke terrein kwam een groot aantal sporen aan het

licht: in een Romeinse watergang pennen van tenten,

Romeinse leren schoenzolen, houten planken, slakmateriaal

(resten van ambachten), aardewerk en dakpannen.

De onderzoekers leidden daaruit af dat de

Romeinse ambachtelijke zone die net ten noorden van dit

terrein is aangetroffen, zich ook naar het zuiden uitstrekte.

In het zuiden van het terrein zijn mogelijk resten van een

middeleeuwse hutkom aangetroffen. Aangezien deze

‘in situ’ zijn bewaard en niet verstoord worden door

de beoogde natuurontwikkeling worden ze niet verder

onderzocht. Conclusie is dat de ondergrond van

Aardenburg niet veel verstoord is door de vestingwerken

uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd, zoals wel is

aangenomen.

Een bijzondere ‘vondst’ door depotbeheerder Henk

Hendrikse in het Zeeuws Archeologisch Archief (SCEZ)

is een aantal foto’s van sleuven door de wallen van

Aardenburg. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw wilde

de toenmalige burgemeester van Aardenburg de wallen

reconstrueren. Daartoe trok de Grontmij deze sleuven.

Bijbehorende informatie ligt in het archief van de

Grontmij te Middelburg en was een complete ontdekking

voor velen! De resultaten worden opgenomen in het

onderzoeksrapport van SOB Research, dat voorjaar 2010

gereed is.

Profielopname doorsnede ravelijnsgracht in het noorden

van Aardenburg. Te zien is de onderliggende veenlaag

met Romeinse sporen en het onderliggend dekzand.


Kloostermuur in Kloosterzande

Op 18 november 2009 verrichtte de SCEZ archeologische waarnemingen

aan een middeleeuwse kloostermuur naast de Hof te Zande Kerk te

Kloosterzande. De kerk deed vanaf circa 1200 dienst als kapel voor

Cisterciënzer monniken. De muur was jarenlang door klimop aan het

zicht onttrokken. Hij is aan de zuidzijde van de kerk ruim 50 meter lang

en 2 meter hoog en deels opgebouwd uit grote kloostermoppen (28,5 x

14,5 x 8 centimeter), deels uit ijsselstenen (16,5 x 8 x 4 centimeter).

Aan de westzijde van de kerk bleef een muurdeel van bijna 10 meter

bewaard. De kerk is na verwoesting tijdens de Tachtigjarige Oorlog in

1609 weer opgebouwd. De aanwezigheid van ijsselstenen, die pas vanaf

begin zeventiende eeuw worden gebruikt, leert dat de muur eveneens rond

die tijd is heropgemetseld. Gezien de uit kloostermoppen opgebouwde

onderste lagen is het aannemelijk dat deze de originele fundering

vormden. De muur verkeert in vrij slechte staat en is over een lengte van

8 meter zelfs ingestort. Het is de enige (deels) originele Cisterciënzermuur

in Nederland.

De na 1609 heropgebouwde Cisterciënzer kloostermuur

van Kloosterzande.

Een spiegeldoos uit Sluis

De heer M. Krijgsman meldde een tin/loden deksel van een spiegeldoos.

Hij vond deze in stortgrond, afkomstig uit het traject Kloosterstraat-

Sint-Janstraat te Sluis, waar rioleringswerkzaamheden plaatsvonden.

Het deksel toont een ridder te paard; achter de metalen buitenkant was

de spiegel nog aanwezig. Het voorwerp, een voorloper van de poederdoos,

heeft een diameter van ongeveer 4 centimeter. Het dateert waarschijnlijk

uit de veertiende eeuw. Er zijn inmiddels vier exemplaren van laatmiddeleeuwse

spiegeldozen bij de SCEZ bekend. Toevallig of niet, ze komen

alle uit Sluis!

Laatmiddeleeuwse spiegeldoos (deksel) uit Sluis.

Zeeuws Erfgoed 5 maart 2010/01 • ARCHEOLOGIE

Plangebied ‘Onder de Toren’ te Hulst

In april-oktober 2005 vonden een archeologische opgraving en begeleiding

plaats in een gebied, gevormd door Korte Nieuwstraat 13-21, Lange

Nieuwstraat 1-3, Pierssenstraat 14-16 en Basiliekstraatje in Hulst. Omdat

het plangebied, waar inmiddels een nieuw appartementencomplex staat,

direct naast de kerk lag stond het project bekend als ‘Onder de Toren’.

Het onderzoek door ArcheoMedia BV leverde een omvangrijk rapport op.

Voorafgaand deden A. Prinsen (Gemeentearchief Hulst) en D. de Koning-

Kastelijn (AWN Zeeland) archiefonderzoek naar de bewoningsgeschiedenis

van de Nieuwstraat. De eerste vermelding van de Nieuwstraat dateert

uit 1337. Pas vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw kennen we

eigenaren en bewoners. In sommige gevallen kon de aard van de

bebouwing worden achterhaald. Zo was ter plaatse van Korte Nieuwstraat

13-17 in de tweede helft van de zeventiende eeuw brouwerij Swarten

Arend, later Den Dobbelen Arent, gevestigd. In 1752 is sprake van

herberg Den Swarten Dobbelen Arend. In 1832 blijkt het pand nog altijd

een herberg te zijn, Den Zwarten Arend. De overige panden aan de

Nieuwstraat werden vermoedelijk bewoond door de middenklasse van

de burgerij.

De historische gegevens zijn door ArcheoMedia gekoppeld aan de

uitkomsten van het archeologisch onderzoek. De oudste archeologische

sporen dateren vanaf het laat-paleolithicum tot de dertiende eeuw na Chr.

Het betreft drie ronde kuilen, geïnterpreteerd als drenkplaatsen, en

twee paalkuilen. In de directe nabijheid zijn in dezelfde laag al eerder

prehistorische resten blootgelegd.

Van de vroegstedelijke nederzetting zijn enkele perceelsgreppels als sporen

bewaard gebleven. Later werden ze gebruikt als afvalkuilen, waarvan

de vulling van aardewerk, leer en botmateriaal dateert tussen circa

1225-1275. Tijdens deze periode is de onderzoekslocatie opgehoogd

voor bewoning. Aanwezigheid van mestkuilen duidt op agrarisch gebruik.

Daarnaast zijn sporen, met name zelas, teruggevonden van zoutraffinage

die in Hulst vanaf circa 1240 plaatsvond. Vanaf circa 1325 dateert de

eerste stenen bebouwing, met meerdere huizen en erven in de

Nieuwstraat. Ter plaatse van Korte Nieuwstraat 13 is begin vijftiende

eeuw een opvallend grote structuur gebouwd: een zaalhuis met stookvloer

en een voor- en achterkamer. Achter het huis bevond zich een bakstenen

waterput. De beerbak bij dit gebouw bevatte luxueus glaswerk uit 1450-

1550. De historische bronnen melden onder meer een schepen van Hulst

en een burgemeester als eigenaren van het pand.

Alle panden aan de Korte Nieuwstraat bevatten beerputten en afvalkuilen,

gevuld met materiaal dat duidt op behoorlijke welstand in de zeventiende

en achttiende eeuw. Vanaf de negentiende eeuw bleven de structuren van

de panden nagenoeg ongewijzigd.

Resten begraafplaats Sint-Eligiuskerk?

Sloop Nieuwstraat, Oostburg

Bij de sloop van twee panden aan Nieuwstraat 5-7 in Oostburg vond

najaar 2009 een Archeologische Begeleiding plaats. Oranjewoud BV

trof in eerste instantie drie waterputten aan, waarvan twee dateren uit

de zeventiende/achttiende en één uit de negentiende/twintigste eeuw.

De oudste waterput blijft bewaard omdat de nieuwbouwplannen deze

niet verstoren. In het oosten van het terrein zijn op een diepte van circa

1,25 meter beneden maaiveld drie menselijke skeletten aangetroffen.

Niet onverwacht, aangezien ten oosten van de Nieuwstraat de

Sint-Eligiuskerk lag. De vondst van deze skeletten toont waarschijnlijk

aan dat het bijbehorende kerkhof tot de Nieuwstraat reikte. De skeletten

zijn ingemeten, ingetekend en gefotografeerd; één ervan wordt ter nadere

datering onderzocht. Twee skeletten zijn geborgen, het derde en mogelijk

andere die dieper liggen zijn ‘in situ’ behouden. Het grafveld ligt diep

verscholen onder een toekomstig parkeerterrein.

Bij het archeologisch onderzoek op de locatie van het voormalig bejaardentehuis

De Burght werden ook resten van deze begraafplaats verwacht.

Deze zijn daar echter niet aangetroffen.


Monumenten

2009 een succesvol jaar voor

Meldpunt Erfgoed Zeeland

Het interieur van

de weegbrug is nog volledig

intact (foto’s J. de Visser).

De weegbrug in de

Zaagmolenpolder in

Nieuw- en Sint-Joosland is

nog steeds in gebruik.

Voor het Meldpunt Erfgoed Zeeland is het eerste jaar

succesvol geweest. Vanaf de start op 13 februari 2009

tot het einde van het jaar kwamen bij het voorportaal

91 meldingen binnen. Deze meldingen hadden betrekking

op 89 verschillende objecten en structuren, waarvan

de meeste op Walcheren zijn gelegen. Ook viel

het grote aantal meldingen uit Zeeuws-Vlaanderen op.

Het Zeeuwse publiek wist de website van het Meldpunt,

www.meldpunterfgoedzeeland.nl, dan ook goed te vinden.

Vooral rondom de presentatie van het Meldpunt in

februari 2009 en direct na publicaties over het Meldpunt

in pers en media waren de bezoekersaantallen van de

website hoog. Veel media-aandacht kregen (de verplaatsing

van) het weeghuisje aan de Westhavendijk in Goes,

de (sloop van de) monumentale panden in de

Nassaustraat in IJzendijke en (het voorkomen van

de sloop van) het watergebouw in Vlissingen.

Weegbrug Zaagmolenpolder

Hoewel een aanzienlijk gedeelte van de meldingen

betrekking had op erfgoed dat met sloop bedreigd wordt,

zijn ook veel meldingen binnengekomen van onbekend en

ondergewaardeerd erfgoed. Hiertussen bevonden zich veel

kleine cultuurhistorisch waardevolle elementen, waaronder

opvallend veel duikers, grenspalen en weegbruggen. Zo

ook de weegbrug in de Zaagmolenpolder in Nieuw- en

Sint-Joosland. Nog steeds is deze weegbrug uit 1894 in

gebruik, voornamelijk voor het wegen van hooi en stro.

Dit wordt gedaan door de zoon van de huidige eigenaar.

Deze zoon heeft echter geen specifieke belangstelling voor

de cultuurhistorische waarde van de weegbrug.

De eigenaar zelf is al op leeftijd en het plegen van onderhoud

aan de weegbrug wordt voor hem steeds moeilijker.

De melder heeft hierop besloten de weegbrug door middel

van een melding bij het Meldpunt Erfgoed Zeeland onder

de aandacht te brengen. Het voorportaal van het

Meldpunt heeft deze melding bij twee deelnemende

organisaties uitgezet. De Werkgroep Industrieel Erfgoed

Zeeland deed onderzoek in het archief en ter plaatse,

terwijl Stichting Landschapsbeheer Zeeland is nagegaan

of het object kon deelnemen aan het project ‘Herstel

kleine cultuurhistorische elementen in Zeeland’.

Dit laatste bleek het geval te zijn, waardoor het verkrijgen

Zeeuws Erfgoed 6 maart 2010/01 • MONUMENTEN

van een subsidie tot restauratie en de daadwerkelijke

uitvoering hiervan tot de mogelijkheden behoort.

Doordat ook de gemeente Middelburg van de melding op

de hoogte is gebracht, is de weegbrug ook op de agenda

van de vergadering van de gemeentelijke monumentencommissie

gekomen. De uitkomst van de vergadering is

met het schrijven van dit artikel nog niet bekend.

Meer oog voor monumenten

Bovenstaand voorbeeld is een goede illustratie van

het belang van een meldpunt voor (gebouwd) erfgoed

in de provincie Zeeland. Bij behoudenswaardige objecten

waarvan bekend is dat ze in hun voortbestaan bedreigd

worden, is het van belang dat nog eens kan worden

nagegaan of alle wegen tot behoud bewandeld zijn.

Daarnaast blijkt het Meldpunt een ideaal centraal

informatiepunt om melding te doen van erfgoed dat

(nog) onvoldoende op waarde wordt geschat of dat

minder zichtbaar in het landschap gesitueerd is. Juist

deze meldingen kunnen ervoor zorgen dat deze objecten

en structuren niet ongemerkt uit het landschap

verdwijnen, maar daarentegen kunnen worden ingepast

in nieuwe ruimtelijke plannen.


Provincie ziet geen mogelijkheden om erfgoed bij minister aan te melden

Voorlopig geen Werelderfgoed voor Zeeland

De komende decennia zal er geen enkel Zeeuws

erfgoed worden voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst

van UNESCO, de VN-organisatie voor onder meer

cultuur. De Provincie Zeeland heeft namelijk besloten

geen gebruik te maken van de mogelijkheid om zaken

aan te dragen bij minister Plasterk. Deze wil in 2010

de lijst met toekomstige nominaties opstellen, de lijst

van waaruit de Staat der Nederlanden voordrachten

doet voor de prestigieuze Werelderfgoedlijst. De SCEZ

heeft uitvoerig de kansen verkend. De gemeente

Borsele en de gemeente Sluis gaan nog wel een poging

wagen.

Iedereen kent wel de Chinese muur, de Egyptische

pyramides of de binnenstad van Praag, allemaal sites die

al vele jaren pronken op de Werelderfgoedlijst van

UNESCO. Ook Nederland heeft inmiddels al een aantal

locaties op deze lijst staan. Toen Nederland betrekkelijk

laat in 1992 het Werelderfgoedverdrag dat aan de basis

van deze lijst staat tekende, heeft het Rijk een viertal

thema’s geïdentificeerd die mondiaal als betrekkelijk uniek

en specifiek voor Nederland gelden. Deze thema’s zijn: de

omgang met het water, Nederland in de zeventiende eeuw,

de Nederlandse bijdrage aan de modern movement - ofwel

de moderne architectuur - en tenslotte de archeologie.

Op grond van deze thema’s heeft Nederland een

zogeheten tentatieve lijst gemaakt, een groslijst van zaken

die men zou kunnen gaan voordragen. De afgelopen

vijftien jaar zijn acht Nederlandse voordrachten van

deze groslijst daadwerkelijk voorgedragen en op de

Werelderfgoedlijst geplaatst. Dit zijn het voormalige

eiland Schokland, de molens van Kinderdijk, de Stelling

van Amsterdam, het Woudagemaal te Lemmer, het

Rietveld-Schröderhuis te Utrecht, de Beemster als

renaissancepolder, de binnenstad van Willemstad-Curaçao

en - verleden jaar - de Waddenzee. In de komende jaarvergadering

van UNESCO medio juli zal de binnenstad

van Amsterdam worden voorgedragen en waarschijnlijk

ook worden geplaatst. Daarmee is de aanvankelijke lijst

met toekomstige nominaties van Nederland flink

uitgedund. Bovendien verplichten de ondertekenaars

van het Werelderfgoedverdrag zich periodiek deze

tentatieve lijst te actualiseren en tegen het licht te houden.

Bottom-up

Reden voor minister Plasterk om een commissie van

‘wijzen’ aan te stellen die hem medio zomer 2010 moet

gaan adviseren welke sites de Staat der Nederlanden in de

toekomst wellicht kan gaan voordragen. De minister heeft

daarbij aangegeven dat er wat hem betreft een drietal

aanvullende criteria zullen gelden, te weten: transnationaal

en grensoverschrijdend erfgoed, natuurlijk erfgoed en

erfgoed op de Nederlandse Antillen en Aruba. Daarbij

wenst het Rijk, in tegenstelling tot vorige keer, een

bottom-up proces te volgen waarbij lokale overheden zélf

zaken bij het Rijk kunnen aandragen. De eerdergenoemde

commissie zal dan de eerste selectie verrichten: passen de

aangemelde zaken binnen de thema’s die Nederland

hanteert en passen ze binnen de criteria die UNESCO

stelt voor de plaatsing van Werelderfgoed? Veel andere

overheden doen een enthousiast beroep op de minister om

hun erfgoed op de tentatieve lijst en uiteindelijk mondiaal

erkend te krijgen. Voorbeelden van reeds aangemelde

zaken zijn de Utrechtse grachten als zeldzaam middeleeuws

havencomplex, het gevangenisdorp Veenhuizen,

de Friese Elf Steden en het (transnationale) erfgoed van

de Evangelische Broedergemeente in onder meer Zeist,

Denemarken en Zuid-Afrika. De SCEZ meende dat

- wat Zeeland betreft - zowel de Deltawerken als de

Staats-Spaanse Linies in Zeeuws-Vlaanderen een goede

kans zouden maken om in de toekomst op de

Werelderfgoedlijst geplaatst te kunnen worden.

Komst Republiek op wereldtoneel

De Staats-Spaanse Linies voeren terug tot de Tachtigjarige

Oorlog en het ontstaan van de Republiek op de Europese

(en wereld)kaart. Het is een oud en zeldzaam stelsel van

verdedigingswerken die in tegenstelling tot de Stelling

van Amsterdam ook daadwerkelijk krijgshandelingen

hebben gekend. De afgelopen jaren heeft de Provincie

Zeeland veel geïnvesteerd in het beter zichtbaar maken

en ontsluiten van linies, in nauwe samenwerking met

de Zeeuws-Vlaamse gemeenten en de Belgische buurprovincies.

Uit gesprekken die de SCEZ heeft gevoerd

met overheden blijkt ook dat er veel draagvlak bestaat

voor een gang richting UNESCO, waarbij men wel

verwachtte dat de provincie daarbij als (logische) trekker

fungeert. Naast de omgang met het water hebben de

Staats-Spaanse Linies als voordeel dat het ook een grensoverschrijdend

militair landschap is. Als zodanig ‘scoort’

het extra punten op de door de minister geformuleerde

thema’s van grensoverschrijdend en natuurlijk erfgoed.

De Provincie Zeeland heeft echter gekozen voor een

nieuw initiatief van de Europese Unie, het European

Heritage Label. Gedeputeerde Van Waveren heeft

aangegeven de Staats-Spaanse Linies meer van Europees

dan van mondiaal belang te vinden. Een complicerende

factor is bovendien de weerstand bij sommige delen van

de bevolking in Zeeuws-Vlaanderen ten aanzien van de

reconstructie van forten en het mogelijkerwijs terugbrengen

van water.

Het aanvragen van het Europese label zal ongetwijfeld

succesvol zijn: het is immers nog onbekend en in

ontwikkeling; de waarde moet nog bewezen worden en

concurrentie is er ook nog niet. Het profijt is echter

navenant. De (toekomstige) Europese lijst mist het

formaat en prestige die de inmiddels veertig jaar bestaande

Werelderfgoedlijst van UNESCO wél heeft. De mondiale

aandacht die met erkenning door UNESCO gepaard gaat

is groot en de structurele stijging van bezoekersaantallen

en toerisme is enorm (minimaal een verdubbeling).

Reisgidsen maken steevast melding van deze status, de

toeristische branche hanteert het bijna als keurmerk voor

te bezoeken sites en er zijn inmiddels veel mensen die

vakanties inrichten en selecteren op basis van aanwezig

werelderfgoed.

Wereldvermaard icoon

De Deltawerken zijn immers een wereldvermaard icoon

van de strijd tegen het water en vormen daarbij een grootschalige

fysieke getuigenis van de bijzondere Nederlandse

expertise op het gebied van watermanagement.

De Deltawerken zijn uiteindelijk niet bij de minister aangemeld

omdat Rijkswaterstaat-Zeeland geen voordracht

wenste. Mede gelet op de klimaatsveranderingen wenst

Rijkswaterstaat de handen vrij te houden. De impact

Zeeuws Erfgoed 7 maart 2010/01 • MONUMENTEN

>


De Stormvloedkering

Oosterschelde:

geen kanshebber als

toekomstig Werelderfgoed

(foto Mechteld Jansen).

van de klimaatsverandering op de bestaande kustverdediging

is immers fors. Zelfs de Stormvloedkering

Oosterschelde zal binnen het bestek van een eeuw geheel

komen te vervallen. Rijkswaterstaat wil niet gebonden

zijn aan overwegingen van cultuurhistorie bij het

voortdurend transformeren en aanpassen van de kustverdediging

aan de nieuwe eisen die worden gesteld.

De Provincie Zeeland heeft hieruit haar conclusies

getrokken en besloten de Deltawerken niet bij de

minister aan te melden. Hiermee lijken er de komende

Zeeuws Erfgoed 8 maart 2010/01 • MONUMENTEN

decennia geen Zeeuwse voordrachten te komen, want

alvorens er weer een herziening te verwachten valt, zal

het al gauw vijftien jaar later zijn. Maar er gloort nog een

klein sprankje hoop: de gemeente Borsele heeft separaat

een brief geschreven om de bijzondere waarden van het

Borselse cultuurlandschap onder de aandacht te brengen.

Daarnaast heeft de gemeente Sluis zich uitgesproken

om het Belfort toe te voegen aan de reeds bestaande site

‘de Belforten van België en Frankrijk’. Wij houden u

op de hoogte van de voortgang van dit dossier!

Bijna alle overheden in Zeeland doen mee; meer dan veertig deelnemers

Hoge waardering voor cursus Buitenkansen!

De samen met Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ)

ontwikkelde cursus ‘Buitenkansen!’ (zie ook Zeeuws Erfgoed juni

2009) is eind vorig jaar afgerond. Buitenkansen was bedoeld om

de Belvederegedachte en een goede omgang met het buitengebied

op basis van de cultuurhistorie breed onder de aandacht te brengen.

Projectbureau Belvedere en de Provincie Zeeland hebben de cursus

mogelijk gemaakt, evenals de bereidwillige medewerking van de

gemeenten die locaties en faciliteiten beschikbaar hebben gesteld.

Meer dan veertig mensen hebben de cursus gevolgd, afkomstig uit een

brede waaier van alle Zeeuwse overheden: gemeenten, waterschappen,

provincie, Dienst Landelijk Gebied, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer

en enkele particuliere bureaus. SCEZ-adviseur cultuurhistorie en

monumenten David Koren: “Het is erg leuk dat er zoveel belangstelling

is voor de cursus, zeker van de kant van de ruimtelijke ordenaars waar

we als cultuurhistorici traditioneel minder connecties mee hebben.

Juist in het kader van de modernisering van de monumentenzorg is

het van belang dat beide groepen goed met elkaar samenwerken.”

Cultuurhistorie zal immers na de wetswijziging integraal moeten worden

afgewogen zoals dat nu ook al met de archeologie gebeurt. Anderzijds

kan de cultuurhistorie voor de ruimtelijke ordening ook een belangrijke

inspiratiebron vormen die de kwaliteit van ruimtelijke plannen positief

kan beïnvloeden. Een tweetal excursies onder de bezielende leiding van

landschapsarchitect Jan Willem Bosch (Bosch en Slabbers) maakte ook

duidelijk hoe dit in de praktijk kan uitpakken. Gezien de positieve

reacties zal er in het voorjaar door SCEZ en SLZ een aanvullende

cursusdag worden georganiseerd om de opgedane kennis en contacten

op te frissen.

Carolien Sinke van de gemeente Reimerswaal leidt cursusdeelnemers rond

op de oesterputten. (foto’s Stichting Landschapsbeheer Zeeland).

Deelnemers buigen zich over een fictieve ruimtelijke casus op Schouwen-

Duiveland. Roy van de Voort (Rijkswaterstaat) geeft aanwijzingen aan

collega Marius Vrijlandt (Dienst Landelijk Gebied).


Vaardigheden door kennis

In de middeleeuwen bestonden er gildes, beroepsverenigingen van professionals

die een bepaald beroep uitoefenden. Leerlingen kregen de kneepjes van het vak onderwezen

door een meester. Bij Restauratie Opleidingsprojecten (ROP) verloopt dit vandaag niet anders.

In een gilde werden leerlingen opgeleid tot gezel en

vervolgens tot meester ofwel vakman. Het opleiden tot

het ambacht gebeurde door de gildeleden die kennis en

ervaring uitwisselden met de leerlingen. Een gilde had

het alleenrecht op het uitoefenen van een vak, wat de

kwaliteit ten goede kwam. Een leerling kon de titel ‘gezel’

krijgen na een gedegen opleiding. Wilde de leerling de

titel ‘meester’ verkrijgen dan moest deze de gilde- of

meesterproef afleggen.

In grote lijnen is er in de opleiding van de huidige

leerlingen niet zoveel veranderd. Komt een leerling op

een restauratieproject, dan staat hij onder de begeleiding

van een leermeester. Leermeester en begeleidend vakman

brengen hem de fijne kneepjes van het vak bij.

Met voldoende ervaring en kennis van de theorie kan

de leerling een praktijktentamen afleggen. Deze praktijktentamens

worden beoordeeld door de leermeesters.

Tentamens worden steekproefsgewijs gecontroleerd

door Fundeon, Kenniscentrum Beroepsonderwijs voor de

bouw. Na alle voor de opleiding noodzakelijke tentamens

te hebben afgelegd, komt de leerling in aanmerking voor

een diploma.

Sinds kort is het ROP Zuid-West bezig om ook leerlingen

voor kleine specialistische beroepen als schilder, stukadoor,

steenhouwer en smid op de restauratieprojecten te krijgen.

Op het project van de NH Kerk in Groede heeft al een

leerling-stukadoor meegewerkt. Momenteel is

Steenhouwerij Zederik uit Tienhoven bezig met de

restauratie van het beeldhouwwerk van de kerk in

Driewegen. Dit is het eerste restauratieopleidingsproject

in Zeeland waar ook een leerling-steenhouwer opgeleid

wordt.

Van de NH Kerk in Groede zijn de steigers inmiddels

verwijderd. De werkzaamheden omvatten de conservering

van de kapconstructie, herstel van de kerkbanken en

metselwerkherstel aan de binnenzijde.

De restauratiewerkzaamheden aan de Verlaetbrug in

IJzendijke hebben stagnatie opgelopen door het winterse

weer. Herstelwerkzaamheden van het metselwerk vinden

ook plaats aan de molen Windlust in Hoek. In de molen

worden ook sanitaire voorzieningen aangebracht, uiteraard

met een historische uitstraling.

De restauratie van Hofstede Cranesteijn in Oostkapelle

vordert gestaag, nadat men begonnen is met het woonhuis.

In een later stadium volgt de boerenschuur. Met

de bouw van steigers bij zowel de NH Kerk van

Oost-Souburg als die van Nisse zijn de eerste tekenen

van de naderende restauratiewerken van deze prachtige

dorpskerken zichtbaar. Ook de restauratie van een

landbouwschuur in Kamperland vordert volgens planning.

In algemene zin heeft de winter wel voor enige stagnatie

gezorgd, maar dit was niet onoverkomelijk. Sommige

restauratiewerkzaamheden lagen tijdelijk stil, zoals die

aan de molen van Scherpenisse.

Genoemde projecten bieden veel aanknopingspunten

voor leerlingen van uiteenlopende disciplines om

ervaring op te doen in de restauratiesector.

Zeeuws Erfgoed 9 maart 2010/01 • MONUMENTEN

Restauratieleerling

Edemon van Poppel bezig

met herstelmetselwerk aan

molen Windlust in Hoek.

In Zierikzee vinden nog

steeds restauratiewerkzaamheden

plaats aan

het Stadhuismuseum.


Monumentenwacht meet

onderhoudsstaat rijksmonumenten

81% van de rijksmonumenten die door alle

provinciale monumentenwachten op hun bouwkundige

staat zijn geïnspecteerd, verkeert in redelijke

tot goede staat. Alleen de categorie verdedigingswerken

vormt hierop een uitzondering. Van slechts de helft

van de geïnspecteerde verdedigingswerken blijkt de

bouwkundige staat redelijk tot goed.

Dit is de uitkomst van de eerste Monitor inzake de staat

van het gebouwd erfgoed 2009 waarover minister Plasterk

op 14 december 2009 de Tweede Kamer heeft

geïnformeerd. De monitor is een nulmeting en maakt

de staat van onderhoud van rijksmonumenten meetbaar.

In vervolg hierop geeft de minister opdracht aan de

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed tot uitbreiding

van deze monitor voor het totale rijksmonumentenbestand.

De monitor bestrijkt met zo’n 11.500 monumenten bijna

19% van het totale monumentenbestand van het Rijk.

Deze monitor is een vervolg op de eerste Erfgoedbalans

die in april 2009 verschenen is.

Minister Plasterk zet aanvullend onderzoek uit voor

de groep rijksmonumenten die niet structureel wordt

geïnspecteerd door de monumentenwacht. Verder wil hij

een vergelijking maken van de staat van rijksmonumenten

die wel en die geen (rijks)subsidie ontvangen. De monitor

moet tevens de staat van het groene erfgoed, zoals tuinen

en parken, in kaart gaan brengen. Met deze eerste

monitor en de geplande vervolgonderzoeken kan de

Zeeuws potdekselwerk

Op zijn fietstochten door de polders van Zeeland,

springen de karakteristieke zwartgeteerde houten

boerenschuren monumentenwachter Wim Jakobsen

regelmatig in het oog. Hun opvallende verschijningsvorm

en de toegepaste techniek van het potdekselen

zijn onlosmakelijk verbonden met de historie en

identiteit van onze provincie, merkt hij op.

De duurzaamheid van gepotdekselde gebouwen heeft

zich door de eeuwen heen wel bewezen. Houten

gebouwen die op deze manier zijn geconstrueerd, kunnen

jaren standhouden. Bij de Zeeuwse landbouwschuren is

dit ook te danken aan de vernuftige constructie van

spanten en staanders, die de krachten op de juiste wijze

opvangt. De indeling van deze schuren kan per regio

verschillen. Ook de omvang, met vaak de mendeuren in

de lange gevel, kan van boerderij tot boerderij variëren.

Daarentegen is de afwerking van de buitenwanden vaak

dezelfde: horizontale, zwartgeteerde houten planken

(zie de omslag). Er zijn voorbeelden van andere kleurstellingen

zoals blauwgrijs (omgeving Zaamslag) en geel

(omgeving Biggekerke), maar zwart is toch de meest

voorkomende kleur.

De monumentenwacht wil het zogenaamde potdekselwerk

bij schuren onder de aandacht brengen. Vooral omdat

het gebruik van koolteer, maar ook van carbolineum en

andere producten waarin dit verwerkt is, tegenwoordig

Zeeuws Erfgoed 10 maart 2010/01 • MONUMENTEN

minister de instandhoudingseffecten van zijn (rijks)monumentenbeleid

beter inzichtelijk maken voor

de Tweede Kamer.

niet meer toegestaan is. Voor veel eigenaren van gepotdekselde

schuren levert dit een probleem op.

De karakteristieke zwarte kleur werd juist verkregen door

de planken te behandelen met koolteer. Dit gebeurde

overigens alleen aan de buitenzijde, om houtverstikking te

voorkomen. Door regelmatig de planken te teren werd er

een afsluitende robuuste laag verkregen. Voor boeren was

koolteer een goedkoop en afdoende product om schuren

te conserveren. Koolteer bevat echter veel giftige bestanddelen.

Enerzijds zorgt dit voor een goede bescherming van

het hout tegen insecten, anderzijds geeft het een milieuprobleem.

Vanwege dit laatste is de toepassing ervan sinds

1996 in Nederland verboden.

Alternatieven voor koolteer zijn er te over en fabrikanten

prijzen hun product vaak aan als dé vervanger van koolteer.

De basis van zo’n nieuw product is dikwijls houtteer,

dat een bruinere kleur geeft dan het diepzwarte koolteer.

De hechting van alternatieve producten op koolteer kan

echter voor problemen zorgen. Bladderen, afschilferen en

craquelé komen meer dan eens voor. Mocht u met

koolteer behandeld potdekselwerk opnieuw willen gaan

behandelen, dan luidt het advies van de monumentenwacht

om u eerst goed door de fabrikant te laten

voorlichten. Neem vooral ook de tijd om een proefstuk

op te zetten en bekijk na enige tijd het resultaat. Alleen

op deze manier is een verantwoorde keuze mogelijk.


Eigenaren van historische boerderijen

weten BoerderijEnZeeland te vinden

Op de informatieve website www.boerderijenzeeland.nl kunnen

eigenaren van historische boerderijen in Zeeland informatie

vinden die het behoud van hun erfgoed ten goede komt.

De aangeboden informatie omvat onder andere de aandachtsgebieden

bouwhistorie, cultuurhistorie, planologie en financiën.

Praktijkvoorbeeld Kapelle

De deels bakstenen, deels gepotdekselde schuur van de geïnventariseerde

boerderij aan de Lurpseweg in Kapelle.

De boerderij van de familie Pot bleek bij de provinciale boerderijinventarisatie

van 2004-2005 over het hoofd gezien. Inventarisatie is

echter een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een provinciale

subsidie en/of een laagrentende lening bij restauratie van een historisch

erfonderdeel. Aangezien de familie Pot binnen afzienbare tijd het rieten

Praktijkvoorbeeld Stavenisse

Het woonhuis van Den Roosentuyll in Stavenisse heeft kenmerken

van de achttiende, negentiende en twintigste eeuw.

De familie Buijs wil op korte termijn overgaan tot restauratie van haar

historische boerderij Den Roosentuyll. Vijf jaar geleden kocht zij de

boerderij van een familie, die in de voorafgaande vijftig jaar nauwelijks

iets aan het pand had veranderd. De familie Buijs is zeer enthousiast

over haar boerderij en de daarbij behorende geschiedenis.

Zij wil dit graag met zoveel mogelijk mensen delen, onder andere door

mee te doen aan de jaarlijkse Open Monumentendag. Intussen heeft

Den Roosentuyll wel ‘een likje verf’ nodig. De familie Buijs wil de

restauratie echter deskundig en (historisch) verantwoord laten uitvoeren

Zeeuws Erfgoed 11 maart 2010/01 • MONUMENTEN

Voor specifieke vragen kan een eigenaar het vragenformulier op de

website van BoerderijEnZeeland invullen. Een van de aangesloten

organisaties of personen neemt vervolgens met de vragensteller contact

op. Sinds de start van BoerderijEnZeeland maakten verscheidene

boerderijeigenaren van deze gratis dienstverlening gebruik,

waaronder de familie Pot uit Kapelle en de familie Buijs uit Stavenisse.

dakgedeelte van de schuur wil vervangen,

kwam bij BoerderijEnZeeland het verzoek

binnen de boerderij alsnog te inventariseren.

Intussen heeft deze (verlate) inventarisatie

plaatsgevonden en kan de eigenaar in de toekomst

zijn aanvraag voor een provinciale

financiële bijdrage in de kosten indienen.

Overigens bleek tijdens de inventarisatie met

name het bedrijfsgedeelte van de boerderij

een nadere studie waard. Bouwsporen doen

namelijk vermoeden dat deze aangebouwde,

van oorsprong volledig gepotdekselde schuur

uit circa 1800 bij een verbouwing in 1889

verlengd en gedeeltelijk versteend is.

Opmerkelijk hierbij is de smalle uitbreiding

tegen de zuidelijke lange gevel van de schuur,

dit met het oog op de veranderde

bedrijfsactiviteiten (groei veestapel).

De smalle uitbreiding tegen de zuidelijke

lange gevel van de schuur in Kapelle

is vrij zeldzaam.

en is daarbij benieuwd naar de mogelijkheden

van het verkrijgen van een financiële

bijdrage in de te maken restauratiekosten.

Voor de familie Buijs was de informatie op

de nieuwe website www.boerderijenzeeland.nl

verhelderend.

Om meer in te gaan op haar specifieke

vragen nam zij via het aanvraagformulier

contact op met BoerderijEnZeeland.

In januari heeft een tweetal deskundigen uit

het werkveld een bezoek aan de boerderij

gebracht en daarbij aanvullende tips gegeven

met betrekking tot een eventuele restauratie.

Tijdens het bezoek werd duidelijk dat met

name het woonhuis een hoge cultuurhistorische

waarde heeft, zowel het interieur

als het exterieur. Vooralsnog wordt het uit

ijsselsteentjes opgebouwde woonhuis, met

de ingang in de lange gevel en een centrale

gang daarachter, door de coördinator van

BoerderijEnZeeland gedateerd op de eerste

helft van de achttiende eeuw.

De achtergevel van het woonhuis

van Den Roosentuyll is zeer authentiek.


Cultuurhistorie

> De eerste nieuwe

kousentuun, pronkend als

een pauw.

>> Ontwerptekeningen

voor de nieuwe

kousentuinen.

Kousen drogen op de kousentuun

Bij historische boerderijen op de Bevelanden en ook wel

op Walcheren stond vroeger vaak een kousentuun op het

erf. Dit is een rek waarop de boerin haar gebreide lange

kousen droogde. De kousentuin had de vorm van een half

wagenwiel met spaken - een opgaande zon met stralen -

op een staander. Hier overheen werden de kousen met de

opening naar beneden geschoven, zodat ze niet uitrekten

bij het drogen. Met het verdwijnen van de streekdracht

zijn deze rekken praktisch uit het landschap verdwenen.

Om dit Zeeuws cultureel erfgoed te behouden wordt op

11 maart door Sophia van ’t Westeinde aan de eigenaren

van vier boerderijen een sierlijke kousentuin aangeboden.

Het is de bedoeling dat deze eigenaren deze kousentuin

op hun eigen erf plaatsen.

Het gaat om de volgende boerderijen:

• Arendshoeve in ’s-Heer Arendskerke

• Tien Gemeten in Oudelande

• Nieuwlands Rust in Nieuw- en Sint-Joosland

• Hoeve Van der Meulen in ’s-Heer Abtskerke

Het vervaardigen en aanbieden van de vier nieuwe

kousentuinen is een initiatief van de Soroptimistclub

De Bevelanden. De wereldwijde serviceorganisatie

waartoe deze club behoort bestaat uit vakvrouwen en kent

een netwerk van 95.000 leden, verspreid over 125 landen.

De Bevelandse club werkte voor dit project samen met de

Boerderijenstichting Zeeland en Emergis. Cliënten van

Emergis maakten de nieuwe kousentuinen. De gelden

voor het vervaardigen ervan werden verkregen door de

verkoop van wafels en wenskaarten.

De wenskaarten zijn nog steeds verkrijgbaar. Door uw

aankoop draagt u een steentje bij. Er zijn twee sets

verkrijgbaar: dahlia’s en broeksknopen.

Zeeuws Erfgoed 12 maart 2010/01 • CULTUURHISTORIE

• Set A: vier dubbele kaarten

(formaat 10,5 x 15 centimeter)

met kleurenfoto’s van Zeeuwse dahlia’s

en bijbehorende enveloppen

• Set B: vier dubbele kaarten

(formaat 10,5 x 15 centimeter) met kleurenfoto’s

van Zeeuwse zilveren broeksknopen

en bijbehorende enveloppen.

De kosten bedragen € 5 per set + verzendkosten à € 1. Bij

vijf sets bedragen de verzendkosten slechts € 2.

U kunt de wenskaarten via mail bestellen:

middelmeet@zeelandnet.nl. Geef daarbij aan welke set(s)

u wenst en het adres waarnaar de bestelling kan worden

verzonden. Gelieve het verschuldigde bedrag over te

maken op rekeningnummer 320505030 t.n.v. Edy Poot.

Na ontvangst van uw betaling worden de kaarten

toegezonden.

Oorspronkelijke betekenis ‘tuun’

Het woord tuun is hetzelfde woord als tuin in het

hedendaagse ABN. Overigens was de oorspronkelijke

betekenis van tuin niet wat wij tegenwoordig

onder een tuin verstaan, maar een omheining

rond de tuin. Dit kon ook een heg of een hekwerk

zijn. In kousentuun, dat gebruikt wordt in

Midden-Zeeland waar de ui als uu werd

uitgesproken, heeft tuun nog een betekenisverenging

ondergaan. Het betekent niet meer een

omheining of het volledige hekwerk, maar het

stukje omheining waar oorspronkelijk kousen op

werden gedroogd. Van daaruit is het maar een

kleine stap naar het kousenrek.

Werkgroep Industrieel Erfgoed Zeeland zoekt nieuwe voorzitter

Hoewel de industrialisatie in Zeeland laat op gang kwam, zijn in het Zeeuwse landschap nog veel sporen van dit industriële verleden terug te vinden.

Om in de toekomst voor dit industriële erfgoed zorg te dragen, werd in 1982 door de Zeeuwse Culturele Raad de Werkgroep Industriële Archeologie

opgericht. In 1996 werd de naam van deze werkgroep veranderd in Werkgroep Industrieel Erfgoed Zeeland (WIEZ). De WIEZ stelt zich ten doel het

industrieel erfgoed voor Zeeland zoveel mogelijk te behouden. Dit kan zowel in de vorm van fysiek behoud, als door middel van documentatie.

De WIEZ maakt onderdeel uit van de SCEZ. Door vertrek van de huidige voorzitter is de werkgroep op zoek naar een nieuwe voorzitter.

Belangstellenden voor deze functie kunnen informatie inwinnen bij Marinus van Dintel, adviseur cultuurhistorie en monumenten bij de SCEZ:

0118-670616 (ma, di, do), mp.van.dintel@scez.nl. Aanmeldingen graag vóór 1 april bij de WIEZ, Postbus 49, 4330 AA Middelburg.


‘Verwalling’: bijdrage aan verfraaiing

of verrommeling van het landschap?

Veel Zeeuwen zullen het vanuit hun auto wel eens

hebben gezien: het ‘majestueuze Loirekasteel’ in de

oksel van een kruising vlakbij het Zuid-Bevelandse

’s-Heer Arendskerke. Veel meer dan een glimp word

je als voorbijganger echter niet gegund, want het

gebouw gaat voor het grootste deel schuil achter een

imposante wal.

Een dergelijke wal lijkt een fenomeen dat hand over hand

toeneemt, vooral op Walcheren. Zo ligt in Sint-Laurens

al een tijdje een brede omwalling rondom een kwekerij

annex kassencomplex. Ook verschillende woningen in

het Walcherse buitengebied hebben zich verschanst achter

een wal, terwijl ook steeds meer (mini)campings met deze

trend meedoen. Een ontwikkeling om toe te juichen of

juist af te keuren?

Historisch gezien is deze uiting van individualisering

- want daar lijkt het in het geval van het buiten wonen

op - niet nieuw. De buitenplaatseigenaren konden er in

de zeventiende en achttiende eeuw ook wat van, waarbij

ze het overigens niet zozeer zochten in omwalling als wel

in beplanting rondom hun bezit. Daar zaten dan meestal

wel twee kanten aan. Enerzijds wilde men zich beschut

weten tegen de wind en in zichzelf gekeerd voelen uit

overwegingen van privacy. Anderzijds wilde men toch ook

gezien worden en zelf kunnen genieten van het uitzicht

over de omgeving. Deze overwegingen blijken uit enkele

voorbeelden, zoals de vorstelijke buitenplaats Sint-Jan ten

Heere. Nadat er in 1752 rigoureus was gesnoeid in de

wegbeplanting voorlangs dit buiten, voelde de bewoner

zich aan die zijde geheel “ondeckt en onvrij gemaakt”.

De veel kleinere buitenplaats Landlust onder Middelburg

lag aan drie kanten binnen “schutsels en heyninge”, maar

de vierde zijde moest daarvan vrij blijven vanwege het

uitzicht. Tenslotte Schorenburg bij Souburg; dat ging in

de achttiende eeuw schuil achter “eene zeer hooge

manteling” van geboomte die primair diende als

windkering.

Terug naar nu en terug naar de wallen: hun variatie is

groot, zoals ook hun doel veelzijdig lijkt te zijn. Voor het

gemak laten we even buiten beschouwing de geluidswallen

en de kennelijk semipermanente wallen die als gronddepot

dienen of waarbinnen grond wordt opgeslagen.

In het oog springen juist die wallen die kennelijk iets

aan het oog moeten onttrekken. Die - gewichtig

geformuleerd - blijkbaar moeten bijdragen aan

landschappelijke inpassing. Dat klinkt positief, want

verrommeling wordt ermee verdoezeld. Wie wel eens in

de omgeving van Ouddorp op Goeree rondkijkt, ziet dat

daar inderdaad heel wat minder fraais aan het oog wordt

onttrokken door de zogeheten hoagten, in de negentiende

eeuw hoog opgeworpen zandwallen. En ook in de

Schouwse Westhoek is heel wat recreatieve en andere

bebouwing - gelukkig - verstopt in (voormalige)

boomgaarden. Echter, de verrommeling zelf wordt

daarmee niet gekeerd. De wallen zijn dus, negatief

geformuleerd en naar analogie van schaamgroen, te

bestempelen als ‘schaamwallen’. Maar, eigenlijk zouden

we ons niet moeten hoeven te schamen.

Daarbij komt dat niet elke wal door vorm en vooral

ligging en oriëntatie een aanwinst voor het landschap

lijkt te zijn. Toegegeven, voor een deel is dat een kwestie

van smaak en kan men menen dat een recent opgeworpen

wal eerst moet rijpen en begroeid moet raken.

Maar wanneer bijvoorbeeld de blik vanaf de kreekrug

niet meer vrij over het lagere poelgebied kan dwalen, is

er toch iets aan de hand. Dan is zo’n wal zelf een vorm

van verrommeling. Ze verstoort namelijk logische en

historische vergezichten en ze grijpt in in vanouds

bestaande hoogteverschillen.

Het is dan ook duidelijk: over wallen is het laatste

woord nog niet gezegd.

Aad de Klerk,

adviseur cultuurhistorie en landschap

Zeeuws Erfgoed 13 maart 2010/01 • CULTUURHISTORIE

Medio 2009 nieuw

opgeworpen wal rond

(de uitbreiding van)

een minicamping bij

Koudekerke (Walcheren).


Streektalen

Cd met Zeeuwse verhaaltjes voor goed doel

Een volle zaal voor het

symposium ‘In ’t Zeeuws

kan ’t ok’. Kees Martens

verwelkomt het publiek.

Eind 2009 verscheen een cd met vijftien verhaaltjes

in het Zeeuwse dialect. Ze zijn verzameld door

Engel Reinhoudt. Verschillende van deze verhalen

zijn van zijn hand en werden eerder al gepubliceerd

in de PZC in de rubriek ‘Onze Streektaal’.

De verhalen worden voorgelezen door Erna Ramstijn.

Rond kerstdag kregen alle leden van de Nierpatiënten

Vereniging Oosterschelde de cd als kerstattentie.

De opbrengst van de verkoop van de cd is integraal

bedoeld voor de Stichting Sri Lanka Support

(www.srilankasupport.nl). Deze stichting ondersteunt via

sponsoring ruim 130 kinderen uit de meest arme families

op Sri Lanka. Ook tientallen scholen krijgen via deze

stichting ondersteuning door de bouw van toiletunits

en waterputten, de aanleg van elektriciteit en dergelijke.

De cd Luisterverhalen van Zeeuwschen Huize koopt u voor

€ 9,95 bij De Drvkkery in Middelburg, of door €11,95

(incl. verzendkosten) over te maken op rekening

50.75.14.262 t.n.v. Sri Lanka Support, onder vermelding

van uw naam en adres. De cd werd officieel gepresenteerd

in De Drvkkery in Middelburg op 30 januari.

Zêêuwse Dialect Verênigieng 80!

De tachtigjarige verjaardag van de Zeeuwse

Dialectvereniging ging niet onopgemerkt voorbij.

Op 21 november 2009 organiseerde de vereniging

voor de tweede keer het symposium

‘In ’t Zeeuws kan ’t ok’.

Acht lezingen van bekende Zeeuwse Nederlanders, elk

over hun eigen (vak)gebied, dat is wat dit symposium te

bieden had. De gastsprekers zijn allen opgegroeid met het

Zeeuwse dialect en hielden hun lezing dan ook in het

Zeeuws. Om de variëteit van Zeeuwse dialecten aan bod

te laten komen, kwamen de sprekers uit de verschillende

regio’s in Zeeland en vertegenwoordigden ze de meest

uiteenlopende vakgebieden. Nelleke van der Krogt

(Zuid-Beveland), bekend van ‘Tussen Kunst en Kitsch’,

vertelde over haar jeugd in Zeeland. Kees Slager (Tholen)

ging in zijn lezing aan het werk met ‘Even Dienke’ en

vertelde hiermee ook zijn levensverhaal om uiteraard te

eindigen met het bordspel dat hij samen met zijn zoon

maakte. Officier van Justitie André Flikweert (Schouwen-

Duiveland) had het over misdaad in Zeeland. Er waren

ook drie Rinussen: Rinus Sommeijer, Rinus de Regt of

Rinus Platschorre? De eerste Rinus (uit Zuid-Beveland

en bioloog) vertelde over zijn onderzoek naar bijen,

de tweede Rinus (commissaris van politie uit Schouwen-

Duiveland) had het over zijn politiewerkzaamheden en

de laatste Rinus (Noord-Beveland) over leven met water.

Tiny Geelhoed, Zuid-Bevelandse virologe, had het

actueelste thema, het griepvirus, en de West-Zeeuws-

Vlaamse Frank Leenhouts had het over kunst. Voor

het muzikale intermezzo zorgde ook zijn groep

‘Soep is ook sause’.

Het doel van het symposium was het bredere publiek in

Zeeland kennis te laten maken met de Zeeuwse streektaal,

te laten zien dat het spreken van dialect geen enkele

handicap hoeft te zijn om maatschappelijk carrière te

maken en om aan te geven dat je ook in je eigen streektaal

Zeeuws Erfgoed 14 maart 2010/01 • STREEKTALEN

over actuele onderwerpen uitstekend kunt discussiëren.

Na de lezingen was er een paneldiscussie onder leiding

van de dagvoorzitter Cees van Liere. Het panel bestond

uit de gastsprekers, die een stelling over de Zeeuwse

streektaal poneerden die dan in interactie met de

aanwezigen in de zaal besproken werd.

De oud-voorzitter van de Zeeuwse Dialectvereniging,

Kees Martens, werd verrast met een koninklijke

onderscheiding. Die werd hem uitgereikt door de

burgemeester van Middelburg, Koos Schouwenaar.

Burgemeester Koos Schouwenaar huldigt

oud-voorzitter Kees Martens.

De dag bleek weer eens een succes te zijn. Publiek, sprekers

en organisatoren waren dan ook zeer verheugd dat

alles goed verliep. Op naar het volgende lustrum? We

wensen de vereniging het allerbeste de volgende jaren.



STREEKTAAL VARIA

• Inaugurele rede Jos Swanenberg

Op 20 november 2009 hield Jos Swanenberg, de adviseur

streektaal van Noord-Brabant, zijn inaugurele rede als

bijzonder hoogleraar Diversiteit in taal en cultuur in

Brabant, een leerstoel opgericht door de Toon Weijnen

Stichting. In zijn rede behandelde Jos taal zoals die

vandaag in Brabant wordt gesproken, het Brabants tussen

dialect en standaardtaal. De titel van zijn rede was dan

ook ‘Van alterande sorte. Brabants tussen dialect en

standaardtaal’. Jos vertelde onder andere dat het dialect

achteruitboert, en dat daardoor de belangstelling

toeneemt. Er ontstaat een regiolect dat ook door jongeren

wordt gesproken, waardoor nieuwe variëteiten ontstaan

in het Brabants, een nieuw Brabants, dus. Jos lichtte dit

toe met allerlei voorbeelden uit het Brabants. Voor de

inaugurele rede was er ook een minisymposium over

Brabantse dialecten.

• Colloquium Taal en Tongval in Gent

Op dezelfde dag (20 november 2009) werd in de

Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent

het jaarlijkse Taal en Tongval-colloquium gehouden. Op

het programma stonden lezingen over regiolecten in het

Nederlandse taalgebied en in aanpalende landen. De dag

bestond uit een goedgevuld programma met verschillende

boeiende lezingen. Ook Wilbert Heeringa was er te gast.

• Honderd jaar Weijnen

Op 28 december 2009 zou prof. dr. Toon Weijnen

honderd jaar zijn geworden. Naar aanleiding van die

gebeurtenis heeft de Letterenfaculteit van de Radboud

Universiteit Nijmegen een symposium georganiseerd om

de taalkundige en dialectoloog Weijnen te gedenken.

Het symposium vond plaats op 11 december 2009 in

het studiecentrum Soeterbeeck van de Radboud

Universiteit in Ravenstein. Vooraanstaande professoren en

dialectologen (ex-studenten en oud-collega’s van Weijnen)

• Cursus over het Zeeuws

De Provincie Zeeland en de SCEZ overwegen om in het

najaar of begin volgend jaar een cursus over het Zeeuws

aan te bieden. In andere provincies is er al langer een

traditie van cursussen. In eerste instantie denken we aan

een cursus waarin vooral de geschiedenis van het Zeeuws

en de kenmerken van de verschillende dialecten in

Zing Zeeuws 2010

Het is weer zover. Voor de derde keer

organiseert Stichting De Zeeuwse Taele in samenwerking

met de SCEZ de liedjeswedstrijd ‘Zing

Zeeuws’.

Vanaf 1 maart nodigen wij iedereen die kan

zingen of schrijven of muziek maken in het

Zeeuws uit om zich in te schrijven voor ‘Zing

Zeeuws 2010’. Liedjes moeten op cd of usb-stick

aangeleverd worden vóór 1 september. De finale

vindt plaats op 6 november 2010 in De Klomp in

Ovezande. Meer nieuws volgt na 1 maart op

www.zingzeeuws.nl en op www.scez.nl.

Hij onderzoekt op dit ogenblik de regiolecten in

Nederland en Vlaanderen. In Zeeland bezocht hij

drie plaatsen (Axel, Zierikzee en Westkapelle) waar

hij twee oudere mannen tussen de zestig en tachtig jaar

interviewde en twee jongere vrouwen tussen twintig en

veertig. Resultaten van dit onderzoek zijn er nog niet.

brachten met diverse lezingen die een bepaald aspect van

Weijnen belichtten, hulde aan de overleden professor:

Weijnen als lexicograaf, de betekenis van Weijnen in

interlinguaal perspectief, Weijnen en zijn nalatenschap

enzovoort waren onder andere de thema’s die aan bod

kwamen. Weijnen was jarenlang erelid van de Zeeuwse

Dialectvereniging. Weijnen schreef ook nu en dan

interessante stukjes over het Zeeuws. Zo schreef hij

bijvoorbeeld over het woord strao/strange/strand.

Zeeland aan bod komen. Zou u overwegen om zo’n

cursus te volgen? En welke thema’s mogen er volgens

u niet ontbreken in het aanbod?

Uw reacties zijn welkom bij de adviseur streektalen van

de SCEZ, Veronique De Tier: v.de.tier@scez.nl, postbus

49, 4330 AA Middelburg.

Fietsen in het Zêêuws

Zoals u ook in het vorige nummer hebt kunnen

lezen, wordt 2010 in Zeeland een fietsjaar. Ook

met taal willen we daar wat aandacht aan

besteden. We zijn dus nog altijd op zoek naar

leuke verhalen over fietsen in Zeeland, en de daarbij

behorende Zeeuwse woordenschat. Spreekt u

nog Zeeuws en kent u wat onderdelen van de fiets,

dan vragen wij u om een vragenlijst over de fiets in

te vullen die u kunt vinden op de website van de

SCEZ. U kunt een Wordversie via mail aanvragen

(v.de.tier@scez.nl) of de pdf downloaden en

uitprinten (www.scez.nl) en terugsturen.

Zeeuws Erfgoed 15 maart 2010/01 • STREEKTALEN

Bijzonder hoogleraar

Diversiteit in taal en

cultuur in Brabant

Jos Swanenberg, tevens

adviseur streektaal bij

Erfgoed Brabant.


MUSEA

Musea, verleidelijk boeiend en ook in de eigen woonomgeving

Nationaal Museumweekend 10 en 11 april

Zeeuwse musea sluiten aan bij landelijk succesjaar

De 45 Zeeuwse musea hebben in 2009 zo’n 25.000

bezoekers meer ontvangen dan in 2008. Totaal

passeerden 409.708 bezoekers de entree van een

museum in Zeeland. Dat is een toename van 6,5%

t.o.v. de 384.712 bezoekers in het jaar daarvoor.

Bij veel musea bleven de bezoekcijfers gelijk, een

beetje hoger of een beetje lager dan in 2008.

Een echte uitschieter was het in 2009 heropende

Watersnoodmuseum met 53.117 bezoekers, dat daarmee

net onder de begin januari gepresenteerde Top 55 van

Nederlandse musea bleef. Het Watersnoodmuseum staat

hiermee wel op nummer 1 in Zeeland, gevolgd door het

Spoorwegmuseum Stoomtrein Goes-Borsele dat 2009

afsloot met 45.352 bezoekers, een winst van 3.000 ten

opzichte van 2008. De vanouds grootste musea in

Zeeland, het Zeeuws Museum in Middelburg en het

Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen, sloten 2009

beide af met ruim 40.000 bezoekers. Opvallend is ook de

stijging bij de Zeeuwse oorlogsmusea, zoals Switchback

en Gdynia, gevolg van de herdenking van de Slag om de

Schelde. Bevrijdingsmuseum Zeeland ontving in de eerste

twee maanden na opening een kleine 4.000 bezoekers.

Afgelopen week publiceerde de Nederlandse Museumvereniging

een overzicht van de bezoekcijfers bij de

grootste musea in Nederland. Daaruit bleek dat ook

Zeeuws Erfgoed 16 maart 2010/01 • MUSEA

Wegens groot succes, zowel van de campagne

als van de reacties van publiek en musea,

is ook dit jaar het thema van

het Nationale Museumweekend ‘Verleiden’.

“Laat je verleiden door een museumstuk”. Met deze tekst

wist de pakkende postercampagne van vorig jaar vele

enthousiaste reacties en bezoekers op te roepen voor het

Museumweekend. Op de posters waren modellen te zien

die verleidelijk een museumstuk presenteerden:

• een oude kraag (als verwijzing naar de textiel-

en historische musea);

• een radio (musea voor communicatie en techniek);

• een leeuw (natuurhistorische musea).

Voor de alweer 29ste editie van het Museumweekend

binnenkort in april zijn ditmaal als verleidende

voorwerpen gekozen:

• een reddingboot uit het Nationaal Reddingsmuseum

in Den Helder;

• een stel terracotta paarden uit het Tropenmuseum

te Amsterdam.

Op naar de maritieme en volkenkundige musea dus!

Het Nationaal Museumweekend is vooral een regionaal

en lokaal evenement. Het is bedoeld om omwonenden

van musea te prikkelen om eens bij een museum in de

directe omgeving naar binnen te gaan en dus niet alleen

tijdens een vakantie in het buitenland. Voor de diverse

programma’s tijdens het Museumweekend op 10 en

11 april, zie de landelijke site www.museumweekend.nl;

voor Zeeland zie www.zeelandmuseumland.nl.

landelijk het bezoek aanmusea in 2009 licht is gestegen

ten opzichte van 2008. Uit een rondgang langs de 55

grootste musea bleek dat zij rond 11 miljoen bezoeken

hebben ontvangen. Die Nederlandse Museumvereniging

stelt vast dat de stijging werd veroorzaakt door meer

Nederlandse bezoekers.

Dit ten opzichte van een dalend aantal buitenlandse

toeristen, als gevolg van de wereldwijde recessie.

Dat correspondeert ook met het feit dat in 2009 meer

Nederlanders vakantie in eigen land vierden. Ook de

toename in gebruik van de Museumkaart leverde een

bijdrage aan de groei van het museumpubliek. Datzelfde

beeld geldt voor de Zeeuwse musea. Ook bleek in enkele

Zeeuwse musea een sterke toename van het publiek tot en

met 18 jaar, mede als gevolg van nieuw educatief aanbod.

In het Zeeuws Museum vormde dit publiek zelfs 19% van

het totaal.

In 2009 werd in bijna twintig musea voor de tweede keer

de Zeeuwse museumpeiling gehouden, een provinciebreed

onderzoek onder museumpubliek. De resultaten hiervan

zijn in een rapport gepubliceerd op de website

www.zeelandmuseumland.nl. Daar is ook de agenda van

de Zeeuwse musea voor dit jaar te vinden. Veel Zeeuwse

musea haken met hun activiteiten in op het Zeeuws jaar

van de fiets, door het samenstellen van fietstochten ter

verkenning van het cultureel erfgoed in de regio.


DE ARCHIEFRONDE VAN ZEELAND

Gemeentearchief Borsele

Op 1 januari 1970 verenigden zich de gemeenten Baarland,

Borssele, Driewegen, Ellewoutsdijk, ’s-Gravenpolder, Heinkenszand,

’s-Heer Abtskerke, ’s-Heerenhoek, Hoedekenskerke, Nisse, Oudelande

en Ovezande in de Zak van Zuid-Beveland tot de nieuwe gemeente

Borsele. Dat was zo geregeld in de herindelingwet, die alle vroegere

gemeenten op Zuid-Beveland onderbracht in vier nieuwe gemeenten.

Van twaalf tot één teruggebracht

Twaalf archieven van twaalf doorgaans kleine Bevelandse gemeenten

kwamen in het gemeentehuis van de nieuwe gemeente terecht. Dat

betekende toentertijd zo’n grote aanwas, dat het nieuwe gemeentebestuur

met de handen in het haar zat. Hoe moest men die berg papier gaan

beheersen? Het bestuur koos voor de oplossing om twee in het vak

vergrijsde gemeentesecretarissen,

die van een welverdiend

pensioen zouden gaan genieten,

de opdracht te geven het aantal

meters archief drastisch terug te

brengen. Zij slaagden erin die

opdracht naar behoren uit te

voeren, zij het dat niet alles

conform de toen geldende

voorschriften geschiedde. Er is

ook materiaal verloren gegaan in

de jaren vijftig en zestig van de

vorige eeuw, toen enkele

gemeenten zonder na te denken

en met voorbijgaan aan de

wettelijke regeltjes stukken

vernietigden, die we nu nog

graag hadden willen hebben. En

dat is jammer. Vandaag de dag

worden de wettelijke regelingen

nauwkeurig nageleefd.

Samenwerking

met archief Goes

Tien jaar later, in 1980, had de

gemeente een in het archivarissenvak

opgeleide ambtenaar. Deze zorgde voor de zo noodzakelijke aanwas

van andere, voor de lokale geschiedenis van belang zijnde archieven,

zoals die van Hervormde en Gereformeerde Kerken. De afdeling

Interne Zaken maakte bovendien werk van een fotoverzameling,

die er nu zijn mag. Een handbibliotheek ontbreekt evenmin.

In 1999 koos de gemeente ervoor om een samenwerkingsverband aan

te gaan met het gemeentearchief van Goes. Sinds dat jaar voert het

personeel van het Goese archief de wettelijke taken uit. Het kon daarbij

het door de Borselse ambtenaar, die inmiddels met pensioen was,

geschapen raamwerk goed gebruiken. Nu, anno 2009, beschikt het

gemeentearchief van Borsele over een uitgebreide verzameling archieven,

die alle op hun manier een bijdrage leveren aan onze kennis van

de geschiedenis van dat mooie stuk Zuid-Beveland. Voor een klein

gedeelte van de geschiedenis moet u naar het gemeentearchief van Goes.

De gegevens over Lewedorp en Nieuwdorp liggen verankerd in het archief

van de vroegere gemeente ’s-Heer Arendskerke en dat bevindt zich in de

archiefbewaarplaats van de Ganzestad.

Studiezaal en dorpsarchieven

De studiezaal bevindt zich in het gemeentehuis te Heinkenszand.

Het beste kunt u even bellen voor een afspraak op telefoonnummer

0113-238337. De gemeentearchivaris is niet de gehele week aanwezig.

Zeventiende-eeuwse toneelrollen van rederijkerskamer

De Fiolieren uit ’s-Gravenpolder.

Zeeuws Erfgoed 17 maart 2010/01 • ALGEMEEN

Bij zijn afwezigheid wordt u geholpen door de collega’s van de afdeling

Interne Zaken. Sinds enige tijd kan vooral de genealogische onderzoeker

gebruik maken van de internetsite van de gemeente, waarop een deel

van de fotoverzameling te bekijken is en een deel van de indexen op

de burgerlijke stand.

De meeste dorpsarchieven beginnen zo rond de tijd van de Bataafse

Republiek. Die van ’s-Gravenpolder en Nisse bevatten belangrijke

oudere papieren. Het archief van Baarland daarentegen is al eind

negentiende eeuw grotendeels verloren gegaan door brand. De meeste

archieven van de Hervormde Gemeenten beginnen doorgaans in de

zeventiende eeuw.

Topstukken

uit zeventiende eeuw

Tot de topstukken van het

gemeentearchief behoren

de zeventiende-eeuwse

toneelrollen van rederijkerskamer

De Fiolieren uit

’s-Gravenpolder. Ze zijn er

zowel in rolvorm, als in

boekvorm. De rollen zijn in

tere staat, maar worden onder

zware garanties wel uitgeleend

voor tentoonstellingen, zoals

enige jaren geleden in Brussel

en in Amsterdam. Zij zijn een

voorbeeld van overgeleverde

archivalia, die het lokale,

regionale en provinciale belang

verre overstijgen. Ze zijn nu al

weer enige jaren onderwerp

van een belangrijke studie door

de Universiteit van Tilburg.

In een vroegere fase was het

de Universiteit van Nijmegen,

die zich met de rollen heeft

beziggehouden.

Het gemeentearchief van Borsele is volop doende met het plaatsen van

gegevens uit de akten van de burgerlijke stand en de bevolkingsregisters

op de internetsite van de gemeente. Aan de digitalisering van de

fotoverzameling wordt hard gewerkt en ook deze is al voor een deel

op de site geplaatst.

Gemeentearchief Borsele

Stenevate 10, 4451 KB Heinkenszand

T 0113-238337 | E info@borsele | www.borsele.nl

Openingstijden

Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 12.30 uur


Vondst voor het voetlicht

Pelgrimsinsigne

Sint-Job van Wezemaal (B) uit Scherpenisse

In het voorjaar van 2007 voerde SOB Research een archeologisch

onderzoek door middel van proefsleuven uit wegens uitbreiding van

de kerk van de gereformeerde gemeente in de dorpskern van

Scherpenisse op Tholen. Het onderzoek bracht tal van archeologische

sporen aan het licht. Opvallend onder de vondsten was een grote

hoeveelheid leerafval. Het gaat om leerafsnijdsels die voornamelijk

van schoenen afkomstig zijn. Daarnaast is er het gebruikelijke aardewerk

dat eveneens voornamelijk in de late middeleeuwen (vijftiende eeuw)

te dateren is. Onder de inmiddels aan het Provinciaal Archeologisch

Depot (PAD) aangeleverde vondsten is ook een kleine hoeveelheid

metalen voorwerpen.

De verreweg interessantste en fraaiste vondst is een pelgrimsinsigne

van de Heilige Job, te dateren in de tweede helft van de vijftiende eeuw.

Het insigne, we kunnen het een reissouvenir noemen, is vervaardigd uit

een tin/loodlegering. Job wordt in het naar hem vernoemde bijbelboek

voorgesteld als een rechtvaardig man. Door beproevingen en uiteindelijk

de overwinning op zijn lijden wordt hij gezien als een voorafbeelding

van Christus.

De afbeelding toont in een gotische omkadering de heilige man Job

zittend op een mestvaalt. Zijn lichaam is overdekt met puisten en

zweren. Aan weerszijden van hem zijn twee muzikanten te zien. Dit

is de verbeelding van een apocriefe legende over Job. Hij overhandigde

de met een potscherf afgekrabde korsten van zijn zweren aan de

muzikanten waarop deze relicten spontaan veranderden in goudstukken.

Op andere insignes zien we nog een bel boven het hoofd van Job

(op ons insigne verdwenen), wat aangeeft dat hij als een melaatse is

voorgesteld. Pestlijders moesten hun aanwezigheid bekend maken door

met een bel of ratel te zwaaien. Job werd daarom vooral aangeroepen als

beschermheilige tegen de pest of besmettelijke ziekten.

De spreuk op de tekstband luidt: S.Job van Wesemale.

De plaats Wezemaal ligt in de provincie Brabant (België) en was

een bekend bedevaartsoord ter ere van Sint-Job. Op de tekstband die

rond het hoofd van Job gedrapeerd ligt lezen we: God gaf God nam.

Dit is een directe verwijzing naar het Bijbelverhaal waarin God steeds

weer terugnam wat hij eerder gaf.

Deze vondst past goed in de reeks tot nu toe gevonden pelgrimsinsignes

van Job uit Wezemaal in Zeeland. Vrijwel alle bekende vondsten komen

van dorpen van het verdronken land van Zuid-Beveland, met name

Nieuwlande. Maar ook van het aan de Westerschelde gelegen Valkenisse

kennen we een exemplaar. Het afgebeelde exemplaar is in de depotcollectie

opgenomen onder het inventarisnr. 0041-71.

Henk Hendrikse,

depotbeheerder

Zeeuws Erfgoed 18 maart 2010/01 • ALGEMEEN

Literatuur

- H.J.E. van Beuningen, A.M. Koldeweij, Heilig en profaan. 1000 laatmiddeleeuwse

insignes uit de collectie H.J.E. van Beuningen. Rotterdam Papers vol. 8,

1993.

- H.J.E. van Beuningen, A.M. Koldeweij, D. Kicken, Heilig en profaan 2.

1200 laatmiddeleeuwse insignes uit openbare en particuliere collecties.

Rotterdam Papers vol. 12, 2001.

- J.E.M. Wattenberghe, Inventariserend Veldonderzoek door middel van

proefsleuven Uitbreiding kerk Gereformeerde Gemeente, Schoolstraat 4,

Scherpenisse, Gemeente Tholen. SOB Research, Heinenoord 2007.


ErfgoedAllerlei opgave en bronnenlijst en scheeps- en

persoonsnamenregister.

PUBLICATIES

SCEZ kan geen aanvullende

informatie verstrekken over de

verkoop van verschenen publicaties.

• Boeken en

eenmalige uitgaven

Johnny Beerens, Johnny Beerens

(Zutphen: Walburg Pers, 2009) 128

pag.; ill., foto’s; ISBN 978-90-5730-

552-6. Dit boek biedt een overzicht

van het werk van Johnny Beerens,

bij menigeen bekend om zijn werk

aan de Oostburgse watertoren met de

denkbeeldige scheur en druppels. Het

boek werd door Lo van Driel voorzien

van een inleidende tekst en bevat de

hoofdstukindeling ‘op de grens van

land en zee’, schilderijen, werk op

locatie, werk op papier, papier

scheppen en muurschilderingen.

Wout Bareman, Adria van de Wege

en Aector Dooms (teksten), Het mysterie

van de s.s. Cornelis en de geschiedenis

van rederij Lensen (Terneuzen:

W.H. Broekhuysen, 2009) 128 pag.;

ill., foto’s; ISBN 978-90-803089-8-5.

In 1922 verging de s.s. Cornelis van

rederij Lensen en kwamen 12 van de

23 opvarenden om het leven. In 24

hoofdstukken van diverse inbreng en

3 bijlagen wordt het mysterie rond de

ondergang van dit schip beschreven.

Peter Blom, Peter Henderikx,

Aad de Klerk, Peter Sijnke & Ad

Tramper, Historische atlas van

Walcheren (Nijmegen: Vantilt, 2009)

79 pag.; ill., foto’s, krt., tek.; ISBN

978-90-6004033-7. In dit boek wordt

op tal van aspecten in de historische

ontwikkeling van het eiland gewezen,

waarbij niet alleen oorlogshandelingen,

cartografische en landschapsontwikkelingen

aan bod komen maar ook de

toeristische, stadsplanologische,

infrastructurele, scheepvaartkundige en

andere ontwikkelingen. Het goed

geïllustreerde boek - met uiteraard veel

kaarten - telt een 35-tal korte hoofdstukken.

Met bronnen en literatuurverwijzing

en illustratieverantwoording.

Lia Geelhoed-Tournois en Anke

Ramondt-van der Slikke, Getroffen :

herinneringen uit Schoondijke ’40-’45

(Schoondijke: Comité 4-5 mei, 2009)

103 pag.; foto’s, tek. Boekje met een

twintigtal verhalen van ooggetuigen

en betrokkenen die over de Tweede

Wereldoorlog en Schoondijke vertellen.

Met lijst van oorlogsslachtoffers,

epiloog en het Zeeuws-Vlaams

volkslied.

Cor Heijkoop, De duvel zit in het

water. Scheepsrampen in het Nauw

van Bath (Vlissingen: ADZ, 2009)

127 pag., ill., foto’s, krt.; ISBN 978-

90-72838-46-9. In tien hoofdstukken

leidt de auteur de lezer door middel

van veel fotomateriaal langs tien

decennia scheepsrampen in het Nauw

van Bath; tevens gaat hij in op de

achtergronden van de calamiteiten en

besteedt hij aandacht aan de sleepvaart

en het bergingswezen. Met literatuur

Cor Heijkoop, Klein venijn.

Kleinkampfmittel en de konvooivaart op

Antwerpen 1944-1945 (Vlissingen:

ADZ, 2009) 127 pag.; ill., foto’s, krt.;

ISBN 978-90-72838-47-6. Onderwerp

van deze studie zijn de dwergonderzeeboten

(Molch, Seehund, Biber) en snelle

motorboten (Linsen) die door de

Duitse bezetter werden ingezet om de

konvooivaart op de Westerschelde te

vernietigen in de winter van

1944/1945. De auteur beschrijft in

dertien hoofdstukken de oorsprong,

uitrusting en opleiding van de dwergonderzeeboten,

de inzet van de diverse

types en de oorlogshandelingen en

bestrijding van het gevaar door de

geallieerden. Diverse dwergonderzeeërs

zijn als museumstuk nog steeds te zien.

Met literatuuropgave en index.

M.A. Hemminga (red.), Hoeve Van der

Meulen. Van bouwval tot boerenlanderfgoed

(Wilhelminadorp: Stichting

Het Zeeuwse Landschap, 2009) 93

pag.; ill., foto’s, krt., tek.; ISBN 978-

90-806370-9-2. In 2006 verwierf

Stichting Het Zeeuwse Landschap bij

’s-Heer Abtskerke de boerderij ‘d’Oeve

Van der Meulen’ met ommelanden. In

dit boek wordt de geschiedenis van de

boerderij beschreven, het herstel van

de boerderij en het erf in hun oude

glorie en de veiligstelling van boerenlanderfgoed.

Arend-Jan van der Horst ... [et al.];

fotogr.: Eddy Westveer, Vlissingsestraat

Middelburg : heden & verleden ([S.l.]:

[s.n.], 2009) 74 pag.; ill., foto’s; ISBN

978-90-814821-1-0. Klein boekje voor

en door bewoners van de Vlissingsestraat

met hoofdstukken over de

geschiedenis van de straat, de Vlissingse

poort, bedrijvigheid en enkele stukken

over verdwenen huizen en bewoners.

Met veel fotomateriaal.

Frank de Klerk (samenst. archiefonderz.

en foto’s), De oorlog in stukken.

De beleving van de jaren 1940-1945

op de Bevelanden (Goes: Paard van

Troje, cop. 2009) 135 p.; ill., foto’s,

krt., tek.; ISBN 978-90-809531-7-8.

Het boek vol anekdotes en vertellingen

is samengesteld op basis van interviews,

archiefonderzoek, brieven en dagboeken.

Het is verdeeld in drie hoofdstukken.

Het eerste omvat chronologisch

de meidagen van 1940, het

tweede hoofdstuk bevat onderwerpsgewijs

de bezettingstijd en het derde

hoofdstuk beschrijft vanaf Dolle Dinsdag

tot en met 6 november en verder

de bevrijding van de Bevelanden. Met

eindnoten, beeldverantwoording,

literatuurlijst en bronnenvermelding.

H. Nieuwenhuize, Hulp in benauwdheden.

Een waargebeurde geschiedenis

uit de bange oorlogsjaren 1940-1945

(Goes: De Ramshoorn, 2009) 320

pag.; ill., foto’s, tek.; ISBN 978-90-

76466-70-5. Het waargebeurde verhaal

van een inwoner uit Yerseke die voor

de arbeidsinzet in het Ruhrgebied in

Duitsland wordt opgeroepen om te

werken in de oorlogsindustrie. Na

meerdere jaren weg te zijn geweest

komt hij in mei 1945 weer thuis,

maar daar blijkt alles anders dan hij

had verwacht.

Lawrence Paterson, Weapons of

Desperation. German Frogmen and

Midget Submarines of World War II

(London: Chatham Publishing, 2006)

256 pag.; ill., foto’s, krt., tek.; ISBN 1-

86176-279-8. Boek over een specifiek

onderdeel van de maritieme oorlogvoering

van de Kriegsmarine in de

Tweede Wereldoorlog. Bevat een

uitgebreid hoofdstuk (pag. 126-152)

over de inzet van minionderzeeboten

in 1944 tijdens de slag om de Schelde

en daarna. Met lijst van bijlagen,

beknopte bibliografie en index.

Cordula Rooijendijk, Waterwolven.

Een geschiedenis van stormvloeden,

dijkenbouwers en droogmakers (Atlas:

Amsterdam/Antwerpen, 2009) 408

pag.; ill., foto’s, krt., tek.; ISBN 978-

90-450-0481-5. Bevat negen

thematische hoofdstukken, waaronder

diverse met Zeeuwse thema’s: Zeeland

en Vlaanderen, Willem van Saeftinghe

(2), Groningen en Zeeland. Johan van

Veen (8) en Geef ons heden ons

dagelijks brood, en af en toe een

watersnood (9). Met register,

beredeneerde literatuurlijst en

verklarende woordenlijst.

Piet Rijk en Ad Schenk, Een baken

van het Roomse leven. 150 jaar

katholieke kerk in Ovezande

(Heinkenszand: Avensant, 2009) 134

pag.; ill., foto’s, tek., krt.; ISBN 978-

90-814457-1-9. In dit jubileumboek

is veel plaats ingeruimd voor een

biografische schets van alle pastoors

en hun gemeenten, de kerkelijke

gebruiken en de vele medewerkers

uit het dorp die de kerk altijd hebben

geholpen.

The Scheldt = L’Escaut=de Schelde

(Ottawa [Ontario]: Veterans Affairs

Canada, 2005) 32 pag.; ill., foto’s, krt.,

tek. In dit boek wordt in drie talen en

in kort bestek het verhaal verteld van

de Slag om de Schelde in 1944. Bij

elke versie worden de plaatjes herhaald.

Achterin bevindt zich een kaart van

Zeeland in het Frans en het Engels.

A.J. Smits, In Godes bewaring sterk.

Uit het geestelijk leven op en rond het

Thoolse land (Houten: Den Hertog,

2009) 189 pag.; ill., foto’s; ISBN 978-

90-331-2209-5. Bevat een biografische

beschrijving uit het leven van bekende

en minder bekende personen die in de

achttiende, negentiende en twintigste

eeuw op en rond het eiland Tholen

woonden. Ook zijn in dit boek

persoonlijke herinnering aan de

oorlogsjaren opgeschreven. De dertien

hoofdstukken kunnen los van elkaar

worden gelezen.

Ed Steijns, Op marrode. Korte verhalen

uit het Land van Hulst (Almere: Van

den Berg, 2009) 133 pag.; ill., foto’s;

ISBN 978-90-5512-318-6. Bevat een

dertigtal verhaaltjes van de hand van

Ed Steijns die handelen in en over het

Land van Hulst. De streekverhalen zijn

in dialect geschreven.

Het tij keert… (Vlissingen: Stichting

Aldegonde, 2009) 319 pag.; ill., foto’s,

Zeeuws Erfgoed 19 maart 2010/01 • ERFGOED ALLERLEI

tek., krt.; ISBN 978-90-814771-1-6.

Door een 25-tal schrijvers verzamelde

hoeveelheid dagboekaantekeningen,

(korte) verhalen en vertellingen over

de oorlogsjaren en de bevrijding van

Souburg heeft geleid tot een boekwerk

propvol wetenswaardigheden en feitjes.

Joop Visser, Matthijs Dicke en

Annelies van der Zouwen,

Nederlandse ondernemers 1850-1950.

Deel 1: Noord-Brabant, Limburg,

Zeeland (Zutphen: Walburg Pers, 2009)

408 pag.; ill., tek., foto’s; ISBN 978-

90-5730-649-5. Bevat vijftig biografieën

van ondernemers die werkzaam

waren in of vanuit genoemde

provincies. De Zeeuwse ondernemers

worden beschreven door Willem van

den Broeke (inleiding, Johan

Doeleman - Zeelandia en Izaak van

Melle - Van Melle), Paul Brusse (Daan

van der Have - D.J. van der Have),

Ernst Homburg (Johan Hendrik

Ochtman - Ochtman, Van der Vliet

& comp.), Toon Franken (Cornelis

Boudewijnse - The Vitrite Works) en

Johan Francke (Arie Smit, Koninklijke

scheepswerf De Schelde).

Dirk de Vries, ‘Aardenburg anno 1662’.

Een gevelsteen thuisgebracht. Artikel,

verschenen in Doopsgezinde Bijdragen,

nieuwe reeks 34 (2008) 21-32, dat

verslag doet van de omzwervingen van

een gevelsteen met een afbeelding van

Aardenburg anno 1662. Van de gevel

van Amstel 344, Amsterdams woonhuis

van A.W. van Eeghen, via de haard van

Laan Copes van Cattenburgh 101 in

Den Haag, naar de voorhal van de

doopsgezinde kerk ‘Het Lam’ in

Aardenburg.

Hans Warren, Er staat een huis aan

Schelde. Slibreeks GROOT nr. 129.

(Middelburg: Stichting CBK Zeeland,

2009) 44 pag.; ill., tek.; ISBN 978-90-

6354-133-0. Dit deel uit de Slibreeks

bevat door Mario Molegraaf

geselecteerde nog niet eerder uitgegeven

gedichten van Hans Warren. Veelal

geschreven in de jaren veertig en

voorzien van Warrens eigen tekeningen,

ook uit die tijd.

• Tijdschriften

Archief. Mededelingen van het

Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der

Wetenschappen (2008) 189 pag. In dit

Archiefdeel zijn enkele (omgewerkte)

scripties van Gentse studenten

opgenomen. Behandelde onderwerpen

zijn een vergelijking tussen de Vlaamse

en Zeeuwse kaapvaart tijdens de

Negenjarige Oorlog, de Middelburgse

Commercie Compagnie en de Zeeuwse

arbeidsmarkt voor zeelieden in de

achttiende eeuw en de equipagemeesters

van de Zeeuwse Admiraliteit

in de achttiende eeuw. Wietse Veenstra

schreef over de financiën van de

Zeeuwse Admiraliteit in de achttiende

eeuw en Gerrie Wisse schreef een

uitgebreid artikel over Carolus

Tuinman (1659-1728).

Bulletin Stichting Oude Zeeuwse Kerken

62 (2009) 1-20. G.J. Lepoeter geeft

een overzicht van de bouwgeschiedenis

van de Nicolauskerk in Wolphaartsdijk,

Leendert M. van der Gouwe schreef

over Jacqueline de Smidt, Vrouw van


Baarland (die in de zestiende eeuw

leefde) en F.G.C. Rothuizen houdt

een inleiding op zijn driedelige artikel

over trappen.

Nehalennia. Archeologie, cultuurhistorie,

streektaal en volkscultuur van Zeeland en

Goeree-Overflakkee 166 (2009) 1-48.

Don Duco schrijft over de Zeeuwse

tabakspijpen in ‘de geboorte van het

Zeeuwse pijpmodel’, Doeke Roos

verhaalt over Cornelis Evertsen de

Jongste en diens verovering van New

York op de Engelsen in 1673 en Aad

de Klerk levert een bijdrage over het

oudland van Schouwen en Walcheren

in ‘het platte en het lage.’ Voor de rest

staan er talloze kleinere bijdragen en

de vaste rubrieken in dit nummer.

Tradities. Tijdschrift over alledaagse

dingen, tradities en rituelen van het

Nederlands Centrum voor Volkscultuur

besteedde de afgelopen jaargangen

aandacht aan diverse Zeeuwse onderwerpen.

Nr. 4 van 2008 bevatte

‘Het Vrouweputje van Baarsdorp.

Zoetwaterput als ‘bron van eenheid’’.

In jaargang 2009 nr. 2 is opgenomen

‘Tradities in IJzendijke. Vestingstadje

viert streekgebonden erfgoed’, in het

laatste nummer van dezelfde jaargang

‘Het drijvende wiegje. De literaire

traditie van verdronken geschiedenis’.

Alle drie de bijdragen zijn geschreven

door Jan J.B. Kuipers.

Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk

Zeeuwsch Genootschap der

Wetenschappen, 18/nr.4 (2009) 121-

160. Een nummer dat grotendeels aan

Schouwen-Duveland is gewijd. Martin

van den Broeke schreef ‘Zeer bevallige

wandelingen’ over de aanleg van de

Wandeling en het Slingerbos in

Zierikzee (1828-1839), A. van Boven

en M. Hollestelle bundelden hun

krachten in een reeks gedichten

voorzien van fraaie foto’s onder de kop

‘poëzie en fotografie’. F.F.X. Smulders

schreef een in memoriam over Leen de

Broekert: ‘een leven ter vertolking van

de taal der engelen’, over deze musicus

en pedagoog.

Zeeuws Tijdschrift 59/ 5/6 (2009) 1-98.

Dit themanummer van Zeeuws

Tijdschrift is bijna in zijn geheel gewijd

aan de viering van het 150-jarige

bestaan van de Provinciale Bibliotheek

- nu Zeeuwse Bibliotheek. Willem van

de Broeke schreef een artikel over de

bibliothecarissen en vele andere auteurs

belichten een verzameling of aspect van

de collectie zoals de handschriften,

bladmuziek, collecties, boekbanden,

pamfletten, rederijkerskamers, kaarten,

etc. Andere bijdagen gaan over Film by

the Sea, de Zeeuwse Boekenprijs 2009

en Samuel Coronel en natuurlijk de

Zeeuwse Boeken Top 10.

• Heem- en

oudheidkundige bladen

Schouwen-Duiveland

In Stad en Lande. Historische bijdragen

en mededelingen van de Vereniging Stad

en Lande van Schouwen-Duiveland

(oktober 2009) schrijft B. Blikman-

Ruiterkamp het artikel ‘Belgische

vluchtelingen in Zierikzee: een

bijzonder schilderij’. Het schilderij

stamt uit het eerste kwart van de

twintigste eeuw en is geschilderd door

de Vlaming Alfons Blomme. Hij

maakte het schilderij ter herinnering

aan de vele Belgische vluchtelingen die

tijdens de Eerste Wereldoorlog hun

heil op Schouwen-Duiveland zochten.

‘Leven in het Burgerweeshuis van

Zierikzee’ is geschreven door

J.B. Kerpestein, en hij brengt vooral

de sociale zorg voor de wezen onder de

aandacht.

In ‘Praet’ wordt het scheidende

bestuurslid Joop van Loo geïnterviewd,

die nog lang niet van plan is op zijn

lauweren te gaan rusten.

De streekdrachtvereniging De Arke

leverde een verslag van haar activiteiten.

Verder de vraag wie er op een foto

uit 1949 staat, de vermelding van een

cursus oud schrift en een verslag van

de voorjaarsvergadering voor leden op

17 april 2009.

Walcheren

De Wete, kwartaalblad van de Heemkundige

Kring Walcheren (2010, 1),

opent met een artikel van R. de Groot:

‘Heerlijke rechten. De ambachtsheerlijkheid

Melis- en Mariekerke’.

Hij beschrijft het ontstaan van de

ambachten op Walcheren en de rechten

die verbonden waren aan het bezit van

een heerlijkheid.

De afdeling Vlissingen-Middelburg

(Walcheren), plaatselijke afdeling van

de Protestants-Christelijke Bond van

Spoor- en Tramwegpersoneel (opgericht

1903), wordt behandeld door J. Braat.

Hij laat zien dat de afdeling de belangen

van de werknemers behartigde,

waarbij de bijbel een belangrijk houvast

vormde. Toch kwam er in de loop van

de tijd ruimte voor ontspannende

activiteiten.

F. van den Driest schrijft over het

verbouwen van peulvruchten en het

lezen van witte bonen. Peulvruchten

speelden tot in de twintigste eeuw een

belangrijke rol in de landbouw op

Walcheren, maar in die tijd verdween

wel de witte boon uit het zaaiplan. In

zijn ‘Vadertje’ vertelt Van den Driest

over het harde werken in het rasphuis,

de oude gevangenis van Middelburg.

Behalve hard werken werd er ook flink

gedronken J. Simons beschrijft weer

een boerderij in Koudekerke: Westerwijk

aan de Dishoekseweg. De boerderij

was oorspronkelijk een lusthof

voor rijke en aanzienlijke families.

Den Spiegel, kwartaalblad van de

Vrienden van het muZEEum en het

Gemeentearchief Vlissingen (2010, 1),

gaat voor een groot deel over de weerstations

te Vlissingen van het KNMI.

Op de omslag een prachtige aquarel

van J.F. Schütz uit 1876, aangekocht

met geld van de Stichting Hervormde

Jeugdgebouwen. Het eerste weerstation

van Vlissingen is op de aquarel afgebeeld.

In ‘Een kathedraal voor de meteorologie

in Vlissingen’ bespreekt W.

Weber dit werk.

J. Braat laat ons kennismaken met het

KNMI-observatorium te Vlissingen.

Het begin van de officiële waarnemingen

op het weerstation kan gesteld

worden op eind 1854. Bij velen was

dit weerstation een belangrijk begrip.

Het bestaan ervan zal zeker te danken

zijn geweest aan alle bedrijvigheid

door de havens, de spoorlijn en de

Zeeuwse luchtlijn.

Ook P. van Drunen haalt herinnerin-

gen op aan een weerstation, en wel

dat in West-Souburg, dat van 1947 tot

1963 gevestigd was in een zogenaamde

nissenhut. De auteur knoopt daar zijn

herinneringen aan het oude

Ambonezenkamp aan vast, een belangrijk

stukje lokale geschiedenis. Daarna

beschrijft Van Drunen de vergeten

geschiedenis van een zeevaartschoolklasje

tijdens de Tweede Wereldoorlog,

een verhaal dat in de jubileumuitgave

van de zeevaartschool niet opgenomen

was.

Het Polderhuis Blad, informatieblad

over Westkapelle (januari 2010),

schenkt aandacht aan The Royal

Marines en aan de poging een

herdenkingsbrug te bouwen in

Westkapelle. Als schakel tussen zee

en land geeft deze brug essentie aan

het motto van de Royal Marines:

‘Ter Zee en ter Land’.

Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de

wisselexposities in het Polderhuis, die

gezien de grote bezoekersaantallen een

groot succes geworden zijn.

E. Grim uit Westkapelle is de winnaar

van de ‘Jury Schildersvakprijs 2009

geworden; hij versloeg concurrerende

schilderprojecten in heel Nederland.

De Bevelanden

De Spuije, tijdschrift van de

Heemkundige Kring De Bevelanden

en de Vereniging Vrienden van het

Historisch Museum De Bevelanden

(winter 2009), opent met drie artikelen

van A. Kort over Wilhelminadorp.

Hij beschrijft een van de markante

directeuren die de Wilhelminapolder

heeft bestuurd, Henri Adriaan Hanken,

die 42 jaar als directeur in functie was.

Vervolgens de perikelen rond de

verplaatsing van het gemeentehuis van

Kattendijke naar Wilhelminadorp, een

verplaatsing die de gemoederen danig

verhitte. Het derde artikel gaat over de

eerste school uit 1823 tot de huidige

school uit 1968, de Stamperiusschool,

genoemd naar de jeugdboekenschrijver

Jacob Stamperius. Over de laatstgenoemde

is er een bijdrage van

T. de Jong, naar aanleiding van het

feit dat de bakkerszoon Stamperius

150 jaar geleden geboren werd.

H. van Dam beschrijft zijn zoektocht

naar de plaats van de seinpost

‘Blikken Jan’, die eind 1807 in de

Zuid-Kraaijert stond. Hij vertelt over

Claude Chappe, de vader van de

moderne communicatie, de werking

van de optische telegraaf en diverse

andere typen telegrafen.

‘Geuzenterreur op Zuid-Beveland’ is

van de hand van F. de Klerk. In de

jaren 1572-1576 zijn er nogal eens

ongeregelde benden Geuzen op het

Bevelandse platteland rondgetrokken

die een ware terreur uitoefenden. De

auteur volgt een groepje dat in 1572

op West-Zuid-Beveland onrust

veroorzaakte. Verder nieuws over de

tentoonstelling ‘De Zeeuwse Kraal

Centraal’, een rechtszaak uit 1809 en

verschillende boekbesprekingen.

Zeeuws-Vlaanderen

In Tijdschrift, bulletin van de

Heemkundige Kring West-Zeeuws-

Vlaanderen (2009, 4), vinden we

het artikel ‘Een grimmig grensgeval.

Overwegingen over een overval in

Oostburg in1845’, door P. Ippel.

Naar aanleiding van een veroordeling

van achttien personen tot de doodstraf

Zeeuws Erfgoed 20 maart 2010/01 • ERFGOED ALLERLEI

wegens een overval op een boer in

Oostburg - een straf die door de

koning werd omgezet in langdurige

tuchthuisstraf - behandelt de auteur

drie vragen: de plaats van dit geval in

het stramien van de negentiendeeeuwse

strafrechtsgeschiedenis, het

functioneren van het strafrecht in

deze periode en de oorzaken van deze

collectieve criminaliteit.

I. van Damme schrijft over de kerken

en kloosters in de Delta van de Schelde

in de dertiende-veertiende eeuw,

W. Dierick over het voormalige

stadhuis van Aardenburg, dat als

monument uit de wederopbouwperiode

het bewaren meer dan waard is.

Onder de titel ‘Het Sluis van weleer’

worden herinneringen geplaatst die

door G.E. Albregts genoteerd werden.

Nout fietst in dit nummer over

Boerenhol naar het Zwarte Gat, over

de duinen naar de Zwarte Polder,

Cadzand en Retranchement,

Aardenburg en Sint-Kruis; onderweg

ziet en bedenkt hij heel veel waar de

heemkundigen baat bij kunnen

hebben.

De Nieuwsbrief, uitgave van de

Heemkundige Vereniging Terneuzen

(winter 2009), begint met de

geschiedenis van het Zeeuwsch-

Vlaamsche rolluik- en -timmerbedrijf,

geschreven door J.A. Oosterdijk. Het

bedrijf bestond van 1911 tot 1962.

E. Hamelink belicht het tegeltableau

dat op de buitenmuur van de RK

lagere jongensschool was aangebracht,

en dat 27 november 2009 op een

nieuwe bestemming onthuld werd,

op de gevel van de Willibrordustoren

in de Korte Kerkstraat. Hamelink

verstrekt ook de gegevens van de in

november aangebrachte plaquette in

de bestrating bij het nieuwe woon-

en winkelcentrum Schuttershof, en

in een volgend stukje gaat hij in op

de commanderij van de tempeliers,

gevolgd door de plannen en de

verwezenlijking van een gedenkteken

voor de ramp met de s.s Cornelis.

Van J.L. Platteeuw zijn de artikelen

‘Registratie van kentekenbewijzen in

Zeeland van het begin tot 1956’, en

‘Ziekenhuizen in Terneuzen en

Sluiskil’. In dat laatste begint de

auteur met een overzicht van de - vaak

kwalijke - praktijken van vroegere

genezers, en vertelt dat pas sinds de

negentiende eeuw meer vooruitgang

in de geneeskunde werd bereikt. In

1868 werd een oude school ingericht

als ziekenhuis, in 1903 werd een

nieuw ziekenhuis gebouwd. Na veel

voorbereidend werk kwam er in 1951

een moderner voor in de plaats, dat

geopend werd door koningin Juliana.

Het huidige ziekenhuis werd in 1989

geopend, weer door Juliana, nu echter

als prinses. Ook in Sluiskil was men

druk doende geweest een ziekenhuisbouw

te realiseren, dat in gebruik

genomen werd in 1915, het Sint-

Elisabeth Ziekenhuis.

P.W. Stuij tenslotte maakt de lezer

warm voor een bezoek aan de

Zwartenhoekse Zeesluis. Een belangrijk

man was bij de bouw van de fortificaties

directeur De Freytag. De benarde

positie van De Freytag - die wegens

onenigheid met prins Frederik van

Nassau was gearresteerd - wordt

verklaard, evenals het onvermogen van

de prins om weloverwogen besluiten


te nemen. De Zwartenhoekse Zeesluis

was in de eerste plaats een inundatiesluis;

het is zeker de moeite waard dit

historisch erfgoed te waarderen en te

bewaren.

De Vereniging tot Behoud van de

Historie van Philippine heeft haar 21 ste

jaarboek uitgegeven (2009).

‘De herinneringen van Pieter Jan

Poulusse, brigadier der marechaussee te

Philippine van 1879 tot 1882’, kwam

in handen van L. van Driel tijdens zijn

zoektocht naar materiaal voor een

studie over de zoon van deze Poulusse.

Na een inleiding door Van Driel volgen

de memoires van Pieter Jan Poulusse

vanaf zijn overplaatsing naar Sas van

Gent in 1879.

D. van der Zalm meldt de vondst

van een oude dijkpaal in een tuin in

de oude kern van Philippine, die een

plaatsje heeft gekregen aan het wandelpad

op de dijk langs het kanaal. Van

der Zalm schrijft ook over een café

Philippine, in de wijk Het Patershol

in Gent, vervolgens over Dolf den

Brusselaer, een van de oudste en

markantste figuren van Philippine,

en over de dorpsomroeper R. de Bock,

overleden in 1983.

Er volgen nog meer artikelen in dit

jaarboek, zoals ‘De restauratie van de

PI 77’ en ‘De Bakkemannen’ beide van

S. Ploegaert, ‘De ware geschiedenis van

de hengst D’n Bruinen’, met prachtig

gekleurde illustraties door P. Hamer,

en ‘Venster op het landschap’ van

W. Wintein.

W. Neyt geeft ‘Een verhaal van enkele

dagen uit het leven van een verzetsstrijdster

tijdens de eerste wereldoorlog’,

gekopieerde bladzijden uit een

niet achterhaald boek, die door de heer

A.M. Schieman geschonken werden.

Deze verzetsstrijdster, Gabrielle Petit,

die tijdens de oorlogsjaren als spionne

fungeerde, heeft een ‘open’ duiker als

geheime vluchtweg gebruikt om

Nederland te bereiken. Deze duiker

was de 175 jaar oude duiker onder de

Vrijendijk, waarover M. De Smet veel

interessants weet te vertellen.

‘Louise de Bettignies (1880-1918): een

moderne Jeanne d’Arc’ is een stuk van

professor A. Vanneste. Louise is slechts

een jaar actief geweest in de inlichtingendiensten,

vanaf het begin van de

oorlog tot haar arrestatie in 1915. Toch

heeft zij een indrukwekkende staat van

dienst opgebouwd. Zij werd wel de

Jeanne d ‘Arc van het noorden genoemd.

Van de Stichting Heemkundige Kring

Sas van Gent is de Kroniek 2009

(nr. 42) binnengekomen.

H. Waldeck vertelt over een van de

eerste automobilisten van Zeeuws-

Vlaanderen, de suikerfabrikant Pierre

Malotaux, die samen met een investeerder

in 1901 een vergunning kreeg van

Gedeputeerde Staten van Zeeland voor

een vermoedelijk nieuwe F.N.

(Fabrique Nationale). Deze vroege

automobiel met het kenteken Z 203

wordt uitvoerig beschreven in het

artikel.

H.A. van de Vijver geeft de geschiedenis

van een familie Van de Vijver in

Sas van Gent, te beginnen met

Jan van de Vijvere die in 1639 in het

Landtchijnsboek voorkomt.

Vervolgens behandelt E. de Hoo het

rijke molenverleden van Sas van Gent,

waarna J. van Hecke verklaart dat,

volgens H. Puylaert, Karel V de stichter

is van het huidige Sas van Gent.

In april 2009 werd gevierd dat de

luidklok in de kerk van Philippine

terugkwam, de klok die in 1648 voor

het eerst in de toren werd gehangen.

Zeeland in Japan, Japan in Zeeland

De merklap ‘Door Ons Gedaen’

was van 19 september tot en met

11 december 2009 tentoongesteld

in Huis ten Bosch Art Museum.

Het museum trok in die periode

een kwart miljoen bezoekers, voornamelijk

Japanners. Niet iedereen

zal de Zeeuwse merklap van begin

tot het eind (na 125,62 meter!)

hebben bekeken, maar aangenomen

mag worden dat heel veel Japanners

met bewondering en mogelijk zelfs

met enige verbazing hebben gekeken

naar de vele fraaie afbeeldingen in

kruissteek van Zeeland anno 2000.

In diezelfde periode, meer precies op

15 november, keken enige honderden

archeologen in de Schouwburg in

Middelburg met evenveel

bewondering naar een fraai staaltje

van Japanse kunstnijverheid:

een zeventiende-eeuws bordje in

ko-kutani stijl, opgegraven aan de

Dokkershaven, op het Scheldeterrein

in Vlissingen.

Op verzoek van het stadsbestuur van

Nagasaki was Door Ons Gedaen

(DOG) tot 12 januari 2010 ook nog

te zien in het Museum for History and

Culture in Nagasaki. Binnen twintig

uur na de sluiting van de tentoonstelling

in Huis ten Bosch werd de

tentoonstelling in het museum in

Nagasaki geopend. Een enorme

prestatie die alleen kon lukken

dankzij een goede voorbereiding,

veel enthousiasme en een uitstekende

samenwerking tussen enerzijds de

mensen van het museum en de stad

Nagasaki en anderzijds de mensen van

de SCEZ. Een centrale positie nam

het DOG-team in, dat deze keer

bestond uit Mia Elmont en Eef en Jaap

de Jonge. De opening van de tentoonstelling

in het museum was op 14

december en voltrok zich met groot

ceremonieel. Niet minder dan vijf

hoogwaardigheidsbekleders verrichtten

de officiële openingshandeling, te weten

het gezamenlijk en op hetzelfde

moment doorknippen van een lint.

Een centrale positie nam staatssecretaris

van Europese Zaken Frans

Timmermans in. Hij werd geflankeerd

door de gouverneur van de provincie

Nagasaki Genjiro Kaneko, de locoburgemeester

van Nagasaki Masanobu

Chita, de directeur van het museum

Ohori Satoshi en door Mia Elmont als

vertegenwoordigster van de provincie

en de SCEZ. Eef de Jonge vertelde in

haar openingstoespraakje iets over het

ontstaan van Door Ons Gedaen en

bedankte alle betrokken partijen

namens de provincie en de SCEZ

voor de goede samenwerking.

Het bijzondere Japanse bordje dat op

15 november aan enige honderden

archeologen werd gepresenteerd is

gevonden in een Vlissingse beerput

tussen duizenden andere scherven en

botjes. De beerput hoorde bij een pand

dat in de eerste helft van de zeventiende

eeuw in bezit was van Cornelis

Lampsins, op dat ogenblik de eigenaar

van de grootste rederij van Nederland

en de rijkste inwoner van Vlissingen.

Hoewel het niet zeker is dat Lampsins

ooit het pand zelf bewoonde, wijst de

inhoud van de beerput in ieder geval

richting een zeer elitaire levensstatus

van de toenmalige bewoners. De

beerput is op basis van het aanwezige

aardewerk, glas en kleipijpen gedateerd

in de periode 1610-1660. Het bordje

is te dateren in de jaren 1640-1660 en

behoort tot de oudste voorbeelden van

keramiek in de ko-kutani (oude kutani)

stijl binnen Europese archeologische

contexten. De oorsprong van deze stijl

is nog in nevelen gehuld. Tot op heden

is onbekend welke plaats de bakermat

is van dit type aardewerk.

In de zeventiende eeuw kreeg

Nederland het alleenrecht binnen

Europa om handel te drijven met Japan.

In het begin van de zeventiende eeuw

werden de Portugezen met geweld uit

Japan verjaagd, nadat ze te drieste

pogingen hadden ondernomen om de

lokale bevolking te kerstenen. De

nuchtere Nederlandse handelsgeest

werd door de Japanners duidelijk meer

gewaardeerd, maar er golden zeer

strenge regels. De Nederlanders

‘Vijf man sterk’ (v.l.n.r.): museumdirecteur, gouverneur, staatssecretaris, loco-burgemeester

en merklapambassadeur knippen tegelijkertijd het openingslint door (foto Jaap de Jonge).

Zeeuws Erfgoed 21 maart 2010/01 • ERFGOED ALLERLEI

De geschiedenis van de klok wordt

geschreven door F. Cappaert en

W. Westbroek.

Verhalen over ‘De Geuzenhoek te

Korsele, St. Maria Horebeke’,

‘Canisvliet en het landschappelijk

deficit’, en het ‘Industrieel Museum’

volgen.

Tijdens de feesten ter viering van

het 400-jarig bestaan van Sas van Gent

is in 1947 een toneelspel opgevoerd.

Naast de bewaarde tekst bood

E.A. Colpaert de redactie foto’s aan

van de originele tekeningen van de

decorstukken. Zowel de volledige tekst

als de afdrukken van de foto’s zijn in

dit jaarboek geplaatst.

Het Bulletin van de Oudheidkundige

Kring De Vier Ambachten (2009, 3)

bevat naast de huishoudelijke

mededelingen een artikel van P. van

de Velde over de jeugdjaren van

Willem Imandt, onderwijzer in

Sint-Jansteen, later schilder van

‘mooi-Indië’. A.L. Kort geeft als

aanvulling op zijn eerdere publicaties

een artikel over de sjampetters in Axel,

die het vaak moeilijk hadden om de

orde te bewaren.

Zeventiende-eeuws Japans aardewerk in

ko-kutani stijl, opgegraven in Vlissingen

in de winter van 2007-2008.

mochten het land zelf niet binnen;

ze opereerden vanaf 1641 vanuit het

kunstmatige eiland Deshima voor de

kust van Nagasaki. In 1646-1647 was

Willem Verstegen, afkomstig uit

Vlissingen, een van de eerste opperhoofden

van deze handelsnederzetting.

Het bewuste bordje dateert wellicht uit

deze tijd. Het is verleidelijk om het

bordje te zien in het licht van de jaarlijkse

processie die de Nederlanders

ondernamen naar de Japanse shogun (de

militaire commandant) in Edo. Dit was

de enige gelegenheid waarbij de

Nederlanders het land binnenmochten

en een hoogtepunt van hun verblijf

aldaar. Op het hof van de shogun werden

exotische relatiegeschenken uitgewisseld

tussen de Japanners en de

Nederlanders.

De opgraving op het Scheldeterrein is

in de winter van 2007-2008 uitgevoerd

door ADC ArcheoProjecten, onder

begeleiding van de Walcherse

Archeologische Dienst in opdracht van

de gemeente Vlissingen. Het archiefonderzoek

werd verricht door het

Gemeentearchief Vlissingen. Met dank

aan Bernard Meijlink (Walcherse

Archeologische Dienst) en Johan Claeys

(ADC ArcheoProjecten).


Stichting De Zeeuwse Streekdrachten:

nieuwe voorzitter en afscheid adviseur

Speld voor Buitengewone Diensten, opgespeld

bij Aad de Klerk tijdens zijn laatste vergadering

als adviseur van de stichting.

In een vergadering op 25 november 2009

droeg Adrie Quaak de voorzittershamer over

aan Siebe Kramer. Sinds het overlijden van

voorzitter Riet Daamen in 2006 was Adrie

Quaak waarnemend voorzitter.

Hij karakteriseerde de functie van de nieuwe

voorzitter als die van: oppertimmerman aan

de weg. De stichting - een samenwerkingsverband

van zes streekdrachtorganisaties:

De Arke, Het Walcherse Costuum,

Cultuur-behoud Westkapelle, Ons Boeregoed,

Mooi Zeeland en de Axelse Klederdrachtgroep

- wil nadrukkelijk aanwezig zijn bij

allerlei provinciale gebeurtenissen, en Kramer

wil daar zijn steentje aan bijdragen.

Als burgemeester (van Kapelle) en als

voorzitter van de Zeeuwse burgemeesterskring

lijkt hij de geëigende persoon hiervoor.

Tot het einde van de negentiende eeuw liepen

de meeste mensen in Zeeland, zeker op het

platteland, in streekdracht. Dat gold ook voor

West-Zeeuws-Vlaanderen, het Eiland van

Cadzand. Na 1900 is het aantal dragers van

Cadzandse dracht echter snel verminderd.

De meeste rokken, schorten, karkasjes,

mantelines, mutsen en dergelijke zijn

weggegooid of verdwenen. In samenhang

daarmee is ook de kennis van de dracht

achteruitgegaan.

Toch is er nog heel wat van de Cadzandse

dracht bewaard gebleven, zowel bij particulieren

als in bewaarinstellingen, zoals musea.

Bovendien is er nog een aantal mensen die

zeer veel over de kostuums en accessoires

weten.

Op 8 januari werd te IJzendijke de Stichting

tot Behoud van de Cadzandse Dracht

Hoogtepunt in de promotionele sfeer waaraan

de stichting haar medewerking verleende

waren de Senior Games 2009. Komend jaar

zijn er onder meer mogelijkheden bij de

viering van Koninginnedag, bij de uitreiking

van de Four Freedoms Awards, en bij de grote

wielermanifestaties als de Tour de France en

de Giro d’Italia. In de loop van 2010 wordt

het thema streekdrachten operationeel op de

website www.geschiedeniszeeland.nl.

Hierop komt een uitvoerig uittreksel van het

in 2005 verschenen standaardwerk van de

stichting: De Zeeuwse Streekdrachten 1800-

2000. Daarnaast komt er informatie op te

staan over de stichting en de zes aangesloten

organisaties.

Op dezelfde vergadering werd afscheid

genomen van Aad de Klerk. Hij was vanaf het

begin van de stichting, ruim elf jaar geleden,

bij de bestuursvergaderingen aanwezig als

adviseur vanuit de SCEZ. Kernwoorden uit

de speech van Adrie Quaak die hem

karakteriseren: bescheiden, integer,

organisatorisch netwerker om trots op te zijn.

Uit handen van de nieuwe voorzitter ontving

hij als dank namens de stichting als eerste de

Speld voor Buitengewone Diensten, een

originele facetspeld die ook het logo van de

stichting siert. In zijn dankwoord verklaarde

Aad niets met kleren te hebben, maar - als

geograaf - alles met streekdracht. Hij adviseerde

nog veel meer naar buiten te treden met

deze vorm van erfgoed. SCEZ-directeur Wim

Scholten prees Aad om het kunnen leggen van

waardevolle verbindingen.

Stichting tot Behoud

van de Cadzandse dracht opgericht

opgericht. De stichting heeft tot doel:

- bij te dragen aan de instandhouding van

een representatieve collectie Cadzandse

dracht;

- het vergroten en overdragen van de kennis

over de Cadzandse dracht;

- het meer bekendheid geven aan de

oorsprong en ontwikkeling van de

Cadzandse dracht.

De stichting wordt geleid door een bestuur,

bijgestaan door een aantal adviseurs.

De stichtingsvoorzitter is mw. Jenny

Rosendaal-Dees, t 0117-452850

06-20424554, e adri_jenny@kpnplanet.nl.

Het correspondentieadres van de stichting is:

Lange Strinkweg 1, 4506 JG Cadzand,

telefoon 0117-391234 en 06-12821445,

e-mail adkeuninck@kpnplanet.nl.

Zeeuws Erfgoed 22 maart 2010/01 • ERFGOED ALLERLEI

Stichting Het Werkend

Trekpaard Zeeland

zoekt bestuursleden

(foto Rianne Francke)

Stichting Het Werkend Trekpaard Zeeland zet zich in voor de

instandhouding van het werkende trekpaard als natuurlijke

krachtbron in de landbouw en voor het behoud van oude werktuigen

en vaardigheden. De stichting organiseert jaarlijks allerlei

publieksactiviteiten. Om dit te kunnen blijven doen, zijn er

broodnodig twee nieuwe bestuursleden nodig. Eén voor het bijhouden

van de financiën en één voor het werven van nieuwe

sponsors.

De werkzaamheden van de penningmeester zullen bestaan uit

het afhandelen van de betalingen en het opstellen van de jaarrekening.

De ‘sponsormarketeer’ gaat zich bezighouden met het

werven van sponsorgelden ten behoeve van de uit te voeren

activiteiten, zoals het onderhouden van de werktuigen en

machines van de stichting.

Aan de stichting zijn een tiental trekpaardenhouders en 450

donateurs verbonden. Samen met de trekpaardenhouders en een

aantal vrijwilligers organiseert zij activiteiten op diverse locaties

in Zeeland. Vaste items zijn de open dagen bij trekpaardenhouders

en bij de boerderij van de stichting. Andere activiteiten

zijn routes met authentieke wagens, rijtuigen en gerijen,

oogst-demonstraties en ploegkampioenschappen, landbouwgrond

bewerken bij Natuurmonumenten, donateuravonden

organiseren en oude landbouwwerktuigen onderhouden.

Wilt u ook tijd vrijmaken voor de stichting, meldt u dan aan

bij het secretariaat van de stichting: Piet Hannewijk, Burg.

Hackstraat 12, Wolphaartsdijk, 0113-581561,

hannewijk24@zonnet.nl. Uw inzet loont de moeite, want bezig

zijn met en voor dit levende culturele erfgoed is zeer leuk!

Afsluiting Jaar van de Tradities

2009 was in heel Nederland het Jaar van de Tradities. Ook

vanuit Zeeland werd veel bijgedragen aan het succes van dit

jaar. De activiteiten werden (en worden nog steeds) bekend

gemaakt via de website traditieszeeland.nl. Het Zeeuwse Jaar

van de Tradities wordt op zaterdag 12 juni in Goes afgesloten

met het symposium ‘Echt Zeeuws?!’ Het programma biedt

een terugblik op het afgelopen jaar, dat liet zien hoe bijzonder

vele tradities in Zeeland zijn en hoezeer velen in Zeeland hier

nog waarde aan hechten. Enkele tradities worden ‘ten tonele

gevoerd’. Tijdens deze dag wordt ook nader ingegaan op de

resultaten van het onderzoeksrapport Volkscultuur in Zeeland:

voor jong en oud! dat recentelijk verscheen.

Voor meer informatie over programma en aanmelding:

www.traditieszeeland.nl.

‘De smaak van de 19 e eeuw’

Open Monumentendag 2010 vindt dit jaar plaats in het

weekend van 11 en 12 september en heeft als landelijke thema

‘De smaak van de 19 e eeuw’.

De negentiende eeuw heeft qua bouwstijlen een rijke verzameling

gebouwen opgeleverd. Door de groeiende industrie en de

toe-nemende macht van lokale overheden, maar ook door de

toenemende kennis van de bouwtechniek en de technische toepassingsmogelijkheden

van ‘nieuwe bouwmaterialen’, ontstonden

er allerlei nieuwe typen gebouwen, vaak in verrassende vormen.

Er werd daarbij teruggegrepen op verschillende historische

bouwstijlen die door elkaar werden gebruikt, of in een

nieuw jasje werden gestoken. Er wordt dan ook gesproken van

stijlen als neogotiek, neorenaissance, neoclassicisme of eclecticisme.

Zeeland heeft over de hele provincie verspreid vele bouwwerken

die volgens deze neostijlen gebouwd zijn. Welke daarvan

tijdens de OMD te bezichtigen zijn, wordt in de zomer van

2010 bekendgemaakt via onder meer de landelijke website

www.openmonumentendag.nl.


Colofon

Zeeuws Erfgoed is een uitgave van Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

en verschijnt vier keer per jaar. Deze nieuwsbrief informeert over

archeologie, cultuurhistorie, erfgoededucatie, monumenten,

musea en streektalen in Zeeland.

Abonnementen en adreswijzigingen alleen schriftelijk

via postbus 49 o.v.v. Zeeuws Erfgoed.

redactie Marinus van Dintel, Aad de Klerk, David Koren,

Jan Kuipers, Veronique De Tier, Tony Veenstra en Janneke de Wit

eindredactie Saskia Buitenkamp, Marinus van Dintel, Aad de Klerk,

en Jan Kuipers

foto’s Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, tenzij anders vermeld.

De SCEZ streeft er met de uiterste zorgvuldigheid naar om

voorafgaand aan het moment van publicatie contact op te nemen

met de rechthebbenden.

De SCEZ kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld voor

beeldmateriaal, door derden aangeleverd, waarop auteursrecht berust.

opmaak decreet, Ramon de Nennie, Middelburg

druk Verhage & Zoon, Middelburg

Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

Postbus 49 4330 AA Middelburg

Bezoekadres Gebouw De Burg, Groenmarkt 13

Telefoon 0118-670870 | Fax 0118-670880 | E-mail info@scez.nl

Internet www.scez.nl

KORTelings uit dienst

Bram Dees is begin 2010 teruggetreden als coördinator van de door de

SCEZ ondersteunde Werkgroep Industrieel Erfgoed Zeeland (WIEZ).

Meer dan tien jaar heeft Bram zich met hart en ziel ingezet voor het

industrieel erfgoed in Zeeland. Als boegbeeld van de werkgroep heeft

hij vele dingen opgepakt, waarbij de stoommachine in Sluiskil wel het

grootste project is geweest. Met zijn grote inzet voor het behoud van dit

unieke stuk erfgoed heeft Bram mede de geesten rijp gemaakt voor de

vestiging van een volwaardig industrieel museum in Sas van Gent.

Een mooi moment was de jubileumbijeenkomst die Bram in 2007

organiseerde naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van de WIEZ.

De bijeenkomst werd gehouden in de voormalige goederenloods uit 1872,

afkomstig van het spoorwegemplacement van Middelburg en nu deel

uitmakend van het complex van de Stoomtrein Goes-Borsele. Diverse

sprekers benadrukten het belang van de werkgroep en de noodzaak van

verdere documentatie van het industrieel erfgoed in Zeeland. Hoewel

teruggetreden als coördinator blijft Bram actief binnen de werkgroep,

zij het als ‘gewoon’ lid.

Zeeuws Erfgoed 23 maart 2010/01

Zeeuws Erfgoed

jaargang 9 nr. 1 • maart 2010

Meegezonden

- Zeeuws Archief Nieuws nr. 45

Aan dit nummer droegen bij:

• ARCHEOLOGIE Robert van Dierendonck, Henk Hendrikse,

Nathalie van Jole, Hans Jongepier, Jan Kuipers

en Ilona van der Weide-Haas

• CULTUURHISTORIE Marinus van Dintel, Aad de Klerk

en Iris Laboyrie

• MONUMENTEN Marinus van Dintel, Wim Jakobsen, David Koren,

Tony Veenstra en Jan van Zon

• MUSEA Leo Adriaanse en Janneke de Wit

• STREEKTALEN Veronique De Tier

• MONUMENTAAL Tony Veenstra

• ALGEMEEN Allie Barth en Henk Hendrikse

• ALLERLEI Johan Francke, Piet Hannewijk, Wim van der Heijden,

Wim Scholten, Truus Trimpe Burger-Mekking en Arco Willeboordse

Aanlevering van kopij

Voor het volgende nummer en/of reacties op deze nieuwsbrief bij

voorkeur digitaal tot 12 april 2010, zeeuwserfgoed@scez.nl of

via postbus 49, 4330 AA Middelburg o.v.v. kopij Zeeuws Erfgoed.

Bij de omslag

De Arendshoeve is een typisch Zeeuwse boerderij gelegen aan de

rand van ’s-Heer Arendskerke. Het complex bestaat uit drie delen:

een woonhuis, een schuur en een bakkeet. Het zijn drie rijksmonumenten

op één erf. De oude bakkeet dateert van vóór 1600.

Waarschijnlijk maakte het deel uit van een vroegere hoeve uit de

vijftiende-zestiende eeuw. Omstreeks 1610 werd op het terrein een

nieuwe boerderij gebouwd, een huis met daaraan vast in L-vorm

een boerenschuur. Toen deze laatste circa 1870 geheel afbrandde,

kwam er verderop op het terrein een grote, geheel gepotdekselde

schuur te staan met drie mendeuren. Opmerkelijk is het raampje

rechtsboven op de foto, een zogenaamde trompe l’oeil (gezichtsbedrog).

Het dak is afgedekt met riet en de wolfseinden aan de

kopse kant zijn versierd met decoratieve houten windveren met wit

kantmotief. Nog tot 2005 functioneerde deze bijzonder mooie

boerderij als agrarisch bedrijf. Een uitvoering op schaal is sinds 26

november 2009 in Madurodam te bekijken.


MOnuMENTaal

Lamswaarde is een dorp in Zeeuws-Vlaanderen,

en telt momenteel 820 inwoners (2010). Sinds

1 januari 2003 maakt het deel uit van de

gemeente Hulst. Oud-Lamswaarde ontstond

als uithof van de Vlaamse Abdij van Boudelo,

een Cisterciënzer abdij. Deze uithof is

gedurende de Tachtigjarige Oorlog verwoest.

Na 1615 ontwikkelde zich nabij deze locatie

het huidige Lamswaarde. In 1871 begon men

met de bouw van de huidige rooms-katholieke

Heilige Corneliuskerk, naar een ontwerp van

architect P. Stoffers. Deze zeer productieve

architect was ook verantwoordelijk voor

de RK Kerken in Aardenburg, Graauw,

Biervliet, Nieuw-Namen, Hoofdplaat, Axel,

Groede, Kloosterzande, Vogelwaarde en Clinge.

In 1873 werd de Heilige Corneliuskerk

door de Deken van Hulst ingewijd.

(foto Jan Wijnacker)

More magazines by this user
Similar magazines