02.08.2013 Views

Evaluatie Hij-instroom RVKO - Arbeidsmarktplatform PO

Evaluatie Hij-instroom RVKO - Arbeidsmarktplatform PO

Evaluatie Hij-instroom RVKO - Arbeidsmarktplatform PO

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

EVALUATIE<br />

HIJ-INSTROOMPROJECT<br />

<strong>RVKO</strong><br />

1<br />

mei 2012<br />

ARBEIDSMARKTPLATFORM<br />

<strong>PO</strong>. Van en voor<br />

werkgevers en werknemers<br />

<strong>Arbeidsmarktplatform</strong> Primair Onderwijs


Het CAOP is hét kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken en<br />

arbeidsmarktvraagstukken in het publieke domein. CAOP Research is de<br />

onderzoeksafdeling van het CAOP en beschikt over ruime ervaring op het gebied van<br />

onderzoek, onderzoeksadvies en onderzoeksbegeleiding.<br />

© CAOP Research, juni 2012<br />

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door<br />

middel van druk, fotokopie, microfilm, CD, internet of op welke andere wijze ook,<br />

zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.


<strong>Evaluatie</strong> <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project <strong>RVKO</strong><br />

Drs. Miranda Grootscholte<br />

CAOP Research<br />

Den Haag, mei 2012


1 INLEIDING 1<br />

1.1 Aanleiding...........................................................................................................................1<br />

1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen...................................................................................1<br />

1.3 Onderzoeksopzet ...............................................................................................................2<br />

1.4 Leeswijzer ...........................................................................................................................2<br />

2 WAT VOORAF GING 3<br />

2.1 De aanleiding......................................................................................................................3<br />

2.2 De opzet ..............................................................................................................................3<br />

2.3 De doelgroep ......................................................................................................................4<br />

2.4 Kosten .................................................................................................................................4<br />

3 WERVING-, SELECTIE- EN AANSTELLINGSBELEID 5<br />

3.1 Werving ...............................................................................................................................5<br />

Profiel 5<br />

Kanalen en advertentie 5<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 6<br />

3.2 Selectie................................................................................................................................6<br />

Het feitelijke selectieproces 6<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 7<br />

3.3 Aanstelling..........................................................................................................................9<br />

De feitelijke afspraken 9<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 9<br />

4 PRAKTIJK EN OPLEIDING 11<br />

4.1 Plaatsing op scholen .......................................................................................................11<br />

De feitelijke plaatsing 11<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 11<br />

4.2 Begeleiding van de mannen ...........................................................................................12<br />

De feitelijke begeleiding 12<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 13<br />

4.3 Werkzaamheden van de mannen ...................................................................................15<br />

De feitelijke werkzaamheden 15<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 15<br />

4.4 De opleiding......................................................................................................................16<br />

De feitelijke vormgeving van de opleiding 16<br />

Succesfactoren en verbeterpunten 17


5 RESULTATEN EN EFFECTEN 19<br />

5.1 Resultaten.........................................................................................................................19<br />

Deelname en uitval 19<br />

Tevredenheid en motivatie 20<br />

5.2 Effecten .............................................................................................................................20<br />

Meerwaarde 21<br />

6 SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN 23<br />

6.1 Inleiding ............................................................................................................................23<br />

6.2 Doel en onderzoeksvragen .............................................................................................23<br />

6.3 Opzet en resultaat van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project............................................................24<br />

6.4 Aanbevelingen voor schoolbesturen.............................................................................24<br />

BIJLAGE 1 BEOORDELINGSFORMULIER HIJ-INSTROMERS <strong>RVKO</strong>


1 INLEIDING<br />

1.1 Aanleiding<br />

Het aandeel mannen in het basisonderwijs en op de pabo is laag. Slechts 13,4% van<br />

het onderwijzend personeel in het basisonderwijs is man. Op de pabo ligt het<br />

aandeel iets hoger namelijk op 17,7%. Echter relatief veel mannen vallen gedurende<br />

de opleiding uit. Van de afgestudeerden die in 2010 een diploma in ontvangst<br />

hebben genomen was 11,6% man. Op korte termijn is daarom geen stijging van het<br />

aandeel mannen in het basisonderwijs te verwachten. Er wordt door de vergrijzing<br />

zelfs rekening gehouden met een daling van het aandeel, immers relatief veel<br />

mannen in het basisonderwijs zijn de vijftig gepasseerd. Veel leerlingen komen dus<br />

gedurende hun basisschoolperiode geen mannelijke leerkracht tegen.<br />

De <strong>RVKO</strong>, een schoolbestuur uit Rotterdam met 55 basisscholen, is in april 2010<br />

een gerichte campagne gestart om meer mannen voor de klas te krijgen. Het<br />

bestuur wil ervoor zorgen dat hun leerlingen tijdens minimaal twee schooljaren van<br />

hun basisschoolperiode een meester voor de groep hebben staan. De belangrijkste<br />

redenen voor de <strong>RVKO</strong> om dit te doen zijn het feit dat een gezonde mix van<br />

mannelijke en vrouwelijke leerkrachten goed is voor zowel jongens als meisjes. Daar<br />

komt bij dat een deel van de <strong>RVKO</strong>-scholen in sociaal zwakke wijken staat met veel<br />

alleenstaande moeders van wie de kinderen nauwelijks mannen tegenkomen. Voor<br />

deze kinderen is het extra belangrijk dat ze in het onderwijs een mannelijk rolmodel<br />

tegenkomen. Verder ziet de <strong>RVKO</strong> een snelle <strong>instroom</strong> van hoger opgeleide mannen<br />

met een diversiteit aan vooropleidingen en werkervaringen als een verrijking voor de<br />

school en geven meer mannen in de school een gezondere balans in het team.<br />

Het schoolbestuur heeft een werving- en selectiebureau ingeschakeld om een<br />

gerichte wervingscampagne te leiden, voor zij-instromende mannen met minimaal<br />

een diploma op Hbo-niveau. Dit leverde veel reacties op. Uiteindelijk zijn 25 mannen<br />

geselecteerd om een tweejarige deeltijdopleiding aan de pabo Dordrecht van de<br />

hogeschool Rotterdam te volgen. Het verschil met een reguliere opleiding tot<br />

leerkracht in het basisonderwijs is dat de mannen gedurende twee jaar één dag in<br />

de week naar school gaan en de andere vier dagen werkzaam zijn op een school.<br />

In opdracht van de sociale partners in het primair onderwijs heeft CAOP Research<br />

het eerste jaar van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject geëvalueerd 1 . In deze rapportage zijn de<br />

belangrijkste bevindingen op een rij gezet.<br />

1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen<br />

Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de werkwijze en de effecten<br />

van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project, zoals deze door de <strong>RVKO</strong> in 2010 is gestart. Tevens<br />

dient het onderzoek handvatten op te leveren voor andere schoolbesturen en pabo’s<br />

die met een dergelijke mannenklas aan de slag willen.<br />

1 Ook voor het schooljaar 2011/2012 is de <strong>RVKO</strong> een mannenklas gestart, de evaluatie<br />

hiervan valt buiten de scope van dit onderzoek.


In het onderzoek staan de volgende onderzoekvragen centraal:<br />

• Op welke manier is het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project ingericht?<br />

• Vallen de mannen in de <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>klas minder vaak uit dan mannen in een<br />

reguliere paboklas?<br />

• Wat zijn de succesfactoren van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project?<br />

• Waar liggen nog knel- en verbeterpunten?<br />

• Wat zijn aanbevelingen voor andere schoolbesturen die gezamenlijk met een<br />

pabo een <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project willen opzetten?<br />

1.3 Onderzoeksopzet<br />

Het onderzoek is begonnen met een interview met de initiatiefneemster van het<br />

project, de algemeen directeur van de <strong>RVKO</strong> (Lia Zwaan), en met de coördinator<br />

van de mannenklas (Ellen Gillis). Vervolgens is gesproken met een<br />

vertegenwoordiger van de organisatie die de werving en de selectie heeft verzorgd,<br />

Bronsonn Recruitment. Tevens hebben we gesproken met de opleidingsmanager<br />

van de pabo Dordrecht van de Hogeschool Rotterdam, waar de hij-instromers het<br />

eerste jaar van hun pabo-opleiding hebben gevolgd 2 . Ook is telefonisch gesproken<br />

met twee schoolleiders van scholen waar een hij-instromer is geplaatst. Tot slot<br />

heeft een groepsgesprek plaatsgevonden met de hij-instromers zelf 3 . Alle<br />

bevindingen uit deze gesprekken zijn op een rij gezet en geanalyseerd. De<br />

belangrijkste bevindingen zijn in deze rapportage weergegeven.<br />

1.4 Leeswijzer<br />

In dit rapport leest u in hoofdstuk 2 meer over de aanleiding, opzet, doelgroep en de<br />

kosten van het project. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de werving- en<br />

selectieprocedure, tevens komt het aanstellingsbeleid aanbod. De praktijk in de zin<br />

van plaatsing, begeleiding, werkzaamheden en opleiding is in hoofdstuk 4<br />

weergegeven. De resultaten en effecten staan centraal in hoofdstuk 5. Tot slot zijn in<br />

hoofdstuk 6 de samenvatting en aanbevelingen opgenomen.<br />

2 Het tweede jaar van hun studie volgen de mannen niet meer bij de pabo Dordrecht. De<br />

<strong>RVKO</strong> heeft besloten de gehele klas over te plaatsen naar de Thomas More Pabo in<br />

verband met een op dat moment ophanden zijnde overname van deze pabo door de<br />

<strong>RVKO</strong>.<br />

3 Het gesprek heeft plaatsgevonden aan het einde van het schooljaar. Een deel van de hijinstromers<br />

was toen reeds uitgevallen. Het was niet mogelijk hun mening ook mee te<br />

nemen in het onderzoek.<br />

2


2 WAT VOORAF GING<br />

In dit hoofdstuk bespreken we kort de aanleiding van het project, de opzet van het<br />

project, de doelgroep en de kosten. In de volgende hoofdstukken werken we uit hoe<br />

het project daadwerkelijk vorm heeft gekregen.<br />

2.1 De aanleiding<br />

De aanleiding voor het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project was persoonlijk. De algemeen directeur<br />

van de <strong>RVKO</strong> was initiatiefneemster. Zij wil dat er (binnen haar bestuur) meer<br />

mannen in het basisonderwijs voor de klas komen. De overige directieleden stonden<br />

achter dit plan. Als doel is geformuleerd dat elk kind tijdens de basisschoolperiode<br />

minimaal twee schooljaren een mannelijke leerkracht voor de klas heeft. Aangezien<br />

het aandeel mannen op de pabo laag is en mannelijke leerkrachten dus niet van zelf<br />

instromen, was er actie nodig om dit te bereiken. Het idee was: “als de mannen niet<br />

vanzelf komen, dan gaan we ze halen”.<br />

Overigens was de wens om meer mannen voor de klas te hebben niet ingegeven<br />

vanuit de veronderstelling dat mannen de leerprestaties van de kinderen zouden<br />

verbeteren. Wel was de veronderstelling dat de mannen een andere sfeer op school<br />

zouden brengen, zowel in het team als in de klas.<br />

2.2 De opzet<br />

Vrij snel na de eerste lancering van het idee (februari 2010) is men aan de slag<br />

gegaan om het idee concreet vorm te geven. Aan het project lag geen uitgewerkt<br />

projectplan ten grondslag. De <strong>RVKO</strong> heeft contact gezocht met een werving- en<br />

selectiebureau (Bronsonn HR) en met de pabo Dordrecht (van de Hogeschool<br />

Rotterdam). De basisgedachte is dat de mannen vier dagen in de week voor de klas<br />

staan en de vijfde dag naar de pabo gaan. Op deze manier kunnen ze binnen twee<br />

jaar hun lesbevoegdheid behalen.<br />

Met het werving- en selectiebureau zijn concrete afspraken gemaakt over de werving<br />

en de preselectie. Het streven was begin van het schooljaar 2010/2011 te starten<br />

met 25 mannen. Met de pabo zijn afspraken gemaakt over het curriculum. Binnen de<br />

eigen organisatie is de <strong>RVKO</strong> op zoek gegaan naar formatieplaatsen. Binnen 15<br />

scholen is ruimte gemaakt voor de mannen. Er is daarbij gekozen voor scholen die<br />

al opleidingsscholen waren en/of voor scholen waar nog geen mannen waren.<br />

De mannen werden als “<strong>Hij</strong>-instromer in het beroep” aangesteld en kwamen fulltime 4<br />

in dienst bij de <strong>RVKO</strong>, waarvan ze één dag in de week naar de pabo gingen. Ze<br />

kregen naast een salaris ook de opleidingskosten vergoed. Het was de bedoeling<br />

dat de mannen samen met een duo-collega, een ervaren leerkracht, voor de klas<br />

stonden. De hij-instromers waren in de meeste gevallen bovenformatief aangesteld 5 ,<br />

waardoor ze niet direct voor de klas hoefden. In een paar gevallen maakten ze deel<br />

uit van de formatie en hadden ze wel direct de verantwoordelijkheid voor een eigen<br />

4 Een paar mannen werkten in deeltijd, ze hadden bijvoorbeeld een aanstelling van 0,8 fte in<br />

plaats van 1 fte. Echter altijd was één dag in de week bestemd voor de opleiding.<br />

5 Vooraf zijn geen afspraken gemaakt over het moment waarop de hij-instromer niet meer<br />

bovenformatief is, dit is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen die de persoon<br />

doormaakt.<br />

3


klas. In de volgende hoofdstukken werken we de opzet nader uit en gaan we in op<br />

bijbehorende succesfactoren en knelpunten.<br />

2.3 De doelgroep<br />

De <strong>RVKO</strong> heeft bewust de keuze gemaakt voor zij-instromers. Eerder heeft de<br />

organisatie daar al positieve ervaringen mee opgedaan. Ze hebben naar eigen<br />

zeggen ondervonden dat zij-instromers het niveau van de school omhoog brengen.<br />

Dit wordt vooral veroorzaakt doordat deze groep leerkrachten werkervaring van<br />

buiten de sector meebrengt. Een andere reden om te kiezen voor zij-instromers, was<br />

dat men niet tevreden is over de (beperkte) aanwas vanuit de pabo. Aan de zijinstromers<br />

is wel de eis gesteld dat ze reeds minimaal een Hbo-opleiding hadden<br />

afgerond (zie ook hoofdstuk 3).<br />

2.4 Kosten<br />

De kosten die de <strong>RVKO</strong> heeft gemaakt voor dit project bestaan uit verschillende<br />

componenten. Ten eerste de loonkosten. De loonkosten zijn sterk afhankelijk van de<br />

salarissen van de hij-instromers. Het salaris van de hij-instromer wordt bepaald op<br />

basis van het laatstverdiende salaris bij de voorgaande werkgever, met een<br />

maximum van schaal 9. De salariskosten worden voor de helft betaald uit het<br />

bovenschoolsbudget. Het andere deel wordt door de scholen zelf bekostigd. Jaarlijks<br />

ontrekt de verenging ongeveer 300.000 euro aan loonkosten aan het eigen<br />

vermogen.<br />

Verder zijn er kosten gemaakt voor de werving en selectie. Met het werving- en<br />

selectiebureau is afgesproken dat ze per kandidaat 1.600 euro ontvangen voor<br />

advertentiekosten, werving via multimedia, intake en selectie. Daarnaast ontvangt<br />

het bureau voor iedere geschikt bevonden kandidaat die doorstroomt naar het<br />

tweede jaar 700 euro.<br />

Tot slot moet rekening worden gehouden met de kosten voor opleiding en<br />

begeleiding. De <strong>RVKO</strong> betaalt het studieverlof en de studie, vaak gaat het daarbij<br />

om het wettelijk instellingstarief, omdat de kandidaten reeds een hbo-opleiding<br />

hebben afgerond.<br />

De totale kosten en de kosten per hij-instromer zijn moeilijk te bepalen, aangezien<br />

het salaris, de benodigde begeleiding en de periode voordat iemand zelfstandig voor<br />

de klas kan, sterk verschillen.<br />

4


3 WERVING-, SELECTIE- EN AANSTELLINGSBELEID<br />

De werving en preselectie waren in handen van Bronsonn HR. Zij hebben de<br />

activiteiten hiervoor uitgewerkt in een projectplan. In dit hoofdstuk gaan we in op hoe<br />

de werving (paragraaf 3.1) en selectie (paragraaf 3.2) heeft plaatsgevonden en<br />

welke verbeterpunten er zijn te formuleren. Het aanstellingsbeleid van de <strong>RVKO</strong><br />

komt aan bod in paragraaf 3.3.<br />

3.1 Werving<br />

Profiel<br />

In overleg met de <strong>RVKO</strong> heeft het werving- en selectiebureau een profiel opgesteld.<br />

Belangrijk hierbij is dat de mannen passen binnen de cultuur van het onderwijs en de<br />

<strong>RVKO</strong>. Om ervoor te zorgen dat de juiste personen werden geworven (en<br />

geselecteerd) heeft de <strong>RVKO</strong> verschillende gesprekken gevoerd met het bureau en<br />

is een medewerker van het werving- en selectiebureau een dag meegelopen met<br />

een leerkracht. Bij de werving werd het volgende profiel gebruikt als uitgangspunt:<br />

• Didactisch potentieel,<br />

• Potentieel om pedagogische kennis en vermogen op te bouwen,<br />

• Passend binnen de cultuur van het onderwijs (en <strong>RVKO</strong>),<br />

• Reflectievermogen,<br />

• Juiste drijfveren,<br />

• Gedreven, leergierig en (maatschappelijk) betrokken,<br />

• Passend binnen arbeidsvoorwaarden,<br />

• Minimaal Hbo-diploma,<br />

• Minimaal enkele jaren werkervaring op minimaal Hbo-niveau.<br />

Verder is afgesproken dat de werving zich concentreert op het wervingsgebied<br />

“Groot-Rijnmond”.<br />

Kanalen en advertentie<br />

Voor de werving is gebruik gemaakt van een selectie van kanalen om mannen met<br />

werkervaring in een andere sector te bereiken. Dit waren vooral reguliere<br />

vacaturesites en social media. Er zijn geen specifieke kanalen voor mannen<br />

gebruikt. Ook in de advertentie zijn verder geen specifieke zaken gebruikt<br />

(bijvoorbeeld toonzetting of vormgeving) om de aandacht van de doelgroep te<br />

trekken. Wel is de term hij-<strong>instroom</strong> gelanceerd, hierdoor is in één oogopslag<br />

duidelijk voor welke doelgroep de advertentie was bedoeld. In de toekomst wordt bij<br />

de werving meer gebruik gemaakt van sites waarop vooral medewerkers vanuit het<br />

publieke domein naar vacatures zoeken, de verwachting is dat daar relatief veel<br />

potentiële hij-instromers werkzaam zijn die goed passen in het profiel.<br />

5


Succesfactoren en verbeterpunten<br />

De campagne is in februari 2010 van start gegaan, maar het duurde even voordat de<br />

reacties op gang kwamen. In april/ mei begon het traject ruchtbaarheid te krijgen.<br />

Veel mannen kwamen ook via-via bij de advertenties terecht. Eind juni is de<br />

campagne afgesloten. Ook na afloop van de campagne hebben zich nog goede<br />

kandidaten gemeld, helaas was het niet meer mogelijk om deze personen nog in te<br />

laten stromen in het project. Uiteindelijk hebben meer mannen dan verwacht<br />

gesolliciteerd, namelijk 234. De crisis heeft waarschijnlijk een rol gespeeld bij het<br />

hoge aantal reacties. Mensen denken in deze tijden eerder aan een overstap naar<br />

het onderwijs dan in andere tijden, het onderwijs is immers een relatief zekere<br />

sector. Echter hierdoor was de motivatie van de kandidaten niet altijd de juiste. In het<br />

nieuwe <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject is daar daarom extra op gelet.<br />

De <strong>RVKO</strong> was zeer tevreden over het wervingstraject. Daarin zijn voor het volgende<br />

jaar dus ook geen grote wijzigingen aangebracht. Vanuit de hij-instromers zelf kwam<br />

naar voren dat de periode voor de werving (en selectie) erg lang was (van eind<br />

februari tot begin juli) waardoor sommige kandidaten vier maanden moesten<br />

wachten op een beslissing. Overigens heeft de <strong>RVKO</strong> geprobeerd het traject voor<br />

2011 meer te stroomlijnen, zie paragraaf 3.2.<br />

3.2 Selectie<br />

Het feitelijke selectieproces<br />

De selectie bestond uit twee delen. De eerste selectie, de preselectie, werd<br />

uitgevoerd door Bronsonn. Het tweede deel van de selectie heeft de <strong>RVKO</strong> zelf voor<br />

haar rekening genomen.<br />

Bronsonn is begonnen met een brieven/cv-selectie. Van de 234 kandidaten bleven<br />

er door deze selectie 67 personen over. Met al deze personen is door Bronsonn een<br />

gesprek gevoerd. De 45 kandidaten die door deze gespreksronde heen kwamen zijn<br />

op papier aan de <strong>RVKO</strong> voorgesteld. De <strong>RVKO</strong> kreeg een kort kandidaatsprofiel<br />

aangeleverd per mail. Van deze groep heeft de <strong>RVKO</strong> er 32 voor een gesprek<br />

uitgenodigd, om te komen tot de afgesproken 25 hij-instromers. De gesprekken bij<br />

de <strong>RVKO</strong> werden gevoerd door de directeur, een medewerker van het<br />

beleidsbureau en een schoolleider.<br />

Het profiel zoals weergegeven in paragraaf 3.1 vormde ook bij de selectie het<br />

uitgangspunt. In eerste instantie is daarbij gelet op harde criteria zoals<br />

opleidingsniveau (Hbo/Wo) en vervolgens op zachte criteria zoals de motivatie. Bij<br />

de selectie werd er bijvoorbeeld opgelet, aldus een vertegenwoordiger van de<br />

<strong>RVKO</strong>, of de sollicitant in staat was aan te sluiten bij de belevingswereld van het<br />

jonge kind en de persoonlijkheid heeft om met de kinderen te gaan voetballen. Of<br />

zoals het door de pabo werd verwoord: belangrijk is dat de mannen een open<br />

houding hebben en de manier waarop ze contact maken met kinderen moet goed<br />

zijn. Dit kan je niet aanleren. Pedagogisch moet het goed zitten, didactiek kun je<br />

aanleren.<br />

6


De <strong>RVKO</strong> was zowel tevreden over de selectie. Helaas bleek gedurende het traject<br />

dat een aantal mannen onterecht door de selectie waren gekomen.<br />

De hij-instromers zelf waren niet altijd te spreken over het selectieproces. Hun<br />

kritiekpunten hadden vooral betrekking op de transparantie en de doorlooptijd van<br />

het proces, het feit dat er geen mogelijkheid was om een dag mee te lopen en de<br />

samenwerking tussen de <strong>RVKO</strong>, Bronsonn en de pabo. Hieronder gaan we hier, aan<br />

de hand van concrete verbeterpunten, nader op in.<br />

Succesfactoren en verbeterpunten<br />

Op basis van het werving- en selectietraject en de prestaties van de hij-instromers<br />

na een jaar is een aantal succesfactoren en leerpunten aan te wijzen. Een deel van<br />

deze leerpunten is reeds meegenomen in het tweede werving- en selectietraject<br />

voor hij-instromers. Op dit moment is nog niet te zeggen of de veranderingen ook het<br />

gewenste resultaat hebben opgeleverd.<br />

Duidelijke afspraken<br />

Aan het eerste <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project lag een summier projectplan ten grondslag. De<br />

activiteiten zijn gaandeweg opgepakt. Voor het schooljaar 2011/2012 zijn concretere<br />

afspraken gemaakt.<br />

• Ten opzichte van 2010 zijn in 2011 vooraf duidelijkere afspraken gemaakt over<br />

de stappen in het proces en de bijbehorende taakverdeling. Afgesproken is dat<br />

Bronsonn de werving en preselectie doet. En de <strong>RVKO</strong> de selectie. Bronsonn<br />

blijft wel betrokken bij de selectie door gezamenlijk de selectiegesprekken te<br />

evalueren en daarin, met de kennis die Bronsonn heeft over selectiegesprekken<br />

en die de <strong>RVKO</strong> heeft over het onderwijs, tot een conclusie te komen.<br />

• Ook zijn heldere afspraken gemaakt over de tijdsplanning. Het streven is dat de<br />

kandidaten vrij kort na het gesprek met Bronsonn, indien gewenst, aan de <strong>RVKO</strong><br />

worden voorgesteld. De volgende stap in het proces is een dag meelopen.<br />

Daarna wordt direct een knoop doorgehakt over al dan niet aannemen en weten<br />

de potentiële deelnemers dus waar ze aan toe zijn.<br />

• Ook is een leerpunt ten opzichte van vorig jaar dat niet het streven moet zijn het<br />

project vol te maken. Indien lopende het selectietraject blijkt dat er minder dan 25<br />

personen aan de eisen voldoen, start het project met minder mensen en wordt<br />

de klas opgevuld met andere deeltijders 6 .<br />

Aanpassingen in selectiecriteria en -proces<br />

In het eerste jaar van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject zijn tien mannen uitgevallen. De <strong>RVKO</strong><br />

wil dat in het schooljaar 2011-2012 minder mannen uitvallen. Daarom is een aantal<br />

wijzigingen binnen het selectieproces doorgevoerd.<br />

• Een verandering in het selectieproces is het invoeren van een drijfverentest. Er<br />

wordt daardoor meer inzicht verkregen in de motivatie van kandidaten. Dit is<br />

vooral van belang gebleken bij sollicitanten met een bepaalde achtergrond:<br />

commercieel, wetenschappelijk, periode van langdurige werkloosheid, vanuit een<br />

baan met veel werkdruk. In de praktijk bleek vooral onder deze groep veel uitval<br />

voor te komen (zie ook hoofdstuk 5).<br />

• Vorig jaar hadden de eerste gesprekken met kandidaten een motiverende<br />

insteek, echter de gesprekken in 2011 hebben eerder een demotiverend karakter<br />

gehad. Op deze manier kregen de mannen een realistisch beeld van de zwaarte<br />

van het leraarsberoep en van de combinatie van vier dagen in de week werken<br />

en een opleiding volgen. Een deel van de mannen had namelijk verwacht in een<br />

stressvrije omgeving terecht te komen. Echter onderwijzen is niet stressvrij.<br />

6 Als gevolg daarvan zijn er in september 2011 maar 15 mannen gestart binnen het <strong>Hij</strong><strong>instroom</strong>traject<br />

en zijn er vijf hoogopgeleide vrouwen toegevoegd aan het traject.<br />

7


• Ook is besloten geen mannen met een diploma onder Hbo-niveau toe te laten.<br />

• Verder is gedurende het traject opgevallen dat vooral de mannen met gebrek<br />

aan zelfreflectie en de statusgevoelige mannen zijn vertrokken. Deze mannen<br />

hadden vaak bij aanvang reeds een kritische houding richting het onderwijsveld.<br />

Vorige keer was in het selectieproces deze kritische houding juist een pre, echter<br />

vanaf nu wordt hier anders mee omgegaan.<br />

• Het voornaamste kritiekpunt van zowel de hij-instromers als de pabo is dat er in<br />

het selectieproces geen tijd was ingeruimd voor een (aantal) meeloopdag(en). Zij<br />

geven beiden aan dat dit waarschijnlijk niet is gebeurd door de tijdsdruk die er op<br />

het traject zat. Voor het schooljaar 2011/2012 is er wel een meeloopdag<br />

ingevoerd. Op deze manier kunnen de mannen een kijkje in de praktijk nemen<br />

en op basis daarvan beslissen of ze daadwerkelijk verder wilden met het traject.<br />

Tevens is het een goede manier voor de <strong>RVKO</strong> om te zien hoe de aanstaande<br />

leraren in de praktijk reageren.<br />

• De mannen gaven overigens ook in meer algemene zin aan dat ze de<br />

selectieprocedure relatief gemakkelijk vonden. Velen van hen waren gewend te<br />

solliciteren in het bedrijfsleven, waar assessments onderdeel uitmaken van een<br />

dergelijke procedure. De mannen hadden het goed gevonden als er een<br />

assessment in de procedure had gezeten in de vorm van een moment waarop ze<br />

voor de klas moesten staan om te laten zien wat ze konden.<br />

Draagvlak creëren<br />

• Het is van belang voor het gehele traject draagvlak te creëren bij de betrokken<br />

schoolleiders. Ook is het belangrijk dat er draagvlak is voor de manier waarop<br />

het werving- en selectieproces is ingericht. De selectiegesprekken zijn door het<br />

stafbureau van de <strong>RVKO</strong> gedaan. Uit de interviews kwam naar voren dat een<br />

deel van de schoolleiders liever zelf de werving en selectie hadden gedaan,<br />

immers dat gebeurt ook voor andere functies, aldus een schoolleider. Echter niet<br />

alle schoolleiders vonden dit even belangrijk, voor sommigen volstaat een<br />

kennismakingsgesprek. Belangrijk is dus om aan de betrokken schoolleiders uit<br />

te leggen hoe het proces er uitziet en waarom hiervoor is gekozen.<br />

Transparantie in het selectieproces richting de doelgroep<br />

De belangrijkste tip van de mannen is zorg voor transparantie en duidelijkheid in het<br />

proces, zodat de kandidaten weten waar ze aan toe zijn. De mannen benoemden<br />

twee punten waarop zaken voor hen onduidelijk waren:<br />

• Ten eerste hadden de hij-instromers het gevoel dat de afstemming tussen<br />

Bronsonn en de <strong>RVKO</strong> niet altijd voldoende was. Desgevraagd geven zowel<br />

Bronsonn als de <strong>RVKO</strong> aan dat er wel afstemming is geweest, echter dat het niet<br />

te voorkomen is dat zaken dubbel wordt gevraagd. Het is aan te bevelen dit ook<br />

duidelijk richting de doelgroep te communiceren.<br />

• Ook de rol van de pabo was voor de deelnemers niet duidelijk. Vanuit de <strong>RVKO</strong><br />

was de boodschap meegegeven dat de heren ook op de pabo een<br />

selectiegesprek zouden krijgen. Dit bleek daar aangekomen echter niet het<br />

geval. Het gesprek had het karakter van een kennismaking/aanmeldingsgesprek.<br />

Samenwerking schoolbestuur en werving- en selectiebureau<br />

Ook in meer algemene zin zijn er tips uit het onderzoek naar voren gekomen voor de<br />

samenwerking tussen een schoolbestuur en een werving- en selectiebureau.<br />

• Vanuit het schoolbestuur werden de volgende tips mee gegeven: kies een<br />

bureau dat kennis dan wel affiniteit met het onderwijs heeft. Zorg dat het bureau<br />

ook echt weet waar het het over heeft, bijvoorbeeld door ze een dag mee te laten<br />

lopen in het onderwijs. Heel belangrijk bij een dergelijk traject dat je samen doet<br />

is, dat er duidelijke verwachtingen zijn en een heldere verdeling van<br />

verantwoordelijkheden. Zorg voor korte lijnen en heldere communicatie, hierdoor<br />

8


ontstaat er een partnerschap. Belangrijk hierbij is regelmatig contact- en<br />

evaluatiemomenten.<br />

• Vanuit het werving- en selectiebureau kwamen de volgende tips: belangrijk voor<br />

andere werving- en selectiebureaus is dat ze niet teveel op hun commerciële<br />

stoel moeten gaan zitten. Om een traject als dit goed te doen heeft veel voeten<br />

in de aarde en kost veel tijd. Je moet je realiseren dat scholen niet veel ervaring<br />

hebben met werving- en selectiebureaus, daarom is het van belang het<br />

schoolbestuur mee te nemen in de stappen die je zet. Je kunt een dergelijk<br />

traject alleen maar goed doen als je je ook echt betrokken voelt bij de sector.<br />

3.3 Aanstelling<br />

De feitelijke afspraken<br />

Uit de werving en selectie zijn 25 mannen naar voren gekomen die een aanstelling<br />

hebben gekregen. De startende leerkrachten hebben zeer uiteenlopende<br />

achtergronden. 18 hij-instromers hebben een afgeronde Hbo-opleiding, een<br />

deelnemer had zijn Hbo-opleiding niet afgerond en de overigen zijn in het bezit van<br />

een universitair diploma. De mannen hebben werkervaring in diverse sectoren als<br />

bankwezen, commercie, horeca, techniek, journalistiek en maatschappelijk werk. De<br />

leeftijd van de deelnemers varieert van 24 jaar tot 47 jaar.<br />

De aanstelling van de hij-instromers geschiedde binnen een nieuwe functiegroep, de<br />

functiegroep “<strong>Hij</strong>-instromer in het beroep”. Hiervoor was gekozen omdat deze groep<br />

dan een eigen afvloeiingslijst heeft 7 . De mannen werden over het algemeen fulltime<br />

aangesteld 8 en ingeschaald in schaal 9. Op basis van het laatstverdiende salaris is<br />

met iedereen afzonderlijk gezocht naar een passend salaris. De mannen kregen een<br />

aanstelling van een jaar, bij goed functioneren zijn deze contracten met een jaar<br />

verlengd. Verder is de afspraak gemaakt dat als de hij-instromer zelf besluit te<br />

stoppen met het traject de studiekosten moeten worden terugbetaald.<br />

Succesfactoren en verbeterpunten<br />

Een van de verbeterpunten is het feit dat het voor de kandidaten lang onduidelijk<br />

bleef of ze wel of niet zouden worden aangenomen. Pas toen het schooljaar<br />

2010/2011 bijna van start ging kwam hier duidelijkheid over. Dit was, vooral voor de<br />

mannen die nog een baan moesten opzeggen, vervelend. Ook voor de andere<br />

deelnemers bracht het veel onzekerheid met zich mee.<br />

Ook het moment van het contract ondertekenen kwam voor een aantal van de hijinstromers<br />

als een verrassing. Zij dachten een één-op-één gesprek te hebben,<br />

echter aangekomen bij de <strong>RVKO</strong> bleken alle mannen te zijn uitgenodigd en had<br />

iedereen een heel kort arbeidsvoorwaardengesprek. Voor sommige deelnemers<br />

werd op dat moment pas duidelijk dat ze de baan ook daadwerkelijk hadden.<br />

Overigens zijn de mannen zeer tevreden over hun salaris en de overige<br />

voorwaarden die hen zijn geboden. Anderen, zoals reeds zittende leerkrachten en<br />

schoolleiders, waren minder te spreken over de omvang van het salaris van de hijinstromers.<br />

Zij vonden het niet kunnen, dat ongediplomeerde hij-instromers met<br />

geen enkele ervaring evenveel of soms meer verdienen dan hun ervaren collega’s.<br />

De gevolgen hiervan zijn enerzijds onvrede en irritatie bij zittende leerkrachten, maar<br />

ook hoge verwachtingen ten opzichte van de hij-instromer. Aangegeven wordt dat er<br />

7 Binnen de <strong>RVKO</strong> werd deze schaal nog niet gebruikt.<br />

8 Waarvan zij dus één dag in de week naar de opleiding gingen, dit geldt ook voor de beperkte<br />

groep deeltijders.<br />

9


egrip voor is dat deze mannen niet kunnen beginnen in een lage salarisschaal,<br />

aangezien ze vaak al vaste lasten hebben. Echter binnen de deelnemende scholen<br />

vraagt men zich, vooral in het begin, af of een dermate hoge inschaling (schaal 9)<br />

van de hij-instromers echt noodzakelijk was. De verwachting is dat de mannen ook<br />

voor het traject hadden gekozen als ze iets minder dan in hun vorige baan waren<br />

gaan verdienen. Immers dit is een bewuste keuze geweest. Ook werd de vraag<br />

opgeworpen of de mannen door de hoge inschaling nog wel ruimte hebben om te<br />

groeien. Mocht dit niet het geval zijn, dan kan dit demotiverend werken.<br />

De mannen geven als aanbeveling mee aan de <strong>RVKO</strong> dat de procedure rondom de<br />

arbeidsvoorwaarden sneller en duidelijker mag. Dit geldt overigens niet alleen bij<br />

aanvang van het traject. Hetzelfde probleem speelt nu bij de beslissing over wel of<br />

niet een verlenging krijgen van het jaarcontract. Lange tijd waren de voorwaarden<br />

voor verlenging onduidelijk. Ook was onduidelijk of het zou gaan om een tijdelijk<br />

contact of een contract voor onbepaalde tijd.<br />

10


4 PRAKTIJK EN OPLEIDING<br />

4.1 Plaatsing op scholen<br />

Na de werving en selectie van de mannen en het aanbieden van een contract was<br />

de volgende stap het daadwerkelijk plaatsen van de mannen op een school.<br />

De feitelijke plaatsing<br />

De <strong>RVKO</strong> had binnen 15 scholen ruimte gemaakt voor de mannen. Er is daarbij<br />

gekozen voor scholen die al opleidingsscholen waren en/of voor scholen waar nog<br />

geen mannen waren. Op deze scholen is, veelal met enthousiasme, een plek<br />

gecreëerd voor de mannen. In de meeste gevallen werden de mannen<br />

bovenformatief aangesteld, in andere gevallen werd er ruimte gecreëerd binnen de<br />

formatie. Hiervoor was het soms nodig dat er onderling geruild werd in de formatie<br />

tussen scholen.<br />

Mannen zijn zowel in de onder- midden- als bovenbouw geplaatst. De plaatsing was<br />

grotendeels afhankelijk van de eigen voorkeur. De keuze van de mannen voor de<br />

bouw lijkt vaak samen te hangen met de eigen levensfase, aldus een van de<br />

geïnterviewden. Als de mannen zelf kleine kinderen hebben, hebben ze meer<br />

affiniteit met onderbouw. In een beperkt aantal gevallen hadden de mannen geen<br />

keuze, zij moesten de plek die in de formatie was ontstaan op een bepaalde school<br />

opvullen.<br />

De <strong>RVKO</strong> heeft geprobeerd mannen zoveel mogelijk met zijn tweeën op een school<br />

te plaatsen. In de praktijk bleek dit overigens niet per definitie een directe<br />

succesfactor te zijn. Het is namelijk niet zo dat de mannen uit de duo’s minder vaak<br />

zijn uitgevallen. Overigens waarderden de meeste mannen het wel dat ze samen<br />

met een mede hij-instromer zijn geplaatst op een school.<br />

Succesfactoren en verbeterpunten<br />

Uit het groepsgesprek met de mannen kwam een aantal verbeterpunten naar voren<br />

met betrekking tot de plaatsing op een school. Zij geven aan dat hen was verteld dat<br />

zij, tijdens de avond waarop ook het contract werd getekend,<br />

kennismakingsgesprekken met scholen konden houden. Echter er waren die avond<br />

maar een beperkt aantal schoolleiders aanwezig. Overigens bestond bij een deel<br />

van de hij-instromers de indruk dat allang was bepaald wie op welke school kwam.<br />

Dit vonden zij erg jammer, aangezien ze graag zelf ook invloed hadden willen<br />

uitoefenen op hun plaatsing. Echter de ervaringen verschillen sterk. Waar een van<br />

de hij-instromers aangeeft te zijn teruggefloten toen hij op eigen initiatief scholen<br />

ging bezoeken, geeft een ander aan dat hij juist wel bij verschillende scholen op<br />

gesprek is geweest en zelf een keuze kon maken tussen de scholen.<br />

De meesters geven aan dat ze het prettig zouden vinden om gesprekken met<br />

meerdere scholen te hebben om te zien of er echt een klik is. Ook voor de scholen<br />

zou dit goed zijn, doordat ze op deze wijze kunnen bepalen of iemand ook echt<br />

binnen hun organisatie past, aldus de hij-instromers.<br />

11


Een ander verbeterpunt dat uit de gesprekken met de mannen en de twee<br />

schoolleiders naar voren kwam was het feit dat niet alle scholen tijdig op de hoogte<br />

waren gesteld van de komst van de hij-instromers. Sommige scholen kregen dit pas<br />

een week van te voren te horen. Hierdoor was niet alles even goed voorbereid en<br />

was het draagvlak voor de hij-instromers niet altijd even groot. Eén meester geeft<br />

aan dat zijn school helemaal niet zat te wachten op een hij-instromer.<br />

Niet alleen is het belangrijk dat de schoolleiders tijdig worden geïnformeerd, ook de<br />

directe collega’s moeten op de hoogte zijn van de komst van de hij-instromer. Op<br />

deze manier kunnen eventuele vragen en twijfels tijdig worden weggenomen. Een<br />

mogelijkheid zou bijvoorbeeld zijn ruim voor de komst van de hij-instromers een<br />

voorlichtingsbijeenkomst te organiseren voor de schoolleiders die een hij-instromer<br />

in hun team geplaatst krijgen. Daarmee samenhangend is het ook belangrijk dat de<br />

mannen zich over het algemeen welkom voelen in de school. De meeste mannen<br />

geven overigens aan dat dit het geval was. Zij voelden zich echt als collega<br />

binnengehaald en niet als stagiair.<br />

De scholen geven aan dat er bij plaatsing ook gekeken moet worden of de school<br />

iemand in huis heeft die de hij-instromer kan begeleiden, zowel qua tijd als qua<br />

vaardigheden (zie ook paragraaf 4.2). Verder bleek dat niet alle scholen die<br />

meewerkten aan het traject veel ervaring hadden met het begeleiden van nieuwe<br />

docenten. Verstandiger is het om hij-instromers te plaatsen op scholen die daar wel<br />

ervaring mee hebben.<br />

Tot slot het belangrijkste verbeterpunt als het gaat om de plaatsing. Het bleek dat<br />

een aantal mannen niet bovenformatief waren aangesteld, zij moesten dus direct<br />

voor de klas. Dit bleek niet goed te werken. Het is van belang hier bij de plaatsing en<br />

financiering rekening mee te houden. Een hij-instromer moet eigenlijk alleen op een<br />

school geplaatst worden, als hij (tijdelijk) bovenformatief kan worden aangesteld. De<br />

hij-instromers hebben vaak nog te weinig ervaring om direct voor de klas te staan.<br />

Het is daarom van belang dat ze in eerste instantie naast een (ervaren) leraar<br />

worden geplaatst waar ze het vak van kunnen leren.<br />

4.2 Begeleiding van de mannen<br />

Een cruciaal onderdeel voor het laten slagen van een <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject is het<br />

geven van goede begeleiding. In deze paragraaf gaan we nader in op de begeleiding<br />

die de mannen gedurende het traject hebben gekregen en de bijbehorende<br />

succesfactoren en verbeterpunten.<br />

De feitelijke begeleiding<br />

Tijdens het traject krijgen de hij-instromers van verschillende begeleiders feedback:<br />

de mentor op de basisschool, een begeleider van de pabo en een begeleider vanuit<br />

de <strong>RVKO</strong>. Vanuit de <strong>RVKO</strong> zijn drie begeleiders ingezet op de groep. Per semester<br />

zijn de begeleiders 3 tot 4 keer langs geweest voor een lesbezoek en een gesprek.<br />

De begeleiders zijn werkzaam op het beleidsbureau van de <strong>RVKO</strong> of als<br />

schoolleider op een van de scholen. Zij zijn ervaren in het begeleiden van pas<br />

afgestudeerde leerkrachten. Vanuit de pabo vindt er één keer per semester een<br />

begeleidingsgesprek plaats op de basisschool. In totaal is er vanuit de pabo 15 uur<br />

individuele begeleiding op jaarbasis beschikbaar. Daarnaast hebben de mannen<br />

wekelijks 1,5 uur intervisie. Tot slot wordt de hij-instromer begeleid door zijn mentor.<br />

De mentor is de duocollega waarmee de meester samen voor de klas staat. De<br />

mentor is diegene die de meeste tijd en energie in de hij-instromer steekt. De<br />

hoeveelheid tijd en energie verschilt per hij-instromer en mentor.<br />

12


Verder is de afspraak gemaakt dat de mannen twee keer een functioneringsgesprek<br />

kregen en één keer een beoordelingsgesprek. Voorafgaand aan het traject is<br />

hiervoor speciaal door de pabo en de <strong>RVKO</strong> een leidraad opgesteld, waaruit naar<br />

voren komt wat de schoolbesturen wanneer mogen verwachten van de hij-instromer<br />

(zie bijlage 1).<br />

Succesfactoren en verbeterpunten<br />

De begeleiding die de mannen krijgen vanuit alle drie de partijen, de pabo, de <strong>RVKO</strong><br />

en de basisschool zelf, wordt als waardevol ervaren. De hij-instromers hebben het<br />

gevoel dat ze altijd ergens terecht kunnen als er iets is.<br />

Het feit dat de mannen vanuit verschillende kanten feedback kregen leverde ook<br />

knelpunten op. Een aantal mannen gaf aan dat de combinatie van verschillende<br />

begeleiders vooral in het begin zorgde voor teveel en tegenstrijdige informatie. Een<br />

voorbeeld: ‘De begeleider van school gaf aan dat mijn stem één van mijn sterke<br />

kanten was. Van een andere begeleider kreeg ik te horen dat ik moest werken aan<br />

mijn stemgebruik. Wat moet ik daar mee?’<br />

Het is dus belangrijk een duidelijke rolverdeling aan te brengen in de begeleiding.<br />

Duidelijk moet bijvoorbeeld zijn wie er verantwoordelijk is voor het leren van de<br />

didactische vaardigheden en voor het pedagogisch handelen. Belangrijk is dat dit<br />

ook duidelijk is voor de hij-instromers zelf. Overigens is de begeleiding in het tweede<br />

jaar minder intensief.<br />

De begeleiding vanuit de <strong>RVKO</strong><br />

De begeleiding van de <strong>RVKO</strong> werd in het begin door de studenten als een<br />

beoordeling ervaren. Immers dit gebeurde niet vaak, waardoor er gevoelsmatig voor<br />

de hij-instromers veel van dat moment afhing. Echter lopende het traject zijn de<br />

mannen dit moment steeds meer als ijkpunt voor zichzelf gaan zien en de ‘afstand 9 ’<br />

steeds meer als een voordeel gaan zien. De studenten hebben het idee dat door de<br />

afstand deze begeleider objectiever kijkt dan de mentor, immers deze laatste heeft in<br />

de dagelijkse werkrelatie al een beeld gevormd van de hij-instromer.<br />

De schoolleiders, bij wie een hij-instromer was geplaatst, benoemen als positief punt<br />

dat ze, zoals eerder aangegeven, vooraf een leidraad hebben gekregen aan de hand<br />

waarvan ze konden bepalen wat de student reeds moest kunnen. Ook hebben de<br />

directies het als zeer prettig ervaren dat de <strong>RVKO</strong> de contacten met de pabo<br />

onderhield. Dit leverde veel tijdwinst op.<br />

Begeleiding door de mentor/duocollega<br />

Ook het contact met de mentor leverde knelpunten op. Om tot een volwaardig<br />

leerkracht te kunnen ontwikkelen is goede begeleiding van de mentor cruciaal.<br />

Binnen het project is het een beperkt aantal keer voorgekomen dat de<br />

samenwerking niet goed verliep, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van een klik.<br />

<strong>RVKO</strong> heeft toen besloten om de betreffende hij-instromers te laten switchen van<br />

mentor of locatie.<br />

Niet alleen de hij-instromer ervoer knelpunten bij de begeleiding, ook vanuit de<br />

schoolleiders zijn er diverse knelpunten aangedragen. Ten eerste de stress die het<br />

begeleiden van een hij-instromer soms opleverde voor een mentor/duocollega. Dit<br />

gold vooral voor de scholen waarbij de hij-instromer direct of vrij snel zelf de<br />

verantwoordelijkheid voor een groep had. Aangezien de hij-instromer hier geen<br />

ervaring mee had, kwamen veel van de taken er omheen op de schouders van de<br />

duocollega terecht. Bijvoorbeeld het voeren van oudergesprekken, het schrijven van<br />

9 Met de afstand wordt bedoeld dat de begeleider van de <strong>RVKO</strong> de hij-instromer minder vaak<br />

ziet dan de mentor.<br />

13


handelingsplannen en andere zaken rondom administratieve procedures. De<br />

duocollega had vaak al de handen vol aan de eigen taken en de begeleiding van de<br />

hij-instromer. Ook het feit dat deze duocollega’s geen zicht hadden op hoe zaken in<br />

de klas gingen als zij er niet waren, leverde voor sommigen veel stress op. De<br />

oplossing die door sommige schoolleiders is toegepast, is de duocollega ontlasten<br />

door bijvoorbeeld extra taken weg te nemen en de mogelijkheid te geven de<br />

administratie te doen op momenten dat de hij-instromer ook voor de klas staat. Eén<br />

van de suggesties die uit de interviews naar voren kwam is dat professionalisering<br />

van de duocollega’s op dit gebied nodig is.<br />

Een ander punt van aandacht is dat de duocollega de mannen aankan. Vaak hebben<br />

de mannen al veel werkervaring en, in sommige gevallen, ook al leidinggevende<br />

ervaring. Het is belangrijk daar iemand naast te zetten die stevig in de eigen<br />

schoenen staat en veel ervaring heeft met lesgeven. Ook wordt geopperd dat de<br />

begeleiding moet liggen bij een mannelijke collega. De kans op een klik is daarbij,<br />

volgens geïnterviewden, groter.<br />

Daar komt bij dat de mentor niet altijd evenveel tijd had om de hij-instromer te<br />

begeleiden. De hij-instromers hadden zeker in het begin veel vragen en moesten<br />

echt wegwijs worden gemaakt in het vak en op de school. Het is van belang dat de<br />

mentor hiervoor ook voldoende ruimte krijgt in het eigen takenpakket. Het is dan ook<br />

niet verstandig iemand ergens in te delen, omdat de betreffende docent extra<br />

handjes kan gebruiken. Een hij-instromer kost in het begin immers meer tijd, dan dat<br />

hij oplevert. Pas na een paar maanden, als de hij-instromer een aantal uur voor de<br />

klas kan staan, is er sprake van baten.<br />

Begeleiding vanuit de school in bredere zin<br />

Ook is het voor scholen belangrijk dat ze zich realiseren dat het om mannen gaat die<br />

weliswaar werkervaring hebben, maar dat deze ervaring is opgedaan in een andere<br />

branche. Hierop moet worden ingespeeld, bijvoorbeeld door meer moeite te doen<br />

iemand zich thuis te laten voelen op de school. Dit zal immers niet vanzelf gaan.<br />

Belangrijk hierbij is dat het team ook klaar is voor de hij-instromer. Er moet, zoals al<br />

eerder aangegeven, draagvlak zijn binnen de school.<br />

Belangrijk is ook dat de verwachtingen niet te hoog gespannen zijn. In het eerste<br />

jaar hebben de mannen namelijk gemerkt dat de verwachtingen hoog lagen. Immers<br />

zij waren speciaal geselecteerd en verdienden een hoog salaris. Zoals een van de<br />

geïnterviewden zei: “de scholen verwachten dat we al veel kunnen en door God<br />

gezonden zijn”. Door één van de vertegenwoordigers vanuit de <strong>RVKO</strong> werd de<br />

opmerking gemaakt dat sommige hij-instromers zich ook gingen gedragen als door<br />

God gezonden. Dit kwam ook door de media-aandacht die er voor het traject was.<br />

Een andere suggestie die uit het onderzoek naar voren kwam is het ontwikkelen van<br />

een visie op de begeleiding of zelfs een vast protocol. Dit zorgt ervoor dat alle<br />

begeleiders bij de hij-instromers op hetzelfde letten. Een vast protocol ontbrak bij het<br />

eerstejaars traject van de <strong>RVKO</strong>. Het ontbreken van een protocol was er de oorzaak<br />

van, volgens een van de geïnterviewden, dat de manier van begeleiden en de<br />

kwaliteit van de begeleiding sterk verschilden tussen de scholen. Volgens een<br />

vertegenwoordiger van de pabo heeft dit bijgedragen aan de uitval van een aantal<br />

mannen. Inmiddels heeft de <strong>RVKO</strong> ook dergelijke heldere afspraken gemaakt met<br />

de begeleiders en vindt er regelmatig onderling overleg en afstemming plaats,<br />

teneinde tot een uniforme aanpak te komen.<br />

14


Tot slot is tijdens de begeleiding gebleken dat het belangrijk is oog te hebben voor<br />

het feit dat de combinatie van een pabo-opleiding tot leerkracht en een baan van vier<br />

dagen voor de klas erg zwaar is. Sommige scholen hebben hier op ingespeeld door<br />

de hij-instromer onder werktijd de ruimte te geven opdrachten te maken. Overigens<br />

heeft een groot deel van de scholen dit niet gedaan. Sommige schoolleiders waren<br />

van mening dat de mannen al genoeg privileges hadden, bijvoorbeeld in de vorm<br />

van een hoog salaris zonder een bevoegdheid. Zij vonden dus dat de mannen het er<br />

voor over moesten hebben om ook in het weekend nog aan hun opleiding te werken.<br />

Deze hoge belasting is immers maar voor twee jaar, aldus een geïnterviewde<br />

schoolleider.<br />

Begeleiding vanuit de pabo<br />

De begeleiding vanuit de pabo is inhoudelijk erg waardevol, vinden de hij-instromers.<br />

De wekelijkse intervisie wordt zeer gewaardeerd en vooral ook de bruikbare tips over<br />

didactiek.<br />

Voor het slagen van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject is het van belang dat de hij-instromer<br />

goed wordt begeleid. De stappen naar zelfstandig lesgeven kunnen dan langzaam<br />

maar zeker en onder begeleiding worden gezet.<br />

4.3 Werkzaamheden van de mannen<br />

De feitelijke werkzaamheden<br />

De werkzaamheden van de mannen liepen vanaf het eerste moment sterk uiteen.<br />

Zoals eerder aangegeven moesten sommigen direct voor de klas en konden<br />

anderen een (langere of kortere) periode meekijken. In ieder geval waren alle<br />

mannen vier 10 dagen in de week op school aanwezig. Daarnaast besteedden de<br />

mannen veel tijd aan de opleiding en aan de voorbereiding van de lessen.<br />

Sommigen kregen, zoals eerder aangegeven, vanuit de school de gelegenheid om<br />

tijdens werktijd de opdrachten voor de pabo uit te voeren. Echter dit gold maar voor<br />

een beperkte groep mannen. Of de mannen naast hun studie en lestaken ook nog<br />

andere, zogenaamde normjaartaken oppakten verschilt per persoon.<br />

Succesfactoren en verbeterpunten<br />

De ervaring van de betrokkenen is dat het direct zelfstandig voor de klas plaatsen<br />

van de hij-instromers in de praktijk niet goed heeft gewerkt. Gebleken is dat de uitval<br />

in die groep relatief hoog is. Directe instructie van een ervaren collega is zeker in het<br />

begin echt nodig. De mannen hadden in het begin moeite met de juiste houding te<br />

vinden en de juiste toon en sfeer neer te zetten. De <strong>RVKO</strong> heeft hiervan geleerd. In<br />

de volgende groep hebben alle hij-instromers een meekijkperiode, waarin ze alleen<br />

maar hoeven te kijken en sfeer kunnen proeven. Daarna gaan ze geleidelijk in de<br />

groep aan de slag.<br />

Doordat sommige mannen direct verantwoordelijk waren voor een groep ontstonden<br />

er ook problemen bij het volbrengen van de opdrachten vanuit de opleiding. Immers<br />

de mannen moesten ook een stage lopen in de onder- en bovenbouw. Voor de<br />

mannen die niet bovenformatief waren aangesteld was dit niet direct mogelijk. Zij<br />

stonden immers vier dagen in de week voor de klas. In sommige gevallen heeft de<br />

school een oplossing kunnen aanbieden, echter in een enkel geval kon de hij-<br />

10 We spreken in deze paragraaf over vier dagen, maar voor de beperkte groep deeltijders<br />

geldt dat dit ook minder dagen waren.<br />

15


instromer hierdoor geen stage lopen. In verband hiermee kwam uit de interviews<br />

naar voren, dat het verstandig is om de hij-instromer drie dagen voor de groep te<br />

zetten en de vierde dag “overal en nergens” in te zetten. Deze vierde dag kan de hijinstromer<br />

dan gebruiken om stage te lopen in andere groepen.<br />

De werkzaamheden die bij het traject behoren worden door de hij-instromers als<br />

zwaar ervaren. Zeker in het begin besteden de hij-instromers relatief veel tijd aan het<br />

voorbereiden van de lessen. En daarbovenop komen dan nog de opdrachten die ze<br />

moeten doen voor de opleiding. Vaak waren de mannen een groot deel van het<br />

weekend met de opleiding bezig. Ondanks dat dit als zwaar werd ervaren, vonden zij<br />

het wel de moeite waard. Overigens kregen sommige mannen, zoals eerder<br />

aangegeven, vanuit hun school de ruimte om opdrachten ook onder werktijd te<br />

maken. Dit werd echter niet door alle scholen toegestaan. Het is aan te bevelen om<br />

vanuit het bestuur hier een standpunt over in te nemen, zodat er niet teveel<br />

verschillen ontstaan tussen het beleid van de deelnemende scholen en daarmee<br />

tussen de condities waaronder de hij-instromer het traject moet doorlopen.<br />

Een dilemma voor de hij-instromers is het wel/niet oppakken van de normjaartaken.<br />

Eigenlijk hebben zij hier, naast hun studie, geen tijd voor. Aan de andere kant voelen<br />

zij zich wel verplicht dit te doen omdat anders de verhouding met de collega’s<br />

‘scheefgroeit’. Omdat de hij-instromers over het algemeen een hoger salaris hebben,<br />

worden er ook bepaalde taken van hen verwacht, aldus een van de geïnterviewden.<br />

In de praktijk hebben sommige hij-instromers wel en sommige geen normjaartaken<br />

voor het komende jaar. Ook hiervoor geldt, dat het goed zou zijn als vanuit het<br />

bestuur duidelijk wordt gemaakt wat mag worden verwacht van de hij-instromers.<br />

Hiermee samenhangend kwam uit de interviews naar voren dat het belangrijk is dat<br />

de <strong>RVKO</strong> vastlegt welke taken/ verantwoordelijkheden de school wel aan hijinstromers<br />

kan geven en welke niet. Scholen en hij-instromers zouden dit dan<br />

bijvoorbeeld gezamenlijk kunnen ondertekenen. Zo kunnen zij elkaar, indien nodig,<br />

op specifieke afspraken aanspreken. Zowel de <strong>RVKO</strong> als de scholen (directie en<br />

collega’s) hebben hierin een verantwoordelijkheid.<br />

4.4 De opleiding<br />

De feitelijke vormgeving van de opleiding<br />

De pabo Dordrecht van de Hogeschool Rotterdam is de pabo waarmee de <strong>RVKO</strong> de<br />

samenwerking is aangegaan voor het eerste jaar van het project <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>. De<br />

<strong>RVKO</strong> heeft voor de pabo Dordrecht gekozen omdat zij al ervaring hadden met het<br />

opleiden van zij-instromers en (om die reden) een deeltijdtraject op de plank hadden<br />

liggen. De Pabo Dordrecht was direct bereid mee te werken aan het project,<br />

aangezien een van de doelstellingen van deze pabo is meer mannen op de opleiding<br />

te krijgen.<br />

Vooraf heeft de <strong>RVKO</strong> een beperkt aantal gesprekken gevoerd met de pabo.<br />

Gezamenlijk is gekeken naar de deeltijdopleiding die reeds was ontwikkeld<br />

(gebaseerd op 2 of 3 avonden per week naar school). Voor het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project<br />

bleek de opleiding goed te voldoen. In het eerste jaar stond het kerncurriculum<br />

centraal, bijvoorbeeld rekenen, taal en onderwijskunde. Het tweede jaar staan de<br />

volgende vakken centraal: zorgverbreding, specialisatie, verdiepende kennis,<br />

afstudeeronderzoek.<br />

16


Er zijn minimale aanpassingen gedaan ten opzichte van het deeltijdtraject. Een van<br />

de aanpassingen was het inzetten van een mannelijke studieloopbaancoördinator<br />

(slc). De slc heeft voor dit traject extra uren gekregen. Andere aanpassingen zijn<br />

gedaan binnen het vak onderwijskunde. De praktijk waarin de mannen zich bevinden<br />

is als uitgangspunt genomen voor dit vak. Er wordt binnen dit traject dus meer<br />

geleerd vanuit de praktijk. Alle andere vakken waren reeds kennisgestuurd en<br />

daardoor geschikt voor deze doelgroep. Verder is er naar gestreefd mannelijke<br />

opleiders voor de klas te zetten. De pabo geeft aan dat zij het belangrijk vinden dat<br />

de mannelijke studenten een rolmodel hebben, iemand waaraan ze zich tijdens de<br />

opleiding kunnen optrekken.<br />

Tijdens het traject vergaderde de pabo vier keer per jaar met de <strong>RVKO</strong> en was er<br />

tussentijds telefonisch contact. Deze momenten waren vooral bedoeld om de<br />

voortgang van de hij-instromers te bespreken. Informatie over de begeleiding van de<br />

hij-instromers vanuit de pabo is te vinden in paragraaf 4.2.<br />

Succesfactoren en verbeterpunten<br />

Terugkijkend op het afgelopen schooljaar zijn zowel de pabo, de <strong>RVKO</strong> en de hijinstromers<br />

tevreden over het opleidingstraject.<br />

Vanuit het perspectief van de <strong>RVKO</strong><br />

De <strong>RVKO</strong> geeft aan tevreden te zijn over de samenwerking. Zij omschrijven de pabo<br />

als creatief, duidelijk en hard werkend. Als er iets niet lekker liep, ondernam de pabo<br />

daar gelijk actie op. Dit ging vaak om kleine zaken, bijvoorbeeld de communicatie<br />

met de studenten. Het is belangrijk om regelmatig contact te hebben met de pabo<br />

over de voortgang van de studenten.<br />

Vanuit het perspectief van de pabo<br />

De pabo geeft aan het een interessant project te vinden. Vooral deze vorm van<br />

samenwerking met een schoolbestuur en een werving en selectiebureau was voor<br />

hen nieuw en leerzaam. Hieruit bleek dat het niet nodig is om je als pabo te<br />

bemoeien met de werving en selectie en de arbeidsvoorwaarden. Dit is iets waar het<br />

schoolbestuur mee aan de slag moet. Wel zijn duidelijke afspraken met het<br />

schoolbestuur over de taken en verantwoordelijkheden van belang.<br />

Wel zou de pabo liever meer inspraak willen hebben bij het besluit om een hijinstromer<br />

voortijdig te laten vertrekken. In het afgelopen jaar is het voorgekomen dat<br />

de <strong>RVKO</strong> een hij-instromer heeft geadviseerd tussentijds te vertrekken. De pabo kon<br />

zich niet altijd vinden in deze beslissing. De pabo vindt dat iedereen het eerste jaar<br />

moet kunnen afmaken en dat daarna pas een oordeel geveld kan worden. Vanuit de<br />

pabo wordt ook aangegeven, dat er sprake kan zijn van belangenverstrengeling als<br />

het schoolbestuur een te grote stem heeft in de beoordeling van de hij-instromers.<br />

Immers bij een bestuur kunnen ook andere zaken dan puur de competenties van<br />

iemand een rol spelen, bijvoorbeeld de formatieruimte.<br />

Verder geeft de hogeschool aan dat het belangrijk is dat je een enthousiast team<br />

hebt dat de opleiding voor de hij-instromers verzorgt. Immers de opleiders moeten<br />

vaak extra tijd besteden aan het ontwikkelen van lessen. Zij moeten immers bij de<br />

lessen rekening houden met het feit dat de mannen (veel) werkervaring hebben en<br />

al voor de klas staan. Overigens was het daardoor voor de docenten ook goed<br />

merkbaar dat ze een andere groep voor zich hadden: “het was een pittige klas, met<br />

veel dynamiek, heel direct en serieus”. Je moet er als opleiding rekening mee<br />

houden dat het voor de studenten een zwaar traject is. Normaal wordt de<br />

deeltijdstudenten geadviseerd een makkelijke baan naast de opleiding te nemen.<br />

17


Vanuit het perspectief van de hij-instromers<br />

Over het geheel genomen zijn de meesters tevreden met de opleiding. De studie is<br />

goed opgezet. De samenhang tussen de opdrachten en de praktijk is inhoudelijk<br />

goed. De terugkomdagen op de pabo waren voor de hij-instromers erg belangrijk,<br />

hier konden ze al hun knelpunten bespreken met elkaar en met ervaren docenten.<br />

Echter ook vanuit de hij-instromers zelf is een aantal leerpunten naar voren<br />

gekomen.<br />

Er heerste bij de studenten verwarring over de bouw waar in ze aan de slag<br />

moesten. De studenten moesten namelijk starten in de bovenbouw voor de<br />

opleiding, echter sommigen waren in de onderbouw geplaatst. Vooral voor diegenen<br />

die gelijk een eigen klas hadden gold dat zij geen stage in de bovenbouw konden<br />

lopen. <strong>RVKO</strong> en de pabo hadden hierover vooraf goede afspraken moeten maken,<br />

daarmee hadden deze problemen voor de studenten kunnen worden voorkomen.<br />

Verder is de timing van de opdrachten niet altijd even goed gekozen. Deze vallen<br />

soms samen met drukke perioden op school of met tentamens. De eerste weken van<br />

het traject zijn qua werkdruk het rustigst. Deze tijd zou goed benut kunnen worden<br />

om alvast opdrachten te maken. Men krijgt dan ook al meteen meer aansluiting/<br />

houvast met de praktijk. Volgens een aantal hij-instromers komt dit probleem voort<br />

uit het feit dat niet alle opleiders van de opleiding op de hoogte waren dat de<br />

studenten ook vier dagen in de week voor de klas stonden en hun tijd daardoor<br />

beperkt was. Dit had duidelijker gecommuniceerd moeten worden naar de docenten<br />

van de pabo’s, aldus een aantal hij-instromers.<br />

Overigens had het traject wat de mannen betreft geen exclusief mannentraject<br />

hoeven zijn. Dat er alleen mannen in de klas zaten, was vooral in het belang van de<br />

<strong>RVKO</strong>, omdat zij meer meesters voor de klas willen. De mannen geven zelf aan<br />

graag te werken en te studeren in een gemengde groep.<br />

18


5 RESULTATEN EN EFFECTEN<br />

5.1 Resultaten<br />

Deelname en uitval<br />

Het doel van het project was meer mannen voor de klas op de basisscholen van het<br />

<strong>RVKO</strong>. Dit doel is bereikt. Het afgelopen jaar hebben immers 25 mannen<br />

meegedraaid/ zelfstandig voor de klas gestaan op een van de basisscholen van de<br />

<strong>RVKO</strong>.<br />

Na een jaar werken en studeren zijn er nog 14 van de 25 mannen over. Elf mannen<br />

nemen niet meer deel aan het project. Dit is een uitvalpercentage van 44%. Dit<br />

uitvalpercentage ligt iets hoger dan het landelijke gemiddelde. Na een jaar reguliere<br />

pabo valt namelijk 39,3% van de mannen uit. De relatief hoge uitstroom is te<br />

verklaren door het feit dat dit traject relatief zwaar is. Ook speelde mee dat dit de<br />

eerste keer was dat een <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject is uitgevoerd, de verwachting is dat in de<br />

volgende tranche minder hij-instromers uitvallen omdat de <strong>RVKO</strong> en Bronsonn op<br />

basis van hun eerdere ervaringen kritischer hebben geselecteerd.<br />

De beslissing tot beëindiging van het dienstverband is in de meeste gevallen door de<br />

<strong>RVKO</strong> gemaakt. Overigens was de pabo het hier niet altijd mee eens. De pabo was<br />

vaak van mening dat de <strong>RVKO</strong> de mannen tot het einde van het jaar de kans moest<br />

geven.<br />

De redenen voor de uitval uit het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject verschillen. De volgende<br />

redenen zijn te benoemen:<br />

• Onvoldoende aansluiting met kinderen. Een deel van de uitgevallen mannen<br />

communiceerde op een te abstract niveau, vaak waren dit mannen met een<br />

opleiding op universitair niveau. Ook waren sommige mannen niet in staat<br />

om didactisch gezien op de juiste manier contact te maken met de kinderen.<br />

• Onderschatting zwaarte van het beroep (in combinatie met opleiding). Veel<br />

mannen kwamen met de verwachting dat de werkdruk in het onderwijs<br />

relatief laag zou zijn. Zij verwachte terecht te komen in een stressvrije<br />

omgeving. Echter dit was in de praktijk niet het geval.<br />

• Onvoldoende in staat tot combineren opleiding en werk. Voor sommige<br />

mannen was de combinatie van werken en een opleiding te zwaar.<br />

• Gebrek aan zelfreflectie en zeer statusgevoelig. Hierdoor waren sommige<br />

mannen niet of nauwelijks aan te sturen door begeleiders vanuit de <strong>RVKO</strong> of<br />

de pabo. In eerste instantie waren vaak mondige mannen uitgekozen, echter<br />

dit bleek niet altijd de juiste doelgroep. Een meer bescheiden opstelling past<br />

beter binnen de onderwijscultuur.<br />

• Onevenwichtige persoonlijkheid. Sommige mannen waren nog teveel<br />

zoekende naar wat zij wilden, zij stonden nog teveel op een kruispunt in hun<br />

leven.<br />

Op basis van de resultaten van het eerste jaar van de hij-instromers heeft de <strong>RVKO</strong><br />

samen met Bronsonn de selectie voor het tweede traject, dat in het schooljaar<br />

2011/2012 van start is gegaan, aangepast. De procedure is uitgebreider en<br />

intensiever geworden om uitval op basis van bovengenoemde punten zoveel<br />

19


mogelijk te voorkomen. Ten eerste zijn de mannen in dit tweede traject onderworpen<br />

aan een drijfverentest, om te voorkomen dat de mannen die zichzelf goed kunnen<br />

verkopen onterecht in het traject terecht komen. Ook is ervoor gekozen in de<br />

selectiegesprekken veel aandacht te besteden aan de zwaarte van het traject en is<br />

er een meeloopdag ingelast. Op deze manier krijgen de hij-instromers direct een<br />

realistisch beeld van zowel de zwaarte van het traject als van de inhoud van het vak<br />

en krijgt de <strong>RVKO</strong> een beeld van wat voor vlees ze in de kuip heeft.<br />

Tevredenheid en motivatie<br />

De mannen die aan het tweede jaar zijn begonnen, zijn erg blij met het traject. Het<br />

werd door een van de respondenten omschreven als “een geschenk uit de hemel”<br />

en als een “unieke mogelijkheid”. Zeker voor mannen die financiële verplichtingen<br />

hebben is dit de enige manier om de overstap vanuit een baan in een andere sector<br />

naar het onderwijs te maken.<br />

De meeste mannen liepen al wel rond met het idee om het onderwijs in te gaan. Er<br />

worden verschillende redenen genoemd waarom het er tot dan toe niet van was<br />

gekomen:<br />

• Ten eerste speelde het feit dat het voor jongens geen vanzelfsprekende<br />

keuze is om na de middelbare school voor de pabo te kiezen. Zowel de<br />

mannen als hun omgeving denken niet direct aan deze opleiding, er wordt<br />

eerder gedacht aan een commerciële richting.<br />

• Ook het beeld dat mannen hebben van de pabo werkt niet mee. Door onder<br />

andere voorlichtingsdagen kregen zij het idee dat zij op de hogeschool in een<br />

klas vol meisjes zouden komen en dat de opleiding te veel uit knutselen zou<br />

bestaan.<br />

• En tot slot is op latere leeftijd de financiële drempel een belemmering om<br />

carrièreswitch te maken. Deelnemers geven aan dat door een hypotheek<br />

en/of kinderen het moeilijk is om om te scholen en een mogelijk lager salaris<br />

op te vangen. Men is immers gewend aan een levensstijl gekoppeld aan een<br />

bepaald salaris.<br />

Enkele hij-instromers hebben in der tijd het onderwijs op zich wel overwogen, maar<br />

niet specifiek het basisonderwijs. Zij liepen toevallig tegen de vacature aan en zagen<br />

dit als een mooie kans. Overigens geldt niet voor iedereen dat ze zonder dit traject<br />

niet in het basisonderwijs terecht waren gekomen. Tijdens het groepsgesprek geven<br />

vijf mannen aan dat zij, als het traject er niet was geweest, toch wel naar de pabo<br />

zouden zijn gegaan. Over het algemeen zijn dit de mannen met relatief weinig<br />

financiële verplichtingen.<br />

5.2 Effecten<br />

Het resultaat is bereikt, namelijk binnen de <strong>RVKO</strong> meer mannen voor de klas krijgen.<br />

Echter de vraag is ook wat voor effecten een dergelijk project heeft. De effecten zijn<br />

vanuit verschillende hoeken te bekijken. De vraag is wat het effect is geweest van de<br />

komst van de hij-instromer op de scholen: met betrekking tot het team, de ouders en<br />

leerlingen en de leerling-prestaties.<br />

Het team<br />

Volgens de <strong>RVKO</strong> hebben de hij-instromers daadwerkelijk invloed op de sfeer in het<br />

team. Hierover worden uitspraken gedaan als: “hun intrinsieke motivatie en<br />

professionaliteit brengt het niveau van het hele team omhoog”. Overigens wordt dit<br />

niet toegeschreven aan het feit dat het mannen zijn, maar aan het feit dat de hijinstromers<br />

al elders werkervaring hebben opgedaan en een afgewogen keuze<br />

20


maken voor het beroep van leerkracht in het basisonderwijs. Andere opmerkingen<br />

die worden gemaakt zijn: “Vrouwen worden vrolijker, gaan zich anders presenteren,<br />

ook qua kleding en make-up”. “En mannen kappen met hun directheid sneller<br />

discussies af”.<br />

Volgens de geïnterviewden vanuit de <strong>RVKO</strong> wordt de school een gezondere<br />

leefomgeving met een gemengd team.<br />

Vanuit de mannen komt het kritische geluid dat zij zelf denken dat door één man op<br />

een school te plaatsen er geen verandering ontstaat. Hiervoor moet de verhouding<br />

man/vrouw meer in evenwicht zijn. Echter sommigen merken op, dat hun<br />

aanwezigheid zeer wordt gewaardeerd voor kleine praktische of technische<br />

problemen. Ook de mannelijke humor wordt als aanvulling gezien, overigens niet<br />

altijd want soms moet het vrouwenteam ook zeer wennen aan deze mannenhumor,<br />

aldus de respondenten.<br />

De klas<br />

Ook zijn de mannen van belang voor de leerlingen. Uit de interviews kwamen de<br />

volgende uitspraken naar voren: “ook in de klas is de sfeer anders bij een meester.<br />

Zij laten meer toe en zetten meer humor in; jongens kunnen zich identificeren met<br />

mannen; zij hebben baat bij het fysieke, het voetballen en stoeien; ook voor meisjes<br />

is het goed, meesters geven andere dingen mee; mannen en vrouwen zijn nu<br />

eenmaal verschillend”. Ook de ouders communiceren anders, moeders zeuren toch<br />

minder, aldus een van de geïnterviewden. Ook blijkt uit de ouderenquête dat ouders<br />

het belangrijk vinden dat hun kinderen ook mannen voor de klas tegenkomen in het<br />

basisonderwijs.<br />

Leerlingprestaties<br />

De <strong>RVKO</strong> verwacht geen effect op de leerling-prestaties. Dit was van tevoren ook<br />

geen reden om dit project op te starten. De redenen lagen veel meer in de leer- en<br />

werkomgeving in de school.<br />

Meerwaarde<br />

Voor zowel de <strong>RVKO</strong> als de hij-instromers zelf heeft het traject zijn meerwaarde<br />

bewezen. De <strong>RVKO</strong> is tevreden over het feit dat zij in haar lerarenbestand nu meer<br />

mannen heeft. De hij-instromers zelf zijn blij met de kans die de <strong>RVKO</strong> ze heeft<br />

geboden. Zoals hierboven aangegeven is het (nog) niet mogelijk om op basis van<br />

feiten de meerwaarde van een dergelijk project voor de personeels- en leerlingtevredenheid<br />

vast te stellen.<br />

Wel is duidelijk dat er door het project sprake is van een vliegwieleffect. Zo geven de<br />

hij-instromers aan dat zij meer mannen in hun omgeving enthousiast maken voor het<br />

vak. Daarnaast hebben de sociale partners in het primair onderwijs op basis van het<br />

<strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project van de <strong>RVKO</strong> een subsidie beschikbaar gesteld voor andere<br />

scholen die een vergelijkbaar traject willen opzetten. Overigens is voor deze subsidie<br />

tot nu toe helaas nog weinig animo door bezuinigingen en vrij hoge kosten voor de<br />

scholen. De huidige subsidieregeling wordt daarom de komende tijd omgevormd om<br />

toch het beoogde effect te bereiken: meer hij-instromers voor de klas.<br />

21


6 SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN<br />

6.1 Inleiding<br />

Het aandeel mannen in het basisonderwijs en op de pabo is laag. Slechts 13,4% van<br />

het onderwijzend personeel in het basisonderwijs is man. De <strong>instroom</strong> van deze<br />

doelgroep op de pabo is laag en de uitval relatief hoog. Op korte termijn is daarom<br />

geen stijging van het aandeel mannen in het basisonderwijs te verwachten. Er wordt<br />

door de vergrijzing zelfs rekening gehouden met een daling van het aandeel, immers<br />

relatief veel mannen in het basisonderwijs zijn de vijftig gepasseerd. Veel leerlingen<br />

komen dus gedurende hun basisschoolperiode geen mannelijke leerkracht tegen.<br />

De <strong>RVKO</strong>, een schoolbestuur uit Rotterdam met 55 basisscholen, is in april 2010<br />

een gerichte campagne gestart om meer mannen voor de klas te krijgen. Het<br />

bestuur wil ervoor zorgen dat hun leerlingen tijdens minimaal twee schooljaren van<br />

hun basisschoolperiode een meester voor de groep hebben staan. De belangrijkste<br />

redenen voor de <strong>RVKO</strong> om dit te doen zijn het feit dat een gezonde mix van<br />

mannelijke en vrouwelijke leerkrachten goed is voor zowel jongens als meisjes. Daar<br />

komt bij dat een deel van de <strong>RVKO</strong>-scholen in sociaal zwakke wijken staat met veel<br />

alleenstaande moeders van wie de kinderen nauwelijks mannen tegenkomen. Voor<br />

deze kinderen is het extra belangrijk dat ze in het onderwijs een mannelijk rolmodel<br />

tegenkomen. Verder ziet de <strong>RVKO</strong> een snelle <strong>instroom</strong> van hoger opgeleide mannen<br />

met een diversiteit aan vooropleidingen en werkervaringen als een verrijking voor de<br />

school en geven meer mannen in de school een gezondere balans in het team.<br />

In opdracht van de sociale partners in het primair onderwijs heeft CAOP Research<br />

het eerste jaar van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject geëvalueerd 11 . In dit hoofdstuk zetten we<br />

de belangrijkste bevindingen op een rij.<br />

6.2 Doel en onderzoeksvragen<br />

Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de werkwijze en de effecten<br />

van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project, zoals deze door de <strong>RVKO</strong> in 2010 is gestart. Tevens<br />

dient het onderzoek handvatten op te leveren voor andere schoolbesturen en pabo’s<br />

die met een dergelijke mannenklas aan de slag willen.<br />

In het onderzoek staan de volgende onderzoekvragen centraal:<br />

• Op welke manier is het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project ingericht?<br />

• Vallen de mannen in de <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>klas minder vaak uit dan mannen in een<br />

reguliere paboklas?<br />

• Wat zijn de succesfactoren van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project?<br />

• Waar liggen nog knel- en verbeterpunten?<br />

• Wat zijn aanbevelingen voor andere schoolbesturen die gezamenlijk met een<br />

pabo een <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project willen opzetten?<br />

11 Ook voor het schooljaar 2011/2012 is de <strong>RVKO</strong> een mannenklas gestart, de evaluatie<br />

hiervan valt buiten de scope van dit onderzoek.<br />

23


6.3 Opzet en resultaat van het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>project<br />

De <strong>RVKO</strong> heeft bij aanvang van het project contact gezocht met een pabo en een<br />

werving- en selectiebureau ingeschakeld om een gerichte wervingscampagne te<br />

leiden voor zij-instromende mannen met minimaal een Hbo-diploma. Deze<br />

campagne leverde veel reacties op. Uiteindelijk zijn 25 mannen geselecteerd om een<br />

tweejarige deeltijdopleiding aan de pabo Dordrecht van de hogeschool Rotterdam te<br />

volgen. Het verschil met een reguliere opleiding tot leerkracht in het basisonderwijs<br />

is, dat de mannen gedurende twee jaar één dag in de week naar school gaan en de<br />

overige dagen als “<strong>Hij</strong>-instromer in het beroep” aan de slag gaan. De opleiding die<br />

ze volgden was nagenoeg gelijk aan een deeltijdopleiding die de pabo Dordrecht<br />

reeds uitvoerde. De mannen kwamen gelijk in dienst bij de <strong>RVKO</strong>, zij kregen over<br />

het algemeen een fulltime-aanstelling waarvan ze één dag in de week naar school<br />

gingen, ook betaalde de <strong>RVKO</strong> de opleidingskosten.<br />

Het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject heeft er voor gezorgd dat 14 van de 25 mannen die het traject<br />

gestart zijn in het schooljaar 2010/2011 ook in het schooljaar 2011/2012 verder gaan<br />

met de opleiding en bij de <strong>RVKO</strong> in dienst blijven. Elf mannen zijn afgevallen. Dit<br />

uitvalpercentage ligt hoger dan het uitvalpercentage op een reguliere pabo opleiding<br />

tijdens het eerste jaar. Dit is voor een deel te verklaren doordat dit een zwaarder<br />

traject is. Waarschijnlijk ligt het uitvalpercentage voor de tweede tranche lager,<br />

aangezien de <strong>RVKO</strong> en Bronsonn op basis van hun eerdere ervaringen het werving-<br />

en selectietraject hebben aangepast.<br />

De redenen voor de uitval uit het <strong>Hij</strong>-<strong>instroom</strong>traject verschillen. De volgende<br />

redenen zijn te benoemen:<br />

• Onvoldoende aansluiting met kinderen,<br />

• Onderschatting zwaarte van het beroep,<br />

• Onvoldoende in staat tot combineren opleiding en werk,<br />

• Gebrek aan zelfreflectie en zeer status gevoelig,<br />

• Onevenwichtige persoonlijkheid.<br />

In de volgende paragraaf zetten we op basis van de succesfactoren en<br />

verbeterpunten die in dit rapport naar voren zijn gekomen een aantal tips op een rij<br />

voor schoolbesturen die ook met een dergelijk traject aan de slag willen.<br />

6.4 Aanbevelingen voor schoolbesturen<br />

In deze paragraaf zetten we per fase van het project de belangrijkste aanbevelingen<br />

op een rij.<br />

Vooraf<br />

• Creëer draagvlak binnen de scholen, informeer ze over het waarom van het<br />

project en het verloop van het project. En leg uit waarom bepaalde keuzes zijn<br />

gemaakt, bijvoorbeeld over het plaatsen van de hij-instromers in een relatief<br />

hoge salarisschaal en over het betrekken van een werving- en selectiebureau.<br />

• Maak goede afspraken met een pabo over de inhoud van het curriculum.<br />

24


Werving en selectie<br />

• Begin tijdig voor het nieuwe schooljaar en maak een realistische tijdsplanning,<br />

communiceer dit ook naar de sollicitant.<br />

• Maak vooraf duidelijke afspraken met een werving- en selectiebureau over wie<br />

wat doet.<br />

• Stel gezamenlijk een profiel op, belangrijk hierbij is dat het werving- en<br />

selectiebureau gevoel heeft bij de cultuur van de onderwijssector en specifiek<br />

voor de cultuur binnen het betreffende schoolbestuur. Laat iemand vanuit het<br />

werving- en selectiebureau een dag meelopen.<br />

• Schets in het gesprek een realistisch beeld van de zwaarte van het traject, voer<br />

een drijfverentest uit en laat de mannen één of bijvoorkeur meerdere dagen<br />

meelopen. Vooral dit laatste is voor zowel de mannen als het schoolbestuur<br />

belangrijk. Een dergelijke dag kan ook de vorm hebben van een assessment.<br />

Ook in het onderzoek “Het Managen van verwachtingen” (Maurits, Reijenga en<br />

van der Weijde, 2008) over de ervaringen van zij-instromers wordt aanbevolen<br />

de aanstelling vooraf te laten gaan door een oriëntatiefase.<br />

• Trap niet in de valkuil om te streven het project “vol” te maken, blijf vasthouden<br />

aan je eigen kwaliteitseisen. Wees daarbij wel realistisch aangezien de hijinstromers<br />

nog geen ervaring hebben in het onderwijs.<br />

Aanstelling<br />

• Wees duidelijk in wanneer er een beslissing wordt genomen. Realiseer je bij de<br />

salarisonderhandelingen dat het niet altijd noodzakelijk is om het laatst<br />

verdiende salaris te betalen. Voor de toekomst is het aan te bevelen dat de<br />

mannen kunnen groeien in hun schaal.<br />

• Werk met een aparte functie voor deze groep, zodat er indien nodig een aparte<br />

afvloeiingslijst bestaat.<br />

Plaatsing<br />

• Stel de mannen in eerste instantie bovenformatief aan. Het direct voor de klas<br />

plaatsen zorgt voor een groot afbreukrisico.<br />

• Plaats de mannen op de scholen die gewend zijn stagiaires of net<br />

afgestudeerden te begeleiden.<br />

• Bereid de scholen die een hij-instromer krijgen tijdig en goed voor op de komst<br />

van de hij-instromer. Zorg dat er draagvlak is en dat de scholen weten wat ze<br />

mogen verwachten van hun nieuwe leerkracht. Bijvoorbeeld door een<br />

voorlichtingsbijeenkomst te organiseren en belangrijke zaken (bijvoorbeeld over<br />

wanneer de hij-instromer wat moet kunnen) op papier te zetten.<br />

Begeleiding<br />

• Goede begeleiding is cruciaal. Belangrijk is dat er begeleiding plaatsvindt vanuit<br />

het bestuur, de school zelf en vanuit de pabo. Zorg ervoor dat duidelijk is (ook<br />

voor de hij-instromer) wat de rol is van de verschillende begeleiders.<br />

• Zorg ook voor een goede cyclus van functioneringsgesprekken en<br />

beoordelingsgesprekken. Hierbij is het van belang dat het voor de afzonderlijke<br />

scholen inzichtelijk is wat ze van de hij-instromers op welk moment mogen<br />

verwachten (zie ook bijlage 1).<br />

• Zorg dat de mentor goed toegerust is. Het begeleiden van een hij-instromer kost,<br />

zeker in de eerste periode, erg veel tijd. Zinvol is het voor de mentoren ook een<br />

informatiebijeenkomst te organiseren en ze, indien nodig, te scholen op<br />

bepaalde facetten en eventueel tussentijdse bijeenkomsten te organiseren zodat<br />

ze hun ervaringen kunnen uitwisselen. Aan de basis hiervan dient een visie te<br />

liggen op de positie die de hij-instromer binnen de school inneemt en welk<br />

25


niveau de hij-instromer moet hebben voordat hij zelfstandig voor de klas mag.<br />

Op basis hiervan kan eventueel een begeleidingsprotocol worden opgesteld.<br />

• Maak afspraken over hoe scholen om kunnen gaan met de hoge werkdruk van<br />

de mannen. Krijgen ze wel of niet de tijd om in werktijd opdrachten voor de pabo<br />

te maken? Kortom zorg zoveel mogelijk voor één lijn richting alle hij-instromers.<br />

Werkzaamheden<br />

• Zoals al eerder aangegeven, maar erg cruciaal, zet de hij-instromer nooit direct<br />

voor de klas. <strong>Hij</strong> heeft immers meestal nog geen enkele ervaring met lesgeven.<br />

• Denk vooraf na over de wijze waarop de mannen aan eventuele<br />

stageverplichtingen vanuit de pabo kunnen voldoen. Bijvoorbeeld door de<br />

mannen drie dagen in de week in een vaste klas te laten meelopen en de vierde<br />

dag vrij inzetbaar te houden voor stage.<br />

• Zorg ervoor dat de individuele scholen op de hoogte zijn van de eisen die de<br />

pabo stelt (bijvoorbeeld met betrekking tot stagelopen), geef ze ook<br />

handreikingen over hoe hier zo goed mogelijk mee om te gaan.<br />

• Communiceer richting de scholen over hoe om te gaan met hij-instromers en<br />

normjaartaken. Is het wel of niet de bedoeling dat ze deze naast hun werk en<br />

opleiding op zich nemen?<br />

De opleiding<br />

• Neem een bestaande deeltijdopleiding als basis en pas deze zo aan dat de<br />

opleiding is afgestemd op de doelgroep. Dus door bijvoorbeeld meer gebruik te<br />

maken van de werkervaring die ze tijdens het traject opdoen en van de<br />

werkervaring die ze eerder in hun loopbaan hebben opgedaan.<br />

• Laat de hij-instromers in de zomer bijvoorbeeld al wat summercourses volgen,<br />

zodat ze als het schooljaar eenmaal begint sneller voor de klas kunnen staan.<br />

Ook is het mogelijk de mannen voor de zomervakantie reeds een aantal dagen<br />

mee te laten lopen. Op deze manier doen ze al wat ervaring op en kunnen ze bij<br />

de start van het nieuwe schooljaar eerder voor de klas.<br />

• Streef vanuit de opleiding naar een ervaren en enthousiast team. Lesgeven aan<br />

een dergelijke klas brengt een (beperkte) extra tijdsinvestering met zich mee.<br />

Het is een pre als zich daarbinnen een paar goede mannelijke docenten<br />

bevinden.<br />

• Probeer indien mogelijk vanuit de opleiding de opdrachten en tentamens zo<br />

goed mogelijk te spreiden aangezien de werkdruk voor deze studenten over het<br />

algemeen een stuk hoger ligt dan voor de reguliere (deeltijd) student.<br />

• Communiceer met de pabo, dat je als schoolbestuur ook tussentijds een<br />

beslissing kan nemen over de voortzetting van het traject voor een individuele<br />

student en dit dus niet alleen aan het einde van het eerste jaar gebeurt.<br />

Het is dus van belang om vooraf goed na te denken over hoe je een dergelijk traject<br />

vorm wilt geven. Het kernbegrip is communicatie, zowel naar de individuele scholen<br />

als naar de hij-instromer. Het is aan te bevelen naar de scholen duidelijk te<br />

communiceren wat ze wel en niet kunnen verwachten van hij-instromers. Een<br />

mogelijkheid is dit uit te schrijven in de vorm van een soort contract. Een belangrijk<br />

element daarin moet zijn dat het de eerste periode af te raden is de hij-instromer<br />

zelfstandig voor de klas te zetten. Een ander cruciaal punt is de ondersteuning van<br />

de mentor, onderschat deze taak niet.<br />

26


Tot slot<br />

Het project is een goede manier om meer mannen voor de klas te krijgen. Ook voor<br />

de groep mannen die al langer overwegen het onderwijs in te gaan, maar dit<br />

vanwege vaak financiële belemmeringen nog niet hebben gedaan is dit een goede<br />

springplank. Natuurlijk moet nog blijken of deze groep ook daadwerkelijk op langer<br />

termijn kiest voor een loopbaan in het onderwijs. Overigens is over de effecten van<br />

meer mannen voor de klas op dit moment nog weinig te zeggen. De afzonderlijke<br />

scholen geven aan dat de komst van de hij-instromers een positief effect heeft op de<br />

sfeer in het team en op de sfeer in de klas. Op schoolprestaties is, zoals uit eerder<br />

onderzoek blijkt, geen effect te verwachten.<br />

De <strong>RVKO</strong> heeft het project een vervolg gegeven in het schooljaar 2011/2012. Ook<br />

vanuit de sociale partners in het primair onderwijs wordt het opzetten van dergelijke<br />

projecten gestimuleerd, zij zullen waarschijnlijk vanaf komend schooljaar een<br />

aangepaste subsidieregeling open stellen voor vergelijkbare projecten. Meer<br />

informatie kunt u vinden op www.onderwijsarbeidsmarkt.nl.<br />

27


BIJLAGE 1 BEOORDELINGSFORMULIER HIJ-INSTROMERS<br />

<strong>RVKO</strong>


Postbus 4250<br />

3006 AG Rotterdam<br />

T 010 - 4537500<br />

F 010 - 4531369<br />

www.rvko.nl<br />

Competentieoverzicht Propedeusefase HIJ instromer, bijlage bij<br />

“beoordelingsformulier tijdelijk benoemd personeel” 1 e studiejaar, 1 e semester 2011-2012<br />

<strong>Hij</strong> instromer:<br />

School:<br />

Groep:<br />

Beoordelaar:<br />

Functie:<br />

Datum:<br />

1=onvoldoende aanwezig, 2=in ontwikkeling, 3= voldoende aanwezig, 4=sterk aanwezig<br />

Inter-persoonlijk competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Toont zich enthousiast en betrokken 1 2 3 4<br />

Zorgt voor een positieve sfeer in de groep 1 2 3 4<br />

Beschikt over goede communicatieve vaardigheden 1 2 3 4<br />

Kan in taalgebruik aansluiten bij de belevingswereld van het 1 2 3 4<br />

kind<br />

Kan problemen signaleren en daarop adequaat handelen 1 2 3 4<br />

Bezit voldoende spreektechniek: volume, tempo, articulatie, en 1 2 3 4<br />

melodie<br />

Pedagogisch competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Toont belangstelling voor werk, spel en culturele achtergrond<br />

van kinderen<br />

1 2 3 4<br />

Stimuleert en versterkt gewenst gedrag 1 2 3 4<br />

Corrigeert op een rustige manier ongewenst gedrag 1 2 3 4<br />

Is consequent in het eigen gedrag en het hanteren van regels en<br />

afspraken<br />

1 2 3 4<br />

Is op een integere manier betrokken bij kinderen 1 2 3 4<br />

Stimuleert het samenwerken/samen spelen tussen leerlingen 1 2 3 4<br />

Bevordert het zelfvertrouwen van de leerlingen 1 2 3 4<br />

Biedt een veilig klimaat voor kinderen 1 2 3 4<br />

Luistert naar vragen van leerlingen en reageert adequaat hierop 1 2 3 4<br />

Organisatorisch competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Streeft naar een rustige en ontspannen sfeer waarin leerlingen<br />

kunnen werken<br />

1 2 3 4<br />

Zorgt dat de les op tijd begint 1 2 3 4<br />

Gebruikt de lestijd effectief 1 2 3 4<br />

Bereidt de lessen goed voor (lesvoorbereidingsformulier) 1 2 3 4<br />

Heeft alle benodigde materialen klaarliggen 1 2 3 4<br />

Ruimt alle materialen na de les op 1 2 3 4<br />

Kan afwisselende werkvormen hanteren 1 2 3 4<br />

Kan adequaat reageren op onvoorspelbare situaties 1 2 3 4<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting


Competent in samenwerken<br />

De HIJ-instromer:<br />

Kan constructief overleg voeren met de mentor 1 2 3 4<br />

Kan feedback en adviezen omzetten in handelen 1 2 3 4<br />

Komt afspraken na 1 2 3 4<br />

Kan goed (samen)werken binnen het team 1 2 3 4<br />

Competent in reflectie en ontwikkeling<br />

De HIJ-instromer:<br />

Staat open voor feedback van mentor, stagebegeleider 1 2 3 4<br />

Kan aangeven op welke punten een leeractiviteit verbeterd zou 1 2 3 4<br />

kunnen worden<br />

Is zelfkritisch: reflecteert op eigen gedrag 1 2 3 4<br />

Vakinhoudelijk en didactische competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Werkt concreet met aanschouwelijk materiaal 1 2 3 4<br />

Kan leermiddelen op de juiste manier toepassen 1 2 3 4<br />

Sluit de lesstof aan bij de belevingswereld van het kind 1 2 3 4<br />

Controleert of de informatie goed is overgekomen 1 2 3 4<br />

Geeft duidelijk aan het begin van de les het lesdoel weer 1 2 3 4<br />

Kan leerlingen boeien en betrekken bij de uitleg 1 2 3 4<br />

Maakt actief gebruik van voorkennis van leerlingen 1 2 3 4<br />

Kan het model van directe instructie toepassen 1 2 3 4<br />

Geeft op een gestructureerde manier opdrachten 1 2 3 4<br />

Evalueert met de leerlingen of de lesdoelen behaald zijn 1 2 3 4<br />

Maakt gebruik van samenwerkingsvormen 1 2 3 4<br />

Kan het gemaakte werk evalueren en/of beoordelen 1 2 3 4<br />

Kan leerlingen mondeling/schriftelijk feedback geven 1 2 3 4<br />

Kan uitleg aanpassen aan de behoefte van leerlingen 1 2 3 4<br />

Kan werken met een individueel kind en tegelijk de gehele<br />

groep in de gaten houden<br />

1 2 3 4<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting


Beoordelingsformulier tijdelijk benoemd personeel.<br />

(vertrouwelijk)<br />

Ter vervanging kort (tot 10 dagen)<br />

Ter vervanging lang (langer dan 10 dagen)<br />

In vacature (tijdelijk)<br />

Naam personeelslid :<br />

Functie :<br />

Naam gesprekspartner :<br />

Functie + naam v.d. school :<br />

Datum vorige beoordeling :<br />

1. Wat is de taak/functie?<br />

2. Beschrijf het pedagogisch handelen m.b.v. de competentielijst.<br />

• sterke punten:<br />

• verbeterpunten:<br />

3. Beschrijf het didactisch handelen m.b.v. de competentielijst.<br />

• sterke punten:<br />

• verbeterpunten:<br />

4. Beschrijf de samenwerking met collega’s en ouders m.b.v. de competentielijst.<br />

• sterke punten:<br />

• verbeterpunten:


5. Hoe is de taakopvatting?<br />

6. Welk beeld geeft de Verzuimmeester t.a.v. het ziekteverzuim over de afgelopen periode?<br />

7. In hoeverre is er aansluiting bij de cultuur en de identiteit van de school?<br />

8. Opmerkingen en zienswijze van de beoordeelde.<br />

Advies n.a.v. deze beoordeling:<br />

Goed d.w.z. benoembaar in vacature op deze school<br />

Niet goed<br />

Ondertekening voor gezien of akkoord (doorhalen wat niet van toepassing is):<br />

Datum: Personeelslid:<br />

Datum: Leidinggevende:


Postbus 4250<br />

3006 AG Rotterdam<br />

T 010 - 4537500<br />

F 010 - 4531369<br />

www.rvko.nl<br />

Competentieoverzicht Propedeusefase HIJ instromer, 1 e studiejaar, 2 e semester 2011-2012<br />

1 = onvoldoende aanwezig, 2 = in ontwikkeling, 3 = voldoende aanwezig, 4 = sterk aanwezig<br />

<strong>Hij</strong> instromer:<br />

School:<br />

Groep:<br />

Beoordelaar:<br />

Functie:<br />

Datum:<br />

1=onvoldoende aanwezig, 2=in ontwikkeling, 3= voldoende aanwezig, 4=sterk aanwezig<br />

Inter-persoonlijk competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Geeft voortdurend het goede voorbeeld 1 2 3 4<br />

Heeft een positieve grondhouding naar kinderen 1 2 3 4<br />

Is flexibel in de omgang met de leerlingen 1 2 3 4<br />

Past bewust verworven kennis en vaardigheden toe 1 2 3 4<br />

Geeft ruimte voor eigen initiatieven en vragen van kinderen 1 2 3 4<br />

Is zoveel mogelijk op informele wijze in gesprek met kinderen 1 2 3 4<br />

Pedagogisch competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Kan consequent omgaan met afspraken en regels in de groep 1 2 3 4<br />

Kent de zorgkinderen uit de groep en kan hen op een gepaste 1 2 3 4<br />

manier begeleiden<br />

Bevordert dat kinderen met elkaar samenwerken, spelen en 1 2 3 4<br />

ondersteunen<br />

Maakt op een goede manier gebruik van “uitgestelde aandacht” 1 2 3 4<br />

Daagt kinderen uit tot meedenken en meebeslissen 1 2 3 4<br />

Leert kinderen verantwoordelijkheid te dragen voor werk en 1 2 3 4<br />

omgeving<br />

Organisatorisch competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Schept met materialen en hulpmiddelen een uitdagende 1 2 3 4<br />

leeromgeving binnen de lessen<br />

Neemt verantwoordelijkheid voor het opruimen, schoonhouden 1 2 3 4<br />

en prettig inrichten van het klaslokaal<br />

Zorgt ervoor dat er bij de dagplanning een goede balans is voor 1 2 3 4<br />

lln tussen actief/ingespannen werk en rust/ontspanning<br />

Kan adequaat reageren op onvoorspelbare situaties 1 2 3 4<br />

Kan lessen waar nodig aanpassen 1 2 3 4<br />

Kan zorgen voor een soepele overgang van lessen 1 2 3 4<br />

Heeft zicht op de leerlijnen binnen zijn groep en maakt hier 1 2 3 4<br />

gebruik van bij het voorbereiden van de lessen<br />

Is zich bewust waar hij met de leerstof op voortbouwt en wat de 1 2 3 4<br />

vervolgstappen (kunnen) zijn<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting


Competent in samenwerken<br />

De HIJ-instromer:<br />

Kan persoonlijke en zakelijke aspecten voortdurend goed van<br />

elkaar scheiden<br />

Voert constructief overleg met andere betrokkenen, zoals de iber<br />

Voert geregeld overleg omtrent begeleiding van kinderen, zowel<br />

binnen als buiten de lessen<br />

Sluit in dag- en weekplanning aan bij de werkwijze van de<br />

stageschool<br />

Kan één of meer zorgleerlingen begeleiden in overleg met de<br />

mentor/ib-er<br />

1 2 3 4<br />

1 2 3 4<br />

1 2 3 4<br />

1 2 3 4<br />

Competent in reflectie en ontwikkeling<br />

De HIJ-instromer:<br />

Staat open voor feedback van mentor, stagebegeleider en 1 2 3 4<br />

leerlingen<br />

Kan zelf zijn ontwikkeling benoemen t.a.v. de doelen in de 1 2 3 4<br />

stage<br />

Maakt bewuste keuzes in het kader van het <strong>PO</strong>P 1 2 3 4<br />

Maakt gebruik van de kansen en mogelijkheden die er in de 1 2 3 4<br />

praktijk geboden worden<br />

Vakinhoudelijk en didactisch competent<br />

De HIJ-instromer:<br />

Verdiept zich in de vakinhoud, vakkennis en vakdidactiek van de 1 2 3 4<br />

lessen<br />

Kan binnen de lessen differentiëren, zowel organisatorisch als 1 2 3 4<br />

inhoudelijk<br />

Maakt gebruik van verschillende bronnen naast de methodes 1 2 3 4<br />

voor schoolvakken (bv. Internet)<br />

Stelt tijdens instructie en leergesprekken veel vragen, geeft 1 2 3 4<br />

beurten en betrekt antwoorden van kinderen op elkaar<br />

Kan kinderen mondelinge en schriftelijke feedback geven 1 2 3 4<br />

Kan uitleg variëren naar behoeften van kinderen 1 2 3 4<br />

Kan door de kinderen zelf gemaakt werk analyseren en/of 1 2 3 4<br />

beoordelen<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting<br />

Samenvatting/toelichting


2<br />

ARBEIDSMARKTPLATFORM<br />

PRIMAIR ONDERWIJS<br />

Postadres<br />

Postbus 556<br />

2501 CN Den Haag<br />

Bezoekadres<br />

Lange Voorhout 13<br />

2514 EA Den Haag<br />

T 070 376 58 10<br />

www.arbeidsmarktplatformpo.nl<br />

info@ arbeidsmarktplatformpo.nl<br />

www.arbeidsmarktplatformpo.nl<br />

ARBEIDSMARKTPLATFORM PRIMAIR ONDERWIJS<br />

is het kennis-en expertisecentrum van de arbeidsmarkt<br />

in het primair onderwijs. Samen met de sector bevordert<br />

het een gezonde arbeidsmarkt.<br />

<strong>Arbeidsmarktplatform</strong> Primair Onderwijs

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!