Kadernota 2014 - Gemeente Lochem

lochem.nl

Kadernota 2014 - Gemeente Lochem

Kadernota 2014


Kadernota 2014 Gemeente Lochem

Opdrachtgever: Gemeente Lochem

Vormgeving: Mo Middag, Lochem

Drukwerk: Drukkerij Lammerdink, Lochem

Contact: Gemeente Lochem

Afdeling Financiën

Postbus 17, 7240 AA LOCHEM

T (0573) 28 92 22

E info@lochem.nl

I www.lochem.nl


Inhoudsopgave

1 Aanbiedingsbrief 3

2 Kerntaken en regie 5

2.1 Waarom kijken naar kerntaken 5

2.2 Kijken naar kerntaken 5

3 Financieel perspectief 7

3.1 Perspectief 7

4 Oplossingsrichting 11

4.1 Keuzes in incidenteel of structureel sluitende begroting 11

4.2 Reservepositie 12

4.3 Kijk op kerntaken (richtinggevende uitspraken voor de toekomst) 14

4.4 Onderzoeksopdrachten 2014 en 2015 16

5 Beslispunten 19

6 Bijlagen 21

6.1 Financiële mutaties 22

6.2 Nieuw beleid 2014 (indicatief overzicht) 27

6.3 Investeringsplan bestaand beleid

(nog uit te voeren nieuw beleid uit voorgaande begrotingen) 30

6.4 Vervangingsinvesteringen bedrijfsmiddelen 2014 – 2016 32

6.5 Totaaloverzicht ombuigingsopdrachten 2014 – 2015 34

6.6 Overzicht reserves 36

6.7 Begrotingsuitgangspunten 2014 37

6.8 Notitie “Kijk op kerntaken” 39

1


Kadernota 2014

2


1. Aanbiedingsbrief

In 2012 heeft de raad van de gemeente Lochem aangegeven behoefte te hebben aan het voeren van een kerntakendiscussie.

De discussie moet ertoe leiden dat er ombuigingen worden gerealiseerd die zowel binnen de financiële ruimte

als de inhoudelijke kaders vallen. Waarbij verantwoordelijkheden worden herschikt, partners worden gevonden en

gefaciliteerd om taken over te nemen en arrangementen en zakelijke modellen worden ontwikkeld die continuïteit en

kwaliteit kunnen garanderen. Kerntaak is daarbij uitgelegd als de taak waarvoor de overheid ‘financieel, organisatorisch,

sturend of faciliterend aan de lat’ staat en als uitvloeisel daarvan welke taken nadrukkelijker vanuit de samenleving

moeten worden gedragen.

Een kerntakendiscussie houdt ook in da t er een nieuwe balans wor dt gezocht tussen de bestuurlijke ambitie, de

middelen en de organisatie(omvang). Voor de organisatie(omvang) is al een taakstelling (22 fte) afgesproken. Voor een

deel zal de invulling van deze taakstelling voortvloeien uit de resultaten van de kerntakendiscussie.

Via een discussienota en gespr ek met de raad, een meedenkconferentie met de samenleving en een internetpeiling

voor het bredere publiek zijn dilemma's gepeild en ideeën opgehaald.

Met de ontvangen inbreng hebben raad, college en leiding van de ambtelijke organisatie vervolgens een inventariserende

conferentie gehouden waarin alle informatie is gedeeld en besproken. Uit alle verzamelde informatie en meningen

is de notitie “Kijk op Kerntaken” samengesteld.

In deze Kadernota 2014 komen alle ontwikkelingen die aanleiding zijn om naar de kerntaken van de gemeente te gaan

kijken en de oplossingsrichtingen voorbij. Deze ontwikkelingen versterken elkaar en zorgen voor een besef van urgentie

dat we als gemeente niet op dezelfde weg door kunnen blijven gaan. Verandering is nodig om de uitdagingen van de

toekomst met vertrouwen en enthousiasme op te kunnen pakken.

De eerste ontwikkeling is de landelijke trend dat de overheid steeds verder terug zal treden als primair verantwoordelijke

voor belangrijke maatschappelijke taken. Voor een duurzame samenleving, waarin in de behoeften van de huidige

generaties wordt voorzien zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties te beperken, is een terugtredende

overheid en een grotere zelfredzaamheid van de inwoners nodig.

Daarnaast dwingen de recente ontwikkelingen de gemeente haar begroting aan te passen aan de nieuwe financiële

werkelijkheid. Door de bezuinigingen bij het Rijk heeft ook de gemeente minder financiële middelen beschikbaar. Daarnaast

kiest het Rijk voor decentralisatie. Taken als het Jeugdzorg, Participatiewet en Begeleiding & Verzorging komen

met een nog te bepalen efficiencykorting bij de gemeenten terecht. Verder is er in Lochem structureel te weinig geld

voor het beheer van de openbare ruimte. De optelsom van alle ontwikkelingen leidt ertoe dat voor 2017 een structurele

besparing van circa € 5,2 miljoen moet worden gerealiseerd.

Dit is een zeer forse financiële opgave, zeker met in het achterhoofd de verslechterende economische ontwikkelingen

met mogelijk extra rijksbezuinigingen tot gevolg. Maar geeft wel een eerlijk en transparant beeld, welke een uitdaging

creëert die, vanuit een realistisch tijdspad, in de komende jaren moet worden opgelost. Met de keuze nu ook nieuw beleid

en een risico-opslag, ter illustratie van de (financiële) uitdagingen in het perspectief op te nemen, wordt de volledige

omvang van de financiële problematiek in beeld gebracht. Dit maakt ook dat de oplossingen, in de vorm van fundamentele

keuzes, de nodige voorbereidingstijd vragen en het besluitvormingstraject zorgvuldig doorlopen moet worden.

Daarbij komt dat na de verkiezingen in 2014 dit traject verder moet worden opgepakt door de nieuwe gemeenteraad

en het nieuwe college.

Op basis van voorgaande ziet het college als oplossingsrichting om voor de Begroting 2014 alleen het jaar 2014 sluitend

te maken. De daarop volgende jaren zullen vooralsnog een tekort laten zien. Dit is een andere benadering dan tot nu

toe, waarbij de gemeente Lochem meerjarig sluitende begrotingen presenteerde.

De Kadernota 2014 gaat niet over concrete maatregelen en doet geen uitspraken over bijvoorbeeld welke accommodaties

in stand blijven. Maar ze gaat wel over de zoekrichting waar concrete maatregelen kunnen worden gevonden. We

noemen dit ook wel de k apstok (richting) en de hangers (maa tregelen). De keuzes over concrete maatregelen wordt

door het college voorbereid en door de gemeenteraad besproken bij de behandeling van de Begroting 2014, gericht op

een sluitende begroting. De kaderstellende uitspraken van de gemeenteraad bij de behandeling van de Kadernota 2014

worden hierbij betrokken.

1. Aanbiedingsbrief

3


2. Kerntaken en regie

4


2. Kerntaken en regie

In de nota Regisserend Lochem (november 2012) is de wens v an de raad tot het voeren van een kerntakendiscussie

verwoord. Binnen de context van krimpende financiële ruimte bij de lokale overheid en het toenemend aantal taken,

onder andere als gevolg van de decentralisaties van Rijksbeleid. De discussie moet ertoe leiden dat er ombuigingen

worden gerealiseerd die zowel binnen de financiële ruimte als de inhoudelijke kaders vallen. Waarbij verantwoordelijkheden

worden herschikt, partners worden gevonden en gefaciliteerd om taken over te nemen en arrangementen en

zakelijke modellen worden ontwikkeld die continuïteit en kwaliteit kunnen garanderen.

2.1 Waarom kijken naar kerntaken

Er zijn twee ontwikkelingen die aanleiding zijn naar kerntaken van de gemeente te gaan kijken. Deze ontwikkelingen

versterken elkaar en zorgen voor een besef van urgentie dat we als gemeente niet op dezelfde weg door kunnen blijven

gaan. Verandering is nodig om de uitdagingen van de toekomst met vertrouwen en enthousiasme op te kunnen pakken.

De eerste ontwikkeling is de landelijke trend dat de overheid steeds verder terug zal treden als primair verantwoordelijke

voor belangrijke maatschappelijke taken. Voor een duurzame samenleving, waarin in de behoeften van de huidige generaties

wordt voorzien zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties te beperken, is een terugtredende

overheid en een grotere zelfredzaamheid van de inwoners nodig.

Daarnaast dwingen de recente ontwikkelingen de gemeente haar begroting aan te passen aan de nieuwe financiële

werkelijkheid. Door de bezuinigingen bij het Rijk heeft ook de gemeente minder financiële middelen beschikbaar. Daarnaast

kiest het Rijk voor decentralisatie. Taken als het Jeugdstelsel, de Participatiewet en Begeleiding & Verzorging

komen met een nog te bepalen ‘efficiencykorting’ bij de gemeenten terecht. Verder is er in Lochem structureel te weinig

geld voor het beheer van de openbare ruimte. De optelsom van alle ontwikkelingen leidt ertoe dat voor 2017 een structurele

besparing van circa € 5,2 miljoen moet worden gerealiseerd.

2.2 Kijken naar kerntaken

Kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de samenleving gaat in de eerste plaats over de visie op de ontwikkeling

van de Lochemse samenleving. De Toekomstvisie 2030 geeft daar richting aan op basis van een aantal trends zoals een

krimpende bevolking, vergrijzing en ontgroening, verdergaande digitalisering. In de toekomstvisie 2030 zijn de volgende

speerpunten benoemd:

• Sterkere kernen • Lef in wonen

• Werk, werk, werk • Meer cultuur

• Maatschappelijk ondernemen • Toonaangevende agri business

• Duurzamer • Recreatie versterkt

Vanuit taakopvatting: kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de gemeentelijke taken gaat om de vraag voor

welke taken de gemeente ‘financieel, organisatorisch, sturend of faciliterend aan de lat’ staat. En daarmee ook om de

vraag welke taken nadrukkelijker door de samenleving moeten worden geregeld. Waarbij verantwoordelijkheden worden

herschikt, partners moeten worden gevonden en geholpen om taken op te pakken op basis van afspraken die de continuïteit

en de kwaliteit kunnen garanderen. De Lochemse samenleving heeft in de praktijk al vaak laten zien dat ze bereid

en in staat is verantwoordelijkheden over te nemen. De rol van de gemeente is deze ontwikkeling naar de toekomst te

leiden en te begeleiden (regisserend Lochem).

Vanuit (financiële) middelen: kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de gemeentelijke middelen is zoeken

naar een nieuwe balans tussen ambities, middelen en de organisatie (strategische heroriëntatie). Dat is verruimender

dan alleen het vinden van bezuinigen maar betekent ook investeren als dat op termijn nieuw (maatschappelijk) rendement

kan opleveren. Oplossingsrichtingen voor bezuinigen zijn schrappen, efficiency, uitbesteden en/of samenwerken,

geld genereren, denkkracht mobiliseren, handen organiseren en beter benutten. Die nieuwe balans is een gezamenlijk

opgaaf waaraan iedereen in de Lochemse samenleving een bijdrage kan leveren.

De kerntakendiscussie heeft geresulteerd in richtinggevende uitspraken, opgenomen in de notitie “Kijk op Kerntaken”.

Met deze uitspraken pakken wij de uitdagingen vanuit taakopvatting en vanuit financiële middelen op. In hoofdstuk 4.3

zijn de richtinggevende uitspraken opgenomen.

2. Kerntaken en regie

5


3. Financieel perspectief

6



3. Financieel perspectief

Dit hoofdstuk schetst een doorkijk naar de verwachte financiële toekomst van de gemeente Lochem. De intentie is een

beeld van toekomstige financiële ontwikkelingen te geven, zonder dat exacte getallen bekend zijn. We kunnen dit als

de “probleemkant” van het toekomstig perspectief zien. Zo houden wij rekening met nieuw beleid 2014, dat is gebaseerd

op de bestaande horizonlijst 2013. Hiermee waarderen wij onontkoombaar toekomstig nieuw beleid op euro’s. Het is echter

niet de bedoeling om de onderliggende activiteitenlijst daarmee als vaststaand te beschouwen. Het geeft meer invulling

aan de wetenschap dat de toekomst van Lochem gepaard zal gaan met financiële intensivering bijvoorbeeld op

het gebied van wegenonderhoud, openbare verlichting, kunstwerken etc. en vanuit het principe dat de kosten voor de

baat gaan.

Ook wordt het recente rijksbeleid met financiële gevolgen voor de gemeenten, verkondigd in het regeerakkoord van

Rutte-2, financieel vertaald in het toekomstig perspectief. En verwerken wij, zoals ieder jaar, de financiële gevolgen van

autonome ontwikkelingen en een risicotoeslag van 3% om te anticiperen op de verwachte financiële ontwikkelingen als

gevolg van verdere rijksbezuinigingen.

Al met al is het een somber financieel beeld. Gezien de economische omstandigheden, zoals krimp van de economie, afname

werkgelegenheid, laag consumentenvertrouwen is dit beeld echter wel passend bij de toekomstverwachting. Ondanks

dit sombere perspectief rekent het college erop dat wij in samenspraak met onze partners tot een oplossingsrichting

komen. Een oplossingsrichting die maakt dat Lochem het verantwoord duurzaam financieel beleid kan doorzetten.

Tabel Financieel perspectief

- = nadeel Bedrag x € 1.000

Beslispunten Omschrijving

Saldo Begroting 2013 (exclusief

onderzoeksopdrachten 2014 - 2015

2013 2014 2015 2016 2017

en resterende ombuigingen 2013) -377 -278 -1.518 -1.853 -1.853

Beslispunt 1 Nieuw beleid 2014 (bijlage 6.2)

Genomen raadsbesluiten (nov. 2012 -

-1.747 -1.694 -1.950 -2.004

mei 2013) met financiële gevolgen -889 -390 -49 -49 -49

-1.266 -2.415 -3.261 -3.852 -3.906

Beslispunt 2 Regeerakkoord Rutte-2 "Bruggen slaan" 0 0 -600 -600 -600

Beslispunt 3 Financiële bijstelling (bijlage 6.1) 373 -257 -281 -345 -477

Beslispunt 4 Risicotoeslag (3% van de incidentele risico's) 0 -240 -240 -240 -240

Geactualiseerd financieel perspectief -893 -2.912 -4.382 -5.037 -5.223

3. Financieel perspectief

Beslispunt 1

Instemmen met het opnemen van financiële gevolgen nieuw beleid 2014 , ter indicatie van de

financiële opgave, met name in de openbare ruimte.

Wij kijken naar kerntaken onder andere vanuit het perspectief van de gemeentelijke middelen, daarbij is het zoeken naar

een nieuwe balans tussen ambities, middelen en de or ganisatie (strategische heroriëntatie). De komende tijd zullen

wij inzetten om de onderhoudsaanpak uit de jaarexploitatie te halen en langs thema’s op te gaan pakken via business

cases. Reguliere onderhoudsbudgetten zijn afgelopen jaren onvoldoende geweest om het onderhoud op peil te houden,

waardoor er achterstallig onderhoud wordt opgebouwd. Dit doet zich vooral voor bij wegen, openbare verlichting, kunstwerken

en bomen buitengebied.

7


8

3. Financieel perspectief


Om hier alvast een voorlopig “prijskaartje” aan te hangen houden wij rekening met nieuw beleid 2014, dat is gebaseerd

op de bestaande horizonlijst 2013. Hiermee waarderen wij onontkoombaar toekomstig nieuw beleid op euro’s. Het is echter

niet de bedoeling om de onderliggende activiteitenlijst daarmee als vaststaand te beschouwen. Het geeft meer invulling

aan de wetenschap da t de toekomst van Lochem gepaard zal gaan met onontkoombare financiële

intensiveringen en vanuit het principe dat de kosten voor de baat gaan. Op deze manier adresseren wij dus de problematiek.

Echter het vinden van de passende maatregelen zal de nodige tijd vergen. Immers het vinden van oplossingen

in financiële arrangementen, zoals total cost of ownership, leaseconstructies, cofinanciering is geen sinecure. Met het

uitwerken van de oplossingsrichting wordt de komende jaren verder invulling gegeven aan welke (financiële) maatregelen

met welk tijdspad passend zijn bij de financiële opgave. Dit kan betekenen, dat de daadwerkelijke financiële intensivering

varieert in de tijd.

Beslispunt 2

Regeerakkoord Rutte-2 “Bruggen slaan”

Instemmen met het opnemen van een aanvullende stelpost van € 0,6 miljoen.

Op 29 oktober 2012 is het Regeerakkoord “Bruggen slaan” gepresenteerd. In een periode van zwaar weer is een bezuinigingspakket

gevonden van ruim € 16 miljard, waar ook de gemeenten een zeer substantieel deel aan moeten bijdragen.

De belangrijkste effecten voor de gemeenten zijn:

• Ontwikkelingen van het Gemeentefonds als gevolg van de systematiek trap op, trap af

• Een korting onderwijshuisvesting

• Een korting als gevolg van samenvoeging gemeenten

• De korting als gevolg van de BTW-verhoging van 1 oktober 2012

• Extra kortingen op het budget van de drie decentralisaties (Participatiewet, de AWBZ begeleiding en Jeugdzorg)

• Beperken huishoudelijke hulp WMO

De maatregelen in het Regeerakkoord zijn erg summier toegelicht. Vele voornemens van het kabinet moeten nog nader

worden uitgewerkt. Het Regeerakkoord leidt tot weinig verheugende financiële uitkomsten. Voor 2013 en 2014 valt het

nog mee, maar vanaf 2015 wordt een zware wissel getrokken op de gemeentelijke financiële huishouding.

Onderstaand gaan we hier verder op in, met eerst de maatregelen met directe budgettaire effecten en daarna de maatregelen

waarbij als uitgangspunt budgettair neutraal geldt.

Over de jaren 2013-2017 is de verwachte ontwikkeling als volgt:

- = nadeel Bedrag in €

2013 2014 2015 2016 2017

Trap-op-trap-af effect (accres algemene uitkering) -717.000 -313.000 -337.000 -115.000 -147.000

Onttrekking BTW-compensatiefonds -294.000 -808.000 -808.000 -808.000

Afromen onderwijshuisvesting -409.000 -409.000 -409.000

-717.000 -607.000 -1.554.000 -1.332.000 -1.364.000

Stelpost Lente-akkoord* 800.000 800.000 800.000 800.000 800.000

Over/Tekort 83.000 193.000 -754.000 -532.000 -564.000

* In de Kadernota 2013 hebben wij voor mogelijke negatieve effecten als gevolg van Rijksbezuinigingen op de Algemene Uitkering binnen

de stelpost van € 1,2 miljoen met ingang van 2013 een structureel bedrag van € 800.000 gereserveerd.

Op basis van bovenstaand structureel tekort vanaf 2015 houden wij rekening met een aanvullend benodigde stelpost

van € 600.000. Genoemde stelpost van € 600.000 is verwerkt in het financieel perspectief.

Van bovenstaande maatregelen is de onttrekking BTW-compensatiefonds opgenomen in het (deel)akkoord tussen het

kabinet en de VNG over invoering wet Hof, schatkistbankieren en het BTW-compensatiefonds. De nog te ontvangen circulaires

van het Gemeentefonds zullen meer inzicht moeten gaan geven over de financiële doorwerking van maatregelen.






Maatregelen met als uitgangspunt budgettair neutraal

Daarnaast zijn er een aantal maatregelen waarmee het Gemeentefonds wordt gekort, maar waarbij het uitgangspunt

geldt dat deze maatregelen kunnen worden opgevangen door wijziging van beleid. Dit zijn onder meer de te decentraliseren

budgetten sociaal domein en WMO. Deels betreft het een verdere verhoging van de al eerder opgelegde efficiencykorting

(jeugdzorg), deels wordt geschrapt in taken waardoor minder budget nodig is. Een ander onderdeel is

een verwachte besparing door samenwerking of samenvoeging van gemeenten. In den lande wor dt hierbij het uitgangspunt

gehanteerd dat deze effecten budgettair neutraal plaatsvinden door efficiency en of schrappen van taken.

In de verdere concretisering van het Regeerakkoord moet duidelijk worden of deze effecten daadwerkelijk budgettair

neutraal kunnen worden ingevuld.

In de Kadernota 2013 hebben wij voor mogelijke negatieve effecten, bijvoorbeeld frictiekosten, als gevolg van decentralisaties

binnen de stelpost van € 1,2 miljoen met ingang van 2013 een structureel bedrag van € 400.000 gereserveerd.

Conclusie

Ten opzichte van de stelpost Lente-akkoord zoals opgenomen in de Begroting 2013 geeft het Regeerakkoord een aanzienlijk

slechter perspectief. In 2017 is er sprake van een nadeel van € 1,4 miljoen, daar waar in de stelpost € 0,8 miljoen

is opgenomen. Om deze negatieve ontwikkeling voor de toekomst te kunnen ondervangen, nemen wij aanvullend een

stelpost van € 0,6 miljoen op.

Beslispunt 3

Financiële bijstelling (bijlage 6.1)

Tussen het moment van vaststellen van de Begroting 2013 en het opstellen van deze kadernota hebben wijzigingen

met financiële gevolgen plaatsgevonden. Grotere afwijkingen worden veroorzaakt door autonome ontwikkelingen,

daarnaast zijn er administratieve bijstellingen opgenomen en zijn de resterende ombuigingstaakstellingen 2013 concreet

ingevuld met maatregelen en verwerkt in de bijstelling.

Ook de benodigde middelen voor vervanging van bedrijfsmiddelen zijn opgenomen. Een specificatie van de vervangingen

vindt u op bijlage 6.4.

Kanttekening hierbij is de v ervanging van tractiemiddelen. Als gevolg van een raadsbesluit uit het verleden worden

tractiemiddelen alleen vervangen bij afzonderlijk raadsbesluit. Dit besluit is genomen in het licht van ontwikkelingen

rond de invulling van de buitendienst (BBOOR). Met vervanging van tractiemiddelen is dan ook de afgelopen jaren zeer

terughoudend omgegaan. Gevolg hiervan is wel dat de algehele staat van het materieel is teruggelopen en dat de onderhoudskosten

zijn gestegen. Dit heeft gevolgen bij een toekomstige overdracht van materieel.

Beslispunt 3a: Instemmen met de financiële bijstelling (voor specificatie zie bijlage 6.1)

Beslispunt 3b: Instemmen met de vervanging van bedrijfsmiddelen 2014 (zwarte blokjes bijlage 6.4).

Beslispunt 4

Instemmen met het opnemen van een risicotoeslag van 3% van de incidentele risico’s

3. Financieel perspectief

In de “Discussienota kerntaken” die ter voorbereiding op de Kadernota 2014 is opgesteld, is aangegeven dat het raadzaam

is om rekening te houden met een risicotoeslag van 3%. Deze extra marge moet de kans verkleinen dat in de komende

jaren nieuwe ombuigingen nodig zijn.

9


3. Financieel perspectief

10

3.1. Perspectief

Het financieel perspectief is verslechterd. Belangrijke oorzaak zijn natuurlijk de rijksbezuinigingen, ook nu weer nemen

wij op grond van het regeerakkoord Rutte-2 “Bruggen slaan” indicatief een stelpost van € 600.000 op in onze begroting.

In totaliteit houden wij nu voor rijksbezuinigingen rekening met een bedrag van € 1,4 miljoen (structurele stelposten

van € 0,8 miljoen en € 0,6 miljoen). Voor de effecten van de decentralisaties is vanuit behoedzaam financieel beleid,

een structurele stelpost van € 0,4 miljoen in onze begroting gereserveerd. Echter ondanks efficiencykortingen van het

Rijk blijft ons streven de decentralisaties budgettair neutraal te laten verlopen.

Verder is met het sluitend maken van de Begroting 2013 toegezegd om € 1,4 miljoen budgettair voordeel uit de kerntakendiscussie

terug te storten in de Algemene Reserve.

Met bovenstaande uiteenzetting van het verwachte financiële toekomstbeeld is de zogenoemde “probleemkant” van

het perspectief financieel gewaardeerd.

In het hierna volgende hoofdstuk gaan wij in op de “oplossingskant” van het perspectief.



4. Oplossingsrichting

4.1 Keuzes in incidenteel of structureel sluitende begroting

Als uitgangspunt bij het opstellen van de begroting hanteert de gemeente Lochem een duurzaam financieel beleid.

Naast financieel verantwoorde keuzes, uit zich dit door te werken met meerjarig sluitende begrotingen. Bij het opstellen

van de begroting zorgen wij ervoor dat de vierde en laatste toekomstige jaarschijf sluitend is. Ook de Begroting 2013 is

op deze wijze sluitend gepresenteerd.

Op basis van het perspectief, geschetst in hoofdstuk 3, moeten wij nu kiezen hoe we de Begroting 2014 sluitend willen

houden. Hiervoor zijn een aantal opties mogelijk.

a. Alleen een sluitende jaarschijf 2014

Alleen het jaar 2014 moet materieel in evenwicht zijn. Dit wil zeggen dat de structurele lasten in 2014 gedekt worden

door structurele baten. Hiermee voldoen wij aan de vereisten van het financieel toezicht door de Provincie Gelderland.

De jaren 2015 – 2017 mogen een tekort hebben.

b. Een meerjarig sluitende begroting

Conform onze eigen gedragslijn van duurzaam financieel beleid tot nu toe, moet de laatste jaarschijf, in dit geval 2017,

materieel in evenwicht zijn. Hiermee wordt aannemelijk gemaakt dat materieel evenwicht uiterlijk in het laatste jaar

tot stand wordt gebracht. Tussenliggende jaarschijven kunnen zo mogelijk met incidentele dekking sluitend worden gemaakt.

Als dit gebeurt door een onttrekking aan vrije reserves, is een goede reservepositie voorwaardelijk.

c. Een meerjarig structureel sluitende begroting

Bij deze keuze is het jaar 2017 materieel sluitend, maar ook de tussenliggende jaarschijven. Voor de tussenliggende

jaren wordt er, voor dekking van een begrotingstekort in enig jaar, geen beroep gedaan op een onttrekking aan vrije reserves.

Gevolg van deze werkwijze kan zijn dat structurele bezuinigingen in de tussenliggende jaren leiden tot een begrotingsoverschot

in latere jaren wanneer verwachte baten en lasten, respectievelijk toe- of afnemen.

NB: In alle gevallen geldt bij het financieel toezicht vanuit de provincie dat stelposten en bezuinigingsmaatregelen die

niet of onvoldoende zijn geconcretiseerd gekort worden op de budgettaire ruimte.

Conclusie

Gezien de ontwikkeling van ons financieel perspectief en de te verwachten economische ontwikkelingen ontkomen wij

niet aan fundamentele keuzes om blijvend een meerjarig sluitende begroting te presenteren. Om hier een realistisch

tijdspad aan te koppelen, stellen wij voor om bij het opstellen van de Begroting 2014 uit te gaan van keuze a. Het jaar

2014 moet materieel in evenwicht zijn, wat wil zeggen dat de structurele lasten in 2014 gedekt worden door structurele

baten. Daarbij houden we de stelposten rijk sbezuinigingen/decentralisaties kritisch tegen het licht om te bezien of

deze in 2014 al benodigd zijn.

Het sluitend maken van de Begroting 2015 en verder kan dan weer op basis van keuze b. Hiermee wordt voorkomen dat

het nu zittende college en raad over het eigen graf heen regeren. Na de verkiezingen in 2014 wordt, in samenspraak met

de nieuwe raad vorm gegeven aan het uitwerken van de richtinggevende uitspraken uit de notitie “Kijk op kerntaken”.

Op deze manier komen tegenover de meerjarig negatieve financiële uitkomsten de resultaten uit de kerntakendiscussie

te staan.

Beslispunt 5: Instemmen met het hanteren van keuze a. als vertrekpunt voor het sluitend maken

van de Begroting 2014 ( jaarschijf 2014).

4. Oplossingsrichting

11


4. Oplossingsrichting

12

4.2 Reservepositie

Een belangrijk aspect wat meeweegt bij het zoeken naar oplossingsrichtingen is de reservepositie. Een gunstige reservepositie

biedt mogelijkheden om met creatieve financiële arrangementen te komen tot oplossingen.

De reservepositie wordt bepaald door het vrij aanwendbare deel binnen de algemene reserve en de bestemmingsreserve

Verkoop Nuon. Het is van belang om tegenover deze reservepositie ons risicoprofiel af te zetten. Binnen de algemene

reserve zijn er meerdere geraamde vermeerderingen in de periode tot en met 2017, waarvan onzeker is of deze gerealiseerd

gaan worden.

Tevens worden, in het kader van het herijken van het reserve- en voorzieningenbeleid (richtinggevende uitspraak A. uit

“Kijk op Kerntaken”), de bestaande bestemmingsreserves doorgelicht op nut en noodzaak. Bijlage 6.6 geeft een overzicht

van het totaal aan (bestemmings)reserves.

Risicoanalyse

Wij beperken ons in deze kadernota tot het benoemen van de risico’s. De structurele en incidentele risico’s brengen wij

afzonderlijk in beeld. Dit omdat de benodigde financiële maa tregelen verschillend van aard zijn. Zo moeten voor de

structurele risico’s structurele maatregelen als een OZB-verhoging of een structurele ombuigingsmaatregel getroffen

worden. En staan de reserves als incidentele middelen tegenover de incidentele risico’s.

Incidentele risico’s

Als alle inciden tele risico’s zich zullen v oordoen zoals gekwantificeerd dan is er een bedr ag benodigd v an ruim

€ 8 miljoen (periode tot en met 2017).

Dit bedrag is natuurlijk niet in beton gegoten. De bandbreedte van de financiële gevolgen is vaak aanzienlijk en ook de

waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet is niet eenvoudig vast te stellen.

Hierna gaan wij in op enk ele grotere risico’s. Over de decentralisaties volgt, gezien de omvang, afzonderlijke rapportage.

Grondexploitaties

De opbrengsten grondexploitaties zijn gebaseerd op de verwachte grondverkopen minus de kosten voor grondaankoop,

bouw- en woonrijpmaken, etc. De economische recessie heeft tot gevolg dat de grondverkopen stagneren en dat de

resultaten onder druk staan.

De verwachte opbrengsten in de algemene reserve zijn gebaseerd op de bij de jaarrekening 2012 herziene exploitatieberekeningen.

Toch blijft het opnemen van een risico, als “tegenhanger”, noodzakelijk in verband met de economisch

moeilijke tijden. Het inschatten van de ontwikkelingen laat zich in tijden als deze moeilijk vaststellen.

Verkoop gemeentelijke panden

De verkoopopbrengst van de gemeentelijke panden in Lochem is in de begroting geraamd voor het jaar 2013. Ook voor

deze verwachte opbrengst geldt dat de huidige economische tijd niet meezit. Wij hebben u daarom al op eerdere

momenten te kennen gegeven dat realisatie van de destijds verwachte opbrengst met risico’s is omgeven en dat daarmee

de toevoeging aan de algemene reserve onzeker is.

Wet houdbare overheidsfinanciën (wet Hof)

In verband met de financiële crisis in Europa moeten begrotingstekorten van de meeste EU-landen omlaag, zo ook in

Nederland. Het doel is op termijn de tekorten terug te dringen tot ongeveer begrotingsevenwicht. Met begrotingstekort

wordt bedoeld het saldo van de totale inkomsten en uitgaven van een land, het zogenaamde EMU-saldo. Dit is inclusief

de saldi van de decentrale overheden. Voor de verankering van het Europese beleid in Nederland heeft het kabinet de

Wet houdbare overheidsfinanciën opgesteld. Het wetsvoorstel ligt op moment van dit schrijven bij de Eerste Kamer en

zal waarschijnlijk in werking treden met ingang van 1 januari 2014.

De Wet Hof regelt procedureafspraken voor situaties waarin de norm dreigt te worden overschreden, dan wel wordt

overschreden. Zodra sprake is van (dreigende) overschrijding wordt in het bestuurlijk overleg besloten welke maatregelen

moeten worden genomen om de overschrijding te voorkomen of in latere jaren goed te maken. Er is ruimte voor afspraken

van een collectief verbeterpad. Sancties zijn onderdeel van de wet. Via een amendement in de Tweede Kamer


is bepaald dat sancties collectief en/of per individuele decentrale overheid opgelegd kunnen worden. Gedurende de

huidige kabinetsperiode zullen sancties niet worden toegepast.

In 2014 en 2015 mogen de decen trale overheden nog een tekort van 0,5% hebben. Eind 2015 wordt gekeken of het

realistisch en verantwoord is om de tekorten terug te brengen naar 0,4% in 2016 en 0,3% in 2017. Over de onderlinge

verdeling binnen deze ruimte zullen VNG, IPO en UvW dit jaar afspraken maken.

Gevolgen voor gemeenten

Op grond van de wet Hof moeten gemeenten sturen op het sluitend krijgen van de baten/lasten-begroting èn het jaarlijks

sluitend krijgen van de kasstroom (inkomsten en uitgaven).

De gemeenten begroten op basis van het baten-lasten stelsel. Het kan voorkomen dat een gemeente over de EMUnorm

gaat terwijl er voldoende dekking is in de vorm van reserves of binnen de exploitatie voor de kapitaallasten. De

dekking telt echter niet mee in de berekening van het EMU-saldo.

De gemeenten kunnen door de EMU-norm beperkt worden in het doen van investeringen. Hiervoor zijn al eventuele oplossingen

bedacht, zoals huren, leasen, privaat-publieke constructies en investeringen uit te voeren via geïntegreerde

contracten. Bij de laatste specificeert de gemeente de gewenste functionaliteit en de functionele eisen. Marktpartijen

worden in de aanbesteding ge vraagd een ontwerp te maken, de aanleg te verzorgen en het onderhoud voor een

bepaalde periode uit te voeren. De winnende partij krijgt een jaarlijkse vergoeding die afhankelijk gesteld wordt van de

kwaliteit van uitvoering. Hierdoor betaalt de gemeente dus niet een bedrag ineens maar worden de uitgaven verdeeld

over de jaren.

Van belang is ook een goede planning van de activiteiten. Als aan het eind van het jaar activiteiten niet zijn uitgevoerd

is dat positief voor het EMU-saldo maar dat betekent wel dat we bij het opstellen van de begroting ten onrechte

uitgegaan zijn van een te negatief scenario.

Het EMU-saldo wordt negatief beïnvloed door uitgaven die gedekt worden door reserves. Immers er worden uitgaven

gedaan die niet gedekt worden door inkomsten, de inzet van een reserve als dekking betreft geen reële inkomstenbron.

Het EMU saldo van Lochem voor 2013 is berekend op -/- € 888.000. De norm voor dit jaar is een nega tief saldo van

€ 4.698.000. Over de jaren heen kan ons EMU-saldo flink verschillen, hoofdzakelijk veroorzaakt door investeringen.

Tijdens behandeling in de Tweede Kamer is een motie aangenomen w aarin gevraagd is om uitstel of af stel van investeringen

bij de decentrale overheden te voorkomen. In hoeverre deze motie in de praktijk zal werken moeten we nog

afwachten.

Structurele risico’s

De structurele weerstandscapaciteit (ca. € 3,8 miljoen) is voldoende om de structurele risico’s (€ 250.000) op te kunnen

vangen. Oftewel eventuele structurele tegenvallers in onze begroting kunnen we in theorie opvangen door het verhogen

van het OZB-tarief.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de organisatie in staat is om onverwachte gebeurtenissen (risico's)

op te vangen met de weerstandscapaciteit (reserves).

Geraamde stand per 31-12-2017 bedragen x € 1.000

Algemene reserve (incl. bodembedrag) 10.693

Bestemmingsreserve Verkoop Nuon 12.455

Saldo reserves 23.148

Incidentele risico's 8.386

Ruimte incidenteel weerstandsvermogen 14.762

Door het bezit van de reserve Nuon is onze vermogenspositie als solide aan te merken.

4. Oplossingsrichting

13


4. Oplossingsrichting

14

4.3 Kijk op kerntaken (richtinggevende uitspraken voor de toekomst)

In de vorige paragrafen hebben wij u geïnf ormeerd over de keuzes met betrekking tot het financieel perspectief en

onze reservepositie. Een andere belangrijke oplossingsrichting is de kerntakendiscussie geweest.

In de notitie Regisserend Lochem van 2012 heeft de raad de wens uitgesproken een discussie over kerntaken te voeren.

Op 11 maart 2013 is in het technisch beraad door het college een discussienota gepresenteerd. Vervolgens zijn door middel

van een meedenkconferentie met de samenleving en een internetpeiling voor het bredere publiek dilemma's gepeild

en ideeën opgehaald. Op 20 april 2013 heeft de raad een inventariserende conferentie gehouden waarin de informatie

is gedeeld en besproken.

Uit de verzamelde informatie is door het college de notitie “Kijk op Kerntaken” opgesteld als mogelijke rode draad voor

de kerntaken. Deze notitie is als bijlage bijgevoegd.

In deze notitie zijn een aantal richtinggevende uitspraken opgenomen. De richtinggevende uitspraken zijn onderstaand

opgesomd, waarbij rekening is gehouden met de uitkomsten van de meningvormende raad van 13 mei jl. Aan de hand

van de richtinggevende uitspraken wordt de raad voorstellen gedaan om te komen tot een sluitende Begroting 2014,

maar ook voor de begrotingen in de jaren daarna.

Opsomming richtinggevende uitspraken:

A.Financieel instrumentarium optimaal benutten

Bij het vertalen van kerntaken naar ombuigingen is de eerste stap het optimaliseren van de inzet van het financieel instrumentarium.

Hierbij kan onder meer worden gedacht aan maatregelen die het jaarlijkse positieve verschil tussen begroting

en jaarrekening kunnen verkleinen (onderuitputting), het herijken van het reserve- en voorzieningenbeleid

(ontschotten) en het beperken van de momenten waarop de begroting wordt aangepast zonder integrale afweging.

B.Voortzetten anders denken, anders doen

In eerdere ombuigingstrajecten is door de raad tot het onderzoeken van mogelijkheden tot anders denken en doen besloten:

de onderzoeksopdrachten 2014/2015. Het gaat om efficiency maar ook om het anders invullen van rol en werkwijzen.

Het uitgangspunt is dat deze onderzoeksopdrachten worden voortgezet en wordt gezocht naar nieuwe kansen

op anders denken en anders doen.

C. Meer participatie en zelfredzaamheid in veiligheid

Veiligheid is van ons allemaal: “Veiligheid creëer je samen”. Binnen veiligheid mag in grotere mate een beroep worden

gedaan op de eigen kracht en zelfredzaamheid van burger, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.


D.Regelen in vertrouwen met modern toezicht en handhaving

Regels en procedures voor vergunningen en in het (risicogerichte) toezicht en handhaving wordt, waar rijksregelgeving

en risicoprofiel het toestaan, meer gebouwd op het vertrouwen dat de inwoners de verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving

zelf kunnen dragen. Gaat het mis, betaalt de misbruiker.

E. Profijtbeginsel toepassen waar het kan

Bij de uitvoering van taken mag nadrukkelijker dan nu een bijdrage worden gevraagd van degene die daar (het meest)

profijt van heeft. Dat kan leiden tot (meer) kostendekkende tarieven, factureren van gemeente werkzaamheden of het

stopzetten of verlagen van (waardering)subsidies of andere gemeentelijke bijdragen. We wijken daarvan af zodra de

solidariteit in het geding komt.

F. Hanteer het uitgangspunt van de inclusieve samenleving

Een inclusieve samenleving betekent dat mensen met een beperking (fysiek, sociaal of psychisch) of chronische ziekte,

volwaardig kunnen deelnemen aan de samenle ving. De gemeente treft op alle beleidsterreinen, zowel algemene als

specifieke maatregelen die de zelfredzaamheid van mensen met een beperking stimuleren. Het zwaartepunt ligt bij de

jeugd. Van zelfredzame mensen zal een bijdrage in geld, inzet of kwaliteitsverlies worden gevraagd. Dit uitgangspunt

zal onder meer toepasbaar zijn op het gebied van welzijn, cultuur en sport.

G. Investeren in de economie

De bedrijven moeten de motor in de ontwikkeling zijn en moeten zelf nog meer samen in actie komen. De gemeente

moet daarin w aar nodig een f aciliterende regierol in nemen en de goede v oorwaarden en ruim te scheppen. De

gemeente faciliteert niet zozeer in geld als wel in netwerk en kennis en ervaring. Als toch gefaciliteerd moet worden in

geld gebeurt dat op basis van cofinanciering. Bedrijven leveren een bijdrage in de vorm van toepassing van het profijtbeginsel

en door het leveren van een ‘meedenk’ bijdrage op innovatie.

H. Actief inspelen op initiatieven ruimtelijke ontwikkeling

Particuliere initiatieven bepalen op dit moment de ontwikkeling. Rol van de gemeente is actief inspelen op deze initiatieven

en de verbindende schakel zijn tussen maatschappelijke initiatieven en instellingen. Woningcorporaties moeten

worden gestimuleerd actief te zijn. Investeringen in de ruimtelijke ontwikkeling verdienen zichzelf in principe terug.

I. Stimuleren en ondersteunen van duurzaamheid

Duurzaamheid is een kernwaarde van de samenleving en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het tot stand brengen

van een duurzaam robuuste samenleving, met een sterke sociale en economische ruggengraat. De rol van de gemeente

Lochem is stimulerend en enthousiasmerend, waarbij cofinanciering van coöperatieve bewegingen als stimulerend

instrument wordt ingezet. Daarvoor wordt een (revolving) innovatiefonds gevormd zonder dat de exploitatie wordt

belast. Zodra de (coöperatieve) partners sterk genoeg zijn, zal de gemeente zich terugtrekken en de cofinanciering

afbouwen en mogelijk omzetten naar nieuwe innovatieve trajecten.

J. Aanpakken achterstand onderhoud openbare ruimte

De komende jaren liggen er forse uitdagingen in het voorkomen van achterstallig onderhoud in de openbar e ruimte

(wegen, openbare verlichting, kunstwerken en bomen in het buitengebied). Deze uitdagingen schuiven we niet vooruit

maar pakken we aan. We zetten in op langlopende afspraken voor de uitvoering op basis van innovatieve bestekken en

vormen van aanbesteding. Er komt indien nodig geld om achterstalligheid op te lossen.

K. Faciliteren van ontwikkeling natuur en landschap

De ontwikkeling van natuur en landschap zijn kernwaarden voor overheid en samenleving en leveren een belangrijke

bijdrage aan de aantrekkelijkheid van onze leefomgeving voor inwoners en toeristen. Op het gebied van natuur en landschap

werken we met gebiedspartijen intensief aan nieuwe ontwikkelingen. Als het gaat om de financiering en uitvoering

van landschapsversterking en onderhoud, faciliteert de gemeente dit proces vooral met onze kennis en ons netwerk

en is financieel terughoudend. Parallel hieraan werken we aan mogelijkheden voor vrijwillige ruilverkaveling en landschapsversterking,

onder andere in het kader van ‘goed boeren in een kleinschalig landschap’.

4. Oplossingsrichting

15


4. Oplossingsrichting

16


L. Accommodaties op maat maken

Accommodaties zijn geen doel op zich maar een instrumen t om beleidsdoelen te bereiken. We streven naar vitale

accommodaties, met een vooraf bepaald kwaliteitsniveau, die op een gez onde en duurzame manier kunnen worden

geëxploiteerd en die – waar mogelijk – multifunctioneel worden gebruikt. Als gemeente willen we financiële kaders en

voorwaarden scheppen voor het beheer van accommodaties en meer verantwoordelijkheid bij de gebruikers leggen.

Voor onderwijs uiteraard binnen de wettelijke kaders. Hierbij horen uniforme, kostendekkende prijzen en sluitende

exploitaties. Waar dat niet lukt, is het aan de inwoners de oplossing te bieden. De insteek is eerst de leegstand in

bestaande accommodaties te benutten voordat nieuwe worden neergezet. Verschillen tussen de kernen mogen. Onderzocht

wordt een alternatieve benadering waarbij per gebied (een of meerdere kernen) een taakstellend budget wordt

toegerekend waarbij het gebied wordt gevraagd een voorstel te doen hoe dat budget kan worden besteed.

M. Verhogen belastinginkomsten alleen als sluitstuk

Het verhogen van bestaande belastingen (OZB, toeristenbelasting etc.) of het introduceren van nieuwe belastingen

wordt niet uitgesloten maar wordt alleen ingezet als daar noodzaak toe is om de begroting te sluiten.

Beslispunt 6: Instemmen met de bijgevoegde notitie 'Kijk op Kerntaken' die dient als opdracht

en het kader die de raad aan het college meegeeft voor het voorbereiden en opstellen van de

begroting 2014 en verder.

4.4 Onderzoeksopdrachten 2014 en 2015

Tenslotte behandelen wij hier nog de onderzoeksopdrachten 2014 – 2015 als onderdeel van de oplossingsrichting. In de

Begroting 2013 heeft over de onderzoeksopdrachten 2014 en 2015 al besluitvorming plaatsgevonden. De financiële omvang

van de onderzoeksopdrachten is becijferd op:

Tabel Onderzoeksopdrachten 2014 - 2015 volgens Begroting 2013:

2014 2015 2016

Bedragen x € 1.000

2017

Onderzoeksopdrachten 2014 – 2015 90 1.584 1.584 1.584


Deze opdrachten waren betrokken in de kerntakendiscussie. Op deze manier is het voor de raad mogelijk, via een integraal

afwegingsproces, een totaalpakket aan ombuigingsmaatregelen te bepalen voor de jaren 2014 en volgende. Inmiddels

is uit de meningvormende raadsvergadering van 13 mei jl. gebleken, dat de reeds benoemde onderzoeksopdrachten

niet ter discussie worden gesteld. Met het opstellen van de Begroting 2014 houden wij, conform de richtinggevende uitspraak

B. uit de notitie “Kijk op Kerntaken”, rekening met het voordelige effect van de ombuigingsresultaten 2014 – 2015.

Kanttekening hierbij blijft de realisatie van de besparing op de personele formatie. Concrete resultaten zijn er reeds gehaald,

hierdoor is het mogelijk de reserve organisatieontwikkeling te voeden en aan te wenden voor realisatie van de

ombuigingstaakstelling op de personele f ormatie. En invulling te geven aan de transitie naar een regisserende gemeente.

Voor verdere realisatie van personele besparing is het voorwaardelijk dat de richtinggevende uitspraken leiden

tot keuzes in taakopvatting.

Voortgang onderzoeksopdrachten 2014 - 2015

Voor twee opdrachten is vast komen te staan dat de voorgestelde uitvoering niet mogelijk is in hun oorspr onkelijke

vorm. Het betreft hier:

Middeleninzet duurzaamheid (oorspronkelijk bedrag € 36.000 in 2014 en vanaf 2015 € 94.000)

Het is niet mogelijk om bestaande apparaatskosten te declareren bij de lopende subsidietrajecten (Rural Alliances) op

het gebied van duurzaamheid. De inzet van “eigen” apparaatskosten is nodig om aan te tonen dat het om cofinanciering

gaat. In de kerntakendiscussie komt dit onderwerp in gewijzigde vorm terug onder de hangers:

65. Vorming van een innovatiefonds duurzaamheid en 105. Gemeentelijke inzet declareren bij ISV.

Voorschoolse voorzieningen Speel-o-theek (oorspronkelijk bedrag € 6.000 vanaf 2014)

Doordat in 2008 door de gemeente Lochem een 10-jarig huurcontract met Viverion (huur per jaar € 6.000) is aangegaan,

kan de beoogde besparing pas ingaan in 2018. Dit onderwerp correspondeert met hanger 14 van de kerntakendiscussie.

De cijfermatige verwerking van bovenstaande wijzigingen geeft het volgende eindresultaat.

Tabel onderzoeksopdrachten 2014 - 2015 volgens Kadernota 2014:

Bedragen x € 1.000

2014 2015 2016 2017

Onderzoeksopdrachten 2014-2015 volgens Begroting 2013 90 1.584 1.584 1.584

Bijstelling:

Middeleninzet duurzaamheid -36 -94 -94 -94

Voorschoolse voorzieningen; speel-o-theek -6 -6 -6 -6

Onderzoeksopdrachten 2014 - 2015 volgens Kadernota 2014 48 1.484 1.484 1.484

Met bijlage 6.5 is een specificatie opgenomen van de onderzoeksopdrachten 2014 - 2015.

4. Oplossingsrichting

17


5. Beslispunten

18










5. Beslispunten

Beslispunt 1

Instemmen met het opnemen van financiële gevolgen nieuw beleid 2014, ter indicatie van de financiële opgave, met

name in de openbare ruimte.

Beslispunt 2

Instemmen met het opnemen van een aanvullende stelpost van € 0,6 miljoen.

Beslispunt 3a

Instemmen met de financiële bijstelling (voor specificatie zie bijlage 6.1)

Beslispunt 3b

Instemmen met de vervanging van bedrijfsmiddelen 2014 (zwarte blokjes bijlage 6.4).

Beslispunt 4

Instemmen met het opnemen van een risicotoeslag van 3% van de incidentele risico’s

Beslispunt 5

Instemmen met het hanteren van keuze a. als vertrekpunt voor het sluitend maken van de Begroting 2014 ( jaarschijf

2014).

Beslispunt 6

Instemmen met de bijgevoegde notitie 'Kijk op Kerntaken' die dient als opdracht en het kader die de raad aan het college

meegeeft voor het voorbereiden en opstellen van de begroting 2014 en verder.

Beslispunt 7

Instemmen met de te hanteren richtlijnen en uitgangspunten begroting 2014 (voor specificatie zie bijlage 6.7)

5. Beslispunten

19


Bijlagen Kadernota 2014


Bijlage 6.1 Financiële mutaties

22

Onderwerp en toelichting

AUTONOME WIJZIGINGEN

Programma 1 Burger, bestuur en dienstverlening

Bedrag

2013

Bedrag

2014

Bedrag

2015

Bedrag

2016

- = nadeel

Bedrag

2017

WOZ waardebepaling algemeen

Extra kosten worden gemaakt voor de wettelijk voorgeschreven controle van objectkenmerken -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000

WOZ afhandelen bezwaar en beroep

Toegenomen kosten door stijging aantal bezwaren, werkzaamheden no cure no pay bureau's en strengere eisen

Waarderingskamer. Door te verwachten maatregelen vanuit het kabinet zal de wildgroei WOZ vanaf 2014 verder

ingedamd worden.

B&W 23-04-2013 -190.000 -110.000

OZB drukwerk/aanslagen

De noodzakelijke vervanging van de GOUW-software vergt een extra budget. De implementatie zal gefaseerd

gebeuren. -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000

Afvalstoffenheffing drukwerk/aanslagen

De introductie van de diftar ingaande 2013 vergt extra controle- en registratiewerkzaamheden alsmede extra kosten

voor het vervaardigen van de aanslagen. -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 -15.000

Dekking van de extra kosten geschiedt door het tarief afvalstoffenheffing per 2014. De extra kosten 2013 worden

gedekt door de reserve afvalstoffenheffing. 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000

Stijging salarissen -29.922 -555.949 -544.728 -544.728 -544.728

De werkgeverslasten voor de pensioenpremie zijn sinds begin 2012 gestegen met ruim 2,5% terwijl ook de overige

werkgeverslasten met 0,5% zijn gestegen. Dit betekent een stijging van de loonkosten met 375.000. Een deel van

deze stijging werd tot nu toe gedekt uit het budget dat voor drie jaar beschikbaar was gesteld voor de destijds

verwachte tijdelijke verhoging van de pensioenpremie ( 182.000). Tevens wordt er rekening gehouden met de

wachtgeldverplichting vanwege het vertrek van de burgemeester in 2013 en wijzigingen als gevolg van periodieken en

andere inpassingen.

Stelpost looncompensatie

Op grond van de septembercirculaire 2012 moet deze stelpost aangepast worden. Het percentage voor 2013 is 0%,

budget kan dus afgeraamd worden. Voor 2017 wordt de raming op niveau gebracht o.g.v. een verwacht percentage van

2% (septembercirculaire).

De hoogte van het verwachte percentage in 2017 is gebaseerd op de septembercirculaire, deze gelden ook voor het

Rijk. Op basis hiervan nemen de verwachte Rijksuitgaven (loonkosten) toe. Dit werkt door als toename van het accres

130.000 -260.000

en dus een voordeel voor de gemeenten. 260.000

Algemene uitkering

Verwerking mutaties september- en decembercirculaire 2012. Mutaties aantallen; toevoegingen voor CJG gezonde

leefstijl en decentralisatie jeugdzorg invoeringskosten; korting doelgroep kinderopvang) B&W 16-10-2012 / 5-2-2013 133.175 118.786 40.976 -37.841 -37.841

Stelpost nieuwe taken

CJG, bevorderen gezonde leefstijl jongeren -26.029 -26.029 -26.029 -26.029 -26.029

Decentralisatie jeugdzorg, tegemoetkoming invoeringskosten -32.776

Wmo, verwijdering van lichte zorgzwaartepakketten uit de AWBZ kan gevolgen hebben voor taken gemeente, dit

wordt nog onderzocht. -32.771 -32.771 -32.771 -32.771 -32.771

Stelpost prijscompensatie

Mutatie o.g.v. van percentages septembercirculaire 2012. Inclusief bijstelling budget Wmo. -55.611 -94.815 -94.815 -94.815 -314.815

Reserve boekwinst Vitens 2.113 1.577 1.041 172 -224.132

In 2006 is door de aandeelhouders van Vitens besloten om de preferente aandelen om te zetten in een achtergestelde

lening. Om in de jaren 2007 en verder de beëindigde dividenduitkering te kunnen opvangen is de volledige incidentele

bate gestort in een aparte bestemmingsreserve. Bij motie is besloten deze bestemmingsreserve in tien jaar te laten

vrijvallen ten gunste van de exploitatie. Jaarlijks wordt deze vrijval lager.

De laatste bijdrage vanuit bestemmingsreserve Vitens vindt plaats in 2016. De bijdrage bedraagt dan nog ca.

224.000. In de jaren 2013 t/m 2016 is door afrondingsverschillen een gering voordeel. Vanaf 2017 vervalt de bijdrage uit

de reserve en is er een structureel nadeel van ca. 224.000.

Inhuur tbv procesmanagement -45.000

Dekking tlv reserve organisatieontwikkeling 45.000

Voor het procesmanagement zijn we volop bezig met de inventarisatie van processen bij de afdelingen. Om dit te

kunnen afronden hebben we nog de inzet nodig voor de ondersteuning van dit proces. De kosten hiervoor bedragen

voor de periode april t/m december 45.000,-.

Lay-out P&C documenten -10.000

Vanuit het project Verbetering Vereenvoudiging Instrumentarium is besloten om de producten binnen de p&C-cyclus,

zoals de begroting en jaarrekening op te laten maken door een vormgever. Dit vergroot de leesbaarheid en het inzicht

van de stukken. Vooralsnog gaan wij uit van 1 jaar, omdat bij verdere doorontwikkeling van een informatiesysteem dit

aspect kan worden geïntegreerd.

Handhaving m.b.t. lichtmastreclame (programma 2) 3.400 3.400 3.400 3.400 3.400

Precariorechten - lichtmastreclame -12.000 -12.000 -12.000 -12.000 -12.000

In het kader van de ombuigingen 2012 is de invoering van lichtmastreclame ingeboekt als verwachte

opbrengst. Nu met opstellen van het Beleidsplan Openbare Verlichting blijkt dat de invoering van

lichtmastreclame niet past binnen de landelijke uitstraling en is

de bevestiging van reclame-uitingen aan lichtmasten binnen winkelgebieden niet wenselijk. De

ombuiging uit 2012 wordt derhalve niet gerealiseerd/uitgevoerd.


Onderwerp en toelichting

Bedrag

2013

Bedrag

2014

Bedrag

2015

Bijlage 6.1 Financiële mutaties

Bedrag

2016

- = nadeel

Bedrag

2017

BAG audit

Voor de jaarlijks uit te voeren verplichte audit BAG door een geaccrediteerd bureau is 5.000 nodig. -5.000 -5.000 -5.000 -5.000 -5.000

Telefoonkosten -8.000 -8.000 -8.000 -8.000 -8.000

Door toenemend gebruik mobiele telefonie (smartphones) stijgen de kosten telecommunicatie.

Bespaarde rente (inzet structurele dekking stabiliseren) -50.000

In de begroting 2011 is als dekkingsmaatregel het structureel inzetten van bespaarde rente opgenomen. Daarbij is een

50.000

jaarlijks aflopend bedrag van 50.000,- gehanteerd. In 2017 wordt er 225.000 aan de begroting toegevoegd. Dit

bedrag kan worden gehandhaafd voor de daarop volgende jaren. Verdere afbouw is vanuit risicobeheersing niet

nodig, daar er minstens sprake zal zijn van een minimaal vereiste omvang aan reserves en voorzieningen.

Programma 2 Veiligheid en handhaving

Tijdelijke uitbreiding formatie handhaving -22.000

Voor het wegwerken van een gedeelte van de registar dossiers is tijdelijke inhuur van externe ondersteuning

noodzakelijk bij handhaving.

B&W 12-3-2013

Administratieve wijzigingen programma 2

NOG Veiligerhuis

In 2012 is bij de begroting 10.000,- bijgeraamd als nieuw beleid voor de samenwerking tussen partijen in het

Veiligerhuis. Daarbij was de financieringssystematiek nog onderwerp van gesprek. Deze bijraming in de begroting

7.500 7.500 7.500 7.500 7.500

2012 voor het NOG Veilighuis blijkt te hoog te zijn geweest. De raming kan structureel worden verlaagd met 7.500,--

Ext. Veiligheid risicokaart

Hiervoor is twee-jaarlijks budget in de begroting opgenomen. Voor 2017 (nieuwe jaarschijf) is geen budget nodig. 7.133

Programma 3 Natuur en milieu

2012 Beleef de Berkel III (pilot bomen buitengebied Holterweg Laren) -93.000 -56.000 -136.000

Regiocontract 2012-2015 - subsidie Beleef de Berkel III 93.000 56.000 136.000

Doelstelling van de gemeente Lochem in het pilotproject is het opstellen van een business case voor het onderhoud

van de bomen langs wegen in het plangebied “omgeving Holterweg”. Hierbij wordt gezocht naar een

samenwerkingsverband met grondeigenaren in de gemeente Lochem die eveneens zoeken naar een kostenneutrale

werkwijze omtrent het onderhoud van de bomen langs wegen. Via het Regiocontract "Beleef de Berkel III,

landschappelijke kwaliteit recreatieve voorzieningen buitengebied gemeente Lochem" wordt de zoektocht door de

gemeente Lochem naar een mogelijk kostenneutraal beheer van de landschappelijke en recreatieve voorzieningen in

het buitengebied met subsidie ondersteund. De maximaal toegekende subsidievolume bedraagt 500.000,- over de

periode van 2012 t/m 2015.

De co-financiering bestaat uit eigen (gemeentelijke) organisatie-uren en uit de hout- en biomassa-opbrengsten

vanuit het project. We zetten ook de opbrengsten vanuit het gemeentelijk bosbeheer als co-financiering in.

Programma 4 Verkeer, vervoer en wegen

Reconstructie Oranjelaan Eefde -306.300

dekking door:

- Krediet Vervanging vrijverval riool 2013 182.180

- Regulier budget onderhoud wegen 90.960

- Regulier budget structurele renovatie bomen 33.160

Doel van het project is het revitaliseren van de woonomgeving in de Oranjelaan in Eefde en daarbij het creëren van

een veilige en comfortabele woonstraat en wegnemen van de overlast voor omwonenden. Bovendien geeft een

integrale uitvoering van werkzaamheden een financieel voordeel en wordt overlast bij uitvoering geminimaliseerd.

B&W-besluit 26-02-2013

Programma 5 Wonen en werken

Plattelandshuis 1.384 18.384 18.384 18.384 18.384

Voor de periode 2007 – 2013 hebben provincie en gemeenten afspraken gemaakt over de uitvoering van het

Provinciaal MeerJarenProgramma 2007-2013 (PMJP) Agenda voor een Vitaal Gelderland. Het Plattelandshuis speelt

een belangrijke rol bij de inzet van het hieraan gekoppelde subsidieprogramma. Dit subsidieprogramma is afgelopen,

en daarmee ook deze rol van het Plattelandshuis. Momenteel is er geen zicht op een vervolg van het programma. De

provinciale bijdrage aan het Plattelandshuis wordt afgebouwd, en stopt na 2013.

B&W-besluit dd. 18-12-2012

Bouwgrondexploitaties:

Bij het opstellen van de jaarrekening 2012 is voor elke grondexploitatie een doorrekening gemaakt per peildatum 1

januari 2013. Op basis van de op dat moment bekende gegevens en de inzichten van dat moment is de

exploitatieberekening herzien. In de jaarrekening is daarover ook een toelichting opgenomen.

Onderstaand zijn de verwachte eindresultaten uit de begroting 2013 (“was”) en de verwachte resultaten per 1 januari

2013 (“wordt”) met elkaar vergeleken en wordt de financiële mutatie weergegeven per grondexploitatie voor zover

van toepassing.

Van Disselweg

Bij de begroting 2013 werd een overschot geraamd van 1.406.000,- (31-12-2016). De prognoseberekening per 1 januari

- 1.406.000 1.283.000

2013 raamt een overschot

de fasering.

1.283.000,- (31-12-2017). De daling van het geraamde overschot komt door aanpassing van

23


Bijlage 6.1 Financiële mutaties

24

Onderwerp en toelichting 2013 2014 2015 2016 2017

Almen Zuid I

Bij de begroting 2013 werd een overschot op de grondexploitatie Almen Zuid I geraamd van 21.000,- (31-12-2016). De

prognoseberekening 2013 raamt een overschot van 2.000,- (31-12-2016). De daling van het geraamde overschot komt

door aanpassing van de fasering.

-19.000

Mutatie algemene reserve 1.425.000 - 1.283.000

Programma 6 Sport, cultuur en recreatie

Cofinanciering productie en promotie van digitale streekpad Lochem -30.000

Subsidie provincie Gelderland 15.000

Stelpost toerisme 500

Bijdrage reserve Ondernemende Gemeente 14.500

Een budget van 30.000,- is beschikbaar gesteld voor cofinanciering van de productie en promotie van het digitale

streekpad Lochem (app), waarvan een bedrag van 15.000,- gedekt wordt door provinciale subsidie.

B&W-besluit dd. 12-03-2013

Stelpost toerisme

Budget was gebaseerd op extra opbrengsten toeristenbelasting. De opbrengsten vallen nu veel lager uit, waardoor er

geen extra opbrengst meer is. De stelpost toerisme komt daarmee te vervallen. 19.017 19.517 19.517 19.517 19.517

Programma 7 Zorg en welzijn

Bijstelling ramingen Het Plein n.a.v. Marap 2013 en begroting 2014. Toename aantal klanten Het Plein -613.070 -613.070 -613.070 -613.070 -613.070

Bijstelling rijksbijdrage BUIG uitkeringen n.a.v. communicatie SZW. 424.029 424.029 424.029 424.029 424.029

Kinderopvang

Kinderopvang toeslag doelgroepouders wordt bij gemeenten weggehaald, algemene uitkering is verlaagd, bestaande

budget binnen de begroting wordt met zelfde bedrag verlaagd 50.864 51.849 51.972 53.161 53.161

Huiselijk geweld

Crisisopvang/Meldpunt backoffice multi-problem. -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 -50.000

Instemmen met beschikbaar stellen gereserveerd budget op de stelpost nieuw beleid (zie investeringsplan bestaande

voornemens bijlage 8.4). 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000

Programma 8 Onderwijs en jeugd

Onderwijsvoorzieningen in stand houden en bouwen

Overdracht schoolgebouwen; notariële traject: wettelijke verplichting om de schoolgebouwen juridisch over te

dragen aan de schoolbesturen. 2013 uitvoeringstraject.

Totaal autonome wijzigingen -238.813 -842.592 -799.594 -878.091 -1.315.262

OMBUIGINGEN

Programma 1 Burger, bestuur en dienstverlening

Stelpost invulling ombuigingen 2013 e.v.

Afstoten gymzaal vertraagd, hierdoor wordt bezuiniging voor het jaar 2013 deels niet gehaald. Dit incidentele nadeel

kan worden opgevangen binnen budgetten voor gebouwen door voordelige afrekeningen energieverbruik. Per saldo

realisatie van ombuigingsopdracht 2013.

Programma 6 Sport, cultuur en recreatie

56.884

- = nadeel

20.000 20.000 20.000 20.000 20.000

Buitensport

Doorvoering privatisering sportvelden, hiermee vervalt de subsidieregeling. Ombuigingstaakstelling wordt hiermee

gerealiseerd. 24.500 24.500 24.500 24.500 24.500

Programma 7 Zorg en welzijn

WMO

Aanbestedingsvoordeel Bestuurlijk aanbesteden HH. Realisatie ombuigingsmaatregel 2013 350.000 350.000 350.000 350.000 350.000

Kinderopvang

Ombuigingsopdracht harmonisatietraject kinderdagopvang/peuterspeelzaalwerk 30.000 91.000 91.000 91.000 91.000

Programma 8 Onderwijs en jeugd

Leerlingenvervoer

Vervallen busbegeleidster, meer kinderen met OV. Realisatie ombuigingsopdracht 2013. 5.000 20.000 20.000 20.000 20.000

Totaal ombuigingen 429.500 505.500 505.500 505.500 505.500


Onderwerp en toelichting

ADMINISTRATIEVE WIJZIGINGEN

Programma 1 Burger, bestuur en dienstverlening

Bedrag

2013

Bedrag

2014

Bedrag

2015

Bijlage 6.1 Financiële mutaties

Bedrag

2016

- = nadeel

Bedrag

2017

Correcties

Klanttevredenheidsonderzoeken

3.058 6.945 7.656 -16.294 -16.294

Wordt elke 2 jaar uitgevoerd, 2017 (nieuwe jaarschijf) was nog niet geraamd. -8.950

Bijdrage Regio Stedendriehoek 10.000 10.000 10.000 10.000

Naast de opgelegde bezuiniging heeft de Regio Stedendriehoek afgelopen jaren extra besparingen gerealiseerd door

het niet indexeren van de begroting. Voor de begroting 2014 zijn voor het eerst sinds jaren de loonkosten weer

geindexeerd. In totaliteit is er sinds 2011 alleen al door het niet indexeren van de loonkosten ruim 50.000,- bespaard

op de loonkosten waartegebover de indexering voor 2014 staat van bijna 12.000,-. Daarnaast is het gedeelte van de

bijdrage dat compensabel is via het BTW compensatiefonds als gevolg van de stijging van de BTW groter geworden

waardoor de gemeente door middel van de doorschuifvariant meer BTW kan compenseren, De raming kan als gevolg

hiervan worden verlaagd met 10.000.

Reisdocumenten en rijbewijzen afdracht rijksleges -16.833 -16.833 -16.833 -16.833 -16.833

De raming voor afdracht leges aan het Rijk op het niveau brengen die past bij de raming van de opbrengst leges

Bijwerken investeringsplan vervanging bedrijfsmiddelen 101.052 6.603 12.636 8.333

Bij de vervangingsinvesteringen bedrijfsmiddelen 2013-2017 hebben er enkele mutaties plaatsgevonden in het

bestaande vervangingsplan. Dit betreft het doorschuiven van o.a. vervangingen binnen de tractie. Dit leidt tot

voordelen in de jaren 2013 - 2017.

Vrijval kapitaallasten jaarschijf 2017 358.165

Doordat kapitaallasten in de tijd aflopen (rentecomponent) ontstaat er in de opvolgende jaarschijven een voordeel. Bij

het toevoegen van een nieuwe jaarschijf (2017) aan het perspectief moet het voordelig verschil (vrijval) tussen de

jaarschijf 2016 en 2017 worden toegevoegd aan het financieel perspectief. In deze mutatie is rekening gehouden met

het voor de vervanging van bedrijfsmiddelen benodigde bedrag (noodzakelijk voor de continuïteit van de

bedrijfsvoering).

Dividenduitkering BNG 20.816

Door een hogere winst over 2012 kan de BNG meer dividend uitkeren. De hogere winst werd vooral veroorzaakt door

een beter renteresultaat en resultaat financiële transacties

Wmo, uitkering gemeentefonds

Septembercirculaire 2012, ten gunste van begrotingssaldo 12.841 12.841 12.841 12.841 12.841

Decembercirculaire 2012, toevoeging voor verwijdering van lichte zorgzwaartepakketten uit de AWBZ. Gaat naar

stelpost nieuwe taken. 32.771 32.771 32.771 32.771 32.771

Verkoop gemeentehuis Gorssel 2.500.000

Mutatie via Algemene reserve -2.500.000

Boekwaarde gemeentehuis Gorssel -604.195

Mutaties via Algemene reserve 604.195

Zoals reeds gemeld in de Bestuursrapportage per 31 augustus 2012 is het gemeentehuis Gorssel verkocht. De feitelijke

overdracht heeft echter niet in 2012, maar begin 2013 plaatsgevonden. Hierdoor schuift de opbrengstraming ten

gunste van én de boekwaarde ten laste van de AR ook door naar 2013.

Boekwaarde Hanzeweg 9 irt nieuwbouw gemeentehuis -540.000

Mutaties via Algemene reserve 540.000

In de oorspronkelijke kredietaanvraag voor de nieuwbouw van het gemeentehuis (raad februari 2009) is rekening

gehouden met een onttrekking van 540.000,- met betrekking tot het afboeken van de boekwaarde Hanzeweg 9 tlv

de AR. Door middel van deze wijziging wordt de boekwaarde overeenkomstig het raadsbesluit van februari 2009

afgeboekt ten laste van de Algemene Reserve.

Software; Microsoft-licenties

Door wijziging in het contract voor Microsoft software wordt de raming aangepast van een tweejaarlijks naar een

jaarlijks budget. Hierdoor kan het krediet 700685 worden afgesloten. Binnen het totaal van de gemeentebegroting

verloopt deze wijziging budgettair neutraal. (2015 e.v. loopt via stelpost vervangingsinvesteringen, voor de jaren 2013

en 2014 vervallen de begrote kapitaallasten) 2.550 1.275 -30.000 -30.000 -30.000

Uitwijk/beveiliging digitale gegevens

De overeenkomst voor externe opslag en beheer van onze digitale informatie is omgezet van een jaarlijks naar een

driejaarlijks contract, er ontstaat een voordeel van 50.000 gezien over de driejaarlijkse periode. 31.253 30.791 -12.000 30.791 30.791

Programma 3 Natuur en milieu

Correcties 1.614 1.590 1.590 1.590 1.590

Programma 4 Verkeer, vervoer en wegen

Correcties 112 110

Programma 5 Wonen en werken

Nutsbedrijven, water (rente) -7.000 -7.000 -7.000 -7.000 -7.000

Minder rente ontvangen als gevolg van een dalend rentepercentage van de staatsleningen. De begroting 2013 wordt

hiermee bijgesteld.

Stimuleringsfonds volkshuisvesting - dienstverlening door derden -3.654 -3.654 -3.654 -3.654 -3.654

Stimuleringsfonds volkshuisvesting - kapitaallasten -23.346 -23.346 -23.346 -23.346 -23.346

25


Bijlage 6.1 Financiële mutaties

26

Onderwerp en toelichting

Bedrag

2013

Bedrag

2014

Bedrag

2015

Bedrag

2016

- = nadeel

Bedrag

2017

Stimuleringsfonds volkshuisvesting - rente langlopende leningen 27.000 27.000 27.000 27.000 27.000

De gemeente Lochem heeft gelden gestort in het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Uit dit fonds worden

startersleningen verstrekt. Voor de uitvoering van de verstrekte startersleningen wordt door het Stimuleringsfonds

een vergoeding in rekening gebracht. Daar staat tegenover dat de startersleningen met rente terug betaald worden

(opbrengst). Door een toename van de verstrekte leningen moeten de baten en lasten bijgesteld worden. De

bijstellingen zijn per saldo budgettair neutraal.

Dividend Alliander / Nuon -79.360

Onttrekking bestemmingsreserve verkoop aandelen Nuon 79.360

Alliander heeft over 2012 een gelijk bedrijfsresultaat behaald als over 2011. Ook het resultaat naar belasting bleef

gelijk. Echter de omzet en de operationele kosten zijn beiden met 6 procent toegenomen. De aandeelhouders hebben

ingestemd met het voorstel om over 2012 in totaal 74,4 mln dividend uit te keren. Dit is 32,5% van het

nettoresultaat. Dit is lager dan het dividend over 2011, maar in dat jaar zat er een grote eenmalige uitkering in als

gevolg van de afrekening van oud-Nuon met de fiscus.

In de begroting wordt rekening gehouden met een aflopende inkomst uit dividend Nuon in verband met de verkoop

aandelen. Uiteindelijk blijft er alleen de dividenduitkering van Alliander over. In de jaren tot het "niveau-Alliander"

worden de afwijkingen verrekend met de bestemmingsreserve Nuon. In 2013 dient de reserve aangewend te worden

met 79.360,-.

Dividend Nuon -50.000

De oorspronkelijke raming van 800.000,- moet cf. raadsbesluit met jaarlijks 50.000,- worden afgebouwd tot het

niveau van de verwachte dividendopbrengst Alliander (2019 laatste jaar).

Correcties 165 315 899 899 899

Programma 6 Sport, cultuur en recreatie

Correcties 531 531 531

Lochemse schouwburg 13.378

De huidige exploitatiesubsidie aan de schouwburg wordt met ingang van het seizoen 2013-2014 jaarlijks gekort met

8% tot het niveau van 150.000,- is bereikt. Door deze mutatie wordt de jaarschijf 2017 verwerkt in de financiële

administratie.

Programma 7 Zorg en welzijn

Correcties 0 80 80 80 530

Programma 8 Onderwijs en jeugd

Correcties 133 131 131 131 131

Totaal administratieve wijzigingen 182.532 79.619 13.302 27.840 332.550

TOTAAL 373.219 -257.473 -280.792 -344.751 -477.212


inc.

r+a

r+a

str

Bedragen in Nieuw beleid 2013 - 2017

Budgettaire lasten

afschr.

Omschrijving 2013 2014 2015 2016 2017 Totaal in jaren Prioriteit 2013 2014 2015 2016 2017

1. Burger, bestuur en dienstverlening

Introductie nieuwe raadsleden wl 10.000

Vervanging laptops raadsleden 36.300 36.300 4 wl 5.309 10.425 10.040 9.654

Verslaglegging gemeenteraad d.m.v. beeld- en geluidsverslag 13.000 13.000 5 wl 1.577 3.098 2.987 2.877

Structurele lasten verslaglegging d.m.v. beeld- en geluid wl 20.000 20.000 20.000 20.000

str

Deelname Regionaal informatie en expertise centrum(RIEC) wl 5.000 5.000 5.000 5.000

Totaal investeringen programma 1 0 49.300 0 0 0 49.300

Totaal lasten programma 1 0 41.886 38.523 38.027 37.531

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 1 0 41.886 38.523 38.027 37.531

2. Veiligheid en handhaving

Totaal investeringen programma 2 0 0 0 0 0

Totaal lasten programma 2 0 0 0 0 0

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 2 0 0 0 0 0

rioolheffing

rioolheffing

3. Natuur en milieu

Investeringen riolering (GRP 2012-2016)

- Onderzoek 225.400 225.400 GRP Oo

- Vervanging 1.573.200 1.573.200 GRP Oo

- Overige milieumaatregelen

- Grondwatermaatregelen

Bijlage 6.2 Nieuw beleid 2014 (indicatief overzicht)

Totaal investeringen programma 3 0 0 0 0 1.798.600 1.798.600

Totaal lasten programma 3 0 0 0 0 0

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 3 0 0 0 0 0

27


Bijlage 6.2 Nieuw beleid 2014 (indicatief overzicht)

28

Bedragen in Nieuw beleid 2013 - 2017

Budgettaire lasten

afschr.

Omschrijving 2013 2014 2015 2016 2017 Totaal in jaren Prioriteit 2013 2014 2015 2016 2017

r+a

reserve

expl. (str.)

expl. (inc.)

subs.BDU

r+a

r+a

expl. (str.)

r+a

r+a

expl. (inc./str.)

4. Verkeer, vervoer en wegen

Onderhoudsprogramma wegen afstemmen op

wegencategorisering

- investering 1.150.000 p.m. p.m. 1.150.000 25 Oo/wl 47.438 93.898 91.943 89.988

- bestemmingsreserve -1.150.000 -1.150.000 Oo/wl -47.438 -93.898 -91.943 -89.988

Onderhoud kunstwerken

- structureel onderhoud wl p.m. p.m. p.m. p.m.

Uitvoering Nota mobiliteit

- investering/onderzoek 1.677.179 1.726.714 1.777.735 1.830.287 7.011.915 div. wl 1.677.179 1.726.714 1.777.735 1.830.287

- subsidie wl -181.630 -187.079

Laad-/losvoorzieningen centrum Lochem 165.200 165.200 25 wl 6.815 13.489 13.208 12.927

Actualisatie parkeren centrum Lochem:

- investering nieuwe parkeerautomaten p.m. 10 wl p.m. p.m. p.m. p.m.

- mutatie exploitatie betaald parkeren wl p.m. p.m. p.m. p.m.

Vernieuwing openbare verlichting (scenario 3):

- investering

masten 216.022 236.379 252.077 196.880 267.995 1.169.353 50 Oo/wl 6.751 20.796 35.777 49.315

armaturen 164.437 178.574 211.139 193.223 323.582 1.070.955 25 Oo/wl 6.783 20.792 36.437 52.354

- besparing regulier budget (energie/onderhoud) Oo/wl -1.493 -4.339 -7.753 -12.063 -20.434

Totaal investeringen programma 4 545.659 2.092.132 2.189.930 2.167.838 2.421.864 9.417.423

Totaal lasten programma 4 0 1.744.966 1.875.689 1.955.100 2.034.871

Lasten te dekken via reserves/anders -1.493 -233.407 -288.730 -104.006 -110.422

Budgettaire lasten programma 4 -1.493 1.511.559 1.586.959 1.851.094 1.924.449

expl. (str. of inc.)

expl. (inc.)

expl. (inc.)

5. Wonen en werken

Lochemse Uitdaging wl 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000

Bijdrage Uitvoeringsprogramma Stedendriehoek

Onderneemt/Oprichting Strategische Board Stedendriehoek

(raad 10 juni 2013 m.b.t. js 2013 en 2014) wl 33.400 33.400 33.400

Ik Start Smart wl 10.000 10.000 10.000

Totaal investeringen programma 5 0 0 0 0 0 0

Totaal lasten programma 5 53.400 53.400 53.400 10.000 10.000

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 5 53.400 53.400 53.400 10.000 10.000

Inc. (sub.)

6. Sport, cultuur, recreatie

Aanleg Kunstgrasveld Sportclub Lochem 125.000 wl 125.000

Totaal investeringen programma 6 0 125.000 0 0 0 0

Totaal lasten programma 6 0 125.000 0 0 0

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 6 0 125.000 0 0 0


Bedragen in Nieuw beleid 2013 - 2017

Budgettaire lasten

afschr.

Omschrijving 2013 2014 2015 2016 2017 Totaal in jaren Prioriteit 2013 2014 2015 2016 2017

expl. (str.)

7. Zorg en Welzijn

Carillon onderhouden en bespelen wl 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000

Totaal investeringen programma 7 0 0 0 0

Totaal lasten programma 7 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 7 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000

inc./r+a

8. Onderwijs en jeugd

Voorbereidingskrediet nieuwbouw OBS De Branink en CBS Prins

Willem Alexander en sloopkosten Barchschool 259.452 259.452 Oo/wl 0 0 0 35.899 17.238

Totaal investeringen programma 8 0 0 0 259.452 259.452

Totaal lasten programma 8 0 0 0 35.899 17.238

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 8 0 0 0 35.899 17.238

Totaal investeringen progr. 1 t/m 8 545.659 2.266.432 2.189.930 2.427.290 4.220.464 11.524.775

Totaal lasten progr. 1 t/m 8 68.400 1.980.252 1.982.612 2.054.026 2.114.640

Lasten te dekken via reserves/anders -1.493 -233.407 -288.730 -104.006 -110.422

Budgettaire lasten 66.907 1.746.845 1.693.882 1.950.020 2.004.218

Bijlage 6.2 Nieuw beleid 2014 (indicatief overzicht)

Betekenis afkorting bij prioriteit:

Wv (wettelijk verplicht)

Oo/wl (onontkoombaar/wenselijk)

wl (wenselijk)

29


Bijlage 6.3 Investeringsplan bestaand beleid

30

Bedragen in Activiteiten bestaand 2013-2017

afschr.

Omschrijving 2013 2014 2015 2016 2017 Totaal in jaren 2013 2014 2015 2016 2017

1. Burger, bestuur en dienstverlening

Dienstverlening

- WION: KLIC-service 29.500 30.000 30.000 30.000 30.000 expl. (str.)

Totaal investeringen programma 1 0 0 0 0 0 0

Totaal lasten programma 1 29.500 30.000 30.000 30.000 30.000

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 1 29.500 30.000 30.000 30.000 30.000

2. Veiligheid en handhaving

Openbare orde en Veiligheid

Implementatie integraal veiligheidsbeleid 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 expl. (str.)

Totaal investeringen programma 2 0 0 0 0 0 0

Totaal lasten programma 2 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 2 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000

3. Natuur en milieu

Investeringen riolering (GRP 2012-2016)

- Onderzoek 166.000 186.000 196.000 196.000 744.000 GRP

- Vervanging/verbetering 754.000 776.000 1.117.000 1.368.000 4.015.000 GRP

- Overige mioieumaatregelen 260.000 180.000 0 0 440.000 GRP

- Grondwatermaatregelen GRP

0

Totaal investeringen programma 3 1.180.000 1.142.000 1.313.000 1.564.000 0 5.199.000

Totaal lasten programma 3 0 0 0 0 0

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 3 0 0 0 0 0

4. Verkeer, vervoer en wegen

Wegen

Omlegging N348 Eefde en Rondweg Lochem N346

Totaaloplossing N348 best.res.

NO rondweg Lochem (variant 2 Spoorlaan) best.res.

Realiseren van een gemeentelijk opslagdepot 12.000 12.000 20 555 1.098 1.072 1.046 1.021 r+a

(voorbereiding en realisatie) 562.000 562.000 20 25.993 51.388 50.194 49.000 r+a

Reconstructie Larenseweg (Lochem)

0 expl. (inc.)

Investering 284.600,-; dekking AR; uitvoering afhankelijk van

reallisatie rondweg.

alg.res.

Totaal investeringen programma 4 12.000 562.000 0 0 574.000

Totaal lasten programma 4 555 27.091 52.460 51.240 50.021

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 4 555 27.091 52.460 51.240 50.021

5. Wonen en werken

Totaal investeringen programma 5 0 0 0 0


Bedragen in Activiteiten bestaand 2013-2017

afschr.

Omschrijving 2013 2014 2015 2016 2017 Totaal in jaren 2013 2014 2015 2016 2017

Totaal lasten programma 5 0 0 0 0 0

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 5 0 0 0 0 0

6. Sport, cultuur, recreatie

Totaal investeringen programma 6 0 0 0 0 0 0

Totaal lasten programma 6 0 0 0 0 0

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 1

Budgettaire lasten programma 6 0 0 0 0 1

7. Zorg en Welzijn

Samenleving / Welzijn

Accommodatie Epse

(bij raadsbesluit 29-03-05 is extra 41.000,- aan reserve

gedoteerd. Stand reserve bedraagt in totaal 164.000,- per 1-1-10) 111.500 111.500 10 7.945 15.652 15.188 14.705 12.231 r+a

-7.945 -15.652 -15.188 -14.705 -12.231 best.res.

Lokale backoffice huiselijk

geweld/procescoordinatie(beschikbaar gesteld bij financiële

mutaties Kadernota 2014) 40.000 40.000 40.000 40.000 40.000 expl. (str.)

Aansluiting bij backoffice meldpunt OGGZ Zutphen p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.

Maatschappelijke opvang(beschikbaar gesteld bij financiële

mutaties Kadernota 2014) 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 expl. (str.)

Totaal investeringen programma 7 111.500 0 0 0 0 111.500

Totaal lasten programma 7 57.945 65.652 65.188 64.705 62.231

Lasten te dekken via reserves/anders -7.945 -15.652 -15.188 -14.705 -12.231

Budgettaire lasten programma 7 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000

8. Onderwijs en jeugd

IHP: Bouw RK St. Josephschool 1.357.210 1.357.210 45.806 90.891 89.449 r+a

IHP: Sloopkosten RK St. Josephschool 60.000 expl. (inc.)

IHP: Verhuiskosten RK St. Josephschool 8000 expl. (inc.)

0

0

Totaal investeringen programma 8 0 0 1.357.210 0 0 1.357.210

Bijlage 6.3 Investeringsplan bestaand beleid

Totaal lasten programma 8 0 68.000 45.806 90.891 89.449

Lasten te dekken via reserves/anders 0 0 0 0 0

Budgettaire lasten programma 8 0 68.000 45.806 90.891 89.449

Totaal investeringen progr. 1 t/m 8 1.303.500 1.704.000 2.670.210 1.675.500 0 7.241.710

Totaal lasten 98.000 200.743 203.454 246.836 241.701

Lasten te dekken via reserves/anders -7.945 -15.652 -15.188 -14.705 -12.230

Budgettaire lasten 90.055 185.091 188.266 232.131 229.471

: voorgesteld wordt om deze investeringen / nieuwe voornemens niet afzonderlijk aan

de raad voor te leggen, maar het krediet of (structurele) budget direct beschikbaar te

stellen bij de vaststelling van de Begroting 2014

31


Bijlage 6.4 Vervangingsinvesteringen bedrijfsmiddelen 2014-2016

32

VERVANGINGSINVESTERINGEN IN BEDRIJFSMIDDELEN 2014 - 2017 Bijlage 6.4

afschr.

Omschrijving 2013 2014 2015 2016 201700% Totaal in jaren 2013 2014 2015 2016 2017

1. Burger, bestuur en dienstverlening

Informatie en automatisering

Vervanging ICT hardware 2014

Hardware 62.450 62.450 5 7.572 14.879 14.348 13.818 r+a

Switches 12.219 12.219 7 1.132 2.228 2.154 2.080 r+a

Vervanging ICT hardware 2015

Hardware 44.450 44.450 5 5.390 10.590 10.213 r+a

Switches 12.409 12.409 7 1.150 2.262 2.188 r+a

Vervanging ICT hardware 2016

Hardware 53.450 53.450 5 6.481 12.735 r+a

Switches 12.409 12.409 7 1.150 2.263 r+a

Vervanging ICT hardware 2017

Hardware 51.500 51.500 5 6.244 r+a

Switches 12.409 12.409 7 1.150 r+a

Overig

Vervanging scanner 11.000 11.000 1 11.000 expl. 2014

Vervanging overig 8.750 8.750 10 8.750 expl. 2016

Vervanging smartphones 60.000 60.000 120.000 2 32.550 31.275 32.550 31.275 r+a

Vervanging smartphones 19.200 19.200 38.400 2 10.416 10.008 10.416 r+a

Tractie

Vervangingen 2013 321.000 321.000 trac.nota 42.143 51.449 49.777 48.106 46.436 r+a / expl. 2013 16.000

Vervangingen 2014 244.000 244.000 trac.nota 83.764 32.968 31.853 30.737 r+a / expl. 2014 67.000

Vervangingen 2015 675.500 675.500 trac.nota 88.995 105.295 101.903 r+a / expl. 2015 35.500

Vervangingen 2016 80.000 80.000 trac.nota 19.762 9.380 r+a / expl. 2016 15.000

Vervangingen 2016 182.500 182.500 trac.nota 27.675 r+a / expl. 2017 12.500

TOTAAL PROGRAMMA 1 321.000 389.669 751.559 214.609 265.609 1.759.946 42.143 187.467 237.078 293.309 308.513

2. Veiligheid en handhaving

Brandweer

Repressie -

Vervanging tankautospuit Laren(633) 300.000 300.000 15 16.375 r+a per 2017

Vervanging tankautospuit Almen(749) 300.000 300.000 15 16.375 r+a per 2017

Vervanging dienstvoertuig post Gorssel 18.500 18.500 7 1.715 3.373 3.261 3.149 r+a

Vervanging dienstvoertuig post Lochem 18.500 18.500 7 1.715 3.373 3.261 3.149 r+a

Vervanging tankautospuit Barchem 300.000 300.000 15 16.375 r+a per 2017

Vervanging personeelsvoertuig Gorssel 60.000 60.000 15 3.275 6.465 6.295 r+a

Vervanging chemiepakken 12.000 12.000 12 755 r+a

Vervanging redgereedschap tankautospuit 22.000 22.000 8 1.843 r+a

Lochem\Vervanging bluskleding Almen/Gorssel 26.240 26.240 8 2.198 r+a

TOTAAL PROGRAMMA 2 0 37.000 60.000 900.000 60.240 1.057.240 0 3.430 10.021 12.987 66.514

Totaal investeringen 321.000 426.669 811.559 1.114.609 325.849 2.817.186 42.143 190.897 247.099 306.296 375.027

: voorgesteld wordt om deze investeringen / nieuwe voornemens

niet afzonderlijk aan de raad voor te leggen, maar het krediet

of (structurele) budget direct beschikbaar te stellen bij de

vaststelling van de begroting 2014


Bijlage 6.5 Totaaloverzicht onderzoeksopdrachten 2014-2015

34

Totaaloverzicht onderzoeksopdrachten 2014-2015

De uit 2011 daterende onderzoeksopdrachten 2014 en 2015 zijn hieronder gespecificeerd opgenomen.

Toelichting op kolom:

Relatie met hanger nr

Correspondeert met ombuigingsmogelijkheden (hangers) uit bijlage 2 van de

Discussienota kerntaken Voorbereiding op de kadernota 2014 - 2017

Regierol

Om aan te geven hoe de gemeente de uitwerking van de ombuigingsonderzoeken vorm geeft, is aansluiting gezocht

bij de 4 regierollen zoals die eind 2011 door de raad zijn besproken.

De regierollen zijn in de tabel aangeduid met cijfers. De betekenis van deze cijfers is:

I Retro in control

II Manoeuvres in de markt

III Maatschappelijke carrousel

IV Flash mob


Programma

programmaonderdeel

werknaam maatregel

Relatie met

hanger nr.

Regie rol Context bedrag

(huidig budget)

Bijlage 6.5 Totaaloverzicht onderzoeksopdrachten 2014-2015

2014 2015 2016/2017

Programma 1

1.4 Gemeentelijke middelen

(programma overstijgend)

Samenwerking in kader van

gemeentelijke belastingen

1.5 Programma overstijgend

43 III 393.000 30.000 30.000

Procesmanagement en dienstverlening 21, 22, 23, 28,

Afbakening

35, 41, 44 I, II en III moet nog

plaatsvinden

178.000 178.000

Uitvoering RO taken

Kleinere organisatie; reductie formatie

(restant 14,7 fte van de totaal te besparen

21,7 fte). De in 2013 te voeren kerntakendiscussie

is voorwaardelijk voor realisatie

23, 44, 48, 49 I, II en III Afbakening

moet nog

plaatsvinden

137.500 137.500

van deze maatregel. 21,22, 97 I, II en III 221,75 fte 600.000 600.000

Programma 2

2.1 Openbare orde

Bezuinigingen VNOG, inclusief brandweer 36, 37 I 1.216.000 pm pm pm

Programma 3

3.3 Groen en Bboor

Beheer groen industrieterreinen

door bedrijven 80 III 44.000 10.000 10.000 10.000

Bedrijf beheer en onderhoud

openbare ruimte (Bboor) 81 II en III Ca. 2.300.000 75.000 75.000

Programma 4

4.1 Verkeer

Beperken maaibeurten bermen en

maaimateriaal anders verwerken 77 II 290.000 20.000 20.000

4.3 Wegen

Reduceren onderhouds- en energiekosten

openbare verlichting II 271.000 pm pm pm

Programma 5

5.1. Ruimte

Welstandstoezicht afschaffen 54 pm pm pm

Programma 6

6.1 Sport en spel

Beheer en exploitatie zwembad De Beemd 90 II Netto 126.000 30.000 70.000 70.000

6.2 Cultuur

Bibliotheek 3 III Netto 612.000 90.000 90.000

Muziekschool III 260.000 40.000 40.000

6.3 Recreatie en toerisme

Bijdrage aan toeristische organisaties

herzien (incl. fietspaden RAL) 63 II en III 249.000 70.000 70.000

Exploitatie hertenkamp 79 II 8.000 8.000 8.000 8.000

Programma 7

7.2 Samenleving / Welzijn

Exploitatie gemeentelijke panden

(incl. Beheer en exploitatie

multifunctionele accommodaties 24, 87 II 650.000 40.000 40.000

Welzijnsinstellingen 12 III Netto 593.000 95.000 95.000

Programma 8

8.1 Onderwijs 653.700

Leerlingenvervoer; ov 13 II Zie boven 5.000 5.000

Leerlingenvervoer; bus begeleidster 13 II Zie boven 15.000 15.000

Totaal onderzoeksopdrachten

2014 en 2015 48.000 1.483.500 1.483.500

35


Bijalage 6.6. Overzicht reserves

36

Reserve Boekwaarde Vermeer- Vermin- Boekwaarde Vermeer- Vermin- Boekwaarde Vermeer- Vermin- Boekwaarde Vermeer- Vermin- Boekwaarde Vermeer- Vermin- Boekwaarde

01-01-2013 deringen deringen 01-01-2014 deringen deringen 01-01-2015 deringen deringen 01-01-2016 deringen deringen 01-01-2017 deringen deringen 01-01-2018

A. Algemene reserve 4.233.584 10.791.845 6.381.771 8.643.658 777.952 1.164.097 8.257.513 400.000 40.980 8.616.533 402.000 8.125 9.010.408 1.683.000 - 10.693.408

1 Bodembedrag 1.500.000 - - 1.500.000 - - 1.500.000 - - 1.500.000 - - 1.500.000 - - 1.500.000

2 Vrij te besteden 2.733.584 10.791.845 6.381.771 7.143.658 777.952 1.164.097 6.757.513 400.000 40.980 7.116.533 402.000 8.125 7.510.408 1.683.000 - 9.193.408

B. Bestemmingsreserves 25.306.779 2.269.735 4.284.307 23.292.207 1.033.812 695.054 23.630.965 360.640 811.916 23.179.689 626.849 653.298 23.153.240 632.939 442.318 23.343.861

1 Openbare verlichting 18.490 - 17.521 969 - - 969 - - 969 - - 969 - - 969

2 Wegen 71.256 - 70.523 733 - - 733 - - 733 - - 733 - - 733

3 Rondweg Lochem 2.212.666 - 90.196 2.122.470 - 57.500 2.064.970 - 9.000 2.055.970 - 9.000 2.046.970 - 9.000 2.037.970

4 Westelijke omleiding N-348 1.631.740 - 8.200 1.623.540 - - 1.623.540 - - 1.623.540 - - 1.623.540 - - 1.623.540

5 Bodemsanering 105.756 - 19.000 86.756 - - 86.756 - - 86.756 - - 86.756 - - 86.756

6 Vervanging ondergrondse verzamelcontainers 56.802 28.300 - 85.102 28.300 - 113.402 28.300 - 141.702 28.300 - 170.002 28.300 - 198.302

7 Afvalstoffenheffing 655.351 13.285 403.919 264.717 13.285 1.872 276.130 13.285 1.872 287.543 13.285 1.872 298.956 13.285 1.872 310.369

8 Dorpshuis Epse 170.522 - 8.083 162.439 - 15.916 146.523 - 15.414 131.109 - 14.913 116.196 - 14.411 101.785

9 Reconstr. kruispunt Schurinklaan/Coberco 190.523 - 190.000 523 - - 523 - - 523 - - 523 - - 523

10 Organisatieontwikkeling 365.781 559.000 296.626 628.155 650.000 - 1.278.155 - - 1.278.155 - - 1.278.155 - - 1.278.155

11 Sanering bodemverontr. Kijksteeg Lochem 501.340 - - 501.340 - - 501.340 - - 501.340 - - 501.340 - - 501.340

12 Boekwinst Vitens 859.320 36.521 251.351 644.490 27.391 242.221 429.660 18.261 233.091 214.830 9.130 223.960 - - - -

13 Groenfonds 8.921 - - 8.921 - - 8.921 - - 8.921 - - 8.921 - - 8.921

14 De ondernemende gemeente 122.719 - 122.270 449 - - 449 - - 449 - - 449 - - 449

15 Vervanging speeltoestellen 138.899 - - 138.899 - - 138.899 - - 138.899 - - 138.899 - - 138.899

16 Verkoop NUON 12.036.302 221.545 894.360 11.363.487 170.452 81.000 11.452.939 220.794 - 11.673.733 496.134 138.000 12.031.867 511.354 88.000 12.455.221

17 Impuls economie 939.414 - 935.000 4.414 - - 4.414 - - 4.414 - - 4.414 - - 4.414

18 Nieuwbouw gemeentehuis 2.597.190 - 150.000 2.447.190 - 150.000 2.297.190 - 150.000 2.147.190 - 150.000 1.997.190 - 150.000 1.847.190

19 Accommodaties 415.366 - 300.000 115.366 - - 115.366 - - 115.366 - - 115.366 - - 115.366

20 Huisvesting onderwijs 574.987 80.000 82.144 572.843 80.000 83.211 569.632 80.000 99.477 550.155 80.000 79.719 550.436 80.000 143.201 487.235

21 Riolering 246.767 - 28.280 218.487 - - 218.487 - - 218.487 - - 218.487 - - 218.487

22 Wonen 602.995 - 203.500 399.495 - 27.500 371.995 - 22.000 349.995 - - 349.995 - - 349.995

23 Onderzoeken ihkv anders kijken, anders doen 82.743 100.000 170.000 12.743 - - 12.743 - - 12.743 - - 12.743 - - 12.743

24 Electronische overheid en dienstverlening 118.430 62.964 - 181.394 64.384 - 245.778 - 245.228 550 - - 550 - - 550

25 Privatisering sportvelden Gorssel 363.009 - 35.834 327.175 - 35.834 291.341 - 35.834 255.507 - 35.834 219.673 - 35.834 183.839

26 Bovenwijks Laren III 202.130 - 7.500 194.630 - - 194.630 - - 194.630 - - 194.630 - - 194.630

27 Sloopfonds 17.360 18.120 - 35.480 - - 35.480 - - 35.480 - - 35.480 - - 35.480

28 Wegenonderhoud - 1.150.000 - 1.150.000 - - 1.150.000 - - 1.150.000 - - 1.150.000 - - 1.150.000

C. Egalisatie Bestemmingsreserves 36.075.697 1.568.247 3.007.454 34.636.489 1.512.099 2.959.856 33.188.733 1.446.150 2.783.003 31.851.881 1.413.464 2.692.716 30.572.629 1.383.225 2.662.477 29.293.377

1 BTW compensatiefonds (BCF) 398.131 16.921 191.000 224.052 9.522 177.000 56.574 2.404 58.978 - - - - - - -

2 Kapitaallasten (BBV) 35.677.566 1.551.326 2.816.454 34.412.437 1.502.577 2.782.856 33.132.159 1.443.746 2.724.025 31.851.881 1.413.464 2.692.716 30.572.629 1.383.225 2.662.477 29.293.377

Totaal reserves 65.616.060 14.629.827 13.673.532 66.572.354 3.323.863 4.819.007 65.077.211 2.206.790 3.635.899 63.648.103 2.442.313 3.354.139 62.736.277 3.699.164 3.104.795 63.330.646


Richtlijnen en uitgangspunten 2014-2017

Bijalage 6.7 Begrotingsuitgangspunten 2014

Tussentijds nieuw beleid (drie O’s) Bij tussentijdse afweging komt nieuw beleid alleen in aanmerking als dat voldoet aan

de drie O’s van onvoorzienbaar, onvermijdelijk en onuitstelbaar.

Zwart blokje (investeringen) In het investeringsplan 2014-2017 wordt een aantal voornemens met een zwart blokje

gemarkeerd. Dit betekent dat bij de vaststelling van het investeringsplan bij de (meerjaren)begroting

2014-2017 de kredieten/budgetten meteen beschikbaar worden gesteld.

Doorlooptijd kredieten De doorlooptijd van een krediet voor een investering is maximaal drie jaar, tenzij aan de

hand van bijzondere omstandigheden wordt aangetoond dat een langere doorlooptijd

noodzakelijk is.

Inflatiepercentage Het percentage is gebaseerd op gegevens uit de gemeentefondscirculaire van september

2012. Het verwachte percentage voor onze exploitatie 2014 is 1,45% en voor volgende

jaren 1,75%. Dit percentage gebruiken we voor aanpassing van de exploitatiebudgetten

en de reserves (m.u.v. reserves die dienen voor dekking van een exploitatiebudget) aan

het verwachte prijsniveau.

Loonkosten De laatst afgesloten CAO loopt tot en met 31-12-2012.

Het verwachte percentage voor onze exploitatie 2014 en volgende jaren komt voorlopig

uit op 1,75%. Dit percentage is gebaseerd op ramingen in de gemeentefondscirculaire

september 2012.

Subsidies Het percentage waarmee we subsidies verhogen is gelijk aan het laatst bekende Consumentenprijsindexcijfer

(CPI) over een heel jaar. Het percentage voor 2014 bedraagt 2,5%

(= CPI 2012).

Rente(omslag) Op grond van de renteontwikkeling van de afgelopen jaren en de prognoses voor de

komende jaren kan het huidige percentage van 4,25% aangehouden worden. Reserves

die dienen als dekking voor exploitatiebudget krijgen ook dit percentage toegerekend

om op niveau te blijven. Eventuele nadelige effecten als gevolg van renteverhogingen

dekken wij via de algemene reserve.

Tarieven De belastingen en tarieven worden met het verwachte inflatiepercentage van 1,75%

verhoogd. Dit percentage is gebaseerd op informatie in de gemeentefondscirculaire

van september 2012.

Aantal inwoners (per 1 januari) 2014 2015 2016 2017

33.283 33.258 33.233 33.208

De geraamde aantallen inwoners zijn gebaseerd op de prognoses van het CBS. Zij gaan

uit van een daling van het aantal inwoners tot 32.800 in 2020. Voorlopig gaan we uit van

een daling van 25 per jaar. Na 2020 laten de prognoses weer een lichte toename zien.

Woningvoorraad (per 1 januari) 2014 2015 2016 2017

- Woningen 14.212 14.242 14.272 14.302

- Recreatiewoningen 629 629 629 629

- Wooneenheden 13 13 13 13

- Bijzondere woongebouwen 1.075 1.075 1.075 1.075

Totaal 15.929 15.959 15.989 16.019

37


Kijk op kerntaken 2014-2017


Samenvatting

40


Inhoudsopgave

1 Inleiding op kerntaken 43

1.1 Waarom kijken naar kerntaken 43

1.2 Kijken naar kerntaken 43

1.3 Kerntaken, hoe gaat dat? 44

1.4 Komen tot kerntaken 45

2 Kijk op kerntaken 46

2.1 Dienstverlening, Veiligheid en Handhaving 46

2.2 De inclusieve samenleving: iedereen binnenboord 47

2.3 Ontwikkeling (ruimte, economie, toerisme) 48

2.4 Duurzaamheid 49

2.5 Openbare ruimte 50

2.6 Maatschappelijke accommodaties 51

2.7 Financiële bijdrage door de samenleving 52

3 Van kerntaken naar begroting 53

4 Tot slot 55


Kijk op kerntaken 2014-2017

42


1. Inleiding op kerntaken

1.1 Waarom kijken naar kerntaken

1. Inleiding op kerntaken

Er zijn twee ontwikkelingen die aanleiding zijn naar k erntaken van de gemeente te gaan kijken. Deze ontwikkelingen

versterken elkaar en zorgen voor een besef van urgentie dat we als gemeente niet op dezelfde weg door kunnen blijven

gaan. Verandering is nodig om de uitdagingen van de toekomst met vertrouwen en enthousiasme op te kunnen pakken.

De eerste ontwikkeling is de landelijke trend dat de overheid steeds verder terug zal treden als primair verantwoordelijke

voor belangrijke maatschappelijke taken. Voor een duurzame samenleving, waarin in de behoeften van de huidige generaties

wordt voorzien zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties te beperken, is een terugtredende

overheid en een grotere zelfredzaamheid van de inwoners nodig. Het besef dringt door dat de uitdagingen zo groot en

complex zijn, dat een overheid deze alleen in samenhang en samen werking met de belangrijkste maatschappelijke

partners - burgers, hun organisaties, het onderwijs, de onderzoekswereld en het bedrijfsleven, - kan beantwoorden. Deze

trend vertaalt zich ook naar onze gemeente. In de toekomstvisie 2030 van Lochem is gekozen voor een overheid die er

niet alleen vóór de burgers is, maar van de burgers. Een overheid die regisseert en faciliteert, maar ook de ruimte geeft

aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om zelf vorm te geven aan hun samenleving. Een gemeente

die openstaat voor initiatieven en op zoek gaat naar samenwerking.

Daarnaast dwingen de recente ontwikkelingen de gemeente haar begroting aan te passen aan de nieuwe financiële

werkelijkheid. Door de bezuinigingen bij het Rijk heeft ook de gemeente minder financiële middelen beschikbaar. Daarnaast

kiest het Rijk voor decentralisatie. Taken als het Jeugdstelsel, de Participatiewet en Begeleiding & Verzorging

komen met een nog te bepalen ‘efficiencykorting’ bij de gemeenten terecht. Verder is er in Lochem structureel te weinig

geld voor het beheer van de openbare ruimte. De optelsom van alle ontwikkelingen leidt ertoe dat voor 2017 een structurele

besparing van circa ¤ 5,2 miljoen moet worden gerealiseerd. Dat is ongeveer 8% van de totale begroting.

Het tekort kunnen we proberen op te lossen door ieder jaar iets minder te doen. Dit noemen we ‘kaasschaven’. Maar dit

levert vooral op alle fronten daling van kwaliteit op, zonder dat Lochem een keuze maakt op welke onderdelen ze wil investeren

(dus kwaliteit wil maken) en welke aspecten in een andere constructie (niet meer doen of overdragen aan andere

partners) geplaatst moet worden. De situatie vraagt een fundamentele discussie over de taken van de gemeente.

Waar willen we als gemeenten aan het roer blijven en hoeveel hebben we daar voor over? Waar willen we, als gemeente,

zorg dragen dat taken worden uitgevoerd in een gelijkwaardige samenwerking met burgers, onze maatschappelijke

organisaties en bedrijfsleven. En voor welke taken vinden we dat de overheid niet verantwoordelijk is, noch als opdrachtgever,

noch als aanjager of partner.

Er zijn verschillende perspectieven om naar kerntaken te kijken.

1.2 Kijken naar kerntaken

Kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de samenleving gaat in de eerste plaats over de visie op de ontwikkeling

van de Lochemse samenleving. De Toekomstvisie 2030 geeft daar richting aan op basis van een aantal trends zoals een

krimpende bevolking, vergrijzing en ontgroening, verdergaande digitalisering. In die veranderende samenleving gaat het

steeds meer om nieuwe verbindingen maken, samenwerken, elkaar de hand reiken, gemeenschapszin, je thuis voelen

in wijk, kern of stad, betrokkenheid bij elkaar en meedoen, zorgen voor elkaar en vernieuwend zijn in hoe we z aken

samen regelen. Inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen zijn aandeelhouders in de Lochemse samenleving en

geven en nemen naar vermogen. In de toekomstvisie 2030 zijn de volgende speerpunten benoemd:

• Sterkere kernen • Lef in wonen

• Werk, werk, werk • Meer cultuur

• Maatschappelijk ondernemen • Toonaangevende agri business

• Duurzamer • Recreatie versterkt

43


1. Inleiding op kerntaken

44

In de komende jaren blijft deze toekomstvisie ons richtpunt, en zullen we met alle ontwikkelingen meer focus aan moeten

brengen in het realiseren ervan en we gebruik k unnen maken van de dynamiek in de samenle ving. Waarbij we

steeds moeten bedenken dat de toekomstvisie niet alleen bepaalt waar we geld aan besteden maar vooral ook welke

verandering in houding en gedrag nodig is om een duurzame en robuuste samenleving te creëren met een sterke sociale

en economische ruggengraat waarin de mensen en de leefomgeving centraal staan.

Vanuit taakopvatting: kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de gemeentelijke taken gaat om de vraag voor

welke taken de gemeente ‘financieel, organisatorisch, sturend of faciliterend aan de lat’ staat. En daarmee ook om de

vraag welke taken nadrukkelijker door de samenleving moeten worden geregeld. Waarbij verantwoordelijkheden worden

herschikt, partners moeten worden gevonden en geholpen om taken op te pakken op basis van afspraken die de

continuïteit en de kwaliteit kunnen garanderen. De Lochemse samenleving heeft in de praktijk al vaak laten zien dat ze

bereid en in staat is verantwoordelijkheden over te nemen. De rol van de gemeente is deze ontwikkeling naar de toekomst

te leiden en te begeleiden (regisserend Lochem).

Vanuit (financiële) middelen: kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de gemeentelijke middelen is zoeken

naar een nieuwe balans tussen ambities, middelen en de organisatie (strategische heroriëntatie). Dat is verruimender

dan alleen het vinden van bezuinigen maar betekent ook investeren als dat op termijn nieuw (maatschappelijk) rendement

kan opleveren. Oplossingsrichtingen voor bezuinigen zijn schrappen, efficiency, uitbesteden en/of samenwerken,

geld genereren, denkkracht mobiliseren, handen organiseren en beter benutten. Die nieuwe balans is een gezamenlijk

opgaaf waarin iedereen in de Lochemse samenleving een bijdrage aan kan leveren.

Kijken naar kerntaken vanuit het perspectief van de gemeentelijke middelen is zoeken naar een nieuwe balans tussen

ambities, middelen en de organisatie (strategische heroriëntatie). Voor de organisatie(omvang) is eerder een taakstelling

(22 fte) afgesproken. Voor een deel zal de invulling van deze taakstelling voortvloeien uit de resultaten van het kijken naar

kerntaken. Dat is ook een reden niet te kiezen voor kaasschaven, dan verdwijnen er immers geen taken. Op zoek gaan naar

een nieuwe balans is verruimender dan alleen het vinden van bezuinigen maar betekent ook investeren als dat op termijn

nieuw (maatschappelijk) rendement kan opleveren. Oplossingsrichtingen voor bezuinigen zijn schrappen, efficiency, uitbesteden

en/of samenwerken, geld genereren, denkkracht mobiliseren, handen organiseren en beter benutten. Eerder zijn

besluiten genomen over een aantal onderzoeksopdrachten 2014/2015. Daarop kan worden voortgeborduurd. De nieuwe

balans is een gezamenlijk opgaaf waarin iedereen in de Lochemse samenleving een bijdrage aan kan leveren.

1.3 Kerntaken, hoe gaat dat?

De vraag is waar de last komt te liggen, als de gemeente bepaalde taken niet meer (alleen) uitvoert. Wie merkt daar dan

wat van? Last wordt niet alleen uitgedrukt in geld maar ook in het accepteren van een lager kwaliteitsniveau of zelf de

handen uit de mouwen steken. Welke bijdrage verwachten we van inwoners, bedrijven, instellingen, verenigingen of bezoekers?

En in welk tempo kan dat plaatsvinden?

De samenleving is complex, kent veel afhankelijkheden en heeft net als de gemeente tijd nodig zich aan te passen aan

de terugtredende gemeente. Niet alle taken kunnen zo maar overgedragen kunnen worden. Dat zal een zoektocht zijn

en gaat om vragen als wat burgers verwachten van hun gemeente en wat hen inspireert mee aan de slag te gaan of

waar zij zich verantwoordelijk willen voelen? Maar ook wat kan de gemeente van burgers, hun maatschappelijke organisaties

en bedrijfsleven verwachten en is dat realistisch? Dat zal een groeiproces zijn waarin gemeente en samenleving

samen proefondervindelijk kijken wat wel of niet succes heeft. De gemeente zal haar sturende rol door middel van geld

steeds meer loslaten en vervangen door een meer begeleidende, faciliterende en helpende rol en op die manier haar

regie uitoefenen. Daarbij is belangrijk dat de bestaande structuren, waarin al veel bijdragen worden geleverd door vrijwilligers,

niet zomaar worden losgelaten maar (ook in financiële zin) mee kunnen groeien naar een nieuwe werkelijkheid.

Het is een open proces. Daar beginnen waar de kans op succes groot is en zoeken naar de win-win (b.v. samen de omgeving

onderhouden leidt tot meer sociale samenhang en onderlinge contacten). Niet elke dorp/kern/straat is hetzelfde.

Daarom heeft het geen zin te institutionaliseren maar is het belangrijker te leren van elkaar en elkaar te inspireren met

innovatieve en verrassende oplossingen. Oplossingen kunnen per dorp/kern/straat verschillen. De gemeente verbindt

en maakt ruimte door het stellen van nieuwe kaders. De gemeente(raad) moet daarin ook haar positie bepalen. Er kan


spanning ontstaan tussen de participatieve en de representatieve democratie. Burgerparticipatie wordt steeds vaker en

verdergaand vervangen door overheidsparticipatie. Het vraagt van de raad bovendien vasthoudendheid op het moment

dat er zich risico’s voordoen en de samenleving de gemeente verantwoordelijk houdt en de taken terug wil schuiven.

Maar het vraagt van de raad ook ruimte geven voor mogelijke (beginners)fouten.

De rol van de gemeente kan per situatie verschillen. Afhankelijk van de behoefte van een dorp/kern/straat, maatschappelijke

organisaties en/of clusters van bedrijven en afhankelijk van de aanwezige kracht en zelfredzaamheid kan van de

gemeente een andere opvatting van haar rol worden gevraagd. Is er wel behoefte maar onvoldoende kracht, dan zal de

gemeente nadrukkelijker aanwezig zijn dan in de situatie waarin de kracht wel in voldoende mate aanwezig is. Daardoor

kunnen verschillen ontstaan. Hoeft de gemeente in de tweede situatie alleen maar te begeleiden en te ondersteunen,

in de eerste situatie zal de gemeente moeten voorzien in de behoefte en tegelijkertijd inzetten op het ontwikkelen van

voldoende kracht zodat de gemeente op enig moment weer terug kan treden.

De gemeente werkt op uiteenlopende terreinen al samen met andere partijen, veelal gemeenten, maar er zijn ook

nieuwe ontwikkelingen op het gebied van samenwerking. De vorm waarin wordt samengewerkt is verschillend. Van formeel

op basis van een gemeenschappelijke regeling tot minder formeel op basis van collegiale samenwerking. Met een

voorkeur voor slimme samenwerkingen rondom een onderwerp, zonder dat we daarvoor grote organisaties oprichten,

en waarmee we doelen op het gebied van kwaliteit, kwetsbaarheid (continuïteit) en kosten (efficiency) realiseren. Voor

wat betreft de regio is de blik gericht op zowel de Achterhoek als de Stedendriehoek. Intergemeentelijk wordt vooral met

Zutphen samengewerkt. In de komende maanden zal in gesprek met de raad richting worden gekozen om te voorkomen

dat de kracht van samenwerking deels onbenut blijft door een te versnipperde aanpak.

In het beschreven proces kan er spanning ontstaan tussen het moment van de (politieke) keuze voor kerntaken, het absorptievermogen

en de snelheid van de samenleving om taken over te nemen en het moment van de financiële noodzaak

voor de gemeenten om taken te beëindigen of te versoberen. In de begroting zal hieraan aandacht moeten worden

gegeven.

In het volgende hoofdstuk wordt aan de hand van een aantal thema’s aangegeven hoe de gemeente aankijkt tegen haar

kerntaken en hoe zij die in de komende jaren wil gaan invullen.

1.4 Komen tot kerntaken

1. Inleiding op kerntaken

De discussie over kerntaken is dus complex. Via een discussienota en gespr ek met de raad, een meedenkconferentie

met de samenleving en een internetpeiling voor het bredere publiek zijn dilemma's gepeild en ideeën opgehaald.

Dit leverde naast discussie ook een aantal initiatieven vanuit de samenleving op. Zoals een groep van vijf ondernemers

die kijkt naar ‘het merk’ Lochem en hoe Lochem aantrekkelijk op de kaart kan worden gezet voor nieuwe inwoners/werknemers.

Of door het platform stad Lochem dat zich onder meer met een “Kernen met pit” avond en website richt op het

ophalen wat de samenleving zelf wil en kan en welke acties daarvoor nodig zijn. In Gorssel is spontaan een denktank

gevormd wat een notitie “Gorssel denkt mee met Lochem” heeft opgeleverd. Daarin staat de slogan “Meer (kwaliteit)

voor minder (geld)” centraal. Zo zijn er meer initiatieven die er blijk van geven dat de samenleving bereid en in staat is

meer verantwoordelijkheid te nemen.

Met de ontvangen inbreng hebben raad, college en leiding van de ambtelijke organisatie vervolgens een inventariserende

conferentie gehouden waarin alle informatie is gedeeld en besproken. Uit alle verzamelde informatie en meningen

is deze Kijk op Kerntaken samengesteld.

Deze notitie 'Kijk op Kerntaken' gaat niet over concrete maatregelen en doet geen uitspraken over bijvoorbeeld welke

concrete accommodaties in stand blijven. Maar ze gaat wel over de zoekrichting waar concrete maatregelen kunnen

worden gevonden. We noemen dit ook wel de kapstok (richting) en de hangers (maatregelen). De keuzes over concrete

maatregelen wordt door het college voorbereid en door de gemeenteraad besproken bij de behandeling van de begroting

2014-2017, gericht op een sluitende begroting. Daarbij zal ook gebruik worden gemaakt van de concrete ideeën en

gedachten die het hierboven beschreven proces hebben opgeleverd.

45


2. Kijk op Kerntaken

46

2. Kijk op kerntaken

Aan de hand van de bespreking van een aantal thema’s kan een kijk op kerntaken worden gevormd.

2.1 Dienstverlening, Veiligheid en Handhaving

De gemeente Lochem als moderne en ondernemende overheid zet de klant centraal, werkt digitaal en denkt en handelt

vanuit het perspectief van burgers, bedrijven en instellingen. Eind 2015 worden in het Klantcontactcentrum 80% van de

meest gestelde vragen en taken afgehandeld. Hier liggen kansen voor samenwerking met andere partners. De overige

20% van de vragen worden als maatwerk dicht bij de klant georganiseerd. De wettelijke taken moeten zoveel mogelijk

kostendekkend zijn. Voor niet-wettelijke taken kunnen we meer commerciële tarieven vragen.

Voor zowel wettelijke als niet wettelijke taken zal in overleg met de omgeving de gewenste dienstverlening worden bepaald

inclusief de daarbij behorende nieuwe rol van de gemeente Lochem. Participatie en zelfredzaamheid van burgers,

maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven zullen steeds meer onderdeel van ons beleid worden. Daarbij krijgt ook

de rol en opvatting van de dorpsraden in relatie tot de gemeenteraad aandacht.

Het veiligheidsbeleid moet bijdragen aan een veilige en prettige leefomgeving. Er is een tendens naar grotere organisatie-eenheden:

verder regionalisering van de brandweer in VNOG-verband, de nationale politie en grotere politieteams.

In samenwerking met deze strategische veiligheidspartners zoeken we naar harmonisatie van de kwaliteit (b.v. brandweerzorg)

met een scherp oog voor de kostenontwikkeling. Daarnaast worden we ons er steeds meer van bewust dat

veiligheid iets van ons allemaal is: “Veiligheid creëer je samen”. Inzet van burgers, zoals bij het project “Hartveilig wonen”

(hulpsysteem waarbij vrijwilligers in acute situaties reanimeren) is hiervan een voorbeeld. Maar ook “Brandveilig leven”

kent als uitgangspunt een groter beroep op de kracht en zelfredzaamheid van inwoners.

Afgelopen jaren is in toezicht en handhaving de cultuur veranderd van direct hard optreden naar oplossingsgericht

handhaven. Problemen worden zo veel mogelijk in overleg met elkaar opgelost zonder de “harde hand” toe te hoeven

passen, tenzij het risico(profiel) zodanig is dat direct en daadkrachtig optreden noodzakelijk is. Het vertrouwensbeginsel

wordt vaker toegepast, bijvoorbeeld door het gebruik maken van zelfcontroles gecombineerd met risicogericht handhaven

(steekproeven). Ook aan de kant van de vergunningen kan nog meer ruimte worden geboden in het vertrouwen

dat de inwoners de verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving zelf kunnen dragen. Deze ontwikkeling wordt doorgezet

om de overheidslast voor inwoners te verminderen én de uitvoeringskosten te verlagen. Gaat het mis, dan is het

uitgangspunt de misbruiker betaalt.


2.2 De inclusieve samenleving: iedereen binnenboord

Een inclusieve samenleving betekent dat mensen met een beperking (fysiek, sociaal of psychisch) of chronische ziekte

op alle levensgebieden volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Inclusief beleid (ontwikkeling en uitvoering)

is een manier van denken en werken waarin op alle beleidsterreinen zowel maatregelen worden getroffen die algemeen

van aard zijn, als maatregelen die specifiek de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking stimuleren.

Naast een betere participatie leidt inclusieve beleidsvorming tot een efficiënte inzet van publieke middelen en

voorkomt “repareren achteraf”. Minder individuele voorzieningen, meer voorzieningen die algemeen, breed, inzetbaar

zijn. Een inclusieve samenleving heeft voordelen voor mensen mét en zónder beperking. Een toegankelijke samenleving

is ook van belang voor bijvoorbeeld ondernemers in onz e gemeente of het toerisme (12% van de bevolking heeft

(on-)zichtbare beperkingen).

80%

(25%)

-9 mnd 0 100 jaar

15%

5%

investeren in jeugd

“Inclusieve samenleving”

“Sociale basis infrastructuur”

gevormd door o.m. voorzieningen als:

• verenigingsleven

• schouwburg, bieb, Muzehof

• SCW

• SOL

“trampoline” functies

2. Kijk op Kerntaken

47


2. Kijk op Kerntaken

48

De samenleving is in te delen in groepen die in meerdere of mindere mate op enig moment afhankelijk zijn van anderen

voor hun zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden. Dit vatten we samen in de volgende uitgangspunten:

• 80-85% van de Lochemse samenleving leeft zonder majeure participatieproblemen.

• 10-15% van de Lochemse inwoners heeft op enig moment in het leven een tijdelijk participatieprobleem en heeft dan

tijdelijke ondersteuning nodig.

• 2-5% van de Lochemse inwoners heeft op een of andere manier een permanente ondersteuning nodig. In het merendeel

van deze gevallen is sprake van multi-problematiek.

• Een getrapte aanpak inzetten: preventie, eigen kracht, sociaal netwerk, algemene voorzieningen, individuele voorzieningen.

• Bij dreigende uitval is er een dekkend systeem van vindplaatsen.

• Aan de inwoners van Lochem wordt gevraagd zich naar vermogen in te zetten voor de samenleving. Maatschappelijke

betrokkenheid en wederkerigheid vragen (zodra dat mogelijk is) om een bijdrage aan de maatschappij.

• Burgers met een uitkering dragen naar vermogen (verdiencapaciteit) bij, het doel is meer mensen aan de slag te

krijgen. Goede samenwerking met werkgevers is daarbij een voorwaarde. Ook investeert de gemeente in projecten

als BBOOR.

• De gemeente biedt een sociale basisinfrastructuur, behalve waar maatschappelijke initiatieven die vervangen.

Gemeente en instellingen werken bij alle vormen van ondersteuning zo veel mogelijk in de wijken of kernen.

• Daarbij “Jeugd” ontzien; investeren, kansen geven, deelname garanderen.

Het beeld is de trampoline: indien nodig is er een (meestal tijdelijk, voor een kleine groep permanent) vangnet, maar

zodra het kan spring je terug naar “participatie op eigen kracht”.

Het uitgangspunt van de inclusieve samenleving zal onder meer toepasbaar zijn op het gebied van welzijn, cultuur en

sport. In de uitwerking v an concrete maatregelen zal per onderwerp aan dit uitgangspunt een passende invulling

worden gegeven.

In het land zijn verschillende initiatieven op het gebied van zorg waarbij of burgers zelf activiteiten in de zorg oppakken

of waar de zorg op een andere manier georganiseerd is. Dat leidt tot verlaging van de kosten en versterking van de

sociale cohesie in een dorp/stad. Voorbeeld hiervan is het werken met een zorgcoöperatie voor het organiseren van

aanvullende voorzieningen.

2.3 Ontwikkeling (ruimte, economie, toerisme)

Met ruimtelijke ordening kan je geen ontwikkeling afdwingen, wel de voorwaarden scheppen en slim opereren met de

toekomstagenda als kompas, en anticyclisch waar mogelijk. In de huidige omstandigheden van Lochem gaat het om de

bestaande ruimtelijke plannen af te maken en zo flexibel mogelijk in te richten om kansen te kunnen benutten wanneer

die zich voordoen. Particuliere initiatieven bepalen op dit moment de ontwikkeling. Zo zijn er uitgesproken kansen voor

de bouwwereld als het gaat om duurzaam- en generatiebestendig renoveren, in de particuliere bouw, huursector en utiliteitsbouw.

Rol van de gemeente is actief inspelen op deze initiatieven en de verbindende schakel zijn tussen maatschappelijke

initiatieven en instellingen. Woningcorporaties moeten worden gestimuleerd een actieve partner te zijn.

Om bijvoorbeeld het aanbod van duurzame en generatiebestendige mogelijkheden aan te doen sluiten bij de groeiende

vraag. Investeringen in ruimtelijke ontwikkeling moeten in principe zichzelf terug verdienen.


Er moet worden geïnvesteerd in de economie om de economische situatie te verbeteren, de gemeente moet daarin, indien

nodig, een faciliterende regierol in nemen en samen met de ondernemers hierop inzetten. Die regierol gaat verder

dan alleen voorwaarden scheppen en belemmeringen wegnemen, zodat bedrijven worden uitgedaagd en gestimuleerd

hun kansen te zien en te pakken om zich te ontplooien en te ontwikkelen. De bedrijven moeten de motor in de ontwikkeling

zijn en zelf nog meer (samen) in actie komen. Daarin kan helpen de identiteit (‘branding’) van Lochem te versterken

en te promoten door waarden van ruimte, sfeer, natuur, cultuur en duurzaamheid te verbinden. Daarin ligt ook een

kans om het toerisme te versterken en het aantal (overnachtende) bezoekers weer te laten stijgen. Dat betekent in het

geval van toerisme en recreatie bijvoorbeeld een aanjagende en verbindende rol van de gemeente waardoor partijen

gestimuleerd worden een innovatief en toekomstgericht toeristisch en recreatief product neer te zetten.

Daarbij wordt dus ook van de bedrijven een bijdrage verwacht. Dat kan op basis van het profijtbeginsel (bijvoorbeeld onderhoud

openbare ruimte) maar ook door het leveren van een ‘meedenk’ bijdrage op innovatie. Daarbij moet onderscheid

worden gemaakt tussen de kleinere bedrijven die al vervlochten zijn in de samenleving en de grotere bedrijven die nog

minder verankerd zijn in de Lochemse samenleving. Vooral de potentie van de laatste groep lijkt onvoldoende benut.

2.4 Duurzaamheid

De gemeente Lochem wil zich vooral inzetten dat de burgers en bedrijven het thema duurzaamheid zelf gaan oppakken

en initiëren. Hierbij wordt ingezet op coöperatieve bewegingen van inwoners. Vooral in de beginsituatie zal de rol van

de gemeente Lochem stimulerend en enthousiasmerend zijn, met cofinanciering als stimulerend instrument. Binnen

een tijdsperiode van 2 á 3 jaar zullen partijen sterk genoeg moeten zijn, waardoor de gemeente Lochem zich kan terugtrekken

en cofinanciering voor dat specifieke product of partner tot nul wordt teruggebracht. Een goed voorbeeld hiervan

is Lochem Energie.

Voor de financiering van innovatie wordt gedacht aan het opzetten van een revolving innovatiefonds. Met revolving wordt

bedoeld dat opbrengsten terugvloeien in het fonds en weer aangewend kunnen worden voor nieuwe innovatiekansen. De

voeding van dat fonds kan zowel vanuit de exploitatie als uit de reserves plaatsvinden. Dat moet worden uitgewerkt. Voor

innovatie op gebied van afval en riool kan worden gedacht aan de afvalstoffen- en de rioolheffing of een bijdrage uit de

algemene middelen. Ook zou kunnen worden geanticipeerd op een lokale CO2 heffing. Door innovatie is duurzaamheidswinst

te halen. Het innovatiefonds kan worden ingezet als cofinanciering naar de (coöperatieve) partners.

2. Kijk op Kerntaken

49


2. Kijk op Kerntaken

50

2.5 Openbare ruimte

Regulier onderhoud budgetten zijn afgelopen jaren onvoldoende geweest om het onderhoud op peil te houden, waardoor

er achterstallig onderhoud wordt opgebouwd. Dit doet zich vooral voor bij wegen, openbare verlichting, kunstwerken

en bomen buitengebied. De raad zal kwaliteitsbeelden en kaders moeten aangeven hoe hiermee kan worden

omgegaan.

De komende tijd zal de inspanning zijn om de onderhoudsaanpak uit de jaarexploitatie weg te halen en langs thema’s

op te gaan oppakken via business cases. Hierdoor wordt het mogelijk om met marktpartijen en waar mogelijk de

Lochemse inwoners op basis van innovatieve aanbestedingstrajecten langjarige afspraken te maken voor de uitvoering

en mogelijk ook voor de financiering op basis van de total cost of ownership gedachte. Leaseconstructies behoren ook

tot de mogelijkheden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis die in de mark aan wezig is en hierdoor kunnen

bedrijven ook efficiënt de mensen en middelen inz etten. De inzet van de markt is dan niet meer afhankelijk van de

reguliere werkwijze via bestek, aanbesteding en dergelijke. De uitdaging is in hoe verre het achterstallige onderhoud

onderdeel kan zijn van het sluitend krijgen van de business case, die nog interessant genoeg is voor de marktpartijen.

Op het gebied van natuur en landschap (kernwaarde van Lochem) wordt met cofinanciering van de provincie in samenwerking

met gebiedspartijen intensief gewerkt aan het realiseren van ontwikkelingen. De ontwikkeling rond de Rees

waarbij de gemeente vrijwel alleen een f aciliterende en formele (bestemmingsplan) taak verricht, is een voorbeeld.

Maar ook in samenwerking met maatschappelijke partners zoals Landschapsbeheer Gelderland of de Vereniging voor

Nederlands Cultuurlandschap. Met deze laatste partij zijn we betrokken bij het Streekfonds, een private financieringsconstructie

met de Rabo bank. In samenwerking met partijen als provincie en Groenfonds en onze gebiedspartijen

werken we aan een substantiële versterking van de financiering van het landschap waarbij de overheden vooral aangesproken

worden op garantiekapitaal en niet op de daadwerkelijke investeringen. Hierin faciliteert Lochem, met kennis

en netwerk en beweegt zich dus concreet in een maatschappelijke carrousel voor de financiering en uit voering van

landschapsversterking en onderhoud.

Parallel hieraan liggen mogelijkheden voor vrijwillige ruilverkaveling en landschapsversterking, o.a. in het kader van

'goed boeren in een kleinschalig landschap'. Het thema van 'verdienend landschap' heeft als uitgangspunt dat een

duurzaam beheer van waardevol landschap ook een gezonde bedrijfsvoering van de agrarische ondernemers moet toestaan

en zelfs ondersteunen. Hierin spelen ook (regio)processen een rol zoals valorisatie biomassa, het toevoegen van waarde aan

bestaande en toekomstige biomassastromen, waardoor een sterker renderend beheer van landschap mogelijk is.


2.6 Maatschappelijke accommodaties

Het accommodatiebeleid geeft aan hoe de gemeente Lochem omgaat met de huisvesting voor haar voorzieningen en

aan welke voorwaarden de huisvesting moet voldoen. Voor onderwijshuisvesting moet rekening worden gehouden

met de wettelijke kades. Van de gemeente wordt een stevige regierol verwacht. Accommodaties zijn geen doel op zich

maar instrument om inhoudelijke beleidsdoelen te bereiken; leefbare kernen, adequate kwaliteit, duurzame exploitatie

en dorpsdynamiek. Het accommodatiebeleid richt zich op het creëren van vitale accommodaties met een vooraf bepaald

kwaliteitsniveau, die op een gezonde en duurzame manier kunnen worden geëxploiteerd en die, waar mogelijk, multifunctioneel

door partijen wordt gebruikt. Tegelijkertijd dient ten aanzien van beheer van accommodaties een voorwaardenscheppende

rol van de gemeen te te worden bereikt met meer v erantwoordelijkheid bij stich tingen en

verenigingen om te komen tot uniforme, kostendekkende prijzen en sluitende exploitaties.

Als gevolg van veroudering van het gebouwenbestand, toenemende exploitatiedruk, economische tegenspoed, demografische

en maatschappelijke ontwikkelingen en een terugtredende gemeente, zijn maatregelen nodig. Er moet worden

gewerkt aan transparante vastgoedgegevens, bezetting en leegstand van de accommodaties, spreiding van de

accommodaties, herverdeling van taken (overdracht eigendom en onderhoud), inrichten van beheerstichtingen (per

kern/dorp) en opstellen en uitvoeren van een eenduidige en uniforme subsidieregeling. De eerste acties zijn in 2013 gestart.

Het is van belang de locaties in zijn totaal te bekijken en integrale oplossingen te zoeken, daardoor wordt de kans

om goede duurzame oplossingen te vinden vergroot. Daarbij moet de insteek zijn eerst de leegstand in bestaande accommodaties

te benutten voordat nieuwe worden neergezet.

Een alternatief is te onderzoeken of het mogelijk is per gebied (een of meerdere kernen) een budget toe te rekenen en

het aan het gebied over te laten een voorstel te doen hoe dat budget kan worden besteed. Dat veronderstelt dat in gebied

een gremium (dorpsraad, verenigingskoepel) is dat namens de inwoners in dat gebied het voortouw kan nemen.

2. Kijk op Kerntaken

51


2. Kijk op Kerntaken

52

2.7 Financiële bijdrage door de samenleving

Bij het vertalen van kerntaken naar ombuigingen is de eerste stap het optimaliseren van de inzet van het financieel

instrumentarium. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan maatregelen die het jaarlijkse positieve verschil tussen

begroting en jaarrekening kunnen verkleinen (onderuitputting), het herijken van het reserve- en voorzieningenbeleid

en het beperken van de momenten waarop de begroting wordt aangepast zonder integrale afweging.

Een volgende stap om binnen de kerntaken tot ombuigingen te komen is het verbreden of verhogen van de financiële

bijdragen door de samenleving. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden.

Het is mogelijk het belastinggebied te verbreden (nieuwe belastingen) en de tarieven te verhogen. In de afgelopen

jaren is de OZB alleen geïndexeerd en niet autonoom verhoogd. Aanvullend zou de woonlastenbenadering uitkomst

kunnen bieden door een dalende riool- of af valstoffenheffing om te bouwen naar een v erhoging OZB zonder dat de

totale woonlasten daardoor toenemen. Een andere mogelijkheid is het (her)invoeren van nieuwe belastingen voor een

specifieke bestemming.

Cofinanciering is een mogelijkheid om de samenle ving ‘geld te laten maken met geld’ door gebruik te maken van de

stimulerende werking. De gemeente investeert in dat geval alleen mee als er vanuit de samenleving ook wordt geïnvesteerd.

Op verschillende andere mogelijkheden kan verdiencapaciteit worden gecreëerd. Bijvoorbeeld door nog meer werk te

maken van de kansen die Interregio op het gebied van Europese subsidies biedt.

Bovendien moet worden onderzocht hoe we door aanpassingen in de financiële systematiek een plek kunnen geven aan

het werken met business cases waarin investeringen kunnen worden gedaan die pas op de lange termijn renderen.


3. Van Kerntaken naar begroting

3. Van kerntaken naar begroting

In het vorige hoofdstuk is beschreven welke kijk op kerntaken voor de jaren 2014-2017 leidend is voor de rol, taken en uitvoering

van de gemeente. Deze kijk op kerntaken (kapstok) zal na vaststelling moeten worden vertaald in concrete maatregelen

(hangers). Deze notitie 'Kijk op K erntaken' is de opdracht en het kader die de raad aan het college meegeeft

voor het voorbereiden en opstellen van de begroting 2014-2017. Deze 'Kijk op Kerntaken' is samengevat in richtinggevende

uitspraken.

A. Financieel instrumentarium optimaal benutten

Bij het vertalen van kerntaken naar ombuigingen is de eerste stap het optimaliseren van de inzet van het financieel instrumentarium.

Hierbij kan onder meer worden gedacht aan maatregelen die het jaarlijkse positieve verschil tussen begroting

en jaarrekening kunnen verkleinen (onderuitputting), het herijken van het reserve- en voorzieningenbeleid

(ontschotten) en het beperken van de momenten waarop de begroting wordt aangepast zonder integrale afweging.

B. Voortzetten anders denken, anders doen

In eerdere ombuigingstrajecten is door de raad tot het onderzoeken van mogelijkheden tot anders denken en doen besloten:

de onderzoeksopdrachten 2014/2015. Het gaat om efficiency maar ook om het anders invullen van rol en werkwijzen.

Het uitgangspunt is dat deze onderzoeksopdrachten worden voortgezet en wordt gezocht naar nieuwe kansen

op anders denken en anders doen.

C. Meer participatie en zelfredzaamheid in veiligheid

Veiligheid is van ons allemaal: “Veiligheid creëer je samen”. Binnen veiligheid mag in grotere mate een beroep worden

gedaan op de eigen kracht en zelfredzaamheid van burger, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.

D. Regelen in vertrouwen met modern toezicht en handhaving

Regels en procedures voor vergunningen en in het (risicogerichte) toezicht en handhaving wordt, waar rijksregelgeving

en risicoprofiel het toestaan, meer gebouwd op het vertrouwen dat de inwoner de verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving

zelf kan dragen. Gaat het mis, betaalt de misbruiker.

E. Profijtbeginsel toepassen waar het kan

Bij de uitvoering van taken mag nadrukkelijker dan nu een bijdrage worden gevraagd van degene die daar (het meest)

profijt van heeft. Dat kan leiden tot (meer) kostendekkende tarieven, factureren van gemeente werkzaamheden of het

stopzetten of verlagen van (waardering)subsidies of andere gemeentelijke bijdragen. We wijken daarvan af zodra de solidariteit

in het geding komt.

F. Hanteer het uitgangspunt van de inclusieve samenleving

Een inclusieve samenleving betekent dat mensen met een beperking (fysiek, sociaal of psychisch) of chronische ziekte,

volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. De gemeente treft op alle beleidsterreinen, zowel algemene maatregelen

als specifieke maatregelen die de zelfredzaamheid van mensen met een beperking stimuleren. Het zwaartepunt

ligt bij de jeugd. Van zelfredzame mensen, zal een bijdrage in geld, inzet of kwaliteitsverlies worden gevraagd. Dit uitgangspunt

zal onder meer toepasbaar zijn op het gebied van welzijn, cultuur en sport.

G. Investeren in de economie

De bedrijven moeten de motor in de ontwikkeling zijn en moeten zelf nog meer samen in actie komen. De gemeente

moet daarin waar nodig een faciliterende regierol in nemen en de goede v oorwaarden en ruimte scheppen. De gemeente

faciliteert niet zozeer in geld als wel in netwerk en k ennis en ervaring. Als toch gefaciliteerd moet worden in

geld gebeurt dat op basis van cofinanciering. Bedrijven leveren een bijdrage in de vorm van toepassing van het profijtbeginsel

en door het leveren van een ‘meedenk’ bijdrage op innovatie.

53


3. Van kerntaken naar begroting

54

H. Actief inspelen op initiatieven ruimtelijke ontwikkeling

Particuliere initiatieven bepalen op dit moment de ontwikkeling. Rol van de gemeente is actief inspelen op deze initiatieven

en de verbindende schakel zijn tussen maatschappelijke initiatieven en instellingen. Woningcorporaties moeten

worden gestimuleerd actief te zijn. Investeringen in de ruimtelijke ontwikkeling verdienen zichzelf in principe terug.

I. Stimuleren en ondersteunen van duurzaamheid

Duurzaamheid is een kernwaarde van de samenleving en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het tot stand brengen

van een duurzaam robuuste samenleving, met een sterke sociale en economische ruggengraat. De rol van de gemeente

Lochem is stimulerend en enthousiasmerend, waarbij cofinanciering van coöperatieve bewegingen als stimulerend instrument

wordt ingezet. Daarvoor wordt een (revolving) innovatiefonds gevorm zonder dat de exploitatie wordt belast.

Zodra de (coöperatieve) partners sterk genoeg zijn, zal de gemeente zich terugtrekken en de cofinanciering afbouwen

en mogelijk om zetten naar nieuwe innovatieve trajecten.

J. Aanpakken achterstand onderhoud openbare ruimte

De komende jaren liggen er forse uitdagingen in het voorkomen van achterstallig onderhoud in de openbar e ruimte

(wegen, openbare verlichting, kunstwerken en bomen in het buitengebied). Deze uitdagingen schuiven we niet vooruit

maar pakken we aan. We zetten in op langlopende afspraken voor de uitvoering op basis van innovatieve bestekken en

vormen van aanbesteding. Er komt indien nodig geld om achterstalligheid op te lossen.

K. Faciliteren van ontwikkeling natuur en landschap

De ontwikkeling van natuur en landschap zijn kernwaarden voor overheid en samenleving en levert een belangrijke bijdrage

aan de aantrekkelijkheid van onze leefomgeving voor inwoners en toeristen. Op het gebied van natuur en landschap

werken we met gebiedspartijen intensief aan nieuwe on twikkelingen. Als het gaat om de financiering en

uitvoering van landschapsversterking en onderhoud, faciliteert de gemeente dit proces vooral met onze kennis en ons

netwerk en is financieel terughoudend. Parallel hieraan werken we aan mogelijkheden voor vrijwillige ruilverkaveling

en landschapsversterking, onder andere in het kader van ‘goed boeren in een kleinschalig landschap’.

L.Accommodaties op maat maken

Accommodaties zijn geen doel op zich maar een instrumen t om beleidsdoelen te bereiken. We streven naar vitale accommodaties,

met een vooraf bepaald kwaliteitsniveau, die op een gezonde en duurzame manier kunnen worden geëxploiteerd

en die – w aar mogelijk – multifunctioneel worden gebruikt. Als gemeente willen we financiële k aders en

voorwaarden scheppen voor het beheer van accommodaties en meer verantwoordelijkheid bij de gebruikers leggen. Voor

onderwijs uiteraard binnen de wettelijke kaders. Hierbij horen uniforme, kostendekkende prijzen en sluitende exploitaties.

Waar dat niet lukt, is het aan de inwoners de oplossing te bieden. De insteek is eerst de leegstand in bestaande

accommodaties te benutten voordat nieuwe worden neergezet. Verschillen tussen de kernen mogen. Onderzocht wordt

een alternatieve benadering waarbij per gebied (een of meerdere kernen) een taakstellend budget wordt toegerekend

waarbij het gebied wordt gevraagd een voorstel te doen hoe dat budget kan worden besteed.

M. Verhogen belastinginkomsten alleen als sluitstuk

Het verhogen van bestaande belastingen (OZB, toeristenbelasting etc.) of het introduceren van nieuwe belastingen

wordt niet uitgesloten maar wordt alleen ingezet als daar noodzaak toe is om de begroting te sluiten.


4. Tot slot

Deze notitie Kijk op Kerntaken wordt meegenomen in de kadernota 2014-2017. Op 24 juni 2013 wordt kadernota door de

raad behandeld in een rondetafelgesprek. Daarbij is inspraak mogelijk. In de raadsvergadering van 8 juli 2013 staat de

besluitvorming over de kadernota gepland.

Na vaststelling van de kadernota door de raad, bereidt het college binnen de gestelde kaders en richting de begroting

2014-2017 voor ter behandeling in november 2013.

4. Tot slot

55


Postbus 17, 7240 AA Lochem

T (0573) 28 92 22

E info@lochem.nl

I www.lochem.nl

More magazines by this user
Similar magazines