Nieuwsbrief nr. 1, 2005.qxd - NVMP

nvmp.org

Nieuwsbrief nr. 1, 2005.qxd - NVMP

Don’t Bank on the Bomb

In Afghanistan tot 2024?!

Algemene Ledenvergadering

NVMP 2012

32e jaargang zomer 2012 2


Uitgave van Artsen voor Vrede / AVV

en de Nederlandse Vereniging voor

Medische Polemologie ‘Gezondheidszorg

en Vredesvraagstukken’ / NVMP

Verschijnt vier keer per jaar.

Redactie

M. Bakker

H. D’aes (hoofdredacteur)

J.M.G. van der Dennen (eindredacteur)

H. van Iterson

W. Kusters

E.C. Mudde

Samensteller van de Engelse synopsis:

P. M. Moll-Huber.

Medecorrector:A. Mercx

Redactie-adres

Voor Nederland:

Bosschastraat 17, 3514 HN Utrecht,

telefoon: (030) 272 29 40, e-mail: office@nvmp.org

Internet: www.nvmp.org

Voor Vlaanderen: Hugo D’aes,

Van Stralenstraat 10, 2060 Antwerpen,

e-mail hugo.daes@skynet.be

Internet: http://users.skynet.be/artsenvoorvrede

Europese website: http://www.ippnw-europe.org

Vormgeving / druk

Equipe, Heerenveen

Drukkerij Banda BV, Heerenveen

Kopijsluiting

Inleveren kopij voo 1 september 2012.

Bureau / Secretariaat

Voor NVMP: Bosschastraat 17, 3514 HN Utrecht,

telefoon: (030) 272 29 40, e-mail: office@nvmp.org

Voor vragen over en bestellen van medischpolemologische

literatuur (artikelen, boeken,

documentatiemappen), audiovisueel materiaal,

symposiumverslagen en eerder verschenen

Nieuwsbrieven.

Postrekening bestellingen 55 52 587.

Voor Artsen voor Vrede / AVV (Vlaanderen):

J. De Loof, Karel van de Woestijnestraat 18,

9300 Aalst, telefoon: (053) 78 44 26.

Lidmaatschap

NVMP-lidmaatschap vanaf € 60,--/jaar.

Postrekening NVMP: 43 95 340.

Opzegging lidmaatschap uiterlijk 3 december.

Artsen voor Vrede / AVV: het modale lidgeld

bedraagt € 60,--/jaar.

Bijdragen op rek.nr.: 429-8072731-15 of rek.nr.

001-1066890-63 van Artsen voor Vrede.

Copyright

Overnemen van artikelen uit de Nieuwsbrief is

toegestaan met vermelding van de bron.

Bij de voorplaat

Don’t Bank on the Bomb

2

Colofon

/

GEZONDHEIDSZORG EN VREDESVRAAGSTUKKEN

ARTSEN VOOR VREDE

ISSN 1389-0247

Met het symposium ‘Kernwapens, dreigend

actueel’ voor de deur gaat een groot deel

van de Nieuwsbrief over kernbewapening,

non-proliferatie, nucleaire ongelukken en

de invloed van de vredesbeweging op de

politiek. Het NVMP-symposium in Amersfoort

was boeiend, gezien de sprekers en

de inhoud. Het verslag leest u verderop.

De vredesbewegingen hebben tot heden

meer invloed gehad, dan we zelf wel eens

denken. Lawrence Wittner schrijft het in

zijn boek Confronting the Bomb, hij concludeert

dat de vredesbeweging invloed heeft

gehad en nog heeft op het beleid van regeringen

om kernwapens niet te gebruiken

en op het beleid om tot internationale verdragen

te komen die het gebruik tegengaan.

Clemens Raming stuurde een reactie

in over de politieke invloed van de vredesbewegingen

op de politiek, als reactie op

de noodkreet van Jef de Loof in de vorige

Nieuwsbrief dat die invloed beperkt is.

Uit het verslag over NPT Prep Com in

Wenen, valt op dat er vanuit de politiek

veel goede bedoelingen zijn, maar dat niemand

de eerste wil zijn om een stap te

zetten. Er ligt een rol voor de vredesbewegingen,

die weer actiever moeten worden

om hun taak in het vredesproces op te

eisen en te blijven ageren tegen de kernbewapening

en tegen de andere oorlogen in

de wereld. Gelukkig zijn er telkens ook

Gezocht

Woord van de NVMP-voorzitter . . . . . . 3

Don’t Bank on the Bomb . . . . . . . . . . . . 5

In Afghanistan tot 2024?! . . . . . . . . . . . 6

Roger Moreno Rathgeb . . . . . . . . . . . . . . 8

Column: Im Westen Nichts Neues . . . . . 11

Avram Noam Chomsky (1928 - ) . . . . . 13

Redactioneel

Inhoud

weer individuen die hun positie gebruiken

om het vredesproces te stimuleren. In

deze Nieuwsbrief wordt het leven van

Noam Chomsky beschreven door Nico

Vroenhof.

Hans van Iterson beschrijft naar aanleiding

van de studies van ICAN en de Campagne

tegen de Wapenhandel dat de kernwapenindustrie

mede door banken, pensioenfondsen

en bedrijven in België en Nederland

wordt gefinancierd, zowel direct als

indirect. De achterpagina gaat deze keer

over nucleaire ongevallen, er zijn er vele

geweest, met als meest recente Fukushima.

Wat doet het geweld in landen als

Afghanistan met de militairen en burgers?

Zie het zorgwekkende bericht van Leon

Wecke. En wat betekent het dat de VS zich

terugtrekt uit dit land maar tegelijk nog

tien jaar blijft, met steun van onder meer

Nederland en België. In de rubriek Componisten

en oorlog en vrede bespreekt

Christien Mudde het Requiem voor

Auschwitz van Rathgeb. Een bijzonder stuk

dat op 3 mei werd opgevoerd in

Amsterdam, als aanloop voor de Dodenherdenking

de volgende dag. Het is

geschreven ter nagedachtenis aan de zigeuners

die in de vernietigingskampen omkwamen.

Penningmeester

M Bakker

De NVMP is op zoek naar een nieuwe penningmeester.Ten behoeve van een

adequate overdracht zou het prettig zijn wanneer zich op korte termijn een

kandidaat aandient.

Wij zoeken iemand met:

* Affiniteit met de problematiek van gezondheidszorg en vredesvraagstukken;

* Bereidheid om maximaal 2 uur per week in de financiële boekhouding te investeren;

* Bereidheid eens in de 6 weken een bestuursvergadering bij te wonen;

* Enige boekhoudkundige kennis en /of ervaring.

Wij bieden: een prettige informele werksfeer en motiverende contacten.

De afgelopen periode is de penningmeester voor wat betreft de boekhouding voor een

groot deel ondersteund door het bureau.

Als u belangstelling voor deze functie heeft of behoefte aan meer informatie dan kunt u

contact opnemen met het NVMP-bureau: tel.: 030-2722940,

e-mail: office@nvmp.org .

Contactpersoon: Hans van Iterson

Boekbespreking: Confronting the Bomb . 15

Tegenstellingen regeren tijdens

nucleaire onderhandelingen . . . . . . . . . . 16

Vredesbeweging en politiek . . . . . . . . . . 17

Algemene Ledenvergadering

NVMP 2012 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Uit tijdschriften en van internet . . . . . . . 24


Herman Spanjaard

Beste lezers,

Woord van de NVMP-voorzitter

De eerste helft van 2012 is voorbij

en als global citizens zijn we

weer wat beter op de hoogte

van hoe de wereld in elkaar zit.

Hadden wij gedacht dat Obama radicaal

het beleid van zijn voorganger

zou bijsturen, reden waarom hij de

Nobelprijs voor de Vrede kreeg toegekend

(en daarmee in de illustere rij

van oa IPPNW, IPB etc kwam), blijkt

dat wij, mochten wij ooit met hem

aan tafel komen tijdens een Nobel

galadiner, met hem van gedachten

kunnen wisselen over zijn drone-list.

De Vredesprijsontvangers zijn daarmee

toch wel een bont gezelschap.

Wat gebeurde nog meer? De NPVvoorbereidingsvergadering

vond

plaats in Wenen en

vele ngo's waren daar

vertegenwoordigd. U

vindt daarvan weerslag

op verschillende websites

maar een aantal

feiten zijn goed om

hier kort te memoreren.

Alle kernwapenstaten

streven uiteindelijk

naar een kernwapenvrije

wereld, maar

tegelijkertijd investeren

alle kernwapenstaten

het komende

decennium kapitalen

in de modernisering

van hun kernwapens.

Meer hierover leest u

in het stuk ‘Tegenstellingen

regeren tijdens

nucleaire onderhande-

lingen’. In internationaal IPPNW-verband

bereidt eenieder zich voor op

het wereldcongres in Hiroshima. Het

belooft een inhoudelijk spannend

congres te worden aangezien ook binnen

IPPNW-Japan er verschillende

meningen heersen (zoals in het hele

land) over het gebruik van kernenergie.

Triest is dat de voorzitter van het congres,

dr. Shizuteru die ook betrokken

was bij het eerste wereldcongres in

Hiroshima, recent is overleden. De

regio heeft wat betreft kernwapens

natuurlijk een spannende tijd. Zowel

Noord-Korea, met een nieuwe leider

en een mislukte raketlancering, alsook

China, waar in oktober een generatieverandering

zal plaatsvinden, zijn

naties waar de structurele politiek kan

veranderen. Hardliners of onderhandelaars?

Voorafgaand aan het IPPNW-wereldcongres

zullen enige tientallen studenten

weer een fietstocht maken

waarbij zij onderweg demonstreren

en mensen opmerkzaam maken op

het bestaan en de gevaren van kernwapens.

Dat is in Japan relevant omdat

er stemmen opgaan in dat land,

gezien de dreiging van de eerder

genoemde landen, om ook over kernwapens

te willen beschikken (daar

waar een gedeelte van de Europeanen

Kernwapens, een wereldwijd probleem

ze steeds liever kwijt wil).

Het bestuur van de NVMP heeft

besloten de fietstocht financieel te

ondersteunen.

En wat betreft onze vereniging?

We hebben nieuwe bestuursleden en

hebben in het bestuur en in de ALV

afscheid genomen van Margreet

Bakker (als secretaris, een bestuurder

met zeer lange staat van dienst), die

wel bereid is als gewoon bestuurslid

door te gaan en ook nog als redactielid

van deze Nieuwsbrief, en

Christien Mudde (als penningmeester)

die eveneens door zal gaan als

redactielid en uiteraard in haar hoedanigheid

als zeer actief lid van de

regio Rijnmond.

Op de ALV hebben wij twee nieuwe

bestuurders welkom geheten:

Marianne Begemann en Wouter

Hogervorst.

We missen node een actief studentenbestuurder,

zoals die momenteel in

andere IPPNW-afdelingen wel aanwezig

zijn. Het combineren van activiteiten

in besturen als NVMP en het

huidige stringente studieklimaat blijkt

in de praktijk in Nederland moeilijk.

Ik wens u, mede namens de duovoorzitter

Peter Buijs, veel leesplezier

met deze Nieuwsbrief.

*

3


Dit jaar vindt van 24-26 augustus 2012 het 20ste IPPNW-wereldcongres plaats in Hiroshima. Japan is het eerste en

enige land dat de gevolgen van de atoombom heeft ondervonden en vorig jaar bovendien getroffen werd door een tsunami

die een kernramp in Fukushima veroorzaakte.

Een IPPNW-wereldcongres is altijd een inspirerende bijeenkomst en dat zal voor Hiroshima 2012 in het bijzonder gelden.

Aangezien het om een verre bestemming gaat worden degenen die het congres bij willen wonen geadviseerd de data vast in

hun agenda vrij te houden. We hopen met een goed voorbereide delegatie naar Japan te kunnen gaan.

Voor nadere informatie met betrekking tot reismogelijkheden volgt in de loop van 2012 informatie op de IPPNWcongressite

http://ippnw2012.org/ Alsmede op de site van de NVMP: http://www.nvmp.org/

4

Kunt u zelf niet deelnemen? Sponsor dan de studenten die aan de Japanse Biking Against

Nukes-tour fietstocht deel willen nemen. U kunt uw bijdrage storten op giro 4395340 t.n.v.

NVMP, Utrecht o.v.v. studenten fietstocht.

Het NVMP-bureau gaat verhuizen

Het NVMP-bureau ofwel de fysieke ruimte aan de Bosschastraat in

Utrecht, waar de bureaumedewerker werkt, het bestuur soms bijeenkomt

en het archief is opgeslagen, gaat verhuizen. De kosten van het bureau

drukken te zwaar op het budget. Aldus is besloten de huur per

01.12.2012 op te zeggen en een goedkopere ruimte te betrekken.

Omdat de NVMP bijna 20 jaar op de Bosschastraat gehuisvest is willen

wij toch 'feestelijk' afscheid nemen.

Daarom nodigen wij u uit om zaterdag 27 oktober vanaf 12:00 uur

onder het genot van een hapje en een drankje nog eenmaal ons bureau

te bezoeken. Voor die middag zal er ook een inhoudelijk programma

worden gepresenteerd waarover u nog geïnformeerd wordt.

Noteert u de datum alvast in uw agenda! Het oude DB in 2009 voor het NVMP-bureau


Wie financiert de kernwapenindustrie?

Hans van Iterson

‘Obama wil meer kernwapens

ontmantelen, gaat in mei met

Rusland praten’ (maart 2012).

Dit klinkt alsof kernwapens hun

langste tijd gehad hebben en het

afbouwproces in een stroomversnelling

geraakt is. Niets is minder

waar. DeVerenigde Staten

spenderen het komend decennium

$ 700 miljard aan de modernisering

van haar kernwapenarsenaal.Van

de 20 kernwapenproducenten

is de helft gevestigd in de

VS. Zij verdienen hun geld niet

alleen aan overheden: ook banken,

verzekeringsmaatschappijen

en pensioenfondsen investeren in

deze winstgevende bedrijven. Het

ICAN-rapport Don’t Bank on the

Bomb brengt ze in kaart.

De kernwapenindustrie

Beperken we ons tot de Verenigde

Staten dan bevinden deze zich midden

in een vernieuwingsproces van haar

gehele nucleaire arsenaal. Alle kernkoppen

worden gemoderniseerd, net

als de gehele nucleaire infrastructuur.

De Ohio-klasse van kernonderzeeërs

wordt vanaf 2019 vervangen door een

nieuwe vloot. Ook het houden van

‘subkritische’ kernproeven is onderdeel

van dit moderniseringplan. Momenteel

besteden de VS 1.000 maal meer aan

onderhoud en modernisering van hun

kernwapens dan aan ontmanteling

ervan. De kernwapenindustrie is een

miljardenbusiness en zal dat nog wel

een tijdje blijven.

Nederland en België dragen hun

steentje bij

Hoe zit het eigenlijk met ons? Wat is

onze betrokkenheid bij het financieren

van de kernwapenindustrie? Allereerst

herbergt Nederland het bedrijf EADS,

European Aeronautic Defence and

Space Company. EADS is een in

Leiden gevestigde multinational met

een jaarlijkse nettowinst van ruim

€ 500.000.000. Het bedrijf is via haar

Don’t Bank on the Bomb

dochter Astrium betrokken bij het

Franse kernwapenprogramma. Astrium

bouwt de M4 generatie lange afstandsraketten

die met hun kernkoppen een

bereik van 4.000 km. hebben. Daarnaast

bouwt Astrium de M51 kernraket

voor de nieuwe Franse kernonderzeeërs.

EADS krijgt leningen van 39

financiële instellingen waaronder ING.

Dit ondanks het ING-beleid om geen

geld te investeren in bedrijven die zich

bezighouden met landmijnen, clustermunitie,

wapens met verarmd uranium

en massavernietigings(ABC)wapens.

Naast ING noemt het rapport nog het

Unilever pensioenfonds en AEGON als

financiers van de kernwapenindustrie.

Daarbij maakt AEGON het verreweg

het bontst.

AEGON heeft van maar liefst acht

bedrijven die zich deels met kernwapenproductie

bezighouden, aandelen en

obligaties, waardoor Aegon ook meedeelt

in de winst en medeverantwoordelijk

is voor het gevoerde beleid. Het

gaat daarbij om Alliant Techsystems,

Babcock International, Bae systems,

Boeing, Finmeccanica, Honeywell

International, Rolls-Royce en Serco

Group. In België hebben Ackermans &

Van Haaren, Dexia en de KBC-groep

elk belang in twee bedrijven die

betrokken zijn bij kernwapenproductie:

Finmeccanica, en Redhall Group.

Campagne tegen wapenhandel

Binnen Nederland houdt de Campagne

tegen Wapenhandel

(http:// stopwapenhandel.org/) zich

bezig met deze problematiek. Ook zij

publiceerden recentelijk een overzicht

van investeringen door pensioenfondsen

in kernwapenbedrijven. Auteur

Mark Akkermans vertelt daarover: “In

onze lijst staan tientallen Nederlandse

pensioenfondsen. De gegevens komen

gewoon van de pagina’s van de fondsen

zelf (maart 2012). Het gaat daarbij

om bedrijven die kernwapens en

onderdelen produceren en onderhouden.

In Don’t Bank on the Bomb is

ervoor gekozen investeringen kleiner

dan 0,5% van het totaal aan uitstaande

aandelen en obligaties in kernwapenbedrijven

niet op te nemen. Dat vertekent

het beeld nogal. Als je die kleinere

investeringen ook meeneemt dan is er

nog een lange weg te gaan. Vier van de

vijf grote Nederlandse pensioenfondsen

investeren nog steeds indirect in

kernwapens. De enige uitzondering is

PGGM.”

Desinvesteren

In plaats van investeren moeten we

naar desinvesteren in de kernwapenindustrie.

Veel van de financierders zijn

banken en pensioenfondsen. Deze

instellingen zijn gevoelig voor de

publieke opinie. Stel hun kwalijke

praktijken daarom aan de kaak.

Campagne tegen Wapenhandel richt

zich daarbij ook op EADS. Bij hun

jaarlijkse aandeelhoudersvergadering,

dit jaar gepland op 31 mei, is er een

protest georganiseerd en wordt aandeelhouders

met vlaggen en spandoeken

duidelijk gemaakt dat hun bedrijf

zich met kwalijke zaken bezighoudt.

*

Het rapport Don’t Bank on the Bomb is

te downloaden op

http://www.dontbankonthebomb.com/

5


Hans van Iterson en Eduard Kusters

Tijdens zijn bliksembezoek aan

de Afghaanse hoofdstad Kaboel

op 1 mei tekende president

Obama met de onpopulaire

regering Karzai een ‘strategisch

akkoord’ dat voor de mensen in

Afghanistan en ook voor het

Nederlandse Afghanistanbeleid

vérgaande consequenties zal

hebben.Terwijl het merendeel

van de bevolking in Afghanistan

naar vrede en naar het vertrek

van de Amerikaanse troepen

verlangt en de publieke opinie in

de westerse landen eveneens in

grote meerderheid voor terugtrekking

van de troepen en

beëindiging van de geldverslindende

oorlog is tekende Obama

een contract om de Afghanistanoorlog

en de Amerikaanse aanwezigheid

in dat land tot minstens

2024 te verlengen.

Meerderheid Amerikanen is

tegen

Vreemd, want de Amerikanen zijn

helemaal niet blij met een voortdurende

oorlog in Afghanistan. Een

ruime meerderheid (66 procent) van

de Amerikanen is tegen de oorlog in

Afghanistan. Dat blijkt uit een peiling

van het Amerikaanse persbureau AP

en marktonderzoekbureau Gfk.

Slechts 8 procent is er nog 'sterk van

overtuigd' dat de oorlog moet worden

voortgezet. Maar liefst 40 procent

van de Amerikanen is volgens de

peiling zelfs 'sterk gekant' tegen de

voortzetting ervan. In 2011 werd de

oorlog door 37 procent van de Amerikanen

gesteund. In 2010 was dat nog

46 procent. De Amerikanen zijn er

ook niet meer van overtuigd dat

Afghanistan echt wordt geholpen

door de Amerikaanse aanwezigheid.

56 procent van de Republikeinen, 47

procent van de Democraten en 43

procent van de onafhankelijke stemmers

geloven niet in een positieve

invloed. Van de mensen die tegen de

oorlog zijn, is 49 procent er zelfs van

overtuigd dat de Amerikaanse inmenging

meer kwaad doet dan goed.

AP vergeleek de resultaten met die

6

In Afghanistan tot 2024?!

Omdat het mandaat van de VN Veiligheidsraad

eind 2014 afloopt moeten alle buitenlandse

troepen Afghanistan dan verlaten

hebben. Obama meent blijkbaar een langere

Amerikaanse aanwezigheid tot 2024 te

kunnen legitimeren door daarover simpelweg

met het huidige onpopulaire Karzaibewind

een overeenkomst te sluiten.

van een peiling uit 1971 over de oorlog

in Vietnam. Toen was 65 procent

van de Amerikanen tegen de oorlog.

Een belangrijk verschil is dat de VS

hun troepen in 1971 al aan het

terugtrekken waren.

Vredesproces in de kiem

gesmoord

Het vooruitzicht van de terugtrekking

van alle buitenlandse troepen in 2014

maakte de weg vrij om voor die

datum via onderhandelingen tot een

vredesregeling tussen de regering

Karzai en het gewapend verzet te

komen. De gezaghebbende denktank

International Crisis Group in Brussel

heeft hiervoor een gedetailleerd

voorstel gepubliceerd. De Verenigde

Naties moeten het initiatief nemen

voor het vredesoverleg, waarbij de

verschillende Afghaanse partijen en

ook de buurlanden zoals Iran en

Pakistan betrokken moeten worden.

De vrede zal namelijk alleen houdbaar

zijn als ook de buurlanden achter

het akkoord staan en de vrede niet

ondermijnen. Maar door de stationering

van Amerikaanse strijdkrachten

in Afghanistan in de tienjarige periode

2014-2024 zal dit vredesproces in

de kiem worden gesmoord. De taliban

en de andere verzetsbewegingen

kunnen namelijk onmogelijk akkoord

gaan met een vredesregeling waarbij

er Amerikaanse troepen in het land

achterblijven om jacht op hen te

maken.

Obama noemde in een toespraak het

verdrag dat hij in Kaboel ondertekende

“een historische overeenkomst, die

de nieuwe relatie tussen onze beide

landen vastlegt”. Hij gaf ook

duidelijkheid over het doel van de

overeenkomst, namelijk om tot 2024

“gezamenlijk het terrorisme te blijven

bestrijden”. De Amerikaanse regering

denkt daarbij aan de legering van zo'n

20.000 tot 30.000 Amerikaanse militairen

in Afghanistan, nog steeds een

derde van de huidige sterkte. Zij

zullen ook na 2014 de in grote haast

opgeleide Afghaanse strijdmacht van

350.000 man aansturen, adviseren en

verder trainen. De Amerikanen sturen

daarbij duidelijk aan op een oorlog

van Afghanen tegen Afghanen, maar

aangekondigd werd dat Amerikaanse

militairen en de luchtmacht indien dit

nodig wordt geacht ook zelf aan de

gevechten zullen deelnemen.


Nederland betaalt mee

Het verdrag dat Obama in Kaboel

met Karzai sloot zal ook ernstige consequenties

hebben voor Nederland.

Aan dit project hangt namelijk een

kostenplaatje van jaarlijks 4 tot 6 miljard

dollar. De Amerikanen gaan er

van uit dat de regering Karzai een

half miljard kan ophoesten, de Amerikaanse

regering wil van de rest niet

meer dan de helft betalen. De andere

helft moet volgens Washington door

haar bondgenoten worden opgebracht.

De Britse regering heeft al

zo'n 200 miljoen dollar toegezegd.

Ook de Nederlandse regering staat

voor de vraag of ze na 2014 nog tien

jaar lang ons belastinggeld in wil

zetten voor een nieuwe Amerikaanse

Afghanistan-oorlog. Nederland wil 30

miljoen per jaar bijdragen en dat voor

25 miljoen uit de pot ontwikkelingshulp

halen. Het vechten gaat dus

door, de rekening komt nu te liggen

bij de allerarmsten in de wereld.

De NVMP besloot gehoor te geven

aan de oproep van het ‘Afghanistan

initiatief’ om bij de buitenlandwoordvoerders

van de politieke partijen aan

te dringen geen steun te geven aan

deze oorlogsinspanning. Immers

duurzame veiligheid wordt eerder

bewerkstelligd door een proces van

verzoening, herstel van vertrouwen

en sociaaleconomische ontwikkeling.

Zie de bijgevoegde brief.

*

Naschrift

Tijdens de NAVO-top in Chicago

zegde Nederland bij monde van premier

Rutte een bedrag van $ 90

miljoen toe (drie jaar lang, van 2014

tot 2017, dertig miljoen euro). “We

zijn met de zak rondgegaan, en we

zijn ver gekomen, maar we zijn er

nog niet helemaal. We moeten ervoor

zorgen dat de grote investering die

we hebben gedaan als het Westen,

niet verloren gaat in de toekomst.

Honderd procent zekerheid dat het

daar nooit meer fout gaat, kan niet

worden gegeven. Garanties hebben

we niet. Maar we zijn veel verder dan

tien jaar geleden”, aldus premier

Rutte vanuit Chicago. Wat na 2017

nodig is ligt volgens Rutte in de

schoot van de toekomst. “Dit is wat

we nu kunnen overzien, waarbij we

willen helpen met de financiering van

NVMP Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken

NVMP Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken

Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie

Bosschastraat 17, 3514 HN Utrecht

telefoon (030) 272 29 40

e-mail office@nvmp.org

internet www.nvmp.org

ING rekening NVMP (Utrecht) 4395340

Betreft: Geen Nederlandse steun aan Afghanistan-oorlog tot 2024

de Afghaanse veiligheidstroepen.

Daarnaast zullen we via ontwikkelingshulp

ook anderzijds betrokken

blijven.”

Aanvulling Eduard Kusters

België doet het iets zuiniger. Het gaat

jaarlijks 12 miljoen euro (minder dan

de helft in vergelijking met Nederland)

aan Afghanistan besteden. In

totaal zijn de VS en de NAVO op

zoek naar 4,1 miljard dollar per jaar

om lonen en werkingskosten van de

Afghaanse veiligheidsdiensten na

2014 te bekostigen. Hillary Clinton,

minister van Buitenlandse Zaken

(VS) drong in Brussel aan op een

Belgische bijdrage van 15 miljoen

dollar. De Belgische regering besliste

uiteindelijk zich te beperken tot jaar-

Utrecht, 14 mei 2012

Terwijl een groot deel van de bevolking in Afghanistan naar vrede en naar het vertrek

van de Amerikaanse troepen verlangt en de publieke opinie in de westerse landen

eveneens in grote meerderheid voor terugtrekking van de troepen en beëindiging van

de geldverslindende oorlog is tekende Obama een contract om de Afghanistan-oorlog

en de Amerikaanse aanwezigheid in dat land tot minstens 2024 te verlengen.

Het vooruitzicht van de terugtrekking van alle buitenlandse troepen in 2014 maakte

de weg vrij om voor die datum via onderhandelingen tot een vredesregeling tussen de

regering Karzai en het gewapend verzet te komen. De gezaghebbende denktank

International Crisis Group in Brussel heeft onlangs hiervoor een gedetailleerde

voorstel gepubliceerd. De Verenigde Naties moeten het initiatief nemen voor het

vredesoverleg, waarbij de verschillende Afghaanse partijen en ook de buurlanden

zoals Iran en Pakistan betrokken moeten worden. De vrede zal namelijk alleen

houdbaar zijn als ook de buurlanden achter het akkoord staan en de vrede niet ondermijnen.

Maar door de stationering van Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan in

de tienjarige periode 2014-2024 zal dit vredesproces in de kiem worden gesmoord.

Op de NAVO-top die van 20-21 mei in Chicago plaatsvindt, zal de Nederlandse

regering bekend maken of Nederland medefinancier wordt van het Amerikaanse

project om de oorlog in Afghanistan na 2012 nog tien jaar voort te zetten.

De NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken, roept U op om

dit project niet te steunen, niet uit de defensiebegroting en niet uit de gelden voor

ontwikkelingssamenwerking. Duurzame veiligheid wordt niet bewerkstelligd door

veiligheidstroepen maar door een proces van verzoening, herstel van vertrouwen en

sociaaleconomische ontwikkeling.

Hoogachtend,

Herman O. Spanjaard, voorzitter NVMP

lijks 12 miljoen euro.

Momenteel is de NAVO nog volop

Afghaanse militairen en politiemensen

aan het klaarstomen. Doel is tegen dit

najaar 352.000 manschappen in uniform

te krijgen. Zij moeten ten laatste

eind 2014 het hele land onder hun

bevel krijgen. Voor Afghanistan zijn de

kosten onbetaalbaar. De internationale

gemeenschap zal dus moeten blijven

bijspringen, en dat minstens tien jaar

lang. Als slok op de borrel zou het aantal

manschappen tegen 2017 wel worden

teruggebracht tot 228.000, waardoor

het prijskaartje toch al zakt van

6,4 tot 4,1 miljard dollar per jaar. Wat

dan met de 120.000 gevechtsgetrainde

werklozen moet gebeuren, is nog voer

voor discussie.

7


Componisten en het thema ‘Oorlog en Vrede’

Christien Mudde

“voor alle slachtoffers van

Auschwitz-Birkenau.”

Première: woensdag 3 mei 2012 in

Amsterdam. Uitgezonden via Ned.2 op

4 mei 22:55 u. (luister naar Uitzending

Gemist)

Mijn plan was ditmaal een compositie

onder uw aandacht te

brengen, waarvan de inkt nog

maar net droog was, namelijk The

peacemakers van Karl Jenkins, een

componist, die we al eerder in

deze serie tegenkwamen. Dit

houdt u tegoed, want het stuk,

dat op de avond van de Nationale

Dodenherdenking via Nederland

2 heet van de naald werd uitgezonden

is zo indrukwekkend, dat

het, als u het toen niet gehoord

hebt, hier nu eerder een plek verdient.

Roger Rathgeb is een ‘muzikant’ die

pas op zijn 35ste noten leerde lezen,

maar natuurlijk had hij als echte Sinto

de muzikaliteit in z'n bloed zitten. Zijn

familie overleefde de oorlog, omdat ze

in Zwitserland woonden, maar een

bezoek aan Auschwitz-Birkenau bracht

hem ertoe een compositie te maken

voor alle slachtoffers van dit kamp. De

moord op minstens 500.000 zigeuners

in Europa wordt wel ‘De vergeten

Holocaust’ genoemd. Het transport van

245 Nederlandse Sinti en Roma vanuit

Westerbork (er waren er 600 opgepakt,

maar de Duitse Gründlichkeit had vastgesteld,

dat zij niet allen tot deze bevolkingsgroep

hoorden) vond plaats op

16 mei 1944, een datum die in

Roma/Sinti-kringen meer wordt herdacht

dan 4 mei. Zij gingen praktisch

allemaal naar Birkenau, waar ze in een

apart met prikkeldraad omringd

8

Roger Moreno Rathgeb

(geb. 1956) Requiem voor Auschwitz

Roger Moreno Rathgeb

Zigeunerlager zaten en werden in de

nacht van 2-3 augustus 1944 vergast

om plaats te maken voor een nieuwe

groep zigeuners uit Polen. Bij deze

gelegenheid speelde een Sintokapel

van 4 uur ’s ochtends tot middernacht,

een voorbeeld van Duitse ‘humor’.

Roger Rathgeb is geboren in 1956 in

Zürich, een muzikaal autodidact zoals

veel zigeuner-musici die vaak geen

noten kunnen lezen en geen muziektheoretisch

onderwijs hebben genoten.

Pas op latere leeftijd leert hij zichzelf

noten lezen en compositieleer. Zijn

muzikale loopbaan begint in 1971 als

troubadour (zang en gitaar) in de popmuziek,

hij is een fan van de Beatles

en Rock’n Roll, begint zijn eigen songs

te schrijven, waaronder in 1974 Krieg

dem Krieg!. Na zijn solo-jaren wordt

hij lid van diverse opeenvolgende

groepen en orkesten zoals Les

Bohemiens die zigeunermuziek uit

Hongarije, Roemenië en Rusland brengen

en die vooral bekend werden in

Zwitserland. Van 1980-1986 is hij lid

van het zigeunerorkest van Nelly

Barily, speelt daar gitaar en accordeon,

en van het zigeunerorkest Tucsi. Hij

werkt mee aan de cd ‘De lange reis:

2000 jaar geschiedenis en cultuur van

de Sinti en Roma’. Hij leert zichzelf

ook vioolspelen en komt bij het Gipsy

String Quartet, waarmee hij o.a. optrad

op het North Sea Jazz Festival.

Voorafgaand (en na afloop) van het

concert werd op Ned.1 ook nog een

documentaire uitgezonden waarin meer

werd verteld over het lot van de Roma

en Sinti onder het nazibewind. Daar

maakten we ook kennis met Zoni

Weiss, die op 7-jarige leeftijd ontsnapte

aan een transport naar Westerbork,

samen met een tante. Zijn ouders en

zusjes en broertje kwamen wel in

Auschwitz terecht en werden daar

merendeels vergast. Zoni’s vader wordt

arbeitsfähig verklaard en naar

Buchenwald (Mittelwald Dora, een

ondergrondse wapenfabriek) gestuurd.

Van de documentaire van Zoni en

Roger in Auschwitz vond ik het meest

ontroerende moment, dat zij samen bij

een achterafgelegen vijver zijn, waar

toentertijd de as van de gecremeerde

lichamen werd gedumpt. Roger speelt

accordeon: Dona eis requiem! Maar

tevens was dit een heel vredige plek.

Maar nu naar het Requiem voor

Auschwitz, zoals dat op 3 mei in première

ging. Hierbij werd de muziek

afgewisseld met door bekende acteurs

voorgedragen citaten uit dagboeken,

brieven en een levensverhaal van gedeporteerde

Joden en andere gevangenen

zoals verzetsstrijders. Ik put daarbij uit

de uitgebreide toelichting die Rathgeb

zelf op internet geeft. Heel belangrijk

is het telkens terugkerende thema dat

in diverse vormen, soms verstopt of

door een enkel instrument vertolkt, al

direct in het begin wordt ingezet.

Rathgeb zegt daarover: het is als de

geschiedenis van discriminatie en vervolging

van de Sinti en Roma, soms

waren we bijna weg, maar we kwamen

altijd terug en overleefden. Ook klinkt

de zogenaamde ‘zigeunertoonladder’:

een toonladder waarin tweemaal een

interval van anderhalve toonafstand

voorkomt, meestal tussen de 3e en 4e

en de 6e en 7e toon. Tussen 1 en 2 is


de afstand een hele toon, tussen de

andere tonen een halve. Dit is ook wel

de Balkantoonladder genoemd. Dat

ziet er dus bijv. zó uit: g-a-bes-cis-d-esfis-g.

Het is een mineurtoonladder.

Preludium is een instrumentale opening,

het begint met belslagen en het

orgel zet het thema in, houtblazers en

hoge strijkers komen erbij en geeft al

een scala aan droeve emoties, uitmondend

in een noodkreet, door het orgel

weer geruststellend beantwoord, waarna

de strijkers als het ware overgaan

tot gebed en inkeer. Een tweede thema

(diepe strijkers en hoorns) zet in, droef

en moedeloos en als de thema’s samenvloeien

eindigt het weer in de hulpkreet

van het eerste deel. In dit preludium

wordt a.h.w. al het hele werk

samengevat.

Requiem en Kyrie: fluit, klarinet en

fagot roepen (als een soort herdersfluit)

op tot gebed van de levenden voor de

doden. Alt en orgel zetten het Requiem

aeternam dona eis et lux perpetua

luceat eis in. Dan volgen alt, bariton en

mannenkoor: Exaudi orationem meam

ad de omnis caro meniet (verhoor mijn

gebed, alle vlees komt uit U voort) het

hele koor voegt zich erbij in wisselzang

en het wordt meer een eis dan een

verzoek: Kyrie eleison, (Heer ontferm

U). Levenden en doden komen samen

in een kreet om rust en ontferming.

Rahtgeb schrijft: hoeveel kreten krijsten

door de gebouwen, barakken,

Auschwitz

hoeken en gaten van Auschwitz, ontelbare

kreten van pijn en wanhoop.

Talloze kreten om genade en verlossing…

Hoeveel kreten werden niet verhoord?

Hoeveel werden niet beantwoord?...

Dies irae, dies illa: dag van toorn en

dag van aanklacht.(*) Het begint met

koor, koperblazers en paukenroffel,

klinkt als een aanklacht, woede en

weerstand van de slachtoffers, het

grommen van de Heer.

Tuba misum wordt muzikaal als een

lyrisch gebed vormgegeven, om de

zondaars voor de rechter te roepen. De

alt zingt dan: Quid sum miser tunc disturus?

Quem patronum rogatorum,

cum vix justus sit securus? (Wat moet

ik arme nog zeggen? Welke bemiddelaar

zou ik moeten aanroepen, nu zelfs

de Gerechte beeft?) Het koor zingt:

Rex tremendus (de Koning siddert).

Recordare Jesu pie is een gebed aan de

Heer om niet te hoeven bezwijken, de

pijnen en ontberingen te kunnen dragen

en in het confutatis maledictis

smeekt en klaagt het koor en is er een

reprise van de opening. In het

Lacrimosa dies illa wordt gebeden dat

de wereld zich vol berouw voor de

rechter zal buigen en dat de Heer de

zondaren zal vergeven en de wereld

zalige rust schenken. Dan volgt

‘Amen’: danken de arme zielen voor

het ellendige stuk dagelijks brood?

Voor het overleven van weer een pijn-

lijke dag? Voor het naderen van de

uiteindelijke verlossing uit de ontberingen?

Machteloosheid, hulpeloosheid,

nederigheid, maar ook twijfels aan de

wereld en aan God. De uitzichtloosheid,

woede en wraakgevoelens, maar

ook miljoenen gebeden.

Domine Jesu: het verzoek van de levenden

om het eeuwige leven voor de

overledenen en de smeekbede om

bescherming tegen de afgrond van de

hel. Orgel, houtblazers. En de bariton

zingt het Domine Jesu, het koor antwoordt

met Rex gloriae, de alt bidt om

de bevrijding der zielen, het koor weer:

Rex gloriae de sopraan smeekt de

heilige Michael om de zielen naar het

eeuwig licht te brengen en het koor

weer: Rex gloriae. De bas refereert aan

al die doden, die dagelijks door de

kaken van de leeuw verslonden worden:

uithongering, uitputting, marteling,

doodslag, executies, ophanging,

vergassing en verbranding.

Rathgeb: er was geen bescherming, de

moordenaars konden hun gang gaan,

alleen de dood bracht verlossing. Dus

moeten wij vandaag voor de slachtoffers

van Auschwitz bidden.

Sanctus en benedictus de heiligroeping

van de Heer en daarna het plechtig

schrijden van de Heer. Het klinkt

opgewekt, bijna blijmoedig, want (zegt

Rathgeb) zelfs in Auschwitz waren

momenten van opluchting en hoop, als

Vervolg op pagina 10

9


10

Duiven

Carol de Jong van Lier

De trekvogels zijn langzamerhand

weer in ons land teruggekeerd. Zij

hebben hun oude nesten betrokken

of nieuwe nesten gebouwd en na

een langere of kortere echtelijke

liaison zijn de eitjes uitgebroed en

vliegen de jongen uit. In dit hele

proces komt vaak een fase voor

waarin mannetjes vrouwtjes het

hof maken.

Ik heb mij dit jaar eens als een goede

voyeur gedragen en heb gezien hoe tijdens

dit proces vaak meer mannetjes

tegelijk de effecten van hun hormonen

niet kunnen beheersen en met elkaar

gaan vechten om een vrouwtje (dat vaak

zelf een zekere voorkeur voor één van

hen heeft). Hier zijn dus twee mannetjes

die aanspraak maken op het ‘bezit’ van

hetzelfde project en hier is het conflict

geboren. Het conflict in de meest primitieve

vorm.

In de mensenmaatschappij komt dit

soort situaties ook vaak voor. Velen van

ons kunnen er over meepraten. Met dien

verstande slechts dat het in de mensenmaatschappij

niet gebruikelijk is te gaan

vechten om een vrouw. (In de Griekse

mythologie evenwel zijn vergelijkbare

processen niet ongewoon). Maar het

‘bezit’ van rijkdommen, landbouwgrond

en andere voor het bestaan aangename

of noodzakelijke objecten leidt er wel

toe. D.w.z. wanneer het beschavingspeil

het toelaat. (Vergelijk de toestand in

Israël c.q. Palestina of de z.g. politionele

acties van ons land in het voormalig

Nederlands-Indië). In onze cultuur is

deze beschaving reeds zodanig ontwikkeld

dat, behalve in sommige louche

Amsterdamse grondtransacties tussen

welopgevoede mensen, het mes als argument

thuis wordt gelaten. Tussen groepen

mensen (Syrië!) leeft dit taboe veel

minder, tussen soevereine staten in het

geheel niet. Hier staan wij dus nog zeer

dicht bij de duiven. Dit zo zijnde is het

actievoeren tegen ABC-wapens of ander

geweldmateriaal slechts symptoombestrijding,

hoe oprecht de pogingen ook

zijn. Een fundamenteler aanpak lijkt mij

meer (of: ook) gewenst. En die moet zich

afspelen tijdens de opvoeding van

kinderen, in het gezin, op school, in de

jeugdverenigingen. Men is dan fundamenteler

bezig. Ligt hier een taak voor de

NVMP? En, in het bevestigende geval,

hoe?

Vervolg van pagina 9

men soms eens niet geslagen was,

weer een dag had overleefd, als men

op z’n strozak z’n pijnlijke ledematen

kon uitstrekken. Agnus Dei: Jezus

Christus, de zuivere, het Lam Gods

werd geofferd voor de zonden der

mensen. Na een pizzicato-inleiding van

de diepe strijkers wordt het thema

overgenomen door de houtblazers en

vrouwenstemmen. De mannen antwoorden

met Domine Jesu en dan

zingt het hele koor Domine quia pius

est (Heer, Gij zijt goed).

Libera me Domine de morte aeterna.

In dit slotdeel komen alle thema’s nog

eens voorbij. Het is dubbelzinnig: een

gebed zowel als een aanklacht. Het

begint met een paukenroffel en dan een

gillende kreet van het koor: Libera me,

een chaos van kleine septiemen en

door de opstijgende toonladder in het

orkest lost deze op. Er volgt een

reprise van de Dies irae. Dan volgt een

lyrisch tussenspel: sopraan, tenor, bas

zingen: Requiem aeterna, dan volgt

weer de paukenroffel etc. en de eindkreet

Libera me van koor en solisten.

Als slot klinkt het strijkersthema uit het

‘Praeludium’, klinkt ‘Amen’ en klinken

weer acht belslagen.

Rathgeb kiest voor de Latijnse

requiemmis, hoewel hij niet gelovig is,

omdat daarin als enige alle emoties

rond dood en lijden zijn verwoord,

zoals hij zelf zegt. Het is dus niet een

aanklacht tegen God (die het ‘heeft

laten gebeuren’) maar een aanklacht

tegen degenen die de misdaden begin-

gen, maar vooral een mee-lijden met

de slachtoffers en de Christus kan hen

niet redden, maar gaat schuldeloos mee

in het lijden en de dood en opent

daarmee ook de weg naar rust en vrede

van de gestorvenen en vergeving van

de daders. En wij, overlevenden,

moeten altijd blijven bidden voor de

slachtoffers. Zo zegt Rathgeb het.

Het werk is geschreven voor solisten,

koor, orgel en orkest. De eerste uitvoering

in de Amsterdamse Nieuwe

kerk door het Orchester der Philharmonische

Verein der Sinti und Roma

uit Franfurt am Main (80 professionele

Sinti-en Roma-musici) o.l.v. Riccardo

M.Sahiti (Rom) was zeer indrukwekkend.

Het is prachtige, toegankelijke

en aangrijpende muziek. Rathgeb

zei na afloop: “dat ik dit allemaal

geschreven heb…” Na zijn eerste

bezoek aan Auschwitz had hij tot dit

werk besloten, maar na zijn tweede

bezoek was hij langdurig geblokkeerd.

Het International Gipsy Festival moedigde

hem aan het tenslotte af te

maken.

Ik hoop, dat er gauw een opname

beschikbaar komt. Het werk gaat nu

uitgevoerd worden in Frankfurt, Praag,

Boedapest, Boekarest en ander steden.

Dat hier de première plaatsvond was

dus wel een gebeurtenis van de eerste

orde. *

* Hoewel het Dies irae als dodensequens in de

reglementaire liturgie van de dodenmis niet meer

gebruikt wordt beslist Rathgeb om het toch en

wel in z’n geheel te gebruiken. Voor de volledige

Latijnse tekst verwijs ik u bijv. naar Wikipedia.


Column

Leon Wecke

Onlangs werd mij gevraagd om in het kader van een literair

zomernachtcafé een tekst voor te dragen die mij heilig is. Misschien

dat de organisatie in zijn eigen heilige onnozelheid dat woord

‘heilig’ gebruikt had. Er zijn nogal wat betekenissen, uiteenlopend

van ‘goddelijk’,‘zonder zonde’ tot ‘verheven’ en ‘in de hemel verheerlijkt

en op aarde vereerd’. Ik heb het maar verstaan in de zin

van ‘dierbaar’. Ik koos voor de laatste pagina van ImWesten Nichts

Neues. Het bekende boek over de loopgravenoorlog in de Eerste

Wereldoorlog. Het boek werd door de nazi’s verboden en aan de

auteur werd het Duitse staatsburgerschap ontnomen. Daar de

schrijver, Erich Maria Remarque in Zwitserland of de Verenigde

Staten verbleef, kon hij niet berecht worden. Later, in 1943, hebben

de nazi’s wel zijn zuster Elfriede onthoofd, met als argumentatie dat

zij niet alleen het vaderland in gevaar bracht maar ook de zuster

was van de broer, die men helaas niet te pakken kon krijgen.

ImWesten Nichts Neues, dat in 1929 voor het eerst als boek

verscheen en later in 45 talen gepubliceerd werd, heeft als motto:

‘Dit boek wil noch een aanklacht noch een bekentenis zijn, het wil

alleen een poging wagen, verslag uit te brengen over een generatie

die door de oorlog werd vernield, ook wanneer het haar was

gelukt aan de granaten te ontkomen’. Het boek verhaalt van de

gruwelen op het slagveld: de in hun darmen verstrikte paarden en

de gewonde soldaat die nog poogt op de stompjes, van waar eens

zijn armen zaten, naar een veilig heenkomen te kruipen.Voor de

vele honderdduizenden was in die tijd bij terugkomst geen geestelijke

verzorging geregeld. Het Post Traumatisch Stress Syndroom

moest nog worden uitgevonden.‘Frontkolder’ en eventuele ontoerekeningsvatbaarheid

moesten in dezen voldoen. De selectie

voor soldaat werd van steeds minder belang. De Duitse militaire

keuring was al snel geen hindernis voor het deel uitmaken van het

noodzakelijk geachte kanonnenvlees. In het boek komt de anekdote

van een kandidaat-militair met een houten been voor, die

door de keuringsarts, zonder op te kijken, wordt goedgekeurd. De

goedgekeurde jongeman zegt tegen de arts:“een houten been heb

ik al, maar als ze aan het front mijn kop eraf schieten, laat ik een

houten kop maken en word ik officier van gezondheid.”

Nu is, of beter lijkt, alles beter: de zorg voor de militairen, voor

de veteranen lijkt in orde. En ook de kans op een grote ouderwetse

oorlog is zeer onwaarschijnlijk. De wederzijdse afhankelijkheid

van staten, belichaamd in tal van organisaties, verdragen en

afspraken maakt een oorlog tussen staten een oorlog tegen jezelf.

Oorlog in de zin van grootschalig medemensen doodmaken is

daarmee overigens niet van de baan.Talrijke intrastatelijke oorlogen

leiden nog steeds tot bloedbaden, zowel onder burgers als onder

militairen. Het zijn ook oorlogen die buiten de nationale grenzen

kunnen treden. Maar vooralsnog is de grote interstatelijke oorlog,

laat staan wereldoorlog, nogal onwaarschijnlijk. De oorlog van de

toekomst, zal vooral uit een bepaalde militaire actie bestaan, al dan

niet door de Verenigde Naties gelegaliseerd. Van de kant van de

meest ‘ontwikkelde’ landen zal het vooral gaan om een robotisering

van de strijd, waarbij geldt dat in bepaalde gevallen er natuurlijk

wel boots on the ground moeten zijn. Drones, onbemande vliegtuigjes,

zullen de tegenstander belagen en slechts gewonden en

doden bij de tegenstander bewerkstelligen. De drone-piloot, ver

weg achter zijn joystick in een ander werelddeel, zal na de dienst

huiswaarts keren en met, vrouw en/of man en kinderen nog even

de boodschappen kunnen doen. In heel zeldzame gevallen zal hij of

zij in ernstige gewetensnood komen te verkeren als men te veel

Im Westen

Nichts Neues

geneigd zou zijn om na te denken over deze vorm van veelal

buitenrechtelijke executies. Een Amerikaanse lijst met voor moord

genomineerden wordt netjes afgewerkt op 11.000 kilometer van

Kabul. Als we onder ‘westelijk front’ die gebieden verstaan waar

het Westen nog steeds militair doende is, dan is dezer dagen heel

wat nieuws te melden, zoals over de schaduwoorlogen in

Afghanistan, Irak, Pakistan, Jemen en Somalië. De mogelijkheden

voor een drones-oorlog worden verder uitgebreid en een vijftigtal

landen beschikt al over deze apparaten. De VS hebben al meer dan

7.000 exemplaren en er worden heel wat meer piloten voor de

joystick opgeleid dan voor het ouderwetse bemande gevechtsvliegtuig.

Deze illegale oorlog, veroordeeld door de VN en door internationale

juristen, bestaat uit acties die strijdig zijn met het oorlogsrecht

en waarvan de legaliteit ook door oud-officieren en oudwerknemers

van de CIA ontkend wordt. Indertijd werden droneaanvallen

van Israël op de Palestijnen door de VS als oorlogsmisdaad

veroordeeld, maar na 9/11 tekende Bush voor de bevoegdheid

van de CIA om terroristen en zij die met hen verbonden zijn,

zonder vorm van proces uit de weg te ruimen. Inmiddels heeft de

winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, ene Obama, de droneaanvallen

vertienvoudigd. De president van het land met het grootste

militair industrieel bureaucratisch complex ter wereld kan

misschien niet anders. Net zoals hij voorstander van het verdwijnen

van het atoomwapen zegt te zijn en tegelijk zijn eigen nucleaire

wapens verder verfijnt. Oorlog in de zin van veel militaire en

burgerslachtoffers is nog steeds aanwezig. En ook een deels vernielde

generatie jonge mensen, die soms meerder malen zelf aan

het ‘legale’ doodmaken hebben meegedaan. De huidige Amerikaanse

veteranengeneratie telt 6500 zelfmoorden per jaar. Ook dat is

nieuws van het ‘westelijk front’. In de VS zijn naast die 6500 zelfmoorden

nog eens honderdduizenden veteranen dakloos. Elke

tachtig minuten pleegt een Amerikaanse veteraan uit Irak en/of

Afghanistan zelfmoord. Er sterven 25 keer meer soldaten door

zelfmoord dan op het slagveld. Behalve zelfmoorden gelden nog

andere negatieve effecten: veel veteranen raken ook op het verkeerde

pad en plegen misdaden en/of zijn verslaafd aan drugs en

alcohol. Daarbij laten we de ellende voor de familie, vrouw/man en

kinderen, ouders etc. nog maar buiten beschouwing. Maar er is wel

goed nieuws voor het thuisfront van de Nederlandse veteranen:

minister Hillen gaat bekijken of het mogelijk is het aantal zelfmoorden

bij oud-militairen in kaart te brengen.

11


De reeks ‘Erflaters van deVredesbeweging’

beschrijft een reeks

persoonlijkheden die hebben

bijgedragen tot de vredesbeweging.

In de loop der jaren hebben

veel mensen zich ingespannen

om aan het intentioneel doden of

op andere manieren uitschakelen

van mensen in een oorlog, een

einde te maken.Veelal ging het

om idealisten, soms om mensen

die met praktische voorstellen

kwamen. In de verschillende bijdragen

wordt getracht na te gaan

hoe ze dit deden, waarin ze lukten

of mislukten en waarom dit

zo gebeurde. Een actuele persoonlijkheid

is Avram Noam

Chomsky, Amerikaans taalkundige,

filosoof, politiek activist en

anarchistisch denker.

Familie en jeugdjaren

Chomsky werd geboren als zoon van

Elsie Simonofsky en William (Zev)

Chomsky, beiden van Joodse komaf.

Zijn vader William Chomsky vluchtte

in 1913 uit Rusland voor de dienstplicht

in het leger van de tsaar. In de

VS ging hij studeren aan de Johns

Hopkins Universiteit in Baltimore

waarbij hij met lesgeven in zijn levensonderhoud

voorzag. Later werd hij faculteitsvoorzitter

in een hogeschool

voor lerarenopleiding. Daarnaast

schreef hij taalkundige verhandelingen

over het Hebreeuws. Moeder Elsie

Chomsky-Simonofsky was lerares

Hebreeuws en kon zich intellectueel

zeker meten met haar man. Hoewel zij

een gereserveerde persoonlijkheid had,

was het juist zij die Noam inleidde in

de linkse politiek en het zionisme.

De jonge Noam groeide op ten tijde

van de Grote Depressie in een omgeving

van immigranten, onder wie veel

Duitsers en Ieren met antisemitische en

pro-nazi sympathieën. In deze omgeving

bleek zijn politieke interesse al

vroeg: in 1939, op tienjarige leeftijd,

publiceerde hij zijn eerste politieke

teksten in de schoolkrant o.a. over de

12

Avram Noam Chomsky (1928 - )

Nico Vroenhof

Avram Noam Chomsky

val van Barcelona in de Spaanse

Burgeroorlog, de Anschluss en de

annexatie van Tsjecho-Slowakije door

nazi-Duitsland. De Spaanse burgeroorlog

bleef hem jarenlang fascineren. Hij

had een voorkeur voor realistische literatuur

(o.a. Dostojewski, Tolstoj en

Zola). Daarnaast las hij de Bijbel in het

Hebreeuws. Toen hij twaalf was las hij

het manuscript van zijn vaders boek

over de middeleeuwse grammaticus

David Kimhi (David Kimhi's Hebrew

Grammar). Zijn vaders werk wekte

zijn interesse in taal en grammatica.

Eveneens op zijn twaalfde ging

Chomsky naar de middelbare school,

de Central High School. Dit bleek een

schokkende ervaring. De prestatie- en

competitiegerichte sfeer stuitte hem zo

tegen de borst dat hij later sprak van

indoctrinatie: de school was gericht op

het blokkeren van creatieve impulsen

in de leerlingen en het aanleren van

hiërarchie. Hij had vrienden op school,

maar ging vooral zijn eigen weg. Een

nieuwe schok kwam toen in 1945 de

Amerikaanse atoombommen op

Hiroshima en Nagasaki vielen. In

tegenstelling tot de jongeren met wie

hij op zomerkamp was, kon de 16jarige

Chomsky het niet opbrengen om

te juichen over zoveel dood en verderf.

In 1949 trouwde hij met Carol Schatz

en later kregen ze drie kinderen.

Bijdragen aan de taalwetenschap

Chomsky begon in 1945 aan zijn studies

in filosofie, taalkunde en wiskunde

aan de universiteit van Pennsylvania.

Hij behaalde in 1955 zijn PhD,

waarvoor hij het meeste onderzoek de

voorafgaande vier jaren aan de

Harvard Universiteit verrichtte. In zijn

dissertatie ontwikkelde hij enkele linguïstische

ideeën en vatte die samen in

zijn boek uit 1957 Syntactic Structures.

Dit is zijn beroemdste werk in de

taalkunde en was lange tijd een bijbel

voor de Chomskyaanse linguïsten.

Chomsky geldt als de invloedrijkste

taalwetenschapper van de 20ste eeuw.

Kern van zijn taalkunde is, dat een

taalvermogen is aangeboren bij alle

mensen. Bij de geboorte is de menselijke

geest dus geen onbeschreven blad.

Deze universele eigenschap verklaart

de overeenkomsten tussen de menselijke

talen. In Chomsky's visie is

taalkunde een natuurwetenschap, niet

een sociale of toegepaste wetenschap:

het is een onderdeel van de biologie.

Het heeft als doel te verklaren hoe het

taalvermogen in de menselijke geest

werkt, niet hoe het tot uiting komt.

Chomsky's taalkunde is rationalistisch

en cartesiaans. Volgens Wikipedia is

cartesiaans materialisme het idee dat

op een bepaalde plek of plekken in de

hersenen een verzameling informatie

bestaat die direct correspondeert met

onze bewuste ervaring. (Dit cartesiaans

materialisme is geen visie van of

geformuleerd door René Descartes,

maar verwijst naar een soort dualisme

dat door Descartes geopperd werd). De

mens bezit karakteristieke eigenschappen

die intrinsiek zijn, juist zoals ieder

wezen intrinsieke eigenschappen heeft.

Het zit in de menselijke natuur. Wij

weten er nog weinig over buiten in

enkele domeinen. Wij weten vrij goed

hoe het spijsverteringsstelsel – dat deel

van de menselijke natuur – zich ontwikkelt.

Wij weten iets over het visueel

systeem. Maar het cognitieve systeem

is complexer en moeilijk te onderzoeken.

Wij weten er minder van. Taal

is een component van de het menselijk

cognitief systeem die goed bereikbaar

is voor onderzoek. Alle mensen delen

de zogenaamde ‘universele grammatica’,

hetgeen de overeenkomsten tussen

verschillende talen verklaart. Deze zijn

veel groter, meent Chomsky, dan men

op het eerste gezicht zou zeggen. Een

bewijs ziet hij in de verbluffende snelheid

waarmee kinderen talen leren.


Alle kinderen over de hele wereld doen

dit op een gelijkaardige wijze. Daarbij

maken alle kinderen bepaalde kenmerkende

fouten bij het leren van hun

moedertaal terwijl tegelijk andere fouten

die voor de hand lijken te liggen,

praktisch niet voorkomen.

Politieke opvattingen

Na zijn promotie doceerde Chomsky

aan het MIT (Massachusetts Institute

of Technology). Hij raakte meer en

meer betrokken bij politiek, waarbij hij

kritiek uitte op de Amerikaanse oorlog

in Vietnam. In 1969 publiceerde hij

American Power and the New

Mandarins, een essay over dit onderwerp.

Dat essay was zonder twijfel één

van de meest belangrijke geschriften

die uit de Vietnam-oorlog voortvloeiden.

Het verscheen op een moment dat

de Amerikaanse aanval op Vietnam een

hoogtepunt bereikte – in 1966 waren

200.000 soldaten onderweg naar

Vietnam en de bombardementen op

Noord- en Zuid-Vietnam vernietigden

dorpen en ruïneerden het land, gebruikmakend

van de meest dodelijke

wapens tot nog toe ontworpen voor

luchtoorlogen. Men kan zich de vraag

stellen waarom hij, in plaats van tevreden

te zijn met zijn prestigieuze reputatie

aan de universiteit, zoveel energie

besteedde aan de oorlog in Vietnam.

Een verklaring voor zijn inzet ligt

zeker in zijn vroege ervaringen. Noam

Chomsky groeide op in Philadelphia in

de jaren van de Depressie. Als zoon

van immigranten herinnerde hij zich

dat hij als kleine jongen “de politie

vrouwelijke stakers in elkaar zag slaan

buiten een textielfabriek.” Hij beschouwde

de Vietnam-oorlog en de

acties tegen het Sandinistische bewind

in Nicaragua als terrorisme. Hij redeneerde

dat met de standaarden die de

VS hanteren, landen als Nicaragua en

Joegoslavië het recht hebben de

Verenigde Staten te bombarderen.

Na de aanslagen op 11 september 2001

nam de interesse voor Chomsky's werk

weer toe. Naar aanleiding van de aanslagen

schreef hij 9/11 en later

Hegemony or Survival, in het Nederlands

vertaald als De Arrogantie van

de Macht. In beide boeken spreekt hij

zich kritisch uit over de politiek van de

VS. Hij neemt duidelijk stelling tegen

de Amerikaanse inmengingspolitiek in

Cuba, Haïti, Oost-Timor, Nicaragua,

het Arabisch-Israëlisch conflict, de oor-

log rond Kosovo en de Golfoorlog

(2003). Sinds de aanslagen van 11 september

2001 heeft Chomsky zijn

taalkundige werk voor een groot deel

(maar niet geheel) aan de kant gezet

om tijd de hebben om politiek commentaar

te geven. Chomsky beschrijft

zichzelf als iemand die “meelift op de

traditie van het anarchisme”. Hij meent

dat alle autoriteit en hiërarchie op

rechtmatigheid moet worden onderzocht

en zo nodig bestreden. In zijn

anarchisme is Chomsky pragmatisch;

hij geeft de voorkeur aan staatscontrole

over volledige vrijheid voor bedrijven.

Ook is hij, met enige reserve, voor-

stander van parlementaire democratie.

Chomsky merkt op dat zijn wetenschappelijke

werk en zijn politieke opvattingen

verwant zijn. Beide zijn

gekoppeld aan zijn cartesisch-humanistische

mensbeeld. Het gaat uit van het

gegeven dat de mens behept is met

unieke mogelijkheden en keuzevrijheden.

De politieke stromingen waar

Chomsky zich het meeste bij thuis

voelt zijn een libertarisch socialisme en

anarchosyndicalisme. Hij noemt zich

socialist, maar voelt tegelijk verwantschap

met het klassieke liberalisme.

Het idee van de homo economicus stuit

hem tegen de borst. Uit de werken van

Smith en Humboldt destilleert hij een

fundamentele kritiek op het kapitalisme.

Ideologie en de rol van

intellectuelen

Wegens zijn radicale opvattingen is

Chomsky in de Verenigde Staten een

controversieel figuur. Bij zijn politieke

analyses gebruikt hij openbare, officiële

bronnen. Vaak zijn dit (uitgelekte)

rapporten uit de Amerikaanse politiek

en ambtenarij. Hij roemt de Amerikaanse

open samenleving die hem deze

bronnen ter beschikking stelt, maar

maakt zich tegelijk zorgen over wat hij

‘het probleem van Orwell’ noemt: hoe

komt het dat we zo weinig weten, terwijl

er zoveel informatie beschikbaar

is? In 1921 zegde de bekende Amerikaanse

journalist Walter Lippmann dat

de aard van de democratie een manufacture

of consent nodig heeft. Deze

uitspraak is een Orwelliaans eufemisme

voor gedachtecontrole. Het idee is,

dat in een land als de VS waar de

regering de massa niet kan controleren

door geweld, dit toch gebeurt op een

andere manier. Dit is doeltreffender

dan men zou vermoeden. In diverse

geschriften analyseert hij de rol van de

intelligentsia in de westerse maatschappijen

waarbij hij een gebrek aan

kritische reflectie ziet. Intellectuelen

vormen volgens Chomsky een

‘seculiere priesterkaste’: journalisten,

academici, ‘deskundigen’ (so-called

‘experts’) etc. verdedigen de kapitalistische

ideologie en vervullen dezelfde

rol als priesters in oudere maatschappijen.

Chomsky definieert ideologie als

de morele rechtvaardiging voor de

daden van de heersende klasse. Dit

contrasteert met de taak van de intellectueel

zoals Chomsky die ziet.

Intellectuelen zijn vrijgesteld van

lichamelijke arbeid en hebben op kosten

van de samenleving een opleiding

genoten. Zij dienen de samenleving en

de politiek kritisch en rationeel te ana-

Vervolg op pagina 18

13


Vervolg van pagina 17

lyseren in plaats van ze te legitimeren.

Hierbij moet men beginnen met de

eigen overheid, omdat men daar directe

verantwoordelijkheid voor draagt en

er de meeste invloed op heeft.

Chomsky's politieke geschriften richten

zich op intellectuelen en activisten, niet

op machthebbers, omdat deze laatste in

het machtssysteem opgesloten zitten:

ze zijn niet moreel incapabel, maar

moreel handelen betekent voor hen een

verlies aan invloed. In een van zijn

essays ‘De Verantwoordelijkheid van

Intellectuelen’, dat in juni 1966 als lezing

aan Harvard begon en in februari

1967 in de New York Review of Books

verscheen, zegt hij: “We kunnen nauwelijks

de vraag ontwijken tot op welke

hoogte het Amerikaanse volk verantwoordelijk

is voor de barbaarse

Amerikaanse aanval op een grotendeels

hulpeloze rurale bevolking in

Vietnam…”. Het Amerikaanse volk

steunde toen de oorlog nog, maar de

pers begon te rapporteren over de vernietiging

veroorzaakt door de bombardementen,

en dat niet alleen in Noord-

Vietnam, de vijand, maar ook in Zuid-

Vietnam, dat de Verenigde Staten zogenaamd

beschermde. Chomsky’s essay

was een krachtige duw voor het bewustzijn

en het gevoel van verantwoordelijkheid

van de tot dan toe zwijgzame

toeschouwers. Volgens hem is

een kenmerk van de westerse ideologie,

de ontkenning van ideologische

keuzes. Als voorbeeld geldt juist het

debat in de Vietnam-oorlog tussen

‘haviken’ die dachten de oorlog te winnen

en ‘duiven’ die hem als bij voorbaat

verloren beschouwden. De mening

van Chomsky, en van een deel

van de vredesbeweging, dat de oorlog

moreel niet gerechtvaardigd was, werd

door de New York Times nooit gepubliceerd.

Daarentegen leek de hypocrisie

van de westerse retoriek over democratie,

vrijheid van het woord,

burgerrechten enz. wel eindeloos. Dit

is thans weer het geval met de omwentelingen

in Tunesië, Egypte, Libië en

Syrië. Hoe is in het Westen dergelijke

eenzijdigheid te verklaren? Een onophoudelijke

propagandacampagne is aan

de gang om mensen te overtuigen –

vooral jonge mensen – niet alleen hoe

ze zich zouden moeten voelen maar dat

het ook dat is wat ze echt voelen.

Tegelijk worden de solidariteit en de

zorg voor armen en onderdrukten

genegeerd.

14

Antisemitisme

Ondanks het feit dat hij zelf joods is en

in zijn jeugd actief was in verscheidene

links-zionistische organisaties, is

Chomsky meerdere malen beschuldigd

van antisemitisme. In 1979 nam hij het

met een aantal andere vooraanstaande

intellectuelen op voor Robert

Faurisson. Deze had een boek geschreven

dat de Holocaust ontkende, waarvoor

hij veroordeeld werd. Chomsky

en de zijnen meenden dat dat een inbreuk

op de vrijheid van meningsuiting

was, omdat de rechter zich hier mengde

in een wetenschappelijke discussie.

Het is de taak van andere wetenschappers

en niet van de rechter om ‘verzinsels

en absurditeiten’ als die van

Faurisson aan gort te schieten, zo stelde

Chomsky. Andere beschuldigingen

van antisemitisme kunnen in verband

worden gebracht met het feit dat

Chomsky zeer kritisch staat tegenover

de gedragingen van Israël. Maar niet

alleen Israël. In het Midden-Oosten

wordt elke dictatuur en pseudo-monarchie

gesteund door het Westen. De

CIA en MI6 financieren het islam-extremisme.

Het objectief is om nationalisme

en democratie onderuit te halen

of te verzwakken. De slachtoffers van

dit staatsterrorisme zijn grotendeels

moslims. De mensen die neergeschoten

worden in Bahrein, Egypte, Libië, met

westers wapentuig vervoegen de

kinderen die gedood werden in Gaza.

Overal gebeurt het om de democratie

te vernietigen.

Ter afsluiting

De connectie tussen zijn baanbrekende

werk in de linguïstiek en zijn politieke

overtuigingen ligt in zijn geloof dat er

een “fundamentele menselijke natuur

bestaat, gebaseerd op een instinct voor

vrijheid.”. Hij geldt als criticus van de

mondialisering, de media en het neoliberalisme.

Zijn basisgedachte is dat

een westerse elite het status quo – de

westerse economische suprematie – wil

bewaren en daarin wordt bijgestaan

door plaatselijke satrapen. De hoop op

change ziet Chomsky niet in de VS,

waar de plaatselijke president dat

woord nochtans vaak in de mond

neemt, maar in Latijns-Amerika, dat

onder leiding van, vooral, de gewezen

Braziliaanse president Lula een koers

onafhankelijk van Washington is gaan

varen. Zijn analyses vinden veel belangstelling

bij (radicaal-)links. Door-

dat hij zijn standpunten doorgaans op

degelijk onderzoek baseert, wordt hij

zowel door intellectuelen van links als

rechts gerespecteerd. Minder appreciatie

genieten de conclusies die hij trekt

en die volgens Amerikaanse rechtsconservatieve

critici in de buurt komen

van samenzweringstheorieën. De New

York Times noemde zijn politieke

analyses ooit ‘simplistisch’, maar ze

beschreven hem tegelijk als de belangrijkste

levende intellectueel. Geen van

Noam Chomsky’s politieke geschriften

is abstract of alleen maar theoretisch

academisch. Ze zijn altijd doordrongen

van de realiteit van sociale strijd. Zijn

argumenten zijn nauwkeurig gedocumenteerd,

bijna tot op het punt waarop

hij zijn lezers verdrinkt met informatie.

Men kan hem niet lezen zonder onder

de indruk te zijn van de breedte van

zijn belezenheid en zijn ongelofelijke

capaciteit voor het onthouden van

informatie. Hij kan dit daarbij met eloquentie

presenteren aan zijn publiek. In

een gezondere wereld zouden de niet

aflatende inspanningen van Chomsky

hem al lang de Nobelprijs voor de

Vrede hebben opgeleverd in plaats van

mensen zoals Henry Kissinger. En

toch. Op de duur is men verzadigd van

de kritiek op de “boze blanke man (de

VS) die hoogstaande idealen over

broederlijkheid en gelijkheid predikt

maar tegelijk erg perfide handelt”.

Maar dit is uiteraard geen eigenschap

van de blanke man alleen. Het volk

van de VS onderscheidt zich daarin

waarschijnlijk niet van andere volkeren

in andere continenten die haast zeker

hetzelfde zouden doen indien zij de

kans hadden. Het zijn universele handelwijzen.

Dit neemt niets weg van de

afschuwelijkheid van een oorlog. Hoe

de ideale wereld er zou moeten uitzien

komt bij Chomsky niet ter sprake. Er is

nood aan een organisatie die, gelijkaardig

aan een hypofyse in het menselijk

lichaam, instaat om de verschillende

evenwichten te coördineren. Hiervoor

is nog een lange weg te gaan.

*

Verantwoording

Er bestaat ontzettend veel literatuur van en

over Noam Chomsky. Hij heeft een eigen

website die regelmatig wordt bijgehouden.

Veel teksten zijn vertaald naar het Nederlands.

Actueel, interessant en vlot leesbaar

is zijn boek Hoop en vooruitzicht (Hope

and Prospects), 2010. Bij het schrijven zijn

hier vooral teksten gebruikt van Wikipedia.


Boekbespreking

Margreet Bakker

Lawrence S.Wittner is historicus

en hoogleraar aan de State

University of New York. Hij heeft

onderzoek gedaan naar de reden

waarom kernwapens sinds 1945

niet meer zijn gebruikt. Bij iedere

wapenwedloop komt er een

moment waarop een nieuw

wapen wordt gebruikt. Staten

hebben meestal veel geïnvesteerd

in nieuwe wapens en zullen ze

dus willen gebruiken voor

afschrikking en in de strijd.

De VS gebruikte de net ontwikkelde

atoombommen meteen na de eerste test

al in de oorlog tegen Japan. Daarna

kwam er een wapenwedloop tussen de

VS en de Sovjet-Unie, en daar achteraan

volgden Groot-Brittannië en

Frankrijk en later nog andere landen.

De kernwapens zijn later gelukkig niet

meer in oorlogen gebruikt, hoewel er

momenten in de geschiedenis waren

waarop de regeringsleiders dicht bij het

inzetten van kernwapens waren.

De schrijver vroeg zich af waarom

kernwapens niet werden gebruikt, zelfs

wanneer het leidde tot verliezen in de

strijd? Waarom hebben staten kernwapens

voor afschrikking, en staan die

wapens zelfs op scherp, maar houdt

men zich desondanks aan internationale

verdragen die het gebruiken van

kernwapens beperken? Meestal wordt

gewezen op de afschrikwekkende

gevolgen, met Japan als voorbeeld,

naast de rationele overwegingen van de

regeringsleiders. Wittner vindt dit niet

genoeg, waarom zouden de regeringen

zo terughoudend zijn. In zijn boek

zoekt hij de ‘ontbrekende factor’ die

deze terughoudendheid verklaart. Het

boek bevat een beschrijving van het

beleid van de verschillende regeringen

en hoe dit tot stand kwam, de reactie

van de regeringsleiders op opiniemakers

en de acties en reacties van de

Confronting the Bomb

Stanford University Press 2009. ISBN 978 0 8047 5632 7

Lawrence S. Wittner

vredesbewegingen in veel landen in de

wereld. Uiteraard is de meeste aandacht

voor de eerste en de grootste

kernwapenlanden, maar de latere kernwapenmachten

worden eveneens

beschreven.

Parallel hieraan worden de activiteiten

beschreven van de antikernwapenbeweging

in vele landen. Al vanaf het

begin van de twintigste eeuw realiseerden

wetenschappers zich de macht en

de kracht van de pas ontdekte radioactieve

materialen, die bij de juiste

toepassing zouden kunnen leiden tot

enorme explosies. De techniek om zo

ver te komen kon pas veel later worden

ontwikkeld.

Wittner beschrijft het boek van H.G.

Wells uit 1914, over een oorlog met

atoombommen: The world set free. In

dat boek was de atoomoorlog zo verwoestend,

dat de overlevenden uit

nood en om definitieve verwoesting

van de aarde te voorkomen een wereldregering

vormden. Dit leidde tot langdurige

vrede en economische vooruitgang.

In het boek zijn het niet de politieke

machten, maar verstandige burgers

die deze wereldgemeenschap

willen bouwen. Dit boek had invloed

op veel wetenschappers in de decennia

erna. Uit bezorgdheid probeerden in de

jaren dertig de wetenschappers de

Amerikaanse president en

andere leiders (in Europese

landen) te laten afzien van

de ontwikkeling van kernwapens.

Enkele wetenschappers

werkten ook aan

deze ontwikkeling, en

waren zich bewust van de

consequenties. Zelfs binnen

de legertop waren er twijfels,

zoals bij Dwight

Eisenhower.

Na de atoombommen op

Hiroshima en Nagasaki was

er al snel sprake van een

publieke beweging tegen

het gebruik van kernwapens,

die werd versterkt

toen er steeds meer bekend

werd over de gevolgen in

Japan. Ook in Japan zelf

was al vroeg sprake van een

anti-kernwapenbeweging.

De publieke opinie in vrijwel

alle landen (waar dit

Vervolg op pagina 20

15


Vervolg van pagina 19 Tegenstellingen regeren tijdens

kon worden gemeten) was al vroeg

tegen het opnieuw inzetten van kernwapens,

met meestal meer dan tweederde

van de stemmers tegen. Per tijdvak

en per land heeft de schrijver deze

bewegingen onderzocht, met nadruk op

de VS en Sovjet Unie als grootste spelers.

De kleinere kernwapenlanden en

de meestal West-Europese landen

komen ook aan bod in deze studie,

inclusief Nederland en België. Verder

wordt de invloed van een aantal grote

bewegingen beschreven, waaronder

IPPNW en PSR.

De conclusie van Wittners onderzoek

is dat de antikernwapenbeweging van

groot belang is gebleken bij de

terughoudendheid. De verschillende

regeringen konden niet anders dan

rekening houden met de publieke

opinie bij het defensiebeleid. Daardoor,

maar niet uitsluitend daardoor, is het

tot nu toe niet tot inzet van kernwapens

gekomen.

Van oudsher hebben landen zich altijd

verdedigd op militaire wijze, met

steeds meer en steeds geavanceerdere

wapens. De nucleaire wapenwedloop

past hierbij, evenals het afschrikkingsbeleid

met de kernwapens. Alleen verdragen

onderling werken stabiliserend

en kunnen de wedloop doen ombuigen.

De vredesbewegingen en de antikernwapenbewegingen

in bijzonder, zijn

van invloed geweest op de internationale

en nationale verdragen in dezen.

Dankzij de vredesbewegingen zijn de

intenties van veel landen (vooral in de

westerse wereld) veranderd, van

geweld naar elkaar naar samenwerking

en vrede. Deze ombuiging zit vooral in

de mentaliteit van mensen en de staten.

Volgens Wittner staan we op een keerpunt

in de geschiedenis. Het statensysteem

met oorlogsintenties moet nu

worden om gebogen naar een systeem

met internationale veiligheid. De vredesbewegingen

speelden hierbij een

belangrijke rol. In de – nabije – toekomst

moet dit weer kunnen.

Het boek sterkt me nog eens in de

gedachte, dat het zinvol is om door te

gaan met activiteiten binnen NVMP en

AVV. Ik heb vaak gedacht dat onze

stem niet gehoord wordt. Hoe gering

ook, er is dus wel sprake van invloed,

hopelijk ook op onze regeringen. En

zoals altijd: wie zwijgt stemt toe.

16

*

nucleaire onderhandelingen

Peter Paul Ekker en Katja van Hoorn

Alle kernwapenstaten streven uiteindelijk naar een kernwapenvrije

wereld, maar tegelijkertijd investeren alle kernwapenstaten het komende

decennium kapitalen in de modernisering van hun kernwapens. Dat

is één van de tegenstrijdigheden die IKV Pax Christi signaleerde tijdens

de NPT PrepCom, van 30 april tot 11 mei, in Wenen, waar zij met 12

man – waaronder acht studenten – aanwezig waren.

Tijdens de toetsingsconferentie in Wenen, waar bijna alle van de 111 lidstaten van

het non-proliferatieverdrag en honderden waarnemers vanuit het maatschappelijk

middenveld vertegenwoordigd waren, werd gesproken over de manier waarop het

verdrag moet worden geïnterpreteerd en nageleefd. Bij de vorige conferentie, in

2010, werd een ambitieus stappenplan aangenomen om tot wereldwijde nucleaire

ontwapening te komen. Dit jaar werd voor het eerst getoetst of dit stappenplan al

iets heeft opgeleverd.

Dat er nog een lange weg te gaan is om tot daadwerkelijke nucleaire ontwapening

te komen, blijkt uit de vele tegenstrijdigheden die wij signaleerden tijdens de conferentie.

Om je een indruk te geven, zetten we de belangrijkste op een rij:

10 tegenstellingen NPV-PrepCom in Wenen

Bijna alle landen willen uiteindelijk een algemeen

verbindend, alomvattend verdrag dat het

gebruik en bezit van kernwapens verbiedt om zo

een kernwapenvrije wereld te bereiken en te

handhaven.

Veel staten uiten harde taal over Irans gebrekkige

naleving van het verdrag.

Veel staten erkennen de catastrofale humanitaire

gevolgen van het gebruik van kernwapens.

Het non-proliferatieverdrag blijft de basis van het

internationale kernwapenbeheersingsregime.

Er wordt nauwelijks vooruitgang geboekt in

nucleaire ontwapening.

Het streven naar een massavernietigingswapenvrije-zone

in het Midden-Oosten is essentieel

voor het voortbestaan van het verdrag.

De kernwapenstaten streven uiteindelijk naar een

kernwapenvrije wereld.

Diplomaten staan open voor input van het

maatschappelijk middenveld, en zijn makkelijk

benaderbaar

De agenda voor deze bijeenkomst werd zonder

commentaar aangenomen, terwijl hier vijf jaar

geleden een week over werd vergaderd

Alle staten pleiten voor een stap-voor-stapbenadering.

Niemand wil het voortouw nemen om te beginnen

met onderhandelen, of zelfs maar te spreken

over hoe een onderhandelingsproces eruit zou

kunnen zien.

Iran uit harde taal over de Amerikaanse kernwapens

in Europa.

Veel staten weigeren de uitvloeiselen van internationaal

humanitair recht te erkennen als het

gaat om de legaliteit van kernwapens.

De belangrijkste bondgenoten van India,

Pakistan, Israël en Noord-Korea accepteren dat

deze landen wel kernwapens hebben maar geen

lid van het verdrag zijn.

Bondgenoten van kernwapenstaten zweren bij de

stap-voor-stapbenadering die nu al 40 jaar duurt.

Israël is geen lid van het non-proliferatieverdrag

maar heeft wel kernwapens.

Alle kernwapenstaten investeren het komende

decennium kapitalen in modernisering van hun

arsenalen.

Het is moeilijk meetbaar wat het effect van deze

diplomatieke openheid is en of de gegeven input

daadwerkelijk gebruikt wordt.

Het enige besluit wat daadwerkelijk wordt

genomen, is over de agenda: dus als staten willen

dwarsliggen dan doen ze dat op dit punt.

Geen van de kernwapenstaten zet ook daadwerkelijk

een stap vooruit.

Voor meer informatie over de dagelijkse gang van zaken tijdens deze conferentie en

de tien krantjes die zijn uitgegeven met verslaglegging, zie:

www.reachingcriticalwill.org.


Clemens Raming

Vredesbeweging en politiek

Het is een waarlijk somber beeld

dat de prominenteVlaamse vredesactivist

Jef de Loof in het

lentenummer van Gezondheidszorg

enVredesvraagstukken

schetst over de politieke invloed

van de vredesbeweging in

Vlaanderen en elders:‘Wij zijn

vrij te schrijven wat wij willen, we

mogen het zeggen, de politieke

verantwoordelijken reageren niet.

De vredeskrachten worden meer

en meer gemarginaliseerd, hun

invloed geminimaliseerd.’ En de

schrijver zet een stevig uitroepteken

achter deze diagnose door

het gezegde vanTom Sauer aan

te halen:‘Beste mensen, de vredesbeweging

is zichtbaar afwezig

inVlaanderen’.

De marginaliteit van de vredesbeweging

Heeft zich intussen iemand opgeworpen

om de onheilsboodschap van deze

geheide insiders te bestrijden? Ik wed

van niet. Maar als het is zoals zij

verkondigen en iedereen kan zien dat

het zo is, en ook in Nederland zo is,

had dan de marginaliteit van de vredesbeweging

niet allang tot haar, dus ons,

grote probleem moeten worden uitgeroepen?

Waarom is dat tot nu toe niet gebeurd?

Wat mij betreft ligt de verklaring voor

de hand. Hoe meer we over deze toestand

nadenken, hoe meer we beseffen

tegenover wat voor een overmacht wij

staan en bevestigd worden in het gevoel

dat daar niets tegen valt uit te

richten. Deze impasse vormt naar mijn

idee ook de achtergrond van het initiatief

van Pais om op 2 juni een bespreking

te plannen van ‘de (on)mogelijkheden

van samenwerking binnen de

vredesbeweging’. Hierin zal o.a. gepraat

worden over de vraag of het

Platform Vredescultuur (officieel:

‘Platform voor een Cultuur van Vrede

en Geweldloosheid’) nog levenskans

heeft. Samenwerkingsmoeilijkheden

zijn geen oorzaak van stagnatie maar

een symptoom ervan, teken van het

ontbreken van een gemeenschappelijk

perspectief. Ik zie echter een lichtpunt.

Dat De Loof en Sauer de politieke

marginaliteit van de vredesbeweging

zo nadrukkelijk aan de orde stellen kan

een signaal zijn dat er ruimte aan het

ontstaan is voor een productieve aandacht

ervoor. Dat spoort mij aan tot

onderzoek.

Kunnen wij geen politieke kracht

ontwikkelen omdat wij gemarginaliseerd

worden of worden wij gemarginaliseerd

omdat er van ons geen politieke

kracht uitgaat?

Politiek en geweld

Wat volgens mij de vredesbeweging

van een politiek volwaardige status afhoudt

is vooral de pacifistische achtergrond

van haar boodschappen, die erin

doorklinkt ook waar ze niet expliciet

naar voren komt. Het idee van een

vreedzame wereldgemeenschap wordt

als een droom van idealisten gezien die

niet voor verwerkelijking in aanmerking

komt. Wereldvreemd, zo is de vredesbeweging

en zal ze blijven, hoe

rationeel en to the point haar betoog

ook moge zijn. Dat neemt immers niet

weg dat de mensen van de vredesbeweging

geen reëel besef hebben van de

samenhang tussen politiek en geweld.

De bestaansgrond van het verschijnsel

‘politiek’ ligt, van alle franje ontdaan,

in de combinatie van onvermogen en

onwil om tegenstellingen binnen of

tussen samenlevingen op te lossen of

leefbaar te maken door ze op een open

manier aan de orde te stellen en te

bespreken. Dat is door het volgen van

wat ik de weg van de redelijkheid

noem. Het alternatief daarvan is de

weg van de macht, waarbij het erom

gaat wie de eigen bedoelingen tegenover

die van anderen weet door te

zetten.

Het ultieme machtsmiddel echter is

geweld. Zodoende komt, wanneer eenmaal

de redelijkheid het in het omgaan

met tegenstellingen laat afweten,

meteen de kans op geweld in zicht. Dit

is de waarheid achter het klassieke

gezegde van Von Clausewitz: ‘Oorlog

is de voortzetting van politiek met

andere middelen’ . De Franse filosoof

Michel Foucault draaide deze uitspraak

om: ‘Politiek is de voortzetting van

oorlog met andere middelen’. Deze

definities sluiten elkaar niet uit maar

vullen elkaar aan.

Binnen de staatsorganisatie lukt het, als

deze tenminste behoorlijk functioneert,

om het gewelddadig uitvechten van

conflicten te voorkomen door het toekennen

van beslissingsrechten aan bijvoorbeeld

een monarch, of aan een gekozen

parlement. Dit is wat je de kerntaak

van de staat kunt noemen: het

produceren van gelegaliseerde macht,

in de vorm van overheidsmacht. Die

echter wel geweldsmiddelen nodig

heeft om haar functioneren veilig te

stellen. Er is veel aan te merken op het

gebruik door overheden, en niet alleen

in dictatoriaal geregeerde staten, van

die geweldsmiddelen. Maar bij gebrek

aan beter is het toch een uitkomst dat

het geweldsmonopolie van de staat

elkaar bestrijdende partijen ervan

weerhoudt om naar de wapens te

grijpen.

Militaristische wereldorde

Op het plan van de internationale politiek

ontbreekt een daartoe gerechtigde

en toegeruste instantie. Er is weliswaar

het Handvest van de Verenigde Naties,

met teksten over gewapende zelfverdediging

en vredeshandhaving. Daarin

wordt echter een hoofdrol toebedeeld

aan de Veiligheidsraad waarin vijf van

een vetorecht voorziene vaste leden

Vervolg op pagina 18

17


Vervolg van pagina 17

deel uitmaken zodat er niets besloten

kan worden als er binnen de club van

vijf onenigheid bestaat. Er is geen kijk

op dat de politieke elites van deze landen

bereid zijn om afstand te doen van

het vetorecht. Er is zelfs niemand die

daar serieus bij hen op aan durft dringen.

Zo'n stap past eenvoudig niet in

de militaristische wereldorde die de

internationale politieke verhoudingen

overkoepelt. Een wereldorde waar de

idealistische vredesdroom niet tegen

opgewassen blijkt.

Deze wereldorde steunt op de dynamiek

die van tegenstelling naar conflict

leidt en van conflict naar geweld. Dat

deze dynamiek in onze genen verankerd

ligt betekent niet dat zij ‘van

nature’ zo machtig is dat zij niet te

beteugelen is, althans niet op mondiaal

niveau en een stabiele manier. De grote

moeilijkheid is, dat zich aan de top van

toonaangevende staten machtselites

hebben genesteld die elkaar in deze

dynamiek gevangen houden, en in de

bijbehorende geweldcultuur die hen

helpt om zich daaraan te binden en

zich van steun van onderop te

voorzien.

Dat is een constellatie die nog altijd

onaantastbaar lijkt. Wel is de kredietwaardigheid

van het militaristisch

wereldbeeld op zijn retour. Over de

atoomoorlog wordt alleen nog gesproken

in termen van afschuw en politieke

waanzin en na Irak en Afghanistan is

militair ingrijpen in conflictsituaties

ongeveer het laatste waar de wereldleiders

klaar voor staan. De tijd van de

heldendood voor het vaderland ligt

achter ons.

De onmachtige burger

Alleen levert dat nog geen groeiperspectief

voor de vredesbeweging op.

De huidige situatie onder de mensen

wordt naar mijn gevoel niet zozeer

gekenmerkt door bewegingen pro en

contra bewapening of militaire actie

maar door onmacht. De burger heeft

het gevoel dat hij over het beleid van

de machtigen inzake oorlog en vrede

mag denken wat hij wil, als hij zich

maar niet verbeeldt dat dat er iets toe

doet omdat zij toch hun wil doorzetten.

Als er één onderwerp is wat de staatselites

menen naar zich toe te moeten

trekken is het dit. Dat is wat iedereen

herkent in het gezegde van Brecht:

18

‘Als de hoge heren over vrede praten

weet het gewone volk dat er oorlog

komt’ – of er nu inderdaad oorlog

komt of niet. Het is ook heel normaal

dat de burger zich onzeker voelt en niet

weet wat hij voor waar moet aannemen,

als er met een grote stelligheid

tegenstrijdige uitspraken op hem worden

afgestuurd.

Marginaliteit zie ik als de straf voor

onze vermetelheid om nee te zeggen

tegen de gevestigde politieke wereldorde.

Je hoeft geen sympathisant van

die orde te zijn om te vrezen voor wat

er bij een doorbraak van de vredesbeweging

kan gebeuren. Dus wordt zij

met vereende krachten uit de publieke

discussie geweerd. Het ideologisch

verval van het militarisme maakt dat

extra gewenst.

Werken aan een vredescultuur?

Als je deze toestand realistisch bekijkt,

lijkt het aan te bevelen om bijvoorbeeld

een kwestie als die van de kernbewapening

uit de bredere context van

vredesgezindheid contra militarisme

los te maken en in hoofdzaak te

werken met specifiek op dat probleem

gerichte overwegingen. Op die manier

wordt het ook gemakkelijker om als

onderdeel van een bredere antioorlogsof

antibewapeningsbeweging te opereren.

Alleen kan het geen goede zaak

zijn om ons tot dit soort opstelling te

beperken. Want daarmee zou de vredesbeweging

zich veroordelen om

achter de militaristische ontwikkelingen

aan te lopen zonder die ooit in hun

kern te raken. Je zou er daarom met Jef

de Loof voor kunnen pleiten dat de

vredesbeweging zich niet in de eerste

plaats in politieke acties engageert

maar zich op het ideële grondwerk

richt door aan de groei van een vredescultuur

te werken op de plaatsen waar

dat mogelijk is. Daarmee wordt

immers de heersende geweldscultuur in

haar wortels bestreden. En vrijwaart zij

zich ook van een engagement op het

plan van macht tegenover macht waarbij

tol moet worden betaald aan het

met communicatieve openheid strijdige

karakter van het streven naar macht.

Toch lijkt mij dit geen veelbelovende

gedachte. Zal het opbouwen van een

vredescultuur niet een heel ondankbare

opgave blijven zolang in de internationale

politiek een geweldcultuur

heerst, in naam waarvan de vloer

wordt aangeveegd met vredesverlangens

die zich daar niet aan willen

onderwerpen? Ik weet niets van de

concrete problemen waar het Platform

Vredescultuur mee kampt maar kan me

niet voorstellen dat dit onheil daar geen

rol in speelt.

Perspectief voor de vredesbeweging

Wat dan wel? Ik sta voor de dubbele

vraag hoe de vredesbeweging zich in

die discussie met meer politieke kracht

kan weren dan ze nu toont, en hoe ze

daarbij kan uitbreken uit het haar

opgelegde isolement. Mijn visie op het

eerste punt heb ik geïntroduceerd door

de optie op redelijkheid tegenover die

op macht te stellen. Waarbij redelijkheid

betekent dat je bij strijdige opvattingen

en/of belangen probeert om met


de andere betrokkenen tot op gezamenlijk

inzicht steunende oplossingen te

komen in plaats van dat machtsmiddelen

de uitkomst bepalen. In de feitelijke

sociale processen vermengen zich

deze opties met elkaar. Kenmerkend

voor de politiek is de dominantie van

de optie op macht, die sterker pleegt te

zijn naarmate er meer op het spel staat.

Deze optie is zoals gezegd de essentie

van de politiek. Dat is echter in mijn

ogen geen rechtvaardiging voor het

verabsoluteren van de suprematie van

de machtsfactor. Er is wel degelijk

sprake van een aandeel van de redelijkheid

in de politiek. Het verschil tussen

democratie en dictatuur bewijst dat,

terwijl het bovendien laat zien dat dat

aandeel geen constante is. Het moet

dus voor groei in aanmerking komen.

Dit perspectief verdwijnt echter achter

de horizon als er geen geloof bestaat in

de mogelijkheid om op het politieke

toneel, met name dat van de grote politiek,

iets zinvols te bereiken door je op

de weg van de redelijkheid te oriënteren.

Er blijft dan alleen de kans op

achteruitgang in beeld, begeleid door

angstige toekomstverwachtingen.

Zoekend naar een uitweg uit deze vastgevroren

toestand laat ik me bemoedigen

door het feit dat er in onze samenleving

al lang een beweging bestaat

naar een meer communicatief omgaan

met tegenstellingen dan die waarin het

‘macht tegenover macht’- principe de

dienst uitmaakt. Eigentijdse uitdrukkingen

als ‘een probleem bespreekbaar

maken’, ‘naar elkaar luisteren’, en ‘je

kwetsbaar opstellen’ getuigen daarvan.

Dus wil ik liever nagaan of er ook in

de politieke wereld emplooi kan zijn

voor een communicatieve instelling

dan dat ik voetstoots conformeer aan

de ervaring die heet te leren dat je daar

in de politieke wereld nu eenmaal niet

mee terecht kunt. Als je naar de beweging

kijkt waarbij een toestand van

conflicterende belangen en/of opvattingen

zich tot een strijd tussen tegenover

elkaar staande partijen ontwikkelt zie

je hoe daarin aan beide kanten de

mensen loslaten wat hen met elkaar

verbindt, namelijk de vraag wat er in

de gegeven situatie gebeuren moet.

Deze gemeenschappelijkheid biedt in

principe de ruimte om de mensen

tegenover je met jouw vragen en

inzichten te benaderen en hen te vragen

hoe zij over de zaak denken.

Discussie met de politiek

Waar het naar mijn idee om gaat, is dat

we de vragen achter onze antwoorden

openhouden in plaats van ze ermee

dicht te timmeren. Dit is het verschil

tussen de taal van de strijd om het

gelijk en die van de open gedachtewisseling,

welke op het verhelderen van

problemen en het bespreken van oplossingsvoorstellen

gericht is en waarin

alle meningen ter discussie staan. Maar

nu zie ik alle realistische haren te berge

rijzen. Is het niet totaal irreëel om met

dit idee van de open discussie ons

geluk in de politieke arena te gaan

beproeven? De uitkomst staat toch bij

voorbaat vast? Om op een enigszins

doorzichtige manier op deze vraag in

te gaan wil ik ze aan een concrete situatie

koppelen. In hetzelfde lentenummer

van Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken

dat de startplaats werd

van dit verhaal staat de aankondiging

van een symposium dat op 9 juni zal

worden gehouden over het onderwerp

Kernwapens, dreigend actueel. Je kunt

je voorstellen dat deze bijeenkomst

wordt afgesloten met het doen uitgaan

van een tekst – bijvoorbeeld een die bij

onze regering en politieke partijen aandringt

op aandacht voor de actuele

ontwikkeling van het kernwapengevaar

en een actieve bezorgdheid over het

aandeel daarin van eigen bondgenoten.

(Ik heb niet de indruk dat dat de

bedoeling is maar het hoort tot de

mogelijkheden.)

Welnu, stel je voor, dat er een brief

wordt opgesteld die aan politici wordt

toegezonden – niet aan een kabinet of

aan partijen want die kunnen niet

denken. In die brief worden de belangrijkste

bevindingen van de deelnemers

samengevat, toegelicht en van praktische

conclusies of suggesties voorzien.

Waarna aan de geadresseerden

wordt gevraagd hoe zij daarover

denken. Waar zijn zij het mee eens en

waarmee niet en waarom? Wat zien ze

wel en niet op de weg van de Nederlandse

politiek liggen? Ik vind dat dit

idee te grote vraagtekens oproept om

het te gaan aanprijzen. Liever vraag ik

de lezer om erover na te denken. Waar

begin je aan als je je tegen een politieke

orde keert die steunt op een disciplinering

naar onderen vanuit de hoofdkwartieren

van de macht? Wat kun je

verwachten als je de politiek terug wilt

leiden naar de mogelijkheid van

mensen om zelf na te denken over wat

er gebeuren moet en het daarover met

elkaar te hebben in niet door controlerende

elites aan banden gelegde discussies?

De wereld is niet rijp voor een

anarchistisch politiek systeem en zal

dat wellicht nooit worden. Maar ik

vraag me af of een stevige anarchistische

por niet kan helpen om de politiek

in beweging te brengen op een

moment dat stagnatie fatale gevolgen

dreigt te krijgen. Daarover moet te

praten zijn. Dat past ook op het verlangen

dat Jef de Loof in de titel van zijn

stuk laat spreken: Vredesbewegingen

moeten beginnen bewegen.

*

19


Symposium ‘Kernwapens, dreigend actueel’

Hans van Iterson

Op zaterdag 9 juni vond in de

Amershof te Amersfoort de jaarlijkse

Algemene Ledenvergadering

van de NVMP plaats. Het

middaggedeelte werd gevuld met

het symposium ‘Kernwapens,

dreigend actueel’. Het NVMP

voorzittersduo had de taken verdeeld,

Herman Spanjaard zat de

ALV voor en Peter Buijs het symposium.

Ledenvergadering

Net als vorig jaar blijven de financiën

het bestuur zorgen baren, elk jaar eindigen

we met een tekort, dat weliswaar

redelijk binnen de perken blijft, maar

toch op den duur aan de gezonde

financiële positie van de vereniging

knaagt. Ook dit jaar kampen we met

een afnemend ledental wegens overlijden

of leeftijd. (Tot nu toe staan daar

helaas geen legaten tegenover). Door

een hogere bijdrage van de anderen

zijn de inkomsten uit lidmaatschappen

weliswaar op peil gebleven, maar het

kan niet anders, dan dat we er van lieverlee

wat van gaan merken in negatieve

zin. Drie eerdere penningmeesters

trokken al regelmatig aan de bel om te

waarschuwen voor een verdere (maar

nu nog niet kritieke) afkalving van de

financiële positie van de vereniging.

Er zijn drie grote kostenposten (in willekeurige

volgorde):

* de bureaukosten

* de bureaumedewerker

* het verenigingsorgaan (de ‘nieuwsbrief’)

Het bestuur meent, dat (in omgekeerde

volgorde) de nieuwsbrief als het middel

om de vereniging een gezicht naar

buiten te geven, om onze denkbeelden

uit te dragen, om een podium te vormen

voor onze leden etc. met regelmaat

moet blijven verschijnen.

20

Algemene Ledenvergadering

NVMP 2012

De bureaumedewerker (Hans van

Iterson) is als geen ander al jarenlang

dermate ingewerkt in alle ins and outs

van de vereniging, de stabiele factor

daar waar bestuursleden wisselen, dat

hij onbetwist als onvervangbaar kan

worden beschouwd. Blijft over: het

‘bureau’ ofwel de fysieke ruimte aan

de Bosschastraat in Utrecht, waar de

bureaumedewerker werkt, het bestuur

soms bijeenkomt en het archief is

opgeslagen. De kosten hiervan drukken

zwaar op het budget. Besloten is de

huur per 1 december 2012 op te zeggen

en een goedkopere ruimte te betrekken.

De besparing op jaarbasis

wordt vooralsnog geschat op ca.

12.500 euro. We hopen dat door deze

besparing het de vereniging de komende

jaren weer voor de wind zal gaan,

dat er met het vrijkomende budget niet

alleen een positieve financiële eindbalans

volgt maar ook dat men nu meer

activiteiten zal kunnen ontwikkelen.

Verkiezing bestuursleden

Christien Mudde treedt af als penningmeester,

daar is dus momenteel een

vacature (zie oproep elders in deze

nieuwsbrief). Christien blijft wel lid

van de redactie van de nieuwsbrief en

actief binnen de afdeling Rijnmond.

Daarnaast neemt Margreet Bakker

afscheid als secretaris in het Dagelijks

Bestuur maar ze blijft wel lid van het

Algemeen Bestuur en van de nieuwsbriefredactie.

Dan zijn er nog twee

nieuwe bestuursleden, Marianne

Begemann en Wouter Hogervorst.

Marianne is vanwege omstandigheden

verhinderd aanwezig te zijn. Wouter

vertelt kort iets over zichzelf: “Dertig

jaar huisarts geweest in Amsterdam

zuidoost, door de jaren heen veel bestuurservaring

opgedaan. Laatste vijf

jaar van 2006-2011 bestuurder van de

koepel van zes gezondheidscentra in

Amsterdam zuidoost geweest. Voorwaarde

daarbij was, dat ik dan geen

collega kon zijn en mijn praktijk moest

stoppen. Vorig jaar 65 geworden en

met pensioen gegaan. Daardoor heb ik

ruimte gekregen en Peter heeft mij aangesproken

om hier een bestuurlijke

taak te vervullen.” Beide bestuursleden

worden bij acclamatie benoemd en van

harte welkom geheten.

Medical Peace Work

Leo van Bergen vertelt iets over de

online-cursus Medical Peace Work

over de link tussen geweld, gezondheidszorg

en preventie, bedoeld voor

mensen werkzaam in de gezondheidszorg.

De cursus gaat over grootschalig

oorlogsgeweld tot kleinschalig huiselijk

geweld. Het gaat om 7 cursussen die je

individueel maar ook gezamenlijk kunt

volgen. Je hebt daarbij een boek, vragen

en e-cases (filmpjes op het net).

Daarna kun je examen doen over de

onderdelen die je bestudeerd hebt door

online vragen te beantwoorden. Afhankelijk

van je resultaten krijg je daarvoor

credits: ECTS-punten (European

Credit Transfer System), in totaal drie

als je de hele cursus doet. Men is bezig

met de accreditatie in Nederland. Voor

studenten is dat al gelukt, voor artsen is

men daar mee bezig.

NVMP-beleidsplan

Herman Spanjaard stelt het meegestuurde

NVMP-beleidsplan ter discussie

en loopt de vier onderwerpen nog

even door: kernwapens de wereld uit,

gewapend geweld, medisch wangedrag

en kernenergie heeft te grote medische

risico’s. Vraag vanuit het bestuur is:

wat vindt men van deze thema’s en zijn

er mensen die zich, samen met het

bestuur, met een onderwerp bezig willen

houden? Jannes Mulder wil zich

graag inzetten bij het onderwerp

‘medisch wangedrag’. Bert Sweerts is

al actief met betrekking tot de Burgemeesters

voor Vrede-campagne en doet

verslag. In april is een oproep van vier

collega-burgemeesters uitgegaan naar

alle niet-leden. Dat heeft momenteel al

15 nieuwe Burgemeesters voor Vrede

opgeleverd. In Nederland zijn nu in


Symposium ‘Kernwapens, dreigend actueel’

Voorzitter Peter Buijs opent de

middagbijeenkomst om 13:00 uur

en geeft Karel Koster, medewerker

Weten-schappelijk Bureau SP,

het woord.

Karel geeft aan dat kijkend naar de feiten

en de werkelijkheden het beeld van

de kernontwapening niet al te rooskleurig

is. Een belangrijk gegeven

daarbij is het overzicht van de kernwapenvoorraad

anno 2012. Hieruit blijkt

dat er wereldwijd nog steeds 19.000

kernkoppen operationeel zijn of op

voorraad liggen. Daarvan zijn er 4200

operationeel en vrijwel direct lanceerbaar.

Het gaat daarbij vooral om kernwapens

van Rusland en de Verenigde

Staten, maar ook Frankrijk en Engeland

hebben aanzienlijke slagkracht die

met name bestaat uit nucleaire onderzeeërs.

De kernwapenvoorraden zijn de

laatste decennia flink gereduceerd,

maar het Amerikaanse militair-industrieel

complex heeft als compensatie bedongen

dat er meer geld wordt geïnvesteerd

in onderhoud en modernisering.

Onder het mom van vergroting

van de veiligheid van het bestaande

arsenaal worden de kernraketten en

hun draagsystemen efficiënter gemaakt.

Je zou ook kunnen zeggen dat

op die manier gewerkt wordt aan vernieuwing

en verdere ontwikkeling van

het nucleair arsenaal. De VS verwoorden

het helder in haar Nuclear Posture

Review 2010. Handhaving van de strategische

triade: I. Nieuwe nucleair bewapende

bommenwerpers II. Modernisering

van intercontinentale raketten

III. Nieuwe nucleair bewapende onderzeeërs

Deze modernisering is niet

alleen voorbehouden aan de Verenigde

Staten, ook anderen landen zitten niet

stil. Rusland heeft een nieuwe kernraket

voor haar kernonderzeeërs net als

Frankrijk. De Fransen vervangen ook

hun nucleaire bommenwerpers. De

Engelsen willen hun huidige vloot

totaal 70 burgemeesters lid. De actuele

lijst met namen zal op de NVMP-website

geplaatst worden. Afsluitend vraagt

Herman Spanjaard of de in het plan

genoemde beleidspunten aangenomen

kunnen worden zodat het bestuur hiermee

verder kan? De aanwezigen zijn

unaniem akkoord.

Karel Koster

kernonderzeeërs vervangen door nieuwe

onderzeeërs.

De Navo dan

Nederland is lid van de NAVO en

onderschrijft het NAVO-beleidsdocument,

de Deterrence and Defence

Posture Review: Terwijl er gezocht

wordt naar opties voor reducties nietstrategische

kenwapens worden alle

componenten van NAVO’s nucleaire

afschikking gehandhaafd (‘safe, secure

and effective’). Zolang er kernwapens

bestaan blijft de NAVO een nucleair

bondgenootschap. Naast de nucleaire

doctrine gebaseerd op de Amerikaanse,

Britse en Franse strategische kernwapenstrijdmachten,

zullen ook de

Amerikaanse kernwapens op vliegbasis

Volkel – de substrategische kernwapens

– gehandhaafd blijven. De

NAVO-top in Chicago dit voorjaar

bereikte geen concrete overeenstemming

over verwijdering van deze verouderde

kernwapens. Tweede Kamermoties

van de SP om geen middelen

meer te reserveren voor de handhaving

van de Nederlandse kernwapentaak en

om rechtstreeks met de Amerikaanse

regering de onderhandeling aan te gaan

over afstoting van de Nederlandse

kerntaak haalden het niet, evenmin als

één van GroenLinks om de Volkelkernbommen

niet te moderniseren. Toch

biedt de komende verkiezingstijd als

geen ander de mogelijkheid om het

onderwerp kernwapens weer op de

politieke agenda te krijgen. NGO’s

kunnen de politieke partijen benaderen

met het verzoek om het onderwerp op

te nemen in hun conceptprogramma’s.

Peter Paul Ekker: IKV/Pax Christi is

druk doende om met de NVMP een

CDA-burgemeester voor vrede te vinden

die bij zijn partij het kernwapenthema

in het verkiezingsprogramma

kan inbrengen.

Sicco van der Meer

Sico van der Meer

Sico van der Meer, onderzoeker aan

het Instituut Clingendael, wil het vooral

hebben over de vraag waarom landen

toch zo graag kernwapens willen

hebben. Een eerste argument daarvoor

was ‘veiligheid’ die kernwapens zouden

geven. Meer recent is daar een

tweede beweegreden bijgekomen en

dat is ‘prestige’. Landen met kernwapens

zijn ‘grootmachten’, die tellen

Vervolg op pagina 22

21


Vervolg van pagina 21

mee. Over de vraag of kernwapens veiligheid

brengen kan lang gediscussieerd

worden, is het niet eerder zo dat

ze onveiligheid brengen? Immers door

kernwapens te hebben ben je een

gevaarlijke en geduchte tegenstander

geworden. Je lokt meer instabiliteit uit,

je lokt wapenwedlopen uit. Een goed

voorbeeld zijn India en Pakistan, is het

tussen die landen nu veiliger dan in de

periode voordat ze beide kernwapens

hadden? Het tegengestelde is eerder

waar.

Noord-Korea en Iran zijn voorbeelden

waarbij de wens om kernwapens te

hebben vooral voortkomt uit prestige.

Zouden we ooit zoveel over Noord-

Korea gehoord hebben als het land

geen kernwapens had? Ze willen meetellen

in de wereld en gebruiken hun

kernwapenprogramma ook als afpersingsmiddel,

het is een geïsoleerd, arm

land en men gebruikt de onderhandelingen

over hun kernwapens om toezeggingen

over energie- en voedselhulp

los te krijgen. Iran is een soortgelijk

geval. Veel vijanden in de regio

dus een veiligheidsprobleem. Maar ook

hier speelt weer prestige mee, Iran wil

voor vol worden aangezien, niet alleen

in de wereld maar ook zeker in de

regio. Iran wil graag de regionale leider

zijn, dat kan eigenlijk alleen maar

als je kernwapens hebt. Je kunt dit

moeilijk landen als Noord-Korea en

Iran verwijten want we hebben zelf de

norm de wereld in geholpen dat landen

met kernwapens een bepaalde status

hebben. Die status is echter aan verandering

onderhevig, immers het prestige

van kernwapens komt voort uit het feit

dat ze vooralsnog zo weinig voorkomen.

Het is een heel bijzonder wapen,

maar hoe meer landen het krijgen hoe

minder bijzonder het wordt. Daarnaast

speelt mee dat voor met name de

grootmachten het militaire nut van

kernwapens steeds kleiner wordt. Met

name als je naar Amerika kijkt dan is

de conventionele strijdkracht al zo

sterk en geavanceerd dat het militaire

nut van kernwapens steeds minder

wordt. Uiteraard heeft dat een verminderend

effect op het prestige van kernwapens.

Tenslotte zijn de landen die tegenwoordig

als nieuwe kernmachten op het

toneel verschijnen vooral de wat geïsoleerde

pariastaten van de wereld. Dat

22

doet het prestige van het kernwapen

uiteraard ook geen goed. Vergelijk het

met chemische wapens. Na de eerste

wereldoorlog waren dat hele belangrijke

wapens om te hebben. Maar toen ze

eenmaal door de wat dictatoriaal bestuurde

landen werden gebruikt in conflicten

nam hun prestige al snel af en

leidde dat uiteindelijk tot een totaal

wereldwijd verbod. Landen die tegenwoordig

nog chemische wapens hebben

zijn schurkenstaten. Bij chemische

wapens kreeg je een ontmythologisering

van dat wapen, niemand haalde

het nog in zijn hoofd om het te gebruiken,

het had geen enkel prestige meer

om ze te hebben. Dat zou je met kernwapens

ook moeten krijgen. Er heerst

al een taboe op kernwapens, geen land

wil ze gebruiken. Nu moet er nog een

Status of world nuclear forces 2012

taboe groeien op het bezit van kernwapens.

De sleutel daartoe ligt wel bij de

bezitterstaten die er het meeste hebben.

Zij zouden moeten pleiten voor minder

militair nut. Mogelijk speelt ook de

vele aandacht die kernwapens trekken

mee bij hun prestige; Noord-Korea

bewijst dat ze een handig instrument

zijn om in de belangstelling te komen.

Duidelijk is desalniettemin dat hoe

meer landen kernwapens hebben hoe

onveiliger de situatie wordt met het

oog op ongelukken en conflicten.

Karel Koster: schrijvers als Martin

van Crefeld geven toch aan dat kernwapens

niet alleen een prestigeobject

zijn maar ook als pure zelfverdediging

kunnen worden gezien. Irak werd door

de Amerikanen bezet, Iran probeert nu


met het schermen met een kernwapen

iets soortgelijks te voorkomen.

Jannes Mulder: het geval Israël, zou

er niet veel meer oorlog tegen dat land

gevoerd zijn als ze geen kernwapens

hadden? Karel Koster: Israël heeft

ook een superieure conventionele aanvalskracht

in de regio maar in het geval

van de zesdaagse oorlog in 1973 lijkt

de Israëlische dreiging om kernwapens

tegen Syrië in te zetten ervoor gezorgd

te hebben dat Syrië haar aanval op de

Golanhoogte stopzette.

Peter Paul Ekker

Peter Paul Ekker, van IKV Pax Christi

(No Nukesteam) en ICAN-NL, laat

eerst een filmpje zien van een Japanse

tekenaar die als jongetje van 8 de bom

op Hiroshima heeft meegemaakt:

Barefoot Gen. Dat geeft een indrukwekkend

beeld van hoe je de effecten

van de bom op Hiroshima kunt visualiseren.

ICAN (International Campaign

to Abolish Nuclear Weapons) is een

campagne die vanuit IPPNW-Australië

is gestart met als doel een kernwapenvrije

wereld. De oproep van ICAN:

begin met onderhandelen over kernwapens.

Dat is de belangrijkste eerste stap

die je moet zetten. Nederland wil een

kernwapenvrije wereld, maar op resoluties

van de Algemene Vergadering

van de Verenigde Naties die oproepen

te beginnen met onderhandelingen over

een alomvattend kernwapenverdrag

stemmen we tegen. Dat komt door het

Aanwezigen bij de Algemene Ledenvergadering 2012

Peter Paul Ekker

lidmaatschap van de NAVO die, zoals

Karel al zei, zolang er kernwapens

bestaan een nucleair bondgenootschap

blijft. Dat wringt natuurlijk. Recentelijk

is er ICAN-onderzoek gedaan

(Don’t bank on the bomb) naar investeringen

van banken en pensioenfondsen

in de kernwapenindustrie. Daar willen

wij een campagne over opzetten zodat

mensen controle hebben waar hun geld

in geïnvesteerd wordt. Een ander punt

waar ICAN zich mee bezig houdt is

een kernwapenvrije zone in het

Midden-Oosten. Daar wordt al heel

lang over gepraat en is heel belangrijk

vanwege de Israëlische kernwapens.

Nu lijkt daar wat schot in te komen en

eind van dit jaar wordt in Finland een

conferentie belegd om dit te onderzoeken.

Een laatste focus van ICAN is dat

kernwapens onacceptabel zijn op

humanitaire gronden. Daarover willen

de kernwapenstaten gelukkig wel in

gesprek gaan. Begin 2013 wordt door

Noorwegen een conferentie georganiseerd

waarin die humanitaire gevolgen

van kernwapengebruik besproken zullen

worden.

Jannes Mulder: als jullie mochten

kiezen tussen kernwapenvrije zones of

kernwapens de wereld uit, waar zou je

dan voor kiezen?

Peter Paul: ik zou voor geen van de

twee kiezen. Kernwapens de wereld

uit, dat is gewoon heel ver weg, terwijl

iedereen die je het vraagt vóór is.

Kernwapenvrije zones is wat concreter.

De enige die nu echt ter discussie staat

is die in het Midden-Oosten. Israël wil

die wel, maar alleen als eind van een

vredesproces. Andere landen zijn van

mening dat je eerst een kernwapenvrije

zone kunt creëren als fundament onder

een vredesproces. Op dat punt is er dus

geen overeenstemming.

Sico: ik zou ook voor de kernwapenvrije

zone gaan omdat dat een eerste

stap is naar een kernwapenvrije wereld.

Je kunt steeds meer delen in de wereld

inkleuren als kernwapenvrije zone en

zo isoleer je steeds meer de gebieden

die deze stap nog niet willen zetten.

Peter Buijs bedankt de sprekers en pleit

er vanwege de reacties uit de zaal voor

hen nog eens op herhaling te sturen bij

een volgend NVMP-symposium.

*

23


Hans van Iterson

Meer dan een jaar geleden

vond de ramp bij Fukushima

plaats.We herinneren

ons de vreselijke gevolgen

van de aardbeving, de

Tsunami en de nucleaire crisis

in Fukushima. Deze ramp

drukt ons weer eens met de

neus op de nucleaire risico’s.

Een groep IPPNW-artsen en

-studenten vonden een passende

manier om de ramp

in Fukushima te herdenken.

Ze begonnen een postertentoonstelling

over de schadelijke

medische en milieueffecten

van de nucleaire

industrie. Dit heeft een boeiend

en zeer informatief

overzicht opgeleverd die op

de site ‘Hibakusha worldwide’

is te bekijken.

De overlevenden van Hiroshima

en Nagasaki worden ‘Hibakusha’

genoemd. Velen hebben hun

leven gewijd aan de strijd voor

een betere wereld. Hun boodschap

aan deze wereld: No more

Hibakusha!.

De tentoonstelling ‘Hibakusha

Worldwide’ is opgedragen aan

de miljoenen mensen wier leven

wordt beïnvloed door de nucleaire

industrie: inheemse mensen

van wie de huizen radioactief

werden besmet door uranium

mijnbouw, downwinders bij de

testsites van nucleaire wapens,

de mensen die getroffen zijn

door radioactieve neerslag veroorzaakt

door civiele en militaire

nucleaire ongevallen en nucleaire

meltdowns. In zekere zin zijn ze

24

Uit tijdschriften en van internet

IPPNW - Postertentoonstelling

Hibakusha Worldwide

allemaal overlevenden van de

ongezonde nucleaire industrie –

ze zijn allemaal Hibakusha.Al

deze mensen waren beter af geweest

wanneer het metaal uranium

ondergronds was gebleven.

Voor de postertentoonstelling

‘Hibakusha Worldwide’, zijn de

medische en milieueffecten van

de nucleaire industrie op vijftig

verschillende plaatsen over de

hele wereld onderzocht. De tentoonstelling

zal te zien zijn tijdens

de IPPNW BikeTour in

Japan in augustus 2012 alsmede

op het IPPNW-wereldcongres in

Hiroshima.

De eerste onlineversie is te

bekijken op: www.ippnw-students.org/hibakusha.html

De 50 plaatsen geven op posterformaat

een kijkje op 50 plekken

waar nucleaire industrie schade

heeft aangericht.Van uraniummijnbouw

en gebieden waar

kernproeven werden gehouden

tot nucleaire fabrieken en kerncentrales.

De 50 voorbeelden

geven een angstaanjagend overzicht

van wat er allemaal fout is

gegaan in 50-60 jaar nucleaire

industrie.Veel van die fouten

hebben de aarde opgezadeld met

een eeuwenlange radioactieve

besmetting.

Uraniummijnbouw in

Australië

Rangermine is een nog steeds actieve,

bovengrondse ‘open’ uraniummijn.

Het winnen van 4000

ton uranium levert jaarlijkse 1,5

miljoen ton radioactief puin op.

Om radioactieve gassen tegen te

gaan wordt het puin in bassins

onder 2 meter water gezet. Sinds

1981 hebben zich 120 lekken in

deze opslag voorgedaan. In 2009

Uraniummijnbouw Tsarenbom

zorgde een breuk in een dam

nog voor het weglekken van 6

miljoen liter radioactief water.

Het aantal gevallen van kanker

onder de in de omgeving woonachtige

Aboriginals ligt 90%

boven het te verwachten percentage.

Nucleaire vervuiling in de

Majak regio

De vijf nucleaire installaties in

Majak produceerden van 1945

tot 1987 het plutonium voor de

Russische kernwapens. In die

periode deden zich maar liefst

acht ernstige ongelukken voor. In

totaal werd een gebied van

15.000 km 2 ernstig radioactief

besmet waaronder de nabijgelegen

Techa rivier. De Majak-regio

wordt beschouwd als de meest

radioactieve plaats op aarde.

Op Nova Zembla werd door de

Sovjet-Unie de ‘tsarenbom’ (een

waterstofbom) tot ontploffing

gebracht op 30 oktober 1961

ten tijde van de Koude Oorlog.

Chroesjtsjov zei letterlijk "om de

imperialisten te laten zien wat

we kunnen". Met een kracht van

50 megaton (50.000.000 ton

TNT) was dit de krachtigste

door mensen veroorzaakte

explosie ooit en het hoogtepunt

van de nucleaire waanzin. De

bom werd van een hoogte van

10.500 meter afgeworpen. Om

de bemanning van de bommenwerper

en het volgtoestel de

kans te geven weg te vliegen was

de bom voorzien van een grote

800 kg zware parachute om de

val van de bom te vertragen. Om

11:32 uur Moskou-tijd volgde de

explosie op een hoogte van

3.000 meter. De hitte van de

explosie was zo groot dat deze

op een afstand van 100 km derdegraads

brandwonden had kunnen

veroorzaken. De explosie

was zichtbaar in Finland en de

drukgolf veroorzaakte daar zelfs

glasschade. De seismische schok

van de explosie ging drie maal

rond de aarde. De paddenstoelwolk

die opsteeg bereikte een

hoogte van 64 km. De mensen

zeiden dat de paddenstoelwolk

door de wolken ging en nog

doorsteeg. Dit zijn slechts enkele

voorbeelden van nucleaire ongevallen

die een schrijnend beeld

schetsen van de radioactieve

schade die de mens moeder

aarde heeft aangedaan. Bekijk de

zeer informatieve site Hibakusha

worldwide op: www.ippnwstudents.org/hibakusha.html

More magazines by this user
Similar magazines