30.07.2013 Views

II I $ TOHX M

II I $ TOHX M

II I $ TOHX M

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

B E K N O P T Ë<br />

<strong>II</strong> I $ T O H X M<br />

DER<br />

O N L U S T E N<br />

IN DE<br />

¥ E D E I L A I B I N ,<br />

SEDERT DE ONDERHANDELINGEN OVER DË<br />

GEWAPENDE NEUTRALITEIT IN 17Bo*<br />

TOT OP DEEZEN TÏDi<br />

UIT ECHTE STUKKEN BYEEN GESTELD.<br />

M E T P L A A T E N .<br />

D E R D E D E E L .<br />

I N B R A B A N Ü.<br />

1 7 9 *•


D. oDooti V A N SICILIË zegt elders }<br />

dat de Gefchiedenis dan eerst de beste fpiegel is,<br />

•wanneer zy het vuil zoo wel vertoont alshetfchoon^<br />

ook der genen, die zich niet fpiegelen willen, enz.<br />

enz.<br />

Dienzelfden fpiegel, Leezer! hebben wy voor<br />

ms gehad in het te boek flaan ook van dit gedeelte<br />

mzer Gefchiedentife van de Onlusten in het Va-<br />

* 2 der-


iv V O O R B E R I C H T .<br />

(Ierland. Ja! ook hier fpreeken wy de W'aarheid<br />

zonder vleijen; en waarom zouden wy ons haarer<br />

fchaamen, die toch eenmaal volmaakt zal zegevie­<br />

ren.' — Vaarwel!


B E K N O P T E<br />

M X STOM X M<br />

D E R<br />

O N L U S T E N<br />

IN H E T<br />

V A B E R . 3 L A N B .<br />

E E R S T E H O O F D S T U K .<br />

Behelzende de Gebeurtenis/en van het fluiten<br />

der Vrede met den Keizer, tot het einde des<br />

Jaars 1785.<br />

Met hoedanige fnelle fchreeden de Euvelmoed<br />

van eene onbezonnene menigte van<br />

dag tot dag voordging j en de daarmede gepaard<br />

gaande , Onheilen in zeer'veele Steden en<br />

Oorden des Lands langs hoe treffender wier­<br />

den; was het echter niet dan in den herfst des<br />

Jaars 1785. dat, dezelve in den Haags meer<br />

openlyk naar wraak fchynende te dorsten, eene<br />

uit de heffe des Volks te famengefehoolene<br />

Bende het waagen durfde, als onder het oog<br />

van 's Lands hooge Regeering en tot hoon van<br />

derzelver Souvrain gezach, zoodanige oproe.<br />

A 3 rige<br />

Oproei ige<br />

Beweepingei»<br />

in 'i ffdm


1785,<br />

6 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />

rige Beweegingen aanterechterj, als den 4 aeft<br />

van Herfstmaand des gemelden Jaars, in 's Lands<br />

Onzydige Gefchiedenisfen, altoos met zwarte<br />

letteren zullen doen gebrandmerkt ftaan; en welke<br />

beweegingen, zeker, zoo al niet onmidlylc<br />

in derzelver eerfte beginfelen, dan ten minden<br />

in haare gevolgen, niet dan te veele aanleiding<br />

gegeeven hebben tot die hoog gereezene Verfchillen<br />

tusfchen de Staaten van Holland en<br />

den Prinfe van Oranje, als men in den loop<br />

deezer Gefchiedenisfe zal aangeteekend vinde.<br />

-<br />

d e n<br />

Op den gemelden 4 September 1785.,<br />

naamlyk, zynde Zondag, wanneer doorgaands<br />

de Parade in den Haage talryker is, en meer<br />

aanfchouwers, dan op andere dagen, daar<br />

by gevonden worden, waren ook ecnige Leden<br />

van Genootfchappen van Wapenhandel,<br />

zoo van andere Plaatfen, als van dat, welk<br />

in 's Hage was opgerecht , in hunne Gelyke<br />

Kleeding aldaar tegenwoordig. By het afgaan<br />

der,Parade werden eenigen der gemelde Perfoonen<br />

door eene menigte Gemeen Volk na«<br />

gevolgd , en van agteren lterk gedrongen,<br />

onder een fterk en herhaald geroep van Weegluis!<br />

Weegluis ]<br />

- een fcheldnaam , door het ruuwc<br />

Gemeen den Patriotten toegeduwd. Om het<br />

gedrang te ontwyken, gingen eenigen van dad<br />

Gezelichap op de ftoep van een huis voor aan<br />

in de lange Pooten. Daar ftaande, worden hun<br />

verfcheidene Injolentïên aangedaan,, onder an-"<br />

de-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 7<br />

deren wordt een van hun, die in de Monteering 1785.<br />

van het Leidfche Exercitie Genootfchap gekleed<br />

was, door een Soldaat van de Hcllandfche Garde<br />

befpot, en fmaadelyk bejegend; een Hagenaar,<br />

dit ziende, trekt zynen Degen en zwaait<br />

met denzelven in 't ronde om ruimte te maa«<br />

ken; hier over reezen woorden, terwyl een<br />

burger Man, die den Degen wilde vatten,<br />

met een ander Lid van het Genootfchap aan<br />

't vechten raakt met Hokken, en in dat gevecht<br />

eene wonde aan 't hoofd bekomt.<br />

Vcrfchci-<br />

De beledigde Perfoonen flappen eindelyk<br />

rlcne Per«<br />

van de ftoep af om hunnen weg te vervolgen, (boren doof<br />

*t Giaauw<br />

eenigen van hun Gezclfchap , die door den beledigd.<br />

drang van hun waren afgeraakt, voegen zich.<br />

weder by hen; het fchelden houdt aan; de<br />

Perfoon, die den Degen getrokken hadt, gaat<br />

met denzelven in de fchede, als met een Wan><br />

delftok mede voort; doch dezelve wordt hem<br />

ontweldigd, en naderhand zonder fchede op<br />

een ftoep gevonden. Ondertusfchen neemt het<br />

fchelden en dringen hoe langer hoe meer toe,<br />

om het welke te ontwyken zy in 't huis van<br />

eenen Schilder gaan , op den hoek van de Veeneftraat;<br />

waar de Drosfaard van 't Hof, van<br />

het geen 'er voorgevallen was verwittigd, en<br />

van eenen Dienaar verzeld, by hen kwam. Na<br />

een weinig-aldaar vertoefd te hebben, begeeven<br />

zy zich van daar, van den Drosfaard en<br />

zyne Dienaars verzeld, naa het huis van den<br />

H e r<br />

A 4 "


1785.<br />

Worden<br />

voor 'c Hof<br />

pnthooden<br />

en gehoord.<br />

Worden 11a<br />

het verhoor<br />

V^ederom ,<br />

•Vervolgd.<br />

8 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

Herbergier EVERTZE, de gewoone Vergader,<br />

plaats der Leden van het Wapengenootfchap.<br />

Onderwylen hadt de Drosfaard van het geen<br />

'er gebeurd was kennis gegeevcn aan den Pro-<br />

cureur Generaal, en vervolgends aan Heeren<br />

Commisfarisfen ; welke Heeren de beledigde<br />

Perfoonen by zich ontbnoden, om hunne klag-<br />

ten in te brengen; gelyk zy dan ook door den<br />

Drosfaard, van zyne Dienaars gevolgd, naa<br />

het Hof begeleid worden, onder een grooten<br />

naloop van volk. Die Perfoonen van dat Ge-<br />

zelfchap , te weeten, de Makelaar VOOGT<br />

van Schiedam, de Brander H A R T E V E L T van<br />

Leyden , en c. j. DR OSMAN, een Zilver-<br />

fmids Gezel van Vlaardingen, werden aanflonds-<br />

gehoord; maar de overigen, te weeten de twee<br />

Gebroeders ARNOLDS, W. J. VAN DE POL,<br />

en p. A. MARTENS, alle vier in 'sHage woo*.<br />

nende; en j . c. ENG E L K E , benevens j. j.<br />

HARTEN RO T H , beide Studenten te Leyden;.<br />

verzochten, dat hun verhoor, om zich alles<br />

beter te kunnen herinneren , tot den volgenden<br />

morgen mogte uitgefleld worden. Toen het<br />

verhoor geëindigd was, begaven gemelde Per­<br />

foonen zich gefaamentlyk van 't Hof langs de<br />

agter trap (omdat zy als dan van geene Die­<br />

naars behoefden verzeld te zyn) naa het huis van<br />

den Procureur H A R T E V E L T . Dan naauwlyks<br />

waren zy op flraat gekoomen, of zy werden<br />

van eene groote menigte volks omrinad, en<br />

gevolgd; omtrent het Stadhuis gekoomen en<br />

WA


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 9<br />

van den Onderfchout, die daar op de puije<br />

Hond, gezien zynde, zond deeze eenen Die­<br />

naar af om dien hoop te volgen , en toe te<br />

zien , of hun ook eenig leed gefchiedde. Ein-<br />

delyk koomen zy aan 't huis van den Hr. Pro.<br />

cureur HARTEVELT, voor het welke de ge­<br />

volgde menigte blyft ftaan, zonder eenige bal*<br />

daadigheid te pleegen, zoo lang de Dienaars<br />

van 't Gerecht daar bleeven ; maar zoo ras die<br />

vertrokken waren en naa het Stadhuis te rug<br />

gekeerd om verflag van hun wedervaaren aan<br />

den Onderfchout te doen, zoo beginnen de<br />

Jongens aan het huis van den Hr. HARTE-<br />

VELT met het werpen van (teentjes en 'tknip­<br />

pen met de vingers tegen de glafen baldaadig-<br />

hed"n te pleegen.<br />

Ondertuslchen komt de Bloemist ALÏERTZ,<br />

in wiens Tuin, onder de Uilenboomen, het Ge­<br />

nootfchap gewoon was te exerceeren, gelyk<br />

ook VAN RYSSEN, Looijer in 's Hage, by ge­<br />

melden Procureur HARTEVELT in; deeze bei­<br />

den bieden zich aan om VOOGT naar de Stads<br />

Herberg, waar zyn Rydcuig ftond, te begelei­<br />

den; het welk hy aanneemt. Zy dus op weg<br />

gegaan zynde , worden door eene groote menig­<br />

te gemeen Volk, uit Slopjes ec Steegjes, op de<br />

ftraaten,die zy doorgingen , uitloopende, ge-<br />

ftadig gevolgd en beledigd; van fchelden en<br />

fmaaden floeg het uitzinnig Gra'auw welhaast<br />

over tot daadelykheid, en werpt hen zodanig<br />

met fteenen en vuiligheden, dat zy genood-<br />

A 5 zaakt<br />

Van de vervolgdePerf<br />

ionen vlugten<br />

uvee ia<br />

een huis.


1785.<br />

10 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

zaakt werden de vlugt te neemen in 't huis<br />

van zekeren WESTMAN, in de Wagenflraat t<br />

waar uit zy door een Agterdeur werden uitgelaaten<br />

op de dunne Bierkade. Hier raaken zy<br />

van elkander; VAN RYSSEN en ALEERTS<br />

maaken fpoed; maar VOOGT, langzaam voort­<br />

Eeti wordt<br />

rfcel lyU mis- gaande, fchelt aan een huis aan, doch wordt<br />

Iiaiidctt.<br />

niet fpoedig ingelaaten, en terwyl hy na het<br />

openen der deure Haat te wagten, wordt hy<br />

op nieuws van eene groote menigte volks<br />

omringd, uit welker midden eenigen, inzonderheid<br />

een Perfoon, als een Jager, in 'tgroen<br />

gekleed , en een fchamele baldaadige Jongen<br />

hem op eene vergaande wyze mishandelden;<br />

en kort daarna werd hy nog door een jong<br />

Vrouwsperfoon in eene woedende drift met een<br />

Parapluije geweldig op 't hoofd geflaagen. Eindelyk<br />

werd VOOGT door eenen Lootgieter,<br />

R o T T E v E E N genaamd , uit de moorddaadige en<br />

üraatfehendende handen van 't losbandig Graauw<br />

gered, en door den Stal in de Stads Herberg<br />

gebragt; terwyl VAN RYSSEN in 't huis van<br />

den Fiscaal LUIKEN, en ALBERTS in dat<br />

van den Timmerman VIANEN, op de Jlüle<br />

Veerkaade , vlugtten, om diergelyke mishandelingen<br />

van 't woedende Gemeen te ontwyken.<br />

De Drosfaard van 't Hof ondertusfehen<br />

van den Fiscaal LUIKEN verfta,an hebbende<br />

dat 'er voor 't huis van den Procureur HAR­<br />

TEVELT iets te doen was, gaat daar heen,<br />

en vindt het daar flilj maar verneemt van<br />

een


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, it<br />

een Jongeling, dat op de Veerkaade iemand<br />

zeer mishandeld werd : gaat derwaards , neemt<br />

den Procureur HARTEVELT en den jongden<br />

ARNOLDS, die van een Sabeltje, voor in zynen<br />

rok, voorzien was, met zich; op de ^e«riaade<br />

gekoomen zynde, wordt de gemelde Drosfaard<br />

in 't huis van den Timmerman VIANEN,<br />

waar ALRERTS in gevlugt was, ingeroepen,<br />

Eeemt ALBERTS ook mede, en gaat met<br />

deeze drie Perfoonen naa de Stads Herberg.<br />

Op het groene wegje gekoomen zynde, werden<br />

zy wederom van eene groote menigte muitend<br />

Volk omringd, die de ftoutheid hadden<br />

van voornoemde Perfoonen, in de tegenwoordigheid<br />

van den Drosfaard, wederom te fchelden<br />

eu met vuiligheid *é werpen (zoo weinig<br />

ontzag was 'er thans by het oproerig Gemeen<br />

voor de Juftitïe en den eerften uitvoerder van<br />

't Hooge Gerechtshof van Holland , Zeeland<br />

en Vriesland.) By het Zieken werd AUNOLDS<br />

door een Soldaat tegen het lyf geloopen, die<br />

het Sabeltje , by zyne borst tusfehen den rok<br />

gehouden, ziende, hem hetzelve dacht te ontweldigen,<br />

en daar naa greep ; doch hy werd<br />

door den Drosfaard aangepakt, en met behulp<br />

van ARNOLDS, ALBERTS en HARTEVEL'I<br />

overweldigd en in de Stads Herberg in bewaaring<br />

gebragt; waar zy VOOGT nog vonden.<br />

Terwyl de Drosfaard nu in de Stads Herberg<br />

was, hadt men nog de ftoutheid van met fteenen<br />

door de glazen te werpen; waarom Zyn<br />

Ed,<br />

178*<br />

De beledigingen<br />

lM#J<br />

«at. Een<br />

Soldaat gegtcepen.


De Soldaat<br />

naa de Ge •<br />

vangciipooit<br />

gebragc.<br />

12 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Ed. Geftr. noodig vond de hulpe van hetKrygsvolk<br />

te verzoeken; ten welken einde hy iemand<br />

naa den Procureur Generaal zondt om<br />

van 't geen 'er by de Stads Herberg omging<br />

kennis te geeven , en zodanig verzoek te doen:<br />

Deeze begeeft zich naa de Hoofdwacht, verzoekt,<br />

en verkrygt byftand van Krygsvolk,<br />

?n begeeft zich met eenige Manfchap naa de<br />

Stads Herberg. Daar gekoomen zynde, doed<br />

hy een Rydtuig gereed maaken, waar in<br />

de gevangen Soldaat gezet , en naa de Ge-<br />

/angenpoort gebragt wordt; met welk Rydtuig<br />

den Procureur Generaal en de voornoemde<br />

Perfoonen, VOOGT, ALBERTS, HARTE­<br />

VELT en ARNOLDS zich te gelyk mede naa<br />

liet Hof begeeven. Terwyl zy heenen reeden,<br />

werden nog verfcheidene fteenen naa den Wagen<br />

geworpen , tot een bewys dat het Graauw<br />

even weinig ontzag en vreeze hadt voor het<br />

Krygsvolk, als voor de Dienaars en Uitvoerders<br />

van het Gerecht. Naa een kort verblyf<br />

by den Cipier , vertrokken de vier gemelde<br />

Perfoonen naa het huis van den Procureur Generaal;<br />

het welk fpoedig van vooren en van<br />

agteren door eene menigte Volks omringd<br />

werd; waarom de fleer VOOGT en de anderen<br />

van zyn Gezelfchap het niet veilig oordeelden<br />

van daar te vertrekken. Zy bleeven<br />

daar nog eenigen tyd, en de Procureur Generaal<br />

verzocht toen byftand van de Ruiterwacht,<br />

iie hem ook werd toegezegd; doch die zoo<br />

laat


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 13<br />

laat aankwam, dat de faamengerotte menigte<br />

al langzaamerhand was afgezakt; van welk 00genblik<br />

de vier genoemde Perfoonen zich bedienden<br />

om elk zynen weg naa huis te gaan ,<br />

dat hun nu, zonder verdere moeijelykheid,gelukte<br />

(*).<br />

Zie daar een kort en echt verhaal, uit het<br />

Twee Pen<br />

fionai isfen<br />

Bericht van 't Hooge Gerechtshof zelve ge­ in gevaar.<br />

trokken, van de Oproerige Beweegingen» op<br />

dien onrustigen Rustdag door een losbandig Gemeen<br />

aangerecht, welke tot diengrootcn fchok<br />

aanleiding gegeeven hebben, dien de gantfche<br />

Republiek vervolgends geleeden heeft,<br />

gelyk deeze Historie zal uitwyzen. Eene om-<br />

Handigheid van deezen dag moet ik nog aanteekenen,<br />

die nog erger bediyven , en het<br />

fmaadelyk aanranden van nog aanzienlyker Perfoonen,<br />

maar van de zelfde denkvvyze omtrent<br />

's Lands zaakea als de voorigen, deed vreezen<br />

; doch door goede voorzorge werdt voorgekoomen.<br />

Te weeten, de Heeren DE CY-<br />

ZELAAR en VAN BERKEL, Penfionarisfen<br />

van Dordrecht en Amflerdam, waren met hunne<br />

Vrouwen, op dien dag, om een buitenlucht te<br />

neemen by een Vriend aan den Leidjchen Dam.<br />

Dewyl nu deeze Heeren, als groote Voorflanders<br />

van Vaderlandsgezindheid bekend wa«<br />

ren, en deeze wyze van denken by het Haag-<br />

fcht<br />

I785-<br />

•(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1785. blaJz. iaC(ï-i275,<br />

Peruad Nederland, IV. Deel, bUjz. 125-—132.


-735.<br />

Aan drie<br />

huizen de<br />

glazen inge-<br />

Uaagen.<br />

14 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

fche Gemeen zeer gehaat gemaakt was ; zoo<br />

was men met reden beducht, dat het buitenfpoorig<br />

Gemeen , den gantfehen dag aan 't<br />

hollen geweest zynde, ook dat aanzienlyk Gezelfchap<br />

mogten aanvallen; te meer om dat<br />

men iemand uit het muitende Graauw op dien<br />

dag den Moordzuchtigen wensch hadt hooren<br />

uitflaan, dat hy DE CYZELAAR en eenige<br />

andere Patriötten in handen mogte hebben»om<br />

ze te verfcheuren. Een ander Penfionaris van<br />

eene andere Hollandfche Stad, duchtende kwaade<br />

gevolgen, begeeft zich by den Hr. Raad.<br />

penfionaris van Holland, fielt hem het gevaar<br />

voor, en verzoekt voorzorge to: afwending<br />

van gevreesde onheilen. Zyn verzoek wordt<br />

hem toegedaan, en eene Krygsbende van de<br />

Garde te paerd afgezonden om op de aankomst<br />

van 't Jagt, waarmede het Gezelfchap terug<br />

Verwagt werd, te pasfen, en hetzelve veilig<br />

t'huis te geleiden. Dit gefchiedde zonder eenige<br />

beweeging; maar niet weinig verwonde*<br />

ring en ontzetting baarde dit gezigt van gereed<br />

fiaande Ruiters aan het aanzienlyk Gezelfchap<br />

by deszelfs aankomst, byzonderiyk de<br />

Vrouwen; het welk , van alles onbewust d?t<br />

op dien dag in den Haag was voorgevallen,<br />

niets minder dan zulk eene vertooning verwagtte.<br />

Dit vuur van Oproer was maar voor een koften<br />

tyd gedoofd, het fmeulde nog onder de<br />

asfche, en brak eerlang uit in eene woedende<br />

vlam,


ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 15<br />

Vlam, die bezwaarlyk te blusfchen was. Drie<br />

dagen na dit Oproer, tusfchen den 7 en 8Scp.<br />

tember, werden aan drie huizen de glazen in*<br />

geflaagen, onder welken dat van den Hr. Mr.<br />

P I E T E R P A U L U S Fiscaal by de Admiraliteit<br />

op de Maas, geteld werd (*).<br />

Deeze buitenfpoorige moedwilligheid, onder<br />

't oog van den Souvrain gepleegd , kon niet<br />

nalaaten de oplettendheid der Staaten daar op<br />

te bepaalen. De Heeren Afgevaardigden van<br />

Haarlem fielden op den 8 September in de<br />

Vergaadering der Staaten voor , dat zy met<br />

leedweezen en verontwaardiging vernoomen<br />

hadden, dat een gewelddaadige oploop en verregaande<br />

faamenrottingen op Zendag den 4<br />

September in den Haag hadden plaats gehad,<br />

en zulks by herhaaling; dat het van alle kanten<br />

bleek, kennelyk en zeker te zyn , dat<br />

niet alleen de veiligheid en rust der plaats<br />

op eene ftrafbaare wyze was geftoord, en by<br />

die gelegenheid met de daad openbaar geweld<br />

gepleegd; maar het Oproer ook een en andermaal<br />

was herhaald, en verfcheide uuren agter<br />

een geduurd hadt, eer hetzelve volkoomen<br />

ophield; — dat zy Heeren Gedeputeerden<br />

meenden, het van de uiterfte noodzaakelykheid<br />

te zyn, dat Hun Edel Groot Moogende<br />

door eene fpoedige en kragtdaadige voorziening<br />

(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. September 17B5. WaJz, 1375.<br />

Xtroerd Nederland, IV. Deel bkutz. 132.<br />

178J.<br />

Ter Srnntsvei<br />

gin d c •<br />

ring wordt<br />

des wegeirt<br />

een Vooiftel<br />

gedaan do^r<br />

de Gcdepüteerden<br />

vau<br />

Haarlet».


if5 BEKNOPTE HISTORIE i)É*<br />

ning hunne hoogfte verontwaardiging daarover'<br />

lieten blyken , gepaste middelen ter beveiliging<br />

deeden in 't werk Hellen* en hunne op»<br />

lettendheid vestigden op een nauwkeurig onderzoek:<br />

Hoe 't moogelyk geweest was, dat, in<br />

een Plaats als deeze ('s Hage), zodanigefaamenrot*<br />

tingen en Oproer zulk een geruimen tyd ongejioord<br />

hebben kunnen voortduuren.<br />

Dat zy Heeren Gedeputeerden zich onver*<br />

mydelyk verpligt gevonden hadden, aan Hun<br />

Edel Groot Moogende in overweeging te geeven,<br />

of Hoogstdezelven niet zouden goedvinden<br />

, eene Publicatie te beraamen en te doen<br />

uitgaan , waar by in den Haag alle Saamenrottingen<br />

op zwaare ftraffe verbooden wierden ,<br />

en vastgesteld j dat aile Infolentiën, aan wien<br />

't ook zy, in zyn Perfoon , Huizen of Goederen,<br />

daar gepleegd wordende, ten ftrengften<br />

aan den Lyve, en zelfs naar bevind van zaaken,<br />

met de Galg zouden geftraft worden. —<br />

Voorts Heeren Gecommitteerde Raaden te<br />

magtigen en te gelasten, om naauwkeurig onderzoek<br />

te doen, wat de oorzaak mooge geweest<br />

zyn, dat het gemelde Oproer, daar ter<br />

plaatfe,zoo lang ongeftoord heeft kunnen aanhouden<br />

, op wat wyze de JufHtie werkzaam geweest<br />

is om de rust te herfleilen; en welke<br />

middelen, tot bewaaring der veiligheid aldaar,<br />

verder zouden kunnen in 't werk gefield worden.<br />

— Eindelyk nog, by provifie dezelfde<br />

Heeren Gecommitteerde Raaden te magtigen<br />

ea


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 17<br />

en te gelasten, om van tyd tot tyd de noodige<br />

Patrouilles te laaten doen, om aile onbehoorlyke<br />

Saamenrottingen te beletten,de Overtreeders<br />

van gemelde Publicatie op te ligten, en<br />

onder bewaaring van Gecommitteerde Raaden<br />

te Hellen. Dit Voorftel werd met algemeene<br />

Stemmen in een Befluit veranderd, uitgenoomen<br />

het gedeelte van Patrouilles te laaten<br />

doen , het welk de Heeren van de Ridderfchap<br />

en Edelen niet goedkeurden , maar aanzagen.<br />

1785.<br />

Ingevolge van dit Befluit deeden GecommitGecommitteerdeteerde<br />

Raaden aanftonds na het fcheiden der Raaden<br />

Vergaadering, den Bevelvoerenden Officier<br />

geeven Orders<br />

aan den<br />

Kapitein van<br />

van de Hoofdwacht voor zich koomen , en de Hoold-<br />

vraagden hem de tegenwoordig beftaande Orders,<br />

omtrent het zenden der Patrouilles, af;<br />

welke waren, dat alle avonden, entweemaal<br />

des nachts Patrouilles, op order van Zyne<br />

Hoogheid, werden uitgezonden, en dat dezelve<br />

by buitengewoone omftandigheden, mede op<br />

Hoogstdeszelfs orders, vermeerderd werden.—<br />

waclu.<br />

Hun Edel Moogenden gelasteden, daarop,<br />

den gemelden Officier, dagelyks tegen het<br />

vallen van den avond, Patrouilles uit te zenden,<br />

en daar mede van uur tot uur te vervolgen<br />

tot 's morgens ten zes uuren ; en daar van<br />

aan den Generaal SANDOZ kennis te geeven,<br />

ten einde daar toe de Wagt te verdubbelen;<br />

gelyk ook om, by aldien Saamenrottingen van<br />

Menfchen, of moeite verwekkende Lieden<br />

mogten worden gevonden, de fchuldigen daar<br />

B van


1785.<br />

De Prins be.<br />

klaagt zich<br />

daar ovci'by<br />

Gecoinmitte<br />

rde Raaden.<br />

C-eUk ook<br />

by de Staaten<br />

van<br />

Holland.<br />

TB BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

van in de Hoofdwacht op te brengen, en aan<br />

gemelde Heeren Gecommitteerde Raaden daar<br />

van kennis te geeven; het welk door den zelfden<br />

Officier werd aangenoomen.<br />

Kort daarna verzocht de Prins Erfftadhou*<br />

der, dat het Collegie van Heeren Gecommitteerde<br />

Raaden, het welk na het geeven van<br />

gemelde Orders gefcheiden was, weder mogt<br />

vergaaderen; en in het zelve verlcheenen<br />

zynde, gaf Zyne Hoogheid hun te kennen,<br />

dat over het ftellen van die orders zeer verwonderd<br />

was, nademaal alle de orders voor de Militie<br />

altoos waren gefield geworden door Hem<br />

zeiven, als Erf» Gouverneur en Kapitein Generaal<br />

deezer Provintie, gelyk door Zyne<br />

Voorzaaten gefchied was; en dat Hoogstdezelve<br />

bereid was daadelyk zodanige Orders te<br />

ftellen, als Hun Edel Groot Moogende of Gecommitteerde<br />

Raaden, in het tegenwoordig<br />

geval, mogten noodig oordeelen;te gelyk aandringende,<br />

dat, indien Hun Edel Moogenden<br />

meenden van hun verrichtte niet te kunnen afgaan<br />

, zy de Vergaadering van dien avond nog<br />

geliefden faamen te roepen ; ten einde zyn belang<br />

aan Hun Edel Groot Moogenden te kunnen<br />

voordraagen; aan welk verzoek Gecommitteerde<br />

Raaden voldeeden.<br />

De Vergaadering der Staaten werd dan ook,<br />

dien zelfden avond, by een geroepen; in dezelve<br />

werd door den Raadpenfionaris een Brief<br />

van Gecommitteerde Raaden voorgeleezen,<br />

waai'


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 19<br />

waar door van al het bovenftaande, door Hun<br />

Edel Moogende verricht, aan de Staaten werd<br />

kennis gegeeven, en in die zelfde Avond-Vergaadering<br />

verfcheen de Prins Erfftadhouder<br />

om een Voordel te doen , dat hoofdzaaklyfc<br />

hier op uit kwam: ,, Dat de Kapitein van de<br />

Hoofdwacht rapport gedaan hebbende van de<br />

Orders, door Heeren Gecommitteerde Raa«<br />

den aan hem gegeeven, Zyne Hoogheid gemeend<br />

hadt te moeten verzoeken, dat het Collegie<br />

van Heeren Gecommitteerde Raaden geliefde<br />

te Vergaaderen ,en aan Hun Edel Moogende<br />

zvne verwondering te moeten voordraagen<br />

over deeze nieuwigheid; en dat het Hun<br />

Edel Moogende behaagt hsdt, dergelyke orders<br />

direct en buiten Zyne Hooghefd aan den Kapitein<br />

van de Hoofdwacht te geeven, in een<br />

tyd, dat Hoogstdezelve daar, in den Haag,<br />

tegenwoordig was, daar Zyne Hoogheid van<br />

begrip was, dat dezelve, die de eer hadt van<br />

Gouverneur en Kapitein Generaal deezer Pro-<br />

Vintiën te zyn, die geen was, door wien de<br />

orders aan 't Guarnizoen behoorden gegeeven<br />

te worden ; en dat dus Hun Edel Moogende<br />

volgens het gewoone gebruik aan Zyne Hoogheid<br />

hadden behooren kennis te geeven van 't<br />

oogmerk van Hun Edel Groot Moogende,<br />

wanneer Hoogstdezelve niet nalaatig zoude<br />

geweest zyn cm alle moogeiyke voorzorgen<br />

te' doen neemen, en alle noodigc orders aan<br />

het Guarnizoen te geeven; ten einde alle wan-<br />

B 2 or«


1785.<br />

I>e S asten<br />

hl) ven by<br />

hun Befluit.<br />

20 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ordens voor te koomen en alle faamenrottingen<br />

te beletten : — Zyne Hoogheid vond zich verpligt,<br />

zoo tot voorkoomrng van alle verwarring<br />

, als tot handhaaving van de Rechten,<br />

Hem in bovengemelde hoedanigheden door<br />

Hun Edel Groot Moogende opgedraagen,<br />

Hoogstdezelven te verzoeken om, wanneer<br />

Hun Edel Groot Moogenden eenige voorzieninge<br />

geliefden te doen, waartoe de byftand<br />

van het Krygsvolk noodig was, aan Zyne<br />

Hoogheid als Gouverneur en Kapitein Generaal<br />

deezer Provintie, van derzelver oogmerk<br />

te verwittigen ; op dat dezelve overeenkomftig<br />

daar mede de noodige orders konde geeven en<br />

nauwkeurig doen uitvoeren. —<br />

De Staaten, dit voorftcl van Zyne Hoogheid<br />

gehoord, en daar over beraadfiaagd hebbende<br />

, beflooten, in die zelfde Vergaadering,<br />

by het Befluit, dien namiddag genoomen, te<br />

volharden ; en het geen door Heeren Gecommitteerde<br />

Raaden verricht was goed te keuren<br />

en te pryzen: Ook werd nog verder goedgevonden,<br />

de voornoemde Heeren Gecommitteerde<br />

Raaden byzonderlyk te magtigen, cm<br />

den gebiedenden Officier van de Hoofdwacht<br />

dien avond nog voor zich te ontbieden en ernftig<br />

aan te bevelen, de Orders, hem dien namiddag<br />

uit naam van Hun Edel Groot Moogengende<br />

gegeeven , ftiptelyk na te koomen ,<br />

zonder aan eenige orders, daar medeftrydig,<br />

van wien dezelve ook aan hem mogten gegeeven


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, ix<br />

ven worden, eenigzins te gehoorzaamen; en<br />

werden Gecommitteerde Raaden verder gemagtigd<br />

tot bewaaring van de rust zodanige<br />

voorzieningen te doen, als zy zouden oordeelen<br />

te behooren.<br />

Den volgenden dag, den 9 September,wer­ Twee PublicatiSnteden<br />

twee Publicatico afgekondigd: eene van gen Oproer<br />

afgekon­<br />

de Staaten, en eene van de Gecommitteerde digd.<br />

Raaden: by de eerde werden alle oproerige<br />

gefprekken, beweegingen en faamenrottingen,<br />

mitsgaders alles, dat tot het verwekken van<br />

beweegingen, opfchudding of faamenrottingen<br />

van Volk aanleiding zou kunnen geeven; het<br />

plegen "an alle infolentiën, vooral by wege<br />

van daadelykheden of geweld, aan wien het<br />

ook zoude moogen wezen, ten aanzien van<br />

Perfoonen, huizen of goederen, verbooden:<br />

alles op draiTe van Hun Edel Groot Moogende<br />

hoogde verontwaardiging, en dat de overtreeders<br />

als openbaare Wederflreevers van de<br />

Hoogde bevelen, en moedwillige Schenders<br />

van de rust en veiligheid dier Plaatfe, zonder<br />

eenige oogluiking ten minden zouden worden<br />

in hechtenis gezet, of daarenboven in het<br />

openbaar, ja zelfs naar vereisen van zaaken,<br />

met de Galg gedraft. De andere diende tot<br />

ontdekking van den Daader of Daaders, die<br />

den nacht te vooren de glazen hadden ingeflaagen,<br />

waartoe een premie van duizend gou.<br />

den halve Ryders werd uitgeloofd.<br />

B 3 Dien<br />

I785'


i7§5- Dien zelfden dag werd aan den Luitenant<br />

Orders aan<br />

Generaal S A N D O Z , thans het Guarnizoen ge­<br />

den Centraal<br />

SAN00Z biedende, een Uittreklel van de Befluiten,<br />

gegeeven.<br />

den dag te vooren door Hun Edel Groot<br />

Moogende genoomen, en Copie van de Order<br />

, den avond te vooren aan den Kapitein<br />

van de Hoofdvracht gegeeven, ter hand gefield<br />

, met last om de fchikkingen , in het<br />

een en ander vervat, tot Hun Edel Moogende<br />

nader order, ftiptelyk te doen nakocmen,<br />

en dagelyks de gewoone Rapporten vau de<br />

Hoofdwacht mede te doen bezorgen aan Hun<br />

Edel Moogende Collegie , of aan den eerflen<br />

tegenwoordig zynden Heer van hetzelve<br />

, wanneer Hun Edel Moogende niet vergaaderd<br />

zyn ; cn voorts , zoo fpoedig moogelyk<br />

aan Hun Edel Moogende zyne gedachten<br />

te doen toekocmen aangaande de wyze,<br />

op welke eenige Piketten Ruitery en Voetvolk,<br />

tot weering van alle muitery en daadelykheden<br />

met de meeste vrugt zouden kunnen<br />

geplaatst worden, op verfcheidene Plaatfen<br />

, in den Haag; gelyk ook het getal der<br />

Manfchap , waar uit zy zouden behooren te<br />

befiaan.<br />

/-vtfehryving<br />

aan 't<br />

Hof en den<br />

Magtftraat<br />

van 'sHage.<br />

fi2 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />

Den 13 September werd door Heeren Gecommitteerde<br />

Raaden aan 't Hof van Holland,<br />

en den Magiftraat van 's Hage in naam der<br />

Staaten aangefchreeven,nauwkeurig onderzoek<br />

te doen, wat de oorzaak mooge geweest zyn ><br />

dat het Oproer, op Zondag den 4 dier maand<br />

ont-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 23<br />

ontdaan , zoo lange cngeftocrd heeft kunnen<br />

aanhoudenj als by de uitkomst gebleeken was;<br />

gelyk ook op wat wyze Juditie was werkzaam<br />

geweest om de rust te herdellen.<br />

Dien zelfden dag gaf de Hr. Raaclpenfionaris<br />

aan Hun Edel Gr. Moogende kennis, dat dien<br />

morgen een Briefje van Zyne Hoogheid hadt<br />

ontvangen, inhoudende, dat Hoogstdezelve<br />

wegens de tydingen van aanmarsch der Oofienrykfche<br />

Troupen, die van alle kanten bevestigd<br />

werden, van voornecmen was, het Escadron<br />

Gardes du Corps, en het Regiment Gardes Dragonders<br />

uit den Haag te laaten trekken; met<br />

agterlaating van die Manfchappen en Paarden,<br />

die niet in ftaat waren om in 't Veld te gaan : —<br />

Dat Hy Hr. Raadpcnfionaris hier op ten erndigde<br />

verzocht hadt, dat voor als nog geene<br />

orders mogtcn gegeeven worden, om eenige<br />

Militie uit den Haag te doen trekken. Voorts<br />

werd nog beflooten, dat voortaan geene At.<br />

iaches of Patenten, nopens Militie, elders dan<br />

in den Haag Bezetting houdende , door een<br />

der Leden van 't Collegie der Gecommitteerde<br />

Raaden zouden getekend, noch dooreen der<br />

Secretarisfen uitgevaardigd worden, dan na<br />

voorafgaande beraadflaaging en toeftemming<br />

van ten minden vyf Leden; en voorzoo veel<br />

het Guarnizoen in den Haag betrof, niet anders<br />

dan met voorkennis en toedemming van<br />

Hun Edel Groot Moogende, waarvan den vol-<br />

e Q<br />

B 4 g "<br />

1785.<br />

Refliiir ora<br />

trene rif


11*5<br />

De Prins<br />

beklaagt<br />

zich hy den<br />

Koning van<br />

Pruisfcn,<br />

Brief des<br />

K«nmgs van<br />

frutsfen san<br />

di; Sia;i(en<br />

6eiieni.il,<br />

24 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

genden dag aan Hoogstdezelven werd kennis<br />

gegeeven.<br />

Ondertnsfchen hadt Zyne Hoogheid de Prins<br />

Erfstadhouder, zoo haast de Gecommitteerde<br />

Raaden het Bevel over het Guarnizoen in den<br />

Haag aan zich genoomen, en onmïddelyke bevelen<br />

, buiten kennis van Hem Kapitein Generaal<br />

aan den Generaal SANDOZ gegeeven<br />

hadden, eenen Postbode, met de tyding van<br />

deeze gebeurtenis aan den Koning van Pruisjen<br />

gezonden, en buiten twyfiel zyn beklag gedaan;<br />

want Zyne Koninglyke Majefteit fchreef<br />

den 18. der zelfde maand reeds twee Brieven<br />

over deeze zaak; een aan dc Algemeene Staaten,<br />

en een aan de Staaten van Holland. ]n den<br />

eerften, na de reden en aanleiding van dit<br />

fchryven gemeld te hebben, verzocht zyne<br />

Pniisfifche Majefteit Hun Hoog Moogende zeer<br />

inftantelyk en vriendnabuurlyk", dat Hoogstdezelven<br />

, by de tegenwoordige onaangenaame<br />

voorvallen, geliefden tusfehen te trecden; en<br />

zich zoo wel by de Heeren Staaten der Provintie<br />

van Holland- en Westvriesland, als by de<br />

Heeren Staaten der andere Provintiën, daar<br />

het noodig mogte zyn, op het yverigfte aan te<br />

melden ; ten einde de Hr. Erffladhouder by de<br />

Voorrechten, aan Hem eenmaal Ervelyk op*<br />

gedrasgen, rustig gelaaten , en weder eene<br />

volkoomene goede eensgezindheid daar gefield<br />

wierde. Voorts beval Zyne Pruisfifche Majefteit<br />

het weizyn en de helangen van den Hr.<br />

Erf-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 25<br />

Erffladhouder, van zyne waardige Nichte,<br />

en hunne zoo veel beloovende Familie aan<br />

Hun Hoog Moogende ernlïig aan ; met aanbieding<br />

van zyne onpartydige en vriendnabuurlyke<br />

bemiddeling.<br />

In den Brief aan de Staaten van Holland- cn Aan de Staaten<br />

van<br />

Westvriesland, gaf Zyne Pniisfifche Majefteit Holland.<br />

zyne verwondering cn leedweezen te kennen,<br />

dat tegen alle verwagting heeft moeten verneemen,<br />

dat men den Hr. Erffladhouder onlangs<br />

het Commando van 't Guarnizoen van<br />

den Haag ha lt afgenoomen, het welk tochon.<br />

betwistbaar tot het Ampt van eenen Erfilidhouder<br />

en Kapitein Generaal behoorde; en dat<br />

het zich liet aanzien, als of men Hem van de<br />

wezendlykfte en gewigtigfte Voorrechten van<br />

het Erffladhoudcrfchap , het een voor, cn het<br />

ander na, zocht te ontzetten, en niet anders,<br />

dan den blooten naam en een fchynbeeld daar<br />

van over te laaten. Zyne Majefteit wilde zich<br />

in de inwendige omftandigheden van den vryen<br />

Staat Hunner Hoog Moogende niet inmengen;<br />

maar kon ook niet onverf'chillig. zyn omtrent<br />

het lot van eenen Vorst, Hem zoo na beftaande<br />

, en deszelfs Huis , gelyk -ook niet omtrent<br />

den welftand en de rust van eene, zoo<br />

aanzienlyke en naby geleegene Republiek: —<br />

Waarom de Koning Hun Edel Groot Moogende<br />

by deezen- nogmaals inftantelyk verzocht<br />

en vermaande, dat zy, met ter zyde ftelling<br />

van al het geen tot hier toe, misfehien uit mis-<br />

B 5 ver-


1785.<br />

De Prins<br />

vertrekt met<br />

zyn gnntfche<br />

Huisgezin<br />

uit 'sllege.<br />

26 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

verftand of overhaasting was voorgevallen,<br />

zich met den Hr. Erfftadhouder op eenen beteren<br />

en vriendfchappelyken voet, geliefden<br />

te zetten; de voormaalige eensgezindheid, en<br />

het wederzyds vertrouwen te herftellen, den<br />

Hr. Erfftadhouder in de rustige Uitoefening van<br />

zyne Ampren te laaten; Hem daarin niet verder<br />

te ftooren ; maar integendeel, het geen Hem<br />

ontnoomen was weder te geeven. — En indien<br />

Hun Edel Groot Moogende voorneemens waren,<br />

ten beste van Hunne Provintie, in 't beftuur<br />

der openbaare zaaken eenige veranderingen<br />

te maaken, dat het Hoogstdezelven niet<br />

moeijelyk zou vallen, zich daar over met den<br />

Hr. Erfftadhouder, zonder krenking zyner<br />

Rechten, te veréénigen; dewyl Hy zich gewis<br />

tot al wat billyk , en voor den Staat meest<br />

voordeelig is, gewillig zou toonen; wanneer<br />

Hun Edel Groot Moogende zich daaromtrent<br />

maar met Hem zouden verftaan. Dit alles befluitende<br />

met aanbieding van bemiddeling.<br />

Dat het den Staaten van Holland zoo gemakkelyk<br />

niet geweest is, als Zyne Pniisfifche<br />

Majefteit zich toen verbeeldde, om ten beste<br />

Hunner Provintie eenige verandering te maaken<br />

in het openbaar beftuur der zaaken, en zich<br />

daar over met den Hr. Erfftadhouder te verftaan<br />

; cn dat zelfs de bemiddeling 'van Zyne<br />

Pruififche Majefteit benevens die des Konings<br />

van Vrankryk niet eens toereikende geweest<br />

zyn om de Eensgezindheid en 't onderling ver.'<br />

trou-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2 f<br />

trouwen te herftellen, heeft de crvaarcnhei<br />

geleerd, waarvan de volgende gebeurtenisfe: |<br />

ten bewyzen verftrekken. Het ongenoegen •<br />

welk de Prins Erfftadhouder opvatte over de |<br />

hoon, dien hy geloofde hem te zyn aangedaai 1<br />

door het intrekken van 't Commando over he t<br />

Haagfche Guarnizoen, was zoo groot, dat H |<br />

met zyn gantfche Huis de Hofplaats verliet, zy \<br />

beftendig verblyf elders nam, en niet wedei<br />

keerde, dan r.a die groote Ommekeer, welk<br />

de zaaken in September 1787. genoomen het<br />

ben. Haare Koninglyke Hoogheid Mevrouw<br />

de Prinfes, Gemalin van den Prins Erffiadhou<br />

der, vertrok met de drie Vorftelyke Kindere 1<br />

den 15. September uit 'sHage naa Vriesland<br />

om te Franeker het vieren van het Jubelfees<br />

der Hooge Schoole by te woonen ; en d<br />

Prins vertrok, wegens de geruchten van ' t<br />

aannaaderen der Keizerlyke Troupen, na 1<br />

Breda (*).<br />

Terwyl deeze dingen in den Haag gebeur . Orergjftigi<br />

toe de verden,<br />

was men in de Provintie, en voornaame - fcliillen der<br />

Uegcering<br />

]yk in de Stad, van Utrecht bezig met eei ' en liingery<br />

vjn Utrecht,<br />

nieuw Reglement van Regeering voor die Pro<br />

vintie te beraamen en vervolgends in te voe<br />

ren; waar uit zeer veele verfchillen en hoog<br />

gaande Onlusten tusfehen de Regeeringen de r<br />

Steden «<br />

.(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sepl. 1785. bind*. 127G—130< k<br />

ieroerd Nederland, IV. Deel, uUdz. 134 — 141.


De Vroed,<br />

fehap maakt<br />

een Concept<br />

- Reglementbekend<br />

met<br />

eene Publicatie*<br />

28 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Steden, byzonderlyk die van Utrecht, en der.<br />

zelvcr Burgeryen ontdaan zyn. In 't voorgaande<br />

van deeze Beknopte Historie (*) hebben<br />

wy reeds gezien, dat het Volk was opgeroepen<br />

om hunne Bezwaaren tegen het Reglementvau<br />

1674.. in te brengen; dat 'er negen Heeren<br />

door de Staaten gefield waren om de Bezwaaren<br />

der Burgers te ontvangen, enz.; dat 'er<br />

tien Heeren door de Vroedfchap, uit haar midden<br />

benoemd waren, om alle de Punten te onderzoeken,<br />

enz.; thans zullen wy zien op<br />

welke wyze die handelingen der Regeering en<br />

Burgery voortgezet, en ten einde gebragtzyn.<br />

Een moeijelyke taak inderdaad, in welken af<br />

te doen ik my tot eenige der voornaamfle gebeurtenisfen<br />

zal moeten bcpaalen ; want daar<br />

in loopen zoo veele omftaudigheden en toevallen<br />

faamen, dat het onmoogelyk is, die allen<br />

in dit kort beftek te bevatten.<br />

De Vroedfchap der Stad Utrecht hadt, uit<br />

de aangeboodene Ontwerpen , een Concept-<br />

Reglement opgemaakt, en deelde het by eene<br />

Publicatie van den 28 July aan de Burgery<br />

mede, raakende de bejlelling der Stads Regee.<br />

ring , het benoemen en verkiezen van Raaden in de<br />

Vroedfchap, Burgemeester en en Schepenen; mitsgaders<br />

het oprechten en invoeren van een gewettigd<br />

Collegie van Gecommitteerden uit de Burgery.<br />

Hetzelve behelsde dus vier Hoofd Hukken:<br />

(*) <strong>II</strong>. Deel bhdz, 111-113.<br />

I. Van


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 29<br />

I. Van de Raaden inde Vroedfchap, en de hoedanigheden<br />

in dezelven vereischt , beftaande uit<br />

8 Artikelen. <strong>II</strong>. Van de Nominatie en verkiezing<br />

der Raaden in de Vroedfchap; en wel eerst van de<br />

Verkiezers, en derzelver Magiiging, beftaande<br />

uit 29 Artikelen. I <strong>II</strong>. Betreffende het benoemen<br />

en verkiezen van Burgemeester en en Schepenen,<br />

bevattende 9 Artikelen. IV. Opzigt hebbende<br />

op een gemagtigd Collegie van Gecommitteerden uit<br />

de Burgery; in 22 Artikelen begreepen.<br />

In de Publicatie, die het Concept - Regle­ Inhoud de?<br />

Publicatie.<br />

ment verzelde, werd gezegd, dat dit Proviiioneel<br />

Reglement ontworpen was, om, zoo<br />

ras by de Heeren Staaten dier Provintie, met<br />

affchafling van het Regeerings • Reglement van.<br />

1674 , een nieuw Reglement voorde Regeering<br />

der Provintie Staatswyze zoude vastgefteld en<br />

ingevoerd zyn, eindelyk beflooten en in gang<br />

gebragt te worden; — verder werd elk Burger<br />

en lngezeeten (de onbevoegden uitgezonderd)<br />

vermaand, om, indien eenige gegronde bedenkingen<br />

op voorfz. Reglement mogte hebben,<br />

dezelve zyne bedenkingen met redenen bekleed,<br />

in gefchrifte gefteid en ondertekend,<br />

met byvoeging van zyne hoedanigheid, ouderdom<br />

en woonplaats; en zulks binnen den tyd<br />

van veertien dagen, na deeze Publicatie ter Secretary<br />

der Stad, verzegeld, over te brengen,<br />

En op dat een iegelyk volle vryheid en gelegenheid<br />

zoude hebben, om de Vroedfchap van<br />

zyn.; byaondere begrippen kennis te geeven.<br />

ZO! I


'78-5.<br />

Protest Jer<br />

Burgery daar<br />

tegen.<br />

Zwaariglieid<br />

overdeMagliging<br />

djf<br />

Gecom. uit<br />

0 Cotnpaguiüu.<br />

gé BEKNOPTE HISTORIE na*<br />

zou in deeze zaak geene Procuratie, of Magtiging<br />

voor, of van, iemand toegelaaten worden.<br />

Eindelyk werd een ieder gewaarfchouwd , dat<br />

al, wie den geitelden tyd van veertien dagen<br />

liet voorbygaan , zonder eenige bedenkingen<br />

op te geeven, geacht zou worden geene te<br />

hebben, met het zelve Reglement genoegen te<br />

neemen en goed te keuren (*).<br />

Deeze Publicatie was geheel niet naar het<br />

genoegen der Burgery, welke door haare Gecommitteerden<br />

en Geconflituëerden fterk daar<br />

tegen protefteerde.De festien Gecommitteerden<br />

uit de acht Schütters-Compagniën bragten op den<br />

i Aug. een Adres en Protest aan den eerlien<br />

Eurgemeester, en door denzelven ter Vergaadering<br />

van de Vroedfchap; gelyk ook deeden<br />

de GeconftitLëerden van 1215 Burgers en Ingezeetenen<br />

(benevens nog 400, die zich daarby<br />

gevoegd hadden.) Het eerfte werd gefield<br />

in handen van Burgemeesteren, om te onderzoeken,<br />

in hoe verre de festien Gecommitteerden,<br />

naar rechten, bevoegd waren om zodanig<br />

Protest by de Vroedfchap in te leeveren.<br />

Heeren Burgemeesteren deeden vier van de festien<br />

Gecommitteerden tegen half 5 uuren des<br />

namiddags by zich onrbieden ter groote Secretary<br />

op het Stadhuis; waar hun door een der<br />

Secretarisfen kennis gegeeven werd, dat hunne<br />

Magliging niet in de vereischte orde was,<br />

(*) Nkavre tttderl'. Jearb. /fug. 1785. bj. icöo—1071..<br />

en


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 31<br />

en nader bewys noodig hadt. Waarop de vier 1785.<br />

Gecommitteerden antwoordden, dat de Magtiging<br />

op hen gedaan was door de Sergeanten<br />

der Compagrtiën, op uitdrukkelyken h>.t der<br />

onderhoorige Schutters , en van zoo veele<br />

Wachtvryën in de byzonderen Wyken , als<br />

zich by deeze Schutters gevoegd hadden :<br />

Waar op de Secretaris aanmerkte , dat zulk<br />

eene Magtiging, door de Sergeanten, in naam<br />

der Schutters gedaan , niet wettig genoeg was,<br />

Burgemeesteren en Üud • Burgemeesteren kwaOvereenkomst, tot<br />

men dan met de vier Gecommitteerden overëen, nader en<br />

om een nader en wettiger bewys van de Magti­ wettiger ue><br />

wy, van<br />

ging der laatften regtjlreeks uit den mond hun­ MagHgirg ;<br />

en de uitner<br />

Lasrgeevers op den volgenden dag te doen voering duar<br />

van.<br />

hooren ; ten welken einde Gecommitteerden<br />

nog dien zelfden avond hunne Lastgeevers tegen<br />

den volgenden morgen ten half negen<br />

uuren op hunne looppiaatfen deeden faamenroepen.<br />

Ingevolge daar van vergaaderde de<br />

gantfche Schuttery, ongewapend, ten half ne.<br />

gen uuren , elke Compagnie op haare loopplaats<br />

; waafby zich veele Wachtvryën, elk<br />

uit zyne VVyk by zyne Compagnie, voegden :<br />

en de festien Gecommitteerden, twee by iedere<br />

Compagnie. Men maakte toen acht kringen,en<br />

deed in elke derzelve aan de Burgers eene<br />

drieledige vraag: I. Of de vergaderde Burgers dt<br />

festien Gecovimüterden voor zodanigen bleeven erkennen<br />

; en wel als Gelastigden om in hunnen naam<br />

cp de belangen der Burgery acht te gesven, en al<br />

•It.


De Burgery<br />

vergaderd<br />

ongewapend<br />

by het Stadhais,<br />

cn<br />

treedt met<br />

Burgem. in<br />

nnderlianueliiie.<br />

32 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

les -uittevoeren, wat de tyd en de omfiandigheden<br />

omtrent dezelve vere'isfchen? — Waarop Ja!<br />

geantwoord werd. 2. Of de vergaderde Burgers<br />

dan ook injtemden in het Protest, door hunne Gecommitteerden<br />

daags te vooren ingeleeverd? het<br />

welk toen voorgeieezen werd, en daarop Ja!<br />

geantwoord. Eindelyk werd een kort verhaal<br />

gedaan van de wyze op welke het Protest, zoo<br />

by de Vroedfchap, als by de Burgemeesters,<br />

ontvangen was, en wat de Gecommitteerden<br />

daaromtrent verricht hadden ; waarna ten 3 gevraagd<br />

werd : Of men eene nadere Notariëele<br />

Magtiging op de festien Gecommitteerden wilde pasfeer<br />

en; dan of men de Gecommitteerden tot by het<br />

Raadhuis wilde verzeilen , om aldaar, indien het<br />

begeerd wier de, de Magtiging door hunne Sergeanten<br />

gepasfeerd, in perfoon mondeling te bevestigen;<br />

en al het geen door Gecommitteerden verricht<br />

was goed te keuren, en als door hen zeiven gedaan<br />

te verklaaren ? De Burgers verkoozen het<br />

laatde, en betuigden de handelwyze der Gecommitteerden,<br />

hier in gehouden, volkoomen<br />

goed te keuren.<br />

De Gecommitteerden dus van de toeflemming<br />

en goedkeuring hunner Lastgeevers volkoomen<br />

verzekerd, trokken aan 't hoofd hunner<br />

Compagniën , van de loopplaatfen naa de<br />

Neude , de algemeene vergaderplaats der acht<br />

Compagniën; en van daar naa het Oude-Kerkhof,<br />

om den uitllag der onderhandelingen van<br />

Gecommitteerden met de Regeering af te wag-<br />

teo.


'ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 33<br />

ten. De Gecommitteerden gingen voor Burgemeesteren,<br />

op 't Stadhuis vergaaJerd, en<br />

verklaarden, dat zy, benevens nog een Perfoon,<br />

uit iedere Compagnie waren Afgevaardigd<br />

van een zeer groot getal Inwooners en<br />

Burgers om derzelver Burgerlyke belangen<br />

waar te neemen. Dat zulks wel niet door eene<br />

Notaricele Acte, maar ter goeder trouwe gefchied<br />

was, waar van de Burgers en Inwooners<br />

bereid waren perfoonelyk verklaaring te doen,<br />

en in de tegenwoordigheid der Vroedfchap<br />

met hunne handtekening te bevestigen. —<br />

Dat hunne Lastgeevers ook in de nabyheid van<br />

't Stadhuis vergaaderd waren, om zulks perfoonelyk<br />

te verklaaren: Zy verzochten ook,<br />

dat de Heeren Burgemeesteren de Vroedfchap<br />

buitengewoon geliefden te Vergaaderen; ten<br />

einde verzekering van deeze hunne Magtiging<br />

te ontvangen. De Heeren Burgemeesteren<br />

MOSSCHENBROEK en V E R B E E K toonden<br />

zich voldaan over de Wettigheid der Magtiging<br />

van de zestien Gecommitteerden s en beloofden<br />

een gunftig verflag daar van in de V r<br />

roedfchap<br />

te zullen inbrengen.<br />

De vcrgaaderde Burgers, hier van onderricht,<br />

begeerden, dat het beloofde verflag in<br />

eene buitengewoone Vroedfchapsvergaadering,<br />

dien zelfden voormiddag nog belegd, zoude<br />

ingebragt worden; ten einde de Burgery het<br />

genoegen mogte hebben, dat ook van den kant<br />

der Vroedfchap door een Extraft-Refolutie<br />

C inogtï<br />

1785.


Dringen aan<br />

op afdoening<br />

deszer<br />

zaak.<br />

34 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

mogte blyken , dat dezelve over de Wettigheid<br />

der Magtiging van de zestien Gecommitteerden ,<br />

volkoomen voldaan was. De Burgemeesters<br />

zeiden, in dit nieuw verzoek niet te kunnen<br />

treeden, om dat in de Vergaadering der Gedeputeerde<br />

Staaten moesten verfchynen , en<br />

een van hun des namiddags uit de Stad moest.<br />

De Burgers over deeze weigering niet te<br />

vrede, en ten uiterfte daarop gefield, dat dee«<br />

ze zaak, waar toe zy zich opzettelyk verledigd<br />

hadden, wierde afgedaan, gaven aan hunne<br />

Afgevaardigden in last, om by herhaaling by<br />

de Burgemeesters aan te houden op het beleggen<br />

eener Vroedfchapsvergaadering, met bygevoegden<br />

uitdrukkelyken last om Hun Edel<br />

Groot Achtbaare van hunne Vroedfchapsplaatfen<br />

vervallen te verklaaren, indien zy weigerden<br />

aan het gemelde verzoek te voldoen.<br />

Öe Vrofd- Op deezen aandrang deeden de Burgemeesfchap<br />

befluit<br />

de zestien ters de Vroedfchap tegen m uuren vergaadeGecommitren;<br />

en in deeze Vergaadering werd beflooten<br />

teerden te<br />

erkennen, de Magtiging der 16 Gecommitteerden voor<br />

en 't Protest<br />

in de Note wettig te verklaaren, en daar van werd door<br />

te zullen<br />

ialchryven. den Secretaris aan de Afgevaardigden kennis<br />

gegeeven ; welke daarop uit naam en last van<br />

hunne Principaalen door den zelfden Secretaris<br />

aan de Vroedfchap deeden verklaaren, dat de<br />

Burgers ook aandrongen om te weeten, wat de<br />

Vroedfchap omtrent het ingeleverde Protest<br />

beflooten hadt; waarop het Antwoord was:<br />

Dat de Vroedfchap beflooten hadt, niet al-<br />

1'JSE


ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 35<br />

leen de Onderteekenaaren van het bovengemelde<br />

Adres en Protest te erkennen als Gecommitteerden<br />

van een groot getal Burgers en Ingezeetenen<br />

uit de 8 Compagniën, maar ook oni<br />

het voornoemde Adres en Protest in de Vroedfchaps<br />

Aantekeningen in te fchryven ; van<br />

welk Befluit eene verklaaring, door een Secretaris<br />

onderteekend , aan de Gecommitteerden<br />

werd overgegeeven. Ondertusfchen wérd,<br />

op voorftel van den Hr. Oud-Burgemeester<br />

BERGER, geraadpleegd, of men niet, ten genoegen<br />

der Burgery, zou kunnen goedvinden,<br />

de voorgemelde Publicatie in te trekken en<br />

buiten kragt te ftellen? Overeenkomftig dit<br />

voorftel werd beflooten; de Publicatie werd<br />

door eene andere ingetrokken, en de vergaaderde<br />

Burgers, omtrent 2000 in getal, van alles<br />

onderricht i fcheidden ten twee uuren van<br />

een en gingen elk naa zyn huis. Den volgenden<br />

dag, 3 Augustus werd de nieuwe Publicatie<br />

, waar by de voorige vernietigd werd, afgekondigd<br />

en aangeplakt (*).<br />

De Staaten van Utrecht hadden aan den Prins<br />

Erfftadhouder twee Brieven gefchreeven , een<br />

op den 9 Juny, verzeld zynde van alle dê bezwaaren<br />

der Burgers, in druk uitgegeeven, en<br />

in handen van Commisfarisfen gefteld: eenen<br />

anderen op den 6 July; behelzende kennisgeeving,<br />

dat Hun Edel Moogende raadzaam gé-<br />

von-<br />

(*) Rieu-.ye Neierl. ytiari. JiigMfts, Madz. 1077 — 1097.<br />

Ca<br />

De betiviste<br />

Publicatie<br />

ingetrokken^<br />

Brieven


1785.<br />

Antwoord<br />

Van Oen<br />

Prins daarop.<br />

36 BEKNOPTE HISTORIE DEM<br />

vonden hadden,hunne buitengewoonebefchryving<br />

op het zelfde punt den 10 Augustus te<br />

hervatten; in vertrouwen dat Zyne Hoogheid<br />

tegen dien tyd Hun Edel Moogende zodanige<br />

Aanmerkingen en Advis zoude doen toekoomen,<br />

als Hoogstdezelve, nopens zeker, daar<br />

by gemeld, Concept-Reglement reformatoir,<br />

en ter wegneeming der bezwaaren mogte goedvinden<br />

aan Hun Edel Moogende mede te deolcn.<br />

Op deeze Brieven werd door Zyne Hoogheid<br />

op den 8 Augustus door een Brief aan de<br />

Staaten geantwoord, en dezelve kwam den 10<br />

derzelfde maand in de Vergaadering der gemelde<br />

Staaten: In deezen Brief protefteerde<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid tegen al het<br />

geen beflooten mogt worden, ter verandering<br />

van 't Regeerings-Reglement van 1674. ftrekkende;<br />

ook diende dezelve om aan te toonenj<br />

dat de Regenten y welke op hetzelve Reglement<br />

Eed gedaan hadden, ten eenemaal onbevoegd<br />

waren, verandering daar in te maa><br />

ken; dat zy, integendeel, door die onderneeming<br />

verflaan moesten worden, van hunne<br />

Posten vervallen te zyn, als, onder anderen 3<br />

die Regenten, welke te Utrecht en te IVyk<br />

daartoe hadden medegewerkt; voorts gaf Zyne<br />

Hoogheid by dien Brief te kennen, dat het<br />

aftiaan van den eenen of anderen voordeeligen<br />

Post, van een geheel andere natuur zoude zyn;<br />

verzekerende van geene ander Rechten, hem<br />

toebehoorende, te zullen afgaan; en. vertrouwen-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 37<br />

•wende, dat de St&aten fliet zullen gedoogen, 1785.<br />

dat Zyne Hoogheid in de oefening daar van<br />

langer verhinderd wierde (*).<br />

Nog werd in de Staatsvergaadering van den Brief van<br />

den Prins<br />

24 Augustus een Brief ingebragt van Zyne aan de Siaa-<br />

Doorluchtige Hoogheid uit 'sHage, waar in ton.<br />

Zyne Hoogheid betuigde, met een zeer gevoelig<br />

leedweezen vemoomen te hebben, dat de<br />

Onlusten en Verwarring, in de Stad Utrecht<br />

tot die hoogte geklommen waren, dat 'er zonder<br />

eene gepaste tusfchenkomst en prompte<br />

voorziening,de allerdroevigfte en gevaarlykfte<br />

gevolgen te wagten waren ; met aanbod van<br />

medewerking tot herftel van de Rust, en een<br />

voorflag om met eenige Commisfarisfen daar*<br />

toe, uit Leden van Staat beftaande, hoe eer<br />

hoe beter, met Hoogstdenzelven in den Haag<br />

in gefprek te treeden. De Burgers van Utrecht Aires der<br />

Burgers daar<br />

hier van kennis gekreegen hebbende uit de t.'geu aaji<br />

openbaare Nieuwspapieren, (dewyl het thans den Raad<br />

ingediend.<br />

de gewoonte was alle zodanige Hukken fpoedig<br />

in de Nieuwspapieren te doen plaatfen)<br />

waren niet weinig over dien Brief gebelgd, en<br />

deeden door hunne Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

daar tegen proteftceren en vertoogen<br />

doen. Op den 5 September dienden<br />

de Geconftituëerden van 1368 Burgers en Ingezeeten,<br />

en de Gecommitteerden uit de agl<br />

J!3urger - Compagniën der Stad, een Adres in<br />

(•) Nkmfe Netkrl, Jaarh. Aas;. 1785. bladz, 1117 — 1123<br />

C3<br />

by


1785.<br />

33 BEKNOPTE HISTORIE DER .<br />

by den Raad, waar in zy te kennen gaven,<br />

dat de Burgery met de uiterfte bevreemding<br />

gezien hadt, hoe in een Brief, op naam van<br />

Zyne Hoogheid in de Courqnten geplaatst, en<br />

den 24 Augustus ter Staatsvergaadering ingekoomen,<br />

de ftaat der zaaken te Utrecht werd<br />

voorgefteld, als of de Onlusten en Verwarringen<br />

in die Stad reeds tot die hoogte geklom,»<br />

men waren, dat 'er, zonder eene gepaste tusfchenkomst,<br />

en NB. prompte voorziening de allerdroevigfte<br />

en gevaarlykfle gevolgen te wagten<br />

waren, enz. Dan dat de Burgery vertrouwde,<br />

dat zy, daar ze zich tot hier toe, wegens de<br />

punten ter afdoening der ppgegeevene bezwaaren<br />

(na alvoorens daartoe plegtig opgeroepen<br />

te [zyn) en ter aandringing van dezelve, met<br />

het overleveren van haare verdere Aanmerkingen<br />

, op de voorbeeldigfte en gefchiktfte wyze<br />

gedraagen hadt, als nu, ter afdoening van dezelven,<br />

—op geene wyze verdiend hadt,<br />

door zoo ongunftige trekken in een zoo verkeerd<br />

daglicht aan het Algemeen ten toon gefield<br />

te worden. — Aan 't flot was het eerbiedig<br />

verzoek:" Dat Hun Edel Groot Achtbaare<br />

Zyne Hoogheid by Misflve zouden gelieven te<br />

defabufeeren, dat aldaar geene zoo onrustige<br />

en verwarde omitandigheden beftaan hadden,<br />

die tot zodanige hoogte zouden geklommen<br />

zyn, '— en dat indien Hun Edel Groot Achtbaare<br />

mogten begrypen, dat 'er eenige Commisfiën<br />

en Conferentiën noodig waren, het daar<br />

heen


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 39<br />

heen te bellieren» dat dezelven dan niet in<br />

'sHage, maar binnen de Stad Utrecht zouden<br />

moeten gehouden worden (*). —<br />

Burgemeesteren en Vroedfchap nu hadden,<br />

tot wegneeming van de wettige bezwaaren der<br />

Burgers en Ingezeetenen , een provifioneel<br />

Reglement ontworpen en beraamd, naa 't wel*<br />

ke de beflelling der Stads Regeering en de<br />

Nominatiën en Verkiezingen van Raaden in<br />

de Vroedfchap, van Burgemeesteren, en van<br />

Schepenen zouden gefchieden, en een gequalificeerd<br />

Collegie uit de Burgery opgerecht en<br />

ingevoerd zoude worden; om welk Reglement<br />

ter kennisfe van de Burgers en Ingezeetenen<br />

der Stad en der Vryheid daar van te brengen,<br />

een of meer Exemplaaren, geduurende 14 dagen<br />

zouden voorleggen in de zoo genaamde<br />

Groene Kamer aan 't Stadhuis, des morgens van<br />

10 tot 12, en des namiddags van 3 tot 5 uuren,<br />

met vermaan aan allen en een iegelyk<br />

Burger en Ingezeetenen (uitgezonderd alleen<br />

Vreemdelingen , Dienstboden en andere onbevoegde<br />

Perfoonen ) om , indien zy eenige gegronde<br />

bedenkingen op voorfz. Reglement<br />

mogten hebben, dezelve zyne bedenkingen,<br />

't zy afzonderlyk, of gevoegd met anderen ,<br />

in Gefchrift gefield en onderteekend, binnen<br />

24 dagen, na de afkondiging, ter Secretary<br />

van Stads Policie verzegeld te brengen. Dit<br />

alles<br />

C) ffteuvti Nederl, Jaarb. September 1785. bladz, 123?»<br />

C 4


Adres van<br />

Geconflitoperden<br />

en<br />

Gecommitteerden.<br />

40 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

alles werd door eene Publicatie den 16 September<br />

van 't Stadhuis afgekondigd. Ook werden<br />

op dien zelfden dag eenigen uit de Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden voor de tien<br />

Heeren, die uit de Vroedfchap tot deeze zaak<br />

gecommitteerd waren, geroepen, en aan dezelven<br />

een gedrukt Affchrift van bovengemelde<br />

Publicatie, benevens een Exemplaar van<br />

het provifioneel Reglement, ter hand gefteld.<br />

Op dat nu de Burgery mogt weeten, hoedanig<br />

de Raaden in de Vroedfchap omtrent dit<br />

Reglement en deszelfs invoering gezind waren ,<br />

cn om eindelyk eens tot de daadelyke invoe»<br />

ring te koomen; zoo leverden Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden wederom, op den<br />

21 September een Adres aan de Vroedfchap in,<br />

dat hoofdzaakelyk behelsde: ,, Dat alle de<br />

Raaden (uitgenoomen de Heeren LOTEN,<br />

WIELING en 1 voY) geliefden te verklaaren,<br />

binnen de 14 dagen, geduurende welken het<br />

Reglement voor de Burgery voorlag, of zy<br />

genegen waren, om op de fchikkingen, provifioneel<br />

daar by gemaakt, met de Burgery en<br />

het Volk der Stad eenen fieeds aanblyvende'n<br />

Raad in te voeren; met verklaaring, dat die<br />

Heeren, weiken zich binnen den gemelden tyd<br />

niet verklaarden, zouden gehouden worden<br />

voor de aanbiyxing in hun Ampt bedankt te<br />

hebben. — Dat de Hr. LOOT EN als beftemd<br />

zynde tot Ontvanger van het Kleinzegel,<br />

door de Vi-oedfchap Zou overgehaald worden,<br />

om


ONLUSTEN JN HET VADERLAND. 41<br />

urn binnen de veertien gemelde dagen zyne<br />

Raadsplaats neder te leggen; ten einde op zyn<br />

oryflag befchikt wierde; of wanneer die Heer<br />

daartoe niet geliefde te verftaan tot genoegender<br />

Burgery, dat dan, na verloop van voorfz.<br />

veertien dagen, aan Zyn Edele aile verdere<br />

Zitting als Raad wierde geweigerd, en op zyn<br />

Edels ontflag tegen den <strong>II</strong> Oclober wierde beflooten.<br />

— Dat de verfchillen met de Heeren<br />

WIELING en IVOY tot genoegen der<br />

Burgery, indien moogelyk, voor 't einde der<br />

loopende inaand wierden opgeruimd; doch indien<br />

zulks niet gebeurde, dat die Heeren dan<br />

niet zouden begreepen worden onder het getal<br />

van die geenen, met welken de Burgery en<br />

het Volk voomeemens waren, (Je invoering<br />

van eenen aanblyvenden Raad aan te gaan;<br />

maar dat, ten aanzien van Hen Edele hetzelve<br />

wierde gehouden in den zelfden (laat, tot<br />

dat over de voorfz. afdoening, tot genoegen<br />

der Burgery, eindelyk zou befchikt zyn. —<br />

Dat alle de misnoegens, wegens het voorgevallene<br />

Jop den ü Maart ontftaan, voor het<br />

daadelyk treeden tot de invoering van eenen<br />

iïeeds aanblyvenden Raad zouden weg genoosnen<br />

worden, zo dat 'er een wederzyds vertrouwen<br />

tot genoegen van Raad en Burgery<br />

herlield wierde. — De Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden verzochten op 'c bovengemelde<br />

de beraadflaagingen van den Raad; en<br />

dat nu met het maaken van de Nominatiën tot<br />

O 5 Bur<br />

1785,


1735.<br />

Bedui t der<br />

Vroed fchap<br />

daarop.<br />

Verrchiilen-<br />

rle Adviefen ,<br />

der I ed.n<br />

van de «<br />

Vrocdichrp.<br />

42 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Burgemeesteren en Schepenen niet mogte voor.<br />

uitgeloopen worden.<br />

Over dit Adres beraadflaagd zynde, werd op<br />

het eerfte punt beflooten, de Vroedfchap tegen<br />

Jen i. Oftober buitengewoon te befchryven.—<br />

Op het tweede, werden Heeren Eurgemeeste-<br />

:en en Oud-Burgemeesteren gecommitteerd,<br />

Dm daar over met den Heer LOOTEN tefpreeken.<br />

— Op het derde werden insgelyks Hee-<br />

•en Burgemeesteren en Oud Eurgemeester gei<br />

:ommitteerd om met die Heeren te fpreeken.—<br />

l 3p het vierde punt werden gecommitteerd de<br />

I ileeren EYCK, VAN DER DOES, VAN RO-<br />

WONDT, en VAN SENDEN. — Ten aanzien<br />

;an het vyfde- punt werd goedgevonden, dat<br />

i iet zelve op den 22 der zelfde maand Septem­<br />

1 ber in beraadfiaaging zoude genoomen, en de<br />

i/roedfehapsvergaadering daarom een half uur<br />

^ 'roeger begonnen worden, als welke tegen 9<br />

1 juren was faamen geroepen om voort te gaan<br />

1 ot het maaken van Nominaticn van Burge-<br />

I neesteren en Schepenen voor het volgende<br />

aar ('*).<br />

De Vroedfchap dan op den 1 October inge-<br />

'olge die buitengewoone befchryving vergaalerd<br />

zynde, om over het voorfz. eerfte Punt<br />

e beraadflaagen , waren alle de Leden daar<br />

t egenwoordig, den Hr. IVOY alleen uitgezon-<br />

( erd, die zyn Advies met een Brief inzond.<br />

Zeer<br />

(•} Nituwe jfedtrl. Jaarb, Sepitmh 1783* bladz, 1341—j 34jfi,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 43<br />

Zeer verfchillende waren de Adviefen van ver-<br />

fcheidene Raaden omtrent dit Punt: De Hr.<br />

V A N DïKifELT betuigde by het Reglement<br />

van 1674. te blyven ; daar by voegden zich de<br />

Heeren Oud - Burgemeesteren L O O T E N , V A N<br />

D E R DUS-S EN en W I E L I N G ; de Burgemees­<br />

ter V A N M O ssc H E N E R O E K ; en de Raaden<br />

BODDENS, DE JONKHEERE, PESTERS,<br />

Z A A L , E W Y K en N A H U IS. De Burgemees­<br />

ter V E R E E E K , en de- Hr. V A N B R O N K -<br />

H O R S T oordeelden, zich niet te moeten verklaaren<br />

, daarentegen 'verklaarden zich de Heeren<br />

Oud-Burgemeesteren V A N D E N BO­<br />

G A A R D , V A N ROMONDT, VAN DER D O E S ,<br />

D A U NIS, CRAAY V A N G E R , FALCK, A B -<br />

EEMA, DE LEEUW, R A M , VAN DER MEI!-<br />

L E N , V A N D IEL EN, IVOY, MARTENS,<br />

en V O E T V A N W I S S E N - , dat meenden nog<br />

niet verder over het Reglement dan voorbereidend,<br />

of voorloopig, geraadpleegd te hebben,<br />

en hetzelve met de Burgery wel wilden<br />

aangaan, wanneer zy NB. Staats wyze van 't<br />

Reglement van 1674. zouden ontilaagen zyn,<br />

en het nieuw Reglement met medewerking van<br />

den Stadhouder ingevoerd wierde: Geheel anders<br />

verklaarden zich de Heeren Oud Burgemeester<br />

E E R G E R , de Raaden E Y K , V A N<br />

SENDEN, D E RIDDER, SMISSAART, VA N<br />

ilAEFTEN, BURMAN en VAN DAM, die<br />

betuigden genegen te zyn, om het ontworpen<br />

Reglement met de Burgery aan te gaan De<br />

wei-<br />

178S-


?85-<br />

44 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

weinige overige Heeren voegden zich by het<br />

Advies van den Hr. VAN WESTREENEN,<br />

het welk hoofdzaakelyk uit kwam op niet gehouden<br />

te zyn, zich te verklaaren. Na alle<br />

deeze verfchillende Adviefen omvraage gedaan<br />

zynde, word by meerderheid van Hemmen beflooten,<br />

dat in het verzoek der Requeftranten<br />

niet kon getreeden worden, maar hetzelve van<br />

de hand geweezen werd (*).<br />

ISom! natiën Daar nu de tyd der gewoone verandering<br />

van Burger<br />

meesteren van de Regeering op handen was, zoo werd<br />

en Schepe­<br />

op den 3 October by de Vroedfchap de Nmi*<br />

nen enz. aan<br />

den Prins natie van Burgemeesteren en Schepenen ge­<br />

gezonrlcn.<br />

maakt, om ter verkiezing aan den Stadhouder<br />

gezonden te worden. Nu kwam in bedenking<br />

of de Lyst van alle de Raaden, die thans de<br />

Vroedfchap uitmaakten, ook aan Zyne Hoogheid<br />

zou gezonden worden. De voorzittende<br />

Burgemeester bragt dit in omvraage; eenige<br />

Raaden begreepen, dat de opfchorting der gewoone<br />

verandering, in 't voorleedene Jaar,<br />

op verzoek der Burgers en op aandrang der<br />

Stads Regeering, door de Staaten beraamd,<br />

zonder tydsbepaaling was, tot tyd en wyle, dat<br />

een nieuw Reglement vastgefield zoude zyn; maaj<br />

de meerderheid verftond, dat de Lyst moest<br />

afgezonden worden. — Toen werd het 4de<br />

Punt van het Adres, op den 21. September by<br />

de Vroedfchap ingediend, in overweeging ge-<br />

noo-<br />

(?) Nieuwe Ncierl. Jaarh Q£tob. 1785, bladz. 1442-1444.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 45<br />

noomen, en by meerderheid beflooten tot het<br />

uitleveren vsn eene fchriftelyke Verklaaring<br />

door de Vroedfchap, dat dezelve bereidwillig<br />

was, al het geen zoo op,als na den <strong>II</strong> Maart,<br />

aanleiding tot het wederzyds misnoegen gegee­<br />

ven hadt, in vergetelheid te ftellen, en de<br />

opheffinge der begonnene Rechtsvorderingen ,<br />

daar uit voortgekoomen, by de Staaten voor<br />

te flaan en te helpen daar ftellen.<br />

De Vroedrchap, by voortduuring der buiten-<br />

gewoone befchryving nu wederom op den 7.<br />

Odtober vergaaderd zynde , zou de ingekoo-<br />

mene fchriftelyke bedenkingen der Burgers op<br />

het provifioneel Regeerings Reglement onder •<br />

zoeken: Die bedenkingen werden gefield in<br />

handen ' der tien Heeren, uit de Vroedfchap<br />

gecommitteerd, om dezelven nader te'onder-<br />

zoeken, en de Vergaadering van derzelver Ad­<br />

vies te d'ienen. De gevoelens der Leden van<br />

de Vroedfchap waren daar over zeer verfchil­<br />

lende; maar byzonderlyk liep in 't oog de<br />

fchriftelyke verklaaring van den Hr. Rentmees­<br />

ter BORMAN en zynen jongeren Zoon;welke<br />

niet zoo zeer den inhoud, als wel de wyze van<br />

invoering van dit Reglement betrof; want zy<br />

van gedachten waren, dat- het gemelde Regie-<br />

ment niet zonder medewerking van den Heer Stad.<br />

houder kon vastgefteld en daadelyk in gang gebragt<br />

worden.<br />

Op den zelfden dag deed eene Commisfie<br />

uit Üeconftituëerden en Gecommitteerde poogin-<br />

1785*<br />

Commisfia<br />

tot onderzool;<br />

der<br />

Bedenkingen<br />

van de<br />

Burgers.<br />

Poodnsen<br />

om de Gede.<br />

puteersien


1785.<br />

Staaten te<br />

ttoen ver-<br />

-.aadercii.<br />

•Rurgemecs.<br />

teien worden<br />

daaitcc<br />

gelast.<br />

40 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />

gingen om de Vergaadering der Gedeputeerde<br />

Staaten, die reeds gefcheiden was, weder by<br />

een te roepen; doch te vergeefsch, om dat<br />

fommigè Leden afwezig waren. Hierom werd<br />

dén volgenden dag buitengewoone Vroedfchap<br />

belegd op een Adres vau gemelde Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden, waar in verzocht<br />

werd, dat ten fpoedigfte eene Vergaadering<br />

van Gedeputeerde Staaten mogte belegd<br />

worden, en daar in een bygevoegd Copie<br />

• Request aan Hun Edel Moogende van<br />

Stadswegen onderfteund worden; behelzende<br />

verzoek tot eene buitengewoone befchryving<br />

der Heeren Staaten, tegen den 10 Oótober<br />

1785. op een punt van 't uiterfte gewigt voor<br />

Stad en Burgery; tegelyk werd een, daartoe<br />

ftrekkende Adres aan de Staaten, Copielyk<br />

aan den Raad overgegeeven.<br />

De Vroedfchap alle deeze ftukkeh overwoogen<br />

hebbende befloot overeenkomftig het verzoek,<br />

en magtigde Heeren Burgemeesteren,<br />

om nog dien zelfden dag, op alle moogelyke<br />

wyze, eene Vergaadering van Gedeputeerden'<br />

Staaten te beleggen, en daartoe de afweezigé<br />

Leden te ontbieden; gelyk ook om in die<br />

Vergaadering, van Stadswege, als derde Lid<br />

van Staat, aan te dringen op eene buitengewoone<br />

befchryving van de Heeren Staaten<br />

deezer Provintie tegen Maandag den 10, of<br />

uiterlyk Dingsdag den <strong>II</strong> Oclober, tot voorgemelde<br />

einde; met bygevoegden last, om,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 47<br />

by weigering der Minderheid, ten fterkften daar<br />

tegen te protefteeren , en de gevolgen daar<br />

van voor die Leden over te laaten, welke niet<br />

daartoe zouden befluiten.<br />

Het Adres , welk de Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden voornemens waren aan de<br />

Staaten in te leveren, waartoe zy eene buiten­<br />

gewoone Vergaadering zochten te verkrygen,<br />

was daartoe ingericht: „ Dat Hun Edel Moo­<br />

gende de Leden der Stadsregeering geliefden<br />

te ontflaan van hunnen Eed, op zodanige Stads<br />

huifelyke Punten gedaan, als het Reglement<br />

van 1674. bevat; en dat onde:u;sfchcn de Opfchorting<br />

der Jaariykfcbe »«a tiering ' !:<br />

-<br />

Regeering mogte voortduuren to: tyd cn wyle<br />

omtrent het bovcnftaande zoude befchike<br />

1785-<br />

Adres aan<br />

de Staaten<br />

in te leveren.<br />

zyn."<br />

De Heeren Gedeputeerden vergaaderden Gedeputeerdenvcr-<br />

wel op den 8 Octobcr des avonds ten 8 uuren ; gaaderen,<br />

maar weige­<br />

maar niet volledig genoeg; geen der Ilccrcn ren de Staaten<br />

te bevan<br />

de Ridderfchap was tegenwoordig, cn dc Icliryveii.<br />

overige Leden wilden het uiet op zich neemen<br />

om de Staaten te befchryven. De Heeren<br />

Burgemeesteren deeden in de buitengewoone<br />

Vroedfchapsvergaadering, op den 9 Oftober,<br />

verflag van hunne vergeeffche poogingen, den<br />

voorigen avond gedaan by Heeren Gedeputeerden<br />

, om de Staaten te befchryven, met bericht<br />

nogthans, dat de gemelde Heeren dien<br />

morgen tegen half twaalf van nieuws zouden<br />

vergaaderen. Waarop berasdflaagdzynde, Heeren


Vé Stad l-.e<br />

fchrytt de<br />

è'caatcii.<br />

48 BEKNOPTE HISTORIE ÖER<br />

ren Burgemeesteren gelast werden hunne ge*<br />

daane eisfchen te vernieuwen; en indien het<br />

Collegie van Gedeputeerden , door aanhoudend<br />

agterblyven van één Heer uit de Ridderfchap,<br />

wederom onvoltallig mogt zyn, dan de Heeren<br />

van het Eerfte Lid te zoeken over te haaien ,<br />

om met de aanweezenden daartoe te befluiten,<br />

en de Brieven van befchryving aan de Leden<br />

te doen uitvaardigen; onder belofte, dat de<br />

Stad alle de onaangenaame gevolgen, die uit<br />

deezen noodzaakelyken ftap mogten voortvloei<br />

jen, voor haare rekening zou neemen.<br />

Heeren Burgemeesteren, in de gemelde Ver»<br />

gaadering verfchynende, vonden even weinig,<br />

als daags te vooren, een Heer uit de Ridderfchap,<br />

en de drie aanweezendc Heeren uit het<br />

Eerfte Lid ongenegen om aan Stads voorftel te<br />

voldoen; waarom Hun Edel Groot Achtbaare<br />

goedvonden, dien zelfden namiddag ten 4 uuren<br />

den Raad wederom te beleggen, om ook<br />

hier van verflag te doen , en nader te overleggen,<br />

wat verder te doen ftond. By meerder.»<br />

heid van ftemmen werd geoordeeld: ,, Dat'er<br />

thans niets anders overfchoot, dan dat de Stad<br />

zelve, als derde Lid van Staat, die befchryving<br />

deed, en de noodige Brieven, daartoe,<br />

door een der Stads Secretarisfen deed opftellen<br />

en afvaardigen ; hiertoe werd beflooten , en de<br />

Staatsleden werden met eenen Brief verzocht,<br />

om op Dingsdag den 11. Oclober, des mor.<br />

gens ten 11. uuren in hunne gevvoone vergaa-<br />

der-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 4^<br />

Herplaats, de Staatenkamer j te willen ver-<br />

ichynen.<br />

Ingevolge dit verzoek, van Stadswegen gedaan,<br />

verfchcenen de Heeren Staaten op den<br />

bepaalden tyd In hunne Vergaaderplaats; al-<br />

•Waar een Adres van Geconftituëerden en Gecommitteerde<br />

ten bovengemelden einde werd<br />

ingeleverd; doch Hun Edel Moogende gaven<br />

daarop een weigerend Appointement. De Heeren<br />

Geëligeerden, of het Eerfte Lid van Staat,<br />

Verklaarden deeze Vergadering der Staaten,<br />

bp zoo eene onvoorbeeldige wyze belegd, voor<br />

nietig; beweerende, dat de Heeren Gedeputeerden<br />

alleen bevoegd waren tot het befchryven<br />

der Staaten. De Ridderfchap, het tweede<br />

Staatslid, voegde zich hier by; een Lid uitgezonderd.<br />

Stads Afgevaardigden protefteerden,<br />

by meerderheid, daar tegen. Het Eerfte<br />

Lid verklaarde vervolgends geene Geconftituëerden<br />

noch Gecommitteerden te kennen, en<br />

wilde het Verzoekfchrift, zonder beftelling<br />

daarop, terug gegeeven hebben; maar de Gedeputeerden<br />

der Stao. Utrecht verklaarden, dat<br />

dezelven door de Vroedfchap erkend waren;<br />

waarop eindelyk het Verzoekfchrift geleezen<br />

werd, en het verzoek door de voorftemmenda<br />

Leden afgèflaagen. Stads Gedeputeerden namen<br />

het. eerfte punt van 't verzoek over; maar<br />

wezen ook de Opfchorting van de hand. De<br />

Bupger-Compagniën , fsamen geroepen onï<br />

den uitfbg daar van te vesceemen, verfchee-<br />

D Bff<br />

1785.<br />

De Sraatcri<br />

vei'gaaderen<br />

en beraad- .<br />

flaagen ovef<br />

eerf Adres<br />

dev BurgeryJ


17 $5-<br />

Wat 'er in<br />

fkn Rtad zy<br />

voorgeval-,<br />

len by de inbuldiging<br />

der nieuw<br />

verkoorene<br />

Regenten.<br />

5» BEKNOPTE HISTORIE Mm<br />

nen ongewapend op hunne Loopplaatfen des<br />

namiddags ten drie uuren; en de Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden leverden een Verzoekfchrift<br />

by de Vroedfchap in, die ten vier<br />

uuren buitengewoon vergaaderd wal Dit Verzoekfchrift<br />

betrof de Commisfie, door Zyne<br />

Hoogheid aan den Grave van ATHLONE, als<br />

Hoofdofficier, voor nog drie Jaaren verleend,<br />

het niet beëedigen van 't Reglement van 1674»<br />

en het niet vervullen van de Raadsplaats, die<br />

nog open ftond. Wat daarop beflooten zy zuilen<br />

wy zoo aanftonds zien, na het verhaal van<br />

het geen op dien dag gebeurd en in de Vroedfchap<br />

verhandeld is. Uit de overgezondene<br />

Nominatiën waren door Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid Burgemeesteren en Schepenen ge~<br />

koozen; alle de Negen- en dertig Raaden waren<br />

aangebleeven; en tot den veertigften Raad<br />

was de Heer Mr. j. F. ODI aangefteld.<br />

De Hoofd - Officier verfcheen op den 12<br />

Oclober, als naar gewoonte, ter inhuldiging<br />

van de verkoozene Burgemeesteren en bevestigde<br />

Raaden, in de Vroedfchaps-Vergaadering,<br />

vertoonde zyne Commisfie om nog drie<br />

Jaaren aan te blyven, en ging weder uit de<br />

Raadkamer: Na dat deeze Commisfie geleezen,<br />

en daar over beraadflaagd was, werd by<br />

meerderheid van den Raad beflooten, om dathet<br />

Regeerings-Reglement nog beftond , die<br />

aanblyving voor drie Jaaren goed te keuren.<br />

Verfcbeideae Raadea waren nogtans van oor-<br />

deel.


ONLUSTEN IN È1T VADERLAND. 51<br />

deel, dat de Vroedfchap, overeenkorhfb'g<br />

haar Befluit van den 28 September, alleenlyk<br />

behoorde den Hoofd-Officier te doen aanblyven<br />

tot zoo lang, dat 'er een niéuw Regeerings-<br />

Reglernent zoude ingevoerd zyn. Hier na<br />

kwam de Hoofd-Officier weder in den Raad><br />

gaf eenen Brief van den Heer Stadhouder over,<br />

welke diende ten geleide van eene Lyst van<br />

ses- en dertig aanblyvende Raaden, met last<br />

om dezelven, als naar gewoonte in te huldigen<br />

en te beëedigen. Doch eenige Leden van<br />

den Raad-weigerden den Eed, zoo als die lag*<br />

te doen; anderen deeden dien eenvoudig, als<br />

naar gewoonte; deeze laatften waren de volgende<br />

Heeren: VAN DYKVELD, LOTEN,<br />

VERBEEK, VAN DER DOSSEN, WIELING,<br />

M ü SSCHENB ROEK, BODDEN S, VA NWEST-<br />

BEENEN, DE JONCKHEERE, PESTERS,<br />

ZAAL, EWYK en NAHUIS. Alle de ande­<br />

ren deeden korter, of uitgebreider Verklaaringen<br />

, allen uitkoomende op uitleggingen van<br />

eenige woorden in den Eed op het Reglement<br />

van 1674. voorkoomende. De flerkfte Verklaaring<br />

was die van den Heer Oud-Burgemeester<br />

BERGER, waar by de Heeren EYCK,<br />

VAN SE N DEN, DE RIDDER,S MISS AART,<br />

en VAN H AAPTEN zich voegden. Het naast<br />

hier by koomende was die van den Heer Oud*<br />

Burgemeester VAN DEN BOGAARD, waar by<br />

de Heer ABBEMA zich voegde, en de Hee­<br />

ren VAN DER DOES, VAN ROJSÏOND en<br />

D 2 »4Ö«<br />

1785»


1735.<br />

Zwaartgbeid<br />

over het beeeJigen<br />

der<br />

Herenten.<br />

52 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />

DA UK IS. verklaarden zich byna op dezelfde<br />

wyze; terwyl de Heeren DE LEEUW eö<br />

IVOY, zich tot eene byzondere voorbehoudingbepaalde:<br />

De Heeren VERBEEK, VAN<br />

Jt RONK HORST» CRAAYVANGER » VER-<br />

SCHOOR, F A L C K , RAM, WOERTMAN,<br />

VAN DER HEULEN, VAN DIE L EN en bei*<br />

de de HARTENS, wilden den Eed wel we­<br />

derom doen ; maar met deeze uitdrukkelyke<br />

voorbehouding, dat ze daar door niet buiten<br />

ftaat geliefd zouden worden om het Regeerings-Rf<br />

'ement te helpen veranderen en verbeteren<br />

, en al het noodige daartoe te helpen<br />

vereffenen en tot fland brengen.<br />

Na dat het rondvraagen geëindigd was ,<br />

verklaarde de Heere Hoofd-Officier ongelast<br />

en onbevoegd te zyn, om eenige van deeze<br />

Verklaaringen aan te neemen; doch betuigde<br />

te gelyk, dat 'er eenig middel mogt gevonden<br />

worden om de zaak te kunnen afdoen. Dit gaf<br />

aanleiding tot verfcheideli voorftellen, en debatten<br />

daar over; tot dat de Heer Hoofdsofficier<br />

eindelyk verklaarde, genoegen te zullen<br />

neemen met de verklaaring van den Heer Oad-<br />

Elirgemeester VAN DEN BOGAARD, indien<br />

alle de Raaden zich daar by voegden. Veelen<br />

namen dit aan; en de Oud-Burgemeester<br />

BERGER met'de Heeren, die zich by hem<br />

gevoegd hadden, zich in eene andere kamer<br />

begeeven, en daar over beraadflaagd hebben-<br />

«ie, vuegden zich eindelyk ook daar by.<br />

Deezs


ONLUSTEN IN HET VADERLAND; 53<br />

Deeze zaak dus afgedaan zynde , veroorzaakte<br />

de Brief van den Stadhouder, tot aan- Zwix idicid<br />

over den<br />

ftelüng van 40 nieuwe Raaden, nieuwe zwaa- Rang det '<br />

Regenten»<br />

righeden. VOOREERST omdat Zyne Hoogheid<br />

bedel gedaan hadt over de tusfehentyds<br />

opengevallene Raadsplaats door den dood vau<br />

den Heer van VUIL KOOP, het welk door de<br />

Burgery, als een recht haar toegezegd, werd<br />

opgeëischt; ten anderen, om dat de Heer Mr,<br />

j. FR. ODE, die voor de eerfte reis tot Raad<br />

was aangefteld, door dien zelfden Brief , in<br />

rang voor de drie Raaden VOET, EURMAN<br />

en VAN DAM geplaatst was. Onaangezienhet<br />

Protest der Raaden EYCK, VAN SENDEN,<br />

DE RIDDER, SMISSAERT, en VAN H A E V'<br />

TEN, en het voorftel van anderen, om Zyne<br />

Hoogheid vooraf kennis te geeven van de begeerte<br />

en eisch der Burgery, werd by meer<br />

derheid beflooten, het recht van den Stadhon<br />

der tot het vervullen deezer openftaande Raads<br />

plaats te erkennen.<br />

Hierop ging men over tot de inhuldiging; 1 Vorder*<br />

verrichtin­<br />

na d'it de Heer ODE van den rang, hem dooi gen van der4<br />

Raad.<br />

den Brief des Stadhouders toegeweezen, tot ge<br />

Hoegen der groote Meerderheid, hadt afgezien<br />

Vervolgends verfcheenen in de Raadkamer d<<br />

Heeren VOET VAN WINSEN, EURMAN 1<br />

DE LA BASSECOUR en VAN DAM VAI I<br />

ISSELT, welke, als blyvende Raaden zitting<br />

naamen, na dat de eerfte zich omtrent de: I<br />

Stads Eed verklaard hadt, overeeakomftig d<br />

D 3 Veï<br />

I


Antwoord<br />

op de Adres-<br />

Jen der<br />

Burgery.<br />

54. BEKNOPTE HISTORIE DER '<br />

Verklaaring van den Heer RAM, en de twee<br />

laatften óvereenkomflig die van den Heer VAN'<br />

DEN BOGAARD, in den zelfden zin als de<br />

Heer BERGER dit gedaan hadt. Eindelyk<br />

werd de Heer ODE, na dat hy bewyzen zyner<br />

bevoegdheid vertoond hadt, in den Eed genoomen,<br />

die denzelven op de gewoone wyze'<br />

deed, zonder dat hy eenige Aanmerking op<br />

het Reglement van 1674. maakte. Van al het<br />

geen op deezen morgen beflooten was werd<br />

door Burgemeesteren aan de Burgery kennis<br />

gegeeven, op een Adres, in derzei ver naam<br />

door den Heer 'T HOEN ingeleverd, waar in'<br />

de verzoeken van 's avonds te vooren herhaald<br />

waren; en op het Adres van den 11 'savonds,<br />

werd door een der Secretarisfen aan de Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden het volgende<br />

Antwoord voorgeleezen: ,, Dat de Meerderheid<br />

der tegenwoordig zynde Leden van den<br />

Raad verklaard hadden, niet vdorneeraens te<br />

zyn, den Eed te doen, zoo als hy lag, op 't<br />

Reglement van 1674. indien zy aanbleeven.<br />

En omtrent het toelaaten der Commisfie van<br />

den Heer Hoofd-Officier, hadt de Meerderheid<br />

begreepen , dat daags te vooren reeds een<br />

Befluit genoomen was, en dat men daar by behoorde<br />

te blyven; te weeten, dat men Zyn<br />

Edele moest toelaaten, indien de Commisfie in '<br />

de gewoone forme bevonden wierd. Doch ten<br />

aanzien der niet aanblyving van eenige Leden<br />

der Vroedfchap, en de goedkeuring vaneenen<br />

nieu-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 55<br />

nieuwen Raad, tot vervulling der plaats, dooi­<br />

den dood van den Heer VAN VUILKOOP<br />

opengevallen, zou de Meerderheid zich den<br />

volgenden dag nader verklaaren, indien zy<br />

aanbleeven. Hoedanig nu die Heeren zich<br />

daaromtrent op den 12 verklaard hebben ishier<br />

boven gemeld.<br />

De Burgery over deeze Befluiten gantsch<br />

niet voldaan, deed door haare Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden, op den 17 Oftober<br />

eene Verkiaaring en Protest in de Vroedfchap fommige<br />

Leden.<br />

inleveren, met verzoek om het in de Vroedfchaps-Aantekeningen<br />

te doen infchryven; in<br />

welk Protest de Burgery verklaarde , dat zy<br />

alle die Regenten, welke den Eed op het Reglement<br />

van 1674. zonder eenige uitzondering<br />

of bepaaling gedaan hadden, hieldt en zou bly.<br />

ven houden te zyn SCHADELYK voor die Stad,<br />

en VOORSTANDERS van eene DRUKKEND?<br />

1785.<br />

Protest der<br />

Burgery teger<br />

de P>e^<br />

fluiten van<br />

den Raad,<br />

cn tegen<br />

RECEERINGSFORM, welke ten eenemaalpydig<br />

is, en in zoo veele opzigten aanloopt tegen de<br />

Privilegiën, Handvesten en Gerechtigheden van<br />

dit Land; dat zy daarom aan alle die Regenten<br />

verklaarde zich te onttrekken van alle vertrouwen,<br />

en zich ontflaagen te houden en te ontdoen<br />

van alle gehoudenheid en vefpligting,<br />

welke zy integendeel, volgends haaren gez-wooren<br />

Eed, gaerne zou toebrengen alleen<br />

aan die Regenten, welke met de daad betoonden,<br />

de Voorrechten en Privilegiën der Stad<br />

en Burgery voor te ftaan. - Eveneens protep<br />

4 fleer-


?7 8<br />

5-<br />

Voorftel dei<br />

Riddeifchap<br />

tor eene<br />

Commisfie<br />

naa den<br />

Jïdng.<br />

Befi-ir d:r<br />

yioedlclup<br />

daarop.<br />

H B E K N O P T E HISTORIE DES<br />

fleerden zy tegen de aanflelling van den nieuy<br />

wen Raad ODE, verklaarende hem niet te zul­<br />

len erkennen; gelyk ook tegen dc nieuwe,<br />

Commisfie van den Hoofd-Officier (*).<br />

Nog andere hinderpaalen ontmoette de Bur­<br />

gery, die het invoeren van 't ontworpen, en<br />

met de Regeering vereffende Stads Regeerings-<br />

Reglement vertraagden, en waar tegen zy ins-<br />

gelyks protefleerde. De Ridderfchap had op<br />

den 23 Augustus een Befluit genootnen , en,<br />

ingevolge daar van'op den 24 ter Staatsvergaa-<br />

dering een voorflel gedaan , om eene Commis­<br />

fie van negen Heeren uit Hun Edel Moogende<br />

Vergaadering te benoemen, ten einde met<br />

Zyne Hoogheid den Heer Stadhouder over het<br />

Concept-Reglement reformatoir, en de Aan­<br />

merkingen daar op gemaakt, te fpreeken,<br />

enz. (f) Vervolgends hadden de Heeren Rid­<br />

ders in dezelfde Vergaadering op den 2 No-<br />

vember by de andere Staatsleden aangedrongen<br />

óp dat Voorflel, dat uit de drie Staatsleden,<br />

gelyk ook uit de Burgeryen der Steden eene<br />

Commisfie naa den Hang wierde gezonden; ten<br />

einde met medewerking van Zyne Hoogheid<br />

het fluk der bezwaaren te vereffenen en ten<br />

einde te brengen; en deezen hadden zulks<br />

overgenoomcn (§). De Vroedfchap der Stad<br />

Ut-<br />

(*) NUuwe Nederh Jtmrb. Oelob. 1785. bladz; 1445—1463,<br />

/bid. Augustus 17S5. bladz. 1188.<br />

(J; Ibid, Ntyemèsr 1785. 'uladz. löiü»


ONLUSl'EN IN HET VADERLAND. S7<br />

Utrecht dit voorftel in Commisfie gefield, en<br />

daar van verflag bekoomen hebbende, befloot<br />

daar op, den 21 November, ter Staatsvergaadering<br />

van Rads wegen te verklaaren: Dat de<br />

Vroedfchap het voorflel der Ridderfchap aannam<br />

en toeflemdc, dat eene Commisfie wierde<br />

benoemd ten voorfz. einde; zoo nogthans, dat<br />

voorfz. Concept-Reglement Reformatoir tot<br />

een grondflag van deeze onderhandelingen zou<br />

verflrekken , cn dat alleen die fledelyke Punten,<br />

welke uit het Reglement van 1674. in het<br />

zelve gebragt zyn, in die gefprekken zouden<br />

verhandeld worden, zonder die uicteflrekken<br />

tot der flads en fleden huifelyke zaaken; dat<br />

voorfz. onderhandelingen niet in den Haag,<br />

maar binnen de Stad, of immers binnen de<br />

Provintie van Uttecht moesten gehouden wor?<br />

den; en indien de voorftemmende Leden volftrekt<br />

daar op aandrongen, dat de onderhandelingen<br />

in den Haag moesten gehouden worden;<br />

zulks toe te flaan» mits, dat 'er een tyd<br />

tot afdoening bepaald wierde (*).<br />

De Stad bragt den 7 December hier omtrent<br />

een nader Befluit ter Vergaadering der Staaten<br />

in; waar by dezelve, zonder in de uitbreiding<br />

van haar voorig (zoo aanftonds gemeld) Befluit<br />

in te treeden, zich verklaarde voor het<br />

beraamen eener Commisfie naa 'sHage; ten<br />

einde met, den Stadhouder over de bezwaarerj<br />

u<br />

C) Ni'tuwe Nede'rl, ffaarb 17R0. bjadz. 1654,<br />

D 5<br />

1785.<br />

Nader Ro"<br />

fluit der<br />

Stad hiciog»


ildres der<br />

Burgery tepen<br />

dit raat-<br />

Jee Befluit.<br />

58 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

te handelen, overeenkomftig het voorftel der<br />

Ridderfchap. De Heeren Geëligeerden hielden<br />

dit Befluit in Advies, nogthans werd met<br />

de twee andere ftemmen beflooten, de gemelde<br />

Commisfie in de naaste Vergaadering<br />

vast te ftellen, en die zaak dus geheel af te<br />

doen (*).<br />

Tegen dit Iaatfte Befluit der Vroedfchap leverden<br />

Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

op den 12 December' aan Burgemeesteren en<br />

Vroedfchap een Adres in ; waar in zy te kennen<br />

gaven, dat het aan de Burgery was voorgekoomen,<br />

dat by laatstgemelde Befluit niet<br />

die zekerheid voor het behoud der Stads meermaalen<br />

beweezene Rechten was bewaard, welke<br />

het belang der Burgery en de gevoelens,<br />

te meermaalen gebleeken, met alle billykheid<br />

van haare Vertegenwoordigers vorderde; maar<br />

integendeel,dat niet alleen de arbeid van byna<br />

twee Jaaren, aan 't vereffenen van Stads Huifelyke<br />

punten befteed, werd gewaagd aan de<br />

tegenkanting van die Staatsleden, welke zich<br />

met Stads - Regeeringsbefteiling niet moogen<br />

bemoeijen; maar ook daar door het Recht<br />

werdt tegengefprooken, dat de Stedelyke Magiftraaten<br />

met hunne Burgers alleen bevoegd<br />

zyn , het huifelyke der Stad te fchikken: —<br />

Dat de Burgery ook nimmer kon gedoogen,<br />

dat het Regeerings-Reglement, by de Stad<br />

reeds<br />

(*) iViVawe Nederl, Jaarb. Decmber 1785, blati?, ifigf.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 59'<br />

reeds vereffend een onderwerp zou worden van<br />

de beraadflaagingen van iemand anders dan de<br />

Magiftraat. en Burgery van de Stad. ~r Om<br />

welke redenen Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

eerbiedig verzochten , dat het Hun<br />

Edel Groot Achtbaare mogt behaagen om door<br />

eene Publicatie aan de gantfche Burgery, of<br />

by Uittrekfet van het Befluit aan hun Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerde , het waare oogmerk<br />

der Rejolütie van den 5 December, op het<br />

voorfz. onderwerp, bekend te maaken.<br />

Op dit Adres werd beflooten, hetzelve 14<br />

dagen voor te leggen. Ondertusfchen gav-en<br />

Geconftituëerden en Gecommitteerden aan<br />

kunne Aanftellers en Lastgeevers, door een<br />

Bericht kennis van hunne' poogingen, 'die zy<br />

aangewend hadden om de Punten van Stads<br />

Huifelyke Regeering buiten de voorgeflaagene<br />

onderhandelingen met den Stadhouder te houden;<br />

welk Bericht gedrukt en aan de Compagniën<br />

der Burgery gezonden werd (*).<br />

De Burgery, of derzelver Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden, ongeduldig om deeze<br />

14 dagen voorleggens af te wagten, begeerden<br />

een fpoediger ukflag en afdoening van zaaken:<br />

Op den 18 des avonds werd in alle de Wyken<br />

aan de huizen rondgezegd en verzocht, dat<br />

alle de Compagniën, elk op haare Loopplaats,<br />

den volgenden dag 'smorgens ten 8 uuren»<br />

zou-<br />

p) Nieuws Kedeil.Jaarh Deccmli.,1783. bladz, 1092—1690»<br />

1785.<br />

Dit Adres<br />

werd veertien<br />

dagen<br />

voorgelegd»<br />

De llurgery<br />

wordt faamengerospen.


Een Adres<br />

jim dezelve<br />

voorgeleezen<br />

, co<br />

goedgekeurd<br />

Zynde ,liy de<br />

Vroedicli.ip<br />

ingeleverd.<br />

Co BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

zouden verfchynen; het welk gefchiedde. On^<br />

dertusfehen hadden Geconfluuëerden en Ge­<br />

committeerden een Adres ontworpen om aan<br />

de Vroedfchap in te leveren; welk Adres een<br />

tweeledig verzoek behelsde: i. Dat aan het<br />

verzoek, in 't bovengemelde Adres van den<br />

ia begreepen, op deezen zelfden dag van den<br />

ip December voldaan wierd; 2. Dat het Re­<br />

glement van Stads - Regeeringsbeftelling, tus-<br />

fchen den Raad en de Burgery reeds vereffend,<br />

nog op deezen zelfden dag,den 19December,<br />

niogte vastgefteld, afgekondigd, en binnen<br />

drie Maanden daadelyk beëedigd en in gang<br />

gebragt worden.<br />

Dit Adres werd aan alle de Compagniën,<br />

elke byzonder, vöorgeleezen, van dezelve goedgekeurd<br />

en toegeftemd. Daarna begaaven allo<br />

de Compagniën zich naa deAWs, haare aU<br />

gemeene Vergaaderplaats, en van daar naa het<br />

Oude Kerkhof en andere ftraaten in den omtrek<br />

en de nabyheid van het Stadhuis, op dezelfde<br />

wyze als op den 2 Augustus gefchied was. Ondertusfehen<br />

vergaaderde de Vroedfchap, en<br />

eene Commisfie uit de Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden, benevens vjer Gecommitteerden<br />

uit elke Compagnie, dus te laamen<br />

twee- en dertig, gingen naa binnen om het<br />

bovengemelde Adres aan den Raad in te leveren;<br />

terwyl de vergaaderde Burgers den uitflag<br />

der beraadfiafagingen van de Vroedfchap in de<br />

nabyheid van het Stadhuis bleeven. afwagten t<br />

N3


©NLÜSTEN IN rtÉx VADERLAND. 61<br />

Na lange beraadflaagd te hebben fcheidde<br />

de Raad, en maakte het genoomene Befluit aan<br />

de Commisfie der Burgery bekend , het welk<br />

hier op uitkwam : Dat de Vroedfchap , ten<br />

aanzien van het eerfte Punt, het huifelyke van<br />

Stads-Regeeringsbeftelling, buiten de onderhandelingen<br />

en beoordeeling der voorftemmcnde<br />

Leden zoude houden; maar wat het tweede<br />

Punt betrof; dat de Raad geen magt hadt, om<br />

zich- buiten medewerking der voorftemmende<br />

Leden van het Reglement van 1674* te ontflaan.<br />

De Burgery met dit Antwoord niet voldaan .<br />

vaardigde op 't nieuw eene Commisfie af aar<br />

Heeren Burgemeesteren, met verzoek om der<br />

Raad ten tweedemaal op dien dag nog te be<br />

I<br />

leggen; ten einde den naderen aandrang dei<br />

Burgery, op het tweede Punt, te overweegen<br />

en naar genoegen daarop te befluiten. Di<br />

verzoek werd toegeftaan,de Raad vergaaderd*<br />

ten vier uuret;, maar in zoo een klein getal f<br />

dat de aanweezenden zwaarigheid maakten,on |<br />

zoo onvoltallig een eindelyk Befluit in eei l<br />

zaak van zoo veel gewigt te neemen. Mei l<br />

befloot derhalven den volgenden dag 'smor<br />

gens ten negen uuren weder te vergaaderen •"<br />

van welk Belluit omtrent ten zeven uuren doo r<br />

eene Commisfie van vier Leden der Vroedfeha 3<br />

aan. Geconftituëerden en Gecommitteerden kei l-<br />

nis gegeeven werd, met verzoek om zulks dt *<br />

Burgery mede ce deelen \. doch Gecoaftituëe<br />

f.. i f<br />

d< s<br />

Itefliiic vnj? -<br />

den Raad<br />

ilasroy.<br />

De R.isd<br />

nndernna!<br />

belegd ,do'. h,<br />

nieiii be-<br />

Hooier,.


Den anderen<br />

dag werd de<br />

zaak hervat<br />

en afgedaan.<br />

Verhaal van<br />

de garufeke<br />

62 BEKNOPTE HISTORIE DÊ»<br />

den en Gecommitteerden verfchoonden zi.c'j<br />

hier van, weetende dat de Burgery op afdoe­<br />

ning van zaaken, dien zelfden avond nog ge.<br />

field was; en verzochten derhalven, dat de<br />

Raad zelve dit door eene Commisfie aan hunne<br />

Lastgeevers wilde békend maaken. Dit ge-<br />

fchiedde, en evenwel hadt men moeite om de<br />

Burgers tot fcheiden te beweegen; waartoe<br />

zy niet verftonden dan onder* uitdrukkelyke<br />

•verzekering, dat de zaak den volgenden dag<br />

zou afgedaan worden^ Dus waren deeze Bur­<br />

gers, in 't midden van den Winter, van des<br />

morgens agt tot 's avonds agt uuren, in de<br />

open lucht byeen geweest, en keferden, onder<br />

't licht van eene menigte Flambouwen, naa<br />

hunne huizen.<br />

Den anderen dag, den 20 December, dan<br />

de Vroedfchap wederom vergaaderd zynde,<br />

kwamen ook de Burgers in de nabyheid van<br />

het Stadhuis wederom byeen. Ten één uure<br />

werd uit naam van den Raad door een Deur.<br />

waarder aan de Commisfie der Bur-gery bekend<br />

gemaakt, dat het Befluit van den Raad dooi-<br />

eene Publicatie aan de Burgery zou medege­<br />

deeld worden; hier van gaf de Commisfie ken­<br />

nis aan de Burgers. Kort daarop gaf de Raad<br />

bevel om de Klok te trekken, en deed dooi­<br />

den Secretaris van VOORST, verzeld van da<br />

Heeren DAUNIS, DE LEEUW, en ïvoi<br />

een Uittrekfel uit het genoomen Befluit aan<br />

het Volk.voorleezen. Dewyl dit Uittrekfel de<br />

gant-


ONLUSTEN m HET VAÜÊRLAND. 63<br />

pantfche toedragt der zaake openlegt; zoo kan<br />

ik niet betev doen, om een echt en getrouw<br />

verhaal van deeze gewigtige gebeurtenis mede<br />

te deelen, dan de hoofdzaaken van dit Uittrek­<br />

fel op te teekenen, welke hier op uitkoomeni<br />

In het zelve wordt dan eerst gemeld , dat<br />

Heeren Burgemeesteren opening deeden van<br />

hunne ontmoetingen daags te vooren, naa het<br />

fcheiden van den Raad, zoo by 't afgaan van<br />

het Stadhuis, als elders; — dat vervolgens de<br />

Heeren EYK, DE RIDBER, SMISSAERT,<br />

en VAN HAEFTEN verflag deeden van hunne<br />

Commisfie aan r<br />

t vergaaderde Volk; — dat de<br />

Vroedfchap toen, de Requesten van daags te<br />

vooren overwoogen hebbende, het befluit ge-<br />

noomen en aan de Burgers verklaard hadt, dat<br />

Hun Edel Achtbaare zich onbevoegd achteden,<br />

om zich zeiven uit den Eed te ontflaan; maar<br />

hunne poogingen zouden aanwenden om, in<br />

eene buitengewoone Vergadering der Heeren<br />

Staaten, van den Eed op 't Regeerings-Re­<br />

glement van 1674. Staatswyze ontflaagen te<br />

worden , voor zoo verre de Stedelyke Punten<br />

daar in vervdt zyn; en indien dit niet<br />

konde verkreegen worden, en de begeerde ver­<br />

andering in het Provintiaal Reglement binnen<br />

de vier cerstkoomende Maanden niet mogt uit­<br />

gewerkt zyn, de Vroedfchap alles zou blyven<br />

in 't werk ftellen, cm aan 't verlangen dei<br />

Burgers te voldoen; van welk Befluit de voor<<br />

gemelde Heeren DAUNIS, DE LEEUW, en<br />

ÏVO ?j<br />

1785.<br />

toedragt (<br />

zaake.


e>4 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />

IVOY, benevens den Secretaris van vöoRS'i<br />

aan 't Volk hadden kennis gegeeven; doch ook<br />

Uit de gebaarden en woorden van dè groote<br />

menigte, voor 't Stadhuis vergaaderd, hadden<br />

vernoornen» dat zy in dat Befluit geheel geen<br />

genoegen namen , het welk die Heeren, in<br />

den Raad terug gekeerd } daar verhaalden ; ter­<br />

wyl door verfcheidene Leden van den Raad,<br />

die gepoogd hadden, na de bekfcndmaaking<br />

van 't Befluit, uit het Stadhuis te gaan, te keu*<br />

nen gegeeven werd, dat zy alle de toegangen<br />

van het Stadhuis bezet gevonden hadden, door<br />

Lieden, die verklaarden order te hebben, om<br />

niemand vtfn de Raaden door te laaten, en ddc<br />

het aan geen der Leden van den Raad zou<br />

worden' toegclaaten van 't Stadhuis te gaan,<br />

voor dat de Burgery, in alles, volkomen ge­<br />

noegen ontvangen hadr.<br />

Na dat de Vroedfchap over dir alles beraad-<br />

flaagd ludt, verzocht en gelastte zy, de zelf­<br />

de , zoo evert gemelde Heeren om met de<br />

Geconftituëerden en Gecommitteerden in de<br />

Gerechtskamer te fpreeken, aan dezelven een<br />

Copie van 't Befluit ter hand 'te ftellen, en<br />

hen te verzoeken om hetzelve aan de Burgery<br />

aangenaam te maaken ; doch die Heeren dit<br />

Verricht hebbende, bragten befüheid, dat de<br />

Geconltituëerden en Gecommitteerden het Be­<br />

fluit niet voldoende Vonden , en het dtrarom<br />

aart de Burgery niet konden aangenaam maa»<br />

ken; maar het aan 't Valk zouden bekend maa­<br />

ken*


ONLUSTEN m HÉT VADERLAND. 6$<br />

ken, en binnen een kwartier aan de Commisfie<br />

der Vroedfchap den uitflag zouden doen weeten.<br />

Na verloop van welken tyd Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden aan evengemelde<br />

Commisfie eene fchriftelyke Verklaaring ter<br />

hand ftelden, welke door die Heeren in de<br />

Vroedlchap ingeleverd en daar geleezen werd;<br />

zy was van deezen inhoud :<br />

,, Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

hebben de eer, aan Heeren Gecommitteerden<br />

uit de Vroedfchap, op het Extract uit de Refolutie<br />

van de Vroedfchap ,• heden medegedeeld,<br />

in naam van de Burgery te antwoor-den;<br />

dat de Burgery daar mede geen genoegen<br />

neemt en aandringt op het letterlyk afdoen<br />

van haar verzoek by Requeste ingeleverd<br />

, en dat die dispofitie met allen fpoed<br />

mooge genoomen en bekend gemaakt worden."<br />

Welke Verklaaring door zeven Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden onderteekend was.<br />

De Vroedfchap, over deeze Verklaring wederom<br />

beraadflaagd hebbende, befloot einde-<br />

]yk, dat haar, tot voorkooming van alle gevreesde<br />

en dreigende onheilen, by eene aanhoudende<br />

weigering te duchten, niets meer<br />

overbleef, dan den wil der Requeftranten cn<br />

derzelver Committenten te doen , en aan 'tr<br />

vefzoek van dezelven eenvoudig en letterlyk<br />

te voldoen.<br />

Van dit Befluit des Raads werd door de meer­<br />

gemelde Heeren EYK, DE RIDDER, SMIS-<br />

E SA'ERTy


i?8 j.<br />

66 BEKNOPTE HISTORIÉ DÉa<br />

U E R T , en V A N H A E F T E N , aan de Geconftituëerden<br />

en Gecommitteerden kennis gegeeven<br />

; welke Heeren van hun verrichtte veiflag<br />

doende, uit naam van Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden ernftig verzochten, dat het<br />

genoomen Befluit des Raads overeenkomftig<br />

met de bewoording in 't flot van 't Request<br />

gemeld, zoude geboekt worden; het welk aldus<br />

luidde :<br />

„ De Vroedfchap accordeert het verzoek<br />

der Geconftituëerden en Gecommitteerden uit<br />

de Burgery op gisteren gedaan , en verftaat<br />

dien volgends, dat het Concept-Reglement,<br />

betreffende de beftelling deezer Stads Regeering,<br />

zodanig als hetzelve verëffend en gereguleerd<br />

is, gerekend zal worden op deezen<br />

dag vastgefteld en gearrefteerd te zyn; mee<br />

verdere Verklaaring, dat hetzelve vastgeftelde<br />

Stads Regeerings - Reglement, binnen den tyd<br />

van de drie eerstkoomende Maanden daadelyk<br />

met de Burgery zal worden ingevoerd en wederzyds<br />

beëedigd ; het zy de bezwaaren van 't<br />

Provintiaale Regeerings - Reglement binnen<br />

dien tyd afgedaan zyn, of niet."<br />

Van dit Befluit werden op den 24rt en Affchriften<br />

aan alle gewoone Plaatfen • aangeplakt<br />

(*;).<br />

De<br />

(*) Nieuws NederJ, 'Jaafo. December 1785. bladz. 1702,<br />

I716. Op de aangehaalde plaats kan men alle de Adresfen Bor<br />

Beiluiteri in hun geheel kezen,


ONLUSTEN iü HET VADERLAND. 6*?<br />

De Gecoaftituëerden en Gecommitteerden<br />

benevens de Burgery vergenoegden zich voor<br />

dien tyd wel met het Extract uit de Refolutie<br />

der Vroedfchap, waar by het verzoek, by Re-<br />

queste op den 19 gedaan, werd toegedaan;<br />

doch waren te gelyk van oordeel , dat het<br />

beraadflaagde van den 19 en 20 December van<br />

al te groot belang was, dan dat zy daar van<br />

by Copia Authentiek van al het aangetekende<br />

niet volkoomen onderricht wierden , zoo als<br />

hetzelve van 't begin af aan, tot het einde was<br />

aangetekend geworden , zonder dat daar van<br />

iets, hoe genaamd, voor de Burgery agter<br />

gehouden wierde. Waarom zy op den 27 De­<br />

cember, wanneer de Vroedfchap gewoonelyk<br />

vergaaderd was, een Adres aan dezelve over-<br />

gaaven, met een tweeledig verzoek: voor­<br />

eerst: Dat Hun Edel Groot Achtbaare het ge­<br />

formeerde ontwerp van het voorfz. aangetee-<br />

kende van den 19 en 20 December geheel eh<br />

al, zonder eenige geheime agterhouding Van<br />

byzondere Aanteekeningen of Voorbehoudin­<br />

gen van wie, en hoe ook, alvoorêns hetzelve<br />

te registreeren, zouden gelieven uit te geeven<br />

en in handen van de Geconftituëerden en Ge­<br />

committeerden re ftellen, ten einde hetzelve,<br />

na mededeeling aan de Burgery, als de zaak<br />

tusfehen den Raad en de Burgery, naar beider<br />

refumtie met die behoorlyke fanftie, van *t<br />

Volk , tot een aandenken en blyvende daad<br />

voor de Eeuwigheid in de Regisiers te doen<br />

R ?. in-<br />

1785.<br />

De üurgery<br />

verz likt<br />

Copie Authentiek<br />

van<br />

al liet sangeteekende<br />

i<br />

deeze zaak<br />

betreffende.


1785.<br />

Befluit der<br />

Vroedfchap<br />

daarop.<br />

Befluit en<br />

voorflel van<br />

de Riddcrlchap<br />

we<br />

gens deeze<br />

gebeurtenis*<br />

68 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

infehryven, met uitleevering van een dubbeld<br />

daar van , op Perkament gefchreeven en naar<br />

vereisch geauthentifeerd, by den afloop van<br />

zaaken aangevuld, en aan de Gecommitteerden<br />

uit de Burgery ter hand gefield, en dus voor<br />

dit en het volgende Geflacht bewaard te worden.<br />

Ten anderen was het verzoek dat het<br />

Hun Edel Groot Achtbaare gelieven mogt, om<br />

op dien dag de vereischte voorzorgen te neemen<br />

, dat Heeren Burgemeesteren en verdere<br />

Gedeputeerden tot de befchryving der Staatsvergaadering<br />

van den volgenden dag, zoo bepaald<br />

mogten gelast worden . dat Hun Edelens<br />

op geenerly wyze konden afgaan van eenigenkei<br />

punt van het vastgeflelde, de Stads -Regeerings<br />

- Beflelling betreffende, zoo als daar<br />

van op den 20 December by openbaare afkondiging<br />

kennis gegeeven was.<br />

De Vroedfchap ftelde het eevïïe verzoek van<br />

't Adres in handen van Burgemeesteren en<br />

Oud-Burgemeesteren om van raad te dienen;<br />

Remde het tweede verzoek toe; en gaf aan de<br />

Heeren Gedeputeerden ter Staatsvergaadering.<br />

overeenkomflig hetzelve in last (*><br />

De Ridderfchap befchouwde deeze gebeurtenis<br />

van den 19 en 20 December in zulk een<br />

ougunftig licht, dat zy op dien zelfden dag<br />

van den 27. een befluit nam,en den volgenden<br />

dag ter Staatsvergaadering inbragt, waar by<br />

zj<br />

Nieuwe Neisvl Jeari. Decimttr 1735. bti


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 69<br />

zy verklaarde , dat Zy Heeren Edelen, hoe<br />

zeer geneegen en bereid zy waren om mede<br />

te werken tot het wegneemen van alle bezwaaren<br />

en 't verhelpen van misbruiken, die in 't<br />

Regeeringsbeftier mogten ingefloopen zyn;<br />

en hoe gaarne zy gezien hadden , dat de voorgefielde<br />

Commisfie beflooten en in werking<br />

gebragt wierde; nogthans, in de tegenwoordige<br />

omftandigheden van de Regeering der<br />

Stad Utrecht, moest twyfelen, of die Commisfie<br />

wel met eenige vrugt werkzaam zou kunnen<br />

zyn, zoo lange het Wettige Gezag dier Re.<br />

geering, door het geweld op Maandag en Dingsdag<br />

den 19, 20 dier maand gepleegd, zoo zeer<br />

verkragt, en de Vryheid van derzelver beraacljlaa.<br />

gingen niet herfteld, en tegen alle diergelyke aanvallen<br />

, door wie ook ondernoomen, beveiligd zoude<br />

zyn; waartoe de Heeren Edelen bereid waren, des<br />

verzocht, alle moogelyke hulpe en byftand te verkenen.<br />

En alhoewel de Heeren Edelen<br />

vertrouwden, dat de Vroedfchap der Stad,<br />

immers de Meerderheid derzelve, met hun in<br />

dezelfde begrippen over dit fuik, waren, en uit<br />

nood voor het geweld hadt moeten bukken; terwyl<br />

evenwel van derzelver afgedwongene Refolutie- Publicatie<br />

en ylffixie hadt moeten gefchieden, en dat<br />

daar door die zaak uit haar geheel gebragt was 3<br />

zoo hoopten de Heeren Edelen, dat de Vroedfchap<br />

dezelve Publicatie fpoedig zouden intrekken<br />

: Dan dat de Heeren Edelen, by<br />

oatflentenisfe daar van, zich in de onaange-<br />

E 3 saa»


Verzoek riet<br />

6t*d by de<br />

Staaten om<br />

-van den lied<br />

Qntflaagen te<br />

worden.<br />

70 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

naame verpligting zouden vinden, om alle beraadflaagingen,<br />

over deeze aangelegene zaak»<br />

op te feborten, en voorts te verklaaren, onverantwoordelyk<br />

te willen gehouden worden<br />

voor alle nadeelige gevolgen, die uit de gewei,<br />

dige Maatregelen van Jommige onrustige menfehen<br />

voor Stad en Provintie, natuurlyk zouden moeten<br />

voortvloeijen; • Verklaarende verder<br />

van oordeel te zyn, dat het niet raadzaam was<br />

voor de Staaten, in die Stad weder te vergaaderen,<br />

zoo lang het geweld niet gefluit, en 't<br />

Gezag der Regeering niet gehandhaafd, zoude<br />

zyn; en dat de Bondgenooten van deezen toeftand<br />

der Provintie behoorden onderricht te<br />

worden.<br />

Toen nu de Staaten op den volgenden dag,<br />

den 28. December vergaaderd waren, deed de<br />

Stad Utrecht, ingevolge het meergemelde Befluit<br />

van den 20 December, het verzoek,<br />

„ dat de Leden van den Raad,by eene Staats.<br />

Refolutie mogten ontflaagen worden van den<br />

Provintiaalen Eed, voor zoo verre Stads-Regeeringsbeftelling<br />

daar in betrokken was: Of<br />

wel, dat door het verhaasten der verbeetering<br />

van 't Regeerings-Reglement van 1674, en<br />

het daadelyk daarltellen van die verbeetering»<br />

binnen de drie eerstkoomende Maanden , een<br />

algemeen ontflag van den Eed op het Provinp'aale<br />

Regeerings-Reglement uitgewerkt wierte;<br />

waar door dan het byzonder ontflag, omtrent


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 71<br />

trent de Stedelyke Punten, van zelve zoude<br />

volgen."<br />

Befluit det<br />

Het eerfte Lid van dit verzoek werd door de Siaatcn<br />

daarop»<br />

voorftemmende Leden en de andere Staatsleden<br />

volftrekt afgeweezen ; ten aanzien van het<br />

twee Lid verklaarden de Leden van 't eerfte<br />

Staats-Lid, de Heeren Geëligeerden , zich<br />

niet ongeneegen om de zaak der Bezwaaren<br />

met allen moogelyken fpoed te behandelen;<br />

doch de Ridderfchap beriep zich op haar ingebragt<br />

Befluit; en hoe zy zich daar in verklaarde<br />

, hebben wy zoo aanftonds hier boven<br />

gezien. De Geëligeerde Heeren verklaarden<br />

zich tegen het verleggen der Vergaadering;<br />

doch ftemden in de voorgeflaagene aanfchryving<br />

aan de Bondgenooten toe ; zonder die<br />

nogthans, tot vereffening der zaaken, interoepen.<br />

De Siad Utrecht nam het Befluit der<br />

Ridderfchap over; en het Befluit der Staaten<br />

was, geene nadere Staatsvergaadering voor als<br />

nog te bepaalen, maar de gewoone Gedeputeerde<br />

Staaten te magtigen, in geval van noodzaakelykheid<br />

de Staaten te befchryven , op<br />

zodanigen tyd en plaats, waar Hun Edel Moo.<br />

gende vryelyk zouden kunnen vergaaderen en<br />

raadpleegen (*).<br />

De bovengemelde Refolutie der Ridderfchap<br />

van den 27 , die den 28 in de Staatsvergaadering<br />

ingebragt was, werdt den 29 reeds in de<br />

Ut<br />

(«) NkuwtNeilerl. Jmrb. Decsml-sr 1783. blaüz, ifnimip^.<br />

E 4<br />

1785.<br />

Hier over<br />

Vergaaderen<br />

de Burger-<br />

GecouftUu.<br />

ecrden en<br />

Gecommitteerden.


I.ecyercn<br />

éen Adres<br />

iis aan de<br />

yrocdfclWp.<br />

72 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />

Utrechtfche en andere Couranten van dien dag<br />

geleezen; de Burgery, dit gezien hebbende,<br />

zond eene Commisfie aan den Burgemeester<br />

LOOT EN, om te verneemen, of het geen ia<br />

de Utrechtfche en andere Couranten geleezen<br />

werd, ten aanzien der Ridderfchaps-Refolutie,<br />

de waarheid was ; betreffende naamelyk<br />

het intrekken der gedaane Publicatie van de<br />

Vroedfchap, het verleggen der Staatsvergaadering;<br />

het fchryven van rondgaande Brieven<br />

aan de Bondgenooten , enz het welk hy als<br />

waarlyk zoo zynde rondelyk verklaarde. De<br />

Commisfie verflag van haar wedervaaren ge.,<br />

daan hebbende, werden Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden dien zelfden avond verzocht<br />

te Vergaaderen, op een Voorftel van de Burgery<br />

van groote aangelegenheid. In deeze<br />

byeenkomst werd buiten twyfel gehandeld<br />

over, en beflooten tot, een Adres tegen de<br />

Refolutie der Ridderfchap by de Vroedfchap<br />

in te leveren; althans op den 2 January'17.86,<br />

dienden de Geconftituëerden en Commisfarisfen<br />

van de Burgery een Adres in aan de Vroèd-.<br />

fchap over het voorgevallene ter Scaatsvergaadering<br />

van den 28 December, waarin zy verklaarden<br />

door de Burgery gelast te zyn om<br />

aan Hun Edel Groot Achtbaire eerbiediglyk<br />

voor te draagen: „ Dat zy zouden blyven<br />

volharden by het Befluit van den 20 December;<br />

dat zy het voorftel der Ridderfchap zoulen<br />

gelieven van de hand te wyzen; dewyl<br />

de


ONLUSTEN IK HET VADERLAND, 73<br />

dc Burgery oordeelde, uit hoofde van haaren<br />

Eed ten fterkflen verpligt te zyn tot haudhaaving<br />

van dar genoomen Befluit; en hoopte<br />

door het voorfz. voorflel niet in de noodzaakelykheid<br />

gebragt te zullen worden, om Stadsen<br />

Burger-Rechten met goed en bloed tegen<br />

allen, die daarop inbreuk deeden , te handhaaven;<br />

zoo als in zodanig onverhoopt geval de<br />

onvermydelyke gevolgen zouden zyn. Verder<br />

verzochten zy, dat het Hun Edel Groot Achtbaare<br />

gelieven mogte, aan de Verzoekers een<br />

Copie Authentiek van de ge-melde Refolutie<br />

der Ridderfchap uit te leveren, op dat de Burgery<br />

daar door in ftaat gefield wierde de noodige<br />

Vertoogen tot haare rechtvaardiging en<br />

tot handhaaving van Stads Rechten aan Hun<br />

Edele Groot Achtbaare voor te draagen, benevens<br />

de middelen, waar door men in ftaat<br />

zou kunnen zyn om deeze Stad en Burgery tegen<br />

alle indragt op haare Rechten en Voor*<br />

rechten , tegen allen en een ieder,, wie het<br />

ook zy , te verzekeren.<br />

Ï785.<br />

Rapport op<br />

In die zelfde Vergaadering van den 2 January<br />

*i Adres van<br />

werd ook door Heeren Burgemeesteren en den 27 De­<br />

Oud-Burgemeesteren en verdere Gecommitcember.teerden<br />

Raport ingebragt op het eerfte punt<br />

van het Adres van den 27 December: Dit Raport<br />

was gunftig, en behelsde: Dat zy Heej-en<br />

van oordeel waren, dat het verzoek, by<br />

Requeste gedaan, om Copie Authentiek van al<br />

het aangeteekende omtrent het bejlootene en gebeurde<br />

E 5 °J


17 8-5-<br />

Befluit der<br />

Vroedfchap<br />

daarop.<br />

74 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

op den 19 en io December, aan de Verzoekers<br />

zou kunnen toegelïaan worden.<br />

De Vroedfchap befloot hier op , dit Rapport<br />

en het verzoek zelve veertien dagen voor te<br />

leggen; na welke veertien dagen, op den io"<br />

January by de Vroedfchap overeenkomftig het<br />

Rapport beflooten werd (*).<br />

Zie daar de Bron der groote verwydering,<br />

der fcheuring zelfs, tusfchen de Staatsleden<br />

der Provintie van Utrecht aangeweezen, het<br />

verfchil naamelyk over de Vroedfchaps-Refolutie<br />

van den 20 December, die de voorflemmende<br />

Leden wilden ingetrokken ; maar<br />

de Burgery van Utrecht en vervolgends de<br />

Stad, wilde gehandhaafd, en ingevolge daar<br />

van het vereffende Regeerings-Reglement<br />

daadelyk ingevoerd, hebben. Om deeze bron<br />

duidelyk en nauwkeurig aan te wyzen, heb<br />

ik deeze zaak wat breedvoeriger behandeld;<br />

te meer om dat alle volgende Onlusten, die<br />

de Stad Utrecht beproefd heeft, gevolgen<br />

daar van geweest zyn; van welken, benevens<br />

veele anderen, die de Republiek zoo vreeslyk<br />

gefchokt hebben, in het vervolg zal moeten<br />

gefproken worden.<br />

O NUiive Nederl. Jaari. January 1786. bladz. 64—69,<br />

T WEE-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 7?<br />

T W E E D E H O O F D S T U K .<br />

Behelzende de Gebeurtenis/en federt het begin des<br />

Jaars 17815. tot aan het begin der Onlusten<br />

wegens Hattem en Elburg.<br />

Hoe Gefchillen van eenen ernftigen aart<br />

langer duuren, hoe zy doorgaands heviger<br />

worden , en uit het eene geichil wordt<br />

ligtelyk weer een ander gebooren: De gefchü­<br />

len , tusfehen Utrechts Burgery en fommige<br />

Raaden van haare Vroedfchap , werden hoe<br />

langer hoe ernftiger, en uit die verfchillen<br />

ontftond een ander tusfehen die zelfde Burgery<br />

en de voorftemmende Staats • Leden, byzon.<br />

derlyk de Ridderfchap. Dit tweede Lid van<br />

Staat, hadt in zyn Befluit van den 27 Decem<br />

bcr des voorigen Jaars eenige, niet geringe,<br />

befchuldigingen ingevoegd, ten aanzien vat |<br />

de Onderhandelingen der Burgery met dt<br />

Vroedfchap der Stad, op den 19 en 20 De-<br />

cember (waar van hier voor gefprooken is;; I<br />

tegen welke befchuldigingen de Geconftitu<br />

eerden en Gecommitteerden zich verdeedig<br />

den, in een Adres , dat zy den 6 Februan<br />

by de Vroedfchap inleverden, en in het welkt<br />

zy alle die befchuldigingen van Ruk tot fluï<br />

wederleiden, en met een verzoek beflooten<br />

3 ) Dat Hun Edele Groot Achtbaare door eeni<br />

Com<br />

172


16 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Oommisfie ann de vergaaderde Burgers van iedere<br />

Compagnie , hoofd voor hoofd zouden<br />

doen afvraagen:"<br />

1. Of zy van het verzoek, in hunnen naam<br />

en van hunnent wegen op den 19 December<br />

1785., by het Adres aan den Raad der Siad<br />

ingeleverd, door de Geconftituëerden en Gecommitteerden,<br />

geene behoorlyke voorkeunis<br />

bekoomen en gehad hadden ?<br />

2. Of het verhandelde op de voorfz, twee<br />

dagen, door Geconftituëerden en Gecommitteerden,<br />

met den Raad, niet op dien tyd ter<br />

hunner kennisfe gebragt, en by hen goedgekeurd,<br />

is geweest? En<br />

3. Of het geene toen by het voorfz. Adres<br />

op de Vroedfchap verzocht is, als nog hun gevoelen<br />

is en blyft ?<br />

Dat de voorfz. Commisfie de Antwoorden<br />

van elk hoofd voor hoofd geliefden aan te teekenen,<br />

en daar van aan Hun Edel Groot Achtbaare<br />

verflag te doen; als wanneer zy vertrouwden,<br />

dat eens ontegenfpreekeJyk blyken<br />

zou, dat het gebeurde op den 19 en 20 December<br />

1785., geweest was de waare begeerte<br />

van het Volk; en dat de Perfoonen, die zich<br />

daar bevonden , niet alleen hebben uitgemaakt<br />

het grootfte en aanzienlykst gedeelte der Burgery,<br />

maar ook beftaan hebben uit genoegzaam<br />

alle de Schutters van de geheele Burger-Schuttery.<br />

In welk verzoek zy vertrouwden, dat<br />

Hun Edel Groot Achtbaare geen zwaarigheid<br />

zou-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 77<br />

zoude maaken. ~ Doch indien Hun Edel<br />

Groot Achtbaare onverhoopt, in dit verzoek,<br />

immers ter naaste Vergaadering niet geliefden<br />

te befchikken ; maar, of hetzelve van de hand<br />

te wyzen, of buiten beftelling te houden, dae<br />

de Burgery en Geconftituëerden en Gecommit­<br />

teerden het dan zouden houden voor eene toe-*<br />

ftemming, waar by Hun Edel Groot Acht­<br />

baare de waarheid der Volkftem en Volks-<br />

Vertegenwoordiging voor erkend gefield heb­<br />

ben, even of aan het voorfz. verzoek, en daar<br />

bv gedaane voorftellen ftiptelyk was voldaan;<br />

en dus, dat Hun Edel Groot Achtbaare dan<br />

niet zouden nalaaten , de Eere en Achtbaarheid<br />

van Utrechts Burgery, tegen de, zoo zeer be­<br />

ledigende , uitdrukkingen van de Ridderfchaps-<br />

Refolutie op te houden, en op de kragtigfte<br />

wyze te verdeedigen; als mede door eene<br />

nieuwe Verklaaring de Burgery te verzekeren,<br />

dezelve te zullen handhaaven by de Vroed-<br />

fchaps-Refolutie van den 16 Augustus, 1785.,<br />

tegen alle en een ieder, en inzonderheid tegen<br />

alle voordragten en inroepingen ter hulpe of<br />

byftand van den Gewapenden Arm 0}'fterke hand,<br />

waartoe meergemelde Ridderfchaps Befluit zoo<br />

allerongegrondst ftrekte (*).<br />

Over dit Adres, dat ook in de Nieuwspapie­<br />

ren geplaatst was, fchreeven de Edelen op den<br />

10 February eenen Brief aan de Vroedfchap<br />

(*) Nieuws Nederl. féftrh February J?8ö. blad*. 155-<br />

van<br />

1786*<br />

Brief der<br />

Ridderfchap<br />

tegen dat<br />

Adres en 't<br />

Beiluit der<br />

Vroedfchap.


füader Adres<br />

der Geconftituüerden<br />

ei- Gecomfiiitteerden.<br />

78 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

van Utrecht, waar in zy Hun Edel Achtbaare ver-<br />

zochten hun ongenoegen te willen doen bly-<br />

Een aan de Autheurs van hetzelve Adres, over<br />

de beleediging, een Medelid van Scaat daar<br />

in aangedaan; zich vferontfchuldigende, dat zy<br />

het Geweld, op den 19 en 20 December ge­<br />

pleegd, niet aan Utrechts Burgery, maar aan<br />

eenige Vreemdelingen hebben willen toelchry-<br />

ven. De Vroedfchap, op den 13 February<br />

over het meergemelde Adres raadpleegende,<br />

wees het verzoek, daar by gedaan, van de<br />

hand , en maakte den Brief der Ridderfchap<br />

Commisfariaal (*).<br />

Op den 20 February werd door Geconftitu­<br />

ëerden en Gecommitteerden der Burgery een<br />

hader Adres by de Vroedfchap ingediend;<br />

waar in zy het geen in den Brief der Edelen<br />

was bygebragt wederleiden, en in den naam<br />

der Burgery verklaarden, dat zy tegen de Ver.<br />

klaaring der Vroedfchap van den 13, waar by<br />

dezelve by de refurmie in deeze Vergaadering<br />

van den 2c gebleeven w3s, verpligt waren te<br />

protefteeren; en voorts te verklaaren, dat<br />

hetzelve Declaratoir by de Burgery gehouden<br />

werd'voor een aveu, waar by Hun Edel Groó't<br />

Achtbaare de waarheid der Volkftem en Volks­<br />

vertegenwoordiging op den 19 en 20 Decem­<br />

ber 1785. als erhnd hebben gefield, even of aan<br />

het verzoek en het daar by gedaan voorflel ter op.<br />

(•) Nlet:wc Nedefl. Jaarb. Maart 1786. bladz. 227, zy-).


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 79<br />

gegeevene afvraaging (liptelyk was voldaan geweest. I786.<br />

Herhaalende voorts het zelfde verzoek , dat<br />

aan 't flot van 't voorgaande Adres gedaan<br />

was (*)•<br />

Dit Adres agt dagen onder geheimhou­<br />

Kefhiit<br />

daarop»<br />

ding voorgeleegen hebbende, en in handen<br />

van Burgemeesteren en Oud-Eurgemeesteren<br />

gefield zynde, was het bericht, daar op uitgebragt,<br />

te advifeeren , dat men moest volharden<br />

by het Befluit van den 13 February!,<br />

en de wederlegging van Ridderfchaps-Befluit<br />

over laaten aan de Burgery : Voorts<br />

aan Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

kennis te geeven, dat de Meerderheid • der<br />

Vroedfchap het Befluit van den 20 December<br />

hieldt voor afgeperst en informeel; en<br />

dat zy gevolglyk het Reglement op den 20<br />

Maart niet zou beëedigen ; dat hier van by<br />

Publicatie aan een ieder, en by ExtraÏÏ - Refolutie<br />

aan Geconflituëferden en Gecommitteerden<br />

opening zou gegeeven worden, benevens<br />

Verklaaring, dat de Vroedfchap zou volharden<br />

by het Befluit van den rö Augustus 1785, te<br />

weeten om geen Krygsvolk in de Stad of Vrylieid<br />

toe te laaten, voor dat de bezwaaren zouden<br />

afgedaan zyn, in vertrouwen, dat aan de<br />

Vergaadering van Staat en Stad vrye en onge*<br />

Hoorde Raadpleegingen zouden toegelaaten<br />

worden, ten zy de veiligheid der Ingezeetenen<br />

(fj Kietms Rsdtrl. Jaarii, Maart bladz. ?--$•


ï|86.<br />

Publicatie<br />

afgekondigd<br />

Adrès der<br />

Cecoidtitueerdcn<br />

en<br />

Gecommitteerden<br />

degens die<br />

Publicatie.<br />

80 B E K N O P T E H I S T O R I E oèa<br />

nen anders vorderde. Dit Bericht en Pras-Ad-*<br />

vies van Burgemeesteren en Oud-Burgemees­<br />

teren werd op den 6 Maart in eene Vroed-<br />

fchaps Refolutie by Meerderheid veranderd*<br />

cn de voorgefiaagene Publicatie den volgenden<br />

dag, den 7 afgekondigd; by welke de Burge­<br />

meesteren en Vroedfchap verklaarden; dat zy<br />

de laatst afgekondigde Refolutie van den 20<br />

December 1785, befchouwden als niet vry-<br />

willig, maar wegens de toenmaalige omftan-<br />

digbeden en gelegenheid van zaaken genoo-<br />

men, en voor informeel kragteloos en van on­<br />

waarde hielden; verklaarende te gelyk, dat zy<br />

zich buiten ftaat bevonden en onbevoegd re­<br />

kenden om zich zeiven buiten medewerking<br />

der Heeren Staaten dier Provintie uit den Eed j<br />

op het Reglement van Regeering der Provintie<br />

plegtig gedaan , te ontflaan, om op den 20<br />

dier maand Maart, eenen anderen Eed, met<br />

dien flrydende, te doen (*).<br />

Wegens dseze Publicatie werd door Gecon­<br />

ftituëerden en Gecommitteerden op den 13<br />

Maart een nadrukkelyk Adres by de Vroed­<br />

fchap ingeleeverd; en op dien zelfden dag<br />

bragten Heeren Eurgemeesteren en Oud-Bur­<br />

gemeesteren in die zelfde Vergaadering hun-<br />

Rapport in, over een Adres agt dagen te voo­<br />

ren door Geconftituëerden en Gecommitteer­<br />

den ingediend; welk Rapport hier op uit­<br />

kwam,<br />

(*) Kieuw» Nederl, 'jaarii Maau 1786, bkdz, 245..


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 81<br />

kwam, ,, dat, alzoo de Punten, daar in ver­ • 1786.<br />

vat , waren afgedaan Hun Edel Groot Acht'<br />

baare zich op het verdere niet behoorden uil<br />

te laaten ;" het welk ook alzoo beflooten werdt.<br />

Oudertusfchen hadden de gefaamentlyke Of­ De toeaart.<br />

ficieren der Burger Compagnie de Handvoet<br />

gen van<br />

boog aan den Heer Tweeden Burgemeester eer<br />

en andermaal aangebooden,. om op den 2c<br />

Maart de toegangen van het Stadhuis door dt<br />

j<br />

e<br />

Stadhuis<br />

bezet, en<br />

alle de Uur-<br />

1 gets in de<br />

W'apenc'rji<br />

gemelde Compagnie te bezetten, en den Raat<br />

van vryen tot en afgang derwaards te verzeke<br />

l<br />

ren ; over welk aanbod de Vroedfchap op den 1S<br />

Maart buitengewoon vergaaderde, en daarove<br />

beraadflaagd hebbende j befloot, dit aanbod aai<br />

te neemen ; terwyl een der Leden Voorftelde<br />

of het niet dienftig zyn zoude, alle de overig* t<br />

Compagniën, elk op haare byzondere loop<br />

plaats, op dien dag, in de Wapenen te laatei i<br />

koomen; op dit voorftel werd het gevoelet i<br />

van den Krygsraad ingenoomen , wegens d<<br />

wyze, op welke dit gevoeglykst zou kunner L<br />

gefchieden; de Krygsraad vergaaderde dier l<br />

zelfden Namiddag om den Raad van Advies tt<br />

dienen, en den volgenden dag, den 19, werc<br />

daartoe beflooten.<br />

Eindelyk verfcheen de dag van den 2c 1 Het Nieuwe<br />

Reglement<br />

Maart, die op den 20 December des vooriger<br />

daadcfyk<br />

Jaars bepaald was om het nieuwe en vereftend< > i')gtvu»id.<br />

Regeerings-Reglement daadelyk in te voe<br />

ren. De agt Compagniën, by welken zich d<<br />

Wachtviyën en Uitkoopers, tot dezelve be<br />

E boa


t?8eS:<br />

BEKNOPTE HISTORIE DB*<br />

hoerende 5 ook gevoegd hadden, kwameni<br />

op last van den Raad, des morgens ten negen<br />

tuiren op haare Loopplaatfen in de Wapenen 3<br />

en uit dezeiven werd aan de Officieren te kennen<br />

gegeeven, dat zy daar gekoomen waren<br />

om het Reglement in te voeren en te beëedigen;<br />

en daarom verzochten, dat 'er eene<br />

Commisfie aan den Raad benoemd wierde, en<br />

daar een voorftel te doen, dat de Kapitein of<br />

een der Officieren van elke Compagnie gemagtigd<br />

wierden om de Compagniën in den Eecï<br />

te neemen; en dat ook tot dat zelfde einde<br />

een of meer Raaden gemagtigd wierden. Aanftonds<br />

werden Commisfiën uit elke Compagnie<br />

benoemd, en ten half 10 uuren bevonden zy<br />

zich aan het Stadhuis, elke van twee Gewapende<br />

Schatters geleid; ten 10 uuren, by het<br />

ingaan van den Raad waren zy in de Gerechtskamer,<br />

en gaven hunnen last aan denzelven<br />

fchriftelyk over. De Raad beraadflaagde hier<br />

over tot omtrent 2 uuren, wanneer eene Commisfie<br />

van twee Leden en den Secretaris uit<br />

de Vroedfchap by de Gecommitteerden uit de<br />

Compagniën kwam, en aan dezelven de Verklaaringen<br />

van negen- en twintig Raaden overgaf;<br />

deeze Verklaaringen behelsden de Antwoorden<br />

van' die Raaden op het voorftel dér<br />

Compagniën om het Reglement te beëedigen-,<br />

en werden aan dezelven medegedeeld ; van<br />

welke 29 Verklaaringen 11 door de Burgery<br />

werden goedgekeurd. Vervolgends gaven de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 8.1<br />

Compagniën eene breedvoerige VerklaariDg aan<br />

hunne Gecommitteerden over, ftrékkende om<br />

het Regiement daadelyk in te voeren en te<br />

beëedigen. De Commisfiën uit de Compagniën,<br />

aan het Stadhuis terug gekeerd, teekenden elk<br />

de Verklaaring, die zy ontvangen hadt, en<br />

verzochten, dat de Gecommitteerden uit den<br />

Raad weder in de Gerechtskamer geliefden te<br />

koomen , om het Antwoord der Burgery op de<br />

Verklaaringen der Vroedfchaps-Leden te ontvangen.<br />

Aan deeze Heeren Gecommitteerden<br />

uit den Raad; inde Gerechtskamer gekoomen<br />

zynde, werd door Gecommitteerden der Burgery<br />

toen te kennen gegeeven, dat zy maar<br />

met elf der Verklaaringen genoegen kon neemen;<br />

en dat zy verder gelast waren te verklaaren,<br />

dat de Burgery vast van voorneemen was<br />

het Regeerings-Reglement in te voeren; gelyk<br />

uit de Verklaaringen, die zy overgaaven,<br />

blyken zoude.<br />

De Raad, vervolgends daar over geraadpleegd<br />

trekt naa<br />

hebbende, deed omtrent ten 6 uuren door de Neiidft<br />

eene Commisfie aan de Gecommitteerden aer<br />

'Compagniën verklaaren, dat alle de aanweezende<br />

Leden by hunne gegeevene Verklaaringen<br />

bleeven volharden, en verzochten zulks<br />

aan de Compagniën bekend te maaken; ten<br />

welken einde de Vroedfchap verlof g3f, dat<br />

de zeven Compagniën zich van hunne Loopplaatfen<br />

naa de Neude zouden begeeven, om<br />

het Antwoord der Vroedfchap aldaar te ont-<br />

F 2 ' :tv


1786.<br />

84 BEKNOPTE HISTORIE PER<br />

vaDgen, en hun Antwoord daarop aan den Raad<br />

te geeven. De agt Commisfiën maakten hier<br />

in zwaarigheid, ten zy dat de Raad vergaaderd<br />

bleef om het Antwoord der Burgery af<br />

te wagten; het welk werd toegeftaan. De<br />

Compagniën, op de Neude vergaaderd zynde,<br />

drongen aan, dat de elf Raaden, ter invoering<br />

van het Reglement , hunne Verklaringen<br />

met Eede zouden bevestigen; en dat alle<br />

de Schutters , Wachtvryën en Uitkoopers,<br />

nog dien zelfden avond, in den Eed op het<br />

Reglement zouden genoomen worden; byzonderlyk<br />

bleeven de twee Compagniën de zwarte<br />

Kmgten, en het Fortuin op eene wederzydfche<br />

beëediging van het Reglement aandringen.<br />

Dit Antwoord en deeze Eisch werd door<br />

twee Officieren van elke Compagnie aan den<br />

Raad overgebragt, en met een kort Adres<br />

fchrifteiyk ingeleverd ; hetzelve behelsde ,<br />

dat de Raaden, met welker Verklaaringen-de<br />

Burgery genoegen genoomen hadt, dezelven<br />

dien avond ook met Eede zouden bevestigen.<br />

Ten negen uuren verklaarde de Vroedfchap<br />

door eene Commisfie, dat dezelve het beëedigen<br />

der Verklaaringen aan die Heeren overliet,<br />

welke daartoe bereid waren; en deezen<br />

waren de volgende Heeren: VAN DEN BOO­<br />

GAARD, EYCK, VAN SENDEN, DADNIS,<br />

CE RIDDER, ABBEMA, SMISS A BRT, VAM<br />

DER MUELEN, IVOY, VAN HAEFTEN,<br />

JSURMAN en VAN DAM-; ter zelfder tyd<br />

wer$


liet in den Eed lecmen dei-Schiitterj-è opdeJfeude teVtrecht.<br />

let in Arre.fi: neem en-randen Pander telfijilurDuurltede.


ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. 8*<br />

•werd eene Commisfie benoemd van drie Hee­ 1780.<br />

ren en een Secretaris, om de Compagniën op<br />

het vereffende Regeerings-Reglement in den<br />

Eed te neemen. Dit werd-aan de Compagniën Het Recte.<br />

ment bc-<br />

bekend gemaakt, en deezen benoemden elk eeiligd,.<br />

twee Officieren om over de beëediging van de<br />

Verkiaaringen der Raaden te ftaan, welke des<br />

avonds ten 10 uuren door twaalf Raaden in de<br />

Raadkamer gefchiedde. De Heer Oud-Burgemeester<br />

RERGER, wegens onpasfelykheid afweezig<br />

zynde, beëedigde zyne Verklaaring<br />

den volgenden dag, voor eene Commisfie van<br />

Officieren uit de Burgery ten zynen huize.<br />

Na het afleggen van den Eed door de twaalf<br />

gemelde' Raaden , begaf de Commisfie der<br />

Vroedfchap zich naa de Neude, en nam de zeven<br />

Compagniën, daar vengaaderd, in den<br />

Eed op het vereffende en vastgefieldc Regeerings-Reglement.<br />

De agtfte Compagnie, die<br />

het Stadhuis bezet en vryen af en toegang bewaard<br />

hadt, werd in de groote Zaal aldaar in<br />

den Eed genoomen. Na dat dit verricht was<br />

werden de bevelen van den Raad aan den gebiedenden<br />

Officier verzegeld overgegeeven,<br />

om de Compagniën te ontflaan en naa huis te<br />

zenden; het welk ten half elf uuren gefchiedde<br />

(*). Dus was het nieuwe Reglement van<br />

Regeering dan daadelyk ingevoerd, en door<br />

twaalf Raaden en de gantfche Burgery be-<br />

zwoo-<br />

t*j NUvwe Njde-A, Jaarh Maart 1786. biarte, 250-25*1<br />

' F 3


ï?86.<br />

JPyk by<br />

£)uurfieds<br />

volgt het<br />

voorbeeld<br />

van Ut.<br />

recht.<br />

86 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />

zwooren. Toen de Notulen van het gebeurde<br />

op deezen dag van den 20 Maart in de Vroedfchaps-Vergaadering<br />

op dep 3 April zoudeq<br />

ingericht en geregistreerd worden, ontftonden<br />

'er hevige gefchillen, tusfehen de Leden dier<br />

Vergaadering: Veelen der Leden befchouwdeq<br />

al het geen op dien dag verricht was als nietig<br />

en van onwaarde; anderen hielden het voor<br />

Wettig en deeden Aantekeningen tegen (*),<br />

dat gevoelen te boek Rellen. Eer ik nu de<br />

gevolgen van deeze verrichtingen verhaale,<br />

zal ik den draad der Gebeurtenisfen hier voor<br />

een oogenblik moeten afbreeken, om de Onlusten<br />

te befchryven die omtrent den zelfden<br />

tyd, in andere Steden en Provintiën zyn voorgevallen.<br />

De Stad Wyk hy Duurjlede volgde het voorbeeld<br />

van Utrecht, of' liep veel eer hetzelve<br />

vooruit: Tusfehen de Regeering én Burgery<br />

was aldaar insgelyks een Nieuw Reglement van<br />

Regeering beraamd en vereffend, en de dag<br />

van plegtige wederzydfche beëediging was,<br />

even als die van Utrecht, op den 20 Maart<br />

1786. bepaald, gelyk toen ook gefchied is;<br />

maar hetzelve was in 't voorige Jaar reeds beraamd,<br />

vereffend * vastgefteld, Wederzyds getekend,<br />

en in werking gebragt; waar uit veele<br />

Onlusten tusfehen de Staaten, of althans de<br />

twee voorftemmende Staats-Leden en die Stad,<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jatu-b. April y86. bladz. 378.<br />

ont«


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 87<br />

ontftonden, welken ik eerst,zoo kort als moo-<br />

gelyk is, in orde zal vernaaien.<br />

Dc Regen­<br />

Na dat de Regeering van Wyk een nieuw<br />

ten van<br />

Reglement van Regeering, voor zoo veel het J/yi nntilaan<br />

zich<br />

huishoudelyke der Stad betrof, met haare Bur­ van 't Reglement<br />

V*i<br />

gery beraamd en vereffend hadt, en het alleen 1674.<br />

op een eindelyk Befluit der daadelyke invoering<br />

aankwam , deed de Burgemeester HAANT»<br />

JES, op den 23 Juny 1785- een Voorftel tot<br />

dat einde in den Raad, om te befluiten : „ Dat<br />

de Raad, aan den eenen kant, door het toetreeden<br />

tot zodanig Befluit omtrent de nieuwe<br />

Regeeringsorde dier Stad, in geenen deele te<br />

hort wilde doen aan de volle kragt van het beftaande<br />

Regeerings - Reglement van 1674.. wat het Provintiaale<br />

aangaat, en waar van de verbeetering<br />

eerlang ftaatswyze ftond te gefchieden; maar dat<br />

de Raad, aan den anderen kant, alvoorens toe<br />

te treeden tot het beëedigen der nieuwe Regeeringsorde,<br />

wat het huishoudelyke, of ftedelyke<br />

betrof, zich in dien deele ontflaagen<br />

hield van den Eed, op het Reglement van<br />

1674. gedaan , houdende denzelven voor nul<br />

en van geene waarde; eikanderen onderling<br />

by deezen ontflaande. Dit voorftel, rypelyk<br />

overwoogen zynde, werd op den 27 Juny by<br />

meerderheid van Steramen in een Befluit veranderd,<br />

en daar van aan de Staaten door den<br />

Afgevaardigden der Stad ter Staatsvergaadering,<br />

den Heer van OSSENBERG, kennis gegeeven.<br />

F 4<br />

ü s<br />

l78rS r<br />

.


1786.<br />

De Ridderfchapbeklaagt<br />

zich<br />

daar o ver.<br />

De Uaad<br />

geeft oiicriing<br />

van<br />

naar Bedui<br />

8,an de<br />

Burgery.<br />

88 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />

De Ridderfchap befchouwde deezen flap dep<br />

Wykfche Regeering in een zeer haatelyk licht;<br />

Zy beklaagde zich over deeze handelwyze,<br />

als eigendunkelyk, en verklaarde die Regenten<br />

, welke te Wyk tot zodanig Befluit hadden<br />

medegewerkt, onbevoegd om de Vergaadering<br />

der Staaten, of van Gedeputeerde Staaten by<br />

te woonen, zoo lang het tegenwoordig Reglement<br />

nog niet wettig vernietigd was. By alle<br />

drie de Leden van Staat werd daarop beflooten<br />

, eene Commisfie van drie Heeren, uit elk<br />

Lid een, te beraamen, om die van Wyk de<br />

onregeimaatigheid van deezen Rap onder het<br />

oog te brengen , en naa de gefteldheid der<br />

zaaken, gelyk ook naa de buiten -Provintiaale<br />

aanvoerders derzelver onderzoek te doen. Ondertusfchen<br />

hield de Heer Afgevaardigde van<br />

Wyk zich, geduurende deeze Raadpleegingen<br />

buiten de Raadkam'er , en werd vervolgends<br />

door den Secretaris der Staaten verzocht, zich<br />

afweezig te willen houden , als behoorende tot<br />

die Meerderheid der Raaden van Wyk, die<br />

zich van het gemelde Reglement daadelyk<br />

pntfluagen haddeu (*).<br />

Geconftituëerden en Gecommitteerden van<br />

de Burgery, (die te Wyk, even als te Utrecht,<br />

: aangefteld, en door de Regeering erkend waren}<br />

begaaven zich op den 4 July naa de Vroedfchap<br />

, om opening van het geep beflooten<br />

was<br />

(t) N^ieuvt Neisri, janii. dtig* 1785. bladz, 1076en lïpi.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 89<br />

was voor de Burgery te vraagen; en aanftonds<br />

werd hun bericht , dat de Vroedfchap reeds<br />

drie Heeren benoemd hadt,om hun alles rrrede<br />

te deelen; gelyk' dan ook op den 7 July gefchiedde,<br />

wanneer de drie benoemde Heeren,<br />

H A A N T J E S , . V A N OSSENEERG en VER-<br />

H E L , met de Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

in de Vroedfchapskamer vergaaderden<br />

en aan dezelven te kennen gaaven : ,, Dat een<br />

Nieuw Reglement op de Regeeringsbeftelling<br />

der Stad, met voorkennis en ten genoegen der<br />

Burgers en Inwooners, op eene Raadsbefchryving,<br />

by de Meerderheid der Leden vastgefteld<br />

was, om nader Staatswyze bevestigd te<br />

worden, en te doen dienen tot vaster beves»<br />

tiging van het Conftitutioneele dier Stad." Op<br />

dit bericht verzochten Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden de Trom te moogen roeren<br />

cn de Burgers byeen te roepen, op dat hunne<br />

Lastgeevers het geen nu by voorraad door de<br />

Regeering beraamd was plegtig zouden beves.<br />

tjgen. Dit werd toegeltaan en daar van kennis<br />

gegeeven aan den Luitenant Collonel D. BRUIN<br />

G. z. die daartoe ook bereid was. Ten half<br />

één uure vcrfaamelden veele Burgers (om den<br />

aanhoudenden regen) in de Kerk, waar de Hr.<br />

scHiLGE, een der Gecommitteerden, eene<br />

zeer nadrukkelyke, en op de zaak toepasfelyke,<br />

aanfpraak deed; en daar na het Befluit<br />

van den 27 Juny, benevens het nieuw beraamde<br />

Reglement voorlas, Dit gedaan zynde,<br />

F 5<br />

T r a a<br />

S'<br />

178Ö*<br />

Het Nieuwe<br />

Reglement<br />

wederzyds<br />

geteekend.


peconfUmperden<br />

en<br />

(Gecommitteerden<br />

doen een<br />

Betoog aan<br />

den Raad<br />

tegen de<br />

hatidelwyze<br />

der Staaten.<br />

90 BEKNOPTE HISTORIE DEK<br />

vraagde hy de Burgers, of zy eenige bedenkingen<br />

daar op hadden; het welk met neen beantwoord<br />

werd, en daarop fcheidde deeze<br />

Byeenkomst, na dat de Geconftituëerden en<br />

Gecommitteerden gelast waren, het voorfz.<br />

Reglement met hunne Onderteekening te bekragtigen<br />

, zoo als zy de Geauthentifeerde<br />

Copie van het Reglement zouden ontvangen<br />

hebben ; gelyk yervolgends ook gefchied<br />

is (*).<br />

Geconftituëerden en Gecommitteerden kennis<br />

bekoomen hebbende, dat de Heer VAN<br />

QSSENBERG Afgevaardigde ter Staatsvergadering,<br />

van die Vergaadering geweerd, en<br />

hem de by wooning derzelve, in 't vervolg,<br />

ontzegd was, zoo lang het Reglement van<br />

1674. ftand hield, vervoegden zich deswegens<br />

op den 18 July tot de Vroedfchap met een nadrukkelyk<br />

Betoog, waar by zy hunne ontroering<br />

, verbaasdheid , en byna onbedwingbaar<br />

misnoegen te kennen gaaven, en Hun Ed.<br />

Groot Achtbaare verwittigden, dat de Burgery<br />

dier Stad nimmer zou dulden, dat hunne Acht­<br />

u r e r v a<br />

baare en braave B g deren in hunne Rechten<br />

verkort, in hunne Perfoonen, in hunne<br />

Goederen, in de voordeden met de Posten<br />

en Commisfiën , welke zy bekleeden, ver*<br />

bonden, zouden benadeeld worden, 't zy onder<br />

fchyn van Recht, of door Geweld; maar<br />

dat;<br />

(*) Niiuws MsAsd, Jaath dugustus. 1785, blatiz, 1153.


ONLUSTEN fN HET VADERLAND. 91<br />

dat zy alles zoude opzetten , om Hun Ed.<br />

Groot Achtbaare by het vol genot van dit alles,<br />

tegen elk en een iegelyk, met goed en bloed<br />

te handhaaven. En waar by zy te gelyk<br />

ernftig verzochten, dat het Hun Ed. Groot<br />

Achtbaare behaagen mogt, een Protest ter<br />

Staatsvergaadering te doen inleeveren, met<br />

verklaaring van alles , wat ondertusfchen ter<br />

Staatsvergaadering mogt beflooten worden,<br />

voor informeel, kragteloos, nul, en van geene<br />

-marde te zullen houden. VerVolgends ter<br />

zelfder tyd te verklaaren, zoo lange de weering<br />

des Afgevaardigden uit de Vergaadering<br />

niet werd ingetrokken , geene Provintiaale<br />

Lasten ten Comptoire der Provintie te zuilen inbrengen<br />

, maar deeze daadelyk in te houden<br />

en aan te wenden tot goedmaaking van alles,<br />

wat Hun Ed. Moogende mogten goedvinden<br />

terug^ te houden; met by voeging van alle de<br />

gevolgen voor Hun Ed. Moogende ter verantwoording<br />

over te laaten. — Van alles, indien<br />

dit rüet baatte, aan de Bondgenooten<br />

kennis te geeven , hunne goede dienften en<br />

bemiddeling te verzoeken, en by derzelver<br />

mislukking kragtdaadige hulpe, of ten minfte<br />

verhoeding, dat de Militaire Magt, op hunne<br />

repartitie ftaande , derwaards geleid wierde,<br />

enz.<br />

Terwyl over dit Betoog derBurgery geraad­<br />

Krief der<br />

Gedeputeerde<br />

Staa-'<br />

pleegd werd, kwam 'er een Brief van de Ge­<br />

ten wegens<br />

deputeerde Staaten, waar by aan de Regeering eene Coramjsiie.<br />

van


Ï78e5.<br />

Deeze Brief<br />

-wordt in<br />

^dvies gehouden.<br />

Antwoord<br />

op denzelvètu<br />

92 BEKNOPTE HISTORIE DKR<br />

van Wyk werd aangefchreeven dat Hun Edel<br />

Moogende de Staaten noodig geoordeeld hadden<br />

, negen Heeren te committecren, ten<br />

einde met Hun Edele daar over te ipreeken,<br />

en hen te trachten van de onregelmaaeige handelwyze<br />

en onwettige Refolutie , tegen de<br />

Rechten der Provintie aanloopende, te overtuigen,<br />

en af te niaanen; — en tegelyk te<br />

verzoeken, zodanige Heeren ter Vergaadering<br />

van de Staaten en Gedeputeerde Staaten te<br />

willen zenden, die zich van den bovengemeiden<br />

Eed nog niet ontflaagen hadden, enz.<br />

Over deezen Brief en het bovengemelde Ee^<br />

toog werdt op den 21 July geraadpleegd, en<br />

toen, op voorftel van Burgemeester HAANT­<br />

JES beflooten: „ Dat zy deezen Brief der<br />

Gedeputeerde Staaten in Advies moesten houden,<br />

tot dat over het laatfte Adres van de Burgery<br />

zou befchikt zyn; om dat dit Adres zaaken<br />

in zich behelsde, die vooraf dienden afgedaan<br />

te worden, eer men op den Brief van<br />

Hun Ed. Moogende kon antwoorden; dat 'er<br />

een dag moest bepaald worden, om over het<br />

Adres te befchikken; waar na men den Brief,<br />

benevens het beflootene op het Request, zoa<br />

ftellen in handen van eene Commisfie uit hun<br />

midden om daarop van raad te dienen , en een<br />

opftel van een Brief voor Hun Edel Moogende<br />

te vervaardigen. Ingevolge van dit Befluit<br />

werd den 26 July een Brief aan de Gedeputeerde<br />

Staaten afgezonden; in welken de Re-<br />

gee.-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND.<br />

geering van Wyk haare verwondering te kennen 17 86.<br />

gaf over den inhoud der Aanfchryving van'<br />

Hun Edel Moogende, dewyl zy van begrip<br />

was," dat het punt, raakende de Magiftraatsbeftellingen<br />

van Stad en Steden j onder die<br />

byzondere Punten behoorde, waarmede Geeligeerden<br />

en Ridderfchap zich niet vermogien<br />

te bemoeijen, maav die verbleeven waren aan<br />

Stad en Steden;'" in zoo verre dat Hun Edele<br />

Moogende Gecommitteerden by derzelver<br />

Rapport van den i September 1784. a^n Hun,<br />

Edel Moogende hadden geadvifeerd, dat die<br />

fchikkingen en voorzorgen door de Stedelyke<br />

Regeeringen met derzelver Burgeryën geregeld<br />

en vereffend konden werden, en daarom<br />

dit aan dezelve Regeerders hadden overgelaaten,<br />

(Let wé!) zonder in het Reglement daar<br />

van te melden, ten welken einde Hun Edel<br />

Moogende dat Rapport aan hun hadden overgezonden,<br />

om zich daar naar te gedraagen.<br />

Ingevolge daar van , hadden zy .geoordeeld,<br />

dat zy volkoomen bevoegd waren om, v^w<br />

zoo verre die fchikkingen en vastjlellingen betreft,<br />

het Reglement van 1674. buiten werking te<br />

ftellen, en hunne Burgers daadclyk in het genot<br />

te ftellen van de aanftelling hunner Regenten<br />

, op zodanige wyze als Hun Edel Moo»<br />

gende door het voorfz. toegezonden Rapport<br />

toeftemmen, dat zy gerechtigd en bevoegd waren.<br />

Zy verzochten daarom verfchoond te zyn var»<br />

daar over met eene Cmmisfie, op gronden by voor.<br />

6*


Antwoord<br />

der Gedeputeerde<br />

Staaten<br />

daarop.<br />

94 ÊEKNOPTE HISTORIE bzk<br />

gemelden Brief van Hun Edel Moogende ter neder<br />

gefield;, in eenige onderhandeling te treeden, alé<br />

welke, op die gronden, by hen van geene<br />

vrugt zou kunnen zyn. Eindelyk verzochten<br />

zy, dat Hun Edel Moogende in de Vergaadering<br />

der Staaten zouden gelieven te ontvangen<br />

zodanige Gecommitteerden, als, in den Pro«<br />

vintiaalen Eed ftaande; door hen zouden afgezonden<br />

worden; dat zy anders verpligt zou»<br />

den zyn, voor hunne Stad, te protefieeren,zoo<br />

tegen de laatfle Staats-Refolutie, als die Hun<br />

Edel Moogenden in deezen nader zouden neetoen;<br />

ten einde zich en hunne Burgery daar"<br />

tegen te handhaaven , op zoodanige wyze! 3als<br />

zy, uit kragt van hun Recht, zouden vermeenen<br />

te behooren (*)„•<br />

Deeze Brief werdt doof de Gedeputeerde<br />

Staaten op den 29 July beantwoord; in welk<br />

Antwoord Hun Ed. Moogende even zeer hunne<br />

verwondering betuigden over het gefielde<br />

der Kegeeriag van Wyk, als deeze in hunAntwoord<br />

over de Befluiten der Staaten gedaan<br />

hadden; betuigende niet te begrypen hoe Hun<br />

Edele zodanige Hellingen hebben kunnen ter<br />

nerierftellen, daar zy niet konden onkundig<br />

zyn , dat gemelde Rapport nimmer in een<br />

Staats-Refolutie is veranderd, maaralleen ingediend<br />

als een Advies, van 't welke Hun Edel<br />

Moogende zodanig gebruik zouden maaken,<br />

als<br />

Nieuwe Ne&rl, 'Jaarb. Aug, 17.5, Mad2. 1109—1229,


ONLUSTEN ft HET VADERLAND, és<br />

als zouden vinden te behooren, in geval Hun<br />

Ed. Moogende, na gevraagde en ontvangene<br />

confideratiën van Zyne Doorluchtige Hoogheid,<br />

rnogten oordeeicn eenige nadere fchikkingen<br />

en veranderingen omtrent het Reglement<br />

op de Regeering in te voeren. Dat zy dus<br />

zoo lange geen Staatsbefluit daaromtrent genoomen<br />

was, geen recht hadden om zich van<br />

den Eed op 't Reglement van 1674. te ontflaan;<br />

ofte eenige Zitting ter Vergaadering van<br />

Hun Ed» Moogende of der Gedeputeerden<br />

kunnen behouden of bekoomen, indien zyzich<br />

niet in allen deele aan denzelven Eed meenen<br />

te houden. Blyvende voorts by het geene in<br />

den voorigen Brief vervat was» en de Staaten<br />

by hun voorig Befluit.<br />

Op dit Antwoord gaven die van Wyk op den<br />

5 Augustus 1785. een Weder-Antwoord ,<br />

waarmede zy hunne verwondering over het tegenftrydrg<br />

gevoelen van Hun Ed. Moogende<br />

te kennen gaaven, en betuigden, zich, voor<br />

hunne Stad, die een Lid van de Souvraine Vergaadering<br />

dier Provintie was, alleen in het<br />

Verbond der Unie, begeeven te hebben, onverminderd<br />

en met voorbehouding van hunne Stad<br />

en Ingezeetenen by derzelver byzondere Voorrechten<br />

, Vryheden, Uitzonderingen, Inftellingen,<br />

loflyke en wel herbragte Gebruiken,<br />

en alle andere Gerechtigheden, waar by zy<br />

zich dan ook by vervolg hadden gehandhaafd,<br />

wanneer zy by de Artikelen , tusfehen Geëli-<br />

geer-<br />

Wecter. Antwoord<br />

van<br />

de Repecring<br />

van Wjft,


*785.<br />

ïlie van<br />

ti'jk maakt<br />

n<br />

96 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />

geerden en Ridderfchap, nevens de Stad Uk<br />

recht en verdere Steden , op den 13 February<br />

1587. geflooten; üitdrukkelyk hadden bedon*<br />

gen, dat Geöiigeerden en Ridderfchap zich<br />

niet zouden bemoeijen met het ftellen van de<br />

Magiftraat in die Stad, het zy men de Leden<br />

van Hun Edel Moogende op zich zeiven, het<br />

zy faamengevoegd befchouwde; herhaalende<br />

hunne verwondering, dat Hun Edel Moogende.<br />

tegen hunne Stads Rechten en Privilegiën aan, -<br />

hun Souvrain Gezag zouden willen uitbreiden<br />

over hun Stedelyk Recht, betreffende de Magiftraatsbeftelling.<br />

Wederleggende voorts alle<br />

de redenen, door Hun Ed. Moogende bygebragt,<br />

befluiten zy met te protefteeren niet<br />

alleen, maar ook de Befluiten van Hun Edel<br />

Moogende ten hunnen opzigte voor onwettig<br />

te verklaaren, en aan welker naakooming en voldoening<br />

zy zich nimmer zouden houden ; betuigende<br />

boven dien op bet ernftigfte, zoo Hun<br />

Ed. Moogende hunne Afgevaardigden, die zy<br />

gelast hadden van het Recht, hunne Stad toekoomende,<br />

gebruik te maaken , geliefden te<br />

blyven afweeren, dat zy als dan, tot hafldhaaving<br />

van hun Stads Recht, als een Medelid<br />

van Staat, zodanige middelen zouden by de'<br />

band neemen, als zy zouden oordeelen te<br />

behooren (*).<br />

Ingevolge van dit voorneemen gingen die<br />

Q>) Nieuws Neaerl. jaari. &]>t. 1735. bladz. 135Ï—I3Ï


.ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 57<br />

•van Wyk voort met xoeftel te maaken, om de<br />

Regeering, volgends het vastgeftelde nieuwe<br />

Reglement, op den gewoonen tyd te veranderen:<br />

Op den 15 Oftober werden door de<br />

Oude en Nieuwe Stads Compagniën 16 Burgers<br />

tot Kiezers verkooren, welken eene Nominatie<br />

maakten van een dubbeld getal Perfoonen<br />

tot Burgemeesteren; welke Nominati:,<br />

benevens die van Schepenen, door Burgcmces.<br />

teiïen en Raaden gemaakt,; aan Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid , den Stadhouder, gezonden<br />

werd met eenen Brief, in welken Zyne<br />

Hoogheid als Erfftadhouder verzocht werd, dc<br />

Verkiezing voor 't aanftaande Jaar daar uit tc<br />

doen , zoo dat de verkoozen Perfoonen Qj<br />

den 20 Odtober, den gewoonen dag der Ver<br />

andering van de Regeering aldaar, konden in<br />

e e z e B r i e f w a s<br />

gehuldigd worden. D gedagtee<br />

Jtend den 6 Oclober, en by denzelven was ge<br />

voegd een gedrukt Exemplaar van het Regie<br />

. ment van Regeering, dat op den 23 Juny doo<br />

hen vastgefteld, en naar 't welke de Verai:<br />

dering der Regeering gefchied, was. Maar vai 1<br />

de Raaden werden geene Lystcn aan Zyn<br />

Hoogheid toegezonden, om dat de beftellin ; r<br />

van Zyne Hooghei^ omtrent het aanblyven 0 t<br />

veranderen der Raaden door het Nieuwe Re d<br />

glement was afgefchaft.<br />

.1786.<br />

eene Nominatie<br />

tot<br />

vciafideitnj?<br />

da- Regee*<br />

ling.<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid fchreef das r Zyne Doorover,<br />

en zond een Affchrift<br />

„ lticln^e<br />

van den Bri$ 1 rrtogheid<br />

»<br />

jller Wykfche Regeering van den 6 Octobe<br />

vi.no.se<br />

z:ch deswtf<br />

G M a


1786.<br />

geus aan tle<br />

$8 BEKNOPTE HISTORIE DÉ*<br />

aan de Gedeputeerde Staaten van Utrecht,<br />

welke daar over op den 19 Oclober, buiten,<br />

gewoon vergaaderden. In deezen Brief beklaagde<br />

Zyne Hoogheid zich over inbreuk<br />

door deeze informeele Nominatie op de Regeeringsgelïeldheid<br />

dier Provintie gedaan ; gelyk<br />

ook over indragt, door het vastftellen vaneen<br />

Regeerings-Reglement te Wyk, op de Rechten<br />

en Voorrechten der Stadhouderiyke Waardigheid,<br />

door het Reglement der Provintie<br />

daar aan gehecht; verzoekende by dezelven<br />

gehandhaafd te worden : En dewyl Zyne<br />

Hoogheid verklaarde geene verkiezing uit zoo<br />

eene informeele Nominatie van Burgemeesteren<br />

te kunnen doen;zoo verzocht Zyne Hoogheid<br />

dat de Regeering van Wyk mogt genoodzaakt<br />

worden , eene andere Nominatie aan Zyne<br />

Hoogheid toe te zenden, om daar uit op eene<br />

wettige wyze de Verkiezing te doen ; te gelyk<br />

verzoekénde, dat, om de nabyheid van den<br />

20 Oclober, den gewoonen dag van de verzetting<br />

der Wet te Wyk, Bun Edel Moogende<br />

rnogten gelieven den Magiliraac dier Stad te<br />

doen aanblyven op den tegeuwoordigen voet,<br />

tot dat Hun Edel Moogende in' déeze zaak<br />

zodanige beftellinge zouden gemaakt hebben,<br />

als zy zouden noodig oordeelen tot handhaaving,<br />

zoo wel van de Provintiaale Regeeringsgefteldheid,<br />

als van de Stadhouderlyke Rechten<br />

en Voorrechten te behooren.<br />

' " • • . -Ge»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. o


*78t>.<br />

De Rnraery<br />

i< bedacht<br />

om zich in<br />

ftaat van<br />

tegenweer te<br />

ftellen.<br />

ÏOO BEKNOPTE HISTORIÉ DEK<br />

BEKKERING alleen bereid, om het nieuw<br />

Reglement te beëedigen. Hierom verklaarde?<br />

de Burgery die twee Heeren ook alleen voor<br />

Reeds aanblyvende Raaden, te zullen erken r<br />

nen en befchermen ; de overigen by voorraad<br />

als tydelyke Raaden erkennende. Voor 't<br />

overige protefteerde de Burgery tegen alle indragt<br />

op Stads Rechten door Zyne Hoogheid<br />

en de Staaten begaan, als ook tegen de opfchorting<br />

der verandering en het aanblyven<br />

van de Regeering.<br />

In deeze omftandrgheden was de Burgery<br />

bedacht, om zich, by onverhoopt Geweld, in<br />

ftaat van tegenweer te ftellen: HetVry-Corps,<br />

uit 60 Man beftaande, vervoegde zich tot het<br />

Genootfchap van Wapenhandel te Utrecht,<br />

doch met geenen voordeeligen uitflag. Beter<br />

flaagde deszelfs verzoek by de Gewapende Burger<br />

Vry-Corps, welke nog in die zelfde week<br />

eene buitengewoone Vergaadering te Leyden<br />

byeen riepen, ten einde de gefchiktfte middelen<br />

te beraamen om die van Wyk te hulp ts<br />

koomen, indien zy mogten aangevallen worden<br />

; men beproefde de kleine Overftroomingen,<br />

om het Land rondom de Stad onderwater<br />

te zetten, die volmaakt goed bevonden werden<br />

; ook gaf de Regeering van al het gebeurde<br />

tusfehen haar, de Staaten .en den Stadhouder,<br />

wegens het nieuwe ingevoerde Reglement<br />

van Regeering, kennis aan de andere Stieht-<br />

fche


ONLUSTEN ra HET VADERLAND, lor<br />

fehe Steden, Utrecht, Amersfoort, Rheenen en<br />

Montfmrt (*).<br />

De Staaten der Provintie van Utrecht, op<br />

den 9 November vergaaderd zynde , beflooten,<br />

dat die van 'Wykeene andere Nominatie van<br />

Burgemeesteren en Schepenen , volgens het<br />

Reglement van 1674- gemaakt, binnen acht dagen<br />

aan Zyne Doorluchtige Hoogheid moesten<br />

zenden, benevens eene Lyst van de Raaden<br />

dier Stad. Ook verklaarden de Heeren Edelen,<br />

dat die van Wyk onbevoegd waren, om<br />

een Stedelyk Regeerings-Reglement te beraa*<br />

men en in gang te brengen , buiten bewilliging<br />

en Odlroy der Leden van Staat; daar by voegende<br />

, dat de Ridderfchap, in 't byzonder,<br />

van 't Jaar 1588 af reeds, het recht zoude<br />

gehad hebben in de Magiflraats-Beflelling der<br />

Steden ; daarenboven hield de Ridderfchap het<br />

doen beëedigen van een Reglement van Regeering,<br />

op eigen gezag, als fmaakende naar<br />

Rebellie, en begeerde zulks in handen van den<br />

Procureur Generöal gefield te hebbeu. By dit<br />

voorflel voegden zich aanflonds de Heeren<br />

Geëligecrden ; doch Utrecht en Amersfoort namen<br />

het over, en bragten in de volgende Vergaadering,<br />

den 23 November haar Advies in,<br />

waar door zy met dat van Ridderfchap en Geeiigeerden<br />

inflemden, en werd derhalven over.<br />

eenkomftig daar mede beflooten, den Procu-<br />

' reur<br />

C*) Nhtuve Neder!, Jgari. Oltob. 1785. bladz. 1467—1473,<br />

C 3<br />

1780.<br />

De Staaten<br />

fcbryven<br />

den ProcureurGenelaal<br />

aan om<br />

by die van<br />

Wyk onderzoek<br />

tc<br />

doen.


De Regeerders<br />

van<br />

Wik willen<br />

riet Recht<br />

de non evo~<br />

canda hand?<br />

haaven.<br />

iC2 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

reur Generaal aan te fch'-yven om onderzoek<br />

te doen enz. omtrent het doen beëedigen (*)<br />

van het ingevoerd Reglement van Regeering<br />

te Wyk: Ook werden de Procureur Generaal,<br />

en de Raadsheer MUNNIKS gemagtigd tot<br />

het doen van crimineel onderzoek omtrent die<br />

geenen, welke zich by eenen Brief aan de<br />

Hooge Bondgenooten vervoegd hadden.<br />

De Regeerders van Wyk hier van kennis<br />

bekoopjen, en daar over beraadflaagd hebben-*<br />

de, verftonden , dat, indien in dit geval een.<br />

zodanig attentaat , zelfs, tegen de Hoogheid deezes<br />

Lands, door Burgers dier Stad mogce begaan<br />

zyn, ftrekkende tot verftooring van de open-<br />

baare rust, de Magtiging tot onderzoek niet<br />

hadt behooren verleend te zyn op den Procu­<br />

reur Generaal van den Hove; maar op den.<br />

Schout dier Stad; ten einde het recht van den<br />

Lande tegen den fchuldigen waar te neemen;<br />

dat gevolglyk de Magtiging op den Procureur<br />

Generaal verleend, aanliep tegen het Recht,,<br />

dat deezer Stad en Burgery van ouds toebe­<br />

hoorde; gelyk Hun Edel Moogende ook in<br />

't voorleeden Jaar, wanneer Hoogstdezelven<br />

begreepen, dat aldaar beweegingen van Op­<br />

roer hadden plaats gehad , dat echter zoo niet<br />

bevonden werd, daarop deeden onderzoeken,<br />

niet door den Procureur Generaal maar door<br />

den,<br />

(*) Nieuwe Neder!, jaarb. November 1785. bladz. 1612.<br />

vergel. 1C17.


ONLUST-EN IN HET VADERLAND. 103<br />

den Schout der Stad, als daartoe alleen bevoegd.<br />

Dat de Regeerders der Stad vooral<br />

behoorden zorge te draagen, dat de Burgers<br />

by hunne aloude Rechten en Voorrechten ongefchonden<br />

bewaard bleeven, en niet geroepen<br />

wierden voor eene andere Rechtbank of<br />

Rechter; dat over zulks Waarfchouwing en<br />

verbod daar van aan de Burgery behoorde gedaan<br />

te worden; met last om van de bevelen ,<br />

die zy daartoe mogten bekoomen, aanftonds<br />

aan den Raad kennis te geeven ; ten einde daar<br />

in.te doen, zoo als ter handhaaving der Stadsen<br />

Burger-Rechten zoude bevonden worden<br />

te behooren. Dit werd aldus beflooten , en<br />

daar yan aan de Burgery bericht en waarfchouwing<br />

gedaan (*).<br />

Ondertusichen hadden de Regeerders van Wyk Nader aan.<br />

fel) ry ven der<br />

de Nominatie van Burgemeesteren en Sche­ Staaten aan<br />

die van<br />

penen door de Burgery gemaakt, ten tweede Wyk.<br />

inaale aan den Prins Erfftadhouder gezonden<br />

met eenen Brief en nader verzoek, om daar<br />

uit de Verkiezing te doen; hier van gaf Zyne<br />

Hoogheid kennis aan de Staaten , en deezen<br />

fchreeven deswegens eenen Brief aan de Regeering<br />

van Wyk, gedagtekend den 9 November,<br />

waar in Hun Ed. Moogende berichte,<br />

dat zy de voorfz. pretenfe Nominatïèn van Burgemeesteren<br />

en Schepenen, met al het aan-<br />

J;leeveu daar van hielden voor informeel, als<br />

ftry-<br />

C) Nieuws Ntderl, Jaar'v. Noyemier 1785, bladz. 1630.<br />

G4


N;U1L-1(U-.CjykAntwond<br />

van<br />

dy Rcgce.'<br />

¥;3 k<br />

'<br />

M BEKNOPTE HISTORIE D M<br />

ftrydig met de goede orde, het Recht van<br />

den Lande, en de Regeerings - Conftitutie ,<br />

nog beftaande; dezelve derhalven voor nul en<br />

van onwaarde verklaarden; Hun Edel Achtbaare<br />

over zulks aanfehryvende, om zonder<br />

uitftel, immeis binnen acht dagen na het ontvangen<br />

van deezen Brief, eene nieuwe Nominatie<br />

te maaken, zoo van Burgemeesteren als<br />

van Schepenen, voor het loopende Jaar, en<br />

dezelve aan Zyne Hoogheid als Erfftadhouder<br />

te zenden, op zodanige wyze, als van ouds<br />

gebruikelyk geweest is, alles in overeenkomst<br />

met het Reglement van 1674,, nog beftaande?<br />

met aanblyving ondertusfehen van de Leden<br />

des Magiftraats en van den Gerechte in hunne<br />

betrekkelyke Bedieningen ; zoo als Hun Ed.<br />

Moogende hen daar inne nu deeden aanblyven ,<br />

ingevolge van hunne aanfehryving van den 2<br />

derzelfde Maand; met voorbehouding, in geval<br />

van onverhoopte weigering, van zodanige<br />

nadere befchikking, als zy tot hanJhaaving<br />

van de goede orde, en tót voorkooming van<br />

alle wanorde, in het beleid der Politie en Juftitie<br />

binnen de Stad Wyk, naar gelegenheid<br />

van zaaken zouden noodig oordeelen.<br />

Op deezen Brief fchreef de Regeering van<br />

J!'\k een nadrukkelyk Antwoord; waar in zy<br />

hunne uiterfte verwondering te kennen gaaven,<br />

dat ze in den bovengemelden Brief geene eene<br />

beantwoording ontmoetteden van de redenen,<br />

d-ie zy in hunnen Brief van den 31 O&ober<br />

ter


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 105<br />

ter regtvaerdiging van hunne handelwyze bygebragt<br />

hadden; — zonder daar by uit het<br />

oog te verliezen, dat Zy, als Vertegenwoordigers<br />

hunner Stad en Burgery, en als een<br />

Medelid der Hooge Vergaadering van de Staaten,<br />

als gelyke Partyën te befchouwen waren;<br />

en'dus, in zaaken van verfchil, de eene<br />

Party zoo min als de andere bevoegd is,Richter<br />

te zyn en vonnis te vellen. —• Te meer<br />

verwonderde hen hei flot van den Brief, dat<br />

in geval van onverhoopte weigering, enz. •<br />

Immers begreepen Zy , dat zulk een bedrei -<br />

gend flot geenzins te pas kwam by eene aanfchryving,<br />

gedaan aan een der Medeleden van<br />

den Souvrainen Staat der Provintie; ;<br />

— en betuigden<br />

zich, naar tydsom'tandigheden , aan<br />

zich gelyk, te zullen gedraagen, zonder zichdoor<br />

eenige dreigende aanmaaningen, veel min<br />

ordineerende Befluiten, van wien ook, eenigermaate<br />

te laaten te rug houden. Ondertusfchen<br />

betuigden zy , aan 't einde van den<br />

Brief, openhartig, niets hartelyker te verlangen<br />

, dan tot herftel der gebrookene harmonie<br />

enz. alles toe te brengen , een bekwaam middel<br />

te zien daar gefield, waar by Zy als voorheen,<br />

in onafgebrookene vriendfchap en vertrouwen<br />

onderling konden blyven harmoniëercn ; eene<br />

zaak, waar toe zy dachten , dat hun de gelegenheid<br />

niet zou ontbrooken hebben, indien aan<br />

hunnen Stads-Gedeputeerden de weg niet was<br />

geflooten geweest, om ter Tafel van Hun Ed.<br />

G 5 Moo-


1786.<br />

..i-ief der.<br />

zelfde Regeering<br />

aan<br />

Jen Prins<br />

Stadhouder.<br />

206 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Moogende met eene byna gelykluidende Ver»<br />

klaaring, als van fommige Utrechtfche Regen,<br />

ten gedaan is, zich omtrent den Provintiaalen<br />

Eed, op het Reglement van Jt>74- te hebben<br />

kunnen uitten.<br />

Dezelfde Regeerders van Wyk, fchree.ven<br />

op den 21 November eenen Brief aan den Prins.<br />

Stadhouder; waar in zy betuigden , te vergeefsch<br />

zich gevleid te hebben met eenig Antwoord<br />

van Zyne Doorluchtige Hoogheid op<br />

hunnen Brief aan Hoogstdenzelven gezonden,<br />

en met eene Verkiezing uit de bygevoegde.<br />

Nominatie van Burgemeesteren en Schepenen;<br />

integendeel hadt het hun gemoeid, uit<br />

eene byzondere aanfchryving van de Staaten<br />

te vemeemen , dat Zyne Hoogheid wegens<br />

eenige bedenkingen op die Nominatie, zich<br />

by Hun Ed. Moogende vervoegd hadt; daar.<br />

zy veel eer verwagt hadden, dat Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid die bedenkingen by hen<br />

zoude geopperd hebben, ten einde hen in<br />

ftaat te Rellen om dezelve, uit kragt van hunne<br />

Souvraine Magt, zodanig uit den -weg te ruimen,<br />

als met hunne Stads Rechten eenigzins bejlaanbaa<br />

geoordeeld kon worden. Daar zy nogthans genegen<br />

waren om aan Zyne Doorluchtige Hoogheid<br />

de uitmuntendfle blyken te geeven, dat<br />

zy verre af waren van de Rechten desStadhouderfchaps<br />

te willen verkorten; zoo verzochten<br />

zy, op byzonderen aandrang der Burgery, dat<br />

Hoogstdezelve de Verkiezing tot Burgemees.<br />

te-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 107<br />

teren en Schepenen uit de toegezondene No­<br />

minatie ten fpoedigfte zoude doen (*)<br />

. De Staaten, op den 7 December vergaaderd<br />

zynde, bieeven weigeren den Gecommitteer­<br />

den van Wyk ter Vergaadering toe te laaten :<br />

De Commisfie was uitgebragt op den Burge­<br />

meester HAENTJENS en verdere Gecommit­<br />

teerden op den voet, als door de Staats-Com­<br />

misfie by het Rapport der negen Heeren be­<br />

paald was-, met voorbehouding om mede te<br />

werken tot het verbeteren van het Provintiaale<br />

Reglement van 1674.; doch het eerfie Lid<br />

verklaarde, die Heeren niet anders toe te laa­<br />

ten dan op den Eed, overeenkomftig hst Re­<br />

glement van I674.; en de Heeren Edelen van<br />

het tweede Lid, onder aanmerkingen zoo als<br />

alle de Leden ter Vergaadering za'en; waar<br />

by de Stad Utrecht zich voegde. Dit werd aan<br />

den Heer HA ENTJES en zyn Medegecom­<br />

mitteerden door den Secretaris te kennen ge­<br />

geeven; waarop de Heer HAENTJES ant­<br />

woordde, den Eed niet anders te bunnen doen,<br />

dan overeenkomftig met Stads Befluit, zoo als<br />

te vooren door den Heer OSSENBERGH<br />

verklaard was; en dat de Stad Wyk haare Ge­<br />

deputeerden op geenen anderen voet zoude<br />

zenden. De Vergaadering begreep dus. dat<br />

die zaak in den zelfden ftaat bleef, en befloot<br />

gemelde Heeren aan te zeggen, dat niet kon­<br />

den<br />

(*) NicuwtNctlsT.'.jftKrk Noyemttr 178S. bladz. 1623-162S.<br />

1736-<br />

Oc Staaten<br />

blyvcn weigeren<br />

de<br />

Gecomimtteer'en<br />

vaa<br />

Wyk toe te<br />

laaten.


1 08 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

i<br />

i<br />

]<br />

Ben Raad<br />

volgens het<br />

nieuwe Reglement<br />

te<br />

Wyk verkooien.<br />

en toegelaaten worden. En op den 28 weder<br />

ergaaderd zynde, beflooten de Staaten eene<br />

iadere en breedvoerige aanfehryving aan die<br />

an Wyk te doen (*).<br />

De Hoofdofficier der Stad Wyk gemagtigd<br />

;ynde door de Gedeputeerde Staaten om den<br />

3<br />

rocureur Generaal by het onderzoek tegen de<br />

burgers van die Stad by te ftaan, ftelde dit aan<br />

iet Gerecht voor; doch het Gerecht befloot,<br />

Advies van kundige Rechtsgeleerden daar op<br />

n te neemen, voor zich te verklaaren; maar,<br />

;en Lid zeide, dat de Privilegiën klaar en<br />

hiidelyk waren, en zodanig Advies van Rechts •<br />

geleerden niet noodig was ; dat men op de<br />

tiandhaaving der Voorrechten behoorde bedacht<br />

te zyn; terwyl Gecommitteerden en Geconftituëerden<br />

oordeelden, dat dit geen zaak van<br />

het Gerecht, maar van het Recht van Grondgebied<br />

was, dat den Magiftra^t toebehoorde,<br />

over welke de Vroedfchap den 23 December<br />

buitengewoon vergaaderde Cf).<br />

Onaangezien alle aanfehryvingen, bedreigingen<br />

, lastgeevingen aan den Procureur Generaal<br />

, ging de Regeering en Burgery toch<br />

voort met de Regeerings-Beftelling der Stad<br />

Wyk. De Heer Oud-Burgemeester BRUIN,'<br />

wegens zyne hooge jaaren, zyne Raadsplaats<br />

nedergelegd hebbende, werdt de Heer H.<br />

SCHILGE-<br />

(?) Nieuws Nederl. Jaarb. Decemb. 1785. bladz, 1089 cn 1727*<br />

Cf; IM. December 1785. bladz. 1729.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 109<br />

S C H I L C E tot Raad in de Vroedrchap naar<br />

het nieuwe Reglement verkooren. Op den 18<br />

January was de Vroedfchap, op verzoek van<br />

eenige Heeren der Minderheid, toevallig buitengewoon<br />

befchreeven ; het Gerecht was ook<br />

vergaaderd; de Trom werd geroerd, en de<br />

Burgery vergaaderde in de Kerk. De Gecommitteerden<br />

der Burgery, in hunne kamer op<br />

het Stadhuis vergaaderd, deeden een voorftel<br />

en verzoek aan de Vroedfchap, dat de Raadsplaats<br />

van den Heer B R U I N Zittends-Vergaadering<br />

vervuld mogt worden; de Vroedfchap<br />

ltemde dit verzoek toe; de Burgers maakten<br />

een Nominatie, waarop de Heeren S C H I L G E<br />

en E E E R E N B Ü R G geplaatst werden ; de eerfte<br />

werd tot Vroedfchap gekoozen, en zulks van<br />

de Puije van 't Stadhuis aan de Burgery bekend<br />

gemaakt (*).<br />

In deezen ftaat bleeven de zaaken te Wyk<br />

tot den 20 Maart, welke Dag, even als te<br />

Utrecht, tot het beëedigen van 't Nieuwe Regeerings-Reglement<br />

bepaald was. Tot dat<br />

einde waren de Magiftraat en Raad, gelyk ook<br />

de Gecommitteerden der Burgery op het Stadhuis<br />

vergaaderd, en de geheele Scbutteryvoor<br />

hetzelve in de Wapenen. Zes Raaden verklaarden<br />

bereid te zyn om den Eed te doen;<br />

de overigen weigerden; de aanbieding der eerften<br />

werd aangenoomen , en de Eed op het<br />

Nieu-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jeari, December 17BG. bladz. fTo,<br />

I78&.<br />

Het Nieim-c<br />

Reglement<br />

plegtig hc»<br />

zwooven.


17 86.<br />

ïio B E K N O P T E H I S T O R I E DÏÖ<br />

Nieuwe Reglement plegtig door hen g< daan»<br />

De Burgers,van hunnen kant, fchaardenzichin<br />

eenen kring, en leiden, met ontblooten hoof.,<br />

de, op de ftaatigfle wyze ook den Eed af.<br />

Thans werd door de Burgery ernflig aange­<br />

drongen op afdoening van zaaken, maar te<br />

vergeefsch : de weigerende Raaden bleeven by<br />

hunne weigering, en de Burgers by hunneri<br />

aandrang, met betuiging van niet te vertrekken<br />

voor dat de zaaken waren afgedaan, tot dat de<br />

aanweezende Raaden eindelyk verzekerden,<br />

den volgenden dag weder op het Stadhuis te<br />

zullen verfchynen , en de Burgers, op aanhou­<br />

dend verzoek.der "Gecommitteerden, toeflem-<br />

den tot het aanblyven der Vroedfchap onder<br />

die bepaaling, en met voorneemen om den<br />

volgenden dag terug te koomen. Ondertus-<br />

fchen wagtte men met ongeduld naa tyding<br />

van den uitflag der zaake te Utrecht; men deed<br />

alle poógingen om de weigerende Raaden over<br />

te haaien, doch te vergeefsch; deezen fielden<br />

voor, om eerst door de voorftemmende Staats­<br />

lieden, met medewerking 'van den Stadhou­<br />

der, van hunnen Eed ontflaagen te zyn; doch<br />

hier in bewilligden de Burgers niet; terv.yl de<br />

onzekerheid van Utrechts lot, en de vreeze,<br />

dat de volgende dag ook vrugteloos zou afloo-<br />

pen, by fommigen de gisting vermeerderde,<br />

en deed fpreeken van niet uit de Wapenen te<br />

gaan, voor dat volkoomen aan hunne begeerte<br />

Voldaan was.<br />

Hei


ONLÜSTEN IN HET VADERLAND, in<br />

Het bleef echter daar by dien dag, en de<br />

Schuttery ging uit een; maar den volgenden,<br />

#den 21 Maait , den Raad wederom op het<br />

Stadhuis vergaaderd, en de Burgery voor hetzelve<br />

in de Wapenen , zynde , drong men van<br />

nieuws aan, dat de weigerende Raaden ook den<br />

Eed zouden doen, doch deezen bleeven weigeren<br />

, tot dat men eindeiyk volftrekt begeerde,<br />

dat de Eed door die Raaden zoude gedaan,<br />

of hunne plaatfen vacant verklaard, en<br />

met andere Perfoonen vervuld, worden; en<br />

hier mede zou men tot na den middag wagten.<br />

Ondertusfchen kwam de tyding van den uitflag<br />

der zaaken te Utrecht, waar door der Burgeren<br />

moed werd opgewekt om nu daadelyk afdoening<br />

der zaake te vorderen: Op hunnen eisch<br />

werden toen de Raadsplaitfen der weigerende<br />

Raaden opengevallen verklaard, en tot de-vervulling<br />

door andere Heeren beflooten;de Hee­<br />

ren YSE. BRUIN, DE RUITER, en VAN<br />

EER NE verlieten de Roeien der Eere , en<br />

keerden weder tot den Burgerftand; de Magi»<br />

ftraat deed de Verkiezing van twee nieuwe<br />

Raaden afkondigen; dit werd met een drievoudig<br />

Hoezée.' beantwoord, en de Burgery werd s<br />

na eenige Plegtigheden, bedankt. Thans waren<br />

de Raaden in zoo verre voltallig, dat de<br />

Vroedfchap volgends Stads Rechten kon ver- '<br />

gaaderen. Op den 26 Maart, werd nog een<br />

nieuwe Raad verkooren, uit een Nominatie<br />

vau twee Perfoonen, volgends hec Nieuwe Re-<br />

0+<br />

1786.<br />

t


lis BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Ï786". glement door zestien Kiezers gemaakt; de<br />

keuze der Vroedfchap viel op den Heer j.<br />

De Staaten<br />

VA N DER w E E P E L , die vervolgends ook den<br />

Eed aflei en zitting nam. De Scheepensbank<br />

bleef voltallig. De Schutters en Wachtvrye<br />

Burgers van Wyk, over de verrichtingen van<br />

hunne Regenten zeer voldaan, betuigden hunne<br />

erkentenis en genoegen ineen Dank-Adres,<br />

dat zy den 31 Maart aan de Vroedfchap overgaaven.<br />

In een geheel ander licht befchouwden de<br />

•veiklaaren Staaten van Utrecht deeze verrichtingen : Op<br />

dit alles<br />

voor nietig , dien zelfden dag van 31 Maart, ontvingen Bur­<br />

enz.<br />

gemeesteren en Regeerders eenen Brief van<br />

de Gedeputeerde Staaten, met een Uittrekfel<br />

van het Befluit der Staaten , op het gebeurde<br />

te Wyk genoomen; welk Befluit hier<br />

op uitkwam: Dat de Heeren Staaten eenpaarig<br />

verklaard hadden, de Uitzetting van de<br />

Heeren Raaden w. V E R H E L , L. B. FRYKE-<br />

m u s, YSERAND BRUIN, H. VAN MIER-<br />

LOO, N. VAM BERNE, en w. DE RUITER,<br />

en de aanftelling en beëediging van anderen<br />

in hunne plaatfen, te vernietigen en te houden<br />

voor geheel wederrechtclyk, nul, en van onwaarde;<br />

en dat dezelven in de wettige bezitting<br />

hunner Raadsplaatfen tot den 20 Oftober<br />

aanflaande, zouden gehandhaafd worden. Voorts<br />

dat aan de Perfoonen, in hunne plaatfen in den<br />

Raad gefield, zou verbooden worden, eenige<br />

daad van Magiftratuure te oefenen, op ftrafte<br />

van


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 113<br />

\'fln Hun Ed. Moogende hoogde ongenoegen.<br />

En dat verder negen Heeren Gecommitteerd<br />

waren om, met Commisfarisfen yan 't Hof, de<br />

beste en gevoegiykfte wyze te overleggen, op<br />

welke het ernftig voorneemen van Hun Ed.<br />

Moogende kragtdaadig zou kunnen;uitgevoerd<br />

worden (*).<br />

De Gecommitteerden bragtèn öp dén 14<br />

April een Raport ter Staatsvergaadering in,<br />

benevens een Ontwerp van Publicatie om té-<br />

Wyk te dóen afkondigen, en den Hoofd-Officier<br />

te magtigen, zulks ten fpöedigften in 't<br />

wérk te ftellen, en by verhindering daarvan,<br />

hiet den noodigen byftand te voorzien. — En<br />

verder om de onwettig aangêfteldé Regenten<br />

aan te zeggen , hunne Kaadsplaatfen binnen<br />

tweemaal vièr- en twintig uuren neder te<br />

leggen, en door de afgezette Raaden vervangen<br />

te worden ; en alle dè zulken , die zich<br />

tegen deeze bevelen van den Souvraln zouden<br />

verzettèn, in verzekering te neemen en naar<br />

de geftrengheid der Wetten, ja zelfs met den<br />

dood, té ftraffen. De Voorftemmende Leden,<br />

én de groote Meerderheid aan Stads Tafel, dié<br />

van Amersfoort daar onder gerekend, ftemden'<br />

toe in dit Raport, ert het werd in een Staatsbefluit<br />

veranderd (+).<br />

• Zoo haast de tyding van dit Befluit der Staa­<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1786. bladz. 26:1— 204,<br />

(t) Nieuwe Nederl. Jaarb. Jpri( 178Ö. bladz. if'Sé<br />

H<br />

ten<br />

Rapnrt der<br />

Gecotmnitteerden<br />

eri<br />

Befluiten .<br />

der Staatèai<br />

B^flm't der<br />

B n gery vari<br />

JVyk.


114 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ten in de Stad Wyk gekoomen was, vergaaderden<br />

veele Burgers in de Kerk, en beraadflaagden<br />

te faaraen, hoe zich daar in te gedraagen,<br />

en het Befluit was: „ De Gecommitteerden<br />

der Burgery te verzoeken, om uit haaren naam<br />

aan de Regenten te verklaaren , dat zy zeer<br />

gevoelig was niet alleen over het weeren van<br />

hunnen Stads Gecommitteerden uit de Staatsvergaadering,<br />

maar ook over de wederrechtelyke<br />

handelwyze der Heeren Staaten omtrent<br />

de Stad, dewyl zy aan dezelve tot hier toe de<br />

Notulen van hunne; Vergaadering nog niet had,<br />

den laaten toekoomen, waar door zy buiten ftaat<br />

bleef om het geene daar in ten nadeele der Stad<br />

gevonden weud, te kunnen beantwoorden. En<br />

dat voorts, daar de Burgeryj, ten opzigte haarer<br />

Stads - Regeeringsbeftellipg geenen anderen<br />

Wetgeever dan_.de ftem des Volks erkende i<br />

en uit dat beginfel ook alle haare daadcn voord,<br />

gevloeid waren, zy niet kon gedoogen, dat<br />

Van wegen Hun Ed. Moogende eenige Publicatie,<br />

de Stedelyke Regeerings -Beftelüng betreffende,<br />

zoude gefchieden ; en dat zy daarom<br />

verzocht, dat de Magiftraat het afkondigen<br />

van zodanige 'Publicatie, of hul.pe daar roe,<br />

aan het Gerecht der Stad geliefden te verbieden;<br />

en indien zulks al .gefchiedde, dat dan<br />

aanftonds door.eene Tegenpublicatie van den<br />

Magiftraat mogte verklaard worden , dat die<br />

der Staaten \ooïjtifor,neel en van geene waarde<br />

gehouden .wierde, en dus geene uitwerking<br />

tonde


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, tij<br />

konde hebben, ja als niét gefchied moest gehouden<br />

worden, met vernieuwing der Publicatiën,<br />

te vooren daar tegen gedaan, en met<br />

bedreiging van eenige zwaare ftraffen tegen de<br />

geenen , die zich niet daar naar zouden gedraagen:<br />

verder verklaarde de Burgery, dat zy,<br />

uit kragt van haaien plegtig gedaanen Eed,<br />

het Collcgie van Heeren Gecommitteerden,,<br />

zoo wel als den Magiftraat der Stad by het<br />

nieuw ingevoerd Reglement van Regeering,<br />

tegen allen tegenftand , op alle moogelyke<br />

wyze met goed en bloed zouden befchermen."<br />

De Heeren Gecommitteerden bewilligden in<br />

dit verzoek, en deeden deeze betuigingen, in<br />

naam der Burgery, aan den Magiftraat.<br />

Ondertusfchen kwam de Hoofd-Officier van<br />

Wyk, de Graaf VAN R E C H T E R E N met den<br />

Advocaat COBIUS, benevens eenen Pander<br />

van 't Hof, op den 15 April in de Stad, om<br />

bovengemelde Publicatie af te kondigen en<br />

aan te plakken, en verzocht daartoe den noodigen<br />

byftand; dit werd geweigerd, en de<br />

Hoofd-Officier keerde onverrichter zaake naa<br />

Utrecht te rug. De Gedeputeerde Staaten<br />

hier van bericht ontvangen hebbende, beleiden<br />

op den volgenden dag, den 16 April, onaan-i<br />

gezien het Pafchen was, des morgens eene<br />

buitengewoone Vergaadering, waar in beflooten<br />

werd, aanftonds een Brief aan die van Wyk<br />

te zenden; en de Hoofd-Officier vertrok den<br />

gaderen dag, op last van Hun Ed. Moogende<br />

H 2 vvs»<br />

178&<br />

Verrichting<br />

er. wedervaaren<br />

van<br />

den Hoofdofficier.


1726.<br />

Blief der<br />

Regeering<br />

aan de Gedeputeerd»<br />

Staaten.<br />

u6 BEKNOPTE HISTORIE DüfiL<br />

weder riaa Wyk, en kondigde de gemelde Pu'<br />

blicatie af zonder byftand var. 't Gerecht, en<br />

zonder het trekken van de klok; doch aanftonds<br />

daarop werd door den Magiftraat eene Tegen-<br />

Publicatie afgekondigd; en den 19 daar aan<br />

volgende betuigden de Burgers hunne dankzeggingen,<br />

in een eerbiedig Adres, aan den Magiftraat,<br />

wegens hun ftandvastig gedrag, in<br />

deezen gehouden.<br />

Hier by liet de Regeering het niet; maar<br />

fchreef ook eenen rondborftigen Brief aan de<br />

Gedeputeerde Staaten; waar in zy nader betoogden,<br />

bevoegd te zyn om de zes verlaatene<br />

Raaden uit te zetten en nieuwen te verkiezen<br />

en aan te ftellen; te gelyk zich beklaagende<br />

over, en protefteerende tegen , het Befluit<br />

der Staaten op den 29 Maart omtrent de Stadgenoomen,<br />

en tegen de Publicatie, op den ia<br />

vastgefteld en op den 19 aangeplakt: Verder<br />

gaven zy daar in kennis van het geen Burgemeesteren<br />

en Regeerders gedaan hadden tot<br />

handhaaving van hun Stedelyk Recht, en wat<br />

zy nog verder voorneemens waren te doen;<br />

als zullende niet alleen zich niet gedraagen<br />

naar den inhoud van dat Befluit en die-Publicatie,<br />

welke by hen als nul en van onwaarde j<br />

en als inbreuk op hunne Stads en Burger Rech.<br />

ten doende, gehouden werden; maar ook alle<br />

geweldige middelen, die ter uitvoering van<br />

«fezelven tegen hen mogten aangewend wor.<br />

«Jen, op gelyke wyze, en door dezelfde raid*<br />

4«N


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 117<br />

delen afkeereD, en niet dan met opoffering 1786.<br />

van goed en bloed voor 't geweid bukken (*).<br />

Dat hun dit ernst, en niet fjegts grootfpree- Toeftel tot<br />

tegenweer»<br />

ken was, toonden de IVykfche Regenten en<br />

Burgers door den toeftel , dien zy maakten<br />

om geweld met geweld te kunnen kecren:<br />

want van veele kanten werd kanon , kogels,<br />

kruid, enz. derwaards gevoerd; de toegangen<br />

der Stad werden op twee na geftopt, en voor<br />

de twee andere Poorten werden de Bruggen<br />

afgcbrookcn; ook werden de Sluizen zodanig<br />

ingericht, dat zy de Stad rondom fpoedig konden<br />

onder water zetten (f).<br />

Aan den Prins Stadhouder fchreeven de Re­ Schryven<br />

aan den<br />

geerders van Wyk eenen, niet minder nadruk- Prins Stad.<br />

houder om<br />

kelyken Brief, dan aan de Staaten; waar mede geene Pa­<br />

zy eene Copie van dien aan de Gedeputeerde tenten te<br />

geeven.<br />

Staaten overzonden,* en te gelyk aan Zyne<br />

Doorluchtige Hoogheid te kennen gaven, dat<br />

zy reden hadden om vast te ftellen, dat de<br />

twee voorftemmende Leden met weinige Regenten<br />

van Utrecht hunne onwettige bedrei.<br />

gingen tegen die Stad zoo veel moogelyk zouden<br />

uitvoeren; en daartoe misfchien den fterken<br />

Arm gebruiken, cn tot dat einde Zyne<br />

Hoogheids Patenten verzoeken, om Krygsvolk<br />

naa die Stad te beltemmen: waarom zy Zyne<br />

Doorluchtige Hoogheid daar van waarfchouw-<br />

den .j<br />

rl*) Nieuwe Nederl. Jaurb. April 1786. bladz. 3?_>—jyt.<br />

(j-j luid. April 1786, bjadz. 385.<br />

H 3


Vei'boJ aan<br />

de Afgezette<br />

Knaden om<br />

niet aan 't<br />

Hof' te ver-<br />

(fchynen.<br />

BedeüotideningelircM.<br />

n-3 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

den, en begeerden dat Hoogstdezelve, als<br />

Stadhouder dier Provintie, aan Hun, ais een<br />

Medelid van Staat en ftemhebbende Stad, het<br />

Recht zou'doen ervaaren, dat kun en hunnen<br />

Burgeren in die hoedanigheid toekwam; en<br />

mitsdien geene Patenten voor Militie naa die<br />

Stad zou verleenen, buiten hunne byzondere toe-<br />

ftemming en uitdrukkelyke bewilliging : daar zy<br />

in een onverhoopt tegenfhydig geval aan Zyne<br />

Doorluchtige Hoogheid moesten verklaaren,<br />

dat zy allen aanmarsch van Militie naa die Stad,<br />

en het betreeden van het Grondgebied en de<br />

Vryheid derzelve , buiten hunne voorkennis<br />

en uitdrukkelyke bewilliging, zouden houden<br />

voor een aanval van geweld, welken zy zou­<br />

den moeten tegenkoomen met zodanige onaan-<br />

genaame middelen, als men gewoon is, alleenlyk<br />

in openbaar geweld, tegen zyne vyanden te gebrui­<br />

ken,<br />

En naardien de Stads-Raad vernoemen hadt,<br />

dat aan de Afgezette Raaden eene aanzegging<br />

gedaan was om voor het Hof gebragt en ge­<br />

hoord te worden ; zoo deed dezelve aan de ge­<br />

melde Heeren den inhoud der Publicatie van<br />

den 27 February (waar by verbooden werd<br />

voor eenen anderen, dan den dagelykfehen be­<br />

voegden Rechter te verfchynen) vernieuwen en<br />

door eenen Deurwaarder hoofd voor hoofd<br />

voorhouden.<br />

Ook werden, uit aanmerking der byzondere<br />

omftandigheden, waar in de Stad zich toen<br />

be-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 119<br />

bevond , Bedeftonden ingefteld , op eiken<br />

Dingsdag des avonds van 7 tot 8 uuren, beginnende<br />

met Dingsdag den 25: April: Op dat<br />

door de Predikanten der Stad de goedertierne<br />

OOD, in de Kerk, niet alleen openlyk cn<br />

plegtiglyk zou worden gedankt voor zyne wyze<br />

en' aanbiddelyke befchikkingen ; terwyl de<br />

donkerde veruitziende omftandigheden , in ons<br />

Vaderland, niet flegts:van agteren geblceken<br />

waren , verftrekt te hebben tot wezendlyk<br />

welzyn van hetzelve in 't gemeen, maar voor-.<br />

•si , in 't byzonder , hadden medegewerkt ,<br />

om, in weêrwil der menigvuldige zonden en<br />

overtreedingen, die Stad uit haare diepe vernedering<br />

en ftaat van afhanglykheid, ten opzigte<br />

van het Huishoudelyk Regeerings-Beftier,<br />

te verheffen tot die Hoogheid en Vryheid,<br />

welke, hoe zeer dezelve wettig en alzins<br />

Conftitutioneel is, echter niet kon verkreegen<br />

worden zonder de hulpe en byftand<br />

van een Almagcig God: — Maar tevens ook<br />

den God onzer Vaderen eerbiedig en vuurig<br />

te fineeken, dat alle gevreesde onheilendoor<br />

zyne Vaderlyke zorge gunftig afgeweerd, en<br />

alzoo de oogmerken en onderneemingen tegen<br />

dier Stads Rechten en Voorrechten verydcld,<br />

en daartoe de goede Raadflagen van den Magiftraat<br />

en het Collegie der Gecommitteerden<br />

tiit de Burgery , en alle billyke poogingeu<br />

derzelven en der goede Burgery met zyne<br />

<strong>II</strong> 4- g^ed-<br />

1780%


1786.<br />

Crimineelo<br />

Dagvaardt<br />

gingen ,<br />

wegens liet<br />

Hof, te<br />

Wyk gedaan.<br />

120 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

goedkeuring en zegeningen mogten agtervolgd<br />

worden ; ten einde enz. (*).<br />

Nog hooger liepen de gefchülen tusfehen de<br />

Staaten en de Stad Wyk: de bedreigingen begonnen<br />

uitgevoerd te worden , en door het<br />

Hof werden Dagvaardigingen van Wykfchs<br />

Regenten en Burgers gedaan. Op den 29<br />

May, des namiddags ten vier uuren, kwam te<br />

Wyk een Pander van 't Hof, met naame j.<br />

VALBURG, van eenen Bode verzeld, met last<br />

om aldaar drie crimineele Dagvaardigingen te<br />

doen: eene tegen de Heeren c. H A E N T J E S ,<br />

c. BEKKERING, M. VAN L E E U W E N , N.<br />

VAN OSSEN B E R G , H. S C H I L G E , en R.<br />

BEERENEURG, als dienende Magiftraats-Lcden.<br />

De tweede tegen D. VOLKMARS, C.<br />

S A M , J. VAN DE W E P E L , en J. HOOG­<br />

V E L D , als nieuw verkoorene Regenten; en<br />

de derde tegen Mr. ADRIAAN DE NYS, als<br />

Gecommitteerden uit de Burgery; de beide<br />

laatften tot Dag vaardiging in Perfoon. De<br />

gronden tot deeze Dagvaardigingen, in de<br />

Requesten van den Procureur Generaal bygebragt,<br />

waren de invoering van het Regeerings-<br />

Reglement, en de beëediging van hetzelve;<br />

het verlaaten van die Regenten, welken geweigerd<br />

hadden den Eed daarop te doen; en<br />

het verkiezen van vier anderen; het niet bevorderen<br />

van de Publicatie der Staaten; en het<br />

be.<br />

(") ïfieuwe Kedetl. J«a;i. Afnl 1736. bladz. 392—398.


ONLUSTEN M HET VADERLAND. lat<br />

beantwoorden van den Brief der Gedeputeerde<br />

Staaten in de allerhoonendfte en ongemaatigfte<br />

1785.bewoordingen.<br />

De Pander deed zyne twee<br />

eerfte Dagvaardigingen by de Heeren j. VÈN<br />

DE WEPEL en c. DEKKER LN G ; doch by<br />

den Heer EEERENEURG koomende, zeide<br />

deeze, dat by die Dagvaardiging niet konde<br />

aanneemen, buiten voorkennis der Burgemees.<br />

teren, en verzocht den Pander zich, daartoe,<br />

niet hem na den Burgemeester HA ENTJES<br />

te begeeven; het welk hy deed, en aan diens<br />

huis hield hy den Heer E E E R E N E U R G de<br />

Dagvaardiging voor; maar zoo ras hy de leezing<br />

geëindigd hadt, werdt hy door een Deurwaarder<br />

en twee Bodens van de Stad gearrefteerd,<br />

en in de Stads Herberg, de Keizers-<br />

Hioon, in verzekerde bewaaring gebragt; om<br />

dat hy Pander door Dagvaardigingen , tegen<br />

De Pander<br />

gearrelteerd-<br />

Stads-Publicatie gedaan , Stads Rechts- en<br />

Grondgebied gefchonden hadt. Den Staatenbode<br />

werdt toegelaaten naa Utrecht terug te keeren.<br />

Daar na werd de gewoone Gyzeüng voor<br />

den Pander gereed gemaakt. Den volgenden<br />

dag, den 30 May, kwam aldaar de Hr.Hoofdofficier,<br />

om den Pander aanjlonds uit zyn Arrest<br />

is doen ontjlaan, en hem de oorfprongelyke Reattesten<br />

en alle Papieren terug te doen geeven,<br />

indien zy nog niet terug gegeeven waren;<br />

doch het Gerecht begreep, dat hy zich daar.»<br />

toe aan den Magiftraat moest vervoegen; dee-<br />

<strong>II</strong> j z.e


1786.<br />

122 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ze we'gerde zulks en de Pander bleef in hech­<br />

tenis (*)<br />

De Hoofd-Officier van Wyk, aan de Gedev<br />

putaerde Staaten verflag gedaan hebbende van<br />

zyne vrugtelooze poogingen om den gearrefteerdcn<br />

Pander te Wyk ontflaagen te krygen;<br />

zoo befchreeven Hun Ed. Moogende daar over<br />

eene buitengewoone Vergaadering der Staaten<br />

op den 2 Juny. In deeze Vergaadering bragten<br />

Heeren Gedeputeerden hun Rapport in 4<br />

over de zaak van Wyk, benevens een Advies,<br />

hoofdzaakelyk behelzende: ,, Dat de omftanheden<br />

van de Stad 'Wyk vereischten, dezelve<br />

door den Merken Arm tot reden te brengen;<br />

en tot dat einde eene Commisfie van drie Leden<br />

naa die Stad te zenden, verzeld van een<br />

vereischt getal Krygsvolk, om de zaaken aldaar<br />

wederom op eenen geregelden voet, en<br />

die Stad tot gehoorzaamheid te brengen ; doch<br />

vooraf van deeze maatregelen aan de Bondgenooten<br />

kennis te geeven; en aan dezelven de<br />

noodzaakelykheid daar van , tot herftel der<br />

rust en geede orde, en tot handhaaving van<br />

der Burgeren Rechten zelve, onder het oog te<br />

brengen." Dit Rapport en Advies Werd door<br />

de voorftemmende Leden overgenoomen, en<br />

vastgefteld , in eene buitengewoone Vergaadering<br />

, op den 10 Juny te houden, daarop te<br />

fluitenbe.<br />

On-<br />

(•) Nieuwe Nederl, jfamh May 17I6. bladz. 487—481*.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 123<br />

- Ondertusfchen kwam in deeze Vergaadering<br />

nog in een Vertoog van de Wykfche Regeering,<br />

dienende om aan te toonen, dat zy bevoegd<br />

was , den Pander te arrefieeren tot handhaaving<br />

van haarer Stads Rechten en Voorrechten. Ook De Hoofdofficier<br />

te<br />

hadt de Regeering van Wyk dén hoofd - Offi " yk ont-<br />

cier der Stad,Grave VAN RECHTEREN,aan» boodcii.<br />

gefchreeven, zich binnen vier- en twintig uuren<br />

binnen Wyk te begeeven, om zyn ampt<br />

•tegen den Pander waar te neemen; en dat<br />

zulks anders» by nalaating, door den Voorzit-<br />

tenden Burgemeester zou verricht worden De<br />

Staaten, daar cn tegen, magtigden het Hof<br />

om eene Publicatie te beraamen, te doen afkondigen<br />

en aanplakken, om, indien- de Gevangene<br />

Pander mogte mishandeld worden,<br />

fchaverhaaling te gebruiken; welke Publicatie<br />

met een Brief aan het Gerecht van Wyk door<br />

't Hof gezonden werd, benevens eenige Exemplaaren<br />

, zoo om te dienen tot hun onderricht,<br />

als om daar van kennis te geeven aan<br />

de Burgers en Ingezeetenen der Stad Wyk,<br />

met byvoeging van eene vriendelyke, maar<br />

tegelyk ernftige, vermaaning om den gemelden<br />

Pander j. VALBURG uit de hechtenis,<br />

hoe eerder hoe beter , te ontflaan , of zyn<br />

ontflag zoo veel moogelyk ten fpoedigfle uit<br />

te werken, met overlevering van alle zyne<br />

Papieren, en zulks tot voorkooming der uitvoering<br />

van de voorfz. Publicatie. .<br />

Het<br />

Publicatie<br />

der Staaten<br />

tot \eprefaiUe.


Het Gerecht<br />

•van Wyk<br />

weigert cie<br />

afkondiging-<br />

Befluit der<br />

Staaten om<br />

den Pander<br />

los ie<br />

krygeu.<br />

124 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Het Gerecht van Wyk, deezen Brief geleeten<br />

hebbende , weigerde de Publicatie tot<br />

vennis der Burgers en Ingezeetenen te brengen<br />

; maar ftelde dezelve in handen van den<br />

;erften Burgemeester, om ze aan den Magitraat<br />

mede te deelen, die dezelve commisfo-<br />

•iaal maakte om te beantwoorden.<br />

In de buitengewoone Vergaadering der Staaten,<br />

tegen den io Juny befchreeven, om over<br />

liet boven gemeld Rapport en Advies der Ge«<br />

ieputeerden omtrent te zaak van Wyk te beflisfen,<br />

werd niets anders beflooten , dan den<br />

Hoofd-Officier van Wyk te gelasten om geene<br />

:rimineele Rechtsgedingen tegen den Pander<br />

:e onderneemen, en voorts Gedeputeerden te<br />

verzoeken, den Gevangenen Pander door eeaen<br />

Brief op te cisfehen (*_). De Regeering<br />

antving wel zodanige aanfehryving van de<br />

Gedeputeerde Staaten;doch zy bleef by haare<br />

weigering om den Pander te ontdaan (f): Ook<br />

fchreef het Gerecht van Wyk, in Antwoord<br />

aan de Gedeputeerde Staaten, dat zy in de<br />

zaak van den Pander niets konden doen; doch<br />

dat zy geenen anderen Souvrain erkenden dan<br />

de Staaten van Utrecht, in welker naam zy alleen<br />

het Recht bedienden; en dat geen Vonnis<br />

ten nadeele van den Pander zouden geeven (§).<br />

De<br />

(*) Nieuwe Neierl. Jaarb. Juny 1786. bladz. 5.-4—578.<br />

CD lüd, July 178(1. bladz. 737.<br />

Ibii. July J786. bladz. 717.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i*$<br />

De Regeering der Stad Wyk vernoomen hebbende,<br />

dat, op de laatst gehoudene Vergaadering<br />

der Staaten van die Provintie, een Voorftel<br />

gedaan was, om die Stad met Krygsvolk<br />

te bezetten ; en daar Hun Ed. Achtbaare volftrekt<br />

beflooten hadden > overeenkomftig de<br />

begeerte der Burgery , geene Troupen op<br />

Stads Grondgebied te dulden, veel min toe te<br />

laaten , de Stad met Krygsvolk te bezetten;<br />

zoo vonden zy goed, de Burgers en Ingezee»<br />

tenen der Stad en Vryheid derzelve daar van<br />

kennis te geeven; op dat een ieder, vooral de<br />

Ingezeetenen der Stads Vryheid , zodanige<br />

fchikkingen omtrent hunne Perfoonen en Goederen<br />

zouden kunnen maaken, als zy zouden<br />

oordeelen te behooren: En om daar in ZOÖ<br />

veel moogelyk behulpzaam te zyn , booden<br />

Hun Ed. Achtbaare hun de Groote Kerk aanj<br />

of zodanige andere verzekerde plaats, tot berging<br />

der Goederen, als zy daartoe zouden doen<br />

gereed maaken; en waarvan een ieder de noodige<br />

kennis ter Secretary op den 6 July zou<br />

kunnen bekoomen.<br />

i7ch>;<br />

De Regee»<br />

ring van<br />

IVyk waarfch<br />

o u wc de<br />

lngezeecejien<br />

voor<br />

overrompeling.<br />

De Krygsraad van het Jagers Corps, onder 1<br />

Het Jaager-<br />

Genoot-<br />

de Zinfpreuk Pro Pace £? Bello, vaardigde op fchap zend<br />

den 5 July rondgaande Brieven af aan alle de rondgaande<br />

Brieven aan'<br />

Gewapende Genootfchappen van Nederland; de Bondgenooten.<br />

waar in aan dezelven werd kennis gegeeven van<br />

het Voorftel, dat in de Staatsvergaadering gedaan<br />

was, om de Stad Wyk met Krygsvolk te<br />

bezetten; op dat alle wéldenkeade Vaderkuv<br />

ders


126 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ders zich in tyds zouden kunnen gereed maaken<br />

, om, indien de Staaten tot dat Voorftel;<br />

mogten befluiten, dan met verëenigde kragteu<br />

dien aanval op de Burgerlyke Vryheid tegea<br />

te gaan en af te weeren; en ten dien einde,<br />

op de eerfte tyding van aanmarsch van Krygs-<br />

•volk naa die Stad, zich aanftonds derwaards<br />

te begeeven.<br />

De npgee- De Magiftraat befloot hier op, het Algeling<br />

noodigt<br />

alle Ingezeemeen te berichten, dat zy die loflyke daad van<br />

tenen d'.r<br />

Republiek verdeediging der Stad niet alleen ten fterkften<br />

ui: tot haare goedkeurde, en alle braave Ingezeetenen der<br />

iulpe.<br />

Republiek, die de handen met haare Burgers<br />

en Ingezeetenen wilden in een flaan, tot kragtdaadige<br />

afweering van geweldige overheerfching,<br />

en zich ter verdeediging naa die Stad<br />

wilden begeeven, verzekerde van de fterkfte<br />

befcherming; maar deed ook eene Publicatie<br />

afkondigen; waar in zy betuigde „ met genoegen<br />

onderricht te zyn, dat verfcheidene<br />

Ingezeetenen der byzondere Provintiën verklaard<br />

hadden, geneegen te zyn, om die Stad<br />

en Burgery, als het noodig zyn zou, volgendshet<br />

Verbond der Unie, tegen alle geweld en<br />

overheerfching te verdeedigen en befehermen ;<br />

enz. en verklaarden:" dat een iegeiyk, dia<br />

ter zaake voorfz. zich naa die Stad zou begeeven,<br />

met alle moogelyke befcherming van de<br />

Magiftraat en het gewoone Burger-Recht der<br />

Stad zou begunftigd, en van het noodige Logement<br />

en Onderhoud voorzien worden; es<br />

dat }


ONLUSTEN m HET VADERLAND, 127<br />

dat, daarenboven, allen, die zulks begeerden,<br />

tien ftuivers, daags tot hun verder onderhoud<br />

zouden genieten ,, en eindelyk<br />

dat de Gekwetflen, als ook de Weduwen en<br />

Weezen der Gefheuveldcn, hun leeven lang<br />

behoorlyk zouden onderhouden worden. ,, Dal<br />

yoords de Magiftraat voorzprge zou gebruiken<br />

om genoegzaamen voorraad van Leevensmid><br />

delen in .de Stad te hebben; en het Jager-<br />

Corps magtigde om de Gelden, welke elders<br />

voor die Stad gegeeven werden, te ontvangen<br />

en de voorfz. betaaling te doen. Ook<br />

fchreeven de Regeerders der Stad rondgaande<br />

Brieven aan de Bondgenooten, en byzonderlyk<br />

, aan de Staaten van Holland, om hunnen<br />

toeftand opep te leggen, en derzelver tusfchenkomst<br />

en hulpe te verzoeken (*).<br />

Terwyl deeze dingen in de Provintie van'<br />

Utrecht gebeurden, ontftond 'er in 'sHage,<br />

de Zetelplaats van de Souvraine Vergaadering<br />

der Provintie van Holland, een geweldig en<br />

zeer gevaarlyk Oproer, by gelegenheid, dat<br />

de Krygs -Eerbewyzingen, door den Souvrain<br />

zeiven bepaald, voor het eerst aan de Leden<br />

dier Hooge Vergaadering zouden betoond worden.<br />

Te weeten, de Staaten dier Provintie<br />

hadden op den 24 February een Beftuit genoomen<br />

omtrent de Eerbewyzingén, die de<br />

^Wachthebbende Krygslieden aan den Souvrain,<br />

ge-<br />


1736.<br />

Êefluit der<br />

GecommitteerdeRaaden<br />

omtrent<br />

de Ectbewyzingen<br />

aan<br />

dui Souvrain.<br />

m BEKNOPTE HISTORIE DE?<br />

geduurende de Hooge Vergaadering, zouden<br />

moeten betoone, en de befchikkingen en ui£J J<br />

voering daar van aatt de Ed. Moogende Hee«'<br />

rén Gecommitteerde Raaden overgelaaten ;<br />

welke Heeren op den 16 Maart daaromtrent"<br />

vastheiden : ,, Dat de Hoofdwacht op het<br />

Binnenhof, de Ruiterwacht op het Buitenhof/<br />

en de Wacht aan de Grenadiers • Poort, zouden<br />

moeten uitkoomen , en onder het flaan van de'<br />

Marsch, en het fteeken der Trompet, met<br />

Sponton, Pallas en Vaandel, prefenteeren van<br />

't Geweer, te groeten, terwyl de Leden der<br />

Vergaadering van Hun Ed. Groot Moogende<br />

verfchynen ; dat gemelde Wachten met ge-<br />

prefenteerd Geweer zuilen blyven 'ftaan, toT<br />

ca' het vertrek van den Heer Raadpehfionaris><br />

en denzelven gelyke gróote Eerbewyzen, teff<br />

ware zy, van wegen gemelden Heere,vroeger<br />

door een Staaten-Bode magten ontflaagen zyn ;<br />

dat, geduurende de Zitting der Vergaadering<br />

van Hun Ed. Groot Moogende voorfz., die<br />

Wachten voor niemand hoe genaamd, zullen<br />

uitkoomen, om dezelfde Krygs-Eere te be-<br />

wyzen, onverminderd nogthans het geen ge-<br />

bruikelyk is, ten aanzien der Wachten, die<br />

eikanderen voorby trekken en afiosfen ; —. dat<br />

de Poort tusfehen het Binnen- en Buiten-Hof j<br />

voor het uur van het aangaan der Vergaade­<br />

ring, zou moeten open gelteld, en geduurerjs.<br />

de de Zitting opengehouden , worden, toe<br />

zoo lang de Wacht, by het uitgaan der Ver-<br />

gaa.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i?9<br />

gaadering geparadeerd hebbende, wederom zou<br />

binnen gegaan zyn; — dat by de grootedeur,<br />

beneden aan den ingang der Vergaaderkamer<br />

van Hun Ed. Groot Moogende, ten tyde der<br />

Vergaadering, twee Ordinantie Sergeanten ge.<br />

plaatst zouden worden; en dat voords altoos,<br />

het zy de Vergaadering zit of niet, buiten<br />

voor de gemelde deur twee Grenadiers moesten<br />

geplaatst Worden, welke voor ieder Lid<br />

der Staaten met ge lire kt Geweer front moesten<br />

maaken, zoo by het inkoomen, als by het<br />

uitgaan; dat mede , geduurende het aanweezen<br />

van Hun Ed. Groot Moogende derzelver Lyfgarde<br />

te Paerd cle Wacht zullen moeten optrekken<br />

met Pieken en Standaards; gelyk ook *<br />

dat , geduurende den zelfden tyd, dagelyks<br />

alle de Wachten met groote Uniform en witte<br />

Gitten zouden moeten optrekken; en einde-<br />

]yk, dat een Schildwacht voor 't Comptoir<br />

van Holland, en een voor de Gevangenpoort<br />

zou geplaatst worden : En zoude Extract deezer<br />

worden gegeeven aan den Luitenant Ge.<br />

neraal SANDOZ, het Guarnizoen aldaar gebiedende,<br />

ten einde de voorfz. Order op dieri<br />

dag nog in gang te laaten brengen en ftiptelyfc<br />

te doen Uitvoeren.<br />

178C<br />

Die Befluit der Ssaaten , en ingevolge daar Pe aanieti<br />

ding 10» hs^<br />

v.m de Order van Gecommitteerde Raaden,' oproer genóoincak<br />

fcheen het gemeene Volk; en byzonder foromige<br />

heethoofdige Aanvoerders onder hetzelve,<br />

te mishaagen, en, gelyk by de uitkomst<br />

l ge-


'f3@ BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

gebleeken is, de uitvoering daar van te willen<br />

beletten door Oproerige beweegingen, in den<br />

waan, dat Hun Ed. Groot. Moogende zich<br />

eene Eere aanmaatigden, die den Stadhouder<br />

alleen toekwam. Op den 15 Maart, wanneer<br />

men dacht, dat de Krygs-Eere aan de Staaten<br />

zouden beweezen worden, was 'er reeds eenig<br />

gemor en gemompel onder 't gemeene Volk;<br />

doch op den i6 de<br />

" toen zulks daadeïyk gefchiedde,<br />

was 'er eene grootc menigte Volks<br />

zoo op het Binnen- als Buiten-Hof, tusfehen<br />

de zoo genaamde Stadhouders- en Grenadiers-<br />

Poorten, doch meest by de eerstgemelde, verfaameld,<br />

onder welke menigte twee Lieden,<br />

ais Aanvoerders, metnaame H E s s en EAUEK,<br />

op het Binnen-Hof fcheenen op te pasfen,<br />

op het fcheiden der Vergaadering van de Staa*<br />

ten. Thans zouden de Ledeu der Staatsvergaadering<br />

voor de eerfte reis met hunne koetfen<br />

door de zoo genaamde Stadhouder lyke Poon<br />

ryden; dit gefchiedde met eenige moeite,<br />

onder het dringen van eenigen uit de menigte;<br />

doch door de hulpe van den Drosfaart en zyne<br />

Dienaars van Heeren Gecommitteerde Raaden<br />

raakten de koetfen der Staats-Leden 'er doory<br />

en die dag liep zonder wanorde af. Maar die<br />

dag fcheeu door de kwaadwilligen alleen gebruikt<br />

te zyn om de gelegenheid te bèfpieden,<br />

ten einde op den volgenden hunnen flag te<br />

zekerder waar te neemen tot uitvoering vaa<br />

hunnen boozen aaaflag op het leeven van twee<br />

Staats*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND- igr<br />

Staats - Leden, die van lommigen zeer gepreezen,<br />

van anderen met nydige oogen aangezien<br />

werden; de Heeren, caamelyk, OCKER CE-<br />

vAAHTS, Burgemeester, en CORNELIS DË<br />

GYZELAAR, Penfionaris van Dordrecht, beiden<br />

Afgevaardigden ter Staatsvergaadering van<br />

Holland. Akhans op den volgenden dag ,. Vrydag<br />

den I7 l!cn<br />

, was 'er reeds ten half een uur<br />

eene uog veel grooter menigte , dan daags te<br />

vooren, op' gemelde plaatfen faamengcrot,<br />

onder welken de bovengenoemde HESS eu<br />

BADER en andere Leden van 't Oranje Genootfchap,<br />

welker eerstgemelce fedcrt lange<br />

by de vreedzaame Burgers als een begunltiger<br />

van Oproer in 't oog geloopen hadt. Ten half<br />

twee uuren, by het aangaan der Vergaadering,<br />

wanneer de koets, waarin de twee gemelde<br />

Heeren, GEVAERTS en DE GYZELAAR ge-<br />

178Ö.<br />

zeeten waren, van hun Stads Logement langs<br />

den kortfien weg door de Stadhoitderlyke Poon<br />

kwam ryden , gefchiedde zulks, door degr-oote<br />

aandringende menigte Volks, met hulpe<br />

van den Drosfaart met zyne Dienaars, en eenige<br />

Ruiters, die digt by de brug der Stadhoui<br />

derlyke Poort geplaatst Ronden, niet dan ter<br />

nauwer nood.<br />

Gecommitteerde Raaden, die zien, op het Hoe ket<br />

Opi oer. Ue»zien<br />

van die verbaazende menigte, en van £011.<br />

zulke bekende roervinken onder dezelve, niet<br />

veel goeds beloofden, waren, geduurende de<br />

Vergaadering van Hun Ed. Groot Moogende<br />

i s ook


1786.<br />

MflU R A N<br />

grypr de<br />

paerden<br />

voor de<br />

koetst der<br />

Gedeputect<br />

den van<br />

0<br />

132 BEKNOPTE HISTORIE Dsa<br />

ook vergaaderd gebleeven, en hadden aan deQ<br />

Bevelhebber der Zwitzerfche Gardes de ernftigfte<br />

bevelen gegeeveu, om alle wanorde en<br />

ongeregeldheid te beletten, en, des noods»<br />

geweld met geweld te keeren. Ondertusfchen<br />

vlamden de oogen der oproerigen onder do<br />

menigte als arenden op hunnen prooy, wagtende<br />

met ongeduld naa het fcheiden der Vergaadering<br />

van de Staaten; en hoe meer dit 00genblik<br />

naaderde, hoe onftuimiger de menigte<br />

werd, welker gemoederen door de ophitftngea<br />

van HESS en EAUER gaande gemaakt en<br />

verhit werden ; terwyl den Paruikemaaker<br />

MOTJRAND de moordzucht ten oogen uitfehitterde.<br />

Eindelyk fcheidde der - Staaten-<br />

Vergaadering, de bovengemelde Heeren Afgevaardigden<br />

van Dordrecl.t, de eerlten, zoo<br />

't fchynt, daaruit koomende, traden in hunne<br />

koets, en gaven order aan hunnen Koetfier om<br />

langs den zelfden weg, dien zy gekoomen<br />

waren, dat is door de Stadhouders - Poort naa<br />

hun Logement te ryden. Maar nauwlyks waren<br />

zy eenige Rappen voord, en tot aan de<br />

overdekte Gaandery, gereeden , of de woedende<br />

Menigte drong met zulk een geweld a<br />

onder een onuuimigenfchrikkelykgerchreeuvv,<br />

op de koets aan, dat zy belet werd voort te<br />

ryden; terwyl de Paruikemaaker MOL'RANK»<br />

de paerden by den teugel vattede cm de koetste<br />

doen omkeeren, en dus het doorryden door<br />

de zoo genaamde Stadhouderlyke Poort te be-<br />

le»


AaxiÜag -<br />

op ie Gedep-ute erclem vaiiI3>o:rd.reclit,iii 'sHage.<br />

B.M.Ma. 132.<br />

Aanval op deftadl Hattem.<br />

B.SH. "blz.^oi.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 13;<br />

letten. De gemelde Heeren , die in de koetj<br />

zaten, ordonneerden hunnen Koetfierwel, om<br />

'&c door te flaan, doch zulks kon niet gefchieden<br />

zoo lang de paerden by den teugel ge«<br />

houden wierden ; doch eindelyk drong de<br />

Drosfaart van Gecommitteerde Raaden met<br />

zyne Dienaars door de menigte heen, maakte<br />

de paerden van MOURAND los, en ruimte<br />

voor de koets, die toen doorreed; terwyl de<br />

Advocaat VAN NISPEN, met den blooten<br />

Degen in de vuist, aan de zyde der koets<br />

1786.<br />

Dordrecht<br />

by den teu><br />

gel.<br />

ruimte maakte, en MOURAND door de Ge­ M 0 u n A N «*<br />

rechts-Dienaars gevat en in verzekering ge­ gevat.<br />

noomen werd. Het baarde veel opziens en<br />

de Officiers der Zwitzerfche Gardes werden<br />

befchuldigd , ledige Aanfchouwers van dit<br />

werk geweest te zyn, gelyk ook de Ruiters,<br />

digt by de Stadhouders Poort post houdende,<br />

in 't eerst geene beweeging maakten om ter<br />

hulpe toe te fchieten. Men heeft het Kiygs.<br />

volk naderhand trachten te ontfchuldigen ,<br />

als door de groote menigte en aandrang van 't<br />

Volk verhinderd zynde, het gevaar te zien,<br />

waar in de twee Heeren van Dordrecht waren:<br />

oudertusfehen zou MOURAND, door de menigte<br />

geholpen , byna gelegenheid gehad hebben,<br />

om uit de handen der Gerechtsdienaars<br />

te ontkoomen, indien de Ruiters, daar post<br />

houdende, niet eindelyk de menigte uit een<br />

gedrceven en verftrooid hadden; waar door de<br />

koets ruimte kreeg om voort te ryden, en de<br />

I 3 Die*


lift-<br />

De beledigde<br />

llcercu<br />

doen hun<br />

beklag aan<br />

it Staaten.<br />

134 BEKNOPTE EflSTORTE' DEK<br />

Dienaars van 't Gerecht gelegenheid om den<br />

Gevangenen, onder geleide van eenige Ruiters,<br />

naa de Hoofdwacht te brengen ; van waar<br />

hy vervolgends, onder geleide van een fterk<br />

Detachement Krygsvolk naa de Voorpoort gebragt<br />

werd; terwyl de menigte toen langzaamerhand<br />

afzakte, en de overige Leden der<br />

Vergaadering ruimer doortogt kreegen om naa<br />

hunne Logementen te ryden. HES en EAU ER<br />

ondertusfehen maakten gebruik van dat oogenblik,<br />

waarin aan hun niet fcheen gedacht te.<br />

worden, en reddeden zich door de vlugt, waar<br />

in zy geholpen werden door een rydtuig, aan<br />

't begin van den lïyswykjclien weg voor hun,<br />

tot dat einde, gereed ftaande, een klaar bewys<br />

, dat zy eenen gevaarlyken en misdaadigen<br />

aanflag gefmeed hadden, die hen, wanneer<br />

mislukte, zou noodzaaken, haastig te vlugten.<br />

De beleedigde Heeren GEVAERTS en DE<br />

GYZELAAR, des anderen daags, den 18, ter<br />

Vergaadering verfchynende, deeden hun beklag<br />

aan Hun Edel Groot Moogende met zeer<br />

nadrukkelyke woorden over dien geweldigen<br />

aanflag op hunne perfoonen , en over den<br />

hoon , daar door aan de Souvraine Vergaadering<br />

zelve, waar van zy Leden waren, aangedaan,<br />

benevens een betoog van de gevaarlyke gevolgen<br />

voor 't toekomende, indien geene affchrikkende<br />

voorzieninge daar tegen gedaan wierde.<br />

Deeze klagten en vertoogen waren niet vrugteloos,<br />

want Hun Edel Groot Moogende belloc.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 135<br />

flooten aanftonds om: I. ,, Heeren Gecommit­<br />

178(3.<br />

teerde Raaden te magtigen, om, in dit byzon- Befluit der<br />

der geval, zonder de Rechten en Voorrechten Staaten<br />

der Ingezeetenen te benadeelen , den gevangenen<br />

Misdaadigen DE PLANO, en zonder<br />

form van Proces te recht te ftellen. IL Om<br />

wel gemelde Gecommitteerde Raaden te gelasten,<br />

een nauwkeurig onderzoek te doen naa<br />

het gedrag van 't Krygsvolk, dat de Wacht op<br />

het Binnen-Hof gehad heeft, cn het welk,<br />

onaangezien de ftipte bevelen aan hun gegeeven<br />

, de combustie en het geweld aan de Heeren<br />

Gedeputeerden van Dordrecht gepleegd, niet<br />

in tyds belet hebben.<br />

Het Hof van Holland, verftaan hebbende,<br />

dat de gevangene Paruikemaakei MOORAND<br />

door Hun Edel Groot Moogende in handen<br />

van Gecommitteerde Raaden was overgegeeven,<br />

om te recht gefield te worden, fchreef<br />

daar over eenen Brief aan Hoogstdezeüven om<br />

hem op te cisfehen; beweerende daar in, dat<br />

de Gevangene tot hunne Vicrfchaar behoorde,<br />

niet alleen om dat hy door hunnen Drost en<br />

Dienaars gegreepen was, maar ook om dat het<br />

Hof, in cafibus Regiis, (ingevallen, djfe de<br />

Hooge Overheid betreffen) buiten twyfel de<br />

bevoegde Rechter is. Doch de Staaten blee-<br />

Ven by hun Befluit, om de zaak aan Gecommitteerde<br />

Raaden te laaten. Den 22 Maart<br />

fchreef het Hof eenen tweeden Brief aan de<br />

Staaten om zyn vermeende Recht nader aan te<br />

1 4 dria-<br />

Het Hof<br />

vaii Ht Baud<br />

eischt iitn<br />

Gevangene»<br />

op.


1786.<br />

M n t; i } A N D<br />

Jer dood<br />

yerooideeld,<br />

Zyne Huisvrouw<br />

doet<br />

poogingen<br />

om Vcrgeevenis<br />

te<br />

yerltrygcn<br />

136 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

dringen; maar Hun Edel Groot Moogende<br />

bleeven by hun voorig Befluit,<br />

Dewyl MOURAND in fiagranti delitlo, da£<br />

is, in' 't bedryven der fchending van de Hoog*<br />

heid der Hooge Overheid , gegreepen was s<br />

zoo kon zyne misdaad als volkoomen bewee»<br />

zen, en alle verder onderzoek als overbodig,<br />

befchouwd worden ; waarom Gecommitteerden<br />

aanftonds 'overgingen tot het uitfprecken van<br />

doodvonnis over hem; hoewel hy zyne misdaad<br />

toen nog niet beleeden hadt, maar vervolgends<br />

blyken gaf van de overtuiging daar<br />

van in zyn gemoed, door het uitroepen van<br />

wraake over de geenen , die hem tot dat misbedryf<br />

aangezet hadden.<br />

De Huisvrouw van MOURAND, die hem<br />

Moeder was van zes Kinderen en van 't zevende<br />

zwanger, het doodvonnis over haaren<br />

Man vernoomen hebbende , wendde alle middelen<br />

aan om het vonnis vernietigd, en indien<br />

al geene volkoomene vergeevenis, ten minfte<br />

verzagting, van't zelve te verkrygen : Zy ging<br />

tot dat einde, den volgenden dag, met haar<br />

zes Kinderen by de Staats - Leden rond, om<br />

derzelver tusfehenkomst en voorfpraak te verdoeken<br />

; en deed vervolgends een ootmoedig,<br />

zeer aandoenelyk en aandringend, Smeekfchrift<br />

ter Vergaadering der Staaten inleeveren; doch<br />

Hun Edel Groot Moogende oordeelden, dat<br />

zyne misdaad , als een regtftreekfche aanflag<br />

zynde tegen de Hoogheid van hunne Souvrai-<br />

ni*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 137<br />

ïiiteit, en uit hoofde van derzelver aart en natuur<br />

voor geene Vergeevenis, vernietiging, of<br />

andere Genade vatbaar was; en daarom ook in<br />

de Bede, door JOHANNA E Y LEVE LD, Huisvrouw<br />

van FRANgois MOURAND, op den<br />

23 aan Hoogstdezclven gedaan, niet konden<br />

bewilligen, maar moesten afflaan, en van de<br />

hand wyzen.<br />

Dus feheen 'er niets anders overig, dan dat<br />

het doodvonnis aan MOURAND zoude uitgevoerd<br />

worden: Inderdaad werden ook alle toebereidfelen<br />

daar toe gemaakt ; het Schavot<br />

werd op Vrydag den 24 derzelfde Maand op<br />

het Binnen-Hof opgerecht; de gantfche Krygs.<br />

bezetting kwam in de Wapenen; en de Misdaadige<br />

werd , onder een fterk geleide vdn<br />

Ruiters en Voetknegten, naa een byvertrek<br />

van Gecommitteerde Raaden overgebragt; terwyl<br />

eene onbefchryvelyke menigte van Aanfchouwers<br />

de uitvoering van het doodvonnis<br />

verwagtte.<br />

Ondertusfchen waren de beleedigde Heeren<br />

GEVAERTS en DE OYZELAAR, onder alle<br />

deeze verfchrikkelyke toebereidfelen zodanig<br />

met innerlyk medelyden over de onfchuldige<br />

Huisvrouw en de onnozele Kinderen van den<br />

veroordeelden MOURAND aangedaan, dat zy<br />

voor hem tusfehen traaden, en bevryding van<br />

de doodftraffe by Hun Edel Groot Moogende<br />

verzochten, en met de daad door hun aanhou-<br />


1786.<br />

Zyne ftraf<br />

Veranderd,<br />

en hem<br />

zulks aangezegd.<br />

Publicatie<br />

der Staaten<br />

:les aangaande.<br />

138 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Gevangenis veranderd werd. Dit gunftig Befluit<br />

der Heeren Staaten werd hem, des morgens<br />

ten half elf uuren , door den Heer Fiscaal<br />

L U I K E N en den Heer V A N B U U R E N , Secretaris<br />

van Hun Edel Groot Moogende eerst<br />

mondelyk bekend gemaakt; en hetzelve deed<br />

hem zoo fterk aan , dat hy van zich zelveu<br />

viel, onder het uitroepen van deeze woorden;<br />

6 God wat heb ik een berouw! Toen hy, na eene<br />

korte tusfehenpoozing, weder tot zich zelvcn<br />

gekoomen was, herhaalde de Heer L U I K E N<br />

zyne blyde boodfehap, las hem vervolgends<br />

het Doodvonnis voor, en daar na het gunftig<br />

Befluit van zyne veranderde ftraf. Vcrvolgcnds<br />

wérd hy naa de Gevangenpoort terug gebragt,<br />

waar hem te drinken gegeeven , en, voor<br />

den fchrik en de ontfteltenis, eene ader geopend<br />

werd.<br />

Kort daar na, op dien zelfden dag, deeden<br />

de Staaten eene Publicatie aan de vergaaderde<br />

Gemeente voorleezen; waar in Hun Ed. Groot<br />

Moogende bekend maakten, dat Hoogstdezelven,<br />

hoewel de misdaad van M O U R A N D van<br />

dien aart was, dat ze voor geen Pardon o£<br />

Gratie vatbaar was, en daarom ook het Smeekfchrift<br />

van zyne Huisvrouw hadden afgeweezen<br />

, nogthans op de tusfehentreeding der beledigde<br />

Heeren Gedeputeerden van Dordrecht,<br />

genade beweezen en zyne ftraffe des doods in<br />

die van eene eeuwige Gevangenis veranderd<br />

hadden. — D^t Hun Edel Groot Moogende-<br />

tot


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 139<br />

,£ot die byzondere barmhartigheid beflooten<br />

hadden, in die verwagting en dat vertrouwen,<br />

dat alle ingezeetenen van hunne Refidentie»<br />

Plaats zich van nu voordaan zorgvuldig zouden<br />

wagten van zich andermaal tegen de Souvraine<br />

Befluiten Hunner Vergaadering te verzetten,<br />

in welke manier zulks zoude moogen zyn, dircflelyk<br />

of indirectelyk, waar by eene emftige<br />

vermaaning gevoegd werd, om zich als fiille<br />

en vreedzaame, cn inzonderheid als gehoorzaame<br />

, Ingezeetenen aan Hunne Souvraine<br />

bevelen, vooral aan de zodanige, die Zy tot<br />

eer en luister van Hunne Vergaadering noodzaakelyk<br />

oordeelen , te gedraageó , zonder<br />

zïch van rui voordaan op eenige wyze met<br />

woorden of daaden daar tegen te verzetten; en<br />

dat alles op ftraffe van Hun Edel Groot Moogende<br />

hoogfte verontwaardiging niet alleen:<br />

maar ook dat de Overtreeders, welke verzoeken,<br />

of tusfehentreedingen ook gedaan wierden,<br />

zonder eenige genade, met de Galg, of<br />

zwaarder ftfaffe , zouden geflraft worden. —<br />

Onder het afleezen van deeze Publicatie befpeurde<br />

men eene groote Ril te , en verre de<br />

meeste toehoorders betuigden , door het afneemen<br />

van hunne hoeden, hunne hoogachting en<br />

eerbied voor de Heeren CEVAERTS en DE<br />

GYZELAAR, ZOO menigmaal als hunne naa-<br />

paen geleezen werden.<br />

Zodanig was de uitkomst der zaake van den<br />

^riftigen yveraar MOURAND, die kort daarop<br />

ia


ÊEYS cn<br />

SCHOOLE<br />

gevangen,<br />

en gevoti-<br />

. nisu.<br />

Ï40 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

in 't Tuchthuis te Gouda werd overgeb'-agt,<br />

om met zyner handen arbeid de kost te winnen<br />

; doch die by de verbaazende Omwending<br />

in September 1787. voorgevallen, uit zyne<br />

eeuwige gevangenis ontflaagen en met luister<br />

door ibmmige Burgers in 's Hage ingehaald is.<br />

Op dien zelfden dag van den 24, des nademiddags<br />

, werd een Schilder, met naame<br />

R EiY s , Kapitein van het Haagfche Genootfchap<br />

van Wapenen, onder den naam van Oranje<br />

Corps bekend, in hechtenis genoomen en op<br />

de Casteleney overgebragt; gelyk vervolgends<br />

ook nog een W I L L E M SCHOOLE, die Deurwaarder<br />

of Portier, van 't gemelde Genootfchap<br />

was. Het Vonnis, na onderzoek en<br />

bewys van misdryven, over REYS uitgefprooken,<br />

beftond in eene verbanning ten eeuwigen<br />

dage uit 'sHage, en drie uuren in den omtrek;<br />

en dat van den laatften in een verbod van het<br />

Eere-Teken, dat hy op de Doggersbank verdiend<br />

, en federt gedraagen hadt, langer te<br />

draagen; en voords om voor twee Jaaren in<br />

een Tuchthuis, in deeze Provintie ,opgellooten<br />

te worden, en met zyner handen arbeid de<br />

kost te winnen; daarna voor tien Jaareo uit<br />

Holland, en Westvriesland gebannen, en in de<br />

kosten verweezen (*_). Deeze werd te gelyk<br />

met MOURAND naa Gouda en in het Tuchthuis<br />

gebragt; en verkreeg ook te gelyk met hem,<br />

Cj Nieuwe Nsderl. Jaarl. April 1786, bladz. 333.<br />

na


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. ï§<<br />

fia de gemelde Omwending, zyne vryheid en<br />

ontflag van het bannisfement.<br />

Ook namen de Heeren Staaten, nog op dien<br />

zelfden dag, een Befluit om het bovengenoem­<br />

de Oranje Corps te vernietigen , uit aanmer­<br />

king (zoo als in dat Befluit gezegd werd) dat<br />

uit de bekoomene ihformatiën , omtrent het<br />

zoo genaamde Exercitie-Genootfchap, waar­<br />

toe de gevangen F. MOÜRAND behoord hadt,<br />

genoegzaam gebleéken was, dat by hetzelve,<br />

onder fchyn van zich in den Wapenhandel té<br />

oefenen, byeenkomft.cn gehouden en overleg­<br />

gingen gemaakt werden , die tot fchending der<br />

openbaare rust en tegenkanting tegen Hun Ed.<br />

Groot Moogende wettig gezag uitliepen; dat,<br />

vooral, na de dagelykfche ondervinding daarvan,<br />

zodanig Genootfchap niet langer kon geduld<br />

worden; dat Gecommitteerde Raaden uitdruk-<br />

kelyk gemagtigd werden, om zonder lydver-<br />

zuim de noodig middelen tot deszelfs kragt-<br />

daadige Vernietiging in 't werk te Rellen ; en<br />

ook, uit hoofde van de, reeds ontdekte, verder,<br />

yelyke aanjagen, welke uit hetzelve Corps voort­<br />

gevloeid waren, nauwkeurig onderzoek te doen<br />

na de Leden , die daartoe behoord hadden, en<br />

op derzelver gedrag een waaleend oog te hou­<br />

den.<br />

De Magiftraat van 's Hage kreeg hier van<br />

aanfehryving van Gecommitteerde Rasden, ea<br />

deed op den 27 eene Publicatie tot geheele<br />

vernietiging van dat Genootfchap, met bedrei­<br />

ging<br />

17SCT»<br />

liet Oranji<br />

Corps ver.<br />

nietigd»


178(5.<br />

Onlusten in<br />

Vriesland<br />

wegens een<br />

nieuw Regeerings-<br />

Reglement<br />

te Leeuwarjen.<br />

142 BEKNOPTE HISTORIE DÈ&<br />

ging van zwaare itraffe tegen de overtreeders j<br />

van dit Verbod, van de Puye van het Stadhuis<br />

afkondigen (*).<br />

Omtrent deezen zelfden tyd hadden ook<br />

Onlusten plaats in andere Provintiën: In Vries,<br />

land was men, even als in Utrecht, bezig met<br />

het maaken van nieuwe, of 't verbeeteren van<br />

oude Regeerings - Reglementen , byzonderlyl:<br />

in de Hoofdftad Leeuwarden, het welk aanleiding<br />

gaf tot eene onaangenaame Briefwisfeling<br />

tusfehen den Prins en de Staaten der Provintie ,<br />

en de Burgers van Leeuwarden, Hier van was<br />

in 't voorleden Jaar reeds een begin gemaakt :<br />

Op den 25 Oftober 1785. werd de Eurgery<br />

der Stad Leeuwarden door den Magiftraat opgeroepen,<br />

ten einde uit haar midden Gecommitteerden<br />

te verkiezen cm een nieuw Regeerings-Reglement<br />

voor die Stad te helpen bevorderen:<br />

Aan dezelve werden drie punten<br />

medegedeeld, door de Staaten van die Provintie<br />

vastgefteld, welke by het beraamen van<br />

een Concept - Regeerings-Reglement moesten<br />

in acht genoomen worden ; de twee eerften waren<br />

, dat de opdragt der- Verkiezing van de Ma><br />

gijiraals perfoonen aan den Stadhouder wettig ge.<br />

fchied<br />

(*). Beroerd Nederland, IV. Deel, bladz. 17Ó 200.<br />

Nieuwe Nederl. Juarb Maart 1780. bladz. 177 en 1 Z^—ÏCJ,<br />

Waar men de BcIUutcn, I'ublieaiiën, en overige Stuiken ia<br />

Iiuu jjelicel kin* kezen.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 143<br />

fchied was, en gEvolglyk, denzelven wettig toe­ 178Ö.<br />

behoorde. Doch tegen deeze Punten werd een<br />

Betoog ingeleverd, door 400 Burgers van<br />

Leeuwarden onderteekend, om te bewyzen,<br />

dat de Verkiezing der Magiftraatsperfoonen een<br />

Voorrecht der Burgers van 'die Stad was, het welk<br />

door niemand kon , of mogt weg gegeeven worden ;<br />

en dat, gevolglyk , de opdragt van dezelve on*<br />

wettig gefchied was; waarom zy verzochten,<br />

dat de Heeren Staaten met Hun hoog Gezag<br />

wilden tusfehen beide koomen, en dit Voorrecht<br />

aan de Burgery, als haar wettig eigendom,<br />

herftellen en weder geeven. Dit Betoog<br />

Werd den 23 November by de Staaten ingeleverd<br />

, en met een Protest door Gecommitteerden<br />

nader aangedrongen, dat de opdragt der<br />

Verkiezing van de Regenten der Stad aan den<br />

Erfftadhouder in 't Jaar 1748. onwettig gefchied<br />

was. Doch dit verzoek werd door de<br />

Staaten afgeweezen, by derzelver Befluit van<br />

den 8 December , waar by Hun Edel Moogende<br />

volhardden by hun Befluit van den 20<br />

Üftober te vooren , waar door vastgefteld<br />

Werd, deeze Verkiezing den Heer Stadhouder<br />

Eiet te ontneemen, maar te laaten behouden.<br />

Tegen dit Befluit van den 8 December ver- f erfcIieï.Trrn<br />

zetteden zich zeer fterk de Volmagten van , 'srzetren<br />

Hemelum, Oldenphaart, in Noorclwolde, Lem~ '• ;ieh daar<br />

egep.<br />

Jlerland , Stellingwerf Oofiende , Stellingwerf<br />

West Inde, van Dokkum, van Harlingen, van<br />

Dar.t:atadtel, van Idaarderadeel; en allerfterkst<br />

de'


1785.<br />

Allerftcrkst<br />

die van<br />

Westdongeradst!,<br />

144 BEKNOPTE HISTORIE DX*<br />

!<br />

de Heer COERT LA MEERT VAN BEYMA~ S<br />

Volmagt van Westdongeradeel. Deeze Heer<br />

beweerde ter Staatsvergaadering, dat het<br />

Recht, door Leeuwardens Burgery gevorderd,<br />

baar niet alleen van ouds af toekwam , maar<br />

ook by het laatfte Reglement -Reformatoir van<br />

den si December 1748. zelfs op't nieuw bekragtigd<br />

was; na welk Betoog hy zich, onder<br />

anderen, dus uitdrukte: „ Daar ik de onderhouding<br />

van dit Reglement, onder plechtige<br />

aanroeping van Gods Heiligen Naam bezwooren<br />

heb; daar UEd. Moogende zich met my<br />

by Eede verbonden hebbeü, om niet te gedoogen,<br />

dat tegen dit Reglement geadvifeerd wierde;<br />

en daar evenwel de Kwartieren der Zevenwouden<br />

en Steden, by het Befluit van den 20 October<br />

]. h volharden, en dus, naar myn inzien,<br />

tegen het jofte Art. van 't Reglement Reformatoir<br />

handelen; zoo verklaare ik, in het be-><br />

grip te zyn, dat de Procureur Generaal deezer<br />

Provintie gehouden is, ter voorfz. zaake, hei<br />

Recht der Hooge Overheid te handhaaven; en dat<br />

ik de Volmagten, die dus geadvifeerd hebben,<br />

als vervallen in de poenale fanclie van 't Reglement<br />

- Reformatoir moet aanzien; my verdei?<br />

het récht voorbehoudende, niet alleen om deeze<br />

proteflatie in het Kwartierboek te doen infchryven;<br />

maar ook my te vervoegen daar het<br />

behoort tot handhaaving en behoudenis onzer<br />

wettige Couftitutie, zoo als het Recht der<br />

Natuur, de Unie van Utrecht, en 's Lands<br />

Wet.


ÖNt&STE% IN HÈT VADERLAND, 145<br />

Wetten en Befluiten my zulks gebieden, of<br />

toelaaten, te doen.<br />

Deeze zelfde Heer VAN BEYMA vervoegde<br />

zich tot dat einde ,kort daar na, by Zyne Hoogheid,<br />

den Prins Erfftadhouder., met eenen zeer<br />

nadrukkeiykei) en dringenden Brief van den 14<br />

December, waarin hy, na de gronden van het<br />

Recht der Burgers breedvoerig bygebragt. en<br />

aangedrongen te hebben, den Prins dus aanfpreekt:<br />

Wel aan dan, Vorst, ik fmeek,—<br />

wat zeg ik ? t ik eisch van Uwe Hoogheid, dat<br />

Hoogstdezelve zal öordeeleh , of de Burgers<br />

van Leeüwardén van een Lid deezer Provintie in<br />

hun'ne Rechten benadeeld zyn, of niet? Hier<br />

tbc neemè ik de vryheid, de Deductie dier<br />

braave en achtenswaardige Burgery, by Copie,<br />

aan Uw Doorluchtige Hoogheid by deezen te<br />

doen toekoomen. En gelyk ik niet twyfele,<br />

of Uw Hóógheid zal roet my inflemmen, denk<br />

dan, en denk met Vorflelyke grootmoedigheid,<br />

dat Burgers, (dat meer is) dat piefen, en (het<br />

geen allés zegt) dat Leeuwdardens Burgery, dat<br />

Uwe Vorflelyke Vaders Stadgénoöten, in.hunne<br />

oude Rechten verkort worden;, en om wiens<br />

wille ? Om uwent willé, Vorst! die<br />

loo dikwyls, en zoo plegtig, betuigd hebt,<br />

alles voor het behoud der Vryheid (die in eene<br />

volftandige bewaaring der Rechten en Voorrechten,<br />

en nergens anders in, befïaa't) voói<br />

dit Volk over te hebben. Laaten dan, ó Vorst<br />

thans uwe daadeu fpreekerj^ iaat gantsch Nt<br />

K dei ê<br />

1786.<br />

De Heer <br />

L VAN<br />

t l ï l l A<br />

fchrytt ctaac<br />

over tan<br />

den Prins<br />

Brfflsuitiöii»<br />

der.


Brcf des<br />

Prbiltn aan<br />

de Staaten.<br />

1,4,6 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

derland zien, dat ze met uwe woorden overeenkoomen;<br />

herftel den vryen Burger by zyne<br />

oude Rechten! de Staats - Refolutie van den<br />

31 Juny 1748. geeft aan Uwe Hoogheid genoegzaam<br />

Gezag, om de Regeering by haare<br />

Wettige Conftitutie te bewaaren , ingevolge<br />

het geene toen door Uwen Heer Vader is gereguleerd.<br />

Is nu aan Uwe Hoogheid dit Gezag<br />

verleend ? en Worden 'er in 't Ruk van Regeering<br />

nooit Rechten gefchoriken, of 'er worden<br />

wederkeerige pligten door opgelegd ; dan is<br />

het ook Uw Hoogheids pligt,dit Gezag ter zyner<br />

tyd te gebruiken.; • • voldoe dan Doorluchtige<br />

Vorst, aan deeze pligten, wat is<br />

grooter, wat is aangenaamer, dan zyn pügt te<br />

doen (*)?"<br />

De Prins Erffladhouder beantwoordde deezen<br />

Brief van den Heer BEYMA niet, maar<br />

zondt denzelven aan de Heeren Staaten van<br />

Vriesland, verzeld van den zynen van den 12<br />

February 1786. ; waar in Zyne Hoogheid re<br />

kennen gaf , dat de inhoud en de algemeenheid,<br />

die daar aan gegeeven was, door de<br />

plaatilng daar van in de Nieuwspapieren ,<br />

Hoogstdenzelven bewoogen hadden om denzelven<br />

aan Hun Edel Moogende te zenden ; te<br />

meer , uit aanmerking van den Staat der beraadflaaging,<br />

waarmede Hun Edel Moogende<br />

zi'ch, thans op den gewoonen Landdag bezig<br />

hiel-<br />

-(*) Nieuwe SeisrL jitarü. December 178S. bladz. 1732—174*..


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 147<br />

hielden, omtrent de Stedelyke Regeerings-<br />

Reglementen in 't algemeen, en dat van Leeuwarden<br />

in 't byzonder; en dat de inhoud des<br />

Briefs eene regtftreekfche betrekking op die<br />

beraadflaagingen hadt. Voords betuigde Zyne<br />

Hoogheid dat het altoos tot een zyner grootfte<br />

genoegens verftrekken zoude, met Hun Edel<br />

Moogende te kunnen iriedewerken, om 'sLands<br />

'Conftitutie ongekrenkt te helpen bewaaren; en<br />

om alle waare belangen der goede Ingezeete.<br />

nen, die hem zoo nauw ter harten gaan, overeenkomftig<br />

'sLands Wetten en Voorrechten,<br />

te handhaaven, en zoo veel doenlyk te- beverderen.<br />

De Staatert beantwoordden deezen Brief, met<br />

. kennisgeeving, dat zy den Brief van den Hr.<br />

c. L. VAN BEYMA, door Zyne Hoogheid hun<br />

toegezonden , wel ontvangen hadden , en Zyne<br />

Hoogheid onder het oog brachten , dat<br />

Hun Edel Moogende om die zelfde reden van<br />

de algemeenheid van dien Brief, geoordeeld<br />

hadden, dat dezelve, als Hun Edel Moogende<br />

allen bekend, niet eens op nieuws behoefde<br />

geleezen, veel minder, daar die aan Zyne<br />

Hoogheid gefchreèven was, tot een onderwerp<br />

van Hunne beraadflaagingen gelegd te worden.<br />

Hier om zonden Hun Edel Moogende dien<br />

Brief met de Bylagen aan Zyne Hoogheid terug,<br />

ten einde., aan Zyne Heogheid over te<br />

laaten, dien te beantwoorden, of anders daar<br />

mede te doen als vermeenen zoude te behoo-<br />

K 2 ren»<br />

1786.<br />

Antr/oorc?<br />


3 7 86.<br />

3*8 ÉEENÓPTE HISTORIÉ DE?<br />

ren. Doch wat den Brief van Zyne Hoogheid<br />

ten geleide van dat Ruk aan deStaaten getchreeven<br />

betrof; daaromtrent deelden zy Hunne gedachten<br />

aan Zyne Hoogheid mede, Uit den<br />

inhoud deszelven begreepen Hun Edel Moogende<br />

te moeten befluiten , of dat Zyne Hoogheid<br />

niet overtuigd icheen van het volkoomen<br />

Recht der Staaten van die Provintie, het vast-<br />

Rellen van Regeerings-Reglementen voor de<br />

betrekkelyke Steden; of dat Zyne Hoogheid<br />

fcheen te twyfelen aan 't Recht \an Verkiezing<br />

der Magiftraats-Perfoönén ih die Steden, door<br />

Hoogstdcnzelven tot heden geoefend. Daar<br />

dus Zyr.e Hoogheids manier van denken, over'<br />

deeze twee gewigtige ftoffen , .geheel niet duidclyk<br />

in deezen Brief bleek, en het Hun Edel<br />

Moogende niet onverfchillig was, omtrent dit<br />

alles in het onzekere te blyven; naardien het<br />

eerfte punt de Souvrainiteit des Lands legt-<br />

Rrecks ten onderwerp hadi, en het tweede<br />

punt (de twyfelende wyze van uitdrukken)<br />

zulk eenén invloed op Hunne beraadflaagingen<br />

zou kunnen hebben, da: Hunne onderhandelingen<br />

(omtrent het Ruk der Stedelyke Regiementen<br />

in 't gemeen, en dat van Leeuwarden<br />

in 't byzonder , ook met opzigt tot Zyne<br />

Hoogheid) natuur'yk eene aanmerkelyke verandering<br />

dienden te ondergaan , by Hunne<br />

eindelyke Befluiten op die geheele ftoffe; zoo<br />

hadden Zy goedgevonden , na rype overweeging,<br />

Zyne Hoogheid te verzoeken, om aan<br />

Hun.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 149<br />

•Hun Ede! Moogende binnen den tyd van 14 da<br />

gen , eerstkoowende , na ontvangst deezes , te<br />

willen do :n toekoomen de duidelyke. Verklaaring<br />

van Zyne Hoogheids gedachten omtrent vocrzeide<br />

twee Punten; en wel byzonderlyk omtrent het<br />

Recht van Verkiezing ; ten einde Hun Edel<br />

Moogende uit Zyne Hoogheids denkwyze met<br />

de Hunne vergeleeken, volgens het gewigt en<br />

den aart der zaake, daaromtrent dan zodanig<br />

zouden kunnen handelen en befluiten , als Zy<br />

ten algemeenen nutte dienftig zouden oor-<br />

deelen.<br />

De Heer VAN BEYMA fchreef.eenen twee­<br />

den Brief aan den Heere Prinfe; waarin hy be<br />

tuigde, dat hy den Brief van Zyne Hoogheid<br />

als bevattelyk befchouwdc ; cn dat het hem<br />

aangenaam geweest was, dat Zyne Hoogheid<br />

acht op den zynen geflaagen hadr. Het gevoe­<br />

len van /.yne Hoogheid dat de Brief van den<br />

Heer B E Y M A betrekking hadt, op de beraad­<br />

flaagingen der Heeren Staaten (ten opzigtc der<br />

Stedelyke Regeerings-Reglementen in 't ge­<br />

meen, en van dat van Leeuwarden in 'c byzon-<br />

der;) gevoegd by Zyne Hoogheids betuiging,»<br />

dat het tot een der grootfte genoegens van Zyne<br />

Hoogheid zou verjlrekken, alle waare belangen dér<br />

goede Ingezeetenen, overeenkomftig 's Lands Wet.<br />

ten te handhaaven, en zoo veel doenlyk te bevorde­<br />

ren, deed hem gegronde hope hebben, da*:<br />

Zyne Hoogheid deeze betuiging, op het te-'<br />

genwoordig geya.1. toegepast, zou.weezendlyk.<br />

K 3 maa-<br />

17S6.<br />

Tweede<br />

Rrief van<br />

den Heer<br />

BEYMA ii<br />

deri Prins.


1785.<br />

Antwoord<br />

des Prinfen<br />

aan de<br />

Staaten.<br />

[50 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

maaken; en dat Hy Heer BEYMA zich zou<br />

kunnen ontdaan van het gebruik van al zulke<br />

middelen, overeenkomftig met de Conftitutie ,<br />

als hem nog overig waren, om, volgends zyn<br />

gevoelen , aan zynen Eed, om niet te gedoogen,<br />

dat aan de Conjlitmie en 's Volks Rechten te kon<br />

gedaan wierde, getrouw te blyven.<br />

Voords merkte hy aan, dat Zyne Hoogheid<br />

thans in die allergelukkigfte omftandigheid was,<br />

dat, naar zyn inzien, de betrachting van Hoogstdeszelven<br />

pligt, in dit zonderling geval, met<br />

deszelven waar genoegen en waar belang volkoomen<br />

overeenkwam; want dat niets meer<br />

genoegen aan Zyne Hoogheid geeven kon, en<br />

niets meer met Zyne Hoogheids belangen overeenkwam,<br />

dan daadelyk te toonen, dat de<br />

handhaaving der Voorrechten en Rechten des<br />

Volks Zyne Hoogheid ter harten gaat, en de<br />

achting des Volks verkrygt of verzekert.<br />

Op den voorgemelden Brief der Staaten antwoordde<br />

de Prins, dat in het toezenden van<br />

den Brief van den Heer BEYMA geen ander<br />

oogmerk hadde gehad, dan te toonen, dat niet<br />

fchroomde, dien Biief op eene wettige wyze<br />

ter kennisfe van Hun Edel Moogende te brengen,<br />

en deszelven inhoud aan Hoogstderzelver<br />

oordeel te onderwerpen; dat Zyne Hoogheid<br />

met leedweezen befpeurd hadt, dat de toezenhng<br />

des Briefs van den Heer BEYMA aan<br />

üun Edel Moogende onaangenaam geweest<br />

vas; en zich niet hadt kunnen vooriiellen<br />

dat


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 151<br />

dat de overzending van dien Brief gelegenheid<br />

zou gegeeven hebben, dat Hun Edel Moogende<br />

aan Zyne Hoogheid de twee vraagen, in<br />

Hoogstderzelver Brief vervat, zouden gedaan<br />

hebben , noch dat dezelven aan Zyne Hoogheid<br />

op zoo eene dringende wyze, en met vastftelling<br />

van zoo een korten tyd om te beantwoorden,<br />

zouden gefchreven hebben. •— Doch om<br />

aan de begeerte van Hun Edel Moogende te<br />

voldoen antwoordde Zyne Hoogheid, omtrent<br />

het Recht der Verkiezinge van Magiftraats-Perfoonen<br />

in de Steden, rondborftig, te vertrouwen,<br />

en zich ten volle verzekerd te houden ,<br />

1780.<br />

dat het Recht der Magijlraatsbeflellingen in de<br />

elf Steden van Vriesland, aan Zyne Hoogheid toebehoort<br />

, en dus ook te Leeuwarden, zoo ;als<br />

Hoogstdezelve met de daad getoond hadt, 'van<br />

dat begrip te zyn door het doen der Verkiezingen,<br />

in de betrckkelyke Steden uit de Nominatiën<br />

, aan Zyne Hoogheid toegezonden;<br />

zoo als nog jaatftelyk in de voorlcedene maand<br />

December gefchied was. En wat aanging het<br />

Recht van Hun Edel Moogende tot het vastzeilen<br />

van Reglementen op de Regeeringen in<br />

de betrekkelyke Steden in 't algemeen; zoo<br />

vond Zyne Hoogheid zich bezwaard om daarop,<br />

en byzonder in zoo een korten tyd, zyn<br />

gevoelen , bepaaldelyk te uitten; doch maakte<br />

geen zwaarigheid om, met betrekking tot de<br />

Stad Leeuwarden, ftellig voor zyn gevoelen te<br />

uitten, dat Hun Edel Moogende gerechtigd zyn,<br />

K 4 m


1786".<br />

Pe Bnrjseis<br />

van L?pu~<br />

yard n<br />

ic ry ven<br />

aan den<br />

I'iius.<br />

Sisan den<br />

weg van<br />

Rechten in.<br />

Jvi B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

epi aan die Stad thans eene nieuw Regeerings- Re<br />

glement te geeven.<br />

De Burgers van Leeuwarden vernoemen heb­<br />

bende , op wat wyze de Prins zich, in zyn<br />

Antwoord, aan.de Staaten, nopens het Recht<br />

der Verkiezing van Magiftraats-Perfoonen in<br />

de Steden, en dus in Leeuwarden, verklaard<br />

hadt, in zyneri Brief, den 7 Maart op het:<br />

Loo gefchreeven, Vcrgaaderden by Espels, of<br />

Wyken, en gaven aan hunne Gecornmitteer.<br />

den last, om in hunnen naam zei ven ook ee<br />

nen Brief aan den Prins Stadhouder te fchiy-<br />

ven , en daar in te ef sletten , dat Zyné Hoog­<br />

heid volgends het Recht, hun toebehoorende,<br />

rgn de gemelde Verkiezing zoude afzien , de­<br />

zelve aan de Burgery te rug geeven, en haar<br />

by dat Recht bewaaren en handhaaven zoude.<br />

Of hier op een weigerend Antwoord, dan of<br />

'er geen Antwoord op gevolgd zy, is my niet<br />

gebleeken; hoe dit ook zy, do Burgers begree-<br />

pen genoeg uit het Antwoord van den Heer<br />

Stadhouder aan de Staaten, dat Zyne Hoog­<br />

heid niet gezind was van de Verkiezingen af<br />

te zien; en zochten daarom door den weg van<br />

rechten te verkrygen , het geen zy te ver­<br />

geefsch op andere wyzen beproefd hadden:<br />

Twee Gecommitteerden der Burgery, leever­<br />

den , zoo voor zich zeiven als voor hunne<br />

Medeburgers, een Verzoekfchrift in by het<br />

Hof van Vriesland, waar in zy te kennen gaa".<br />

ïre.Dj dat, dewyl de Prins Stadhouder', roet


ONLUSTEN-IN HET VADERLAND. 153<br />

eenen Brief aan de Staaten der Provintie ver­<br />

klaard hadt, te vertrouwen en zich verzekerd<br />

te houden, dat het Recht der Magiflraatsbe-<br />

ftelling , byzonder ook ré Leeuwarden, Hem<br />

wettig toekomt, en daar uit bleek, dat hy<br />

Prins Stadhouder geen?ins geneegen was het<br />

Recht, in verfchil, yrywillig te verlaaten ; zy<br />

Verzoekers derhalven zich genoodzaakt von­<br />

den , zich tot Hun Edei Moogende te wen­<br />

den, met eerbiedig verzoek: Dat Hun Edel<br />

j., Moogende provifie van citatie tegen welge-<br />

ji melden, Prins Stadhouder, W I L L E M O E N<br />

,, V Y F D E N , wilden verleenen, tot loslaating<br />

van het Recht der Verkiezing van Magi-<br />

ftraats - Perfoonen voor de Stad Leeuwarden,<br />

en voorts om aan te hooren zodanigen Eisch<br />

en Befluit als de Verzoekers zouden doen,<br />

neemen, en gebruiken "<br />

Dit Verzoekfchrift vondt geen. ingang by dat<br />

hooge Provintiaale Gerechtshof; maar 't werd<br />

pp den 15 Maart terug gegeeven met deeze<br />

Byftelling: Het Hof verklaart de zaak, ter Re.<br />

queste gemeld, .geen Voorwierp te zyn van de Or-<br />

ninaris Juftitie.<br />

De Staaten , ondertusfehen , hadden een<br />

nieuw Reglement van Regeering voor de Stad<br />

Leeuwarden beraamd, en namen op den 19<br />

Maart een Befluit om hetzelve vast te Rellen<br />

en in te voeren. Dit Befluit werd by meer­<br />

de, heid van Remmen van drie Kwartieren,<br />

Wenergo, de Zevenwouden, en de Steden ge-.<br />

K 5 noo-<br />

1786.<br />

Worden hy<br />

*t Hof afgeweezen.<br />

F. en nieuw<br />

Regeerings<br />

Reglement<br />

door de<br />

Stnaien beraamd-


Ï736.<br />

154 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

noomen ; terwyl Oostergo van een ander Advies<br />

was. By dit Befluit werd goedgevonden en<br />

verftaan, dat in dit nieuwe Reglement voor de<br />

Regeering der Stad Leeuwarden zouden ingevoegd<br />

worden deeze woorden: Mitsgaders het<br />

Reglement Reformatoir van wylen Zyne Doorluch.<br />

tige Hoogheid (G. G.) van den 21 December<br />

1748., in de Formulieren van den Eed voor<br />

de Magiftraats-Perfoonen, en voor de Vroedfchap:<br />

Voords vastgefteld, dat het zelve toekomftig<br />

zoude zyn het Regeerings-Reglement<br />

van gemelde Stad; en werden de Heeren Hun<br />

Edel Moogende Gedeputeerden gelast en gemagtigd<br />

om, aan de Magiftraat en Vroedfchap<br />

aldaar, hetzelve Copielyk te laaten toekoomen,<br />

en dezelve voords op 't Collegie te ontbieden,<br />

en hen, aldaar verfcheenen , uitnaam<br />

van Hun Edel Moogende de Heeren Staaten,<br />

van den Eed op het Reglement, den 9 December<br />

1766. gedaan, te ontflaan; en voords van hun<br />

den Eed op het voorfz. Reglement, nu gearrefieerd,<br />

af te neemen: Vervolgends hetzelve aan<br />

den Magiftraat dier Stad te overhandigen, ten<br />

einde afgekondigd en aangeplakt te worden, en<br />

om de Officieren , ingevolge het Formulier<br />

daar agter ftaande, mede te beëedigen; met<br />

verdere Magtiging, om , indien een of meer Leden<br />

van gemelde Magiftraat cf Vroedfchap, onverhoopt,<br />

weigeragtig mogten zyn , om den Eed<br />

op dit Regeerings-Reglement af te leggen, den<br />

zulken te verklaaren ipfo fach vervallen te zyn,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 155<br />

van zyne, of hunne Magiflraats of Vroedfchapsplaatfen,<br />

welke aanftonds verkrygbaar zouden<br />

zyn en begeeven worden voor diegeenen,welken<br />

zulks toekomt, ingevolge dit Regeerings-<br />

Reglement.<br />

Het Kwartier van Oostergo was van oordeel, liet Kwartier<br />

van<br />

behalven om andere redenen, in het Advies Oostergo<br />

is van een<br />

gemeld, ook orn dat Zyne Hoogheid by zyn verfcMllentt<br />

Advies.<br />

Antwoord van den 7 Maart , geene andere<br />

gronden van zyn Recht van Verkiezing bybragt,<br />

dan dat hy hetzelve geoefend hadt, dat, voor<br />

en al eer deeze gewigtige zaak geheel af te<br />

doen, de Commisfie behoorde verzocht te<br />

worden en gemagtigd, om de Staaten nader te<br />

dienen van derzelver aanmerkingen en raad omtrent<br />

het Recht van den Stadhouder in deezen;<br />

als mede, om Hun Edel Moogende ingevolge<br />

hier van te berichten, of Zy, in acht neemen*<br />

de voorfz. Verklaaring, van meening zouden<br />

zyn , dat het voorgebragte Concept - Reglement<br />

eenige verandering, dien aangaande,<br />

zoude behcoren te ondergaan. En ftond het<br />

Kwartier daarop, dat het Rapport der Commisfie<br />

nog ftaande deezen Landsdag zoude inkooinen.<br />

Doch dit Advies hadt geen ingang, de<br />

Meerderheid volhardde by de Befluiten van<br />

den 20 Oclober en 8 December des voorleden<br />

Jaars, en by dat van den 19 Maart- deezes<br />

Jaars; en dus bleef de Prins Stadhouder in 't<br />

bezit der Verkiezing van de Magiftraats-Per-<br />

foo-<br />

1126.


Hef nieuwe<br />

V < ali ment<br />

daadelyl;<br />

^uguvueid.<br />

156 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

foonen der Stad Leeuwardtn., on;a gezien alle<br />

aangewende poogingen der Burgery.<br />

De vjag tot de daadelyke invoering van het<br />

nieuwe Reglement was bepaald op den iü, Vt<br />

*-"<br />

Maart: Tot dat einde vergaaderden de Magiftraat<br />

en de Vroedfchap, des namidda'gs ten 3<br />

uuren, op het Stadhuis, en gingen vervolgends<br />

van daar, van vier Staaten - Boden voorgegaan,<br />

naa het Staaten •- Collegie , waar de Heeren<br />

Gedeputeerde Staaten vergaaderd waren, en<br />

werden daar zeer ftaatig ontvangen door den<br />

Heer Prefident Jkr. E. S. G. J. V. E. REN-<br />

GERS, van den ouden Eed ontflaagen, en op<br />

het nieuwe Reglement in den Eed genoomen-<br />

Drie Leden van de Vroedfchap, de Heeren<br />

Mr. R. H. VAN A LTE N A, H. E A L K , en Mj.<br />

c w. COULON weigerden den Eed te doen ,<br />

én waren dus van hunne Posten vervallen verklaard.<br />

De Leden van de Magiftraat cn Vroedfchap,<br />

dus bécedigd zynde , keerden in dezelfde<br />

ftaatie weder naa het Stadhuis,en werden dooide<br />

Krygslicden op de Hoofdwacht, tot dat<br />

éïnde onder de Wapenen ftaande, met gewoone<br />

Krygs eere-bewyzingen, begroet; gelyk by<br />

het heen gaan ook gefchied was. Ondertusfchen<br />

waren de Officieren der Burgery mede<br />

op het Stadhuis ontbooden , en werden door<br />

den Magiftiaat, uit naam der Heeren Staaten ,<br />

insgelyks van den ouden Eed ontflaagen, en<br />

na voorleezing van het nieuwe Formulier door<br />

den Hetr w. DO MINI c u's, in den nieuwen<br />

Eed


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 157<br />

Eed genoomen. Zes Vaandrigs, met naamen,<br />

de Heeren TE BOCK EL, LEIEER, OLINK,<br />

CUPERTJS, O E I N E M A en PLANT ING, wei­<br />

gerden dien Eed te doen, en werden dus van<br />

hunne Rosten ontflaagen. Voords Werd het<br />

nieuwe Reglement van de Puije van het Stad­<br />

huis afgekondigd, en overal aangeplakt. De<br />

drie Vroedfchapsplaatfen, door het weigeren<br />

der bovengemelde Heeren opengevallen, wer­<br />

den door den Magiftraat en Vroedfchap vol­<br />

gends het nieuwe Reglement vervuld, en tot<br />

Mede-Raaden verkooren de Heeren w. SEM_<br />

EEK, de Oud-Vaandrig p. W E T T R A , en de<br />

Kapitein FK. BAVIUS, welke den Eed in han­<br />

den van den Prefident Burgemeester aflei­<br />

den (*).<br />

In de Provintib van Groningen, deeden de<br />

Burgers der Hoofdftad, in een geval van dien<br />

zelfden aart en omtrent den Zelfden tyd, met<br />

beteren uftflag eên verzoek aan den breedea<br />

Raad, tot handhaaving der gedaane keuze van<br />

nieuwe Raadéfieeren: Den 8 January waren ,<br />

volgends gebruik agt nieuwe Raadsheeren ge-<br />

koozen , die met de agt oude den Raad voor<br />

dat Jaar moesten uitmaaken; de naamen deezer<br />

Heeren waren aan Zy^ne Doorluchtige Hoog­<br />

heid ter goedkeuring toegezonden ; en op den<br />

7 February ontving men eenen Brief van den<br />

Pr'infe<br />

t*) KÏtu.v: Kede.1. Jaait. Slaan 1785. bladz. t6$— 28j.<br />

I78f/.<br />

Een geval<br />

var gelyl.fc'k<br />

aart te.<br />

Gruii'.u^sn.


Adres def<br />

lïurgers aan<br />

de Gezwoorene<br />

Ge.<br />

meente.<br />

158 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Prinfe Erfftadhouder met de Lysten van den<br />

aangaanden Rang des Raads, door Zyne Hoog.<br />

hcid goedgekeurd voor 't Jaar 1786., waarop<br />

Burgemeesteren en Raad des avonds ten 7 uuren<br />

vcrgaaderden, en de gemelde Brief aan de<br />

vyf Keurheeren voorgeJeezcn werd; na deeze<br />

leezing bedankte de oudfte der Keurheeren<br />

voor de mededeeling; doch verklaarde te gelyk,<br />

dewyl Zyne Hoogheid verandering in de<br />

gedaare keuze gemaakt, en twee andere Heeren<br />

in de plaats van de gekoozene gefield hadt,<br />

dat men het Collegie van Taalmannen en Gezwoorene<br />

Gemeente hier van moest kennis<br />

geeven; en verzócht, om misflagen voor te<br />

koomen, dat het gemelde Collegie mogte vergaaderd<br />

en Copie des Briefs van Zyne Hoogheid<br />

aan 't zélve vertoond werden. Dit verzoek<br />

werd toegeftaan cn het Collegie nog dien<br />

avond ten 9 uuren faamengeroepen. Veelen<br />

uit de Burgery van het een en ander kennis bekcomen<br />

hebbende, waren caar over zeer aangedaan,<br />

en committeerden aanftonds eenige<br />

Heeren om een Verzoekfchrift op te ftellen en<br />

aan den Heer Taalman ter hand te ftellen, ten<br />

einde hetzelve by het Achtbaare Collegie van<br />

Taalmannen en Gczwoorne Gemeente in te<br />

leveren, Dit Verzoekfchrift was door eenige<br />

honderden Burgers onderteekend, en in hetzelve<br />

te kennen gegeeven, dat zy met aandoening<br />

en leedweezen hadden vernoomen , dat<br />

Zyne Doorl. Hoogheid hadt goedgevonden,<br />

de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 159<br />

de keuze van agt nieuwe Raadsheeren voor een<br />

gedeelte af te keuren, en andere Perfoonen in<br />

de plaats te ftellen. Eene keuze, zeiden zy,<br />

door vyf uwer, op de godsdienftigfte en plegtigfte<br />

wyze door het Lot beftemd, gedaan;<br />

eene keuze, gedaan overeenkomftig de Wetten<br />

en Ordonnantiën, zonder voorinneemende<br />

Recommandatiën, Ligucs, of Cabalen; derhalven<br />

zoo zuiver en onbevlekt gedaan, als<br />

naar den grond en geest van onze Conftitutie<br />

kan en moet gefchieden; eene keuze derhalven,<br />

die zy betuigden ten volle goed te keuren<br />

, en daarom ook geenzins ftilzwygende<br />

konden aanzien, dat daar in door Zyne Hoogheid<br />

verandering was gemaakt.<br />

Zy erkenden wel dat in 't 5^ Articel Reformatoir<br />

aan Zyne Hoogheid een recht van afkeuring<br />

was opgedraagen ; doch konden met<br />

geen gezond verftand overeen brengen, dat<br />

zulks door Zyne Hoogheid naar willekeur en<br />

zonder reden te geeven kon of mogt gefchieden;<br />

immers Edele Achtbaare Heeren (dus<br />

kragtig drukten zy zich uit) wat is dan onze<br />

Burgerlyke of Staats-Vryheid anders, dan eene<br />

fchaduw? Wat zyn alle die, aan het Opperweezen,<br />

met alle Godsdienftigc eerbied opgedrnagene,<br />

plegtigheden, welke uwe verrichtingen<br />

indeezen voorgaan en verzeilen? Wy<br />

Adderen in het uitbreiden deezer denkbeelden:<br />

Is niet om den rand van den Keurhoed, uit<br />

'weiken vyf uwer de zwarte Keurboonen getrok-<br />

1780".


«786,<br />

Uitwerking<br />

van hetzelve.<br />

Zes gekoozene<br />

Heeren<br />

werden beeedigd.<br />

ï6o BEKNOPTE HISTORIE bÈi<br />

trokken hebben, gefchreeven : Dat het groot ft f<br />

bewys der Vryheid,is, naar eigen Wetten te heven?<br />

Is het niet uit hoofde van die eigene<br />

Wetten, dat uwe vrye keuze, van de vroegfté<br />

tyden af, gerekend is, een der bette Plegt-an»<br />

kers en Waarborgen onzer Vryheid?, en zul :<br />

Jen wy daar aan zien tornen en Rille zyn ?<br />

Neen, Edele Achtbaare Heeren, een regt geaart<br />

Burger deezer vrye Stad kan en mag niet<br />

onverfchillig zyn omtrent zyne geheiligde,zoo<br />

duur verkreegene en onvervreemdbaare Voorrechten.<br />

— En daarom beflooten zy dit Adre<br />

met dit ernRig verzoek, dat Hun Edel Achtbaare<br />

deeze hunne RemonRrantie met'derzelver<br />

gronden overwecgen en dusdanige maatregelen<br />

neemen wilden, dat de vryheid der keuze<br />

nimmer zonder reden te geeven veranderd wierde,<br />

'en in dit tegenwoordig geval de belediging der in<br />

plaats gefielde Raadsheeren by provifie opgefchori<br />

wierde.<br />

Dit Adres hadt zyne gewenschte uitwerking:<br />

den volgenden rrnrgen werd in den breeden<br />

Raad beflooten, dat de beëediging der twee<br />

Raadsheeren, die in de plaats der gekoo/.ens<br />

geReld waren, by provifie zou opgefchort worden.<br />

Ondertusfchcn werden de zes andere gekoozene<br />

en goedgekeurde Heeren, op dien zelfden<br />

dag des namiddags voor het oude Rechthuis<br />

in den Eed genoomen , onder het fpeelen<br />

en


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i6t<br />

en luiden der klokken, het doen van falvo's 1786.<br />

door de Burger- en Krygs-Wachten, het uit»<br />

Reeken der Vaandels van den grooten Toorn,<br />

het gefchal der Stads Muziek, enz.<br />

Hier by lieten de Burgers het niet berusten; Adres van<br />

8no Burgers<br />

maar op den 13 Maart leeverden omtrent 800 aan den<br />

breeden<br />

Burgers en Ingezeetenen der Stad Groningenby Raad.<br />

den breeden Raad een Addres in, met de Bylagen,<br />

daar toe betrekkelyk; waarin zy de gronden<br />

voorRelden, op welken zy de gedaane<br />

keuze voor wettig , en de afkeuring van den<br />

Heere Prinfe Erfftadhouder voor wederrechtelyk<br />

hielden. In het flot van het Addres betuigden<br />

zy, dat 'er nooit eene keuze gedaan was,<br />

welke meer vry was van alle kuipery, Ligucs<br />

en Cabaalen, of wat men ook invloed van eene<br />

verdervende hand kan noemen; en verzochten<br />

daarom, dat Hun Edel Moogende, zonderde in<br />

plaats gejlelde Perfoonen in aanmerking te neemen,<br />

de wettig verkoorene Heeren H. W. HOVING en<br />

L. LOHMAN, als Raadsheeren, en w. H. HO­<br />

VING, als Gezwoorene, den Eed wilden doen af -<br />

neemen, met volharding by het Befluit in hunne<br />

beide Addresfen , waarop de provifie by opfchorting<br />

verleend was. —• Het Befluit, hier op gevallen<br />

was, den breeden Raad tegen den aanftaanden<br />

Vrydag te beleggen, én dan nader daar over<br />

te beraadflaagen. Eu na die beraadflaagingen<br />

werd op gemelden dag den 17 Maart, een<br />

gunftig Befluit genoomen en aan de begeerte<br />

L der<br />

Uiiflfl?<br />

daarvan.


ij 26.<br />

Nadere<br />

Eiief vr.n<br />

den Prins<br />

to: betoog<br />

van zyn<br />

Recht.<br />

De breeds<br />

Raad volhardt<br />

by<br />

zyn Beliuit.<br />

162 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

der Burgers voldaan (*).. Want op den 27<br />

May was de breede Raad weder vergaaderd;<br />

in welke Vergaadering een Brief van den Prins<br />

Stadhouder geleezen werd, welke diende tot<br />

Antwoord op twee Brieven, door den breeden<br />

Raad, over deeze zaak, aan Zyne Hoogheid<br />

gefchreeven; waar na beflooten werd, ,, Dati<br />

aangezien by voorfz. Brief door Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid geene redenèn van bezwaar omtrent de<br />

Wettigheid der gedaafie keuze, ofte de hoedanigheid<br />

der gekoozene twee Raadsheeren en Gezwooren<br />

voortgebragt zyn, de zittende Raad zou verzocht<br />

worden, gelyk by deezen gefchiedde, om, overeenkomftig<br />

het Befluit des breeden Raads van den 17<br />

Maart l. I. de Heeren H. W. HOVING, en x. a<br />

E. LOHMAN, als Raadsheeren, enden Heer w.<br />

H. HOVING, als Gezwooren, de Eeden, daartoe<br />

ftaande, te flaaven ; houdende alzoo de zaak, overeenkomflig<br />

gèmelde Befluit, voor afgedaan (f)'\<br />

Kort daarna, op den 2 Juny ontving, de<br />

breede Raad nög wel een nadere Brief van<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid ten betcoge van<br />

zyn recht tot afkeuring, tegen het Befluit de3<br />

Raads van den 17 Maart; doch de breede Raad<br />

volhardde by zyn voorig Befluit, en deed aan<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid in beleefde en<br />

betaamelyke bewoordingen , by wederfchryven,<br />

verklaaren: ,, Dat Burgemeesteren en<br />

(*) Nieuws Nedsrl. Jaarb. April 178Ö. bladz, 405 . 40$.<br />

5tfJ.<br />

Raad


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, iój<br />

Raad, Oud en Nieuw gefaamentlyk met Taal­<br />

mannen en Gezwoorene Gem'é'ente, als verte­<br />

genwoordigende de van ouds erkende, en nim­<br />

mer, ook niet by de Verééniging met de Om.<br />

melahd'en tot èène Provintie^ afgeftaane Sou-<br />

verainiteit der Stad en Burgery, op herhaalde<br />

en infhntelyke begeerte, en Herken aandrang<br />

van verre het grootfte en notabelfte gedeelte<br />

hunner Medeburgers, het voornoemde Befluit,<br />

ha ryp overleg, hadden genoomen, vastge*<br />

field, en daar van aan de Burgery kennis ge­<br />

geeven; derhalven daar in nu geene verander<br />

ring konden maaken, noch gedoogen (*).<br />

Onder de menigvuldige poogingen door vee­<br />

le Burgers van allerlei rang , in de meeste<br />

Steden van verfcheidene Provintié'n deezer<br />

Republiek aangewend, tot weering en verbe­<br />

tering van ingefloopene misbruiken, tot her-<br />

ftel van oude Rechten en Voorrechten, en<br />

tor verzekering der Burgerlyke Vryheid, zoo<br />

als zy het begreepen, en zoo als het geraee-<br />

nelyk met één woord genoemd werd, tot eene<br />

Grondwettige Herflelling ; waren die geene<br />

van de minften, welken de Burgers der mees­<br />

te Steden van Gelderland hebben aangewendi<br />

én het fcheen, dat hunne yver aangroeide s<br />

naar maate zy daar in meer tegenfiand dan in<br />

Sndere Provintiën vonden; waar uit dan ook<br />

(?) Nieuwe Neder!. Jaarb. July 1786. bladz. 745,<br />

L s<br />

ca-<br />

1785.


1786-<br />

Adviei van<br />

•t Hór op<br />

veii'cheideneRi;questen.<br />

164 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

natuurlyk volgde, dat de Onlusten, daar uit<br />

ontftaan, veel hooger geloopen zyn, en Ge-<br />

beurtenisfen hebben voortgebragt , die een'<br />

groot gerucht en beroering in alle de andere<br />

Provintiën gemaakt hebben, en de Nakoome-<br />

lingfchap nauwelyks zal kunnen gelooven; tot<br />

derzelver onderrichting zal het derhalven zeer<br />

nuttig en noodig zyn , een kort en nauwkeu­<br />

rig verhaal daar van te boek te Rellen, waar<br />

uit de Nazaat de verfchillende denkwyze, in<br />

deezen tyd , zoo van Burgers als Regenten,<br />

zal kunnen opmaaken.<br />

In het voorige Jaar 1785., waren reeds ver-<br />

fcheidene Verzoekfchriften door veele Burgers<br />

van verfcheidcne Steden en Plaatfen der Pro.<br />

vintie Gelderland, tot bovengemelde einden,<br />

aan de Staaten derzelve ingeleverd; de Staaten<br />

Relden die in handen van 't Hof, om naa de<br />

wyze der Teekening, en de hoedanigheid der<br />

Tekenaars onderzoek te doen; en naa ingekoo-<br />

mene Rapporten en berichten van de Schouten<br />

en MagiRraaten, den Heeren Staaten van Ad­<br />

vies te dienen. Onder alle die Verzoekfchrif­<br />

ten waren 'er twee, die den Staaten inzender­<br />

heid mishaagden, en waar tegen zy oordeel­<br />

den zich met kragt te moeten verzetten; te<br />

weeten j een algemeen en Nationaal Request,<br />

door veele Burgers der drie Kwartieren , van<br />

Zutphen, Over- en Neder-Veluwe, ondertee-<br />

kend; en een Nationeel Request met eenige<br />

verandering , door Burgers en Ingezeetenen<br />

van


.ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 165<br />

van Harderwyk ondertekend en ingeleverd. By 1785.<br />

deeze Requesten werd onder anderen, om bygebragte<br />

redenen verzocht, dat het Regeerings.<br />

Reglement, het welk zy befchouwden, als zoo geweldig<br />

tegen de oorfprongelyke Conftitutie aandruis,<br />

fende, dat het op den duur niet zou kunnen befiaan<br />

, mogte herzien en verbeterd worden. Het<br />

Hof advifeerde hierop, dat de Heeren Staaten<br />

hun ernfiig voorneemen omtrent de nauwkeurige en<br />

volkoomene waarneeming van 't Reglement van<br />

Regeering van 't Jaar 175c. by eene nadrukkelyke<br />

Publicatie openlyk nader zouden optnbaaren en<br />

bekend maaken (*).<br />

Dit Advies van het Hof werd op den 28<br />

April aan de Staaten gezonden, en overeenkomftig<br />

met hetzelve, door de Staaten, op<br />

den Landdag, die toen gehouden werd, eene<br />

Publicatie beraami en vastgefteld, vervolgends<br />

alomme in het Vorflendom Gelder en 't Graaffchap<br />

Zutphen, zoo in de Steden, als ten platten<br />

Lande, afgekondigd, en aangeplakt. In<br />

deeze Publicatie deeden Hun Edel Moogende<br />

te weeten: — Dat in 't voorige Jaar eene<br />

menigte Requesten in hunne Vergaadering waren<br />

ifigediend, op den naam van verfcheidene<br />

Perfoonen uit de Kwartieren van Zutphen en<br />

Veluwe, alle zich noemende Burgers en Ingezeetenen<br />

deezer Provintie; doch van welken,<br />

by onderzoek gebleeken was , dat die Verzoekers<br />

(*) Nieuwe Neder!, Jaarb. 1786. bladz. 310 en May bl. 420,<br />

L3<br />

Publicati<br />

tegen Re<br />

questen.


166 BEKNOPTE HISTüRIE BÏR<br />

* ..* « * ' '•• • t ' i O . ' '<br />

J?S6.<br />

)<br />

i<br />

j<br />

;<br />

kers veel al beftonden uit kinderen, minderjaarigen<br />

Handwerks - Gezellen , fchamele en<br />

bedeelde Perfoonen, en eene menigte van dë<br />

minstkundige der Ingezeetenen ; terwyl de<br />

zaaken, die het voorwerp der gedaanè verzoeken<br />

waren, in de Verzoekers eenen merkelyken<br />

trap van kunde in de'Regeeringsgefteldheid<br />

van die en andere Provintiën , en in 't<br />

algeméén beftuur van J<br />

t Bondgenootfchap,<br />

moeten voorcnderftellen, om welke te bekoomen<br />

de gemelde Verzoekers nooit tyd nog gelegenheid<br />

konden gehad hebben. Derhalven<br />

zouden Hun Edel Moogende, lettende op de<br />

ornftandigheden, die noodwendig tot verachting<br />

van hunne Hooge Overigheid iii deezen<br />

hebben moeten plaats grypep, indien zy alleen<br />

aan hunne rechtvaerdigheid hadden willen gehoor<br />

geeven, zich verpügt geoordeeld hebben,<br />

om aan alle deeze Verzoekers de kragt<br />

Van hunne wettige verontwaardiging te moeten<br />

doen gevoelen, en den weg van rechten tot<br />

wraak van hunne Hoogheid moeten open laaten.<br />

— Doch, zonder toe te laaten, dat in %<br />

Reglement van 1750. eenige verandering gemaakt<br />

wierde, zoo wilden Hun Edel Moogen-<br />

Ie als nu wel gebruik maaken van hunne Lands-<br />

/aderlyke bezorgdheid, om al het geen tot<br />

lier toe, ten aanzien der Teekening dier Regesten<br />

is gepleegd , te vergeeven , gelyk<br />

y hetzelve vergaaven uit kragt deezer Publica-<br />

f' ti


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 167<br />

catie. . Maar wat het vervolg betrof;<br />

zoo werd verklaard : Dat van nu voortaan geene<br />

Requesten of Verzoekfchriften zouden aangenoomen<br />

worden, wanneer die door meer dan zes<br />

Perfoonen, niet van een geflagt wezende , en<br />

derzelver onderlinge belangen niet betreffende,<br />

aan Hun Edel Moogende ingediend werden,<br />

ten ware zodanige Requesten behoorlyk pro<br />

Jlylo waren geteekend door een Practizyn, aan<br />

wien binnen die Provintie de Praclyk was toegelaaten,<br />

en die binnen dezelve woonagtig<br />

was; met verdere verklaaringe, dat, gelyk zodanige<br />

Verzoekers voor den inhoud hunner<br />

Requesten verantwoordelyk bleeven , Hun Edel<br />

Moogende zodanige Pra&izyns voor den inhoud<br />

van de Verzoekfchriften, aldus door hun<br />

geteekend, mede in de eerfte plaats verantwoordelyk<br />

hielden.<br />

Het was 'er ondertusfchen ver van daan, dat<br />

deeze Publicatie met eenpaarige Hemmen zou*<br />

de genoomen, of algemeen goedgekeurd,zyn:<br />

Verfcheidene Staats - Leden, in alle de Kwartieren<br />

, keurden dezelve niet alleen af, maar<br />

verzetteden zich ook fterk daar tegen: Uit het<br />

Kwartier van Nymegen de Ridders M. VAN<br />

BRONKHORST, E. J. VAN NYVENHEIM,<br />

tot Wiel; n. VAN NYVENHEIM, tot Dorth;<br />

j». VAN LYNDEN tot Qldenaller , Junior: uit<br />

het Kwartier van Zutphen, de Ridders R. j<br />

VAN DE CAPELLEN tot den, Marsch, F. B,<br />

L 4 VAS<br />

1786.<br />

Vcrfcheidene<br />

Ridders<br />

protelteeiert<br />

tegen de.<br />

Publicatie»


1786.<br />

Drie Steden<br />

verzetten<br />

fich daar<br />

legen.<br />

1Ö8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

VAN DE CAPELLEN tot Rysfelt, Burgemeester<br />

te Zutphen, welker Protest en {tellingen<br />

het Kwartier van Zutphen voor rekening en verantwoording<br />

van gemelde Ridders overliet,<br />

zich nadere Aantekening en middelen voorbehoudende,<br />

zoo als het Kwartier zou meencn<br />

te behooren: Ook deeden de Burgemeesteren<br />

R. j V E R S T E G E , W. A DE ROODE en VAN<br />

H E E C K E R E N , Aanteekeningen tegen de gemelde<br />

Publicatie in dat zelfde Kwartier in de<br />

Notulen infehryven. Eindelyk, uit het Kwartier<br />

van Feluwe, verzetteden zich daar tegen<br />

de Ridders w. H. J. VAN LYNDEN van 01-<br />

denallirt; j. H. VAN ZUILEN van Nyeveldi;<br />

c. w. VAN ZUILEN van Nyeveldt, j. c. VAN<br />

E C K , J . H. P. E VAN RENES VAN WILP,<br />

tot Camperbroek (*).<br />

Drie der Veluwfche Steden verzetteden zich<br />

allerfterkst tegen de meergemelde Publica­<br />

tie, Harderwyk, Haitem en Elburg; de twee<br />

laatften zyn 'er de flachtoffers van geworden,<br />

en derzelver Burgers hebben 'er de bitterfte<br />

rampen van belegering , plundering en<br />

ballingfchap om bezuurd. Te harderwyk werdt<br />

op den 14 July in de Vergaadering der Gezwoorene<br />

Gemeente een voorftel gedaan, om<br />

uit naam van dat tweede Lid der Regeering dier<br />

Stad, de Publicatie, op den laatften Landdag<br />

uit»<br />

(*; Nieuwe Nttterl. 'jaari May I78Ö. bladz. 427—433-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 169<br />

uitgebragt (die in dat voorftel eene Monfireufe<br />

Publicatie genoemd, en met de Bloed-Placaaten<br />

van PHILIPS gelyk gefield werd) voor<br />

onwettig te houden en te doen intrekken; doch<br />

dat voorftel werd toen in Advies gehouden (*).<br />

Maar op den 27 Augustus, wanneer de volle<br />

Raad befchreevèn . en de Gemeente op verzoek<br />

der Burgers ook Vergaaderd was, deed de<br />

Burgery door Gecommitteerden Vertoogen en<br />

klagten, by de Gemeente, als tweede Lid van<br />

Regeering, tegen het gedrag der Gecommitteerden<br />

dier Stad op den voorigen Landdag gehouden,<br />

als hebbende mede tot de bewuste Publicatie<br />

tegen de Requesten geflemd, van welke Gecommitteerden<br />

zy verzochten, dat verantwoording<br />

zou geëischt worden: Ook werd aangedrongen,<br />

dat de bezwaaren der Burgery zouden<br />

weg genoomen, en de betwiste Publicatie ingetrokken<br />

en buiten werking gefield worden.<br />

Deeze voorftellen verzochten zy dat de Gezwoorene<br />

Gemeente by den Raad zoude aandringen,<br />

en te gelyk, uit naam der Burgery<br />

aanhouden, dat 'er geene Militie naa die, o£<br />

andere Steden in die , of andere Provintiëa<br />

zouden trekken, om de Burgers in hunne poogingen<br />

te belemmeren. Behalven de gevraagde<br />

verantwoording der Gecommitteerden,wer«<br />

den deeze verzoeken toegeftaan , en dus de<br />

(*) Nieuwe Nidetl. Jaarb. July 1786". bladz. 589-<br />

L 5<br />

be-<br />

1786.


XJ86".<br />

Voornaamlyk<br />

Hattem<br />

en Elburg.<br />

Begin der<br />

Troebelen<br />

Tan Haltent.<br />

IJO BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

bewuste Publicatie ingetrokken en buiten werking<br />

gefteld (*).<br />

De Steden Hattem en Elburg weigerden<br />

ftandvastig, zich aan die Publicatie te onderwerpen,<br />

en hebben deswegens veelal een gelyk<br />

lot ondergaan, waar van de omftandigbeden<br />

zoo merkwaardig en menigvuldig zyn, dat dezelve<br />

een byzouder Hoofdft.uk verëifchen , dewyl<br />

ze een aanzienlyk gedeelte in de Vaderlandfche<br />

Historie van deezen tyd zullen uitmaaken.<br />

Ik zal derhal ven, het volgende Hoofdftuk<br />

daar toe befteeden, en zulks in die orde,<br />

dat ik eerst de Gebeurtenisfen van elke Stad<br />

byzonder, en dan die, welke haar beiden gemeenfchappelyk<br />

betreffen, zal vernaaien.<br />

D E R D E H O O F D S T U K -<br />

Behelzende de Gebeurtenisfen en Onlusten, de<br />

Steden Hattem en Elburg betreffende.<br />

e troebelen en wederwaardigheden der<br />

D Stad Hattem, hadden reeds, in 't voorige<br />

Jaar, een begin genoomen na den dood van<br />

twee haarer waardige Regenten : Op den 14<br />

der maand Juny was de Burgervader EOR-<br />

CHARD JOHAN DAENDELS, Schepen der<br />

Stad, by de Burgery zeer geacht en bemind,<br />

haar<br />

(*) Nieuwe NederU J/tarir. Augustus 178e. bladz, ?5i.


ONLUSTEN ra HET VADERLAND, 17*<br />

haar door den dood ontrukt, Tea blyke van<br />

die hoogachting en Liefde» begeerde de Burgery<br />

aanftonds den braaven Zoon diens braaveu<br />

Vaders tot zynen Opvolger; en de Gezwoerene<br />

Gemeente fchreef den volgenden dag na<br />

zyn Overlyden, den 15 July eenen Brief aan<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid den Prins Erfftadhouder,<br />

met een eerbiedig verzoek, dat<br />

Zyne Hoogheid zyne aandacht geliefde te<br />

vestigen op de bygevoegde Stukken (beftaande<br />

in een ExtracT: - Refolutie van Raad en Meente<br />

van 13 February 1659., en 7 Maart 1720., en<br />

daar op gevolgde bekragtiging van die laatstgemelde<br />

Refolutie door de Landfchap, van den<br />

26 April 1723 ) en geen ander Perfoou in deeze<br />

openftaande plaats te Reilen , dan die volgends<br />

's Lands Wetten, overeenkomftig het<br />

Reglement van 1750., daartoe bevoegd was,<br />

de vereischte hoedanigheden bezat, en der<br />

Burgery aangenaam was. — Ja dat zy huunen<br />

vuurigen wensen en begeerte, zoo uit hoogachting<br />

voor hunnen Overleedenen Regent,<br />

als voor zyn Nakroost, voor Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid geenzins konden verbergen;<br />

maar betuigden, dat niets de fmerte over hun<br />

verlies meer zou kunnen verzagten, dan datzy<br />

den oudften Zoon des Overleedenen, den Hr.<br />

èn Mr. HERMAN WILLEM DAENDELS,<br />

zyn Vaders voetftappen mogten zien drukken,<br />

en zyne plaats vervullen ; en zy durfden vrye-<br />

Jyk 'er voor verantwoorden, dat dit de wensen<br />

van<br />

1786,


]<br />

1786. ' /an byna de gantfche Burgery was. — Zy<br />

ïoopten te meer hier op, daar de Burgery nog<br />

misnoegd was wegens de bezwaaren tegen drie,<br />

n voorige Remonftantiën gemelde Heeren;<br />

waar van het echter verre was, dat zy de onmiddelyke<br />

oorzaak aan Zyne Hoogheid wilden<br />

toeichryven , maar wel aan verkeerde onder*<br />

richtingen, welke Zyne Doorluchtige Hoog.<br />

heid by het doen der verkiezinge van twee<br />

derzelven waren voorgekoomen (*).<br />

Begin der<br />

poogin^en<br />

tot heritel<br />

van misbruiken.<br />

72 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Thans begon de Burgery van Hattem met ernst<br />

aan 't weg neemen heurer bezwaaren en 't inroepen<br />

en opeisfchen haarer oude en vervallene,<br />

of in onbruik geraakte, Voorrechten te<br />

denken en te arbeiden. De zes Gilden der<br />

Stad fchreeven op den 13 February 1786. eenen<br />

Brief aan Zyne Doorluchtige Hoogheid,<br />

waar in zy betuigden,geen inbreuk op het Reglement<br />

van Regeeririg van 1750. te zullen of<br />

te moogen doen, zoo lang hetzelve zou be-<br />

Raan; en dat een brandende zucht voor hunne<br />

Vryheid en Voorrechten hen onbefchroomd<br />

maakte om Zyne Hoogheid zeer eerbiedig voor<br />

te draagen: ,, Dat de zes gewettigde Gilden<br />

het recht gehad hebben, dat ieder Gilde<br />

een<br />

(*) Nieuw Netlerl. Jaarb. July 1785. bladz. 913. Het 1,9<br />

my zonderling aangenaam, dus loflyk de gedachtenis te moo­<br />

gen vermelden van eenen Regent, met wien ik, in de Schooi­<br />

en Acadcmiejaaren ie //arderwyk, de eere gehad heb te moogen<br />

verloeren, en twee/naai z;


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 173<br />

„ een Gemeensman of Vertegenwoordiger in<br />

„ de Gezwoorene Gemeente hadt en zyne<br />

plaats, by Overlyden, verlaaten of vorderen,<br />

zelve uit de Gildebroederen vervulde."<br />

,, Dat onverschilligheid cn verval in fommige<br />

Gilden dit kostelyk Voorrecht federt eenige<br />

Jaaren deed flaapen, en het Eerzaame Collegie<br />

van Gemeenslieden, zoo uit de Gilden als uit<br />

Burgery, zoude uitgeftorven geweest zyn, indien<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid zich derzelver<br />

niet ontfermd en de openvallende plaatfen<br />

van tyd tot tyd vervuld hadt; laatende ondertusfehen<br />

aan Gilden en Burgery overvloedig<br />

tyd om de Verkiezing zelve te doen; dar. de<br />

Gilden Zyne Hoogheid voor deeze oplettendheid,<br />

zorge en moeite, zeer onderdaanig bedankten,<br />

en thans de vryheid namen om Zyne<br />

Hoogheid bekend te maaken, dat zy zich verpligt<br />

achtteden en voomeemens waren, hunne<br />

cude Rechten te rug te neemen, en de openvallende<br />

Gemeentsmans-Plaatfen zelveu uit de<br />

Gilden te vervullen (*)".<br />

Welhaast volgde de gantfche Burgery het<br />

voorbeeld der Gilden : Op den 22 derzclfde<br />

maand, den dag van Sr Pietersftoel, op welken<br />

zy gewoon was in de Kerk te vergaaderen, en<br />

waar in een fchaduw van haare Vryheid om<br />

Over haare belangen te raadpleegen, was overgebleeven,<br />

nu ook naar ouder gewoonte ver-<br />

gaa-<br />

(') Nieuwe Ncdsrl. Jaarb. February 1736. bladz. 112.<br />

17 §6.<br />

De nuigevy<br />

votgt bei<br />

voorbeeld<br />

der Gilden.


174 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

gaaderd zynde, deed de Burgery door haare<br />

Gecommitteerden een Adres opftellen en aan<br />

de Gezwoorene Gemeente inleveren; by het<br />

•welke zy te kennen gaven , dat de Burgery<br />

reeds fedett msèr dan twee Jaaren bedacht geweest<br />

was op het herftellen van haare Voorrechten<br />

, — bedoelende byzonderlyk daar mede<br />

de aanfteliing van Gemeenslieden uit de<br />

Burgery, in welke te rug te neemen de zes<br />

Gewettigde Gilden hun zoo hartelyk waren<br />

voorgegaan, en welk Recht zy thans beflooten<br />

hadden zeiven ook wederom uit te oefenen,,<br />

Ten bewyze van hun Recht daar toe, bragten<br />

zy by, dat iri 't Reglement van 1750 geen<br />

woord gemeld wordt van 't Recht van aanftelling<br />

van Gemeenslieden in de Steden Hattem<br />

en Elburg; dat gevolglyk dat Recht verbleef<br />

aan die geenen, aan welken hetzelve voor de<br />

Omwending van 1748. toebehoorde; en dit<br />

waren de Gilden en Burgery , welken het<br />

Recht van aanfteliing van Magiftraats-Leden<br />

en Gemeènslieden, federt eenigen tyd, hadden<br />

laatèn uitoefenen door de Gezwoorene Gemeente;<br />

doch voor het Jaar 1708., en tèn minftcn<br />

1705. hadt de Burgery zelve haare Regenten,<br />

zoo wel van 't eerfte als tweede Lid der Regeering,<br />

verkoozen. Dit Recht eischten zy<br />

op met deeze nadrukkelyke taal: Zorgeloosheid,<br />

onkunde en vleijery, die ons en gantsch'<br />

Nederland als betoverd hielden, maakten on9<br />

gevoelloos en blind; — de Rechten, uit den<br />

brand


ONLUSTEN i» MET VADERLAND. 175<br />

brand van 175c ontkoomen, vervielen in handen<br />

der heerschzucht, Zie daar. Wel<br />

Ed. en Eerzaame Heeren, op welk Recht de<br />

Heeren Erfftadhouderen de aanfteliing van<br />

Gemeenslieden, iedert dertig Jaaren,geoefend<br />

hebben; en op deeze zelfde gronden heruegmen<br />

wy thans, in navolging der braave Burge.<br />

ry van Elburg en de zes Gilden alhier, dit<br />

kostelyk Voorrecht en nooit vervreemd Recht."<br />

Voords verzochten zy, dat de Gezwooren<br />

Gemeente, als hunne Vertegenwoordigers, aaa<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid den Hr. Prince<br />

Erfftadhouder, in een zeer vriendelykenBrief,<br />

van dit hun voorneemen geliefden kennis te<br />

geeven; en, indien 'er, onverhoopt, door<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid Gemeenslieden<br />

uit de Burgery mogten aasgefteld worden, tegen<br />

derzelver beëediging te protefteeren, en<br />

aan dezelven althans geene Zitting te verleenen<br />

in Hun Edele Eerzaame Vergaadering. Zy<br />

ftonden in voor alle gevolgen, hinder en fchade,<br />

die uit deeze of andere zaaken, ten hunnen<br />

nutte aangewend, mogten voortvloeijen,<br />

beloovende alle trouwe hulpe en byftand, die<br />

een Burgery aan zyne braave Vertegenwoordigers<br />

kon en moest verleenen (*).<br />

Tot hiertoe was 'er niets gevolgd op het<br />

verzoek der Gezwoorene Gemeente, by den<br />

Brief van den 15 July des voorigen Jaars aan<br />

den<br />

O Siiltwi Neder!, Jaarb. February 1786, bladz, no.<br />

1736.<br />

De Gezw.<br />

Gemeente<br />

zendt eene<br />

Commisfie<br />

aan den<br />

Prins op *j<br />

LOQ.


Sene tweede<br />

Schepens en<br />

Raadsplaats<br />

opengevallen.<br />

Op verzoek<br />

der Burgery<br />

ilelt de Gezwoorene<br />

Gemeente<br />

eenen Magiftraat<br />

ad<br />

interim aan.<br />

176 BEKNOPTE HISTORIE nu*<br />

den Prins Erfftadhouder gedaan om de Sdie*<br />

pens-Plaats te vervullen; waarom Hun Edele<br />

Eerzaame den 1 February eene Commisfie aan<br />

Zyne Hoogheid, thans op het Loo zynde,<br />

zonden, om op eene fpoedige voldoening van<br />

dat verzoek aan te dringen; aan welke Commisfie<br />

de Hr. Stadhouder mondelyk verklaarde 3<br />

dat niet alleen alle moogelyken fpoed zoude<br />

,, maaken om de openftaande Schepens- en<br />

,, Raads-Plaats te vervullen, maar ook zoda-<br />

„ nig bevoegden Perfoon te zullen verkiezen,<br />

„ die aan de Burgery aangenaam was, en dat<br />

„ altyd zou trachten, zoowel aan de Burgerv<br />

,, van Hattem, ais aan die van andere Steden<br />

genoegen te geeven (*)."<br />

Terwyl men met ongeduld op de vervulling<br />

deezer toezegging wagtte, viel 'er op den 2<br />

May eene tweede Schepens en Raadsplaats<br />

open door 't Overlyden van den Heer R. A.<br />

VAN WYNEN; waarom de Gezwoorene Gemeente<br />

zich by Requeste by de Heeren Staaten<br />

der Provintie vervoegden , met verzoek om<br />

den Heere Stadhouder tot de vervulling der<br />

openftaande Posten te beweegen.<br />

Op den dag te vooren, den t May, waren<br />

alle de Leden van den Magiftraat uit de Stad<br />

gegaan, zonder dat men den tyd hunner terugkomst<br />

wist; om welke reden de vergaaderde<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Aug. 1785. b!adz 765.<br />

(f) Ibid. Augustus j^Sö. bladz. 76O.<br />

Bur-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 177<br />

Burgers zich door hunne Gecommitteerden ,*<br />

tot de Gezwoorene Gemeente vervoegden, en<br />

aan dezelve te kennen gaven, dat alle de Le­<br />

den van den Magiftraat dien morgen uitdeStad<br />

vertrokken waren , dezelve Regeeringloos ge-<br />

laaten hadden, en dus het beltuur der Juftitie<br />

en het beftier der Stad op Gods genade lieten<br />

dry ven ; en dat op een tyd en dag als deeze,<br />

waarop, wegens het verhuizen als anders, dik*<br />

wyls Arresten ,en andere gerechtelyke zaaken<br />

konden voorvallen; weshalven zy inftantelyk<br />

verzochten, dat de Gezwoorene Gemeente,<br />

als hunne getrouwe, en thans eenige, Verte­<br />

genwoordigers, eenen Magiftraat en Raad ai<br />

interim geliefden aan te ftellen, en tot gerief<br />

der Burgery en Ingezeetenen, en tot algemeen<br />

welzyn, uit Hun Ed. en Eerz. midden twee<br />

Prefident Burgemeesteren en Schepenen, die<br />

teffens Raaden zouden zyn, te verkiezen ,om»<br />

geduurende de afweezigheid des Magiftraats,<br />

derzelver plaatfen te bekleeden, en Recht en<br />

Gerechtigheid te oefenen, met al zulke magt<br />

en gezag, als den gewoonen Magiftraat en<br />

Raad toekwam; en dat hier van by Publicatie<br />

aan de Burgery zou kennis gegeeven worden»<br />

Dit verzoek der Burgery werd toegeftaan , en<br />

overeenkomftig hetzelve door Gezwoorene Ge­<br />

meente beflooten en gehandeld.<br />

Zes dagen daarna, op den 7 May keerden<br />

de Burgers zich wederom met een Adres tot de<br />

Gezwoorene Gemeente ; bedankte dezelve voor<br />

M hun-<br />

1786*'*<br />

AJrcs der<br />

Bujgery aWf<br />

de Gezw.<br />

Gemeente,<br />

om liui*


1786. 1<br />

wetiig<br />

ltcclit uit te<br />

oefenen enz.<br />

l?8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

hunne trouwe en hartelyke verkleefdheid aara<br />

hunne dierbaare belangen, op den eerften dag<br />

dier maand betoond; en gaven te kennen, dat<br />

de Magiftraat zich fcheen toe te leggen, om<br />

niet alleen met de magt, hun door de Burgery<br />

verleend, maar ook door een gedeelte van 't<br />

Gezag aan de Gezwoorene Gemeente wettig<br />

toekoomende , het herftel der Rechten deezer<br />

Stad, zoo niet ondoenlyk te maaken, ten minfte<br />

zoo veel mogelyk te verhinderen; zelfs<br />

fchroomde de Burgery niet zich te verklaaren,<br />

dat zy niet tWyfelde, of fommige Heeren van<br />

de Magiftraat, die zich nu en dan reeds vry<br />

fterk ten nadeele van hun ondernoomen herftel<br />

en de yverigfte Voorftanders hadden uitgelaaten,<br />

zouden alle moeite aanwenden om een<br />

vast Guarnizoen in de Stad te brengen; ten<br />

einde de billyke Volkflem , even als te Amersfoort,<br />

zoo moogelyk te fmooren, en de Burgery te doen<br />

zuchten onder een yzeren Jok van Militaire overheerfching<br />

, en te brengen tot den ftaat van<br />

hunne ongelukkige Arnhemfche Landgenooten.<br />

— Uat het Gode behaagd hadt, hunne twee<br />

beste Volksvrienden hun te ontrukken, en nu<br />

flechts drie Heeren van den Magiftraat met hunne<br />

huishouding geftadig tegenwoordig waren,<br />

en gevolglyk de Stad woest, zonder orde, Juftitie<br />

en Politie moest blyven, zoo lang de ledige<br />

Plaatfen open ftonden; dewyl drie Heeren,<br />

al waren ze allen tegenwoordig, geen wettig<br />

Befluit konden neemen. >~ Dat ds Hr. Erfftad><br />

hou.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 17$<br />

houder, hoewel bezwooren hebbende hunne<br />

Voorrechten en Rechten te zullenhandhaaven,<br />

evenwel eene openRaande Plaats in den Raad<br />

meer dan 9 Maanden durfde openlaaten, tegen<br />

de letter van deezer Stads-Reglementen van<br />

1705., 1708., en 171Ï., die zeggen, dat eene<br />

openvallende Plaats in de Magiftraat binnen vier<br />

of zes weeken moet vervuld worden / — en dat het<br />

thans hoog tyd was, dat de Gezwoorene Ge­<br />

meente, even als die van Zutphen en Arnhem,<br />

toonde, een Collegie van Regeering te zyn,<br />

geheel onafhangelyk van den MagiRraat, en<br />

naamens de Burgery met evengelyke magt als<br />

de MagiRraat bekleed, uitgezonderd het be-<br />

ftier der Juftitie en Politie ; welk laatfte wilde<br />

zeggen , het dagelyks beftier der Stad omtrent<br />

geringe zaaken.<br />

Alle welke zaaken de Burgery zich verplicht<br />

achtte Hun Ed. en Eerzaame onder het oog te<br />

brengen, en te verzoeken : „ Dat Hun Wel<br />

Ed. en Eerzaame alle gepaste middelen gelief­<br />

den in 't werk te ftellen, en zoo moogelyk te<br />

bewerken, dat de twee openftaande Plaatfen<br />

in de Magiftraat ten eerften vervuld wierden<br />

met Perfoonen der Burgery aangenaam, en uit<br />

de gegoedfte, vroedfte, en rekkelykfte der be-*<br />

voegde Burgers. — Dat Hun Ed. en Eerzaame<br />

zich ten eerften vervoegden aan den Wel Ed.<br />

en Achtbaare Magiftraat, en verklaarden, d3t<br />

zy, als tweede Lid van Regeering ftaande hiel­<br />

den, dat aan Hun de helft in alle zaaken van<br />

M 2 Re-<br />

1786.


1786.<br />

a-fio BEKNOPTE HISTORIE fixrf<br />

Regeering toekwam, uitgezonderd het bellier<br />

der Jufütie en Politie; en dat de Gezwoorene<br />

Gemeente by provifie protefteerde en voor<br />

nul verklaarde al het geen de Magiftraat, ia<br />

zaaken de Gezwoorene Gemeente mede betreffende,<br />

buiten dezelve mogte befluiten, of<br />

goedvinden in 't werk te ftellen ; met voorbe.<br />

houding van al 't geen aan de Gezwoorene<br />

Gemeente tot handhuaving van haar wettig<br />

Recht dienftig en oorbaar zou voorkoomen: —<br />

Dat mede geliefden te befluiten, en aan de<br />

Magiftraat kennis te geeven, dat de Gezwoorene<br />

Gemeente op verzoek der Burgery, verklaarde,<br />

niette kunnen lyden,dat 'er, zonder<br />

haare byzondere toeftemming, Krygsvolk binnen<br />

koome, onder wat voorwendzel het ook<br />

zy; maar dat de Burgery alle poogingen om<br />

de Stad met Krygsvolk te beleggen , zou moeten<br />

houden voor een daad van openbaar geweld ,<br />

baar door byzondere Perfoonen aangedaan ,<br />

die daar door zouden vervallen in de misdaad<br />

van verraad en gekwetfte Majefteit;alzoo geen<br />

Krygsvolk mag worden ingenoomen of aangebragt,<br />

zonder byzondere toeftemming van de<br />

Magiftraat en Gezwoorene Gemeente (*). Alle<br />

welke zaaken de Gezwoorene Gemeente aan<br />

den Magiftraat heeft voorgehouden in een nadrukkelyk<br />

Adres,waar van ik ftraks naderfpreeken<br />

zal. i<br />

(•) Nitvwt NediïU Jearh May 1786, bladz. 436—440»,<br />

Daar;


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. iSr<br />

Daar nu de weg tot herftel van hunne be.<br />

zwaaren by de Staaten te zoeken , door de bo.<br />

vengemelde Publicatie tegen de Requesten,<br />

hun ten eenemaal was afgefneeden, zoo ver­<br />

voegden de Burgery en Gemeente zich weder­<br />

om tot den Prins Erffladhouder met eenen<br />

Brief van den 13 Juny ; waar in zy na het<br />

voorflellen van den beklaaglyken ftaat der Stad<br />

Hattem, als door 't Overlyden van twee, en<br />

de geduurige afweezigheid van drie, Leden<br />

van den Magiftraat, byna geheel van Regen­<br />

ten beroofd was, en in gevaar van aan geheele<br />

verwarring en Regeeringloosheid bloot gefteld<br />

te worden, Zyne Hoogheid voor 't laatfte aan­<br />

maanden, om hoe eer hoe beter, ten minften<br />

voor den afloop van die Maand, aan de be­<br />

geerte der Burgery en Gezwoorene Gemeente<br />

te voldoen, en de openftaande Raadsplaatfen<br />

te vervullen; met verklaaring, dat zy anders<br />

zich genoodzaakt zouden vinden, om tervoor-<br />

kooming van eene geheele Regeeringloosheid,<br />

en om niet langer het beftier der Stad door<br />

zulk een klein getal Perfoonen te laaten uitoe­<br />

fenen , alle zodanige middelen te beproeven en<br />

in 't werk te ftellen, die de Wetten deezer<br />

Provintie en der' Stad Hattem zouden aan de<br />

hand geeven.<br />

Met opzigt tot de, boven meermaal gemel­<br />

de, Publicatie der Staaten, waardoor byna al<br />

het requeftreeren van Burgers en Ingezeetenen<br />

omtrent Lands en Stads zaaken, op ftraffe van<br />

M 3 cri-<br />

1=780".<br />

Biief der<br />

Burgers siau<br />

den Stadhouder.<br />

De Cezw.<br />

Gemeente<br />

verklaart het<br />

geen de Alayiftiaatverricht<br />

heeft


178(5.<br />

vóór informeel<br />

, nul,<br />

en van onwaarde.<br />

Nadrukte,<br />

lyk Adres<br />

der Gezw.<br />

.Geineeiue<br />

nnn den<br />

Magiftraat<br />

i..'g:ievcrd.<br />

r.8a BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

crimineele vervolging verbooden was; namen<br />

de Gezwoorene Gemeenten op den 24 Juny<br />

een Beftuit, aangezien de Heeren van de MagiRraat<br />

maar drie Leden fterk waren, die de<br />

voorfz. Publicatie hadden doen afkondigen,<br />

en daar het ten duidelykRe zigtbaar was, dat<br />

dezelve regelregt inliep tegen de Rechten van<br />

een vry Volk; Hun ongenoegen voor den Magiftraat<br />

open te leggen, en het geen door dezelven<br />

verricht is in deezen, voor informeel ,<br />

kragteloos, nul cn van onwaarde te houden (*).<br />

Ingevolge de Verzoeken, te meermaalen,<br />

en byzonderlyk op den 7 of 8 May, hier voor<br />

gemeld, door de Burgery aan de Gezwoorene<br />

Gemeente gedaan , leverde dit Collegie een<br />

zeer nadrukkelyk Adres in by den Magiftraat,<br />

waar uit ik niet kan nalaaten eenige trekken by<br />

te brengen, ten einde aan de Nakoomelingfchap<br />

gelegenheid te geeven om te oordeelen<br />

of de moedige Burgers van Hattem hunne<br />

Rechten bondig betoogd, dan of zy ongelyk<br />

gehad, hebben.<br />

De Gezwoorene Gemeente betuigt aan den<br />

Wel Ed. en Achtbaaren Magiftraat, zich verpligt<br />

te rekenen, om te kennen te geeven,<br />

dat het 'er verre van daan was, dat zy meer<br />

gezag zouden begeeren, dan Hun Eerzaamen<br />

wettig toekwam; maar ook om te vraagen:<br />

Waar is Ons Gezag, dat Ons van ouds wettig<br />

toekomt? Zoo 'er zaaken zyn, waar in het recht<br />

Q) Nieuwe Neder!. Jaarb. Juny 1786. bladz. 5S3,<br />

der


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 183<br />

der Gemeente erkend wordt, moeten wy ons I78


184 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Ed. en Achtbaare Heeren, niet fchroomen te<br />

verklaaren; dat het der Gezwoorene Gemeente —<br />

in haare ziele fmert, te moeten verneemen, dat een<br />

vry Volk, dat zich ten koste van zyn bloed van<br />

het Spaanfche Tyrannifche juk ontdaan heeft, door<br />

hunne Vertegenwoordigers, die het Gezag niet anders<br />

dan uit naam en van wegen hun uitoefenen ,<br />

een bal in den mond -geflopt en Jlom gemaakt wor~<br />

den, om daar doof hunne Klaag- en Smeekjlem,<br />

omtrent gewigtige zaaken te fmooren. — Wy doelen<br />

op het Arrcfteeren by de Landfchap van de<br />

beruchte Publicatie, alhier den 28 May gepubliceerdj<br />

en by welke in 't vervolg niets minder<br />

dan crimineele vervolging bedreigd wordt<br />

tegen zodanige Verzoekers, als de Tekenaars<br />

der Nationaale Requesten, zoo op die, als op<br />

eenige voorige Vergaadering geprefenteerd,<br />

en waar by NB. een generaale Amnestie voor<br />

al het misdaadige, daar door reeds gepleegd,<br />

werd aangekondigd.<br />

Hoe kan het moogelyk zyn (dus vervolgen<br />

zy) dat zulke billyke verzoeken, als onder<br />

anderen, dat, tot redres en revideering van een<br />

Regeerings - Reglement, dat zoo zeer tegen onze<br />

Conftitutie aandruifchende verklaard werd, als<br />

misdaadig wordt befchouwd; indien daar in een<br />

misdaad geleegen is; zoo rekent de Gezwoorene<br />

Gemeente het zich eene eere, te verklaaren<br />

, dat zy dan Misdaadigers willen zyn en<br />

blyven; want alhoewel bezwooren hebbende,<br />

dat voorfz. Reglement te zullen naleeven, zoo<br />

oor*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 185<br />

oordeelt de Gemeente, het haar echter volkoomen<br />

vry te ftaan, zonder krenking van dien<br />

Eed, hunne gedachten nopens de tegenftrydigheid<br />

in het zelve te moogen uiten; en vertrouwen,<br />

daar zy het tweede Lid deezer Stads<br />

Regeering uitmaaken, zy nimmer in dat aanzien<br />

kunnen koomen van Minderjaarige, fchamele,<br />

en bedeelde Perfoonen.<br />

Dan aangemerkt hebbende, dat de verpligting<br />

tot flipte onderhouding van 't Reglement<br />

van 1750. even fterk is aan de zyde des Stadhouders,<br />

als van die der Ingezeetenen, als van<br />

wederzyde bezwooren zynde; zoo toonen zy<br />

in verfcheidene (tukken hoe hetzelve, van de<br />

zyde des Stadhouders van tyd tot tyd overtreeden<br />

was; dit alles vraagswyze voorftellende,<br />

vraagen zy eindelyk. ,, Daar dit alles, Wel<br />

Ed. Achtbaare, door niemand kan ontkend worden<br />

waar te zyn , hoe is 't dan moogelyk, dat de<br />

Teekenaars van Nationaale Requesten, als Mis.<br />

daadigers kunnen befchouwd worden, Pardon ontvangen<br />

, en verder bedreigd worden met crimineele<br />

proceduuren?" Daar nu mede door de Burgers ea<br />

Ingezeetenen deezer Stad, het zelfde verzoek<br />

gedaan was, zoo vondt de Gezwoorene Gemeente,<br />

zich in de volftrekte verplichting,<br />

zich deeze zaak aan te trekken en Heilig te<br />

verklaaren : ,, Dat zy deeze Publicatie hield als<br />

een diretl Attentaat op de natuurlyke en Confiitutioneele<br />

Rechten tn Voorrechten der Burgery, en<br />

v a n<br />

M 5<br />

1786.


1736.<br />

Kader Befluit<br />

der<br />

Burgery om<br />

de openftaandeRaadsplaatfen<br />

te vervullen.<br />

186 BEKNOPTE HPSTORIE DER<br />

van dien aart, dat dezelve noodwendig de ernjligfie<br />

gevolgen moest na zich Jleepen." Voords op alles<br />

aandringende, wat de Burgery, in haar Verzoekfchrift<br />

aan de Gezwoorene Gemeente,<br />

van dezelve begeerd hadt (*).<br />

Ondertusfchen was de maand, binnen welker<br />

afloop de Burgery aan den Hr. Stadhouder verklaard<br />

hadt te verwagten, dat de twee Raads-<br />

Plaatfen zouden vervuld worden, reeds geheel,<br />

en de volgende meer dan half verloopcn,zonder<br />

dat de openftaande Plaatfen vervuld waren; waarom<br />

de Gecommitteerden der Burgery,indezaake,<br />

de twee openftaande Schepens-Plaatfen betreffende,<br />

de gantfche Burgery,op den 17 July<br />

by een riepen om van hunne verrichtingen Raport<br />

te doen ; by welke gelegenheid de vergaaderde<br />

Burgers beflooten en vast fielden: „Dat,<br />

aangezien uit het Rapport van Gecommitteerden<br />

gebleeken was, dat de Hr. Erfftadhouder kon<br />

goedvinden de twee Vacaturen in de Magiftraat,<br />

niet tegenftaande alle inftantiën van Gemeente<br />

en Burgery, tot dien tyd toe onvervuld<br />

te laaten, en met zynen duurbezwoorenEed,<br />

het welzyn der Stad, en hunne Voorrechten, als<br />

een Souvrain Oppervorst, te handelen naar zyn<br />

wil en welgevallen, de Burgery andermaal zou<br />

vergaaderen over 14 dagen, en als dan eindelyk<br />

befluiten , welke meest Conftitutioneele<br />

mid-<br />

{") Dit Adres, welk in zyn geheel, verdient geleezen te<br />

woiden, is te vinden in de flituwe Nedtrl. Jaarb. Ju!p<br />

??8ö, bladz. 500—597,


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 187<br />

middelen zouden moeten in 't werk gefield<br />

worden, om de twee openftaande Plaatfen in<br />

de Magiftraat te vervullen (*)".<br />

Eindelyk kwam 'er tyding in, dat de Prins<br />

Erfftadhouder eene der openftaande Schepensen<br />

Raads-Plaatfen vervuld hadt met den Perfoon<br />

van ALEERTÜS D I N c K G R E V E , die tot<br />

hier toe onder des Prinfen Lyfwagten (Garde<br />

du Corps genaamd) gediend hadt. Hier over<br />

waren de Burgers zeer misnoegd en verontwaardigd;<br />

te meer als zy zich herinnerden,<br />

dat Zyne Hoogheid nog onlangs aan hunne<br />

Commisfie op het Loo beloofd hadt, de openftaande<br />

Plaats te zullen vervullen met zodanig<br />

bevoegd Perlbon, die der Burgery aangenaam<br />

was; daar zy deezen Perfoon geenzins hielden<br />

voor een van de gegoedften en vroedften der<br />

Ingezeetenen , zoo als de Reglementen en<br />

Voorrechten vorderden; dewyl zy niet konden<br />

onderftellen, dat een Perfoon , die zynen tyd<br />

in Krygsdienst hadt moeten doorbrengen, eene<br />

genoegzaame kennis van Stads Rechten- en<br />

Regeeringszaaken kon hebben. Hierom vonden<br />

zy ook goed, op den 7 Augustus, om den<br />

Perfoon van ALBERTUS DINCKGREVE onbevoegd<br />

te verklaaren tot het bekleeden van<br />

dien aanzienlyken Post van Regeering in hunne<br />

Stad, en gevolglyk, die gedaane aanfteliing<br />

voor nul en van onwaarde te houden: En de<br />

Magiftraat en Gezwoorene Gemeente te verzoe-<br />

(*) NUtiwe Stierf. Jaarb July ijff& bkdz. 59S.<br />

1786.<br />

Een Garde<br />

du Corps,<br />

tot Schepnt<br />

aangeftetd,<br />

wordt door<br />

de Burgery<br />

geweigerd.;


1786".<br />

De Stad in<br />

Iteat van<br />

verdeediging<br />

gefield.<br />

188 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

zoeken , om eene Commisfie uit haar midden<br />

te benoemen, die met eene Commisfie uit de<br />

Burgery zou onderzoeken: „ Welke Conftitu-<br />

„ tioneele middelen en wegen, dienden in 't<br />

„ werk gefteld, cm de twee openftaande Plaat-<br />

fen, in de Magiftraat, met bevoegde Per-<br />

„ foonen vervuld te krygen." Ingevolge van<br />

dit Befluit der Burgery werd de beëediging van<br />

den Hr. DINCKGREVE, om welke te doen<br />

de Hoofdfchout, Jonkheer BENTTNCK, den<br />

volgenden dag in de Stad kwam, tegen gehou­<br />

den. De andere Raadsplaats , welke Zyne<br />

Hoogheid aan den Burger-Vaandrig MEY-<br />

LINCK hadt opgedraagen , bleef ook open<br />

ftaan, dewyl die Heer daar voor bedankte (*><br />

Na zodanige fterke flappen, als waren het<br />

weigeren van de Publicatie der Staaten te eer­<br />

biedigen, en de aanfteliing van den Schepen<br />

en Raad, door den Prins Stadhouder gedaan,<br />

voor bevoegd en wettig te erkennen, verwagt-<br />

te de Burgery van Haitem, dat 'er Krygsvolk<br />

naa de Stad zoude gezonden worden, om bei­<br />

den met den gewapenden Arm door te dringen<br />

en ftaande te houden; waarom zy zich in ftaat<br />

van tegenweer zochten te ftellen, en de noo-<br />

dige toebereidfelen daar toe maakten. Tot dat<br />

einde tradt de Krygsraad in onderhandeling<br />

rpet eene aanzienlyke Commisfie van eenige<br />

Genootschappen in de nabuurfchap, benevens<br />

{*) Nieuwe tifdtrl. Jtati. 17S6, biadü, -67,<br />

de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, i&p<br />

de Elburger Schuttery en een kundig Ingenieur,<br />

over een Ontwerp van verdeediging en fchikkingen<br />

tot onderlingen byftand; de Krygsraad<br />

vervoegde zich tot den Magiftraat om het noodige<br />

in orde te doen brengen; doch Hun Ed.<br />

Achtbaare weigerden daar over te beraadflaagen;<br />

maar de Gezwoorene Gemeente bewilligde<br />

daar in; en ingevolge daar van begon eene<br />

behoorlyke Burgerwacht dagelyks op te trekken,<br />

en aan de Poorten werden Schildwachten<br />

uitgezet; daar werd een nieuwe Wal opgeworpen;<br />

in een byliggend Meertje werd een<br />

Dam gelegd , gelyk ook in het loopend Riviertje<br />

de Strenk: Ook werden 'er rondgaande<br />

Brieven om hulp van Manfchap aan de Gewapende<br />

Genootfchappen en Vry-Corps der andere<br />

Provintiën gezonden, en van dezelven<br />

kwamen van tyd tot tyd verfcheidene Benden<br />

derwaards ; voornaamelyk na dat bekend geworden<br />

was , dat verfcheidene Regimenten<br />

Krygsvolk te Nymegen en Arnhem in Bezetting<br />

zynde, orders hadden om op te trekken. Ondertusfchen<br />

werden veel Krygsbehoeften van<br />

Jmfterdcim en elders derwaards gevoerd; en de<br />

Krygsraad werd des Avonds van den 28 Augustus<br />

door Raad en Gemeente gemagtigd:<br />

j,, Om de noodige Toebereidfelen te maalftn<br />

„ tot tegenftand, en alle Krygsgeweld te kee-<br />

„ ren ; gelyk ook om het aanrukkende Krygs<br />

„volk te verbieden, het Grondgebied der<br />

J } Stad te fchenden, en te verklaaren, dat zy,<br />

» die<br />

178Ö*


J786.<br />

De Gezw.<br />

•Gemeente<br />

fchryven<br />

twee Brieven<br />

aan de<br />

Staaten.<br />

ïpo BEKNOPTE HISTORIE DEJI<br />

„ dit doende, als Vjanden zouden befchouwd<br />

,, en behandeld worden." Zoo haast als 'er<br />

tyding kwam van daadelyken aanmarseh van<br />

Krygsvolk, werd 'er alarm geflaagen, en alle<br />

Manfchap kwam onder de Wapenen, elk op<br />

zynen aangeweezen Post, en de Conflapels<br />

werden by het Gefchut geplaatst.<br />

Onder alle deeze Toebereidfelen fchreef de<br />

Gezwoorene Gemeente twee Brieven, beiden<br />

van den 30 Augustus, aan de Staaten van Cel.<br />

derland, ten einde het nitvoeren van geweldige<br />

maatregelen aan wederzyden, ware het moogelyk,<br />

nog voor te koomen: In den eerften<br />

gaven zy kennis, dat de Hr. Stadhouder de<br />

bekende openftaande Plaatfen in den Magiftraat<br />

hadt zoeken te vervullen met twee Perfoonen,<br />

waar van de eene bedankt hadt, en de ander,<br />

zynde den Perfoon van den Garde du Corps,<br />

ALBERTÜS DINCKGREVE, die der Burgery<br />

gantsch onaangenaam was, en geheel ongefchikt<br />

en onbevoegd tot Raad der Stad, als<br />

een Perfoon , in welken, door zynen Militairenftand<br />

van Lyfwacht, volftrekt niet kon<br />

onderfteld worden, in ftaat geweest te zyn om<br />

die kundigheden, en ervaarendheid in de tegenwoordige<br />

hachlyke omftaudigheden in een<br />

Regent noodig, te verkrygen; hoedanigheden,<br />

dte Hun Fd. Moogende zelve in de Publicatie,<br />

onlangs gedaan, in Eurgers en Ingezeetenen<br />

eischten,die zich met'sLands zaaken bemoeiden.<br />

Waarom zy, behoudens de Rechten en<br />

Voor»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 101<br />

Voorrechten der Burgers, inftantelyk verzochten,<br />

dat de Hr. Stadhouder door Hun Ed. Moogende<br />

mogt worden gelast, om binnen den tyd<br />

van veertien dagen, zodanige Perfoonen en<br />

Leden der Burgery tot Schepenen aan te ftellen,<br />

welke aan dezelve aangenaam, en naar<br />

'sLands en Stads Rechten en Voorrechten volkoomen<br />

bevoegd waren , en onder de gegoed,<br />

fte, beste en vroedfte konden gerekend worden.<br />

De andere Brief was ingericht, om te kennen<br />

te geeven , dat de Gezwoorene Gemeente<br />

in 't zekere onderricht was, dat eenige Troupen<br />

Krygsvolk reeds order hadden , of Ronden<br />

te krygen, om uit Doesburg, Zutphen, of elders<br />

naa de Stad Hattem te trekken, om de<br />

rust en veiligheid in de Stad te bezorgen en de<br />

Juftitie te handhaaven; maar dat zulks onnoo*dig<br />

was, om dat aldaar geen de minfte wanorde<br />

bevonden werd; en dat de Gezwoorene Gemeente<br />

en Burgery zich daar door grootelyks<br />

verkort en verhinderd zouden zien , in het<br />

herftellen hunner oude en verdonkerde Rechten<br />

en Voorrechten. Waarom zy verzochten<br />

en aandrongen, dat Hun Ed. Moogende<br />

tot dien allergewigtigften en bedenkelykften<br />

ftap nimmer geliefden over te gaan, of daar<br />

toe te befluiten ; maar liever zorge te dra3gen,<br />

dat buiten goedvinden van de Gezwoorene Gemeente<br />

en Burgery, en buiten derzelver verzoek,<br />

geene Militie derwaards gezonden wierde,


1786.<br />

Befluit der<br />

Staaten om<br />

Krygsvolk<br />

naa Halton<br />

en Elburg<br />

te doen<br />

VieKken.<br />

192 BEKNOPTE HISTORIE DÏK<br />

de, het zy om Guarnizoen te houden, of ar><br />

derzins; met verklaaring, dat, in tegengefteM<br />

geval, zy zich daar tegen zouden verzetten,<br />

en van die middelen bedienen, welke God en<br />

de Natuur hun gefchonken hadt, tot afweering<br />

en fluiting van die onheilen , welke geheel<br />

Nederland en byzonder die Provintie, fcheenen<br />

te bedreigen; laatende de droevige gevolgen<br />

daar van voor rekening der bewerkers (*).<br />

Deeze Brieven vonden geen ingang by de<br />

Staaten; maar fcheenen veelêer gediend te<br />

hebben om de uitvoering der voorgenoomene<br />

ftrenge maatregelen te verhaasten ; want op<br />

den volgenden dag, den 31 Augustus vonden<br />

Hun Ed. Moogende goed, dat, in de eerde<br />

plaats, Zyne Hoogheid als Kapitein Generaal<br />

dier Provintie zou verzogt worden om, zoo<br />

fpoedig moogelyk, een bekwaam getal Krygs•<br />

volk, met al het noodige voorzien, onder het<br />

beleid en bevel van een bekwaam Officier naa<br />

de Steden Hattem en Elburg te zenden, om aldaar<br />

Guarnizoen te houden en tot nader order<br />

te blyven, met last aan den Bevelhebbenden<br />

Officier, om, des noods, indien onverhoopt<br />

eenigen tegenfland mogt ontmoeten, geweld<br />

met geweld te keeren (f). Die Befluit werd<br />

ten zelfden dage aan den Kapitein Generaalgezonden<br />

, met eenen korten Brief, waar in<br />

(*) Nieuwe Nederl. 'faarb. Aug. 17S6.bla.l2, 768-775»<br />

(t; ll'ti. Augintus rSS. blad*;. 7yj,


ONLUSTEN iv «ET VADERLAND, iój<br />

Zyne Hoogheid verzocht en aangefchreeven<br />

werd, om zoo fpoedig doenlyk.aan den inhoud<br />

van dat Befluit te voldoen (*). Ook fcbreeven<br />

de Staaten eenen Brief van gelyken inhoud aafl<br />

de Regenten der Steden Hattem en Liturg, op<br />

dien zelfden dag van 31 Augustus, waar in zy<br />

aan dezelve kennis gaven van dit genomene<br />

Befluit; met aanbeveeling en last, om niet alleen<br />

tot het inneemen en plaatfen van gemelde<br />

Troupen , alle moogelyke gemakkelykheid toé<br />

te brengen; maar ook om de Burgers en Ingezeetenen<br />

tot rust en vrede te vermaanen , tn<br />

zich tegen de orders 3er Straten niet verder te<br />

verzetten (f).<br />

Aan deeze emftige aanöaaning gaven de Re­<br />

Weïgerïi<br />

d-r 'i\td<br />

genten van Hattem geen gehoor; maar fehreeven<br />

op den 1 September nog eeuen Brief aart<br />

de Staaten, waar by zy te kennen gaven ,geene<br />

Inkwartiering in deeze tydsomRandigheden te<br />

kunnen toelaaten, voorneemens waren geweld<br />

met geweld te keeren, en daarom Hun Ed.<br />

Moogende op het dringendfte verzochten , ten<br />

einde de droevige gevolgen daar van voor te<br />

koomen, dat Hoogstdezeiven, indien ordersdaartoe<br />

mogten gegeeven hebben , dezelven<br />

daadelyk geliefden in te trekken, en de Troupen<br />

te gelasten om halte te houden en de Stad<br />

niet te naderen (§_). Het<br />

(*) Nieuw: Nederl. Jaarb. Augustus tjZCr. KadZ. ?$»<br />

(J) Ibid. Augustus 1786. bladz. 704.<br />

(^) lb\d. September bladz, «7j.<br />

N<br />

178*


ï94 BEKNOPTE HISTORIE DIR'<br />

Het gerucht hier van vloog fpoedig door hefi<br />

Ve-zock.<br />

fchiifien aan gantfche Land, en maakte eene groote bewee-<br />

de Srarucn ging in verfcheidene Provintiên en Steden;<br />

van Hollend.<br />

byzonderlyk in de Provintie van Holland, waar,<br />

in verfcheidene Steden, door veele Burgers,,<br />

zoo gewapende als ongewapende, en verfcheidene<br />

Genootschappen Verzoekfchriften aan de<br />

Staaten dier Provintie werden ingeleverd, omte<br />

verzoeken, dat 'er geen Krygsvolk ter be»<br />

taaling van Holland flaande, naa eenige Steden<br />

gezonden wierden om derzelver Burgers en Ingezeetenen<br />

, in 't handhaaven van hunne Rechten<br />

en Voorrechten te hinderen. In Amjlerdam<br />

hadt men zoo ras in de Nieuwspapieren niet<br />

geleezen, dar 'er Krygsvolk naa Hattem en<br />

Elburg in aantogt was, of zou gezonden worden<br />

, of daar werd een Verzoekfchrift daar tegen,<br />

op twee plaatfen, tot Teekening gelegd,<br />

fpoedig door 500 Burgers onderteekend, en<br />

den volgenden morgen met het openen van de<br />

Poort naa 's Hage gezonden (*); waar by naderhand<br />

nog twee Verzoekfchriften kwamen ,<br />

door nog grooter getal van Burgers en Ingezeetenen<br />

onderteekend. Deeze Verzoekfchriften<br />

hadden het gewcnschte gevolg. Aanflond3<br />

werd by Hun Ed. Groot Moogende beflooten,<br />

om geen Krygsvolk, ter betaaling van Holland<br />

ttaande, ergens, waar 't ook zy, tegen Burgers<br />

:e gebruiken, van dit Befluit kennis te geeven<br />

aan<br />

(*) Nieuwe Nided, 'jaarb. Augustus bla d; 823, '


ONLUSTEN IN H Ï T VADERLAND. 195*<br />

aan Zyne Hoogheid ten einde en met last om<br />

geene Patenten uit te geeven ; en aan de Bevelhebbers<br />

der Regimenten te gebieden, op<br />

geene orders van die natuur acht te geeven en<br />

eenige Troupen te doen optrekken, op RrafFe<br />

van bet hoogfte ongenoegen van Hun Ed. Gr.<br />

Moogende en oogenblikkelyke berooving van<br />

hunne Soldyen (*).<br />

Een verzoek van gelyken aart, als in de gemeide<br />

Requesten vervat was, deeden de Burgers<br />

van Hattem, aan de Staaten van Overysfe!<br />

in eenen Brief van den 2 September, waar in<br />

zy te kennen gaven, dat ze met een geweldig<br />

Befluit van hunne Heeren Staaten van Gelderland<br />

bedreigd werden, en daarom Hun Ed.<br />

Moogende eerbiedig en inftantelyk verzochten,<br />

om het daar heenen te willen bellieren, dat<br />

'er geene Troupen ter betaaling van Overysfel<br />

ftaande , tegen hunne Stad gebruikt wierden (f).<br />

Eindelyk deeden die zelfde Burgers nog eene<br />

laatfte pooging om 't optrekken der Troupen<br />

tegen die Stad voor te koomen, by gelegenheid<br />

van 't opligten van eenen Officier : Zy<br />

hadden naamelyk den Kapitein S P E N G L E R ,<br />

den Zoon van den Generaal S P E N G L E R , aan<br />

wien het Bevel over de Troupen tegen Hottem<br />

beftemd, was opgedraagen, op zyne Buitenplaats,<br />

niet verre van de Stad geleegen, opge-<br />

' (*) Nieuwe Neder!. Jaarb Augustus 1786. blad?. SJJ,<br />

.(f; li/id, S'.pie;ube.t 17IJÓ. bladz. 977, •<br />

N a '<br />

hgt,<br />

Verzoet; Set<br />

Borgerjr var»<br />

llaftem aan<br />

de Staatun<br />

van Oyirys*<br />

M<br />

T.antfle pooi<br />

ging der<br />

liurgers varr<br />

Hattem om<br />

geweld voor<br />

t: hoornen*


196 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

J?86, ligt, als by hen verdacht zynde van een Spion<br />

te weezen, om dat zy eenen Brief, van zyrjen<br />

Vader aan hem, onderfchept hadden. Doch by<br />

nader onderzoek bevonden zy, dat die Brief,<br />

hoewel zonder naamtekening , geen grond van<br />

kwaad vermoeden opleverde; waarom zy derx<br />

Kapitein SPENGLER ontfloegen , onder beding,<br />

dat hy zyne poogingen zon aanwenden<br />

by zynen Vader, om van het Bevel over de<br />

Troupen tot die onderneeming af te zien, en<br />

by Zyne Hoogheid op 't Lno, om Hoogstdenzeiven<br />

te beweegen tot het ftaaken van die onderneeming<br />

en tot een minnelyk vergelyk te<br />

koomen. De Kapitein SPENGLER kweet, zich<br />

getrouw van deeze beide Commisfiën, zoo op<br />

het Loo by Zyne Hoogheid als by zynen Vader<br />

den Generaal Major, keerde des anderen<br />

daags tot Heerde toe terug, en fchreef eenen<br />

Brief aan den Burgemeester BROUWER, hoofd,<br />

zaakelyk behelzende: ,, dat hy zyne belofte<br />

als een eerlyk Man volbragt hadt, en ingevolge<br />

van zyne verrichting den Hr. BROUWER.<br />

verzocht, de zaak daar heenen te beftieren,<br />

dat 'er des anderen daags eene Commisfie uit<br />

de MagiRraat te Heerde kwam, om met de gebiedende<br />

Officieren der Troupen, beftemd om<br />

in Hattem Guarnizoen te houden, tefpreeken,<br />

ten einde de zaaken in 't vriendelykc te fchikken."<br />

Doch op deezen Brief is geen antwoord<br />

terug gekoomen (*}. Ter-<br />

(') Dus heeft de Kapitein SPENGLER zelve in zyn Rapport


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. tp 7<br />

Terwyl deeze Procesten , verzoeken en<br />

Briefwisfelingen gedaan en gehouden werden,<br />

kwamen ondertusfchen van alle kanten Hulp-<br />

Burgers en Krygsbehoeften naa de Stad toevloeijen:<br />

van Zwol trokken 300 Vrywilh'gers<br />

derwaards» onder welken 30 Kanonniers waren,<br />

met 2 Rukken Kanon, en eene groote<br />

menigte kogels, druiventrosfen en ander Oorlogstuig;<br />

en hun werden nog nagezonden 6co<br />

fcherpe Patroonen, 1000 pond Buskruid, 2<br />

Rukken kanon, Zandzakken, Schanskorven en<br />

al wat tot eene moedige verdeediging behoort.<br />

Het Genootfchap van Deventer, kwam met drie<br />

fchepen voor de Stad, en bragt 'er nog 500<br />

pond kruid en eenig ander Oorlogstuig in ; doel»<br />

ziende, dat 'er uit de Genootfchappen van<br />

Vollenhoven, Wyhe en andere Plaatfen, reeds<br />

ïooo weêrbaare Mannen in de Stad waren, zoo<br />

voeren zy naa Elburg, waar de Genootfchappen<br />

van Campen en Harderwyk reeds waren aangekoomen.<br />

Uit 'sHage vertrokken dertig of<br />

veertig Leden van 't Genootfchap van Wapenhandel.<br />

Te Amflerdam kwamen den 4 September<br />

een groot get3l Gewapende Mannen van<br />

Delft en Leyden aan, welke met eenige Burgers<br />

uit die Stad dien zelfden avond te fcheep gingen<br />

en naa H.ittem en Elburg vertrokken; waar<br />

heen vooraf reeds IGCO pond kruid en 6 Rukken<br />

porf bericht. Zie Nieuwe Nederl. Jaarb, September 1786.<br />

fciattï, 069. vcrgel. 076.<br />

N 3<br />

Toevloed<br />

ven llu'p-<br />

Brrgers en<br />

KrygSbe<br />

hoeften na<br />

llattcm.


Tusfehen'<br />

treeding der<br />

drie Hoofdlieden<br />

va ti<br />

Overysfcl.<br />

Manifest<br />

der Stapten<br />

van Gelderland,<br />

198 BEKNOPTE HISTORIE DEÜ-<br />

ken kanon nog gezonden waren. Insgelyks<br />

gingen op den j September van Dordrecht ruim<br />

60 Leden van de Schutteryen en Burger-Com-<br />

pagniën, ter hulpe van hunne bedreigde Broe­<br />

ders, onder het uitleiden en welvaart groeten<br />

van eene menigte hunner Stadgenooten van<br />

allerlei rang, derwaards op reis (*_).<br />

In deeze gefleldheid van zaaken , waar in<br />

men niet anders verwagtte , dan dat 'er een<br />

geweldige Burger - Oorlog zou uitbreeken ,<br />

fchreeven de Regeerders van Deventer aan de<br />

Staaten van Gelderland; de drie Hoofdlieden<br />

van Overysfel benoemden Gecommitteerden,<br />

elk uit de haare, die te Wyhe byeen vergaa-<br />

derden, eene Commisfie by Zyne Hoogheid<br />

op het Loo afleiden, en eenen Brief aan de<br />

Staaten van Gelderland fchreeven ; allen met<br />

oogmerk om de Staaten van 't gebruik der Mi­<br />

litie te doen afzien, met aanbieding van hun­<br />

ne bemiddeling tusfehen de Staaten en de be­<br />

dreigde Steden; maar alles te vergeefsch (f).<br />

Want de Staaten van Gelderland beraamden<br />

op den 4 September een Manifest, waar by<br />

aan de Magiftraaten, Gemeenten en Burgeryen<br />

der Steden Hattem en £/£wg-verklaard werd,<br />

dat Hun Ed. Moogende met het doen aantrek­<br />

ken der Troupen geen oogmerk hadden, om<br />

de Vryheden en Voorrechten dier Steden te<br />

kren-<br />

(*) Nietige Nederl. Jaarb. Sept. 1786". bladz. 978- 979. "<br />

Qf) luid. September 17Ö6. bladz. 1181 — 1194. j


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 199<br />

krenken of verminderen ; maar alleen om de<br />

rust en goede orde binnen de voorfz. Steden<br />

te herflellen, en bet Oppergezag van Hun Ed.<br />

Moogende te handhaaven; met aanmaaning om<br />

zich aan Hun Ed: Moogende bevelen te onderwerpen<br />

en zich als Rille Burgers tegedraagen;<br />

ten einde daar door voor te koomen, dat geene<br />

middelen van dwang behoefden gebruikt te<br />

worden; ook werden de MagiRraat, Gemeente<br />

en Burgeryen der voorfz. Steden vermaand alle<br />

Vreemdelingen uit dezelven te doen gaan, en<br />

aan dezelven een beraad van maar drie uuren<br />

verleend, na het ontvangen van dit Manifest,<br />

om de Poorten voor het Guarnizoen te openen,<br />

en daar van aan den gebiedenden Officier ken»<br />

nis te geeven; alzoo na verloop van dien tyd<br />

de geRelde Orders (tot gebruiken van geweld)<br />

haare uitwerking zouden moeten hebben. Dit<br />

Manifest zonden de Staaten op dien zelfden<br />

dag aan den Generaal SPENGLER, en aan<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid met verzoek om<br />

de noodige Orders, daar mede overeenkoomende,<br />

aan de gebiedende Officiers te geeven (*).<br />

Aan denzelfden Generaal Major SPENGLER<br />

hadt Zyne Hoogheid ingevolge het Befluit der<br />

Staaten van den 31 Augustus , op den 2 September<br />

bevel gegeeven om met de Troupen ,<br />

daar toe beftemd , naa de Steden Hattem en<br />

Elburg te trekken, ten einde daar in bezetting<br />

* te<br />

£*) Nieuwe Nederl, 'jaarb. Sept. i}t6, bladz. 901—905. ,<br />

N 4<br />

1786*<br />

Krygsmagc<br />

tegen Huttem<br />

en Elburgbeftemd.


ï?ScT.<br />

Dezelve<br />

Vomi v.or<br />

Jlattem, en<br />

eischt ingelaaten<br />

worden.<br />

aco BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

te leggen, en hy cegenftand geweld te gebruiken:<br />

Deeze Troupen beftonden uit een Detachement<br />

van 't Regiment van TUIL VAN SE-<br />

EO OSK E R K E N , te weeten een Ritmeester,<br />

twee Officieren, vier Wachtmeesters, Trompetters<br />

en vyftig Ruiters, waar onder de noodige<br />

Corporaals ; de Regimenten Voetvolk,<br />

van den Luitenant Generaal VAN SOMMES»<br />

L A T T E , en van den Co<strong>II</strong>onel VAN PLET­<br />

TEN BERG, benevens een Detachement Artilleristen<br />

, beflaande uit een Kapitein , twee Officieren,<br />

vier Bombardiers, en zestig Kanonniers<br />

van de Compagnie van den Kapitein<br />

M U L L E R ; ook was liet Regiment van den<br />

Erfprins onder de orders van den Generaal Ma­<br />

jor SPENGLER (*).<br />

Met deeze Krygsmagt kwam de Generaal<br />

SPENGLER, op den 5 September voor .Haftem;<br />

doch alvoorens op het Grondgebied der<br />

Stad te treeden, zondt de Generaal den Kapitein<br />

P E L K WYK, van 't Regiment van PLET-<br />

TENBEKG met de Patenten voor het tweede<br />

Bataillon van den Collonel van P L E Ï Ï E N B E B O<br />

naa de Stad; doch de MagiRraat cn Gemeente<br />

weigerde dat Guarnizoen in te neemen , en<br />

'zond eenen^ Brief met gemelden Kapitein aan<br />

cien Generaal om Zyne Ed. Gefir. daar van<br />

kennis en reden te geeven. Daarop zondt de<br />

Generaal Major SPENGLER den Kapitein<br />

PELK,<br />

Kleum Nederl. Jaarb, September 1786, bladz. 899,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 201<br />

ÏEILKWYK wederom, benevens de Boden<br />

met het voorfz. Manifest van den 4 September<br />

naa den Magiftraat; doch bekwam geen Ant­<br />

woord, maar alleen Copie van den bovenge-<br />

melden Brief; ook bragt de Kapitein dit Rap­<br />

port, dat, indien binnen den tyd van diie ua-<br />

ren, door Hun Ed. Moogende bepaald, geen<br />

twee witte Vaandels van den Tooren waaiden ,<br />

de aanbieding van Hun Ed. Moog. verworpen<br />

was. Na verloop van maar twee uuren begon<br />

men van de Wallen met het kanon te vuuren,<br />

waarvan verfcheide kogels langs het front des<br />

Corps van den Generaal Major en de Voorpos­<br />

ten voor by vloogen. Toen maakte de Gene­<br />

raal toebereidfelen tot den aanval, bezettede<br />

de hoogten voor de Stad, trok kort onder de<br />

Stad, en door de Allée naa de Hovioetfche Poort,<br />

en deed eenige Houwitfer - Grenaten in de Stad<br />

werpen, en eenige kanonfehooten doen. Het<br />

kanon blyvende vuuren deed de Generaal al<br />

het Gefchut aanvoeren, en kwam , aan k hoofd<br />

der Troupen onder het Gefchut van de Stad;<br />

doch toen ondervonden zy eenig Musketten-<br />

vuur met kleine Loopkogels, die zy op de<br />

Bajonetten gewaar werden ; ondertusfehen duur­<br />

de het Kanonvuur voort, de Poort werd open­<br />

gehakt, en de Troupen marcheerden de Stad<br />

in; wanneer de Generaal bemerkte, dat de<br />

Eattery, die geRadig vuurde, over den Tsfel,<br />

cp het Grondgebied der Provintie van Oyerys-<br />

N 5 Jol


I78Ó-.<br />

Verhaal van<br />

den anderen<br />

kant.<br />

Een Kapiteingezonden<br />

om Guarnizoen<br />

in<br />

te noensen.<br />

Uefluït van<br />

weigering<br />

om zich te<br />

verdeédigcn.<br />

202 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

fel lag, en door lieden uit de Stad Zwolle bediend<br />

werd (*).<br />

Zodanig is, hoofdzaakelyk, het verhaal van<br />

den Generaal Major S P E N G L E R in het Rapport<br />

, dat hy daar van aan de Staaten van Gel.<br />

elerland gedaan heeft. Om deeze gebeurtenis<br />

in den klaarften dag te ftellen, zal ik hier byvoegen<br />

hoe dezelve van den anderen kant in'<br />

de Jaarboeken vermeld ftaat, op dat de Nakoomelingfchap<br />

uit vergelyk van beiden de waarheid<br />

mooge ontdekken en onpartydig- daar over<br />

oördeelen.<br />

De Regimenten van den E R F P R I N S en van<br />

P L E T T E N B E R G op den 5'ien der maand September<br />

omtrent de Stad Hattem gekoomen zyn*<br />

de, werd de Kapitein p E L K W Y K door den<br />

Generaal S P E N G L E R afgezonden, om aldaar<br />

Guarnizoen te houden, en met aanbieding van<br />

eene Amnestie van alles wat 'er gebeurd was,<br />

van wegen de Heeren Staaten van Gelderland, indien<br />

zy het Guarnizoen goedwillig en ongehinderd<br />

wilden ontvangen; doch dat de Stad, indien<br />

men zich daar tegen verzettede, aangevallen<br />

en in brand gefchooten zoude worden , waartoe<br />

drie uuren tyd van beraad gegeeven werd.<br />

Daarop werd aanftonds de Raad en Gemeente<br />

vergaaderd, het gevoelen van den Krygsraad<br />

ingeuoomen, cn eenpaarig beflooten , geen<br />

Kiygsvolk in „te laaten, maar zich, in geval<br />

(*) Nieuwe Nederi. Jaarb. Sept, I^SS. bladz. 522 — 925.<br />

varju


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 205<br />

van aanval, manmoedig te verdeedigen. Ingevolge<br />

van dit Befluit gaf men aan den Kapitein<br />

PELKWYK ten antwoord, dat men vastelyk<br />

beflooten hadt, zich tot den laatften man<br />

te verdeedigen ; en men gaf den Kapitein zoo<br />

even gemeld, twee Brieven mede aan den Generaal<br />

, den eenen gefchreeven door Raad en<br />

Gezwoorene Gemeente, en den anderen door<br />

Burgemeesteren, Schepenenen Raad. Nadat<br />

de Kapitein voorfz. uit de Stad terug gekeerd<br />

was, begon men uit dezelve met het kanon te<br />

vuuren; het Krygsvolk van buiten bleef niet<br />

fchuldig met kanon en klein geweer ; drie Bomben<br />

en eenige Houwkfer-Grenaaten werden in<br />

de Stad • geworpen , doch die wci;;ig fchade<br />

deeden, en alle van zelve fmoorden. Ondertusfehen<br />

werd 'er een Brief in de Stad gebragt<br />

van de Heeren Edelen, VAN DER C A P E L L E<br />

tot de Marsch , p A r. L A N D tot Zuithem , en<br />

VAN ZOYLEN van Nyeveld, waarin verzocht<br />

werd, geen Burgerbloed meer te vergieten,<br />

maar de Stad over te geeven, mer bygevocgde<br />

verklaaring, dat de goede zaak daar doorniet<br />

alleen kon bevorderd, maar ook het Vaderland<br />

gered worden. De Burgers, van Hattem en de<br />

Hulpburgers, die veel vertrouwen in die gemelde<br />

Heeren Edelen Relden, beflooten hier<br />

op tot het verlaaten van de Stad,die zy anders<br />

waarfchynelyk, volgends hunne gedaane betuiging<br />

, tot den laatften man zouden verdeedïgd,<br />

en veel eer in brand geftooken, dan<br />

over-<br />

1786.<br />

Het knnon.<br />

necreri begint.<br />

Veranderet<br />

vm Befluit<br />

door een<br />

ingekoomprj<br />

Blief.


De Verdeedigersverlaaten<br />

de<br />

Stad.<br />

Het Krygsvolk<br />

trekt<br />

binnen.<br />

204 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

overgegeeven hebben. Het kanon zweeg, de<br />

Verdeedigers trokken de Stad uit en voeren<br />

met hun Gefchut, zoo veel zy konden mede<br />

neemen, over de beide Veeren van den Tsfel,<br />

waartoe zy de noodige fchuiten en vaartuigen<br />

in gereedheid hadden. Ondertusfchen trokken<br />

de Belegeraars nader aan de Stad, en eer zy<br />

digt aan dezelve genaderd waren, kwam hun<br />

iemand uit de Stad te gemoete, die de tyding<br />

bragt, dat de Verdeedigers de Stad verlaaten<br />

hadden, en met hun Gefchut over den Tsfel<br />

getrokken waren. Dus hadden de Belegeraars<br />

fchoon fpel; aan de Stad gekoomen zynde,<br />

hakten zy de Poorten, die van binnen met<br />

zwaare boomen bebolwerkt waren , open , en<br />

trokken de Stad in, die zy zoo wel van de<br />

meeste en voomaamfte Inwooners, als van gewapende<br />

Burgers verlaaten vonden ; terwyl<br />

onder het intrekken, de Zwolfche Battery, aan<br />

de overzyde van den Tsfel liggende, nog op<br />

hen bleef fpeelen (*).<br />

Cf 'er bloed Of 'er by deeze gelegenheid Burger- en<br />

vcrgooten<br />

Krygsvolks bloed vergooten zy, is bezwaarlyk<br />

zy is duister.<br />

te zeggen, en voor als nog een geheim. Gelyk<br />

het doorgaands in zulke gelegenheden gaat,<br />

da't elk zyn verlies zoo veel als moogelyk is,<br />

verkleint of verbergt, en dat zynes Vyands<br />

vergroot of breed uitmeet; zoo ging het ook<br />

hier; althans verfcheidene vertellingen van<br />

veele?<br />

(*) Nieuwe Neierl, Jaarb, Sept, 17S6. bladz. 079-981,


ONLUSTEN IN BET VADERLAND, zej<br />

veele gefneuvelden aan de zyde van het Krygsvolk,<br />

zyn naderhand onwaar bevonden} doch<br />

dat 'er eenigen gefneuveld zyn , daar aan kan<br />

men niet twyfelen, als men uit het voor verhaalde<br />

opmerkt, dat de Generaal SPE N G LER<br />

in zyn Rapport zegt, dat hy tot onder het<br />

kanon der Stad genaderd was, het welk vry<br />

fterk vuurde, en dac de Battery van de Zwolfche<br />

zyde ter gelyker tyd op hen ipeelde , zelfs<br />

nog toen het Krygsvolk in de Stad trok; dat<br />

ze kleine Loopkogels op de Bajonetten befpeurd<br />

hadden; zoo is het niet waarfchynclyk, dat<br />

alle de kogels, zoo van 't kanon, als uit het<br />

klein geweer, over de hoofden zullen gegaan<br />

zyn, maar wel eenigen getroffen hebben ; te<br />

meer daar Zyne Hoogheid de Kapitein Generaal<br />

zelve, in zynen Brief aan de Staaten van<br />

Gelderland, waarin dezelve kennis geeft, dat<br />

Hattem. van Guarnizoen voorzien was, zyne<br />

blydfchap betuigt, dat daar by weinig of geen<br />

bloedftorting hadt plaats gehad. Dit onderftelt<br />

ten minde, dat 'er eenige bloedftorting gefchied<br />

'is (*•).<br />

De Krygslieden, dus meester van de Stad geworden,<br />

bedreeven veele baldaadigheden en<br />

plunderingen door 't rooven van goederen |n<br />

vernielen van huizen , die door de uitgeweekene<br />

Burgers verlaaten waren; en dat in zulk<br />

eene maate, dat de Staaten noodig vonden,<br />

(*) Nieuwe Nederl, Jaarb, September J^öf. bladz. JJI.<br />

op<br />

I78Ö.<br />

Het Krygs.<br />

volk bedryfi<br />

veele onge-<br />

rc^eldhej.<br />

den.<br />

#


178.5.<br />

Ciieenigueden<br />

cn ongeregeldheden<br />

te<br />

Elburg geftuit.<br />

206 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

op den 20 September daar aan volgende, eena<br />

Publicatie te doen afkondigen , waar by vergoeding<br />

beloofd werd aan allen, die opgeeven<br />

zouden hoe veele fchade zy by 't intrekken<br />

van 't Krygsvolk geleeden hadden (*). Het<br />

geen verder van de Onlusten, deeze Stad betreffende,<br />

te zeggen is, zal ons voorkoomen<br />

by het verhaal der rampen van Elburg, haare<br />

lotgenoote in deezen, dat ik hier op zal laaten<br />

volgen.<br />

In de Stad Elbwg waren federt eenigen tyd,<br />

gelyk in andere Steden, groote oneenigheden<br />

sn verbitteringen onder de Burgers en Inge.<br />

zeetenen ontitaan, welke eerlang tot daadelyke<br />

angeregeldheden, het inflaan van giaazen en<br />

mdere ftraatfehenderyen, tot verftooring van<br />

ie openbaare rust, uitipatteden, waarom de<br />

Burger-Krygsraad op den 5 April het Befluit<br />

aam, om dezelven te fluiten, en tot dat einde<br />

zich tot den Magiftraat wendde; denzelven in<br />

jedenken geevende, of het niet dienftig zyn<br />

ronde, den Gebiedenden, of oudften tegenwoordig<br />

zynden Officier van der Stads Burgery<br />

:e gelasten en te magtigen, met een gevoeglyk<br />

ïetal Burgers het wettig gezag en de goede<br />

1 *de in de Stad te helpen handhaaven ; en door<br />

i :cne ernftige Publicatie alle Ingezeetenen der<br />

ïtad op het ernftigfte te onderrichten, waar<br />

raö zy de gewenschte vrugten verwagtedenj<br />

Dit<br />

(*) Nieuws Nederl, 'jaarb. September i-86. bladz. 985. \


ONLUSTEN ii HET VADERLAND, sc^<br />

Dit voorflel werd van den MagiRraat goedge^<br />

keurd, en ingevolge daar van op den 11 Apri<br />

beflooten : Dus werd de Burger-Krygsraad ge<br />

last en gemagtigd om, provifïoneel, gevoeg<br />

lyke fchikkingen te maaken; ten einde de rusi<br />

Én goede orde te bewaaren , en daartoe de<br />

kragtigfte maatregelen te beraamen ; met ver<br />

deren last en magtiging om de overtreeden<br />

Tan deeze Hun Ed. Achtbaare heilzaame voor<br />

zieninge, met de daad te vatten, en op hei<br />

Stadhuis in bewaaring te brengen, en voord?<br />

hier van den tydelyken 'Burgemeester kennif<br />

te geeven, ten einde Hun Ed. Achtbaare tegen<br />

de zodanigcn mogten procedeeren, gelyk naai<br />

toedragt der zaaken bevonden zou worden te<br />

behooren (*).<br />

Van meer gevolg waren de gefchillen der<br />

Gemeenslieden, eerst met eenige Leden van<br />

den MagiRraat, eri vervolgends van den Ma^<br />

giftraat en Gemeente met de Staaten van Gel.<br />

derland. Gelyk in de meeste'Gelderfche Steden.,<br />

zoo was ook hier het Collegie der Gemeens­<br />

lieden byna geheel in verval geraakt; zy zoch­<br />

ten derhalven in hunne oude Rechten herfteld<br />

te worden, byzonderlyk in 't Recht van op 't<br />

Stadhuis te vergaaderen , en aldaar, even als<br />

de Magiftraat, of met denzelven, ovèr's Volks<br />

belangen te raadpleegen en invloed op het be-<br />

flier der zaaken te hebben. Op voorftel van<br />

twee<br />

(*J Nieuws Nedtrl. Jaarb. April 1786. bladz 321 • 324»<br />

17864'<br />

Gcfc!:i] lus;<br />

fchen de Geroet<br />

nsliedeu<br />

en den Ma-,,<br />

giftraac.


Publicatie<br />

tegen de<br />

Rcquesicn,<br />

*o8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

twee Leden , H E N D R I K VOS G E R R I TZ. , ea<br />

GERRlï HEN G E V E L D W I L L E M ? , , deed<br />

de Gezwoorene Gemeente hier over Vertoogen<br />

aan den Magiftraat; doch deeze nam den 28<br />

Maart daar op een ongunftig Befluit, waar tegen<br />

nogthans twee Leden van den Raad, de<br />

Heeren R A U W E N H O F F en S E L S protefteer.<br />

den. Eindelyk verkreeg de Gemeente haaren<br />

wen^ch, de Magiftraat bewilligde vervolgens<br />

in 't verzoek der Gemeente, en daar werden<br />

nu en dan faamengevoegde Vergaaderingen van<br />

Raad en Gemeente gehouden , voornaamelyk<br />

wanneer het aankwam om den last te bepaalen ,<br />

welke aan de Afgevaardigden ten Landdage<br />

moest gegeeven worden; qm dat de ondervinding<br />

menigmaal geleerd hadt, dat die Heeren<br />

Afgevaardigden hunnen last verre te buiten<br />

gingen.<br />

In zodanig eene fa-.mengcvoegde Vergaadering<br />

van Raad en Gemeente werd op den 23<br />

May Rapport gedaan door den Mede-Raadsvriend<br />

Mr. H, O T T E E S , die mede op den<br />

Landdag, den 2 May te Zutphen gehouden ^geweest<br />

was; uit weLJc Rapport ouder anderen<br />

bleek, „ dat zekere Publicatie (waar by hoofdzaakelyk<br />

verbooden werd Addresfen te doen<br />

door Burgers of Ingezeetenen over Staatszaaken,<br />

betrekkelyk tot de Publicatie daar tegen,<br />

door 't Hof opgefteld) met eenige weinige<br />

verandering door Hun Edel Moogende vastgefteld<br />

was; en zulks onaangezien het Pretest<br />

cn


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 209<br />

en voorbehouding van Aantekening, door de 1785.<br />

Gecommitteerden deezer Stad ten LandJjge<br />

gedaan, zoo wel als tegen de Ptotcsten van<br />

•verfcheidene Leden der Ridderfchap van dit<br />

en andere Kwartieren; en dat dit Punt dus<br />

door de Meerderheid tot Befluit gebragt was*"<br />

Hier over beraadflaagd zynde, werd befloo­ Rcfluir'nrfi<br />

deiclve nier'<br />

ten, „ dat de tydelyke Piseödent zou gemag- te laaien<br />

aikundigeru<br />

tigd worden, en met deezen gemagtigd werd,<br />

om de voorfz. Publicatie , als een punt .van<br />

kennelyk bezwaar inhoudende, en een inbreuk<br />

doende op de onbetwistbaare Rechten en Voor,<br />

rechten der Burgers en Ingezeetenen, niet te<br />

doen afkondigen noch aanplakken ; noch zich<br />

derzelver eenigzins te bekreunen ; maar die ter<br />

Secretary ter neder te leggen. De Gemeens»<br />

lieden gaaven van dit Befluit kennis aan hunne<br />

Principaalcn , de Gilden en Burgery, welke<br />

hen tegen alle moogelyke gevolgen waarborg*<br />

den (*).<br />

Eene dergelyke Vergaadering werd 'er op Bcfliiit nakende<br />

de<br />

den 14 Juny gehouden, in welke de aanfehry- Pinnen deE<br />

Kwartier*<br />

ving door een Bode van Arnhem gebragt werd Vergaade»<br />

tot het houden van eeqe Kwartiers-Vergaadering,-om<br />

te beraadflaagen over het opneemen<br />

ling.<br />

van Penningen door den Raad van Staaten}<br />

waarop beflooten werd , toe te fiemm=n tot mag*,<br />

liging op den Raad van Staaten, ten voorfz. ein*<br />

de:<br />

i (*) Nieuwe Neder!. Jaar!/, /frril i-Sö. bladz. 324. Ver^U<br />

(!/!e. May 1785. bladz. 440. 44a.<br />

L<br />

0 • •


I?86\<br />

2.0 BEKNOPTE HISTORIE rjstf<br />

de: Doch dat de Gecommitteerden niet zouden<br />

moogen treeden in eenige vermeerdering van<br />

ten; dat de Gecommitteerden , zich in geene<br />

andere Punten zullen inlaaten, dan in de aanfchrj<br />

ving vermeld -waren , enz. Tegen dit Befluit<br />

verzetteden zich drie Heeren Schepenen ,<br />

TULLEKEN, JULIEN en vos, en prote*<br />

fleerden tegen de faamengevoegde Vergaadering<br />

van Raad en Gemeente, als daartoe onbevoegd<br />

, houdende het Befluit daar in genoomen<br />

derhalven voorinformeel, nul en onbeftaanbaar;<br />

terwyl de Burgemeester RAUW EN HOF<br />

en de Schepen SELS, benevens de Leden der<br />

Gemeente WYNNE, HOEFHAMER, H. vos,<br />

STUURMAN, HENGEVELD eUMICHIEL-<br />

SEN, hunne Aantekening daar tegen voorbehielden.<br />

Ondertusfchen was men beducht,dat<br />

men het afkondigen der betwiste Publicatie tegen<br />

Addresfen en Requesten met geweld en<br />

door Krygsmagt zon doordringen; waarom de<br />

Krygsraad op middelen bedacht was om zich in<br />

ftaat van tegenweer te Rellen, en, des noods,<br />

geweld met geweld te keeren : Tot dat einde<br />

werd, volgends Befluit van den Magiftraat een<br />

Artillerie Compagnie aangenoomen, men diep.<br />

te de Graften uit, ftelde de Sluizen in ftaac<br />

om te werken; men maakte Schanskorven gereed<br />

, en andere noodzaakelyke dingen meer<br />

tot tegenftand (*}.<br />

Hec<br />

O) Nieuws Nederl. %0vh July ijiS. blad*. 5j>$ —Col,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 211<br />

Het geen men niet zonder reden vreesde,<br />

gehemde ook welhaast; in de maand Augustus<br />

kwarrt 'er a'anfchryving van 't Gerechtshof van<br />

Ueldtrland, uit naarri der Staaten, aan Burge­<br />

meesteren , Schepenen cn Raad, met de voorfz.<br />

Publicatie, om ze te doen afkondigen en aan­<br />

plakken; doch dit gefchiedde niet, ingevolge<br />

het Befluit van den Magiftraat op den 23 May<br />

genoomen , en hier voor gemeld ; de Momboirs<br />

dit vemoomen hebbende, gaven daar van ken­<br />

nis aan 't Hof, het welk op den 2 Augustn*<br />

daar over aan Burgemeesteren , Schepenen en<br />

Raaden fchreef met nadere aarmmarnftg tct de<br />

afkondiging ; dceh de-Magiuraac en Gezwoo­<br />

rene Gemeente beantwoordde zulks op den 10<br />

Augustus met volharding by hun Befluit van<br />

niet gehouden te zyn, noch die afkondiging te<br />

kunnen doen, om bovengemelde redenen. Maar<br />

de Schepenen en Raaden T U L L E K E N , JU­<br />

LI E N , V A N O L D E N B A K N E V E L D Cn VÖ3,<br />

fchreeven op dien zelfden dag aan het Hof,<br />

dat zy geen deel hadden aan de weigering van<br />

die afkondiging ; waarby naderhand de Heeren<br />

O T T E R S en V A N S P A A N z>ch voegden; eri<br />

de Momboirs gaven op den 24 Augustus van<br />

dit alles kennis aan 't Hof, en 't Hof op den<br />

26. aan de Staaten; welke daar op een Manifest<br />

voor de Steden Hattem en Elburg beraamden,<br />

om aan haar, voor den aantogt van Krygsvolk,<br />

te doen voordraagen, en vervolgends een Be-<br />

ïluit naamen op den 31. derzelfde maand, d*{<br />

ü a Zyne<br />

1786.<br />

De aikonrii.<br />

ging der<br />

gemelde Pof.<br />

blicatie<br />

Wordt ge*<br />

weigerd<<br />

Befluit der<br />

?• iaten or^<br />

xryg*v»H


-1786.<br />

tia:'. liet tem<br />

cn Elburg<br />

te zenden.<br />

Laatflepoogins<br />

der Uegeering<br />

van<br />

Elburg om<br />

Staaten van<br />

dat voorneemen<br />

af te<br />

trekken.<br />

212 'BEKNOPTE HISTORIE DÉS<br />

Zyne Hoogheid als Kapitein Generaal zou wor­<br />

den verzocht om, zoo fpoedig als moogelyk,<br />

een bekwaam getal Militie met al het noodige<br />

voorzien, naa de Steden Hattem en Elburg te<br />

zenden, daar Guarnizoen te houden en tot na­<br />

dere order te blyven, met byzonderen last,<br />

aan den Gebiedenden Officier om, des noods,<br />

by ontmoeting van tegenftand geweld met ge­<br />

weld te keeren. Dit Befluit werd aanftonds<br />

uitgevoerd; op dien zelfden dag werd aan Zy­<br />

ne Hoogheid bovengemelde aanfehryving ge^<br />

daan, en de laatfle aanmaaning aan de Steden<br />

Hattem en Elburg. Elburg, gelyk als Hattem,<br />

bleef ftandvastig by zyne weigering, en door<br />

den Krygsraad werden ook, even als te Hat.<br />

tem, rondgaande Brieven aan de Gewapende<br />

Genootfchappen gezonden ; men ontving Krygs-<br />

behoeften, men nam Gewapende Manfchappea<br />

in, en alle andere fchikkingen werden gemaakt<br />

tot eene moedige verdeediging (*).<br />

Hoe zeer ontflooten om zich tegen geweld te<br />

verdeedigen , wilde de Regeering nogthans<br />

eene Jaatfte pooging doen, om de Heeren<br />

Straten, ware het moogelyk, van het voor-<br />

neemen, om Krygsvolk aan te voeren, af te<br />

trekken : De Raad en Gemeente fchreeven<br />

daartoe op den i September, aan de Staaten,<br />

op den Landdag vergaaderd, eenen hartelykea<br />

, Brief,<br />

(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. Augustus i?8


ONLUSTEN IN HET VADERLAND 2x3<br />

Brief, waarin zy betuigden, dat de Burgery,<br />

genoegzaam als een ecnig Man ontflooten was<br />

I om geweld met geweld te keeren, en liever<br />

het uiterfte te waagen, dan hunne Stedclyke<br />

\ Rechten te zien verkragten; dat zy niets<br />

zochten, niets verrichtten, dan waartoe zy<br />

zich over-verpligt vonden, tot onderfteunin'g<br />

hunner Stads Conflitutie; dat ze de gevolgen<br />

, van den Burgerkryg overlieten voor die Staats­<br />

leden, welke daartoe hadden medegewerkt,<br />

op welker gemoederen die zekerlyk eens zou-<br />

i den wegen ; dat zy, nu de Staaten, die hunne<br />

Befchermers moesten zyn, hunne Vervolgers<br />

: waren geworden, hunne overige Bondgenooten<br />

op gronden der Unie van Utrecht , hadden<br />

ingeroepen, terwyl reeds een geducht getal<br />

derzelven, uit alle Plaatfen zich binnen hunne<br />

I muuren bevond, en de rechtvaerdige Voorzie­<br />

nigheid tusfehen Hun Ed. Moogende en Hen<br />

zou rechten Welke Brief verzeld was van<br />

een, niet minder nadrukkelyk, Protest, waar­<br />

in zy de redenen van hunne weigering, en de<br />

gronden van hun gehouden gedrag breedvoerig<br />

ontvouwden. Ondertusfchen waren op den 30<br />

en 31 Augustus verfcheidene Hulpbenden der<br />

Gewapende Genootfchappen van Harderwyk en<br />

Hierde, Deventer, Campen, Amfierdam en el­<br />

ders, daar binnen getrokken, om de aannade-<br />

rende Krygs-bezetting, af te keeren (*).<br />

Op<br />

(*) Nieuwe Nedsrl, Jsuri. Sept. 1785. bladz, siC>-}9i%<br />

O 3<br />

1786.


1786.<br />

Dc Regceri'.g<br />

vin<br />

£lbu>g<br />

fchrjl't oni<br />

hulpc aan<br />

de Staaten<br />

Van Holland.<br />

JJefluiton<br />

pm dc S-ad<br />

{e yerlaatïflt<br />

4t4 BEKNOPTE HISTORIE DB*<br />

Op dien zelfden i September zonden de<br />

Magiftraat en Gezwoorene Gemeente eenen<br />

Brief aan de Staaten van Holland, waarin zy,<br />

na een omftandig verhaal van al 't geen tusfehen<br />

de Staaten van Gelderland en hen was<br />

voorgevallen, en van den toeftand, waarin zy<br />

zich thans bevonden, (daar de Meerderheid<br />

der Staatsleden gereed was om met geweld tegen<br />

hen te werk te gaan,) Hun Ed. Moogende<br />

uk hoofde der Unie van Utrecht, welker onderlinge<br />

bedongen befcherming zy ernftig inriepen,<br />

verzochten en fmeekten, zodanige gepaste<br />

en kragtige middelen te beraamen, ea<br />

aangezien hun dringend gevaar, zodanige hulpe<br />

en byftand daadelyk daar te ftellen, om nog<br />

by tyds, eer 't te laat was, voor te koomen,<br />

dat een imegreerend Lid der Souvrainiteit van<br />

dat Gewest, tegen orde en Conftitutie aan, en<br />

dus alleen door geweld en overmagt , ten<br />

prooije wierde van de willekeurige handelingen<br />

van hunne Mede-Staatsleden, die, met hun<br />

gelyk ftaande, nimmer het recht verkreegen<br />

hadden , hunne ftedelyke rechten van hunne<br />

willekeur afhangelyk te maaken (*).<br />

By dit voorneemen om zich té verdeedigen<br />

Dieeven de moedige Burgers van Elburg, en<br />

mnne Medehelpers tot op den 4 September,<br />

:n zouden waarfchynelyk daar ip volhard en<br />

] iet uiterfte gewaagd hebben, indien niet op<br />

dien<br />

(V Nieuwe Nederl. Jaari. Sqt. 1786, bladz. 993 •» 903.


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 215<br />

dien dag eene ernftige raad en aanmaaning was<br />

ingekoomen van de Ridders VAN DE CAP EL­<br />

LEN tot de Marsch , ZUILEN VAN NYE-<br />

VELD, en VAN NÏ VENH EI M, hunne Vrien­<br />

den en Voorftanders, om geen tegenRand. te<br />

bieden , maar de Stad te verlaaten met de beste<br />

en tilbaare goederen, uit aanmerking van de<br />

groote Rerkte der Krygsmagt, die tegen hen<br />

opkwam, en van de onmoogelykheid, om met<br />

de verfaamelde en ingekoomene Hulpbenden<br />

aan dezelve het hoofd te kunnen bieden; en<br />

dat zy zich derhal ven aan een gewis bederf<br />

zouden bloot Rellen. In 't eerRe vondt deeze<br />

raad geen ingang; maar eindelyk befloot men<br />

daar toe, en de meeste Burgers en Ingezeete­<br />

nen zoo gewapende als ongewapende, trok­<br />

ken ter Stad uit, hen volgden de Gewapende<br />

Hulpburgers, die van elders toegefchoten wa­<br />

ren, neemende hunnen weg naa Campen, waar<br />

zy des morgens van den 5 September ten vyf<br />

uuren aankwamen, twee Veldftukjes medevoe­<br />

rende; anderen namen de Wyk naa Amjler.<br />

dam, waar. aanRonds in hunne meest dringen­<br />

de behoeften voorzien, en vervolgends eene<br />

Infehryving geopend werd , om geduurende<br />

hunne vlugt voor hun beflaan te zorgen; ook<br />

booden de Regenten van verfcheidene Hol.<br />

landfche Steden aan die Vlugtelingen, gelyk<br />

ook aan die van Hattem, het Burger-Recht<br />

,aaa, indien zy zich daar wilden nederzet-<br />

O 4 * e<br />

»


l-]?6.<br />

De K


ONLUSTEN ÏN H E T VADERLAND. 217<br />

zich niet aan de akeligfte rampen blom te ftel­ 1785.<br />

len; met uitdrukkelyke verklaaring, dat zy<br />

alles, wat in hunne afweezigheid of tot hun,<br />

of hunner Burgeren nadeel, het zy door 't<br />

Hof, of andere gekoozene Rechters , binnen<br />

die Stad en derzelver Rechtsgebied mogte verricht<br />

worden, hielden voor nul en niet gedaan:<br />

Ook verklaarden zy, dat hun Collegie zyne<br />

Posten niet weêr zou kunnen aanvaarden, voor<br />

dat hunne Stad van Krygsvolk zou ontruimd<br />

zyn, en zy in f'aat gefteld, tot het houden<br />

van vrye beraadflaagingen, en allen ten deezen<br />

einde gewaarborgd, nu en in 't vervolg, in<br />

alle opzigten. Terwyl zy als nu , zoo veel<br />

noodig,tegen alle verder geweld, voor God en<br />

de waereld protefteerden en alle welherbragte<br />

Privilegiën, Rechten en Defenfiën voor zich,<br />

hunne Stad en Burgery inriepen, en zodanige<br />

middelen van herflel en fchaverhaaling hunner<br />

groote bezwaaren, als zy te raaden zouden<br />

worden, zich uitdrukkelyk voorbehielden (*).<br />

Dit Adres werd door de Staaten, daar over<br />

beraadflaa^d hebbende, gefteld in handen van<br />

het Provintiaale Gerechtshof om te dienen tot<br />

deszelfs naricht (f). Het gemelde Hof was Voordel eri<br />

verzoek van<br />

door 't Befluit der Staaten van den 31 Augus­ Zyne Doorl,<br />

Hoogheid<br />

tus gelast en gemagtigd om tegen die geenen, om Amnes­<br />

welke zich te Elburg tegen het afkondigen van tie voor de<br />

Burgers van<br />

. 't Hattem en<br />

Wurg.<br />

(«) Kleuwe Nefcrl. Jaarb. Sipt. 1786. blrtdz, 1004—1005,<br />

(f; Ibid. September, bladz. 974-<br />

" •<br />

:<br />

' O 5 " ' '


De Staaten<br />

befluiten<br />

daartoe met<br />

uitzondering<br />

van<br />

eenige Perfoonen*<br />

?i8 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

't Landfchaps-Befluit verzet hadden, of zich<br />

nog verder mogten verzetten, te doen proce-<br />

deeren, en in beide Steden Hattem en Elburg<br />

tegen de fchuldigen recht te oefenen; Zyne<br />

Doorluchtige Hoogheid dit Befluit ontvangen<br />

hebbende, fchreef den 14 September aan de<br />

Staaten eenen Brief, met voorftel en verzoek<br />

om het Hof hier in niet te laaten voortgaan,<br />

maar eene Amnestie, of vergeetenheid vast te<br />

ftellen; waartoe by de Staaten op den 17 Sep­<br />

tember beflooten werd, doch met uitzondering<br />

van eenige Perfoonen, als: 1. Van die Perfoo­<br />

nen uit Hattem en Elburg , welker naamen ge­<br />

vonden werden onder zeker Adres of Request,<br />

by den Brief van de Staaten van Holland, van<br />

den 11 September aan die van Gelderland ge­<br />

voegd, 2. Van de beide Predikanten van El-<br />

burg, H E 1 j N en VAN D I E R M E N , en den Bak­<br />

ker KLAAS VAN DIER MEN. 3. Van den<br />

Advocaat DA ENDELS te Hattem; gelyk ook<br />

zodanige gepenfioneerde Krygslieden, welke<br />

rmder de fchuldigen mogten gevonden wor­<br />

den. 4. Voorts van alle de Burgers en Inge-<br />

zeetenen van voorfz. Steden, welke binnen zes<br />

iveeken, na de afkondiging deezer Amnestie,<br />

niet weder tot hunne wooningen te rug keer­<br />

den (*).<br />

De Amnes­ Maar zeer weinige Burgers maakten gebruik<br />

tie verlengd. .<br />

*an deeze, hun aangeboodene, genade: Toen<br />

s<br />

V) Nederl, Jeari, Sept, 1786, bladz. 953—963.<br />

de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 219<br />

de tyd van zes weeken, daartoe bepaald, verioopen<br />

was, werd te Hattem, van wegen 't<br />

Hof, door de Gerechtsboden eene omfchryving<br />

in de Stad gedaan, om te onderzoeken»<br />

welke en hoe veele Burgers waren te rug ge.<br />

keerd, en men bevond, dat derzelver getal<br />

niet meer dan 7 of 8 Burgers was. Om derhal.<br />

ven nog meerderen uit te lokken werd de Vergeetenis<br />

nog zes weeken, dat is van half November<br />

tot January verlengd. Maar de Bemiddeling<br />

door de Provintiën van Zeeland en GJO><br />

ningen, tusfehen de Staaten en de twee Stemhebbende<br />

Steden Hattem en Elburg aangebooden,<br />

werd door de Staaten van Gelderland afgeweezen,<br />

die beweerden, dat, wanneer'Onderdaanen<br />

aan hunnen Souvrain ongehoorzaam<br />

zyn, dan geene Bemiddeling van derden j maar<br />

alleen handhaaving van het Oppergezag, kan<br />

te pas koomen ( +<br />

).<br />

Deeze gebeurtenisfen van Hattem en Elburg<br />

hebben een onmiddelyk verband gehad met de<br />

Onlusten, vervolgends tusfehen de Bondgenooten,<br />

en voornaamelyk tusfehen Holland,<br />

eenige andere Provintiën en byzonderlyk den<br />

Stadhouder, ortitaan, waarom ik den draad<br />

daar van kortelyk zal agtervolgen. De Staaten<br />

•van Holland fchreeven op den 4 September<br />

aan die van Gelderland, dat zy met aandoening<br />

den aart en de gefteldheid der Gefchillen en<br />

On-<br />

{*) Nieuwe Nederl Jaa;b. iïov. 1786. bladi, 1411, 1412.<br />

1786.<br />

Scliryven<br />

der Staaten<br />

Holland aan<br />

die van<br />

Gelderland,


I'7&r5-.<br />

220 BEKN0PTEHIST0RIE.DE*-<br />

Onlusten, tusfehen de Regenten en Ingezeetenen<br />

in fommige Provintiën , en byzonder in<br />

die van Gelderland, ernflig overweegende, genoodzaakt<br />

waren hunne aandacht te vestigen op<br />

bet akelig vooruitzigt der fchroomelyke gevolgen<br />

, die te duchten waren , indien die verfchillen<br />

door de Wapenen beflist, en tot het<br />

gebruik van de Krygsmagt toevlugt genoomen<br />

wierd ; dat Hun Edel Groot Moogende even<br />

daarom by hun Befluit van den 25 Augustus den<br />

Hr. Kapitein Generaal hadden aangefchreeven,<br />

om, by provifie en tot hunne nadere beflelling,<br />

geene Troupen, op hunne Betaaling<br />

ftaaude, en in de Provintie van Gelderland, of<br />

daar buiten, Bezetting houdende naa de Steden<br />

Hattem of Elburg te zenden, enz. dat zy<br />

thans met verwondering vernaamen , dat het<br />

voorgenoomen Befluit van Hun Ed. Moogende<br />

de Staaten van Gelderland, reeds daadelyk ter<br />

uitvoer gebragt was. Hun Edel Groot Moogende<br />

konden niet verbergen, dat zy dit Befluit<br />

met geen onverfchillig oog konden aanzien<br />

, als aanloopende tegen de onveranderlyke<br />

grondbeginfelen . welke in eene welgeftelde<br />

Regecring nimmer kunnen dulden , dat de deur<br />

voor bülyke Vertoogen van 's Lands kiaagende<br />

Ingezeetenen toege-muurd, de wettige en eerbiedige<br />

Volksflem door geweldige middelen<br />

gefmoord, en de weg tot vereffening van op»<br />

gerezene verfchillen door Krygsdwang zou af-<br />

gefneeden worden. Eene ocderneeming<br />

waas


ONLUSTEN IN' HET VADERLAND. a«r<br />

waar van. de rampzalige gevolgen zich welhaast<br />

over de geheele Republiek zouden kunnen<br />

verfpreiden, en een bloedig tooneel van Bur-<br />

gerlyken Oorlog zou kunnen openen; eene art*<br />

derneeming eindelyk, waar omtrent zy temeer<br />

gevoelig moesten zyn, naarmaate zymetgrond<br />

verwagtteden 3 dat het noodlot van' de Gelckr-<br />

fcht Burgery 'aan hunne {de Hollandfche) wel*<br />

meenende en getrouwe Ingezeetenen niet on-<br />

verfchillig zoude zyn. Met dien ernst dan,<br />

die het gewigt deezer zaake vorderde, vonden<br />

zy zich verpligt Hun Ed. Moogende op het<br />

vriendnabuurlykfte te verzoeken, op 't krag><br />

tigRe aan te ma au en en te betuigen, om het<br />

uiterRe [in deezen nog tydig te verhoeden , en<br />

van het gebruik dier middelen af te zien, we!*<br />

Jee niet anders , dan tot verdervelyke einden<br />

kunnen uitloopen; maar om , integendeel, zo<br />

danige maatregelen by oer hand te neemen,<br />

waar door het hoognoodig vertrouwen tusfehen<br />

Overheden en Ingezeetenen in Huu .Ed. Moo­<br />

gende Provintie herfteld, op duurzaame gropi<br />

den gevestigd, alle misbruiken geweerd-, en<br />

de ontftaane verfchilien langs den weg van min-<br />

nelyke bevrediging vereffend en afgedaan mog­<br />

ten worden. Tot welk zoo nuttig en heilzaam<br />

oogmerk Hun Ed. Gioot Moogende hunne Be­<br />

middeling, gepaard met alie mv&ï kragtige,<br />

goede en Bondgenootfchappelyke dreunen , aan<br />

Hun Ed. Moogende volvaerdig aanbooden, be-<br />

... -Jrei'i<br />

17 83»


I?86.<br />

Arm de anderelïondjenooten<br />

om<br />

gelyke Befluiten<br />

te<br />

neemen.<br />

Voorftel<br />

Van Dordrecht<br />

o'ii de<br />

mai>t des<br />

Stadhouders<br />

ie Wpaaleo.<br />

222 BEKNOPTE HISTORIÉ DÉR<br />

reid zynde, die, op het eerfte aanzoek, daa-<br />

delyk te bewyzen en in 't werk te ftellen (*).<br />

Van deeze aanfehryving en het Befluit, de<br />

Krygsmagt raakende, daar in gemeld, gaaven<br />

de Staaten van Holland kennis aan de Provin­<br />

ciën, van Zeeland, Friesland, Overysfel en Grt>.<br />

ningen, met vriendeïyk verzoek om ook dier-<br />

gelyke Befluiten te neemen , met opzigt tot de<br />

Militie, ter haarer Betaaiing ftaande.<br />

By gelegenheid, dat 'er op den 4 Septem­<br />

ber over het vastftellen van zodanige Brieven,<br />

aan de Bondgenooten te zenden, geraadpleegd<br />

werd , deeden de Gedeputeerden van Dordrecht<br />

door den mond van hunnen Penfionaris, DE<br />

G Y Z E L A A R , vooidraagen, dat het kwaad in<br />

den boezem van den eerften Staatdienaar,<br />

W I L L E M DEN V. zat, en of het niet onver-<br />

antwoordelyk was, Hem in deeze omftandig-<br />

heden zoo veel magt te geeven; en fteldea<br />

voor om eenen bandigen Brief aan Hem af te<br />

zenden; ten einde van Hem te eisfehen, dat<br />

ïiy niet medewerkte tot de uitvoering van der*<br />

jelyke Befluiten , als de Staaten van Gelderland<br />

uratrent Hattem en Elburg, genoomen hadden;<br />

;u indien hy niet daadelyk daartoe bewilligde<br />

i >.n. niet zigtbaar deed blyken, dat hy 'er een<br />

ifkeer van hadt; Hem dan in zyne magt te<br />

sepaalen; en vervolgends het Krygsvolk van<br />

iee;;e Provintie aan te fchryven, zieh op het<br />

eerfte<br />

tf Kieuw. Sedert. Jeari. SipUt&tt Vfè6. blidz.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 22$<br />

eerde bevel van Hun Ed. Groot Moogende ge­<br />

reed te houden, om gebruikt te worden, te­<br />

gen allen en een iegelyk, die zich als vyanden<br />

van den Staat gedraagen. Verfcheidene Steden<br />

Remden met dit VoorRel van Dordrecht in;<br />

Haarlem drong aan, dat men in buitengewoone<br />

gevallen Randvastig moet overgaan tot hetgeen<br />

de nood vordert, en gaf in bedenken, of men s<br />

daar de Kapitein Generaal zyne toeftemming<br />

openlyk aan de Staaten van Gelderland gaf, en<br />

daarenboven zelfs gezegd hadt, zich niet aan<br />

het Befluit van Holland te kunnen gedraagen,<br />

denzelven zoo lang hy zich niet van verden­<br />

ken zuiverde, provifioneel wel zoude hekst laa­<br />

ten met het beftuur over het Krygsvolk deezer<br />

Provintie? Hier by voegden zich Leyden,<br />

Schiedam, Schoonhoven, Alkmaar, Hoorn, Enk.<br />

huizen, Munnikendam, Medsnblik en Purmerend.<br />

Delft maakte zwaarigheid om zich over de<br />

Voorflellcn van Dordrecht en Haarlem te ver­<br />

klaaren, verzocht een fchriftelyk Voorftel, om<br />

op den volgenden dag daar over te beraadflaa-<br />

gen; waar by den Briel zich voegde. Amfier-<br />

dflms Gedeputeerden voegden zich , als by­<br />

zondere Leden van Regeering by Dordrecht en<br />

Haarlem, benevens de afidere Steden, en ftel-<br />

de voor, eene Expresfe naa hunne Principaa-<br />

len te zenden, en zich den volgenden dag na­<br />

der te verklaaren ; Gouda verklaarde zien op<br />

dezelfde wyze. Rotterdam kwam we! in zoo<br />

verre met Dordrecht en Haarlem overeen, dat<br />

'er


1726.<br />

VerfcheideneVerzoekfchriften<br />

tot<br />

het zcl de<br />

einde lire!;-<br />

Uendc.<br />

Voordellen<br />

der Gedeputeerden<br />

van<br />

Dordrecht.<br />

m BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

'er eene Voorziening moest gefchieden ; maar<br />

Vondt het bezWaarlyk dezelve te bepaalen; kon<br />

nogthans wel met Haarlem inftemmen , indien<br />

de Leden anders daartoe geneegen waren; by<br />

welk Advies Gorinchem zich voegde. Edam<br />

was afwezig en de Ridderfchap zweeg, zonder<br />

voor of tegen te Remmen (*}.<br />

Terwyl men dus bezig was, over deeze ge«<br />

wigtige zaak te beraadflaagen, kwamen 'er ver­<br />

fcheidene Stukken in, dezelve betreffende,<br />

die dezelve nog ernfliger en dringender maak­<br />

ten ; als daar was een Brief van de MagiRraat<br />

en de Gezwoorene Gemeente van Elburg; enz.<br />

een desgelyke van Burgemeesteren, Schepenen<br />

en Raad der Stad Hattem enz. verfcheidene<br />

gelykluidende Requesten van eene zeer groote<br />

menigte, alle Burgers en Inwooners der Stad<br />

Jlmfterdam , enz. een Verzoekfchrift van een<br />

aanmerkelyk getal Schutters en Ingezeetenen<br />

der Stad Delft, enz.; een Request van Burgers<br />

en Ingezeetenen der Stad Gouda, enz. nog een<br />

Request van eene Schaare Burgers en Ingezee­<br />

tenen van 's Hagi; en eindelyk een Request<br />

van een getal Burgers en Inwooners van Veur,<br />

Voorfchooten en den Leydfchendam, enz.<br />

Op het inkoomen van deeze Brieven en Re­<br />

questen , werden de Leden der Vergaadering<br />

duor de Gedeputeerden van Dordrecht, als oud-<br />

Re „en eerst Remmend Lid, opgewekt tot vry»<br />

moe.<br />

{*) Nieuwe NederU Jaari. Sept, i?3ö. bladz. 1030-rsjC


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 225<br />

moedigheid en hartelykheid in het uiten van<br />

hunne Adviefen op dit gewigtig tydRip, en<br />

op dat die opwekking te meer ingang mogt<br />

vinden, werd, op verzoek van welgemelde<br />

Heeren Gedeputeerden, de Acte van fchade-<br />

looshouding van den 19 July 1663., door den<br />

Raadpenfionaris voorgeleezen; voords haalden<br />

dezelfde Heeren verfcheidene redenen van<br />

wantrouwen op tegen het beflier van den Hr.<br />

Kapitein Generaal en Relden voor, den ge»<br />

meiden Hr. Kapitein Generaal aan te fchry-<br />

ven, zyne perfoonelyke denkwyze over de ge.<br />

weldige maatregelen tegen de Steden Hattem.<br />

en Mlburg, mitsgaders tegen de Stad Utrecht,<br />

op eene klaare en rondborflige wyze open te<br />

leggen, ten einde niet genoodzaakt te worden<br />

om te befluiten tot eene opfchorting van Hem<br />

Kapitein Generaal' in zyne Provintiaale Krygs-<br />

hoedanigheid, en gevolglyk ook van de Magt<br />

aan hem toevertrouwd over de Troupen, ter<br />

betaaling van deeze Provintie Raande. Verder<br />

werd door die zelfde Heeren Gedeputeerden<br />

na de redenen, daartoe beweegende , opge-<br />

geeven te hebben, voorgeReld, om aan alle<br />

de Bevelhebbers der Regimenten op deeze<br />

Provintie ter betaaling verdeeld Raande, van<br />

wegen Hun Ed. Groot Moogende aan te fchry-<br />

ven en te gelasten , zich marschvaerdig te<br />

houden, om op Hoogstderzelver eerfle orders<br />

te kunnen trekken naa de aan te wyzene Plaat­<br />

fen. De Heeren van de Ridderfchap en Ede-<br />

178Ö.


1786.<br />

226 BEKNOPTE HISTORIE bt*<br />

len verzochten Copie van het Voorftel, om<br />

daarop nader te beraadflaagen ; zoo deeden oofe<br />

Amflerdarn, Delft en den Briel om het gevoelen<br />

hunner Principaalen» daarop te veiftaan,<br />

en het Befluit werd uitgefleld tot den 6 der-<br />

Zelfde maand. De Heeren Gedeputeerden va»<br />

Dordrecht, Haarlem, en de andere Steden,<br />

die zich by hen gevoegd hadden, protefteerden<br />

tegen alle verdervelyke gevolgen, die uit<br />

het uitftel zouden kunnen voortvloeijen, laaiende<br />

de verantwoording daar van over aan de<br />

Heeren van de Ridderfchap en de Gedeputeerden<br />

van die Steden, welken het Befluit door<br />

hunne overneeming hadden opgehouden (*).<br />

Brief van de Op den volgenden dag, den 5 September<br />

Vroedfchsu ontvingen de Staaten van Holland eenen Brief<br />

yaa Utrecht,<br />

van de Utrechtfche Vroedfchap, waar in dezelve<br />

te kennen gaf, dat de meerderheid der<br />

voorftemmende Staats-Leden, die te Amers.<br />

foort bleeven vergaaderen, volgends niet ongegronde<br />

geruchten, zou hebben kunnen goedvinden,<br />

een aanmerkelyk getal Troupen naa<br />

Utrecht te zenden, immers enten minften op<br />

het Grondgebied van die Provintie te doen<br />

marcheeren; waar by kwamen tydingen , dat<br />

men van zins zoude zyn, om op eene bepaalde<br />

plaats in eene Nabuurige Provintie een groot<br />

getal Krygsvolk, met eenige ftukken kanon en<br />

eene bende Artilleristen voorzien, byeen te<br />

doera<br />

{*J Kieuw* Nederl. Jaarb. September 178Ö. bjadz. lejx.


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 227<br />

doen koomen, uk welke aanflaagen de Vroedfchap<br />

niets anders voorzag, dan dat men van<br />

zins was, die Provintie met Krygsmagt in te<br />

fleemen, en tegen hunne Stad ongeoorloofde,<br />

ja vyandlyke, aanvallen ter uitvoer te brengen<br />

; om Welke redenen zy zich verpligt vonden<br />

en in de onvermydelyke noodzaakeiykheid<br />

waren, van zich tot Hun Ed. Groot Moogende<br />

te wenden, en voor te draagen, of Hun Ed.<br />

Groot Moogende niet zouden kunnen befluiten<br />

met dien fpoed, dien de nood vorderde, een<br />

behoorlyk getal Troupen, op Hun Ed. Groot<br />

Moogende Provintie verdeeld, in allen haast<br />

te doen marcheeren, dezelven by provifie te<br />

plaatfen op de Grenzen der Utrechtjche Provintie,<br />

met last aan de Bevelhebbers, om op<br />

den eerften wenk van den tegenwoordigen Raad<br />

der Stad Utrecht, tot dekking en beveiliging<br />

dier Stad aan te rukken, zonder nadere orders<br />

van Hun Ed. Groot Moogende daaromtrent te<br />

moeten afwagten ; befchouwende de Vroedfchap<br />

zodanigen last in de tegenwoordige omftandigheden,<br />

daar het gevaar moogelyk zeer<br />

groot was, als zeer noodzaakelyk (*).<br />

Op deezen Brief beflooten Hun Ed. Groot ï<br />

Moogende op den 51 September na voorafgaan- 1<br />

de beraadflaaging, dat dezelve zou onderzocht 0<br />

efluit del-<br />

«aten va»<br />

'olland<br />

worden in het groot Befoigne; en des niet te<br />

aaiop.<br />

«min werd goedgevonden en verftaan, dat,<br />

pab .01:7 3öfj9;jpoM JO( over»<br />

f*3 Nieuwe Neierl, Jaari. Seplemher i?26. bladz. 1033,<br />

v Pa<br />

1786*


1786.<br />

5i8 BEKNOPTE HKTTÓR'IE DER<br />

overeenkomftig met het tweede Lid der Dord*<br />

rechtfche Voorftelli-ng daags te vooren gedaan a<br />

aan alle de Commandanten der Regimenten ,<br />

op deeze Provintie verdeeld, van wegen Hun<br />

Ed. Groot Moogende zou aangefchreeven worden<br />

en gelast om zich marschvaerdig fe houden,<br />

ten einde op Hoogstderzelver eerfte orders<br />

te kunnen optrekken , naa de Plaatfen<br />

door Hun Ed. Groot Moogende voor te fchryven,<br />

met verderen last om geene orders tot<br />

het veranderen van hun tegenwoordig Guarnizoen<br />

te gehoorzaamen , ten zy dezelve Orders<br />

door Hun Ed. Groot Moogende goedgekeurd<br />

en bevestigd waren. Ook werden Gecommitteerde<br />

Raaden gelast, geene befcheiden van<br />

Scheepslasten, uit Guarnizoens veranderingen<br />

of het vervoeren van Oorlogsbehoeften veroorzaakt,<br />

federt het Befluit van Hun Ed. Grooü<br />

Moogende van den 25 Augustus te voldoen;<br />

en aan Burgemeesteren en Regeerders der Steden<br />

aan te fchryven, om geene Schepen tot<br />

vervoeren van Oorlogsbehoeften of Krygsvolk<br />

te latken gebruiken, ten zy de orders daartoe<br />

van Hun Ed. Groot Moogende of Gecommitteerde<br />

Raaden, goedgekeurd waren. De Gardes<br />

Dragonders, die zich hadden laaten gebruiken<br />

tot dekking van 't vervoeien van Krygs.<br />

behoeften, beftemd tot het uitvoeren van Orders,<br />

regtftreeks aanloopende tegen het Be-*<br />

fluit van Hun Ed. Groot Moogende van den<br />

25 Augustus die ook tegenwoordig gecanton-<br />

neerqi


NLUSTEN IN HET VADERLAND. 229<br />

oeerd waren, om of by het Loo, waar door<br />

insgelyks tegen de Orders van Hun Ed. Groot<br />

Moogende was aangegaan; hun gedrag moest<br />

door Gecommitteerden Raaden onderzocht worden<br />

, en provifioneel hunne Soldy, die den 9<br />

derzelfde maand zou vervallen, ingehouden;<br />

geene Attaché of Patenten verleend, buiten<br />

kennis der Staaten , tot het uittrekken van<br />

Krygsvolk binnen deeze Provintie, of tot het<br />

doortrekken in andere Provintiën of de Generaliteits<br />

Landen. Eindelyk, dewyl uit de Gcneraliteits<br />

Magazynen naa de Steden van Gelderland,<br />

en moogelyk ook elders Krygsbehoeften<br />

vervoerd waren, tot het uitvoeren van vyandige<br />

Ontwerpen door de Staaten van Gelderland,<br />

en op naam van die van Utrecht gemaakt,<br />

zoo moest van wegen deeze Provintie by den<br />

Raad van Staaten onderzoek gedaan worden ,<br />

of zulks met hun medeweeten of toeftemming<br />

gefchied was; ten einde Hun Ed. Groot Moogende<br />

van het Beftier in deeze, zoo ver uitziende,<br />

zaak gehouden, behoorlyk zouden<br />

moogen onderricht worden (*).<br />

Nog dien zelfden avond van den 5 Septem<br />

ber werden de Boden naa alle de Regimenten<br />

gezonden, met de beflootene aanfehryving en<br />

orders. Op het eerfte Lid der Dordrechifche<br />

Voorftelling op den 6 September weder beraadslaagd<br />

zynde, werd beflooten, en dien volgends<br />

Nieuwe Neder!, Jaarb. September 17SÖ. bladz. 1037.<br />

E 3<br />

1786.<br />

Befluit op<br />

bet eei fte<br />

Lid neizelfdé<br />

Voorftel-<br />

Jin 1 van<br />

Dordrecht.


.1786.<br />

230 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

gends aan Zyne Doorluchtige Hoogheid als<br />

Kapitein Generaal deezer Provintie aange.<br />

fchreeven, dat Hun Ed. Groot Moogende met<br />

het uiterfte ongenoegen en gevoeligst leed»<br />

weezen vernoomen hadden, tot welke flap»<br />

pen de Staaten van Gelderland, ten opzigte van<br />

de Steden Hattem en Elburg, gekoomen waren;<br />

en het geen op naam der Staaten van Utrecht<br />

ondernoomen was, tot het doen inrukken van<br />

eenig Krygsvolk in dezelfde Provintie; en<br />

daarom vol (Trekt noodig en dienftig hadden<br />

geoordeeld , om van Zyne Hoogheid eene<br />

juiste en openhartige opening van zyne perfooneele<br />

denkwyze te vorderen, over de gewei,<br />

dige maatregelen tegen dezelve Steden en<br />

Provintie beraamd , en in het werk gefteld;<br />

terwyl Hun Ed. Groot Moogende verwagteden,<br />

dat zy door eene voldoende opening van<br />

Zyne Hoogheids gevoelens binnen vier- en<br />

twintig uuren na den ontvangst deezer aanfchryving<br />

zouden gerust gefteld worden, en<br />

buiten de noodzaakelykheid gehouden van zodanige<br />

maatregelen, die voor den Perfoonen<br />

X Huis van Zyne Doorluchtige Hoogheid naaeelige<br />

gevolgen zouden kunnen hebben. Dien<br />

zelfden avond van den 6 September werden 'er<br />

Boden naa den Briel, Hcllevoeifluis, Schoonho.<br />

•>en en Gorinchem verzonden met bevelen, tot<br />

iet optrekken der Troupen naa Holland. Nog<br />

verd aan de beveelende Officieren van de Gar­<br />

( iet aangefchreeven, dat zy, benevens de verdere;


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 231<br />

dere Officieren van hun Regiment ontflaagen<br />

waren van dat gedeelte des Provintiaalen Eeds,<br />

het welk betrekking heeft tot het gehoorzaamen<br />

aan de Orders van den Kapitein Generaal,<br />

met last om daar van aan de afweezende Officieren<br />

kennis te geeven (*).<br />

Om aan 't Krygsvolk de gelegenheid af te Publicatie<br />

tegen 't<br />

fnyden tot het pleegen van baldaadigheden, Oranje draa.»<br />

gen en<br />

of verwekken van beweegingen, onder voor- i'cbrceuwan.<br />

wendfel van hunne zucht voor 't Huis van<br />

Oranje, zoo deeden de Heeren Staaten van<br />

Holland eene Publicatie afkondigen, waar by<br />

aan hetzelve verbooden werd, het draagen van<br />

Oranje Cocardes, ftrikken linten , papieren ,<br />

bloemen, en andere verfierfelen van Oranjekleur;<br />

als ook het fchreeuwen van Oranje bo.<br />

ven, op draffe van naar vereisch van zaaken,<br />

zelfs met den dood geftraft te worden.<br />

Terwyl de Staaten dus werkzaam waren, za. Adres der<br />

Gewapende<br />

ten de Burgers ook niet ftil: De Gecommit­ Wurgers aan<br />

de Staaten<br />

teerden der Schutteryën en Gewapende Ge- van Holland<br />

ncotfchappen binnen de Provintie van Holland, en derzelver<br />

Befluit<br />

toen te Leyden Vergaaderd, leeverden , op den daarop.<br />

7 September een Adres in aan de Staaten, waat<br />

by zy niet alleen hunne gevoelens van hoogachting<br />

en verkleefdheid aan Hun Ed. Groot<br />

Moogende betuigden , maar ook hunne bereidvacrdighcid<br />

betoonden tot het doen van<br />

alle zulke dienden, als in de tegenwoordige<br />

ora<br />

, (*) Kieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1786. bladz. 1040-1041.<br />

P4<br />

1786.


ü<br />

132 BEKNOPTE HISTORIE DEa<br />

Ï786. < >mltandigheden voor het Vaderland, en tot<br />

1 >ehoud der Vryheid noodig zouden moogen<br />

veezen; waarop Hun Ed. Groot Moogende,<br />

l \etroffen door den Vaderlandfchen yver, in de<br />

1 'oorfz. Addresjen doorfir aaiende, en overtuigd<br />

t 'at in de liefde van een vry Volk, en in de Wa-<br />

I tenen, die hetzelve tot befcherming der Vry-<br />

1 leid en van zynen wettigen Souvrain gereed<br />

i s aan te gorden, billyk het grootfte vertrouwen<br />

tot bewaaring der openbaare veiligheid en<br />

fweering van alle geweld kan gefteld worden ,<br />

I oedvonden en verftonden, hun Hoogfte ge-<br />

t oegen te betuigen over deeze gedaane aan-<br />

l iedingen en de verzekeringen aan te neemen;<br />

e n alle de Gewapende Schutteryën en gewet-<br />

| gde Genootfchappen van Wapenoefening binen<br />

deeze Provintie, die met zodanige gevoe-<br />

\ ;ns bezield waren, mitsgaders alle de Leden<br />

d erzelven, die zich tot afweering van geweld<br />

z ouden willen laaten gebruiken, in hunne by-<br />

z ondere befcherming te neemen. Het Haagƒhe<br />

Genootfchap van Wapenhandel werdt door<br />

e<br />

en byzonder Befluit der Staaten ook in dit<br />

b sgrecpen (*),<br />

Antwoord Op de bovengemelde aanfchryving der Staa-<br />

van den<br />

Prins. W m aan den. Kapitein Generaal , antwoordde<br />

yne Hoogheid binnen den bepaalden tyd;<br />

| et Antwoord kwam den 7 September in, en<br />

b sheisde eerst een kort verhaal van 't geen Hy<br />

(*; iShi'Avc Neder!, Jaarb, Sept, 178C, bladz. 1042—1044.<br />

op


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 233<br />

op begeerte der Staaten van Gelderland gedaan<br />

hadt, daar na eene betuiging van te meenen<br />

niets te veel te vorderen, wanneer Hy met<br />

alle In- en Opgezeetenen eene vrye denkwyze<br />

inriep; maar nogthans geene zwaarigheid maakte,<br />

om als nog zich te gedraagen tot die gevoelens,<br />

welke Zyne Hoogheid meermaals<br />

opengelegd hadt; op welke gronden Zyne<br />

Hoogheid verzekerde, zoo afkeerig te zyn als<br />

iemand van gewelddaadige middelen; doch,<br />

daar Hun Ed. Groot Moogende zeiven, in<br />

hunne eigene Provintie den Militairen arm gebruikt<br />

hadden tot handhaaving van 's Lands<br />

Hoog- en Gerechtigheid en de wettige Autoriteit<br />

van den Souvrain; Hun Ed. Groot Moogende<br />

zich niet konden verwonderen, dat de<br />

Heeren Staaten van Gelderland insgelyks gebruik<br />

daar van gemaakt hebben (*).<br />

Dit Antwoord, alhoewel door de Staaten,<br />

den 8 September beflooten werd, hetzelve in<br />

Commisfie te ftellen aan 't Groot Befoigne ,<br />

tot nader onderzoek en bericht, kwam verfcheidene<br />

Leden der Vergaadering zoo onvoldoende<br />

voor, dat Dordrecht, Gouda, Schoonhoven<br />

, Alkmaar en Monnikendam deeden aanteekenen,<br />

van Advies te zyn, dat de Hr. Ka.<br />

pitein Generaal wegens het onvoldoende Antwoord<br />

op de vereischte opening van zyn gevoelen<br />

over de geweldige maatregelen tegen<br />

Hat.<br />

£*) üiaiwe Nederh Jaarb. September 17SÉ. bladz. 1045.<br />

P 5<br />

1786.<br />

Is onVOL;<br />

doende.


1786.<br />

Deputatie<br />

der Staaten<br />

van Hollan<br />

aan de Staa<br />

ten Gene<br />

xsal.<br />

£34 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Hattem en Elburg, provifioneel,-van nu af aatf'<br />

behoorde opgefchort te worden in zyne voorfz.<br />

fefiening: en dat voorts in een Groot Befoigne<br />

behoorde onderzocht te worden , welke<br />

maatregelen verder, in deezen, ten zynen opzigte<br />

, tot bewaaring der Hoogheid en Souvrainiteit<br />

deezer Provintie, gelyk ook van de<br />

Vryheid der Ingezeetenen, en tot het behoud<br />

van het gantfche Vaderland noodzaakelyk zou<br />

geoordeeld worden (*).<br />

De zaaken werden hoe langer hoe ernftiger,<br />

i niet alleen tusfehen de Staaten van Holland en<br />

" den Heere Prince Stadhouder, maar ook tusfehen<br />

dezelfde Staaten en die van de andere<br />

Provintiën; en het fcheelde maar weinig of<br />

de geheele Unie, of het Bondgenootfchap der<br />

zeven Provintiën, was gefcheurd geweest. De<br />

Staaten van Holland vergaaderden op dien zelfden<br />

dag van den 8 September tweemaal. Geduurende<br />

de eerfte Byeenkomst, die van elf<br />

tot vier uuren duurde, v/erd eene talryke Deputatie<br />

uit het midden van Hun Ed, Groot<br />

jVioogende benoemd, en verfcheen in de Vergaadering<br />

der Algemeene Staaten, met den Hr.<br />

Raadpenfionaris aan 't hoofd, die in derzelver<br />

naam het woord voerde. De aanleiding tot<br />

deeze plegtige bezending was, dat eenige Bevelhebbers<br />

in de Generaliteits Steden, waar<br />

Bezetting van Troupen is, geweigerd hadden,<br />

de .<br />

C*J Uiittwc Nedsrl Jaarb, Sept. ijS6, bladz, J047—1048,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 235<br />

de Hollandfche Regimenten, op aanfchryving<br />

van hunnen Souvrain te laaten uittrekken, zonder<br />

toeftemming van Hun Hoog Moogende.<br />

De Staaten Generaal waren geneegen om het<br />

gedrag van die Bevelhebbers, in 'tbyzonder dat<br />

van den Gouverneur van Bergen op Zoom, goed<br />

te keuren; doch de Gedeputeerden van Hol.<br />

land verklaarden , dat zy, indien zulks gefchiedde,<br />

dan uit de Vergaadering zouden<br />

gaan en zich van de Unie affcheiden. Deeze<br />

rondborftigc verklaaring verhinderde het Befluit,<br />

en de zaak werd, tot nadere beraadflaaging,<br />

overgenoomen.<br />

Ondertusfchen deeden de Staaten van Hol. Nadere aan.;,<br />

fchryving<br />

land aan de Regimenten der Provintie nader der Staaten<br />

aan de Re­<br />

aanfchryven, om indien de marsch naa HoU gimenten<br />

om naa<br />

land, nog niet was aangenoomen, zulks ten Holland CO.<br />

fpoedigfte te doen , zonder aan eenige, hoe trekken.<br />

genaamde, hindernisfen toe te geeven, op<br />

liraffe van niet langer als Troupen , in Soldy<br />

deezer Provintie ftaande, aangemerkt, maar<br />

zonder verdere betaaling aan hun lot overgelaaten<br />

te worden: en integendeel , indien zy<br />

gereedelyk gehoorzaamden , van Hun Ed. Groot<br />

Moogende byzondere befcherming konden verzekerd<br />

zyn Voords werden Gecommitteerde<br />

Raaden gemagtigd, om, zoo haast als de verwagte<br />

Troupen op het Grondgebied deezer<br />

Provintie zouden gekoomen zyn , aan dezelven,<br />

tot fchadeloosftelling en aanmoediging,<br />

eene provijioneele ver hooging van Soldy, tot twaalf<br />

Jlui-<br />

17^.


Het Corps<br />

van den<br />

Rhyngraaf<br />

van Sahn<br />

in dienst<br />

van 'lolland<br />

genoomen.<br />

Het Guarïiizoen<br />

van<br />

den Haag<br />

moet aan<br />

niemand dan<br />

de Staaten<br />

en Gecommitteerden<br />

Raaden ge.<br />

lioorzaamen.<br />

BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Jluivers 'sweeks, toe te leggen ; behoudens Hun<br />

Ed. Groot Moogende beraadflaaging over eene<br />

gevoeglyke fchadeloosftelling voor de Officieren.<br />

In de tweede byeenkomst der Staaten van<br />

dien dag, beflooten Hun Ed. Groot Moogende<br />

het geheele Corps des Rhyngraaven VAN SA LM<br />

in dienst deezer Provintie te neemen; gelyk<br />

het ook op den volgenden dag daar in is overgegaan.<br />

Op dien zelfden dag van den 9 September<br />

werd ook aan 't gantfche Guarnizoen<br />

van 'sHage, door Gecommitteerde Raaden,<br />

in naam der Staaten bekend gemaakt: „ dat de<br />

Gardes du Corps, zoo te voet.als te paerd, en de<br />

verdere Krygslieden , in de Refidentieplaats<br />

van Hun Ed. Groot Moog. bezetting houdende,<br />

of daar vervolgends zouden moogen gebragt<br />

worden, onder niemands bevel fTonden,<br />

dan dat van Hun Ed. Groot Moogende en hunne<br />

Gecommitteerde Raaden; dat zy ook, geduurende<br />

hun verblyf aldaar, aan niemand anders,<br />

dan aan Hun Ed. Groot Moog. en derzelver<br />

Gecommitteerde Raaden gehoorzaamheid<br />

fchuldig waren of bewyzen mogten; dat ook<br />

dienvolgends het geeven van 't Wachtwoord<br />

en alle andere tekenen van gezag over het<br />

voorfz. Krygsvolk byzonderlyk verbleef aan<br />

Gecommitteerde Raaden, zonder dat dezelfde<br />

eere aan iemand anders zou overgegeeven worden;<br />

en zonder dat aan iemand, van wat hoedanigheid<br />

Bediening of waardigheid in den<br />

Bur?


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 237"<br />

Burgers- of Krygs-Staat hy ook mooge wee-<br />

zen , eenige Aéïe van Commando of Gezag<br />

ooit of ooit zou moogen toegelaaten worden."<br />

Doch de Guardes du Corps (uitgenoomen de<br />

Colonel Commandant VAN DER CAPELLENa­<br />

maakten zwaarigheid, zich van hunnen Eed te<br />

laaten ontflaan, dan door dien, aan wien zy<br />

dien gedaan hadden (*). Doch deeze zwaa­<br />

righeid werdt door den Prins zeiven weg ge­<br />

noomen, die aan de Staaten fchreef, dat hy<br />

de Guardes du Corps van dien byzonderen Eed,<br />

waar door zy aan zyn Perfoon verbonden wa­<br />

ren, ontfloeg, en dus aan Hun Ed. Groot Moog.<br />

overliet, om daaromtrent naar welgevallen te<br />

handelen. Waarop vervolgends die Eed, op<br />

den 19 Oftober- door de Staaten vernietigd<br />

werd (t).<br />

Brief der<br />

Op den Brief welken de Staaten van Holland Staatsleden^<br />

aan de Staats-Leden van Utrecht, te Amers­ te Amersfoortverfoort<br />

Vergaaderd, op den 4 September over gaaderd , aan<br />

de Staaten<br />

den tegenwoordigen toeltand van zaaken in de van Holland»<br />

Provintiën van Gelderland en Utrecht gefchreeven<br />

hadden, ontvingen zy op den 11 September<br />

een Antwoord, waarin zy deredenen op»,<br />

gaven, waarom te Amersfoort en niet te Utrecht<br />

vergaaderd waren; en betuigden dat zy wel<br />

verre af waren, van de voorkeur aan geweldige<br />

middelen te geeven; maar dat het ook aan hun<br />

(*) Nieuwe Nederl Jaarb. Sept. 1786. bladz. 1050.<br />

(t; lbid. QSlober 1786. bladz. 1252,<br />

moest<br />

Ï78&


Jf8


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2$9<br />

' Op den zelfden 11 September ontvingen de 178^.<br />

Staaten van Holland eenen Brief van de Vroed» Brief der<br />

Vroedfcliap<br />

fchap der Stad Utrecht; waarin Hun Ed. Groot van Utrecht<br />

aan de Staa­<br />

Achtbaare aan Hun Ed. Groot Moogende ken. ten van<br />

nis gaven, berichten, waarop zy ftaat kon­ UollanJ.<br />

den maaken, ontvangen te hebben, dat de<br />

twee voorftemmende Leden. benevens twee<br />

der kleine Steden, zich noemende de Staater<br />

dier Provintie,in hunne Vergaadering te Amersfoort<br />

volftrekt hadden beflooten, een genoegzaam<br />

getal Troupen binnen het Grondgebied<br />

te doen trekken, zoo dat die den volgender<br />

Dingsdag binnen of omtrent Amersfoort zouden<br />

?.vn ; — uit welke en andere omftandigheder<br />

zy reden hadden cm te vermoeden, dat men<br />

zou trachten die Provintie allengskcns me!<br />

Krygsvolk te overdekken, om vervolgends de<br />

Stad Utrecht door geweld, gelyk men omtreni<br />

twee • Steden in Gelderland gedaan hadt, te<br />

Overheerfchen, waar uit zekerlyk moest volgen<br />

eene onderdrukking der eerbiedige Volk-<br />

Rem, een- verlies der opdaagende Vryheid ,<br />

eene vervolging tegen cordaate Regenten er<br />

Burgers,eene verhuizing der beste en eerlykftf<br />

Ingezeetenen, en eindelyk een geheel bederi<br />

der Provintie, moest gebboren worden: Ou<br />

alle welke redenen zy by vernieuwing op hel<br />

fterkRe aandrongen op eenen onverwylden by-<br />

Rand van zoo veel Krygsvolk, op Hun Ed<br />

Groot Moog. Provintie verdeeld, als zy genoegzaam<br />

zouden oordeelen, om de Stad Ut<br />

Tech 1


Ce Staaten<br />

van Holland<br />

belooven<br />

liulpe aan de<br />

Stad Ut.<br />

fecht.<br />

240 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

recht tegen allen geweldigen aanval te dekken;<br />

en dewyl hunne Mede - Staatsleden zich niet<br />

ontzagen, naar willekeur, en buiten hunne<br />

kennis over het Provintiaale Grondgebied te<br />

bedellen ; zoo meenden zy ook alle vryheid te<br />

hebben om niets te ontzien tot hunne beveiliging,<br />

en gevolglyk geene zwaarigheid te maaken,<br />

die Hollandfche Troupen binnen hunne<br />

Vryheid te ontvangen; waar dezelve provifioneel<br />

konden post vatten in de Voordeden,<br />

en zoo veel moogelyk een Cordon trekken aan<br />

dien kant, van welken zy waarfchynelyk den<br />

eerden aanval te wagten hadden; hetwelk zy<br />

dachten best gefchikt te zyn; om alle vyandlyke<br />

maatregelen te verydelen (*). —<br />

De Staaten van Holland, gaaven hier op verzekering<br />

aan de Utrechtfche Vroedfchap, dat<br />

zy, in geval van een Vyandelyken aanval, of<br />

aanmarsch van Troupeu uit Gelderland tegen<br />

derzelver dad, aandonds met hunne, voorhanden<br />

zynde , Troupen dezelve zouden befchcrmen,<br />

en van alle geweld en overlast naar vermoogen<br />

beveiligen. Ten welken einde Hun<br />

Ed. Groot Moog. aan den Generaal Majoor<br />

VAN RYSSEL deeden aanfchryven , dat hy,<br />

indien de Stad Utrecht in gevaar mogt gebragt<br />

worden, dan de Troupen, onder zyn bevel,<br />

hadt by een te brengen, en de Stad naar vermoogen,<br />

daar made te helpen verdeedigen,en<br />

alle<br />

C) Nieuwe Neder!. Jaarb, September 178$, bladz. 1058, -


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 241<br />

alle geweldige aanflagen te veriedelen. Dit<br />

Befluit werd alleen door de Ridderfchap en de<br />

Stad Briel tegengefprooken ; en van hetzelve<br />

werdt aan de Utrechtfche Staatsleden, te Amers.<br />

foort vergaaderd , kennis gegeeven; met byvoeging,<br />

dat Hun Ed. Groot Moogende alhoewel<br />

zy verwagtten, dat zodanig een kragtig<br />

Befluit nooit zou in 't werk behoeven gefteld<br />

te worden, nogthans eene cordaate ope»<br />

ning daar van aan Hun Ed. Moog. hebben willen<br />

geeven, zoo wel om alle verkeerde indrukken<br />

omtrent de waare beweegreden daar<br />

toe voor te koomen, als om hen te overtuigen<br />

van derzelver oprechte genegenheid tot eene<br />

gemeenfehappelyke behandeling van zaakens en eene daadelyke bevordering der heilzaame<br />

oogmerken , welke Zy zoo duidelyk aan Hur<br />

Ed. GrGot Moog. hadden te kennen gegeeven s<br />

en eindelyk, dat Hun Ed. Groot Moog. zelfs<br />

op grond van verzekering, door de Staatet<br />

van Utrecht, of de beide voorftemmende Le<br />

den, daar van gedaan, moesten vast ftellen :<br />

dat een geweldige aanval op de Stad Utrecht 1<br />

nooit op begeerte of met medewerking vai t<br />

dezelve zou gefchieden ; en dat Hun Ed. Groo<br />

Moog. derhal ven konden vertrouwen, dat, in<br />

dien evenwel eene zaak van die natuur onder<br />

noomen wierd, Hun Ed. Moog. dan de poe<br />

gingen van Hun Ed. Groot Moogende tot al<br />

weering daar van, niet alleen niet zouden wraï<br />

ken, maar zelfs met al hun vermoogen ondei<br />

O Rei<br />

178Ö.


.1786.<br />

Pcmiddei.<br />

11 . • Unit<br />

omrent dc<br />

Patenten.<br />

242 B E K N O P T E HISTORIÉ Difs<br />

fteunen (*). Ondertusfghen werd 'er een Cor­<br />

don van Hollandfclie Troupen getrokken van de<br />

Maas af tot de Zuidet Zee toe , en het Opper­<br />

bevel daar over opgedraagen aan den Luitenant<br />

Generaal VANRYSSEL, die zyn Hoofdkwar-<br />

tier te Woerden hield; in welke Plaats, behal-<br />

ven de Troupen van den Staat, ook eenige<br />

Burger-Compagniën in bezetting gelegd wer­<br />

den (f).<br />

Om zoo veele Hollandfche Troupen by een<br />

te krygen, moesten zy uit andere Provintiën,<br />

en uit de Generaliteits Landen naa Holland<br />

trekken, en werden van Hun Ed. GrootMoog.<br />

opgeëischt; doch wy hebben hier voorgezien,<br />

dat fommige Bevelhebbers weigerden die Trou­<br />

pen te laaten uittrekken, dat de Staaten Ge­<br />

neraal geneegen fcheenen, die weigering goed<br />

te keuren, en dat de Gedeputeerden van Hoi.<br />

land op het punt Ronden om de Vergaadering<br />

te verlaaten; waarop de beraadflaaging werd<br />

afgebrooken en de zaakovergenoomen : Deeze<br />

zaak werd op den 13 September hervat, en<br />

toen een bemiddelend Befluit omtrent de Paten»<br />

ten genoomen: ,, Dat de Troupen, ter betaa­<br />

ling van Holland Raande, op bevel der Alge-<br />

meene Staaten uit de Generaliteits Landen<br />

zouden trekken, zoo haast en waar heen de<br />

Staaten van Holland die zouden vereisfehen;<br />

(*) Nieuwe Ncdcrl. Jaarb. Otlober 1786. bladz. 127a,<br />

CD »* QStobsr 1786. bladz. 1051 en IS74.<br />

en


ÖNLÜSTEN IN HET VADERLAND. 245<br />

'en dat Hun Hoog Moog ook den Kapitein Generaal<br />

der Unie zouden aanfchryveu, om de<br />

noodige Patenten, op den eerften eisch, daartoe<br />

te verleenen. Ingevolge van dit Befluit<br />

werd aanftonds zodanige aanfchryving aan den<br />

Kapitein Generaal gedaan, om Patenten te<br />

geeven aan de Hollandfclie Troupen, ten einde<br />

naa deeze Provintie te trekken (*).<br />

O Nieuwe Neder!. Jaarb.'September 17S6. Uadz, io?><br />

Q 2<br />

ver-<br />

1733»<br />

Den volgenden dag, na dat dit Befluit by Het Krygsi<br />

volk trekt<br />

de Algemeene Staaten genoomen was, deeden in de Pro^<br />

de voorftemmende Leden, te Amersfoort ver­ vintie van<br />

' Utrecht.<br />

gaaderd, de Troupen, ter betaaling der Provintie<br />

van Utrecht ftaande, binnen die Provintie<br />

trekken : De Regimenten van V A N E F -<br />

F ' E R E N en V A N M O N S T E R werden in kwartier<br />

gelegd, het eerfte voor de eene helft in<br />

Rheenen, en voor de andere in Amerongen; de<br />

beide Bataillons van het tweede te Zeist, Doorn<br />

en Driebergen, gelyk ook te Zoest en te Baa.<br />

ren. De gemelde Vergaadering van Amersfoort<br />

deed bier van aanfchryving aan de Schouten en<br />

Gerechten van Utrecht en Wyk by Duurftede,<br />

dat zy geen oogmerk hadden, om met Krygsvolk<br />

eenig geweld tegen deeze Steden te gebruiken.<br />

Deeze aanfchryving ging verzeld van eene Publicatie<br />

, op naam. der Staaten van Utrecht,<br />

aan de In- en Opgezeetenen, om kennis te<br />

geeven van de inlegering der Militie en het<br />

oogmerk daarvan; als mede van het gedaan


1786.<br />

Aanfchryving<br />

aan den<br />

Kapitein<br />

Generaal<br />

om geene<br />

Krygsampten<br />

te bugeeven.<br />

244 B E K N O P T E H I S T O R I E DÊJK<br />

verzoek aan de andere Provintiën, om deï.<br />

zeiver goede dienften tot vereffening der ge-<br />

reezene gefchillen ; onder verklaariug, dat zy<br />

geen voorneemen hadden , de ingeroepene<br />

Krygslieden tegen Utrecht of Wyk te gebrui­<br />

ken; met bygevoegd verbod aan delngezee»<br />

tenen, om gewapend door de Provintie te trek­<br />

ken, en aan die van andere Provintiën, om<br />

alzoo toegerust, of in merkelyken getale, op<br />

het Grondgebied van die Provintie te koomen,<br />

en met vermaaning aan de laatstgenoemden,<br />

die zich daar re'eds bevonden, binnen drie da­<br />

gen na de afkondiging dier Publicatie het<br />

Stichtfche Grondgebied te ruimen. Doch toen<br />

het Gerecht van Utrecht deeze Aanfchryving en<br />

Publicatie wilde bekend maaken, werd zulks<br />

door de Vroedfchap verbooden (*)»<br />

Ondertuslchen beraadflaagden de Staaten van<br />

Holland op den 16 over het Rapport, welk de<br />

Heeren Gecommitteerden tot het groot Be-<br />

foigne uitbragten, raakende het Antwoord van<br />

den Heere Prinfe van den 8 September hier<br />

voorgemeld. Wat dit Rapport behelsde, zullen<br />

wy zoo aanftonds zien; alleenlyk zal ik hier<br />

daar van aanteekenen, dat hetzelve door de<br />

Ridderfchap en eenige Steden werd overge-<br />

noomen, en niet te min goedgevonden en ver­<br />

slaan , dat op den 22 derzelfde maand daarop<br />

eindelyk zou beflooten worden; doch, opdat<br />

door<br />

O) Nieuwt ïïsHerl. Jterb, Stpt, 1786. bladz. MJj»** 11<br />

* 0<br />

»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 243*<br />

door die overneeming geen nadeel zou toegebragt<br />

worden aan den voorfiag by dat Rapport<br />

gedaan , zoo werd mede goedgevonden en<br />

verftaan,dien zelfden dag nog aan Zyne Hoogheid<br />

aan te fchryven, dat Hun Ed. Groot<br />

Moog. hadden goedgevonden , Zyne Hoogheid<br />

als Kapitein Generaal deezer Provintie aan te<br />

fchryven om geene openflaande Krygsampten<br />

in de Regimenten , ter hunner betaaling Raande,<br />

te vervullen ; maar dezelve provifioneel<br />

en tot Hoogstderzelver nadere beRelling open<br />

te houden. »<br />

Op den 22 dan over dat Rapport weder beraadflaagd<br />

zynde, werd hetzelve met 15 Stemmen<br />

in een volledig Staatsbefluit veranderd;<br />

de Ridderfchap en de Stad Hoorn protefteerden<br />

daar tegen, terwyl Delft en de Briel hetzelve<br />

aanzagen. Het Befluit overeenkomftig met het<br />

Rapport, was van deezen inhoud: „ Dat Hun<br />

Ed. Groot Moog. onverminderd derzelver verdere<br />

beraadflaagingen, by provifie volhardden<br />

•by de verfcheidene gefielde orders, ten aanzien<br />

der Militie van den Staat, waar by dezelve,<br />

tot nader bevel, was ontflaagen van het<br />

Artikel in den Eed, uit kragt van het welke<br />

zy aan den Kapitein Generaal deezer Provintie<br />

gehoorzaamheid verfchuldigd was, en waar by<br />

ook nog nadere voorzieningen gedaan waren,<br />

om provifioneel den invloed van den Kapitein<br />

Generaal op- en zyn beftierover, de Militie<br />

voor te koomen, als in dit tydftip onbeftaan-<br />

Q 3 baar<br />

178$.'<br />

Eindelyk<br />

Befluit tot<br />

oplchovting<br />

van den<br />

Kapitein<br />

Generaal.


ï?86.<br />

Brief van<br />

Zyne Hoog- ]<br />

lieid daar<br />

ever aan de<br />

Staaten.<br />

246 BEKNOPTE HISTORIE DK$<br />

baar gecoideeld zynde met de zekerheid de$<br />

Provintie , en de maatregelen, die tot dat<br />

einde genoomen werden; en verder, by provifie.<br />

de uitwerking op te fchorten van Hun<br />

Ed. Groot Moog. Refolutie van den 8 Maart<br />

1766. waar by aan Zyne Hoogheid als Kapitein<br />

Generaal deezer Provintie byzonderlyk is opgedraagen<br />

het begeeven van alle Krygs • Ampten,<br />

Raande ter betaaling deezer Provintie,<br />

van Vaandrig tot Collonel ingeflooten; en dat<br />

overeenkomftig daar mede aan de Hoofden der<br />

Militie zou worden aangefchreeven, om, by<br />

provifie , en tot nader order van Hun Edel<br />

Groot Moog. van de openvallende Plaatfen<br />

by hun Regiment aan Hoogstdezelven kennis<br />

te geeven, ten einde door dezelven daarin<br />

voorzien te worden; — met verderen last aan<br />

Gecommitteerde Raaden om , by het in Eed<br />

neemen der Officieren, de Clauful, betreffende<br />

de gehoorzaamheid aan den Kapitein Generaal<br />

uit den Eed te laaten. Van dit Befluit<br />

tverd Copie aan Zyne Hoogheid gezonden, tot<br />

zyn naricht, en van het een en'ander kennis<br />

gegeeven aan den Raad van Staaten voor zoo<br />

reel het punt der beflelling over de Krygsampi<br />

;en aangaat<br />

Zyne Hoogheid fchreef den 26 September<br />

lier op van 't Loo eenen Brief aan de Staaten<br />

wan Hoiland, waarin betuigde het Befluit van<br />

«, 3,1;» Hun<br />

(*) Niéuwe Neder!. Ja.irb.. Sèpt, I-S6. tlïdz. ICT3—JCËC.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 247<br />

Hun Ed, Groot Moog. van den 22 met leedweezen<br />

gezien te hebben, en daar over niet<br />

onverfchillig te kunnen zyn; oordeelende met<br />

recht te kunnen opeisfehen de uitwerking van<br />

het Eefluit van den 8 Maart 1766., waar door<br />

met eenpaarigheid van alle de Staats-Leden<br />

het recht van Erf-Kapitein Generaal van Hol.<br />

land- en Westvriesland aan Zyne Hoogheid was<br />

opgedraagen ; cn dat dit Befluit niet anders dan<br />

met gelyke eenpaarigheid zou moogen veran-.<br />

derd en opgefchort worden. Bovenal deed Zyne<br />

Hoogheid gevoelig aan de beweegreden tot dit<br />

Eefluit bygebragt, naamelyk om den invloed<br />

van Zyne Hoogheid als Kapitein Generaal open<br />

het bellier over het Krygsvolk voor te koomen<br />

enz. — Zyne Hoogheid oordeelde van<br />

Hun Ed. Groot Moog. te kunnen verzoeken,<br />

de redenen van mistrouwen op te geeven; en<br />

dan was Zyne Hoogheid ten volle gerust, dat<br />

niets zoude kunnen bygebragt worden , het<br />

welk Hem met recht het vertrouwen van Hun<br />

Ed. Groot Moog. zou hebben kunnen doen<br />

verliezen. Verder behield Zyne Hoogheid<br />

aan zich om, tot zyne volkoomene regtvaerdiging<br />

zodanige maatregelen te neemen, als<br />

dezelve zoude raadzaam oordeelen (*).<br />

Gelyk de Staaten van Holland gedaan hadden,<br />

zoo wendden die van Overysfel ook alle<br />

poogingen aan, zoo by de Staaten van Celder.<br />

land,<br />

, (") Nieuwe Nederl, "Jaarb, September 178C!. blacU. ioSj,<br />

Q4<br />

1786.


1786.<br />

448 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

land, als by< den Prinfe, om van alle geweldige<br />

middelen en maatregelen, tot vereffening der<br />

gereezene gefchillen te doen afzien, en de<br />

reeds aangevangene te dosn Raaken : Na dat de<br />

drie Hoofdfleden, Deventer, Campen en Zwol.<br />

Ie, nadrukkelyke Brieven tot dat einde, zoo<br />

aan de Staaten van Gelderland , als aan den<br />

Prins Stadhouder afzonderlyk, gefchreeven cn<br />

daarenboven gefaamentlyk eene Commisfie uit<br />

hun midden naa hetZ.00gezonden , hadden ; ten<br />

einde Zyne Hoogheid te beweegen door't aan­<br />

voeren van alle moogelyke drangredenen, cm<br />

zyne goede dienflen tot het zelfde einde byde<br />

Staaten van Gelderland te gebruiken, doch alles<br />

te vergeefsch; zoo fchreeven nog de Staaten<br />

van Overysfel, die tot dat einde buitengewoon<br />

Vergaaderd waren , op den 7 September aan de<br />

Staaten van Gelderland, dat Hun Edel Moog. op<br />

de ernfligRe en dringendRe wyze was voorge-<br />

fteld de allergrootRe gevoeligheid, welke het<br />

Befluit der Gelder/die Staaten, om de Steden<br />

Hattem en Elburg met Krygsmagt te bedwin­<br />

gen, niet alleen onder de Burgers en Ingezee­<br />

tenen der Steden en *t platte Land van Overyi.<br />

fel veroorzaakt hadt, maar zelfs tot andere,<br />

Provintiën was doorgedrongen ; dat dezelve<br />

nog merkelyk vermeerderd werd door de Ty-<br />

ding van aanmarsch der Troupen naa de Pro­<br />

vintie van Utrecht, tot dezelfde einden, als<br />

waartoe die in Gelderland vermeerderd werden ;<br />

dat die, welke reeds in de uitvaardiging tegen<br />

Hat.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 249,<br />

Hattem en Elburg gebruikt waren, op de Grenzen<br />

der Provintie werden gehouden; terwyl<br />

zv, om geene verdere ongerustheid te verwekken<br />

, reeds hadden kunnen terug getrokken en<br />

in hunne voorige Guarnizoenen geplaatst zyn:<br />

— Zy meenden, dat 'er van de zyde der Staaten<br />

van Gelderland geene betere bewyzen konden<br />

gegeeven worden tot dezelfde oogmerken<br />

als Zy hadden, (het verhoeden van alle gevaarlyke<br />

gevolgen, het voorkoomeu van een<br />

Burgerkryg , en daar uit volgende losmaaking<br />

der banden van verëeniging, en de herflelHng<br />

der rust in dit Gemeenebest) dan dat Hun Ed.<br />

Moog. die voorziening deeden, dat de voorgemelde<br />

Troupen naa hunne ftandplaatfen wierden<br />

terug gezonden. Zy verzekerden Hun<br />

Ed. Moog. dat Zy, zonder die voldoende gerustftelling,<br />

buiten ftaat waren, de gisting der<br />

gemoederen, die hoe langer hoe heviger werd,<br />

te kunnen maatigen, en verwagtten dus, dat<br />

Hun Ed. Moog. daar aan geliefden te voldoen<br />

(*).<br />

Ter zelfder tyd fchreeven Hoog-gemelde<br />

Staaten aan Zyne Hoogheid , dezelfde redenen<br />

van ongerustheid,als in denbovengemelden<br />

Brief aan de Staaten van Gelderland, bybrengende,<br />

betuigden zy, dat zulks alles het natuurlyk<br />

mistrouwen ten hoogften vermeerderd<br />

hadt ; zoo dat Hun Ed. Moog. aangedreeven<br />

dooi<br />

(•) Nieuwe Nedefl., Jaarb. September J;O£. bladz. 1194.<br />

Q 5<br />

1786,


*78ó".<br />

VoO (rfte!<br />

van eenige<br />

Ridders,<br />

nakende<br />

den Kapi.<br />

tein (,ene<br />

r.ul.<br />

«J» BEKNOPTE HISTORIE DS R<br />

door de fterkfte aandrangen om van allen deezen<br />

en de wajire oogmerken van Zyne Hoog.<br />

heid onderricht te zyn, zich niet mogten onthouden,<br />

met ernst aan te dringen, dat Zyne<br />

Hoogheid zich daaromtrent fo'ndborftig geliefde<br />

te verklaaren, wat oogmerk daaromtrent by<br />

Zyne Hoogheid huisvestte, op dat daar door<br />

de opgevatte vreeze verminderd , en de gemoederen<br />

tot bedaaren gebragt wierden. Hier<br />

toe was Hun Ed Moog het prömptftc en toereikendfte<br />

middel voorgekoomen, het terug<br />

trekken van alle die Troupen, welke door het<br />

uitgevoerde Befluit tegen hattem en Elburg in<br />

beweeging gebragt waren , en zonder het<br />

welke d.e giefteidheid niet kon werden verkreegen,<br />

of gewerkt tot het afkeeren van zöo<br />

veele onheilen en rampen, als by verdere beweeging<br />

onder de Ingezeetenen onvermydelyk<br />

zouden ontftaan, en waar van zy niet in ftaat<br />

zouden zyn den yver cn drift te maatigen. Zy<br />

verzochten hier op wederfchryven van Zyne<br />

Hoogheid ten Ipoedigften, immers voor Hun<br />

Ed. Moog. Vergaadering op den volgenden,<br />

dag 0f><br />

De Prins antwoordde hier op, den volgenden<br />

dag, 8 September, genoegzaam in den zelf.<br />

den zin, als Zyne Hoogheid over dezelfde<br />

zaak, en op gelyke aanfchryving, aan de Staaten<br />

van Bolland geantwoord hadt. De Staaten<br />

van<br />

{') Nieuwe Neder!. Jactrh Se rtemUr 1786. blads. n9


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 251<br />

van Overysfel namen dan ook dezelfde maatregelen<br />

omtrent den Prinfe, als die van Holland<br />

genoomen hadden (*). Dit Antwoord van den<br />

Prinfe kwam den 3 September in de Staaten<br />

Vergaadering; by welke gelegenheid de Ridders<br />

V A N P A L L A N D tot Zuithem, D E VOS<br />

V A N S T E E N W Y K ttt Hogenhof, V A N H A E R-<br />

S O L T E tot den Doorn, V A N S T E E N W Y K tot<br />

Nyerwal en S L O E T tot Markveld, een nadrukkelyk<br />

voorftel deeden: „ Om zodanige fpo'edige<br />

en kragtige maatregelen te neemen tot<br />

provifioneele bepaaling van het gezag van den<br />

Heer Kapitein Generaal over de Militie van<br />

deezen Staat, met de andere Bondgenooten te<br />

beraamen, als Hoogstdezelven, in deezen hoogen<br />

en dringenden nood van het lieve Vaderland<br />

en al wat daar in dierbaar is, meest dienftig<br />

en kragtig zouden oordeelen, op dat de<br />

algemeene Oorlog , het geduchtfte van alle<br />

onheilen, onder den zegen van GodAlmagtig,<br />

mogte voorgekoomen worden. In de uitbreiding<br />

van dit Voorftel merkten de voorgemelde<br />

Ridders aan, dat de Staaten van Holland, gelyk<br />

ook die van Stad en Lande van Groningen,<br />

begrypende, dat niets nadeeliger is, dan het<br />

gebruiken van Krygsmagt in Burger -gefchillen,<br />

nog onlangs den Heer Kapitein Generaal<br />

gelast hadden, geene Troupen , ter betaaling<br />

van hunne Provintie ftaande, naa de Steden<br />

Hat.<br />

(*) Nieuwe ReicrU Jattr¥. September 1786. bkdz, 1225.


1786.<br />

252 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Hattem en Elburg af te zenden ; — dat ooit<br />

reeds in 't voorledene Jaar door Hun Ed. Moog.<br />

een Befluit, tot dat einde flrekkende, bekend<br />

gemaakt was; dat h ;<br />

cr om de Natie met reden<br />

hadt moeten verwagten, dat 'er niets meer<br />

noodig zoude zyn om de gedreigde en gevreesde<br />

onderneeming van de Stem der Burgerlyke<br />

Vryheid door Militaire overmngt te fmoorens voor te koomen en te doen ophouden. Ü3ar<br />

het nogthans al te klaar gebleeken was, dat<br />

alle die heilzaame poogingen en Vaderlyke<br />

voorzorgen van verfcheidene Provintiën (waar<br />

ander zelfs de magtigfle deezer Republiek) op<br />

sene indirefte wyze te leur gefleld en vrugteloos<br />

gemaakt zyn ; zoo vonden de bovengemelde<br />

Heeren Ridders zich bevoegd en onvermydelyk<br />

verpligt, om met die rondborstigheid,<br />

welke van ondsher een vry' Nederlander<br />

;n Eed en Pligt betrachtenden Regent kenschetst,<br />

aan Hun Ed. Moog. open te leggen,<br />

tiet geen zy van de tegenwoordige hachlyke<br />

gefleldheid deezer waggelende Republiek dach-<br />

:en , en in de omflandigheden van zaaken niet<br />

üuister opgeflooten ligt. Het was toch aan<br />

Hun Ed. Moog. bekend, dat, toen het Befluit<br />

3er Heeren Staaten van Gelderland (waar by<br />

goedgevonden en verflaan werd , om Zyne<br />

hoogheid als Kapitein Generaal te verzoeken ,<br />

r.oo fpoedig moogelyk een bekwaam getal Troujen,<br />

met al het noodige voorzien naa Hattem,<br />

sa Elburg te zendeD , enz.) openbaar werd,<br />

de


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 253<br />

de gantfche Nacie , en inzonderheid die van<br />

deeze nabuurige Provintie, die zaak zich de<br />

haare maakte ; waartoe zy ook volgends de<br />

gronden der Lnie en her. Bondgenootfchap ver-<br />

pligt was. Dat de Raad en Gemeenten der drie<br />

Hoofdlieden \ op den eenpaarigen aandrang van<br />

derzelver Burgeryen, eerst ieder afzonderlyk,<br />

èn daarna nog tweemaal gezaamentlyk, aan<br />

de Heeren Staaten van Gelderland en den Hr.<br />

Erfftadhouder de nadrukkelykfte Brieven had­<br />

den doen afgaan, ja zelfs Commisfiën uit de<br />

drie Steden en van de Ord. Gedeputeerden<br />

aan den Stadhouder waren afgevaardigd, om<br />

Zyne Hoogheid te overreden , welgemelde<br />

Heeren Staaten te beweegen om toch van dee­<br />

ze geweldige middelen af te zien, enz. •<br />

Dan dat op alle die Brieven geen het minfte<br />

Antwoord was gegeeven, en alleen aan de Hee­<br />

ren Gecommitteerden mondelyk was geant­<br />

woord: Dat Hy alleen uitvoerde de ftriktjle beve*<br />

len der Staaten van Gelderland, dat hy echter<br />

verzekeren kon, dat aan niemand eenig geweld in<br />

zyn recht, goed of vryheid gefchieden zoude; dat<br />

het aan de Steden Hattem en Elburg zeiven fiond,<br />

cm , onder voldoening aan de Orders van den Sou­<br />

vrain van alle Militair geweld bevryd te zyn; dat<br />

hy geen Crediet meer hadt, en het belachlyk was<br />

van hem te vorderen het gebruik van iels, dat men<br />

wel wist, dat hy niet hadt; dat het zenden var.<br />

Militie naa de eene of andere Stad niets ongemeem<br />

wat, h Mende, in 't vooiige Jacr eene gelyke Ordei<br />

va-i 1<br />

1786.


Wanneer Hun Ed. Moog. nu dit gedrag van<br />

den Stadhouder vergeleeken met z y n g t, d r a„<br />

en bellier, federt eenigen tyd gehouden, en<br />

«en zich herinnerde den kennelyken invloed<br />

en het overweegend gezag van denzelven op<br />

de meeste Regenten in Gelderland, dan zouden<br />

Hoogstdezelven middagklaar moeten ontdekken,<br />

dat daar in eene affpraak mee een .root<br />

getal van dezelfde Regenten, en een oogmerk<br />

m de heilzaame inzigten der Bondgenooten te<br />

enr te ftellen, de ftemme van het beste geleelte<br />

des Volks tefmooren,en alzoo zyne<br />

] grootheid te zoeken in de puinhoopen van dit<br />

( .emeenebest, met gevaar zelfs van daar toe<br />

]<br />

^urgerbloed te plengen, huisvest Een blyk<br />

( laar va„ waS d a t d e T r o u p £ n ^ y<br />

3<br />

*54 BÉKNOPTE HISTORIE rjèë<br />

van de Heeren Staaten van Holland uitgevoerd,<br />

zonder dat eenige andere Provintie of Stad daar<br />

tegen was opgekoomen: dat hy niets verdoen kon,<br />

dan alleenlyk de Orders zyner Principaalen afwag.<br />

ten, enz.<br />

5<br />

ulke fchielyke en fhpte orders kreegen om te<br />

I<br />

wcheeren; * dat de Kapitein w I L D R I K<br />

I<br />

»et zyne Artillerie Compagnie, op de Provi*<br />

t<br />

e van Overysfel verdeeld ftaaridè, mede fa a<br />

wmarsch geweest is, zonder acht te geeven<br />

f)<br />

3 het Befluit van Hun Ed. Moog. i n't voor<br />

li eden Jaar genoomen; tot een onwederfpree-<br />

H -lyk bewys, dat de Stadhouder zich niet kon<br />

VI<br />

antwoorden met te zeggen, dat hy aan de<br />

O<br />

rders der Staaten van Gelderland m o e s t g e.<br />

hoor.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 255<br />

boorzaamea, dewyl hy zoo wel Kapitein Ge­ i78tS.<br />

neraal van Overysfel als van Gelderland is, en<br />

gevolglyk even eens aan Hoogstderzelver Orders'moest<br />

gehoorzaamd hebben. Verder was<br />

de invloed van den Kapitein Generaal als Stadhouder,<br />

op de meerderheid der Gelderfche Re •<br />

genten te zeer bekend, dan dat zyn Antwoord<br />

aan de bovengemelde Commisfie der Steden<br />

afgegeeven, (van naamelyk, geen Credietmea<br />

in de Republiek te hebben) eenige aanmerking<br />

zou verdienen. Integendeel meenden de Ridders,<br />

dat het gepleegde geweld tegen Hattem<br />

en Elburg, uit hoofde van voorfz. invloed, aan<br />

den Stadhouder diredtelyk kon en moestgeweeten<br />

worden. In allen gevalle (zoo vervolgen<br />

deeze Heeren) ook Kapitein Generaal en Stadhouder<br />

van de Provintiën Holland en Stad en<br />

Lande zynde, en van het oogmerk derzelver<br />

Souvrainen, zoo wel als van he't gantfcheVolk<br />

van Nederland verwittigd, moest hy zyn pligt,<br />

en de betrekking, waarin hy ten aanzien van<br />

het gantfche Bondgenootfchap ftaat, gekend<br />

hebben. — Hy moest weeten, dat zyn pligt<br />

als Stadhouder mede bragt, den Staat zoo in<br />

balancc te houden, dat de eene Bondgenoot over den<br />

anderen niet hcerjche, te bevorderen en te bewaaren<br />

de Praëminentiën, Gerechtigheden, Privilegiën<br />

en Welvaaren van den Lande,* Leden en Steden<br />

en Ingezeetenen van dien, dezelve te Conferveeren<br />

voor alle overlast, afbreuk en fchade. Hoe kunnen<br />

hier nu mede ftrooken de Orders, op be-<br />

• • geerte


*7'86.<br />

256 BEKNOPTE HISTORIE DE'Ü<br />

geerte van eenen (Bondgenoot , door hem gegeeven,<br />

aan een ontzaglyk getal Krygsvolk,<br />

voorzien met Bomben, Houwitzers, en allerlei<br />

Moordgeweer , ter inrukking in Steden van<br />

het Bondgenootfchap en Rotting van Burgerbloed,<br />

daar en het Volk, en derzelver wettige<br />

Vertegenwoordigers, onder gepasten eerbied<br />

, derzelver ongezindheid tot het innee*<br />

men van Troupen, als dezelve niet noodig,<br />

ook niet gevraagd , hebbende, te vooren<br />

verklaard hadden ; en alle moogelyke poogingen<br />

van zoo veele Collegiën , ja van het<br />

beste gedeelte van Neêrlands Volk, ter weering<br />

en voorkooming daarvan waren aangewend.<br />

Het welk alles ten gevolge hadt, dat uit de<br />

Steden van Hattem en Elburg de meeste Ingezetenen<br />

, fterker dan vpor een uitheemfchen<br />

vyand , met vrouwen en kinderen gevlugt ,<br />

vervolgends het tooneel van een Burgerlyken<br />

Oorlog binnen Nederland, en wel in 't nabuurig<br />

Gelderland en Overysfel, fcheen te zullen ontbranden,<br />

en toen, moogelyk, reeds Burgerbloed<br />

en dat van 'sLands Krygslieden geplengd<br />

was, en aan veelen reeds het leeven of de gezondheid<br />

en welvaart zou gekost hebben; alle<br />

welke onheilen ten jongften dage tegen de bewerkers<br />

derzelven zouden moeten getuigen.<br />

Dit alles hadt door een pligtbetrachtenden en<br />

vredelievenden Stadhouder kurnen voorgekoomen<br />

worden, en het zoude Zyne Hoogheid ge-<br />

mak*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 25?<br />

makkelyk geweest zyn, het gantfche Volk van<br />

Nederland te toonen, dat hy de oorzaak niet<br />

was van al dat onheil. Men zwyge van het ge-<br />

welddaadig berooven en bederven der agterge-<br />

bleevene goederen van de ongelukkige Ingeze­<br />

tenen, en diergelyke verfoeijelyke bedryvep ,<br />

door de Troupen van den Staat, die toen nog<br />

binnen Hattem en elders op de Veluwe ge­<br />

pleegd werden.<br />

Zodanig waren de gronden, deeze wareu de<br />

beweegredenen tot de bovengemelde Voorilci-<br />

ling , die de genoemde Ridders verzochten .,<br />

dat in de Notulen mogte ingclascht worden;<br />

ten einde dezelve zoo fpoedig moogelyk toe<br />

het voorwerp der bcraadflaaging van die Scaats-<br />

vergaadeiing mogte worden (*). Kort daarop<br />

den 12 Sept. werd na voorafgaande beraadflaa-<br />

ging by de Staaten van Overysfel beflooten , dac<br />

aan de Heeren Afgevaardigden ter Generaliteit<br />

ten fpóedigfte zoude aangefchreevcn worden<br />

en gelast, om aanftonds , op den ontvangst<br />

deezes, ter Vergaadering van Hun H. Moog.<br />

voor Advies van die Provintie uktebrengen,<br />

cjat de Propofitie van Holland, in dit byzonder<br />

geval eo deeze ongelukkige omftandigheden,<br />

zoo als zy ligt, behoorde toegeftaan te wor­<br />

den, daarin toeteftemmen, en de aanfehryvm-<br />

gen aan de Commandanten der Steden en For­<br />

ten, overeenkomftig het oogmerk van gemel­<br />

(*; Nieuwe Nederl. jaari. Sept. ï?jj. bladz. 120+ — un<br />

R<br />

de<br />

1786»<br />

Rëftttit der<br />

Staar.n daar<br />

•p.


Ï786".<br />

. Geeven daai<br />

van kennis<br />

en last om.<br />

trerit de Pa<br />

tenten aan<br />

den Kapiteii<br />

Genetaal.<br />

t 5Z BEKNOPTE HISTORIÉ DES<br />

de Heeren Staaten te doen uitvoeren; en voor£s<br />

dat zulks ten fpóedigfte ter Vergaadering van<br />

Hun H. Moog. wierde beflooten (*). Vervolgends<br />

werd op den 13 Sept. wegens de Staaten<br />

aan de- gebiedende Officieren van het<br />

Krygsvolk, ter betaaling van Overysfel ftaande,<br />

aangefchreeven, zich regtftreeks noch van ter<br />

zyden te mengen in eenige vcrfchillen tusfehen<br />

Regenten en Regenten , of Regenten en Bur.<br />

gers, zoo als in Gelderland en Utrecht, of elders<br />

ontftaan waren , of zouden kunnen ontftaan<br />

; of eenige, daaromtrent gegeevene, of<br />

nog te geevene, orders te gehoorzaamen, op<br />

ftraffe vin daadelyk verftek van hunne Soldy,<br />

en de hoogfte verontwaardiging van Ridderfchap<br />

en Steden ; en dat voorts tegen de overtreeders<br />

zodanig zou gehandeld worden , als<br />

haar verëisch van zaaken tot handhaaving van<br />

Hun Ed. Moog. gezag zou bevonden worden<br />

te behooren (f).<br />

Hier van gaven Hun Ed. Moog. kennis aan<br />

den Kapitein Generaal, met aanfchryving om<br />

geene Patenten te verleenen aan Krygsvolk 3<br />

ter betaaling van die Provintie ftaande , naa<br />

Provintiën , Steden of Plaatfen, waarin eenige<br />

verfchillen, als boven, plaats hadden, en te<br />

verhinderen , dat tegen dezelve zouden bedryven<br />

, het zy regtftreeks, of van ter zyde,<br />

(•) Nieuwe Nederl. Jaarb. September 1786. bladz, 1114»<br />

(f) Ibid. September ijZS. bladz. 1219.<br />

door


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 259<br />

door dezelven als Obfervations Corps, of tot<br />

aanbrengen of dekking van eenig kanon of<br />

krygsbchoeftcn te. gebruiken, of ook tot dek­<br />

king van eenige Militie, daartoe gebruikt wor­<br />

dende (*)•<br />

Dergelyke Befluiten namen ook de Staa-en<br />

•van Zeeland omtrent het Krygsvolk, ter betaaling<br />

van hunne Provintie ftaande, en gaven<br />

dergelyke orders aan de gebiedende Officieren,<br />

dm zich met geene Burgergefchillen te<br />

bemoei jen, enz. gelyk zy ook zodanige Brieven<br />

van kennisgeeving aan de Staaten der andere<br />

Provintiën, en aan den Kapitein Generaal<br />

deeden afgaan ; met vriendelyke aanmaaningen,<br />

om de zweevende gefchillcn toch niet<br />

door den weg van wapenen, maar van minnclyke<br />

Bemiddeling, indien !è moogelyk ware,<br />

te vereffenen (f). Het zelfde deeden ook die<br />

van Stad en Lande van Groningen (§). En naar<br />

dien de Staaten van Holland aan alle de Trott»<br />

pen, op hunne Provintie verdeeld, aanfchryving<br />

gedaan hadden , iiS welke Provintie zy<br />

ook in bezetting waren , om naa Holland te<br />

tr-'kken, of zich tot dat einde marschvaerdig<br />

te houden i zoo ontftonden daaruit wed; . -m<br />

onaangenaamheden tusfehen Hun Ed. Gr. Moog.<br />

en de Staaten der andere Provintiën. Die van<br />

Zet.<br />

(*) Nieuwe NederU Jaarb Sipt. 1786. bladz. is 3$<br />

(f) Ibid. September 1786. bladz, m e — H M .<br />

Q) Ibid. Septembe* i-tö. bladz. 1239.<br />

R 2<br />

Dergelyke<br />

3ellidicn,<br />

:nz. door da<br />

ïtisten van<br />

Zeeland geïoomèu<br />

, gelyk<br />

ook door<br />

i'.e van GlO»<br />

>i;;igen.


3786.<br />

De uitgeweekene<br />

Burgers van<br />

il, ttem en<br />

Elburg roepen<br />

dc beloofdebefcherming<br />

ito BEKNOPTE HISTORIE DITK<br />

Zeeland weigerden niet alleen op zodanige aanfchryving<br />

het Regiment Zwitfers van MARTÏ<br />

naa het Land van Vianen te laaten trekken;<br />

maar gelastten ook aan aile andere gebiedende<br />

Officieren, zich in gelyk geval bevindende<br />

, niet uit hunne bezetting, in die Provintie ,<br />

te vertrekken , zonder byzondere toeflemming<br />

der Staaten (*) ; en die van Groningen verzochten,<br />

in een gelyk geval, de Staaten van<br />

Holland van de gedaane aanfchryving aan den<br />

Colonel KEMPE, ais gebiedende de twee Es»<br />

quadrons Ruitery van den Luitenant Generaal<br />

STAVENISSE POCS, te Groningen in Garni*<br />

zoen, aftezien, en daarop geene Patenten te<br />

verleenen, opdat zy niet in de onaangenaame<br />

noodzaakelykheid mogten gebragt worden ,<br />

hoe ongaarne ook, de Attaché daarop te weigeren,<br />

en de uitmarsch te beletten (f). enz.<br />

Ik zal dit Hoofdfluk , oe Steden Hattem en<br />

Elburg betreffende, befluiten met de volgende<br />

Aanmerking:<br />

De uitgeweekene Burgers van gemelde Steden<br />

keverden, op den i November, Adresfen<br />

in by de Staaten van Holland, flrekkende om<br />

de daadelyke befcherming, die hun door Hun<br />

Ed. Groot Moog. beloofd was, te verzoeken<br />

(§). Deeze Adresfen, werden door eene<br />

(*) Nieuw Nederl. Jaarb. Sept. i?S5. bladz, 1116.<br />

(t; Ibid. September, bladz, 1243.<br />

(§) Ibid. November 17SÓ. bladz. 142g,<br />

rhe-


ONLUSTEN IK HET VADERLAND. iêl<br />

nsenigte andere Burgers en Ingezeetenen uit<br />

verfcheidene Steden en Plaatfen van Holland<br />

otiderfteund. Om te doen zien hoe veel deel<br />

de Hollandfclie Burgers namen in het droevig<br />

lot hunner ongelukkige Gdderfche Landgenooten,<br />

•z%\ ik daar van eenige voorbeelden hiêV by-<br />

brengen. By gelegenheid, lat uit veele Plaat­<br />

fen van Holland Dank- Adresfen aan de Staaten<br />

werden ingeleverd, waarmede de Burgers en<br />

Ingezeetenen hun genoegen en dank betuig­<br />

den over de genoomenc Befluiten en ter hand<br />

genoomene maatregelen, herinnerden zy Hun<br />

Ed. Groot Moog. eerbiediglyk Hoogstderzel-<br />

ver toezeggingen van befcherming aan de Bur­<br />

gers van Hattem en Elburg gedaan, en ver­<br />

zochten aandringende, om hen daadelyke ver­<br />

vulling en bewyzen daar -van te willen doen ge*<br />

nieten nu de nood aan den man kwam, nu zy<br />

genoodzaakt waren uit hunne Steden te wyken ,<br />

en a's ballingen omzwervende, in deeze en<br />

andere Provintiën fchuüplaats en befcherming<br />

te zoeken. Zodanige Adresfen kwamen ter<br />

Vergaadering der Staaten in op den 8 Novem-<br />

ber, van, Haarlem en Maasfiuis. Ten zelfden<br />

dage van Rotterdam (*)• Te Leyden leverden<br />

de Geconftituëerden der Burgery in naam van<br />

zich en hunne Conftituantcn aan de Vroedfchap<br />

een Verzoekfchrift in, ten einde het bovenge-<br />

meb<br />

ffli*»t StitrL Jmh November 1786. klad* mi-<br />

R 3<br />

1786..<br />

Aiiresfen<br />

tot onderftcuning<br />

van<br />

dat Verzoet,<br />

ingeleverd.'


1786".<br />

262 BEKNOPTE HISTORIE DER.<br />

melde Verzoek door haare Gedeputeerden ter<br />

Staatsvergaadering te onderfteunen (*).<br />

Wat rlaar- Te Amfieriam werd een zodanig Dank-Adrcs<br />

omtrenr te<br />

op verfcheidene Plaatfen ter Teekening gelegd<br />

Am üer dam<br />

is voorge­ en door 2412 Burgers en Ingezeetenen ondervallen.teekerfd.<br />

De Krygsraad hield daar over eene<br />

Vergaadering om te beraadflaagen, op wat wyze<br />

men omtrent dit Adres zoude handelen; de<br />

meeste Officieren waren 'cr voor, en 'er werd<br />

beflooten om 'er den Stads Raad over te Raad,<br />

pleegen; gelyk door twee Kapiteinen de Voordrage<br />

daar van aan Burgemeesteren fchriftelyk<br />

gefchiedde. De Achtbaare Raad Relde het ter<br />

onderzoek aan eene Commisfie, w eike verfcheidene<br />

Aanmerkingen maakten op het aanbieden<br />

van Dank-Adresfen aan Hun Ed. Groot<br />

Moog. in 't Algemeen , en byzonderlyk in<br />

deeze Volkryke Stad, wegens de verfchillendheid<br />

van begrippen Op het Rapport der Corn.<br />

misfie werd by den Raad beflooten: Dat door<br />

den Achtbaaren Raad, om te beantwoorden aan<br />

't verlangen van Kapiteinen, „ om onderricht<br />

:e worden van de gevoelens van den Achtbaaren<br />

üaad,en aan denzelven op 't nieuwgegeevene<br />

)lyk van geenen zodanigen flap te willen doen,<br />

jender alvoorens verzekerd te zyn, dat dezelve<br />

I ie volle goedkeuring van den Achtbaaren Raad<br />

;oude* weg draagen, Heeren Burgemeesteren<br />

5 ouden verzopht worden, aan Kapiteinen het<br />

ge-<br />

(•}) Nitime Ntferl. Jcarb. November 3-S6. blatb. 1449.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 263<br />

genoegen van den Achtbaaren Raad hier over te<br />

betuigen ; en voords alle aanmerkingen op de<br />

pvergegeevene fchriftelyke voordragt aan Kapiteinen<br />

mede te deelen ; ten einde dezelve<br />

daar uit zouden kunnen opmerken , dat 'er omtrent<br />

het prefenteeren van Dank-Adresfen, in<br />

deeze Volkryke Stad gewigtige bedenkingen<br />

waren opgekoomen: dan dat de Achtbaare Raad<br />

tevens niet van voornoemen was, de vryheid<br />

van Kapiteinen, hoe zich in deezen te gedraagen,<br />

te bepaalen." Tegen dit Befluit hebbende<br />

volgende Raaden geprotcfteerd: w. BACKERJ<br />

A. P« VAN LEYDEN; E. E. ABBEMAJL»<br />

HOVÏJ j. B. EICKER; C. VAN DER HOOP<br />

GERRITZ.; J. DE WITT; D. HOOET; en<br />

E. L. BOU WENS. Dit Adres werd op den 15<br />

November aan Hun Ed. Groot Moog. overgegeeven<br />

(*)• Nog kwamen 'er Adresfen, ter<br />

zelfde zaake dienende, van Schiedam en Giezen,<br />

in 't Land van Altena, enz. (+)• Insgclyks van<br />

Delft , Gornichem, Woudrichem, Papendrecht „<br />

Bellevoetfluis, Veur, Foorfchooten , Leydfchen-<br />

Dam en, Stompwyk: Op alle welke Requesten<br />

én Addresfen, voor zoo verre die Dankbetuigingen<br />

behelsden wegens de genoomene Befluiten,<br />

gelVke Befluiteu genoomen werden,<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. November 1786. blate. 1441- ei<br />

»<br />

S45i—-1461. Waar men den geheelen Inhoud, en alle de<br />

beraadflaagingen in 't breede leezen kan.<br />

(f) Ibid. November 178Ö. bladz. 1448.<br />

R 4<br />

al»


264 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

1786, als op de v'pófigen , cat is te zeggen voot<br />

kennisgeeving aangeroömen ; doch op die',<br />

Welke verzoek om bewys der befcherming van<br />

Hattem en Elburg inhieldeh , werd beflooten ,<br />

dezelven Commisfoiiaal te maaken (*).<br />

Merkwaartligeomftan-<br />

Nog eène merkwaardige omflandigheid, de<br />

d'.tfieid,Hut Steden Hatiem en Elburg betreffende, kan ik<br />

ten en' Elburgbetref­<br />

niet met ftilzwygen voorbygaah. Te Middelfende<br />

, te<br />

Middelburg burg, gelyk in veele Steden der andere Prd*<br />

voorgevallen.<br />

vintiën, werden ook Inteekenfngen en verzaamelingen<br />

van penningen gedaan voor de uitgeweekene<br />

Burgers en Ingezetenen van Elburg<br />

ën haitem , en voor 'het Nationale Fonds,<br />

Doch de Burgemeester w. A. VAN CITTERS<br />

Relde op den<br />

J<br />

1<br />

28 October aan den 'Raad der-<br />

Stad voor: Dat', alzoo'de Liefdegiften voor<br />

de Armen, die door de Diaconie bedeeld werden;<br />

op den duur niet toereikende waren, en<br />

de Stad genoodzaakt was , eene goede fom aan<br />

de Diaconie af teftaan, men de hand zoo leggen<br />

öp de Penningen, voor Hattem en Elburg<br />

verfaarneld, gelyk ock op die van het Vaderandfche<br />

Fonds- ten m'inflen het infaamelen en<br />

'nteekenen daar van gerechtelyk te doen flaa-<br />


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 265<br />

DE BRUIN Hemden overeenkomftig het voorftel.<br />

De Burgemeesters LC SAGI;, n ris MAN<br />

en VAN VISVLIET verzetteden zich daar tegen.<br />

De Voorzittende Burgemeester DE ERUIN<br />

befliste by het Lot, cn ingcgevolge daar van<br />

werd het' Voorftel op den 4 November by de<br />

Weth en den Raad goedgekeurd, en van dit<br />

Befluit aan den Heer Bailluw Ratione Officii<br />

kennis gegeeven, en dezelve gelast, de inge.<br />

faamelde Penningen in bejlag te neenun. — Doch<br />

üie verfaamelde Penningen waren reeds naa<br />

elders gebragt, en dus het in beflag neemen<br />

Qnmoogelyk gema.'.kt (*).<br />

De Onlusten wegens Hattem en Elburg hadden<br />

veel overeenkomst, en ook eenig verband<br />

met die wegens Utrecht en Wykby Duurftede,<br />

en gaven aanleiding tot onaangenaame Briefwisfelingen<br />

tusfehen de Staaten van Holland en<br />

die van Gelderland , gelyk ook de Voorftemmende<br />

Leden der Staaten van Utrecht, tusfehen<br />

welke laatften , en de bovengemelde Ste.<br />

den, de eerften zich als Middelaars aanbooden<br />

, en aan die Steden hunne befcherming beloofden.<br />

Ik zal daarom de Historie der Onlusten<br />

wegens Utrecht enz. hier vervolgen in een<br />

nieuw Hoofdftuk.<br />

(•) Nituwe Net!(/l. 'jiarb. Novembir 173.6. bladz. 1481.<br />

R 5 VIER-<br />

178$,


Ï786,<br />

Hier van<br />

kennis ce-<br />

•eeven aan<br />

oe Staatsie-<br />

266 BEKNOPTE HISTORIE DE ?<br />

HET VIERDE HOOFDSTUK.<br />

Behelzende Gebeurtenisfen federt de Onlusten wegens<br />

Hattem en Elburg, tot aan 'c einde<br />

van 't Jaar 1786.<br />

De Stad<br />

Utrecht '•J^hans werden de gefchiiïen tusfehen de Stad<br />

ferygt een<br />

verzekering<br />

van de Be-<br />

en de twee voorftemmende Leden der<br />

Staaten van Utrecht hoe langer hoe ernftiger,<br />

fcherming<br />

dei Staaten en fcheenen tot daadelykheden te neigen. De<br />

van Holland,<br />

Vroedfchap der Stad {ftrècht fciircef eenen<br />

Brief aan de Staaten van Holland over den toe­<br />

ftel , die in Gelderland gemaakt werd, om door<br />

het gebruik van eene menigte Krygsvolk van<br />

den Staat, het welk zich thans in die Provintie<br />

bevond, zoo het fcheen, eerstdaags eene vy-<br />

andlykc onderneeming tegen de Stad Utrecht<br />

ter uitvoer te brengen ; waarop Hun Ed. Cr.<br />

Moog. tot meerdere verzekerdheid, voorzoo<br />

veel des noods, aan de Vroedfchap der gemel­<br />

de Stad toezeiden, dat Hoogstdezelven, in «-e-<br />

val van eenen vyandelyken aanval, of wel een<br />

aanmarsch van Troupen uit Gelderland tegen<br />

gemelde Stad wierd ondernoomen , dezelve<br />

met hunne voorhanden zynde Krygsmagt zou­<br />

den befchermen , en van allen" geweldigen<br />

overlast naar vermoogen beveiligen. Hier van<br />

gaven de Staaten van Holland, in een Brief<br />

van den 6 Otctob., kennis aan de Utrechtfche<br />

Staats-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 267<br />

Staatsleden , die te Amersfoort • Vergaadering Ï786.<br />

hielden; met byvoeging, dat Hun Ed. Groot den te<br />

dmersfiort<br />

Moog., alhoewel zy niet verwagtten, dat zodanige<br />

kragtige Befliritten ooit ter uitvoer zouden<br />

gebragt worden, nogthans gemeend hadden<br />

, eene openhartige opening daarvan aan<br />

Hun Ed. Moog. te moeten geeven; gelyk hier<br />

voor (*) breeder is aangeteekend.<br />

Op deezen Brief gaven de voorftemmende Antwoord<br />

der gem.<br />

Staatsleden, te Amersfoort vergaderd, een ant­ Leden op<br />

die kennis,<br />

woord aan de Staaten van Holland, waarin zy geeving.<br />

hunne verwondering en aandoening betuigden,<br />

over de tydingen , die by Hun Ed. Groot<br />

Moog. aanleiding gegeeven hadden tot het<br />

doen van derzelver mededeeling, verzekering<br />

en gedaane toezegging van de Stad Utrecht<br />

tegen allen vyandlyken aanval te befchermen;<br />

en zich beklaagden , dat zodanige tydingen ,<br />

die zy als loutere uitftrooifels befchouwden,<br />

zulke indrukken op Hun Ed. Groot Moog. gemaakt<br />

hadden ; voorts verklaarden zy , nooit<br />

te zullen toeiaaten of onverfchillig aanzien,<br />

dat de Provintie, of Steden derzelve, zonder<br />

hun weeten of medewerking, ingenoomen zouden<br />

worden ; maar zich door alle bekwaame<br />

middelen daar tegen te zullen verzetten; met<br />

verderen eisch van de ingeroepene en toegezegde<br />

bemiddeling der Bondgenooten (t).<br />

De<br />

(*) Bk.'z. 210, 241.<br />

(|; iï;d. Qtlulcr 1786. bladz. i345«-


De Stad<br />

neemt de<br />

bemiddeling<br />

aan op zekerevoo:waarden.<br />

De Stad<br />

In ftaat van<br />

verdceldi-jn<br />

jung gefield.<br />

168 BEKNOTTE HISTORIE DEK<br />

De Stad Utrecht daarentegen verklaarde de<br />

aangeboodene Bemiddeling der andere Provintien<br />

niet te kunnen aanneemen , dan onder<br />

voorbeding van vier punten , te weeten : O<br />

het verwyderen van het Krygsvolk van het<br />

Grondbebied der Provintie; 2) zich te vertinden<br />

onder waarborging van Holland, geene Troupen<br />

op 't nieuw te zullen doen inrukken, geduurende<br />

de onderhandelingen ; 3) dat men<br />

alle byzondere en onveivreemdbaare Rechten<br />

zoude behouden, en zich daarover in geene<br />

onderhandeling zou inlaaten ; en eindelyk 4)<br />

dat alle zodanige Leden van Staat, die zich<br />

door hunne Adviefen en gedraagingen als vyanden<br />

der Stad betoond hadden , uit de on.<br />

derhandelingen zouden uitgeflooten zyn (*).<br />

Voords fcheen de Stad weinig Raat te maaken<br />

op eecen goeden uitflag deezer Bemiddeling,<br />

maar veel eer eenen aanval te verwagten , detvyl<br />

zy zich in eenen ontzaglyken Raat van<br />

tegenweer Relde. Op de Wallen werden rondnm<br />

de Stad een goed getal Kanonnen geplaatst,<br />

Re uit de Magazynen van Holland, te Woerden<br />

;n te Delft werden aangevoerd , als 18 Pon-<br />

Iers, 12 Ponders, 6 Ponder Haubitfers, enz.<br />

3e gragten werden verdiept, de Muuren aan<br />

le Bastions met Cafematten voorzien; en de<br />

< Gragten, Bruggen, Poorten en andere Toe-<br />

!«ögen bewaakt. Verder werden 'er Doorfnyi<br />

,dia=<br />

O N'iiuwt Ntierl, Jtart, Qiiober 1?&C>. bladz. 1435.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND 260<br />

dingen van water gemaakt, waar door eene 1786.<br />

Onderwaterzetting van de Keuvelaar sbrug of den<br />

Zoom van het hooge Land, buiten de Tolkjleeg-Poort<br />

tot Jgtienhoven toe, kon bewerkt<br />

worden, welke door den Vyand niet kon afgetapt<br />

worden. Ook werd 'er een Verfchanfing<br />

aan de Gildbrug, aan 't einde van de Malibaan<br />

opgerecht, beftaande in een gebrooken Hoornwerk<br />

met geretireerde Flanquen en ingeboogen<br />

Gordynen, voorzien van 11 Batteryen; 3 voor<br />

18 Ponders, 4 voor 12 Ponders, 4 voor 6<br />

Ponders; en verder gefchikt om een goed getal<br />

Musquettiers te plaatfen, met f300 Palisfaden<br />

en wyde Giagten voorzien. Aan dit werk<br />

was nog eene inwendige verdeediging gemaakt,<br />

en aan iedere zyde eene veilige terug togt,<br />

indien de Verdeedigers mogten genoodzaakt<br />

worden te wyken ; het welk dan gevoeglyk<br />

kon gefchieden tot onder het Kanen van de<br />

S:ad, by de Maliepoort; waar ook Batteryen<br />

waren opgerecht om den terugtogt te dekken<br />

en den Vyand af te keeren. Alle deeze Werken<br />

werden aangelegd en iVoltooid onder het<br />

beftier van den Vestingbouwkundigen Heer<br />

Redelykheid, die vervolgends naa Rusland beroepen<br />

werd en vertrokken is; affcheid dooi<br />

eenen Brief van 't Defenfte Weezen te Woerden<br />

genoomen hebbende (*). Ook booden zich<br />

een groot getal Poorters, buiten de Stad er<br />

ver-<br />

C'J Hieuwt Ncitrl. Jciari. Noy:» ber 1786, hhil,


270 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

!?86 . verdere Ingezeetenen der Voorlieden aan de<br />

Vroedfchap aan, om de Wapenen te dfaagen,<br />

en de Stad, indien het noodig was, te helpen<br />

Het Niem<br />

'<br />

Reglcnien<br />

verdeedigen (*).<br />

van Reget<br />

ring daade<br />

lyk en plc<br />

tig ingevoerd.<br />

e<br />

Ondertusfchen naderde wederom de dag der<br />

- gwoone verandering van de Stads -Regeenng,<br />

; op welken , ingevolge de overeenkomst van<br />

den 20 December 1785., en de Beëediging<br />

van den 20 Maart 1786., het Nieuwe Regee­<br />

rings-Reglement daadelyk moest ingevoerd<br />

worden; en volgends hetzelve die verandering<br />

gedaan worden ; ten welken einde de Schutters<br />

en Wachtvryën onder de Burger-Compagniën<br />

op den 11 Oclober des voormiddags wederom<br />

by een vergaaderden, en de Stemgerechtigden<br />

onder dezelven werden tegen den volgenden<br />

morgen ten 9 uuren beroepen om Kiezers te<br />

benoemen, tot het verkiezen van Burgemees.<br />

teren, uit de Nominatie daartoe reeds ge­<br />

maakt, en vrugteloos aan den Stadhouder ge­<br />

zonden. Op den volgenden dag dan, den'12<br />

Oclober, zynde den gewoonen dag der veran­<br />

dering van de Regeering, vergaaderden de<br />

Burgemeesteren en Vroedfchap, benevens de<br />

Burgery op de Neude, en het Nieuwe Regle­<br />

ment van Regeering werd nu daadelyk enpfeg-<br />

tig ingevoerd, nu mede door den Raad be-<br />

zwooren, gelyk het op den 20 Maart door de<br />

Burgery bezwooren was, en het oude Regie-<br />

ment<br />

(*) NisiDve Ntdirl, Jaa/b, Ngyemier 17I6. bladz. i 3 3u


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 271<br />

inent van 1674., voor zoo verre het Stedelyke 178^.<br />

betrof, voor altoos vernietigd en afgefch'aft.<br />

Deeze plegtige Beëediging gefchiedde thans<br />

alleen door de zeven oudfte Raaden, ingevolge<br />

van hunne Verklaaring van den 20 Maart deezes<br />

Jaars 1786.; dewyl de overige Raaden<br />

hetzelve by de aanvaarding van hunne Raadsplaatfen,<br />

federt den 28 Augustus van tyd tos<br />

tyd gedaan hadden. En hier van werd eene Wederzyiï-<br />

* plegtige Wedcrzydfche Verklaaring gedaan, fcheVerklaaring daac<br />

waar door de Burgery verklaarde , den Raad van gedaara,<br />

der Stad'van toen afin dc Reedsduurendheid,<br />

overeenkomftig en naar den inhoud van het<br />

voorfz Reglement, op te neemen; en als nu<br />

het zelve Reglement, aan de zyde van Raad<br />

en Burgery en Burgery én Raad, en dus wederzyds<br />

en volkoomen te zyn ingevoerd. Zoo<br />

als Raad en Burgery hetzelve alzoo hikiden voor<br />

ingevoerd; zoo dat Raad en Burgery van toen<br />

af, voor zoo veel als Stads Magiftraats-Be-<br />

Relling, en de Punten, het huishoudelyk Be»<br />

ftier derzelve betreffende, hielden voor af gefchaft<br />

en vernietigd het Reglement van 1674.<br />

als fchadelyk en drukkende, zoo voor hun als<br />

inzonderheid voor de Regeering; en dat in de<br />

plaats van hetzelve, van toen af, zoude ftand<br />

hebben het Reglement, als nu wedcrzyds bezwooren,<br />

den 20 December 1785.vastgefteld;<br />

behoudens de afkondiging der Twee nog openftaande<br />

Punten, met onderlinge medewerking<br />

f.e reguleeren ; en ook voorbehoudende alle<br />

zulke


1786.<br />

17a BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

zulke veranderingen, als (buiten het Conftitutioneele<br />

in dit Reglement vervat) met onderlinge<br />

medewerking van Raad en Burgery te<br />

maaken, in tyd en wylen, geoordeeld mogt<br />

worden, ten nutte van Stad en Burgery ie zullen<br />

ftrekken. — De Burgery verklaarde wyders,<br />

van haare zyde, deezen haaren ftecdsduurenden<br />

Raad op het voorfz. Reglement, in<br />

haare byzondere befcherming en Vrywaaring<br />

re neemen; zoo als de Raad van zyne zyde de<br />

Burgery insgelyks verklaarde te doen, onder<br />

wederzydfche beloften van elkauderen over en<br />

weder te zullen fchadelocs houden en bevryden,<br />

mitsgaders eikanderen op de allerkragtigftc<br />

wyze te zullen handhaaven, flyven en flerken<br />

tegeu allen en een ieder, en inzonderheid<br />

tegen de Voorflemmende Leden der Staaten<br />

van deeze Provintie, of wie het ook zoude<br />

moogen zyn, die, ter zaake deezer invoering,<br />

den Raad of de Burgery hinder, moeijenisfen<br />

of ongelegenheid zoude willen aandoen, het<br />

zy in hunne Perfoonen, Goederen, ofte by<br />

tegenftand, in de uitwerking der waarneeming<br />

van de Commisfiën, van Stads Regeering afhangende;<br />

of hoe dezelfde hinder , moeijenislen<br />

of ongelegenheden aan den Raad en<br />

Burgery ook mogten aangedaan worden; met<br />

toezegging aan eikanderen, om, in gevalle<br />

van geweld, hetzelve tot onderlingen byftand,<br />

ter uitwerking deezer met goed en bloed te<br />

zulleu verzegelen. En op dat van deeze in.<br />

voe-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 273<br />

voering, zoo nu, als voor de Nakomelingfchap,<br />

zoude konuen blyken, is daar van deeze Uit.<br />

roeping gedaan, en openlyk afgekondigd door<br />

Raad en Burgery, op de Neude, in Utrecht,<br />

den 12 October 1786. (*).<br />

Na deeze plegtige invoering werd de Regee­<br />

ring , op dien zelfden dag, veranderd overeen­<br />

komftig met de voorfchriften van het nieuwe<br />

Reglement ; de Heeren A. H. EYCK en Mr.<br />

3. p. DE RIDDER werden door de Burgery<br />

tot Burgemeesters verkoozen ; en de Raad be­<br />

noemde Schepenen , en maakte beftelling over<br />

de andere gewoone Commisfiën (f><br />

Den volgenden dag, den 13 Oclober, ont­<br />

vingen de Staatsleden , te Amersfoort vergaa­<br />

derd, eenen Brief van Zyne Hoogheid, waarin<br />

hy zich zeer beklaagde over het voorgevallene<br />

te Utrecht, als waardoor meende in zyne Rech­<br />

ten grootelyks verkort te zyn; waarop in die<br />

"Vergaadering aanRonds beflooten werd , dien<br />

Brief in beleefde bewoordingen te beantwoor­<br />

den , en te verklaaren, die misbruiken op eene<br />

Confiitutionelen wyze te zullen hcrRellen (§).<br />

Wy hebben hier voor gezien, dat de Raad<br />

der Stad Utrecht voor eenen vyandlyken aai-<br />

val van den kant der andere Staatsleden vree-<br />

zende, de beleherming en byftand der Staaten<br />

van<br />

O Nieuwe Nederl. Jaarb. OSober 1736. bladz. 13:.-—1335»<br />

(f) Ibid. October 1736. bladz. 1335.<br />

(SJ Ibid. October ifiG. blaciz. 13.16,<br />

1786.<br />

De Rcgeeringveia-iderJ<br />

naai' 'c<br />

Nieuwe<br />

Reglement*<br />

Klagten vaS<br />

den Prins<br />

deswegenS.<br />

Klagten der<br />

V, lorftemm<br />

;nde<br />

Staatsleden<br />

van Utrecht<br />

over de gegceveneorders<br />

der


274 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

1786. van Holland, in zulk een geval, verzocht, en<br />

Staaten v.in<br />

Holland aan<br />

den Gene.<br />

de toezegging daarvan bekoomen hadt; en dat<br />

overeenkomftig daar mede Orders aan den Ge­<br />

raai Majoor<br />

VAM HY S- neraal Majoor VAN RYSSEL, de Troupen van<br />

«££..<br />

Holland gebiedende, gegeeven waren. De gemelde<br />

Staatsleden hier van kennis bekoomen<br />

hebbende , fchreeven daarover aan de Algemeene<br />

Staaten; welker Gecommitteerden tot<br />

de Militaire zaaken nevens eenige Heeren uit<br />

den Raad van Staaten , dien Brief, van den<br />

27 Ocliber, onderzochten, en bevonden, dat<br />

dezelve inhield, dat gemelde Staatsleden met<br />

verwondering vernoomen hadden , dat door<br />

den Colonel VAN PABST, de Troupen te<br />

Naarden en in den omtrek gebiedende, inge.<br />

volge de aanfchryving van den Generaal Majoor<br />

VAN RYSSEL, die de Troupen van het<br />

Cordon tusfehen de Maas en de Zuiderzee gebood,<br />

orders gegeeven waren aan de gebiedende<br />

Officieren van eenige Regimenten, in<br />

de Provintie van Holland gecantonneerd , om<br />

de eerfte twee feinfehooten hunne Regi-<br />

] nenten marschvaerdig te doen maaken, en als<br />

I lic feinfehooten door zes anderen gevolgd<br />

vierden, dan aanftonds langs den kortften en<br />

5 ;emakkelykften weg naa de plaatfen hunner<br />

i aamenkomst in de Provintie van Utrecht te<br />

t rekken, zonder Grondgebied te ontzien, en<br />

ldaar de Orders van den voornoemden Gene-<br />

i aal Majoor VAN RYSSEL aftewagten, enz.—<br />

Verzoekende bovengemelde Heeren Staatsleden<br />

y


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 275<br />

den, dat die Gebiedende Officieren daarop gehoord,<br />

en ter verantwoording geroepen mogten<br />

worden. Hier op eischte de Raad van Staaten<br />

bericht van den Collonel VAN PABST en van<br />

den Generaal Majoor VAN RYSSEL, van wien<br />

die Orders kwamen , eu op welke gronden dezelve<br />

rusteden ? De Colonel VAN PABST voldeed<br />

aan dien eisch; maar de Generaal Majoor<br />

VAN RYSSEL oordeelde, dat hy thans het<br />

bevel voerde over de Hollandfche Troupen,<br />

van de Zuiderzee af tot aan de Maas gecantonneerd,<br />

op Order cn Inftruftie van Hun Ed.<br />

Groot Moog. en gevolglyk geen Orders van<br />

andere Collegiën kon gehoorzaamen ; hy gaf<br />

daarom kennis van deeze aanfchryving des Raads<br />

van Staaten aan Hun Ed. Groot Moog. en verzocht<br />

te moogen weeten, hoe hy zich zou<br />

hebben te gedraagen. Hier op werd aan den<br />

Generaal Majoor VAN RYSSEL regtftreeks<br />

aangefchreeven en uitdrukkelyk van wegen<br />

Hun Ed. Groot Moog. gelast, zich in geenerlei<br />

verantwoording, van 't geen door hem ter uitvoering<br />

van Hun Ed. Groot Moog. aanfchryving<br />

of Orders van den 6 October, raakende<br />

het te hulpe koomen der Stad Utrecht, mogt<br />

verricht of bevolen zyn, anders dan aan Hun<br />

Ed. Groot Moog. zeiven, in te laaten, als blyvende<br />

dezelve aanfchryving en Orders, met al<br />

het geene ter voldoening daar van verricht<br />

was, of nog verricht zou worden, voor rekening<br />

van Hun Ed. Groot Moog. met verdere<br />

S 1 mag-<br />

I78


1786.<br />

276 BEKNOPTE HISTORIE DEK<br />

magtiging, om van deeze Verklaaring en uitdrukkelyke<br />

begeerte van Hun Ed. Groot Moog.<br />

aan den Raad van Staaten kennis te geeven,<br />

en zich , op grond daar van, te verlchoonen<br />

van de verantwoording, door den gemelden<br />

Raad van hem gevorderd; gelyk ook met last<br />

om dc noodige Orders te ftellen, dat de gebiedende<br />

of andere Officieren, onder zyn bevel<br />

ftaande, alléén aan Hun Ed. Groot Moog. of<br />

aan hem Generaal Majoor rekenfehap zouden<br />

geeven, zonder eenige verantwoording aan iemand<br />

anders te doen , dan aan Hun , die dezelve<br />

Orders moesten uitvoeren. — Voorts werd de<br />

Generaal Majoor VAN RYSSEL, van alle gevolgen,<br />

die hem ter deezer zaake,of uit hoofde<br />

der voldoening aan eenige bevelen van Hun<br />

Ed. Groot Moog. het zy reeds gegeeven, of<br />

nog te geeven, mogten overkoomen, febadeloos<br />

te houden en te vrywaaren ; neemer.de<br />

Hoogstdezelven Hem Generaal Majoor benevens<br />

alle de ondeihoorige Officieren en Soldaaten<br />

ia hunne befcherming, met last en magt<br />

om hier van aan de geenen , die belang daar<br />

by hadden , de noodige kennis te geeven. De<br />

Rai d van Staaten, hier van kennis bekoomen<br />

hebbende, eischte van den Generaal Majoor<br />

VAN RYSSEL een Affchrift van dit Befluit der I<br />

Staaten van Holland (*).<br />

Van<br />

(•) Vttuwè Neieri. jaaiï. Nohmttr 1786. bladz. 1425,<br />

Ï428 en 1438.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 27?<br />

• "\ ai den anderen kant deeden de Utrechtfche<br />

Staat - Leden, te Amersfoort Vergaaderende,<br />

aan alle Schouten en Gerechten, op de Gren­<br />

zen der Provintie, zoo aan' Gelderland als aan<br />

Holland geleegen , aanfchry ven en gelasten,<br />

om wel toe te zien en zorge te draagen, dat<br />

geene Militaire Corpfen op het Grondgebied der<br />

Provintie zouden koomen; en indien zulks ge­<br />

beurde, den Bevelhebber van zodanig Corps af<br />

te vraagen , op wiens bevel hy opgetrokken<br />

was, en of hy van een Provintiaal Patent en<br />

Attaché voorzien was; zoo neen, denzelven<br />

uit naam van Hun Ed. Moog. aan te zeggen,<br />

aanflonds het Grondgebied der Provintie te<br />

verlaaten; en daar van, indien voorfz. Corp­<br />

fen evenwel mogten voorttrekken , aanRonds<br />

kennis te geeven aan de Staaten, of derzelver<br />

gewoone Afgevaardigden (*).<br />

Ondertuslchen kwamen 'er van tyd tot tyd<br />

Gewapende Hulpbenden van Burgers uit de<br />

Genootfchappen van verfcheidene Steden ,<br />

Vlekken en Dorpen in Holland en andere Pro­<br />

vintiën , naa en binnen de Stad Utrecht, om<br />

de Stad, des noods, te helpen verdeedigen;<br />

die, na eenigen tyd aldaar de Wachten mede<br />

waargenoomen te hebben, door anderen wer­<br />

den afgelost. , Dit werd van fommigenhunner<br />

Medeburgers en Ingezeetenen, vooral van het<br />

la^gRe Gemeen,- met nydige en wraakzuchtige<br />

(*) Nieuwe Ncderl, Juarh. Novemler 1786. VaSt. 1314'<br />

I786.<br />

De Staaten<br />

te AmersfoortverbiedenMilitairen<br />

Corps<br />

op bet<br />

Grondgebied<br />

der<br />

Provintie te<br />

koomen.<br />

Hulpbenden<br />

van R tgers<br />

koome.i te<br />

Utrecht.


278 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

1786. oogen befchouwd, en die Lieden werden fomtyds,<br />

by het vertrekken of wederkeeren niet<br />

alleen met fchimp en fmaad, maar ook met<br />

daadelyke aanvallen op een Rrafbaare wyze<br />

bejegend. Om maar een voorbeeld hier van<br />

by te brengen : Ia het aanzienlyk en bloeijend<br />

Vlek Vlaardingen waren op den 11. November<br />

25 Man van 't Genootfchap aldaar van Utrecht<br />

terug gekoomen, welke, by het intrekken in<br />

de Plaats, door eene groote menigte van 't<br />

gemeenfle Volk onder fchreeuwen en fchelden<br />

werden aangevallen. Dit oproerig Volkje hadt<br />

zich vooraf, om elkandercn te kennen, met<br />

Oranje Linten verfierd, en Relde zich aan den<br />

ingang der Plaats, om, gelyk zy deeden, die<br />

aj Mannen, welke zy dachten door hunne<br />

menigte ligt te kunnen overmeesteren, onverhoeds<br />

op het lyf te vallen, etf'bet laatfte Peletton<br />

af te fnyden; de aangevallenen velden<br />

hun Geweer , kwetRen eejp der menigte,<br />

waarop de gisting toenam, ën de febermutfeling<br />

duurde vry lang.; dit gaf gelegenheid orri<br />

de Genootfchappen der naastgelegene Plaatfen<br />

tot hulp te ontbieden, gelyk die van Maasjluis<br />

sn Schiedam fpoedig aankwamen om hunne aan-<br />

*ev«Uene Broeders by tefpringen, en het Op.<br />

i •oeng Gemeen te verflrooijen. Deeze beveegingen<br />

wekten den aandacht der Gecom-<br />

] nitteerde Raaden, die den Hr. Mr. L. V I.<br />

[•RINGA, Advocaat voor beide de Hoven van<br />

J uftitie derwaards zonden om onderzoek daarom-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 27*<br />

omtrent te doen; welke Heer Advocaat ook<br />

fpoedig naa gaardingen vertrok, en na gedaan<br />

onderzoek op twee Perfoonen Befluit van vat­<br />

ting verzochten verkreeg; maar die twee Per­<br />

foonen waren gevlugt; de Regecring deed<br />

eene Publicatie tot bewaaring der rust afkondi.<br />

gen; en dus hadt deeze zaak geene verdere<br />

gevolgen. Om evenwel zodanige beweeging<br />

in 't vervolg voor te koomen , by gelegenheid<br />

der Wapenoefeningen van 't Genootfchap,<br />

dat op den 25 November afvuurde, was de<br />

Drosfaard van Heeren Gecommitteerde Raaden<br />

VAN DER MEER, met zyne Dienaars daar by<br />

tegenwoordig, om alle hindernis af te wee-<br />

ren (*)•<br />

Uit dien zelfden grond van verbittering tegen<br />

de Genootfchappen van Wapenhaudel,<br />

waren niet lang voor deezen tyd te Hoorn in<br />

Noordholland diergelyke opfchuddingen en oproerige<br />

beweegingen ontftaan ; niet om dat 'er<br />

ook eenigen van naa Utrecht waren geweest,<br />

want zulks hadt daar nog geen plaats gehadt,<br />

maar by gelegenheid van het afvuuren op den<br />

11 Oötober. Eene menigte van Aanfchouwers<br />

waren daar by tegenwoordig, en onder die ook<br />

eenige Leden van het Purmerender Genootfchap,<br />

op het welk het Hoornfche Gemeen het<br />

meest gebeeten was. Geduurende de Wapenoef<br />

e-<br />

C ) Nieuwe Nederl. Jaarb. November 1786. bladz. I43»J<br />

1444. en i4«7- g<br />

Oproerig*<br />

bcwesgingen<br />

te<br />

Hoorn.


ï?86.<br />

280 BEKNOPTE HI-STORIE DER<br />

oefeningen werden 'er geene ongeregeld!^don,<br />

gepleegd; maar onder hec terug nekken naa<br />

den Stads Doelen, trachtten eenige hu na \kgezinden<br />

van tyd tot tyd tusichen de gelederen<br />

in te dringen, om een gedeelte van de Gewapende<br />

Manfcbap af te lnyden en in .verwarring<br />

te brengen; doch dit mislukte. Maar toen men<br />

aan den Doelen, de gewoone verzamelplaats<br />

van 't Genootfchap, gekoomen.wa>, drou g het<br />

Gemeen met zoo veel geweld op hetzelve aan,<br />

dat het duidelyk bleek hun voorneemen té zyn*.<br />

eenige Leden af te Ryden en buiten de Poort<br />

te dringen. Doch ook dit mislukte cn zy ky. almen<br />

allen hoewel met veele moeite, daar binnen,<br />

voornaamelyk door den kfoel moedigen<br />

tegenfland der Leden van het Piirnerinder Genootfchap,<br />

die den optogt fiooten. Hier over<br />

zocht het'Gemeen zich aan hun-te wrecken ,<br />

viel met alle man geweldig op hen aan, cn<br />

begon met flecnen te werpen, waar door een<br />

der Piamerenders in den rug getroffen werd;<br />

die daarop vertoornd zyn Sabel trekt , doch<br />

door een ander Purtnerender. weerhoud cn wordt.<br />

Hierop werd die onbefuisde menigte nog meer<br />

verwoed, dreigde en Rootte geweldig, en zou<br />

waarfchynelyk het Genootfchap overhoop geworpen<br />

hebben, indien de Bevelhebber, die het<br />

Bataillon floot, niet kloekmoedig geboden hadt<br />

rechtsom keer te maaken en het geweer te vellen<br />

; op welk gezigt de muiremaakers terug deinsden<br />

en allengs afzakten; en op deeze wyze trok<br />

het


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 28r<br />

het Genootfchap. onverhinderd de Poort van<br />

den Doelen in.<br />

Hier mede dacht, men, dat de ftorm voorby<br />

was, raeq maakte zich gereed om uit een, en<br />

eik naa zyn huis, te gaan; maar de greotfte<br />

zwaarigheid, was nog agter. De Purmerenders<br />

waren nog in den Doelen, en werden door den<br />

nv no'gden hoop ppgewagt, die rondom den<br />

Doelen veriaamelden, en dreigden hen. te zui­<br />

len van kant helpen; naar m.ate, dat de duis­<br />

ternis viel, vermeerderde de menigte, eenigen<br />

gingen, op dat zy hun niet mogten ontfnap-<br />

pen, naa de Stads Poort, waar by een fchuit<br />

voor de Purmerenders gereed lag; anderen gin­<br />

gen de Poort uit, om hen aan den Ouden Dyk,<br />

waar zy van fchuic moesten verwisfelen, waar<br />

te neemen. Ondertusfchen hoorde men hiel­<br />

en daar, onder de menigte, Oranje boven! roe­<br />

pen, en partydige. Liedjes zingen om de ge­<br />

moederen nog vuuriger te,maaken ; terwyl nu<br />

en dan een Heen door de glazen van de Socie-<br />

tcitskamer vloog, waarin de Purmerenders wa?<br />

ren. Eindelyk. kwam het gerucht van dit ge-<br />

weid tot de Regeering: Twee Burgemeesters,<br />

de Heeren VAN EOREEST en VAN HOOL-<br />

WERF, begaven zich naa de faamengerotte,<br />

menigte, en de eerstgemeldde deed aan de-,<br />

zelve eene nadrukkelyke Aanfpraak, waar in<br />

hy haar het onbetaamelyke van zulk een gedrag<br />

onder het oog bragt, en eindelyk aan dieRust-<br />

yerfloorders vraagde, wat eigcntlyk hun oog-<br />

S 5 merk<br />

I78S,


1786.<br />

282 BEKNOPTE HISTORIE D E *<br />

merk of begeeren was; of waarin zy door het<br />

Genootfchap van Wapenhandel beledigd waren<br />

? Hy voegde daar by, dat zy, indien ze<br />

beleedigd waren, of weezendlyke bezwaaren<br />

hadden, dezelven aan hem, als hunnen Burgervader,<br />

konden te kennen geeven; maar indien<br />

niet, dat zy dan, als vreedzaame Burgers<br />

naa huis moesten gaan en zich ftil houden.<br />

Eik zweeg, en niemand uit den hoop bragt<br />

eenig bezwaar in; alleenlyk riepen fommigen ,<br />

een wyl daar na, dat zy niets hadden tegen<br />

hunne Hoornfche Medeburgers, maarden PUT.<br />

merenderen, den hals wilden breeken ; cm dat<br />

een van hun (zoo als boven verhaald is) den<br />

Sabel tegen hen getrokken hadt.<br />

Geen wonder dan, dat het Genootfchap van<br />

nieuws in de Wapenen kwam, om hunne Vrienden,<br />

die om hunnen wil in gevaar geraakt waren,<br />

te befchermen. Doch eer de noodige<br />

fchikkingen daar toe gemaakt waren, verliep<br />

'er eenigen tyd; ondertusfchen befloot de Wet.<br />

tiouderfchap de twee Burger - Compagniën,<br />

3ie de Wacht hadden, op te roepen; maar<br />

ierzelver Bevelhebbers maakten zwaarigheid<br />

» >m daar aan te voldoen, uit aanmerking van<br />

len flegten ftaat der Schuttery, die nog onge-<br />

4 >efend was, en van welken fommigen niet eens<br />

'an Geweer voorzien waren ; ten zy dat zy<br />

ï<br />

net overleg en gemeenfchappelyk met het ge-<br />

C<br />

efend Genootfchap mogten handelen. Hier<br />

t<br />

ae werd beflooten en verlof gegeeven, en<br />

zoo


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 183<br />

zoo haast a!s de Oproerige menigte dit merkte<br />

zakte zy af en verdween. Vervolgends wer­<br />

den de Purmerenders door eenige Afgevaardigde<br />

Manfchap uit de Schuttery en van 't Genoot­<br />

fchap, des morgens ten half drie uuren, bui­<br />

ten de Poort, en tot aan hunne Schuit bege.<br />

leid; en die van het Genootfchap verzelden<br />

hen tot aan den Ouden Dyk, of daar moogelyk<br />

nog eenige Muitemaakers mogten zyn, om hun<br />

moeite aan te doen. Hier mede nam de Op­<br />

roerigheid een einde , en des anderen daags<br />

was de rust in de Stad herfleld (*). Naa de<br />

Belhamels en aanftookers van dit vuur van Op­<br />

roer werd vervolgends onderzoek gedaan : De<br />

Hoofd-Officier verzocht en verkreeg op den<br />

14 October Dagvaarding in Perfoon tegen den<br />

17, tegen drie Ingezeetenen, A. SCHELS,<br />

H. OOSTERDAM en s. JONGMAN;dochdee*<br />

zen waren gevlugt en verfcheenen niet (f).<br />

De Geest van Oproer heerschte omtrent dee-<br />

zen tyd zodanig in deeze Gewesten, dat mer<br />

uit allerlei voorkoomende omltandigheden aan<br />

leiding wist te neemen om muitery te verwek-<br />

ken; doch de eigentlyke grond was byna s<br />

overal dezelfde; de verfchillendheid van ge.<br />

voelen omtrent het beftier van 's Lands zaa­<br />

ken, en daar uit volgende gezindheid voor de<br />

eene<br />

(«) Nieuwe Ne de rl.-Jaarb. Ottober 1786. bladz. 1322. Be­<br />

roerd Nederland, V. Deel, bladz. 72—78.<br />

(j) Nieuwe Nederl. Jaarb. Ottober 1786. blad*. 132S.<br />

I78CT.<br />

Oproer van<br />

Boeren te<br />

Zieri&zee.


ï|86.<br />

284 BEKNOPTE HISTORIE DB*<br />

eene of andere Party, welke door fommigen<br />

te ver gedreeven en door anderen aangevuurd<br />

tot daadelykheden overfloeg. In Zeeland was<br />

die verfchillendheid zeer aanmerkelyk; byzonderlyk<br />

op de Eilanden van Schouwen en Dniveland.<br />

In de Stad Zierikzee warén de meeste<br />

indien niet alle de Leden van Regeering voor<br />

het verbeteren van ingefloopene misbruiken;<br />

zeer veele Burgers en Inwooners van de Stad<br />

waien van het zelfde gevoelen, als die Regenten;<br />

maar op het platte Land en onder de Boeren<br />

der beide gemelde Eilanden waren veelen<br />

and'-r ? gezind, en hielden alle die poogingen<br />

voor benadeeling van 't Huis van Oranje., waar<br />

voor zy yverden. Van deezen hunnen yver<br />

gaven zy blyken door nu en dan, byzo;?deijyk<br />

op Marktdagen, met Oranje Linten en Strikken<br />

verfierd, in de Stad te koomen. In 't eeist<br />

oordeelde de Regeering, dit alles ongemerkt<br />

te moeten door de vingeren zien; doch de<br />

zaak werd ernftiger; men begon openlyk op<br />

fommige Leden der Regqering te fchimpen en<br />

te fmaalen ; eenige Boeren en Boeren knegts,<br />

15 of 16.in getal, kwamen zich op den 12<br />

November met dien Oranje tooy onder den<br />

Godsdienst eerst in de Gropte, en daarna ook<br />

in de kleine, Kerk vertoonen,enplaatften zich<br />

by 't uitgaan van de Kerk aan de Deuren, terwyl<br />

de Gemeente fcheidde, om des te beter<br />

te kunnen gezien worden. Thans dacht de<br />

Regeering dat het tyd was om deeze openbaare<br />

Far,


ONLUSTEN IN HET VADÈRLAND. 285<br />

Partyzucht te fluiten, die van erger gevolgen<br />

zou kunnen worden. Zy befloot op den 13,<br />

en deed op den 15 November eene Publicatie<br />

afkondigen tegen het draagen van Oranje Linten<br />

en andere Tekenen van onderfcheiding;<br />

zy nam, om de rust en goede orde te bewaaren,<br />

het Genootfchap van Wapenhandel, onder<br />

de Zinfpreuk: Foor Eendragt en Vryheid,<br />

in die Stad opgerecht, in den Eed; en op dat<br />

de Boeren, die gewoon waren op den Marktdag<br />

in de Stad te koomen, niet uit onkunde<br />

tegen dit verbod mogten misdoen, zoo werden<br />

op den volgenden Marktdag Gerechtsdienaars<br />

aan de Stadspoorten geplaatst, om de aankoomende<br />

Huislieden kennis van het verbod te<br />

geeven , en hen de onderfcheid tekens te doen<br />

afleggen. Eenige weinigen gehoorzaamden';<br />

maar de meesten ftreefden ter Stad in, met de<br />

verboodene tekenen verfierd ; doch toen zy<br />

den Bailjuw met zyne Dienaars in 't oog kreegen,<br />

namen zy dezelven weg. Dus fcheen<br />

het, dat alles dien dag in rust zoude blyven;<br />

doch dit duurde niet langer dan tot den middag<br />

, wanneer de Boe en , een weinig door<br />

den drank verhit, zich begonnen te beklaagen<br />

over het verbod, faamen te rotten, opfchuddingen<br />

en geweldenarycn te pleegen , met<br />

zulk een dolle drift, dat de Bailjuw niet inftaat<br />

was inet zyne Dienaars hen te beteugelen<br />

, maar het Krygsvolk van de Hoofdwacht<br />

te hulp riep; de Boeren, geleezen hebbende.<br />

da t<br />

i1%6.


1/86.<br />

«86 BEKNOPTE HISTORIE D E a<br />

dat men geen Krygsvolk tegen Burgers en Ingezetenen<br />

moest gebruiken ; dat dit gebruik<br />

van Krygsvolk tegen de Burges en Ingezetenen<br />

van Liatiem e n Elburg den Staaten van Gel.<br />

derland en den Stadhouder tot misdaad werd<br />

toegereekend, geen on.-erfcheid maakende tusfehen<br />

het dempen van oproerige beweegingen,<br />

en het gebruik van Krygsvolk in Burgergefchil-<br />

Jen, Relden zich niet weinig te weer en wierpen<br />

den Bailjuw omver. Zy werden nogthans<br />

eindelyk verftrooid en twee uit den hoop g e.<br />

vat, die geboeid en naa de gevangenis overgebragt<br />

werden. Na verhoor ueed de Bailjuw<br />

eisch tot banning of Jyfftraffe, zoo als Heeren<br />

Schepenen in goede JuRitie zouden meenen te<br />

behooren.<br />

Deeze ernRige maatregelen hadden eene<br />

verfchillende uitwerking; eenige Boeren kwamen<br />

hier door tot bedaaren, en werden afge.<br />

fchrikt van zodanige beweegingen weder aanterechten;<br />

maar de meesten, in hunne Dorpen<br />

terug gekeerd, flaaken de hoofden byeen, en<br />

gaven aan hunne buuren hun misnoegen, over<br />

het gevangen neemen van twee hunner broederen<br />

, te kennen, en nood.gden hen uit otn<br />

nede naa Zierikzee te trekken en de gevang<br />

1 ien te helpen verlosfen. Om fpoed'g volk<br />

1 >yeen te krygen, floeg men op koperen bek-<br />

J ;ens , en welhaast was 'er eene bende v a n<br />

1 .yna driehonderd mannen byeen. De Schout<br />

\ a n S o n<br />

' r , die ter verrichting van eenige<br />

zaa-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 287<br />

zaaken naa Brouwershaven geweest was , hun<br />

ontmoetende, werd door hen, onder bedrei.<br />

ging van fchade aan lyf en goed, gedwongen,<br />

zich naa Zierikzee te begeeven, om aldaar by<br />

de Regeering te bewerken, dat de gevange­<br />

nen ontflagen , en zoo wel het draagen van<br />

zwarte Cocarden, als van Oranje Strikken ver-<br />

booden wierde. De Schout van Sonnemaar<br />

begaf zich met allen fpoed naa de Stad, en<br />

gaf aan de vergaaderde Wethouderfchap be­<br />

richt van zyne ontmoeting en van den eisch en<br />

't voorneemen der Boeren, indien daaraan niet<br />

voldaan wierd. De Wethouderfchap nam daar<br />

op het gevoelen in van de Officieren, zoo van<br />

het Cenootfchap, als van de Krygsbezetting;<br />

die van het Genootfchap maakten zwaarigheid,<br />

om met hunne weinige Manfchap, zonder<br />

hulpe van de Krygsbezetting, de Stad te ver­<br />

deedigen ; en die van het Guarnizoen , dat<br />

maar 90 Man fterk was, vondt niet raadzaam,<br />

met een gedeelte van zyn Volk tegen zoo<br />

veele Boeren, welker getal nog kon toenee-<br />

men, uit te trekken. Men befloot eindelyk om<br />

door eenen Afgevaardigden aan Heeren Ge­<br />

committeerde Raaden, te Middelburg verwer­<br />

king van Krygsvolk te verzoeken, en onder­<br />

tusfchen met de tegenwoordige gewapende<br />

Manfchap de Stad te verdeedigen , en geweld<br />

met geweld te keeren. Het gerucht van deeze<br />

ernftige maatregelen , tegen hen genoomen ,<br />

deed de Boeren agter blyven, en weêrhield<br />

hen<br />

178*


1786.<br />

288 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

hen van verdere baldaadigheden te pleegen<br />

(*).<br />

Eer ik dit HoofdRuk befluite, moet ik den<br />

uitflag aanteekenen van eene zaak , die in 't<br />

Jaar 1784. reeds begonnen is, veel geruchr gemaakc<br />

heeft, en van zulk een langen nalleep<br />

geworden is, dat ik het verhaal daarvan in 't<br />

voorgaande (fj heb moeten afbreeken en tot<br />

hier toe uitflellen. Ik heb het oog op het Onderzoek<br />

van het voorgevallene te Rotterdam, op<br />

den 2fl a<br />

' Maart 1783. door eene Staats - Commisfie,<br />

tot dat einde derwaards gezonden. In<br />

het verhaal daarvan was ik gekoomen tot het<br />

Befluit der Staaten, daaromtrent, van den 22<br />

December 1715- Het fcheen dat dit Befluit,<br />

tot vermeerdering van magt der Commisfie genoomen,<br />

nog niet genoegzaam was, om alle<br />

zwaarigheden wegteneemen, welke de Heeren<br />

Gecommitteerden in dat onderzoek ontmoeteden<br />

; want zy fchreeven aan Hun Ed. Groot<br />

Moog. op den 4 Febr. 1785. eenen breedvoe.<br />

rigen Brief met zes Bylagen, waarin zy van<br />

hunne handelingen met en benevens de Regecring<br />

in dat onderzoek opening gaven, en<br />

aan 't flot van welken zy betuigden, dat, daar<br />

het vraagen van zodanige opheldering, of wil<br />

1<br />

men<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Nov i;85. bladz'. 1482 1484.<br />

Beroerd Ncderl V Deel blad/:. Üo 81.<br />

(tj In liet <strong>II</strong>. De„'l deezer Beki.opte Uifior'.e. bladz. 110,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 289<br />

men het verantwoording noemen , van zodanige<br />

verantwoording zou te pasfe koomen, niet<br />

alleen met betrekking tot het gebeurde op den<br />

8 Maart 1784; maar ook ten opzigte van verfcheidene<br />

andere gebeurtenisfen, over welken<br />

het aanbevoolcn onderzoek moet gaan ; Hun<br />

Ed. Moog. geen zwaarigheid maakten om te<br />

zeggen, dat indien, in een geval als dit was,<br />

die geenen , welke regtftreeks uit naam van<br />

Hun Ed. Gr. Moog. dit onderzoek doen, de<br />

bevoegdheid niet hebben , om zodanige ophelderingen<br />

of verantwoording te vraagen, het<br />

dan niet alleen zeer moeijelyk, zoo niet ondoenelyk<br />

zoude zyn, om middelen tot herftel<br />

van de rust en het vertrouwen te beraamen en<br />

ter uitvoer te brengen; maar ook het onderzoek,<br />

ten dien opzigte geheel vrugteloos zoude<br />

zyn, en niet anders behelzen, dan een ver*<br />

haal van veelvuldige voorvallen , doch geenzins<br />

eene nafpooring of het onvermoogen der Regeering<br />

, of wel de Jlapheid der genoomene<br />

maatregelen oorzaak gegeeven hebben,dat verfcheidene<br />

ongeregeldheden plaats gehad hebben,<br />

of onvervolgd zyn gebleeven, en dat,<br />

in andere opzigten , dat geen nagelaaten is,<br />

het welk die Ingezeetenen , welke zich aan<br />

Hun Ed. Gr. Moog. vervoegd hadden , en op<br />

welker aandrang Hoogstdezelven het onderzoek<br />

gelast hebben, vermeenden van hunne<br />

Regeering te hebben moogen verwagten ; met<br />

één woord , dat op die wyze de Commisfie,<br />

T waar-<br />

178S,


ï?86\<br />

Fnc -Advies<br />

der Gecommitteerden.,<br />

290 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

waartoe zoo laDge tyd en zoo veele kosten hefteed<br />

werden , en waar van zy niet ontveinzen<br />

wilden , het einde op verre na nog niet te<br />

voorzien, onder anderen ook om den weinigen<br />

tyd, welken zoo wel de Heeren van den Magiftraat,<br />

als het Collegie van Officier en Schepenen<br />

, tot het houden der politieke en gerechtelyke<br />

Vergaderingen met hun hefteedden,<br />

en het ontwyken der door hun gedaane<br />

voorflagen , om de beraadflaagingen met meerder<br />

fpoed te kunnen voortzetten; dat op die<br />

wyze , zeiden zy, dezelfde Commisfie, ten<br />

opzigte van derzelver wezendlyk gedeelte, als<br />

in het onderzoek naa de bron van het opgevat<br />

misnoegen en wantrouwen, het oogmerk niet<br />

zal bereiken, maar geheel vrugteloos uitvallen.<br />

De Vroedfchap begeerde hier op bericht<br />

van de Wethouderfchap, welk den 20 Febr.<br />

een bericht aan dezelve toezond (*_).<br />

Vervolgends gaven de Heeren Gecommitteerden<br />

nog hunne Confider atiën en Pra:- Advies,<br />

tot naderen aandrang hunnes Eriefs , en tot<br />

wederlegging der gronden, by het Bericht des<br />

Magiftraats bygebragt, uit kragt der Befluiten<br />

Commisforiaa! van 4 en 22 Febr. 1785. Ook<br />

fchreef de Wethouderfchap eenen Brief daar<br />

over aan de Vroedfchap (f).<br />

De<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. February 1785, bladz. 250 —<br />

270 — 283.<br />

(t) Ibid, April blad. 645. en 66S. alwaar die Hakken zelve<br />

te vinden zyn.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2or<br />

De Staaten van Holland alle deeze Rukken<br />

gezien en overwoogen hebbende, vonden goed<br />

en vet klaarden, dat de Collegiën , zoo van<br />

Heeren Burgemeesteren, ais van de Weth, en<br />

van Officier en Schepenen der Stad Rotterdam,<br />

welke in Maart 1783. in bediening waren geweest,<br />

gehouden waren te berichten , en te<br />

antwoorden op de Punten, welke tot dat einde<br />

door Heeren Gecommitteerden opgefteld zyn,<br />

en by derzelver Voorflelling op den 8 December<br />

te vooren aan den Magiftraat waren voorgedraagen;<br />

en dat voords in 't algemeen de<br />

welgemelde Collegiën van Politie en Juftitie,<br />

betrekkelyk, voor zoo verre zy in bediening<br />

waren geweest, ten tyde dat die gebeurtenisfen<br />

voorgevallen zyn, over welken een onderzoek<br />

geordonneerd was, gehouden en verpligt<br />

waren, deswegens alle geëischte opening en<br />

opheldering te geeven, en ten dien einde te<br />

berichten en te antwoorden op zodanige Punten,<br />

als daartoe van wegen de faamgevoegde<br />

Vergaadering van de Heeren Gecommitteerden<br />

van Hun Ed. Groot Moogende en van den<br />

Magiftraat aan dezelven zouden voorgehouden<br />

worden. Ingevolge van dit Befluit werden door<br />

de Heeren van het veiéénigd Collegie op den<br />

9 Juny 1785. aan de geweezene Heeren Voorzitters,<br />

van de Collegiën der Weth, Burgèt<br />

meesteren en Schepenen, die in 178*3. in dienst<br />

geweest waren, de Heeren naamelyk, VAN<br />

DER HOEVEN, VAN DER HEIM, en VAN<br />

T 2 BALE,<br />

1716»<br />

Befluit der<br />

Staaten<br />

daarop.


1786.<br />

Estraord.<br />

Crimineel<br />

Rechtsgeding.<br />

aoa BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

B ALE, de Vraagpunten , door Heeren Gommisfarisfen<br />

opgefteld,en by hunnen Brief aan Hun<br />

Ed. Groot Moogende overgelegd , toegezonden,<br />

om daarop ten fpoedigften aan de Commisfie<br />

te berichten; ten welken einde gemelde<br />

Heeren Voorzitters de verdere Leden, die met<br />

hun in dienst geweest waren, moesten byeen<br />

roepen (*).<br />

Ondertusfchen werd 'er extraordinair Crimineel<br />

Rechtsgeding door den Hr. Hoofd-Officier<br />

R. O. tegen de Gevangenen ingefteld,<br />

welke in het Oproer, dat aanleiding tot deeze<br />

Staats-Commisfie gegeeven hadt, betrokken<br />

waren. By de twee Vrouwsperfoonen , weike<br />

kort na de aankomst der Heeren Commisfarisfen<br />

van Hun Ed. Groot Moogende in hechtenis<br />

genoomen waren, met naame CATHARINA<br />

MULDER, gemeenelyk genoemd KAATMOS-<br />

SEL en KEET SWENK, was in de maand<br />

April 1785. nog eene derde gekomen, te weeten<br />

CLASYN v ERR YN, bygenaamd de OR AN-<br />

JEMEID. KEET SWENK werd eenigen tyd<br />

daarna onder handtasting ontflaagen; van de<br />

andere werden de Extraordinaire Crimineele Procedmren<br />

door beftelling der Heeren Schepenen<br />

in ordinarii crimineele Proceduuren veranderd, en<br />

de Heer Hoofd-Officier Mr. PAÜLDS GEVERS<br />

deed op den 8 September 1785., op de gewoone<br />

Officiers Rolle R. O. Eisch en Conclufie<br />

(*) Nieuwe Nederl. JaarV. Juny 1785. bladz. 845.<br />

te-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 293<br />

tegen dezelve; de Procureurs, die gelast waren<br />

de Gevangenen te bedienen, vraagden<br />

Copie van den Eisch en de Conclufie (*). De<br />

zaak bepleit zynde werd door Heeren Schepe.<br />

nen op den 26 January 1786. zodanig Vonnis<br />

geflaagen, dat aan den Eifcher R. O. de Eisch<br />

en Conclufie ontzegd werd, en de kosten gecompenfeerd;<br />

des niet te min werd de Hf<br />

Eisfcher R. O. veroordeeld in de kosten van<br />

de Zegels;die getaxeerd werden op ƒ 13 :19:6<br />

het zegel tot dit Vonnis daar onder begreepen.<br />

De Heer Hoofd-Officier R. O. liet Appel aantekenen<br />

aan 't Hof van Holland, van dat Vonnis,<br />

en protefteerde van Attentaaten, die ten<br />

nadeele van deeze mogten gedaan of ondernoomen<br />

worden (+).<br />

De zaak van CATHARINA MULDER, an­<br />

Vonnis van<br />

't Hof tegen<br />

ders KAAT MOSSEL weder voor het Hof be­ CATHARINA<br />

MULDER.<br />

pleit zynde, werd het Vonnis van Schepenen<br />

van Rotterdam vernietigd; doende het Hof het<br />

geen dezelven, als Rechters ter eerder Inftan»<br />

tie behoorden gedaan te hebben; te gelyk verklaarende<br />

, dat 'er voor de Impetr. en Geappelleerde<br />

geene provifie valt; ontzeggende wyders<br />

den Gedaagden en Appellant zynen verderen<br />

Eisch en Conclufie in cas van Appel, en<br />

compenfeerende de kosten van deeze en de<br />

voorige Inftantie. Dit gefchiedde op den 24<br />

Fe.<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1785. bladz. 1307 — 1320,<br />

(£) Bid. A$ril 1786. bladz. 272, 273.<br />

T 3<br />

1785.1


1<br />

1785.<br />

Vonnis over<br />

c r. A s y N<br />

VEftRYN.<br />

Ultflag der<br />

Comniislie.<br />

-94 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

February 1786. Dus bleef KA AT MOS­<br />

SEL Gevangen tot dat haare zaak geheel zoude<br />

afgedaan zyn ; en zy werd op den 8 July van<br />

Rotterdam naa 's Hage, en daar op de Gevangen<br />

Poort, overgebragt; waar zy zoo lang gebleeven<br />

is, tot dat ze door de groote, en voor<br />

haar zoo gelukkige, Omwending daar uit geflaakt<br />

is (t).<br />

Gelukkiger was CLASYN V E R R Y N , de<br />

Oranjemeid bygenaamd , welker zaak op den<br />

2.5 February door den Hoogen Raad ten haaren<br />

voordeele beflist werd, met een Vonnis,<br />

dat de Exceptie, of verzet van Minderjaarig.<br />

heid, door of van wegen dezelve voor Sche-.<br />

penen van Rotterdam gemaakt, tegen den Heer<br />

Hoofd - Officier bevestigde (§).<br />

Hun Ed. Moogende de Heeren Commisfarisfsn,<br />

eene nieuwe Schuttery te Rotterdam hebjende<br />

helpen oprechten, en ziende, dat hun<br />

/erblyf in die Stad van geen dienst meer zyn<br />

con, beflooten, met kennis en goedvinden van<br />

1 'dun Ed. Groot Moogende weder naa den Haag<br />

I e vertrekken. De dag van hun vertrek op<br />

» len 24 Jflny bepaald zynde, werden zy door<br />

» le Wethouderfchap met groote ftaatie en pleg.<br />

1 igheid uitgeleid (*). Gemelde Heeren Conv<br />

mis-<br />

C*) Nltvvt Nederl. Jaarb. February 1786. bladz. 145,24(5,<br />

Ct; Ibid. July 178Ó. bladz. 644.<br />

CS) Ibid. February 178Ó. bladz. 145.<br />

Ibid. Juny 1786. bladz. 564,


ONLUSTEN TN HET VADERLAND. 295<br />

misfarisfen deeden op den i November Raport<br />

van hunne afgelegde Commisfie ter Vergaadering<br />

der Staaten van Holland en Westvriesland,<br />

en gaven een Verhaal met de Bylagen aan Hun<br />

Ed. Groot Moogende over, Zy werden voor<br />

hun gedaan Raport en genoomene moeite bedankt,<br />

en derzelver Rapport Commisforiaal<br />

gemaakt, aan het Groot Befoigne met en benevens<br />

de voorfz. Heeren Commisfarisfen, om<br />

hetzelve te onderzoeken, en de Vergaadering<br />

van hunne Aanmerkingen en Raad te dienen.<br />

Vervolgends is het Rapport gedrukt, en naderhand<br />

herdrukt en voor elk te bekoomen geweest.<br />

Uit hetzelve is gebleeken , dat het<br />

oogmerk van die langdurige en lastige Commisfie<br />

niet volkoomen bereikt is, en dat men<br />

tot de waare bron der Onlusten en van 't wantrouwen<br />

tusfehen Burgers en Regenten niet<br />

heeft kunnen doordringen. Dus eindigde eene<br />

Commisfie, welke byna twee Jaaren geduurd,<br />

en volgends de echte opgaave ƒ 105453 : 2 : —<br />

gekost heeft (*).<br />

Eene andere zaak, niet minder langwylig van<br />

onderzoek , en even ondoordringbaar, die<br />

mede niet weinig opzien en opfpraak in de Republiek,<br />

zoo wel als buiten dezelve, verweki<br />

heeft,kan ik niet met ftilzwygen voorby gaan<br />

om dat reeds in het I fte<br />

Deel deezer BEKNOPTI<br />

EUmtfi NederU 'Jaarb. February 1787, bladz. 276.<br />

T 4<br />

De -aak<br />

van Brei


1786.<br />

Voorftel 0111<br />

10 Schepen<br />

na Brest re<br />

zenden.<br />

Orders<br />

daanoe gegeeven.<br />

206~ BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

HISTORIE (f) met één woord daarvan gefproken<br />

is; ik heb het oog op de zaak van Br est. Te<br />

weeten: de Hertog DE LA VAUGDYON, Gezant<br />

des Konings van Frankryk, hadt op den<br />

21 September van 't Jaar 1782., aan Zyne<br />

Doorluchtige Hoogheid als Admiraal Generaal<br />

voorgefield,om ten fpoedigRen 10 Oorlogfchepen<br />

van dit Gemeenebest naa Brest te doen zeilen,<br />

ten einde zich daar met des Konings Schepen<br />

van Oorlog te veréénigen, en de middelen<br />

te beraamen om met veréénde magt' den gemeenen<br />

Vyand afbreuk te doen. Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid de Admiraal Generaal bragt<br />

eenige zwaarigheid daar tegen in; doch de<br />

Afgevaardigden ter Admiraliteit en de Raadpenfionaris,<br />

daar over hunne gedachten gevraagd<br />

zynde, vonden daar in die zwaarigheid niet;<br />

waarom Zyne Hoogheid de zaak den 23 September<br />

ter kennis van het geheim Befoigne van<br />

Hun Hoog Moogende bragt, en daaromtrent<br />

byzonderen last vraagde. Het Groot Befoigne<br />

befloot op den 3 October Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid te verzoeken» hoe eerder hoe beter<br />

een Vlag - Officier met j Schepen van 60 Rukken,<br />

3 van 50, twee Fregatten, en één Kotter<br />

naa Brest te doen zenden door den Vice ; Admiraal<br />

HARTSINCK, die in Texel het bevel<br />

over 's Lands Vloot voerde. Het bevel over<br />

dit Smaldeel werdt aan den Vice - Admiraal<br />

(*) Bladz. 283, ; .<br />

LOUIS


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 297<br />

Louis Grave VAN BYLAND opgedraa-<br />

gen (*). Ondertusfchen heeft deeze togt, hoe<br />

freliig de Orders daartoe ook waren, nogthans<br />

nimmer voortgang gehad; en het agterblyven<br />

van deezen togt baarde zoo veel misnoegen als<br />

verwondering, niet alleen by 't Algemeen en<br />

byzonderlyk by de Kooplieden en Reeders van<br />

Schepen, die, in hunnen Handel en Redery,<br />

door de rooveryen en geweldpleegingen der<br />

Engeljchen op de -Zee, zoo zeer beroofd en<br />

belemmerd werden; maar ook by de Staaten<br />

van verfcheidene Provintiën, en de Regenten<br />

van de voornaamfte Kooplieden. Zy begeer­<br />

den daarom, dat 'er onderzoek gedaan wierde<br />

naa de redenen en oorzaaken , waarom de ge-<br />

geevene Orders der Staaten niet ter uitvoer ge­<br />

bragt werden; te meer om dat 'er reeds lange<br />

en herhaalde reizen over de onbegrypelyke<br />

Werkeloosheid van 's Lands Zeemagt geklaagd<br />

was; gelyk hier voor (t) is aangeteekend. De<br />

Afgevaardigden der Staaten van Utrecht dron­<br />

gen, in naam hunner Lastgeevers, ter Alge-<br />

mcene Staatsvergaadering aan op de voortzet­<br />

ting van het extra - Judiciëel en politiek onder.<br />

zoek; en dat op de fpóedigfte en kragtigfte<br />

wyze voorgekoomen wierde, dat de Zee-Ka­<br />

piteinen, tot den togt naa Brest benoemd, en<br />

in de mislukking daar van ingewikkeld buiten<br />

'sLands<br />

(•) Nieuwe Nederl. Jaarb December 1783. Madz. 2052.<br />

(\) In 'c I. Deel, bladz. 278.<br />

T 5<br />

1786.<br />

Dezelve niet<br />

uitgevoerd.<br />

Onderzoek<br />

naar de redenen<br />

diar<br />

van ddor<br />

eene Staar*.<br />

Commisl'.e.


1786-<br />

«98 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

's Lands gezonden wierden (*). Ingevolge van<br />

dit voorflel verzochten Hun Hoog Moogende<br />

op den 22 December 1783. Zyne Doorluch­<br />

tige Hoogheid als Admiraal Generaal daar in te<br />

voorzien, dat geen der Vlag-Officieren of Ka­<br />

piteinen, welke tot den togt naa Brest beftemd<br />

waren, zich buiten 'sLands zouden begeeven.<br />

Zyne Doorluchtige Hoogheid gaf daarop, 24<br />

January 1784. tot antwoord, dat hy de Colle­<br />

giën ter Admiraliteit op de Maas ente Amjlerdam<br />

verzocht hadt, de noodige orders daartoe te ftel­<br />

len , ten aanzien der Zeeofficieren , die nog in 't<br />

Land waren , maar dat verfcheiden der Kapitei­<br />

nen' , die in deeze zaak konden geacht worden be­<br />

trokken te zyn, zich buiten 'sLands bevonden;<br />

als daar waren de Kapiteinen VAN BRAAM,,<br />

STAVORINOS, cn de Graaf VAN R E C H T E-<br />

RES, naa Oost - Indien, MAURER naa Esfeque-<br />

lo, BOLS naa Philadelpiria, TDLLINGH naa<br />

Suriname; en de Schout- by Nacht, VAN<br />

BRAAM, en de Kapiteinen 'T HOOFT en STA-<br />

Kt» Cn > naa de Middelland/die Zee vertrokken ;<br />

dat de wederkomst der vier eerften zeer onze­<br />

ker was; dat de Kapiteinen BOLS, TUL-<br />

LINGH, en 'T HOOFD order hadden om voor<br />

den laatften April terug te zyn; gelyk de Ka­<br />

pitein STARINGH en de Schout- by Nacht<br />

VAN BRAAM voor den laatften July konden<br />

wedergekeerd zyn (f). By gelegenheid dat<br />

(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. December 1783. blailz. 2124.<br />

(f; Ibid. February 1784. bladz. 28G,<br />

de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND sos<br />

de Heeren Gecommitteerden, door de Staater I786.<br />

daartoe benoemd, en volgends Befluit dei<br />

Staaten, op den <strong>II</strong> Oclober 1782 , met Zynt<br />

Doorluchtige Hooggeid in gefprek waren, ove:<br />

de Werkeloosheid van 'sLands Vloot, over<br />

eènkomftig het Voorflel van Leyden, (waarvar<br />

hier voor op de plaats, hier onder aangehaald<br />

I<br />

gefprooken is,) gaven die Heeren te gelyl<br />

hunne verwondering te kennen over het nie<br />

uitzeilen van het Smaldeel Schepen naa Brest<br />

en over de reden van weigering van dien togt<br />

door den Souvrain bevolen (*). Wat de uitflap<br />

van dit gefprek geweest zy,is ter zelfde plaat<br />

aangeteekend. Ondertusfchen verliep 'er eei<br />

geruimen tyd, eer de Zee-Officieren, wegen<br />

1<br />

hunne afwezigheid, konden ondervraagd wor<br />

den. Het leedt tot den 24 der maand Jun;<br />

178J., eer het Rapport der Heeren Gecom ' Rapport der<br />

Commisfie<br />

mitteerden tot het onderzoek der redenen vai ' ier Verga*.<br />

het niet<br />

j dering der<br />

vertrekken der 10 geordonneerd! Algeincene<br />

Schepen naa Brest werd uitgebragt.<br />

; Staaten,<br />

Dit Rap<br />

port behelsde -de mondelyke. verhooren van d\<br />

Vice • Admiraals HARTSINCK en <strong>II</strong>YLAND<br />

van den Schout- by Nacht VAN BRAAM en VA I<br />

r<br />

H o E y, en van de Kapiteinen 'r HOOFT, STA<br />

RINGH en BOSCH, benevens het fchriftely)<br />

antwoord van den Schout- by Nacht KINSBER<br />

GEN. Dit ftuk befloeg 162. bladz. in folio<br />

en werd ook in 8vo overal uitgegeeveu (f).<br />

(•) Nieuwe Nederl. Jaarb November 1782. bladz. 1371.-<br />

(tl lbi


178Ö.<br />

Belluit iler<br />

Staaten van<br />

holland ;ot<br />

een gerechtelykonderzoek.<br />

De Vice-<br />

Admiraal<br />

HARTSINCK<br />

verzoekt<br />

andere<br />

Rechters.<br />

300 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />

De redenen in dit Rapport opgegeeven»<br />

werden gantsch niet voldoende bevonden ;<br />

daarom beflooten de Heeren Staaten een nader<br />

en wel gerechtelyk onderzoek te doen aanftellen;<br />

maar het kwam 'er op aan, welke Rechters<br />

die zaak onderzoeken en oordeelen zouden.<br />

Hun Ed. Groot Moogende de Heeren Staaten<br />

van Holland- en Westvriesland, beflooten eindelyk<br />

op den 5 December 1785. het Gerechtelyk<br />

Onderzoek wegens de zaak van Brest aan Gecommitteerden<br />

uit de Admiraliteits Collegiën,<br />

dat van Amjlerdam alleen uitgezonderd, op te<br />

draagen, en het Ampt van Fiscaal te doen<br />

waarneemen door den Hr. r. P A H L U S , Advocaat<br />

Fiscaal van de Maas (*).<br />

De Vice-Admiraal A. HARTSINCK verkoos<br />

niet voor die Rechters te verfchynen,<br />

maar gaf op 21 April 1786. een Verzoekfchrift<br />

aan de Algemeene Staaten over, ten einde,<br />

wanneer ter zaake van het niet uitvoeren dei-<br />

Orders van Hun Hoog Moogende tot het ver.<br />

zenden van 10 Oorloglchepen naa Brest, en de<br />

Officieren daar ia betrokken, eenig nader en<br />

gerechtelyk onderzoek -mogte geordonneerd<br />

worden , tot hetzelve mogte gelast worden het<br />

Hof van Heiland, Zeeland en Friesland, als<br />

zynde in alle gevallen des Verzoekers gewoone<br />

en dagelykfche Rechter, ter tweede Inflantie (t).<br />

Dit<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. December 1785. bladz. 1657.<br />

Cf) Ibid. Juny 1786, bladz. 548.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 301<br />

Dit verzoek werd afgeflaagen; en byzonderlyk<br />

waren de Afgevaardigden der Provintie van<br />

Groningen, volgends Befluit der Staaten, hunne<br />

Principaalen, uitdrukkelyk gemagtigd, om ter<br />

Generaliteit, zich met het Befluit der Staaten<br />

van Holland, op den 5 September 1785. om­<br />

trent deeze zaak genoomen, te verëenigen, er<br />

gevolglyk het verzoek van den Vice-Admiraal<br />

A N D R I E S H A R T S I N C K , af te wyzen (*).<br />

Dc Staaten<br />

Eindelyk beflooten de Algemeene Staaten op<br />

Generaal<br />

den 23 September 1786. dat uit de vier Colle­ ltellen een<br />

Algemeen<br />

giën ter Admiraliteit (dat van Amjlerdam uit­ Collegie uit<br />

gezonderd zynde) een algemeen Collegie met<br />

de Admiraliteiten<br />

aan<br />

deeze zaak zoude<br />

tot Rechters.<br />

belast worden, en uit elk<br />

derzelven drie Leden daartoe benoemd ; drie<br />

uit dat van de Maas, drie uit dat van Zeeland.<br />

drie uit dat van Westvriesland en het Noorder­<br />

kwartier, en drie uit dat van Friesland, dus<br />

twaalf Leden; welke Leden door elk der Col­<br />

legiën benoemd, aan Hun Hoog Moogende<br />

voorgefteld en door Hoogstdezelven gemagtigc<br />

zouden worden, om deeze Commisfie in der<br />

Haag uic te voeren (f). De Heeren, tot dii<br />

Gerechtelyk Onderzoek benoemd, waren dc<br />

volgende: By het Collegie ter Admiraliteit vat l<br />

de Maas, de Heeren O N D E R W A T E R , D Et<br />

A P P E L en V A N A L P H E N ; by dat van '1<br />

Noorderkwartier de Heeren P A N , J A G E R er [<br />

(*) Nieuwt Nederl. Jaarb. Juny 1786. bladz. 547.<br />

(\) Ibid. OStober 1786. bladz. 1270.<br />

ROOR.<br />

I786.


31 Y L A N ]J<br />

vindt befcherming<br />

hy Gelderland.<br />

302 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ROORDA; by dat van Vriesland, de Heeren<br />

STRICK VAN LINSCHOOTEN, DE SCHEP­<br />

PER en DREWS; by dat van Zeeland de Hee­<br />

ren SCHORER, LIDTH DE JEU DE en VAN<br />

s END EN (*). En op dat deeze Rechtspleeging<br />

door het veranderen der Leden van de<br />

Admiraliteit niet mogte afgebrooken of vertraagd<br />

worden , zoo Relden de Afgevaardigden<br />

van. Haarlem ter Staatsvergaadering van Holland<br />

voor, dat de Leden, die tot het Gerechtelyk<br />

Onderzoek, betreffende de zaak van Brest, benoemd<br />

waren , in hunne Commisfie mogten<br />

aanblyven, zoo lang het onderzoek duurde (f).<br />

Alhoewel nu het verzoek van den Vice-Admiraal<br />

HARTSINCK, dat het Hof van Holland,<br />

Zeeland en Vriesland, met het onderzoek dier<br />

zaake mogte belast worden, by meerderheid der .<br />

Provintiaale ftemmen was afgeweezen, en het<br />

bovengemelde algemeene Collegie uit de vier<br />

Admiraliteiten aangeReld; zoo Relden de Staaten<br />

van Gelderland het Verzoekfchrift des Vice • Admiraals<br />

Grave VAN EYLAND toch in handen van<br />

het Hof van Gelderland, om te dienen van bericht,<br />

en verhoeden ondertusfchen aan den Vice-<br />

Admiraal, om voor die aangeRelde Rechters<br />

te verfchynen (§). Na dat Hun Edel Moogende<br />

bericht daarop van 't Hof ontvangen hadden,<br />

beflooten zy, dat de Vice - Admiraal VAN<br />

(*) Nieuwe Nedcrl. Jaarb. November 1786. b'adz. 14J7.<br />

(f) Ibid, D'cembsr \~Zh. bladz. 15:1.<br />

(§) Ibid. November l~ZC. bl.idz. 141.»<br />

BÏ"


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 303<br />

BYLAND niet verpligt was voor de aaugeftelde<br />

Commisfie uit de Admiraliteiten te verfchyDen ,<br />

en gaven van dit Eefluit op den 25 May 1786.<br />

kennis aan de Algemeene Staaten, by gelegenheid,<br />

dat Hun Hoog Moogende de zaak van<br />

Brest zoo fchikten , dat de Gecommitteerden<br />

tot deeze zaak zitting zonder ftem in de Admiraliteit<br />

zouden behouden ; en dat men by het.<br />

Befluit zoude blyven, om het Gerechtelyk On.<br />

derzoek door deeze Commisfie te laaten voortgaan<br />

(*). Dus hadt deeze Commisfie haar volle<br />

beflag, de gantfche Natie hadt het oog op dit<br />

onderzoek, en wagtte meteen groot verlangen<br />

naa deszelfs uitflag; maar hoe verre men in dit<br />

onderzoek gevorderd, en of 'er ooit een gerechtelyk<br />

vonnis over deeze zaak uitgefprooken<br />

I786zy<br />

, zulks is my niet voorgekoomen: Het<br />

fchynt derhalven, dat deeze zaak, gelyk veele<br />

andere, is blyven lieeken, en met de groote<br />

algemeene Omwending van zaaken geheel uit<br />

het oog verlooreu en gantlchelyk verdweenen<br />

is. Hoe dit ook zy; de Vice-Admiraal VAN Merkwaardige<br />

plaats<br />

EYLAND; die zich niet aan het onderzoek van uit de Me­<br />

die Commisfie onderwierp, en daar in door de morie van<br />

den V:ce-<br />

Staaten van Gelderland gehandhaafd werd, als Aimiraal<br />

hier boven gebleeken is, aehtte zich genoeg<br />

gerechtvaardigd, om dat hy door den Admiraal<br />

Generaal van ongehoorzaamheid was vry gefprcokcn,<br />

en hield zich vreemd, dat daaromtrent<br />

VAN li V-<br />

LJSD.<br />

fl') Nieuwe Neder!. Jaarb. May 1787. bladz. 995.


1786.<br />

Verfcliillen<br />

\crde<br />

verandering<br />

vmi liet R •<br />

-.éi-ruigv<br />

Reglement<br />

UiOytrfife'.<br />

304 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />

trent nog onderzoek zoude gedaan worden door<br />

Perfoonen, die hy minder bevoegd daartoe oordeelde;<br />

gelyk hy zich uitdrukkelyk verklaarde<br />

in eene gedrukte Memorie, ter zyner rechtvaerdigiug<br />

uitgegeeven, waar uit ik niet kan<br />

nalaaten , zyn merkwaardig gezegde hier by te<br />

brengen,dus luidt het woordelyk : „ Dat,daar<br />

het Opperhoofd en Chef van de Marine dee-<br />

,, zer Landen hem en zyne Mede - Officieren<br />

,, van alle disobediëntie dien aangaande (de<br />

„ Expeditie van Brest) compleetelyk vryfpreekt,<br />

„ hoe het des niettegenftaande in de gedach-<br />

ten konde opkoomen, om daartoe (onder<br />

,, verbetering) minder bevoegde Perfoonen , in<br />

eene gedelegeerde Commisfie, hoe zeer ook anders<br />

het delegeeren van diergelyke Deliga-<br />

,, tien altoos van zorgelyke uitzigten zyn ge-<br />

,, cohfidereerd geworden , Recherches omtrent<br />

,, het non ens van zodanig Crimen te doen, een<br />

vraage is, welke al mede tot de Paradoxen<br />

,, van het finguliere tydsgewricht, het welk wy<br />

„ beleeven, behoorende, thans onoplosfelyk<br />

fchynt; maar veelligt in laater tyden zyne<br />

,, explicatie vinden zal?" —<br />

In de Provintie van Overysfel is, even als in<br />

die van Gelderland en Utrecht, veel te doen geweest<br />

over het veranderen of verbeeteren van<br />

het oude Regeerings-Reglement van 1675.,<br />

van welke voornaamfte voorva len, daar uit en<br />

daar by ontftaan, ik.hier een kort verhaal zal<br />

doen.


ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 305<br />

doen. In de maand van May, werd ter Staatsvergaadering,<br />

op voorflel der Stad Zwolle, eene<br />

Commisfie benoemd van zes Heeren; de Drosten<br />

van Vollenhoven en Haaksbergen, een uit de<br />

Ridderfchap, en een Burgemeester uit elke der<br />

drie Hoofdlieden, Deventer, Campen en Zwolle,<br />

om het Reglement van Regeering te overzien,<br />

een Concept van een nieuw of verbeterd Reglement<br />

te ontwerpen , en na mededeeling aan<br />

Zyne Hoogheid en inneeming van deszelven<br />

aanmerkingen , een Rapport in te brengen (*}<br />

Van deeze Commisfie werd op den Landdag,<br />

in de maand Oftober te Deventer gehouden.<br />

Rapport gedaan en een Concept-Reglemeni<br />

met de aanmerkingen der Gecommitteerder<br />

overgegeeven ; en by die gelegenheid deed dc<br />

Heer V A N Y S S E L M U I D E N , en in naam var<br />

nog vyf andere Ridders, een Voorflel, flrek<br />

kende om het fchadelyke en drukkende van hei<br />

oude Regeerings-Reglement van 1675. aan tt<br />

toonen, en aan te dringen om deeze gewigtigt<br />

zaak ten fpoedigRen onderhanden te neemen<br />

.Op dit Voorftel werdt beflooten het Reces vai I<br />

den Landdag te doen voortduuren tot den 1<br />

[<br />

December (t), en het Voorftel werd dooralh<br />

de Leden overgenoomen. In dit Voorftel wa<br />

begreepen, dat, om dit heilzaam oogmerk ge 5<br />

makkelyk te maaken, en daartoe zodanige Le<br />

(*) Nieuwe Nederl, Jaarb. May 17S6. bladz. 49S.<br />

(\) Ibid. December 17Z6, biadz. 16J9,<br />

V<br />

de<br />

I


De Regènten<br />

ontflaan<br />

zich onderling<br />

uit den<br />

Eed.<br />

20$ BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

den te gemoet te koomen, welke wegens hunnen<br />

Eed van toelaating zwaarigheid mogten<br />

bebben , in het Reglement op de Regeering<br />

de noodige verandering te maaken, de Leden<br />

van Regeering zich, op voorbeeld van voorige<br />

tyden, onderling van dien Eed, voor zooverre<br />

daartoe noodig, zouden ontflaan (*). De Steden<br />

Deventer en Campen verëenigden zich met<br />

dat Voorftel en deeaen daar van eene uitdrukkelyke<br />

vcrklaaring. De Gezwoorene Gemeente<br />

der Stad Zwolle was insgelyks van oordeel, dat<br />

het Regeerings-Reglement, hoewel bezwoeren,<br />

konde en behoorde veranderd te worden}<br />

en verzocht derhalven, dat de Afgevaardigden<br />

van die Stad ten Landdage, die in 't laatst van<br />

January 1787. te Deventer ftond gehouden te<br />

worden, gemagtigd zouden worden, wegens<br />

die Stad mede te fteramen tot het ontflaan der<br />

Leden van den Eed, op het oude Reglement<br />

ifgelegd, overeenkomftig het Voorftel van den<br />

Ridder PALLANDT tot Zuithem, en zes anlere<br />

Ridders gedaan (f).<br />

Op den 31 January werd op den Landdag,<br />

:e Deventer toen gehouden, met de Meerderheid<br />

der drie Hoofdfteden en agt Ridders,<br />

?p het meergemelde Voorftel beflooten :,, Dat,<br />

„ in navolging van voorige tyden, de refpetïive<br />

, Leden, zoo uit de Ridderfchap als uit de Ste.<br />

„ den,<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Deccmb. 1786.bladz. 1C37, 1^0.<br />

(1) Ibid. 'january 1787. bladz. 167.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND 307<br />

den, zouden worden ontflaagen, zoo als zy by<br />

„ deezen ontflaagen werden van den Eed op het<br />

Reglement van 1675. in 1748 herdrukt:" met<br />

dien verflande nogthans, dat voorfz. Regie,<br />

ment van 1675. voorts zal blyven werken, en<br />

nagekoomen moeten worden, in alles, uitgezonderd<br />

in die Punten en Artikelen van hetzelve,<br />

welke, na gehoudene beraadflaagingen<br />

van Ridderfchap en Steden, het zy in eens te<br />

faamen, het zy opvolgelyk, zullen veranderd<br />

worden ;blyvende dus die Artikelen van voorfz.<br />

Reglement, welke by eindelyke Refolutie nog<br />

niet veranderd zyn,200 lang, ia volle kragt(*).<br />

Twee- en twintig Ridders protefleerden hier<br />

tegen, en bragten , onder andere redenen, by,<br />

dat de R.cchten der Steden Hasfelt en Steenwyk,<br />

die ook moesten befchreeven geweest zyn,<br />

door dit Befluit verkort waren; doch de drie<br />

HoofdReden en de agt Ridders verklaarden by<br />

Tegen • Aantekening, dat zy geen oogmerk<br />

hadden om de Rechten der gemelde twee Steden<br />

te verkorten; dat die beide Steden geen<br />

Eed op het Reglement gedaan hadden, en gevolglyk<br />

niet daar van konden ontflaagen worden;<br />

dat het daarom onnoodig was geoordeeld ,<br />

dezelve te befchryven; dat zy nogthans gereed<br />

waren de kleine Steden in haar Recht, van<br />

hunne Regenten zeiven te verkiezen, te herftellen<br />

, en ter Staatsvergaadering te verfchy-<br />

nen 3<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 17Z6 bladz. 577—57S.<br />

V 2<br />

I786.


Deeze Rukken<br />

, daarop<br />

betrekkeiyk<br />

ann Zyne<br />

Iloosheid<br />

se zouden.<br />

Antwoord<br />

van Zyne<br />

Ho. gncid<br />

daaiup.<br />

308 BEKNOPTE HISTORIE DÉK<br />

nen; dat men, eindelyk, ook bereid was de<br />

raadpleegingen hier over op den volgenden-<br />

Landdag, in 't begin van Maait aan te vangen.<br />

Deeze {tukken werden aan den Heere Prince<br />

Stadhouder gezonden, en van wegen de Staaten<br />

aangefchreeven, met verzoek om voorden<br />

aanllaanden Landdag, den ra Maart, Hoogstdeszelven<br />

aanmerkingen over het Nieuwe Regeerings-Reglement<br />

aan dezelve Staaten toe<br />

te zenden (*). Zyne Doorluchtige Hoogheid'<br />

voldeed aan dit verzoek, en op den Landdag te<br />

Campen, die den 13 Maart 1787. werd geopend,<br />

werd de Brief van Zyne Hoogheid aan Ridderfchap<br />

en Steden, voorgeleezen, behelzende<br />

het antwoord op de gevraagde Aanmerkingen.<br />

Dit Antwoord behelsde hoofdzaakelyk z<br />

„ Dat Zyne Hoogheid het Regeerings-Reglement<br />

van den Jaare 1675. nooit anders hadt<br />

kunnen befchouwen, dan als een Pcttwn conyentum<br />

(een gefïooten Verdrag) tusfehen de<br />

Heeren Staaten eb den Stadhouder, en als een<br />

fundamenteele Staatswet op de orde der Regeering<br />

, welke nooit anders, dan met een gefaamcntlyke<br />

inftemming van alle Staatsleden en<br />

Zyne Hoogheids medewerking kan of behoort<br />

veranderd of vernietigd te worden."<br />

„ Doch dat Hoogstdezelve uitdeontvangene<br />

Stukken en Adviefen het tegendeel gezien, en<br />

daar uit vernoemen hadt, dat men dien aangaande<br />

('J Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart if%6. bladz. lig.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 300<br />

gaande reeds tot zoo verre was voortgegaan,<br />

dat het ontflag van den Eed, op voorfz. Reglement<br />

afgelegd , tot befluit gebragt was;<br />

waar tegen Zyne Hoogheid ten flerkfle protesteerde;<br />

terwyl by, aan den anderen kant,<br />

zich nog met de hoope bleef voeden, dat een<br />

bedaarde overweeging van 't gebeurde, en van<br />

de gewigtige gevolgen daarvan, de Leden der<br />

Meerderheid zou doen afzien van het verder<br />

aankleeven aan het meergemelde Bejluüeu OnU<br />

Jlag, en met hunne overige Medeleden doen<br />

inflemmen , dat het voorfz. Reglement nimmer,<br />

dan met eene eenpaarige bewilliging en<br />

met Zyne Hoogheids medewerking geldenlyk<br />

kon veranderd of vernietigd worden. Voorzoo<br />

verre echter eenige duifierheden daar in mogten<br />

plaats hebben, of dat aldaar eenige Artikelen<br />

zouden moogen gevonden worden ,<br />

welke, ten gemeenen nutte van de Provintie.<br />

konden beweezen worden , eenige verbeetering<br />

noodig te hebben; a's dan aan Zyne Hoogheid<br />

niets aangenaamer weezen zou, dan met<br />

eenen waaren ernst en volvaardigheid daartoe<br />

mede te werken ,even zoo wel als tot herftel van<br />

alle andere ingefloopene misbruiken , als eenigzins<br />

behoudens de fondamenteele gronden der<br />

Regeerings-Confiitutie , en van de inftelling<br />

vanhetErfftadhouderfchap, met deszelfs waare<br />

inrichting, tot welzyn van de Provintie, en<br />

van de duurzaame belangen van derzelver m-<br />

v 3 ge-


1785.<br />

3io BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

gezeetcnen , naar gronden van recht en bil-<br />

Jykheïd, zal kunnen gevorderd worden."<br />

Verder betuigde Zyne Hoogheid, „ eene al<br />

te naauwe betrekking te hebben op de Provintie,<br />

en al te groot deel in derzelver behoud<br />

en voorfpoed te neemen, dan dat by niet wenfciien<br />

zou, tot herftelling van de rust en eensgezindheid<br />

, met wegnceining van het heerfchende<br />

mistrouwen te kunnen medewerken,<br />

zelfs met opoffering van eenige zaaken cn<br />

punten, waarop Zyne Hoogheid anders eene<br />

wettige Aanfpraak .konde maaken. Indien als<br />

een gepast middel daartoe , mogt aangezien<br />

worden, dat aan de Burgeryen in de Hoofd-<br />

Reden cenig deel gegeeven wierd aan de hè.<br />

vordering der Byzondere Stédelyke en Burger-<br />

Iyke belangen ; zoo was Zyne Hoogheid ook<br />

niet ongenegen, daartoe, op eene gevoeglyke<br />

wyze mede te werken; echter onder alle zódanige<br />

bepaalingen en voorzieningen , als de<br />

Conftitutïe der Provintie en het beftendig welzyn<br />

van den Burgerftaat zelve zouden kunnen<br />

toelaaten , en welke , zonder nadeel aan de<br />

wezendlyke Rechten van Zyne Hoogheids erflyke<br />

Waardigheden , waarvan hy nooit, ten<br />

nadeele van zyne wettige Opvolgers, mag af.<br />

fiaan , nader zouden kunnen gereguleerd<br />

worden."<br />

Eindelyk wordt in 't flot van dien Brief ge-<br />

zegd: „ daar deeze onderfcheidene voorwerpen


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 3--<br />

pen van het uiterfte belang zyn, en niet dar<br />

met veele behoedzaamheid, op eene geregel<br />

de en Conftitutioneele wyze behooren behan<br />

deld te worden ; zoo oordeelen wy het best tczyn,<br />

dat dezelve door Commisfarisfen wierden<br />

overwqögen en behandeld. Zyne Hoogheid<br />

boodt daartoe aan eenige Perfoonen mei<br />

de noodige Inftructien te benoemen; oordee<br />

lende zulks het beste indien niet het eenigft»<br />

overgebleevene middel, in den tegenwoordi<br />

gen ftaat van zaaken, om de rust en eensge<br />

zindheid te herftellen (*}".<br />

De Afgevaardigden van Zwolle verklaardei<br />

op den 14 derzelfde maand ter bovengemeld)<br />

Vergadering , op last hunner Principaalen<br />

.<br />

' dat het Ontwerp van verbetering van 't Pro<br />

vintiaale Regeerings-Reglement, door eenig<br />

Heeren Edelen ter Vergaadering den 5 De<br />

cember 1786 overgegeeven, over 't geheel s<br />

hun niet ongefchikt voorkwam, om tot een on<br />

derwerp der beraadflaagingen gelegd te wor<br />

den, en dat ten fpoedigflen door eene Com<br />

jnisfie daar over wierde beraadflaagd , en d<br />

onderzoeken,<br />

aanmerkingen van den Heer Erfftadhoude E<br />

daar by wierden in overweeging genoomen (t><br />

Den volgenden dag, 15 Maart, verklaard<br />

de Meerderheid van de Ridderfchap, van gc<br />

dachten te zyn, dat de gezaamentlyke Lede 1<br />

va<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1787. Wade. 59°-5.9<br />

i\ \ Ibid. bladz. 59 ö<br />

- ^ ^<br />

I Eene Comrnisfie<br />

Ue-<br />

- noem l 0111<br />

dat ant-<br />

' woord te<br />

I


1786.<br />

Commisfie<br />

door Zyne<br />

Hoogheid<br />

voorgcfiapen,<br />

wordt<br />

aangenoo. ;<br />

men.<br />

312 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

van Staat de Commisforiaale onderhandelingen<br />

, door den Heere Afgevaardigden van Zwolle<br />

voorgeflaagen , behoorden aanteneemen; en dat<br />

zy Heeren van de Ridderfchap gereed waren<br />

eene Commisfie te helpen benoemen, en alle<br />

zulke fchikkingen te maaken met hunne Medeleden,<br />

naar welke de Commisfie op de best<br />

moogclyke wyze ingericht, en daarvan dewenfchelyke<br />

gevolgen verwagt, zouden kunnen<br />

worden. — Waarop beraadfkagd zynde, werden<br />

drie Leden uit de Ridderfchap, en een<br />

Burgemeester uit elke der drie Hoofdftedep<br />

verzocht en gecommitteerd, cm den voorfz.<br />

Brief van Zyne Hoogheid nader te onderzoeken<br />

, en daaromtrent van hunne aanmerking en<br />

raad te dienen (*_).<br />

Insgelyks werd de Commisfie , door den<br />

Prins Erfftad houder voorgeflaagen, aangenoqnen<br />

, en door Zyne Hoogheid daartoe be-<br />

ïoemd Jkr. j. E. VAN LYNDEN, de Raadsaeer<br />

VATEBENDER, en de Heer VAN C 1 T-<br />

I-ERS. Door de Heeren Staaten der Provintie<br />

werden tot Commisfarisfen benoemd, om met<br />

ie gemelde Heeren in onderhandeling te treelen,<br />

uit de Ridderfchap de Heeren VAN PAL-<br />

LA N D T tot Zuyihem, H E E S D T tot Everisberg,<br />

:n vos VAN STEENWYK tot Nyerwal; uit de<br />

steden, van Deventer, Campen en Zwolle, de<br />

heeren Burgemeesteren WE ERTS, HENNE-<br />

KES<br />

{') W.em* Nederl. Jaarb. Naxrt 1787. H»Jz. 601,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 313<br />

KES en JHUESSINK. Van de drie Commis-<br />

farisfun door Zyne Hoogheid benoemd, kwa­<br />

men op den 11 April maar twee te Campen aan;<br />

naamelyk de Heer Baron VAN LYNDEN, Bur-<br />

gemecster te Nymegen, enz. en 0. T. EOMCLE<br />

VATEBENDER, Raad in 't Hof van Gelderland ;<br />

de Heer VAN CITTEKS, Geheime Raad, enz.<br />

van Zyne Hoogheid , was verhinderd mede te<br />

koomen. De onderhandelingen werden aan­<br />

ftonds op den volgenden dag, 12 April, aan-<br />

gevangen; maar werden op den 16 derzelfde<br />

maand vrugteïoos geëindigd; en de Commis-<br />

farisfen van Zyne Hoogheid vertrokken. Daar<br />

op werd aanftonds een Rapport ten Landsdag?<br />

uitgebragt over het ontwerp , raakende het be­<br />

geeven der Ampten en Commisfien in 't ver­<br />

volg. Ook werden de kleine Steden tegen<br />

o May befchreeven, om met eene Commjsü?<br />

over hunne ingeroepene Rechten in onderhan­<br />

deling te treeden; en dc Landdag fcheiddc op<br />

Reces tot den 7 May (*)•<br />

By gelegenheid van het vervaardigen en in­<br />

voeren van een nieuw of verb.eeterd Regle­<br />

ment van Regeering, zyn vry wat beweegin­<br />

gen ontdaan in Overysfels Hoofdlieden, voor-<br />

naamelyk te Deventer. Toen het tweede Rap­<br />

port van de Commisfie uit den Raad en de Ge-<br />

zwoorene Gemeente deezer Hoofdftad, aan­<br />

gaande het verbeeterde Reglement van Regee-<br />

ring,<br />

.l*)NjfUWt Nederl. Jctr.rb, /Ipr'tl 1787. bladz, 841, 8-j2.<br />

Y 5<br />

t<br />

17<br />

loopt<br />

vruclitcloo 8<br />

af<br />

Bewèegin-<br />

CCIl tO ÜC'<br />

ruiter.


1786.<br />

Publicatie<br />

tot gerustftclling<br />

der<br />

Kurgers tegenkwaadftookeis.<br />

314 BEKNOPTE HPSTORIE DER<br />

ring, uitgebragt werd, zag men daarin dat het<br />

XV. /Jrtikel behelsde ; „ Dat de Roomschgezinden<br />

tp denzelfden voet als de Mennonieten tot verkryging<br />

van het Burgerrecht, zouden toegelaaten worden. Tegen<br />

dit Artikel kwamen eenige Gildebroeders,<br />

uit verfcheidene Gilden, op; welke begreepen,<br />

of welken door kwaalyk gezinden ingeboezemd<br />

was, dat dit Jrtikel flrydig was met de<br />

Chrislelyke Gereformeerde Religie, Gildewetten,<br />

Rechten, Privilegiën en Vryheden, enz. waarom<br />

zy door de Generaale Overlieden van de Gilden,<br />

op den 22 Septemb, een Verzoekfchrift<br />

door hen onderteekend, aan de Burger-Gecommitteerden<br />

deeden inleeveren; waarin zy<br />

te kennen gaven, hoe zy vernoomen hadden,<br />

dat in het Concept-Reglement eenige Artikelen<br />

waren, flrydig met hunne Burgerlyke Rechten,<br />

de Chrislelyke Gereformeerde Religie, Gildewetten<br />

, Privilegiën en Vryheden; nevens eenige<br />

Artikelen, die onevenredig waren, en waarin<br />

veelal een eigen belang doorftraalde: waarom<br />

zy verzochten , dat op zulke Artikelen geen<br />

acht mogte gegeeven woiden; maar het geheele<br />

Concept - Reglement by provifie geRaakt<br />

blyven, tot dat eenige Artikelen vernietigd,<br />

en eenige veranderd wierden. — Een desgelyk<br />

Verzoekfchrift werd aan Burgemeesteren Schepenen<br />

en Raad op den zelfden 22 September<br />

1786. ingediend; op welk Verzoekfchrift eene<br />

Publicatie van den 7 October volgde; waar by<br />

Heeren Burgemeesteren Schepenen en Raaden<br />

dee-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 315<br />

deeden weeten ; dat in ervaaringe gekoomen<br />

waren, hoe lbmmige kwaalykgezinde Perfoonen<br />

, het zy uit eigene beweeging , het zy<br />

daartoe door heerschzuchtige belaagers van de<br />

algemeene Vryheid opgeruid, of misfcbienomgekogt,<br />

onophoudelyk hun best deeden, om<br />

de goede Burgeren en Ingezeetenen tegen de<br />

Leden van .Regeering op te zetten en derzelver<br />

Befluiten verdacht te maaken , of zelfs aan<br />

de haatelykfte oogmerken toe, te fchryven; —<br />

Dat op den 22 September te vooren aan Hun<br />

door de generaale Overlieden van de Gilden,<br />

door veele Leden uit verfcheidene Gilden geteekend,<br />

was overgegeeven een Verzoek, in<br />

fubftantie behelzende, dat op zekere, daarby<br />

niet uitdrukkelyk genoemde Artikelen van het ,<br />

in druk uitgegeeven , Concept - Reglement op<br />

de Regeering der Stad , geen acht mogt genoomen<br />

, maar dezelve of vernietigd, of veranderd<br />

worden, met bygevoegde bedreiging<br />

van alle zulke Artikelen voor nul en van geene<br />

waarde te zullen houden : - waarop Hun Ed.<br />

Groot Achtb. voor Antwoord en Apointement<br />

hebben afgegeeven: dat Schepenen en<br />

Raad den Verzoekeren, tot hunne gerustheid,<br />

konden verzekeren, geen oogmerk te hebben,<br />

met en nevens de Gezwoorene Gemeente een<br />

nieuw Regeerings-Reglement voor die Stad<br />

vast te ftellen , voor dat de goede Burgery<br />

hoofd voor hoofd, cn zonder in aanmerking<br />

te neemen tot welke Collegiën zy mogten be-<br />

hoo.


X786.<br />

Nieuwe Gecuumiit-<br />

Si5 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

hooren, genoegzaame gelegenheid zouden hebben<br />

, om hunne aanmerkingen op hetzelve<br />

vryelyk optegceven. — En op dat niemand<br />

zoude kunnen voorwenden, dat hy tot zyne<br />

veiligheid of gerustheid noodig hadt, zyne<br />

denkwyze te verbergen , en alleen onder de<br />

hand te openbaaren; zoo verklaarden Hun Ed.<br />

Groot Achtb. by deezen verder, aan de eene<br />

zyde , gelyk altoos de vrywillige Adresfen ,<br />

Requesten , of Remonflrantien van hunne<br />

goede Burgeren en Ingezetenen te zullen ontvangen,<br />

en daarop behoorlyk achttegeeven ;<br />

doch ook, aan de andere zyde, niet te zullen<br />

gedoogen, dat iemand, van welke begrippen<br />

hy ook omtrent den Politieken ftaat des Lands,<br />

cn omtrent de middelen tot herftel van denzelven<br />

aantewenden, zyn mooge, over het vryelyk<br />

en betaamJyk uiten van die begrippen ,<br />

moeite worde aangedaan; of dat iemand door<br />

bedreigingen , veel min door daadeiykheden<br />

mogte overtuigd worden ; maar zonder oogluiking<br />

en zonder aanzien van perfoonen of denkwyze,<br />

aanftonds te zullen ftraffen, en wel alle<br />

bedreigingen ten minften met eene boete van<br />

50 Heeren Ponden , cn daadeiykheden met<br />

eene boete van 100 Heeren Ponden, Bannisfement,<br />

of Lyfftraffe, zoo als zy in goede<br />

Juftitie zouden oordeelen te behooren (*).<br />

Eene andere party Burgers en Ingezeetenen<br />

C) Nieuwe Nederl. Jaarb. Oltober 1786, blr.dz. 1357-<br />

had»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 317<br />

hadden eenen anderen inval om de verbeetering<br />

der misbruiken, en het invoeren van een<br />

nieuw Regeerings-Reglement te ftremmen :<br />

Alhoewel in 1785. reeds een Collegie van Gecommitteerden<br />

uit de Burgery wettig aangebeld<br />

en door den Magiftraat erkend was; zoö<br />

krcegen nogthans eenige Burgers in 't hoofd ,<br />

6m voor zich nieuwe Gecommitteerden aan te<br />

ftellen ; welke Gecommitteerden op donderdag<br />

den 2 November 1786. met keurmannen<br />

zich naa het Stadhuis begaaven, en verzoch.<br />

ten, om by den Magiftraat toegeiaaten te wor.<br />

den, ten einde eenige Voorftellingen en Adviezen<br />

aan den Magiftraat over te geeven;<br />

doch dit werd hun geweigerd, maar bericht,<br />

dat Schepenen en Pvaad de Prefidenten benoemd<br />

hadden om hunne voorftellingen aantc.<br />

hooren en in den Raad te brengen; waarin zy<br />

genoegen namen. De Prefidenten verfcheenen<br />

zijnde, deed een uit die Gecommitteerden,<br />

met naame SCHORNAGEL, eene aanfpraak,<br />

waarin hij betuigde, dat hunne begeerte was,<br />

om de zaaken met den Magiftraat in goede<br />

harmonie te behandelen , en dat de nieuwe<br />

Gecommitteerden door den Magiftraat mogten<br />

erkend worden; waarop door de Prefidenten<br />

aangenoomen werd, hun verzoek in den Raad<br />

te brengen , om des Vrydags daarop te befluiten<br />

; waarna deeze nieuwe Gecommitteerden<br />

zich van het Stadhuis begaaven en fcheidden.<br />

Ondertusfchen baarde dit verfchynen var<br />

nieu<br />

1786.<br />

teerden der<br />

Gilden werpen<br />

zkliop.<br />

Dit hun vcrfcliynen<br />

op


318 BE.KNOPTE HISTORIE DER<br />

1786. nieuwe Gecommitteerden op het Stadhuis veel<br />

betSiadluiis opzien; dien zelfden avond werd Vergaade­<br />

baatc opzien<br />

en bcwco ring der Officieren van het Genootfchap tegen<br />

gingden<br />

3 November des morgens tegen 9 uuren<br />

belegd; en in deeze Vergadering werd beflooten,<br />

eene Verklaaring aan den Magiftraat en<br />

de Gezwoorene Gemeente over te geeven i<br />

waarin verzocht werd, het Collegie der oud»<br />

Gecommitteerden, wettig aangefteld en nim.<br />

met afgefchafr, te handhaaven, onder aanbod<br />

om den Magiftraat, met gced en bloed hierin<br />

behulpzaam te zyn ; waar van het gevolg was,<br />

dat de Magiftraat en Gezwoorene Gemeente<br />

dien zelfden morgen beflooten, het Collegie<br />

der oude Gecommitteerden in hunne byzoneere<br />

befcheiming te neemen. Des namiddags<br />

ten 2 uuren vergaderden de Sergeanten van<br />

het Genootfchap; in welke Vergadering een<br />

Commisfie uit de Officieren, beftaande in een<br />

Kapitein en een Luitenant , verfcheen , om<br />

hun kennis te geeven van de Verklaaring, die<br />

door de Officieren aan den Magiftraat was<br />

overgegeeven; in welke Verklaaring zy allen<br />

genoegen naamen , en die zy ook gewillig<br />

ivaren te onderteekenen : Ten 3 uuren vergaderden<br />

de Officieren voor de tweedemaal, en<br />

beflooten, eene tweede Verklaaring van gely.<br />

ven inhoud byna opteftellen , en dien zelfden<br />

ivond door het geheele Genootfchap te laaten<br />

1 Rekenen. Ingevolge daarvan werden alle de<br />

Compagniën tegen agt uuren elk in eene by,<br />

zon.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 319<br />

zondere plaats opgeroepen , en die Verklaaring<br />

werd door het grootfte gedeelte geteekend.<br />

Den volgenden dag , Zaturdag den 4<br />

November, 'smorgerts ten elf uuren, vergaderden<br />

de Officieren ten derdemaal, en toen<br />

werd beflooten, by alle de geenen, die geweigerd<br />

hadden, de gemelde Verklaaring te<br />

onderteekenen , de Wapenen, door een Officier<br />

en een Onderofficier meteen Corporaal,<br />

te doen afnaaien, en met de daad van hunnen<br />

dienst te ontflaan , het welk fpoedig uitgevoerd<br />

werd (*).<br />

Wanneer, op den 12 January, de Gezwoorene<br />

Gemeente vergaderd was, om eikanderen<br />

hunne aanmerkingen medetedeelen over de<br />

Aanmerkingen van den Magiftraat, omtrent<br />

het Concept-Reglement , ten einde die tot<br />

kennisfe van den Magiftraat te brengen , en<br />

dus in eene volgende Vergadering van Raad en<br />

Gemeente in orde gebragt en vervolgends gedrukt<br />

te worden; bragt de Heer ADAM PERS.<br />

SON een Verzoekfchrift in, aan hem, als<br />

Prefident van de Gezwoorene Gemeente,door<br />

eene Commisfie uit de nieuwe Gecommitteerden<br />

en Kcurnooten der Gilden overgegeeven ;<br />

waarin verzocht werdt, om alle raadpleegingen<br />

over het verbeeteren van het Reglement<br />

van Regeering optefchorten , tot dat zy hunne<br />

bezwaaren zouden ingeleeverd hebben. De<br />

Ge.<br />

(fj Hieuwt Nedirl. Jaarb. Decemb. 1786, Matte. 1630—1633.<br />

Verzoekfclirift<br />

van<br />

de nieuwe<br />

Gecommitteerdeningeleeverd.


I7H5-<br />

He: Verzoekgfgeilagen.<br />

Een nader<br />

Adres door<br />

dezelven ir.getievei<br />

d,<br />

met (teckel<br />

aandrang.<br />

320 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Gezwoorene Gemeente., dit Verzoekfchrift<br />

geleezen hebbende , befloot aanftonds, den<br />

Heer PERSSON te magtigen, om de Verzoekers<br />

, die hem het voorfz. gcfchrift ter hand<br />

gefteld hadden, aan zyn huis te ontbieden en<br />

hun aantezeggen , dat de Gezwoorene Gemeente<br />

hen niet als Gecommitteerden zou of<br />

wilde erkennen, de*\y! Hun Ed. de oude Gecommitteerden,<br />

als alleen wettig aangefteld in<br />

't Jaar 1785 , en nooit wettig afgezet , in<br />

hunne byzondere befcherming genoomen hadden;<br />

te gelyk verbiedende eenige nadere Ver»<br />

zoekfchriften of Adresfen, op naam der Gilden<br />

en Buigery in te geeven ; dat Hun Ed.<br />

vocrts verklaarden, te zullen voortvaaren met<br />

het nieuwe Concept Reglement, zoo fpoedig<br />

moogelyk, in orde te brengen, en dan de Burgery<br />

wederom opteroepen , ten einde een<br />

ieder zyne bezwaaren op dit tweede Ontworpen<br />

Reglement op 't nieuw konde opgeeven,<br />

om dan met meerderheid van alle ftemgerechtigden<br />

een nieuw Regeerings-Reglement in te<br />

voeren. Hier na fcheidde de Gezwoorene Gcïvcente.<br />

Den volgenden Maandag, den 15 January,<br />

des morgens ten tien uuren, waren Raad en<br />

Gemeente wederom vergaderd om het ontworpen<br />

Reglemenc geheel in orde te brengen, op<br />

dat bet konde gedrukt worden. In deeze Vergadering<br />

werd wederom , oraancezicn het<br />

voorige verbod , een Adres door üe nieuwe<br />

Ge-


ONLUSTEN'IN HÈT VADERLAND. 321<br />

Gecommitteerden ingeleeverd, in 't welke op<br />

het fterkfte werd aangedrongen , om in die<br />

hoedanigheid.erkend te worden. Waarop Raad<br />

én Gemeente beflooten, om, ftaande de Ver­<br />

gadering, de twee generaale Overlieden der<br />

Gilden te roepen, cm hunne Afte van magti»<br />

ging te toonen; aan een van welken door den<br />

Magiftraat gebooden werdt om op 't Stadhuis<br />

te blyven; terwyl de overige nieuwe Gecom­<br />

mitteerden , voor het grootfte gedeelte, ge^<br />

]yk mede de Luitenant BEK, de Kapitein<br />

SCHUTTERS en de Burgemeester PUTMAN*<br />

voorftanders derzelven, zich in het Koffiehuis<br />

van de Weduwe HAGMANS, naby het Stad­<br />

huis ftaande, bevonden. De Raad en Gemeen­<br />

te duchtende, dat zy door geweld zouden ge­<br />

dwongen worden om de nieuwe Gecommit-<br />

teerden te erkennen, beflooten omtrent twee<br />

uuren , het Genootfchap in de Wapenen te<br />

doen koomen, om de Acte van Qualificatie van<br />

het Gildehuis te doen haaien. Aanftonds wer­<br />

den Corporaals rond gezonden om het Volk in<br />

't geweer te doen koomen , zonder de Trom<br />

te roeren; fpoedig waren 'er over de 30 Le­<br />

den op de Stroomarkt in orde gefchaard, die<br />

naa het huis van den Colonel A. PERSOON ge­<br />

zonden werden, om de twee Veldftukken te<br />

geleiden, by welke de Kanonniers, die vroe.<br />

ger dan de overige Schutters orders bekoomen<br />

hadden om by der hand te zyn, reeds tegen-<br />

woordig waren: Ondertusfchen was ook hei<br />

X ge<br />

178&<br />

Hetbéliööl<br />

Fchap in d<br />

Wapenen<br />

geiöepsir*


522 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

1786. getal der Schutters, aangegroeid , en ten half<br />

drie uuren trok het gantfche Corps, dat toen<br />

al 150 mannen bedroeg, met de twee Veldltukken<br />

aan 't hoofd , naa het groote Kerkhof<br />

voor het Stadhuis, alwaar aan de Manfchap<br />

Het Gilde- kruid en lood werdt uitgedeeld. Vervolgendabuis<br />

bezet,<br />

gelyk ook werdt het Vrycorps, dat toen al tot 200 man­<br />

het Stailbuis.nen<br />

was aangegroeid, in twee Detachementen<br />

verdeeld, waarvan het eene, onder bevel van<br />

den Majoor BESIER, naa het Gildchuis gezonden<br />

werd met een Veldftuk, cn van een<br />

Stads Bode verzeld, om de Acfe van Qualificatie<br />

op te eisfchen; terwyl het andere'bevel<br />

kreeg om voor het Stadhuis te blyven , ten<br />

einde hetzelve voor overlast van het gemeene<br />

Volk , dat in groote menigte voor hetzelve<br />

vergaaderd was, te bewaaren; dit Detachement<br />

werdt gebooden door den Luitenant Co-<br />

ïïe A(Se vnn lonel BUDDE. Hef andere Detachement voor<br />

Qtialirieatie iet Gildehuis gekoomen zynde, werdt de Stads<br />

opgrëucht Bode aanftonds naa binnen gezonden om de<br />

maar gewei<br />

geid.<br />

^cle van Qualificatie opteëisfchen ; doch hy<br />

; creeg een weigerend antwoord : Toen de Bode<br />

net deeze tyding weder op het Stadhuis gecoomen<br />

was, werd 'er aanftonds weder order<br />

ïfgezonden aan den Majoor BES IE R, om-voor<br />

] iet Gildehuis te blyven posthouden; het Stad-<br />

j mis werd met zes Schildwachten bezet, die<br />

i lipte order hadden om niemand op of van het-<br />

:elve te laaten, dan Leden van Regeering en<br />

Itads Boden, ten zy op uitdrukkelyk bevel.-<br />

* In


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 323<br />

In deezen ftaat bleeven de zaaken tot 's avonds<br />

vyf uuren, wanneer men befpeurde, dat het<br />

gemeene Volk van den aanhang der nieuwe<br />

Gecommitteerden de Straaten begon optebree»<br />

ken en fteenen te raapen; waarop aanftonds<br />

eene patrouille, onder bevel van den Kapitein<br />

LEMKEK, uitgezonden werd; doch die, Ge<br />

ronde door de Stad gedaan hebbende, bericht<br />

te niets van belang ontmoet te hebben. Ten<br />

zes uitren kreeg het Detachement, dat voor<br />

het Gildehuis Rond , bevel om aftetrekken ,<br />

het welk aanftonds gefchiedde; doch op hun­<br />

nen terugtogt naa het groote Kerkhof, werden<br />

zy door een hoop gemeen Volk met een hagel­<br />

bui van fteenen begroet; waarvar, het Grenadier<br />

Pelotton het meest te lyden hadt, om dat dit nu<br />

het agterfte was, dewyl zy met verkeerd front<br />

aftrokken; waarom de Grenadier-Kapitein ,<br />

die den regter Vleugel van dat Pelotton gebood ,<br />

regtsom keert maakte en met geveld Geweer<br />

op den muitenden hoop introk; waardoor eeni­<br />

gen gekwetst werden en de hoep verftrooid;<br />

waarna zy, zich wederom by het Detachement<br />

gevoegd hebbende, by het andere Detache<br />

ment op het groote Kerkhof aankwamen, en<br />

voor de Latynfche School , die nu voor hei<br />

X 2 Wacht<br />

1786<br />

Het Detaa<br />

dierriem<br />

van 't GiU<br />

clehnis aftrekkende<br />

,<br />

wordt met<br />

fteenen ga»<br />

fineeten!<br />

zich met hetzelve vereenigden. Men formeer­<br />

Het Stad'<br />

de toen eene Wacht van ruim dertig Schutters huis blyft<br />

twee Officieren ,<br />

' niet een<br />

twee Sergeanten, een Ka ; fterke<br />

nonnier • Officier, een Bombardier en elf Ka<br />

Wactu bszet.<br />

nonniers; men plaatfte de twee Veldftukker


I786\<br />

Publicatie<br />

egen opoerigebetxcgiugen.<br />

324 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Wachthuis gebruikt werdt, en fcheidde ver*'<br />

volgends uit een. De Raad en Gemeente, die<br />

van 'smorgens tien uuren tot nu toe, zynde<br />

half zeven, vergaderd geweest was, fcheidde<br />

nu ook, en bepaalden hunne Vergadering op<br />

den volgenden dag tegen tien uuren des morgens;<br />

na dat zy de twee generaale Overlieden,<br />

die met Eede bevestigden niet te weeten<br />

, waar de Acte van Qualifkatie was , en<br />

beloofden op de eerfte aanmaaning weder op<br />

het Stadhuis te zullen verfchynen, vryheid gegeeven<br />

hadden om ook naa huis te gaan.<br />

Dien avond en des nachts gingen verfcheidene<br />

Ronden door de Stad, welke eenige gevangenen<br />

op de Poort bragten; maar die dea<br />

volgenden dag allen weder ontflagen werden,<br />

uitgezonderd een Soldaat, die verweezen werd<br />

om agt dagen op water en brood te zitten, en<br />

dan voor twee Jaaren uit de Stad gebannen<br />

werdt.<br />

De Raad en Gemeente, Dingsdag, den if5<br />

January dan weder vergaderd zynde , beraamde<br />

eene Publicatie tegen alle oproerige beweegingen<br />

; welke ten twaalf uuren van de puije<br />

van het Stadhuis werdt afgekondig ; terwyl de<br />

Schutters, die de Wacht betrekken moesten,<br />

in volle orde daar voor gefchaard ftonden. Dien<br />

zelfden dag werd zeker Vrouwsperfoon, dikke<br />

Tryn genaamd, door Schout en Suppoosten opgebragt,<br />

en na dat zy voor Prefidenten gehoord<br />

was , naa de Gevangen • Poort gezon.<br />

den:


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 325<br />

den : Zy werd befchuldigd, daags te vooren<br />

fteenen in haaren fchoot aangedraagen te hebben<br />

om op de Schutters van het Vry-Corps<br />

te werpen. De Vergadering van Raad en Gemeente<br />

fcheidden ten half drie uurèn des nademiddags,<br />

om den anderen dag 's morgen ten<br />

tien uuren weder te vergaderen.<br />

1780*.<br />

De nieuwe Gecommitteerden, inplaats van Oe nieuwe<br />

Gccoinmic<br />

door de weigering en tegenftand afgefchrikt teerden<br />

worden<br />

te worden, werden hoe langer hoe ftouter en<br />

ftouter en<br />

onbefcheidener; hunne verzoeken werden eisonbcfcheiuener.fchen, aangedrongen door bedreigingen, zoo<br />

dat de zaaken hier gantsch ernftig begonnen<br />

te worden. Zy leeverden een nieuw Adres<br />

in , waarin zy verzochten , dat het Genootfchap<br />

vernietigd wierde; en dat de Gilden gerustgefteld<br />

wierden omtrent de Roomschgezinden.<br />

Dit Verzoek werd Woensdag den 17<br />

in handen der Commisfie gefteld; en Donderdag<br />

den 18 werd by Raad en Gemeente daarop<br />

beflooten, het eerfte punt voorby te gaan ; en<br />

op het laatfte te antwoorden , ,, dat Raad en<br />

Gemeente de Gilden verzekerden, dat'er geen<br />

Roomschgezinden tegen den zin derzelven<br />

zouden ingedrongen worden; doch dit voldeed<br />

den nieuwen Gecommitteerden niet i" zy<br />

vervolgden hun opzet om de oude Gecommicteerden<br />

afgezet te krygeu en zich in derzelver<br />

plaats te dringen, en zulks op eene dwingende<br />

wyze met bedreigingen gepaard: Op<br />

Vrydag morgen» den 19 January, zonden %\<br />

X 3 aai<br />

I


1785.<br />

i<br />

j<br />

325 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

aan de oude Gecommitteerden eene fcherpe<br />

Injinuraie, waarmede zy, in naam van Gilden<br />

en Burgery, hun op het ernftigfle verboden,<br />

aanzeiden, en aankondigden, om zich te faa-<br />

men en afzonderlyk, met geene zaaken, hoe<br />

genaamd, en meer byzonder met geene onder­<br />

handelingen, conferentiën of beraadflaagingen<br />

te bemoeijen, over de Ontwerpen van Provin-<br />

tiaale of Stcdelyke verbeteringen in hetRegee.<br />

rings-Reglement, die in druk waren uitgekoo-<br />

men , en (zoo zy zeiden) by de Gilden en<br />

Burgery, zoo en in diervoegen als die lagen,<br />

waren afgekeurd ; noch met eenige zaaken ,<br />

hoe genaamd, Gilden en Burgery betreffende;<br />

alzoo Gilden en Burgery Henlieden te faamen,<br />

en ieder in het byzonder, hielden voor wettig<br />

verlaaten, en niemand, dan de Ondergetee-<br />

kende (nieuwe Gecommitteerden) voor Wet­<br />

tige Gecommitteerden te erkennen; met verdere<br />

verklaaring , dat Gilden en Burgery (zoo<br />

noemden zy die van hunnen aanhang , die<br />

verre het minfle getal uitmaakten) al het gee«<br />

ie federt, door hunlieden te faamen, of af-<br />

'.onderlyk, in naam van Gilden en Burgery<br />

iiogte verricht zyn, en ondenkelyk verder<br />

nogte verricht worden, voor nul, nietig en<br />

/an onwaarde houden ; en aüe fchade, hin-<br />

ler<br />

<<br />

en nadeel, welke zy daardoor mogten<br />

:unnen<br />

]<br />

meenen in hunne Rechten gelecden<br />

e<br />

t<br />

hebben, of nog mogten Jyden , op hunte<br />

perfoonen<br />

J<br />

en goederen gefaamentlyk of<br />

by-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 327<br />

byzonder te kunnen en te moogen vernaaien,<br />

op zodanige wettige wyze als zy gefchikt zullen<br />

achten.<br />

Van deeze Infinuatie werd door de oude Gecommitteerden<br />

by Requeste kennis gegeeven<br />

aan Raad en Gezwoorene Gemeente-<br />

Ten zelfden dage leeverden de pretenfe Onbefclieideueeis­<br />

nieuwe Gecommitteerden een Request in by fehen der<br />

nieuwe Ge<br />

Raad en Gemeente; het welk vier eisfehen coinniittéef'<br />

der..<br />

behelsde: 1.) Dat alle beraadflaagingen over<br />

de Ontwerpen, zoo van de Provintiaale verbeetering<br />

, in het fondamenteele Regeerings-<br />

Reglement van 1675, en in het byzonder, en<br />

vooral die over het Ontwerp van Regeerings-<br />

Reglement dier Stad, zoo by de Commisfie van<br />

Raad en Meente, als by Hun Ed. Achtb. en de<br />

Magiflraatsleden zeiven, geheel en al zouden<br />

ophouden ; en alle ontflag van Ecden , zoo<br />

over het Provintiaale als Stedelyke voorgekoomen<br />

, en by zoo verre onder de Meerderheid<br />

der Magiftraaisleden gefchied mogten<br />

zyn, op eene voldoende wyze tot genoege van<br />

Gilden en Burgery herReld , en by provifie<br />

alles in voorige kragt en viguur herReld wierde,<br />

enz. Dus verheften zich deeze nieuwe<br />

Gecommitteerden dan boven de Staaten zeiven<br />

, die ontflag van den Eed op het Reglement<br />

van 1675 verleend hadden ; gelyk wy<br />

hier voor gezien hebben.<br />

2.) De tweede eisch was: „ Dat Hun Ed.<br />

Achtb. Gilden en Burgery zouden helpen hand-<br />

X 4 haa-<br />

1786.


328 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

haaven en doen handhaaven, in hunne aloude<br />

onvervreemdbaare Rechten, en inzaagen in't<br />

gemeen, en byzonder in de Rechten en Voor­<br />

rechten der Gilden , om geene Roomschge-<br />

zinden en Vreemden , boven de inkoomende<br />

Mennonieten hier reeds by ufurpatie toegelaa-<br />

ten, tot het Burgerrecht en Gilden toegelaa-<br />

ten te zien, en hun daarvan ten fpoedigRea<br />

verzekering te verleenen (*).<br />

3. ) De derde: „ Dat Hun Ed. Achtb. geen<br />

Roomschgezinden , Mennonieten , Uitheem-<br />

fcben of 'Minderjaarigen , en in 'r. algemeen<br />

geene, volfrrekt onbevoegde Perfoonen, voor<br />

Rembevoegden, of flemgerechtigden over de<br />

Privilegi en en Voorrechten van Gilden en die<br />

aan het Burgerrecht verbonden zyn, zullen ge­<br />

lieven te erkennen, en daarvan aan Gilden en<br />

Burgery de verëischte fchriftelyke verzekering<br />

ten lpoedigften toeflaan.<br />

4. ) De vierde was; „ Dat Hun Ed. Achtb.<br />

by Hun Lichaam, en by Hun IVel Ed. Hoog<br />

Achtb. binnen korte dagen geliefden uittewer-<br />

ken, dat de oude Gecommitteerden, by Bur­<br />

gery en Gilden (van hunnen aanhang) verlaa.<br />

ten, voor wettig verlaaten mogten gehouden,<br />

en zy (nieuwe Gecommitteerden zoo zy zei­<br />

den) wettig aangefielde Gecommitteerden en<br />

i*.<br />

Z o<br />

° w s !<br />

Keur.<br />

m n bief, zoo vvd als in Brabandi, ooi;<br />

tic za.'U \an den Godsdienst in \ 1'pel te brengen, als of dq<br />

Ycrbceicijng van misbruiken voor denzelven fcliadclyk


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 329<br />

Keurnooten , voor wettig aangeftelde Gecommitteerden<br />

en Keurnooten van Gilden en Burgery<br />

befchouwd en behandeld mogten worden,<br />

met vernietiging, immers intrekking van alle,<br />

daar tegen ftrydende beflellingen en beiluiten.<br />

By deeze eisfchen werd in 't flot van 't Verzoekfchrift<br />

, (indien het dien naam draagen<br />

mogt,) eene bedreiging gevoegd; dat de Gilden<br />

en Burgery, indien dit hun Adres wederom<br />

als voorheen, het zy in een of ander opzigt,<br />

van de hand mogte geweezen worden,<br />

of dit met een verwylend ftilzwygen beantwoord,<br />

dan toevlugt zouden neemen tot die<br />

wegen en middelen, welke hun, tot bereiking<br />

van dit een en ander, nog overgebleeven waren<br />

, enz.<br />

Door dit ftout en onbefcheiden Adres, dat<br />

meer naar een oppermagtig bevel aan onderhoorigen<br />

, dan naar een Verzoekfchrift van<br />

Burgers aan hunne Overigheid geleek , verbaasde<br />

fommige Leden van Raad en Gemeente<br />

zodanig, dat zy overhelden om hunne Posten<br />

neder te leggen; doch men befloot, eerst te<br />

zien, welk Rapport de Commisfie, aan welke<br />

het Request in handen gefield was , daarop<br />

zoude uitbrengen. Toen dit voorneemen der<br />

Regeering bekend werd, Relden de gewapende<br />

Burgers aanRonds pooging in 't werk, om<br />

de bevreesde Leden van Raad en Gemeente<br />

eenen riem onder het hart te Reeken, en leiden,<br />

dien zelfden namiddag, in de Burger-<br />

X 5 So-<br />

1786.<br />

Sommige<br />

Regen ren<br />

daar doorverbaasd.


1786.<br />

330 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Sociëteit een Verzoekfchrift ter teekening;<br />

waarin zy te kennen gaven , dat zy , uit aanmeiking<br />

van den hachlyken en verwarden toeftand<br />

der Stad, zich verpligt vonden, om de<br />

Magiftraat en Gezwoorene Gemeente tot alle hartelyke<br />

Befluiten aantemoedigen ; als ook om de<br />

vry willige Burger-Militie onder de Wapenen<br />

te houden , ten einde de beraadflaagingen ,<br />

welke door Raad en Gemeente genoomen waren<br />

, of nog te neemen, om het fchadelyk en<br />

drukkend Regeerings-Reglement te vernietigen<br />

; de rust en veiligheid in de Stad, welke<br />

door een oproerigen hoop fcheen te zullen<br />

verbrooken worden, te. herftellen en te be«<br />

vestigen, met alle kragtige middelen, ja des<br />

noods , met lyf en goed, te zullen helpen<br />

handhaaven; om zoo, onder Gods zegen, de<br />

rust cn veiligheid volkoomen te herftellen, en<br />

by de eerfte oproerige beweegingen, als mannen<br />

van eere, met de Wapenen voor het Raadhuis<br />

cordaat te verfchynen.<br />

' Worden Dit Adres werd dien zelfden avond en den<br />

«loor dc Gewapende<br />

volgenden morgen door het gantfche gewapen­<br />

Burgers bede Genootfchap geteekend, en des Saturdags,<br />

moedigd.<br />

den 20 January, namiddag ten twee uuren<br />

door-zes Burger-Officieren aan den Raaden<br />

Gezwoorene Gemeente tot dat einde vergaderd,<br />

ingeleeverd. Gelyk ook nog een ander<br />

voor die geenen, die niet inftaat waren, of<br />

het niet geoorloofd achtten, de Wapenen te<br />

voeren; waarby zy verklaarden, de Burger-<br />

Of-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 331<br />

Officieren verzocht en gemagtigd te hebben,<br />

om mede uit hunnen naam de Regeering der<br />

Stad te verzoeken, om het bellier, dat haar<br />

aanbetrouwd was, geduurende den wettigen<br />

tyd, te willen agtervolgen, de lust, veiligheid<br />

en goede orde door alle moogelyke en<br />

gepaste middelen te onderhouden, en het be^st<br />

en de belangen deezer Stad en Provintie met<br />

alie vermoogen te bevorderen en te bewerken.<br />

— Beloovende de Hooge Regeering in<br />

al het geen voorfz., naar hun uiterRe en beste<br />

vermoogen, getrouwelyk te zullen helpen en<br />

byflaan , enz. Eenige der Predikanten van de<br />

Stad zelfs gordden de Wapenen aan en trokken<br />

ter Wacht, om zich tegen den oproerigen<br />

hoop te verzetten en de rust te helpen bewaaren.<br />

Ondertusfchen hadt de Commisfie, aan welke<br />

het Request der nieuwe Gecommitteerden ter<br />

handgefteld was, een provifioneel Rapport uit»<br />

gebragt,. het welk hoofdzaakelyk behelsde :<br />

Dat de Commisfie heeft moeten befluiten, dat<br />

de Regcering, uit overtuiging dat de inhoud<br />

van 't Request, fchoon onder bedekte uitdrukkingen,<br />

voornaamelyk bedoelde, om de Oranje<br />

Party binnen de Stad weder op den troon te<br />

brengen , genoeg betoond hadt, ongeneegen<br />

te zyn, aan verzoeken te voldoen , die duide-<br />

Iyk ftrekten om den nadeeligen Stadhouderlyken<br />

invloed te behouden, en die Stad en Provintie<br />

onder het Oranje-Juk te brengen; en<br />

'dat<br />

1786".<br />

Pro\ifioneel<br />

Rapport op<br />

liet Adres<br />

der nieuwe<br />

Gecommitteerden.


1786.<br />

Waarmede<br />

Raad en Ge-<br />

332 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

dat een groot getal Regenten zelfs verklaard<br />

hadt, liever op het oogenblik het Stadhuis en<br />

hunne Posten te willen verlaaten, en zich zelfs<br />

met der woon naa elders te begeeven , dan<br />

daaraan toegeevcn , en onder eene Burgery,<br />

die toont hun te wantrouwen, en aan de oprokkening<br />

van een Oranje - Cabaal gehoor te<br />

geeven, te blyven woonen; nogthans waren<br />

'er ook, die oordeelden, zulks niet te moeten<br />

doen, voor dat zy daartoe, ingevolge de be.<br />

dreigingen, in het Request duideiyk opgeflooten,<br />

door overmagt van geweld, genoodzaakt<br />

wierden. Weshalven de Commisfie van gedachte<br />

was, dat Raad en Gemeente maar de<br />

noodige order moest ftellen, om de rust en<br />

veiligheid in de Stad te bewaaren; waartoe onder<br />

andereu zoude dienen, te bepaalen , dat<br />

alle fchade, die een iegelyk, binnen de Stad<br />

woonachtig , door openbaar geweld mogt lyden,<br />

uit Stads Kas zou vergoed worden.<br />

Voorts vertrouwden Gecommitteerden , in<br />

hun uittebrengen finaal Rapport, binnen weinigen<br />

dagen, aan Raad-en Gemeente te zullen<br />

toonen, dat de Requestranten door den Infteller<br />

van het Request elendig misleid waren ;<br />

dat men hen tegen hunne eigen oogmerken<br />

heeft doen aanwerken; en dat 'er dus hope<br />

was, dat zy van hunne dwaaling zouden terugkoomen;<br />

ten welken einde de Commisfie het<br />

Request ook daadelyk hadt doen drukken.<br />

Raad en Gemeente vereenigden zich met dit<br />

Rap-


ONLUSTEN i * HET VADERLAND 333<br />

Rapport, en gaven een antwoord uit op het<br />

Adres der gewapende Burgers; waarin zy hun<br />

genoegen betuigden , over den cordaaten yver<br />

van de goede Burgeren en Ingezeetenen, die<br />

zich op dien dag aan hun geaddresfeerd hadden;<br />

te gelyk betuigende, bereid te zyn, om<br />

van hunnen kant , zoo lang moogelyk, alles<br />

toetebrengen , wat (trekken kon om de noodige<br />

verbeetering in de Regeeringswyze tc<br />

wege te brengen, en ondertusfchen de rust en<br />

veiligheid in de Stad te bewaaren ; dat zy ook<br />

beflooten hadden, dat voor alle die geenen,<br />

welke ter gelegenheid van die beveiliging mogten<br />

verminkt, gekwetst of gedood worden,<br />

als mede voor de Weduwen of Weezen van<br />

Stads wegen zoude gezorgd worden. Eindelyk<br />

werd de Commisfie van 't Defenfiewezen<br />

gemagtigd om , overeenkomftig de bovengemelde<br />

Befluiten , de noodige voorziening te<br />

doen (*).<br />

Op het bovengemelde Adres der nieuwe Gecommitteerden<br />

, dat vier onbefcheidene eis«<br />

fchen behelsde, werdt op den 3 February een<br />

hartelyk Befluit by~Raad en Gemeente genoomen<br />

; by het welke Hun Ed. Achtb. vcrftonden<br />

, dat hetzelve Adres, als behelzende verzoeken<br />

, die regtftreeks tegen de uitdrukkelyke<br />

begeerte van. verre het aanzienlykfte gedeelte<br />

der Burgery aanliepen , alle beantwoording<br />

£*; Nlietfe Nederl. Jaarb. January ir/2?. bladz, T46 —159.<br />

meente zicis<br />

vereenigcu.<br />

Harrelyt<br />

Eefluit van<br />

Raad ea<br />

Gemecite<br />

op het<br />

Addres der'<br />

Nieuwe Gecommitteerden.


3786.<br />

334 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

ding van de zyde der Regcering onwaardig<br />

wa«, en eerder derzelver hoogfte verontwaardiging<br />

verdiende; en voorts goedgevonden aan<br />

bovengemelde Perfoonen te kennen te geeven,<br />

dat Raad en Gemeente, inhereerende de gronden<br />

van het Antwoord op voorig Addres afgegeeven,<br />

thans voor de laatftemaal ernftig aan<br />

dezelven aanbeveelen en gelasten, zich van<br />

het ontvangen deezes af, fliptelyk te onthouden<br />

van zich, op eenigerhande wyze, als Gecommitteerden<br />

en Keurnoten van Gilden en<br />

Burgery te gedraagen, en Gilden of andere<br />

Collegiën, in die hoedanigheid by een te roepen;<br />

op flraffe, dat ieder van dezelven, die<br />

bevonden zou worden hier tegen gedaan te<br />

hebben, aanftonds van zyn Burger-Recht zal<br />

verklaard worden verftooken te zyn; en daarenboven<br />

, alzoo Raad en Gemeente als dan<br />

geene reden meer zouden hebben, om hen<br />

eenigermaate als doer den Infteller van hun<br />

Addres verleide Perfoonen aan te merken, dat<br />

zy lieden verantwoordelyk zouden zyn voor<br />

alle onrustige beweegingen, en de gevolgen<br />

van dezelven, welken door hun lieder toedoen<br />

binnen de Stad zouden ontftaan; waar over zy<br />

dan, naar omftandigheid van zaaken, en naar<br />

dat ieder van hun daar toe meer of minder zou<br />

bevonden worden , toegebiagt te hebben ,<br />

zonder verdere oogluiking, zodanig zouden<br />

geftraft worden, als naar rechten en tot handhaaving<br />

van de openbaare rust en veiligheid<br />

ZQU


ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 335<br />

zou bevonden worden te behooren. En werd<br />

hier van Extract aan ieder van de voornoemde<br />

Perfoonen (die het Adres onderteekend had*<br />

den) toegezonden, om zich daar naar te ge­<br />

draagen (*).<br />

Dit Befluit hadt zyne uitwerking; men is<br />

voortgegaan met het in orde brengen van het<br />

nieuwe Regeerings-Reglement; en op den 23<br />

February, den gewoonen Keurdag, is door de<br />

Gezwoorene Gemeente zelve de plaats van<br />

een Medelid, door den dood van den Heer<br />

J O O S T J O R D E N S opengevallen, onverhinderd<br />

vervuld met den Perfoon van den Heer<br />

G E R A R D S C H I M M E E P E N N I N K de Jonge.<br />

Vervolgends werden door dezelven, in plaats<br />

van de afgaande Burgemeesters, nieuwe Burgemeesters<br />

verkooren (f), alles buiten invloed<br />

van den Stadhouder.<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1787. bladz. 579—5S1.<br />

(D Ibid. Maart 1787. bladz. 581.<br />

Einde van het derde Deel.<br />

178(5-<br />

Gevolg<br />

daar vart.


B E K N O P T E<br />

M X S T O JR X JE<br />

D E R<br />

O N L U S T E N<br />

I N D E<br />

l E D E i L A I D E I ,<br />

SEDERT DE ONDERHANDELINGEN OVER DE<br />

GEWAPENDE NEUTRALITEIT IN 1780.<br />

TOT OP DEEZEN TYD.<br />

ÜIT ECHTE STUKKEN BYEEN GESTELD.<br />

f<br />

M E T P L A A T E N .<br />

V I E R D E D E E L .<br />

I N B R A B A N T J .


VADERLANDSCHE VRIENDEN!<br />

Ook in deeze bladen hebbe ik die onzydyj.eü<br />

trachten te bewaaren, maar ook tevens die liefde<br />

tot het Land onzer geboorte doen door(Iraaien,<br />

".vellen beiden gy aan de reeds uitgegeevem deelen<br />

deezes Werks zoo ruimfchoots hebt toegekend.<br />

Het hier verhaalde, Land- en Lotgenoot en!<br />

raakt ook u van zeer naêrby. Gy vindt daarin<br />

eenen fpiegel opgehangen van de rampen, die den Va-<br />

tderlyken eigen-grond getroffen, — van de verdeeld-<br />

lieden , die het hart der Ingeztetenen verfcheurd 9<br />

êeezen van eikair vervreemd hebben, en, ongeluk-<br />

* a Jtigt


. C i )<br />

hg! nog af herig blyven houden; in één woord ƒ<br />

gy ziet u zeiven, uwe tydgenootcn, en beider on-<br />

derfcheidene bedryven. Eene en anderen eisfehen<br />

ten eenigen tyde uwen aandacht.<br />

Mooge de Uyde dag eerlang aanbreèken, dat Ne-<br />

derland alle deszelfs Burgeren in zynen omtrek<br />

gelukkig zie; ~ dat het recht der menschheid den<br />

mensch her ge even, en de olyfder Fr ede aVómme over<br />

den wyden aardbodem geplukt worde!<br />

AAN WYZING DER PLAATEN.<br />

Plaat I. Slag aan de Vaart. pag.<br />

<strong>II</strong>. Pourtret van Mr. c. G. VIS-<br />

SCHER. . . p 9<<br />

• <strong>II</strong>I. Pourtret van VAN RER VEERK. ioo.<br />

• IV. Ruïne van het geplunderde<br />

huis van Dr. STEVENINK. 135,


B E K N O P T E<br />

M X S T O M X JE<br />

D E R<br />

O N L U S T E N<br />

I N H É T<br />

V A Ö Ë t L A I l ) ,<br />

E E R S T E H O O F D S T U K .<br />

Behelzende de Gebeurtenisfen van het begin des<br />

Jaars 1787. tot aan het Gevecht, tusfehen<br />

een Detachement Soldaaten van V A N E F-<br />

F E R E N , en eenige O T R E C H T S C H E<br />

Burgers, by V R E E S W Y K , (gezegd<br />

D E V A A R 1.)<br />

Niet dan niet de groende aandoeningen innig<br />

medelyden over en met myn gefolterd<br />

Vaderland, hervat ik thans den draad der Gebeurtenisfen,<br />

die elk rechtaartig Nederlander,<br />

by de herdenking, het hart van fpyt moeten<br />

doen bloeden. By voorgaande gelegenheden<br />

hebben wy gezien, dat de Onlusten al veel<br />

ontitaan zyn uit de zucht en yver tot herftel<br />

van iagefloopeue misbruiken , to; inroeping<br />

A vast<br />

1787,


?7 S<br />

7*<br />

t BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

van oude Rechten, en verdonkerde of vet<br />

waarloosde Voorrechten, zoo wel in de kleine<br />

, als in de groote Steden. En dewyl hieromtrent<br />

doorgaands verfchil was van gevoelens<br />

tusfehen de Regenten onder eikanderen, of<br />

tusfehen de Regenten en Burgers, of ook wel<br />

tusfehen de eenen en anderen, of tusfehen<br />

die allen en de hooger Regeerders; zoo ontftonden<br />

daar uit onëenigheden, twisten, vyandfehappen,<br />

die fomtyds zeer hoog liepen»<br />

Aanftonds met het begin van dit jaar, zag men<br />

daar van een voorbeeld in de Hollandfchs Stad<br />

Heusden, waarvan ik hier kortelyk het verhaal<br />

zal doen»<br />

Geconftitu­<br />

Een groot getal Burgers en Ingezeetenen<br />

ëerden di.r<br />

tóurgery te der ftad Heusden, hadden op den 26 July era<br />

Heusdsn ,<br />

roepen de­ 4 September 1786. zes Geconftituëerden uif<br />

zelve byeen»<br />

hun midden by Natariale Acïe aangefteld; deezen<br />

vergaaderden alle hunne Aanftellers op den<br />

2 January 1787. in de groote Kerk by een, en<br />

vraagden hun, of zy begeerden, dat de Regeering<br />

der Stad , volgends het oude Voorrecht,<br />

en naar het Magifiraats-Befluit, dat op<br />

den 27 December 1783- daaromtrent reeds genoomen<br />

was, op dien dag zou veranderd, ea<br />

ra die verandering een vast Reglement beraamd<br />

worden, waar door het oude Graaflyke Voorrecht<br />

zou vernietigd, de aanfteliing der Regenten<br />

aan de Burgery gebragt, en de oprechting<br />

van een Collegie van Gecommitteerden<br />

bit de Burgery ingevoerd worden ? Dit werd<br />

net


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 3<br />

met ja beantwoord. Daarna verzochten Geconftituëerden<br />

Vergaadering van den Magiftraat,<br />

Schout en Schepenen, tegen den volgenden<br />

dag; het welk toegedaan zynde, fcheidden<br />

de vergaaderde Burgers. Toen nu den<br />

volgenden dag de Magiftraat vergaaderd was,<br />

verfcheenen de Geconftituëerden in de Vergaadering,<br />

en gaven aan den Magiftraat kennis<br />

van het voorneemen der Burgery, verzochten<br />

de goedkeuring van den Magiftraat, en magtiging<br />

om tot dat einde alles voor te bereiden j<br />

byzonderlyk om alle de Burgers en Ingezeetenen<br />

by openbaare trommelftag te moogen oproepen<br />

tegen den 6& January. Dit werd ook<br />

aanftonds toegeftaan. Vervolgends verfcheenen<br />

de Geconftituëerden in de Vergaadering<br />

van Schouten Schepenen, en verzochten, dat<br />

dit Collegie een Nominatie zoude maaken van<br />

zeven Perfoonen, om dezelven, volgends het<br />

oude gebruik, aan den Drosfaart over te geeven,<br />

ten einde hy twee Perfoonen daar van<br />

zoude uitfchrappen, om die plaatfen met twee<br />

Oud-Schepenen aan te vullen; op dat de vyf<br />

overgebleevene Perfoonen, op de Nominatie<br />

gefteld, met de twee Oud-Schepenen, daar<br />

by gevoegd, door den Scheut beëedigd en ingehuldigd<br />

zouden worden. Dit verzoek werd<br />

insgelyks aanftonds ingewilligd,dewyl 'ermaar<br />

een van de Regenten, welke zich altijd tegen<br />

die onderneeming verzet hadden, in die Vergaadering<br />

tegenwoordig was.<br />

A 2 Op<br />

1787.


17-87.<br />

Doen lófi»<br />

nuatiën aan<br />

tien Subtil,<br />

tuut Dros.<br />

faart.<br />

De Subftï.<br />

mui. doer.<br />

eene Tegen,<br />

lnfinuacie.<br />

4 BEKNOPTE HISTÓRÏE DES<br />

Op dien zelfden dag deeden de GeconftitcK<br />

eerden ook, wegens de afwezigheid van den<br />

Drosfaart en Schout, zynen Stedehouder j. A.<br />

OER LACH, door twee Gerechts-Boden met<br />

twee onderfcheidene aanduidingen opeisfehen,<br />

om op den 6 January des voormiddags ten half<br />

elf uuren op het Stadhuis te verfchynen , ten<br />

einde, als Drosfaart de voorgemelde uitfehrap»<br />

ping van twee der zeven benoemde Perfoonen<br />

te doen, en derzelver plaatfen met twee Oud-<br />

Schepenen aan te vullen; en als Schout de zeven<br />

nieuwe Schepenen te beëedigen, met bepaaling<br />

nogthans, dat hy de twee Oud-Sche­<br />

penen, ABRAHAM VAN BAAK en JAN<br />

LODEWYK NOLLET, (als welke om hunnen<br />

verfoeijelyken tegen/land [zoo als zy zeiden}<br />

tegen het ingeroepen Voorrecht, door de Burgery<br />

niet langer vbor haare wettige Vertegenwoordigers<br />

zouden erkend worden) niet mogt<br />

verkiezen, in plaats van de twee uit te fchrappene<br />

perfoonen; en met verklaaring, dat hy, indien<br />

op den geflelden tyd op het Stadhuis niet verfcheen,<br />

zou gehouden worden onwillig te zyn,<br />

om aan de voorzeide Opëisfching te voldoen.<br />

De Stedehouder deed den volgenden dag,<br />

den 4 January eene Tegen • Aanduiding aan<br />

Heeren Schepenen en aan de Geconftituëerden<br />

, waar door hy zyne weigering te kennengaf,<br />

en tegen al het voorige verrichte protefleerde;<br />

voorgeevende, dat hy hetzelve aanmerkte,<br />

als een aanval tegen het gezag van<br />

de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. $<br />

de Souvraine Vertegenwoordigers deezer Pro»<br />

vihtie. Doch de Geconftituëerden werden hier<br />

door geenzins afgefchrikt: Zy deeden»op den<br />

5 January, alle de Burgers en Ingezeetenen,<br />

by openbaaren Trommelflag in alle de Wyken<br />

der Stad, door eenen Gerechts-Bode en op<br />

.magtiging van den Magiftraat, oproepen tegen<br />

den 6 January des morgens ten elf uuren , met<br />

uitdrukkelyke verklaaring, dat die geenen,<br />

welken op dien tyd niet verfcheenen, zouden<br />

gehouden worden toe te Memmen in alles, wat<br />

als dan door de vergaaderde Burgers zou beflooten<br />

en gedaan worden.<br />

1787.<br />

Op dien plechtigen Dag dan, die voor de Toeftel tot<br />

de verandc-<br />

Heusdenfche Burgers altoos gedenkwaardig zouring van<br />

Regenten.<br />

de zyn, wegens de groote zaak, die daarop<br />

zoude verricht worden, werd het Stadhuis al<br />

vroeg in den morgenftond, op bevel van den<br />

Magiftraat, bezet met eene Wacht van 24 gewapende<br />

Burgers met een Officier aan hun<br />

hoofd; en ten negen uuren werdt door het luijen<br />

van alle de klokken der Stad , geduurende een<br />

half uur, deeze buitengewoone gebeurtenis<br />

aangekondigd. Geduurende een volgend half<br />

Uur werd op de klokken gefpeeld, en daarop<br />

volgde weder een half uur luijens van alle de<br />

klokken. Ten half elf uuren, toen het luijen<br />

der klokken ophield, werd nog eens door alle<br />

de Tamboers de vergaadering geflaagen, waar<br />

na de zes Geconftituëerden op het uitftek van<br />

bet Stadhuis, verfcheenen met den Secretaris<br />

A 3 der


1787.<br />

Verklaring<br />

ran de Burgersvoorgeleezcrr.<br />

6 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

der Stad: Zy vraagden nogmaals aan de faa:<br />

mengekoomene opgeroepene Burgers, of het<br />

Hunlieder voorneemen bleef, om op deezen<br />

dag met de verandering van de Regcering voort<br />

te gaan? Dit werd met ja beantwoord ,en toen<br />

deeden de Geconftituëerden door eenen van<br />

hun eene Verklaaring aan de vergaaderde Burgers<br />

voorleezen, met weke Verkiaaring alle*<br />

de oude Regenten door de Burgery ontflaagen<br />

werden uit den Eed, dien zy in 't Jaar 1783.<br />

gedaan hadden. De Heeren Dr. F. F. LEE­<br />

MANS, F. RANT, G. DE KOCK, D. PAPET,<br />

J. A. RIETVELDT en C W. PROBSTING,<br />

werden bedankt, voor dat zy door hunne medewerking<br />

tot het bovengemelde Befluit van<br />

den 27 December 1785., ia het Ontwerp hadden<br />

toegeftemd; daarentegen werd de hoogfte<br />

verontwaardiging betuigd voor de Heeren<br />

ADAM RAÜWS, JAN LODEWYK NOLLET<br />

en ABRAHAM VAN BAAK, om dat zy zich<br />

door hunne Nota's en Protesten tegen dat Beduit<br />

van den Magiftraat verzet hadden; om<br />

welke reden zy nu ook verklaard werden, hunje<br />

Posten als Oud-Raaden verbeurd te héb-<br />

Den , en hun verbooden werd, zich ooit die<br />

j ïoedanigheid aan te neemen, en voorts ver»<br />

daard, dat zy voortaan nimmer tot Raaden,<br />

jf eenige Stadsbediening verkiesbaar zouden<br />

1<br />

tyn. Deeze Verkiaaring werd. door de Burjers<br />

wederom met ja beantwoord met luider<br />

I<br />

lemme, zy werd aan den Secretaris overge-<br />

i<br />

gee-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. * i<br />

geeven, om in den naam der Burgery in hel ;<br />

Register der Handelingen van den Magiftraai<br />

ingefchreeven, en een echt Affchrift daar vat<br />

aan de gemelde Heeren gegeeven te worden<br />

het welke de Secretaris aannam en beloofde.<br />

1787-<br />

, Verkiezing<br />

Hier na werd de bovengemelde Tegen-Aan van Schepe­<br />

duiding van den Stedehouder ! j. A. GERLACH, nen door<br />

het Volls<br />

:<br />

aan het Volk voorgeleezen; doch alzoo he zelve.<br />

Volk, des onaangezien, by zyn voorneemei<br />

bleef; zoo werd de Drosfaart en Schout doo: I<br />

een Gerechts - Bode nog driemaal opgeroepen<br />

doch hy verfcheen niet, en toon verrichtti i<br />

het Volk zelve, dat de Drosfaart ten tyde de r<br />

Graven, gewoon was te doen; te weeten twei<br />

van de zeven benoemde Schepenen op de No<br />

minatie door te fchrappen, en derzelver plaat S<br />

met twee Oud-Schepenen aan te vullen. D<br />

verkoozene Heeren Schepenen werden ver<br />

volgends door eene Commisfie uit de Gecon<br />

ftituëerdendoor twee Stadsboden voorgegaan<br />

s<br />

op het Stadhuis verzocht en geleid, en doo<br />

de Geconftituëerden, als door 't Volk daarto r<br />

gemagtigd, in den Eed genoomen en ingehul<br />

digd. Daarna werden zy verzocht om drie Bur<br />

gemeesters te verkiezen; dit deeden zy, d<br />

verkoorene Burgemeesteren werden aan't Vol |<br />

voorgefteld, het welk zyne goedkeuring daa r<br />

over niet een uitroep van Hoezee! te kenne a<br />

!»<br />

gaf; en deeze nieuwverkoorene Burgemeesti<br />

ïen weiden op dezelfde wyze door de Gecoi M<br />

A 4<br />

i*


ï78 7.<br />

Na deeze plechtige verrichtingen werd aan<br />

glement vat<br />

Rcgeeiing het Volk door de Geconftituëerden een Regle­<br />

11/gCkOclii.<br />

ment voorgeleezen, het welk reeds eenigerj<br />

tyd op eene aangeweezene plaats voor de Burgery<br />

ter leezing-en onderzoeking had voorge.<br />

leegen. Door dit Reglement werd het Privilegie,<br />

omtrent de Jaarlykfche verkiezing der<br />

Regenten vernietigd, derzelver aanfteliing aan<br />

de Burgery gebragt, en een Collegie van negen<br />

bevoegde Gecommitteerden uit de Burgery<br />

ingevoerd. Vervolgends werd het Reglement<br />

door de vergaaderde Burgery goedgekeurd en<br />

door de Geconftituëerden in den Raad gebragt;<br />

de Raad keurde het eenpaarig goed , begaf<br />

zich met den Secretaris en de Geconflituëerden<br />

weder op het Uitftek van het Stadhuis, en<br />

bezwoeren hetzelve gefaarnentlyk in de tegenwoordigheid<br />

van het gantfche Volk. Vervolgends<br />

verkoos de Burgery uit haar midden negen<br />

Gecommitteerden, die aan den Raad waren<br />

voorgefteld, en voor deeze reis den Eed<br />

in handen der Burgemeesteren afleiden; terwyl<br />

de vergaaderde menigte zulks met een Hoezee!<br />

toejuichte.<br />

Eerfte verrichting<br />

der<br />

Gecommitteerden<br />

uit<br />

de Burgery.<br />

3 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ftituëerden opgehaald, beëedigd en ingehul­<br />

digd, als met de Schepenen gefchied was.<br />

De Gecommitteerden, nu aangefteld en be.<br />

eedigd zynde, begonnen aanftonds hunne bediening<br />

met een Voorftel aan de Burgery te<br />

doen, en deeze befloot 'er toe, om van den<br />

iaad te begeeren, dat dezelve het recht van


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, p<br />

Zitting en Stem in.de Vergaadering der Staaten<br />

deezer Provintie, voor deeze Stad, zoude inroepen,<br />

en als van ouds de plaats deezer Stad<br />

in die Vergaadering weder inneemen. Deeze<br />

begeerte der Burgery werdt in den Raad gebragt<br />

, door denzelven eenpaarig daartoe beflooten,<br />

en van dit Befluit aanflonds aan 't Volk<br />

kennis gegeeven; en daarby gevoegd, dat de<br />

Raad te gelyk beflooten hadt, om den volgenden<br />

dag, in de openbaare Kerken der Stad, God<br />

openlyk te danken voor de gebeurtenis van<br />

deezen dag, en te gelyk te fmeeken , dat deeze<br />

Stad en Eurgery in alle opzichten Gods zegen<br />

en gunftige befcherming over deeze daaden<br />

mogten blyven ondervinden: Dat voorts de<br />

Predikanten, door een Befluit van den Magiftraat<br />

zouden gelast worden, om voortaan, in<br />

hunne openbaare Gebeden, aanftonds na de<br />

Regeering der Stad, ook aan het Collegie der<br />

Gecommitteerden uit de Burgery te gedenken :<br />

Dit alles verricht zynde, werdt de Burgery<br />

door Gecommitteerden geluk gewenscht over<br />

den uitflag haarer poogingen, de gewapende<br />

Schutters voor hunnen byftand bedankt , en<br />

elk keerde weder naa zyn huis, ten drie uuren<br />

pa den middag; terwyl de klokken een geheel<br />

uur luiden, en het klokkengefpel daarna, geduurende<br />

nog een half uur, deeze plechtigheid<br />

befloot.<br />

Openbaare<br />

Ingevolge van het voorgemelde Befluit des<br />

Dankzeg­<br />

Magiftraats, werdt op den 7de January open- ging in ds<br />

A 5 baa-


1*7^7-<br />

Kerken over<br />

fcet gebeurde.<br />

Be >Jagiftraat<br />

geeft<br />

van alles<br />

Kennis aan<br />


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, u<br />

Ridderfchap, uirgenoomen de Ridder 'WASSE­<br />

NAAR van Starrenburg oordeelde, dat deeze<br />

Route Rap niet anders kon aangemerkt worden,<br />

dan als een crimen leefas Majefiatis, eenq<br />

misdaad van gekwetfte Hoogheid. De Gedeputeerden<br />

van Leyden voegden zich by dit<br />

Advies ; doch verfcheidene Leden der Vroedfchap<br />

van Leyden waren daar over teonvreden,<br />

waarom zy naderhand ook van hetzelve moesten<br />

afzien. De Gedeputeerden van Dordredu<br />

beweerden, dat de opfchorting in 1783. alleenlyk<br />

verleend was tegen het niet verkiezen<br />

van eenen nieuwen MagiRraat, uit de overgeleverde<br />

Nominatie aan Zyne Hoogheid; maai<br />

dat de Regenten niet in hunne Posten door de<br />

Staaten waren bevestigd- De Gedeputeerden<br />

van Gorinchem verklaarden, in naam van hunne<br />

Principaalcn, te vertrouwen, dat alle de Leden<br />

van Hun Edel Groot Moogende met hun<br />

zouden infleromen, dat deeze flap ten uiterfte<br />

beleedigend was, voor Hun Edel Groot Moogende,<br />

en deeden dien volgends een Voorflel:<br />

Dat van wegen Hun Edel Groot Moogende<br />

de zoo genaamde Regeering van Heusden wierde<br />

aangefchreeven, om, hangende de beraadflaagingen<br />

van Hun Edel Groot Moogende over<br />

de verfchillen, aldaar ontflaan, niets te onderneemen,<br />

waar door de zaaken eenigzins<br />

buiten haar geheel zouden geraaken, het zy<br />

door het Rellen van den Drosfaart buiten zyne<br />

bsdieninge, of door eenige andere Rappen,<br />

n<br />

Voordel<br />

v.ni Gori;<br />

clum.


i»,anfchry •<br />

vifs aan<br />

eenige Hee.<br />

Ten om<br />

Berieht.<br />

Bericht van<br />

den M.ngi«<br />

Sraat.<br />

ia BEKNOPTE HISTORIE DEH<br />

op flraffe van Hun Edel Groot Moogende hoogtfe<br />

verontwaardiging, en dat Hun Edel Groot<br />

Moogende daar tegen daadelyk zouden voorzien;<br />

mitsgaders aan te dringen dat het Befoigne,<br />

ingevolge het Commisforiaal Befluit<br />

van Hun Edel Groot Moogende van den i r.<br />

dcrzelfde maand, op den Brief van den Drosfaart<br />

derzelve Stad, betreffende de aanfchryving,<br />

by hem wegens de pretenfe Magiftraat<br />

der Stad Heusden gevallen , ten fpoedigften<br />

Wierde gehouden." De Steden Dordrecht,<br />

Haarlem* Amjlerdam en Alkmaar verwierpen<br />

het Advies van de Ridderfchap en Leyden, en<br />

de Brief der Heus denaar en, benevens de klagten<br />

van den Drosfaart, en van de Schepenen<br />

KOLLET en VAN BAAK, die hunne bezwaa.<br />

ren aan de Staaten gezonden hadden, werden<br />

Commisforiaal gemaakt , en alle die Rukken<br />

aan de Heeren G. DE KOCK, D. PA PET, J,<br />

A. RIETVELDT, c. W. PROBSTING en r.<br />

RANT, gezonden pm te berichten. Deeze<br />

Heeren bragtep die aanfchryving van de Staaten<br />

in den MagiRraat, en deeze nam op zich, zeiyen<br />

aan de Staaten te zullen berichten, gelyk<br />

zy deeden in eenen breedvoerigen Brief van<br />

den 17 January 1787. qp welken de gemelde<br />

Heeren, in eenen Brief yan dezelfde dagtekening<br />

aan de Staaten zich beriepen. Het Bericht<br />

van den MagiRraat kwam hoofdzaakelyk<br />

daarop uit, dat de verandering derRegeering,<br />

die zy volgends ,de oude Rechten van hunne<br />

Stad


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 13<br />

Stad ondernoomen hadden, mere domejliecq,dat<br />

is eene louter huishoudelyk zaak was, die aan<br />

bun behoorde overgelaaten te worden. Zy<br />

voegden daar by eene Lyst van de Schepenen,<br />

welke op den 6 January door de Burgery voor<br />

dit Jaar verkooi en waren; op dat Hun Edel<br />

Groot Moogende ter verkiezing van drie Schepenen<br />

Commisfarisfen tot de Gemeene Landsmiddelen,<br />

daar mede zouden kunnen handelen,<br />

zoo als zy zouden oerdeelen te behooren.<br />

De Staaten waren met dat Bericht niet voldaan<br />

; maar eischten nader Bericht van de bo­<br />

vengemelde Heeren, DE KOCK, RIETVELDT,<br />

TAPET, PROESTING en R ANT j doch hier<br />

op werd wederom als te vooren, door den Magiftraat<br />

geantwoord op den 25 January (*).<br />

De Steden Dordrecht , Haarlem, Leyden,<br />

Gouda, Alkmaar en Enkhuizen bragten by meerderheid<br />

van het groot Befoigne een Rapport<br />

uit, waarmede werd voorgeflaagen,eene Commisfie<br />

uit de Gecommitteerde Raaden naar Heusden<br />

te zenden, ten einde het geen aldaar tegen<br />

de uitdrukkelyke aanfchryving van den Souvrain<br />

van den 25 January gefchied was, te herftellen,<br />

byzonderlyk omtrent den Drosfaart, en<br />

daar van aan de Staaten verflag te doen. De<br />

overige Leden van het Befoigne wilden eene<br />

Commisfie van het Gerechtshof zenden, om<br />

het b-dreevene gerechtelyk te onderzoeken;<br />

dee-<br />

C») Nkuwe Ncierl. 3e»ri. January 1787. Madx nB-xsvu<br />

1787»<br />

Rapport<br />

van het<br />

Bcloigce,


1787-<br />

De zaak<br />

wordt ernftiger.<br />

Dc Tinrsrers<br />

leveren eénf<br />

Verkiaaring<br />

by tle Staaten<br />

in.<br />

14 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

deeze Leden waren de Ridderfchap, Delft j<br />

Amfterdam, Rotterdam en Hoorn. Maar de zeven<br />

Steden, Dordrecht, Haarlem, Gorinchem,<br />

Schoonhoven. Alkmaar , Monnikendam en Pnrme.<br />

rende verëenigden zich met het Rapport. De<br />

tweede Brief der Stad Heusden, die op den 17<br />

February inkwam, was oorzaak , dat op het Rapport<br />

nog niet beflooten werdt. Ondertusfchen<br />

drongen de Gedeputeerden van Gorinchem, op<br />

den 27 February nader aan om op hun gedaan<br />

voorftel te befluiten; waarop beflooten werd,<br />

dat het Befoigne op de Propofitie van Gorinchem<br />

ten fpoedigften zou gehouden worden (*).<br />

Onder het uitftel werd de zaak van Heusden by<br />

verfcheidene Staatsleden hoe langer hoe ernftiger<br />

befchouwd: Gorinchem keurde het gedrag<br />

van zyne Gedeputeerden af, en drong aan op<br />

eene Commisfie van het Hof, om de aanftookers<br />

der ongeregeldheden door 't Hof te doea<br />

te recht ftellen; en ftelde zelfs voor, indien<br />

'er Militie uit Heusdtn moest trekken, dezelve<br />

dan te dóen vervullen, en die Militie onder<br />

de bevelen van het Hof te ftellen (f). De<br />

Burgers en Ingezeetenen hier van onderricht,<br />

en voor de gevolgen daar van beducht,deeden<br />

eene Verkiaaring, door allen hoofd voorhoofd<br />

ondertekend, aan de Staaten inleveren, waarmede<br />

zy te kennen gaven; „ Dat zy voor God verklaar-.<br />

(*) Nieuwe Neder!. Jaarl. January 1787 b'.adz. 21Ö"—218,.<br />

(tl liii Janvary 17S7, bladz. 237.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 15<br />

Maarden, in dat begrip te ftaan, dat zy gehandeld<br />

hadden volgends die rechten, welke<br />

door het goed en bloed hunner Vaderen gekogt,<br />

en door God Almagtig zoo wel aan hun,<br />

als aan de Burgers van Utrecht en alle Inwooners<br />

van dit vrye Nederland gefchonken zyn;<br />

dat zy overeenkomftig de Voorrechten, door<br />

de Staaten zeiven verklaard, gehandeld hadden;<br />

en dat zy op het Reglement, om des algemeenen<br />

welzyns wille, Ocïroy gevraagd<br />

hadden, en daarop een Staats-Befluit wagteden;<br />

dat zy vertrouwden, dat eene nadere<br />

overweeging hier van dat fchrikkelyk voorftel<br />

niet tot een Befluit zou doen koomen. Indien<br />

dit nogthans gebeurde, dat zy dan aan een rechtvaardig<br />

Opperweezen hunne zaak opdraagende,<br />

daarop vertrouwden, en onder inwagting van<br />

Gods vertroosting, door een fchuldeloos geweeten<br />

bemoedigd , in hunnen weerloozen<br />

Staat, bedaard zouden afwagten, welk vonnis<br />

men over hen allen , die in het gebeurde eenig<br />

deel hadden, zoude uitipreeken" (*).<br />

De meeste Staats - Leden helden na de zagtfte<br />

Het voorees<br />

vallene met<br />

zyde over, en de voorgeftelde middelen van eene Publi;<br />

caue.<br />

geftrengheid van fommigen werden afgekeurd,<br />

gelyk aanftonds blyken zal; maar tusfehen beiden<br />

viel 'er nog iets anders voor; den 5Maart<br />

ontving de Heer G ER LACH, Stedehouder van<br />

den Heer VAN DER DOES, Heer van Noord.<br />

vyks (*j Meuwe Keierl. Jaart. Feirttarj 1787. b!*Jz, gor.


iff BEKNOPTE HISTORIE BÉK '<br />

wyk, een Paket met P ablicatièn van de Staaten*<br />

van Holland, waarvan het Opfchrift hield aan<br />

Drosfaart, Burgemeesteren en Regeerders der<br />

Stad Heusden; met het welke hy; na het open<br />

gebrooken te hebben , naa den Secretaris<br />

TROMER ging, om te verneemen, hoe met<br />

deeze Publicatiiin te handelen, dewyl hy den te*<br />

genwoordigen Magiftraat niet erkende. De Secretaris<br />

zeide, zend my dezelve, en ik zal zt<br />

aan den Prejident bezorgen. De Magiftraat hier<br />

van kennis bekoomen hebbende, vergaadérde<br />

en verbood den Secretaris by een Befluit, geene<br />

Publicatiën op die wyze aan te neemen ,<br />

maar dat ze op de gewoone wyze tot kennis van<br />

den Magiftraat gebragt, en dan afgeleezen<br />

moesten worden. De Stedehouder van den<br />

Drosfaart hield zich Ril; en den 7 werd by<br />

den Magiliraat beflooten, eene Stads Publicatie<br />

te vervaardigen,af te leezen en aan te plakken<br />

tegen alles, wat verbooden diende te worden/<br />

Dit gefchiedde, en den volgenden dag (den<br />

8 Maart) was de Magiftraat buitengewoon ver*<br />

gaaderd, en daar werd beflooten, dat men,<br />

alzoo by geruchte vernoomen was, dat 'er<br />

eenige Publicatiën by den Subftituut Drosfaart<br />

ontvangen waren, een Kamerbewaarder diende<br />

te'zenden, met eene pro Memoria, waarin hy<br />

gelast wierde, den Subftituut aan te zeggen:<br />

Indien 'er by hem PublicatLn van de Staaten<br />

„ van Holland ontvangen waren, dezelve, zittens<br />

Vergaadering op het Stadhuis te brqn-<br />


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 17<br />

» gen, of aan den Kamerbewaarder mede te<br />

,, geeven, op dat dezelven BEH'O0RLYK<br />

„ konden afgekondigd en aangeplakt worden ;waar-<br />

„ pp de Heer c ER L A C H alleen antwoordde,<br />

Ik heb het gehoord." Nog ontvipg hy met de<br />

Post eenen Brief uit 'sHage, waarin hem gelast<br />

weid: Om met den Secretaris TROMER,<br />

na vooraf van den Commandant byjtand verzocht te<br />

hebben, de Publicatie af te leezen en aan te<br />

plakken." Beide deeze Heeren gingen dan op<br />

het Stadhuis; [terwyl een gedeelte van het<br />

Genootfchap, dat de Wacht zou bezetten,<br />

voor het huis van den Heer RANT, aan de<br />

andere zyde der Stad, vergaaderd was;] en<br />

zy lazen de Publicatie af en plakten ze aan,<br />

zonder de hulpe van den Commandant af te<br />

wagten (*> Wat de inhoud van deeze Publicatie<br />

geweest zy, is op te maaken uit de tyds<br />

gelegenheid: Het was naamelyk drie dagen<br />

voor den 8ilen Maart, Verjaardag van Zyne<br />

Doorluchtige Hoogheid den Prinfe Erfftadhouder;<br />

een dag, op weiken de dolle yveraars<br />

voor den Prins, onder het voorwendfel van<br />

Vreugdebedryven, wel eens onrust, wanorde,<br />

moedwil en allerlei baldaadigheden pleegden<br />

te bedryven. De Staaten, hier voor beducht,<br />

hadden, om zulks voor tefkoomen, op den 28<br />

February eene Publicatie beraamd , waar by<br />

ten ftrengfte, ja zelfs naar vereisch van zaaken<br />

0 KUuwt Ntderl. Jaarb. Maart 1787, Wadi-, 495.<br />

B<br />

niet<br />

1787.<br />

Nadere last<br />

aan den<br />

Subficuut<br />

om de Publicatie<br />

af te<br />

kondigen.<br />

Inhoud der<br />

Publicatie.


J7S7.<br />

Rapport der<br />

Commisfie<br />

ter Stnatsvcrgaadeïing.<br />

18 BEKNOPTE HISTORIE 6ER<br />

met firaffe des doods, verbooden werd, het uitfteeken<br />

van Vlaggen, het doen van Illuminatien,<br />

het draagen van tekenen of leuzen van<br />

Partyfchap, byzonder Oranje Cocardes, firik.<br />

ken, linten, doeken, enz. het roepen van<br />

Oranje boven ! enz. enz. Alle welke dingen<br />

menigmaal misbruikt waren, om beweegingen<br />

en oproeren op fommige Plaatfen te verwekken<br />

; en het is waarfchynelyk deeze Publicatie<br />

geweest, welke de Subftituut Drosfaart ontvangen<br />

hadt(*).<br />

Den 9 Maart werd door de Commisfie een<br />

Rapport ter Staatsvergaadering ingebragt, hee<br />

welk behelsde: ,, Dat van wegen Hun Edel<br />

Groot Moog. aan de Heusdenaars behoorde aangefchreeven<br />

te worden, om alles in dien ftaat<br />

te herftellen, waar in de zaaken voor den 6<br />

January aldaar geweest waren. Alle de Staats*<br />

Leden, Gorinchem alleen uitgezonderd, Remden<br />

daarin toe, en daarop werdt, zonder re.<br />

fumtie, een Befluit genoomen. De Ridderfchap,<br />

Delft, Rotterdam, Brielle, Hoorn, Enkhuizen<br />

, Edam en Medenblik wilden het punt<br />

van naa de fchuldigen aldaar onderzoek te doen,<br />

in beraad(laaging houden; doch andere Staats-<br />

Leden oordeelden, dat 'er geene verdere raadpleeging<br />

te pas kwam, indien aan deeze aanfchryving<br />

voldaan wierde. De Penfionarisfen<br />

van Amjlerdam beweerden, dat men in geen<br />

Niéuwe Nederl, Jaar!/. Feiruary 1787. bladz. 219.'<br />

deu


ONLUSTEN IN HÜT VADERLAND. H<br />

'despotiek Land leefde , en hoe zeer zy de flap. 1787.<br />

pen der Burgery van Heusden moesten afkeuren,<br />

dat nogthans het onberaadene, welk daar<br />

mogt plaats gehad hebben, wel daar aan was<br />

toe te fchryven, dat men ter Staatsvergaadering<br />

aan eene driejaarige klagte geen gehoor<br />

gegeeven hadt. Gorinchem, op een gerechtelyk<br />

onderzoek blyvende aandringen, protefteerde<br />

tegen dit Befluit.<br />

Die van Heusden , deeze aanfchryving van<br />

de Staaten ontvangen hebbende, fchreeven op<br />

den 10 Maart eenen rondgaanden Brief aan de<br />

Staaten der andere Provintiën, welker Bondgenootfchappelyke<br />

dienften en hulpe zy op.<br />

eischten : Ook fchreeven zy aan de Staaten<br />

van Holland, een gemoedelyk bezwaar te hebben<br />

, om aan Hun Edel Groot Moogende<br />

aanfchryving te voldoen , wegens den Eed,<br />

door hen op den 6 January afgelegd. Het<br />

Genootfchap van Wapenhandel fchreef daar<br />

over eenen rondgaanden Brief aan alle de Vaderlandfche<br />

Gcnootfchappen , om raad en<br />

hulpe.<br />

Die van<br />

Heusden<br />

fchryven<br />

aan de<br />

Bondgenoot<br />

ten.<br />

De Staaten van Utrecht, gaven aan die van De Starten<br />

van Utrecht<br />

Holland kennis van den Brief, dien zy van de i chtyveli ;ian<br />

lie van<br />

Heusdenaars ontvangen hadden, en dat zy dien ' lollend<br />

niet hadden beantwoord ;,, om dat zy nooit de ' Lat over.<br />

hand zouden leenen aan zodanige Verzoekers,<br />

die viafacli, door den weg van daadelykheid,<br />

zich zeiven, zonder voorgaande kennis van<br />

den Souvrain, in de eene of andere Regeering<br />

Ba in»


1787-<br />

Be Magiftraat<br />

van<br />

Heusden<br />

I>rotelr.eert.<br />

gé BEKNOPTE HISTORIE DZS'<br />

indrongen." Ondertusfchen kwamen 'er va»<br />

alle kanten Adresfen en Verzoekfchriften ten<br />

voordeele der Heusdenaars, aan de Staaten ;<br />

doch Hun Edel Groot Moogenden vonden op<br />

den 14 Maart goed: „ Om Heeren Gecommitteerde<br />

Raaden te verzoeken, eene Commisfie<br />

uit hun midden na Heusden te zenden ,<br />

ten einde al het geen op den 6 January verricht<br />

was te vernietigen, en de Burgery van dea<br />

gedaanen Eed te. ontflaan; gelyk ook den vooligen<br />

Magiftraat in zyne bediening te herftellen.<br />

De nieuwe Magiftraat kon niet befluiten<br />

om zich aan het Befluit der Staaten te onder,<br />

werpen ; maar wilde pal ftaan; dezelve fchreef<br />

nogmaals aan de Bondgenooten der andere<br />

Provintiën om hulpe, en verklaarde ronduit,<br />

„ bovengemelde Befluit der Staaten niet anders<br />

aan te zien, dan als een daad van geweld, en<br />

als een inbreuk op het gezag en goed recht<br />

van deeze Stad en Burgery, en dienvolgends<br />

daar tegen te zullen protefteeren."<br />

De Commisfie van Gecommitteerde Raaden a<br />

kwam den 20 Maart te Heusden, en vergaaderde<br />

ten 12 uuren op het Stadhuis, voor 't<br />

welke een Detachement Husfaaren van den<br />

Rhyngrave VAN SALM geplaatst was. De Magiftraat,<br />

die den 15 op last en begeerte der<br />

Burgers en Ingezeetenen door den Secretaris<br />

een Protest hadt laaten opftellen, waar door<br />

dezelve het vernietigen van 't geen op den 6<br />

January verricht was, verklaarde een daad van


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, si<br />

geweld en een inbreuk op 't goed reeht en<br />

gezag der Stad, waar tegen dezelve ten fierk-<br />

Ren protefleerde , en dezelve voor nul en<br />

onwaarde te zullen houden, hield zyn woord,<br />

en deed het Protest door den Secretaris<br />

TROMEU inleveren; doch het werd van de<br />

Commisfie niet aangenoomen, maar aan den<br />

Bode terug gegeeven.<br />

Ondertusfchen liet de Commisfie kórt na<br />

twaalf uuren de Stadhuisklok trekken en eene<br />

Publicatie afkondigen; waar door de Gecommitteerde<br />

Raaden, uitnaamen en vanwegen de Edele<br />

Groot Moogende Heeren Staaten van Holland en<br />

Westvriesland, al het geen op den 6 January.<br />

met betrekking tot de Magiftraats befielling<br />

binnen de Stad Heusden verricht was, by dee­<br />

ze vernietigden en buiten kragt Relden; et 1<br />

verklaarden alles daadelyk op den ouden voet.<br />

waar op het voor dien tyd geweest was, te her<br />

Rellen. Zoo haa t al de'e'.e Publicatie geleezer |<br />

was, werdt ze ook u tgevoerd , en alle de oude<br />

Regenten door een Staate n - Bode ontboden orn<br />

tegen half twee uuren op het Stadhuis te koo<<br />

men. Ingevolge daarvan verfcheenen de Heeren<br />

G ER LACH Subftit. Drosfaart, A. RAAHWS ;<br />

A. VAN BAAK CD L. NOL KT Op het Stad<br />

huis, en werden in hunne Bedieningen her<br />

fteld. Hier na vertrok de C-immisfie ten drie<br />

uuren uit de Stad , en werdt door vier ei l<br />

twintig Husfaaren tot aan het Jagt, dat eei \<br />

uur gaands buiten de Stad lag, begeleid I 'i<br />

B 3 On l<br />

1787.<br />

Verrichting<br />

der Commibüe,


1787.<br />

Ripport<br />

van het<br />

Befoigne.<br />

De Tii-rjiery<br />

blyft by haar<br />

R.eglement,<br />

22 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Ons genot der Burgerlyke Vryheid heeft niefc<br />

lang geduurd [zoo fpraaken de Heusdenjche<br />

Burgers] nog geen drie volle maanden, het<br />

is als een droom. Wy zyn dan tot onzen voorigen<br />

ftaat van Onderdaanen terug gebragt. Wy<br />

hebben geprotefteerd, meer konden wy niet<br />

doen: nu wagten wy met geduld ons lotlydelyfc<br />

af, (*).<br />

Dus was alles wel op den ouden voet herfteld,<br />

maar de zaak in verfchil hier mede nog<br />

niet afgedaan: Op den 6 April werdt door het<br />

Befoigne over deeze zaak een Rapport uitgebragt,<br />

om die van Heusden te herftellen in het<br />

Privilegie van May 1670.; de uitfchfapping<br />

der twee Perfoonen op de Schepens-Nomina*<br />

tie,en 't aanvullen met twee Oud-Schepenen,<br />

wegens den tusfehen gekoomen dood van<br />

den Drosfaart, door de Staaten te doen, of<br />

door den Drosfaart ad interim, indien 'er een<br />

aangefteld mogt zyn (f). Doch de Burgery,<br />

hier in geen genoegen neemende, vervoegde<br />

zich met eene Verklaaring en Verzoekfchrift<br />

van den 6 Juny aan de Staaten van Holland en<br />

Westvriesland, waarin zy verklaarden, datzy,<br />

aan hunnen Eed getrouw blyvende, als Mannen<br />

van eere van hun Reglement niet konden<br />

afgaan; terwyl door het bloot aanneemen van<br />

het voorgemelde Privilegie in Hun Ed. Groot<br />

Moo-<br />

{•) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 17S7. bladz. 497—507,<br />

(f.; Ibid. Jpril 1787, bladz. 651.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 23<br />

Moogende Befluit van den 11 May . vervat,<br />

en door het eenvoudig toeftemmen van die<br />

Staats-Refolutie, de twee hoofd-verëischten<br />

van het Reglement, de verkiezing der Regenten<br />

door de Burgery, en de invoering van een Collegie<br />

van Burger-Gecommitteerden, geheel uit het<br />

oog verlooren zouden worden, en waartoe dus<br />

niemand der braave Burgery zou kunnen bewoogen<br />

worden — Waarom zy verzochten, dat Hun<br />

Edel Groot Moog. indien zy Hun Oclroy op het<br />

voorgemelde Reglement noodig oordeelden, het»<br />

zelve Oclroy gunftig geliefden te verleenen. —<br />

Of anderzins hetzelve Reglement in gelykvormigheid<br />

van het geen door Hun Ed. Groot Mog.<br />

omtrent het domefticque te Amfterddm en te Rotterdam<br />

begreepen was, als eene mere domefticque<br />

zaak te verklaaren ,. en dat hier omtrent ten<br />

fpóedigfte by Hun Edel Groot Moog. beflooten<br />

wierde. By gelegenheid van het uittrekken l<br />

des Regiments van HARDENBROEK uit de j<br />

Stad Heusden, zonden de Burgers van Heusden i<br />

een Adres aan de Staaten, over het bewaaren<br />

yau de Stad, en 't ontvangen van andere Bezetting;<br />

en voegden daar by, dat zy fpoedig<br />

Befluit verlangden op hun voorig Adres van<br />

den 8 Juny, en dat zy zeiven wel zouden<br />

overgegaan zyn tot voortzetting van hunne<br />

domefticque zaaken; maar dat zy, uit eerbied<br />

voor Hun Edel Groot Moog. daar mede nog<br />

wel hadden willen wagten ; dat evenwel de<br />

burgery, na het afloopen van Hun Edel Groot<br />

B 4 Moog.<br />

(ringt nadat<br />

au op ecu<br />

iefluü der<br />

taaien.


24 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />

Moog. Vergaadering, geduurende dieloopende<br />

week, zonder zodanige gunftige Refolutie<br />

van Hun Edel Groot Moog. of hy onverhoopt<br />

ongunftig Befluit binnen geflelden tyd, zich<br />

volftrekt zon genoodzaakt vinden, haaren geflaafden<br />

Eed op het voorfz. Reglement, in<br />

alle opzigten te handhaaven, en voorts zodanig<br />

te handelen, als zy in goede Consciëntie zouden<br />

oordeclen te behooren (*). Den ICJ Juny<br />

, zonden zy nog een Adres aan de Staaten;<br />

waarin zy verklaarden by hunne voorige Adresfen-te<br />

volharden, en ootmoedig verzochten,<br />

dat Hun Ed. Groot Moog. ten fpoedigften aan<br />

het verlangen' der braave Burgery geliefden te<br />

voldoen. Hier by fchynt deeze zaak door de<br />

volgende en meer en meer toeneemende Onlusten<br />

en troebelen te zyn blyven fteeken (*).<br />

Dewyl de Burgery van Heusden zich beriep<br />

op het geen by Hun Edel Groot Moog. omtrent<br />

het Domejlicque te Amjlerdam en te Rotterdam<br />

begreepen was; zoo verëischt dat eenige<br />

opheldering, en geeft my aaleiding om het<br />

gebeurde in die beide Steden, waarop daar<br />

mede gedoeld wordt, hier kortelyk te verhaalen.<br />

De Burgers in die beide groote Steden,<br />

in een zeer groot getal, verlangden eene<br />

grondwettige herflelling en verbetering van<br />

misbruiken; een gedeelte der Regenten wilden<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Juny, 1787. bladz. 144*1<br />

(t) Ibid. Juny 1787. bladz. 1446 —- 1449. i<br />

daar»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. f$<br />

«laartoe wel met hun medewerken, maar de<br />

meesten waren daar tegen , en poogden dat<br />

werk op allerlye wyzen te flremmen. Om nu<br />

'de Meerderheid in den Raad te verkrygen,<br />

zoo zocht men te Amfterdam, zulks te bewerken<br />

door het uitzetten van eenige tegenwerkende,<br />

en het verkiezen van nieuwe Raaden;<br />

en te Rotterdam door het getal der Raaden van<br />

24 tot 40 te vermeerderen.<br />

op de volgende wyze.<br />

Dit gefchiedde<br />

Te Amfterdam was de Vroedfchap op den<br />

Remotie<br />

van negen<br />

ai April ten 11 uuren vergaaderd, tot drie Raaden te'<br />

uuren nademiddag; wanneer eene Bezending<br />

uit den Burger-Krygsraad, uit dc Vaderlandjfche<br />

Sociëteit, en uit de Burger - Sociëteit na<br />

het Stadhuis ging,- en daar een Verzoekfchrift<br />

Inleverden; de Raad was reeds gefcheiuen, en<br />

eenige Raaden wilden van het Stadhuis afgaan;<br />

doch zy werden door eenige Burgerheeren<br />

verzocht cn Rerk daarop aangedrongen, dat<br />

zy wilden te rug keeren, cn over het Verzoek,<br />

dat hun gedaan zou worden, beraadflaagen.<br />

Zy keerden dan terug'in de Raadkamer, gelyk<br />

ook de Burgemeesters, en Burgemeester<br />

HOOFT, aan wien het Verzoekfchrift was<br />

overgegeeven, bragt het in den Raad. Eenige<br />

Heeren weigerden daar over te beraadflaagen;<br />

anderen drongen 'er op aan, en zulks gefchiedde<br />

eindelyk. Het Verzoekfchrift nu was van<br />

deezen hoofdzaakelyken inhoud:<br />

• u Dat zy Comparanten, allen Hoofd• Offi- Inhou4


van hcc<br />

Verzockfcljnft.<br />

25 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

eieren der Burgery, en alle Leden van den<br />

Grooten Krygsraad deezer Stad, zich verpiigt<br />

vonden, zoo voor zich zei ven, als voor het<br />

grootfte gedeelte hunner Schutters, en op den<br />

allerfterkflen aandrang van veele duizenden van<br />

hunne Medeburgers en Stadgenooten, daar by<br />

het Raadhuis vergaaderd, in te brengen en te<br />

verklaaren: Dat zy, met gemelde hunne Schut-<br />

:ers, Medeburgers en Stadgenooten, op de<br />

jevoeligfte wyze getroffen waren door het beef<br />

van het gevaar, dat het geheele werk<br />

^an herfteliing en verbetering onzer Conftiutie,<br />

welks gewenschte vordering reeds aan<br />

i :Ik braaf Regent en welmeenend Burger de<br />

J >!ydfte vooruitzichten opleverde , door eenen<br />

llergeweldigften fchok eensklaps zoude om-<br />

1 erre geftooten en vernietigd worden, indien<br />

2 ulks niet tydig door eene hartelyke en bedaar-<br />

C e , doch tegelyk kragtige werking van de<br />

1 'Ufgery verhoed en voorgekoomen wierde.<br />

i )at zy zich wel met die gerustftellende hope<br />

k evleid hadden, dat deeze magtige Stad, door<br />

h aaren uitfteekenden invloed en vermoogen op<br />

e ;ne cordaate wyze 's Lands goede zaaken zo-<br />

è mig zoude gehandhaafd hebben, dat de wagg<br />

;lende Vryheid eens op eenen vasten voet<br />

g ;grondvest, en daar door de burgerlyke rust<br />

ei i eendragt,bloei en welvaart zouden herfleld<br />

ei i duurzaam bewaard geworden zyn. Dat zy<br />

d: lar in tot nog toe waren te leur gefield; —<br />

dj t zy de beraadflaagingen en Befluiten van tyd<br />

tQ3


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 27<br />

tot tyd , ja van dag tot dag byna , zagen<br />

draaijen en wankelen, zoo dat de achtbaarheid<br />

van den Raad daar door verkleind, en dat ge­<br />

wicht verlooren werdt , waar door het lieve<br />

Vaderland, in zynen uiterften nood meer dan<br />

eens gered was, en thans kon en moest gered<br />

worden.<br />

Dat zy Ondergeteekende en met hun alle de<br />

duizenden, die thans beflooten hadden de Vryheid<br />

van het Vaderland, en de welvaart deezer<br />

Stad te verzekeren en te bevestigen, de<br />

oorzaak van de jammerlyke gefteldheid van<br />

deezen Achtbaaren Raad, met alle de nadeelige<br />

uitwerkingen daarvan , daar in geleegen<br />

vonden , dat 'er in dezelve eene Party zich<br />

bevond, waarvan de Voorflanders zodanige<br />

beginfelen vasthielden, welke geheel uitliepen<br />

tegen de heilzaame Staatsgronden, welke eene<br />

andere Party in deezen zelfden Raad is toege»<br />

daan, en welke Staatsgronden, als bevorderlyk<br />

voor de waare Burgerlyke vryheid, overeenkoomen<br />

met den vuurigen wensch en het<br />

verlangen van verre het grootfte gedeelte der<br />

goede Burgery, en waar voor de braave Bur.<br />

gery aan die Leden alle gevoelens van hartelykfte<br />

dankbaarheid toedraagen. Dat deeze<br />

twee tegen eikanderen overgeftelde werkingen,<br />

in deezen Achtbaaren Raad eene zoo<br />

droevige uitwerking zouden veröorzaaken, dat<br />

het mistrouwen der Burgery welhaast tot het<br />

•aiterfte zoude kooraeq* eö de fchroomelykfte<br />

too-<br />

1787.


1787.<br />

28 BEKNOPTE HISTORIE DEK<br />

tooneelen binnen de Stad te vreezen entewa».<br />

ten zouden zyn.<br />

Dat zy Comparenten derhalven , zoo voor<br />

zich, als voor hunne Schutters, en op aandrang<br />

van zoo veele duizenden hunner Mede.<br />

burgers en Stadgenooten, in de volftrekte verpligtingen<br />

waren, om te vergen en aan te<br />

dringen, dat die Leden van den Achtbaaren<br />

Raad, tegen welken het mistrouwen der Burgery<br />

zich wel het meest bepaalde, zich van<br />

nu voortaan beichouwden als ontflaagen van<br />

hunne Posten, als Raaden deezer Stad; ten<br />

einde daar door de gevolgen van dat mistrouwen,<br />

anders te duchten, voor te koomen Dat<br />

ty voor die Leden, welker aanblyven zy thans<br />

gevaarlyk oordeelden hielden , de Heeren,<br />

Ml". F R E D . A L E W Y N , Mr. W. G. D E D E L ,<br />

5 A L O M O N S Z . , Mr. J. G R A A F L A N D , p I E-<br />

1 E R S Z . , Mr. M A K T E N A D R I A A N BE E L S ,<br />

H E N D R I K M U I L M A N , C O R N E L I S MÜN-<br />

rER ; Mr. N I C O L A A S C A L K O E N , F R A N C Q .<br />

iTAN D E R G O E S en Mr. A P O L L O N I U S J A N<br />

; O R N E L I S L A M P S I N S , en alzoo dezelven<br />

/an nu af aan verklaarden en hielden, als geen<br />

Raaden deezer Stad meer zynde, en dienvol-<br />

*ends aandrongen, dat derzelver plaatfen, als<br />

foor deeze tusfchenkomst der Burgery opengevallen<br />

zynde, onverminderd de Privilegiën<br />

Jeezer Stad, ofte het Recht der Burgery in het<br />

:oekoomende, door den Achtbaaren Raad ten<br />

tlleifpoedigften, met zoo veele braave, en by<br />

4?


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 29<br />

.«ie Burgery vertrouwde Burgers aangevuld<br />

wierden; en waartoe zy dus den Achtbaaren<br />

Raad inftantelyk verzochten te willen voortgaan<br />

; terwyl zy van den anderen kant op het<br />

plechtigfte verklaarden, dat zy Ondergeteekenden<br />

volvaerdig waren, om niet alleen niet<br />

te dulden, dat aan voornoemde negen Heeren<br />

eenige hindernis, overlast, veel min perfoneel<br />

geweld gedaan wierde;maar integendeel,<br />

dezelven ten allen tyde,als Mannen van Eere,<br />

kragtdaadig te beveiligen en-te befchermen,<br />

in die billyke verwagting, dat de geheele<br />

Natie zoowel, als voornoemde Heeren, deezen<br />

ftap der Burgery zou aanmerken als een<br />

plichtmaatige en'noodzaakelyke daad vanzelfsverdeediging,<br />

tot voorkooming van 'sLands<br />

wisfen val, en ter bewaaring van de rust, orde<br />

cn veiligheid in deeze magtige Stad.<br />

Eindelyk verzochten de Ondergeteekenden<br />

nog, voor zich, voor hunne Schutters, Medeburgers<br />

en Stadgenooten, dat deeze Verklaaring<br />

in de Aanteekeningen van deezen<br />

Achtbaaren Raad wierde ingefchreeven ;op dat<br />

nu en altoos mogte blyken , dat de voornoemde<br />

Heeren door deeze bedaarde en plechtige<br />

tusfchenkomst der Burgery, van hunne Posten<br />

als Raaden verlaaten zyn; en dat van dit, alzoo<br />

ingefchreevene,aan de OndergeteekendeComparanten<br />

, zittens Vergaadering, behoorlyk<br />

Uittrekfel gegeeven wierde; ten einde zy On<br />

dergeteekenden voor hunne Schutters, Medebas;<br />

1787;'


2787.<br />

JBeduit van<br />

dan Raad<br />

cp't overgeleeverile<br />

Verzoek.<br />

30 BEKNOPTE HISTORIE D É R<br />

burgers en Stadgenooten, vervuld van genoe.<br />

gen en dankbaarheid voor deezen Achtbaaren<br />

Raad, naa hunne Wooningen terug moogen<br />

keeren.<br />

Dit Verzoekfchrift in den Raad geleezen,<br />

en daar over omvrage gedaan zynde, werd<br />

daarop het volgende Befluit genoomen i<br />

„ By het uitgaan van de Vroedfchap door<br />

eenige Perfoonen, [welker hoedanigheid aan 't<br />

hoofd gemeld ftaat] aan den Heer Burgemees.<br />

ter H O O F T , een Verzoekfchrift overhandigd<br />

zynde, is na gedaane omvraage by meerderheid<br />

goedgevonden en verftaan, hetzelve te<br />

leezen; en hetzelve geleezen zynde, is verder<br />

goedgevonden en verftaan, Heeren Burge.<br />

meesteren te verzoeken, aan de Overhandigers<br />

te antwoorden, dat hetzelve geen; punt van<br />

beraadflaaging kon uitleveren ; als zynde de<br />

Vroedfchap niet gemagtigd om haare Mede­<br />

i eden van hunne Raadsplaatfen te ontzetten;<br />

« lewyl zulks ftrydt tegen het Befluit van Hun<br />

3 ïdel Groot Moog. van den 9 Augustus 1658.<br />

] in zal verder Extraft aan de Overhandigers<br />

•an het Verzoekfchrift gegeeven worden. De<br />

I leeren D E D E L , regeerend Burgemeester,<br />

I<br />

I t ' I D E K O P E R , E L I A S A R N O U D T S Z . , F.<br />

l<br />

L E W Y N , F A A S , G R A A F L A N D , V A N D E<br />

l<br />

O L L en C A L i c O E N , Vroedfchappen, ver-<br />

1<br />

laarden, geprotefteerd te hebben, tegen het<br />

v<br />

oorleezen en beraadflaagen, van 't voorfz.<br />

I<br />

equest, en hebben zich daar niet mede fö4<br />

ge-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 31<br />

gelaaten, zich voor behoudende zodanige Aanteekening,<br />

Protest, en Rappen, als zy te raaden<br />

zouden worden. De Heeren D. HOOFT,<br />

GERRITZ., DE GRAAF, BOREEL, BACKER,<br />

VAN LEYDEN, ABBEMA, HOVY, BICKER,<br />

VAN LENNEP, TEMMINCK, VAN WEEDE,<br />

». HOOFT en BOUWENS, behielden aan<br />

zich, daar tegen zodanige Tegenaanteekening<br />

en Rappen, als zy zouden raeenen te behoo-<br />

ren."<br />

Toen de Heeren Burgemeesteren van het<br />

bovenflaande Befluit des Raads aan de Overhandigers<br />

van het Verzoekfchrift kennis gaven,<br />

waren deezen daarmede niet voldaan, omdat<br />

in 't begin van 't Befluit alleen gezegd was,<br />

dat het Verzoekfchrift was overgegeeven door<br />

eenige Perfoonen , zonder hunne hoedanigheid<br />

te melden; en zonder dat de aangebleevene<br />

Raaden zich uitgelaaten hadden, hoe zy zich<br />

in 't vervolg zouden gedraagen, ten aanzien<br />

der Burgery: Hierom bleeven Heeren Burgemeesteren<br />

nog by den anderen in hunne kamer,<br />

en de Vroedfchap in de Haare; en na eenigen<br />

tyd werden door eenige Leden van den Achtbaaren<br />

Raad, die tot het neemen van hetbovenflaaride<br />

Befluit hadden medegewerkt, uit<br />

naam van alle dezelven, tot voldoening aan het<br />

verlangen der Burgery de twee volgende Byvoegfels<br />

aan den Secretaris opgegeeven , om<br />

by het Befluit te voegen:<br />

Agter de woorden in 't begin, door eenige<br />

1787- 1<br />

ByvoegfeJ<br />

len tot da<br />

Befluit,


f<br />

Ceanijli-1<br />

tuierden<br />

Infinnatie<br />

aan de uitgezei<br />

te<br />

Raaden.<br />

3« BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Perfoonen, deeze: Zoo voor Aan ze/ve», ah uit<br />

naam van verfcheidene Kapiteins en Officieren der<br />

Burgery, daartoe door hunne refpeiïive Compagniën<br />

gequalificeerd. En agter het flot van het Befluit,<br />

deeze Verklaaring. Verklaarende voorts<br />

de Heeren Raaden, welke het Be fluit genoomen<br />

hebben, en welker plaatfen niet vervallen verklaard<br />

zyn, met den Krygsraad en de Burgery te zullen<br />

medewerken, ier bewaaring van derzelver v/aare<br />

belangen, rust en veiligheid (*).<br />

Vervolgends werden 'er uit de voornaamlTe<br />

Burgers vyftien Geconftituëerden verkooren, die<br />

gemagtïgd werden om de Heeren Leden van<br />

den Krygsraad, op eene zoo kragtige als regelmaatige<br />

wyze, in derzelver verder te doene<br />

Rappen te onderfleunen ; ten welken einde<br />

eene ASte van Qualificatieop verfcheidene Plaatfen<br />

ter Tekening gelegd, en welke welhaast<br />

door meer dan zestien duizend Burgers onderteekend,<br />

werd; waarby de Ondergeteekenden<br />

beloofden, hen Heeren Gequalificeerden, omtrent<br />

al het geene zy uit kragt en in nakooming<br />

deezer zouden verrichten, te zullen flyven en<br />

Herken, vry houden en fchaueloos houden,<br />

onder verband van hunne Perfoonen en Goederen<br />

, als naar Rechten (+).<br />

Op dat nu de bovengemelde uitzetting der<br />

negen Raaden van kragt zoude zyn, en geen<br />

te-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb, April iytf. blrdz, 738 — 744.<br />

: It) W 1/87. blad* 75' —753.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 33<br />

tegenfiand mogte ontmoeten , waar uit verwarring<br />

en onrust zou kunnen ontflaan, zoo<br />

deeden voornoemde Heeren Hoofd - Officieren<br />

der Burgery en Leden van den Groeten Krygsraad<br />

, zoo voor zich zeiven en hunne Schutters,<br />

als op den aandrang van veele duizenden<br />

hunner Medeburgers en Stadgenooten , op den<br />

271r.cn April, door een Notaris en Getuigen<br />

aan de Geremoveerde Raaden , elk byzonder<br />

aan hunne huizen, infinuëeren of aanzeggen,<br />

wel op het vriendelykfte, maar ook ten allerernfiigfie<br />

, dat zy Heeren Geïnimuëerden zich<br />

Zouden hebben te wachten, van, na deezen,<br />

wederom als Raaden in de Edele Achtbaare<br />

Vroedfchap deezer Stad te verfchyncn, of aldaar,<br />

als zodanig eenige Zitting te neemen,<br />

veel min nog, het zy binnen deeze Stad, het<br />

zy elders, in eenige Vergaadering of Vcrgaaderingen<br />

, welke die ook zyn moogen, als<br />

Raaden deezer Stad te dienen, of dfreö of<br />

in direcl waar te neemen, of ie verrichten zo-<br />

.danige Posten of daaden, welke door den Raad<br />

of Raaden deezer Stad gewoon zyn waargenoomen<br />

of verricht te worden; en zulks alles,<br />

ten einde daar door de waare belangen , de<br />

rust en veiligheid deezer S.aJ, in alle opzig»<br />

ten, mogten bevorderd en bewaard worden.<br />

i\an 't hoofd deezer Infinuatie Ronden de<br />

naamen van de Wel Edele Manhafte Heeren ,<br />

Coionel I S A A C VAIN G O U D O E V E R , 39 Kapiteinen<br />

, -48 Luitenants en


1737.<br />

Toebereidfelen<br />

roe<br />

vervulling<br />

der openftaande<br />

Plaatfen van<br />

den Raad,<br />

34 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

nevens der vyftien verkoorene Geconftituëerden<br />

, voor zich en als Gemagtigden van veele<br />

duizenden Burgers en Inwooners deezer Stad;<br />

en onder aan ftond: ,, Voorenftaande Infinuatie<br />

geëxploicleerd door my D O M I N I C U S G E ­<br />

IN I E T S Notaris, by den Hove van Holland<br />

geadmitteerd, te Amfterdam refideerende, in<br />

't byzyn van de Heeren Mr. J O A N N E S CHRIS-<br />

H A A N H E S P E en J A C O B Ü S K O K , als Ge­<br />

tuigen, den 27ten April 1787. D O M I N I C U S<br />

G E N I E T S , Notaris.<br />

Ik zal my thans niet inlaaten met de Protesten<br />

en Tegen - Protesten , Aanteekeningen en<br />

Tegen-Aanteekeningen , zoo van de uitgezette,<br />

als van andere Raaden , over deeze<br />

zaak, die eenen geheelen Penneftryd veröorzaakte<br />

(*); maar ik zal alleenlyk, om by myn<br />

Ontwerp van eene Beknopte Historie te blyven,<br />

de hoofdzaak vervolgen. Het was dan tyd om<br />

de ledige plaatzen der Vroedfchap, die in<br />

deeze groote Stad niet lang open konden gelaaten<br />

worden, wederom met nieuwe Leden,<br />

die het vertrouwen der Burgery hadden, te<br />

vervullen. Daartoe werden op den 3deu May<br />

de toebereidfelen gemaakt en een dag bepaald:<br />

Des morgens tusfehen 9 en 10 uuren, werd<br />

iet Stadhuis met twee Compagniën Burgers<br />

be-<br />

(*) Die begeerig is alle die Gefchriften, welke daar over<br />

jitgekoomen zyn, te leezen, kan ze vinden in de Nieuws<br />

Nederl. Jaarb. May 1787. onder 't Art. Amfterdam.


ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 35<br />

bezet, voor aan den ingang; en nog twee an­<br />

deren werden binnen op de groote Zaal ge­<br />

plaatst; terwyl Burgemeesteren en Raad elk<br />

in hunne Kamer zouden Vergaaderen. De<br />

Heeren Burgemeesteren C L I F F O R D en H E E L S<br />

waren ziek, en konden dus niet tegenwoordig<br />

zyn; de Heer D E D E L was belet omtrent<br />

eenen Misdaadiger, die ter doodftraffe moest<br />

voorgefteld worden ; dus werd de Burgemees­<br />

terskamer door den Burgemeester H O O F T al­<br />

leen waargenoomen : Ook was de Vergaadering<br />

der Vroedfchap niet talryk; want tien Heeren<br />

D C<br />

Leden fchreeven den 2 » May eenen Brief,<br />

d e<br />

dien zy den 3 " in de Vergaadering zonden,<br />

en waar in zy reden gaven, waarom zy in die<br />

Vergaadering niet zouden verfchynen (*). Op<br />

den gezegden tyd dan vergaaderde de Com­<br />

misfie van den Grooten Krygsraad en de Gecon­<br />

ftituëerden in de Vaderlandfche Sociëteit, die<br />

in de Kalverftraat digt by den Dam gehouden<br />

werdt, en begaven zich ten 11 uuren naa het<br />

Stadhuis en Burgemeesterskamer, gevolgd<br />

wordende door hunnen Bode, die de Atte van<br />

Qualificatie , door meer dan zestien duizend<br />

Burgers en Ingezeetenen geteekend, droeg,<br />

om hunne bevoegdheid en magtiging tot deezen<br />

Rap aan te toonen. Deeze Commisfie leverde<br />

in Burgemeesterskamer een Verzoekfchrift in,<br />

het welk behelsde, dat zy Comparanten, uit<br />

(*J Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787, bladz, 1003,<br />

C 2<br />

kragt<br />

I787»


1787-<br />

Vèrlcieztng<br />

nieuwe<br />

Kulden.<br />

36 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

kragt van 't geen op Zaturdag den aïften April<br />

door de Burgery verricht was, in't removeeren<br />

van negen Raaden , in naam van hunne<br />

Lastgeevers verzochten, en aandrongen, dat<br />

de Achtbaare Raad, in deeze tegenwoordige<br />

Vergaadering, of uiterlyk Maandag eerstkoomende,<br />

de Vacant verklaarde Raadsplaatfen<br />

geliefde te vervuilen met zulke Mannen, die<br />

het vertrouwen der Burgery bezaten, en waartoe<br />

zy een gros van 25 Perfoonen overgaaven,<br />

en te gelyk verzochten, dat zy van het Be-<br />

Ruit, welk daarop zou genoomen worden, eene<br />

echte Copie mogten hebben. De Raad, hier<br />

over rypelyk beraadflaagd hebbende, fcheidde<br />

ten vier uuren ; wanneer de Burgemeester<br />

HOOFT de Heeren der Commisfie, weder in<br />

Burgemeesterskamer deed verzoeken, en aan<br />

dezelven bekend maakte: Dat de Raad beflooten<br />

hadt, om op aanflaanden Maandag negen<br />

nieuwe Raaden te verkiezen, en vervolgends<br />

in den Eed te neemen; en dat tot dat<br />

einde de Vergaadering tegen negen uuren zou<br />

belegd worden. (*;."<br />

Den dag van den 7 de<br />

" May, tot de verkiezing<br />

der negen nieuwe Raaden bepaald, gekoomen<br />

zynde, kwamen des morgens ten agt<br />

uuren 15 Compagniën Burgers in de Wapenen,<br />

van welken 9 Ccmpagniën op den Dam voor<br />

en ter zyden het Stadhuis en op hetzelve waren<br />

;<br />

(*) Nieuwe Nederl Jaafy May 1787. bkdz, 1005,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 37<br />

ren; en de overigen op het Koningsplein, en<br />

op den Cingel voor en agter het Wapenhuis,<br />

geplaatst waren. Ten half negen uuren begon<br />

bet klokje te luiden, gelyk by het verkiezen<br />

van nieuwe Raaden de gewoonte is, en voor<br />

negen uuren waren de Heeren Raaden reeds<br />

Vergaaderd. De Commisfie uit den Krygsraad<br />

en van Geconftituëerden, ten half elf uuren<br />

op het Stadhuis verfchynende, werd door twee<br />

Colonellen in Burgemeesters-Vertrek ontvangen<br />

, en na een kort verblyf door een der Stads<br />

Boden aan dezelve bekendgemaakt, uitnaam<br />

van den Raad , dat de volgende Heeren tot<br />

Raaden verkooren waren: J O H A N I > I E T E R<br />

F A R R E T ; P I E T E R C O N S T A N T Y N N O B E L ,<br />

J O H A N P H I L I P nu Q.UESNE, Heer van<br />

Bruchem; Mr. N I C O L A A S A S S C H E N B E R G ;<br />

Mr. J A C O B A N T H O N Y D E R O T H ; B A L T -<br />

H A Z A R O R T H ; J A N G O L L V A N F R A N K E N ­<br />

S T E I N ; L E O K S R D R U T G E R S J U N I O R ;<br />

en Mr. H E N D R I K W E E V E R I N G H. Aanftonds<br />

na deeze bekendmaaking werden de<br />

Stads-Bodem na de huizen der verkoozene<br />

Heeren gezonden, om die te verzoeken aan-<br />

Ronds op het Stadhuis te koomen ; zy verfcheenen<br />

allen, werden in Burgemeesters Ver<br />

trek ingeleid, en van daar in de Raadkamer,<br />

waar zy door den oudften Raad in den Eec<br />

genoomen werden, en daar na Zitting namen<br />

Eene groote 'menigte Volks was 'er op dei<br />

Dam byeen vergaaderd, die den uitflag deezei<br />

C 3 pfeg<br />

17?7-


1787.<br />

38 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

plegtige verrichting met groote bedaardheid<br />

afwagtteden, en met groot genoegen vernamen.<br />

Onderwylen liet zich nu en dan een<br />

aangenaam Veldmuziek hooren by de gefchaarde<br />

Burgers , onder het welke de Commisfie<br />

van den Krygsraad en Geconftituëerden van<br />

het Stadhuis naa de Vaderlandfche Sociëteit<br />

terug keerden, en de Burgemeester HOOFT,<br />

en de Raaden van het Stadhuis en in hunne<br />

koetfen traden, en naa hunne huizen reeden;<br />

waarna de Compagniën Gewapende Burgers<br />

plegtig aftrokken , door de Kalverftraat en Vyzelftraat,<br />

langs het huis van den Burgemeester<br />

HOOFT, waar zy defileerden en faluëerden<br />

tot op het Koningsplein , van waar iedere<br />

Compagnie naa heure loopplaats ging, en daar<br />

door de Officieren bedankt werden. Dus liep<br />

deeze gewichtige plechtigheid in alle bedaardheid<br />

en geregelde orde af, en daar was zulk<br />

eene ftilte en orde op den Dam, dat de Lieden<br />

, die aan de Waag werkten , hunnen arbeid<br />

niet eens ftaakten, maar ongehinderd daar mede<br />

voortgingen, het geen ik zelve als een ooggetuige<br />

heb waargenomen (*_).<br />

Het ontbrak echter niet aan zulke Lieden,<br />

die in deeze verrichtingen geen genoegen<br />

namen, maar zich daar tegen trachteden te<br />

verzetten. Men deed in alle haast een Verzoekfchrift<br />

opftellen, dat door 1100 Perfoonen<br />

(*) Nieuwt Nederl. Jaar!/. May 1787. bladz. 1009,1011.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 39<br />

nen onderteekend werd; waarin zy verzochten<br />

en op het ernftigfte aandrongen, dat de ge-<br />

daane onwettige Remotie (zoo zy die noem­<br />

den) van eenige Heeren Vroedfchappen, als<br />

door een zeer klein gedeelte der Burgeren en<br />

Ingezeetenen deezer Stad, (naar het geheel<br />

gerekend) [evenwel een getal van over de<br />

16000, dat in vergelyking van 1100 ftaat als<br />

16 tegen 1.] aan de Edele Achtbaare Vroed­<br />

fchap afgedwongen , wierde verklaard Onwet­<br />

tig; dat by Hun Edele Achtbaare niet wierde<br />

voortgegaan tot het aanftellen van nieuwe<br />

Vroedfchappen, verklaarende dc Ondergetee-<br />

kenden, dat zy de tegenwoordige Vergaade-<br />

ringen van den Raad deezer Stad niet konden<br />

noch wilden houden voor eene wettige Vroed­<br />

fchap, noch ook eenige, op eene onwettige<br />

wyze aan te ftellene pretenfe nieuwe Raaden<br />

zouden aanmerken, als wettige Vertegenwoor­<br />

digers van de goede Burgery en Inwoonders<br />

deezer Stad; dat zy over zulks verzochten en<br />

aandrongen, dat by Hun Ed. Groot Achtbaare<br />

niets wierde beflooten, dat tot nadeel van deeze<br />

hunne Verklaaring zou kunnen ftrekken; ten<br />

minften alvoorens alle de Burgeren en Inwoo-<br />

ners deezer Stad , op de meest gevoeglyke<br />

wyze daaromtrent , ieder voor zich zeiven,<br />

zouden gehoord zyn.<br />

Dit Verzoekfchrift werd den T {en<br />

May, toen<br />

de Vroedfchap, als boven gemeld is, tot het<br />

verkiezen van nieuwe Raaden vergaaderd was,<br />

C 4 door<br />

1787.


I? 8<br />

7-<br />

Vermeerdering<br />

der<br />

Vroedfchap<br />

te halter,<br />

dam.<br />

AO BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

door een Bode ingeleverd ; doch de Vroedfchap<br />

liet hetzelve terug geeven, om dat het<br />

aan Burgemeesteren hadt moeten ingeleverd<br />

v/orden. Die zelfde Verzoekers wendden zich<br />

daarom met een Verzoekfchrift tot de Edele<br />

Groot Moog,. Heeren Staaten van Holland- en<br />

Westvriesland (*_); doch met geen beteren uitflag,<br />

gelyk uit het vervolg van deeze Historie<br />

blyken zal.<br />

Gelyk in Amfterdam over de verandering van<br />

eenige Leden der Vroedfchap, zoo is in Rotterdam<br />

veel te doen geweest,over de vermeerdering<br />

der Vroedfchap met eenige Leden. Al<br />

zedert eenigen tyd was het gering getal van<br />

vier- cn- twintig Leden der Vroedfchap aan'<br />

veele Rotierdamfche Burgers als veel te klein<br />

voorgekomen, aangezien de grootheid en volkrykheid<br />

der Stad, welker belangen zy dachten,<br />

dat in meerder handen behoorden gefteld<br />

te worden, daar het toch dezelve niet ontbrak<br />

ïan veele kundige en gegoedde Inwooners. Zy<br />

Irongen te meer daarop aan, om dat de Vroedchap<br />

wel eer uit veertig Leden beftaan hadt,<br />

MI tot dit getal wenschten zy dezelve weder<br />

gebragt te zien. De Geconftituëerden, die daar<br />

jok reeds aangeftëld waren, vervaardigden tot<br />

i lat cir.de een Verzoekfchrifc, dat door meer<br />

4 lan duizend Burgers onderteekend , en op den<br />

fjften October by de Staaten van Holland inge-<br />

le-<br />

Q*) Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787. bladz. luit — 1014.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 4*<br />

Ieverd werdt. De groote Krygsraad der Schuttery<br />

onderfteunde dit verzoek, en zondt daarom<br />

eene Commisfie met een Adres aan het<br />

Collegie van Schepenen; te kennen geevende,<br />

dat de Krygsraad zich verplicht rekende tot<br />

eene Grondwettige Herftelling mede te werken,<br />

zonder welke hy meende, dat de rust<br />

binnen die Stad nooit zou kunnen verzekerd<br />

worden (*)• Het Collegie van Schepenen was<br />

ook voor de vermeerdering der Vroedfchap,<br />

met zestien nieuwe Raaden, en floeg totdat<br />

einde voor, eene verëenigde Vergaadering van<br />

Burgemeesteren, Schepenen en Raaden daar<br />

over te houden, overeenkomftig de oude Stedelyke<br />

verordening; doch de eerfte Burgemeester<br />

weigerde deeze Vergaadering te beleggen<br />

; waarop de tweede Burgemeester zulks<br />

deed; maar veertien Raaden, welke de meerderheid<br />

in de Vroedfchap uitmaakten , weigerden<br />

die Vergaadering by te woonen ; dus hebben<br />

de overige negen Raaden, met de zeven<br />

Schepenen daar over eene Vergaadering gehouden<br />

, en uit die Vergaadering kwam ook een<br />

Verzoekfchrift aan de Staaten voort, om het<br />

•vetal der Vroedfchappen tot veertig te vermeerderen,<br />

gelyk het wel eer geweest was. De<br />

veertien Leden der Vroedfchap, die anders<br />

daohten en tegen de vermeerdering waren, be-<br />

klaag-<br />

(») Nieuwe Nederl. Jaarb January 17S7. bladz, 78-73.<br />

Deroerd Nederland, V. Deel, bladz. 134.<br />

C 5<br />

1787.


42 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

1787 , klaagden zich by de Staaten over deezen Rap,<br />

dien zy als Lnconftitutioneel befchouwden; en<br />

deeze Rukken werden door Hun Ed. Groot<br />

Moog. aan de wederzydfche Partyën toege.<br />

zonden, om binnen zes weeken daarop te berichten<br />

(*). Burgemeesteren en Vroedfchappen<br />

zonden hun bericht in 't begin van December<br />

naa 'sHage; te weeten de Meerderheid,<br />

want niet allen waren van het zelfde gevoelen:<br />

twee Regeerende, twee Oud • Burgemeesteren<br />

en vier Leden van de Vroedfchap, zonden byna<br />

ter zelfder tyd hun bericht aan de Staaten,<br />

waarin zy het verzoek van ruim 1000 Burgers<br />

zoo billyk en nuttig als gegrond oordeelden ,<br />

en daarom hetzelve te moeten onderfteunen (f).<br />

Het Bericht van Burgemeesteren en Vroedfchap,<br />

aan de Staaten gezonden, behelsde drie<br />

Punten: i. Een betoog, dat de geenen, die<br />

het verzoek gedaan hadden tot vermeerdering<br />

van het getal der Raaden, niet bevoegd waren<br />

om zulk een verzoek te doen : 2. Dat Hun<br />

Ed. Groot Moog. even onbevoegd waren, om<br />

zich die zaak aan te trekken en daar over te<br />

befchikken: 3. Eenige bedenkingen en bezwaaren<br />

over de buitenfpoorigheden tegen hen<br />

en hun gezag in 't werk gefleld. Zeer breedvoerig<br />

was de uitbreiding deezer Hoofdpunten<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. January, 1787. bladz. 87 — 88.<br />

Cf) Beroerd Nederland, V. Deel, bladz. 195. Ibid. VI.<br />

Deel, bladz. 71. Waar het Bericht zelve ook in *yn geheel<br />

kan geleezen worden.<br />

in


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 43<br />

in 't Bericht van Burgemeesteren en Raad; en<br />

even breedvoerig van den anderen kant de Betoogen<br />

van hun recht en bevoegdheid, om op<br />

hun verzoek aan te dringen; al wat de kennis<br />

van het Staatsrecht en de Oudheidkunde bevat,<br />

werdt van weerskanten bygebragt, om<br />

deeze zaak te bepleiten, en de Staaten voor<br />

te lichten, om hun oordeel en beflisfing daar<br />

naar te richten. Het duurde een geruimen<br />

tyd, dat men niets van de vermeerdering der<br />

1787.<br />

Rotterdamfche Vroedfchap vernam; nogthans<br />

was dezelve niet uit het oog verlooren. Onaangezien<br />

het betoog van Burgemeesteren en<br />

Raad aan de Staaten ingeleverd, om zich die<br />

zaak niet aan te trekken ; zoo was zy toch<br />

onder de Punten van befchryving, en dezelve<br />

l c n<br />

werd den i7' Maart weder onderhanden genoomen.<br />

De Ridderfchap, de Gedeputeerden<br />

van Rotterdam en Delft, benevens die van Hoorn<br />

en Enkhuizen waren van gevoelen, dat het verzoek<br />

om de Vroedfchap van Rotterdam tot veertig<br />

te vermeerderen, van de hand geweezen<br />

moest worden ; doch die van Dordrecht, Haarlem,<br />

Leyden, Amfterdam, Gouda en Alkmaar<br />

begreepen, dat het verzoek moest toegedaan<br />

worden. Dus ging de vermeerdering der De ver­<br />

Vroedfchap ter Staatsvergaadering, met meermeerdering<br />

gaat door.<br />

derheid van Remmen door , overeenkomRig<br />

het Rapport , dat de Raadpenfionaris , wegens<br />

de Commisfie tot het Groot Befoigne,<br />

daar


Verkiaaring<br />

der Gedepn<br />

teerden van<br />

Rotterdam<br />

daar tegen.<br />

44 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

daar over dien zelfden dag in de Vergaadering<br />

bragt (*).<br />

Vier dagen na dit Befluit leverden de Gedeputeerden<br />

van Rotterdam, eene Verklaaring aan<br />

de Staaten over, waarin zy betuigden, dat zy<br />

zich, indien omtrent de vermeerdering der<br />

Vroedfchap, tegen hun gevoelen, een vast<br />

Befluit genoomen wierd, ten allen tyde ten<br />

kragtigfte daar tegen zouden verzetten ; laatende<br />

de fchroomelyke gevolgen, welke daar<br />

uit zouden kunnen voortkoomen, voor rekening<br />

van die geenen, welke daartoe geftemd<br />

hadden.<br />

De Burgers Zeer verdeeld waren de Burgers van Rotter-<br />

van Rotterdam<br />

zyn ook dam in deeze zaak; een groot getal was voor<br />

bier verdeeld;<br />

de vermeerdering der Vroedfchap, gelyk hier<br />

boven gebleeken is; maar ook een aanzienlyk<br />

getal yverde flerk daartegen, die zich insgeiyks<br />

Geconftitu'ëerden verkoozen, en daartoe<br />

Oud-Schepenen namen tot elf in getal, welke<br />

hunne zaak beyverden; en die, in hope van<br />

eenige verandering in het Eefluit der Staaten<br />

van den 17001 Maart te weeg te brengen, op den<br />

23^11 derzelfde Maand, een Verzoekfchrift by<br />

Hun Ed. Groot Moog. inleverden, waarin zy<br />

met. verfcheidene redenen aandrongen, dat het<br />

Hoogstdezelven behaagen mogt, het verzoek<br />

der Requeftranten ISAAC HU BEKT, met de •<br />

zynen, tot vermeerdering van het getal oer<br />

V roed-<br />

{*; Beroerd Nederland, VI. Deel, bladz. 1,53 — 154.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 45<br />

Vroedfchappen, af te flaan, en van de hand<br />

te wyzen, enz. Ook vervoegden zy zich aan<br />

Burgemeesteren en Vroedfchappen, om derzelver<br />

medewerking tot bereiking van hun oogmerk<br />

te verzoeken (*).<br />

Niet lang na deezen flap, deeden de Burgers<br />

van Rotterdam eenen tweeden flap van<br />

nog grootcr gewigt en gevolg. Aangemoedigd<br />

door het voorbeeld der Amjlerdamfche Burgers,<br />

die op den 2\^» April negen Raaden geremoveerd<br />

hadden, beflooten zy om 'er op den^te»<br />

derzelfde Maand, zeven in hunne Stad insgelyks<br />

van hunne Ampten te verlaaten. Op den<br />

22 ftci1 Remotie<br />

van zcvea<br />

llaaJcn.<br />

April vergaaderde de groote Krygsraad,<br />

en in die Vergaadering werd beflooten, dat<br />

eene aanzienlyke Commisfie uit hun midden,<br />

den volgenden dag des morgeus zich in de Kamer<br />

der Vroedfchap zou vervoegen, en aldaar<br />

door deu mond van den Secretaris een Voordragt<br />

doen, welke toen beraamd werd, en waar in<br />

de redenen ontvouwd v/erden , die hen tot<br />

deezen flap van zeven Raaden van hunne Ampten<br />

vervallen te verklaaren,, bewoogen hadden.<br />

Op dat men in dit werk, door geen Oproer<br />

of Gemeenc- Volksbeweegingen , die in deeze<br />

Stad zoo menigmail en zoo verregaande hadden<br />

plaats gehad, niet mogt gefroord worden, en<br />

de rust en goede nrde bewaard blyven, kwamen<br />

alle de Compagniën der Schuttery, op last<br />

der<br />

(*) Beroerd Nederland, VI. Deel bladz, löj — I7i'<br />

Plechtige<br />

optogt ilcr<br />

Conimisfic<br />

van dén<br />

Krygsraad.


1787.<br />

Voordragt<br />

van den<br />

Secretaris.<br />

46 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

der Ed. Groot Achtbaare Heeren van de Wet,<br />

ten zeven uuren des morgens in de Wapenen,<br />

en vatteden post op verfcheidene Plaatzen van<br />

de Stad, waar het meeste gevaar te vreezen<br />

was. Ten tien uuren ging de Commisfie van<br />

den Krygsraad, verzeld van de Geconftituëerden<br />

en een groot getal Conftituanten, Leden der<br />

Vaderlandfche Sociëteit, deeze laatften allen<br />

in 't zwart gekleed, in ftatie naa het Stadhuis;<br />

terwyl de Optogt van vooren en van agteren,<br />

door een Detachement gewapende Schutters<br />

geopend en geflooten werd. Dus aan het Stad­<br />

huis gekoomen zynde, en de Commisfie van<br />

den Krygsraad, benevens de Geconftituëerden,<br />

toegang en gehoor in de Vergaadering der<br />

Vroedfchap verzocht en verkreegen hebbende,<br />

deedt de Hr. HENDRIK ARNOLD KREET,<br />

Secretaris van den Krygsraad, de voorgemelde<br />

Voordragt; waar van de hoofdzaak, na de ont­<br />

vouwde redenen, was: „ Dat zy voor ten ui-<br />

terften nadeeiig hielden, het langer aanblyven<br />

van de Heeren Mr. JACOE VAN DER HEIM;<br />

Mr. JOHAN ADRIAAN VAN DERHOEVEN;<br />

Jkr. JOH. MARTEN, Baron COLLOT D'ES-<br />

CÜRY; Mr. ISAACVANTEYLINGEN; JOH.<br />

FRANC, VAN HOOGENDORP; Mr. REI-<br />

NIER F RED ERIK VAN STAVEREN en Mr.<br />

ANTH. WILH. SENN VAN BASEL, en ver­<br />

klaarden dezelven van flu af aan niet meer te<br />

zyn Raaden in deeze Vroedfchap, en daarom<br />

te begeeren en te verwagten, dat zy zich van<br />

dit


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 47<br />

dit oogenblik afzouden onthouden van de waarneeming<br />

van alles, wat tot die Posten behoort,<br />

of waartoe die hoedanigheid vereischt wordt;<br />

(waar onder de Krygsraad en Geconftituëerden,<br />

nogthans niet begrypen de Ampten van Bailjuw<br />

en Dykgraaf van Sdieland, als tot welke de grond<br />

hoedanigheid van Vroedfchap niet vereischt<br />

wordt) zonder zich op eenige wyze tegen deeze<br />

verlaating, waar door zy ook met de daad zelve<br />

van hunnen gedaanen Eed ontflaagen zyn, te<br />

verzetten, direct noch indirect; in welk geval<br />

de Krygsraad hun by deezen toezeide, te zullen<br />

zorgen voor de volkoomenfte veiligheid<br />

van derzelver Perfoonen, Huisgezinnen en<br />

Goederen, en niet te zullen toelaaten, maar<br />

met alle de magt hunner Schuttery en verdere<br />

Weldenkende Medeburgers te keer te gaan,<br />

alle geweid en overlast of hindernis, welke<br />

bun (hoewel onvermoedelyk) door fommige<br />

onbezonnen of te driftige yveraars, of ook<br />

door kwaadwilligen, die daar mede hunne goede<br />

zaak zouden trachten te benadeclen, zouden<br />

moogen aangedaan of bedreigd worden.<br />

Toen de Hr. KREET die Aanfpraak geëindigd<br />

hadt, begeerde de Vroedfchap , dat de<br />

Commisfie zoude buiten ftaan, om haar gelegenheid<br />

te geeven, over die Voordragt te raadpleegen;<br />

doch de Gecommitteerden weigerden<br />

zulks ingevolge van hunnen uitdrukkelyken<br />

last, ten zy de voorgemelde zeven Heeren,<br />

welke zy nu als reeds verlaaten befchouwden,<br />

ei l<br />

1787-<br />

Nicaw»<br />

Randen verkoorcn,<br />

na<br />

veel tegen-<br />

Itribbcling.


1787.<br />

48 BEKNOPTE HISTORIE DB»<br />

en over zulks geen recht hebbende, om aan<br />

de volgende raadpleegingen deel te neemen,<br />

ook de kamer verlieten; doch die zeven Heeren<br />

protefteerden ten allerfterkften tegen dit<br />

alles, en de zeven anderen, die met hun tot<br />

hier toe de Meerderheid hadden uitgemaakt,<br />

beriepen zich op een Befluit van Hun Ed. Groot<br />

Moog. van den 9 den<br />

Augustus 1658. volgends<br />

het welke geene Leden der Regeering het recht<br />

hebben, om derzelver Mede-Raaden te removeeren.<br />

Hierop antwoordde de Commisfie,<br />

dat zy zulks van die Heeren ook niet vergden;<br />

want dat zy het daar voor.hielden, dat de Re*<br />

motie reeds gefchied was, niet door de Mede-<br />

Raaden, maar door de Burgery zelve. En ingevolge<br />

daar van drong de Commisfie daarop<br />

aan, dat men aanftonds tot de Verkiezing van<br />

nieuwe Raaden zoude overgaan; want zy hadden<br />

last geene Leden van dat Collegie te laaten<br />

vertrekken, voor dat da Nieuwe Raaden aangefteld<br />

en beëedigd waren. Na veel tegenftribbciing<br />

beflooten eindelyk de aangebleevene<br />

Raaden de verkiezing te doen; cn werden tot<br />

nieuwe Raaden verkooren , de Heeren Mr. J A N<br />

W Ï X A N D R A M , Heer van Amyda en Harlaar,<br />

J. D. H U I C H K L E O S V A N <strong>II</strong>ENDlïlt, M l C H.<br />

M A K . D E M O N C H Y , W. A. C T O P , p. E I .<br />

L I N C K H U I Z E N , A R N. V A N B E E F T I N G H<br />

en DAN. J A C . E L E E R V E L D T ; welke Hee­<br />

ren aanftonds door Officieren uit de Scluittery<br />

vaa


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 49<br />

van hunne huizen afgehaald, op het Stadhuis<br />

gebragt, en beëedigd werden.<br />

Na dat de nieuwe Raaden den Eed afgelegd<br />

en Zitting genoomen hadden j verzocht de Commisfie,<br />

dat de voorige Afgevaardigden ter Staaten<br />

Vergaadering zouden terug geroepen, en<br />

anderen in hunne plaats benoemd worden; het<br />

welk vervolgendsgefchiedde, en werden daartoe<br />

benoemd de Heer Burgemeester BOGAART,<br />

en de Heeren Vroedfchappen, REEPMAA-<br />

KER , ELSEVIER en VAN H0 0.GSTRAA-<br />

TEN. Dus eindigde deeze gewichtige flap<br />

zonder eenige be weeging of opfchudding in de<br />

Stad; de Commisfie keerde weder naa den Krygsraad,<br />

om van het geen zy verricht hadt, en<br />

met welken uitflag, verflag te doen, en de meeste<br />

Compagniën trokken af; doch eenige Com.<br />

pagniën bleeven nög eenigen tyd het Scadhuis<br />

dag en nacht bewaaken, voor 't welke men<br />

tot meerdere veiligheid twee metaalen Veldflukken<br />

geplaatst hadt (*),<br />

De vier nieuwe Afgevaardigden ter Staats- Twist in da<br />

Vergadering<br />

vergaadering, welker Geloofsbrieven aan den van flollar.-d<br />

Raadpenfionaris VAN ELYSWÏK, gezonden<br />

over de GeloofVbile<br />

waren, kwamen den 24.^" April in 'sHage, en ven der<br />

Rutterdam.<br />

aan het Rotterdamfche Logement, waar zy de Cche Gedeputeerde.]»<br />

vier oude Afgevaardigden, de Heeren VAN<br />

2EYL1NGEN, VAN DER HOEVEN, VAN<br />

H OO-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. April 1787. bladz. 784 — 7991<br />

Beroerd Nederland, VI. Deel, bladz. 176—200.<br />

D<br />

Nieuwe Gedeputeerden<br />

naa den<br />

Haag gezonden<br />

, en<br />

dc ouden ie<br />

rug geioapen.


Verfchillendegevoelens<br />

dei-<br />

Staatsleden<br />

daar over.<br />

yo BEKNOPTE HISTORIÉ CER<br />

HOOGENDORP en VAN Y ZENDOORN VOH-<br />

den, die zy verzochten uit de vertrekken te<br />

gaan, en werden hun,op hun verzoek, andere<br />

vertrekken toegeftaan. Den volgenden dag<br />

25 fte<br />

n April, verfcheenen de oude Afgevaardigden<br />

vroegtydig in de Staaten Vergaadering,<br />

een geruimen tyd voor derzelver aanvang, om<br />

zich van de gewoone plaats, waar zy Zitting<br />

namen, te verzekeren. De nieuwe Afgevaardigden<br />

verfcheenen wat laater, en toen kwamen<br />

de nieuwe Geloofsbrieven ter tafel van<br />

Hun Edel Groot Moog. waar by d'e van de<br />

voorige Afgevaardigden werden ingetrokken j<br />

vervolgends kwam 'er een Brief in van Burgemeesteren<br />

van Rotterdam, waarin aan deStaaten<br />

werd kennis gegeeven, van s<br />

t geen aldaar op<br />

den 25 fte<br />

>i April gebeurd was; gelyk ook een<br />

gelyke Brief van de veertien Raaden, die de<br />

Meerderheid hadden uitgemaakt, en waar van<br />

de helft geremoveerd was; welke daar by voegden<br />

, „ dat het grootfte deel der Burgery het geen<br />

verricht was afkeurde; dat zy de nieuwe Deputatie<br />

niet hadden helpen beraamen, en daarom ver*<br />

trouwden, dat Hun Ed. Groor Moog. dezelve<br />

niet zoude erkennen :" Eindelyk nog een Verzoekfchrift<br />

van clen Hr. HOOG met de zynen,<br />

Geconftitneerden van de Aanhangers der oude<br />

Conltirutie, van gelyken inhoud als de Brief<br />

der veertien Raaden. Toen hier over beraadflaagd<br />

werd, waren de gevrelens der Stf.ats-<br />

Leden zeer verfchillende,: De Ridderfchap begreep,


ONLUSTEN IN SET VADERLAND. 51<br />

greep dat de oude Geloofsbrieven moesten gelden<br />

, om dat de nieuwe door dwang in de waereld<br />

gekoomen waren \ by dit Advies voegden<br />

zich de Steden Delft, Gorcum, Brielle, Hoorn,<br />

Enkhuizen. Edam en Medenblik, dus te faamen<br />

agt ftemmen. Gouda nam dit punt over. Rot.<br />

terdam was zelve het onderwerp des gefchils,<br />

en kon dus over zyne eigene zaak niet ftemmen.<br />

De overige negen Steden, Dordrecht,<br />

Haarlem, Leyden, Amfterdam, Schiedam, Schoon,<br />

hoven, Alkmaar, Monnikendam en Purmerend,<br />

verklaarden zich over het gebeurde niet te zullen<br />

uitlaaten, dewyl het punt in verfchil hief<br />

alleen was, of de nieuwe Geloofsbrieven de<br />

ouden te niet deeden; het welk door hen begreepen<br />

werd zoo te zyn; en de Gedeputeerden<br />

van Dordrecht voegden daar by , dat het<br />

nog zoo zeker niet was, dat 'er iets gedaan was,<br />

dat door de Burgery niet verricht mogt worden; en<br />

dat zy hetzelve befchouwden als merê Dome.<br />

fticq, dat is enkel huishoudelyk, en tot het<br />

byzonder beftier der Stad behoorende. Ondertusfchen<br />

bleeven de oude en nieuwe Afgevaardigden<br />

beiden in de Vergaadering zitten, tot<br />

dat ieders recht afgedaan en beflooten was, de<br />

Magiftraatsbeftelüng tè Rotterdam, dat is de<br />

verandering van Burgemeesteren en Schepenen ,<br />

te doen als in het voorige Jaar, waarin Gouda<br />

ïhedeftemde. Thans begon men van nieuws<br />

fterk te twisten over de Geloof brieven van de<br />

nieuwe Afgevaardigden, waar tegen de Rid-<br />

D % der^<br />

1787»


1787.<br />

Pnogingerf<br />

om alles<br />

weder te<br />

vernietigen<br />

52 BEKNOPTE HISTORIE bÉk<br />

derfchap, Delft en andere Steden, die met hun<br />

Remden, zich zeer fterk verzetteden , tegen<br />

alles protefleerden , en alles overnamen, ja<br />

eindelyk verklaarden , die gemelde Gedeputeerden<br />

niet te zullen erkennen ; nogthans<br />

moesten zy zich aan de Meerderheid onderwerpen,<br />

want met de negen Remmen der andere<br />

Steden, werdt tegen de agt eerite beflooten,<br />

de nieuwe Geloofsbrieven te doen<br />

gelden (*J.<br />

Daar werden nog wel veele poogingen gedaan,<br />

om het geen op den 23^ ^pri] verricht<br />

was, te vernietigen; en de verlaatene Raaden<br />

weder te doen herftellen; doch allen te vergeefsch:<br />

Op den 8*0 May kwam ter Vergadering<br />

der Heeren Staaten een Brief in van de<br />

Burgemeesteren EICHON cn VAN BEEF-<br />

T ING, waar in zy verklaarden, dat zy de nieuw<br />

aangeftelde Raaden niet konden by een roepen,<br />

en dus geen Vroedfchap zouden beleggen,<br />

zonder dat Hun Ed. Groot Moog. daarin<br />

zouden voorzien hebben ; daar by kwam een<br />

Brief van de veertien Raaden, waarvan 'er zeven<br />

geremoveerd waren , aandringende op herftel<br />

van het geen op den 23^11 April gefchied<br />

was; doch volgends het voorftel van Dordrecht,<br />

werd by Hun Ed. Groot Moog. begreepen ,<br />

dat de zaak Domefticq was, en alhoewel een cf<br />

twee Burgemeesters meenden geen Vroedfchap<br />

(*) mmri Nederl. Ja art, April bladz. 800-80a.<br />

te


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 53<br />

te kunnen beleggen, dat de derde zulks doen<br />

kon(*). Den 9 l,<br />

e May werd de Brief der Heeren<br />

Burgemeesteren EICHON en VAN BEEFTING<br />

en verfcheidene Raaden van Rotterdam, by de<br />

Staaten in nadere overweeging genomen; ge­<br />

lyk ook het Verzoekfchrift van den Hr. HOOG<br />

met de zynen. De beide Steden, Gouda en<br />

d c r i<br />

Gorinchem, die den 4<br />

May op dit punt rog<br />

niet gereed waren, verklaarden zich nu; Gouda<br />

verklaarde op uitdrukkelyken last der Vroed­<br />

fchap, de zaak van Rotterdam voor mère Dome-<br />

Jlicq te houden; Gorinchem verwachtte den<br />

d e<br />

volgenden dag misfchien nog last. Den n "<br />

May werd deeze zaak weder in overweeging<br />

gebragt en ook afgedaan; dewyl Gorinchem nu<br />

ook last ontvangen hadt, om zich by de 10<br />

andere Steden te voegen, zoo is het befluit<br />

met elf ftemmen opgemaakt, en de zaak wei é<br />

Domefticq, of zuiver huishoudelyk verklaard (f).<br />

Dus hebben dan de Staaten het gebeurde op<br />

l l e r i<br />

den 2i<br />

April te /Jmjlerdam, en op den 23^11<br />

April te Rotterdam voor enkel huishoudelyk<br />

verklaard in beide de Kooplieden (§). De<br />

Lieden der andere Party, die deeze Remotiën<br />

afkeurden, maakten wel verfcheidene aanmer-<br />

kingen op dit Domefticq verklaaren ; het nïeld<br />

echter Rand, dewyl het door verfcheidene<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787. bladz. r,ii,<br />

(f) Ibid May 1787. bladz. 92.1 929.<br />

(§) Ibid. May 1787. bladz. 919.<br />

D 3<br />

Ven<br />

I787.<br />

De zaak der<br />

Remotiën<br />

metelf ftetnmenhulshoudelyk<br />

verklaard


.1787.<br />

Het Vaandel<br />

VA 11 de<br />

JLyfa.'ii'dcn<br />

te vuet,<br />

grotiweljk<br />

outëerd.<br />

54 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Verzoekfchriften , om het te doen Rand hou.<br />

den , van veele Burgers van Dordrecht, Haarlem,<br />

Leyden, Gouda, Schiedam, Schoonhoven en anderen,<br />

onderfleund werd. De Regeeringen van<br />

beide de Steden bleeven op dien voet, op<br />

welken zy den aföè' en 23<br />

1<br />

2<br />

ftc<br />

n April gebragt<br />

waren, tot dat by het intrekken dér Pruisfifche<br />

Troupen in het Land en in de Steden, endoor<br />

de groote Omwending van zaaken , daarop gevolgd,<br />

alles weder op den ouden voet herReld<br />

werd; wanneer de nieuwe Regenten hunne<br />

Posten, en verfcheidene de Stad en het Vaderland<br />

verlieten; terwyl de ouden de Roeien<br />

der eere weder beklommen.<br />

Hoe groot de verbittering van fommige Lieden,<br />

in deeze tyden, was tegen de Regenten,<br />

die eene Grondwettige HerRelling zochten uit<br />

te werken, is ons voorheen gebleeken in het<br />

geval van MOOR AND; en dat ze niet minder<br />

was tegen de Staaten zeiven, bleek fomtyds<br />

door daaden, die zoo boosaartig in haare natuur,<br />

als fchandelyk Voor den bedryver en<br />

hoonende voor den Souverain waren: Van zo«<br />

danigen aart was de fchending van 't Vaandel<br />

der Lyfgarde te voet , van Hun Edel Groot<br />

Moog. de Staaten van Holland en Westvriedand,<br />

waar onder op Zondag den i8 t,C(<br />

> February de<br />

Wacht in 's Hage aftrok; op hetzelve waren<br />

;enigc zwarte fchrappen of trekken geteekend ,<br />

lie eehe galg verbeeldden , waarvan eene<br />

heep liep tot aan den kop van den Leeuw,<br />

op


ONLUSTEN m HET VADERLAND. SS<br />

op hetzelve Vaandel ftaande. Het Hof van<br />

Holland, dit vernoemen hebbende , beloofde<br />

een Premie van duizend zilveren Dukatons aan<br />

den geenen , die den daader of medeplechtigen<br />

ontdekte; en daar en boven ftraffeloosheid,<br />

indien de Aanbrenger een daader of medeplegtige<br />

was, met die bepaaling nogthans, indien<br />

hy door een ander tot het pleegen van die<br />

misdaad was aangezet, en den geenen, die hem<br />

hadt aangezet, ontdekte. De Krygsraad van<br />

het gemelde Regiment Gardes insgelyks beloofde<br />

een Premie van honderd halve gouden<br />

Ryders aan den geenen, die den daader of<br />

daaders zoude ontdekken, liet dit den ao^n<br />

op de Parade aan 't Regimenti en vervolgends<br />

aan allen, man voor man, bekend maaken. De<br />

Vaandrig VAN DER HOOP, die met dit Vaandel,<br />

zoo fraay getekend, ter Wacht was opgetrokken<br />

, werdt op order van den Generaal<br />

KRETSMAR in de Provoost gezet, en vervolgends<br />

door twee Raadsheeren van 't Hof,<br />

de Heeren LE LEU DE WIDHEM en VAN<br />

MINNINGEN, benevens dén Fiscaal 'T HOEN<br />

en een Secretaris, verhoord (*) Gecommitteerde<br />

Raaden fchreeven in eenen Brief aan de<br />

Staaten, wat 'er met het Vaandel was voorgevallen,<br />

en dat ze aan 't Hof van Jrftine hadden<br />

toegedaan , eenige vermindering van ftraffe<br />

te belooven aan de ontdekkers van 't bedryf,<br />

£*) Nieuvit Nederl, Jaarb, February 1787. bladz. 213—21;.<br />

D 4<br />

in*<br />

1787.<br />

De Vaandiig<br />

VA M<br />

D EU 1: o 0 F<br />

in arrest.


Aan ('en<br />

K'ygsrf.nl<br />

p ergegeevui.<br />

50 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />

ndicn zy medeplegtigen" waren; dit werd<br />

goedgekeurd, behalven door Amfierdam, en<br />

nog vier Steden, die dit overnamen (*). Ver-<br />

volgends werd de Vaandrig V A N D E R H O O P<br />

door het hocge Gerechtshof in handen van den<br />

Krygsraad overgegeeven, met verklaaring, dat<br />

het Hof niets tot zynen laste gevonden hadt.<br />

De Krygsraad hield daarop den 28 lle<br />

n February<br />

vergaadering, ontflpeg den Gevangenen Vaan­<br />

drig uit.zyn Arrest by den geweldigen Pro-<br />

voost, en (lelde hem in Kamer• Arrest. Doch<br />

de Staaten fchreeven aan het Hof van Jullitie,<br />

om, alyoorens dat geval te eindigen, opening<br />

van zyn bevinden, aan Hun Edel Groot Moog.<br />

te geeven, en van 't geen door hetzelve ver­<br />

licht was, verflag te doen (f). Ook werd de<br />

Generaal Major K R E T S C H M A R door de Ge-<br />

:ommitteerde Raaden gelast, gan Hun Edel<br />

Moog. rapport te doen , van het geen de Krygs.<br />

raad in de zaak van den Vaandrig V A N D E R<br />

K O O P verricht hadt (§). Eindelyk werden<br />

Gecommitteerde Raaden op den 14' ie<br />

» Maart,<br />

ïemagtigd om alle de flukken van den Krygs-<br />

•aad, raakende de zaak van den Vaandrig<br />

/ A N D E R H O O P , te vorderen, en den ge-<br />

nelden Krygsraad reden af te vraagen , waarom<br />

ry het Provoost-Arrest in een kamer -Arrest<br />

(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. February 1787. bladz. 22Ó,<br />

dj .Ibid. February 1787. bladz. C32,<br />

{§; Ibid. uiaart 1787. bladz. 33ö„<br />

ver*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 57<br />

veranderd hadt, en van alles aan de Staaten 17S7.<br />

bericht te geeven. Ondertusfchen fchondt de Vlugt uit<br />

zyn Arrest,"<br />

Vaandrig VAN DER HOOP zyn Kamer-Arrest,<br />

en maakte zich weg door de vlugt; buiten<br />

bereik zynde , fchreef hy eenen Brief aan<br />

den Prefident des Krygsraads, waarin hy zyne<br />

onfchuld aandrong, en voorgaf om geene andere<br />

reden gevlugt te zyn, dan uit vreezevan<br />

voor eenen anderen, dan zynen dagelykfehen<br />

\<br />

en bevoegden Rechter, te recht gefteld te<br />

zullen worden; doch hoe ongegrond deeze<br />

voorgewende yreeze was, zal uit het vervolg<br />

blyken. De Prefident des* Krygsraads bragt<br />

deezen Brief ter tafel van de Staaten (*). Ge­<br />

f t ;<br />

committeerde Raaden gaven den 2o « Maart,<br />

aan de Staaten bericht van 't Rapport des Krygsraads<br />

, waar uit bleek wat dezelve in de zaake<br />

des gevlugten Vaandrigs VA N DER HOOP gedaan<br />

hadt , en dit Rapport werd Commisforiaal<br />

gemaakt (f). Ondertusfchen werdt de<br />

Vaandrig, van wegen den Krygsraad des Regiments<br />

Gardes te voet, door Hun Ed. Groot<br />

Moog. daartoe gemagtigd zynde , by openbaare<br />

trommelflag ingedaagd, wegens plichtverzuim<br />

in het niet aangeeven der ontëering van het<br />

Vaandel; en voorts over zyn ontwyken uit zyn<br />

Huis-Arrest, om tegen den 6 Jen<br />

April te verfchynen,<br />

en zodanigen crirnjneelen eisch van<br />

(*) Nieuws Nederl. Jaarb. Maart 1787. bladz, 399.<br />

(.1; ïbid. Maart 1787. bladz. 407.-<br />

D 5<br />

den<br />

Wordt ingedaagd.<br />

'


1787.<br />

VcrfchynÉ<br />

niet, cu<br />

wordt gevonniid.<br />

Oproer en<br />

Plniidtrinccn<br />

te Goes.<br />

58 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

den Auditeur aan te hooren, als tegen hem<br />

zou gedaan worden (*). Doch de Vaandrig<br />

VAN DER HOOP verfcheen niet voor deezen<br />

zynen dagelykfehen en bevoegden Rechter,<br />

voor welken hy gedaagd was, gevolglyk hadt<br />

hy nu geene reden om te vreezen, voor eenen<br />

anderen Rechter gefteld te zullen worden;<br />

welk agterblyven groot vermoeden gaf van<br />

fchuldigheid. Waarom ook de bovengemelde<br />

Krygsraad een vry zwaar Vonnis over hem<br />

velde, dat hy naamelyk als eerloos zou gecas><br />

feerd, en eeuwig uit Holland en Westvriesland<br />

gebannen worden; welk Vonnis aan de Staaten<br />

ter goedkeuring werd overgegeeven, en op den<br />

2fjftèn May door Hun Edel Groot Moog. goedgekeurd<br />

en bevestigd (f).<br />

Thans koom ik tot Gebeurtenisfen, waarin<br />

Oproerigheid, Plunderzucht en geweld op zulk<br />

eene barbaarfche wyze haar rol gefpeeld heb.<br />

ben, dat de menfehelykheid 'er van gruwt, en<br />

waar uit blyken zal tot welke buitenfpoorigheden,<br />

partyzucht domme cn dolle yveraars kan<br />

vervoeren. Het geen te Goes in Zeeland gebeurd<br />

is , zal daar van een allerdroevigst voorbeeld<br />

uitleveren. Na dat men federt eenigen tyd al<br />

beweegingen onder het gemeene Volkbefpreid<br />

hadt, braken dezelven eindelyk in woede uit<br />

op<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1787. bladz. 409.<br />

(D 'W*" May 1787. bladz. 058,


ONLUSTEN IN. HET VADERLAND. $9<br />

op Dingsdag den 3o ac<br />

" January Twee zaaken<br />

geeven de berichten, die men daar van heeft,<br />

op , welke daartoe aanleiding gaven. Voor<br />

eerst, dat men een gerucht verfpreid hadt,<br />

van eenen zoo genaamden Patriöttifchen Eed,<br />

waar door men zich verbonden zoude hebben ,<br />

om den Proteftantfchen Godsdienst en het Huis<br />

van Oranje uit te roei jen. Hoe ongerymd,<br />

hoe onmoogelyk in de uitvoering, zulk eene<br />

vcrbindtenis ook mogt voorkoomen, zy vondt<br />

echter geloove by een dom Gemeen, dat reeds<br />

tegen de Patriotten opgeftookt, hier door nog<br />

meer verbitterd werdt.<br />

De tweede aanleiding was, dat men in de<br />

Hollandjche Historifche Courant, van den 27^"<br />

January eenige uitdrukkingen geleezen hadt,<br />

djor welke de Zeeuwen in 't algemeen,, en de<br />

Goefenaars in 't byzonder zich gehoond en beleedigd<br />

achtteden: te weeten, ,, dat de Provintie<br />

Zeeland,op het Staatkundig Tooneel van<br />

ons Vaderland eene verachtelyke rol fpeelde,<br />

en dat zulk een gedrag door het beste gedeelte<br />

van Zeelands Ingezeetenen niet werd goedgekeurd;<br />

maar dat dit den grootften afkeer gevoelde<br />

van het ongelukkig bellier, welk aldaar<br />

plaats hadt; als waar door deeze Provintie het<br />

voorwerp der verachting van alle weidenkenden<br />

zyn moest."<br />

Om deezen blaam van de Provintie af te<br />

weeren, en den JS'ieuwsfchryver te logenftraffen,<br />

deed men een Dank-Adres opftellen en<br />

ter<br />

1787.<br />

Haiik-<br />

Adresfen<br />

aan de Staa<br />

ten,


1787.<br />

6o BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ter TeekeniDg leggen , waarin de Onderteekenaars<br />

hun genoegen betuigden over de maatregelen,<br />

welken de Staaten der Provintie tot<br />

hiertoe genoomen, en over het gedrag, dat<br />

Hun Edel Moog. in 't bellier der algemeene<br />

zaaken gehouden hadden. Dit Adres vond wel<br />

hier en daar eenige Onderteekenaars, maar<br />

veelen weigerden ook te onderfchryven; onder<br />

anderen een oud Landman, met te zeggen:<br />

,, de-vos is te oud; zulke dingen waren goed<br />

in de tyden der onweetendheid; maar niet,<br />

federt dat hy en zyns gelyken werk gemaakt<br />

hadden van 's Lands gefchiedenisfen te kezen."<br />

Men wilde evenwel veele Onderteekenaars<br />

hebben, men liep langs de huizen om<br />

zulken, die ongenegen waren, met geweld<br />

daartoe te dwingen; en onder dat'voorwendzel<br />

bedreef men allerlei baldaadigheden; eindelyk<br />

floeg men over tot Plunderen en Rooven, en<br />

tot de grouwelykfle mishandelingen van weêrloozen,<br />

om zich over den ingebeelden hoon<br />

door de Hiftorie Courant, hun aangedaan, aan<br />

zyne Medeburgers, die men voor Patriotten<br />

hield, te wrecken. Dit tooneel werd op Dingsdag-.<br />

den 30 aeri<br />

January geopend door den huisknegt<br />

van den Heer z. D VAN DER BILT,<br />

Schepen en Raad der Stad Goes. Deeze knegt<br />

ontmoette op dien dag een bejaard Koopman,<br />

met naame JAC, KODDE, fmeet hem tegen<br />

den grond, na eenige woordenwisfelingen, en<br />

kwetfte hem in het aangezigt. Gelyke moedwil-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 61<br />

"willigheid pleegde die zelfde knegt kort daarna<br />

aan den Zilverfmid VAN DEN THOORN. Nog<br />

erger boosheid voerde hy in den namiddag uit<br />

in de Herberg de Gouden Leeuw, waar hy, geholpen<br />

door den beruchten Schippersknegt<br />

HEIN MEURS, naderhand bekend onder den<br />

naam van Oranje Bailjuw, zekeren Schipper,<br />

met naame WILLEM KODDE, op het vuur<br />

wierp, in de tegenwoordigheid van den Hr.<br />

w. c. DE CRANE, Schepen en Raad der Stad.<br />

Deeze en diergelyke mishandelingen aan Geweldige}<br />

Oproeren.<br />

Lieden toegebragt, die hun in 't minst niet<br />

beleedigd hadden, aileenlyk dat zy van deeze<br />

dolle yveraars in gevoelen verfchilden, waren<br />

maar als een voorfpel van het woefte toonee!,<br />

dat dien avond zou geopend worden. Ten zes<br />

uuren liep een troup gemeen Volk naa het huis<br />

van den Procureur j DE WINDT, oudften<br />

Luitenant der Schuttery . DE ED. HANDBOOG.<br />

Daar eenige reizen aangefcheld hebbende,<br />

fchoof de Procureur een boven Raam open , en<br />

vraagde wat zy hebben moesten? Zy wilden<br />

weeten of hy de Schryver van de Historifche<br />

Courant was? Hy antwoordde van neen; doch<br />

een uit den hoop riep hem toe: ,, Gy liegt<br />

het: wy gelooven u niet; kom maar beneden,<br />

dan zullen wy u in vier kwartieren van "?n<br />

fcheuren." Ondertusfchen zond de Hr. DE<br />

WINDT, aan den Bailjuw j, POLS, om hulpe<br />

tegen deeze woeste menigte te verzoeken;<br />

doch eer de Bailjuw daar was, zochten zy ge-<br />

le.


1787.<br />

02 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

legenheid om rn 't huis te koomen en te plunderen;<br />

eenigen gingen naa de agterdeur om in<br />

te brecken; dit mislukkende zochten zy over<br />

het dak in huis te komen; ook daarin niet flaagende,<br />

liepen zy naa de voordeur,om die met<br />

geweld open te loopen; maar ook dit niet gelukkende,<br />

vielen zy aan op de Raamen van het<br />

Voorhuis, en de Zykamer, die zy met blinden<br />

en al qitfiieten ; waarop zy daar in flooven ,<br />

alles wat daar in was, kort en klein floegen,<br />

en den Procureur met glas en andere dingen ,<br />

die voor handen waren, naa het hoofd fmeeten<br />

, zoo dat hy genoodzaakt was naa boven te<br />

vlugteu, waarheen de Plunderaars hem zekerlyk<br />

zouden gevolgd hebben, indien zy niet<br />

door zyn Dochtertje en Schoonzuster met bidden<br />

en fmeeken waren te rug gehouden.<br />

Eindelyk verfcheen de Hr. Bailjuw POLS,<br />

ten huize van den Procureur; waarop de oproerige<br />

hoop afzakte, en zich naa het huis van<br />

een Winkelier begaf, waar zy alles deerlyk<br />

verwoesteden, en veele Winkelwaaren roofden.<br />

Van daar begaven zy zich naa het huis<br />

van den Mennonisten Prediker A. STAAL,<br />

waar zy niet alleen groote verwoestingen aanrechteden<br />

aan Huisraad, Boeken en Papieren;<br />

maar ook den Leeraar na het leeven Ronden<br />

en hem den dood dreigden, zoo dat hy zich<br />

in 't bovenfte van het huis moest verbergen,<br />

om de Moordzuchtige handen van het Graauw<br />

te ontwyken. Het geen niet weinig tot verbis.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 63<br />

bittering van het opgeruid Gemeen zal hebben<br />

toegebragt, is buiten twyfel dit, dat men on­<br />

der de geplunderde en geroofde Papieren en<br />

Boeken, het Boek van de Sociëteit of het<br />

Genootfchap van Wapenhandel, waarvan de<br />

Hr. A. STAAL Secretaris was, gevonden hadt,<br />

en in hetzelve, den bovengemelden Patriötti-<br />

fchen Eed. Aanftonds ging het geroep op,<br />

dat nlen nu agter het geheim was, en den man<br />

gevonden hadt. Doch, by nader onderzoek,<br />

bleek welhaast, dat een gedrukt Exemplaar<br />

van 'sHage te Goes gebragt was, door den<br />

Beurtfchipper MARINUS VAN EALEN, van<br />

Goes op 'sHage. Het volk, hier door verbit­<br />

terd op den Schipper, dreigde zyn huis onder<br />

den voet te haaien; doch de Burgemeesters<br />

droegen daar zorg voor, en lieten twee Schild­<br />

wachten voor dat huis plaatfen, met last, om<br />

geweld met geweld te keeren ; hoewel de<br />

Plunderaars aan de andere huizen hunne rol<br />

uitgefpeeld, en hunnen moed ongehinderd ge­<br />

koeld hadden. Ondertusfchen moest Do. A.<br />

STAAL zyne Gemeente en beroep verlaaten,<br />

om zyne veiligheid buiten Zeeland te zoeken;<br />

gelyk ook verfcheidene andere Perfoonen die<br />

oproerige Stad en het Eiland verlieten.<br />

Terwyl deeze dingen gebeurden, hield de<br />

Procureur DE WINDT, een kort gefprek föee<br />

den Bailjuw POLS, waar in de Procurf tor', Mil­<br />

der anderen, aan den Bailjuw vrkagde, waarom<br />

hy den knegt van den Schepta VA DI:B<br />

BILT,<br />

1787.


niet hadt doen vatten en in hechtenis zetten ?<br />

Waarop de Bailjuw antwoordde, dat hy hem,<br />

ontbooden, doch dat hy de misdaad ontkend<br />

hadt. DE WINDT hernam hierop, dat verfcheidene<br />

menfchen zulks gezien hadden,'onder<br />

anderen de Zilverfmid VAN DEN THOORN,<br />

die ook zelve geflaagen was; waarop de Bailjuw<br />

hem te gemoet voerde, dat deeze daarom<br />

geen getuige konde zyn; en dat hy, in allen<br />

gevalle, dien Knegt niet mogt vatten. Nog vindt<br />

men aangaande den Hr. DE WINDT aangeteekend,<br />

dat hy na twee herhaalde aanvallen<br />

op zyn huis doorgeftaan te hebben , zyne<br />

Dochter naa den "Burgemeester VAN DORTH<br />

zondt, om byftand en wel een Militairen<br />

Schildwacht te moogen hebben; maar dat de<br />

jonge Juffrouw door des Burgemeesters Vrouw<br />

werd afgezet met te zeggen, dat elk om een<br />

Schildwacht zondt; dat hy eerst na een derden<br />

aanval, en toen nog op voorfpraak van den<br />

Bevelhebber der Bezetting MA CA LES TER,<br />

zyne begeerte verkreeg; doch met bygevoegden<br />

last, dat de Schildwacht by eenen derden<br />

aanval het huis moest verlaaten; doch de Be«<br />

velhebber hadt de goedheid van hem nog twee<br />

nachten daarna eene Wacht te verleenen. Om<br />

geene byzonderheden meer by te brengen, -<br />

zal ik alleen nog maar in 't algemeen aantekenen,<br />

dat deeze razemy den gantichen nacht<br />

aan-.


ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. 63<br />

aanhield, dat eene Publicatie, daar tegen afgekondigd,<br />

even zoo weinig uitwerkte, als de<br />

Patrouilles van de Militie; en dat 'er wel 20<br />

huizen van Patriotten geheel uitgeplunderd,en<br />

wel 50 de glazen ingeflaagen en grootelyks<br />

befchadigd zyn geweest; zoo dat de fchade,<br />

hier door veroorzaakt, volgends geloofwaardige<br />

opgave, weinig minder dan driemaal honderd<br />

duizend gulden bedraagen heeft. Nauwelyks<br />

was deeze verfchrikkelyke nacht geëindigd,<br />

of men liep met een Oranje Vaandel langs de<br />

ftraaten, en dwong elk om Oranje te draagen,<br />

en het bovengemelde Dank-Adres te teeke*<br />

nen (*).<br />

Na dat de Plundergeest dus uitgeraasd hadt en<br />

verzadigd was, kwam de Stad naar 't uiterlyko<br />

in rust; doch 'er werd geen onderzoek gedaan<br />

naa de Aanvoerders en voornaame hoofden der<br />

muitery en plundering; men liet zoo wel de<br />

Belhamels als Medeplegtigen ongemoeid de<br />

openbaare Rraaten betreeden. Waarom de<br />

Regeerders van ZIERIKZEE en VEERE<br />

Voorftellingen ter Staatsvergaadering deeden,<br />

om naa dit Oproer onderzoek te doen. Ook<br />

werd ter Staatsvergaadering beflooten , bericht<br />

van den Magiftraat der Stad Goes te vraagen,<br />

en onderzoek te doen naa de werkeloosheid, die<br />

daar hadt plaats gehad. De Regeering van ter<br />

Goes,<br />

' (*) Nieuwe Nederl. Jaarb. February 17S7. blaciz. 344»<br />

Btnefd Nederland, V. Deel, bladz. 9e — 100.<br />

E<br />

1787*


Ï787.<br />

i I<br />

66 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Goes, zond welhaast het begeerde bericht,<br />

waarin zy het voorgevallene als een grcot wanbedryf<br />

befchouwde; maar zich verontfchuldigde<br />

met eene Verklaaring van den Bevelhebber der<br />

Bezetting, die verklaarde te zwak geweest te<br />

zyn om het geweld te keeren, en daarom verzocht<br />

voor eenige dagen nog 100 Mannen meer<br />

te moogen hebben. Voorts Relde de Regeering<br />

der Stad Goes aan de Staaten voor, om aan de<br />

Ingezeetenen Amnejlie te verleenen ; hoewel<br />

zy zich verlegen vondt,op wat wyze defchade<br />

aan de beleedigde Burgers te vergoeden; nog<br />

Relde zy voor om de werking der JuRitie op<br />

te fchorten; en de Meerderheid der Staats-Leden<br />

befloot 'er toe om die verzochte opfchor»<br />

ting te verleenen.<br />

De Stad Veere Relde voor, dat men de<br />

bronnen deezer Onlusten zou onderzoeken.<br />

Dit werdt aan eene Commisfie opgedraagen,<br />

en de Raadpenfionaris VAN DE SPIEGEL advifeerde,<br />

dat de bronnen te zoeken waren<br />

I. In het draagen van onderfcheidene tekenen ,<br />

en daar aan gehechte benaamingen. 11. Dat<br />

de Ingezeetenen zich onderwonden, om zich<br />

het beheer der openbaare zaaken aan te trekken.<br />

111. In den Burger Wapenhandel. IV.<br />

In het Vaderlandfche Fonds. V. In de Vergadering<br />

van derzelver Beflierderen. VI. In de<br />

losbandigheid der Couranten; waar by Middelburg<br />

nog voegde, de Vryheid der Drukpers.<br />

Maar Zierikxee was van een geheel ander gevoe-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. (T?<br />

Voelen, en begreep, dat men de bronnen der<br />

Onëenigheden te zoeken hadt in de werkeloosheid<br />

by den Engelfchen Oorlog; in de verwaarloozing<br />

van 'sLands verdeediging; in de tegenkanting<br />

tegen den Burger-Wapenhandel;<br />

in de misleiding van het Gemeen; en in de<br />

Dank - Adresfen wegens het goed beftier» enz.<br />

Eindelyk Relde de Raadpenfionaris VAN DEN<br />

SPIEGEL voor, eene welberedeneerde Publicatie<br />

af te kondigen, waar door zou verboden<br />

worden het draagen van alle onderfcheidene<br />

tekens, zich te bemoeijen met de openbaare<br />

zaaken, en daar by te voegen eene algemeene<br />

Amnestie. De Meerderheid keurde dit voorftel<br />

goed, befloot daartoe, en verzocht den Raadpenfionaris<br />

om een beredeneerd ontwerp van<br />

zodanige Publicatie op te ftellen (*).<br />

Omtrent den zelfden tyd en uit den zelfden Oproer cn<br />

Tweefpals<br />

grond, als te Goes ontftond in Noordholland, te Hoorn.<br />

-in de Stad Hoorn een oproer, waar by ook vry<br />

wat ongereldheden gepleegd werden , en de<br />

verbittering en tweefpalt zoo hoog liep, dat<br />

ze door eene Commisfie uit Gecommitteerde<br />

Raaden, van Krygsvolk onderfteund, moest<br />

geftild en tot rust gebragt worden. Het zelfde<br />

gerucht van dien voorgewenden , zoo veel opfpraak<br />

verwekkenden Eed , betreffende den<br />

Proteftantfchen Godsdienst en het Huis van<br />

Oranje,<br />

Nieuwe Nederl. Jaath February ,172?, bladz. 315—318,<br />

E 2<br />

1787.


1787.<br />

Publicatie<br />

daar tegen<br />

afgekondigd.<br />

68 BEKNOPTE HISTORIE DËÏT<br />

Oranje, was ook hier verfpreid; en werd even<br />

eens, als te Goes aan het Vaderlandsch Genoot*<br />

fchap, voor Vaderland en Vryheid, ten laste ge­<br />

legd. Om de gevolgen van zulk een haatelyk<br />

vermoeden voor te koomen , en de ongere­<br />

geldheden, waarvan reeds beginzelen gezien<br />

waren, te Ruiten, deedt de Wethouderfchap<br />

op den 3dcn February eene zeer nadrukkelyke<br />

Publicatie afkondigen. In deeze Publicatie<br />

betuigden Schout, Burgemeesteren en Sche­<br />

penen der Stad Hocrn, dat zy met de grootRe<br />

aandoening vernoomen hadden, de toeneemende<br />

verfchillende denkwyzen der Burgers en Inge-<br />

zeetenen, en daar uit voortfpruitendeOnéénig-<br />

heden, waar door de een den anderen haatte,<br />

vervolgde en nadeel in zyne handteering toe-<br />

bragt; dat men het zaad van tweedragt en op­<br />

roer zaaide, door Schimpliederen te zingen,<br />

faamenrottingen te maaken, brutaliteiten te<br />

pleegen, beleedigingen aan Rille Burgers en<br />

Ingezeetenen te doen, fchotfehriften en op­<br />

roerige .Gedichten te verfpreiden, en daaren­<br />

boven een verfierden,onwaarachtigenen Gods-<br />

lasterlyken Eed uit te flrooijen en te verfprei­<br />

den ; onder anderen inhoudende, den Prote.<br />

Jtamfchen Godsdienst te onderdrukken en tegen<br />

te gaan, als mede den Roomfchen Godsdienst,<br />

die in deeze Landen toegelaaten wordt, en<br />

welken Eed men voorgaf, door de Leden van<br />

het gewettigd Exercitie - Genootfchap voor<br />

Vaderland en Vryheid 3 binnen die Stad, bezwoe­<br />

ren


ONLUSTEN IN MET VADERLAND. 69<br />

ten te zyn: Iets geheel en alleen ingericht om<br />

de Ingezeetenen der Stad, en wel de Godsdienftigfte<br />

onder beide Gezindheden te meer<br />

tegen eikanderen te verbitteren, en de bloedigfte<br />

moordtooneelen voort te brengen; daar<br />

nogthans het gemelde Exercitie - Genootfchap<br />

aan Hun Ed. Groot Achtbaare op hetplegtigfte<br />

betuigd en meermaalen getoond hadt, niets<br />

anders ten doel te hebben dan , met verzaaking<br />

van alle eigenbelang, 'sLands waar belang en<br />

de rust en veiligheid der Ingezeetenen te be.<br />

vorderen ; en dat nimmer zulk een Godvergeeten<br />

ftuk, onder de Leden van het Genootfchap<br />

zoude plaats vinden; maar dat zy zich op het<br />

plechtigfte verbonden hadden , den waaren<br />

Christelyken Godsdienst, welken zy, benevens<br />

de Burgerlyke Vryheid , hielden voor de<br />

onfchatbaare vastigheden van Neêrlands Staats,<br />

gebouw, met allen yver, ernst en nadruk te<br />

zullen handhaaven, zonder mede te werken of<br />

te gedoogen , dat de gronden van dien Godsdienst<br />

op eeniger hande wyze zouden ondermynd<br />

worden; behoudens nogthans een billyke<br />

vryheid van Godsdienstoefening van andere<br />

Gezindheden. Waarom Hun Edel Gr. Achtb.<br />

by deeze alle Burgers en Inwooners der Stad,<br />

en haar onderhoorig Rechtsgebied op hetfterksc<br />

verzochten en vermaanden, de een den anderen<br />

in alle vrede en eendragt te verdraagen, elkanders<br />

welzyn, als Leden van eene Maatfchappy<br />

te behartigen en te bevorderen; en zich vooral<br />

E<br />

3 te<br />

1787*


1787.<br />

.Aanval oy><br />

liet liuis van<br />

den Bode<br />

van *t VaderlaudschOenootfeliap.<br />

70 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

te onthouden van alle die dingen in 't begin<br />

deezer Publicatie gemeld, byzonderlyk ook<br />

van 't verfpreiden van bovengemelden voorgegeeven<br />

Eed; zullende de Overtreeders van<br />

deeze Waarfchouwing, als verftoorders van de<br />

algemeene rusten veiligheid, geftrengelyk en<br />

zonder eenig oogluiken geftraft worden. Ook<br />

beloofden Hun Ed. Groot Achtbaare eene<br />

fomme van 300 guldens aan den geenen, die<br />

den uitvinder of opfteller van den voorgegeeven<br />

Eed zoude aanwyzen; als mede aan den<br />

geenen, die kon aantoonen , dat ooit zodanige<br />

Eed door een der Leden van het Genootfchap<br />

zoude gezwooren zyn (*)."<br />

Onaangezien deeze getrouwe Waarfchouwing<br />

en Vaderlyke vermaaning , bleeven de<br />

gemoederen even onftuimig, het welk uit hunne<br />

gefprekken en handelingen duidelyk bleek;<br />

en zy fcheenen niet te zullen rusten voor dat<br />

zy hunnen moed gekoeld, oproer verwekt, en<br />

hunnen wrok op het Genootfchap, dat hun zoo<br />

zeer in den weg was, hadden uitgeoefend.<br />

Met fchrik en vreeze zag nu de ftille Burger<br />

den 8 fte<br />

n Maart te gemoet, een dag,die meermaalen<br />

tot losbandigheid misbruikt was. Het<br />

d e - 1<br />

bleef echter ft.il en rustig tot aan den i4<br />

Maart, wanneer in den namiddag reeds eenige<br />

woelzieke menfehen, door een ftuurs gelaat<br />

en dreigende woorden, lieten blyken, dat zy<br />

niets<br />

(*) Beroerd Nederland, V. Deel, bladz. 108 — 113.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 71<br />

niets goeds in den zin hadden ; maar tegen den<br />

avond begaven zich eene menigte gemeen volk<br />

naa het huis van den Bode van het Vaderlandsch<br />

Genootfchap, JAN MEYER genaamd, en<br />

deeden eenen aanval met fteenen op de deur<br />

en venfters; doch MEYER, die den ftorm<br />

wel verwagt, en zich daar tegen van Wapenen<br />

tot verdeediging voorzien hadt, beantwoordde<br />

hun met fcherp en handgranaaten uit een Solder.<br />

venfter. Dit baarde fchrik en bragt den woesten<br />

hoop aan 't wyken, hoewel men niet weet<br />

dat 'er iemand gekwetst werd. Dit fchieten s<br />

en het rondloopen van meer andere , geen goed<br />

voorfpellende, hoopen vólks verfpreidde den<br />

fchrik door de Stad, en bragt de Schuttery<br />

onder de Wapenen. Een der Compagniën trok<br />

naa het aangevallen huis, en bezettede de toegangen<br />

daar naa toe; eene andere bezettede het<br />

Stadhuis. Het Graauw hield ondertusfchen<br />

Rand, en week niet uit den post dien het ingenoomen<br />

hadt; en dewyl eenige van 't ver<br />

nietigde Oranje Corps zich onder hetzelve met<br />

Geweeren gemengd hadden, zoo werdt var<br />

hunnen kant op de Schuttery geichooten, die<br />

dus genoodzaakt waren nu en dan eens los te<br />

branden; dit duurde totover drie uuren, zon<br />

der dat iemand gekwetst werd ; wanneer d(<br />

muitende hoop , geen kans ziende om zyn oog'<br />

merk te bereiken, begon af te zakken; en ter<br />

vyf uuren fcheen alles in rust, althans was dt<br />

woede in zoo verre beteugeld, dat vier van d(<br />

z e<br />

E 4<br />

1787.


Eene groote<br />

menigte vcrfchynt<br />

vcor<br />

'i Stadhuis.<br />

1% BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />

zes Compagniën werden afgedankt. De eenige<br />

gekwetfte, die 'er bevonden is, was een van<br />

de Patriotten, aan wien eene zwaare kwetfuur<br />

aan 't been was toegebragt, door een fchoot<br />

van achter een hooiltal op hem gelost. De<br />

perfoon, dien men voor den daader hield,<br />

werd gevat, ontwapend en in hechtenis gebragt<br />

(*).<br />

Thans vleide men zich met de hope, dat de<br />

woede eens gefluit zynde, nu zou bedaarenen<br />

de rust herfteld worden; maar het was'erverre<br />

d i ;<br />

van daan, den volgenden dag, den ij ", verhefte<br />

zich het gemoed van nieuws niet alleen<br />

by het geringfte Gemeen, maar ook onder de<br />

Scheepstimmerlieden, en de Leden van het<br />

vernietigde Oranje Genootfchap; en de ftille<br />

Burgers werden verfchrikt en bekommerd door<br />

eene vertooning, die men niet wist waartoe<br />

gefchiedde, of wat daar van worden zoude.<br />

Eene Bende van tusfehen de vyf en zes honderd<br />

perfoonen , verfamelden ten negen uuren<br />

voor het Stadhuis, op den zoo genaamden<br />

Roodenjleen, of de Kaasmarkt. De Scheepstimmerlieden<br />

, of zoo genaamde Byltjes, gingen in<br />

gelederen van vier perfoonen van de Werf af,<br />

neemende hunne Bylen met zich, doch de<br />

Opzienders van de Werf keurden dit af, en<br />

beletteden zulks; dus gingen zy ongewapend<br />

in de gezegde orde naa de Manege, en van daar<br />

(*) Beroerd Nederland, V. Deel, bladz, 112-—1141<br />

naa


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 73<br />

caa het Stadhuis; waar zy zich by de menigte,<br />

op den Roodenjleen vergaaderd, voegden. Het<br />

duurde niet lang of het raadfel werd ontknopt:<br />

deeze gemengde vergaadering uit Sjouwers,<br />

Pakhuis - Werkers , Scheepstimmerlieden , Wy-<br />

ven en Jongens beftaande, maakten eenen<br />

kring, verkoozen uit hun midden eenige Ge.<br />

lastigden en zonden die op het Stadhuis aan<br />

Burgemeesteren, om uit hunnen naam deeze<br />

drie punten te verzoeken: 1. Dat de Bode<br />

van het Genootfchap J A N IME-YER, voor al­<br />

toos uit de Stad en haar Rechtsgebied mogt ge­<br />

bannen worden. 2. Dat de Perfoon, die den<br />

voorgaanden nacht door de Burgers gevat en<br />

in hechtenis genoomen was, op vrye voeten<br />

mogt gefteld worden. 3. Dat het Vaderlandsch<br />

Genootfchap (het welk gewettigd en in de<br />

befcherming der Staaten genoomen was) mogt<br />

vernietigd worden. Hoe vreemd deeze ver­<br />

zoeken ook mogten luiden, zoo vonden Hee­<br />

ren Burgemeesteren en Raad echter goed aan<br />

de vergaaderde menigte hun verzoek in te<br />

willigen. De gevangene werd genaakt, vef-<br />

fcheen op het plein, onder het aanheffen van<br />

een drievoudig Hoezee, werd met ftrikken en<br />

linten getooid, en als in triomf door de Stad<br />

rond geleid; onder dit rondgaan verzuimde<br />

men niet aan de huizen der gegoedde Burgers,<br />

vooral, die men voor Patriotten hield, om een<br />

drinkpenning te vraagen, ten einde dien in<br />

vreugde? en ter eere van Zyne Hoogheid te<br />

E 5 ver-<br />

1787.<br />

Verzoekt<br />

diie punten<br />

van liurgemees<br />

teren.<br />

Die hun ingewilligd,<br />

worden.


1-787.<br />

Zy plunderen<br />

dc kamer<br />

van het<br />

Genootfciinu.<br />

Eenige Burgers<br />

en<br />

Leden van<br />

Begeering<br />

wyiten uit<br />


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 75<br />

Vergadering, en gaven kennis van nog verzwaarende<br />

omfiandigheden ; waarop Hun Edel<br />

Groot Moog. nader beflooten, om by de twee,<br />

reeds toegeftaane Compagniën Ruitery nog<br />

twee andere te voegen,beide uit het Regiment<br />

van HESSEN-KASSEL, met het noodige voetvolk<br />

van het Regiment van VAN PABST. Welhaast<br />

kwam ook het gevorderd bericht van<br />

Burgemeesteren en Vroedfchap van Hoorn, omtrent<br />

het geen in die Stad was voorgevallen ;<br />

welk bericht hoofdzaakelyk daarop uitkwam,<br />

dat de Knegt of Bode van het Genootfchap van<br />

Wapenhandel, j. MEYER de oorzaak was ge.<br />

weest van alle de beweegingen ; dat de omfianftigheden<br />

Hun Edel Achtbaare van harten leed<br />

waren; maar dat ze aan Hun Ede! Groet Mog.<br />

met veele vergrooting en verzwaaring waren<br />

opgegeeven; doch te gelyker tyd kwam een<br />

bericht in van Gecommitteerde Raaden van het<br />

Noorder - Kwartier, welke die beweegingen in<br />

een geheel ander en veel ongunfliger licht befchouwden.<br />

Alles werdt aan het Groot Befoigne<br />

met Gecommitteerde Raaden Commisforiaal<br />

gemaakt. Nog kwamen by Hun Edel Groot<br />

Moog. verfcheidene Verzoekfchriften in , van<br />

Ingezeetenen der Stad Hoorn, die na elders<br />

gevlugt waren: Ook nog een Brief van Schepenen<br />

der Stad, die de zaaken even eens als<br />

de Gecommitteerde Raaden befchouwden, en<br />

Hun Edel Groot Moog. bedankten voor hunne<br />

aangewende zorg en de genoomene maatregelen»<br />

1787.<br />

Bericht van<br />

Burgemeester<br />

n en<br />

Vroedfcliap.<br />

Bericht vara<br />

GecommitteerdeRaaden.


* 73ö.<br />

•GecommitteerdeRaaden<br />

vergM'<br />

deren te<br />

Alkmaar,<br />

cn benoemen<br />

eene<br />

Commisfie.<br />

75 BEKNOPTE HISTORIE os*<br />

len. De bovengemelde Requesten werden aan<br />

Burgemeesteren en Vroedfchap gezonden om<br />

te berichten; doch deezen fchreeven daarop<br />

aan de Staaten , dat zy nog niet in ftaat waren<br />

om op die Requesten te berichten; maar verzochten,<br />

dat Hun Edel Groot Moog. hun Befluit<br />

op de gemelde Requesten genoomen, geliefden<br />

in te trekken, en niet meer dan twee<br />

Compagniën Ruitery naa de Stad.te zenden;<br />

doch de Staaten bleeven by hun Befluit, onaangezien<br />

de Ridderfchap en Hoorn het wilden<br />

ingetrokken hebben (*).<br />

Gecommitteerde Raaden van het Noorder-<br />

Kwartier, die thans te Alkmaar waren, vergaaderden<br />

op den 20«cn Maart verfcheidene<br />

maaien op het Stadhuis om eene Commisfie te<br />

benoemen, en fchikkingen te beraamen, ten<br />

einde met het beftemde Krygsvolk naa Hoorn<br />

te vertrekken. Zy zonden den Ritmeester<br />

KIP, met de Patenten naa Hoorn, om ze door<br />

de Vroedfchap te laaten teekenen; doch deeze<br />

weigerde zulks , om dat het Krygsvolk niet<br />

door Hun Edel Achtbaare, maar daar de Gecommitteerde<br />

Raaden in den Eed zou genoomen<br />

worden. Ondertusfchen groeide de Oproerigheid<br />

in de Stad hoe langer hoe meer aan;<br />

waarom de Heeren Burgemeesteren en Vroedfchap,<br />

voor erger gevolgen vreezende, den<br />

S2ften omtrent middernacht Attaché verleenden<br />

op<br />

CO Nieuw Nederl, Jaarb. Maart 17S7. bladz. 514—


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 77<br />

op- de Patenten. Dien zelfden nacht kwam de<br />

tyding te Alkmaar, dat het Krygsvolk te Room<br />

zou binnen gelaaten worden, en het vertrek<br />

der Gecommitteerde Raaden werd bepaald op<br />

den Maart, des morgens ten 8 uuren.<br />

Gemelde Heeren met hun gevolg en medegaande<br />

gezelfchap op dien geflelden tyd vertrokken<br />

zynde, kwamen een weinig voor drie uuren<br />

voor de Stad Hoorn, en vonden de poort geflooten;<br />

doch zy werd ras geopend, en de<br />

Krygsmagt haaren last aan den Major der Stad<br />

vertoond hebbende, trok de gantfche Troup<br />

de Stad in: Eerst een Compagnie Ruiters men<br />

gelaaden Geweer; vervolgends twee koetfen,<br />

ieder met vier paerden befpannen, waarin de<br />

Heeren Gecommitteerde Raaden gezeten waren;<br />

daarop volgde nog een koets met twee<br />

paarden, waarin de Schepenen zaten, en deeze<br />

werdt gevolgd van een tweede Compagnie Ruiters;<br />

hier volgden eenige rydtuigen met gevlugte<br />

Burgers van Hoorn, voorts een Compagnie<br />

Grenadiers, en 250 Muskettiers, mede<br />

voerende twee gelaadene Veldliukken drie ponders.<br />

Eenige Bagagiewagens flooten den trein (*).<br />

Groot was de blydfchap der gevlugte en nu<br />

wedergekeerde Burgers, gelyk ook van andere<br />

Rille en vreedzaame Ingezeetenen , aie nu<br />

verfcheidene dagen in angst en bekommering<br />

hadden moeten doorbrengen. Niet mindergroot<br />

was<br />

C) Nieuw Neder 1<br />

,. Jaari, Maart 17S7. bladz. 519 — 21»<br />

VcrtreH'fn<br />

naa Htóm<br />

met Krygsvolk,<br />

Vergaderen'<br />

aanftonds,<br />

en doen<br />

verfcheideneperfoonenariefteoren.


28 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

1787. was aan den anderen kant de fchrik en vreeze<br />

Jer hoofden en aanvoerders van de Oproermaakers,<br />

welken nu over hunne bedreevene<br />

jeweldenaryen ter verantwoording zouden geroepen<br />

worden. Aanftonds na hunne binnenkomst<br />

vergaaderden de Heeren Gecommitteerde<br />

Raaden, in hun gewoon Collegie op 't Hof,<br />

ïn de Schepenen in hunne kamer op het Stadhuis.<br />

De Poorten en Boomen der Stad werden<br />

geflooten, ten deele om toeloop van buiten te<br />

beletten, en ten deele ook,om den fchuldigen<br />

geene gelegenheid tot ontvlugten te geeven.<br />

Geen twee uuren waren 'er na de intreedeverloopen,<br />

of daar werden vier Beftierderen van<br />

het Oranje Genootfchap, ieder met een Detachement<br />

Soldaaten uit hunne huizen gehaald,<br />

en verhoord zynde, op dezelfde wyze in arrest<br />

gebragt, elk met twee Soldaaten by zich. Den<br />

volgenden dag werden drie op dezelfde wyze<br />

gehaald. Omtrent twee honderd Geweeren,<br />

door zeker Heer op zekere plaats in gereedheid<br />

gebragt, het welk geen goed oogmerk<br />

TTerftcllcn<br />

aanduidde , werden op last van Hun Ed. Moog.<br />

opgehaald; gelyk ook alle de Geweeren der<br />

Leden van het Oranje Genootfchap. Het Vader-<br />

de rust en<br />

nut Genoo;landsch<br />

Genootfchap, dat door de Aanhangers<br />

fcliap. der Oranje Party altoos gehaat, verdrukt, vervolgd<br />

geweest was, kreeg nu lucht, en de<br />

toezegging, dat hetzelve eerlang in zynen<br />

voorigen luister zoude herfteld worden; gelyk<br />

ook


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 79<br />

ook kort daarna inderdaad gefchiedde; en op<br />

deeze wyze werd de rust herReld (*).<br />

Omtrent den zelfden tyd , en uit dezelfde<br />

oorzaaken, ontftonden 'er beweegingen van<br />

onrust en oproer in eene andere Stad van<br />

Noordholland, niet verre van Hoorn geleegen.<br />

Op den ipdcn Maart brak de geest van oproer<br />

los in de nabuurige Stad Edam, en vertoonde<br />

een vreezelyk aanzien , hoewel de gevolgen<br />

niet heel groot geweest zyn. Nadat.op den<br />

gemelden dag eenige beweegingen befpcurd<br />

waren, rottede des avonds ten 8 uuren een<br />

hoop volks te faamen, van omtrent 60 Perfoonen<br />

} meest Manlieden, die welhaast tot 300<br />

aangegroeid waren. Eene bende inderdaad<br />

groot genoeg, aangezien de kleinheid der Stad,<br />

om den Rillen Burger fchrik en vreeze aan te<br />

jaagen; te meer, dewyl fommigen voorzien<br />

waren met mesfen tusfehen de Broeksbanden<br />

geplaatst, en allen een fchrikkelyk gefchreeuw<br />

en getier maakten, onder 't welke zy de voornaarnfle<br />

Rraaten der Stad doorkruisten. Eindelyk<br />

ontmoetteden zy eenen Burgemeester,dien<br />

zy, op zyne vraage, wat hunne begeerte was,<br />

tot antwoord gaven: „ dat de Prins loven, en<br />

de Patriotten, en het Gezelfcliap in den Eenhoorn<br />

•weg moesten." De Burgemeester zeide hun<br />

daarop, dat hy even zeer als zy lieden voor<br />

Zyne<br />

f*) Nieuws Nederl Jaarb. Maart 1787. bladz. 22 23.<br />

Beroerd Nederland, V. Deel, bladz. 117 —— 119.<br />

I<br />

1787-<br />

Onr:i


ï78 7.<br />

Publicatie<br />

afgekondigd.<br />

üo BEKNOPTE HISTORIE DEÈ<br />

Zyne Hoogheid was; maar dat het hu in den<br />

avond geen tyd was, om daar over te handelen,<br />

dat zy elk zich naa hun huis moesten begeeven,<br />

en des anderen daags op het Stadhuis koomen ,<br />

om daar hunne belangen in te brengen. Deeze<br />

vermaaning hadt ingang, en zoo veel ontzag was<br />

'er nog voor de Stads Regenten, by die onrustige<br />

menigte, dat zy het daar by lieten en<br />

naa huis gingen ; zoo dat de nacht in rust en<br />

ftilte werd doorgebragt. Doch den anderen<br />

dag vergaaderde die zelfde menigte voor het<br />

Stadhuis, en benoemde vier Afgevaardigden<br />

uit hun midden, om een Verzoekfchrift aan<br />

Burgemeesteren in te leveren, ten einde het<br />

Vaderlandsch Gezelfchap, dat in den Eenhoorn<br />

'sweekeïyks vergaaderde, vernietigd te krygcn.<br />

Dit gefchiedde, en de drift om deeze<br />

hunne begeerte te verkrygen, was zoo groot,<br />

dat men den tyd niet kon afwagten, dien de<br />

Regenten noodig hadden, om over dat verzoek<br />

te raadpleegen, maar van tyd tot tyd het Stadhuis<br />

op en af liep, tot dat eindelyk de geheele<br />

menigte met een groot gedruis van het Stadhuis<br />

kwam Ruiven , onder het geroep van<br />

Hoezee en Triomf! En deeze zegeviering werd<br />

korts daarop bevestigd door eene Publicatie,<br />

welke op den 20 ftctl Maart beraamd, en op den<br />

22.ften afgekondigd en aangeplakt werd; dezelve<br />

was hoofdzaakelyk van deezen inhoud: „ Dat,<br />

in aanmerking genoomen zynde, dat in een<br />

Weekelyks Geichrifc, genaamd de Politieke<br />

KruU


ONLUSTEN IN HET VADERLAND; \ !t<br />

Kruijer, zeer veele lasteringen waren terned<br />

gefield, tegen de braave Regenten, Predika­<br />

1-<br />

ten, Burgers, enz. en dat, vermoedelyl<br />

'»<br />

deeze lasteringen haaren oorfprong hadden u<br />

ic<br />

het gemelde Gezelfchap ; Burgemeesteren<br />

daarom, goed gedacht hadden en verftonden<br />

,<br />

het genoemde Gezelfchap te vernietigen, e<br />

den Eolitieken Kruijer te verbieden: Voorts oo<br />

n<br />

verbiedende alle faamenrottingen, het draage<br />

van Leuzen, het roepen van Oranje boven, en:<br />

ra<br />

Dit laatfte gedeelte.der Publicatiewaszoohaas<br />

vergeeten als afgekondigd; want die hollend<br />

t<br />

menigte, uitgelaaten door haare triomf, gin<br />

t<br />

kort daarna zynen ouden gang met roepen e:<br />

tieren door de Stad, even als te vooren; doel<br />

i<br />

zonder moetwil te bedryven; laatende zich t. 1<br />

vreden ftellen door wyn, jenever, brood ei<br />

I<br />

kaas, waarmede veele bevreesde Burgers, on<br />

t<br />

van anderen overlast bevryd te zyn, hen be<br />

fchonken, en zy zich vrolyk maakten (*).<br />

Op andere plaatfen, waar de Burgers vreed Baldaadig­<br />

zaam onder eikanderen Waren, rechtteden de heden der<br />

Soldaaten t(<br />

Soldaaten baldaadigheden uit, onder het voor- Arnhem,<br />

tvendfel van voor Oranje te yveren. De Stad<br />

Amhem in Gelderland, heeft daar van meermaa<br />

len bittere gevolgen beproefd, gelyk nog laatst<br />

op den i 2de„ derzelfde, maand Maart, als zoo<br />

aanftonds van Room en Edam verhaald is Op<br />

JP Nie<br />

: w ÈcderU Jaari<br />

i - Naart bIad2<br />

Nederland, \. Deel, bladz. n 9.<br />

F<br />

den<br />

- s^. nm


1787.<br />

8a BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

den gemelden dag trok een troup Soldaateri<br />

van 't Regiment van S O M M E R L A T T E , (op<br />

Groninger betaaling ftaande) van 25, of zoo<br />

anderen zeiden , van 30 Man , met ontblooten<br />

fabel, onder het roepen van Oranjehoven, eri<br />

bet krasfen met de fabels over de ftraatfteenen 3<br />

van de Rhynpoort naa de Velperpoort; onderweg<br />

elk, dien zy ontmoetteden , aanrandende en<br />

moeite aandoende. By die Poort gekoomen<br />

zynde, floegen zy de glazen in aan 't huis van<br />

den Herbergier LIMPHERS, drongen in huis,<br />

en dreigden de Waardin, die agter de Toonbank<br />

ftond, met de Sabels aan te vallen. Haar<br />

Man, die irtet twee Burgers in de Binnekame?<br />

zat, dit geweld hoorende, vliegt , met tang<br />

en pook van de kachel gewapend, zyne Vrouw<br />

te hulpe; doch deeze Wapenen te zwak bevindende<br />

tegen zulk eene overmagt van mee<br />

Zydgeweer gewapende Soldaaten, gtypt een<br />

Piftool, dat gelaaden aan den wandt hing,<br />

dreigt hun overhoop te zullen fchieten, indien<br />

zy niet fchielyk zyn huis ruimden; doch deeze<br />

Moeitemaakers zulks weigerende, wil hy losbranden,<br />

maar het Piftool weigert; tot zyn<br />

geluk hing daar nog een ander welgelaaden<br />

Piftool aan den wandt, het welk hy grypt, en<br />

daar mede losbrandende zoo wel treft, dat een<br />

Soldaat dwars door het been gefchooten, eenen<br />

•anderen twee toonen van den voet gefchooten,<br />

en een paerd, dat juist op dat oogenblifc<br />

daar voorby kwam, aan 't been gekwetst, werden»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 83<br />

'den. Dit baarde fchrik in de Muitemaakers en<br />

zy naamen de vlugt.<br />

Het gerucht van dit voorval vloog fchielyfc De Buigers<br />

koomen in<br />

door de Stad, en kwam ook ter kennis van de le Wape.<br />

ueii.<br />

Burgers op de Hoofdwacht, waarom de Bevel,<br />

hebber dier Wacht zich tot den Voorzittenden<br />

Burgemeester vervoegde, om van denzelven<br />

Orders te vraagen, tot handhaaving en bewaa.<br />

ring der openbaare rust en veiligheid; doch de<br />

Burgemeester vondt niet goed zodanige orders<br />

te geeven; voorgeevende zulks niet te kunnen<br />

doen, zonder kennis van den tweeden regeerenden<br />

Burgemeester, die tot dat einde gezocht,<br />

maar niet gevonden werdt. De Burgers<br />

van den nood eene deugd maakende,gebruiken<br />

het moderamen incuipatce tutela, het Bellier van<br />

onfchuldige verweering, en de Compagnie,<br />

onder welke het aangevallen Huis behoorde,<br />

vergaaderde öp eigen gezag, bezet het huis van<br />

den Herbergier, en de bevelvoerende Officier<br />

geeft last, oin met fcherp te laaden. Dit baarde<br />

zulk een fchrik by de muitzuchtige Soldaaten,<br />

die zich anders moogelyk met noggrooter magt<br />

aan den Herbergier zouden gezocht hebben te<br />

'wreeken, niet meer te voorfchyn kwamen, en<br />

de nacht in rust voorby ging. Sedert voorzagen<br />

veelen der Jrnhemfche Burgers zich van<br />

Snaphaanen en fcherpe Patroonen, om, als 'c<br />

noodig was, op het eerfte gerucht, gebruik<br />

daarvan te kunnen maaken. Veer-<br />

Cj Nieuwe Nederl Jaarb. Maart tffr bladz. 3 7 7. Beroerd<br />

Nederland, V. Usel, bladz. 104,<br />

F a<br />

1787.


1787.<br />

De Pander<br />

j. VALBURG<br />

te Wyk<br />

gevomusd<br />

en ontflaa*<br />

gen.<br />

84 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Veertien dagen voor dit geval , werd óê<br />

Pander van Utrecht, JOHANNES VALBURG»<br />

dien ik in 't voorleden Jaar in hechtenis te<br />

Wyk te Duurjiede gelaaten heb (*), uit dezelve<br />

verlost, waarvan ik hier den uitilag kortelyk<br />

zal melden. Die ongelukkige Pander, welke<br />

alleenlyk op order van 't Hof van Utrecht, dat<br />

hem gezonden hadt, zynen last uitvoerde,<br />

werdt eindelyk, na dat hy meer dan negen<br />

maanden in hechtenis te Wyk, gehouden was,<br />

gevonnisd, en na de uitvoering van dat vonnis<br />

op den 28 February in vryheid gefield. Die<br />

Vonnis kwam hier op uit: Dat de drie oorfprongelyke<br />

Papieren of Requesten, houdende<br />

Citatiën in perfoon als anders, door, of op,<br />

den naam van den Procureur Generaal deezer<br />

Provintie, in verachting en tot fchending en<br />

verkorting van het Recht, deeze Stad toebehoorende,<br />

en op den lQ de<br />

" May 1786. aan den<br />

Hove van Utrecht geprefenteerd, enz. door<br />

een Dienaar van de Juftitie deezer Stad, in<br />

het aanzien van den Gevangenen , op de Puije<br />

voor het Stadhuis aldaar openbaarlyk zullen<br />

Verfcheurd worden: Verbiedende Hem Gevangenen<br />

, geduurende zyn leeven lang binnen<br />

deeze Stad of derzelver Vryheid te koomen,<br />

op Rraffe van het tegendeel doende, als een<br />

fchender van Stadsgrondgebied aan den lyvé<br />

geftraft te zullen worden; veroordeelende Hem<br />

Ge-<br />

(*) Zie liet <strong>II</strong>I. Eeel van deeze Beknopt Historie, bl. iïl 3


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, • 8j<br />

Gevangenen boven dien in alle kosten, enz<br />

alvoorens ontflaagen te worden, en zulks nie:<br />

binnen vier weeken gefchiedende, hem aïsdat<br />

in een Werkhuis te laaten overbrengen , om mei<br />

zyner handen arbeid de kost te winnen, toi<br />

zoo lange dat aan den inhoud deezes, ten aanzien<br />

van de kosten en mifen zal voldaan zyn,<br />

enz." ,;• *<br />

Dewyl de Pander aanftonds, na dat het Vonnis<br />

hem was voorgeleezen, de geëischte kosten,<br />

bedraagende eene fomme van


n maakt<br />

S6 BEKNOPTE HISTORIE DER -<br />

eene vriendelyke overeenkomst, geheel en ai<br />

afgefneeden door zodanige voorloopige Voorwaarden<br />

te ftellen. die de andere Party nooit<br />

zou toeftaan. Althans de Staats-Leden te<br />

Amersfoort vergaaderd, beflooten op den 3o ften<br />

R c n<br />

en 3i Maart, op het geheim Rapport, door<br />

hunne Gedeputeerden, ter beantwoording van<br />

den Brief der Staaten van Holland uitgebragt:<br />

1. Geene Bemiddeling aan te neemen, dan van<br />

alle de Bondgenooten. 2. De Onderhandelingen<br />

over dezelve niet in den Haag, maar te<br />

Utreclt of te Amersfoort te houden. 3. Met<br />

geene anderen dezelven aan te gaan, dan met<br />

die Raaden, welke in hunne byzondere befcherming<br />

genoomen waren, en de opfchorting der<br />

jaarlykfche verzetting van de Regeering, op<br />

den I2 DCN<br />

October aangenoomen hadden; en<br />

dus ook met byzondere uitzondering van de<br />

Heeren DAUNIS en ABBEMA, welke die opfchorting<br />

niet voor wettig erkend hadden (*).<br />

Aan die Raaden nu, welke de Burgery gere.<br />

moveerd hadt, kon de Regeering de Onderhandelingen<br />

onmoogelyk toebetrouwen. Het<br />

natuurlyk gevolg hier van was, dat het gefchapen<br />

ftond, dat de Stad Utrecht nu meer<br />

dan ooit voor haare veiligheid moest zorgen,<br />

dewyl zy eenen aanval, of ten mirrfte eene<br />

influiting te wagten hadt, om haar tot onderwerping<br />

te noodzaaken. Hier van daan, dat<br />

men<br />

(_*) Nieuws Neder!. Jaarb. April 1787. bladz. 329.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 87<br />

men befloot eene proeve te neemen van de<br />

1787.uitwerking<br />

eenes Reglements, j n het voorige <<br />

:en loos<br />

jaar vastgefteld, by gelegenheid, dat 'er veel ' 11 arm.<br />

van eenen vyandlyken aanval gefprooken werd.<br />

Men bepaalde den 23^ April om een loos Alarm<br />

te maaken, daar by alles in acht te neemen ,<br />

wat zoo wel by de ongewapende Burgers, als<br />

by de Gewapende Schutters en Hulpburgers,<br />

by eenen waren vyandlyken *aanval, zou moeten<br />

gedaan worden. Om geene onnoodige ontfleltenis<br />

en verwarring in de Stad te verwekken,<br />

liet men dat voorneemen in alle de Wyken<br />

van huis tot huis bekend maaken , en ten half<br />

één uur, des namiddags, werden zeven Teekenfchooten<br />

van het Stadhuis gedaan, om het<br />

beginnen van 't Alarm aan te kondigen. Aanftonds<br />

hoorde men de Nachtwachts met hunne<br />

klappers flaan, de klokken luiden, en van de<br />

Toorens op den hoorn blaazen. De Compagniën<br />

Burgers verfaamelden op hunne loopplaatsen,<br />

en trokken vervo.Igends naa hunne<br />

byzondere posten; de Poorten werden geflooten<br />

en met Wachten bezet; de Kanoniers voegden<br />

zich by de Batteryen enhet Gefchut; en aan<br />

de huizen der Burgers werden de ontvangene<br />

bevelen, om brand te blusfchen en anderzins,<br />

•naauwkeurig opgevolgd. Eene Commisfie uit<br />

de Vroedfchap en uit het Defenflewezen, ging<br />

overal rond om alles te befchouwen, en betuigde<br />

haar genoegen over de nauwkeurigheid,<br />

pet welke de genoomene maatregelen uitgevoerd<br />

E 4 wer-


Krygsvolk<br />

gezonden<br />

om de Stnd<br />

jii te fluiten.<br />

I<br />

83 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

werden. Alles liep inde beste orde af, zonder<br />

eenige ongeregeldheid of verwarring.<br />

Dat deeze Proefneeming niet ontydig was,<br />

bleek welhaast by de uitkomst, dewyl kort<br />

daar na eene poogiug gedaan werd , om de<br />

Stad van alle kanten in te fluiten. Na dat ia<br />

'


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 89<br />

bevestigd , en men befpeurde welhaast de ge­<br />

volgen van deeze faamenfpanning der Gelder-<br />

fihe en Amerfoortfchc Staaten , welke aanleiding<br />

gaven tot het roemwaardig Gevecht, dat tot<br />

eere van Utrechts Burgers in de Nederla'ndfche<br />

Gefchiedenis altoos gedenkwaardig zyn zal.<br />

In den nacht van den 7<br />

t | e<br />

» op den 8 fte<br />

" May<br />

kwam 'er een expresfe Bode te Utrecht aan,<br />

met bericht dat eene Bende Troupen uit Gel.<br />

derland van 18 Bataillons Voetvolk, eenige<br />

Ruitery en Artilleristen des morgens van den<br />

8ftcn May naa Utrecht zouden op marsen gaan ;<br />

op welke tyding aanftonds een expresfe Bode<br />

naa den Haag gezonden werd, om Hun Edel<br />

Groot Moog. van dezelve kennis te geeven,<br />

De Vroedfchap vergaaderde dien dag des mid­<br />

dags ten half één uure, ora'te raadpleegenover<br />

eenige voorflagen van het Defenfiewezeri, op<br />

die tyding betrekking hebbende, en daarop<br />

werd beflooten, Om met de Staaten van Hol.<br />

bind gemeenfchappelyk te werk te gaan, ten<br />

einde voor te koomen, dat de hulpe, die van<br />

Holland beloofd was, niet afgefneeden wierde;<br />

gelyk ook om de Burger - Collegiën en Officie-<br />

ren van dit voorneemen kennis te geeven, en<br />

niet tegen derzelver zin eenige Troupen binnen<br />

de Stad of derzelver Vryheid te ontvangen. Den<br />

volgenden dag, den 9 clen<br />

vergaaderde de Vroed­<br />

fchap des namiddags ten half vier uuren , en<br />

ontving bericht dat Schout en Gerechten van<br />

Jfreeswyk, (genaamd de Vaart') aanfchryving,<br />

F<br />

5 van


Gewapende<br />

Burgers daaf<br />

cegen uitgezonden.<br />

90 BEKNOPTE HISTORIE DES:<br />

van de Staatsleden, te Amersfoort vergaaderd,<br />

gekreegen hadden, om Inkwartiering te bezorgen<br />

voor vier Compagniën van 't Regiment<br />

van VAN EFFEREN; van welk Regiment ook<br />

twee Compagniën te Jutphaas zouden geplaatst<br />

worden, en twee andere voort marcheeren,<br />

de eene naa de Meeren en de andere naa Harmelen.<br />

Nog hadt men kondfchap, dat een<br />

Bataillon des Regimcnts van MONSTER over<br />

de Blauw-Kapel naa Zuilen en Maarfen zou<br />

trekken, om alzoo de Stad van rondom in te<br />

fluiten, en de gemeenfchap derzelve met Hol­<br />

land af te fnyden.'<br />

1 4<br />

''-<<br />

• Over dit bericht beraadllaagende begreep de<br />

Vroedfchap, dat Vreeswyk (gezegd de Vaart')<br />

eene hooge en vrye Heerlykheid der Stad Utrecht<br />

was, ën gevolglyk niet zonder kennis en<br />

bewilliging van den Raad derzelfde Stad, op<br />

aanfchryving der voorflemmende Leden met<br />

Inkwartiering mogt bezwaard worden; en befloot<br />

derhalven, een Detachement vrywillige<br />

Burgers en Hulpelingen van omtrent 250 Mannen,<br />

waar onder eenige Scherpfchutters met<br />

3 Rukken kanon 3 ponders derwaards te zenden.<br />

De Hr. Vroedfchap D'AVEUHOULT<br />

verzocht dezelven te moogen geleiden; het<br />

welk aan Zyne Ed. Achtbaare werdtoegeRaan,<br />

met last aan den Bevelhebber van het Krygsvolk,<br />

om het Grondgebied van de Vaart, aan<br />

dë Stad toebehoorende, het welk hy met zyn<br />

intrekken, zonder kennis of last van de Stad,<br />

• ge.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 9 I<br />

gefchonden hadt, aanftonds met zyn ondè'rhootig<br />

Volk te verlaaten; en met last aan den<br />

Bevelhebber van het Detachement Burgers,<br />

indien het Krygsvolk niet gewillig van de Vaart<br />

wilde vertrekken, of die te Jutphaas lagen , de<br />

Burgers niet wilden laaten voorby trekken,<br />

dan geweld met geweld te keer te gaan.<br />

Aangezien nu de bezetting van de Vaart,<br />

eene openbaare fchending van 't Grondgebied<br />

der Stad was, voor eene influiting deed vreezen,<br />

en zy derhalven niet kon gedoogen, dat<br />

de gewigtige Sluizen aldaar in de magt der<br />

verklaarde Vyanden van Stad en Burgery zouden<br />

zyn, zoo trok de Hr. D'AVERHOULT<br />

met bovengemelde Orders, op den 9^ May,<br />

's avonds tusfehen zes en zeven uuren uit, met<br />

eene Bende van 200 Mannen Voetvolk, alle<br />

Vrywilligers; de eerfte helft uit de Compagniën<br />

Turkyen, Papenvaandel en Fortuin, de<br />

andere helft Hu!pelingen,3 ftukkeu kanon drie<br />

ponders, en de Compagnie Scherpfchutters,<br />

beftaande uit 3c Mannen. Buiten de Poort<br />

gekoomen zynde, fchikte de Bevelhebber de<br />

Compagniën in zodanige orde, dat de Scherpfchutters<br />

de Voorhoede hadden, die kleine<br />

Detachementen voor zich uitzonden, om de<br />

wegen , heggen en huizen te onderzoeken.<br />

Het Voetvolk ftond op twee Gelederen, het.<br />

kleinfte. gelid voor, was verdeeld in vier Verdeelingen,<br />

ieder van twee Pelottons, en maakte<br />

«ene Colomme van losfe Pelottons; twee ftuk-<br />

ken<br />

1787.


S787.<br />

9 5 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ken kanon waren aan 't hoofd der Colomme»<br />

doch gemaskerd door het eerfte Pelotton; het<br />

derde was tusfehen het zevende en agtfte Pe­<br />

lotton, het welk een weinig agter bleef, en<br />

rog een Detachement agter zich hield tot eene<br />

Agterhoede ; ondertusfchen hadt de Hr. D'AV E R*<br />

HOÜLT het kanon met Busfchen doen laaden,<br />

en ftellen; in deeze orde trokken zy voort<br />

iot aan Jutphaas, waar zy halte hielden, de<br />

paerden van het kanon naa agteren werden<br />

gezonden, en hetzelve van de Voorwagens<br />

afgenoomen en gefleept; ondertusfchen oat.<br />

ving de Hr. D'AVERHoutT van de Voor­<br />

hoede bericht, dat een Corps Krygsvolk hen<br />

by dc Brug in flagorde afwagtte. Toen was de<br />

Bevelhebber voorneemens om, nog een weinig<br />

genaderd zynde, halte te houden, en een Of­<br />

ficier naa hen toe te zenden, om hun de Orders,<br />

die hem gègeeven waren , bekend te maaken ,<br />

en den vryen doortogt te vraagen. Doch een<br />

oogenblik daarna ontving hy weder bericht<br />

van de Voorhoede , dat het Krygsvolk reeds<br />

vertrokken was, waarop hy, uit vreeze van<br />

verrast te worden , aan de Voorhoede order<br />

zond om alle de huizen te onderzoeken, en aan<br />

den ingang halte hield; vervolgends trok hét<br />

Corps door Jutphaas, het kanon werd weder<br />

óp de Wagens gedaan, en de paerden daar<br />

voor gefpannen ; ondertusfchen was het zeer'<br />

donkeï geworden; de Hr. D'AVERHOUI.T<br />

hadt uit 't gebeurde te Jutphaas gemerkt, dat<br />

• ' de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. ©3<br />

de vier Compagniën van VAN EFFEREN reeds<br />

aan de Vaart zouden zyn, en van de Inwooners<br />

van Jutphaas verftaan, dat het Krygsvolk aldaar<br />

drie Compagniën van het zelfde Bataillon<br />

waren, zoo dat hy nu het geheele Bataillon<br />

aan 't begin van het Dorp de Vaart verwagtte;<br />

waarom hy den Drosfaart VISSCHER kennis<br />

gaf, dat Zyn Ed. Geftr. met een Officier vooruit<br />

zou moeten gaan , wanneer zy nader by de<br />

Vaart zouden zyn ,• om, zoo aan den Bevelhebber<br />

van het Bataillon, als aan die van 't<br />

Gerecht aldaar, kennis te geeven van hunne<br />

aankomst, en van de Orders, waarmede zy<br />

voorzien waren, en hun voor oogen te houden,<br />

dat zy moogelyk niet wisten, dat de<br />

Vaart Stads Grondgebied was.<br />

Maar niet weinig was de Hr. D'A VERHOULT 0 [itmoeteri<br />

verwonderd, toen zy ten tien uuren op den af- t Krygs-<br />

Ikftand<br />

van een kwartier uursvande Vaan gekoomen<br />

waren, en de Jaagers, of Scherpfchutters<br />

hem kwamen berichten, dat zy byna boven op<br />

het Bataillon geweest waren. Hy gaf daarop<br />

aanftonds bevel aan den Luitenant p.'T HOEN,<br />

die het eerfte Pelotton gebood, om hetzelve<br />

regts en links agterwaards te doen zwenken,<br />

en liet het in eene fdiuinfche richting ftaan,<br />

om het kanon te maskeren; terwyl de Officieren<br />

van de Artillerie met eene ongemeene<br />

vaardigheid het kanon in orde bragten; plaatfende<br />

de Hr. D'A VERHOULT zyne Jaagers op<br />

den regtervleugel langs de floot.<br />

Teï-


Koomen<br />

met hetzelve<br />

in gehecht.<br />

Drjven tien<br />

fyand op de<br />

94 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Terwyl deeze fchikkingen gemaakt werden j<br />

zoo werden zy, zonder aangeroepen re zyn,<br />

en zonder dat de Graaf VAN EFFEREN dus<br />

konde weeten of zy vriend of vyand waren,<br />

door eene losbranding van de Grenadiers der<br />

Krygslieden verraaderlyk begroet. Door dezelve<br />

werd een Kanonnier VAN DER VLEUIÉ<br />

genaamd, doodgefchooten, en eenige Burgers<br />

gekwetst; waarop de Hr. D'A VERHOUDT de<br />

Scherpfchutters een lós vuur deed maaken;<br />

kort daarop volgde eene tweede losbranding<br />

van den Vyand; waar door de braave Hr. c.<br />

G. VISSCHER, Kapitein Luitenant van de<br />

Compagnie Turkeyen, Bevelhebber van de<br />

Scherpfchutters, die den Hr. D'AVERHOULT<br />

als Adjudant byflond, weg genoomen werd,<br />

en verfcheidene gekwetst. Deeze tweede losbranding<br />

werd beantwoord , behalven door het<br />

losfe vuur der Jaagers, ook door eene losbranding<br />

van de twee halve Pelettons , die zich<br />

fchuins geopend hadden. Toen Was het kanon<br />

in orde en begon te fpeelen. Na weinige<br />

fchooten fcheen het vyandlyiv vuur gedaan te<br />

zyn, verwyderde zich hoe langer hoe meer,<br />

en veranderde welhaast in een fiaauw los vuur.''<br />

De vyand fchynt met Haudgrenaaten geworpen<br />

te hebben, ten minften hebben zy het<br />

boogvuur duidelyk kunnen onderkennen, en<br />

was een Schutter, onder het Fortuin, genaamd<br />

SCHOLTZ, de halve hoed afgeflaagen. Toen<br />

ie Vyand op de vlugt gedreeven was, gaven


G E V E C H T by het D OU P d<br />

d<br />

e VA A li T buiten U H E C H T den 9 ? n<br />

Mey 1787.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND.<br />

de Officiers van het Gefchut hem nog eenige<br />

kogels na; waar na de Hr. D'A VERHOULT<br />

het vuur deed ophouden, het Slagveld verkondfchappen<br />

, en bericht bekwam, dat de<br />

Vyand ge vlugt was, terwyl de grond met Geweeren<br />

als bezaaid was. Het Gevecht heeft<br />

maar een groot kwartier of klein half uur geduurd;<br />

en daarop trok de Hr. D'AVERHOULT<br />

met het Corps voort tot op de plaats, waar de<br />

Vyand gedaan hadt, en hield een groot half<br />

uur aldaar halte, om hem nog af te wagten;<br />

terwyl het kanon, het eene Ruk regts op eenen<br />

afweg, en het ander voor het front, gefteld<br />

werd. Na verloop van dat half uur keerde de<br />

Hr. D'AVERHOULT met zyn Volk naa Jut.<br />

phaat te rug, bleef daar den geheelen nacht<br />

onder de Wapenen post houden, cn wagtte<br />

den dag af. Geduurende den nacht hadt hy<br />

verfcheidene verfterkingen ontvangen; de eerfte<br />

van de Compagnie de Pekjlokken; de tweede<br />

insgelyks van de Pekjlokken , bedraagende te<br />

faamen 100 Mannen; en de derde beftond in<br />

2 ftukken kanon, met het noodige geleide.<br />

Na het bekoomen deezer verfterkingen,<br />

zond de Bevelhebber de Heeren ONTDAAT­<br />

JE en J. F. GARDNER, met 23 Mannen om<br />

het Slagveld nader te onderzoeken, en den<br />

buit van den Vyand aan te brengen. Zy. gaven<br />

daarop bericht,* dat de Luitenant j TEN<br />

HA ACE, met eenige Jaagers de Vaartverkond-<br />

fchapt<br />

1787*


De Vaart<br />

bezet.<br />

Vlugt en<br />

verlie! d<br />

yar.den»<br />

r<br />

.9S BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

fchapt hadt, en dat het Dorp verlaaten was;<br />

waarop de Hr. D'AVERHOULT zich ten zes<br />

uuren op marsch begaf, tot eene Voorhoede<br />

den Ingenieur KNOLLAERT van Nederveen^<br />

met den Luitenant P 'T HOEN en 50 Man<br />

Voetvolk vooruit zendende, verzeld van eenige<br />

Jaagers en een Ruk kanon.<br />

Onderweg ontving de Bevelhebber van den<br />

Hr> ONDAATJE bericht, dat hy thans de<br />

Vaart bezet hadt; alwaar Zyn Ed. Geflrengê<br />

ten half agt uuren ook binnen trok, aanflonds<br />

het kanon op de voornaamfle toegangen liet<br />

plaatfen, en door den Ingenieur KNOLLAERT<br />

eene Battery en verhakking aan de Gelderfche<br />

zyde maaken. Ondertusfchen hield hy de helft<br />

van 't Volk in 't geweer, en liet de andere<br />

helft de Kwartieren betrekken; doch ontving<br />

menigte van klagten, dat veele Ingezeetenen<br />

met pak en zak naa Viaanen gevlugt waren,<br />

zoo dat het grootRe deel van zyn Volk niet te<br />

eeten, noch te drinken, noch te liggen hadt;<br />

daarenboven was het geheel Corps dood af van<br />

de verrnoeijenislen des voorigen nachts; hier<br />

om hield Zyn Ed. GeRr. Krygsraad met de<br />

Officieren, waarin eenpaarig beflooten werd *<br />

naa de Stad terug te keeren, en gaf daartoe<br />

de noodige orders.<br />

Zodanig was de uitflag van het gedenkwaar-<br />

dig Gevecht tusfehen een klein getal Burgers,<br />

en het geheele Bataillon van 't Regiment des<br />

Grs.


I ONLUSTEN IN HET VADERLAND. $<br />

Grave VAN EFFEREN, niet verre van c<br />

Vaan voorgevallen, waarin veel Volk van dc<br />

Regiment gefneuveld is, en het overige, zo<br />

gezond als gekwetst, in de grootfte verwarrin;<br />

de vlugt nam, eerst naar de Vaart, en vervol<br />

gends naa de Dorpen, Leerfum, Driebergen<br />

Doorn, enz. van waar zy gekoomen waren<br />

behalven eenigen , die met fchuiten over d<<br />

Lecq naa Vianen vlugteden; alwaar zy ontwa<br />

pend en ih arrest genoomen werden; ondei<br />

dezelven waven eenige gekwetften en huc<br />

getal beliep 29. Nog werden, behalven eenen<br />

dooden, 21 Soldaaten, waar onder eenige<br />

gekwetüen, als Xrygsgevangenen in de Stad<br />

Utrecht opgebragt. De vlugt van het Krygs.<br />

volk was met zulk eene groote overhaasting<br />

en algemeene verwarring gefchied, dat zy byna<br />

alles van Geweeren , Bagagie, tot de<br />

Krygskas toe, hebben agtergelaaten, welke<br />

als zoo veele Zegetekens naar de Stad gevoerd<br />

werden. Deeze Buit beftond althans in 4<br />

Vaandels, 5 Kwartier-Vaandels, 12 Trommen,<br />

meest allen met kogels doorfchooten,<br />

4 Spontons , 7 Hellebaarden , eene groote<br />

menigte Sabels; 6 Grenadiersmutfen, onder<br />

welke een met het hoofd des SoJdaats daar in j<br />

omtrent 300 Geweeren; 70 Patroontasfenj<br />

109 Hoeden; eenige Port épees; 30 Koffers<br />

met goederen van de Officiers; de Krygskas,<br />

bedraagende 30,000 Guldens, t Paenl met<br />

• c<br />

7<br />

t<br />

><br />

r<br />

3<br />

><br />

Veroverdë<br />

Buit.<br />

. dea


en hoed vau den Bevelhebber Grave VAR<br />

1787. *<br />

IFFEREN en twee Bagagiewagens (*).<br />

]<br />

Deze veroverde Buit werd nog voor 't<br />

-inde derzelfde maand May in 't openbaar ten<br />

oon gefteld, in een der Bovenvertrekken van<br />

1<br />

rtet Stadhuis , zynde een groot langwerpig<br />

vierkante kamer; in 't midden der lengte van<br />

Jezelve werd een Zegeteeken opgerecht,<br />

waarvan het Voetftuk beftond uit de veroverde<br />

Trommen; verder opwaards was het verfierd<br />

met aangehangen Spontons, Kwartier-Vaandels<br />

, Snaphaanen, Grenadiersmutfen, Musketiershoeden,<br />

zilveren Degens, en den Bandelier<br />

van den gefneuvelden Tamboer-Major.<br />

Aan den voet van het Zegeteken las men dit<br />

Opichrift:<br />

De Buit ten<br />

toon gtiteUt. (<br />

t BEKNOPTÊ HISTORIE DER<br />

Uitgevoerd onder Commando van den Hoogge.<br />

booren Geftr. Heer j. D'AVERHOULT,<br />

Raad in de Vroedfchap deezer Stad.<br />

Aan elke zyde van dit Zegeteken, was een<br />

Gedenknaalde opgerecht, die zwart met witte<br />

randen waren; de eene voor den gefneuvelden<br />

Kapitein Luitenant VISSCHER, de andere<br />

voor den gefneuvelden Kanonier VAN DER<br />

VXERK. Deezen waren de eenigfte gefneuvelden<br />

, aan de zyde der Burgers in dit Gevecht<br />

,<br />

(•) Nieuwe ihderi 'jaarb. May 1787. bladz. t»3S — JI<br />

47'<br />

Rnoeré Nederland, IX. Deel, bladï. I44 —»5S*


MÏCORNELIS GO VER B VXSSCHER.<br />

Geiheuvelcl in het gevecht hV het dorp de<br />

Vaart den ^""Mey 2787.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. $<br />

Vecht, en het getal der Gekwetften was<br />

1787»<br />

taaarn. Op de eerfte Gedenknaalde zag men<br />

het Geflachtwapen des gefneuvelden, en op<br />

hetzelve dit Opfchrift:<br />

T E R G E D A C H T E N I S<br />

V A N<br />

Mr. CORNELIS GOVERT VISSCHÉRi<br />

BEVELHEBBER VAN HET BURGER-VAANDEL<br />

T U R K E Y E N.<br />

E N<br />

Der Vrywillige Scherp-Schutters, iehdiehjté:<br />

der Stad UTRECHT;<br />

H E L D H A F T I G , V O O R D E VRYHEID*'<br />

S T A D S E N B U R G E R - R E C H T E N ,<br />

Gefneuveld door het lood der Geweldenaar en,<br />

I Den iltfen May M D C C L X X X V I I , oud xxni<br />

Jaaren, iii. Maanden en xi. Dagen.<br />

| ? Treur niet, ÓSTICHTENAAR, maar volg dien Hek<br />

denmoed, .<br />

De Vryheid is het waard, al kost zy Burgerbloed.<br />

Y. VAN HAMELS VELD.<br />

Op de andere Gedenknaalde, voor den Ka.<br />

aonier, zag men een Naamwapen, zynde een<br />

Vlerk, en naa de Begravenis van den gefneu­<br />

velden , werd daar by gevoegd de tinnen Plaat,<br />

G 2<br />

die


#787-<br />


JOHANNES VAN BEI YLEEK.<br />

Cefiieuvcid in het gevecht bv het dorp<br />

de Vaart denq MeV ^J^J-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. Tot<br />

hulpe gezonden, zoo wel als de Hulp-Burgers,<br />

die genegen waren om de Stad te komen<br />

helpen verdeedigen, zouden in kwartier gelegd<br />

worden; en dat daartoe alleen zouden gebruikt<br />

worden de huizen der Amersfoortfche<br />

Staats-Leden , en derzelver Ministers; als<br />

mede van die geremoveerde Raaden, die te<br />

Amersfoort in de Vergadering verfcheenen."<br />

Ingevolge van deeze bekendmaaking kwam de<br />

Rhyngraaf VAN SA L M met eenigen van zyn<br />

volk in de Stad; en nog dien zelfden dag werd<br />

men gewaar, dat 'er Krygsvolk uit Gelderland<br />

in aantogt was, met het welke ook eene ontmoeting<br />

met eenigen uit de Stad voorviel (*).<br />

Twintig Husfaaren, en even zoo veele Jaagers,<br />

beiden van den Rhyngrave, trokken laat<br />

in den agtermiddag uit om te verkondfehappen<br />

en ronde te doen. Aan de Bilt gekoomen<br />

zynde , verftonden zy, dat een Ritmeester<br />

met 60 Ruiters van THUIL, dien zelfden namiddag<br />

ten drie uuren van Zoest naa Zeist op<br />

marsch gegaan waren, die gevolglyk de zoo<br />

genaamde Hollebild door moesten koomen. Op<br />

dit bericht floegen de Husfaaren en Jaagers<br />

dien weg in, en ontmoetteden de Ruiters in de<br />

kromte van de Bilt, voor de Hofftede Vollen,<br />

hoven. Aanftonds vloogen de Husfaaren meteen<br />

luid gefchreeuw op de Ruiters aan, welke op.<br />

hen losbrandden, en eenen der Husfaaren het<br />

(•} Nieuwe Nederl. Jaarb. Juny IJS?, bladz. 14825<br />

G3<br />

paerd


Ï02 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

paerd onder zyn lyf doodfehooten; doch de<br />

Jaagers, die hier en daar verfpreid waren,<br />

vuurden zoo fterk op de Ruiters , dat zy welhaast<br />

de vlugt moesten neemen. Eenigen van<br />

dezelven werden gedood of gekwetst, vier<br />

gevangen genoomen , en dien zelfden avond<br />

nog in de Stad Utrecht opgebragt. DeHusfaar,<br />

die zyn paerd verlooren hadt, liep op den<br />

Vleugel-Ruiter aan, die op hem gefchooten<br />

hadt, en hakte hem zodanig met den Sabel,<br />

dat hy van het paerd viel, het welk de Husfaar<br />

beklom, en waarmede hy naa de Stad reed(*).<br />

Hier mede zal ik dit Hoofdftuk befluiten, en<br />

de Stad Utrecht voor een wyl verlaaten, om<br />

andere Onlusten teverhaalen, die op verfcheidene<br />

Plaatfen zyn voorgevallen.<br />

, T W E E D E H O O F D S T U K .<br />

behelzende de Gebeurtenisfen na het Gevecht,<br />

tusfehen een Detachement van 't Regiment<br />

van VAN EFFEREN, en eenige UT-<br />

R E C H T S C H E Burgers , tot aan de<br />

Aanhouding van Mevrouw de Princes<br />

van oKiKjE , by de GOEJAN<br />

VERWELLEN-SLUIS.<br />

In deeze zelfde maand Juny hadden, op<br />

verfcheide Plaatfen in ons Vaderlands oproe-<br />

(*) Berm* Nederland, IX, peel, bladz. 163 — - J ^ .


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 103<br />

roerige beweegingen, plunderingen en moedwilligheden<br />

plaats , die door de Aanhangers<br />

der oude Conititutie, zoo als men die noemde,<br />

doorgaands verwekt werden; zoo dat het<br />

wel fcheen, als of 'er eene heimelyke affpraak<br />

gemaakt was, of dat 'er door de hoofden van<br />

die Party Zendelingen gezonden waren, orri<br />

het gemeene Volk op fommïge, het Krygsvolk<br />

op andere, Plaatfen tot oproer en moedwil op<br />

te ftooken, omtrent een en den zelfden tyd;<br />

ten einde dus zyne kragten te beproeven of<br />

men de overhand over zyne tegen-Party langs<br />

dien weg kon bekoomen. In dit Hoofdituk<br />

zal ik daarvan eenige Haaltjes bybrengen, waar<br />

uit men zal kunnen oordeelen , of 'er niet<br />

groote waarfchynelykhcid voor zulk een vermoeden<br />

was , en beginneu met het geen te<br />

Hellevoet/luis is voorgevallen; om niet te fpreeken<br />

van Vlaarclingen en andere Plaatfen, waar<br />

de beginfelen derzelfde beweegingen befpeurd<br />

werden; doch niet tot daadeiykheden uitbarsteden,<br />

om dat ze door overmagt gefluit wer*<br />

den (*)•<br />

Van Hellevoetjluis werd op den 25 fte<br />

1787.<br />

Iproer t*<br />

» Juny < üllevoet-<br />

door een Officier des Zwitferfchen Regiments ƒ uit.<br />

van STURLER, aldaar bezetting houdende,<br />

in den Haag de tyding gebragt, dat in den<br />

cacht te vooren aldaar oproeren, geweld en<br />

daa-<br />

(*) Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>. Deel , bladz. !• Nieuwe<br />

'iledcrl. Jaarb. Juny 1787. bladz. 1423.<br />

G 4


Ï04 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

daadeiykheden gepleegd waren tegen het Genootfchap<br />

, veertig mannen Rerk, door de<br />

Zeelieden en anderen, die bekend waren voor<br />

Lieden, der oude Conflitutie toegedaan, aangelegd;<br />

dat de Burger Sociëteit en het huis<br />

van den Predikant HUIG HENS, die met zyn<br />

huisgezin gcvlugt was, geplunderd waren; 011aangezien<br />

het Genootfchap Rerk gevuurd hadt;<br />

dat de Bevelhebber der Krygsbezetting , Manfchap<br />

voor het Societeitshuis geplaatst hadt;<br />

dat het Oproer door het Patriottisch preeken<br />

van den PaRoor ontRaan was; eindelyk, dat het<br />

op het vertrek van dien Officierhog voortdt.urde,<br />

enz. (*) De gelegenheid , die men<br />

waarnam om zoodanige beweegingen te verwekken<br />

, wordt in de onzydigfle berichten<br />

aldus opgegeeven : Op zondag avond was eene<br />

Tappery, of Bierhuis, buiten de Plaats, waar<br />

meest gemeen Volk gewoon was zich te vermaaken,<br />

ingewyd; en van daar terug komende<br />

nam een gedeelte van dién troup, al zingende<br />

, zynen weg langs het huis van den Predikant<br />

HUIGHENS, die der Patriotfche Party<br />

Rerk was toegedaan, en, zoo men voorgeeft,<br />

zich by die gelegenheid, benevens zyn Dogter<br />

, zeer onvoorzigtig tegen dat vrolyke Volk<br />

zou hebben aitgelaaten : Althans zyn hms werd<br />

met plunderen gedreigd, en de toeloop var*<br />

het volk zoo groot, dat de Kiygsbevelhebber<br />

eenige<br />

(*) Nieuws Nederl. Jaarh Juny 1787, bladz. iaü 7.<br />

'


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 105<br />

eenige Manfchap, om het te befchermen, daar-<br />

heen zond, terwyl men de glazen reeds begon<br />

in te fmytcn.<br />

Deeze woeste hoop dus geen kans ziend»?<br />

om het huis van vooren aan te vallen, en door<br />

zyne te leurftelling te meer verbitterd, zocht<br />

en vond middel om van agteren in den Thuin<br />

te koomen, en door den Thuin in het huis»<br />

waar zy alles kort en klein floegen, al het<br />

huisraad vernielden, in Hukken floegen of in<br />

't water fmeeten, en den Predikant zoo grouwelyk<br />

mishandelden, dat hy met Vrouw en<br />

Kinderen uit zyn huis de vlugt moest neemen,<br />

en by de Soldaaten in de Barakken fchuilplaats<br />

zoeken , onder het ontvangen van flagen in 't<br />

aangezigt en op de borst, die hem bloed deeden<br />

overgeeven ; zoo zeer vervolgde hem die<br />

raazende troup, dat hy zynes levens niet zeker,<br />

den volgenden dag, om elders veiligheid<br />

te zoeken, het Dorp verliet. Met voorneemen<br />

om zich naa 'sHage te begeeven, reed<br />

hy door den Briel s en kwam daar in een nieuw<br />

gevaar, door Lieden van dien zelfden Aanhang<br />

en van dezelfde bitterheid van gemoed<br />

als die hem, op zyne ftandplaats, zoo mishandeld<br />

hadden: Het paerd van zyne Chaife<br />

wérd by den toom gegreepen en vastgehouden,<br />

en hy zelve onder de fchrikkelykfle<br />

vloeken met geweld uit zyn rydtuig gefcheurd,<br />

»efchopt en " geflaagen ; en zy zouden hem in<br />

3 water gefmeeten hebben, wa,artoe zy xeeds<br />

f G 5 toe»<br />

1787


106 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

toeftel maakten, indien de Burgemeester VAN<br />

DAM, hem niet uit de moordzuchtige klaauwen<br />

van die wreedaarts gered, en onder het<br />

geleide van een Corporaal met vier Soldaaten,<br />

tot aan 't Hoofd der Haven doen brengen<br />

hadt. Te Leyden koomende droeg de gemartelde<br />

Predikant de ftriemen der ontvangene flagen<br />

nog in zyn aangezigt.<br />

Hier by bleef het te Hellevoetjluis nog niet;<br />

maar van het Predikantshuis ging men naa dat<br />

van den Timmerman, waar de Burger • Sociëteit<br />

gewoon was te vergaaderen, met oogmerk om<br />

daar ook te plunderen; doch daar vonden zy<br />

tegenftand : De Timmerman en zyne Zoons<br />

vuurden op dien woesten hoop, en troffen zoo<br />

wél, dat 'er vyf of zes gekwetst werden, waar<br />

onder eenigen zoo zwaar, dat zy waarfchynelyk<br />

het leeven daar by ingefchooten hebben.<br />

Zy werden voor dien tyd daar door afgefchrikt<br />

en trokken af; maar des te meer verbitterd,<br />

kwamen zy den volgenden dag weder om de<br />

plundering te hervatten , en vielen met zulk<br />

eene woede op het huis en deszelfs bewooners<br />

aan, dat zy den Timmerman en zyne Zoons<br />

zouden vermoord hebben, indien deezen hunne<br />

handen niet door de vlugt over de daken ontkomen<br />

waren. Thans ging men aan 't plunderen<br />

en vernielde alles wat 'er in huis was;<br />

en men zou zelfs het huis afgebrooken hebben,<br />

indien de Geldfchieter zulks niet door eenige<br />

flesfen wyn afgekogt hadt. De fchade, den><br />

Tim,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 107<br />

Timmerman toegebragt, werd op twaalf dui­<br />

zend guldens begroot.<br />

Toen het Oproer een weinig bedaard was,<br />

werden de Leden van het Gewapend Genootfchap<br />

ontbooden, en gelast om het Request<br />

ten voordeele van den Prins, dat men hier gelyk<br />

ook op andere Plaatfen omtrent deezen<br />

tyd, ter Tekening gelegd hadt, mede te tekenen,<br />

en hunne Geweeren over te geeven,<br />

onder bedreiging , dat de geenen , die voor<br />

twaalf uuren niet geteekend hadden, zouden<br />

geplunderd worden. De meesten voldeeden aan<br />

dien dubbelen eisch, en de Geweeren en Trommels<br />

werden aan 't huis van den Schout gebragt.<br />

Nog was hier geen einde aan de beroerende<br />

beweegingen: Op een ontflaan gerucht, dat de<br />

Timmerman in het Admiraiiteits Huis gevlugt<br />

was en zich daar verfchuilde, dreigde de oproerige<br />

menigte dat Huis aan tetasren, waarom<br />

het door een Detachement Soldaaten bezet<br />

werd, het welk daar eenigen tyd de Wacht<br />

bleef houden; de doldriftige yveraars ontzagen<br />

zich niet tegen den gebiedenden Officier zelfs<br />

onbefcheidenheden te gebruiken ; doch toen<br />

de commandeerende Officier bevel gaf om te<br />

laaden, deinsden zy af. Des avonds werd 'etvan<br />

wegen den Stadhouder en Leenmannen eene<br />

Publicatie afgekondigd , waar by verbooden<br />

werd, dat iemand zich na negen uuren op<br />

itraat zoude begeeven, op ftraffe van opgebragt<br />

te zullen worden» Toen de tyding van<br />

1787;


Oproer te<br />

Zutphen,<br />

Begin van<br />

bet Oproer<br />

buiten de<br />

Rtr.d.<br />

108 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

dit geweldig Oproer in den Haag gekoomen<br />

was, werden twee Heeren uit de Gecommit.<br />

teerde Raaden, benevens den Advocaat LUI­<br />

KEN, gecommitteerd om in de Plaats zelve<br />

daaromtrent onderzoek te gaan doen (*).<br />

Op dien zelfden dag van den 24^ Juny,<br />

begon een geweldig oproer, by en in de Stad<br />

Zutphen, door de Soldaaten verwekt, by gelegenheid,<br />

dat men in Gelderland overal Oranje<br />

Cocardes begon te draagen. Op dien gemelden<br />

dag, zynde Zondag, verfcheen de Burgemees­<br />

ter VAN HEECKEREN tot Zuideras op de<br />

Parade, en vervolgends op het Stadhuis, met<br />

een Oranje Cocarde op den hoed; dit werd<br />

aanftonds door de Officieren en Soldaaten gevolgd,<br />

en dit gefchiedde vervolgends door<br />

gantsch Gelderland. Maar dewyl ook hier veele<br />

Burgers der nieuwe Staatsgefteltenis waren<br />

toegedaan, en met het beftier des Princen niet<br />

te vrede , op eene Grondwettige Herftelling<br />

aandrongen; zoo waren deezen niet geneegen<br />

dat voorbeeld te volgen. Hier uit ontftonden<br />

hevige twisten, voornaamelyk tusfehen deeze<br />

Burgers en de Soldaaten, die voorden Prins<br />

yverden, en de Burgers noodzaakten, de zwarte<br />

Cocardes, die zy droegen, van hunne hoeden<br />

te doen. Dit fpel begon op dien zelfden<br />

Zondag 'savonds in eene Herberg, de laatjls<br />

Stuü<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Junyi?% 7. bladz. 1424— 1426;<br />

leroeri Nederland, VH. Deel, bladz, 4-7,


ONLUSTEN W BET VADERLAND. t#j<br />

Stuiver genaamd, even buiten de Stad, alwaar<br />

hZ twee honderd Soldaaten of Ruiters byeen<br />

v amelden, en de Burgers met geweld dwonlen<br />

hunne zwarte Cocardes af te doen. De<br />

Kr T om van deezen overlast bevryd te<br />

Trden; ld om hulpe naar de Stad; doch zy<br />

A lim „eweferd, althans niet gezonden.<br />

^ Later, der Stad overal van K.ygsl.eden,<br />

fj X de Burgers, voor hunnen rnoedw,<br />

TA *r ruimte moesten maaken, en de Be-<br />

'Ihebber deT Bezetting Patrouilles liet doen,<br />

lp wSin nu en dan door de verbitterde en<br />

Stergde Burgers gefchooten werd: een Cor<br />

D 0 aal werd in zyn been, en een ander in der<br />

a m etroifen,het welk voor dien nacht we<br />

ï«n B i<br />

l<br />

t Moedwil<br />

5<br />

gevolg hadt; maar den volgenden d der Soldaa-<br />

3 ten in de<br />

Looiden de Soldaaten by 10, ao, 3?,en * aiad.<br />

}<br />

T^ze de en tierende door de Stad, en flot<br />

I-<br />

e over al, by de Burgers die zy voor R<br />

ia<br />

r 0tten hielden, de glafen m, zonder by<br />

• A rPtrenftand te ontmoeten : L« :n<br />

^ w e l , gebruikte nnddel, :n<br />

van tegenweer, fchoot onder den hoop, :n<br />

eenen Ruiter zoo wél, dat hy dood er<br />

aarde nederviel. Het Krygsvolk h.er d<br />

or<br />

w dende geworden, zou den Schoenmaa<br />

:er<br />

verfcheurd hebben; om dit voor te koome<br />

n»<br />

vloogen de Officieren van de Hoordwach. ,<br />

iaa<br />

de wooning des Schoenmaakers , deeden<br />

zst<br />

nis


iio BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

, huis voor en agter met Ruitery en Voetvolk<br />

bezetten en influiren. Maar het duurde niet<br />

lang of hetzelve werd opengeftampt, in 't by.<br />

zyn van een Stadsbode; vier Officieren gingen<br />

daarin om het te doorzoeken, en vier andere<br />

Officieren hielden daar voor de Wacht met<br />

ontbloot Zydgeweer, om het indringen der<br />

Soldaaten te beletten; doch de Schoenmaaker<br />

tverd niet gevonden. De Soldaaten verbitterd,,<br />

dat zy den daader niet vonden, koelden hunnen<br />

moed weder met glazen in te flaan aan de huizen<br />

der Patriötten.Eindelyk werd hy in de Schuur van<br />

een Herberg, waar hy zich verborgen hadt, gevonden<br />

, en door vier Officieren, die hem voorde<br />

woede der Soldaaten befchermden, onder het geleide<br />

van al het vergaderde Krygsvolk naar het<br />

Stadhuis gebragt, en aan de Regeering overgegeeven.<br />

Word tot in<br />

Onderwylen feeden 'er geftadige Patrouilles<br />

den naclit<br />

yoortge^ct. door de Stad, met Oranje Cocardes op de<br />

hoeden; des niettegenftaande ging het inflaan<br />

van glazen, en andere gewelddaadigheden aan<br />

de huizen der Patriötten nog al zynen gang,<br />

cn duurde met dezelfde, in niet met toenee»<br />

mende, woede den gantfehen volgenden nacht<br />

door; onaangezien 'er by Trommelflag, en het<br />

luiden der klokken eene Publicatie afgekondigd<br />

«vas, dat geen zes Militairen by een mogten<br />

Jtaan of verfaamelen. Alle deeze omftandig.'<br />

heden maakten zulk eenen fchrik* onder de'<br />

Burgers, dat ze allen Oranjepikken begonnen<br />

te diaagen, en geene zwarte Cocardtn meex


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, Ut<br />

gezien werden; ook waren de huizen veelal<br />

met Oranje papier beplakt, en des avonds veelen<br />

met kaarfen verlicht.<br />

Den moed der Burgers, door fchrik en De Burgers<br />

ontwapend.<br />

vieeze aan te jaagen, dus geknakt hebbende ,<br />

was het niet moeijelyk hen te ontwapenen:<br />

Dingsdags morgens tusfehen vyf en zes uuren,<br />

kwam 'er een troup Krygslieden aan de huizen<br />

der Burger - Vaandrigs , en dwongen dezelven,<br />

met de Sabels in de vuist om de Vaandels over<br />

te geeven, en bragten ze naar de Hoofdwacht.<br />

Vervolgends ging een Tamboer met twee Soldaaten,<br />

en een kar door de Stad, om by de<br />

andere Officieren en Onder-Officieren der Burgery<br />

deSpontons, Hellebaarden en Geweeren<br />

op te haaien, en naar het Stadhuis te brengen.<br />

Die ze niet gewillig overgaaven, werden met<br />

zwaare bedreigingen daartoe genoodzaakt; en<br />

hun werd aangezegd, dat zy voortaan vry zou.<br />

den zyn van den last der Wapenoefeningen en<br />

het waaken; de Burgerwacht werd voor hun<br />

geflooten, en eerlang door het Krygsvolk betrokken.<br />

Verder deed de Magiftraat eene Publicatie<br />

afkondigen, om de Burgers en Inge.<br />

zeetenen op het allerernftigfte tot rust en eendragt<br />

te vermaanen, alle Genootfchappen te<br />

verbieden, en de Oranje Vlag, die in T748.<br />

gewaaid hadt, werd op den Tooren en Hfct<br />

Stadhuis geplant. Den 28^» werden de Geweeren<br />

der Burgers van Lochem , insgelyks<br />

binnen Zutphen en op het Stadhuis gebragt;<br />

gelyk<br />

«•7*7»


ünroer te<br />

Arnhem.<br />

»i2 BEKNOPTE HISTORJtE DEK<br />

gelyk ook in verfcheidene Dorpen, de Ge<<br />

weeren van de Boeren werden opgehaald. Den<br />

soften w c r d d e doodgefchooten Ruiter, met alle<br />

Krygseer en groote natie begraaven 5 verzeld<br />

wordende van alle de Officieren der Bezetting,<br />

en meer dan duizend gemeenen, zoo Ruiters<br />

als Voetknegtén, en een groot getal Burgers ,<br />

allen met Oranje ffrikken verfierd. De fchade<br />

by deeze plundering en oproerigheid aan dê<br />

huizen en goederen toegebragt, werd op tien<br />

duizend guldens begroot. De Schoenmaaker<br />

ÜAVID RÏNDERSJ die den Ruiter, welke<br />

dronken zynde zyne glafen hadt ingeflagen,<br />

hadt doodgefchooten, werd op dén t&i


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 113<br />

Staaten van Gelderland in > hunnen dienst en<br />

foldy genoomen hadden, binnen die Stad ge*<br />

trokken zynde, toonden de Soldaaten welhaast<br />

een ftuursch gelaat en dreigende houding tegen<br />

die Burgers, welken zy voor Patriotten hielden,<br />

en hunne baldaadigheden jaagden de flille<br />

Burgers de vreeze aan, dat de voorige Oproeren<br />

en Plunderingen nu wederom zouden vernieuwd<br />

worden. Het duurde ook niet lang,<br />

of men begon het oude fpel der baldaadigs<br />

moedwilligheid van het Krygsvolk , wejk<br />

deeze Stad reeds meermaalen beproefd hadt.<br />

De Kastelein c. <strong>II</strong>MPHERS, was da3r van we­<br />

derom het eerfte voorwerp: Met een geweldigen<br />

aanval op zyn huis begon het plunderen;<br />

doch hy , gebruik maakende van het recht van<br />

zelfsverweering, fchoot onder den oproerigea<br />

hoop, die, daar door verfchrikt en verbaasd,<br />

fchielyk de vlugt nam; doch deeze Vlugtelin*<br />

gen maakten meer anderen gaande en bragten<br />

de geheele Stad in beweeging: Des namiddags<br />

ten één uur begon helt Krygsvolk op veele<br />

plaatfen de glafen in ie flaan, en vervolgends<br />

te plunderen aan de huizen, die zy voor Patriötten<br />

hielden, en waar zy tegenftand vonden<br />

was het geweld des te heviger; het welk<br />

andere Burgers ook des te meer verbitterde,<br />

die daarom ook uit hunne huizen op het muitzuchtig<br />

Krygsvolk fchooten. Na dat men drie<br />

uuren lang dus geraasd en geplunderd hadt,<br />

werd 'er ten vier uuren alarm geflaagen, waar-<br />

H op


t i 4 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

op al het Krygsvolk op de Markt in de Wapenen<br />

kwam, en daar by een ftuk KanongeplaatsÉ<br />

werdt. Eenige Burgers kwamen gewapend<br />

op het Stadhuis, en fchooten van daarop het<br />

Krygsvolk, dat op de Markt in de Wapenen<br />

Rond; het welk ook uit eenige huizen rondom<br />

de Markt gefchiedde; waarop het Krygsvolk<br />

eene algemeene losbranding op het Stadhuis<br />

deed, en de Burgers, wel ziende tegen die<br />

magt niet beftand te zyn, en by hardnekkigen<br />

tegenftand de vernieling der geheele Stad vreezende,<br />

de Wapenen neder leiden. Eenige<br />

Burgers, in het Koffihuis aan de Markt ftaande,<br />

hier van nog geen kennis hebbende, wierpen<br />

nog Handgrenaaten onder het Kiygsvolk,<br />

waar door dit zoo verwoed werd, dat zy het<br />

huis ineen oogenblik ledig uitplunderden; doch<br />

de Generaal VERSCHUUR en de andere Officieren<br />

beletteden nog gelukkig den verderen<br />

voortgang, voor dien tyd. Van de Soldaaten<br />

waren 'er vier of vyf, en ook eenigen van de<br />

Burgers, gekwetst. Üoch deeze ftilte duurde<br />

niet lang'; des morgens begon men weder al<br />

vroeg van nieuws af dezelfde baldaadige moedwilligheid<br />

van glazen in te flaan en huizen te<br />

plunderen; aan alle hoeken van de Stad hoorde<br />

men niet anders dan van aanrandingen van Burgers,<br />

inflaan van glazen, fchreeuwen, dreigen<br />

van plunderen en moorden, en al war een<br />

woedende hoop van Muitemaakeis kon uitleveren<br />

, om de Burgers angst ea vreeze aan te<br />

jaa-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND 115-<br />

jaagen. Byzonderlyk oefenden de Soldaaten,<br />

hunne lafhartige wraake op eenen weêrloozen<br />

en Rillen Bakkersknegt, die, zonder iemand<br />

leed te doen, met zynen Broodwagen door de<br />

Stad reed, op welken zy verwoed aanvielen,<br />

en wien zy met hunne Sabels, verfcheidene<br />

zwaare wonden toebragten; en hy zou waar»<br />

fchynelyk het leeven daar by ingefchooten<br />

hebben, indien een braaf Officier hem niet,<br />

met gevaar van zyn eigen leeven, uit hunne<br />

moorddaadige handen gered hadt.<br />

Na zoo veele tergingen, overlast en moedwil<br />

van de bezoldigde Krygsknegten, die de<br />

Burger zelve betaalen moet, doorgeRaan te<br />

hebben, werd de Burgery ten laatflen in yver<br />

ontRooken, en bedacht op zelfsverdeediging,<br />

dewyl 'er geene middelen fcheenen te kunnen<br />

aangewend worden, of althans niet aangewend<br />

werden , om het geweld des Krygsvolks te<br />

beteugelen. Daar was voor hun dan niet anders<br />

overig, dan gebruik te maaken van het na«<br />

tuurlyk recht van zelfsverdeediging en noodweer:<br />

Aanzienlyken en minvermogenden floegen<br />

de handen in één; men btdeide eene Vergaadering<br />

van allerlei rangen van Burgers,<br />

waarin zelfs de Leeraars der Hervormde' Gemeente<br />

tegenwoordig waren; en daarin over<br />

den tegenwoordigen toefland der zaaken bedaardelyk<br />

met eikanderen beraadflaagd hebbende,<br />

kwam men kort na den middag tot een<br />

gefluit om eenige Afgevaardigden, uit Leden<br />

H 2 der<br />

1787,<br />

De Burger?<br />

vergadert<br />

om raad te<br />

plecgen tot<br />

demping d«ï<br />

muicery.,


U6 BEKNOPT Ë HISTORIE DER<br />

der Gemeente, des Krygsraads, en der Burgery<br />

verkooren, aan den Voorzittenden Burgemeester<br />

te zenden, om Vroedfchapsvergaadering<br />

te verzoeken. Dit werd gunftig toegeftaan*<br />

en de tyd der byeenkomst bepaald op des namiddags<br />

ten vyf uuren. Op den geftelden tyd<br />

begaaven de Afgevaardigden zich naa het Stadhuis,<br />

gevolgd van een groot getal Burgers,<br />

zoo wel aanzienlyken als van minderen rang,<br />

en de meesten, indien niet alle, de Stadspredikanten,<br />

en droegen in den Raad hunne belangen<br />

voor op eenen toon , die het gevoel<br />

van onrechtvaerdig geleeden geweld inboezemt,<br />

eisfchende, dat het baldaadig geweld<br />

der Krygslieden kragtdaadig gefluit wierde, of<br />

dat men hun de vryheid liet, dat het Recht<br />

der Natuur hun gaf, van geweld met geweld<br />

te keeren. Dit voorftel hadt ingang, alle de<br />

Leden der Vroedfchap, zelfs dezulken, over<br />

welken de Burgers meenden reden te hebben<br />

van onvergenoegd te zyn , toonden zich gereed,<br />

om, ter beteugeling der muitzuchtmede<br />

te werken en het hunne toe te brengen. Toen<br />

bleek het welhaast wat de Eensgezindheid vermag,<br />

wanneer het regt ernst is; en hoe fchielyk<br />

de rustverftoorende Muiters in hunne<br />

fchuilhoeken kruipen , wanneer een fiere en<br />

kragtdaadige tegenftand hunne hollende woede<br />

ftuit. De Krygs- Officieren, werden wegens<br />

de Regeering aangemaand om het volk tot bedaaren<br />

te brengen ; deezen wendden hunne<br />

poo»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 117<br />

poogingen daartoe aan, en deeden hunne'on«<br />

derhoorigen nadrukkciyk aanzeggen, dat zy<br />

zich zorgvuldig voor verdere Muitery hadden<br />

te wagten, want dat de Burgery verlof hadt,<br />

om geweld met geweld te keeren. Aanftonds<br />

was het Oproer geftild, en men hoorde niet<br />

meer van eenig geweld. Van het ftraffen der<br />

Soldaaten óm hunne Straatfchenderyen en gepleegde<br />

moedwilligheden, heeft men niets<br />

vernoomen; maar de Burgery, die zoo veel<br />

overlast en fchade van het muitend Krygsvolk<br />

geleeden hadt, werd ontwapend; even alsof<br />

zy de beleedigende Party geweest was, en<br />

alleen ftraf verdiend hadt. De Regeering deedt<br />

eene Publicatie afkondigen om de Burgery te<br />

ontwapenen ; de Geweeren, Vaandels, Spontonnen<br />

en Trommels werden opgehaald en op<br />

het Stadhuis gebragt. Ook werd dien zelfden<br />

dag een Detachement van 60 Ruiters naa het<br />

platte Land gezonden, om ook aldaar de Geweeren<br />

op te haaien; even gelyk wy hier voor<br />

van Zutphen en den omtrek gezien hebben;<br />

waar uit fchynt te hlyken , dat het oogmerk<br />

was om alle de Burgers door geheel Gelderland<br />

te ontwapenen.<br />

Ondertusfchen is de fchade der Arnhemfche<br />

Burgers, door deeze Oproerigheid en Plundering<br />

der Krygslieden veroorzaakt, zeer groot<br />

geweest. Een getal van 26, naar de minRe<br />

bereekening, anderen rekenen 32 Huizen,<br />

jpvaren geheel of fen grooten deele njtgeplun-<br />

H 3 derdj<br />

1787.<br />

Het Oproef<br />

geftild.<br />

De t!urj;ery<br />

omwapi.nr}»<br />

De ?roote<br />

fchade dec<br />

Burgers,<br />

door het<br />

Oproer vers<br />

ooizualu.


1787.<br />

ii.8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

derd, buiten een nog grooter getal, die met<br />

glazen inflaan en andere befchadigingen vry<br />

geraakt zyn: Inzonderheid was men gebeeten<br />

op den Advocaat en Gemeensman, als mede<br />

Contrarolleur, H. f cm E VELE ERG BEKKERING,<br />

die veel geleeden heeft, en wiens huis geheel<br />

uitgeplunderd is; ook was het Burger • Socie*<br />

teitshuis deèrlyk gehaavend. Eene groote menigte<br />

geplunderde Goederen , werden met<br />

karren naa het Stadhuis gebragt. By den Plundergeest<br />

voegde zich de roofzucht: Een ZiU<br />

verfmid moest, behalven de verwoesting van<br />

zyn huis, nog de fchade, en 't verlies van<br />

byna al zyn gemaakt Goud- en Zilverwerk uit<br />

zynen Winkel Jyden; zoo dat deeze ongelukkige<br />

Stad, die in deeze tyden zoo menigmaal<br />

verdervelyke Oproeren beproefd heeft, nog<br />

lange aan deeze Troebeljaaren zal gedenken (*).<br />

De geest van Oproer fcheen thans geheel<br />

Gelderland door te trekken, en de vlam van<br />

dien brand, welke omtrent den zelfden tyd<br />

fchynt gefticht of fterker aangeftookt, hier by<br />

het Kiygsvolk, daar by het domfte en driftige<br />

gemeende Volk, floeg van Stad tot Stad over.<br />

De Steden Zolibommel en Thiel lagen nu aan de<br />

beurt, in de eerstgenoemde begon het Oproer<br />

op den laatften Juny, in de laatfte op den iton<br />

July, onder het zelfde voorwendfel, uit dezelfde<br />

(*) Nieuwe Nederl Jaarb. July 1787. bladz. 1617—1621,.<br />

Beroerd :.edïrianW, (ftl. Deel, bladz. 7 , i 5.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 119<br />

zelfde oorzaak, en byna op dezelfde wyze; ik<br />

zal daarom, ten einde de beknoptheid in het<br />

oog te houden , van de laatfte maar alleen<br />

fpreeken. In de Stad Thiel waren zodanige<br />

Inwooners, die voor de oude Staatsgefteldheid<br />

en het Huis van Oranje gezind waren, zeer<br />

misnoegd over het aanhouden der Princesfe ,<br />

op haare voorgenoomene reize, in Hollands<br />

dit gevoel floeg tot de fraaile Gemeente over,<br />

die minder redeneert, en meer naar drift te<br />

werk gaat, en dus ligtelyk het werktuig wordt<br />

om de oogmerken van anderen uit te voeren.<br />

Hoe dit ook zy, althans het TAiei/c/iegemeene<br />

Volk vergaaderde -in groote menigte op den<br />

poften Juny des avonds ten zeven uuren voor<br />

het huis, waar de Burger-Sociëteit vergaaderde,<br />

fmeet en floeg de glazen in, en wilde<br />

met geweld in hetzelve indringen ; doch dooi<br />

den fterken tegenftand van den Kastelein en<br />

twee andere Perfoonen, werden zy daar buiten<br />

gekeerd. Deeze te leurftelling ontvlamde maai<br />

te meer hunne Plunderzucht: thans liepen zj<br />

als onzinnigen door de gantfehen Stad , aar<br />

meer dan honderd huizen fmeeten en floeger<br />

zy de glazen in, en drongen met geweld ii<br />

fommigen tot in de binnenile vertrekken , ver<br />

nielden de kostelykfte Huisraaden en verfcheur<br />

den Papieren van groote waarde. Onder di<br />

geplunderde en meest befchadigde huizen wei<br />

den voornaamelyk geteld die van G. J. VAI i<br />

yERSENDAA£., van den Brouwer J. VAI<br />

I E !<br />

04 ?


1787.<br />

Be aanbevallenBurgers<br />

doen<br />

tegenweer.<br />

120 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

BIES TEN, van den Hr. G. DE ROEVER, van<br />

den Remonjiramfclien Predikant A. KOE VER­<br />

DING, en van den Hr. FRANKEN, Secreta­<br />

ris en Procureur van Tfendoorn, die, behalven<br />

de fchade "aan zyn huis en huisraad toegebragt,<br />

een verlies van meer dan 30 duizend guldens,<br />

aan Landfcliaps Papieren geleeden heeft,<br />

welke door de woedende handen der domme<br />

yveraars verfcheurd zyn. De Zwitfers, die<br />

daar in Guarnizoen waren, deeden wel Patrouil­<br />

les; de Magiftraat was wei den gantfchen nacht<br />

door vergaaderd, maar niets werd 'er gedaan<br />

tot ftuiting van het Oproer, en het gemeene<br />

Volk holde den gantfchen nacht door met hui­<br />

zen fchenden en plunderen. Hierom maakten<br />

de aangevallene Burgers gebruik van het recht<br />

van zelfsverweering. Aan het huis van den<br />

Houtkooper RIEMSOYK, verweerden zich de<br />

Vrouw met haare twee Zöonen en eene Dienst­<br />

maagd, met fteenen uit een bovenraam op de<br />

Muitelingen te werpen ; terwyl de Hr. RIEMS-<br />

DYK zelve beneden zoo dapper onder de me­<br />

nigte fchoot, dat 'er eenigen vielen. Dus werd<br />

ook uit het Societeitshuis, ten tweedemaal en<br />

met grooter woede aangevallen, fterk gefchoo-<br />

ten, dat aan verfcheidene Muitelingen het<br />

leeven kostte. Doch deeze tegenweer, in<br />

plaats van de Plunderaas en Oproermaakers af<br />

te fchrikken, was als olie in 't vuur om den<br />

brand te blusfen: Zy dreigden nu de Verweer­<br />

ders te vermoorden, als zy ze in banden fcree-<br />

gen,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 121<br />

gen , terwyl door den geftadigen toevloed hun 1787,<br />

getal vermeerderd en hunne moedwil grooter<br />

werd; waarom de Verweerders, die het geweld<br />

der overmagt niet langer konden wederftaan,<br />

en geene hulpe nocii ontzet van buiten kreegen,<br />

eindelyk beflooten het huis heimelyk te<br />

verlaaten, gelyk zy deeden; welhaast werd het<br />

foen door het muitend Gemeen ingenoomen en<br />

geheel ledig geplunderd. Hunnen moed hier<br />

gekoeld hebbende, floegen zy tot andere huizen<br />

over, en maakten het veele deftige Burgers<br />

zoo bang, dat.zy, om van den overlast<br />

berryd te zyn , hunne Wooningen en de Stad<br />

verlieten, om elders eene veilige fchuilplaats<br />

te zoeken. Merkwaardig is het, dat, onder<br />

al dat woest geweld, niet meer dan één Burger,<br />

aan de zyde der Patriotten, het leeven<br />

verboren heeft, een Voerman naamelyk, met<br />

naame DI KOEMAN, door een fteenworp tegen<br />

de flaap van 't hoofd, die hem eene doodeiyke<br />

wonde toebragt. Des anderen daags 'smorgens Publicatie<br />

tegen ce-<br />

ten agt uuren , deed de Kegeering eene Publiwcld en<br />

catie tegen alle geweld en oproer afkondigen; oproer et><br />

loc ontwa­<br />

en by die zelfde Publicatie werden alle Ingepening ileir<br />

liuigers. '<br />

zeetenen gelast, hunne Geweeren en Wapenen,<br />

op zekere boete , ten half tien uuren voor<br />

de middag op het Stadhuis te brengen; het<br />

welk ook alzoo gefchiedde; veryolgeuds verfcheen<br />

de Regeering met Oranje linten verfierd<br />

op de ftraat, het zelfde deeden d« Officiers<br />

der Militie ? ca welhaast werd dit algemeen<br />

ÜJ na-


1787.<br />

122 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

nagevolgd: Ook werden hier en daar Oranje<br />

Vlaggen uitgeftooken. Den 3den j ui y W e r d<br />

'er eene tweede Publicatie afgeleezen, waar<br />

by alle Burger - Sociëteiten, of gewapende Genoot,<br />

fchappen, en in 't algemeen alle Burgerbyeen.<br />

komjlen en Gezelfchappen ten ftrengften verbooden<br />

d e n<br />

werden. Den 4 werd een gedeelte der Ruitery<br />

van VAN STOKKEN in de Stad gebragt;<br />

Donderdag den 5'' j u] y d e 0ranje V ] a g Q^<br />

den Tooren gezet, het kanon op de wallen gelost,<br />

de klokken geluid, Eereboogen hier en<br />

daar door de Stad, bezonderlyk voor het Stadhuis,<br />

opgerecht, en des avonds de gantiche<br />

Stad verlicht (*).<br />

Oproer en<br />

Nauwelyks was dit blyëindend Treurfpel te<br />

plundering<br />

te Leerdam, Thiel geëindigd, of 'er werd een ander en desgelyk<br />

Tooneel geopend in de kleine Stad Leer.<br />

dam, eene Heerlykheid van Zyne Doorluchtige<br />

Hoogheid, maar onder het Gebied der Staaten<br />

van Holland behoorende ; een Tooneel, het<br />

welk in woestheid en Plunderdrift voor dat van<br />

Thiel niet behoeft te wyken. In deeze kleine<br />

Stad waren, federt den laatften Engelfchen Oorog,<br />

zoo wel als in andere en grootere Steden<br />

1 le Inwooners in twee Partyën verdeeld; in<br />

] 'rinsgezinden en Patriotten. De laatften 'wil­<br />

i<br />

len, naar het voorbeeld van veelen hunner<br />

] .andgenooten, het hunne toebrengen tot herftel<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July i 7Z7. bladz. 1601-3,<br />

Beroerd Nederland', V<strong>II</strong>, Deel, bladz. 15-18. ' '*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 123<br />

flel en verbetering van 's Lands algemeene<br />

zaaken, en hadden tot dat einde, met verlof<br />

der Regeering, nu reeds jaar en dag geleeden,<br />

eene Burger • Sociëteit opgerecht. Deeze oprechting<br />

werd by de Leden der andere Party<br />

toegedaan , met fcheele oogen aangezien ; men<br />

fmeet in 't huis der Vergaadering nu en dan de<br />

glazen in , men befmeerde het Uithangbord<br />

met vuiligheid, en men fchold op de Leden.<br />

Maar de verbittering nam toe,en de Gemeente<br />

werd van tyd tot tyd onrustiger. Thans begon<br />

men openlyk uit te roepen: „ de Keezen moe-<br />

„ ten 'er aan ; en de tyd is daar, dat men zyne<br />

„ handen in het bloed der Patriotten zal was-<br />

„ fchen." Op den 6^ c<br />

nd<br />

" Juny werd Heilig verzekerd,<br />

dat 'er op dien dag iets gebeuren zoude;<br />

men zag reeds hier en daar geheele troupen<br />

van Jongens, die doorgaands de Voorloopers<br />

der Oproeren zyn, byeen rotten; en het geroep<br />

was algemeen, de zoo genaamde Burger-<br />

Sociëteit moet weg! Men liep rond om een Verzoekfchrift<br />

te laaten teekenen, een verzoek<br />

behelzende om de Burge^ Sociëteit te vernietiges,<br />

de Oranje Vlag van den Toeren uit. te<br />

fteeken, en Oranje tekens te draagen; tot het<br />

teekenen van welk Verzoekfchrift eenige welgeftelde<br />

Burgers zich lieten beleezcn. Vervolgends<br />

werd het aan de Regeering overgegeeven,<br />

en door dezelve, tegen den zin van<br />

eenige Leden, doorgedrongen en alle die verzoe


124 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

zoeken dien zelfden dag nog ingewilligd. Dee.<br />

ze inwilliging werdt openlyk van het Stadhuis<br />

afgekondigd, benevens eene Waarfchouwing<br />

van Zyne Doorluchtige Hoogheid tegen alle<br />

Oproeren en Oproerige beweegingen. Doch<br />

deeze waarfchouwing werd ras vergeeten;<br />

nauwelyks zag men de Vlag van den Tooren<br />

waaijen, of het muitzuchtig Gemeen Rak de<br />

hoofden op , en bedreef de buitenfpoorigfte<br />

ongehoorzaamheid.<br />

Opening<br />

van het Het eerfte bedryf, waarmede dit Tooneel<br />

Tooneel<br />

vau woede. van barbaarfche woestheid geopend werd, was<br />

het wegneemen van het Bord met hetopfchrift<br />

van voor het Societeitshuis. Van daar ylde men<br />

naa het huis van den Hr. TAK, een vermoo.<br />

gend Rentenier van Amfterdam* thans daar<br />

woonende. Deeze Hr., die het prachtigfte<br />

huis der gantfche Stad bewoonde , zocht de<br />

Muiters te bevredigen, door een gefchenk van<br />

zestien Zeeuwfche Ryksdaalders; maar nauwelyks<br />

hadden zy dat geld in handen, of de Reepen<br />

vloogen door de glazen. In een naastftaande<br />

huis werd alles kort en klein geflagen.<br />

en de Bewooners daarvan deerlyk mishandeld.<br />

De Drosfaart, Colonel der Schuttery, liét<br />

alarm flaan; de Burgery kwam in de Wapenen;<br />

op de onveiligfte Plaatfen werden eenige<br />

Mannen gezet; maar zy waren ledige Aanfchouwers<br />

van her Plunderwerk, en fommigen<br />

zelfs hadden 'er hun vermaak in, hetgeen zy<br />

doof


ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. \i$<br />

door het Rampen met hunne Geweeren, en te<br />

zeggen, zoo moet het gaan! openlyk betuigden.<br />

Meer dan dertig huizen werden in dien onrustigen<br />

nacht boosaartiglyk uitgeplunderd, vernield<br />

en gefchonden; onder die, welken het<br />

meest geleeden hebben, was dat van den Pre­<br />

178^<br />

dikant JOHANNES CLAASSEN, wiens Eer­ Plundering<br />

van des<br />

waardige Bediening, zyn Perfoon noch huis Predikants-,<br />

voor de woede van den onzinnigen hoop van huis.<br />

Plunderaars kon beveiligen. In 't midden van<br />

den nacht nog voor zyne wooning zittende,<br />

werd hy eerst met fteenen gefmeeten ; om niet<br />

gekwetst te worden week hy in huis en floot<br />

zyne deur; doch hier was hy oók niet veilig;<br />

de Muiters vielen met zoo veel geweld aan op de<br />

Raamen, en rammeiden daarop zoolang, tot<br />

dat ze met luiken en al verbryzeld waren en<br />

daar uit vielen ,waar door zy eenen geopenden<br />

weg in het huis kreegen. Nu ging men aan 't<br />

vernielen van al het huisraad, ftoelen , tafels,<br />

fpiegels, porcelyn , alles werdt vertrapt en<br />

verbryzeld; tin en koper plat getrapt of geftoolen<br />

, Tafelgoed gefcheurd of geroofd;<br />

niets werd verfchoond, dan alleen de Boekery<br />

en Studeerkamer. Op deeze wyze gingen zy<br />

ook te werk aan andere huizen, en konden ie<br />

hunne dolle drift niet gefluit worden den gantfchen<br />

nacht door; te vergeefsch begaaver I<br />

zich de Heeren Drosfaart BOEY, en Rent<br />

meester BIERMAN onder den plunderendei 1<br />

hoop t


Den gepliinderden<br />

werdt eene<br />

Verklaanng<br />

afgeperst.<br />

125 BEKNOPTE HISTORIE DER.<br />

hoop, om met bidden en ernftig vermaaneö-<br />

den voortgang te Ruiten; in plaats van gehoor<br />

kreegen zy onbefcheiden antwoord, en liepen<br />

gevaar van met fteenen gefmeeten te worden.<br />

Tegen den morgenftond fcheen de woede uit­<br />

geraasd te hebben, en men kwam tot bedaa-<br />

ren: de opgefchooten Jongens, die het eerst<br />

het werk begonnen hadden, gaven ook de<br />

Jeuze van uitfcheiden met te zeggen: Men mogt<br />

wel eens pleizier hebben; maar het was nu wel, en<br />

't moest nu uit zyn. Een geweezen Ruiter ,<br />

met naame FLOOR MIDDELKOOP, aan deeze<br />

orders niet gehoorzaamende, ging op het<br />

nieuw, toen alles in rust was, naa het huis van<br />

den bovengemelden Hr. TAK, en fmeet 'er de<br />

glazen in; waarom hy ook gegreepen en in<br />

hechtenis genoomen, doch op den zelfden<br />

dag, op verzoek van fommigen, weder losge-<br />

laaten werdt.<br />

Dit Treurfpel moest, even als in de Gelder,<br />

fche Steden, in blydfchap eindigen, en men<br />

moest van den gruwel der verwoesting een<br />

vrolyk feest maaken om zyne triomf te vieren.<br />

Mtn liep by de huizen rond, voornaamelyk<br />

der zulken, die het meest van het Plunderen<br />

geleeden hadden, om geld te vraagen tot het<br />

vervaardigen van Eereboogen en Kroonen, en<br />

't koopen van kaarfen om ze te verlichten, enz.<br />

Dien zelfden dag, den 7


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, iz' i<br />

gaan en ter tekening aanbieden, aan alle de ! 1787.<br />

geenen, welker huizen geplunderd waren !<br />

waar door zy bekennen zouden: ,., gedwaalc I<br />

3, te hebben, en den Prins van Oranje te er<br />

„ kennen voor den Souvrain van Leerdam.<br />

4, dat men daar voor zou ftryden, en zweerer<br />

„ met de Regeering te vrede te zyn , alk<br />

3, Partyfchap ter wederzyde zoude afleggen;<br />

3, en voorts in eensgezindheid met zyne Me-<br />

3, deburgers te zullen leeven." Om geen ge-<br />

Vaar te loopen van nieuwe 'mishandelingen,<br />

onderteekenden alle die ongelukkigen , die<br />

harde en opgedwongene Verklaanng. Doch<br />

hier mede was de zaak niet afgedaan, de vrolykheid<br />

van dat feest was van korten duur, en<br />

de gevolgen daar van geheel anders dan in de<br />

Gelderfche Steden. Eenigen der geplunderde<br />

Burgers en Leden der vernietigde Sociëteit<br />

gingen naa Viaanen, klaagden aan het Genootfchap<br />

over alle de mishandelingen, die<br />

zy ondergaan hadden, en over den hoon en<br />

dwang, die hun door zulk eene Verklaaring,<br />

als boven gemeld is, was aangedaan, en verzochten<br />

deszelfs hulpe. Hunne klagten vonden<br />

ingang en hun verzoek werd ingewilligd:<br />

aanftonds was het Genootfchap volvaerdig om<br />

ter hunner hulpe te vliegen; binnen twee dagen<br />

was alles in gereedheid; op den o den<br />

Eenigên<br />

klaagen daaj<br />

over, en<br />

verzoeken<br />

hulpe te<br />

Viaanep*<br />

July<br />

trok het Viaanfche Genootfchap op Patent van<br />

de Heeren Gecommitteerden der Staaten van<br />

Holland, tot het Defenfiewezen te Woerden,<br />

me!


Het ViaanfcheGenoorfchap<br />

trekt op naa<br />

Leerdam,<br />

cn verandert<br />

de<br />

Z;uKen van<br />

gedaante.<br />

X28 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

met eenige Vrywilligers uk de Schuttery, onder<br />

de noodige Officieren, van eenige Ruiters<br />

en Soldaaten onderfteund, naa Leerdam. Dit<br />

Corps te Schoonerwoerd gekoomen zynde, deed<br />

de Oranje Vlag van den Tooren haaien door<br />

den zelfden Perfoon, die ze daarop gebragt<br />

hadt, en nam hem, benevens nog twee anderen,<br />

gevangen mede naa Leerdam; alwaar op<br />

het gerucht van hunne aankomst de Poorten,<br />

geflooten werden, en de fchuldigfle Oproermaakers<br />

de vlugt namen; terwyl de Alarmklok<br />

geluid werd, en de Schutters in de Wapenen<br />

kwamen.<br />

Het Genootfchap hier van kennis bekoomen<br />

hebbende, trok tot op eenen kleinen affland<br />

voor de Poort, en Zond twee Adjudanten aan<br />

den MagiRraat , om hunne Orders van de<br />

Hooge Overigheid te vertoonen. De Magi­<br />

Rraat verzocht een kwartier uurs uitftel om tyd<br />

te hebben tot het openen van de Poort, die<br />

van binnen reeds met hout verfchanst was; en<br />

de Schuttery, in I50 Man beftaande, die daar<br />

voor geplaatst was, uit de Wapenen te brengen;<br />

terwyl men de Alarmklok aanftonds deed<br />

ophouden. By het intrekken der Stad zagen<br />

zy niemand meer gewapend, noch met Oranje<br />

flrikken verfierd; de Poorten werden met<br />

Wachten bezet, de Vlaggen van den Tooren<br />

en van de MooLen gehaald, de Magiftraat 'gelast<br />

om te vergaaderen, en de Burgemeester<br />

KNYF, en de Schepen DE MAN gevangen ge-<br />

uoo-


ONLUSTEN IN HËT VADERLAND. i2§<br />

noomen, en mede naa Vtaanen overgebragt.<br />

Voorts werden alle de Eerepoorten en Boogen<br />

omver gefmeeten,de Kranfen en Kroonenweggenoomen,<br />

en den Hr. Drosfaard BOEY. werd<br />

aangezeid, dat alle fchaden en nadeelen, die<br />

de Burgers door de Plundering geleeden had- 1<br />

den, op den Magiftraat, die zulks niet belet<br />

hadt , zou verhaald worden. Na dit alles<br />

verricht te hebben, keerde het Genootfchap<br />

met zyne byhebbende Manfchap naa Viaanen<br />

terug, en kwam des avonds ten negen uuren,<br />

na eenen togt van zes uuren , voor de Poort,<br />

fchikte zich in orde, gaf aan de Ruitery, aan<br />

het Volk,en aan het Genootfchap zelve,ieder<br />

een veroverde Vlag, en trok daar mede de<br />

Stad in. Verfcheidene Dorpen in den omtrek,<br />

waar men ook Oranje Vlaggen op de Toorens<br />

en Molens geplant hadt, door deezen togt bevreesd<br />

gemaakt, deeden dezelven fchielyk weg<br />

neemen.<br />

Vier dagen daarna, dat is den i3 c,en<br />

Het Defei<br />

July* Bewezen<br />

:isciit de'<br />

werd door twee Leerdamfche Burgers, die zich<br />

Aanteeke­<br />

naa Viaanen begeeven hadden, een Brief aan ningen cu<br />

Hefluiten<br />

den Secretasis van Leerdam gebragt van het yari den<br />

Magiftvaat<<br />

Defenfiewezen van Viaanen; waarin hetzelve,<br />

als gemagtigd door het Defenfiewezen van<br />

Woerden, eischte; dat ten eerften aan hetzelve<br />

overgezonden wierden , de Aanteekeningen en<br />

Befluiten uit het Register van den Magiftraat,<br />

betreffende het vernietigen der Sociëteit en<br />

van 't Genootfchap, het opzetten van Vlaggen,<br />

I het


Oproer<br />

zonder<br />

voorbeeld<br />

te Middelttlrgr<br />

I30 BEKNOPTE HISTORIE DEÏ'<br />

het draagen van Oranje, enz. met bedreiging<br />

van dezelven anders te zullen koomen haaien.<br />

De Secretaris antwoordde daarop, dat hy buiten<br />

kennis en last van den Magiftraat aan deezen<br />

eisch niet mogt noch kon voldoen. Daarop<br />

kwam den anderen dag de Hr. SPOORS, Secretaris<br />

van Woerden, om daar over met den<br />

Magiftraat in onderhandeling te treeden, en<br />

de zaaken met het Hollandfclie Defenfiewezen<br />

te fchikken. Ondertusfchen werden de Heeren<br />

DE KNYF en DE MAN van Viaanen, rjaa<br />

,<br />

s Hagen overgebragt, om zich over hun gehouden<br />

gedrag by de Staaten van Holland te<br />

verantwoorden (*).<br />

Al het geen tot hiertoe verhaald is van Oproerigheid<br />

en Plundering in de Provintiën van<br />

Holland en Gelderland, kan in woestheid en<br />

wreedheid op verre na niet haaien by hetgeen,<br />

omtrent deezen zelfden tyd, in Zeeland.tHoofdftad,<br />

Middelburg, is voorgevallen. Ook daar.<br />

gelyk in de meeste Steden der Republiek, waren<br />

de Burgers in twee Partyen verdeeld, en<br />

beiden zeer fterke yveraars elk voor de zyne;<br />

terwyl het Gemeene Volk , dat doorgaands<br />

driftiger yvert voor de Party, die het aankleeft,<br />

den Prinsgezinden was toegedaan. De<br />

andere Party hadt zich in de Wapenen geoefend,<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaar}. July 1787. bladz. S©l8—acat,<br />

Beroerd Nederland, V. Ceel, bladz.. iS —ïö,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 131<br />

fend,en zocht een Genootfchap op te rechten |<br />

maar dat werd hun belet; doch veelen van hun<br />

werden Leden van eene Schuttery, dié van<br />

ouds tot den Doele behoorde, en hadden een<br />

Gezelfchap van 180 Perfoonen , en op dit Ge­<br />

zelfchap, welk eigentlyk opgerecht was om dé<br />

rust te bewaaren, en de Muitery te beteuge­<br />

len, was het Gemeene Volk zeer gebeeten.<br />

In deeze gefleldheid van zaaken, hadt het<br />

vuur van Oproer reeds lange gefmeuld, en<br />

wagtte maar na bekwame gelegenheid om uit<br />

te breeken. Deeze gelegenheid werd gebooren<br />

in 't laatst van Juny, wanneer een Gezelfchap<br />

van Dordrecht , met een Jacht te Middelburg<br />

aankwam om een Speelreisje Op het Eiland<br />

Walcheren te doen. Terwyl het Gezelfchap<br />

mét rydtuig een togtje landwaards in deed,<br />

waren de Dienstboden, die op het Jagt


T7R7-<br />

Begin van<br />

liet Oproer.<br />

i<br />

Ï32 BEKNOPTE HISTORIE fi ÉR<br />

de Mast; dat zulks een affront voor den Prins<br />

was: men haalde de Princenvlag van agteren<br />

af, heiste dezelve aan de Mast op, nam de<br />

roode Vlag daar af, en liet de Generaliteits<br />

Vlag eenige oogenblikken onder de Princen­<br />

vlag waaijen, maar haalde ze ras weder af en<br />

verfcheurde ze. De voorzittende Burgemeester<br />

om verderen moedwil en fchending van het<br />

Jagt voor te koomen, zondteen Onderfchout<br />

met vier Dienaars naa het Jagt, om 'er bezit<br />

van te neemen, (dewyl de Dienstboden en<br />

Schipper van 't zelve de vlugt genoomen had­<br />

den) liet vervolgends Vroedfchap beleggen,<br />

en deed twee Compagniën van de Burgery in<br />

ie Wapenen koomen om het Stadhuis te be­<br />

zetten , en het Jagt zoo lang te beveiligen,<br />

:ot dat het water hoog genoeg was, om hes<br />

jaa buiten op dc Rheede te doen brengen;<br />

jelyfc vervolgends gefchiedde. Thans zag het<br />

oproerig Gemeen zynen kans fchoon om zynen<br />

verbitterden moed aan de Patriotten te koelen;<br />

le gemoederen waren nu aan 't gisten, en de<br />

Muitzucht kon met eene zekere welvoeglyk-<br />

;ieid haare rol beginnen te fpeelen. Men ging<br />

nderdaad, als wel beraaden, eerst met zagt-<br />

M.nnigheid te werk om zyne Party te tergen,<br />

;n dus gelegenheid te hebben , als hy zich<br />

ïitlaat, met woede op hem aan te vallen: Men<br />

ïjng by verfcheidene Hoofden van het Ge-<br />

lootfehap van Wapenhandel aanfchellen, en<br />

segeerde yan hun, dat zy op de gezondheid<br />

i<br />

van


ONLUSTEN m HET VADERLAND. 133<br />

van den Prins zouden drinken; by de geenen, 1787.<br />

die zulks gewillig deeden, ging alles wel, en<br />

daar werd geen overlast gedaan; maar een Lid<br />

van dit Schutters Gezelfchap wilde nief gedwongen<br />

wezen, weigerde zulks te doen, en<br />

ging op zyn ftoep, dreigende den aannaderenden<br />

hoop, daar onder te zullen fchieten, als zy<br />

hem geweld aandeeden; aanftonds werden by<br />

hem de glazen ingeflaagen, gelyk ook eenige<br />

huizen verder by zynen Broeder; en dit alles<br />

ging nog toe zonder plunderen. Maar eindelyk<br />

koomen zy aan 't huis van een Koorenkooper ,<br />

die Werf - Officier van de Schuttery was, en Begin van<br />

liec plundi<br />

hun wat fors antwoordde, en om hen te ver-<br />

ren.<br />

dryven, met kookend water van boven uit de<br />

bovenvenfters wierp. Toen floegen en fmeeten<br />

zy ook de glazen in; en hier zou het by<br />

gebleeven zyn, indien de Koorenkooper niet,<br />

door drift vervoerd , met hagel onder den hoop<br />

gefchooten, en eenigen ligt gekwetst hadt;<br />

want hier door verbitterd, liepen zy de deur<br />

open, en plunderden het benedenhuis geheel<br />

en al uit. Ondertusfchen werd 'er alarm geflaagen,<br />

alle de Burger-Compagniën kwamen<br />

in de Wapen , het verder plunderen werd voor<br />

dien tyd geftuit, en alles werd ftil. Van het<br />

Genootfchap waren ook 80 Man in de Wapenen<br />

gekoomen, die hunnen dienst aan de Regeering<br />

aanbooden, om de rust te bewaaren,<br />

en de Muitery te beteugelen ; maar zy werden<br />

bedankt en eraftig vermaand om uit eikanderen<br />

I 3 te


Hardnekkigeplundering<br />

cn<br />

moedige<br />

verd-edip«ig<br />

van<br />

STEVENINK»<br />

134 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

te gaan , het welk zy ook deeden; oordeelende<br />

de Regeerjng het werk met de Burgery, waarop<br />

zy Raat kon maaken, wel meester te zullen<br />

worden. Doch deeze flilte was van korten<br />

duur: Op den volgenden dag des namiddags<br />

ten twee uuren kwamen de Muitemaakers weder<br />

op de been, en vernielden ook in het bovenhuis<br />

van den vQorgemelden Koorenkooper, alle<br />

het huisraad en de glazen , die zy den voorigen<br />

avond overgelaaten hadden.<br />

Hier bleef het niet by, maar dien zelfden<br />

namiddag vielen de Plunderaars aan op het<br />

huis van Doctor STEVEN IKK, een zeer ervaaren<br />

Man in zyne kunst, en te gelyk een<br />

yverig Koopman, die grooten handel dreef en<br />

der Stad zeer nuttig was. Deeze Heer, die<br />

Kapitein geweest was van het vernietigd Genootfchap,<br />

en een groot yveraar voor de Grond?<br />

wettige Herflelling, was even daarom lange het<br />

voorwerp geweest van den haat des gemeenen<br />

Volks, dat voor de andere Party yverde, en<br />

Dp den 8 fteu<br />

Maart reeds een kans op hem had<br />

willen wagen , maar toen in zyn oogmerk niet<br />

hadt kunnen fiaagen. De Doftor we! te gemoet<br />

ziende, dat hy deeze reis niet zoude vry gaan,<br />

hadt zich rykelyk voorzien van Geweeren , kruid<br />

en lood , en eenige welberaadene Mannen by zich<br />

genoomen ; beflooten hebbende zyn huis, indien<br />

act aangevallen wierd,tot het uiterfte te verdeeligen.<br />

Hetgeen hy verwagtte gebeurde ook, en<br />

ïy hield zyn woord, hoewel met groot gevaar<br />

;ynes levens,dat hy 'er evenwel gelukkig, hoe T


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 135<br />

wel nauwelyks afbragt.Eene groote menigte gemeen<br />

Volk rottede te faamen voor zyn huis;<br />

eene Compagnie van de Burgers,die in de Wapenen<br />

waren, om het Dordrechtfche Jacht voor<br />

fchending te bewaaren, dit ziende, bezettede<br />

het huis ; doch het Graauw drong 'er door,<br />

raapte lteenen op en fmeet ze met een geheele<br />

hagelbui in de glazen. De Hr. STEVENINK,<br />

die hun gewaarfchouwd hadt, geenen moedwil<br />

te bedryven, fchoot onder den hoop met<br />

kogels, en trof zoo wel, dat een der Plunderaars<br />

dood ter aarde nederviel, en een ander<br />

zwaar gekwetst werd. Dit baarde voor een<br />

oogenblik zulk een fchrik, dat de Muitemaakers<br />

de vlugt namen ; doch zy keerden ras<br />

met verdubbelde woede terug, en hadden nu<br />

de baan ruimer, om dat de Gewapende Burgers,<br />

insgelyks voor het fchieten van binnen<br />

vreezende, als het welk hen zoo wel als de<br />

Muitemaakers treffen kon, hunnen post verlaaten<br />

hadden. Men begon nu van nieuws met<br />

fteenen in de glazen te werpen, en van binnen<br />

fterker te fchieten, zoo dat welhaast vier of<br />

vyf van de Plunderaars dood ter aarde nedervielen.<br />

Het Graauw hier door niet afgefchrikt,<br />

maar des te woedender geworden , haalde twee<br />

ftukken kanon van eender fchepen, die in de<br />

Kaay lagen, en befchooten daar mede het hdis<br />

fchuins van twee zyden; doch alzoo zy geene<br />

kogels hadden , maar zich met fchroot en fpykers<br />

moesten behelpen, zoo deeden zy daar<br />

I 4 mede<br />

1787.


1787.<br />

135 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

mede weinig ander nadeel, dan aan de glazen,<br />

cn de Verweerders beantwoordden dit vuur uit<br />

het kanon geftadig met volle lagen uit hee<br />

klein geweer.<br />

Dit fchieten van wederzyden duurde tot<br />

's morgens drie uuren, wanneer 200 Zmtzers,<br />

van Veere en Vlisfingenafgevaardigd, in de Stad<br />

kwamen, die een einde maakten aan het fchieten<br />

met het kanon, waar door een RilRand<br />

van twee uuren kwam. Maar de woede van het<br />

Graauw was niet te temmen, het hadt den Hr.<br />

STEVEN IN K den dood gezwooren , en betrouwde<br />

aan de Krygslieden de bewaaring van<br />

het huis niet toe, uit vreeze, dat hy mogt ontfnappen,<br />

Zy begonnen dan wederom opnieuw,<br />

drongen met geweld tusfehen de Soldaaten<br />

door, die eindelyk ook hunnen post verlieten,<br />

(zoo men zeide op hoogen last.) Thans begon<br />

men wederom met het kanon op het huis te<br />

fchieten, en van binnen met het klein Geweer<br />

en eene Donderbusch te antwoorden. Eindelyk<br />

kreeg het Graauw de huisdeur open , en<br />

Roof met groot geweld en een fchrikkelyk gedruis<br />

naa binnen, waar alles kort en klein ge«<br />

Raagen en bet huis deerlyk gefchonden werd.<br />

Ondertusfchen was de Geneesheer in een ruimen<br />

kelder gewceken, en hadt zich daar zoo<br />

wel verfchanst, dat niemand by hem koomen<br />

kon, en hy zich, als uit eene loopgrave, van<br />

daar door de Keldergaten verweeren kon; gelyk<br />

hy inderdaad ook deed en menigen Plun-<br />

de»


ÜLinfKTE VAK HET (GMiFOTMUMS ECUÏCS TAS Br STEWOTM IK MIBM3MXTSJ& .


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 137<br />

deraar nog zwaare wonden toebragt. Eindelyk<br />

kwamen eenige Afgevaardigden van de Regeering<br />

in 't huis en eischten den Hr. STEVK-<br />

NINK op, dat hy zich zoude overgeeven. Zyn<br />

moedig antwoord was, dat hy zich om lief noch<br />

leed zou overgeeven; dat hy zich tot het uiterRe<br />

zou verdeedigen, en indien hy dat niet<br />

langer doen kon, dan zich zeiven met zyn<br />

geheele huis in de lucht zou laaten fpringen<br />

door eene Myn , die hytot dat einde daar onder<br />

gemaakt hadt. Dit antwoord baarde zulk een<br />

fchrik by de Afgevaardigde Regenten, dat zy<br />

in alle haast het huis verlieten , en aan het<br />

volk vryheid gaven om eene derStads Brandfpuiten<br />

voor het huis te brengen, en den kelder<br />

vol water te pompen, om den Doftor uit zyne<br />

onderaardfche fchuilplaats te doen uitkoomen,<br />

en hem het vlugten te beletten. Daarenboven<br />

Relde de Regeering een praamie van iooo gulden<br />

voor den geenen, die den Doftor STE­<br />

VEN INK levendig in de handen van het Gerecht<br />

zou leveren. Niet tegenftaande dit alles,<br />

en onaangezien alle en dc fcherpRe onderzoekingen,<br />

die 'er naa hem gedaan werden,<br />

is hy, na veele gevaaren uitgeflaan te<br />

hebben , en menigmaal op het punt geweest te<br />

zyn van ontdekt te worden, eindelyk alle gevaar<br />

gelukkig ontkoomen; door eenen heimelyken<br />

weg uit zyn kelder en huis ontkoomen<br />

zynde, verborg hy zich eerst een wyl tyds in<br />

en omtrent de Stad by goede vrienden, en<br />

I 5 ver*<br />

1787.


1787.<br />

138 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

verliet vervolgends, in vrouwe kleederên, het<br />

Eiland van Walcheren<br />

Voorbeeld Toen het woedende Graauw hier zyn zat be­<br />

van wreedbeid<br />

der koomen hadt, en 'er niet meer aan het huis<br />

Plu nder»ars.<br />

van Doclor STEVENIKK te plunderen noch<br />

te breeken was, vloog het in diezelfde hitte<br />

naa de huizen der meest bekende Patriotten,<br />

en plunderde die met eene woede zonder we.<br />

derga. Aan het huis van eenen Notaris bedree*<br />

ven zy een gruwelRuk van wreedheid , waar<br />

van de menfchelykheid yst en grilt: Een knegt<br />

van boven uit de venflers op de Plunderaars<br />

fchietende, trof eenen Boer, die dood terne,<br />

derviel; hier op vloog de verwoedde menigte<br />

naa boven, fmeed den Knegt uit het venfter<br />

van den Zolder, en die beneden waren ver»<br />

moordden hem verder op de ysfelykfie wyze,<br />

fleepende het half doode ligchaam langs de<br />

Rraaten. En dit gefchiedde, niet tegenflaande<br />

dat 'er twee Compagniën Burgers waren aangerukt<br />

om het Plunderen te Ruiten, en een Detachement<br />

van 70 Zwitfers met gevelde Bajonetten<br />

daarop inrukte; zoo onzinnig was het<br />

Giaauw, dat niemand een voet wilde verzettende<br />

gebiedende Officier deed eindelyk vuur<br />

geeven, een der Plunderaars werd doodgefchooten;<br />

maar niemand Roorde zich daar aan,<br />

men ging even driftig met Plunderen voort;<br />

waarom de Officier aan den MagiRraat liet zeggen<br />

, dat hy zonder de Stad in een bloedbad te<br />

zetten, niets kon uitvoeren : ook werd dit huis<br />

byna


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 139<br />

byna gefreel afgebrooken, en toen men daar<br />

mede gedaan hadt, verfpreidde zich dé plundering<br />

nog verder uit, zoo dat 'er op dien dag<br />

en in den volgenden nacht , wel 23 huizen<br />

werden uitgeplunderd; waar by nog een Jood ,<br />

door het afwerpen van een kist, die op zyn<br />

hoofd viel, het leeven verloor.<br />

Om van geene andere geplunderde huizen<br />

meer te fpreeken, zal ik uit allen nog maar<br />

van een kortelyk iets melden, te weeten dat<br />

van den Hr. JOH. DE FREMERY, een der<br />

Stads Predikanten, by wien eene onberekenbaare<br />

fchade gedaan is. Deeze Eerwaardige<br />

Hr., een Man van groot vermoogen, als gehuwd<br />

zynde aan eene der Erfgenaamen van<br />

wylen den ryken Profcsfor WILLE MSEN, hoe<br />

zeer achtenswaardig, behalven andere goede<br />

hoedanigheden, wegens zyne uitmuntende mededeelzaamheid,<br />

evenredig naar zyn vermoogen,<br />

was hy nogthans ook het doel van de<br />

raazende plunderdrift. Het was Zondag, en<br />

Zyne Eerw. moest 's namiddags den dienst waarnecmen.<br />

In 't heen gaan naa de Kerk moest<br />

hy voorby een huis , daar digte by ftaande,<br />

waar men bezig was met plunderen; zoo haast<br />

het Graaüw hem in 't oog kreeg, viel het hem<br />

aan met fcheldnaamen, en vervolgde hem daar<br />

mede tot aan den Predikftoel; dus ontfteld en<br />

met een beklemd gemoed verrichtte hy zyn<br />

werk, niet zonder vreeze, dat men, hem van<br />

den Predikftoel rukken zoude, zoo zeer fcheen<br />

het<br />

1787.<br />

Het huis<br />

van Dornfné<br />

F n E M E R Y<br />

geplunderd»


Dc grond<br />

der gioote<br />

verbittering<br />

V3n *t<br />

Graauw.<br />

T4o BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

het Gemeen op hem verbitterd. Het liet even*<br />

wel van hem af, en hy verrichtte ongeftoord<br />

zyn Dienstwerk. Maar toen dat geëindigd en<br />

hy weder naa zyn huis gekeerd was, vond de<br />

Hr. DE FREMERY de Plunderaars voor zyn<br />

huis vergaaderd, als op hem wagtende om dat<br />

godloos werk te beginnen. Met zyne gewoone<br />

vriendelykheid zocht Zyne Eerw. die boozewigten<br />

van hun voorneemen af te brengen,<br />

door hun rykelyk fpys en drank aan te bieden,<br />

het welk zy ook greetig aannaamen en inzwelg.<br />

den; maar het was olie in 't vuur; en in plaats<br />

van hun voorneemen te ftaaken, vielen zy met<br />

te meerder woede aan 't plunderen : In weinig<br />

tyds was alles van boven tot beneden vernield,<br />

en van zynen Vorftelyken huisraad bleef niets<br />

anders overig dan één bed, en het grootfte<br />

gedeelte van zyne kostelyke Bibliotheek. Ondertusfchen<br />

vlugtte de Hr. DE FREMERY met<br />

Vrouw en Kinderen naa zyne Buitenplaats;<br />

doch werd ook daar van het Graauw vervolgd,<br />

en was derhalven genoodzaakt, om niet in de<br />

moorddaadige handen dier Boozewigten te<br />

vallen, het Eiland heimelyk te verlaaten.<br />

Het is bezwaarlyk te begrypen, dat de raazende<br />

woede van het gemeene Volk tot zulk<br />

eene hoogte kon opreizen, indien ze niet door<br />

Tweedrachtftookers ontvlamd en aangeblaazen<br />

werdt: Inderdaad men hadt hier, gelyk te<br />

Goes en te Hoorn tot leugen en laster toevlugt<br />

ïenoowen, en zoo listig als boosaartig een


ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. 14*<br />

gerucht verfpreid, dat 'er uit Holland en van<br />

Zierikzee zeven fchepen met Patriotten te Middelburg<br />

verwagt werden , die zich van de Stad<br />

zouden meester maaken, en alle de Prinsgezinden<br />

vermoorden, zonder de Kinderen efl<br />

zwangere Vrouwen te verfchoonen ; dat zyden<br />

Hervormden Godsdienst zouden uitroeijen en<br />

den Armiaanfchen , anders gezeid den Remon.<br />

jlrantfclien, invoeren. Dit ailes gaf men voor,<br />

zou men ontdekt hebben in de Boeken en Papieren<br />

van het Genootfchap, die in den Doelen,<br />

daar dat Gezelfchap vergaaderde, by het<br />

plunderen gevonden waren. Hoe ongerymd<br />

deeze dingen ook waren, die men te Middel,<br />

burg by monde en gefchriften onder het Gemeen<br />

verfpreid hadt, vonden zy nogthans geloove,<br />

en hadden de begeerde uitwerking. —<br />

Zelfs fchynt het, dat men dat gerucht in de<br />

nabuurige Steden en over het platte Land onder<br />

de Boeren verfpreid hadt; want de Arnemuider<br />

s, een Volk, dat zich met Vislchen en<br />

Jaagen geneert, en dus volkoomen Scherpfchutters<br />

zyn, vertoonden zich voor de Pootten<br />

van Middelburg, en lieten aan den Magiftraat<br />

hunne hulpe aanbieden, om alle de Patriotten,<br />

zoo als zy zeiden, den hals te breeken.<br />

Vyf of zes duizend Boeren van het platte Land<br />

lieten dien zelfden dienst aanbieden; maar zy<br />

werden allen bedankt Des Maandags mor-<br />

Wat e.t<br />

gens ten negen uuren,deed de Magiftraat eene Plundcriu<br />

doet opho<br />

Publicatie afkondigen, waar mede bekend ge- den.<br />

maakt


2787.<br />

Oproer en<br />

Plundering<br />

ie Amperdam.<br />

142 BEKNOPTE HISTORIE DÉR*<br />

maakt werd, „ dat de Regeering eenpaarig<br />

,, beflooten hadt, en zich als Lieden van eere<br />

„ daartoe verbonden, dat ze de Oude Confti-<br />

,, tutie, met den Stadhouder in alle zyne<br />

„ Waardigheden aan het hoofd, zouden bly-<br />

„ ven aankleeven en handhaaven , r<br />

' vervolgends<br />

werd de Oranje Vlag van de Abtdytoo.<br />

ren en van het Stadhuis uitgeftooken, en daaï<br />

mede was al het plunderen en geweld pleegen<br />

gedaan; zelfs aan 't huis van een aanzienlyk<br />

Koopman, waar 't Graauw gereed Rond om'<br />

met plunderen aan te vangen, werd dat werk<br />

op het zien van dat teken geftaakt, en 'er<br />

werd nergens meer geplunderd: In een oogenblik<br />

waren alle de huizen door de gantfche<br />

Stad met Vlaggen en Oranje Linten verfierdy<br />

en drie avonden aan eikanderen verlicht (*_).<br />

Uit al het boven verhaalde is klaar te zien,<br />

dat alle die Oproerige Beweegingen in verfcheidene<br />

Steden en Provintiën, omtrent op<br />

den zelfden tyd, ten doel hadden het herftellen<br />

van den Prins, of daar uit voortkwamen.<br />

Nog maar een voorbeeld van dien aart zal ik<br />

hier by voegen, dat een weinig vroeger dan<br />

de Voorgemelde gebeurd is, en tot zulk een<br />

hoogte fteeg , dat Burgers onder eikanderen<br />

in openbaaien ftryd, met Geweer en Kanon<br />

geraakten. Ik heb 't oog op die bloedige be-<br />

roer­ ft Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1737. bladz' 2025.-2039,<br />

Beroerd Nederland , Vil. Deel, bladz. 26 33.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 143<br />

roerte, die 'er in 't laatst van May, van dat<br />

gedenkwaardig Jaar van 1787. te Amfterdam is<br />

voorgevallen: Ook aldaar werden op verfcheidene<br />

Plaatfen Verzoekfchriften ter tekening<br />

gelegd, voor de oude Conftitutie , zoo als men<br />

dat noemde; onder anderen op de Reguliers*<br />

gragt in een Wynhuis, genaamd 's Lands Wel- ;<br />

vaar en. Het menigvuldig in en uitloopen gaf i<br />

aanleiding, dat 'er veel volk voor dit huis verfaamelde,<br />

om te zien wat daar omging, en<br />

dagelyks vielen daar opfchuddingen voor-maar<br />

byzonderlyk op den 28 fttn<br />

May; wanneer de<br />

verfchillende Partyën , welke de eene voor,<br />

de andere tegen, het tekenen van 't Verzoekfchrift<br />

yverde, in twist geraakten: Die van de<br />

Patriötfche Party zeiden, dat de anderen Lieden,<br />

daar voorby koomende, niet alleen noodigden,<br />

maar ook noodzaakten om het Request<br />

te teekenen, de andere Party klaagde, dat men<br />

hen verhinderde vry in en uit te gaan. Wat<br />

daar ook van zy, de twist liep zoo hoog, dat<br />

'er een Man in 't water raakte, doch hy werd<br />

fpoedig gered. Het Gezelfchap, dat daar vergaaderd<br />

was, om het Request te laaten tekenen,<br />

en meestuit Scheeps - Timmerlieden * of<br />

zoo genaamde Byltjes beftond, deed fcmtyds<br />

verwoede uitvallen,om de vergaaderde menigre<br />

te ver]aagen,en floeg onbefuist onder den hoop<br />

en trof wel eens onfchuldigen , die enkel uit<br />

nieuwsgierigheid het gewoel aanzagen. Den<br />

volgenden avond, den 29^" May, was 'er<br />

we-<br />

3y en in<br />

s Lands<br />

Velt'aar'!!'..


44 BEKNOPTE HISTORIE DÉ«<br />

1787. 1 wederom een groote menigte meest gemeetf<br />

<<br />

1<br />

1<br />

t<br />

«<br />

«<br />

(<br />

I<br />

\<br />

By ARENDS *<br />

In de 1 lal. ^<br />

•veinaanftecg,<br />

cn 1<br />

den lioekvei<br />

koper op 1<br />

tien Cjugel.<br />

7<br />

olk voor 't huis vergaaderd ; men riep om<br />

Dienaars van de Juftitie om ze te verdryven ,<br />

naar deezen waren te zwak daar toe; waarom<br />

irie Commisfarisfen van dat Gezelfchap naa<br />

iet Defenfiewezen gingen, om byftand te veroeken,<br />

die hun werd toegezegd; ook deed<br />

iet Defenfiewezen twee Compagniën Schutters<br />

laar heen optrekken; doch zy konden het plunieren<br />

niet beletten, of zy kwamen wat te laat;<br />

Ithands het Wynhuis werd geheel uitgeplun-<br />

Ierd; zy zorgden evenwel voor de bewooners<br />

an 't huis en eenige andere Perfoonen, die<br />

aar nog in waren, en bragten ze in verzekere<br />

bewaaring in de Hoofdwacht op de Reguliersraag<br />

, op dat ze door de verhitte Plunderaars<br />

iet mogten mishandeld worden. Het woest<br />

jemeen, dus aan 't hollen zynde, floeg voort<br />

aa de huizen van eenige yveraars voor de Te-<br />

ening van het betwiste Request,als van eenen<br />

REKDSJ Kantkoper in de HalvemaanReeg,<br />

t n by eenen anderen ARKNDS, Boekverkoper<br />

( ip den Cingel, welke beide huizen ledig gedunderd,<br />

en al wat daar in was, vernield en<br />

t<br />

erfcheurd werd. By den laatRen, die ook<br />

\<br />

1 iet Request liet tekenen, en zoo gezegd werd,<br />

an fommigen geld daar voor gegeeven hadt,<br />

.as de verbittering zoo groot, dat de Plunde-<br />

l<br />

aars niet alleen het huisraad en den Boekwin-<br />

1<br />

el vernielden , verfcheurden en op de flraat<br />

i<br />

meet, maar ook het huis zelve fchonden, en<br />

bid


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 145<br />

de glazen met Raamen en al uitbraaken. Hier<br />

van daan vloogen zy naa het huis van den<br />

Burgemeester RENDÖBP, dat ook op den<br />

Cingel en fchuins daar tegen over was. De<br />

woeste hoop fchelde aan, én toen nietIchielyk<br />

open gedaan werd, hakten en floegen zy met<br />

bylen en koevoeten de deuropeh, Rooven in<br />

huis, en plunderden het voorfle gedeelte daar<br />

van geheel uit, vernielden alles, én hakten<br />

zelfs de trappen met bylen aan Rukken; de<br />

vernielde kostelyke huisraad werd op Rraat en<br />

meest in 't water gefmeeteu. Gelukkig, dat<br />

zy het agterRe gedeelte van 't huis niet aantasteden,<br />

waar de Bibliotheek, en eene verfaameling<br />

van gewichtige Papieren en Handfchrif.<br />

ten, benevens groote Kostbaarhedeus waren,<br />

die daar door nog behouden en ongefchonden<br />

bleeven. Ook gebruikten de Plunderaars, hoe<br />

onbefuist zy anders te werk gingen, nog al<br />

eenige befcheidenheid, dewyl zy de goederen<br />

der Dienstboden zorgvuldig mydden en fpaarden.<br />

De Burgemeester en zyn Zoon vlugtten<br />

naa de Binnenplaats , en van daar over een<br />

muur by Mevrouw VAN DER DOSSEN, Zuster<br />

van Mevrouw REN DORP, die daar naast<br />

aan woonde. Niet beter ging het by dén Bur^<br />

gemeester EEELS, wiens huis nu volgde,'en<br />

v/aar alles insgelyks kort en klein geflaagen en<br />

vernield werd. De Burgemeester was op dien<br />

tyd juist onpatfelyk aan het podagra, en. werd<br />

K r.er<br />

I787J<br />

By cicn<br />

Burgemeeia<br />

ter R E N-<br />

DORP.<br />

By Jen<br />

Burg-imees'.<br />

ter 8 t s>. Sr


J787-<br />

146* BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ter naauwer nood in een Roel door zyne knegts<br />

agter uit door den Ral in een nabuurig huis in<br />

veiligheid gebragt; trwyl zyne Kinderen in<br />

den Thuin vlugtteden, en eene der Dogters,<br />

die zich in een hoek verfchoolen hadt, den<br />

akelyken nacht in angst en vreeze doorgebragt<br />

heeft. Thans zou de beurt aan 't huis van<br />

Burgemeester DEDEL geweest zyn, waarop<br />

wel meer aanzienlyke Huizen moogelyk zouden<br />

gevolgd zyn;maar eenige Burger-Compagniën<br />

waren in de Wapenen gekoomen» en hadden<br />

dat huis, op des Burgemeesters verzoek, bezet<br />

om het te befchermen, gelyk ook dat van den<br />

Hoofd-Officier EACKER, die ook ongefchonden<br />

bewaard gebleeven zyn, alhoewel de Plunderaars<br />

dien zelfden nacht verfcheidene maaien<br />

naa het huis van Burgemeester DEDEL we.<br />

derkeerden om het aan te vallen, en zelfs den<br />

bevelvoerenden Officier der Schutters zochten<br />

te bepraaten,om hun zulks toe te laaten;doch<br />

die Officier was te eerlyk om. dus zynen Eed<br />

en pligt te fchenden. Toen zy hier in niet<br />

Raagen konden, koelden zy hunnen moed aan<br />

nog eenige Burgerhuizen van Lieden, die voor<br />

Rerke aankleevers van, en yveraars voor de<br />

Oude ConRitutie bekend waren, cn zich wat<br />

Rerk uitgelaaten hadden; terwyl de huizen van<br />

de Burgemeesters REN DORP, BEELS, DE­<br />

DEL, gelyk ook van den Hoofd • Officier EAC­<br />

KER en den Ontvanger HOOFT, dien nacht:


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 147<br />

en den volgenden dag , met Burgerwachten<br />

bezet bleeven (*).<br />

Terwyl deeze dingen in de Stad gebeurden ,<br />

waren de Byltjes, uit het huis, 'sLands Wel.<br />

vaaren* op de Reguliersgragt verjaagd zynde,<br />

naa hunne Eilanden geweeken,en hadden daar<br />

hunne buuren, die van hunnen aanhang, voor<br />

de Oude Conflitutie, en voor 't Tekenen van<br />

het meergemelde Request, waren, opgeRookt<br />

om zich aan de Patriotten, die op de Eilanden<br />

Ooftenburg, Wittenburg en Kattenburg, woonden,<br />

te wreeken. Zy deeden een verhaal, tn<br />

dat op zyn ergfte geduid, van hetgeen op de<br />

Reguliersgragt gebeurd was, de gemoederen<br />

hunner Gebuuren, dit hoovende, werden welhaast<br />

in yver ontftooken , en tot weerwraak<br />

ontvlamd, en zy begonnen de voorgenoomene<br />

Plundering aan 't huis van eenen Apotheker,<br />

die voor een Patriot bekend was. Het gerucht<br />

daar van verfpreidde zich welhaast door de<br />

Stad, en bragt eenige Burger-Compagniën in<br />

de Wapenen, die naa de gemelde Eilanden<br />

trokken om het plunderen te fluiten en den<br />

voortgang daar van te beletten. Doch zoo haast<br />

als de Eilanders de lucht daar van kreegen, \<br />

haalden zy de Kattenburger • Brug op , waar ,<br />

door de Gewapende Burgers van de Eilanden :<br />

De Eilanlers<br />

haaien<br />

le Brug op<br />

?n verdeeligen<br />

de-<br />

;elve.waren<br />

afgefneeden, en niet by hen konden<br />

koomen. Deezen evenwel hunne Medeburgers<br />

niet<br />

'(*; Nieuws Neder!, 'jaarb. May 1787, bladz. 1068-107%<br />

K 2<br />

17S7.<br />

De P.yltjei<br />

Wyfeefl naa<br />

hunne Eilanden<br />

en<br />

ftooken<br />

daar Oproer<br />

en Plundering;<br />

Eenige Burger-Compagniëntrekken<br />

naa<br />

Kattenburg,


1787,<br />

Dc Brug<br />

\vo:dt l>eitormd<br />

cu<br />

inseuoomcn.<br />

148 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

niet ten prooy van den moedwil hunner Ter»<br />

genparty willende laaten, deeden Kanon aan*<br />

voeren, en befehooten de Eilanders, waarvan<br />

'er eenigen fneuvelden; doch zy lieten zulks<br />

niet ongewrooken; zy hadden zich ook voor"<br />

zien van Gefchut en Geweeren uit 's Lands<br />

Magazyn, aan de Brug ftaande, en bleeven<br />

hunne Party niet fchuldig; de Brug hardnekkig<br />

verdeedigende, en zich achter houtftapels,<br />

die op de wal ftonden, als agter eene verfchanfing<br />

verfchuilende , fchooten zy geweldig op<br />

de Gewapende Burgers, waarvan zy eenen<br />

Kanonnier troffen , dat hy ftierf. De Burgers<br />

ziende, dat dit fchieten over en weder maar<br />

menfchen kostte en niets deed vorderen, beflooten<br />

om', het kostte wat het wilde, de Brug<br />

in te neemen, en tot dat einde te beftormen:<br />

De Kapitein der Gewapende Burgers, A. VA-<br />

LENTYN, en de Waterfchout NOEBE, na­<br />

men eene Vlotfchuit, waarop eenige Baaien<br />

met Tabakfteelen en eenige hoopen Kabeltouwen,<br />

tot eene verfchanfing geplaatst werden,<br />

met eenige ftukjes kanon, om daar mede van<br />

agter dezelve te fchieten. Met deeze vlottende<br />

Battery, dus gewapend en van 40 of 50 y<br />

Mannen bezet, voeren zig naa de Brug; doch<br />

werden by de eerfte aankomst afgeflaagen;<br />

maar den aanval hervattende fchooten zy eenige<br />

Kattenburgers dood; een van hun beklom de<br />

Brug, kapte de Ketting waarmede de Ophaalbrug<br />

vast was, en deed ze, met hulpe van een<br />

an-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 149<br />

der, nederzakken. Deeze ftryd was des mor­<br />

gens ten vier uuren begonnen, en ten negen<br />

uuren van den 3o fte<br />

n May, trokken drie Com.<br />

pagniën Burgers over de Brug. De Katten-<br />

burgers bleeven nog al met het klein Geweer<br />

op de Burgers fchieten, en werden niet onbe­<br />

antwoord gelaaten, doch moesten eindelyk<br />

voor de overmagt wyken , namen de vlugt, en<br />

werden verftrooid. De Burgers namen dus de<br />

Eilanden in bezetting, maakten zich ten eer­<br />

ften meester van het verlaaten Gefchut, ont­<br />

wapenden de Kattenburgers, en haalden de Ge­<br />

weeren overal uit de huizen. Eenigen van<br />

deeze Eilanders» werden ook gevangen genoo­<br />

men, eerstin 't Kweekfchool voor den Zeedienst,<br />

en vervolgends naa het Stadhuis gebragt. Voor-<br />

naamelyk doorzocht men de huizen, waar de<br />

Aüe van Qualificatie en de Requesten voor de<br />

Oude Conftitutie ter Tekening geleegen had­<br />

den, en maakte zich meester van de Papieren,<br />

die men daar vond; vervolgends werden de<br />

Eilanden door zes Compagniën Burgers, en<br />

tien ftukken kanon bewaard ; zoo haast nu als<br />

de Burgers over de Brug getrokken waren,<br />

werden zy gevolgd van een hoop gemeen en<br />

woest Volk , dat der Patriötfche Party was<br />

toegedaan, met oogmerk om zich te wreeken<br />

aan de Prinsgezinde Kattenburgers, gelyk dee­<br />

zen aldaar aan de Patriotten gedaan hadden.<br />

Aanftonds en allereerst viel de woeste hoop<br />

aan op het huis, waar het Onvolmaakte Schip<br />

K 3 uit-<br />

1787.<br />

Een hoop<br />

gemeen<br />

Volk volgt<br />

over de<br />

Brug cn gaat<br />

aan 't plunderen<br />

in liet<br />

Ov.ynln1a.1k.<br />

te Schip,


1.787.<br />

By den<br />

Pairiötjes<br />

Bakker.<br />

By den<br />

Mssterr/aaktr<br />

B o o Y.<br />

ijo BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

uithing, op het welke men meest gebeeten<br />

was, om dat daar vergaaderingen by dag en<br />

nacht van zoo genaamde Oranje - yveraars ge­<br />

houden waren, en veel kwaad, zoo zy dach­<br />

ten, tegen de Patriötfche Party gebrouwen<br />

was; gelyk daar ook de Acte van Qualificatie<br />

en het bewuste Request voor den Prins ter<br />

Tekening geleegen had, en wel meest getee­<br />

kend was. Het is daarom niet te verwonderen,<br />

dat dit huis den grootften aanftoot leed, dcer-<br />

lyk uitgeplunderd en als tot een puinhoop ver­<br />

nield is. Ook werd een Bakkershuis geplun­<br />

derd , bekend onder den naam van Patribtjes.<br />

Bakker, om dat hy den winter te vooren op<br />

St. Nicolaas avond Mannetjes van deeg gebak­<br />

ken, en onder den naam van PatriÖtjes verkogt<br />

had, om de Patriotten te befchimpen. Behal­<br />

ven deezen werden nog eenige andeie huizen<br />

van zoo genaamde Oranjeklanten op de Eilan-<br />

den geplunderd. Hier mede nog niet voldaan,<br />

keerden die vcrwoesters naa de Stad terug,<br />

om het Plunderwerk te agtervolgen; zy plun­<br />

derden midden in de Stad nog verfcheidene<br />

huizen, van welken ieder in 't byzonder myn<br />

bellek niet toelaat te fpreeken ;een is 'er nog,<br />

dat al te veel gerucht gemaakt heeft, om met<br />

ftilzwygen voorby te gaan: dat naamelyk van<br />

den Masttmaaker BOOY, op de hoogte van<br />

de Kadyk ftaande, die zich als een fterke<br />

Voorftander van de Oude Conftitutie betoond<br />

hadt, en by wien ook het zoo gehaatte Re­<br />

quest


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, TJI<br />

guest ter Tekening geleegen hadt. Daar werd 1787.<br />

allergrouwelykst geplunderd, alle het huisraad<br />

deerlyk vernield, kort en klein geflaagen en<br />

getrapt; het huis, dat voor vier of vyf jaaren<br />

nieuw en kostelyk getimmerd was, van binnen<br />

genoegzaam geheel uitgebrooken ; marmeren<br />

trappen zelfs met hamers of andere werktuigen<br />

aan Rukken geflaagen, en al het getimmerde<br />

zodanig vernield, dat 'er niets dan de ledige<br />

romp van buitenmuuren was overgebleeven;<br />

geen huis wordt ligtelyk door brand zoo zeer<br />

verwoest, als dit door de plundering was. Over<br />

het geheel genoomen, waren die huizen het<br />

ergfte uitgeplunderd en het meest befchadigd,<br />

waar het Request tot vernietiging van al het<br />

geen de Staaten van Holland, omtrent den Prins<br />

en het openbaar Beflier beflooten hadden, ter<br />

Tekening geleegen hadt en geteekend was(*).<br />

De Patriotten befchouwden daarom ook den<br />

geweldaadigen tegenRand der Kattenburgen,<br />

tegens de wettige Gewapende Burgers als eene<br />

verdeediging der ongehoorzaamen aan 's Lands<br />

Hooge Overigheid; en als eene openbaare Rebellie<br />

; en gevolglyk den doodgefchooten Kanonnier<br />

der Kattenburgers als gefneuveld inflagranti<br />

delifio, in het bedryvcn van de daad.<br />

Uit dat beginfel werd hy ook als een Misdaadiger<br />

naa de plaatfe des Gerechts gebragt,<br />

en met een been aan de Galg opge-<br />

ban-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787. bladz, 1072 —1077,<br />

K 4


1787- hangen (*); doch naa de algemeene en groote<br />

Omwending van zaaken, weder daar afgehaald,<br />

a!s in triomf omgevoerd, en met groote ftatie<br />

in de Oester Kerk begraaven; gelyk de Kano.<br />

nier, die aan de zyde der Patriotten gefneuveld<br />

was, op den 5<br />

t<br />

1<br />

}<br />

1<br />

c<br />

r.<br />

d<br />

e» Juny met Krygsëere en<br />

een groot gevolg op het St. Anthonies Kerkhof<br />

ftaatelyk begraaven was (f). Van de Plunderaars<br />

werden elf der voornaamfle Belhamels<br />

gevat, dit baarde fchrik en de plundering<br />

werd gefluit. Ook waren de Voorftanders van<br />

le Oude Conflitutie, en de Beflierders van de<br />

ïieuwe Oranje Sociëteiten (zoo als zy genoemd<br />

verden) die onlangs waren opgerecht, zodanig<br />

ïevreesd geworden, dat zy zich niet durfden<br />

ertoonen, cn zich uit de Stad begaaven; en<br />

e beweegingen, daar uit ontflaan een einde<br />

amen (§).<br />

Dc vnorgenoomcne<br />

Beize van<br />

Haare Ko.<br />

ninglylie<br />

Hoogheid<br />

Verjnnneid.<br />

152 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Onder alle deeze Oproerige Beweegingen<br />

gebeurde eene zaak, die zeer veel opzien en<br />

gerucht door de gantfche Republiek maakte,<br />

en van groote gevolgen geweest is; waarom<br />

ik dezelve in haare voornaamfle omflandigheden<br />

met alle nauwkeurigheid, en zoo beknopt<br />

als moogelyk is, hier zal verhaalen; te weeten<br />

de voorgenoomene en verhinderde Reize Haa-<br />

(*) Nieuwe. Nederl. Jaarb. Juny 1787. bladz. 1322,<br />

(t) Ibid. Juny 1787. bladz. 1323.<br />

($) ibid. May 1787. bladz. 1077.<br />

rer


ONLUSTEN IN HET VADERLAND 153<br />

Ter Koning". Hoogheid Mevr. de Princes van<br />

ORANJE, Gemalin van den Heere PrinceErf­<br />

ftadhouder, van Nymegen naa 's Hage. En<br />

om van de echtheid van dit verhaal te verze­<br />

keren , zal ik dat van den Bevelhebber zeiven,<br />

die de.onderneeming tot verhindering der reize<br />

heeft uitgevoerd, van zeer naby volgen.<br />

In den nacht van Woensdag op Donderdag<br />

den iWen J u ny, omtrent half één uur, kreeg<br />

de Bevelhebber van het Goudafche Genootfchap,<br />

dat aan de Goejan - Verwellen/luis bezetting<br />

hield, de Hr. P. DE LANGE, Heer van Wyn-<br />

gaarden, Schepen en Raad der Stad Gouda,<br />

bericht door twee geloofwaardige Leden van<br />

't Genootfchap van Haastrecht, dat een voor­<br />

naam Perfoon den volgenden namiddag ten<br />

twee uuren door Schoonhoven en Haastrecht zou­<br />

de doorreizen; en dat tot dat einde te Nieuw-<br />

poort en te Haastrecht 1 j paerden tot Voorfpan<br />

befteld waren. Ook hadden federt eenige da­<br />

gen in die ftreeken geruchten geloopen, dat de<br />

Stadhouder eerstdaags weder in deeze Provintie<br />

zou koomen, en de Oranje Party binnen korte<br />

zou triomfeeren. De beweegingen onder de­<br />

zelve te Gouda, Haastrecht, en daar rondom;<br />

de menigvuldige en heimelyke reizen der Hoof­<br />

den van die Party, en der Oranje - Sociëteit in<br />

Gouda, gaven aan den gemelden Bevelhebber<br />

aanleiding om te vermoeden, dat 'er by dezel­<br />

ve iets op til was, en deeden hem op alles een<br />

waakend oog houden; ook begreep hy, dat<br />

K j hy,<br />

1787.<br />

VnorloO'<br />

pende ge<br />

ruclitcn.


"54 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

hy, dewyl dit bericht ook door anderen bevestigd<br />

werdt, en de doortogt zoo naby zynen<br />

Post zonde gefchieden, niet kon Ril zitten;<br />

maar ten minften eenige Manfchap op kondfchap<br />

moest uitzenden, om te verneemen wat<br />

'er van de zaak was, en wie het was, die daar<br />

zoude doorreizen; ten einde daar van kennis<br />

te geeven aan den Generaal VAN RTSSEL,<br />

en aan Hun Ed. Moog. Gecommitteerden te<br />

Velde te Woerden te kunnen berichten. Het<br />

leed ook geen twyfel of het beitelde Voorfpan<br />

moest zyn voor den Stadhouder, of iemand<br />

van zyne Famielje, of voor een buitenlandsch<br />

Vorst i want geen byzonder Perfoon, zelfs de<br />

grootfte Heeren der Republiek reizen niet met<br />

zulk een groot gevolg.<br />

Maatregelen<br />

De Hr. DE LANGE, meende federt eeni­<br />

door den<br />

Bevelhebber gen tyd zodanige beweegingen onder de Lie­<br />

van Ooejanvsrwcllenden<br />

, die den Prins waren toegedaan, befpeurd<br />

fiulsgenoomen. te hebben , die deeden blyken, dat Zyne Dooruchtige<br />

Hoogheid eerlang in de Provintie, en<br />

met zyne komst eene groote verandering ten<br />

voordeele van hunne Party verwagteden; en<br />

Jacht, dat, wanneer de Stadhouder of zyne<br />

Famielje onverwagts in de Provintie mogt koomen,<br />

dan ontwerpen van een algemeen Oproer<br />

mogten uitgevoerd worden , dewyl 'er thans<br />

n zoo veele Plaatfen oproerige beweegingen<br />

1<br />

varen; te meer daar hy zich herinnerde dat de<br />

] 'rins by zyn uitgegeevene Manifest alle' de<br />

[eenen, die zyne Party aankleefden, hadt opge-<br />

rde.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 155<br />

roepen; dat Zyne Hoogheid, by gevolg wel<br />

ligt van zodanige menigte konde gevolgd en<br />

omringd worden, die overal Oproeren en.<br />

Plunderingen zouden aanrechten, welke by<br />

verderen indrang in de Provintie bezwaarlyk<br />

zouden te Ruiten zyn. Hy oordeelde<br />

het derhalven van zynen pligt, deeze zyne<br />

bekommeringen, en zyn voorneemen om het<br />

gevaar voor te koomen, aan Hun Ed. Moog.<br />

de Heeren Gecommitteerden te Woerden bekend<br />

te maaken : Hy zond derhalven den zelfden<br />

nacht een Postbode aan Hun Ed. Moog,<br />

en aan den Generaal VAN RYSSEL, met verzoek<br />

om eenige Ruiters ten fpóedigfte te zenden<br />

tot onderfteuning van die onderneeming ,<br />

en met last aan den Bode om ten fpóedigfte<br />

terug te koomen, ten einde, indien Hun Ed,<br />

Moog. het niet goedvonden , tegen-bevel te<br />

kunnen geeven. Ondertusfchen ontbood de<br />

Bevelhebber eenigen zyner Officieren, welke<br />

digst by de hand waren, om hun zyn Ontwerp<br />

mede te deelen, en te onderzoeken, wie van<br />

hun geneegen zoude zyn, om het uit te voeroen.<br />

Aanftonds waren de Kapitein VAN<br />

LEEUWEN en de G'.enadier Luitenant JA-<br />

QUES EROTIER daartoe geneegen en booden<br />

l t a l<br />

zich aan. Donderdag morgen van den 28 ,<br />

nog geen antwoord bekoomen hebbende,moest<br />

de Hr. OE LANGE de voorgenoomene onderneeming<br />

ftaaken, of waagen; hy befloot tot<br />

het laatfte, ftelde ze in 't werk, en reed on-<br />

der-<br />

1787.


156 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />

dertusfchen zelve naa Woerden, om naa den<br />

Bode en de verzochte Ruiters te verneemen.<br />

Een Deta- De voorgemelde Heeren Officiers, dè Kachtmei<br />

t<br />

trekt naa dc pitein VAN LEEUWEN, en de Luitenant<br />

Vlist.<br />

BROTIER vertrokken dan met een Sergeant<br />

en zestien Schutters van het Genootfchap, des<br />

voormiddags ten elf uuren, van de Goejan- Verwellenjluis<br />

naa de Glybaan aan de Vlist, met<br />

arder om zich aldaar heimelyk op te houden<br />

en toe te zien, of 'er eenig rydtuig en gevolg<br />

van eenig groot Heer mogt door ryden; en<br />

indien zy mogten ontdekken , dat hetzelve<br />

nogte zyn van een Perfoon, die by den Souvrain<br />

voor Vyand, of verdacht, verklaard was,<br />

lenzelven op de befcheidenfle wyze naa bo-<br />

/engemelden Post, van waar zy uitgingen, te<br />

I jrengen , hunne Manfchap in behoorlyke tucht<br />

1 e houden, en zorg te draagen, dat 'er geene<br />

I mgeregeldheden aan Boeren, of aan 't gevolg<br />

1 'an voorn. Perfoon gepleegd wierden.<br />

De Hr. DE LANGE, kort na het afgevaar-<br />

( ligde Detachement naa Woerden gereeden zyn-<br />

C !e, ontmoette den Hr. Luitenant VAN MARLE,<br />

r iet 20 Ruiters van Hes/en-Philipsthal in Pape-<br />

Y oop; van wien de Bevelhebber antwoord, en<br />

c pening van zynen last om naa de Vlist te<br />

t rekken , bekwam, en dien hy verzocht zynen<br />

r iarsch te verhaasten. Ondertusfchen , nu zien-<br />

c e, dat zyne onderneeming door Hun Ed.<br />

I loog. werd goedgekeurd en door den Gene-<br />

r ïal VAN RYSSEL onderfteund,reed hy voort<br />

naa


ONLUSTEN m HET VADERLAND 15-?<br />

naa Woerden; om nadere opening van zyne<br />

beweegredenen te geeven, en kwam in de namiddag<br />

terug. In deeze terugkomst ontmoette<br />

hem de Wachtmeester van den Luitenant<br />

VAN MAR , die de tyding bragt, dat Haare<br />

Koninglyke Hoogheid Mevrouw de Princes<br />

van ORANJE, Gemalin van den Stadhouder<br />

door het Detachement aan de Vlist was aangehouden<br />

; waarop de Hr. DE LANGE met den<br />

Wachtmeester terug keerde , om de tyding<br />

mede aan den Generaal en Hun Edel Moog. te<br />

brengen. Aanftonds werd by Hun Ed. Moog.<br />

beflooten, om zich met een geleide van twintig<br />

Ruiters derwaards te begeeven, en zy verzochten<br />

den Bevelhebber om hen te geleiden.<br />

Hoogstdezelven aan de Goejan Verwellenjluis<br />

gekoomen zynde, vonden daar reeds Mevrouw<br />

de Princes, van welke ontmoeting ik ftraks<br />

nader fpreeken zal, wanneer ik de wyze der<br />

aanhouding aan de Vlist eeist kortelyk zal verhaald<br />

hebben.<br />

Het Detachement dan in ftilte aan de Vlist Pofteert<br />

zicii en<br />

gekoomen zynde, verdeelde zich in twee par­ ïoudl dc<br />

Princes<br />

tyen, de eene vatte post aan de Glybaan, op<br />

het .Zandpad, cn de andere voor aan in Bon-<br />

Repas op den Kleiweg, zoo dat 'er geen Rydtuig<br />

van Schoonhoven of van Tsfelftein koomende<br />

hun kon ontfnappen. Ten half vier uuren kwam<br />

de ftoet van Haare Koninglyke Hoogheid Mevrouw<br />

de Princes van Oranje aldaar aan: In<br />

een vooruit rydende Chais zaten de Heerea<br />

BEK"<br />

I7S7.


1787.<br />

158 BEKNOPTE HISTORIE EEH<br />

BENTINCK, Quartiermeester Generaal, en<br />

de Graaf STAMFORT, welke door den Sergeant<br />

ADAM SCHOUTEN, en twee Schutters<br />

werd tegen gehouden, hoewel de Voerman,<br />

door harder te ryden zulks zocht te beletten.<br />

De Hr. BENTINCK vraagde hun wat zy hebben<br />

moesten ? en de Sergeant antwoordde , dat<br />

hy moest weeten wie zy waren, en wie in de<br />

andere rydtuigen zaten. De Hr. BENTINCK<br />

noemde toen eenige namen, die de Sergeant<br />

niet wel verftond, en daar onder de Princes<br />

van PRUISSEN, maar niet de Princes van ORAN­<br />

JE; waarom de Sergeant verzocht, die namen<br />

in fchrift te moogen hebben. Toen zei de<br />

Hr. BENTINCK, Iaat uw Officier by my koomen;<br />

waarop de Sergeant antwoordde, dat die<br />

zulks niet zoude doen, maar dat hem, als hy<br />

uit zyn rydtuig wilde aftreeden, by zyn' Officier<br />

zoude brengen: Dit deed hy, en daar<br />

gekoomen zynde, vraagde Kapitein VAN<br />

LEEUWEN hem, wie hy Was, en wie zyn<br />

gezelfchap waren ? waarop hy antwoordde<br />

vier Dames; Kaptein VAN L E E U W E N hernam,<br />

wie is Mynheer dan? en hy, BENTINCK,<br />

de Quartiermeester Generaal. Voorts gevraagd<br />

hebbende van waar hy kwam, en waar heen<br />

moeste,.was het antwoord, van Schoonhoven,<br />

en naa den Haag. De Luitenant EROTIER<br />

vraagde hem het zelfde, en zyn antwoord was<br />

wederom, dat hy de Quartiermeester Generaal<br />

BENTINCK was, naa den Haag moest, dat<br />

men


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 159<br />

men hem op zyn woord van Eere moest ge- 1787.<br />

looven, en niet moest ophouden, en daarom<br />

verzocht, dat zy hem zouden laaten pasfeeren:<br />

De Luitenant zeide daarop, dat hy niet twyfelde<br />

of hy was een Man van eere, maar dat<br />

hy ook moest vertrouwen, dat zy hunne eere<br />

Relden in het betrachten van hunnen plicht en<br />

in het waarneemen van hunne Orders; waarop<br />

de Hr. BENTINCK vraagde, of hy dan niet<br />

pasfeeren mogt? en ten antwoord kreeg: ja,<br />

maar dat hy niet kwaalyk moest neemen, dat<br />

men hem verzelde; tot hoe ver? tot op een<br />

zekeren afftand; hy verzocht, dat men dan<br />

wat fpoed zonde maaken, want dat 'er de Prinqes<br />

van PRUISSEN by was: daarop werd geantwoord,<br />

dat men evenwel ftapvoets zou moeten<br />

ryden, dewyl de Manfchap niet tegen de<br />

paerden kon loopen. Plier mede eindigde het<br />

gefprek, de Hr. BENTINCK ging naa zyne<br />

Chais, en de Heeren VAN LEEUWEN en<br />

BROTIER zonden de tyding naa de Goejan*<br />

Verwellenfiuis, dat de Princes met haar gevolg<br />

aan de Vlist gekoomen, en aangehouden was,<br />

De Kapitein VAN LEEUWEN ging met viei Het Deta­<br />

Mannen voor de Rydtuigeu uit; de Luitenani chement<br />

geleidt Me-<br />

BROTIER liet de Princes tusfehen de Geledevrouw de<br />

Psinccs naa'<br />

ren met geprefenteerd Geweer Raande door- Goejan-<br />

Verwetten*<br />

ryden, verdeelde zyne Manfchap by de ryd'<br />

• pais.<br />

tuigen, by iedere Koets twee, en by iedere<br />

Chais één Man; en floot met de overigen hei<br />

gevolg. Toen zy tien minuten ver in deeze<br />

orde


1787.<br />

160 BEKNOPTE HISTORIE D Ï H '<br />

arde voortgegaan waren, trad de Hr. E E N -<br />

riNCK van zyn rydtuig af en verzocht den<br />

Hr. V A N L E E U W E N te fpreeken, aan wien<br />

ïy klaagde dat het te langzaam voort ging; dat<br />

Mevrouw de Princes van O R A N J E by het<br />

Gezelfchap was, die niet gewoon was zoo<br />

langzaam te ryden; waarop de Kaptein ten antwoord<br />

gaf, dat zy zoo ras zouden marcheeren,<br />

als hun moogelyk was. Nog een kwartier uur*<br />

verder gereeden zynde , zag de Hr- V A N<br />

L E E U W E N Ruiters aankoomen; tot dezelve<br />

genaderd zynde, vraagde hy den Gebiedenden<br />

Officier van dezelven wie hy was, van waar<br />

hy kwam en welke orders hy hadt? zyn<br />

antwoord was, dat hy de Luitenant V A N<br />

M A R L E was, van Hun Ed. Moog* te boerden<br />

ifgezonden, dat zyne Orders waren alles, wac<br />

hem aan de Vlist ontmoette aan te houden, en<br />

/an zyne verrichting Rapport te doen. Onder-<br />

:usfchen fprong de Hr. B E N T I N C K wederom<br />

van zyne Chais, vervoegde zich by den Luitelant<br />

der Ruitery V A N M A R L E , en zeide;<br />

]<br />

„ Mynheer, ik ben hier gearreReerd van die<br />

„ Auxiliairen, ik verzoek, dat gy my daar<br />

„ van ontflaat, op dat wy onzen weg moogen<br />

„ vervolgen." De Hr. V A N M A R L E vraagde<br />

icm wie hy was; de Quartiermeester Generaal<br />

B E N T I N C K was het antwoord; waarop de Hr«<br />

VAN M A R L E de fcbouders ophaalde, en toen<br />

3e Hr. B E N T I N C K daar by voegde, dat Mevrouw<br />

de Princes van O R A N J E in het Gezelfchap


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 161<br />

fchap was, haalde hy wederom de fchouders<br />

op, en zeide: „ Ik heb orders om alles aan te<br />

,, houden." Toen verzocht de Hr. BEN-<br />

TINCK, dat hyzich by de Koets van Mevr.<br />

de Princes wilde begeeven, waar de Hr. uEN-<br />

TIN CK met haare Hoogheid fprak, en deeze<br />

den Hr. VAN MARLE vraagde, wie hy was,<br />

en welke orders hy hadt: Dezelve gezegd<br />

hebbende, liet Haare Hoogheid zich ontvallen:<br />

pourquoi nous arrête t'on, nous ne fomme pas des<br />

gens Armês. Dat is: waarom houdt men ons<br />

aan, wy zyn geene gewapende Lieden. De<br />

Hr. BENTINCK zeide tot de Heeren VAN<br />

MARLE en VAN LEEUWEN, dat het hier<br />

de plaats niet was om te arrefteeren, dat zulks<br />

op de Grenzen moest geichied geweest zyn;<br />

waarop de Hr. VAN LEEUWEN antwoordde,<br />

dat men op de Grenzen moogelyk geene Or­<br />

ders gehad , of zyn plicht niet gedaan , hadt.<br />

Toen fchreef de Hr VAN LEEUW,EN een<br />

Briefje aan Hun Ed. Moog. te Hoerden, en gaf<br />

het mede aan den Wachtmeester, dien de Hr.<br />

VAN MARLE met zyn Rapport naa Woerden<br />

zond. Voorts overleiden die beide Heeren<br />

om naa Haastrecht voort te marcheeren; docll<br />

de Hr. VAN LEEUWEN, zich nader beden­<br />

kende, herinnerde den Hr. VAN MA RLE, dat<br />

gemelde Dorp zeer oproerig was; dat aldaar<br />

niet meer dan tien of twaalf Patriotten waren ;<br />

en gaf daarom in bedenken, of het niet veiliger<br />

zyn zoude, zich naa den weg van Oudewater<br />

L té<br />

1787.


1787.<br />

De Heer<br />

BENTINCK<br />

zoekt naa<br />

Haastrecht<br />

te ryden ;<br />

maar wordt<br />

daar in bels<br />

t.<br />

Aankomst<br />

aan de<br />

Goejan l'ef<br />

WeliexJIuis.<br />

162 B E K N O P T E HISTORIE DÉR<br />

te begeeven, ten einde voor te koomen, dat<br />

de Princes door oproerige beweegingen ge-<br />

ichrikt wierde of in gevaar geraakte ; welk voor­<br />

ftel door den Hr. VAN MARLE werd goed­<br />

gekeurd.<br />

In dat voorneemen ging men voort, met de<br />

Ruiters vooruit, en toen men aan de ftoep of<br />

plaats van opryden op den Ysfeldyk gekoomen<br />

was, en de Hr. BENTINCK zag dat de Rui­<br />

ters regtsom reeden , wilde hy linksom naa<br />

Haastrecht ryden ; maar de paerden werden<br />

regtsom geleid, hoewel de Dyk vol menfehen<br />

ftond, die riepen hier heen, deeze weg! (naa<br />

Haastrecht,) terwyl de weg naa Haastrecht werd<br />

afgefneeöen , en bezet door den Hr. Kapitein<br />

VERZYL, die op de ontvangene tyding van<br />

het aanhouden der Princes aanftonds met tien<br />

Man naa Haastrecht gemarcheerd was, om het<br />

Detachement te verfterken en de Stoep te be­<br />

zetten : Ook zond de Hr. VAN MARLE agt<br />

van zyne Ruiters naa dat onrustige Dorp, on<br />

den Hr. VERZYL te onderfteunen en de rust<br />

aldaar te bewaaren- Dus reed en trok men den<br />

weg op naa Oudewater, tot aan het Veer van<br />

de Goejan - Verwellerijluis; daar werd Mevrouw<br />

de Princes ontvangen door den Hr. VAN GEN-<br />

DEREN, Luitenant van de Goudfche Artille­<br />

risten,met een Detachement van zes Mannen,<br />

het welk de Pont van het Veer bewaarde, waar­<br />

mede Haare Koninglyke Hoogheid met haar<br />

gevolg werd overgevoerd. De Hr. VAN<br />

GEN-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 163<br />

GENuEREN, behandelde Haar Koninglyke<br />

Hoogheid met veele beleefdheid, en overgevaaren<br />

zynde bragt hy ze'in 't huis van ADRI-<br />

AAN LEEUWENHOEK, onder't prefenteeren<br />

van 't Geweer der Schildwachten, die de toegangen<br />

bezettedert. Onderweg naa dit huis<br />

vraagde de Hr BEMTINCK aan den Hr. VAN<br />

GENDEREN, of het hier de manier was, ie»<br />

mand met het blanke Zwaerd op te wagten?<br />

Waarop de Hr. VAN GENDEREN antwoordde,<br />

dat hy wel wist, wanneer hy zynen Sabel,<br />

dien hy als Officier van de Artillery droeg,<br />

moest trekken of opfteeken. — Toen hy met<br />

Mevrouw de Princes in 't huis gekoomen was,<br />

en zynen Sabel opgeftooken hadt , zeide hy<br />

tot den Hr. BENT I NCK, .dat hy de aanmerking<br />

vreemd vond, den Sabel een Zwaerd te<br />

noemen; waarop de Hr. B ENT I NCK antwoordde,<br />

het zoo niet gemeend te hebben.<br />

•Het Gezelfchap nu, dat hier aangekoomen<br />

Was, beflondt, benevens Mevrouwde Princes,<br />

en de twee reeds genoemde Heeren BENTINCK<br />

en STAM FORT, uit de Freule VAN WASSE­<br />

N A A R . S T A R R E N B U R G , den Kamerheer<br />

VAN RANDWYK, eenige Kamerdienaars, Lakeijen,<br />

en verder gevolg; by zich hebbende<br />

twee zwaar gelaadene Koetfeh, met zes paerden<br />

befpannen, een Lakey te paerd, en drie Kapchaifen;<br />

in de laatfte van welke een Heer zat<br />

in 't groen gekleed, die aan de Vlist verzochr,<br />

voorby te moogen ryden, als naa Rotterdam<br />

j* 2 moe»<br />

17874<br />

Uit vveikè<br />

Pei Toonen<br />

het Gezelfchapb«ftoad.


1787.<br />

Gesprekken<br />

by de aanliomstgehouden.<br />

164 BEKNOPTE HISTORIE ÈEK<br />

moetende, en niet tot het Gevolg behoorets-<br />

de; welke Chais evenwel naderhand den train,<br />

van Goejan . Ferv/ellenfluis naa Haastrecht heen ,<br />

ledig volgde.<br />

Toen de Princes in 't gemelde hnis in. een<br />

kamer gebragt was, bood de Hr. VA'N GEN­<br />

DEREN aan Haare Hoogheid zodanige ververfchingen<br />

aan,als op die plaats te krygen waren;<br />

doch Haare Hoogheid bedankte daar voor, en<br />

deed uit haare Koets eenige fpys en drank<br />

haaien. Na dat de Princes met de Heeren<br />

BENTINCK, RANDWYK en STAMFORT,<br />

en de Freule VAN WASSENAAR, omtrent<br />

een half uur gefprooken hadt , begon Haare<br />

Hoogheid met den Hr. VAN GENDEREN te<br />

fpreeken , en vraagde hem, of de Officier der<br />

Ruiters order gehad hadt om Haar te arrefteeren;<br />

waarop hy antwoordde zyne orders niet<br />

te weeten, maar te gelooven , dat hy dezelfde<br />

ordes hadde als zy. Haare Hoogheid beklaagde<br />

zich toen over de wyze, waarop zy aangehouden<br />

was, naamelyk gewapenderhand; dat het<br />

den Hr. BENTINCK geweigerd was, met zyne<br />

Chais en eenen der Officieren naa de Commisfie<br />

te Woerden te ryden, om van 't aanhouden kennis<br />

te geeven ; waarvan de Heeren VAN<br />

LEEUWEN en BROTIER zeiden, niets ge­<br />

hoord te hebben. Vervolgends viel het gefprek<br />

nog eenigen tyd over onverfchillige zaaken,<br />

en ondertusfchen kwamen de Heeren Gecom-<br />

mit-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 165<br />

ïïlitteerden 'te velde van Woerden aan ; by hun­<br />

ne aankomst ontmoetteden zy den Hr. VAN<br />

TOCLON, een van hunne Medegecommitteer­<br />

den , op zyne terug reize van Rotterdam, waar<br />

hy eene Commisfie hadt afgelegd. Deeze Hï.<br />

verhaalde hun, in het doorryden te Gouda ver-<br />

noomen te hebben, dat het Gemeen, in en<br />

by die Stad, voornaamelyk op Stolwyker - Sluis<br />

en aan den Haastreclufchen Dyk, op het ge­<br />

rucht, dat 'er een aanzienlyk Perfonaadje ver-<br />

wagt werd, in groote menigte faamengevloeid<br />

was.<br />

Aanftonds na hunne aankomst aan de Goejan.<br />

Verwellenjluis, gaven de Heeren Gecommit­<br />

teerden door een Staaten-Bode kennis aan<br />

Haare Koninglyke Hoogheid en verzochten<br />

gehoor, en ontvingen tot antwoord dat Haare<br />

Hoogheid hen zou opwagten. Zy begaaven<br />

zich derhalven, verzeld van den Hr. Bevel­<br />

hebber van dien post, DE L A N G E , naa het<br />

verblyf van de Princes, en vonden daar geene<br />

Manfchap dan twee Schildwachten voor de deur<br />

van het huis. Binnen gelaaten zynde vonden<br />

zy Mevrouw de Princes alleen in de kamer.<br />

De Hr. BLOK, die het woord voerde, begon<br />

zyne aanfpraak met de betuiging, dat zy Ge-<br />

committeerden, op het ontvangen van de ty<br />

ding der reize en van het aanhouden Haarei<br />

Koninglyke Hoogheid ten uiterfte verbaasc<br />

waren geweest, over dac onverwagt voorval<br />

m dat zy, wegens hunnen uitgebreiden last<br />

L 3. zie |<br />

><br />

17P7.<br />

Aankomst<br />

der Heeren<br />

Gecommitteerden<br />

van<br />

Woerden.<br />

Gefprek der<br />

Gecommitteerden<br />

niet<br />

fle Princes.


166 B E K N O P T £ HISTORIE DE?.<br />

zich verpligt gevonden hadden, in eigen per*<br />

foon , by Haare Koninglyke Hoogheid te koe.»<br />

men vernecmen naa het oogmerk van deezè<br />

zoo ónverwagtte reize , buiten weeten, zoo<br />

als zy meenden , van de Stsaten der. Provintie ,<br />

na eene zoo lange afwezigheid, en dat juist<br />

in een tydftip, waarin de Hr. Prins van ÓRAN-<br />

JE, Haare Hoogheids Gemaal, zich boven de<br />

Stad Utrecht bevond aan 't hoofd van een groot<br />

getal Troupen van den Staat: Een verfchyn-<br />

fel, dat het gantfche Land, byzonderlyk dé<br />

Provintie van Holland, eene gegronde vreeze<br />

voor eenen' inval aangejaagd hadt; en het<br />

welke Hun Ed. Groot Moog. bewoogeri hadt,<br />

om eene Commisfie te benoemen, tot verdee­<br />

diging der gemelde Provintie en der Stad Ut­<br />

recht: Om alle welke redenen zy Heeren Ge­<br />

committeerden van oordeel waren, niet te<br />

kunnen of te moogen toelaaten, dat Haare<br />

Koninglyke Hoogheid zich dieper in de Pro­<br />

vintie begaf, zonder het goedvinden der Staa­<br />

ten daaromtrent eerst te verftaan; om het welk<br />

te verneemen zy Heeren Gecommitteerden,<br />

nog vóór hun vertrek van U-oer den, reeds eenen'<br />

Postbode naa 'sHage gezonden hadden. Haare<br />

Koninglyke Hoogheid gaf hier op een alge­<br />

meen antwoord, dat zy naamelyk , alzoo de<br />

Prins, haar Gemaal, in de tegenwoordige om-<br />

Handigheden, niet in Holland koomen kon,<br />

met een goed oogmerk in de Provintie gekoo­<br />

men was; waarop Hun Ed. Moog. aanhielden,<br />

om


ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 167<br />

om dat oogmerk te moogen weeten, en of<br />

Haare Hoogheid geneegen was om mede te<br />

werken tot herftelling der rust, op billyke<br />

voorwaarden? Waarop de Princes herhaalde,<br />

dat haar oogmerk goed was (*), maar zich beklaagde,<br />

dat den Heere Prince van ORANJE<br />

veele onrcchtvacrdigheden waren aangedaau.<br />

Op dit laatfte gezegde betuigden Heeren Ge<br />

committeerden hun leedwezen , zulks van<br />

Haare Koninglyke Hoogheid te moeten hoorcn,<br />

nademaal het aan een vry Volk niet kwalykkon<br />

genoomen worden, dat hetzelve zyne wettige<br />

Rechten opëischte;en dat men altoos behoorde<br />

in het oog te houden, dat de Regenten waren<br />

aangefleld tot bevordering van het heil des<br />

Volks, en het Volk geenzins beflemd was tot<br />

yergrooting van het gezag der Regenten. Hierop<br />

antwoordde Haare Hoogheid dat dit ook<br />

haare gevoelens waren, dat elk zyne Rechten<br />

hadt; doch dat het hier de plaats niet was, om<br />

over dit onderwerp breedvoerig te fpreeken;<br />

en hier mede eindigde dit gefprek.<br />

Vervolgends merkten de Heeren Gecommitteerden<br />

aan, dat zy, zonder voorafgaande bewil-<br />

(*) Haare Koninglyke Hoogheid had: haar oogmerk diüdc.<br />

lyker te kermen gegeeven, in eenen Blief aan den Prefident<br />

der Gedeputeerde Staaten te Nymegen, te weeten, om door<br />

Haare tegenwoordigheid in 's Hage het Vaderland te redden ,<br />

en de Conititmie te bevestigen. Zie de Nieuwe Nederl.<br />

Jaarb. July 1787. bladz. 1Ö67.<br />

L4<br />

1787.


.-87- ; williging van Hun Ed. Groot Moog. Haare<br />

Koninglyke Hoogheid niet verder durfden laa-<br />

Be Princes j<br />

verkiest<br />

Gouda, om<br />

di-nachtrust<br />

te neemen,<br />

i


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i6p<br />

goedgekeurd en vastgefteld. Weder in het<br />

éerfie vertrek by Haare Koninglyke Hoogheid<br />

gekoomen zynde, en den uitflag hunner raadpleegingen<br />

vermeld hebbende , booden zy aan<br />

Mevrouw de Princes, indien zy Woerden mogt<br />

verkiezen, het Kafteel, waarin die Heeren<br />

hunnen intrek hadden, tot eene verblyfplaats<br />

aan; doch Haare Koninglyke Hoogheid kon<br />

niet gelooven, dat de geopperde zwaarigheid<br />

omtrent Gouda gegrond was, en betuigde voor<br />

zich zelve daar in geene vreeze te hebben;<br />

daar by„ voegende, dat zy zich verwonderde,<br />

de Heeren Gecommitteerden zoo fpoedig van<br />

gedachten veranderd te zien, daar zy, voor<br />

weinige oogenblikken, den voorflag van Gouda<br />

aanftonds hadden goedgekeurd. Waarop de<br />

Heeren Gecommitteerden antwoordden, dat de<br />

Hr, VAN TOULON, hen in 't afzonderlyk ge­<br />

fprek nader onderricht hadt, van den toeftand<br />

der zaaken in Gouda} en dat zy nu ook vertrouwden,<br />

dat Mevrouw de Princes wel een<br />

b'.yk van 'haare goede oogmerken zou willen<br />

geeven, door van dat voorneemen af te zien,<br />

en alzoo mede te werken tot bewaaring der<br />

rust en goede orde: te meer, dewyl Haare<br />

Koninglyke Hoogheid zoo min als iemand,<br />

zou kunnen inftaan voor het gedrag van een<br />

dom en driftig Gemeen. In deeze redenen<br />

berustte Haare Koninglyke Hoogheid , en verkoos<br />

zich naa Schoonhoven te begeeven.<br />

L 5 Tot


Dc reis<br />

(ierwaafrds<br />

aangenoo*<br />

taen.<br />

Twee Hec-<br />

Ten der<br />

Commisfie<br />

verzeilen<br />

Haare Ko.<br />

iiinglyke<br />

Hoogheid.<br />

|?o B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

Tot dat einde werden de Rydtuigen weder<br />

over het Veer gevoerd, en Haare Koninglyke<br />

Hoogheid door den Heer Bevelhebber D E<br />

LANGE, eh de Ed. Moog. Heeren ELOK en<br />

CAMERLING in de Pont geleid, vergezeld<br />

van de Heeren VAN RAND WYK, BEN­<br />

TINCK, STAMFORD, de Freule van WAS­<br />

SENAAR en het overige gevolg. Aan de<br />

overzyde gekoomen zynde, leidde de Bevel­<br />

hebber Mevrouw de Princes weder by de hand ,<br />

uit de Pont tot aan de Koets, wenschte Haare<br />

Hoogheid een behouden reize, en beklaagde<br />

baar lot; de Heeren ELOK en VAN%AND-<br />

WYK hielpen de Princes weder in de Koets.<br />

Toen men nu zoude afryden wilde deKoetfier,<br />

en de Hr. BENTINCK, die in de voorite Chais<br />

zat, vooruit ryden; doch een Detachement<br />

Ruiters, gevolgd van de Heeren der Commisfie<br />

DE WIT en TOULON, in eene Chais gezee-<br />

ten, reeden vooruit om Haare Koninglyke<br />

Hoogheid naa Schoonleven te verzeilen ; waar<br />

heen reeds een Postboode gezonden was» om<br />

de Regeering daar van te verwittigen en toe­<br />

bereiding tot het ontvangen van Mevrouw de<br />

Princes te maaken. By de floep, of den af­<br />

loop van den Dyk op den Zydeweg naa de<br />

Vlist, gekoomen zynde, wilde de Hr. BEN­<br />

TINCK wederom den weg naa Haastrecht voort-<br />

ryden; doch hem Iwerd beduid, dat de reis<br />

naa Schoonhoven was.<br />

Naby


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 171<br />

Naby de Stad gekoomen zynde reeden de<br />

Heeren Gecommitteerden vooraf in de Stad<br />

om de Regeering kennis te geeven, dat Haare<br />

Koninglyke Hoogheid dien nacht in de Stad<br />

zoude blyven, en met dezelve een behoorlyken<br />

intrek te bezorgen. Kort daarna kwamen<br />

die Heeren terug en geleidden Mevrouw de<br />

Princes naa de Stads Doelen, laatende de Ruiters<br />

buiten de Stad blyven. Vervolgends namen<br />

de Heeren Gecommitteerden affcheid van<br />

Haare Koninglyke Hoogheid die dezelven voor<br />

de oplettendheid, aan haare Perfoon betoond,<br />

vriendelyk bedankte; het welk de Hr. BEN­<br />

TINCK daarna, uit naam van de Princes nog<br />

eens herhaalde. Na een kort verblyf aan 'c<br />

huis van een' der Burgemeesters, vertrokken de<br />

Heeren Gecommitteerden met een gedeelte<br />

der Ruiters naa Woerden; het andere gedeelte<br />

volgde den anderen dag; èn Haare Koninglyke<br />

Hoogheid bleef dien nacht en den volgenden<br />

dag te Schoonhoven, wagtende op antwoord van<br />

de Staaten of zy haare reize zou kunnen vervolgen,<br />

cn vertrok den volgenden morgen van<br />

den 30^" Juny, ten half zes uuren naa Leerdam,<br />

en van daar, na eenigen tyd vertoevens,<br />

naa Nymegen terug (*).<br />

De Princes<br />

Voor haar vertrek van Schoonhoven fchreef Me­<br />

fchryft Brievrouwde<br />

Princes twee Brieven,eenen aan den Hr. ven aan den-<br />

FAGEL, Griffier der Algemeene Staaten; en eenen<br />

aan<br />

(*) Kleum Nederl. Juarh 'july v$j. blad*. 1709-1721.<br />

Beroerd Nederland, VU. Deel , bladz. 39 — 61.<br />

Aankomst<br />

te Sdioonkj'<br />

yen,<br />

AFfcbcid der<br />

Heeren Ge»<br />

committeerden.


1787-<br />

(DrïHier<br />

FA'GEL en<br />

den Penfi'otiaris<br />

VAN<br />

? L Y S VV Y K.<br />

Ï ?2 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

aan den Hr. VAN BLYSWYK, Raadpenfionaris<br />

van Holland. In den laatflen gaf Haare Hoogheid<br />

aan den Hr. Raadpenfionaris den wensch<br />

van haar hart te kennen, om naameiyk, daar<br />

de Prins Erffladhouder verhinderd was, zelve<br />

in Holland te koomen, om door Haare tusfchenkomst<br />

mede te werken tot verhoeding van eenen<br />

dreigenden Burger-Oorlog, en ter vereffening<br />

der gefchillen, op gronden van de welgevestigde<br />

Conflitutie, als de eenigfle reden<br />

van de reize Haarer Hoogheid naa 'sHage,<br />

welke dezelve zich gevleid hadt, dat geheim<br />

zoude gebleeven zyn tot na haare komst op de<br />

Oranje-Zaal, van waar dezelve aanflonds 'haar<br />

oogmerk zou bekend gemaakt hebben aan Hun<br />

Ed. Groot Moog. en aan de Algemeene Staa»<br />

ten; Haare Hoogheid thans belet haare reize<br />

verder voort te zetten, hoopte nogthans, dat<br />

dit uitftel de zaak niet uit haar geheel zou<br />

brengen; maar hadt noodig geoordeeld, aan<br />

Zyn Ed. Geflr. kennis te geeven van de waare<br />

reden Haarer aankomst in Holland, met verzoek<br />

om dezelve onder het oog van Hun Ed.<br />

Groot Moog. te brengen De andere Brief,<br />

aan den Hr. FAGEL, diende om van het bo-<br />

venflaande fchryven aan den Raadpenfionaris<br />

aan den Griffier kennis te geeven, ten einde<br />

hem in ftaat te Rellen, Hunne Hoog Moog. op<br />

de gevoeglykfte wyze daar van te verwittigen.<br />

Haare Hoogheid hoopte binnen korte in ftaat<br />

gefteld te zyn, om haare oogmerken te vervol.<br />

gen


ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 173<br />

gen met allen den yver en getrouwheid, die<br />

de waare belangen van het dierbaar Vaderland<br />

en van haar Huis, de bevestiging der Conftitutie,<br />

en het herftel van rust en vrede van<br />

Haare Hoogheid verlangden (*).<br />

De tyding van deeze gebeurtenis in den<br />

Haag gekoomen zynde , veroorzaakte daar<br />

veele gevoeligheid en beweeging: daar gingen<br />

of reeden onöphoudelyk ronden, de Wachten<br />

waren in de noodige gereedheid om naar vereisch<br />

te kunnen gebruikt worden , en het overige<br />

der Bezetting was by der hand; overal<br />

was het op de ftraaten vol volks. De Heeren<br />

Gecommitteerde Raaden, waren op den 29^"-<br />

'smorgens ten 'ê uuren al vergaaderd; en de<br />

Staaten,die ten 1 uuren zoudenbyeenkoomen,<br />

vergaaderden al ten half één uur. In deeze<br />

Vergaadering werd een Antwoord beraamd op<br />

den Brief, welken Haar Koninglyke Hoogheid<br />

aan den Hr. Raadpenfionaris gefchreeven hadt,<br />

waarvan ik hier voor den inhoud gemeld heb.<br />

Dit Antwoord behelsde hoofdzaakelyk: „ Dat<br />

de meerderheid der Leden van de Vergaadering<br />

noodzaakelyk geoordeeld hadt, den voorgemelden<br />

Brief over te neemen, en ter beraadfiaaging<br />

van de Heeren hunne Principaalen te<br />

brengen, om zich daarop ten fpoedigften te<br />

verklaaren ; waar door , voor als nog , op<br />

Hoogst.<br />

(*) N'ieune Nederl. Jaarb. Juny J787. bladz, 143?- Beroert<br />

Nederland, V<strong>II</strong>. Deel, bladz. 62, 63.<br />

I787.<br />

Beweeging<br />

in den Haag<br />

over deeze<br />

tyding.<br />

Antwoord<br />

der Staatea<br />

aan de<br />

Princes.


Tweede<br />

Brief der<br />

Princes, aan<br />

de Si men<br />

van Holland.<br />

174 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Hoogstderzelver voorgemeldeh Brief geen Befluit<br />

hadt-kunnen vallen. Heeren Gecommitteerden<br />

te Woerden , gaven ook door eenen<br />

Brief kennis aan Mevrouw de Princes van dit<br />

overr.eemen der Staaten, en van de goedkeuring<br />

van hun gehouden gedrag (*)."<br />

Haare Koninglyke Hoogheid over dit Antwoord<br />

der Staaten gantsch niet voldaan, fchreef<br />

nu uit Nymegen eenen Brief van den July<br />

aan de Staaten zeiven; waarin Hoogstdezelve<br />

te kennen gaf, dat, hoe groot ook Haare bevreemding<br />

was, over het aanhouden door de<br />

Gecommitteerden van Hun Ed. Groot Moog.<br />

op den 28'ten Jtmy, nog veel meer getroffen<br />

was over de wyze, op welke deeze vreemde<br />

flap by Hun Ed. Groot Moog. opgenoomen en<br />

behandeld was. Toen Haare Hoogheid tot<br />

Schoonhoven terug gekeerd zynde, aan Hun Ed.<br />

Groot Moog. kennis gaf van die zonderlinge'<br />

gebeurtenis, — vleide zy zich, dat Hun Ed.<br />

Groot Moog. het gedrag, door hunne Gecommitteerden<br />

gehouden , nimmer goedgekeurd,<br />

althans op het bericht daar van, door eenige<br />

verhaasting hunner Vergaadering allen moogelyken<br />

fpoed zouden gemaakt hebben, om Haare<br />

Hoogheid nog in ftaat te ftellen, haare goede<br />

oogmerken ten nutte van den Lande, door het<br />

voortzetten haarer Reize te kunnen bevorderen.<br />

—<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb,. Juny. 1787, bladz. 1:97. July<br />

Mali. 1670; iö-,-i.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 175<br />

ren. — En het hadt Haare Hoogheid daarom<br />

te meer bevreemd, dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

Hoogstdezelve niet alleen tot Zaturdag morgen<br />

den 3o ften<br />

1787.<br />

Juny, naa Antwoord te Schoonhoven<br />

hadden doen wagten; maar ook by dat Antwoord<br />

niet anders gemeld hadden, dan dat op<br />

Haare Hoogheids Brief geen Befluit hadt kunnen<br />

vallen ; terwyl dezelve bericht ontvangen<br />

hadt van derzelver Gecommitteerden, dat hun<br />

gehouden gedrag door Hun Ed. Groot Moog.<br />

goedgekeurd was. Deeze goedkeuring van de<br />

ophouding Haarer Hoogheid en de zwaarigheid,<br />

die by de Meerderheid der Vergaadering van<br />

Hun Ed Groot Moog. gemaakt was,om Haare<br />

Hoogheid den doortogt naa de Oranje Zaal<br />

vry te laaten, hadt Mevrouw de Princes niet<br />

anders kunnen opneemen, dan voor een openlyk<br />

blyk van mistrouwen, op Haar Vorjlelyk woord en<br />

verklaarde oogmerken; en te gelyk voor eene fceraadene<br />

en geweldige belemmering in die vryheidt welke aan Haare Hoogheid, in haare betrekking<br />

voor al tot deeze Republiek in het algemeen, en tot<br />

Hun Ed. Groot Moog. Provintie in 't byzonder,<br />

niet kon geweigerd worden. Haare Koninglyke<br />

Hoogheid hadt daarom ook niet geaarzeld,<br />

om uit Holland terug, en weder naa Nymegen,<br />

te keeren, en na dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

Haare Hoogheids goede en vreedzaame oogmerken,<br />

door deeze hunne handelwyzehadden<br />

doen mislukken; zoo vond Mevrouw de Princes<br />

zich niet alleen voor zich zelve verpligt, om<br />

eene


3787.<br />

De gevoelens<br />

der<br />

Staats - Leden<br />

zyn<br />

liicr over<br />

Zeer ver»<br />

lüiillende.<br />

176 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

eene openbaare en genoegzaame herftelling,<br />

op het ernftigfte te vorderen wegens den hoen ,<br />

Haare Hoogheid daar door aangedaan; maar<br />

ook om op het nadrukkelykRe te protefteeren,<br />

dat Hoogstdezelve , van toen af aan, alle gevreesde<br />

gevolgen der tegenwoordige Verdeeldheid en van<br />

eenen dreigenden Burger - Oorlog zelfs, dien de­<br />

zelve door haare tusfehenkomst hadt trachten<br />

te verhoeden , alleenlyk laate voor rekening<br />

en ter verantwoording van die geenen, welke<br />

die geweldige belemmering van derzelver poogingen<br />

door hunnen invloed hebben doorgedrongen,<br />

enz. (*). Ook fchreef Haare Koninglyke<br />

Hoogheid Brieven aan de Staaten der zes<br />

andere Provintiën en het Landfchap DREN­<br />

THE, om kennis te geeven van het geen op<br />

haare geftaakte Reize en omtrent dezelve met<br />

de Staaten van Holland was voorgevallen, met<br />

bygevoegde Affchriften van de bovengemelde<br />

(lukken (f).<br />

Toen deeze Rukken, en de zaak, die ze be.<br />

:reiFen, ter beraadflaaging in de Hooge Staatsvergaderingen<br />

gebragt werden, waren de gevoelens<br />

der betrekkelyke Leden zeer verfchillende,<br />

zoo by Hun Ed. Groot Moog de Staa-<br />

:en van Holland en West - Vriesland, als by Hun<br />

Hoog Moog. de Algemeene Staaten. In de<br />

C) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1787. bladz. 167S.<br />

Ver-<br />

Ct) ISeroerd Nederland , V<strong>II</strong>. Deel , bladz.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, ffj<br />

Vergadering der Staaten van Holland, bragten<br />

de Heeren van de Ridderfchap op den Ju­<br />

ly hun. Advies fchrifielyk in, en deeden het<br />

in de Aantekeningen der Vergaadering infchry-<br />

yen. Het zelve .was hoofdzaakelyk van dee.<br />

zen inhoud: „ Zy vonden zich verpügt, aar Har van dg<br />

Ridder­<br />

Hun Ed. Groot Moog. onbewimpeld voor te<br />

fchap, in de<br />

draagen, dat zy de beleediging Haare Koning, Registers<br />

aangctcelyke<br />

Hoogheid aangedaan, met de uiterfte aan • kcnd.<br />

doening en verontwaardiging vernoomen had<br />

den; dat de gevolgen daar van alle oögenblik<br />

ken haglyker werden, en van dien aart waren ;<br />

dat, zonder een allerfpoedigst herftel niet min.<br />

der te voorzien was , dan het uitbarften vat<br />

j<br />

eene ailerbloedigfte fcheuring in. 't hart dei<br />

Provintie van Holland, en het verwekken vat<br />

de gegrondlfe verontwaardiging der grootfte<br />

Hoven van Europa , . het welk niet tegen de<br />

Republiek, maar alleen tegen, de Provintie var<br />

.<br />

Holland moest uitbarften: Dat de Heeren var<br />

de Orde ver/.eketd waren, dat de beleediging<br />

Haare Koninglyke Hoogheid aangedaan, he:<br />

juiste middel was, om het grootfte medelydei<br />

i<br />

te verwekken by de Voprftanders van het Stad-<br />

houderlyke .Huis; dat dit medelyden, de fmeu<br />

lende woede ontfleekende , eene uitbarftinj<br />

1<br />

kon veroorzaken , welke, hoe zeer ook dooi<br />

overmagt van Burger- of Krygs-Wapenen e;e<br />

ftuit, toch onvermydelyk eene bloedplengin^<br />

zou' veroorzaaken , onder Medeburgers en Mc<br />

dcingezetenen van een en dezelfde Provintie<br />

M wa»


Ï787.<br />

i 78 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

waar aan men niet dan met affchuw en fchrik<br />

kon denken. Dat integendeel eene onverhinderde<br />

paslage aan Haare Koninglyke Hoogheid<br />

en eene betaamelyke zorg voor Hoogst derzelver<br />

veiligheid , op eene betaamelyke wyze<br />

ingericht, alle oorzaak van oproer zoude hebben<br />

voorgekoomen — Dat verder de vrees<br />

der gevolgen niet kon ontveinsd worden: De<br />

grootfte Huizen van Europa waren aan Haare<br />

Koninglyke Hoogheid vermaagfehapt; óe Keizer,<br />

de Koning van Engeland, de Koning van<br />

Pruis/en, de Hoven van Hes/en en Brunswyk,<br />

de Deenfche ,de Zweedfche Hoven, moesten zich<br />

gevoelig toonen over eene behandeling, welke,<br />

zelfs ten aanzien van een gemeen Perfoon,<br />

wederrechtelyk zoude zyn, en welke ten opzigte<br />

van een Perfoon van een zoo verheeven<br />

rang, aan een Kunne, welke altoos eene dubbele<br />

eerbiedigheid vordert, ongeacht de rondborflige<br />

verklaaring Haarer alzins pryslyke inzigten,<br />

zonder aanmerking van Haar Vorftelyk<br />

woord; — alle gegronde aanleiding moet geeven<br />

tot het vorderen eener volleedige herflelling,<br />

vergezeld van zodanige ernfiige verklaaringen<br />

, die den ongelukkigen toefland van deeze<br />

Provintie , indien mooglyk , nog zullen<br />

moeten verergeren; de droevige tweefpalt en<br />

bittere verwarring vermeerderen, de bezwaarde<br />

Financiën onherftelbaar maaken, — en den<br />

kwynenden Koophandel den laatften doodfleek<br />

geeven".<br />

» Om


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 179<br />

„ Om alle welke Redenen de Ridderfchap<br />

van oordeel was,op de beleefdfte en dringend-<br />

Re wyze Haare Koninglyke Hoogheid ce ver-<br />

Zoeken , Haare reize naa den Haag te willen<br />

hervatten, en Haare poogingen tot herftelling<br />

der rust, wel te willen aanwenden; verder te<br />

verklaaren , het overyld en onvoorzigtig gedrag<br />

van de Commisfie ter verdeediging van<br />

de Provintie en der Stad Utrecht,, aftekeuren;<br />

voorts Heeren Gecommitteerde Raaden te gelasten<br />

, by Hoogstdezelve te verneemen , of<br />

Haare Koninglyke Hoogheid de reize te water<br />

öp de Rivieren of te Landen, zou verkiezen<br />

te doen, en naar die keuze de noodige orders<br />

overal te geeven tot Hoogscderzelver veiligheid<br />

en betaamelyke ontvanging; als mede om voor<br />

de bewaaring van de rust en flilte onder de Ingezetenen<br />

te zorgen. — Betuigende, laatflelyk,<br />

de Ridderfchap, dit hun Advies in gemoede<br />

en naar hun beste weeten re befchouwen, als<br />

het gefchiktfte middel om het dreigend gevaar<br />

af te wenden" enz.<br />

De Heeren Gedeputeerden der Stad Amfteu A< Ivies van<br />

'iflirdam,<br />

dam, verneemende, dat de Heeren van de Rid- aai ige ee­<br />

derfchap hadden kunnen goedvinden, hun Ad<br />

vies op de bovengenoemde Rukken , beneffende<br />

de voorgenoomene Reize van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid in de Registers van Hun<br />

Ed. Groot Moog te doen fchryven, oordeelden<br />

het insgelyks van huuceu onvermydelykeh<br />

pligt, om den nadeeligen invloed van het gend<br />

ui de<br />

^ gisters.<br />

M 2 mei»


X787. n<br />

I &o B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

ielde Advies der Ridderfchap , op 's Lands<br />

g ewigtigftc belangen voor te koomen, en te-<br />

£<br />

en te gaan , het geen door hen Gedeputeer-<br />

d en op het zelfde onderwerp geadvifeerd was,<br />

i; jsgelyks in de Registers te laaten fchryven;<br />

v 'aarvan den inhoud hoofdzaakelyk hier op uit<br />

ï wam:<br />

Dat de Achtb. Raad bovengemelde ftuk-<br />

| en (uitgezonderd den laatst ingekoomen Brief<br />

\ an Haare Hoogheid) mitsgaders nog een Ver-<br />

2 oekfchrift van de Gecommitteerden uit den<br />

( ïrooten Krygsraad en van de GeconRitueer-<br />

d en uit de Eurgery der Stad Amfterdam; ver-<br />

2 oekende, dat de Achtb. Raad de overkomst<br />

v an Haare Koninglyke Hoogheid geliefde af te<br />

V eenden, met aanzegging, om zich by provifie<br />

V an het Grondgebied deezer Provintie te ver­<br />

V aderen, onderzocht hebbende, hadt begree-<br />

'en: Dat dezelve, zonder te treeden in eenig<br />

T<br />

c nderzoek omtrent de beweegredenen tot de<br />

I Leize van Haare Koninglyke Hoogheid , zonder<br />

e enige aanmerkingen te maaken op de byzon-<br />

c ere wyze , waar op dezelve ondernoomen<br />

v ,'as, alleenlyk het oog moest vestigen op de<br />

;evolgen, welke daaruit meer<br />

{<br />

dan waarfchyielyk<br />

en volgends den aart der zaaken zouden<br />

1<br />

lebben moeten fpruiten,en welke Heeren Ge-<br />

1<br />

< ommitteerden van het Defenfiewezen zeer wel<br />

i ngezien hadden, wanneer zy begreepen, dat<br />

1 iet woest Gemeen, van de zuivere oogmerken<br />

I iaarer Koninglyke Hoogheid niet overtuigd<br />

zyn-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 181<br />

zynde, op zodanige onverwagte aankomst,<br />

Jigtelyk den Oproerkreet zoude hebben kunwen<br />

aanheffen , en tot gevaarlyke uiterftens<br />

overflaan".<br />

„ Dat het den Achtb. Raad zeiven hadt toegefcheenen<br />

, dat , al waren Hun Ed. Groot<br />

Moog. van die komfte verwittigd geweest, en<br />

daar door in ftaat gefteld om alle noodige<br />

voorzorgen te gebruiken, zulks nog geene genoegzaame<br />

zekerheid zoude hebben kunnen<br />

geeven , dat het Gemeen , by het welk het<br />

ziaad van oproer , federt eenen geruimen tyd<br />

gekoesterd, al vry diepe wortelen gefchooten<br />

hadt, door de wyste en voorzigtigfte maatregelen<br />

te beteugelen zoude geweest zyn , of<br />

nog zyn, en dat om die reden de komst van<br />

Haare Koninglyke Hoogheid by provifie niet<br />

anders dan allerzorgelykst voorde rust deezer<br />

Provintie zoude kunnen zyn, en uitwerkingen<br />

hebben, regtftreekB ftrydende met de oogmerken<br />

door Haaf by Haaren Brief geopenbaard".<br />

,, Dat, met opzicht tot die oogmerken, de<br />

Achtbaare Raad bevonden hadt, dat Haare Koninglyke<br />

Hoogheid kennis geeft, die Reize<br />

ondernoomen te hebben, om, zoo moogelyk,<br />

een dreigenden Burger Oorlog voor te koomen<br />

, en de gereezene verfchillen te vereffenen.<br />

Dat het den Achtbaaren Raad zeer<br />

aangenaam geweest was, zodanige Gezindheden<br />

by Haare Koninglyke Hoogheid te befpeuf&n><br />

vertrouwende, dat de poogingen, welke<br />

M 3 ZÏ<br />

1787.


1787.<br />

18» BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

zy dca-ïoe zoude willen aanwenden, gegrond<br />

zouden wezen op de veiligheid deezer Provintie<br />

, den luister van Hun Ed. Groot Moog.<br />

Vergaadering, en dc Vryheid en Rechten der<br />

Ingezeetenen; en dat dezelve dan ook niet<br />

twyffelde, of Hun Ed. Groot Moog. zouden<br />

die poogingen gaarne onderfttunen Doch dat de<br />

.Ach baare Raad niet kon zien ,dat daartoe eene<br />

perfoonelyke verfchyning van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid in den Haag noodig was; daar<br />

Haare Hoogheid op eene andere wyze de gevoelens<br />

van Heur hart, en de middelen, welké<br />

zy tot voorfz. einden dienRig zoude rekenen,<br />

aan Hun Ed. Groot Moog. zoude kunnen openleggen.<br />

Op alle welke gronden de Achtbaare<br />

Raad het verrichtte van de Heeren deezer<br />

Stads Gedeputeerden ter Dagvaart, in het<br />

goedkeuren van het gedrag der Heeren van het<br />

Defenfiewezen, preezen, en gemelde Heeren<br />

Gedeputeerden verder gelast hadden, om wegens<br />

deeze Stad te advifeeren, dat aan Haare<br />

Koninglyke Hoogheid van wegen Hun Ed.<br />

Groot Moog. in de ernfligfte en nadrukkelykfte<br />

bewoordingen zoude behooren te worden onder<br />

het oog gebragt, dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

niet konden verbergen, dat Hoogstdezelven<br />

de hcimelykc wyze en weg, zoo wel als de<br />

eerdere omftandigheden , welke de onversyagte<br />

Reize van Haare Koninglyke Hoogheid<br />

verzeld hadden, niet konden overeenbrengen<br />

net het verklaarde van Haare Koninglyke Hoogheid


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 183<br />

heid van gekoomen te zyn, met oogmerk 01»<br />

de rust in deeze Provintie te herftellen , en<br />

den gevreesden Burger • Oorlog voor te koo­<br />

men."<br />

„ Dat Hun Ed. Groot Moog. liever zouden<br />

gezien hebben, dat Haare Koninglyke Hoogheid<br />

tot een onbetwistbaar bewys van derzelver<br />

oprechte gevoelens, om tot zodanige heilzaame<br />

einden mede te werken , al haar vermoogen<br />

hadt gelieven aan te wenden , om<br />

Haaren Doorluchtige Gemaal af te raaden van<br />

de geweldige en vyandlyke fchikkingen, waar<br />

mede Hy , zoo wel tegen deeze Provintie, als<br />

die van Utrecht en vooral de Stad Utrecht,<br />

onöphoudelyk werkzaam was; en byzonderlyk<br />

ook, dat Haare Koninglyke Hoogheid zich<br />

beyverd hadde om in die Provintie, waarin<br />

Hoogstdezelve nu federt zoo een geruimen tyd<br />

Haar verblyf gehouden hadt, door Haaren veel<br />

vermoogenden invloed het openbaar geweld te<br />

doen ophouden, en de willekeurige maatregelen<br />

van fommige Regenten te doen beteugelen,<br />

cn de verdrukte Burgers in hunne Rechten<br />

te doen herftellen, en daar den eerften en<br />

boven al noodzaakelyken hoekfteen te leggen,<br />

waarop de rustin het lieve Vaderland, tevens<br />

met waare Vryheid, voortaan kon gevestigd<br />

worden; en dat Hun Ed. Groot Moog. om die<br />

reden vertrouwden en aandrongen, dat Haare<br />

Koninglyke Hoogheid by provifie , en tot nader<br />

goedvinden van Hun Ed Groot Moog. dan<br />

M 4 ook<br />

1727.


1787.<br />

ïnMielvks<br />

V..11 Gorinchem<br />

en<br />

Schoonho •<br />

yen.<br />

Hoe de AIineeneStaaten<br />

deeze .<br />

zaak befchouwden.<br />

184 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ook die Reize zou ftaaken, als geenzins kunnende<br />

ftrekken ter bereiking van oogmerken j,<br />

dewelke Haare Koninglyke Hoogheid in haaren<br />

Brief aan den Heer Raadpenfionaris hadt voorgefield<br />

(*). De Stéden Gorinchem en Schoon*<br />

hoven deeden haare Advifèn, mede ftrekkende<br />

om de overkomst der Princes af te wyzen, en<br />

iri nog fterker bewoordingen vervat, insgelyks<br />

in de Staats - Registers icfchryven. Haarlem,<br />

Leyden, Schiedam, Alkmaar, Monnikendam en<br />

Purmerend, waren van het zelfde gevoelen als<br />

Amfterdam. Maar Dordrecht verklaarde nog<br />

daarenboven , dat de Brieven van den Prins en<br />

de Princes, op zulk een hoogen toon aan den<br />

Souvrain ingericht waren, dat men zich daar<br />

over niet kon uiten, en zich op die Brieven<br />

ongereed hield. Gouda en Rotterdam hadden,<br />

nog geen last Cf)."<br />

Geheel anders werd deeze zaak befchouwd<br />

by de Algemeene Staaten , dan by de meeste<br />

Staatsleden van Holland: Hun Hoog Moog..<br />

van dit zonderling geval onderricht door eenen<br />

Brief van den Griffier F A C E L , verzeld van<br />

eenen Brief Haarer Koninglyke Hoogheid aan<br />

denzelven, betuigden daar over hunne uiterfte<br />

aandoening, en beflooten, dat nog ftaande<br />

de Vergaadering Affchvift van den gemelden<br />

•' • ' * • Brief<br />

(') Nieuwe Neder!. Jaarb. July 1787. bladz. 1699.— 170^.<br />

Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>, Deel, bladz. 69— 80.<br />

(•f) Nieiwe Nederl. Jaarb. July 1787. bladz. 1747.


ONLUSTFN IN HF.T VADERLAND. 185<br />

Brief ei. Bylage aan de Staaten van Holland zon<br />

gezonden worden; en dac Hoogstdezelven<br />

zouden verzocht worden, om ten fpoedigRen<br />

en /onder verwyl , de nodige Orders te Rellen \<br />

ten einde Haare Koninglyke Hoogheid in haare<br />

voorgenoomene Reize geen verder ophouden<br />

mogt ontmoeten , en dat alle verhindering aan­<br />

ftonds wierde weggeruimd ; op dat aldus de.<br />

heilzaams poogingen van Haare Koninglyke,<br />

Hoogheid in 't werk mogten geReld worden,<br />

waarvan Hun Hoog Moog., verzochten ten aller<br />

eerften door Hun Ed. Groot Moog. onderricht<br />

te worden. Dit Befluit werd aanftonds ter<br />

uitvoer gebragt, en een Brief van zulken in­<br />

houd (gedagtekend den 2tA n<br />

Juny) aan de<br />

$taaten van Bolland gezonden. Doch deeze<br />

Heeren Staaten waren zoo gereed niet, om aan<br />

dit verzoek te voldoen; daar kwam geen Ant.<br />

woord op dien Brief, om het welke derhalven<br />

de Hollandfclie Gedeputeerden ter Vergaadering<br />

van de Algemeene Staaten gedrongen werden;<br />

doch zy verklaarden , nog te blyven by hun<br />

Advies, dien morgen gegeeven, waar by den<br />

Brief van Haare Koninglyke Hoogheid hadden<br />

overgenoomen, en zich de vrye beraadflaaging<br />

hunner P.rincipaalen voorbehouden, waarvan<br />

verfcheide Leden aangenoomen hadden de oog­<br />

merken van hunne Steden, ten fpóedigfte te<br />

zullen inneemen.<br />

Hierop beflooten Hun Hoog Moog. om dien<br />

zelfden avond nog eenen tweeden Brief aan de<br />

M 5 Staa-<br />

1787*<br />

Tweede<br />

Brief «ter<br />

Algemeen»


iBö BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Staaten van Holland te fchryven, om den aan-<br />

Staaten aan<br />

drang, op dien dag reeds gedaan, te vernieu­<br />

de Staaten<br />

yan tMland, wen, en op het vriendelyKlle te verzoeken,<br />

dat Hun Ed. Groot Moog. hunne ernitige op.<br />

Irttendheid wilden bepaalen op de gevaarlyke<br />

gevolgen, welken de gedaai-e Rap, betrekke-<br />

Iyk het verhinderen van de Reize Haarer Koninglyke<br />

Hoogheid buiten 's Lands ten nadeele<br />

der Republiek zou kunnen veröorzaaken; en<br />

dat Hun Hoog Moog. indien de Heeren Staaten<br />

van Holland niet voldeeden aan de dringende<br />

Verzoeken van Hun Hoog Moog. de gevolgen<br />

van het geen daar uit de Republiek zou kunnen<br />

overkoomen , lieten voor rekening van Holland.<br />

Gevoelen De Heeren Gedeputeerden van Holland Diee­<br />

der Staaren<br />

van Qyerys» ven by hunne gedaane Verklaaring; de Gede­<br />

|r/.<br />

puteerden der zes andere Provintiën, namen<br />

alles wat dien morgen en dien avond hier omtrent<br />

voorgekoomen en gefchied was, Copyelyk<br />

over (*). De Staaten der gemelde Provinciën,<br />

de zaak overwoogen hebbende, waren<br />

sok niet allen van het zelfde gevoelen : Die<br />

van Overysfel merkten aan, in hun Antwoord<br />

:>p den Brief van Hi»are Koninglyke Hoogheid,<br />

i behelzende een verhaal van dat voorval, dat<br />

sy zich al te zeer overtuigd mogten houden<br />

fao de Achting der Staaten van Holland, voor<br />

] 3aare Koninglyke Hoogheids Perfoon en verleyen<br />

rang, dan dat eenig het minfte oogmerk<br />

(*) Nievvt Nederl, Jaarh July i 78j>. bladz. 1674-167?.<br />

by


ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 187<br />

by, Hun Ed. Groot Moog. of derzelver Gecommitteerden<br />

zou gehuisvest hebben , om<br />

iets hoonends voor Haare Koninglyke Hoogheid<br />

te onderncemen, en dat zy alles liever<br />

moesten toelchryven aan eene verfchillende<br />

man :<br />

er van befchouwen van de waare gefchopenheid<br />

der zaaken in de Provintie van Holland,<br />

welke de Heeren Staaten zullen geoordeeld<br />

hebben van die natuur te zyn , da: eene<br />

onverwagte verfchyning van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid niet zoo wel, als Haare Koninglyke<br />

H -ogheid meende, aan het oogmerk , om de<br />

tegenwoordige beroerten te (tillen , zoude beantwoord<br />

hebben. Voor het overige betuigden<br />

Zy Heeren Sranten hunnen hartgrondigen<br />

wensch, dat het verlangen Haarer Koninglyke<br />

Hoogheid om door Haare tusfchenkomst eenen<br />

Burger - Oorlog voor te koomen, met een gewenscht<br />

gevolg mogt bekroond worden ; en<br />

dat Haare Koninglyke Hoogheid ook ter plaatfe<br />

van Haar tegenwoordig verblyf, daartoe de<br />

noodige middelen zou weeten te vinden en in<br />

*t werk te ftellen, op dat alzoo deeze Landen,<br />

en bygevolg Haare Koninglyke Hoogheids<br />

Huis, voor eenen geheelen ondergang mogten<br />

bewaard blyven (*) enz.<br />

In een geheel tegenftrydig licht werd deeze Brief der<br />

Sraaren vai<br />

zaak befchouwd by de Staaten van Friesland, Vriesland<br />

aan die vat<br />

die zich daar over zeer beklaagden in eenen<br />

llnlland,<br />

Brief over deeze<br />

zaak.<br />

{*) Nieuw: Niitrl. Jmri. July J787. bladz.


«•787-<br />

188 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Brief aan de Staaten van Holland zei ven gefchreeven;<br />

waarin zy, onder anderen, betuigden,<br />

nimmer te hebben kunnen denken, dat<br />

binnen deeze Republiek aan een Perfoon van<br />

zulk een hooge afkomst, aan een Perfoon, die<br />

op haar Koninglyk woord verzekerde , geene<br />

dan vredelievende, den Lande heilzaame , en<br />

haare verhevene hoedanigheden waardige,oogmerken<br />

te hebben in haare Reize, zodanige<br />

beleedigende belemmeringen zouden tocgebragt<br />

zyn , als Hoogstdezelve in de Provintie van<br />

Holland ondervonden hadt, met dat gevolg,<br />

dat Haare Koninglyke Hoogheid deeze Reize<br />

hadt moeten Raaken, cn naa ürymegnt terug<br />

keeren. Deeze daad kon niet dan deh dienden<br />

indruk by ieder weldenkend mensen maaien,<br />

die hier uit ziet, dat de goede orde, rust en<br />

veiligheid —- thans in fommige Oorden van<br />

Nederland helaas 1 zoo verre geweeken waren ,<br />

dat aan de Gemalin van den Erffladhouder der<br />

zeven Provintiën, binnen dezelven, Gewapenderhand<br />

belet wordt, die vryheid te oefenen,<br />

Welke aan ieder byzonder Perfoon toekomt.<br />

Niet minder gevoelig moest dit aan ieder vaa<br />

de Bondgenooten zyn , wanneer zy aan de eene<br />

«yde nagingen, welke uitwerking zulk eene<br />

geruchtmaakende gebeurtenis by vreemde Moogendheden<br />

moest doen; en dat, aan den anderen<br />

kant, wel ligt door dit voorval de weg tot<br />

bemiddeling der Verdeeldheden, die de Republiek<br />

zoo ongelukkig verfcheurden, en derzei»


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 18$<br />

zeiver ondergang zoo klaarblykelyk dreigden,<br />

hoe langer hoe meer verwyderd en moeijelyk<br />

gemaakt moest worden. Zy baden derhalven<br />

Hun Ed. Groot Moog. om het voorgemelde in<br />

ernftige overweeging te neemen, en alle zulke<br />

maatregelen te beraamen en in 't werk te ftel­<br />

len, dat Haare Koninglyke Hoogheid behoorlyk<br />

herftel van het voorledene mogt ontvangen,<br />

en Hoogstdezelve voor het vervolg bevryd<br />

blyven van ontmoetingen, weiketen eenemaal<br />

onbeftaanbaar zyn, zoo wel met de goede<br />

orde, die ineen L and behoord plaats te bebbjen,<br />

als met de hoogachting, aan Haare Doorluch­<br />

tige Perfoon verkhuldigd. — (*) In den zelf­<br />

den zin, genoegzaam, betuigden de Staaten<br />

van Zeeland hun ongenoegen , over het gedrag<br />

der Gedeputeerden te Velde, ten aanzien der<br />

verhinderde Reize van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid, in twee byzondere Brieven aan den<br />

Prins Erfftadhouder en aan Mevrouw de Prin­<br />

ces ; en daar tegen hun genoegen en goedkeu»<br />

ring , over het gedrag hunner Afgevaardigden<br />

in de Vergaadering der Algemeene Staaten,<br />

door zich tegen de maatregelen, ter verhinde­<br />

ring ten kragtigften te verzetten (f). Zoo<br />

verfchillende waren de gevoelens der Staaten<br />

van de verfcheidene Provintiën, naar de ver­<br />

fchillende grondbeginzelen en begrippen der<br />

Staatsgelleldheid, die zy toegedaan waren.<br />

(•) Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>. Deel, bladz. 87.<br />

(fj Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>. Deel, bladz. g*<br />

Zeet<br />

Zeeland<br />

betuigt zyn<br />

ongenoegen.


1787.<br />

De Koning<br />

van Pruitfeit<br />

tr^Ut<br />

zien de<br />

zaak, zyner<br />

Zuster aai,.<br />

Memorie<br />

van T 111><br />

l E M E Y t a<br />

aan de Skaten<br />

van<br />

Holland.<br />

190 BEKNOPTE HISTORIE DSS<br />

Zeer t.aruurlyk kon men verwagtea , dat<br />

Zyne Majedeu de Koning van tiuisjen zich<br />

de zaak van zyne geliefde Zuster , die zich<br />

door deeze ftremmihg in Haare voorgenoomer.e<br />

Reize, en oogmerken zoo zeer beledigd en<br />

gehoond achtte, ten fterkfte zoude aantrekken :<br />

Ook ontbrak het niet aan Lieden, die voorzagen,<br />

dat die Vorst ai federt eenigen tyd alleenlyk<br />

wagtte naa bekwaame gelegenheid, orrs<br />

zich de zaaken hier te Lande niet welvoeglykheid<br />

te kunnen aantrekken, en deeze dachten<br />

zy, werd door dit voorval aan de hand gegeeven<br />

(*). Het duurde ook niet langer dan tot<br />

den ioden July, d a t je Raadperfionaris eene<br />

Memorie van den Pruisfifchen Gezant, ter tafel<br />

van Hun Ed. Groot Moog. de Staaten van<br />

Holland, bragt, waarin te kennen gegeeveü<br />

werd, -,, dat de Koning niet dan met eene<br />

fterke gevoeligheid , den gepleegden aanval<br />

naby Schoonhoven tegen de Perfoon van Zyne<br />

Koninglyke Zuster, welke de beilzaamfte oogmerken<br />

tot die Reize naa den Hang noopten,<br />

vemoomen hadt. Dat Haare Koninglyke Hoogheid<br />

op haaren weg verhinderd wordende, zich<br />

door Wachten omringd zag; dar men zelfs<br />

Gewapende Lieden in haar Vertrek geplaatst<br />

hadt. Verder werd op uitdrukkelyk bevel van<br />

Zyne Pniisfifche Majefteit door zynen Buitengewoonen<br />

Gezant in die Memorie gezegd^<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Juny 1787. bladz. 1437.<br />

das


ONLUSTEN i» HET VADERLAND. 191<br />

dat hy zich tot Hun Ed. Groot Moog. wendde,<br />

om op de fpóedigfte en fterkfte wyze op eene<br />

uitfteekende voldoening aan te dringen, wegens<br />

die beleediging, en ftrafoeffening te vorderen<br />

over de daaders van dezelve. — Betuigende<br />

voorts, dat hy zich zou haasten , om den Ko-<br />

Ding, zynen Meester, te onderrichten van de<br />

uitwerking, welke de Vertoogen van zynen<br />

Minister in de Souvraine Vergaadering van<br />

Holland zouden gehad hebben; daar by voe­<br />

gende, dat Zyne Majefteit uit den uitftag van<br />

Hun Ed. Groot Moog. beraadflaagingen over<br />

deeze zaak zou afmeeten, welken prys zy op<br />

zyne vriendfehap en genegenheid fielden.<br />

Op dien zelfden dag deed Zyne Pruisjifche<br />

Majefteit door denzelfden Gezant Baron van<br />

THULEMKIJEK. eene Memorie aan de Alge­<br />

meene Staaten ter hand ftellen, waarin hy on<br />

derftelde, dat Hun Hoog Moog. door hunne<br />

wysheid reeds voorzien zouden hebben , met<br />

welke verbaasdheid en groote fmerte Zyne Ma­<br />

jefteit m'jest aangedaan wezen , toen dezelve<br />

vernam , dat de ontworpen Reize van Zyne<br />

Koninglyke Zuster naa den Haag, met de heil-<br />

zaamfte oogmerken ondernoomen , naby de<br />

Stad Schoonhoven , door gewapende lieden i«<br />

belet geworden: Daar nevens te kennen gaf,<br />

dat de Koning van het wys gevoelen der Meer­<br />

derheid dier Vergadering, ten aanzien van dit<br />

onverwagt en verfoeijelyk beftaan (zoo als hy<br />

dat noemde) zoo wei als van de Befluiten daar­<br />

uit<br />

1787;<br />

Memorie<br />

van denzelfden<br />

Gc«<br />

zant aan de<br />

Algemttne<br />

Staaten.


Befluit det<br />

Algemeene<br />

Staaten op<br />

dee/.e Memorie.<br />

Beric'iu v.ni<br />

den Baron<br />

van RUUDS<br />

19* B E K N O P T E H I S T O R I E DER.<br />

uit voortvloeiende, onderricht was, en Hoogst?;-<br />

deszelven genoegen zekerlyk zouden wegdraa-<br />

gen. Voorts, dat Zyne Excellentie op uit-<br />

drukkelyken last van Zyr,e Hruisfifche Majefteit<br />

de Memorie aan de S'.aaten van Holland hadt<br />

ingeleeverd j waar by hy , te gelyk , een Affchrif't<br />

overgaf, en by welke Zyne Maje eii op eene,<br />

openlyke Voldoening zoo wel, als op de ftraf<br />

der Bewerkers van den gepleegden hoon aan­<br />

drong. Eindelyk onder/telde, dat Hun Hoog.<br />

Moog. óngetwyfeld zouden medewerken met<br />

allen dien vuurigen yver , welken Zyn Excel­<br />

lentie in meer dan eene gelegenheid ondervon­<br />

den hadt, Hun Hoog Moog. te bezielen voor<br />

de onderhouding der vriendfehap en goede ge­<br />

neigdheid, welke tot hier toe tusfehen de bei*<br />

de Staaten hebben plaats gehad.<br />

Deeze Memorie Werd door zes Provintiën<br />

overgenoofnen, en te gelyk beflooten om 'er<br />

een affchrift van te zenden aan de Staaten van<br />

Holland, verzeld van eenen Brief tot aandrang.<br />

By de Staaten van Holland zeiven werd door<br />

de Ridderfchap , op de Memorie door den<br />

Pruisfifclien Gezant aan Hoogstdezelven over-<br />

gegeeven , aanftonds voorgefteld , om verzoe~<br />

nmde middelen by de hand te neemen ; doch<br />

de Memorie werd aan de Commisfie van het<br />

groot Befoigne overgegeeven tot onderzoek en<br />

Advies. By Hun Hoog Moog. de Algemeene<br />

Staaten kwamen omtrent" den zei;den tyd twee<br />

Brieven in van hunnen Gezant aan\£erlynjche<br />

Hof,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 195<br />

Hof, den Baron van RHEEDE: In den eerften<br />

berichtte die Gezant, dat het Pruhfifche Hof<br />

zeer getroffen was van de aanhouding der Princes;<br />

en dat aan den gezant THULEMEYER<br />

Jast gegeeven was om daar over Vertoogen te<br />

doen. In den anderen werd gemeld, dat de<br />

Koning voorneemens bleef, om een Leger in<br />

Westphalen te doen byeen trekken; dat het Hof<br />

van Engeland zyn genoegen hadt doen betuigen<br />

aan dat van Pruis/en, over de handtIwyze, die<br />

by hetzelve gehouden werd, om voldoening<br />

wegens het gebeurde met de Princes te bekomen;<br />

en dat Engeland een fmaldeel Oorlogfchepen<br />

in Zee zou biengen (*).<br />

By de Algemeene Staaten werd op den 26^<br />

July met vier Provintiën Gelderland, Zeeland,<br />

Utrecht en Vriesland, op voorflel van de laat-<br />

Ite, beflooten, om aan Zyne .PruisJïfcJie Majefteit<br />

te fchryven, dat Hun Hoog Moog. allen<br />

moogelyken aandrang by de Staaten van Holland<br />

en Westvriesland hadden gedaan, om Hoogstdezelven<br />

te beweegen tot het geeven van de<br />

geëischte voldoening aan Zyne Koninglyke<br />

Majefteit, en alle gevolgen, welke uit hoofde<br />

van het ongunflig of onvoldoende Antwoord van<br />

welgemelde Staaten te wagten waren , voor derzelver<br />

rekening gelaaten hadden (f). De Staaten<br />

van Holland daarentegen beraamden op den 14.^0<br />

Ju'y<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1787. Wadi. 17.58 — 17^0.<br />

ft; Ibid. July 1787. fajadz. iS,;6. bladz. (363, 1863.<br />

• N<br />

1787.<br />

Antwoord<br />

der AlgemeeneStadiën<br />

aan der]<br />

Koning van<br />

Pruïsfeit,<br />

Antwoord<br />

der Staaten<br />

van HoVmid


1787.<br />

aan den<br />

Gezant<br />

7 H V L E-<br />

Bïït R.<br />

104 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

July een zeer beleefd Antwoord op de Memorie<br />

van den Gezant des Konings van Pruis/en, behelzende<br />

de redenen, waarom Kun Ed. Groot<br />

Moog. de Reize van Haare Koninglyke Hoogheid<br />

in die omflandigheden, welke toen plaats<br />

hadden, als fchroomelyk befchouwd hadden;<br />

welk Antwoord aan den gemelden Gezant werd<br />

ter hand gefteld, en daarvan een Affehrift naa<br />

het Hof van Vrarikryk gezonden. In dit Antwoord<br />

werdt aan den Pruvfifchen Gezant toegevoegd:<br />

Dat Hun Ed. Groot Moog te veel<br />

achting hadden voor zyne Pniisfifche Majefteit<br />

en Hoogstderzelver Doorluchtig Huis, dan<br />

dat zy zouden kunnen dulden, dat eenig At.<br />

lentaat tegen de Perfoon van Zyne Majefteits<br />

Zuster, Mevrouw de Princes van Oranje en<br />

PJasfau hier te Lande zou begaan worden:<br />

Doch dat Hun Ed. Groot Moog. ook niet konden<br />

twyfelen, of Zyne Pniisfifche Majefteit<br />

zou voor hun ook wel dezelfde Achting willen<br />

plaats geeven, die Souvraine Moogendheden<br />

aan elkanderen verfcboldigd zyn; en van Zyne<br />

Majefteits billyke denkwyze niet kunnen vervvagten,<br />

dat Hoogstdezelve de verrichtingen<br />

van Hun Ed. Groot Moog. welke verrichtingen<br />

niet anders dan de bewaking der rust van<br />

des Lands Ingezeetenen, en het welzyn van het<br />

Land tot oogmerk hebben , zoude befchouwen<br />

als Alttntaaten, tegen welgedachte Haare Koninglyke<br />

Hoogheid ecniglyk en alleen , om<br />

dat Haare Hoogheid in dit geval betrokken geweest


ÖNLUSTEN IN HET VADERLAND, rpj<br />

weest was; dat Hun Ed. Groot Moog. wel ge- 1787.<br />

wenscht hadden s dat Zyne Pniisfifche Majefteit<br />

door eene echte opgave der orrïftandigheden<br />

van het geval volledig was onderricht geworden;<br />

wanneer, zoo zy niet twyfelden, de<br />

Memorie van den Hr. THULEMEYER zoude<br />

voorgekoomen geweest zyn ; dat toch Hun<br />

Ed. Groot Moog. van Zyne Pniisfifche Majefteits<br />

verhevene cienkwyze niet konden verwagten<br />

, dat Hoogstdezelve Haare Koninglyke<br />

Hoogheid boven den Souvrain zoude willen<br />

verheffen, en op dien grond alle belemmering,<br />

die Haare Hoogheid in Haare Reize naa.'s Hage<br />

zoude mogen ontmoeten, welke belangen van<br />

den Staat daar tegen ook mogten ftryden, als<br />

een Attentaat tegen Haare Perfoon, of als eene<br />

beleediging, zou gelieven aan te zien.<br />

Dat ondertusfchen Hun Ed. Groot Moog.<br />

geen zwaarigheid maakten , om openlyk te<br />

verklaaren, dat dezelve gebeurtenis Hen ook<br />

ten fterkften hadt getroffen, en dat zy niets<br />

yveriger wenschten, dan dat dezelve hadde<br />

kunnen voorgekoomen worden; dat daartoe,<br />

meer dan waarfchynelyk, ook gelegenheid zóu<br />

geweest zyn, indien Haare Koninglyke Hoogheid,<br />

in plaats van op het onverwagtst, na een<br />

afweezen van byna twee Jaaren, het Grondgebied<br />

van deeze Provintie weder in te treeden,<br />

van Haar verlangen om naa de Oranje Zaal te.<br />

komen, en van de oogmerken, door Haar daar<br />

mede bedoeld, Hun Ed. Groot Moog. op eene!<br />

N a ge-


*787-<br />

156 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

gevoeglyke wyze, vooraf hadtgewaarfchouwd';'<br />

naardien Piun Ed. Groot Moog. dan in de mogelykheid<br />

geweest zouden zyn, om niet alleen<br />

dat een en ander vooraf te beoordeelen, maar*<br />

ook aan de Princes de bedenkingen voor te<br />

Rellen, die daar over by Hen natuurlyk moesten<br />

ontflaan : Immers dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

in dat geval, aan Hiare Koninglyke Hoogheid 1<br />

!<br />

zouden hebben kunnen en moeten herinneren s<br />

op wat wyze de Heer Prins Erffladhouder reeds 1<br />

in de maand September van 'c Jaar 1785. met<br />

zyn Huis en Eamielie deeze Provintie verlaaten<br />

hadt; zyn geopenbaard misnoegen<br />

tegen den Souvrain van Holland, gepaard met<br />

verfcheidene Rappen, zigtbaar ingericht om<br />

deeze Provintie de uitwerkfelen van dat ongenoegen<br />

gevoelig te doen ondervinden, en<br />

daartoe zelfs alle de magt der Republiek, die<br />

onder zyn bereik was, te gebruiken; — den<br />

inhoud van de Verklaaring, die zoo veel indruk<br />

gemaakt heeft , door den Prins op den<br />

2ö f t < ; 1 1 May uitgegeeven, in de welke alle<br />

denkbeelden van erkentenis eener onafhangelyke<br />

Oppermagt, in deeze Provintie worden<br />

ter zyde gefteld, en waar door ade betrekking<br />

tusfehen tlun Ed. Groot Moog. en hunnen tegenwoordigen<br />

Stadhouder geheel onzeker en<br />

dobberende was geworden; — eindelyk de<br />

verregaande Verdeeldheid in de gemoederen<br />

der Natie, waarvan het voornaamfte en aanzienlykfte<br />

gedeelte , by het inroepen haarer<br />

Vry-


ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 197<br />

Vryheid, door de veruitziende bedoelingen<br />

van den Hr. Stadhouder, ten hoogRen tegen<br />

jdenzelven werd ingenoonjen; terwyl een ander<br />

gedeelte een tegen gefteld gevoelen omhelst,<br />

en het musicid en onzinnig Gemeen, onder<br />

hetzelve, hier en daar den naam van ORANJE<br />

op de fchandelykfte wyze misbruikte, tot een<br />

Leuze, of Teken om daar onder, de fchroomelykfte<br />

tooneelen van Oproer en verwoesting<br />

aan te rechten; dac, behalven deeze, zoo belangryke<br />

en op de rust deezer Provintie zoo<br />

veel invloed hebbende, overweegingen, ook<br />

nog aan Haare Koninglyke Hoogheid, met betrekking<br />

tot het oogmerk Haarer komfte in den<br />

Haag, zou hebben kunnen onder het oog gebragt<br />

worden, dat, voor zoo verre daar mede<br />

bedoeld mogt worden,om door Haare tusfehenkomst<br />

de gereezene Gefchillen uit den weg te<br />

ruimen , dit oogmerk, hoe lofwaardig ook in zyne<br />

algemeene beginfelen , echter nooit de voorgeftelde<br />

vrugt zou hebben kunnen voortbrengen,<br />

aangezien het gebrek der nodige Onzydigheid,<br />

het welk, na al het gebeurde kenn.e.<br />

Jyk door de geheele Natie in Haare Koning'<br />

]yke Hoogheid moest onderfteld worden, by<br />

de Princes het eerfte vercischte in eene Middelaaresfe<br />

zou doen ontbreeken; terwyl de beoogde<br />

onderhandelingen ten minften nimmer<br />

plaats konden hebben, zoo lang de Prins Erfftadhouder<br />

by zyne denkwyze, tegen den Souvrain<br />

der Provintie getoond , mogt volharden.<br />

N 3 Dat<br />

1787.


198 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Dat Hun Ed. Groot Moog. niet zouden hebben<br />

kunnen nalaaten, uit aile deeze bedenkingen<br />

af te leiden, eensdeels, de onmoogelykheid<br />

om de komst van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid in deeze Provintie te doen dienen,<br />

tot bereiking Haarer rustlievende oogmerken;<br />

en anderdeels, dat, gelyk het oogmerk dier<br />

komst daar door ongelukkig verviel, de gemelde<br />

komst zelve tot bevordering van de<br />

rust in deeze Provintie, voor als nog, best<br />

zoude zyn uitgeReld geweest ; zoo om de<br />

nieuwe beroering, die dezelve in de verfchillend<br />

denkende gemoederen kon verwekken ,<br />

als wegens de aanleiding, die meer dan waarfchynelyk<br />

(het welk de ondervinding in meer<br />

dan eene Provintie, alwaar juist op dien dag<br />

de vreeslykfle oproeren , plunderingen en mishandelingen<br />

zyn aangerecht (&), maar al te<br />

ongelukkig bevestigde) daar uit by een doldriftig<br />

Gemeen ontleend zouden geweest zyn ,<br />

onder den fchyn van Vreugdebedry ven , en in<br />

den fchuldigen waan van daar mede het Huis<br />

van ORANJE te vereeren, die, by hen fmeulende<br />

en nog fchandelyk aangeflookt wordende,<br />

begeerte tot oproer en beweeging den<br />

ruimen teugel te vieren, en zich in veelerlei<br />

buitenfpoorigheden, ten nadeele van den Lande<br />

en van de beste Ingezeetenen, te buiten te<br />

gaan. Dat<br />

(*) Staaltjes daar van zyn nier voor, in 't begin van dit<br />

JWe Hoofdft. bladz. 102. en volgende, bygebragt.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 199<br />

Dat Hun Ed. Groot Moog gei ustelyk vertrouwden,<br />

dat deeze Aanmerkingen, gepaard<br />

met dien aandrang, welken het gewigt der<br />

zaaken vorderde, door Hen onder het oog van<br />

Haare Koninglyke Hoogheid gebragt zynde,<br />

Hoogstdezelve gereedelyk zouden overtuigd<br />

hebben, hoe raadzaam en gevoeglyk het was,<br />

om Haare voorgeftelde komst naa den Haag<br />

uit te ftellen, en dus niet alleen met Hun Ed.<br />

Groot Moog. mede te werken, tot bevordering<br />

van 's Lands rust en weizyn; maar ook voor te<br />

koomen , dat Haare heilzaame en vredelievende<br />

bedoelingen, tegen Haar oogmerk aan, niet<br />

misbruikt wierden, om ze tot een verkeerd<br />

voorwend fel van Oproeren en Plunderingen te<br />

doen dienen; een vertrouwen , dat te levendiger<br />

by Hun Ed. Groot Moog. plaats vond,<br />

naar maate Zy zich meer overreed wilden houden,<br />

dat Haare Koninglyke Hoogheid volkoomen<br />

bereid zoude geweest zyn om Haare, nu<br />

verklaarde, gevoelens;, door daaden te bewyzen.<br />

Dat, ondertusfchen de onverwagte komst<br />

van Haare Koninglyke Hoogheid naa den Haag.<br />

welke niemand vermoeden kon, aan Hun Ed.<br />

Groot Moog. alle gelegenheid hadt afgefneeden,<br />

om hunne voorfz. bedenkingen aan welgedachte<br />

Princes te doen voorhouden; en dat<br />

hier aan de oorzaak van de gebeurtenis moest<br />

worden toegefchreeven, by de Memorie van<br />

den Hr. buitengewoon Gezant bedoeld, en die<br />

N 4 zog<br />

1787.


1787.<br />

200 B E K N O P T E H I S T O R I E DE*<br />

zoo wel by Hun Ed. Groot Moog. ais by Zyne<br />

Majefteit den Koning van Pi uisjnti, eene groote<br />

gevoeligheid verwekt hadt Dat toch zodanig<br />

beletfel in de voortzetting der Reize als plaats<br />

gehad heeft, geenzins vreemd moest voorkoo-<br />

men; naardien de Heeren Gecommitteerden<br />

tot het Defenfiewezen deezer Provintie , eenen<br />

algerneenen last gegeeven hadden, om alle<br />

Perfoonen aan te houden, en te ondervraagen;<br />

en zoo 'er iemand doorreizen mogt , wiens<br />

komst in de Piovintie voor derzelver mst na-<br />

deelig zou kunnen zyn, denzelven, zonder<br />

aanzien van Perfoon, op te houden en zoolang<br />

te bewaaren , tot dat by Heeren Gecommit­<br />

teerde Raaden nadere orders gegeeven zouden<br />

.zyn; en dat Mevrouw de Princes van ORANJE,<br />

op welker komst in geenen deele gedacht was,<br />

ingevolge van dat algemeen bevel in haare<br />

Reize was opgehouden; gelyk het ook even<br />

weinig vreemd kan voorkoomen, dat de ge­<br />

melde Heeren Gecommitteerden, fpoedig van<br />

die ophouding onderricht, zwaarigheid gemaakt<br />

hebben om de voortzetting van die Reize Haa­<br />

rer Koninglyke Hoogheid by provifie te laaten<br />

plaats hebben ; vooral daar die Heeren Gecom­<br />

mitteerden, uit de bekende gefteldheid van<br />

zaaken en uit de beweegiug, die de komst van<br />

gemelde Princes reeds begonnen hadt te maa­<br />

ken , genoeg konden opmaaken, hoe zeer uit<br />

deeze komfte aanleiding zoude genoomen wor­<br />

den tot zodanige verftoonng der algemeene<br />

rust,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 201<br />

lust, als hier voor reeds is aangeftipt; en zy<br />

derhalven, daar het bedekte van dusdanige<br />

Reize en derzelver zorgvuldige geheimhouding,<br />

ten minden voor Hun Ed. Groot Moog. het<br />

moogelyk uitwerkfel daarvan bedenkelyker<br />

maakte, niet gezegd kunnen worden de paa'en<br />

eener noodzaakelyke voorzigtigheid te buiten<br />

gegaan te zyn, wanneer zy, om de nadeelige<br />

gevolgen , die vry zeker te wagten waren , niet<br />

voor hunne rekening te hebben, Haare Koning,<br />

lyke Hoogheid hebben overreed om haare Rei­<br />

ze te flaaken, tot dat zy orders van Hun Ed.<br />

Groot Moog. zouden bekoomen hebben, en<br />

'er tyd geweest r,o\x zyn, om voor de open­<br />

baare rust te zorgen.<br />

Dat dit alles, zco ver Hun Ed. Groot Moog.<br />

onderricht waren, zich op eene zeer betaame­<br />

lyke wyze heeft toegedraagen, zodanig zelfs,<br />

dat eenige van gemelde Heeren Gecommitteer­<br />

den zelve Haare Koninglyke Hoogheid op<br />

Haare begeerte , en ter beveiliging van Haare<br />

Perfoon, met een geleide van Ruiters naa<br />

Schoonhoven verzeld hebben ; dat mede Haare<br />

Hoogheid aldaar zynde aangekoomen , en iets<br />

langer dan eenen dag vertoefd hebbende, na<br />

het verneemen van Hun Ed. Groot Moog.<br />

voorloopige beraadflaaging over deeze zaak,<br />

goedgevonden hadt, weder naa Nymegen terug<br />

te keeren, waarin Hoogstdezelve, ten bewyze<br />

dat men Haai niets van llaare Vryheid benoo-<br />

N 5 men<br />

1787..


1787.<br />

soa BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />

men hadt, geene verhindering, hoe genaamd,<br />

ontmoet hadt: Terwyl ook aan Hun Ed. Groot<br />

Moog. noch uit den Brief van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid, noch van elders, eenige klagten<br />

zyn voorgekoomen , dat zy over het gedrag,<br />

door gemelde Heeren Gecommitteerden<br />

ten aanzien van Haare Koninglyke Hoogheid<br />

gehouden, het zy over iets, dat naar eene onberaamelyke<br />

of beledigende behandeling of<br />

gebrek aan behoorlyke achting voor Haare<br />

Doorluchtige Perfoon, in het allerminst zoude<br />

zweemen, waar door Hun Ed. Groot Moog.<br />

zich eenigzins bevoegd of gerechtigd zouden<br />

kunnen reekenen , om tegen de meergemelde<br />

Heeren Hunne Gecommitteerden, welker ftap<br />

meer dan waarfchynelyk een oploop voorgekoomen<br />

heeft, eenige flraf of berisping te befluiten.<br />

Dat Hun Ed. Groot Moog. billyk vertrouwden,<br />

dat Zyne Pruisfifche Majefteit dit verhaal<br />

van zaaken ontvangende, zich wel zoude willen<br />

overtuigd houden, dat Hoogstdezelven,<br />

met betrekking tot het geval, in de Memorie<br />

van den Hr. Extra-Ord. Gezant VAN TH tril<br />

EYER bedoeld, te vooren niet met de vereischte<br />

onzydigheid is onderricht geweest. En<br />

dat de Hr. VAN THULEMEYER verder nog<br />

verzocht wordt, Zyne Majefteit den Koning<br />

van Pruisfen te verzekeren, dat Hun Ed. Groot<br />

Moog. de vriendfchap van Zyne Majefteit ten<br />

hoog-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 203<br />

hoogften waardeerende, daarvan by alle gele-<br />

genheden de ontwyfclbaarfte bewyzen wensen-<br />

ten te geeven , en ook byzonder van hunne<br />

Hoogachting en oplettendheid voor de Perfoon<br />

van Haare Koninglyke Hoogheid Mevrouw de<br />

de Prinfes van ORANJE en NASSAU; maar<br />

dat Hun Ed. Groot Moog. ook teffens van dq<br />

billykheid van Zyne Majefteit mcenen te lam­<br />

pen verwagten, dat Hoogstdezelve nimmer van<br />

Hun zal vergen , dat zy eenigzins verzuimen<br />

zouden, alle zodanige maatregelen te neemen,<br />

yvaar toe elk Souvrain, tot bewaaring der rust<br />

en welvaart van de Ingezeetenen , aan zyne<br />

zorge toevertrouwd, onvermydelyk gehouden<br />

en verpligt is. Dat Kun Ed. Groot Moog.<br />

eindelyk Zyne Pruisfifche Majefteit verzeker-<br />

den, in hunne verdere beraadflaagingen over<br />

deeze zaak, door geene andere beweegredenen ,<br />

dan die het voorfz. heilzaam oogmerk bedoe­<br />

len, te zullen bewoogen worden (*)•<br />

Doch alle deeze redenen vonden geenen in­<br />

gang aan het Pruisfifche Hof; zy fcheenen, in<br />

plaats van des Konings gramfchap geftild, de<br />

zelve meer ontftooken te hebben : de Baron<br />

van RHEEDE, Gezant der Staaten aan 't Hof<br />

van Berlyn gaf daar van kennis door twee Brie­<br />

ven, eenen aan de Algemeene Staaten en ee­<br />

nen aan de Staaten van Holland , hoofdzaake-<br />

ïyk behelzende: „ Dat Zyne Pruisfifche Maje­<br />

fteit<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 178/-. HaiU. 1663,-1777.<br />

I787.<br />

Wat uitwerking<br />

d<br />

Antwoord<br />

had:.


J<br />

7 8<br />

?-<br />

tip völdoi<br />

aing in et :<br />

tweede M<br />

worie.<br />

204 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Reit over het antwoord der Staaten van Hol*<br />

land zeer Rerk was ontRooken geworden, en<br />

een befluit genoomen hadt , om zich zeiven<br />

de geëischte, maar de geweigerde voldoening<br />

door kragtdaadige middelen te bezorgen ; en<br />

dat tot dap einde zyne Troupen, reeds eenige<br />

dagen geleeden , uit Maagdenburg in aantogt<br />

waren om zich met die in Westphalen te vereenigen<br />

, dat ze gezaamentlyk verder zouden<br />

pptrekken, en binnen weinige eerstkoomende<br />

dagen ter plaatfe hunner beftemroing zouden<br />

zyn". Ook bragt de Heer Raadpenfionaris van<br />

Holland ter tafel van Hun Ed. Groot Moog.<br />

in, dat de Baron van T H U L E M E I J E R hem<br />

gezegd hadt, ,, dat Zyne Pruififche Majefteit<br />

over het Antwoord der Staaten van Holland<br />

gantsch niet voldaan was , en op voldoening<br />

bleef aandringen ; dat Hy Gezant derhalven<br />

eerstdaags eene tweede Memorie over die zaak<br />

by gemelde Staaten zoude inleeveren (*)c Dit<br />

gebeurde op den 6 Je<br />

" Augustus. In deeze Me-<br />

* morie worden de redenen , door de Staaten<br />

" van Holland in hun Antwoord bygebragt, we.<br />

derlegd; het gebeurde met de Prinfes in het<br />

zelfde haatelyke licht befchouwd , als in de<br />

eerfte Memorie; eindelyk verklaard , dat cje<br />

beledigende handelwyze, Haare Koninglyke<br />

Hoogheid aangedaan, eenen diepen indruk op<br />

den geest des Konings gemaakt hadt ; dat<br />

Zy-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1787. bladz, 1862 en 1869,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, ao*<br />

Zyne Majefteit dezelve befchouwde , als aan<br />

Hem zeiven gedaan ; en dat de Gezant op uitdrukkelyken<br />

last van dien Vorst van nieuws eene<br />

fpoedige , met de beleediging evenredige<br />

voldoening van Hun Ed. Groot Moog. eischte.<br />

Daarenboven was dezelve gelast, Hen niet<br />

onkundig te laaten, dat Zyne Majefteit onveranderlyk<br />

Op deeze Voldoening zou blyven»<br />

ftaan, en zich niet vergenoegen met een onderzoek<br />

van enkele da'aden , onbepaalde uitvlugten<br />

of verdere verfchoonïngen(*). — Overeenkomftig<br />

met den inhoud van deeze Memorie<br />

was in 't laatfte van de voorige maand July»<br />

aan den Hollandfchen Staatsdienaar aan 't Berlynfche<br />

Hof, den Baron van RHEDE, door den<br />

Grave van FINKENSTEIN, verklaard: ,, Dat<br />

de Koning Zi>n Meester zich genoodzaakt zag,<br />

wegens de onrechtmaatige handelwyze der Provintiën<br />

Holland, Groningen en Overysfil, tegen<br />

zyne, zoo nabeftaande bloedvrienden , den Erfftadhouder<br />

en Zyne Gemalin, Troepen te laa


1772.<br />

Hier van<br />

kennis p,egeeven<br />

san<br />


ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 207<br />

Onaangezien dit alles , bleeven de Staaten<br />

Van Holland by hunne weigering van voldoening<br />

en ftrafling van die geenen, welke in de<br />

verhindering der Reize van Haare Koninglyke<br />

Hoogheid meer of min deel gehad hadden. Zy<br />

oordeelden aan de waardigheid van hunne Opperfce<br />

Magt te zullen te kort doen, indien zy<br />

zich verantwoordelyk Relden by eene vreemde<br />

Moogendheid, over hun gedrag omtrent de<br />

Gemalin van den Eerften Staatsdienaar gehouden<br />

, welker komst binnen de Provintie zy onbeftaanbaar<br />

oordeelden met het algemeen belang,<br />

de rust en de goede orde; waar van de<br />

beöordeeling, de veiligheid en handhaaving aan<br />

Hunne Doorluchtige Vergaadering in de eerfte<br />

plaats was aanbevoolen en toevertrouwd(*)»<br />

De Franfche Gezant gaf op den i8 de<br />

» July<br />

eene Memorie over aan de Algemeene Staaten,<br />

waarin hy te kennen gaf, dat de Koning Zyn<br />

Meester geneegen was om de Bemiddeling,<br />

die Holland voorgeflaagen en aan Zyne Majefteit<br />

verzocht hadt , aanteneemen ; dat Zyne<br />

Majefteit van oordeel was, dat het oogenblik<br />

daar was om dat oogmerk te bereiken; en dat<br />

de fpóedigfte en kragtigfte . maatregelen , die<br />

Hun Hoog. Moog. konden neemen , waren ,<br />

van<br />

Ik kan my hier nier onthouden aan te nierken, hoe vreemd<br />

my de uitdrukking voortkomt van oproerige Staaten, even<br />

ais of die Souvrain nog eenen Sonvrain boven zieh hadt,<br />

ttgen wien hy oproerig was.<br />

Beroerd Nederland, VIL Deel, biadz. 114.<br />

1787.<br />

De Straten<br />

van Holland<br />

blyven by<br />

Hunne weigering.<br />

Vrankryk<br />

neemt de<br />

Bemiddeling<br />

aan.


1787.<br />

De Gezant<br />

geeft daar<br />

van kennis<br />

aan de Staa.<br />

ten van Holland.<br />

208 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />

van toen af aan de vyandlyke maatregelen,<br />

waar aan men zich in verfcheidene Provintiën<br />

overgaf, te Ruiten; dat Hun Hoog Moog dus<br />

eenen Burgérlyken Oorlog zouden voorkoomen,<br />

en het goed gevolg der bevrediging gemakkelyk<br />

maaken om uittewerken. •<br />

Terzelfder tyd gaf de gemelde Hr. Gezant door<br />

eenen Brief aan de Staaten van Holland kennis,<br />

dat de Koning zyn Meester, de verzochte Bemiddeling<br />

hadt aangenoomen; en dat Zyne Aller-Chrislelyke<br />

Majefteit een Vertoog aan het<br />

Hof van Berlyn gezonden hadt, te kennen geevende,<br />

dat Mevrouw de Prinfes van ORANJE<br />

thans by geene moogelykheid op het Grondgebied<br />

van Holland kon geduld worden; en indien<br />

die Provintie , onverhoopt mogt overvallen<br />

worden, zich ten hoogften daar aan zou laaten<br />

geleegen liggen, en zulks met alle Zyne magt<br />

zou tegen gaan en dezelve befcherrnen. Hier<br />

uit blykt , dat aan Holland wel degelyk een<br />

wenk gegeeven is van buitenlandfche hulpe te<br />

kunnen verwagten, en dat de geenen, die de<br />

poogingen der Hoilandfche Staaten onderfteunden<br />

, zich niet zonder grond daar mede gevleid<br />

hebben, en daar naar te werk gegaan zyn.<br />

Dat nu de hulpe, toen het noodig was, niet<br />

gekoomen is, moet waarfchynelyk- aan de onmigt,<br />

waar in Vrankryk toen was , worden toe.<br />

gefchreeven; dewyl niet lang daar na de Koning<br />

genoodzaakt geweest is, om de uitgeputte<br />

Geldmiddelen te herftellen; de Algemeene<br />

Staa.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 200<br />

Staaten van Zyn Ryk faamen te roepen; terwyl<br />

de goede wil omtrent de Hollanders daaruit<br />

gebleeken is , dat de Uitgeweekeneu in<br />

•Vrankrjk mee opene armen ontvangen werden,<br />

en hun Jaargelden werden toegelegd. De tweede<br />

Brief der Algemeene Staaten , waarmede<br />

zy de Sraaten van Holland wederom aanfpoorden<br />

om toch alies, met opzigt tot het voorgevallene<br />

met de Priufes , te heritellen, werd by<br />

Hun Ed. Groot Moog. voor bekendmaaking<br />

aangenoómen (*).<br />

Kort daar op den 5 llc<br />

" Sept. werd door den<br />

Pruïfifchen Gezant, Baron van 'i H U L E M EI-<br />

J E R eene Memorie aan de Algemeene Staaten<br />

ingeleeverd; waar by die Gezant aan Hun Hoog<br />

Moog. het genoegen betuigde , met net welke de<br />

Koning zyn Meester vernoomen hadt, dat verfcheidene<br />

Provintiën begeerig waren , byzonder-<br />

Iyk die van Gelderlander) Utrecht,om Zyne Majefteit<br />

te voegen by de Moogendheden , welke<br />

de Vrienden van de Republiek zyn , als waren<br />

de Hoven van Verfailles en London , tot het<br />

doen bedaaren van de binnenlandfche onlusten,<br />

en het voorkoomen der gevaarlyke gevolgen*<br />

die uit dezelven konden ontftarm. Hy Remde<br />

daarin volkoomen toe en betuigde, dat LJy met<br />

alle bereidwilligheid de noodiging daartoe zou<br />

aanneemen (t> Dien zelfden dag kwam 'er<br />

1<br />

ö<br />

173^<br />

Tnnr.fr.<br />

MEIJER leevert<br />

een Mé.<br />

morie in<br />

aan de Algemeene<br />

Staaten»<br />

De Afgövaardi<br />

;iten<br />

een van Atnfiei'<br />

daM, ,liel-<br />

ffi Nieuws Ned-er!. Jaatt. tuly 17C7. bladz ISOÜ—'.802, len eene<br />

Bciendln^<br />

tt) ibid. September 1787- bladz. 44B4. •


1787.<br />

voor aan dea<br />

Koning van<br />

Pruis/en.<br />

Antwoord<br />

aan den Koning<br />

van<br />

Pruisfin,<br />

üio B E K N O P T E H I S T O R I E DE*<br />

een Affchrift van die Memorie ter tafel van de<br />

Vergadering der Staaten van Holland; by wel­<br />

ke gelegenheid door de Afgevaardigden van /lm.<br />

Jierdam werd voorgefteld, om twee Heeren naa<br />

Berlyn te zenden om aan Zyne Pruisfifche Ma­<br />

jefteit een juist bericht te geeven van de ge­<br />

beurtenis der aanhouding van Haare Koningly­<br />

ke Hoogheid (*_). Tot dit voorftel neigden<br />

ook de Steden Haarlem en Delft; maar Dord-<br />

recht bragt een ontwerp van Antwoord aan den<br />

Koning van Pruisfen ter tafel, het welk op den<br />

8fteis September met 10 Hemmen beflooten werd.<br />

In dit Antwoord gaven Hun Ed. Groot Moog.<br />

te kennen, dat dezelven de eerfte Memorie<br />

van den Heer van T H U L E M E I J E R in die<br />

zekere verwagting hadden beantwoord , dat<br />

Hoogst dezelve verlicht zynde omtrent de ge­<br />

beurtenisfen , betrekkelyk tot de Reize van<br />

Mevrouw de Prinfes van ORANJE, Hun Ed.<br />

Groot Moog. niet langer zoude verdenken van<br />

voorneemens, die zy nooit gehad hadden, en<br />

die zy zich verpligt achteden op de plegtigfte<br />

wyze tegen te fpreeken; dat Zyne Pruisfifche<br />

Majefteit dan ook in het gedrag van Hun Ed.<br />

Groot Moog. niet anders zou vinden, dan het<br />

aanwenden van zodanige voorzorgen, als naar<br />

hunne gedachten door de omftandigheden nood-<br />

zaakelyk gemaakt waren ; en die Hun Ed. GrooE<br />

Moog. meenden , dat ieder Souvrain zou ge-<br />

(*) Nieuwe Neder!. Jaarb, Seft, J787, blajja, 4475.<br />

noo«


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, stt<br />

noomen hebben, en verpligt zou geweest zyn<br />

te neemen in gelyke cmfiandigheden. Datllun<br />

Ed. Groot Moog. de zaak nu op 't nieuw met<br />

alle nauwkeurigheid onderzocht hebbende ,<br />

zich verpligt vonden by hunne gedachten te<br />

volharden , dat 'er geen aanflag altoos tegen<br />

de Perfoon van Mevrouw de Prinfes van OR A N-<br />

JE bedreeven was; zoo als Zyne Pruifijche Majefteit<br />

op de klaarfte wyze zou blyken uit het<br />

verhaal van het gebeurde, door de Commisfie<br />

van Hun Ed. Groot Moog. te Woerden tot verdeediging<br />

deezer Provincie aangefteld, op uitdrukkeiyken<br />

last van Hun Ed. Groot Moog.<br />

daar van gegeeven ; welk verhaal , benevens<br />

een Brief van Burgemeesteren en Vroedfchap<br />

der Stad Schoonhoven, over het zelfde onderwerp<br />

, zy de eer hadden daar by te voegen. —<br />

Dat hier uit dan ook blyken zou , dat men de<br />

eerbewyzingen, die van wegen de voornoemde<br />

Commisfie aan Haare Koninglyke Hoogheid gedaan<br />

zyn, onder een verkeerde gedaante moet<br />

hebben voorgefteld. Dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

ook niet in hunne gedachten kunnen gehad hebben,<br />

Haare Koninglyke Hoogheid van fiinkfche<br />

oogmerken te verdenken , of da oprechtheid<br />

haarer beweegredenen te wantrouwen, ten opzigte<br />

van haar voorneemen om naa 's Rage te<br />

vertrekken; en dat dus hier in geene de minfte<br />

belediging aan de zyde van Hun Ed. Groot<br />

Moog. geleegen is. — Dat, gelyk de Prinfes<br />

niet kon inftaan voor de gisting van het blinde<br />

O a Ge.<br />

178?.


1787'<br />

212 BEKNOPTE HISTORIE DEI*<br />

Gemeen, of van eene misleidde menigte, Hnfl<br />

Ed. Groot Moog. Gecommitteerden zich in de<br />

noodzaakelykheid gevonden hebben van voor<br />

te koomen eene uitbarfting, die zy verzekerd<br />

waren, dat veroorzaakt zoude worden door eene<br />

fchielyke , onverwagte en geheime aankomst<br />

van Haare Koninglyke Hoogheid,en welke<br />

tooneelen van moord en verwarring zouden<br />

hebben kunnen doen ontftaan, die het hart van<br />

Haare Koninglyke Hoogheid op de gevoeligfte<br />

wyze zouden hebben moeten treffen , door<br />

Haar daar van getuige te doen zyn ; en welke<br />

zy dan door geene moogelykheid zouden hebben<br />

kunnen beletten.<br />

Dat , verder , indien de Prinfes — de voorzorge,<br />

zoo als natuurlyk was, genoomen hadt,<br />

om Hun Ed. Groot Moog. van faaare voorneemens<br />

te waarfchouwen, Hoogstdezelven de gelegenheid<br />

gehad zouden hebben , om de bedenkelykheden<br />

, zoo tot de tydsomftandigheden,<br />

als tot de bekwaamftc middelen om de<br />

rusc te bewaaren,aan Haare Koninglyke Hoogheid<br />

onder het oog te brengen. Dat deeze gevoelens<br />

en gezindheden van Hun Ed. Groot<br />

Moog. nog dezelfde waren, en dus getuigen<br />

konden van het leedwezen van Hoogstdezelven<br />

over de noodzaakelyk , waarin Mevrouw de<br />

Prinfes geweest was, van Haare Reize te ftaaken.<br />

— Dat Kun Ed Groot Moog. Zyne Majefteit<br />

verzekerden, indien Mevrouw de Prinfes<br />

van ORANJE nog voorneemens mogte zyn<br />

de


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2T3<br />

de Reize naa 'sHage te ondernecmen , Hun Ed. I787.<br />

Groot Moog. Haare Koninglyke Hoogheid met<br />

genoegen zouden uitnoodigen, die Reize werkftellig<br />

te maaken, zoo dra de algemeene rust<br />

de onderneeming daar van zonder gevaar zou<br />

toelaaten ; — maar dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

boven alles verlangden, dat Haare Koninglyke<br />

Hoogheid haare Reize uitftelde tot dat de<br />

rust verzekerd konde zyn. Dat Hun Ed.<br />

Groot Moog. zich vleiden dat deeze Ontvouwing<br />

Zyne truififche Majefleit.vol genoegen<br />

zoude geeven ; enz. (*).<br />

Het was 'er verre van daan, dat dit Antwoord<br />

aan Zyne Pruisfifche Majefteit zou voldaan hebben.<br />

Nog dien zelfden avond zond de Heer<br />

van T H U L E MEIJER ten n uuren een Briefje<br />

aan den Raad - Penfionaris van Holland, dat de.<br />

Vergadering der Staaten niet langer dan tot den<br />

volgende dag kon uitgefteld worden; dat hy op<br />

nieuw met de dringendfte orders van den Koning,<br />

zyn Meester was gelast geworden, om<br />

op 't nieuw en ten ïllerfterkften van Hun Ed.<br />

Groot Moog. de Staaten van Holland te eisfehen ,<br />

de beleediging , aan de Doorluchtige Zuster<br />

van den Monarch aangedaan, te herftellen, de<br />

beledigers te doen ftraffen enz,; en om binnen<br />

14 dagen tyds hun befluit bekend te maaken ; benevens<br />

de Voldoening, die zy zullen aanneenien<br />

te geeven, op eene wyze, evenredig aan-<br />


2 14 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

I787. C e amgedaane beieediging: ook ontveinsde hy<br />

Kort danr<br />

op eene y<br />

JVo.'a met de<br />

Eisfchen \<br />

des Konings<br />

van Pruis t<br />

/«»• c<br />

1 iet, dat het Befluit, welk Hun Ed. Groot Moog.<br />

a an hem Minister hadden laaten ter hand Rel-<br />

1 :n tot een Antwoord op zyne Memorie van<br />

c en 6^"- Aug. op geenerlye wyze aan de ver-<br />

T cagting van Zijne Majefteit voldeed.<br />

Ten half twee uuren in den nacht zond die<br />

elfde Gezant aan den Raad-Penfionaris eene<br />

/onrdelyke Aanteekening van de eisfchen, die<br />

e Koning aan de Staaten deed , en hier op ne-<br />

kwamen : „ De Koning verwagt, dat Hun<br />

I ld. Groot Moog. eenen Brief aan Haare Ko.<br />

I inglyke Hoogheid zullen fchryven, en dat zy<br />

i en inhoud daar van , voor dien te verzenden,<br />

C an 's Konings. Minister zuilen laaten zien; welke<br />

I hief behelzen moest,dat men gedwaald heeft,<br />

i oor te onderftellen, dat die Princes eenige<br />

c ogmerken zou gehad hebben , flrydig met<br />

I et welzyn der-Republiek; — dat zy daar by<br />

]<br />

-,xcus zullen vraagen voor de tegenkanting<br />

.gen<br />

t<br />

Haare voorgenoomene Reize gedaan',<br />

n voor het gebrek van oplettendheid , waar<br />

i<br />

iver Haare Koninglyke Hoogheid zich te be­<br />

c<br />

hagen hadt; — dat Hun Ed. Groot<br />

1<br />

Moog.<br />

ïch zullen verbinden, om^op begeerte der<br />

2<br />

'rinfesfe, die geene te firaffen , welke<br />

I<br />

zich<br />

ouden moogen fchuldig gemaakt hebben aan<br />

z<br />

eleedigingen tegen Haare Doorluchtig Per-<br />

b<br />

ii jon; ü3t zy alle beieedigende en dwaa*<br />

]< •nde Befluiten , ter geleegenheid deezer Rei-<br />

z 2 genoomen, zullen herroepen ; eene Herroe­<br />

ping ,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 115<br />

ping, welke verzeld moet gaan met eene Uit-<br />

noodiging ,dat Haare Koninglyke Hoogheid zich<br />

naa 's Hage gelieve te begeeven,om met Haar,<br />

uit naam van den Prins Stadhouder in Onder-<br />

handeling te treeden, ten einde door eene be-<br />

hoorlyke fchikking de Verfchillen uit den weg<br />

te ruimen , die thans ongelukkig plaats had-<br />

den". Daarenboven was de Heer VAN<br />

THULEMEIJER gemagtig om te verklaaren<br />

aan den Heer Raad-Penfionaris , dat, indien<br />

Hun Ed. Groot Moog. zich tot het geeven van<br />

eene zoo gemaatigde Voldoening gereedelyk<br />

geliefden te fchikken, Haare Koninglyke Hoog­<br />

heid dan haare veel vermoogende tusfehen-<br />

komst zoude aanwenden by den Koning, Haa­<br />

ren Doorluchtigen Broeder om alle verdere<br />

vordering van voldoening ten deezen op-igte<br />

te flaaken. Voorts berichtte de Gezant 1<br />

, dat<br />

men, indiende bepaaling van de plaats ter On­<br />

derhandeling in 's Hage eenige zwaarigheid<br />

mogt ontmoeten , dan eene andere Onzydige<br />

Stad zou kunnen verkiezen, om die onderhan­<br />

delingen te beginnen , welke tot een grondflag<br />

van Verzoening en Bemiddeling zouden flrek-<br />

ken. • Eindelyk werd daar bygevoegd, dat<br />

Zyne Majefteit op de allerftclligfte en aller-<br />

nadrukkelykfte wyze vcrwagt, dat de Staaten<br />

van Holland, geduurende dien tusfehentyd, ten<br />

sninften alle zaaken in haaren tegenwoordigen<br />

ftaat zouden laaten ; en dat men geenzins zou<br />

overgaan tot eenige Opfchorting en Afzetting,<br />

O 4 of-.<br />

1787.


1787.<br />

BuitengewooneVergaadering<br />

der Staaten<br />

van Holland.<br />

Beil'iir dar<br />

Staaten daar<br />

op.<br />

2i6 B E K N O P T E HISTORIE D E R<br />

ofte tot eenige andere riadeeligé en beleedi-<br />

gende maatregelen tegen den. Perfoon van den<br />

Prinsfe Stadhouder, Kapitein en Admiraal Ge­<br />

neraal- Dewyl men daar door alle Vol­<br />

doening, alle Verzoening, zoude verydelenen<br />

onmoogelyk maaken, en belcediging op belee-<br />

diging Rapelen.<br />

Den volgenden dag, zynde den ic-'e" Sept.<br />

werd eene buitengewoone Vergadering der<br />

Staaten van Holland belegd, en in dezelve be­<br />

flooten de bovengemelde Brief en Aantekenirg<br />

van den Pruisfifchen Gezant aan het groot Befoig­<br />

ne te verzenden om den volgenden dag daar<br />

op te berichten. De Afgevaardigden van Amfter­<br />

dam Remden daar niet mede in, maar verklaar­<br />

den , de overgegeevene Nota's te befchouwen<br />

als belecdigende voor de Souvérainiteit deezer<br />

Landen , over welke zy daarom niet mede kon­<br />

den beraadflaagen, en deeden het Befluit van<br />

hunne Principaalen omcrent het antwoord aan<br />

den Heer V A N T H U L E M F . IJ E R te geeven,<br />

in de Registers infehryven (*J. Wanneer r,u<br />

den i2 k<br />

" over het bericht van het groot Be-'<br />

foigne beraadflaagd werd , beflooten de Staa­<br />

ten by meerderheid van Remmen , om zich<br />

over de beide Nota's, door den Baron V A N<br />

T H O L E M E I J E R ingeleeverd , niet in te laa­<br />

ten, maar te volharden by derzelver laatstge-<br />

geevcn antwoord, by het Befluit van den 8 ftc<br />

»<br />

Sep-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaari, Cept., 1787. bladz. 4516—45:5,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 217<br />

September , om naamelyk by eenen naderen<br />

Brief aan Zyne Pruififche Majefteit te kennen<br />

te geeven, dat Hun Ed. Groot Moog. bereid<br />

waren, om aan Hoogstdenzelven twee voornaaïfïe<br />

Leden toe te zenden, ten einde Zyne Majefteit<br />

den waren ftaat van zaaken open te leggen,<br />

zoo met opzicht tot de Republiek in 't<br />

gemeen , als met betrekking tot de Provintie<br />

van Holland in 't byzonder; en dat deeze Heeren<br />

vertrekken zouden, zoo haast als by antwoord<br />

van Zyne Majefteit zoude blyken , dat<br />

dezelven tot dat einde by den Koning zouden<br />

ontvangen worden. Toen de Heer VAN THU-<br />

LEMEIJER zodanigen Brief van den Raad»<br />

Penfionaris; om te verzenden ontvangen hadt,<br />

gaf dezelve te kennen , geiene hope te hebben ,<br />

dat dezelve iets zoude uitwerken (*). Om de<br />

verdere gevolgen van dit verfchil tusfehen den<br />

Koning van Pruis/en en de Staaten van Holland<br />

voords onafgebrooken te verhaalcn , en eerst<br />

öog eenige Onlusten te melden, die eerder gebeurd<br />

zyn , zoo zal ik dit Hoofdftuk hier mede<br />

befluiten , en tot andere gebeurtenisfen overgaan.<br />

(') Nieuwe Nederl. Jaarb. September 17S7. bladz. 4534.<br />

O5 DER-<br />

1787..


BI8 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

>787. __<br />

Oproerige;<br />

beweegin-<br />

fen te Oua<br />

Jltijerland,<br />

D E R D E HOOFDSTUK.<br />

Behelzende Gebeurtenisfen van de Aanhouding van<br />

Mevrouw de Prinfes van ORANJE, by de<br />

GOEJANVERWELLE w-Sluis, tot aan den<br />

Inval der Pruisfifche Troupen in Holland<br />

en het overgaan van UTRECHT.<br />

YYTy hebben in het voorgaande Hoofdftuk<br />

. gezien, dac 'er in 't laatfte van de*rnaand<br />

Juny, en in 't begin van July in verfcheidene<br />

Provintiën , en op veele plaatfen oproerige beweegingen<br />

ontftaan waren, meest al by gelegenheid<br />

van het teekeneu van Verzoekfchriften<br />

ten voordeden van den Prins Stadhouder,<br />

en daartoe ftrekkende, om alles weder op den<br />

ouden voet te brengen, wat de Patriotten veranderd<br />

, en naar hunne gedachten verbeeterd<br />

hadden. Zodanige beweegingen, en die zeer<br />

hoog liepen , waren omtrent denzelfden tyd<br />

ook ontftaan in den omtrek van Dordrecht,<br />

voornaamelyk te Oud. Beijerland, waar van ik<br />

hier een kort verhaal zal doen. In dit Dorp<br />

en daar rondom waren veele driftige aanhangers<br />

der Prinsgezinde Party , die ontwerpen<br />

maakten van Verzoekfchriften en dezelven dee«<br />

den teekenen, om aan de Staaten-over te geeven;<br />

waarin zy te kennen gaven, dat zy met<br />

de oude Staatsgefteldheid, zoo zy die noem.<br />

't '• den,


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 219<br />

den, welke federt ruim 30 jaaren had plaats gehad,<br />

te vreden waren, en begeerden, dat de<br />

Prins in alle zyne waardigheden zoude herfteld,<br />

en de Staats-Befluiten, ten zynen nadeele genoomen<br />

, ingetrokken worden ; gelyk zodanige<br />

Verzoekfchriften toen op veele plaatfen ter tekening<br />

gelegd werden, en veele bewcegingen<br />

veroorzaakten. Die van de andere Party en<br />

voornaamelyk de gewaapende Genootfchappen ,<br />

die zich tot handhaaving der Befluiten van de<br />

Staaten hadden aangcbooden, en in der Staaten<br />

befcherming genoomen waren , wilden zulks,<br />

beletten en met kragt tegen gaan. In Oud.<br />

Beijerland was ook een gewapend Genootfchap,<br />

maar flegts van dertig mannen , dus veel te<br />

zwak voor hunne Tegenparty , die verre het<br />

grootfte getal der Inwooners uitmaakte. Deeze<br />

laatften nu , van hunne overmagt verzee.<br />

kerd , en zich van dien tegenftand willende<br />

ontflaan, ontwapenden het Genootfchap, dieeven<br />

de leeden daar van op de vlugt, en floegen<br />

aan verfcheidene huizen de glazen in, onder<br />

het fchermutfelen en het bedryven van andere<br />

baldaadigheden , waar van het gerucht<br />

zich wel haast rondom verfpreidde. Den 13^<br />

July kwam de tyding daarvan te Dordrecht; de<br />

Krygsraad der drie Schutteryen , welke een befluit<br />

genoomen hadden , om daar rondom overal<br />

dc oproeren, door de Or«n;e Party veroorzaakt,<br />

te dempen, en hunne gewapende Medeburgers,<br />

daar zy beleedigd wierden en te kenfehooten,<br />

te<br />

1787.,


120 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

te hulp te koomen, was aanftonds gereed om<br />

hunne Oud - Beijerlandfche Landgenooten ter<br />

hulpe te ylen. Wel haast was 'er, met kennis<br />

van den Voorzittenden Burgemeester en het<br />

Defenfieweezen een Detachement van 60 Mannen<br />

uit de drie Schutteryen, met de noodige<br />

Officieren, van twee Veldfrukken drieponders<br />

voorzien, in gereedheid; het welk onder bevel<br />

van den Kapitein D E K K E R , 's nachts ten<br />

half een uure ter ftad uittrok en zich eerst naa<br />

's Gravendeel begaf, waarheen de Bailluw VAN<br />

STRIJEN vooraf gereeden was. Op dat Dorp<br />

vond men ruim 100 Schutters in de wapenen,<br />

alles was 'er ftil, en die Schutters zouden het<br />

daar, indien 'er iets van buiten inkwam , wel<br />

in orde houden. Van daar begaf het Detachement<br />

zich naa Oud- Beijerland, waar zy aan eenige<br />

huizen de glazen ingeflagen, het Genootfchap<br />

ontwapend en op de vlugt gedreeven,<br />

en alles in oproer vonden. Hier vonden de<br />

Dorthenaars eenig werk om dat oproer te dempen;<br />

want de Oud-Beijerlanders fielden zich te<br />

weer; doch de Schutters van Dordrecht, fchooten<br />

zoo fterk uit het klein geweer, door de Veldftukken<br />

onderfleund, dat zy de Party in twee<br />

uuren tyds geheel meester waren : van de Oud.<br />

Beijerlanders waren 5 of 6 dood gefchooten,<br />

eene menigte gekwetst, en nog meer gevangen<br />

genoomen, waar van 'er op den 14de» J u] y I x y<br />

cn den volgenden dag nog 15 te Dordrecht op<br />

het Stadhuis gebragt werden, en nog eenigen,<br />

zou-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 22.<br />

zouden volgen. Toen de Schutters van Dordrecht<br />

aan 'c vechten waren, kwamen de gevlugte<br />

Leden van het Oud- Beijerlandfche Genootfchap<br />

weder voor den dag, om de Schutters te hel­<br />

pen; en na dat het gevecht al geëindigd was,<br />

kwamen nog 12 Kuiters met een Wachtmees­<br />

ters van Hes/en- Pliilipsthall, derwaards gezon­<br />

den om het oproer te Rillen. Des avond ten<br />

11 uuren van den I4 DCN<br />

kwamen de Schutters<br />

te Dordrecht te rug, en trokken als in triomf<br />

de Stad in. Onderweg namen zy nog eenen<br />

Van de oproermaakers gevangen, dien zy om<br />

niet te kunnen ontvlugtén aan het gefchut bon-<br />

den èn mede binnen bragten. Het Detache<br />

ment Ruiters bleef te Oud- Beijerland, om de<br />

rust te bewaaren. Van de Schutters was 'er eet<br />

met een kogel in het fchouderblad gekwetst.<br />

De Dordrechtfche Schutters hadden by deez«<br />

gelegenheid eene menigte van goederen ver<br />

overd, beflaande in Snaphaanen , Sabels, Pi<br />

Rooien, Houwers, Pieken, Vorken, Vlaggei<br />

en andere goederen van de OudRaatsgezinden 1<br />

welke uit eene groote Tent, by het Hoofdpi<br />

ket Raande, plechtig naa het Stadhuis werdei t<br />

overgebragt. Tot deeze overbrenging hadt d<<br />

Heer j V A N D O N G E N Thefaurier der Stad ><br />

een Wagen doen gereed maaken meteen hoog,<br />

zoldering daar in, omringd van een foort vai 1<br />

hek, waarop en waar tegen de Snaphaanen ei 1<br />

de overige Goederen geplaatst waren; voora f<br />

ging een andere Wagen , waarop een grooti<br />

Zui 1<br />

1<br />

1<br />

1787;


222 BEKNOPTE HISTORIE DER-<br />

Zuil ftond, tegen welken de Speer met dea ;<br />

Hoed van Vryheid op een Voetftuk geplaatst<br />

was, op het welke eenig Krygs en Wapentuig<br />

lag, met dit Opfchrift:<br />

Boor Deugd en Heldenmoed by fleün op de Öppermagt<br />

Zy 't Vaderland welhaast in flille rust gebragt.<br />

't Is DEKKKR met zyn VOLK, die't heerlybst voorbeald geeven',<br />

Dat, ieder dus bezield, de Vreé kan doen herleeyen.<br />

A. L.<br />

Ter zyde van de Zuil hingen het Vaandel en<br />

de Trom van het Oud Btijtrlandfche Genootfchap;<br />

de Kleederen van den Schutter DUS.<br />

HER, die gekwetst was, lagen op het Kanon;<br />

Schout en Gerechten van Oud - Beijerland waren<br />

by deeze Plechtigheid tegenwoordig; gelyk<br />

ook alie de Officieren der drie Schutteryen en<br />

Burger Compagniën; de Bevelhebber DEK-<br />

KER reed te paerd vooruit, de Heer A.- DER<br />

MOE IJ E floot, als Adjudant, achter op, en<br />

de Rraaten waren opgepropt van Aanfchouwers.<br />

Voor het Stadhuis gekoomen zynde, hield men<br />

Ril, en daar werd door den Heer. WEB EERS<br />

een Vaers opgezeid , op de omftandigheden<br />

toepasfelyk; en dit werd gevolgd door een ander<br />

van den jongen Heer HEULEN, welke<br />

beiden met een algemeen Hoezée werden toegejuicht.<br />

Te Oud • Bdjerland werd het gevlugte en ontwapende<br />

Genootfchap herfteld. Geduurende<br />

het Oproer waren niet alleen aan veele huizen<br />

de


ONLUSTEN IN BET VADERLAND. 123<br />

de glazen ingeflaagen, waar ook verfcheiden<br />

•waren geplunderd , waar onder dat van den<br />

Schout. Veertig Ingezeetenen, zoo Mannen<br />

als Vrouwen waren gevangelyk naa Dordrecht<br />

gebragt, en meer dan ico der overwonnenen<br />

waren van daar gevlugt (*)• — De Bailluwvan<br />

Zuidholland, de Heer BACKUS, die by de<br />

Staaten verzocht en verkreeg , om tegen deeze<br />

Gevangenen ten koste van den Lande te Procedeeren,eischte<br />

tegen zeven van de voornaamile<br />

Oproermaakers de doodftraf, en tegen eenen<br />

geesfeling (t) :<br />

Ook eischte de Heer Bailluw,<br />

dat de Lyken van twee, in het oproer en den<br />

tcgenftand tegen de Dordrechtfche Schutters ge-<br />

fneuvelden, JAN VAN LEER en HENDRIK<br />

EEN KERS, ieder met één been aan de Galg<br />

zouden opgehangen worden; het welk Leenmannen<br />

van Oud- Beijerland toeweezen , met<br />

verdere uitfpraak, dat gemelde Bailluw de kosten<br />

en miien der Juftitie, gelyk ook de kosten<br />

van het Rechtsgeding aan den boedel en nalaatenfchap,<br />

ter fchatting van Leenmannen, zoude<br />

moogen vernaaien (§). Doch de bovengemele<br />

Gevangenen werden , na de Omwending, op<br />

den 2L FTE<br />

" September uit hupne Gevangenis<br />

ontflaagen, en keerden met vreugde, ivkelyk<br />

met Oranje Linten verfierd naa hunne wooningen<br />

(•) Nieuwe Nederl. Jaarb, July 1787. bladz. 1657-1632.<br />

(f) Ibid September 1787. bladz. 4344.<br />

(§, Md, December 1787. bladz. ^SSo.<br />

I787.


1787.<br />

224 BEKNOPTE HISTORIE BE*<br />

gen terug (*). Dit gefchiedde, zoo uit kragt<br />

der Capitulatie van de Stad Dordrecht by het<br />

overgeeven van dezelve aan de Pruisfifche<br />

Troupen, Art. n. als uit kragt van de Vergeevenis<br />

door de Staaten van Holland vcrvolgends<br />

afgekondigd. De Weduwen van de twee bovengemelde<br />

gefneuvelden vervoegden zich s<br />

op die zelfde gronden , aan de Staaten met een<br />

Smeekfchrift , waarin zy verzochten, dat<br />

Hun Ed. Groot Moog. Bailluw en Leenmannen<br />

geliefden te magtigen, en zoo veel des noods<br />

te gelasten, de Lyken van der Supplianten<br />

Mannen gerechtelyk te doen afneemen, ieder<br />

derzei ven in een Doodkist te doen leggen, en<br />

aan iedere der Supplianten het Lyk, haar toebi.<br />

hoorende, weder te geeven, met vrylaatinge<br />

aan de Supplianten, om dezelven zodanige eer-<br />

Jyke Begraavenis te doen verzorgen, als overeenkomftig<br />

derzelver Raat en der gewoonte te<br />

Oud Beijerland in.gebruik, des noods ter goedkeuring<br />

van Bailluw en Leenmannen, zou bevonden<br />

worden te behooren." Welk verzoek<br />

aan die Weduwen toegeRaan en alzoo gelchied<br />

is (+><br />

Dewyl men nu omtrent den zelfden tyd (het<br />

zy dat dit een afgefprocken werk was, door<br />

de hoofden der Aanhangers van de Party der<br />

Prins-<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaaib. Oftober 1787. bladz f,076.<br />

(f) Ibid. December 1787. bïarfz. ^331. De Capitulatie van<br />

Dordrecht is te vinden in die zelfde Jaarb. September bladz.<br />

4350. cu de Amnestie oi' Fergeeyenk, bladz 1<br />

. 4634.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 225<br />

Prinsgczinden bewerkt, of dat de eene Plaats<br />

het voorbeeid der andere volgde) op veele<br />

Plaatfen Verzoekfchriften. van dien zelfden<br />

inhoud, als te Oud- Beijerland geteekend werden<br />

, en daar uit veele beweegingen, twisten<br />

en oproeren op de Dorpen ontftonden, welke<br />

door de Gewapende Genootfchappen niet overal<br />

konden gedempt, of in rust gehouden worden.;<br />

gelyk in de Wilkmjlad.óe Klundert ,deFynard,<br />

op het Eiland van Overfiakkee, en in den Alblasferwaard;<br />

zoo begreepen de Staatsgeziuden,,<br />

dat 'er kragtiger middelen moesten in 't werk<br />

.gefteld worden om die beweegingen te Ituiten ,<br />

en de Oproerigen in toom te houden. Zy beflooten<br />

tot dat einde een Burger - Legertje by<br />

een te verfaamelen , het Land te doen doortrekken,<br />

en dat geene te bewerken,dat enkele<br />

Genootfchappen niet konden doen. Dit Burger-<br />

Legertje werd op den 3 l1cn<br />

en 4 Jc<br />

" Augustus<br />

te faamen getrokken by de Stad Woerden.<br />

en beftond uit Gewapende Burgers zoo van<br />

Schutteryen ais van Genootfchappen, uit verfcheidene<br />

Plaatfen derwaards getrokken; hetzelve<br />

lag te Velde in Tenten even buiten die<br />

Stad, zynde van Legerkarren , Krygstuig en<br />

alle behoeften voorzien, in 't klein, die tot<br />

een Leger behooren. De Heer MAPPA. Burger<br />

van Delft, en Bevelhebber van het Genootfchap<br />

dier Stad , voerde het Opperbevel<br />

over dit Legertje. By hetzelve voegde ziek.<br />

welhaast een Detachement van het Goudafchi<br />

P Ge*


3f78f.<br />

226 BÊ KNOP TE HISTORIE DÉS<br />

Genootfchap met twee Veldflukken, en het<br />

werd op zynen togt door verfcheidene andere<br />

Genootfchappen of Detachementen derzelver<br />

verflerkt (*> ISlaa ruim veertien dagen te<br />

Velde geleegen, en zich in allerlei Krygsverrichtingen<br />

geoefend te hebben, brak het Burgerlegertje<br />

van Woerden op, met Patent van<br />

de Commisfie tot verdeediging van Holland en<br />

1 1<br />

de Stad Utrecht, en kwam den IO^ Angustuste<br />

Voorfchooten, alwaar het de Landlieden, welke<br />

voor de Prince Party waren, ontwapende. Den<br />

volgenden dag, 28 Augustus trok hetzelve van<br />

Voorfchooten naa Delft, en; floeg zich in eene<br />

Weide, een half uur van de Stad, ter neder.<br />

De Regeering der Stad Delft deed de Burgery<br />

in de Wapenen koomen, de Poorten bezetten,<br />

de Haagfche Poort cn den Boom fluiten. Ten<br />

drie uuren floeg de Trom om de Burgers te<br />

waarfchouwen, dat zy des avonds ten half negen<br />

uuren met de Compagnie naa het Scadhuis<br />

moesten trekken, en de Nachtwacht aldaar<br />

houden, dewyl 'er dien nacht vyf Rotten in<br />

het Geweer moesten zyn. Het Gewapend Genootfchap<br />

, dat met de GeconRituëerden der<br />

Burgers beflooten hadt, den volgenden dag,<br />

den 2i lien<br />

Augustus eenige Raaden af te zetten<br />

en anderen in derzelver Plaatfe aan te Rellen,<br />

gelyk in verfcheidene andere Steden gefchied<br />

was, maakte daarroe de noodige voorbereidfe-<br />

len:<br />

f*) Nleuvc NaSert, Jaarl/. Augustus 1787. bla.'z, .jsjg. ;


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 227<br />

len: Zy ontbonden de Genootfchappen der<br />

omliggende Plaatfen , als van Delfshaven, Schiedam<br />

, Vlaaidingen , Maai/luis, Nooddorp, Watering,<br />

Poeldyk, enz. zoo dat men des avonds<br />

ten 'zeven uuren reeds verfcheidene Detachementen,<br />

gewapende Burgers, buiten de Stad<br />

óm, naa het Burger • Legertje zag trekken , het<br />

welk daar door tot over de 700 Mannen Rerk<br />

werd. In hetzelve werd een Krygsraad gehouden,<br />

waar by twee der Geconfiituëerden van<br />

de Dciffche Burgers tegenwoordig waren, en<br />

waarin beflooten werd om nader by de Stad te<br />

trekken.<br />

Den volgenden dag dan, tot die gewichtige<br />

verrichting bepaald, zorgde het Genootfchap<br />

óm de genieënfchap rhet het Burger.Legertje<br />

open te houden, en maakte zich behendig en<br />

op eene gemakkelyke wyze meester Van de<br />

Haagfche Poort : Deeze Poort bleef wel geflooten<br />

en met Burgers bezet, maar toch niet<br />

zoo, of men verleende, öp' verzoek, uit- en<br />

ingang. Hier van maakte de Kapitein der Gre.<br />

naclier • Compagnie van het Genootfchap ,<br />

ABAM VAN DE GOÓRBERGE, gebruik; met<br />

zyne Manfchap aan de Poort gfekoomen zynde ,<br />

verzocht hy aan den Officier, die over de<br />

Wacht hebbende Burgers aldaar het bevel<br />

voerde, om door de Poort te moogèn uitgaan :<br />

Deeze Rond hem zulks gereedelyk toe, met<br />

eene heimelyke vergenoeging op deeze wyze<br />

v^n dat gedeelte des Genootfchaps zich te kun-<br />

P 2 net.


1727.<br />

228 B E K N O P T E H I S T O R I E WÏK<br />

nen ontdoen; doch hy bedroog zich deerlykj<br />

want toen de Poort geopend was, en de Gre­<br />

nadiers van het Genootfchap daar midden in<br />

waren, deed de Kapitein halte houden, en<br />

zeide tot de Burgers, die de Poort bewaarden,<br />

dat zy nu wel kenden heen en naa het Stad­<br />

huis gaan; want, dat hy dien post wel bewaaren<br />

zou. Een oogenblik daarna, kwam een Deta­<br />

chement van het Genootfchap, dat Zaturdags<br />

te vooren (het was nu Dingsdag) uitgetrokken<br />

was, voor de Poort, een ftuk Gefehut mede­<br />

voerende, voor het welke de Poort door de<br />

Grenadiers geopend werd, om binnen te trek­<br />

ken. Dus was de gemeenfchap tusfehen het<br />

Genootfchap en het Burger Legertje volkoo-<br />

men verzcekerd. Ondertusfchen liet het Ge-<br />

nootfehap verfeheiden Ronden, zoo te paerd<br />

als te voet door de Stad doen, en trok zelve<br />

naa de Markt, bezettede het Stadhuis van voo­<br />

ren met Grenadiers, cn ter z\den, met de<br />

Ruitery van het Genootfchap. De toegangen<br />

tot de Markt werden met Muskettiers bezet.<br />

De Krygsraad der Burgery vergaaderde wel,<br />

maar vond niet raadzaam, de geheele Burgery<br />

in de Wapenen te doen koomen, om dat de­<br />

zelve, anders denkende dan die van het Ge­<br />

nootfchap en van het Burger Legertje, dezel­<br />

ven als haare Vyanden befchouwden, en dus<br />

tusfehen twee vuuren zou kunnen geraaken,<br />

als zy zich daar tegen wilden verzetten. Het<br />

kleine Detachement Ruitery, dat daar in Be-<br />

. zet-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 229<br />

zetting lag, was wel te paerd gefleegen, maar<br />

hadt geene orders van'de Regeering, en moest<br />

derhalven ook werkeloos blyven. Nogthans<br />

waren de Burgers, welke dien nacht gewaakt<br />

hadden, nog gewapend op het Stadhuis.<br />

Terwyl deeze toebereidfelen gemaakt werden,'waren<br />

twee Officieren van het Genootfchap<br />

en twee Leden van de GeconRituëerden<br />

naa het Burger Legertje afgevaardigd, óm hetzelve<br />

te verwellekoomen en op het Exercitieveld<br />

van het Genootfchap te geleiden.' Thans<br />

werd ia het Burg«r - Legertje weder Krygsraad<br />

gehouden, waar by de vier gemelde Gedeputeerden<br />

van Deljt tegenwoordig waren, en<br />

waarin het noodige tot de voorgenoomene verrichting<br />

bepaald werd; waar na de Gedeputeerden<br />

naa de Stad terug keerden en van alles<br />

verflag deeden. Vervolgends zonden Gecon­<br />

Rituëerden eene Commisfie uit hun midden aan<br />

den Prefident Burgemeester, ten einde te ver.<br />

zoeken, nog dien voormiddag ten half twaalf<br />

uuren Vroedfchapsvergaadering te beleggen;<br />

het welk de Burgemeester eerst weigerde, maar<br />

op naderen amdrang toezeide. Het Genootfchap<br />

geleidde de GeconRituëerden in Rade<br />

van hunne huizen naa het Stadhuis; en aldaar<br />

op de Zaal gekoomen zynde, vraagde een Kapitein<br />

der Wachthebbende Burgers , wat dc begeerte<br />

der gemelde Heeren was; waarop zy antwoordden<br />

, dat zy eene Commisfie byden Raad<br />

«noesten afleggen; waarop de Kapitein zeide,<br />

p<br />

3 last<br />

1787.


1787.<br />

230 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

last te hebben om alle ongewapende Lieden^<br />

vrycn toegang te geeven. Vier der Geconftituëerden<br />

lieten zich aan de Raadkamer aandienen,<br />

terwyl de overige Geconhituceiden inde<br />

Schepenskamer vertoefden. Geduurende de<br />

raadpleeging van den Raad over het geeven<br />

yan toegang aan de Geconftituëerden , kwam<br />

'er een Officier uit het Burger - Legertje met<br />

eenen Brief aan den Raad, waarmede aan Hun<br />

Ed. Groot Achtbaare kennis gegeeven werd:<br />

,, Dat het Burger-Legertje in de Nabuurfchap<br />

deezer Stad aangekoomen en gelegerd was; dat<br />

• dc Raad kon verzekerd zyn, dat hetzelve, ingevolge<br />

van zyne openlyk verklaarde gevoelens,<br />

niets anders bedoelde dan de rust en veiligheid<br />

der Provintie op het nadrukkelykfte te<br />

handhaaven; en wel verre van iets ten nadecle<br />

deezer Stad te willen onderneemen, integendeel<br />

bereid was, om den Raad en de weldenkende<br />

Burgery met al hun vermoogen te befchermen<br />

en teonderfteunen. — „ Deeze Brief<br />

werd voor Bekendmaaking aangenoomcn. Daarna<br />

werd aan de Commisfie geboodfchap om binnen<br />

ie koomen, en werden door den Prefident Burgemeester<br />

verzocht plaats te neemen op vier<br />

Roeien,tot dat einde daar gezet. Toen zy een<br />

oogenblik gezeeten hadden, Rond de Prefident,<br />

CCÏ Geconftituëerden op, en gaf aan den Raad<br />

te kennen, dat zy aan Hun Ed. Groot Achtbaare<br />

eene Verklaaring van het uiterfle gewigE<br />

hadden voor te draagen, dewelke hy den Secretaris<br />

verzocht voor te leezen. Deeze Ver*<br />

klaa-


ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 231<br />

klaaring was genoegzaam op dezelfde wyze<br />

ingericht, als by de verandering van eenige<br />

Raaden te Amfterdam en te Rotterdam (hier<br />

voor verhaald) gefchied was; het zal derhalven<br />

niet noodig zyn die geheel op te geeven s<br />

maar, om de kortheid te betrachten, zal ik<br />

alleen zeggen, dat de hoofdzaak daar van was:'*<br />

Dat zy Heeren Geconftituëerden, zoo voor<br />

zich, als uit naam hunner Conftituanten, zyn­<br />

de een aanmerkelyk getal Burgers en Ingezee­<br />

tenen der Stad Delft, en derzelver Rechtsge­<br />

bied, in de onaangenaame, doch volftrekte,<br />

noodzaakelykheid gebragt zagen , om redenen<br />

in 't hoofd der Verklaaring gemeld, Provifio­<br />

neel by deeze plechtig verklaarden elf Heeren<br />

Raaden , met naamen Mr. J O A N C A R E L V A N<br />

A L D E R W E R E L T , Mr. A D R I A A N V A N D E B<br />

SOES, Mr. THOJVfASVAN L I D T DEJEUDEj<br />

Dl". W. VER B R U G G E , Mr. A A R T V A N D E B<br />

GOES, Ml'. H E R M . J O H . VAN R O IJ F. N , Ml'.<br />

A L E K A N D E R W I L L E M V A N U O E C K E , Mr.<br />

CANZIUS ONDER D E W V N G A A R T . Dr,<br />

B I N K E L A M B R E C H T S , Mr. E N G E L B E R 1<br />

PAEUW, Ml". DID LEEND. V A N B L O M M E<br />

S T E I N,als het vertrouwen der goéde Burger^<br />

verlooren hebbende, voor ontflaagen en ver<br />

laaten te zyn van hunne Posten; verklaaiendt<br />

hen niet langer te houden als Raaden deezei<br />

Stad, ofte hen als zodanige Vertegenwoordi<br />

gers niet meer tc zullen erkennen; eisfeheadt<br />

van voornoemde Heeren, daadelyk hunne Zit<br />

P 4 plaat'<br />

1787.


232 BEKNOPTE HISTORIE DER'<br />

plaatfen te verlaaten, zich uit deeze Zaal te<br />

verwyderen , en te onthouden van alle zodanige<br />

verrichtingen, als met den Raadspost, of.<br />

als Vertegenwoordigers deezer Stads Burgery en<br />

Ingezeetenen,regtftreeks of zydelings, eenige<br />

betrekking heeft ; ten einde zich te wagten<br />

voor de onaangenaame gevolgen, die daar uit<br />

zouden moeten ontftaan. Dat zy voorts gereed<br />

waren de aanblyvende Raaden in ftaat te ftellen.<br />

om de openftaande Raadsplaatfen die in de<br />

tegenwoordige omflandigheden niet lang open<br />

konden blyven, aanftonds te vervullen, door<br />

een zodanig getal bevoegde Perfoonen, als zy<br />

zich durfden vleijen, met het vertrouwen der<br />

Burgery en Ingezeetenen deezer Stad vereerd<br />

te zyn, en welken zy aan den Ed. Achtbaare<br />

Raad zouden mededeelen , zoo haast als de<br />

ontflagene Heeren uit de Vergaadering zouden<br />

geweeken zyn.<br />

Toen de-Secretaris deeze Verklaaring geleezen<br />

hadt, verzocht de Prefident Burgemeester<br />

de Commisfie buiten te ftaan, om den Raad,<br />

over dit ftuk vryelyk te iaaten beraadflaagen;<br />

De Secretaris der Commisfie antwoordde daarop s<br />

,, Dat de Commisfie hiertoe bereid was; maar<br />

dat die beraadflaagingen alleen konden gehouden<br />

worden door die Heeren, welke inderdaad.<br />

Raaden van Delft waren; maar dat de geremoveerde<br />

Heeren die hoedanigheid niet meer bezaten<br />

, als door even voorgeleezene Verklaaring<br />

van hunne Posten ontflaagen zynde; dat derzei?<br />

ver


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 233<br />

ver Remotie geen verzoek, maar een uitdrukkelyk<br />

verklaarde wil der goede Burgery was,<br />

en geen voorwerp van bcraadflaaging konde<br />

zyn ; dat derhalven de Commisfie niet eerder<br />

vertrekken zou, dan na dat de ontflagene Heeren<br />

zich uit de Zaal verwyderd hadden." De<br />

Prefident Burgemeester met deeze Verklaariug<br />

verleegen, trachtte de Heeren van de Commisfie<br />

tot andere gedachten te brengen; doch<br />

zy herhaalden met allen nadruk, ,,'dat diC<br />

hunne ftellige last was, waarvan zy niet konden<br />

noch mogten afgaan,"<br />

De afgezette Heeren , wel ziende, dat daar in<br />

geene verandering te krygen was, deeden hierop<br />

fterke betuigingen , fommigen als met eede ,<br />

dat zy nooit anders dan volgends hun geweeten,<br />

in Stads of Lands zasken gehaudeld hadden;<br />

en dat ze de aangekondigde Afzetting<br />

voor onwettig hielden,en alleen uit liefde voor<br />

de rust zich daar tegen niet zouden verzetten.<br />

Doch twee Raaden, de Heeren Mr. c A Nz 111 s<br />

ÖN O ER D E W Y N G A AU O , Cll DoÓt. B I N K U<br />

1, AMB-RE C H T s, weigerden volftrekt hunne<br />

Zitplaatfen te verlaaten ; nademaal zy van den<br />

Raad waren aangefteld , en daarom ook van<br />

niemand anders konden ontflaagen worden;<br />

dan nog alleen op grond, dat hun bcweezen<br />

wierde, dat zy zich als onwaardige Regenten<br />

gedraagen hadden ; dat zy hunne Raadsplaatfen<br />

óp geene andere wyze zouden verlaaten, ten<br />

zy dat GeconRituëerden hun aanzeiden, hen<br />

P ; mtt


Ï787-<br />

134- BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

met geweld daar van te zullen afrukken. Na veele<br />

woordenwisfelingen werden de tien aanweezig<br />

zynde afgezette Heeren te raade om de Zaal<br />

en het Stadhuis te verlaaten, en begaaven zich<br />

naa hunne huizen. Toen nu deeze Heeren<br />

vertrokken waren , gaven de Heeren Geconfti­<br />

tuëerden eene Nominatie van elf bevoegde<br />

Perfoonen over, om tot Raaden in de Vroed­<br />

fchap verkooren te worden, en deeze waren de<br />

Heeren: Er. THEODORUS VAN HOOGE-<br />

VEEN, RE IJ ER. VAN DEN BOSCH, Mr,<br />

REIJER GEESTER ANUS , Mr. WILLEM<br />

BUIS, Mr. CORNELIS VAN DER SLEYDEN»<br />

Mr. ARN. VAN os, Mr. RYKLOF JOH.<br />

T I Q_ 11 E T , LA ME. S A N D E R U S. Dr. MART.<br />

URBANUS VAN IPEREN, FRED. CORNE­<br />

LIS ZWAANSHALS en GYSB. VAN HAS­<br />

SELT. Gt conftituëerden verzochten den Raad,<br />

deeze elf genoemde Perfoonen tot nieuwe Raaden<br />

te willen aanftellen; doch de Raad vond<br />

zwaarigheid daar in, en verzocht de Heeren<br />

Geconftituëerden nu eens buiten te ftaan, ten<br />

einde vryelyk daar over te kunnen raadpleegen;<br />

het welk Geconftituëerden deeden en zich<br />

weder naa Schepens kamer begaaven, om het<br />

antwoord van den Raad af te wagten. Na<br />

eenigen tyd aldaar vertoeft, en zich ondertusfchen<br />

door fpyze wat verfterkt te hebben,<br />

werden zy weder binnen geroepen, en hun het<br />

Befluit der Vroedfchap voorgeleezen, hetwelk<br />

was: „ Dat de Raad hadt goedgevonden en<br />

vei-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 235<br />

verftaan, de Remotie aan te zien, en, zonder<br />

zich in de aanfteliing der voorgeflaagenen Perfoonen<br />

in te laaten, aan de Geconftituëerden<br />

te verklaaren, dat Hun Ed. Achtb. geen zwaarigheid<br />

maakten dezelven, aangefteld zynde ,<br />

in den Eed te neemen. ,, De Geconftituëerden<br />

wederom in Schepenskamer gekeerd zynde,<br />

en daar over met eikanderen beraadflaagd hebbende,<br />

namen daar genoegen in, en verklaarden,<br />

dat zy,in naam van hunne Conftituanten3<br />

de elf voorgeflaagene Perfoonen tot Raadeq<br />

van Delft aanftelden. Toen liet de Raad door<br />

een Stads Rode de gemelde Perfoonen ontbieden;<br />

twee van dezelven waren afwcezig, de<br />

andere negen begaaven zich naa het Stadhuis;<br />

doch een van dezelven , de Heer u. j. TI-<br />

£TJET bedankte voor de Raadplaats en vertrok.<br />

De overige agt verkoorene en aangeftelde<br />

Heeren werden in de Raadzaal geroepen<br />

en tegen over den Prefident.Burgemeester<br />

geplaatst, daar zy bleeven Raan; terwyl de<br />

vier Heeren Geconftituëerden op Roeien zaten.<br />

De Raadpenfionaris, EMANTS, die den Post<br />

van Secretaris waarnam , deed eene korte<br />

Aanfpraak aan die agt Heeren, die vervolgends<br />

aan den Voorzittenden Burgemeester den Eed<br />

afleiden, en Zitting in den Raad namen, waar<br />

na de Geconftituëerden de Raadkamer verlieten,<br />

en van dit verrichtte aan den Major van<br />

het Genootfchap kennis gaven. Deeze li«J<br />

aanftonds een Muziek aanheffen,en dooreenei<br />

t<br />

Post<br />

1787.


Pet r,enootfchnp<br />

den Eed<br />

genoomen<br />

en de Schut<br />

tcry oncdagen.<br />

256 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

, Postbode kennis geeven van het gebeurde aan<br />

het Burger-Legertje. De Raad fcheidde ten<br />

zes uuren nademiddag, en werd by het afgaan<br />

van het Stadhuis, zoo door de Schutters op<br />

het Stadhuis, als door het Genootfchap voor<br />

hetzelve Raande, met Krygsëere begroet, on­<br />

der het gefpeel der Muzikanten van het Ge­<br />

nootfchap. Ook gefchiedden die zelfde Eere.<br />

groetten van beide die Gewapende Benden aan<br />

de GeconRituëerden, die nu by den Raad in die<br />

hoedanigheid erkend waren, en door het Ge­<br />

nootfchap, onder een aanhoudend Muziek, met<br />

jflaande Trom en vliegend Vaandel naa het huis<br />

hunner Vergaadering geleid werden. Den 2&fei<br />

Augustus verkoozen GeconRituëerden, in plaats<br />

van den Hr. TIQOET, die voor de Raadsplaats<br />

bedankt hadt, den Hr. w. VAN DER DOES.<br />

Deeze Afzetting werd door de Staaten vaa<br />

Holland, ook voor huishoudelyk verklaard,<br />

gelyk van Amfterdam en Rotterdam gefchied<br />

was.<br />

Den 24^ Augustus vervoegden de Gecon-<br />

flituëerden zich wederom, doch nu verzeld<br />

van eene Commisfie uit het Genootfchap tot<br />

den Raad, om dus de begonnene verbeetering<br />

te voltooijen, ten einde het Genootfchap, dat<br />

op de Markt voor het Stadhuis vergaaderd-<br />

was, door dien Ed. Achtb. Raad gewettigd en<br />

in den Eed genoomen wierde; en daarentegen<br />

de gantfche Schuttery, die in gevoelens van<br />

deezen verfchilden, op welke men daarom<br />

geen


ONLUSTEN iN HET VADERLAND. 237<br />

geen vertrouwen {tellen kon, uit haaren Eed<br />

ontflaagen en afgedankt wierde; welke beide<br />

verzoeken aanftonds, na behoorlyk daar over<br />

beiaadflaagd te hebben , door een Befluit van<br />

den Raad werden toegeftaan, daar van door<br />

eene Publicatie aan de Burgery kennis gegeeven,<br />

en Copie van het Befluit aan de Geconftituëerden<br />

(_*) ter hand gefield.<br />

Terwyl deeze zuiveringen zoo als de Staatsgezinden<br />

het begreepen, zoo in de Regeering<br />

als in de Schuttery, in de Stad gefchiedden,<br />

zond het Burger-Legertje Detachementen af<br />

om die ook op de Dorpen te bewerken: Inden<br />

nacht tusfehen den 23 (le<br />

" en 24^» Augustus ten<br />

één uure, trok uit het gemelde Legertje een<br />

Ruiter bende van veertien Mannen, onder bevel<br />

van den Hr. LA PIERRE van Leyden, en<br />

100 Mannen Voetvolk, onder bevel van den<br />

Hr, DE L A N G E , Heer van Wyngaarden van<br />

Gouda, voorzien van een ftuk Gefchut, on­<br />

der bevel van den Hr. E U C A I L L E , en den<br />

Luitenant G. VAN DER REYDEN, met de<br />

noodige Manfchap, daar by verëischt, en vei*<br />

zeld van den Hr. HELDE WIER, Lid van de<br />

Burger-Commisfie tot de Militaire zaaken.<br />

Deeze gewapende en dus weltoegeruste Burgers<br />

trokken in ftilte naa het Dorp Overfchie..<br />

waar zy ten half vier aankwamen. Zy bezet-<br />

liet Oranje<br />

teden aanftonds eenige Posten en toegangen r.PBootfchap<br />

te<br />

door<br />

(*) Nkuwt Ntitrl. Jaarb, Avg. 1787. bladz. 2298 — 30:0,<br />

1787.<br />

ITet Burger-<br />

Legertje 1<br />

zendt beischementetf<br />

«f.


Overfchie<br />

ontwapend.<br />

Vertrek VÜTI<br />

bet BurgerjLegerije.<br />

235 BEKNOPTE HISTORIE DErf<br />

door de Ruiters en eenige Manfchap te voet,<br />

om voor te koomen, dat 'er geen famenloop<br />

van Volk op de been kwam, om zich tegen<br />

hun voorneemen te verzetten; zy weézen elk,<br />

die op Rraat kwam, naa zyn huis terug, en<br />

vermaanden hen ernftig om in huis te blyven.<br />

Zich dus genoegzaam verzekerd hebbendei<br />

ontbooden zy den geweezen Kapitein van het<br />

Oranje Genootfchap aldaar, om de Geweeren<br />

en ander Wapentuig tot dat Corps behoörende,<br />

aan te wyzen ; en twee der voornaamRe Roervinken<br />

van de oproerige beweegingen , die<br />

federt eenigen tyd in dat Dorp hadden plaats<br />

gehad, werden in verzekering genoomen. Daar<br />

na werden alle de Geweeren, Spontons, het<br />

Oranje Vaandel, Spiezen en wat verdër tot de<br />

Wapening behoorde, opgehaald,en de huizen<br />

onderzocht. Men laadde de opgehaalde Wapentuigen<br />

Op een Wagen, en voerde ze mede<br />

naa het Leger. By Delft gekoomen zynde,<br />

vverd het Oranje Vaandel door een Sergeant<br />

verkeerd onder den arm en fleepende gedraagen.<br />

Alle deeze omfiandigheden maakten het<br />

m Delft; anders eene zeer Rille Stad, thans<br />

zeer leevendig en woelig: niet alleen door het<br />

in* en uitgaan der Manfchappen van het Burger-Legertje;<br />

maar ook van de Ingezeetenen<br />

der Stad zelve, die hetzelve gingen bezien<br />

gelyk ook van die van andere Plaatfen van<br />

fondöm faamengevlocd, om dat zeldzaam verfchynfel<br />

te gaan befehouwen. Ondertusfchen<br />

begon


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 233<br />

begon die drukte veelen der Dtlftfche Burgert<br />

ras te verveelen, en zy verlangden naa hei<br />

vertrek van het Burger-Legertje, uit het welke<br />

dagelyks veelen in de Stad kwamen, welke<br />

niet alle even befcheiden waren; het welk ooi<br />

niet wel kon verwagt worden, van zulk eene<br />

groote menigte van menfchen van allerlei Rand<br />

en over welken, als Burgers zynde, zulk een<<br />

ftrenge Krygstucht niet kan geoefend worden<br />

als over het Krygsvolk gewoonelyk gefchiedt<br />

Het vertrek van het Burger - Legertje volgd<<br />

kort daarop: Na een verblyf van tien dagei<br />

vertrok hetzelve op den 3o ften<br />

I<br />

Augustus vat l<br />

Voor de Stad Delft naa het Westland, na alvóo<br />

rens door eenen vriendelyken Brief van d<<br />

Regeering affcheid genoomen te hebben (*).<br />

Ik zal dit Legertje op zynen togt nog eei I Deric'nt van<br />

weinig verzeilen en zyne voornaamfle verrich deszelf?<br />

verrichtin»<br />

tingen melden; waar by ik geen beteren we? r gen.<br />

kan inflaan om een verhaal naar waarheid t<<br />

geeven, dan het Bericht te volgen , dat dt<br />

Gecommitteerden tot het Camp van wegen de<br />

Commisfie van Gewapende Burger-Corps toi<br />

uitvaardiging van Krygszaaken en de Krygsraac<br />

zeiven in 't licht gegeeven hebben, ten einde<br />

der Natie een nauwkeurig bericht, overeen<br />

komftig de waarheid, mede te deelen, van d«<br />

gewichtige bedryven van een Corps, waant<br />

zy zoo veel belang Relde. Uit dat Bericht ni<br />

blyktj<br />

{*) K t we Ktditl J»»rh. Avg. 1787. bhd*. 3057 -303&<br />

I787.


5787.<br />

Hondt halte<br />

in llonsholiedyk.<br />

Ontvangt<br />

flen Bailjuw<br />

in bewaarmg.<br />

Ho BEKNOPTE HISTORIE DE!<br />

blykt, dat het Burger-Legertje op den 30^»<br />

Augustus des voormiddags opgebrookenzynde,<br />

ach van Detlt over Ryswyk, IVaieringe en<br />

Honsholredyk tot even boven Naaldwyk begeeven<br />

en daar zich weder neêrgeflaagen heeft.<br />

Dat hetzelve op weg eene fchriftelyke bekendmaaking<br />

bekomen hadt van de weldenkende<br />

Bu rgery van .Honsholredyk, dat dezelve voorneemens<br />

was eenige zeer noodzaakelyke fchikkingen<br />

te maaken .tot haare beveiliging, en<br />

daarom verzocht bygeftaan te worden, indien<br />

zy eenigen geweldigen tegenftand mogt ontmoeten<br />

: Waarop beflooten werd, het Leger<br />

een poos, in Honsholredyk te laaten halte houden;<br />

gelyk hetzelve ook op zeker fr.uk Lands,<br />

in het Dorp geleegen , getrokken is en zich<br />

aldaar ververscht heeft. Dat, wanneer men<br />

zich gereed maakte, om voort te trekken, en<br />

het Apd reeds geflaagen was, een Detachement<br />

van het Genootfchap aldaar, het welk in<br />

het Geweer was, den Hr. DOUGLAS Bailjuw<br />

der Plaats, in bewaaring hebbende, was koomen<br />

aantrekken. Dat zulks by alle de weldenkende<br />

Burgers van Honsholredyk en andere<br />

Ingezeetenen van het Westland, die zich daar<br />

tegenwoordig bevonden, een algemeen genoegen<br />

en niet weinig gevoeligheid verwekte,<br />

dewyl zy nu hoopten , zoo zy zeiden, eene<br />

billyke wedervergelding en wraak te zullen<br />

kunnen neemen , over alle de mishandelingen,<br />

hun federt zoo lange aangedaan , waar over<br />

reeds


ONLUSTEN IN HET VADERLAND; 24*<br />

reeds zoo lange eene algemeene kreet was opgegaan;<br />

doch waaromtrent de gearrefteerde het<br />

zwaard der Gerechtigheid door allerly uitvlugren<br />

van Rechten telkens hadt weeten te ontduiken.<br />

Dat het gefchaapen fcheen, dat een al-<br />

.lerbillykst ongenoegen en verbittering tot daadeiykheden<br />

zoude overflaan , welke zeer onaangenaame<br />

gevolgen voor den Bailjuw konden<br />

hebben ; — doch d it de Gecommitteerden en<br />

eenige Officiers waren toegefchooten om alle<br />

buitenfpoorigheden voortekoomen ; dat vervolgends<br />

de Bailjuw op zyn verzoek , en op dat<br />

van de Burgery, in het huis van den Heer VAN<br />

DER POT in bewaaring gebragt was en gehouden<br />

werd; terwyl aanftonds aan Gecommitteerde<br />

Raaden en den Fiscaal LUIKEN van dit<br />

voorval kennis gegeeveti werd. Dat het Le­<br />

gertje vervolgends is voortgetrokken tot door<br />

Naaldwyk , zich aldaar nedergeflaagen heeft,<br />

en van daar, zoo in Naaldwyk en 'x Gravezan.<br />

de als in andere omliggende plaatfen , Loosduinen,<br />

Ryswyk, dè Oranje Polder, de noodige<br />

uitvaardigingen gedaan heeft met de gewapende<br />

Oranje Sociëteiten en Genootfchappen te<br />

vernietigen en de geweeren in bewaaring te<br />

n'eemen ; het welk alles met het beste gevolg<br />

gefchiedde, zonder eenigèn tegenftand te ontmoeten.<br />

Waarom de Commisfie en Krygsraad<br />

betuigden, zich van harten te verheugen, dat<br />

?.y hunnen gewigtigen en moeijelyken last, tot<br />

dien tyd toe, zoo gelukkig hadden konnen vol-*<br />

Q ' bren.-<br />

17874<br />

Vernietigde<br />

Oranje So<<br />

cieteit en<br />

ontwapend<br />

d.e Genoot«i<br />

fclwppen;.


Zulks £efclv.eddeinzondeihcid<br />

zeer bedaard<br />

te Foorburg.<br />

242 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

brengen, zonder genoodzaakt te zyn eenige ge-<br />

ftrengere dwangmiddelen te gebruiken, en goe-<br />

de hope hadden, dat zy denzelven op gelykers<br />

gemakkelyken voet verder zouden kunnen vol­<br />

brengen (*).<br />

Maar nergens werdt die last met meer ge-<br />

makkelykheid, bedaardheid, en zelfs welvoeg-<br />

lyke befcheidenheid en vriendelykheid uitge­<br />

voerd dan te Voorburg, het welk op den 2O' 1LI<br />

><br />

Augustus door een Detachement uit het Le­<br />

gertje, toen by Delft nedergcflaagen, gefchied<br />

is. Wel is waar, dat vier Perfoonen uit de<br />

Oranje Sociëteit te Foorburg, het zy uit vreeze,<br />

of uit kwaadaartigheid naa den Haag gingen en<br />

klagten inbragten by de Ridderfchap, dat het<br />

Burger- Legertje met bloote Sabels langs het<br />

Dorp liep en geweld pleegde ; welke klagten<br />

gereedelyk ingang vonden by de Ridders, die<br />

de Oranje Party zeer waren toegedaan en be-<br />

fchermden; zoo dnt de Ridder van WASSE-<br />

KAAR STARRENBURG des avonds ten elf<br />

uuren nog Vergaadering der Staaten van Hol-<br />

land beleide, en in die Vergaadering verzocht,<br />

dat 'er voorzieninge tegen die ongeregeldheid<br />

gedaan wierde; doch dit verzoek werd afge-<br />

flaagen, om niet maar aanftonds op het aan­<br />

brengen van eenige Perfoonen, zonder onder­<br />

zoek en zonder de andere Party te hooren,<br />

maatregelen te neemen, die zeer ten onpas<br />

konden koomen, en fchadelyke gevolgen kon­<br />

C) Nieuwe Nederl. Juarb. Sept. 17S7. bladz. 4633.<br />

den


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 243*<br />

den hebben. De Fiscaal LDIKEN Relde zelfs<br />

voor aan Gecommitteerde Raaden, die vier<br />

gemelde Perfoonen in bewaaring te neemen ;<br />

doch zulks werd by Gecommitteerde Raaden.<br />

ook niet goed gevonden, maar zy werden vry<br />

gelaaten onder belofte van des anderen dags<br />

's morgens ten 10 uuren voor Gecomm. Raaden<br />

te zullen verfcbynen, gelyk zy ook deeden.<br />

Ondertusfchen waren twee Officieren van het<br />

Haagfche Genootfchap fpoedig naa het Legerveld<br />

van 't Detachement by Voorburg vertrokken<br />

, om naa de waarheid van het geen 'et<br />

gebeurd was onderzoek te doen ; en deezen<br />

bragten eenen Brief terug, waar by kennis ge*<br />

geeven werdt, dat het Detachement van heÉ<br />

Burger - Legertje in het Dorp niets anders gedaan<br />

hadt, dan het Oranje Corps te ontwapenen,<br />

de Sociëteit te fluiten, en zich van de<br />

Geweeren, ander Krygstuig en Papieren te<br />

verzekeren (*) Hoe geregeld en hoe vreed»<br />

zaam nu dit is toegegaan, is af te neemen uit<br />

de Aanteekingen der Handelingen van die Societeit<br />

zelve, die zich Oprechte Vaderlandfche<br />

Sociëteit noemde. Uit die Aanteekeningen<br />

blykt, dat de Directeuren en Commisfarisfen<br />

Van de gemelde Sociëteit op den 22ft en<br />

Blyken daar<br />

van uit tle<br />

Aanteekeningen<br />

del<br />

Sociëteit<br />

zelve.<br />

Augus»<br />

tus Vergaadering gehouden hebben, en daar<br />

in, na met verfcheidene Leden der Sociëteit<br />

gefprooken en rypelyk beraadflaagd te hebben,<br />

(') Nituwi Nederl, jaarb. Aug, 1787. blad*. 3172 — 31734<br />

Q *<br />

is


17.87-<br />

244 BEKNOPTE HISTORIE DE* .<br />

is goedgevonden en verftaan , zoo voor hun<br />

zeiven, als voor alle de Leden van de gemelde<br />

Sociëteit, dezelve te ontbinden, gelyk gefchiedde<br />

mids deezen; en voorts is mede goedgevonden<br />

, de Leden van dezelve ernftelyk te<br />

verzoeken, om de Geweeren, kruid en lood,<br />

die zy nog mogten hebben, ten fpoedigfien ,<br />

immers binnen drie dagen, na dato deezes ,<br />

onder den Secretaris van Voorburg te bezorgen<br />

; ten einde al het zelve, benevens alle<br />

zodanige Papieren der Sociëteit, als onder die<br />

Vergaadering berusteden, aan de Heeren van<br />

de Commisfie van het Burger • Legertje te bezorgen;<br />

tot welk verzoek, aan gemelden Secretaris<br />

te doen , de Secretaris der Sociëteit<br />

Rystenborg gemagtigd werdt; zoo nogthans,<br />

dat de Heeren van gemelde Commisfie vriendelyk<br />

verzocht wierden , dat de voorfz. Geweeren,<br />

ander Krygstuig en Papieren, zoo ras<br />

moogelyk, aan de Eigenaars wierden weder<br />

gegeeven. Ook bleek uit die zelfde Aanteekeningen<br />

, dat alle de Leden der bovengemelde<br />

Sociëteit, die vervolgends over de ontbinding<br />

derzelve onderhouden werden , volkoomen daar<br />

mede te vreden waren, en zich aanbooden om<br />

met het Gewettigd Genootfchap van Wapenhandel<br />

aldaar, in eene goede eenflemmigheid<br />

te leeven, en verder in alle befcheidenheid te<br />

behandelen; het welk die Vergaadering zoo<br />

voor haar zelve, als voor alle haare Leden,<br />

gelyk ook van de Leden des Genootfchaps<br />

van


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 245-<br />

van Wapenhandel voornoemd, verwagtte en<br />

verzocht. Verklaarende verder, dat het groote<br />

doel en oogmerk der Sociëteit alleen geweest<br />

was, de rust en goede orde in hun Dorp te<br />

bewaaren; waartoe zy ook hetzelve in vier<br />

deelen verdeeld hadden, om elk deel maar<br />

eens in de week by eikanderen te laaten koo«<br />

men, en dezelven altoos hadden aangemaand,<br />

om zich als dille Burgers te gedraagen; alles<br />

uitwyzcns hunne Reglementen, die openlyk<br />

in de Societeitskamer voorgehangen hebben.<br />

En werd een Affchrift van dit Befluit aan den<br />

Secretaris van Voorburg ter hand gefteld, met<br />

verzoek om hetzelve aan de Heeren van de<br />

Commisfie te bezorgen (*).'<br />

Ik heb deeze gebeurtenis te breder aangeteekend,<br />

om am den eenen kant de vredelievendheid<br />

der Voorburgers tot hunnen lof te<br />

vermelden ; en aan de andere zyde de onwaarheid<br />

te doen blyken van de kwaade geruchten<br />

van geweldenaaryën en ongeregeldheden, die<br />

van 't Burger- Legertje, op veeie Plaatfen,<br />

en ook te Foorburg gepleegd, verfpreid werden,<br />

zoo by monde, als in Gefchriften. Het is<br />

buiten twyfel , dat de vyandfchap uit verfchillende<br />

denkwyze en partyfchap ontftaan,<br />

veele zaaken in een verkeerd licht befchouwd,<br />

en de vreeze dezelve nog vergroot, heeft.<br />

Hier van daan ook, dat de nabyheid van het<br />

l") Nieuwe Nederl. Jaari. Aug. r'787. blad?:. 4045.<br />

0,3<br />

Bur-<br />

1787.<br />

ValCche geruchtentcgengclproos<br />

ken.


346 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Burger-Legertje zoo veele beweeging in den<br />

Haag veroorzaakte, waarvan ik niet yoorby<br />

kan, hier een kort verhaal te doen.<br />

Beweegin-<br />

d e<br />

Toen op den lB n Augustus de tyding in<br />

gen in 's Hage<br />

over iie 'sHage kwam, dat het Burger-Legertje, be­<br />

iiahyljcjd<br />

van het ftaande uit 700 Mannen, niet Kanonnen en<br />

purgcr-Legertje.<br />

Patent van de Commisfie ter Verdeediging deezer<br />

Provintie en der Stad Utrecht van Woerden<br />

getrokken, en reeds door Leyden, tot Voorfchooten<br />

genaaderd was, en van verfcheidene<br />

Plaatfen nog verfterking aldaar verwagtte; zoo<br />

vergaaderden Gecommitteerde Raaden nog<br />

'savonds ten half 7 uuren, beftaande deeze<br />

byeenkomst uit de Heeren VAN WASSENAAR<br />

STARRENBURG, CHANGUION , CEEL-<br />

VINK, VAN THÏE HANNES, en den Secre.<br />

taris ROIJER. Wat'er in deeze Vergaadering<br />

beflooten was , bleek by de uitkomst. Aanftonds<br />

na de fcheiding derzelve werden Booden<br />

naa de ftemmende Steden gezonden, om de<br />

Staaten den volgenden Maandag (het was nu<br />

Zaturdag) te doen vergaaderen; de Krygsbezetting<br />

werd voor een groot gedeelte in de<br />

Wapenen gebragt; Piketten aan de Hoornbrug,<br />

de Geestbrug, de Oranje Zaal, de Laan van<br />

Nieuw-Ooft. Indiën. het Huis ten Deyl, enz.<br />

gezonden, met last om aan alle gewapende<br />

Manfchappen, die naa den Haag of elders<br />

vilden trekken, zulks met geweld te beletten,<br />

ille Buitenwachten werden verdubbeld, eu<br />

i :en goed getal Ruiters op de Paradeplaats en<br />

in


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 247<br />

in het korte Voorhout geplaatst: Ook werden<br />

*er Ruiters en Voetvolk op het Tournoyveldvoot<br />

den Ouden Doelen den gantfchen nacht onder<br />

de Wapenen gehouden. Des anderen dags»<br />

i i e r i<br />

Zondags den i9 , ten tien uuren vergaaderden<br />

Gecommitteerde Raaden weder , en ,<br />

toen «aren de meeste Leden tegenwoordig.<br />

In deeze Byeenkomst verklaarden de Heeren<br />

GEELVINK, VAN THYE HANNES en de<br />

Raadpenfionaris, dat het Befluit, den voorigen<br />

avond genoomen, niet nauwkeurig uitgebreid<br />

was; en hetzelve werd nu in zoo verre veranderd,<br />

dat de Piketten alleen bevel kreegen om<br />

te beletten, dat 'er gewapende Manfchappen<br />

naa den Hang kwamen. De Regeering van<br />

Delft, die insgelyks voor het aannaderend Legertje<br />

bevreesd was, verzocht Krygsvolk,<br />

maar werd afgeflaagen. By allen dien gemelden<br />

toeftel werden 'er nog twee Legervelden afgeftooken<br />

, een in de Maliebaan, en een in de<br />

Haagweide aan den Rynvykfchen weg; welke<br />

Legervelden door fterke Piketten betrokken<br />

werden , met uitzetting van de noodige Buitenposten<br />

: Op de gemelde Legervelden werden<br />

ruim twintig Tenten opgeflaagen. Dit alles<br />

gefchiedde op de orders van Gecommitteerde<br />

Raaden; doch de Magiftraat v-an 'sHagen zat<br />

ook niet ftil: Op verzoek der Kapiteinen werden<br />

door denzelven de noodige orders gegeeven<br />

voor de Schuttery: Deeze moest zich van<br />

kruid' en lood voorzien, op het eerfte alarm*<br />

Q 4 flaan<br />

1787.


GecommitteerdeRaaden<br />

vcrgaa.<br />

deren.<br />

Be Staaten<br />

van Holland<br />

Vergaaderen.<br />

248 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

flaan in de Wapenen verfchynen, en met viet<br />

Compagniën de Nachtwacht op 't Stadhuis en<br />

den Doelen betrekken. Dit alles baarde veel<br />

genoegen by de bevreesde Prjnsgezinden, die<br />

hier in de groote zorge voor hunne veiligheid<br />

meenden te zien tegen eenen ingebeelden vyand;<br />

maar aan de Staatsgezinden, die het als<br />

een blaam, op hunne Party geworpen, befchouwden,<br />

groot ongenoegen; terwyl de verbittering<br />

, die tusfehen beide de Partyën plaats<br />

hadt, hier door niet weinig werd aangezet,<br />

en het Krygsvolk in de Legervelden ook veel<br />

ongenoegen tegen de Gewapende Burgers op.<br />

vatteden.<br />

Des Maandag, den 20%','Augustus kwamen<br />

Gecommitteerde Raaden weder byeen; ook<br />

vergaaderde de Raad van Staaten, vervoegde<br />

zich by Gecommitteerde Raaden, en verzocht,<br />

dat 'er voorzieninge gedaan zou worden voor<br />

het Krygstuig Magazyn te Delft; doch Gecommitteerde<br />

Raaden verRonden, dat zulks<br />

onnoodig was, om dat de Ruiters, die te Delft<br />

waren, bevel hadden om voor 's Lands Magazyn<br />

zorge te draagen.<br />

Dien zelfden dag vergaaderden nu ook, op<br />

de voorgemelde aanfchryving van Gecommitteerde<br />

Raaden, de Staaten van Holland; aan<br />

welke Vergaadering Gecommitteerde Raaden<br />

door eenen Brief kennis gaven, van de maatregelen,<br />

die zy genoomen, en van de bevelen,<br />

die zy gegeeven hadden, op de koqdfchap»<br />

die


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 249<br />

die hun gedaan was, dat 'er een aanzienlyk<br />

Corps Gewapende Manfchappen mee Gefchut<br />

in aantogt was, die zy niet wisten van waar<br />

zy kwamen , waar heen zy gingen, en op wiens<br />

orders zy optrokken ; dat zy daarom die zorg<br />

gedraagen hadden, op dat het niet in den Haag<br />

mogt koomen. Doch de Commisfie der Gewapende<br />

Burger - Corps was daar over zeer gevoelig,<br />

en leverde een zeer nadrukkelyk Adres<br />

by de Staaten in, waarin zy zich over dit gedrag<br />

der Gecommitteerde Randen zeer beklaagde;<br />

en allen dien gemaakten toeflei opgehaald<br />

hebbende, zeide, dat dusdanige fchikkingen<br />

van Gecommitteerde Raaden niet anders<br />

konden befchouwd worden, dan als maatregelen,<br />

welken tegen een vyandelyk Corps genoomen<br />

werden; dat daar door met de daad<br />

betoond werd, dat 'er reden van vreeze van<br />

wegen den Souvrain zelve zoude zyn, voor<br />

de Burger- Corps, welken Hun Ed. Gr. Moog.<br />

met de loflykfle getuigenisfen in Hoogscderzelver<br />

befcherming hadden gelieven te nee.<br />

men; dat daar door de Krygslieden in den<br />

waan gebragt wierden., dat zy thands de Wapenen<br />

moesten voeren tegen die zelfde Burger-Corps,<br />

die uithoofde van hunne zucht<br />

en yver voor de goede zaak des Vaderlands,<br />

en tot weering van alle geweld, de Wapenen<br />

hadden opgevat; eindelyk, dat daar door de<br />

haat en afkeer, zoo van de Krygsiieden, als<br />

Yan de heffe des Volks, tegen de, door Hun<br />

Q 5 Ed.<br />

1787.<br />

Klag'w der<br />

Commisfie<br />

over het<br />

gedrag der<br />

Gecommitteerde<br />

Raa^<br />

den.


250 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Ed. Groot Moog. zoo zeer begunflïgde, Gewapende<br />

Burgers, geftyft en geflerkt werd,<br />

en de kwalykdenkende in hunne verderveiykö<br />

oogmerken onderfteund en aangemoedigd ; waar<br />

door dan ook veröorzaakt was, dat de Schuttery<br />

van 's Hage bevel gekreegen hadt, om op<br />

len Doelen ter Wacht te koomen, en zich te<br />

roorzien van fcherpe Patroon n , op daartoe<br />

gefielde boeten ; terwyl nog daarenboven de<br />

j oopplaats, door Heeren Gecommitteerde Raa.<br />

len aan het Genootfchap van 'sHage toegetend,<br />

met Krygsvolk was bezet geworden.<br />

Dat daartoe geen aanleiding kon gegeeven<br />

lebben , dat de Gewapende Burger - Corps,<br />

4 >f fommige Detachementen van dezelven, niet<br />

{ ot een bepaald getal zouden moogen verëeni-<br />

;en, door de Provintie van Holland trekken,<br />

i<br />

< :n alzoo trachten der goede zaak des Vader-<br />

1 ands nuttig te zyn; want dat zy door hunne<br />

% Verkiaaring, d< n 4^n Augustus deezes Jaars<br />

3 an dun Ed. Groot Moog. overgeleverd, hun<br />

\ oorneemen en oogmerk duidelyk geopenbaard<br />

l adden, zonder dat Hun Ed. Groot Moog.<br />

z ulks afgekeurd hadden ; dat zulks aan Keeren<br />

C iecommitteerde Raaden niet onbekend was;<br />

e n deezen des niettegenlaande de voorfz or-<br />

d ers gefteld hadden,even als of de gewapende<br />

I urger • Corps vyanden van den Staat waren,<br />

e a verftoorders van de algemeene rust en vei-<br />

li gheid, welke aan Hun Ed. Groot Moog. bek<br />

;nd was, dat zy ten hoogften eerbiedigen*<br />

en


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 251<br />

en met alle hunne magt zochten te handhaaven<br />

en te bevestigen; op dat de goede en welmeenenden<br />

in den Lande niet bloot gefteld wier»<br />

den aan de gruwelyke geweldenaryen van Oproer,<br />

Moord en Plundering, welke men, by?<br />

zonderlyk in andere Provintiën, dagelyks, op<br />

zoo pene, om wraak roepende,•» wyze ftraffeloos<br />

hadt zien pleegen. En dewyl dat alles<br />

pen ondraagelyke hoon en beleediging was<br />

voor de gewapende Burger-Corpfen deezen<br />

Provintie, op welken Hun Ed. Groot Moog.<br />

herhaalde reizen betuigd hadden het grootfte<br />

vertrouwen te ftellen, zoo verwagt-ten zy van<br />

de bekende Billykheid van Hun Ed. Groot<br />

Moog., dat Hoogstdezelven het gedrag van<br />

Heeren Gecommitteerde Raaden ten fterkften<br />

zouden afkeuren, de Orders, d


£52 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

verder voort te trekken; zullende zich den<br />

volgenden dag, by de Uitbreiding, nader verklaaren.<br />

Delft Heide voor het Befoigne den<br />

volgenden dag daar over te houden , en het<br />

gewapend Corps aan te zeggen, niet verder<br />

voort te gaan,en daar by voegden zichBrielle,<br />

Hoorn, Enkhuizen, Edam en Medenblik, Maar<br />

Dordrecht, Haarlem, Leyden, Amfterdam, Gouda,<br />

Rotterdam, Gorinchem, Schiedam, Schoonhoven,<br />

Alkmaar, Monnikendam en Purmerende, keurden<br />

het gedrag van Gecommitteerde Raaden af,<br />

en wilden al dat buitengewoone, en vooral het<br />

te velde liggen van het Krygsvolk een einde<br />

doen hebben, om allen argwaan weg te neemen<br />

; ook wilden zy den Magiftraat van 's Hage<br />

aangefchreeven hebben, niet zonder Orders<br />

van Gecommitteerde Raaden , de Schuttery<br />

met fcherpe Patroonen te wapenen, en geene<br />

aanfchryving aan het Burger - Legertje te doen<br />

om op te houden: anders protefteerden zy tegen<br />

alle nadeelige gevolgen. Eindelyk namen<br />

alle de Leden alles over, en zouden volgenden<br />

dag daar over Befoigne gehouden worden;<br />

terwyl elk by zyn gevoelen bleef. Of het<br />

Befoigne den volgenden dag voortgang gehad<br />

heeft, en wat daarop beflooten werd is myniet<br />

voorgekoomen. Hoe dit ook zy, de groote<br />

meerderheid der fternmen was ten voordeele van<br />

het Burger-Legertje, en uit deszelfs verrich-<br />

:ingen, die daar na gebeurd zyn, zoo als hier<br />

yoor verhaald is, blykt, dat het althans geene'<br />

aan-?


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 253.<br />

aanfchryving gekreegea heeft om op te hou­<br />

den (*).<br />

Ongerust­<br />

De bovengemelde ontydige beweegingen en heid der<br />

toeRel van Gecommitteerde Raaden en den<br />

Magiftraat van 'sHage, over welke de Burger-<br />

Commisfie aan de Staaten klaagde, hadden<br />

ook het Corps Diplomatique, dat is te zeggen,<br />

de Ministers van de Buitenlandfche Lloven,<br />

die in den Haag hun verblyf houden, fchrik<br />

en vrees aangejaagd: De Gezanten der Hoven<br />

BuitenlandfcheGezanten.<br />

van Rusland en Deenemarken gaven, in naam<br />

van alle de overigen, uitgezonderd Vrankryk,<br />

eene Nota over aan den Prefident der Algemeene<br />

Staaten; waarin zy hunne bekommering<br />

voor een Oproer te kennen gaven, en verzochten<br />

dat in tyds alle bekwaame maatregelen<br />

genoomen wierden , om alle gevaar daar van<br />

voor te koomen. Ook begaven die zelfde Gezanten<br />

zich by den Raadpenfionaris VAN<br />

BLYSWYK, en gaven mondeling te kennen,<br />

dat zy verwagtten, dat het Burger - Legertje ,<br />

by Loosduinen neêrgeflaagen, niet in 'sHage,<br />

de Verblyfpiaats der Gezanten van alle de Europeefche<br />

Hoven by de Republiek, zoude trek­<br />

ken. Toen by de Algemeene Staaten de gemelde<br />

Nota ter tafel gebragt en daar over beraadflaagd<br />

werd, verklaarden de Afgevaardigden<br />

van Holland, dat alle noodige maatregelen<br />

tot veiligheid en rust van deeze Haare Verbïyf-<br />

(*, Nieuwe Ned:rl, Jaa.b. Mg. 1787. bladz 316a—3i«o,,<br />

1787»<br />

Te vrede<br />

gcfteH.


.1787.<br />

De Schutters<br />

van<br />

Dordrecht<br />

ontwapenen<br />

de oproengeBoeïeu,<br />

£54 BEKNOPTE HISTORIÉ D E R<br />

blyfplaats genoomen warem Desniettegeri»<br />

ftaande werden dezelven verzocht, deeze No­<br />

ta ten fpoedigftë tot kennisfe der Heeren Staa­<br />

ten, hunne Principaalen, te willen brengen,om<br />

daar op zodanige voorzieninge te doen , als<br />

tot verdere gerustheid der Buitenlandfche Mi­<br />

nisters zouden vinden te behoorem En werd<br />

de Griffier FAGEL gelast om aan de twee ge­<br />

melde Gezanten hier van kennis te geeven(*).<br />

Het geen het Burgerlegertje in het Westlandi<br />

en daar rondom verrichtede, dat deeden de<br />

Schutters van Dordrecht in de Dordfche en AU<br />

llasfer waarden: Op den io^en Sept. werd in<br />

eene, daar toe belegde Vergaadering der drie<br />

Schutteryen , onder geheimhouding op den<br />

Schutters Eed , beflooten, om eenen togt over<br />

de lijerwede te doen: Den volgenden dag, den<br />

li 1<br />

-' 1<br />

Sept. trok een Detachement van 18a<br />

Schutters, voorzien van 2 Veldftukjes, en 20<br />

Kanonniers , uit de ftad , zonder dat iemand<br />

anders, dan de Schutters zei ven , wist waaf<br />

^Jaa tce. Zy voeren aan den Rietdyk over op<br />

Papendrecht; waar zy zich in orde fchaarden,<br />

en, hunne Officiers te paard gefteegen zynde,<br />

trokken zy van daar voort raa Giefendam, waar<br />

zy halte hielden tot omtrent 1 uuren des nachts;<br />

wanneer zy langs den Dyk voorttrokken, en<br />

zich op zekere hoogte in verfcheidene kleine<br />

Detachementen verdeelden, en de Boeren in<br />

den<br />

{•) Nieuws Nederl. Jeari. S,$t. 1787. bladz. 448,-440;.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. H$f<br />

den Jlblasferwaard, gelyk ook aan den Bout,<br />

by Gorinchem, te Hardinxveld, Werkendam,<br />

Giefendam , Sliedrecht, Papendrecht en andere<br />

Dorpen van de Dordfche Waard ontwapenden;<br />

waar de Huisluiden veele beweegingen en oproerigheden<br />

verwekten met het teekenen van<br />

meer gemelde Verzoekfchriften tot vernietiging<br />

der Befluiten , die de Staaten van Holland<br />

geoordeeld hadden te moeten neemen ; tot demping<br />

van welke Oproeren, en tot handhaaving<br />

der Staatsbefluiten , de Schutters van Dordrecht<br />

buiten allen twyfel gerechcigd en gemagtigd<br />

waren,wat fchyn van redenen anderen daar tegen<br />

ook hebben willen inbrengen. Zy kwamen<br />

den volgenden dag terug, en trokken des avonds<br />

ten 9 uuren, onder Toortslicht de Rad in; medebrengende<br />

drie opgehoopte Wagens met Geweeren<br />

, drie Prinfen Vlaggen, en ander Wapentuig<br />

(*)< Dat nu deeze ontwapening der<br />

oproerige Landlieden op last of ten minflen<br />

met kennis en goedkeuring der Staaten gefchied<br />

is, kan daar uit blyken , dat Hun Ed Groot<br />

Moog. op raad van Gecommitteerde Raaden ,<br />

den Baljuw van Rhoon en Pendrecht, en die<br />

van den Alblasfer waard gelast en gemagtigd heb.<br />

ben, om tegen de oproerigen, die, door het<br />

ter tekening leggen en doen tekenen der bovengemelde<br />

oproerige Verzoekfchriften, bewee-<br />

(?) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sett. 1787. bladz. 4343<br />

gia-<br />

178*4


1787.<br />

Hooggaande<br />

verfcliil tusfclien<br />

de<br />

Staatsleden<br />

van Vrieslandontftaan.<br />

Befluit der<br />

Staaten van<br />

Vriesland<br />

op het voorftel<br />

der Bemiddeling<br />

van Vrank'<br />

r Sk.<br />

256 BEKNOPTE HISTORIE CËft*<br />

gingen verwekt hadden , ten kosten van deri<br />

Lande te rechten te gaan (*).<br />

Terwyl deeze dingen in Holland gebeurden s<br />

ontftond 'er in de Provintie van Vriesland een<br />

gefchil tusfehen de Staatsleden, dat op eene<br />

feheuring der Staatsvergaadering uitliep, en,<br />

gelyk te Amersfoort en Utrecht, twee Staats-<br />

vergaaderingen, eene van de Meerderheid te<br />

Leeuwarden, en eene van de Minderheid der<br />

Leden te Franeker, voortbragt; Dit gebeurde<br />

by geleegenheid, dat de Afgevaardigden der<br />

Staaten van Holland ter Vergaadering van de<br />

Algemeene Staaten voorgeflaagen hadden om<br />

de Bemiddeling des Konings van Frankryk, als<br />

Bondgenoot der Republiek, tot bylegging der<br />

gefchil len in te roepen. Op dit voorftel namen<br />

de Staaten van Vriesland, by meerderheid van<br />

Remmen op den 2i 1 } c n July een Befluit, om<br />

voor als nog geene Bemiddeling van buiten-<br />

's Lauds in te roepen , zonder vooraf te be<br />

proeven ,• of 'er nog geene inwendige middelen<br />

voorhanden waren; waar toe dan in aanmerking<br />

konde koomen het benoemen van een klein ge­<br />

tal vertrouwde Ferfoonen uit de Hooge Bond-<br />

genooten, met genoegzaam gezag en vertrou­<br />

wen voorzien, om, in de eerfle plaats, de ge-<br />

fchillcn tusfehen de Provintiën ontftaan , zoo<br />

Baby moogelyk te reguleeren, en verder die<br />

zaaken, waar over men niet zou kunnen over-J<br />

en Nieuwe Neder!, Jaarb. Sept. 1787. hlsdz. 44'Ï8.<br />

een


'ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 25:<br />

leenkoomen, te onderwerpen aan eene Beflisfing<br />

van Perfoonen 5 aan wcderzyden te benoemen:<br />

Eu om, in de tweede plaats, op dezelfde<br />

wyze de gefchiktfie wegen en middelen t'e bepaalen,<br />

om de inwendige gefchillen in de Provintien<br />

, waar en tusfehen wien Ook ontRaan,<br />

by te leggen : Dat, alzoo de Provintie van<br />

Vriesland door haare inwendige rust en neutraliteit<br />

tot het houden van byeenkomften en onderhandelingen<br />

tot dat einde meest gefchikt<br />

Was, Hun Ed. Moog. dezelve daartoe aanbooden.<br />

En eindelyk , dat Hun Edel Moog. in<br />

zulk een geval voorts Zouden vermeenen, dat<br />

ook die nabuurige Moogendheden, welke door<br />

derzelver aanbod van Bemiddeling, als anderzins<br />

, blyken hadden gegeeven van derzelver<br />

beJangneeming in de herftelling der ruste binnen<br />

de Republiek, zouden behooren te Worden<br />

verzocht, om den invloed en het vertrouwen<br />

, dat dezelve op deezen of geenen der<br />

Bondgenooten, of op aanzienlyke Perfoonen<br />

in het Gemeenebest, mogten hebben, te wil<br />

len in het werk Rellen, om dezelven geneegen<br />

te maaken tot onderlinge toegeevendheid ,<br />

en af te zien van alle zodanige gedraagingen,<br />

als gefchikt zouden zyn om de gemoederen<br />

meer en meer te vcrwyderen 4 en alle midde<br />

len van verzoening onvrugtbaar te maaken.<br />

Tegen dit Befluit protefleerden verfcheidene<br />

Volmagten , als die van Westdongeradeel, van<br />

t'erweradtel, van Humekmer, Qldephm, Noord,<br />

R Wlde,<br />

Protest efi<br />

A;i nieekebing<br />

van<br />

verfelieideti<br />

Volmaken*


1787.<br />

258 B E K N O P T E HISTORIÉ DER<br />

wolde, en het Bilt, in het kwartier van Wei.<br />

tergoo; in dat van Zevenwouden, wegens Oost-<br />

flellingwerf ; en in het kwartier der Steden we­<br />

gens Sneek en Dokkum. Zy betuigden , zich<br />

met het Befluit, op het punt der voorgefiaa-<br />

gene Bemiddeling gevallen , geheel niet te<br />

kunnen vereenigen, en deeden daarop eenige<br />

aanmerkingen aanteekenen tot wederlegging<br />

van de redenen, daarin bygebragt: Zy konden<br />

nimmer als eene zwaarigheid tegen het vraa-<br />

gen der Bemiddeling van Zyne Aller • Christe-<br />

lykfte Majefteit erkennen , dat andere nabuur igs<br />

Moogendheden, met welke de Republiek in vrede<br />

en vriendfchap leeft, even zeer als Zyne Aller-<br />

Christeljkfle Majefteit, het oog gevestigd houden<br />

op deeze Republiek, om dat 'er een groot onder-<br />

fcheid is, tusfehen in vrede en vriendfchap te<br />

leeven , en de naauwe betrekking van eenen<br />

Bondgenoot : Integendeel geloofden de prote-<br />

fteerende Leden, dat deeze plaats in het Be­<br />

fluit der Staaten aan Zyne Aller - Christelykfie<br />

Majefteit de wettigfte reden van ongenoegen<br />

en wantrouwen zou moeten geeven. — Veel<br />

minder konden zy toeftemmen , dat eenige<br />

binnenlandfc ie nrddelen zouden behooren be­<br />

proefd te worden; om dat zy overtuigd waren,<br />

dat het Volk in andere Provintiën, maar vooral<br />

in deeze Provintie , zodanig een gevestigd<br />

wantrouwen OD zyne Regeering hadt, dat men<br />

geene Perfoonen binnen 's Lands zou kunnen<br />

vinden , genoegzaam in vertrouwen , om 'er<br />

eenig


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 259<br />

eenig goed gevolg van te wagten. Zy billyk-<br />

ten vooral het wantrouwen, dat in de Provin­<br />

tie van Vriesland by de Natie gevestigd was.<br />

Zy toch (de Natie) die zich nog onlangs in<br />

verfcheidene Staatsflukken , zelfs boven de<br />

maate, door Hun Ed.Moog. hoorde verheffen,<br />

toen het op het verdryven van eenen gehaa-<br />

ten Hertog van ERONSWYK aankwam; zy,<br />

die zich tegen den heerschzuchtigen Stadhou­<br />

der, die haare item, de Rem van een dom en<br />

onkundig Gemeen durfde noemen, door Hun<br />

Ed. Moog. zag verdeedigen ; zy, die toen<br />

haare Rem, de Rem van Hun Ed. Moog. Last-<br />

geevers hoorde noemen; zy, die men toen op<br />

alle moogelyke wyzen tot de wapening hoorde<br />

uitlokken; zy, (die Natie) zag zich thans,<br />

nu Hun Ed. Moog. het door haare hulp en<br />

fteun, ja door haar alleen, zoo verre gebragt<br />

hadden, dat de Stadhouder, die toen der Wet<br />

ontwasfen was, onder Hun Ed. Moog. bewind<br />

was terug gebragt, op het vernederendfie ver­<br />

acht; ja zoo verre zelfs, dat niet alleen haare<br />

ByeenkomRen van Genootfchappen , tegen<br />

welke zelfs de kundigfte trekken en lagen van<br />

den openbaaren Aanklaager geene befchuldi-<br />

ging konden inbrengen , op eene listige en<br />

ongehoorde wyze verbooden zyn. Zy zag<br />

thans haare wapening op alle moogelyke wyze<br />

onder de hand en van ter zyden tegengaan;<br />

zy zag zich door een ander Placaat van den<br />

35^» Sept. 1786, beneden de dieren vernee-<br />

R 2 derd;<br />

1787.


17^7»<br />

affo BEKNOPTE HISTORIE ÜEH<br />

derd : zy zag zich verhinderd om, wanneer<br />

zy vertrapt en vertreeden werd , haare klagten<br />

daar over aan Hun Ed Moog. te brengen;<br />

en dus verfteeken van een recht , dat het<br />

eerfte geregeld middel is om herftel van wettige<br />

bezwaaren op eene befcheidene en vriendelyke<br />

wyze te verkrygen. — Dit groot Contrast<br />

in de handelingen van Hun Ed. Moog.,<br />

gevoegd by de kennis, die de Natie heeft, dat<br />

de betrachting der Conftitutie, dat is der fondamenteele<br />

Wetten, hier zeer mank gaat; by<br />

de bewustheid, dat zy eenen Stadhouder cn<br />

Kapitein Generaal hadden , die geweigerd<br />

heeft, zich aan de Inftruftie, hem door Hun<br />

Ed. Moog. voorgefchreeven , te verbinden ;<br />

dat die zelfde Stadhouder ondemeemend genoeg<br />

is, om de grondwetten des Lands willekeurig<br />

te veranderen; dit alles gaf de gegrondfte<br />

reden van wantrouwen. — Geene Placaten,<br />

met Galy en bannisfement dreigende zouden<br />

de Vriesfche Natie dwingen, om haare Rech«<br />

ten lydzaam te zien verlooren gaan — De<br />

protefteerende Volmagten , dus verre af zynde<br />

van deeze Provintie, als geheel buiten alle gefchillen<br />

te befchouwen, geloofden in tegendeel<br />

, dat 'er misfchien niet eene Provintie<br />

onder alle was , waar de tusfchenkomst van<br />

eene buitenlandfche Moogendheid meer noodig<br />

was , dan in Vriesland, en byzonderiyk<br />

voor Hun Ed. Moog. op dat de zaaken door<br />

dezelve zodanig wierden beftierd, dat de Natie<br />

aan


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 2


2i ?2 B E K N O P T E HISTORIE D E R<br />

1787. d lergelyk zouden willen aandoen , ofte Oorlogen<br />

n \aaken, enz. Dus houdt dat Befluit niet min-<br />

Verbod van<br />

met Kanon<br />

te excrceeren. <br />

er in, dan eene verzaaking van de Unie van<br />

Jtrecht, van welke deeze Provintie, of wel<br />

lie Leden, welke zich daarby gevoegd heb-<br />

>en, zouden verflooken zyn. ' En om dat de<br />

)ovengeraelde Volmagten zich niet gemagtigd<br />

chten , ook niet gezind zyn , de Unie van<br />

Jtrecht te verbreeken, en zulks van het hoog­<br />

te belang is voor hunne Lastgeevers ; zoo<br />

irotefteerden zy tegen hetgenoomene Befluit,<br />

ïoudende dezelve voor hunne kwartieren on-<br />

chadeiyk, en blyvende inroepen de rechten<br />

Ier Unie van die Bondgeoooten, die geneegen<br />

;yn, zich aan die Unie te blyven houden (*).<br />

Over deeze Deeze Protesten en Aanteekeningen werden<br />

Protesten<br />

cn Aantee- loor de Meerderheid der Staatsleden , dié het<br />

kenirigcn ] jovengemelde Befluit genoomen hadden, als<br />

wordt een<br />

crimineele 1 looggaande beleedigende befchouwd voor de<br />

/lelie ingefleld.<br />

iegeering in 't algemeen, en voor de Leden<br />

ierzelve in het byzonder , en als regt gefchikt<br />

1 )m de goede Ingezeetenen te misleiden, en<br />

1 :egeu de Regeering optezetten : zy verklaar-<br />

ien dezelve daarom crimineel, en Relden<br />

;chte affchriften daar van in banden van den<br />

Procureur Generaal der Provintie , met last<br />

3m daar tegen het recht van de Heerlykheid<br />

waar te neemen (f). Ter zelfder tyd, den<br />

I iden<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb, •July. 1787. bladz, 2154-2165»<br />

(t) Ibid, Augustus, bladz. 2159.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 263<br />

Et.de* Aug. werd Beflooten en daadelyk uitgevoerd,<br />

aan alle Grietenyen en Steden aan te<br />

fchryven, in hunne Bedryven, of Diftriclen<br />

2orge te draagen, dat met Kanon niet geëxerceerd<br />

of gemanoeuvreerd wierde ; met last om<br />

.daar van, in tegengefteld geval, aan de Gedeputeerde<br />

Staaten kennis te geeven.<br />

Deeze gcftrenge Rappen van de meerder•<br />

heid verbitterden die van de minderheid heel<br />

zeer; gelyk ook de gewapende Burgers, die<br />

hun waren toegedaan, met hun eene lyn trokken,<br />

en hunne zaak zich eigen maakten. De<br />

voorgemelde protefiecrepde Volmagten keverden<br />

op den 23 fte11<br />

Aug. aan den Heer j. c.<br />

B E R G S M A , als Voorzitter van de Gedeputeerde<br />

Staaten (of zoo als men dat Collegie<br />

in Vriesland noemt, die in het Mindergetal)<br />

eene Infinuatie en Verklaaring in, waar door<br />

zy bekend maakten, ,, du zy door het ge-<br />

„ weldig gedrag der meerderheid, alle banden<br />

en eerbiedingen, welke Leden van Staat<br />

s, aan eikanderen verfchuldjgd waren, als ver-<br />

„' brooken befchouwden , en door aanflagen<br />

3, hunne perfooneele veiligheid in gevaar ge-<br />

9, bragt, zich buiten Raat oordeelden, langer.<br />

„ ter Staatsvergaadering te verfchynen. Ovet<br />

„ zulks de Befluiten, die vervolgends door de<br />

3, Meerderheid zouden genoomen worden,<br />

„ verklaarden voor informeel, nul, en van<br />

,j onwaarde". Zy bleeven ook afweezig van<br />

de Staatsvergaadering, en gaven van hun Pro<br />

R 4 testj<br />

1787.<br />

Infinuatie<br />

en Verklaa.<br />

ring van de<br />

Minderheid<br />

aan dc Gc«<br />

deputcerds<br />

Staaten.<br />

Geeven daar<br />

van Uennii<br />

aan de 1.gezeetenen<br />

t<br />

enz.


264 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

test, en van deeze Verklaaring kennis aan de<br />

Remgerechtigde Ingezeetenen van hunne Land-<br />

Rreeken en aan de Vroedfchappen der Steden<br />

Snetk en Dokkum, en te gelyk begeerden zy<br />

van dezelven vrywaaring en fchadeloosftelliBg,<br />

zoo als aan Volmagten toekomt. Zy vervoeg-,<br />

Arlies der<br />

gewapende<br />

Euniei s een-<br />

den zich by de Steden van Holland, als Leden<br />

van het Bondgenootfchap om derzelver hulpe<br />

interoepen ; gelyk ook aan den Koning van<br />

Vrankryk als Bondgenoot der Repubjiek. Den<br />

volgenden dag, 24 Aug. vergaaderden Gecommitteerden<br />

uit de gewapende Corpfen der Provintie,<br />

en beflooten een Adies aan de Staaten<br />

in te leeveren; gelyk op. den 26^" Aug. ook<br />

een Adres , door alle de Burger - Corps en door.<br />

eenige Schutteryen oaderteekend, ingeleeverd<br />

is: In dit Adres drongen de gewapende Burgers<br />

aan op het intrekken der Placaten tegen het<br />

ïtemmig niet<br />

de Minder- adresfeeren en verzoeken doen aan de Overiglieid.heid,<br />

en van het verbod op het invoeren van<br />

Krygsbehoeften en Geweeren , en van met het<br />

Gefchut te exerceeren; voornaamelyk en ten<br />

fterkfte drongen zy aan op het buiten kragt<br />

Rellen van de crimineele Aftie tegen de Minderheid<br />

; met bygevcegde Verklaaring, dat,<br />

gelyk alle Staatsleden by hunne Voimagt van<br />

hunne Lastgeevers, de belofte van fchadeloos-<br />

Relling gekreegen hadden, wanneer, hun om<br />

het uitvoeren van hunnen last, zonder dien te<br />

buiten te gaan , iets mogt overkoomen , de<br />

meesten van hun daarenboven reeds voor lange<br />

r<br />

• '• alle


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. aöy<br />

alle hulpe en onderfteuning toegezegd hadden<br />

aan de gemelde Staatsleden, indien zy in het<br />

aanwenden van rechtmaatige middelen mogten<br />

ontrust worden; welke hulpe en onderfteuning<br />

zy aan deeze Heeren en aan alle brave Regenten<br />

by herhaaling toezeiden en aanbooden;<br />

neemende het Protest dier Heeren woordelyk<br />

voor hunne rekening , en verklaarende , dat<br />

hetzelve hunne eigeue en waaragtige gevoelens<br />

behelsde.<br />

Dus ernftig begonnen hier de zaaken te wor- ,<br />

Staats,<br />

den; de Partyen tegen eikanderen ten uiterfte ' ergaadeng<br />

ge»<br />

verbitterd, de Staatsvergaadering van een ge- f :l;euuL<br />

fcheurd , en elk deel zich gereed maakende<br />

om zyne gevoelens met de wapenen ftaande te<br />

houden: Te Leeuwarden werden op den 24.ften<br />

Aug. orders aan den Bevelhebber der Bezetting<br />

gegeeven om de paerden der Ruiters uit de<br />

weiden te doen haaien en op de ftallen te zetten<br />

, en de Soldaaten , die met werkpasfen<br />

buiten de Stad waren , te ontbieden. Ook<br />

vonden de Staaten noodig, tot handhaving van<br />

hun Gazag, den fterken arm te gebruiken, en<br />

tot dat einde het Krygsvolk, ter betaaling van<br />

Vriesland ftaande, uit Gelderland en het Sticht<br />

van Utrecht te ontbieden (*). De protefteerende<br />

Leden daar en tegen, die de Minderheid<br />

uitmaakten, begaven zich naa Franeker,<br />

en hielden daar eene nieuwe Staatsvergaadering,<br />

(*) Nieuw Nederl. Jearb, Aug. 1787. bladz. 4257 — 4283.<br />

R 5<br />

*****


Franeker in<br />

ftaat van<br />

verdediging<br />

gfctteld.<br />

i6c5 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

•ing, die zy alleen voor de wettige Souvraine<br />

Vergaadering hielden, terwyl zy die \an Leeuwarden<br />

voor geweldenaars verklaarden, en gerolglyk<br />

alle de Befluiten derzelve voor onwet-<br />

:ig en nietig wilden gehouden hebben. De<br />

Stad Franeker werd in ftaat van verdeediging<br />

gefteld, en tot dat einde een Defenfiewezen,<br />

dat is te zeggen, eene Commisfie, aangefteld,<br />

beftaande uit Leden der Stads Regeering, van<br />

len Krygsraad en van het Genootfchap. Men<br />

jragt Kanon op de Wallen, men nam Hulpeingen<br />

in, en alle dagen trokken 250 Mannen<br />

Burgers op ter Wacht. Tot Bevelhebber over<br />

dezelven werd aangefteld de Heer A, TUI-<br />

?; E M A 1 Oud-Kapitein, aan wien toegevoegd<br />

werden de Grietman DE BERE, en de Bevelhebber<br />

van het Genootfchap Mr. A. TUIN­<br />

HOUT. In deeze gefteldheid van zaaken zonden<br />

de Staaten , te Leeuwarden vergaaderd ,<br />

eenen Brief aan de Regeering van Franeker,<br />

met eenen voorflag om drie Gecommitteerden<br />

naa Leeuwarden te zenden, ten einde de gefchillen<br />

in het vriendelyke by te leggen, die<br />

gefchiedde, doch de onderhandelingen waren<br />

yrugteloos (*> En deeze onderneeming der<br />

Minderheid van de Staatsleden, om eene afzonderlijke<br />

Staatsvergaadering te Franeker opterechten,<br />

bekommerde de Staaten van Friesland<br />

heel zeer j en zoo veel te meer om dat<br />

die<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaar}, Aug, 17%7> bl*siz. 495J-<br />

v


QNLUSTEN IN HET VADERLAND. 267<br />

die Minderheid daar in door die van Holland, by-<br />

zonderlyk van Amfterdam, onderfteund werd me:<br />

Oorlogsbehoeften , Manfchap en Geld ; ten<br />

einde te bewerken dat de Staatsgezinde Farty<br />

in de Algemeene Staatsvergaadering de meer­<br />

derheid mogt bekoomen (het welk met Utrecht<br />

mislukt was) en daar door meester worden van<br />

al het Krygsvolk van den Staat. Hierom fchree­<br />

ven zij aan de Algemeene Staaten, en gaven<br />

aan dezelven keunis van den toefland van zaa­<br />

ken en van alles wat 'er tusfehen de Staatsle­<br />

den en te Franeker gebeurd was (*).<br />

Uit vreeze voor eenen aanval van de zyde 1<br />

der Staatsleden te Leeuwarden, hield men reeds %<br />

'ranelcr<br />

crltextti<br />

in Augustus de Poorten van Franeker door­<br />

gaands geflooten en waakte met dubbele Wach­<br />

ten ; en het Stads Defenfie - Wezen, dat in<br />

May was opgerecht, werd nu met drie Leden,<br />

de Heeren c. L- VAN BEYMA, \. ROOK DA<br />

en P. E R E U G E M A N , vermeerderd, en be­<br />

kwam nu den tytel van 't Defenfie - Wezen van<br />

Staat en der Stad Franeker, benevens een groot<br />

gezag en geene geringe voorrechten. Men<br />

maakte in de Wal by de Ooster-Waterpoort<br />

eene kleine doorfnyding, leide een Ruk Kanon<br />

daar in, om de Jaagvaart daar mede te befchie-<br />

ten; ook werd over de Graft, op de Wal een<br />

kleine Battery opgeworpen en een Ruk Kanon<br />

daar op geplaatst om den Trekweg te beftry-<br />

ken;<br />

{*) Ki.uwe Nederl, Jaarb, September 1787. bladz. 4934.<br />

17$?4


*£8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

ken; en dus ging men voort rondom de Stad<br />

te verfterken met Batteryen op te werpen, en<br />

Kanon daarop te planten tegen over ajle de<br />

wegen en toegangen naa de Stad.<br />

De ïvlimler De afgefcheidene Staats - Leden, de minderfceid<br />

maakt<br />

toeftel om' , heid uitmaakende, bleeven nu beRendig in de<br />

Cezaj van<br />

,Staaten n^n<br />

jereemen.<br />

Stad Franeker, en vergaaderden dagelyks, zoo<br />

wel op het Stadhuis, als in de Herberg de Valk.<br />

Zy gaven kennis van alle de oinftandigheden<br />

aan de Ingezetenen der Grietenyen en aan de<br />

Magiftraaten der Steden , uit welke zy afgezonden<br />

waren, en eischten die vrywaaring,<br />

welke aan hun als Volmagten by de Volmagtsbrieven<br />

beloofd waren. Zy fchreeven ook brieven<br />

van bekendmaaking aan de Staaten van<br />

Holland en aan den Koning van Vrankryk, als<br />

Bondgenoot der Verëenigde Provintiën ; en<br />

om een wettig beRaan en Reun te hebben werd<br />

een Verklaaring ontworpen, waar by de Schutteryen<br />

en Genootfchappen by Eede beloofden<br />

geene andere Overheden te zullen erkennen,<br />

dan deeze Leden, die te Franeker vergaaderden;<br />

en derzelver orders heilig te zullen opvolgen<br />

en nakoomen , die hun zouden gegeeven<br />

worden tot herfiel van hunner aller Rechten<br />

en Vryheden. Dit Ruk werd overal ter<br />

tekening gelegd, om, zoo haast als de Staats-<br />

Leden in het Academiehuis zouden, vergaaderd<br />

zyn , en de tekening voldoende bevonden,<br />

door Officieren te doen inleeveren ; terwyl<br />

meq


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, aêj i<br />

men de andere Officieren, die daarin zwaarig.<br />

beid maakten, aanftonds afzette.<br />

Dewijl men voorgenoomen hadt zich in dai<br />

gezag te handhaaven, zoo voorzag men ziel<br />

ook van de noodige Krygsbehoeften ; en af<br />

hoewel de Staaten te Leeuwarden het Exerceeret 1<br />

met Gefchut en het invoeren van Oorlogstuig<br />

en Krygsbehoeften verbooden hadden , zoc<br />

oordeelden die van Franeker zich toch gerech­<br />

tigd , uit kragt van een Befluit der Regeering var<br />

de Stad; waarby de Schuttery gemagtigd was.<br />

om alles te bezorgen wat tot verdeediging van<br />

dezelve noodig was; om zich van een groot<br />

getal kogels, handgrenaden, en io,ooo pond<br />

Buskruid te voorzien, ook eenige Kanonniers<br />

van Zwolle te ontbieden, die ook daar aankwa­<br />

men en dagelyks op de Wallen, in de behan-<br />

deling van het Gefchut, de noodige onder-<br />

richting gaven. Men ontving ook te Franeker<br />

op den 24 fte<br />

» Aug. tyding, dat een Schip met<br />

Gefchut en Krygs-voorraad, uit Holland toe­<br />

gezonden, voor de Wal lag. Voor tegenftand<br />

van Krygsvolk beducht zynde, zond men dien<br />

zelfden avond naa de nabuurige Gewapende<br />

Genootfchappen, om hulpe, ten einde de ont-<br />

fcheeping te dekken : Deezen zonden wel­<br />

haast 400 mannen uit de verfcheidene Corpfeu<br />

met twee Veldfiukjes naa de-plaats der ont-<br />

fcheeping , welke maar een uur gaans van<br />

de Krygsbezetting, te Harlingen, was, en<br />

ruim twee uuren van Franeker. De ontfehee-<br />

1787-.<br />

Kry^-sbehoetteoingevoerd.


Het Kanon<br />

en üeKrygs*<br />

behoeften<br />

door Gedept!<br />

teerde<br />

Staaten op»<br />

geïbelit.<br />

27D BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />

ping gefchiedde zoo gelukkig, dat de voorraad,<br />

beftaande in 8 ftükken Kanon , waar onder<br />

4 fraaije metaalen Veldftukken, en zes of<br />

agtduizend pond Buskruid , den 25 fte<br />

» Aug.<br />

behouden binnen Franeker gebragt werd.<br />

Den 27 [ien<br />

Aug. kwam te Franeker een Deur»<br />

waarder van de Staaten, van twee Gerechtsdienaars<br />

verzeld, welken, in naam der Gedeputeerde<br />

Staaten , al het Gefchut en de Krygsbehoeften,<br />

die in de Stad waren, opeischten.<br />

De Magiftraat met deeze zaak verleegen, zond<br />

hen naa hec Defenfie - Wezen, het welk verklaarde,<br />

in deezen .eisch niet te kunneu bewilligen<br />

, dewyl het opgeëischte goed het<br />

eigendom der Schuttery en Burgery was; en<br />

indien men het met geweld wilde haaien, dat<br />

men zulks als eene Ooiiogsverklaaring zou aanmerken<br />

, en getroost zyn , het geweld aftewagten.<br />

Ja men was voorneemens geweld met<br />

geweld te keeren ; want daar werden feinen<br />

gegeeven en eenige Postboden^afgevaardigd,<br />

waar door in weinig tyds eene groote menigte<br />

gewapende Genootfchappen uit de nabuurige<br />

Dorpen in de Stad trokken, het welk den gehcelen<br />

nacht aanhield ; zoo dat 'er den volgenden<br />

dag reeds duizend gewapende Vrywilligers<br />

in de Stad waren. Deeze gebeurtenis<br />

ontvonkte den yver in andere Grietenyen ,<br />

waar van men 'nooit verwagt hadt, dat zy de<br />

wapenen zouden opvatten, om zich ook onder<br />

. de Viycorps aan te geeven, of nieuwen opterech-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND, èji<br />

rechten. Aan de andere zyde baarde deeze ge-<br />

I787.<br />

beurtcnis veele bekommering in de Provintie;<br />

verfcheidene Leden van Regeering vlugteden<br />

van hunne Landhuizen naa Leeuwarden met<br />

hunne goederen ; men Relde daar dubbele<br />

Wachten en zond Rerke Patrouilles uit, die<br />

niet zelden de Ronden der Burger - Corps ontmoetteden<br />

(*). Dus liet het zich aanzien ,<br />

als of een binnenlandfche Oorlog onvermijdelijk<br />

was. De Staaten te Leeuwarden ontbooden<br />

alle de Troupen, op de betaaling der Provintie<br />

ftaande, uit Gelderland en Utrecht, met eene<br />

dringende order en bygevoegde bedreiging ,<br />

dat zy , indien ze niet binnen agt dagen op<br />

marsch gingen , buiten foldy zouden gefteld<br />

worden. Die van Franeker, daarentegen, zonden<br />

een Detachement van 200 Mannen na»<br />

Makkum, om zich in 't bezit van die plaats te<br />

ftellen; ten einde eene Zeehaven te hebben<br />

om zich van de vrye gemeenfchap met Holland<br />

te verzekeren (f). Ook deed het Defenfie-<br />

Wezen der Stad Franeker, onderricht zynde,<br />

dat *er een fcherpe Publicatie, van wegen de<br />

Staatsleden te Leeuwarden, ftond afgekondigd<br />

te worden tegen het verleenen van hulpe aan<br />

deeze door geweld gedreigde Stad, eene aanfchryving<br />

aan de Bevelhebbers der gewapende<br />

Genootfchappen, dat hetzelve goedgevonden<br />

had,<br />

Nieuwe Ntierl. Jaarb. Aug. 17S7. blafe. 48.6-438-.<br />

(D 'bid. September 1787. b.'adz. 405.9.<br />

Het Defen<br />

Ce - Wezen<br />

neemt .".Ie<br />

de ge wapen<br />

de Burgers<br />

die terhulpi<br />

koomen ,<br />

onder be.<br />

feuerming.<br />

1


i 78 7><br />

SWats-Vergaadering<br />

tc<br />

Franeker<br />

uiigelchrecven.<br />

272 BEKNOPTE HISTORIÉ O E R<br />

had, Hun Ed. Manh. te verzoeken, gelyk zy<br />

hen verzochten om hun onderhebbend Volk te<br />

onderrichten, dat het Defenfie - Wezen dief<br />

Stad alle de Manfchappen der Provintie, die<br />

toe hulpe van Franeker uitgetrokken waren, of<br />

nog zouden uittrekken, zoo wel Soldaaten als<br />

Burgers, onder zyne byzondere befcherming<br />

nam, met belofte dezelven allen tegen alle geweid<br />

te waarborgen; en dat aan ieder Man j<br />

die uitgetrokken was, en zich te Franeker, of<br />

te Makkum onder de Wapenen bevond, betaald<br />

werden vier Car. Gulden in de week, en daarenboven<br />

vrye kost en inkwartiering.<br />

Dus bleef alles hier op den vott van Oorlog ;<br />

de Poorten bleeven geflooten, zoo nogthans,<br />

dat men kon in- en uitgaan , doch niet zonder<br />

Paspoort van het Defenfie - Wezen. De lust<br />

toe de Wapenen werd ook nog algemeener<br />

door de aangejaagde vreeze voor plundering<br />

van het Krygsvolk. Ten platten Lande was<br />

men daar voor zoo beducht, dat men op de<br />

wegen eene groote menigte Eggen faameh<br />

bras;t, om ze voor de Ruitery onbruikbaar te<br />

maaken : ook werden de bruggen afgebrooken<br />

(*).<br />

Om nu vervolgends de voorgenoomene verbeetering<br />

der Regeeringswyze Staatsgevvyze<br />

uittevoeren, befchreeven de Staatsleden van<br />

de Minderheid op den jjfcra September eene<br />

Staats.<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sépt. 1:87. blad: $ o.


ONLUSTEN IN HÈT VADERLAND. 273<br />

Staatsvergaadering , om den 7 den<br />

September in 1787.<br />

het Academiehuis te Franeker te vergaaderen,<br />

ter beraaming van zodanige middelen, als tot<br />

herftelling der Conftitutie van de gefchondece<br />

Volksrechten , en dus tot best van Land en<br />

Kerk, dienftig zoude bevonden worden; met<br />

belofte , dat aan alle de geenen, welken zich op<br />

voorfchreve tyd en plaats zouden vervoegen,<br />

èlle hulpe, veiligheid en befcherming zou verleend<br />

worden , en met verklaaring , dat tegen<br />

de afwezig blyvende zou worden befchikt en<br />

gehandeld , zoo als verftaan zou worden te<br />

behooren (*).<br />

Deeze nieuwe Staatsvergadering van de Minderheid<br />

der Leden werd ook inderdaad op den<br />

7** Sept gehouden : De Leden derzelve werden<br />

niet veele plegtigheid in hét Academiehüis<br />

ingeleid , voorgegaan van het Defenfie.<br />

Wezen , en van verfcheidene Vrycorporisten<br />

verzeld. Het eerfte , dat in deeze Vergadering<br />

beflooten werd, was de befchreevene Leden,<br />

die niet verfcheenen, van hunne Ampten<br />

en Waardigheden vervallen te verklaaren;<br />

eh den volgenden dag den 8''cnSept. werd eene<br />

Publicatie beraamd, en overal, zoo veel moogelyk<br />

aangeplakt, om geene andere dan deeze<br />

Vergadering , voor de waare Staaten en den<br />

wettigen Souvrain te erkennen. Den g^u w e r cj<br />

eene Publicatie beraamd en afgekondigd tegen<br />

C) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept, 1787. bladz. 4973.<br />

de<br />

Eerfte by.<br />

eenkoinsc<br />

der Vergui<br />

dering.


1787-<br />

Veifcneidencaanfctaryvingcn<br />

dour<br />

die Vcrgaadeiinggedaan.<br />

274 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

de Publicatie der Staaten te Leeuwarden , ter<br />

vernietiging der Genootfchappen ; by welke<br />

Publicatie de Ingezetenen tot den Wapenhan­<br />

del werden aangemoedigd , en onder de by­<br />

zondere befcherming van deeze Vergaadering<br />

genoomen (*)•<br />

Vervolgends deeden de Staaten te Franeker<br />

vergaaderd, op den I3 dcn<br />

Sept. aan de Ontvangers<br />

en Collecteurs van de Gemeene Middelen<br />

aanfchryven,om geene Penningen naa Leew<br />

warden te vervoeren; maar die by zich te hou-,<br />

den tot dat zy daar omtrent nader zouden voorzien<br />

hebben. Ook hadden zy den tffy Sept.<br />

eenen Brief gcfchreeven aan den Heer J. VAN<br />

SMINIA, Secretaris van de Staaten, om met<br />

de Kamerbewaarders, en verdere aanhoorigen<br />

zich naa Franeker te begeeven, ten einde aldaar<br />

hunne posten waar te neemen. Doch deeze<br />

was daartoe ongeneegen. Men Relde derhalven<br />

by provifie den Heer H L. VAN AL­<br />

T E N A tot Commies ter Secretary aan. Men<br />

fchreef Brieven aan de Bondgenooten, aan de<br />

Algemeene Staaten, aan den Stadhouder, aan<br />

de Rekenkamer. Men zond zoo veel gewapend<br />

Volk, als men misfen kon, naa Bohward,<br />

Sneek , Workom , Hindelopen en Stavoren , om<br />

zich van die Steden te verzekeren. Men hadt<br />

reeds 20000 Guldens by de Ontvangers en Collecteurs<br />

doen ophaalen en het grootRe gedeelte<br />

(«) Nieuwe Neder!. Jetrb.-Sep.'. 1787- BUU<br />

'


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 275<br />

te van 't Gefchut van Slooten naa de Lemmer<br />

vervoerd, om die plaats te verRerken. Men<br />

beraamde op den 14^1. Sept. een Publicatie om<br />

het Regiment Voetvolk van Plettenberg af te<br />

danken; waar van men aan den Kapitein - Gene.<br />

raai kennis gaf. Ook deed men aanfchryving<br />

aan dje Bevelhebbers van het Krygsvolk in de<br />

Provintie, om alle Officieren en Onderofficieren<br />

af te vraagen , of zy gezind waren , de<br />

Staaten te Franeker vergaaderd, te gehoorzaamen,<br />

met bedreiging van, indien zy niet,<br />

of niet voldoende, antwoordden, voor vyanden<br />

des Vaderlands gehouden te worden (*).<br />

Ondertusfchen hadden de Staaten van Vriesland,<br />

te Leeuwarden vergaaderende, in het laatst<br />

der maand Aug. reeds by voorraad van de Algemeene<br />

Staaten en den Kapitein-Generaal<br />

een goed getal Krygsvolk met het noodige Gefchut<br />

verzocht; al het welke tegen den ijuen<br />

Sept. in de Provintie van Vriesland verwagt<br />

werd: Ook werdt de inval van Pruisfifche Legermagt<br />

hoe langer hoe waarfchynelyker. Daar<br />

by kwam nog de tyding van het verlaaten van<br />

Utrecht; al het welke deeze nieuwe Staaten en<br />

hunne aankieevers in groote verlegenheid bragt.<br />

Evenwel zochten zy de Stad Harlingen, dietot<br />

hier toe geene party gekcozen hadt tot<br />

hunne party over te haaien, en zich daar door<br />

te ft.erken.; ten welken einde het Fits-Gerecht<br />

C) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. 'bladz. 4994.<br />

S 2<br />

der<br />

1787.<br />

De Staaten<br />

te Leeuwarder,ontbiedenKrygsvolk.


Men beproeftonderwaterzettingen.<br />

276 BEKNOPTE HISTORIE D E K<br />

der Stad Franeker eenen Brief aan den Burger-<br />

Krygsraad van Harlingen fchreef; doch de<br />

Krygsraad floeg dat voorflel ronduit af, en<br />

verzocht daar over niet meer lastig gevallen te<br />

worden (*).<br />

Eindelyk beproefde men het laatfte hulpmiddel<br />

van verdeediging, de onderwaterzetting:<br />

Men zond den i8 ,te<br />

n Sept. eene menigte Gravers<br />

naa de Lemmer, die een gat in den Dyk<br />

begonnen te graaven; doch wel haast kwamen<br />

de Boeren van de nabuurige Dorpen, van allerlye<br />

foorten van geweer voorzien , om dit<br />

begonnen werk te fluiten, die de Gravers verdreeven<br />

, en het gat weder digt maakten. Zy<br />

beproefden dit ook op andere plaatfen, maar<br />

met even ongelukkigen uitflag: Op den 20 ftL<br />

>»<br />

Sept. werden eenige gewapende Boeren en<br />

Gravers, van een ftukje kanon voorzien, nsa<br />

den Dyk by het Dorp Stiens gezonden , om dien<br />

te doorgraaven; doch wel haasc kreeg men belicht<br />

daar van te Leeuwaarden, en zond eenige<br />

Ruiters, Soldaaten en Kanonniers, te zaamen<br />

350 Mannen met 2 zwaare en 2 kleine ftukken<br />

kanon , naa het gemelde Dorp , om de<br />

Boeren aldaar te ontwapenen, de Graavers te<br />

verjaagen en het gat in den Dyk weder digt te<br />

maaken. Hier by viel eene fchermutfeling<br />

voor; een Detachement gewapende Boeren in<br />

het Bosch van den Heer V A N W Ï C K E L geplaats^<br />

(*; Nieuwe Nederl. jaarb. Sept, 1787. bladz. 5001—50*0»


GNLUSTEN IN HET VADERLAND. 277<br />

plaatst, vuurden op het Krygsvolk, maar met<br />

de derde fchoot barstte hun Veldftukje, en zy<br />

waren genoodzaakt dc vlugt te neemen, en naa<br />

•een ander Dorp te wyken : Het Krygsvolk,<br />

•dat een uur lang met het kanon gefchooten<br />

-hadt, het gat in den Dyk door de Graavers,<br />

die zy mede gebragt hadden, hebbende doen<br />

digt maaken, keerden naa Leuwarden te rug.<br />

•In deeze fchermutl'elipg waren , aan de zyde<br />

der Boeren 2 of 3 gekwestRen, doch geen gesneuveld<br />

; insgelyks waren 2 gekwetRen aan<br />

•de zyde van het Krygsvolk , waar onder de<br />

Ritmeester POST, die met hagel in de wang<br />

-getroffen was. De üattery der Boeren werd ge-<br />

Regt, en hun veldftukje naa Leeuwarden medegevoerd<br />

(*).<br />

Daar nu alle middelen vrugteloos fcheenen,<br />

«n men eene groote geregelde krygsmagt te<br />

gerokt zag, begon men aan eenen goeden uit-<br />

4lag te wanhopen, en dorst den aanval niet afwagten<br />

om tegen fland te bi eden; een algemeene<br />

fchrik bevong de gemoederen , en elk begon<br />

*e denken om een goed heenkoomen te zoeleen:<br />

men zocht den moed nog wel te onderfteunen,<br />

met de hoope van eene aannaaderende<br />

Franfche Legermagt; maar dewyl niets daar<br />

van daadelyk bleek of met de waarheid beves.<br />

Sigd werd, zoo lieten de meesten den moed<br />

geheel en al zakken, en de hoofden, die het<br />

ft Nieuwe Nederl, Jaarb. Sept. 1787, bkdz. 4944.<br />

S 3<br />

be­<br />

17S7.<br />

Toebereidfden<br />

tot<br />

vlugtcn gemaakt.


£787.<br />

De wanhopige<br />

ftaat<br />

belicud ge.<br />

278 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

bellier van zaaken in handen hadden , waren<br />

de eerften om zich tot de vlugt gereed te maaken.<br />

Drie der Leden van het Defenfie-We­<br />

zen , de Heeren G. COOPMANS, Mr. N. SCHEL,<br />

TE MA, en Mr. E. P. VAN DER ZWAAG, be­<br />

gonnen hunne goederen te pakken en in een<br />

Beurtfchip te doen laaden, om ze naa elders<br />

te vervoeren, en zeiven te volgen. De Burgers,<br />

zich nu in den nood van hunne Hoofden,<br />

die hen befchermen moesten, verlaaten<br />

«iende, waren zeer verftoord , fchoolden te<br />

•faamen, en dwongen de pakkers met zwaaré<br />

bedreigingen om.de fchepen weder te ontlaaden<br />

en de goederen in de huizen terug te brengen.<br />

Hoe meer de nood en de verlegenheid toenam,<br />

hoe meer de Beftierders den ftaat der zaaken<br />

in een gunftig licht deeden voorftellen; gelyk<br />

het Defenfie • Weczen op Zaterdag den 22'ten<br />

September nog by trommelflag liet bekend maaken,<br />

dat de zaaken thans beter ftonden dan<br />

•ooit; dat 'er alle oogenblikken Geld en Hulptroupen<br />

verwagt werden , enz. Maar deeze<br />

voorgeevens vonden geen geloove meer. Een<br />

der Hoofden ontviugtte het , onder vóorgeeven<br />

van de Franfche Troepen in Texel te gaan<br />

afnaaien ; een ander met zyn huisgezin mede<br />

poogende te ontwyken, werd door de Wacht<br />

aan de Poort aangehouden ,. en naa zyn huis<br />

terug gebragt.<br />

Zondag den 23 I1:en<br />

, des namiddags na Kerktyd,<br />

deeden de Staatsleden en het Defenfie-<br />

We-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 279<br />

Wezen het gewapend Volk in de Rerk koomen;<br />

en toen moest het hooge woord 'er uit,<br />

om hun de droevige tyding bekend te maaken,<br />

dat de Franfchtn geen hulpe konden geeven;<br />

dat zy niet beftand waren tegen de Magt,<br />

die tegen hen opkwam; en dat'er derhalven<br />

niets anders overbleef, dan zich met de vlugt<br />

te redden: dat zy de waare Voorftanders van<br />

de Vryheid noodigden om met hun naa Stavoren<br />

of naa Amfterdam te gaan; en dat zy hun,<br />

die zulks niet konden doen , aanraadden orri<br />

zich weder onder hunne voorige Regeering te<br />

begeeven. Na deeze aanfpraak ontftond 'er<br />

niet weinig verwarring, gemor en misnoegen<br />

onder de menigte over deeze te leurftelling<br />

van hunne verwsgting: Thans was het vlugten<br />

algemeen; veelen hadden veele moeite om<br />

de poort uit te koomen, en fommigen werden<br />

door de vertoornde Hulpelingen en kanonniers<br />

met 'kogels nagefchooten. C. L. VAN BEY­<br />

MA en zyne Vrienden ontkwamen het alleen<br />

door hulpe van de Heeren DE B E E R E en VAN<br />

WYDENEURC, die hun een geleide van 70<br />

gewapende Burgers bezorgden, waarmede zy<br />

de Wacht der Oosterpoort overweldigden, en<br />

dus ontkwamen. Zy werden nogthans van de<br />

Kanonniers nog dapper nagefchooten , maar<br />

niet getroffen.<br />

1787.<br />

mankt en<br />

tor rle vlugt<br />

jcflooten.<br />

Nog eene groote zwaarigheid was 'er, hoe Mfreincenc<br />

rtugt naa<br />

ssien zich van de Hulpelingen, byzonderlyk de '<br />

:lders.<br />

kanonniers , zoude ontdoen, die zonder be-<br />

S 4 taa-


280 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

taaling niet wilden vertrekken, en met plundering<br />

dreigden, indien zy niet betaald wierden.<br />

Doch deeze zwaarigheid werd door een gelukkig<br />

toeval weggenoomen : Daar kwam een<br />

Chais, met 4000 Guldens gelaaden , aan de<br />

gevlugte Hoofden toebehoorende, om de poort<br />

uitteryden , dezelve werd aangehouden , eri<br />

het Geld als een buit befchouwd; men bragt<br />

het naa het Stadhuis, en betaalde daarmede<br />

Ie Hulpelingen, zoo ver als het Rrekte. Ee-<br />

Tige Staatsleden reisden over Groningen te lan-<br />

3e naa Bremen. Veele Hulpelingen trokken<br />

net den Hr. DE E E E R E over Bolsward en<br />

Workum naa Stavoren, en van daar over de Zui*<br />

Ier-Zee ma Amfterdam. c. L VAN BEYMA<br />

:n ROÖRDA fchreeven den 24^11 Sept. nog<br />

renen Brief uit Stavoren aan het Defenfie Weien<br />

te Franeker, om het zelve moed te geeven,<br />

:n Oorlogsbehoeften te eisfchen, met oogmerk<br />

>m zich aldaar nog te verdeedigen en ware<br />

iet moogelyk die Stad te behouden; waar toe<br />

nen ook de onderwaterzetting beproefde, maar<br />

velke door de laage Zee niet gelukte, terwyl<br />

iet Gefchut aldaar onbruikbaar was, en 't aan<br />

rygsbehoeften ontbrak. Zy verlieten daarom<br />

welhaast deeze Stad, en voeren van de Lem*<br />

ler naa Amfterdam. Dus ontkwamen veelen<br />

an de Hoofden en BeRierders der zaaken;<br />

aaar eenigen werden in hechtenis genoomen<br />

t n naderhand terecht gefleld. Alle de gewa»<br />

F ende Genootfchappen gingen uit eeD, en daar;<br />

wer«'


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 281<br />

werden on trent 5000 Geweeren aan 's Lands<br />

Ammunitie - Meeseer gebragt; behalven eene<br />

menigte anderen, die uit vaar..; n en fl n werden<br />

opgehaald, in welke zy door de vlugtende<br />

geworpen waren.<br />

De Stad Franeker dus ontruimd zynde, gaf<br />

de Regeering kennis aan de Staaten te Leuwardtn,<br />

dat haare Stad van de gewapende Burgers<br />

verlaaten was, en ftelde eene Onderhandeling<br />

voor; doch de Staaten thans geene Onderhandeling<br />

noödig achtende , zonden op den 25 Sept.<br />

vier Compagniën van 't eerfte Batailjon Oranje<br />

Vriesland, onder bevel van den Major CUE-<br />

KIN, met last om de Stad te bellieren tot nader<br />

bevel, geene Regeering te erkennen, en<br />

de beste maatregelen tot bewaaring der rust te<br />

neemen. De Major bclettede alle vergaadering<br />

van het Fits-Gerecht, de Burgery werd<br />

ontwapend, her Vaandel van het gewapend Genootfchap<br />

opgehaald, en de Krygsbehoeften,<br />

die 'er gevonden Werden , in bewaaring genoohien<br />

(*): Dus treurig eindigden de Onlusten<br />

te Franeker ; van de beweegingen , die in de<br />

andere Vriefche Steden plaats gehad hebben<br />

«n van minder belang waren, zal ik niet fpreeken,<br />

maar liever tot de zaaken van Holland en<br />

Utrecht terug treeden.<br />

Toen de Pruisfifche Gezant, Baron van THU-<br />

I,E ME IJ ER, in 't voorile van de maand Au-<br />

gus-<br />

(*) Nieuwe Nederl, Jaarb. Sept. 1787. bladz. 5011— 5014.<br />

S 5<br />

178*.<br />

De Str.d<br />

Franeker<br />

door de<br />

Staaten met<br />

Krygsvolk<br />

bezet, en<br />

onder<br />

krygsbefller<br />

gefteld.<br />

Geruchten<br />

van aannaaderende


.1787-<br />

Pruisfifche<br />

Troupen ,<br />

tegen- en<br />

worgcfprooken.<br />

282 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

gustus zyne laatfte Nota met de eisfehen van<br />

den Koning zyn Meester om voldoening s<br />

binnen den tyd van 14 dagen te beantwoorden<br />

, aan de Staaten van Holland hadt ingeleeverd,<br />

gelyk wy in 't laatst van het voorgaande<br />

Hoofdftuk gezien hebben , liepen 'er fterke<br />

geruchten , welke uit alle ftcden en plaatfen<br />

van den Westphaalfchen Kreitz bevestigd werden<br />

, dat 'er reeds Pruisfifche Troupen, onder<br />

bevel van den Hertog van Brunswyk , in aantogt<br />

waren, om in Holland in te trekken, indien<br />

de Staaten weigsrden aan des Konings eisfehen<br />

te voldoen (*). Doch deeze geruchten<br />

werden door de Staatsgezinden niet geloofd ,<br />

en in de Nieuwspapieren , die Party toegedaan ><br />

fterk tegengefprooken s ja met allerly fchyubaare<br />

redenen beweerd, dat zy onwaarfchynelyk,<br />

ongerymd , in een woord ongeloofbaar<br />

Waren, en dc gemoederen daar tegen op allerly<br />

wyzen gerust gefteld. De Nieuwspapieren,<br />

daarentegen , die der Prinfe Party waren toegedaan<br />

, (moogelyk beter daar van onderricht,<br />

dewyl die Troupen eigentlyk tot hunne hulpe<br />

kwamen , om eene Omwending te bewerken s<br />

en hen te doen bovendryven) beweerden de<br />

zekerheid en waarheid van die geruchten. Deeze<br />

pennenftryd duurde zoo lang , tot dat de<br />

uitkomst der zaaken het verfchil ten voordeele<br />

der laatstgemelde Party beflistte. Op den 11 Sep-<br />

tem-<br />

(?) Nkinve Nederl, Jaarb, Aug. «787. bladz» 3061 —3065*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 283<br />

tember kwam 'er een Adjudant Generaal van<br />

den Hertog van Brunswyk, Opperbevelhebber<br />

van de Legermagt, tegen Holland beftemd en<br />

in aantogt, te Campen aan, inet eenen eigcnhandigen<br />

Brief des Konings van Pruis/en, gedagteekend<br />

den 1 September , waar in Zyne<br />

Majefteit aan de Staaten van Overysfel, toen aldaar<br />

ten Landdage vergaaderd, den doorrogt<br />

door hunne Provintie verzogt voor een Corps<br />

Troupen, onder Bevel van den Regeerenden<br />

Hertog van Brunswyk, om zich wegens de gevoelige<br />

en ondraaglyke beleediging, Zyne Ma.<br />

jefieits geliefde Zuster, de Prinfes van Oranje<br />

aangedaan , eene genoegzaame voldoening te<br />

bezorgen: En niet alleen den vryen doortogt,<br />

maar ook dezelven vrye Inkwartiering en an.<br />

dere noodwendigheden en goede dienften te doen<br />

ondervinden. Zoo ongeloovig waren de Staatsgezinden<br />

in dit Ruk," dat zy deezen Brief zelfs<br />

verdacht hielden van niet echt te zyn, en deszelven<br />

geloofwaardigheid betwisteden. Maar<br />

de Staaten van Overysfel van de echtheid deezes<br />

Briefs wel overtuigd , zonden daarop een<br />

Antwoord, aan den Koning houdende, aan den<br />

Hertog van Brunswyk, op den 13 September,<br />

behelzende , „ dat zy , zonder de Unie te<br />

fchenden, op de vraage om doortogt der Troupen<br />

door de Provintie van Overysfel, geen volkomen<br />

antwoord konden geeven , maar eerst<br />

aan de Algemeene Staaten daar over moesten<br />

fchryven; ;en dat zy daarom Zyne MajeReit<br />

ver-<br />

1787.<br />

Verzoek des<br />

Konings van<br />

Pruhfen<br />

aan de<br />

Staaten van<br />

Overysfel<br />

om doortogt<br />

voorde<br />

Troupen.<br />

Antwoord<br />

der Staaten<br />

daarop.


xy8 7.<br />

Vertoeven<br />

«laar tegen<br />

van de Cc<br />

wapende<br />

Oenoot.<br />

jchappen<br />

•dier Pro.<br />

winue.<br />

2S4 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

verzochten, daar op niet te willen aandringen;<br />

dat zyoniertusfehen alles zouden in't werk ftellen,<br />

om Holland te beweegen, aan Zyne Printsfifche<br />

Majefteit genoegen te geeven." Ingevolge<br />

daar van gaven de Siaaten van Overysfel ten<br />

eerften kennis van dat verzoek aan de Alge-<br />

Sieene Staaten , en fchreeven eenen Brief aan<br />

de Staaten van Holland , om dezelven aantemaanen<br />

tn*: het geeven van voldoening aan Zyne<br />

Pruisfifche Majelteit, ten einde het gevaar<br />

voor t ;' koomen van door eenen der magtig.<br />

Re Nabuur-en overvallen, en aan de onheilen<br />

van eenen vyandlyken inval van vreemde Krygsmagt<br />

blootgefteid te worden.<br />

De Gedeputeerden der Gewapende Genoot-<br />

. fchappen dier Provintie , juist toen te Zwolle<br />

vergaaderd, beraamden op den 12 September<br />

een Adres en Verklaaring, het welk den volgenden<br />

dag aan de Staaten werd ingeleeverd;<br />

waarin zy met de allerfterkfte uitdrukkingen<br />

betuigden te verwagten dat Hun Edel Moogende<br />

Cordaaten Edelmoedig genoeg zouden zyn,<br />

om, wat het ook kosten mogt, daarin nimmer<br />

te bewilligen; met aanbieding van hunne Wapenen<br />

tot ftaaving en uitvoering van der Staaten<br />

kloekmoedige Befluiten te zullen gebruiken,<br />

en met verklaaring, dat zy, indien hunne<br />

Wapenen niet genoegzaam zyn om de Pruis,<br />

fifche Troupen uit Overysfel te keeren, dan na<br />

Holland zouden overgaan met hunne Wapenen,<br />

&m de Vryheid aldaar te befchermen, zoo lang


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 285<br />

'er een voet gronds van dit Gemeenebest zoude<br />

overig zyn. Terzelfder tyd kwam ter Tafel<br />

van Hun Edele Moogende een Adres van de<br />

Burger-Gecommitteerden te Zwolle, waar by<br />

dezelven verklaarden , in alle deelen met de<br />

bovengemelde aanfpraak en Verkiaaring in te<br />

Remmen , en zeer ernftig begeerden , dat de<br />

gevraagde doortogt der Pruisfifche Troupen volftrekt<br />

zoude afgeflaagen worden (*).<br />

Ondertusfchen kwam het Pruisfifche Leger,<br />

18000 Mannen Rerk , op dien zelfden dag,<br />

den 13 September, vast op het Grondgebied der<br />

Republiek, in drie Colonnen aantrekken : De<br />

eerfie Colonne trok naa Vianen en Gorinchem;<br />

de tweede naa Vreeswyk (gezegd de Vaart) ;<br />

en de derde naa Amersfoort. Een deezer Colonnen<br />

, tusfehen de 10 en 11 duizend Mannen<br />

uitmaakendc, trok dien zelfden dag door<br />

de Rad Arnhem, met allen den gewoonelyken<br />

toeRel, en floegen zich buiten dezelve op verfcheidene<br />

velden aan weerzyde der Stad , ter<br />

neder. Het doortrekken door de Stad begon des<br />

morgens ten 9 uuren en duurde tot des namiddags<br />

ten 4. uuren (f).<br />

Eindelyk begon men by de Commisfie tot<br />

verdeediging der Provintie van Holland en der<br />

Rad Utrecht, te Woerden gevestigd , het gerucht<br />

te gelooven, dat de Pruisfifche Troupen<br />

niet<br />

(*) Nieuwe Nedeil. j'etri. Sept. 1787. bladz. 5039,5043—.<br />

Q) IM. bladz. 4341. 1<br />

1787,<br />

Het Pruisfi.<br />

Cche Leger<br />

komt op<br />

Staaten Bodem.<br />

Omwerp<br />

om de tiort*<br />

Cche en Al-<br />

Hasferwaarder.<br />

on-<br />

.ler water<br />

:e zetten<br />

mislukt.


1787.<br />

I<br />

(<br />

i cheidene plaatfen door te Reeken, enz. Hier<br />

1 oe was reeds een begin gemaakt , door het<br />

1 veggraaven van een fluk Dyks te Haageftein,<br />

t<br />

1<br />

(<br />

286 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

niet-alleen in aantogt, maar ook den 13 Sep-<br />

;ember op Staaten bodem waren; waarom men<br />

;en ontwerp maakte om de gantfche Alblasfér-<br />

caard en de vyf Heeren Landen onder water te<br />

metten, en daar door die Troupen uit Holland<br />

£ keeren: Tot dat einde deed deeze Commis-<br />

le op den 15 September aan den Watergraaf<br />

;n Heeraraadeu van den Overwaard aanfchry­<br />

ving, om zoo ras de gelegenheid diende, aan<br />

iet Ehhout, of te Giefendam , de Sluizen te<br />

)penen, en zoo lang water in te laaten, als de<br />

Rivier Icopen kon ; en om ook de Aiblasfer-<br />

vaard onder water te zetten, den Dyk op ver-<br />

m door het toedammen van de Linge, by Gor-<br />

ikhem.: Maar de laagte der Rivieren,, deeden<br />

jat ontwerp mislukken, en het hadt geene uit­<br />

Pc Rliynwerking<br />

(*).<br />

'<br />

Terwyl. men nog met het beraa-<br />

graaf VAN nen van dit ontwerp bezig was, kwam de<br />

SA! si komt<br />

te Wterdtn. ] vhyngraaf VAN SA L M den 14 des nachts te<br />

Woerden, geheel onverwagts aan; hy Relde aan<br />

le Commisfie het gevaar, dat Utrecht dreigde,<br />

lp eene aandoenelyke wyze voor, en verklaar-<br />

le rond uit, dat men niet in Raat was om die<br />

(<br />

< !tad tegen zulk eene groote krygsmagt, als<br />

egen haar opkwam, te verdeedigen: Om welt<br />

:e reden hy met veele omwegen voorfloeg, de<br />

1<br />

(*) Kieuw* Nederl. Jeari. Sept. b!a !z. ^83: , 4833.<br />

Stad


ONLUSTEN IN HET VADERLAND; 287<br />

Stad te ontruimen, en de Krygsmagt onder zyn 1787.<br />

bevel te gebruiken tot verdediging van de Vegt,<br />

Woerden, Naaiden en Amfterdam. De Commisfie<br />

liet zich door de bygebragte redenen van<br />

deu Rhyngrave tot dat Eefluit overhaalen , en<br />

gaf hem uitdrukkelyk bevel ingefchrifte, woordelyk<br />

dus luidende: „ Dat de Rhyngraaf ge­ Krygt bevel<br />

om mer liet<br />

magtigd en gelast werd, om, op de aannade- Krygsvolk<br />

ring van Pruisfifche Troupen, de ftad Utrecht Utrecht te<br />

verlaaten.<br />

te verlaaten met de Troupen , die hy gebood,<br />

zoo dra hy oordeelde , dat de uiterfte nood zulks<br />

vorderde; zoo als ook om tot zich te trekken de<br />

Garnizoenen van Vianen, Schoonhoven en Oudewater."<br />

Met dit bevel keerde de Rhyngraaf<br />

naa Utrecht te rug, en kwam den 15 weder van<br />

daar te Woerden , alwaar ook de Heer' nouR-<br />

GUION, Waarneemer der zaaken van Vrankryk<br />

, uit 's Hage was- aangekoomen , die der<br />

Commisfie moed infprak, en verzekerde, dat<br />

het Franfche Krygsvolk reeds herwaards in aantogt<br />

was Waarop de Commisfie aan den Rhyngraave<br />

een tweede bevel gaf , zonder dagteekening<br />

en zonder bepaaling, om ten fpoedigften<br />

, met het Krygsvolk , onder zyn bevel<br />

ftaande , naa zulke plaatfen van Holland te<br />

trekken , als hy best oordeelde: Ook zondt<br />

dezelfde Commisfie bevelen aan het Krygsvolk<br />

te Schoonhoven en te Oudewater, om zich aanftonds<br />

naa Woerden te begeeven , en daar te<br />

vereenigen.<br />

Ondertusfchen was de zekere tydipg van den<br />

Brengt


«-tvdine daarvan<br />

ie £ƒh'tcbl.<br />

De Vroedfchapvergaaderi<br />

daar<br />

over, en<br />

doet oper.ing<br />

san de<br />

Buigci y.<br />

288 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />

aantogt der Pruisfifche Troupen ook te Utrecht<br />

gekoomen , en men wist nu vastelyk, dat zy<br />

aan deeze zyde van de Leek tot aan Lunteren,<br />

en aan de overzyde in de ftreeken van Kyswyk<br />

en Mourick, genaaderd waren. Dés namiddags<br />

van dien zelfden dag (15 September) kwam de<br />

Rhyngraaf VAN" SA L M van Woerden weder té<br />

Utrecht met de bovengemeldè orders; welke,<br />

daar bekend geworden zynde , groote verflaa-<br />

genheid en vrëeze by veelen verwekte, in zoo<br />

verre , dat zy met grooten haast hunne goede­<br />

ren pakten , zoo veel zy konden , en met<br />

Scbietfchuiten naa Amfterdam zonden. Ande­<br />

ren , die zoo gemakkelyk niet huis en haven<br />

konden verla-itén , noch hunne goederen mede-<br />

neemen", zich misleid achtende, begonden in<br />

misnoegen en gemor uitteb'arften, en floegen<br />

bittere verwyten en fcherpë febimpredenen<br />

tegen den Rlyhgraave uit, gelyk ook tegen<br />

het gantfche beleid der zaaken.<br />

In deeze algemeene verflaagenheid vergaa­<br />

derde de Vroedfchap, en ih dezelve werd ope­<br />

ning gegeeven van de twee bovengemelde Be­<br />

fluiten en orders door de Commisfie te Woerden<br />

aan den Rhyngraave VAN s A L M gegeeven, om<br />

aanftonds met de Troupen, onder zyn bevél,<br />

naa Holland te trekken. Verder deeden Hee­<br />

ren Burgemeesteren opening , dat de Heeren<br />

Rhyngraaf VAN SALM en VAN DER BORCH<br />

by Hun Edel Moogende hadden binnengeftaan,<br />

en dat een zaakwaarneemer van Vrankryk te<br />

Woet*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 289<br />

Woerden geweest was, en gezegd hadt, dat een<br />

Leger van 40 duizend mannen van die Kroon<br />

aanrukte ; doch dat men te Hoerden , zoo als<br />

gezegd is, hem gelast hadt met zyne Troupen<br />

daadelyk naa Holland te trekken, om dat de<br />

Rad Utrecht niet te verdeedigen was; — dat<br />

'er zeven duizend mannen Pruisfifche naa Gorinchem,<br />

vyf duizend naa Finnen , op marsen<br />

waren, en dat op den volgenden dag elf duizend<br />

mannen naa Utrecht beftemd waren. Voorts<br />

Ronden binnen Gecommitteerden uit de Offi.<br />

eieren, Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />

der Burgery, aan welken van alles opening gegeeven<br />

werd. De Vroedfchap fcheidde tot<br />

dien avond ten half twaalf uuren, dan op dat<br />

uur weder vergaaderd zynde , ftonden weder<br />

binnen de voorige Gecommitteerden uit de Geconftituëerden<br />

, Gecommitteerden en Officie •<br />

ren der Burgery, welke te kénnen gaven, hoé<br />

zeer de Collegiën, van welkè zy gelast waren,<br />

zich moesten verwonderen over deeze aanzegging,<br />

en dat het niet mogelvk was, hunne gedachten<br />

over deeze voordragt te laaten gaan;<br />

en dat de Rhyngraaf aan eene Commisfie hadt<br />

verkiaaid, dat 'er maar weinige uuren overig<br />

waren , en de orders om uittetrekken niet te<br />

veranderen waren; waarom zy verzochten dat<br />

daar van opening aan de Burgery wierde gegeeven<br />

door den Raad zeiven ; en verklaarde<br />

een der Gecommiteerden, dat eene der Compagniën<br />

Utrtchtfche Schutters beflooten hadt<br />

T de<br />

1787-


2 90 BEKNOPTE HISTORIE.DES<br />

.1787. ( te Poorten te bezetten , en geweid met ge-<br />

•\ veld te keeren. De Raad vond goed, aan de<br />

: 3urgery van den Raat der zaaken. kennis te<br />

i jee ven op de gewoone wyze, door de Burger<br />

t jecommitteerden , GeconRituëerden en Offi><br />

« ieren ; doch op naderen aandrang der Gecom-<br />

I nitteerden ,dat de Raad het zelve zoude doen,<br />

• verd beflooten, dat een der Raaden by iedere<br />

Compagnie daar toe zou gelast worden.<br />

Het Krygs­ Dien zelfden avond ten 10 uuren hadt het<br />

volk krygt<br />

bevel om Corps van den Rhyngraave VAN SA LM en het<br />

uittetrekken.<br />

E Regiment van VAN DHR BORCH reeds bevel<br />

jekreegen om alles te pakken .en zich tot den<br />

•j littogt gereed te maaken : Dit' vermeerderde<br />

" 4 liet weinig de beweeging en vcrleegenheid der<br />

Utrechtfche gewapende Burgers, die dus alleen<br />

1 -n aan zich zeiven overgelaaten werden : Want<br />

:en half elf uuren en vervoigends kreeg het<br />

overige Krygsvolk, als van P A L L A R D Y S<br />

SRENIER, de IVaardgelders , de Amjterdamr<br />

che Stads Soldaaten, de Hollandfclie en Franfche<br />

Kanonniers, en de Hulpburgers ook bevel, om<br />

zich tot uittrekken gereed te maaken. Zy trokken<br />

in twee Colonnen, een onder bevel van<br />

He: Defeufiewe/cn<br />

te<br />

Woerden<br />

Vertrekt naa<br />

jhnfierdant.<br />

den Generaal VAN DER UORCH, en een on­<br />

der den Rhyngraave V A N S A L M , langs de<br />

Vecht, naa Amfterdam, eenige weinige Rukken<br />

Kanon medevoerende. De Edel Moogende<br />

Heeren Gecommitteerden tot verdeediging van<br />

Hollanden de Rad Utrecht, volgden het voorbeeld<br />

der Verdeedigers van Utrecht, en vertrok-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 20T<br />

trokken insgelyks van Woerden naa Amfterdam.<br />

Onderweg ontvingen zy brieven van de Re­<br />

geering dier Stad om hun te waaiTchouwen ,<br />

dat zy alle die Troupen niet wilde inneemen,<br />

waar van zy door eenen Postbode aan den<br />

Rhyngraaf kennis gaven , om zich daar naar<br />

te gedraagen. Het is ligt te begrypen , dat<br />

deeze zoo onverwagte en overhaaste uittrek­<br />

king, groote. verwarring en beweeging veroor ,<<br />

zaakt heeft,dewelke tot middernacht toe duur­<br />

de. Omtrent ten een uur trokken de Hu!pbur><br />

gers van de Neude; zy werden verzeld en ge­<br />

volgd van de Staatsleden , die daar ter Stede<br />

vergaaderd geweest waren, van de Vroedfchap.<br />

pen, de meeste Burger- Officieren , de Ge­<br />

meenslieden, de Gecommitteerden en Gecon»<br />

ftituëerden , enz. Ondertusfchen vertrokken<br />

ook het Legioen van VAN SALM en de ove­<br />

rige Krygslieden, zoo dat omtrent ten 4 uuren<br />

des morgens de Stad geheel ontruimd was; een<br />

Stad, aan welker verfterking meer dan een<br />

Jaar gearbeid was , en die voorzien was van<br />

omtrent 200 Hukken Gefchut, van ruim 6000<br />

Mannen , zoo Krygsvolk als gewapende Bur­<br />

gers, van Batieryen, Kiygsbevelhebbers, Ka­<br />

nonniers , Krygsbehoeften, en alles, wat ver­<br />

der tot verdeediging noodig is; zulk een Stad<br />

in die gefleldheid in eenen nacht te verlaaten,<br />

zonder dat 'er no^ een Vyand voor is, veel<br />

min een fchoot daar op gedaan is; dat is voor<br />

als nog een onoplosbaar raadfel, waar van de<br />

T % onc-<br />

17*7.


1787.<br />

Si^a'S<br />

K'Vg


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 293<br />

Honds werden hier en daar Oranje Vlaggen uit-<br />

geflooken , en binnen een half uur was elk ,<br />

die op ftraat kwam,met Oranje verCerd. Groot<br />

was de vreugde en blydfchap by de Prinsge-<br />

zinden , die zoo lange naa verandering gehaakt<br />

hadden, en niet dachten ZQO fpoedig en zoo<br />

gemakkelyk die te zullen zien. Ten 12 uuren<br />

des middags trok het eerfte Regiment van<br />

Oranje Nas/au binnen, en ten half 5 uuren een<br />

Bataillon van het tweede Regiment van dien .<br />

naam, en een Bataillon van den Erfprins, be­<br />

nevens eenige Ruitery. Al vroeg waren de<br />

Poorten geflooten, met Krygsvolk bezet, en<br />

het verder viugten van perfoonen en goederen<br />

werd geftuit ; ook werden nog eenige agter-<br />

•haalde goederen terug gebragt. Van den Doms-<br />

eooren werd de Oranje Vlag uitgeftooken , en<br />

de meeste menfchen in de Kerken met Oranje<br />

l e n<br />

verfierd. (Het was nu Zondag den i6<br />

Sept-<br />

tember.) Verfcheidene Predikanten deeden<br />

dankzeggingen ain GOD, toepasfelyk op de<br />

omftandigheden, cn byzonderlyk daar voor s<br />

dat by deeze zoo groote Omwending, waar by<br />

aoo veele bloedvergieting gedreigd was, geen<br />

,éóne droppel bloeds geftort was«<br />

Ten half twaalf uuren hielden de uitgezette ] )e Regeei<br />

mg her­<br />


De Commitfie<br />

gelaakt<br />

weaeris de'<br />

vertaating<br />

Vau Utrecht.<br />

2 pi B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

en en Ingezeetenen, die zieh gerust en Ril<br />

field, eenigen-overlast te vreezen hadt. Het<br />

Krygsvolk werd in de verlaatene en ledigflaan-<br />

3e huizen in kwartier gelegd (*).<br />

• Over deeze onverwagte en fchiclyke verlaa-<br />

fing van Utrecht, welke door het geheele Land<br />

nog vreemder,dan een dónderflag in den Win­<br />

ter, in de ooren klonk, werd veel gefprooken<br />

en gefchreeven, zoo voor als tegen; maar van<br />

3e meesten der beide Pai ryen , zoo wel dié<br />

der Staats als der Prihsgezinden, afgekeurd en<br />

gelaakt: Niet alleen om dat eene Stad, die zoo<br />

zeer verlterkt en van alles zoo wel voorzien<br />

was , zich ten minfien nog wel eenigen tyd<br />

hadt kunnen verdeedigen, om van 'den-eenen<br />

of anderen kant hulpe en ontzet af te wagten;<br />

maar ook en wel voornaamelyk , om dat de<br />

Koning van Pruis/en zy'ne Legermagt tegen<br />

Holland zondt , om zich de geweigerde Vol­<br />

doening daar door te bezorgen, waar by geen<br />

aanflag op Utrecht te pas kwam; gelyk de Pruis*<br />

fifche Troupen ook in drie Colönnen regtftreeks<br />

op Holland zyn aangetrokken, zonder Utrecht<br />

te naaderen of aan te roeren (+). Ook heeft<br />

de Commisfie ter verdeediging van Holland en<br />

Utrecht te ld- oerden gevestigd, over het geeven'<br />

van die orders om Utrecht zonder fiag of floot<br />

te verlaaten , en over haare eigene haastige"<br />

vlugt,<br />

C*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. bladz. 4880—4885,<br />

d) Ibid. bladz. 4850.


ONLUSTEN IN iiET VADERLAND. 295<br />

vlugt, veele berisping» fchimp- en frnaad moe­<br />

ten -ondergaan; hoewel zy zich daar mede ver-<br />

fchoonde , dat zy wel bevel gegeeven'hadt,<br />

om .Utrecht te verlaaten, doch zonder tydsbe-<br />

paaling, en niet dan in den dringendfien nood;<br />

maar deeze verfchocning vond weinig ingang.<br />

De Rhyngraaf VAN SA LM werd niet minder<br />

gelaakt wegens de overhaaste verlaating' van<br />

Utrecht ; en voornaamelyk waren de Utrecht-<br />

fche gewapende Burgers zeer op hem verbit­<br />

terd, dat hy hen, nu het op verdeedigen aan-,<br />

kwam , verliet , van alle de KrygSmagt en<br />

Hulpburgers ontblootte, en hen aan hun eigen<br />

Hot en de genade van hunne Tegenparty over­<br />

liet. De Staatsgezinde Leden der Regeering<br />

van Holland zeiven hebben bekend, dat zy nu<br />

te laat ondervonden , door deezen Vreemde­<br />

ling misleid te zyn Ook was hy reeds zoo<br />

veracht en verdacht geworden , dat hy niet<br />

eens tot den Krygsraad; die te Amfterdam door<br />

de Hooge Officieren van vericheidene Corps<br />

gehouden werd , geroepen was , om dien by<br />

te woonen. ja hy dorst zich niet eens meer-<br />

in Amfterdam vertoonen , en zworf twee of,<br />

drie dagen tusfehen den Uithoorn en Ouwer-<br />

tk'erk. De' Commisfie tot verdeediging hield<br />

Maandag den i7 den<br />

September nog een nnnd-.<br />

gefprek met den Rhyngraaf te Oisverke-k, in<br />

tegenwoordighéid van den Generaal VAN DER<br />

30RCH, by weike gelegenheid vry wat he­<br />

vige woorden ovende verlaating va ;i<br />

UttwM<br />

T \ voor-<br />

1787.<br />

Gelyk ook<br />

dc Rljyngvaaf<br />

V A N<br />

s A 1- Mi


x?8 7.<br />

296 BEKNOPTE HISTORIE DBR 1<br />

voorvielen, en van wederzyden veele fcherpe<br />

verwytingen gedaan werden : En nog eens voor<br />

't laatfte op Dingsdag den in de Herberg<br />

het Kalfje aan den Amfttl, tusfehen Ouwerkerk<br />

en Amfterdam , byzonderlyk óver het verfterken<br />

der Posten rondom Amfterdam Daar nam<br />

hy nog aan, die te bezigtigen en te bezorgen;'<br />

maar hy verdween den volgenden nacht. Zynè<br />

Vrienden hadden eene Commisfie verzocht<br />

van de Algemeene Vergaadering der gewapende<br />

en ongewapende Burgers , Sociëteiten en<br />

Genootfchappen, die te Amjierdam nog byeen<br />

Was , om zyne verdeediging , wegens de ver.'<br />

laating van Utrecht te hooren ; deeze Commisfie<br />

kwam met zyne Vrienden des Woens­<br />

d e n<br />

dags den ip aan zyn Logement'; maar hy<br />

was weg , en niemand wist waar heen ; wanr<br />

hy had van niemand affcheid genoomen, zelfs<br />

niet van de Officieren van zyn Legioen. Al<br />

federt een geruimen tyd hadden veelen, die<br />

wat dborzigtiger waren,-dan de gemeene man,<br />

agterdocht tegen hem opgevat, en zulks in de<br />

openbaare Nieuwspapieren te kennen gegeeven;'doch<br />

hy werd in die zelfde Papieren<br />

door anderen verdecdigd. De meeste agter*<br />

docht werd tegen hem opgevat, om dat hy met<br />

zulk eene aauilenlyke Krygsmagt als hy ia<br />

Utrecht onder zyn bevel hadt, zoo weinig uitrichtte.<br />

Menigmaal hadt de Regeering van<br />

Utrecht aangedrongen, dat hy iets tegen het<br />

Ztister Leger zou onderneernen; maar hy wist<br />

das


ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 297<br />

dat altoos onder het een of ander voorwendfel 1787teontwyken,terwyl<br />

hy voorliet uiterlyke eene<br />

groote vertooning maakte zonder iets uictevoeren.<br />

Byzonderlyk was men onvergenoegd tegen<br />

hem, om dat hy het Zeister Leger zelfs<br />

tot aan de Bik hadt laaten naaderen» en daar<br />

eene ontzaglyke Battery laaten oprechten,<br />

zonder zulks by tyds tegen te gaan en te beletten.<br />

De Schryver van de Amjierdamfche Franfche<br />

Courant kon derhalven met grond zeggen<br />

: ,, De vlugt van den Rhyngraaf V A N<br />

S A L M , in wien men ten onrechte een vertrouwen<br />

gefteld hadt, waar aan hy klaarblykelyk<br />

niet beantwoord heeft, bevestigt maar al<br />

te zeer de agterdocht van fommige Perfoonen<br />

wegens de zuiverheid zyner oogmerken (*).<br />

Dat de Naakoomelingfchap hier uit leeren<br />

mógt, haare gewigtigfte belangen en die des<br />

Vaderlands nooit weder aan Vreemdelingen ,<br />

die by den ondergang of fchade des Lands niet<br />

te verliezen hebben; en zich altoos met de<br />

vlugt kunnen redden, toetevertrouwen!<br />

Den'19 ie<br />

" September werd te Utrecht, op be­<br />

vel van den herflelden Raad, een Dankftond<br />

gehouden in de Dom- en Jacobi- Kerken, over<br />

de gelukkige verlósfing der Stad. Den I7 den<br />

vergaaderden dé Staaten voor 't iaatst te Amersfoort,<br />

en beraamden daar by eene Publicatie,<br />

waar<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. bladz. 4809. lijd,<br />

pSob. 1787. bladz, 5326.<br />

Verande­<br />

ring der<br />

zaaken te<br />

Utrecht.


Losbandig -<br />

beid van het<br />

gemeen te<br />

Utrecht.<br />

898 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

waar mede bekend gemaakt werdt, dat de Vergaadering<br />

wederom van daar naa de Rad Utrecht,<br />

de gewoone en oude vergaaderplaats, verlegd<br />

werd; en dat de afgezette Raaden wederom in<br />

hunne plaatfen herReld waren , en geerie anderen<br />

voor wettige Raaden van Utrechts Burgeren<br />

en Ingezeetenen mogten erkend worden (*).<br />

Gelyk de Vroedfchap ook alle de Beiluiten ,<br />

Ordonnantiën , Publicatiën , enz. welke de nieuwe<br />

Vroedfchap tot en volgens het invoeren van<br />

het Nieuwe Regeerings Reglement genoomen<br />

en gemaakt hadt, vernietigde.<br />

Onder alle deeze veranderingen floeg de uitgelaatene<br />

vreugde van het doldriftig gemeen,<br />

welk voor de Prinfe Party yverde, welhaast<br />

over tot losbandigheid; zy meenden zich hu<br />

flraffeloos te moogen wreeken aan de Patriotten,<br />

en begonnen hunne Medeburgers perfoonelyk<br />

te mishandelen, de huizen te plunderen,<br />

de goederen niet alleen te vernielen, maar ook<br />

te rooven ; waarom ook de Wethouderfchap<br />

zich gémaózsakt zag, dat kwaad te Ruiten,<br />

én tot dat einde een fcherpe Publicatie deeden»<br />

gedagteekend den 21^1. Sepetmber, waar by s<br />

uit aanmerking, dat eenige kwaadwillige per- ;<br />

foonen zich niet ontzien hadden, aan verfcheidene<br />

huizen overlast en geweld te pleegen, en<br />

fommigen derzelven te berooven, fcherpelyk<br />

ver-<br />

(*; Nieuws Nederl. Jdarb. Sept, 1787. bladz. 4010. Ibid,<br />

bladz. 4902.


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 209<br />

verbooden werdt, zich in eenige der bovengemelde<br />

wanbedryven te misgaan, of anderen,<br />

het zy door beleedigende gelprekken , 't zy<br />

door aanwyzing van huizen of perfoonen, welke<br />

men bedoelde te benadcelen, op eenige wyze<br />

daartoe aantezetten, op ftraffe, dat de geenen,<br />

die daar aan fchuldig bevonden werden,<br />

aan den lyve , en zelfs, naar bevind van zaaken<br />

, met den dood, zouden 'geftraft worden<br />

(*) enz.<br />

De tyding van de verlaating der Stad Utrecht,<br />

die van zulk eene gantfche omwending der<br />

zaaken , als ik daar kortelyk befchreeven heb,<br />

gevolgd werdt, kwam des Zondags morgens,<br />

den ï*S Jen<br />

Gevolgen<br />

der verlaatiug<br />

van<br />

Utrecht te<br />

Amjlerdam^<br />

Sept. al vroeg te Amfterdam, en veroorzaakte<br />

in die volkryke Stad eene groote beweeging<br />

en verfchillende aandoeningen der gemoederen<br />

naar de verfchillende denkwyzen en<br />

gezindheden ; by fommigen , in den eerften<br />

opflag , verflaagenheid, by anderen een heimelyk<br />

genoegen, en by allen verwondering.<br />

Men kon die tyding in het eerst niet gelooven;<br />

maar zy werd welhaast ontwyfelbaar bevestigd<br />

door de geduurige aankomst van Vlugtelingen<br />

met pak en zak, en zoo veele goederen als zy<br />

konden medevoeren, zoowel uit Utrecht, als<br />

van de Buitenplaatlen langs de Vecht; gelyk<br />

Ook door de aankomst van het Krygsvolk en<br />

Hulpburgers, die Utrecht verlaaten haaden,<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. September 1787. bladz, 4900<br />

et<br />

I7S7.


Eenige<br />

Staats Le-<br />


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 301<br />

kamer gereed, om de, Staaten-Vergaadering<br />

daar in te houden; en des Maandags den i7«fcn<br />

vergaaderden de Leden, die thands in de Stad<br />

waren. In deeze Vergaadering verfcheen de<br />

Generaal VAN RYSSEL, die Gouverneur van<br />

Naarden, en van daar gekoomen was. Men<br />

raadpleegde met dien Generaal, men befloot<br />

om die Stad te verdeedigen, en nam den Generaal<br />

onder zyne byzondere befcherming. Dewyl<br />

nu in deeze Vergaadering de Afgevaardigden<br />

der meeste Steden niet verfcheenen waren,<br />

maar alleen die van Dordrecht, Rotterdam,<br />

Alkmaar en Purmerend, benevens die van Amfterdam<br />

, en nog drie andere Steden ; en de<br />

twee eerften hunne Brieven van terugroeping<br />

reeds ontvangen hadden; zoo wilden zy, als<br />

de minderheid der Staats - Leden uitmaakende,<br />

zich den naam van Staatsvergaadering niet geeven<br />

, maar flegts eene Saamenkomst van Leden<br />

tot onderlinge voorbereidende gefprekken.<br />

Evenwel verfcheenen in deeze Saamenkomst<br />

de Heeren KREET, Advocaat te Rotterdam,<br />

als Secretaris van de Algemeene Vergaadering der aan deeze<br />

P.ycenUomst<br />

Genootfchappen, en VAN CASTROP, Advocaat om her befticr<br />

van<br />

te Amfterdam, als Gelastigde uit de Geconfti. "sEartds zaa­<br />

tueerden deezer Stad: Deeze Heeren fpraaken ken te aanvaarden.<br />

de vergaaderde Staats - Leden aan met den ty-<br />

tel van ED. CR. MOOG. HEEREN, en ftelden<br />

hun den hoogen nood des Lands zeer aandoenelyk<br />

voor, de Vergaadering biddende, en by<br />

al wat heilig is bezweerende, „ dat zy toch<br />

het<br />

1737.<br />

Verzoek<br />

van tweeGe-<br />

depu teerden


Antwoord<br />

daar op.<br />

302 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

liet beftier van 's Lands zaaken wilden op zich<br />

neemen, het Land, en byzonder deeze Stad,<br />

als het laatfte Bolwerk der gevaarloopende<br />

Vryheid befchermen, cn aan eenen goeden<br />

uitilag niet wanhoopen: Zy betuigden uit naam<br />

van hunne Lastgeevers, dat men de Vergaadering<br />

der andere Leden, in s' Hage byeenkoomepde,<br />

niet voor wettig zoude erkennen, maar<br />

derzelver Befluiten voor onwettig en door<br />

dwang afgeperst verklaaren; beloovende deeze<br />

Saamenkomst en derzelver Regeering alhier tot<br />

den laatften droppel bioeds te zullen helpen<br />

befchermen en onderReunen ; terwyl zy de<br />

Befluiten, hier te neemen, alleen voor wettig<br />

zouden houden, en de Leden deezer Vergaadering<br />

alleen voor de wettige Vertegenwoordigers<br />

van een Vry Volk, en als den eenigen<br />

Souvrain erkennen." Zy beweerden, dat men<br />

moest voortgaan met zich te verdeedigen; dat<br />

men met de Burgermagt en het Krygsvolk ,<br />

welk men hadt, benevens de Franfche Legermagt,<br />

welke eerstdaags ftondt aanterukken,<br />

den Pruififchen Vyand wel ligt te keer zon<br />

kunnen gaan; dat men, om de Tegenparty in<br />

de Stad in toom te houden, eene Publicatie<br />

moest doen afkondigen, om het roepen van<br />

Oranje boven te verbieden , met bedreiging,<br />

dat de geenen, die zich daaraan fchuldig maakten,<br />

aanftonds op de daad, zonder forme van<br />

proces, met den dood zouden geltraft worden.<br />

Aan deeze twee Heeren werd tot antwoord<br />

ge-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 303<br />

gegeeven , dat de omfiandigheden van ver­ I787A<br />

fcheidene Afgevaardigden der aanweezig zynde<br />

Steden hun niet toelieten, zonder naderen<br />

last van -hunne Principaalen, iets te beiluiten;<br />

doch dat zy trachten zouden naderen last te<br />

bekoomen, en ondertusfchen de onderlinge ge*<br />

fprekken blyven onderhouden; waarby de Amfisrdamfch'e<br />

Gedeputeerden: nog voegden , dat<br />

de' Raad gereed was en bleef om alles , wat tot<br />

bewaaring, beveiliging, en befcherming der<br />

Stad kon dienen, in 't werk te doen Rellen.<br />

De Raad beantwoordde inderdaad aan deeze<br />

betuiging; dezelve was dagelyks vergaaderd,<br />

en Relde alle zorg en poogingen in 't werk<br />

om de rust en goede orde te bewaaren , door<br />

de Burgerwachten te verdubbelen en de gemoederen<br />

tot bedaardheid te vermaanen (*).<br />

De ontruiming van Utrecht, die moogelyk al Aljemeene<br />

te voorbaarig en te overhaastende gcfchied verbaasdheid.<br />

was , hadt fchadelyke gevolgen gehadt voor<br />

deeze Provintie; en de verzekering, waar in<br />

men nu was, dat de Pruififche Troupen in dezelve<br />

waren ingedrongen, den fchrik vry algemeen<br />

in alle Steden verfpreid. • De tydingen<br />

die federt maandag den tytep fchieiyk op elkanderen<br />

volgden, gaven eene nieuwe kragt<br />

aan die algemeene vreeze : De inneeming vaa<br />

Gorinchem door den Hertog v A N B R U N S W Y K ,<br />

welke die Stad met gloeijende Kogels hadt<br />

doen<br />

- (') Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 17S7. bladz. 4(104—4703.


'787-<br />

Van rle eerftevuibaa^dheidbekoomen,<br />

grypt<br />

men weder<br />

moed.<br />

304 BEKNOPTE HISTORIE DEJT<br />

doen befchieten, om ze in brand te maaken,;<br />

deed vreezen, dat alle tegenftand onnut zoude<br />

zyn ; en dat 'er niets anders overbleef, dan<br />

zich aan de genade van Pruis/en te onderwerpen.<br />

De Franfchen, waarop men ftaat gemaakt<br />

hadt, verfcheenen niet; zelfs hadt men nog<br />

geene zekere tyding van hunnen aantogt, hoewel<br />

men allerly geruchten verfpreidde , van<br />

oogenblik tot oogenblik, dat zy dan hier, dan<br />

daar waren aangekoomen; in een woord, gebrek<br />

van zekere tydingen aan de eene zyde,<br />

en de algemeene vreeze, aan den anderen kant,<br />

van door de Vyanden verrast te worden, bragten<br />

de wanorde voort in de beraadflaagingen,<br />

traagheid in de middelen by de hand te neemen,<br />

en verwarring in de gantfche Provintie.<br />

De Party deed voordeel met de uitwerking<br />

van deeze verwarring, en maakte gebruik van<br />

een Krygslist, die haar zeer wel gelukte., zoo<br />

dat 'er weinig aan fcheelde of haare overwinning<br />

was van toen af aan volkoomen. Maat<br />

eindelyk kwamen de gemoederen van tyd tot<br />

tyd weder tot zich zelve, en het vertrouwen<br />

begon in de plaats der wanhope terug te keeren.<br />

Men dacht, dat men door de groote Stad<br />

Amjlerdam buiten allen aanval te ftellen , de<br />

Provintie en de Republiek zou kunnen behouden;<br />

om dat, wanneer de grondflag van het-<br />

Bondgenootfchap behouden wordt, het altoos<br />

gemakkelyk is, de breuken, die daar in gemaakt<br />

zyn, te herftellen; De algemeene Verga*


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 305<br />

gaadering der gewapende en ongewaapende<br />

Burger-Genootfchappen der Provintie, die<br />

federt Maandag den 17$$ in Amfterdam gehouden<br />

werd, hadt zich verklaagd te zullen medewerken<br />

tot het zoeken van de kragtigfie middelen<br />

om ten minflen deeze Stad te behouden:<br />

Deeze Vergaadering deelde haare Ontwerpen<br />

mede aan de Heeren Geeonflitueerdcn<br />

van de talryke Burgery deezer Stad; en deezen<br />

handelden gemeenfchappelyk met de Heeren<br />

Gecommitteerden van den Burger-Krygsraad<br />

; en eindelyk werden alle de Befluiten<br />

van deeze beraadflaagingen opvolgelyk medegedeeld<br />

aan de Commisfie van het Defenfie-<br />

Wezen deezer Stad, in 't byzonder, en aan<br />

dat van de Provintie in 't algemeen, het welk<br />

fiier thans ook, zyne Zitting hadt; ook. kon<br />

men zich met het grootfte gemak en met het<br />

beste gevolg by den Stads Raad en de Heeren<br />

Burgemeesteren » die thans regeerden , vervoegen.<br />

Van toen af aan zag men de moogelijkheid<br />

om Amfterdam te behouden; van toen<br />

af aan werden alle middelen van verdeediging<br />

in het werk gefield, en men geloofde, dat de<br />

Stad niets waagde, dewyl de toegangen van<br />

alle kanten byna ongenaakbaar waren, door de<br />

inlaating der wateren in de omliggende Polders,<br />

waar door de laage landen rondsom de<br />

Stad onder water gezet werden, en door andere<br />

maatregelen, die genoomen werden om<br />

dat middel van verdeediging te handhaaven<br />

V door<br />

17»?-


Z7-37-<br />

Voorflel tot<br />

Bemiddeling<br />

306 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />

door anderen, die byna even kragtig waren.<br />

De Stad was van alles wel voorzien', en hadt<br />

eenen grooten onderfland van Volk bekoomen:<br />

Het Corps van Sternbach was in den avond van-<br />

den I9 de<br />

» reeds in de Stad gekoomen ; ook was<br />

de Gelderfche Brigade met de Scherpfchutters<br />

van Campen aldaar aangekoomen; en van Zwolle<br />

hadt men bericht, dat de Overysfelfche Brigade<br />

met alle de Veldftukken , Krygsbehoeften ,<br />

enz. op dien zelfden dag van daar naa Amfter­<br />

dam met fchepen zouden vertrekken, om de<br />

Vrijheid tot den laatften adem aldaar te helpen<br />

verdeedigen. Nog waren van Vianen in deeze<br />

Stad binnen gebragt 22 Rukken Kanon, 2 Mor­<br />

tieren, eenige Houbitfers, en 150Kanonniers.<br />

t l e u<br />

Ondertusfchen vergaaderden op den i8<br />

eenige Gedeputeerden uit de Vroedfchap, en<br />

ontbooden by zich eenige Geconftituëerden<br />

vau de Burgery en Gecommitteerden van den<br />

Krygsraad, aan welke zy, na hun den hach-<br />

lyken toefland van deeze Stad door den aan-<br />

togt van vyandlyke Troupen voorgedraagcn<br />

te hebben, voorfielden , om eenen Brief te<br />

fchryven aan den Prins van ORANJE, ten<br />

einde by denzelven eene bemiddeling te be­<br />

werken ; en eenen anderen aan den Hertog<br />

VAN ERTJNSWYK, met een verzoek om voor<br />

als nog met zyne Troupen niet op deeze Stad<br />

aan te trekken, en met belofte, dat zy allea-<br />

zouden aanwenden om den Prins in zyne Waar­<br />

digheden te herftellen. Doeh de gemelde<br />

Hee-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND* 3^<br />

Heeren ontweeken deeze voorftelling, met te<br />

zeggen, dat zy daar op niet konden antwoor­<br />

den, voor dat zy dit voorftel aan hunne Prin-<br />

cipaaïcn hadden bekend gemaakt, en hun ge­<br />

voelen daar'over gevraagd. De gecouftitueer*<br />

den, in de Burger• Sociëteit terug gekoomen,<br />

maakten dit voorftel aan de tegenwoordig zyn­<br />

de Leden, die toen, gelyk doorgaands, vry tal-<br />

ryk' waren, bekend: doch zoo haast als men<br />

den inhoud daar van verftond, befpeurde men<br />

by de meesten eene groote verontwaardiging:<br />

en 'veelen riepen: IVy zyn verraaien, wy wor­<br />

den verkogt , geene bemiddeling , liever goed en<br />

bloed voor het Vaderland op te zeiten, dan dat W)<br />

ons wederom met den Prins, dien Burger - Vyand,<br />

zouden verzoenen. — Neen, wy zullen ons tol<br />

den laatften man verdeedigen. Vervolgends wer­<br />

den den volgenden dag , alle de 60 Compa­<br />

gniën der gewapende Schutters, elk in haare<br />

Wyken, opgeroepen, om hun gevoelen in te<br />

neemen , of zy voorneemens waren de Stad<br />

te verdeedigen , dan of zy geneegen waren<br />

om Ze over te gee'ven? Het antwoord, mei<br />

die bedaardheid uitgebragt, welke den waarec<br />

moed kenmerkt, was, ,, dat zy zich wilden<br />

,, verdeedigen tot den laatften Man, dat men<br />

op hen kon ftaat maaken , en niet een:<br />

moest denken om zich over te geeven !<br />

noch zelfs eenige verneederende ftappen tt<br />

„ doen" (*).<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarl.^Sept. 1787. bladz, 4706 — 4715<br />

I787.<br />

Wordt met<br />

VerQutvyaaiv, •<br />

difdim door<br />

du Burgery<br />

verworpen.<br />

Gelyk ooft<br />

by de Schuttery,


1787.<br />

Vier bekwaame<br />

O!»<br />

fieicren aangefield<br />

0111<br />

het opzigt<br />

te hebben<br />

over de Var.<br />

deediging.<br />

der Stad.<br />

308 BEKNOPTE HISTORIE DER;<br />

De verdeediging der Stad was dan vastelyfe<br />

beflooten, zoo wel by de Regeering als by de<br />

Burgery en gewapende Schuttery, en onder<br />

allen heerschte de grootfte eensgezindheid; en»<br />

dewyl tot het beftieren van deeze verdeediging<br />

mannen van meer dan gemeene Krygskunde<br />

behoorden gebruikt te worden, zoo<br />

werden vier bekwaame Krygsamptenaaren daar<br />

toe aangefteid, door den Krygsraad, en daarvan<br />

door gedrukte en overal aangeplakte Briefjes<br />

aan de Burgery kennis gegeeven, welker<br />

inhoud hier op uitkwam; dat de Ed. Manh.<br />

Krygsraad, op voorftel van Heeren Burgemees»<br />

teren en Raad, beflooten hadt, in het verdeedigen<br />

der Stad, zoo binnen als buiten, zich.<br />

te gedraagen naar den Raad en het Bevel op<br />

te volgen van de Heeren Officieren, den Rid­<br />

der TERKANÏ, STERNEACH, A MALKUS,<br />

VAN H E L D E N , en DE E E L E O N A Y , ia<br />

welke Heeren men alle vertrouwen ftelde. De<br />

Krygsraad verwagtte dus V3n de Burgery, dat<br />

zy , getrouw aan hunnen Eed , in het doen<br />

der dienften zoo binnen als buiten de Stad,<br />

hunne Officieren zouden volgen en ftrikt gehoorzaamen,<br />

als zynde dit het eenige middel,<br />

naast den zegen van God Almagtig , om de<br />

Vryheid, die zoo zeer was aangerand, het hoofd<br />

weder te doen boven fteeken, de Rechten ,<br />

door het bloed onzer Voorvaderen gekogt, te<br />

behouden, en onzer aller Welvaart te verze-


ONtUSTEN IN HET VADERLAND» 309<br />

keren. Deeze Briefjes waren gedagteekend,<br />

den 20 fle<br />

" Sept. 1787. (*).<br />

Den volgenden dag, 21 September, deeden<br />

Burgemeesteren en Raaden eene bekendmaaking<br />

of Verklaaring aan de Burgery en Schuttery,<br />

dat Hun Ed. Gr. Achtb. met het grootfle<br />

genoegen de eensgezinde cordaate gevoelens<br />

der goede Burgery en Schuttery deezer Stad<br />

bespeurd hadden , om de Rechten en Vryhe.<br />

den van dezelve, en van het lieve Vaderland<br />

ir.et al hun vermoogen, ja met goed en bloed<br />

te verdeedigen en te befchermen; en daarom<br />

zich verpligt gevonden hadden, om ook van<br />

hunnen kant aan de goeds Burgery en Schuttery<br />

te verklaaren en plegtig te betuigen, dat<br />

zy hunne grootfte eere daarin Relden , zich<br />

als Vertegenwoordigers van vrye Burgers te<br />

kunnen befchouwen, en niets hartelyker wenschten-,<br />

dan het vertrouwen derzeiven by aanhoudendheid<br />

te -verdienen en te bezitten, dewyl<br />

zy overtuigd waren, dat niets hunne wederkeerige<br />

kragt meer fterkte kon byzetten, dan<br />

een onbepaald onderling vertrouwen ; en dat<br />

daar van de bewaaring der goede orde, ru«t<br />

en veiligheid, zoo wel van binnen ais van buiten<br />

geheel afhing. Ten blyke hier van verbonden<br />

zich Burgemeesteren en Raaden, om<br />

zich in geene onderhandelingen, tot bylegging<br />

der gefchillen , thans zoo ongelukkig in ons<br />

Va-<br />

(*j Chaluwt, Vers. van Stukk. I Deel, U 136. N°. -54.<br />

V 3<br />

1787.<br />

Verkiaaring<br />

van Burgemeesteren<br />

en Raaden,<br />

in geene ond<br />

1 liande<br />

ling te zullen<br />

treeden<br />

buiten kennis<br />

der Burgery.


1787-<br />

Utrechtfche<br />

Schutivi s in<br />

diensc genoomen.<br />

Schikkingen<br />

tot verdcedigin;<br />

van<br />

bniccii en<br />

bewaaring<br />

der rust var<br />

binnen.<br />

310 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

Vaderland beRaande, te zullen inlaaten, zon­<br />

der medeweeten en medewerking der loflyke<br />

Burgery , welke zy. vertegenwoordigden (*).<br />

Ingevolge van die wel beraadene Befluiten<br />

tot verdeediging, werden ook middelen, daar<br />

toe dienflig, h) 't werk gefleld, zoo wel bui­<br />

ten als binnen de Stad, door 't aanleggen van<br />

Batteryen , het verfterken en bezetten van<br />

Posten , enz. Onder anderen werden door het<br />

Ed. Achtb. Collegie van Verdeediging een<br />

Bataillon van de uitgeweekene Ulrechtfche Bur­<br />

gers en Schutters, met de noodige Officieren<br />

en Onder-Officieren, benevens vier Cornpa-<br />

gnien Artilleristen, en eene Compagnie Jaa­<br />

gers in dienst gefield ; en aanftonds werden<br />

daar van een Gfficier, met twee Bombardieis<br />

en 25 Kanonniers naa den Uithoorn gezon-'<br />

den (f).• • ••<br />

Voorts werden by den Krygsraad en het De­<br />

fenfie-Wezen de noodige fchikkingen gemaakt<br />

tot verdeediging van buiten, en de bewaaring 1<br />

der rust van binnen, volgends een voorftel,<br />

waarmede de Burgery en Schuttery genoegen<br />

namen , en het welk hier m beftond: dat aan<br />

alle Schutters, die zich onder de Wapenen<br />

wilden begeeven, en plegtïg verbinden tot den<br />

dienst, die van hun gevorderd zoude worden,<br />

eene Gui'de daags werd toegegelegd. Deeze<br />

, ., 2,1 dienst<br />

(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. bladz. 4720.<br />

Ibid. bladz, 471a.


-ONLUSTEN' IN HET VADERLAND. 3Tr<br />


312 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

en eene Colonne daar van op deeze Stad aantrok.<br />

Deeze tyding maakte een verfchilienden<br />

indruk op de gemoederen der Burgers en Ingezeetenen:<br />

Sommigen pakten hunne goede 1<br />

-<br />

ren ; anderen lachten met die genjchten en<br />

hielden ze voor onmoogelyk; doch het duurde<br />

niet lang of men werd van de waarheid al te<br />

nadrukkelyk overtuigd. Des nachts, tusfehen<br />

den den 16 en -«Ü


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 313<br />

beiden tot dep grond toe afgebrand waren,<br />

met nog 7 of 8 kleine Huisjes, die daar by'<br />

Ronden. Aanftonds werd de witte Vlag opgeftooken<br />

; de Majoor der Plaats kwam op de<br />

Wallen, die een dubbelzinnig antwoord gaf;<br />

maar de Gouverneur VAN DER CAPELLEN»<br />

zelve op de Wallen koomende, gaf de Stad,<br />

en de geheele Bezetting , Krygsgevangen over;<br />

doch veelen der Vrycorps en het Regiment<br />

van Sternbach openden de Poort aan 't ander<br />

einde van de Stad én vlugtèden naa Dordrecht<br />

en elders, terwyl men met de Pruisfifchen aan<br />

3<br />

t eene einde in onderhandeling was. "De Pruisfifchen<br />

befchouwden dit als eene fchending van<br />

de Capitulatie, zonden eenige Husfaren den<br />

Vlugtenden agter na , en deezen agterhaalden<br />

eenigen, die zy terug bragten: Ook namen de<br />

Boeren; die onlangs door hen ontwapend waren,<br />

op de Dorpen die zy doortrokken,wraak,<br />

en vielen op de vlugtenden aan met hooyvorkèn<br />

en ander Boeren Wapentuig, waar door<br />

fommigen gedood of gekwetst werden. Voor<br />

agt uuren woei de Oranje • Vlag reeds van de<br />

Stads Toorens , en overal zag men Oranje-<br />

Vlaggen terwyl de Pruififche Troupen binnen<br />

trokken.<br />

Maar naauwelyks waren zy binnen de Stad<br />

gekoomen, of daar werd eene vreeslyke verwoesting<br />

van plunderen aangerecht, even of<br />

de Stad Rormenderhand ingenoomen was: Het<br />

fchieten op den Trompetter, het vlugten van<br />

V 5 de<br />

1787.<br />

Daar wordt<br />

vreeslyk geplunderd.


C787".<br />

De Gouverneur<br />

en andereKrysspevanaeiien<br />

n ia Wezel<br />

(gevoerd.<br />

314 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

de Bezetting , dat de Pruis/en eene verbreeking<br />

van de Capitulatie nomiden, hadt de gemoederen<br />

dier SoJdaaten zoo verbitterd, ten<br />

minfte diende hun tot een voorwendfel, dat<br />

zy aan 't plunderen gingen. Of het Oranjegezind<br />

Gemeen daar aan mede deel gehad<br />

heeft, kan men, by gebrek van bericht, noch!<br />

zeggen, noch ontkennen; maar tot lof van de<br />

befchaafder Prinsgezinde Burgers en Ingezetenen<br />

van Gorinchem is verhaald, dat zy .edelmoedig<br />

gehandeld, en de verfchrikte Patriotten<br />

, die zich verborgen , opgezocht en in<br />

hunne Huizen terug gebragt hebben; dat zy<br />

hun best deeden tot eene algemeene herftelling<br />

der liefde en eendragt; dat 'er wel 500<br />

of 600 van de beidene Partyen op de groote<br />

Markt vergaaderden, die eikanderen de hand<br />

van liefde en vriendfchap gaven , waar by de<br />

voornaamden der. Partyen tegenwoordig waren<br />

; en dat niemand eenig verwyt ontving,<br />

maar elk genegenheid en belangneeming in<br />

blkanderen toonde. De Gouverneur VAN DER<br />

CAPELLEN verzocht door eenen Brief aan<br />

.len Hertog VAN BRUNSWYK, om op zyn<br />

woord van eere naa zyne Vrouw en Kinderen<br />

te moogen gaan; maar dit werd hem geweigerd,<br />

en hy werd nevens andere Krygsgevanrenen<br />

naa Wezel gebragt. Op de reize derwaards<br />

moest hy te Nymegen veel fmaad van<br />

i iet gemeene Volk en de Soldaaten ondergaan,<br />

iie zoo op hem verbitterd waren , dat men<br />

veele


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 315<br />

veele moeite hadt om hen van buitenfpoorigheden<br />

en geweld tegen hem te wederhouden.<br />

De Hertog kwam zelve van Asperen in de Stad,<br />

ontving van de Regeering en een groot gedeelte<br />

der Burgery de opwagtingen en verzekeringen<br />

van achting, en werd van de gemeene<br />

Prinsgezinden met een geroep van Oranje boven<br />

, en zie daar onzen Verlos/er! begroet en<br />

toegejuicht. Terwyl de Hertog de Wallen eu<br />

Vestingwerken der Stad ging bezigtigen,kwam<br />

de Pruisfifche Kapitein H I R S C H F E L D T met<br />

50 gevangene Soldaaten binnen, die hy op den<br />

Arkelfchen Dyk gevangen genoomen hadt: Deezen'<br />

werden met de andere Krygsgevangenen ,<br />

die in de Stad gebleeven waren, gelyk ook<br />

van andere plaatfen benevens de Burgers,<br />

die in de Wapenen gevonden werden, onder<br />

een Rerk geleide naa Wezel geveerd.<br />

Dien zelfden dag, 17 Sept. vergaaderde de<br />

Vroedfchap , waar in de oude en afgezette<br />

Raaden herReld werden , en aan de nieuwen<br />

van wegen dezelve aangezegd, zich van alle<br />

verrichtingen als Raaden te onthouden ; het<br />

vyelk deeze Heeren ook gewillig aannamen cn<br />

van alle aanfpraak daaromtrent afzagen. In<br />

deeze Vergaadering werd , op verzoek der<br />

voornaamfle Burgers, die op de Markt vergaaderd<br />

geweest en met elkanderen verzoend waren<br />

, beflooten, de Heeren Gedeputeerden ter<br />

Dagvaart te gelasten, om ter Vergaadering der<br />

Staaten voor te diaagen, Zyne Hoogh. als<br />

Stad-<br />

1787,<br />

DccrndcRegecringheitteld.


1787.<br />

Overgaan<br />

mi Dorirecht.<br />

3*6 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

Stadhouder te magtigen om, tot welzyn van<br />

den Lande, en den weg tot nieuwe Cabalen<br />

en ondermyningen van alle wettig Gezag eens<br />

voor al af te fnyden, de Regeeringen, daar<br />

't noodig was, te veranderen; en den Gecom­<br />

mitteerden Raad H A N N E S en den Penfionaris<br />

B Y L E V E L D uit 's Hage terug te roepen.<br />

Van het Krygsvolk, dat uit de Stad ontkoo­<br />

men was, verfpreidde een gedeelte zich over<br />

het Platte Land, en plunderden de Huisluiden<br />

hier en daar op de Dorpen; waarom de Her­<br />

tog, dit vcrneemende, den Kapitein v E L I N G .<br />

R O D E met 150 Soldaaten en 5 Ruiters over<br />

Giefendam naa Papendrecht zond, om de Plun­<br />

deraars te vangen Of te verjaagen (*).<br />

Onmiddclyk op de overgave van Gorinchem<br />

volgde die van Dordrecht. Op dien zelfden I7 dciï<br />

Sept. 'smorgens ten 10 uuren, kreeg men daar<br />

de tyding, dat de Hulp-Burgers, en de Krygs­<br />

bezetting" voor een gedeelte, uit 'Gorinchem ge-<br />

vlugt waren', en die Stad door de Pruisfifche<br />

Troupen reeds was ingcnoomen: Veelen der<br />

Vlugtelingen kwamen daar die tyding bevesti­<br />

gen , het welk by veelen niet weinig verflaa-<br />

genheid veroorzaakte. Aanftonds werd 'er<br />

Krygsraad belegd, het Defenfie-Wezen en<br />

de Oud-Raad vergaaderd ; by welke Vergaa-'<br />

der: g eene aanbieding inkwam van het Regi­<br />

ment van S T E R N B A C H , en van de Waard-<br />

gel-<br />

C) Mkuv/c Neiicrl. Jcarl


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 317<br />

gelders van Rotterdam, die uit Gorinchem gevlugt<br />

waven en zich thans te Papendrecht bevonden,<br />

om de Stad te helpen verdeedigen;<br />

maar voor deeze aanbieding werd bedankt.<br />

Nogthans kwamen de Schutteryen in de Wapenen;<br />

men Relde wachten aan den Rietdyk,<br />

waar eenige Batteryen opgeworpen waren ;men<br />

Root de Poorten, en liet ronden doen; terwyl<br />

veelen der Ingezeetenen uit vreeze hunne goederen<br />

pakten en zich tot de vlugt gereed maakten.<br />

Den zelfden avond werd nog laat in den<br />

Oud • Raad , met overleg en bewilliging van<br />

den Krygsraad en het Defenfie - Wezen beflooten<br />

om, indien het Pruisfiesch Krygsvolk voor<br />

de Stad kwam, geen tegenftand te bieden maar<br />

ze overtegeeven. Doch eer dat gebeurde viel<br />

'er nog een treurig geval voor tusfehen de verfchillend<br />

denkende Burgers: Des morgens van<br />

den i8'' l:n<br />

waaide het gerucht over de Merve,<br />

dat de Pruisfifche Troupen reeds tot Papendrecht<br />

genaaderd waren, en aanflonds in de Stad zouden<br />

trekken, dewyl zy nu maar over te vaa><br />

ren hadden. Dit gerucht bragt alles in beweeging,<br />

elk haastte zich om met Oranje Linten<br />

te verfchynen ; de Uitleggers en Batteryen<br />

voor de Stad werden verlaaten en door het Gemeen<br />

geflegt. Eenige Heeren van den Oud-<br />

Raad gingen naar den Rietdyk, waar heen ook<br />

de Schutters optrokken; terwyl ook een groote<br />

menigte Volks, der Prinsgezinde Party toegedaan,<br />

aldaar byeen kwam. Een der Leden van<br />

den<br />

1787.


ï 787-<br />

Befluit om<br />

dc Strrf ovo<br />

te geeven.<br />

3r8 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />

den Oud Raad voor beweegingen van die groote*<br />

menigte beducht, zeide tot dezelve, Mannen<br />

weèst gerust.' Hier op volgde een algemeene<br />

Uitroep van Hoezee! Hoezee! De gewapende<br />

Schutters befchouwden die geroep als een op­<br />

roerkreet, en gaven vuur op de menigte, waar<br />

door. vyf perfoonen gedood , en eenigen ge­<br />

kwetst werden. Een Bakker, aan den Rietdyk<br />

wOóhénae, fchoot ook uit zyn venfter op de<br />

menigte , welke daar op met woede in zyn<br />

huis drong en hem zodanig ruw behandelden»<br />

dat hy 'er het leeven by infehoot; en fner<br />

mede nog niet voldaan , begeerden zy , dat<br />

zyn lichasm aan de galg ten toon gehangen<br />

zoude worden; zoo droevig zyn de gevolgen<br />

van verbitterde Partyfchap. Tegen li uuren<br />

werd alarm geflaagen, doch daar verfcheenen<br />

geene gewapende Burgers, alzoo hunne Offi­<br />

cieren reeds gedeeltelyk de vlugt genoomen<br />

hadden. Dus kreegen de Prinsgezinden hier<br />

de overhand, en de menigte begeerde dat de<br />

Oranje Vlag op den tooren zoude uitgeflooken<br />

worden; het welk ook ras gefchiedde met een<br />

groot gejuich en uitroep van Oranje boven!<br />

Vivat WILLEM DE V. enz, terwyl die van<br />

de andere Party of gevlugt waren, of zich<br />

Ril in huis hielden. Dés avonds werdt de<br />

gantfche Stad verlicht.<br />

Dien zelfden avond kwam de zekere tyding<br />

niet alleen, dat de Pruisjifclie Troupen te Pd*<br />

pendrecht waren aangekoomen; maar ook werd<br />

door


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 316<br />

door den Kapitein VELINGRO DE, die deeze<br />

Troupen aanvoerde , van de Regeering ge-<br />

eischt, dat men het Pruisfiesch Krygsvolk bin­<br />

nen de Stad zou laaten trekken. Toep werd<br />

volkoomen beflooten, de Stad by Verdrag over<br />

te geeven : Tot dat eiude ging eene Commisfie<br />

uit de Regeering met den Prinsgezinden Bur­<br />

gemeester HUGO REPKLAAR aan het hoofd,<br />

den Pruisfiefchen te gemoet, om over de Voor­<br />

waarden van het Verdrag te handelen: Dezel­<br />

ven beftonden in deeze volgende Artikelen :<br />

ART. I. Dat de Stad zal blyven onder de<br />

Souvrainiteit der Staaten van Holland. Antw. Ik<br />

treede daar niet in.<br />

ART. <strong>II</strong>. Dat het Garn'iezoen niet in te<br />

grooten getale zy. — Toegeitaan.<br />

ART <strong>II</strong>I. De Stad zal in de bezitting van<br />

alle Privilegiën blyven. — Toegeftaan.<br />

ART. IV. Dat alle Magiflraatsperfoonen,en<br />

die geenen, die in bedieningen zyn, daar in<br />

zullen blyven. — Toegeftaan, geduurende myn<br />

verblyf en tot tyd en wyle, dat Zyne Door!.<br />

Hoogh. de Heer Hertog van Brunswyk nader<br />

daar over zal befluiten.<br />

ART. V. Dat de ontvangst der Tollen en<br />

Imposten ten voordeele der Staaten en van<br />

deeze Stad zullen zyn. — Dit is niet van myn<br />

befte k.<br />

-ART. VI. Het Kanon en Oorlogsbehoeften ,<br />

aan de Staaten Generaal toebehoorende of aan<br />

deeze .Stad, zullen aan dezelve blyven. — De<br />

Ma.<br />

1787.:<br />

Artikelen<br />

van '1 Vei<br />

drag.


3=e» B E K N O P T E HISTORIE DER<br />

Magazynen, Tuighuizen, .enz. zullen in den/,<br />

zelfden fta.at blyven,. als zy nu zyn, tot dat<br />

de Hertog in de Stad komt.,<br />

ART. V<strong>II</strong>. Men verwagt, dat de Troupen<br />

een goede Krygstucht'zullen houden, en zorg<br />

dr.iagen, dat geen m ieite zal gefchieden aan<br />

de Burgery deezer Stad, van het Eiland, en<br />

v;ln Zuid • Holland; dat hun Leeven, Bezittin­<br />

gen en alle hunne Goederen bewaard zullen<br />

blyven. — AI het geen de Krygstucht in de<br />

Stad cn op het Eiland betreft, zal in acht ge-,<br />

noomen wouien.<br />

ART. V<strong>II</strong>I. Dat de Troupen gebruikt zullen<br />

worden tegen alle de geenen, die de open­<br />

baare rust zouden willen flooren, zoo Inwoo»<br />

ners, als buitenluiden. -- Toegedaan.<br />

ART. IX. Dat alle Inwooners vryelyk in en<br />

uit de Stad zullen moogen gaan, om hunne<br />

zaaken en Handel. — ToegeRaan<br />

ABT. X. Dat de Schepen vryelyk van en aan<br />

de Stad zullen vaaren tot den Koophandel. —<br />

Toegedaan. En 'er zal een Berichtfchrift aan<br />

de Schippers gegeeven worden voor het geen<br />

de Defertie betreft.<br />

ART. XI Indien te Gorinchem eenige In­<br />

wooners van Dordrecht Krygsgevangen mogten<br />

gemaakt zyn; zoo wordt verzocht, dat dezel­<br />

ven losgelaaten worden.— Ik zal myne goede<br />

dienden aanv/enden by den Hertog. De Hee-<br />

reu van de Magidraat zullen insgelyks de hun-,<br />

uen aacwendeu tot drafttloos .tiJ der gevan-<br />

ge-


ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 321<br />

genen ter zaaken van Oranje, en onder dezel­<br />

ven die van Oud~ Beyerland en Werkendam.<br />

ART. X<strong>II</strong>. Men vraagt behouding der Wa»<br />

penen voor de Burgery; met plegtige verklaa­<br />

ring , dat 'er geen gebruik van gemaakt zal<br />

worden tegen de Troupen ; maar alleen toe<br />

behouden van de openbaare rust der Stad. —«<br />

Geweigerd: Alle de gewapende Mannen moe­<br />

ten, zonder onderfebeid, hunne Wapenen aan-<br />

llonds nederleggen; dat is te zeggen, de oude<br />

Burgery zal zich flegts van fcherpe Patrooncn<br />

en Banjonetten ontdoen: Maar de nieuwe Bur­<br />

gery , Schuttery genaamd, zal verpligt zyn,<br />

hunne geheele Wapenrusting op het Stadhuis<br />

te brengen. Zy zullen deezen avond in den<br />

Doelen blyven; maar morgen op het Stadhuis<br />

gebragt worden.<br />

ART, XlJI. Men verzoekt met aandrang<br />

Schildwachten voor de Comptoiren der Pro­<br />

vintie en van de Stads Bank. — Toegedaan.<br />

Geteekend en gezegeld te Papendrecht, dea<br />

18 Sept. 1787.<br />

(Was Getekend)<br />

DE VELINGERlODE, CoflltK»<br />

Op deeze Voorwaarden, kwamen de Pruis-<br />

Jifche Troupen den I9 d e n de Stad intrekken,<br />

onder een aanhoudend geroep der Menigte vaa<br />

Prinsgezinden van Vivat de Koning van Pruis/en&<br />

Yivat Oranje, enz. (*).<br />

Ter,<br />

C) Nieuwe Nederl. Jaarb, Sept. 1787. bladz. 4545—43;!»<br />

IV. DEEJU X<br />

1787


1787.<br />

Sclwo.rh?yen<br />

met<br />

Pruisfiesch<br />

Krygsvolk<br />

bezet.<br />

De Prins in<br />

zyne Waardigheeden<br />

herfteld.<br />

322 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />

Ter gelyker tyd , dat dit te Dordrecht ge.<br />

rchiedde, kwam een ander gedeelte der Pruis-<br />

(ifc/ic Troupen de. Stad Schoonhoven bezetten,<br />

en de Hertog van Brunswyk, Opperbevelhebber<br />

dier Troupen, kwam zelf in perfoon in<br />

deeze Stad: Die Krygsoverfte ontving reeds<br />

1 1<br />

den io^ des morgens vroeg een bezoek van<br />

den Prins van ORANJE; gelyk ook van twee<br />

Gelastigden van de Staaten van Holland, om<br />

den Hertog, uit naam der Staaten, te verzoeken<br />

, zyne Troupen niet tot den Haag, de<br />

Vergaaderplaats der Staats - Collegiën en den<br />

Zetel der vreemde Gezanten by deeze Republiek,<br />

te willen doen trekken; in welk verzoek<br />

de Hertog aanftonds bewilligde. Het is<br />

aanmerkèlyk, dat de Stad Schoonhoven, die de<br />

eerfte was om de Aanbéveelingch van Zyne<br />

Hoogh. den Prins Erfltadhouder van Perfoonen<br />

tot Regeeringsposteu af te fchaffen, by deeze<br />

omwending van zaaken, ook de eerfte was om<br />

Zyne Hocgh. in zyne opgefchorte Waardigheden<br />

te herftellen : Reeds den iS^n Sept.<br />

maakte de Regeering door eene Publicatie aan<br />

de Burgers en Ingezeetenen bekend , dat zy<br />

alle zodanige Bejluüen, welke hier ter Stede,<br />

het zy by cverftemming, het zy met eenpaarigheid,<br />

ten nadeele van Zyne Doorl Hoog.<br />

heid, den Heere Prince van ORANJE, in deeze<br />

laatfte jaaren genoomen waren, voor nul en<br />

onwaarde verklaard hadden; en dat dezeive in<br />

de Rijolutie-Boeken zouden geroojeerd worden.<br />

Zy


ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 323<br />

Zy verklaarden wyders, Zyne Door! Hoogh.<br />

den Heere Prince van ORANJE te herftellen<br />

in alle Hoogstdeszelfs hoogs Waardigheden ,<br />

Rechten en Voorrechten, en byzonderlyk in<br />

zyne hoedanigheid van Kapitein Generaal der<br />

Provintie van Holland en het Commando van<br />

'sHage. Verklaarende verder, dien dag hunne<br />

Gedeputeerden ter Vergaadering van de Staaten<br />

gelast te hebben , om oogenbükktlyk te<br />

helpen befluiten, dat aan Haar Koningl. Hoogh.<br />

de gèëischte en biÜyke Voldoening bezorgd<br />

wierde; ais mede, dat Zyne Doorl. Hoogh.<br />

ten ailerfpoedigfre wierde genoodigd , om<br />

deeze Provintie met zyne tegenwoordigheid te<br />

verëeren, en de waarneeming van alle zyne<br />

Hooge Ampten te hervatten , enz, Eindelyk<br />

weid in deeze Publicatie, tot meerder gerustheid<br />

van de Gemeente, bekendgemaakt, dat<br />

Zyne Doorl. Hoogh. de Heer Hertog mondefyk<br />

en plegtig aan de Regeering verzekerd<br />

hadt, dat de goede Burgery geen den minften<br />

overlast van het Garnizoen te verwagten hadt;<br />

en dat het zelve in de volmaaktfte Krygstucht<br />

zoude gehouden worden; dewyl Zyne Doorl,<br />

Hoogh. hier als Vriend , en alleen gekoomerj<br />

was om de goede Gemeente van onderdrukking<br />

te verlosfen (*). Onaangezien deeze gerust<br />

Rellende Verklaaring, was de fchrik en vreezc<br />

voor de aantrekkende Pruisfifche Troupen zoc<br />

groot,<br />

(*] Kleum Kei.rl. Jtarb. Sept. 178;. bla.iz, 4Er.i~48jfi<br />

X 2


324 B'EKN. HIST. DER ONLUSTEN,<br />

groot, dat veele Burgers en Ingezeetenen van<br />

Schoonhoven (het welk my van ooggetuigen verhaald<br />

is) hunne beste beweegbaare goederen<br />

gepakt, en daar mede de vlugt genoomen hebben,<br />

fommigen met Vaartuig de Leek af, and-eren<br />

met Rydtuig naar 'Gouda en verder Hol.<br />

land in.<br />

.Fiaue:: be- Omtrent den zelfden tyd trok het Pruisfiesch<br />

tet cn ffc<br />

phintlerd. Krygsvolk in Vionen, waar die in togt allerbek-laaglykfte<br />

gevolgen hadt: Eenige al te driftige<br />

Ingezetenen hadden de onbezorïnene onvoorzigtigheid<br />

, of zal ik zeggen dolheid, van<br />

d e<br />


Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!