Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
B E K N O P T Ë<br />
<strong>II</strong> I $ T O H X M<br />
DER<br />
O N L U S T E N<br />
IN DE<br />
¥ E D E I L A I B I N ,<br />
SEDERT DE ONDERHANDELINGEN OVER DË<br />
GEWAPENDE NEUTRALITEIT IN 17Bo*<br />
TOT OP DEEZEN TÏDi<br />
UIT ECHTE STUKKEN BYEEN GESTELD.<br />
M E T P L A A T E N .<br />
D E R D E D E E L .<br />
I N B R A B A N Ü.<br />
1 7 9 *•
D. oDooti V A N SICILIË zegt elders }<br />
dat de Gefchiedenis dan eerst de beste fpiegel is,<br />
•wanneer zy het vuil zoo wel vertoont alshetfchoon^<br />
ook der genen, die zich niet fpiegelen willen, enz.<br />
enz.<br />
Dienzelfden fpiegel, Leezer! hebben wy voor<br />
ms gehad in het te boek flaan ook van dit gedeelte<br />
mzer Gefchiedentife van de Onlusten in het Va-<br />
* 2 der-
iv V O O R B E R I C H T .<br />
(Ierland. Ja! ook hier fpreeken wy de W'aarheid<br />
zonder vleijen; en waarom zouden wy ons haarer<br />
fchaamen, die toch eenmaal volmaakt zal zegevie<br />
ren.' — Vaarwel!
B E K N O P T E<br />
M X STOM X M<br />
D E R<br />
O N L U S T E N<br />
IN H E T<br />
V A B E R . 3 L A N B .<br />
E E R S T E H O O F D S T U K .<br />
Behelzende de Gebeurtenis/en van het fluiten<br />
der Vrede met den Keizer, tot het einde des<br />
Jaars 1785.<br />
Met hoedanige fnelle fchreeden de Euvelmoed<br />
van eene onbezonnene menigte van<br />
dag tot dag voordging j en de daarmede gepaard<br />
gaande , Onheilen in zeer'veele Steden en<br />
Oorden des Lands langs hoe treffender wier<br />
den; was het echter niet dan in den herfst des<br />
Jaars 1785. dat, dezelve in den Haags meer<br />
openlyk naar wraak fchynende te dorsten, eene<br />
uit de heffe des Volks te famengefehoolene<br />
Bende het waagen durfde, als onder het oog<br />
van 's Lands hooge Regeering en tot hoon van<br />
derzelver Souvrain gezach, zoodanige oproe.<br />
A 3 rige<br />
Oproei ige<br />
Beweepingei»<br />
in 'i ffdm
1785,<br />
6 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />
rige Beweegingen aanterechterj, als den 4 aeft<br />
van Herfstmaand des gemelden Jaars, in 's Lands<br />
Onzydige Gefchiedenisfen, altoos met zwarte<br />
letteren zullen doen gebrandmerkt ftaan; en welke<br />
beweegingen, zeker, zoo al niet onmidlylc<br />
in derzelver eerfte beginfelen, dan ten minden<br />
in haare gevolgen, niet dan te veele aanleiding<br />
gegeeven hebben tot die hoog gereezene Verfchillen<br />
tusfchen de Staaten van Holland en<br />
den Prinfe van Oranje, als men in den loop<br />
deezer Gefchiedenisfe zal aangeteekend vinde.<br />
-<br />
d e n<br />
Op den gemelden 4 September 1785.,<br />
naamlyk, zynde Zondag, wanneer doorgaands<br />
de Parade in den Haage talryker is, en meer<br />
aanfchouwers, dan op andere dagen, daar<br />
by gevonden worden, waren ook ecnige Leden<br />
van Genootfchappen van Wapenhandel,<br />
zoo van andere Plaatfen, als van dat, welk<br />
in 's Hage was opgerecht , in hunne Gelyke<br />
Kleeding aldaar tegenwoordig. By het afgaan<br />
der,Parade werden eenigen der gemelde Perfoonen<br />
door eene menigte Gemeen Volk na«<br />
gevolgd , en van agteren lterk gedrongen,<br />
onder een fterk en herhaald geroep van Weegluis!<br />
Weegluis ]<br />
- een fcheldnaam , door het ruuwc<br />
Gemeen den Patriotten toegeduwd. Om het<br />
gedrang te ontwyken, gingen eenigen van dad<br />
Gezelichap op de ftoep van een huis voor aan<br />
in de lange Pooten. Daar ftaande, worden hun<br />
verfcheidene Injolentïên aangedaan,, onder an-"<br />
de-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 7<br />
deren wordt een van hun, die in de Monteering 1785.<br />
van het Leidfche Exercitie Genootfchap gekleed<br />
was, door een Soldaat van de Hcllandfche Garde<br />
befpot, en fmaadelyk bejegend; een Hagenaar,<br />
dit ziende, trekt zynen Degen en zwaait<br />
met denzelven in 't ronde om ruimte te maa«<br />
ken; hier over reezen woorden, terwyl een<br />
burger Man, die den Degen wilde vatten,<br />
met een ander Lid van het Genootfchap aan<br />
't vechten raakt met Hokken, en in dat gevecht<br />
eene wonde aan 't hoofd bekomt.<br />
Vcrfchci-<br />
De beledigde Perfoonen flappen eindelyk<br />
rlcne Per«<br />
van de ftoep af om hunnen weg te vervolgen, (boren doof<br />
*t Giaauw<br />
eenigen van hun Gezclfchap , die door den beledigd.<br />
drang van hun waren afgeraakt, voegen zich.<br />
weder by hen; het fchelden houdt aan; de<br />
Perfoon, die den Degen getrokken hadt, gaat<br />
met denzelven in de fchede, als met een Wan><br />
delftok mede voort; doch dezelve wordt hem<br />
ontweldigd, en naderhand zonder fchede op<br />
een ftoep gevonden. Ondertusfchen neemt het<br />
fchelden en dringen hoe langer hoe meer toe,<br />
om het welke te ontwyken zy in 't huis van<br />
eenen Schilder gaan , op den hoek van de Veeneftraat;<br />
waar de Drosfaard van 't Hof, van<br />
het geen 'er voorgevallen was verwittigd, en<br />
van eenen Dienaar verzeld, by hen kwam. Na<br />
een weinig-aldaar vertoefd te hebben, begeeven<br />
zy zich van daar, van den Drosfaard en<br />
zyne Dienaars verzeld, naa het huis van den<br />
H e r<br />
A 4 "
1785.<br />
Worden<br />
voor 'c Hof<br />
pnthooden<br />
en gehoord.<br />
Worden 11a<br />
het verhoor<br />
V^ederom ,<br />
•Vervolgd.<br />
8 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
Herbergier EVERTZE, de gewoone Vergader,<br />
plaats der Leden van het Wapengenootfchap.<br />
Onderwylen hadt de Drosfaard van het geen<br />
'er gebeurd was kennis gegeevcn aan den Pro-<br />
cureur Generaal, en vervolgends aan Heeren<br />
Commisfarisfen ; welke Heeren de beledigde<br />
Perfoonen by zich ontbnoden, om hunne klag-<br />
ten in te brengen; gelyk zy dan ook door den<br />
Drosfaard, van zyne Dienaars gevolgd, naa<br />
het Hof begeleid worden, onder een grooten<br />
naloop van volk. Die Perfoonen van dat Ge-<br />
zelfchap , te weeten, de Makelaar VOOGT<br />
van Schiedam, de Brander H A R T E V E L T van<br />
Leyden , en c. j. DR OSMAN, een Zilver-<br />
fmids Gezel van Vlaardingen, werden aanflonds-<br />
gehoord; maar de overigen, te weeten de twee<br />
Gebroeders ARNOLDS, W. J. VAN DE POL,<br />
en p. A. MARTENS, alle vier in 'sHage woo*.<br />
nende; en j . c. ENG E L K E , benevens j. j.<br />
HARTEN RO T H , beide Studenten te Leyden;.<br />
verzochten, dat hun verhoor, om zich alles<br />
beter te kunnen herinneren , tot den volgenden<br />
morgen mogte uitgefleld worden. Toen het<br />
verhoor geëindigd was, begaven gemelde Per<br />
foonen zich gefaamentlyk van 't Hof langs de<br />
agter trap (omdat zy als dan van geene Die<br />
naars behoefden verzeld te zyn) naa het huis van<br />
den Procureur H A R T E V E L T . Dan naauwlyks<br />
waren zy op flraat gekoomen, of zy werden<br />
van eene groote menigte volks omrinad, en<br />
gevolgd; omtrent het Stadhuis gekoomen en<br />
WA
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 9<br />
van den Onderfchout, die daar op de puije<br />
Hond, gezien zynde, zond deeze eenen Die<br />
naar af om dien hoop te volgen , en toe te<br />
zien , of hun ook eenig leed gefchiedde. Ein-<br />
delyk koomen zy aan 't huis van den Hr. Pro.<br />
cureur HARTEVELT, voor het welke de ge<br />
volgde menigte blyft ftaan, zonder eenige bal*<br />
daadigheid te pleegen, zoo lang de Dienaars<br />
van 't Gerecht daar bleeven ; maar zoo ras die<br />
vertrokken waren en naa het Stadhuis te rug<br />
gekeerd om verflag van hun wedervaaren aan<br />
den Onderfchout te doen, zoo beginnen de<br />
Jongens aan het huis van den Hr. HARTE-<br />
VELT met het werpen van (teentjes en 'tknip<br />
pen met de vingers tegen de glafen baldaadig-<br />
hed"n te pleegen.<br />
Ondertuslchen komt de Bloemist ALÏERTZ,<br />
in wiens Tuin, onder de Uilenboomen, het Ge<br />
nootfchap gewoon was te exerceeren, gelyk<br />
ook VAN RYSSEN, Looijer in 's Hage, by ge<br />
melden Procureur HARTEVELT in; deeze bei<br />
den bieden zich aan om VOOGT naar de Stads<br />
Herberg, waar zyn Rydcuig ftond, te begelei<br />
den; het welk hy aanneemt. Zy dus op weg<br />
gegaan zynde , worden door eene groote menig<br />
te gemeen Volk, uit Slopjes ec Steegjes, op de<br />
ftraaten,die zy doorgingen , uitloopende, ge-<br />
ftadig gevolgd en beledigd; van fchelden en<br />
fmaaden floeg het uitzinnig Gra'auw welhaast<br />
over tot daadelykheid, en werpt hen zodanig<br />
met fteenen en vuiligheden, dat zy genood-<br />
A 5 zaakt<br />
Van de vervolgdePerf<br />
ionen vlugten<br />
uvee ia<br />
een huis.
1785.<br />
10 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
zaakt werden de vlugt te neemen in 't huis<br />
van zekeren WESTMAN, in de Wagenflraat t<br />
waar uit zy door een Agterdeur werden uitgelaaten<br />
op de dunne Bierkade. Hier raaken zy<br />
van elkander; VAN RYSSEN en ALEERTS<br />
maaken fpoed; maar VOOGT, langzaam voort<br />
Eeti wordt<br />
rfcel lyU mis- gaande, fchelt aan een huis aan, doch wordt<br />
Iiaiidctt.<br />
niet fpoedig ingelaaten, en terwyl hy na het<br />
openen der deure Haat te wagten, wordt hy<br />
op nieuws van eene groote menigte volks<br />
omringd, uit welker midden eenigen, inzonderheid<br />
een Perfoon, als een Jager, in 'tgroen<br />
gekleed , en een fchamele baldaadige Jongen<br />
hem op eene vergaande wyze mishandelden;<br />
en kort daarna werd hy nog door een jong<br />
Vrouwsperfoon in eene woedende drift met een<br />
Parapluije geweldig op 't hoofd geflaagen. Eindelyk<br />
werd VOOGT door eenen Lootgieter,<br />
R o T T E v E E N genaamd , uit de moorddaadige en<br />
üraatfehendende handen van 't losbandig Graauw<br />
gered, en door den Stal in de Stads Herberg<br />
gebragt; terwyl VAN RYSSEN in 't huis van<br />
den Fiscaal LUIKEN, en ALBERTS in dat<br />
van den Timmerman VIANEN, op de Jlüle<br />
Veerkaade , vlugtten, om diergelyke mishandelingen<br />
van 't woedende Gemeen te ontwyken.<br />
De Drosfaard van 't Hof ondertusfehen<br />
van den Fiscaal LUIKEN verfta,an hebbende<br />
dat 'er voor 't huis van den Procureur HAR<br />
TEVELT iets te doen was, gaat daar heen,<br />
en vindt het daar flilj maar verneemt van<br />
een
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, it<br />
een Jongeling, dat op de Veerkaade iemand<br />
zeer mishandeld werd : gaat derwaards , neemt<br />
den Procureur HARTEVELT en den jongden<br />
ARNOLDS, die van een Sabeltje, voor in zynen<br />
rok, voorzien was, met zich; op de ^e«riaade<br />
gekoomen zynde, wordt de gemelde Drosfaard<br />
in 't huis van den Timmerman VIANEN,<br />
waar ALRERTS in gevlugt was, ingeroepen,<br />
Eeemt ALBERTS ook mede, en gaat met<br />
deeze drie Perfoonen naa de Stads Herberg.<br />
Op het groene wegje gekoomen zynde, werden<br />
zy wederom van eene groote menigte muitend<br />
Volk omringd, die de ftoutheid hadden<br />
van voornoemde Perfoonen, in de tegenwoordigheid<br />
van den Drosfaard, wederom te fchelden<br />
eu met vuiligheid *é werpen (zoo weinig<br />
ontzag was 'er thans by het oproerig Gemeen<br />
voor de Juftitïe en den eerften uitvoerder van<br />
't Hooge Gerechtshof van Holland , Zeeland<br />
en Vriesland.) By het Zieken werd AUNOLDS<br />
door een Soldaat tegen het lyf geloopen, die<br />
het Sabeltje , by zyne borst tusfehen den rok<br />
gehouden, ziende, hem hetzelve dacht te ontweldigen,<br />
en daar naa greep ; doch hy werd<br />
door den Drosfaard aangepakt, en met behulp<br />
van ARNOLDS, ALBERTS en HARTEVEL'I<br />
overweldigd en in de Stads Herberg in bewaaring<br />
gebragt; waar zy VOOGT nog vonden.<br />
Terwyl de Drosfaard nu in de Stads Herberg<br />
was, hadt men nog de ftoutheid van met fteenen<br />
door de glazen te werpen; waarom Zyn<br />
Ed,<br />
178*<br />
De beledigingen<br />
lM#J<br />
«at. Een<br />
Soldaat gegtcepen.
De Soldaat<br />
naa de Ge •<br />
vangciipooit<br />
gebragc.<br />
12 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Ed. Geftr. noodig vond de hulpe van hetKrygsvolk<br />
te verzoeken; ten welken einde hy iemand<br />
naa den Procureur Generaal zondt om<br />
van 't geen 'er by de Stads Herberg omging<br />
kennis te geeven , en zodanig verzoek te doen:<br />
Deeze begeeft zich naa de Hoofdwacht, verzoekt,<br />
en verkrygt byftand van Krygsvolk,<br />
?n begeeft zich met eenige Manfchap naa de<br />
Stads Herberg. Daar gekoomen zynde, doed<br />
hy een Rydtuig gereed maaken, waar in<br />
de gevangen Soldaat gezet , en naa de Ge-<br />
/angenpoort gebragt wordt; met welk Rydtuig<br />
den Procureur Generaal en de voornoemde<br />
Perfoonen, VOOGT, ALBERTS, HARTE<br />
VELT en ARNOLDS zich te gelyk mede naa<br />
liet Hof begeeven. Terwyl zy heenen reeden,<br />
werden nog verfcheidene fteenen naa den Wagen<br />
geworpen , tot een bewys dat het Graauw<br />
even weinig ontzag en vreeze hadt voor het<br />
Krygsvolk, als voor de Dienaars en Uitvoerders<br />
van het Gerecht. Naa een kort verblyf<br />
by den Cipier , vertrokken de vier gemelde<br />
Perfoonen naa het huis van den Procureur Generaal;<br />
het welk fpoedig van vooren en van<br />
agteren door eene menigte Volks omringd<br />
werd; waarom de fleer VOOGT en de anderen<br />
van zyn Gezelfchap het niet veilig oordeelden<br />
van daar te vertrekken. Zy bleeven<br />
daar nog eenigen tyd, en de Procureur Generaal<br />
verzocht toen byftand van de Ruiterwacht,<br />
iie hem ook werd toegezegd; doch die zoo<br />
laat
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 13<br />
laat aankwam, dat de faamengerotte menigte<br />
al langzaamerhand was afgezakt; van welk 00genblik<br />
de vier genoemde Perfoonen zich bedienden<br />
om elk zynen weg naa huis te gaan ,<br />
dat hun nu, zonder verdere moeijelykheid,gelukte<br />
(*).<br />
Zie daar een kort en echt verhaal, uit het<br />
Twee Pen<br />
fionai isfen<br />
Bericht van 't Hooge Gerechtshof zelve ge in gevaar.<br />
trokken, van de Oproerige Beweegingen» op<br />
dien onrustigen Rustdag door een losbandig Gemeen<br />
aangerecht, welke tot diengrootcn fchok<br />
aanleiding gegeeven hebben, dien de gantfche<br />
Republiek vervolgends geleeden heeft,<br />
gelyk deeze Historie zal uitwyzen. Eene om-<br />
Handigheid van deezen dag moet ik nog aanteekenen,<br />
die nog erger bediyven , en het<br />
fmaadelyk aanranden van nog aanzienlyker Perfoonen,<br />
maar van de zelfde denkvvyze omtrent<br />
's Lands zaakea als de voorigen, deed vreezen<br />
; doch door goede voorzorge werdt voorgekoomen.<br />
Te weeten, de Heeren DE CY-<br />
ZELAAR en VAN BERKEL, Penfionarisfen<br />
van Dordrecht en Amflerdam, waren met hunne<br />
Vrouwen, op dien dag, om een buitenlucht te<br />
neemen by een Vriend aan den Leidjchen Dam.<br />
Dewyl nu deeze Heeren, als groote Voorflanders<br />
van Vaderlandsgezindheid bekend wa«<br />
ren, en deeze wyze van denken by het Haag-<br />
fcht<br />
I785-<br />
•(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1785. blaJz. iaC(ï-i275,<br />
Peruad Nederland, IV. Deel, bUjz. 125-—132.
-735.<br />
Aan drie<br />
huizen de<br />
glazen inge-<br />
Uaagen.<br />
14 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
fche Gemeen zeer gehaat gemaakt was ; zoo<br />
was men met reden beducht, dat het buitenfpoorig<br />
Gemeen , den gantfehen dag aan 't<br />
hollen geweest zynde, ook dat aanzienlyk Gezelfchap<br />
mogten aanvallen; te meer om dat<br />
men iemand uit het muitende Graauw op dien<br />
dag den Moordzuchtigen wensch hadt hooren<br />
uitflaan, dat hy DE CYZELAAR en eenige<br />
andere Patriötten in handen mogte hebben»om<br />
ze te verfcheuren. Een ander Penfionaris van<br />
eene andere Hollandfche Stad, duchtende kwaade<br />
gevolgen, begeeft zich by den Hr. Raad.<br />
penfionaris van Holland, fielt hem het gevaar<br />
voor, en verzoekt voorzorge to: afwending<br />
van gevreesde onheilen. Zyn verzoek wordt<br />
hem toegedaan, en eene Krygsbende van de<br />
Garde te paerd afgezonden om op de aankomst<br />
van 't Jagt, waarmede het Gezelfchap terug<br />
Verwagt werd, te pasfen, en hetzelve veilig<br />
t'huis te geleiden. Dit gefchiedde zonder eenige<br />
beweeging; maar niet weinig verwonde*<br />
ring en ontzetting baarde dit gezigt van gereed<br />
fiaande Ruiters aan het aanzienlyk Gezelfchap<br />
by deszelfs aankomst, byzonderiyk de<br />
Vrouwen; het welk , van alles onbewust d?t<br />
op dien dag in den Haag was voorgevallen,<br />
niets minder dan zulk eene vertooning verwagtte.<br />
Dit vuur van Oproer was maar voor een koften<br />
tyd gedoofd, het fmeulde nog onder de<br />
asfche, en brak eerlang uit in eene woedende<br />
vlam,
ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 15<br />
Vlam, die bezwaarlyk te blusfchen was. Drie<br />
dagen na dit Oproer, tusfchen den 7 en 8Scp.<br />
tember, werden aan drie huizen de glazen in*<br />
geflaagen, onder welken dat van den Hr. Mr.<br />
P I E T E R P A U L U S Fiscaal by de Admiraliteit<br />
op de Maas, geteld werd (*).<br />
Deeze buitenfpoorige moedwilligheid, onder<br />
't oog van den Souvrain gepleegd , kon niet<br />
nalaaten de oplettendheid der Staaten daar op<br />
te bepaalen. De Heeren Afgevaardigden van<br />
Haarlem fielden op den 8 September in de<br />
Vergaadering der Staaten voor , dat zy met<br />
leedweezen en verontwaardiging vernoomen<br />
hadden, dat een gewelddaadige oploop en verregaande<br />
faamenrottingen op Zendag den 4<br />
September in den Haag hadden plaats gehad,<br />
en zulks by herhaaling; dat het van alle kanten<br />
bleek, kennelyk en zeker te zyn , dat<br />
niet alleen de veiligheid en rust der plaats<br />
op eene ftrafbaare wyze was geftoord, en by<br />
die gelegenheid met de daad openbaar geweld<br />
gepleegd; maar het Oproer ook een en andermaal<br />
was herhaald, en verfcheide uuren agter<br />
een geduurd hadt, eer hetzelve volkoomen<br />
ophield; — dat zy Heeren Gedeputeerden<br />
meenden, het van de uiterfte noodzaakelykheid<br />
te zyn, dat Hun Edel Groot Moogende<br />
door eene fpoedige en kragtdaadige voorziening<br />
(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. September 17B5. WaJz, 1375.<br />
Xtroerd Nederland, IV. Deel bkutz. 132.<br />
178J.<br />
Ter Srnntsvei<br />
gin d c •<br />
ring wordt<br />
des wegeirt<br />
een Vooiftel<br />
gedaan do^r<br />
de Gcdepüteerden<br />
vau<br />
Haarlet».
if5 BEKNOPTE HISTORIE i)É*<br />
ning hunne hoogfte verontwaardiging daarover'<br />
lieten blyken , gepaste middelen ter beveiliging<br />
deeden in 't werk Hellen* en hunne op»<br />
lettendheid vestigden op een nauwkeurig onderzoek:<br />
Hoe 't moogelyk geweest was, dat, in<br />
een Plaats als deeze ('s Hage), zodanigefaamenrot*<br />
tingen en Oproer zulk een geruimen tyd ongejioord<br />
hebben kunnen voortduuren.<br />
Dat zy Heeren Gedeputeerden zich onver*<br />
mydelyk verpligt gevonden hadden, aan Hun<br />
Edel Groot Moogende in overweeging te geeven,<br />
of Hoogstdezelven niet zouden goedvinden<br />
, eene Publicatie te beraamen en te doen<br />
uitgaan , waar by in den Haag alle Saamenrottingen<br />
op zwaare ftraffe verbooden wierden ,<br />
en vastgesteld j dat aile Infolentiën, aan wien<br />
't ook zy, in zyn Perfoon , Huizen of Goederen,<br />
daar gepleegd wordende, ten ftrengften<br />
aan den Lyve, en zelfs naar bevind van zaaken,<br />
met de Galg zouden geftraft worden. —<br />
Voorts Heeren Gecommitteerde Raaden te<br />
magtigen en te gelasten, om naauwkeurig onderzoek<br />
te doen, wat de oorzaak mooge geweest<br />
zyn, dat het gemelde Oproer, daar ter<br />
plaatfe,zoo lang ongeftoord heeft kunnen aanhouden<br />
, op wat wyze de JufHtie werkzaam geweest<br />
is om de rust te herfleilen; en welke<br />
middelen, tot bewaaring der veiligheid aldaar,<br />
verder zouden kunnen in 't werk gefield worden.<br />
— Eindelyk nog, by provifie dezelfde<br />
Heeren Gecommitteerde Raaden te magtigen<br />
ea
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 17<br />
en te gelasten, om van tyd tot tyd de noodige<br />
Patrouilles te laaten doen, om aile onbehoorlyke<br />
Saamenrottingen te beletten,de Overtreeders<br />
van gemelde Publicatie op te ligten, en<br />
onder bewaaring van Gecommitteerde Raaden<br />
te Hellen. Dit Voorftel werd met algemeene<br />
Stemmen in een Befluit veranderd, uitgenoomen<br />
het gedeelte van Patrouilles te laaten<br />
doen , het welk de Heeren van de Ridderfchap<br />
en Edelen niet goedkeurden , maar aanzagen.<br />
1785.<br />
Ingevolge van dit Befluit deeden GecommitGecommitteerdeteerde<br />
Raaden aanftonds na het fcheiden der Raaden<br />
Vergaadering, den Bevelvoerenden Officier<br />
geeven Orders<br />
aan den<br />
Kapitein van<br />
van de Hoofdwacht voor zich koomen , en de Hoold-<br />
vraagden hem de tegenwoordig beftaande Orders,<br />
omtrent het zenden der Patrouilles, af;<br />
welke waren, dat alle avonden, entweemaal<br />
des nachts Patrouilles, op order van Zyne<br />
Hoogheid, werden uitgezonden, en dat dezelve<br />
by buitengewoone omftandigheden, mede op<br />
Hoogstdeszelfs orders, vermeerderd werden.—<br />
waclu.<br />
Hun Edel Moogenden gelasteden, daarop,<br />
den gemelden Officier, dagelyks tegen het<br />
vallen van den avond, Patrouilles uit te zenden,<br />
en daar mede van uur tot uur te vervolgen<br />
tot 's morgens ten zes uuren ; en daar van<br />
aan den Generaal SANDOZ kennis te geeven,<br />
ten einde daar toe de Wagt te verdubbelen;<br />
gelyk ook om, by aldien Saamenrottingen van<br />
Menfchen, of moeite verwekkende Lieden<br />
mogten worden gevonden, de fchuldigen daar<br />
B van
1785.<br />
De Prins be.<br />
klaagt zich<br />
daar ovci'by<br />
Gecoinmitte<br />
rde Raaden.<br />
C-eUk ook<br />
by de Staaten<br />
van<br />
Holland.<br />
TB BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
van in de Hoofdwacht op te brengen, en aan<br />
gemelde Heeren Gecommitteerde Raaden daar<br />
van kennis te geeven; het welk door den zelfden<br />
Officier werd aangenoomen.<br />
Kort daarna verzocht de Prins Erfftadhou*<br />
der, dat het Collegie van Heeren Gecommitteerde<br />
Raaden, het welk na het geeven van<br />
gemelde Orders gefcheiden was, weder mogt<br />
vergaaderen; en in het zelve verlcheenen<br />
zynde, gaf Zyne Hoogheid hun te kennen,<br />
dat over het ftellen van die orders zeer verwonderd<br />
was, nademaal alle de orders voor de Militie<br />
altoos waren gefield geworden door Hem<br />
zeiven, als Erf» Gouverneur en Kapitein Generaal<br />
deezer Provintie, gelyk door Zyne<br />
Voorzaaten gefchied was; en dat Hoogstdezelve<br />
bereid was daadelyk zodanige Orders te<br />
ftellen, als Hun Edel Groot Moogende of Gecommitteerde<br />
Raaden, in het tegenwoordig<br />
geval, mogten noodig oordeelen;te gelyk aandringende,<br />
dat, indien Hun Edel Moogenden<br />
meenden van hun verrichtte niet te kunnen afgaan<br />
, zy de Vergaadering van dien avond nog<br />
geliefden faamen te roepen ; ten einde zyn belang<br />
aan Hun Edel Groot Moogenden te kunnen<br />
voordraagen; aan welk verzoek Gecommitteerde<br />
Raaden voldeeden.<br />
De Vergaadering der Staaten werd dan ook,<br />
dien zelfden avond, by een geroepen; in dezelve<br />
werd door den Raadpenfionaris een Brief<br />
van Gecommitteerde Raaden voorgeleezen,<br />
waai'
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 19<br />
waar door van al het bovenftaande, door Hun<br />
Edel Moogende verricht, aan de Staaten werd<br />
kennis gegeeven, en in die zelfde Avond-Vergaadering<br />
verfcheen de Prins Erfftadhouder<br />
om een Voordel te doen , dat hoofdzaaklyfc<br />
hier op uit kwam: ,, Dat de Kapitein van de<br />
Hoofdwacht rapport gedaan hebbende van de<br />
Orders, door Heeren Gecommitteerde Raa«<br />
den aan hem gegeeven, Zyne Hoogheid gemeend<br />
hadt te moeten verzoeken, dat het Collegie<br />
van Heeren Gecommitteerde Raaden geliefde<br />
te Vergaaderen ,en aan Hun Edel Moogende<br />
zvne verwondering te moeten voordraagen<br />
over deeze nieuwigheid; en dat het Hun<br />
Edel Moogende behaagt hsdt, dergelyke orders<br />
direct en buiten Zyne Hooghefd aan den Kapitein<br />
van de Hoofdwacht te geeven, in een<br />
tyd, dat Hoogstdezelve daar, in den Haag,<br />
tegenwoordig was, daar Zyne Hoogheid van<br />
begrip was, dat dezelve, die de eer hadt van<br />
Gouverneur en Kapitein Generaal deezer Pro-<br />
Vintiën te zyn, die geen was, door wien de<br />
orders aan 't Guarnizoen behoorden gegeeven<br />
te worden ; en dat dus Hun Edel Moogende<br />
volgens het gewoone gebruik aan Zyne Hoogheid<br />
hadden behooren kennis te geeven van 't<br />
oogmerk van Hun Edel Groot Moogende,<br />
wanneer Hoogstdezelve niet nalaatig zoude<br />
geweest zyn cm alle moogeiyke voorzorgen<br />
te' doen neemen, en alle noodigc orders aan<br />
het Guarnizoen te geeven; ten einde alle wan-<br />
B 2 or«
1785.<br />
I>e S asten<br />
hl) ven by<br />
hun Befluit.<br />
20 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ordens voor te koomen en alle faamenrottingen<br />
te beletten : — Zyne Hoogheid vond zich verpligt,<br />
zoo tot voorkoomrng van alle verwarring<br />
, als tot handhaaving van de Rechten,<br />
Hem in bovengemelde hoedanigheden door<br />
Hun Edel Groot Moogende opgedraagen,<br />
Hoogstdezelven te verzoeken om, wanneer<br />
Hun Edel Groot Moogenden eenige voorzieninge<br />
geliefden te doen, waartoe de byftand<br />
van het Krygsvolk noodig was, aan Zyne<br />
Hoogheid als Gouverneur en Kapitein Generaal<br />
deezer Provintie, van derzelver oogmerk<br />
te verwittigen ; op dat dezelve overeenkomftig<br />
daar mede de noodige orders konde geeven en<br />
nauwkeurig doen uitvoeren. —<br />
De Staaten, dit voorftcl van Zyne Hoogheid<br />
gehoord, en daar over beraadfiaagd hebbende<br />
, beflooten, in die zelfde Vergaadering,<br />
by het Befluit, dien namiddag genoomen, te<br />
volharden ; en het geen door Heeren Gecommitteerde<br />
Raaden verricht was goed te keuren<br />
en te pryzen: Ook werd nog verder goedgevonden,<br />
de voornoemde Heeren Gecommitteerde<br />
Raaden byzonderlyk te magtigen, cm<br />
den gebiedenden Officier van de Hoofdwacht<br />
dien avond nog voor zich te ontbieden en ernftig<br />
aan te bevelen, de Orders, hem dien namiddag<br />
uit naam van Hun Edel Groot Moogengende<br />
gegeeven , ftiptelyk na te koomen ,<br />
zonder aan eenige orders, daar medeftrydig,<br />
van wien dezelve ook aan hem mogten gegeeven
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, ix<br />
ven worden, eenigzins te gehoorzaamen; en<br />
werden Gecommitteerde Raaden verder gemagtigd<br />
tot bewaaring van de rust zodanige<br />
voorzieningen te doen, als zy zouden oordeelen<br />
te behooren.<br />
Den volgenden dag, den 9 September,wer Twee PublicatiSnteden<br />
twee Publicatico afgekondigd: eene van gen Oproer<br />
afgekon<br />
de Staaten, en eene van de Gecommitteerde digd.<br />
Raaden: by de eerde werden alle oproerige<br />
gefprekken, beweegingen en faamenrottingen,<br />
mitsgaders alles, dat tot het verwekken van<br />
beweegingen, opfchudding of faamenrottingen<br />
van Volk aanleiding zou kunnen geeven; het<br />
plegen "an alle infolentiën, vooral by wege<br />
van daadelykheden of geweld, aan wien het<br />
ook zoude moogen wezen, ten aanzien van<br />
Perfoonen, huizen of goederen, verbooden:<br />
alles op draiTe van Hun Edel Groot Moogende<br />
hoogde verontwaardiging, en dat de overtreeders<br />
als openbaare Wederflreevers van de<br />
Hoogde bevelen, en moedwillige Schenders<br />
van de rust en veiligheid dier Plaatfe, zonder<br />
eenige oogluiking ten minden zouden worden<br />
in hechtenis gezet, of daarenboven in het<br />
openbaar, ja zelfs naar vereisen van zaaken,<br />
met de Galg gedraft. De andere diende tot<br />
ontdekking van den Daader of Daaders, die<br />
den nacht te vooren de glazen hadden ingeflaagen,<br />
waartoe een premie van duizend gou.<br />
den halve Ryders werd uitgeloofd.<br />
B 3 Dien<br />
I785'
i7§5- Dien zelfden dag werd aan den Luitenant<br />
Orders aan<br />
Generaal S A N D O Z , thans het Guarnizoen ge<br />
den Centraal<br />
SAN00Z biedende, een Uittreklel van de Befluiten,<br />
gegeeven.<br />
den dag te vooren door Hun Edel Groot<br />
Moogende genoomen, en Copie van de Order<br />
, den avond te vooren aan den Kapitein<br />
van de Hoofdvracht gegeeven, ter hand gefield<br />
, met last om de fchikkingen , in het<br />
een en ander vervat, tot Hun Edel Moogende<br />
nader order, ftiptelyk te doen nakocmen,<br />
en dagelyks de gewoone Rapporten vau de<br />
Hoofdwacht mede te doen bezorgen aan Hun<br />
Edel Moogende Collegie , of aan den eerflen<br />
tegenwoordig zynden Heer van hetzelve<br />
, wanneer Hun Edel Moogende niet vergaaderd<br />
zyn ; cn voorts , zoo fpoedig moogelyk<br />
aan Hun Edel Moogende zyne gedachten<br />
te doen toekocmen aangaande de wyze,<br />
op welke eenige Piketten Ruitery en Voetvolk,<br />
tot weering van alle muitery en daadelykheden<br />
met de meeste vrugt zouden kunnen<br />
geplaatst worden, op verfcheidene Plaatfen<br />
, in den Haag; gelyk ook het getal der<br />
Manfchap , waar uit zy zouden behooren te<br />
befiaan.<br />
/-vtfehryving<br />
aan 't<br />
Hof en den<br />
Magtftraat<br />
van 'sHage.<br />
fi2 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />
Den 13 September werd door Heeren Gecommitteerde<br />
Raaden aan 't Hof van Holland,<br />
en den Magiftraat van 's Hage in naam der<br />
Staaten aangefchreeven,nauwkeurig onderzoek<br />
te doen, wat de oorzaak mooge geweest zyn ><br />
dat het Oproer, op Zondag den 4 dier maand<br />
ont-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 23<br />
ontdaan , zoo lange cngeftocrd heeft kunnen<br />
aanhoudenj als by de uitkomst gebleeken was;<br />
gelyk ook op wat wyze Juditie was werkzaam<br />
geweest om de rust te herdellen.<br />
Dien zelfden dag gaf de Hr. Raaclpenfionaris<br />
aan Hun Edel Gr. Moogende kennis, dat dien<br />
morgen een Briefje van Zyne Hoogheid hadt<br />
ontvangen, inhoudende, dat Hoogstdezelve<br />
wegens de tydingen van aanmarsch der Oofienrykfche<br />
Troupen, die van alle kanten bevestigd<br />
werden, van voornecmen was, het Escadron<br />
Gardes du Corps, en het Regiment Gardes Dragonders<br />
uit den Haag te laaten trekken; met<br />
agterlaating van die Manfchappen en Paarden,<br />
die niet in ftaat waren om in 't Veld te gaan : —<br />
Dat Hy Hr. Raadpcnfionaris hier op ten erndigde<br />
verzocht hadt, dat voor als nog geene<br />
orders mogtcn gegeeven worden, om eenige<br />
Militie uit den Haag te doen trekken. Voorts<br />
werd nog beflooten, dat voortaan geene At.<br />
iaches of Patenten, nopens Militie, elders dan<br />
in den Haag Bezetting houdende , door een<br />
der Leden van 't Collegie der Gecommitteerde<br />
Raaden zouden getekend, noch dooreen der<br />
Secretarisfen uitgevaardigd worden, dan na<br />
voorafgaande beraadflaaging en toeftemming<br />
van ten minden vyf Leden; en voorzoo veel<br />
het Guarnizoen in den Haag betrof, niet anders<br />
dan met voorkennis en toedemming van<br />
Hun Edel Groot Moogende, waarvan den vol-<br />
e Q<br />
B 4 g "<br />
1785.<br />
Refliiir ora<br />
trene rif
11*5<br />
De Prins<br />
beklaagt<br />
zich hy den<br />
Koning van<br />
Pruisfcn,<br />
Brief des<br />
K«nmgs van<br />
frutsfen san<br />
di; Sia;i(en<br />
6eiieni.il,<br />
24 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
genden dag aan Hoogstdezelven werd kennis<br />
gegeeven.<br />
Ondertnsfchen hadt Zyne Hoogheid de Prins<br />
Erfstadhouder, zoo haast de Gecommitteerde<br />
Raaden het Bevel over het Guarnizoen in den<br />
Haag aan zich genoomen, en onmïddelyke bevelen<br />
, buiten kennis van Hem Kapitein Generaal<br />
aan den Generaal SANDOZ gegeeven<br />
hadden, eenen Postbode, met de tyding van<br />
deeze gebeurtenis aan den Koning van Pruisjen<br />
gezonden, en buiten twyfiel zyn beklag gedaan;<br />
want Zyne Koninglyke Majefteit fchreef<br />
den 18. der zelfde maand reeds twee Brieven<br />
over deeze zaak; een aan dc Algemeene Staaten,<br />
en een aan de Staaten van Holland. ]n den<br />
eerften, na de reden en aanleiding van dit<br />
fchryven gemeld te hebben, verzocht zyne<br />
Pniisfifche Majefteit Hun Hoog Moogende zeer<br />
inftantelyk en vriendnabuurlyk", dat Hoogstdezelven<br />
, by de tegenwoordige onaangenaame<br />
voorvallen, geliefden tusfehen te trecden; en<br />
zich zoo wel by de Heeren Staaten der Provintie<br />
van Holland- en Westvriesland, als by de<br />
Heeren Staaten der andere Provintiën, daar<br />
het noodig mogte zyn, op het yverigfte aan te<br />
melden ; ten einde de Hr. Erffladhouder by de<br />
Voorrechten, aan Hem eenmaal Ervelyk op*<br />
gedrasgen, rustig gelaaten , en weder eene<br />
volkoomene goede eensgezindheid daar gefield<br />
wierde. Voorts beval Zyne Pruisfifche Majefteit<br />
het weizyn en de helangen van den Hr.<br />
Erf-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 25<br />
Erffladhouder, van zyne waardige Nichte,<br />
en hunne zoo veel beloovende Familie aan<br />
Hun Hoog Moogende ernlïig aan ; met aanbieding<br />
van zyne onpartydige en vriendnabuurlyke<br />
bemiddeling.<br />
In den Brief aan de Staaten van Holland- cn Aan de Staaten<br />
van<br />
Westvriesland, gaf Zyne Pniisfifche Majefteit Holland.<br />
zyne verwondering cn leedweezen te kennen,<br />
dat tegen alle verwagting heeft moeten verneemen,<br />
dat men den Hr. Erffladhouder onlangs<br />
het Commando van 't Guarnizoen van<br />
den Haag ha lt afgenoomen, het welk tochon.<br />
betwistbaar tot het Ampt van eenen Erfilidhouder<br />
en Kapitein Generaal behoorde; en dat<br />
het zich liet aanzien, als of men Hem van de<br />
wezendlykfte en gewigtigfte Voorrechten van<br />
het Erffladhoudcrfchap , het een voor, cn het<br />
ander na, zocht te ontzetten, en niet anders,<br />
dan den blooten naam en een fchynbeeld daar<br />
van over te laaten. Zyne Majefteit wilde zich<br />
in de inwendige omftandigheden van den vryen<br />
Staat Hunner Hoog Moogende niet inmengen;<br />
maar kon ook niet onverf'chillig. zyn omtrent<br />
het lot van eenen Vorst, Hem zoo na beftaande<br />
, en deszelfs Huis , gelyk -ook niet omtrent<br />
den welftand en de rust van eene, zoo<br />
aanzienlyke en naby geleegene Republiek: —<br />
Waarom de Koning Hun Edel Groot Moogende<br />
by deezen- nogmaals inftantelyk verzocht<br />
en vermaande, dat zy, met ter zyde ftelling<br />
van al het geen tot hier toe, misfehien uit mis-<br />
B 5 ver-
1785.<br />
De Prins<br />
vertrekt met<br />
zyn gnntfche<br />
Huisgezin<br />
uit 'sllege.<br />
26 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
verftand of overhaasting was voorgevallen,<br />
zich met den Hr. Erfftadhouder op eenen beteren<br />
en vriendfchappelyken voet, geliefden<br />
te zetten; de voormaalige eensgezindheid, en<br />
het wederzyds vertrouwen te herftellen, den<br />
Hr. Erfftadhouder in de rustige Uitoefening van<br />
zyne Ampren te laaten; Hem daarin niet verder<br />
te ftooren ; maar integendeel, het geen Hem<br />
ontnoomen was weder te geeven. — En indien<br />
Hun Edel Groot Moogende voorneemens waren,<br />
ten beste van Hunne Provintie, in 't beftuur<br />
der openbaare zaaken eenige veranderingen<br />
te maaken, dat het Hoogstdezelven niet<br />
moeijelyk zou vallen, zich daar over met den<br />
Hr. Erfftadhouder, zonder krenking zyner<br />
Rechten, te veréénigen; dewyl Hy zich gewis<br />
tot al wat billyk , en voor den Staat meest<br />
voordeelig is, gewillig zou toonen; wanneer<br />
Hun Edel Groot Moogende zich daaromtrent<br />
maar met Hem zouden verftaan. Dit alles befluitende<br />
met aanbieding van bemiddeling.<br />
Dat het den Staaten van Holland zoo gemakkelyk<br />
niet geweest is, als Zyne Pniisfifche<br />
Majefteit zich toen verbeeldde, om ten beste<br />
Hunner Provintie eenige verandering te maaken<br />
in het openbaar beftuur der zaaken, en zich<br />
daar over met den Hr. Erfftadhouder te verftaan<br />
; cn dat zelfs de bemiddeling 'van Zyne<br />
Pruififche Majefteit benevens die des Konings<br />
van Vrankryk niet eens toereikende geweest<br />
zyn om de Eensgezindheid en 't onderling ver.'<br />
trou-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2 f<br />
trouwen te herftellen, heeft de crvaarcnhei<br />
geleerd, waarvan de volgende gebeurtenisfe: |<br />
ten bewyzen verftrekken. Het ongenoegen •<br />
welk de Prins Erfftadhouder opvatte over de |<br />
hoon, dien hy geloofde hem te zyn aangedaai 1<br />
door het intrekken van 't Commando over he t<br />
Haagfche Guarnizoen, was zoo groot, dat H |<br />
met zyn gantfche Huis de Hofplaats verliet, zy \<br />
beftendig verblyf elders nam, en niet wedei<br />
keerde, dan r.a die groote Ommekeer, welk<br />
de zaaken in September 1787. genoomen het<br />
ben. Haare Koninglyke Hoogheid Mevrouw<br />
de Prinfes, Gemalin van den Prins Erffiadhou<br />
der, vertrok met de drie Vorftelyke Kindere 1<br />
den 15. September uit 'sHage naa Vriesland<br />
om te Franeker het vieren van het Jubelfees<br />
der Hooge Schoole by te woonen ; en d<br />
Prins vertrok, wegens de geruchten van ' t<br />
aannaaderen der Keizerlyke Troupen, na 1<br />
Breda (*).<br />
Terwyl deeze dingen in den Haag gebeur . Orergjftigi<br />
toe de verden,<br />
was men in de Provintie, en voornaame - fcliillen der<br />
Uegcering<br />
]yk in de Stad, van Utrecht bezig met eei ' en liingery<br />
vjn Utrecht,<br />
nieuw Reglement van Regeering voor die Pro<br />
vintie te beraamen en vervolgends in te voe<br />
ren; waar uit zeer veele verfchillen en hoog<br />
gaande Onlusten tusfehen de Regeeringen de r<br />
Steden «<br />
.(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sepl. 1785. bind*. 127G—130< k<br />
ieroerd Nederland, IV. Deel, uUdz. 134 — 141.
De Vroed,<br />
fehap maakt<br />
een Concept<br />
- Reglementbekend<br />
met<br />
eene Publicatie*<br />
28 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Steden, byzonderlyk die van Utrecht, en der.<br />
zelvcr Burgeryen ontdaan zyn. In 't voorgaande<br />
van deeze Beknopte Historie (*) hebben<br />
wy reeds gezien, dat het Volk was opgeroepen<br />
om hunne Bezwaaren tegen het Reglementvau<br />
1674.. in te brengen; dat 'er negen Heeren<br />
door de Staaten gefield waren om de Bezwaaren<br />
der Burgers te ontvangen, enz.; dat 'er<br />
tien Heeren door de Vroedfchap, uit haar midden<br />
benoemd waren, om alle de Punten te onderzoeken,<br />
enz.; thans zullen wy zien op<br />
welke wyze die handelingen der Regeering en<br />
Burgery voortgezet, en ten einde gebragtzyn.<br />
Een moeijelyke taak inderdaad, in welken af<br />
te doen ik my tot eenige der voornaamfle gebeurtenisfen<br />
zal moeten bcpaalen ; want daar<br />
in loopen zoo veele omftaudigheden en toevallen<br />
faamen, dat het onmoogelyk is, die allen<br />
in dit kort beftek te bevatten.<br />
De Vroedfchap der Stad Utrecht hadt, uit<br />
de aangeboodene Ontwerpen , een Concept-<br />
Reglement opgemaakt, en deelde het by eene<br />
Publicatie van den 28 July aan de Burgery<br />
mede, raakende de bejlelling der Stads Regee.<br />
ring , het benoemen en verkiezen van Raaden in de<br />
Vroedfchap, Burgemeester en en Schepenen; mitsgaders<br />
het oprechten en invoeren van een gewettigd<br />
Collegie van Gecommitteerden uit de Burgery.<br />
Hetzelve behelsde dus vier Hoofd Hukken:<br />
(*) <strong>II</strong>. Deel bhdz, 111-113.<br />
I. Van
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 29<br />
I. Van de Raaden inde Vroedfchap, en de hoedanigheden<br />
in dezelven vereischt , beftaande uit<br />
8 Artikelen. <strong>II</strong>. Van de Nominatie en verkiezing<br />
der Raaden in de Vroedfchap; en wel eerst van de<br />
Verkiezers, en derzelver Magiiging, beftaande<br />
uit 29 Artikelen. I <strong>II</strong>. Betreffende het benoemen<br />
en verkiezen van Burgemeester en en Schepenen,<br />
bevattende 9 Artikelen. IV. Opzigt hebbende<br />
op een gemagtigd Collegie van Gecommitteerden uit<br />
de Burgery; in 22 Artikelen begreepen.<br />
In de Publicatie, die het Concept - Regle Inhoud de?<br />
Publicatie.<br />
ment verzelde, werd gezegd, dat dit Proviiioneel<br />
Reglement ontworpen was, om, zoo<br />
ras by de Heeren Staaten dier Provintie, met<br />
affchafling van het Regeerings • Reglement van.<br />
1674 , een nieuw Reglement voorde Regeering<br />
der Provintie Staatswyze zoude vastgefteld en<br />
ingevoerd zyn, eindelyk beflooten en in gang<br />
gebragt te worden; — verder werd elk Burger<br />
en lngezeeten (de onbevoegden uitgezonderd)<br />
vermaand, om, indien eenige gegronde bedenkingen<br />
op voorfz. Reglement mogte hebben,<br />
dezelve zyne bedenkingen met redenen bekleed,<br />
in gefchrifte gefteid en ondertekend,<br />
met byvoeging van zyne hoedanigheid, ouderdom<br />
en woonplaats; en zulks binnen den tyd<br />
van veertien dagen, na deeze Publicatie ter Secretary<br />
der Stad, verzegeld, over te brengen,<br />
En op dat een iegelyk volle vryheid en gelegenheid<br />
zoude hebben, om de Vroedfchap van<br />
zyn.; byaondere begrippen kennis te geeven.<br />
ZO! I
'78-5.<br />
Protest Jer<br />
Burgery daar<br />
tegen.<br />
Zwaariglieid<br />
overdeMagliging<br />
djf<br />
Gecom. uit<br />
0 Cotnpaguiüu.<br />
gé BEKNOPTE HISTORIE na*<br />
zou in deeze zaak geene Procuratie, of Magtiging<br />
voor, of van, iemand toegelaaten worden.<br />
Eindelyk werd een ieder gewaarfchouwd , dat<br />
al, wie den geitelden tyd van veertien dagen<br />
liet voorbygaan , zonder eenige bedenkingen<br />
op te geeven, geacht zou worden geene te<br />
hebben, met het zelve Reglement genoegen te<br />
neemen en goed te keuren (*).<br />
Deeze Publicatie was geheel niet naar het<br />
genoegen der Burgery, welke door haare Gecommitteerden<br />
en Geconflituëerden fterk daar<br />
tegen protefteerde.De festien Gecommitteerden<br />
uit de acht Schütters-Compagniën bragten op den<br />
i Aug. een Adres en Protest aan den eerlien<br />
Eurgemeester, en door denzelven ter Vergaadering<br />
van de Vroedfchap; gelyk ook deeden<br />
de GeconftitLëerden van 1215 Burgers en Ingezeetenen<br />
(benevens nog 400, die zich daarby<br />
gevoegd hadden.) Het eerfte werd gefield<br />
in handen van Burgemeesteren, om te onderzoeken,<br />
in hoe verre de festien Gecommitteerden,<br />
naar rechten, bevoegd waren om zodanig<br />
Protest by de Vroedfchap in te leeveren.<br />
Heeren Burgemeesteren deeden vier van de festien<br />
Gecommitteerden tegen half 5 uuren des<br />
namiddags by zich onrbieden ter groote Secretary<br />
op het Stadhuis; waar hun door een der<br />
Secretarisfen kennis gegeeven werd, dat hunne<br />
Magliging niet in de vereischte orde was,<br />
(*) Nkavre tttderl'. Jearb. /fug. 1785. bj. icöo—1071..<br />
en
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 31<br />
en nader bewys noodig hadt. Waarop de vier 1785.<br />
Gecommitteerden antwoordden, dat de Magtiging<br />
op hen gedaan was door de Sergeanten<br />
der Compagrtiën, op uitdrukkelyken h>.t der<br />
onderhoorige Schutters , en van zoo veele<br />
Wachtvryën in de byzonderen Wyken , als<br />
zich by deeze Schutters gevoegd hadden :<br />
Waar op de Secretaris aanmerkte , dat zulk<br />
eene Magtiging, door de Sergeanten, in naam<br />
der Schutters gedaan , niet wettig genoeg was,<br />
Burgemeesteren en Üud • Burgemeesteren kwaOvereenkomst, tot<br />
men dan met de vier Gecommitteerden overëen, nader en<br />
om een nader en wettiger bewys van de Magti wettiger ue><br />
wy, van<br />
ging der laatften regtjlreeks uit den mond hun MagHgirg ;<br />
en de uitner<br />
Lasrgeevers op den volgenden dag te doen voering duar<br />
van.<br />
hooren ; ten welken einde Gecommitteerden<br />
nog dien zelfden avond hunne Lastgeevers tegen<br />
den volgenden morgen ten half negen<br />
uuren op hunne looppiaatfen deeden faamenroepen.<br />
Ingevolge daar van vergaaderde de<br />
gantfche Schuttery, ongewapend, ten half ne.<br />
gen uuren , elke Compagnie op haare loopplaats<br />
; waafby zich veele Wachtvryën, elk<br />
uit zyne VVyk by zyne Compagnie, voegden :<br />
en de festien Gecommitteerden, twee by iedere<br />
Compagnie. Men maakte toen acht kringen,en<br />
deed in elke derzelve aan de Burgers eene<br />
drieledige vraag: I. Of de vergaderde Burgers dt<br />
festien Gecovimüterden voor zodanigen bleeven erkennen<br />
; en wel als Gelastigden om in hunnen naam<br />
cp de belangen der Burgery acht te gesven, en al<br />
•It.
De Burgery<br />
vergaderd<br />
ongewapend<br />
by het Stadhais,<br />
cn<br />
treedt met<br />
Burgem. in<br />
nnderlianueliiie.<br />
32 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
les -uittevoeren, wat de tyd en de omfiandigheden<br />
omtrent dezelve vere'isfchen? — Waarop Ja!<br />
geantwoord werd. 2. Of de vergaderde Burgers<br />
dan ook injtemden in het Protest, door hunne Gecommitteerden<br />
daags te vooren ingeleeverd? het<br />
welk toen voorgeieezen werd, en daarop Ja!<br />
geantwoord. Eindelyk werd een kort verhaal<br />
gedaan van de wyze op welke het Protest, zoo<br />
by de Vroedfchap, als by de Burgemeesters,<br />
ontvangen was, en wat de Gecommitteerden<br />
daaromtrent verricht hadden ; waarna ten 3 gevraagd<br />
werd : Of men eene nadere Notariëele<br />
Magtiging op de festien Gecommitteerden wilde pasfeer<br />
en; dan of men de Gecommitteerden tot by het<br />
Raadhuis wilde verzeilen , om aldaar, indien het<br />
begeerd wier de, de Magtiging door hunne Sergeanten<br />
gepasfeerd, in perfoon mondeling te bevestigen;<br />
en al het geen door Gecommitteerden verricht<br />
was goed te keuren, en als door hen zeiven gedaan<br />
te verklaaren ? De Burgers verkoozen het<br />
laatde, en betuigden de handelwyze der Gecommitteerden,<br />
hier in gehouden, volkoomen<br />
goed te keuren.<br />
De Gecommitteerden dus van de toeflemming<br />
en goedkeuring hunner Lastgeevers volkoomen<br />
verzekerd, trokken aan 't hoofd hunner<br />
Compagniën , van de loopplaatfen naa de<br />
Neude , de algemeene vergaderplaats der acht<br />
Compagniën; en van daar naa het Oude-Kerkhof,<br />
om den uitllag der onderhandelingen van<br />
Gecommitteerden met de Regeering af te wag-<br />
teo.
'ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 33<br />
ten. De Gecommitteerden gingen voor Burgemeesteren,<br />
op 't Stadhuis vergaaJerd, en<br />
verklaarden, dat zy, benevens nog een Perfoon,<br />
uit iedere Compagnie waren Afgevaardigd<br />
van een zeer groot getal Inwooners en<br />
Burgers om derzelver Burgerlyke belangen<br />
waar te neemen. Dat zulks wel niet door eene<br />
Notaricele Acte, maar ter goeder trouwe gefchied<br />
was, waar van de Burgers en Inwooners<br />
bereid waren perfoonelyk verklaaring te doen,<br />
en in de tegenwoordigheid der Vroedfchap<br />
met hunne handtekening te bevestigen. —<br />
Dat hunne Lastgeevers ook in de nabyheid van<br />
't Stadhuis vergaaderd waren, om zulks perfoonelyk<br />
te verklaaren: Zy verzochten ook,<br />
dat de Heeren Burgemeesteren de Vroedfchap<br />
buitengewoon geliefden te Vergaaderen; ten<br />
einde verzekering van deeze hunne Magtiging<br />
te ontvangen. De Heeren Burgemeesteren<br />
MOSSCHENBROEK en V E R B E E K toonden<br />
zich voldaan over de Wettigheid der Magtiging<br />
van de zestien Gecommitteerden s en beloofden<br />
een gunftig verflag daar van in de V r<br />
roedfchap<br />
te zullen inbrengen.<br />
De vcrgaaderde Burgers, hier van onderricht,<br />
begeerden, dat het beloofde verflag in<br />
eene buitengewoone Vroedfchapsvergaadering,<br />
dien zelfden voormiddag nog belegd, zoude<br />
ingebragt worden; ten einde de Burgery het<br />
genoegen mogte hebben, dat ook van den kant<br />
der Vroedfchap door een Extraft-Refolutie<br />
C inogtï<br />
1785.
Dringen aan<br />
op afdoening<br />
deszer<br />
zaak.<br />
34 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
mogte blyken , dat dezelve over de Wettigheid<br />
der Magtiging van de zestien Gecommitteerden ,<br />
volkoomen voldaan was. De Burgemeesters<br />
zeiden, in dit nieuw verzoek niet te kunnen<br />
treeden, om dat in de Vergaadering der Gedeputeerde<br />
Staaten moesten verfchynen , en<br />
een van hun des namiddags uit de Stad moest.<br />
De Burgers over deeze weigering niet te<br />
vrede, en ten uiterfte daarop gefield, dat dee«<br />
ze zaak, waar toe zy zich opzettelyk verledigd<br />
hadden, wierde afgedaan, gaven aan hunne<br />
Afgevaardigden in last, om by herhaaling by<br />
de Burgemeesters aan te houden op het beleggen<br />
eener Vroedfchapsvergaadering, met bygevoegden<br />
uitdrukkelyken last om Hun Edel<br />
Groot Achtbaare van hunne Vroedfchapsplaatfen<br />
vervallen te verklaaren, indien zy weigerden<br />
aan het gemelde verzoek te voldoen.<br />
Öe Vrofd- Op deezen aandrang deeden de Burgemeesfchap<br />
befluit<br />
de zestien ters de Vroedfchap tegen m uuren vergaadeGecommitren;<br />
en in deeze Vergaadering werd beflooten<br />
teerden te<br />
erkennen, de Magtiging der 16 Gecommitteerden voor<br />
en 't Protest<br />
in de Note wettig te verklaaren, en daar van werd door<br />
te zullen<br />
ialchryven. den Secretaris aan de Afgevaardigden kennis<br />
gegeeven ; welke daarop uit naam en last van<br />
hunne Principaalen door den zelfden Secretaris<br />
aan de Vroedfchap deeden verklaaren, dat de<br />
Burgers ook aandrongen om te weeten, wat de<br />
Vroedfchap omtrent het ingeleverde Protest<br />
beflooten hadt; waarop het Antwoord was:<br />
Dat de Vroedfchap beflooten hadt, niet al-<br />
1'JSE
ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 35<br />
leen de Onderteekenaaren van het bovengemelde<br />
Adres en Protest te erkennen als Gecommitteerden<br />
van een groot getal Burgers en Ingezeetenen<br />
uit de 8 Compagniën, maar ook oni<br />
het voornoemde Adres en Protest in de Vroedfchaps<br />
Aantekeningen in te fchryven ; van<br />
welk Befluit eene verklaaring, door een Secretaris<br />
onderteekend , aan de Gecommitteerden<br />
werd overgegeeven. Ondertusfchen wérd,<br />
op voorftel van den Hr. Oud-Burgemeester<br />
BERGER, geraadpleegd, of men niet, ten genoegen<br />
der Burgery, zou kunnen goedvinden,<br />
de voorgemelde Publicatie in te trekken en<br />
buiten kragt te ftellen? Overeenkomftig dit<br />
voorftel werd beflooten; de Publicatie werd<br />
door eene andere ingetrokken, en de vergaaderde<br />
Burgers, omtrent 2000 in getal, van alles<br />
onderricht i fcheidden ten twee uuren van<br />
een en gingen elk naa zyn huis. Den volgenden<br />
dag, 3 Augustus werd de nieuwe Publicatie<br />
, waar by de voorige vernietigd werd, afgekondigd<br />
en aangeplakt (*).<br />
De Staaten van Utrecht hadden aan den Prins<br />
Erfftadhouder twee Brieven gefchreeven , een<br />
op den 9 Juny, verzeld zynde van alle dê bezwaaren<br />
der Burgers, in druk uitgegeeven, en<br />
in handen van Commisfarisfen gefteld: eenen<br />
anderen op den 6 July; behelzende kennisgeeving,<br />
dat Hun Edel Moogende raadzaam gé-<br />
von-<br />
(*) Rieu-.ye Neierl. ytiari. JiigMfts, Madz. 1077 — 1097.<br />
Ca<br />
De betiviste<br />
Publicatie<br />
ingetrokken^<br />
Brieven
1785.<br />
Antwoord<br />
Van Oen<br />
Prins daarop.<br />
36 BEKNOPTE HISTORIE DEM<br />
vonden hadden,hunne buitengewoonebefchryving<br />
op het zelfde punt den 10 Augustus te<br />
hervatten; in vertrouwen dat Zyne Hoogheid<br />
tegen dien tyd Hun Edel Moogende zodanige<br />
Aanmerkingen en Advis zoude doen toekoomen,<br />
als Hoogstdezelve, nopens zeker, daar<br />
by gemeld, Concept-Reglement reformatoir,<br />
en ter wegneeming der bezwaaren mogte goedvinden<br />
aan Hun Edel Moogende mede te deolcn.<br />
Op deeze Brieven werd door Zyne Hoogheid<br />
op den 8 Augustus door een Brief aan de<br />
Staaten geantwoord, en dezelve kwam den 10<br />
derzelfde maand in de Vergaadering der gemelde<br />
Staaten: In deezen Brief protefteerde<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid tegen al het<br />
geen beflooten mogt worden, ter verandering<br />
van 't Regeerings-Reglement van 1674. ftrekkende;<br />
ook diende dezelve om aan te toonenj<br />
dat de Regenten y welke op hetzelve Reglement<br />
Eed gedaan hadden, ten eenemaal onbevoegd<br />
waren, verandering daar in te maa><br />
ken; dat zy, integendeel, door die onderneeming<br />
verflaan moesten worden, van hunne<br />
Posten vervallen te zyn, als, onder anderen 3<br />
die Regenten, welke te Utrecht en te IVyk<br />
daartoe hadden medegewerkt; voorts gaf Zyne<br />
Hoogheid by dien Brief te kennen, dat het<br />
aftiaan van den eenen of anderen voordeeligen<br />
Post, van een geheel andere natuur zoude zyn;<br />
verzekerende van geene ander Rechten, hem<br />
toebehoorende, te zullen afgaan; en. vertrouwen-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 37<br />
•wende, dat de St&aten fliet zullen gedoogen, 1785.<br />
dat Zyne Hoogheid in de oefening daar van<br />
langer verhinderd wierde (*).<br />
Nog werd in de Staatsvergaadering van den Brief van<br />
den Prins<br />
24 Augustus een Brief ingebragt van Zyne aan de Siaa-<br />
Doorluchtige Hoogheid uit 'sHage, waar in ton.<br />
Zyne Hoogheid betuigde, met een zeer gevoelig<br />
leedweezen vemoomen te hebben, dat de<br />
Onlusten en Verwarring, in de Stad Utrecht<br />
tot die hoogte geklommen waren, dat 'er zonder<br />
eene gepaste tusfchenkomst en prompte<br />
voorziening,de allerdroevigfte en gevaarlykfte<br />
gevolgen te wagten waren ; met aanbod van<br />
medewerking tot herftel van de Rust, en een<br />
voorflag om met eenige Commisfarisfen daar*<br />
toe, uit Leden van Staat beftaande, hoe eer<br />
hoe beter, met Hoogstdenzelven in den Haag<br />
in gefprek te treeden. De Burgers van Utrecht Aires der<br />
Burgers daar<br />
hier van kennis gekreegen hebbende uit de t.'geu aaji<br />
openbaare Nieuwspapieren, (dewyl het thans den Raad<br />
ingediend.<br />
de gewoonte was alle zodanige Hukken fpoedig<br />
in de Nieuwspapieren te doen plaatfen)<br />
waren niet weinig over dien Brief gebelgd, en<br />
deeden door hunne Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
daar tegen proteftceren en vertoogen<br />
doen. Op den 5 September dienden<br />
de Geconftituëerden van 1368 Burgers en Ingezeeten,<br />
en de Gecommitteerden uit de agl<br />
J!3urger - Compagniën der Stad, een Adres in<br />
(•) Nkmfe Netkrl, Jaarh. Aas;. 1785. bladz, 1117 — 1123<br />
C3<br />
by
1785.<br />
33 BEKNOPTE HISTORIE DER .<br />
by den Raad, waar in zy te kennen gaven,<br />
dat de Burgery met de uiterfte bevreemding<br />
gezien hadt, hoe in een Brief, op naam van<br />
Zyne Hoogheid in de Courqnten geplaatst, en<br />
den 24 Augustus ter Staatsvergaadering ingekoomen,<br />
de ftaat der zaaken te Utrecht werd<br />
voorgefteld, als of de Onlusten en Verwarringen<br />
in die Stad reeds tot die hoogte geklom,»<br />
men waren, dat 'er, zonder eene gepaste tusfchenkomst,<br />
en NB. prompte voorziening de allerdroevigfte<br />
en gevaarlykfle gevolgen te wagten<br />
waren, enz. Dan dat de Burgery vertrouwde,<br />
dat zy, daar ze zich tot hier toe, wegens de<br />
punten ter afdoening der ppgegeevene bezwaaren<br />
(na alvoorens daartoe plegtig opgeroepen<br />
te [zyn) en ter aandringing van dezelve, met<br />
het overleveren van haare verdere Aanmerkingen<br />
, op de voorbeeldigfte en gefchiktfte wyze<br />
gedraagen hadt, als nu, ter afdoening van dezelven,<br />
—op geene wyze verdiend hadt,<br />
door zoo ongunftige trekken in een zoo verkeerd<br />
daglicht aan het Algemeen ten toon gefield<br />
te worden. — Aan 't flot was het eerbiedig<br />
verzoek:" Dat Hun Edel Groot Achtbaare<br />
Zyne Hoogheid by Misflve zouden gelieven te<br />
defabufeeren, dat aldaar geene zoo onrustige<br />
en verwarde omitandigheden beftaan hadden,<br />
die tot zodanige hoogte zouden geklommen<br />
zyn, '— en dat indien Hun Edel Groot Achtbaare<br />
mogten begrypen, dat 'er eenige Commisfiën<br />
en Conferentiën noodig waren, het daar<br />
heen
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 39<br />
heen te bellieren» dat dezelven dan niet in<br />
'sHage, maar binnen de Stad Utrecht zouden<br />
moeten gehouden worden (*). —<br />
Burgemeesteren en Vroedfchap nu hadden,<br />
tot wegneeming van de wettige bezwaaren der<br />
Burgers en Ingezeetenen , een provifioneel<br />
Reglement ontworpen en beraamd, naa 't wel*<br />
ke de beflelling der Stads Regeering en de<br />
Nominatiën en Verkiezingen van Raaden in<br />
de Vroedfchap, van Burgemeesteren, en van<br />
Schepenen zouden gefchieden, en een gequalificeerd<br />
Collegie uit de Burgery opgerecht en<br />
ingevoerd zoude worden; om welk Reglement<br />
ter kennisfe van de Burgers en Ingezeetenen<br />
der Stad en der Vryheid daar van te brengen,<br />
een of meer Exemplaaren, geduurende 14 dagen<br />
zouden voorleggen in de zoo genaamde<br />
Groene Kamer aan 't Stadhuis, des morgens van<br />
10 tot 12, en des namiddags van 3 tot 5 uuren,<br />
met vermaan aan allen en een iegelyk<br />
Burger en Ingezeetenen (uitgezonderd alleen<br />
Vreemdelingen , Dienstboden en andere onbevoegde<br />
Perfoonen ) om , indien zy eenige gegronde<br />
bedenkingen op voorfz. Reglement<br />
mogten hebben, dezelve zyne bedenkingen,<br />
't zy afzonderlyk, of gevoegd met anderen ,<br />
in Gefchrift gefield en onderteekend, binnen<br />
24 dagen, na de afkondiging, ter Secretary<br />
van Stads Policie verzegeld te brengen. Dit<br />
alles<br />
C) ffteuvti Nederl, Jaarb. September 1785. bladz, 123?»<br />
C 4
Adres van<br />
Geconflitoperden<br />
en<br />
Gecommitteerden.<br />
40 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
alles werd door eene Publicatie den 16 September<br />
van 't Stadhuis afgekondigd. Ook werden<br />
op dien zelfden dag eenigen uit de Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden voor de tien<br />
Heeren, die uit de Vroedfchap tot deeze zaak<br />
gecommitteerd waren, geroepen, en aan dezelven<br />
een gedrukt Affchrift van bovengemelde<br />
Publicatie, benevens een Exemplaar van<br />
het provifioneel Reglement, ter hand gefteld.<br />
Op dat nu de Burgery mogt weeten, hoedanig<br />
de Raaden in de Vroedfchap omtrent dit<br />
Reglement en deszelfs invoering gezind waren ,<br />
cn om eindelyk eens tot de daadelyke invoe»<br />
ring te koomen; zoo leverden Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden wederom, op den<br />
21 September een Adres aan de Vroedfchap in,<br />
dat hoofdzaakelyk behelsde: ,, Dat alle de<br />
Raaden (uitgenoomen de Heeren LOTEN,<br />
WIELING en 1 voY) geliefden te verklaaren,<br />
binnen de 14 dagen, geduurende welken het<br />
Reglement voor de Burgery voorlag, of zy<br />
genegen waren, om op de fchikkingen, provifioneel<br />
daar by gemaakt, met de Burgery en<br />
het Volk der Stad eenen fieeds aanblyvende'n<br />
Raad in te voeren; met verklaaring, dat die<br />
Heeren, weiken zich binnen den gemelden tyd<br />
niet verklaarden, zouden gehouden worden<br />
voor de aanbiyxing in hun Ampt bedankt te<br />
hebben. — Dat de Hr. LOOT EN als beftemd<br />
zynde tot Ontvanger van het Kleinzegel,<br />
door de Vi-oedfchap Zou overgehaald worden,<br />
om
ONLUSTEN JN HET VADERLAND. 41<br />
urn binnen de veertien gemelde dagen zyne<br />
Raadsplaats neder te leggen; ten einde op zyn<br />
oryflag befchikt wierde; of wanneer die Heer<br />
daartoe niet geliefde te verftaan tot genoegender<br />
Burgery, dat dan, na verloop van voorfz.<br />
veertien dagen, aan Zyn Edele aile verdere<br />
Zitting als Raad wierde geweigerd, en op zyn<br />
Edels ontflag tegen den <strong>II</strong> Oclober wierde beflooten.<br />
— Dat de verfchillen met de Heeren<br />
WIELING en IVOY tot genoegen der<br />
Burgery, indien moogelyk, voor 't einde der<br />
loopende inaand wierden opgeruimd; doch indien<br />
zulks niet gebeurde, dat die Heeren dan<br />
niet zouden begreepen worden onder het getal<br />
van die geenen, met welken de Burgery en<br />
het Volk voomeemens waren, (Je invoering<br />
van eenen aanblyvenden Raad aan te gaan;<br />
maar dat, ten aanzien van Hen Edele hetzelve<br />
wierde gehouden in den zelfden (laat, tot<br />
dat over de voorfz. afdoening, tot genoegen<br />
der Burgery, eindelyk zou befchikt zyn. —<br />
Dat alle de misnoegens, wegens het voorgevallene<br />
Jop den ü Maart ontftaan, voor het<br />
daadelyk treeden tot de invoering van eenen<br />
iïeeds aanblyvenden Raad zouden weg genoosnen<br />
worden, zo dat 'er een wederzyds vertrouwen<br />
tot genoegen van Raad en Burgery<br />
herlield wierde. — De Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden verzochten op 'c bovengemelde<br />
de beraadflaagingen van den Raad; en<br />
dat nu met het maaken van de Nominatiën tot<br />
O 5 Bur<br />
1785,
1735.<br />
Bedui t der<br />
Vroed fchap<br />
daarop.<br />
Verrchiilen-<br />
rle Adviefen ,<br />
der I ed.n<br />
van de «<br />
Vrocdichrp.<br />
42 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Burgemeesteren en Schepenen niet mogte voor.<br />
uitgeloopen worden.<br />
Over dit Adres beraadflaagd zynde, werd op<br />
het eerfte punt beflooten, de Vroedfchap tegen<br />
Jen i. Oftober buitengewoon te befchryven.—<br />
Op het tweede, werden Heeren Eurgemeeste-<br />
:en en Oud-Burgemeesteren gecommitteerd,<br />
Dm daar over met den Heer LOOTEN tefpreeken.<br />
— Op het derde werden insgelyks Hee-<br />
•en Burgemeesteren en Oud Eurgemeester gei<br />
:ommitteerd om met die Heeren te fpreeken.—<br />
l 3p het vierde punt werden gecommitteerd de<br />
I ileeren EYCK, VAN DER DOES, VAN RO-<br />
WONDT, en VAN SENDEN. — Ten aanzien<br />
;an het vyfde- punt werd goedgevonden, dat<br />
i iet zelve op den 22 der zelfde maand Septem<br />
1 ber in beraadfiaaging zoude genoomen, en de<br />
i/roedfehapsvergaadering daarom een half uur<br />
^ 'roeger begonnen worden, als welke tegen 9<br />
1 juren was faamen geroepen om voort te gaan<br />
1 ot het maaken van Nominaticn van Burge-<br />
I neesteren en Schepenen voor het volgende<br />
aar ('*).<br />
De Vroedfchap dan op den 1 October inge-<br />
'olge die buitengewoone befchryving vergaalerd<br />
zynde, om over het voorfz. eerfte Punt<br />
e beraadflaagen , waren alle de Leden daar<br />
t egenwoordig, den Hr. IVOY alleen uitgezon-<br />
( erd, die zyn Advies met een Brief inzond.<br />
Zeer<br />
(•} Nituwe jfedtrl. Jaarb, Sepitmh 1783* bladz, 1341—j 34jfi,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 43<br />
Zeer verfchillende waren de Adviefen van ver-<br />
fcheidene Raaden omtrent dit Punt: De Hr.<br />
V A N DïKifELT betuigde by het Reglement<br />
van 1674. te blyven ; daar by voegden zich de<br />
Heeren Oud - Burgemeesteren L O O T E N , V A N<br />
D E R DUS-S EN en W I E L I N G ; de Burgemees<br />
ter V A N M O ssc H E N E R O E K ; en de Raaden<br />
BODDENS, DE JONKHEERE, PESTERS,<br />
Z A A L , E W Y K en N A H U IS. De Burgemees<br />
ter V E R E E E K , en de- Hr. V A N B R O N K -<br />
H O R S T oordeelden, zich niet te moeten verklaaren<br />
, daarentegen 'verklaarden zich de Heeren<br />
Oud-Burgemeesteren V A N D E N BO<br />
G A A R D , V A N ROMONDT, VAN DER D O E S ,<br />
D A U NIS, CRAAY V A N G E R , FALCK, A B -<br />
EEMA, DE LEEUW, R A M , VAN DER MEI!-<br />
L E N , V A N D IEL EN, IVOY, MARTENS,<br />
en V O E T V A N W I S S E N - , dat meenden nog<br />
niet verder over het Reglement dan voorbereidend,<br />
of voorloopig, geraadpleegd te hebben,<br />
en hetzelve met de Burgery wel wilden<br />
aangaan, wanneer zy NB. Staats wyze van 't<br />
Reglement van 1674. zouden ontilaagen zyn,<br />
en het nieuw Reglement met medewerking van<br />
den Stadhouder ingevoerd wierde: Geheel anders<br />
verklaarden zich de Heeren Oud Burgemeester<br />
E E R G E R , de Raaden E Y K , V A N<br />
SENDEN, D E RIDDER, SMISSAART, VA N<br />
ilAEFTEN, BURMAN en VAN DAM, die<br />
betuigden genegen te zyn, om het ontworpen<br />
Reglement met de Burgery aan te gaan De<br />
wei-<br />
178S-
?85-<br />
44 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
weinige overige Heeren voegden zich by het<br />
Advies van den Hr. VAN WESTREENEN,<br />
het welk hoofdzaakelyk uit kwam op niet gehouden<br />
te zyn, zich te verklaaren. Na alle<br />
deeze verfchillende Adviefen omvraage gedaan<br />
zynde, word by meerderheid van Hemmen beflooten,<br />
dat in het verzoek der Requeftranten<br />
niet kon getreeden worden, maar hetzelve van<br />
de hand geweezen werd (*).<br />
ISom! natiën Daar nu de tyd der gewoone verandering<br />
van Burger<br />
meesteren van de Regeering op handen was, zoo werd<br />
en Schepe<br />
op den 3 October by de Vroedfchap de Nmi*<br />
nen enz. aan<br />
den Prins natie van Burgemeesteren en Schepenen ge<br />
gezonrlcn.<br />
maakt, om ter verkiezing aan den Stadhouder<br />
gezonden te worden. Nu kwam in bedenking<br />
of de Lyst van alle de Raaden, die thans de<br />
Vroedfchap uitmaakten, ook aan Zyne Hoogheid<br />
zou gezonden worden. De voorzittende<br />
Burgemeester bragt dit in omvraage; eenige<br />
Raaden begreepen, dat de opfchorting der gewoone<br />
verandering, in 't voorleedene Jaar,<br />
op verzoek der Burgers en op aandrang der<br />
Stads Regeering, door de Staaten beraamd,<br />
zonder tydsbepaaling was, tot tyd en wyle, dat<br />
een nieuw Reglement vastgefield zoude zyn; maaj<br />
de meerderheid verftond, dat de Lyst moest<br />
afgezonden worden. — Toen werd het 4de<br />
Punt van het Adres, op den 21. September by<br />
de Vroedfchap ingediend, in overweeging ge-<br />
noo-<br />
(?) Nieuwe Ncierl. Jaarh Q£tob. 1785, bladz. 1442-1444.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 45<br />
noomen, en by meerderheid beflooten tot het<br />
uitleveren vsn eene fchriftelyke Verklaaring<br />
door de Vroedfchap, dat dezelve bereidwillig<br />
was, al het geen zoo op,als na den <strong>II</strong> Maart,<br />
aanleiding tot het wederzyds misnoegen gegee<br />
ven hadt, in vergetelheid te ftellen, en de<br />
opheffinge der begonnene Rechtsvorderingen ,<br />
daar uit voortgekoomen, by de Staaten voor<br />
te flaan en te helpen daar ftellen.<br />
De Vroedrchap, by voortduuring der buiten-<br />
gewoone befchryving nu wederom op den 7.<br />
Odtober vergaaderd zynde , zou de ingekoo-<br />
mene fchriftelyke bedenkingen der Burgers op<br />
het provifioneel Regeerings Reglement onder •<br />
zoeken: Die bedenkingen werden gefield in<br />
handen ' der tien Heeren, uit de Vroedfchap<br />
gecommitteerd, om dezelven nader te'onder-<br />
zoeken, en de Vergaadering van derzelver Ad<br />
vies te d'ienen. De gevoelens der Leden van<br />
de Vroedfchap waren daar over zeer verfchil<br />
lende; maar byzonderlyk liep in 't oog de<br />
fchriftelyke verklaaring van den Hr. Rentmees<br />
ter BORMAN en zynen jongeren Zoon;welke<br />
niet zoo zeer den inhoud, als wel de wyze van<br />
invoering van dit Reglement betrof; want zy<br />
van gedachten waren, dat- het gemelde Regie-<br />
ment niet zonder medewerking van den Heer Stad.<br />
houder kon vastgefteld en daadelyk in gang gebragt<br />
worden.<br />
Op den zelfden dag deed eene Commisfie<br />
uit Üeconftituëerden en Gecommitteerde poogin-<br />
1785*<br />
Commisfia<br />
tot onderzool;<br />
der<br />
Bedenkingen<br />
van de<br />
Burgers.<br />
Poodnsen<br />
om de Gede.<br />
puteersien
1785.<br />
Staaten te<br />
ttoen ver-<br />
-.aadercii.<br />
•Rurgemecs.<br />
teien worden<br />
daaitcc<br />
gelast.<br />
40 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />
gingen om de Vergaadering der Gedeputeerde<br />
Staaten, die reeds gefcheiden was, weder by<br />
een te roepen; doch te vergeefsch, om dat<br />
fommigè Leden afwezig waren. Hierom werd<br />
dén volgenden dag buitengewoone Vroedfchap<br />
belegd op een Adres vau gemelde Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden, waar in verzocht<br />
werd, dat ten fpoedigfte eene Vergaadering<br />
van Gedeputeerde Staaten mogte belegd<br />
worden, en daar in een bygevoegd Copie<br />
• Request aan Hun Edel Moogende van<br />
Stadswegen onderfteund worden; behelzende<br />
verzoek tot eene buitengewoone befchryving<br />
der Heeren Staaten, tegen den 10 Oótober<br />
1785. op een punt van 't uiterfte gewigt voor<br />
Stad en Burgery; tegelyk werd een, daartoe<br />
ftrekkende Adres aan de Staaten, Copielyk<br />
aan den Raad overgegeeven.<br />
De Vroedfchap alle deeze ftukkeh overwoogen<br />
hebbende befloot overeenkomftig het verzoek,<br />
en magtigde Heeren Burgemeesteren,<br />
om nog dien zelfden dag, op alle moogelyke<br />
wyze, eene Vergaadering van Gedeputeerden'<br />
Staaten te beleggen, en daartoe de afweezigé<br />
Leden te ontbieden; gelyk ook om in die<br />
Vergaadering, van Stadswege, als derde Lid<br />
van Staat, aan te dringen op eene buitengewoone<br />
befchryving van de Heeren Staaten<br />
deezer Provintie tegen Maandag den 10, of<br />
uiterlyk Dingsdag den <strong>II</strong> Oclober, tot voorgemelde<br />
einde; met bygevoegden last, om,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 47<br />
by weigering der Minderheid, ten fterkften daar<br />
tegen te protefteeren , en de gevolgen daar<br />
van voor die Leden over te laaten, welke niet<br />
daartoe zouden befluiten.<br />
Het Adres , welk de Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden voornemens waren aan de<br />
Staaten in te leveren, waartoe zy eene buiten<br />
gewoone Vergaadering zochten te verkrygen,<br />
was daartoe ingericht: „ Dat Hun Edel Moo<br />
gende de Leden der Stadsregeering geliefden<br />
te ontflaan van hunnen Eed, op zodanige Stads<br />
huifelyke Punten gedaan, als het Reglement<br />
van 1674. bevat; en dat onde:u;sfchcn de Opfchorting<br />
der Jaariykfcbe »«a tiering ' !:<br />
-<br />
Regeering mogte voortduuren to: tyd cn wyle<br />
omtrent het bovcnftaande zoude befchike<br />
1785-<br />
Adres aan<br />
de Staaten<br />
in te leveren.<br />
zyn."<br />
De Heeren Gedeputeerden vergaaderden Gedeputeerdenvcr-<br />
wel op den 8 Octobcr des avonds ten 8 uuren ; gaaderen,<br />
maar weige<br />
maar niet volledig genoeg; geen der Ilccrcn ren de Staaten<br />
te bevan<br />
de Ridderfchap was tegenwoordig, cn dc Icliryveii.<br />
overige Leden wilden het uiet op zich neemen<br />
om de Staaten te befchryven. De Heeren<br />
Burgemeesteren deeden in de buitengewoone<br />
Vroedfchapsvergaadering, op den 9 Oftober,<br />
verflag van hunne vergeeffche poogingen, den<br />
voorigen avond gedaan by Heeren Gedeputeerden<br />
, om de Staaten te befchryven, met bericht<br />
nogthans, dat de gemelde Heeren dien<br />
morgen tegen half twaalf van nieuws zouden<br />
vergaaderen. Waarop berasdflaagdzynde, Heeren
Vé Stad l-.e<br />
fchrytt de<br />
è'caatcii.<br />
48 BEKNOPTE HISTORIE ÖER<br />
ren Burgemeesteren gelast werden hunne ge*<br />
daane eisfchen te vernieuwen; en indien het<br />
Collegie van Gedeputeerden , door aanhoudend<br />
agterblyven van één Heer uit de Ridderfchap,<br />
wederom onvoltallig mogt zyn, dan de Heeren<br />
van het Eerfte Lid te zoeken over te haaien ,<br />
om met de aanweezenden daartoe te befluiten,<br />
en de Brieven van befchryving aan de Leden<br />
te doen uitvaardigen; onder belofte, dat de<br />
Stad alle de onaangenaame gevolgen, die uit<br />
deezen noodzaakelyken ftap mogten voortvloei<br />
jen, voor haare rekening zou neemen.<br />
Heeren Burgemeesteren, in de gemelde Ver»<br />
gaadering verfchynende, vonden even weinig,<br />
als daags te vooren, een Heer uit de Ridderfchap,<br />
en de drie aanweezendc Heeren uit het<br />
Eerfte Lid ongenegen om aan Stads voorftel te<br />
voldoen; waarom Hun Edel Groot Achtbaare<br />
goedvonden, dien zelfden namiddag ten 4 uuren<br />
den Raad wederom te beleggen, om ook<br />
hier van verflag te doen , en nader te overleggen,<br />
wat verder te doen ftond. By meerder.»<br />
heid van ftemmen werd geoordeeld: ,, Dat'er<br />
thans niets anders overfchoot, dan dat de Stad<br />
zelve, als derde Lid van Staat, die befchryving<br />
deed, en de noodige Brieven, daartoe,<br />
door een der Stads Secretarisfen deed opftellen<br />
en afvaardigen ; hiertoe werd beflooten , en de<br />
Staatsleden werden met eenen Brief verzocht,<br />
om op Dingsdag den 11. Oclober, des mor.<br />
gens ten 11. uuren in hunne gevvoone vergaa-<br />
der-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 4^<br />
Herplaats, de Staatenkamer j te willen ver-<br />
ichynen.<br />
Ingevolge dit verzoek, van Stadswegen gedaan,<br />
verfchcenen de Heeren Staaten op den<br />
bepaalden tyd In hunne Vergaaderplaats; al-<br />
•Waar een Adres van Geconftituëerden en Gecommitteerde<br />
ten bovengemelden einde werd<br />
ingeleverd; doch Hun Edel Moogende gaven<br />
daarop een weigerend Appointement. De Heeren<br />
Geëligeerden, of het Eerfte Lid van Staat,<br />
Verklaarden deeze Vergadering der Staaten,<br />
bp zoo eene onvoorbeeldige wyze belegd, voor<br />
nietig; beweerende, dat de Heeren Gedeputeerden<br />
alleen bevoegd waren tot het befchryven<br />
der Staaten. De Ridderfchap, het tweede<br />
Staatslid, voegde zich hier by; een Lid uitgezonderd.<br />
Stads Afgevaardigden protefteerden,<br />
by meerderheid, daar tegen. Het Eerfte<br />
Lid verklaarde vervolgends geene Geconftituëerden<br />
noch Gecommitteerden te kennen, en<br />
wilde het Verzoekfchrift, zonder beftelling<br />
daarop, terug gegeeven hebben; maar de Gedeputeerden<br />
der Stao. Utrecht verklaarden, dat<br />
dezelven door de Vroedfchap erkend waren;<br />
waarop eindelyk het Verzoekfchrift geleezen<br />
werd, en het verzoek door de voorftemmenda<br />
Leden afgèflaagen. Stads Gedeputeerden namen<br />
het. eerfte punt van 't verzoek over; maar<br />
wezen ook de Opfchorting van de hand. De<br />
Bupger-Compagniën , fsamen geroepen onï<br />
den uitfbg daar van te vesceemen, verfchee-<br />
D Bff<br />
1785.<br />
De Sraatcri<br />
vei'gaaderen<br />
en beraad- .<br />
flaagen ovef<br />
eerf Adres<br />
dev BurgeryJ
17 $5-<br />
Wat 'er in<br />
fkn Rtad zy<br />
voorgeval-,<br />
len by de inbuldiging<br />
der nieuw<br />
verkoorene<br />
Regenten.<br />
5» BEKNOPTE HISTORIE Mm<br />
nen ongewapend op hunne Loopplaatfen des<br />
namiddags ten drie uuren; en de Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden leverden een Verzoekfchrift<br />
by de Vroedfchap in, die ten vier<br />
uuren buitengewoon vergaaderd wal Dit Verzoekfchrift<br />
betrof de Commisfie, door Zyne<br />
Hoogheid aan den Grave van ATHLONE, als<br />
Hoofdofficier, voor nog drie Jaaren verleend,<br />
het niet beëedigen van 't Reglement van 1674»<br />
en het niet vervullen van de Raadsplaats, die<br />
nog open ftond. Wat daarop beflooten zy zuilen<br />
wy zoo aanftonds zien, na het verhaal van<br />
het geen op dien dag gebeurd en in de Vroedfchap<br />
verhandeld is. Uit de overgezondene<br />
Nominatiën waren door Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid Burgemeesteren en Schepenen ge~<br />
koozen; alle de Negen- en dertig Raaden waren<br />
aangebleeven; en tot den veertigften Raad<br />
was de Heer Mr. j. F. ODI aangefteld.<br />
De Hoofd - Officier verfcheen op den 12<br />
Oclober, als naar gewoonte, ter inhuldiging<br />
van de verkoozene Burgemeesteren en bevestigde<br />
Raaden, in de Vroedfchaps-Vergaadering,<br />
vertoonde zyne Commisfie om nog drie<br />
Jaaren aan te blyven, en ging weder uit de<br />
Raadkamer: Na dat deeze Commisfie geleezen,<br />
en daar over beraadflaagd was, werd by<br />
meerderheid van den Raad beflooten, om dathet<br />
Regeerings-Reglement nog beftond , die<br />
aanblyving voor drie Jaaren goed te keuren.<br />
Verfcbeideae Raadea waren nogtans van oor-<br />
deel.
ONLUSTEN IN È1T VADERLAND. 51<br />
deel, dat de Vroedfchap, overeenkorhfb'g<br />
haar Befluit van den 28 September, alleenlyk<br />
behoorde den Hoofd-Officier te doen aanblyven<br />
tot zoo lang, dat 'er een niéuw Regeerings-<br />
Reglernent zoude ingevoerd zyn. Hier na<br />
kwam de Hoofd-Officier weder in den Raad><br />
gaf eenen Brief van den Heer Stadhouder over,<br />
welke diende ten geleide van eene Lyst van<br />
ses- en dertig aanblyvende Raaden, met last<br />
om dezelven, als naar gewoonte in te huldigen<br />
en te beëedigen. Doch eenige Leden van<br />
den Raad-weigerden den Eed, zoo als die lag*<br />
te doen; anderen deeden dien eenvoudig, als<br />
naar gewoonte; deeze laatften waren de volgende<br />
Heeren: VAN DYKVELD, LOTEN,<br />
VERBEEK, VAN DER DOSSEN, WIELING,<br />
M ü SSCHENB ROEK, BODDEN S, VA NWEST-<br />
BEENEN, DE JONCKHEERE, PESTERS,<br />
ZAAL, EWYK en NAHUIS. Alle de ande<br />
ren deeden korter, of uitgebreider Verklaaringen<br />
, allen uitkoomende op uitleggingen van<br />
eenige woorden in den Eed op het Reglement<br />
van 1674. voorkoomende. De flerkfte Verklaaring<br />
was die van den Heer Oud-Burgemeester<br />
BERGER, waar by de Heeren EYCK,<br />
VAN SE N DEN, DE RIDDER,S MISS AART,<br />
en VAN H AAPTEN zich voegden. Het naast<br />
hier by koomende was die van den Heer Oud*<br />
Burgemeester VAN DEN BOGAARD, waar by<br />
de Heer ABBEMA zich voegde, en de Hee<br />
ren VAN DER DOES, VAN ROJSÏOND en<br />
D 2 »4Ö«<br />
1785»
1735.<br />
Zwaartgbeid<br />
over het beeeJigen<br />
der<br />
Herenten.<br />
52 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />
DA UK IS. verklaarden zich byna op dezelfde<br />
wyze; terwyl de Heeren DE LEEUW eö<br />
IVOY, zich tot eene byzondere voorbehoudingbepaalde:<br />
De Heeren VERBEEK, VAN<br />
Jt RONK HORST» CRAAYVANGER » VER-<br />
SCHOOR, F A L C K , RAM, WOERTMAN,<br />
VAN DER HEULEN, VAN DIE L EN en bei*<br />
de de HARTENS, wilden den Eed wel we<br />
derom doen ; maar met deeze uitdrukkelyke<br />
voorbehouding, dat ze daar door niet buiten<br />
ftaat geliefd zouden worden om het Regeerings-Rf<br />
'ement te helpen veranderen en verbeteren<br />
, en al het noodige daartoe te helpen<br />
vereffenen en tot fland brengen.<br />
Na dat het rondvraagen geëindigd was ,<br />
verklaarde de Heere Hoofd-Officier ongelast<br />
en onbevoegd te zyn, om eenige van deeze<br />
Verklaaringen aan te neemen; doch betuigde<br />
te gelyk, dat 'er eenig middel mogt gevonden<br />
worden om de zaak te kunnen afdoen. Dit gaf<br />
aanleiding tot verfcheideli voorftellen, en debatten<br />
daar over; tot dat de Heer Hoofdsofficier<br />
eindelyk verklaarde, genoegen te zullen<br />
neemen met de verklaaring van den Heer Oad-<br />
Elirgemeester VAN DEN BOGAARD, indien<br />
alle de Raaden zich daar by voegden. Veelen<br />
namen dit aan; en de Oud-Burgemeester<br />
BERGER met'de Heeren, die zich by hem<br />
gevoegd hadden, zich in eene andere kamer<br />
begeeven, en daar over beraadflaagd hebben-<br />
«ie, vuegden zich eindelyk ook daar by.<br />
Deezs
ONLUSTEN IN HET VADERLAND; 53<br />
Deeze zaak dus afgedaan zynde , veroorzaakte<br />
de Brief van den Stadhouder, tot aan- Zwix idicid<br />
over den<br />
ftelüng van 40 nieuwe Raaden, nieuwe zwaa- Rang det '<br />
Regenten»<br />
righeden. VOOREERST omdat Zyne Hoogheid<br />
bedel gedaan hadt over de tusfehentyds<br />
opengevallene Raadsplaats door den dood vau<br />
den Heer van VUIL KOOP, het welk door de<br />
Burgery, als een recht haar toegezegd, werd<br />
opgeëischt; ten anderen, om dat de Heer Mr,<br />
j. FR. ODE, die voor de eerfte reis tot Raad<br />
was aangefteld, door dien zelfden Brief , in<br />
rang voor de drie Raaden VOET, EURMAN<br />
en VAN DAM geplaatst was. Onaangezienhet<br />
Protest der Raaden EYCK, VAN SENDEN,<br />
DE RIDDER, SMISSAERT, en VAN H A E V'<br />
TEN, en het voorftel van anderen, om Zyne<br />
Hoogheid vooraf kennis te geeven van de begeerte<br />
en eisch der Burgery, werd by meer<br />
derheid beflooten, het recht van den Stadhon<br />
der tot het vervullen deezer openftaande Raads<br />
plaats te erkennen.<br />
Hierop ging men over tot de inhuldiging; 1 Vorder*<br />
verrichtin<br />
na d'it de Heer ODE van den rang, hem dooi gen van der4<br />
Raad.<br />
den Brief des Stadhouders toegeweezen, tot ge<br />
Hoegen der groote Meerderheid, hadt afgezien<br />
Vervolgends verfcheenen in de Raadkamer d<<br />
Heeren VOET VAN WINSEN, EURMAN 1<br />
DE LA BASSECOUR en VAN DAM VAI I<br />
ISSELT, welke, als blyvende Raaden zitting<br />
naamen, na dat de eerfte zich omtrent de: I<br />
Stads Eed verklaard hadt, overeeakomftig d<br />
D 3 Veï<br />
I
Antwoord<br />
op de Adres-<br />
Jen der<br />
Burgery.<br />
54. BEKNOPTE HISTORIE DER '<br />
Verklaaring van den Heer RAM, en de twee<br />
laatften óvereenkomflig die van den Heer VAN'<br />
DEN BOGAARD, in den zelfden zin als de<br />
Heer BERGER dit gedaan hadt. Eindelyk<br />
werd de Heer ODE, na dat hy bewyzen zyner<br />
bevoegdheid vertoond hadt, in den Eed genoomen,<br />
die denzelven op de gewoone wyze'<br />
deed, zonder dat hy eenige Aanmerking op<br />
het Reglement van 1674. maakte. Van al het<br />
geen op deezen morgen beflooten was werd<br />
door Burgemeesteren aan de Burgery kennis<br />
gegeeven, op een Adres, in derzei ver naam<br />
door den Heer 'T HOEN ingeleverd, waar in'<br />
de verzoeken van 's avonds te vooren herhaald<br />
waren; en op het Adres van den 11 'savonds,<br />
werd door een der Secretarisfen aan de Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden het volgende<br />
Antwoord voorgeleezen: ,, Dat de Meerderheid<br />
der tegenwoordig zynde Leden van den<br />
Raad verklaard hadden, niet vdorneeraens te<br />
zyn, den Eed te doen, zoo als hy lag, op 't<br />
Reglement van 1674. indien zy aanbleeven.<br />
En omtrent het toelaaten der Commisfie van<br />
den Heer Hoofd-Officier, hadt de Meerderheid<br />
begreepen , dat daags te vooren reeds een<br />
Befluit genoomen was, en dat men daar by behoorde<br />
te blyven; te weeten, dat men Zyn<br />
Edele moest toelaaten, indien de Commisfie in '<br />
de gewoone forme bevonden wierd. Doch ten<br />
aanzien der niet aanblyving van eenige Leden<br />
der Vroedfchap, en de goedkeuring vaneenen<br />
nieu-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 55<br />
nieuwen Raad, tot vervulling der plaats, dooi<br />
den dood van den Heer VAN VUILKOOP<br />
opengevallen, zou de Meerderheid zich den<br />
volgenden dag nader verklaaren, indien zy<br />
aanbleeven. Hoedanig nu die Heeren zich<br />
daaromtrent op den 12 verklaard hebben ishier<br />
boven gemeld.<br />
De Burgery over deeze Befluiten gantsch<br />
niet voldaan, deed door haare Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden, op den 17 Oftober<br />
eene Verkiaaring en Protest in de Vroedfchap fommige<br />
Leden.<br />
inleveren, met verzoek om het in de Vroedfchaps-Aantekeningen<br />
te doen infchryven; in<br />
welk Protest de Burgery verklaarde , dat zy<br />
alle die Regenten, welke den Eed op het Reglement<br />
van 1674. zonder eenige uitzondering<br />
of bepaaling gedaan hadden, hieldt en zou bly.<br />
ven houden te zyn SCHADELYK voor die Stad,<br />
en VOORSTANDERS van eene DRUKKEND?<br />
1785.<br />
Protest der<br />
Burgery teger<br />
de P>e^<br />
fluiten van<br />
den Raad,<br />
cn tegen<br />
RECEERINGSFORM, welke ten eenemaalpydig<br />
is, en in zoo veele opzigten aanloopt tegen de<br />
Privilegiën, Handvesten en Gerechtigheden van<br />
dit Land; dat zy daarom aan alle die Regenten<br />
verklaarde zich te onttrekken van alle vertrouwen,<br />
en zich ontflaagen te houden en te ontdoen<br />
van alle gehoudenheid en vefpligting,<br />
welke zy integendeel, volgends haaren gez-wooren<br />
Eed, gaerne zou toebrengen alleen<br />
aan die Regenten, welke met de daad betoonden,<br />
de Voorrechten en Privilegiën der Stad<br />
en Burgery voor te ftaan. - Eveneens protep<br />
4 fleer-
?7 8<br />
5-<br />
Voorftel dei<br />
Riddeifchap<br />
tor eene<br />
Commisfie<br />
naa den<br />
Jïdng.<br />
Befi-ir d:r<br />
yioedlclup<br />
daarop.<br />
H B E K N O P T E HISTORIE DES<br />
fleerden zy tegen de aanflelling van den nieuy<br />
wen Raad ODE, verklaarende hem niet te zul<br />
len erkennen; gelyk ook tegen dc nieuwe,<br />
Commisfie van den Hoofd-Officier (*).<br />
Nog andere hinderpaalen ontmoette de Bur<br />
gery, die het invoeren van 't ontworpen, en<br />
met de Regeering vereffende Stads Regeerings-<br />
Reglement vertraagden, en waar tegen zy ins-<br />
gelyks protefleerde. De Ridderfchap had op<br />
den 23 Augustus een Befluit genootnen , en,<br />
ingevolge daar van'op den 24 ter Staatsvergaa-<br />
dering een voorflel gedaan , om eene Commis<br />
fie van negen Heeren uit Hun Edel Moogende<br />
Vergaadering te benoemen, ten einde met<br />
Zyne Hoogheid den Heer Stadhouder over het<br />
Concept-Reglement reformatoir, en de Aan<br />
merkingen daar op gemaakt, te fpreeken,<br />
enz. (f) Vervolgends hadden de Heeren Rid<br />
ders in dezelfde Vergaadering op den 2 No-<br />
vember by de andere Staatsleden aangedrongen<br />
óp dat Voorflel, dat uit de drie Staatsleden,<br />
gelyk ook uit de Burgeryen der Steden eene<br />
Commisfie naa den Hang wierde gezonden; ten<br />
einde met medewerking van Zyne Hoogheid<br />
het fluk der bezwaaren te vereffenen en ten<br />
einde te brengen; en deezen hadden zulks<br />
overgenoomcn (§). De Vroedfchap der Stad<br />
Ut-<br />
(*) NUuwe Nederh Jtmrb. Oelob. 1785. bladz; 1445—1463,<br />
/bid. Augustus 17S5. bladz. 1188.<br />
(J; Ibid, Ntyemèsr 1785. 'uladz. löiü»
ONLUSl'EN IN HET VADERLAND. S7<br />
Utrecht dit voorftel in Commisfie gefield, en<br />
daar van verflag bekoomen hebbende, befloot<br />
daar op, den 21 November, ter Staatsvergaadering<br />
van Rads wegen te verklaaren: Dat de<br />
Vroedfchap het voorflel der Ridderfchap aannam<br />
en toeflemdc, dat eene Commisfie wierde<br />
benoemd ten voorfz. einde; zoo nogthans, dat<br />
voorfz. Concept-Reglement Reformatoir tot<br />
een grondflag van deeze onderhandelingen zou<br />
verflrekken , cn dat alleen die fledelyke Punten,<br />
welke uit het Reglement van 1674. in het<br />
zelve gebragt zyn, in die gefprekken zouden<br />
verhandeld worden, zonder die uicteflrekken<br />
tot der flads en fleden huifelyke zaaken; dat<br />
voorfz. onderhandelingen niet in den Haag,<br />
maar binnen de Stad, of immers binnen de<br />
Provintie van Uttecht moesten gehouden wor?<br />
den; en indien de voorftemmende Leden volftrekt<br />
daar op aandrongen, dat de onderhandelingen<br />
in den Haag moesten gehouden worden;<br />
zulks toe te flaan» mits, dat 'er een tyd<br />
tot afdoening bepaald wierde (*).<br />
De Stad bragt den 7 December hier omtrent<br />
een nader Befluit ter Vergaadering der Staaten<br />
in; waar by dezelve, zonder in de uitbreiding<br />
van haar voorig (zoo aanftonds gemeld) Befluit<br />
in te treeden, zich verklaarde voor het<br />
beraamen eener Commisfie naa 'sHage; ten<br />
einde met, den Stadhouder over de bezwaarerj<br />
u<br />
C) Ni'tuwe Nede'rl, ffaarb 17R0. bjadz. 1654,<br />
D 5<br />
1785.<br />
Nader Ro"<br />
fluit der<br />
Stad hiciog»
ildres der<br />
Burgery tepen<br />
dit raat-<br />
Jee Befluit.<br />
58 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
te handelen, overeenkomftig het voorftel der<br />
Ridderfchap. De Heeren Geëligeerden hielden<br />
dit Befluit in Advies, nogthans werd met<br />
de twee andere ftemmen beflooten, de gemelde<br />
Commisfie in de naaste Vergaadering<br />
vast te ftellen, en die zaak dus geheel af te<br />
doen (*).<br />
Tegen dit Iaatfte Befluit der Vroedfchap leverden<br />
Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
op den 12 December' aan Burgemeesteren en<br />
Vroedfchap een Adres in ; waar in zy te kennen<br />
gaven, dat het aan de Burgery was voorgekoomen,<br />
dat by laatstgemelde Befluit niet<br />
die zekerheid voor het behoud der Stads meermaalen<br />
beweezene Rechten was bewaard, welke<br />
het belang der Burgery en de gevoelens,<br />
te meermaalen gebleeken, met alle billykheid<br />
van haare Vertegenwoordigers vorderde; maar<br />
integendeel,dat niet alleen de arbeid van byna<br />
twee Jaaren, aan 't vereffenen van Stads Huifelyke<br />
punten befteed, werd gewaagd aan de<br />
tegenkanting van die Staatsleden, welke zich<br />
met Stads - Regeeringsbefteiling niet moogen<br />
bemoeijen; maar ook daar door het Recht<br />
werdt tegengefprooken, dat de Stedelyke Magiftraaten<br />
met hunne Burgers alleen bevoegd<br />
zyn , het huifelyke der Stad te fchikken: —<br />
Dat de Burgery ook nimmer kon gedoogen,<br />
dat het Regeerings-Reglement, by de Stad<br />
reeds<br />
(*) iViVawe Nederl, Jaarb. Decmber 1785, blati?, ifigf.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 59'<br />
reeds vereffend een onderwerp zou worden van<br />
de beraadflaagingen van iemand anders dan de<br />
Magiftraat. en Burgery van de Stad. ~r Om<br />
welke redenen Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
eerbiedig verzochten , dat het Hun<br />
Edel Groot Achtbaare mogt behaagen om door<br />
eene Publicatie aan de gantfche Burgery, of<br />
by Uittrekfet van het Befluit aan hun Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerde , het waare oogmerk<br />
der Rejolütie van den 5 December, op het<br />
voorfz. onderwerp, bekend te maaken.<br />
Op dit Adres werd beflooten, hetzelve 14<br />
dagen voor te leggen. Ondertusfchen gav-en<br />
Geconftituëerden en Gecommitteerden aan<br />
kunne Aanftellers en Lastgeevers, door een<br />
Bericht kennis van hunne' poogingen, 'die zy<br />
aangewend hadden om de Punten van Stads<br />
Huifelyke Regeering buiten de voorgeflaagene<br />
onderhandelingen met den Stadhouder te houden;<br />
welk Bericht gedrukt en aan de Compagniën<br />
der Burgery gezonden werd (*).<br />
De Burgery, of derzelver Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden, ongeduldig om deeze<br />
14 dagen voorleggens af te wagten, begeerden<br />
een fpoediger ukflag en afdoening van zaaken:<br />
Op den 18 des avonds werd in alle de Wyken<br />
aan de huizen rondgezegd en verzocht, dat<br />
alle de Compagniën, elk op haare Loopplaats,<br />
den volgenden dag 'smorgens ten 8 uuren»<br />
zou-<br />
p) Nieuws Kedeil.Jaarh Deccmli.,1783. bladz, 1092—1690»<br />
1785.<br />
Dit Adres<br />
werd veertien<br />
dagen<br />
voorgelegd»<br />
De llurgery<br />
wordt faamengerospen.
Een Adres<br />
jim dezelve<br />
voorgeleezen<br />
, co<br />
goedgekeurd<br />
Zynde ,liy de<br />
Vroedicli.ip<br />
ingeleverd.<br />
Co BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
zouden verfchynen; het welk gefchiedde. On^<br />
dertusfehen hadden Geconfluuëerden en Ge<br />
committeerden een Adres ontworpen om aan<br />
de Vroedfchap in te leveren; welk Adres een<br />
tweeledig verzoek behelsde: i. Dat aan het<br />
verzoek, in 't bovengemelde Adres van den<br />
ia begreepen, op deezen zelfden dag van den<br />
ip December voldaan wierd; 2. Dat het Re<br />
glement van Stads - Regeeringsbeftelling, tus-<br />
fchen den Raad en de Burgery reeds vereffend,<br />
nog op deezen zelfden dag,den 19December,<br />
niogte vastgefteld, afgekondigd, en binnen<br />
drie Maanden daadelyk beëedigd en in gang<br />
gebragt worden.<br />
Dit Adres werd aan alle de Compagniën,<br />
elke byzonder, vöorgeleezen, van dezelve goedgekeurd<br />
en toegeftemd. Daarna begaaven allo<br />
de Compagniën zich naa deAWs, haare aU<br />
gemeene Vergaaderplaats, en van daar naa het<br />
Oude Kerkhof en andere ftraaten in den omtrek<br />
en de nabyheid van het Stadhuis, op dezelfde<br />
wyze als op den 2 Augustus gefchied was. Ondertusfehen<br />
vergaaderde de Vroedfchap, en<br />
eene Commisfie uit de Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden, benevens vjer Gecommitteerden<br />
uit elke Compagnie, dus te laamen<br />
twee- en dertig, gingen naa binnen om het<br />
bovengemelde Adres aan den Raad in te leveren;<br />
terwyl de vergaaderde Burgers den uitflag<br />
der beraadfiafagingen van de Vroedfchap in de<br />
nabyheid van het Stadhuis bleeven. afwagten t<br />
N3
©NLÜSTEN IN rtÉx VADERLAND. 61<br />
Na lange beraadflaagd te hebben fcheidde<br />
de Raad, en maakte het genoomene Befluit aan<br />
de Commisfie der Burgery bekend , het welk<br />
hier op uitkwam : Dat de Vroedfchap , ten<br />
aanzien van het eerfte Punt, het huifelyke van<br />
Stads-Regeeringsbeftelling, buiten de onderhandelingen<br />
en beoordeeling der voorftemmcnde<br />
Leden zoude houden; maar wat het tweede<br />
Punt betrof; dat de Raad geen magt hadt, om<br />
zich- buiten medewerking der voorftemmende<br />
Leden van het Reglement van 1674* te ontflaan.<br />
De Burgery met dit Antwoord niet voldaan .<br />
vaardigde op 't nieuw eene Commisfie af aar<br />
Heeren Burgemeesteren, met verzoek om der<br />
Raad ten tweedemaal op dien dag nog te be<br />
I<br />
leggen; ten einde den naderen aandrang dei<br />
Burgery, op het tweede Punt, te overweegen<br />
en naar genoegen daarop te befluiten. Di<br />
verzoek werd toegeftaan,de Raad vergaaderd*<br />
ten vier uuret;, maar in zoo een klein getal f<br />
dat de aanweezenden zwaarigheid maakten,on |<br />
zoo onvoltallig een eindelyk Befluit in eei l<br />
zaak van zoo veel gewigt te neemen. Mei l<br />
befloot derhalven den volgenden dag 'smor<br />
gens ten negen uuren weder te vergaaderen •"<br />
van welk Belluit omtrent ten zeven uuren doo r<br />
eene Commisfie van vier Leden der Vroedfeha 3<br />
aan. Geconftituëerden en Gecommitteerden kei l-<br />
nis gegeeven werd, met verzoek om zulks dt *<br />
Burgery mede ce deelen \. doch Gecoaftituëe<br />
f.. i f<br />
d< s<br />
Itefliiic vnj? -<br />
den Raad<br />
ilasroy.<br />
De R.isd<br />
nndernna!<br />
belegd ,do'. h,<br />
nieiii be-<br />
Hooier,.
Den anderen<br />
dag werd de<br />
zaak hervat<br />
en afgedaan.<br />
Verhaal van<br />
de garufeke<br />
62 BEKNOPTE HISTORIE DÊ»<br />
den en Gecommitteerden verfchoonden zi.c'j<br />
hier van, weetende dat de Burgery op afdoe<br />
ning van zaaken, dien zelfden avond nog ge.<br />
field was; en verzochten derhalven, dat de<br />
Raad zelve dit door eene Commisfie aan hunne<br />
Lastgeevers wilde békend maaken. Dit ge-<br />
fchiedde, en evenwel hadt men moeite om de<br />
Burgers tot fcheiden te beweegen; waartoe<br />
zy niet verftonden dan onder* uitdrukkelyke<br />
•verzekering, dat de zaak den volgenden dag<br />
zou afgedaan worden^ Dus waren deeze Bur<br />
gers, in 't midden van den Winter, van des<br />
morgens agt tot 's avonds agt uuren, in de<br />
open lucht byeen geweest, en keferden, onder<br />
't licht van eene menigte Flambouwen, naa<br />
hunne huizen.<br />
Den anderen dag, den 20 December, dan<br />
de Vroedfchap wederom vergaaderd zynde,<br />
kwamen ook de Burgers in de nabyheid van<br />
het Stadhuis wederom byeen. Ten één uure<br />
werd uit naam van den Raad door een Deur.<br />
waarder aan de Commisfie der Bur-gery bekend<br />
gemaakt, dat het Befluit van den Raad dooi-<br />
eene Publicatie aan de Burgery zou medege<br />
deeld worden; hier van gaf de Commisfie ken<br />
nis aan de Burgers. Kort daarop gaf de Raad<br />
bevel om de Klok te trekken, en deed dooi<br />
den Secretaris van VOORST, verzeld van da<br />
Heeren DAUNIS, DE LEEUW, en ïvoi<br />
een Uittrekfel uit het genoomen Befluit aan<br />
het Volk.voorleezen. Dewyl dit Uittrekfel de<br />
gant-
ONLUSTEN m HET VAÜÊRLAND. 63<br />
pantfche toedragt der zaake openlegt; zoo kan<br />
ik niet betev doen, om een echt en getrouw<br />
verhaal van deeze gewigtige gebeurtenis mede<br />
te deelen, dan de hoofdzaaken van dit Uittrek<br />
fel op te teekenen, welke hier op uitkoomeni<br />
In het zelve wordt dan eerst gemeld , dat<br />
Heeren Burgemeesteren opening deeden van<br />
hunne ontmoetingen daags te vooren, naa het<br />
fcheiden van den Raad, zoo by 't afgaan van<br />
het Stadhuis, als elders; — dat vervolgens de<br />
Heeren EYK, DE RIDBER, SMISSAERT,<br />
en VAN HAEFTEN verflag deeden van hunne<br />
Commisfie aan r<br />
t vergaaderde Volk; — dat de<br />
Vroedfchap toen, de Requesten van daags te<br />
vooren overwoogen hebbende, het befluit ge-<br />
noomen en aan de Burgers verklaard hadt, dat<br />
Hun Edel Achtbaare zich onbevoegd achteden,<br />
om zich zeiven uit den Eed te ontflaan; maar<br />
hunne poogingen zouden aanwenden om, in<br />
eene buitengewoone Vergadering der Heeren<br />
Staaten, van den Eed op 't Regeerings-Re<br />
glement van 1674. Staatswyze ontflaagen te<br />
worden , voor zoo verre de Stedelyke Punten<br />
daar in vervdt zyn; en indien dit niet<br />
konde verkreegen worden, en de begeerde ver<br />
andering in het Provintiaal Reglement binnen<br />
de vier cerstkoomende Maanden niet mogt uit<br />
gewerkt zyn, de Vroedfchap alles zou blyven<br />
in 't werk ftellen, cm aan 't verlangen dei<br />
Burgers te voldoen; van welk Befluit de voor<<br />
gemelde Heeren DAUNIS, DE LEEUW, en<br />
ÏVO ?j<br />
1785.<br />
toedragt (<br />
zaake.
e>4 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />
IVOY, benevens den Secretaris van vöoRS'i<br />
aan 't Volk hadden kennis gegeeven; doch ook<br />
Uit de gebaarden en woorden van dè groote<br />
menigte, voor 't Stadhuis vergaaderd, hadden<br />
vernoornen» dat zy in dat Befluit geheel geen<br />
genoegen namen , het welk die Heeren, in<br />
den Raad terug gekeerd } daar verhaalden ; ter<br />
wyl door verfcheidene Leden van den Raad,<br />
die gepoogd hadden, na de bekfcndmaaking<br />
van 't Befluit, uit het Stadhuis te gaan, te keu*<br />
nen gegeeven werd, dat zy alle de toegangen<br />
van het Stadhuis bezet gevonden hadden, door<br />
Lieden, die verklaarden order te hebben, om<br />
niemand vtfn de Raaden door te laaten, en ddc<br />
het aan geen der Leden van den Raad zou<br />
worden' toegclaaten van 't Stadhuis te gaan,<br />
voor dat de Burgery, in alles, volkomen ge<br />
noegen ontvangen hadr.<br />
Na dat de Vroedfchap over dir alles beraad-<br />
flaagd ludt, verzocht en gelastte zy, de zelf<br />
de , zoo evert gemelde Heeren om met de<br />
Geconftituëerden en Gecommitteerden in de<br />
Gerechtskamer te fpreeken, aan dezelven een<br />
Copie van 't Befluit ter hand 'te ftellen, en<br />
hen te verzoeken om hetzelve aan de Burgery<br />
aangenaam te maaken ; doch die Heeren dit<br />
Verricht hebbende, bragten befüheid, dat de<br />
Geconltituëerden en Gecommitteerden het Be<br />
fluit niet voldoende Vonden , en het dtrarom<br />
aart de Burgery niet konden aangenaam maa»<br />
ken; maar het aan 't Valk zouden bekend maa<br />
ken*
ONLUSTEN m HÉT VADERLAND. 6$<br />
ken, en binnen een kwartier aan de Commisfie<br />
der Vroedfchap den uitflag zouden doen weeten.<br />
Na verloop van welken tyd Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden aan evengemelde<br />
Commisfie eene fchriftelyke Verklaaring ter<br />
hand ftelden, welke door die Heeren in de<br />
Vroedlchap ingeleverd en daar geleezen werd;<br />
zy was van deezen inhoud :<br />
,, Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
hebben de eer, aan Heeren Gecommitteerden<br />
uit de Vroedfchap, op het Extract uit de Refolutie<br />
van de Vroedfchap ,• heden medegedeeld,<br />
in naam van de Burgery te antwoor-den;<br />
dat de Burgery daar mede geen genoegen<br />
neemt en aandringt op het letterlyk afdoen<br />
van haar verzoek by Requeste ingeleverd<br />
, en dat die dispofitie met allen fpoed<br />
mooge genoomen en bekend gemaakt worden."<br />
Welke Verklaaring door zeven Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden onderteekend was.<br />
De Vroedfchap, over deeze Verklaring wederom<br />
beraadflaagd hebbende, befloot einde-<br />
]yk, dat haar, tot voorkooming van alle gevreesde<br />
en dreigende onheilen, by eene aanhoudende<br />
weigering te duchten, niets meer<br />
overbleef, dan den wil der Requeftranten cn<br />
derzelver Committenten te doen , en aan 'tr<br />
vefzoek van dezelven eenvoudig en letterlyk<br />
te voldoen.<br />
Van dit Befluit des Raads werd door de meer<br />
gemelde Heeren EYK, DE RIDDER, SMIS-<br />
E SA'ERTy
i?8 j.<br />
66 BEKNOPTE HISTORIÉ DÉa<br />
U E R T , en V A N H A E F T E N , aan de Geconftituëerden<br />
en Gecommitteerden kennis gegeeven<br />
; welke Heeren van hun verrichtte veiflag<br />
doende, uit naam van Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden ernftig verzochten, dat het<br />
genoomen Befluit des Raads overeenkomftig<br />
met de bewoording in 't flot van 't Request<br />
gemeld, zoude geboekt worden; het welk aldus<br />
luidde :<br />
„ De Vroedfchap accordeert het verzoek<br />
der Geconftituëerden en Gecommitteerden uit<br />
de Burgery op gisteren gedaan , en verftaat<br />
dien volgends, dat het Concept-Reglement,<br />
betreffende de beftelling deezer Stads Regeering,<br />
zodanig als hetzelve verëffend en gereguleerd<br />
is, gerekend zal worden op deezen<br />
dag vastgefteld en gearrefteerd te zyn; mee<br />
verdere Verklaaring, dat hetzelve vastgeftelde<br />
Stads Regeerings - Reglement, binnen den tyd<br />
van de drie eerstkoomende Maanden daadelyk<br />
met de Burgery zal worden ingevoerd en wederzyds<br />
beëedigd ; het zy de bezwaaren van 't<br />
Provintiaale Regeerings - Reglement binnen<br />
dien tyd afgedaan zyn, of niet."<br />
Van dit Befluit werden op den 24rt en Affchriften<br />
aan alle gewoone Plaatfen • aangeplakt<br />
(*;).<br />
De<br />
(*) Nieuws NederJ, 'Jaafo. December 1785. bladz. 1702,<br />
I716. Op de aangehaalde plaats kan men alle de Adresfen Bor<br />
Beiluiteri in hun geheel kezen,
ONLUSTEN iü HET VADERLAND. 6*?<br />
De Gecoaftituëerden en Gecommitteerden<br />
benevens de Burgery vergenoegden zich voor<br />
dien tyd wel met het Extract uit de Refolutie<br />
der Vroedfchap, waar by het verzoek, by Re-<br />
queste op den 19 gedaan, werd toegedaan;<br />
doch waren te gelyk van oordeel , dat het<br />
beraadflaagde van den 19 en 20 December van<br />
al te groot belang was, dan dat zy daar van<br />
by Copia Authentiek van al het aangetekende<br />
niet volkoomen onderricht wierden , zoo als<br />
hetzelve van 't begin af aan, tot het einde was<br />
aangetekend geworden , zonder dat daar van<br />
iets, hoe genaamd, voor de Burgery agter<br />
gehouden wierde. Waarom zy op den 27 De<br />
cember, wanneer de Vroedfchap gewoonelyk<br />
vergaaderd was, een Adres aan dezelve over-<br />
gaaven, met een tweeledig verzoek: voor<br />
eerst: Dat Hun Edel Groot Achtbaare het ge<br />
formeerde ontwerp van het voorfz. aangetee-<br />
kende van den 19 en 20 December geheel eh<br />
al, zonder eenige geheime agterhouding Van<br />
byzondere Aanteekeningen of Voorbehoudin<br />
gen van wie, en hoe ook, alvoorêns hetzelve<br />
te registreeren, zouden gelieven uit te geeven<br />
en in handen van de Geconftituëerden en Ge<br />
committeerden re ftellen, ten einde hetzelve,<br />
na mededeeling aan de Burgery, als de zaak<br />
tusfehen den Raad en de Burgery, naar beider<br />
refumtie met die behoorlyke fanftie, van *t<br />
Volk , tot een aandenken en blyvende daad<br />
voor de Eeuwigheid in de Regisiers te doen<br />
R ?. in-<br />
1785.<br />
De üurgery<br />
verz likt<br />
Copie Authentiek<br />
van<br />
al liet sangeteekende<br />
i<br />
deeze zaak<br />
betreffende.
1785.<br />
Befluit der<br />
Vroedfchap<br />
daarop.<br />
Befluit en<br />
voorflel van<br />
de Riddcrlchap<br />
we<br />
gens deeze<br />
gebeurtenis*<br />
68 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
infehryven, met uitleevering van een dubbeld<br />
daar van , op Perkament gefchreeven en naar<br />
vereisch geauthentifeerd, by den afloop van<br />
zaaken aangevuld, en aan de Gecommitteerden<br />
uit de Burgery ter hand gefield, en dus voor<br />
dit en het volgende Geflacht bewaard te worden.<br />
Ten anderen was het verzoek dat het<br />
Hun Edel Groot Achtbaare gelieven mogt, om<br />
op dien dag de vereischte voorzorgen te neemen<br />
, dat Heeren Burgemeesteren en verdere<br />
Gedeputeerden tot de befchryving der Staatsvergaadering<br />
van den volgenden dag, zoo bepaald<br />
mogten gelast worden . dat Hun Edelens<br />
op geenerly wyze konden afgaan van eenigenkei<br />
punt van het vastgeflelde, de Stads -Regeerings<br />
- Beflelling betreffende, zoo als daar<br />
van op den 20 December by openbaare afkondiging<br />
kennis gegeeven was.<br />
De Vroedfchap ftelde het eevïïe verzoek van<br />
't Adres in handen van Burgemeesteren en<br />
Oud-Burgemeesteren om van raad te dienen;<br />
Remde het tweede verzoek toe; en gaf aan de<br />
Heeren Gedeputeerden ter Staatsvergaadering.<br />
overeenkomflig hetzelve in last (*><br />
De Ridderfchap befchouwde deeze gebeurtenis<br />
van den 19 en 20 December in zulk een<br />
ougunftig licht, dat zy op dien zelfden dag<br />
van den 27. een befluit nam,en den volgenden<br />
dag ter Staatsvergaadering inbragt, waar by<br />
zj<br />
Nieuwe Neisvl Jeari. Decimttr 1735. bti
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 69<br />
zy verklaarde , dat Zy Heeren Edelen, hoe<br />
zeer geneegen en bereid zy waren om mede<br />
te werken tot het wegneemen van alle bezwaaren<br />
en 't verhelpen van misbruiken, die in 't<br />
Regeeringsbeftier mogten ingefloopen zyn;<br />
en hoe gaarne zy gezien hadden , dat de voorgefielde<br />
Commisfie beflooten en in werking<br />
gebragt wierde; nogthans, in de tegenwoordige<br />
omftandigheden van de Regeering der<br />
Stad Utrecht, moest twyfelen, of die Commisfie<br />
wel met eenige vrugt werkzaam zou kunnen<br />
zyn, zoo lange het Wettige Gezag dier Re.<br />
geering, door het geweld op Maandag en Dingsdag<br />
den 19, 20 dier maand gepleegd, zoo zeer<br />
verkragt, en de Vryheid van derzelver beraacljlaa.<br />
gingen niet herfteld, en tegen alle diergelyke aanvallen<br />
, door wie ook ondernoomen, beveiligd zoude<br />
zyn; waartoe de Heeren Edelen bereid waren, des<br />
verzocht, alle moogelyke hulpe en byftand te verkenen.<br />
En alhoewel de Heeren Edelen<br />
vertrouwden, dat de Vroedfchap der Stad,<br />
immers de Meerderheid derzelve, met hun in<br />
dezelfde begrippen over dit fuik, waren, en uit<br />
nood voor het geweld hadt moeten bukken; terwyl<br />
evenwel van derzelver afgedwongene Refolutie- Publicatie<br />
en ylffixie hadt moeten gefchieden, en dat<br />
daar door die zaak uit haar geheel gebragt was 3<br />
zoo hoopten de Heeren Edelen, dat de Vroedfchap<br />
dezelve Publicatie fpoedig zouden intrekken<br />
: Dan dat de Heeren Edelen, by<br />
oatflentenisfe daar van, zich in de onaange-<br />
E 3 saa»
Verzoek riet<br />
6t*d by de<br />
Staaten om<br />
-van den lied<br />
Qntflaagen te<br />
worden.<br />
70 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
naame verpligting zouden vinden, om alle beraadflaagingen,<br />
over deeze aangelegene zaak»<br />
op te feborten, en voorts te verklaaren, onverantwoordelyk<br />
te willen gehouden worden<br />
voor alle nadeelige gevolgen, die uit de gewei,<br />
dige Maatregelen van Jommige onrustige menfehen<br />
voor Stad en Provintie, natuurlyk zouden moeten<br />
voortvloeijen; • Verklaarende verder<br />
van oordeel te zyn, dat het niet raadzaam was<br />
voor de Staaten, in die Stad weder te vergaaderen,<br />
zoo lang het geweld niet gefluit, en 't<br />
Gezag der Regeering niet gehandhaafd, zoude<br />
zyn; en dat de Bondgenooten van deezen toeftand<br />
der Provintie behoorden onderricht te<br />
worden.<br />
Toen nu de Staaten op den volgenden dag,<br />
den 28. December vergaaderd waren, deed de<br />
Stad Utrecht, ingevolge het meergemelde Befluit<br />
van den 20 December, het verzoek,<br />
„ dat de Leden van den Raad,by eene Staats.<br />
Refolutie mogten ontflaagen worden van den<br />
Provintiaalen Eed, voor zoo verre Stads-Regeeringsbeftelling<br />
daar in betrokken was: Of<br />
wel, dat door het verhaasten der verbeetering<br />
van 't Regeerings-Reglement van 1674, en<br />
het daadelyk daarltellen van die verbeetering»<br />
binnen de drie eerstkoomende Maanden , een<br />
algemeen ontflag van den Eed op het Provinp'aale<br />
Regeerings-Reglement uitgewerkt wierte;<br />
waar door dan het byzonder ontflag, omtrent
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 71<br />
trent de Stedelyke Punten, van zelve zoude<br />
volgen."<br />
Befluit det<br />
Het eerfte Lid van dit verzoek werd door de Siaatcn<br />
daarop»<br />
voorftemmende Leden en de andere Staatsleden<br />
volftrekt afgeweezen ; ten aanzien van het<br />
twee Lid verklaarden de Leden van 't eerfte<br />
Staats-Lid, de Heeren Geëligeerden , zich<br />
niet ongeneegen om de zaak der Bezwaaren<br />
met allen moogelyken fpoed te behandelen;<br />
doch de Ridderfchap beriep zich op haar ingebragt<br />
Befluit; en hoe zy zich daar in verklaarde<br />
, hebben wy zoo aanftonds hier boven<br />
gezien. De Geëligeerde Heeren verklaarden<br />
zich tegen het verleggen der Vergaadering;<br />
doch ftemden in de voorgeflaagene aanfchryving<br />
aan de Bondgenooten toe ; zonder die<br />
nogthans, tot vereffening der zaaken, interoepen.<br />
De Siad Utrecht nam het Befluit der<br />
Ridderfchap over; en het Befluit der Staaten<br />
was, geene nadere Staatsvergaadering voor als<br />
nog te bepaalen, maar de gewoone Gedeputeerde<br />
Staaten te magtigen, in geval van noodzaakelykheid<br />
de Staaten te befchryven , op<br />
zodanigen tyd en plaats, waar Hun Edel Moo.<br />
gende vryelyk zouden kunnen vergaaderen en<br />
raadpleegen (*).<br />
De bovengemelde Refolutie der Ridderfchap<br />
van den 27 , die den 28 in de Staatsvergaadering<br />
ingebragt was, werdt den 29 reeds in de<br />
Ut<br />
(«) NkuwtNeilerl. Jmrb. Decsml-sr 1783. blaüz, ifnimip^.<br />
E 4<br />
1785.<br />
Hier over<br />
Vergaaderen<br />
de Burger-<br />
GecouftUu.<br />
ecrden en<br />
Gecommitteerden.
I.ecyercn<br />
éen Adres<br />
iis aan de<br />
yrocdfclWp.<br />
72 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />
Utrechtfche en andere Couranten van dien dag<br />
geleezen; de Burgery, dit gezien hebbende,<br />
zond eene Commisfie aan den Burgemeester<br />
LOOT EN, om te verneemen, of het geen ia<br />
de Utrechtfche en andere Couranten geleezen<br />
werd, ten aanzien der Ridderfchaps-Refolutie,<br />
de waarheid was ; betreffende naamelyk<br />
het intrekken der gedaane Publicatie van de<br />
Vroedfchap, het verleggen der Staatsvergaadering;<br />
het fchryven van rondgaande Brieven<br />
aan de Bondgenooten , enz het welk hy als<br />
waarlyk zoo zynde rondelyk verklaarde. De<br />
Commisfie verflag van haar wedervaaren ge.,<br />
daan hebbende, werden Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden dien zelfden avond verzocht<br />
te Vergaaderen, op een Voorftel van de Burgery<br />
van groote aangelegenheid. In deeze<br />
byeenkomst werd buiten twyfel gehandeld<br />
over, en beflooten tot, een Adres tegen de<br />
Refolutie der Ridderfchap by de Vroedfchap<br />
in te leveren; althans op den 2 January'17.86,<br />
dienden de Geconftituëerden en Commisfarisfen<br />
van de Burgery een Adres in aan de Vroèd-.<br />
fchap over het voorgevallene ter Scaatsvergaadering<br />
van den 28 December, waarin zy verklaarden<br />
door de Burgery gelast te zyn om<br />
aan Hun Edel Groot Achtbaire eerbiediglyk<br />
voor te draagen: „ Dat zy zouden blyven<br />
volharden by het Befluit van den 20 December;<br />
dat zy het voorftel der Ridderfchap zoulen<br />
gelieven van de hand te wyzen; dewyl<br />
de
ONLUSTEN IK HET VADERLAND, 73<br />
dc Burgery oordeelde, uit hoofde van haaren<br />
Eed ten fterkflen verpligt te zyn tot haudhaaving<br />
van dar genoomen Befluit; en hoopte<br />
door het voorfz. voorflel niet in de noodzaakelykheid<br />
gebragt te zullen worden, om Stadsen<br />
Burger-Rechten met goed en bloed tegen<br />
allen, die daarop inbreuk deeden , te handhaaven;<br />
zoo als in zodanig onverhoopt geval de<br />
onvermydelyke gevolgen zouden zyn. Verder<br />
verzochten zy, dat het Hun Edel Groot Achtbaare<br />
gelieven mogte, aan de Verzoekers een<br />
Copie Authentiek van de ge-melde Refolutie<br />
der Ridderfchap uit te leveren, op dat de Burgery<br />
daar door in ftaat gefield wierde de noodige<br />
Vertoogen tot haare rechtvaardiging en<br />
tot handhaaving van Stads Rechten aan Hun<br />
Edele Groot Achtbaare voor te draagen, benevens<br />
de middelen, waar door men in ftaat<br />
zou kunnen zyn om deeze Stad en Burgery tegen<br />
alle indragt op haare Rechten en Voor*<br />
rechten , tegen allen en een ieder,, wie het<br />
ook zy , te verzekeren.<br />
Ï785.<br />
Rapport op<br />
In die zelfde Vergaadering van den 2 January<br />
*i Adres van<br />
werd ook door Heeren Burgemeesteren en den 27 De<br />
Oud-Burgemeesteren en verdere Gecommitcember.teerden<br />
Raport ingebragt op het eerfte punt<br />
van het Adres van den 27 December: Dit Raport<br />
was gunftig, en behelsde: Dat zy Heej-en<br />
van oordeel waren, dat het verzoek, by<br />
Requeste gedaan, om Copie Authentiek van al<br />
het aangeteekende omtrent het bejlootene en gebeurde<br />
E 5 °J
17 8-5-<br />
Befluit der<br />
Vroedfchap<br />
daarop.<br />
74 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
op den 19 en io December, aan de Verzoekers<br />
zou kunnen toegelïaan worden.<br />
De Vroedfchap befloot hier op , dit Rapport<br />
en het verzoek zelve veertien dagen voor te<br />
leggen; na welke veertien dagen, op den io"<br />
January by de Vroedfchap overeenkomftig het<br />
Rapport beflooten werd (*).<br />
Zie daar de Bron der groote verwydering,<br />
der fcheuring zelfs, tusfchen de Staatsleden<br />
der Provintie van Utrecht aangeweezen, het<br />
verfchil naamelyk over de Vroedfchaps-Refolutie<br />
van den 20 December, die de voorflemmende<br />
Leden wilden ingetrokken ; maar<br />
de Burgery van Utrecht en vervolgends de<br />
Stad, wilde gehandhaafd, en ingevolge daar<br />
van het vereffende Regeerings-Reglement<br />
daadelyk ingevoerd, hebben. Om deeze bron<br />
duidelyk en nauwkeurig aan te wyzen, heb<br />
ik deeze zaak wat breedvoeriger behandeld;<br />
te meer om dat alle volgende Onlusten, die<br />
de Stad Utrecht beproefd heeft, gevolgen<br />
daar van geweest zyn; van welken, benevens<br />
veele anderen, die de Republiek zoo vreeslyk<br />
gefchokt hebben, in het vervolg zal moeten<br />
gefproken worden.<br />
O NUiive Nederl. Jaari. January 1786. bladz. 64—69,<br />
T WEE-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 7?<br />
T W E E D E H O O F D S T U K .<br />
Behelzende de Gebeurtenis/en federt het begin des<br />
Jaars 17815. tot aan het begin der Onlusten<br />
wegens Hattem en Elburg.<br />
Hoe Gefchillen van eenen ernftigen aart<br />
langer duuren, hoe zy doorgaands heviger<br />
worden , en uit het eene geichil wordt<br />
ligtelyk weer een ander gebooren: De gefchü<br />
len , tusfehen Utrechts Burgery en fommige<br />
Raaden van haare Vroedfchap , werden hoe<br />
langer hoe ernftiger, en uit die verfchillen<br />
ontftond een ander tusfehen die zelfde Burgery<br />
en de voorftemmende Staats • Leden, byzon.<br />
derlyk de Ridderfchap. Dit tweede Lid van<br />
Staat, hadt in zyn Befluit van den 27 Decem<br />
bcr des voorigen Jaars eenige, niet geringe,<br />
befchuldigingen ingevoegd, ten aanzien vat |<br />
de Onderhandelingen der Burgery met dt<br />
Vroedfchap der Stad, op den 19 en 20 De-<br />
cember (waar van hier voor gefprooken is;; I<br />
tegen welke befchuldigingen de Geconftitu<br />
eerden en Gecommitteerden zich verdeedig<br />
den, in een Adres , dat zy den 6 Februan<br />
by de Vroedfchap inleverden, en in het welkt<br />
zy alle die befchuldigingen van Ruk tot fluï<br />
wederleiden, en met een verzoek beflooten<br />
3 ) Dat Hun Edele Groot Achtbaare door eeni<br />
Com<br />
172
16 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Oommisfie ann de vergaaderde Burgers van iedere<br />
Compagnie , hoofd voor hoofd zouden<br />
doen afvraagen:"<br />
1. Of zy van het verzoek, in hunnen naam<br />
en van hunnent wegen op den 19 December<br />
1785., by het Adres aan den Raad der Siad<br />
ingeleverd, door de Geconftituëerden en Gecommitteerden,<br />
geene behoorlyke voorkeunis<br />
bekoomen en gehad hadden ?<br />
2. Of het verhandelde op de voorfz, twee<br />
dagen, door Geconftituëerden en Gecommitteerden,<br />
met den Raad, niet op dien tyd ter<br />
hunner kennisfe gebragt, en by hen goedgekeurd,<br />
is geweest? En<br />
3. Of het geene toen by het voorfz. Adres<br />
op de Vroedfchap verzocht is, als nog hun gevoelen<br />
is en blyft ?<br />
Dat de voorfz. Commisfie de Antwoorden<br />
van elk hoofd voor hoofd geliefden aan te teekenen,<br />
en daar van aan Hun Edel Groot Achtbaare<br />
verflag te doen; als wanneer zy vertrouwden,<br />
dat eens ontegenfpreekeJyk blyken<br />
zou, dat het gebeurde op den 19 en 20 December<br />
1785., geweest was de waare begeerte<br />
van het Volk; en dat de Perfoonen, die zich<br />
daar bevonden , niet alleen hebben uitgemaakt<br />
het grootfte en aanzienlykst gedeelte der Burgery,<br />
maar ook beftaan hebben uit genoegzaam<br />
alle de Schutters van de geheele Burger-Schuttery.<br />
In welk verzoek zy vertrouwden, dat<br />
Hun Edel Groot Achtbaare geen zwaarigheid<br />
zou-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 77<br />
zoude maaken. ~ Doch indien Hun Edel<br />
Groot Achtbaare onverhoopt, in dit verzoek,<br />
immers ter naaste Vergaadering niet geliefden<br />
te befchikken ; maar, of hetzelve van de hand<br />
te wyzen, of buiten beftelling te houden, dae<br />
de Burgery en Geconftituëerden en Gecommit<br />
teerden het dan zouden houden voor eene toe-*<br />
ftemming, waar by Hun Edel Groot Acht<br />
baare de waarheid der Volkftem en Volks-<br />
Vertegenwoordiging voor erkend gefield heb<br />
ben, even of aan het voorfz. verzoek, en daar<br />
bv gedaane voorftellen ftiptelyk was voldaan;<br />
en dus, dat Hun Edel Groot Achtbaare dan<br />
niet zouden nalaaten , de Eere en Achtbaarheid<br />
van Utrechts Burgery, tegen de, zoo zeer be<br />
ledigende , uitdrukkingen van de Ridderfchaps-<br />
Refolutie op te houden, en op de kragtigfte<br />
wyze te verdeedigen; als mede door eene<br />
nieuwe Verklaaring de Burgery te verzekeren,<br />
dezelve te zullen handhaaven by de Vroed-<br />
fchaps-Refolutie van den 16 Augustus, 1785.,<br />
tegen alle en een ieder, en inzonderheid tegen<br />
alle voordragten en inroepingen ter hulpe of<br />
byftand van den Gewapenden Arm 0}'fterke hand,<br />
waartoe meergemelde Ridderfchaps Befluit zoo<br />
allerongegrondst ftrekte (*).<br />
Over dit Adres, dat ook in de Nieuwspapie<br />
ren geplaatst was, fchreeven de Edelen op den<br />
10 February eenen Brief aan de Vroedfchap<br />
(*) Nieuws Nederl. féftrh February J?8ö. blad*. 155-<br />
van<br />
1786*<br />
Brief der<br />
Ridderfchap<br />
tegen dat<br />
Adres en 't<br />
Beiluit der<br />
Vroedfchap.
füader Adres<br />
der Geconftituüerden<br />
ei- Gecomfiiitteerden.<br />
78 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
van Utrecht, waar in zy Hun Edel Achtbaare ver-<br />
zochten hun ongenoegen te willen doen bly-<br />
Een aan de Autheurs van hetzelve Adres, over<br />
de beleediging, een Medelid van Scaat daar<br />
in aangedaan; zich vferontfchuldigende, dat zy<br />
het Geweld, op den 19 en 20 December ge<br />
pleegd, niet aan Utrechts Burgery, maar aan<br />
eenige Vreemdelingen hebben willen toelchry-<br />
ven. De Vroedfchap, op den 13 February<br />
over het meergemelde Adres raadpleegende,<br />
wees het verzoek, daar by gedaan, van de<br />
hand , en maakte den Brief der Ridderfchap<br />
Commisfariaal (*).<br />
Op den 20 February werd door Geconftitu<br />
ëerden en Gecommitteerden der Burgery een<br />
hader Adres by de Vroedfchap ingediend;<br />
waar in zy het geen in den Brief der Edelen<br />
was bygebragt wederleiden, en in den naam<br />
der Burgery verklaarden, dat zy tegen de Ver.<br />
klaaring der Vroedfchap van den 13, waar by<br />
dezelve by de refurmie in deeze Vergaadering<br />
van den 2c gebleeven w3s, verpligt waren te<br />
protefteeren; en voorts te verklaaren, dat<br />
hetzelve Declaratoir by de Burgery gehouden<br />
werd'voor een aveu, waar by Hun Edel Groó't<br />
Achtbaare de waarheid der Volkftem en Volks<br />
vertegenwoordiging op den 19 en 20 Decem<br />
ber 1785. als erhnd hebben gefield, even of aan<br />
het verzoek en het daar by gedaan voorflel ter op.<br />
(•) Nlet:wc Nedefl. Jaarb. Maart 1786. bladz. 227, zy-).
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 79<br />
gegeevene afvraaging (liptelyk was voldaan geweest. I786.<br />
Herhaalende voorts het zelfde verzoek , dat<br />
aan 't flot van 't voorgaande Adres gedaan<br />
was (*)•<br />
Dit Adres agt dagen onder geheimhou<br />
Kefhiit<br />
daarop»<br />
ding voorgeleegen hebbende, en in handen<br />
van Burgemeesteren en Oud-Eurgemeesteren<br />
gefield zynde, was het bericht, daar op uitgebragt,<br />
te advifeeren , dat men moest volharden<br />
by het Befluit van den 13 February!,<br />
en de wederlegging van Ridderfchaps-Befluit<br />
over laaten aan de Burgery : Voorts<br />
aan Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
kennis te geeven, dat de Meerderheid • der<br />
Vroedfchap het Befluit van den 20 December<br />
hieldt voor afgeperst en informeel; en<br />
dat zy gevolglyk het Reglement op den 20<br />
Maart niet zou beëedigen ; dat hier van by<br />
Publicatie aan een ieder, en by ExtraÏÏ - Refolutie<br />
aan Geconflituëferden en Gecommitteerden<br />
opening zou gegeeven worden, benevens<br />
Verklaaring, dat de Vroedfchap zou volharden<br />
by het Befluit van den rö Augustus 1785, te<br />
weeten om geen Krygsvolk in de Stad of Vrylieid<br />
toe te laaten, voor dat de bezwaaren zouden<br />
afgedaan zyn, in vertrouwen, dat aan de<br />
Vergaadering van Staat en Stad vrye en onge*<br />
Hoorde Raadpleegingen zouden toegelaaten<br />
worden, ten zy de veiligheid der Ingezeetenen<br />
(fj Kietms Rsdtrl. Jaarii, Maart bladz. ?--$•
ï|86.<br />
Publicatie<br />
afgekondigd<br />
Adrès der<br />
Cecoidtitueerdcn<br />
en<br />
Gecommitteerden<br />
degens die<br />
Publicatie.<br />
80 B E K N O P T E H I S T O R I E oèa<br />
nen anders vorderde. Dit Bericht en Pras-Ad-*<br />
vies van Burgemeesteren en Oud-Burgemees<br />
teren werd op den 6 Maart in eene Vroed-<br />
fchaps Refolutie by Meerderheid veranderd*<br />
cn de voorgefiaagene Publicatie den volgenden<br />
dag, den 7 afgekondigd; by welke de Burge<br />
meesteren en Vroedfchap verklaarden; dat zy<br />
de laatst afgekondigde Refolutie van den 20<br />
December 1785, befchouwden als niet vry-<br />
willig, maar wegens de toenmaalige omftan-<br />
digbeden en gelegenheid van zaaken genoo-<br />
men, en voor informeel kragteloos en van on<br />
waarde hielden; verklaarende te gelyk, dat zy<br />
zich buiten ftaat bevonden en onbevoegd re<br />
kenden om zich zeiven buiten medewerking<br />
der Heeren Staaten dier Provintie uit den Eed j<br />
op het Reglement van Regeering der Provintie<br />
plegtig gedaan , te ontflaan, om op den 20<br />
dier maand Maart, eenen anderen Eed, met<br />
dien flrydende, te doen (*).<br />
Wegens dseze Publicatie werd door Gecon<br />
ftituëerden en Gecommitteerden op den 13<br />
Maart een nadrukkelyk Adres by de Vroed<br />
fchap ingeleeverd; en op dien zelfden dag<br />
bragten Heeren Eurgemeesteren en Oud-Bur<br />
gemeesteren in die zelfde Vergaadering hun-<br />
Rapport in, over een Adres agt dagen te voo<br />
ren door Geconftituëerden en Gecommitteer<br />
den ingediend; welk Rapport hier op uit<br />
kwam,<br />
(*) Kieuw» Nederl, 'jaarii Maau 1786, bkdz, 245..
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 81<br />
kwam, ,, dat, alzoo de Punten, daar in ver • 1786.<br />
vat , waren afgedaan Hun Edel Groot Acht'<br />
baare zich op het verdere niet behoorden uil<br />
te laaten ;" het welk ook alzoo beflooten werdt.<br />
Oudertusfchen hadden de gefaamentlyke Of De toeaart.<br />
ficieren der Burger Compagnie de Handvoet<br />
gen van<br />
boog aan den Heer Tweeden Burgemeester eer<br />
en andermaal aangebooden,. om op den 2c<br />
Maart de toegangen van het Stadhuis door dt<br />
j<br />
e<br />
Stadhuis<br />
bezet, en<br />
alle de Uur-<br />
1 gets in de<br />
W'apenc'rji<br />
gemelde Compagnie te bezetten, en den Raat<br />
van vryen tot en afgang derwaards te verzeke<br />
l<br />
ren ; over welk aanbod de Vroedfchap op den 1S<br />
Maart buitengewoon vergaaderde, en daarove<br />
beraadflaagd hebbende j befloot, dit aanbod aai<br />
te neemen ; terwyl een der Leden Voorftelde<br />
of het niet dienftig zyn zoude, alle de overig* t<br />
Compagniën, elk op haare byzondere loop<br />
plaats, op dien dag, in de Wapenen te laatei i<br />
koomen; op dit voorftel werd het gevoelet i<br />
van den Krygsraad ingenoomen , wegens d<<br />
wyze, op welke dit gevoeglykst zou kunner L<br />
gefchieden; de Krygsraad vergaaderde dier l<br />
zelfden Namiddag om den Raad van Advies tt<br />
dienen, en den volgenden dag, den 19, werc<br />
daartoe beflooten.<br />
Eindelyk verfcheen de dag van den 2c 1 Het Nieuwe<br />
Reglement<br />
Maart, die op den 20 December des vooriger<br />
daadcfyk<br />
Jaars bepaald was om het nieuwe en vereftend< > i')gtvu»id.<br />
Regeerings-Reglement daadelyk in te voe<br />
ren. De agt Compagniën, by welken zich d<<br />
Wachtviyën en Uitkoopers, tot dezelve be<br />
E boa
t?8eS:<br />
BEKNOPTE HISTORIE DB*<br />
hoerende 5 ook gevoegd hadden, kwameni<br />
op last van den Raad, des morgens ten negen<br />
tuiren op haare Loopplaatfen in de Wapenen 3<br />
en uit dezeiven werd aan de Officieren te kennen<br />
gegeeven, dat zy daar gekoomen waren<br />
om het Reglement in te voeren en te beëedigen;<br />
en daarom verzochten, dat 'er eene<br />
Commisfie aan den Raad benoemd wierde, en<br />
daar een voorftel te doen, dat de Kapitein of<br />
een der Officieren van elke Compagnie gemagtigd<br />
wierden om de Compagniën in den Eecï<br />
te neemen; en dat ook tot dat zelfde einde<br />
een of meer Raaden gemagtigd wierden. Aanftonds<br />
werden Commisfiën uit elke Compagnie<br />
benoemd, en ten half 10 uuren bevonden zy<br />
zich aan het Stadhuis, elke van twee Gewapende<br />
Schatters geleid; ten 10 uuren, by het<br />
ingaan van den Raad waren zy in de Gerechtskamer,<br />
en gaven hunnen last aan denzelven<br />
fchriftelyk over. De Raad beraadflaagde hier<br />
over tot omtrent 2 uuren, wanneer eene Commisfie<br />
van twee Leden en den Secretaris uit<br />
de Vroedfchap by de Gecommitteerden uit de<br />
Compagniën kwam, en aan dezelven de Verklaaringen<br />
van negen- en twintig Raaden overgaf;<br />
deeze Verklaaringen behelsden de Antwoorden<br />
van' die Raaden op het voorftel dér<br />
Compagniën om het Reglement te beëedigen-,<br />
en werden aan dezelven medegedeeld ; van<br />
welke 29 Verklaaringen 11 door de Burgery<br />
werden goedgekeurd. Vervolgends gaven de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 8.1<br />
Compagniën eene breedvoerige VerklaariDg aan<br />
hunne Gecommitteerden over, ftrékkende om<br />
het Regiement daadelyk in te voeren en te<br />
beëedigen. De Commisfiën uit de Compagniën,<br />
aan het Stadhuis terug gekeerd, teekenden elk<br />
de Verklaaring, die zy ontvangen hadt, en<br />
verzochten, dat de Gecommitteerden uit den<br />
Raad weder in de Gerechtskamer geliefden te<br />
koomen , om het Antwoord der Burgery op de<br />
Verklaaringen der Vroedfchaps-Leden te ontvangen.<br />
Aan deeze Heeren Gecommitteerden<br />
uit den Raad; inde Gerechtskamer gekoomen<br />
zynde, werd door Gecommitteerden der Burgery<br />
toen te kennen gegeeven, dat zy maar<br />
met elf der Verklaaringen genoegen kon neemen;<br />
en dat zy verder gelast waren te verklaaren,<br />
dat de Burgery vast van voorneemen was<br />
het Regeerings-Reglement in te voeren; gelyk<br />
uit de Verklaaringen, die zy overgaaven,<br />
blyken zoude.<br />
De Raad, vervolgends daar over geraadpleegd<br />
trekt naa<br />
hebbende, deed omtrent ten 6 uuren door de Neiidft<br />
eene Commisfie aan de Gecommitteerden aer<br />
'Compagniën verklaaren, dat alle de aanweezende<br />
Leden by hunne gegeevene Verklaaringen<br />
bleeven volharden, en verzochten zulks<br />
aan de Compagniën bekend te maaken; ten<br />
welken einde de Vroedfchap verlof g3f, dat<br />
de zeven Compagniën zich van hunne Loopplaatfen<br />
naa de Neude zouden begeeven, om<br />
het Antwoord der Vroedfchap aldaar te ont-<br />
F 2 ' :tv
1786.<br />
84 BEKNOPTE HISTORIE PER<br />
vaDgen, en hun Antwoord daarop aan den Raad<br />
te geeven. De agt Commisfiën maakten hier<br />
in zwaarigheid, ten zy dat de Raad vergaaderd<br />
bleef om het Antwoord der Burgery af<br />
te wagten; het welk werd toegeftaan. De<br />
Compagniën, op de Neude vergaaderd zynde,<br />
drongen aan, dat de elf Raaden, ter invoering<br />
van het Reglement , hunne Verklaringen<br />
met Eede zouden bevestigen; en dat alle<br />
de Schutters , Wachtvryën en Uitkoopers,<br />
nog dien zelfden avond, in den Eed op het<br />
Reglement zouden genoomen worden; byzonderlyk<br />
bleeven de twee Compagniën de zwarte<br />
Kmgten, en het Fortuin op eene wederzydfche<br />
beëediging van het Reglement aandringen.<br />
Dit Antwoord en deeze Eisch werd door<br />
twee Officieren van elke Compagnie aan den<br />
Raad overgebragt, en met een kort Adres<br />
fchrifteiyk ingeleverd ; hetzelve behelsde ,<br />
dat de Raaden, met welker Verklaaringen-de<br />
Burgery genoegen genoomen hadt, dezelven<br />
dien avond ook met Eede zouden bevestigen.<br />
Ten negen uuren verklaarde de Vroedfchap<br />
door eene Commisfie, dat dezelve het beëedigen<br />
der Verklaaringen aan die Heeren overliet,<br />
welke daartoe bereid waren; en deezen<br />
waren de volgende Heeren: VAN DEN BOO<br />
GAARD, EYCK, VAN SENDEN, DADNIS,<br />
CE RIDDER, ABBEMA, SMISS A BRT, VAM<br />
DER MUELEN, IVOY, VAN HAEFTEN,<br />
JSURMAN en VAN DAM-; ter zelfder tyd<br />
wer$
liet in den Eed lecmen dei-Schiitterj-è opdeJfeude teVtrecht.<br />
let in Arre.fi: neem en-randen Pander telfijilurDuurltede.
ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. 8*<br />
•werd eene Commisfie benoemd van drie Hee 1780.<br />
ren en een Secretaris, om de Compagniën op<br />
het vereffende Regeerings-Reglement in den<br />
Eed te neemen. Dit werd-aan de Compagniën Het Recte.<br />
ment bc-<br />
bekend gemaakt, en deezen benoemden elk eeiligd,.<br />
twee Officieren om over de beëediging van de<br />
Verkiaaringen der Raaden te ftaan, welke des<br />
avonds ten 10 uuren door twaalf Raaden in de<br />
Raadkamer gefchiedde. De Heer Oud-Burgemeester<br />
RERGER, wegens onpasfelykheid afweezig<br />
zynde, beëedigde zyne Verklaaring<br />
den volgenden dag, voor eene Commisfie van<br />
Officieren uit de Burgery ten zynen huize.<br />
Na het afleggen van den Eed door de twaalf<br />
gemelde' Raaden , begaf de Commisfie der<br />
Vroedfchap zich naa de Neude, en nam de zeven<br />
Compagniën, daar vengaaderd, in den<br />
Eed op het vereffende en vastgefieldc Regeerings-Reglement.<br />
De agtfte Compagnie, die<br />
het Stadhuis bezet en vryen af en toegang bewaard<br />
hadt, werd in de groote Zaal aldaar in<br />
den Eed genoomen. Na dat dit verricht was<br />
werden de bevelen van den Raad aan den gebiedenden<br />
Officier verzegeld overgegeeven,<br />
om de Compagniën te ontflaan en naa huis te<br />
zenden; het welk ten half elf uuren gefchiedde<br />
(*). Dus was het nieuwe Reglement van<br />
Regeering dan daadelyk ingevoerd, en door<br />
twaalf Raaden en de gantfche Burgery be-<br />
zwoo-<br />
t*j NUvwe Njde-A, Jaarh Maart 1786. biarte, 250-25*1<br />
' F 3
ï?86.<br />
JPyk by<br />
£)uurfieds<br />
volgt het<br />
voorbeeld<br />
van Ut.<br />
recht.<br />
86 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />
zwooren. Toen de Notulen van het gebeurde<br />
op deezen dag van den 20 Maart in de Vroedfchaps-Vergaadering<br />
op dep 3 April zoudeq<br />
ingericht en geregistreerd worden, ontftonden<br />
'er hevige gefchillen, tusfehen de Leden dier<br />
Vergaadering: Veelen der Leden befchouwdeq<br />
al het geen op dien dag verricht was als nietig<br />
en van onwaarde; anderen hielden het voor<br />
Wettig en deeden Aantekeningen tegen (*),<br />
dat gevoelen te boek Rellen. Eer ik nu de<br />
gevolgen van deeze verrichtingen verhaale,<br />
zal ik den draad der Gebeurtenisfen hier voor<br />
een oogenblik moeten afbreeken, om de Onlusten<br />
te befchryven die omtrent den zelfden<br />
tyd, in andere Steden en Provintiën zyn voorgevallen.<br />
De Stad Wyk hy Duurjlede volgde het voorbeeld<br />
van Utrecht, of' liep veel eer hetzelve<br />
vooruit: Tusfehen de Regeering én Burgery<br />
was aldaar insgelyks een Nieuw Reglement van<br />
Regeering beraamd en vereffend, en de dag<br />
van plegtige wederzydfche beëediging was,<br />
even als die van Utrecht, op den 20 Maart<br />
1786. bepaald, gelyk toen ook gefchied is;<br />
maar hetzelve was in 't voorige Jaar reeds beraamd,<br />
vereffend * vastgefteld, Wederzyds getekend,<br />
en in werking gebragt; waar uit veele<br />
Onlusten tusfehen de Staaten, of althans de<br />
twee voorftemmende Staats-Leden en die Stad,<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jatu-b. April y86. bladz. 378.<br />
ont«
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 87<br />
ontftonden, welken ik eerst,zoo kort als moo-<br />
gelyk is, in orde zal vernaaien.<br />
Dc Regen<br />
Na dat de Regeering van Wyk een nieuw<br />
ten van<br />
Reglement van Regeering, voor zoo veel het J/yi nntilaan<br />
zich<br />
huishoudelyke der Stad betrof, met haare Bur van 't Reglement<br />
V*i<br />
gery beraamd en vereffend hadt, en het alleen 1674.<br />
op een eindelyk Befluit der daadelyke invoering<br />
aankwam , deed de Burgemeester HAANT»<br />
JES, op den 23 Juny 1785- een Voorftel tot<br />
dat einde in den Raad, om te befluiten : „ Dat<br />
de Raad, aan den eenen kant, door het toetreeden<br />
tot zodanig Befluit omtrent de nieuwe<br />
Regeeringsorde dier Stad, in geenen deele te<br />
hort wilde doen aan de volle kragt van het beftaande<br />
Regeerings - Reglement van 1674.. wat het Provintiaale<br />
aangaat, en waar van de verbeetering<br />
eerlang ftaatswyze ftond te gefchieden; maar dat<br />
de Raad, aan den anderen kant, alvoorens toe<br />
te treeden tot het beëedigen der nieuwe Regeeringsorde,<br />
wat het huishoudelyke, of ftedelyke<br />
betrof, zich in dien deele ontflaagen<br />
hield van den Eed, op het Reglement van<br />
1674. gedaan , houdende denzelven voor nul<br />
en van geene waarde; eikanderen onderling<br />
by deezen ontflaande. Dit voorftel, rypelyk<br />
overwoogen zynde, werd op den 27 Juny by<br />
meerderheid van Steramen in een Befluit veranderd,<br />
en daar van aan de Staaten door den<br />
Afgevaardigden der Stad ter Staatsvergaadering,<br />
den Heer van OSSENBERG, kennis gegeeven.<br />
F 4<br />
ü s<br />
l78rS r<br />
.
1786.<br />
De Ridderfchapbeklaagt<br />
zich<br />
daar o ver.<br />
De Uaad<br />
geeft oiicriing<br />
van<br />
naar Bedui<br />
8,an de<br />
Burgery.<br />
88 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />
De Ridderfchap befchouwde deezen flap dep<br />
Wykfche Regeering in een zeer haatelyk licht;<br />
Zy beklaagde zich over deeze handelwyze,<br />
als eigendunkelyk, en verklaarde die Regenten<br />
, welke te Wyk tot zodanig Befluit hadden<br />
medegewerkt, onbevoegd om de Vergaadering<br />
der Staaten, of van Gedeputeerde Staaten by<br />
te woonen, zoo lang het tegenwoordig Reglement<br />
nog niet wettig vernietigd was. By alle<br />
drie de Leden van Staat werd daarop beflooten<br />
, eene Commisfie van drie Heeren, uit elk<br />
Lid een, te beraamen, om die van Wyk de<br />
onregeimaatigheid van deezen Rap onder het<br />
oog te brengen , en naa de gefteldheid der<br />
zaaken, gelyk ook naa de buiten -Provintiaale<br />
aanvoerders derzelver onderzoek te doen. Ondertusfchen<br />
hield de Heer Afgevaardigde van<br />
Wyk zich, geduurende deeze Raadpleegingen<br />
buiten de Raadkam'er , en werd vervolgends<br />
door den Secretaris der Staaten verzocht, zich<br />
afweezig te willen houden , als behoorende tot<br />
die Meerderheid der Raaden van Wyk, die<br />
zich van het gemelde Reglement daadelyk<br />
pntfluagen haddeu (*).<br />
Geconftituëerden en Gecommitteerden van<br />
de Burgery, (die te Wyk, even als te Utrecht,<br />
: aangefteld, en door de Regeering erkend waren}<br />
begaaven zich op den 4 July naa de Vroedfchap<br />
, om opening van het geep beflooten<br />
was<br />
(t) N^ieuvt Neisri, janii. dtig* 1785. bladz, 1076en lïpi.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 89<br />
was voor de Burgery te vraagen; en aanftonds<br />
werd hun bericht , dat de Vroedfchap reeds<br />
drie Heeren benoemd hadt,om hun alles rrrede<br />
te deelen; gelyk' dan ook op den 7 July gefchiedde,<br />
wanneer de drie benoemde Heeren,<br />
H A A N T J E S , . V A N OSSENEERG en VER-<br />
H E L , met de Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
in de Vroedfchapskamer vergaaderden<br />
en aan dezelven te kennen gaaven : ,, Dat een<br />
Nieuw Reglement op de Regeeringsbeftelling<br />
der Stad, met voorkennis en ten genoegen der<br />
Burgers en Inwooners, op eene Raadsbefchryving,<br />
by de Meerderheid der Leden vastgefteld<br />
was, om nader Staatswyze bevestigd te<br />
worden, en te doen dienen tot vaster beves»<br />
tiging van het Conftitutioneele dier Stad." Op<br />
dit bericht verzochten Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden de Trom te moogen roeren<br />
cn de Burgers byeen te roepen, op dat hunne<br />
Lastgeevers het geen nu by voorraad door de<br />
Regeering beraamd was plegtig zouden beves.<br />
tjgen. Dit werd toegeltaan en daar van kennis<br />
gegeeven aan den Luitenant Collonel D. BRUIN<br />
G. z. die daartoe ook bereid was. Ten half<br />
één uure vcrfaamelden veele Burgers (om den<br />
aanhoudenden regen) in de Kerk, waar de Hr.<br />
scHiLGE, een der Gecommitteerden, eene<br />
zeer nadrukkelyke, en op de zaak toepasfelyke,<br />
aanfpraak deed; en daar na het Befluit<br />
van den 27 Juny, benevens het nieuw beraamde<br />
Reglement voorlas, Dit gedaan zynde,<br />
F 5<br />
T r a a<br />
S'<br />
178Ö*<br />
Het Nieuwe<br />
Reglement<br />
wederzyds<br />
geteekend.
peconfUmperden<br />
en<br />
(Gecommitteerden<br />
doen een<br />
Betoog aan<br />
den Raad<br />
tegen de<br />
hatidelwyze<br />
der Staaten.<br />
90 BEKNOPTE HISTORIE DEK<br />
vraagde hy de Burgers, of zy eenige bedenkingen<br />
daar op hadden; het welk met neen beantwoord<br />
werd, en daarop fcheidde deeze<br />
Byeenkomst, na dat de Geconftituëerden en<br />
Gecommitteerden gelast waren, het voorfz.<br />
Reglement met hunne Onderteekening te bekragtigen<br />
, zoo als zy de Geauthentifeerde<br />
Copie van het Reglement zouden ontvangen<br />
hebben ; gelyk yervolgends ook gefchied<br />
is (*).<br />
Geconftituëerden en Gecommitteerden kennis<br />
bekoomen hebbende, dat de Heer VAN<br />
QSSENBERG Afgevaardigde ter Staatsvergadering,<br />
van die Vergaadering geweerd, en<br />
hem de by wooning derzelve, in 't vervolg,<br />
ontzegd was, zoo lang het Reglement van<br />
1674. ftand hield, vervoegden zich deswegens<br />
op den 18 July tot de Vroedfchap met een nadrukkelyk<br />
Betoog, waar by zy hunne ontroering<br />
, verbaasdheid , en byna onbedwingbaar<br />
misnoegen te kennen gaaven, en Hun Ed.<br />
Groot Achtbaare verwittigden, dat de Burgery<br />
dier Stad nimmer zou dulden, dat hunne Acht<br />
u r e r v a<br />
baare en braave B g deren in hunne Rechten<br />
verkort, in hunne Perfoonen, in hunne<br />
Goederen, in de voordeden met de Posten<br />
en Commisfiën , welke zy bekleeden, ver*<br />
bonden, zouden benadeeld worden, 't zy onder<br />
fchyn van Recht, of door Geweld; maar<br />
dat;<br />
(*) Niiuws MsAsd, Jaath dugustus. 1785, blatiz, 1153.
ONLUSTEN fN HET VADERLAND. 91<br />
dat zy alles zoude opzetten , om Hun Ed.<br />
Groot Achtbaare by het vol genot van dit alles,<br />
tegen elk en een iegelyk, met goed en bloed<br />
te handhaaven. En waar by zy te gelyk<br />
ernftig verzochten, dat het Hun Ed. Groot<br />
Achtbaare behaagen mogt, een Protest ter<br />
Staatsvergaadering te doen inleeveren, met<br />
verklaaring van alles , wat ondertusfchen ter<br />
Staatsvergaadering mogt beflooten worden,<br />
voor informeel, kragteloos, nul, en van geene<br />
-marde te zullen houden. VerVolgends ter<br />
zelfder tyd te verklaaren, zoo lange de weering<br />
des Afgevaardigden uit de Vergaadering<br />
niet werd ingetrokken , geene Provintiaale<br />
Lasten ten Comptoire der Provintie te zuilen inbrengen<br />
, maar deeze daadelyk in te houden<br />
en aan te wenden tot goedmaaking van alles,<br />
wat Hun Ed. Moogende mogten goedvinden<br />
terug^ te houden; met by voeging van alle de<br />
gevolgen voor Hun Ed. Moogende ter verantwoording<br />
over te laaten. — Van alles, indien<br />
dit rüet baatte, aan de Bondgenooten<br />
kennis te geeven , hunne goede dienften en<br />
bemiddeling te verzoeken, en by derzelver<br />
mislukking kragtdaadige hulpe, of ten minfte<br />
verhoeding, dat de Militaire Magt, op hunne<br />
repartitie ftaande , derwaards geleid wierde,<br />
enz.<br />
Terwyl over dit Betoog derBurgery geraad<br />
Krief der<br />
Gedeputeerde<br />
Staa-'<br />
pleegd werd, kwam 'er een Brief van de Ge<br />
ten wegens<br />
deputeerde Staaten, waar by aan de Regeering eene Coramjsiie.<br />
van
Ï78e5.<br />
Deeze Brief<br />
-wordt in<br />
^dvies gehouden.<br />
Antwoord<br />
op denzelvètu<br />
92 BEKNOPTE HISTORIE DKR<br />
van Wyk werd aangefchreeven dat Hun Edel<br />
Moogende de Staaten noodig geoordeeld hadden<br />
, negen Heeren te committecren, ten<br />
einde met Hun Edele daar over te ipreeken,<br />
en hen te trachten van de onregelmaaeige handelwyze<br />
en onwettige Refolutie , tegen de<br />
Rechten der Provintie aanloopende, te overtuigen,<br />
en af te niaanen; — en tegelyk te<br />
verzoeken, zodanige Heeren ter Vergaadering<br />
van de Staaten en Gedeputeerde Staaten te<br />
willen zenden, die zich van den bovengemeiden<br />
Eed nog niet ontflaagen hadden, enz.<br />
Over deezen Brief en het bovengemelde Ee^<br />
toog werdt op den 21 July geraadpleegd, en<br />
toen, op voorftel van Burgemeester HAANT<br />
JES beflooten: „ Dat zy deezen Brief der<br />
Gedeputeerde Staaten in Advies moesten houden,<br />
tot dat over het laatfte Adres van de Burgery<br />
zou befchikt zyn; om dat dit Adres zaaken<br />
in zich behelsde, die vooraf dienden afgedaan<br />
te worden, eer men op den Brief van<br />
Hun Ed. Moogende kon antwoorden; dat 'er<br />
een dag moest bepaald worden, om over het<br />
Adres te befchikken; waar na men den Brief,<br />
benevens het beflootene op het Request, zoa<br />
ftellen in handen van eene Commisfie uit hun<br />
midden om daarop van raad te dienen , en een<br />
opftel van een Brief voor Hun Edel Moogende<br />
te vervaardigen. Ingevolge van dit Befluit<br />
werd den 26 July een Brief aan de Gedeputeerde<br />
Staaten afgezonden; in welken de Re-<br />
gee.-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND.<br />
geering van Wyk haare verwondering te kennen 17 86.<br />
gaf over den inhoud der Aanfchryving van'<br />
Hun Edel Moogende, dewyl zy van begrip<br />
was," dat het punt, raakende de Magiftraatsbeftellingen<br />
van Stad en Steden j onder die<br />
byzondere Punten behoorde, waarmede Geeligeerden<br />
en Ridderfchap zich niet vermogien<br />
te bemoeijen, maav die verbleeven waren aan<br />
Stad en Steden;'" in zoo verre dat Hun Edele<br />
Moogende Gecommitteerden by derzelver<br />
Rapport van den i September 1784. a^n Hun,<br />
Edel Moogende hadden geadvifeerd, dat die<br />
fchikkingen en voorzorgen door de Stedelyke<br />
Regeeringen met derzelver Burgeryën geregeld<br />
en vereffend konden werden, en daarom<br />
dit aan dezelve Regeerders hadden overgelaaten,<br />
(Let wé!) zonder in het Reglement daar<br />
van te melden, ten welken einde Hun Edel<br />
Moogende dat Rapport aan hun hadden overgezonden,<br />
om zich daar naar te gedraagen.<br />
Ingevolge daar van , hadden zy .geoordeeld,<br />
dat zy volkoomen bevoegd waren om, v^w<br />
zoo verre die fchikkingen en vastjlellingen betreft,<br />
het Reglement van 1674. buiten werking te<br />
ftellen, en hunne Burgers daadclyk in het genot<br />
te ftellen van de aanftelling hunner Regenten<br />
, op zodanige wyze als Hun Edel Moo»<br />
gende door het voorfz. toegezonden Rapport<br />
toeftemmen, dat zy gerechtigd en bevoegd waren.<br />
Zy verzochten daarom verfchoond te zyn var»<br />
daar over met eene Cmmisfie, op gronden by voor.<br />
6*
Antwoord<br />
der Gedeputeerde<br />
Staaten<br />
daarop.<br />
94 ÊEKNOPTE HISTORIE bzk<br />
gemelden Brief van Hun Edel Moogende ter neder<br />
gefield;, in eenige onderhandeling te treeden, alé<br />
welke, op die gronden, by hen van geene<br />
vrugt zou kunnen zyn. Eindelyk verzochten<br />
zy, dat Hun Edel Moogende in de Vergaadering<br />
der Staaten zouden gelieven te ontvangen<br />
zodanige Gecommitteerden, als, in den Pro«<br />
vintiaalen Eed ftaande; door hen zouden afgezonden<br />
worden; dat zy anders verpligt zou»<br />
den zyn, voor hunne Stad, te protefieeren,zoo<br />
tegen de laatfle Staats-Refolutie, als die Hun<br />
Edel Moogenden in deezen nader zouden neetoen;<br />
ten einde zich en hunne Burgery daar"<br />
tegen te handhaaven , op zoodanige wyze! 3als<br />
zy, uit kragt van hun Recht, zouden vermeenen<br />
te behooren (*)„•<br />
Deeze Brief werdt doof de Gedeputeerde<br />
Staaten op den 29 July beantwoord; in welk<br />
Antwoord Hun Ed. Moogende even zeer hunne<br />
verwondering betuigden over het gefielde<br />
der Kegeeriag van Wyk, als deeze in hunAntwoord<br />
over de Befluiten der Staaten gedaan<br />
hadden; betuigende niet te begrypen hoe Hun<br />
Edele zodanige Hellingen hebben kunnen ter<br />
nerierftellen, daar zy niet konden onkundig<br />
zyn , dat gemelde Rapport nimmer in een<br />
Staats-Refolutie is veranderd, maaralleen ingediend<br />
als een Advies, van 't welke Hun Edel<br />
Moogende zodanig gebruik zouden maaken,<br />
als<br />
Nieuwe Ne&rl, 'Jaarb. Aug, 17.5, Mad2. 1109—1229,
ONLUSTEN ft HET VADERLAND, és<br />
als zouden vinden te behooren, in geval Hun<br />
Ed. Moogende, na gevraagde en ontvangene<br />
confideratiën van Zyne Doorluchtige Hoogheid,<br />
rnogten oordeeicn eenige nadere fchikkingen<br />
en veranderingen omtrent het Reglement<br />
op de Regeering in te voeren. Dat zy dus<br />
zoo lange geen Staatsbefluit daaromtrent genoomen<br />
was, geen recht hadden om zich van<br />
den Eed op 't Reglement van 1674. te ontflaan;<br />
ofte eenige Zitting ter Vergaadering van<br />
Hun Ed» Moogende of der Gedeputeerden<br />
kunnen behouden of bekoomen, indien zyzich<br />
niet in allen deele aan denzelven Eed meenen<br />
te houden. Blyvende voorts by het geene in<br />
den voorigen Brief vervat was» en de Staaten<br />
by hun voorig Befluit.<br />
Op dit Antwoord gaven die van Wyk op den<br />
5 Augustus 1785. een Weder-Antwoord ,<br />
waarmede zy hunne verwondering over het tegenftrydrg<br />
gevoelen van Hun Ed. Moogende<br />
te kennen gaaven, en betuigden, zich, voor<br />
hunne Stad, die een Lid van de Souvraine Vergaadering<br />
dier Provintie was, alleen in het<br />
Verbond der Unie, begeeven te hebben, onverminderd<br />
en met voorbehouding van hunne Stad<br />
en Ingezeetenen by derzelver byzondere Voorrechten<br />
, Vryheden, Uitzonderingen, Inftellingen,<br />
loflyke en wel herbragte Gebruiken,<br />
en alle andere Gerechtigheden, waar by zy<br />
zich dan ook by vervolg hadden gehandhaafd,<br />
wanneer zy by de Artikelen , tusfehen Geëli-<br />
geer-<br />
Wecter. Antwoord<br />
van<br />
de Repecring<br />
van Wjft,
*785.<br />
ïlie van<br />
ti'jk maakt<br />
n<br />
96 BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />
geerden en Ridderfchap, nevens de Stad Uk<br />
recht en verdere Steden , op den 13 February<br />
1587. geflooten; üitdrukkelyk hadden bedon*<br />
gen, dat Geöiigeerden en Ridderfchap zich<br />
niet zouden bemoeijen met het ftellen van de<br />
Magiftraat in die Stad, het zy men de Leden<br />
van Hun Edel Moogende op zich zeiven, het<br />
zy faamengevoegd befchouwde; herhaalende<br />
hunne verwondering, dat Hun Edel Moogende.<br />
tegen hunne Stads Rechten en Privilegiën aan, -<br />
hun Souvrain Gezag zouden willen uitbreiden<br />
over hun Stedelyk Recht, betreffende de Magiftraatsbeftelling.<br />
Wederleggende voorts alle<br />
de redenen, door Hun Ed. Moogende bygebragt,<br />
befluiten zy met te protefteeren niet<br />
alleen, maar ook de Befluiten van Hun Edel<br />
Moogende ten hunnen opzigte voor onwettig<br />
te verklaaren, en aan welker naakooming en voldoening<br />
zy zich nimmer zouden houden ; betuigende<br />
boven dien op bet ernftigfte, zoo Hun<br />
Ed. Moogende hunne Afgevaardigden, die zy<br />
gelast hadden van het Recht, hunne Stad toekoomende,<br />
gebruik te maaken , geliefden te<br />
blyven afweeren, dat zy als dan, tot hafldhaaving<br />
van hun Stads Recht, als een Medelid<br />
van Staat, zodanige middelen zouden by de'<br />
band neemen, als zy zouden oordeelen te<br />
behooren (*).<br />
Ingevolge van dit voorneemen gingen die<br />
Q>) Nieuws Neaerl. jaari. &]>t. 1735. bladz. 135Ï—I3Ï
.ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 57<br />
•van Wyk voort met xoeftel te maaken, om de<br />
Regeering, volgends het vastgeftelde nieuwe<br />
Reglement, op den gewoonen tyd te veranderen:<br />
Op den 15 Oftober werden door de<br />
Oude en Nieuwe Stads Compagniën 16 Burgers<br />
tot Kiezers verkooren, welken eene Nominatie<br />
maakten van een dubbeld getal Perfoonen<br />
tot Burgemeesteren; welke Nominati:,<br />
benevens die van Schepenen, door Burgcmces.<br />
teiïen en Raaden gemaakt,; aan Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid , den Stadhouder, gezonden<br />
werd met eenen Brief, in welken Zyne<br />
Hoogheid als Erfftadhouder verzocht werd, dc<br />
Verkiezing voor 't aanftaande Jaar daar uit tc<br />
doen , zoo dat de verkoozen Perfoonen Qj<br />
den 20 Odtober, den gewoonen dag der Ver<br />
andering van de Regeering aldaar, konden in<br />
e e z e B r i e f w a s<br />
gehuldigd worden. D gedagtee<br />
Jtend den 6 Oclober, en by denzelven was ge<br />
voegd een gedrukt Exemplaar van het Regie<br />
. ment van Regeering, dat op den 23 Juny doo<br />
hen vastgefteld, en naar 't welke de Verai:<br />
dering der Regeering gefchied, was. Maar vai 1<br />
de Raaden werden geene Lystcn aan Zyn<br />
Hoogheid toegezonden, om dat de beftellin ; r<br />
van Zyne Hooghei^ omtrent het aanblyven 0 t<br />
veranderen der Raaden door het Nieuwe Re d<br />
glement was afgefchaft.<br />
.1786.<br />
eene Nominatie<br />
tot<br />
vciafideitnj?<br />
da- Regee*<br />
ling.<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid fchreef das r Zyne Doorover,<br />
en zond een Affchrift<br />
„ lticln^e<br />
van den Bri$ 1 rrtogheid<br />
»<br />
jller Wykfche Regeering van den 6 Octobe<br />
vi.no.se<br />
z:ch deswtf<br />
G M a
1786.<br />
geus aan tle<br />
$8 BEKNOPTE HISTORIE DÉ*<br />
aan de Gedeputeerde Staaten van Utrecht,<br />
welke daar over op den 19 Oclober, buiten,<br />
gewoon vergaaderden. In deezen Brief beklaagde<br />
Zyne Hoogheid zich over inbreuk<br />
door deeze informeele Nominatie op de Regeeringsgelïeldheid<br />
dier Provintie gedaan ; gelyk<br />
ook over indragt, door het vastftellen vaneen<br />
Regeerings-Reglement te Wyk, op de Rechten<br />
en Voorrechten der Stadhouderiyke Waardigheid,<br />
door het Reglement der Provintie<br />
daar aan gehecht; verzoekende by dezelven<br />
gehandhaafd te worden : En dewyl Zyne<br />
Hoogheid verklaarde geene verkiezing uit zoo<br />
eene informeele Nominatie van Burgemeesteren<br />
te kunnen doen;zoo verzocht Zyne Hoogheid<br />
dat de Regeering van Wyk mogt genoodzaakt<br />
worden , eene andere Nominatie aan Zyne<br />
Hoogheid toe te zenden, om daar uit op eene<br />
wettige wyze de Verkiezing te doen ; te gelyk<br />
verzoekénde, dat, om de nabyheid van den<br />
20 Oclober, den gewoonen dag van de verzetting<br />
der Wet te Wyk, Bun Edel Moogende<br />
rnogten gelieven den Magiliraac dier Stad te<br />
doen aanblyven op den tegeuwoordigen voet,<br />
tot dat Hun Edel Moogende in' déeze zaak<br />
zodanige beftellinge zouden gemaakt hebben,<br />
als zy zouden noodig oordeelen tot handhaaving,<br />
zoo wel van de Provintiaale Regeeringsgefteldheid,<br />
als van de Stadhouderlyke Rechten<br />
en Voorrechten te behooren.<br />
' " • • . -Ge»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. o
*78t>.<br />
De Rnraery<br />
i< bedacht<br />
om zich in<br />
ftaat van<br />
tegenweer te<br />
ftellen.<br />
ÏOO BEKNOPTE HISTORIÉ DEK<br />
BEKKERING alleen bereid, om het nieuw<br />
Reglement te beëedigen. Hierom verklaarde?<br />
de Burgery die twee Heeren ook alleen voor<br />
Reeds aanblyvende Raaden, te zullen erken r<br />
nen en befchermen ; de overigen by voorraad<br />
als tydelyke Raaden erkennende. Voor 't<br />
overige protefteerde de Burgery tegen alle indragt<br />
op Stads Rechten door Zyne Hoogheid<br />
en de Staaten begaan, als ook tegen de opfchorting<br />
der verandering en het aanblyven<br />
van de Regeering.<br />
In deeze omftandrgheden was de Burgery<br />
bedacht, om zich, by onverhoopt Geweld, in<br />
ftaat van tegenweer te ftellen: HetVry-Corps,<br />
uit 60 Man beftaande, vervoegde zich tot het<br />
Genootfchap van Wapenhandel te Utrecht,<br />
doch met geenen voordeeligen uitflag. Beter<br />
flaagde deszelfs verzoek by de Gewapende Burger<br />
Vry-Corps, welke nog in die zelfde week<br />
eene buitengewoone Vergaadering te Leyden<br />
byeen riepen, ten einde de gefchiktfte middelen<br />
te beraamen om die van Wyk te hulp ts<br />
koomen, indien zy mogten aangevallen worden<br />
; men beproefde de kleine Overftroomingen,<br />
om het Land rondom de Stad onderwater<br />
te zetten, die volmaakt goed bevonden werden<br />
; ook gaf de Regeering van al het gebeurde<br />
tusfehen haar, de Staaten .en den Stadhouder,<br />
wegens het nieuwe ingevoerde Reglement<br />
van Regeering, kennis aan de andere Stieht-<br />
fche
ONLUSTEN ra HET VADERLAND, lor<br />
fehe Steden, Utrecht, Amersfoort, Rheenen en<br />
Montfmrt (*).<br />
De Staaten der Provintie van Utrecht, op<br />
den 9 November vergaaderd zynde , beflooten,<br />
dat die van 'Wykeene andere Nominatie van<br />
Burgemeesteren en Schepenen , volgens het<br />
Reglement van 1674- gemaakt, binnen acht dagen<br />
aan Zyne Doorluchtige Hoogheid moesten<br />
zenden, benevens eene Lyst van de Raaden<br />
dier Stad. Ook verklaarden de Heeren Edelen,<br />
dat die van Wyk onbevoegd waren, om<br />
een Stedelyk Regeerings-Reglement te beraa*<br />
men en in gang te brengen , buiten bewilliging<br />
en Odlroy der Leden van Staat; daar by voegende<br />
, dat de Ridderfchap, in 't byzonder,<br />
van 't Jaar 1588 af reeds, het recht zoude<br />
gehad hebben in de Magiflraats-Beflelling der<br />
Steden ; daarenboven hield de Ridderfchap het<br />
doen beëedigen van een Reglement van Regeering,<br />
op eigen gezag, als fmaakende naar<br />
Rebellie, en begeerde zulks in handen van den<br />
Procureur Generöal gefield te hebbeu. By dit<br />
voorflel voegden zich aanflonds de Heeren<br />
Geëligecrden ; doch Utrecht en Amersfoort namen<br />
het over, en bragten in de volgende Vergaadering,<br />
den 23 November haar Advies in,<br />
waar door zy met dat van Ridderfchap en Geeiigeerden<br />
inflemden, en werd derhalven over.<br />
eenkomftig daar mede beflooten, den Procu-<br />
' reur<br />
C*) Nhtuve Neder!, Jgari. Oltob. 1785. bladz. 1467—1473,<br />
C 3<br />
1780.<br />
De Staaten<br />
fcbryven<br />
den ProcureurGenelaal<br />
aan om<br />
by die van<br />
Wyk onderzoek<br />
tc<br />
doen.
De Regeerders<br />
van<br />
Wik willen<br />
riet Recht<br />
de non evo~<br />
canda hand?<br />
haaven.<br />
iC2 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
reur Generaal aan te fch'-yven om onderzoek<br />
te doen enz. omtrent het doen beëedigen (*)<br />
van het ingevoerd Reglement van Regeering<br />
te Wyk: Ook werden de Procureur Generaal,<br />
en de Raadsheer MUNNIKS gemagtigd tot<br />
het doen van crimineel onderzoek omtrent die<br />
geenen, welke zich by eenen Brief aan de<br />
Hooge Bondgenooten vervoegd hadden.<br />
De Regeerders van Wyk hier van kennis<br />
bekoopjen, en daar over beraadflaagd hebben-*<br />
de, verftonden , dat, indien in dit geval een.<br />
zodanig attentaat , zelfs, tegen de Hoogheid deezes<br />
Lands, door Burgers dier Stad mogce begaan<br />
zyn, ftrekkende tot verftooring van de open-<br />
baare rust, de Magtiging tot onderzoek niet<br />
hadt behooren verleend te zyn op den Procu<br />
reur Generaal van den Hove; maar op den.<br />
Schout dier Stad; ten einde het recht van den<br />
Lande tegen den fchuldigen waar te neemen;<br />
dat gevolglyk de Magtiging op den Procureur<br />
Generaal verleend, aanliep tegen het Recht,,<br />
dat deezer Stad en Burgery van ouds toebe<br />
hoorde; gelyk Hun Edel Moogende ook in<br />
't voorleeden Jaar, wanneer Hoogstdezelven<br />
begreepen, dat aldaar beweegingen van Op<br />
roer hadden plaats gehad , dat echter zoo niet<br />
bevonden werd, daarop deeden onderzoeken,<br />
niet door den Procureur Generaal maar door<br />
den,<br />
(*) Nieuwe Neder!, jaarb. November 1785. bladz. 1612.<br />
vergel. 1C17.
ONLUST-EN IN HET VADERLAND. 103<br />
den Schout der Stad, als daartoe alleen bevoegd.<br />
Dat de Regeerders der Stad vooral<br />
behoorden zorge te draagen, dat de Burgers<br />
by hunne aloude Rechten en Voorrechten ongefchonden<br />
bewaard bleeven, en niet geroepen<br />
wierden voor eene andere Rechtbank of<br />
Rechter; dat over zulks Waarfchouwing en<br />
verbod daar van aan de Burgery behoorde gedaan<br />
te worden; met last om van de bevelen ,<br />
die zy daartoe mogten bekoomen, aanftonds<br />
aan den Raad kennis te geeven ; ten einde daar<br />
in.te doen, zoo als ter handhaaving der Stadsen<br />
Burger-Rechten zoude bevonden worden<br />
te behooren. Dit werd aldus beflooten , en<br />
daar yan aan de Burgery bericht en waarfchouwing<br />
gedaan (*).<br />
Ondertusichen hadden de Regeerders van Wyk Nader aan.<br />
fel) ry ven der<br />
de Nominatie van Burgemeesteren en Sche Staaten aan<br />
die van<br />
penen door de Burgery gemaakt, ten tweede Wyk.<br />
inaale aan den Prins Erfftadhouder gezonden<br />
met eenen Brief en nader verzoek, om daar<br />
uit de Verkiezing te doen; hier van gaf Zyne<br />
Hoogheid kennis aan de Staaten , en deezen<br />
fchreeven deswegens eenen Brief aan de Regeering<br />
van Wyk, gedagtekend den 9 November,<br />
waar in Hun Ed. Moogende berichte,<br />
dat zy de voorfz. pretenfe Nominatïèn van Burgemeesteren<br />
en Schepenen, met al het aan-<br />
J;leeveu daar van hielden voor informeel, als<br />
ftry-<br />
C) Nieuws Ntderl, Jaar'v. Noyemier 1785, bladz. 1630.<br />
G4
N;U1L-1(U-.CjykAntwond<br />
van<br />
dy Rcgce.'<br />
¥;3 k<br />
'<br />
M BEKNOPTE HISTORIE D M<br />
ftrydig met de goede orde, het Recht van<br />
den Lande, en de Regeerings - Conftitutie ,<br />
nog beftaande; dezelve derhalven voor nul en<br />
van onwaarde verklaarden; Hun Edel Achtbaare<br />
over zulks aanfehryvende, om zonder<br />
uitftel, immeis binnen acht dagen na het ontvangen<br />
van deezen Brief, eene nieuwe Nominatie<br />
te maaken, zoo van Burgemeesteren als<br />
van Schepenen, voor het loopende Jaar, en<br />
dezelve aan Zyne Hoogheid als Erfftadhouder<br />
te zenden, op zodanige wyze, als van ouds<br />
gebruikelyk geweest is, alles in overeenkomst<br />
met het Reglement van 1674,, nog beftaande?<br />
met aanblyving ondertusfehen van de Leden<br />
des Magiftraats en van den Gerechte in hunne<br />
betrekkelyke Bedieningen ; zoo als Hun Ed.<br />
Moogende hen daar inne nu deeden aanblyven ,<br />
ingevolge van hunne aanfehryving van den 2<br />
derzelfde Maand; met voorbehouding, in geval<br />
van onverhoopte weigering, van zodanige<br />
nadere befchikking, als zy tot hanJhaaving<br />
van de goede orde, en tót voorkooming van<br />
alle wanorde, in het beleid der Politie en Juftitie<br />
binnen de Stad Wyk, naar gelegenheid<br />
van zaaken zouden noodig oordeelen.<br />
Op deezen Brief fchreef de Regeering van<br />
J!'\k een nadrukkelyk Antwoord; waar in zy<br />
hunne uiterfte verwondering te kennen gaaven,<br />
dat ze in den bovengemelden Brief geene eene<br />
beantwoording ontmoetteden van de redenen,<br />
d-ie zy in hunnen Brief van den 31 O&ober<br />
ter
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 105<br />
ter regtvaerdiging van hunne handelwyze bygebragt<br />
hadden; — zonder daar by uit het<br />
oog te verliezen, dat Zy, als Vertegenwoordigers<br />
hunner Stad en Burgery, en als een<br />
Medelid der Hooge Vergaadering van de Staaten,<br />
als gelyke Partyën te befchouwen waren;<br />
en'dus, in zaaken van verfchil, de eene<br />
Party zoo min als de andere bevoegd is,Richter<br />
te zyn en vonnis te vellen. —• Te meer<br />
verwonderde hen hei flot van den Brief, dat<br />
in geval van onverhoopte weigering, enz. •<br />
Immers begreepen Zy , dat zulk een bedrei -<br />
gend flot geenzins te pas kwam by eene aanfchryving,<br />
gedaan aan een der Medeleden van<br />
den Souvrainen Staat der Provintie; ;<br />
— en betuigden<br />
zich, naar tydsom'tandigheden , aan<br />
zich gelyk, te zullen gedraagen, zonder zichdoor<br />
eenige dreigende aanmaaningen, veel min<br />
ordineerende Befluiten, van wien ook, eenigermaate<br />
te laaten te rug houden. Ondertusfchen<br />
betuigden zy , aan 't einde van den<br />
Brief, openhartig, niets hartelyker te verlangen<br />
, dan tot herftel der gebrookene harmonie<br />
enz. alles toe te brengen , een bekwaam middel<br />
te zien daar gefield, waar by Zy als voorheen,<br />
in onafgebrookene vriendfchap en vertrouwen<br />
onderling konden blyven harmoniëercn ; eene<br />
zaak, waar toe zy dachten , dat hun de gelegenheid<br />
niet zou ontbrooken hebben, indien aan<br />
hunnen Stads-Gedeputeerden de weg niet was<br />
geflooten geweest, om ter Tafel van Hun Ed.<br />
G 5 Moo-
1786.<br />
..i-ief der.<br />
zelfde Regeering<br />
aan<br />
Jen Prins<br />
Stadhouder.<br />
206 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Moogende met eene byna gelykluidende Ver»<br />
klaaring, als van fommige Utrechtfche Regen,<br />
ten gedaan is, zich omtrent den Provintiaalen<br />
Eed, op het Reglement van Jt>74- te hebben<br />
kunnen uitten.<br />
Dezelfde Regeerders van Wyk, fchree.ven<br />
op den 21 November eenen Brief aan den Prins.<br />
Stadhouder; waar in zy betuigden , te vergeefsch<br />
zich gevleid te hebben met eenig Antwoord<br />
van Zyne Doorluchtige Hoogheid op<br />
hunnen Brief aan Hoogstdenzelven gezonden,<br />
en met eene Verkiezing uit de bygevoegde.<br />
Nominatie van Burgemeesteren en Schepenen;<br />
integendeel hadt het hun gemoeid, uit<br />
eene byzondere aanfchryving van de Staaten<br />
te vemeemen , dat Zyne Hoogheid wegens<br />
eenige bedenkingen op die Nominatie, zich<br />
by Hun Ed. Moogende vervoegd hadt; daar.<br />
zy veel eer verwagt hadden, dat Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid die bedenkingen by hen<br />
zoude geopperd hebben, ten einde hen in<br />
ftaat te Rellen om dezelve, uit kragt van hunne<br />
Souvraine Magt, zodanig uit den -weg te ruimen,<br />
als met hunne Stads Rechten eenigzins bejlaanbaa<br />
geoordeeld kon worden. Daar zy nogthans genegen<br />
waren om aan Zyne Doorluchtige Hoogheid<br />
de uitmuntendfle blyken te geeven, dat<br />
zy verre af waren van de Rechten desStadhouderfchaps<br />
te willen verkorten; zoo verzochten<br />
zy, op byzonderen aandrang der Burgery, dat<br />
Hoogstdezelve de Verkiezing tot Burgemees.<br />
te-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 107<br />
teren en Schepenen uit de toegezondene No<br />
minatie ten fpoedigfte zoude doen (*)<br />
. De Staaten, op den 7 December vergaaderd<br />
zynde, bieeven weigeren den Gecommitteer<br />
den van Wyk ter Vergaadering toe te laaten :<br />
De Commisfie was uitgebragt op den Burge<br />
meester HAENTJENS en verdere Gecommit<br />
teerden op den voet, als door de Staats-Com<br />
misfie by het Rapport der negen Heeren be<br />
paald was-, met voorbehouding om mede te<br />
werken tot het verbeteren van het Provintiaale<br />
Reglement van 1674.; doch het eerfie Lid<br />
verklaarde, die Heeren niet anders toe te laa<br />
ten dan op den Eed, overeenkomftig hst Re<br />
glement van I674.; en de Heeren Edelen van<br />
het tweede Lid, onder aanmerkingen zoo als<br />
alle de Leden ter Vergaadering za'en; waar<br />
by de Stad Utrecht zich voegde. Dit werd aan<br />
den Heer HA ENTJES en zyn Medegecom<br />
mitteerden door den Secretaris te kennen ge<br />
geeven; waarop de Heer HAENTJES ant<br />
woordde, den Eed niet anders te bunnen doen,<br />
dan overeenkomftig met Stads Befluit, zoo als<br />
te vooren door den Heer OSSENBERGH<br />
verklaard was; en dat de Stad Wyk haare Ge<br />
deputeerden op geenen anderen voet zoude<br />
zenden. De Vergaadering begreep dus. dat<br />
die zaak in den zelfden ftaat bleef, en befloot<br />
gemelde Heeren aan te zeggen, dat niet kon<br />
den<br />
(*) NicuwtNctlsT.'.jftKrk Noyemttr 178S. bladz. 1623-162S.<br />
1736-<br />
Oc Staaten<br />
blyvcn weigeren<br />
de<br />
Gecomimtteer'en<br />
vaa<br />
Wyk toe te<br />
laaten.
1 08 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
i<br />
i<br />
]<br />
Ben Raad<br />
volgens het<br />
nieuwe Reglement<br />
te<br />
Wyk verkooien.<br />
en toegelaaten worden. En op den 28 weder<br />
ergaaderd zynde, beflooten de Staaten eene<br />
iadere en breedvoerige aanfehryving aan die<br />
an Wyk te doen (*).<br />
De Hoofdofficier der Stad Wyk gemagtigd<br />
;ynde door de Gedeputeerde Staaten om den<br />
3<br />
rocureur Generaal by het onderzoek tegen de<br />
burgers van die Stad by te ftaan, ftelde dit aan<br />
iet Gerecht voor; doch het Gerecht befloot,<br />
Advies van kundige Rechtsgeleerden daar op<br />
n te neemen, voor zich te verklaaren; maar,<br />
;en Lid zeide, dat de Privilegiën klaar en<br />
hiidelyk waren, en zodanig Advies van Rechts •<br />
geleerden niet noodig was ; dat men op de<br />
tiandhaaving der Voorrechten behoorde bedacht<br />
te zyn; terwyl Gecommitteerden en Geconftituëerden<br />
oordeelden, dat dit geen zaak van<br />
het Gerecht, maar van het Recht van Grondgebied<br />
was, dat den Magiftra^t toebehoorde,<br />
over welke de Vroedfchap den 23 December<br />
buitengewoon vergaaderde Cf).<br />
Onaangezien alle aanfehryvingen, bedreigingen<br />
, lastgeevingen aan den Procureur Generaal<br />
, ging de Regeering en Burgery toch<br />
voort met de Regeerings-Beftelling der Stad<br />
Wyk. De Heer Oud-Burgemeester BRUIN,'<br />
wegens zyne hooge jaaren, zyne Raadsplaats<br />
nedergelegd hebbende, werdt de Heer H.<br />
SCHILGE-<br />
(?) Nieuws Nederl. Jaarb. Decemb. 1785. bladz, 1089 cn 1727*<br />
Cf; IM. December 1785. bladz. 1729.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 109<br />
S C H I L C E tot Raad in de Vroedrchap naar<br />
het nieuwe Reglement verkooren. Op den 18<br />
January was de Vroedfchap, op verzoek van<br />
eenige Heeren der Minderheid, toevallig buitengewoon<br />
befchreeven ; het Gerecht was ook<br />
vergaaderd; de Trom werd geroerd, en de<br />
Burgery vergaaderde in de Kerk. De Gecommitteerden<br />
der Burgery, in hunne kamer op<br />
het Stadhuis vergaaderd, deeden een voorftel<br />
en verzoek aan de Vroedfchap, dat de Raadsplaats<br />
van den Heer B R U I N Zittends-Vergaadering<br />
vervuld mogt worden; de Vroedfchap<br />
ltemde dit verzoek toe; de Burgers maakten<br />
een Nominatie, waarop de Heeren S C H I L G E<br />
en E E E R E N B Ü R G geplaatst werden ; de eerfte<br />
werd tot Vroedfchap gekoozen, en zulks van<br />
de Puije van 't Stadhuis aan de Burgery bekend<br />
gemaakt (*).<br />
In deezen ftaat bleeven de zaaken te Wyk<br />
tot den 20 Maart, welke Dag, even als te<br />
Utrecht, tot het beëedigen van 't Nieuwe Regeerings-Reglement<br />
bepaald was. Tot dat<br />
einde waren de Magiftraat en Raad, gelyk ook<br />
de Gecommitteerden der Burgery op het Stadhuis<br />
vergaaderd, en de geheele Scbutteryvoor<br />
hetzelve in de Wapenen. Zes Raaden verklaarden<br />
bereid te zyn om den Eed te doen;<br />
de overigen weigerden; de aanbieding der eerften<br />
werd aangenoomen , en de Eed op het<br />
Nieu-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jeari, December 17BG. bladz. fTo,<br />
I78&.<br />
Het Nieim-c<br />
Reglement<br />
plegtig hc»<br />
zwooven.
17 86.<br />
ïio B E K N O P T E H I S T O R I E DÏÖ<br />
Nieuwe Reglement plegtig door hen g< daan»<br />
De Burgers,van hunnen kant, fchaardenzichin<br />
eenen kring, en leiden, met ontblooten hoof.,<br />
de, op de ftaatigfle wyze ook den Eed af.<br />
Thans werd door de Burgery ernflig aange<br />
drongen op afdoening van zaaken, maar te<br />
vergeefsch : de weigerende Raaden bleeven by<br />
hunne weigering, en de Burgers by hunneri<br />
aandrang, met betuiging van niet te vertrekken<br />
voor dat de zaaken waren afgedaan, tot dat de<br />
aanweezende Raaden eindelyk verzekerden,<br />
den volgenden dag weder op het Stadhuis te<br />
zullen verfchynen , en de Burgers, op aanhou<br />
dend verzoek.der "Gecommitteerden, toeflem-<br />
den tot het aanblyven der Vroedfchap onder<br />
die bepaaling, en met voorneemen om den<br />
volgenden dag terug te koomen. Ondertus-<br />
fchen wagtte men met ongeduld naa tyding<br />
van den uitflag der zaake te Utrecht; men deed<br />
alle poógingen om de weigerende Raaden over<br />
te haaien, doch te vergeefsch; deezen fielden<br />
voor, om eerst door de voorftemmende Staats<br />
lieden, met medewerking 'van den Stadhou<br />
der, van hunnen Eed ontflaagen te zyn; doch<br />
hier in bewilligden de Burgers niet; terv.yl de<br />
onzekerheid van Utrechts lot, en de vreeze,<br />
dat de volgende dag ook vrugteloos zou afloo-<br />
pen, by fommigen de gisting vermeerderde,<br />
en deed fpreeken van niet uit de Wapenen te<br />
gaan, voor dat volkoomen aan hunne begeerte<br />
Voldaan was.<br />
Hei
ONLÜSTEN IN HET VADERLAND, in<br />
Het bleef echter daar by dien dag, en de<br />
Schuttery ging uit een; maar den volgenden,<br />
#den 21 Maait , den Raad wederom op het<br />
Stadhuis vergaaderd, en de Burgery voor hetzelve<br />
in de Wapenen , zynde , drong men van<br />
nieuws aan, dat de weigerende Raaden ook den<br />
Eed zouden doen, doch deezen bleeven weigeren<br />
, tot dat men eindeiyk volftrekt begeerde,<br />
dat de Eed door die Raaden zoude gedaan,<br />
of hunne plaatfen vacant verklaard, en<br />
met andere Perfoonen vervuld, worden; en<br />
hier mede zou men tot na den middag wagten.<br />
Ondertusfchen kwam de tyding van den uitflag<br />
der zaaken te Utrecht, waar door der Burgeren<br />
moed werd opgewekt om nu daadelyk afdoening<br />
der zaake te vorderen: Op hunnen eisch<br />
werden toen de Raadsplaitfen der weigerende<br />
Raaden opengevallen verklaard, en tot de-vervulling<br />
door andere Heeren beflooten;de Hee<br />
ren YSE. BRUIN, DE RUITER, en VAN<br />
EER NE verlieten de Roeien der Eere , en<br />
keerden weder tot den Burgerftand; de Magi»<br />
ftraat deed de Verkiezing van twee nieuwe<br />
Raaden afkondigen; dit werd met een drievoudig<br />
Hoezée.' beantwoord, en de Burgery werd s<br />
na eenige Plegtigheden, bedankt. Thans waren<br />
de Raaden in zoo verre voltallig, dat de<br />
Vroedfchap volgends Stads Rechten kon ver- '<br />
gaaderen. Op den 26 Maart, werd nog een<br />
nieuwe Raad verkooren, uit een Nominatie<br />
vau twee Perfoonen, volgends hec Nieuwe Re-<br />
0+<br />
1786.<br />
t
lis BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Ï786". glement door zestien Kiezers gemaakt; de<br />
keuze der Vroedfchap viel op den Heer j.<br />
De Staaten<br />
VA N DER w E E P E L , die vervolgends ook den<br />
Eed aflei en zitting nam. De Scheepensbank<br />
bleef voltallig. De Schutters en Wachtvrye<br />
Burgers van Wyk, over de verrichtingen van<br />
hunne Regenten zeer voldaan, betuigden hunne<br />
erkentenis en genoegen ineen Dank-Adres,<br />
dat zy den 31 Maart aan de Vroedfchap overgaaven.<br />
In een geheel ander licht befchouwden de<br />
•veiklaaren Staaten van Utrecht deeze verrichtingen : Op<br />
dit alles<br />
voor nietig , dien zelfden dag van 31 Maart, ontvingen Bur<br />
enz.<br />
gemeesteren en Regeerders eenen Brief van<br />
de Gedeputeerde Staaten, met een Uittrekfel<br />
van het Befluit der Staaten , op het gebeurde<br />
te Wyk genoomen; welk Befluit hier<br />
op uitkwam: Dat de Heeren Staaten eenpaarig<br />
verklaard hadden, de Uitzetting van de<br />
Heeren Raaden w. V E R H E L , L. B. FRYKE-<br />
m u s, YSERAND BRUIN, H. VAN MIER-<br />
LOO, N. VAM BERNE, en w. DE RUITER,<br />
en de aanftelling en beëediging van anderen<br />
in hunne plaatfen, te vernietigen en te houden<br />
voor geheel wederrechtclyk, nul, en van onwaarde;<br />
en dat dezelven in de wettige bezitting<br />
hunner Raadsplaatfen tot den 20 Oftober<br />
aanflaande, zouden gehandhaafd worden. Voorts<br />
dat aan de Perfoonen, in hunne plaatfen in den<br />
Raad gefield, zou verbooden worden, eenige<br />
daad van Magiftratuure te oefenen, op ftrafte<br />
van
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 113<br />
\'fln Hun Ed. Moogende hoogde ongenoegen.<br />
En dat verder negen Heeren Gecommitteerd<br />
waren om, met Commisfarisfen yan 't Hof, de<br />
beste en gevoegiykfte wyze te overleggen, op<br />
welke het ernftig voorneemen van Hun Ed.<br />
Moogende kragtdaadig zou kunnen;uitgevoerd<br />
worden (*).<br />
De Gecommitteerden bragtèn öp dén 14<br />
April een Raport ter Staatsvergaadering in,<br />
benevens een Ontwerp van Publicatie om té-<br />
Wyk te dóen afkondigen, en den Hoofd-Officier<br />
te magtigen, zulks ten fpöedigften in 't<br />
wérk te ftellen, en by verhindering daarvan,<br />
hiet den noodigen byftand te voorzien. — En<br />
verder om de onwettig aangêfteldé Regenten<br />
aan te zeggen , hunne Kaadsplaatfen binnen<br />
tweemaal vièr- en twintig uuren neder te<br />
leggen, en door de afgezette Raaden vervangen<br />
te worden ; en alle dè zulken , die zich<br />
tegen deeze bevelen van den Souvraln zouden<br />
verzettèn, in verzekering te neemen en naar<br />
de geftrengheid der Wetten, ja zelfs met den<br />
dood, té ftraffen. De Voorftemmende Leden,<br />
én de groote Meerderheid aan Stads Tafel, dié<br />
van Amersfoort daar onder gerekend, ftemden'<br />
toe in dit Raport, ert het werd in een Staatsbefluit<br />
veranderd (+).<br />
• Zoo haast de tyding van dit Befluit der Staa<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1786. bladz. 26:1— 204,<br />
(t) Nieuwe Nederl. Jaarb. Jpri( 178Ö. bladz. if'Sé<br />
H<br />
ten<br />
Rapnrt der<br />
Gecotmnitteerden<br />
eri<br />
Befluiten .<br />
der Staatèai<br />
B^flm't der<br />
B n gery vari<br />
JVyk.
114 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ten in de Stad Wyk gekoomen was, vergaaderden<br />
veele Burgers in de Kerk, en beraadflaagden<br />
te faaraen, hoe zich daar in te gedraagen,<br />
en het Befluit was: „ De Gecommitteerden<br />
der Burgery te verzoeken, om uit haaren naam<br />
aan de Regenten te verklaaren , dat zy zeer<br />
gevoelig was niet alleen over het weeren van<br />
hunnen Stads Gecommitteerden uit de Staatsvergaadering,<br />
maar ook over de wederrechtelyke<br />
handelwyze der Heeren Staaten omtrent<br />
de Stad, dewyl zy aan dezelve tot hier toe de<br />
Notulen van hunne; Vergaadering nog niet had,<br />
den laaten toekoomen, waar door zy buiten ftaat<br />
bleef om het geene daar in ten nadeele der Stad<br />
gevonden weud, te kunnen beantwoorden. En<br />
dat voorts, daar de Burgeryj, ten opzigte haarer<br />
Stads - Regeeringsbeftellipg geenen anderen<br />
Wetgeever dan_.de ftem des Volks erkende i<br />
en uit dat beginfel ook alle haare daadcn voord,<br />
gevloeid waren, zy niet kon gedoogen, dat<br />
Van wegen Hun Ed. Moogende eenige Publicatie,<br />
de Stedelyke Regeerings -Beftelüng betreffende,<br />
zoude gefchieden ; en dat zy daarom<br />
verzocht, dat de Magiftraat het afkondigen<br />
van zodanige 'Publicatie, of hul.pe daar roe,<br />
aan het Gerecht der Stad geliefden te verbieden;<br />
en indien zulks al .gefchiedde, dat dan<br />
aanftonds door.eene Tegenpublicatie van den<br />
Magiftraat mogte verklaard worden , dat die<br />
der Staaten \ooïjtifor,neel en van geene waarde<br />
gehouden .wierde, en dus geene uitwerking<br />
tonde
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, tij<br />
konde hebben, ja als niét gefchied moest gehouden<br />
worden, met vernieuwing der Publicatiën,<br />
te vooren daar tegen gedaan, en met<br />
bedreiging van eenige zwaare ftraffen tegen de<br />
geenen , die zich niet daar naar zouden gedraagen:<br />
verder verklaarde de Burgery, dat zy,<br />
uit kragt van haaien plegtig gedaanen Eed,<br />
het Collcgie van Heeren Gecommitteerden,,<br />
zoo wel als den Magiftraat der Stad by het<br />
nieuw ingevoerd Reglement van Regeering,<br />
tegen allen tegenftand , op alle moogelyke<br />
wyze met goed en bloed zouden befchermen."<br />
De Heeren Gecommitteerden bewilligden in<br />
dit verzoek, en deeden deeze betuigingen, in<br />
naam der Burgery, aan den Magiftraat.<br />
Ondertusfchen kwam de Hoofd-Officier van<br />
Wyk, de Graaf VAN R E C H T E R E N met den<br />
Advocaat COBIUS, benevens eenen Pander<br />
van 't Hof, op den 15 April in de Stad, om<br />
bovengemelde Publicatie af te kondigen en<br />
aan te plakken, en verzocht daartoe den noodigen<br />
byftand; dit werd geweigerd, en de<br />
Hoofd-Officier keerde onverrichter zaake naa<br />
Utrecht te rug. De Gedeputeerde Staaten<br />
hier van bericht ontvangen hebbende, beleiden<br />
op den volgenden dag, den 16 April, onaan-i<br />
gezien het Pafchen was, des morgens eene<br />
buitengewoone Vergaadering, waar in beflooten<br />
werd, aanftonds een Brief aan die van Wyk<br />
te zenden; en de Hoofd-Officier vertrok den<br />
gaderen dag, op last van Hun Ed. Moogende<br />
H 2 vvs»<br />
178&<br />
Verrichting<br />
er. wedervaaren<br />
van<br />
den Hoofdofficier.
1726.<br />
Blief der<br />
Regeering<br />
aan de Gedeputeerd»<br />
Staaten.<br />
u6 BEKNOPTE HISTORIE DüfiL<br />
weder riaa Wyk, en kondigde de gemelde Pu'<br />
blicatie af zonder byftand var. 't Gerecht, en<br />
zonder het trekken van de klok; doch aanftonds<br />
daarop werd door den Magiftraat eene Tegen-<br />
Publicatie afgekondigd; en den 19 daar aan<br />
volgende betuigden de Burgers hunne dankzeggingen,<br />
in een eerbiedig Adres, aan den Magiftraat,<br />
wegens hun ftandvastig gedrag, in<br />
deezen gehouden.<br />
Hier by liet de Regeering het niet; maar<br />
fchreef ook eenen rondborftigen Brief aan de<br />
Gedeputeerde Staaten; waar in zy nader betoogden,<br />
bevoegd te zyn om de zes verlaatene<br />
Raaden uit te zetten en nieuwen te verkiezen<br />
en aan te ftellen; te gelyk zich beklaagende<br />
over, en protefteerende tegen , het Befluit<br />
der Staaten op den 29 Maart omtrent de Stadgenoomen,<br />
en tegen de Publicatie, op den ia<br />
vastgefteld en op den 19 aangeplakt: Verder<br />
gaven zy daar in kennis van het geen Burgemeesteren<br />
en Regeerders gedaan hadden tot<br />
handhaaving van hun Stedelyk Recht, en wat<br />
zy nog verder voorneemens waren te doen;<br />
als zullende niet alleen zich niet gedraagen<br />
naar den inhoud van dat Befluit en die-Publicatie,<br />
welke by hen als nul en van onwaarde j<br />
en als inbreuk op hunne Stads en Burger Rech.<br />
ten doende, gehouden werden; maar ook alle<br />
geweldige middelen, die ter uitvoering van<br />
«fezelven tegen hen mogten aangewend wor.<br />
«Jen, op gelyke wyze, en door dezelfde raid*<br />
4«N
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 117<br />
delen afkeereD, en niet dan met opoffering 1786.<br />
van goed en bloed voor 't geweid bukken (*).<br />
Dat hun dit ernst, en niet fjegts grootfpree- Toeftel tot<br />
tegenweer»<br />
ken was, toonden de IVykfche Regenten en<br />
Burgers door den toeftel , dien zy maakten<br />
om geweld met geweld te kunnen kecren:<br />
want van veele kanten werd kanon , kogels,<br />
kruid, enz. derwaards gevoerd; de toegangen<br />
der Stad werden op twee na geftopt, en voor<br />
de twee andere Poorten werden de Bruggen<br />
afgcbrookcn; ook werden de Sluizen zodanig<br />
ingericht, dat zy de Stad rondom fpoedig konden<br />
onder water zetten (f).<br />
Aan den Prins Stadhouder fchreeven de Re Schryven<br />
aan den<br />
geerders van Wyk eenen, niet minder nadruk- Prins Stad.<br />
houder om<br />
kelyken Brief, dan aan de Staaten; waar mede geene Pa<br />
zy eene Copie van dien aan de Gedeputeerde tenten te<br />
geeven.<br />
Staaten overzonden,* en te gelyk aan Zyne<br />
Doorluchtige Hoogheid te kennen gaven, dat<br />
zy reden hadden om vast te ftellen, dat de<br />
twee voorftemmende Leden met weinige Regenten<br />
van Utrecht hunne onwettige bedrei.<br />
gingen tegen die Stad zoo veel moogelyk zouden<br />
uitvoeren; en daartoe misfchien den fterken<br />
Arm gebruiken, cn tot dat einde Zyne<br />
Hoogheids Patenten verzoeken, om Krygsvolk<br />
naa die Stad te beltemmen: waarom zy Zyne<br />
Doorluchtige Hoogheid daar van waarfchouw-<br />
den .j<br />
rl*) Nieuwe Nederl. Jaurb. April 1786. bladz. 3?_>—jyt.<br />
(j-j luid. April 1786, bjadz. 385.<br />
H 3
Vei'boJ aan<br />
de Afgezette<br />
Knaden om<br />
niet aan 't<br />
Hof' te ver-<br />
(fchynen.<br />
BedeüotideningelircM.<br />
n-3 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
den, en begeerden dat Hoogstdezelve, als<br />
Stadhouder dier Provintie, aan Hun, ais een<br />
Medelid van Staat en ftemhebbende Stad, het<br />
Recht zou'doen ervaaren, dat kun en hunnen<br />
Burgeren in die hoedanigheid toekwam; en<br />
mitsdien geene Patenten voor Militie naa die<br />
Stad zou verleenen, buiten hunne byzondere toe-<br />
ftemming en uitdrukkelyke bewilliging : daar zy<br />
in een onverhoopt tegenfhydig geval aan Zyne<br />
Doorluchtige Hoogheid moesten verklaaren,<br />
dat zy allen aanmarsch van Militie naa die Stad,<br />
en het betreeden van het Grondgebied en de<br />
Vryheid derzelve , buiten hunne voorkennis<br />
en uitdrukkelyke bewilliging, zouden houden<br />
voor een aanval van geweld, welken zy zou<br />
den moeten tegenkoomen met zodanige onaan-<br />
genaame middelen, als men gewoon is, alleenlyk<br />
in openbaar geweld, tegen zyne vyanden te gebrui<br />
ken,<br />
En naardien de Stads-Raad vernoemen hadt,<br />
dat aan de Afgezette Raaden eene aanzegging<br />
gedaan was om voor het Hof gebragt en ge<br />
hoord te worden ; zoo deed dezelve aan de ge<br />
melde Heeren den inhoud der Publicatie van<br />
den 27 February (waar by verbooden werd<br />
voor eenen anderen, dan den dagelykfehen be<br />
voegden Rechter te verfchynen) vernieuwen en<br />
door eenen Deurwaarder hoofd voor hoofd<br />
voorhouden.<br />
Ook werden, uit aanmerking der byzondere<br />
omftandigheden, waar in de Stad zich toen<br />
be-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 119<br />
bevond , Bedeftonden ingefteld , op eiken<br />
Dingsdag des avonds van 7 tot 8 uuren, beginnende<br />
met Dingsdag den 25: April: Op dat<br />
door de Predikanten der Stad de goedertierne<br />
OOD, in de Kerk, niet alleen openlyk cn<br />
plegtiglyk zou worden gedankt voor zyne wyze<br />
en' aanbiddelyke befchikkingen ; terwyl de<br />
donkerde veruitziende omftandigheden , in ons<br />
Vaderland, niet flegts:van agteren geblceken<br />
waren , verftrekt te hebben tot wezendlyk<br />
welzyn van hetzelve in 't gemeen, maar voor-.<br />
•si , in 't byzonder , hadden medegewerkt ,<br />
om, in weêrwil der menigvuldige zonden en<br />
overtreedingen, die Stad uit haare diepe vernedering<br />
en ftaat van afhanglykheid, ten opzigte<br />
van het Huishoudelyk Regeerings-Beftier,<br />
te verheffen tot die Hoogheid en Vryheid,<br />
welke, hoe zeer dezelve wettig en alzins<br />
Conftitutioneel is, echter niet kon verkreegen<br />
worden zonder de hulpe en byftand<br />
van een Almagcig God: — Maar tevens ook<br />
den God onzer Vaderen eerbiedig en vuurig<br />
te fineeken, dat alle gevreesde onheilendoor<br />
zyne Vaderlyke zorge gunftig afgeweerd, en<br />
alzoo de oogmerken en onderneemingen tegen<br />
dier Stads Rechten en Voorrechten verydcld,<br />
en daartoe de goede Raadflagen van den Magiftraat<br />
en het Collegie der Gecommitteerden<br />
tiit de Burgery , en alle billyke poogingeu<br />
derzelven en der goede Burgery met zyne<br />
<strong>II</strong> 4- g^ed-<br />
1780%
1786.<br />
Crimineelo<br />
Dagvaardt<br />
gingen ,<br />
wegens liet<br />
Hof, te<br />
Wyk gedaan.<br />
120 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
goedkeuring en zegeningen mogten agtervolgd<br />
worden ; ten einde enz. (*).<br />
Nog hooger liepen de gefchülen tusfehen de<br />
Staaten en de Stad Wyk: de bedreigingen begonnen<br />
uitgevoerd te worden , en door het<br />
Hof werden Dagvaardigingen van Wykfchs<br />
Regenten en Burgers gedaan. Op den 29<br />
May, des namiddags ten vier uuren, kwam te<br />
Wyk een Pander van 't Hof, met naame j.<br />
VALBURG, van eenen Bode verzeld, met last<br />
om aldaar drie crimineele Dagvaardigingen te<br />
doen: eene tegen de Heeren c. H A E N T J E S ,<br />
c. BEKKERING, M. VAN L E E U W E N , N.<br />
VAN OSSEN B E R G , H. S C H I L G E , en R.<br />
BEERENEURG, als dienende Magiftraats-Lcden.<br />
De tweede tegen D. VOLKMARS, C.<br />
S A M , J. VAN DE W E P E L , en J. HOOG<br />
V E L D , als nieuw verkoorene Regenten; en<br />
de derde tegen Mr. ADRIAAN DE NYS, als<br />
Gecommitteerden uit de Burgery; de beide<br />
laatften tot Dag vaardiging in Perfoon. De<br />
gronden tot deeze Dagvaardigingen, in de<br />
Requesten van den Procureur Generaal bygebragt,<br />
waren de invoering van het Regeerings-<br />
Reglement, en de beëediging van hetzelve;<br />
het verlaaten van die Regenten, welken geweigerd<br />
hadden den Eed daarop te doen; en<br />
het verkiezen van vier anderen; het niet bevorderen<br />
van de Publicatie der Staaten; en het<br />
be.<br />
(") ïfieuwe Kedetl. J«a;i. Afnl 1736. bladz. 392—398.
ONLUSTEN M HET VADERLAND. lat<br />
beantwoorden van den Brief der Gedeputeerde<br />
Staaten in de allerhoonendfte en ongemaatigfte<br />
1785.bewoordingen.<br />
De Pander deed zyne twee<br />
eerfte Dagvaardigingen by de Heeren j. VÈN<br />
DE WEPEL en c. DEKKER LN G ; doch by<br />
den Heer EEERENEURG koomende, zeide<br />
deeze, dat by die Dagvaardiging niet konde<br />
aanneemen, buiten voorkennis der Burgemees.<br />
teren, en verzocht den Pander zich, daartoe,<br />
niet hem na den Burgemeester HA ENTJES<br />
te begeeven; het welk hy deed, en aan diens<br />
huis hield hy den Heer E E E R E N E U R G de<br />
Dagvaardiging voor; maar zoo ras hy de leezing<br />
geëindigd hadt, werdt hy door een Deurwaarder<br />
en twee Bodens van de Stad gearrefteerd,<br />
en in de Stads Herberg, de Keizers-<br />
Hioon, in verzekerde bewaaring gebragt; om<br />
dat hy Pander door Dagvaardigingen , tegen<br />
De Pander<br />
gearrelteerd-<br />
Stads-Publicatie gedaan , Stads Rechts- en<br />
Grondgebied gefchonden hadt. Den Staatenbode<br />
werdt toegelaaten naa Utrecht terug te keeren.<br />
Daar na werd de gewoone Gyzeüng voor<br />
den Pander gereed gemaakt. Den volgenden<br />
dag, den 30 May, kwam aldaar de Hr.Hoofdofficier,<br />
om den Pander aanjlonds uit zyn Arrest<br />
is doen ontjlaan, en hem de oorfprongelyke Reattesten<br />
en alle Papieren terug te doen geeven,<br />
indien zy nog niet terug gegeeven waren;<br />
doch het Gerecht begreep, dat hy zich daar.»<br />
toe aan den Magiftraat moest vervoegen; dee-<br />
<strong>II</strong> j z.e
1786.<br />
122 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ze we'gerde zulks en de Pander bleef in hech<br />
tenis (*)<br />
De Hoofd-Officier van Wyk, aan de Gedev<br />
putaerde Staaten verflag gedaan hebbende van<br />
zyne vrugtelooze poogingen om den gearrefteerdcn<br />
Pander te Wyk ontflaagen te krygen;<br />
zoo befchreeven Hun Ed. Moogende daar over<br />
eene buitengewoone Vergaadering der Staaten<br />
op den 2 Juny. In deeze Vergaadering bragten<br />
Heeren Gedeputeerden hun Rapport in 4<br />
over de zaak van Wyk, benevens een Advies,<br />
hoofdzaakelyk behelzende: ,, Dat de omftanheden<br />
van de Stad 'Wyk vereischten, dezelve<br />
door den Merken Arm tot reden te brengen;<br />
en tot dat einde eene Commisfie van drie Leden<br />
naa die Stad te zenden, verzeld van een<br />
vereischt getal Krygsvolk, om de zaaken aldaar<br />
wederom op eenen geregelden voet, en<br />
die Stad tot gehoorzaamheid te brengen ; doch<br />
vooraf van deeze maatregelen aan de Bondgenooten<br />
kennis te geeven; en aan dezelven de<br />
noodzaakelykheid daar van , tot herftel der<br />
rust en geede orde, en tot handhaaving van<br />
der Burgeren Rechten zelve, onder het oog te<br />
brengen." Dit Rapport en Advies Werd door<br />
de voorftemmende Leden overgenoomen, en<br />
vastgefteld , in eene buitengewoone Vergaadering<br />
, op den 10 Juny te houden, daarop te<br />
fluitenbe.<br />
On-<br />
(•) Nieuwe Nederl, jfamh May 17I6. bladz. 487—481*.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 123<br />
- Ondertusfchen kwam in deeze Vergaadering<br />
nog in een Vertoog van de Wykfche Regeering,<br />
dienende om aan te toonen, dat zy bevoegd<br />
was , den Pander te arrefieeren tot handhaaving<br />
van haarer Stads Rechten en Voorrechten. Ook De Hoofdofficier<br />
te<br />
hadt de Regeering van Wyk dén hoofd - Offi " yk ont-<br />
cier der Stad,Grave VAN RECHTEREN,aan» boodcii.<br />
gefchreeven, zich binnen vier- en twintig uuren<br />
binnen Wyk te begeeven, om zyn ampt<br />
•tegen den Pander waar te neemen; en dat<br />
zulks anders» by nalaating, door den Voorzit-<br />
tenden Burgemeester zou verricht worden De<br />
Staaten, daar cn tegen, magtigden het Hof<br />
om eene Publicatie te beraamen, te doen afkondigen<br />
en aanplakken, om, indien- de Gevangene<br />
Pander mogte mishandeld worden,<br />
fchaverhaaling te gebruiken; welke Publicatie<br />
met een Brief aan het Gerecht van Wyk door<br />
't Hof gezonden werd, benevens eenige Exemplaaren<br />
, zoo om te dienen tot hun onderricht,<br />
als om daar van kennis te geeven aan<br />
de Burgers en Ingezeetenen der Stad Wyk,<br />
met byvoeging van eene vriendelyke, maar<br />
tegelyk ernftige, vermaaning om den gemelden<br />
Pander j. VALBURG uit de hechtenis,<br />
hoe eerder hoe beter , te ontflaan , of zyn<br />
ontflag zoo veel moogelyk ten fpoedigfle uit<br />
te werken, met overlevering van alle zyne<br />
Papieren, en zulks tot voorkooming der uitvoering<br />
van de voorfz. Publicatie. .<br />
Het<br />
Publicatie<br />
der Staaten<br />
tot \eprefaiUe.
Het Gerecht<br />
•van Wyk<br />
weigert cie<br />
afkondiging-<br />
Befluit der<br />
Staaten om<br />
den Pander<br />
los ie<br />
krygeu.<br />
124 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Het Gerecht van Wyk, deezen Brief geleeten<br />
hebbende , weigerde de Publicatie tot<br />
vennis der Burgers en Ingezeetenen te brengen<br />
; maar ftelde dezelve in handen van den<br />
;erften Burgemeester, om ze aan den Magitraat<br />
mede te deelen, die dezelve commisfo-<br />
•iaal maakte om te beantwoorden.<br />
In de buitengewoone Vergaadering der Staaten,<br />
tegen den io Juny befchreeven, om over<br />
liet boven gemeld Rapport en Advies der Ge«<br />
ieputeerden omtrent te zaak van Wyk te beflisfen,<br />
werd niets anders beflooten , dan den<br />
Hoofd-Officier van Wyk te gelasten om geene<br />
:rimineele Rechtsgedingen tegen den Pander<br />
:e onderneemen, en voorts Gedeputeerden te<br />
verzoeken, den Gevangenen Pander door eeaen<br />
Brief op te cisfehen (*_). De Regeering<br />
antving wel zodanige aanfehryving van de<br />
Gedeputeerde Staaten;doch zy bleef by haare<br />
weigering om den Pander te ontdaan (f): Ook<br />
fchreef het Gerecht van Wyk, in Antwoord<br />
aan de Gedeputeerde Staaten, dat zy in de<br />
zaak van den Pander niets konden doen; doch<br />
dat zy geenen anderen Souvrain erkenden dan<br />
de Staaten van Utrecht, in welker naam zy alleen<br />
het Recht bedienden; en dat geen Vonnis<br />
ten nadeele van den Pander zouden geeven (§).<br />
De<br />
(*) Nieuwe Neierl. Jaarb. Juny 1786. bladz. 5.-4—578.<br />
CD lüd, July 178(1. bladz. 737.<br />
Ibii. July J786. bladz. 717.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i*$<br />
De Regeering der Stad Wyk vernoomen hebbende,<br />
dat, op de laatst gehoudene Vergaadering<br />
der Staaten van die Provintie, een Voorftel<br />
gedaan was, om die Stad met Krygsvolk<br />
te bezetten ; en daar Hun Ed. Achtbaare volftrekt<br />
beflooten hadden > overeenkomftig de<br />
begeerte der Burgery , geene Troupen op<br />
Stads Grondgebied te dulden, veel min toe te<br />
laaten , de Stad met Krygsvolk te bezetten;<br />
zoo vonden zy goed, de Burgers en Ingezee»<br />
tenen der Stad en Vryheid derzelve daar van<br />
kennis te geeven; op dat een ieder, vooral de<br />
Ingezeetenen der Stads Vryheid , zodanige<br />
fchikkingen omtrent hunne Perfoonen en Goederen<br />
zouden kunnen maaken, als zy zouden<br />
oordeelen te behooren: En om daar in ZOÖ<br />
veel moogelyk behulpzaam te zyn , booden<br />
Hun Ed. Achtbaare hun de Groote Kerk aanj<br />
of zodanige andere verzekerde plaats, tot berging<br />
der Goederen, als zy daartoe zouden doen<br />
gereed maaken; en waarvan een ieder de noodige<br />
kennis ter Secretary op den 6 July zou<br />
kunnen bekoomen.<br />
i7ch>;<br />
De Regee»<br />
ring van<br />
IVyk waarfch<br />
o u wc de<br />
lngezeecejien<br />
voor<br />
overrompeling.<br />
De Krygsraad van het Jagers Corps, onder 1<br />
Het Jaager-<br />
Genoot-<br />
de Zinfpreuk Pro Pace £? Bello, vaardigde op fchap zend<br />
den 5 July rondgaande Brieven af aan alle de rondgaande<br />
Brieven aan'<br />
Gewapende Genootfchappen van Nederland; de Bondgenooten.<br />
waar in aan dezelven werd kennis gegeeven van<br />
het Voorftel, dat in de Staatsvergaadering gedaan<br />
was, om de Stad Wyk met Krygsvolk te<br />
bezetten; op dat alle wéldenkeade Vaderkuv<br />
ders
126 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ders zich in tyds zouden kunnen gereed maaken<br />
, om, indien de Staaten tot dat Voorftel;<br />
mogten befluiten, dan met verëenigde kragteu<br />
dien aanval op de Burgerlyke Vryheid tegea<br />
te gaan en af te weeren; en ten dien einde,<br />
op de eerfte tyding van aanmarsch van Krygs-<br />
•volk naa die Stad, zich aanftonds derwaards<br />
te begeeven.<br />
De npgee- De Magiftraat befloot hier op, het Algeling<br />
noodigt<br />
alle Ingezeemeen te berichten, dat zy die loflyke daad van<br />
tenen d'.r<br />
Republiek verdeediging der Stad niet alleen ten fterkften<br />
ui: tot haare goedkeurde, en alle braave Ingezeetenen der<br />
iulpe.<br />
Republiek, die de handen met haare Burgers<br />
en Ingezeetenen wilden in een flaan, tot kragtdaadige<br />
afweering van geweldige overheerfching,<br />
en zich ter verdeediging naa die Stad<br />
wilden begeeven, verzekerde van de fterkfte<br />
befcherming; maar deed ook eene Publicatie<br />
afkondigen; waar in zy betuigde „ met genoegen<br />
onderricht te zyn, dat verfcheidene<br />
Ingezeetenen der byzondere Provintiën verklaard<br />
hadden, geneegen te zyn, om die Stad<br />
en Burgery, als het noodig zyn zou, volgendshet<br />
Verbond der Unie, tegen alle geweld en<br />
overheerfching te verdeedigen en befehermen ;<br />
enz. en verklaarden:" dat een iegeiyk, dia<br />
ter zaake voorfz. zich naa die Stad zou begeeven,<br />
met alle moogelyke befcherming van de<br />
Magiftraat en het gewoone Burger-Recht der<br />
Stad zou begunftigd, en van het noodige Logement<br />
en Onderhoud voorzien worden; es<br />
dat }
ONLUSTEN m HET VADERLAND, 127<br />
dat, daarenboven, allen, die zulks begeerden,<br />
tien ftuivers, daags tot hun verder onderhoud<br />
zouden genieten ,, en eindelyk<br />
dat de Gekwetflen, als ook de Weduwen en<br />
Weezen der Gefheuveldcn, hun leeven lang<br />
behoorlyk zouden onderhouden worden. ,, Dal<br />
yoords de Magiftraat voorzprge zou gebruiken<br />
om genoegzaamen voorraad van Leevensmid><br />
delen in .de Stad te hebben; en het Jager-<br />
Corps magtigde om de Gelden, welke elders<br />
voor die Stad gegeeven werden, te ontvangen<br />
en de voorfz. betaaling te doen. Ook<br />
fchreeven de Regeerders der Stad rondgaande<br />
Brieven aan de Bondgenooten, en byzonderlyk<br />
, aan de Staaten van Holland, om hunnen<br />
toeftand opep te leggen, en derzelver tusfchenkomst<br />
en hulpe te verzoeken (*).<br />
Terwyl deeze dingen in de Provintie van'<br />
Utrecht gebeurden, ontftond 'er in 'sHage,<br />
de Zetelplaats van de Souvraine Vergaadering<br />
der Provintie van Holland, een geweldig en<br />
zeer gevaarlyk Oproer, by gelegenheid, dat<br />
de Krygs -Eerbewyzingen, door den Souvrain<br />
zeiven bepaald, voor het eerst aan de Leden<br />
dier Hooge Vergaadering zouden betoond worden.<br />
Te weeten, de Staaten dier Provintie<br />
hadden op den 24 February een Beftuit genoomen<br />
omtrent de Eerbewyzingén, die de<br />
^Wachthebbende Krygslieden aan den Souvrain,<br />
ge-<br />
•
1736.<br />
Êefluit der<br />
GecommitteerdeRaaden<br />
omtrent<br />
de Ectbewyzingen<br />
aan<br />
dui Souvrain.<br />
m BEKNOPTE HISTORIE DE?<br />
geduurende de Hooge Vergaadering, zouden<br />
moeten betoone, en de befchikkingen en ui£J J<br />
voering daar van aatt de Ed. Moogende Hee«'<br />
rén Gecommitteerde Raaden overgelaaten ;<br />
welke Heeren op den 16 Maart daaromtrent"<br />
vastheiden : ,, Dat de Hoofdwacht op het<br />
Binnenhof, de Ruiterwacht op het Buitenhof/<br />
en de Wacht aan de Grenadiers • Poort, zouden<br />
moeten uitkoomen , en onder het flaan van de'<br />
Marsch, en het fteeken der Trompet, met<br />
Sponton, Pallas en Vaandel, prefenteeren van<br />
't Geweer, te groeten, terwyl de Leden der<br />
Vergaadering van Hun Ed. Groot Moogende<br />
verfchynen ; dat gemelde Wachten met ge-<br />
prefenteerd Geweer zuilen blyven 'ftaan, toT<br />
ca' het vertrek van den Heer Raadpehfionaris><br />
en denzelven gelyke gróote Eerbewyzen, teff<br />
ware zy, van wegen gemelden Heere,vroeger<br />
door een Staaten-Bode magten ontflaagen zyn ;<br />
dat, geduurende de Zitting der Vergaadering<br />
van Hun Ed. Groot Moogende voorfz., die<br />
Wachten voor niemand hoe genaamd, zullen<br />
uitkoomen, om dezelfde Krygs-Eere te be-<br />
wyzen, onverminderd nogthans het geen ge-<br />
bruikelyk is, ten aanzien der Wachten, die<br />
eikanderen voorby trekken en afiosfen ; —. dat<br />
de Poort tusfehen het Binnen- en Buiten-Hof j<br />
voor het uur van het aangaan der Vergaade<br />
ring, zou moeten open gelteld, en geduurerjs.<br />
de de Zitting opengehouden , worden, toe<br />
zoo lang de Wacht, by het uitgaan der Ver-<br />
gaa.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i?9<br />
gaadering geparadeerd hebbende, wederom zou<br />
binnen gegaan zyn; — dat by de grootedeur,<br />
beneden aan den ingang der Vergaaderkamer<br />
van Hun Ed. Groot Moogende, ten tyde der<br />
Vergaadering, twee Ordinantie Sergeanten ge.<br />
plaatst zouden worden; en dat voords altoos,<br />
het zy de Vergaadering zit of niet, buiten<br />
voor de gemelde deur twee Grenadiers moesten<br />
geplaatst Worden, welke voor ieder Lid<br />
der Staaten met ge lire kt Geweer front moesten<br />
maaken, zoo by het inkoomen, als by het<br />
uitgaan; dat mede , geduurende het aanweezen<br />
van Hun Ed. Groot Moogende derzelver Lyfgarde<br />
te Paerd cle Wacht zullen moeten optrekken<br />
met Pieken en Standaards; gelyk ook *<br />
dat , geduurende den zelfden tyd, dagelyks<br />
alle de Wachten met groote Uniform en witte<br />
Gitten zouden moeten optrekken; en einde-<br />
]yk, dat een Schildwacht voor 't Comptoir<br />
van Holland, en een voor de Gevangenpoort<br />
zou geplaatst worden : En zoude Extract deezer<br />
worden gegeeven aan den Luitenant Ge.<br />
neraal SANDOZ, het Guarnizoen aldaar gebiedende,<br />
ten einde de voorfz. Order op dieri<br />
dag nog in gang te laaten brengen en ftiptelyfc<br />
te doen Uitvoeren.<br />
178C<br />
Die Befluit der Ssaaten , en ingevolge daar Pe aanieti<br />
ding 10» hs^<br />
v.m de Order van Gecommitteerde Raaden,' oproer genóoincak<br />
fcheen het gemeene Volk; en byzonder foromige<br />
heethoofdige Aanvoerders onder hetzelve,<br />
te mishaagen, en, gelyk by de uitkomst<br />
l ge-
'f3@ BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
gebleeken is, de uitvoering daar van te willen<br />
beletten door Oproerige beweegingen, in den<br />
waan, dat Hun Ed. Groot. Moogende zich<br />
eene Eere aanmaatigden, die den Stadhouder<br />
alleen toekwam. Op den 15 Maart, wanneer<br />
men dacht, dat de Krygs-Eere aan de Staaten<br />
zouden beweezen worden, was 'er reeds eenig<br />
gemor en gemompel onder 't gemeene Volk;<br />
doch op den i6 de<br />
" toen zulks daadeïyk gefchiedde,<br />
was 'er eene grootc menigte Volks<br />
zoo op het Binnen- als Buiten-Hof, tusfehen<br />
de zoo genaamde Stadhouders- en Grenadiers-<br />
Poorten, doch meest by de eerstgemelde, verfaameld,<br />
onder welke menigte twee Lieden,<br />
ais Aanvoerders, metnaame H E s s en EAUEK,<br />
op het Binnen-Hof fcheenen op te pasfen,<br />
op het fcheiden der Vergaadering van de Staa*<br />
ten. Thans zouden de Ledeu der Staatsvergaadering<br />
voor de eerfte reis met hunne koetfen<br />
door de zoo genaamde Stadhouder lyke Poon<br />
ryden; dit gefchiedde met eenige moeite,<br />
onder het dringen van eenigen uit de menigte;<br />
doch door de hulpe van den Drosfaart en zyne<br />
Dienaars van Heeren Gecommitteerde Raaden<br />
raakten de koetfen der Staats-Leden 'er doory<br />
en die dag liep zonder wanorde af. Maar die<br />
dag fcheeu door de kwaadwilligen alleen gebruikt<br />
te zyn om de gelegenheid te bèfpieden,<br />
ten einde op den volgenden hunnen flag te<br />
zekerder waar te neemen tot uitvoering vaa<br />
hunnen boozen aaaflag op het leeven van twee<br />
Staats*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND- igr<br />
Staats - Leden, die van lommigen zeer gepreezen,<br />
van anderen met nydige oogen aangezien<br />
werden; de Heeren, caamelyk, OCKER CE-<br />
vAAHTS, Burgemeester, en CORNELIS DË<br />
GYZELAAR, Penfionaris van Dordrecht, beiden<br />
Afgevaardigden ter Staatsvergaadering van<br />
Holland. Akhans op den volgenden dag ,. Vrydag<br />
den I7 l!cn<br />
, was 'er reeds ten half een uur<br />
eene uog veel grooter menigte , dan daags te<br />
vooren, op' gemelde plaatfen faamengcrot,<br />
onder welken de bovengenoemde HESS eu<br />
BADER en andere Leden van 't Oranje Genootfchap,<br />
welker eerstgemelce fedcrt lange<br />
by de vreedzaame Burgers als een begunltiger<br />
van Oproer in 't oog geloopen hadt. Ten half<br />
twee uuren, by het aangaan der Vergaadering,<br />
wanneer de koets, waarin de twee gemelde<br />
Heeren, GEVAERTS en DE GYZELAAR ge-<br />
178Ö.<br />
zeeten waren, van hun Stads Logement langs<br />
den kortfien weg door de Stadhoitderlyke Poon<br />
kwam ryden , gefchiedde zulks, door degr-oote<br />
aandringende menigte Volks, met hulpe<br />
van den Drosfaart met zyne Dienaars, en eenige<br />
Ruiters, die digt by de brug der Stadhoui<br />
derlyke Poort geplaatst Ronden, niet dan ter<br />
nauwer nood.<br />
Gecommitteerde Raaden, die zien, op het Hoe ket<br />
Opi oer. Ue»zien<br />
van die verbaazende menigte, en van £011.<br />
zulke bekende roervinken onder dezelve, niet<br />
veel goeds beloofden, waren, geduurende de<br />
Vergaadering van Hun Ed. Groot Moogende<br />
i s ook
1786.<br />
MflU R A N<br />
grypr de<br />
paerden<br />
voor de<br />
koetst der<br />
Gedeputect<br />
den van<br />
0<br />
132 BEKNOPTE HISTORIE Dsa<br />
ook vergaaderd gebleeven, en hadden aan deQ<br />
Bevelhebber der Zwitzerfche Gardes de ernftigfte<br />
bevelen gegeeveu, om alle wanorde en<br />
ongeregeldheid te beletten, en, des noods»<br />
geweld met geweld te keeren. Ondertusfchen<br />
vlamden de oogen der oproerigen onder do<br />
menigte als arenden op hunnen prooy, wagtende<br />
met ongeduld naa het fcheiden der Vergaadering<br />
van de Staaten; en hoe meer dit 00genblik<br />
naaderde, hoe onftuimiger de menigte<br />
werd, welker gemoederen door de ophitftngea<br />
van HESS en EAUER gaande gemaakt en<br />
verhit werden ; terwyl den Paruikemaaker<br />
MOTJRAND de moordzucht ten oogen uitfehitterde.<br />
Eindelyk fcheidde der - Staaten-<br />
Vergaadering, de bovengemelde Heeren Afgevaardigden<br />
van Dordrecl.t, de eerlten, zoo<br />
't fchynt, daaruit koomende, traden in hunne<br />
koets, en gaven order aan hunnen Koetfier om<br />
langs den zelfden weg, dien zy gekoomen<br />
waren, dat is door de Stadhouders - Poort naa<br />
hun Logement te ryden. Maar nauwlyks waren<br />
zy eenige Rappen voord, en tot aan de<br />
overdekte Gaandery, gereeden , of de woedende<br />
Menigte drong met zulk een geweld a<br />
onder een onuuimigenfchrikkelykgerchreeuvv,<br />
op de koets aan, dat zy belet werd voort te<br />
ryden; terwyl de Paruikemaaker MOL'RANK»<br />
de paerden by den teugel vattede cm de koetste<br />
doen omkeeren, en dus het doorryden door<br />
de zoo genaamde Stadhouderlyke Poort te be-<br />
le»
AaxiÜag -<br />
op ie Gedep-ute erclem vaiiI3>o:rd.reclit,iii 'sHage.<br />
B.M.Ma. 132.<br />
Aanval op deftadl Hattem.<br />
B.SH. "blz.^oi.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 13;<br />
letten. De gemelde Heeren , die in de koetj<br />
zaten, ordonneerden hunnen Koetfierwel, om<br />
'&c door te flaan, doch zulks kon niet gefchieden<br />
zoo lang de paerden by den teugel ge«<br />
houden wierden ; doch eindelyk drong de<br />
Drosfaart van Gecommitteerde Raaden met<br />
zyne Dienaars door de menigte heen, maakte<br />
de paerden van MOURAND los, en ruimte<br />
voor de koets, die toen doorreed; terwyl de<br />
Advocaat VAN NISPEN, met den blooten<br />
Degen in de vuist, aan de zyde der koets<br />
1786.<br />
Dordrecht<br />
by den teu><br />
gel.<br />
ruimte maakte, en MOURAND door de Ge M 0 u n A N «*<br />
rechts-Dienaars gevat en in verzekering ge gevat.<br />
noomen werd. Het baarde veel opziens en<br />
de Officiers der Zwitzerfche Gardes werden<br />
befchuldigd , ledige Aanfchouwers van dit<br />
werk geweest te zyn, gelyk ook de Ruiters,<br />
digt by de Stadhouders Poort post houdende,<br />
in 't eerst geene beweeging maakten om ter<br />
hulpe toe te fchieten. Men heeft het Kiygs.<br />
volk naderhand trachten te ontfchuldigen ,<br />
als door de groote menigte en aandrang van 't<br />
Volk verhinderd zynde, het gevaar te zien,<br />
waar in de twee Heeren van Dordrecht waren:<br />
oudertusfehen zou MOURAND, door de menigte<br />
geholpen , byna gelegenheid gehad hebben,<br />
om uit de handen der Gerechtsdienaars<br />
te ontkoomen, indien de Ruiters, daar post<br />
houdende, niet eindelyk de menigte uit een<br />
gedrceven en verftrooid hadden; waar door de<br />
koets ruimte kreeg om voort te ryden, en de<br />
I 3 Die*
lift-<br />
De beledigde<br />
llcercu<br />
doen hun<br />
beklag aan<br />
it Staaten.<br />
134 BEKNOPTE EflSTORTE' DEK<br />
Dienaars van 't Gerecht gelegenheid om den<br />
Gevangenen, onder geleide van eenige Ruiters,<br />
naa de Hoofdwacht te brengen ; van waar<br />
hy vervolgends, onder geleide van een fterk<br />
Detachement Krygsvolk naa de Voorpoort gebragt<br />
werd; terwyl de menigte toen langzaamerhand<br />
afzakte, en de overige Leden der<br />
Vergaadering ruimer doortogt kreegen om naa<br />
hunne Logementen te ryden. HES en EAU ER<br />
ondertusfehen maakten gebruik van dat oogenblik,<br />
waarin aan hun niet fcheen gedacht te.<br />
worden, en reddeden zich door de vlugt, waar<br />
in zy geholpen werden door een rydtuig, aan<br />
't begin van den lïyswykjclien weg voor hun,<br />
tot dat einde, gereed ftaande, een klaar bewys<br />
, dat zy eenen gevaarlyken en misdaadigen<br />
aanflag gefmeed hadden, die hen, wanneer<br />
mislukte, zou noodzaaken, haastig te vlugten.<br />
De beleedigde Heeren GEVAERTS en DE<br />
GYZELAAR, des anderen daags, den 18, ter<br />
Vergaadering verfchynende, deeden hun beklag<br />
aan Hun Edel Groot Moogende met zeer<br />
nadrukkelyke woorden over dien geweldigen<br />
aanflag op hunne perfoonen , en over den<br />
hoon , daar door aan de Souvraine Vergaadering<br />
zelve, waar van zy Leden waren, aangedaan,<br />
benevens een betoog van de gevaarlyke gevolgen<br />
voor 't toekomende, indien geene affchrikkende<br />
voorzieninge daar tegen gedaan wierde.<br />
Deeze klagten en vertoogen waren niet vrugteloos,<br />
want Hun Edel Groot Moogende belloc.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 135<br />
flooten aanftonds om: I. ,, Heeren Gecommit<br />
178(3.<br />
teerde Raaden te magtigen, om, in dit byzon- Befluit der<br />
der geval, zonder de Rechten en Voorrechten Staaten<br />
der Ingezeetenen te benadeelen , den gevangenen<br />
Misdaadigen DE PLANO, en zonder<br />
form van Proces te recht te ftellen. IL Om<br />
wel gemelde Gecommitteerde Raaden te gelasten,<br />
een nauwkeurig onderzoek te doen naa<br />
het gedrag van 't Krygsvolk, dat de Wacht op<br />
het Binnen-Hof gehad heeft, cn het welk,<br />
onaangezien de ftipte bevelen aan hun gegeeven<br />
, de combustie en het geweld aan de Heeren<br />
Gedeputeerden van Dordrecht gepleegd, niet<br />
in tyds belet hebben.<br />
Het Hof van Holland, verftaan hebbende,<br />
dat de gevangene Paruikemaakei MOORAND<br />
door Hun Edel Groot Moogende in handen<br />
van Gecommitteerde Raaden was overgegeeven,<br />
om te recht gefield te worden, fchreef<br />
daar over eenen Brief aan Hoogstdezeüven om<br />
hem op te cisfehen; beweerende daar in, dat<br />
de Gevangene tot hunne Vicrfchaar behoorde,<br />
niet alleen om dat hy door hunnen Drost en<br />
Dienaars gegreepen was, maar ook om dat het<br />
Hof, in cafibus Regiis, (ingevallen, djfe de<br />
Hooge Overheid betreffen) buiten twyfel de<br />
bevoegde Rechter is. Doch de Staaten blee-<br />
Ven by hun Befluit, om de zaak aan Gecommitteerde<br />
Raaden te laaten. Den 22 Maart<br />
fchreef het Hof eenen tweeden Brief aan de<br />
Staaten om zyn vermeende Recht nader aan te<br />
1 4 dria-<br />
Het Hof<br />
vaii Ht Baud<br />
eischt iitn<br />
Gevangene»<br />
op.
1786.<br />
M n t; i } A N D<br />
Jer dood<br />
yerooideeld,<br />
Zyne Huisvrouw<br />
doet<br />
poogingen<br />
om Vcrgeevenis<br />
te<br />
yerltrygcn<br />
136 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
dringen; maar Hun Edel Groot Moogende<br />
bleeven by hun voorig Befluit,<br />
Dewyl MOURAND in fiagranti delitlo, da£<br />
is, in' 't bedryven der fchending van de Hoog*<br />
heid der Hooge Overheid , gegreepen was s<br />
zoo kon zyne misdaad als volkoomen bewee»<br />
zen, en alle verder onderzoek als overbodig,<br />
befchouwd worden ; waarom Gecommitteerden<br />
aanftonds 'overgingen tot het uitfprecken van<br />
doodvonnis over hem; hoewel hy zyne misdaad<br />
toen nog niet beleeden hadt, maar vervolgends<br />
blyken gaf van de overtuiging daar<br />
van in zyn gemoed, door het uitroepen van<br />
wraake over de geenen , die hem tot dat misbedryf<br />
aangezet hadden.<br />
De Huisvrouw van MOURAND, die hem<br />
Moeder was van zes Kinderen en van 't zevende<br />
zwanger, het doodvonnis over haaren<br />
Man vernoomen hebbende , wendde alle middelen<br />
aan om het vonnis vernietigd, en indien<br />
al geene volkoomene vergeevenis, ten minfte<br />
verzagting, van't zelve te verkrygen : Zy ging<br />
tot dat einde, den volgenden dag, met haar<br />
zes Kinderen by de Staats - Leden rond, om<br />
derzelver tusfehenkomst en voorfpraak te verdoeken<br />
; en deed vervolgends een ootmoedig,<br />
zeer aandoenelyk en aandringend, Smeekfchrift<br />
ter Vergaadering der Staaten inleeveren; doch<br />
Hun Edel Groot Moogende oordeelden, dat<br />
zyne misdaad , als een regtftreekfche aanflag<br />
zynde tegen de Hoogheid van hunne Souvrai-<br />
ni*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 137<br />
ïiiteit, en uit hoofde van derzelver aart en natuur<br />
voor geene Vergeevenis, vernietiging, of<br />
andere Genade vatbaar was; en daarom ook in<br />
de Bede, door JOHANNA E Y LEVE LD, Huisvrouw<br />
van FRANgois MOURAND, op den<br />
23 aan Hoogstdezclven gedaan, niet konden<br />
bewilligen, maar moesten afflaan, en van de<br />
hand wyzen.<br />
Dus feheen 'er niets anders overig, dan dat<br />
het doodvonnis aan MOURAND zoude uitgevoerd<br />
worden: Inderdaad werden ook alle toebereidfelen<br />
daar toe gemaakt ; het Schavot<br />
werd op Vrydag den 24 derzelfde Maand op<br />
het Binnen-Hof opgerecht; de gantfche Krygs.<br />
bezetting kwam in de Wapenen; en de Misdaadige<br />
werd , onder een fterk geleide vdn<br />
Ruiters en Voetknegten, naa een byvertrek<br />
van Gecommitteerde Raaden overgebragt; terwyl<br />
eene onbefchryvelyke menigte van Aanfchouwers<br />
de uitvoering van het doodvonnis<br />
verwagtte.<br />
Ondertusfchen waren de beleedigde Heeren<br />
GEVAERTS en DE OYZELAAR, onder alle<br />
deeze verfchrikkelyke toebereidfelen zodanig<br />
met innerlyk medelyden over de onfchuldige<br />
Huisvrouw en de onnozele Kinderen van den<br />
veroordeelden MOURAND aangedaan, dat zy<br />
voor hem tusfehen traaden, en bevryding van<br />
de doodftraffe by Hun Edel Groot Moogende<br />
verzochten, en met de daad door hun aanhou-<br />
1786.<br />
Zyne ftraf<br />
Veranderd,<br />
en hem<br />
zulks aangezegd.<br />
Publicatie<br />
der Staaten<br />
:les aangaande.<br />
138 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Gevangenis veranderd werd. Dit gunftig Befluit<br />
der Heeren Staaten werd hem, des morgens<br />
ten half elf uuren , door den Heer Fiscaal<br />
L U I K E N en den Heer V A N B U U R E N , Secretaris<br />
van Hun Edel Groot Moogende eerst<br />
mondelyk bekend gemaakt; en hetzelve deed<br />
hem zoo fterk aan , dat hy van zich zelveu<br />
viel, onder het uitroepen van deeze woorden;<br />
6 God wat heb ik een berouw! Toen hy, na eene<br />
korte tusfehenpoozing, weder tot zich zelvcn<br />
gekoomen was, herhaalde de Heer L U I K E N<br />
zyne blyde boodfehap, las hem vervolgends<br />
het Doodvonnis voor, en daar na het gunftig<br />
Befluit van zyne veranderde ftraf. Vcrvolgcnds<br />
wérd hy naa de Gevangenpoort terug gebragt,<br />
waar hem te drinken gegeeven , en, voor<br />
den fchrik en de ontfteltenis, eene ader geopend<br />
werd.<br />
Kort daar na, op dien zelfden dag, deeden<br />
de Staaten eene Publicatie aan de vergaaderde<br />
Gemeente voorleezen; waar in Hun Ed. Groot<br />
Moogende bekend maakten, dat Hoogstdezelven,<br />
hoewel de misdaad van M O U R A N D van<br />
dien aart was, dat ze voor geen Pardon o£<br />
Gratie vatbaar was, en daarom ook het Smeekfchrift<br />
van zyne Huisvrouw hadden afgeweezen<br />
, nogthans op de tusfehentreeding der beledigde<br />
Heeren Gedeputeerden van Dordrecht,<br />
genade beweezen en zyne ftraffe des doods in<br />
die van eene eeuwige Gevangenis veranderd<br />
hadden. — D^t Hun Edel Groot Moogende-<br />
tot
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 139<br />
,£ot die byzondere barmhartigheid beflooten<br />
hadden, in die verwagting en dat vertrouwen,<br />
dat alle ingezeetenen van hunne Refidentie»<br />
Plaats zich van nu voordaan zorgvuldig zouden<br />
wagten van zich andermaal tegen de Souvraine<br />
Befluiten Hunner Vergaadering te verzetten,<br />
in welke manier zulks zoude moogen zyn, dircflelyk<br />
of indirectelyk, waar by eene emftige<br />
vermaaning gevoegd werd, om zich als fiille<br />
en vreedzaame, cn inzonderheid als gehoorzaame<br />
, Ingezeetenen aan Hunne Souvraine<br />
bevelen, vooral aan de zodanige, die Zy tot<br />
eer en luister van Hunne Vergaadering noodzaakelyk<br />
oordeelen , te gedraageó , zonder<br />
zïch van rui voordaan op eenige wyze met<br />
woorden of daaden daar tegen te verzetten; en<br />
dat alles op ftraffe van Hun Edel Groot Moogende<br />
hoogfte verontwaardiging niet alleen:<br />
maar ook dat de Overtreeders, welke verzoeken,<br />
of tusfehentreedingen ook gedaan wierden,<br />
zonder eenige genade, met de Galg, of<br />
zwaarder ftfaffe , zouden geflraft worden. —<br />
Onder het afleezen van deeze Publicatie befpeurde<br />
men eene groote Ril te , en verre de<br />
meeste toehoorders betuigden , door het afneemen<br />
van hunne hoeden, hunne hoogachting en<br />
eerbied voor de Heeren CEVAERTS en DE<br />
GYZELAAR, ZOO menigmaal als hunne naa-<br />
paen geleezen werden.<br />
Zodanig was de uitkomst der zaake van den<br />
^riftigen yveraar MOURAND, die kort daarop<br />
ia
ÊEYS cn<br />
SCHOOLE<br />
gevangen,<br />
en gevoti-<br />
. nisu.<br />
Ï40 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
in 't Tuchthuis te Gouda werd overgeb'-agt,<br />
om met zyner handen arbeid de kost te winnen<br />
; doch die by de verbaazende Omwending<br />
in September 1787. voorgevallen, uit zyne<br />
eeuwige gevangenis ontflaagen en met luister<br />
door ibmmige Burgers in 's Hage ingehaald is.<br />
Op dien zelfden dag van den 24, des nademiddags<br />
, werd een Schilder, met naame<br />
R EiY s , Kapitein van het Haagfche Genootfchap<br />
van Wapenen, onder den naam van Oranje<br />
Corps bekend, in hechtenis genoomen en op<br />
de Casteleney overgebragt; gelyk vervolgends<br />
ook nog een W I L L E M SCHOOLE, die Deurwaarder<br />
of Portier, van 't gemelde Genootfchap<br />
was. Het Vonnis, na onderzoek en<br />
bewys van misdryven, over REYS uitgefprooken,<br />
beftond in eene verbanning ten eeuwigen<br />
dage uit 'sHage, en drie uuren in den omtrek;<br />
en dat van den laatften in een verbod van het<br />
Eere-Teken, dat hy op de Doggersbank verdiend<br />
, en federt gedraagen hadt, langer te<br />
draagen; en voords om voor twee Jaaren in<br />
een Tuchthuis, in deeze Provintie ,opgellooten<br />
te worden, en met zyner handen arbeid de<br />
kost te winnen; daarna voor tien Jaareo uit<br />
Holland, en Westvriesland gebannen, en in de<br />
kosten verweezen (*_). Deeze werd te gelyk<br />
met MOURAND naa Gouda en in het Tuchthuis<br />
gebragt; en verkreeg ook te gelyk met hem,<br />
Cj Nieuwe Nsderl. Jaarl. April 1786, bladz. 333.<br />
na
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. ï§<<br />
fia de gemelde Omwending, zyne vryheid en<br />
ontflag van het bannisfement.<br />
Ook namen de Heeren Staaten, nog op dien<br />
zelfden dag, een Befluit om het bovengenoem<br />
de Oranje Corps te vernietigen , uit aanmer<br />
king (zoo als in dat Befluit gezegd werd) dat<br />
uit de bekoomene ihformatiën , omtrent het<br />
zoo genaamde Exercitie-Genootfchap, waar<br />
toe de gevangen F. MOÜRAND behoord hadt,<br />
genoegzaam gebleéken was, dat by hetzelve,<br />
onder fchyn van zich in den Wapenhandel té<br />
oefenen, byeenkomft.cn gehouden en overleg<br />
gingen gemaakt werden , die tot fchending der<br />
openbaare rust en tegenkanting tegen Hun Ed.<br />
Groot Moogende wettig gezag uitliepen; dat,<br />
vooral, na de dagelykfche ondervinding daarvan,<br />
zodanig Genootfchap niet langer kon geduld<br />
worden; dat Gecommitteerde Raaden uitdruk-<br />
kelyk gemagtigd werden, om zonder lydver-<br />
zuim de noodig middelen tot deszelfs kragt-<br />
daadige Vernietiging in 't werk te Rellen ; en<br />
ook, uit hoofde van de, reeds ontdekte, verder,<br />
yelyke aanjagen, welke uit hetzelve Corps voort<br />
gevloeid waren, nauwkeurig onderzoek te doen<br />
na de Leden , die daartoe behoord hadden, en<br />
op derzelver gedrag een waaleend oog te hou<br />
den.<br />
De Magiftraat van 's Hage kreeg hier van<br />
aanfehryving van Gecommitteerde Rasden, ea<br />
deed op den 27 eene Publicatie tot geheele<br />
vernietiging van dat Genootfchap, met bedrei<br />
ging<br />
17SCT»<br />
liet Oranji<br />
Corps ver.<br />
nietigd»
178(5.<br />
Onlusten in<br />
Vriesland<br />
wegens een<br />
nieuw Regeerings-<br />
Reglement<br />
te Leeuwarjen.<br />
142 BEKNOPTE HISTORIE DÈ&<br />
ging van zwaare itraffe tegen de overtreeders j<br />
van dit Verbod, van de Puye van het Stadhuis<br />
afkondigen (*).<br />
Omtrent deezen zelfden tyd hadden ook<br />
Onlusten plaats in andere Provintiën: In Vries,<br />
land was men, even als in Utrecht, bezig met<br />
het maaken van nieuwe, of 't verbeeteren van<br />
oude Regeerings - Reglementen , byzonderlyl:<br />
in de Hoofdftad Leeuwarden, het welk aanleiding<br />
gaf tot eene onaangenaame Briefwisfeling<br />
tusfehen den Prins en de Staaten der Provintie ,<br />
en de Burgers van Leeuwarden, Hier van was<br />
in 't voorleden Jaar reeds een begin gemaakt :<br />
Op den 25 Oftober 1785. werd de Eurgery<br />
der Stad Leeuwarden door den Magiftraat opgeroepen,<br />
ten einde uit haar midden Gecommitteerden<br />
te verkiezen cm een nieuw Regeerings-Reglement<br />
voor die Stad te helpen bevorderen:<br />
Aan dezelve werden drie punten<br />
medegedeeld, door de Staaten van die Provintie<br />
vastgefteld, welke by het beraamen van<br />
een Concept - Regeerings-Reglement moesten<br />
in acht genoomen worden ; de twee eerften waren<br />
, dat de opdragt der- Verkiezing van de Ma><br />
gijiraals perfoonen aan den Stadhouder wettig ge.<br />
fchied<br />
(*). Beroerd Nederland, IV. Deel, bladz. 17Ó 200.<br />
Nieuwe Nederl. Juarb Maart 1780. bladz. 177 en 1 Z^—ÏCJ,<br />
Waar men de BcIUutcn, I'ublieaiiën, en overige Stuiken ia<br />
Iiuu jjelicel kin* kezen.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 143<br />
fchied was, en gEvolglyk, denzelven wettig toe 178Ö.<br />
behoorde. Doch tegen deeze Punten werd een<br />
Betoog ingeleverd, door 400 Burgers van<br />
Leeuwarden onderteekend, om te bewyzen,<br />
dat de Verkiezing der Magiftraatsperfoonen een<br />
Voorrecht der Burgers van 'die Stad was, het welk<br />
door niemand kon , of mogt weg gegeeven worden ;<br />
en dat, gevolglyk , de opdragt van dezelve on*<br />
wettig gefchied was; waarom zy verzochten,<br />
dat de Heeren Staaten met Hun hoog Gezag<br />
wilden tusfehen beide koomen, en dit Voorrecht<br />
aan de Burgery, als haar wettig eigendom,<br />
herftellen en weder geeven. Dit Betoog<br />
Werd den 23 November by de Staaten ingeleverd<br />
, en met een Protest door Gecommitteerden<br />
nader aangedrongen, dat de opdragt der<br />
Verkiezing van de Regenten der Stad aan den<br />
Erfftadhouder in 't Jaar 1748. onwettig gefchied<br />
was. Doch dit verzoek werd door de<br />
Staaten afgeweezen, by derzelver Befluit van<br />
den 8 December , waar by Hun Edel Moogende<br />
volhardden by hun Befluit van den 20<br />
Üftober te vooren , waar door vastgefteld<br />
Werd, deeze Verkiezing den Heer Stadhouder<br />
Eiet te ontneemen, maar te laaten behouden.<br />
Tegen dit Befluit van den 8 December ver- f erfcIieï.Trrn<br />
zetteden zich zeer fterk de Volmagten van , 'srzetren<br />
Hemelum, Oldenphaart, in Noorclwolde, Lem~ '• ;ieh daar<br />
egep.<br />
Jlerland , Stellingwerf Oofiende , Stellingwerf<br />
West Inde, van Dokkum, van Harlingen, van<br />
Dar.t:atadtel, van Idaarderadeel; en allerfterkst<br />
de'
1785.<br />
Allerftcrkst<br />
die van<br />
Westdongeradst!,<br />
144 BEKNOPTE HISTORIE DX*<br />
!<br />
de Heer COERT LA MEERT VAN BEYMA~ S<br />
Volmagt van Westdongeradeel. Deeze Heer<br />
beweerde ter Staatsvergaadering, dat het<br />
Recht, door Leeuwardens Burgery gevorderd,<br />
baar niet alleen van ouds af toekwam , maar<br />
ook by het laatfte Reglement -Reformatoir van<br />
den si December 1748. zelfs op't nieuw bekragtigd<br />
was; na welk Betoog hy zich, onder<br />
anderen, dus uitdrukte: „ Daar ik de onderhouding<br />
van dit Reglement, onder plechtige<br />
aanroeping van Gods Heiligen Naam bezwooren<br />
heb; daar UEd. Moogende zich met my<br />
by Eede verbonden hebbeü, om niet te gedoogen,<br />
dat tegen dit Reglement geadvifeerd wierde;<br />
en daar evenwel de Kwartieren der Zevenwouden<br />
en Steden, by het Befluit van den 20 October<br />
]. h volharden, en dus, naar myn inzien,<br />
tegen het jofte Art. van 't Reglement Reformatoir<br />
handelen; zoo verklaare ik, in het be-><br />
grip te zyn, dat de Procureur Generaal deezer<br />
Provintie gehouden is, ter voorfz. zaake, hei<br />
Recht der Hooge Overheid te handhaaven; en dat<br />
ik de Volmagten, die dus geadvifeerd hebben,<br />
als vervallen in de poenale fanclie van 't Reglement<br />
- Reformatoir moet aanzien; my verdei?<br />
het récht voorbehoudende, niet alleen om deeze<br />
proteflatie in het Kwartierboek te doen infchryven;<br />
maar ook my te vervoegen daar het<br />
behoort tot handhaaving en behoudenis onzer<br />
wettige Couftitutie, zoo als het Recht der<br />
Natuur, de Unie van Utrecht, en 's Lands<br />
Wet.
ÖNt&STE% IN HÈT VADERLAND, 145<br />
Wetten en Befluiten my zulks gebieden, of<br />
toelaaten, te doen.<br />
Deeze zelfde Heer VAN BEYMA vervoegde<br />
zich tot dat einde ,kort daar na, by Zyne Hoogheid,<br />
den Prins Erfftadhouder., met eenen zeer<br />
nadrukkeiykei) en dringenden Brief van den 14<br />
December, waarin hy, na de gronden van het<br />
Recht der Burgers breedvoerig bygebragt. en<br />
aangedrongen te hebben, den Prins dus aanfpreekt:<br />
Wel aan dan, Vorst, ik fmeek,—<br />
wat zeg ik ? t ik eisch van Uwe Hoogheid, dat<br />
Hoogstdezelve zal öordeeleh , of de Burgers<br />
van Leeüwardén van een Lid deezer Provintie in<br />
hun'ne Rechten benadeeld zyn, of niet? Hier<br />
tbc neemè ik de vryheid, de Deductie dier<br />
braave en achtenswaardige Burgery, by Copie,<br />
aan Uw Doorluchtige Hoogheid by deezen te<br />
doen toekoomen. En gelyk ik niet twyfele,<br />
of Uw Hóógheid zal roet my inflemmen, denk<br />
dan, en denk met Vorflelyke grootmoedigheid,<br />
dat Burgers, (dat meer is) dat piefen, en (het<br />
geen allés zegt) dat Leeuwdardens Burgery, dat<br />
Uwe Vorflelyke Vaders Stadgénoöten, in.hunne<br />
oude Rechten verkort worden;, en om wiens<br />
wille ? Om uwent willé, Vorst! die<br />
loo dikwyls, en zoo plegtig, betuigd hebt,<br />
alles voor het behoud der Vryheid (die in eene<br />
volftandige bewaaring der Rechten en Voorrechten,<br />
en nergens anders in, befïaa't) voói<br />
dit Volk over te hebben. Laaten dan, ó Vorst<br />
thans uwe daadeu fpreekerj^ iaat gantsch Nt<br />
K dei ê<br />
1786.<br />
De Heer <br />
L VAN<br />
t l ï l l A<br />
fchrytt ctaac<br />
over tan<br />
den Prins<br />
Brfflsuitiöii»<br />
der.
Brcf des<br />
Prbiltn aan<br />
de Staaten.<br />
1,4,6 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
derland zien, dat ze met uwe woorden overeenkoomen;<br />
herftel den vryen Burger by zyne<br />
oude Rechten! de Staats - Refolutie van den<br />
31 Juny 1748. geeft aan Uwe Hoogheid genoegzaam<br />
Gezag, om de Regeering by haare<br />
Wettige Conftitutie te bewaaren , ingevolge<br />
het geene toen door Uwen Heer Vader is gereguleerd.<br />
Is nu aan Uwe Hoogheid dit Gezag<br />
verleend ? en Worden 'er in 't Ruk van Regeering<br />
nooit Rechten gefchoriken, of 'er worden<br />
wederkeerige pligten door opgelegd ; dan is<br />
het ook Uw Hoogheids pligt,dit Gezag ter zyner<br />
tyd te gebruiken.; • • voldoe dan Doorluchtige<br />
Vorst, aan deeze pligten, wat is<br />
grooter, wat is aangenaamer, dan zyn pügt te<br />
doen (*)?"<br />
De Prins Erffladhouder beantwoordde deezen<br />
Brief van den Heer BEYMA niet, maar<br />
zondt denzelven aan de Heeren Staaten van<br />
Vriesland, verzeld van den zynen van den 12<br />
February 1786. ; waar in Zyne Hoogheid re<br />
kennen gaf , dat de inhoud en de algemeenheid,<br />
die daar aan gegeeven was, door de<br />
plaatilng daar van in de Nieuwspapieren ,<br />
Hoogstdenzelven bewoogen hadden om denzelven<br />
aan Hun Edel Moogende te zenden ; te<br />
meer , uit aanmerking van den Staat der beraadflaaging,<br />
waarmede Hun Edel Moogende<br />
zi'ch, thans op den gewoonen Landdag bezig<br />
hiel-<br />
-(*) Nieuwe SeisrL jitarü. December 178S. bladz. 1732—174*..
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 147<br />
hielden, omtrent de Stedelyke Regeerings-<br />
Reglementen in 't algemeen, en dat van Leeuwarden<br />
in 't byzonder; en dat de inhoud des<br />
Briefs eene regtftreekfche betrekking op die<br />
beraadflaagingen hadt. Voords betuigde Zyne<br />
Hoogheid dat het altoos tot een zyner grootfte<br />
genoegens verftrekken zoude, met Hun Edel<br />
Moogende te kunnen iriedewerken, om 'sLands<br />
'Conftitutie ongekrenkt te helpen bewaaren; en<br />
om alle waare belangen der goede Ingezeete.<br />
nen, die hem zoo nauw ter harten gaan, overeenkomftig<br />
'sLands Wetten en Voorrechten,<br />
te handhaaven, en zoo veel doenlyk te- beverderen.<br />
De Staatert beantwoordden deezen Brief, met<br />
. kennisgeeving, dat zy den Brief van den Hr.<br />
c. L. VAN BEYMA, door Zyne Hoogheid hun<br />
toegezonden , wel ontvangen hadden , en Zyne<br />
Hoogheid onder het oog brachten , dat<br />
Hun Edel Moogende om die zelfde reden van<br />
de algemeenheid van dien Brief, geoordeeld<br />
hadden, dat dezelve, als Hun Edel Moogende<br />
allen bekend, niet eens op nieuws behoefde<br />
geleezen, veel minder, daar die aan Zyne<br />
Hoogheid gefchreèven was, tot een onderwerp<br />
van Hunne beraadflaagingen gelegd te worden.<br />
Hier om zonden Hun Edel Moogende dien<br />
Brief met de Bylagen aan Zyne Hoogheid terug,<br />
ten einde., aan Zyne Heogheid over te<br />
laaten, dien te beantwoorden, of anders daar<br />
mede te doen als vermeenen zoude te behoo-<br />
K 2 ren»<br />
1786.<br />
Antr/oorc?<br />
3 7 86.<br />
3*8 ÉEENÓPTE HISTORIÉ DE?<br />
ren. Doch wat den Brief van Zyne Hoogheid<br />
ten geleide van dat Ruk aan deStaaten getchreeven<br />
betrof; daaromtrent deelden zy Hunne gedachten<br />
aan Zyne Hoogheid mede, Uit den<br />
inhoud deszelven begreepen Hun Edel Moogende<br />
te moeten befluiten , of dat Zyne Hoogheid<br />
niet overtuigd icheen van het volkoomen<br />
Recht der Staaten van die Provintie, het vast-<br />
Rellen van Regeerings-Reglementen voor de<br />
betrekkelyke Steden; of dat Zyne Hoogheid<br />
fcheen te twyfelen aan 't Recht \an Verkiezing<br />
der Magiftraats-Perfoönén ih die Steden, door<br />
Hoogstdcnzelven tot heden geoefend. Daar<br />
dus Zyr.e Hoogheids manier van denken, over'<br />
deeze twee gewigtige ftoffen , .geheel niet duidclyk<br />
in deezen Brief bleek, en het Hun Edel<br />
Moogende niet onverfchillig was, omtrent dit<br />
alles in het onzekere te blyven; naardien het<br />
eerfte punt de Souvrainiteit des Lands legt-<br />
Rrecks ten onderwerp hadi, en het tweede<br />
punt (de twyfelende wyze van uitdrukken)<br />
zulk eenén invloed op Hunne beraadflaagingen<br />
zou kunnen hebben, da: Hunne onderhandelingen<br />
(omtrent het Ruk der Stedelyke Regiementen<br />
in 't gemeen, en dat van Leeuwarden<br />
in 't byzonder , ook met opzigt tot Zyne<br />
Hoogheid) natuur'yk eene aanmerkelyke verandering<br />
dienden te ondergaan , by Hunne<br />
eindelyke Befluiten op die geheele ftoffe; zoo<br />
hadden Zy goedgevonden , na rype overweeging,<br />
Zyne Hoogheid te verzoeken, om aan<br />
Hun.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 149<br />
•Hun Ede! Moogende binnen den tyd van 14 da<br />
gen , eerstkoowende , na ontvangst deezes , te<br />
willen do :n toekoomen de duidelyke. Verklaaring<br />
van Zyne Hoogheids gedachten omtrent vocrzeide<br />
twee Punten; en wel byzonderlyk omtrent het<br />
Recht van Verkiezing ; ten einde Hun Edel<br />
Moogende uit Zyne Hoogheids denkwyze met<br />
de Hunne vergeleeken, volgens het gewigt en<br />
den aart der zaake, daaromtrent dan zodanig<br />
zouden kunnen handelen en befluiten , als Zy<br />
ten algemeenen nutte dienftig zouden oor-<br />
deelen.<br />
De Heer VAN BEYMA fchreef.eenen twee<br />
den Brief aan den Heere Prinfe; waarin hy be<br />
tuigde, dat hy den Brief van Zyne Hoogheid<br />
als bevattelyk befchouwdc ; cn dat het hem<br />
aangenaam geweest was, dat Zyne Hoogheid<br />
acht op den zynen geflaagen hadr. Het gevoe<br />
len van /.yne Hoogheid dat de Brief van den<br />
Heer B E Y M A betrekking hadt, op de beraad<br />
flaagingen der Heeren Staaten (ten opzigtc der<br />
Stedelyke Regeerings-Reglementen in 't ge<br />
meen, en van dat van Leeuwarden in 'c byzon-<br />
der;) gevoegd by Zyne Hoogheids betuiging,»<br />
dat het tot een der grootfte genoegens van Zyne<br />
Hoogheid zou verjlrekken, alle waare belangen dér<br />
goede Ingezeetenen, overeenkomftig 's Lands Wet.<br />
ten te handhaaven, en zoo veel doenlyk te bevorde<br />
ren, deed hem gegronde hope hebben, da*:<br />
Zyne Hoogheid deeze betuiging, op het te-'<br />
genwoordig geya.1. toegepast, zou.weezendlyk.<br />
K 3 maa-<br />
17S6.<br />
Tweede<br />
Rrief van<br />
den Heer<br />
BEYMA ii<br />
deri Prins.
1785.<br />
Antwoord<br />
des Prinfen<br />
aan de<br />
Staaten.<br />
[50 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
maaken; en dat Hy Heer BEYMA zich zou<br />
kunnen ontdaan van het gebruik van al zulke<br />
middelen, overeenkomftig met de Conftitutie ,<br />
als hem nog overig waren, om, volgends zyn<br />
gevoelen , aan zynen Eed, om niet te gedoogen,<br />
dat aan de Conjlitmie en 's Volks Rechten te kon<br />
gedaan wierde, getrouw te blyven.<br />
Voords merkte hy aan, dat Zyne Hoogheid<br />
thans in die allergelukkigfte omftandigheid was,<br />
dat, naar zyn inzien, de betrachting van Hoogstdeszelven<br />
pligt, in dit zonderling geval, met<br />
deszelven waar genoegen en waar belang volkoomen<br />
overeenkwam; want dat niets meer<br />
genoegen aan Zyne Hoogheid geeven kon, en<br />
niets meer met Zyne Hoogheids belangen overeenkwam,<br />
dan daadelyk te toonen, dat de<br />
handhaaving der Voorrechten en Rechten des<br />
Volks Zyne Hoogheid ter harten gaat, en de<br />
achting des Volks verkrygt of verzekert.<br />
Op den voorgemelden Brief der Staaten antwoordde<br />
de Prins, dat in het toezenden van<br />
den Brief van den Heer BEYMA geen ander<br />
oogmerk hadde gehad, dan te toonen, dat niet<br />
fchroomde, dien Biief op eene wettige wyze<br />
ter kennisfe van Hun Edel Moogende te brengen,<br />
en deszelven inhoud aan Hoogstderzelver<br />
oordeel te onderwerpen; dat Zyne Hoogheid<br />
met leedweezen befpeurd hadt, dat de toezenhng<br />
des Briefs van den Heer BEYMA aan<br />
üun Edel Moogende onaangenaam geweest<br />
vas; en zich niet hadt kunnen vooriiellen<br />
dat
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 151<br />
dat de overzending van dien Brief gelegenheid<br />
zou gegeeven hebben, dat Hun Edel Moogende<br />
aan Zyne Hoogheid de twee vraagen, in<br />
Hoogstderzelver Brief vervat, zouden gedaan<br />
hebben , noch dat dezelven aan Zyne Hoogheid<br />
op zoo eene dringende wyze, en met vastftelling<br />
van zoo een korten tyd om te beantwoorden,<br />
zouden gefchreven hebben. •— Doch om<br />
aan de begeerte van Hun Edel Moogende te<br />
voldoen antwoordde Zyne Hoogheid, omtrent<br />
het Recht der Verkiezinge van Magiftraats-Perfoonen<br />
in de Steden, rondborftig, te vertrouwen,<br />
en zich ten volle verzekerd te houden ,<br />
1780.<br />
dat het Recht der Magijlraatsbeflellingen in de<br />
elf Steden van Vriesland, aan Zyne Hoogheid toebehoort<br />
, en dus ook te Leeuwarden, zoo ;als<br />
Hoogstdezelve met de daad getoond hadt, 'van<br />
dat begrip te zyn door het doen der Verkiezingen,<br />
in de betrckkelyke Steden uit de Nominatiën<br />
, aan Zyne Hoogheid toegezonden;<br />
zoo als nog jaatftelyk in de voorlcedene maand<br />
December gefchied was. En wat aanging het<br />
Recht van Hun Edel Moogende tot het vastzeilen<br />
van Reglementen op de Regeeringen in<br />
de betrekkelyke Steden in 't algemeen; zoo<br />
vond Zyne Hoogheid zich bezwaard om daarop,<br />
en byzonder in zoo een korten tyd, zyn<br />
gevoelen , bepaaldelyk te uitten; doch maakte<br />
geen zwaarigheid om, met betrekking tot de<br />
Stad Leeuwarden, ftellig voor zyn gevoelen te<br />
uitten, dat Hun Edel Moogende gerechtigd zyn,<br />
K 4 m
1786".<br />
Pe Bnrjseis<br />
van L?pu~<br />
yard n<br />
ic ry ven<br />
aan den<br />
I'iius.<br />
Sisan den<br />
weg van<br />
Rechten in.<br />
Jvi B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
epi aan die Stad thans eene nieuw Regeerings- Re<br />
glement te geeven.<br />
De Burgers van Leeuwarden vernoemen heb<br />
bende , op wat wyze de Prins zich, in zyn<br />
Antwoord, aan.de Staaten, nopens het Recht<br />
der Verkiezing van Magiftraats-Perfoonen in<br />
de Steden, en dus in Leeuwarden, verklaard<br />
hadt, in zyneri Brief, den 7 Maart op het:<br />
Loo gefchreeven, Vcrgaaderden by Espels, of<br />
Wyken, en gaven aan hunne Gecornmitteer.<br />
den last, om in hunnen naam zei ven ook ee<br />
nen Brief aan den Prins Stadhouder te fchiy-<br />
ven , en daar in te ef sletten , dat Zyné Hoog<br />
heid volgends het Recht, hun toebehoorende,<br />
rgn de gemelde Verkiezing zoude afzien , de<br />
zelve aan de Burgery te rug geeven, en haar<br />
by dat Recht bewaaren en handhaaven zoude.<br />
Of hier op een weigerend Antwoord, dan of<br />
'er geen Antwoord op gevolgd zy, is my niet<br />
gebleeken; hoe dit ook zy, do Burgers begree-<br />
pen genoeg uit het Antwoord van den Heer<br />
Stadhouder aan de Staaten, dat Zyne Hoog<br />
heid niet gezind was van de Verkiezingen af<br />
te zien; en zochten daarom door den weg van<br />
rechten te verkrygen , het geen zy te ver<br />
geefsch op andere wyzen beproefd hadden:<br />
Twee Gecommitteerden der Burgery, leever<br />
den , zoo voor zich zeiven als voor hunne<br />
Medeburgers, een Verzoekfchrift in by het<br />
Hof van Vriesland, waar in zy te kennen gaa".<br />
ïre.Dj dat, dewyl de Prins Stadhouder', roet
ONLUSTEN-IN HET VADERLAND. 153<br />
eenen Brief aan de Staaten der Provintie ver<br />
klaard hadt, te vertrouwen en zich verzekerd<br />
te houden, dat het Recht der Magiflraatsbe-<br />
ftelling , byzonder ook ré Leeuwarden, Hem<br />
wettig toekomt, en daar uit bleek, dat hy<br />
Prins Stadhouder geen?ins geneegen was het<br />
Recht, in verfchil, yrywillig te verlaaten ; zy<br />
Verzoekers derhalven zich genoodzaakt von<br />
den , zich tot Hun Edei Moogende te wen<br />
den, met eerbiedig verzoek: Dat Hun Edel<br />
j., Moogende provifie van citatie tegen welge-<br />
ji melden, Prins Stadhouder, W I L L E M O E N<br />
,, V Y F D E N , wilden verleenen, tot loslaating<br />
van het Recht der Verkiezing van Magi-<br />
ftraats - Perfoonen voor de Stad Leeuwarden,<br />
en voorts om aan te hooren zodanigen Eisch<br />
en Befluit als de Verzoekers zouden doen,<br />
neemen, en gebruiken "<br />
Dit Verzoekfchrift vondt geen. ingang by dat<br />
hooge Provintiaale Gerechtshof; maar 't werd<br />
pp den 15 Maart terug gegeeven met deeze<br />
Byftelling: Het Hof verklaart de zaak, ter Re.<br />
queste gemeld, .geen Voorwierp te zyn van de Or-<br />
ninaris Juftitie.<br />
De Staaten , ondertusfehen , hadden een<br />
nieuw Reglement van Regeering voor de Stad<br />
Leeuwarden beraamd, en namen op den 19<br />
Maart een Befluit om hetzelve vast te Rellen<br />
en in te voeren. Dit Befluit werd by meer<br />
de, heid van Remmen van drie Kwartieren,<br />
Wenergo, de Zevenwouden, en de Steden ge-.<br />
K 5 noo-<br />
1786.<br />
Worden hy<br />
*t Hof afgeweezen.<br />
F. en nieuw<br />
Regeerings<br />
Reglement<br />
door de<br />
Stnaien beraamd-
Ï736.<br />
154 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
noomen ; terwyl Oostergo van een ander Advies<br />
was. By dit Befluit werd goedgevonden en<br />
verftaan, dat in dit nieuwe Reglement voor de<br />
Regeering der Stad Leeuwarden zouden ingevoegd<br />
worden deeze woorden: Mitsgaders het<br />
Reglement Reformatoir van wylen Zyne Doorluch.<br />
tige Hoogheid (G. G.) van den 21 December<br />
1748., in de Formulieren van den Eed voor<br />
de Magiftraats-Perfoonen, en voor de Vroedfchap:<br />
Voords vastgefteld, dat het zelve toekomftig<br />
zoude zyn het Regeerings-Reglement<br />
van gemelde Stad; en werden de Heeren Hun<br />
Edel Moogende Gedeputeerden gelast en gemagtigd<br />
om, aan de Magiftraat en Vroedfchap<br />
aldaar, hetzelve Copielyk te laaten toekoomen,<br />
en dezelve voords op 't Collegie te ontbieden,<br />
en hen, aldaar verfcheenen , uitnaam<br />
van Hun Edel Moogende de Heeren Staaten,<br />
van den Eed op het Reglement, den 9 December<br />
1766. gedaan, te ontflaan; en voords van hun<br />
den Eed op het voorfz. Reglement, nu gearrefieerd,<br />
af te neemen: Vervolgends hetzelve aan<br />
den Magiftraat dier Stad te overhandigen, ten<br />
einde afgekondigd en aangeplakt te worden, en<br />
om de Officieren , ingevolge het Formulier<br />
daar agter ftaande, mede te beëedigen; met<br />
verdere Magtiging, om , indien een of meer Leden<br />
van gemelde Magiftraat cf Vroedfchap, onverhoopt,<br />
weigeragtig mogten zyn , om den Eed<br />
op dit Regeerings-Reglement af te leggen, den<br />
zulken te verklaaren ipfo fach vervallen te zyn,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 155<br />
van zyne, of hunne Magiflraats of Vroedfchapsplaatfen,<br />
welke aanftonds verkrygbaar zouden<br />
zyn en begeeven worden voor diegeenen,welken<br />
zulks toekomt, ingevolge dit Regeerings-<br />
Reglement.<br />
Het Kwartier van Oostergo was van oordeel, liet Kwartier<br />
van<br />
behalven om andere redenen, in het Advies Oostergo<br />
is van een<br />
gemeld, ook orn dat Zyne Hoogheid by zyn verfcMllentt<br />
Advies.<br />
Antwoord van den 7 Maart , geene andere<br />
gronden van zyn Recht van Verkiezing bybragt,<br />
dan dat hy hetzelve geoefend hadt, dat, voor<br />
en al eer deeze gewigtige zaak geheel af te<br />
doen, de Commisfie behoorde verzocht te<br />
worden en gemagtigd, om de Staaten nader te<br />
dienen van derzelver aanmerkingen en raad omtrent<br />
het Recht van den Stadhouder in deezen;<br />
als mede, om Hun Edel Moogende ingevolge<br />
hier van te berichten, of Zy, in acht neemen*<br />
de voorfz. Verklaaring, van meening zouden<br />
zyn , dat het voorgebragte Concept - Reglement<br />
eenige verandering, dien aangaande,<br />
zoude behcoren te ondergaan. En ftond het<br />
Kwartier daarop, dat het Rapport der Commisfie<br />
nog ftaande deezen Landsdag zoude inkooinen.<br />
Doch dit Advies hadt geen ingang, de<br />
Meerderheid volhardde by de Befluiten van<br />
den 20 Oclober en 8 December des voorleden<br />
Jaars, en by dat van den 19 Maart- deezes<br />
Jaars; en dus bleef de Prins Stadhouder in 't<br />
bezit der Verkiezing van de Magiftraats-Per-<br />
foo-<br />
1126.
Hef nieuwe<br />
V < ali ment<br />
daadelyl;<br />
^uguvueid.<br />
156 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
foonen der Stad Leeuwardtn., on;a gezien alle<br />
aangewende poogingen der Burgery.<br />
De vjag tot de daadelyke invoering van het<br />
nieuwe Reglement was bepaald op den iü, Vt<br />
*-"<br />
Maart: Tot dat einde vergaaderden de Magiftraat<br />
en de Vroedfchap, des namidda'gs ten 3<br />
uuren, op het Stadhuis, en gingen vervolgends<br />
van daar, van vier Staaten - Boden voorgegaan,<br />
naa het Staaten •- Collegie , waar de Heeren<br />
Gedeputeerde Staaten vergaaderd waren, en<br />
werden daar zeer ftaatig ontvangen door den<br />
Heer Prefident Jkr. E. S. G. J. V. E. REN-<br />
GERS, van den ouden Eed ontflaagen, en op<br />
het nieuwe Reglement in den Eed genoomen-<br />
Drie Leden van de Vroedfchap, de Heeren<br />
Mr. R. H. VAN A LTE N A, H. E A L K , en Mj.<br />
c w. COULON weigerden den Eed te doen ,<br />
én waren dus van hunne Posten vervallen verklaard.<br />
De Leden van de Magiftraat cn Vroedfchap,<br />
dus bécedigd zynde , keerden in dezelfde<br />
ftaatie weder naa het Stadhuis,en werden dooide<br />
Krygslicden op de Hoofdwacht, tot dat<br />
éïnde onder de Wapenen ftaande, met gewoone<br />
Krygs eere-bewyzingen, begroet; gelyk by<br />
het heen gaan ook gefchied was. Ondertusfchen<br />
waren de Officieren der Burgery mede<br />
op het Stadhuis ontbooden , en werden door<br />
den Magiftiaat, uit naam der Heeren Staaten ,<br />
insgelyks van den ouden Eed ontflaagen, en<br />
na voorleezing van het nieuwe Formulier door<br />
den Hetr w. DO MINI c u's, in den nieuwen<br />
Eed
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 157<br />
Eed genoomen. Zes Vaandrigs, met naamen,<br />
de Heeren TE BOCK EL, LEIEER, OLINK,<br />
CUPERTJS, O E I N E M A en PLANT ING, wei<br />
gerden dien Eed te doen, en werden dus van<br />
hunne Rosten ontflaagen. Voords Werd het<br />
nieuwe Reglement van de Puije van het Stad<br />
huis afgekondigd, en overal aangeplakt. De<br />
drie Vroedfchapsplaatfen, door het weigeren<br />
der bovengemelde Heeren opengevallen, wer<br />
den door den Magiftraat en Vroedfchap vol<br />
gends het nieuwe Reglement vervuld, en tot<br />
Mede-Raaden verkooren de Heeren w. SEM_<br />
EEK, de Oud-Vaandrig p. W E T T R A , en de<br />
Kapitein FK. BAVIUS, welke den Eed in han<br />
den van den Prefident Burgemeester aflei<br />
den (*).<br />
In de Provintib van Groningen, deeden de<br />
Burgers der Hoofdftad, in een geval van dien<br />
zelfden aart en omtrent den Zelfden tyd, met<br />
beteren uftflag eên verzoek aan den breedea<br />
Raad, tot handhaaving der gedaane keuze van<br />
nieuwe Raadéfieeren: Den 8 January waren ,<br />
volgends gebruik agt nieuwe Raadsheeren ge-<br />
koozen , die met de agt oude den Raad voor<br />
dat Jaar moesten uitmaaken; de naamen deezer<br />
Heeren waren aan Zy^ne Doorluchtige Hoog<br />
heid ter goedkeuring toegezonden ; en op den<br />
7 February ontving men eenen Brief van den<br />
Pr'infe<br />
t*) KÏtu.v: Kede.1. Jaait. Slaan 1785. bladz. t6$— 28j.<br />
I78f/.<br />
Een geval<br />
var gelyl.fc'k<br />
aart te.<br />
Gruii'.u^sn.
Adres def<br />
lïurgers aan<br />
de Gezwoorene<br />
Ge.<br />
meente.<br />
158 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Prinfe Erfftadhouder met de Lysten van den<br />
aangaanden Rang des Raads, door Zyne Hoog.<br />
hcid goedgekeurd voor 't Jaar 1786., waarop<br />
Burgemeesteren en Raad des avonds ten 7 uuren<br />
vcrgaaderden, en de gemelde Brief aan de<br />
vyf Keurheeren voorgeJeezcn werd; na deeze<br />
leezing bedankte de oudfte der Keurheeren<br />
voor de mededeeling; doch verklaarde te gelyk,<br />
dewyl Zyne Hoogheid verandering in de<br />
gedaare keuze gemaakt, en twee andere Heeren<br />
in de plaats van de gekoozene gefield hadt,<br />
dat men het Collegie van Taalmannen en Gezwoorene<br />
Gemeente hier van moest kennis<br />
geeven; en verzócht, om misflagen voor te<br />
koomen, dat het gemelde Collegie mogte vergaaderd<br />
en Copie des Briefs van Zyne Hoogheid<br />
aan 't zélve vertoond werden. Dit verzoek<br />
werd toegeftaan cn het Collegie nog dien<br />
avond ten 9 uuren faamengeroepen. Veelen<br />
uit de Burgery van het een en ander kennis bekcomen<br />
hebbende, waren caar over zeer aangedaan,<br />
en committeerden aanftonds eenige<br />
Heeren om een Verzoekfchrift op te ftellen en<br />
aan den Heer Taalman ter hand te ftellen, ten<br />
einde hetzelve by het Achtbaare Collegie van<br />
Taalmannen en Gczwoorne Gemeente in te<br />
leveren, Dit Verzoekfchrift was door eenige<br />
honderden Burgers onderteekend, en in hetzelve<br />
te kennen gegeeven, dat zy met aandoening<br />
en leedweezen hadden vernoomen , dat<br />
Zyne Doorl. Hoogheid hadt goedgevonden,<br />
de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 159<br />
de keuze van agt nieuwe Raadsheeren voor een<br />
gedeelte af te keuren, en andere Perfoonen in<br />
de plaats te ftellen. Eene keuze, zeiden zy,<br />
door vyf uwer, op de godsdienftigfte en plegtigfte<br />
wyze door het Lot beftemd, gedaan;<br />
eene keuze, gedaan overeenkomftig de Wetten<br />
en Ordonnantiën, zonder voorinneemende<br />
Recommandatiën, Ligucs, of Cabalen; derhalven<br />
zoo zuiver en onbevlekt gedaan, als<br />
naar den grond en geest van onze Conftitutie<br />
kan en moet gefchieden; eene keuze derhalven,<br />
die zy betuigden ten volle goed te keuren<br />
, en daarom ook geenzins ftilzwygende<br />
konden aanzien, dat daar in door Zyne Hoogheid<br />
verandering was gemaakt.<br />
Zy erkenden wel dat in 't 5^ Articel Reformatoir<br />
aan Zyne Hoogheid een recht van afkeuring<br />
was opgedraagen ; doch konden met<br />
geen gezond verftand overeen brengen, dat<br />
zulks door Zyne Hoogheid naar willekeur en<br />
zonder reden te geeven kon of mogt gefchieden;<br />
immers Edele Achtbaare Heeren (dus<br />
kragtig drukten zy zich uit) wat is dan onze<br />
Burgerlyke of Staats-Vryheid anders, dan eene<br />
fchaduw? Wat zyn alle die, aan het Opperweezen,<br />
met alle Godsdienftigc eerbied opgedrnagene,<br />
plegtigheden, welke uwe verrichtingen<br />
indeezen voorgaan en verzeilen? Wy<br />
Adderen in het uitbreiden deezer denkbeelden:<br />
Is niet om den rand van den Keurhoed, uit<br />
'weiken vyf uwer de zwarte Keurboonen getrok-<br />
1780".
«786,<br />
Uitwerking<br />
van hetzelve.<br />
Zes gekoozene<br />
Heeren<br />
werden beeedigd.<br />
ï6o BEKNOPTE HISTORIE bÈi<br />
trokken hebben, gefchreeven : Dat het groot ft f<br />
bewys der Vryheid,is, naar eigen Wetten te heven?<br />
Is het niet uit hoofde van die eigene<br />
Wetten, dat uwe vrye keuze, van de vroegfté<br />
tyden af, gerekend is, een der bette Plegt-an»<br />
kers en Waarborgen onzer Vryheid?, en zul :<br />
Jen wy daar aan zien tornen en Rille zyn ?<br />
Neen, Edele Achtbaare Heeren, een regt geaart<br />
Burger deezer vrye Stad kan en mag niet<br />
onverfchillig zyn omtrent zyne geheiligde,zoo<br />
duur verkreegene en onvervreemdbaare Voorrechten.<br />
— En daarom beflooten zy dit Adre<br />
met dit ernRig verzoek, dat Hun Edel Achtbaare<br />
deeze hunne RemonRrantie met'derzelver<br />
gronden overwecgen en dusdanige maatregelen<br />
neemen wilden, dat de vryheid der keuze<br />
nimmer zonder reden te geeven veranderd wierde,<br />
'en in dit tegenwoordig geval de belediging der in<br />
plaats gefielde Raadsheeren by provifie opgefchori<br />
wierde.<br />
Dit Adres hadt zyne gewenschte uitwerking:<br />
den volgenden rrnrgen werd in den breeden<br />
Raad beflooten, dat de beëediging der twee<br />
Raadsheeren, die in de plaats der gekoo/.ens<br />
geReld waren, by provifie zou opgefchort worden.<br />
Ondertusfchcn werden de zes andere gekoozene<br />
en goedgekeurde Heeren, op dien zelfden<br />
dag des namiddags voor het oude Rechthuis<br />
in den Eed genoomen , onder het fpeelen<br />
en
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i6t<br />
en luiden der klokken, het doen van falvo's 1786.<br />
door de Burger- en Krygs-Wachten, het uit»<br />
Reeken der Vaandels van den grooten Toorn,<br />
het gefchal der Stads Muziek, enz.<br />
Hier by lieten de Burgers het niet berusten; Adres van<br />
8no Burgers<br />
maar op den 13 Maart leeverden omtrent 800 aan den<br />
breeden<br />
Burgers en Ingezeetenen der Stad Groningenby Raad.<br />
den breeden Raad een Addres in, met de Bylagen,<br />
daar toe betrekkelyk; waarin zy de gronden<br />
voorRelden, op welken zy de gedaane<br />
keuze voor wettig , en de afkeuring van den<br />
Heere Prinfe Erfftadhouder voor wederrechtelyk<br />
hielden. In het flot van het Addres betuigden<br />
zy, dat 'er nooit eene keuze gedaan was,<br />
welke meer vry was van alle kuipery, Ligucs<br />
en Cabaalen, of wat men ook invloed van eene<br />
verdervende hand kan noemen; en verzochten<br />
daarom, dat Hun Edel Moogende, zonderde in<br />
plaats gejlelde Perfoonen in aanmerking te neemen,<br />
de wettig verkoorene Heeren H. W. HOVING en<br />
L. LOHMAN, als Raadsheeren, en w. H. HO<br />
VING, als Gezwoorene, den Eed wilden doen af -<br />
neemen, met volharding by het Befluit in hunne<br />
beide Addresfen , waarop de provifie by opfchorting<br />
verleend was. —• Het Befluit, hier op gevallen<br />
was, den breeden Raad tegen den aanftaanden<br />
Vrydag te beleggen, én dan nader daar over<br />
te beraadflaagen. Eu na die beraadflaagingen<br />
werd op gemelden dag den 17 Maart, een<br />
gunftig Befluit genoomen en aan de begeerte<br />
L der<br />
Uiiflfl?<br />
daarvan.
ij 26.<br />
Nadere<br />
Eiief vr.n<br />
den Prins<br />
to: betoog<br />
van zyn<br />
Recht.<br />
De breeds<br />
Raad volhardt<br />
by<br />
zyn Beliuit.<br />
162 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
der Burgers voldaan (*).. Want op den 27<br />
May was de breede Raad weder vergaaderd;<br />
in welke Vergaadering een Brief van den Prins<br />
Stadhouder geleezen werd, welke diende tot<br />
Antwoord op twee Brieven, door den breeden<br />
Raad, over deeze zaak, aan Zyne Hoogheid<br />
gefchreeven; waar na beflooten werd, ,, Dati<br />
aangezien by voorfz. Brief door Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid geene redenèn van bezwaar omtrent de<br />
Wettigheid der gedaafie keuze, ofte de hoedanigheid<br />
der gekoozene twee Raadsheeren en Gezwooren<br />
voortgebragt zyn, de zittende Raad zou verzocht<br />
worden, gelyk by deezen gefchiedde, om, overeenkomftig<br />
het Befluit des breeden Raads van den 17<br />
Maart l. I. de Heeren H. W. HOVING, en x. a<br />
E. LOHMAN, als Raadsheeren, enden Heer w.<br />
H. HOVING, als Gezwooren, de Eeden, daartoe<br />
ftaande, te flaaven ; houdende alzoo de zaak, overeenkomflig<br />
gèmelde Befluit, voor afgedaan (f)'\<br />
Kort daarna, op den 2 Juny ontving, de<br />
breede Raad nög wel een nadere Brief van<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid ten betcoge van<br />
zyn recht tot afkeuring, tegen het Befluit de3<br />
Raads van den 17 Maart; doch de breede Raad<br />
volhardde by zyn voorig Befluit, en deed aan<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid in beleefde en<br />
betaamelyke bewoordingen , by wederfchryven,<br />
verklaaren: ,, Dat Burgemeesteren en<br />
(*) Nieuws Nedsrl. Jaarb. April 178Ö. bladz, 405 . 40$.<br />
5tfJ.<br />
Raad
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, iój<br />
Raad, Oud en Nieuw gefaamentlyk met Taal<br />
mannen en Gezwoorene Gem'é'ente, als verte<br />
genwoordigende de van ouds erkende, en nim<br />
mer, ook niet by de Verééniging met de Om.<br />
melahd'en tot èène Provintie^ afgeftaane Sou-<br />
verainiteit der Stad en Burgery, op herhaalde<br />
en infhntelyke begeerte, en Herken aandrang<br />
van verre het grootfte en notabelfte gedeelte<br />
hunner Medeburgers, het voornoemde Befluit,<br />
ha ryp overleg, hadden genoomen, vastge*<br />
field, en daar van aan de Burgery kennis ge<br />
geeven; derhalven daar in nu geene verander<br />
ring konden maaken, noch gedoogen (*).<br />
Onder de menigvuldige poogingen door vee<br />
le Burgers van allerlei rang , in de meeste<br />
Steden van verfcheidene Provintié'n deezer<br />
Republiek aangewend, tot weering en verbe<br />
tering van ingefloopene misbruiken, tot her-<br />
ftel van oude Rechten en Voorrechten, en<br />
tor verzekering der Burgerlyke Vryheid, zoo<br />
als zy het begreepen, en zoo als het geraee-<br />
nelyk met één woord genoemd werd, tot eene<br />
Grondwettige Herflelling ; waren die geene<br />
van de minften, welken de Burgers der mees<br />
te Steden van Gelderland hebben aangewendi<br />
én het fcheen, dat hunne yver aangroeide s<br />
naar maate zy daar in meer tegenfiand dan in<br />
Sndere Provintiën vonden; waar uit dan ook<br />
(?) Nieuwe Neder!. Jaarb. July 1786. bladz. 745,<br />
L s<br />
ca-<br />
1785.
1786-<br />
Adviei van<br />
•t Hór op<br />
veii'cheideneRi;questen.<br />
164 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
natuurlyk volgde, dat de Onlusten, daar uit<br />
ontftaan, veel hooger geloopen zyn, en Ge-<br />
beurtenisfen hebben voortgebragt , die een'<br />
groot gerucht en beroering in alle de andere<br />
Provintiën gemaakt hebben, en de Nakoome-<br />
lingfchap nauwelyks zal kunnen gelooven; tot<br />
derzelver onderrichting zal het derhalven zeer<br />
nuttig en noodig zyn , een kort en nauwkeu<br />
rig verhaal daar van te boek te Rellen, waar<br />
uit de Nazaat de verfchillende denkwyze, in<br />
deezen tyd , zoo van Burgers als Regenten,<br />
zal kunnen opmaaken.<br />
In het voorige Jaar 1785., waren reeds ver-<br />
fcheidene Verzoekfchriften door veele Burgers<br />
van verfcheidcne Steden en Plaatfen der Pro.<br />
vintie Gelderland, tot bovengemelde einden,<br />
aan de Staaten derzelve ingeleverd; de Staaten<br />
Relden die in handen van 't Hof, om naa de<br />
wyze der Teekening, en de hoedanigheid der<br />
Tekenaars onderzoek te doen; en naa ingekoo-<br />
mene Rapporten en berichten van de Schouten<br />
en MagiRraaten, den Heeren Staaten van Ad<br />
vies te dienen. Onder alle die Verzoekfchrif<br />
ten waren 'er twee, die den Staaten inzender<br />
heid mishaagden, en waar tegen zy oordeel<br />
den zich met kragt te moeten verzetten; te<br />
weeten j een algemeen en Nationaal Request,<br />
door veele Burgers der drie Kwartieren , van<br />
Zutphen, Over- en Neder-Veluwe, ondertee-<br />
kend; en een Nationeel Request met eenige<br />
verandering , door Burgers en Ingezeetenen<br />
van
.ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 165<br />
van Harderwyk ondertekend en ingeleverd. By 1785.<br />
deeze Requesten werd onder anderen, om bygebragte<br />
redenen verzocht, dat het Regeerings.<br />
Reglement, het welk zy befchouwden, als zoo geweldig<br />
tegen de oorfprongelyke Conftitutie aandruis,<br />
fende, dat het op den duur niet zou kunnen befiaan<br />
, mogte herzien en verbeterd worden. Het<br />
Hof advifeerde hierop, dat de Heeren Staaten<br />
hun ernfiig voorneemen omtrent de nauwkeurige en<br />
volkoomene waarneeming van 't Reglement van<br />
Regeering van 't Jaar 175c. by eene nadrukkelyke<br />
Publicatie openlyk nader zouden optnbaaren en<br />
bekend maaken (*).<br />
Dit Advies van het Hof werd op den 28<br />
April aan de Staaten gezonden, en overeenkomftig<br />
met hetzelve, door de Staaten, op<br />
den Landdag, die toen gehouden werd, eene<br />
Publicatie beraami en vastgefteld, vervolgends<br />
alomme in het Vorflendom Gelder en 't Graaffchap<br />
Zutphen, zoo in de Steden, als ten platten<br />
Lande, afgekondigd, en aangeplakt. In<br />
deeze Publicatie deeden Hun Edel Moogende<br />
te weeten: — Dat in 't voorige Jaar eene<br />
menigte Requesten in hunne Vergaadering waren<br />
ifigediend, op den naam van verfcheidene<br />
Perfoonen uit de Kwartieren van Zutphen en<br />
Veluwe, alle zich noemende Burgers en Ingezeetenen<br />
deezer Provintie; doch van welken,<br />
by onderzoek gebleeken was , dat die Verzoekers<br />
(*) Nieuwe Neder!, Jaarb. 1786. bladz. 310 en May bl. 420,<br />
L3<br />
Publicati<br />
tegen Re<br />
questen.
166 BEKNOPTE HISTüRIE BÏR<br />
* ..* « * ' '•• • t ' i O . ' '<br />
J?S6.<br />
)<br />
i<br />
j<br />
;<br />
kers veel al beftonden uit kinderen, minderjaarigen<br />
Handwerks - Gezellen , fchamele en<br />
bedeelde Perfoonen, en eene menigte van dë<br />
minstkundige der Ingezeetenen ; terwyl de<br />
zaaken, die het voorwerp der gedaanè verzoeken<br />
waren, in de Verzoekers eenen merkelyken<br />
trap van kunde in de'Regeeringsgefteldheid<br />
van die en andere Provintiën , en in 't<br />
algeméén beftuur van J<br />
t Bondgenootfchap,<br />
moeten voorcnderftellen, om welke te bekoomen<br />
de gemelde Verzoekers nooit tyd nog gelegenheid<br />
konden gehad hebben. Derhalven<br />
zouden Hun Edel Moogende, lettende op de<br />
ornftandigheden, die noodwendig tot verachting<br />
van hunne Hooge Overigheid iii deezen<br />
hebben moeten plaats grypep, indien zy alleen<br />
aan hunne rechtvaerdigheid hadden willen gehoor<br />
geeven, zich verpügt geoordeeld hebben,<br />
om aan alle deeze Verzoekers de kragt<br />
Van hunne wettige verontwaardiging te moeten<br />
doen gevoelen, en den weg van rechten tot<br />
wraak van hunne Hoogheid moeten open laaten.<br />
— Doch, zonder toe te laaten, dat in %<br />
Reglement van 1750. eenige verandering gemaakt<br />
wierde, zoo wilden Hun Edel Moogen-<br />
Ie als nu wel gebruik maaken van hunne Lands-<br />
/aderlyke bezorgdheid, om al het geen tot<br />
lier toe, ten aanzien der Teekening dier Regesten<br />
is gepleegd , te vergeeven , gelyk<br />
y hetzelve vergaaven uit kragt deezer Publica-<br />
f' ti
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 167<br />
catie. . Maar wat het vervolg betrof;<br />
zoo werd verklaard : Dat van nu voortaan geene<br />
Requesten of Verzoekfchriften zouden aangenoomen<br />
worden, wanneer die door meer dan zes<br />
Perfoonen, niet van een geflagt wezende , en<br />
derzelver onderlinge belangen niet betreffende,<br />
aan Hun Edel Moogende ingediend werden,<br />
ten ware zodanige Requesten behoorlyk pro<br />
Jlylo waren geteekend door een Practizyn, aan<br />
wien binnen die Provintie de Praclyk was toegelaaten,<br />
en die binnen dezelve woonagtig<br />
was; met verdere verklaaringe, dat, gelyk zodanige<br />
Verzoekers voor den inhoud hunner<br />
Requesten verantwoordelyk bleeven , Hun Edel<br />
Moogende zodanige Pra&izyns voor den inhoud<br />
van de Verzoekfchriften, aldus door hun<br />
geteekend, mede in de eerfte plaats verantwoordelyk<br />
hielden.<br />
Het was 'er ondertusfchen ver van daan, dat<br />
deeze Publicatie met eenpaarige Hemmen zou*<br />
de genoomen, of algemeen goedgekeurd,zyn:<br />
Verfcheidene Staats - Leden, in alle de Kwartieren<br />
, keurden dezelve niet alleen af, maar<br />
verzetteden zich ook fterk daar tegen: Uit het<br />
Kwartier van Nymegen de Ridders M. VAN<br />
BRONKHORST, E. J. VAN NYVENHEIM,<br />
tot Wiel; n. VAN NYVENHEIM, tot Dorth;<br />
j». VAN LYNDEN tot Qldenaller , Junior: uit<br />
het Kwartier van Zutphen, de Ridders R. j<br />
VAN DE CAPELLEN tot den, Marsch, F. B,<br />
L 4 VAS<br />
1786.<br />
Vcrfcheidene<br />
Ridders<br />
protelteeiert<br />
tegen de.<br />
Publicatie»
1786.<br />
Drie Steden<br />
verzetten<br />
fich daar<br />
legen.<br />
1Ö8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
VAN DE CAPELLEN tot Rysfelt, Burgemeester<br />
te Zutphen, welker Protest en {tellingen<br />
het Kwartier van Zutphen voor rekening en verantwoording<br />
van gemelde Ridders overliet,<br />
zich nadere Aantekening en middelen voorbehoudende,<br />
zoo als het Kwartier zou meencn<br />
te behooren: Ook deeden de Burgemeesteren<br />
R. j V E R S T E G E , W. A DE ROODE en VAN<br />
H E E C K E R E N , Aanteekeningen tegen de gemelde<br />
Publicatie in dat zelfde Kwartier in de<br />
Notulen infehryven. Eindelyk, uit het Kwartier<br />
van Feluwe, verzetteden zich daar tegen<br />
de Ridders w. H. J. VAN LYNDEN van 01-<br />
denallirt; j. H. VAN ZUILEN van Nyeveldi;<br />
c. w. VAN ZUILEN van Nyeveldt, j. c. VAN<br />
E C K , J . H. P. E VAN RENES VAN WILP,<br />
tot Camperbroek (*).<br />
Drie der Veluwfche Steden verzetteden zich<br />
allerfterkst tegen de meergemelde Publica<br />
tie, Harderwyk, Haitem en Elburg; de twee<br />
laatften zyn 'er de flachtoffers van geworden,<br />
en derzelver Burgers hebben 'er de bitterfte<br />
rampen van belegering , plundering en<br />
ballingfchap om bezuurd. Te harderwyk werdt<br />
op den 14 July in de Vergaadering der Gezwoorene<br />
Gemeente een voorftel gedaan, om<br />
uit naam van dat tweede Lid der Regeering dier<br />
Stad, de Publicatie, op den laatften Landdag<br />
uit»<br />
(*; Nieuwe Nttterl. 'jaari May I78Ö. bladz. 427—433-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 169<br />
uitgebragt (die in dat voorftel eene Monfireufe<br />
Publicatie genoemd, en met de Bloed-Placaaten<br />
van PHILIPS gelyk gefield werd) voor<br />
onwettig te houden en te doen intrekken; doch<br />
dat voorftel werd toen in Advies gehouden (*).<br />
Maar op den 27 Augustus, wanneer de volle<br />
Raad befchreevèn . en de Gemeente op verzoek<br />
der Burgers ook Vergaaderd was, deed de<br />
Burgery door Gecommitteerden Vertoogen en<br />
klagten, by de Gemeente, als tweede Lid van<br />
Regeering, tegen het gedrag der Gecommitteerden<br />
dier Stad op den voorigen Landdag gehouden,<br />
als hebbende mede tot de bewuste Publicatie<br />
tegen de Requesten geflemd, van welke Gecommitteerden<br />
zy verzochten, dat verantwoording<br />
zou geëischt worden: Ook werd aangedrongen,<br />
dat de bezwaaren der Burgery zouden<br />
weg genoomen, en de betwiste Publicatie ingetrokken<br />
en buiten werking gefield worden.<br />
Deeze voorftellen verzochten zy dat de Gezwoorene<br />
Gemeente by den Raad zoude aandringen,<br />
en te gelyk, uit naam der Burgery<br />
aanhouden, dat 'er geene Militie naa die, o£<br />
andere Steden in die , of andere Provintiëa<br />
zouden trekken, om de Burgers in hunne poogingen<br />
te belemmeren. Behalven de gevraagde<br />
verantwoording der Gecommitteerden,wer«<br />
den deeze verzoeken toegeftaan , en dus de<br />
(*) Nieuwe Nidetl. Jaarb. July 1786". bladz. 589-<br />
L 5<br />
be-<br />
1786.
XJ86".<br />
Voornaamlyk<br />
Hattem<br />
en Elburg.<br />
Begin der<br />
Troebelen<br />
Tan Haltent.<br />
IJO BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
bewuste Publicatie ingetrokken en buiten werking<br />
gefteld (*).<br />
De Steden Hattem en Elburg weigerden<br />
ftandvastig, zich aan die Publicatie te onderwerpen,<br />
en hebben deswegens veelal een gelyk<br />
lot ondergaan, waar van de omftandigbeden<br />
zoo merkwaardig en menigvuldig zyn, dat dezelve<br />
een byzouder Hoofdft.uk verëifchen , dewyl<br />
ze een aanzienlyk gedeelte in de Vaderlandfche<br />
Historie van deezen tyd zullen uitmaaken.<br />
Ik zal derhal ven, het volgende Hoofdftuk<br />
daar toe befteeden, en zulks in die orde,<br />
dat ik eerst de Gebeurtenisfen van elke Stad<br />
byzonder, en dan die, welke haar beiden gemeenfchappelyk<br />
betreffen, zal vernaaien.<br />
D E R D E H O O F D S T U K -<br />
Behelzende de Gebeurtenisfen en Onlusten, de<br />
Steden Hattem en Elburg betreffende.<br />
e troebelen en wederwaardigheden der<br />
D Stad Hattem, hadden reeds, in 't voorige<br />
Jaar, een begin genoomen na den dood van<br />
twee haarer waardige Regenten : Op den 14<br />
der maand Juny was de Burgervader EOR-<br />
CHARD JOHAN DAENDELS, Schepen der<br />
Stad, by de Burgery zeer geacht en bemind,<br />
haar<br />
(*) Nieuwe NederU J/tarir. Augustus 178e. bladz, ?5i.
ONLUSTEN ra HET VADERLAND, 17*<br />
haar door den dood ontrukt, Tea blyke van<br />
die hoogachting en Liefde» begeerde de Burgery<br />
aanftonds den braaven Zoon diens braaveu<br />
Vaders tot zynen Opvolger; en de Gezwoerene<br />
Gemeente fchreef den volgenden dag na<br />
zyn Overlyden, den 15 July eenen Brief aan<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid den Prins Erfftadhouder,<br />
met een eerbiedig verzoek, dat<br />
Zyne Hoogheid zyne aandacht geliefde te<br />
vestigen op de bygevoegde Stukken (beftaande<br />
in een ExtracT: - Refolutie van Raad en Meente<br />
van 13 February 1659., en 7 Maart 1720., en<br />
daar op gevolgde bekragtiging van die laatstgemelde<br />
Refolutie door de Landfchap, van den<br />
26 April 1723 ) en geen ander Perfoou in deeze<br />
openftaande plaats te Reilen , dan die volgends<br />
's Lands Wetten, overeenkomftig het<br />
Reglement van 1750., daartoe bevoegd was,<br />
de vereischte hoedanigheden bezat, en der<br />
Burgery aangenaam was. — Ja dat zy huunen<br />
vuurigen wensen en begeerte, zoo uit hoogachting<br />
voor hunnen Overleedenen Regent,<br />
als voor zyn Nakroost, voor Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid geenzins konden verbergen;<br />
maar betuigden, dat niets de fmerte over hun<br />
verlies meer zou kunnen verzagten, dan datzy<br />
den oudften Zoon des Overleedenen, den Hr.<br />
èn Mr. HERMAN WILLEM DAENDELS,<br />
zyn Vaders voetftappen mogten zien drukken,<br />
en zyne plaats vervullen ; en zy durfden vrye-<br />
Jyk 'er voor verantwoorden, dat dit de wensen<br />
van<br />
1786,
]<br />
1786. ' /an byna de gantfche Burgery was. — Zy<br />
ïoopten te meer hier op, daar de Burgery nog<br />
misnoegd was wegens de bezwaaren tegen drie,<br />
n voorige Remonftantiën gemelde Heeren;<br />
waar van het echter verre was, dat zy de onmiddelyke<br />
oorzaak aan Zyne Hoogheid wilden<br />
toeichryven , maar wel aan verkeerde onder*<br />
richtingen, welke Zyne Doorluchtige Hoog.<br />
heid by het doen der verkiezinge van twee<br />
derzelven waren voorgekoomen (*).<br />
Begin der<br />
poogin^en<br />
tot heritel<br />
van misbruiken.<br />
72 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Thans begon de Burgery van Hattem met ernst<br />
aan 't weg neemen heurer bezwaaren en 't inroepen<br />
en opeisfchen haarer oude en vervallene,<br />
of in onbruik geraakte, Voorrechten te<br />
denken en te arbeiden. De zes Gilden der<br />
Stad fchreeven op den 13 February 1786. eenen<br />
Brief aan Zyne Doorluchtige Hoogheid,<br />
waar in zy betuigden,geen inbreuk op het Reglement<br />
van Regeeririg van 1750. te zullen of<br />
te moogen doen, zoo lang hetzelve zou be-<br />
Raan; en dat een brandende zucht voor hunne<br />
Vryheid en Voorrechten hen onbefchroomd<br />
maakte om Zyne Hoogheid zeer eerbiedig voor<br />
te draagen: ,, Dat de zes gewettigde Gilden<br />
het recht gehad hebben, dat ieder Gilde<br />
een<br />
(*) Nieuw Netlerl. Jaarb. July 1785. bladz. 913. Het 1,9<br />
my zonderling aangenaam, dus loflyk de gedachtenis te moo<br />
gen vermelden van eenen Regent, met wien ik, in de Schooi<br />
en Acadcmiejaaren ie //arderwyk, de eere gehad heb te moogen<br />
verloeren, en twee/naai z;
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 173<br />
„ een Gemeensman of Vertegenwoordiger in<br />
„ de Gezwoorene Gemeente hadt en zyne<br />
plaats, by Overlyden, verlaaten of vorderen,<br />
zelve uit de Gildebroederen vervulde."<br />
,, Dat onverschilligheid cn verval in fommige<br />
Gilden dit kostelyk Voorrecht federt eenige<br />
Jaaren deed flaapen, en het Eerzaame Collegie<br />
van Gemeenslieden, zoo uit de Gilden als uit<br />
Burgery, zoude uitgeftorven geweest zyn, indien<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid zich derzelver<br />
niet ontfermd en de openvallende plaatfen<br />
van tyd tot tyd vervuld hadt; laatende ondertusfehen<br />
aan Gilden en Burgery overvloedig<br />
tyd om de Verkiezing zelve te doen; dar. de<br />
Gilden Zyne Hoogheid voor deeze oplettendheid,<br />
zorge en moeite, zeer onderdaanig bedankten,<br />
en thans de vryheid namen om Zyne<br />
Hoogheid bekend te maaken, dat zy zich verpligt<br />
achtteden en voomeemens waren, hunne<br />
cude Rechten te rug te neemen, en de openvallende<br />
Gemeentsmans-Plaatfen zelveu uit de<br />
Gilden te vervullen (*)".<br />
Welhaast volgde de gantfche Burgery het<br />
voorbeeld der Gilden : Op den 22 derzclfde<br />
maand, den dag van Sr Pietersftoel, op welken<br />
zy gewoon was in de Kerk te vergaaderen, en<br />
waar in een fchaduw van haare Vryheid om<br />
Over haare belangen te raadpleegen, was overgebleeven,<br />
nu ook naar ouder gewoonte ver-<br />
gaa-<br />
(') Nieuwe Ncdsrl. Jaarb. February 1736. bladz. 112.<br />
17 §6.<br />
De nuigevy<br />
votgt bei<br />
voorbeeld<br />
der Gilden.
174 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
gaaderd zynde, deed de Burgery door haare<br />
Gecommitteerden een Adres opftellen en aan<br />
de Gezwoorene Gemeente inleveren; by het<br />
•welke zy te kennen gaven , dat de Burgery<br />
reeds fedett msèr dan twee Jaaren bedacht geweest<br />
was op het herftellen van haare Voorrechten<br />
, — bedoelende byzonderlyk daar mede<br />
de aanfteliing van Gemeenslieden uit de<br />
Burgery, in welke te rug te neemen de zes<br />
Gewettigde Gilden hun zoo hartelyk waren<br />
voorgegaan, en welk Recht zy thans beflooten<br />
hadden zeiven ook wederom uit te oefenen,,<br />
Ten bewyze van hun Recht daar toe, bragten<br />
zy by, dat iri 't Reglement van 1750 geen<br />
woord gemeld wordt van 't Recht van aanftelling<br />
van Gemeenslieden in de Steden Hattem<br />
en Elburg; dat gevolglyk dat Recht verbleef<br />
aan die geenen, aan welken hetzelve voor de<br />
Omwending van 1748. toebehoorde; en dit<br />
waren de Gilden en Burgery , welken het<br />
Recht van aanfteliing van Magiftraats-Leden<br />
en Gemeènslieden, federt eenigen tyd, hadden<br />
laatèn uitoefenen door de Gezwoorene Gemeente;<br />
doch voor het Jaar 1708., en tèn minftcn<br />
1705. hadt de Burgery zelve haare Regenten,<br />
zoo wel van 't eerfte als tweede Lid der Regeering,<br />
verkoozen. Dit Recht eischten zy<br />
op met deeze nadrukkelyke taal: Zorgeloosheid,<br />
onkunde en vleijery, die ons en gantsch'<br />
Nederland als betoverd hielden, maakten on9<br />
gevoelloos en blind; — de Rechten, uit den<br />
brand
ONLUSTEN i» MET VADERLAND. 175<br />
brand van 175c ontkoomen, vervielen in handen<br />
der heerschzucht, Zie daar. Wel<br />
Ed. en Eerzaame Heeren, op welk Recht de<br />
Heeren Erfftadhouderen de aanfteliing van<br />
Gemeenslieden, iedert dertig Jaaren,geoefend<br />
hebben; en op deeze zelfde gronden heruegmen<br />
wy thans, in navolging der braave Burge.<br />
ry van Elburg en de zes Gilden alhier, dit<br />
kostelyk Voorrecht en nooit vervreemd Recht."<br />
Voords verzochten zy, dat de Gezwooren<br />
Gemeente, als hunne Vertegenwoordigers, aaa<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid den Hr. Prince<br />
Erfftadhouder, in een zeer vriendelykenBrief,<br />
van dit hun voorneemen geliefden kennis te<br />
geeven; en, indien 'er, onverhoopt, door<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid Gemeenslieden<br />
uit de Burgery mogten aasgefteld worden, tegen<br />
derzelver beëediging te protefteeren, en<br />
aan dezelven althans geene Zitting te verleenen<br />
in Hun Edele Eerzaame Vergaadering. Zy<br />
ftonden in voor alle gevolgen, hinder en fchade,<br />
die uit deeze of andere zaaken, ten hunnen<br />
nutte aangewend, mogten voortvloeijen,<br />
beloovende alle trouwe hulpe en byftand, die<br />
een Burgery aan zyne braave Vertegenwoordigers<br />
kon en moest verleenen (*).<br />
Tot hiertoe was 'er niets gevolgd op het<br />
verzoek der Gezwoorene Gemeente, by den<br />
Brief van den 15 July des voorigen Jaars aan<br />
den<br />
O Siiltwi Neder!, Jaarb. February 1786, bladz, no.<br />
1736.<br />
De Gezw.<br />
Gemeente<br />
zendt eene<br />
Commisfie<br />
aan den<br />
Prins op *j<br />
LOQ.
Sene tweede<br />
Schepens en<br />
Raadsplaats<br />
opengevallen.<br />
Op verzoek<br />
der Burgery<br />
ilelt de Gezwoorene<br />
Gemeente<br />
eenen Magiftraat<br />
ad<br />
interim aan.<br />
176 BEKNOPTE HISTORIE nu*<br />
den Prins Erfftadhouder gedaan om de Sdie*<br />
pens-Plaats te vervullen; waarom Hun Edele<br />
Eerzaame den 1 February eene Commisfie aan<br />
Zyne Hoogheid, thans op het Loo zynde,<br />
zonden, om op eene fpoedige voldoening van<br />
dat verzoek aan te dringen; aan welke Commisfie<br />
de Hr. Stadhouder mondelyk verklaarde 3<br />
dat niet alleen alle moogelyken fpoed zoude<br />
,, maaken om de openftaande Schepens- en<br />
,, Raads-Plaats te vervullen, maar ook zoda-<br />
„ nig bevoegden Perfoon te zullen verkiezen,<br />
„ die aan de Burgery aangenaam was, en dat<br />
„ altyd zou trachten, zoowel aan de Burgerv<br />
,, van Hattem, ais aan die van andere Steden<br />
genoegen te geeven (*)."<br />
Terwyl men met ongeduld op de vervulling<br />
deezer toezegging wagtte, viel 'er op den 2<br />
May eene tweede Schepens en Raadsplaats<br />
open door 't Overlyden van den Heer R. A.<br />
VAN WYNEN; waarom de Gezwoorene Gemeente<br />
zich by Requeste by de Heeren Staaten<br />
der Provintie vervoegden , met verzoek om<br />
den Heere Stadhouder tot de vervulling der<br />
openftaande Posten te beweegen.<br />
Op den dag te vooren, den t May, waren<br />
alle de Leden van den Magiftraat uit de Stad<br />
gegaan, zonder dat men den tyd hunner terugkomst<br />
wist; om welke reden de vergaaderde<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Aug. 1785. b!adz 765.<br />
(f) Ibid. Augustus j^Sö. bladz. 76O.<br />
Bur-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 177<br />
Burgers zich door hunne Gecommitteerden ,*<br />
tot de Gezwoorene Gemeente vervoegden, en<br />
aan dezelve te kennen gaven, dat alle de Le<br />
den van den Magiftraat dien morgen uitdeStad<br />
vertrokken waren , dezelve Regeeringloos ge-<br />
laaten hadden, en dus het beltuur der Juftitie<br />
en het beftier der Stad op Gods genade lieten<br />
dry ven ; en dat op een tyd en dag als deeze,<br />
waarop, wegens het verhuizen als anders, dik*<br />
wyls Arresten ,en andere gerechtelyke zaaken<br />
konden voorvallen; weshalven zy inftantelyk<br />
verzochten, dat de Gezwoorene Gemeente,<br />
als hunne getrouwe, en thans eenige, Verte<br />
genwoordigers, eenen Magiftraat en Raad ai<br />
interim geliefden aan te ftellen, en tot gerief<br />
der Burgery en Ingezeetenen, en tot algemeen<br />
welzyn, uit Hun Ed. en Eerz. midden twee<br />
Prefident Burgemeesteren en Schepenen, die<br />
teffens Raaden zouden zyn, te verkiezen ,om»<br />
geduurende de afweezigheid des Magiftraats,<br />
derzelver plaatfen te bekleeden, en Recht en<br />
Gerechtigheid te oefenen, met al zulke magt<br />
en gezag, als den gewoonen Magiftraat en<br />
Raad toekwam; en dat hier van by Publicatie<br />
aan de Burgery zou kennis gegeeven worden»<br />
Dit verzoek der Burgery werd toegeftaan , en<br />
overeenkomftig hetzelve door Gezwoorene Ge<br />
meente beflooten en gehandeld.<br />
Zes dagen daarna, op den 7 May keerden<br />
de Burgers zich wederom met een Adres tot de<br />
Gezwoorene Gemeente ; bedankte dezelve voor<br />
M hun-<br />
1786*'*<br />
AJrcs der<br />
Bujgery aWf<br />
de Gezw.<br />
Gemeente,<br />
om liui*
1786. 1<br />
wetiig<br />
ltcclit uit te<br />
oefenen enz.<br />
l?8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
hunne trouwe en hartelyke verkleefdheid aara<br />
hunne dierbaare belangen, op den eerften dag<br />
dier maand betoond; en gaven te kennen, dat<br />
de Magiftraat zich fcheen toe te leggen, om<br />
niet alleen met de magt, hun door de Burgery<br />
verleend, maar ook door een gedeelte van 't<br />
Gezag aan de Gezwoorene Gemeente wettig<br />
toekoomende , het herftel der Rechten deezer<br />
Stad, zoo niet ondoenlyk te maaken, ten minfte<br />
zoo veel mogelyk te verhinderen; zelfs<br />
fchroomde de Burgery niet zich te verklaaren,<br />
dat zy niet tWyfelde, of fommige Heeren van<br />
de Magiftraat, die zich nu en dan reeds vry<br />
fterk ten nadeele van hun ondernoomen herftel<br />
en de yverigfte Voorftanders hadden uitgelaaten,<br />
zouden alle moeite aanwenden om een<br />
vast Guarnizoen in de Stad te brengen; ten<br />
einde de billyke Volkflem , even als te Amersfoort,<br />
zoo moogelyk te fmooren, en de Burgery te doen<br />
zuchten onder een yzeren Jok van Militaire overheerfching<br />
, en te brengen tot den ftaat van<br />
hunne ongelukkige Arnhemfche Landgenooten.<br />
— Uat het Gode behaagd hadt, hunne twee<br />
beste Volksvrienden hun te ontrukken, en nu<br />
flechts drie Heeren van den Magiftraat met hunne<br />
huishouding geftadig tegenwoordig waren,<br />
en gevolglyk de Stad woest, zonder orde, Juftitie<br />
en Politie moest blyven, zoo lang de ledige<br />
Plaatfen open ftonden; dewyl drie Heeren,<br />
al waren ze allen tegenwoordig, geen wettig<br />
Befluit konden neemen. >~ Dat ds Hr. Erfftad><br />
hou.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 17$<br />
houder, hoewel bezwooren hebbende hunne<br />
Voorrechten en Rechten te zullenhandhaaven,<br />
evenwel eene openRaande Plaats in den Raad<br />
meer dan 9 Maanden durfde openlaaten, tegen<br />
de letter van deezer Stads-Reglementen van<br />
1705., 1708., en 171Ï., die zeggen, dat eene<br />
openvallende Plaats in de Magiftraat binnen vier<br />
of zes weeken moet vervuld worden / — en dat het<br />
thans hoog tyd was, dat de Gezwoorene Ge<br />
meente, even als die van Zutphen en Arnhem,<br />
toonde, een Collegie van Regeering te zyn,<br />
geheel onafhangelyk van den MagiRraat, en<br />
naamens de Burgery met evengelyke magt als<br />
de MagiRraat bekleed, uitgezonderd het be-<br />
ftier der Juftitie en Politie ; welk laatfte wilde<br />
zeggen , het dagelyks beftier der Stad omtrent<br />
geringe zaaken.<br />
Alle welke zaaken de Burgery zich verplicht<br />
achtte Hun Ed. en Eerzaame onder het oog te<br />
brengen, en te verzoeken : „ Dat Hun Wel<br />
Ed. en Eerzaame alle gepaste middelen gelief<br />
den in 't werk te ftellen, en zoo moogelyk te<br />
bewerken, dat de twee openftaande Plaatfen<br />
in de Magiftraat ten eerften vervuld wierden<br />
met Perfoonen der Burgery aangenaam, en uit<br />
de gegoedfte, vroedfte, en rekkelykfte der be-*<br />
voegde Burgers. — Dat Hun Ed. en Eerzaame<br />
zich ten eerften vervoegden aan den Wel Ed.<br />
en Achtbaare Magiftraat, en verklaarden, d3t<br />
zy, als tweede Lid van Regeering ftaande hiel<br />
den, dat aan Hun de helft in alle zaaken van<br />
M 2 Re-<br />
1786.
1786.<br />
a-fio BEKNOPTE HISTORIE fixrf<br />
Regeering toekwam, uitgezonderd het bellier<br />
der Jufütie en Politie; en dat de Gezwoorene<br />
Gemeente by provifie protefteerde en voor<br />
nul verklaarde al het geen de Magiftraat, ia<br />
zaaken de Gezwoorene Gemeente mede betreffende,<br />
buiten dezelve mogte befluiten, of<br />
goedvinden in 't werk te ftellen ; met voorbe.<br />
houding van al 't geen aan de Gezwoorene<br />
Gemeente tot handhuaving van haar wettig<br />
Recht dienftig en oorbaar zou voorkoomen: —<br />
Dat mede geliefden te befluiten, en aan de<br />
Magiftraat kennis te geeven, dat de Gezwoorene<br />
Gemeente op verzoek der Burgery, verklaarde,<br />
niette kunnen lyden,dat 'er, zonder<br />
haare byzondere toeftemming, Krygsvolk binnen<br />
koome, onder wat voorwendzel het ook<br />
zy; maar dat de Burgery alle poogingen om<br />
de Stad met Krygsvolk te beleggen , zou moeten<br />
houden voor een daad van openbaar geweld ,<br />
baar door byzondere Perfoonen aangedaan ,<br />
die daar door zouden vervallen in de misdaad<br />
van verraad en gekwetfte Majefteit;alzoo geen<br />
Krygsvolk mag worden ingenoomen of aangebragt,<br />
zonder byzondere toeftemming van de<br />
Magiftraat en Gezwoorene Gemeente (*). Alle<br />
welke zaaken de Gezwoorene Gemeente aan<br />
den Magiftraat heeft voorgehouden in een nadrukkelyk<br />
Adres,waar van ik ftraks naderfpreeken<br />
zal. i<br />
(•) Nitvwt NediïU Jearh May 1786, bladz. 436—440»,<br />
Daar;
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. iSr<br />
Daar nu de weg tot herftel van hunne be.<br />
zwaaren by de Staaten te zoeken , door de bo.<br />
vengemelde Publicatie tegen de Requesten,<br />
hun ten eenemaal was afgefneeden, zoo ver<br />
voegden de Burgery en Gemeente zich weder<br />
om tot den Prins Erffladhouder met eenen<br />
Brief van den 13 Juny ; waar in zy na het<br />
voorflellen van den beklaaglyken ftaat der Stad<br />
Hattem, als door 't Overlyden van twee, en<br />
de geduurige afweezigheid van drie, Leden<br />
van den Magiftraat, byna geheel van Regen<br />
ten beroofd was, en in gevaar van aan geheele<br />
verwarring en Regeeringloosheid bloot gefteld<br />
te worden, Zyne Hoogheid voor 't laatfte aan<br />
maanden, om hoe eer hoe beter, ten minften<br />
voor den afloop van die Maand, aan de be<br />
geerte der Burgery en Gezwoorene Gemeente<br />
te voldoen, en de openftaande Raadsplaatfen<br />
te vervullen; met verklaaring, dat zy anders<br />
zich genoodzaakt zouden vinden, om tervoor-<br />
kooming van eene geheele Regeeringloosheid,<br />
en om niet langer het beftier der Stad door<br />
zulk een klein getal Perfoonen te laaten uitoe<br />
fenen , alle zodanige middelen te beproeven en<br />
in 't werk te ftellen, die de Wetten deezer<br />
Provintie en der' Stad Hattem zouden aan de<br />
hand geeven.<br />
Met opzigt tot de, boven meermaal gemel<br />
de, Publicatie der Staaten, waardoor byna al<br />
het requeftreeren van Burgers en Ingezeetenen<br />
omtrent Lands en Stads zaaken, op ftraffe van<br />
M 3 cri-<br />
1=780".<br />
Biief der<br />
Burgers siau<br />
den Stadhouder.<br />
De Cezw.<br />
Gemeente<br />
verklaart het<br />
geen de Alayiftiaatverricht<br />
heeft
178(5.<br />
vóór informeel<br />
, nul,<br />
en van onwaarde.<br />
Nadrukte,<br />
lyk Adres<br />
der Gezw.<br />
.Geineeiue<br />
nnn den<br />
Magiftraat<br />
i..'g:ievcrd.<br />
r.8a BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
crimineele vervolging verbooden was; namen<br />
de Gezwoorene Gemeenten op den 24 Juny<br />
een Beftuit, aangezien de Heeren van de MagiRraat<br />
maar drie Leden fterk waren, die de<br />
voorfz. Publicatie hadden doen afkondigen,<br />
en daar het ten duidelykRe zigtbaar was, dat<br />
dezelve regelregt inliep tegen de Rechten van<br />
een vry Volk; Hun ongenoegen voor den Magiftraat<br />
open te leggen, en het geen door dezelven<br />
verricht is in deezen, voor informeel ,<br />
kragteloos, nul cn van onwaarde te houden (*).<br />
Ingevolge de Verzoeken, te meermaalen,<br />
en byzonderlyk op den 7 of 8 May, hier voor<br />
gemeld, door de Burgery aan de Gezwoorene<br />
Gemeente gedaan , leverde dit Collegie een<br />
zeer nadrukkelyk Adres in by den Magiftraat,<br />
waar uit ik niet kan nalaaten eenige trekken by<br />
te brengen, ten einde aan de Nakoomelingfchap<br />
gelegenheid te geeven om te oordeelen<br />
of de moedige Burgers van Hattem hunne<br />
Rechten bondig betoogd, dan of zy ongelyk<br />
gehad, hebben.<br />
De Gezwoorene Gemeente betuigt aan den<br />
Wel Ed. en Achtbaaren Magiftraat, zich verpligt<br />
te rekenen, om te kennen te geeven,<br />
dat het 'er verre van daan was, dat zy meer<br />
gezag zouden begeeren, dan Hun Eerzaamen<br />
wettig toekwam; maar ook om te vraagen:<br />
Waar is Ons Gezag, dat Ons van ouds wettig<br />
toekomt? Zoo 'er zaaken zyn, waar in het recht<br />
Q) Nieuwe Neder!. Jaarb. Juny 1786. bladz. 5S3,<br />
der
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 183<br />
der Gemeente erkend wordt, moeten wy ons I78
184 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Ed. en Achtbaare Heeren, niet fchroomen te<br />
verklaaren; dat het der Gezwoorene Gemeente —<br />
in haare ziele fmert, te moeten verneemen, dat een<br />
vry Volk, dat zich ten koste van zyn bloed van<br />
het Spaanfche Tyrannifche juk ontdaan heeft, door<br />
hunne Vertegenwoordigers, die het Gezag niet anders<br />
dan uit naam en van wegen hun uitoefenen ,<br />
een bal in den mond -geflopt en Jlom gemaakt wor~<br />
den, om daar doof hunne Klaag- en Smeekjlem,<br />
omtrent gewigtige zaaken te fmooren. — Wy doelen<br />
op het Arrcfteeren by de Landfchap van de<br />
beruchte Publicatie, alhier den 28 May gepubliceerdj<br />
en by welke in 't vervolg niets minder<br />
dan crimineele vervolging bedreigd wordt<br />
tegen zodanige Verzoekers, als de Tekenaars<br />
der Nationaale Requesten, zoo op die, als op<br />
eenige voorige Vergaadering geprefenteerd,<br />
en waar by NB. een generaale Amnestie voor<br />
al het misdaadige, daar door reeds gepleegd,<br />
werd aangekondigd.<br />
Hoe kan het moogelyk zyn (dus vervolgen<br />
zy) dat zulke billyke verzoeken, als onder<br />
anderen, dat, tot redres en revideering van een<br />
Regeerings - Reglement, dat zoo zeer tegen onze<br />
Conftitutie aandruifchende verklaard werd, als<br />
misdaadig wordt befchouwd; indien daar in een<br />
misdaad geleegen is; zoo rekent de Gezwoorene<br />
Gemeente het zich eene eere, te verklaaren<br />
, dat zy dan Misdaadigers willen zyn en<br />
blyven; want alhoewel bezwooren hebbende,<br />
dat voorfz. Reglement te zullen naleeven, zoo<br />
oor*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 185<br />
oordeelt de Gemeente, het haar echter volkoomen<br />
vry te ftaan, zonder krenking van dien<br />
Eed, hunne gedachten nopens de tegenftrydigheid<br />
in het zelve te moogen uiten; en vertrouwen,<br />
daar zy het tweede Lid deezer Stads<br />
Regeering uitmaaken, zy nimmer in dat aanzien<br />
kunnen koomen van Minderjaarige, fchamele,<br />
en bedeelde Perfoonen.<br />
Dan aangemerkt hebbende, dat de verpligting<br />
tot flipte onderhouding van 't Reglement<br />
van 1750. even fterk is aan de zyde des Stadhouders,<br />
als van die der Ingezeetenen, als van<br />
wederzyde bezwooren zynde; zoo toonen zy<br />
in verfcheidene (tukken hoe hetzelve, van de<br />
zyde des Stadhouders van tyd tot tyd overtreeden<br />
was; dit alles vraagswyze voorftellende,<br />
vraagen zy eindelyk. ,, Daar dit alles, Wel<br />
Ed. Achtbaare, door niemand kan ontkend worden<br />
waar te zyn , hoe is 't dan moogelyk, dat de<br />
Teekenaars van Nationaale Requesten, als Mis.<br />
daadigers kunnen befchouwd worden, Pardon ontvangen<br />
, en verder bedreigd worden met crimineele<br />
proceduuren?" Daar nu mede door de Burgers ea<br />
Ingezeetenen deezer Stad, het zelfde verzoek<br />
gedaan was, zoo vondt de Gezwoorene Gemeente,<br />
zich in de volftrekte verplichting,<br />
zich deeze zaak aan te trekken en Heilig te<br />
verklaaren : ,, Dat zy deeze Publicatie hield als<br />
een diretl Attentaat op de natuurlyke en Confiitutioneele<br />
Rechten tn Voorrechten der Burgery, en<br />
v a n<br />
M 5<br />
1786.
1736.<br />
Kader Befluit<br />
der<br />
Burgery om<br />
de openftaandeRaadsplaatfen<br />
te vervullen.<br />
186 BEKNOPTE HPSTORIE DER<br />
van dien aart, dat dezelve noodwendig de ernjligfie<br />
gevolgen moest na zich Jleepen." Voords op alles<br />
aandringende, wat de Burgery, in haar Verzoekfchrift<br />
aan de Gezwoorene Gemeente,<br />
van dezelve begeerd hadt (*).<br />
Ondertusfchen was de maand, binnen welker<br />
afloop de Burgery aan den Hr. Stadhouder verklaard<br />
hadt te verwagten, dat de twee Raads-<br />
Plaatfen zouden vervuld worden, reeds geheel,<br />
en de volgende meer dan half verloopcn,zonder<br />
dat de openftaande Plaatfen vervuld waren; waarom<br />
de Gecommitteerden der Burgery,indezaake,<br />
de twee openftaande Schepens-Plaatfen betreffende,<br />
de gantfche Burgery,op den 17 July<br />
by een riepen om van hunne verrichtingen Raport<br />
te doen ; by welke gelegenheid de vergaaderde<br />
Burgers beflooten en vast fielden: „Dat,<br />
aangezien uit het Rapport van Gecommitteerden<br />
gebleeken was, dat de Hr. Erfftadhouder kon<br />
goedvinden de twee Vacaturen in de Magiftraat,<br />
niet tegenftaande alle inftantiën van Gemeente<br />
en Burgery, tot dien tyd toe onvervuld<br />
te laaten, en met zynen duurbezwoorenEed,<br />
het welzyn der Stad, en hunne Voorrechten, als<br />
een Souvrain Oppervorst, te handelen naar zyn<br />
wil en welgevallen, de Burgery andermaal zou<br />
vergaaderen over 14 dagen, en als dan eindelyk<br />
befluiten , welke meest Conftitutioneele<br />
mid-<br />
{") Dit Adres, welk in zyn geheel, verdient geleezen te<br />
woiden, is te vinden in de flituwe Nedtrl. Jaarb. Ju!p<br />
??8ö, bladz. 500—597,
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 187<br />
middelen zouden moeten in 't werk gefield<br />
worden, om de twee openftaande Plaatfen in<br />
de Magiftraat te vervullen (*)".<br />
Eindelyk kwam 'er tyding in, dat de Prins<br />
Erfftadhouder eene der openftaande Schepensen<br />
Raads-Plaatfen vervuld hadt met den Perfoon<br />
van ALEERTÜS D I N c K G R E V E , die tot<br />
hier toe onder des Prinfen Lyfwagten (Garde<br />
du Corps genaamd) gediend hadt. Hier over<br />
waren de Burgers zeer misnoegd en verontwaardigd;<br />
te meer als zy zich herinnerden,<br />
dat Zyne Hoogheid nog onlangs aan hunne<br />
Commisfie op het Loo beloofd hadt, de openftaande<br />
Plaats te zullen vervullen met zodanig<br />
bevoegd Perlbon, die der Burgery aangenaam<br />
was; daar zy deezen Perfoon geenzins hielden<br />
voor een van de gegoedften en vroedften der<br />
Ingezeetenen , zoo als de Reglementen en<br />
Voorrechten vorderden; dewyl zy niet konden<br />
onderftellen, dat een Perfoon , die zynen tyd<br />
in Krygsdienst hadt moeten doorbrengen, eene<br />
genoegzaame kennis van Stads Rechten- en<br />
Regeeringszaaken kon hebben. Hierom vonden<br />
zy ook goed, op den 7 Augustus, om den<br />
Perfoon van ALBERTUS DINCKGREVE onbevoegd<br />
te verklaaren tot het bekleeden van<br />
dien aanzienlyken Post van Regeering in hunne<br />
Stad, en gevolglyk, die gedaane aanfteliing<br />
voor nul en van onwaarde te houden: En de<br />
Magiftraat en Gezwoorene Gemeente te verzoe-<br />
(*) NUtiwe Stierf. Jaarb July ijff& bkdz. 59S.<br />
1786.<br />
Een Garde<br />
du Corps,<br />
tot Schepnt<br />
aangeftetd,<br />
wordt door<br />
de Burgery<br />
geweigerd.;
1786".<br />
De Stad in<br />
Iteat van<br />
verdeediging<br />
gefield.<br />
188 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
zoeken , om eene Commisfie uit haar midden<br />
te benoemen, die met eene Commisfie uit de<br />
Burgery zou onderzoeken: „ Welke Conftitu-<br />
„ tioneele middelen en wegen, dienden in 't<br />
„ werk gefteld, cm de twee openftaande Plaat-<br />
fen, in de Magiftraat, met bevoegde Per-<br />
„ foonen vervuld te krygen." Ingevolge van<br />
dit Befluit der Burgery werd de beëediging van<br />
den Hr. DINCKGREVE, om welke te doen<br />
de Hoofdfchout, Jonkheer BENTTNCK, den<br />
volgenden dag in de Stad kwam, tegen gehou<br />
den. De andere Raadsplaats , welke Zyne<br />
Hoogheid aan den Burger-Vaandrig MEY-<br />
LINCK hadt opgedraagen , bleef ook open<br />
ftaan, dewyl die Heer daar voor bedankte (*><br />
Na zodanige fterke flappen, als waren het<br />
weigeren van de Publicatie der Staaten te eer<br />
biedigen, en de aanfteliing van den Schepen<br />
en Raad, door den Prins Stadhouder gedaan,<br />
voor bevoegd en wettig te erkennen, verwagt-<br />
te de Burgery van Haitem, dat 'er Krygsvolk<br />
naa de Stad zoude gezonden worden, om bei<br />
den met den gewapenden Arm door te dringen<br />
en ftaande te houden; waarom zy zich in ftaat<br />
van tegenweer zochten te ftellen, en de noo-<br />
dige toebereidfelen daar toe maakten. Tot dat<br />
einde tradt de Krygsraad in onderhandeling<br />
rpet eene aanzienlyke Commisfie van eenige<br />
Genootschappen in de nabuurfchap, benevens<br />
{*) Nieuwe tifdtrl. Jtati. 17S6, biadü, -67,<br />
de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, i&p<br />
de Elburger Schuttery en een kundig Ingenieur,<br />
over een Ontwerp van verdeediging en fchikkingen<br />
tot onderlingen byftand; de Krygsraad<br />
vervoegde zich tot den Magiftraat om het noodige<br />
in orde te doen brengen; doch Hun Ed.<br />
Achtbaare weigerden daar over te beraadflaagen;<br />
maar de Gezwoorene Gemeente bewilligde<br />
daar in; en ingevolge daar van begon eene<br />
behoorlyke Burgerwacht dagelyks op te trekken,<br />
en aan de Poorten werden Schildwachten<br />
uitgezet; daar werd een nieuwe Wal opgeworpen;<br />
in een byliggend Meertje werd een<br />
Dam gelegd , gelyk ook in het loopend Riviertje<br />
de Strenk: Ook werden 'er rondgaande<br />
Brieven om hulp van Manfchap aan de Gewapende<br />
Genootfchappen en Vry-Corps der andere<br />
Provintiën gezonden, en van dezelven<br />
kwamen van tyd tot tyd verfcheidene Benden<br />
derwaards ; voornaamelyk na dat bekend geworden<br />
was , dat verfcheidene Regimenten<br />
Krygsvolk te Nymegen en Arnhem in Bezetting<br />
zynde, orders hadden om op te trekken. Ondertusfchen<br />
werden veel Krygsbehoeften van<br />
Jmfterdcim en elders derwaards gevoerd; en de<br />
Krygsraad werd des Avonds van den 28 Augustus<br />
door Raad en Gemeente gemagtigd:<br />
j,, Om de noodige Toebereidfelen te maalftn<br />
„ tot tegenftand, en alle Krygsgeweld te kee-<br />
„ ren ; gelyk ook om het aanrukkende Krygs<br />
„volk te verbieden, het Grondgebied der<br />
J } Stad te fchenden, en te verklaaren, dat zy,<br />
» die<br />
178Ö*
J786.<br />
De Gezw.<br />
•Gemeente<br />
fchryven<br />
twee Brieven<br />
aan de<br />
Staaten.<br />
ïpo BEKNOPTE HISTORIE DEJI<br />
„ dit doende, als Vjanden zouden befchouwd<br />
,, en behandeld worden." Zoo haast als 'er<br />
tyding kwam van daadelyken aanmarseh van<br />
Krygsvolk, werd 'er alarm geflaagen, en alle<br />
Manfchap kwam onder de Wapenen, elk op<br />
zynen aangeweezen Post, en de Conflapels<br />
werden by het Gefchut geplaatst.<br />
Onder alle deeze Toebereidfelen fchreef de<br />
Gezwoorene Gemeente twee Brieven, beiden<br />
van den 30 Augustus, aan de Staaten van Cel.<br />
derland, ten einde het nitvoeren van geweldige<br />
maatregelen aan wederzyden, ware het moogelyk,<br />
nog voor te koomen: In den eerften<br />
gaven zy kennis, dat de Hr. Stadhouder de<br />
bekende openftaande Plaatfen in den Magiftraat<br />
hadt zoeken te vervullen met twee Perfoonen,<br />
waar van de eene bedankt hadt, en de ander,<br />
zynde den Perfoon van den Garde du Corps,<br />
ALBERTÜS DINCKGREVE, die der Burgery<br />
gantsch onaangenaam was, en geheel ongefchikt<br />
en onbevoegd tot Raad der Stad, als<br />
een Perfoon , in welken, door zynen Militairenftand<br />
van Lyfwacht, volftrekt niet kon<br />
onderfteld worden, in ftaat geweest te zyn om<br />
die kundigheden, en ervaarendheid in de tegenwoordige<br />
hachlyke omftaudigheden in een<br />
Regent noodig, te verkrygen; hoedanigheden,<br />
dte Hun Fd. Moogende zelve in de Publicatie,<br />
onlangs gedaan, in Eurgers en Ingezeetenen<br />
eischten,die zich met'sLands zaaken bemoeiden.<br />
Waarom zy, behoudens de Rechten en<br />
Voor»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 101<br />
Voorrechten der Burgers, inftantelyk verzochten,<br />
dat de Hr. Stadhouder door Hun Ed. Moogende<br />
mogt worden gelast, om binnen den tyd<br />
van veertien dagen, zodanige Perfoonen en<br />
Leden der Burgery tot Schepenen aan te ftellen,<br />
welke aan dezelve aangenaam, en naar<br />
'sLands en Stads Rechten en Voorrechten volkoomen<br />
bevoegd waren , en onder de gegoed,<br />
fte, beste en vroedfte konden gerekend worden.<br />
De andere Brief was ingericht, om te kennen<br />
te geeven , dat de Gezwoorene Gemeente<br />
in 't zekere onderricht was, dat eenige Troupen<br />
Krygsvolk reeds order hadden , of Ronden<br />
te krygen, om uit Doesburg, Zutphen, of elders<br />
naa de Stad Hattem te trekken, om de<br />
rust en veiligheid in de Stad te bezorgen en de<br />
Juftitie te handhaaven; maar dat zulks onnoo*dig<br />
was, om dat aldaar geen de minfte wanorde<br />
bevonden werd; en dat de Gezwoorene Gemeente<br />
en Burgery zich daar door grootelyks<br />
verkort en verhinderd zouden zien , in het<br />
herftellen hunner oude en verdonkerde Rechten<br />
en Voorrechten. Waarom zy verzochten<br />
en aandrongen, dat Hun Ed. Moogende<br />
tot dien allergewigtigften en bedenkelykften<br />
ftap nimmer geliefden over te gaan, of daar<br />
toe te befluiten ; maar liever zorge te dra3gen,<br />
dat buiten goedvinden van de Gezwoorene Gemeente<br />
en Burgery, en buiten derzelver verzoek,<br />
geene Militie derwaards gezonden wierde,
1786.<br />
Befluit der<br />
Staaten om<br />
Krygsvolk<br />
naa Halton<br />
en Elburg<br />
te doen<br />
VieKken.<br />
192 BEKNOPTE HISTORIE DÏK<br />
de, het zy om Guarnizoen te houden, of ar><br />
derzins; met verklaaring, dat, in tegengefteM<br />
geval, zy zich daar tegen zouden verzetten,<br />
en van die middelen bedienen, welke God en<br />
de Natuur hun gefchonken hadt, tot afweering<br />
en fluiting van die onheilen , welke geheel<br />
Nederland en byzonder die Provintie, fcheenen<br />
te bedreigen; laatende de droevige gevolgen<br />
daar van voor rekening der bewerkers (*).<br />
Deeze Brieven vonden geen ingang by de<br />
Staaten; maar fcheenen veelêer gediend te<br />
hebben om de uitvoering der voorgenoomene<br />
ftrenge maatregelen te verhaasten ; want op<br />
den volgenden dag, den 31 Augustus vonden<br />
Hun Ed. Moogende goed, dat, in de eerde<br />
plaats, Zyne Hoogheid als Kapitein Generaal<br />
dier Provintie zou verzogt worden om, zoo<br />
fpoedig moogelyk, een bekwaam getal Krygs•<br />
volk, met al het noodige voorzien, onder het<br />
beleid en bevel van een bekwaam Officier naa<br />
de Steden Hattem en Elburg te zenden, om aldaar<br />
Guarnizoen te houden en tot nader order<br />
te blyven, met last aan den Bevelhebbenden<br />
Officier, om, des noods, indien onverhoopt<br />
eenigen tegenfland mogt ontmoeten, geweld<br />
met geweld te keeren (f). Die Befluit werd<br />
ten zelfden dage aan den Kapitein Generaalgezonden<br />
, met eenen korten Brief, waar in<br />
(*) Nieuwe Nederl. 'faarb. Aug. 17S6.bla.l2, 768-775»<br />
(t; ll'ti. Augintus rSS. blad*;. 7yj,
ONLUSTEN iv «ET VADERLAND, iój<br />
Zyne Hoogheid verzocht en aangefchreeven<br />
werd, om zoo fpoedig doenlyk.aan den inhoud<br />
van dat Befluit te voldoen (*). Ook fcbreeven<br />
de Staaten eenen Brief van gelyken inhoud aafl<br />
de Regenten der Steden Hattem en Liturg, op<br />
dien zelfden dag van 31 Augustus, waar in zy<br />
aan dezelve kennis gaven van dit genomene<br />
Befluit; met aanbeveeling en last, om niet alleen<br />
tot het inneemen en plaatfen van gemelde<br />
Troupen , alle moogelyke gemakkelykheid toé<br />
te brengen; maar ook om de Burgers en Ingezeetenen<br />
tot rust en vrede te vermaanen , tn<br />
zich tegen de orders 3er Straten niet verder te<br />
verzetten (f).<br />
Aan deeze emftige aanöaaning gaven de Re<br />
Weïgerïi<br />
d-r 'i\td<br />
genten van Hattem geen gehoor; maar fehreeven<br />
op den 1 September nog eeuen Brief aart<br />
de Staaten, waar by zy te kennen gaven ,geene<br />
Inkwartiering in deeze tydsomRandigheden te<br />
kunnen toelaaten, voorneemens waren geweld<br />
met geweld te keeren, en daarom Hun Ed.<br />
Moogende op het dringendfte verzochten , ten<br />
einde de droevige gevolgen daar van voor te<br />
koomen, dat Hoogstdezeiven, indien ordersdaartoe<br />
mogten gegeeven hebben , dezelven<br />
daadelyk geliefden in te trekken, en de Troupen<br />
te gelasten om halte te houden en de Stad<br />
niet te naderen (§_). Het<br />
(*) Nieuw: Nederl. Jaarb. Augustus tjZCr. KadZ. ?$»<br />
(J) Ibid. Augustus 1786. bladz. 704.<br />
(^) lb\d. September bladz, «7j.<br />
N<br />
178*
ï94 BEKNOPTE HISTORIE DIR'<br />
Het gerucht hier van vloog fpoedig door hefi<br />
Ve-zock.<br />
fchiifien aan gantfche Land, en maakte eene groote bewee-<br />
de Srarucn ging in verfcheidene Provintiên en Steden;<br />
van Hollend.<br />
byzonderlyk in de Provintie van Holland, waar,<br />
in verfcheidene Steden, door veele Burgers,,<br />
zoo gewapende als ongewapende, en verfcheidene<br />
Genootschappen Verzoekfchriften aan de<br />
Staaten dier Provintie werden ingeleverd, omte<br />
verzoeken, dat 'er geen Krygsvolk ter be»<br />
taaling van Holland flaande, naa eenige Steden<br />
gezonden wierden om derzelver Burgers en Ingezeetenen<br />
, in 't handhaaven van hunne Rechten<br />
en Voorrechten te hinderen. In Amjlerdam<br />
hadt men zoo ras in de Nieuwspapieren niet<br />
geleezen, dar 'er Krygsvolk naa Hattem en<br />
Elburg in aantogt was, of zou gezonden worden<br />
, of daar werd een Verzoekfchrift daar tegen,<br />
op twee plaatfen, tot Teekening gelegd,<br />
fpoedig door 500 Burgers onderteekend, en<br />
den volgenden morgen met het openen van de<br />
Poort naa 's Hage gezonden (*); waar by naderhand<br />
nog twee Verzoekfchriften kwamen ,<br />
door nog grooter getal van Burgers en Ingezeetenen<br />
onderteekend. Deeze Verzoekfchriften<br />
hadden het gewcnschte gevolg. Aanflond3<br />
werd by Hun Ed. Groot Moogende beflooten,<br />
om geen Krygsvolk, ter betaaling van Holland<br />
ttaande, ergens, waar 't ook zy, tegen Burgers<br />
:e gebruiken, van dit Befluit kennis te geeven<br />
aan<br />
(*) Nieuwe Nided, 'jaarb. Augustus bla d; 823, '
ONLUSTEN IN H Ï T VADERLAND. 195*<br />
aan Zyne Hoogheid ten einde en met last om<br />
geene Patenten uit te geeven ; en aan de Bevelhebbers<br />
der Regimenten te gebieden, op<br />
geene orders van die natuur acht te geeven en<br />
eenige Troupen te doen optrekken, op RrafFe<br />
van bet hoogfte ongenoegen van Hun Ed. Gr.<br />
Moogende en oogenblikkelyke berooving van<br />
hunne Soldyen (*).<br />
Een verzoek van gelyken aart, als in de gemeide<br />
Requesten vervat was, deeden de Burgers<br />
van Hattem, aan de Staaten van Overysfe!<br />
in eenen Brief van den 2 September, waar in<br />
zy te kennen gaven, dat ze met een geweldig<br />
Befluit van hunne Heeren Staaten van Gelderland<br />
bedreigd werden, en daarom Hun Ed.<br />
Moogende eerbiedig en inftantelyk verzochten,<br />
om het daar heenen te willen bellieren, dat<br />
'er geene Troupen ter betaaling van Overysfel<br />
ftaande , tegen hunne Stad gebruikt wierden (f).<br />
Eindelyk deeden die zelfde Burgers nog eene<br />
laatfte pooging om 't optrekken der Troupen<br />
tegen die Stad voor te koomen, by gelegenheid<br />
van 't opligten van eenen Officier : Zy<br />
hadden naamelyk den Kapitein S P E N G L E R ,<br />
den Zoon van den Generaal S P E N G L E R , aan<br />
wien het Bevel over de Troupen tegen Hottem<br />
beftemd, was opgedraagen, op zyne Buitenplaats,<br />
niet verre van de Stad geleegen, opge-<br />
' (*) Nieuwe Neder!. Jaarb Augustus 1786. blad?. SJJ,<br />
.(f; li/id, S'.pie;ube.t 17IJÓ. bladz. 977, •<br />
N a '<br />
hgt,<br />
Verzoet; Set<br />
Borgerjr var»<br />
llaftem aan<br />
de Staatun<br />
van Oyirys*<br />
M<br />
T.antfle pooi<br />
ging der<br />
liurgers varr<br />
Hattem om<br />
geweld voor<br />
t: hoornen*
196 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
J?86, ligt, als by hen verdacht zynde van een Spion<br />
te weezen, om dat zy eenen Brief, van zyrjen<br />
Vader aan hem, onderfchept hadden. Doch by<br />
nader onderzoek bevonden zy, dat die Brief,<br />
hoewel zonder naamtekening , geen grond van<br />
kwaad vermoeden opleverde; waarom zy derx<br />
Kapitein SPENGLER ontfloegen , onder beding,<br />
dat hy zyne poogingen zon aanwenden<br />
by zynen Vader, om van het Bevel over de<br />
Troupen tot die onderneeming af te zien, en<br />
by Zyne Hoogheid op 't Lno, om Hoogstdenzeiven<br />
te beweegen tot het ftaaken van die onderneeming<br />
en tot een minnelyk vergelyk te<br />
koomen. De Kapitein SPENGLER kweet, zich<br />
getrouw van deeze beide Commisfiën, zoo op<br />
het Loo by Zyne Hoogheid als by zynen Vader<br />
den Generaal Major, keerde des anderen<br />
daags tot Heerde toe terug, en fchreef eenen<br />
Brief aan den Burgemeester BROUWER, hoofd,<br />
zaakelyk behelzende: ,, dat hy zyne belofte<br />
als een eerlyk Man volbragt hadt, en ingevolge<br />
van zyne verrichting den Hr. BROUWER.<br />
verzocht, de zaak daar heenen te beftieren,<br />
dat 'er des anderen daags eene Commisfie uit<br />
de MagiRraat te Heerde kwam, om met de gebiedende<br />
Officieren der Troupen, beftemd om<br />
in Hattem Guarnizoen te houden, tefpreeken,<br />
ten einde de zaaken in 't vriendelykc te fchikken."<br />
Doch op deezen Brief is geen antwoord<br />
terug gekoomen (*}. Ter-<br />
(') Dus heeft de Kapitein SPENGLER zelve in zyn Rapport
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. tp 7<br />
Terwyl deeze Procesten , verzoeken en<br />
Briefwisfelingen gedaan en gehouden werden,<br />
kwamen ondertusfchen van alle kanten Hulp-<br />
Burgers en Krygsbehoeften naa de Stad toevloeijen:<br />
van Zwol trokken 300 Vrywilh'gers<br />
derwaards» onder welken 30 Kanonniers waren,<br />
met 2 Rukken Kanon, en eene groote<br />
menigte kogels, druiventrosfen en ander Oorlogstuig;<br />
en hun werden nog nagezonden 6co<br />
fcherpe Patroonen, 1000 pond Buskruid, 2<br />
Rukken kanon, Zandzakken, Schanskorven en<br />
al wat tot eene moedige verdeediging behoort.<br />
Het Genootfchap van Deventer, kwam met drie<br />
fchepen voor de Stad, en bragt 'er nog 500<br />
pond kruid en eenig ander Oorlogstuig in ; doel»<br />
ziende, dat 'er uit de Genootfchappen van<br />
Vollenhoven, Wyhe en andere Plaatfen, reeds<br />
ïooo weêrbaare Mannen in de Stad waren, zoo<br />
voeren zy naa Elburg, waar de Genootfchappen<br />
van Campen en Harderwyk reeds waren aangekoomen.<br />
Uit 'sHage vertrokken dertig of<br />
veertig Leden van 't Genootfchap van Wapenhandel.<br />
Te Amflerdam kwamen den 4 September<br />
een groot get3l Gewapende Mannen van<br />
Delft en Leyden aan, welke met eenige Burgers<br />
uit die Stad dien zelfden avond te fcheep gingen<br />
en naa H.ittem en Elburg vertrokken; waar<br />
heen vooraf reeds IGCO pond kruid en 6 Rukken<br />
porf bericht. Zie Nieuwe Nederl. Jaarb, September 1786.<br />
fciattï, 069. vcrgel. 076.<br />
N 3<br />
Toevloed<br />
ven llu'p-<br />
Brrgers en<br />
KrygSbe<br />
hoeften na<br />
llattcm.
Tusfehen'<br />
treeding der<br />
drie Hoofdlieden<br />
va ti<br />
Overysfcl.<br />
Manifest<br />
der Stapten<br />
van Gelderland,<br />
198 BEKNOPTE HISTORIE DEÜ-<br />
ken kanon nog gezonden waren. Insgelyks<br />
gingen op den j September van Dordrecht ruim<br />
60 Leden van de Schutteryen en Burger-Com-<br />
pagniën, ter hulpe van hunne bedreigde Broe<br />
ders, onder het uitleiden en welvaart groeten<br />
van eene menigte hunner Stadgenooten van<br />
allerlei rang, derwaards op reis (*_).<br />
In deeze gefleldheid van zaaken , waar in<br />
men niet anders verwagtte , dan dat 'er een<br />
geweldige Burger - Oorlog zou uitbreeken ,<br />
fchreeven de Regeerders van Deventer aan de<br />
Staaten van Gelderland; de drie Hoofdlieden<br />
van Overysfel benoemden Gecommitteerden,<br />
elk uit de haare, die te Wyhe byeen vergaa-<br />
derden, eene Commisfie by Zyne Hoogheid<br />
op het Loo afleiden, en eenen Brief aan de<br />
Staaten van Gelderland fchreeven ; allen met<br />
oogmerk om de Staaten van 't gebruik der Mi<br />
litie te doen afzien, met aanbieding van hun<br />
ne bemiddeling tusfehen de Staaten en de be<br />
dreigde Steden; maar alles te vergeefsch (f).<br />
Want de Staaten van Gelderland beraamden<br />
op den 4 September een Manifest, waar by<br />
aan de Magiftraaten, Gemeenten en Burgeryen<br />
der Steden Hattem en £/£wg-verklaard werd,<br />
dat Hun Ed. Moogende met het doen aantrek<br />
ken der Troupen geen oogmerk hadden, om<br />
de Vryheden en Voorrechten dier Steden te<br />
kren-<br />
(*) Nietige Nederl. Jaarb. Sept. 1786". bladz. 978- 979. "<br />
Qf) luid. September 17Ö6. bladz. 1181 — 1194. j
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 199<br />
krenken of verminderen ; maar alleen om de<br />
rust en goede orde binnen de voorfz. Steden<br />
te herflellen, en bet Oppergezag van Hun Ed.<br />
Moogende te handhaaven; met aanmaaning om<br />
zich aan Hun Ed: Moogende bevelen te onderwerpen<br />
en zich als Rille Burgers tegedraagen;<br />
ten einde daar door voor te koomen, dat geene<br />
middelen van dwang behoefden gebruikt te<br />
worden; ook werden de MagiRraat, Gemeente<br />
en Burgeryen der voorfz. Steden vermaand alle<br />
Vreemdelingen uit dezelven te doen gaan, en<br />
aan dezelven een beraad van maar drie uuren<br />
verleend, na het ontvangen van dit Manifest,<br />
om de Poorten voor het Guarnizoen te openen,<br />
en daar van aan den gebiedenden Officier ken»<br />
nis te geeven; alzoo na verloop van dien tyd<br />
de geRelde Orders (tot gebruiken van geweld)<br />
haare uitwerking zouden moeten hebben. Dit<br />
Manifest zonden de Staaten op dien zelfden<br />
dag aan den Generaal SPENGLER, en aan<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid met verzoek om<br />
de noodige Orders, daar mede overeenkoomende,<br />
aan de gebiedende Officiers te geeven (*).<br />
Aan denzelfden Generaal Major SPENGLER<br />
hadt Zyne Hoogheid ingevolge het Befluit der<br />
Staaten van den 31 Augustus , op den 2 September<br />
bevel gegeeven om met de Troupen ,<br />
daar toe beftemd , naa de Steden Hattem en<br />
Elburg te trekken, ten einde daar in bezetting<br />
* te<br />
£*) Nieuwe Nederl, 'jaarb. Sept. i}t6, bladz. 901—905. ,<br />
N 4<br />
1786*<br />
Krygsmagc<br />
tegen Huttem<br />
en Elburgbeftemd.
ï?ScT.<br />
Dezelve<br />
Vomi v.or<br />
Jlattem, en<br />
eischt ingelaaten<br />
worden.<br />
aco BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
te leggen, en hy cegenftand geweld te gebruiken:<br />
Deeze Troupen beftonden uit een Detachement<br />
van 't Regiment van TUIL VAN SE-<br />
EO OSK E R K E N , te weeten een Ritmeester,<br />
twee Officieren, vier Wachtmeesters, Trompetters<br />
en vyftig Ruiters, waar onder de noodige<br />
Corporaals ; de Regimenten Voetvolk,<br />
van den Luitenant Generaal VAN SOMMES»<br />
L A T T E , en van den Co<strong>II</strong>onel VAN PLET<br />
TEN BERG, benevens een Detachement Artilleristen<br />
, beflaande uit een Kapitein , twee Officieren,<br />
vier Bombardiers, en zestig Kanonniers<br />
van de Compagnie van den Kapitein<br />
M U L L E R ; ook was liet Regiment van den<br />
Erfprins onder de orders van den Generaal Ma<br />
jor SPENGLER (*).<br />
Met deeze Krygsmagt kwam de Generaal<br />
SPENGLER, op den 5 September voor .Haftem;<br />
doch alvoorens op het Grondgebied der<br />
Stad te treeden, zondt de Generaal den Kapitein<br />
P E L K WYK, van 't Regiment van PLET-<br />
TENBEKG met de Patenten voor het tweede<br />
Bataillon van den Collonel van P L E Ï Ï E N B E B O<br />
naa de Stad; doch de MagiRraat cn Gemeente<br />
weigerde dat Guarnizoen in te neemen , en<br />
'zond eenen^ Brief met gemelden Kapitein aan<br />
cien Generaal om Zyne Ed. Gefir. daar van<br />
kennis en reden te geeven. Daarop zondt de<br />
Generaal Major SPENGLER den Kapitein<br />
PELK,<br />
Kleum Nederl. Jaarb, September 1786, bladz. 899,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 201<br />
ÏEILKWYK wederom, benevens de Boden<br />
met het voorfz. Manifest van den 4 September<br />
naa den Magiftraat; doch bekwam geen Ant<br />
woord, maar alleen Copie van den bovenge-<br />
melden Brief; ook bragt de Kapitein dit Rap<br />
port, dat, indien binnen den tyd van diie ua-<br />
ren, door Hun Ed. Moogende bepaald, geen<br />
twee witte Vaandels van den Tooren waaiden ,<br />
de aanbieding van Hun Ed. Moog. verworpen<br />
was. Na verloop van maar twee uuren begon<br />
men van de Wallen met het kanon te vuuren,<br />
waarvan verfcheide kogels langs het front des<br />
Corps van den Generaal Major en de Voorpos<br />
ten voor by vloogen. Toen maakte de Gene<br />
raal toebereidfelen tot den aanval, bezettede<br />
de hoogten voor de Stad, trok kort onder de<br />
Stad, en door de Allée naa de Hovioetfche Poort,<br />
en deed eenige Houwitfer - Grenaten in de Stad<br />
werpen, en eenige kanonfehooten doen. Het<br />
kanon blyvende vuuren deed de Generaal al<br />
het Gefchut aanvoeren, en kwam , aan k hoofd<br />
der Troupen onder het Gefchut van de Stad;<br />
doch toen ondervonden zy eenig Musketten-<br />
vuur met kleine Loopkogels, die zy op de<br />
Bajonetten gewaar werden ; ondertusfehen duur<br />
de het Kanonvuur voort, de Poort werd open<br />
gehakt, en de Troupen marcheerden de Stad<br />
in; wanneer de Generaal bemerkte, dat de<br />
Eattery, die geRadig vuurde, over den Tsfel,<br />
cp het Grondgebied der Provintie van Oyerys-<br />
N 5 Jol
I78Ó-.<br />
Verhaal van<br />
den anderen<br />
kant.<br />
Een Kapiteingezonden<br />
om Guarnizoen<br />
in<br />
te noensen.<br />
Uefluït van<br />
weigering<br />
om zich te<br />
verdeédigcn.<br />
202 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
fel lag, en door lieden uit de Stad Zwolle bediend<br />
werd (*).<br />
Zodanig is, hoofdzaakelyk, het verhaal van<br />
den Generaal Major S P E N G L E R in het Rapport<br />
, dat hy daar van aan de Staaten van Gel.<br />
elerland gedaan heeft. Om deeze gebeurtenis<br />
in den klaarften dag te ftellen, zal ik hier byvoegen<br />
hoe dezelve van den anderen kant in'<br />
de Jaarboeken vermeld ftaat, op dat de Nakoomelingfchap<br />
uit vergelyk van beiden de waarheid<br />
mooge ontdekken en onpartydig- daar over<br />
oördeelen.<br />
De Regimenten van den E R F P R I N S en van<br />
P L E T T E N B E R G op den 5'ien der maand September<br />
omtrent de Stad Hattem gekoomen zyn*<br />
de, werd de Kapitein p E L K W Y K door den<br />
Generaal S P E N G L E R afgezonden, om aldaar<br />
Guarnizoen te houden, en met aanbieding van<br />
eene Amnestie van alles wat 'er gebeurd was,<br />
van wegen de Heeren Staaten van Gelderland, indien<br />
zy het Guarnizoen goedwillig en ongehinderd<br />
wilden ontvangen; doch dat de Stad, indien<br />
men zich daar tegen verzettede, aangevallen<br />
en in brand gefchooten zoude worden , waartoe<br />
drie uuren tyd van beraad gegeeven werd.<br />
Daarop werd aanftonds de Raad en Gemeente<br />
vergaaderd, het gevoelen van den Krygsraad<br />
ingeuoomen, cn eenpaarig beflooten , geen<br />
Kiygsvolk in „te laaten, maar zich, in geval<br />
(*) Nieuwe Nederi. Jaarb. Sept, I^SS. bladz. 522 — 925.<br />
varju
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 205<br />
van aanval, manmoedig te verdeedigen. Ingevolge<br />
van dit Befluit gaf men aan den Kapitein<br />
PELKWYK ten antwoord, dat men vastelyk<br />
beflooten hadt, zich tot den laatften man<br />
te verdeedigen ; en men gaf den Kapitein zoo<br />
even gemeld, twee Brieven mede aan den Generaal<br />
, den eenen gefchreeven door Raad en<br />
Gezwoorene Gemeente, en den anderen door<br />
Burgemeesteren, Schepenenen Raad. Nadat<br />
de Kapitein voorfz. uit de Stad terug gekeerd<br />
was, begon men uit dezelve met het kanon te<br />
vuuren; het Krygsvolk van buiten bleef niet<br />
fchuldig met kanon en klein geweer ; drie Bomben<br />
en eenige Houwkfer-Grenaaten werden in<br />
de Stad • geworpen , doch die wci;;ig fchade<br />
deeden, en alle van zelve fmoorden. Ondertusfehen<br />
werd 'er een Brief in de Stad gebragt<br />
van de Heeren Edelen, VAN DER C A P E L L E<br />
tot de Marsch , p A r. L A N D tot Zuithem , en<br />
VAN ZOYLEN van Nyeveld, waarin verzocht<br />
werd, geen Burgerbloed meer te vergieten,<br />
maar de Stad over te geeven, mer bygevocgde<br />
verklaaring, dat de goede zaak daar doorniet<br />
alleen kon bevorderd, maar ook het Vaderland<br />
gered worden. De Burgers, van Hattem en de<br />
Hulpburgers, die veel vertrouwen in die gemelde<br />
Heeren Edelen Relden, beflooten hier<br />
op tot het verlaaten van de Stad,die zy anders<br />
waarfchynelyk, volgends hunne gedaane betuiging<br />
, tot den laatften man zouden verdeedïgd,<br />
en veel eer in brand geftooken, dan<br />
over-<br />
1786.<br />
Het knnon.<br />
necreri begint.<br />
Veranderet<br />
vm Befluit<br />
door een<br />
ingekoomprj<br />
Blief.
De Verdeedigersverlaaten<br />
de<br />
Stad.<br />
Het Krygsvolk<br />
trekt<br />
binnen.<br />
204 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
overgegeeven hebben. Het kanon zweeg, de<br />
Verdeedigers trokken de Stad uit en voeren<br />
met hun Gefchut, zoo veel zy konden mede<br />
neemen, over de beide Veeren van den Tsfel,<br />
waartoe zy de noodige fchuiten en vaartuigen<br />
in gereedheid hadden. Ondertusfchen trokken<br />
de Belegeraars nader aan de Stad, en eer zy<br />
digt aan dezelve genaderd waren, kwam hun<br />
iemand uit de Stad te gemoete, die de tyding<br />
bragt, dat de Verdeedigers de Stad verlaaten<br />
hadden, en met hun Gefchut over den Tsfel<br />
getrokken waren. Dus hadden de Belegeraars<br />
fchoon fpel; aan de Stad gekoomen zynde,<br />
hakten zy de Poorten, die van binnen met<br />
zwaare boomen bebolwerkt waren , open , en<br />
trokken de Stad in, die zy zoo wel van de<br />
meeste en voomaamfte Inwooners, als van gewapende<br />
Burgers verlaaten vonden ; terwyl<br />
onder het intrekken, de Zwolfche Battery, aan<br />
de overzyde van den Tsfel liggende, nog op<br />
hen bleef fpeelen (*).<br />
Cf 'er bloed Of 'er by deeze gelegenheid Burger- en<br />
vcrgooten<br />
Krygsvolks bloed vergooten zy, is bezwaarlyk<br />
zy is duister.<br />
te zeggen, en voor als nog een geheim. Gelyk<br />
het doorgaands in zulke gelegenheden gaat,<br />
da't elk zyn verlies zoo veel als moogelyk is,<br />
verkleint of verbergt, en dat zynes Vyands<br />
vergroot of breed uitmeet; zoo ging het ook<br />
hier; althans verfcheidene vertellingen van<br />
veele?<br />
(*) Nieuwe Neierl, Jaarb, Sept, 17S6. bladz. 079-981,
ONLUSTEN IN BET VADERLAND, zej<br />
veele gefneuvelden aan de zyde van het Krygsvolk,<br />
zyn naderhand onwaar bevonden} doch<br />
dat 'er eenigen gefneuveld zyn , daar aan kan<br />
men niet twyfelen, als men uit het voor verhaalde<br />
opmerkt, dat de Generaal SPE N G LER<br />
in zyn Rapport zegt, dat hy tot onder het<br />
kanon der Stad genaderd was, het welk vry<br />
fterk vuurde, en dac de Battery van de Zwolfche<br />
zyde ter gelyker tyd op hen ipeelde , zelfs<br />
nog toen het Krygsvolk in de Stad trok; dat<br />
ze kleine Loopkogels op de Bajonetten befpeurd<br />
hadden; zoo is het niet waarfchynclyk, dat<br />
alle de kogels, zoo van 't kanon, als uit het<br />
klein geweer, over de hoofden zullen gegaan<br />
zyn, maar wel eenigen getroffen hebben ; te<br />
meer daar Zyne Hoogheid de Kapitein Generaal<br />
zelve, in zynen Brief aan de Staaten van<br />
Gelderland, waarin dezelve kennis geeft, dat<br />
Hattem. van Guarnizoen voorzien was, zyne<br />
blydfchap betuigt, dat daar by weinig of geen<br />
bloedftorting hadt plaats gehad. Dit onderftelt<br />
ten minde, dat 'er eenige bloedftorting gefchied<br />
'is (*•).<br />
De Krygslieden, dus meester van de Stad geworden,<br />
bedreeven veele baldaadigheden en<br />
plunderingen door 't rooven van goederen |n<br />
vernielen van huizen , die door de uitgeweekene<br />
Burgers verlaaten waren; en dat in zulk<br />
eene maate, dat de Staaten noodig vonden,<br />
(*) Nieuwe Nederl, Jaarb, September J^öf. bladz. JJI.<br />
op<br />
I78Ö.<br />
Het Krygs.<br />
volk bedryfi<br />
veele onge-<br />
rc^eldhej.<br />
den.<br />
#
178.5.<br />
Ciieenigueden<br />
cn ongeregeldheden<br />
te<br />
Elburg geftuit.<br />
206 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
op den 20 September daar aan volgende, eena<br />
Publicatie te doen afkondigen , waar by vergoeding<br />
beloofd werd aan allen, die opgeeven<br />
zouden hoe veele fchade zy by 't intrekken<br />
van 't Krygsvolk geleeden hadden (*). Het<br />
geen verder van de Onlusten, deeze Stad betreffende,<br />
te zeggen is, zal ons voorkoomen<br />
by het verhaal der rampen van Elburg, haare<br />
lotgenoote in deezen, dat ik hier op zal laaten<br />
volgen.<br />
In de Stad Elbwg waren federt eenigen tyd,<br />
gelyk in andere Steden, groote oneenigheden<br />
sn verbitteringen onder de Burgers en Inge.<br />
zeetenen ontitaan, welke eerlang tot daadelyke<br />
angeregeldheden, het inflaan van giaazen en<br />
mdere ftraatfehenderyen, tot verftooring van<br />
ie openbaare rust, uitipatteden, waarom de<br />
Burger-Krygsraad op den 5 April het Befluit<br />
aam, om dezelven te fluiten, en tot dat einde<br />
zich tot den Magiftraat wendde; denzelven in<br />
jedenken geevende, of het niet dienftig zyn<br />
ronde, den Gebiedenden, of oudften tegenwoordig<br />
zynden Officier van der Stads Burgery<br />
:e gelasten en te magtigen, met een gevoeglyk<br />
ïetal Burgers het wettig gezag en de goede<br />
1 *de in de Stad te helpen handhaaven ; en door<br />
i :cne ernftige Publicatie alle Ingezeetenen der<br />
ïtad op het ernftigfte te onderrichten, waar<br />
raö zy de gewenschte vrugten verwagtedenj<br />
Dit<br />
(*) Nieuws Nederl, 'jaarb. September i-86. bladz. 985. \
ONLUSTEN ii HET VADERLAND, sc^<br />
Dit voorflel werd van den MagiRraat goedge^<br />
keurd, en ingevolge daar van op den 11 Apri<br />
beflooten : Dus werd de Burger-Krygsraad ge<br />
last en gemagtigd om, provifïoneel, gevoeg<br />
lyke fchikkingen te maaken; ten einde de rusi<br />
Én goede orde te bewaaren , en daartoe de<br />
kragtigfte maatregelen te beraamen ; met ver<br />
deren last en magtiging om de overtreeden<br />
Tan deeze Hun Ed. Achtbaare heilzaame voor<br />
zieninge, met de daad te vatten, en op hei<br />
Stadhuis in bewaaring te brengen, en voord?<br />
hier van den tydelyken 'Burgemeester kennif<br />
te geeven, ten einde Hun Ed. Achtbaare tegen<br />
de zodanigcn mogten procedeeren, gelyk naai<br />
toedragt der zaaken bevonden zou worden te<br />
behooren (*).<br />
Van meer gevolg waren de gefchillen der<br />
Gemeenslieden, eerst met eenige Leden van<br />
den MagiRraat, eri vervolgends van den Ma^<br />
giftraat en Gemeente met de Staaten van Gel.<br />
derland. Gelyk in de meeste'Gelderfche Steden.,<br />
zoo was ook hier het Collegie der Gemeens<br />
lieden byna geheel in verval geraakt; zy zoch<br />
ten derhalven in hunne oude Rechten herfteld<br />
te worden, byzonderlyk in 't Recht van op 't<br />
Stadhuis te vergaaderen , en aldaar, even als<br />
de Magiftraat, of met denzelven, ovèr's Volks<br />
belangen te raadpleegen en invloed op het be-<br />
flier der zaaken te hebben. Op voorftel van<br />
twee<br />
(*J Nieuws Nedtrl. Jaarb. April 1786. bladz 321 • 324»<br />
17864'<br />
Gcfc!:i] lus;<br />
fchen de Geroet<br />
nsliedeu<br />
en den Ma-,,<br />
giftraac.
Publicatie<br />
tegen de<br />
Rcquesicn,<br />
*o8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
twee Leden , H E N D R I K VOS G E R R I TZ. , ea<br />
GERRlï HEN G E V E L D W I L L E M ? , , deed<br />
de Gezwoorene Gemeente hier over Vertoogen<br />
aan den Magiftraat; doch deeze nam den 28<br />
Maart daar op een ongunftig Befluit, waar tegen<br />
nogthans twee Leden van den Raad, de<br />
Heeren R A U W E N H O F F en S E L S protefteer.<br />
den. Eindelyk verkreeg de Gemeente haaren<br />
wen^ch, de Magiftraat bewilligde vervolgens<br />
in 't verzoek der Gemeente, en daar werden<br />
nu en dan faamengevoegde Vergaaderingen van<br />
Raad en Gemeente gehouden , voornaamelyk<br />
wanneer het aankwam om den last te bepaalen ,<br />
welke aan de Afgevaardigden ten Landdage<br />
moest gegeeven worden; qm dat de ondervinding<br />
menigmaal geleerd hadt, dat die Heeren<br />
Afgevaardigden hunnen last verre te buiten<br />
gingen.<br />
In zodanig eene fa-.mengcvoegde Vergaadering<br />
van Raad en Gemeente werd op den 23<br />
May Rapport gedaan door den Mede-Raadsvriend<br />
Mr. H, O T T E E S , die mede op den<br />
Landdag, den 2 May te Zutphen gehouden ^geweest<br />
was; uit weLJc Rapport ouder anderen<br />
bleek, „ dat zekere Publicatie (waar by hoofdzaakelyk<br />
verbooden werd Addresfen te doen<br />
door Burgers of Ingezeetenen over Staatszaaken,<br />
betrekkelyk tot de Publicatie daar tegen,<br />
door 't Hof opgefteld) met eenige weinige<br />
verandering door Hun Edel Moogende vastgefteld<br />
was; en zulks onaangezien het Pretest<br />
cn
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 209<br />
en voorbehouding van Aantekening, door de 1785.<br />
Gecommitteerden deezer Stad ten LandJjge<br />
gedaan, zoo wel als tegen de Ptotcsten van<br />
•verfcheidene Leden der Ridderfchap van dit<br />
en andere Kwartieren; en dat dit Punt dus<br />
door de Meerderheid tot Befluit gebragt was*"<br />
Hier over beraadflaagd zynde, werd befloo Rcfluir'nrfi<br />
deiclve nier'<br />
ten, „ dat de tydelyke Piseödent zou gemag- te laaien<br />
aikundigeru<br />
tigd worden, en met deezen gemagtigd werd,<br />
om de voorfz. Publicatie , als een punt .van<br />
kennelyk bezwaar inhoudende, en een inbreuk<br />
doende op de onbetwistbaare Rechten en Voor,<br />
rechten der Burgers en Ingezeetenen, niet te<br />
doen afkondigen noch aanplakken ; noch zich<br />
derzelver eenigzins te bekreunen ; maar die ter<br />
Secretary ter neder te leggen. De Gemeens»<br />
lieden gaaven van dit Befluit kennis aan hunne<br />
Principaalcn , de Gilden en Burgery, welke<br />
hen tegen alle moogelyke gevolgen waarborg*<br />
den (*).<br />
Eene dergelyke Vergaadering werd 'er op Bcfliiit nakende<br />
de<br />
den 14 Juny gehouden, in welke de aanfehry- Pinnen deE<br />
Kwartier*<br />
ving door een Bode van Arnhem gebragt werd Vergaade»<br />
tot het houden van eeqe Kwartiers-Vergaadering,-om<br />
te beraadflaagen over het opneemen<br />
ling.<br />
van Penningen door den Raad van Staaten}<br />
waarop beflooten werd , toe te fiemm=n tot mag*,<br />
liging op den Raad van Staaten, ten voorfz. ein*<br />
de:<br />
i (*) Nieuwe Neder!. Jaar!/, /frril i-Sö. bladz. 324. Ver^U<br />
(!/!e. May 1785. bladz. 440. 44a.<br />
L<br />
0 • •
I?86\<br />
2.0 BEKNOPTE HISTORIE rjstf<br />
de: Doch dat de Gecommitteerden niet zouden<br />
moogen treeden in eenige vermeerdering van<br />
ten; dat de Gecommitteerden , zich in geene<br />
andere Punten zullen inlaaten, dan in de aanfchrj<br />
ving vermeld -waren , enz. Tegen dit Befluit<br />
verzetteden zich drie Heeren Schepenen ,<br />
TULLEKEN, JULIEN en vos, en prote*<br />
fleerden tegen de faamengevoegde Vergaadering<br />
van Raad en Gemeente, als daartoe onbevoegd<br />
, houdende het Befluit daar in genoomen<br />
derhalven voorinformeel, nul en onbeftaanbaar;<br />
terwyl de Burgemeester RAUW EN HOF<br />
en de Schepen SELS, benevens de Leden der<br />
Gemeente WYNNE, HOEFHAMER, H. vos,<br />
STUURMAN, HENGEVELD eUMICHIEL-<br />
SEN, hunne Aantekening daar tegen voorbehielden.<br />
Ondertusfchen was men beducht,dat<br />
men het afkondigen der betwiste Publicatie tegen<br />
Addresfen en Requesten met geweld en<br />
door Krygsmagt zon doordringen; waarom de<br />
Krygsraad op middelen bedacht was om zich in<br />
ftaat van tegenweer te Rellen, en, des noods,<br />
geweld met geweld te keeren : Tot dat einde<br />
werd, volgends Befluit van den Magiftraat een<br />
Artillerie Compagnie aangenoomen, men diep.<br />
te de Graften uit, ftelde de Sluizen in ftaac<br />
om te werken; men maakte Schanskorven gereed<br />
, en andere noodzaakelyke dingen meer<br />
tot tegenftand (*}.<br />
Hec<br />
O) Nieuws Nederl. %0vh July ijiS. blad*. 5j>$ —Col,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 211<br />
Het geen men niet zonder reden vreesde,<br />
gehemde ook welhaast; in de maand Augustus<br />
kwarrt 'er a'anfchryving van 't Gerechtshof van<br />
Ueldtrland, uit naarri der Staaten, aan Burge<br />
meesteren , Schepenen cn Raad, met de voorfz.<br />
Publicatie, om ze te doen afkondigen en aan<br />
plakken; doch dit gefchiedde niet, ingevolge<br />
het Befluit van den Magiftraat op den 23 May<br />
genoomen , en hier voor gemeld ; de Momboirs<br />
dit vemoomen hebbende, gaven daar van ken<br />
nis aan 't Hof, het welk op den 2 Augustn*<br />
daar over aan Burgemeesteren , Schepenen en<br />
Raaden fchreef met nadere aarmmarnftg tct de<br />
afkondiging ; dceh de-Magiuraac en Gezwoo<br />
rene Gemeente beantwoordde zulks op den 10<br />
Augustus met volharding by hun Befluit van<br />
niet gehouden te zyn, noch die afkondiging te<br />
kunnen doen, om bovengemelde redenen. Maar<br />
de Schepenen en Raaden T U L L E K E N , JU<br />
LI E N , V A N O L D E N B A K N E V E L D Cn VÖ3,<br />
fchreeven op dien zelfden dag aan het Hof,<br />
dat zy geen deel hadden aan de weigering van<br />
die afkondiging ; waarby naderhand de Heeren<br />
O T T E R S en V A N S P A A N z>ch voegden; eri<br />
de Momboirs gaven op den 24 Augustus van<br />
dit alles kennis aan 't Hof, en 't Hof op den<br />
26. aan de Staaten; welke daar op een Manifest<br />
voor de Steden Hattem en Elburg beraamden,<br />
om aan haar, voor den aantogt van Krygsvolk,<br />
te doen voordraagen, en vervolgends een Be-<br />
ïluit naamen op den 31. derzelfde maand, d*{<br />
ü a Zyne<br />
1786.<br />
De aikonrii.<br />
ging der<br />
gemelde Pof.<br />
blicatie<br />
Wordt ge*<br />
weigerd<<br />
Befluit der<br />
?• iaten or^<br />
xryg*v»H
-1786.<br />
tia:'. liet tem<br />
cn Elburg<br />
te zenden.<br />
Laatflepoogins<br />
der Uegeering<br />
van<br />
Elburg om<br />
Staaten van<br />
dat voorneemen<br />
af te<br />
trekken.<br />
212 'BEKNOPTE HISTORIE DÉS<br />
Zyne Hoogheid als Kapitein Generaal zou wor<br />
den verzocht om, zoo fpoedig als moogelyk,<br />
een bekwaam getal Militie met al het noodige<br />
voorzien, naa de Steden Hattem en Elburg te<br />
zenden, daar Guarnizoen te houden en tot na<br />
dere order te blyven, met byzonderen last,<br />
aan den Gebiedenden Officier om, des noods,<br />
by ontmoeting van tegenftand geweld met ge<br />
weld te keeren. Dit Befluit werd aanftonds<br />
uitgevoerd; op dien zelfden dag werd aan Zy<br />
ne Hoogheid bovengemelde aanfehryving ge^<br />
daan, en de laatfle aanmaaning aan de Steden<br />
Hattem en Elburg. Elburg, gelyk als Hattem,<br />
bleef ftandvastig by zyne weigering, en door<br />
den Krygsraad werden ook, even als te Hat.<br />
tem, rondgaande Brieven aan de Gewapende<br />
Genootfchappen gezonden ; men ontving Krygs-<br />
behoeften, men nam Gewapende Manfchappea<br />
in, en alle andere fchikkingen werden gemaakt<br />
tot eene moedige verdeediging (*).<br />
Hoe zeer ontflooten om zich tegen geweld te<br />
verdeedigen , wilde de Regeering nogthans<br />
eene Jaatfte pooging doen, om de Heeren<br />
Straten, ware het moogelyk, van het voor-<br />
neemen, om Krygsvolk aan te voeren, af te<br />
trekken : De Raad en Gemeente fchreeven<br />
daartoe op den i September, aan de Staaten,<br />
op den Landdag vergaaderd, eenen hartelykea<br />
, Brief,<br />
(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. Augustus i?8
ONLUSTEN IN HET VADERLAND 2x3<br />
Brief, waarin zy betuigden, dat de Burgery,<br />
genoegzaam als een ecnig Man ontflooten was<br />
I om geweld met geweld te keeren, en liever<br />
het uiterfte te waagen, dan hunne Stedclyke<br />
\ Rechten te zien verkragten; dat zy niets<br />
zochten, niets verrichtten, dan waartoe zy<br />
zich over-verpligt vonden, tot onderfteunin'g<br />
hunner Stads Conflitutie; dat ze de gevolgen<br />
, van den Burgerkryg overlieten voor die Staats<br />
leden, welke daartoe hadden medegewerkt,<br />
op welker gemoederen die zekerlyk eens zou-<br />
i den wegen ; dat zy, nu de Staaten, die hunne<br />
Befchermers moesten zyn, hunne Vervolgers<br />
: waren geworden, hunne overige Bondgenooten<br />
op gronden der Unie van Utrecht , hadden<br />
ingeroepen, terwyl reeds een geducht getal<br />
derzelven, uit alle Plaatfen zich binnen hunne<br />
I muuren bevond, en de rechtvaerdige Voorzie<br />
nigheid tusfehen Hun Ed. Moogende en Hen<br />
zou rechten Welke Brief verzeld was van<br />
een, niet minder nadrukkelyk, Protest, waar<br />
in zy de redenen van hunne weigering, en de<br />
gronden van hun gehouden gedrag breedvoerig<br />
ontvouwden. Ondertusfchen waren op den 30<br />
en 31 Augustus verfcheidene Hulpbenden der<br />
Gewapende Genootfchappen van Harderwyk en<br />
Hierde, Deventer, Campen, Amfierdam en el<br />
ders, daar binnen getrokken, om de aannade-<br />
rende Krygs-bezetting, af te keeren (*).<br />
Op<br />
(*) Nieuwe Nedsrl, Jsuri. Sept. 1785. bladz, siC>-}9i%<br />
O 3<br />
1786.
1786.<br />
Dc Regceri'.g<br />
vin<br />
£lbu>g<br />
fchrjl't oni<br />
hulpc aan<br />
de Staaten<br />
Van Holland.<br />
JJefluiton<br />
pm dc S-ad<br />
{e yerlaatïflt<br />
4t4 BEKNOPTE HISTORIE DB*<br />
Op dien zelfden i September zonden de<br />
Magiftraat en Gezwoorene Gemeente eenen<br />
Brief aan de Staaten van Holland, waarin zy,<br />
na een omftandig verhaal van al 't geen tusfehen<br />
de Staaten van Gelderland en hen was<br />
voorgevallen, en van den toeftand, waarin zy<br />
zich thans bevonden, (daar de Meerderheid<br />
der Staatsleden gereed was om met geweld tegen<br />
hen te werk te gaan,) Hun Ed. Moogende<br />
uk hoofde der Unie van Utrecht, welker onderlinge<br />
bedongen befcherming zy ernftig inriepen,<br />
verzochten en fmeekten, zodanige gepaste<br />
en kragtige middelen te beraamen, ea<br />
aangezien hun dringend gevaar, zodanige hulpe<br />
en byftand daadelyk daar te ftellen, om nog<br />
by tyds, eer 't te laat was, voor te koomen,<br />
dat een imegreerend Lid der Souvrainiteit van<br />
dat Gewest, tegen orde en Conftitutie aan, en<br />
dus alleen door geweld en overmagt , ten<br />
prooije wierde van de willekeurige handelingen<br />
van hunne Mede-Staatsleden, die, met hun<br />
gelyk ftaande, nimmer het recht verkreegen<br />
hadden , hunne ftedelyke rechten van hunne<br />
willekeur afhangelyk te maaken (*).<br />
By dit voorneemen om zich té verdeedigen<br />
Dieeven de moedige Burgers van Elburg, en<br />
mnne Medehelpers tot op den 4 September,<br />
:n zouden waarfchynelyk daar ip volhard en<br />
] iet uiterfte gewaagd hebben, indien niet op<br />
dien<br />
(V Nieuwe Nederl. Jaari. Sqt. 1786, bladz. 993 •» 903.
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 215<br />
dien dag eene ernftige raad en aanmaaning was<br />
ingekoomen van de Ridders VAN DE CAP EL<br />
LEN tot de Marsch , ZUILEN VAN NYE-<br />
VELD, en VAN NÏ VENH EI M, hunne Vrien<br />
den en Voorftanders, om geen tegenRand. te<br />
bieden , maar de Stad te verlaaten met de beste<br />
en tilbaare goederen, uit aanmerking van de<br />
groote Rerkte der Krygsmagt, die tegen hen<br />
opkwam, en van de onmoogelykheid, om met<br />
de verfaamelde en ingekoomene Hulpbenden<br />
aan dezelve het hoofd te kunnen bieden; en<br />
dat zy zich derhal ven aan een gewis bederf<br />
zouden bloot Rellen. In 't eerRe vondt deeze<br />
raad geen ingang; maar eindelyk befloot men<br />
daar toe, en de meeste Burgers en Ingezeete<br />
nen zoo gewapende als ongewapende, trok<br />
ken ter Stad uit, hen volgden de Gewapende<br />
Hulpburgers, die van elders toegefchoten wa<br />
ren, neemende hunnen weg naa Campen, waar<br />
zy des morgens van den 5 September ten vyf<br />
uuren aankwamen, twee Veldftukjes medevoe<br />
rende; anderen namen de Wyk naa Amjler.<br />
dam, waar. aanRonds in hunne meest dringen<br />
de behoeften voorzien, en vervolgends eene<br />
Infehryving geopend werd , om geduurende<br />
hunne vlugt voor hun beflaan te zorgen; ook<br />
booden de Regenten van verfcheidene Hol.<br />
landfche Steden aan die Vlugtelingen, gelyk<br />
ook aan die van Hattem, het Burger-Recht<br />
,aaa, indien zy zich daar wilden nederzet-<br />
O 4 * e<br />
»
l-]?6.<br />
De K
ONLUSTEN ÏN H E T VADERLAND. 217<br />
zich niet aan de akeligfte rampen blom te ftel 1785.<br />
len; met uitdrukkelyke verklaaring, dat zy<br />
alles, wat in hunne afweezigheid of tot hun,<br />
of hunner Burgeren nadeel, het zy door 't<br />
Hof, of andere gekoozene Rechters , binnen<br />
die Stad en derzelver Rechtsgebied mogte verricht<br />
worden, hielden voor nul en niet gedaan:<br />
Ook verklaarden zy, dat hun Collegie zyne<br />
Posten niet weêr zou kunnen aanvaarden, voor<br />
dat hunne Stad van Krygsvolk zou ontruimd<br />
zyn, en zy in f'aat gefteld, tot het houden<br />
van vrye beraadflaagingen, en allen ten deezen<br />
einde gewaarborgd, nu en in 't vervolg, in<br />
alle opzigten. Terwyl zy als nu , zoo veel<br />
noodig,tegen alle verder geweld, voor God en<br />
de waereld protefteerden en alle welherbragte<br />
Privilegiën, Rechten en Defenfiën voor zich,<br />
hunne Stad en Burgery inriepen, en zodanige<br />
middelen van herflel en fchaverhaaling hunner<br />
groote bezwaaren, als zy te raaden zouden<br />
worden, zich uitdrukkelyk voorbehielden (*).<br />
Dit Adres werd door de Staaten, daar over<br />
beraadflaa^d hebbende, gefteld in handen van<br />
het Provintiaale Gerechtshof om te dienen tot<br />
deszelfs naricht (f). Het gemelde Hof was Voordel eri<br />
verzoek van<br />
door 't Befluit der Staaten van den 31 Augus Zyne Doorl,<br />
Hoogheid<br />
tus gelast en gemagtigd om tegen die geenen, om Amnes<br />
welke zich te Elburg tegen het afkondigen van tie voor de<br />
Burgers van<br />
. 't Hattem en<br />
Wurg.<br />
(«) Kleuwe Nefcrl. Jaarb. Sipt. 1786. blrtdz, 1004—1005,<br />
(f; Ibid. September, bladz. 974-<br />
" •<br />
:<br />
' O 5 " ' '
De Staaten<br />
befluiten<br />
daartoe met<br />
uitzondering<br />
van<br />
eenige Perfoonen*<br />
?i8 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
't Landfchaps-Befluit verzet hadden, of zich<br />
nog verder mogten verzetten, te doen proce-<br />
deeren, en in beide Steden Hattem en Elburg<br />
tegen de fchuldigen recht te oefenen; Zyne<br />
Doorluchtige Hoogheid dit Befluit ontvangen<br />
hebbende, fchreef den 14 September aan de<br />
Staaten eenen Brief, met voorftel en verzoek<br />
om het Hof hier in niet te laaten voortgaan,<br />
maar eene Amnestie, of vergeetenheid vast te<br />
ftellen; waartoe by de Staaten op den 17 Sep<br />
tember beflooten werd, doch met uitzondering<br />
van eenige Perfoonen, als: 1. Van die Perfoo<br />
nen uit Hattem en Elburg , welker naamen ge<br />
vonden werden onder zeker Adres of Request,<br />
by den Brief van de Staaten van Holland, van<br />
den 11 September aan die van Gelderland ge<br />
voegd, 2. Van de beide Predikanten van El-<br />
burg, H E 1 j N en VAN D I E R M E N , en den Bak<br />
ker KLAAS VAN DIER MEN. 3. Van den<br />
Advocaat DA ENDELS te Hattem; gelyk ook<br />
zodanige gepenfioneerde Krygslieden, welke<br />
rmder de fchuldigen mogten gevonden wor<br />
den. 4. Voorts van alle de Burgers en Inge-<br />
zeetenen van voorfz. Steden, welke binnen zes<br />
iveeken, na de afkondiging deezer Amnestie,<br />
niet weder tot hunne wooningen te rug keer<br />
den (*).<br />
De Amnes Maar zeer weinige Burgers maakten gebruik<br />
tie verlengd. .<br />
*an deeze, hun aangeboodene, genade: Toen<br />
s<br />
V) Nederl, Jeari, Sept, 1786, bladz. 953—963.<br />
de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 219<br />
de tyd van zes weeken, daartoe bepaald, verioopen<br />
was, werd te Hattem, van wegen 't<br />
Hof, door de Gerechtsboden eene omfchryving<br />
in de Stad gedaan, om te onderzoeken»<br />
welke en hoe veele Burgers waren te rug ge.<br />
keerd, en men bevond, dat derzelver getal<br />
niet meer dan 7 of 8 Burgers was. Om derhal.<br />
ven nog meerderen uit te lokken werd de Vergeetenis<br />
nog zes weeken, dat is van half November<br />
tot January verlengd. Maar de Bemiddeling<br />
door de Provintiën van Zeeland en GJO><br />
ningen, tusfehen de Staaten en de twee Stemhebbende<br />
Steden Hattem en Elburg aangebooden,<br />
werd door de Staaten van Gelderland afgeweezen,<br />
die beweerden, dat, wanneer'Onderdaanen<br />
aan hunnen Souvrain ongehoorzaam<br />
zyn, dan geene Bemiddeling van derden j maar<br />
alleen handhaaving van het Oppergezag, kan<br />
te pas koomen ( +<br />
).<br />
Deeze gebeurtenisfen van Hattem en Elburg<br />
hebben een onmiddelyk verband gehad met de<br />
Onlusten, vervolgends tusfehen de Bondgenooten,<br />
en voornaamelyk tusfehen Holland,<br />
eenige andere Provintiën en byzonderlyk den<br />
Stadhouder, ortitaan, waarom ik den draad<br />
daar van kortelyk zal agtervolgen. De Staaten<br />
•van Holland fchreeven op den 4 September<br />
aan die van Gelderland, dat zy met aandoening<br />
den aart en de gefteldheid der Gefchillen en<br />
On-<br />
{*) Nieuwe Nederl Jaa;b. iïov. 1786. bladi, 1411, 1412.<br />
1786.<br />
Scliryven<br />
der Staaten<br />
Holland aan<br />
die van<br />
Gelderland,
I'7&r5-.<br />
220 BEKN0PTEHIST0RIE.DE*-<br />
Onlusten, tusfehen de Regenten en Ingezeetenen<br />
in fommige Provintiën , en byzonder in<br />
die van Gelderland, ernflig overweegende, genoodzaakt<br />
waren hunne aandacht te vestigen op<br />
bet akelig vooruitzigt der fchroomelyke gevolgen<br />
, die te duchten waren , indien die verfchillen<br />
door de Wapenen beflist, en tot het<br />
gebruik van de Krygsmagt toevlugt genoomen<br />
wierd ; dat Hun Edel Groot Moogende even<br />
daarom by hun Befluit van den 25 Augustus den<br />
Hr. Kapitein Generaal hadden aangefchreeven,<br />
om, by provifie en tot hunne nadere beflelling,<br />
geene Troupen, op hunne Betaaling<br />
ftaaude, en in de Provintie van Gelderland, of<br />
daar buiten, Bezetting houdende naa de Steden<br />
Hattem of Elburg te zenden, enz. dat zy<br />
thans met verwondering vernaamen , dat het<br />
voorgenoomen Befluit van Hun Ed. Moogende<br />
de Staaten van Gelderland, reeds daadelyk ter<br />
uitvoer gebragt was. Hun Edel Groot Moogende<br />
konden niet verbergen, dat zy dit Befluit<br />
met geen onverfchillig oog konden aanzien<br />
, als aanloopende tegen de onveranderlyke<br />
grondbeginfelen . welke in eene welgeftelde<br />
Regecring nimmer kunnen dulden , dat de deur<br />
voor bülyke Vertoogen van 's Lands kiaagende<br />
Ingezeetenen toege-muurd, de wettige en eerbiedige<br />
Volksflem door geweldige middelen<br />
gefmoord, en de weg tot vereffening van op»<br />
gerezene verfchillen door Krygsdwang zou af-<br />
gefneeden worden. Eene ocderneeming<br />
waas
ONLUSTEN IN' HET VADERLAND. a«r<br />
waar van. de rampzalige gevolgen zich welhaast<br />
over de geheele Republiek zouden kunnen<br />
verfpreiden, en een bloedig tooneel van Bur-<br />
gerlyken Oorlog zou kunnen openen; eene art*<br />
derneeming eindelyk, waar omtrent zy temeer<br />
gevoelig moesten zyn, naarmaate zymetgrond<br />
verwagtteden 3 dat het noodlot van' de Gelckr-<br />
fcht Burgery 'aan hunne {de Hollandfche) wel*<br />
meenende en getrouwe Ingezeetenen niet on-<br />
verfchillig zoude zyn. Met dien ernst dan,<br />
die het gewigt deezer zaake vorderde, vonden<br />
zy zich verpligt Hun Ed. Moogende op het<br />
vriendnabuurlykfte te verzoeken, op 't krag><br />
tigRe aan te ma au en en te betuigen, om het<br />
uiterRe [in deezen nog tydig te verhoeden , en<br />
van het gebruik dier middelen af te zien, we!*<br />
Jee niet anders , dan tot verdervelyke einden<br />
kunnen uitloopen; maar om , integendeel, zo<br />
danige maatregelen by oer hand te neemen,<br />
waar door het hoognoodig vertrouwen tusfehen<br />
Overheden en Ingezeetenen in Huu .Ed. Moo<br />
gende Provintie herfteld, op duurzaame gropi<br />
den gevestigd, alle misbruiken geweerd-, en<br />
de ontftaane verfchilien langs den weg van min-<br />
nelyke bevrediging vereffend en afgedaan mog<br />
ten worden. Tot welk zoo nuttig en heilzaam<br />
oogmerk Hun Ed. Gioot Moogende hunne Be<br />
middeling, gepaard met alie mv&ï kragtige,<br />
goede en Bondgenootfchappelyke dreunen , aan<br />
Hun Ed. Moogende volvaerdig aanbooden, be-<br />
... -Jrei'i<br />
17 83»
I?86.<br />
Arm de anderelïondjenooten<br />
om<br />
gelyke Befluiten<br />
te<br />
neemen.<br />
Voorftel<br />
Van Dordrecht<br />
o'ii de<br />
mai>t des<br />
Stadhouders<br />
ie Wpaaleo.<br />
222 BEKNOPTE HISTORIÉ DÉR<br />
reid zynde, die, op het eerfte aanzoek, daa-<br />
delyk te bewyzen en in 't werk te ftellen (*).<br />
Van deeze aanfehryving en het Befluit, de<br />
Krygsmagt raakende, daar in gemeld, gaaven<br />
de Staaten van Holland kennis aan de Provin<br />
ciën, van Zeeland, Friesland, Overysfel en Grt>.<br />
ningen, met vriendeïyk verzoek om ook dier-<br />
gelyke Befluiten te neemen , met opzigt tot de<br />
Militie, ter haarer Betaaiing ftaande.<br />
By gelegenheid, dat 'er op den 4 Septem<br />
ber over het vastftellen van zodanige Brieven,<br />
aan de Bondgenooten te zenden, geraadpleegd<br />
werd , deeden de Gedeputeerden van Dordrecht<br />
door den mond van hunnen Penfionaris, DE<br />
G Y Z E L A A R , vooidraagen, dat het kwaad in<br />
den boezem van den eerften Staatdienaar,<br />
W I L L E M DEN V. zat, en of het niet onver-<br />
antwoordelyk was, Hem in deeze omftandig-<br />
heden zoo veel magt te geeven; en fteldea<br />
voor om eenen bandigen Brief aan Hem af te<br />
zenden; ten einde van Hem te eisfehen, dat<br />
ïiy niet medewerkte tot de uitvoering van der*<br />
jelyke Befluiten , als de Staaten van Gelderland<br />
uratrent Hattem en Elburg, genoomen hadden;<br />
;u indien hy niet daadelyk daartoe bewilligde<br />
i >.n. niet zigtbaar deed blyken, dat hy 'er een<br />
ifkeer van hadt; Hem dan in zyne magt te<br />
sepaalen; en vervolgends het Krygsvolk van<br />
iee;;e Provintie aan te fchryven, zieh op het<br />
eerfte<br />
tf Kieuw. Sedert. Jeari. SipUt&tt Vfè6. blidz.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 22$<br />
eerde bevel van Hun Ed. Groot Moogende ge<br />
reed te houden, om gebruikt te worden, te<br />
gen allen en een iegelyk, die zich als vyanden<br />
van den Staat gedraagen. Verfcheidene Steden<br />
Remden met dit VoorRel van Dordrecht in;<br />
Haarlem drong aan, dat men in buitengewoone<br />
gevallen Randvastig moet overgaan tot hetgeen<br />
de nood vordert, en gaf in bedenken, of men s<br />
daar de Kapitein Generaal zyne toeftemming<br />
openlyk aan de Staaten van Gelderland gaf, en<br />
daarenboven zelfs gezegd hadt, zich niet aan<br />
het Befluit van Holland te kunnen gedraagen,<br />
denzelven zoo lang hy zich niet van verden<br />
ken zuiverde, provifioneel wel zoude hekst laa<br />
ten met het beftuur over het Krygsvolk deezer<br />
Provintie? Hier by voegden zich Leyden,<br />
Schiedam, Schoonhoven, Alkmaar, Hoorn, Enk.<br />
huizen, Munnikendam, Medsnblik en Purmerend.<br />
Delft maakte zwaarigheid om zich over de<br />
Voorflellcn van Dordrecht en Haarlem te ver<br />
klaaren, verzocht een fchriftelyk Voorftel, om<br />
op den volgenden dag daar over te beraadflaa-<br />
gen; waar by den Briel zich voegde. Amfier-<br />
dflms Gedeputeerden voegden zich , als by<br />
zondere Leden van Regeering by Dordrecht en<br />
Haarlem, benevens de afidere Steden, en ftel-<br />
de voor, eene Expresfe naa hunne Principaa-<br />
len te zenden, en zich den volgenden dag na<br />
der te verklaaren ; Gouda verklaarde zien op<br />
dezelfde wyze. Rotterdam kwam we! in zoo<br />
verre met Dordrecht en Haarlem overeen, dat<br />
'er
1726.<br />
VerfcheideneVerzoekfchriften<br />
tot<br />
het zcl de<br />
einde lire!;-<br />
Uendc.<br />
Voordellen<br />
der Gedeputeerden<br />
van<br />
Dordrecht.<br />
m BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
'er eene Voorziening moest gefchieden ; maar<br />
Vondt het bezWaarlyk dezelve te bepaalen; kon<br />
nogthans wel met Haarlem inftemmen , indien<br />
de Leden anders daartoe geneegen waren; by<br />
welk Advies Gorinchem zich voegde. Edam<br />
was afwezig en de Ridderfchap zweeg, zonder<br />
voor of tegen te Remmen (*}.<br />
Terwyl men dus bezig was, over deeze ge«<br />
wigtige zaak te beraadflaagen, kwamen 'er ver<br />
fcheidene Stukken in, dezelve betreffende,<br />
die dezelve nog ernfliger en dringender maak<br />
ten ; als daar was een Brief van de MagiRraat<br />
en de Gezwoorene Gemeente van Elburg; enz.<br />
een desgelyke van Burgemeesteren, Schepenen<br />
en Raad der Stad Hattem enz. verfcheidene<br />
gelykluidende Requesten van eene zeer groote<br />
menigte, alle Burgers en Inwooners der Stad<br />
Jlmfterdam , enz. een Verzoekfchrift van een<br />
aanmerkelyk getal Schutters en Ingezeetenen<br />
der Stad Delft, enz.; een Request van Burgers<br />
en Ingezeetenen der Stad Gouda, enz. nog een<br />
Request van eene Schaare Burgers en Ingezee<br />
tenen van 's Hagi; en eindelyk een Request<br />
van een getal Burgers en Inwooners van Veur,<br />
Voorfchooten en den Leydfchendam, enz.<br />
Op het inkoomen van deeze Brieven en Re<br />
questen , werden de Leden der Vergaadering<br />
duor de Gedeputeerden van Dordrecht, als oud-<br />
Re „en eerst Remmend Lid, opgewekt tot vry»<br />
moe.<br />
{*) Nieuwe NederU Jaari. Sept, i?3ö. bladz. 1030-rsjC
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 225<br />
moedigheid en hartelykheid in het uiten van<br />
hunne Adviefen op dit gewigtig tydRip, en<br />
op dat die opwekking te meer ingang mogt<br />
vinden, werd, op verzoek van welgemelde<br />
Heeren Gedeputeerden, de Acte van fchade-<br />
looshouding van den 19 July 1663., door den<br />
Raadpenfionaris voorgeleezen; voords haalden<br />
dezelfde Heeren verfcheidene redenen van<br />
wantrouwen op tegen het beflier van den Hr.<br />
Kapitein Generaal en Relden voor, den ge»<br />
meiden Hr. Kapitein Generaal aan te fchry-<br />
ven, zyne perfoonelyke denkwyze over de ge.<br />
weldige maatregelen tegen de Steden Hattem.<br />
en Mlburg, mitsgaders tegen de Stad Utrecht,<br />
op eene klaare en rondborflige wyze open te<br />
leggen, ten einde niet genoodzaakt te worden<br />
om te befluiten tot eene opfchorting van Hem<br />
Kapitein Generaal' in zyne Provintiaale Krygs-<br />
hoedanigheid, en gevolglyk ook van de Magt<br />
aan hem toevertrouwd over de Troupen, ter<br />
betaaling van deeze Provintie Raande. Verder<br />
werd door die zelfde Heeren Gedeputeerden<br />
na de redenen, daartoe beweegende , opge-<br />
geeven te hebben, voorgeReld, om aan alle<br />
de Bevelhebbers der Regimenten op deeze<br />
Provintie ter betaaling verdeeld Raande, van<br />
wegen Hun Ed. Groot Moogende aan te fchry-<br />
ven en te gelasten , zich marschvaerdig te<br />
houden, om op Hoogstderzelver eerfle orders<br />
te kunnen trekken naa de aan te wyzene Plaat<br />
fen. De Heeren van de Ridderfchap en Ede-<br />
178Ö.
1786.<br />
226 BEKNOPTE HISTORIE bt*<br />
len verzochten Copie van het Voorftel, om<br />
daarop nader te beraadflaagen ; zoo deeden oofe<br />
Amflerdarn, Delft en den Briel om het gevoelen<br />
hunner Principaalen» daarop te veiftaan,<br />
en het Befluit werd uitgefleld tot den 6 der-<br />
Zelfde maand. De Heeren Gedeputeerden va»<br />
Dordrecht, Haarlem, en de andere Steden,<br />
die zich by hen gevoegd hadden, protefteerden<br />
tegen alle verdervelyke gevolgen, die uit<br />
het uitftel zouden kunnen voortvloeijen, laaiende<br />
de verantwoording daar van over aan de<br />
Heeren van de Ridderfchap en de Gedeputeerden<br />
van die Steden, welken het Befluit door<br />
hunne overneeming hadden opgehouden (*).<br />
Brief van de Op den volgenden dag, den 5 September<br />
Vroedfchsu ontvingen de Staaten van Holland eenen Brief<br />
yaa Utrecht,<br />
van de Utrechtfche Vroedfchap, waar in dezelve<br />
te kennen gaf, dat de meerderheid der<br />
voorftemmende Staats-Leden, die te Amers.<br />
foort bleeven vergaaderen, volgends niet ongegronde<br />
geruchten, zou hebben kunnen goedvinden,<br />
een aanmerkelyk getal Troupen naa<br />
Utrecht te zenden, immers enten minften op<br />
het Grondgebied van die Provintie te doen<br />
marcheeren; waar by kwamen tydingen , dat<br />
men van zins zoude zyn, om op eene bepaalde<br />
plaats in eene Nabuurige Provintie een groot<br />
getal Krygsvolk, met eenige ftukken kanon en<br />
eene bende Artilleristen voorzien, byeen te<br />
doera<br />
{*J Kieuw* Nederl. Jaarb. September 178Ö. bjadz. lejx.
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 227<br />
doen koomen, uk welke aanflaagen de Vroedfchap<br />
niets anders voorzag, dan dat men van<br />
zins was, die Provintie met Krygsmagt in te<br />
fleemen, en tegen hunne Stad ongeoorloofde,<br />
ja vyandlyke, aanvallen ter uitvoer te brengen<br />
; om Welke redenen zy zich verpligt vonden<br />
en in de onvermydelyke noodzaakeiykheid<br />
waren, van zich tot Hun Ed. Groot Moogende<br />
te wenden, en voor te draagen, of Hun Ed.<br />
Groot Moogende niet zouden kunnen befluiten<br />
met dien fpoed, dien de nood vorderde, een<br />
behoorlyk getal Troupen, op Hun Ed. Groot<br />
Moogende Provintie verdeeld, in allen haast<br />
te doen marcheeren, dezelven by provifie te<br />
plaatfen op de Grenzen der Utrechtjche Provintie,<br />
met last aan de Bevelhebbers, om op<br />
den eerften wenk van den tegenwoordigen Raad<br />
der Stad Utrecht, tot dekking en beveiliging<br />
dier Stad aan te rukken, zonder nadere orders<br />
van Hun Ed. Groot Moogende daaromtrent te<br />
moeten afwagten ; befchouwende de Vroedfchap<br />
zodanigen last in de tegenwoordige omftandigheden,<br />
daar het gevaar moogelyk zeer<br />
groot was, als zeer noodzaakelyk (*).<br />
Op deezen Brief beflooten Hun Ed. Groot ï<br />
Moogende op den 51 September na voorafgaan- 1<br />
de beraadflaaging, dat dezelve zou onderzocht 0<br />
efluit del-<br />
«aten va»<br />
'olland<br />
worden in het groot Befoigne; en des niet te<br />
aaiop.<br />
«min werd goedgevonden en verftaan, dat,<br />
pab .01:7 3öfj9;jpoM JO( over»<br />
f*3 Nieuwe Neierl, Jaari. Seplemher i?26. bladz. 1033,<br />
v Pa<br />
1786*
1786.<br />
5i8 BEKNOPTE HKTTÓR'IE DER<br />
overeenkomftig met het tweede Lid der Dord*<br />
rechtfche Voorftelli-ng daags te vooren gedaan a<br />
aan alle de Commandanten der Regimenten ,<br />
op deeze Provintie verdeeld, van wegen Hun<br />
Ed. Groot Moogende zou aangefchreeven worden<br />
en gelast om zich marschvaerdig fe houden,<br />
ten einde op Hoogstderzelver eerfte orders<br />
te kunnen optrekken , naa de Plaatfen<br />
door Hun Ed. Groot Moogende voor te fchryven,<br />
met verderen last om geene orders tot<br />
het veranderen van hun tegenwoordig Guarnizoen<br />
te gehoorzaamen , ten zy dezelve Orders<br />
door Hun Ed. Groot Moogende goedgekeurd<br />
en bevestigd waren. Ook werden Gecommitteerde<br />
Raaden gelast, geene befcheiden van<br />
Scheepslasten, uit Guarnizoens veranderingen<br />
of het vervoeren van Oorlogsbehoeften veroorzaakt,<br />
federt het Befluit van Hun Ed. Grooü<br />
Moogende van den 25 Augustus te voldoen;<br />
en aan Burgemeesteren en Regeerders der Steden<br />
aan te fchryven, om geene Schepen tot<br />
vervoeren van Oorlogsbehoeften of Krygsvolk<br />
te latken gebruiken, ten zy de orders daartoe<br />
van Hun Ed. Groot Moogende of Gecommitteerde<br />
Raaden, goedgekeurd waren. De Gardes<br />
Dragonders, die zich hadden laaten gebruiken<br />
tot dekking van 't vervoeien van Krygs.<br />
behoeften, beftemd tot het uitvoeren van Orders,<br />
regtftreeks aanloopende tegen het Be-*<br />
fluit van Hun Ed. Groot Moogende van den<br />
25 Augustus die ook tegenwoordig gecanton-<br />
neerqi
NLUSTEN IN HET VADERLAND. 229<br />
oeerd waren, om of by het Loo, waar door<br />
insgelyks tegen de Orders van Hun Ed. Groot<br />
Moogende was aangegaan; hun gedrag moest<br />
door Gecommitteerden Raaden onderzocht worden<br />
, en provifioneel hunne Soldy, die den 9<br />
derzelfde maand zou vervallen, ingehouden;<br />
geene Attaché of Patenten verleend, buiten<br />
kennis der Staaten , tot het uittrekken van<br />
Krygsvolk binnen deeze Provintie, of tot het<br />
doortrekken in andere Provintiën of de Generaliteits<br />
Landen. Eindelyk, dewyl uit de Gcneraliteits<br />
Magazynen naa de Steden van Gelderland,<br />
en moogelyk ook elders Krygsbehoeften<br />
vervoerd waren, tot het uitvoeren van vyandige<br />
Ontwerpen door de Staaten van Gelderland,<br />
en op naam van die van Utrecht gemaakt,<br />
zoo moest van wegen deeze Provintie by den<br />
Raad van Staaten onderzoek gedaan worden ,<br />
of zulks met hun medeweeten of toeftemming<br />
gefchied was; ten einde Hun Ed. Groot Moogende<br />
van het Beftier in deeze, zoo ver uitziende,<br />
zaak gehouden, behoorlyk zouden<br />
moogen onderricht worden (*).<br />
Nog dien zelfden avond van den 5 Septem<br />
ber werden de Boden naa alle de Regimenten<br />
gezonden, met de beflootene aanfehryving en<br />
orders. Op het eerfte Lid der Dordrechifche<br />
Voorftelling op den 6 September weder beraadslaagd<br />
zynde, werd beflooten, en dien volgends<br />
Nieuwe Neder!, Jaarb. September 17SÖ. bladz. 1037.<br />
E 3<br />
1786.<br />
Befluit op<br />
bet eei fte<br />
Lid neizelfdé<br />
Voorftel-<br />
Jin 1 van<br />
Dordrecht.
.1786.<br />
230 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
gends aan Zyne Doorluchtige Hoogheid als<br />
Kapitein Generaal deezer Provintie aange.<br />
fchreeven, dat Hun Ed. Groot Moogende met<br />
het uiterfte ongenoegen en gevoeligst leed»<br />
weezen vernoomen hadden, tot welke flap»<br />
pen de Staaten van Gelderland, ten opzigte van<br />
de Steden Hattem en Elburg, gekoomen waren;<br />
en het geen op naam der Staaten van Utrecht<br />
ondernoomen was, tot het doen inrukken van<br />
eenig Krygsvolk in dezelfde Provintie; en<br />
daarom vol (Trekt noodig en dienftig hadden<br />
geoordeeld , om van Zyne Hoogheid eene<br />
juiste en openhartige opening van zyne perfooneele<br />
denkwyze te vorderen, over de gewei,<br />
dige maatregelen tegen dezelve Steden en<br />
Provintie beraamd , en in het werk gefteld;<br />
terwyl Hun Ed. Groot Moogende verwagteden,<br />
dat zy door eene voldoende opening van<br />
Zyne Hoogheids gevoelens binnen vier- en<br />
twintig uuren na den ontvangst deezer aanfchryving<br />
zouden gerust gefteld worden, en<br />
buiten de noodzaakelykheid gehouden van zodanige<br />
maatregelen, die voor den Perfoonen<br />
X Huis van Zyne Doorluchtige Hoogheid naaeelige<br />
gevolgen zouden kunnen hebben. Dien<br />
zelfden avond van den 6 September werden 'er<br />
Boden naa den Briel, Hcllevoeifluis, Schoonho.<br />
•>en en Gorinchem verzonden met bevelen, tot<br />
iet optrekken der Troupen naa Holland. Nog<br />
verd aan de beveelende Officieren van de Gar<br />
( iet aangefchreeven, dat zy, benevens de verdere;
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 231<br />
dere Officieren van hun Regiment ontflaagen<br />
waren van dat gedeelte des Provintiaalen Eeds,<br />
het welk betrekking heeft tot het gehoorzaamen<br />
aan de Orders van den Kapitein Generaal,<br />
met last om daar van aan de afweezende Officieren<br />
kennis te geeven (*).<br />
Om aan 't Krygsvolk de gelegenheid af te Publicatie<br />
tegen 't<br />
fnyden tot het pleegen van baldaadigheden, Oranje draa.»<br />
gen en<br />
of verwekken van beweegingen, onder voor- i'cbrceuwan.<br />
wendfel van hunne zucht voor 't Huis van<br />
Oranje, zoo deeden de Heeren Staaten van<br />
Holland eene Publicatie afkondigen, waar by<br />
aan hetzelve verbooden werd, het draagen van<br />
Oranje Cocardes, ftrikken linten , papieren ,<br />
bloemen, en andere verfierfelen van Oranjekleur;<br />
als ook het fchreeuwen van Oranje bo.<br />
ven, op draffe van naar vereisch van zaaken,<br />
zelfs met den dood geftraft te worden.<br />
Terwyl de Staaten dus werkzaam waren, za. Adres der<br />
Gewapende<br />
ten de Burgers ook niet ftil: De Gecommit Wurgers aan<br />
de Staaten<br />
teerden der Schutteryën en Gewapende Ge- van Holland<br />
ncotfchappen binnen de Provintie van Holland, en derzelver<br />
Befluit<br />
toen te Leyden Vergaaderd, leeverden , op den daarop.<br />
7 September een Adres in aan de Staaten, waat<br />
by zy niet alleen hunne gevoelens van hoogachting<br />
en verkleefdheid aan Hun Ed. Groot<br />
Moogende betuigden , maar ook hunne bereidvacrdighcid<br />
betoonden tot het doen van<br />
alle zulke dienden, als in de tegenwoordige<br />
ora<br />
, (*) Kieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1786. bladz. 1040-1041.<br />
P4<br />
1786.
ü<br />
132 BEKNOPTE HISTORIE DEa<br />
Ï786. < >mltandigheden voor het Vaderland, en tot<br />
1 >ehoud der Vryheid noodig zouden moogen<br />
veezen; waarop Hun Ed. Groot Moogende,<br />
l \etroffen door den Vaderlandfchen yver, in de<br />
1 'oorfz. Addresjen doorfir aaiende, en overtuigd<br />
t 'at in de liefde van een vry Volk, en in de Wa-<br />
I tenen, die hetzelve tot befcherming der Vry-<br />
1 leid en van zynen wettigen Souvrain gereed<br />
i s aan te gorden, billyk het grootfte vertrouwen<br />
tot bewaaring der openbaare veiligheid en<br />
fweering van alle geweld kan gefteld worden ,<br />
I oedvonden en verftonden, hun Hoogfte ge-<br />
t oegen te betuigen over deeze gedaane aan-<br />
l iedingen en de verzekeringen aan te neemen;<br />
e n alle de Gewapende Schutteryën en gewet-<br />
| gde Genootfchappen van Wapenoefening binen<br />
deeze Provintie, die met zodanige gevoe-<br />
\ ;ns bezield waren, mitsgaders alle de Leden<br />
d erzelven, die zich tot afweering van geweld<br />
z ouden willen laaten gebruiken, in hunne by-<br />
z ondere befcherming te neemen. Het Haagƒhe<br />
Genootfchap van Wapenhandel werdt door<br />
e<br />
en byzonder Befluit der Staaten ook in dit<br />
b sgrecpen (*),<br />
Antwoord Op de bovengemelde aanfchryving der Staa-<br />
van den<br />
Prins. W m aan den. Kapitein Generaal , antwoordde<br />
yne Hoogheid binnen den bepaalden tyd;<br />
| et Antwoord kwam den 7 September in, en<br />
b sheisde eerst een kort verhaal van 't geen Hy<br />
(*; iShi'Avc Neder!, Jaarb, Sept, 178C, bladz. 1042—1044.<br />
op
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 233<br />
op begeerte der Staaten van Gelderland gedaan<br />
hadt, daar na eene betuiging van te meenen<br />
niets te veel te vorderen, wanneer Hy met<br />
alle In- en Opgezeetenen eene vrye denkwyze<br />
inriep; maar nogthans geene zwaarigheid maakte,<br />
om als nog zich te gedraagen tot die gevoelens,<br />
welke Zyne Hoogheid meermaals<br />
opengelegd hadt; op welke gronden Zyne<br />
Hoogheid verzekerde, zoo afkeerig te zyn als<br />
iemand van gewelddaadige middelen; doch,<br />
daar Hun Ed. Groot Moogende zeiven, in<br />
hunne eigene Provintie den Militairen arm gebruikt<br />
hadden tot handhaaving van 's Lands<br />
Hoog- en Gerechtigheid en de wettige Autoriteit<br />
van den Souvrain; Hun Ed. Groot Moogende<br />
zich niet konden verwonderen, dat de<br />
Heeren Staaten van Gelderland insgelyks gebruik<br />
daar van gemaakt hebben (*).<br />
Dit Antwoord, alhoewel door de Staaten,<br />
den 8 September beflooten werd, hetzelve in<br />
Commisfie te ftellen aan 't Groot Befoigne ,<br />
tot nader onderzoek en bericht, kwam verfcheidene<br />
Leden der Vergaadering zoo onvoldoende<br />
voor, dat Dordrecht, Gouda, Schoonhoven<br />
, Alkmaar en Monnikendam deeden aanteekenen,<br />
van Advies te zyn, dat de Hr. Ka.<br />
pitein Generaal wegens het onvoldoende Antwoord<br />
op de vereischte opening van zyn gevoelen<br />
over de geweldige maatregelen tegen<br />
Hat.<br />
£*) üiaiwe Nederh Jaarb. September 17SÉ. bladz. 1045.<br />
P 5<br />
1786.<br />
Is onVOL;<br />
doende.
1786.<br />
Deputatie<br />
der Staaten<br />
van Hollan<br />
aan de Staa<br />
ten Gene<br />
xsal.<br />
£34 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Hattem en Elburg, provifioneel,-van nu af aatf'<br />
behoorde opgefchort te worden in zyne voorfz.<br />
fefiening: en dat voorts in een Groot Befoigne<br />
behoorde onderzocht te worden , welke<br />
maatregelen verder, in deezen, ten zynen opzigte<br />
, tot bewaaring der Hoogheid en Souvrainiteit<br />
deezer Provintie, gelyk ook van de<br />
Vryheid der Ingezeetenen, en tot het behoud<br />
van het gantfche Vaderland noodzaakelyk zou<br />
geoordeeld worden (*).<br />
De zaaken werden hoe langer hoe ernftiger,<br />
i niet alleen tusfehen de Staaten van Holland en<br />
" den Heere Prince Stadhouder, maar ook tusfehen<br />
dezelfde Staaten en die van de andere<br />
Provintiën; en het fcheelde maar weinig of<br />
de geheele Unie, of het Bondgenootfchap der<br />
zeven Provintiën, was gefcheurd geweest. De<br />
Staaten van Holland vergaaderden op dien zelfden<br />
dag van den 8 September tweemaal. Geduurende<br />
de eerfte Byeenkomst, die van elf<br />
tot vier uuren duurde, v/erd eene talryke Deputatie<br />
uit het midden van Hun Ed, Groot<br />
jVioogende benoemd, en verfcheen in de Vergaadering<br />
der Algemeene Staaten, met den Hr.<br />
Raadpenfionaris aan 't hoofd, die in derzelver<br />
naam het woord voerde. De aanleiding tot<br />
deeze plegtige bezending was, dat eenige Bevelhebbers<br />
in de Generaliteits Steden, waar<br />
Bezetting van Troupen is, geweigerd hadden,<br />
de .<br />
C*J Uiittwc Nedsrl Jaarb, Sept. ijS6, bladz, J047—1048,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 235<br />
de Hollandfche Regimenten, op aanfchryving<br />
van hunnen Souvrain te laaten uittrekken, zonder<br />
toeftemming van Hun Hoog Moogende.<br />
De Staaten Generaal waren geneegen om het<br />
gedrag van die Bevelhebbers, in 'tbyzonder dat<br />
van den Gouverneur van Bergen op Zoom, goed<br />
te keuren; doch de Gedeputeerden van Hol.<br />
land verklaarden , dat zy, indien zulks gefchiedde,<br />
dan uit de Vergaadering zouden<br />
gaan en zich van de Unie affcheiden. Deeze<br />
rondborftigc verklaaring verhinderde het Befluit,<br />
en de zaak werd, tot nadere beraadflaaging,<br />
overgenoomen.<br />
Ondertusfchen deeden de Staaten van Hol. Nadere aan.;,<br />
fchryving<br />
land aan de Regimenten der Provintie nader der Staaten<br />
aan de Re<br />
aanfchryven, om indien de marsch naa HoU gimenten<br />
om naa<br />
land, nog niet was aangenoomen, zulks ten Holland CO.<br />
fpoedigfte te doen , zonder aan eenige, hoe trekken.<br />
genaamde, hindernisfen toe te geeven, op<br />
liraffe van niet langer als Troupen , in Soldy<br />
deezer Provintie ftaande, aangemerkt, maar<br />
zonder verdere betaaling aan hun lot overgelaaten<br />
te worden: en integendeel , indien zy<br />
gereedelyk gehoorzaamden , van Hun Ed. Groot<br />
Moogende byzondere befcherming konden verzekerd<br />
zyn Voords werden Gecommitteerde<br />
Raaden gemagtigd, om, zoo haast als de verwagte<br />
Troupen op het Grondgebied deezer<br />
Provintie zouden gekoomen zyn , aan dezelven,<br />
tot fchadeloosftelling en aanmoediging,<br />
eene provijioneele ver hooging van Soldy, tot twaalf<br />
Jlui-<br />
17^.
Het Corps<br />
van den<br />
Rhyngraaf<br />
van Sahn<br />
in dienst<br />
van 'lolland<br />
genoomen.<br />
Het Guarïiizoen<br />
van<br />
den Haag<br />
moet aan<br />
niemand dan<br />
de Staaten<br />
en Gecommitteerden<br />
Raaden ge.<br />
lioorzaamen.<br />
BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Jluivers 'sweeks, toe te leggen ; behoudens Hun<br />
Ed. Groot Moogende beraadflaaging over eene<br />
gevoeglyke fchadeloosftelling voor de Officieren.<br />
In de tweede byeenkomst der Staaten van<br />
dien dag, beflooten Hun Ed. Groot Moogende<br />
het geheele Corps des Rhyngraaven VAN SA LM<br />
in dienst deezer Provintie te neemen; gelyk<br />
het ook op den volgenden dag daar in is overgegaan.<br />
Op dien zelfden dag van den 9 September<br />
werd ook aan 't gantfche Guarnizoen<br />
van 'sHage, door Gecommitteerde Raaden,<br />
in naam der Staaten bekend gemaakt: „ dat de<br />
Gardes du Corps, zoo te voet.als te paerd, en de<br />
verdere Krygslieden , in de Refidentieplaats<br />
van Hun Ed. Groot Moog. bezetting houdende,<br />
of daar vervolgends zouden moogen gebragt<br />
worden, onder niemands bevel fTonden,<br />
dan dat van Hun Ed. Groot Moogende en hunne<br />
Gecommitteerde Raaden; dat zy ook, geduurende<br />
hun verblyf aldaar, aan niemand anders,<br />
dan aan Hun Ed. Groot Moog. en derzelver<br />
Gecommitteerde Raaden gehoorzaamheid<br />
fchuldig waren of bewyzen mogten; dat ook<br />
dienvolgends het geeven van 't Wachtwoord<br />
en alle andere tekenen van gezag over het<br />
voorfz. Krygsvolk byzonderlyk verbleef aan<br />
Gecommitteerde Raaden, zonder dat dezelfde<br />
eere aan iemand anders zou overgegeeven worden;<br />
en zonder dat aan iemand, van wat hoedanigheid<br />
Bediening of waardigheid in den<br />
Bur?
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 237"<br />
Burgers- of Krygs-Staat hy ook mooge wee-<br />
zen , eenige Aéïe van Commando of Gezag<br />
ooit of ooit zou moogen toegelaaten worden."<br />
Doch de Guardes du Corps (uitgenoomen de<br />
Colonel Commandant VAN DER CAPELLENa<br />
maakten zwaarigheid, zich van hunnen Eed te<br />
laaten ontflaan, dan door dien, aan wien zy<br />
dien gedaan hadden (*). Doch deeze zwaa<br />
righeid werdt door den Prins zeiven weg ge<br />
noomen, die aan de Staaten fchreef, dat hy<br />
de Guardes du Corps van dien byzonderen Eed,<br />
waar door zy aan zyn Perfoon verbonden wa<br />
ren, ontfloeg, en dus aan Hun Ed. Groot Moog.<br />
overliet, om daaromtrent naar welgevallen te<br />
handelen. Waarop vervolgends die Eed, op<br />
den 19 Oftober- door de Staaten vernietigd<br />
werd (t).<br />
Brief der<br />
Op den Brief welken de Staaten van Holland Staatsleden^<br />
aan de Staats-Leden van Utrecht, te Amers te Amersfoortverfoort<br />
Vergaaderd, op den 4 September over gaaderd , aan<br />
de Staaten<br />
den tegenwoordigen toeltand van zaaken in de van Holland»<br />
Provintiën van Gelderland en Utrecht gefchreeven<br />
hadden, ontvingen zy op den 11 September<br />
een Antwoord, waarin zy deredenen op»,<br />
gaven, waarom te Amersfoort en niet te Utrecht<br />
vergaaderd waren; en betuigden dat zy wel<br />
verre af waren, van de voorkeur aan geweldige<br />
middelen te geeven; maar dat het ook aan hun<br />
(*) Nieuwe Nederl Jaarb. Sept. 1786. bladz. 1050.<br />
(t; lbid. QSlober 1786. bladz. 1252,<br />
moest<br />
Ï78&
Jf8
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2$9<br />
' Op den zelfden 11 September ontvingen de 178^.<br />
Staaten van Holland eenen Brief van de Vroed» Brief der<br />
Vroedfcliap<br />
fchap der Stad Utrecht; waarin Hun Ed. Groot van Utrecht<br />
aan de Staa<br />
Achtbaare aan Hun Ed. Groot Moogende ken. ten van<br />
nis gaven, berichten, waarop zy ftaat kon UollanJ.<br />
den maaken, ontvangen te hebben, dat de<br />
twee voorftemmende Leden. benevens twee<br />
der kleine Steden, zich noemende de Staater<br />
dier Provintie,in hunne Vergaadering te Amersfoort<br />
volftrekt hadden beflooten, een genoegzaam<br />
getal Troupen binnen het Grondgebied<br />
te doen trekken, zoo dat die den volgender<br />
Dingsdag binnen of omtrent Amersfoort zouden<br />
?.vn ; — uit welke en andere omftandigheder<br />
zy reden hadden cm te vermoeden, dat men<br />
zou trachten die Provintie allengskcns me!<br />
Krygsvolk te overdekken, om vervolgends de<br />
Stad Utrecht door geweld, gelyk men omtreni<br />
twee • Steden in Gelderland gedaan hadt, te<br />
Overheerfchen, waar uit zekerlyk moest volgen<br />
eene onderdrukking der eerbiedige Volk-<br />
Rem, een- verlies der opdaagende Vryheid ,<br />
eene vervolging tegen cordaate Regenten er<br />
Burgers,eene verhuizing der beste en eerlykftf<br />
Ingezeetenen, en eindelyk een geheel bederi<br />
der Provintie, moest gebboren worden: Ou<br />
alle welke redenen zy by vernieuwing op hel<br />
fterkRe aandrongen op eenen onverwylden by-<br />
Rand van zoo veel Krygsvolk, op Hun Ed<br />
Groot Moog. Provintie verdeeld, als zy genoegzaam<br />
zouden oordeelen, om de Stad Ut<br />
Tech 1
Ce Staaten<br />
van Holland<br />
belooven<br />
liulpe aan de<br />
Stad Ut.<br />
fecht.<br />
240 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
recht tegen allen geweldigen aanval te dekken;<br />
en dewyl hunne Mede - Staatsleden zich niet<br />
ontzagen, naar willekeur, en buiten hunne<br />
kennis over het Provintiaale Grondgebied te<br />
bedellen ; zoo meenden zy ook alle vryheid te<br />
hebben om niets te ontzien tot hunne beveiliging,<br />
en gevolglyk geene zwaarigheid te maaken,<br />
die Hollandfche Troupen binnen hunne<br />
Vryheid te ontvangen; waar dezelve provifioneel<br />
konden post vatten in de Voordeden,<br />
en zoo veel moogelyk een Cordon trekken aan<br />
dien kant, van welken zy waarfchynelyk den<br />
eerden aanval te wagten hadden; hetwelk zy<br />
dachten best gefchikt te zyn; om alle vyandlyke<br />
maatregelen te verydelen (*). —<br />
De Staaten van Holland, gaaven hier op verzekering<br />
aan de Utrechtfche Vroedfchap, dat<br />
zy, in geval van een Vyandelyken aanval, of<br />
aanmarsch van Troupeu uit Gelderland tegen<br />
derzelver dad, aandonds met hunne, voorhanden<br />
zynde , Troupen dezelve zouden befchcrmen,<br />
en van alle geweld en overlast naar vermoogen<br />
beveiligen. Ten welken einde Hun<br />
Ed. Groot Moog. aan den Generaal Majoor<br />
VAN RYSSEL deeden aanfchryven , dat hy,<br />
indien de Stad Utrecht in gevaar mogt gebragt<br />
worden, dan de Troupen, onder zyn bevel,<br />
hadt by een te brengen, en de Stad naar vermoogen,<br />
daar made te helpen verdeedigen,en<br />
alle<br />
C) Nieuwe Neder!. Jaarb, September 178$, bladz. 1058, -
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 241<br />
alle geweldige aanflagen te veriedelen. Dit<br />
Befluit werd alleen door de Ridderfchap en de<br />
Stad Briel tegengefprooken ; en van hetzelve<br />
werdt aan de Utrechtfche Staatsleden, te Amers.<br />
foort vergaaderd , kennis gegeeven; met byvoeging,<br />
dat Hun Ed. Groot Moogende alhoewel<br />
zy verwagtten, dat zodanig een kragtig<br />
Befluit nooit zou in 't werk behoeven gefteld<br />
te worden, nogthans eene cordaate ope»<br />
ning daar van aan Hun Ed. Moog. hebben willen<br />
geeven, zoo wel om alle verkeerde indrukken<br />
omtrent de waare beweegreden daar<br />
toe voor te koomen, als om hen te overtuigen<br />
van derzelver oprechte genegenheid tot eene<br />
gemeenfehappelyke behandeling van zaakens en eene daadelyke bevordering der heilzaame<br />
oogmerken , welke Zy zoo duidelyk aan Hur<br />
Ed. GrGot Moog. hadden te kennen gegeeven s<br />
en eindelyk, dat Hun Ed. Groot Moog. zelfs<br />
op grond van verzekering, door de Staatet<br />
van Utrecht, of de beide voorftemmende Le<br />
den, daar van gedaan, moesten vast ftellen :<br />
dat een geweldige aanval op de Stad Utrecht 1<br />
nooit op begeerte of met medewerking vai t<br />
dezelve zou gefchieden ; en dat Hun Ed. Groo<br />
Moog. derhal ven konden vertrouwen, dat, in<br />
dien evenwel eene zaak van die natuur onder<br />
noomen wierd, Hun Ed. Moog. dan de poe<br />
gingen van Hun Ed. Groot Moogende tot al<br />
weering daar van, niet alleen niet zouden wraï<br />
ken, maar zelfs met al hun vermoogen ondei<br />
O Rei<br />
178Ö.
.1786.<br />
Pcmiddei.<br />
11 . • Unit<br />
omrent dc<br />
Patenten.<br />
242 B E K N O P T E HISTORIÉ Difs<br />
fteunen (*). Ondertusfghen werd 'er een Cor<br />
don van Hollandfclie Troupen getrokken van de<br />
Maas af tot de Zuidet Zee toe , en het Opper<br />
bevel daar over opgedraagen aan den Luitenant<br />
Generaal VANRYSSEL, die zyn Hoofdkwar-<br />
tier te Woerden hield; in welke Plaats, behal-<br />
ven de Troupen van den Staat, ook eenige<br />
Burger-Compagniën in bezetting gelegd wer<br />
den (f).<br />
Om zoo veele Hollandfche Troupen by een<br />
te krygen, moesten zy uit andere Provintiën,<br />
en uit de Generaliteits Landen naa Holland<br />
trekken, en werden van Hun Ed. GrootMoog.<br />
opgeëischt; doch wy hebben hier voorgezien,<br />
dat fommige Bevelhebbers weigerden die Trou<br />
pen te laaten uittrekken, dat de Staaten Ge<br />
neraal geneegen fcheenen, die weigering goed<br />
te keuren, en dat de Gedeputeerden van Hoi.<br />
land op het punt Ronden om de Vergaadering<br />
te verlaaten; waarop de beraadflaaging werd<br />
afgebrooken en de zaakovergenoomen : Deeze<br />
zaak werd op den 13 September hervat, en<br />
toen een bemiddelend Befluit omtrent de Paten»<br />
ten genoomen: ,, Dat de Troupen, ter betaa<br />
ling van Holland Raande, op bevel der Alge-<br />
meene Staaten uit de Generaliteits Landen<br />
zouden trekken, zoo haast en waar heen de<br />
Staaten van Holland die zouden vereisfehen;<br />
(*) Nieuwe Ncdcrl. Jaarb. Otlober 1786. bladz. 127a,<br />
CD »* QStobsr 1786. bladz. 1051 en IS74.<br />
en
ÖNLÜSTEN IN HET VADERLAND. 245<br />
'en dat Hun Hoog Moog ook den Kapitein Generaal<br />
der Unie zouden aanfchryveu, om de<br />
noodige Patenten, op den eerften eisch, daartoe<br />
te verleenen. Ingevolge van dit Befluit<br />
werd aanftonds zodanige aanfchryving aan den<br />
Kapitein Generaal gedaan, om Patenten te<br />
geeven aan de Hollandfclie Troupen, ten einde<br />
naa deeze Provintie te trekken (*).<br />
O Nieuwe Neder!. Jaarb.'September 17S6. Uadz, io?><br />
Q 2<br />
ver-<br />
1733»<br />
Den volgenden dag, na dat dit Befluit by Het Krygsi<br />
volk trekt<br />
de Algemeene Staaten genoomen was, deeden in de Pro^<br />
de voorftemmende Leden, te Amersfoort ver vintie van<br />
' Utrecht.<br />
gaaderd, de Troupen, ter betaaling der Provintie<br />
van Utrecht ftaande, binnen die Provintie<br />
trekken : De Regimenten van V A N E F -<br />
F ' E R E N en V A N M O N S T E R werden in kwartier<br />
gelegd, het eerfte voor de eene helft in<br />
Rheenen, en voor de andere in Amerongen; de<br />
beide Bataillons van het tweede te Zeist, Doorn<br />
en Driebergen, gelyk ook te Zoest en te Baa.<br />
ren. De gemelde Vergaadering van Amersfoort<br />
deed bier van aanfchryving aan de Schouten en<br />
Gerechten van Utrecht en Wyk by Duurftede,<br />
dat zy geen oogmerk hadden, om met Krygsvolk<br />
eenig geweld tegen deeze Steden te gebruiken.<br />
Deeze aanfchryving ging verzeld van eene Publicatie<br />
, op naam. der Staaten van Utrecht,<br />
aan de In- en Opgezeetenen, om kennis te<br />
geeven van de inlegering der Militie en het<br />
oogmerk daarvan; als mede van het gedaan
1786.<br />
Aanfchryving<br />
aan den<br />
Kapitein<br />
Generaal<br />
om geene<br />
Krygsampten<br />
te bugeeven.<br />
244 B E K N O P T E H I S T O R I E DÊJK<br />
verzoek aan de andere Provintiën, om deï.<br />
zeiver goede dienften tot vereffening der ge-<br />
reezene gefchillen ; onder verklaariug, dat zy<br />
geen voorneemen hadden , de ingeroepene<br />
Krygslieden tegen Utrecht of Wyk te gebrui<br />
ken; met bygevoegd verbod aan delngezee»<br />
tenen, om gewapend door de Provintie te trek<br />
ken, en aan die van andere Provintiën, om<br />
alzoo toegerust, of in merkelyken getale, op<br />
het Grondgebied van die Provintie te koomen,<br />
en met vermaaning aan de laatstgenoemden,<br />
die zich daar re'eds bevonden, binnen drie da<br />
gen na de afkondiging dier Publicatie het<br />
Stichtfche Grondgebied te ruimen. Doch toen<br />
het Gerecht van Utrecht deeze Aanfchryving en<br />
Publicatie wilde bekend maaken, werd zulks<br />
door de Vroedfchap verbooden (*)»<br />
Ondertuslchen beraadflaagden de Staaten van<br />
Holland op den 16 over het Rapport, welk de<br />
Heeren Gecommitteerden tot het groot Be-<br />
foigne uitbragten, raakende het Antwoord van<br />
den Heere Prinfe van den 8 September hier<br />
voorgemeld. Wat dit Rapport behelsde, zullen<br />
wy zoo aanftonds zien; alleenlyk zal ik hier<br />
daar van aanteekenen, dat hetzelve door de<br />
Ridderfchap en eenige Steden werd overge-<br />
noomen, en niet te min goedgevonden en ver<br />
slaan , dat op den 22 derzelfde maand daarop<br />
eindelyk zou beflooten worden; doch, opdat<br />
door<br />
O) Nieuwt ïïsHerl. Jterb, Stpt, 1786. bladz. MJj»** 11<br />
* 0<br />
»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 243*<br />
door die overneeming geen nadeel zou toegebragt<br />
worden aan den voorfiag by dat Rapport<br />
gedaan , zoo werd mede goedgevonden en<br />
verftaan,dien zelfden dag nog aan Zyne Hoogheid<br />
aan te fchryven, dat Hun Ed. Groot<br />
Moog. hadden goedgevonden , Zyne Hoogheid<br />
als Kapitein Generaal deezer Provintie aan te<br />
fchryven om geene openflaande Krygsampten<br />
in de Regimenten , ter hunner betaaling Raande,<br />
te vervullen ; maar dezelve provifioneel<br />
en tot Hoogstderzelver nadere beRelling open<br />
te houden. »<br />
Op den 22 dan over dat Rapport weder beraadflaagd<br />
zynde, werd hetzelve met 15 Stemmen<br />
in een volledig Staatsbefluit veranderd;<br />
de Ridderfchap en de Stad Hoorn protefteerden<br />
daar tegen, terwyl Delft en de Briel hetzelve<br />
aanzagen. Het Befluit overeenkomftig met het<br />
Rapport, was van deezen inhoud: „ Dat Hun<br />
Ed. Groot Moog. onverminderd derzelver verdere<br />
beraadflaagingen, by provifie volhardden<br />
•by de verfcheidene gefielde orders, ten aanzien<br />
der Militie van den Staat, waar by dezelve,<br />
tot nader bevel, was ontflaagen van het<br />
Artikel in den Eed, uit kragt van het welke<br />
zy aan den Kapitein Generaal deezer Provintie<br />
gehoorzaamheid verfchuldigd was, en waar by<br />
ook nog nadere voorzieningen gedaan waren,<br />
om provifioneel den invloed van den Kapitein<br />
Generaal op- en zyn beftierover, de Militie<br />
voor te koomen, als in dit tydftip onbeftaan-<br />
Q 3 baar<br />
178$.'<br />
Eindelyk<br />
Befluit tot<br />
oplchovting<br />
van den<br />
Kapitein<br />
Generaal.
ï?86.<br />
Brief van<br />
Zyne Hoog- ]<br />
lieid daar<br />
ever aan de<br />
Staaten.<br />
246 BEKNOPTE HISTORIE DK$<br />
baar gecoideeld zynde met de zekerheid de$<br />
Provintie , en de maatregelen, die tot dat<br />
einde genoomen werden; en verder, by provifie.<br />
de uitwerking op te fchorten van Hun<br />
Ed. Groot Moog. Refolutie van den 8 Maart<br />
1766. waar by aan Zyne Hoogheid als Kapitein<br />
Generaal deezer Provintie byzonderlyk is opgedraagen<br />
het begeeven van alle Krygs • Ampten,<br />
Raande ter betaaling deezer Provintie,<br />
van Vaandrig tot Collonel ingeflooten; en dat<br />
overeenkomftig daar mede aan de Hoofden der<br />
Militie zou worden aangefchreeven, om, by<br />
provifie , en tot nader order van Hun Edel<br />
Groot Moog. van de openvallende Plaatfen<br />
by hun Regiment aan Hoogstdezelven kennis<br />
te geeven, ten einde door dezelven daarin<br />
voorzien te worden; — met verderen last aan<br />
Gecommitteerde Raaden om , by het in Eed<br />
neemen der Officieren, de Clauful, betreffende<br />
de gehoorzaamheid aan den Kapitein Generaal<br />
uit den Eed te laaten. Van dit Befluit<br />
tverd Copie aan Zyne Hoogheid gezonden, tot<br />
zyn naricht, en van het een en'ander kennis<br />
gegeeven aan den Raad van Staaten voor zoo<br />
reel het punt der beflelling over de Krygsampi<br />
;en aangaat<br />
Zyne Hoogheid fchreef den 26 September<br />
lier op van 't Loo eenen Brief aan de Staaten<br />
wan Hoiland, waarin betuigde het Befluit van<br />
«, 3,1;» Hun<br />
(*) Niéuwe Neder!. Ja.irb.. Sèpt, I-S6. tlïdz. ICT3—JCËC.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 247<br />
Hun Ed, Groot Moog. van den 22 met leedweezen<br />
gezien te hebben, en daar over niet<br />
onverfchillig te kunnen zyn; oordeelende met<br />
recht te kunnen opeisfehen de uitwerking van<br />
het Eefluit van den 8 Maart 1766., waar door<br />
met eenpaarigheid van alle de Staats-Leden<br />
het recht van Erf-Kapitein Generaal van Hol.<br />
land- en Westvriesland aan Zyne Hoogheid was<br />
opgedraagen ; cn dat dit Befluit niet anders dan<br />
met gelyke eenpaarigheid zou moogen veran-.<br />
derd en opgefchort worden. Bovenal deed Zyne<br />
Hoogheid gevoelig aan de beweegreden tot dit<br />
Eefluit bygebragt, naamelyk om den invloed<br />
van Zyne Hoogheid als Kapitein Generaal open<br />
het bellier over het Krygsvolk voor te koomen<br />
enz. — Zyne Hoogheid oordeelde van<br />
Hun Ed. Groot Moog. te kunnen verzoeken,<br />
de redenen van mistrouwen op te geeven; en<br />
dan was Zyne Hoogheid ten volle gerust, dat<br />
niets zoude kunnen bygebragt worden , het<br />
welk Hem met recht het vertrouwen van Hun<br />
Ed. Groot Moog. zou hebben kunnen doen<br />
verliezen. Verder behield Zyne Hoogheid<br />
aan zich om, tot zyne volkoomene regtvaerdiging<br />
zodanige maatregelen te neemen, als<br />
dezelve zoude raadzaam oordeelen (*).<br />
Gelyk de Staaten van Holland gedaan hadden,<br />
zoo wendden die van Overysfel ook alle<br />
poogingen aan, zoo by de Staaten van Celder.<br />
land,<br />
, (") Nieuwe Nederl, "Jaarb, September 178C!. blacU. ioSj,<br />
Q4<br />
1786.
1786.<br />
448 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
land, als by< den Prinfe, om van alle geweldige<br />
middelen en maatregelen, tot vereffening der<br />
gereezene gefchillen te doen afzien, en de<br />
reeds aangevangene te dosn Raaken : Na dat de<br />
drie Hoofdfleden, Deventer, Campen en Zwol.<br />
Ie, nadrukkelyke Brieven tot dat einde, zoo<br />
aan de Staaten van Gelderland , als aan den<br />
Prins Stadhouder afzonderlyk, gefchreeven cn<br />
daarenboven gefaamentlyk eene Commisfie uit<br />
hun midden naa hetZ.00gezonden , hadden ; ten<br />
einde Zyne Hoogheid te beweegen door't aan<br />
voeren van alle moogelyke drangredenen, cm<br />
zyne goede dienflen tot het zelfde einde byde<br />
Staaten van Gelderland te gebruiken, doch alles<br />
te vergeefsch; zoo fchreeven nog de Staaten<br />
van Overysfel, die tot dat einde buitengewoon<br />
Vergaaderd waren , op den 7 September aan de<br />
Staaten van Gelderland, dat Hun Edel Moog. op<br />
de ernfligRe en dringendRe wyze was voorge-<br />
fteld de allergrootRe gevoeligheid, welke het<br />
Befluit der Gelder/die Staaten, om de Steden<br />
Hattem en Elburg met Krygsmagt te bedwin<br />
gen, niet alleen onder de Burgers en Ingezee<br />
tenen der Steden en *t platte Land van Overyi.<br />
fel veroorzaakt hadt, maar zelfs tot andere,<br />
Provintiën was doorgedrongen ; dat dezelve<br />
nog merkelyk vermeerderd werd door de Ty-<br />
ding van aanmarsch der Troupen naa de Pro<br />
vintie van Utrecht, tot dezelfde einden, als<br />
waartoe die in Gelderland vermeerderd werden ;<br />
dat die, welke reeds in de uitvaardiging tegen<br />
Hat.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 249,<br />
Hattem en Elburg gebruikt waren, op de Grenzen<br />
der Provintie werden gehouden; terwyl<br />
zv, om geene verdere ongerustheid te verwekken<br />
, reeds hadden kunnen terug getrokken en<br />
in hunne voorige Guarnizoenen geplaatst zyn:<br />
— Zy meenden, dat 'er van de zyde der Staaten<br />
van Gelderland geene betere bewyzen konden<br />
gegeeven worden tot dezelfde oogmerken<br />
als Zy hadden, (het verhoeden van alle gevaarlyke<br />
gevolgen, het voorkoomeu van een<br />
Burgerkryg , en daar uit volgende losmaaking<br />
der banden van verëeniging, en de herflelHng<br />
der rust in dit Gemeenebest) dan dat Hun Ed.<br />
Moog. die voorziening deeden, dat de voorgemelde<br />
Troupen naa hunne ftandplaatfen wierden<br />
terug gezonden. Zy verzekerden Hun<br />
Ed. Moog. dat Zy, zonder die voldoende gerustftelling,<br />
buiten ftaat waren, de gisting der<br />
gemoederen, die hoe langer hoe heviger werd,<br />
te kunnen maatigen, en verwagtten dus, dat<br />
Hun Ed. Moog. daar aan geliefden te voldoen<br />
(*).<br />
Ter zelfder tyd fchreeven Hoog-gemelde<br />
Staaten aan Zyne Hoogheid , dezelfde redenen<br />
van ongerustheid,als in denbovengemelden<br />
Brief aan de Staaten van Gelderland, bybrengende,<br />
betuigden zy, dat zulks alles het natuurlyk<br />
mistrouwen ten hoogften vermeerderd<br />
hadt ; zoo dat Hun Ed. Moog. aangedreeven<br />
dooi<br />
(•) Nieuwe Nedefl., Jaarb. September J;O£. bladz. 1194.<br />
Q 5<br />
1786,
*78ó".<br />
VoO (rfte!<br />
van eenige<br />
Ridders,<br />
nakende<br />
den Kapi.<br />
tein (,ene<br />
r.ul.<br />
«J» BEKNOPTE HISTORIE DS R<br />
door de fterkfte aandrangen om van allen deezen<br />
en de wajire oogmerken van Zyne Hoog.<br />
heid onderricht te zyn, zich niet mogten onthouden,<br />
met ernst aan te dringen, dat Zyne<br />
Hoogheid zich daaromtrent fo'ndborftig geliefde<br />
te verklaaren, wat oogmerk daaromtrent by<br />
Zyne Hoogheid huisvestte, op dat daar door<br />
de opgevatte vreeze verminderd , en de gemoederen<br />
tot bedaaren gebragt wierden. Hier<br />
toe was Hun Ed Moog het prömptftc en toereikendfte<br />
middel voorgekoomen, het terug<br />
trekken van alle die Troupen, welke door het<br />
uitgevoerde Befluit tegen hattem en Elburg in<br />
beweeging gebragt waren , en zonder het<br />
welke d.e giefteidheid niet kon werden verkreegen,<br />
of gewerkt tot het afkeeren van zöo<br />
veele onheilen en rampen, als by verdere beweeging<br />
onder de Ingezeetenen onvermydelyk<br />
zouden ontftaan, en waar van zy niet in ftaat<br />
zouden zyn den yver cn drift te maatigen. Zy<br />
verzochten hier op wederfchryven van Zyne<br />
Hoogheid ten Ipoedigften, immers voor Hun<br />
Ed. Moog. Vergaadering op den volgenden,<br />
dag 0f><br />
De Prins antwoordde hier op, den volgenden<br />
dag, 8 September, genoegzaam in den zelf.<br />
den zin, als Zyne Hoogheid over dezelfde<br />
zaak, en op gelyke aanfchryving, aan de Staaten<br />
van Bolland geantwoord hadt. De Staaten<br />
van<br />
{') Nieuwe Neder!. Jactrh Se rtemUr 1786. blads. n9
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 251<br />
van Overysfel namen dan ook dezelfde maatregelen<br />
omtrent den Prinfe, als die van Holland<br />
genoomen hadden (*). Dit Antwoord van den<br />
Prinfe kwam den 3 September in de Staaten<br />
Vergaadering; by welke gelegenheid de Ridders<br />
V A N P A L L A N D tot Zuithem, D E VOS<br />
V A N S T E E N W Y K ttt Hogenhof, V A N H A E R-<br />
S O L T E tot den Doorn, V A N S T E E N W Y K tot<br />
Nyerwal en S L O E T tot Markveld, een nadrukkelyk<br />
voorftel deeden: „ Om zodanige fpo'edige<br />
en kragtige maatregelen te neemen tot<br />
provifioneele bepaaling van het gezag van den<br />
Heer Kapitein Generaal over de Militie van<br />
deezen Staat, met de andere Bondgenooten te<br />
beraamen, als Hoogstdezelven, in deezen hoogen<br />
en dringenden nood van het lieve Vaderland<br />
en al wat daar in dierbaar is, meest dienftig<br />
en kragtig zouden oordeelen, op dat de<br />
algemeene Oorlog , het geduchtfte van alle<br />
onheilen, onder den zegen van GodAlmagtig,<br />
mogte voorgekoomen worden. In de uitbreiding<br />
van dit Voorftel merkten de voorgemelde<br />
Ridders aan, dat de Staaten van Holland, gelyk<br />
ook die van Stad en Lande van Groningen,<br />
begrypende, dat niets nadeeliger is, dan het<br />
gebruiken van Krygsmagt in Burger -gefchillen,<br />
nog onlangs den Heer Kapitein Generaal<br />
gelast hadden, geene Troupen , ter betaaling<br />
van hunne Provintie ftaande, naa de Steden<br />
Hat.<br />
(*) Nieuwe ReicrU Jattr¥. September 1786. bkdz, 1225.
1786.<br />
252 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Hattem en Elburg af te zenden ; — dat ooit<br />
reeds in 't voorledene Jaar door Hun Ed. Moog.<br />
een Befluit, tot dat einde flrekkende, bekend<br />
gemaakt was; dat h ;<br />
cr om de Natie met reden<br />
hadt moeten verwagten, dat 'er niets meer<br />
noodig zoude zyn om de gedreigde en gevreesde<br />
onderneeming van de Stem der Burgerlyke<br />
Vryheid door Militaire overmngt te fmoorens voor te koomen en te doen ophouden. Ü3ar<br />
het nogthans al te klaar gebleeken was, dat<br />
alle die heilzaame poogingen en Vaderlyke<br />
voorzorgen van verfcheidene Provintiën (waar<br />
ander zelfs de magtigfle deezer Republiek) op<br />
sene indirefte wyze te leur gefleld en vrugteloos<br />
gemaakt zyn ; zoo vonden de bovengemelde<br />
Heeren Ridders zich bevoegd en onvermydelyk<br />
verpligt, om met die rondborstigheid,<br />
welke van ondsher een vry' Nederlander<br />
;n Eed en Pligt betrachtenden Regent kenschetst,<br />
aan Hun Ed. Moog. open te leggen,<br />
tiet geen zy van de tegenwoordige hachlyke<br />
gefleldheid deezer waggelende Republiek dach-<br />
:en , en in de omflandigheden van zaaken niet<br />
üuister opgeflooten ligt. Het was toch aan<br />
Hun Ed. Moog. bekend, dat, toen het Befluit<br />
3er Heeren Staaten van Gelderland (waar by<br />
goedgevonden en verflaan werd , om Zyne<br />
hoogheid als Kapitein Generaal te verzoeken ,<br />
r.oo fpoedig moogelyk een bekwaam getal Troujen,<br />
met al het noodige voorzien naa Hattem,<br />
sa Elburg te zendeD , enz.) openbaar werd,<br />
de
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 253<br />
de gantfche Nacie , en inzonderheid die van<br />
deeze nabuurige Provintie, die zaak zich de<br />
haare maakte ; waartoe zy ook volgends de<br />
gronden der Lnie en her. Bondgenootfchap ver-<br />
pligt was. Dat de Raad en Gemeenten der drie<br />
Hoofdlieden \ op den eenpaarigen aandrang van<br />
derzelver Burgeryen, eerst ieder afzonderlyk,<br />
èn daarna nog tweemaal gezaamentlyk, aan<br />
de Heeren Staaten van Gelderland en den Hr.<br />
Erfftadhouder de nadrukkelykfte Brieven had<br />
den doen afgaan, ja zelfs Commisfiën uit de<br />
drie Steden en van de Ord. Gedeputeerden<br />
aan den Stadhouder waren afgevaardigd, om<br />
Zyne Hoogheid te overreden , welgemelde<br />
Heeren Staaten te beweegen om toch van dee<br />
ze geweldige middelen af te zien, enz. •<br />
Dan dat op alle die Brieven geen het minfte<br />
Antwoord was gegeeven, en alleen aan de Hee<br />
ren Gecommitteerden mondelyk was geant<br />
woord: Dat Hy alleen uitvoerde de ftriktjle beve*<br />
len der Staaten van Gelderland, dat hy echter<br />
verzekeren kon, dat aan niemand eenig geweld in<br />
zyn recht, goed of vryheid gefchieden zoude; dat<br />
het aan de Steden Hattem en Elburg zeiven fiond,<br />
cm , onder voldoening aan de Orders van den Sou<br />
vrain van alle Militair geweld bevryd te zyn; dat<br />
hy geen Crediet meer hadt, en het belachlyk was<br />
van hem te vorderen het gebruik van iels, dat men<br />
wel wist, dat hy niet hadt; dat het zenden var.<br />
Militie naa de eene of andere Stad niets ongemeem<br />
wat, h Mende, in 't vooiige Jacr eene gelyke Ordei<br />
va-i 1<br />
1786.
Wanneer Hun Ed. Moog. nu dit gedrag van<br />
den Stadhouder vergeleeken met z y n g t, d r a„<br />
en bellier, federt eenigen tyd gehouden, en<br />
«en zich herinnerde den kennelyken invloed<br />
en het overweegend gezag van denzelven op<br />
de meeste Regenten in Gelderland, dan zouden<br />
Hoogstdezelven middagklaar moeten ontdekken,<br />
dat daar in eene affpraak mee een .root<br />
getal van dezelfde Regenten, en een oogmerk<br />
m de heilzaame inzigten der Bondgenooten te<br />
enr te ftellen, de ftemme van het beste geleelte<br />
des Volks tefmooren,en alzoo zyne<br />
] grootheid te zoeken in de puinhoopen van dit<br />
( .emeenebest, met gevaar zelfs van daar toe<br />
]<br />
^urgerbloed te plengen, huisvest Een blyk<br />
( laar va„ waS d a t d e T r o u p £ n ^ y<br />
3<br />
*54 BÉKNOPTE HISTORIE rjèë<br />
van de Heeren Staaten van Holland uitgevoerd,<br />
zonder dat eenige andere Provintie of Stad daar<br />
tegen was opgekoomen: dat hy niets verdoen kon,<br />
dan alleenlyk de Orders zyner Principaalen afwag.<br />
ten, enz.<br />
5<br />
ulke fchielyke en fhpte orders kreegen om te<br />
I<br />
wcheeren; * dat de Kapitein w I L D R I K<br />
I<br />
»et zyne Artillerie Compagnie, op de Provi*<br />
t<br />
e van Overysfel verdeeld ftaaridè, mede fa a<br />
wmarsch geweest is, zonder acht te geeven<br />
f)<br />
3 het Befluit van Hun Ed. Moog. i n't voor<br />
li eden Jaar genoomen; tot een onwederfpree-<br />
H -lyk bewys, dat de Stadhouder zich niet kon<br />
VI<br />
antwoorden met te zeggen, dat hy aan de<br />
O<br />
rders der Staaten van Gelderland m o e s t g e.<br />
hoor.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 255<br />
boorzaamea, dewyl hy zoo wel Kapitein Ge i78tS.<br />
neraal van Overysfel als van Gelderland is, en<br />
gevolglyk even eens aan Hoogstderzelver Orders'moest<br />
gehoorzaamd hebben. Verder was<br />
de invloed van den Kapitein Generaal als Stadhouder,<br />
op de meerderheid der Gelderfche Re •<br />
genten te zeer bekend, dan dat zyn Antwoord<br />
aan de bovengemelde Commisfie der Steden<br />
afgegeeven, (van naamelyk, geen Credietmea<br />
in de Republiek te hebben) eenige aanmerking<br />
zou verdienen. Integendeel meenden de Ridders,<br />
dat het gepleegde geweld tegen Hattem<br />
en Elburg, uit hoofde van voorfz. invloed, aan<br />
den Stadhouder diredtelyk kon en moestgeweeten<br />
worden. In allen gevalle (zoo vervolgen<br />
deeze Heeren) ook Kapitein Generaal en Stadhouder<br />
van de Provintiën Holland en Stad en<br />
Lande zynde, en van het oogmerk derzelver<br />
Souvrainen, zoo wel als van he't gantfcheVolk<br />
van Nederland verwittigd, moest hy zyn pligt,<br />
en de betrekking, waarin hy ten aanzien van<br />
het gantfche Bondgenootfchap ftaat, gekend<br />
hebben. — Hy moest weeten, dat zyn pligt<br />
als Stadhouder mede bragt, den Staat zoo in<br />
balancc te houden, dat de eene Bondgenoot over den<br />
anderen niet hcerjche, te bevorderen en te bewaaren<br />
de Praëminentiën, Gerechtigheden, Privilegiën<br />
en Welvaaren van den Lande,* Leden en Steden<br />
en Ingezeetenen van dien, dezelve te Conferveeren<br />
voor alle overlast, afbreuk en fchade. Hoe kunnen<br />
hier nu mede ftrooken de Orders, op be-<br />
• • geerte
*7'86.<br />
256 BEKNOPTE HISTORIE DE'Ü<br />
geerte van eenen (Bondgenoot , door hem gegeeven,<br />
aan een ontzaglyk getal Krygsvolk,<br />
voorzien met Bomben, Houwitzers, en allerlei<br />
Moordgeweer , ter inrukking in Steden van<br />
het Bondgenootfchap en Rotting van Burgerbloed,<br />
daar en het Volk, en derzelver wettige<br />
Vertegenwoordigers, onder gepasten eerbied<br />
, derzelver ongezindheid tot het innee*<br />
men van Troupen, als dezelve niet noodig,<br />
ook niet gevraagd , hebbende, te vooren<br />
verklaard hadden ; en alle moogelyke poogingen<br />
van zoo veele Collegiën , ja van het<br />
beste gedeelte van Neêrlands Volk, ter weering<br />
en voorkooming daarvan waren aangewend.<br />
Het welk alles ten gevolge hadt, dat uit de<br />
Steden van Hattem en Elburg de meeste Ingezetenen<br />
, fterker dan vpor een uitheemfchen<br />
vyand , met vrouwen en kinderen gevlugt ,<br />
vervolgends het tooneel van een Burgerlyken<br />
Oorlog binnen Nederland, en wel in 't nabuurig<br />
Gelderland en Overysfel, fcheen te zullen ontbranden,<br />
en toen, moogelyk, reeds Burgerbloed<br />
en dat van 'sLands Krygslieden geplengd<br />
was, en aan veelen reeds het leeven of de gezondheid<br />
en welvaart zou gekost hebben; alle<br />
welke onheilen ten jongften dage tegen de bewerkers<br />
derzelven zouden moeten getuigen.<br />
Dit alles hadt door een pligtbetrachtenden en<br />
vredelievenden Stadhouder kurnen voorgekoomen<br />
worden, en het zoude Zyne Hoogheid ge-<br />
mak*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 25?<br />
makkelyk geweest zyn, het gantfche Volk van<br />
Nederland te toonen, dat hy de oorzaak niet<br />
was van al dat onheil. Men zwyge van het ge-<br />
welddaadig berooven en bederven der agterge-<br />
bleevene goederen van de ongelukkige Ingeze<br />
tenen, en diergelyke verfoeijelyke bedryvep ,<br />
door de Troupen van den Staat, die toen nog<br />
binnen Hattem en elders op de Veluwe ge<br />
pleegd werden.<br />
Zodanig waren de gronden, deeze wareu de<br />
beweegredenen tot de bovengemelde Voorilci-<br />
ling , die de genoemde Ridders verzochten .,<br />
dat in de Notulen mogte ingclascht worden;<br />
ten einde dezelve zoo fpoedig moogelyk toe<br />
het voorwerp der bcraadflaaging van die Scaats-<br />
vergaadeiing mogte worden (*). Kort daarop<br />
den 12 Sept. werd na voorafgaande beraadflaa-<br />
ging by de Staaten van Overysfel beflooten , dac<br />
aan de Heeren Afgevaardigden ter Generaliteit<br />
ten fpóedigfte zoude aangefchreevcn worden<br />
en gelast, om aanftonds , op den ontvangst<br />
deezes, ter Vergaadering van Hun H. Moog.<br />
voor Advies van die Provintie uktebrengen,<br />
cjat de Propofitie van Holland, in dit byzonder<br />
geval eo deeze ongelukkige omftandigheden,<br />
zoo als zy ligt, behoorde toegeftaan te wor<br />
den, daarin toeteftemmen, en de aanfehryvm-<br />
gen aan de Commandanten der Steden en For<br />
ten, overeenkomftig het oogmerk van gemel<br />
(*; Nieuwe Nederl. jaari. Sept. ï?jj. bladz. 120+ — un<br />
R<br />
de<br />
1786»<br />
Rëftttit der<br />
Staar.n daar<br />
•p.
Ï786".<br />
. Geeven daai<br />
van kennis<br />
en last om.<br />
trerit de Pa<br />
tenten aan<br />
den Kapiteii<br />
Genetaal.<br />
t 5Z BEKNOPTE HISTORIÉ DES<br />
de Heeren Staaten te doen uitvoeren; en voor£s<br />
dat zulks ten fpóedigfte ter Vergaadering van<br />
Hun H. Moog. wierde beflooten (*). Vervolgends<br />
werd op den 13 Sept. wegens de Staaten<br />
aan de- gebiedende Officieren van het<br />
Krygsvolk, ter betaaling van Overysfel ftaande,<br />
aangefchreeven, zich regtftreeks noch van ter<br />
zyden te mengen in eenige vcrfchillen tusfehen<br />
Regenten en Regenten , of Regenten en Bur.<br />
gers, zoo als in Gelderland en Utrecht, of elders<br />
ontftaan waren , of zouden kunnen ontftaan<br />
; of eenige, daaromtrent gegeevene, of<br />
nog te geevene, orders te gehoorzaamen, op<br />
ftraffe vin daadelyk verftek van hunne Soldy,<br />
en de hoogfte verontwaardiging van Ridderfchap<br />
en Steden ; en dat voorts tegen de overtreeders<br />
zodanig zou gehandeld worden , als<br />
haar verëisch van zaaken tot handhaaving van<br />
Hun Ed. Moog. gezag zou bevonden worden<br />
te behooren (f).<br />
Hier van gaven Hun Ed. Moog. kennis aan<br />
den Kapitein Generaal, met aanfchryving om<br />
geene Patenten te verleenen aan Krygsvolk 3<br />
ter betaaling van die Provintie ftaande , naa<br />
Provintiën , Steden of Plaatfen, waarin eenige<br />
verfchillen, als boven, plaats hadden, en te<br />
verhinderen , dat tegen dezelve zouden bedryven<br />
, het zy regtftreeks, of van ter zyde,<br />
(•) Nieuwe Nederl. Jaarb. September 1786. bladz, 1114»<br />
(f) Ibid. September ijZS. bladz. 1219.<br />
door
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 259<br />
door dezelven als Obfervations Corps, of tot<br />
aanbrengen of dekking van eenig kanon of<br />
krygsbchoeftcn te. gebruiken, of ook tot dek<br />
king van eenige Militie, daartoe gebruikt wor<br />
dende (*)•<br />
Dergelyke Befluiten namen ook de Staa-en<br />
•van Zeeland omtrent het Krygsvolk, ter betaaling<br />
van hunne Provintie ftaande, en gaven<br />
dergelyke orders aan de gebiedende Officieren,<br />
dm zich met geene Burgergefchillen te<br />
bemoei jen, enz. gelyk zy ook zodanige Brieven<br />
van kennisgeeving aan de Staaten der andere<br />
Provintiën, en aan den Kapitein Generaal<br />
deeden afgaan ; met vriendelyke aanmaaningen,<br />
om de zweevende gefchillcn toch niet<br />
door den weg van wapenen, maar van minnclyke<br />
Bemiddeling, indien !è moogelyk ware,<br />
te vereffenen (f). Het zelfde deeden ook die<br />
van Stad en Lande van Groningen (§). En naar<br />
dien de Staaten van Holland aan alle de Trott»<br />
pen, op hunne Provintie verdeeld, aanfchryving<br />
gedaan hadden , iiS welke Provintie zy<br />
ook in bezetting waren , om naa Holland te<br />
tr-'kken, of zich tot dat einde marschvaerdig<br />
te houden i zoo ontftonden daaruit wed; . -m<br />
onaangenaamheden tusfehen Hun Ed. Gr. Moog.<br />
en de Staaten der andere Provintiën. Die van<br />
Zet.<br />
(*) Nieuwe NederU Jaarb Sipt. 1786. bladz. is 3$<br />
(f) Ibid. September 1786. bladz, m e — H M .<br />
Q) Ibid. Septembe* i-tö. bladz. 1239.<br />
R 2<br />
Dergelyke<br />
3ellidicn,<br />
:nz. door da<br />
ïtisten van<br />
Zeeland geïoomèu<br />
, gelyk<br />
ook door<br />
i'.e van GlO»<br />
>i;;igen.
3786.<br />
De uitgeweekene<br />
Burgers van<br />
il, ttem en<br />
Elburg roepen<br />
dc beloofdebefcherming<br />
ito BEKNOPTE HISTORIE DITK<br />
Zeeland weigerden niet alleen op zodanige aanfchryving<br />
het Regiment Zwitfers van MARTÏ<br />
naa het Land van Vianen te laaten trekken;<br />
maar gelastten ook aan aile andere gebiedende<br />
Officieren, zich in gelyk geval bevindende<br />
, niet uit hunne bezetting, in die Provintie ,<br />
te vertrekken , zonder byzondere toeflemming<br />
der Staaten (*) ; en die van Groningen verzochten,<br />
in een gelyk geval, de Staaten van<br />
Holland van de gedaane aanfchryving aan den<br />
Colonel KEMPE, ais gebiedende de twee Es»<br />
quadrons Ruitery van den Luitenant Generaal<br />
STAVENISSE POCS, te Groningen in Garni*<br />
zoen, aftezien, en daarop geene Patenten te<br />
verleenen, opdat zy niet in de onaangenaame<br />
noodzaakelykheid mogten gebragt worden ,<br />
hoe ongaarne ook, de Attaché daarop te weigeren,<br />
en de uitmarsch te beletten (f). enz.<br />
Ik zal dit Hoofdfluk , oe Steden Hattem en<br />
Elburg betreffende, befluiten met de volgende<br />
Aanmerking:<br />
De uitgeweekene Burgers van gemelde Steden<br />
keverden, op den i November, Adresfen<br />
in by de Staaten van Holland, flrekkende om<br />
de daadelyke befcherming, die hun door Hun<br />
Ed. Groot Moog. beloofd was, te verzoeken<br />
(§). Deeze Adresfen, werden door eene<br />
(*) Nieuw Nederl. Jaarb. Sept. i?S5. bladz, 1116.<br />
(t; Ibid. September, bladz, 1243.<br />
(§) Ibid. November 17SÓ. bladz. 142g,<br />
rhe-
ONLUSTEN IK HET VADERLAND. iêl<br />
nsenigte andere Burgers en Ingezeetenen uit<br />
verfcheidene Steden en Plaatfen van Holland<br />
otiderfteund. Om te doen zien hoe veel deel<br />
de Hollandfclie Burgers namen in het droevig<br />
lot hunner ongelukkige Gdderfche Landgenooten,<br />
•z%\ ik daar van eenige voorbeelden hiêV by-<br />
brengen. By gelegenheid, lat uit veele Plaat<br />
fen van Holland Dank- Adresfen aan de Staaten<br />
werden ingeleverd, waarmede de Burgers en<br />
Ingezeetenen hun genoegen en dank betuig<br />
den over de genoomenc Befluiten en ter hand<br />
genoomene maatregelen, herinnerden zy Hun<br />
Ed. Groot Moog. eerbiediglyk Hoogstderzel-<br />
ver toezeggingen van befcherming aan de Bur<br />
gers van Hattem en Elburg gedaan, en ver<br />
zochten aandringende, om hen daadelyke ver<br />
vulling en bewyzen daar -van te willen doen ge*<br />
nieten nu de nood aan den man kwam, nu zy<br />
genoodzaakt waren uit hunne Steden te wyken ,<br />
en a's ballingen omzwervende, in deeze en<br />
andere Provintiën fchuüplaats en befcherming<br />
te zoeken. Zodanige Adresfen kwamen ter<br />
Vergaadering der Staaten in op den 8 Novem-<br />
ber, van, Haarlem en Maasfiuis. Ten zelfden<br />
dage van Rotterdam (*)• Te Leyden leverden<br />
de Geconftituëerden der Burgery in naam van<br />
zich en hunne Conftituantcn aan de Vroedfchap<br />
een Verzoekfchrift in, ten einde het bovenge-<br />
meb<br />
ffli*»t StitrL Jmh November 1786. klad* mi-<br />
R 3<br />
1786..<br />
Aiiresfen<br />
tot onderftcuning<br />
van<br />
dat Verzoet,<br />
ingeleverd.'
1786".<br />
262 BEKNOPTE HISTORIE DER.<br />
melde Verzoek door haare Gedeputeerden ter<br />
Staatsvergaadering te onderfteunen (*).<br />
Wat rlaar- Te Amfieriam werd een zodanig Dank-Adrcs<br />
omtrenr te<br />
op verfcheidene Plaatfen ter Teekening gelegd<br />
Am üer dam<br />
is voorge en door 2412 Burgers en Ingezeetenen ondervallen.teekerfd.<br />
De Krygsraad hield daar over eene<br />
Vergaadering om te beraadflaagen, op wat wyze<br />
men omtrent dit Adres zoude handelen; de<br />
meeste Officieren waren 'cr voor, en 'er werd<br />
beflooten om 'er den Stads Raad over te Raad,<br />
pleegen; gelyk door twee Kapiteinen de Voordrage<br />
daar van aan Burgemeesteren fchriftelyk<br />
gefchiedde. De Achtbaare Raad Relde het ter<br />
onderzoek aan eene Commisfie, w eike verfcheidene<br />
Aanmerkingen maakten op het aanbieden<br />
van Dank-Adresfen aan Hun Ed. Groot<br />
Moog. in 't Algemeen , en byzonderlyk in<br />
deeze Volkryke Stad, wegens de verfchillendheid<br />
van begrippen Op het Rapport der Corn.<br />
misfie werd by den Raad beflooten: Dat door<br />
den Achtbaaren Raad, om te beantwoorden aan<br />
't verlangen van Kapiteinen, „ om onderricht<br />
:e worden van de gevoelens van den Achtbaaren<br />
üaad,en aan denzelven op 't nieuwgegeevene<br />
)lyk van geenen zodanigen flap te willen doen,<br />
jender alvoorens verzekerd te zyn, dat dezelve<br />
I ie volle goedkeuring van den Achtbaaren Raad<br />
;oude* weg draagen, Heeren Burgemeesteren<br />
5 ouden verzopht worden, aan Kapiteinen het<br />
ge-<br />
(•}) Nitime Ntferl. Jcarb. November 3-S6. blatb. 1449.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 263<br />
genoegen van den Achtbaaren Raad hier over te<br />
betuigen ; en voords alle aanmerkingen op de<br />
pvergegeevene fchriftelyke voordragt aan Kapiteinen<br />
mede te deelen ; ten einde dezelve<br />
daar uit zouden kunnen opmerken , dat 'er omtrent<br />
het prefenteeren van Dank-Adresfen, in<br />
deeze Volkryke Stad gewigtige bedenkingen<br />
waren opgekoomen: dan dat de Achtbaare Raad<br />
tevens niet van voornoemen was, de vryheid<br />
van Kapiteinen, hoe zich in deezen te gedraagen,<br />
te bepaalen." Tegen dit Befluit hebbende<br />
volgende Raaden geprotcfteerd: w. BACKERJ<br />
A. P« VAN LEYDEN; E. E. ABBEMAJL»<br />
HOVÏJ j. B. EICKER; C. VAN DER HOOP<br />
GERRITZ.; J. DE WITT; D. HOOET; en<br />
E. L. BOU WENS. Dit Adres werd op den 15<br />
November aan Hun Ed. Groot Moog. overgegeeven<br />
(*)• Nog kwamen 'er Adresfen, ter<br />
zelfde zaake dienende, van Schiedam en Giezen,<br />
in 't Land van Altena, enz. (+)• Insgclyks van<br />
Delft , Gornichem, Woudrichem, Papendrecht „<br />
Bellevoetfluis, Veur, Foorfchooten , Leydfchen-<br />
Dam en, Stompwyk: Op alle welke Requesten<br />
én Addresfen, voor zoo verre die Dankbetuigingen<br />
behelsden wegens de genoomene Befluiten,<br />
gelVke Befluiteu genoomen werden,<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. November 1786. blate. 1441- ei<br />
»<br />
S45i—-1461. Waar men den geheelen Inhoud, en alle de<br />
beraadflaagingen in 't breede leezen kan.<br />
(f) Ibid. November 178Ö. bladz. 1448.<br />
R 4<br />
al»
264 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
1786, als op de v'pófigen , cat is te zeggen voot<br />
kennisgeeving aangeroömen ; doch op die',<br />
Welke verzoek om bewys der befcherming van<br />
Hattem en Elburg inhieldeh , werd beflooten ,<br />
dezelven Commisfoiiaal te maaken (*).<br />
Merkwaartligeomftan-<br />
Nog eène merkwaardige omflandigheid, de<br />
d'.tfieid,Hut Steden Hatiem en Elburg betreffende, kan ik<br />
ten en' Elburgbetref<br />
niet met ftilzwygen voorbygaah. Te Middelfende<br />
, te<br />
Middelburg burg, gelyk in veele Steden der andere Prd*<br />
voorgevallen.<br />
vintiën, werden ook Inteekenfngen en verzaamelingen<br />
van penningen gedaan voor de uitgeweekene<br />
Burgers en Ingezetenen van Elburg<br />
ën haitem , en voor 'het Nationale Fonds,<br />
Doch de Burgemeester w. A. VAN CITTERS<br />
Relde op den<br />
J<br />
1<br />
28 October aan den 'Raad der-<br />
Stad voor: Dat', alzoo'de Liefdegiften voor<br />
de Armen, die door de Diaconie bedeeld werden;<br />
op den duur niet toereikende waren, en<br />
de Stad genoodzaakt was , eene goede fom aan<br />
de Diaconie af teftaan, men de hand zoo leggen<br />
öp de Penningen, voor Hattem en Elburg<br />
verfaarneld, gelyk ock op die van het Vaderandfche<br />
Fonds- ten m'inflen het infaamelen en<br />
'nteekenen daar van gerechtelyk te doen flaa-<br />
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 265<br />
DE BRUIN Hemden overeenkomftig het voorftel.<br />
De Burgemeesters LC SAGI;, n ris MAN<br />
en VAN VISVLIET verzetteden zich daar tegen.<br />
De Voorzittende Burgemeester DE ERUIN<br />
befliste by het Lot, cn ingcgevolge daar van<br />
werd het' Voorftel op den 4 November by de<br />
Weth en den Raad goedgekeurd, en van dit<br />
Befluit aan den Heer Bailluw Ratione Officii<br />
kennis gegeeven, en dezelve gelast, de inge.<br />
faamelde Penningen in bejlag te neenun. — Doch<br />
üie verfaamelde Penningen waren reeds naa<br />
elders gebragt, en dus het in beflag neemen<br />
Qnmoogelyk gema.'.kt (*).<br />
De Onlusten wegens Hattem en Elburg hadden<br />
veel overeenkomst, en ook eenig verband<br />
met die wegens Utrecht en Wykby Duurftede,<br />
en gaven aanleiding tot onaangenaame Briefwisfelingen<br />
tusfehen de Staaten van Holland en<br />
die van Gelderland , gelyk ook de Voorftemmende<br />
Leden der Staaten van Utrecht, tusfehen<br />
welke laatften , en de bovengemelde Ste.<br />
den, de eerften zich als Middelaars aanbooden<br />
, en aan die Steden hunne befcherming beloofden.<br />
Ik zal daarom de Historie der Onlusten<br />
wegens Utrecht enz. hier vervolgen in een<br />
nieuw Hoofdftuk.<br />
(•) Nituwe Net!(/l. 'jiarb. Novembir 173.6. bladz. 1481.<br />
R 5 VIER-<br />
178$,
Ï786,<br />
Hier van<br />
kennis ce-<br />
•eeven aan<br />
oe Staatsie-<br />
266 BEKNOPTE HISTORIE DE ?<br />
HET VIERDE HOOFDSTUK.<br />
Behelzende Gebeurtenisfen federt de Onlusten wegens<br />
Hattem en Elburg, tot aan 'c einde<br />
van 't Jaar 1786.<br />
De Stad<br />
Utrecht '•J^hans werden de gefchiiïen tusfehen de Stad<br />
ferygt een<br />
verzekering<br />
van de Be-<br />
en de twee voorftemmende Leden der<br />
Staaten van Utrecht hoe langer hoe ernftiger,<br />
fcherming<br />
dei Staaten en fcheenen tot daadelykheden te neigen. De<br />
van Holland,<br />
Vroedfchap der Stad {ftrècht fciircef eenen<br />
Brief aan de Staaten van Holland over den toe<br />
ftel , die in Gelderland gemaakt werd, om door<br />
het gebruik van eene menigte Krygsvolk van<br />
den Staat, het welk zich thans in die Provintie<br />
bevond, zoo het fcheen, eerstdaags eene vy-<br />
andlykc onderneeming tegen de Stad Utrecht<br />
ter uitvoer te brengen ; waarop Hun Ed. Cr.<br />
Moog. tot meerdere verzekerdheid, voorzoo<br />
veel des noods, aan de Vroedfchap der gemel<br />
de Stad toezeiden, dat Hoogstdezelven, in «-e-<br />
val van eenen vyandelyken aanval, of wel een<br />
aanmarsch van Troupen uit Gelderland tegen<br />
gemelde Stad wierd ondernoomen , dezelve<br />
met hunne voorhanden zynde Krygsmagt zou<br />
den befchermen , en van allen" geweldigen<br />
overlast naar vermoogen beveiligen. Hier van<br />
gaven de Staaten van Holland, in een Brief<br />
van den 6 Otctob., kennis aan de Utrechtfche<br />
Staats-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 267<br />
Staatsleden , die te Amersfoort • Vergaadering Ï786.<br />
hielden; met byvoeging, dat Hun Ed. Groot den te<br />
dmersfiort<br />
Moog., alhoewel zy niet verwagtten, dat zodanige<br />
kragtige Befliritten ooit ter uitvoer zouden<br />
gebragt worden, nogthans gemeend hadden<br />
, eene openhartige opening daarvan aan<br />
Hun Ed. Moog. te moeten geeven; gelyk hier<br />
voor (*) breeder is aangeteekend.<br />
Op deezen Brief gaven de voorftemmende Antwoord<br />
der gem.<br />
Staatsleden, te Amersfoort vergaderd, een ant Leden op<br />
die kennis,<br />
woord aan de Staaten van Holland, waarin zy geeving.<br />
hunne verwondering en aandoening betuigden,<br />
over de tydingen , die by Hun Ed. Groot<br />
Moog. aanleiding gegeeven hadden tot het<br />
doen van derzelver mededeeling, verzekering<br />
en gedaane toezegging van de Stad Utrecht<br />
tegen allen vyandlyken aanval te befchermen;<br />
en zich beklaagden , dat zodanige tydingen ,<br />
die zy als loutere uitftrooifels befchouwden,<br />
zulke indrukken op Hun Ed. Groot Moog. gemaakt<br />
hadden ; voorts verklaarden zy , nooit<br />
te zullen toeiaaten of onverfchillig aanzien,<br />
dat de Provintie, of Steden derzelve, zonder<br />
hun weeten of medewerking, ingenoomen zouden<br />
worden ; maar zich door alle bekwaame<br />
middelen daar tegen te zullen verzetten; met<br />
verderen eisch van de ingeroepene en toegezegde<br />
bemiddeling der Bondgenooten (t).<br />
De<br />
(*) Bk.'z. 210, 241.<br />
(|; iï;d. Qtlulcr 1786. bladz. i345«-
De Stad<br />
neemt de<br />
bemiddeling<br />
aan op zekerevoo:waarden.<br />
De Stad<br />
In ftaat van<br />
verdceldi-jn<br />
jung gefield.<br />
168 BEKNOTTE HISTORIE DEK<br />
De Stad Utrecht daarentegen verklaarde de<br />
aangeboodene Bemiddeling der andere Provintien<br />
niet te kunnen aanneemen , dan onder<br />
voorbeding van vier punten , te weeten : O<br />
het verwyderen van het Krygsvolk van het<br />
Grondbebied der Provintie; 2) zich te vertinden<br />
onder waarborging van Holland, geene Troupen<br />
op 't nieuw te zullen doen inrukken, geduurende<br />
de onderhandelingen ; 3) dat men<br />
alle byzondere en onveivreemdbaare Rechten<br />
zoude behouden, en zich daarover in geene<br />
onderhandeling zou inlaaten ; en eindelyk 4)<br />
dat alle zodanige Leden van Staat, die zich<br />
door hunne Adviefen en gedraagingen als vyanden<br />
der Stad betoond hadden , uit de on.<br />
derhandelingen zouden uitgeflooten zyn (*).<br />
Voords fcheen de Stad weinig Raat te maaken<br />
op eecen goeden uitflag deezer Bemiddeling,<br />
maar veel eer eenen aanval te verwagten , detvyl<br />
zy zich in eenen ontzaglyken Raat van<br />
tegenweer Relde. Op de Wallen werden rondnm<br />
de Stad een goed getal Kanonnen geplaatst,<br />
Re uit de Magazynen van Holland, te Woerden<br />
;n te Delft werden aangevoerd , als 18 Pon-<br />
Iers, 12 Ponders, 6 Ponder Haubitfers, enz.<br />
3e gragten werden verdiept, de Muuren aan<br />
le Bastions met Cafematten voorzien; en de<br />
< Gragten, Bruggen, Poorten en andere Toe-<br />
!«ögen bewaakt. Verder werden 'er Doorfnyi<br />
,dia=<br />
O N'iiuwt Ntierl, Jtart, Qiiober 1?&C>. bladz. 1435.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND 260<br />
dingen van water gemaakt, waar door eene 1786.<br />
Onderwaterzetting van de Keuvelaar sbrug of den<br />
Zoom van het hooge Land, buiten de Tolkjleeg-Poort<br />
tot Jgtienhoven toe, kon bewerkt<br />
worden, welke door den Vyand niet kon afgetapt<br />
worden. Ook werd 'er een Verfchanfing<br />
aan de Gildbrug, aan 't einde van de Malibaan<br />
opgerecht, beftaande in een gebrooken Hoornwerk<br />
met geretireerde Flanquen en ingeboogen<br />
Gordynen, voorzien van 11 Batteryen; 3 voor<br />
18 Ponders, 4 voor 12 Ponders, 4 voor 6<br />
Ponders; en verder gefchikt om een goed getal<br />
Musquettiers te plaatfen, met f300 Palisfaden<br />
en wyde Giagten voorzien. Aan dit werk<br />
was nog eene inwendige verdeediging gemaakt,<br />
en aan iedere zyde eene veilige terug togt,<br />
indien de Verdeedigers mogten genoodzaakt<br />
worden te wyken ; het welk dan gevoeglyk<br />
kon gefchieden tot onder het Kanen van de<br />
S:ad, by de Maliepoort; waar ook Batteryen<br />
waren opgerecht om den terugtogt te dekken<br />
en den Vyand af te keeren. Alle deeze Werken<br />
werden aangelegd en iVoltooid onder het<br />
beftier van den Vestingbouwkundigen Heer<br />
Redelykheid, die vervolgends naa Rusland beroepen<br />
werd en vertrokken is; affcheid dooi<br />
eenen Brief van 't Defenfte Weezen te Woerden<br />
genoomen hebbende (*). Ook booden zich<br />
een groot getal Poorters, buiten de Stad er<br />
ver-<br />
C'J Hieuwt Ncitrl. Jciari. Noy:» ber 1786, hhil,
270 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
!?86 . verdere Ingezeetenen der Voorlieden aan de<br />
Vroedfchap aan, om de Wapenen te dfaagen,<br />
en de Stad, indien het noodig was, te helpen<br />
Het Niem<br />
'<br />
Reglcnien<br />
verdeedigen (*).<br />
van Reget<br />
ring daade<br />
lyk en plc<br />
tig ingevoerd.<br />
e<br />
Ondertusfchen naderde wederom de dag der<br />
- gwoone verandering van de Stads -Regeenng,<br />
; op welken , ingevolge de overeenkomst van<br />
den 20 December 1785., en de Beëediging<br />
van den 20 Maart 1786., het Nieuwe Regee<br />
rings-Reglement daadelyk moest ingevoerd<br />
worden; en volgends hetzelve die verandering<br />
gedaan worden ; ten welken einde de Schutters<br />
en Wachtvryën onder de Burger-Compagniën<br />
op den 11 Oclober des voormiddags wederom<br />
by een vergaaderden, en de Stemgerechtigden<br />
onder dezelven werden tegen den volgenden<br />
morgen ten 9 uuren beroepen om Kiezers te<br />
benoemen, tot het verkiezen van Burgemees.<br />
teren, uit de Nominatie daartoe reeds ge<br />
maakt, en vrugteloos aan den Stadhouder ge<br />
zonden. Op den volgenden dag dan, den'12<br />
Oclober, zynde den gewoonen dag der veran<br />
dering van de Regeering, vergaaderden de<br />
Burgemeesteren en Vroedfchap, benevens de<br />
Burgery op de Neude, en het Nieuwe Regle<br />
ment van Regeering werd nu daadelyk enpfeg-<br />
tig ingevoerd, nu mede door den Raad be-<br />
zwooren, gelyk het op den 20 Maart door de<br />
Burgery bezwooren was, en het oude Regie-<br />
ment<br />
(*) NisiDve Ntdirl, Jaa/b, Ngyemier 17I6. bladz. i 3 3u
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 271<br />
inent van 1674., voor zoo verre het Stedelyke 178^.<br />
betrof, voor altoos vernietigd en afgefch'aft.<br />
Deeze plegtige Beëediging gefchiedde thans<br />
alleen door de zeven oudfte Raaden, ingevolge<br />
van hunne Verklaaring van den 20 Maart deezes<br />
Jaars 1786.; dewyl de overige Raaden<br />
hetzelve by de aanvaarding van hunne Raadsplaatfen,<br />
federt den 28 Augustus van tyd tos<br />
tyd gedaan hadden. En hier van werd eene Wederzyiï-<br />
* plegtige Wedcrzydfche Verklaaring gedaan, fcheVerklaaring daac<br />
waar door de Burgery verklaarde , den Raad van gedaara,<br />
der Stad'van toen afin dc Reedsduurendheid,<br />
overeenkomftig en naar den inhoud van het<br />
voorfz Reglement, op te neemen; en als nu<br />
het zelve Reglement, aan de zyde van Raad<br />
en Burgery en Burgery én Raad, en dus wederzyds<br />
en volkoomen te zyn ingevoerd. Zoo<br />
als Raad en Burgery hetzelve alzoo hikiden voor<br />
ingevoerd; zoo dat Raad en Burgery van toen<br />
af, voor zoo veel als Stads Magiftraats-Be-<br />
Relling, en de Punten, het huishoudelyk Be»<br />
ftier derzelve betreffende, hielden voor af gefchaft<br />
en vernietigd het Reglement van 1674.<br />
als fchadelyk en drukkende, zoo voor hun als<br />
inzonderheid voor de Regeering; en dat in de<br />
plaats van hetzelve, van toen af, zoude ftand<br />
hebben het Reglement, als nu wedcrzyds bezwooren,<br />
den 20 December 1785.vastgefteld;<br />
behoudens de afkondiging der Twee nog openftaande<br />
Punten, met onderlinge medewerking<br />
f.e reguleeren ; en ook voorbehoudende alle<br />
zulke
1786.<br />
17a BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
zulke veranderingen, als (buiten het Conftitutioneele<br />
in dit Reglement vervat) met onderlinge<br />
medewerking van Raad en Burgery te<br />
maaken, in tyd en wylen, geoordeeld mogt<br />
worden, ten nutte van Stad en Burgery ie zullen<br />
ftrekken. — De Burgery verklaarde wyders,<br />
van haare zyde, deezen haaren ftecdsduurenden<br />
Raad op het voorfz. Reglement, in<br />
haare byzondere befcherming en Vrywaaring<br />
re neemen; zoo als de Raad van zyne zyde de<br />
Burgery insgelyks verklaarde te doen, onder<br />
wederzydfche beloften van elkauderen over en<br />
weder te zullen fchadelocs houden en bevryden,<br />
mitsgaders eikanderen op de allerkragtigftc<br />
wyze te zullen handhaaven, flyven en flerken<br />
tegeu allen en een ieder, en inzonderheid<br />
tegen de Voorflemmende Leden der Staaten<br />
van deeze Provintie, of wie het ook zoude<br />
moogen zyn, die, ter zaake deezer invoering,<br />
den Raad of de Burgery hinder, moeijenisfen<br />
of ongelegenheid zoude willen aandoen, het<br />
zy in hunne Perfoonen, Goederen, ofte by<br />
tegenftand, in de uitwerking der waarneeming<br />
van de Commisfiën, van Stads Regeering afhangende;<br />
of hoe dezelfde hinder , moeijenislen<br />
of ongelegenheden aan den Raad en<br />
Burgery ook mogten aangedaan worden; met<br />
toezegging aan eikanderen, om, in gevalle<br />
van geweld, hetzelve tot onderlingen byftand,<br />
ter uitwerking deezer met goed en bloed te<br />
zulleu verzegelen. En op dat van deeze in.<br />
voe-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 273<br />
voering, zoo nu, als voor de Nakomelingfchap,<br />
zoude konuen blyken, is daar van deeze Uit.<br />
roeping gedaan, en openlyk afgekondigd door<br />
Raad en Burgery, op de Neude, in Utrecht,<br />
den 12 October 1786. (*).<br />
Na deeze plegtige invoering werd de Regee<br />
ring , op dien zelfden dag, veranderd overeen<br />
komftig met de voorfchriften van het nieuwe<br />
Reglement ; de Heeren A. H. EYCK en Mr.<br />
3. p. DE RIDDER werden door de Burgery<br />
tot Burgemeesters verkoozen ; en de Raad be<br />
noemde Schepenen , en maakte beftelling over<br />
de andere gewoone Commisfiën (f><br />
Den volgenden dag, den 13 Oclober, ont<br />
vingen de Staatsleden , te Amersfoort vergaa<br />
derd, eenen Brief van Zyne Hoogheid, waarin<br />
hy zich zeer beklaagde over het voorgevallene<br />
te Utrecht, als waardoor meende in zyne Rech<br />
ten grootelyks verkort te zyn; waarop in die<br />
"Vergaadering aanRonds beflooten werd , dien<br />
Brief in beleefde bewoordingen te beantwoor<br />
den , en te verklaaren, die misbruiken op eene<br />
Confiitutionelen wyze te zullen hcrRellen (§).<br />
Wy hebben hier voor gezien, dat de Raad<br />
der Stad Utrecht voor eenen vyandlyken aai-<br />
val van den kant der andere Staatsleden vree-<br />
zende, de beleherming en byftand der Staaten<br />
van<br />
O Nieuwe Nederl. Jaarb. OSober 1736. bladz. 13:.-—1335»<br />
(f) Ibid. October 1736. bladz. 1335.<br />
(SJ Ibid. October ifiG. blaciz. 13.16,<br />
1786.<br />
De Rcgeeringveia-iderJ<br />
naai' 'c<br />
Nieuwe<br />
Reglement*<br />
Klagten vaS<br />
den Prins<br />
deswegenS.<br />
Klagten der<br />
V, lorftemm<br />
;nde<br />
Staatsleden<br />
van Utrecht<br />
over de gegceveneorders<br />
der
274 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
1786. van Holland, in zulk een geval, verzocht, en<br />
Staaten v.in<br />
Holland aan<br />
den Gene.<br />
de toezegging daarvan bekoomen hadt; en dat<br />
overeenkomftig daar mede Orders aan den Ge<br />
raai Majoor<br />
VAM HY S- neraal Majoor VAN RYSSEL, de Troupen van<br />
«££..<br />
Holland gebiedende, gegeeven waren. De gemelde<br />
Staatsleden hier van kennis bekoomen<br />
hebbende , fchreeven daarover aan de Algemeene<br />
Staaten; welker Gecommitteerden tot<br />
de Militaire zaaken nevens eenige Heeren uit<br />
den Raad van Staaten , dien Brief, van den<br />
27 Ocliber, onderzochten, en bevonden, dat<br />
dezelve inhield, dat gemelde Staatsleden met<br />
verwondering vernoomen hadden , dat door<br />
den Colonel VAN PABST, de Troupen te<br />
Naarden en in den omtrek gebiedende, inge.<br />
volge de aanfchryving van den Generaal Majoor<br />
VAN RYSSEL, die de Troupen van het<br />
Cordon tusfehen de Maas en de Zuiderzee gebood,<br />
orders gegeeven waren aan de gebiedende<br />
Officieren van eenige Regimenten, in<br />
de Provintie van Holland gecantonneerd , om<br />
de eerfte twee feinfehooten hunne Regi-<br />
] nenten marschvaerdig te doen maaken, en als<br />
I lic feinfehooten door zes anderen gevolgd<br />
vierden, dan aanftonds langs den kortften en<br />
5 ;emakkelykften weg naa de plaatfen hunner<br />
i aamenkomst in de Provintie van Utrecht te<br />
t rekken, zonder Grondgebied te ontzien, en<br />
ldaar de Orders van den voornoemden Gene-<br />
i aal Majoor VAN RYSSEL aftewagten, enz.—<br />
Verzoekende bovengemelde Heeren Staatsleden<br />
y
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 275<br />
den, dat die Gebiedende Officieren daarop gehoord,<br />
en ter verantwoording geroepen mogten<br />
worden. Hier op eischte de Raad van Staaten<br />
bericht van den Collonel VAN PABST en van<br />
den Generaal Majoor VAN RYSSEL, van wien<br />
die Orders kwamen , eu op welke gronden dezelve<br />
rusteden ? De Colonel VAN PABST voldeed<br />
aan dien eisch; maar de Generaal Majoor<br />
VAN RYSSEL oordeelde, dat hy thans het<br />
bevel voerde over de Hollandfche Troupen,<br />
van de Zuiderzee af tot aan de Maas gecantonneerd,<br />
op Order cn Inftruftie van Hun Ed.<br />
Groot Moog. en gevolglyk geen Orders van<br />
andere Collegiën kon gehoorzaamen ; hy gaf<br />
daarom kennis van deeze aanfchryving des Raads<br />
van Staaten aan Hun Ed. Groot Moog. en verzocht<br />
te moogen weeten, hoe hy zich zou<br />
hebben te gedraagen. Hier op werd aan den<br />
Generaal Majoor VAN RYSSEL regtftreeks<br />
aangefchreeven en uitdrukkelyk van wegen<br />
Hun Ed. Groot Moog. gelast, zich in geenerlei<br />
verantwoording, van 't geen door hem ter uitvoering<br />
van Hun Ed. Groot Moog. aanfchryving<br />
of Orders van den 6 October, raakende<br />
het te hulpe koomen der Stad Utrecht, mogt<br />
verricht of bevolen zyn, anders dan aan Hun<br />
Ed. Groot Moog. zeiven, in te laaten, als blyvende<br />
dezelve aanfchryving en Orders, met al<br />
het geene ter voldoening daar van verricht<br />
was, of nog verricht zou worden, voor rekening<br />
van Hun Ed. Groot Moog. met verdere<br />
S 1 mag-<br />
I78
1786.<br />
276 BEKNOPTE HISTORIE DEK<br />
magtiging, om van deeze Verklaaring en uitdrukkelyke<br />
begeerte van Hun Ed. Groot Moog.<br />
aan den Raad van Staaten kennis te geeven,<br />
en zich , op grond daar van, te verlchoonen<br />
van de verantwoording, door den gemelden<br />
Raad van hem gevorderd; gelyk ook met last<br />
om dc noodige Orders te ftellen, dat de gebiedende<br />
of andere Officieren, onder zyn bevel<br />
ftaande, alléén aan Hun Ed. Groot Moog. of<br />
aan hem Generaal Majoor rekenfehap zouden<br />
geeven, zonder eenige verantwoording aan iemand<br />
anders te doen , dan aan Hun , die dezelve<br />
Orders moesten uitvoeren. — Voorts werd de<br />
Generaal Majoor VAN RYSSEL, van alle gevolgen,<br />
die hem ter deezer zaake,of uit hoofde<br />
der voldoening aan eenige bevelen van Hun<br />
Ed. Groot Moog. het zy reeds gegeeven, of<br />
nog te geeven, mogten overkoomen, febadeloos<br />
te houden en te vrywaaren ; neemer.de<br />
Hoogstdezelven Hem Generaal Majoor benevens<br />
alle de ondeihoorige Officieren en Soldaaten<br />
ia hunne befcherming, met last en magt<br />
om hier van aan de geenen , die belang daar<br />
by hadden , de noodige kennis te geeven. De<br />
Rai d van Staaten, hier van kennis bekoomen<br />
hebbende, eischte van den Generaal Majoor<br />
VAN RYSSEL een Affchrift van dit Befluit der I<br />
Staaten van Holland (*).<br />
Van<br />
(•) Vttuwè Neieri. jaaiï. Nohmttr 1786. bladz. 1425,<br />
Ï428 en 1438.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 27?<br />
• "\ ai den anderen kant deeden de Utrechtfche<br />
Staat - Leden, te Amersfoort Vergaaderende,<br />
aan alle Schouten en Gerechten, op de Gren<br />
zen der Provintie, zoo aan' Gelderland als aan<br />
Holland geleegen , aanfchry ven en gelasten,<br />
om wel toe te zien en zorge te draagen, dat<br />
geene Militaire Corpfen op het Grondgebied der<br />
Provintie zouden koomen; en indien zulks ge<br />
beurde, den Bevelhebber van zodanig Corps af<br />
te vraagen , op wiens bevel hy opgetrokken<br />
was, en of hy van een Provintiaal Patent en<br />
Attaché voorzien was; zoo neen, denzelven<br />
uit naam van Hun Ed. Moog. aan te zeggen,<br />
aanflonds het Grondgebied der Provintie te<br />
verlaaten; en daar van, indien voorfz. Corp<br />
fen evenwel mogten voorttrekken , aanRonds<br />
kennis te geeven aan de Staaten, of derzelver<br />
gewoone Afgevaardigden (*).<br />
Ondertuslchen kwamen 'er van tyd tot tyd<br />
Gewapende Hulpbenden van Burgers uit de<br />
Genootfchappen van verfcheidene Steden ,<br />
Vlekken en Dorpen in Holland en andere Pro<br />
vintiën , naa en binnen de Stad Utrecht, om<br />
de Stad, des noods, te helpen verdeedigen;<br />
die, na eenigen tyd aldaar de Wachten mede<br />
waargenoomen te hebben, door anderen wer<br />
den afgelost. , Dit werd van fommigenhunner<br />
Medeburgers en Ingezeetenen, vooral van het<br />
la^gRe Gemeen,- met nydige en wraakzuchtige<br />
(*) Nieuwe Ncderl, Juarh. Novemler 1786. VaSt. 1314'<br />
I786.<br />
De Staaten<br />
te AmersfoortverbiedenMilitairen<br />
Corps<br />
op bet<br />
Grondgebied<br />
der<br />
Provintie te<br />
koomen.<br />
Hulpbenden<br />
van R tgers<br />
koome.i te<br />
Utrecht.
278 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
1786. oogen befchouwd, en die Lieden werden fomtyds,<br />
by het vertrekken of wederkeeren niet<br />
alleen met fchimp en fmaad, maar ook met<br />
daadelyke aanvallen op een Rrafbaare wyze<br />
bejegend. Om maar een voorbeeld hier van<br />
by te brengen : Ia het aanzienlyk en bloeijend<br />
Vlek Vlaardingen waren op den 11. November<br />
25 Man van 't Genootfchap aldaar van Utrecht<br />
terug gekoomen, welke, by het intrekken in<br />
de Plaats, door eene groote menigte van 't<br />
gemeenfle Volk onder fchreeuwen en fchelden<br />
werden aangevallen. Dit oproerig Volkje hadt<br />
zich vooraf, om elkandercn te kennen, met<br />
Oranje Linten verfierd, en Relde zich aan den<br />
ingang der Plaats, om, gelyk zy deeden, die<br />
aj Mannen, welke zy dachten door hunne<br />
menigte ligt te kunnen overmeesteren, onverhoeds<br />
op het lyf te vallen, etf'bet laatfte Peletton<br />
af te fnyden; de aangevallenen velden<br />
hun Geweer , kwetRen eejp der menigte,<br />
waarop de gisting toenam, ën de febermutfeling<br />
duurde vry lang.; dit gaf gelegenheid orri<br />
de Genootfchappen der naastgelegene Plaatfen<br />
tot hulp te ontbieden, gelyk die van Maasjluis<br />
sn Schiedam fpoedig aankwamen om hunne aan-<br />
*ev«Uene Broeders by tefpringen, en het Op.<br />
i •oeng Gemeen te verflrooijen. Deeze beveegingen<br />
wekten den aandacht der Gecom-<br />
] nitteerde Raaden, die den Hr. Mr. L. V I.<br />
[•RINGA, Advocaat voor beide de Hoven van<br />
J uftitie derwaards zonden om onderzoek daarom-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 27*<br />
omtrent te doen; welke Heer Advocaat ook<br />
fpoedig naa gaardingen vertrok, en na gedaan<br />
onderzoek op twee Perfoonen Befluit van vat<br />
ting verzochten verkreeg; maar die twee Per<br />
foonen waren gevlugt; de Regecring deed<br />
eene Publicatie tot bewaaring der rust afkondi.<br />
gen; en dus hadt deeze zaak geene verdere<br />
gevolgen. Om evenwel zodanige beweeging<br />
in 't vervolg voor te koomen , by gelegenheid<br />
der Wapenoefeningen van 't Genootfchap,<br />
dat op den 25 November afvuurde, was de<br />
Drosfaard van Heeren Gecommitteerde Raaden<br />
VAN DER MEER, met zyne Dienaars daar by<br />
tegenwoordig, om alle hindernis af te wee-<br />
ren (*)•<br />
Uit dien zelfden grond van verbittering tegen<br />
de Genootfchappen van Wapenhaudel,<br />
waren niet lang voor deezen tyd te Hoorn in<br />
Noordholland diergelyke opfchuddingen en oproerige<br />
beweegingen ontftaan ; niet om dat 'er<br />
ook eenigen van naa Utrecht waren geweest,<br />
want zulks hadt daar nog geen plaats gehadt,<br />
maar by gelegenheid van het afvuuren op den<br />
11 Oötober. Eene menigte van Aanfchouwers<br />
waren daar by tegenwoordig, en onder die ook<br />
eenige Leden van het Purmerender Genootfchap,<br />
op het welk het Hoornfche Gemeen het<br />
meest gebeeten was. Geduurende de Wapenoef<br />
e-<br />
C ) Nieuwe Nederl. Jaarb. November 1786. bladz. I43»J<br />
1444. en i4«7- g<br />
Oproerig*<br />
bcwesgingen<br />
te<br />
Hoorn.
ï?86.<br />
280 BEKNOPTE HI-STORIE DER<br />
oefeningen werden 'er geene ongeregeld!^don,<br />
gepleegd; maar onder hec terug nekken naa<br />
den Stads Doelen, trachtten eenige hu na \kgezinden<br />
van tyd tot tyd tusichen de gelederen<br />
in te dringen, om een gedeelte van de Gewapende<br />
Manfcbap af te lnyden en in .verwarring<br />
te brengen; doch dit mislukte. Maar toen men<br />
aan den Doelen, de gewoone verzamelplaats<br />
van 't Genootfchap, gekoomen.wa>, drou g het<br />
Gemeen met zoo veel geweld op hetzelve aan,<br />
dat het duidelyk bleek hun voorneemen té zyn*.<br />
eenige Leden af te Ryden en buiten de Poort<br />
te dringen. Doch ook dit mislukte cn zy ky. almen<br />
allen hoewel met veele moeite, daar binnen,<br />
voornaamelyk door den kfoel moedigen<br />
tegenfland der Leden van het Piirnerinder Genootfchap,<br />
die den optogt fiooten. Hier over<br />
zocht het'Gemeen zich aan hun-te wrecken ,<br />
viel met alle man geweldig op hen aan, cn<br />
begon met flecnen te werpen, waar door een<br />
der Piamerenders in den rug getroffen werd;<br />
die daarop vertoornd zyn Sabel trekt , doch<br />
door een ander Purtnerender. weerhoud cn wordt.<br />
Hierop werd die onbefuisde menigte nog meer<br />
verwoed, dreigde en Rootte geweldig, en zou<br />
waarfchynelyk het Genootfchap overhoop geworpen<br />
hebben, indien de Bevelhebber, die het<br />
Bataillon floot, niet kloekmoedig geboden hadt<br />
rechtsom keer te maaken en het geweer te vellen<br />
; op welk gezigt de muiremaakers terug deinsden<br />
en allengs afzakten; en op deeze wyze trok<br />
het
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 28r<br />
het Genootfchap. onverhinderd de Poort van<br />
den Doelen in.<br />
Hier mede dacht, men, dat de ftorm voorby<br />
was, raeq maakte zich gereed om uit een, en<br />
eik naa zyn huis, te gaan; maar de greotfte<br />
zwaarigheid, was nog agter. De Purmerenders<br />
waren nog in den Doelen, en werden door den<br />
nv no'gden hoop ppgewagt, die rondom den<br />
Doelen veriaamelden, en dreigden hen. te zui<br />
len van kant helpen; naar m.ate, dat de duis<br />
ternis viel, vermeerderde de menigte, eenigen<br />
gingen, op dat zy hun niet mogten ontfnap-<br />
pen, naa de Stads Poort, waar by een fchuit<br />
voor de Purmerenders gereed lag; anderen gin<br />
gen de Poort uit, om hen aan den Ouden Dyk,<br />
waar zy van fchuic moesten verwisfelen, waar<br />
te neemen. Ondertusfchen hoorde men hiel<br />
en daar, onder de menigte, Oranje boven! roe<br />
pen, en partydige. Liedjes zingen om de ge<br />
moederen nog vuuriger te,maaken ; terwyl nu<br />
en dan een Heen door de glazen van de Socie-<br />
tcitskamer vloog, waarin de Purmerenders wa?<br />
ren. Eindelyk. kwam het gerucht van dit ge-<br />
weid tot de Regeering: Twee Burgemeesters,<br />
de Heeren VAN EOREEST en VAN HOOL-<br />
WERF, begaven zich naa de faamengerotte,<br />
menigte, en de eerstgemeldde deed aan de-,<br />
zelve eene nadrukkelyke Aanfpraak, waar in<br />
hy haar het onbetaamelyke van zulk een gedrag<br />
onder het oog bragt, en eindelyk aan dieRust-<br />
yerfloorders vraagde, wat eigcntlyk hun oog-<br />
S 5 merk<br />
I78S,
1786.<br />
282 BEKNOPTE HISTORIE D E *<br />
merk of begeeren was; of waarin zy door het<br />
Genootfchap van Wapenhandel beledigd waren<br />
? Hy voegde daar by, dat zy, indien ze<br />
beleedigd waren, of weezendlyke bezwaaren<br />
hadden, dezelven aan hem, als hunnen Burgervader,<br />
konden te kennen geeven; maar indien<br />
niet, dat zy dan, als vreedzaame Burgers<br />
naa huis moesten gaan en zich ftil houden.<br />
Eik zweeg, en niemand uit den hoop bragt<br />
eenig bezwaar in; alleenlyk riepen fommigen ,<br />
een wyl daar na, dat zy niets hadden tegen<br />
hunne Hoornfche Medeburgers, maarden PUT.<br />
merenderen, den hals wilden breeken ; cm dat<br />
een van hun (zoo als boven verhaald is) den<br />
Sabel tegen hen getrokken hadt.<br />
Geen wonder dan, dat het Genootfchap van<br />
nieuws in de Wapenen kwam, om hunne Vrienden,<br />
die om hunnen wil in gevaar geraakt waren,<br />
te befchermen. Doch eer de noodige<br />
fchikkingen daar toe gemaakt waren, verliep<br />
'er eenigen tyd; ondertusfchen befloot de Wet.<br />
tiouderfchap de twee Burger - Compagniën,<br />
3ie de Wacht hadden, op te roepen; maar<br />
ierzelver Bevelhebbers maakten zwaarigheid<br />
» >m daar aan te voldoen, uit aanmerking van<br />
len flegten ftaat der Schuttery, die nog onge-<br />
4 >efend was, en van welken fommigen niet eens<br />
'an Geweer voorzien waren ; ten zy dat zy<br />
ï<br />
net overleg en gemeenfchappelyk met het ge-<br />
C<br />
efend Genootfchap mogten handelen. Hier<br />
t<br />
ae werd beflooten en verlof gegeeven, en<br />
zoo
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 183<br />
zoo haast a!s de Oproerige menigte dit merkte<br />
zakte zy af en verdween. Vervolgends wer<br />
den de Purmerenders door eenige Afgevaardigde<br />
Manfchap uit de Schuttery en van 't Genoot<br />
fchap, des morgens ten half drie uuren, bui<br />
ten de Poort, en tot aan hunne Schuit bege.<br />
leid; en die van het Genootfchap verzelden<br />
hen tot aan den Ouden Dyk, of daar moogelyk<br />
nog eenige Muitemaakers mogten zyn, om hun<br />
moeite aan te doen. Hier mede nam de Op<br />
roerigheid een einde , en des anderen daags<br />
was de rust in de Stad herfleld (*). Naa de<br />
Belhamels en aanftookers van dit vuur van Op<br />
roer werd vervolgends onderzoek gedaan : De<br />
Hoofd-Officier verzocht en verkreeg op den<br />
14 October Dagvaarding in Perfoon tegen den<br />
17, tegen drie Ingezeetenen, A. SCHELS,<br />
H. OOSTERDAM en s. JONGMAN;dochdee*<br />
zen waren gevlugt en verfcheenen niet (f).<br />
De Geest van Oproer heerschte omtrent dee-<br />
zen tyd zodanig in deeze Gewesten, dat mer<br />
uit allerlei voorkoomende omltandigheden aan<br />
leiding wist te neemen om muitery te verwek-<br />
ken; doch de eigentlyke grond was byna s<br />
overal dezelfde; de verfchillendheid van ge.<br />
voelen omtrent het beftier van 's Lands zaa<br />
ken, en daar uit volgende gezindheid voor de<br />
eene<br />
(«) Nieuwe Ne de rl.-Jaarb. Ottober 1786. bladz. 1322. Be<br />
roerd Nederland, V. Deel, bladz. 72—78.<br />
(j) Nieuwe Nederl. Jaarb. Ottober 1786. blad*. 132S.<br />
I78CT.<br />
Oproer van<br />
Boeren te<br />
Zieri&zee.
ï|86.<br />
284 BEKNOPTE HISTORIE DB*<br />
eene of andere Party, welke door fommigen<br />
te ver gedreeven en door anderen aangevuurd<br />
tot daadelykheden overfloeg. In Zeeland was<br />
die verfchillendheid zeer aanmerkelyk; byzonderlyk<br />
op de Eilanden van Schouwen en Dniveland.<br />
In de Stad Zierikzee warén de meeste<br />
indien niet alle de Leden van Regeering voor<br />
het verbeteren van ingefloopene misbruiken;<br />
zeer veele Burgers en Inwooners van de Stad<br />
waien van het zelfde gevoelen, als die Regenten;<br />
maar op het platte Land en onder de Boeren<br />
der beide gemelde Eilanden waren veelen<br />
and'-r ? gezind, en hielden alle die poogingen<br />
voor benadeeling van 't Huis van Oranje., waar<br />
voor zy yverden. Van deezen hunnen yver<br />
gaven zy blyken door nu en dan, byzo;?deijyk<br />
op Marktdagen, met Oranje Linten en Strikken<br />
verfierd, in de Stad te koomen. In 't eeist<br />
oordeelde de Regeering, dit alles ongemerkt<br />
te moeten door de vingeren zien; doch de<br />
zaak werd ernftiger; men begon openlyk op<br />
fommige Leden der Regqering te fchimpen en<br />
te fmaalen ; eenige Boeren en Boeren knegts,<br />
15 of 16.in getal, kwamen zich op den 12<br />
November met dien Oranje tooy onder den<br />
Godsdienst eerst in de Gropte, en daarna ook<br />
in de kleine, Kerk vertoonen,enplaatften zich<br />
by 't uitgaan van de Kerk aan de Deuren, terwyl<br />
de Gemeente fcheidde, om des te beter<br />
te kunnen gezien worden. Thans dacht de<br />
Regeering dat het tyd was om deeze openbaare<br />
Far,
ONLUSTEN IN HET VADÈRLAND. 285<br />
Partyzucht te fluiten, die van erger gevolgen<br />
zou kunnen worden. Zy befloot op den 13,<br />
en deed op den 15 November eene Publicatie<br />
afkondigen tegen het draagen van Oranje Linten<br />
en andere Tekenen van onderfcheiding;<br />
zy nam, om de rust en goede orde te bewaaren,<br />
het Genootfchap van Wapenhandel, onder<br />
de Zinfpreuk: Foor Eendragt en Vryheid,<br />
in die Stad opgerecht, in den Eed; en op dat<br />
de Boeren, die gewoon waren op den Marktdag<br />
in de Stad te koomen, niet uit onkunde<br />
tegen dit verbod mogten misdoen, zoo werden<br />
op den volgenden Marktdag Gerechtsdienaars<br />
aan de Stadspoorten geplaatst, om de aankoomende<br />
Huislieden kennis van het verbod te<br />
geeven , en hen de onderfcheid tekens te doen<br />
afleggen. Eenige weinigen gehoorzaamden';<br />
maar de meesten ftreefden ter Stad in, met de<br />
verboodene tekenen verfierd ; doch toen zy<br />
den Bailjuw met zyne Dienaars in 't oog kreegen,<br />
namen zy dezelven weg. Dus fcheen<br />
het, dat alles dien dag in rust zoude blyven;<br />
doch dit duurde niet langer dan tot den middag<br />
, wanneer de Boe en , een weinig door<br />
den drank verhit, zich begonnen te beklaagen<br />
over het verbod, faamen te rotten, opfchuddingen<br />
en geweldenarycn te pleegen , met<br />
zulk een dolle drift, dat de Bailjuw niet inftaat<br />
was inet zyne Dienaars hen te beteugelen<br />
, maar het Krygsvolk van de Hoofdwacht<br />
te hulp riep; de Boeren, geleezen hebbende.<br />
da t<br />
i1%6.
1/86.<br />
«86 BEKNOPTE HISTORIE D E a<br />
dat men geen Krygsvolk tegen Burgers en Ingezetenen<br />
moest gebruiken ; dat dit gebruik<br />
van Krygsvolk tegen de Burges en Ingezetenen<br />
van Liatiem e n Elburg den Staaten van Gel.<br />
derland en den Stadhouder tot misdaad werd<br />
toegereekend, geen on.-erfcheid maakende tusfehen<br />
het dempen van oproerige beweegingen,<br />
en het gebruik van Krygsvolk in Burgergefchil-<br />
Jen, Relden zich niet weinig te weer en wierpen<br />
den Bailjuw omver. Zy werden nogthans<br />
eindelyk verftrooid en twee uit den hoop g e.<br />
vat, die geboeid en naa de gevangenis overgebragt<br />
werden. Na verhoor ueed de Bailjuw<br />
eisch tot banning of Jyfftraffe, zoo als Heeren<br />
Schepenen in goede JuRitie zouden meenen te<br />
behooren.<br />
Deeze ernRige maatregelen hadden eene<br />
verfchillende uitwerking; eenige Boeren kwamen<br />
hier door tot bedaaren, en werden afge.<br />
fchrikt van zodanige beweegingen weder aanterechten;<br />
maar de meesten, in hunne Dorpen<br />
terug gekeerd, flaaken de hoofden byeen, en<br />
gaven aan hunne buuren hun misnoegen, over<br />
het gevangen neemen van twee hunner broederen<br />
, te kennen, en nood.gden hen uit otn<br />
nede naa Zierikzee te trekken en de gevang<br />
1 ien te helpen verlosfen. Om fpoed'g volk<br />
1 >yeen te krygen, floeg men op koperen bek-<br />
J ;ens , en welhaast was 'er eene bende v a n<br />
1 .yna driehonderd mannen byeen. De Schout<br />
\ a n S o n<br />
' r , die ter verrichting van eenige<br />
zaa-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 287<br />
zaaken naa Brouwershaven geweest was , hun<br />
ontmoetende, werd door hen, onder bedrei.<br />
ging van fchade aan lyf en goed, gedwongen,<br />
zich naa Zierikzee te begeeven, om aldaar by<br />
de Regeering te bewerken, dat de gevange<br />
nen ontflagen , en zoo wel het draagen van<br />
zwarte Cocarden, als van Oranje Strikken ver-<br />
booden wierde. De Schout van Sonnemaar<br />
begaf zich met allen fpoed naa de Stad, en<br />
gaf aan de vergaaderde Wethouderfchap be<br />
richt van zyne ontmoeting en van den eisch en<br />
't voorneemen der Boeren, indien daaraan niet<br />
voldaan wierd. De Wethouderfchap nam daar<br />
op het gevoelen in van de Officieren, zoo van<br />
het Cenootfchap, als van de Krygsbezetting;<br />
die van het Genootfchap maakten zwaarigheid,<br />
om met hunne weinige Manfchap, zonder<br />
hulpe van de Krygsbezetting, de Stad te ver<br />
deedigen ; en die van het Guarnizoen , dat<br />
maar 90 Man fterk was, vondt niet raadzaam,<br />
met een gedeelte van zyn Volk tegen zoo<br />
veele Boeren, welker getal nog kon toenee-<br />
men, uit te trekken. Men befloot eindelyk om<br />
door eenen Afgevaardigden aan Heeren Ge<br />
committeerde Raaden, te Middelburg verwer<br />
king van Krygsvolk te verzoeken, en onder<br />
tusfchen met de tegenwoordige gewapende<br />
Manfchap de Stad te verdeedigen , en geweld<br />
met geweld te keeren. Het gerucht van deeze<br />
ernftige maatregelen , tegen hen genoomen ,<br />
deed de Boeren agter blyven, en weêrhield<br />
hen<br />
178*
1786.<br />
288 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
hen van verdere baldaadigheden te pleegen<br />
(*).<br />
Eer ik dit HoofdRuk befluite, moet ik den<br />
uitflag aanteekenen van eene zaak , die in 't<br />
Jaar 1784. reeds begonnen is, veel geruchr gemaakc<br />
heeft, en van zulk een langen nalleep<br />
geworden is, dat ik het verhaal daarvan in 't<br />
voorgaande (fj heb moeten afbreeken en tot<br />
hier toe uitflellen. Ik heb het oog op het Onderzoek<br />
van het voorgevallene te Rotterdam, op<br />
den 2fl a<br />
' Maart 1783. door eene Staats - Commisfie,<br />
tot dat einde derwaards gezonden. In<br />
het verhaal daarvan was ik gekoomen tot het<br />
Befluit der Staaten, daaromtrent, van den 22<br />
December 1715- Het fcheen dat dit Befluit,<br />
tot vermeerdering van magt der Commisfie genoomen,<br />
nog niet genoegzaam was, om alle<br />
zwaarigheden wegteneemen, welke de Heeren<br />
Gecommitteerden in dat onderzoek ontmoeteden<br />
; want zy fchreeven aan Hun Ed. Groot<br />
Moog. op den 4 Febr. 1785. eenen breedvoe.<br />
rigen Brief met zes Bylagen, waarin zy van<br />
hunne handelingen met en benevens de Regecring<br />
in dat onderzoek opening gaven, en<br />
aan 't flot van welken zy betuigden, dat, daar<br />
het vraagen van zodanige opheldering, of wil<br />
1<br />
men<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Nov i;85. bladz'. 1482 1484.<br />
Beroerd Ncderl V Deel blad/:. Üo 81.<br />
(tj In liet <strong>II</strong>. De„'l deezer Beki.opte Uifior'.e. bladz. 110,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 289<br />
men het verantwoording noemen , van zodanige<br />
verantwoording zou te pasfe koomen, niet<br />
alleen met betrekking tot het gebeurde op den<br />
8 Maart 1784; maar ook ten opzigte van verfcheidene<br />
andere gebeurtenisfen, over welken<br />
het aanbevoolcn onderzoek moet gaan ; Hun<br />
Ed. Moog. geen zwaarigheid maakten om te<br />
zeggen, dat indien, in een geval als dit was,<br />
die geenen , welke regtftreeks uit naam van<br />
Hun Ed. Gr. Moog. dit onderzoek doen, de<br />
bevoegdheid niet hebben , om zodanige ophelderingen<br />
of verantwoording te vraagen, het<br />
dan niet alleen zeer moeijelyk, zoo niet ondoenelyk<br />
zoude zyn, om middelen tot herftel<br />
van de rust en het vertrouwen te beraamen en<br />
ter uitvoer te brengen; maar ook het onderzoek,<br />
ten dien opzigte geheel vrugteloos zoude<br />
zyn, en niet anders behelzen, dan een ver*<br />
haal van veelvuldige voorvallen , doch geenzins<br />
eene nafpooring of het onvermoogen der Regeering<br />
, of wel de Jlapheid der genoomene<br />
maatregelen oorzaak gegeeven hebben,dat verfcheidene<br />
ongeregeldheden plaats gehad hebben,<br />
of onvervolgd zyn gebleeven, en dat,<br />
in andere opzigten , dat geen nagelaaten is,<br />
het welk die Ingezeetenen , welke zich aan<br />
Hun Ed. Gr. Moog. vervoegd hadden , en op<br />
welker aandrang Hoogstdezelven het onderzoek<br />
gelast hebben, vermeenden van hunne<br />
Regeering te hebben moogen verwagten ; met<br />
één woord , dat op die wyze de Commisfie,<br />
T waar-<br />
178S,
ï?86\<br />
Fnc -Advies<br />
der Gecommitteerden.,<br />
290 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
waartoe zoo laDge tyd en zoo veele kosten hefteed<br />
werden , en waar van zy niet ontveinzen<br />
wilden , het einde op verre na nog niet te<br />
voorzien, onder anderen ook om den weinigen<br />
tyd, welken zoo wel de Heeren van den Magiftraat,<br />
als het Collegie van Officier en Schepenen<br />
, tot het houden der politieke en gerechtelyke<br />
Vergaderingen met hun hefteedden,<br />
en het ontwyken der door hun gedaane<br />
voorflagen , om de beraadflaagingen met meerder<br />
fpoed te kunnen voortzetten; dat op die<br />
wyze , zeiden zy, dezelfde Commisfie, ten<br />
opzigte van derzelver wezendlyk gedeelte, als<br />
in het onderzoek naa de bron van het opgevat<br />
misnoegen en wantrouwen, het oogmerk niet<br />
zal bereiken, maar geheel vrugteloos uitvallen.<br />
De Vroedfchap begeerde hier op bericht<br />
van de Wethouderfchap, welk den 20 Febr.<br />
een bericht aan dezelve toezond (*_).<br />
Vervolgends gaven de Heeren Gecommitteerden<br />
nog hunne Confider atiën en Pra:- Advies,<br />
tot naderen aandrang hunnes Eriefs , en tot<br />
wederlegging der gronden, by het Bericht des<br />
Magiftraats bygebragt, uit kragt der Befluiten<br />
Commisforiaa! van 4 en 22 Febr. 1785. Ook<br />
fchreef de Wethouderfchap eenen Brief daar<br />
over aan de Vroedfchap (f).<br />
De<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. February 1785, bladz. 250 —<br />
270 — 283.<br />
(t) Ibid, April blad. 645. en 66S. alwaar die Hakken zelve<br />
te vinden zyn.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2or<br />
De Staaten van Holland alle deeze Rukken<br />
gezien en overwoogen hebbende, vonden goed<br />
en vet klaarden, dat de Collegiën , zoo van<br />
Heeren Burgemeesteren, ais van de Weth, en<br />
van Officier en Schepenen der Stad Rotterdam,<br />
welke in Maart 1783. in bediening waren geweest,<br />
gehouden waren te berichten , en te<br />
antwoorden op de Punten, welke tot dat einde<br />
door Heeren Gecommitteerden opgefteld zyn,<br />
en by derzelver Voorflelling op den 8 December<br />
te vooren aan den Magiftraat waren voorgedraagen;<br />
en dat voords in 't algemeen de<br />
welgemelde Collegiën van Politie en Juftitie,<br />
betrekkelyk, voor zoo verre zy in bediening<br />
waren geweest, ten tyde dat die gebeurtenisfen<br />
voorgevallen zyn, over welken een onderzoek<br />
geordonneerd was, gehouden en verpligt<br />
waren, deswegens alle geëischte opening en<br />
opheldering te geeven, en ten dien einde te<br />
berichten en te antwoorden op zodanige Punten,<br />
als daartoe van wegen de faamgevoegde<br />
Vergaadering van de Heeren Gecommitteerden<br />
van Hun Ed. Groot Moogende en van den<br />
Magiftraat aan dezelven zouden voorgehouden<br />
worden. Ingevolge van dit Befluit werden door<br />
de Heeren van het veiéénigd Collegie op den<br />
9 Juny 1785. aan de geweezene Heeren Voorzitters,<br />
van de Collegiën der Weth, Burgèt<br />
meesteren en Schepenen, die in 178*3. in dienst<br />
geweest waren, de Heeren naamelyk, VAN<br />
DER HOEVEN, VAN DER HEIM, en VAN<br />
T 2 BALE,<br />
1716»<br />
Befluit der<br />
Staaten<br />
daarop.
1786.<br />
Estraord.<br />
Crimineel<br />
Rechtsgeding.<br />
aoa BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
B ALE, de Vraagpunten , door Heeren Gommisfarisfen<br />
opgefteld,en by hunnen Brief aan Hun<br />
Ed. Groot Moogende overgelegd , toegezonden,<br />
om daarop ten fpoedigften aan de Commisfie<br />
te berichten; ten welken einde gemelde<br />
Heeren Voorzitters de verdere Leden, die met<br />
hun in dienst geweest waren, moesten byeen<br />
roepen (*).<br />
Ondertusfchen werd 'er extraordinair Crimineel<br />
Rechtsgeding door den Hr. Hoofd-Officier<br />
R. O. tegen de Gevangenen ingefteld,<br />
welke in het Oproer, dat aanleiding tot deeze<br />
Staats-Commisfie gegeeven hadt, betrokken<br />
waren. By de twee Vrouwsperfoonen , weike<br />
kort na de aankomst der Heeren Commisfarisfen<br />
van Hun Ed. Groot Moogende in hechtenis<br />
genoomen waren, met naame CATHARINA<br />
MULDER, gemeenelyk genoemd KAATMOS-<br />
SEL en KEET SWENK, was in de maand<br />
April 1785. nog eene derde gekomen, te weeten<br />
CLASYN v ERR YN, bygenaamd de OR AN-<br />
JEMEID. KEET SWENK werd eenigen tyd<br />
daarna onder handtasting ontflaagen; van de<br />
andere werden de Extraordinaire Crimineele Procedmren<br />
door beftelling der Heeren Schepenen<br />
in ordinarii crimineele Proceduuren veranderd, en<br />
de Heer Hoofd-Officier Mr. PAÜLDS GEVERS<br />
deed op den 8 September 1785., op de gewoone<br />
Officiers Rolle R. O. Eisch en Conclufie<br />
(*) Nieuwe Nederl. JaarV. Juny 1785. bladz. 845.<br />
te-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 293<br />
tegen dezelve; de Procureurs, die gelast waren<br />
de Gevangenen te bedienen, vraagden<br />
Copie van den Eisch en de Conclufie (*). De<br />
zaak bepleit zynde werd door Heeren Schepe.<br />
nen op den 26 January 1786. zodanig Vonnis<br />
geflaagen, dat aan den Eifcher R. O. de Eisch<br />
en Conclufie ontzegd werd, en de kosten gecompenfeerd;<br />
des niet te min werd de Hf<br />
Eisfcher R. O. veroordeeld in de kosten van<br />
de Zegels;die getaxeerd werden op ƒ 13 :19:6<br />
het zegel tot dit Vonnis daar onder begreepen.<br />
De Heer Hoofd-Officier R. O. liet Appel aantekenen<br />
aan 't Hof van Holland, van dat Vonnis,<br />
en protefteerde van Attentaaten, die ten<br />
nadeele van deeze mogten gedaan of ondernoomen<br />
worden (+).<br />
De zaak van CATHARINA MULDER, an<br />
Vonnis van<br />
't Hof tegen<br />
ders KAAT MOSSEL weder voor het Hof be CATHARINA<br />
MULDER.<br />
pleit zynde, werd het Vonnis van Schepenen<br />
van Rotterdam vernietigd; doende het Hof het<br />
geen dezelven, als Rechters ter eerder Inftan»<br />
tie behoorden gedaan te hebben; te gelyk verklaarende<br />
, dat 'er voor de Impetr. en Geappelleerde<br />
geene provifie valt; ontzeggende wyders<br />
den Gedaagden en Appellant zynen verderen<br />
Eisch en Conclufie in cas van Appel, en<br />
compenfeerende de kosten van deeze en de<br />
voorige Inftantie. Dit gefchiedde op den 24<br />
Fe.<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1785. bladz. 1307 — 1320,<br />
(£) Bid. A$ril 1786. bladz. 272, 273.<br />
T 3<br />
1785.1
1<br />
1785.<br />
Vonnis over<br />
c r. A s y N<br />
VEftRYN.<br />
Ultflag der<br />
Comniislie.<br />
-94 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
February 1786. Dus bleef KA AT MOS<br />
SEL Gevangen tot dat haare zaak geheel zoude<br />
afgedaan zyn ; en zy werd op den 8 July van<br />
Rotterdam naa 's Hage, en daar op de Gevangen<br />
Poort, overgebragt; waar zy zoo lang gebleeven<br />
is, tot dat ze door de groote, en voor<br />
haar zoo gelukkige, Omwending daar uit geflaakt<br />
is (t).<br />
Gelukkiger was CLASYN V E R R Y N , de<br />
Oranjemeid bygenaamd , welker zaak op den<br />
2.5 February door den Hoogen Raad ten haaren<br />
voordeele beflist werd, met een Vonnis,<br />
dat de Exceptie, of verzet van Minderjaarig.<br />
heid, door of van wegen dezelve voor Sche-.<br />
penen van Rotterdam gemaakt, tegen den Heer<br />
Hoofd - Officier bevestigde (§).<br />
Hun Ed. Moogende de Heeren Commisfarisfsn,<br />
eene nieuwe Schuttery te Rotterdam hebjende<br />
helpen oprechten, en ziende, dat hun<br />
/erblyf in die Stad van geen dienst meer zyn<br />
con, beflooten, met kennis en goedvinden van<br />
1 'dun Ed. Groot Moogende weder naa den Haag<br />
I e vertrekken. De dag van hun vertrek op<br />
» len 24 Jflny bepaald zynde, werden zy door<br />
» le Wethouderfchap met groote ftaatie en pleg.<br />
1 igheid uitgeleid (*). Gemelde Heeren Conv<br />
mis-<br />
C*) Nltvvt Nederl. Jaarb. February 1786. bladz. 145,24(5,<br />
Ct; Ibid. July 178Ó. bladz. 644.<br />
CS) Ibid. February 178Ó. bladz. 145.<br />
Ibid. Juny 1786. bladz. 564,
ONLUSTEN TN HET VADERLAND. 295<br />
misfarisfen deeden op den i November Raport<br />
van hunne afgelegde Commisfie ter Vergaadering<br />
der Staaten van Holland en Westvriesland,<br />
en gaven een Verhaal met de Bylagen aan Hun<br />
Ed. Groot Moogende over, Zy werden voor<br />
hun gedaan Raport en genoomene moeite bedankt,<br />
en derzelver Rapport Commisforiaal<br />
gemaakt, aan het Groot Befoigne met en benevens<br />
de voorfz. Heeren Commisfarisfen, om<br />
hetzelve te onderzoeken, en de Vergaadering<br />
van hunne Aanmerkingen en Raad te dienen.<br />
Vervolgends is het Rapport gedrukt, en naderhand<br />
herdrukt en voor elk te bekoomen geweest.<br />
Uit hetzelve is gebleeken , dat het<br />
oogmerk van die langdurige en lastige Commisfie<br />
niet volkoomen bereikt is, en dat men<br />
tot de waare bron der Onlusten en van 't wantrouwen<br />
tusfehen Burgers en Regenten niet<br />
heeft kunnen doordringen. Dus eindigde eene<br />
Commisfie, welke byna twee Jaaren geduurd,<br />
en volgends de echte opgaave ƒ 105453 : 2 : —<br />
gekost heeft (*).<br />
Eene andere zaak, niet minder langwylig van<br />
onderzoek , en even ondoordringbaar, die<br />
mede niet weinig opzien en opfpraak in de Republiek,<br />
zoo wel als buiten dezelve, verweki<br />
heeft,kan ik niet met ftilzwygen voorby gaan<br />
om dat reeds in het I fte<br />
Deel deezer BEKNOPTI<br />
EUmtfi NederU 'Jaarb. February 1787, bladz. 276.<br />
T 4<br />
De -aak<br />
van Brei
1786.<br />
Voorftel 0111<br />
10 Schepen<br />
na Brest re<br />
zenden.<br />
Orders<br />
daanoe gegeeven.<br />
206~ BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
HISTORIE (f) met één woord daarvan gefproken<br />
is; ik heb het oog op de zaak van Br est. Te<br />
weeten: de Hertog DE LA VAUGDYON, Gezant<br />
des Konings van Frankryk, hadt op den<br />
21 September van 't Jaar 1782., aan Zyne<br />
Doorluchtige Hoogheid als Admiraal Generaal<br />
voorgefield,om ten fpoedigRen 10 Oorlogfchepen<br />
van dit Gemeenebest naa Brest te doen zeilen,<br />
ten einde zich daar met des Konings Schepen<br />
van Oorlog te veréénigen, en de middelen<br />
te beraamen om met veréénde magt' den gemeenen<br />
Vyand afbreuk te doen. Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid de Admiraal Generaal bragt<br />
eenige zwaarigheid daar tegen in; doch de<br />
Afgevaardigden ter Admiraliteit en de Raadpenfionaris,<br />
daar over hunne gedachten gevraagd<br />
zynde, vonden daar in die zwaarigheid niet;<br />
waarom Zyne Hoogheid de zaak den 23 September<br />
ter kennis van het geheim Befoigne van<br />
Hun Hoog Moogende bragt, en daaromtrent<br />
byzonderen last vraagde. Het Groot Befoigne<br />
befloot op den 3 October Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid te verzoeken» hoe eerder hoe beter<br />
een Vlag - Officier met j Schepen van 60 Rukken,<br />
3 van 50, twee Fregatten, en één Kotter<br />
naa Brest te doen zenden door den Vice ; Admiraal<br />
HARTSINCK, die in Texel het bevel<br />
over 's Lands Vloot voerde. Het bevel over<br />
dit Smaldeel werdt aan den Vice - Admiraal<br />
(*) Bladz. 283, ; .<br />
LOUIS
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 297<br />
Louis Grave VAN BYLAND opgedraa-<br />
gen (*). Ondertusfchen heeft deeze togt, hoe<br />
freliig de Orders daartoe ook waren, nogthans<br />
nimmer voortgang gehad; en het agterblyven<br />
van deezen togt baarde zoo veel misnoegen als<br />
verwondering, niet alleen by 't Algemeen en<br />
byzonderlyk by de Kooplieden en Reeders van<br />
Schepen, die, in hunnen Handel en Redery,<br />
door de rooveryen en geweldpleegingen der<br />
Engeljchen op de -Zee, zoo zeer beroofd en<br />
belemmerd werden; maar ook by de Staaten<br />
van verfcheidene Provintiën, en de Regenten<br />
van de voornaamfte Kooplieden. Zy begeer<br />
den daarom, dat 'er onderzoek gedaan wierde<br />
naa de redenen en oorzaaken , waarom de ge-<br />
geevene Orders der Staaten niet ter uitvoer ge<br />
bragt werden; te meer om dat 'er reeds lange<br />
en herhaalde reizen over de onbegrypelyke<br />
Werkeloosheid van 's Lands Zeemagt geklaagd<br />
was; gelyk hier voor (t) is aangeteekend. De<br />
Afgevaardigden der Staaten van Utrecht dron<br />
gen, in naam hunner Lastgeevers, ter Alge-<br />
mcene Staatsvergaadering aan op de voortzet<br />
ting van het extra - Judiciëel en politiek onder.<br />
zoek; en dat op de fpóedigfte en kragtigfte<br />
wyze voorgekoomen wierde, dat de Zee-Ka<br />
piteinen, tot den togt naa Brest benoemd, en<br />
in de mislukking daar van ingewikkeld buiten<br />
'sLands<br />
(•) Nieuwe Nederl. Jaarb December 1783. Madz. 2052.<br />
(\) In 'c I. Deel, bladz. 278.<br />
T 5<br />
1786.<br />
Dezelve niet<br />
uitgevoerd.<br />
Onderzoek<br />
naar de redenen<br />
diar<br />
van ddor<br />
eene Staar*.<br />
Commisl'.e.
1786-<br />
«98 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
's Lands gezonden wierden (*). Ingevolge van<br />
dit voorflel verzochten Hun Hoog Moogende<br />
op den 22 December 1783. Zyne Doorluch<br />
tige Hoogheid als Admiraal Generaal daar in te<br />
voorzien, dat geen der Vlag-Officieren of Ka<br />
piteinen, welke tot den togt naa Brest beftemd<br />
waren, zich buiten 'sLands zouden begeeven.<br />
Zyne Doorluchtige Hoogheid gaf daarop, 24<br />
January 1784. tot antwoord, dat hy de Colle<br />
giën ter Admiraliteit op de Maas ente Amjlerdam<br />
verzocht hadt, de noodige orders daartoe te ftel<br />
len , ten aanzien der Zeeofficieren , die nog in 't<br />
Land waren , maar dat verfcheiden der Kapitei<br />
nen' , die in deeze zaak konden geacht worden be<br />
trokken te zyn, zich buiten 'sLands bevonden;<br />
als daar waren de Kapiteinen VAN BRAAM,,<br />
STAVORINOS, cn de Graaf VAN R E C H T E-<br />
RES, naa Oost - Indien, MAURER naa Esfeque-<br />
lo, BOLS naa Philadelpiria, TDLLINGH naa<br />
Suriname; en de Schout- by Nacht, VAN<br />
BRAAM, en de Kapiteinen 'T HOOFT en STA-<br />
Kt» Cn > naa de Middelland/die Zee vertrokken ;<br />
dat de wederkomst der vier eerften zeer onze<br />
ker was; dat de Kapiteinen BOLS, TUL-<br />
LINGH, en 'T HOOFD order hadden om voor<br />
den laatften April terug te zyn; gelyk de Ka<br />
pitein STARINGH en de Schout- by Nacht<br />
VAN BRAAM voor den laatften July konden<br />
wedergekeerd zyn (f). By gelegenheid dat<br />
(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. December 1783. blailz. 2124.<br />
(f; Ibid. February 1784. bladz. 28G,<br />
de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND sos<br />
de Heeren Gecommitteerden, door de Staater I786.<br />
daartoe benoemd, en volgends Befluit dei<br />
Staaten, op den <strong>II</strong> Oclober 1782 , met Zynt<br />
Doorluchtige Hooggeid in gefprek waren, ove:<br />
de Werkeloosheid van 'sLands Vloot, over<br />
eènkomftig het Voorflel van Leyden, (waarvar<br />
hier voor op de plaats, hier onder aangehaald<br />
I<br />
gefprooken is,) gaven die Heeren te gelyl<br />
hunne verwondering te kennen over het nie<br />
uitzeilen van het Smaldeel Schepen naa Brest<br />
en over de reden van weigering van dien togt<br />
door den Souvrain bevolen (*). Wat de uitflap<br />
van dit gefprek geweest zy,is ter zelfde plaat<br />
aangeteekend. Ondertusfchen verliep 'er eei<br />
geruimen tyd, eer de Zee-Officieren, wegen<br />
1<br />
hunne afwezigheid, konden ondervraagd wor<br />
den. Het leedt tot den 24 der maand Jun;<br />
178J., eer het Rapport der Heeren Gecom ' Rapport der<br />
Commisfie<br />
mitteerden tot het onderzoek der redenen vai ' ier Verga*.<br />
het niet<br />
j dering der<br />
vertrekken der 10 geordonneerd! Algeincene<br />
Schepen naa Brest werd uitgebragt.<br />
; Staaten,<br />
Dit Rap<br />
port behelsde -de mondelyke. verhooren van d\<br />
Vice • Admiraals HARTSINCK en <strong>II</strong>YLAND<br />
van den Schout- by Nacht VAN BRAAM en VA I<br />
r<br />
H o E y, en van de Kapiteinen 'r HOOFT, STA<br />
RINGH en BOSCH, benevens het fchriftely)<br />
antwoord van den Schout- by Nacht KINSBER<br />
GEN. Dit ftuk befloeg 162. bladz. in folio<br />
en werd ook in 8vo overal uitgegeeveu (f).<br />
(•) Nieuwe Nederl. Jaarb November 1782. bladz. 1371.-<br />
(tl lbi
178Ö.<br />
Belluit iler<br />
Staaten van<br />
holland ;ot<br />
een gerechtelykonderzoek.<br />
De Vice-<br />
Admiraal<br />
HARTSINCK<br />
verzoekt<br />
andere<br />
Rechters.<br />
300 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />
De redenen in dit Rapport opgegeeven»<br />
werden gantsch niet voldoende bevonden ;<br />
daarom beflooten de Heeren Staaten een nader<br />
en wel gerechtelyk onderzoek te doen aanftellen;<br />
maar het kwam 'er op aan, welke Rechters<br />
die zaak onderzoeken en oordeelen zouden.<br />
Hun Ed. Groot Moogende de Heeren Staaten<br />
van Holland- en Westvriesland, beflooten eindelyk<br />
op den 5 December 1785. het Gerechtelyk<br />
Onderzoek wegens de zaak van Brest aan Gecommitteerden<br />
uit de Admiraliteits Collegiën,<br />
dat van Amjlerdam alleen uitgezonderd, op te<br />
draagen, en het Ampt van Fiscaal te doen<br />
waarneemen door den Hr. r. P A H L U S , Advocaat<br />
Fiscaal van de Maas (*).<br />
De Vice-Admiraal A. HARTSINCK verkoos<br />
niet voor die Rechters te verfchynen,<br />
maar gaf op 21 April 1786. een Verzoekfchrift<br />
aan de Algemeene Staaten over, ten einde,<br />
wanneer ter zaake van het niet uitvoeren dei-<br />
Orders van Hun Hoog Moogende tot het ver.<br />
zenden van 10 Oorloglchepen naa Brest, en de<br />
Officieren daar ia betrokken, eenig nader en<br />
gerechtelyk onderzoek -mogte geordonneerd<br />
worden , tot hetzelve mogte gelast worden het<br />
Hof van Heiland, Zeeland en Friesland, als<br />
zynde in alle gevallen des Verzoekers gewoone<br />
en dagelykfche Rechter, ter tweede Inflantie (t).<br />
Dit<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. December 1785. bladz. 1657.<br />
Cf) Ibid. Juny 1786, bladz. 548.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 301<br />
Dit verzoek werd afgeflaagen; en byzonderlyk<br />
waren de Afgevaardigden der Provintie van<br />
Groningen, volgends Befluit der Staaten, hunne<br />
Principaalen, uitdrukkelyk gemagtigd, om ter<br />
Generaliteit, zich met het Befluit der Staaten<br />
van Holland, op den 5 September 1785. om<br />
trent deeze zaak genoomen, te verëenigen, er<br />
gevolglyk het verzoek van den Vice-Admiraal<br />
A N D R I E S H A R T S I N C K , af te wyzen (*).<br />
Dc Staaten<br />
Eindelyk beflooten de Algemeene Staaten op<br />
Generaal<br />
den 23 September 1786. dat uit de vier Colle ltellen een<br />
Algemeen<br />
giën ter Admiraliteit (dat van Amjlerdam uit Collegie uit<br />
gezonderd zynde) een algemeen Collegie met<br />
de Admiraliteiten<br />
aan<br />
deeze zaak zoude<br />
tot Rechters.<br />
belast worden, en uit elk<br />
derzelven drie Leden daartoe benoemd ; drie<br />
uit dat van de Maas, drie uit dat van Zeeland.<br />
drie uit dat van Westvriesland en het Noorder<br />
kwartier, en drie uit dat van Friesland, dus<br />
twaalf Leden; welke Leden door elk der Col<br />
legiën benoemd, aan Hun Hoog Moogende<br />
voorgefteld en door Hoogstdezelven gemagtigc<br />
zouden worden, om deeze Commisfie in der<br />
Haag uic te voeren (f). De Heeren, tot dii<br />
Gerechtelyk Onderzoek benoemd, waren dc<br />
volgende: By het Collegie ter Admiraliteit vat l<br />
de Maas, de Heeren O N D E R W A T E R , D Et<br />
A P P E L en V A N A L P H E N ; by dat van '1<br />
Noorderkwartier de Heeren P A N , J A G E R er [<br />
(*) Nieuwt Nederl. Jaarb. Juny 1786. bladz. 547.<br />
(\) Ibid. OStober 1786. bladz. 1270.<br />
ROOR.<br />
I786.
31 Y L A N ]J<br />
vindt befcherming<br />
hy Gelderland.<br />
302 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ROORDA; by dat van Vriesland, de Heeren<br />
STRICK VAN LINSCHOOTEN, DE SCHEP<br />
PER en DREWS; by dat van Zeeland de Hee<br />
ren SCHORER, LIDTH DE JEU DE en VAN<br />
s END EN (*). En op dat deeze Rechtspleeging<br />
door het veranderen der Leden van de<br />
Admiraliteit niet mogte afgebrooken of vertraagd<br />
worden , zoo Relden de Afgevaardigden<br />
van. Haarlem ter Staatsvergaadering van Holland<br />
voor, dat de Leden, die tot het Gerechtelyk<br />
Onderzoek, betreffende de zaak van Brest, benoemd<br />
waren , in hunne Commisfie mogten<br />
aanblyven, zoo lang het onderzoek duurde (f).<br />
Alhoewel nu het verzoek van den Vice-Admiraal<br />
HARTSINCK, dat het Hof van Holland,<br />
Zeeland en Vriesland, met het onderzoek dier<br />
zaake mogte belast worden, by meerderheid der .<br />
Provintiaale ftemmen was afgeweezen, en het<br />
bovengemelde algemeene Collegie uit de vier<br />
Admiraliteiten aangeReld; zoo Relden de Staaten<br />
van Gelderland het Verzoekfchrift des Vice • Admiraals<br />
Grave VAN EYLAND toch in handen van<br />
het Hof van Gelderland, om te dienen van bericht,<br />
en verhoeden ondertusfchen aan den Vice-<br />
Admiraal, om voor die aangeRelde Rechters<br />
te verfchynen (§). Na dat Hun Edel Moogende<br />
bericht daarop van 't Hof ontvangen hadden,<br />
beflooten zy, dat de Vice - Admiraal VAN<br />
(*) Nieuwe Nedcrl. Jaarb. November 1786. b'adz. 14J7.<br />
(f) Ibid, D'cembsr \~Zh. bladz. 15:1.<br />
(§) Ibid. November l~ZC. bl.idz. 141.»<br />
BÏ"
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 303<br />
BYLAND niet verpligt was voor de aaugeftelde<br />
Commisfie uit de Admiraliteiten te verfchyDen ,<br />
en gaven van dit Eefluit op den 25 May 1786.<br />
kennis aan de Algemeene Staaten, by gelegenheid,<br />
dat Hun Hoog Moogende de zaak van<br />
Brest zoo fchikten , dat de Gecommitteerden<br />
tot deeze zaak zitting zonder ftem in de Admiraliteit<br />
zouden behouden ; en dat men by het.<br />
Befluit zoude blyven, om het Gerechtelyk On.<br />
derzoek door deeze Commisfie te laaten voortgaan<br />
(*). Dus hadt deeze Commisfie haar volle<br />
beflag, de gantfche Natie hadt het oog op dit<br />
onderzoek, en wagtte meteen groot verlangen<br />
naa deszelfs uitflag; maar hoe verre men in dit<br />
onderzoek gevorderd, en of 'er ooit een gerechtelyk<br />
vonnis over deeze zaak uitgefprooken<br />
I786zy<br />
, zulks is my niet voorgekoomen: Het<br />
fchynt derhalven, dat deeze zaak, gelyk veele<br />
andere, is blyven lieeken, en met de groote<br />
algemeene Omwending van zaaken geheel uit<br />
het oog verlooreu en gantlchelyk verdweenen<br />
is. Hoe dit ook zy; de Vice-Admiraal VAN Merkwaardige<br />
plaats<br />
EYLAND; die zich niet aan het onderzoek van uit de Me<br />
die Commisfie onderwierp, en daar in door de morie van<br />
den V:ce-<br />
Staaten van Gelderland gehandhaafd werd, als Aimiraal<br />
hier boven gebleeken is, aehtte zich genoeg<br />
gerechtvaardigd, om dat hy door den Admiraal<br />
Generaal van ongehoorzaamheid was vry gefprcokcn,<br />
en hield zich vreemd, dat daaromtrent<br />
VAN li V-<br />
LJSD.<br />
fl') Nieuwe Neder!. Jaarb. May 1787. bladz. 995.
1786.<br />
Verfcliillen<br />
\crde<br />
verandering<br />
vmi liet R •<br />
-.éi-ruigv<br />
Reglement<br />
UiOytrfife'.<br />
304 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />
trent nog onderzoek zoude gedaan worden door<br />
Perfoonen, die hy minder bevoegd daartoe oordeelde;<br />
gelyk hy zich uitdrukkelyk verklaarde<br />
in eene gedrukte Memorie, ter zyner rechtvaerdigiug<br />
uitgegeeven, waar uit ik niet kan<br />
nalaaten , zyn merkwaardig gezegde hier by te<br />
brengen,dus luidt het woordelyk : „ Dat,daar<br />
het Opperhoofd en Chef van de Marine dee-<br />
,, zer Landen hem en zyne Mede - Officieren<br />
,, van alle disobediëntie dien aangaande (de<br />
„ Expeditie van Brest) compleetelyk vryfpreekt,<br />
„ hoe het des niettegenftaande in de gedach-<br />
ten konde opkoomen, om daartoe (onder<br />
,, verbetering) minder bevoegde Perfoonen , in<br />
eene gedelegeerde Commisfie, hoe zeer ook anders<br />
het delegeeren van diergelyke Deliga-<br />
,, tien altoos van zorgelyke uitzigten zyn ge-<br />
,, cohfidereerd geworden , Recherches omtrent<br />
,, het non ens van zodanig Crimen te doen, een<br />
vraage is, welke al mede tot de Paradoxen<br />
,, van het finguliere tydsgewricht, het welk wy<br />
„ beleeven, behoorende, thans onoplosfelyk<br />
fchynt; maar veelligt in laater tyden zyne<br />
,, explicatie vinden zal?" —<br />
In de Provintie van Overysfel is, even als in<br />
die van Gelderland en Utrecht, veel te doen geweest<br />
over het veranderen of verbeeteren van<br />
het oude Regeerings-Reglement van 1675.,<br />
van welke voornaamfte voorva len, daar uit en<br />
daar by ontftaan, ik.hier een kort verhaal zal<br />
doen.
ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 305<br />
doen. In de maand van May, werd ter Staatsvergaadering,<br />
op voorflel der Stad Zwolle, eene<br />
Commisfie benoemd van zes Heeren; de Drosten<br />
van Vollenhoven en Haaksbergen, een uit de<br />
Ridderfchap, en een Burgemeester uit elke der<br />
drie Hoofdlieden, Deventer, Campen en Zwolle,<br />
om het Reglement van Regeering te overzien,<br />
een Concept van een nieuw of verbeterd Reglement<br />
te ontwerpen , en na mededeeling aan<br />
Zyne Hoogheid en inneeming van deszelven<br />
aanmerkingen , een Rapport in te brengen (*}<br />
Van deeze Commisfie werd op den Landdag,<br />
in de maand Oftober te Deventer gehouden.<br />
Rapport gedaan en een Concept-Reglemeni<br />
met de aanmerkingen der Gecommitteerder<br />
overgegeeven ; en by die gelegenheid deed dc<br />
Heer V A N Y S S E L M U I D E N , en in naam var<br />
nog vyf andere Ridders, een Voorflel, flrek<br />
kende om het fchadelyke en drukkende van hei<br />
oude Regeerings-Reglement van 1675. aan tt<br />
toonen, en aan te dringen om deeze gewigtigt<br />
zaak ten fpoedigRen onderhanden te neemen<br />
.Op dit Voorftel werdt beflooten het Reces vai I<br />
den Landdag te doen voortduuren tot den 1<br />
[<br />
December (t), en het Voorftel werd dooralh<br />
de Leden overgenoomen. In dit Voorftel wa<br />
begreepen, dat, om dit heilzaam oogmerk ge 5<br />
makkelyk te maaken, en daartoe zodanige Le<br />
(*) Nieuwe Nederl, Jaarb. May 17S6. bladz. 49S.<br />
(\) Ibid. December 17Z6, biadz. 16J9,<br />
V<br />
de<br />
I
De Regènten<br />
ontflaan<br />
zich onderling<br />
uit den<br />
Eed.<br />
20$ BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
den te gemoet te koomen, welke wegens hunnen<br />
Eed van toelaating zwaarigheid mogten<br />
bebben , in het Reglement op de Regeering<br />
de noodige verandering te maaken, de Leden<br />
van Regeering zich, op voorbeeld van voorige<br />
tyden, onderling van dien Eed, voor zooverre<br />
daartoe noodig, zouden ontflaan (*). De Steden<br />
Deventer en Campen verëenigden zich met<br />
dat Voorftel en deeaen daar van eene uitdrukkelyke<br />
vcrklaaring. De Gezwoorene Gemeente<br />
der Stad Zwolle was insgelyks van oordeel, dat<br />
het Regeerings-Reglement, hoewel bezwoeren,<br />
konde en behoorde veranderd te worden}<br />
en verzocht derhalven, dat de Afgevaardigden<br />
van die Stad ten Landdage, die in 't laatst van<br />
January 1787. te Deventer ftond gehouden te<br />
worden, gemagtigd zouden worden, wegens<br />
die Stad mede te fteramen tot het ontflaan der<br />
Leden van den Eed, op het oude Reglement<br />
ifgelegd, overeenkomftig het Voorftel van den<br />
Ridder PALLANDT tot Zuithem, en zes anlere<br />
Ridders gedaan (f).<br />
Op den 31 January werd op den Landdag,<br />
:e Deventer toen gehouden, met de Meerderheid<br />
der drie Hoofdfteden en agt Ridders,<br />
?p het meergemelde Voorftel beflooten :,, Dat,<br />
„ in navolging van voorige tyden, de refpetïive<br />
, Leden, zoo uit de Ridderfchap als uit de Ste.<br />
„ den,<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Deccmb. 1786.bladz. 1C37, 1^0.<br />
(1) Ibid. 'january 1787. bladz. 167.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND 307<br />
den, zouden worden ontflaagen, zoo als zy by<br />
„ deezen ontflaagen werden van den Eed op het<br />
Reglement van 1675. in 1748 herdrukt:" met<br />
dien verflande nogthans, dat voorfz. Regie,<br />
ment van 1675. voorts zal blyven werken, en<br />
nagekoomen moeten worden, in alles, uitgezonderd<br />
in die Punten en Artikelen van hetzelve,<br />
welke, na gehoudene beraadflaagingen<br />
van Ridderfchap en Steden, het zy in eens te<br />
faamen, het zy opvolgelyk, zullen veranderd<br />
worden ;blyvende dus die Artikelen van voorfz.<br />
Reglement, welke by eindelyke Refolutie nog<br />
niet veranderd zyn,200 lang, ia volle kragt(*).<br />
Twee- en twintig Ridders protefleerden hier<br />
tegen, en bragten , onder andere redenen, by,<br />
dat de R.cchten der Steden Hasfelt en Steenwyk,<br />
die ook moesten befchreeven geweest zyn,<br />
door dit Befluit verkort waren; doch de drie<br />
HoofdReden en de agt Ridders verklaarden by<br />
Tegen • Aantekening, dat zy geen oogmerk<br />
hadden om de Rechten der gemelde twee Steden<br />
te verkorten; dat die beide Steden geen<br />
Eed op het Reglement gedaan hadden, en gevolglyk<br />
niet daar van konden ontflaagen worden;<br />
dat het daarom onnoodig was geoordeeld ,<br />
dezelve te befchryven; dat zy nogthans gereed<br />
waren de kleine Steden in haar Recht, van<br />
hunne Regenten zeiven te verkiezen, te herftellen<br />
, en ter Staatsvergaadering te verfchy-<br />
nen 3<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 17Z6 bladz. 577—57S.<br />
V 2<br />
I786.
Deeze Rukken<br />
, daarop<br />
betrekkeiyk<br />
ann Zyne<br />
Iloosheid<br />
se zouden.<br />
Antwoord<br />
van Zyne<br />
Ho. gncid<br />
daaiup.<br />
308 BEKNOPTE HISTORIE DÉK<br />
nen; dat men, eindelyk, ook bereid was de<br />
raadpleegingen hier over op den volgenden-<br />
Landdag, in 't begin van Maait aan te vangen.<br />
Deeze {tukken werden aan den Heere Prince<br />
Stadhouder gezonden, en van wegen de Staaten<br />
aangefchreeven, met verzoek om voorden<br />
aanllaanden Landdag, den ra Maart, Hoogstdeszelven<br />
aanmerkingen over het Nieuwe Regeerings-Reglement<br />
aan dezelve Staaten toe<br />
te zenden (*). Zyne Doorluchtige Hoogheid'<br />
voldeed aan dit verzoek, en op den Landdag te<br />
Campen, die den 13 Maart 1787. werd geopend,<br />
werd de Brief van Zyne Hoogheid aan Ridderfchap<br />
en Steden, voorgeleezen, behelzende<br />
het antwoord op de gevraagde Aanmerkingen.<br />
Dit Antwoord behelsde hoofdzaakelyk z<br />
„ Dat Zyne Hoogheid het Regeerings-Reglement<br />
van den Jaare 1675. nooit anders hadt<br />
kunnen befchouwen, dan als een Pcttwn conyentum<br />
(een gefïooten Verdrag) tusfehen de<br />
Heeren Staaten eb den Stadhouder, en als een<br />
fundamenteele Staatswet op de orde der Regeering<br />
, welke nooit anders, dan met een gefaamcntlyke<br />
inftemming van alle Staatsleden en<br />
Zyne Hoogheids medewerking kan of behoort<br />
veranderd of vernietigd te worden."<br />
„ Doch dat Hoogstdezelve uitdeontvangene<br />
Stukken en Adviefen het tegendeel gezien, en<br />
daar uit vernoemen hadt, dat men dien aangaande<br />
('J Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart if%6. bladz. lig.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 300<br />
gaande reeds tot zoo verre was voortgegaan,<br />
dat het ontflag van den Eed, op voorfz. Reglement<br />
afgelegd , tot befluit gebragt was;<br />
waar tegen Zyne Hoogheid ten flerkfle protesteerde;<br />
terwyl by, aan den anderen kant,<br />
zich nog met de hoope bleef voeden, dat een<br />
bedaarde overweeging van 't gebeurde, en van<br />
de gewigtige gevolgen daarvan, de Leden der<br />
Meerderheid zou doen afzien van het verder<br />
aankleeven aan het meergemelde Bejluüeu OnU<br />
Jlag, en met hunne overige Medeleden doen<br />
inflemmen , dat het voorfz. Reglement nimmer,<br />
dan met eene eenpaarige bewilliging en<br />
met Zyne Hoogheids medewerking geldenlyk<br />
kon veranderd of vernietigd worden. Voorzoo<br />
verre echter eenige duifierheden daar in mogten<br />
plaats hebben, of dat aldaar eenige Artikelen<br />
zouden moogen gevonden worden ,<br />
welke, ten gemeenen nutte van de Provintie.<br />
konden beweezen worden , eenige verbeetering<br />
noodig te hebben; a's dan aan Zyne Hoogheid<br />
niets aangenaamer weezen zou, dan met<br />
eenen waaren ernst en volvaardigheid daartoe<br />
mede te werken ,even zoo wel als tot herftel van<br />
alle andere ingefloopene misbruiken , als eenigzins<br />
behoudens de fondamenteele gronden der<br />
Regeerings-Confiitutie , en van de inftelling<br />
vanhetErfftadhouderfchap, met deszelfs waare<br />
inrichting, tot welzyn van de Provintie, en<br />
van de duurzaame belangen van derzelver m-<br />
v 3 ge-
1785.<br />
3io BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
gezeetcnen , naar gronden van recht en bil-<br />
Jykheïd, zal kunnen gevorderd worden."<br />
Verder betuigde Zyne Hoogheid, „ eene al<br />
te naauwe betrekking te hebben op de Provintie,<br />
en al te groot deel in derzelver behoud<br />
en voorfpoed te neemen, dan dat by niet wenfciien<br />
zou, tot herftelling van de rust en eensgezindheid<br />
, met wegnceining van het heerfchende<br />
mistrouwen te kunnen medewerken,<br />
zelfs met opoffering van eenige zaaken cn<br />
punten, waarop Zyne Hoogheid anders eene<br />
wettige Aanfpraak .konde maaken. Indien als<br />
een gepast middel daartoe , mogt aangezien<br />
worden, dat aan de Burgeryen in de Hoofd-<br />
Reden cenig deel gegeeven wierd aan de hè.<br />
vordering der Byzondere Stédelyke en Burger-<br />
Iyke belangen ; zoo was Zyne Hoogheid ook<br />
niet ongenegen, daartoe, op eene gevoeglyke<br />
wyze mede te werken; echter onder alle zódanige<br />
bepaalingen en voorzieningen , als de<br />
Conftitutïe der Provintie en het beftendig welzyn<br />
van den Burgerftaat zelve zouden kunnen<br />
toelaaten , en welke , zonder nadeel aan de<br />
wezendlyke Rechten van Zyne Hoogheids erflyke<br />
Waardigheden , waarvan hy nooit, ten<br />
nadeele van zyne wettige Opvolgers, mag af.<br />
fiaan , nader zouden kunnen gereguleerd<br />
worden."<br />
Eindelyk wordt in 't flot van dien Brief ge-<br />
zegd: „ daar deeze onderfcheidene voorwerpen
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 3--<br />
pen van het uiterfte belang zyn, en niet dar<br />
met veele behoedzaamheid, op eene geregel<br />
de en Conftitutioneele wyze behooren behan<br />
deld te worden ; zoo oordeelen wy het best tczyn,<br />
dat dezelve door Commisfarisfen wierden<br />
overwqögen en behandeld. Zyne Hoogheid<br />
boodt daartoe aan eenige Perfoonen mei<br />
de noodige Inftructien te benoemen; oordee<br />
lende zulks het beste indien niet het eenigft»<br />
overgebleevene middel, in den tegenwoordi<br />
gen ftaat van zaaken, om de rust en eensge<br />
zindheid te herftellen (*}".<br />
De Afgevaardigden van Zwolle verklaardei<br />
op den 14 derzelfde maand ter bovengemeld)<br />
Vergadering , op last hunner Principaalen<br />
.<br />
' dat het Ontwerp van verbetering van 't Pro<br />
vintiaale Regeerings-Reglement, door eenig<br />
Heeren Edelen ter Vergaadering den 5 De<br />
cember 1786 overgegeeven, over 't geheel s<br />
hun niet ongefchikt voorkwam, om tot een on<br />
derwerp der beraadflaagingen gelegd te wor<br />
den, en dat ten fpoedigflen door eene Com<br />
jnisfie daar over wierde beraadflaagd , en d<br />
onderzoeken,<br />
aanmerkingen van den Heer Erfftadhoude E<br />
daar by wierden in overweeging genoomen (t><br />
Den volgenden dag, 15 Maart, verklaard<br />
de Meerderheid van de Ridderfchap, van gc<br />
dachten te zyn, dat de gezaamentlyke Lede 1<br />
va<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1787. Wade. 59°-5.9<br />
i\ \ Ibid. bladz. 59 ö<br />
- ^ ^<br />
I Eene Comrnisfie<br />
Ue-<br />
- noem l 0111<br />
dat ant-<br />
' woord te<br />
I
1786.<br />
Commisfie<br />
door Zyne<br />
Hoogheid<br />
voorgcfiapen,<br />
wordt<br />
aangenoo. ;<br />
men.<br />
312 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
van Staat de Commisforiaale onderhandelingen<br />
, door den Heere Afgevaardigden van Zwolle<br />
voorgeflaagen , behoorden aanteneemen; en dat<br />
zy Heeren van de Ridderfchap gereed waren<br />
eene Commisfie te helpen benoemen, en alle<br />
zulke fchikkingen te maaken met hunne Medeleden,<br />
naar welke de Commisfie op de best<br />
moogclyke wyze ingericht, en daarvan dewenfchelyke<br />
gevolgen verwagt, zouden kunnen<br />
worden. — Waarop beraadfkagd zynde, werden<br />
drie Leden uit de Ridderfchap, en een<br />
Burgemeester uit elke der drie Hoofdftedep<br />
verzocht en gecommitteerd, cm den voorfz.<br />
Brief van Zyne Hoogheid nader te onderzoeken<br />
, en daaromtrent van hunne aanmerking en<br />
raad te dienen (*_).<br />
Insgelyks werd de Commisfie , door den<br />
Prins Erfftad houder voorgeflaagen, aangenoqnen<br />
, en door Zyne Hoogheid daartoe be-<br />
ïoemd Jkr. j. E. VAN LYNDEN, de Raadsaeer<br />
VATEBENDER, en de Heer VAN C 1 T-<br />
I-ERS. Door de Heeren Staaten der Provintie<br />
werden tot Commisfarisfen benoemd, om met<br />
ie gemelde Heeren in onderhandeling te treelen,<br />
uit de Ridderfchap de Heeren VAN PAL-<br />
LA N D T tot Zuyihem, H E E S D T tot Everisberg,<br />
:n vos VAN STEENWYK tot Nyerwal; uit de<br />
steden, van Deventer, Campen en Zwolle, de<br />
heeren Burgemeesteren WE ERTS, HENNE-<br />
KES<br />
{') W.em* Nederl. Jaarb. Naxrt 1787. H»Jz. 601,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 313<br />
KES en JHUESSINK. Van de drie Commis-<br />
farisfun door Zyne Hoogheid benoemd, kwa<br />
men op den 11 April maar twee te Campen aan;<br />
naamelyk de Heer Baron VAN LYNDEN, Bur-<br />
gemecster te Nymegen, enz. en 0. T. EOMCLE<br />
VATEBENDER, Raad in 't Hof van Gelderland ;<br />
de Heer VAN CITTEKS, Geheime Raad, enz.<br />
van Zyne Hoogheid , was verhinderd mede te<br />
koomen. De onderhandelingen werden aan<br />
ftonds op den volgenden dag, 12 April, aan-<br />
gevangen; maar werden op den 16 derzelfde<br />
maand vrugteïoos geëindigd; en de Commis-<br />
farisfen van Zyne Hoogheid vertrokken. Daar<br />
op werd aanftonds een Rapport ten Landsdag?<br />
uitgebragt over het ontwerp , raakende het be<br />
geeven der Ampten en Commisfien in 't ver<br />
volg. Ook werden de kleine Steden tegen<br />
o May befchreeven, om met eene Commjsü?<br />
over hunne ingeroepene Rechten in onderhan<br />
deling te treeden; en dc Landdag fcheiddc op<br />
Reces tot den 7 May (*)•<br />
By gelegenheid van het vervaardigen en in<br />
voeren van een nieuw of verb.eeterd Regle<br />
ment van Regeering, zyn vry wat beweegin<br />
gen ontdaan in Overysfels Hoofdlieden, voor-<br />
naamelyk te Deventer. Toen het tweede Rap<br />
port van de Commisfie uit den Raad en de Ge-<br />
zwoorene Gemeente deezer Hoofdftad, aan<br />
gaande het verbeeterde Reglement van Regee-<br />
ring,<br />
.l*)NjfUWt Nederl. Jctr.rb, /Ipr'tl 1787. bladz, 841, 8-j2.<br />
Y 5<br />
t<br />
17<br />
loopt<br />
vruclitcloo 8<br />
af<br />
Bewèegin-<br />
CCIl tO ÜC'<br />
ruiter.
1786.<br />
Publicatie<br />
tot gerustftclling<br />
der<br />
Kurgers tegenkwaadftookeis.<br />
314 BEKNOPTE HPSTORIE DER<br />
ring, uitgebragt werd, zag men daarin dat het<br />
XV. /Jrtikel behelsde ; „ Dat de Roomschgezinden<br />
tp denzelfden voet als de Mennonieten tot verkryging<br />
van het Burgerrecht, zouden toegelaaten worden. Tegen<br />
dit Artikel kwamen eenige Gildebroeders,<br />
uit verfcheidene Gilden, op; welke begreepen,<br />
of welken door kwaalyk gezinden ingeboezemd<br />
was, dat dit Jrtikel flrydig was met de<br />
Chrislelyke Gereformeerde Religie, Gildewetten,<br />
Rechten, Privilegiën en Vryheden, enz. waarom<br />
zy door de Generaale Overlieden van de Gilden,<br />
op den 22 Septemb, een Verzoekfchrift<br />
door hen onderteekend, aan de Burger-Gecommitteerden<br />
deeden inleeveren; waarin zy<br />
te kennen gaven, hoe zy vernoomen hadden,<br />
dat in het Concept-Reglement eenige Artikelen<br />
waren, flrydig met hunne Burgerlyke Rechten,<br />
de Chrislelyke Gereformeerde Religie, Gildewetten<br />
, Privilegiën en Vryheden; nevens eenige<br />
Artikelen, die onevenredig waren, en waarin<br />
veelal een eigen belang doorftraalde: waarom<br />
zy verzochten , dat op zulke Artikelen geen<br />
acht mogte gegeeven woiden; maar het geheele<br />
Concept - Reglement by provifie geRaakt<br />
blyven, tot dat eenige Artikelen vernietigd,<br />
en eenige veranderd wierden. — Een desgelyk<br />
Verzoekfchrift werd aan Burgemeesteren Schepenen<br />
en Raad op den zelfden 22 September<br />
1786. ingediend; op welk Verzoekfchrift eene<br />
Publicatie van den 7 October volgde; waar by<br />
Heeren Burgemeesteren Schepenen en Raaden<br />
dee-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 315<br />
deeden weeten ; dat in ervaaringe gekoomen<br />
waren, hoe lbmmige kwaalykgezinde Perfoonen<br />
, het zy uit eigene beweeging , het zy<br />
daartoe door heerschzuchtige belaagers van de<br />
algemeene Vryheid opgeruid, of misfcbienomgekogt,<br />
onophoudelyk hun best deeden, om<br />
de goede Burgeren en Ingezeetenen tegen de<br />
Leden van .Regeering op te zetten en derzelver<br />
Befluiten verdacht te maaken , of zelfs aan<br />
de haatelykfte oogmerken toe, te fchryven; —<br />
Dat op den 22 September te vooren aan Hun<br />
door de generaale Overlieden van de Gilden,<br />
door veele Leden uit verfcheidene Gilden geteekend,<br />
was overgegeeven een Verzoek, in<br />
fubftantie behelzende, dat op zekere, daarby<br />
niet uitdrukkelyk genoemde Artikelen van het ,<br />
in druk uitgegeeven , Concept - Reglement op<br />
de Regeering der Stad , geen acht mogt genoomen<br />
, maar dezelve of vernietigd, of veranderd<br />
worden, met bygevoegde bedreiging<br />
van alle zulke Artikelen voor nul en van geene<br />
waarde te zullen houden : - waarop Hun Ed.<br />
Groot Achtb. voor Antwoord en Apointement<br />
hebben afgegeeven: dat Schepenen en<br />
Raad den Verzoekeren, tot hunne gerustheid,<br />
konden verzekeren, geen oogmerk te hebben,<br />
met en nevens de Gezwoorene Gemeente een<br />
nieuw Regeerings-Reglement voor die Stad<br />
vast te ftellen , voor dat de goede Burgery<br />
hoofd voor hoofd, cn zonder in aanmerking<br />
te neemen tot welke Collegiën zy mogten be-<br />
hoo.
X786.<br />
Nieuwe Gecuumiit-<br />
Si5 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
hooren, genoegzaame gelegenheid zouden hebben<br />
, om hunne aanmerkingen op hetzelve<br />
vryelyk optegceven. — En op dat niemand<br />
zoude kunnen voorwenden, dat hy tot zyne<br />
veiligheid of gerustheid noodig hadt, zyne<br />
denkwyze te verbergen , en alleen onder de<br />
hand te openbaaren; zoo verklaarden Hun Ed.<br />
Groot Achtb. by deezen verder, aan de eene<br />
zyde , gelyk altoos de vrywillige Adresfen ,<br />
Requesten , of Remonflrantien van hunne<br />
goede Burgeren en Ingezetenen te zullen ontvangen,<br />
en daarop behoorlyk achttegeeven ;<br />
doch ook, aan de andere zyde, niet te zullen<br />
gedoogen, dat iemand, van welke begrippen<br />
hy ook omtrent den Politieken ftaat des Lands,<br />
cn omtrent de middelen tot herftel van denzelven<br />
aantewenden, zyn mooge, over het vryelyk<br />
en betaamJyk uiten van die begrippen ,<br />
moeite worde aangedaan; of dat iemand door<br />
bedreigingen , veel min door daadeiykheden<br />
mogte overtuigd worden ; maar zonder oogluiking<br />
en zonder aanzien van perfoonen of denkwyze,<br />
aanftonds te zullen ftraffen, en wel alle<br />
bedreigingen ten minften met eene boete van<br />
50 Heeren Ponden , cn daadeiykheden met<br />
eene boete van 100 Heeren Ponden, Bannisfement,<br />
of Lyfftraffe, zoo als zy in goede<br />
Juftitie zouden oordeelen te behooren (*).<br />
Eene andere party Burgers en Ingezeetenen<br />
C) Nieuwe Nederl. Jaarb. Oltober 1786, blr.dz. 1357-<br />
had»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 317<br />
hadden eenen anderen inval om de verbeetering<br />
der misbruiken, en het invoeren van een<br />
nieuw Regeerings-Reglement te ftremmen :<br />
Alhoewel in 1785. reeds een Collegie van Gecommitteerden<br />
uit de Burgery wettig aangebeld<br />
en door den Magiftraat erkend was; zoö<br />
krcegen nogthans eenige Burgers in 't hoofd ,<br />
6m voor zich nieuwe Gecommitteerden aan te<br />
ftellen ; welke Gecommitteerden op donderdag<br />
den 2 November 1786. met keurmannen<br />
zich naa het Stadhuis begaaven, en verzoch.<br />
ten, om by den Magiftraat toegeiaaten te wor.<br />
den, ten einde eenige Voorftellingen en Adviezen<br />
aan den Magiftraat over te geeven;<br />
doch dit werd hun geweigerd, maar bericht,<br />
dat Schepenen en Pvaad de Prefidenten benoemd<br />
hadden om hunne voorftellingen aantc.<br />
hooren en in den Raad te brengen; waarin zy<br />
genoegen namen. De Prefidenten verfcheenen<br />
zijnde, deed een uit die Gecommitteerden,<br />
met naame SCHORNAGEL, eene aanfpraak,<br />
waarin hij betuigde, dat hunne begeerte was,<br />
om de zaaken met den Magiftraat in goede<br />
harmonie te behandelen , en dat de nieuwe<br />
Gecommitteerden door den Magiftraat mogten<br />
erkend worden; waarop door de Prefidenten<br />
aangenoomen werd, hun verzoek in den Raad<br />
te brengen , om des Vrydags daarop te befluiten<br />
; waarna deeze nieuwe Gecommitteerden<br />
zich van het Stadhuis begaaven en fcheidden.<br />
Ondertusfchen baarde dit verfchynen var<br />
nieu<br />
1786.<br />
teerden der<br />
Gilden werpen<br />
zkliop.<br />
Dit hun vcrfcliynen<br />
op
318 BE.KNOPTE HISTORIE DER<br />
1786. nieuwe Gecommitteerden op het Stadhuis veel<br />
betSiadluiis opzien; dien zelfden avond werd Vergaade<br />
baatc opzien<br />
en bcwco ring der Officieren van het Genootfchap tegen<br />
gingden<br />
3 November des morgens tegen 9 uuren<br />
belegd; en in deeze Vergadering werd beflooten,<br />
eene Verklaaring aan den Magiftraat en<br />
de Gezwoorene Gemeente over te geeven i<br />
waarin verzocht werd, het Collegie der oud»<br />
Gecommitteerden, wettig aangefteld en nim.<br />
met afgefchafr, te handhaaven, onder aanbod<br />
om den Magiftraat, met gced en bloed hierin<br />
behulpzaam te zyn ; waar van het gevolg was,<br />
dat de Magiftraat en Gezwoorene Gemeente<br />
dien zelfden morgen beflooten, het Collegie<br />
der oude Gecommitteerden in hunne byzoneere<br />
befcheiming te neemen. Des namiddags<br />
ten 2 uuren vergaderden de Sergeanten van<br />
het Genootfchap; in welke Vergadering een<br />
Commisfie uit de Officieren, beftaande in een<br />
Kapitein en een Luitenant , verfcheen , om<br />
hun kennis te geeven van de Verklaaring, die<br />
door de Officieren aan den Magiftraat was<br />
overgegeeven; in welke Verklaaring zy allen<br />
genoegen naamen , en die zy ook gewillig<br />
ivaren te onderteekenen : Ten 3 uuren vergaderden<br />
de Officieren voor de tweedemaal, en<br />
beflooten, eene tweede Verklaaring van gely.<br />
ven inhoud byna opteftellen , en dien zelfden<br />
ivond door het geheele Genootfchap te laaten<br />
1 Rekenen. Ingevolge daarvan werden alle de<br />
Compagniën tegen agt uuren elk in eene by,<br />
zon.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 319<br />
zondere plaats opgeroepen , en die Verklaaring<br />
werd door het grootfte gedeelte geteekend.<br />
Den volgenden dag , Zaturdag den 4<br />
November, 'smorgerts ten elf uuren, vergaderden<br />
de Officieren ten derdemaal, en toen<br />
werd beflooten, by alle de geenen, die geweigerd<br />
hadden, de gemelde Verklaaring te<br />
onderteekenen , de Wapenen, door een Officier<br />
en een Onderofficier meteen Corporaal,<br />
te doen afnaaien, en met de daad van hunnen<br />
dienst te ontflaan , het welk fpoedig uitgevoerd<br />
werd (*).<br />
Wanneer, op den 12 January, de Gezwoorene<br />
Gemeente vergaderd was, om eikanderen<br />
hunne aanmerkingen medetedeelen over de<br />
Aanmerkingen van den Magiftraat, omtrent<br />
het Concept-Reglement , ten einde die tot<br />
kennisfe van den Magiftraat te brengen , en<br />
dus in eene volgende Vergadering van Raad en<br />
Gemeente in orde gebragt en vervolgends gedrukt<br />
te worden; bragt de Heer ADAM PERS.<br />
SON een Verzoekfchrift in, aan hem, als<br />
Prefident van de Gezwoorene Gemeente,door<br />
eene Commisfie uit de nieuwe Gecommitteerden<br />
en Kcurnooten der Gilden overgegeeven ;<br />
waarin verzocht werdt, om alle raadpleegingen<br />
over het verbeeteren van het Reglement<br />
van Regeering optefchorten , tot dat zy hunne<br />
bezwaaren zouden ingeleeverd hebben. De<br />
Ge.<br />
(fj Hieuwt Nedirl. Jaarb. Decemb. 1786, Matte. 1630—1633.<br />
Verzoekfclirift<br />
van<br />
de nieuwe<br />
Gecommitteerdeningeleeverd.
I7H5-<br />
He: Verzoekgfgeilagen.<br />
Een nader<br />
Adres door<br />
dezelven ir.getievei<br />
d,<br />
met (teckel<br />
aandrang.<br />
320 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Gezwoorene Gemeente., dit Verzoekfchrift<br />
geleezen hebbende , befloot aanftonds, den<br />
Heer PERSSON te magtigen, om de Verzoekers<br />
, die hem het voorfz. gcfchrift ter hand<br />
gefteld hadden, aan zyn huis te ontbieden en<br />
hun aantezeggen , dat de Gezwoorene Gemeente<br />
hen niet als Gecommitteerden zou of<br />
wilde erkennen, de*\y! Hun Ed. de oude Gecommitteerden,<br />
als alleen wettig aangefteld in<br />
't Jaar 1785 , en nooit wettig afgezet , in<br />
hunne byzondere befcherming genoomen hadden;<br />
te gelyk verbiedende eenige nadere Ver»<br />
zoekfchriften of Adresfen, op naam der Gilden<br />
en Buigery in te geeven ; dat Hun Ed.<br />
vocrts verklaarden, te zullen voortvaaren met<br />
het nieuwe Concept Reglement, zoo fpoedig<br />
moogelyk, in orde te brengen, en dan de Burgery<br />
wederom opteroepen , ten einde een<br />
ieder zyne bezwaaren op dit tweede Ontworpen<br />
Reglement op 't nieuw konde opgeeven,<br />
om dan met meerderheid van alle ftemgerechtigden<br />
een nieuw Regeerings-Reglement in te<br />
voeren. Hier na fcheidde de Gezwoorene Gcïvcente.<br />
Den volgenden Maandag, den 15 January,<br />
des morgens ten tien uuren, waren Raad en<br />
Gemeente wederom vergaderd om het ontworpen<br />
Reglemenc geheel in orde te brengen, op<br />
dat bet konde gedrukt worden. In deeze Vergadering<br />
werd wederom , oraancezicn het<br />
voorige verbod , een Adres door üe nieuwe<br />
Ge-
ONLUSTEN'IN HÈT VADERLAND. 321<br />
Gecommitteerden ingeleeverd, in 't welke op<br />
het fterkfte werd aangedrongen , om in die<br />
hoedanigheid.erkend te worden. Waarop Raad<br />
én Gemeente beflooten, om, ftaande de Ver<br />
gadering, de twee generaale Overlieden der<br />
Gilden te roepen, cm hunne Afte van magti»<br />
ging te toonen; aan een van welken door den<br />
Magiftraat gebooden werdt om op 't Stadhuis<br />
te blyven; terwyl de overige nieuwe Gecom<br />
mitteerden , voor het grootfte gedeelte, ge^<br />
]yk mede de Luitenant BEK, de Kapitein<br />
SCHUTTERS en de Burgemeester PUTMAN*<br />
voorftanders derzelven, zich in het Koffiehuis<br />
van de Weduwe HAGMANS, naby het Stad<br />
huis ftaande, bevonden. De Raad en Gemeen<br />
te duchtende, dat zy door geweld zouden ge<br />
dwongen worden om de nieuwe Gecommit-<br />
teerden te erkennen, beflooten omtrent twee<br />
uuren , het Genootfchap in de Wapenen te<br />
doen koomen, om de Acte van Qualificatie van<br />
het Gildehuis te doen haaien. Aanftonds wer<br />
den Corporaals rond gezonden om het Volk in<br />
't geweer te doen koomen , zonder de Trom<br />
te roeren; fpoedig waren 'er over de 30 Le<br />
den op de Stroomarkt in orde gefchaard, die<br />
naa het huis van den Colonel A. PERSOON ge<br />
zonden werden, om de twee Veldftukken te<br />
geleiden, by welke de Kanonniers, die vroe.<br />
ger dan de overige Schutters orders bekoomen<br />
hadden om by der hand te zyn, reeds tegen-<br />
woordig waren: Ondertusfchen was ook hei<br />
X ge<br />
178&<br />
Hetbéliööl<br />
Fchap in d<br />
Wapenen<br />
geiöepsir*
522 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
1786. getal der Schutters, aangegroeid , en ten half<br />
drie uuren trok het gantfche Corps, dat toen<br />
al 150 mannen bedroeg, met de twee Veldltukken<br />
aan 't hoofd , naa het groote Kerkhof<br />
voor het Stadhuis, alwaar aan de Manfchap<br />
Het Gilde- kruid en lood werdt uitgedeeld. Vervolgendabuis<br />
bezet,<br />
gelyk ook werdt het Vrycorps, dat toen al tot 200 man<br />
het Stailbuis.nen<br />
was aangegroeid, in twee Detachementen<br />
verdeeld, waarvan het eene, onder bevel van<br />
den Majoor BESIER, naa het Gildchuis gezonden<br />
werd met een Veldftuk, cn van een<br />
Stads Bode verzeld, om de Acfe van Qualificatie<br />
op te eisfchen; terwyl het andere'bevel<br />
kreeg om voor het Stadhuis te blyven , ten<br />
einde hetzelve voor overlast van het gemeene<br />
Volk , dat in groote menigte voor hetzelve<br />
vergaaderd was, te bewaaren; dit Detachement<br />
werdt gebooden door den Luitenant Co-<br />
ïïe A(Se vnn lonel BUDDE. Hef andere Detachement voor<br />
Qtialirieatie iet Gildehuis gekoomen zynde, werdt de Stads<br />
opgrëucht Bode aanftonds naa binnen gezonden om de<br />
maar gewei<br />
geid.<br />
^cle van Qualificatie opteëisfchen ; doch hy<br />
; creeg een weigerend antwoord : Toen de Bode<br />
net deeze tyding weder op het Stadhuis gecoomen<br />
was, werd 'er aanftonds weder order<br />
ïfgezonden aan den Majoor BES IE R, om-voor<br />
] iet Gildehuis te blyven posthouden; het Stad-<br />
j mis werd met zes Schildwachten bezet, die<br />
i lipte order hadden om niemand op of van het-<br />
:elve te laaten, dan Leden van Regeering en<br />
Itads Boden, ten zy op uitdrukkelyk bevel.-<br />
* In
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 323<br />
In deezen ftaat bleeven de zaaken tot 's avonds<br />
vyf uuren, wanneer men befpeurde, dat het<br />
gemeene Volk van den aanhang der nieuwe<br />
Gecommitteerden de Straaten begon optebree»<br />
ken en fteenen te raapen; waarop aanftonds<br />
eene patrouille, onder bevel van den Kapitein<br />
LEMKEK, uitgezonden werd; doch die, Ge<br />
ronde door de Stad gedaan hebbende, bericht<br />
te niets van belang ontmoet te hebben. Ten<br />
zes uitren kreeg het Detachement, dat voor<br />
het Gildehuis Rond , bevel om aftetrekken ,<br />
het welk aanftonds gefchiedde; doch op hun<br />
nen terugtogt naa het groote Kerkhof, werden<br />
zy door een hoop gemeen Volk met een hagel<br />
bui van fteenen begroet; waarvar, het Grenadier<br />
Pelotton het meest te lyden hadt, om dat dit nu<br />
het agterfte was, dewyl zy met verkeerd front<br />
aftrokken; waarom de Grenadier-Kapitein ,<br />
die den regter Vleugel van dat Pelotton gebood ,<br />
regtsom keert maakte en met geveld Geweer<br />
op den muitenden hoop introk; waardoor eeni<br />
gen gekwetst werden en de hoep verftrooid;<br />
waarna zy, zich wederom by het Detachement<br />
gevoegd hebbende, by het andere Detache<br />
ment op het groote Kerkhof aankwamen, en<br />
voor de Latynfche School , die nu voor hei<br />
X 2 Wacht<br />
1786<br />
Het Detaa<br />
dierriem<br />
van 't GiU<br />
clehnis aftrekkende<br />
,<br />
wordt met<br />
fteenen ga»<br />
fineeten!<br />
zich met hetzelve vereenigden. Men formeer<br />
Het Stad'<br />
de toen eene Wacht van ruim dertig Schutters huis blyft<br />
twee Officieren ,<br />
' niet een<br />
twee Sergeanten, een Ka ; fterke<br />
nonnier • Officier, een Bombardier en elf Ka<br />
Wactu bszet.<br />
nonniers; men plaatfte de twee Veldftukker
I786\<br />
Publicatie<br />
egen opoerigebetxcgiugen.<br />
324 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Wachthuis gebruikt werdt, en fcheidde ver*'<br />
volgends uit een. De Raad en Gemeente, die<br />
van 'smorgens tien uuren tot nu toe, zynde<br />
half zeven, vergaderd geweest was, fcheidde<br />
nu ook, en bepaalden hunne Vergadering op<br />
den volgenden dag tegen tien uuren des morgens;<br />
na dat zy de twee generaale Overlieden,<br />
die met Eede bevestigden niet te weeten<br />
, waar de Acte van Qualifkatie was , en<br />
beloofden op de eerfte aanmaaning weder op<br />
het Stadhuis te zullen verfchynen, vryheid gegeeven<br />
hadden om ook naa huis te gaan.<br />
Dien avond en des nachts gingen verfcheidene<br />
Ronden door de Stad, welke eenige gevangenen<br />
op de Poort bragten; maar die dea<br />
volgenden dag allen weder ontflagen werden,<br />
uitgezonderd een Soldaat, die verweezen werd<br />
om agt dagen op water en brood te zitten, en<br />
dan voor twee Jaaren uit de Stad gebannen<br />
werdt.<br />
De Raad en Gemeente, Dingsdag, den if5<br />
January dan weder vergaderd zynde , beraamde<br />
eene Publicatie tegen alle oproerige beweegingen<br />
; welke ten twaalf uuren van de puije<br />
van het Stadhuis werdt afgekondig ; terwyl de<br />
Schutters, die de Wacht betrekken moesten,<br />
in volle orde daar voor gefchaard ftonden. Dien<br />
zelfden dag werd zeker Vrouwsperfoon, dikke<br />
Tryn genaamd, door Schout en Suppoosten opgebragt,<br />
en na dat zy voor Prefidenten gehoord<br />
was , naa de Gevangen • Poort gezon.<br />
den:
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 325<br />
den : Zy werd befchuldigd, daags te vooren<br />
fteenen in haaren fchoot aangedraagen te hebben<br />
om op de Schutters van het Vry-Corps<br />
te werpen. De Vergadering van Raad en Gemeente<br />
fcheidden ten half drie uurèn des nademiddags,<br />
om den anderen dag 's morgen ten<br />
tien uuren weder te vergaderen.<br />
1780*.<br />
De nieuwe Gecommitteerden, inplaats van Oe nieuwe<br />
Gccoinmic<br />
door de weigering en tegenftand afgefchrikt teerden<br />
worden<br />
te worden, werden hoe langer hoe ftouter en<br />
ftouter en<br />
onbefcheidener; hunne verzoeken werden eisonbcfcheiuener.fchen, aangedrongen door bedreigingen, zoo<br />
dat de zaaken hier gantsch ernftig begonnen<br />
te worden. Zy leeverden een nieuw Adres<br />
in , waarin zy verzochten , dat het Genootfchap<br />
vernietigd wierde; en dat de Gilden gerustgefteld<br />
wierden omtrent de Roomschgezinden.<br />
Dit Verzoek werd Woensdag den 17<br />
in handen der Commisfie gefteld; en Donderdag<br />
den 18 werd by Raad en Gemeente daarop<br />
beflooten, het eerfte punt voorby te gaan ; en<br />
op het laatfte te antwoorden , ,, dat Raad en<br />
Gemeente de Gilden verzekerden, dat'er geen<br />
Roomschgezinden tegen den zin derzelven<br />
zouden ingedrongen worden; doch dit voldeed<br />
den nieuwen Gecommitteerden niet i" zy<br />
vervolgden hun opzet om de oude Gecommicteerden<br />
afgezet te krygeu en zich in derzelver<br />
plaats te dringen, en zulks op eene dwingende<br />
wyze met bedreigingen gepaard: Op<br />
Vrydag morgen» den 19 January, zonden %\<br />
X 3 aai<br />
I
1785.<br />
i<br />
j<br />
325 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
aan de oude Gecommitteerden eene fcherpe<br />
Injinuraie, waarmede zy, in naam van Gilden<br />
en Burgery, hun op het ernftigfle verboden,<br />
aanzeiden, en aankondigden, om zich te faa-<br />
men en afzonderlyk, met geene zaaken, hoe<br />
genaamd, en meer byzonder met geene onder<br />
handelingen, conferentiën of beraadflaagingen<br />
te bemoeijen, over de Ontwerpen van Provin-<br />
tiaale of Stcdelyke verbeteringen in hetRegee.<br />
rings-Reglement, die in druk waren uitgekoo-<br />
men , en (zoo zy zeiden) by de Gilden en<br />
Burgery, zoo en in diervoegen als die lagen,<br />
waren afgekeurd ; noch met eenige zaaken ,<br />
hoe genaamd, Gilden en Burgery betreffende;<br />
alzoo Gilden en Burgery Henlieden te faamen,<br />
en ieder in het byzonder, hielden voor wettig<br />
verlaaten, en niemand, dan de Ondergetee-<br />
kende (nieuwe Gecommitteerden) voor Wet<br />
tige Gecommitteerden te erkennen; met verdere<br />
verklaaring , dat Gilden en Burgery (zoo<br />
noemden zy die van hunnen aanhang , die<br />
verre het minfle getal uitmaakten) al het gee«<br />
ie federt, door hunlieden te faamen, of af-<br />
'.onderlyk, in naam van Gilden en Burgery<br />
iiogte verricht zyn, en ondenkelyk verder<br />
nogte verricht worden, voor nul, nietig en<br />
/an onwaarde houden ; en aüe fchade, hin-<br />
ler<br />
<<br />
en nadeel, welke zy daardoor mogten<br />
:unnen<br />
]<br />
meenen in hunne Rechten gelecden<br />
e<br />
t<br />
hebben, of nog mogten Jyden , op hunte<br />
perfoonen<br />
J<br />
en goederen gefaamentlyk of<br />
by-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 327<br />
byzonder te kunnen en te moogen vernaaien,<br />
op zodanige wettige wyze als zy gefchikt zullen<br />
achten.<br />
Van deeze Infinuatie werd door de oude Gecommitteerden<br />
by Requeste kennis gegeeven<br />
aan Raad en Gezwoorene Gemeente-<br />
Ten zelfden dage leeverden de pretenfe Onbefclieideueeis<br />
nieuwe Gecommitteerden een Request in by fehen der<br />
nieuwe Ge<br />
Raad en Gemeente; het welk vier eisfehen coinniittéef'<br />
der..<br />
behelsde: 1.) Dat alle beraadflaagingen over<br />
de Ontwerpen, zoo van de Provintiaale verbeetering<br />
, in het fondamenteele Regeerings-<br />
Reglement van 1675, en in het byzonder, en<br />
vooral die over het Ontwerp van Regeerings-<br />
Reglement dier Stad, zoo by de Commisfie van<br />
Raad en Meente, als by Hun Ed. Achtb. en de<br />
Magiflraatsleden zeiven, geheel en al zouden<br />
ophouden ; en alle ontflag van Ecden , zoo<br />
over het Provintiaale als Stedelyke voorgekoomen<br />
, en by zoo verre onder de Meerderheid<br />
der Magiftraaisleden gefchied mogten<br />
zyn, op eene voldoende wyze tot genoege van<br />
Gilden en Burgery herReld , en by provifie<br />
alles in voorige kragt en viguur herReld wierde,<br />
enz. Dus verheften zich deeze nieuwe<br />
Gecommitteerden dan boven de Staaten zeiven<br />
, die ontflag van den Eed op het Reglement<br />
van 1675 verleend hadden ; gelyk wy<br />
hier voor gezien hebben.<br />
2.) De tweede eisch was: „ Dat Hun Ed.<br />
Achtb. Gilden en Burgery zouden helpen hand-<br />
X 4 haa-<br />
1786.
328 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
haaven en doen handhaaven, in hunne aloude<br />
onvervreemdbaare Rechten, en inzaagen in't<br />
gemeen, en byzonder in de Rechten en Voor<br />
rechten der Gilden , om geene Roomschge-<br />
zinden en Vreemden , boven de inkoomende<br />
Mennonieten hier reeds by ufurpatie toegelaa-<br />
ten, tot het Burgerrecht en Gilden toegelaa-<br />
ten te zien, en hun daarvan ten fpoedigRea<br />
verzekering te verleenen (*).<br />
3. ) De derde: „ Dat Hun Ed. Achtb. geen<br />
Roomschgezinden , Mennonieten , Uitheem-<br />
fcben of 'Minderjaarigen , en in 'r. algemeen<br />
geene, volfrrekt onbevoegde Perfoonen, voor<br />
Rembevoegden, of flemgerechtigden over de<br />
Privilegi en en Voorrechten van Gilden en die<br />
aan het Burgerrecht verbonden zyn, zullen ge<br />
lieven te erkennen, en daarvan aan Gilden en<br />
Burgery de verëischte fchriftelyke verzekering<br />
ten lpoedigften toeflaan.<br />
4. ) De vierde was; „ Dat Hun Ed. Achtb.<br />
by Hun Lichaam, en by Hun IVel Ed. Hoog<br />
Achtb. binnen korte dagen geliefden uittewer-<br />
ken, dat de oude Gecommitteerden, by Bur<br />
gery en Gilden (van hunnen aanhang) verlaa.<br />
ten, voor wettig verlaaten mogten gehouden,<br />
en zy (nieuwe Gecommitteerden zoo zy zei<br />
den) wettig aangefielde Gecommitteerden en<br />
i*.<br />
Z o<br />
° w s !<br />
Keur.<br />
m n bief, zoo vvd als in Brabandi, ooi;<br />
tic za.'U \an den Godsdienst in \ 1'pel te brengen, als of dq<br />
Ycrbceicijng van misbruiken voor denzelven fcliadclyk
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 329<br />
Keurnooten , voor wettig aangeftelde Gecommitteerden<br />
en Keurnooten van Gilden en Burgery<br />
befchouwd en behandeld mogten worden,<br />
met vernietiging, immers intrekking van alle,<br />
daar tegen ftrydende beflellingen en beiluiten.<br />
By deeze eisfchen werd in 't flot van 't Verzoekfchrift<br />
, (indien het dien naam draagen<br />
mogt,) eene bedreiging gevoegd; dat de Gilden<br />
en Burgery, indien dit hun Adres wederom<br />
als voorheen, het zy in een of ander opzigt,<br />
van de hand mogte geweezen worden,<br />
of dit met een verwylend ftilzwygen beantwoord,<br />
dan toevlugt zouden neemen tot die<br />
wegen en middelen, welke hun, tot bereiking<br />
van dit een en ander, nog overgebleeven waren<br />
, enz.<br />
Door dit ftout en onbefcheiden Adres, dat<br />
meer naar een oppermagtig bevel aan onderhoorigen<br />
, dan naar een Verzoekfchrift van<br />
Burgers aan hunne Overigheid geleek , verbaasde<br />
fommige Leden van Raad en Gemeente<br />
zodanig, dat zy overhelden om hunne Posten<br />
neder te leggen; doch men befloot, eerst te<br />
zien, welk Rapport de Commisfie, aan welke<br />
het Request in handen gefield was , daarop<br />
zoude uitbrengen. Toen dit voorneemen der<br />
Regeering bekend werd, Relden de gewapende<br />
Burgers aanRonds pooging in 't werk, om<br />
de bevreesde Leden van Raad en Gemeente<br />
eenen riem onder het hart te Reeken, en leiden,<br />
dien zelfden namiddag, in de Burger-<br />
X 5 So-<br />
1786.<br />
Sommige<br />
Regen ren<br />
daar doorverbaasd.
1786.<br />
330 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Sociëteit een Verzoekfchrift ter teekening;<br />
waarin zy te kennen gaven , dat zy , uit aanmeiking<br />
van den hachlyken en verwarden toeftand<br />
der Stad, zich verpligt vonden, om de<br />
Magiftraat en Gezwoorene Gemeente tot alle hartelyke<br />
Befluiten aantemoedigen ; als ook om de<br />
vry willige Burger-Militie onder de Wapenen<br />
te houden , ten einde de beraadflaagingen ,<br />
welke door Raad en Gemeente genoomen waren<br />
, of nog te neemen, om het fchadelyk en<br />
drukkend Regeerings-Reglement te vernietigen<br />
; de rust en veiligheid in de Stad, welke<br />
door een oproerigen hoop fcheen te zullen<br />
verbrooken worden, te. herftellen en te be«<br />
vestigen, met alle kragtige middelen, ja des<br />
noods , met lyf en goed, te zullen helpen<br />
handhaaven; om zoo, onder Gods zegen, de<br />
rust cn veiligheid volkoomen te herftellen, en<br />
by de eerfte oproerige beweegingen, als mannen<br />
van eere, met de Wapenen voor het Raadhuis<br />
cordaat te verfchynen.<br />
' Worden Dit Adres werd dien zelfden avond en den<br />
«loor dc Gewapende<br />
volgenden morgen door het gantfche gewapen<br />
Burgers bede Genootfchap geteekend, en des Saturdags,<br />
moedigd.<br />
den 20 January, namiddag ten twee uuren<br />
door-zes Burger-Officieren aan den Raaden<br />
Gezwoorene Gemeente tot dat einde vergaderd,<br />
ingeleeverd. Gelyk ook nog een ander<br />
voor die geenen, die niet inftaat waren, of<br />
het niet geoorloofd achtten, de Wapenen te<br />
voeren; waarby zy verklaarden, de Burger-<br />
Of-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 331<br />
Officieren verzocht en gemagtigd te hebben,<br />
om mede uit hunnen naam de Regeering der<br />
Stad te verzoeken, om het bellier, dat haar<br />
aanbetrouwd was, geduurende den wettigen<br />
tyd, te willen agtervolgen, de lust, veiligheid<br />
en goede orde door alle moogelyke en<br />
gepaste middelen te onderhouden, en het be^st<br />
en de belangen deezer Stad en Provintie met<br />
alie vermoogen te bevorderen en te bewerken.<br />
— Beloovende de Hooge Regeering in<br />
al het geen voorfz., naar hun uiterRe en beste<br />
vermoogen, getrouwelyk te zullen helpen en<br />
byflaan , enz. Eenige der Predikanten van de<br />
Stad zelfs gordden de Wapenen aan en trokken<br />
ter Wacht, om zich tegen den oproerigen<br />
hoop te verzetten en de rust te helpen bewaaren.<br />
Ondertusfchen hadt de Commisfie, aan welke<br />
het Request der nieuwe Gecommitteerden ter<br />
handgefteld was, een provifioneel Rapport uit»<br />
gebragt,. het welk hoofdzaakelyk behelsde :<br />
Dat de Commisfie heeft moeten befluiten, dat<br />
de Regcering, uit overtuiging dat de inhoud<br />
van 't Request, fchoon onder bedekte uitdrukkingen,<br />
voornaamelyk bedoelde, om de Oranje<br />
Party binnen de Stad weder op den troon te<br />
brengen , genoeg betoond hadt, ongeneegen<br />
te zyn, aan verzoeken te voldoen , die duide-<br />
Iyk ftrekten om den nadeeligen Stadhouderlyken<br />
invloed te behouden, en die Stad en Provintie<br />
onder het Oranje-Juk te brengen; en<br />
'dat<br />
1786".<br />
Pro\ifioneel<br />
Rapport op<br />
liet Adres<br />
der nieuwe<br />
Gecommitteerden.
1786.<br />
Waarmede<br />
Raad en Ge-<br />
332 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
dat een groot getal Regenten zelfs verklaard<br />
hadt, liever op het oogenblik het Stadhuis en<br />
hunne Posten te willen verlaaten, en zich zelfs<br />
met der woon naa elders te begeeven , dan<br />
daaraan toegeevcn , en onder eene Burgery,<br />
die toont hun te wantrouwen, en aan de oprokkening<br />
van een Oranje - Cabaal gehoor te<br />
geeven, te blyven woonen; nogthans waren<br />
'er ook, die oordeelden, zulks niet te moeten<br />
doen, voor dat zy daartoe, ingevolge de be.<br />
dreigingen, in het Request duideiyk opgeflooten,<br />
door overmagt van geweld, genoodzaakt<br />
wierden. Weshalven de Commisfie van gedachte<br />
was, dat Raad en Gemeente maar de<br />
noodige order moest ftellen, om de rust en<br />
veiligheid in de Stad te bewaaren; waartoe onder<br />
andereu zoude dienen, te bepaalen , dat<br />
alle fchade, die een iegelyk, binnen de Stad<br />
woonachtig , door openbaar geweld mogt lyden,<br />
uit Stads Kas zou vergoed worden.<br />
Voorts vertrouwden Gecommitteerden , in<br />
hun uittebrengen finaal Rapport, binnen weinigen<br />
dagen, aan Raad-en Gemeente te zullen<br />
toonen, dat de Requestranten door den Infteller<br />
van het Request elendig misleid waren ;<br />
dat men hen tegen hunne eigen oogmerken<br />
heeft doen aanwerken; en dat 'er dus hope<br />
was, dat zy van hunne dwaaling zouden terugkoomen;<br />
ten welken einde de Commisfie het<br />
Request ook daadelyk hadt doen drukken.<br />
Raad en Gemeente vereenigden zich met dit<br />
Rap-
ONLUSTEN i * HET VADERLAND 333<br />
Rapport, en gaven een antwoord uit op het<br />
Adres der gewapende Burgers; waarin zy hun<br />
genoegen betuigden , over den cordaaten yver<br />
van de goede Burgeren en Ingezeetenen, die<br />
zich op dien dag aan hun geaddresfeerd hadden;<br />
te gelyk betuigende, bereid te zyn, om<br />
van hunnen kant , zoo lang moogelyk, alles<br />
toetebrengen , wat (trekken kon om de noodige<br />
verbeetering in de Regeeringswyze tc<br />
wege te brengen, en ondertusfchen de rust en<br />
veiligheid in de Stad te bewaaren ; dat zy ook<br />
beflooten hadden, dat voor alle die geenen,<br />
welke ter gelegenheid van die beveiliging mogten<br />
verminkt, gekwetst of gedood worden,<br />
als mede voor de Weduwen of Weezen van<br />
Stads wegen zoude gezorgd worden. Eindelyk<br />
werd de Commisfie van 't Defenfiewezen<br />
gemagtigd om , overeenkomftig de bovengemelde<br />
Befluiten , de noodige voorziening te<br />
doen (*).<br />
Op het bovengemelde Adres der nieuwe Gecommitteerden<br />
, dat vier onbefcheidene eis«<br />
fchen behelsde, werdt op den 3 February een<br />
hartelyk Befluit by~Raad en Gemeente genoomen<br />
; by het welke Hun Ed. Achtb. vcrftonden<br />
, dat hetzelve Adres, als behelzende verzoeken<br />
, die regtftreeks tegen de uitdrukkelyke<br />
begeerte van. verre het aanzienlykfte gedeelte<br />
der Burgery aanliepen , alle beantwoording<br />
£*; Nlietfe Nederl. Jaarb. January ir/2?. bladz, T46 —159.<br />
meente zicis<br />
vereenigcu.<br />
Harrelyt<br />
Eefluit van<br />
Raad ea<br />
Gemecite<br />
op het<br />
Addres der'<br />
Nieuwe Gecommitteerden.
3786.<br />
334 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
ding van de zyde der Regcering onwaardig<br />
wa«, en eerder derzelver hoogfte verontwaardiging<br />
verdiende; en voorts goedgevonden aan<br />
bovengemelde Perfoonen te kennen te geeven,<br />
dat Raad en Gemeente, inhereerende de gronden<br />
van het Antwoord op voorig Addres afgegeeven,<br />
thans voor de laatftemaal ernftig aan<br />
dezelven aanbeveelen en gelasten, zich van<br />
het ontvangen deezes af, fliptelyk te onthouden<br />
van zich, op eenigerhande wyze, als Gecommitteerden<br />
en Keurnoten van Gilden en<br />
Burgery te gedraagen, en Gilden of andere<br />
Collegiën, in die hoedanigheid by een te roepen;<br />
op flraffe, dat ieder van dezelven, die<br />
bevonden zou worden hier tegen gedaan te<br />
hebben, aanftonds van zyn Burger-Recht zal<br />
verklaard worden verftooken te zyn; en daarenboven<br />
, alzoo Raad en Gemeente als dan<br />
geene reden meer zouden hebben, om hen<br />
eenigermaate als doer den Infteller van hun<br />
Addres verleide Perfoonen aan te merken, dat<br />
zy lieden verantwoordelyk zouden zyn voor<br />
alle onrustige beweegingen, en de gevolgen<br />
van dezelven, welken door hun lieder toedoen<br />
binnen de Stad zouden ontftaan; waar over zy<br />
dan, naar omftandigheid van zaaken, en naar<br />
dat ieder van hun daar toe meer of minder zou<br />
bevonden worden , toegebiagt te hebben ,<br />
zonder verdere oogluiking, zodanig zouden<br />
geftraft worden, als naar rechten en tot handhaaving<br />
van de openbaare rust en veiligheid<br />
ZQU
ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 335<br />
zou bevonden worden te behooren. En werd<br />
hier van Extract aan ieder van de voornoemde<br />
Perfoonen (die het Adres onderteekend had*<br />
den) toegezonden, om zich daar naar te ge<br />
draagen (*).<br />
Dit Befluit hadt zyne uitwerking; men is<br />
voortgegaan met het in orde brengen van het<br />
nieuwe Regeerings-Reglement; en op den 23<br />
February, den gewoonen Keurdag, is door de<br />
Gezwoorene Gemeente zelve de plaats van<br />
een Medelid, door den dood van den Heer<br />
J O O S T J O R D E N S opengevallen, onverhinderd<br />
vervuld met den Perfoon van den Heer<br />
G E R A R D S C H I M M E E P E N N I N K de Jonge.<br />
Vervolgends werden door dezelven, in plaats<br />
van de afgaande Burgemeesters, nieuwe Burgemeesters<br />
verkooren (f), alles buiten invloed<br />
van den Stadhouder.<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1787. bladz. 579—5S1.<br />
(D Ibid. Maart 1787. bladz. 581.<br />
Einde van het derde Deel.<br />
178(5-<br />
Gevolg<br />
daar vart.
B E K N O P T E<br />
M X S T O JR X JE<br />
D E R<br />
O N L U S T E N<br />
I N D E<br />
l E D E i L A I D E I ,<br />
SEDERT DE ONDERHANDELINGEN OVER DE<br />
GEWAPENDE NEUTRALITEIT IN 1780.<br />
TOT OP DEEZEN TYD.<br />
ÜIT ECHTE STUKKEN BYEEN GESTELD.<br />
f<br />
M E T P L A A T E N .<br />
V I E R D E D E E L .<br />
I N B R A B A N T J .
VADERLANDSCHE VRIENDEN!<br />
Ook in deeze bladen hebbe ik die onzydyj.eü<br />
trachten te bewaaren, maar ook tevens die liefde<br />
tot het Land onzer geboorte doen door(Iraaien,<br />
".vellen beiden gy aan de reeds uitgegeevem deelen<br />
deezes Werks zoo ruimfchoots hebt toegekend.<br />
Het hier verhaalde, Land- en Lotgenoot en!<br />
raakt ook u van zeer naêrby. Gy vindt daarin<br />
eenen fpiegel opgehangen van de rampen, die den Va-<br />
tderlyken eigen-grond getroffen, — van de verdeeld-<br />
lieden , die het hart der Ingeztetenen verfcheurd 9<br />
êeezen van eikair vervreemd hebben, en, ongeluk-<br />
* a Jtigt
. C i )<br />
hg! nog af herig blyven houden; in één woord ƒ<br />
gy ziet u zeiven, uwe tydgenootcn, en beider on-<br />
derfcheidene bedryven. Eene en anderen eisfehen<br />
ten eenigen tyde uwen aandacht.<br />
Mooge de Uyde dag eerlang aanbreèken, dat Ne-<br />
derland alle deszelfs Burgeren in zynen omtrek<br />
gelukkig zie; ~ dat het recht der menschheid den<br />
mensch her ge even, en de olyfder Fr ede aVómme over<br />
den wyden aardbodem geplukt worde!<br />
AAN WYZING DER PLAATEN.<br />
Plaat I. Slag aan de Vaart. pag.<br />
<strong>II</strong>. Pourtret van Mr. c. G. VIS-<br />
SCHER. . . p 9<<br />
• <strong>II</strong>I. Pourtret van VAN RER VEERK. ioo.<br />
• IV. Ruïne van het geplunderde<br />
huis van Dr. STEVENINK. 135,
B E K N O P T E<br />
M X S T O M X JE<br />
D E R<br />
O N L U S T E N<br />
I N H É T<br />
V A Ö Ë t L A I l ) ,<br />
E E R S T E H O O F D S T U K .<br />
Behelzende de Gebeurtenisfen van het begin des<br />
Jaars 1787. tot aan het Gevecht, tusfehen<br />
een Detachement Soldaaten van V A N E F-<br />
F E R E N , en eenige O T R E C H T S C H E<br />
Burgers, by V R E E S W Y K , (gezegd<br />
D E V A A R 1.)<br />
Niet dan niet de groende aandoeningen innig<br />
medelyden over en met myn gefolterd<br />
Vaderland, hervat ik thans den draad der Gebeurtenisfen,<br />
die elk rechtaartig Nederlander,<br />
by de herdenking, het hart van fpyt moeten<br />
doen bloeden. By voorgaande gelegenheden<br />
hebben wy gezien, dat de Onlusten al veel<br />
ontitaan zyn uit de zucht en yver tot herftel<br />
van iagefloopeue misbruiken , to; inroeping<br />
A vast<br />
1787,
?7 S<br />
7*<br />
t BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
van oude Rechten, en verdonkerde of vet<br />
waarloosde Voorrechten, zoo wel in de kleine<br />
, als in de groote Steden. En dewyl hieromtrent<br />
doorgaands verfchil was van gevoelens<br />
tusfehen de Regenten onder eikanderen, of<br />
tusfehen de Regenten en Burgers, of ook wel<br />
tusfehen de eenen en anderen, of tusfehen<br />
die allen en de hooger Regeerders; zoo ontftonden<br />
daar uit onëenigheden, twisten, vyandfehappen,<br />
die fomtyds zeer hoog liepen»<br />
Aanftonds met het begin van dit jaar, zag men<br />
daar van een voorbeeld in de Hollandfchs Stad<br />
Heusden, waarvan ik hier kortelyk het verhaal<br />
zal doen»<br />
Geconftitu<br />
Een groot getal Burgers en Ingezeetenen<br />
ëerden di.r<br />
tóurgery te der ftad Heusden, hadden op den 26 July era<br />
Heusdsn ,<br />
roepen de 4 September 1786. zes Geconftituëerden uif<br />
zelve byeen»<br />
hun midden by Natariale Acïe aangefteld; deezen<br />
vergaaderden alle hunne Aanftellers op den<br />
2 January 1787. in de groote Kerk by een, en<br />
vraagden hun, of zy begeerden, dat de Regeering<br />
der Stad , volgends het oude Voorrecht,<br />
en naar het Magifiraats-Befluit, dat op<br />
den 27 December 1783- daaromtrent reeds genoomen<br />
was, op dien dag zou veranderd, ea<br />
ra die verandering een vast Reglement beraamd<br />
worden, waar door het oude Graaflyke Voorrecht<br />
zou vernietigd, de aanfteliing der Regenten<br />
aan de Burgery gebragt, en de oprechting<br />
van een Collegie van Gecommitteerden<br />
bit de Burgery ingevoerd worden ? Dit werd<br />
net
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 3<br />
met ja beantwoord. Daarna verzochten Geconftituëerden<br />
Vergaadering van den Magiftraat,<br />
Schout en Schepenen, tegen den volgenden<br />
dag; het welk toegedaan zynde, fcheidden<br />
de vergaaderde Burgers. Toen nu den<br />
volgenden dag de Magiftraat vergaaderd was,<br />
verfcheenen de Geconftituëerden in de Vergaadering,<br />
en gaven aan den Magiftraat kennis<br />
van het voorneemen der Burgery, verzochten<br />
de goedkeuring van den Magiftraat, en magtiging<br />
om tot dat einde alles voor te bereiden j<br />
byzonderlyk om alle de Burgers en Ingezeetenen<br />
by openbaare trommelftag te moogen oproepen<br />
tegen den 6& January. Dit werd ook<br />
aanftonds toegeftaan. Vervolgends verfcheenen<br />
de Geconftituëerden in de Vergaadering<br />
van Schouten Schepenen, en verzochten, dat<br />
dit Collegie een Nominatie zoude maaken van<br />
zeven Perfoonen, om dezelven, volgends het<br />
oude gebruik, aan den Drosfaart over te geeven,<br />
ten einde hy twee Perfoonen daar van<br />
zoude uitfchrappen, om die plaatfen met twee<br />
Oud-Schepenen aan te vullen; op dat de vyf<br />
overgebleevene Perfoonen, op de Nominatie<br />
gefteld, met de twee Oud-Schepenen, daar<br />
by gevoegd, door den Scheut beëedigd en ingehuldigd<br />
zouden worden. Dit verzoek werd<br />
insgelyks aanftonds ingewilligd,dewyl 'ermaar<br />
een van de Regenten, welke zich altijd tegen<br />
die onderneeming verzet hadden, in die Vergaadering<br />
tegenwoordig was.<br />
A 2 Op<br />
1787.
17-87.<br />
Doen lófi»<br />
nuatiën aan<br />
tien Subtil,<br />
tuut Dros.<br />
faart.<br />
De Subftï.<br />
mui. doer.<br />
eene Tegen,<br />
lnfinuacie.<br />
4 BEKNOPTE HISTÓRÏE DES<br />
Op dien zelfden dag deeden de GeconftitcK<br />
eerden ook, wegens de afwezigheid van den<br />
Drosfaart en Schout, zynen Stedehouder j. A.<br />
OER LACH, door twee Gerechts-Boden met<br />
twee onderfcheidene aanduidingen opeisfehen,<br />
om op den 6 January des voormiddags ten half<br />
elf uuren op het Stadhuis te verfchynen , ten<br />
einde, als Drosfaart de voorgemelde uitfehrap»<br />
ping van twee der zeven benoemde Perfoonen<br />
te doen, en derzelver plaatfen met twee Oud-<br />
Schepenen aan te vullen; en als Schout de zeven<br />
nieuwe Schepenen te beëedigen, met bepaaling<br />
nogthans, dat hy de twee Oud-Sche<br />
penen, ABRAHAM VAN BAAK en JAN<br />
LODEWYK NOLLET, (als welke om hunnen<br />
verfoeijelyken tegen/land [zoo als zy zeiden}<br />
tegen het ingeroepen Voorrecht, door de Burgery<br />
niet langer vbor haare wettige Vertegenwoordigers<br />
zouden erkend worden) niet mogt<br />
verkiezen, in plaats van de twee uit te fchrappene<br />
perfoonen; en met verklaaring, dat hy, indien<br />
op den geflelden tyd op het Stadhuis niet verfcheen,<br />
zou gehouden worden onwillig te zyn,<br />
om aan de voorzeide Opëisfching te voldoen.<br />
De Stedehouder deed den volgenden dag,<br />
den 4 January eene Tegen • Aanduiding aan<br />
Heeren Schepenen en aan de Geconftituëerden<br />
, waar door hy zyne weigering te kennengaf,<br />
en tegen al het voorige verrichte protefleerde;<br />
voorgeevende, dat hy hetzelve aanmerkte,<br />
als een aanval tegen het gezag van<br />
de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. $<br />
de Souvraine Vertegenwoordigers deezer Pro»<br />
vihtie. Doch de Geconftituëerden werden hier<br />
door geenzins afgefchrikt: Zy deeden»op den<br />
5 January, alle de Burgers en Ingezeetenen,<br />
by openbaaren Trommelflag in alle de Wyken<br />
der Stad, door eenen Gerechts-Bode en op<br />
.magtiging van den Magiftraat, oproepen tegen<br />
den 6 January des morgens ten elf uuren , met<br />
uitdrukkelyke verklaaring, dat die geenen,<br />
welken op dien tyd niet verfcheenen, zouden<br />
gehouden worden toe te Memmen in alles, wat<br />
als dan door de vergaaderde Burgers zou beflooten<br />
en gedaan worden.<br />
1787.<br />
Op dien plechtigen Dag dan, die voor de Toeftel tot<br />
de verandc-<br />
Heusdenfche Burgers altoos gedenkwaardig zouring van<br />
Regenten.<br />
de zyn, wegens de groote zaak, die daarop<br />
zoude verricht worden, werd het Stadhuis al<br />
vroeg in den morgenftond, op bevel van den<br />
Magiftraat, bezet met eene Wacht van 24 gewapende<br />
Burgers met een Officier aan hun<br />
hoofd; en ten negen uuren werdt door het luijen<br />
van alle de klokken der Stad , geduurende een<br />
half uur, deeze buitengewoone gebeurtenis<br />
aangekondigd. Geduurende een volgend half<br />
Uur werd op de klokken gefpeeld, en daarop<br />
volgde weder een half uur luijens van alle de<br />
klokken. Ten half elf uuren, toen het luijen<br />
der klokken ophield, werd nog eens door alle<br />
de Tamboers de vergaadering geflaagen, waar<br />
na de zes Geconftituëerden op het uitftek van<br />
bet Stadhuis, verfcheenen met den Secretaris<br />
A 3 der
1787.<br />
Verklaring<br />
ran de Burgersvoorgeleezcrr.<br />
6 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
der Stad: Zy vraagden nogmaals aan de faa:<br />
mengekoomene opgeroepene Burgers, of het<br />
Hunlieder voorneemen bleef, om op deezen<br />
dag met de verandering van de Regcering voort<br />
te gaan? Dit werd met ja beantwoord ,en toen<br />
deeden de Geconftituëerden door eenen van<br />
hun eene Verklaaring aan de vergaaderde Burgers<br />
voorleezen, met weke Verkiaaring alle*<br />
de oude Regenten door de Burgery ontflaagen<br />
werden uit den Eed, dien zy in 't Jaar 1783.<br />
gedaan hadden. De Heeren Dr. F. F. LEE<br />
MANS, F. RANT, G. DE KOCK, D. PAPET,<br />
J. A. RIETVELDT en C W. PROBSTING,<br />
werden bedankt, voor dat zy door hunne medewerking<br />
tot het bovengemelde Befluit van<br />
den 27 December 1785., ia het Ontwerp hadden<br />
toegeftemd; daarentegen werd de hoogfte<br />
verontwaardiging betuigd voor de Heeren<br />
ADAM RAÜWS, JAN LODEWYK NOLLET<br />
en ABRAHAM VAN BAAK, om dat zy zich<br />
door hunne Nota's en Protesten tegen dat Beduit<br />
van den Magiftraat verzet hadden; om<br />
welke reden zy nu ook verklaard werden, hunje<br />
Posten als Oud-Raaden verbeurd te héb-<br />
Den , en hun verbooden werd, zich ooit die<br />
j ïoedanigheid aan te neemen, en voorts ver»<br />
daard, dat zy voortaan nimmer tot Raaden,<br />
jf eenige Stadsbediening verkiesbaar zouden<br />
1<br />
tyn. Deeze Verkiaaring werd. door de Burjers<br />
wederom met ja beantwoord met luider<br />
I<br />
lemme, zy werd aan den Secretaris overge-<br />
i<br />
gee-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. * i<br />
geeven, om in den naam der Burgery in hel ;<br />
Register der Handelingen van den Magiftraai<br />
ingefchreeven, en een echt Affchrift daar vat<br />
aan de gemelde Heeren gegeeven te worden<br />
het welke de Secretaris aannam en beloofde.<br />
1787-<br />
, Verkiezing<br />
Hier na werd de bovengemelde Tegen-Aan van Schepe<br />
duiding van den Stedehouder ! j. A. GERLACH, nen door<br />
het Volls<br />
:<br />
aan het Volk voorgeleezen; doch alzoo he zelve.<br />
Volk, des onaangezien, by zyn voorneemei<br />
bleef; zoo werd de Drosfaart en Schout doo: I<br />
een Gerechts - Bode nog driemaal opgeroepen<br />
doch hy verfcheen niet, en toon verrichtti i<br />
het Volk zelve, dat de Drosfaart ten tyde de r<br />
Graven, gewoon was te doen; te weeten twei<br />
van de zeven benoemde Schepenen op de No<br />
minatie door te fchrappen, en derzelver plaat S<br />
met twee Oud-Schepenen aan te vullen. D<br />
verkoozene Heeren Schepenen werden ver<br />
volgends door eene Commisfie uit de Gecon<br />
ftituëerdendoor twee Stadsboden voorgegaan<br />
s<br />
op het Stadhuis verzocht en geleid, en doo<br />
de Geconftituëerden, als door 't Volk daarto r<br />
gemagtigd, in den Eed genoomen en ingehul<br />
digd. Daarna werden zy verzocht om drie Bur<br />
gemeesters te verkiezen; dit deeden zy, d<br />
verkoorene Burgemeesteren werden aan't Vol |<br />
voorgefteld, het welk zyne goedkeuring daa r<br />
over niet een uitroep van Hoezee! te kenne a<br />
!»<br />
gaf; en deeze nieuwverkoorene Burgemeesti<br />
ïen weiden op dezelfde wyze door de Gecoi M<br />
A 4<br />
i*
ï78 7.<br />
Na deeze plechtige verrichtingen werd aan<br />
glement vat<br />
Rcgeeiing het Volk door de Geconftituëerden een Regle<br />
11/gCkOclii.<br />
ment voorgeleezen, het welk reeds eenigerj<br />
tyd op eene aangeweezene plaats voor de Burgery<br />
ter leezing-en onderzoeking had voorge.<br />
leegen. Door dit Reglement werd het Privilegie,<br />
omtrent de Jaarlykfche verkiezing der<br />
Regenten vernietigd, derzelver aanfteliing aan<br />
de Burgery gebragt, en een Collegie van negen<br />
bevoegde Gecommitteerden uit de Burgery<br />
ingevoerd. Vervolgends werd het Reglement<br />
door de vergaaderde Burgery goedgekeurd en<br />
door de Geconftituëerden in den Raad gebragt;<br />
de Raad keurde het eenpaarig goed , begaf<br />
zich met den Secretaris en de Geconflituëerden<br />
weder op het Uitftek van het Stadhuis, en<br />
bezwoeren hetzelve gefaarnentlyk in de tegenwoordigheid<br />
van het gantfche Volk. Vervolgends<br />
verkoos de Burgery uit haar midden negen<br />
Gecommitteerden, die aan den Raad waren<br />
voorgefteld, en voor deeze reis den Eed<br />
in handen der Burgemeesteren afleiden; terwyl<br />
de vergaaderde menigte zulks met een Hoezee!<br />
toejuichte.<br />
Eerfte verrichting<br />
der<br />
Gecommitteerden<br />
uit<br />
de Burgery.<br />
3 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ftituëerden opgehaald, beëedigd en ingehul<br />
digd, als met de Schepenen gefchied was.<br />
De Gecommitteerden, nu aangefteld en be.<br />
eedigd zynde, begonnen aanftonds hunne bediening<br />
met een Voorftel aan de Burgery te<br />
doen, en deeze befloot 'er toe, om van den<br />
iaad te begeeren, dat dezelve het recht van
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, p<br />
Zitting en Stem in.de Vergaadering der Staaten<br />
deezer Provintie, voor deeze Stad, zoude inroepen,<br />
en als van ouds de plaats deezer Stad<br />
in die Vergaadering weder inneemen. Deeze<br />
begeerte der Burgery werdt in den Raad gebragt<br />
, door denzelven eenpaarig daartoe beflooten,<br />
en van dit Befluit aanflonds aan 't Volk<br />
kennis gegeeven; en daarby gevoegd, dat de<br />
Raad te gelyk beflooten hadt, om den volgenden<br />
dag, in de openbaare Kerken der Stad, God<br />
openlyk te danken voor de gebeurtenis van<br />
deezen dag, en te gelyk te fmeeken , dat deeze<br />
Stad en Eurgery in alle opzichten Gods zegen<br />
en gunftige befcherming over deeze daaden<br />
mogten blyven ondervinden: Dat voorts de<br />
Predikanten, door een Befluit van den Magiftraat<br />
zouden gelast worden, om voortaan, in<br />
hunne openbaare Gebeden, aanftonds na de<br />
Regeering der Stad, ook aan het Collegie der<br />
Gecommitteerden uit de Burgery te gedenken :<br />
Dit alles verricht zynde, werdt de Burgery<br />
door Gecommitteerden geluk gewenscht over<br />
den uitflag haarer poogingen, de gewapende<br />
Schutters voor hunnen byftand bedankt , en<br />
elk keerde weder naa zyn huis, ten drie uuren<br />
pa den middag; terwyl de klokken een geheel<br />
uur luiden, en het klokkengefpel daarna, geduurende<br />
nog een half uur, deeze plechtigheid<br />
befloot.<br />
Openbaare<br />
Ingevolge van het voorgemelde Befluit des<br />
Dankzeg<br />
Magiftraats, werdt op den 7de January open- ging in ds<br />
A 5 baa-
1*7^7-<br />
Kerken over<br />
fcet gebeurde.<br />
Be >Jagiftraat<br />
geeft<br />
van alles<br />
Kennis aan<br />
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, u<br />
Ridderfchap, uirgenoomen de Ridder 'WASSE<br />
NAAR van Starrenburg oordeelde, dat deeze<br />
Route Rap niet anders kon aangemerkt worden,<br />
dan als een crimen leefas Majefiatis, eenq<br />
misdaad van gekwetfte Hoogheid. De Gedeputeerden<br />
van Leyden voegden zich by dit<br />
Advies ; doch verfcheidene Leden der Vroedfchap<br />
van Leyden waren daar over teonvreden,<br />
waarom zy naderhand ook van hetzelve moesten<br />
afzien. De Gedeputeerden van Dordredu<br />
beweerden, dat de opfchorting in 1783. alleenlyk<br />
verleend was tegen het niet verkiezen<br />
van eenen nieuwen MagiRraat, uit de overgeleverde<br />
Nominatie aan Zyne Hoogheid; maai<br />
dat de Regenten niet in hunne Posten door de<br />
Staaten waren bevestigd- De Gedeputeerden<br />
van Gorinchem verklaarden, in naam van hunne<br />
Principaalcn, te vertrouwen, dat alle de Leden<br />
van Hun Edel Groot Moogende met hun<br />
zouden infleromen, dat deeze flap ten uiterfte<br />
beleedigend was, voor Hun Edel Groot Moogende,<br />
en deeden dien volgends een Voorflel:<br />
Dat van wegen Hun Edel Groot Moogende<br />
de zoo genaamde Regeering van Heusden wierde<br />
aangefchreeven, om, hangende de beraadflaagingen<br />
van Hun Edel Groot Moogende over<br />
de verfchillen, aldaar ontflaan, niets te onderneemen,<br />
waar door de zaaken eenigzins<br />
buiten haar geheel zouden geraaken, het zy<br />
door het Rellen van den Drosfaart buiten zyne<br />
bsdieninge, of door eenige andere Rappen,<br />
n<br />
Voordel<br />
v.ni Gori;<br />
clum.
i»,anfchry •<br />
vifs aan<br />
eenige Hee.<br />
Ten om<br />
Berieht.<br />
Bericht van<br />
den M.ngi«<br />
Sraat.<br />
ia BEKNOPTE HISTORIE DEH<br />
op flraffe van Hun Edel Groot Moogende hoogtfe<br />
verontwaardiging, en dat Hun Edel Groot<br />
Moogende daar tegen daadelyk zouden voorzien;<br />
mitsgaders aan te dringen dat het Befoigne,<br />
ingevolge het Commisforiaal Befluit<br />
van Hun Edel Groot Moogende van den i r.<br />
dcrzelfde maand, op den Brief van den Drosfaart<br />
derzelve Stad, betreffende de aanfchryving,<br />
by hem wegens de pretenfe Magiftraat<br />
der Stad Heusden gevallen , ten fpoedigften<br />
Wierde gehouden." De Steden Dordrecht,<br />
Haarlem* Amjlerdam en Alkmaar verwierpen<br />
het Advies van de Ridderfchap en Leyden, en<br />
de Brief der Heus denaar en, benevens de klagten<br />
van den Drosfaart, en van de Schepenen<br />
KOLLET en VAN BAAK, die hunne bezwaa.<br />
ren aan de Staaten gezonden hadden, werden<br />
Commisforiaal gemaakt , en alle die Rukken<br />
aan de Heeren G. DE KOCK, D. PA PET, J,<br />
A. RIETVELDT, c. W. PROBSTING en r.<br />
RANT, gezonden pm te berichten. Deeze<br />
Heeren bragtep die aanfchryving van de Staaten<br />
in den MagiRraat, en deeze nam op zich, zeiyen<br />
aan de Staaten te zullen berichten, gelyk<br />
zy deeden in eenen breedvoerigen Brief van<br />
den 17 January 1787. qp welken de gemelde<br />
Heeren, in eenen Brief yan dezelfde dagtekening<br />
aan de Staaten zich beriepen. Het Bericht<br />
van den MagiRraat kwam hoofdzaakelyk<br />
daarop uit, dat de verandering derRegeering,<br />
die zy volgends ,de oude Rechten van hunne<br />
Stad
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 13<br />
Stad ondernoomen hadden, mere domejliecq,dat<br />
is eene louter huishoudelyk zaak was, die aan<br />
bun behoorde overgelaaten te worden. Zy<br />
voegden daar by eene Lyst van de Schepenen,<br />
welke op den 6 January door de Burgery voor<br />
dit Jaar verkooi en waren; op dat Hun Edel<br />
Groot Moogende ter verkiezing van drie Schepenen<br />
Commisfarisfen tot de Gemeene Landsmiddelen,<br />
daar mede zouden kunnen handelen,<br />
zoo als zy zouden oerdeelen te behooren.<br />
De Staaten waren met dat Bericht niet voldaan<br />
; maar eischten nader Bericht van de bo<br />
vengemelde Heeren, DE KOCK, RIETVELDT,<br />
TAPET, PROESTING en R ANT j doch hier<br />
op werd wederom als te vooren, door den Magiftraat<br />
geantwoord op den 25 January (*).<br />
De Steden Dordrecht , Haarlem, Leyden,<br />
Gouda, Alkmaar en Enkhuizen bragten by meerderheid<br />
van het groot Befoigne een Rapport<br />
uit, waarmede werd voorgeflaagen,eene Commisfie<br />
uit de Gecommitteerde Raaden naar Heusden<br />
te zenden, ten einde het geen aldaar tegen<br />
de uitdrukkelyke aanfchryving van den Souvrain<br />
van den 25 January gefchied was, te herftellen,<br />
byzonderlyk omtrent den Drosfaart, en<br />
daar van aan de Staaten verflag te doen. De<br />
overige Leden van het Befoigne wilden eene<br />
Commisfie van het Gerechtshof zenden, om<br />
het b-dreevene gerechtelyk te onderzoeken;<br />
dee-<br />
C») Nkuwe Ncierl. 3e»ri. January 1787. Madx nB-xsvu<br />
1787»<br />
Rapport<br />
van het<br />
Bcloigce,
1787-<br />
De zaak<br />
wordt ernftiger.<br />
Dc Tinrsrers<br />
leveren eénf<br />
Verkiaaring<br />
by tle Staaten<br />
in.<br />
14 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
deeze Leden waren de Ridderfchap, Delft j<br />
Amfterdam, Rotterdam en Hoorn. Maar de zeven<br />
Steden, Dordrecht, Haarlem, Gorinchem,<br />
Schoonhoven. Alkmaar , Monnikendam en Pnrme.<br />
rende verëenigden zich met het Rapport. De<br />
tweede Brief der Stad Heusden, die op den 17<br />
February inkwam, was oorzaak , dat op het Rapport<br />
nog niet beflooten werdt. Ondertusfchen<br />
drongen de Gedeputeerden van Gorinchem, op<br />
den 27 February nader aan om op hun gedaan<br />
voorftel te befluiten; waarop beflooten werd,<br />
dat het Befoigne op de Propofitie van Gorinchem<br />
ten fpoedigften zou gehouden worden (*).<br />
Onder het uitftel werd de zaak van Heusden by<br />
verfcheidene Staatsleden hoe langer hoe ernftiger<br />
befchouwd: Gorinchem keurde het gedrag<br />
van zyne Gedeputeerden af, en drong aan op<br />
eene Commisfie van het Hof, om de aanftookers<br />
der ongeregeldheden door 't Hof te doea<br />
te recht ftellen; en ftelde zelfs voor, indien<br />
'er Militie uit Heusdtn moest trekken, dezelve<br />
dan te dóen vervullen, en die Militie onder<br />
de bevelen van het Hof te ftellen (f). De<br />
Burgers en Ingezeetenen hier van onderricht,<br />
en voor de gevolgen daar van beducht,deeden<br />
eene Verkiaaring, door allen hoofd voorhoofd<br />
ondertekend, aan de Staaten inleveren, waarmede<br />
zy te kennen gaven; „ Dat zy voor God verklaar-.<br />
(*) Nieuwe Neder!. Jaarl. January 1787 b'.adz. 21Ö"—218,.<br />
(tl liii Janvary 17S7, bladz. 237.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 15<br />
Maarden, in dat begrip te ftaan, dat zy gehandeld<br />
hadden volgends die rechten, welke<br />
door het goed en bloed hunner Vaderen gekogt,<br />
en door God Almagtig zoo wel aan hun,<br />
als aan de Burgers van Utrecht en alle Inwooners<br />
van dit vrye Nederland gefchonken zyn;<br />
dat zy overeenkomftig de Voorrechten, door<br />
de Staaten zeiven verklaard, gehandeld hadden;<br />
en dat zy op het Reglement, om des algemeenen<br />
welzyns wille, Ocïroy gevraagd<br />
hadden, en daarop een Staats-Befluit wagteden;<br />
dat zy vertrouwden, dat eene nadere<br />
overweeging hier van dat fchrikkelyk voorftel<br />
niet tot een Befluit zou doen koomen. Indien<br />
dit nogthans gebeurde, dat zy dan aan een rechtvaardig<br />
Opperweezen hunne zaak opdraagende,<br />
daarop vertrouwden, en onder inwagting van<br />
Gods vertroosting, door een fchuldeloos geweeten<br />
bemoedigd , in hunnen weerloozen<br />
Staat, bedaard zouden afwagten, welk vonnis<br />
men over hen allen , die in het gebeurde eenig<br />
deel hadden, zoude uitipreeken" (*).<br />
De meeste Staats - Leden helden na de zagtfte<br />
Het voorees<br />
vallene met<br />
zyde over, en de voorgeftelde middelen van eene Publi;<br />
caue.<br />
geftrengheid van fommigen werden afgekeurd,<br />
gelyk aanftonds blyken zal; maar tusfehen beiden<br />
viel 'er nog iets anders voor; den 5Maart<br />
ontving de Heer G ER LACH, Stedehouder van<br />
den Heer VAN DER DOES, Heer van Noord.<br />
vyks (*j Meuwe Keierl. Jaart. Feirttarj 1787. b!*Jz, gor.
iff BEKNOPTE HISTORIE BÉK '<br />
wyk, een Paket met P ablicatièn van de Staaten*<br />
van Holland, waarvan het Opfchrift hield aan<br />
Drosfaart, Burgemeesteren en Regeerders der<br />
Stad Heusden; met het welke hy; na het open<br />
gebrooken te hebben , naa den Secretaris<br />
TROMER ging, om te verneemen, hoe met<br />
deeze Publicatiiin te handelen, dewyl hy den te*<br />
genwoordigen Magiftraat niet erkende. De Secretaris<br />
zeide, zend my dezelve, en ik zal zt<br />
aan den Prejident bezorgen. De Magiftraat hier<br />
van kennis bekoomen hebbende, vergaadérde<br />
en verbood den Secretaris by een Befluit, geene<br />
Publicatiën op die wyze aan te neemen ,<br />
maar dat ze op de gewoone wyze tot kennis van<br />
den Magiftraat gebragt, en dan afgeleezen<br />
moesten worden. De Stedehouder van den<br />
Drosfaart hield zich Ril; en den 7 werd by<br />
den Magiliraat beflooten, eene Stads Publicatie<br />
te vervaardigen,af te leezen en aan te plakken<br />
tegen alles, wat verbooden diende te worden/<br />
Dit gefchiedde, en den volgenden dag (den<br />
8 Maart) was de Magiftraat buitengewoon ver*<br />
gaaderd, en daar werd beflooten, dat men,<br />
alzoo by geruchte vernoomen was, dat 'er<br />
eenige Publicatiën by den Subftituut Drosfaart<br />
ontvangen waren, een Kamerbewaarder diende<br />
te'zenden, met eene pro Memoria, waarin hy<br />
gelast wierde, den Subftituut aan te zeggen:<br />
Indien 'er by hem PublicatLn van de Staaten<br />
„ van Holland ontvangen waren, dezelve, zittens<br />
Vergaadering op het Stadhuis te brqn-<br />
3»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 17<br />
» gen, of aan den Kamerbewaarder mede te<br />
,, geeven, op dat dezelven BEH'O0RLYK<br />
„ konden afgekondigd en aangeplakt worden ;waar-<br />
„ pp de Heer c ER L A C H alleen antwoordde,<br />
Ik heb het gehoord." Nog ontvipg hy met de<br />
Post eenen Brief uit 'sHage, waarin hem gelast<br />
weid: Om met den Secretaris TROMER,<br />
na vooraf van den Commandant byjtand verzocht te<br />
hebben, de Publicatie af te leezen en aan te<br />
plakken." Beide deeze Heeren gingen dan op<br />
het Stadhuis; [terwyl een gedeelte van het<br />
Genootfchap, dat de Wacht zou bezetten,<br />
voor het huis van den Heer RANT, aan de<br />
andere zyde der Stad, vergaaderd was;] en<br />
zy lazen de Publicatie af en plakten ze aan,<br />
zonder de hulpe van den Commandant af te<br />
wagten (*> Wat de inhoud van deeze Publicatie<br />
geweest zy, is op te maaken uit de tyds<br />
gelegenheid: Het was naamelyk drie dagen<br />
voor den 8ilen Maart, Verjaardag van Zyne<br />
Doorluchtige Hoogheid den Prinfe Erfftadhouder;<br />
een dag, op weiken de dolle yveraars<br />
voor den Prins, onder het voorwendfel van<br />
Vreugdebedryven, wel eens onrust, wanorde,<br />
moedwil en allerlei baldaadigheden pleegden<br />
te bedryven. De Staaten, hier voor beducht,<br />
hadden, om zulks voor tefkoomen, op den 28<br />
February eene Publicatie beraamd , waar by<br />
ten ftrengfte, ja zelfs naar vereisch van zaaken<br />
0 KUuwt Ntderl. Jaarb. Maart 1787, Wadi-, 495.<br />
B<br />
niet<br />
1787.<br />
Nadere last<br />
aan den<br />
Subficuut<br />
om de Publicatie<br />
af te<br />
kondigen.<br />
Inhoud der<br />
Publicatie.
J7S7.<br />
Rapport der<br />
Commisfie<br />
ter Stnatsvcrgaadeïing.<br />
18 BEKNOPTE HISTORIE 6ER<br />
met firaffe des doods, verbooden werd, het uitfteeken<br />
van Vlaggen, het doen van Illuminatien,<br />
het draagen van tekenen of leuzen van<br />
Partyfchap, byzonder Oranje Cocardes, firik.<br />
ken, linten, doeken, enz. het roepen van<br />
Oranje boven ! enz. enz. Alle welke dingen<br />
menigmaal misbruikt waren, om beweegingen<br />
en oproeren op fommige Plaatfen te verwekken<br />
; en het is waarfchynelyk deeze Publicatie<br />
geweest, welke de Subftituut Drosfaart ontvangen<br />
hadt(*).<br />
Den 9 Maart werd door de Commisfie een<br />
Rapport ter Staatsvergaadering ingebragt, hee<br />
welk behelsde: ,, Dat van wegen Hun Edel<br />
Groot Moog. aan de Heusdenaars behoorde aangefchreeven<br />
te worden, om alles in dien ftaat<br />
te herftellen, waar in de zaaken voor den 6<br />
January aldaar geweest waren. Alle de Staats*<br />
Leden, Gorinchem alleen uitgezonderd, Remden<br />
daarin toe, en daarop werdt, zonder re.<br />
fumtie, een Befluit genoomen. De Ridderfchap,<br />
Delft, Rotterdam, Brielle, Hoorn, Enkhuizen<br />
, Edam en Medenblik wilden het punt<br />
van naa de fchuldigen aldaar onderzoek te doen,<br />
in beraad(laaging houden; doch andere Staats-<br />
Leden oordeelden, dat 'er geene verdere raadpleeging<br />
te pas kwam, indien aan deeze aanfchryving<br />
voldaan wierde. De Penfionarisfen<br />
van Amjlerdam beweerden, dat men in geen<br />
Niéuwe Nederl, Jaar!/. Feiruary 1787. bladz. 219.'<br />
deu
ONLUSTEN IN HÜT VADERLAND. H<br />
'despotiek Land leefde , en hoe zeer zy de flap. 1787.<br />
pen der Burgery van Heusden moesten afkeuren,<br />
dat nogthans het onberaadene, welk daar<br />
mogt plaats gehad hebben, wel daar aan was<br />
toe te fchryven, dat men ter Staatsvergaadering<br />
aan eene driejaarige klagte geen gehoor<br />
gegeeven hadt. Gorinchem, op een gerechtelyk<br />
onderzoek blyvende aandringen, protefteerde<br />
tegen dit Befluit.<br />
Die van Heusden , deeze aanfchryving van<br />
de Staaten ontvangen hebbende, fchreeven op<br />
den 10 Maart eenen rondgaanden Brief aan de<br />
Staaten der andere Provintiën, welker Bondgenootfchappelyke<br />
dienften en hulpe zy op.<br />
eischten : Ook fchreeven zy aan de Staaten<br />
van Holland, een gemoedelyk bezwaar te hebben<br />
, om aan Hun Edel Groot Moogende<br />
aanfchryving te voldoen , wegens den Eed,<br />
door hen op den 6 January afgelegd. Het<br />
Genootfchap van Wapenhandel fchreef daar<br />
over eenen rondgaanden Brief aan alle de Vaderlandfche<br />
Gcnootfchappen , om raad en<br />
hulpe.<br />
Die van<br />
Heusden<br />
fchryven<br />
aan de<br />
Bondgenoot<br />
ten.<br />
De Staaten van Utrecht, gaven aan die van De Starten<br />
van Utrecht<br />
Holland kennis van den Brief, dien zy van de i chtyveli ;ian<br />
lie van<br />
Heusdenaars ontvangen hadden, en dat zy dien ' lollend<br />
niet hadden beantwoord ;,, om dat zy nooit de ' Lat over.<br />
hand zouden leenen aan zodanige Verzoekers,<br />
die viafacli, door den weg van daadelykheid,<br />
zich zeiven, zonder voorgaande kennis van<br />
den Souvrain, in de eene of andere Regeering<br />
Ba in»
1787-<br />
Be Magiftraat<br />
van<br />
Heusden<br />
I>rotelr.eert.<br />
gé BEKNOPTE HISTORIE DZS'<br />
indrongen." Ondertusfchen kwamen 'er va»<br />
alle kanten Adresfen en Verzoekfchriften ten<br />
voordeele der Heusdenaars, aan de Staaten ;<br />
doch Hun Edel Groot Moogenden vonden op<br />
den 14 Maart goed: „ Om Heeren Gecommitteerde<br />
Raaden te verzoeken, eene Commisfie<br />
uit hun midden na Heusden te zenden ,<br />
ten einde al het geen op den 6 January verricht<br />
was te vernietigen, en de Burgery van dea<br />
gedaanen Eed te. ontflaan; gelyk ook den vooligen<br />
Magiftraat in zyne bediening te herftellen.<br />
De nieuwe Magiftraat kon niet befluiten<br />
om zich aan het Befluit der Staaten te onder,<br />
werpen ; maar wilde pal ftaan; dezelve fchreef<br />
nogmaals aan de Bondgenooten der andere<br />
Provintiën om hulpe, en verklaarde ronduit,<br />
„ bovengemelde Befluit der Staaten niet anders<br />
aan te zien, dan als een daad van geweld, en<br />
als een inbreuk op het gezag en goed recht<br />
van deeze Stad en Burgery, en dienvolgends<br />
daar tegen te zullen protefteeren."<br />
De Commisfie van Gecommitteerde Raaden a<br />
kwam den 20 Maart te Heusden, en vergaaderde<br />
ten 12 uuren op het Stadhuis, voor 't<br />
welke een Detachement Husfaaren van den<br />
Rhyngrave VAN SALM geplaatst was. De Magiftraat,<br />
die den 15 op last en begeerte der<br />
Burgers en Ingezeetenen door den Secretaris<br />
een Protest hadt laaten opftellen, waar door<br />
dezelve het vernietigen van 't geen op den 6<br />
January verricht was, verklaarde een daad van
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, si<br />
geweld en een inbreuk op 't goed reeht en<br />
gezag der Stad, waar tegen dezelve ten fierk-<br />
Ren protefleerde , en dezelve voor nul en<br />
onwaarde te zullen houden, hield zyn woord,<br />
en deed het Protest door den Secretaris<br />
TROMEU inleveren; doch het werd van de<br />
Commisfie niet aangenoomen, maar aan den<br />
Bode terug gegeeven.<br />
Ondertusfchen liet de Commisfie kórt na<br />
twaalf uuren de Stadhuisklok trekken en eene<br />
Publicatie afkondigen; waar door de Gecommitteerde<br />
Raaden, uitnaamen en vanwegen de Edele<br />
Groot Moogende Heeren Staaten van Holland en<br />
Westvriesland, al het geen op den 6 January.<br />
met betrekking tot de Magiftraats befielling<br />
binnen de Stad Heusden verricht was, by dee<br />
ze vernietigden en buiten kragt Relden; et 1<br />
verklaarden alles daadelyk op den ouden voet.<br />
waar op het voor dien tyd geweest was, te her<br />
Rellen. Zoo haa t al de'e'.e Publicatie geleezer |<br />
was, werdt ze ook u tgevoerd , en alle de oude<br />
Regenten door een Staate n - Bode ontboden orn<br />
tegen half twee uuren op het Stadhuis te koo<<br />
men. Ingevolge daarvan verfcheenen de Heeren<br />
G ER LACH Subftit. Drosfaart, A. RAAHWS ;<br />
A. VAN BAAK CD L. NOL KT Op het Stad<br />
huis, en werden in hunne Bedieningen her<br />
fteld. Hier na vertrok de C-immisfie ten drie<br />
uuren uit de Stad , en werdt door vier ei l<br />
twintig Husfaaren tot aan het Jagt, dat eei \<br />
uur gaands buiten de Stad lag, begeleid I 'i<br />
B 3 On l<br />
1787.<br />
Verrichting<br />
der Commibüe,
1787.<br />
Ripport<br />
van het<br />
Befoigne.<br />
De Tii-rjiery<br />
blyft by haar<br />
R.eglement,<br />
22 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Ons genot der Burgerlyke Vryheid heeft niefc<br />
lang geduurd [zoo fpraaken de Heusdenjche<br />
Burgers] nog geen drie volle maanden, het<br />
is als een droom. Wy zyn dan tot onzen voorigen<br />
ftaat van Onderdaanen terug gebragt. Wy<br />
hebben geprotefteerd, meer konden wy niet<br />
doen: nu wagten wy met geduld ons lotlydelyfc<br />
af, (*).<br />
Dus was alles wel op den ouden voet herfteld,<br />
maar de zaak in verfchil hier mede nog<br />
niet afgedaan: Op den 6 April werdt door het<br />
Befoigne over deeze zaak een Rapport uitgebragt,<br />
om die van Heusden te herftellen in het<br />
Privilegie van May 1670.; de uitfchfapping<br />
der twee Perfoonen op de Schepens-Nomina*<br />
tie,en 't aanvullen met twee Oud-Schepenen,<br />
wegens den tusfehen gekoomen dood van<br />
den Drosfaart, door de Staaten te doen, of<br />
door den Drosfaart ad interim, indien 'er een<br />
aangefteld mogt zyn (f). Doch de Burgery,<br />
hier in geen genoegen neemende, vervoegde<br />
zich met eene Verklaaring en Verzoekfchrift<br />
van den 6 Juny aan de Staaten van Holland en<br />
Westvriesland, waarin zy verklaarden, datzy,<br />
aan hunnen Eed getrouw blyvende, als Mannen<br />
van eere van hun Reglement niet konden<br />
afgaan; terwyl door het bloot aanneemen van<br />
het voorgemelde Privilegie in Hun Ed. Groot<br />
Moo-<br />
{•) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 17S7. bladz. 497—507,<br />
(f.; Ibid. Jpril 1787, bladz. 651.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 23<br />
Moogende Befluit van den 11 May . vervat,<br />
en door het eenvoudig toeftemmen van die<br />
Staats-Refolutie, de twee hoofd-verëischten<br />
van het Reglement, de verkiezing der Regenten<br />
door de Burgery, en de invoering van een Collegie<br />
van Burger-Gecommitteerden, geheel uit het<br />
oog verlooren zouden worden, en waartoe dus<br />
niemand der braave Burgery zou kunnen bewoogen<br />
worden — Waarom zy verzochten, dat Hun<br />
Edel Groot Moog. indien zy Hun Oclroy op het<br />
voorgemelde Reglement noodig oordeelden, het»<br />
zelve Oclroy gunftig geliefden te verleenen. —<br />
Of anderzins hetzelve Reglement in gelykvormigheid<br />
van het geen door Hun Ed. Groot Mog.<br />
omtrent het domefticque te Amfterddm en te Rotterdam<br />
begreepen was, als eene mere domefticque<br />
zaak te verklaaren ,. en dat hier omtrent ten<br />
fpóedigfte by Hun Edel Groot Moog. beflooten<br />
wierde. By gelegenheid van het uittrekken l<br />
des Regiments van HARDENBROEK uit de j<br />
Stad Heusden, zonden de Burgers van Heusden i<br />
een Adres aan de Staaten, over het bewaaren<br />
yau de Stad, en 't ontvangen van andere Bezetting;<br />
en voegden daar by, dat zy fpoedig<br />
Befluit verlangden op hun voorig Adres van<br />
den 8 Juny, en dat zy zeiven wel zouden<br />
overgegaan zyn tot voortzetting van hunne<br />
domefticque zaaken; maar dat zy, uit eerbied<br />
voor Hun Edel Groot Moog. daar mede nog<br />
wel hadden willen wagten ; dat evenwel de<br />
burgery, na het afloopen van Hun Edel Groot<br />
B 4 Moog.<br />
(ringt nadat<br />
au op ecu<br />
iefluü der<br />
taaien.
24 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />
Moog. Vergaadering, geduurende dieloopende<br />
week, zonder zodanige gunftige Refolutie<br />
van Hun Edel Groot Moog. of hy onverhoopt<br />
ongunftig Befluit binnen geflelden tyd, zich<br />
volftrekt zon genoodzaakt vinden, haaren geflaafden<br />
Eed op het voorfz. Reglement, in<br />
alle opzigten te handhaaven, en voorts zodanig<br />
te handelen, als zy in goede Consciëntie zouden<br />
oordeclen te behooren (*). Den ICJ Juny<br />
, zonden zy nog een Adres aan de Staaten;<br />
waarin zy verklaarden by hunne voorige Adresfen-te<br />
volharden, en ootmoedig verzochten,<br />
dat Hun Ed. Groot Moog. ten fpoedigften aan<br />
het verlangen' der braave Burgery geliefden te<br />
voldoen. Hier by fchynt deeze zaak door de<br />
volgende en meer en meer toeneemende Onlusten<br />
en troebelen te zyn blyven fteeken (*).<br />
Dewyl de Burgery van Heusden zich beriep<br />
op het geen by Hun Edel Groot Moog. omtrent<br />
het Domejlicque te Amjlerdam en te Rotterdam<br />
begreepen was; zoo verëischt dat eenige<br />
opheldering, en geeft my aaleiding om het<br />
gebeurde in die beide Steden, waarop daar<br />
mede gedoeld wordt, hier kortelyk te verhaalen.<br />
De Burgers in die beide groote Steden,<br />
in een zeer groot getal, verlangden eene<br />
grondwettige herflelling en verbetering van<br />
misbruiken; een gedeelte der Regenten wilden<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Juny, 1787. bladz. 144*1<br />
(t) Ibid. Juny 1787. bladz. 1446 —- 1449. i<br />
daar»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. f$<br />
«laartoe wel met hun medewerken, maar de<br />
meesten waren daar tegen , en poogden dat<br />
werk op allerlye wyzen te flremmen. Om nu<br />
'de Meerderheid in den Raad te verkrygen,<br />
zoo zocht men te Amfterdam, zulks te bewerken<br />
door het uitzetten van eenige tegenwerkende,<br />
en het verkiezen van nieuwe Raaden;<br />
en te Rotterdam door het getal der Raaden van<br />
24 tot 40 te vermeerderen.<br />
op de volgende wyze.<br />
Dit gefchiedde<br />
Te Amfterdam was de Vroedfchap op den<br />
Remotie<br />
van negen<br />
ai April ten 11 uuren vergaaderd, tot drie Raaden te'<br />
uuren nademiddag; wanneer eene Bezending<br />
uit den Burger-Krygsraad, uit dc Vaderlandjfche<br />
Sociëteit, en uit de Burger - Sociëteit na<br />
het Stadhuis ging,- en daar een Verzoekfchrift<br />
Inleverden; de Raad was reeds gefcheiuen, en<br />
eenige Raaden wilden van het Stadhuis afgaan;<br />
doch zy werden door eenige Burgerheeren<br />
verzocht cn Rerk daarop aangedrongen, dat<br />
zy wilden te rug keeren, cn over het Verzoek,<br />
dat hun gedaan zou worden, beraadflaagen.<br />
Zy keerden dan terug'in de Raadkamer, gelyk<br />
ook de Burgemeesters, en Burgemeester<br />
HOOFT, aan wien het Verzoekfchrift was<br />
overgegeeven, bragt het in den Raad. Eenige<br />
Heeren weigerden daar over te beraadflaagen;<br />
anderen drongen 'er op aan, en zulks gefchiedde<br />
eindelyk. Het Verzoekfchrift nu was van<br />
deezen hoofdzaakelyken inhoud:<br />
• u Dat zy Comparanten, allen Hoofd• Offi- Inhou4
van hcc<br />
Verzockfcljnft.<br />
25 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
eieren der Burgery, en alle Leden van den<br />
Grooten Krygsraad deezer Stad, zich verpiigt<br />
vonden, zoo voor zich zei ven, als voor het<br />
grootfte gedeelte hunner Schutters, en op den<br />
allerfterkflen aandrang van veele duizenden van<br />
hunne Medeburgers en Stadgenooten, daar by<br />
het Raadhuis vergaaderd, in te brengen en te<br />
verklaaren: Dat zy, met gemelde hunne Schut-<br />
:ers, Medeburgers en Stadgenooten, op de<br />
jevoeligfte wyze getroffen waren door het beef<br />
van het gevaar, dat het geheele werk<br />
^an herfteliing en verbetering onzer Conftiutie,<br />
welks gewenschte vordering reeds aan<br />
i :Ik braaf Regent en welmeenend Burger de<br />
J >!ydfte vooruitzichten opleverde , door eenen<br />
llergeweldigften fchok eensklaps zoude om-<br />
1 erre geftooten en vernietigd worden, indien<br />
2 ulks niet tydig door eene hartelyke en bedaar-<br />
C e , doch tegelyk kragtige werking van de<br />
1 'Ufgery verhoed en voorgekoomen wierde.<br />
i )at zy zich wel met die gerustftellende hope<br />
k evleid hadden, dat deeze magtige Stad, door<br />
h aaren uitfteekenden invloed en vermoogen op<br />
e ;ne cordaate wyze 's Lands goede zaaken zo-<br />
è mig zoude gehandhaafd hebben, dat de wagg<br />
;lende Vryheid eens op eenen vasten voet<br />
g ;grondvest, en daar door de burgerlyke rust<br />
ei i eendragt,bloei en welvaart zouden herfleld<br />
ei i duurzaam bewaard geworden zyn. Dat zy<br />
d: lar in tot nog toe waren te leur gefield; —<br />
dj t zy de beraadflaagingen en Befluiten van tyd<br />
tQ3
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 27<br />
tot tyd , ja van dag tot dag byna , zagen<br />
draaijen en wankelen, zoo dat de achtbaarheid<br />
van den Raad daar door verkleind, en dat ge<br />
wicht verlooren werdt , waar door het lieve<br />
Vaderland, in zynen uiterften nood meer dan<br />
eens gered was, en thans kon en moest gered<br />
worden.<br />
Dat zy Ondergeteekende en met hun alle de<br />
duizenden, die thans beflooten hadden de Vryheid<br />
van het Vaderland, en de welvaart deezer<br />
Stad te verzekeren en te bevestigen, de<br />
oorzaak van de jammerlyke gefteldheid van<br />
deezen Achtbaaren Raad, met alle de nadeelige<br />
uitwerkingen daarvan , daar in geleegen<br />
vonden , dat 'er in dezelve eene Party zich<br />
bevond, waarvan de Voorflanders zodanige<br />
beginfelen vasthielden, welke geheel uitliepen<br />
tegen de heilzaame Staatsgronden, welke eene<br />
andere Party in deezen zelfden Raad is toege»<br />
daan, en welke Staatsgronden, als bevorderlyk<br />
voor de waare Burgerlyke vryheid, overeenkoomen<br />
met den vuurigen wensch en het<br />
verlangen van verre het grootfte gedeelte der<br />
goede Burgery, en waar voor de braave Bur.<br />
gery aan die Leden alle gevoelens van hartelykfte<br />
dankbaarheid toedraagen. Dat deeze<br />
twee tegen eikanderen overgeftelde werkingen,<br />
in deezen Achtbaaren Raad eene zoo<br />
droevige uitwerking zouden veröorzaaken, dat<br />
het mistrouwen der Burgery welhaast tot het<br />
•aiterfte zoude kooraeq* eö de fchroomelykfte<br />
too-<br />
1787.
1787.<br />
28 BEKNOPTE HISTORIE DEK<br />
tooneelen binnen de Stad te vreezen entewa».<br />
ten zouden zyn.<br />
Dat zy Comparenten derhalven , zoo voor<br />
zich, als voor hunne Schutters, en op aandrang<br />
van zoo veele duizenden hunner Mede.<br />
burgers en Stadgenooten, in de volftrekte verpligtingen<br />
waren, om te vergen en aan te<br />
dringen, dat die Leden van den Achtbaaren<br />
Raad, tegen welken het mistrouwen der Burgery<br />
zich wel het meest bepaalde, zich van<br />
nu voortaan beichouwden als ontflaagen van<br />
hunne Posten, als Raaden deezer Stad; ten<br />
einde daar door de gevolgen van dat mistrouwen,<br />
anders te duchten, voor te koomen Dat<br />
ty voor die Leden, welker aanblyven zy thans<br />
gevaarlyk oordeelden hielden , de Heeren,<br />
Ml". F R E D . A L E W Y N , Mr. W. G. D E D E L ,<br />
5 A L O M O N S Z . , Mr. J. G R A A F L A N D , p I E-<br />
1 E R S Z . , Mr. M A K T E N A D R I A A N BE E L S ,<br />
H E N D R I K M U I L M A N , C O R N E L I S MÜN-<br />
rER ; Mr. N I C O L A A S C A L K O E N , F R A N C Q .<br />
iTAN D E R G O E S en Mr. A P O L L O N I U S J A N<br />
; O R N E L I S L A M P S I N S , en alzoo dezelven<br />
/an nu af aan verklaarden en hielden, als geen<br />
Raaden deezer Stad meer zynde, en dienvol-<br />
*ends aandrongen, dat derzelver plaatfen, als<br />
foor deeze tusfchenkomst der Burgery opengevallen<br />
zynde, onverminderd de Privilegiën<br />
Jeezer Stad, ofte het Recht der Burgery in het<br />
:oekoomende, door den Achtbaaren Raad ten<br />
tlleifpoedigften, met zoo veele braave, en by<br />
4?
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 29<br />
.«ie Burgery vertrouwde Burgers aangevuld<br />
wierden; en waartoe zy dus den Achtbaaren<br />
Raad inftantelyk verzochten te willen voortgaan<br />
; terwyl zy van den anderen kant op het<br />
plechtigfte verklaarden, dat zy Ondergeteekenden<br />
volvaerdig waren, om niet alleen niet<br />
te dulden, dat aan voornoemde negen Heeren<br />
eenige hindernis, overlast, veel min perfoneel<br />
geweld gedaan wierde;maar integendeel,<br />
dezelven ten allen tyde,als Mannen van Eere,<br />
kragtdaadig te beveiligen en-te befchermen,<br />
in die billyke verwagting, dat de geheele<br />
Natie zoowel, als voornoemde Heeren, deezen<br />
ftap der Burgery zou aanmerken als een<br />
plichtmaatige en'noodzaakelyke daad vanzelfsverdeediging,<br />
tot voorkooming van 'sLands<br />
wisfen val, en ter bewaaring van de rust, orde<br />
cn veiligheid in deeze magtige Stad.<br />
Eindelyk verzochten de Ondergeteekenden<br />
nog, voor zich, voor hunne Schutters, Medeburgers<br />
en Stadgenooten, dat deeze Verklaaring<br />
in de Aanteekeningen van deezen<br />
Achtbaaren Raad wierde ingefchreeven ;op dat<br />
nu en altoos mogte blyken , dat de voornoemde<br />
Heeren door deeze bedaarde en plechtige<br />
tusfchenkomst der Burgery, van hunne Posten<br />
als Raaden verlaaten zyn; en dat van dit, alzoo<br />
ingefchreevene,aan de OndergeteekendeComparanten<br />
, zittens Vergaadering, behoorlyk<br />
Uittrekfel gegeeven wierde; ten einde zy On<br />
dergeteekenden voor hunne Schutters, Medebas;<br />
1787;'
2787.<br />
JBeduit van<br />
dan Raad<br />
cp't overgeleeverile<br />
Verzoek.<br />
30 BEKNOPTE HISTORIE D É R<br />
burgers en Stadgenooten, vervuld van genoe.<br />
gen en dankbaarheid voor deezen Achtbaaren<br />
Raad, naa hunne Wooningen terug moogen<br />
keeren.<br />
Dit Verzoekfchrift in den Raad geleezen,<br />
en daar over omvrage gedaan zynde, werd<br />
daarop het volgende Befluit genoomen i<br />
„ By het uitgaan van de Vroedfchap door<br />
eenige Perfoonen, [welker hoedanigheid aan 't<br />
hoofd gemeld ftaat] aan den Heer Burgemees.<br />
ter H O O F T , een Verzoekfchrift overhandigd<br />
zynde, is na gedaane omvraage by meerderheid<br />
goedgevonden en verftaan, hetzelve te<br />
leezen; en hetzelve geleezen zynde, is verder<br />
goedgevonden en verftaan, Heeren Burge.<br />
meesteren te verzoeken, aan de Overhandigers<br />
te antwoorden, dat hetzelve geen; punt van<br />
beraadflaaging kon uitleveren ; als zynde de<br />
Vroedfchap niet gemagtigd om haare Mede<br />
i eden van hunne Raadsplaatfen te ontzetten;<br />
« lewyl zulks ftrydt tegen het Befluit van Hun<br />
3 ïdel Groot Moog. van den 9 Augustus 1658.<br />
] in zal verder Extraft aan de Overhandigers<br />
•an het Verzoekfchrift gegeeven worden. De<br />
I leeren D E D E L , regeerend Burgemeester,<br />
I<br />
I t ' I D E K O P E R , E L I A S A R N O U D T S Z . , F.<br />
l<br />
L E W Y N , F A A S , G R A A F L A N D , V A N D E<br />
l<br />
O L L en C A L i c O E N , Vroedfchappen, ver-<br />
1<br />
laarden, geprotefteerd te hebben, tegen het<br />
v<br />
oorleezen en beraadflaagen, van 't voorfz.<br />
I<br />
equest, en hebben zich daar niet mede fö4<br />
ge-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 31<br />
gelaaten, zich voor behoudende zodanige Aanteekening,<br />
Protest, en Rappen, als zy te raaden<br />
zouden worden. De Heeren D. HOOFT,<br />
GERRITZ., DE GRAAF, BOREEL, BACKER,<br />
VAN LEYDEN, ABBEMA, HOVY, BICKER,<br />
VAN LENNEP, TEMMINCK, VAN WEEDE,<br />
». HOOFT en BOUWENS, behielden aan<br />
zich, daar tegen zodanige Tegenaanteekening<br />
en Rappen, als zy zouden raeenen te behoo-<br />
ren."<br />
Toen de Heeren Burgemeesteren van het<br />
bovenflaande Befluit des Raads aan de Overhandigers<br />
van het Verzoekfchrift kennis gaven,<br />
waren deezen daarmede niet voldaan, omdat<br />
in 't begin van 't Befluit alleen gezegd was,<br />
dat het Verzoekfchrift was overgegeeven door<br />
eenige Perfoonen , zonder hunne hoedanigheid<br />
te melden; en zonder dat de aangebleevene<br />
Raaden zich uitgelaaten hadden, hoe zy zich<br />
in 't vervolg zouden gedraagen, ten aanzien<br />
der Burgery: Hierom bleeven Heeren Burgemeesteren<br />
nog by den anderen in hunne kamer,<br />
en de Vroedfchap in de Haare; en na eenigen<br />
tyd werden door eenige Leden van den Achtbaaren<br />
Raad, die tot het neemen van hetbovenflaaride<br />
Befluit hadden medegewerkt, uit<br />
naam van alle dezelven, tot voldoening aan het<br />
verlangen der Burgery de twee volgende Byvoegfels<br />
aan den Secretaris opgegeeven , om<br />
by het Befluit te voegen:<br />
Agter de woorden in 't begin, door eenige<br />
1787- 1<br />
ByvoegfeJ<br />
len tot da<br />
Befluit,
f<br />
Ceanijli-1<br />
tuierden<br />
Infinnatie<br />
aan de uitgezei<br />
te<br />
Raaden.<br />
3« BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Perfoonen, deeze: Zoo voor Aan ze/ve», ah uit<br />
naam van verfcheidene Kapiteins en Officieren der<br />
Burgery, daartoe door hunne refpeiïive Compagniën<br />
gequalificeerd. En agter het flot van het Befluit,<br />
deeze Verklaaring. Verklaarende voorts<br />
de Heeren Raaden, welke het Be fluit genoomen<br />
hebben, en welker plaatfen niet vervallen verklaard<br />
zyn, met den Krygsraad en de Burgery te zullen<br />
medewerken, ier bewaaring van derzelver v/aare<br />
belangen, rust en veiligheid (*).<br />
Vervolgends werden 'er uit de voornaamlTe<br />
Burgers vyftien Geconftituëerden verkooren, die<br />
gemagtïgd werden om de Heeren Leden van<br />
den Krygsraad, op eene zoo kragtige als regelmaatige<br />
wyze, in derzelver verder te doene<br />
Rappen te onderfleunen ; ten welken einde<br />
eene ASte van Qualificatieop verfcheidene Plaatfen<br />
ter Tekening gelegd, en welke welhaast<br />
door meer dan zestien duizend Burgers onderteekend,<br />
werd; waarby de Ondergeteekenden<br />
beloofden, hen Heeren Gequalificeerden, omtrent<br />
al het geene zy uit kragt en in nakooming<br />
deezer zouden verrichten, te zullen flyven en<br />
Herken, vry houden en fchaueloos houden,<br />
onder verband van hunne Perfoonen en Goederen<br />
, als naar Rechten (+).<br />
Op dat nu de bovengemelde uitzetting der<br />
negen Raaden van kragt zoude zyn, en geen<br />
te-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb, April iytf. blrdz, 738 — 744.<br />
: It) W 1/87. blad* 75' —753.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 33<br />
tegenfiand mogte ontmoeten , waar uit verwarring<br />
en onrust zou kunnen ontflaan, zoo<br />
deeden voornoemde Heeren Hoofd - Officieren<br />
der Burgery en Leden van den Groeten Krygsraad<br />
, zoo voor zich zeiven en hunne Schutters,<br />
als op den aandrang van veele duizenden<br />
hunner Medeburgers en Stadgenooten , op den<br />
271r.cn April, door een Notaris en Getuigen<br />
aan de Geremoveerde Raaden , elk byzonder<br />
aan hunne huizen, infinuëeren of aanzeggen,<br />
wel op het vriendelykfte, maar ook ten allerernfiigfie<br />
, dat zy Heeren Geïnimuëerden zich<br />
Zouden hebben te wachten, van, na deezen,<br />
wederom als Raaden in de Edele Achtbaare<br />
Vroedfchap deezer Stad te verfchyncn, of aldaar,<br />
als zodanig eenige Zitting te neemen,<br />
veel min nog, het zy binnen deeze Stad, het<br />
zy elders, in eenige Vergaadering of Vcrgaaderingen<br />
, welke die ook zyn moogen, als<br />
Raaden deezer Stad te dienen, of dfreö of<br />
in direcl waar te neemen, of ie verrichten zo-<br />
.danige Posten of daaden, welke door den Raad<br />
of Raaden deezer Stad gewoon zyn waargenoomen<br />
of verricht te worden; en zulks alles,<br />
ten einde daar door de waare belangen , de<br />
rust en veiligheid deezer S.aJ, in alle opzig»<br />
ten, mogten bevorderd en bewaard worden.<br />
i\an 't hoofd deezer Infinuatie Ronden de<br />
naamen van de Wel Edele Manhafte Heeren ,<br />
Coionel I S A A C VAIN G O U D O E V E R , 39 Kapiteinen<br />
, -48 Luitenants en
1737.<br />
Toebereidfelen<br />
roe<br />
vervulling<br />
der openftaande<br />
Plaatfen van<br />
den Raad,<br />
34 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
nevens der vyftien verkoorene Geconftituëerden<br />
, voor zich en als Gemagtigden van veele<br />
duizenden Burgers en Inwooners deezer Stad;<br />
en onder aan ftond: ,, Voorenftaande Infinuatie<br />
geëxploicleerd door my D O M I N I C U S G E <br />
IN I E T S Notaris, by den Hove van Holland<br />
geadmitteerd, te Amfterdam refideerende, in<br />
't byzyn van de Heeren Mr. J O A N N E S CHRIS-<br />
H A A N H E S P E en J A C O B Ü S K O K , als Ge<br />
tuigen, den 27ten April 1787. D O M I N I C U S<br />
G E N I E T S , Notaris.<br />
Ik zal my thans niet inlaaten met de Protesten<br />
en Tegen - Protesten , Aanteekeningen en<br />
Tegen-Aanteekeningen , zoo van de uitgezette,<br />
als van andere Raaden , over deeze<br />
zaak, die eenen geheelen Penneftryd veröorzaakte<br />
(*); maar ik zal alleenlyk, om by myn<br />
Ontwerp van eene Beknopte Historie te blyven,<br />
de hoofdzaak vervolgen. Het was dan tyd om<br />
de ledige plaatzen der Vroedfchap, die in<br />
deeze groote Stad niet lang open konden gelaaten<br />
worden, wederom met nieuwe Leden,<br />
die het vertrouwen der Burgery hadden, te<br />
vervullen. Daartoe werden op den 3deu May<br />
de toebereidfelen gemaakt en een dag bepaald:<br />
Des morgens tusfehen 9 en 10 uuren, werd<br />
iet Stadhuis met twee Compagniën Burgers<br />
be-<br />
(*) Die begeerig is alle die Gefchriften, welke daar over<br />
jitgekoomen zyn, te leezen, kan ze vinden in de Nieuws<br />
Nederl. Jaarb. May 1787. onder 't Art. Amfterdam.
ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 35<br />
bezet, voor aan den ingang; en nog twee an<br />
deren werden binnen op de groote Zaal ge<br />
plaatst; terwyl Burgemeesteren en Raad elk<br />
in hunne Kamer zouden Vergaaderen. De<br />
Heeren Burgemeesteren C L I F F O R D en H E E L S<br />
waren ziek, en konden dus niet tegenwoordig<br />
zyn; de Heer D E D E L was belet omtrent<br />
eenen Misdaadiger, die ter doodftraffe moest<br />
voorgefteld worden ; dus werd de Burgemees<br />
terskamer door den Burgemeester H O O F T al<br />
leen waargenoomen : Ook was de Vergaadering<br />
der Vroedfchap niet talryk; want tien Heeren<br />
D C<br />
Leden fchreeven den 2 » May eenen Brief,<br />
d e<br />
dien zy den 3 " in de Vergaadering zonden,<br />
en waar in zy reden gaven, waarom zy in die<br />
Vergaadering niet zouden verfchynen (*). Op<br />
den gezegden tyd dan vergaaderde de Com<br />
misfie van den Grooten Krygsraad en de Gecon<br />
ftituëerden in de Vaderlandfche Sociëteit, die<br />
in de Kalverftraat digt by den Dam gehouden<br />
werdt, en begaven zich ten 11 uuren naa het<br />
Stadhuis en Burgemeesterskamer, gevolgd<br />
wordende door hunnen Bode, die de Atte van<br />
Qualificatie , door meer dan zestien duizend<br />
Burgers en Ingezeetenen geteekend, droeg,<br />
om hunne bevoegdheid en magtiging tot deezen<br />
Rap aan te toonen. Deeze Commisfie leverde<br />
in Burgemeesterskamer een Verzoekfchrift in,<br />
het welk behelsde, dat zy Comparanten, uit<br />
(*J Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787, bladz, 1003,<br />
C 2<br />
kragt<br />
I787»
1787-<br />
Vèrlcieztng<br />
nieuwe<br />
Kulden.<br />
36 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
kragt van 't geen op Zaturdag den aïften April<br />
door de Burgery verricht was, in't removeeren<br />
van negen Raaden , in naam van hunne<br />
Lastgeevers verzochten, en aandrongen, dat<br />
de Achtbaare Raad, in deeze tegenwoordige<br />
Vergaadering, of uiterlyk Maandag eerstkoomende,<br />
de Vacant verklaarde Raadsplaatfen<br />
geliefde te vervuilen met zulke Mannen, die<br />
het vertrouwen der Burgery bezaten, en waartoe<br />
zy een gros van 25 Perfoonen overgaaven,<br />
en te gelyk verzochten, dat zy van het Be-<br />
Ruit, welk daarop zou genoomen worden, eene<br />
echte Copie mogten hebben. De Raad, hier<br />
over rypelyk beraadflaagd hebbende, fcheidde<br />
ten vier uuren ; wanneer de Burgemeester<br />
HOOFT de Heeren der Commisfie, weder in<br />
Burgemeesterskamer deed verzoeken, en aan<br />
dezelven bekend maakte: Dat de Raad beflooten<br />
hadt, om op aanflaanden Maandag negen<br />
nieuwe Raaden te verkiezen, en vervolgends<br />
in den Eed te neemen; en dat tot dat<br />
einde de Vergaadering tegen negen uuren zou<br />
belegd worden. (*;."<br />
Den dag van den 7 de<br />
" May, tot de verkiezing<br />
der negen nieuwe Raaden bepaald, gekoomen<br />
zynde, kwamen des morgens ten agt<br />
uuren 15 Compagniën Burgers in de Wapenen,<br />
van welken 9 Ccmpagniën op den Dam voor<br />
en ter zyden het Stadhuis en op hetzelve waren<br />
;<br />
(*) Nieuwe Nederl Jaafy May 1787. bkdz, 1005,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 37<br />
ren; en de overigen op het Koningsplein, en<br />
op den Cingel voor en agter het Wapenhuis,<br />
geplaatst waren. Ten half negen uuren begon<br />
bet klokje te luiden, gelyk by het verkiezen<br />
van nieuwe Raaden de gewoonte is, en voor<br />
negen uuren waren de Heeren Raaden reeds<br />
Vergaaderd. De Commisfie uit den Krygsraad<br />
en van Geconftituëerden, ten half elf uuren<br />
op het Stadhuis verfchynende, werd door twee<br />
Colonellen in Burgemeesters-Vertrek ontvangen<br />
, en na een kort verblyf door een der Stads<br />
Boden aan dezelve bekendgemaakt, uitnaam<br />
van den Raad , dat de volgende Heeren tot<br />
Raaden verkooren waren: J O H A N I > I E T E R<br />
F A R R E T ; P I E T E R C O N S T A N T Y N N O B E L ,<br />
J O H A N P H I L I P nu Q.UESNE, Heer van<br />
Bruchem; Mr. N I C O L A A S A S S C H E N B E R G ;<br />
Mr. J A C O B A N T H O N Y D E R O T H ; B A L T -<br />
H A Z A R O R T H ; J A N G O L L V A N F R A N K E N <br />
S T E I N ; L E O K S R D R U T G E R S J U N I O R ;<br />
en Mr. H E N D R I K W E E V E R I N G H. Aanftonds<br />
na deeze bekendmaaking werden de<br />
Stads-Bodem na de huizen der verkoozene<br />
Heeren gezonden, om die te verzoeken aan-<br />
Ronds op het Stadhuis te koomen ; zy verfcheenen<br />
allen, werden in Burgemeesters Ver<br />
trek ingeleid, en van daar in de Raadkamer,<br />
waar zy door den oudften Raad in den Eec<br />
genoomen werden, en daar na Zitting namen<br />
Eene groote 'menigte Volks was 'er op dei<br />
Dam byeen vergaaderd, die den uitflag deezei<br />
C 3 pfeg<br />
17?7-
1787.<br />
38 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
plegtige verrichting met groote bedaardheid<br />
afwagtteden, en met groot genoegen vernamen.<br />
Onderwylen liet zich nu en dan een<br />
aangenaam Veldmuziek hooren by de gefchaarde<br />
Burgers , onder het welke de Commisfie<br />
van den Krygsraad en Geconftituëerden van<br />
het Stadhuis naa de Vaderlandfche Sociëteit<br />
terug keerden, en de Burgemeester HOOFT,<br />
en de Raaden van het Stadhuis en in hunne<br />
koetfen traden, en naa hunne huizen reeden;<br />
waarna de Compagniën Gewapende Burgers<br />
plegtig aftrokken , door de Kalverftraat en Vyzelftraat,<br />
langs het huis van den Burgemeester<br />
HOOFT, waar zy defileerden en faluëerden<br />
tot op het Koningsplein , van waar iedere<br />
Compagnie naa heure loopplaats ging, en daar<br />
door de Officieren bedankt werden. Dus liep<br />
deeze gewichtige plechtigheid in alle bedaardheid<br />
en geregelde orde af, en daar was zulk<br />
eene ftilte en orde op den Dam, dat de Lieden<br />
, die aan de Waag werkten , hunnen arbeid<br />
niet eens ftaakten, maar ongehinderd daar mede<br />
voortgingen, het geen ik zelve als een ooggetuige<br />
heb waargenomen (*_).<br />
Het ontbrak echter niet aan zulke Lieden,<br />
die in deeze verrichtingen geen genoegen<br />
namen, maar zich daar tegen trachteden te<br />
verzetten. Men deed in alle haast een Verzoekfchrift<br />
opftellen, dat door 1100 Perfoonen<br />
(*) Nieuwt Nederl. Jaar!/. May 1787. bladz. 1009,1011.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 39<br />
nen onderteekend werd; waarin zy verzochten<br />
en op het ernftigfte aandrongen, dat de ge-<br />
daane onwettige Remotie (zoo zy die noem<br />
den) van eenige Heeren Vroedfchappen, als<br />
door een zeer klein gedeelte der Burgeren en<br />
Ingezeetenen deezer Stad, (naar het geheel<br />
gerekend) [evenwel een getal van over de<br />
16000, dat in vergelyking van 1100 ftaat als<br />
16 tegen 1.] aan de Edele Achtbaare Vroed<br />
fchap afgedwongen , wierde verklaard Onwet<br />
tig; dat by Hun Edele Achtbaare niet wierde<br />
voortgegaan tot het aanftellen van nieuwe<br />
Vroedfchappen, verklaarende dc Ondergetee-<br />
kenden, dat zy de tegenwoordige Vergaade-<br />
ringen van den Raad deezer Stad niet konden<br />
noch wilden houden voor eene wettige Vroed<br />
fchap, noch ook eenige, op eene onwettige<br />
wyze aan te ftellene pretenfe nieuwe Raaden<br />
zouden aanmerken, als wettige Vertegenwoor<br />
digers van de goede Burgery en Inwoonders<br />
deezer Stad; dat zy over zulks verzochten en<br />
aandrongen, dat by Hun Ed. Groot Achtbaare<br />
niets wierde beflooten, dat tot nadeel van deeze<br />
hunne Verklaaring zou kunnen ftrekken; ten<br />
minften alvoorens alle de Burgeren en Inwoo-<br />
ners deezer Stad , op de meest gevoeglyke<br />
wyze daaromtrent , ieder voor zich zeiven,<br />
zouden gehoord zyn.<br />
Dit Verzoekfchrift werd den T {en<br />
May, toen<br />
de Vroedfchap, als boven gemeld is, tot het<br />
verkiezen van nieuwe Raaden vergaaderd was,<br />
C 4 door<br />
1787.
I? 8<br />
7-<br />
Vermeerdering<br />
der<br />
Vroedfchap<br />
te halter,<br />
dam.<br />
AO BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
door een Bode ingeleverd ; doch de Vroedfchap<br />
liet hetzelve terug geeven, om dat het<br />
aan Burgemeesteren hadt moeten ingeleverd<br />
v/orden. Die zelfde Verzoekers wendden zich<br />
daarom met een Verzoekfchrift tot de Edele<br />
Groot Moog,. Heeren Staaten van Holland- en<br />
Westvriesland (*_); doch met geen beteren uitflag,<br />
gelyk uit het vervolg van deeze Historie<br />
blyken zal.<br />
Gelyk in Amfterdam over de verandering van<br />
eenige Leden der Vroedfchap, zoo is in Rotterdam<br />
veel te doen geweest,over de vermeerdering<br />
der Vroedfchap met eenige Leden. Al<br />
zedert eenigen tyd was het gering getal van<br />
vier- cn- twintig Leden der Vroedfchap aan'<br />
veele Rotierdamfche Burgers als veel te klein<br />
voorgekomen, aangezien de grootheid en volkrykheid<br />
der Stad, welker belangen zy dachten,<br />
dat in meerder handen behoorden gefteld<br />
te worden, daar het toch dezelve niet ontbrak<br />
ïan veele kundige en gegoedde Inwooners. Zy<br />
Irongen te meer daarop aan, om dat de Vroedchap<br />
wel eer uit veertig Leden beftaan hadt,<br />
MI tot dit getal wenschten zy dezelve weder<br />
gebragt te zien. De Geconftituëerden, die daar<br />
jok reeds aangeftëld waren, vervaardigden tot<br />
i lat cir.de een Verzoekfchrifc, dat door meer<br />
4 lan duizend Burgers onderteekend , en op den<br />
fjften October by de Staaten van Holland inge-<br />
le-<br />
Q*) Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787. bladz. luit — 1014.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 4*<br />
Ieverd werdt. De groote Krygsraad der Schuttery<br />
onderfteunde dit verzoek, en zondt daarom<br />
eene Commisfie met een Adres aan het<br />
Collegie van Schepenen; te kennen geevende,<br />
dat de Krygsraad zich verplicht rekende tot<br />
eene Grondwettige Herftelling mede te werken,<br />
zonder welke hy meende, dat de rust<br />
binnen die Stad nooit zou kunnen verzekerd<br />
worden (*)• Het Collegie van Schepenen was<br />
ook voor de vermeerdering der Vroedfchap,<br />
met zestien nieuwe Raaden, en floeg totdat<br />
einde voor, eene verëenigde Vergaadering van<br />
Burgemeesteren, Schepenen en Raaden daar<br />
over te houden, overeenkomftig de oude Stedelyke<br />
verordening; doch de eerfte Burgemeester<br />
weigerde deeze Vergaadering te beleggen<br />
; waarop de tweede Burgemeester zulks<br />
deed; maar veertien Raaden, welke de meerderheid<br />
in de Vroedfchap uitmaakten , weigerden<br />
die Vergaadering by te woonen ; dus hebben<br />
de overige negen Raaden, met de zeven<br />
Schepenen daar over eene Vergaadering gehouden<br />
, en uit die Vergaadering kwam ook een<br />
Verzoekfchrift aan de Staaten voort, om het<br />
•vetal der Vroedfchappen tot veertig te vermeerderen,<br />
gelyk het wel eer geweest was. De<br />
veertien Leden der Vroedfchap, die anders<br />
daohten en tegen de vermeerdering waren, be-<br />
klaag-<br />
(») Nieuwe Nederl. Jaarb January 17S7. bladz, 78-73.<br />
Deroerd Nederland, V. Deel, bladz. 134.<br />
C 5<br />
1787.
42 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
1787 , klaagden zich by de Staaten over deezen Rap,<br />
dien zy als Lnconftitutioneel befchouwden; en<br />
deeze Rukken werden door Hun Ed. Groot<br />
Moog. aan de wederzydfche Partyën toege.<br />
zonden, om binnen zes weeken daarop te berichten<br />
(*). Burgemeesteren en Vroedfchappen<br />
zonden hun bericht in 't begin van December<br />
naa 'sHage; te weeten de Meerderheid,<br />
want niet allen waren van het zelfde gevoelen:<br />
twee Regeerende, twee Oud • Burgemeesteren<br />
en vier Leden van de Vroedfchap, zonden byna<br />
ter zelfder tyd hun bericht aan de Staaten,<br />
waarin zy het verzoek van ruim 1000 Burgers<br />
zoo billyk en nuttig als gegrond oordeelden ,<br />
en daarom hetzelve te moeten onderfteunen (f).<br />
Het Bericht van Burgemeesteren en Vroedfchap,<br />
aan de Staaten gezonden, behelsde drie<br />
Punten: i. Een betoog, dat de geenen, die<br />
het verzoek gedaan hadden tot vermeerdering<br />
van het getal der Raaden, niet bevoegd waren<br />
om zulk een verzoek te doen : 2. Dat Hun<br />
Ed. Groot Moog. even onbevoegd waren, om<br />
zich die zaak aan te trekken en daar over te<br />
befchikken: 3. Eenige bedenkingen en bezwaaren<br />
over de buitenfpoorigheden tegen hen<br />
en hun gezag in 't werk gefleld. Zeer breedvoerig<br />
was de uitbreiding deezer Hoofdpunten<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. January, 1787. bladz. 87 — 88.<br />
Cf) Beroerd Nederland, V. Deel, bladz. 195. Ibid. VI.<br />
Deel, bladz. 71. Waar het Bericht zelve ook in *yn geheel<br />
kan geleezen worden.<br />
in
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 43<br />
in 't Bericht van Burgemeesteren en Raad; en<br />
even breedvoerig van den anderen kant de Betoogen<br />
van hun recht en bevoegdheid, om op<br />
hun verzoek aan te dringen; al wat de kennis<br />
van het Staatsrecht en de Oudheidkunde bevat,<br />
werdt van weerskanten bygebragt, om<br />
deeze zaak te bepleiten, en de Staaten voor<br />
te lichten, om hun oordeel en beflisfing daar<br />
naar te richten. Het duurde een geruimen<br />
tyd, dat men niets van de vermeerdering der<br />
1787.<br />
Rotterdamfche Vroedfchap vernam; nogthans<br />
was dezelve niet uit het oog verlooren. Onaangezien<br />
het betoog van Burgemeesteren en<br />
Raad aan de Staaten ingeleverd, om zich die<br />
zaak niet aan te trekken ; zoo was zy toch<br />
onder de Punten van befchryving, en dezelve<br />
l c n<br />
werd den i7' Maart weder onderhanden genoomen.<br />
De Ridderfchap, de Gedeputeerden<br />
van Rotterdam en Delft, benevens die van Hoorn<br />
en Enkhuizen waren van gevoelen, dat het verzoek<br />
om de Vroedfchap van Rotterdam tot veertig<br />
te vermeerderen, van de hand geweezen<br />
moest worden ; doch die van Dordrecht, Haarlem,<br />
Leyden, Amfterdam, Gouda en Alkmaar<br />
begreepen, dat het verzoek moest toegedaan<br />
worden. Dus ging de vermeerdering der De ver<br />
Vroedfchap ter Staatsvergaadering, met meermeerdering<br />
gaat door.<br />
derheid van Remmen door , overeenkomRig<br />
het Rapport , dat de Raadpenfionaris , wegens<br />
de Commisfie tot het Groot Befoigne,<br />
daar
Verkiaaring<br />
der Gedepn<br />
teerden van<br />
Rotterdam<br />
daar tegen.<br />
44 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
daar over dien zelfden dag in de Vergaadering<br />
bragt (*).<br />
Vier dagen na dit Befluit leverden de Gedeputeerden<br />
van Rotterdam, eene Verklaaring aan<br />
de Staaten over, waarin zy betuigden, dat zy<br />
zich, indien omtrent de vermeerdering der<br />
Vroedfchap, tegen hun gevoelen, een vast<br />
Befluit genoomen wierd, ten allen tyde ten<br />
kragtigfte daar tegen zouden verzetten ; laatende<br />
de fchroomelyke gevolgen, welke daar<br />
uit zouden kunnen voortkoomen, voor rekening<br />
van die geenen, welke daartoe geftemd<br />
hadden.<br />
De Burgers Zeer verdeeld waren de Burgers van Rotter-<br />
van Rotterdam<br />
zyn ook dam in deeze zaak; een groot getal was voor<br />
bier verdeeld;<br />
de vermeerdering der Vroedfchap, gelyk hier<br />
boven gebleeken is; maar ook een aanzienlyk<br />
getal yverde flerk daartegen, die zich insgeiyks<br />
Geconftitu'ëerden verkoozen, en daartoe<br />
Oud-Schepenen namen tot elf in getal, welke<br />
hunne zaak beyverden; en die, in hope van<br />
eenige verandering in het Eefluit der Staaten<br />
van den 17001 Maart te weeg te brengen, op den<br />
23^11 derzelfde Maand, een Verzoekfchrift by<br />
Hun Ed. Groot Moog. inleverden, waarin zy<br />
met. verfcheidene redenen aandrongen, dat het<br />
Hoogstdezelven behaagen mogt, het verzoek<br />
der Requeftranten ISAAC HU BEKT, met de •<br />
zynen, tot vermeerdering van het getal oer<br />
V roed-<br />
{*; Beroerd Nederland, VI. Deel, bladz. 1,53 — 154.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 45<br />
Vroedfchappen, af te flaan, en van de hand<br />
te wyzen, enz. Ook vervoegden zy zich aan<br />
Burgemeesteren en Vroedfchappen, om derzelver<br />
medewerking tot bereiking van hun oogmerk<br />
te verzoeken (*).<br />
Niet lang na deezen flap, deeden de Burgers<br />
van Rotterdam eenen tweeden flap van<br />
nog grootcr gewigt en gevolg. Aangemoedigd<br />
door het voorbeeld der Amjlerdamfche Burgers,<br />
die op den 2\^» April negen Raaden geremoveerd<br />
hadden, beflooten zy om 'er op den^te»<br />
derzelfde Maand, zeven in hunne Stad insgelyks<br />
van hunne Ampten te verlaaten. Op den<br />
22 ftci1 Remotie<br />
van zcvea<br />
llaaJcn.<br />
April vergaaderde de groote Krygsraad,<br />
en in die Vergaadering werd beflooten, dat<br />
eene aanzienlyke Commisfie uit hun midden,<br />
den volgenden dag des morgeus zich in de Kamer<br />
der Vroedfchap zou vervoegen, en aldaar<br />
door deu mond van den Secretaris een Voordragt<br />
doen, welke toen beraamd werd, en waar in<br />
de redenen ontvouwd v/erden , die hen tot<br />
deezen flap van zeven Raaden van hunne Ampten<br />
vervallen te verklaaren,, bewoogen hadden.<br />
Op dat men in dit werk, door geen Oproer<br />
of Gemeenc- Volksbeweegingen , die in deeze<br />
Stad zoo menigmail en zoo verregaande hadden<br />
plaats gehad, niet mogt gefroord worden, en<br />
de rust en goede nrde bewaard blyven, kwamen<br />
alle de Compagniën der Schuttery, op last<br />
der<br />
(*) Beroerd Nederland, VI. Deel bladz, löj — I7i'<br />
Plechtige<br />
optogt ilcr<br />
Conimisfic<br />
van dén<br />
Krygsraad.
1787.<br />
Voordragt<br />
van den<br />
Secretaris.<br />
46 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
der Ed. Groot Achtbaare Heeren van de Wet,<br />
ten zeven uuren des morgens in de Wapenen,<br />
en vatteden post op verfcheidene Plaatzen van<br />
de Stad, waar het meeste gevaar te vreezen<br />
was. Ten tien uuren ging de Commisfie van<br />
den Krygsraad, verzeld van de Geconftituëerden<br />
en een groot getal Conftituanten, Leden der<br />
Vaderlandfche Sociëteit, deeze laatften allen<br />
in 't zwart gekleed, in ftatie naa het Stadhuis;<br />
terwyl de Optogt van vooren en van agteren,<br />
door een Detachement gewapende Schutters<br />
geopend en geflooten werd. Dus aan het Stad<br />
huis gekoomen zynde, en de Commisfie van<br />
den Krygsraad, benevens de Geconftituëerden,<br />
toegang en gehoor in de Vergaadering der<br />
Vroedfchap verzocht en verkreegen hebbende,<br />
deedt de Hr. HENDRIK ARNOLD KREET,<br />
Secretaris van den Krygsraad, de voorgemelde<br />
Voordragt; waar van de hoofdzaak, na de ont<br />
vouwde redenen, was: „ Dat zy voor ten ui-<br />
terften nadeeiig hielden, het langer aanblyven<br />
van de Heeren Mr. JACOE VAN DER HEIM;<br />
Mr. JOHAN ADRIAAN VAN DERHOEVEN;<br />
Jkr. JOH. MARTEN, Baron COLLOT D'ES-<br />
CÜRY; Mr. ISAACVANTEYLINGEN; JOH.<br />
FRANC, VAN HOOGENDORP; Mr. REI-<br />
NIER F RED ERIK VAN STAVEREN en Mr.<br />
ANTH. WILH. SENN VAN BASEL, en ver<br />
klaarden dezelven van flu af aan niet meer te<br />
zyn Raaden in deeze Vroedfchap, en daarom<br />
te begeeren en te verwagten, dat zy zich van<br />
dit
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 47<br />
dit oogenblik afzouden onthouden van de waarneeming<br />
van alles, wat tot die Posten behoort,<br />
of waartoe die hoedanigheid vereischt wordt;<br />
(waar onder de Krygsraad en Geconftituëerden,<br />
nogthans niet begrypen de Ampten van Bailjuw<br />
en Dykgraaf van Sdieland, als tot welke de grond<br />
hoedanigheid van Vroedfchap niet vereischt<br />
wordt) zonder zich op eenige wyze tegen deeze<br />
verlaating, waar door zy ook met de daad zelve<br />
van hunnen gedaanen Eed ontflaagen zyn, te<br />
verzetten, direct noch indirect; in welk geval<br />
de Krygsraad hun by deezen toezeide, te zullen<br />
zorgen voor de volkoomenfte veiligheid<br />
van derzelver Perfoonen, Huisgezinnen en<br />
Goederen, en niet te zullen toelaaten, maar<br />
met alle de magt hunner Schuttery en verdere<br />
Weldenkende Medeburgers te keer te gaan,<br />
alle geweid en overlast of hindernis, welke<br />
bun (hoewel onvermoedelyk) door fommige<br />
onbezonnen of te driftige yveraars, of ook<br />
door kwaadwilligen, die daar mede hunne goede<br />
zaak zouden trachten te benadeclen, zouden<br />
moogen aangedaan of bedreigd worden.<br />
Toen de Hr. KREET die Aanfpraak geëindigd<br />
hadt, begeerde de Vroedfchap , dat de<br />
Commisfie zoude buiten ftaan, om haar gelegenheid<br />
te geeven, over die Voordragt te raadpleegen;<br />
doch de Gecommitteerden weigerden<br />
zulks ingevolge van hunnen uitdrukkelyken<br />
last, ten zy de voorgemelde zeven Heeren,<br />
welke zy nu als reeds verlaaten befchouwden,<br />
ei l<br />
1787-<br />
Nicaw»<br />
Randen verkoorcn,<br />
na<br />
veel tegen-<br />
Itribbcling.
1787.<br />
48 BEKNOPTE HISTORIE DB»<br />
en over zulks geen recht hebbende, om aan<br />
de volgende raadpleegingen deel te neemen,<br />
ook de kamer verlieten; doch die zeven Heeren<br />
protefteerden ten allerfterkften tegen dit<br />
alles, en de zeven anderen, die met hun tot<br />
hier toe de Meerderheid hadden uitgemaakt,<br />
beriepen zich op een Befluit van Hun Ed. Groot<br />
Moog. van den 9 den<br />
Augustus 1658. volgends<br />
het welke geene Leden der Regeering het recht<br />
hebben, om derzelver Mede-Raaden te removeeren.<br />
Hierop antwoordde de Commisfie,<br />
dat zy zulks van die Heeren ook niet vergden;<br />
want dat zy het daar voor.hielden, dat de Re*<br />
motie reeds gefchied was, niet door de Mede-<br />
Raaden, maar door de Burgery zelve. En ingevolge<br />
daar van drong de Commisfie daarop<br />
aan, dat men aanftonds tot de Verkiezing van<br />
nieuwe Raaden zoude overgaan; want zy hadden<br />
last geene Leden van dat Collegie te laaten<br />
vertrekken, voor dat da Nieuwe Raaden aangefteld<br />
en beëedigd waren. Na veel tegenftribbciing<br />
beflooten eindelyk de aangebleevene<br />
Raaden de verkiezing te doen; cn werden tot<br />
nieuwe Raaden verkooren , de Heeren Mr. J A N<br />
W Ï X A N D R A M , Heer van Amyda en Harlaar,<br />
J. D. H U I C H K L E O S V A N <strong>II</strong>ENDlïlt, M l C H.<br />
M A K . D E M O N C H Y , W. A. C T O P , p. E I .<br />
L I N C K H U I Z E N , A R N. V A N B E E F T I N G H<br />
en DAN. J A C . E L E E R V E L D T ; welke Hee<br />
ren aanftonds door Officieren uit de Scluittery<br />
vaa
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 49<br />
van hunne huizen afgehaald, op het Stadhuis<br />
gebragt, en beëedigd werden.<br />
Na dat de nieuwe Raaden den Eed afgelegd<br />
en Zitting genoomen hadden j verzocht de Commisfie,<br />
dat de voorige Afgevaardigden ter Staaten<br />
Vergaadering zouden terug geroepen, en<br />
anderen in hunne plaats benoemd worden; het<br />
welk vervolgendsgefchiedde, en werden daartoe<br />
benoemd de Heer Burgemeester BOGAART,<br />
en de Heeren Vroedfchappen, REEPMAA-<br />
KER , ELSEVIER en VAN H0 0.GSTRAA-<br />
TEN. Dus eindigde deeze gewichtige flap<br />
zonder eenige be weeging of opfchudding in de<br />
Stad; de Commisfie keerde weder naa den Krygsraad,<br />
om van het geen zy verricht hadt, en<br />
met welken uitflag, verflag te doen, en de meeste<br />
Compagniën trokken af; doch eenige Com.<br />
pagniën bleeven nög eenigen tyd het Scadhuis<br />
dag en nacht bewaaken, voor 't welke men<br />
tot meerdere veiligheid twee metaalen Veldflukken<br />
geplaatst hadt (*),<br />
De vier nieuwe Afgevaardigden ter Staats- Twist in da<br />
Vergadering<br />
vergaadering, welker Geloofsbrieven aan den van flollar.-d<br />
Raadpenfionaris VAN ELYSWÏK, gezonden<br />
over de GeloofVbile<br />
waren, kwamen den 24.^" April in 'sHage, en ven der<br />
Rutterdam.<br />
aan het Rotterdamfche Logement, waar zy de Cche Gedeputeerde.]»<br />
vier oude Afgevaardigden, de Heeren VAN<br />
2EYL1NGEN, VAN DER HOEVEN, VAN<br />
H OO-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. April 1787. bladz. 784 — 7991<br />
Beroerd Nederland, VI. Deel, bladz. 176—200.<br />
D<br />
Nieuwe Gedeputeerden<br />
naa den<br />
Haag gezonden<br />
, en<br />
dc ouden ie<br />
rug geioapen.
Verfchillendegevoelens<br />
dei-<br />
Staatsleden<br />
daar over.<br />
yo BEKNOPTE HISTORIÉ CER<br />
HOOGENDORP en VAN Y ZENDOORN VOH-<br />
den, die zy verzochten uit de vertrekken te<br />
gaan, en werden hun,op hun verzoek, andere<br />
vertrekken toegeftaan. Den volgenden dag<br />
25 fte<br />
n April, verfcheenen de oude Afgevaardigden<br />
vroegtydig in de Staaten Vergaadering,<br />
een geruimen tyd voor derzelver aanvang, om<br />
zich van de gewoone plaats, waar zy Zitting<br />
namen, te verzekeren. De nieuwe Afgevaardigden<br />
verfcheenen wat laater, en toen kwamen<br />
de nieuwe Geloofsbrieven ter tafel van<br />
Hun Edel Groot Moog. waar by d'e van de<br />
voorige Afgevaardigden werden ingetrokken j<br />
vervolgends kwam 'er een Brief in van Burgemeesteren<br />
van Rotterdam, waarin aan deStaaten<br />
werd kennis gegeeven, van s<br />
t geen aldaar op<br />
den 25 fte<br />
>i April gebeurd was; gelyk ook een<br />
gelyke Brief van de veertien Raaden, die de<br />
Meerderheid hadden uitgemaakt, en waar van<br />
de helft geremoveerd was; welke daar by voegden<br />
, „ dat het grootfte deel der Burgery het geen<br />
verricht was afkeurde; dat zy de nieuwe Deputatie<br />
niet hadden helpen beraamen, en daarom ver*<br />
trouwden, dat Hun Ed. Groor Moog. dezelve<br />
niet zoude erkennen :" Eindelyk nog een Verzoekfchrift<br />
van clen Hr. HOOG met de zynen,<br />
Geconftitneerden van de Aanhangers der oude<br />
Conltirutie, van gelyken inhoud als de Brief<br />
der veertien Raaden. Toen hier over beraadflaagd<br />
werd, waren de gevrelens der Stf.ats-<br />
Leden zeer verfchillende,: De Ridderfchap begreep,
ONLUSTEN IN SET VADERLAND. 51<br />
greep dat de oude Geloofsbrieven moesten gelden<br />
, om dat de nieuwe door dwang in de waereld<br />
gekoomen waren \ by dit Advies voegden<br />
zich de Steden Delft, Gorcum, Brielle, Hoorn,<br />
Enkhuizen. Edam en Medenblik, dus te faamen<br />
agt ftemmen. Gouda nam dit punt over. Rot.<br />
terdam was zelve het onderwerp des gefchils,<br />
en kon dus over zyne eigene zaak niet ftemmen.<br />
De overige negen Steden, Dordrecht,<br />
Haarlem, Leyden, Amfterdam, Schiedam, Schoon,<br />
hoven, Alkmaar, Monnikendam en Purmerend,<br />
verklaarden zich over het gebeurde niet te zullen<br />
uitlaaten, dewyl het punt in verfchil hief<br />
alleen was, of de nieuwe Geloofsbrieven de<br />
ouden te niet deeden; het welk door hen begreepen<br />
werd zoo te zyn; en de Gedeputeerden<br />
van Dordrecht voegden daar by , dat het<br />
nog zoo zeker niet was, dat 'er iets gedaan was,<br />
dat door de Burgery niet verricht mogt worden; en<br />
dat zy hetzelve befchouwden als merê Dome.<br />
fticq, dat is enkel huishoudelyk, en tot het<br />
byzonder beftier der Stad behoorende. Ondertusfchen<br />
bleeven de oude en nieuwe Afgevaardigden<br />
beiden in de Vergaadering zitten, tot<br />
dat ieders recht afgedaan en beflooten was, de<br />
Magiftraatsbeftelüng tè Rotterdam, dat is de<br />
verandering van Burgemeesteren en Schepenen ,<br />
te doen als in het voorige Jaar, waarin Gouda<br />
ïhedeftemde. Thans begon men van nieuws<br />
fterk te twisten over de Geloof brieven van de<br />
nieuwe Afgevaardigden, waar tegen de Rid-<br />
D % der^<br />
1787»
1787.<br />
Pnogingerf<br />
om alles<br />
weder te<br />
vernietigen<br />
52 BEKNOPTE HISTORIE bÉk<br />
derfchap, Delft en andere Steden, die met hun<br />
Remden, zich zeer fterk verzetteden , tegen<br />
alles protefleerden , en alles overnamen, ja<br />
eindelyk verklaarden , die gemelde Gedeputeerden<br />
niet te zullen erkennen ; nogthans<br />
moesten zy zich aan de Meerderheid onderwerpen,<br />
want met de negen Remmen der andere<br />
Steden, werdt tegen de agt eerite beflooten,<br />
de nieuwe Geloofsbrieven te doen<br />
gelden (*J.<br />
Daar werden nog wel veele poogingen gedaan,<br />
om het geen op den 23^ ^pri] verricht<br />
was, te vernietigen; en de verlaatene Raaden<br />
weder te doen herftellen; doch allen te vergeefsch:<br />
Op den 8*0 May kwam ter Vergadering<br />
der Heeren Staaten een Brief in van de<br />
Burgemeesteren EICHON cn VAN BEEF-<br />
T ING, waar in zy verklaarden, dat zy de nieuw<br />
aangeftelde Raaden niet konden by een roepen,<br />
en dus geen Vroedfchap zouden beleggen,<br />
zonder dat Hun Ed. Groot Moog. daarin<br />
zouden voorzien hebben ; daar by kwam een<br />
Brief van de veertien Raaden, waarvan 'er zeven<br />
geremoveerd waren , aandringende op herftel<br />
van het geen op den 23^11 April gefchied<br />
was; doch volgends het voorftel van Dordrecht,<br />
werd by Hun Ed. Groot Moog. begreepen ,<br />
dat de zaak Domefticq was, en alhoewel een cf<br />
twee Burgemeesters meenden geen Vroedfchap<br />
(*) mmri Nederl. Ja art, April bladz. 800-80a.<br />
te
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 53<br />
te kunnen beleggen, dat de derde zulks doen<br />
kon(*). Den 9 l,<br />
e May werd de Brief der Heeren<br />
Burgemeesteren EICHON en VAN BEEFTING<br />
en verfcheidene Raaden van Rotterdam, by de<br />
Staaten in nadere overweeging genomen; ge<br />
lyk ook het Verzoekfchrift van den Hr. HOOG<br />
met de zynen. De beide Steden, Gouda en<br />
d c r i<br />
Gorinchem, die den 4<br />
May op dit punt rog<br />
niet gereed waren, verklaarden zich nu; Gouda<br />
verklaarde op uitdrukkelyken last der Vroed<br />
fchap, de zaak van Rotterdam voor mère Dome-<br />
Jlicq te houden; Gorinchem verwachtte den<br />
d e<br />
volgenden dag misfchien nog last. Den n "<br />
May werd deeze zaak weder in overweeging<br />
gebragt en ook afgedaan; dewyl Gorinchem nu<br />
ook last ontvangen hadt, om zich by de 10<br />
andere Steden te voegen, zoo is het befluit<br />
met elf ftemmen opgemaakt, en de zaak wei é<br />
Domefticq, of zuiver huishoudelyk verklaard (f).<br />
Dus hebben dan de Staaten het gebeurde op<br />
l l e r i<br />
den 2i<br />
April te /Jmjlerdam, en op den 23^11<br />
April te Rotterdam voor enkel huishoudelyk<br />
verklaard in beide de Kooplieden (§). De<br />
Lieden der andere Party, die deeze Remotiën<br />
afkeurden, maakten wel verfcheidene aanmer-<br />
kingen op dit Domefticq verklaaren ; het nïeld<br />
echter Rand, dewyl het door verfcheidene<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787. bladz. r,ii,<br />
(f) Ibid May 1787. bladz. 92.1 929.<br />
(§) Ibid. May 1787. bladz. 919.<br />
D 3<br />
Ven<br />
I787.<br />
De zaak der<br />
Remotiën<br />
metelf ftetnmenhulshoudelyk<br />
verklaard
.1787.<br />
Het Vaandel<br />
VA 11 de<br />
JLyfa.'ii'dcn<br />
te vuet,<br />
grotiweljk<br />
outëerd.<br />
54 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Verzoekfchriften , om het te doen Rand hou.<br />
den , van veele Burgers van Dordrecht, Haarlem,<br />
Leyden, Gouda, Schiedam, Schoonhoven en anderen,<br />
onderfleund werd. De Regeeringen van<br />
beide de Steden bleeven op dien voet, op<br />
welken zy den aföè' en 23<br />
1<br />
2<br />
ftc<br />
n April gebragt<br />
waren, tot dat by het intrekken dér Pruisfifche<br />
Troupen in het Land en in de Steden, endoor<br />
de groote Omwending van zaaken , daarop gevolgd,<br />
alles weder op den ouden voet herReld<br />
werd; wanneer de nieuwe Regenten hunne<br />
Posten, en verfcheidene de Stad en het Vaderland<br />
verlieten; terwyl de ouden de Roeien<br />
der eere weder beklommen.<br />
Hoe groot de verbittering van fommige Lieden,<br />
in deeze tyden, was tegen de Regenten,<br />
die eene Grondwettige HerRelling zochten uit<br />
te werken, is ons voorheen gebleeken in het<br />
geval van MOOR AND; en dat ze niet minder<br />
was tegen de Staaten zeiven, bleek fomtyds<br />
door daaden, die zoo boosaartig in haare natuur,<br />
als fchandelyk Voor den bedryver en<br />
hoonende voor den Souverain waren: Van zo«<br />
danigen aart was de fchending van 't Vaandel<br />
der Lyfgarde te voet , van Hun Edel Groot<br />
Moog. de Staaten van Holland en Westvriedand,<br />
waar onder op Zondag den i8 t,C(<br />
> February de<br />
Wacht in 's Hage aftrok; op hetzelve waren<br />
;enigc zwarte fchrappen of trekken geteekend ,<br />
lie eehe galg verbeeldden , waarvan eene<br />
heep liep tot aan den kop van den Leeuw,<br />
op
ONLUSTEN m HET VADERLAND. SS<br />
op hetzelve Vaandel ftaande. Het Hof van<br />
Holland, dit vernoemen hebbende , beloofde<br />
een Premie van duizend zilveren Dukatons aan<br />
den geenen , die den daader of medeplechtigen<br />
ontdekte; en daar en boven ftraffeloosheid,<br />
indien de Aanbrenger een daader of medeplegtige<br />
was, met die bepaaling nogthans, indien<br />
hy door een ander tot het pleegen van die<br />
misdaad was aangezet, en den geenen, die hem<br />
hadt aangezet, ontdekte. De Krygsraad van<br />
het gemelde Regiment Gardes insgelyks beloofde<br />
een Premie van honderd halve gouden<br />
Ryders aan den geenen, die den daader of<br />
daaders zoude ontdekken, liet dit den ao^n<br />
op de Parade aan 't Regimenti en vervolgends<br />
aan allen, man voor man, bekend maaken. De<br />
Vaandrig VAN DER HOOP, die met dit Vaandel,<br />
zoo fraay getekend, ter Wacht was opgetrokken<br />
, werdt op order van den Generaal<br />
KRETSMAR in de Provoost gezet, en vervolgends<br />
door twee Raadsheeren van 't Hof,<br />
de Heeren LE LEU DE WIDHEM en VAN<br />
MINNINGEN, benevens dén Fiscaal 'T HOEN<br />
en een Secretaris, verhoord (*) Gecommitteerde<br />
Raaden fchreeven in eenen Brief aan de<br />
Staaten, wat 'er met het Vaandel was voorgevallen,<br />
en dat ze aan 't Hof van Jrftine hadden<br />
toegedaan , eenige vermindering van ftraffe<br />
te belooven aan de ontdekkers van 't bedryf,<br />
£*) Nieuvit Nederl, Jaarb, February 1787. bladz. 213—21;.<br />
D 4<br />
in*<br />
1787.<br />
De Vaandiig<br />
VA M<br />
D EU 1: o 0 F<br />
in arrest.
Aan ('en<br />
K'ygsrf.nl<br />
p ergegeevui.<br />
50 BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />
ndicn zy medeplegtigen" waren; dit werd<br />
goedgekeurd, behalven door Amfierdam, en<br />
nog vier Steden, die dit overnamen (*). Ver-<br />
volgends werd de Vaandrig V A N D E R H O O P<br />
door het hocge Gerechtshof in handen van den<br />
Krygsraad overgegeeven, met verklaaring, dat<br />
het Hof niets tot zynen laste gevonden hadt.<br />
De Krygsraad hield daarop den 28 lle<br />
n February<br />
vergaadering, ontflpeg den Gevangenen Vaan<br />
drig uit.zyn Arrest by den geweldigen Pro-<br />
voost, en (lelde hem in Kamer• Arrest. Doch<br />
de Staaten fchreeven aan het Hof van Jullitie,<br />
om, alyoorens dat geval te eindigen, opening<br />
van zyn bevinden, aan Hun Edel Groot Moog.<br />
te geeven, en van 't geen door hetzelve ver<br />
licht was, verflag te doen (f). Ook werd de<br />
Generaal Major K R E T S C H M A R door de Ge-<br />
:ommitteerde Raaden gelast, gan Hun Edel<br />
Moog. rapport te doen , van het geen de Krygs.<br />
raad in de zaak van den Vaandrig V A N D E R<br />
K O O P verricht hadt (§). Eindelyk werden<br />
Gecommitteerde Raaden op den 14' ie<br />
» Maart,<br />
ïemagtigd om alle de flukken van den Krygs-<br />
•aad, raakende de zaak van den Vaandrig<br />
/ A N D E R H O O P , te vorderen, en den ge-<br />
nelden Krygsraad reden af te vraagen , waarom<br />
ry het Provoost-Arrest in een kamer -Arrest<br />
(*) Nieuwe Neder!. Jaarb. February 1787. bladz. 22Ó,<br />
dj .Ibid. February 1787. bladz. C32,<br />
{§; Ibid. uiaart 1787. bladz. 33ö„<br />
ver*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 57<br />
veranderd hadt, en van alles aan de Staaten 17S7.<br />
bericht te geeven. Ondertusfchen fchondt de Vlugt uit<br />
zyn Arrest,"<br />
Vaandrig VAN DER HOOP zyn Kamer-Arrest,<br />
en maakte zich weg door de vlugt; buiten<br />
bereik zynde , fchreef hy eenen Brief aan<br />
den Prefident des Krygsraads, waarin hy zyne<br />
onfchuld aandrong, en voorgaf om geene andere<br />
reden gevlugt te zyn, dan uit vreezevan<br />
voor eenen anderen, dan zynen dagelykfehen<br />
\<br />
en bevoegden Rechter, te recht gefteld te<br />
zullen worden; doch hoe ongegrond deeze<br />
voorgewende yreeze was, zal uit het vervolg<br />
blyken. De Prefident des* Krygsraads bragt<br />
deezen Brief ter tafel van de Staaten (*). Ge<br />
f t ;<br />
committeerde Raaden gaven den 2o « Maart,<br />
aan de Staaten bericht van 't Rapport des Krygsraads<br />
, waar uit bleek wat dezelve in de zaake<br />
des gevlugten Vaandrigs VA N DER HOOP gedaan<br />
hadt , en dit Rapport werd Commisforiaal<br />
gemaakt (f). Ondertusfchen werdt de<br />
Vaandrig, van wegen den Krygsraad des Regiments<br />
Gardes te voet, door Hun Ed. Groot<br />
Moog. daartoe gemagtigd zynde , by openbaare<br />
trommelflag ingedaagd, wegens plichtverzuim<br />
in het niet aangeeven der ontëering van het<br />
Vaandel; en voorts over zyn ontwyken uit zyn<br />
Huis-Arrest, om tegen den 6 Jen<br />
April te verfchynen,<br />
en zodanigen crirnjneelen eisch van<br />
(*) Nieuws Nederl. Jaarb. Maart 1787. bladz, 399.<br />
(.1; ïbid. Maart 1787. bladz. 407.-<br />
D 5<br />
den<br />
Wordt ingedaagd.<br />
'
1787.<br />
VcrfchynÉ<br />
niet, cu<br />
wordt gevonniid.<br />
Oproer en<br />
Plniidtrinccn<br />
te Goes.<br />
58 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
den Auditeur aan te hooren, als tegen hem<br />
zou gedaan worden (*). Doch de Vaandrig<br />
VAN DER HOOP verfcheen niet voor deezen<br />
zynen dagelykfehen en bevoegden Rechter,<br />
voor welken hy gedaagd was, gevolglyk hadt<br />
hy nu geene reden om te vreezen, voor eenen<br />
anderen Rechter gefteld te zullen worden;<br />
welk agterblyven groot vermoeden gaf van<br />
fchuldigheid. Waarom ook de bovengemelde<br />
Krygsraad een vry zwaar Vonnis over hem<br />
velde, dat hy naamelyk als eerloos zou gecas><br />
feerd, en eeuwig uit Holland en Westvriesland<br />
gebannen worden; welk Vonnis aan de Staaten<br />
ter goedkeuring werd overgegeeven, en op den<br />
2fjftèn May door Hun Edel Groot Moog. goedgekeurd<br />
en bevestigd (f).<br />
Thans koom ik tot Gebeurtenisfen, waarin<br />
Oproerigheid, Plunderzucht en geweld op zulk<br />
eene barbaarfche wyze haar rol gefpeeld heb.<br />
ben, dat de menfehelykheid 'er van gruwt, en<br />
waar uit blyken zal tot welke buitenfpoorigheden,<br />
partyzucht domme cn dolle yveraars kan<br />
vervoeren. Het geen te Goes in Zeeland gebeurd<br />
is , zal daar van een allerdroevigst voorbeeld<br />
uitleveren. Na dat men federt eenigen tyd al<br />
beweegingen onder het gemeene Volkbefpreid<br />
hadt, braken dezelven eindelyk in woede uit<br />
op<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Maart 1787. bladz. 409.<br />
(D 'W*" May 1787. bladz. 058,
ONLUSTEN IN. HET VADERLAND. $9<br />
op Dingsdag den 3o ac<br />
" January Twee zaaken<br />
geeven de berichten, die men daar van heeft,<br />
op , welke daartoe aanleiding gaven. Voor<br />
eerst, dat men een gerucht verfpreid hadt,<br />
van eenen zoo genaamden Patriöttifchen Eed,<br />
waar door men zich verbonden zoude hebben ,<br />
om den Proteftantfchen Godsdienst en het Huis<br />
van Oranje uit te roei jen. Hoe ongerymd,<br />
hoe onmoogelyk in de uitvoering, zulk eene<br />
vcrbindtenis ook mogt voorkoomen, zy vondt<br />
echter geloove by een dom Gemeen, dat reeds<br />
tegen de Patriotten opgeftookt, hier door nog<br />
meer verbitterd werdt.<br />
De tweede aanleiding was, dat men in de<br />
Hollandjche Historifche Courant, van den 27^"<br />
January eenige uitdrukkingen geleezen hadt,<br />
djor welke de Zeeuwen in 't algemeen,, en de<br />
Goefenaars in 't byzonder zich gehoond en beleedigd<br />
achtteden: te weeten, ,, dat de Provintie<br />
Zeeland,op het Staatkundig Tooneel van<br />
ons Vaderland eene verachtelyke rol fpeelde,<br />
en dat zulk een gedrag door het beste gedeelte<br />
van Zeelands Ingezeetenen niet werd goedgekeurd;<br />
maar dat dit den grootften afkeer gevoelde<br />
van het ongelukkig bellier, welk aldaar<br />
plaats hadt; als waar door deeze Provintie het<br />
voorwerp der verachting van alle weidenkenden<br />
zyn moest."<br />
Om deezen blaam van de Provintie af te<br />
weeren, en den JS'ieuwsfchryver te logenftraffen,<br />
deed men een Dank-Adres opftellen en<br />
ter<br />
1787.<br />
Haiik-<br />
Adresfen<br />
aan de Staa<br />
ten,
1787.<br />
6o BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ter TeekeniDg leggen , waarin de Onderteekenaars<br />
hun genoegen betuigden over de maatregelen,<br />
welken de Staaten der Provintie tot<br />
hiertoe genoomen, en over het gedrag, dat<br />
Hun Edel Moog. in 't bellier der algemeene<br />
zaaken gehouden hadden. Dit Adres vond wel<br />
hier en daar eenige Onderteekenaars, maar<br />
veelen weigerden ook te onderfchryven; onder<br />
anderen een oud Landman, met te zeggen:<br />
,, de-vos is te oud; zulke dingen waren goed<br />
in de tyden der onweetendheid; maar niet,<br />
federt dat hy en zyns gelyken werk gemaakt<br />
hadden van 's Lands gefchiedenisfen te kezen."<br />
Men wilde evenwel veele Onderteekenaars<br />
hebben, men liep langs de huizen om<br />
zulken, die ongenegen waren, met geweld<br />
daartoe te dwingen; en onder dat'voorwendzel<br />
bedreef men allerlei baldaadigheden; eindelyk<br />
floeg men over tot Plunderen en Rooven, en<br />
tot de grouwelykfle mishandelingen van weêrloozen,<br />
om zich over den ingebeelden hoon<br />
door de Hiftorie Courant, hun aangedaan, aan<br />
zyne Medeburgers, die men voor Patriotten<br />
hield, te wrecken. Dit tooneel werd op Dingsdag-.<br />
den 30 aeri<br />
January geopend door den huisknegt<br />
van den Heer z. D VAN DER BILT,<br />
Schepen en Raad der Stad Goes. Deeze knegt<br />
ontmoette op dien dag een bejaard Koopman,<br />
met naame JAC, KODDE, fmeet hem tegen<br />
den grond, na eenige woordenwisfelingen, en<br />
kwetfte hem in het aangezigt. Gelyke moedwil-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 61<br />
"willigheid pleegde die zelfde knegt kort daarna<br />
aan den Zilverfmid VAN DEN THOORN. Nog<br />
erger boosheid voerde hy in den namiddag uit<br />
in de Herberg de Gouden Leeuw, waar hy, geholpen<br />
door den beruchten Schippersknegt<br />
HEIN MEURS, naderhand bekend onder den<br />
naam van Oranje Bailjuw, zekeren Schipper,<br />
met naame WILLEM KODDE, op het vuur<br />
wierp, in de tegenwoordigheid van den Hr.<br />
w. c. DE CRANE, Schepen en Raad der Stad.<br />
Deeze en diergelyke mishandelingen aan Geweldige}<br />
Oproeren.<br />
Lieden toegebragt, die hun in 't minst niet<br />
beleedigd hadden, aileenlyk dat zy van deeze<br />
dolle yveraars in gevoelen verfchilden, waren<br />
maar als een voorfpel van het woefte toonee!,<br />
dat dien avond zou geopend worden. Ten zes<br />
uuren liep een troup gemeen Volk naa het huis<br />
van den Procureur j DE WINDT, oudften<br />
Luitenant der Schuttery . DE ED. HANDBOOG.<br />
Daar eenige reizen aangefcheld hebbende,<br />
fchoof de Procureur een boven Raam open , en<br />
vraagde wat zy hebben moesten? Zy wilden<br />
weeten of hy de Schryver van de Historifche<br />
Courant was? Hy antwoordde van neen; doch<br />
een uit den hoop riep hem toe: ,, Gy liegt<br />
het: wy gelooven u niet; kom maar beneden,<br />
dan zullen wy u in vier kwartieren van "?n<br />
fcheuren." Ondertusfchen zond de Hr. DE<br />
WINDT, aan den Bailjuw j, POLS, om hulpe<br />
tegen deeze woeste menigte te verzoeken;<br />
doch eer de Bailjuw daar was, zochten zy ge-<br />
le.
1787.<br />
02 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
legenheid om rn 't huis te koomen en te plunderen;<br />
eenigen gingen naa de agterdeur om in<br />
te brecken; dit mislukkende zochten zy over<br />
het dak in huis te komen; ook daarin niet flaagende,<br />
liepen zy naa de voordeur,om die met<br />
geweld open te loopen; maar ook dit niet gelukkende,<br />
vielen zy aan op de Raamen van het<br />
Voorhuis, en de Zykamer, die zy met blinden<br />
en al qitfiieten ; waarop zy daar in flooven ,<br />
alles wat daar in was, kort en klein floegen,<br />
en den Procureur met glas en andere dingen ,<br />
die voor handen waren, naa het hoofd fmeeten<br />
, zoo dat hy genoodzaakt was naa boven te<br />
vlugteu, waarheen de Plunderaars hem zekerlyk<br />
zouden gevolgd hebben, indien zy niet<br />
door zyn Dochtertje en Schoonzuster met bidden<br />
en fmeeken waren te rug gehouden.<br />
Eindelyk verfcheen de Hr. Bailjuw POLS,<br />
ten huize van den Procureur; waarop de oproerige<br />
hoop afzakte, en zich naa het huis van<br />
een Winkelier begaf, waar zy alles deerlyk<br />
verwoesteden, en veele Winkelwaaren roofden.<br />
Van daar begaven zy zich naa het huis<br />
van den Mennonisten Prediker A. STAAL,<br />
waar zy niet alleen groote verwoestingen aanrechteden<br />
aan Huisraad, Boeken en Papieren;<br />
maar ook den Leeraar na het leeven Ronden<br />
en hem den dood dreigden, zoo dat hy zich<br />
in 't bovenfte van het huis moest verbergen,<br />
om de Moordzuchtige handen van het Graauw<br />
te ontwyken. Het geen niet weinig tot verbis.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 63<br />
bittering van het opgeruid Gemeen zal hebben<br />
toegebragt, is buiten twyfel dit, dat men on<br />
der de geplunderde en geroofde Papieren en<br />
Boeken, het Boek van de Sociëteit of het<br />
Genootfchap van Wapenhandel, waarvan de<br />
Hr. A. STAAL Secretaris was, gevonden hadt,<br />
en in hetzelve, den bovengemelden Patriötti-<br />
fchen Eed. Aanftonds ging het geroep op,<br />
dat nlen nu agter het geheim was, en den man<br />
gevonden hadt. Doch, by nader onderzoek,<br />
bleek welhaast, dat een gedrukt Exemplaar<br />
van 'sHage te Goes gebragt was, door den<br />
Beurtfchipper MARINUS VAN EALEN, van<br />
Goes op 'sHage. Het volk, hier door verbit<br />
terd op den Schipper, dreigde zyn huis onder<br />
den voet te haaien; doch de Burgemeesters<br />
droegen daar zorg voor, en lieten twee Schild<br />
wachten voor dat huis plaatfen, met last, om<br />
geweld met geweld te keeren ; hoewel de<br />
Plunderaars aan de andere huizen hunne rol<br />
uitgefpeeld, en hunnen moed ongehinderd ge<br />
koeld hadden. Ondertusfchen moest Do. A.<br />
STAAL zyne Gemeente en beroep verlaaten,<br />
om zyne veiligheid buiten Zeeland te zoeken;<br />
gelyk ook verfcheidene andere Perfoonen die<br />
oproerige Stad en het Eiland verlieten.<br />
Terwyl deeze dingen gebeurden, hield de<br />
Procureur DE WINDT, een kort gefprek föee<br />
den Bailjuw POLS, waar in de Procurf tor', Mil<br />
der anderen, aan den Bailjuw vrkagde, waarom<br />
hy den knegt van den Schepta VA DI:B<br />
BILT,<br />
1787.
niet hadt doen vatten en in hechtenis zetten ?<br />
Waarop de Bailjuw antwoordde, dat hy hem,<br />
ontbooden, doch dat hy de misdaad ontkend<br />
hadt. DE WINDT hernam hierop, dat verfcheidene<br />
menfchen zulks gezien hadden,'onder<br />
anderen de Zilverfmid VAN DEN THOORN,<br />
die ook zelve geflaagen was; waarop de Bailjuw<br />
hem te gemoet voerde, dat deeze daarom<br />
geen getuige konde zyn; en dat hy, in allen<br />
gevalle, dien Knegt niet mogt vatten. Nog vindt<br />
men aangaande den Hr. DE WINDT aangeteekend,<br />
dat hy na twee herhaalde aanvallen<br />
op zyn huis doorgeftaan te hebben , zyne<br />
Dochter naa den "Burgemeester VAN DORTH<br />
zondt, om byftand en wel een Militairen<br />
Schildwacht te moogen hebben; maar dat de<br />
jonge Juffrouw door des Burgemeesters Vrouw<br />
werd afgezet met te zeggen, dat elk om een<br />
Schildwacht zondt; dat hy eerst na een derden<br />
aanval, en toen nog op voorfpraak van den<br />
Bevelhebber der Bezetting MA CA LES TER,<br />
zyne begeerte verkreeg; doch met bygevoegden<br />
last, dat de Schildwacht by eenen derden<br />
aanval het huis moest verlaaten; doch de Be«<br />
velhebber hadt de goedheid van hem nog twee<br />
nachten daarna eene Wacht te verleenen. Om<br />
geene byzonderheden meer by te brengen, -<br />
zal ik alleen nog maar in 't algemeen aantekenen,<br />
dat deeze razemy den gantichen nacht<br />
aan-.
ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. 63<br />
aanhield, dat eene Publicatie, daar tegen afgekondigd,<br />
even zoo weinig uitwerkte, als de<br />
Patrouilles van de Militie; en dat 'er wel 20<br />
huizen van Patriotten geheel uitgeplunderd,en<br />
wel 50 de glazen ingeflaagen en grootelyks<br />
befchadigd zyn geweest; zoo dat de fchade,<br />
hier door veroorzaakt, volgends geloofwaardige<br />
opgave, weinig minder dan driemaal honderd<br />
duizend gulden bedraagen heeft. Nauwelyks<br />
was deeze verfchrikkelyke nacht geëindigd,<br />
of men liep met een Oranje Vaandel langs de<br />
ftraaten, en dwong elk om Oranje te draagen,<br />
en het bovengemelde Dank-Adres te teeke*<br />
nen (*).<br />
Na dat de Plundergeest dus uitgeraasd hadt en<br />
verzadigd was, kwam de Stad naar 't uiterlyko<br />
in rust; doch 'er werd geen onderzoek gedaan<br />
naa de Aanvoerders en voornaame hoofden der<br />
muitery en plundering; men liet zoo wel de<br />
Belhamels als Medeplegtigen ongemoeid de<br />
openbaare Rraaten betreeden. Waarom de<br />
Regeerders van ZIERIKZEE en VEERE<br />
Voorftellingen ter Staatsvergaadering deeden,<br />
om naa dit Oproer onderzoek te doen. Ook<br />
werd ter Staatsvergaadering beflooten , bericht<br />
van den Magiftraat der Stad Goes te vraagen,<br />
en onderzoek te doen naa de werkeloosheid, die<br />
daar hadt plaats gehad. De Regeering van ter<br />
Goes,<br />
' (*) Nieuwe Nederl. Jaarb. February 17S7. blaciz. 344»<br />
Btnefd Nederland, V. Deel, bladz. 9e — 100.<br />
E<br />
1787*
Ï787.<br />
i I<br />
66 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Goes, zond welhaast het begeerde bericht,<br />
waarin zy het voorgevallene als een grcot wanbedryf<br />
befchouwde; maar zich verontfchuldigde<br />
met eene Verklaaring van den Bevelhebber der<br />
Bezetting, die verklaarde te zwak geweest te<br />
zyn om het geweld te keeren, en daarom verzocht<br />
voor eenige dagen nog 100 Mannen meer<br />
te moogen hebben. Voorts Relde de Regeering<br />
der Stad Goes aan de Staaten voor, om aan de<br />
Ingezeetenen Amnejlie te verleenen ; hoewel<br />
zy zich verlegen vondt,op wat wyze defchade<br />
aan de beleedigde Burgers te vergoeden; nog<br />
Relde zy voor om de werking der JuRitie op<br />
te fchorten; en de Meerderheid der Staats-Leden<br />
befloot 'er toe om die verzochte opfchor»<br />
ting te verleenen.<br />
De Stad Veere Relde voor, dat men de<br />
bronnen deezer Onlusten zou onderzoeken.<br />
Dit werdt aan eene Commisfie opgedraagen,<br />
en de Raadpenfionaris VAN DE SPIEGEL advifeerde,<br />
dat de bronnen te zoeken waren<br />
I. In het draagen van onderfcheidene tekenen ,<br />
en daar aan gehechte benaamingen. 11. Dat<br />
de Ingezeetenen zich onderwonden, om zich<br />
het beheer der openbaare zaaken aan te trekken.<br />
111. In den Burger Wapenhandel. IV.<br />
In het Vaderlandfche Fonds. V. In de Vergadering<br />
van derzelver Beflierderen. VI. In de<br />
losbandigheid der Couranten; waar by Middelburg<br />
nog voegde, de Vryheid der Drukpers.<br />
Maar Zierikxee was van een geheel ander gevoe-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. (T?<br />
Voelen, en begreep, dat men de bronnen der<br />
Onëenigheden te zoeken hadt in de werkeloosheid<br />
by den Engelfchen Oorlog; in de verwaarloozing<br />
van 'sLands verdeediging; in de tegenkanting<br />
tegen den Burger-Wapenhandel;<br />
in de misleiding van het Gemeen; en in de<br />
Dank - Adresfen wegens het goed beftier» enz.<br />
Eindelyk Relde de Raadpenfionaris VAN DEN<br />
SPIEGEL voor, eene welberedeneerde Publicatie<br />
af te kondigen, waar door zou verboden<br />
worden het draagen van alle onderfcheidene<br />
tekens, zich te bemoeijen met de openbaare<br />
zaaken, en daar by te voegen eene algemeene<br />
Amnestie. De Meerderheid keurde dit voorftel<br />
goed, befloot daartoe, en verzocht den Raadpenfionaris<br />
om een beredeneerd ontwerp van<br />
zodanige Publicatie op te ftellen (*).<br />
Omtrent den zelfden tyd en uit den zelfden Oproer cn<br />
Tweefpals<br />
grond, als te Goes ontftond in Noordholland, te Hoorn.<br />
-in de Stad Hoorn een oproer, waar by ook vry<br />
wat ongereldheden gepleegd werden , en de<br />
verbittering en tweefpalt zoo hoog liep, dat<br />
ze door eene Commisfie uit Gecommitteerde<br />
Raaden, van Krygsvolk onderfteund, moest<br />
geftild en tot rust gebragt worden. Het zelfde<br />
gerucht van dien voorgewenden , zoo veel opfpraak<br />
verwekkenden Eed , betreffende den<br />
Proteftantfchen Godsdienst en het Huis van<br />
Oranje,<br />
Nieuwe Nederl. Jaath February ,172?, bladz. 315—318,<br />
E 2<br />
1787.
1787.<br />
Publicatie<br />
daar tegen<br />
afgekondigd.<br />
68 BEKNOPTE HISTORIE DËÏT<br />
Oranje, was ook hier verfpreid; en werd even<br />
eens, als te Goes aan het Vaderlandsch Genoot*<br />
fchap, voor Vaderland en Vryheid, ten laste ge<br />
legd. Om de gevolgen van zulk een haatelyk<br />
vermoeden voor te koomen , en de ongere<br />
geldheden, waarvan reeds beginzelen gezien<br />
waren, te Ruiten, deedt de Wethouderfchap<br />
op den 3dcn February eene zeer nadrukkelyke<br />
Publicatie afkondigen. In deeze Publicatie<br />
betuigden Schout, Burgemeesteren en Sche<br />
penen der Stad Hocrn, dat zy met de grootRe<br />
aandoening vernoomen hadden, de toeneemende<br />
verfchillende denkwyzen der Burgers en Inge-<br />
zeetenen, en daar uit voortfpruitendeOnéénig-<br />
heden, waar door de een den anderen haatte,<br />
vervolgde en nadeel in zyne handteering toe-<br />
bragt; dat men het zaad van tweedragt en op<br />
roer zaaide, door Schimpliederen te zingen,<br />
faamenrottingen te maaken, brutaliteiten te<br />
pleegen, beleedigingen aan Rille Burgers en<br />
Ingezeetenen te doen, fchotfehriften en op<br />
roerige .Gedichten te verfpreiden, en daaren<br />
boven een verfierden,onwaarachtigenen Gods-<br />
lasterlyken Eed uit te flrooijen en te verfprei<br />
den ; onder anderen inhoudende, den Prote.<br />
Jtamfchen Godsdienst te onderdrukken en tegen<br />
te gaan, als mede den Roomfchen Godsdienst,<br />
die in deeze Landen toegelaaten wordt, en<br />
welken Eed men voorgaf, door de Leden van<br />
het gewettigd Exercitie - Genootfchap voor<br />
Vaderland en Vryheid 3 binnen die Stad, bezwoe<br />
ren
ONLUSTEN IN MET VADERLAND. 69<br />
ten te zyn: Iets geheel en alleen ingericht om<br />
de Ingezeetenen der Stad, en wel de Godsdienftigfte<br />
onder beide Gezindheden te meer<br />
tegen eikanderen te verbitteren, en de bloedigfte<br />
moordtooneelen voort te brengen; daar<br />
nogthans het gemelde Exercitie - Genootfchap<br />
aan Hun Ed. Groot Achtbaare op hetplegtigfte<br />
betuigd en meermaalen getoond hadt, niets<br />
anders ten doel te hebben dan , met verzaaking<br />
van alle eigenbelang, 'sLands waar belang en<br />
de rust en veiligheid der Ingezeetenen te be.<br />
vorderen ; en dat nimmer zulk een Godvergeeten<br />
ftuk, onder de Leden van het Genootfchap<br />
zoude plaats vinden; maar dat zy zich op het<br />
plechtigfte verbonden hadden , den waaren<br />
Christelyken Godsdienst, welken zy, benevens<br />
de Burgerlyke Vryheid , hielden voor de<br />
onfchatbaare vastigheden van Neêrlands Staats,<br />
gebouw, met allen yver, ernst en nadruk te<br />
zullen handhaaven, zonder mede te werken of<br />
te gedoogen , dat de gronden van dien Godsdienst<br />
op eeniger hande wyze zouden ondermynd<br />
worden; behoudens nogthans een billyke<br />
vryheid van Godsdienstoefening van andere<br />
Gezindheden. Waarom Hun Edel Gr. Achtb.<br />
by deeze alle Burgers en Inwooners der Stad,<br />
en haar onderhoorig Rechtsgebied op hetfterksc<br />
verzochten en vermaanden, de een den anderen<br />
in alle vrede en eendragt te verdraagen, elkanders<br />
welzyn, als Leden van eene Maatfchappy<br />
te behartigen en te bevorderen; en zich vooral<br />
E<br />
3 te<br />
1787*
1787.<br />
.Aanval oy><br />
liet liuis van<br />
den Bode<br />
van *t VaderlaudschOenootfeliap.<br />
70 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
te onthouden van alle die dingen in 't begin<br />
deezer Publicatie gemeld, byzonderlyk ook<br />
van 't verfpreiden van bovengemelden voorgegeeven<br />
Eed; zullende de Overtreeders van<br />
deeze Waarfchouwing, als verftoorders van de<br />
algemeene rusten veiligheid, geftrengelyk en<br />
zonder eenig oogluiken geftraft worden. Ook<br />
beloofden Hun Ed. Groot Achtbaare eene<br />
fomme van 300 guldens aan den geenen, die<br />
den uitvinder of opfteller van den voorgegeeven<br />
Eed zoude aanwyzen; als mede aan den<br />
geenen, die kon aantoonen , dat ooit zodanige<br />
Eed door een der Leden van het Genootfchap<br />
zoude gezwooren zyn (*)."<br />
Onaangezien deeze getrouwe Waarfchouwing<br />
en Vaderlyke vermaaning , bleeven de<br />
gemoederen even onftuimig, het welk uit hunne<br />
gefprekken en handelingen duidelyk bleek;<br />
en zy fcheenen niet te zullen rusten voor dat<br />
zy hunnen moed gekoeld, oproer verwekt, en<br />
hunnen wrok op het Genootfchap, dat hun zoo<br />
zeer in den weg was, hadden uitgeoefend.<br />
Met fchrik en vreeze zag nu de ftille Burger<br />
den 8 fte<br />
n Maart te gemoet, een dag,die meermaalen<br />
tot losbandigheid misbruikt was. Het<br />
d e - 1<br />
bleef echter ft.il en rustig tot aan den i4<br />
Maart, wanneer in den namiddag reeds eenige<br />
woelzieke menfehen, door een ftuurs gelaat<br />
en dreigende woorden, lieten blyken, dat zy<br />
niets<br />
(*) Beroerd Nederland, V. Deel, bladz. 108 — 113.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 71<br />
niets goeds in den zin hadden ; maar tegen den<br />
avond begaven zich eene menigte gemeen volk<br />
naa het huis van den Bode van het Vaderlandsch<br />
Genootfchap, JAN MEYER genaamd, en<br />
deeden eenen aanval met fteenen op de deur<br />
en venfters; doch MEYER, die den ftorm<br />
wel verwagt, en zich daar tegen van Wapenen<br />
tot verdeediging voorzien hadt, beantwoordde<br />
hun met fcherp en handgranaaten uit een Solder.<br />
venfter. Dit baarde fchrik en bragt den woesten<br />
hoop aan 't wyken, hoewel men niet weet<br />
dat 'er iemand gekwetst werd. Dit fchieten s<br />
en het rondloopen van meer andere , geen goed<br />
voorfpellende, hoopen vólks verfpreidde den<br />
fchrik door de Stad, en bragt de Schuttery<br />
onder de Wapenen. Een der Compagniën trok<br />
naa het aangevallen huis, en bezettede de toegangen<br />
daar naa toe; eene andere bezettede het<br />
Stadhuis. Het Graauw hield ondertusfchen<br />
Rand, en week niet uit den post dien het ingenoomen<br />
hadt; en dewyl eenige van 't ver<br />
nietigde Oranje Corps zich onder hetzelve met<br />
Geweeren gemengd hadden, zoo werdt var<br />
hunnen kant op de Schuttery geichooten, die<br />
dus genoodzaakt waren nu en dan eens los te<br />
branden; dit duurde totover drie uuren, zon<br />
der dat iemand gekwetst werd ; wanneer d(<br />
muitende hoop , geen kans ziende om zyn oog'<br />
merk te bereiken, begon af te zakken; en ter<br />
vyf uuren fcheen alles in rust, althans was dt<br />
woede in zoo verre beteugeld, dat vier van d(<br />
z e<br />
E 4<br />
1787.
Eene groote<br />
menigte vcrfchynt<br />
vcor<br />
'i Stadhuis.<br />
1% BEKNOPTE HISTORIE D E R<br />
zes Compagniën werden afgedankt. De eenige<br />
gekwetfte, die 'er bevonden is, was een van<br />
de Patriotten, aan wien eene zwaare kwetfuur<br />
aan 't been was toegebragt, door een fchoot<br />
van achter een hooiltal op hem gelost. De<br />
perfoon, dien men voor den daader hield,<br />
werd gevat, ontwapend en in hechtenis gebragt<br />
(*).<br />
Thans vleide men zich met de hope, dat de<br />
woede eens gefluit zynde, nu zou bedaarenen<br />
de rust herfteld worden; maar het was'erverre<br />
d i ;<br />
van daan, den volgenden dag, den ij ", verhefte<br />
zich het gemoed van nieuws niet alleen<br />
by het geringfte Gemeen, maar ook onder de<br />
Scheepstimmerlieden, en de Leden van het<br />
vernietigde Oranje Genootfchap; en de ftille<br />
Burgers werden verfchrikt en bekommerd door<br />
eene vertooning, die men niet wist waartoe<br />
gefchiedde, of wat daar van worden zoude.<br />
Eene Bende van tusfehen de vyf en zes honderd<br />
perfoonen , verfamelden ten negen uuren<br />
voor het Stadhuis, op den zoo genaamden<br />
Roodenjleen, of de Kaasmarkt. De Scheepstimmerlieden<br />
, of zoo genaamde Byltjes, gingen in<br />
gelederen van vier perfoonen van de Werf af,<br />
neemende hunne Bylen met zich, doch de<br />
Opzienders van de Werf keurden dit af, en<br />
beletteden zulks; dus gingen zy ongewapend<br />
in de gezegde orde naa de Manege, en van daar<br />
(*) Beroerd Nederland, V. Deel, bladz, 112-—1141<br />
naa
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 73<br />
caa het Stadhuis; waar zy zich by de menigte,<br />
op den Roodenjleen vergaaderd, voegden. Het<br />
duurde niet lang of het raadfel werd ontknopt:<br />
deeze gemengde vergaadering uit Sjouwers,<br />
Pakhuis - Werkers , Scheepstimmerlieden , Wy-<br />
ven en Jongens beftaande, maakten eenen<br />
kring, verkoozen uit hun midden eenige Ge.<br />
lastigden en zonden die op het Stadhuis aan<br />
Burgemeesteren, om uit hunnen naam deeze<br />
drie punten te verzoeken: 1. Dat de Bode<br />
van het Genootfchap J A N IME-YER, voor al<br />
toos uit de Stad en haar Rechtsgebied mogt ge<br />
bannen worden. 2. Dat de Perfoon, die den<br />
voorgaanden nacht door de Burgers gevat en<br />
in hechtenis genoomen was, op vrye voeten<br />
mogt gefteld worden. 3. Dat het Vaderlandsch<br />
Genootfchap (het welk gewettigd en in de<br />
befcherming der Staaten genoomen was) mogt<br />
vernietigd worden. Hoe vreemd deeze ver<br />
zoeken ook mogten luiden, zoo vonden Hee<br />
ren Burgemeesteren en Raad echter goed aan<br />
de vergaaderde menigte hun verzoek in te<br />
willigen. De gevangene werd genaakt, vef-<br />
fcheen op het plein, onder het aanheffen van<br />
een drievoudig Hoezee, werd met ftrikken en<br />
linten getooid, en als in triomf door de Stad<br />
rond geleid; onder dit rondgaan verzuimde<br />
men niet aan de huizen der gegoedde Burgers,<br />
vooral, die men voor Patriotten hield, om een<br />
drinkpenning te vraagen, ten einde dien in<br />
vreugde? en ter eere van Zyne Hoogheid te<br />
E 5 ver-<br />
1787.<br />
Verzoekt<br />
diie punten<br />
van liurgemees<br />
teren.<br />
Die hun ingewilligd,<br />
worden.
1-787.<br />
Zy plunderen<br />
dc kamer<br />
van het<br />
Genootfciinu.<br />
Eenige Burgers<br />
en<br />
Leden van<br />
Begeering<br />
wyiten uit<br />
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 75<br />
Vergadering, en gaven kennis van nog verzwaarende<br />
omfiandigheden ; waarop Hun Edel<br />
Groot Moog. nader beflooten, om by de twee,<br />
reeds toegeftaane Compagniën Ruitery nog<br />
twee andere te voegen,beide uit het Regiment<br />
van HESSEN-KASSEL, met het noodige voetvolk<br />
van het Regiment van VAN PABST. Welhaast<br />
kwam ook het gevorderd bericht van<br />
Burgemeesteren en Vroedfchap van Hoorn, omtrent<br />
het geen in die Stad was voorgevallen ;<br />
welk bericht hoofdzaakelyk daarop uitkwam,<br />
dat de Knegt of Bode van het Genootfchap van<br />
Wapenhandel, j. MEYER de oorzaak was ge.<br />
weest van alle de beweegingen ; dat de omfianftigheden<br />
Hun Edel Achtbaare van harten leed<br />
waren; maar dat ze aan Hun Ede! Groet Mog.<br />
met veele vergrooting en verzwaaring waren<br />
opgegeeven; doch te gelyker tyd kwam een<br />
bericht in van Gecommitteerde Raaden van het<br />
Noorder - Kwartier, welke die beweegingen in<br />
een geheel ander en veel ongunfliger licht befchouwden.<br />
Alles werdt aan het Groot Befoigne<br />
met Gecommitteerde Raaden Commisforiaal<br />
gemaakt. Nog kwamen by Hun Edel Groot<br />
Moog. verfcheidene Verzoekfchriften in , van<br />
Ingezeetenen der Stad Hoorn, die na elders<br />
gevlugt waren: Ook nog een Brief van Schepenen<br />
der Stad, die de zaaken even eens als<br />
de Gecommitteerde Raaden befchouwden, en<br />
Hun Edel Groot Moog. bedankten voor hunne<br />
aangewende zorg en de genoomene maatregelen»<br />
1787.<br />
Bericht van<br />
Burgemeester<br />
n en<br />
Vroedfcliap.<br />
Bericht vara<br />
GecommitteerdeRaaden.
* 73ö.<br />
•GecommitteerdeRaaden<br />
vergM'<br />
deren te<br />
Alkmaar,<br />
cn benoemen<br />
eene<br />
Commisfie.<br />
75 BEKNOPTE HISTORIE os*<br />
len. De bovengemelde Requesten werden aan<br />
Burgemeesteren en Vroedfchap gezonden om<br />
te berichten; doch deezen fchreeven daarop<br />
aan de Staaten , dat zy nog niet in ftaat waren<br />
om op die Requesten te berichten; maar verzochten,<br />
dat Hun Edel Groot Moog. hun Befluit<br />
op de gemelde Requesten genoomen, geliefden<br />
in te trekken, en niet meer dan twee<br />
Compagniën Ruitery naa de Stad.te zenden;<br />
doch de Staaten bleeven by hun Befluit, onaangezien<br />
de Ridderfchap en Hoorn het wilden<br />
ingetrokken hebben (*).<br />
Gecommitteerde Raaden van het Noorder-<br />
Kwartier, die thans te Alkmaar waren, vergaaderden<br />
op den 20«cn Maart verfcheidene<br />
maaien op het Stadhuis om eene Commisfie te<br />
benoemen, en fchikkingen te beraamen, ten<br />
einde met het beftemde Krygsvolk naa Hoorn<br />
te vertrekken. Zy zonden den Ritmeester<br />
KIP, met de Patenten naa Hoorn, om ze door<br />
de Vroedfchap te laaten teekenen; doch deeze<br />
weigerde zulks , om dat het Krygsvolk niet<br />
door Hun Edel Achtbaare, maar daar de Gecommitteerde<br />
Raaden in den Eed zou genoomen<br />
worden. Ondertusfchen groeide de Oproerigheid<br />
in de Stad hoe langer hoe meer aan;<br />
waarom de Heeren Burgemeesteren en Vroedfchap,<br />
voor erger gevolgen vreezende, den<br />
S2ften omtrent middernacht Attaché verleenden<br />
op<br />
CO Nieuw Nederl, Jaarb. Maart 17S7. bladz. 514—
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 77<br />
op- de Patenten. Dien zelfden nacht kwam de<br />
tyding te Alkmaar, dat het Krygsvolk te Room<br />
zou binnen gelaaten worden, en het vertrek<br />
der Gecommitteerde Raaden werd bepaald op<br />
den Maart, des morgens ten 8 uuren.<br />
Gemelde Heeren met hun gevolg en medegaande<br />
gezelfchap op dien geflelden tyd vertrokken<br />
zynde, kwamen een weinig voor drie uuren<br />
voor de Stad Hoorn, en vonden de poort geflooten;<br />
doch zy werd ras geopend, en de<br />
Krygsmagt haaren last aan den Major der Stad<br />
vertoond hebbende, trok de gantfche Troup<br />
de Stad in: Eerst een Compagnie Ruiters men<br />
gelaaden Geweer; vervolgends twee koetfen,<br />
ieder met vier paerden befpannen, waarin de<br />
Heeren Gecommitteerde Raaden gezeten waren;<br />
daarop volgde nog een koets met twee<br />
paarden, waarin de Schepenen zaten, en deeze<br />
werdt gevolgd van een tweede Compagnie Ruiters;<br />
hier volgden eenige rydtuigen met gevlugte<br />
Burgers van Hoorn, voorts een Compagnie<br />
Grenadiers, en 250 Muskettiers, mede<br />
voerende twee gelaadene Veldliukken drie ponders.<br />
Eenige Bagagiewagens flooten den trein (*).<br />
Groot was de blydfchap der gevlugte en nu<br />
wedergekeerde Burgers, gelyk ook van andere<br />
Rille en vreedzaame Ingezeetenen , aie nu<br />
verfcheidene dagen in angst en bekommering<br />
hadden moeten doorbrengen. Niet mindergroot<br />
was<br />
C) Nieuw Neder 1<br />
,. Jaari, Maart 17S7. bladz. 519 — 21»<br />
VcrtreH'fn<br />
naa Htóm<br />
met Krygsvolk,<br />
Vergaderen'<br />
aanftonds,<br />
en doen<br />
verfcheideneperfoonenariefteoren.
28 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
1787. was aan den anderen kant de fchrik en vreeze<br />
Jer hoofden en aanvoerders van de Oproermaakers,<br />
welken nu over hunne bedreevene<br />
jeweldenaryen ter verantwoording zouden geroepen<br />
worden. Aanftonds na hunne binnenkomst<br />
vergaaderden de Heeren Gecommitteerde<br />
Raaden, in hun gewoon Collegie op 't Hof,<br />
ïn de Schepenen in hunne kamer op het Stadhuis.<br />
De Poorten en Boomen der Stad werden<br />
geflooten, ten deele om toeloop van buiten te<br />
beletten, en ten deele ook,om den fchuldigen<br />
geene gelegenheid tot ontvlugten te geeven.<br />
Geen twee uuren waren 'er na de intreedeverloopen,<br />
of daar werden vier Beftierderen van<br />
het Oranje Genootfchap, ieder met een Detachement<br />
Soldaaten uit hunne huizen gehaald,<br />
en verhoord zynde, op dezelfde wyze in arrest<br />
gebragt, elk met twee Soldaaten by zich. Den<br />
volgenden dag werden drie op dezelfde wyze<br />
gehaald. Omtrent twee honderd Geweeren,<br />
door zeker Heer op zekere plaats in gereedheid<br />
gebragt, het welk geen goed oogmerk<br />
TTerftcllcn<br />
aanduidde , werden op last van Hun Ed. Moog.<br />
opgehaald; gelyk ook alle de Geweeren der<br />
Leden van het Oranje Genootfchap. Het Vader-<br />
de rust en<br />
nut Genoo;landsch<br />
Genootfchap, dat door de Aanhangers<br />
fcliap. der Oranje Party altoos gehaat, verdrukt, vervolgd<br />
geweest was, kreeg nu lucht, en de<br />
toezegging, dat hetzelve eerlang in zynen<br />
voorigen luister zoude herfteld worden; gelyk<br />
ook
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 79<br />
ook kort daarna inderdaad gefchiedde; en op<br />
deeze wyze werd de rust herReld (*).<br />
Omtrent den zelfden tyd , en uit dezelfde<br />
oorzaaken, ontftonden 'er beweegingen van<br />
onrust en oproer in eene andere Stad van<br />
Noordholland, niet verre van Hoorn geleegen.<br />
Op den ipdcn Maart brak de geest van oproer<br />
los in de nabuurige Stad Edam, en vertoonde<br />
een vreezelyk aanzien , hoewel de gevolgen<br />
niet heel groot geweest zyn. Nadat.op den<br />
gemelden dag eenige beweegingen befpcurd<br />
waren, rottede des avonds ten 8 uuren een<br />
hoop volks te faamen, van omtrent 60 Perfoonen<br />
} meest Manlieden, die welhaast tot 300<br />
aangegroeid waren. Eene bende inderdaad<br />
groot genoeg, aangezien de kleinheid der Stad,<br />
om den Rillen Burger fchrik en vreeze aan te<br />
jaagen; te meer, dewyl fommigen voorzien<br />
waren met mesfen tusfehen de Broeksbanden<br />
geplaatst, en allen een fchrikkelyk gefchreeuw<br />
en getier maakten, onder 't welke zy de voornaarnfle<br />
Rraaten der Stad doorkruisten. Eindelyk<br />
ontmoetteden zy eenen Burgemeester,dien<br />
zy, op zyne vraage, wat hunne begeerte was,<br />
tot antwoord gaven: „ dat de Prins loven, en<br />
de Patriotten, en het Gezelfcliap in den Eenhoorn<br />
•weg moesten." De Burgemeester zeide hun<br />
daarop, dat hy even zeer als zy lieden voor<br />
Zyne<br />
f*) Nieuws Nederl Jaarb. Maart 1787. bladz. 22 23.<br />
Beroerd Nederland, V. Deel, bladz. 117 —— 119.<br />
I<br />
1787-<br />
Onr:i
ï78 7.<br />
Publicatie<br />
afgekondigd.<br />
üo BEKNOPTE HISTORIE DEÈ<br />
Zyne Hoogheid was; maar dat het hu in den<br />
avond geen tyd was, om daar over te handelen,<br />
dat zy elk zich naa hun huis moesten begeeven,<br />
en des anderen daags op het Stadhuis koomen ,<br />
om daar hunne belangen in te brengen. Deeze<br />
vermaaning hadt ingang, en zoo veel ontzag was<br />
'er nog voor de Stads Regenten, by die onrustige<br />
menigte, dat zy het daar by lieten en<br />
naa huis gingen ; zoo dat de nacht in rust en<br />
ftilte werd doorgebragt. Doch den anderen<br />
dag vergaaderde die zelfde menigte voor het<br />
Stadhuis, en benoemde vier Afgevaardigden<br />
uit hun midden, om een Verzoekfchrift aan<br />
Burgemeesteren in te leveren, ten einde het<br />
Vaderlandsch Gezelfchap, dat in den Eenhoorn<br />
'sweekeïyks vergaaderde, vernietigd te krygcn.<br />
Dit gefchiedde, en de drift om deeze<br />
hunne begeerte te verkrygen, was zoo groot,<br />
dat men den tyd niet kon afwagten, dien de<br />
Regenten noodig hadden, om over dat verzoek<br />
te raadpleegen, maar van tyd tot tyd het Stadhuis<br />
op en af liep, tot dat eindelyk de geheele<br />
menigte met een groot gedruis van het Stadhuis<br />
kwam Ruiven , onder het geroep van<br />
Hoezee en Triomf! En deeze zegeviering werd<br />
korts daarop bevestigd door eene Publicatie,<br />
welke op den 20 ftctl Maart beraamd, en op den<br />
22.ften afgekondigd en aangeplakt werd; dezelve<br />
was hoofdzaakelyk van deezen inhoud: „ Dat,<br />
in aanmerking genoomen zynde, dat in een<br />
Weekelyks Geichrifc, genaamd de Politieke<br />
KruU
ONLUSTEN IN HET VADERLAND; \ !t<br />
Kruijer, zeer veele lasteringen waren terned<br />
gefield, tegen de braave Regenten, Predika<br />
1-<br />
ten, Burgers, enz. en dat, vermoedelyl<br />
'»<br />
deeze lasteringen haaren oorfprong hadden u<br />
ic<br />
het gemelde Gezelfchap ; Burgemeesteren<br />
daarom, goed gedacht hadden en verftonden<br />
,<br />
het genoemde Gezelfchap te vernietigen, e<br />
den Eolitieken Kruijer te verbieden: Voorts oo<br />
n<br />
verbiedende alle faamenrottingen, het draage<br />
van Leuzen, het roepen van Oranje boven, en:<br />
ra<br />
Dit laatfte gedeelte.der Publicatiewaszoohaas<br />
vergeeten als afgekondigd; want die hollend<br />
t<br />
menigte, uitgelaaten door haare triomf, gin<br />
t<br />
kort daarna zynen ouden gang met roepen e:<br />
tieren door de Stad, even als te vooren; doel<br />
i<br />
zonder moetwil te bedryven; laatende zich t. 1<br />
vreden ftellen door wyn, jenever, brood ei<br />
I<br />
kaas, waarmede veele bevreesde Burgers, on<br />
t<br />
van anderen overlast bevryd te zyn, hen be<br />
fchonken, en zy zich vrolyk maakten (*).<br />
Op andere plaatfen, waar de Burgers vreed Baldaadig<br />
zaam onder eikanderen Waren, rechtteden de heden der<br />
Soldaaten t(<br />
Soldaaten baldaadigheden uit, onder het voor- Arnhem,<br />
tvendfel van voor Oranje te yveren. De Stad<br />
Amhem in Gelderland, heeft daar van meermaa<br />
len bittere gevolgen beproefd, gelyk nog laatst<br />
op den i 2de„ derzelfde, maand Maart, als zoo<br />
aanftonds van Room en Edam verhaald is Op<br />
JP Nie<br />
: w ÈcderU Jaari<br />
i - Naart bIad2<br />
Nederland, \. Deel, bladz. n 9.<br />
F<br />
den<br />
- s^. nm
1787.<br />
8a BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
den gemelden dag trok een troup Soldaateri<br />
van 't Regiment van S O M M E R L A T T E , (op<br />
Groninger betaaling ftaande) van 25, of zoo<br />
anderen zeiden , van 30 Man , met ontblooten<br />
fabel, onder het roepen van Oranjehoven, eri<br />
bet krasfen met de fabels over de ftraatfteenen 3<br />
van de Rhynpoort naa de Velperpoort; onderweg<br />
elk, dien zy ontmoetteden , aanrandende en<br />
moeite aandoende. By die Poort gekoomen<br />
zynde, floegen zy de glazen in aan 't huis van<br />
den Herbergier LIMPHERS, drongen in huis,<br />
en dreigden de Waardin, die agter de Toonbank<br />
ftond, met de Sabels aan te vallen. Haar<br />
Man, die irtet twee Burgers in de Binnekame?<br />
zat, dit geweld hoorende, vliegt , met tang<br />
en pook van de kachel gewapend, zyne Vrouw<br />
te hulpe; doch deeze Wapenen te zwak bevindende<br />
tegen zulk eene overmagt van mee<br />
Zydgeweer gewapende Soldaaten, gtypt een<br />
Piftool, dat gelaaden aan den wandt hing,<br />
dreigt hun overhoop te zullen fchieten, indien<br />
zy niet fchielyk zyn huis ruimden; doch deeze<br />
Moeitemaakers zulks weigerende, wil hy losbranden,<br />
maar het Piftool weigert; tot zyn<br />
geluk hing daar nog een ander welgelaaden<br />
Piftool aan den wandt, het welk hy grypt, en<br />
daar mede losbrandende zoo wel treft, dat een<br />
Soldaat dwars door het been gefchooten, eenen<br />
•anderen twee toonen van den voet gefchooten,<br />
en een paerd, dat juist op dat oogenblifc<br />
daar voorby kwam, aan 't been gekwetst, werden»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 83<br />
'den. Dit baarde fchrik in de Muitemaakers en<br />
zy naamen de vlugt.<br />
Het gerucht van dit voorval vloog fchielyfc De Buigers<br />
koomen in<br />
door de Stad, en kwam ook ter kennis van de le Wape.<br />
ueii.<br />
Burgers op de Hoofdwacht, waarom de Bevel,<br />
hebber dier Wacht zich tot den Voorzittenden<br />
Burgemeester vervoegde, om van denzelven<br />
Orders te vraagen, tot handhaaving en bewaa.<br />
ring der openbaare rust en veiligheid; doch de<br />
Burgemeester vondt niet goed zodanige orders<br />
te geeven; voorgeevende zulks niet te kunnen<br />
doen, zonder kennis van den tweeden regeerenden<br />
Burgemeester, die tot dat einde gezocht,<br />
maar niet gevonden werdt. De Burgers<br />
van den nood eene deugd maakende,gebruiken<br />
het moderamen incuipatce tutela, het Bellier van<br />
onfchuldige verweering, en de Compagnie,<br />
onder welke het aangevallen Huis behoorde,<br />
vergaaderde öp eigen gezag, bezet het huis van<br />
den Herbergier, en de bevelvoerende Officier<br />
geeft last, oin met fcherp te laaden. Dit baarde<br />
zulk een fchrik by de muitzuchtige Soldaaten,<br />
die zich anders moogelyk met noggrooter magt<br />
aan den Herbergier zouden gezocht hebben te<br />
'wreeken, niet meer te voorfchyn kwamen, en<br />
de nacht in rust voorby ging. Sedert voorzagen<br />
veelen der Jrnhemfche Burgers zich van<br />
Snaphaanen en fcherpe Patroonen, om, als 'c<br />
noodig was, op het eerfte gerucht, gebruik<br />
daarvan te kunnen maaken. Veer-<br />
Cj Nieuwe Nederl Jaarb. Maart tffr bladz. 3 7 7. Beroerd<br />
Nederland, V. Usel, bladz. 104,<br />
F a<br />
1787.
1787.<br />
De Pander<br />
j. VALBURG<br />
te Wyk<br />
gevomusd<br />
en ontflaa*<br />
gen.<br />
84 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Veertien dagen voor dit geval , werd óê<br />
Pander van Utrecht, JOHANNES VALBURG»<br />
dien ik in 't voorleden Jaar in hechtenis te<br />
Wyk te Duurjiede gelaaten heb (*), uit dezelve<br />
verlost, waarvan ik hier den uitilag kortelyk<br />
zal melden. Die ongelukkige Pander, welke<br />
alleenlyk op order van 't Hof van Utrecht, dat<br />
hem gezonden hadt, zynen last uitvoerde,<br />
werdt eindelyk, na dat hy meer dan negen<br />
maanden in hechtenis te Wyk, gehouden was,<br />
gevonnisd, en na de uitvoering van dat vonnis<br />
op den 28 February in vryheid gefield. Die<br />
Vonnis kwam hier op uit: Dat de drie oorfprongelyke<br />
Papieren of Requesten, houdende<br />
Citatiën in perfoon als anders, door, of op,<br />
den naam van den Procureur Generaal deezer<br />
Provintie, in verachting en tot fchending en<br />
verkorting van het Recht, deeze Stad toebehoorende,<br />
en op den lQ de<br />
" May 1786. aan den<br />
Hove van Utrecht geprefenteerd, enz. door<br />
een Dienaar van de Juftitie deezer Stad, in<br />
het aanzien van den Gevangenen , op de Puije<br />
voor het Stadhuis aldaar openbaarlyk zullen<br />
Verfcheurd worden: Verbiedende Hem Gevangenen<br />
, geduurende zyn leeven lang binnen<br />
deeze Stad of derzelver Vryheid te koomen,<br />
op Rraffe van het tegendeel doende, als een<br />
fchender van Stadsgrondgebied aan den lyvé<br />
geftraft te zullen worden; veroordeelende Hem<br />
Ge-<br />
(*) Zie liet <strong>II</strong>I. Eeel van deeze Beknopt Historie, bl. iïl 3
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, • 8j<br />
Gevangenen boven dien in alle kosten, enz<br />
alvoorens ontflaagen te worden, en zulks nie:<br />
binnen vier weeken gefchiedende, hem aïsdat<br />
in een Werkhuis te laaten overbrengen , om mei<br />
zyner handen arbeid de kost te winnen, toi<br />
zoo lange dat aan den inhoud deezes, ten aanzien<br />
van de kosten en mifen zal voldaan zyn,<br />
enz." ,;• *<br />
Dewyl de Pander aanftonds, na dat het Vonnis<br />
hem was voorgeleezen, de geëischte kosten,<br />
bedraagende eene fomme van
n maakt<br />
S6 BEKNOPTE HISTORIE DER -<br />
eene vriendelyke overeenkomst, geheel en ai<br />
afgefneeden door zodanige voorloopige Voorwaarden<br />
te ftellen. die de andere Party nooit<br />
zou toeftaan. Althans de Staats-Leden te<br />
Amersfoort vergaaderd, beflooten op den 3o ften<br />
R c n<br />
en 3i Maart, op het geheim Rapport, door<br />
hunne Gedeputeerden, ter beantwoording van<br />
den Brief der Staaten van Holland uitgebragt:<br />
1. Geene Bemiddeling aan te neemen, dan van<br />
alle de Bondgenooten. 2. De Onderhandelingen<br />
over dezelve niet in den Haag, maar te<br />
Utreclt of te Amersfoort te houden. 3. Met<br />
geene anderen dezelven aan te gaan, dan met<br />
die Raaden, welke in hunne byzondere befcherming<br />
genoomen waren, en de opfchorting der<br />
jaarlykfche verzetting van de Regeering, op<br />
den I2 DCN<br />
October aangenoomen hadden; en<br />
dus ook met byzondere uitzondering van de<br />
Heeren DAUNIS en ABBEMA, welke die opfchorting<br />
niet voor wettig erkend hadden (*).<br />
Aan die Raaden nu, welke de Burgery gere.<br />
moveerd hadt, kon de Regeering de Onderhandelingen<br />
onmoogelyk toebetrouwen. Het<br />
natuurlyk gevolg hier van was, dat het gefchapen<br />
ftond, dat de Stad Utrecht nu meer<br />
dan ooit voor haare veiligheid moest zorgen,<br />
dewyl zy eenen aanval, of ten mirrfte eene<br />
influiting te wagten hadt, om haar tot onderwerping<br />
te noodzaaken. Hier van daan, dat<br />
men<br />
(_*) Nieuws Neder!. Jaarb. April 1787. bladz. 329.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 87<br />
men befloot eene proeve te neemen van de<br />
1787.uitwerking<br />
eenes Reglements, j n het voorige <<br />
:en loos<br />
jaar vastgefteld, by gelegenheid, dat 'er veel ' 11 arm.<br />
van eenen vyandlyken aanval gefprooken werd.<br />
Men bepaalde den 23^ April om een loos Alarm<br />
te maaken, daar by alles in acht te neemen ,<br />
wat zoo wel by de ongewapende Burgers, als<br />
by de Gewapende Schutters en Hulpburgers,<br />
by eenen waren vyandlyken *aanval, zou moeten<br />
gedaan worden. Om geene onnoodige ontfleltenis<br />
en verwarring in de Stad te verwekken,<br />
liet men dat voorneemen in alle de Wyken<br />
van huis tot huis bekend maaken , en ten half<br />
één uur, des namiddags, werden zeven Teekenfchooten<br />
van het Stadhuis gedaan, om het<br />
beginnen van 't Alarm aan te kondigen. Aanftonds<br />
hoorde men de Nachtwachts met hunne<br />
klappers flaan, de klokken luiden, en van de<br />
Toorens op den hoorn blaazen. De Compagniën<br />
Burgers verfaamelden op hunne loopplaatsen,<br />
en trokken vervo.Igends naa hunne<br />
byzondere posten; de Poorten werden geflooten<br />
en met Wachten bezet; de Kanoniers voegden<br />
zich by de Batteryen enhet Gefchut; en aan<br />
de huizen der Burgers werden de ontvangene<br />
bevelen, om brand te blusfchen en anderzins,<br />
•naauwkeurig opgevolgd. Eene Commisfie uit<br />
de Vroedfchap en uit het Defenflewezen, ging<br />
overal rond om alles te befchouwen, en betuigde<br />
haar genoegen over de nauwkeurigheid,<br />
pet welke de genoomene maatregelen uitgevoerd<br />
E 4 wer-
Krygsvolk<br />
gezonden<br />
om de Stnd<br />
jii te fluiten.<br />
I<br />
83 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
werden. Alles liep inde beste orde af, zonder<br />
eenige ongeregeldheid of verwarring.<br />
Dat deeze Proefneeming niet ontydig was,<br />
bleek welhaast by de uitkomst, dewyl kort<br />
daar na eene poogiug gedaan werd , om de<br />
Stad van alle kanten in te fluiten. Na dat ia<br />
'
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 89<br />
bevestigd , en men befpeurde welhaast de ge<br />
volgen van deeze faamenfpanning der Gelder-<br />
fihe en Amerfoortfchc Staaten , welke aanleiding<br />
gaven tot het roemwaardig Gevecht, dat tot<br />
eere van Utrechts Burgers in de Nederla'ndfche<br />
Gefchiedenis altoos gedenkwaardig zyn zal.<br />
In den nacht van den 7<br />
t | e<br />
» op den 8 fte<br />
" May<br />
kwam 'er een expresfe Bode te Utrecht aan,<br />
met bericht dat eene Bende Troupen uit Gel.<br />
derland van 18 Bataillons Voetvolk, eenige<br />
Ruitery en Artilleristen des morgens van den<br />
8ftcn May naa Utrecht zouden op marsen gaan ;<br />
op welke tyding aanftonds een expresfe Bode<br />
naa den Haag gezonden werd, om Hun Edel<br />
Groot Moog. van dezelve kennis te geeven,<br />
De Vroedfchap vergaaderde dien dag des mid<br />
dags ten half één uure, ora'te raadpleegenover<br />
eenige voorflagen van het Defenfiewezeri, op<br />
die tyding betrekking hebbende, en daarop<br />
werd beflooten, Om met de Staaten van Hol.<br />
bind gemeenfchappelyk te werk te gaan, ten<br />
einde voor te koomen, dat de hulpe, die van<br />
Holland beloofd was, niet afgefneeden wierde;<br />
gelyk ook om de Burger - Collegiën en Officie-<br />
ren van dit voorneemen kennis te geeven, en<br />
niet tegen derzelver zin eenige Troupen binnen<br />
de Stad of derzelver Vryheid te ontvangen. Den<br />
volgenden dag, den 9 clen<br />
vergaaderde de Vroed<br />
fchap des namiddags ten half vier uuren , en<br />
ontving bericht dat Schout en Gerechten van<br />
Jfreeswyk, (genaamd de Vaart') aanfchryving,<br />
F<br />
5 van
Gewapende<br />
Burgers daaf<br />
cegen uitgezonden.<br />
90 BEKNOPTE HISTORIE DES:<br />
van de Staatsleden, te Amersfoort vergaaderd,<br />
gekreegen hadden, om Inkwartiering te bezorgen<br />
voor vier Compagniën van 't Regiment<br />
van VAN EFFEREN; van welk Regiment ook<br />
twee Compagniën te Jutphaas zouden geplaatst<br />
worden, en twee andere voort marcheeren,<br />
de eene naa de Meeren en de andere naa Harmelen.<br />
Nog hadt men kondfchap, dat een<br />
Bataillon des Regimcnts van MONSTER over<br />
de Blauw-Kapel naa Zuilen en Maarfen zou<br />
trekken, om alzoo de Stad van rondom in te<br />
fluiten, en de gemeenfchap derzelve met Hol<br />
land af te fnyden.'<br />
1 4<br />
''-<<br />
• Over dit bericht beraadllaagende begreep de<br />
Vroedfchap, dat Vreeswyk (gezegd de Vaart')<br />
eene hooge en vrye Heerlykheid der Stad Utrecht<br />
was, ën gevolglyk niet zonder kennis en<br />
bewilliging van den Raad derzelfde Stad, op<br />
aanfchryving der voorflemmende Leden met<br />
Inkwartiering mogt bezwaard worden; en befloot<br />
derhalven, een Detachement vrywillige<br />
Burgers en Hulpelingen van omtrent 250 Mannen,<br />
waar onder eenige Scherpfchutters met<br />
3 Rukken kanon 3 ponders derwaards te zenden.<br />
De Hr. Vroedfchap D'AVEUHOULT<br />
verzocht dezelven te moogen geleiden; het<br />
welk aan Zyne Ed. Achtbaare werdtoegeRaan,<br />
met last aan den Bevelhebber van het Krygsvolk,<br />
om het Grondgebied van de Vaart, aan<br />
dë Stad toebehoorende, het welk hy met zyn<br />
intrekken, zonder kennis of last van de Stad,<br />
• ge.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 9 I<br />
gefchonden hadt, aanftonds met zyn ondè'rhootig<br />
Volk te verlaaten; en met last aan den<br />
Bevelhebber van het Detachement Burgers,<br />
indien het Krygsvolk niet gewillig van de Vaart<br />
wilde vertrekken, of die te Jutphaas lagen , de<br />
Burgers niet wilden laaten voorby trekken,<br />
dan geweld met geweld te keer te gaan.<br />
Aangezien nu de bezetting van de Vaart,<br />
eene openbaare fchending van 't Grondgebied<br />
der Stad was, voor eene influiting deed vreezen,<br />
en zy derhalven niet kon gedoogen, dat<br />
de gewigtige Sluizen aldaar in de magt der<br />
verklaarde Vyanden van Stad en Burgery zouden<br />
zyn, zoo trok de Hr. D'AVERHOULT<br />
met bovengemelde Orders, op den 9^ May,<br />
's avonds tusfehen zes en zeven uuren uit, met<br />
eene Bende van 200 Mannen Voetvolk, alle<br />
Vrywilligers; de eerfte helft uit de Compagniën<br />
Turkyen, Papenvaandel en Fortuin, de<br />
andere helft Hu!pelingen,3 ftukkeu kanon drie<br />
ponders, en de Compagnie Scherpfchutters,<br />
beftaande uit 3c Mannen. Buiten de Poort<br />
gekoomen zynde, fchikte de Bevelhebber de<br />
Compagniën in zodanige orde, dat de Scherpfchutters<br />
de Voorhoede hadden, die kleine<br />
Detachementen voor zich uitzonden, om de<br />
wegen , heggen en huizen te onderzoeken.<br />
Het Voetvolk ftond op twee Gelederen, het.<br />
kleinfte. gelid voor, was verdeeld in vier Verdeelingen,<br />
ieder van twee Pelottons, en maakte<br />
«ene Colomme van losfe Pelottons; twee ftuk-<br />
ken<br />
1787.
S787.<br />
9 5 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ken kanon waren aan 't hoofd der Colomme»<br />
doch gemaskerd door het eerfte Pelotton; het<br />
derde was tusfehen het zevende en agtfte Pe<br />
lotton, het welk een weinig agter bleef, en<br />
rog een Detachement agter zich hield tot eene<br />
Agterhoede ; ondertusfchen hadt de Hr. D'AV E R*<br />
HOÜLT het kanon met Busfchen doen laaden,<br />
en ftellen; in deeze orde trokken zy voort<br />
iot aan Jutphaas, waar zy halte hielden, de<br />
paerden van het kanon naa agteren werden<br />
gezonden, en hetzelve van de Voorwagens<br />
afgenoomen en gefleept; ondertusfchen oat.<br />
ving de Hr. D'AVERHoutT van de Voor<br />
hoede bericht, dat een Corps Krygsvolk hen<br />
by dc Brug in flagorde afwagtte. Toen was de<br />
Bevelhebber voorneemens om, nog een weinig<br />
genaderd zynde, halte te houden, en een Of<br />
ficier naa hen toe te zenden, om hun de Orders,<br />
die hem gègeeven waren , bekend te maaken ,<br />
en den vryen doortogt te vraagen. Doch een<br />
oogenblik daarna ontving hy weder bericht<br />
van de Voorhoede , dat het Krygsvolk reeds<br />
vertrokken was, waarop hy, uit vreeze van<br />
verrast te worden , aan de Voorhoede order<br />
zond om alle de huizen te onderzoeken, en aan<br />
den ingang halte hield; vervolgends trok hét<br />
Corps door Jutphaas, het kanon werd weder<br />
óp de Wagens gedaan, en de paerden daar<br />
voor gefpannen ; ondertusfchen was het zeer'<br />
donkeï geworden; de Hr. D'AVERHOUI.T<br />
hadt uit 't gebeurde te Jutphaas gemerkt, dat<br />
• ' de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. ©3<br />
de vier Compagniën van VAN EFFEREN reeds<br />
aan de Vaart zouden zyn, en van de Inwooners<br />
van Jutphaas verftaan, dat het Krygsvolk aldaar<br />
drie Compagniën van het zelfde Bataillon<br />
waren, zoo dat hy nu het geheele Bataillon<br />
aan 't begin van het Dorp de Vaart verwagtte;<br />
waarom hy den Drosfaart VISSCHER kennis<br />
gaf, dat Zyn Ed. Geftr. met een Officier vooruit<br />
zou moeten gaan , wanneer zy nader by de<br />
Vaart zouden zyn ,• om, zoo aan den Bevelhebber<br />
van het Bataillon, als aan die van 't<br />
Gerecht aldaar, kennis te geeven van hunne<br />
aankomst, en van de Orders, waarmede zy<br />
voorzien waren, en hun voor oogen te houden,<br />
dat zy moogelyk niet wisten, dat de<br />
Vaart Stads Grondgebied was.<br />
Maar niet weinig was de Hr. D'A VERHOULT 0 [itmoeteri<br />
verwonderd, toen zy ten tien uuren op den af- t Krygs-<br />
Ikftand<br />
van een kwartier uursvande Vaan gekoomen<br />
waren, en de Jaagers, of Scherpfchutters<br />
hem kwamen berichten, dat zy byna boven op<br />
het Bataillon geweest waren. Hy gaf daarop<br />
aanftonds bevel aan den Luitenant p.'T HOEN,<br />
die het eerfte Pelotton gebood, om hetzelve<br />
regts en links agterwaards te doen zwenken,<br />
en liet het in eene fdiuinfche richting ftaan,<br />
om het kanon te maskeren; terwyl de Officieren<br />
van de Artillerie met eene ongemeene<br />
vaardigheid het kanon in orde bragten; plaatfende<br />
de Hr. D'A VERHOULT zyne Jaagers op<br />
den regtervleugel langs de floot.<br />
Teï-
Koomen<br />
met hetzelve<br />
in gehecht.<br />
Drjven tien<br />
fyand op de<br />
94 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Terwyl deeze fchikkingen gemaakt werden j<br />
zoo werden zy, zonder aangeroepen re zyn,<br />
en zonder dat de Graaf VAN EFFEREN dus<br />
konde weeten of zy vriend of vyand waren,<br />
door eene losbranding van de Grenadiers der<br />
Krygslieden verraaderlyk begroet. Door dezelve<br />
werd een Kanonnier VAN DER VLEUIÉ<br />
genaamd, doodgefchooten, en eenige Burgers<br />
gekwetst; waarop de Hr. D'A VERHOUDT de<br />
Scherpfchutters een lós vuur deed maaken;<br />
kort daarop volgde eene tweede losbranding<br />
van den Vyand; waar door de braave Hr. c.<br />
G. VISSCHER, Kapitein Luitenant van de<br />
Compagnie Turkeyen, Bevelhebber van de<br />
Scherpfchutters, die den Hr. D'AVERHOULT<br />
als Adjudant byflond, weg genoomen werd,<br />
en verfcheidene gekwetst. Deeze tweede losbranding<br />
werd beantwoord , behalven door het<br />
losfe vuur der Jaagers, ook door eene losbranding<br />
van de twee halve Pelettons , die zich<br />
fchuins geopend hadden. Toen Was het kanon<br />
in orde en begon te fpeelen. Na weinige<br />
fchooten fcheen het vyandlyiv vuur gedaan te<br />
zyn, verwyderde zich hoe langer hoe meer,<br />
en veranderde welhaast in een fiaauw los vuur.''<br />
De vyand fchynt met Haudgrenaaten geworpen<br />
te hebben, ten minften hebben zy het<br />
boogvuur duidelyk kunnen onderkennen, en<br />
was een Schutter, onder het Fortuin, genaamd<br />
SCHOLTZ, de halve hoed afgeflaagen. Toen<br />
ie Vyand op de vlugt gedreeven was, gaven
G E V E C H T by het D OU P d<br />
d<br />
e VA A li T buiten U H E C H T den 9 ? n<br />
Mey 1787.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND.<br />
de Officiers van het Gefchut hem nog eenige<br />
kogels na; waar na de Hr. D'A VERHOULT<br />
het vuur deed ophouden, het Slagveld verkondfchappen<br />
, en bericht bekwam, dat de<br />
Vyand ge vlugt was, terwyl de grond met Geweeren<br />
als bezaaid was. Het Gevecht heeft<br />
maar een groot kwartier of klein half uur geduurd;<br />
en daarop trok de Hr. D'AVERHOULT<br />
met het Corps voort tot op de plaats, waar de<br />
Vyand gedaan hadt, en hield een groot half<br />
uur aldaar halte, om hem nog af te wagten;<br />
terwyl het kanon, het eene Ruk regts op eenen<br />
afweg, en het ander voor het front, gefteld<br />
werd. Na verloop van dat half uur keerde de<br />
Hr. D'AVERHOULT met zyn Volk naa Jut.<br />
phaat te rug, bleef daar den geheelen nacht<br />
onder de Wapenen post houden, cn wagtte<br />
den dag af. Geduurende den nacht hadt hy<br />
verfcheidene verfterkingen ontvangen; de eerfte<br />
van de Compagnie de Pekjlokken; de tweede<br />
insgelyks van de Pekjlokken , bedraagende te<br />
faamen 100 Mannen; en de derde beftond in<br />
2 ftukken kanon, met het noodige geleide.<br />
Na het bekoomen deezer verfterkingen,<br />
zond de Bevelhebber de Heeren ONTDAAT<br />
JE en J. F. GARDNER, met 23 Mannen om<br />
het Slagveld nader te onderzoeken, en den<br />
buit van den Vyand aan te brengen. Zy. gaven<br />
daarop bericht,* dat de Luitenant j TEN<br />
HA ACE, met eenige Jaagers de Vaartverkond-<br />
fchapt<br />
1787*
De Vaart<br />
bezet.<br />
Vlugt en<br />
verlie! d<br />
yar.den»<br />
r<br />
.9S BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
fchapt hadt, en dat het Dorp verlaaten was;<br />
waarop de Hr. D'AVERHOULT zich ten zes<br />
uuren op marsch begaf, tot eene Voorhoede<br />
den Ingenieur KNOLLAERT van Nederveen^<br />
met den Luitenant P 'T HOEN en 50 Man<br />
Voetvolk vooruit zendende, verzeld van eenige<br />
Jaagers en een Ruk kanon.<br />
Onderweg ontving de Bevelhebber van den<br />
Hr> ONDAATJE bericht, dat hy thans de<br />
Vaart bezet hadt; alwaar Zyn Ed. Geflrengê<br />
ten half agt uuren ook binnen trok, aanflonds<br />
het kanon op de voornaamfle toegangen liet<br />
plaatfen, en door den Ingenieur KNOLLAERT<br />
eene Battery en verhakking aan de Gelderfche<br />
zyde maaken. Ondertusfchen hield hy de helft<br />
van 't Volk in 't geweer, en liet de andere<br />
helft de Kwartieren betrekken; doch ontving<br />
menigte van klagten, dat veele Ingezeetenen<br />
met pak en zak naa Viaanen gevlugt waren,<br />
zoo dat het grootRe deel van zyn Volk niet te<br />
eeten, noch te drinken, noch te liggen hadt;<br />
daarenboven was het geheel Corps dood af van<br />
de verrnoeijenislen des voorigen nachts; hier<br />
om hield Zyn Ed. GeRr. Krygsraad met de<br />
Officieren, waarin eenpaarig beflooten werd *<br />
naa de Stad terug te keeren, en gaf daartoe<br />
de noodige orders.<br />
Zodanig was de uitflag van het gedenkwaar-<br />
dig Gevecht tusfehen een klein getal Burgers,<br />
en het geheele Bataillon van 't Regiment des<br />
Grs.
I ONLUSTEN IN HET VADERLAND. $<br />
Grave VAN EFFEREN, niet verre van c<br />
Vaan voorgevallen, waarin veel Volk van dc<br />
Regiment gefneuveld is, en het overige, zo<br />
gezond als gekwetst, in de grootfte verwarrin;<br />
de vlugt nam, eerst naar de Vaart, en vervol<br />
gends naa de Dorpen, Leerfum, Driebergen<br />
Doorn, enz. van waar zy gekoomen waren<br />
behalven eenigen , die met fchuiten over d<<br />
Lecq naa Vianen vlugteden; alwaar zy ontwa<br />
pend en ih arrest genoomen werden; ondei<br />
dezelven waven eenige gekwetften en huc<br />
getal beliep 29. Nog werden, behalven eenen<br />
dooden, 21 Soldaaten, waar onder eenige<br />
gekwetüen, als Xrygsgevangenen in de Stad<br />
Utrecht opgebragt. De vlugt van het Krygs.<br />
volk was met zulk eene groote overhaasting<br />
en algemeene verwarring gefchied, dat zy byna<br />
alles van Geweeren , Bagagie, tot de<br />
Krygskas toe, hebben agtergelaaten, welke<br />
als zoo veele Zegetekens naar de Stad gevoerd<br />
werden. Deeze Buit beftond althans in 4<br />
Vaandels, 5 Kwartier-Vaandels, 12 Trommen,<br />
meest allen met kogels doorfchooten,<br />
4 Spontons , 7 Hellebaarden , eene groote<br />
menigte Sabels; 6 Grenadiersmutfen, onder<br />
welke een met het hoofd des SoJdaats daar in j<br />
omtrent 300 Geweeren; 70 Patroontasfenj<br />
109 Hoeden; eenige Port épees; 30 Koffers<br />
met goederen van de Officiers; de Krygskas,<br />
bedraagende 30,000 Guldens, t Paenl met<br />
• c<br />
7<br />
t<br />
><br />
r<br />
3<br />
><br />
Veroverdë<br />
Buit.<br />
. dea
en hoed vau den Bevelhebber Grave VAR<br />
1787. *<br />
IFFEREN en twee Bagagiewagens (*).<br />
]<br />
Deze veroverde Buit werd nog voor 't<br />
-inde derzelfde maand May in 't openbaar ten<br />
oon gefteld, in een der Bovenvertrekken van<br />
1<br />
rtet Stadhuis , zynde een groot langwerpig<br />
vierkante kamer; in 't midden der lengte van<br />
Jezelve werd een Zegeteeken opgerecht,<br />
waarvan het Voetftuk beftond uit de veroverde<br />
Trommen; verder opwaards was het verfierd<br />
met aangehangen Spontons, Kwartier-Vaandels<br />
, Snaphaanen, Grenadiersmutfen, Musketiershoeden,<br />
zilveren Degens, en den Bandelier<br />
van den gefneuvelden Tamboer-Major.<br />
Aan den voet van het Zegeteken las men dit<br />
Opichrift:<br />
De Buit ten<br />
toon gtiteUt. (<br />
t BEKNOPTÊ HISTORIE DER<br />
Uitgevoerd onder Commando van den Hoogge.<br />
booren Geftr. Heer j. D'AVERHOULT,<br />
Raad in de Vroedfchap deezer Stad.<br />
Aan elke zyde van dit Zegeteken, was een<br />
Gedenknaalde opgerecht, die zwart met witte<br />
randen waren; de eene voor den gefneuvelden<br />
Kapitein Luitenant VISSCHER, de andere<br />
voor den gefneuvelden Kanonier VAN DER<br />
VXERK. Deezen waren de eenigfte gefneuvelden<br />
, aan de zyde der Burgers in dit Gevecht<br />
,<br />
(•) Nieuwe ihderi 'jaarb. May 1787. bladz. t»3S — JI<br />
47'<br />
Rnoeré Nederland, IX. Deel, bladï. I44 —»5S*
MÏCORNELIS GO VER B VXSSCHER.<br />
Geiheuvelcl in het gevecht hV het dorp de<br />
Vaart den ^""Mey 2787.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. $<br />
Vecht, en het getal der Gekwetften was<br />
1787»<br />
taaarn. Op de eerfte Gedenknaalde zag men<br />
het Geflachtwapen des gefneuvelden, en op<br />
hetzelve dit Opfchrift:<br />
T E R G E D A C H T E N I S<br />
V A N<br />
Mr. CORNELIS GOVERT VISSCHÉRi<br />
BEVELHEBBER VAN HET BURGER-VAANDEL<br />
T U R K E Y E N.<br />
E N<br />
Der Vrywillige Scherp-Schutters, iehdiehjté:<br />
der Stad UTRECHT;<br />
H E L D H A F T I G , V O O R D E VRYHEID*'<br />
S T A D S E N B U R G E R - R E C H T E N ,<br />
Gefneuveld door het lood der Geweldenaar en,<br />
I Den iltfen May M D C C L X X X V I I , oud xxni<br />
Jaaren, iii. Maanden en xi. Dagen.<br />
| ? Treur niet, ÓSTICHTENAAR, maar volg dien Hek<br />
denmoed, .<br />
De Vryheid is het waard, al kost zy Burgerbloed.<br />
Y. VAN HAMELS VELD.<br />
Op de andere Gedenknaalde, voor den Ka.<br />
aonier, zag men een Naamwapen, zynde een<br />
Vlerk, en naa de Begravenis van den gefneu<br />
velden , werd daar by gevoegd de tinnen Plaat,<br />
G 2<br />
die
#787-<br />
JOHANNES VAN BEI YLEEK.<br />
Cefiieuvcid in het gevecht bv het dorp<br />
de Vaart denq MeV ^J^J-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. Tot<br />
hulpe gezonden, zoo wel als de Hulp-Burgers,<br />
die genegen waren om de Stad te komen<br />
helpen verdeedigen, zouden in kwartier gelegd<br />
worden; en dat daartoe alleen zouden gebruikt<br />
worden de huizen der Amersfoortfche<br />
Staats-Leden , en derzelver Ministers; als<br />
mede van die geremoveerde Raaden, die te<br />
Amersfoort in de Vergadering verfcheenen."<br />
Ingevolge van deeze bekendmaaking kwam de<br />
Rhyngraaf VAN SA L M met eenigen van zyn<br />
volk in de Stad; en nog dien zelfden dag werd<br />
men gewaar, dat 'er Krygsvolk uit Gelderland<br />
in aantogt was, met het welke ook eene ontmoeting<br />
met eenigen uit de Stad voorviel (*).<br />
Twintig Husfaaren, en even zoo veele Jaagers,<br />
beiden van den Rhyngrave, trokken laat<br />
in den agtermiddag uit om te verkondfehappen<br />
en ronde te doen. Aan de Bilt gekoomen<br />
zynde , verftonden zy, dat een Ritmeester<br />
met 60 Ruiters van THUIL, dien zelfden namiddag<br />
ten drie uuren van Zoest naa Zeist op<br />
marsch gegaan waren, die gevolglyk de zoo<br />
genaamde Hollebild door moesten koomen. Op<br />
dit bericht floegen de Husfaaren en Jaagers<br />
dien weg in, en ontmoetteden de Ruiters in de<br />
kromte van de Bilt, voor de Hofftede Vollen,<br />
hoven. Aanftonds vloogen de Husfaaren meteen<br />
luid gefchreeuw op de Ruiters aan, welke op.<br />
hen losbrandden, en eenen der Husfaaren het<br />
(•} Nieuwe Nederl. Jaarb. Juny IJS?, bladz. 14825<br />
G3<br />
paerd
Ï02 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
paerd onder zyn lyf doodfehooten; doch de<br />
Jaagers, die hier en daar verfpreid waren,<br />
vuurden zoo fterk op de Ruiters , dat zy welhaast<br />
de vlugt moesten neemen. Eenigen van<br />
dezelven werden gedood of gekwetst, vier<br />
gevangen genoomen , en dien zelfden avond<br />
nog in de Stad Utrecht opgebragt. DeHusfaar,<br />
die zyn paerd verlooren hadt, liep op den<br />
Vleugel-Ruiter aan, die op hem gefchooten<br />
hadt, en hakte hem zodanig met den Sabel,<br />
dat hy van het paerd viel, het welk de Husfaar<br />
beklom, en waarmede hy naa de Stad reed(*).<br />
Hier mede zal ik dit Hoofdftuk befluiten, en<br />
de Stad Utrecht voor een wyl verlaaten, om<br />
andere Onlusten teverhaalen, die op verfcheidene<br />
Plaatfen zyn voorgevallen.<br />
, T W E E D E H O O F D S T U K .<br />
behelzende de Gebeurtenisfen na het Gevecht,<br />
tusfehen een Detachement van 't Regiment<br />
van VAN EFFEREN, en eenige UT-<br />
R E C H T S C H E Burgers , tot aan de<br />
Aanhouding van Mevrouw de Princes<br />
van oKiKjE , by de GOEJAN<br />
VERWELLEN-SLUIS.<br />
In deeze zelfde maand Juny hadden, op<br />
verfcheide Plaatfen in ons Vaderlands oproe-<br />
(*) Berm* Nederland, IX, peel, bladz. 163 — - J ^ .
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 103<br />
roerige beweegingen, plunderingen en moedwilligheden<br />
plaats , die door de Aanhangers<br />
der oude Conititutie, zoo als men die noemde,<br />
doorgaands verwekt werden; zoo dat het<br />
wel fcheen, als of 'er eene heimelyke affpraak<br />
gemaakt was, of dat 'er door de hoofden van<br />
die Party Zendelingen gezonden waren, orri<br />
het gemeene Volk op fommïge, het Krygsvolk<br />
op andere, Plaatfen tot oproer en moedwil op<br />
te ftooken, omtrent een en den zelfden tyd;<br />
ten einde dus zyne kragten te beproeven of<br />
men de overhand over zyne tegen-Party langs<br />
dien weg kon bekoomen. In dit Hoofdituk<br />
zal ik daarvan eenige Haaltjes bybrengen, waar<br />
uit men zal kunnen oordeelen , of 'er niet<br />
groote waarfchynelykhcid voor zulk een vermoeden<br />
was , en beginneu met het geen te<br />
Hellevoet/luis is voorgevallen; om niet te fpreeken<br />
van Vlaarclingen en andere Plaatfen, waar<br />
de beginfelen derzelfde beweegingen befpeurd<br />
werden; doch niet tot daadeiykheden uitbarsteden,<br />
om dat ze door overmagt gefluit wer*<br />
den (*)•<br />
Van Hellevoetjluis werd op den 25 fte<br />
1787.<br />
Iproer t*<br />
» Juny < üllevoet-<br />
door een Officier des Zwitferfchen Regiments ƒ uit.<br />
van STURLER, aldaar bezetting houdende,<br />
in den Haag de tyding gebragt, dat in den<br />
cacht te vooren aldaar oproeren, geweld en<br />
daa-<br />
(*) Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>. Deel , bladz. !• Nieuwe<br />
'iledcrl. Jaarb. Juny 1787. bladz. 1423.<br />
G 4
Ï04 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
daadeiykheden gepleegd waren tegen het Genootfchap<br />
, veertig mannen Rerk, door de<br />
Zeelieden en anderen, die bekend waren voor<br />
Lieden, der oude Conflitutie toegedaan, aangelegd;<br />
dat de Burger Sociëteit en het huis<br />
van den Predikant HUIG HENS, die met zyn<br />
huisgezin gcvlugt was, geplunderd waren; 011aangezien<br />
het Genootfchap Rerk gevuurd hadt;<br />
dat de Bevelhebber der Krygsbezetting , Manfchap<br />
voor het Societeitshuis geplaatst hadt;<br />
dat het Oproer door het Patriottisch preeken<br />
van den PaRoor ontRaan was; eindelyk, dat het<br />
op het vertrek van dien Officierhog voortdt.urde,<br />
enz. (*) De gelegenheid , die men<br />
waarnam om zoodanige beweegingen te verwekken<br />
, wordt in de onzydigfle berichten<br />
aldus opgegeeven : Op zondag avond was eene<br />
Tappery, of Bierhuis, buiten de Plaats, waar<br />
meest gemeen Volk gewoon was zich te vermaaken,<br />
ingewyd; en van daar terug komende<br />
nam een gedeelte van dién troup, al zingende<br />
, zynen weg langs het huis van den Predikant<br />
HUIGHENS, die der Patriotfche Party<br />
Rerk was toegedaan, en, zoo men voorgeeft,<br />
zich by die gelegenheid, benevens zyn Dogter<br />
, zeer onvoorzigtig tegen dat vrolyke Volk<br />
zou hebben aitgelaaten : Althans zyn hms werd<br />
met plunderen gedreigd, en de toeloop var*<br />
het volk zoo groot, dat de Kiygsbevelhebber<br />
eenige<br />
(*) Nieuws Nederl. Jaarh Juny 1787, bladz. iaü 7.<br />
'
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 105<br />
eenige Manfchap, om het te befchermen, daar-<br />
heen zond, terwyl men de glazen reeds begon<br />
in te fmytcn.<br />
Deeze woeste hoop dus geen kans ziend»?<br />
om het huis van vooren aan te vallen, en door<br />
zyne te leurftelling te meer verbitterd, zocht<br />
en vond middel om van agteren in den Thuin<br />
te koomen, en door den Thuin in het huis»<br />
waar zy alles kort en klein floegen, al het<br />
huisraad vernielden, in Hukken floegen of in<br />
't water fmeeten, en den Predikant zoo grouwelyk<br />
mishandelden, dat hy met Vrouw en<br />
Kinderen uit zyn huis de vlugt moest neemen,<br />
en by de Soldaaten in de Barakken fchuilplaats<br />
zoeken , onder het ontvangen van flagen in 't<br />
aangezigt en op de borst, die hem bloed deeden<br />
overgeeven ; zoo zeer vervolgde hem die<br />
raazende troup, dat hy zynes levens niet zeker,<br />
den volgenden dag, om elders veiligheid<br />
te zoeken, het Dorp verliet. Met voorneemen<br />
om zich naa 'sHage te begeeven, reed<br />
hy door den Briel s en kwam daar in een nieuw<br />
gevaar, door Lieden van dien zelfden Aanhang<br />
en van dezelfde bitterheid van gemoed<br />
als die hem, op zyne ftandplaats, zoo mishandeld<br />
hadden: Het paerd van zyne Chaife<br />
wérd by den toom gegreepen en vastgehouden,<br />
en hy zelve onder de fchrikkelykfle<br />
vloeken met geweld uit zyn rydtuig gefcheurd,<br />
»efchopt en " geflaagen ; en zy zouden hem in<br />
3 water gefmeeten hebben, wa,artoe zy xeeds<br />
f G 5 toe»<br />
1787
106 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
toeftel maakten, indien de Burgemeester VAN<br />
DAM, hem niet uit de moordzuchtige klaauwen<br />
van die wreedaarts gered, en onder het<br />
geleide van een Corporaal met vier Soldaaten,<br />
tot aan 't Hoofd der Haven doen brengen<br />
hadt. Te Leyden koomende droeg de gemartelde<br />
Predikant de ftriemen der ontvangene flagen<br />
nog in zyn aangezigt.<br />
Hier by bleef het te Hellevoetjluis nog niet;<br />
maar van het Predikantshuis ging men naa dat<br />
van den Timmerman, waar de Burger • Sociëteit<br />
gewoon was te vergaaderen, met oogmerk om<br />
daar ook te plunderen; doch daar vonden zy<br />
tegenftand : De Timmerman en zyne Zoons<br />
vuurden op dien woesten hoop, en troffen zoo<br />
wél, dat 'er vyf of zes gekwetst werden, waar<br />
onder eenigen zoo zwaar, dat zy waarfchynelyk<br />
het leeven daar by ingefchooten hebben.<br />
Zy werden voor dien tyd daar door afgefchrikt<br />
en trokken af; maar des te meer verbitterd,<br />
kwamen zy den volgenden dag weder om de<br />
plundering te hervatten , en vielen met zulk<br />
eene woede op het huis en deszelfs bewooners<br />
aan, dat zy den Timmerman en zyne Zoons<br />
zouden vermoord hebben, indien deezen hunne<br />
handen niet door de vlugt over de daken ontkomen<br />
waren. Thans ging men aan 't plunderen<br />
en vernielde alles wat 'er in huis was;<br />
en men zou zelfs het huis afgebrooken hebben,<br />
indien de Geldfchieter zulks niet door eenige<br />
flesfen wyn afgekogt hadt. De fchade, den><br />
Tim,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 107<br />
Timmerman toegebragt, werd op twaalf dui<br />
zend guldens begroot.<br />
Toen het Oproer een weinig bedaard was,<br />
werden de Leden van het Gewapend Genootfchap<br />
ontbooden, en gelast om het Request<br />
ten voordeele van den Prins, dat men hier gelyk<br />
ook op andere Plaatfen omtrent deezen<br />
tyd, ter Tekening gelegd hadt, mede te tekenen,<br />
en hunne Geweeren over te geeven,<br />
onder bedreiging , dat de geenen , die voor<br />
twaalf uuren niet geteekend hadden, zouden<br />
geplunderd worden. De meesten voldeeden aan<br />
dien dubbelen eisch, en de Geweeren en Trommels<br />
werden aan 't huis van den Schout gebragt.<br />
Nog was hier geen einde aan de beroerende<br />
beweegingen: Op een ontflaan gerucht, dat de<br />
Timmerman in het Admiraiiteits Huis gevlugt<br />
was en zich daar verfchuilde, dreigde de oproerige<br />
menigte dat Huis aan tetasren, waarom<br />
het door een Detachement Soldaaten bezet<br />
werd, het welk daar eenigen tyd de Wacht<br />
bleef houden; de doldriftige yveraars ontzagen<br />
zich niet tegen den gebiedenden Officier zelfs<br />
onbefcheidenheden te gebruiken ; doch toen<br />
de commandeerende Officier bevel gaf om te<br />
laaden, deinsden zy af. Des avonds werd 'etvan<br />
wegen den Stadhouder en Leenmannen eene<br />
Publicatie afgekondigd , waar by verbooden<br />
werd, dat iemand zich na negen uuren op<br />
itraat zoude begeeven, op ftraffe van opgebragt<br />
te zullen worden» Toen de tyding van<br />
1787;
Oproer te<br />
Zutphen,<br />
Begin van<br />
bet Oproer<br />
buiten de<br />
Rtr.d.<br />
108 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
dit geweldig Oproer in den Haag gekoomen<br />
was, werden twee Heeren uit de Gecommit.<br />
teerde Raaden, benevens den Advocaat LUI<br />
KEN, gecommitteerd om in de Plaats zelve<br />
daaromtrent onderzoek te gaan doen (*).<br />
Op dien zelfden dag van den 24^ Juny,<br />
begon een geweldig oproer, by en in de Stad<br />
Zutphen, door de Soldaaten verwekt, by gelegenheid,<br />
dat men in Gelderland overal Oranje<br />
Cocardes begon te draagen. Op dien gemelden<br />
dag, zynde Zondag, verfcheen de Burgemees<br />
ter VAN HEECKEREN tot Zuideras op de<br />
Parade, en vervolgends op het Stadhuis, met<br />
een Oranje Cocarde op den hoed; dit werd<br />
aanftonds door de Officieren en Soldaaten gevolgd,<br />
en dit gefchiedde vervolgends door<br />
gantsch Gelderland. Maar dewyl ook hier veele<br />
Burgers der nieuwe Staatsgefteltenis waren<br />
toegedaan, en met het beftier des Princen niet<br />
te vrede , op eene Grondwettige Herftelling<br />
aandrongen; zoo waren deezen niet geneegen<br />
dat voorbeeld te volgen. Hier uit ontftonden<br />
hevige twisten, voornaamelyk tusfehen deeze<br />
Burgers en de Soldaaten, die voorden Prins<br />
yverden, en de Burgers noodzaakten, de zwarte<br />
Cocardes, die zy droegen, van hunne hoeden<br />
te doen. Dit fpel begon op dien zelfden<br />
Zondag 'savonds in eene Herberg, de laatjls<br />
Stuü<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Junyi?% 7. bladz. 1424— 1426;<br />
leroeri Nederland, VH. Deel, bladz, 4-7,
ONLUSTEN W BET VADERLAND. t#j<br />
Stuiver genaamd, even buiten de Stad, alwaar<br />
hZ twee honderd Soldaaten of Ruiters byeen<br />
v amelden, en de Burgers met geweld dwonlen<br />
hunne zwarte Cocardes af te doen. De<br />
Kr T om van deezen overlast bevryd te<br />
Trden; ld om hulpe naar de Stad; doch zy<br />
A lim „eweferd, althans niet gezonden.<br />
^ Later, der Stad overal van K.ygsl.eden,<br />
fj X de Burgers, voor hunnen rnoedw,<br />
TA *r ruimte moesten maaken, en de Be-<br />
'Ihebber deT Bezetting Patrouilles liet doen,<br />
lp wSin nu en dan door de verbitterde en<br />
Stergde Burgers gefchooten werd: een Cor<br />
D 0 aal werd in zyn been, en een ander in der<br />
a m etroifen,het welk voor dien nacht we<br />
ï«n B i<br />
l<br />
t Moedwil<br />
5<br />
gevolg hadt; maar den volgenden d der Soldaa-<br />
3 ten in de<br />
Looiden de Soldaaten by 10, ao, 3?,en * aiad.<br />
}<br />
T^ze de en tierende door de Stad, en flot<br />
I-<br />
e over al, by de Burgers die zy voor R<br />
ia<br />
r 0tten hielden, de glafen m, zonder by<br />
• A rPtrenftand te ontmoeten : L« :n<br />
^ w e l , gebruikte nnddel, :n<br />
van tegenweer, fchoot onder den hoop, :n<br />
eenen Ruiter zoo wél, dat hy dood er<br />
aarde nederviel. Het Krygsvolk h.er d<br />
or<br />
w dende geworden, zou den Schoenmaa<br />
:er<br />
verfcheurd hebben; om dit voor te koome<br />
n»<br />
vloogen de Officieren van de Hoordwach. ,<br />
iaa<br />
de wooning des Schoenmaakers , deeden<br />
zst<br />
nis
iio BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
, huis voor en agter met Ruitery en Voetvolk<br />
bezetten en influiren. Maar het duurde niet<br />
lang of hetzelve werd opengeftampt, in 't by.<br />
zyn van een Stadsbode; vier Officieren gingen<br />
daarin om het te doorzoeken, en vier andere<br />
Officieren hielden daar voor de Wacht met<br />
ontbloot Zydgeweer, om het indringen der<br />
Soldaaten te beletten; doch de Schoenmaaker<br />
tverd niet gevonden. De Soldaaten verbitterd,,<br />
dat zy den daader niet vonden, koelden hunnen<br />
moed weder met glazen in te flaan aan de huizen<br />
der Patriötten.Eindelyk werd hy in de Schuur van<br />
een Herberg, waar hy zich verborgen hadt, gevonden<br />
, en door vier Officieren, die hem voorde<br />
woede der Soldaaten befchermden, onder het geleide<br />
van al het vergaderde Krygsvolk naar het<br />
Stadhuis gebragt, en aan de Regeering overgegeeven.<br />
Word tot in<br />
Onderwylen feeden 'er geftadige Patrouilles<br />
den naclit<br />
yoortge^ct. door de Stad, met Oranje Cocardes op de<br />
hoeden; des niettegenftaande ging het inflaan<br />
van glazen, en andere gewelddaadigheden aan<br />
de huizen der Patriötten nog al zynen gang,<br />
cn duurde met dezelfde, in niet met toenee»<br />
mende, woede den gantfehen volgenden nacht<br />
door; onaangezien 'er by Trommelflag, en het<br />
luiden der klokken eene Publicatie afgekondigd<br />
«vas, dat geen zes Militairen by een mogten<br />
Jtaan of verfaamelen. Alle deeze omftandig.'<br />
heden maakten zulk eenen fchrik* onder de'<br />
Burgers, dat ze allen Oranjepikken begonnen<br />
te diaagen, en geene zwarte Cocardtn meex
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, Ut<br />
gezien werden; ook waren de huizen veelal<br />
met Oranje papier beplakt, en des avonds veelen<br />
met kaarfen verlicht.<br />
Den moed der Burgers, door fchrik en De Burgers<br />
ontwapend.<br />
vieeze aan te jaagen, dus geknakt hebbende ,<br />
was het niet moeijelyk hen te ontwapenen:<br />
Dingsdags morgens tusfehen vyf en zes uuren,<br />
kwam 'er een troup Krygslieden aan de huizen<br />
der Burger - Vaandrigs , en dwongen dezelven,<br />
met de Sabels in de vuist om de Vaandels over<br />
te geeven, en bragten ze naar de Hoofdwacht.<br />
Vervolgends ging een Tamboer met twee Soldaaten,<br />
en een kar door de Stad, om by de<br />
andere Officieren en Onder-Officieren der Burgery<br />
deSpontons, Hellebaarden en Geweeren<br />
op te haaien, en naar het Stadhuis te brengen.<br />
Die ze niet gewillig overgaaven, werden met<br />
zwaare bedreigingen daartoe genoodzaakt; en<br />
hun werd aangezegd, dat zy voortaan vry zou.<br />
den zyn van den last der Wapenoefeningen en<br />
het waaken; de Burgerwacht werd voor hun<br />
geflooten, en eerlang door het Krygsvolk betrokken.<br />
Verder deed de Magiftraat eene Publicatie<br />
afkondigen, om de Burgers en Inge.<br />
zeetenen op het allerernftigfte tot rust en eendragt<br />
te vermaanen, alle Genootfchappen te<br />
verbieden, en de Oranje Vlag, die in T748.<br />
gewaaid hadt, werd op den Tooren en Hfct<br />
Stadhuis geplant. Den 28^» werden de Geweeren<br />
der Burgers van Lochem , insgelyks<br />
binnen Zutphen en op het Stadhuis gebragt;<br />
gelyk<br />
«•7*7»
ünroer te<br />
Arnhem.<br />
»i2 BEKNOPTE HISTORJtE DEK<br />
gelyk ook in verfcheidene Dorpen, de Ge<<br />
weeren van de Boeren werden opgehaald. Den<br />
soften w c r d d e doodgefchooten Ruiter, met alle<br />
Krygseer en groote natie begraaven 5 verzeld<br />
wordende van alle de Officieren der Bezetting,<br />
en meer dan duizend gemeenen, zoo Ruiters<br />
als Voetknegtén, en een groot getal Burgers ,<br />
allen met Oranje ffrikken verfierd. De fchade<br />
by deeze plundering en oproerigheid aan dê<br />
huizen en goederen toegebragt, werd op tien<br />
duizend guldens begroot. De Schoenmaaker<br />
ÜAVID RÏNDERSJ die den Ruiter, welke<br />
dronken zynde zyne glafen hadt ingeflagen,<br />
hadt doodgefchooten, werd op dén t&i
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 113<br />
Staaten van Gelderland in > hunnen dienst en<br />
foldy genoomen hadden, binnen die Stad ge*<br />
trokken zynde, toonden de Soldaaten welhaast<br />
een ftuursch gelaat en dreigende houding tegen<br />
die Burgers, welken zy voor Patriotten hielden,<br />
en hunne baldaadigheden jaagden de flille<br />
Burgers de vreeze aan, dat de voorige Oproeren<br />
en Plunderingen nu wederom zouden vernieuwd<br />
worden. Het duurde ook niet lang,<br />
of men begon het oude fpel der baldaadigs<br />
moedwilligheid van het Krygsvolk , wejk<br />
deeze Stad reeds meermaalen beproefd hadt.<br />
De Kastelein c. <strong>II</strong>MPHERS, was da3r van we<br />
derom het eerfte voorwerp: Met een geweldigen<br />
aanval op zyn huis begon het plunderen;<br />
doch hy , gebruik maakende van het recht van<br />
zelfsverweering, fchoot onder den oproerigea<br />
hoop, die, daar door verfchrikt en verbaasd,<br />
fchielyk de vlugt nam; doch deeze Vlugtelin*<br />
gen maakten meer anderen gaande en bragten<br />
de geheele Stad in beweeging: Des namiddags<br />
ten één uur begon helt Krygsvolk op veele<br />
plaatfen de glafen in ie flaan, en vervolgends<br />
te plunderen aan de huizen, die zy voor Patriötten<br />
hielden, en waar zy tegenftand vonden<br />
was het geweld des te heviger; het welk<br />
andere Burgers ook des te meer verbitterde,<br />
die daarom ook uit hunne huizen op het muitzuchtig<br />
Krygsvolk fchooten. Na dat men drie<br />
uuren lang dus geraasd en geplunderd hadt,<br />
werd 'er ten vier uuren alarm geflaagen, waar-<br />
H op
t i 4 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
op al het Krygsvolk op de Markt in de Wapenen<br />
kwam, en daar by een ftuk KanongeplaatsÉ<br />
werdt. Eenige Burgers kwamen gewapend<br />
op het Stadhuis, en fchooten van daarop het<br />
Krygsvolk, dat op de Markt in de Wapenen<br />
Rond; het welk ook uit eenige huizen rondom<br />
de Markt gefchiedde; waarop het Krygsvolk<br />
eene algemeene losbranding op het Stadhuis<br />
deed, en de Burgers, wel ziende tegen die<br />
magt niet beftand te zyn, en by hardnekkigen<br />
tegenftand de vernieling der geheele Stad vreezende,<br />
de Wapenen neder leiden. Eenige<br />
Burgers, in het Koffihuis aan de Markt ftaande,<br />
hier van nog geen kennis hebbende, wierpen<br />
nog Handgrenaaten onder het Kiygsvolk,<br />
waar door dit zoo verwoed werd, dat zy het<br />
huis ineen oogenblik ledig uitplunderden; doch<br />
de Generaal VERSCHUUR en de andere Officieren<br />
beletteden nog gelukkig den verderen<br />
voortgang, voor dien tyd. Van de Soldaaten<br />
waren 'er vier of vyf, en ook eenigen van de<br />
Burgers, gekwetst. Üoch deeze ftilte duurde<br />
niet lang'; des morgens begon men weder al<br />
vroeg van nieuws af dezelfde baldaadige moedwilligheid<br />
van glazen in te flaan en huizen te<br />
plunderen; aan alle hoeken van de Stad hoorde<br />
men niet anders dan van aanrandingen van Burgers,<br />
inflaan van glazen, fchreeuwen, dreigen<br />
van plunderen en moorden, en al war een<br />
woedende hoop van Muitemaakeis kon uitleveren<br />
, om de Burgers angst ea vreeze aan te<br />
jaa-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND 115-<br />
jaagen. Byzonderlyk oefenden de Soldaaten,<br />
hunne lafhartige wraake op eenen weêrloozen<br />
en Rillen Bakkersknegt, die, zonder iemand<br />
leed te doen, met zynen Broodwagen door de<br />
Stad reed, op welken zy verwoed aanvielen,<br />
en wien zy met hunne Sabels, verfcheidene<br />
zwaare wonden toebragten; en hy zou waar»<br />
fchynelyk het leeven daar by ingefchooten<br />
hebben, indien een braaf Officier hem niet,<br />
met gevaar van zyn eigen leeven, uit hunne<br />
moorddaadige handen gered hadt.<br />
Na zoo veele tergingen, overlast en moedwil<br />
van de bezoldigde Krygsknegten, die de<br />
Burger zelve betaalen moet, doorgeRaan te<br />
hebben, werd de Burgery ten laatflen in yver<br />
ontRooken, en bedacht op zelfsverdeediging,<br />
dewyl 'er geene middelen fcheenen te kunnen<br />
aangewend worden, of althans niet aangewend<br />
werden , om het geweld des Krygsvolks te<br />
beteugelen. Daar was voor hun dan niet anders<br />
overig, dan gebruik te maaken van het na«<br />
tuurlyk recht van zelfsverdeediging en noodweer:<br />
Aanzienlyken en minvermogenden floegen<br />
de handen in één; men btdeide eene Vergaadering<br />
van allerlei rangen van Burgers,<br />
waarin zelfs de Leeraars der Hervormde' Gemeente<br />
tegenwoordig waren; en daarin over<br />
den tegenwoordigen toefland der zaaken bedaardelyk<br />
met eikanderen beraadflaagd hebbende,<br />
kwam men kort na den middag tot een<br />
gefluit om eenige Afgevaardigden, uit Leden<br />
H 2 der<br />
1787,<br />
De Burger?<br />
vergadert<br />
om raad te<br />
plecgen tot<br />
demping d«ï<br />
muicery.,
U6 BEKNOPT Ë HISTORIE DER<br />
der Gemeente, des Krygsraads, en der Burgery<br />
verkooren, aan den Voorzittenden Burgemeester<br />
te zenden, om Vroedfchapsvergaadering<br />
te verzoeken. Dit werd gunftig toegeftaan*<br />
en de tyd der byeenkomst bepaald op des namiddags<br />
ten vyf uuren. Op den geftelden tyd<br />
begaaven de Afgevaardigden zich naa het Stadhuis,<br />
gevolgd van een groot getal Burgers,<br />
zoo wel aanzienlyken als van minderen rang,<br />
en de meesten, indien niet alle, de Stadspredikanten,<br />
en droegen in den Raad hunne belangen<br />
voor op eenen toon , die het gevoel<br />
van onrechtvaerdig geleeden geweld inboezemt,<br />
eisfchende, dat het baldaadig geweld<br />
der Krygslieden kragtdaadig gefluit wierde, of<br />
dat men hun de vryheid liet, dat het Recht<br />
der Natuur hun gaf, van geweld met geweld<br />
te keeren. Dit voorftel hadt ingang, alle de<br />
Leden der Vroedfchap, zelfs dezulken, over<br />
welken de Burgers meenden reden te hebben<br />
van onvergenoegd te zyn , toonden zich gereed,<br />
om, ter beteugeling der muitzuchtmede<br />
te werken en het hunne toe te brengen. Toen<br />
bleek het welhaast wat de Eensgezindheid vermag,<br />
wanneer het regt ernst is; en hoe fchielyk<br />
de rustverftoorende Muiters in hunne<br />
fchuilhoeken kruipen , wanneer een fiere en<br />
kragtdaadige tegenftand hunne hollende woede<br />
ftuit. De Krygs- Officieren, werden wegens<br />
de Regeering aangemaand om het volk tot bedaaren<br />
te brengen ; deezen wendden hunne<br />
poo»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 117<br />
poogingen daartoe aan, en deeden hunne'on«<br />
derhoorigen nadrukkciyk aanzeggen, dat zy<br />
zich zorgvuldig voor verdere Muitery hadden<br />
te wagten, want dat de Burgery verlof hadt,<br />
om geweld met geweld te keeren. Aanftonds<br />
was het Oproer geftild, en men hoorde niet<br />
meer van eenig geweld. Van het ftraffen der<br />
Soldaaten óm hunne Straatfchenderyen en gepleegde<br />
moedwilligheden, heeft men niets<br />
vernoomen; maar de Burgery, die zoo veel<br />
overlast en fchade van het muitend Krygsvolk<br />
geleeden hadt, werd ontwapend; even alsof<br />
zy de beleedigende Party geweest was, en<br />
alleen ftraf verdiend hadt. De Regeering deedt<br />
eene Publicatie afkondigen om de Burgery te<br />
ontwapenen ; de Geweeren, Vaandels, Spontonnen<br />
en Trommels werden opgehaald en op<br />
het Stadhuis gebragt. Ook werd dien zelfden<br />
dag een Detachement van 60 Ruiters naa het<br />
platte Land gezonden, om ook aldaar de Geweeren<br />
op te haaien; even gelyk wy hier voor<br />
van Zutphen en den omtrek gezien hebben;<br />
waar uit fchynt te hlyken , dat het oogmerk<br />
was om alle de Burgers door geheel Gelderland<br />
te ontwapenen.<br />
Ondertusfchen is de fchade der Arnhemfche<br />
Burgers, door deeze Oproerigheid en Plundering<br />
der Krygslieden veroorzaakt, zeer groot<br />
geweest. Een getal van 26, naar de minRe<br />
bereekening, anderen rekenen 32 Huizen,<br />
jpvaren geheel of fen grooten deele njtgeplun-<br />
H 3 derdj<br />
1787.<br />
Het Oproef<br />
geftild.<br />
De t!urj;ery<br />
omwapi.nr}»<br />
De ?roote<br />
fchade dec<br />
Burgers,<br />
door het<br />
Oproer vers<br />
ooizualu.
1787.<br />
ii.8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
derd, buiten een nog grooter getal, die met<br />
glazen inflaan en andere befchadigingen vry<br />
geraakt zyn: Inzonderheid was men gebeeten<br />
op den Advocaat en Gemeensman, als mede<br />
Contrarolleur, H. f cm E VELE ERG BEKKERING,<br />
die veel geleeden heeft, en wiens huis geheel<br />
uitgeplunderd is; ook was het Burger • Socie*<br />
teitshuis deèrlyk gehaavend. Eene groote menigte<br />
geplunderde Goederen , werden met<br />
karren naa het Stadhuis gebragt. By den Plundergeest<br />
voegde zich de roofzucht: Een ZiU<br />
verfmid moest, behalven de verwoesting van<br />
zyn huis, nog de fchade, en 't verlies van<br />
byna al zyn gemaakt Goud- en Zilverwerk uit<br />
zynen Winkel Jyden; zoo dat deeze ongelukkige<br />
Stad, die in deeze tyden zoo menigmaal<br />
verdervelyke Oproeren beproefd heeft, nog<br />
lange aan deeze Troebeljaaren zal gedenken (*).<br />
De geest van Oproer fcheen thans geheel<br />
Gelderland door te trekken, en de vlam van<br />
dien brand, welke omtrent den zelfden tyd<br />
fchynt gefticht of fterker aangeftookt, hier by<br />
het Kiygsvolk, daar by het domfte en driftige<br />
gemeende Volk, floeg van Stad tot Stad over.<br />
De Steden Zolibommel en Thiel lagen nu aan de<br />
beurt, in de eerstgenoemde begon het Oproer<br />
op den laatften Juny, in de laatfte op den iton<br />
July, onder het zelfde voorwendfel, uit dezelfde<br />
(*) Nieuwe Nederl Jaarb. July 1787. bladz. 1617—1621,.<br />
Beroerd :.edïrianW, (ftl. Deel, bladz. 7 , i 5.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 119<br />
zelfde oorzaak, en byna op dezelfde wyze; ik<br />
zal daarom, ten einde de beknoptheid in het<br />
oog te houden , van de laatfte maar alleen<br />
fpreeken. In de Stad Thiel waren zodanige<br />
Inwooners, die voor de oude Staatsgefteldheid<br />
en het Huis van Oranje gezind waren, zeer<br />
misnoegd over het aanhouden der Princesfe ,<br />
op haare voorgenoomene reize, in Hollands<br />
dit gevoel floeg tot de fraaile Gemeente over,<br />
die minder redeneert, en meer naar drift te<br />
werk gaat, en dus ligtelyk het werktuig wordt<br />
om de oogmerken van anderen uit te voeren.<br />
Hoe dit ook zy, althans het TAiei/c/iegemeene<br />
Volk vergaaderde -in groote menigte op den<br />
poften Juny des avonds ten zeven uuren voor<br />
het huis, waar de Burger-Sociëteit vergaaderde,<br />
fmeet en floeg de glazen in, en wilde<br />
met geweld in hetzelve indringen ; doch dooi<br />
den fterken tegenftand van den Kastelein en<br />
twee andere Perfoonen, werden zy daar buiten<br />
gekeerd. Deeze te leurftelling ontvlamde maai<br />
te meer hunne Plunderzucht: thans liepen zj<br />
als onzinnigen door de gantfehen Stad , aar<br />
meer dan honderd huizen fmeeten en floeger<br />
zy de glazen in, en drongen met geweld ii<br />
fommigen tot in de binnenile vertrekken , ver<br />
nielden de kostelykfte Huisraaden en verfcheur<br />
den Papieren van groote waarde. Onder di<br />
geplunderde en meest befchadigde huizen wei<br />
den voornaamelyk geteld die van G. J. VAI i<br />
yERSENDAA£., van den Brouwer J. VAI<br />
I E !<br />
04 ?
1787.<br />
Be aanbevallenBurgers<br />
doen<br />
tegenweer.<br />
120 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
BIES TEN, van den Hr. G. DE ROEVER, van<br />
den Remonjiramfclien Predikant A. KOE VER<br />
DING, en van den Hr. FRANKEN, Secreta<br />
ris en Procureur van Tfendoorn, die, behalven<br />
de fchade "aan zyn huis en huisraad toegebragt,<br />
een verlies van meer dan 30 duizend guldens,<br />
aan Landfcliaps Papieren geleeden heeft,<br />
welke door de woedende handen der domme<br />
yveraars verfcheurd zyn. De Zwitfers, die<br />
daar in Guarnizoen waren, deeden wel Patrouil<br />
les; de Magiftraat was wei den gantfchen nacht<br />
door vergaaderd, maar niets werd 'er gedaan<br />
tot ftuiting van het Oproer, en het gemeene<br />
Volk holde den gantfchen nacht door met hui<br />
zen fchenden en plunderen. Hierom maakten<br />
de aangevallene Burgers gebruik van het recht<br />
van zelfsverweering. Aan het huis van den<br />
Houtkooper RIEMSOYK, verweerden zich de<br />
Vrouw met haare twee Zöonen en eene Dienst<br />
maagd, met fteenen uit een bovenraam op de<br />
Muitelingen te werpen ; terwyl de Hr. RIEMS-<br />
DYK zelve beneden zoo dapper onder de me<br />
nigte fchoot, dat 'er eenigen vielen. Dus werd<br />
ook uit het Societeitshuis, ten tweedemaal en<br />
met grooter woede aangevallen, fterk gefchoo-<br />
ten, dat aan verfcheidene Muitelingen het<br />
leeven kostte. Doch deeze tegenweer, in<br />
plaats van de Plunderaas en Oproermaakers af<br />
te fchrikken, was als olie in 't vuur om den<br />
brand te blusfen: Zy dreigden nu de Verweer<br />
ders te vermoorden, als zy ze in banden fcree-<br />
gen,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 121<br />
gen , terwyl door den geftadigen toevloed hun 1787,<br />
getal vermeerderd en hunne moedwil grooter<br />
werd; waarom de Verweerders, die het geweld<br />
der overmagt niet langer konden wederftaan,<br />
en geene hulpe nocii ontzet van buiten kreegen,<br />
eindelyk beflooten het huis heimelyk te<br />
verlaaten, gelyk zy deeden; welhaast werd het<br />
foen door het muitend Gemeen ingenoomen en<br />
geheel ledig geplunderd. Hunnen moed hier<br />
gekoeld hebbende, floegen zy tot andere huizen<br />
over, en maakten het veele deftige Burgers<br />
zoo bang, dat.zy, om van den overlast<br />
berryd te zyn , hunne Wooningen en de Stad<br />
verlieten, om elders eene veilige fchuilplaats<br />
te zoeken. Merkwaardig is het, dat, onder<br />
al dat woest geweld, niet meer dan één Burger,<br />
aan de zyde der Patriotten, het leeven<br />
verboren heeft, een Voerman naamelyk, met<br />
naame DI KOEMAN, door een fteenworp tegen<br />
de flaap van 't hoofd, die hem eene doodeiyke<br />
wonde toebragt. Des anderen daags 'smorgens Publicatie<br />
tegen ce-<br />
ten agt uuren , deed de Kegeering eene Publiwcld en<br />
catie tegen alle geweld en oproer afkondigen; oproer et><br />
loc ontwa<br />
en by die zelfde Publicatie werden alle Ingepening ileir<br />
liuigers. '<br />
zeetenen gelast, hunne Geweeren en Wapenen,<br />
op zekere boete , ten half tien uuren voor<br />
de middag op het Stadhuis te brengen; het<br />
welk ook alzoo gefchiedde; veryolgeuds verfcheen<br />
de Regeering met Oranje linten verfierd<br />
op de ftraat, het zelfde deeden d« Officiers<br />
der Militie ? ca welhaast werd dit algemeen<br />
ÜJ na-
1787.<br />
122 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
nagevolgd: Ook werden hier en daar Oranje<br />
Vlaggen uitgeftooken. Den 3den j ui y W e r d<br />
'er eene tweede Publicatie afgeleezen, waar<br />
by alle Burger - Sociëteiten, of gewapende Genoot,<br />
fchappen, en in 't algemeen alle Burgerbyeen.<br />
komjlen en Gezelfchappen ten ftrengften verbooden<br />
d e n<br />
werden. Den 4 werd een gedeelte der Ruitery<br />
van VAN STOKKEN in de Stad gebragt;<br />
Donderdag den 5'' j u] y d e 0ranje V ] a g Q^<br />
den Tooren gezet, het kanon op de wallen gelost,<br />
de klokken geluid, Eereboogen hier en<br />
daar door de Stad, bezonderlyk voor het Stadhuis,<br />
opgerecht, en des avonds de gantiche<br />
Stad verlicht (*).<br />
Oproer en<br />
Nauwelyks was dit blyëindend Treurfpel te<br />
plundering<br />
te Leerdam, Thiel geëindigd, of 'er werd een ander en desgelyk<br />
Tooneel geopend in de kleine Stad Leer.<br />
dam, eene Heerlykheid van Zyne Doorluchtige<br />
Hoogheid, maar onder het Gebied der Staaten<br />
van Holland behoorende ; een Tooneel, het<br />
welk in woestheid en Plunderdrift voor dat van<br />
Thiel niet behoeft te wyken. In deeze kleine<br />
Stad waren, federt den laatften Engelfchen Oorog,<br />
zoo wel als in andere en grootere Steden<br />
1 le Inwooners in twee Partyën verdeeld; in<br />
] 'rinsgezinden en Patriotten. De laatften 'wil<br />
i<br />
len, naar het voorbeeld van veelen hunner<br />
] .andgenooten, het hunne toebrengen tot herftel<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July i 7Z7. bladz. 1601-3,<br />
Beroerd Nederland', V<strong>II</strong>, Deel, bladz. 15-18. ' '*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 123<br />
flel en verbetering van 's Lands algemeene<br />
zaaken, en hadden tot dat einde, met verlof<br />
der Regeering, nu reeds jaar en dag geleeden,<br />
eene Burger • Sociëteit opgerecht. Deeze oprechting<br />
werd by de Leden der andere Party<br />
toegedaan , met fcheele oogen aangezien ; men<br />
fmeet in 't huis der Vergaadering nu en dan de<br />
glazen in , men befmeerde het Uithangbord<br />
met vuiligheid, en men fchold op de Leden.<br />
Maar de verbittering nam toe,en de Gemeente<br />
werd van tyd tot tyd onrustiger. Thans begon<br />
men openlyk uit te roepen: „ de Keezen moe-<br />
„ ten 'er aan ; en de tyd is daar, dat men zyne<br />
„ handen in het bloed der Patriotten zal was-<br />
„ fchen." Op den 6^ c<br />
nd<br />
" Juny werd Heilig verzekerd,<br />
dat 'er op dien dag iets gebeuren zoude;<br />
men zag reeds hier en daar geheele troupen<br />
van Jongens, die doorgaands de Voorloopers<br />
der Oproeren zyn, byeen rotten; en het geroep<br />
was algemeen, de zoo genaamde Burger-<br />
Sociëteit moet weg! Men liep rond om een Verzoekfchrift<br />
te laaten teekenen, een verzoek<br />
behelzende om de Burge^ Sociëteit te vernietiges,<br />
de Oranje Vlag van den Toeren uit. te<br />
fteeken, en Oranje tekens te draagen; tot het<br />
teekenen van welk Verzoekfchrift eenige welgeftelde<br />
Burgers zich lieten beleezcn. Vervolgends<br />
werd het aan de Regeering overgegeeven,<br />
en door dezelve, tegen den zin van<br />
eenige Leden, doorgedrongen en alle die verzoe
124 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
zoeken dien zelfden dag nog ingewilligd. Dee.<br />
ze inwilliging werdt openlyk van het Stadhuis<br />
afgekondigd, benevens eene Waarfchouwing<br />
van Zyne Doorluchtige Hoogheid tegen alle<br />
Oproeren en Oproerige beweegingen. Doch<br />
deeze waarfchouwing werd ras vergeeten;<br />
nauwelyks zag men de Vlag van den Tooren<br />
waaijen, of het muitzuchtig Gemeen Rak de<br />
hoofden op , en bedreef de buitenfpoorigfte<br />
ongehoorzaamheid.<br />
Opening<br />
van het Het eerfte bedryf, waarmede dit Tooneel<br />
Tooneel<br />
vau woede. van barbaarfche woestheid geopend werd, was<br />
het wegneemen van het Bord met hetopfchrift<br />
van voor het Societeitshuis. Van daar ylde men<br />
naa het huis van den Hr. TAK, een vermoo.<br />
gend Rentenier van Amfterdam* thans daar<br />
woonende. Deeze Hr., die het prachtigfte<br />
huis der gantfche Stad bewoonde , zocht de<br />
Muiters te bevredigen, door een gefchenk van<br />
zestien Zeeuwfche Ryksdaalders; maar nauwelyks<br />
hadden zy dat geld in handen, of de Reepen<br />
vloogen door de glazen. In een naastftaande<br />
huis werd alles kort en klein geflagen.<br />
en de Bewooners daarvan deerlyk mishandeld.<br />
De Drosfaart, Colonel der Schuttery, liét<br />
alarm flaan; de Burgery kwam in de Wapenen;<br />
op de onveiligfte Plaatfen werden eenige<br />
Mannen gezet; maar zy waren ledige Aanfchouwers<br />
van her Plunderwerk, en fommigen<br />
zelfs hadden 'er hun vermaak in, hetgeen zy<br />
doof
ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. \i$<br />
door het Rampen met hunne Geweeren, en te<br />
zeggen, zoo moet het gaan! openlyk betuigden.<br />
Meer dan dertig huizen werden in dien onrustigen<br />
nacht boosaartiglyk uitgeplunderd, vernield<br />
en gefchonden; onder die, welken het<br />
meest geleeden hebben, was dat van den Pre<br />
178^<br />
dikant JOHANNES CLAASSEN, wiens Eer Plundering<br />
van des<br />
waardige Bediening, zyn Perfoon noch huis Predikants-,<br />
voor de woede van den onzinnigen hoop van huis.<br />
Plunderaars kon beveiligen. In 't midden van<br />
den nacht nog voor zyne wooning zittende,<br />
werd hy eerst met fteenen gefmeeten ; om niet<br />
gekwetst te worden week hy in huis en floot<br />
zyne deur; doch hier was hy oók niet veilig;<br />
de Muiters vielen met zoo veel geweld aan op de<br />
Raamen, en rammeiden daarop zoolang, tot<br />
dat ze met luiken en al verbryzeld waren en<br />
daar uit vielen ,waar door zy eenen geopenden<br />
weg in het huis kreegen. Nu ging men aan 't<br />
vernielen van al het huisraad, ftoelen , tafels,<br />
fpiegels, porcelyn , alles werdt vertrapt en<br />
verbryzeld; tin en koper plat getrapt of geftoolen<br />
, Tafelgoed gefcheurd of geroofd;<br />
niets werd verfchoond, dan alleen de Boekery<br />
en Studeerkamer. Op deeze wyze gingen zy<br />
ook te werk aan andere huizen, en konden ie<br />
hunne dolle drift niet gefluit worden den gantfchen<br />
nacht door; te vergeefsch begaaver I<br />
zich de Heeren Drosfaart BOEY, en Rent<br />
meester BIERMAN onder den plunderendei 1<br />
hoop t
Den gepliinderden<br />
werdt eene<br />
Verklaanng<br />
afgeperst.<br />
125 BEKNOPTE HISTORIE DER.<br />
hoop, om met bidden en ernftig vermaaneö-<br />
den voortgang te Ruiten; in plaats van gehoor<br />
kreegen zy onbefcheiden antwoord, en liepen<br />
gevaar van met fteenen gefmeeten te worden.<br />
Tegen den morgenftond fcheen de woede uit<br />
geraasd te hebben, en men kwam tot bedaa-<br />
ren: de opgefchooten Jongens, die het eerst<br />
het werk begonnen hadden, gaven ook de<br />
Jeuze van uitfcheiden met te zeggen: Men mogt<br />
wel eens pleizier hebben; maar het was nu wel, en<br />
't moest nu uit zyn. Een geweezen Ruiter ,<br />
met naame FLOOR MIDDELKOOP, aan deeze<br />
orders niet gehoorzaamende, ging op het<br />
nieuw, toen alles in rust was, naa het huis van<br />
den bovengemelden Hr. TAK, en fmeet 'er de<br />
glazen in; waarom hy ook gegreepen en in<br />
hechtenis genoomen, doch op den zelfden<br />
dag, op verzoek van fommigen, weder losge-<br />
laaten werdt.<br />
Dit Treurfpel moest, even als in de Gelder,<br />
fche Steden, in blydfchap eindigen, en men<br />
moest van den gruwel der verwoesting een<br />
vrolyk feest maaken om zyne triomf te vieren.<br />
Mtn liep by de huizen rond, voornaamelyk<br />
der zulken, die het meest van het Plunderen<br />
geleeden hadden, om geld te vraagen tot het<br />
vervaardigen van Eereboogen en Kroonen, en<br />
't koopen van kaarfen om ze te verlichten, enz.<br />
Dien zelfden dag, den 7
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, iz' i<br />
gaan en ter tekening aanbieden, aan alle de ! 1787.<br />
geenen, welker huizen geplunderd waren !<br />
waar door zy bekennen zouden: ,., gedwaalc I<br />
3, te hebben, en den Prins van Oranje te er<br />
„ kennen voor den Souvrain van Leerdam.<br />
4, dat men daar voor zou ftryden, en zweerer<br />
„ met de Regeering te vrede te zyn , alk<br />
3, Partyfchap ter wederzyde zoude afleggen;<br />
3, en voorts in eensgezindheid met zyne Me-<br />
3, deburgers te zullen leeven." Om geen ge-<br />
Vaar te loopen van nieuwe 'mishandelingen,<br />
onderteekenden alle die ongelukkigen , die<br />
harde en opgedwongene Verklaanng. Doch<br />
hier mede was de zaak niet afgedaan, de vrolykheid<br />
van dat feest was van korten duur, en<br />
de gevolgen daar van geheel anders dan in de<br />
Gelderfche Steden. Eenigen der geplunderde<br />
Burgers en Leden der vernietigde Sociëteit<br />
gingen naa Viaanen, klaagden aan het Genootfchap<br />
over alle de mishandelingen, die<br />
zy ondergaan hadden, en over den hoon en<br />
dwang, die hun door zulk eene Verklaaring,<br />
als boven gemeld is, was aangedaan, en verzochten<br />
deszelfs hulpe. Hunne klagten vonden<br />
ingang en hun verzoek werd ingewilligd:<br />
aanftonds was het Genootfchap volvaerdig om<br />
ter hunner hulpe te vliegen; binnen twee dagen<br />
was alles in gereedheid; op den o den<br />
Eenigên<br />
klaagen daaj<br />
over, en<br />
verzoeken<br />
hulpe te<br />
Viaanep*<br />
July<br />
trok het Viaanfche Genootfchap op Patent van<br />
de Heeren Gecommitteerden der Staaten van<br />
Holland, tot het Defenfiewezen te Woerden,<br />
me!
Het ViaanfcheGenoorfchap<br />
trekt op naa<br />
Leerdam,<br />
cn verandert<br />
de<br />
Z;uKen van<br />
gedaante.<br />
X28 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
met eenige Vrywilligers uk de Schuttery, onder<br />
de noodige Officieren, van eenige Ruiters<br />
en Soldaaten onderfteund, naa Leerdam. Dit<br />
Corps te Schoonerwoerd gekoomen zynde, deed<br />
de Oranje Vlag van den Tooren haaien door<br />
den zelfden Perfoon, die ze daarop gebragt<br />
hadt, en nam hem, benevens nog twee anderen,<br />
gevangen mede naa Leerdam; alwaar op<br />
het gerucht van hunne aankomst de Poorten,<br />
geflooten werden, en de fchuldigfle Oproermaakers<br />
de vlugt namen; terwyl de Alarmklok<br />
geluid werd, en de Schutters in de Wapenen<br />
kwamen.<br />
Het Genootfchap hier van kennis bekoomen<br />
hebbende, trok tot op eenen kleinen affland<br />
voor de Poort, en Zond twee Adjudanten aan<br />
den MagiRraat , om hunne Orders van de<br />
Hooge Overigheid te vertoonen. De Magi<br />
Rraat verzocht een kwartier uurs uitftel om tyd<br />
te hebben tot het openen van de Poort, die<br />
van binnen reeds met hout verfchanst was; en<br />
de Schuttery, in I50 Man beftaande, die daar<br />
voor geplaatst was, uit de Wapenen te brengen;<br />
terwyl men de Alarmklok aanftonds deed<br />
ophouden. By het intrekken der Stad zagen<br />
zy niemand meer gewapend, noch met Oranje<br />
flrikken verfierd; de Poorten werden met<br />
Wachten bezet, de Vlaggen van den Tooren<br />
en van de MooLen gehaald, de Magiftraat 'gelast<br />
om te vergaaderen, en de Burgemeester<br />
KNYF, en de Schepen DE MAN gevangen ge-<br />
uoo-
ONLUSTEN IN HËT VADERLAND. i2§<br />
noomen, en mede naa Vtaanen overgebragt.<br />
Voorts werden alle de Eerepoorten en Boogen<br />
omver gefmeeten,de Kranfen en Kroonenweggenoomen,<br />
en den Hr. Drosfaard BOEY. werd<br />
aangezeid, dat alle fchaden en nadeelen, die<br />
de Burgers door de Plundering geleeden had- 1<br />
den, op den Magiftraat, die zulks niet belet<br />
hadt , zou verhaald worden. Na dit alles<br />
verricht te hebben, keerde het Genootfchap<br />
met zyne byhebbende Manfchap naa Viaanen<br />
terug, en kwam des avonds ten negen uuren,<br />
na eenen togt van zes uuren , voor de Poort,<br />
fchikte zich in orde, gaf aan de Ruitery, aan<br />
het Volk,en aan het Genootfchap zelve,ieder<br />
een veroverde Vlag, en trok daar mede de<br />
Stad in. Verfcheidene Dorpen in den omtrek,<br />
waar men ook Oranje Vlaggen op de Toorens<br />
en Molens geplant hadt, door deezen togt bevreesd<br />
gemaakt, deeden dezelven fchielyk weg<br />
neemen.<br />
Vier dagen daarna, dat is den i3 c,en<br />
Het Defei<br />
July* Bewezen<br />
:isciit de'<br />
werd door twee Leerdamfche Burgers, die zich<br />
Aanteeke<br />
naa Viaanen begeeven hadden, een Brief aan ningen cu<br />
Hefluiten<br />
den Secretasis van Leerdam gebragt van het yari den<br />
Magiftvaat<<br />
Defenfiewezen van Viaanen; waarin hetzelve,<br />
als gemagtigd door het Defenfiewezen van<br />
Woerden, eischte; dat ten eerften aan hetzelve<br />
overgezonden wierden , de Aanteekeningen en<br />
Befluiten uit het Register van den Magiftraat,<br />
betreffende het vernietigen der Sociëteit en<br />
van 't Genootfchap, het opzetten van Vlaggen,<br />
I het
Oproer<br />
zonder<br />
voorbeeld<br />
te Middelttlrgr<br />
I30 BEKNOPTE HISTORIE DEÏ'<br />
het draagen van Oranje, enz. met bedreiging<br />
van dezelven anders te zullen koomen haaien.<br />
De Secretaris antwoordde daarop, dat hy buiten<br />
kennis en last van den Magiftraat aan deezen<br />
eisch niet mogt noch kon voldoen. Daarop<br />
kwam den anderen dag de Hr. SPOORS, Secretaris<br />
van Woerden, om daar over met den<br />
Magiftraat in onderhandeling te treeden, en<br />
de zaaken met het Hollandfclie Defenfiewezen<br />
te fchikken. Ondertusfchen werden de Heeren<br />
DE KNYF en DE MAN van Viaanen, rjaa<br />
,<br />
s Hagen overgebragt, om zich over hun gehouden<br />
gedrag by de Staaten van Holland te<br />
verantwoorden (*).<br />
Al het geen tot hiertoe verhaald is van Oproerigheid<br />
en Plundering in de Provintiën van<br />
Holland en Gelderland, kan in woestheid en<br />
wreedheid op verre na niet haaien by hetgeen,<br />
omtrent deezen zelfden tyd, in Zeeland.tHoofdftad,<br />
Middelburg, is voorgevallen. Ook daar.<br />
gelyk in de meeste Steden der Republiek, waren<br />
de Burgers in twee Partyen verdeeld, en<br />
beiden zeer fterke yveraars elk voor de zyne;<br />
terwyl het Gemeene Volk , dat doorgaands<br />
driftiger yvert voor de Party, die het aankleeft,<br />
den Prinsgezinden was toegedaan. De<br />
andere Party hadt zich in de Wapenen geoefend,<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaar}. July 1787. bladz. S©l8—acat,<br />
Beroerd Nederland, V. Ceel, bladz.. iS —ïö,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 131<br />
fend,en zocht een Genootfchap op te rechten |<br />
maar dat werd hun belet; doch veelen van hun<br />
werden Leden van eene Schuttery, dié van<br />
ouds tot den Doele behoorde, en hadden een<br />
Gezelfchap van 180 Perfoonen , en op dit Ge<br />
zelfchap, welk eigentlyk opgerecht was om dé<br />
rust te bewaaren, en de Muitery te beteuge<br />
len, was het Gemeene Volk zeer gebeeten.<br />
In deeze gefleldheid van zaaken, hadt het<br />
vuur van Oproer reeds lange gefmeuld, en<br />
wagtte maar na bekwame gelegenheid om uit<br />
te breeken. Deeze gelegenheid werd gebooren<br />
in 't laatst van Juny, wanneer een Gezelfchap<br />
van Dordrecht , met een Jacht te Middelburg<br />
aankwam om een Speelreisje Op het Eiland<br />
Walcheren te doen. Terwyl het Gezelfchap<br />
mét rydtuig een togtje landwaards in deed,<br />
waren de Dienstboden, die op het Jagt
T7R7-<br />
Begin van<br />
liet Oproer.<br />
i<br />
Ï32 BEKNOPTE HISTORIE fi ÉR<br />
de Mast; dat zulks een affront voor den Prins<br />
was: men haalde de Princenvlag van agteren<br />
af, heiste dezelve aan de Mast op, nam de<br />
roode Vlag daar af, en liet de Generaliteits<br />
Vlag eenige oogenblikken onder de Princen<br />
vlag waaijen, maar haalde ze ras weder af en<br />
verfcheurde ze. De voorzittende Burgemeester<br />
om verderen moedwil en fchending van het<br />
Jagt voor te koomen, zondteen Onderfchout<br />
met vier Dienaars naa het Jagt, om 'er bezit<br />
van te neemen, (dewyl de Dienstboden en<br />
Schipper van 't zelve de vlugt genoomen had<br />
den) liet vervolgends Vroedfchap beleggen,<br />
en deed twee Compagniën van de Burgery in<br />
ie Wapenen koomen om het Stadhuis te be<br />
zetten , en het Jagt zoo lang te beveiligen,<br />
:ot dat het water hoog genoeg was, om hes<br />
jaa buiten op dc Rheede te doen brengen;<br />
jelyfc vervolgends gefchiedde. Thans zag het<br />
oproerig Gemeen zynen kans fchoon om zynen<br />
verbitterden moed aan de Patriotten te koelen;<br />
le gemoederen waren nu aan 't gisten, en de<br />
Muitzucht kon met eene zekere welvoeglyk-<br />
;ieid haare rol beginnen te fpeelen. Men ging<br />
nderdaad, als wel beraaden, eerst met zagt-<br />
M.nnigheid te werk om zyne Party te tergen,<br />
;n dus gelegenheid te hebben , als hy zich<br />
ïitlaat, met woede op hem aan te vallen: Men<br />
ïjng by verfcheidene Hoofden van het Ge-<br />
lootfehap van Wapenhandel aanfchellen, en<br />
segeerde yan hun, dat zy op de gezondheid<br />
i<br />
van
ONLUSTEN m HET VADERLAND. 133<br />
van den Prins zouden drinken; by de geenen, 1787.<br />
die zulks gewillig deeden, ging alles wel, en<br />
daar werd geen overlast gedaan; maar een Lid<br />
van dit Schutters Gezelfchap wilde nief gedwongen<br />
wezen, weigerde zulks te doen, en<br />
ging op zyn ftoep, dreigende den aannaderenden<br />
hoop, daar onder te zullen fchieten, als zy<br />
hem geweld aandeeden; aanftonds werden by<br />
hem de glazen ingeflaagen, gelyk ook eenige<br />
huizen verder by zynen Broeder; en dit alles<br />
ging nog toe zonder plunderen. Maar eindelyk<br />
koomen zy aan 't huis van een Koorenkooper ,<br />
die Werf - Officier van de Schuttery was, en Begin van<br />
liec plundi<br />
hun wat fors antwoordde, en om hen te ver-<br />
ren.<br />
dryven, met kookend water van boven uit de<br />
bovenvenfters wierp. Toen floegen en fmeeten<br />
zy ook de glazen in; en hier zou het by<br />
gebleeven zyn, indien de Koorenkooper niet,<br />
door drift vervoerd , met hagel onder den hoop<br />
gefchooten, en eenigen ligt gekwetst hadt;<br />
want hier door verbitterd, liepen zy de deur<br />
open, en plunderden het benedenhuis geheel<br />
en al uit. Ondertusfchen werd 'er alarm geflaagen,<br />
alle de Burger-Compagniën kwamen<br />
in de Wapen , het verder plunderen werd voor<br />
dien tyd geftuit, en alles werd ftil. Van het<br />
Genootfchap waren ook 80 Man in de Wapenen<br />
gekoomen, die hunnen dienst aan de Regeering<br />
aanbooden, om de rust te bewaaren,<br />
en de Muitery te beteugelen ; maar zy werden<br />
bedankt en eraftig vermaand om uit eikanderen<br />
I 3 te
Hardnekkigeplundering<br />
cn<br />
moedige<br />
verd-edip«ig<br />
van<br />
STEVENINK»<br />
134 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
te gaan , het welk zy ook deeden; oordeelende<br />
de Regeerjng het werk met de Burgery, waarop<br />
zy Raat kon maaken, wel meester te zullen<br />
worden. Doch deeze flilte was van korten<br />
duur: Op den volgenden dag des namiddags<br />
ten twee uuren kwamen de Muitemaakers weder<br />
op de been, en vernielden ook in het bovenhuis<br />
van den vQorgemelden Koorenkooper, alle<br />
het huisraad en de glazen , die zy den voorigen<br />
avond overgelaaten hadden.<br />
Hier bleef het niet by, maar dien zelfden<br />
namiddag vielen de Plunderaars aan op het<br />
huis van Doctor STEVEN IKK, een zeer ervaaren<br />
Man in zyne kunst, en te gelyk een<br />
yverig Koopman, die grooten handel dreef en<br />
der Stad zeer nuttig was. Deeze Heer, die<br />
Kapitein geweest was van het vernietigd Genootfchap,<br />
en een groot yveraar voor de Grond?<br />
wettige Herflelling, was even daarom lange het<br />
voorwerp geweest van den haat des gemeenen<br />
Volks, dat voor de andere Party yverde, en<br />
Dp den 8 fteu<br />
Maart reeds een kans op hem had<br />
willen wagen , maar toen in zyn oogmerk niet<br />
hadt kunnen fiaagen. De Doftor we! te gemoet<br />
ziende, dat hy deeze reis niet zoude vry gaan,<br />
hadt zich rykelyk voorzien van Geweeren , kruid<br />
en lood , en eenige welberaadene Mannen by zich<br />
genoomen ; beflooten hebbende zyn huis, indien<br />
act aangevallen wierd,tot het uiterfte te verdeeligen.<br />
Hetgeen hy verwagtte gebeurde ook, en<br />
ïy hield zyn woord, hoewel met groot gevaar<br />
;ynes levens,dat hy 'er evenwel gelukkig, hoe T
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 135<br />
wel nauwelyks afbragt.Eene groote menigte gemeen<br />
Volk rottede te faamen voor zyn huis;<br />
eene Compagnie van de Burgers,die in de Wapenen<br />
waren, om het Dordrechtfche Jacht voor<br />
fchending te bewaaren, dit ziende, bezettede<br />
het huis ; doch het Graauw drong 'er door,<br />
raapte lteenen op en fmeet ze met een geheele<br />
hagelbui in de glazen. De Hr. STEVENINK,<br />
die hun gewaarfchouwd hadt, geenen moedwil<br />
te bedryven, fchoot onder den hoop met<br />
kogels, en trof zoo wel, dat een der Plunderaars<br />
dood ter aarde nederviel, en een ander<br />
zwaar gekwetst werd. Dit baarde voor een<br />
oogenblik zulk een fchrik, dat de Muitemaakers<br />
de vlugt namen ; doch zy keerden ras<br />
met verdubbelde woede terug, en hadden nu<br />
de baan ruimer, om dat de Gewapende Burgers,<br />
insgelyks voor het fchieten van binnen<br />
vreezende, als het welk hen zoo wel als de<br />
Muitemaakers treffen kon, hunnen post verlaaten<br />
hadden. Men begon nu van nieuws met<br />
fteenen in de glazen te werpen, en van binnen<br />
fterker te fchieten, zoo dat welhaast vier of<br />
vyf van de Plunderaars dood ter aarde nedervielen.<br />
Het Graauw hier door niet afgefchrikt,<br />
maar des te woedender geworden , haalde twee<br />
ftukken kanon van eender fchepen, die in de<br />
Kaay lagen, en befchooten daar mede het hdis<br />
fchuins van twee zyden; doch alzoo zy geene<br />
kogels hadden , maar zich met fchroot en fpykers<br />
moesten behelpen, zoo deeden zy daar<br />
I 4 mede<br />
1787.
1787.<br />
135 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
mede weinig ander nadeel, dan aan de glazen,<br />
cn de Verweerders beantwoordden dit vuur uit<br />
het kanon geftadig met volle lagen uit hee<br />
klein geweer.<br />
Dit fchieten van wederzyden duurde tot<br />
's morgens drie uuren, wanneer 200 Zmtzers,<br />
van Veere en Vlisfingenafgevaardigd, in de Stad<br />
kwamen, die een einde maakten aan het fchieten<br />
met het kanon, waar door een RilRand<br />
van twee uuren kwam. Maar de woede van het<br />
Graauw was niet te temmen, het hadt den Hr.<br />
STEVEN IN K den dood gezwooren , en betrouwde<br />
aan de Krygslieden de bewaaring van<br />
het huis niet toe, uit vreeze, dat hy mogt ontfnappen,<br />
Zy begonnen dan wederom opnieuw,<br />
drongen met geweld tusfehen de Soldaaten<br />
door, die eindelyk ook hunnen post verlieten,<br />
(zoo men zeide op hoogen last.) Thans begon<br />
men wederom met het kanon op het huis te<br />
fchieten, en van binnen met het klein Geweer<br />
en eene Donderbusch te antwoorden. Eindelyk<br />
kreeg het Graauw de huisdeur open , en<br />
Roof met groot geweld en een fchrikkelyk gedruis<br />
naa binnen, waar alles kort en klein ge«<br />
Raagen en bet huis deerlyk gefchonden werd.<br />
Ondertusfchen was de Geneesheer in een ruimen<br />
kelder gewceken, en hadt zich daar zoo<br />
wel verfchanst, dat niemand by hem koomen<br />
kon, en hy zich, als uit eene loopgrave, van<br />
daar door de Keldergaten verweeren kon; gelyk<br />
hy inderdaad ook deed en menigen Plun-<br />
de»
ÜLinfKTE VAK HET (GMiFOTMUMS ECUÏCS TAS Br STEWOTM IK MIBM3MXTSJ& .
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 137<br />
deraar nog zwaare wonden toebragt. Eindelyk<br />
kwamen eenige Afgevaardigden van de Regeering<br />
in 't huis en eischten den Hr. STEVK-<br />
NINK op, dat hy zich zoude overgeeven. Zyn<br />
moedig antwoord was, dat hy zich om lief noch<br />
leed zou overgeeven; dat hy zich tot het uiterRe<br />
zou verdeedigen, en indien hy dat niet<br />
langer doen kon, dan zich zeiven met zyn<br />
geheele huis in de lucht zou laaten fpringen<br />
door eene Myn , die hytot dat einde daar onder<br />
gemaakt hadt. Dit antwoord baarde zulk een<br />
fchrik by de Afgevaardigde Regenten, dat zy<br />
in alle haast het huis verlieten , en aan het<br />
volk vryheid gaven om eene derStads Brandfpuiten<br />
voor het huis te brengen, en den kelder<br />
vol water te pompen, om den Doftor uit zyne<br />
onderaardfche fchuilplaats te doen uitkoomen,<br />
en hem het vlugten te beletten. Daarenboven<br />
Relde de Regeering een praamie van iooo gulden<br />
voor den geenen, die den Doftor STE<br />
VEN INK levendig in de handen van het Gerecht<br />
zou leveren. Niet tegenftaande dit alles,<br />
en onaangezien alle en dc fcherpRe onderzoekingen,<br />
die 'er naa hem gedaan werden,<br />
is hy, na veele gevaaren uitgeflaan te<br />
hebben , en menigmaal op het punt geweest te<br />
zyn van ontdekt te worden, eindelyk alle gevaar<br />
gelukkig ontkoomen; door eenen heimelyken<br />
weg uit zyn kelder en huis ontkoomen<br />
zynde, verborg hy zich eerst een wyl tyds in<br />
en omtrent de Stad by goede vrienden, en<br />
I 5 ver*<br />
1787.
1787.<br />
138 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
verliet vervolgends, in vrouwe kleederên, het<br />
Eiland van Walcheren<br />
Voorbeeld Toen het woedende Graauw hier zyn zat be<br />
van wreedbeid<br />
der koomen hadt, en 'er niet meer aan het huis<br />
Plu nder»ars.<br />
van Doclor STEVENIKK te plunderen noch<br />
te breeken was, vloog het in diezelfde hitte<br />
naa de huizen der meest bekende Patriotten,<br />
en plunderde die met eene woede zonder we.<br />
derga. Aan het huis van eenen Notaris bedree*<br />
ven zy een gruwelRuk van wreedheid , waar<br />
van de menfchelykheid yst en grilt: Een knegt<br />
van boven uit de venflers op de Plunderaars<br />
fchietende, trof eenen Boer, die dood terne,<br />
derviel; hier op vloog de verwoedde menigte<br />
naa boven, fmeed den Knegt uit het venfter<br />
van den Zolder, en die beneden waren ver»<br />
moordden hem verder op de ysfelykfie wyze,<br />
fleepende het half doode ligchaam langs de<br />
Rraaten. En dit gefchiedde, niet tegenflaande<br />
dat 'er twee Compagniën Burgers waren aangerukt<br />
om het Plunderen te Ruiten, en een Detachement<br />
van 70 Zwitfers met gevelde Bajonetten<br />
daarop inrukte; zoo onzinnig was het<br />
Giaauw, dat niemand een voet wilde verzettende<br />
gebiedende Officier deed eindelyk vuur<br />
geeven, een der Plunderaars werd doodgefchooten;<br />
maar niemand Roorde zich daar aan,<br />
men ging even driftig met Plunderen voort;<br />
waarom de Officier aan den MagiRraat liet zeggen<br />
, dat hy zonder de Stad in een bloedbad te<br />
zetten, niets kon uitvoeren : ook werd dit huis<br />
byna
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 139<br />
byna gefreel afgebrooken, en toen men daar<br />
mede gedaan hadt, verfpreidde zich dé plundering<br />
nog verder uit, zoo dat 'er op dien dag<br />
en in den volgenden nacht , wel 23 huizen<br />
werden uitgeplunderd; waar by nog een Jood ,<br />
door het afwerpen van een kist, die op zyn<br />
hoofd viel, het leeven verloor.<br />
Om van geene andere geplunderde huizen<br />
meer te fpreeken, zal ik uit allen nog maar<br />
van een kortelyk iets melden, te weeten dat<br />
van den Hr. JOH. DE FREMERY, een der<br />
Stads Predikanten, by wien eene onberekenbaare<br />
fchade gedaan is. Deeze Eerwaardige<br />
Hr., een Man van groot vermoogen, als gehuwd<br />
zynde aan eene der Erfgenaamen van<br />
wylen den ryken Profcsfor WILLE MSEN, hoe<br />
zeer achtenswaardig, behalven andere goede<br />
hoedanigheden, wegens zyne uitmuntende mededeelzaamheid,<br />
evenredig naar zyn vermoogen,<br />
was hy nogthans ook het doel van de<br />
raazende plunderdrift. Het was Zondag, en<br />
Zyne Eerw. moest 's namiddags den dienst waarnecmen.<br />
In 't heen gaan naa de Kerk moest<br />
hy voorby een huis , daar digte by ftaande,<br />
waar men bezig was met plunderen; zoo haast<br />
het Graaüw hem in 't oog kreeg, viel het hem<br />
aan met fcheldnaamen, en vervolgde hem daar<br />
mede tot aan den Predikftoel; dus ontfteld en<br />
met een beklemd gemoed verrichtte hy zyn<br />
werk, niet zonder vreeze, dat men, hem van<br />
den Predikftoel rukken zoude, zoo zeer fcheen<br />
het<br />
1787.<br />
Het huis<br />
van Dornfné<br />
F n E M E R Y<br />
geplunderd»
Dc grond<br />
der gioote<br />
verbittering<br />
V3n *t<br />
Graauw.<br />
T4o BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
het Gemeen op hem verbitterd. Het liet even*<br />
wel van hem af, en hy verrichtte ongeftoord<br />
zyn Dienstwerk. Maar toen dat geëindigd en<br />
hy weder naa zyn huis gekeerd was, vond de<br />
Hr. DE FREMERY de Plunderaars voor zyn<br />
huis vergaaderd, als op hem wagtende om dat<br />
godloos werk te beginnen. Met zyne gewoone<br />
vriendelykheid zocht Zyne Eerw. die boozewigten<br />
van hun voorneemen af te brengen,<br />
door hun rykelyk fpys en drank aan te bieden,<br />
het welk zy ook greetig aannaamen en inzwelg.<br />
den; maar het was olie in 't vuur; en in plaats<br />
van hun voorneemen te ftaaken, vielen zy met<br />
te meerder woede aan 't plunderen : In weinig<br />
tyds was alles van boven tot beneden vernield,<br />
en van zynen Vorftelyken huisraad bleef niets<br />
anders overig dan één bed, en het grootfte<br />
gedeelte van zyne kostelyke Bibliotheek. Ondertusfchen<br />
vlugtte de Hr. DE FREMERY met<br />
Vrouw en Kinderen naa zyne Buitenplaats;<br />
doch werd ook daar van het Graauw vervolgd,<br />
en was derhalven genoodzaakt, om niet in de<br />
moorddaadige handen dier Boozewigten te<br />
vallen, het Eiland heimelyk te verlaaten.<br />
Het is bezwaarlyk te begrypen, dat de raazende<br />
woede van het gemeene Volk tot zulk<br />
eene hoogte kon opreizen, indien ze niet door<br />
Tweedrachtftookers ontvlamd en aangeblaazen<br />
werdt: Inderdaad men hadt hier, gelyk te<br />
Goes en te Hoorn tot leugen en laster toevlugt<br />
ïenoowen, en zoo listig als boosaartig een
ONLUSTEN IN HÉT VADERLAND. 14*<br />
gerucht verfpreid, dat 'er uit Holland en van<br />
Zierikzee zeven fchepen met Patriotten te Middelburg<br />
verwagt werden , die zich van de Stad<br />
zouden meester maaken, en alle de Prinsgezinden<br />
vermoorden, zonder de Kinderen efl<br />
zwangere Vrouwen te verfchoonen ; dat zyden<br />
Hervormden Godsdienst zouden uitroeijen en<br />
den Armiaanfchen , anders gezeid den Remon.<br />
jlrantfclien, invoeren. Dit ailes gaf men voor,<br />
zou men ontdekt hebben in de Boeken en Papieren<br />
van het Genootfchap, die in den Doelen,<br />
daar dat Gezelfchap vergaaderde, by het<br />
plunderen gevonden waren. Hoe ongerymd<br />
deeze dingen ook waren, die men te Middel,<br />
burg by monde en gefchriften onder het Gemeen<br />
verfpreid hadt, vonden zy nogthans geloove,<br />
en hadden de begeerde uitwerking. —<br />
Zelfs fchynt het, dat men dat gerucht in de<br />
nabuurige Steden en over het platte Land onder<br />
de Boeren verfpreid hadt; want de Arnemuider<br />
s, een Volk, dat zich met Vislchen en<br />
Jaagen geneert, en dus volkoomen Scherpfchutters<br />
zyn, vertoonden zich voor de Pootten<br />
van Middelburg, en lieten aan den Magiftraat<br />
hunne hulpe aanbieden, om alle de Patriotten,<br />
zoo als zy zeiden, den hals te breeken.<br />
Vyf of zes duizend Boeren van het platte Land<br />
lieten dien zelfden dienst aanbieden; maar zy<br />
werden allen bedankt Des Maandags mor-<br />
Wat e.t<br />
gens ten negen uuren,deed de Magiftraat eene Plundcriu<br />
doet opho<br />
Publicatie afkondigen, waar mede bekend ge- den.<br />
maakt
2787.<br />
Oproer en<br />
Plundering<br />
ie Amperdam.<br />
142 BEKNOPTE HISTORIE DÉR*<br />
maakt werd, „ dat de Regeering eenpaarig<br />
,, beflooten hadt, en zich als Lieden van eere<br />
„ daartoe verbonden, dat ze de Oude Confti-<br />
,, tutie, met den Stadhouder in alle zyne<br />
„ Waardigheden aan het hoofd, zouden bly-<br />
„ ven aankleeven en handhaaven , r<br />
' vervolgends<br />
werd de Oranje Vlag van de Abtdytoo.<br />
ren en van het Stadhuis uitgeftooken, en daaï<br />
mede was al het plunderen en geweld pleegen<br />
gedaan; zelfs aan 't huis van een aanzienlyk<br />
Koopman, waar 't Graauw gereed Rond om'<br />
met plunderen aan te vangen, werd dat werk<br />
op het zien van dat teken geftaakt, en 'er<br />
werd nergens meer geplunderd: In een oogenblik<br />
waren alle de huizen door de gantfche<br />
Stad met Vlaggen en Oranje Linten verfierdy<br />
en drie avonden aan eikanderen verlicht (*_).<br />
Uit al het boven verhaalde is klaar te zien,<br />
dat alle die Oproerige Beweegingen in verfcheidene<br />
Steden en Provintiën, omtrent op<br />
den zelfden tyd, ten doel hadden het herftellen<br />
van den Prins, of daar uit voortkwamen.<br />
Nog maar een voorbeeld van dien aart zal ik<br />
hier by voegen, dat een weinig vroeger dan<br />
de Voorgemelde gebeurd is, en tot zulk een<br />
hoogte fteeg , dat Burgers onder eikanderen<br />
in openbaaien ftryd, met Geweer en Kanon<br />
geraakten. Ik heb 't oog op die bloedige be-<br />
roer ft Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1737. bladz' 2025.-2039,<br />
Beroerd Nederland , Vil. Deel, bladz. 26 33.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 143<br />
roerte, die 'er in 't laatst van May, van dat<br />
gedenkwaardig Jaar van 1787. te Amfterdam is<br />
voorgevallen: Ook aldaar werden op verfcheidene<br />
Plaatfen Verzoekfchriften ter tekening<br />
gelegd, voor de oude Conftitutie , zoo als men<br />
dat noemde; onder anderen op de Reguliers*<br />
gragt in een Wynhuis, genaamd 's Lands Wel- ;<br />
vaar en. Het menigvuldig in en uitloopen gaf i<br />
aanleiding, dat 'er veel volk voor dit huis verfaamelde,<br />
om te zien wat daar omging, en<br />
dagelyks vielen daar opfchuddingen voor-maar<br />
byzonderlyk op den 28 fttn<br />
May; wanneer de<br />
verfchillende Partyën , welke de eene voor,<br />
de andere tegen, het tekenen van 't Verzoekfchrift<br />
yverde, in twist geraakten: Die van de<br />
Patriötfche Party zeiden, dat de anderen Lieden,<br />
daar voorby koomende, niet alleen noodigden,<br />
maar ook noodzaakten om het Request<br />
te teekenen, de andere Party klaagde, dat men<br />
hen verhinderde vry in en uit te gaan. Wat<br />
daar ook van zy, de twist liep zoo hoog, dat<br />
'er een Man in 't water raakte, doch hy werd<br />
fpoedig gered. Het Gezelfchap, dat daar vergaaderd<br />
was, om het Request te laaten tekenen,<br />
en meestuit Scheeps - Timmerlieden * of<br />
zoo genaamde Byltjes beftond, deed fcmtyds<br />
verwoede uitvallen,om de vergaaderde menigre<br />
te ver]aagen,en floeg onbefuist onder den hoop<br />
en trof wel eens onfchuldigen , die enkel uit<br />
nieuwsgierigheid het gewoel aanzagen. Den<br />
volgenden avond, den 29^" May, was 'er<br />
we-<br />
3y en in<br />
s Lands<br />
Velt'aar'!!'..
44 BEKNOPTE HISTORIE DÉ«<br />
1787. 1 wederom een groote menigte meest gemeetf<br />
<<br />
1<br />
1<br />
t<br />
«<br />
«<br />
(<br />
I<br />
\<br />
By ARENDS *<br />
In de 1 lal. ^<br />
•veinaanftecg,<br />
cn 1<br />
den lioekvei<br />
koper op 1<br />
tien Cjugel.<br />
7<br />
olk voor 't huis vergaaderd ; men riep om<br />
Dienaars van de Juftitie om ze te verdryven ,<br />
naar deezen waren te zwak daar toe; waarom<br />
irie Commisfarisfen van dat Gezelfchap naa<br />
iet Defenfiewezen gingen, om byftand te veroeken,<br />
die hun werd toegezegd; ook deed<br />
iet Defenfiewezen twee Compagniën Schutters<br />
laar heen optrekken; doch zy konden het plunieren<br />
niet beletten, of zy kwamen wat te laat;<br />
Ithands het Wynhuis werd geheel uitgeplun-<br />
Ierd; zy zorgden evenwel voor de bewooners<br />
an 't huis en eenige andere Perfoonen, die<br />
aar nog in waren, en bragten ze in verzekere<br />
bewaaring in de Hoofdwacht op de Reguliersraag<br />
, op dat ze door de verhitte Plunderaars<br />
iet mogten mishandeld worden. Het woest<br />
jemeen, dus aan 't hollen zynde, floeg voort<br />
aa de huizen van eenige yveraars voor de Te-<br />
ening van het betwiste Request,als van eenen<br />
REKDSJ Kantkoper in de HalvemaanReeg,<br />
t n by eenen anderen ARKNDS, Boekverkoper<br />
( ip den Cingel, welke beide huizen ledig gedunderd,<br />
en al wat daar in was, vernield en<br />
t<br />
erfcheurd werd. By den laatRen, die ook<br />
\<br />
1 iet Request liet tekenen, en zoo gezegd werd,<br />
an fommigen geld daar voor gegeeven hadt,<br />
.as de verbittering zoo groot, dat de Plunde-<br />
l<br />
aars niet alleen het huisraad en den Boekwin-<br />
1<br />
el vernielden , verfcheurden en op de flraat<br />
i<br />
meet, maar ook het huis zelve fchonden, en<br />
bid
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 145<br />
de glazen met Raamen en al uitbraaken. Hier<br />
van daan vloogen zy naa het huis van den<br />
Burgemeester RENDÖBP, dat ook op den<br />
Cingel en fchuins daar tegen over was. De<br />
woeste hoop fchelde aan, én toen nietIchielyk<br />
open gedaan werd, hakten en floegen zy met<br />
bylen en koevoeten de deuropeh, Rooven in<br />
huis, en plunderden het voorfle gedeelte daar<br />
van geheel uit, vernielden alles, én hakten<br />
zelfs de trappen met bylen aan Rukken; de<br />
vernielde kostelyke huisraad werd op Rraat en<br />
meest in 't water gefmeeteu. Gelukkig, dat<br />
zy het agterRe gedeelte van 't huis niet aantasteden,<br />
waar de Bibliotheek, en eene verfaameling<br />
van gewichtige Papieren en Handfchrif.<br />
ten, benevens groote Kostbaarhedeus waren,<br />
die daar door nog behouden en ongefchonden<br />
bleeven. Ook gebruikten de Plunderaars, hoe<br />
onbefuist zy anders te werk gingen, nog al<br />
eenige befcheidenheid, dewyl zy de goederen<br />
der Dienstboden zorgvuldig mydden en fpaarden.<br />
De Burgemeester en zyn Zoon vlugtten<br />
naa de Binnenplaats , en van daar over een<br />
muur by Mevrouw VAN DER DOSSEN, Zuster<br />
van Mevrouw REN DORP, die daar naast<br />
aan woonde. Niet beter ging het by dén Bur^<br />
gemeester EEELS, wiens huis nu volgde,'en<br />
v/aar alles insgelyks kort en klein geflaagen en<br />
vernield werd. De Burgemeester was op dien<br />
tyd juist onpatfelyk aan het podagra, en. werd<br />
K r.er<br />
I787J<br />
By cicn<br />
Burgemeeia<br />
ter R E N-<br />
DORP.<br />
By Jen<br />
Burg-imees'.<br />
ter 8 t s>. Sr
J787-<br />
146* BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ter naauwer nood in een Roel door zyne knegts<br />
agter uit door den Ral in een nabuurig huis in<br />
veiligheid gebragt; trwyl zyne Kinderen in<br />
den Thuin vlugtteden, en eene der Dogters,<br />
die zich in een hoek verfchoolen hadt, den<br />
akelyken nacht in angst en vreeze doorgebragt<br />
heeft. Thans zou de beurt aan 't huis van<br />
Burgemeester DEDEL geweest zyn, waarop<br />
wel meer aanzienlyke Huizen moogelyk zouden<br />
gevolgd zyn;maar eenige Burger-Compagniën<br />
waren in de Wapenen gekoomen» en hadden<br />
dat huis, op des Burgemeesters verzoek, bezet<br />
om het te befchermen, gelyk ook dat van den<br />
Hoofd-Officier EACKER, die ook ongefchonden<br />
bewaard gebleeven zyn, alhoewel de Plunderaars<br />
dien zelfden nacht verfcheidene maaien<br />
naa het huis van Burgemeester DEDEL we.<br />
derkeerden om het aan te vallen, en zelfs den<br />
bevelvoerenden Officier der Schutters zochten<br />
te bepraaten,om hun zulks toe te laaten;doch<br />
die Officier was te eerlyk om. dus zynen Eed<br />
en pligt te fchenden. Toen zy hier in niet<br />
Raagen konden, koelden zy hunnen moed aan<br />
nog eenige Burgerhuizen van Lieden, die voor<br />
Rerke aankleevers van, en yveraars voor de<br />
Oude ConRitutie bekend waren, cn zich wat<br />
Rerk uitgelaaten hadden; terwyl de huizen van<br />
de Burgemeesters REN DORP, BEELS, DE<br />
DEL, gelyk ook van den Hoofd • Officier EAC<br />
KER en den Ontvanger HOOFT, dien nacht:
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 147<br />
en den volgenden dag , met Burgerwachten<br />
bezet bleeven (*).<br />
Terwyl deeze dingen in de Stad gebeurden ,<br />
waren de Byltjes, uit het huis, 'sLands Wel.<br />
vaaren* op de Reguliersgragt verjaagd zynde,<br />
naa hunne Eilanden geweeken,en hadden daar<br />
hunne buuren, die van hunnen aanhang, voor<br />
de Oude Conflitutie, en voor 't Tekenen van<br />
het meergemelde Request, waren, opgeRookt<br />
om zich aan de Patriotten, die op de Eilanden<br />
Ooftenburg, Wittenburg en Kattenburg, woonden,<br />
te wreeken. Zy deeden een verhaal, tn<br />
dat op zyn ergfte geduid, van hetgeen op de<br />
Reguliersgragt gebeurd was, de gemoederen<br />
hunner Gebuuren, dit hoovende, werden welhaast<br />
in yver ontftooken , en tot weerwraak<br />
ontvlamd, en zy begonnen de voorgenoomene<br />
Plundering aan 't huis van eenen Apotheker,<br />
die voor een Patriot bekend was. Het gerucht<br />
daar van verfpreidde zich welhaast door de<br />
Stad, en bragt eenige Burger-Compagniën in<br />
de Wapenen, die naa de gemelde Eilanden<br />
trokken om het plunderen te fluiten en den<br />
voortgang daar van te beletten. Doch zoo haast<br />
als de Eilanders de lucht daar van kreegen, \<br />
haalden zy de Kattenburger • Brug op , waar ,<br />
door de Gewapende Burgers van de Eilanden :<br />
De Eilanlers<br />
haaien<br />
le Brug op<br />
?n verdeeligen<br />
de-<br />
;elve.waren<br />
afgefneeden, en niet by hen konden<br />
koomen. Deezen evenwel hunne Medeburgers<br />
niet<br />
'(*; Nieuws Neder!, 'jaarb. May 1787, bladz. 1068-107%<br />
K 2<br />
17S7.<br />
De P.yltjei<br />
Wyfeefl naa<br />
hunne Eilanden<br />
en<br />
ftooken<br />
daar Oproer<br />
en Plundering;<br />
Eenige Burger-Compagniëntrekken<br />
naa<br />
Kattenburg,
1787,<br />
Dc Brug<br />
\vo:dt l>eitormd<br />
cu<br />
inseuoomcn.<br />
148 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
niet ten prooy van den moedwil hunner Ter»<br />
genparty willende laaten, deeden Kanon aan*<br />
voeren, en befehooten de Eilanders, waarvan<br />
'er eenigen fneuvelden; doch zy lieten zulks<br />
niet ongewrooken; zy hadden zich ook voor"<br />
zien van Gefchut en Geweeren uit 's Lands<br />
Magazyn, aan de Brug ftaande, en bleeven<br />
hunne Party niet fchuldig; de Brug hardnekkig<br />
verdeedigende, en zich achter houtftapels,<br />
die op de wal ftonden, als agter eene verfchanfing<br />
verfchuilende , fchooten zy geweldig op<br />
de Gewapende Burgers, waarvan zy eenen<br />
Kanonnier troffen , dat hy ftierf. De Burgers<br />
ziende, dat dit fchieten over en weder maar<br />
menfchen kostte en niets deed vorderen, beflooten<br />
om', het kostte wat het wilde, de Brug<br />
in te neemen, en tot dat einde te beftormen:<br />
De Kapitein der Gewapende Burgers, A. VA-<br />
LENTYN, en de Waterfchout NOEBE, na<br />
men eene Vlotfchuit, waarop eenige Baaien<br />
met Tabakfteelen en eenige hoopen Kabeltouwen,<br />
tot eene verfchanfing geplaatst werden,<br />
met eenige ftukjes kanon, om daar mede van<br />
agter dezelve te fchieten. Met deeze vlottende<br />
Battery, dus gewapend en van 40 of 50 y<br />
Mannen bezet, voeren zig naa de Brug; doch<br />
werden by de eerfte aankomst afgeflaagen;<br />
maar den aanval hervattende fchooten zy eenige<br />
Kattenburgers dood; een van hun beklom de<br />
Brug, kapte de Ketting waarmede de Ophaalbrug<br />
vast was, en deed ze, met hulpe van een<br />
an-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 149<br />
der, nederzakken. Deeze ftryd was des mor<br />
gens ten vier uuren begonnen, en ten negen<br />
uuren van den 3o fte<br />
n May, trokken drie Com.<br />
pagniën Burgers over de Brug. De Katten-<br />
burgers bleeven nog al met het klein Geweer<br />
op de Burgers fchieten, en werden niet onbe<br />
antwoord gelaaten, doch moesten eindelyk<br />
voor de overmagt wyken , namen de vlugt, en<br />
werden verftrooid. De Burgers namen dus de<br />
Eilanden in bezetting, maakten zich ten eer<br />
ften meester van het verlaaten Gefchut, ont<br />
wapenden de Kattenburgers, en haalden de Ge<br />
weeren overal uit de huizen. Eenigen van<br />
deeze Eilanders» werden ook gevangen genoo<br />
men, eerstin 't Kweekfchool voor den Zeedienst,<br />
en vervolgends naa het Stadhuis gebragt. Voor-<br />
naamelyk doorzocht men de huizen, waar de<br />
Aüe van Qualificatie en de Requesten voor de<br />
Oude Conftitutie ter Tekening geleegen had<br />
den, en maakte zich meester van de Papieren,<br />
die men daar vond; vervolgends werden de<br />
Eilanden door zes Compagniën Burgers, en<br />
tien ftukken kanon bewaard ; zoo haast nu als<br />
de Burgers over de Brug getrokken waren,<br />
werden zy gevolgd van een hoop gemeen en<br />
woest Volk , dat der Patriötfche Party was<br />
toegedaan, met oogmerk om zich te wreeken<br />
aan de Prinsgezinde Kattenburgers, gelyk dee<br />
zen aldaar aan de Patriotten gedaan hadden.<br />
Aanftonds en allereerst viel de woeste hoop<br />
aan op het huis, waar het Onvolmaakte Schip<br />
K 3 uit-<br />
1787.<br />
Een hoop<br />
gemeen<br />
Volk volgt<br />
over de<br />
Brug cn gaat<br />
aan 't plunderen<br />
in liet<br />
Ov.ynln1a.1k.<br />
te Schip,
1.787.<br />
By den<br />
Pairiötjes<br />
Bakker.<br />
By den<br />
Mssterr/aaktr<br />
B o o Y.<br />
ijo BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
uithing, op het welke men meest gebeeten<br />
was, om dat daar vergaaderingen by dag en<br />
nacht van zoo genaamde Oranje - yveraars ge<br />
houden waren, en veel kwaad, zoo zy dach<br />
ten, tegen de Patriötfche Party gebrouwen<br />
was; gelyk daar ook de Acte van Qualificatie<br />
en het bewuste Request voor den Prins ter<br />
Tekening geleegen had, en wel meest getee<br />
kend was. Het is daarom niet te verwonderen,<br />
dat dit huis den grootften aanftoot leed, dcer-<br />
lyk uitgeplunderd en als tot een puinhoop ver<br />
nield is. Ook werd een Bakkershuis geplun<br />
derd , bekend onder den naam van Patribtjes.<br />
Bakker, om dat hy den winter te vooren op<br />
St. Nicolaas avond Mannetjes van deeg gebak<br />
ken, en onder den naam van PatriÖtjes verkogt<br />
had, om de Patriotten te befchimpen. Behal<br />
ven deezen werden nog eenige andeie huizen<br />
van zoo genaamde Oranjeklanten op de Eilan-<br />
den geplunderd. Hier mede nog niet voldaan,<br />
keerden die vcrwoesters naa de Stad terug,<br />
om het Plunderwerk te agtervolgen; zy plun<br />
derden midden in de Stad nog verfcheidene<br />
huizen, van welken ieder in 't byzonder myn<br />
bellek niet toelaat te fpreeken ;een is 'er nog,<br />
dat al te veel gerucht gemaakt heeft, om met<br />
ftilzwygen voorby te gaan: dat naamelyk van<br />
den Masttmaaker BOOY, op de hoogte van<br />
de Kadyk ftaande, die zich als een fterke<br />
Voorftander van de Oude Conftitutie betoond<br />
hadt, en by wien ook het zoo gehaatte Re<br />
quest
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, TJI<br />
guest ter Tekening geleegen hadt. Daar werd 1787.<br />
allergrouwelykst geplunderd, alle het huisraad<br />
deerlyk vernield, kort en klein geflaagen en<br />
getrapt; het huis, dat voor vier of vyf jaaren<br />
nieuw en kostelyk getimmerd was, van binnen<br />
genoegzaam geheel uitgebrooken ; marmeren<br />
trappen zelfs met hamers of andere werktuigen<br />
aan Rukken geflaagen, en al het getimmerde<br />
zodanig vernield, dat 'er niets dan de ledige<br />
romp van buitenmuuren was overgebleeven;<br />
geen huis wordt ligtelyk door brand zoo zeer<br />
verwoest, als dit door de plundering was. Over<br />
het geheel genoomen, waren die huizen het<br />
ergfte uitgeplunderd en het meest befchadigd,<br />
waar het Request tot vernietiging van al het<br />
geen de Staaten van Holland, omtrent den Prins<br />
en het openbaar Beflier beflooten hadden, ter<br />
Tekening geleegen hadt en geteekend was(*).<br />
De Patriotten befchouwden daarom ook den<br />
geweldaadigen tegenRand der Kattenburgen,<br />
tegens de wettige Gewapende Burgers als eene<br />
verdeediging der ongehoorzaamen aan 's Lands<br />
Hooge Overigheid; en als eene openbaare Rebellie<br />
; en gevolglyk den doodgefchooten Kanonnier<br />
der Kattenburgers als gefneuveld inflagranti<br />
delifio, in het bedryvcn van de daad.<br />
Uit dat beginfel werd hy ook als een Misdaadiger<br />
naa de plaatfe des Gerechts gebragt,<br />
en met een been aan de Galg opge-<br />
ban-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. May 1787. bladz, 1072 —1077,<br />
K 4
1787- hangen (*); doch naa de algemeene en groote<br />
Omwending van zaaken, weder daar afgehaald,<br />
a!s in triomf omgevoerd, en met groote ftatie<br />
in de Oester Kerk begraaven; gelyk de Kano.<br />
nier, die aan de zyde der Patriotten gefneuveld<br />
was, op den 5<br />
t<br />
1<br />
}<br />
1<br />
c<br />
r.<br />
d<br />
e» Juny met Krygsëere en<br />
een groot gevolg op het St. Anthonies Kerkhof<br />
ftaatelyk begraaven was (f). Van de Plunderaars<br />
werden elf der voornaamfle Belhamels<br />
gevat, dit baarde fchrik en de plundering<br />
werd gefluit. Ook waren de Voorftanders van<br />
le Oude Conflitutie, en de Beflierders van de<br />
ïieuwe Oranje Sociëteiten (zoo als zy genoemd<br />
verden) die onlangs waren opgerecht, zodanig<br />
ïevreesd geworden, dat zy zich niet durfden<br />
ertoonen, cn zich uit de Stad begaaven; en<br />
e beweegingen, daar uit ontflaan een einde<br />
amen (§).<br />
Dc vnorgenoomcne<br />
Beize van<br />
Haare Ko.<br />
ninglylie<br />
Hoogheid<br />
Verjnnneid.<br />
152 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Onder alle deeze Oproerige Beweegingen<br />
gebeurde eene zaak, die zeer veel opzien en<br />
gerucht door de gantfche Republiek maakte,<br />
en van groote gevolgen geweest is; waarom<br />
ik dezelve in haare voornaamfle omflandigheden<br />
met alle nauwkeurigheid, en zoo beknopt<br />
als moogelyk is, hier zal verhaalen; te weeten<br />
de voorgenoomene en verhinderde Reize Haa-<br />
(*) Nieuwe. Nederl. Jaarb. Juny 1787. bladz. 1322,<br />
(t) Ibid. Juny 1787. bladz. 1323.<br />
($) ibid. May 1787. bladz. 1077.<br />
rer
ONLUSTEN IN HET VADERLAND 153<br />
Ter Koning". Hoogheid Mevr. de Princes van<br />
ORANJE, Gemalin van den Heere PrinceErf<br />
ftadhouder, van Nymegen naa 's Hage. En<br />
om van de echtheid van dit verhaal te verze<br />
keren , zal ik dat van den Bevelhebber zeiven,<br />
die de.onderneeming tot verhindering der reize<br />
heeft uitgevoerd, van zeer naby volgen.<br />
In den nacht van Woensdag op Donderdag<br />
den iWen J u ny, omtrent half één uur, kreeg<br />
de Bevelhebber van het Goudafche Genootfchap,<br />
dat aan de Goejan - Verwellen/luis bezetting<br />
hield, de Hr. P. DE LANGE, Heer van Wyn-<br />
gaarden, Schepen en Raad der Stad Gouda,<br />
bericht door twee geloofwaardige Leden van<br />
't Genootfchap van Haastrecht, dat een voor<br />
naam Perfoon den volgenden namiddag ten<br />
twee uuren door Schoonhoven en Haastrecht zou<br />
de doorreizen; en dat tot dat einde te Nieuw-<br />
poort en te Haastrecht 1 j paerden tot Voorfpan<br />
befteld waren. Ook hadden federt eenige da<br />
gen in die ftreeken geruchten geloopen, dat de<br />
Stadhouder eerstdaags weder in deeze Provintie<br />
zou koomen, en de Oranje Party binnen korte<br />
zou triomfeeren. De beweegingen onder de<br />
zelve te Gouda, Haastrecht, en daar rondom;<br />
de menigvuldige en heimelyke reizen der Hoof<br />
den van die Party, en der Oranje - Sociëteit in<br />
Gouda, gaven aan den gemelden Bevelhebber<br />
aanleiding om te vermoeden, dat 'er by dezel<br />
ve iets op til was, en deeden hem op alles een<br />
waakend oog houden; ook begreep hy, dat<br />
K j hy,<br />
1787.<br />
VnorloO'<br />
pende ge<br />
ruclitcn.
"54 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
hy, dewyl dit bericht ook door anderen bevestigd<br />
werdt, en de doortogt zoo naby zynen<br />
Post zonde gefchieden, niet kon Ril zitten;<br />
maar ten minften eenige Manfchap op kondfchap<br />
moest uitzenden, om te verneemen wat<br />
'er van de zaak was, en wie het was, die daar<br />
zoude doorreizen; ten einde daar van kennis<br />
te geeven aan den Generaal VAN RTSSEL,<br />
en aan Hun Ed. Moog. Gecommitteerden te<br />
Velde te Woerden te kunnen berichten. Het<br />
leed ook geen twyfel of het beitelde Voorfpan<br />
moest zyn voor den Stadhouder, of iemand<br />
van zyne Famielje, of voor een buitenlandsch<br />
Vorst i want geen byzonder Perfoon, zelfs de<br />
grootfte Heeren der Republiek reizen niet met<br />
zulk een groot gevolg.<br />
Maatregelen<br />
De Hr. DE LANGE, meende federt eeni<br />
door den<br />
Bevelhebber gen tyd zodanige beweegingen onder de Lie<br />
van Ooejanvsrwcllenden<br />
, die den Prins waren toegedaan, befpeurd<br />
fiulsgenoomen. te hebben , die deeden blyken, dat Zyne Dooruchtige<br />
Hoogheid eerlang in de Provintie, en<br />
met zyne komst eene groote verandering ten<br />
voordeele van hunne Party verwagteden; en<br />
Jacht, dat, wanneer de Stadhouder of zyne<br />
Famielje onverwagts in de Provintie mogt koomen,<br />
dan ontwerpen van een algemeen Oproer<br />
mogten uitgevoerd worden , dewyl 'er thans<br />
n zoo veele Plaatfen oproerige beweegingen<br />
1<br />
varen; te meer daar hy zich herinnerde dat de<br />
] 'rins by zyn uitgegeevene Manifest alle' de<br />
[eenen, die zyne Party aankleefden, hadt opge-<br />
rde.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 155<br />
roepen; dat Zyne Hoogheid, by gevolg wel<br />
ligt van zodanige menigte konde gevolgd en<br />
omringd worden, die overal Oproeren en.<br />
Plunderingen zouden aanrechten, welke by<br />
verderen indrang in de Provintie bezwaarlyk<br />
zouden te Ruiten zyn. Hy oordeelde<br />
het derhalven van zynen pligt, deeze zyne<br />
bekommeringen, en zyn voorneemen om het<br />
gevaar voor te koomen, aan Hun Ed. Moog.<br />
de Heeren Gecommitteerden te Woerden bekend<br />
te maaken : Hy zond derhalven den zelfden<br />
nacht een Postbode aan Hun Ed. Moog,<br />
en aan den Generaal VAN RYSSEL, met verzoek<br />
om eenige Ruiters ten fpóedigfte te zenden<br />
tot onderfteuning van die onderneeming ,<br />
en met last aan den Bode om ten fpóedigfte<br />
terug te koomen, ten einde, indien Hun Ed,<br />
Moog. het niet goedvonden , tegen-bevel te<br />
kunnen geeven. Ondertusfchen ontbood de<br />
Bevelhebber eenigen zyner Officieren, welke<br />
digst by de hand waren, om hun zyn Ontwerp<br />
mede te deelen, en te onderzoeken, wie van<br />
hun geneegen zoude zyn, om het uit te voeroen.<br />
Aanftonds waren de Kapitein VAN<br />
LEEUWEN en de G'.enadier Luitenant JA-<br />
QUES EROTIER daartoe geneegen en booden<br />
l t a l<br />
zich aan. Donderdag morgen van den 28 ,<br />
nog geen antwoord bekoomen hebbende,moest<br />
de Hr. OE LANGE de voorgenoomene onderneeming<br />
ftaaken, of waagen; hy befloot tot<br />
het laatfte, ftelde ze in 't werk, en reed on-<br />
der-<br />
1787.
156 BEKNOPTE HISTORIE DE»<br />
dertusfchen zelve naa Woerden, om naa den<br />
Bode en de verzochte Ruiters te verneemen.<br />
Een Deta- De voorgemelde Heeren Officiers, dè Kachtmei<br />
t<br />
trekt naa dc pitein VAN LEEUWEN, en de Luitenant<br />
Vlist.<br />
BROTIER vertrokken dan met een Sergeant<br />
en zestien Schutters van het Genootfchap, des<br />
voormiddags ten elf uuren, van de Goejan- Verwellenjluis<br />
naa de Glybaan aan de Vlist, met<br />
arder om zich aldaar heimelyk op te houden<br />
en toe te zien, of 'er eenig rydtuig en gevolg<br />
van eenig groot Heer mogt door ryden; en<br />
indien zy mogten ontdekken , dat hetzelve<br />
nogte zyn van een Perfoon, die by den Souvrain<br />
voor Vyand, of verdacht, verklaard was,<br />
lenzelven op de befcheidenfle wyze naa bo-<br />
/engemelden Post, van waar zy uitgingen, te<br />
I jrengen , hunne Manfchap in behoorlyke tucht<br />
1 e houden, en zorg te draagen, dat 'er geene<br />
I mgeregeldheden aan Boeren, of aan 't gevolg<br />
1 'an voorn. Perfoon gepleegd wierden.<br />
De Hr. DE LANGE, kort na het afgevaar-<br />
( ligde Detachement naa Woerden gereeden zyn-<br />
C !e, ontmoette den Hr. Luitenant VAN MARLE,<br />
r iet 20 Ruiters van Hes/en-Philipsthal in Pape-<br />
Y oop; van wien de Bevelhebber antwoord, en<br />
c pening van zynen last om naa de Vlist te<br />
t rekken , bekwam, en dien hy verzocht zynen<br />
r iarsch te verhaasten. Ondertusfchen , nu zien-<br />
c e, dat zyne onderneeming door Hun Ed.<br />
I loog. werd goedgekeurd en door den Gene-<br />
r ïal VAN RYSSEL onderfteund,reed hy voort<br />
naa
ONLUSTEN m HET VADERLAND 15-?<br />
naa Woerden; om nadere opening van zyne<br />
beweegredenen te geeven, en kwam in de namiddag<br />
terug. In deeze terugkomst ontmoette<br />
hem de Wachtmeester van den Luitenant<br />
VAN MAR , die de tyding bragt, dat Haare<br />
Koninglyke Hoogheid Mevrouw de Princes<br />
van ORANJE, Gemalin van den Stadhouder<br />
door het Detachement aan de Vlist was aangehouden<br />
; waarop de Hr. DE LANGE met den<br />
Wachtmeester terug keerde , om de tyding<br />
mede aan den Generaal en Hun Edel Moog. te<br />
brengen. Aanftonds werd by Hun Ed. Moog.<br />
beflooten, om zich met een geleide van twintig<br />
Ruiters derwaards te begeeven, en zy verzochten<br />
den Bevelhebber om hen te geleiden.<br />
Hoogstdezelven aan de Goejan Verwellenjluis<br />
gekoomen zynde, vonden daar reeds Mevrouw<br />
de Princes, van welke ontmoeting ik ftraks<br />
nader fpreeken zal, wanneer ik de wyze der<br />
aanhouding aan de Vlist eeist kortelyk zal verhaald<br />
hebben.<br />
Het Detachement dan in ftilte aan de Vlist Pofteert<br />
zicii en<br />
gekoomen zynde, verdeelde zich in twee par ïoudl dc<br />
Princes<br />
tyen, de eene vatte post aan de Glybaan, op<br />
het .Zandpad, cn de andere voor aan in Bon-<br />
Repas op den Kleiweg, zoo dat 'er geen Rydtuig<br />
van Schoonhoven of van Tsfelftein koomende<br />
hun kon ontfnappen. Ten half vier uuren kwam<br />
de ftoet van Haare Koninglyke Hoogheid Mevrouw<br />
de Princes van Oranje aldaar aan: In<br />
een vooruit rydende Chais zaten de Heerea<br />
BEK"<br />
I7S7.
1787.<br />
158 BEKNOPTE HISTORIE EEH<br />
BENTINCK, Quartiermeester Generaal, en<br />
de Graaf STAMFORT, welke door den Sergeant<br />
ADAM SCHOUTEN, en twee Schutters<br />
werd tegen gehouden, hoewel de Voerman,<br />
door harder te ryden zulks zocht te beletten.<br />
De Hr. BENTINCK vraagde hun wat zy hebben<br />
moesten ? en de Sergeant antwoordde , dat<br />
hy moest weeten wie zy waren, en wie in de<br />
andere rydtuigen zaten. De Hr. BENTINCK<br />
noemde toen eenige namen, die de Sergeant<br />
niet wel verftond, en daar onder de Princes<br />
van PRUISSEN, maar niet de Princes van ORAN<br />
JE; waarom de Sergeant verzocht, die namen<br />
in fchrift te moogen hebben. Toen zei de<br />
Hr. BENTINCK, Iaat uw Officier by my koomen;<br />
waarop de Sergeant antwoordde, dat die<br />
zulks niet zoude doen, maar dat hem, als hy<br />
uit zyn rydtuig wilde aftreeden, by zyn' Officier<br />
zoude brengen: Dit deed hy, en daar<br />
gekoomen zynde, vraagde Kapitein VAN<br />
LEEUWEN hem, wie hy Was, en wie zyn<br />
gezelfchap waren ? waarop hy antwoordde<br />
vier Dames; Kaptein VAN L E E U W E N hernam,<br />
wie is Mynheer dan? en hy, BENTINCK,<br />
de Quartiermeester Generaal. Voorts gevraagd<br />
hebbende van waar hy kwam, en waar heen<br />
moeste,.was het antwoord, van Schoonhoven,<br />
en naa den Haag. De Luitenant EROTIER<br />
vraagde hem het zelfde, en zyn antwoord was<br />
wederom, dat hy de Quartiermeester Generaal<br />
BENTINCK was, naa den Haag moest, dat<br />
men
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 159<br />
men hem op zyn woord van Eere moest ge- 1787.<br />
looven, en niet moest ophouden, en daarom<br />
verzocht, dat zy hem zouden laaten pasfeeren:<br />
De Luitenant zeide daarop, dat hy niet twyfelde<br />
of hy was een Man van eere, maar dat<br />
hy ook moest vertrouwen, dat zy hunne eere<br />
Relden in het betrachten van hunnen plicht en<br />
in het waarneemen van hunne Orders; waarop<br />
de Hr. BENTINCK vraagde, of hy dan niet<br />
pasfeeren mogt? en ten antwoord kreeg: ja,<br />
maar dat hy niet kwaalyk moest neemen, dat<br />
men hem verzelde; tot hoe ver? tot op een<br />
zekeren afftand; hy verzocht, dat men dan<br />
wat fpoed zonde maaken, want dat 'er de Prinqes<br />
van PRUISSEN by was: daarop werd geantwoord,<br />
dat men evenwel ftapvoets zou moeten<br />
ryden, dewyl de Manfchap niet tegen de<br />
paerden kon loopen. Plier mede eindigde het<br />
gefprek, de Hr. BENTINCK ging naa zyne<br />
Chais, en de Heeren VAN LEEUWEN en<br />
BROTIER zonden de tyding naa de Goejan*<br />
Verwellenfiuis, dat de Princes met haar gevolg<br />
aan de Vlist gekoomen, en aangehouden was,<br />
De Kapitein VAN LEEUWEN ging met viei Het Deta<br />
Mannen voor de Rydtuigeu uit; de Luitenani chement<br />
geleidt Me-<br />
BROTIER liet de Princes tusfehen de Geledevrouw de<br />
Psinccs naa'<br />
ren met geprefenteerd Geweer Raande door- Goejan-<br />
Verwetten*<br />
ryden, verdeelde zyne Manfchap by de ryd'<br />
• pais.<br />
tuigen, by iedere Koets twee, en by iedere<br />
Chais één Man; en floot met de overigen hei<br />
gevolg. Toen zy tien minuten ver in deeze<br />
orde
1787.<br />
160 BEKNOPTE HISTORIE D Ï H '<br />
arde voortgegaan waren, trad de Hr. E E N -<br />
riNCK van zyn rydtuig af en verzocht den<br />
Hr. V A N L E E U W E N te fpreeken, aan wien<br />
ïy klaagde dat het te langzaam voort ging; dat<br />
Mevrouw de Princes van O R A N J E by het<br />
Gezelfchap was, die niet gewoon was zoo<br />
langzaam te ryden; waarop de Kaptein ten antwoord<br />
gaf, dat zy zoo ras zouden marcheeren,<br />
als hun moogelyk was. Nog een kwartier uur*<br />
verder gereeden zynde , zag de Hr- V A N<br />
L E E U W E N Ruiters aankoomen; tot dezelve<br />
genaderd zynde, vraagde hy den Gebiedenden<br />
Officier van dezelven wie hy was, van waar<br />
hy kwam en welke orders hy hadt? zyn<br />
antwoord was, dat hy de Luitenant V A N<br />
M A R L E was, van Hun Ed. Moog* te boerden<br />
ifgezonden, dat zyne Orders waren alles, wac<br />
hem aan de Vlist ontmoette aan te houden, en<br />
/an zyne verrichting Rapport te doen. Onder-<br />
:usfchen fprong de Hr. B E N T I N C K wederom<br />
van zyne Chais, vervoegde zich by den Luitelant<br />
der Ruitery V A N M A R L E , en zeide;<br />
]<br />
„ Mynheer, ik ben hier gearreReerd van die<br />
„ Auxiliairen, ik verzoek, dat gy my daar<br />
„ van ontflaat, op dat wy onzen weg moogen<br />
„ vervolgen." De Hr. V A N M A R L E vraagde<br />
icm wie hy was; de Quartiermeester Generaal<br />
B E N T I N C K was het antwoord; waarop de Hr«<br />
VAN M A R L E de fcbouders ophaalde, en toen<br />
3e Hr. B E N T I N C K daar by voegde, dat Mevrouw<br />
de Princes van O R A N J E in het Gezelfchap
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 161<br />
fchap was, haalde hy wederom de fchouders<br />
op, en zeide: „ Ik heb orders om alles aan te<br />
,, houden." Toen verzocht de Hr. BEN-<br />
TINCK, dat hyzich by de Koets van Mevr.<br />
de Princes wilde begeeven, waar de Hr. uEN-<br />
TIN CK met haare Hoogheid fprak, en deeze<br />
den Hr. VAN MARLE vraagde, wie hy was,<br />
en welke orders hy hadt: Dezelve gezegd<br />
hebbende, liet Haare Hoogheid zich ontvallen:<br />
pourquoi nous arrête t'on, nous ne fomme pas des<br />
gens Armês. Dat is: waarom houdt men ons<br />
aan, wy zyn geene gewapende Lieden. De<br />
Hr. BENTINCK zeide tot de Heeren VAN<br />
MARLE en VAN LEEUWEN, dat het hier<br />
de plaats niet was om te arrefteeren, dat zulks<br />
op de Grenzen moest geichied geweest zyn;<br />
waarop de Hr. VAN LEEUWEN antwoordde,<br />
dat men op de Grenzen moogelyk geene Or<br />
ders gehad , of zyn plicht niet gedaan , hadt.<br />
Toen fchreef de Hr VAN LEEUW,EN een<br />
Briefje aan Hun Ed. Moog. te Hoerden, en gaf<br />
het mede aan den Wachtmeester, dien de Hr.<br />
VAN MARLE met zyn Rapport naa Woerden<br />
zond. Voorts overleiden die beide Heeren<br />
om naa Haastrecht voort te marcheeren; docll<br />
de Hr. VAN LEEUWEN, zich nader beden<br />
kende, herinnerde den Hr. VAN MA RLE, dat<br />
gemelde Dorp zeer oproerig was; dat aldaar<br />
niet meer dan tien of twaalf Patriotten waren ;<br />
en gaf daarom in bedenken, of het niet veiliger<br />
zyn zoude, zich naa den weg van Oudewater<br />
L té<br />
1787.
1787.<br />
De Heer<br />
BENTINCK<br />
zoekt naa<br />
Haastrecht<br />
te ryden ;<br />
maar wordt<br />
daar in bels<br />
t.<br />
Aankomst<br />
aan de<br />
Goejan l'ef<br />
WeliexJIuis.<br />
162 B E K N O P T E HISTORIE DÉR<br />
te begeeven, ten einde voor te koomen, dat<br />
de Princes door oproerige beweegingen ge-<br />
ichrikt wierde of in gevaar geraakte ; welk voor<br />
ftel door den Hr. VAN MARLE werd goed<br />
gekeurd.<br />
In dat voorneemen ging men voort, met de<br />
Ruiters vooruit, en toen men aan de ftoep of<br />
plaats van opryden op den Ysfeldyk gekoomen<br />
was, en de Hr. BENTINCK zag dat de Rui<br />
ters regtsom reeden , wilde hy linksom naa<br />
Haastrecht ryden ; maar de paerden werden<br />
regtsom geleid, hoewel de Dyk vol menfehen<br />
ftond, die riepen hier heen, deeze weg! (naa<br />
Haastrecht,) terwyl de weg naa Haastrecht werd<br />
afgefneeöen , en bezet door den Hr. Kapitein<br />
VERZYL, die op de ontvangene tyding van<br />
het aanhouden der Princes aanftonds met tien<br />
Man naa Haastrecht gemarcheerd was, om het<br />
Detachement te verfterken en de Stoep te be<br />
zetten : Ook zond de Hr. VAN MARLE agt<br />
van zyne Ruiters naa dat onrustige Dorp, on<br />
den Hr. VERZYL te onderfteunen en de rust<br />
aldaar te bewaaren- Dus reed en trok men den<br />
weg op naa Oudewater, tot aan het Veer van<br />
de Goejan - Verwellerijluis; daar werd Mevrouw<br />
de Princes ontvangen door den Hr. VAN GEN-<br />
DEREN, Luitenant van de Goudfche Artille<br />
risten,met een Detachement van zes Mannen,<br />
het welk de Pont van het Veer bewaarde, waar<br />
mede Haare Koninglyke Hoogheid met haar<br />
gevolg werd overgevoerd. De Hr. VAN<br />
GEN-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 163<br />
GENuEREN, behandelde Haar Koninglyke<br />
Hoogheid met veele beleefdheid, en overgevaaren<br />
zynde bragt hy ze'in 't huis van ADRI-<br />
AAN LEEUWENHOEK, onder't prefenteeren<br />
van 't Geweer der Schildwachten, die de toegangen<br />
bezettedert. Onderweg naa dit huis<br />
vraagde de Hr BEMTINCK aan den Hr. VAN<br />
GENDEREN, of het hier de manier was, ie»<br />
mand met het blanke Zwaerd op te wagten?<br />
Waarop de Hr. VAN GENDEREN antwoordde,<br />
dat hy wel wist, wanneer hy zynen Sabel,<br />
dien hy als Officier van de Artillery droeg,<br />
moest trekken of opfteeken. — Toen hy met<br />
Mevrouw de Princes in 't huis gekoomen was,<br />
en zynen Sabel opgeftooken hadt , zeide hy<br />
tot den Hr. BENT I NCK, .dat hy de aanmerking<br />
vreemd vond, den Sabel een Zwaerd te<br />
noemen; waarop de Hr. B ENT I NCK antwoordde,<br />
het zoo niet gemeend te hebben.<br />
•Het Gezelfchap nu, dat hier aangekoomen<br />
Was, beflondt, benevens Mevrouwde Princes,<br />
en de twee reeds genoemde Heeren BENTINCK<br />
en STAM FORT, uit de Freule VAN WASSE<br />
N A A R . S T A R R E N B U R G , den Kamerheer<br />
VAN RANDWYK, eenige Kamerdienaars, Lakeijen,<br />
en verder gevolg; by zich hebbende<br />
twee zwaar gelaadene Koetfeh, met zes paerden<br />
befpannen, een Lakey te paerd, en drie Kapchaifen;<br />
in de laatfte van welke een Heer zat<br />
in 't groen gekleed, die aan de Vlist verzochr,<br />
voorby te moogen ryden, als naa Rotterdam<br />
j* 2 moe»<br />
17874<br />
Uit vveikè<br />
Pei Toonen<br />
het Gezelfchapb«ftoad.
1787.<br />
Gesprekken<br />
by de aanliomstgehouden.<br />
164 BEKNOPTE HISTORIE ÈEK<br />
moetende, en niet tot het Gevolg behoorets-<br />
de; welke Chais evenwel naderhand den train,<br />
van Goejan . Ferv/ellenfluis naa Haastrecht heen ,<br />
ledig volgde.<br />
Toen de Princes in 't gemelde hnis in. een<br />
kamer gebragt was, bood de Hr. VA'N GEN<br />
DEREN aan Haare Hoogheid zodanige ververfchingen<br />
aan,als op die plaats te krygen waren;<br />
doch Haare Hoogheid bedankte daar voor, en<br />
deed uit haare Koets eenige fpys en drank<br />
haaien. Na dat de Princes met de Heeren<br />
BENTINCK, RANDWYK en STAMFORT,<br />
en de Freule VAN WASSENAAR, omtrent<br />
een half uur gefprooken hadt , begon Haare<br />
Hoogheid met den Hr. VAN GENDEREN te<br />
fpreeken , en vraagde hem, of de Officier der<br />
Ruiters order gehad hadt om Haar te arrefteeren;<br />
waarop hy antwoordde zyne orders niet<br />
te weeten, maar te gelooven , dat hy dezelfde<br />
ordes hadde als zy. Haare Hoogheid beklaagde<br />
zich toen over de wyze, waarop zy aangehouden<br />
was, naamelyk gewapenderhand; dat het<br />
den Hr. BENTINCK geweigerd was, met zyne<br />
Chais en eenen der Officieren naa de Commisfie<br />
te Woerden te ryden, om van 't aanhouden kennis<br />
te geeven ; waarvan de Heeren VAN<br />
LEEUWEN en BROTIER zeiden, niets ge<br />
hoord te hebben. Vervolgends viel het gefprek<br />
nog eenigen tyd over onverfchillige zaaken,<br />
en ondertusfchen kwamen de Heeren Gecom-<br />
mit-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 165<br />
ïïlitteerden 'te velde van Woerden aan ; by hun<br />
ne aankomst ontmoetteden zy den Hr. VAN<br />
TOCLON, een van hunne Medegecommitteer<br />
den , op zyne terug reize van Rotterdam, waar<br />
hy eene Commisfie hadt afgelegd. Deeze Hï.<br />
verhaalde hun, in het doorryden te Gouda ver-<br />
noomen te hebben, dat het Gemeen, in en<br />
by die Stad, voornaamelyk op Stolwyker - Sluis<br />
en aan den Haastreclufchen Dyk, op het ge<br />
rucht, dat 'er een aanzienlyk Perfonaadje ver-<br />
wagt werd, in groote menigte faamengevloeid<br />
was.<br />
Aanftonds na hunne aankomst aan de Goejan.<br />
Verwellenjluis, gaven de Heeren Gecommit<br />
teerden door een Staaten-Bode kennis aan<br />
Haare Koninglyke Hoogheid en verzochten<br />
gehoor, en ontvingen tot antwoord dat Haare<br />
Hoogheid hen zou opwagten. Zy begaaven<br />
zich derhalven, verzeld van den Hr. Bevel<br />
hebber van dien post, DE L A N G E , naa het<br />
verblyf van de Princes, en vonden daar geene<br />
Manfchap dan twee Schildwachten voor de deur<br />
van het huis. Binnen gelaaten zynde vonden<br />
zy Mevrouw de Princes alleen in de kamer.<br />
De Hr. BLOK, die het woord voerde, begon<br />
zyne aanfpraak met de betuiging, dat zy Ge-<br />
committeerden, op het ontvangen van de ty<br />
ding der reize en van het aanhouden Haarei<br />
Koninglyke Hoogheid ten uiterfte verbaasc<br />
waren geweest, over dac onverwagt voorval<br />
m dat zy, wegens hunnen uitgebreiden last<br />
L 3. zie |<br />
><br />
17P7.<br />
Aankomst<br />
der Heeren<br />
Gecommitteerden<br />
van<br />
Woerden.<br />
Gefprek der<br />
Gecommitteerden<br />
niet<br />
fle Princes.
166 B E K N O P T £ HISTORIE DE?.<br />
zich verpligt gevonden hadden, in eigen per*<br />
foon , by Haare Koninglyke Hoogheid te koe.»<br />
men vernecmen naa het oogmerk van deezè<br />
zoo ónverwagtte reize , buiten weeten, zoo<br />
als zy meenden , van de Stsaten der. Provintie ,<br />
na eene zoo lange afwezigheid, en dat juist<br />
in een tydftip, waarin de Hr. Prins van ÓRAN-<br />
JE, Haare Hoogheids Gemaal, zich boven de<br />
Stad Utrecht bevond aan 't hoofd van een groot<br />
getal Troupen van den Staat: Een verfchyn-<br />
fel, dat het gantfche Land, byzonderlyk dé<br />
Provintie van Holland, eene gegronde vreeze<br />
voor eenen' inval aangejaagd hadt; en het<br />
welke Hun Ed. Groot Moog. bewoogeri hadt,<br />
om eene Commisfie te benoemen, tot verdee<br />
diging der gemelde Provintie en der Stad Ut<br />
recht: Om alle welke redenen zy Heeren Ge<br />
committeerden van oordeel waren, niet te<br />
kunnen of te moogen toelaaten, dat Haare<br />
Koninglyke Hoogheid zich dieper in de Pro<br />
vintie begaf, zonder het goedvinden der Staa<br />
ten daaromtrent eerst te verftaan; om het welk<br />
te verneemen zy Heeren Gecommitteerden,<br />
nog vóór hun vertrek van U-oer den, reeds eenen'<br />
Postbode naa 'sHage gezonden hadden. Haare<br />
Koninglyke Hoogheid gaf hier op een alge<br />
meen antwoord, dat zy naamelyk , alzoo de<br />
Prins, haar Gemaal, in de tegenwoordige om-<br />
Handigheden, niet in Holland koomen kon,<br />
met een goed oogmerk in de Provintie gekoo<br />
men was; waarop Hun Ed. Moog. aanhielden,<br />
om
ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 167<br />
om dat oogmerk te moogen weeten, en of<br />
Haare Hoogheid geneegen was om mede te<br />
werken tot herftelling der rust, op billyke<br />
voorwaarden? Waarop de Princes herhaalde,<br />
dat haar oogmerk goed was (*), maar zich beklaagde,<br />
dat den Heere Prince van ORANJE<br />
veele onrcchtvacrdigheden waren aangedaau.<br />
Op dit laatfte gezegde betuigden Heeren Ge<br />
committeerden hun leedwezen , zulks van<br />
Haare Koninglyke Hoogheid te moeten hoorcn,<br />
nademaal het aan een vry Volk niet kwalykkon<br />
genoomen worden, dat hetzelve zyne wettige<br />
Rechten opëischte;en dat men altoos behoorde<br />
in het oog te houden, dat de Regenten waren<br />
aangefleld tot bevordering van het heil des<br />
Volks, en het Volk geenzins beflemd was tot<br />
yergrooting van het gezag der Regenten. Hierop<br />
antwoordde Haare Hoogheid dat dit ook<br />
haare gevoelens waren, dat elk zyne Rechten<br />
hadt; doch dat het hier de plaats niet was, om<br />
over dit onderwerp breedvoerig te fpreeken;<br />
en hier mede eindigde dit gefprek.<br />
Vervolgends merkten de Heeren Gecommitteerden<br />
aan, dat zy, zonder voorafgaande bewil-<br />
(*) Haare Koninglyke Hoogheid had: haar oogmerk diüdc.<br />
lyker te kermen gegeeven, in eenen Blief aan den Prefident<br />
der Gedeputeerde Staaten te Nymegen, te weeten, om door<br />
Haare tegenwoordigheid in 's Hage het Vaderland te redden ,<br />
en de Conititmie te bevestigen. Zie de Nieuwe Nederl.<br />
Jaarb. July 1787. bladz. 1Ö67.<br />
L4<br />
1787.
.-87- ; williging van Hun Ed. Groot Moog. Haare<br />
Koninglyke Hoogheid niet verder durfden laa-<br />
Be Princes j<br />
verkiest<br />
Gouda, om<br />
di-nachtrust<br />
te neemen,<br />
i
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. i6p<br />
goedgekeurd en vastgefteld. Weder in het<br />
éerfie vertrek by Haare Koninglyke Hoogheid<br />
gekoomen zynde, en den uitflag hunner raadpleegingen<br />
vermeld hebbende , booden zy aan<br />
Mevrouw de Princes, indien zy Woerden mogt<br />
verkiezen, het Kafteel, waarin die Heeren<br />
hunnen intrek hadden, tot eene verblyfplaats<br />
aan; doch Haare Koninglyke Hoogheid kon<br />
niet gelooven, dat de geopperde zwaarigheid<br />
omtrent Gouda gegrond was, en betuigde voor<br />
zich zelve daar in geene vreeze te hebben;<br />
daar by„ voegende, dat zy zich verwonderde,<br />
de Heeren Gecommitteerden zoo fpoedig van<br />
gedachten veranderd te zien, daar zy, voor<br />
weinige oogenblikken, den voorflag van Gouda<br />
aanftonds hadden goedgekeurd. Waarop de<br />
Heeren Gecommitteerden antwoordden, dat de<br />
Hr, VAN TOULON, hen in 't afzonderlyk ge<br />
fprek nader onderricht hadt, van den toeftand<br />
der zaaken in Gouda} en dat zy nu ook vertrouwden,<br />
dat Mevrouw de Princes wel een<br />
b'.yk van 'haare goede oogmerken zou willen<br />
geeven, door van dat voorneemen af te zien,<br />
en alzoo mede te werken tot bewaaring der<br />
rust en goede orde: te meer, dewyl Haare<br />
Koninglyke Hoogheid zoo min als iemand,<br />
zou kunnen inftaan voor het gedrag van een<br />
dom en driftig Gemeen. In deeze redenen<br />
berustte Haare Koninglyke Hoogheid , en verkoos<br />
zich naa Schoonhoven te begeeven.<br />
L 5 Tot
Dc reis<br />
(ierwaafrds<br />
aangenoo*<br />
taen.<br />
Twee Hec-<br />
Ten der<br />
Commisfie<br />
verzeilen<br />
Haare Ko.<br />
iiinglyke<br />
Hoogheid.<br />
|?o B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
Tot dat einde werden de Rydtuigen weder<br />
over het Veer gevoerd, en Haare Koninglyke<br />
Hoogheid door den Heer Bevelhebber D E<br />
LANGE, eh de Ed. Moog. Heeren ELOK en<br />
CAMERLING in de Pont geleid, vergezeld<br />
van de Heeren VAN RAND WYK, BEN<br />
TINCK, STAMFORD, de Freule van WAS<br />
SENAAR en het overige gevolg. Aan de<br />
overzyde gekoomen zynde, leidde de Bevel<br />
hebber Mevrouw de Princes weder by de hand ,<br />
uit de Pont tot aan de Koets, wenschte Haare<br />
Hoogheid een behouden reize, en beklaagde<br />
baar lot; de Heeren ELOK en VAN%AND-<br />
WYK hielpen de Princes weder in de Koets.<br />
Toen men nu zoude afryden wilde deKoetfier,<br />
en de Hr. BENTINCK, die in de voorite Chais<br />
zat, vooruit ryden; doch een Detachement<br />
Ruiters, gevolgd van de Heeren der Commisfie<br />
DE WIT en TOULON, in eene Chais gezee-<br />
ten, reeden vooruit om Haare Koninglyke<br />
Hoogheid naa Schoonleven te verzeilen ; waar<br />
heen reeds een Postboode gezonden was» om<br />
de Regeering daar van te verwittigen en toe<br />
bereiding tot het ontvangen van Mevrouw de<br />
Princes te maaken. By de floep, of den af<br />
loop van den Dyk op den Zydeweg naa de<br />
Vlist, gekoomen zynde, wilde de Hr. BEN<br />
TINCK wederom den weg naa Haastrecht voort-<br />
ryden; doch hem Iwerd beduid, dat de reis<br />
naa Schoonhoven was.<br />
Naby
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 171<br />
Naby de Stad gekoomen zynde reeden de<br />
Heeren Gecommitteerden vooraf in de Stad<br />
om de Regeering kennis te geeven, dat Haare<br />
Koninglyke Hoogheid dien nacht in de Stad<br />
zoude blyven, en met dezelve een behoorlyken<br />
intrek te bezorgen. Kort daarna kwamen<br />
die Heeren terug en geleidden Mevrouw de<br />
Princes naa de Stads Doelen, laatende de Ruiters<br />
buiten de Stad blyven. Vervolgends namen<br />
de Heeren Gecommitteerden affcheid van<br />
Haare Koninglyke Hoogheid die dezelven voor<br />
de oplettendheid, aan haare Perfoon betoond,<br />
vriendelyk bedankte; het welk de Hr. BEN<br />
TINCK daarna, uit naam van de Princes nog<br />
eens herhaalde. Na een kort verblyf aan 'c<br />
huis van een' der Burgemeesters, vertrokken de<br />
Heeren Gecommitteerden met een gedeelte<br />
der Ruiters naa Woerden; het andere gedeelte<br />
volgde den anderen dag; èn Haare Koninglyke<br />
Hoogheid bleef dien nacht en den volgenden<br />
dag te Schoonhoven, wagtende op antwoord van<br />
de Staaten of zy haare reize zou kunnen vervolgen,<br />
cn vertrok den volgenden morgen van<br />
den 30^" Juny, ten half zes uuren naa Leerdam,<br />
en van daar, na eenigen tyd vertoevens,<br />
naa Nymegen terug (*).<br />
De Princes<br />
Voor haar vertrek van Schoonhoven fchreef Me<br />
fchryft Brievrouwde<br />
Princes twee Brieven,eenen aan den Hr. ven aan den-<br />
FAGEL, Griffier der Algemeene Staaten; en eenen<br />
aan<br />
(*) Kleum Nederl. Juarh 'july v$j. blad*. 1709-1721.<br />
Beroerd Nederland, VU. Deel , bladz. 39 — 61.<br />
Aankomst<br />
te Sdioonkj'<br />
yen,<br />
AFfcbcid der<br />
Heeren Ge»<br />
committeerden.
1787-<br />
(DrïHier<br />
FA'GEL en<br />
den Penfi'otiaris<br />
VAN<br />
? L Y S VV Y K.<br />
Ï ?2 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
aan den Hr. VAN BLYSWYK, Raadpenfionaris<br />
van Holland. In den laatflen gaf Haare Hoogheid<br />
aan den Hr. Raadpenfionaris den wensch<br />
van haar hart te kennen, om naameiyk, daar<br />
de Prins Erffladhouder verhinderd was, zelve<br />
in Holland te koomen, om door Haare tusfchenkomst<br />
mede te werken tot verhoeding van eenen<br />
dreigenden Burger-Oorlog, en ter vereffening<br />
der gefchillen, op gronden van de welgevestigde<br />
Conflitutie, als de eenigfle reden<br />
van de reize Haarer Hoogheid naa 'sHage,<br />
welke dezelve zich gevleid hadt, dat geheim<br />
zoude gebleeven zyn tot na haare komst op de<br />
Oranje-Zaal, van waar dezelve aanflonds 'haar<br />
oogmerk zou bekend gemaakt hebben aan Hun<br />
Ed. Groot Moog. en aan de Algemeene Staa»<br />
ten; Haare Hoogheid thans belet haare reize<br />
verder voort te zetten, hoopte nogthans, dat<br />
dit uitftel de zaak niet uit haar geheel zou<br />
brengen; maar hadt noodig geoordeeld, aan<br />
Zyn Ed. Geflr. kennis te geeven van de waare<br />
reden Haarer aankomst in Holland, met verzoek<br />
om dezelve onder het oog van Hun Ed.<br />
Groot Moog. te brengen De andere Brief,<br />
aan den Hr. FAGEL, diende om van het bo-<br />
venflaande fchryven aan den Raadpenfionaris<br />
aan den Griffier kennis te geeven, ten einde<br />
hem in ftaat te Rellen, Hunne Hoog Moog. op<br />
de gevoeglykfte wyze daar van te verwittigen.<br />
Haare Hoogheid hoopte binnen korte in ftaat<br />
gefteld te zyn, om haare oogmerken te vervol.<br />
gen
ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 173<br />
gen met allen den yver en getrouwheid, die<br />
de waare belangen van het dierbaar Vaderland<br />
en van haar Huis, de bevestiging der Conftitutie,<br />
en het herftel van rust en vrede van<br />
Haare Hoogheid verlangden (*).<br />
De tyding van deeze gebeurtenis in den<br />
Haag gekoomen zynde , veroorzaakte daar<br />
veele gevoeligheid en beweeging: daar gingen<br />
of reeden onöphoudelyk ronden, de Wachten<br />
waren in de noodige gereedheid om naar vereisch<br />
te kunnen gebruikt worden , en het overige<br />
der Bezetting was by der hand; overal<br />
was het op de ftraaten vol volks. De Heeren<br />
Gecommitteerde Raaden, waren op den 29^"-<br />
'smorgens ten 'ê uuren al vergaaderd; en de<br />
Staaten,die ten 1 uuren zoudenbyeenkoomen,<br />
vergaaderden al ten half één uur. In deeze<br />
Vergaadering werd een Antwoord beraamd op<br />
den Brief, welken Haar Koninglyke Hoogheid<br />
aan den Hr. Raadpenfionaris gefchreeven hadt,<br />
waarvan ik hier voor den inhoud gemeld heb.<br />
Dit Antwoord behelsde hoofdzaakelyk: „ Dat<br />
de meerderheid der Leden van de Vergaadering<br />
noodzaakelyk geoordeeld hadt, den voorgemelden<br />
Brief over te neemen, en ter beraadfiaaging<br />
van de Heeren hunne Principaalen te<br />
brengen, om zich daarop ten fpoedigften te<br />
verklaaren ; waar door , voor als nog , op<br />
Hoogst.<br />
(*) N'ieune Nederl. Jaarb. Juny J787. bladz, 143?- Beroert<br />
Nederland, V<strong>II</strong>. Deel, bladz. 62, 63.<br />
I787.<br />
Beweeging<br />
in den Haag<br />
over deeze<br />
tyding.<br />
Antwoord<br />
der Staatea<br />
aan de<br />
Princes.
Tweede<br />
Brief der<br />
Princes, aan<br />
de Si men<br />
van Holland.<br />
174 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Hoogstderzelver voorgemeldeh Brief geen Befluit<br />
hadt-kunnen vallen. Heeren Gecommitteerden<br />
te Woerden , gaven ook door eenen<br />
Brief kennis aan Mevrouw de Princes van dit<br />
overr.eemen der Staaten, en van de goedkeuring<br />
van hun gehouden gedrag (*)."<br />
Haare Koninglyke Hoogheid over dit Antwoord<br />
der Staaten gantsch niet voldaan, fchreef<br />
nu uit Nymegen eenen Brief van den July<br />
aan de Staaten zeiven; waarin Hoogstdezelve<br />
te kennen gaf, dat, hoe groot ook Haare bevreemding<br />
was, over het aanhouden door de<br />
Gecommitteerden van Hun Ed. Groot Moog.<br />
op den 28'ten Jtmy, nog veel meer getroffen<br />
was over de wyze, op welke deeze vreemde<br />
flap by Hun Ed. Groot Moog. opgenoomen en<br />
behandeld was. Toen Haare Hoogheid tot<br />
Schoonhoven terug gekeerd zynde, aan Hun Ed.<br />
Groot Moog. kennis gaf van die zonderlinge'<br />
gebeurtenis, — vleide zy zich, dat Hun Ed.<br />
Groot Moog. het gedrag, door hunne Gecommitteerden<br />
gehouden , nimmer goedgekeurd,<br />
althans op het bericht daar van, door eenige<br />
verhaasting hunner Vergaadering allen moogelyken<br />
fpoed zouden gemaakt hebben, om Haare<br />
Hoogheid nog in ftaat te ftellen, haare goede<br />
oogmerken ten nutte van den Lande, door het<br />
voortzetten haarer Reize te kunnen bevorderen.<br />
—<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb,. Juny. 1787, bladz. 1:97. July<br />
Mali. 1670; iö-,-i.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 175<br />
ren. — En het hadt Haare Hoogheid daarom<br />
te meer bevreemd, dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
Hoogstdezelve niet alleen tot Zaturdag morgen<br />
den 3o ften<br />
1787.<br />
Juny, naa Antwoord te Schoonhoven<br />
hadden doen wagten; maar ook by dat Antwoord<br />
niet anders gemeld hadden, dan dat op<br />
Haare Hoogheids Brief geen Befluit hadt kunnen<br />
vallen ; terwyl dezelve bericht ontvangen<br />
hadt van derzelver Gecommitteerden, dat hun<br />
gehouden gedrag door Hun Ed. Groot Moog.<br />
goedgekeurd was. Deeze goedkeuring van de<br />
ophouding Haarer Hoogheid en de zwaarigheid,<br />
die by de Meerderheid der Vergaadering van<br />
Hun Ed Groot Moog. gemaakt was,om Haare<br />
Hoogheid den doortogt naa de Oranje Zaal<br />
vry te laaten, hadt Mevrouw de Princes niet<br />
anders kunnen opneemen, dan voor een openlyk<br />
blyk van mistrouwen, op Haar Vorjlelyk woord en<br />
verklaarde oogmerken; en te gelyk voor eene fceraadene<br />
en geweldige belemmering in die vryheidt welke aan Haare Hoogheid, in haare betrekking<br />
voor al tot deeze Republiek in het algemeen, en tot<br />
Hun Ed. Groot Moog. Provintie in 't byzonder,<br />
niet kon geweigerd worden. Haare Koninglyke<br />
Hoogheid hadt daarom ook niet geaarzeld,<br />
om uit Holland terug, en weder naa Nymegen,<br />
te keeren, en na dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
Haare Hoogheids goede en vreedzaame oogmerken,<br />
door deeze hunne handelwyzehadden<br />
doen mislukken; zoo vond Mevrouw de Princes<br />
zich niet alleen voor zich zelve verpligt, om<br />
eene
3787.<br />
De gevoelens<br />
der<br />
Staats - Leden<br />
zyn<br />
liicr over<br />
Zeer ver»<br />
lüiillende.<br />
176 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
eene openbaare en genoegzaame herftelling,<br />
op het ernftigfte te vorderen wegens den hoen ,<br />
Haare Hoogheid daar door aangedaan; maar<br />
ook om op het nadrukkelykRe te protefteeren,<br />
dat Hoogstdezelve , van toen af aan, alle gevreesde<br />
gevolgen der tegenwoordige Verdeeldheid en van<br />
eenen dreigenden Burger - Oorlog zelfs, dien de<br />
zelve door haare tusfehenkomst hadt trachten<br />
te verhoeden , alleenlyk laate voor rekening<br />
en ter verantwoording van die geenen, welke<br />
die geweldige belemmering van derzelver poogingen<br />
door hunnen invloed hebben doorgedrongen,<br />
enz. (*). Ook fchreef Haare Koninglyke<br />
Hoogheid Brieven aan de Staaten der zes<br />
andere Provintiën en het Landfchap DREN<br />
THE, om kennis te geeven van het geen op<br />
haare geftaakte Reize en omtrent dezelve met<br />
de Staaten van Holland was voorgevallen, met<br />
bygevoegde Affchriften van de bovengemelde<br />
(lukken (f).<br />
Toen deeze Rukken, en de zaak, die ze be.<br />
:reiFen, ter beraadflaaging in de Hooge Staatsvergaderingen<br />
gebragt werden, waren de gevoelens<br />
der betrekkelyke Leden zeer verfchillende,<br />
zoo by Hun Ed. Groot Moog de Staa-<br />
:en van Holland en West - Vriesland, als by Hun<br />
Hoog Moog. de Algemeene Staaten. In de<br />
C) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1787. bladz. 167S.<br />
Ver-<br />
Ct) ISeroerd Nederland , V<strong>II</strong>. Deel , bladz.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, ffj<br />
Vergadering der Staaten van Holland, bragten<br />
de Heeren van de Ridderfchap op den Ju<br />
ly hun. Advies fchrifielyk in, en deeden het<br />
in de Aantekeningen der Vergaadering infchry-<br />
yen. Het zelve .was hoofdzaakelyk van dee.<br />
zen inhoud: „ Zy vonden zich verpügt, aar Har van dg<br />
Ridder<br />
Hun Ed. Groot Moog. onbewimpeld voor te<br />
fchap, in de<br />
draagen, dat zy de beleediging Haare Koning, Registers<br />
aangctcelyke<br />
Hoogheid aangedaan, met de uiterfte aan • kcnd.<br />
doening en verontwaardiging vernoomen had<br />
den; dat de gevolgen daar van alle oögenblik<br />
ken haglyker werden, en van dien aart waren ;<br />
dat, zonder een allerfpoedigst herftel niet min.<br />
der te voorzien was , dan het uitbarften vat<br />
j<br />
eene ailerbloedigfte fcheuring in. 't hart dei<br />
Provintie van Holland, en het verwekken vat<br />
de gegrondlfe verontwaardiging der grootfte<br />
Hoven van Europa , . het welk niet tegen de<br />
Republiek, maar alleen tegen, de Provintie var<br />
.<br />
Holland moest uitbarften: Dat de Heeren var<br />
de Orde ver/.eketd waren, dat de beleediging<br />
Haare Koninglyke Hoogheid aangedaan, he:<br />
juiste middel was, om het grootfte medelydei<br />
i<br />
te verwekken by de Voprftanders van het Stad-<br />
houderlyke .Huis; dat dit medelyden, de fmeu<br />
lende woede ontfleekende , eene uitbarftinj<br />
1<br />
kon veroorzaken , welke, hoe zeer ook dooi<br />
overmagt van Burger- of Krygs-Wapenen e;e<br />
ftuit, toch onvermydelyk eene bloedplengin^<br />
zou' veroorzaaken , onder Medeburgers en Mc<br />
dcingezetenen van een en dezelfde Provintie<br />
M wa»
Ï787.<br />
i 78 BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
waar aan men niet dan met affchuw en fchrik<br />
kon denken. Dat integendeel eene onverhinderde<br />
paslage aan Haare Koninglyke Hoogheid<br />
en eene betaamelyke zorg voor Hoogst derzelver<br />
veiligheid , op eene betaamelyke wyze<br />
ingericht, alle oorzaak van oproer zoude hebben<br />
voorgekoomen — Dat verder de vrees<br />
der gevolgen niet kon ontveinsd worden: De<br />
grootfte Huizen van Europa waren aan Haare<br />
Koninglyke Hoogheid vermaagfehapt; óe Keizer,<br />
de Koning van Engeland, de Koning van<br />
Pruis/en, de Hoven van Hes/en en Brunswyk,<br />
de Deenfche ,de Zweedfche Hoven, moesten zich<br />
gevoelig toonen over eene behandeling, welke,<br />
zelfs ten aanzien van een gemeen Perfoon,<br />
wederrechtelyk zoude zyn, en welke ten opzigte<br />
van een Perfoon van een zoo verheeven<br />
rang, aan een Kunne, welke altoos eene dubbele<br />
eerbiedigheid vordert, ongeacht de rondborflige<br />
verklaaring Haarer alzins pryslyke inzigten,<br />
zonder aanmerking van Haar Vorftelyk<br />
woord; — alle gegronde aanleiding moet geeven<br />
tot het vorderen eener volleedige herflelling,<br />
vergezeld van zodanige ernfiige verklaaringen<br />
, die den ongelukkigen toefland van deeze<br />
Provintie , indien mooglyk , nog zullen<br />
moeten verergeren; de droevige tweefpalt en<br />
bittere verwarring vermeerderen, de bezwaarde<br />
Financiën onherftelbaar maaken, — en den<br />
kwynenden Koophandel den laatften doodfleek<br />
geeven".<br />
» Om
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 179<br />
„ Om alle welke Redenen de Ridderfchap<br />
van oordeel was,op de beleefdfte en dringend-<br />
Re wyze Haare Koninglyke Hoogheid ce ver-<br />
Zoeken , Haare reize naa den Haag te willen<br />
hervatten, en Haare poogingen tot herftelling<br />
der rust, wel te willen aanwenden; verder te<br />
verklaaren , het overyld en onvoorzigtig gedrag<br />
van de Commisfie ter verdeediging van<br />
de Provintie en der Stad Utrecht,, aftekeuren;<br />
voorts Heeren Gecommitteerde Raaden te gelasten<br />
, by Hoogstdezelve te verneemen , of<br />
Haare Koninglyke Hoogheid de reize te water<br />
öp de Rivieren of te Landen, zou verkiezen<br />
te doen, en naar die keuze de noodige orders<br />
overal te geeven tot Hoogscderzelver veiligheid<br />
en betaamelyke ontvanging; als mede om voor<br />
de bewaaring van de rust en flilte onder de Ingezetenen<br />
te zorgen. — Betuigende, laatflelyk,<br />
de Ridderfchap, dit hun Advies in gemoede<br />
en naar hun beste weeten re befchouwen, als<br />
het gefchiktfte middel om het dreigend gevaar<br />
af te wenden" enz.<br />
De Heeren Gedeputeerden der Stad Amfteu A< Ivies van<br />
'iflirdam,<br />
dam, verneemende, dat de Heeren van de Rid- aai ige ee<br />
derfchap hadden kunnen goedvinden, hun Ad<br />
vies op de bovengenoemde Rukken , beneffende<br />
de voorgenoomene Reize van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid in de Registers van Hun<br />
Ed. Groot Moog te doen fchryven, oordeelden<br />
het insgelyks van huuceu onvermydelykeh<br />
pligt, om den nadeeligen invloed van het gend<br />
ui de<br />
^ gisters.<br />
M 2 mei»
X787. n<br />
I &o B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
ielde Advies der Ridderfchap , op 's Lands<br />
g ewigtigftc belangen voor te koomen, en te-<br />
£<br />
en te gaan , het geen door hen Gedeputeer-<br />
d en op het zelfde onderwerp geadvifeerd was,<br />
i; jsgelyks in de Registers te laaten fchryven;<br />
v 'aarvan den inhoud hoofdzaakelyk hier op uit<br />
ï wam:<br />
Dat de Achtb. Raad bovengemelde ftuk-<br />
| en (uitgezonderd den laatst ingekoomen Brief<br />
\ an Haare Hoogheid) mitsgaders nog een Ver-<br />
2 oekfchrift van de Gecommitteerden uit den<br />
( ïrooten Krygsraad en van de GeconRitueer-<br />
d en uit de Eurgery der Stad Amfterdam; ver-<br />
2 oekende, dat de Achtb. Raad de overkomst<br />
v an Haare Koninglyke Hoogheid geliefde af te<br />
V eenden, met aanzegging, om zich by provifie<br />
V an het Grondgebied deezer Provintie te ver<br />
V aderen, onderzocht hebbende, hadt begree-<br />
'en: Dat dezelve, zonder te treeden in eenig<br />
T<br />
c nderzoek omtrent de beweegredenen tot de<br />
I Leize van Haare Koninglyke Hoogheid , zonder<br />
e enige aanmerkingen te maaken op de byzon-<br />
c ere wyze , waar op dezelve ondernoomen<br />
v ,'as, alleenlyk het oog moest vestigen op de<br />
;evolgen, welke daaruit meer<br />
{<br />
dan waarfchyielyk<br />
en volgends den aart der zaaken zouden<br />
1<br />
lebben moeten fpruiten,en welke Heeren Ge-<br />
1<br />
< ommitteerden van het Defenfiewezen zeer wel<br />
i ngezien hadden, wanneer zy begreepen, dat<br />
1 iet woest Gemeen, van de zuivere oogmerken<br />
I iaarer Koninglyke Hoogheid niet overtuigd<br />
zyn-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 181<br />
zynde, op zodanige onverwagte aankomst,<br />
Jigtelyk den Oproerkreet zoude hebben kunwen<br />
aanheffen , en tot gevaarlyke uiterftens<br />
overflaan".<br />
„ Dat het den Achtb. Raad zeiven hadt toegefcheenen<br />
, dat , al waren Hun Ed. Groot<br />
Moog. van die komfte verwittigd geweest, en<br />
daar door in ftaat gefteld om alle noodige<br />
voorzorgen te gebruiken, zulks nog geene genoegzaame<br />
zekerheid zoude hebben kunnen<br />
geeven , dat het Gemeen , by het welk het<br />
ziaad van oproer , federt eenen geruimen tyd<br />
gekoesterd, al vry diepe wortelen gefchooten<br />
hadt, door de wyste en voorzigtigfte maatregelen<br />
te beteugelen zoude geweest zyn , of<br />
nog zyn, en dat om die reden de komst van<br />
Haare Koninglyke Hoogheid by provifie niet<br />
anders dan allerzorgelykst voorde rust deezer<br />
Provintie zoude kunnen zyn, en uitwerkingen<br />
hebben, regtftreekB ftrydende met de oogmerken<br />
door Haaf by Haaren Brief geopenbaard".<br />
,, Dat, met opzicht tot die oogmerken, de<br />
Achtbaare Raad bevonden hadt, dat Haare Koninglyke<br />
Hoogheid kennis geeft, die Reize<br />
ondernoomen te hebben, om, zoo moogelyk,<br />
een dreigenden Burger Oorlog voor te koomen<br />
, en de gereezene verfchillen te vereffenen.<br />
Dat het den Achtbaaren Raad zeer<br />
aangenaam geweest was, zodanige Gezindheden<br />
by Haare Koninglyke Hoogheid te befpeuf&n><br />
vertrouwende, dat de poogingen, welke<br />
M 3 ZÏ<br />
1787.
1787.<br />
18» BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
zy dca-ïoe zoude willen aanwenden, gegrond<br />
zouden wezen op de veiligheid deezer Provintie<br />
, den luister van Hun Ed. Groot Moog.<br />
Vergaadering, en dc Vryheid en Rechten der<br />
Ingezeetenen; en dat dezelve dan ook niet<br />
twyffelde, of Hun Ed. Groot Moog. zouden<br />
die poogingen gaarne onderfttunen Doch dat de<br />
.Ach baare Raad niet kon zien ,dat daartoe eene<br />
perfoonelyke verfchyning van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid in den Haag noodig was; daar<br />
Haare Hoogheid op eene andere wyze de gevoelens<br />
van Heur hart, en de middelen, welké<br />
zy tot voorfz. einden dienRig zoude rekenen,<br />
aan Hun Ed. Groot Moog. zoude kunnen openleggen.<br />
Op alle welke gronden de Achtbaare<br />
Raad het verrichtte van de Heeren deezer<br />
Stads Gedeputeerden ter Dagvaart, in het<br />
goedkeuren van het gedrag der Heeren van het<br />
Defenfiewezen, preezen, en gemelde Heeren<br />
Gedeputeerden verder gelast hadden, om wegens<br />
deeze Stad te advifeeren, dat aan Haare<br />
Koninglyke Hoogheid van wegen Hun Ed.<br />
Groot Moog. in de ernfligfte en nadrukkelykfte<br />
bewoordingen zoude behooren te worden onder<br />
het oog gebragt, dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
niet konden verbergen, dat Hoogstdezelven<br />
de hcimelykc wyze en weg, zoo wel als de<br />
eerdere omftandigheden , welke de onversyagte<br />
Reize van Haare Koninglyke Hoogheid<br />
verzeld hadden, niet konden overeenbrengen<br />
net het verklaarde van Haare Koninglyke Hoogheid
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 183<br />
heid van gekoomen te zyn, met oogmerk 01»<br />
de rust in deeze Provintie te herftellen , en<br />
den gevreesden Burger • Oorlog voor te koo<br />
men."<br />
„ Dat Hun Ed. Groot Moog. liever zouden<br />
gezien hebben, dat Haare Koninglyke Hoogheid<br />
tot een onbetwistbaar bewys van derzelver<br />
oprechte gevoelens, om tot zodanige heilzaame<br />
einden mede te werken , al haar vermoogen<br />
hadt gelieven aan te wenden , om<br />
Haaren Doorluchtige Gemaal af te raaden van<br />
de geweldige en vyandlyke fchikkingen, waar<br />
mede Hy , zoo wel tegen deeze Provintie, als<br />
die van Utrecht en vooral de Stad Utrecht,<br />
onöphoudelyk werkzaam was; en byzonderlyk<br />
ook, dat Haare Koninglyke Hoogheid zich<br />
beyverd hadde om in die Provintie, waarin<br />
Hoogstdezelve nu federt zoo een geruimen tyd<br />
Haar verblyf gehouden hadt, door Haaren veel<br />
vermoogenden invloed het openbaar geweld te<br />
doen ophouden, en de willekeurige maatregelen<br />
van fommige Regenten te doen beteugelen,<br />
cn de verdrukte Burgers in hunne Rechten<br />
te doen herftellen, en daar den eerften en<br />
boven al noodzaakelyken hoekfteen te leggen,<br />
waarop de rustin het lieve Vaderland, tevens<br />
met waare Vryheid, voortaan kon gevestigd<br />
worden; en dat Hun Ed. Groot Moog. om die<br />
reden vertrouwden en aandrongen, dat Haare<br />
Koninglyke Hoogheid by provifie , en tot nader<br />
goedvinden van Hun Ed Groot Moog. dan<br />
M 4 ook<br />
1727.
1787.<br />
ïnMielvks<br />
V..11 Gorinchem<br />
en<br />
Schoonho •<br />
yen.<br />
Hoe de AIineeneStaaten<br />
deeze .<br />
zaak befchouwden.<br />
184 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ook die Reize zou ftaaken, als geenzins kunnende<br />
ftrekken ter bereiking van oogmerken j,<br />
dewelke Haare Koninglyke Hoogheid in haaren<br />
Brief aan den Heer Raadpenfionaris hadt voorgefield<br />
(*). De Stéden Gorinchem en Schoon*<br />
hoven deeden haare Advifèn, mede ftrekkende<br />
om de overkomst der Princes af te wyzen, en<br />
iri nog fterker bewoordingen vervat, insgelyks<br />
in de Staats - Registers icfchryven. Haarlem,<br />
Leyden, Schiedam, Alkmaar, Monnikendam en<br />
Purmerend, waren van het zelfde gevoelen als<br />
Amfterdam. Maar Dordrecht verklaarde nog<br />
daarenboven , dat de Brieven van den Prins en<br />
de Princes, op zulk een hoogen toon aan den<br />
Souvrain ingericht waren, dat men zich daar<br />
over niet kon uiten, en zich op die Brieven<br />
ongereed hield. Gouda en Rotterdam hadden,<br />
nog geen last Cf)."<br />
Geheel anders werd deeze zaak befchouwd<br />
by de Algemeene Staaten , dan by de meeste<br />
Staatsleden van Holland: Hun Hoog Moog..<br />
van dit zonderling geval onderricht door eenen<br />
Brief van den Griffier F A C E L , verzeld van<br />
eenen Brief Haarer Koninglyke Hoogheid aan<br />
denzelven, betuigden daar over hunne uiterfte<br />
aandoening, en beflooten, dat nog ftaande<br />
de Vergaadering Affchvift van den gemelden<br />
•' • ' * • Brief<br />
(') Nieuwe Neder!. Jaarb. July 1787. bladz. 1699.— 170^.<br />
Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>, Deel, bladz. 69— 80.<br />
(•f) Nieiwe Nederl. Jaarb. July 1787. bladz. 1747.
ONLUSTFN IN HF.T VADERLAND. 185<br />
Brief ei. Bylage aan de Staaten van Holland zon<br />
gezonden worden; en dac Hoogstdezelven<br />
zouden verzocht worden, om ten fpoedigRen<br />
en /onder verwyl , de nodige Orders te Rellen \<br />
ten einde Haare Koninglyke Hoogheid in haare<br />
voorgenoomene Reize geen verder ophouden<br />
mogt ontmoeten , en dat alle verhindering aan<br />
ftonds wierde weggeruimd ; op dat aldus de.<br />
heilzaams poogingen van Haare Koninglyke,<br />
Hoogheid in 't werk mogten geReld worden,<br />
waarvan Hun Hoog Moog., verzochten ten aller<br />
eerften door Hun Ed. Groot Moog. onderricht<br />
te worden. Dit Befluit werd aanftonds ter<br />
uitvoer gebragt, en een Brief van zulken in<br />
houd (gedagtekend den 2tA n<br />
Juny) aan de<br />
$taaten van Bolland gezonden. Doch deeze<br />
Heeren Staaten waren zoo gereed niet, om aan<br />
dit verzoek te voldoen; daar kwam geen Ant.<br />
woord op dien Brief, om het welke derhalven<br />
de Hollandfclie Gedeputeerden ter Vergaadering<br />
van de Algemeene Staaten gedrongen werden;<br />
doch zy verklaarden , nog te blyven by hun<br />
Advies, dien morgen gegeeven, waar by den<br />
Brief van Haare Koninglyke Hoogheid hadden<br />
overgenoomen, en zich de vrye beraadflaaging<br />
hunner P.rincipaalen voorbehouden, waarvan<br />
verfcheide Leden aangenoomen hadden de oog<br />
merken van hunne Steden, ten fpóedigfte te<br />
zullen inneemen.<br />
Hierop beflooten Hun Hoog Moog. om dien<br />
zelfden avond nog eenen tweeden Brief aan de<br />
M 5 Staa-<br />
1787*<br />
Tweede<br />
Brief «ter<br />
Algemeen»
iBö BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Staaten van Holland te fchryven, om den aan-<br />
Staaten aan<br />
drang, op dien dag reeds gedaan, te vernieu<br />
de Staaten<br />
yan tMland, wen, en op het vriendelyKlle te verzoeken,<br />
dat Hun Ed. Groot Moog. hunne ernitige op.<br />
Irttendheid wilden bepaalen op de gevaarlyke<br />
gevolgen, welken de gedaai-e Rap, betrekke-<br />
Iyk het verhinderen van de Reize Haarer Koninglyke<br />
Hoogheid buiten 's Lands ten nadeele<br />
der Republiek zou kunnen veröorzaaken; en<br />
dat Hun Hoog Moog. indien de Heeren Staaten<br />
van Holland niet voldeeden aan de dringende<br />
Verzoeken van Hun Hoog Moog. de gevolgen<br />
van het geen daar uit de Republiek zou kunnen<br />
overkoomen , lieten voor rekening van Holland.<br />
Gevoelen De Heeren Gedeputeerden van Holland Diee<br />
der Staaren<br />
van Qyerys» ven by hunne gedaane Verklaaring; de Gede<br />
|r/.<br />
puteerden der zes andere Provintiën, namen<br />
alles wat dien morgen en dien avond hier omtrent<br />
voorgekoomen en gefchied was, Copyelyk<br />
over (*). De Staaten der gemelde Provinciën,<br />
de zaak overwoogen hebbende, waren<br />
sok niet allen van het zelfde gevoelen : Die<br />
van Overysfel merkten aan, in hun Antwoord<br />
:>p den Brief van Hi»are Koninglyke Hoogheid,<br />
i behelzende een verhaal van dat voorval, dat<br />
sy zich al te zeer overtuigd mogten houden<br />
fao de Achting der Staaten van Holland, voor<br />
] 3aare Koninglyke Hoogheids Perfoon en verleyen<br />
rang, dan dat eenig het minfte oogmerk<br />
(*) Nievvt Nederl, Jaarh July i 78j>. bladz. 1674-167?.<br />
by
ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 187<br />
by, Hun Ed. Groot Moog. of derzelver Gecommitteerden<br />
zou gehuisvest hebben , om<br />
iets hoonends voor Haare Koninglyke Hoogheid<br />
te onderncemen, en dat zy alles liever<br />
moesten toelchryven aan eene verfchillende<br />
man :<br />
er van befchouwen van de waare gefchopenheid<br />
der zaaken in de Provintie van Holland,<br />
welke de Heeren Staaten zullen geoordeeld<br />
hebben van die natuur te zyn , da: eene<br />
onverwagte verfchyning van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid niet zoo wel, als Haare Koninglyke<br />
H -ogheid meende, aan het oogmerk , om de<br />
tegenwoordige beroerten te (tillen , zoude beantwoord<br />
hebben. Voor het overige betuigden<br />
Zy Heeren Sranten hunnen hartgrondigen<br />
wensch, dat het verlangen Haarer Koninglyke<br />
Hoogheid om door Haare tusfchenkomst eenen<br />
Burger - Oorlog voor te koomen, met een gewenscht<br />
gevolg mogt bekroond worden ; en<br />
dat Haare Koninglyke Hoogheid ook ter plaatfe<br />
van Haar tegenwoordig verblyf, daartoe de<br />
noodige middelen zou weeten te vinden en in<br />
*t werk te ftellen, op dat alzoo deeze Landen,<br />
en bygevolg Haare Koninglyke Hoogheids<br />
Huis, voor eenen geheelen ondergang mogten<br />
bewaard blyven (*) enz.<br />
In een geheel tegenftrydig licht werd deeze Brief der<br />
Sraaren vai<br />
zaak befchouwd by de Staaten van Friesland, Vriesland<br />
aan die vat<br />
die zich daar over zeer beklaagden in eenen<br />
llnlland,<br />
Brief over deeze<br />
zaak.<br />
{*) Nieuw: Niitrl. Jmri. July J787. bladz.
«•787-<br />
188 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Brief aan de Staaten van Holland zei ven gefchreeven;<br />
waarin zy, onder anderen, betuigden,<br />
nimmer te hebben kunnen denken, dat<br />
binnen deeze Republiek aan een Perfoon van<br />
zulk een hooge afkomst, aan een Perfoon, die<br />
op haar Koninglyk woord verzekerde , geene<br />
dan vredelievende, den Lande heilzaame , en<br />
haare verhevene hoedanigheden waardige,oogmerken<br />
te hebben in haare Reize, zodanige<br />
beleedigende belemmeringen zouden tocgebragt<br />
zyn , als Hoogstdezelve in de Provintie van<br />
Holland ondervonden hadt, met dat gevolg,<br />
dat Haare Koninglyke Hoogheid deeze Reize<br />
hadt moeten Raaken, cn naa ürymegnt terug<br />
keeren. Deeze daad kon niet dan deh dienden<br />
indruk by ieder weldenkend mensen maaien,<br />
die hier uit ziet, dat de goede orde, rust en<br />
veiligheid —- thans in fommige Oorden van<br />
Nederland helaas 1 zoo verre geweeken waren ,<br />
dat aan de Gemalin van den Erffladhouder der<br />
zeven Provintiën, binnen dezelven, Gewapenderhand<br />
belet wordt, die vryheid te oefenen,<br />
Welke aan ieder byzonder Perfoon toekomt.<br />
Niet minder gevoelig moest dit aan ieder vaa<br />
de Bondgenooten zyn , wanneer zy aan de eene<br />
«yde nagingen, welke uitwerking zulk eene<br />
geruchtmaakende gebeurtenis by vreemde Moogendheden<br />
moest doen; en dat, aan den anderen<br />
kant, wel ligt door dit voorval de weg tot<br />
bemiddeling der Verdeeldheden, die de Republiek<br />
zoo ongelukkig verfcheurden, en derzei»
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 18$<br />
zeiver ondergang zoo klaarblykelyk dreigden,<br />
hoe langer hoe meer verwyderd en moeijelyk<br />
gemaakt moest worden. Zy baden derhalven<br />
Hun Ed. Groot Moog. om het voorgemelde in<br />
ernftige overweeging te neemen, en alle zulke<br />
maatregelen te beraamen en in 't werk te ftel<br />
len, dat Haare Koninglyke Hoogheid behoorlyk<br />
herftel van het voorledene mogt ontvangen,<br />
en Hoogstdezelve voor het vervolg bevryd<br />
blyven van ontmoetingen, weiketen eenemaal<br />
onbeftaanbaar zyn, zoo wel met de goede<br />
orde, die ineen L and behoord plaats te bebbjen,<br />
als met de hoogachting, aan Haare Doorluch<br />
tige Perfoon verkhuldigd. — (*) In den zelf<br />
den zin, genoegzaam, betuigden de Staaten<br />
van Zeeland hun ongenoegen , over het gedrag<br />
der Gedeputeerden te Velde, ten aanzien der<br />
verhinderde Reize van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid, in twee byzondere Brieven aan den<br />
Prins Erfftadhouder en aan Mevrouw de Prin<br />
ces ; en daar tegen hun genoegen en goedkeu»<br />
ring , over het gedrag hunner Afgevaardigden<br />
in de Vergaadering der Algemeene Staaten,<br />
door zich tegen de maatregelen, ter verhinde<br />
ring ten kragtigften te verzetten (f). Zoo<br />
verfchillende waren de gevoelens der Staaten<br />
van de verfcheidene Provintiën, naar de ver<br />
fchillende grondbeginzelen en begrippen der<br />
Staatsgelleldheid, die zy toegedaan waren.<br />
(•) Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>. Deel, bladz. 87.<br />
(fj Beroerd Nederland, V<strong>II</strong>. Deel, bladz. g*<br />
Zeet<br />
Zeeland<br />
betuigt zyn<br />
ongenoegen.
1787.<br />
De Koning<br />
van Pruitfeit<br />
tr^Ut<br />
zien de<br />
zaak, zyner<br />
Zuster aai,.<br />
Memorie<br />
van T 111><br />
l E M E Y t a<br />
aan de Skaten<br />
van<br />
Holland.<br />
190 BEKNOPTE HISTORIE DSS<br />
Zeer t.aruurlyk kon men verwagtea , dat<br />
Zyne Majedeu de Koning van tiuisjen zich<br />
de zaak van zyne geliefde Zuster , die zich<br />
door deeze ftremmihg in Haare voorgenoomer.e<br />
Reize, en oogmerken zoo zeer beledigd en<br />
gehoond achtte, ten fterkfte zoude aantrekken :<br />
Ook ontbrak het niet aan Lieden, die voorzagen,<br />
dat die Vorst ai federt eenigen tyd alleenlyk<br />
wagtte naa bekwaame gelegenheid, orrs<br />
zich de zaaken hier te Lande niet welvoeglykheid<br />
te kunnen aantrekken, en deeze dachten<br />
zy, werd door dit voorval aan de hand gegeeven<br />
(*). Het duurde ook niet langer dan tot<br />
den ioden July, d a t je Raadperfionaris eene<br />
Memorie van den Pruisfifchen Gezant, ter tafel<br />
van Hun Ed. Groot Moog. de Staaten van<br />
Holland, bragt, waarin te kennen gegeeveü<br />
werd, -,, dat de Koning niet dan met eene<br />
fterke gevoeligheid , den gepleegden aanval<br />
naby Schoonhoven tegen de Perfoon van Zyne<br />
Koninglyke Zuster, welke de beilzaamfte oogmerken<br />
tot die Reize naa den Hang noopten,<br />
vemoomen hadt. Dat Haare Koninglyke Hoogheid<br />
op haaren weg verhinderd wordende, zich<br />
door Wachten omringd zag; dar men zelfs<br />
Gewapende Lieden in haar Vertrek geplaatst<br />
hadt. Verder werd op uitdrukkelyk bevel van<br />
Zyne Pniisfifche Majefteit door zynen Buitengewoonen<br />
Gezant in die Memorie gezegd^<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Juny 1787. bladz. 1437.<br />
das
ONLUSTEN i» HET VADERLAND. 191<br />
dat hy zich tot Hun Ed. Groot Moog. wendde,<br />
om op de fpóedigfte en fterkfte wyze op eene<br />
uitfteekende voldoening aan te dringen, wegens<br />
die beleediging, en ftrafoeffening te vorderen<br />
over de daaders van dezelve. — Betuigende<br />
voorts, dat hy zich zou haasten , om den Ko-<br />
Ding, zynen Meester, te onderrichten van de<br />
uitwerking, welke de Vertoogen van zynen<br />
Minister in de Souvraine Vergaadering van<br />
Holland zouden gehad hebben; daar by voe<br />
gende, dat Zyne Majefteit uit den uitftag van<br />
Hun Ed. Groot Moog. beraadflaagingen over<br />
deeze zaak zou afmeeten, welken prys zy op<br />
zyne vriendfehap en genegenheid fielden.<br />
Op dien zelfden dag deed Zyne Pruisjifche<br />
Majefteit door denzelfden Gezant Baron van<br />
THULEMKIJEK. eene Memorie aan de Alge<br />
meene Staaten ter hand ftellen, waarin hy on<br />
derftelde, dat Hun Hoog Moog. door hunne<br />
wysheid reeds voorzien zouden hebben , met<br />
welke verbaasdheid en groote fmerte Zyne Ma<br />
jefteit m'jest aangedaan wezen , toen dezelve<br />
vernam , dat de ontworpen Reize van Zyne<br />
Koninglyke Zuster naa den Haag, met de heil-<br />
zaamfte oogmerken ondernoomen , naby de<br />
Stad Schoonhoven , door gewapende lieden i«<br />
belet geworden: Daar nevens te kennen gaf,<br />
dat de Koning van het wys gevoelen der Meer<br />
derheid dier Vergadering, ten aanzien van dit<br />
onverwagt en verfoeijelyk beftaan (zoo als hy<br />
dat noemde) zoo wei als van de Befluiten daar<br />
uit<br />
1787;<br />
Memorie<br />
van denzelfden<br />
Gc«<br />
zant aan de<br />
Algemttne<br />
Staaten.
Befluit det<br />
Algemeene<br />
Staaten op<br />
dee/.e Memorie.<br />
Beric'iu v.ni<br />
den Baron<br />
van RUUDS<br />
19* B E K N O P T E H I S T O R I E DER.<br />
uit voortvloeiende, onderricht was, en Hoogst?;-<br />
deszelven genoegen zekerlyk zouden wegdraa-<br />
gen. Voorts, dat Zyne Excellentie op uit-<br />
drukkelyken last van Zyr,e Hruisfifche Majefteit<br />
de Memorie aan de S'.aaten van Holland hadt<br />
ingeleeverd j waar by hy , te gelyk , een Affchrif't<br />
overgaf, en by welke Zyne Maje eii op eene,<br />
openlyke Voldoening zoo wel, als op de ftraf<br />
der Bewerkers van den gepleegden hoon aan<br />
drong. Eindelyk onder/telde, dat Hun Hoog.<br />
Moog. óngetwyfeld zouden medewerken met<br />
allen dien vuurigen yver , welken Zyn Excel<br />
lentie in meer dan eene gelegenheid ondervon<br />
den hadt, Hun Hoog Moog. te bezielen voor<br />
de onderhouding der vriendfehap en goede ge<br />
neigdheid, welke tot hier toe tusfehen de bei*<br />
de Staaten hebben plaats gehad.<br />
Deeze Memorie Werd door zes Provintiën<br />
overgenoofnen, en te gelyk beflooten om 'er<br />
een affchrift van te zenden aan de Staaten van<br />
Holland, verzeld van eenen Brief tot aandrang.<br />
By de Staaten van Holland zeiven werd door<br />
de Ridderfchap , op de Memorie door den<br />
Pruisfifclien Gezant aan Hoogstdezelven over-<br />
gegeeven , aanftonds voorgefteld , om verzoe~<br />
nmde middelen by de hand te neemen ; doch<br />
de Memorie werd aan de Commisfie van het<br />
groot Befoigne overgegeeven tot onderzoek en<br />
Advies. By Hun Hoog Moog. de Algemeene<br />
Staaten kwamen omtrent" den zei;den tyd twee<br />
Brieven in van hunnen Gezant aan\£erlynjche<br />
Hof,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 195<br />
Hof, den Baron van RHEEDE: In den eerften<br />
berichtte die Gezant, dat het Pruhfifche Hof<br />
zeer getroffen was van de aanhouding der Princes;<br />
en dat aan den gezant THULEMEYER<br />
Jast gegeeven was om daar over Vertoogen te<br />
doen. In den anderen werd gemeld, dat de<br />
Koning voorneemens bleef, om een Leger in<br />
Westphalen te doen byeen trekken; dat het Hof<br />
van Engeland zyn genoegen hadt doen betuigen<br />
aan dat van Pruis/en, over de handtIwyze, die<br />
by hetzelve gehouden werd, om voldoening<br />
wegens het gebeurde met de Princes te bekomen;<br />
en dat Engeland een fmaldeel Oorlogfchepen<br />
in Zee zou biengen (*).<br />
By de Algemeene Staaten werd op den 26^<br />
July met vier Provintiën Gelderland, Zeeland,<br />
Utrecht en Vriesland, op voorflel van de laat-<br />
Ite, beflooten, om aan Zyne .PruisJïfcJie Majefteit<br />
te fchryven, dat Hun Hoog Moog. allen<br />
moogelyken aandrang by de Staaten van Holland<br />
en Westvriesland hadden gedaan, om Hoogstdezelven<br />
te beweegen tot het geeven van de<br />
geëischte voldoening aan Zyne Koninglyke<br />
Majefteit, en alle gevolgen, welke uit hoofde<br />
van het ongunflig of onvoldoende Antwoord van<br />
welgemelde Staaten te wagten waren , voor derzelver<br />
rekening gelaaten hadden (f). De Staaten<br />
van Holland daarentegen beraamden op den 14.^0<br />
Ju'y<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1787. Wadi. 17.58 — 17^0.<br />
ft; Ibid. July 1787. fajadz. iS,;6. bladz. (363, 1863.<br />
• N<br />
1787.<br />
Antwoord<br />
der AlgemeeneStadiën<br />
aan der]<br />
Koning van<br />
Pruïsfeit,<br />
Antwoord<br />
der Staaten<br />
van HoVmid
1787.<br />
aan den<br />
Gezant<br />
7 H V L E-<br />
Bïït R.<br />
104 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
July een zeer beleefd Antwoord op de Memorie<br />
van den Gezant des Konings van Pruis/en, behelzende<br />
de redenen, waarom Kun Ed. Groot<br />
Moog. de Reize van Haare Koninglyke Hoogheid<br />
in die omflandigheden, welke toen plaats<br />
hadden, als fchroomelyk befchouwd hadden;<br />
welk Antwoord aan den gemelden Gezant werd<br />
ter hand gefteld, en daarvan een Affehrift naa<br />
het Hof van Vrarikryk gezonden. In dit Antwoord<br />
werdt aan den Pruvfifchen Gezant toegevoegd:<br />
Dat Hun Ed. Groot Moog te veel<br />
achting hadden voor zyne Pniisfifche Majefteit<br />
en Hoogstderzelver Doorluchtig Huis, dan<br />
dat zy zouden kunnen dulden, dat eenig At.<br />
lentaat tegen de Perfoon van Zyne Majefteits<br />
Zuster, Mevrouw de Princes van Oranje en<br />
PJasfau hier te Lande zou begaan worden:<br />
Doch dat Hun Ed. Groot Moog. ook niet konden<br />
twyfelen, of Zyne Pniisfifche Majefteit<br />
zou voor hun ook wel dezelfde Achting willen<br />
plaats geeven, die Souvraine Moogendheden<br />
aan elkanderen verfcboldigd zyn; en van Zyne<br />
Majefteits billyke denkwyze niet kunnen vervvagten,<br />
dat Hoogstdezelve de verrichtingen<br />
van Hun Ed. Groot Moog. welke verrichtingen<br />
niet anders dan de bewaking der rust van<br />
des Lands Ingezeetenen, en het welzyn van het<br />
Land tot oogmerk hebben , zoude befchouwen<br />
als Alttntaaten, tegen welgedachte Haare Koninglyke<br />
Hoogheid ecniglyk en alleen , om<br />
dat Haare Hoogheid in dit geval betrokken geweest
ÖNLUSTEN IN HET VADERLAND, rpj<br />
weest was; dat Hun Ed. Groot Moog. wel ge- 1787.<br />
wenscht hadden s dat Zyne Pniisfifche Majefteit<br />
door eene echte opgave der orrïftandigheden<br />
van het geval volledig was onderricht geworden;<br />
wanneer, zoo zy niet twyfelden, de<br />
Memorie van den Hr. THULEMEYER zoude<br />
voorgekoomen geweest zyn ; dat toch Hun<br />
Ed. Groot Moog. van Zyne Pniisfifche Majefteits<br />
verhevene cienkwyze niet konden verwagten<br />
, dat Hoogstdezelve Haare Koninglyke<br />
Hoogheid boven den Souvrain zoude willen<br />
verheffen, en op dien grond alle belemmering,<br />
die Haare Hoogheid in Haare Reize naa.'s Hage<br />
zoude mogen ontmoeten, welke belangen van<br />
den Staat daar tegen ook mogten ftryden, als<br />
een Attentaat tegen Haare Perfoon, of als eene<br />
beleediging, zou gelieven aan te zien.<br />
Dat ondertusfchen Hun Ed. Groot Moog.<br />
geen zwaarigheid maakten , om openlyk te<br />
verklaaren, dat dezelve gebeurtenis Hen ook<br />
ten fterkften hadt getroffen, en dat zy niets<br />
yveriger wenschten, dan dat dezelve hadde<br />
kunnen voorgekoomen worden; dat daartoe,<br />
meer dan waarfchynelyk, ook gelegenheid zóu<br />
geweest zyn, indien Haare Koninglyke Hoogheid,<br />
in plaats van op het onverwagtst, na een<br />
afweezen van byna twee Jaaren, het Grondgebied<br />
van deeze Provintie weder in te treeden,<br />
van Haar verlangen om naa de Oranje Zaal te.<br />
komen, en van de oogmerken, door Haar daar<br />
mede bedoeld, Hun Ed. Groot Moog. op eene!<br />
N a ge-
*787-<br />
156 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
gevoeglyke wyze, vooraf hadtgewaarfchouwd';'<br />
naardien Piun Ed. Groot Moog. dan in de mogelykheid<br />
geweest zouden zyn, om niet alleen<br />
dat een en ander vooraf te beoordeelen, maar*<br />
ook aan de Princes de bedenkingen voor te<br />
Rellen, die daar over by Hen natuurlyk moesten<br />
ontflaan : Immers dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
in dat geval, aan Hiare Koninglyke Hoogheid 1<br />
!<br />
zouden hebben kunnen en moeten herinneren s<br />
op wat wyze de Heer Prins Erffladhouder reeds 1<br />
in de maand September van 'c Jaar 1785. met<br />
zyn Huis en Eamielie deeze Provintie verlaaten<br />
hadt; zyn geopenbaard misnoegen<br />
tegen den Souvrain van Holland, gepaard met<br />
verfcheidene Rappen, zigtbaar ingericht om<br />
deeze Provintie de uitwerkfelen van dat ongenoegen<br />
gevoelig te doen ondervinden, en<br />
daartoe zelfs alle de magt der Republiek, die<br />
onder zyn bereik was, te gebruiken; — den<br />
inhoud van de Verklaaring, die zoo veel indruk<br />
gemaakt heeft , door den Prins op den<br />
2ö f t < ; 1 1 May uitgegeeven, in de welke alle<br />
denkbeelden van erkentenis eener onafhangelyke<br />
Oppermagt, in deeze Provintie worden<br />
ter zyde gefteld, en waar door ade betrekking<br />
tusfehen tlun Ed. Groot Moog. en hunnen tegenwoordigen<br />
Stadhouder geheel onzeker en<br />
dobberende was geworden; — eindelyk de<br />
verregaande Verdeeldheid in de gemoederen<br />
der Natie, waarvan het voornaamfte en aanzienlykfte<br />
gedeelte , by het inroepen haarer<br />
Vry-
ONLUSTEN ÏN HET VADERLAND. 197<br />
Vryheid, door de veruitziende bedoelingen<br />
van den Hr. Stadhouder, ten hoogRen tegen<br />
jdenzelven werd ingenoonjen; terwyl een ander<br />
gedeelte een tegen gefteld gevoelen omhelst,<br />
en het musicid en onzinnig Gemeen, onder<br />
hetzelve, hier en daar den naam van ORANJE<br />
op de fchandelykfte wyze misbruikte, tot een<br />
Leuze, of Teken om daar onder, de fchroomelykfte<br />
tooneelen van Oproer en verwoesting<br />
aan te rechten; dac, behalven deeze, zoo belangryke<br />
en op de rust deezer Provintie zoo<br />
veel invloed hebbende, overweegingen, ook<br />
nog aan Haare Koninglyke Hoogheid, met betrekking<br />
tot het oogmerk Haarer komfte in den<br />
Haag, zou hebben kunnen onder het oog gebragt<br />
worden, dat, voor zoo verre daar mede<br />
bedoeld mogt worden,om door Haare tusfehenkomst<br />
de gereezene Gefchillen uit den weg te<br />
ruimen , dit oogmerk, hoe lofwaardig ook in zyne<br />
algemeene beginfelen , echter nooit de voorgeftelde<br />
vrugt zou hebben kunnen voortbrengen,<br />
aangezien het gebrek der nodige Onzydigheid,<br />
het welk, na al het gebeurde kenn.e.<br />
Jyk door de geheele Natie in Haare Koning'<br />
]yke Hoogheid moest onderfteld worden, by<br />
de Princes het eerfte vercischte in eene Middelaaresfe<br />
zou doen ontbreeken; terwyl de beoogde<br />
onderhandelingen ten minften nimmer<br />
plaats konden hebben, zoo lang de Prins Erfftadhouder<br />
by zyne denkwyze, tegen den Souvrain<br />
der Provintie getoond , mogt volharden.<br />
N 3 Dat<br />
1787.
198 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Dat Hun Ed. Groot Moog. niet zouden hebben<br />
kunnen nalaaten, uit aile deeze bedenkingen<br />
af te leiden, eensdeels, de onmoogelykheid<br />
om de komst van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid in deeze Provintie te doen dienen,<br />
tot bereiking Haarer rustlievende oogmerken;<br />
en anderdeels, dat, gelyk het oogmerk dier<br />
komst daar door ongelukkig verviel, de gemelde<br />
komst zelve tot bevordering van de<br />
rust in deeze Provintie, voor als nog, best<br />
zoude zyn uitgeReld geweest ; zoo om de<br />
nieuwe beroering, die dezelve in de verfchillend<br />
denkende gemoederen kon verwekken ,<br />
als wegens de aanleiding, die meer dan waarfchynelyk<br />
(het welk de ondervinding in meer<br />
dan eene Provintie, alwaar juist op dien dag<br />
de vreeslykfle oproeren , plunderingen en mishandelingen<br />
zyn aangerecht (&), maar al te<br />
ongelukkig bevestigde) daar uit by een doldriftig<br />
Gemeen ontleend zouden geweest zyn ,<br />
onder den fchyn van Vreugdebedry ven , en in<br />
den fchuldigen waan van daar mede het Huis<br />
van ORANJE te vereeren, die, by hen fmeulende<br />
en nog fchandelyk aangeflookt wordende,<br />
begeerte tot oproer en beweeging den<br />
ruimen teugel te vieren, en zich in veelerlei<br />
buitenfpoorigheden, ten nadeele van den Lande<br />
en van de beste Ingezeetenen, te buiten te<br />
gaan. Dat<br />
(*) Staaltjes daar van zyn nier voor, in 't begin van dit<br />
JWe Hoofdft. bladz. 102. en volgende, bygebragt.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 199<br />
Dat Hun Ed. Groot Moog gei ustelyk vertrouwden,<br />
dat deeze Aanmerkingen, gepaard<br />
met dien aandrang, welken het gewigt der<br />
zaaken vorderde, door Hen onder het oog van<br />
Haare Koninglyke Hoogheid gebragt zynde,<br />
Hoogstdezelve gereedelyk zouden overtuigd<br />
hebben, hoe raadzaam en gevoeglyk het was,<br />
om Haare voorgeftelde komst naa den Haag<br />
uit te ftellen, en dus niet alleen met Hun Ed.<br />
Groot Moog. mede te werken, tot bevordering<br />
van 's Lands rust en weizyn; maar ook voor te<br />
koomen , dat Haare heilzaame en vredelievende<br />
bedoelingen, tegen Haar oogmerk aan, niet<br />
misbruikt wierden, om ze tot een verkeerd<br />
voorwend fel van Oproeren en Plunderingen te<br />
doen dienen; een vertrouwen , dat te levendiger<br />
by Hun Ed. Groot Moog. plaats vond,<br />
naar maate Zy zich meer overreed wilden houden,<br />
dat Haare Koninglyke Hoogheid volkoomen<br />
bereid zoude geweest zyn om Haare, nu<br />
verklaarde, gevoelens;, door daaden te bewyzen.<br />
Dat, ondertusfchen de onverwagte komst<br />
van Haare Koninglyke Hoogheid naa den Haag.<br />
welke niemand vermoeden kon, aan Hun Ed.<br />
Groot Moog. alle gelegenheid hadt afgefneeden,<br />
om hunne voorfz. bedenkingen aan welgedachte<br />
Princes te doen voorhouden; en dat<br />
hier aan de oorzaak van de gebeurtenis moest<br />
worden toegefchreeven, by de Memorie van<br />
den Hr. buitengewoon Gezant bedoeld, en die<br />
N 4 zog<br />
1787.
1787.<br />
200 B E K N O P T E H I S T O R I E DE*<br />
zoo wel by Hun Ed. Groot Moog. ais by Zyne<br />
Majefteit den Koning van Pi uisjnti, eene groote<br />
gevoeligheid verwekt hadt Dat toch zodanig<br />
beletfel in de voortzetting der Reize als plaats<br />
gehad heeft, geenzins vreemd moest voorkoo-<br />
men; naardien de Heeren Gecommitteerden<br />
tot het Defenfiewezen deezer Provintie , eenen<br />
algerneenen last gegeeven hadden, om alle<br />
Perfoonen aan te houden, en te ondervraagen;<br />
en zoo 'er iemand doorreizen mogt , wiens<br />
komst in de Piovintie voor derzelver mst na-<br />
deelig zou kunnen zyn, denzelven, zonder<br />
aanzien van Perfoon, op te houden en zoolang<br />
te bewaaren , tot dat by Heeren Gecommit<br />
teerde Raaden nadere orders gegeeven zouden<br />
.zyn; en dat Mevrouw de Princes van ORANJE,<br />
op welker komst in geenen deele gedacht was,<br />
ingevolge van dat algemeen bevel in haare<br />
Reize was opgehouden; gelyk het ook even<br />
weinig vreemd kan voorkoomen, dat de ge<br />
melde Heeren Gecommitteerden, fpoedig van<br />
die ophouding onderricht, zwaarigheid gemaakt<br />
hebben om de voortzetting van die Reize Haa<br />
rer Koninglyke Hoogheid by provifie te laaten<br />
plaats hebben ; vooral daar die Heeren Gecom<br />
mitteerden, uit de bekende gefteldheid van<br />
zaaken en uit de beweegiug, die de komst van<br />
gemelde Princes reeds begonnen hadt te maa<br />
ken , genoeg konden opmaaken, hoe zeer uit<br />
deeze komfte aanleiding zoude genoomen wor<br />
den tot zodanige verftoonng der algemeene<br />
rust,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 201<br />
lust, als hier voor reeds is aangeftipt; en zy<br />
derhalven, daar het bedekte van dusdanige<br />
Reize en derzelver zorgvuldige geheimhouding,<br />
ten minden voor Hun Ed. Groot Moog. het<br />
moogelyk uitwerkfel daarvan bedenkelyker<br />
maakte, niet gezegd kunnen worden de paa'en<br />
eener noodzaakelyke voorzigtigheid te buiten<br />
gegaan te zyn, wanneer zy, om de nadeelige<br />
gevolgen , die vry zeker te wagten waren , niet<br />
voor hunne rekening te hebben, Haare Koning,<br />
lyke Hoogheid hebben overreed om haare Rei<br />
ze te flaaken, tot dat zy orders van Hun Ed.<br />
Groot Moog. zouden bekoomen hebben, en<br />
'er tyd geweest r,o\x zyn, om voor de open<br />
baare rust te zorgen.<br />
Dat dit alles, zco ver Hun Ed. Groot Moog.<br />
onderricht waren, zich op eene zeer betaame<br />
lyke wyze heeft toegedraagen, zodanig zelfs,<br />
dat eenige van gemelde Heeren Gecommitteer<br />
den zelve Haare Koninglyke Hoogheid op<br />
Haare begeerte , en ter beveiliging van Haare<br />
Perfoon, met een geleide van Ruiters naa<br />
Schoonhoven verzeld hebben ; dat mede Haare<br />
Hoogheid aldaar zynde aangekoomen , en iets<br />
langer dan eenen dag vertoefd hebbende, na<br />
het verneemen van Hun Ed. Groot Moog.<br />
voorloopige beraadflaaging over deeze zaak,<br />
goedgevonden hadt, weder naa Nymegen terug<br />
te keeren, waarin Hoogstdezelve, ten bewyze<br />
dat men Haai niets van llaare Vryheid benoo-<br />
N 5 men<br />
1787..
1787.<br />
soa BEKNOPTE HISTORIE DE*<br />
men hadt, geene verhindering, hoe genaamd,<br />
ontmoet hadt: Terwyl ook aan Hun Ed. Groot<br />
Moog. noch uit den Brief van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid, noch van elders, eenige klagten<br />
zyn voorgekoomen , dat zy over het gedrag,<br />
door gemelde Heeren Gecommitteerden<br />
ten aanzien van Haare Koninglyke Hoogheid<br />
gehouden, het zy over iets, dat naar eene onberaamelyke<br />
of beledigende behandeling of<br />
gebrek aan behoorlyke achting voor Haare<br />
Doorluchtige Perfoon, in het allerminst zoude<br />
zweemen, waar door Hun Ed. Groot Moog.<br />
zich eenigzins bevoegd of gerechtigd zouden<br />
kunnen reekenen , om tegen de meergemelde<br />
Heeren Hunne Gecommitteerden, welker ftap<br />
meer dan waarfchynelyk een oploop voorgekoomen<br />
heeft, eenige flraf of berisping te befluiten.<br />
Dat Hun Ed. Groot Moog. billyk vertrouwden,<br />
dat Zyne Pruisfifche Majefteit dit verhaal<br />
van zaaken ontvangende, zich wel zoude willen<br />
overtuigd houden, dat Hoogstdezelven,<br />
met betrekking tot het geval, in de Memorie<br />
van den Hr. Extra-Ord. Gezant VAN TH tril<br />
EYER bedoeld, te vooren niet met de vereischte<br />
onzydigheid is onderricht geweest. En<br />
dat de Hr. VAN THULEMEYER verder nog<br />
verzocht wordt, Zyne Majefteit den Koning<br />
van Pruisfen te verzekeren, dat Hun Ed. Groot<br />
Moog. de vriendfchap van Zyne Majefteit ten<br />
hoog-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 203<br />
hoogften waardeerende, daarvan by alle gele-<br />
genheden de ontwyfclbaarfte bewyzen wensen-<br />
ten te geeven , en ook byzonder van hunne<br />
Hoogachting en oplettendheid voor de Perfoon<br />
van Haare Koninglyke Hoogheid Mevrouw de<br />
de Prinfes van ORANJE en NASSAU; maar<br />
dat Hun Ed. Groot Moog. ook teffens van dq<br />
billykheid van Zyne Majefteit mcenen te lam<br />
pen verwagten, dat Hoogstdezelve nimmer van<br />
Hun zal vergen , dat zy eenigzins verzuimen<br />
zouden, alle zodanige maatregelen te neemen,<br />
yvaar toe elk Souvrain, tot bewaaring der rust<br />
en welvaart van de Ingezeetenen , aan zyne<br />
zorge toevertrouwd, onvermydelyk gehouden<br />
en verpligt is. Dat Kun Ed. Groot Moog.<br />
eindelyk Zyne Pruisfifche Majefteit verzeker-<br />
den, in hunne verdere beraadflaagingen over<br />
deeze zaak, door geene andere beweegredenen ,<br />
dan die het voorfz. heilzaam oogmerk bedoe<br />
len, te zullen bewoogen worden (*)•<br />
Doch alle deeze redenen vonden geenen in<br />
gang aan het Pruisfifche Hof; zy fcheenen, in<br />
plaats van des Konings gramfchap geftild, de<br />
zelve meer ontftooken te hebben : de Baron<br />
van RHEEDE, Gezant der Staaten aan 't Hof<br />
van Berlyn gaf daar van kennis door twee Brie<br />
ven, eenen aan de Algemeene Staaten en ee<br />
nen aan de Staaten van Holland , hoofdzaake-<br />
ïyk behelzende: „ Dat Zyne Pruisfifche Maje<br />
fteit<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 178/-. HaiU. 1663,-1777.<br />
I787.<br />
Wat uitwerking<br />
d<br />
Antwoord<br />
had:.
J<br />
7 8<br />
?-<br />
tip völdoi<br />
aing in et :<br />
tweede M<br />
worie.<br />
204 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Reit over het antwoord der Staaten van Hol*<br />
land zeer Rerk was ontRooken geworden, en<br />
een befluit genoomen hadt , om zich zeiven<br />
de geëischte, maar de geweigerde voldoening<br />
door kragtdaadige middelen te bezorgen ; en<br />
dat tot dap einde zyne Troupen, reeds eenige<br />
dagen geleeden , uit Maagdenburg in aantogt<br />
waren om zich met die in Westphalen te vereenigen<br />
, dat ze gezaamentlyk verder zouden<br />
pptrekken, en binnen weinige eerstkoomende<br />
dagen ter plaatfe hunner beftemroing zouden<br />
zyn". Ook bragt de Heer Raadpenfionaris van<br />
Holland ter tafel van Hun Ed. Groot Moog.<br />
in, dat de Baron van T H U L E M E I J E R hem<br />
gezegd hadt, ,, dat Zyne Pruififche Majefteit<br />
over het Antwoord der Staaten van Holland<br />
gantsch niet voldaan was , en op voldoening<br />
bleef aandringen ; dat Hy Gezant derhalven<br />
eerstdaags eene tweede Memorie over die zaak<br />
by gemelde Staaten zoude inleeveren (*)c Dit<br />
gebeurde op den 6 Je<br />
" Augustus. In deeze Me-<br />
* morie worden de redenen , door de Staaten<br />
" van Holland in hun Antwoord bygebragt, we.<br />
derlegd; het gebeurde met de Prinfes in het<br />
zelfde haatelyke licht befchouwd , als in de<br />
eerfte Memorie; eindelyk verklaard , dat cje<br />
beledigende handelwyze, Haare Koninglyke<br />
Hoogheid aangedaan, eenen diepen indruk op<br />
den geest des Konings gemaakt hadt ; dat<br />
Zy-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. July 1787. bladz, 1862 en 1869,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, ao*<br />
Zyne Majefteit dezelve befchouwde , als aan<br />
Hem zeiven gedaan ; en dat de Gezant op uitdrukkelyken<br />
last van dien Vorst van nieuws eene<br />
fpoedige , met de beleediging evenredige<br />
voldoening van Hun Ed. Groot Moog. eischte.<br />
Daarenboven was dezelve gelast, Hen niet<br />
onkundig te laaten, dat Zyne Majefteit onveranderlyk<br />
Op deeze Voldoening zou blyven»<br />
ftaan, en zich niet vergenoegen met een onderzoek<br />
van enkele da'aden , onbepaalde uitvlugten<br />
of verdere verfchoonïngen(*). — Overeenkomftig<br />
met den inhoud van deeze Memorie<br />
was in 't laatfte van de voorige maand July»<br />
aan den Hollandfchen Staatsdienaar aan 't Berlynfche<br />
Hof, den Baron van RHEDE, door den<br />
Grave van FINKENSTEIN, verklaard: ,, Dat<br />
de Koning Zi>n Meester zich genoodzaakt zag,<br />
wegens de onrechtmaatige handelwyze der Provintiën<br />
Holland, Groningen en Overysfil, tegen<br />
zyne, zoo nabeftaande bloedvrienden , den Erfftadhouder<br />
en Zyne Gemalin, Troepen te laa
1772.<br />
Hier van<br />
kennis p,egeeven<br />
san<br />
ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 207<br />
Onaangezien dit alles , bleeven de Staaten<br />
Van Holland by hunne weigering van voldoening<br />
en ftrafling van die geenen, welke in de<br />
verhindering der Reize van Haare Koninglyke<br />
Hoogheid meer of min deel gehad hadden. Zy<br />
oordeelden aan de waardigheid van hunne Opperfce<br />
Magt te zullen te kort doen, indien zy<br />
zich verantwoordelyk Relden by eene vreemde<br />
Moogendheid, over hun gedrag omtrent de<br />
Gemalin van den Eerften Staatsdienaar gehouden<br />
, welker komst binnen de Provintie zy onbeftaanbaar<br />
oordeelden met het algemeen belang,<br />
de rust en de goede orde; waar van de<br />
beöordeeling, de veiligheid en handhaaving aan<br />
Hunne Doorluchtige Vergaadering in de eerfte<br />
plaats was aanbevoolen en toevertrouwd(*)»<br />
De Franfche Gezant gaf op den i8 de<br />
» July<br />
eene Memorie over aan de Algemeene Staaten,<br />
waarin hy te kennen gaf, dat de Koning Zyn<br />
Meester geneegen was om de Bemiddeling,<br />
die Holland voorgeflaagen en aan Zyne Majefteit<br />
verzocht hadt , aanteneemen ; dat Zyne<br />
Majefteit van oordeel was, dat het oogenblik<br />
daar was om dat oogmerk te bereiken; en dat<br />
de fpóedigfte en kragtigfte . maatregelen , die<br />
Hun Hoog. Moog. konden neemen , waren ,<br />
van<br />
Ik kan my hier nier onthouden aan te nierken, hoe vreemd<br />
my de uitdrukking voortkomt van oproerige Staaten, even<br />
ais of die Souvrain nog eenen Sonvrain boven zieh hadt,<br />
ttgen wien hy oproerig was.<br />
Beroerd Nederland, VIL Deel, biadz. 114.<br />
1787.<br />
De Straten<br />
van Holland<br />
blyven by<br />
Hunne weigering.<br />
Vrankryk<br />
neemt de<br />
Bemiddeling<br />
aan.
1787.<br />
De Gezant<br />
geeft daar<br />
van kennis<br />
aan de Staa.<br />
ten van Holland.<br />
208 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />
van toen af aan de vyandlyke maatregelen,<br />
waar aan men zich in verfcheidene Provintiën<br />
overgaf, te Ruiten; dat Hun Hoog Moog dus<br />
eenen Burgérlyken Oorlog zouden voorkoomen,<br />
en het goed gevolg der bevrediging gemakkelyk<br />
maaken om uittewerken. •<br />
Terzelfder tyd gaf de gemelde Hr. Gezant door<br />
eenen Brief aan de Staaten van Holland kennis,<br />
dat de Koning zyn Meester, de verzochte Bemiddeling<br />
hadt aangenoomen; en dat Zyne Aller-Chrislelyke<br />
Majefteit een Vertoog aan het<br />
Hof van Berlyn gezonden hadt, te kennen geevende,<br />
dat Mevrouw de Prinfes van ORANJE<br />
thans by geene moogelykheid op het Grondgebied<br />
van Holland kon geduld worden; en indien<br />
die Provintie , onverhoopt mogt overvallen<br />
worden, zich ten hoogften daar aan zou laaten<br />
geleegen liggen, en zulks met alle Zyne magt<br />
zou tegen gaan en dezelve befcherrnen. Hier<br />
uit blykt , dat aan Holland wel degelyk een<br />
wenk gegeeven is van buitenlandfche hulpe te<br />
kunnen verwagten, en dat de geenen, die de<br />
poogingen der Hoilandfche Staaten onderfteunden<br />
, zich niet zonder grond daar mede gevleid<br />
hebben, en daar naar te werk gegaan zyn.<br />
Dat nu de hulpe, toen het noodig was, niet<br />
gekoomen is, moet waarfchynelyk- aan de onmigt,<br />
waar in Vrankryk toen was , worden toe.<br />
gefchreeven; dewyl niet lang daar na de Koning<br />
genoodzaakt geweest is, om de uitgeputte<br />
Geldmiddelen te herftellen; de Algemeene<br />
Staa.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 200<br />
Staaten van Zyn Ryk faamen te roepen; terwyl<br />
de goede wil omtrent de Hollanders daaruit<br />
gebleeken is , dat de Uitgeweekeneu in<br />
•Vrankrjk mee opene armen ontvangen werden,<br />
en hun Jaargelden werden toegelegd. De tweede<br />
Brief der Algemeene Staaten , waarmede<br />
zy de Sraaten van Holland wederom aanfpoorden<br />
om toch alies, met opzigt tot het voorgevallene<br />
met de Priufes , te heritellen, werd by<br />
Hun Ed. Groot Moog. voor bekendmaaking<br />
aangenoómen (*).<br />
Kort daar op den 5 llc<br />
" Sept. werd door den<br />
Pruïfifchen Gezant, Baron van 'i H U L E M EI-<br />
J E R eene Memorie aan de Algemeene Staaten<br />
ingeleeverd; waar by die Gezant aan Hun Hoog<br />
Moog. het genoegen betuigde , met net welke de<br />
Koning zyn Meester vernoomen hadt, dat verfcheidene<br />
Provintiën begeerig waren , byzonder-<br />
Iyk die van Gelderlander) Utrecht,om Zyne Majefteit<br />
te voegen by de Moogendheden , welke<br />
de Vrienden van de Republiek zyn , als waren<br />
de Hoven van Verfailles en London , tot het<br />
doen bedaaren van de binnenlandfche onlusten,<br />
en het voorkoomen der gevaarlyke gevolgen*<br />
die uit dezelven konden ontftarm. Hy Remde<br />
daarin volkoomen toe en betuigde, dat LJy met<br />
alle bereidwilligheid de noodiging daartoe zou<br />
aanneemen (t> Dien zelfden dag kwam 'er<br />
1<br />
ö<br />
173^<br />
Tnnr.fr.<br />
MEIJER leevert<br />
een Mé.<br />
morie in<br />
aan de Algemeene<br />
Staaten»<br />
De Afgövaardi<br />
;iten<br />
een van Atnfiei'<br />
daM, ,liel-<br />
ffi Nieuws Ned-er!. Jaatt. tuly 17C7. bladz ISOÜ—'.802, len eene<br />
Bciendln^<br />
tt) ibid. September 1787- bladz. 44B4. •
1787.<br />
voor aan dea<br />
Koning van<br />
Pruis/en.<br />
Antwoord<br />
aan den Koning<br />
van<br />
Pruisfin,<br />
üio B E K N O P T E H I S T O R I E DE*<br />
een Affchrift van die Memorie ter tafel van de<br />
Vergadering der Staaten van Holland; by wel<br />
ke gelegenheid door de Afgevaardigden van /lm.<br />
Jierdam werd voorgefteld, om twee Heeren naa<br />
Berlyn te zenden om aan Zyne Pruisfifche Ma<br />
jefteit een juist bericht te geeven van de ge<br />
beurtenis der aanhouding van Haare Koningly<br />
ke Hoogheid (*_). Tot dit voorftel neigden<br />
ook de Steden Haarlem en Delft; maar Dord-<br />
recht bragt een ontwerp van Antwoord aan den<br />
Koning van Pruisfen ter tafel, het welk op den<br />
8fteis September met 10 Hemmen beflooten werd.<br />
In dit Antwoord gaven Hun Ed. Groot Moog.<br />
te kennen, dat dezelven de eerfte Memorie<br />
van den Heer van T H U L E M E I J E R in die<br />
zekere verwagting hadden beantwoord , dat<br />
Hoogst dezelve verlicht zynde omtrent de ge<br />
beurtenisfen , betrekkelyk tot de Reize van<br />
Mevrouw de Prinfes van ORANJE, Hun Ed.<br />
Groot Moog. niet langer zoude verdenken van<br />
voorneemens, die zy nooit gehad hadden, en<br />
die zy zich verpligt achteden op de plegtigfte<br />
wyze tegen te fpreeken; dat Zyne Pruisfifche<br />
Majefteit dan ook in het gedrag van Hun Ed.<br />
Groot Moog. niet anders zou vinden, dan het<br />
aanwenden van zodanige voorzorgen, als naar<br />
hunne gedachten door de omftandigheden nood-<br />
zaakelyk gemaakt waren ; en die Hun Ed. GrooE<br />
Moog. meenden , dat ieder Souvrain zou ge-<br />
(*) Nieuwe Neder!. Jaarb, Seft, J787, blajja, 4475.<br />
noo«
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, stt<br />
noomen hebben, en verpligt zou geweest zyn<br />
te neemen in gelyke cmfiandigheden. Datllun<br />
Ed. Groot Moog. de zaak nu op 't nieuw met<br />
alle nauwkeurigheid onderzocht hebbende ,<br />
zich verpligt vonden by hunne gedachten te<br />
volharden , dat 'er geen aanflag altoos tegen<br />
de Perfoon van Mevrouw de Prinfes van OR A N-<br />
JE bedreeven was; zoo als Zyne Pruifijche Majefteit<br />
op de klaarfte wyze zou blyken uit het<br />
verhaal van het gebeurde, door de Commisfie<br />
van Hun Ed. Groot Moog. te Woerden tot verdeediging<br />
deezer Provincie aangefteld, op uitdrukkeiyken<br />
last van Hun Ed. Groot Moog.<br />
daar van gegeeven ; welk verhaal , benevens<br />
een Brief van Burgemeesteren en Vroedfchap<br />
der Stad Schoonhoven, over het zelfde onderwerp<br />
, zy de eer hadden daar by te voegen. —<br />
Dat hier uit dan ook blyken zou , dat men de<br />
eerbewyzingen, die van wegen de voornoemde<br />
Commisfie aan Haare Koninglyke Hoogheid gedaan<br />
zyn, onder een verkeerde gedaante moet<br />
hebben voorgefteld. Dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
ook niet in hunne gedachten kunnen gehad hebben,<br />
Haare Koninglyke Hoogheid van fiinkfche<br />
oogmerken te verdenken , of da oprechtheid<br />
haarer beweegredenen te wantrouwen, ten opzigte<br />
van haar voorneemen om naa 's Rage te<br />
vertrekken; en dat dus hier in geene de minfte<br />
belediging aan de zyde van Hun Ed. Groot<br />
Moog. geleegen is. — Dat, gelyk de Prinfes<br />
niet kon inftaan voor de gisting van het blinde<br />
O a Ge.<br />
178?.
1787'<br />
212 BEKNOPTE HISTORIE DEI*<br />
Gemeen, of van eene misleidde menigte, Hnfl<br />
Ed. Groot Moog. Gecommitteerden zich in de<br />
noodzaakelykheid gevonden hebben van voor<br />
te koomen eene uitbarfting, die zy verzekerd<br />
waren, dat veroorzaakt zoude worden door eene<br />
fchielyke , onverwagte en geheime aankomst<br />
van Haare Koninglyke Hoogheid,en welke<br />
tooneelen van moord en verwarring zouden<br />
hebben kunnen doen ontftaan, die het hart van<br />
Haare Koninglyke Hoogheid op de gevoeligfte<br />
wyze zouden hebben moeten treffen , door<br />
Haar daar van getuige te doen zyn ; en welke<br />
zy dan door geene moogelykheid zouden hebben<br />
kunnen beletten.<br />
Dat , verder , indien de Prinfes — de voorzorge,<br />
zoo als natuurlyk was, genoomen hadt,<br />
om Hun Ed. Groot Moog. van faaare voorneemens<br />
te waarfchouwen, Hoogstdezelven de gelegenheid<br />
gehad zouden hebben , om de bedenkelykheden<br />
, zoo tot de tydsomftandigheden,<br />
als tot de bekwaamftc middelen om de<br />
rusc te bewaaren,aan Haare Koninglyke Hoogheid<br />
onder het oog te brengen. Dat deeze gevoelens<br />
en gezindheden van Hun Ed. Groot<br />
Moog. nog dezelfde waren, en dus getuigen<br />
konden van het leedwezen van Hoogstdezelven<br />
over de noodzaakelyk , waarin Mevrouw de<br />
Prinfes geweest was, van Haare Reize te ftaaken.<br />
— Dat Kun Ed Groot Moog. Zyne Majefteit<br />
verzekerden, indien Mevrouw de Prinfes<br />
van ORANJE nog voorneemens mogte zyn<br />
de
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 2T3<br />
de Reize naa 'sHage te ondernecmen , Hun Ed. I787.<br />
Groot Moog. Haare Koninglyke Hoogheid met<br />
genoegen zouden uitnoodigen, die Reize werkftellig<br />
te maaken, zoo dra de algemeene rust<br />
de onderneeming daar van zonder gevaar zou<br />
toelaaten ; — maar dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
boven alles verlangden, dat Haare Koninglyke<br />
Hoogheid haare Reize uitftelde tot dat de<br />
rust verzekerd konde zyn. Dat Hun Ed.<br />
Groot Moog. zich vleiden dat deeze Ontvouwing<br />
Zyne truififche Majefleit.vol genoegen<br />
zoude geeven ; enz. (*).<br />
Het was 'er verre van daan, dat dit Antwoord<br />
aan Zyne Pruisfifche Majefteit zou voldaan hebben.<br />
Nog dien zelfden avond zond de Heer<br />
van T H U L E MEIJER ten n uuren een Briefje<br />
aan den Raad - Penfionaris van Holland, dat de.<br />
Vergadering der Staaten niet langer dan tot den<br />
volgende dag kon uitgefteld worden; dat hy op<br />
nieuw met de dringendfte orders van den Koning,<br />
zyn Meester was gelast geworden, om<br />
op 't nieuw en ten ïllerfterkften van Hun Ed.<br />
Groot Moog. de Staaten van Holland te eisfehen ,<br />
de beleediging , aan de Doorluchtige Zuster<br />
van den Monarch aangedaan, te herftellen, de<br />
beledigers te doen ftraffen enz,; en om binnen<br />
14 dagen tyds hun befluit bekend te maaken ; benevens<br />
de Voldoening, die zy zullen aanneenien<br />
te geeven, op eene wyze, evenredig aan-<br />
2 14 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
I787. C e amgedaane beieediging: ook ontveinsde hy<br />
Kort danr<br />
op eene y<br />
JVo.'a met de<br />
Eisfchen \<br />
des Konings<br />
van Pruis t<br />
/«»• c<br />
1 iet, dat het Befluit, welk Hun Ed. Groot Moog.<br />
a an hem Minister hadden laaten ter hand Rel-<br />
1 :n tot een Antwoord op zyne Memorie van<br />
c en 6^"- Aug. op geenerlye wyze aan de ver-<br />
T cagting van Zijne Majefteit voldeed.<br />
Ten half twee uuren in den nacht zond die<br />
elfde Gezant aan den Raad-Penfionaris eene<br />
/onrdelyke Aanteekening van de eisfchen, die<br />
e Koning aan de Staaten deed , en hier op ne-<br />
kwamen : „ De Koning verwagt, dat Hun<br />
I ld. Groot Moog. eenen Brief aan Haare Ko.<br />
I inglyke Hoogheid zullen fchryven, en dat zy<br />
i en inhoud daar van , voor dien te verzenden,<br />
C an 's Konings. Minister zuilen laaten zien; welke<br />
I hief behelzen moest,dat men gedwaald heeft,<br />
i oor te onderftellen, dat die Princes eenige<br />
c ogmerken zou gehad hebben , flrydig met<br />
I et welzyn der-Republiek; — dat zy daar by<br />
]<br />
-,xcus zullen vraagen voor de tegenkanting<br />
.gen<br />
t<br />
Haare voorgenoomene Reize gedaan',<br />
n voor het gebrek van oplettendheid , waar<br />
i<br />
iver Haare Koninglyke Hoogheid zich te be<br />
c<br />
hagen hadt; — dat Hun Ed. Groot<br />
1<br />
Moog.<br />
ïch zullen verbinden, om^op begeerte der<br />
2<br />
'rinfesfe, die geene te firaffen , welke<br />
I<br />
zich<br />
ouden moogen fchuldig gemaakt hebben aan<br />
z<br />
eleedigingen tegen Haare Doorluchtig Per-<br />
b<br />
ii jon; ü3t zy alle beieedigende en dwaa*<br />
]< •nde Befluiten , ter geleegenheid deezer Rei-<br />
z 2 genoomen, zullen herroepen ; eene Herroe<br />
ping ,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 115<br />
ping, welke verzeld moet gaan met eene Uit-<br />
noodiging ,dat Haare Koninglyke Hoogheid zich<br />
naa 's Hage gelieve te begeeven,om met Haar,<br />
uit naam van den Prins Stadhouder in Onder-<br />
handeling te treeden, ten einde door eene be-<br />
hoorlyke fchikking de Verfchillen uit den weg<br />
te ruimen , die thans ongelukkig plaats had-<br />
den". Daarenboven was de Heer VAN<br />
THULEMEIJER gemagtig om te verklaaren<br />
aan den Heer Raad-Penfionaris , dat, indien<br />
Hun Ed. Groot Moog. zich tot het geeven van<br />
eene zoo gemaatigde Voldoening gereedelyk<br />
geliefden te fchikken, Haare Koninglyke Hoog<br />
heid dan haare veel vermoogende tusfehen-<br />
komst zoude aanwenden by den Koning, Haa<br />
ren Doorluchtigen Broeder om alle verdere<br />
vordering van voldoening ten deezen op-igte<br />
te flaaken. Voorts berichtte de Gezant 1<br />
, dat<br />
men, indiende bepaaling van de plaats ter On<br />
derhandeling in 's Hage eenige zwaarigheid<br />
mogt ontmoeten , dan eene andere Onzydige<br />
Stad zou kunnen verkiezen, om die onderhan<br />
delingen te beginnen , welke tot een grondflag<br />
van Verzoening en Bemiddeling zouden flrek-<br />
ken. • Eindelyk werd daar bygevoegd, dat<br />
Zyne Majefteit op de allerftclligfte en aller-<br />
nadrukkelykfte wyze vcrwagt, dat de Staaten<br />
van Holland, geduurende dien tusfehentyd, ten<br />
sninften alle zaaken in haaren tegenwoordigen<br />
ftaat zouden laaten ; en dat men geenzins zou<br />
overgaan tot eenige Opfchorting en Afzetting,<br />
O 4 of-.<br />
1787.
1787.<br />
BuitengewooneVergaadering<br />
der Staaten<br />
van Holland.<br />
Beil'iir dar<br />
Staaten daar<br />
op.<br />
2i6 B E K N O P T E HISTORIE D E R<br />
ofte tot eenige andere riadeeligé en beleedi-<br />
gende maatregelen tegen den. Perfoon van den<br />
Prinsfe Stadhouder, Kapitein en Admiraal Ge<br />
neraal- Dewyl men daar door alle Vol<br />
doening, alle Verzoening, zoude verydelenen<br />
onmoogelyk maaken, en belcediging op belee-<br />
diging Rapelen.<br />
Den volgenden dag, zynde den ic-'e" Sept.<br />
werd eene buitengewoone Vergadering der<br />
Staaten van Holland belegd, en in dezelve be<br />
flooten de bovengemelde Brief en Aantekenirg<br />
van den Pruisfifchen Gezant aan het groot Befoig<br />
ne te verzenden om den volgenden dag daar<br />
op te berichten. De Afgevaardigden van Amfter<br />
dam Remden daar niet mede in, maar verklaar<br />
den , de overgegeevene Nota's te befchouwen<br />
als belecdigende voor de Souvérainiteit deezer<br />
Landen , over welke zy daarom niet mede kon<br />
den beraadflaagen, en deeden het Befluit van<br />
hunne Principaalen omcrent het antwoord aan<br />
den Heer V A N T H U L E M F . IJ E R te geeven,<br />
in de Registers infehryven (*J. Wanneer r,u<br />
den i2 k<br />
" over het bericht van het groot Be-'<br />
foigne beraadflaagd werd , beflooten de Staa<br />
ten by meerderheid van Remmen , om zich<br />
over de beide Nota's, door den Baron V A N<br />
T H O L E M E I J E R ingeleeverd , niet in te laa<br />
ten, maar te volharden by derzelver laatstge-<br />
geevcn antwoord, by het Befluit van den 8 ftc<br />
»<br />
Sep-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaari, Cept., 1787. bladz. 4516—45:5,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 217<br />
September , om naamelyk by eenen naderen<br />
Brief aan Zyne Pruififche Majefteit te kennen<br />
te geeven, dat Hun Ed. Groot Moog. bereid<br />
waren, om aan Hoogstdenzelven twee voornaaïfïe<br />
Leden toe te zenden, ten einde Zyne Majefteit<br />
den waren ftaat van zaaken open te leggen,<br />
zoo met opzicht tot de Republiek in 't<br />
gemeen , als met betrekking tot de Provintie<br />
van Holland in 't byzonder; en dat deeze Heeren<br />
vertrekken zouden, zoo haast als by antwoord<br />
van Zyne Majefteit zoude blyken , dat<br />
dezelven tot dat einde by den Koning zouden<br />
ontvangen worden. Toen de Heer VAN THU-<br />
LEMEIJER zodanigen Brief van den Raad»<br />
Penfionaris; om te verzenden ontvangen hadt,<br />
gaf dezelve te kennen , geiene hope te hebben ,<br />
dat dezelve iets zoude uitwerken (*). Om de<br />
verdere gevolgen van dit verfchil tusfehen den<br />
Koning van Pruis/en en de Staaten van Holland<br />
voords onafgebrooken te verhaalcn , en eerst<br />
öog eenige Onlusten te melden, die eerder gebeurd<br />
zyn , zoo zal ik dit Hoofdftuk hier mede<br />
befluiten , en tot andere gebeurtenisfen overgaan.<br />
(') Nieuwe Nederl. Jaarb. September 17S7. bladz. 4534.<br />
O5 DER-<br />
1787..
BI8 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
>787. __<br />
Oproerige;<br />
beweegin-<br />
fen te Oua<br />
Jltijerland,<br />
D E R D E HOOFDSTUK.<br />
Behelzende Gebeurtenisfen van de Aanhouding van<br />
Mevrouw de Prinfes van ORANJE, by de<br />
GOEJANVERWELLE w-Sluis, tot aan den<br />
Inval der Pruisfifche Troupen in Holland<br />
en het overgaan van UTRECHT.<br />
YYTy hebben in het voorgaande Hoofdftuk<br />
. gezien, dac 'er in 't laatfte van de*rnaand<br />
Juny, en in 't begin van July in verfcheidene<br />
Provintiën , en op veele plaatfen oproerige beweegingen<br />
ontftaan waren, meest al by gelegenheid<br />
van het teekeneu van Verzoekfchriften<br />
ten voordeden van den Prins Stadhouder,<br />
en daartoe ftrekkende, om alles weder op den<br />
ouden voet te brengen, wat de Patriotten veranderd<br />
, en naar hunne gedachten verbeeterd<br />
hadden. Zodanige beweegingen, en die zeer<br />
hoog liepen , waren omtrent denzelfden tyd<br />
ook ontftaan in den omtrek van Dordrecht,<br />
voornaamelyk te Oud. Beijerland, waar van ik<br />
hier een kort verhaal zal doen. In dit Dorp<br />
en daar rondom waren veele driftige aanhangers<br />
der Prinsgezinde Party , die ontwerpen<br />
maakten van Verzoekfchriften en dezelven dee«<br />
den teekenen, om aan de Staaten-over te geeven;<br />
waarin zy te kennen gaven, dat zy met<br />
de oude Staatsgefteldheid, zoo zy die noem.<br />
't '• den,
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 219<br />
den, welke federt ruim 30 jaaren had plaats gehad,<br />
te vreden waren, en begeerden, dat de<br />
Prins in alle zyne waardigheden zoude herfteld,<br />
en de Staats-Befluiten, ten zynen nadeele genoomen<br />
, ingetrokken worden ; gelyk zodanige<br />
Verzoekfchriften toen op veele plaatfen ter tekening<br />
gelegd werden, en veele bewcegingen<br />
veroorzaakten. Die van de andere Party en<br />
voornaamelyk de gewaapende Genootfchappen ,<br />
die zich tot handhaaving der Befluiten van de<br />
Staaten hadden aangcbooden, en in der Staaten<br />
befcherming genoomen waren , wilden zulks,<br />
beletten en met kragt tegen gaan. In Oud.<br />
Beijerland was ook een gewapend Genootfchap,<br />
maar flegts van dertig mannen , dus veel te<br />
zwak voor hunne Tegenparty , die verre het<br />
grootfte getal der Inwooners uitmaakte. Deeze<br />
laatften nu , van hunne overmagt verzee.<br />
kerd , en zich van dien tegenftand willende<br />
ontflaan, ontwapenden het Genootfchap, dieeven<br />
de leeden daar van op de vlugt, en floegen<br />
aan verfcheidene huizen de glazen in, onder<br />
het fchermutfelen en het bedryven van andere<br />
baldaadigheden , waar van het gerucht<br />
zich wel haast rondom verfpreidde. Den 13^<br />
July kwam de tyding daarvan te Dordrecht; de<br />
Krygsraad der drie Schutteryen , welke een befluit<br />
genoomen hadden , om daar rondom overal<br />
dc oproeren, door de Or«n;e Party veroorzaakt,<br />
te dempen, en hunne gewapende Medeburgers,<br />
daar zy beleedigd wierden en te kenfehooten,<br />
te<br />
1787.,
120 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
te hulp te koomen, was aanftonds gereed om<br />
hunne Oud - Beijerlandfche Landgenooten ter<br />
hulpe te ylen. Wel haast was 'er, met kennis<br />
van den Voorzittenden Burgemeester en het<br />
Defenfieweezen een Detachement van 60 Mannen<br />
uit de drie Schutteryen, met de noodige<br />
Officieren, van twee Veldfrukken drieponders<br />
voorzien, in gereedheid; het welk onder bevel<br />
van den Kapitein D E K K E R , 's nachts ten<br />
half een uure ter ftad uittrok en zich eerst naa<br />
's Gravendeel begaf, waarheen de Bailluw VAN<br />
STRIJEN vooraf gereeden was. Op dat Dorp<br />
vond men ruim 100 Schutters in de wapenen,<br />
alles was 'er ftil, en die Schutters zouden het<br />
daar, indien 'er iets van buiten inkwam , wel<br />
in orde houden. Van daar begaf het Detachement<br />
zich naa Oud- Beijerland, waar zy aan eenige<br />
huizen de glazen ingeflagen, het Genootfchap<br />
ontwapend en op de vlugt gedreeven,<br />
en alles in oproer vonden. Hier vonden de<br />
Dorthenaars eenig werk om dat oproer te dempen;<br />
want de Oud-Beijerlanders fielden zich te<br />
weer; doch de Schutters van Dordrecht, fchooten<br />
zoo fterk uit het klein geweer, door de Veldftukken<br />
onderfleund, dat zy de Party in twee<br />
uuren tyds geheel meester waren : van de Oud.<br />
Beijerlanders waren 5 of 6 dood gefchooten,<br />
eene menigte gekwetst, en nog meer gevangen<br />
genoomen, waar van 'er op den 14de» J u] y I x y<br />
cn den volgenden dag nog 15 te Dordrecht op<br />
het Stadhuis gebragt werden, en nog eenigen,<br />
zou-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 22.<br />
zouden volgen. Toen de Schutters van Dordrecht<br />
aan 'c vechten waren, kwamen de gevlugte<br />
Leden van het Oud- Beijerlandfche Genootfchap<br />
weder voor den dag, om de Schutters te hel<br />
pen; en na dat het gevecht al geëindigd was,<br />
kwamen nog 12 Kuiters met een Wachtmees<br />
ters van Hes/en- Pliilipsthall, derwaards gezon<br />
den om het oproer te Rillen. Des avond ten<br />
11 uuren van den I4 DCN<br />
kwamen de Schutters<br />
te Dordrecht te rug, en trokken als in triomf<br />
de Stad in. Onderweg namen zy nog eenen<br />
Van de oproermaakers gevangen, dien zy om<br />
niet te kunnen ontvlugtén aan het gefchut bon-<br />
den èn mede binnen bragten. Het Detache<br />
ment Ruiters bleef te Oud- Beijerland, om de<br />
rust te bewaaren. Van de Schutters was 'er eet<br />
met een kogel in het fchouderblad gekwetst.<br />
De Dordrechtfche Schutters hadden by deez«<br />
gelegenheid eene menigte van goederen ver<br />
overd, beflaande in Snaphaanen , Sabels, Pi<br />
Rooien, Houwers, Pieken, Vorken, Vlaggei<br />
en andere goederen van de OudRaatsgezinden 1<br />
welke uit eene groote Tent, by het Hoofdpi<br />
ket Raande, plechtig naa het Stadhuis werdei t<br />
overgebragt. Tot deeze overbrenging hadt d<<br />
Heer j V A N D O N G E N Thefaurier der Stad ><br />
een Wagen doen gereed maaken meteen hoog,<br />
zoldering daar in, omringd van een foort vai 1<br />
hek, waarop en waar tegen de Snaphaanen ei 1<br />
de overige Goederen geplaatst waren; voora f<br />
ging een andere Wagen , waarop een grooti<br />
Zui 1<br />
1<br />
1<br />
1787;
222 BEKNOPTE HISTORIE DER-<br />
Zuil ftond, tegen welken de Speer met dea ;<br />
Hoed van Vryheid op een Voetftuk geplaatst<br />
was, op het welke eenig Krygs en Wapentuig<br />
lag, met dit Opfchrift:<br />
Boor Deugd en Heldenmoed by fleün op de Öppermagt<br />
Zy 't Vaderland welhaast in flille rust gebragt.<br />
't Is DEKKKR met zyn VOLK, die't heerlybst voorbeald geeven',<br />
Dat, ieder dus bezield, de Vreé kan doen herleeyen.<br />
A. L.<br />
Ter zyde van de Zuil hingen het Vaandel en<br />
de Trom van het Oud Btijtrlandfche Genootfchap;<br />
de Kleederen van den Schutter DUS.<br />
HER, die gekwetst was, lagen op het Kanon;<br />
Schout en Gerechten van Oud - Beijerland waren<br />
by deeze Plechtigheid tegenwoordig; gelyk<br />
ook alie de Officieren der drie Schutteryen en<br />
Burger Compagniën; de Bevelhebber DEK-<br />
KER reed te paerd vooruit, de Heer A.- DER<br />
MOE IJ E floot, als Adjudant, achter op, en<br />
de Rraaten waren opgepropt van Aanfchouwers.<br />
Voor het Stadhuis gekoomen zynde, hield men<br />
Ril, en daar werd door den Heer. WEB EERS<br />
een Vaers opgezeid , op de omftandigheden<br />
toepasfelyk; en dit werd gevolgd door een ander<br />
van den jongen Heer HEULEN, welke<br />
beiden met een algemeen Hoezée werden toegejuicht.<br />
Te Oud • Bdjerland werd het gevlugte en ontwapende<br />
Genootfchap herfteld. Geduurende<br />
het Oproer waren niet alleen aan veele huizen<br />
de
ONLUSTEN IN BET VADERLAND. 123<br />
de glazen ingeflaagen, waar ook verfcheiden<br />
•waren geplunderd , waar onder dat van den<br />
Schout. Veertig Ingezeetenen, zoo Mannen<br />
als Vrouwen waren gevangelyk naa Dordrecht<br />
gebragt, en meer dan ico der overwonnenen<br />
waren van daar gevlugt (*)• — De Bailluwvan<br />
Zuidholland, de Heer BACKUS, die by de<br />
Staaten verzocht en verkreeg , om tegen deeze<br />
Gevangenen ten koste van den Lande te Procedeeren,eischte<br />
tegen zeven van de voornaamile<br />
Oproermaakers de doodftraf, en tegen eenen<br />
geesfeling (t) :<br />
Ook eischte de Heer Bailluw,<br />
dat de Lyken van twee, in het oproer en den<br />
tcgenftand tegen de Dordrechtfche Schutters ge-<br />
fneuvelden, JAN VAN LEER en HENDRIK<br />
EEN KERS, ieder met één been aan de Galg<br />
zouden opgehangen worden; het welk Leenmannen<br />
van Oud- Beijerland toeweezen , met<br />
verdere uitfpraak, dat gemelde Bailluw de kosten<br />
en miien der Juftitie, gelyk ook de kosten<br />
van het Rechtsgeding aan den boedel en nalaatenfchap,<br />
ter fchatting van Leenmannen, zoude<br />
moogen vernaaien (§). Doch de bovengemele<br />
Gevangenen werden , na de Omwending, op<br />
den 2L FTE<br />
" September uit hupne Gevangenis<br />
ontflaagen, en keerden met vreugde, ivkelyk<br />
met Oranje Linten verfierd naa hunne wooningen<br />
(•) Nieuwe Nederl. Jaarb, July 1787. bladz. 1657-1632.<br />
(f) Ibid September 1787. bladz. 4344.<br />
(§, Md, December 1787. bladz. ^SSo.<br />
I787.
1787.<br />
224 BEKNOPTE HISTORIE BE*<br />
gen terug (*). Dit gefchiedde, zoo uit kragt<br />
der Capitulatie van de Stad Dordrecht by het<br />
overgeeven van dezelve aan de Pruisfifche<br />
Troupen, Art. n. als uit kragt van de Vergeevenis<br />
door de Staaten van Holland vcrvolgends<br />
afgekondigd. De Weduwen van de twee bovengemelde<br />
gefneuvelden vervoegden zich s<br />
op die zelfde gronden , aan de Staaten met een<br />
Smeekfchrift , waarin zy verzochten, dat<br />
Hun Ed. Groot Moog. Bailluw en Leenmannen<br />
geliefden te magtigen, en zoo veel des noods<br />
te gelasten, de Lyken van der Supplianten<br />
Mannen gerechtelyk te doen afneemen, ieder<br />
derzei ven in een Doodkist te doen leggen, en<br />
aan iedere der Supplianten het Lyk, haar toebi.<br />
hoorende, weder te geeven, met vrylaatinge<br />
aan de Supplianten, om dezelven zodanige eer-<br />
Jyke Begraavenis te doen verzorgen, als overeenkomftig<br />
derzelver Raat en der gewoonte te<br />
Oud Beijerland in.gebruik, des noods ter goedkeuring<br />
van Bailluw en Leenmannen, zou bevonden<br />
worden te behooren." Welk verzoek<br />
aan die Weduwen toegeRaan en alzoo gelchied<br />
is (+><br />
Dewyl men nu omtrent den zelfden tyd (het<br />
zy dat dit een afgefprocken werk was, door<br />
de hoofden der Aanhangers van de Party der<br />
Prins-<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaaib. Oftober 1787. bladz f,076.<br />
(f) Ibid. December 1787. bïarfz. ^331. De Capitulatie van<br />
Dordrecht is te vinden in die zelfde Jaarb. September bladz.<br />
4350. cu de Amnestie oi' Fergeeyenk, bladz 1<br />
. 4634.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 225<br />
Prinsgczinden bewerkt, of dat de eene Plaats<br />
het voorbeeid der andere volgde) op veele<br />
Plaatfen Verzoekfchriften. van dien zelfden<br />
inhoud, als te Oud- Beijerland geteekend werden<br />
, en daar uit veele beweegingen, twisten<br />
en oproeren op de Dorpen ontftonden, welke<br />
door de Gewapende Genootfchappen niet overal<br />
konden gedempt, of in rust gehouden worden.;<br />
gelyk in de Wilkmjlad.óe Klundert ,deFynard,<br />
op het Eiland van Overfiakkee, en in den Alblasferwaard;<br />
zoo begreepen de Staatsgeziuden,,<br />
dat 'er kragtiger middelen moesten in 't werk<br />
.gefteld worden om die beweegingen te Ituiten ,<br />
en de Oproerigen in toom te houden. Zy beflooten<br />
tot dat einde een Burger - Legertje by<br />
een te verfaamelen , het Land te doen doortrekken,<br />
en dat geene te bewerken,dat enkele<br />
Genootfchappen niet konden doen. Dit Burger-<br />
Legertje werd op den 3 l1cn<br />
en 4 Jc<br />
" Augustus<br />
te faamen getrokken by de Stad Woerden.<br />
en beftond uit Gewapende Burgers zoo van<br />
Schutteryen ais van Genootfchappen, uit verfcheidene<br />
Plaatfen derwaards getrokken; hetzelve<br />
lag te Velde in Tenten even buiten die<br />
Stad, zynde van Legerkarren , Krygstuig en<br />
alle behoeften voorzien, in 't klein, die tot<br />
een Leger behooren. De Heer MAPPA. Burger<br />
van Delft, en Bevelhebber van het Genootfchap<br />
dier Stad , voerde het Opperbevel<br />
over dit Legertje. By hetzelve voegde ziek.<br />
welhaast een Detachement van het Goudafchi<br />
P Ge*
3f78f.<br />
226 BÊ KNOP TE HISTORIE DÉS<br />
Genootfchap met twee Veldflukken, en het<br />
werd op zynen togt door verfcheidene andere<br />
Genootfchappen of Detachementen derzelver<br />
verflerkt (*> ISlaa ruim veertien dagen te<br />
Velde geleegen, en zich in allerlei Krygsverrichtingen<br />
geoefend te hebben, brak het Burgerlegertje<br />
van Woerden op, met Patent van<br />
de Commisfie tot verdeediging van Holland en<br />
1 1<br />
de Stad Utrecht, en kwam den IO^ Angustuste<br />
Voorfchooten, alwaar het de Landlieden, welke<br />
voor de Prince Party waren, ontwapende. Den<br />
volgenden dag, 28 Augustus trok hetzelve van<br />
Voorfchooten naa Delft, en; floeg zich in eene<br />
Weide, een half uur van de Stad, ter neder.<br />
De Regeering der Stad Delft deed de Burgery<br />
in de Wapenen koomen, de Poorten bezetten,<br />
de Haagfche Poort cn den Boom fluiten. Ten<br />
drie uuren floeg de Trom om de Burgers te<br />
waarfchouwen, dat zy des avonds ten half negen<br />
uuren met de Compagnie naa het Scadhuis<br />
moesten trekken, en de Nachtwacht aldaar<br />
houden, dewyl 'er dien nacht vyf Rotten in<br />
het Geweer moesten zyn. Het Gewapend Genootfchap<br />
, dat met de GeconRituëerden der<br />
Burgers beflooten hadt, den volgenden dag,<br />
den 2i lien<br />
Augustus eenige Raaden af te zetten<br />
en anderen in derzelver Plaatfe aan te Rellen,<br />
gelyk in verfcheidene andere Steden gefchied<br />
was, maakte daarroe de noodige voorbereidfe-<br />
len:<br />
f*) Nleuvc NaSert, Jaarl/. Augustus 1787. bla.'z, .jsjg. ;
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 227<br />
len: Zy ontbonden de Genootfchappen der<br />
omliggende Plaatfen , als van Delfshaven, Schiedam<br />
, Vlaaidingen , Maai/luis, Nooddorp, Watering,<br />
Poeldyk, enz. zoo dat men des avonds<br />
ten 'zeven uuren reeds verfcheidene Detachementen,<br />
gewapende Burgers, buiten de Stad<br />
óm, naa het Burger • Legertje zag trekken , het<br />
welk daar door tot over de 700 Mannen Rerk<br />
werd. In hetzelve werd een Krygsraad gehouden,<br />
waar by twee der Geconfiituëerden van<br />
de Dciffche Burgers tegenwoordig waren, en<br />
waarin beflooten werd om nader by de Stad te<br />
trekken.<br />
Den volgenden dag dan, tot die gewichtige<br />
verrichting bepaald, zorgde het Genootfchap<br />
óm de genieënfchap rhet het Burger.Legertje<br />
open te houden, en maakte zich behendig en<br />
op eene gemakkelyke wyze meester Van de<br />
Haagfche Poort : Deeze Poort bleef wel geflooten<br />
en met Burgers bezet, maar toch niet<br />
zoo, of men verleende, öp' verzoek, uit- en<br />
ingang. Hier van maakte de Kapitein der Gre.<br />
naclier • Compagnie van het Genootfchap ,<br />
ABAM VAN DE GOÓRBERGE, gebruik; met<br />
zyne Manfchap aan de Poort gfekoomen zynde ,<br />
verzocht hy aan den Officier, die over de<br />
Wacht hebbende Burgers aldaar het bevel<br />
voerde, om door de Poort te moogèn uitgaan :<br />
Deeze Rond hem zulks gereedelyk toe, met<br />
eene heimelyke vergenoeging op deeze wyze<br />
v^n dat gedeelte des Genootfchaps zich te kun-<br />
P 2 net.
1727.<br />
228 B E K N O P T E H I S T O R I E WÏK<br />
nen ontdoen; doch hy bedroog zich deerlykj<br />
want toen de Poort geopend was, en de Gre<br />
nadiers van het Genootfchap daar midden in<br />
waren, deed de Kapitein halte houden, en<br />
zeide tot de Burgers, die de Poort bewaarden,<br />
dat zy nu wel kenden heen en naa het Stad<br />
huis gaan; want, dat hy dien post wel bewaaren<br />
zou. Een oogenblik daarna, kwam een Deta<br />
chement van het Genootfchap, dat Zaturdags<br />
te vooren (het was nu Dingsdag) uitgetrokken<br />
was, voor de Poort, een ftuk Gefehut mede<br />
voerende, voor het welke de Poort door de<br />
Grenadiers geopend werd, om binnen te trek<br />
ken. Dus was de gemeenfchap tusfehen het<br />
Genootfchap en het Burger Legertje volkoo-<br />
men verzcekerd. Ondertusfchen liet het Ge-<br />
nootfehap verfeheiden Ronden, zoo te paerd<br />
als te voet door de Stad doen, en trok zelve<br />
naa de Markt, bezettede het Stadhuis van voo<br />
ren met Grenadiers, cn ter z\den, met de<br />
Ruitery van het Genootfchap. De toegangen<br />
tot de Markt werden met Muskettiers bezet.<br />
De Krygsraad der Burgery vergaaderde wel,<br />
maar vond niet raadzaam, de geheele Burgery<br />
in de Wapenen te doen koomen, om dat de<br />
zelve, anders denkende dan die van het Ge<br />
nootfchap en van het Burger Legertje, dezel<br />
ven als haare Vyanden befchouwden, en dus<br />
tusfehen twee vuuren zou kunnen geraaken,<br />
als zy zich daar tegen wilden verzetten. Het<br />
kleine Detachement Ruitery, dat daar in Be-<br />
. zet-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 229<br />
zetting lag, was wel te paerd gefleegen, maar<br />
hadt geene orders van'de Regeering, en moest<br />
derhalven ook werkeloos blyven. Nogthans<br />
waren de Burgers, welke dien nacht gewaakt<br />
hadden, nog gewapend op het Stadhuis.<br />
Terwyl deeze toebereidfelen gemaakt werden,'waren<br />
twee Officieren van het Genootfchap<br />
en twee Leden van de GeconRituëerden<br />
naa het Burger Legertje afgevaardigd, óm hetzelve<br />
te verwellekoomen en op het Exercitieveld<br />
van het Genootfchap te geleiden.' Thans<br />
werd ia het Burg«r - Legertje weder Krygsraad<br />
gehouden, waar by de vier gemelde Gedeputeerden<br />
van Deljt tegenwoordig waren, en<br />
waarin het noodige tot de voorgenoomene verrichting<br />
bepaald werd; waar na de Gedeputeerden<br />
naa de Stad terug keerden en van alles<br />
verflag deeden. Vervolgends zonden Gecon<br />
Rituëerden eene Commisfie uit hun midden aan<br />
den Prefident Burgemeester, ten einde te ver.<br />
zoeken, nog dien voormiddag ten half twaalf<br />
uuren Vroedfchapsvergaadering te beleggen;<br />
het welk de Burgemeester eerst weigerde, maar<br />
op naderen amdrang toezeide. Het Genootfchap<br />
geleidde de GeconRituëerden in Rade<br />
van hunne huizen naa het Stadhuis; en aldaar<br />
op de Zaal gekoomen zynde, vraagde een Kapitein<br />
der Wachthebbende Burgers , wat dc begeerte<br />
der gemelde Heeren was; waarop zy antwoordden<br />
, dat zy eene Commisfie byden Raad<br />
«noesten afleggen; waarop de Kapitein zeide,<br />
p<br />
3 last<br />
1787.
1787.<br />
230 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
last te hebben om alle ongewapende Lieden^<br />
vrycn toegang te geeven. Vier der Geconftituëerden<br />
lieten zich aan de Raadkamer aandienen,<br />
terwyl de overige Geconhituceiden inde<br />
Schepenskamer vertoefden. Geduurende de<br />
raadpleeging van den Raad over het geeven<br />
yan toegang aan de Geconftituëerden , kwam<br />
'er een Officier uit het Burger - Legertje met<br />
eenen Brief aan den Raad, waarmede aan Hun<br />
Ed. Groot Achtbaare kennis gegeeven werd:<br />
,, Dat het Burger-Legertje in de Nabuurfchap<br />
deezer Stad aangekoomen en gelegerd was; dat<br />
• dc Raad kon verzekerd zyn, dat hetzelve, ingevolge<br />
van zyne openlyk verklaarde gevoelens,<br />
niets anders bedoelde dan de rust en veiligheid<br />
der Provintie op het nadrukkelykfte te<br />
handhaaven; en wel verre van iets ten nadecle<br />
deezer Stad te willen onderneemen, integendeel<br />
bereid was, om den Raad en de weldenkende<br />
Burgery met al hun vermoogen te befchermen<br />
en teonderfteunen. — „ Deeze Brief<br />
werd voor Bekendmaaking aangenoomcn. Daarna<br />
werd aan de Commisfie geboodfchap om binnen<br />
ie koomen, en werden door den Prefident Burgemeester<br />
verzocht plaats te neemen op vier<br />
Roeien,tot dat einde daar gezet. Toen zy een<br />
oogenblik gezeeten hadden, Rond de Prefident,<br />
CCÏ Geconftituëerden op, en gaf aan den Raad<br />
te kennen, dat zy aan Hun Ed. Groot Achtbaare<br />
eene Verklaaring van het uiterfle gewigE<br />
hadden voor te draagen, dewelke hy den Secretaris<br />
verzocht voor te leezen. Deeze Ver*<br />
klaa-
ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 231<br />
klaaring was genoegzaam op dezelfde wyze<br />
ingericht, als by de verandering van eenige<br />
Raaden te Amfterdam en te Rotterdam (hier<br />
voor verhaald) gefchied was; het zal derhalven<br />
niet noodig zyn die geheel op te geeven s<br />
maar, om de kortheid te betrachten, zal ik<br />
alleen zeggen, dat de hoofdzaak daar van was:'*<br />
Dat zy Heeren Geconftituëerden, zoo voor<br />
zich, als uit naam hunner Conftituanten, zyn<br />
de een aanmerkelyk getal Burgers en Ingezee<br />
tenen der Stad Delft, en derzelver Rechtsge<br />
bied, in de onaangenaame, doch volftrekte,<br />
noodzaakelykheid gebragt zagen , om redenen<br />
in 't hoofd der Verklaaring gemeld, Provifio<br />
neel by deeze plechtig verklaarden elf Heeren<br />
Raaden , met naamen Mr. J O A N C A R E L V A N<br />
A L D E R W E R E L T , Mr. A D R I A A N V A N D E B<br />
SOES, Mr. THOJVfASVAN L I D T DEJEUDEj<br />
Dl". W. VER B R U G G E , Mr. A A R T V A N D E B<br />
GOES, Ml'. H E R M . J O H . VAN R O IJ F. N , Ml'.<br />
A L E K A N D E R W I L L E M V A N U O E C K E , Mr.<br />
CANZIUS ONDER D E W V N G A A R T . Dr,<br />
B I N K E L A M B R E C H T S , Mr. E N G E L B E R 1<br />
PAEUW, Ml". DID LEEND. V A N B L O M M E<br />
S T E I N,als het vertrouwen der goéde Burger^<br />
verlooren hebbende, voor ontflaagen en ver<br />
laaten te zyn van hunne Posten; verklaaiendt<br />
hen niet langer te houden als Raaden deezei<br />
Stad, ofte hen als zodanige Vertegenwoordi<br />
gers niet meer tc zullen erkennen; eisfeheadt<br />
van voornoemde Heeren, daadelyk hunne Zit<br />
P 4 plaat'<br />
1787.
232 BEKNOPTE HISTORIE DER'<br />
plaatfen te verlaaten, zich uit deeze Zaal te<br />
verwyderen , en te onthouden van alle zodanige<br />
verrichtingen, als met den Raadspost, of.<br />
als Vertegenwoordigers deezer Stads Burgery en<br />
Ingezeetenen,regtftreeks of zydelings, eenige<br />
betrekking heeft ; ten einde zich te wagten<br />
voor de onaangenaame gevolgen, die daar uit<br />
zouden moeten ontftaan. Dat zy voorts gereed<br />
waren de aanblyvende Raaden in ftaat te ftellen.<br />
om de openftaande Raadsplaatfen die in de<br />
tegenwoordige omflandigheden niet lang open<br />
konden blyven, aanftonds te vervullen, door<br />
een zodanig getal bevoegde Perfoonen, als zy<br />
zich durfden vleijen, met het vertrouwen der<br />
Burgery en Ingezeetenen deezer Stad vereerd<br />
te zyn, en welken zy aan den Ed. Achtbaare<br />
Raad zouden mededeelen , zoo haast als de<br />
ontflagene Heeren uit de Vergaadering zouden<br />
geweeken zyn.<br />
Toen de-Secretaris deeze Verklaaring geleezen<br />
hadt, verzocht de Prefident Burgemeester<br />
de Commisfie buiten te ftaan, om den Raad,<br />
over dit ftuk vryelyk te iaaten beraadflaagen;<br />
De Secretaris der Commisfie antwoordde daarop s<br />
,, Dat de Commisfie hiertoe bereid was; maar<br />
dat die beraadflaagingen alleen konden gehouden<br />
worden door die Heeren, welke inderdaad.<br />
Raaden van Delft waren; maar dat de geremoveerde<br />
Heeren die hoedanigheid niet meer bezaten<br />
, als door even voorgeleezene Verklaaring<br />
van hunne Posten ontflaagen zynde; dat derzei?<br />
ver
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 233<br />
ver Remotie geen verzoek, maar een uitdrukkelyk<br />
verklaarde wil der goede Burgery was,<br />
en geen voorwerp van bcraadflaaging konde<br />
zyn ; dat derhalven de Commisfie niet eerder<br />
vertrekken zou, dan na dat de ontflagene Heeren<br />
zich uit de Zaal verwyderd hadden." De<br />
Prefident Burgemeester met deeze Verklaariug<br />
verleegen, trachtte de Heeren van de Commisfie<br />
tot andere gedachten te brengen; doch<br />
zy herhaalden met allen nadruk, ,,'dat diC<br />
hunne ftellige last was, waarvan zy niet konden<br />
noch mogten afgaan,"<br />
De afgezette Heeren , wel ziende, dat daar in<br />
geene verandering te krygen was, deeden hierop<br />
fterke betuigingen , fommigen als met eede ,<br />
dat zy nooit anders dan volgends hun geweeten,<br />
in Stads of Lands zasken gehaudeld hadden;<br />
en dat ze de aangekondigde Afzetting<br />
voor onwettig hielden,en alleen uit liefde voor<br />
de rust zich daar tegen niet zouden verzetten.<br />
Doch twee Raaden, de Heeren Mr. c A Nz 111 s<br />
ÖN O ER D E W Y N G A AU O , Cll DoÓt. B I N K U<br />
1, AMB-RE C H T s, weigerden volftrekt hunne<br />
Zitplaatfen te verlaaten ; nademaal zy van den<br />
Raad waren aangefteld , en daarom ook van<br />
niemand anders konden ontflaagen worden;<br />
dan nog alleen op grond, dat hun bcweezen<br />
wierde, dat zy zich als onwaardige Regenten<br />
gedraagen hadden ; dat zy hunne Raadsplaatfen<br />
óp geene andere wyze zouden verlaaten, ten<br />
zy dat GeconRituëerden hun aanzeiden, hen<br />
P ; mtt
Ï787-<br />
134- BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
met geweld daar van te zullen afrukken. Na veele<br />
woordenwisfelingen werden de tien aanweezig<br />
zynde afgezette Heeren te raade om de Zaal<br />
en het Stadhuis te verlaaten, en begaaven zich<br />
naa hunne huizen. Toen nu deeze Heeren<br />
vertrokken waren , gaven de Heeren Geconfti<br />
tuëerden eene Nominatie van elf bevoegde<br />
Perfoonen over, om tot Raaden in de Vroed<br />
fchap verkooren te worden, en deeze waren de<br />
Heeren: Er. THEODORUS VAN HOOGE-<br />
VEEN, RE IJ ER. VAN DEN BOSCH, Mr,<br />
REIJER GEESTER ANUS , Mr. WILLEM<br />
BUIS, Mr. CORNELIS VAN DER SLEYDEN»<br />
Mr. ARN. VAN os, Mr. RYKLOF JOH.<br />
T I Q_ 11 E T , LA ME. S A N D E R U S. Dr. MART.<br />
URBANUS VAN IPEREN, FRED. CORNE<br />
LIS ZWAANSHALS en GYSB. VAN HAS<br />
SELT. Gt conftituëerden verzochten den Raad,<br />
deeze elf genoemde Perfoonen tot nieuwe Raaden<br />
te willen aanftellen; doch de Raad vond<br />
zwaarigheid daar in, en verzocht de Heeren<br />
Geconftituëerden nu eens buiten te ftaan, ten<br />
einde vryelyk daar over te kunnen raadpleegen;<br />
het welk Geconftituëerden deeden en zich<br />
weder naa Schepens kamer begaaven, om het<br />
antwoord van den Raad af te wagten. Na<br />
eenigen tyd aldaar vertoeft, en zich ondertusfchen<br />
door fpyze wat verfterkt te hebben,<br />
werden zy weder binnen geroepen, en hun het<br />
Befluit der Vroedfchap voorgeleezen, hetwelk<br />
was: „ Dat de Raad hadt goedgevonden en<br />
vei-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 235<br />
verftaan, de Remotie aan te zien, en, zonder<br />
zich in de aanfteliing der voorgeflaagenen Perfoonen<br />
in te laaten, aan de Geconftituëerden<br />
te verklaaren, dat Hun Ed. Achtb. geen zwaarigheid<br />
maakten dezelven, aangefteld zynde ,<br />
in den Eed te neemen. ,, De Geconftituëerden<br />
wederom in Schepenskamer gekeerd zynde,<br />
en daar over met eikanderen beraadflaagd hebbende,<br />
namen daar genoegen in, en verklaarden,<br />
dat zy,in naam van hunne Conftituanten3<br />
de elf voorgeflaagene Perfoonen tot Raadeq<br />
van Delft aanftelden. Toen liet de Raad door<br />
een Stads Rode de gemelde Perfoonen ontbieden;<br />
twee van dezelven waren afwcezig, de<br />
andere negen begaaven zich naa het Stadhuis;<br />
doch een van dezelven , de Heer u. j. TI-<br />
£TJET bedankte voor de Raadplaats en vertrok.<br />
De overige agt verkoorene en aangeftelde<br />
Heeren werden in de Raadzaal geroepen<br />
en tegen over den Prefident.Burgemeester<br />
geplaatst, daar zy bleeven Raan; terwyl de<br />
vier Heeren Geconftituëerden op Roeien zaten.<br />
De Raadpenfionaris, EMANTS, die den Post<br />
van Secretaris waarnam , deed eene korte<br />
Aanfpraak aan die agt Heeren, die vervolgends<br />
aan den Voorzittenden Burgemeester den Eed<br />
afleiden, en Zitting in den Raad namen, waar<br />
na de Geconftituëerden de Raadkamer verlieten,<br />
en van dit verrichtte aan den Major van<br />
het Genootfchap kennis gaven. Deeze li«J<br />
aanftonds een Muziek aanheffen,en dooreenei<br />
t<br />
Post<br />
1787.
Pet r,enootfchnp<br />
den Eed<br />
genoomen<br />
en de Schut<br />
tcry oncdagen.<br />
256 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
, Postbode kennis geeven van het gebeurde aan<br />
het Burger-Legertje. De Raad fcheidde ten<br />
zes uuren nademiddag, en werd by het afgaan<br />
van het Stadhuis, zoo door de Schutters op<br />
het Stadhuis, als door het Genootfchap voor<br />
hetzelve Raande, met Krygsëere begroet, on<br />
der het gefpeel der Muzikanten van het Ge<br />
nootfchap. Ook gefchiedden die zelfde Eere.<br />
groetten van beide die Gewapende Benden aan<br />
de GeconRituëerden, die nu by den Raad in die<br />
hoedanigheid erkend waren, en door het Ge<br />
nootfchap, onder een aanhoudend Muziek, met<br />
jflaande Trom en vliegend Vaandel naa het huis<br />
hunner Vergaadering geleid werden. Den 2&fei<br />
Augustus verkoozen GeconRituëerden, in plaats<br />
van den Hr. TIQOET, die voor de Raadsplaats<br />
bedankt hadt, den Hr. w. VAN DER DOES.<br />
Deeze Afzetting werd door de Staaten vaa<br />
Holland, ook voor huishoudelyk verklaard,<br />
gelyk van Amfterdam en Rotterdam gefchied<br />
was.<br />
Den 24^ Augustus vervoegden de Gecon-<br />
flituëerden zich wederom, doch nu verzeld<br />
van eene Commisfie uit het Genootfchap tot<br />
den Raad, om dus de begonnene verbeetering<br />
te voltooijen, ten einde het Genootfchap, dat<br />
op de Markt voor het Stadhuis vergaaderd-<br />
was, door dien Ed. Achtb. Raad gewettigd en<br />
in den Eed genoomen wierde; en daarentegen<br />
de gantfche Schuttery, die in gevoelens van<br />
deezen verfchilden, op welke men daarom<br />
geen
ONLUSTEN iN HET VADERLAND. 237<br />
geen vertrouwen {tellen kon, uit haaren Eed<br />
ontflaagen en afgedankt wierde; welke beide<br />
verzoeken aanftonds, na behoorlyk daar over<br />
beiaadflaagd te hebben , door een Befluit van<br />
den Raad werden toegeftaan, daar van door<br />
eene Publicatie aan de Burgery kennis gegeeven,<br />
en Copie van het Befluit aan de Geconftituëerden<br />
(_*) ter hand gefield.<br />
Terwyl deeze zuiveringen zoo als de Staatsgezinden<br />
het begreepen, zoo in de Regeering<br />
als in de Schuttery, in de Stad gefchiedden,<br />
zond het Burger-Legertje Detachementen af<br />
om die ook op de Dorpen te bewerken: Inden<br />
nacht tusfehen den 23 (le<br />
" en 24^» Augustus ten<br />
één uure, trok uit het gemelde Legertje een<br />
Ruiter bende van veertien Mannen, onder bevel<br />
van den Hr. LA PIERRE van Leyden, en<br />
100 Mannen Voetvolk, onder bevel van den<br />
Hr, DE L A N G E , Heer van Wyngaarden van<br />
Gouda, voorzien van een ftuk Gefchut, on<br />
der bevel van den Hr. E U C A I L L E , en den<br />
Luitenant G. VAN DER REYDEN, met de<br />
noodige Manfchap, daar by verëischt, en vei*<br />
zeld van den Hr. HELDE WIER, Lid van de<br />
Burger-Commisfie tot de Militaire zaaken.<br />
Deeze gewapende en dus weltoegeruste Burgers<br />
trokken in ftilte naa het Dorp Overfchie..<br />
waar zy ten half vier aankwamen. Zy bezet-<br />
liet Oranje<br />
teden aanftonds eenige Posten en toegangen r.PBootfchap<br />
te<br />
door<br />
(*) Nkuwt Ntitrl. Jaarb, Avg. 1787. bladz. 2298 — 30:0,<br />
1787.<br />
ITet Burger-<br />
Legertje 1<br />
zendt beischementetf<br />
«f.
Overfchie<br />
ontwapend.<br />
Vertrek VÜTI<br />
bet BurgerjLegerije.<br />
235 BEKNOPTE HISTORIE DErf<br />
door de Ruiters en eenige Manfchap te voet,<br />
om voor te koomen, dat 'er geen famenloop<br />
van Volk op de been kwam, om zich tegen<br />
hun voorneemen te verzetten; zy weézen elk,<br />
die op Rraat kwam, naa zyn huis terug, en<br />
vermaanden hen ernftig om in huis te blyven.<br />
Zich dus genoegzaam verzekerd hebbendei<br />
ontbooden zy den geweezen Kapitein van het<br />
Oranje Genootfchap aldaar, om de Geweeren<br />
en ander Wapentuig tot dat Corps behoörende,<br />
aan te wyzen ; en twee der voornaamRe Roervinken<br />
van de oproerige beweegingen , die<br />
federt eenigen tyd in dat Dorp hadden plaats<br />
gehad, werden in verzekering genoomen. Daar<br />
na werden alle de Geweeren, Spontons, het<br />
Oranje Vaandel, Spiezen en wat verdër tot de<br />
Wapening behoorde, opgehaald,en de huizen<br />
onderzocht. Men laadde de opgehaalde Wapentuigen<br />
Op een Wagen, en voerde ze mede<br />
naa het Leger. By Delft gekoomen zynde,<br />
vverd het Oranje Vaandel door een Sergeant<br />
verkeerd onder den arm en fleepende gedraagen.<br />
Alle deeze omfiandigheden maakten het<br />
m Delft; anders eene zeer Rille Stad, thans<br />
zeer leevendig en woelig: niet alleen door het<br />
in* en uitgaan der Manfchappen van het Burger-Legertje;<br />
maar ook van de Ingezeetenen<br />
der Stad zelve, die hetzelve gingen bezien<br />
gelyk ook van die van andere Plaatfen van<br />
fondöm faamengevlocd, om dat zeldzaam verfchynfel<br />
te gaan befehouwen. Ondertusfchen<br />
begon
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 233<br />
begon die drukte veelen der Dtlftfche Burgert<br />
ras te verveelen, en zy verlangden naa hei<br />
vertrek van het Burger-Legertje, uit het welke<br />
dagelyks veelen in de Stad kwamen, welke<br />
niet alle even befcheiden waren; het welk ooi<br />
niet wel kon verwagt worden, van zulk eene<br />
groote menigte van menfchen van allerlei Rand<br />
en over welken, als Burgers zynde, zulk een<<br />
ftrenge Krygstucht niet kan geoefend worden<br />
als over het Krygsvolk gewoonelyk gefchiedt<br />
Het vertrek van het Burger - Legertje volgd<<br />
kort daarop: Na een verblyf van tien dagei<br />
vertrok hetzelve op den 3o ften<br />
I<br />
Augustus vat l<br />
Voor de Stad Delft naa het Westland, na alvóo<br />
rens door eenen vriendelyken Brief van d<<br />
Regeering affcheid genoomen te hebben (*).<br />
Ik zal dit Legertje op zynen togt nog eei I Deric'nt van<br />
weinig verzeilen en zyne voornaamfle verrich deszelf?<br />
verrichtin»<br />
tingen melden; waar by ik geen beteren we? r gen.<br />
kan inflaan om een verhaal naar waarheid t<<br />
geeven, dan het Bericht te volgen , dat dt<br />
Gecommitteerden tot het Camp van wegen de<br />
Commisfie van Gewapende Burger-Corps toi<br />
uitvaardiging van Krygszaaken en de Krygsraac<br />
zeiven in 't licht gegeeven hebben, ten einde<br />
der Natie een nauwkeurig bericht, overeen<br />
komftig de waarheid, mede te deelen, van d«<br />
gewichtige bedryven van een Corps, waant<br />
zy zoo veel belang Relde. Uit dat Bericht ni<br />
blyktj<br />
{*) K t we Ktditl J»»rh. Avg. 1787. bhd*. 3057 -303&<br />
I787.
5787.<br />
Hondt halte<br />
in llonsholiedyk.<br />
Ontvangt<br />
flen Bailjuw<br />
in bewaarmg.<br />
Ho BEKNOPTE HISTORIE DE!<br />
blykt, dat het Burger-Legertje op den 30^»<br />
Augustus des voormiddags opgebrookenzynde,<br />
ach van Detlt over Ryswyk, IVaieringe en<br />
Honsholredyk tot even boven Naaldwyk begeeven<br />
en daar zich weder neêrgeflaagen heeft.<br />
Dat hetzelve op weg eene fchriftelyke bekendmaaking<br />
bekomen hadt van de weldenkende<br />
Bu rgery van .Honsholredyk, dat dezelve voorneemens<br />
was eenige zeer noodzaakelyke fchikkingen<br />
te maaken .tot haare beveiliging, en<br />
daarom verzocht bygeftaan te worden, indien<br />
zy eenigen geweldigen tegenftand mogt ontmoeten<br />
: Waarop beflooten werd, het Leger<br />
een poos, in Honsholredyk te laaten halte houden;<br />
gelyk hetzelve ook op zeker fr.uk Lands,<br />
in het Dorp geleegen , getrokken is en zich<br />
aldaar ververscht heeft. Dat, wanneer men<br />
zich gereed maakte, om voort te trekken, en<br />
het Apd reeds geflaagen was, een Detachement<br />
van het Genootfchap aldaar, het welk in<br />
het Geweer was, den Hr. DOUGLAS Bailjuw<br />
der Plaats, in bewaaring hebbende, was koomen<br />
aantrekken. Dat zulks by alle de weldenkende<br />
Burgers van Honsholredyk en andere<br />
Ingezeetenen van het Westland, die zich daar<br />
tegenwoordig bevonden, een algemeen genoegen<br />
en niet weinig gevoeligheid verwekte,<br />
dewyl zy nu hoopten , zoo zy zeiden, eene<br />
billyke wedervergelding en wraak te zullen<br />
kunnen neemen , over alle de mishandelingen,<br />
hun federt zoo lange aangedaan , waar over<br />
reeds
ONLUSTEN IN HET VADERLAND; 24*<br />
reeds zoo lange eene algemeene kreet was opgegaan;<br />
doch waaromtrent de gearrefteerde het<br />
zwaard der Gerechtigheid door allerly uitvlugren<br />
van Rechten telkens hadt weeten te ontduiken.<br />
Dat het gefchaapen fcheen, dat een al-<br />
.lerbillykst ongenoegen en verbittering tot daadeiykheden<br />
zoude overflaan , welke zeer onaangenaame<br />
gevolgen voor den Bailjuw konden<br />
hebben ; — doch d it de Gecommitteerden en<br />
eenige Officiers waren toegefchooten om alle<br />
buitenfpoorigheden voortekoomen ; dat vervolgends<br />
de Bailjuw op zyn verzoek , en op dat<br />
van de Burgery, in het huis van den Heer VAN<br />
DER POT in bewaaring gebragt was en gehouden<br />
werd; terwyl aanftonds aan Gecommitteerde<br />
Raaden en den Fiscaal LUIKEN van dit<br />
voorval kennis gegeeveti werd. Dat het Le<br />
gertje vervolgends is voortgetrokken tot door<br />
Naaldwyk , zich aldaar nedergeflaagen heeft,<br />
en van daar, zoo in Naaldwyk en 'x Gravezan.<br />
de als in andere omliggende plaatfen , Loosduinen,<br />
Ryswyk, dè Oranje Polder, de noodige<br />
uitvaardigingen gedaan heeft met de gewapende<br />
Oranje Sociëteiten en Genootfchappen te<br />
vernietigen en de geweeren in bewaaring te<br />
n'eemen ; het welk alles met het beste gevolg<br />
gefchiedde, zonder eenigèn tegenftand te ontmoeten.<br />
Waarom de Commisfie en Krygsraad<br />
betuigden, zich van harten te verheugen, dat<br />
?.y hunnen gewigtigen en moeijelyken last, tot<br />
dien tyd toe, zoo gelukkig hadden konnen vol-*<br />
Q ' bren.-<br />
17874<br />
Vernietigde<br />
Oranje So<<br />
cieteit en<br />
ontwapend<br />
d.e Genoot«i<br />
fclwppen;.
Zulks £efclv.eddeinzondeihcid<br />
zeer bedaard<br />
te Foorburg.<br />
242 B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
brengen, zonder genoodzaakt te zyn eenige ge-<br />
ftrengere dwangmiddelen te gebruiken, en goe-<br />
de hope hadden, dat zy denzelven op gelykers<br />
gemakkelyken voet verder zouden kunnen vol<br />
brengen (*).<br />
Maar nergens werdt die last met meer ge-<br />
makkelykheid, bedaardheid, en zelfs welvoeg-<br />
lyke befcheidenheid en vriendelykheid uitge<br />
voerd dan te Voorburg, het welk op den 2O' 1LI<br />
><br />
Augustus door een Detachement uit het Le<br />
gertje, toen by Delft nedergcflaagen, gefchied<br />
is. Wel is waar, dat vier Perfoonen uit de<br />
Oranje Sociëteit te Foorburg, het zy uit vreeze,<br />
of uit kwaadaartigheid naa den Haag gingen en<br />
klagten inbragten by de Ridderfchap, dat het<br />
Burger- Legertje met bloote Sabels langs het<br />
Dorp liep en geweld pleegde ; welke klagten<br />
gereedelyk ingang vonden by de Ridders, die<br />
de Oranje Party zeer waren toegedaan en be-<br />
fchermden; zoo dnt de Ridder van WASSE-<br />
KAAR STARRENBURG des avonds ten elf<br />
uuren nog Vergaadering der Staaten van Hol-<br />
land beleide, en in die Vergaadering verzocht,<br />
dat 'er voorzieninge tegen die ongeregeldheid<br />
gedaan wierde; doch dit verzoek werd afge-<br />
flaagen, om niet maar aanftonds op het aan<br />
brengen van eenige Perfoonen, zonder onder<br />
zoek en zonder de andere Party te hooren,<br />
maatregelen te neemen, die zeer ten onpas<br />
konden koomen, en fchadelyke gevolgen kon<br />
C) Nieuwe Nederl. Juarb. Sept. 17S7. bladz. 4633.<br />
den
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 243*<br />
den hebben. De Fiscaal LDIKEN Relde zelfs<br />
voor aan Gecommitteerde Raaden, die vier<br />
gemelde Perfoonen in bewaaring te neemen ;<br />
doch zulks werd by Gecommitteerde Raaden.<br />
ook niet goed gevonden, maar zy werden vry<br />
gelaaten onder belofte van des anderen dags<br />
's morgens ten 10 uuren voor Gecomm. Raaden<br />
te zullen verfcbynen, gelyk zy ook deeden.<br />
Ondertusfchen waren twee Officieren van het<br />
Haagfche Genootfchap fpoedig naa het Legerveld<br />
van 't Detachement by Voorburg vertrokken<br />
, om naa de waarheid van het geen 'et<br />
gebeurd was onderzoek te doen ; en deezen<br />
bragten eenen Brief terug, waar by kennis ge*<br />
geeven werdt, dat het Detachement van heÉ<br />
Burger - Legertje in het Dorp niets anders gedaan<br />
hadt, dan het Oranje Corps te ontwapenen,<br />
de Sociëteit te fluiten, en zich van de<br />
Geweeren, ander Krygstuig en Papieren te<br />
verzekeren (*) Hoe geregeld en hoe vreed»<br />
zaam nu dit is toegegaan, is af te neemen uit<br />
de Aanteekingen der Handelingen van die Societeit<br />
zelve, die zich Oprechte Vaderlandfche<br />
Sociëteit noemde. Uit die Aanteekeningen<br />
blykt, dat de Directeuren en Commisfarisfen<br />
Van de gemelde Sociëteit op den 22ft en<br />
Blyken daar<br />
van uit tle<br />
Aanteekeningen<br />
del<br />
Sociëteit<br />
zelve.<br />
Augus»<br />
tus Vergaadering gehouden hebben, en daar<br />
in, na met verfcheidene Leden der Sociëteit<br />
gefprooken en rypelyk beraadflaagd te hebben,<br />
(') Nituwi Nederl, jaarb. Aug, 1787. blad*. 3172 — 31734<br />
Q *<br />
is
17.87-<br />
244 BEKNOPTE HISTORIE DE* .<br />
is goedgevonden en verftaan , zoo voor hun<br />
zeiven, als voor alle de Leden van de gemelde<br />
Sociëteit, dezelve te ontbinden, gelyk gefchiedde<br />
mids deezen; en voorts is mede goedgevonden<br />
, de Leden van dezelve ernftelyk te<br />
verzoeken, om de Geweeren, kruid en lood,<br />
die zy nog mogten hebben, ten fpoedigfien ,<br />
immers binnen drie dagen, na dato deezes ,<br />
onder den Secretaris van Voorburg te bezorgen<br />
; ten einde al het zelve, benevens alle<br />
zodanige Papieren der Sociëteit, als onder die<br />
Vergaadering berusteden, aan de Heeren van<br />
de Commisfie van het Burger • Legertje te bezorgen;<br />
tot welk verzoek, aan gemelden Secretaris<br />
te doen , de Secretaris der Sociëteit<br />
Rystenborg gemagtigd werdt; zoo nogthans,<br />
dat de Heeren van gemelde Commisfie vriendelyk<br />
verzocht wierden , dat de voorfz. Geweeren,<br />
ander Krygstuig en Papieren, zoo ras<br />
moogelyk, aan de Eigenaars wierden weder<br />
gegeeven. Ook bleek uit die zelfde Aanteekeningen<br />
, dat alle de Leden der bovengemelde<br />
Sociëteit, die vervolgends over de ontbinding<br />
derzelve onderhouden werden , volkoomen daar<br />
mede te vreden waren, en zich aanbooden om<br />
met het Gewettigd Genootfchap van Wapenhandel<br />
aldaar, in eene goede eenflemmigheid<br />
te leeven, en verder in alle befcheidenheid te<br />
behandelen; het welk die Vergaadering zoo<br />
voor haar zelve, als voor alle haare Leden,<br />
gelyk ook van de Leden des Genootfchaps<br />
van
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 245-<br />
van Wapenhandel voornoemd, verwagtte en<br />
verzocht. Verklaarende verder, dat het groote<br />
doel en oogmerk der Sociëteit alleen geweest<br />
was, de rust en goede orde in hun Dorp te<br />
bewaaren; waartoe zy ook hetzelve in vier<br />
deelen verdeeld hadden, om elk deel maar<br />
eens in de week by eikanderen te laaten koo«<br />
men, en dezelven altoos hadden aangemaand,<br />
om zich als dille Burgers te gedraagen; alles<br />
uitwyzcns hunne Reglementen, die openlyk<br />
in de Societeitskamer voorgehangen hebben.<br />
En werd een Affchrift van dit Befluit aan den<br />
Secretaris van Voorburg ter hand gefteld, met<br />
verzoek om hetzelve aan de Heeren van de<br />
Commisfie te bezorgen (*).'<br />
Ik heb deeze gebeurtenis te breder aangeteekend,<br />
om am den eenen kant de vredelievendheid<br />
der Voorburgers tot hunnen lof te<br />
vermelden ; en aan de andere zyde de onwaarheid<br />
te doen blyken van de kwaade geruchten<br />
van geweldenaaryën en ongeregeldheden, die<br />
van 't Burger- Legertje, op veeie Plaatfen,<br />
en ook te Foorburg gepleegd, verfpreid werden,<br />
zoo by monde, als in Gefchriften. Het is<br />
buiten twyfel , dat de vyandfchap uit verfchillende<br />
denkwyze en partyfchap ontftaan,<br />
veele zaaken in een verkeerd licht befchouwd,<br />
en de vreeze dezelve nog vergroot, heeft.<br />
Hier van daan ook, dat de nabyheid van het<br />
l") Nieuwe Nederl. Jaari. Aug. r'787. blad?:. 4045.<br />
0,3<br />
Bur-<br />
1787.<br />
ValCche geruchtentcgengclproos<br />
ken.
346 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Burger-Legertje zoo veele beweeging in den<br />
Haag veroorzaakte, waarvan ik niet yoorby<br />
kan, hier een kort verhaal te doen.<br />
Beweegin-<br />
d e<br />
Toen op den lB n Augustus de tyding in<br />
gen in 's Hage<br />
over iie 'sHage kwam, dat het Burger-Legertje, be<br />
iiahyljcjd<br />
van het ftaande uit 700 Mannen, niet Kanonnen en<br />
purgcr-Legertje.<br />
Patent van de Commisfie ter Verdeediging deezer<br />
Provintie en der Stad Utrecht van Woerden<br />
getrokken, en reeds door Leyden, tot Voorfchooten<br />
genaaderd was, en van verfcheidene<br />
Plaatfen nog verfterking aldaar verwagtte; zoo<br />
vergaaderden Gecommitteerde Raaden nog<br />
'savonds ten half 7 uuren, beftaande deeze<br />
byeenkomst uit de Heeren VAN WASSENAAR<br />
STARRENBURG, CHANGUION , CEEL-<br />
VINK, VAN THÏE HANNES, en den Secre.<br />
taris ROIJER. Wat'er in deeze Vergaadering<br />
beflooten was , bleek by de uitkomst. Aanftonds<br />
na de fcheiding derzelve werden Booden<br />
naa de ftemmende Steden gezonden, om de<br />
Staaten den volgenden Maandag (het was nu<br />
Zaturdag) te doen vergaaderen; de Krygsbezetting<br />
werd voor een groot gedeelte in de<br />
Wapenen gebragt; Piketten aan de Hoornbrug,<br />
de Geestbrug, de Oranje Zaal, de Laan van<br />
Nieuw-Ooft. Indiën. het Huis ten Deyl, enz.<br />
gezonden, met last om aan alle gewapende<br />
Manfchappen, die naa den Haag of elders<br />
vilden trekken, zulks met geweld te beletten,<br />
ille Buitenwachten werden verdubbeld, eu<br />
i :en goed getal Ruiters op de Paradeplaats en<br />
in
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 247<br />
in het korte Voorhout geplaatst: Ook werden<br />
*er Ruiters en Voetvolk op het Tournoyveldvoot<br />
den Ouden Doelen den gantfchen nacht onder<br />
de Wapenen gehouden. Des anderen dags»<br />
i i e r i<br />
Zondags den i9 , ten tien uuren vergaaderden<br />
Gecommitteerde Raaden weder , en ,<br />
toen «aren de meeste Leden tegenwoordig.<br />
In deeze Byeenkomst verklaarden de Heeren<br />
GEELVINK, VAN THYE HANNES en de<br />
Raadpenfionaris, dat het Befluit, den voorigen<br />
avond genoomen, niet nauwkeurig uitgebreid<br />
was; en hetzelve werd nu in zoo verre veranderd,<br />
dat de Piketten alleen bevel kreegen om<br />
te beletten, dat 'er gewapende Manfchappen<br />
naa den Hang kwamen. De Regeering van<br />
Delft, die insgelyks voor het aannaderend Legertje<br />
bevreesd was, verzocht Krygsvolk,<br />
maar werd afgeflaagen. By allen dien gemelden<br />
toeftel werden 'er nog twee Legervelden afgeftooken<br />
, een in de Maliebaan, en een in de<br />
Haagweide aan den Rynvykfchen weg; welke<br />
Legervelden door fterke Piketten betrokken<br />
werden , met uitzetting van de noodige Buitenposten<br />
: Op de gemelde Legervelden werden<br />
ruim twintig Tenten opgeflaagen. Dit alles<br />
gefchiedde op de orders van Gecommitteerde<br />
Raaden; doch de Magiftraat v-an 'sHagen zat<br />
ook niet ftil: Op verzoek der Kapiteinen werden<br />
door denzelven de noodige orders gegeeven<br />
voor de Schuttery: Deeze moest zich van<br />
kruid' en lood voorzien, op het eerfte alarm*<br />
Q 4 flaan<br />
1787.
GecommitteerdeRaaden<br />
vcrgaa.<br />
deren.<br />
Be Staaten<br />
van Holland<br />
Vergaaderen.<br />
248 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
flaan in de Wapenen verfchynen, en met viet<br />
Compagniën de Nachtwacht op 't Stadhuis en<br />
den Doelen betrekken. Dit alles baarde veel<br />
genoegen by de bevreesde Prjnsgezinden, die<br />
hier in de groote zorge voor hunne veiligheid<br />
meenden te zien tegen eenen ingebeelden vyand;<br />
maar aan de Staatsgezinden, die het als<br />
een blaam, op hunne Party geworpen, befchouwden,<br />
groot ongenoegen; terwyl de verbittering<br />
, die tusfehen beide de Partyën plaats<br />
hadt, hier door niet weinig werd aangezet,<br />
en het Krygsvolk in de Legervelden ook veel<br />
ongenoegen tegen de Gewapende Burgers op.<br />
vatteden.<br />
Des Maandag, den 20%','Augustus kwamen<br />
Gecommitteerde Raaden weder byeen; ook<br />
vergaaderde de Raad van Staaten, vervoegde<br />
zich by Gecommitteerde Raaden, en verzocht,<br />
dat 'er voorzieninge gedaan zou worden voor<br />
het Krygstuig Magazyn te Delft; doch Gecommitteerde<br />
Raaden verRonden, dat zulks<br />
onnoodig was, om dat de Ruiters, die te Delft<br />
waren, bevel hadden om voor 's Lands Magazyn<br />
zorge te draagen.<br />
Dien zelfden dag vergaaderden nu ook, op<br />
de voorgemelde aanfchryving van Gecommitteerde<br />
Raaden, de Staaten van Holland; aan<br />
welke Vergaadering Gecommitteerde Raaden<br />
door eenen Brief kennis gaven, van de maatregelen,<br />
die zy genoomen, en van de bevelen,<br />
die zy gegeeven hadden, op de koqdfchap»<br />
die
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 249<br />
die hun gedaan was, dat 'er een aanzienlyk<br />
Corps Gewapende Manfchappen mee Gefchut<br />
in aantogt was, die zy niet wisten van waar<br />
zy kwamen , waar heen zy gingen, en op wiens<br />
orders zy optrokken ; dat zy daarom die zorg<br />
gedraagen hadden, op dat het niet in den Haag<br />
mogt koomen. Doch de Commisfie der Gewapende<br />
Burger - Corps was daar over zeer gevoelig,<br />
en leverde een zeer nadrukkelyk Adres<br />
by de Staaten in, waarin zy zich over dit gedrag<br />
der Gecommitteerde Randen zeer beklaagde;<br />
en allen dien gemaakten toeflei opgehaald<br />
hebbende, zeide, dat dusdanige fchikkingen<br />
van Gecommitteerde Raaden niet anders<br />
konden befchouwd worden, dan als maatregelen,<br />
welken tegen een vyandelyk Corps genoomen<br />
werden; dat daar door met de daad<br />
betoond werd, dat 'er reden van vreeze van<br />
wegen den Souvrain zelve zoude zyn, voor<br />
de Burger- Corps, welken Hun Ed. Gr. Moog.<br />
met de loflykfle getuigenisfen in Hoogscderzelver<br />
befcherming hadden gelieven te nee.<br />
men; dat daar door de Krygslieden in den<br />
waan gebragt wierden., dat zy thands de Wapenen<br />
moesten voeren tegen die zelfde Burger-Corps,<br />
die uithoofde van hunne zucht<br />
en yver voor de goede zaak des Vaderlands,<br />
en tot weering van alle geweld, de Wapenen<br />
hadden opgevat; eindelyk, dat daar door de<br />
haat en afkeer, zoo van de Krygsiieden, als<br />
Yan de heffe des Volks, tegen de, door Hun<br />
Q 5 Ed.<br />
1787.<br />
Klag'w der<br />
Commisfie<br />
over het<br />
gedrag der<br />
Gecommitteerde<br />
Raa^<br />
den.
250 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Ed. Groot Moog. zoo zeer begunflïgde, Gewapende<br />
Burgers, geftyft en geflerkt werd,<br />
en de kwalykdenkende in hunne verderveiykö<br />
oogmerken onderfteund en aangemoedigd ; waar<br />
door dan ook veröorzaakt was, dat de Schuttery<br />
van 's Hage bevel gekreegen hadt, om op<br />
len Doelen ter Wacht te koomen, en zich te<br />
roorzien van fcherpe Patroon n , op daartoe<br />
gefielde boeten ; terwyl nog daarenboven de<br />
j oopplaats, door Heeren Gecommitteerde Raa.<br />
len aan het Genootfchap van 'sHage toegetend,<br />
met Krygsvolk was bezet geworden.<br />
Dat daartoe geen aanleiding kon gegeeven<br />
lebben , dat de Gewapende Burger - Corps,<br />
4 >f fommige Detachementen van dezelven, niet<br />
{ ot een bepaald getal zouden moogen verëeni-<br />
;en, door de Provintie van Holland trekken,<br />
i<br />
< :n alzoo trachten der goede zaak des Vader-<br />
1 ands nuttig te zyn; want dat zy door hunne<br />
% Verkiaaring, d< n 4^n Augustus deezes Jaars<br />
3 an dun Ed. Groot Moog. overgeleverd, hun<br />
\ oorneemen en oogmerk duidelyk geopenbaard<br />
l adden, zonder dat Hun Ed. Groot Moog.<br />
z ulks afgekeurd hadden ; dat zulks aan Keeren<br />
C iecommitteerde Raaden niet onbekend was;<br />
e n deezen des niettegenlaande de voorfz or-<br />
d ers gefteld hadden,even als of de gewapende<br />
I urger • Corps vyanden van den Staat waren,<br />
e a verftoorders van de algemeene rust en vei-<br />
li gheid, welke aan Hun Ed. Groot Moog. bek<br />
;nd was, dat zy ten hoogften eerbiedigen*<br />
en
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 251<br />
en met alle hunne magt zochten te handhaaven<br />
en te bevestigen; op dat de goede en welmeenenden<br />
in den Lande niet bloot gefteld wier»<br />
den aan de gruwelyke geweldenaryen van Oproer,<br />
Moord en Plundering, welke men, by?<br />
zonderlyk in andere Provintiën, dagelyks, op<br />
zoo pene, om wraak roepende,•» wyze ftraffeloos<br />
hadt zien pleegen. En dewyl dat alles<br />
pen ondraagelyke hoon en beleediging was<br />
voor de gewapende Burger-Corpfen deezen<br />
Provintie, op welken Hun Ed. Groot Moog.<br />
herhaalde reizen betuigd hadden het grootfte<br />
vertrouwen te ftellen, zoo verwagt-ten zy van<br />
de bekende Billykheid van Hun Ed. Groot<br />
Moog., dat Hoogstdezelven het gedrag van<br />
Heeren Gecommitteerde Raaden ten fterkften<br />
zouden afkeuren, de Orders, d
£52 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
verder voort te trekken; zullende zich den<br />
volgenden dag, by de Uitbreiding, nader verklaaren.<br />
Delft Heide voor het Befoigne den<br />
volgenden dag daar over te houden , en het<br />
gewapend Corps aan te zeggen, niet verder<br />
voort te gaan,en daar by voegden zichBrielle,<br />
Hoorn, Enkhuizen, Edam en Medenblik, Maar<br />
Dordrecht, Haarlem, Leyden, Amfterdam, Gouda,<br />
Rotterdam, Gorinchem, Schiedam, Schoonhoven,<br />
Alkmaar, Monnikendam en Purmerende, keurden<br />
het gedrag van Gecommitteerde Raaden af,<br />
en wilden al dat buitengewoone, en vooral het<br />
te velde liggen van het Krygsvolk een einde<br />
doen hebben, om allen argwaan weg te neemen<br />
; ook wilden zy den Magiftraat van 's Hage<br />
aangefchreeven hebben, niet zonder Orders<br />
van Gecommitteerde Raaden , de Schuttery<br />
met fcherpe Patroonen te wapenen, en geene<br />
aanfchryving aan het Burger - Legertje te doen<br />
om op te houden: anders protefteerden zy tegen<br />
alle nadeelige gevolgen. Eindelyk namen<br />
alle de Leden alles over, en zouden volgenden<br />
dag daar over Befoigne gehouden worden;<br />
terwyl elk by zyn gevoelen bleef. Of het<br />
Befoigne den volgenden dag voortgang gehad<br />
heeft, en wat daarop beflooten werd is myniet<br />
voorgekoomen. Hoe dit ook zy, de groote<br />
meerderheid der fternmen was ten voordeele van<br />
het Burger-Legertje, en uit deszelfs verrich-<br />
:ingen, die daar na gebeurd zyn, zoo als hier<br />
yoor verhaald is, blykt, dat het althans geene'<br />
aan-?
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 253.<br />
aanfchryving gekreegea heeft om op te hou<br />
den (*).<br />
Ongerust<br />
De bovengemelde ontydige beweegingen en heid der<br />
toeRel van Gecommitteerde Raaden en den<br />
Magiftraat van 'sHage, over welke de Burger-<br />
Commisfie aan de Staaten klaagde, hadden<br />
ook het Corps Diplomatique, dat is te zeggen,<br />
de Ministers van de Buitenlandfche Lloven,<br />
die in den Haag hun verblyf houden, fchrik<br />
en vrees aangejaagd: De Gezanten der Hoven<br />
BuitenlandfcheGezanten.<br />
van Rusland en Deenemarken gaven, in naam<br />
van alle de overigen, uitgezonderd Vrankryk,<br />
eene Nota over aan den Prefident der Algemeene<br />
Staaten; waarin zy hunne bekommering<br />
voor een Oproer te kennen gaven, en verzochten<br />
dat in tyds alle bekwaame maatregelen<br />
genoomen wierden , om alle gevaar daar van<br />
voor te koomen. Ook begaven die zelfde Gezanten<br />
zich by den Raadpenfionaris VAN<br />
BLYSWYK, en gaven mondeling te kennen,<br />
dat zy verwagtten, dat het Burger - Legertje ,<br />
by Loosduinen neêrgeflaagen, niet in 'sHage,<br />
de Verblyfpiaats der Gezanten van alle de Europeefche<br />
Hoven by de Republiek, zoude trek<br />
ken. Toen by de Algemeene Staaten de gemelde<br />
Nota ter tafel gebragt en daar over beraadflaagd<br />
werd, verklaarden de Afgevaardigden<br />
van Holland, dat alle noodige maatregelen<br />
tot veiligheid en rust van deeze Haare Verbïyf-<br />
(*, Nieuwe Ned:rl, Jaa.b. Mg. 1787. bladz 316a—3i«o,,<br />
1787»<br />
Te vrede<br />
gcfteH.
.1787.<br />
De Schutters<br />
van<br />
Dordrecht<br />
ontwapenen<br />
de oproengeBoeïeu,<br />
£54 BEKNOPTE HISTORIÉ D E R<br />
blyfplaats genoomen warem Desniettegeri»<br />
ftaande werden dezelven verzocht, deeze No<br />
ta ten fpoedigftë tot kennisfe der Heeren Staa<br />
ten, hunne Principaalen, te willen brengen,om<br />
daar op zodanige voorzieninge te doen , als<br />
tot verdere gerustheid der Buitenlandfche Mi<br />
nisters zouden vinden te behoorem En werd<br />
de Griffier FAGEL gelast om aan de twee ge<br />
melde Gezanten hier van kennis te geeven(*).<br />
Het geen het Burgerlegertje in het Westlandi<br />
en daar rondom verrichtede, dat deeden de<br />
Schutters van Dordrecht in de Dordfche en AU<br />
llasfer waarden: Op den io^en Sept. werd in<br />
eene, daar toe belegde Vergaadering der drie<br />
Schutteryen , onder geheimhouding op den<br />
Schutters Eed , beflooten, om eenen togt over<br />
de lijerwede te doen: Den volgenden dag, den<br />
li 1<br />
-' 1<br />
Sept. trok een Detachement van 18a<br />
Schutters, voorzien van 2 Veldftukjes, en 20<br />
Kanonniers , uit de ftad , zonder dat iemand<br />
anders, dan de Schutters zei ven , wist waaf<br />
^Jaa tce. Zy voeren aan den Rietdyk over op<br />
Papendrecht; waar zy zich in orde fchaarden,<br />
en, hunne Officiers te paard gefteegen zynde,<br />
trokken zy van daar voort raa Giefendam, waar<br />
zy halte hielden tot omtrent 1 uuren des nachts;<br />
wanneer zy langs den Dyk voorttrokken, en<br />
zich op zekere hoogte in verfcheidene kleine<br />
Detachementen verdeelden, en de Boeren in<br />
den<br />
{•) Nieuws Nederl. Jeari. S,$t. 1787. bladz. 448,-440;.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. H$f<br />
den Jlblasferwaard, gelyk ook aan den Bout,<br />
by Gorinchem, te Hardinxveld, Werkendam,<br />
Giefendam , Sliedrecht, Papendrecht en andere<br />
Dorpen van de Dordfche Waard ontwapenden;<br />
waar de Huisluiden veele beweegingen en oproerigheden<br />
verwekten met het teekenen van<br />
meer gemelde Verzoekfchriften tot vernietiging<br />
der Befluiten , die de Staaten van Holland<br />
geoordeeld hadden te moeten neemen ; tot demping<br />
van welke Oproeren, en tot handhaaving<br />
der Staatsbefluiten , de Schutters van Dordrecht<br />
buiten allen twyfel gerechcigd en gemagtigd<br />
waren,wat fchyn van redenen anderen daar tegen<br />
ook hebben willen inbrengen. Zy kwamen<br />
den volgenden dag terug, en trokken des avonds<br />
ten 9 uuren, onder Toortslicht de Rad in; medebrengende<br />
drie opgehoopte Wagens met Geweeren<br />
, drie Prinfen Vlaggen, en ander Wapentuig<br />
(*)< Dat nu deeze ontwapening der<br />
oproerige Landlieden op last of ten minflen<br />
met kennis en goedkeuring der Staaten gefchied<br />
is, kan daar uit blyken , dat Hun Ed Groot<br />
Moog. op raad van Gecommitteerde Raaden ,<br />
den Baljuw van Rhoon en Pendrecht, en die<br />
van den Alblasfer waard gelast en gemagtigd heb.<br />
ben, om tegen de oproerigen, die, door het<br />
ter tekening leggen en doen tekenen der bovengemelde<br />
oproerige Verzoekfchriften, bewee-<br />
(?) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sett. 1787. bladz. 4343<br />
gia-<br />
178*4
1787.<br />
Hooggaande<br />
verfcliil tusfclien<br />
de<br />
Staatsleden<br />
van Vrieslandontftaan.<br />
Befluit der<br />
Staaten van<br />
Vriesland<br />
op het voorftel<br />
der Bemiddeling<br />
van Vrank'<br />
r Sk.<br />
256 BEKNOPTE HISTORIE CËft*<br />
gingen verwekt hadden , ten kosten van deri<br />
Lande te rechten te gaan (*).<br />
Terwyl deeze dingen in Holland gebeurden s<br />
ontftond 'er in de Provintie van Vriesland een<br />
gefchil tusfehen de Staatsleden, dat op eene<br />
feheuring der Staatsvergaadering uitliep, en,<br />
gelyk te Amersfoort en Utrecht, twee Staats-<br />
vergaaderingen, eene van de Meerderheid te<br />
Leeuwarden, en eene van de Minderheid der<br />
Leden te Franeker, voortbragt; Dit gebeurde<br />
by geleegenheid, dat de Afgevaardigden der<br />
Staaten van Holland ter Vergaadering van de<br />
Algemeene Staaten voorgeflaagen hadden om<br />
de Bemiddeling des Konings van Frankryk, als<br />
Bondgenoot der Republiek, tot bylegging der<br />
gefchil len in te roepen. Op dit voorftel namen<br />
de Staaten van Vriesland, by meerderheid van<br />
Remmen op den 2i 1 } c n July een Befluit, om<br />
voor als nog geene Bemiddeling van buiten-<br />
's Lauds in te roepen , zonder vooraf te be<br />
proeven ,• of 'er nog geene inwendige middelen<br />
voorhanden waren; waar toe dan in aanmerking<br />
konde koomen het benoemen van een klein ge<br />
tal vertrouwde Ferfoonen uit de Hooge Bond-<br />
genooten, met genoegzaam gezag en vertrou<br />
wen voorzien, om, in de eerfle plaats, de ge-<br />
fchillcn tusfehen de Provintiën ontftaan , zoo<br />
Baby moogelyk te reguleeren, en verder die<br />
zaaken, waar over men niet zou kunnen over-J<br />
en Nieuwe Neder!, Jaarb. Sept. 1787. hlsdz. 44'Ï8.<br />
een
'ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 25:<br />
leenkoomen, te onderwerpen aan eene Beflisfing<br />
van Perfoonen 5 aan wcderzyden te benoemen:<br />
Eu om, in de tweede plaats, op dezelfde<br />
wyze de gefchiktfie wegen en middelen t'e bepaalen,<br />
om de inwendige gefchillen in de Provintien<br />
, waar en tusfehen wien Ook ontRaan,<br />
by te leggen : Dat, alzoo de Provintie van<br />
Vriesland door haare inwendige rust en neutraliteit<br />
tot het houden van byeenkomften en onderhandelingen<br />
tot dat einde meest gefchikt<br />
Was, Hun Ed. Moog. dezelve daartoe aanbooden.<br />
En eindelyk , dat Hun Edel Moog. in<br />
zulk een geval voorts Zouden vermeenen, dat<br />
ook die nabuurige Moogendheden, welke door<br />
derzelver aanbod van Bemiddeling, als anderzins<br />
, blyken hadden gegeeven van derzelver<br />
beJangneeming in de herftelling der ruste binnen<br />
de Republiek, zouden behooren te Worden<br />
verzocht, om den invloed en het vertrouwen<br />
, dat dezelve op deezen of geenen der<br />
Bondgenooten, of op aanzienlyke Perfoonen<br />
in het Gemeenebest, mogten hebben, te wil<br />
len in het werk Rellen, om dezelven geneegen<br />
te maaken tot onderlinge toegeevendheid ,<br />
en af te zien van alle zodanige gedraagingen,<br />
als gefchikt zouden zyn om de gemoederen<br />
meer en meer te vcrwyderen 4 en alle midde<br />
len van verzoening onvrugtbaar te maaken.<br />
Tegen dit Befluit protefleerden verfcheidene<br />
Volmagten , als die van Westdongeradeel, van<br />
t'erweradtel, van Humekmer, Qldephm, Noord,<br />
R Wlde,<br />
Protest efi<br />
A;i nieekebing<br />
van<br />
verfelieideti<br />
Volmaken*
1787.<br />
258 B E K N O P T E HISTORIÉ DER<br />
wolde, en het Bilt, in het kwartier van Wei.<br />
tergoo; in dat van Zevenwouden, wegens Oost-<br />
flellingwerf ; en in het kwartier der Steden we<br />
gens Sneek en Dokkum. Zy betuigden , zich<br />
met het Befluit, op het punt der voorgefiaa-<br />
gene Bemiddeling gevallen , geheel niet te<br />
kunnen vereenigen, en deeden daarop eenige<br />
aanmerkingen aanteekenen tot wederlegging<br />
van de redenen, daarin bygebragt: Zy konden<br />
nimmer als eene zwaarigheid tegen het vraa-<br />
gen der Bemiddeling van Zyne Aller • Christe-<br />
lykfte Majefteit erkennen , dat andere nabuur igs<br />
Moogendheden, met welke de Republiek in vrede<br />
en vriendfchap leeft, even zeer als Zyne Aller-<br />
Christeljkfle Majefteit, het oog gevestigd houden<br />
op deeze Republiek, om dat 'er een groot onder-<br />
fcheid is, tusfehen in vrede en vriendfchap te<br />
leeven , en de naauwe betrekking van eenen<br />
Bondgenoot : Integendeel geloofden de prote-<br />
fteerende Leden, dat deeze plaats in het Be<br />
fluit der Staaten aan Zyne Aller - Christelykfie<br />
Majefteit de wettigfte reden van ongenoegen<br />
en wantrouwen zou moeten geeven. — Veel<br />
minder konden zy toeftemmen , dat eenige<br />
binnenlandfc ie nrddelen zouden behooren be<br />
proefd te worden; om dat zy overtuigd waren,<br />
dat het Volk in andere Provintiën, maar vooral<br />
in deeze Provintie , zodanig een gevestigd<br />
wantrouwen OD zyne Regeering hadt, dat men<br />
geene Perfoonen binnen 's Lands zou kunnen<br />
vinden , genoegzaam in vertrouwen , om 'er<br />
eenig
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 259<br />
eenig goed gevolg van te wagten. Zy billyk-<br />
ten vooral het wantrouwen, dat in de Provin<br />
tie van Vriesland by de Natie gevestigd was.<br />
Zy toch (de Natie) die zich nog onlangs in<br />
verfcheidene Staatsflukken , zelfs boven de<br />
maate, door Hun Ed.Moog. hoorde verheffen,<br />
toen het op het verdryven van eenen gehaa-<br />
ten Hertog van ERONSWYK aankwam; zy,<br />
die zich tegen den heerschzuchtigen Stadhou<br />
der, die haare item, de Rem van een dom en<br />
onkundig Gemeen durfde noemen, door Hun<br />
Ed. Moog. zag verdeedigen ; zy, die toen<br />
haare Rem, de Rem van Hun Ed. Moog. Last-<br />
geevers hoorde noemen; zy, die men toen op<br />
alle moogelyke wyzen tot de wapening hoorde<br />
uitlokken; zy, (die Natie) zag zich thans,<br />
nu Hun Ed. Moog. het door haare hulp en<br />
fteun, ja door haar alleen, zoo verre gebragt<br />
hadden, dat de Stadhouder, die toen der Wet<br />
ontwasfen was, onder Hun Ed. Moog. bewind<br />
was terug gebragt, op het vernederendfie ver<br />
acht; ja zoo verre zelfs, dat niet alleen haare<br />
ByeenkomRen van Genootfchappen , tegen<br />
welke zelfs de kundigfte trekken en lagen van<br />
den openbaaren Aanklaager geene befchuldi-<br />
ging konden inbrengen , op eene listige en<br />
ongehoorde wyze verbooden zyn. Zy zag<br />
thans haare wapening op alle moogelyke wyze<br />
onder de hand en van ter zyden tegengaan;<br />
zy zag zich door een ander Placaat van den<br />
35^» Sept. 1786, beneden de dieren vernee-<br />
R 2 derd;<br />
1787.
17^7»<br />
affo BEKNOPTE HISTORIE ÜEH<br />
derd : zy zag zich verhinderd om, wanneer<br />
zy vertrapt en vertreeden werd , haare klagten<br />
daar over aan Hun Ed Moog. te brengen;<br />
en dus verfteeken van een recht , dat het<br />
eerfte geregeld middel is om herftel van wettige<br />
bezwaaren op eene befcheidene en vriendelyke<br />
wyze te verkrygen. — Dit groot Contrast<br />
in de handelingen van Hun Ed. Moog.,<br />
gevoegd by de kennis, die de Natie heeft, dat<br />
de betrachting der Conftitutie, dat is der fondamenteele<br />
Wetten, hier zeer mank gaat; by<br />
de bewustheid, dat zy eenen Stadhouder cn<br />
Kapitein Generaal hadden , die geweigerd<br />
heeft, zich aan de Inftruftie, hem door Hun<br />
Ed. Moog. voorgefchreeven , te verbinden ;<br />
dat die zelfde Stadhouder ondemeemend genoeg<br />
is, om de grondwetten des Lands willekeurig<br />
te veranderen; dit alles gaf de gegrondfte<br />
reden van wantrouwen. — Geene Placaten,<br />
met Galy en bannisfement dreigende zouden<br />
de Vriesfche Natie dwingen, om haare Rech«<br />
ten lydzaam te zien verlooren gaan — De<br />
protefteerende Volmagten , dus verre af zynde<br />
van deeze Provintie, als geheel buiten alle gefchillen<br />
te befchouwen, geloofden in tegendeel<br />
, dat 'er misfchien niet eene Provintie<br />
onder alle was , waar de tusfchenkomst van<br />
eene buitenlandfche Moogendheid meer noodig<br />
was , dan in Vriesland, en byzonderiyk<br />
voor Hun Ed. Moog. op dat de zaaken door<br />
dezelve zodanig wierden beftierd, dat de Natie<br />
aan
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, 2
2i ?2 B E K N O P T E HISTORIE D E R<br />
1787. d lergelyk zouden willen aandoen , ofte Oorlogen<br />
n \aaken, enz. Dus houdt dat Befluit niet min-<br />
Verbod van<br />
met Kanon<br />
te excrceeren. <br />
er in, dan eene verzaaking van de Unie van<br />
Jtrecht, van welke deeze Provintie, of wel<br />
lie Leden, welke zich daarby gevoegd heb-<br />
>en, zouden verflooken zyn. ' En om dat de<br />
)ovengeraelde Volmagten zich niet gemagtigd<br />
chten , ook niet gezind zyn , de Unie van<br />
Jtrecht te verbreeken, en zulks van het hoog<br />
te belang is voor hunne Lastgeevers ; zoo<br />
irotefteerden zy tegen hetgenoomene Befluit,<br />
ïoudende dezelve voor hunne kwartieren on-<br />
chadeiyk, en blyvende inroepen de rechten<br />
Ier Unie van die Bondgeoooten, die geneegen<br />
;yn, zich aan die Unie te blyven houden (*).<br />
Over deeze Deeze Protesten en Aanteekeningen werden<br />
Protesten<br />
cn Aantee- loor de Meerderheid der Staatsleden , dié het<br />
kenirigcn ] jovengemelde Befluit genoomen hadden, als<br />
wordt een<br />
crimineele 1 looggaande beleedigende befchouwd voor de<br />
/lelie ingefleld.<br />
iegeering in 't algemeen, en voor de Leden<br />
ierzelve in het byzonder , en als regt gefchikt<br />
1 )m de goede Ingezeetenen te misleiden, en<br />
1 :egeu de Regeering optezetten : zy verklaar-<br />
ien dezelve daarom crimineel, en Relden<br />
;chte affchriften daar van in banden van den<br />
Procureur Generaal der Provintie , met last<br />
3m daar tegen het recht van de Heerlykheid<br />
waar te neemen (f). Ter zelfder tyd, den<br />
I iden<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb, •July. 1787. bladz, 2154-2165»<br />
(t) Ibid, Augustus, bladz. 2159.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 263<br />
Et.de* Aug. werd Beflooten en daadelyk uitgevoerd,<br />
aan alle Grietenyen en Steden aan te<br />
fchryven, in hunne Bedryven, of Diftriclen<br />
2orge te draagen, dat met Kanon niet geëxerceerd<br />
of gemanoeuvreerd wierde ; met last om<br />
.daar van, in tegengefteld geval, aan de Gedeputeerde<br />
Staaten kennis te geeven.<br />
Deeze gcftrenge Rappen van de meerder•<br />
heid verbitterden die van de minderheid heel<br />
zeer; gelyk ook de gewapende Burgers, die<br />
hun waren toegedaan, met hun eene lyn trokken,<br />
en hunne zaak zich eigen maakten. De<br />
voorgemelde protefiecrepde Volmagten keverden<br />
op den 23 fte11<br />
Aug. aan den Heer j. c.<br />
B E R G S M A , als Voorzitter van de Gedeputeerde<br />
Staaten (of zoo als men dat Collegie<br />
in Vriesland noemt, die in het Mindergetal)<br />
eene Infinuatie en Verklaaring in, waar door<br />
zy bekend maakten, ,, du zy door het ge-<br />
„ weldig gedrag der meerderheid, alle banden<br />
en eerbiedingen, welke Leden van Staat<br />
s, aan eikanderen verfchuldjgd waren, als ver-<br />
„' brooken befchouwden , en door aanflagen<br />
3, hunne perfooneele veiligheid in gevaar ge-<br />
9, bragt, zich buiten Raat oordeelden, langer.<br />
„ ter Staatsvergaadering te verfchynen. Ovet<br />
„ zulks de Befluiten, die vervolgends door de<br />
3, Meerderheid zouden genoomen worden,<br />
„ verklaarden voor informeel, nul, en van<br />
,j onwaarde". Zy bleeven ook afweezig van<br />
de Staatsvergaadering, en gaven van hun Pro<br />
R 4 testj<br />
1787.<br />
Infinuatie<br />
en Verklaa.<br />
ring van de<br />
Minderheid<br />
aan dc Gc«<br />
deputcerds<br />
Staaten.<br />
Geeven daar<br />
van Uennii<br />
aan de 1.gezeetenen<br />
t<br />
enz.
264 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
test, en van deeze Verklaaring kennis aan de<br />
Remgerechtigde Ingezeetenen van hunne Land-<br />
Rreeken en aan de Vroedfchappen der Steden<br />
Snetk en Dokkum, en te gelyk begeerden zy<br />
van dezelven vrywaaring en fchadeloosftelliBg,<br />
zoo als aan Volmagten toekomt. Zy vervoeg-,<br />
Arlies der<br />
gewapende<br />
Euniei s een-<br />
den zich by de Steden van Holland, als Leden<br />
van het Bondgenootfchap om derzelver hulpe<br />
interoepen ; gelyk ook aan den Koning van<br />
Vrankryk als Bondgenoot der Repubjiek. Den<br />
volgenden dag, 24 Aug. vergaaderden Gecommitteerden<br />
uit de gewapende Corpfen der Provintie,<br />
en beflooten een Adies aan de Staaten<br />
in te leeveren; gelyk op. den 26^" Aug. ook<br />
een Adres , door alle de Burger - Corps en door.<br />
eenige Schutteryen oaderteekend, ingeleeverd<br />
is: In dit Adres drongen de gewapende Burgers<br />
aan op het intrekken der Placaten tegen het<br />
ïtemmig niet<br />
de Minder- adresfeeren en verzoeken doen aan de Overiglieid.heid,<br />
en van het verbod op het invoeren van<br />
Krygsbehoeften en Geweeren , en van met het<br />
Gefchut te exerceeren; voornaamelyk en ten<br />
fterkfte drongen zy aan op het buiten kragt<br />
Rellen van de crimineele Aftie tegen de Minderheid<br />
; met bygevcegde Verklaaring, dat,<br />
gelyk alle Staatsleden by hunne Voimagt van<br />
hunne Lastgeevers, de belofte van fchadeloos-<br />
Relling gekreegen hadden, wanneer, hun om<br />
het uitvoeren van hunnen last, zonder dien te<br />
buiten te gaan , iets mogt overkoomen , de<br />
meesten van hun daarenboven reeds voor lange<br />
r<br />
• '• alle
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. aöy<br />
alle hulpe en onderfteuning toegezegd hadden<br />
aan de gemelde Staatsleden, indien zy in het<br />
aanwenden van rechtmaatige middelen mogten<br />
ontrust worden; welke hulpe en onderfteuning<br />
zy aan deeze Heeren en aan alle brave Regenten<br />
by herhaaling toezeiden en aanbooden;<br />
neemende het Protest dier Heeren woordelyk<br />
voor hunne rekening , en verklaarende , dat<br />
hetzelve hunne eigeue en waaragtige gevoelens<br />
behelsde.<br />
Dus ernftig begonnen hier de zaaken te wor- ,<br />
Staats,<br />
den; de Partyen tegen eikanderen ten uiterfte ' ergaadeng<br />
ge»<br />
verbitterd, de Staatsvergaadering van een ge- f :l;euuL<br />
fcheurd , en elk deel zich gereed maakende<br />
om zyne gevoelens met de wapenen ftaande te<br />
houden: Te Leeuwarden werden op den 24.ften<br />
Aug. orders aan den Bevelhebber der Bezetting<br />
gegeeven om de paerden der Ruiters uit de<br />
weiden te doen haaien en op de ftallen te zetten<br />
, en de Soldaaten , die met werkpasfen<br />
buiten de Stad waren , te ontbieden. Ook<br />
vonden de Staaten noodig, tot handhaving van<br />
hun Gazag, den fterken arm te gebruiken, en<br />
tot dat einde het Krygsvolk, ter betaaling van<br />
Vriesland ftaande, uit Gelderland en het Sticht<br />
van Utrecht te ontbieden (*). De protefteerende<br />
Leden daar en tegen, die de Minderheid<br />
uitmaakten, begaven zich naa Franeker,<br />
en hielden daar eene nieuwe Staatsvergaadering,<br />
(*) Nieuw Nederl. Jearb, Aug. 1787. bladz. 4257 — 4283.<br />
R 5<br />
*****
Franeker in<br />
ftaat van<br />
verdediging<br />
gfctteld.<br />
i6c5 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
•ing, die zy alleen voor de wettige Souvraine<br />
Vergaadering hielden, terwyl zy die \an Leeuwarden<br />
voor geweldenaars verklaarden, en gerolglyk<br />
alle de Befluiten derzelve voor onwet-<br />
:ig en nietig wilden gehouden hebben. De<br />
Stad Franeker werd in ftaat van verdeediging<br />
gefteld, en tot dat einde een Defenfiewezen,<br />
dat is te zeggen, eene Commisfie, aangefteld,<br />
beftaande uit Leden der Stads Regeering, van<br />
len Krygsraad en van het Genootfchap. Men<br />
jragt Kanon op de Wallen, men nam Hulpeingen<br />
in, en alle dagen trokken 250 Mannen<br />
Burgers op ter Wacht. Tot Bevelhebber over<br />
dezelven werd aangefteld de Heer A, TUI-<br />
?; E M A 1 Oud-Kapitein, aan wien toegevoegd<br />
werden de Grietman DE BERE, en de Bevelhebber<br />
van het Genootfchap Mr. A. TUIN<br />
HOUT. In deeze gefteldheid van zaaken zonden<br />
de Staaten , te Leeuwarden vergaaderd ,<br />
eenen Brief aan de Regeering van Franeker,<br />
met eenen voorflag om drie Gecommitteerden<br />
naa Leeuwarden te zenden, ten einde de gefchillen<br />
in het vriendelyke by te leggen, die<br />
gefchiedde, doch de onderhandelingen waren<br />
yrugteloos (*> En deeze onderneeming der<br />
Minderheid van de Staatsleden, om eene afzonderlijke<br />
Staatsvergaadering te Franeker opterechten,<br />
bekommerde de Staaten van Friesland<br />
heel zeer j en zoo veel te meer om dat<br />
die<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaar}, Aug, 17%7> bl*siz. 495J-<br />
v
QNLUSTEN IN HET VADERLAND. 267<br />
die Minderheid daar in door die van Holland, by-<br />
zonderlyk van Amfterdam, onderfteund werd me:<br />
Oorlogsbehoeften , Manfchap en Geld ; ten<br />
einde te bewerken dat de Staatsgezinde Farty<br />
in de Algemeene Staatsvergaadering de meer<br />
derheid mogt bekoomen (het welk met Utrecht<br />
mislukt was) en daar door meester worden van<br />
al het Krygsvolk van den Staat. Hierom fchree<br />
ven zij aan de Algemeene Staaten, en gaven<br />
aan dezelven keunis van den toefland van zaa<br />
ken en van alles wat 'er tusfehen de Staatsle<br />
den en te Franeker gebeurd was (*).<br />
Uit vreeze voor eenen aanval van de zyde 1<br />
der Staatsleden te Leeuwarden, hield men reeds %<br />
'ranelcr<br />
crltextti<br />
in Augustus de Poorten van Franeker door<br />
gaands geflooten en waakte met dubbele Wach<br />
ten ; en het Stads Defenfie - Wezen, dat in<br />
May was opgerecht, werd nu met drie Leden,<br />
de Heeren c. L- VAN BEYMA, \. ROOK DA<br />
en P. E R E U G E M A N , vermeerderd, en be<br />
kwam nu den tytel van 't Defenfie - Wezen van<br />
Staat en der Stad Franeker, benevens een groot<br />
gezag en geene geringe voorrechten. Men<br />
maakte in de Wal by de Ooster-Waterpoort<br />
eene kleine doorfnyding, leide een Ruk Kanon<br />
daar in, om de Jaagvaart daar mede te befchie-<br />
ten; ook werd over de Graft, op de Wal een<br />
kleine Battery opgeworpen en een Ruk Kanon<br />
daar op geplaatst om den Trekweg te beftry-<br />
ken;<br />
{*) Ki.uwe Nederl, Jaarb, September 1787. bladz. 4934.<br />
17$?4
*£8 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
ken; en dus ging men voort rondom de Stad<br />
te verfterken met Batteryen op te werpen, en<br />
Kanon daarop te planten tegen over ajle de<br />
wegen en toegangen naa de Stad.<br />
De ïvlimler De afgefcheidene Staats - Leden, de minderfceid<br />
maakt<br />
toeftel om' , heid uitmaakende, bleeven nu beRendig in de<br />
Cezaj van<br />
,Staaten n^n<br />
jereemen.<br />
Stad Franeker, en vergaaderden dagelyks, zoo<br />
wel op het Stadhuis, als in de Herberg de Valk.<br />
Zy gaven kennis van alle de oinftandigheden<br />
aan de Ingezetenen der Grietenyen en aan de<br />
Magiftraaten der Steden , uit welke zy afgezonden<br />
waren, en eischten die vrywaaring,<br />
welke aan hun als Volmagten by de Volmagtsbrieven<br />
beloofd waren. Zy fchreeven ook brieven<br />
van bekendmaaking aan de Staaten van<br />
Holland en aan den Koning van Vrankryk, als<br />
Bondgenoot der Verëenigde Provintiën ; en<br />
om een wettig beRaan en Reun te hebben werd<br />
een Verklaaring ontworpen, waar by de Schutteryen<br />
en Genootfchappen by Eede beloofden<br />
geene andere Overheden te zullen erkennen,<br />
dan deeze Leden, die te Franeker vergaaderden;<br />
en derzelver orders heilig te zullen opvolgen<br />
en nakoomen , die hun zouden gegeeven<br />
worden tot herfiel van hunner aller Rechten<br />
en Vryheden. Dit Ruk werd overal ter<br />
tekening gelegd, om, zoo haast als de Staats-<br />
Leden in het Academiehuis zouden, vergaaderd<br />
zyn , en de tekening voldoende bevonden,<br />
door Officieren te doen inleeveren ; terwyl<br />
meq
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, aêj i<br />
men de andere Officieren, die daarin zwaarig.<br />
beid maakten, aanftonds afzette.<br />
Dewijl men voorgenoomen hadt zich in dai<br />
gezag te handhaaven, zoo voorzag men ziel<br />
ook van de noodige Krygsbehoeften ; en af<br />
hoewel de Staaten te Leeuwarden het Exerceeret 1<br />
met Gefchut en het invoeren van Oorlogstuig<br />
en Krygsbehoeften verbooden hadden , zoc<br />
oordeelden die van Franeker zich toch gerech<br />
tigd , uit kragt van een Befluit der Regeering var<br />
de Stad; waarby de Schuttery gemagtigd was.<br />
om alles te bezorgen wat tot verdeediging van<br />
dezelve noodig was; om zich van een groot<br />
getal kogels, handgrenaden, en io,ooo pond<br />
Buskruid te voorzien, ook eenige Kanonniers<br />
van Zwolle te ontbieden, die ook daar aankwa<br />
men en dagelyks op de Wallen, in de behan-<br />
deling van het Gefchut, de noodige onder-<br />
richting gaven. Men ontving ook te Franeker<br />
op den 24 fte<br />
» Aug. tyding, dat een Schip met<br />
Gefchut en Krygs-voorraad, uit Holland toe<br />
gezonden, voor de Wal lag. Voor tegenftand<br />
van Krygsvolk beducht zynde, zond men dien<br />
zelfden avond naa de nabuurige Gewapende<br />
Genootfchappen, om hulpe, ten einde de ont-<br />
fcheeping te dekken : Deezen zonden wel<br />
haast 400 mannen uit de verfcheidene Corpfeu<br />
met twee Veldfiukjes naa de-plaats der ont-<br />
fcheeping , welke maar een uur gaans van<br />
de Krygsbezetting, te Harlingen, was, en<br />
ruim twee uuren van Franeker. De ontfehee-<br />
1787-.<br />
Kry^-sbehoetteoingevoerd.
Het Kanon<br />
en üeKrygs*<br />
behoeften<br />
door Gedept!<br />
teerde<br />
Staaten op»<br />
geïbelit.<br />
27D BEKNOPTE HISTORIE DÉR<br />
ping gefchiedde zoo gelukkig, dat de voorraad,<br />
beftaande in 8 ftükken Kanon , waar onder<br />
4 fraaije metaalen Veldftukken, en zes of<br />
agtduizend pond Buskruid , den 25 fte<br />
» Aug.<br />
behouden binnen Franeker gebragt werd.<br />
Den 27 [ien<br />
Aug. kwam te Franeker een Deur»<br />
waarder van de Staaten, van twee Gerechtsdienaars<br />
verzeld, welken, in naam der Gedeputeerde<br />
Staaten , al het Gefchut en de Krygsbehoeften,<br />
die in de Stad waren, opeischten.<br />
De Magiftraat met deeze zaak verleegen, zond<br />
hen naa hec Defenfie - Wezen, het welk verklaarde,<br />
in deezen .eisch niet te kunneu bewilligen<br />
, dewyl het opgeëischte goed het<br />
eigendom der Schuttery en Burgery was; en<br />
indien men het met geweld wilde haaien, dat<br />
men zulks als eene Ooiiogsverklaaring zou aanmerken<br />
, en getroost zyn , het geweld aftewagten.<br />
Ja men was voorneemens geweld met<br />
geweld te keeren ; want daar werden feinen<br />
gegeeven en eenige Postboden^afgevaardigd,<br />
waar door in weinig tyds eene groote menigte<br />
gewapende Genootfchappen uit de nabuurige<br />
Dorpen in de Stad trokken, het welk den gehcelen<br />
nacht aanhield ; zoo dat 'er den volgenden<br />
dag reeds duizend gewapende Vrywilligers<br />
in de Stad waren. Deeze gebeurtenis<br />
ontvonkte den yver in andere Grietenyen ,<br />
waar van men 'nooit verwagt hadt, dat zy de<br />
wapenen zouden opvatten, om zich ook onder<br />
. de Viycorps aan te geeven, of nieuwen opterech-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND, èji<br />
rechten. Aan de andere zyde baarde deeze ge-<br />
I787.<br />
beurtcnis veele bekommering in de Provintie;<br />
verfcheidene Leden van Regeering vlugteden<br />
van hunne Landhuizen naa Leeuwarden met<br />
hunne goederen ; men Relde daar dubbele<br />
Wachten en zond Rerke Patrouilles uit, die<br />
niet zelden de Ronden der Burger - Corps ontmoetteden<br />
(*). Dus liet het zich aanzien ,<br />
als of een binnenlandfche Oorlog onvermijdelijk<br />
was. De Staaten te Leeuwarden ontbooden<br />
alle de Troupen, op de betaaling der Provintie<br />
ftaande, uit Gelderland en Utrecht, met eene<br />
dringende order en bygevoegde bedreiging ,<br />
dat zy , indien ze niet binnen agt dagen op<br />
marsch gingen , buiten foldy zouden gefteld<br />
worden. Die van Franeker, daarentegen, zonden<br />
een Detachement van 200 Mannen na»<br />
Makkum, om zich in 't bezit van die plaats te<br />
ftellen; ten einde eene Zeehaven te hebben<br />
om zich van de vrye gemeenfchap met Holland<br />
te verzekeren (f). Ook deed het Defenfie-<br />
Wezen der Stad Franeker, onderricht zynde,<br />
dat *er een fcherpe Publicatie, van wegen de<br />
Staatsleden te Leeuwarden, ftond afgekondigd<br />
te worden tegen het verleenen van hulpe aan<br />
deeze door geweld gedreigde Stad, eene aanfchryving<br />
aan de Bevelhebbers der gewapende<br />
Genootfchappen, dat hetzelve goedgevonden<br />
had,<br />
Nieuwe Ntierl. Jaarb. Aug. 17S7. blafe. 48.6-438-.<br />
(D 'bid. September 1787. b.'adz. 405.9.<br />
Het Defen<br />
Ce - Wezen<br />
neemt .".Ie<br />
de ge wapen<br />
de Burgers<br />
die terhulpi<br />
koomen ,<br />
onder be.<br />
feuerming.<br />
1
i 78 7><br />
SWats-Vergaadering<br />
tc<br />
Franeker<br />
uiigelchrecven.<br />
272 BEKNOPTE HISTORIÉ O E R<br />
had, Hun Ed. Manh. te verzoeken, gelyk zy<br />
hen verzochten om hun onderhebbend Volk te<br />
onderrichten, dat het Defenfie - Wezen dief<br />
Stad alle de Manfchappen der Provintie, die<br />
toe hulpe van Franeker uitgetrokken waren, of<br />
nog zouden uittrekken, zoo wel Soldaaten als<br />
Burgers, onder zyne byzondere befcherming<br />
nam, met belofte dezelven allen tegen alle geweid<br />
te waarborgen; en dat aan ieder Man j<br />
die uitgetrokken was, en zich te Franeker, of<br />
te Makkum onder de Wapenen bevond, betaald<br />
werden vier Car. Gulden in de week, en daarenboven<br />
vrye kost en inkwartiering.<br />
Dus bleef alles hier op den vott van Oorlog ;<br />
de Poorten bleeven geflooten, zoo nogthans,<br />
dat men kon in- en uitgaan , doch niet zonder<br />
Paspoort van het Defenfie - Wezen. De lust<br />
toe de Wapenen werd ook nog algemeener<br />
door de aangejaagde vreeze voor plundering<br />
van het Krygsvolk. Ten platten Lande was<br />
men daar voor zoo beducht, dat men op de<br />
wegen eene groote menigte Eggen faameh<br />
bras;t, om ze voor de Ruitery onbruikbaar te<br />
maaken : ook werden de bruggen afgebrooken<br />
(*).<br />
Om nu vervolgends de voorgenoomene verbeetering<br />
der Regeeringswyze Staatsgevvyze<br />
uittevoeren, befchreeven de Staatsleden van<br />
de Minderheid op den jjfcra September eene<br />
Staats.<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sépt. 1:87. blad: $ o.
ONLUSTEN IN HÈT VADERLAND. 273<br />
Staatsvergaadering , om den 7 den<br />
September in 1787.<br />
het Academiehuis te Franeker te vergaaderen,<br />
ter beraaming van zodanige middelen, als tot<br />
herftelling der Conftitutie van de gefchondece<br />
Volksrechten , en dus tot best van Land en<br />
Kerk, dienftig zoude bevonden worden; met<br />
belofte , dat aan alle de geenen, welken zich op<br />
voorfchreve tyd en plaats zouden vervoegen,<br />
èlle hulpe, veiligheid en befcherming zou verleend<br />
worden , en met verklaaring , dat tegen<br />
de afwezig blyvende zou worden befchikt en<br />
gehandeld , zoo als verftaan zou worden te<br />
behooren (*).<br />
Deeze nieuwe Staatsvergadering van de Minderheid<br />
der Leden werd ook inderdaad op den<br />
7** Sept gehouden : De Leden derzelve werden<br />
niet veele plegtigheid in hét Academiehüis<br />
ingeleid , voorgegaan van het Defenfie.<br />
Wezen , en van verfcheidene Vrycorporisten<br />
verzeld. Het eerfte , dat in deeze Vergadering<br />
beflooten werd, was de befchreevene Leden,<br />
die niet verfcheenen, van hunne Ampten<br />
en Waardigheden vervallen te verklaaren;<br />
eh den volgenden dag den 8''cnSept. werd eene<br />
Publicatie beraamd, en overal, zoo veel moogelyk<br />
aangeplakt, om geene andere dan deeze<br />
Vergadering , voor de waare Staaten en den<br />
wettigen Souvrain te erkennen. Den g^u w e r cj<br />
eene Publicatie beraamd en afgekondigd tegen<br />
C) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept, 1787. bladz. 4973.<br />
de<br />
Eerfte by.<br />
eenkoinsc<br />
der Vergui<br />
dering.
1787-<br />
Veifcneidencaanfctaryvingcn<br />
dour<br />
die Vcrgaadeiinggedaan.<br />
274 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
de Publicatie der Staaten te Leeuwarden , ter<br />
vernietiging der Genootfchappen ; by welke<br />
Publicatie de Ingezetenen tot den Wapenhan<br />
del werden aangemoedigd , en onder de by<br />
zondere befcherming van deeze Vergaadering<br />
genoomen (*)•<br />
Vervolgends deeden de Staaten te Franeker<br />
vergaaderd, op den I3 dcn<br />
Sept. aan de Ontvangers<br />
en Collecteurs van de Gemeene Middelen<br />
aanfchryven,om geene Penningen naa Leew<br />
warden te vervoeren; maar die by zich te hou-,<br />
den tot dat zy daar omtrent nader zouden voorzien<br />
hebben. Ook hadden zy den tffy Sept.<br />
eenen Brief gcfchreeven aan den Heer J. VAN<br />
SMINIA, Secretaris van de Staaten, om met<br />
de Kamerbewaarders, en verdere aanhoorigen<br />
zich naa Franeker te begeeven, ten einde aldaar<br />
hunne posten waar te neemen. Doch deeze<br />
was daartoe ongeneegen. Men Relde derhalven<br />
by provifie den Heer H L. VAN AL<br />
T E N A tot Commies ter Secretary aan. Men<br />
fchreef Brieven aan de Bondgenooten, aan de<br />
Algemeene Staaten, aan den Stadhouder, aan<br />
de Rekenkamer. Men zond zoo veel gewapend<br />
Volk, als men misfen kon, naa Bohward,<br />
Sneek , Workom , Hindelopen en Stavoren , om<br />
zich van die Steden te verzekeren. Men hadt<br />
reeds 20000 Guldens by de Ontvangers en Collecteurs<br />
doen ophaalen en het grootRe gedeelte<br />
(«) Nieuwe Neder!. Jetrb.-Sep.'. 1787- BUU<br />
'
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 275<br />
te van 't Gefchut van Slooten naa de Lemmer<br />
vervoerd, om die plaats te verRerken. Men<br />
beraamde op den 14^1. Sept. een Publicatie om<br />
het Regiment Voetvolk van Plettenberg af te<br />
danken; waar van men aan den Kapitein - Gene.<br />
raai kennis gaf. Ook deed men aanfchryving<br />
aan dje Bevelhebbers van het Krygsvolk in de<br />
Provintie, om alle Officieren en Onderofficieren<br />
af te vraagen , of zy gezind waren , de<br />
Staaten te Franeker vergaaderd, te gehoorzaamen,<br />
met bedreiging van, indien zy niet,<br />
of niet voldoende, antwoordden, voor vyanden<br />
des Vaderlands gehouden te worden (*).<br />
Ondertusfchen hadden de Staaten van Vriesland,<br />
te Leeuwarden vergaaderende, in het laatst<br />
der maand Aug. reeds by voorraad van de Algemeene<br />
Staaten en den Kapitein-Generaal<br />
een goed getal Krygsvolk met het noodige Gefchut<br />
verzocht; al het welke tegen den ijuen<br />
Sept. in de Provintie van Vriesland verwagt<br />
werd: Ook werdt de inval van Pruisfifche Legermagt<br />
hoe langer hoe waarfchynelyker. Daar<br />
by kwam nog de tyding van het verlaaten van<br />
Utrecht; al het welke deeze nieuwe Staaten en<br />
hunne aankieevers in groote verlegenheid bragt.<br />
Evenwel zochten zy de Stad Harlingen, dietot<br />
hier toe geene party gekcozen hadt tot<br />
hunne party over te haaien, en zich daar door<br />
te ft.erken.; ten welken einde het Fits-Gerecht<br />
C) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. 'bladz. 4994.<br />
S 2<br />
der<br />
1787.<br />
De Staaten<br />
te Leeuwarder,ontbiedenKrygsvolk.
Men beproeftonderwaterzettingen.<br />
276 BEKNOPTE HISTORIE D E K<br />
der Stad Franeker eenen Brief aan den Burger-<br />
Krygsraad van Harlingen fchreef; doch de<br />
Krygsraad floeg dat voorflel ronduit af, en<br />
verzocht daar over niet meer lastig gevallen te<br />
worden (*).<br />
Eindelyk beproefde men het laatfte hulpmiddel<br />
van verdeediging, de onderwaterzetting:<br />
Men zond den i8 ,te<br />
n Sept. eene menigte Gravers<br />
naa de Lemmer, die een gat in den Dyk<br />
begonnen te graaven; doch wel haast kwamen<br />
de Boeren van de nabuurige Dorpen, van allerlye<br />
foorten van geweer voorzien , om dit<br />
begonnen werk te fluiten, die de Gravers verdreeven<br />
, en het gat weder digt maakten. Zy<br />
beproefden dit ook op andere plaatfen, maar<br />
met even ongelukkigen uitflag: Op den 20 ftL<br />
>»<br />
Sept. werden eenige gewapende Boeren en<br />
Gravers, van een ftukje kanon voorzien, nsa<br />
den Dyk by het Dorp Stiens gezonden , om dien<br />
te doorgraaven; doch wel haasc kreeg men belicht<br />
daar van te Leeuwaarden, en zond eenige<br />
Ruiters, Soldaaten en Kanonniers, te zaamen<br />
350 Mannen met 2 zwaare en 2 kleine ftukken<br />
kanon , naa het gemelde Dorp , om de<br />
Boeren aldaar te ontwapenen, de Graavers te<br />
verjaagen en het gat in den Dyk weder digt te<br />
maaken. Hier by viel eene fchermutfeling<br />
voor; een Detachement gewapende Boeren in<br />
het Bosch van den Heer V A N W Ï C K E L geplaats^<br />
(*; Nieuwe Nederl. jaarb. Sept, 1787. bladz. 5001—50*0»
GNLUSTEN IN HET VADERLAND. 277<br />
plaatst, vuurden op het Krygsvolk, maar met<br />
de derde fchoot barstte hun Veldftukje, en zy<br />
waren genoodzaakt dc vlugt te neemen, en naa<br />
•een ander Dorp te wyken : Het Krygsvolk,<br />
•dat een uur lang met het kanon gefchooten<br />
-hadt, het gat in den Dyk door de Graavers,<br />
die zy mede gebragt hadden, hebbende doen<br />
digt maaken, keerden naa Leuwarden te rug.<br />
•In deeze fchermutl'elipg waren , aan de zyde<br />
der Boeren 2 of 3 gekwestRen, doch geen gesneuveld<br />
; insgelyks waren 2 gekwetRen aan<br />
•de zyde van het Krygsvolk , waar onder de<br />
Ritmeester POST, die met hagel in de wang<br />
-getroffen was. De üattery der Boeren werd ge-<br />
Regt, en hun veldftukje naa Leeuwarden medegevoerd<br />
(*).<br />
Daar nu alle middelen vrugteloos fcheenen,<br />
«n men eene groote geregelde krygsmagt te<br />
gerokt zag, begon men aan eenen goeden uit-<br />
4lag te wanhopen, en dorst den aanval niet afwagten<br />
om tegen fland te bi eden; een algemeene<br />
fchrik bevong de gemoederen , en elk begon<br />
*e denken om een goed heenkoomen te zoeleen:<br />
men zocht den moed nog wel te onderfteunen,<br />
met de hoope van eene aannaaderende<br />
Franfche Legermagt; maar dewyl niets daar<br />
van daadelyk bleek of met de waarheid beves.<br />
Sigd werd, zoo lieten de meesten den moed<br />
geheel en al zakken, en de hoofden, die het<br />
ft Nieuwe Nederl, Jaarb. Sept. 1787, bkdz. 4944.<br />
S 3<br />
be<br />
17S7.<br />
Toebereidfden<br />
tot<br />
vlugtcn gemaakt.
£787.<br />
De wanhopige<br />
ftaat<br />
belicud ge.<br />
278 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
bellier van zaaken in handen hadden , waren<br />
de eerften om zich tot de vlugt gereed te maaken.<br />
Drie der Leden van het Defenfie-We<br />
zen , de Heeren G. COOPMANS, Mr. N. SCHEL,<br />
TE MA, en Mr. E. P. VAN DER ZWAAG, be<br />
gonnen hunne goederen te pakken en in een<br />
Beurtfchip te doen laaden, om ze naa elders<br />
te vervoeren, en zeiven te volgen. De Burgers,<br />
zich nu in den nood van hunne Hoofden,<br />
die hen befchermen moesten, verlaaten<br />
«iende, waren zeer verftoord , fchoolden te<br />
•faamen, en dwongen de pakkers met zwaaré<br />
bedreigingen om.de fchepen weder te ontlaaden<br />
en de goederen in de huizen terug te brengen.<br />
Hoe meer de nood en de verlegenheid toenam,<br />
hoe meer de Beftierders den ftaat der zaaken<br />
in een gunftig licht deeden voorftellen; gelyk<br />
het Defenfie • Weczen op Zaterdag den 22'ten<br />
September nog by trommelflag liet bekend maaken,<br />
dat de zaaken thans beter ftonden dan<br />
•ooit; dat 'er alle oogenblikken Geld en Hulptroupen<br />
verwagt werden , enz. Maar deeze<br />
voorgeevens vonden geen geloove meer. Een<br />
der Hoofden ontviugtte het , onder vóorgeeven<br />
van de Franfche Troepen in Texel te gaan<br />
afnaaien ; een ander met zyn huisgezin mede<br />
poogende te ontwyken, werd door de Wacht<br />
aan de Poort aangehouden ,. en naa zyn huis<br />
terug gebragt.<br />
Zondag den 23 I1:en<br />
, des namiddags na Kerktyd,<br />
deeden de Staatsleden en het Defenfie-<br />
We-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 279<br />
Wezen het gewapend Volk in de Rerk koomen;<br />
en toen moest het hooge woord 'er uit,<br />
om hun de droevige tyding bekend te maaken,<br />
dat de Franfchtn geen hulpe konden geeven;<br />
dat zy niet beftand waren tegen de Magt,<br />
die tegen hen opkwam; en dat'er derhalven<br />
niets anders overbleef, dan zich met de vlugt<br />
te redden: dat zy de waare Voorftanders van<br />
de Vryheid noodigden om met hun naa Stavoren<br />
of naa Amfterdam te gaan; en dat zy hun,<br />
die zulks niet konden doen , aanraadden orri<br />
zich weder onder hunne voorige Regeering te<br />
begeeven. Na deeze aanfpraak ontftond 'er<br />
niet weinig verwarring, gemor en misnoegen<br />
onder de menigte over deeze te leurftelling<br />
van hunne verwsgting: Thans was het vlugten<br />
algemeen; veelen hadden veele moeite om<br />
de poort uit te koomen, en fommigen werden<br />
door de vertoornde Hulpelingen en kanonniers<br />
met 'kogels nagefchooten. C. L. VAN BEY<br />
MA en zyne Vrienden ontkwamen het alleen<br />
door hulpe van de Heeren DE B E E R E en VAN<br />
WYDENEURC, die hun een geleide van 70<br />
gewapende Burgers bezorgden, waarmede zy<br />
de Wacht der Oosterpoort overweldigden, en<br />
dus ontkwamen. Zy werden nogthans van de<br />
Kanonniers nog dapper nagefchooten , maar<br />
niet getroffen.<br />
1787.<br />
mankt en<br />
tor rle vlugt<br />
jcflooten.<br />
Nog eene groote zwaarigheid was 'er, hoe Mfreincenc<br />
rtugt naa<br />
ssien zich van de Hulpelingen, byzonderlyk de '<br />
:lders.<br />
kanonniers , zoude ontdoen, die zonder be-<br />
S 4 taa-
280 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
taaling niet wilden vertrekken, en met plundering<br />
dreigden, indien zy niet betaald wierden.<br />
Doch deeze zwaarigheid werd door een gelukkig<br />
toeval weggenoomen : Daar kwam een<br />
Chais, met 4000 Guldens gelaaden , aan de<br />
gevlugte Hoofden toebehoorende, om de poort<br />
uitteryden , dezelve werd aangehouden , eri<br />
het Geld als een buit befchouwd; men bragt<br />
het naa het Stadhuis, en betaalde daarmede<br />
Ie Hulpelingen, zoo ver als het Rrekte. Ee-<br />
Tige Staatsleden reisden over Groningen te lan-<br />
3e naa Bremen. Veele Hulpelingen trokken<br />
net den Hr. DE E E E R E over Bolsward en<br />
Workum naa Stavoren, en van daar over de Zui*<br />
Ier-Zee ma Amfterdam. c. L VAN BEYMA<br />
:n ROÖRDA fchreeven den 24^11 Sept. nog<br />
renen Brief uit Stavoren aan het Defenfie Weien<br />
te Franeker, om het zelve moed te geeven,<br />
:n Oorlogsbehoeften te eisfchen, met oogmerk<br />
>m zich aldaar nog te verdeedigen en ware<br />
iet moogelyk die Stad te behouden; waar toe<br />
nen ook de onderwaterzetting beproefde, maar<br />
velke door de laage Zee niet gelukte, terwyl<br />
iet Gefchut aldaar onbruikbaar was, en 't aan<br />
rygsbehoeften ontbrak. Zy verlieten daarom<br />
welhaast deeze Stad, en voeren van de Lem*<br />
ler naa Amfterdam. Dus ontkwamen veelen<br />
an de Hoofden en BeRierders der zaaken;<br />
aaar eenigen werden in hechtenis genoomen<br />
t n naderhand terecht gefleld. Alle de gewa»<br />
F ende Genootfchappen gingen uit eeD, en daar;<br />
wer«'
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 281<br />
werden on trent 5000 Geweeren aan 's Lands<br />
Ammunitie - Meeseer gebragt; behalven eene<br />
menigte anderen, die uit vaar..; n en fl n werden<br />
opgehaald, in welke zy door de vlugtende<br />
geworpen waren.<br />
De Stad Franeker dus ontruimd zynde, gaf<br />
de Regeering kennis aan de Staaten te Leuwardtn,<br />
dat haare Stad van de gewapende Burgers<br />
verlaaten was, en ftelde eene Onderhandeling<br />
voor; doch de Staaten thans geene Onderhandeling<br />
noödig achtende , zonden op den 25 Sept.<br />
vier Compagniën van 't eerfte Batailjon Oranje<br />
Vriesland, onder bevel van den Major CUE-<br />
KIN, met last om de Stad te bellieren tot nader<br />
bevel, geene Regeering te erkennen, en<br />
de beste maatregelen tot bewaaring der rust te<br />
neemen. De Major bclettede alle vergaadering<br />
van het Fits-Gerecht, de Burgery werd<br />
ontwapend, her Vaandel van het gewapend Genootfchap<br />
opgehaald, en de Krygsbehoeften,<br />
die 'er gevonden Werden , in bewaaring genoohien<br />
(*): Dus treurig eindigden de Onlusten<br />
te Franeker ; van de beweegingen , die in de<br />
andere Vriefche Steden plaats gehad hebben<br />
«n van minder belang waren, zal ik niet fpreeken,<br />
maar liever tot de zaaken van Holland en<br />
Utrecht terug treeden.<br />
Toen de Pruisfifche Gezant, Baron van THU-<br />
I,E ME IJ ER, in 't voorile van de maand Au-<br />
gus-<br />
(*) Nieuwe Nederl, Jaarb. Sept. 1787. bladz. 5011— 5014.<br />
S 5<br />
178*.<br />
De Str.d<br />
Franeker<br />
door de<br />
Staaten met<br />
Krygsvolk<br />
bezet, en<br />
onder<br />
krygsbefller<br />
gefteld.<br />
Geruchten<br />
van aannaaderende
.1787-<br />
Pruisfifche<br />
Troupen ,<br />
tegen- en<br />
worgcfprooken.<br />
282 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
gustus zyne laatfte Nota met de eisfehen van<br />
den Koning zyn Meester om voldoening s<br />
binnen den tyd van 14 dagen te beantwoorden<br />
, aan de Staaten van Holland hadt ingeleeverd,<br />
gelyk wy in 't laatst van het voorgaande<br />
Hoofdftuk gezien hebben , liepen 'er fterke<br />
geruchten , welke uit alle ftcden en plaatfen<br />
van den Westphaalfchen Kreitz bevestigd werden<br />
, dat 'er reeds Pruisfifche Troupen, onder<br />
bevel van den Hertog van Brunswyk , in aantogt<br />
waren, om in Holland in te trekken, indien<br />
de Staaten weigsrden aan des Konings eisfehen<br />
te voldoen (*). Doch deeze geruchten<br />
werden door de Staatsgezinden niet geloofd ,<br />
en in de Nieuwspapieren , die Party toegedaan ><br />
fterk tegengefprooken s ja met allerly fchyubaare<br />
redenen beweerd, dat zy onwaarfchynelyk,<br />
ongerymd , in een woord ongeloofbaar<br />
Waren, en dc gemoederen daar tegen op allerly<br />
wyzen gerust gefteld. De Nieuwspapieren,<br />
daarentegen , die der Prinfe Party waren toegedaan<br />
, (moogelyk beter daar van onderricht,<br />
dewyl die Troupen eigentlyk tot hunne hulpe<br />
kwamen , om eene Omwending te bewerken s<br />
en hen te doen bovendryven) beweerden de<br />
zekerheid en waarheid van die geruchten. Deeze<br />
pennenftryd duurde zoo lang , tot dat de<br />
uitkomst der zaaken het verfchil ten voordeele<br />
der laatstgemelde Party beflistte. Op den 11 Sep-<br />
tem-<br />
(?) Nkinve Nederl, Jaarb, Aug. «787. bladz» 3061 —3065*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 283<br />
tember kwam 'er een Adjudant Generaal van<br />
den Hertog van Brunswyk, Opperbevelhebber<br />
van de Legermagt, tegen Holland beftemd en<br />
in aantogt, te Campen aan, inet eenen eigcnhandigen<br />
Brief des Konings van Pruis/en, gedagteekend<br />
den 1 September , waar in Zyne<br />
Majefteit aan de Staaten van Overysfel, toen aldaar<br />
ten Landdage vergaaderd, den doorrogt<br />
door hunne Provintie verzogt voor een Corps<br />
Troupen, onder Bevel van den Regeerenden<br />
Hertog van Brunswyk, om zich wegens de gevoelige<br />
en ondraaglyke beleediging, Zyne Ma.<br />
jefieits geliefde Zuster, de Prinfes van Oranje<br />
aangedaan , eene genoegzaame voldoening te<br />
bezorgen: En niet alleen den vryen doortogt,<br />
maar ook dezelven vrye Inkwartiering en an.<br />
dere noodwendigheden en goede dienften te doen<br />
ondervinden. Zoo ongeloovig waren de Staatsgezinden<br />
in dit Ruk," dat zy deezen Brief zelfs<br />
verdacht hielden van niet echt te zyn, en deszelven<br />
geloofwaardigheid betwisteden. Maar<br />
de Staaten van Overysfel van de echtheid deezes<br />
Briefs wel overtuigd , zonden daarop een<br />
Antwoord, aan den Koning houdende, aan den<br />
Hertog van Brunswyk, op den 13 September,<br />
behelzende , „ dat zy , zonder de Unie te<br />
fchenden, op de vraage om doortogt der Troupen<br />
door de Provintie van Overysfel, geen volkomen<br />
antwoord konden geeven , maar eerst<br />
aan de Algemeene Staaten daar over moesten<br />
fchryven; ;en dat zy daarom Zyne MajeReit<br />
ver-<br />
1787.<br />
Verzoek des<br />
Konings van<br />
Pruhfen<br />
aan de<br />
Staaten van<br />
Overysfel<br />
om doortogt<br />
voorde<br />
Troupen.<br />
Antwoord<br />
der Staaten<br />
daarop.
xy8 7.<br />
Vertoeven<br />
«laar tegen<br />
van de Cc<br />
wapende<br />
Oenoot.<br />
jchappen<br />
•dier Pro.<br />
winue.<br />
2S4 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
verzochten, daar op niet te willen aandringen;<br />
dat zyoniertusfehen alles zouden in't werk ftellen,<br />
om Holland te beweegen, aan Zyne Printsfifche<br />
Majefteit genoegen te geeven." Ingevolge<br />
daar van gaven de Siaaten van Overysfel ten<br />
eerften kennis van dat verzoek aan de Alge-<br />
Sieene Staaten , en fchreeven eenen Brief aan<br />
de Staaten van Holland , om dezelven aantemaanen<br />
tn*: het geeven van voldoening aan Zyne<br />
Pruisfifche Majelteit, ten einde het gevaar<br />
voor t ;' koomen van door eenen der magtig.<br />
Re Nabuur-en overvallen, en aan de onheilen<br />
van eenen vyandlyken inval van vreemde Krygsmagt<br />
blootgefteid te worden.<br />
De Gedeputeerden der Gewapende Genoot-<br />
. fchappen dier Provintie , juist toen te Zwolle<br />
vergaaderd, beraamden op den 12 September<br />
een Adres en Verklaaring, het welk den volgenden<br />
dag aan de Staaten werd ingeleeverd;<br />
waarin zy met de allerfterkfte uitdrukkingen<br />
betuigden te verwagten dat Hun Edel Moogende<br />
Cordaaten Edelmoedig genoeg zouden zyn,<br />
om, wat het ook kosten mogt, daarin nimmer<br />
te bewilligen; met aanbieding van hunne Wapenen<br />
tot ftaaving en uitvoering van der Staaten<br />
kloekmoedige Befluiten te zullen gebruiken,<br />
en met verklaaring, dat zy, indien hunne<br />
Wapenen niet genoegzaam zyn om de Pruis,<br />
fifche Troupen uit Overysfel te keeren, dan na<br />
Holland zouden overgaan met hunne Wapenen,<br />
&m de Vryheid aldaar te befchermen, zoo lang
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 285<br />
'er een voet gronds van dit Gemeenebest zoude<br />
overig zyn. Terzelfder tyd kwam ter Tafel<br />
van Hun Edele Moogende een Adres van de<br />
Burger-Gecommitteerden te Zwolle, waar by<br />
dezelven verklaarden , in alle deelen met de<br />
bovengemelde aanfpraak en Verkiaaring in te<br />
Remmen , en zeer ernftig begeerden , dat de<br />
gevraagde doortogt der Pruisfifche Troupen volftrekt<br />
zoude afgeflaagen worden (*).<br />
Ondertusfchen kwam het Pruisfifche Leger,<br />
18000 Mannen Rerk , op dien zelfden dag,<br />
den 13 September, vast op het Grondgebied der<br />
Republiek, in drie Colonnen aantrekken : De<br />
eerfie Colonne trok naa Vianen en Gorinchem;<br />
de tweede naa Vreeswyk (gezegd de Vaart) ;<br />
en de derde naa Amersfoort. Een deezer Colonnen<br />
, tusfehen de 10 en 11 duizend Mannen<br />
uitmaakendc, trok dien zelfden dag door<br />
de Rad Arnhem, met allen den gewoonelyken<br />
toeRel, en floegen zich buiten dezelve op verfcheidene<br />
velden aan weerzyde der Stad , ter<br />
neder. Het doortrekken door de Stad begon des<br />
morgens ten 9 uuren en duurde tot des namiddags<br />
ten 4. uuren (f).<br />
Eindelyk begon men by de Commisfie tot<br />
verdeediging der Provintie van Holland en der<br />
Rad Utrecht, te Woerden gevestigd , het gerucht<br />
te gelooven, dat de Pruisfifche Troupen<br />
niet<br />
(*) Nieuwe Nedeil. j'etri. Sept. 1787. bladz. 5039,5043—.<br />
Q) IM. bladz. 4341. 1<br />
1787,<br />
Het Pruisfi.<br />
Cche Leger<br />
komt op<br />
Staaten Bodem.<br />
Omwerp<br />
om de tiort*<br />
Cche en Al-<br />
Hasferwaarder.<br />
on-<br />
.ler water<br />
:e zetten<br />
mislukt.
1787.<br />
I<br />
(<br />
i cheidene plaatfen door te Reeken, enz. Hier<br />
1 oe was reeds een begin gemaakt , door het<br />
1 veggraaven van een fluk Dyks te Haageftein,<br />
t<br />
1<br />
(<br />
286 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
niet-alleen in aantogt, maar ook den 13 Sep-<br />
;ember op Staaten bodem waren; waarom men<br />
;en ontwerp maakte om de gantfche Alblasfér-<br />
caard en de vyf Heeren Landen onder water te<br />
metten, en daar door die Troupen uit Holland<br />
£ keeren: Tot dat einde deed deeze Commis-<br />
le op den 15 September aan den Watergraaf<br />
;n Heeraraadeu van den Overwaard aanfchry<br />
ving, om zoo ras de gelegenheid diende, aan<br />
iet Ehhout, of te Giefendam , de Sluizen te<br />
)penen, en zoo lang water in te laaten, als de<br />
Rivier Icopen kon ; en om ook de Aiblasfer-<br />
vaard onder water te zetten, den Dyk op ver-<br />
m door het toedammen van de Linge, by Gor-<br />
ikhem.: Maar de laagte der Rivieren,, deeden<br />
jat ontwerp mislukken, en het hadt geene uit<br />
Pc Rliynwerking<br />
(*).<br />
'<br />
Terwyl. men nog met het beraa-<br />
graaf VAN nen van dit ontwerp bezig was, kwam de<br />
SA! si komt<br />
te Wterdtn. ] vhyngraaf VAN SA L M den 14 des nachts te<br />
Woerden, geheel onverwagts aan; hy Relde aan<br />
le Commisfie het gevaar, dat Utrecht dreigde,<br />
lp eene aandoenelyke wyze voor, en verklaar-<br />
le rond uit, dat men niet in Raat was om die<br />
(<br />
< !tad tegen zulk eene groote krygsmagt, als<br />
egen haar opkwam, te verdeedigen: Om welt<br />
:e reden hy met veele omwegen voorfloeg, de<br />
1<br />
(*) Kieuw* Nederl. Jeari. Sept. b!a !z. ^83: , 4833.<br />
Stad
ONLUSTEN IN HET VADERLAND; 287<br />
Stad te ontruimen, en de Krygsmagt onder zyn 1787.<br />
bevel te gebruiken tot verdediging van de Vegt,<br />
Woerden, Naaiden en Amfterdam. De Commisfie<br />
liet zich door de bygebragte redenen van<br />
deu Rhyngrave tot dat Eefluit overhaalen , en<br />
gaf hem uitdrukkelyk bevel ingefchrifte, woordelyk<br />
dus luidende: „ Dat de Rhyngraaf ge Krygt bevel<br />
om mer liet<br />
magtigd en gelast werd, om, op de aannade- Krygsvolk<br />
ring van Pruisfifche Troupen, de ftad Utrecht Utrecht te<br />
verlaaten.<br />
te verlaaten met de Troupen , die hy gebood,<br />
zoo dra hy oordeelde , dat de uiterfte nood zulks<br />
vorderde; zoo als ook om tot zich te trekken de<br />
Garnizoenen van Vianen, Schoonhoven en Oudewater."<br />
Met dit bevel keerde de Rhyngraaf<br />
naa Utrecht te rug, en kwam den 15 weder van<br />
daar te Woerden , alwaar ook de Heer' nouR-<br />
GUION, Waarneemer der zaaken van Vrankryk<br />
, uit 's Hage was- aangekoomen , die der<br />
Commisfie moed infprak, en verzekerde, dat<br />
het Franfche Krygsvolk reeds herwaards in aantogt<br />
was Waarop de Commisfie aan den Rhyngraave<br />
een tweede bevel gaf , zonder dagteekening<br />
en zonder bepaaling, om ten fpoedigften<br />
, met het Krygsvolk , onder zyn bevel<br />
ftaande , naa zulke plaatfen van Holland te<br />
trekken , als hy best oordeelde: Ook zondt<br />
dezelfde Commisfie bevelen aan het Krygsvolk<br />
te Schoonhoven en te Oudewater, om zich aanftonds<br />
naa Woerden te begeeven , en daar te<br />
vereenigen.<br />
Ondertusfchen was de zekere tydipg van den<br />
Brengt
«-tvdine daarvan<br />
ie £ƒh'tcbl.<br />
De Vroedfchapvergaaderi<br />
daar<br />
over, en<br />
doet oper.ing<br />
san de<br />
Buigci y.<br />
288 BEKNOPTE HISTORIÉ DER<br />
aantogt der Pruisfifche Troupen ook te Utrecht<br />
gekoomen , en men wist nu vastelyk, dat zy<br />
aan deeze zyde van de Leek tot aan Lunteren,<br />
en aan de overzyde in de ftreeken van Kyswyk<br />
en Mourick, genaaderd waren. Dés namiddags<br />
van dien zelfden dag (15 September) kwam de<br />
Rhyngraaf VAN" SA L M van Woerden weder té<br />
Utrecht met de bovengemeldè orders; welke,<br />
daar bekend geworden zynde , groote verflaa-<br />
genheid en vrëeze by veelen verwekte, in zoo<br />
verre , dat zy met grooten haast hunne goede<br />
ren pakten , zoo veel zy konden , en met<br />
Scbietfchuiten naa Amfterdam zonden. Ande<br />
ren , die zoo gemakkelyk niet huis en haven<br />
konden verla-itén , noch hunne goederen mede-<br />
neemen", zich misleid achtende, begonden in<br />
misnoegen en gemor uitteb'arften, en floegen<br />
bittere verwyten en fcherpë febimpredenen<br />
tegen den Rlyhgraave uit, gelyk ook tegen<br />
het gantfche beleid der zaaken.<br />
In deeze algemeene verflaagenheid vergaa<br />
derde de Vroedfchap, en ih dezelve werd ope<br />
ning gegeeven van de twee bovengemelde Be<br />
fluiten en orders door de Commisfie te Woerden<br />
aan den Rhyngraave VAN s A L M gegeeven, om<br />
aanftonds met de Troupen, onder zyn bevél,<br />
naa Holland te trekken. Verder deeden Hee<br />
ren Burgemeesteren opening , dat de Heeren<br />
Rhyngraaf VAN SALM en VAN DER BORCH<br />
by Hun Edel Moogende hadden binnengeftaan,<br />
en dat een zaakwaarneemer van Vrankryk te<br />
Woet*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 289<br />
Woerden geweest was, en gezegd hadt, dat een<br />
Leger van 40 duizend mannen van die Kroon<br />
aanrukte ; doch dat men te Hoerden , zoo als<br />
gezegd is, hem gelast hadt met zyne Troupen<br />
daadelyk naa Holland te trekken, om dat de<br />
Rad Utrecht niet te verdeedigen was; — dat<br />
'er zeven duizend mannen Pruisfifche naa Gorinchem,<br />
vyf duizend naa Finnen , op marsen<br />
waren, en dat op den volgenden dag elf duizend<br />
mannen naa Utrecht beftemd waren. Voorts<br />
Ronden binnen Gecommitteerden uit de Offi.<br />
eieren, Geconftituëerden en Gecommitteerden<br />
der Burgery, aan welken van alles opening gegeeven<br />
werd. De Vroedfchap fcheidde tot<br />
dien avond ten half twaalf uuren, dan op dat<br />
uur weder vergaaderd zynde , ftonden weder<br />
binnen de voorige Gecommitteerden uit de Geconftituëerden<br />
, Gecommitteerden en Officie •<br />
ren der Burgery, welke te kénnen gaven, hoé<br />
zeer de Collegiën, van welkè zy gelast waren,<br />
zich moesten verwonderen over deeze aanzegging,<br />
en dat het niet mogelvk was, hunne gedachten<br />
over deeze voordragt te laaten gaan;<br />
en dat de Rhyngraaf aan eene Commisfie hadt<br />
verkiaaid, dat 'er maar weinige uuren overig<br />
waren , en de orders om uittetrekken niet te<br />
veranderen waren; waarom zy verzochten dat<br />
daar van opening aan de Burgery wierde gegeeven<br />
door den Raad zeiven ; en verklaarde<br />
een der Gecommiteerden, dat eene der Compagniën<br />
Utrtchtfche Schutters beflooten hadt<br />
T de<br />
1787-
2 90 BEKNOPTE HISTORIE.DES<br />
.1787. ( te Poorten te bezetten , en geweid met ge-<br />
•\ veld te keeren. De Raad vond goed, aan de<br />
: 3urgery van den Raat der zaaken. kennis te<br />
i jee ven op de gewoone wyze, door de Burger<br />
t jecommitteerden , GeconRituëerden en Offi><br />
« ieren ; doch op naderen aandrang der Gecom-<br />
I nitteerden ,dat de Raad het zelve zoude doen,<br />
• verd beflooten, dat een der Raaden by iedere<br />
Compagnie daar toe zou gelast worden.<br />
Het Krygs Dien zelfden avond ten 10 uuren hadt het<br />
volk krygt<br />
bevel om Corps van den Rhyngraave VAN SA LM en het<br />
uittetrekken.<br />
E Regiment van VAN DHR BORCH reeds bevel<br />
jekreegen om alles te pakken .en zich tot den<br />
•j littogt gereed te maaken : Dit' vermeerderde<br />
" 4 liet weinig de beweeging en vcrleegenheid der<br />
Utrechtfche gewapende Burgers, die dus alleen<br />
1 -n aan zich zeiven overgelaaten werden : Want<br />
:en half elf uuren en vervoigends kreeg het<br />
overige Krygsvolk, als van P A L L A R D Y S<br />
SRENIER, de IVaardgelders , de Amjterdamr<br />
che Stads Soldaaten, de Hollandfclie en Franfche<br />
Kanonniers, en de Hulpburgers ook bevel, om<br />
zich tot uittrekken gereed te maaken. Zy trokken<br />
in twee Colonnen, een onder bevel van<br />
He: Defeufiewe/cn<br />
te<br />
Woerden<br />
Vertrekt naa<br />
jhnfierdant.<br />
den Generaal VAN DER UORCH, en een on<br />
der den Rhyngraave V A N S A L M , langs de<br />
Vecht, naa Amfterdam, eenige weinige Rukken<br />
Kanon medevoerende. De Edel Moogende<br />
Heeren Gecommitteerden tot verdeediging van<br />
Hollanden de Rad Utrecht, volgden het voorbeeld<br />
der Verdeedigers van Utrecht, en vertrok-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 20T<br />
trokken insgelyks van Woerden naa Amfterdam.<br />
Onderweg ontvingen zy brieven van de Re<br />
geering dier Stad om hun te waaiTchouwen ,<br />
dat zy alle die Troupen niet wilde inneemen,<br />
waar van zy door eenen Postbode aan den<br />
Rhyngraaf kennis gaven , om zich daar naar<br />
te gedraagen. Het is ligt te begrypen , dat<br />
deeze zoo onverwagte en overhaaste uittrek<br />
king, groote. verwarring en beweeging veroor ,<<br />
zaakt heeft,dewelke tot middernacht toe duur<br />
de. Omtrent ten een uur trokken de Hu!pbur><br />
gers van de Neude; zy werden verzeld en ge<br />
volgd van de Staatsleden , die daar ter Stede<br />
vergaaderd geweest waren, van de Vroedfchap.<br />
pen, de meeste Burger- Officieren , de Ge<br />
meenslieden, de Gecommitteerden en Gecon»<br />
ftituëerden , enz. Ondertusfchen vertrokken<br />
ook het Legioen van VAN SALM en de ove<br />
rige Krygslieden, zoo dat omtrent ten 4 uuren<br />
des morgens de Stad geheel ontruimd was; een<br />
Stad, aan welker verfterking meer dan een<br />
Jaar gearbeid was , en die voorzien was van<br />
omtrent 200 Hukken Gefchut, van ruim 6000<br />
Mannen , zoo Krygsvolk als gewapende Bur<br />
gers, van Batieryen, Kiygsbevelhebbers, Ka<br />
nonniers , Krygsbehoeften, en alles, wat ver<br />
der tot verdeediging noodig is; zulk een Stad<br />
in die gefleldheid in eenen nacht te verlaaten,<br />
zonder dat 'er no^ een Vyand voor is, veel<br />
min een fchoot daar op gedaan is; dat is voor<br />
als nog een onoplosbaar raadfel, waar van de<br />
T % onc-<br />
17*7.
1787.<br />
Si^a'S<br />
K'Vg
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 293<br />
Honds werden hier en daar Oranje Vlaggen uit-<br />
geflooken , en binnen een half uur was elk ,<br />
die op ftraat kwam,met Oranje verCerd. Groot<br />
was de vreugde en blydfchap by de Prinsge-<br />
zinden , die zoo lange naa verandering gehaakt<br />
hadden, en niet dachten ZQO fpoedig en zoo<br />
gemakkelyk die te zullen zien. Ten 12 uuren<br />
des middags trok het eerfte Regiment van<br />
Oranje Nas/au binnen, en ten half 5 uuren een<br />
Bataillon van het tweede Regiment van dien .<br />
naam, en een Bataillon van den Erfprins, be<br />
nevens eenige Ruitery. Al vroeg waren de<br />
Poorten geflooten, met Krygsvolk bezet, en<br />
het verder viugten van perfoonen en goederen<br />
werd geftuit ; ook werden nog eenige agter-<br />
•haalde goederen terug gebragt. Van den Doms-<br />
eooren werd de Oranje Vlag uitgeftooken , en<br />
de meeste menfchen in de Kerken met Oranje<br />
l e n<br />
verfierd. (Het was nu Zondag den i6<br />
Sept-<br />
tember.) Verfcheidene Predikanten deeden<br />
dankzeggingen ain GOD, toepasfelyk op de<br />
omftandigheden, cn byzonderlyk daar voor s<br />
dat by deeze zoo groote Omwending, waar by<br />
aoo veele bloedvergieting gedreigd was, geen<br />
,éóne droppel bloeds geftort was«<br />
Ten half twaalf uuren hielden de uitgezette ] )e Regeei<br />
mg her<br />
De Commitfie<br />
gelaakt<br />
weaeris de'<br />
vertaating<br />
Vau Utrecht.<br />
2 pi B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
en en Ingezeetenen, die zieh gerust en Ril<br />
field, eenigen-overlast te vreezen hadt. Het<br />
Krygsvolk werd in de verlaatene en ledigflaan-<br />
3e huizen in kwartier gelegd (*).<br />
• Over deeze onverwagte en fchiclyke verlaa-<br />
fing van Utrecht, welke door het geheele Land<br />
nog vreemder,dan een dónderflag in den Win<br />
ter, in de ooren klonk, werd veel gefprooken<br />
en gefchreeven, zoo voor als tegen; maar van<br />
3e meesten der beide Pai ryen , zoo wel dié<br />
der Staats als der Prihsgezinden, afgekeurd en<br />
gelaakt: Niet alleen om dat eene Stad, die zoo<br />
zeer verlterkt en van alles zoo wel voorzien<br />
was , zich ten minfien nog wel eenigen tyd<br />
hadt kunnen verdeedigen, om van 'den-eenen<br />
of anderen kant hulpe en ontzet af te wagten;<br />
maar ook en wel voornaamelyk , om dat de<br />
Koning van Pruis/en zy'ne Legermagt tegen<br />
Holland zondt , om zich de geweigerde Vol<br />
doening daar door te bezorgen, waar by geen<br />
aanflag op Utrecht te pas kwam; gelyk de Pruis*<br />
fifche Troupen ook in drie Colönnen regtftreeks<br />
op Holland zyn aangetrokken, zonder Utrecht<br />
te naaderen of aan te roeren (+). Ook heeft<br />
de Commisfie ter verdeediging van Holland en<br />
Utrecht te ld- oerden gevestigd, over het geeven'<br />
van die orders om Utrecht zonder fiag of floot<br />
te verlaaten , en over haare eigene haastige"<br />
vlugt,<br />
C*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. bladz. 4880—4885,<br />
d) Ibid. bladz. 4850.
ONLUSTEN IN iiET VADERLAND. 295<br />
vlugt, veele berisping» fchimp- en frnaad moe<br />
ten -ondergaan; hoewel zy zich daar mede ver-<br />
fchoonde , dat zy wel bevel gegeeven'hadt,<br />
om .Utrecht te verlaaten, doch zonder tydsbe-<br />
paaling, en niet dan in den dringendfien nood;<br />
maar deeze verfchocning vond weinig ingang.<br />
De Rhyngraaf VAN SA LM werd niet minder<br />
gelaakt wegens de overhaaste verlaating' van<br />
Utrecht ; en voornaamelyk waren de Utrecht-<br />
fche gewapende Burgers zeer op hem verbit<br />
terd, dat hy hen, nu het op verdeedigen aan-,<br />
kwam , verliet , van alle de KrygSmagt en<br />
Hulpburgers ontblootte, en hen aan hun eigen<br />
Hot en de genade van hunne Tegenparty over<br />
liet. De Staatsgezinde Leden der Regeering<br />
van Holland zeiven hebben bekend, dat zy nu<br />
te laat ondervonden , door deezen Vreemde<br />
ling misleid te zyn Ook was hy reeds zoo<br />
veracht en verdacht geworden , dat hy niet<br />
eens tot den Krygsraad; die te Amfterdam door<br />
de Hooge Officieren van vericheidene Corps<br />
gehouden werd , geroepen was , om dien by<br />
te woonen. ja hy dorst zich niet eens meer-<br />
in Amfterdam vertoonen , en zworf twee of,<br />
drie dagen tusfehen den Uithoorn en Ouwer-<br />
tk'erk. De' Commisfie tot verdeediging hield<br />
Maandag den i7 den<br />
September nog een nnnd-.<br />
gefprek met den Rhyngraaf te Oisverke-k, in<br />
tegenwoordighéid van den Generaal VAN DER<br />
30RCH, by weike gelegenheid vry wat he<br />
vige woorden ovende verlaating va ;i<br />
UttwM<br />
T \ voor-<br />
1787.<br />
Gelyk ook<br />
dc Rljyngvaaf<br />
V A N<br />
s A 1- Mi
x?8 7.<br />
296 BEKNOPTE HISTORIE DBR 1<br />
voorvielen, en van wederzyden veele fcherpe<br />
verwytingen gedaan werden : En nog eens voor<br />
't laatfte op Dingsdag den in de Herberg<br />
het Kalfje aan den Amfttl, tusfehen Ouwerkerk<br />
en Amfterdam , byzonderlyk óver het verfterken<br />
der Posten rondom Amfterdam Daar nam<br />
hy nog aan, die te bezigtigen en te bezorgen;'<br />
maar hy verdween den volgenden nacht. Zynè<br />
Vrienden hadden eene Commisfie verzocht<br />
van de Algemeene Vergaadering der gewapende<br />
en ongewapende Burgers , Sociëteiten en<br />
Genootfchappen, die te Amjierdam nog byeen<br />
Was , om zyne verdeediging , wegens de ver.'<br />
laating van Utrecht te hooren ; deeze Commisfie<br />
kwam met zyne Vrienden des Woens<br />
d e n<br />
dags den ip aan zyn Logement'; maar hy<br />
was weg , en niemand wist waar heen ; wanr<br />
hy had van niemand affcheid genoomen, zelfs<br />
niet van de Officieren van zyn Legioen. Al<br />
federt een geruimen tyd hadden veelen, die<br />
wat dborzigtiger waren,-dan de gemeene man,<br />
agterdocht tegen hem opgevat, en zulks in de<br />
openbaare Nieuwspapieren te kennen gegeeven;'doch<br />
hy werd in die zelfde Papieren<br />
door anderen verdecdigd. De meeste agter*<br />
docht werd tegen hem opgevat, om dat hy met<br />
zulk eene aauilenlyke Krygsmagt als hy ia<br />
Utrecht onder zyn bevel hadt, zoo weinig uitrichtte.<br />
Menigmaal hadt de Regeering van<br />
Utrecht aangedrongen, dat hy iets tegen het<br />
Ztister Leger zou onderneernen; maar hy wist<br />
das
ONLUSTEN IN H E T VADERLAND. 297<br />
dat altoos onder het een of ander voorwendfel 1787teontwyken,terwyl<br />
hy voorliet uiterlyke eene<br />
groote vertooning maakte zonder iets uictevoeren.<br />
Byzonderlyk was men onvergenoegd tegen<br />
hem, om dat hy het Zeister Leger zelfs<br />
tot aan de Bik hadt laaten naaderen» en daar<br />
eene ontzaglyke Battery laaten oprechten,<br />
zonder zulks by tyds tegen te gaan en te beletten.<br />
De Schryver van de Amjierdamfche Franfche<br />
Courant kon derhalven met grond zeggen<br />
: ,, De vlugt van den Rhyngraaf V A N<br />
S A L M , in wien men ten onrechte een vertrouwen<br />
gefteld hadt, waar aan hy klaarblykelyk<br />
niet beantwoord heeft, bevestigt maar al<br />
te zeer de agterdocht van fommige Perfoonen<br />
wegens de zuiverheid zyner oogmerken (*).<br />
Dat de Naakoomelingfchap hier uit leeren<br />
mógt, haare gewigtigfte belangen en die des<br />
Vaderlands nooit weder aan Vreemdelingen ,<br />
die by den ondergang of fchade des Lands niet<br />
te verliezen hebben; en zich altoos met de<br />
vlugt kunnen redden, toetevertrouwen!<br />
Den'19 ie<br />
" September werd te Utrecht, op be<br />
vel van den herflelden Raad, een Dankftond<br />
gehouden in de Dom- en Jacobi- Kerken, over<br />
de gelukkige verlósfing der Stad. Den I7 den<br />
vergaaderden dé Staaten voor 't iaatst te Amersfoort,<br />
en beraamden daar by eene Publicatie,<br />
waar<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. bladz. 4809. lijd,<br />
pSob. 1787. bladz, 5326.<br />
Verande<br />
ring der<br />
zaaken te<br />
Utrecht.
Losbandig -<br />
beid van het<br />
gemeen te<br />
Utrecht.<br />
898 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
waar mede bekend gemaakt werdt, dat de Vergaadering<br />
wederom van daar naa de Rad Utrecht,<br />
de gewoone en oude vergaaderplaats, verlegd<br />
werd; en dat de afgezette Raaden wederom in<br />
hunne plaatfen herReld waren , en geerie anderen<br />
voor wettige Raaden van Utrechts Burgeren<br />
en Ingezeetenen mogten erkend worden (*).<br />
Gelyk de Vroedfchap ook alle de Beiluiten ,<br />
Ordonnantiën , Publicatiën , enz. welke de nieuwe<br />
Vroedfchap tot en volgens het invoeren van<br />
het Nieuwe Regeerings Reglement genoomen<br />
en gemaakt hadt, vernietigde.<br />
Onder alle deeze veranderingen floeg de uitgelaatene<br />
vreugde van het doldriftig gemeen,<br />
welk voor de Prinfe Party yverde, welhaast<br />
over tot losbandigheid; zy meenden zich hu<br />
flraffeloos te moogen wreeken aan de Patriotten,<br />
en begonnen hunne Medeburgers perfoonelyk<br />
te mishandelen, de huizen te plunderen,<br />
de goederen niet alleen te vernielen, maar ook<br />
te rooven ; waarom ook de Wethouderfchap<br />
zich gémaózsakt zag, dat kwaad te Ruiten,<br />
én tot dat einde een fcherpe Publicatie deeden»<br />
gedagteekend den 21^1. Sepetmber, waar by s<br />
uit aanmerking, dat eenige kwaadwillige per- ;<br />
foonen zich niet ontzien hadden, aan verfcheidene<br />
huizen overlast en geweld te pleegen, en<br />
fommigen derzelven te berooven, fcherpelyk<br />
ver-<br />
(*; Nieuws Nederl. Jdarb. Sept, 1787. bladz. 4010. Ibid,<br />
bladz. 4902.
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 209<br />
verbooden werdt, zich in eenige der bovengemelde<br />
wanbedryven te misgaan, of anderen,<br />
het zy door beleedigende gelprekken , 't zy<br />
door aanwyzing van huizen of perfoonen, welke<br />
men bedoelde te benadcelen, op eenige wyze<br />
daartoe aantezetten, op ftraffe, dat de geenen,<br />
die daar aan fchuldig bevonden werden,<br />
aan den lyve , en zelfs, naar bevind van zaaken<br />
, met den dood, zouden 'geftraft worden<br />
(*) enz.<br />
De tyding van de verlaating der Stad Utrecht,<br />
die van zulk eene gantfche omwending der<br />
zaaken , als ik daar kortelyk befchreeven heb,<br />
gevolgd werdt, kwam des Zondags morgens,<br />
den ï*S Jen<br />
Gevolgen<br />
der verlaatiug<br />
van<br />
Utrecht te<br />
Amjlerdam^<br />
Sept. al vroeg te Amfterdam, en veroorzaakte<br />
in die volkryke Stad eene groote beweeging<br />
en verfchillende aandoeningen der gemoederen<br />
naar de verfchillende denkwyzen en<br />
gezindheden ; by fommigen , in den eerften<br />
opflag , verflaagenheid, by anderen een heimelyk<br />
genoegen, en by allen verwondering.<br />
Men kon die tyding in het eerst niet gelooven;<br />
maar zy werd welhaast ontwyfelbaar bevestigd<br />
door de geduurige aankomst van Vlugtelingen<br />
met pak en zak, en zoo veele goederen als zy<br />
konden medevoeren, zoowel uit Utrecht, als<br />
van de Buitenplaatlen langs de Vecht; gelyk<br />
Ook door de aankomst van het Krygsvolk en<br />
Hulpburgers, die Utrecht verlaaten haaden,<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. September 1787. bladz, 4900<br />
et<br />
I7S7.
Eenige<br />
Staats Le-<br />
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 301<br />
kamer gereed, om de, Staaten-Vergaadering<br />
daar in te houden; en des Maandags den i7«fcn<br />
vergaaderden de Leden, die thands in de Stad<br />
waren. In deeze Vergaadering verfcheen de<br />
Generaal VAN RYSSEL, die Gouverneur van<br />
Naarden, en van daar gekoomen was. Men<br />
raadpleegde met dien Generaal, men befloot<br />
om die Stad te verdeedigen, en nam den Generaal<br />
onder zyne byzondere befcherming. Dewyl<br />
nu in deeze Vergaadering de Afgevaardigden<br />
der meeste Steden niet verfcheenen waren,<br />
maar alleen die van Dordrecht, Rotterdam,<br />
Alkmaar en Purmerend, benevens die van Amfterdam<br />
, en nog drie andere Steden ; en de<br />
twee eerften hunne Brieven van terugroeping<br />
reeds ontvangen hadden; zoo wilden zy, als<br />
de minderheid der Staats - Leden uitmaakende,<br />
zich den naam van Staatsvergaadering niet geeven<br />
, maar flegts eene Saamenkomst van Leden<br />
tot onderlinge voorbereidende gefprekken.<br />
Evenwel verfcheenen in deeze Saamenkomst<br />
de Heeren KREET, Advocaat te Rotterdam,<br />
als Secretaris van de Algemeene Vergaadering der aan deeze<br />
P.ycenUomst<br />
Genootfchappen, en VAN CASTROP, Advocaat om her befticr<br />
van<br />
te Amfterdam, als Gelastigde uit de Geconfti. "sEartds zaa<br />
tueerden deezer Stad: Deeze Heeren fpraaken ken te aanvaarden.<br />
de vergaaderde Staats - Leden aan met den ty-<br />
tel van ED. CR. MOOG. HEEREN, en ftelden<br />
hun den hoogen nood des Lands zeer aandoenelyk<br />
voor, de Vergaadering biddende, en by<br />
al wat heilig is bezweerende, „ dat zy toch<br />
het<br />
1737.<br />
Verzoek<br />
van tweeGe-<br />
depu teerden
Antwoord<br />
daar op.<br />
302 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
liet beftier van 's Lands zaaken wilden op zich<br />
neemen, het Land, en byzonder deeze Stad,<br />
als het laatfte Bolwerk der gevaarloopende<br />
Vryheid befchermen, cn aan eenen goeden<br />
uitilag niet wanhoopen: Zy betuigden uit naam<br />
van hunne Lastgeevers, dat men de Vergaadering<br />
der andere Leden, in s' Hage byeenkoomepde,<br />
niet voor wettig zoude erkennen, maar<br />
derzelver Befluiten voor onwettig en door<br />
dwang afgeperst verklaaren; beloovende deeze<br />
Saamenkomst en derzelver Regeering alhier tot<br />
den laatften droppel bioeds te zullen helpen<br />
befchermen en onderReunen ; terwyl zy de<br />
Befluiten, hier te neemen, alleen voor wettig<br />
zouden houden, en de Leden deezer Vergaadering<br />
alleen voor de wettige Vertegenwoordigers<br />
van een Vry Volk, en als den eenigen<br />
Souvrain erkennen." Zy beweerden, dat men<br />
moest voortgaan met zich te verdeedigen; dat<br />
men met de Burgermagt en het Krygsvolk ,<br />
welk men hadt, benevens de Franfche Legermagt,<br />
welke eerstdaags ftondt aanterukken,<br />
den Pruififchen Vyand wel ligt te keer zon<br />
kunnen gaan; dat men, om de Tegenparty in<br />
de Stad in toom te houden, eene Publicatie<br />
moest doen afkondigen, om het roepen van<br />
Oranje boven te verbieden , met bedreiging,<br />
dat de geenen, die zich daaraan fchuldig maakten,<br />
aanftonds op de daad, zonder forme van<br />
proces, met den dood zouden geltraft worden.<br />
Aan deeze twee Heeren werd tot antwoord<br />
ge-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 303<br />
gegeeven , dat de omfiandigheden van ver I787A<br />
fcheidene Afgevaardigden der aanweezig zynde<br />
Steden hun niet toelieten, zonder naderen<br />
last van -hunne Principaalen, iets te beiluiten;<br />
doch dat zy trachten zouden naderen last te<br />
bekoomen, en ondertusfchen de onderlinge ge*<br />
fprekken blyven onderhouden; waarby de Amfisrdamfch'e<br />
Gedeputeerden: nog voegden , dat<br />
de' Raad gereed was en bleef om alles , wat tot<br />
bewaaring, beveiliging, en befcherming der<br />
Stad kon dienen, in 't werk te doen Rellen.<br />
De Raad beantwoordde inderdaad aan deeze<br />
betuiging; dezelve was dagelyks vergaaderd,<br />
en Relde alle zorg en poogingen in 't werk<br />
om de rust en goede orde te bewaaren , door<br />
de Burgerwachten te verdubbelen en de gemoederen<br />
tot bedaardheid te vermaanen (*).<br />
De ontruiming van Utrecht, die moogelyk al Aljemeene<br />
te voorbaarig en te overhaastende gcfchied verbaasdheid.<br />
was , hadt fchadelyke gevolgen gehadt voor<br />
deeze Provintie; en de verzekering, waar in<br />
men nu was, dat de Pruififche Troupen in dezelve<br />
waren ingedrongen, den fchrik vry algemeen<br />
in alle Steden verfpreid. • De tydingen<br />
die federt maandag den tytep fchieiyk op elkanderen<br />
volgden, gaven eene nieuwe kragt<br />
aan die algemeene vreeze : De inneeming vaa<br />
Gorinchem door den Hertog v A N B R U N S W Y K ,<br />
welke die Stad met gloeijende Kogels hadt<br />
doen<br />
- (') Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 17S7. bladz. 4(104—4703.
'787-<br />
Van rle eerftevuibaa^dheidbekoomen,<br />
grypt<br />
men weder<br />
moed.<br />
304 BEKNOPTE HISTORIE DEJT<br />
doen befchieten, om ze in brand te maaken,;<br />
deed vreezen, dat alle tegenftand onnut zoude<br />
zyn ; en dat 'er niets anders overbleef, dan<br />
zich aan de genade van Pruis/en te onderwerpen.<br />
De Franfchen, waarop men ftaat gemaakt<br />
hadt, verfcheenen niet; zelfs hadt men nog<br />
geene zekere tyding van hunnen aantogt, hoewel<br />
men allerly geruchten verfpreidde , van<br />
oogenblik tot oogenblik, dat zy dan hier, dan<br />
daar waren aangekoomen; in een woord, gebrek<br />
van zekere tydingen aan de eene zyde,<br />
en de algemeene vreeze, aan den anderen kant,<br />
van door de Vyanden verrast te worden, bragten<br />
de wanorde voort in de beraadflaagingen,<br />
traagheid in de middelen by de hand te neemen,<br />
en verwarring in de gantfche Provintie.<br />
De Party deed voordeel met de uitwerking<br />
van deeze verwarring, en maakte gebruik van<br />
een Krygslist, die haar zeer wel gelukte., zoo<br />
dat 'er weinig aan fcheelde of haare overwinning<br />
was van toen af aan volkoomen. Maat<br />
eindelyk kwamen de gemoederen van tyd tot<br />
tyd weder tot zich zelve, en het vertrouwen<br />
begon in de plaats der wanhope terug te keeren.<br />
Men dacht, dat men door de groote Stad<br />
Amjlerdam buiten allen aanval te ftellen , de<br />
Provintie en de Republiek zou kunnen behouden;<br />
om dat, wanneer de grondflag van het-<br />
Bondgenootfchap behouden wordt, het altoos<br />
gemakkelyk is, de breuken, die daar in gemaakt<br />
zyn, te herftellen; De algemeene Verga*
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 305<br />
gaadering der gewapende en ongewaapende<br />
Burger-Genootfchappen der Provintie, die<br />
federt Maandag den 17$$ in Amfterdam gehouden<br />
werd, hadt zich verklaagd te zullen medewerken<br />
tot het zoeken van de kragtigfie middelen<br />
om ten minflen deeze Stad te behouden:<br />
Deeze Vergaadering deelde haare Ontwerpen<br />
mede aan de Heeren Geeonflitueerdcn<br />
van de talryke Burgery deezer Stad; en deezen<br />
handelden gemeenfchappelyk met de Heeren<br />
Gecommitteerden van den Burger-Krygsraad<br />
; en eindelyk werden alle de Befluiten<br />
van deeze beraadflaagingen opvolgelyk medegedeeld<br />
aan de Commisfie van het Defenfie-<br />
Wezen deezer Stad, in 't byzonder, en aan<br />
dat van de Provintie in 't algemeen, het welk<br />
fiier thans ook, zyne Zitting hadt; ook. kon<br />
men zich met het grootfte gemak en met het<br />
beste gevolg by den Stads Raad en de Heeren<br />
Burgemeesteren » die thans regeerden , vervoegen.<br />
Van toen af aan zag men de moogelijkheid<br />
om Amfterdam te behouden; van toen<br />
af aan werden alle middelen van verdeediging<br />
in het werk gefield, en men geloofde, dat de<br />
Stad niets waagde, dewyl de toegangen van<br />
alle kanten byna ongenaakbaar waren, door de<br />
inlaating der wateren in de omliggende Polders,<br />
waar door de laage landen rondsom de<br />
Stad onder water gezet werden, en door andere<br />
maatregelen, die genoomen werden om<br />
dat middel van verdeediging te handhaaven<br />
V door<br />
17»?-
Z7-37-<br />
Voorflel tot<br />
Bemiddeling<br />
306 BEKNOPTE HISTORIE DES<br />
door anderen, die byna even kragtig waren.<br />
De Stad was van alles wel voorzien', en hadt<br />
eenen grooten onderfland van Volk bekoomen:<br />
Het Corps van Sternbach was in den avond van-<br />
den I9 de<br />
» reeds in de Stad gekoomen ; ook was<br />
de Gelderfche Brigade met de Scherpfchutters<br />
van Campen aldaar aangekoomen; en van Zwolle<br />
hadt men bericht, dat de Overysfelfche Brigade<br />
met alle de Veldftukken , Krygsbehoeften ,<br />
enz. op dien zelfden dag van daar naa Amfter<br />
dam met fchepen zouden vertrekken, om de<br />
Vrijheid tot den laatften adem aldaar te helpen<br />
verdeedigen. Nog waren van Vianen in deeze<br />
Stad binnen gebragt 22 Rukken Kanon, 2 Mor<br />
tieren, eenige Houbitfers, en 150Kanonniers.<br />
t l e u<br />
Ondertusfchen vergaaderden op den i8<br />
eenige Gedeputeerden uit de Vroedfchap, en<br />
ontbooden by zich eenige Geconftituëerden<br />
vau de Burgery en Gecommitteerden van den<br />
Krygsraad, aan welke zy, na hun den hach-<br />
lyken toefland van deeze Stad door den aan-<br />
togt van vyandlyke Troupen voorgedraagcn<br />
te hebben, voorfielden , om eenen Brief te<br />
fchryven aan den Prins van ORANJE, ten<br />
einde by denzelven eene bemiddeling te be<br />
werken ; en eenen anderen aan den Hertog<br />
VAN ERTJNSWYK, met een verzoek om voor<br />
als nog met zyne Troupen niet op deeze Stad<br />
aan te trekken, en met belofte, dat zy allea-<br />
zouden aanwenden om den Prins in zyne Waar<br />
digheden te herftellen. Doeh de gemelde<br />
Hee-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND* 3^<br />
Heeren ontweeken deeze voorftelling, met te<br />
zeggen, dat zy daar op niet konden antwoor<br />
den, voor dat zy dit voorftel aan hunne Prin-<br />
cipaaïcn hadden bekend gemaakt, en hun ge<br />
voelen daar'over gevraagd. De gecouftitueer*<br />
den, in de Burger• Sociëteit terug gekoomen,<br />
maakten dit voorftel aan de tegenwoordig zyn<br />
de Leden, die toen, gelyk doorgaands, vry tal-<br />
ryk' waren, bekend: doch zoo haast als men<br />
den inhoud daar van verftond, befpeurde men<br />
by de meesten eene groote verontwaardiging:<br />
en 'veelen riepen: IVy zyn verraaien, wy wor<br />
den verkogt , geene bemiddeling , liever goed en<br />
bloed voor het Vaderland op te zeiten, dan dat W)<br />
ons wederom met den Prins, dien Burger - Vyand,<br />
zouden verzoenen. — Neen, wy zullen ons tol<br />
den laatften man verdeedigen. Vervolgends wer<br />
den den volgenden dag , alle de 60 Compa<br />
gniën der gewapende Schutters, elk in haare<br />
Wyken, opgeroepen, om hun gevoelen in te<br />
neemen , of zy voorneemens waren de Stad<br />
te verdeedigen , dan of zy geneegen waren<br />
om Ze over te gee'ven? Het antwoord, mei<br />
die bedaardheid uitgebragt, welke den waarec<br />
moed kenmerkt, was, ,, dat zy zich wilden<br />
,, verdeedigen tot den laatften Man, dat men<br />
op hen kon ftaat maaken , en niet een:<br />
moest denken om zich over te geeven !<br />
noch zelfs eenige verneederende ftappen tt<br />
„ doen" (*).<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarl.^Sept. 1787. bladz, 4706 — 4715<br />
I787.<br />
Wordt met<br />
VerQutvyaaiv, •<br />
difdim door<br />
du Burgery<br />
verworpen.<br />
Gelyk ooft<br />
by de Schuttery,
1787.<br />
Vier bekwaame<br />
O!»<br />
fieicren aangefield<br />
0111<br />
het opzigt<br />
te hebben<br />
over de Var.<br />
deediging.<br />
der Stad.<br />
308 BEKNOPTE HISTORIE DER;<br />
De verdeediging der Stad was dan vastelyfe<br />
beflooten, zoo wel by de Regeering als by de<br />
Burgery en gewapende Schuttery, en onder<br />
allen heerschte de grootfte eensgezindheid; en»<br />
dewyl tot het beftieren van deeze verdeediging<br />
mannen van meer dan gemeene Krygskunde<br />
behoorden gebruikt te worden, zoo<br />
werden vier bekwaame Krygsamptenaaren daar<br />
toe aangefteid, door den Krygsraad, en daarvan<br />
door gedrukte en overal aangeplakte Briefjes<br />
aan de Burgery kennis gegeeven, welker<br />
inhoud hier op uitkwam; dat de Ed. Manh.<br />
Krygsraad, op voorftel van Heeren Burgemees»<br />
teren en Raad, beflooten hadt, in het verdeedigen<br />
der Stad, zoo binnen als buiten, zich.<br />
te gedraagen naar den Raad en het Bevel op<br />
te volgen van de Heeren Officieren, den Rid<br />
der TERKANÏ, STERNEACH, A MALKUS,<br />
VAN H E L D E N , en DE E E L E O N A Y , ia<br />
welke Heeren men alle vertrouwen ftelde. De<br />
Krygsraad verwagtte dus V3n de Burgery, dat<br />
zy , getrouw aan hunnen Eed , in het doen<br />
der dienften zoo binnen als buiten de Stad,<br />
hunne Officieren zouden volgen en ftrikt gehoorzaamen,<br />
als zynde dit het eenige middel,<br />
naast den zegen van God Almagtig , om de<br />
Vryheid, die zoo zeer was aangerand, het hoofd<br />
weder te doen boven fteeken, de Rechten ,<br />
door het bloed onzer Voorvaderen gekogt, te<br />
behouden, en onzer aller Welvaart te verze-
ONtUSTEN IN HET VADERLAND» 309<br />
keren. Deeze Briefjes waren gedagteekend,<br />
den 20 fle<br />
" Sept. 1787. (*).<br />
Den volgenden dag, 21 September, deeden<br />
Burgemeesteren en Raaden eene bekendmaaking<br />
of Verklaaring aan de Burgery en Schuttery,<br />
dat Hun Ed. Gr. Achtb. met het grootfle<br />
genoegen de eensgezinde cordaate gevoelens<br />
der goede Burgery en Schuttery deezer Stad<br />
bespeurd hadden , om de Rechten en Vryhe.<br />
den van dezelve, en van het lieve Vaderland<br />
ir.et al hun vermoogen, ja met goed en bloed<br />
te verdeedigen en te befchermen; en daarom<br />
zich verpligt gevonden hadden, om ook van<br />
hunnen kant aan de goeds Burgery en Schuttery<br />
te verklaaren en plegtig te betuigen, dat<br />
zy hunne grootfte eere daarin Relden , zich<br />
als Vertegenwoordigers van vrye Burgers te<br />
kunnen befchouwen, en niets hartelyker wenschten-,<br />
dan het vertrouwen derzeiven by aanhoudendheid<br />
te -verdienen en te bezitten, dewyl<br />
zy overtuigd waren, dat niets hunne wederkeerige<br />
kragt meer fterkte kon byzetten, dan<br />
een onbepaald onderling vertrouwen ; en dat<br />
daar van de bewaaring der goede orde, ru«t<br />
en veiligheid, zoo wel van binnen ais van buiten<br />
geheel afhing. Ten blyke hier van verbonden<br />
zich Burgemeesteren en Raaden, om<br />
zich in geene onderhandelingen, tot bylegging<br />
der gefchillen , thans zoo ongelukkig in ons<br />
Va-<br />
(*j Chaluwt, Vers. van Stukk. I Deel, U 136. N°. -54.<br />
V 3<br />
1787.<br />
Verkiaaring<br />
van Burgemeesteren<br />
en Raaden,<br />
in geene ond<br />
1 liande<br />
ling te zullen<br />
treeden<br />
buiten kennis<br />
der Burgery.
1787-<br />
Utrechtfche<br />
Schutivi s in<br />
diensc genoomen.<br />
Schikkingen<br />
tot verdcedigin;<br />
van<br />
bniccii en<br />
bewaaring<br />
der rust var<br />
binnen.<br />
310 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
Vaderland beRaande, te zullen inlaaten, zon<br />
der medeweeten en medewerking der loflyke<br />
Burgery , welke zy. vertegenwoordigden (*).<br />
Ingevolge van die wel beraadene Befluiten<br />
tot verdeediging, werden ook middelen, daar<br />
toe dienflig, h) 't werk gefleld, zoo wel bui<br />
ten als binnen de Stad, door 't aanleggen van<br />
Batteryen , het verfterken en bezetten van<br />
Posten , enz. Onder anderen werden door het<br />
Ed. Achtb. Collegie van Verdeediging een<br />
Bataillon van de uitgeweekene Ulrechtfche Bur<br />
gers en Schutters, met de noodige Officieren<br />
en Onder-Officieren, benevens vier Cornpa-<br />
gnien Artilleristen, en eene Compagnie Jaa<br />
gers in dienst gefield ; en aanftonds werden<br />
daar van een Gfficier, met twee Bombardieis<br />
en 25 Kanonniers naa den Uithoorn gezon-'<br />
den (f).• • ••<br />
Voorts werden by den Krygsraad en het De<br />
fenfie-Wezen de noodige fchikkingen gemaakt<br />
tot verdeediging van buiten, en de bewaaring 1<br />
der rust van binnen, volgends een voorftel,<br />
waarmede de Burgery en Schuttery genoegen<br />
namen , en het welk hier m beftond: dat aan<br />
alle Schutters, die zich onder de Wapenen<br />
wilden begeeven, en plegtïg verbinden tot den<br />
dienst, die van hun gevorderd zoude worden,<br />
eene Gui'de daags werd toegegelegd. Deeze<br />
, ., 2,1 dienst<br />
(*) Nieuwe Nederl. Jaarb. Sept. 1787. bladz. 4720.<br />
Ibid. bladz, 471a.
-ONLUSTEN' IN HET VADERLAND. 3Tr<br />
312 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
en eene Colonne daar van op deeze Stad aantrok.<br />
Deeze tyding maakte een verfchilienden<br />
indruk op de gemoederen der Burgers en Ingezeetenen:<br />
Sommigen pakten hunne goede 1<br />
-<br />
ren ; anderen lachten met die genjchten en<br />
hielden ze voor onmoogelyk; doch het duurde<br />
niet lang of men werd van de waarheid al te<br />
nadrukkelyk overtuigd. Des nachts, tusfehen<br />
den den 16 en -«Ü
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 313<br />
beiden tot dep grond toe afgebrand waren,<br />
met nog 7 of 8 kleine Huisjes, die daar by'<br />
Ronden. Aanftonds werd de witte Vlag opgeftooken<br />
; de Majoor der Plaats kwam op de<br />
Wallen, die een dubbelzinnig antwoord gaf;<br />
maar de Gouverneur VAN DER CAPELLEN»<br />
zelve op de Wallen koomende, gaf de Stad,<br />
en de geheele Bezetting , Krygsgevangen over;<br />
doch veelen der Vrycorps en het Regiment<br />
van Sternbach openden de Poort aan 't ander<br />
einde van de Stad én vlugtèden naa Dordrecht<br />
en elders, terwyl men met de Pruisfifchen aan<br />
3<br />
t eene einde in onderhandeling was. "De Pruisfifchen<br />
befchouwden dit als eene fchending van<br />
de Capitulatie, zonden eenige Husfaren den<br />
Vlugtenden agter na , en deezen agterhaalden<br />
eenigen, die zy terug bragten: Ook namen de<br />
Boeren; die onlangs door hen ontwapend waren,<br />
op de Dorpen die zy doortrokken,wraak,<br />
en vielen op de vlugtenden aan met hooyvorkèn<br />
en ander Boeren Wapentuig, waar door<br />
fommigen gedood of gekwetst werden. Voor<br />
agt uuren woei de Oranje • Vlag reeds van de<br />
Stads Toorens , en overal zag men Oranje-<br />
Vlaggen terwyl de Pruififche Troupen binnen<br />
trokken.<br />
Maar naauwelyks waren zy binnen de Stad<br />
gekoomen, of daar werd eene vreeslyke verwoesting<br />
van plunderen aangerecht, even of<br />
de Stad Rormenderhand ingenoomen was: Het<br />
fchieten op den Trompetter, het vlugten van<br />
V 5 de<br />
1787.<br />
Daar wordt<br />
vreeslyk geplunderd.
C787".<br />
De Gouverneur<br />
en andereKrysspevanaeiien<br />
n ia Wezel<br />
(gevoerd.<br />
314 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
de Bezetting , dat de Pruis/en eene verbreeking<br />
van de Capitulatie nomiden, hadt de gemoederen<br />
dier SoJdaaten zoo verbitterd, ten<br />
minfte diende hun tot een voorwendfel, dat<br />
zy aan 't plunderen gingen. Of het Oranjegezind<br />
Gemeen daar aan mede deel gehad<br />
heeft, kan men, by gebrek van bericht, noch!<br />
zeggen, noch ontkennen; maar tot lof van de<br />
befchaafder Prinsgezinde Burgers en Ingezetenen<br />
van Gorinchem is verhaald, dat zy .edelmoedig<br />
gehandeld, en de verfchrikte Patriotten<br />
, die zich verborgen , opgezocht en in<br />
hunne Huizen terug gebragt hebben; dat zy<br />
hun best deeden tot eene algemeene herftelling<br />
der liefde en eendragt; dat 'er wel 500<br />
of 600 van de beidene Partyen op de groote<br />
Markt vergaaderden, die eikanderen de hand<br />
van liefde en vriendfchap gaven , waar by de<br />
voornaamden der. Partyen tegenwoordig waren<br />
; en dat niemand eenig verwyt ontving,<br />
maar elk genegenheid en belangneeming in<br />
blkanderen toonde. De Gouverneur VAN DER<br />
CAPELLEN verzocht door eenen Brief aan<br />
.len Hertog VAN BRUNSWYK, om op zyn<br />
woord van eere naa zyne Vrouw en Kinderen<br />
te moogen gaan; maar dit werd hem geweigerd,<br />
en hy werd nevens andere Krygsgevanrenen<br />
naa Wezel gebragt. Op de reize derwaards<br />
moest hy te Nymegen veel fmaad van<br />
i iet gemeene Volk en de Soldaaten ondergaan,<br />
iie zoo op hem verbitterd waren , dat men<br />
veele
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 315<br />
veele moeite hadt om hen van buitenfpoorigheden<br />
en geweld tegen hem te wederhouden.<br />
De Hertog kwam zelve van Asperen in de Stad,<br />
ontving van de Regeering en een groot gedeelte<br />
der Burgery de opwagtingen en verzekeringen<br />
van achting, en werd van de gemeene<br />
Prinsgezinden met een geroep van Oranje boven<br />
, en zie daar onzen Verlos/er! begroet en<br />
toegejuicht. Terwyl de Hertog de Wallen eu<br />
Vestingwerken der Stad ging bezigtigen,kwam<br />
de Pruisfifche Kapitein H I R S C H F E L D T met<br />
50 gevangene Soldaaten binnen, die hy op den<br />
Arkelfchen Dyk gevangen genoomen hadt: Deezen'<br />
werden met de andere Krygsgevangenen ,<br />
die in de Stad gebleeven waren, gelyk ook<br />
van andere plaatfen benevens de Burgers,<br />
die in de Wapenen gevonden werden, onder<br />
een Rerk geleide naa Wezel geveerd.<br />
Dien zelfden dag, 17 Sept. vergaaderde de<br />
Vroedfchap , waar in de oude en afgezette<br />
Raaden herReld werden , en aan de nieuwen<br />
van wegen dezelve aangezegd, zich van alle<br />
verrichtingen als Raaden te onthouden ; het<br />
vyelk deeze Heeren ook gewillig aannamen cn<br />
van alle aanfpraak daaromtrent afzagen. In<br />
deeze Vergaadering werd , op verzoek der<br />
voornaamfle Burgers, die op de Markt vergaaderd<br />
geweest en met elkanderen verzoend waren<br />
, beflooten, de Heeren Gedeputeerden ter<br />
Dagvaart te gelasten, om ter Vergaadering der<br />
Staaten voor te diaagen, Zyne Hoogh. als<br />
Stad-<br />
1787,<br />
DccrndcRegecringheitteld.
1787.<br />
Overgaan<br />
mi Dorirecht.<br />
3*6 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
Stadhouder te magtigen om, tot welzyn van<br />
den Lande, en den weg tot nieuwe Cabalen<br />
en ondermyningen van alle wettig Gezag eens<br />
voor al af te fnyden, de Regeeringen, daar<br />
't noodig was, te veranderen; en den Gecom<br />
mitteerden Raad H A N N E S en den Penfionaris<br />
B Y L E V E L D uit 's Hage terug te roepen.<br />
Van het Krygsvolk, dat uit de Stad ontkoo<br />
men was, verfpreidde een gedeelte zich over<br />
het Platte Land, en plunderden de Huisluiden<br />
hier en daar op de Dorpen; waarom de Her<br />
tog, dit vcrneemende, den Kapitein v E L I N G .<br />
R O D E met 150 Soldaaten en 5 Ruiters over<br />
Giefendam naa Papendrecht zond, om de Plun<br />
deraars te vangen Of te verjaagen (*).<br />
Onmiddclyk op de overgave van Gorinchem<br />
volgde die van Dordrecht. Op dien zelfden I7 dciï<br />
Sept. 'smorgens ten 10 uuren, kreeg men daar<br />
de tyding, dat de Hulp-Burgers, en de Krygs<br />
bezetting" voor een gedeelte, uit 'Gorinchem ge-<br />
vlugt waren', en die Stad door de Pruisfifche<br />
Troupen reeds was ingcnoomen: Veelen der<br />
Vlugtelingen kwamen daar die tyding bevesti<br />
gen , het welk by veelen niet weinig verflaa-<br />
genheid veroorzaakte. Aanftonds werd 'er<br />
Krygsraad belegd, het Defenfie-Wezen en<br />
de Oud-Raad vergaaderd ; by welke Vergaa-'<br />
der: g eene aanbieding inkwam van het Regi<br />
ment van S T E R N B A C H , en van de Waard-<br />
gel-<br />
C) Mkuv/c Neiicrl. Jcarl
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 317<br />
gelders van Rotterdam, die uit Gorinchem gevlugt<br />
waven en zich thans te Papendrecht bevonden,<br />
om de Stad te helpen verdeedigen;<br />
maar voor deeze aanbieding werd bedankt.<br />
Nogthans kwamen de Schutteryen in de Wapenen;<br />
men Relde wachten aan den Rietdyk,<br />
waar eenige Batteryen opgeworpen waren ;men<br />
Root de Poorten, en liet ronden doen; terwyl<br />
veelen der Ingezeetenen uit vreeze hunne goederen<br />
pakten en zich tot de vlugt gereed maakten.<br />
Den zelfden avond werd nog laat in den<br />
Oud • Raad , met overleg en bewilliging van<br />
den Krygsraad en het Defenfie - Wezen beflooten<br />
om, indien het Pruisfiesch Krygsvolk voor<br />
de Stad kwam, geen tegenftand te bieden maar<br />
ze overtegeeven. Doch eer dat gebeurde viel<br />
'er nog een treurig geval voor tusfehen de verfchillend<br />
denkende Burgers: Des morgens van<br />
den i8'' l:n<br />
waaide het gerucht over de Merve,<br />
dat de Pruisfifche Troupen reeds tot Papendrecht<br />
genaaderd waren, en aanflonds in de Stad zouden<br />
trekken, dewyl zy nu maar over te vaa><br />
ren hadden. Dit gerucht bragt alles in beweeging,<br />
elk haastte zich om met Oranje Linten<br />
te verfchynen ; de Uitleggers en Batteryen<br />
voor de Stad werden verlaaten en door het Gemeen<br />
geflegt. Eenige Heeren van den Oud-<br />
Raad gingen naar den Rietdyk, waar heen ook<br />
de Schutters optrokken; terwyl ook een groote<br />
menigte Volks, der Prinsgezinde Party toegedaan,<br />
aldaar byeen kwam. Een der Leden van<br />
den<br />
1787.
ï 787-<br />
Befluit om<br />
dc Strrf ovo<br />
te geeven.<br />
3r8 B E K N O P T E H I S T O R I E DER<br />
den Oud Raad voor beweegingen van die groote*<br />
menigte beducht, zeide tot dezelve, Mannen<br />
weèst gerust.' Hier op volgde een algemeene<br />
Uitroep van Hoezee! Hoezee! De gewapende<br />
Schutters befchouwden die geroep als een op<br />
roerkreet, en gaven vuur op de menigte, waar<br />
door. vyf perfoonen gedood , en eenigen ge<br />
kwetst werden. Een Bakker, aan den Rietdyk<br />
wOóhénae, fchoot ook uit zyn venfter op de<br />
menigte , welke daar op met woede in zyn<br />
huis drong en hem zodanig ruw behandelden»<br />
dat hy 'er het leeven by infehoot; en fner<br />
mede nog niet voldaan , begeerden zy , dat<br />
zyn lichasm aan de galg ten toon gehangen<br />
zoude worden; zoo droevig zyn de gevolgen<br />
van verbitterde Partyfchap. Tegen li uuren<br />
werd alarm geflaagen, doch daar verfcheenen<br />
geene gewapende Burgers, alzoo hunne Offi<br />
cieren reeds gedeeltelyk de vlugt genoomen<br />
hadden. Dus kreegen de Prinsgezinden hier<br />
de overhand, en de menigte begeerde dat de<br />
Oranje Vlag op den tooren zoude uitgeflooken<br />
worden; het welk ook ras gefchiedde met een<br />
groot gejuich en uitroep van Oranje boven!<br />
Vivat WILLEM DE V. enz, terwyl die van<br />
de andere Party of gevlugt waren, of zich<br />
Ril in huis hielden. Dés avonds werdt de<br />
gantfche Stad verlicht.<br />
Dien zelfden avond kwam de zekere tyding<br />
niet alleen, dat de Pruisjifclie Troupen te Pd*<br />
pendrecht waren aangekoomen; maar ook werd<br />
door
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 316<br />
door den Kapitein VELINGRO DE, die deeze<br />
Troupen aanvoerde , van de Regeering ge-<br />
eischt, dat men het Pruisfiesch Krygsvolk bin<br />
nen de Stad zou laaten trekken. Toep werd<br />
volkoomen beflooten, de Stad by Verdrag over<br />
te geeven : Tot dat eiude ging eene Commisfie<br />
uit de Regeering met den Prinsgezinden Bur<br />
gemeester HUGO REPKLAAR aan het hoofd,<br />
den Pruisfiefchen te gemoet, om over de Voor<br />
waarden van het Verdrag te handelen: Dezel<br />
ven beftonden in deeze volgende Artikelen :<br />
ART. I. Dat de Stad zal blyven onder de<br />
Souvrainiteit der Staaten van Holland. Antw. Ik<br />
treede daar niet in.<br />
ART. <strong>II</strong>. Dat het Garn'iezoen niet in te<br />
grooten getale zy. — Toegeitaan.<br />
ART <strong>II</strong>I. De Stad zal in de bezitting van<br />
alle Privilegiën blyven. — Toegeftaan.<br />
ART. IV. Dat alle Magiflraatsperfoonen,en<br />
die geenen, die in bedieningen zyn, daar in<br />
zullen blyven. — Toegeftaan, geduurende myn<br />
verblyf en tot tyd en wyle, dat Zyne Door!.<br />
Hoogh. de Heer Hertog van Brunswyk nader<br />
daar over zal befluiten.<br />
ART. V. Dat de ontvangst der Tollen en<br />
Imposten ten voordeele der Staaten en van<br />
deeze Stad zullen zyn. — Dit is niet van myn<br />
befte k.<br />
-ART. VI. Het Kanon en Oorlogsbehoeften ,<br />
aan de Staaten Generaal toebehoorende of aan<br />
deeze .Stad, zullen aan dezelve blyven. — De<br />
Ma.<br />
1787.:<br />
Artikelen<br />
van '1 Vei<br />
drag.
3=e» B E K N O P T E HISTORIE DER<br />
Magazynen, Tuighuizen, .enz. zullen in den/,<br />
zelfden fta.at blyven,. als zy nu zyn, tot dat<br />
de Hertog in de Stad komt.,<br />
ART. V<strong>II</strong>. Men verwagt, dat de Troupen<br />
een goede Krygstucht'zullen houden, en zorg<br />
dr.iagen, dat geen m ieite zal gefchieden aan<br />
de Burgery deezer Stad, van het Eiland, en<br />
v;ln Zuid • Holland; dat hun Leeven, Bezittin<br />
gen en alle hunne Goederen bewaard zullen<br />
blyven. — AI het geen de Krygstucht in de<br />
Stad cn op het Eiland betreft, zal in acht ge-,<br />
noomen wouien.<br />
ART. V<strong>II</strong>I. Dat de Troupen gebruikt zullen<br />
worden tegen alle de geenen, die de open<br />
baare rust zouden willen flooren, zoo Inwoo»<br />
ners, als buitenluiden. -- Toegedaan.<br />
ART. IX. Dat alle Inwooners vryelyk in en<br />
uit de Stad zullen moogen gaan, om hunne<br />
zaaken en Handel. — ToegeRaan<br />
ABT. X. Dat de Schepen vryelyk van en aan<br />
de Stad zullen vaaren tot den Koophandel. —<br />
Toegedaan. En 'er zal een Berichtfchrift aan<br />
de Schippers gegeeven worden voor het geen<br />
de Defertie betreft.<br />
ART. XI Indien te Gorinchem eenige In<br />
wooners van Dordrecht Krygsgevangen mogten<br />
gemaakt zyn; zoo wordt verzocht, dat dezel<br />
ven losgelaaten worden.— Ik zal myne goede<br />
dienden aanv/enden by den Hertog. De Hee-<br />
reu van de Magidraat zullen insgelyks de hun-,<br />
uen aacwendeu tot drafttloos .tiJ der gevan-<br />
ge-
ONLUSTEN IN HET VADERLAND. 321<br />
genen ter zaaken van Oranje, en onder dezel<br />
ven die van Oud~ Beyerland en Werkendam.<br />
ART. X<strong>II</strong>. Men vraagt behouding der Wa»<br />
penen voor de Burgery; met plegtige verklaa<br />
ring , dat 'er geen gebruik van gemaakt zal<br />
worden tegen de Troupen ; maar alleen toe<br />
behouden van de openbaare rust der Stad. —«<br />
Geweigerd: Alle de gewapende Mannen moe<br />
ten, zonder onderfebeid, hunne Wapenen aan-<br />
llonds nederleggen; dat is te zeggen, de oude<br />
Burgery zal zich flegts van fcherpe Patrooncn<br />
en Banjonetten ontdoen: Maar de nieuwe Bur<br />
gery , Schuttery genaamd, zal verpligt zyn,<br />
hunne geheele Wapenrusting op het Stadhuis<br />
te brengen. Zy zullen deezen avond in den<br />
Doelen blyven; maar morgen op het Stadhuis<br />
gebragt worden.<br />
ART, XlJI. Men verzoekt met aandrang<br />
Schildwachten voor de Comptoiren der Pro<br />
vintie en van de Stads Bank. — Toegedaan.<br />
Geteekend en gezegeld te Papendrecht, dea<br />
18 Sept. 1787.<br />
(Was Getekend)<br />
DE VELINGERlODE, CoflltK»<br />
Op deeze Voorwaarden, kwamen de Pruis-<br />
Jifche Troupen den I9 d e n de Stad intrekken,<br />
onder een aanhoudend geroep der Menigte vaa<br />
Prinsgezinden van Vivat de Koning van Pruis/en&<br />
Yivat Oranje, enz. (*).<br />
Ter,<br />
C) Nieuwe Nederl. Jaarb, Sept. 1787. bladz. 4545—43;!»<br />
IV. DEEJU X<br />
1787
1787.<br />
Sclwo.rh?yen<br />
met<br />
Pruisfiesch<br />
Krygsvolk<br />
bezet.<br />
De Prins in<br />
zyne Waardigheeden<br />
herfteld.<br />
322 BEKNOPTE HISTORIE DER<br />
Ter gelyker tyd , dat dit te Dordrecht ge.<br />
rchiedde, kwam een ander gedeelte der Pruis-<br />
(ifc/ic Troupen de. Stad Schoonhoven bezetten,<br />
en de Hertog van Brunswyk, Opperbevelhebber<br />
dier Troupen, kwam zelf in perfoon in<br />
deeze Stad: Die Krygsoverfte ontving reeds<br />
1 1<br />
den io^ des morgens vroeg een bezoek van<br />
den Prins van ORANJE; gelyk ook van twee<br />
Gelastigden van de Staaten van Holland, om<br />
den Hertog, uit naam der Staaten, te verzoeken<br />
, zyne Troupen niet tot den Haag, de<br />
Vergaaderplaats der Staats - Collegiën en den<br />
Zetel der vreemde Gezanten by deeze Republiek,<br />
te willen doen trekken; in welk verzoek<br />
de Hertog aanftonds bewilligde. Het is<br />
aanmerkèlyk, dat de Stad Schoonhoven, die de<br />
eerfte was om de Aanbéveelingch van Zyne<br />
Hoogh. den Prins Erfltadhouder van Perfoonen<br />
tot Regeeringsposteu af te fchaffen, by deeze<br />
omwending van zaaken, ook de eerfte was om<br />
Zyne Hocgh. in zyne opgefchorte Waardigheden<br />
te herftellen : Reeds den iS^n Sept.<br />
maakte de Regeering door eene Publicatie aan<br />
de Burgers en Ingezeetenen bekend , dat zy<br />
alle zodanige Bejluüen, welke hier ter Stede,<br />
het zy by cverftemming, het zy met eenpaarigheid,<br />
ten nadeele van Zyne Doorl Hoog.<br />
heid, den Heere Prince van ORANJE, in deeze<br />
laatfte jaaren genoomen waren, voor nul en<br />
onwaarde verklaard hadden; en dat dezeive in<br />
de Rijolutie-Boeken zouden geroojeerd worden.<br />
Zy
ONLUSTEN IN HET VADERLAND- 323<br />
Zy verklaarden wyders, Zyne Door! Hoogh.<br />
den Heere Prince van ORANJE te herftellen<br />
in alle Hoogstdeszelfs hoogs Waardigheden ,<br />
Rechten en Voorrechten, en byzonderlyk in<br />
zyne hoedanigheid van Kapitein Generaal der<br />
Provintie van Holland en het Commando van<br />
'sHage. Verklaarende verder, dien dag hunne<br />
Gedeputeerden ter Vergaadering van de Staaten<br />
gelast te hebben , om oogenbükktlyk te<br />
helpen befluiten, dat aan Haar Koningl. Hoogh.<br />
de gèëischte en biÜyke Voldoening bezorgd<br />
wierde; ais mede, dat Zyne Doorl. Hoogh.<br />
ten ailerfpoedigfre wierde genoodigd , om<br />
deeze Provintie met zyne tegenwoordigheid te<br />
verëeren, en de waarneeming van alle zyne<br />
Hooge Ampten te hervatten , enz, Eindelyk<br />
weid in deeze Publicatie, tot meerder gerustheid<br />
van de Gemeente, bekendgemaakt, dat<br />
Zyne Doorl. Hoogh. de Heer Hertog mondefyk<br />
en plegtig aan de Regeering verzekerd<br />
hadt, dat de goede Burgery geen den minften<br />
overlast van het Garnizoen te verwagten hadt;<br />
en dat het zelve in de volmaaktfte Krygstucht<br />
zoude gehouden worden; dewyl Zyne Doorl,<br />
Hoogh. hier als Vriend , en alleen gekoomerj<br />
was om de goede Gemeente van onderdrukking<br />
te verlosfen (*). Onaangezien deeze gerust<br />
Rellende Verklaaring, was de fchrik en vreezc<br />
voor de aantrekkende Pruisfifche Troupen zoc<br />
groot,<br />
(*] Kleum Kei.rl. Jtarb. Sept. 178;. bla.iz, 4Er.i~48jfi<br />
X 2
324 B'EKN. HIST. DER ONLUSTEN,<br />
groot, dat veele Burgers en Ingezeetenen van<br />
Schoonhoven (het welk my van ooggetuigen verhaald<br />
is) hunne beste beweegbaare goederen<br />
gepakt, en daar mede de vlugt genoomen hebben,<br />
fommigen met Vaartuig de Leek af, and-eren<br />
met Rydtuig naar 'Gouda en verder Hol.<br />
land in.<br />
.Fiaue:: be- Omtrent den zelfden tyd trok het Pruisfiesch<br />
tet cn ffc<br />
phintlerd. Krygsvolk in Vionen, waar die in togt allerbek-laaglykfte<br />
gevolgen hadt: Eenige al te driftige<br />
Ingezetenen hadden de onbezorïnene onvoorzigtigheid<br />
, of zal ik zeggen dolheid, van<br />
d e<br />
•