HET WEEKBLAD - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

HET WEEKBLAD - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

HET WEEKBLAD

15

IKATHE VON NAGY

IN DE UFA-FILM

„AM SEIDENEN

FADEN"

18de Jaargang

No. 31 -13 Aug. 1938

CINEMAs.

THEATER


Als men beschouwt, dat

Nero-Film vroeger ,,Drei

Groschen Oper", van Pabst,

,,L'Atlantide" van Fritz Lang

en ,,MaYerling", de grootste

succes-film van Charles

Boyer en Danielle Darrieux

geproduceerd heeft, kan.

men met gerustheid zeggen;

dat „Werther" wel een varS

de grootste films van hei

seizoen in Frankrijk wordfi

^ . ^ _ , .

NIEUWS UIT DE STUDIO'S

Gustav Giuendgens zal de titelrol vertolken In de film „Costa Berling",

die door de Terra te Berlijn zal worden opgenomen.

Walt Disney zal een nieuwe groote teekenfilm vervaardigen. De titel er

van is „Pinocchio". Bovendien heelt hij het plan het komende seizoen

achttien kleine teekenfilms te maken.

Alexander Esway zal de (ilm „Quartier Latin" in scène zetten. De be-

langrijkste rollen zijn in handen van Lucas Gridoux, Jean Galland, Betty

Stockfeld en Sylvia Bataille.

Hilde Krahl en Flits van Dongen vervullen de hoofdrollen in „Die sieben

Kleider der Katrin", een rolprent die onder regie van Paul Verhoeven door

de Styria-film te Weenen wordt opgenomen.

Ludwig Berger zet te Parijs de film „Trois Vaises" In scène. Zoodra hij

met de opnamen hiervoor gereed is, zal hij een film vervaardigen, die het

leven van Durant, den stichter van het Roode Kruis, behandelt.

Geza von CzifEta en Erich Ebermeyer hebben het draaiboek geschreven

voor de film „Peter spielt mit dem Feuer".

Derrick de Marney, de jonge Engeische tooneelspeler, vervult een belang-

rijke rol in de R.K.O.-Radiofilm „Blonde Cheat". Zijn tegenspeelster In

deze rolprent is Joan Fontaine.

Andre Brülé vertolkt de hoofdrol in „C'était moi", een Fransche film, die

onder leiding van Henri Diamant-Berger wordt vervaardigd.

Paul Martin regisseert de Ufa-film „Preussische Liebesgeschichte". De

medespelenden zijn: Lida Baarova, Willy Fritsch, Hans Nielsen, Rolf Móbius,

Hermine Körner, Suse Graf, Sabine Peters en Vera von Langen.

Annabella is door Marcel Carné voor de film „Hotel du Nord" geëngageerd

Sir Robert Vansittard schrijft den dialoog voor de London-film „Burmese

silver".

Pierre Renoir en René Dary spelen onder leiding van Léon Mathot in

,,Le révolte". De buitenopnamen vonden te Toulon plaats.

Bobby Breen, het kleine zangwonder. heeft een belangrijke rol in de

R.K.O -Radiofilm „Hawaii calls".

Corinne Luchaire en Anny Ducaux beelden de belangrijkste rollen uit

in „Les soeurs Carnier", een film welke wordt opgenomen naar een roman

van Gina Kauss. Léonide Moguy regisseert.

Lau Lauritzen, de regisseur van vele Watt en Half Watt-films, is op zestig

' jarigen leeftijd te Kopenhagen plotseling overleden.

Greta Garbo en William Powell vervullen de hoofdrollen in de Metro

Goldwyn Mayer-film „Ninotschka".

Michèle Morgan speelt in dé Fransche Ufa-film „La dame de coeur" de

vrouwelijke hoofdrol.

Roger Graf Norman ensceneert de Terra-film „Fahrt Im Sonnenwind"

Axel Ivers heeft het scenario geschreven.

Elisabeth Flickenschildt is door regisseur Werner Hochbéum uitgekozen

voor de film „Ein Mädchen geht an Land".

Zoo zl»t Erich ven Strohalm «r In hat

dagellJkEch l.v.n ult

„Dat was een van de beste rollen, die ik ooit gespeeld heb."

Twintig jaar geleden emigreerde hij naar Amerika, aangelokt door den

gouden schijn van de film. Hij werd hulpregisseur en leerde de finesses

van het vak van beroemdheden als D. W. Griffith. Hij verzorgde de

decors voor de films van Douglas Fairbanks Sr., hij werkte aan de

Mary Pickford-films, hij speelde kleine rolletjes, schreef dialogen en

droomde van den tijd, waarin hij zijn eigen ideeën op het witte doek

zou kunnen vastleggen.

Die dag kwam. Von Stroheim werd een van Hollywoods

prominentste figuren. Men schreef in dien tijd. dat Holly-

wood geld wegsmeet om de droomen van Von Stroheim

te- verwezenlijken en het is een feit, dat sommige

films veel meer kostten dan men in dien tijd gewoon

was aan een rolprent te besteden, en slechts enkele

van zijn films brachten geld op. Zijn Gloria

Swanson-film „Queen Kelly" had een fortuin

gekost en kon nergens vertoond worden.

De oorspronkelijke lengte van „Greed" vor-

derde een vertooningsduur van bijna acht

UUT. Bovendien toonde Von Stroheim ook op

andere wijze, dat de commerdeele kant van

«en film hem maar weinig interesseerde. Dat

martee, dat de producenten bevreesd werden

en xAvUden niet meer met hem te maken

'iB-ik nifiinand zal kunnen ontkennen, dat

s IGreed", „Blind husbands"', „Foolish wifes" en „Wedding

He getuigen van een zeer sterk en merkwaardig talent.

y&Oint Von Stroheim in Parijs en hij verdeelt zijn tijd tusschen

TBËngelsche films.


H|bln>> da regluaur-

JK fm wadding march"

Er is iets

dat ontzag

inboezemt in

een man. die eens gewend

was te bevelen in zijn

eigen wereldje, en du- sedertdien zijn

macht verloor, maar toch. ondanks een reeks

persoonlijke tegenslagen, het hoofd boven water

wist te houden.

Erich von Stroheim boezemt dit ontzag reeds bij de eerste ontmoeting

in. Zijn conversatie is kortaf, rechtstreeksch en vaak zeer

cynisch; het is een van zijn stokpaardjes, zijn minachting te toonen voor

de moderne filmgoden en hun fouten te bespotten.

Zijn melancholieke oogen alleen verraden den gcdesillusioneerden

artist, het genie naar wien niet meer gevraagd werd.

Von Stroheim vertelde mij: „De Hollywoodsche producenten deelden

mij mede. dat ik afgedaan had, dat het publiek mij niet meer wildezien."

Maar niettegenstaande het feit dat deze eens zoo beroemde acteur

jarenlang van het tooneel verdwenen is geweest, waren er toch nog

steeds duizenden, die hem schreven en vroegen, wanneer hij weer

terugkwam. En hij is teruggekomen. In ..La grande illusion en in

„Alibi" heeft hij bewezen, dat het publiek nog steeds zijn spel waardeert.

En thans wordt in ons land de film „Mademoiselle Docteur"

vertoond, waarin Von Stroheim een der hoofdrollen vertolkt. Deze rol

moet veel weemoedige herinneringen bij hem hebben opgewekt. Hij is

in deze film namelijk weer een karakteristiek Pruisische officier, met

monocle, nauwsluitende uniform en een totale onverschilligheid voor

alles, behalve voor de stipte nakoming der leger-discipline. In zulke

stukken verwierf Von Stroheim zijn grootsten roem en ook zijn bijnaam

van ,,de man, dien iedereen haat".

In werkelijkheid is hij een toegewijde echtgenoot voor zijn vrouw,

die enkele jaren geleden op tragische wijze door een ongeluk invalide

werd, en de trotsche vader van twee zoons. Achter een schijn van

arrogantie en wreedheid is het zachte gevoel verborgen van den waren

artist, die Von Stroheim is.

Zijn leven is vol afwisseling geweest. Hij is officier geweest in het

Oostenrijksche leger, bordenwasscher. kantoorklerk, boschwachter en

reiziger in vliegenpapier.

,Ik verdiende vijftien dollar

per week met den verkoop

van vliegenpapier in

een stadje, dat bekend stond om de

afwezigheid van vliegen." Trots haalt

Von Stroheim deze herinnering op.

Erich von Strohalm In „Tha graat

Gabbo"


irT

Charlotte Schellhorn, Heimann Braun en Jutta Freybe.

9

Hermann Braun en Jutta Freybe.

Medespelenden: Jutta Freybe, Christine Grabe, Ingeborg von Kusserow,

Hans Leibelt, Hermann Braun, Herbert Hübner, Maria

Koppenhöfer,, Paul Otto en anderen.

Regie: Peter Paul Brauer. Ufa-film.

De hoogste klas van een meisjes-gymnasium dweept met een van haar

leeraren, prof. Fromann, die zeer vooruitstrevende paedagogische

inzichten huldigt. Op zekeren dag mist Sybille Brant een bankbiljet

van tien Mark, dat in een boek van haar mede-leerlinge Lene Seiff ge-

vonden wordt. Deze laatste, een arm maar trotsch meisje, wordt door

Fromann ter verantwoording geroepen, doch zij ontkent ten stelligste het

bankbiljet weggenomen te hebben. Zij wordt desondanks voor twee dagen

van school gestuurd, om thuis over een en ander na te denken. De heele

klas is in opschudding, want 't eens zoo groote onderlinge vertrouwen

is da^iig geschokt. Sybille Brant, die zich de smartelijke uitdrukking van

Lene's gezichtje herinnert, voelt een sterken twijfel in zich opkomen en zij

besluit met Peter Kurre. een leerling van het jongens-gymnasium, Lene op

te zoeken en haar te vragen, hoe eigenlijk de vork in den steel zit. Lene

Hans Leibelt en Christine Grabe.

weigert echter hardnekkig verder nog eenig uitsluitsel over deze zaak te geven.

Door een toeval komt Peter er achter, dat Werner Fröhlich, een jongen

uit een der lagere klassen, door den ouderen gymnasiast Hörrig gechan-

teerd wordt. Werner, een broertje van Käte Fröhlich, die op het meisjes-

gymnasium naast Lene Seiff zit, heeft namelijk de handteekening van zijn

vader nagemaakt, van welk feit Hörrig misbruik maakt. Käte Fröhlich is

na het voorval met Lene ziek geworden. Sybille brengt haar een bezoek

en ziet, dat zij totaal overstuur is. Zij vraagt naar de reden en Käte bjekent,

dat zij het bankbiljet gestolen heeft om haar broertje te helpen. Lene had

bij vergissing Kätes boek genomen, maar uit vrees, dat Werner van school

zou worden gejaagd, had het meisje in de klas gezwegen. Peter Kurre, die

hiervan op de hoogte wordt gebracht, dient Hörrig een afstraffing toe, en

zegt hem, dat de kameraden hem voortaan niet meer op school wenschen

te zien. Fromann is blij, dat Käte uit eigen beweging een bekentenis heeft

afgelegd, zonder dat er een officieel onderzoek heeft plaats gehad, waar-

tegen hij zich met alle kracht had verzet. Lene Seiff is van alle blaam ge-

zuiverd, ten aanzien van Käte worden verzachtende omstandigheden in

aanmerking genomen, en de harmonie in de klas is weer hersteld.

K. H. Sedlak en Hermann Braun.

H. O. Gauglitz en Herbert Hübner.


een GAUMONT-BRITISH film met

CONSTANCE CUMMINGS — HUGH SINCLAIR - NOAH BERRY

Regie; ALBERT DE COURVILLE.

Een paar dagen voor den dag. waarop October Jones zal trouwen

met Sam Wasser, die haar echter onverschillig laat, krijgt het

paar ruzie, waarop October zegt. dat zij net zoo lief een landlooper

zal trouwen. Op den trouwdag worden Sam en zijn vrienden dronken en

brengen een landlooper, die in him gezelschap eveneens dronken gewor-

den is. mee naar de plechtigheid. Sam stelt Octobers bluf op de p'roef,

doch zij laat in haar overmoedige bui zien, dat zij inderdaad niets om

hem geeft en trouwt dan ook met den landlooper Tot ieders schrik gaan

zij er met hun tweeën van door en brengen den nacht door in een ver-

laten huis buiten de stad.

Twee gehuurde gangsters, die den landlooper moeten opsporen wegens

een erfeniskwestie, doorzoeken het huis, maar vinden hem niet. Den

volgenden morgen hoort October van hem, dat hij op weg is naar Canada

en zij haalt hem over haar mee te nemen.

Intusschen heeft Sam Wassers vader rondverteld, dat October ontvoerd

is. Iedereen gaat nu op zoek naar den landlooper, die met groote moeite

aan zijn achtervolgers ontsnapt. October wordt echter gepakt en in een

dorpsgevangenis opgesloten. Zij krijgt daar bezoek van een vreemde

vrouw, Elfrida. de opdrachtgeefster van de gangsters, van wie zij hoort,

dat de landlooper gezocht wordt wegens moord en bigamie, hetgeen zij

gelooft.

De landlooper, thans geheel van uiterlijk veranderd, keurig gekleed en

geschoren, slaagt er in voor een autoriteit door te gaan en October mee

te nemen. Onderweg in zijn auto herkent tij hem ea wil hem verlaten. Hij

legt haar echter uit, dat Elfrida gelogen heeft. Zij is zijn nicht, en in het

bezit van een document, hehvelk recht geeft op ftft derde gatteen erfenis,

bestaande uit een stuk land, dat alleen in EngeUcfiè handen -jh^g blijven.

Elfrida heeft echter geld noodig en wil in het beiit komen fem cW drie'

documentei^pa afa het|iÉtdc laad aanbeen vreemde mogeadjUL af ve

koopen. DiW|jde|r


L «

J.

„^ ^l: DE TERUGKEER \

(V

Melvyn Douglas

als René Farrand

All, René en Joe

aan 't werk

r '*\ ^

v %

M ■

mm

0

\ \ f

! \\ .

i.

'•Jl

1

(

(

j

' w>- ^w-

■*3.

k_. *

•p

\ ,»

r-

/

ÄRGEE LUPIN

(,,^\rsène Lupin returns").

Regie: George Fitzmaurice.

Metro Goldwyn Mayer-film.

René Farrand Melvyn Douglas

Lorraine de Grissac Virginia Bruce

Steve Emerson Warren William

Graaf De Grissac John Halliday

Joe Doyle Nat Pendleton

Georges Bouchet Monty Woolley

Alf E. E. Clive

Prefect van politie George Zucco

Duval Rollo Lloyd

Ivan Pavloff Vladimir Sokoloff

Le Marchand len Wulf

Monelle Tully Marshall

Detective Jonathan Hale

"filmsterren zijn wel vaak detectives,-maar

' echte detectives mogen geen filmsterallu-

res hebben! Derhalve krijgt Steve Emer-

son, die te vaak ,,front-page news" geweest is

en om die reden zoo bekend werd als de beroem-

de bonte hond, van de Amerikaansche regeering

ontslag, omdat men daar bescheidener figuren

noodig heeft, Terstond is er echter een verzeke-

ringsmaatschappij, die den populairen detective

engageert om den door haar verzekerden, we-

reidbcroemden Grissac-smaragd te bewaken.

Maar als Emerson daartoe bij den graaf'de

Grissac in diens hotel te New York zijn op-

wachting komt maken, vindt hij de heele familie

gebonden op den vloer liggen en. is de

smaragd al gestolen! Gelukkig blijkt het echter

een copie van den echten smaragd te zijn. De

detective geeft derhalve de familie de Grissac

den raad dit geluk bij een ongeluk niet te ver-

raden, maar deelt tevens mede, dat zijn maat-

schappij het niet aandurft de verzekeringspolis,

die nog slechts acht dagen geldig is, te vernieu-

wen. Derhalve zal de Grissac den volgenden

dag naar Parijs vertrekken en Emerson zal hem

vergezellen om den smaragd te bewaken. Na

den overval in het hotel heeft Emerson twee be-

langrijke aanwijzingen gevonden: een handtee-

kening, klaarblijkelijk afkomstig van den fameu-

zen gentleman-oplichter Arsène Lupin en in den

muur een kogelgat, gemaakt door een Rossi Su-

perieur, een weinig in gebruik zijnde Fransche

revolver...... zooals ook Arsène Lupin placht te

gebruiken. Met deze waardevolle aanwijzingen

begeeft Emerson zich met den graaf de Grissac,

diens aanvallige nicht Lorraine en diens neef

Bouchet in Frankrijk naar het landgoed van een

vriend en buurman der GriSsacs, René Farrand.

welke in het geheim met Lorraine verloofd is.

Werkt het slot? (Melvyn Douglos,

Virginia Bruce en Warren William)

De prefect van politie van het district maakt

Emerson duidelijk, dat Arsène Lupin onmoge-

lijk den smaragd heeft kunnen stelen, aangezien

de oplichter immers enkele jaren te voren door

de politie werd neergeschoten. Arsène Lupin

sprong toen zwaar gewond in de Seine, maar

het lijk werd nooit gevonden.

Eenige dagen later bemerkt Emerson, dat

Farrand aan het schijfschieten is en zich daar-

bij bedient van een Rossi Superieur, waardoor

hij hem er van verdenkt, Arsène Lupin te zijn.

Er is inderdaad reden tot dit vermoeden, te meer

daar twee van Lupins vroegere handlangers, Alf

en Joe, hem komen opzoeken. Farrand verklaart

echter zijn verleden afgezworen te hebben, daar

hij verliefd is op Lorraine en met haar hoopt te

trouwen. Intusschen komt Emerson te weten,

dat Farrand op het oogenblik van den diefstal

korten tijd onder een valschen naam in New

York vertoefde, waardoor zijn vermoedens ver-

sterkt worden. Een paar dagen later wordt te

Parijs de man vermoord, die den valschen sma-

ragd in zijn bezit had en nu wordt ook Farrand

— Arsène Lupin — bevreesd voor de zich tegen

hem opstapelende verdenkingen en besluit met

behulp van Alf en Joe den onbekenden dief in

de val te lokken. Zij sturen derhalve een zoo-

juist ontslagen gevangene en eveneens oud-

medeplichtige Pavloff op Emerson af, teneinde

de aandacht van henzelf af te leiden. Maar

Emerson is te pienter om deze list niet te door-

zien, gaat op zijn beurt contact zoeken met Far-

rand, waardoor de politie denkt, dat Emerson

en Farrand den diefstal samen bedreven'hebben.

Farrand, overtuigd dat de ware dief op den

laatsten avond voor de verzekering afloopt zal

trachten den echten smaragd te stelen, sluipt

heimelijk naar het kasteel, nagegaan door Emer-

son, die op zijn beurt bespionneerd wordt door

de politie. Inderdaad is er binnen iemand aan

de brandkast bezig, er ontstaat een worsteling

en als het licht opgaat, ziet men de Grissacs neef

Bouch> t met een rookende revolver in zijn han-

den, terwijl er een onbekende man dood op den

grond ligt. De prefect van politie beschuldigt

Farrand er van Arsène Lupin te zijn en Emer-

son diens medeplichtige. Maar Farrand wijst

op het lippenrood op den boord van Bouchet:

lippenrood, dat hijzelf op den knop van de

brandkast had gesmeerd, opdat de onbekende

dief dit aan zijn handschoenen zou krijgen. En

Bouchet valt door de mand.

Emerson biedt Arsène Lupin den Rossi Supe-

rieur-kogel aan in ruil voor diens laatste naam-

kaartje met handteekening, dat hij echter ver-

scheurt om het als confetti over de hoofden van

de gelukkige Farrand en Lorraine uit te

strooien . . .

Emerson wordt gefouilleerd

Virginia Bruce als

Lorraine de

Grissac

Emerson vindt

graai de Grissac

en zijn familie ge-

bonden in zijn

hotel.

1^

♦ H

%:M


~ i

f

tffl 1' i

? ^

ttgsmi

v


Doctor Syn {George!

Arliss) en Jerry Jerkj

(Graham Moiiat)

DOCTOR

SYM

MI I :1m

Dr. Svn

Imogcnc

Denis

Jerry Jerk

De mubt

Kapitein C'ollycx

George Ail is;

Mirgaret Lockvvood

John I.oder

Graham Moffat

Mcinhardt Mam

Rov F:merfon

Hei dorpje Dymchurch ziet er zeer onschuldig uit, maar in

werkelijkheid is 't het middelpunt van een smokkelaarshende

welker practijken zoolang


VAN LEZER TOT LEZER

Op deze pagina kunnen onze abonné's, onder de .,RuJlrubriek", gratis een adver-

tentie plaatsen, waarin zij iets aanbieden in ruil voor iets anders. Deze plaatsing

is geheel gratis, maximaal 10 regels per advertentie. Advertenties, waarin voor-

werpen te koop worden aangeboden of gevraagd, woningen te huur worden

gevraagd of te huur aangeboden, diensten worden aangeboden, enzoovoort, enzoo-

voort, worden onder de rubrieken „Te koop aangeboden", ,,Te koop gevraagd" en

„Diversen" geplaatst en berekend tegen S cts. per regel, minimum vijf regels.

TE KOOP

AANGEBODEN

Te koop : 22 fonkelnwe

gram.-pi., ƒ0.30 p. st.

Zend postw. van ƒ6.50

en u ontv. ze p.o. aan uw

adr. J. Wentink. Hoog-

ravenscheweg 57,

Utrecht.

Te koop : beige mantel-

pak z.g.a.n., kleerm.-

werk, m. 40, ƒ 10.—.

Pelser. Reinier Claezen-

str. 50-hs., A'dam,

Te koop : buitenboord-

motor, 3 pk., merk John-

son tev. schildersladder.

Adr.: Wittenkade 154-

hs., A'dam.

Te koop : kind.-wag., in

pr, st., ƒ 10.—. Plugge,

Noorderbeekstr. 64, Den

Haag.

Ter overn. aangeb. :

grijs mantelcost. (wol),

v. ƒ 24,— v. ƒ 6.— ; mooi

marterb., v. ƒ20.— v.

ƒ4,— ; zwart georg. gel.

jap., m.cr.d.ch. onderj.,

ƒ4.— ; zwart georg. gel.

jap., m.cr. d. ch. onderj.,

v. ƒ 2.50 ; alles z.g.a.n. en

m. 42 ; 1 pr. br. d. mol.

m. 41, ƒ I.—. Te zien

dag. v. 12 en na 6 u.

Adr. : Ie llelmersstr.

215, A'dam (W,.).

RUILRUBRIEK

Wie ruilt een z.g.a.n.

kind.-wag., gestrooml.,

m. verehr, velgen, voor

iets anders. Jac. v. Tol,

Palrndw.str, 2-11,

A'dam.

Wie wil mijn kuffergram.

ruilen voor luidspr., goed

voor centrale. Adres :

Vrijstaathof 19. Den

Haag.

Te rui len : 124 )ri ste-

b. voor 400 D -E -pt.

Mevr. W Stenack er. |ul.

V. Stolbergstr. 35 hs.,

A't a ru (Z.).

Wie wil ruilen : z.g.a.n.

heerenrijw., merk Mag-

neet, voor in g. st. zijnde

Singer trapnaaimachine.

Blitz, Waterloopl. 85-11,

A'dam.

Te ruilen : 2100 Haka,

900 v. Nelle, 300 Gr.

Rivieren, 90 Ira, 600

Liga, 40 pl. Japan Dob-

belm., 40 Klokjes-b., te-

gen H.-O.. Wennex,

Kwatta, Weegsch., Sic-

kesz. Droste e.a. Postz.

insl. M. Koning, Heil-

bronstr. 48. Den Haag.

Wie ruilt damesfiets en

divan voor wieg, luier-

mand en baby-kleer-

tjes j* J, C. v. Lernel,

Bellamydw.str. 24-U,

A'dam (W.).

Te ruilen : aqu,, 80 x 50

N 50 cM. en kleinere 60

■ 30 \ 30. m. lucht-

pomp, filterbak, slan-

gen, m. ingeb. licht en

rotsland, geh. compl.,

voor banjo. J. Veldman,

L. de Colignystr. 34-11,

bij Adm. de Ruyterw.,

A'dam (W.).

Gratis kunt u gangbare

bonnen die u niet spaart

ruilen voor wat u wèl

spaart en tekort komt.

Bij zending postzegel

insluiten voor terugstu-

ren. Wed. S. v. Zanten,

Daniël Willinkplein 41,

A'dam.

DIVERSEN

Net sport, meisje, 18 jr.,

zoekt dito vriendin,

liefst lid N.J.H.C., liefst

in Oost. J. Wansink,

Ternatenstraat 29-hs.,

A'dam.

Wie ruilt: 2-pers. opkl.-

bed. als nieuw. v. haard

of iets derg. Adres : Char-

lotte de Bourbonstr. W.

Den Haag.

Wie ruilt : pr. voetbal-

sch., m. 35, si. enkele

malen gebr., voor m. 40

of iets anders Z L. Kroe-

sen, Rijswijkscheweg

262, Den Haag.

Wie wil koffergrammof.

met pl. ruilen voor

bakwagen of een foto-

toestel met standaard?

H. v. d. Graft, Lupine-

pl. 27hs, A'dam (N.).

Wie ruilt 50 Haka

Jeugdbibl. b, voor 50

Sunl., Vim of radion b. ?

Postz. v. a. insl. Mej.

A. Hangard, 't Paadje?,

Laren N.-H.

Wie ruilt licht motor-

rijwiel (Simplex), voor

piano-accordeon, 120

bassen, 3 of 4 korig?

Montelbaanstr. 17-11,

Amsterdam (C).

Te ruilen 95 nos. v. h.

R. d. Vr., I Bussink,

1 Benito, I b'mi, 1 Meco,

I Tjoklat en 2 Kw.

sold. Hiervoor had ik

gaarne b. van onze gr.

rivieren of andere b.

Sunlight en Vim. A. J.

Roodvoets. Buys Bal-

lotstr. 32 bis, Utrecht.

ABONNÉ'S OP DIT BLAD,

„Kunt u mij die zaak aan den overkant aanbevelen, juffrouw?"

,,Marie, hoe vaak moet Ik je nog zeggen, dat je mijn electrisch

scheerapparaat niet moet gebruiken om er aardappels mee te schillen 1"

welke in onze registers zijn ingeschreven en in het bezit zijn van een door onze administratie afgegeven

polis, zijn gratis verzekerd volgens polisvoorwaarden: f 2000.- bij levenslange invaliditeit; f 600.

bij overlijden; f 400.- bij verlies van een hand, voet of oog; f 75.- bij verlies van duim of wijs-

vinger; f 30.— bij verlies van een anderen vinger, een en ander ten gevolge van een ongeval.

Is het ongeval een gevolg van een aan een personentrein, tram of autobus enz. overkomen ongeval,

waarin verzekerde als gewoon betalend passagier reist, dan wordt de uitkeering bij levenslange invali-

diteit gesteld op f 3000.- en de uitkeering bij overlijden op f 1000.-. De uitkeering dezer be-

dragen geschiedt door de NIEUWE HAVBANK N.V. te Schiedam.

Denk er om bij een eventueel ongeval binnen 3x24 uur aan het kantoor der N.V. Nieuwe Havbank te

Schiedam daarvan kennis te geven, ook al meent U, dat de directe gevolgen niet ernstig kunnen zijn.

Anders vervalt het recht op uitbetaling.

— 2 -

Boven: Alpenlandschap. — Op ongeveer vijftienhon-

derd tot tweeduizend meter hoogte Hgt de boomgrens.

Bosschen treft men er niet meer aan, doch sommige

boomen groeien er nog alleen of in zeer kleine groepjes

Hiernaast: Flora's kinderen uit de Alpen: de Crocus

vernus.

DE FLORA VAN

HET DAL TOT DEN TOP

De ware natuurliefhebber bestijgt niet alleen om

der wille van den top de bergen, doch om de

geheele natuur zooals deze zich tijdens zijn

tocht aan hem openbaart. Op iedere hoogte Is zij

anders en het is wel deze afwisseling, die een ver-

blijf In het hooggebergte tot zoo'n bijzonder genot

maakt. Beneden in hei dal' is de natuur door den

mensch min of meer gevormd, daar heeft hij zijn

akkers en zijn welden, doch hoe hooger men komt,

hoe meer zij zichzelf is gebleven, hoe wilder en on-

gerepter het landschap Is.

Wanneer men per trein of met de bergspoor door

de Alpen trekt, kan men reeds genieten van die

natuur, van het krachtige woud, den typischen over-

gang aan de boomgrens tot aan het gebied, waar

men slechts rotsen en eeuwige sneeuw aantreft. Men

ziet op deze wijze natuurlijk echter geen details,

doch krijgt slechts een totaalindruk. Wanneer men

het evenwel voor het eerst ziet, is het als een open-

baringl Hetzelfde kan gezegd worden wanneer men

een streek, die men reeds eerder bezocht, terugziet

in een ander jaargetijde, of onder heel andere

weersgesteldheden.

Toch is een tocht per bergspoor slechts een voor-

proefje van hetgeen de bergen werkelijk te bieden

hebben. Wil men daarvan volkomen genieten, dan

moet men er te voet doorheentrekken, één met de

natuur en met de bergen!

De eerste phase der bergnatuur Is het woud,

waar boomen, hooger dan hulzen groeien; dennen,

sparren en lorken. De zonnestralen spelen door de

takken, het wild glipt over het pad, het is het woud

■ ■-.

^*^im>'

■ 1

i

1 %1

^■r

^ak ^ ^

v^

&

•-A -

DOOR DE

ALPEN


:___SÜ!i.

in lijn volkomen ongerepten staat, terwijl het toch

ook weer anders is dan een bosch uit 't laagland.

De dunnere lucht geeft den wandelaar een heel

Hieronder; VHegenzwammen uit het bergwoud.

Uuuronder: De Cainpunula cenisin.

andere sensatie, terwijl de nabije bergen reeds

hun werking doen voelen nog vóór men ze ziel.

Men doet goed op een tocht door deze wouden

reeds de bergschoenen aan te trekken, want wan-

neer men de smalle paden verlaat en langs on-

gebaande wegen verder trekt, bewijzen ze vaak

reeds goede diensten.

Wanneer men in het

hooggebergte dwars door

het bosch ,,naar boven"

gaat, bereikt men betrek

keiijk spoedig den zoom

Vaak heeft namelijk de

mensch aan den onder-

kant van het bosch onoor

deelkundig gerooid, zoo

dat de woudgordel veel

dunner is geworden, ter

wijl bovenaan het ruwe

klimaat er voortdurend

aan knaagt.

Hier is men dan aan de

tweede phase gekomen,

het overgangsgebied. Het

woud wordt steeds dun-

ner, de boomgrens is be-

reikt. Sommige boomen

bieden echter nog weer-

stand aan de ongunstige

levensvoorwaarden en'

groeien tot ver boven de

boomgrens. Zij trotseeren

de zwaarste sneeuwvrach-

ten en de hevigste sneeuw-

stormen, heftige orkanen

en den niets ontzienden

bliksem. Aanvankelijk zijn

het nog geheele groepen

die zooveel levenskracht

bezitten, doch al spoedig

ziel men er nog slechts

enkele staan. Oerkrachtige

stammen zijn dat, welker

bovengedeelte echter krom

gegroeid is door den wind,

begroeid, lykt het wel of zU het oog

met eens zoo fraaie scheppingen wil

verrukken. De zomer In het hou..,

ebergte is kort, maar des te intenser

[et lijkt of de hooatezon uit iedere

bloem straalt, zoo krachtig en zoo

groot zijn ze.

welker bladeren slechts aan één kant, de bt

schutte zijde, kunnen groeien, ja die vaak zelfs

gespleten zijn door den bliksem, maar die toch

niet ondergaan en ieder Jaar weer opnieuw tot

leven komen. Slechts een lawine kan zulke reu

zen doen buigen, maar zelfs dan nog bieden nj

plaats voor nieuw leven: een heel leger van

planten verovert den gevallen stam en groeit en

bloeit er welig.

Wanneer men het woud heeft verlaten ka

men meestal van de heerlijke panorama >

genieten: beneden het dal met de speelgoec

dorpjes en poppentreintjes,. naar boven de dor

kere bergen en het spel der wolken. Vóór mei

Hieronder. Clemuti» alpina.

4^

:kj

n .

v.

echter zoo ver genaderd is, is de berg nog

groen, want men vertoeft dan nog in het gebied

der alpenweiden.

Het luiden van de koeklokken verbreekt de

stilte en spoedig ziet men dan ook de prachtige

dieren grazen in de serene rust. De stieren mogen

echter niet op de weide, wanneer deze aan een

vrij druk begaan pad ligt. Deze bergweiden wor-

den slechts in den zomer gebruikt; in den herfst

verlaten de herders ze weer. Prachtig gras be-

dekt hier den grond, en in Juni en Juli is de

bergweide één bloemenzee, gevormd door de

prachtigste alpenplanten. Aan den rand staan

vaak nog enkele boompjes, meestal zijn het

echter tot struiken vergroeide naaldboomen, die,

gedwongen door den wind, hun bovenste takken

vaak nog over den grond laten kruipen.

Maar wanneer men nog wat hooger komt,

houden ook de bergweiden op. Men bereikt dan

hel rijk der steenen, het gebied zonder gebaande

wegen, waar alleen koeienpaadjes over de

passen voeren. Hier zijn een paar flink be-

slagen bergschoenen zeker noodig, ofschoon

men aanvankelijk nog niet werkelijk hoeft te

Hieronder Curlina auralis.

v 3^ E

_, m \r;^

*mm'

Wanneer met het woud heeft verlaten en de boomgrens is bereikt, kan men van de heerUjkste

panorama's genieten.

klimmen. De mooiste plant uit dit overgangs-

gebied van de alpenweide naar het rotsgebied

is de alpenroos, die hier in groote hoeveelheden

groeit.

Maar al komt men dan in een gebied, waar

kale rotsen en steenen alleenheerschers zijn, hel

plantenleven houdt nog lang niet op. De planten,

meestal kleine viltplanlen, vormen hier op de

steenen samenhangende lagen, die aan alle grillen

van het klimaat weerstand bieden. De meest

voorkomende planten in dit gebied zijn wel de

verschillende soorten steenbreek, die met hun

dikke groene bladeren en kleurige bloempjes

een levendige noot vormen in het grauw van de

rotssteen.

Komt men nog verder, in het steile rotsen

lim"

W!*> ■

-€:

V» >/


Denis Moore, een bekend Engels.b beeldhouwer, woonachtig in Parijs, krijgt,

kort voor hij naar Indo-China ral vertrekken om daar voor den keizer van

Annam een beeldhouwwerk te vervaardigen, bezoek van zijn nichtje Julie, voor

wie hij altijd eeo heel erg zwak heeft gehad. Julie is getrouwd met een der

rijkste Engelse he peers. Lord Tamorlcy. Haar man is met een zending naar

Nieuw-Zeeland en Julie vertoefde met haar moeder aan de Riviera, waar zij

kennis had gemaakt met baron De Grignon. Op ztkeren dag worden de zeer

kostbare familiesmaragden, die Julie gedragen had. gestolen, terwijl tegelijkertijd

de baron spoorloos verdwijnt.

Julie begeeft zich naar Denis om zijn hulp in te roepen. Zij heeft voor de

vaste waarheid gehoord, dat de baron met de boot naar Saigon is vertrokken.

Ze wil nu tegelijk met Denis naar Indo-China gaan om zelf een onderzoek naar

de smaragden in te stellen.

Na Julies vertrek krijgt de jonge beeldhouwer bezoek van een in Parijs studee-

renden Annamiet, Mr. Nygugen. die hem de vriendschap van een in Annam

bestaande tang — een soort vereeniging, die zeer krachtig voor haar leden opkomt

en degeen doodt, die haar wetten overtreedt — komt aanbieden, mits hij Julie

belet om naar Annam te gaan. Denis weigert hierop in te gaan.

Een arm tooneelspeelstertje, Ninon, maakt in een café kennis met Nygugen.

Deze biedt haar een contract aan bij het theater te Saigon, mits zij hem een

kleinen denst bewijst.

Zij moet dan aan boord van het schip, dat haar naar Saigon brengt, een heer

zooveel mogelijk uit het gezelschap houden van de dame, die hem vergezelt.

Deze heer is Denis Moore. Ninon accepteert het aanbod en ontvangt dan

van Nygugen een juweelen spin als amulet, die zij onder haar klecren moet

dragen.

Aan boord kan zij direct kennis maken met Denis. Vlük voor het vertrek ont-

vangt hij een dreigbrief, waarin medegedeeld wordt, dat hij zich nu in het web

van de spin bevindt. In Port Said zal de spin naar hem komen kijken, in

Colombo zal zij hem aanraken en in Singapore voor den eersten keer van zijn

bloed proeven.

In Port Said toont een Arabische straat goochelaar Denis plotseling een metalen

spin om dan snel en spoorloos te verdwijnen.

In Colombo ziet hij tijdens het dansen de juweelen spin tusschen Ninons kleeren.

Hij is eerst pijnlijk verbaasd, doch als zij elkaar alles vertellen, blijkt, dat het

meisje geheel te goeder trouw is. Zij wil nu niets meer met Nygugen te maken

hebben; ze denkt, dat hij wel meer van de smaragden afweet en ze wil Denis

helpen.

in Singapore wordt Denis, zonder dat hij begrijpt hoe het gebeuren kon, in

het donker in zijn hals door een kris gewond.

In Saigon vertelt Denis Julie alles. Zij wil echter toch doorzetten. Denis heeft

ontdekt, dat De Grignon bestuursambtenaar is in Huê. waar hij voor den keizer

het beeldbouwwerk moet maken. Hij wil er den volgenden dag heen gaan.

Julie moet verder reizen naar Ton king, en daarvandaan ongemerkt ook m Hué

trachten te komen.

s Avonds wordt Denis door Ninon naar Cholon gebracht om er kennis te

maken met het bestuur van den tang. Dit zijn drie mannen. Een er van zegt,

dat Lady Tamorley een andere reden heeft om naar Indo-China te komen dan

er op haar man te wachten. Denis hoopt nu te hooren, waarom hij en zijn nicht

zoo achtervolgd worden,

Denis' hoop, dat hij nu de ware reden zou vernemen, waarom

hij en zijn nicht zoo achtervolgd werden, duurde maar kort.

Kr zal niemand mee gehaat zijn," merkte de leider van de

tang op, „door er over te discussieeren of deze reden goed of

kwaad is, omdat wanneer iemand eenmaal besloten heeft iels te

doen vooral een vrouw -- het absoluut nutteloos is door rede-

neeren te trachten haar er van af te brengen!"

„Ik ben blij dat u dit inziet," zei Denis.

„Kr zijn echter andere methoden, behalve redeneeren," zei de

oude man, zachtjes sprekend.

Denis meende, dat nu de tijd gekomen was om zijn troef kaart op

te spelen. „Als ik het goed begrijp, bedreigt u ons dus nu wèèr."

„LI kunt het zoo noemen, indien u wilt; adviseeren is echter een

prettiger uitdrukking."

„Enfin, laat mij u dit zeggen. Voordat u mij dreigt of raadt, of

zTch bemoeit met mijzelf of Laftly Tamorley op wat voor manier dan

ook, zult u goed doen zich te herinneren wat ik in het begin heb

gezegd, fk ben naar uw land gekomen op speciaal verzoek van uw-

keizer, ik ben zijn gast en ik zal mezelf onder zijn bescherming

stellen."

„Deze bescherming geniet u reeds, anders zoudt u Saigon niet

levend hebben bereikt. Indien de tang dat had gewild, zou hij u

ieder oogenblik hebben kunnen dooden. U zult zich herinneren wat

er in Singapore is gebeurd. Indien de tang dat wilde, zou hij u nu

eveneens kunnen dooden."

„Maar dat durft u niet!" zei Denis.

„Juist. De bescherming van den keizer is een paspoort voor u,

dat u volledige veiligheid verzekert."

„Wat heeft deze bijeenkomst dan te beteekenen^**

„We wilden u een kleinen raad geven, doch u schijnt er niet naar

te willen luisteren."

„Nu goed, ik zal luisteren."

„In het kort komt het hierop neer. Voor het oogenblik geniet u,

zooals u weet, de bescherming van den keizer. Maar op een kwaden

dag kan die bescherming worden ingetrokken. Zou het op een derge-

lijk oogenblik niet beter zijn wanneer u vrienden om u heen hadt

dan vijanden?"

Terwyl Denis naar de kwaadaardige oogen keek van den priester,

dacht hij bij zichzelf, dat hij zeker niet graag in de handen van dien

man zou vallen, indien de keizer zijn bescherming eens introk.

„Waarom zou ik vijanden om my heen hebben? Ik ben niet hier-

heen gekomen om iemand kwaad te doen."

„Dat moet u aan ons te beslissen overlaten. Indien u zich beperkt

c/oor ARTNUß MILLS

Geau for's eerde verraf/ng

tot het werk dat de keizer u heeft opgedragen, dan zal het zijn zooals

u zegt. Maar indien u zich bemoeit met de zaken van anderen, dan

kunt u geen genade verwachten."

Terwül hy deze woorden zei, veranderde de manier van doen van

den ouden man geheel en al. Voor den eersten keer gedurende het

onderhoud wierp hy hel masker van vriendelijkheid en hoffelykheid

af en keek Denis dreigend aan.

„Boy!"

Alle vier keken op. De stem kwam van den opium-schuiver, die in

de nis lag. Hy was overeind gekomen en Denis' weerzin een blanke

in dergelijke omstandigheden te zien, nam toe. Ongeschoren, zijn

linnen costuum gekreukeld en gehavend, bood hy een allesbehalveö

verheffenden aanblik. Zijn glazige blik uit de rood-gerande oogen

dwaalde naar de vier mannen in het midden van het vertrek.

„Boy! Waar is de boy?" riep hy weer. Toen zag hij Denis. Met

een moeizame poging stond hy op, steunde een oogenblik tegen den

muur en kwam toen wankelend naar de tafel.

„Blanke?" zei hij, voor Denis staan blijvend en hem aankijkend

met zyn afschuwelijk doffe oogen.

„Ja, ik ben een blanke," zei Denis, verbaasd op te merken dat dit

menschelijk wrak in zyn knoopsgat de roset van het Legioen van

Eer droeg.

„Ik ook. Laten we wat drinken. Je kent me niet — maar dat komt

er niet op aan. Ik zal me voorstellen."

De man zocht even in zyn zak en haalde er toen een kaartje uit,

dat hij aan Denis gaf.

Denis nam het aan en las:

Baron Raoul de Grignon,

Administrateur-Generaal,

Hué, Annam.

HOOFDSTUK XIH.

Denis nam direct een besluit. Wat Baron de Grignon in een

dergelijke vreemde omgeving ook mocht doen — en het was zeker

niet zonder beteekenis dat hij hem in dezelfde kamer aantrof waarin

de tang bijeenkwam — hij besloot hem in geen geval uit het oog te

verliezen.

„Aangenaam, ik zal graag iets met je drinken," zei hy.

Er verscheen een „boy" en deze kreeg opdracht whiskey en soda

te brengen. Hij keerde terug met een flesch, twee glazen en een

syphon. De Grignon vulde een derde van den tumbler met whiskey

en na twee vergeefsche pogingen slaagde hij er in er soda bij te

spuiten.

„Dat is voor jou," zei hij, het glas naar Denis toeschuivend.

„Dank je, maar ik zou het graag wat minder sterk hebben." Denis

nam den anderen tumbler en bereidde voor zichzelf een slapperen

drank.

„Zooals je wilt; wij arme duivels hier moeten af en toe wel iets

drinken" — De Grignon nam een grooten teug uit zijn glas — „an-

ders worden we gek — een verschrikkelijk land. Ik ben met verlof

— ben hierheen gegaan om een pijp te rooken — heb je zelf ook al

eens gerookt?"

„Neen; het kan me niet bekoren."

„Waarvoor ben je dan naar Gholon gekomen? Wij blanken komen

alleen maar naar Cholon om opium te schuiven."

Denis keek naar de drie leden van de tang. „Deze beeren wensch-

ten mij te spreken. Ik veronderstel dat jy ze al kent?"

Hoewel hy in een roes verkeerde, scheen deze vraag De Grignon

toch in verlegenheid te brengen. Zyn glazige blik bleef een oogen-

blik op den ouden man met den witten baard rusten.

„Ik ken hem," zei hy. „Hij woont in Hué; de andere twee heb ik

nooit eerder gezien. Zyn dat vrienden van je?"

„Dal kan ik niet direct zeggen. Ik zou hen liever zakenrelaties

noemen 1"

„Zaken-relaties," herhaalde De Grignon langzaam. „Wat heb je

hier voor zaken te doen?"

„Ik ben beeldhouwer; ik ga naar Hué om een beeld te maken

voor den tempel daar."

„O ja, dat is waar; ik heb al van je gehoord. Hué, daar woon ik;

ze hadden me gezegd naar je uit te kyken. Bly dat ik je ontmoet heb."

Onder het voorwendsel een sigaret aan te steken deed Denis

alsof hij de uitgestoken hand van De Grignon niet zag.

6 —

„Als je soms naar Saigon terugmoet, kun je als je wilt met mij

meeryden. Er is plaats genoeg in myn auto, en ik ga direct terug.

Ik heb alleen een dame by me."

„Een dame?" De Grignon keek weer, alsof hij zich heelemaal niet

op zyn gemak voelde.

„Hy voelt er niets voor om Julie te ontmoeten," dacht Denis. En

luid zei hy: „Ja, een Fransche dame. Ze zit daar!"

De Grignon keek naar de plaats waar Ninon zat; hij scheen direct

aanmerkelyk opgelucht toen hy zag, dat het Julie niet was.

„Een Fransch meisje," zei hy. „Vind jy Fransche meisjes aardig?"

„O ja."

„Ik ook. Goed, ik ga met je mee terug."

Denis wendde zich tot den ouden man met den witten baard.

„Ik geloof dat de beeren voor vanavond niets meer te zeggen

hehben?" vroeg hy.

„W T e hebben alles gezegd," was het antwoord van den leider van

den tang.

Denis stond op. „Dan wensch ik u vaarwel."

Geen der drie mannen antwoordde op zyn groef of stond op.

Zooals zy daar zaten, hem bewegingloos en zonder eenige uitdruk-

king op hun gezicht gadeslaand, terwyl er in de oogen van den

priester een felle haat gloeide, vormden zy een tafereel, dat Denis

niet gauw zou vergeten.

De auto wachtte waar zy hem voor het restaurant verlaten hadden.

„Wil je vóórin zitten?" vroeg Denis aan De Grignon. Deze keek

met halfsaamgeknepen oogen naar Ninon en zette zich toen naast

den chauffeur.

Gedurende het gansche onderhoud met den raad van den tang

was Ninon in haar hoekje van de kamer blijven zitten zonder een

woord te zeggen. Denis vroeg zich dan ook af, of zy alles had be-

grepen, wat er gezegd was. Hy wachtte tot de auto een behoorlijke

snelheid had gekregen, zoodat ze niet gehoord konden worden door

degenen die voorin zaten.

„Enfin, dat is in ieder geval achter den rug," zei hy toen, terwijl

de laatste lichten van Cholon achter hen verdwenen.

Ninon knikte.

„Heb je geboord, wat zy hebben gezegd?"

„Ik heb niet alles begrepen, maar ik heb den indruk, dat ze zeiden

dat indien je niet deed wat ze van je verlangden, je op geen genade

van hun kant behoeft te rekenen."

„Juist. Ik kan niet zeggen, dat ik me daar erg ongerust over maak.

Hun tang mag erg machtig zyn, maar zy zitten klaarblijkelijk volko-

men onder den duim van den keizer. Practisch hebben zij dit ten-

minste toegegeven. Het eerste wat ik zal doen als ik in Hué ben, is

naar den keizer gaan en hem de heele zaak voorleggen. Ik zal hem

zeggen dat ik het werk «^gt hy van me verlangt alleen wil doen, als

hy me een vrijgeleide uit het land belooft voor Lady Tamorley en

myzelf."

„Zul je het den keizer van de smaragden vertellen?"

„Dat is misschien niet noodig. Indien Lady Tamorleys vermoedens

juist zyn, hébben wy den man die ze heeft gestolen." Denis wees

terwyl hy deze woorden zei, naar den fug van De Grignon.

„Dat hoop ik voordat het morgenavond is, te hebben uitge-

vonden," besloot hy toen.

7 -

.BLANKE?" ZEI HIJ, VOOR DENIS

STAAN BLIJVEND EN HEM AAN-

KIJKEND MET ZIJN AFSCHUW-

LIJK DOFFE OOÜEN.

De Grignon was diep on-

deruit gezakt op zijn plaats

naast den chauffeur. Zijn

hoofd schudde telkens heen

en weer tegen de leuning;

klaarblijkelijk had de whis-

key bovenop de opium hem

in een staat van gedeeltelijke

verdooving gebracht. Het

heldere maanlicht stelde De-

nis in staat hem op zijn ge-

mak gade te slaan.

De Franschman was een

knappe verschijning, ondanks

het feit, dat het hem was aan

te zien dat hij zich vaak aan

drank en opium te buiten

ging. Maar dit laatste zou het

Denis misschien juist gemak-

kelijk maken zijn taak ten

uitvoer te brengen. Hij had

al reeds een plan bedacht.

Toen zy Saigon hadden be-

reikt, zei hij den chauffeur

Ninon naar haar hotel te

brengen en hem en De Grig-

non naar het Hotel Continen-

tal te rijden. Met behulp van

den portier droeg hij den

Franschman naar diens ka-

mer en legde hem op zijn

bed. Daarop maakte hij een

koud bad voor zichzelf ge-

reed, schoor zich en ver-

kleedde zich.

Het was nu ongeveer negen uur. De boot, die Julie naar Tonking

zou brengen, vertrok om twaalf uur. Ze zou dus nu aanstalten

maken om zich aan boord te begeven. Na een laatsten blik op De

Grignon te hebben geworpen ten einde er zich van te overtuigen,

dat hij nog steeds sliep, verliet Denis zachtjes de kamer, de deur

aan den buitenkant sluitend. Hy begaf zich regelrecht naar Julie's

kamer en vond haar, zooals hij had verondersteld, reeds geheel

gekleed en wachtend tot men haar bagage naar beneden zou

brengen.

„Hallo! Heb je je geamuseerd?" vroeg Julie, naar buiten komend

en hem ziend.

„Het was in ieder geval interessant," verklaarde hij. „Als je mee-

gaat naar beneden, zal ik je alles vertellen."

„Kom liever binnen; ze kunnen ieder oogenblik komen om myn

bagage te halen."

„Neen, ze zullen niet komen. Ik heb juist gezegd, dat je vandaag

niet vertrekt."

„Niet vertrekt! Maar ik heb gepakt en alles is gereed. Werkelijk

Denis, dat is zeer onplezierig! Wat is er nu weer?"

„Ik durf wel wedden, dat je niet zoo'n onplezierigen tijd hebt

gehad als ik. Ik ben nog heelemaal niet naar bed geweest." Hij liet

zich in een rieten stoel neervallen. „Mag ik rooken? En ik zou ook

wel graag een ontbijt willen hebben. Kan ik het hier boven laten

brengen?"

„Je kunt alles hebben wat je wilt, maar vertel me alsjeblieft een

en ander van deze nieuwe geheimzinnigheid! — Over je vermoeid-

heid zou ik echter maar niet klagen; je bent in ieder geval voor je

plezier uitgeweest."

„Heelemaal niet voor myn plezier!"

Terwijl Julie hem verbaasd aankeek, nam Denis den hoorn van

het telefoontoestel dat op de tafel stond, en vroeg hem een uitge-

breid ontbijt met koffie boven te brengen. Toen strekte hij zich zoo

lang hij was in den rieten stoel uit. „Ik ga wat slapen tot mijn ont-

bijt wordt gebracht als je het goed vindt. Al is het maar tien minu-

ten, het zal toch de moeite waard zijn. Direct moeten wc samen een

gewichtig besluit nemen, maar op het oogenblik heb ik een gevoel

alsof myn hersens een soort dikke brij zijn. Ik kan absoluut niet

denken."

Julie zag dat hij inderdaad erg vermoeid was. Ze maakte haar

taschje open, goot wat eau de Cologne op haar zakdoek en zich

over hem heenbuigend, bette zij zijn gezicht er mee. Tevreden sloot

Denis zijn oogen; het gebeurde niet vaak, dat Julie zich moeite

voor hem gaf. Toen zij zag dat hij sliep, sloop zij de kamer uit,

zocht den kellner op en zei hem, het ontbijt niet vóór tien uur te

brengen.

Het onderhoud met de tang had sterker op zijn zenuwen ge-

werkt dan Denis zelf wel bevroedde. Hij zou daarom zeker tot

Iaat in den middag hebben geslapen, indien de kellner niet met

zyn ontbyt was verschenen. Na een kop sterke koffie voelde hij

zich echter weer tamelijk opgeknapt.

„Ik heb De Grignon te pakken," was het eerste wat hij de ver-

baasde Julie vertelde.

„De Grignon? Waar?"

(Wordt vervolgd.)


GEWOND IN DE WILDERNIS

Het was George W. Hebert, die den grooten

slag had geslagen. Gedurende dertig jaar

— hij was nu over de vijftig — had hij ge-

heel alleen naar goud gezocht, maar was daarbij

nooit erg fortuinlijk geweest. En nu, opeens, ter-

wijl hij in het Noorden van Canada, zonder veel

hoop op succes overigens, aan het prospecteeren

was, ontdekte hij plotseling den rijken ader. Het

bleek echter onmogelijk er alleen alles uit te

halen, wat er in zat. Daarom moest hij een

partner zien te krijgen, maar een, waar hij op

vertrouwen kon, want als het nieuws van zijn

ontdekking bekend werd, zou het niet lang duren

of vliegtuig na vliegtuig zou in deze afgelegen

streek dalen en tientallen mannen afzetten, die,

door de groote maatschappijen gehuurd, er wel

voor zouden zorgen, dat hij den rijken buit niet

alleen zou houden. Andere goudzoekers zouden

te voet en per boot aankomen, en bij de onver-

mijdelijke verwarring die daarvan het gevolg zou

zijn, was de kans niet buitengesloten, dat hij zijn

claim zou kwijtraken! En dat risico wilde hij niet

loopen.

In zijn gedachten ging hij de weinige mannen

na, die hij wist te kunnen vertrouwen, en ten

slotte viel zijn keus op Walter Sheckert. Hij wist

precies waar hij dien kon vinden, en toen hij

hem van zijn ontdekking vertelde en hem aan-

bood met zijn tweeën de mijn verder te ont-

ginnen, was Sheckert daar direct toe bereid

Samen met hem keerde hij naar zijn claim terug

Onmiddellijk nadat zij een behoorlijke hut had-

den gebouwd, gingen de beide partners hun

voedselvoorraad na en kwamen tot de conclusie,

dat Aij, met de vlsch die zij konden vangen, min-

stens voor twee maanden genoeg zouden hebben.

Daarop begonnen zij met volle energie aan de

ontginning van de mijn. Ze boorden een verti-

cale schacht, die ongeveer vier è vijf meter diep

was, en groeven toen van af Hen bodem twee

tunnels, die in tegenovergestelde richting liepen

Hun werk bleef niet zonder succes; de verwach-

tingen, die Hebert van zijn vondst had gekoesterd,

bleken in geen enkel opzicht overdreven. Toen

zij ongeveer vijf weken hadden gewerkt, hadden

zij reeds een voorraad ruw goud van minstens

veertig pond gevonden, die een waarde ver-

tegenwoordigde van ruim vi^entwintigduizend

dollar. •

Maar toen scheen er plotseling een einde ge-

komen aan hun geluk. Op een dag, dat het Shec-

kerts beurt was om in de mijn af te dalen — ze

bleven om beurten een dag boven om de kwarts

met behulp van een primitief windas omhoog te

halen — kwam hij bij het afdalen in de schacht

Ie vallen

Gedurende misschien één seconde staarde He-

bert als versteend in de donkere schacht. Diep

onder zich kon hij viaq de gestalte van zijn mak

ker ontdekken.

,,Ben je gewond, Walter?" riep hij naar beneden

,,Ja; en tamelijk ernstig ook." Het antwoord

kwam op pijnlijken toon en werd door een hevig

gekreun gevolgd.

„Waar?"

„Ribben." Andermaal klonk het kreunen

Hebert handelde direct. Hij maakte den emmer

los van het touw en liet zich naar beneden zak-

ken Reeds een vluchtig onderzoek wees uit, dat

Sheckert verscheidene rechterribben gebroken

had Hebert veegde de lippen van zijn partner af

en haalde opgelucht adem, toen hij geen bloed

aan den zakdoek ontdekte.

„Je longen zijn niet beschadigd," fluisterde hij

bemoedigend.

„Neen, maar de gebroken ribben drukken er

tegenaan," hijgde Sheckert. ,,Hoe krijg je mij hier

uit? Ik kan het touw niet vasthouden."

Hebert dacht na en had er spoedig iets op ge-

vonden. Hij klom naar boven, snelde naar hun hut,

haalde de deur uit de scharnieren en sleepte haar,

na nog eenige rollen touw gekregen te hebben,

naar de schacht. Na eeniqe vergeefsche pogingen

slaagde hij er in, de deur zóó aan de touwen

vast te maken, dat hij ze in verticalen stand kon

laten zakken om haar daarna, nadat hij zelf ook

in de schacht was afgedaald en zijn maat op de

deur had gelegd, in horizontalen stand met be

hulp van het windas naar boven te halen. Een-

OP LEVEN EN DOOD

EEN REEKS SPANNENDE AVON-

TUREN NAAR WA A R M E I D VERTELD

maal op den beganen grond, was 't niet moeilijk

meer Sheckert op de deur naar de hut te sleepen.

Hier onderzocht Hebert zijn makker andermaal

en kwam daarbij tot de conclusie, dat hij hem,

indien hij zijn leven wilde redden, zoo spoedig

mogelijk naar een plaats moest brengen, waar de

hulp van een kundig dokter kon worden ingeroe-

pen. De dichtstbijzijnde plaats waar zulks moge-

lijk was, bevond zich evenwel ongeveer twaalf-

honderd mijl stroomopwaarts, aan de rivier.

Dat zou geen onmogelijke tocht blijken, voor

opgesteld, dat hij kans zag een flinke motorboot

te huren. Dit zou mogelijk zijn op de post, die

drie a vier dagreizen verwijderd was. Maar hoe

zou hij den post kunnen bereiken? Hij beschikte

niet over een boot, want hij had zich met

Sheckert per vliegmachine naar de mijn laten

brengen, en zijn kano aan den post achtergelaten.

Er was slechts één antwoord op deze vraag: hij

moest een vlot bouwenl

Na den geheelen dag onafgebroken te hebben

gewerkt, had hij tegen den avond een ruw vlot

gereed, waarop zij beiden een plaats konden vin-

den. Als roer diende een lange, dunne boom,

dien hij tusschen twee pennen aan den achter-

kant vastzette.

Toen de nieuwe dag was aangebroken droeg

hij zijn partner op de deur naar het vlot. Nog

een paar keer ging hij terug om hun goud, de-

kens, kookgereedschappen en proviand te halen,

en toen duwde hij het vlot van den wal. Daar hij

geen onnoodigen ballast mee wilde nemen, had

hij de geweren in de hut achtergelaten. Om

echter wat klein wild te kunnen schieten, wanneer

de gelegenheid zich voordeed, had hij een revol-

ver meegenomen, die hij in een open holster aan

den gordel om zijn middel hing.

Gedurende de eerste uren ging alles goed, of-

schoon Hebert af en toe, wanneer de stroom erg

sterk was, moeite had het vlot af te houden van

de scherpe rotsen, die hier en daar boven het

water uitstaken.

Tegen den middag legden zij aan om een maal-

tijd te bereiden; toen werd de tocht weer voort

gezet. De stroom ging nu veel sneller en Hebert

rekende uit, dat zij binnen drie dagen op den post

zouden kunnen zijn. Daar zou hij dan een motor-

boot kunnen huren — of als hij erg gelukkig was

een vliegtuig — om Sheckert naar Fort McMurray

te brengen. Zijn makker lag rustig, alleen nu en

dan kreunend, op het vlot.

Na eenigen tijd kwamen zij in een gedeelte van

de rivier terecht, dat eigenlijk niets anders dan 'n

maalstroom was. Wild, met witte schuimkoppen,

gingen de golven te keer, schurend langs kolos-

sale rotsen, die zich dreigend boven het water

verhieven. Het slecht bestuurbare vlot begon in

allerlei richtingen te draaien. Wanhopig hing He-

bert aan het primitieve roer, terwijl de ruwe gol

ven er alles op schenen te zetten het uit zijn han-

den te rukken. Maar de oude prospector klemde

zijn tanden op elkaar en deed alles wat In zijn

vermogen was om het vlot in de goede richting

te houden, wel wetend dat zij, wanneer zij een-

maal dit moeilijke eind gepasseerd waren, in rus-

tiger water zouden komen. Al zijn pogingen ble-

ken echter hopeloos, want op een gegeven

oogenblik stootte het vlot tegen een rots, draaide

woest In het rond en bleef toen legen den oever

vast zitten. Het roer loslatend, sprong Hebert in

het ondiepe water en probeerde het primitieve

vaartuig weer in den stroom terug te duwen. Niet

in staat iets te kunnen doen, lag Sheckert op het

vlot, met angstige oogen de moeizame pogingen

van zijn vriend gadeslaand. Daardoor zag hij

precies wat er gebeurde.

Nadat hij op de rots geklommen was, boog He-

bert zich voorover om het vlot af te duwen. En

terwijl hij dit deed, viel zijn revolver uit den open

holster. Het wapen kwam op den rots terecht en

ging af! Hebert wankelde achteruit en viel in het

water. Niet in staat zich te verroeren, kon Shec-

kert niets anders doen dan ontdaan toezienl Het

leek hem eeuwen te duren eer zijn partner weer

op de been gekrabbeld was, alleen echter om di-

rect tegen de rots terug te vallen, zijn rechter-

hand tegen zijn linkerschouder gedrukt. Eindelijk

lukte het hem op het vlot te. klauteren. Meer

kruipend dan loopend begaf hij zich naar Shec-

kert, boog zich over hem heen en fluisterde: „De

kogel Is In mijn schouder gedrongen!" Met zijn

rechterhand rukte hij zijn jas en hemd open en

liet een leelijke wonde zien!

Geholpen door Sheckert, die alleen maar zijn

linkerhand gebruiken kon, slaagde Hebert er In

zijn wond op ruwe wijze te verbinden. Toen, ter-

wijl hij alleen maar één hand en één arm kon

gebruiken, probeerde hij het vlot weer in den

stroom te brengen. Eindelijk lukte hem dit, maar

nu hij slechts één hand ter beschikking had om

het te besturen, lukte het hem niet, het onder

controle te houden. Het sloeg tegen een andere

rots te pletter!

De nu volgende minuten waren een nachtmer-

rie gelijk. Met zijn zakmes sneed Hebert de tou-

wen door, waarmee de deur op het vlot was vast-

gebonden, ten einde zijn partner te bevrijden. De

deur droeg het gewicht van Sheckert, en Hebert

slaagde er in hem ondanks de hevige pijnen die

hij leed, aan land te trekken. Toen viel hij In on-

macht.

Toen hij weer bijkwam, zag hij dat het gansche

vlot uit elkaar geslagen was. Ontdaan keek hij

Sheckert ^an; voor geen der belde mannen was

het noodig een woord te zeggen. Voedsel, de-

kens, goud — alles was verdwenen! En voor zoo-

ver zij wisten was er honderd mijl in het rond

nergens een levend wezen dat hun hulp zou kun-

nen bieden — met uitzondering dan misschien

van eenige rondzwervende Indianen!

Sheckert kon geen voet verzetten. Hebert zou

misschien, als hij telkens rustte, een paar mijl per

dag kunnen voortstrompelen. Zwak van bloedver-

lies, en begrijpend dat hij lederen dag door hon-

ger nog zwakker zou worden, zag hij de onmoge-

lijkheid er van in den post te bereiken.

Men kan zich den toestand der belde mannen

indenken! Indien er geen wonder gebeurde, wa-

ren zij gedoemd om ellendig om te komen!

Toen, terwijl zij aan een doffe wanhoop ten

prooi op den oever zaten, doornat, hongerig en

onduldbare pijnen lijdend, kreeg Hebert plotseling

een idee. Hij droeg een lichten, vilten hoed, en

met behulp van een stompje potlood, dat hij In

zijn zak vond, schreef hij op den rand: „Help!

Rapids Peel. Bonnet Plume". Toen trok hij zijn

jas uit, wist 'n stuk hout te bemachtigen en bond

den hoed met zijn jas er op vast. Teruggekeerd

bij Sheckert fluisterde hij: ,,Er is een kans dat

iemand het ziet. Meer kunnen we niet doen.

Sheckert knikte zwijgend.

Hebert legde het stuk hout met zijn kostbaren

last in het water, en van dat oogenblik af konden

ze niets anders meer doen dan wachten . . .

Uren verstreken, die zich tot dagen en nachten

aaneenregen. Gekweld door de pijnen van hun

wond, geplaagd door muskieten overdag en des

nachts half bevroren van de koude, steeds zwak-

ker wordend door gebrek aan voedsel, hopend

tegen beter weten In, zóó lagen zij daar aan den

oever. En toen, op den ochtend van den derden

dag, hoorde Hebert in de verte stemmen. In het

eerst dachten zij dat hun verzwakte zinnen hun

parten speelden, maar wat zij even later zagen

bleek werkelijkheid: er naderde een groote kano,

die door een viertal Indianen tegen den stroom

in voortgetrokken werd.

Aan hun verschrikkelijk lijden was nu een eind

gekomen. Nadat de Indianen t en z00 goed mo-

gelijk hadden verzorgd, brachten zij hen stroom-

opwaarts haar Fort McMurray, waar een zorgvul-

dige verpleging hen na eenige maanden weer op

de been bracht.

Later bleek, dat de Indianen, die den hoed ge-

vonden hadden, de mededeeling op den rand

niet hadden kunnen lezen, daar zij geen Engelsch

kenden, maar dat zij desondanks toch begrepen

hadden dat het een S.O.S.-sein was van Iemand,

die zich stroomopwaarts ergens aan de rivier in

nood moest bevinden, waarom zij besloten had-

den hun jachtpartij te onderbreken en op onder-

zoek uit te gaanl

D

LU

Q

i/i

Q

LU

O

>

LU

>

O

LU

n

(X

O

O

T

z

JJ

o

D

D

LU


ONZE KNAPPE VRIENDEN

Hoewel de wespen bij den mensch g-ewoon-

lijk niet erg- best staan aangeschreven —

hun steek kan dan ook zeer onaangena-

me zwellingen teweeg brengen, en venijnig zijn

zij inderdaad! — verdienen zij toch den naam

van vrienden, om de diensten die zij ons be-

wijzen. En dat zij knap zijn, zal uit het ver-

volg- voldoende blijken!

De wespen, die tot dezelfde familie behoo-

ren als de bijen en de mieren, kan men in

twee groote groepen verdeelen: de sociale en

De jonge wesp, die juist is „uitgekomen", probeert

hoe ver hij het brengen kan door over de met pa-

pieren kapjes bedekte cellen te loopen, waarin zijn

broers en zusters nog verborgen liggen. Van sommige

der bovenste cellen is het kapje nog niet gemaakt, en

men kan zien hoe de dikke witte larve bijna het ge-

heele hokje vult.

de solitaire. De eerste, waartoe ook de gewone

wesp behoort, leven in veel opzichten precies

als de bijen; ze vormen een „staat" met ko-

ninginnen, hommels en werkers. Zij maakten

reeds papier nog voordat de mensch op deze

gedachte kwam: bladeren en stukjes hout kau-

wen zij net zoo lang, tot het papier is ge-

worden, waarvan zij hun nesten bouwen. Deze

maken zij soms in gaten in den grond, soms

hangend aan een tak of aan een balk van een

of ander oud gebouw. In tropische streken

komen wespen voor, die kolossale nesten

maken. Een soort, die op Ceylon inheemsch

is, bouwt een nest dat wel anderhalven meter

groot is!

Bij een slaat der sociale wespen — die in

tegenstelling tot dien der bijen niet langer

dan één zomer duurt — vindt men slechts één

koningin, de eenige vrouwelijke wesp, die

eitjes legt, en die den staat sticht. Deze bevat

verder een g-root aantal — soms wel eenige

duizenden — werksters, onvnirhthare wijfjes.

De koningin heeft den winter in verdoofden

toestand doorgebracht (de mannetjes sterven

in dien tijd af), en is pas in het vortrjaar wak-

ker geworden. Dan begint zij een nest te

houwen met een raat van zeven cellen, in

elk waarvan één ei gelegd wordt. Ze bouwt

nu verder onophoudelijk voort aan het nest,

het steeds vergrootend, legt in ieder celletje

steeds een ei, en voedt de daaruit komende

larven. Eén maand nadat zij met het bouwen

van het nest is beg-onnen, komen de zeven

eerste poppen uit, die alle werksters zijn; deze

nemen nu de taak van de koningin over, en

deze laatste houdt zich voortaan nog slechts

bezig- met het leggen van eieren.

De moeder van de solitaire wespen, di

zeker tot de schranderste dieren gereke

moeten worden die wij kennen, staat voor

Uit, diit haar kinderen, die zij (e voeden JEFft

zeer gulzig zijn en dat zij alleen gelegen

nemen met het vleesch van levende Bi pas

gedoode insecten. Ze dient daarom nietalleen

een veilig nest te bouwen, waarin zij Izonder

gevaar haar eieren kan leggen, maar zij moet

dat nest ook voorzien van versch voedsel,

waarvan de jonge wesp kan eten, zoodra hij

het eitje verlaten heeft.

Deze taak is veel moeilijker dan men zou

denken, want iedere soort verlangt haar eigen

voedsel. De eene eet alleen maar één bepaald

soort vlieg; de andere verlangt een met zorg

gekozen rups; een derde lust alleen spinnen;

anderen slechts mieren, sprinkhanen, enzoo-

voort.

Laten we de Ammophila, die uitsluitend

rupsen zoekt, eens op een jachtpartij verge-

zellen. Ze heeft haar nest in den grond ge-

bouwd, misschien verborgen onder een blad

van een of andere plant. Het bestaat uit een

tunneltje van een centimeter of vijf lengte,

dat naar een klein „kamertje" voert. Voordat

zij op de jacht g-aat, heeft zij de opening- van

het nest zorg-vuldig met een weinig aarde

dichtg-emaakt, en dit zoo aangestampt, dat

zelfs het scherpste oog het nest niet kan

vinden!

Na eenigen tijd heeft zij haar prooi ontdekt

— een groene rups, die op een blad zit uit te

rusten. Ze valt het dier direct aan, en haar

stevige kaken sluiten zich spoedig over den

nek, vlak achter den kop. Terwijl zij hoog op

haar lang-e pooten staat, tilt de wesp dan het

voorste deel van de rups op van het blad en

steekt haar angel tusschen twee segmenten

van het rupsenlichaam. Direct wordt de rups

slap en hulpeloos. De angel wordt terugge-

trokken en zorgvuldig tusschen twee andere

deelen gestoken. Dan neemt zij haar prooi op,

en keert er mee naar het nest terug. Ze

maakt den toeg-ang open, sleept de rups er in,

legt een eitje in een der middelste segmenten,

gaat weer heen, sluit het nest en zet haar

jacht voort.

Er valt echter iets bijzonders op te merken:

de rups is niét dood! De wesp wist namelijk

precies waar zij haar prooi moest steken, om

ze niet te dood.en, doch alleen maar te ver-

lammen! Ze IK er hierdoor zeker van, dat de

rups niet zal ontbinden vóórdat haar jong- uit

het ei zal komen, maar dat dit integendeel een

levende rups vindt als eerste voedsel — pre-

cies wat het hebhen wil!

d e wespen

Hoe de kop van een wesp er uitziet onder

het vergrootglas.

Hoe het komt, dat de wesp zoo nauwkeurig

weet, waar zij hiertoe de rups moet steken, is

een groot (feheim der natuur. De larantula-

dooder uit de Zuidwestelijke Staten van Ame-

rika, dwingt haar prooi om op de achterste

pooten te gaan staan ten einde zich te verde-

digen. Daardoor geeft de spin de, eenig-e

plaats van haar lichaam bloot, waar zij kwets-

baar is! Eén snelle steek van den angel der

wesp stelt de groote spin buiten g-evecht, die

soms nog- wel vijf weken na deze operatie

blijft leven, hoewel zij niet in staat is zich te

verroeren!

De hoeveelheid voedsel die er in elk nest

' moet worden opgeslag-en, verschilt aanmerke-

lijk. Er zijn gevallen bekend, bijvoorbeeld van

de vliegen-etende wesp, dat één jong in acht

dagen tijd tweeëntachtig vliegen heeft opge-

geten! Men hoeft dus niet te vragen, voor

welk een grooten voorraad de moeder-wesp in

zoo'n geval voor haar talrijke jongen heeft te

zorgen!

De moeder leeft zelf ook in het nest,

waaraan zij voortdurend nog allerlei zijgangen

bouwt als voorraad- en kinderkamers!

Ofschoon sommige wespen groote schade

aan boomen en fruit kunnen toebrengen, en

zij verklaarde vijanden der bijen zijn, bewijzen

zij den mensch over het algemeen toch enor-

me diensten door het vernietigen van groote

aantallen schadelijke insecten en rupsen.

Verscheidene wespen hebben tusschen vonr-

en achterlichaam die bekende slanke verbin-

ding, waarvan de naam „wespentaille" afkom-

stig is. Niet allemaal hebben zij die evenwel,

zoodat er ook wespen zijn zonder „wespen-

taille"!

De drie typen wespen: links het mannetje of hommel, midden de koningin, rechts de kleine

werkers.

■ ^.ï« -

UIT DE WERELD VAN DE SPORT

1. Te Hilversum hadden draverijen plaats, uitgeschreven door T

de Paardensportvereenig-ing- Hilversum. — Nek aan nek-race

uit de ren op de( vlakke baan om den Sportparkprijs.

2. Alle Nederlandsche wielrenners, die aan den Tour de France

hebben deelgenomen, reden een wedstrijd op de Rijswijksche

wielerbaan. Start van den sprint 800 meter. Van links naar

rechts: Hellemons, P. van Nek, Middelkamp, Van Schendel en

Dominicus.

3—7. De Nederlandsche Athletiekkampioenschappen te Deven-

ter. — 3. Finale van de 100 meter beeren, gewonnen door

Osendarp. 4. A. G. J. de Bruyn, die tweevoudigf kampioen

werd, namelijk met discuswerpen en kog-elstooten. 5. Finale

TOO meter dames, g-ewonnen door mejuffrouw F. Koen (geheel

rechts). 6. H. Hoven, kampioen polstokhoogspring-en, neemt

zijn aanloop. 7. H. Houtzager, kampioen kogelsling-eren, in actie.

8. De Zeeuwsche Vereeniging voor de Luchtvaart organi-

seerde de vijfde Nederlandsche Scheldevlucht. — De heer

F. C. Bik, winnaar van den Scheldebeker, ontvangt dezen uit

handen van den heer Van Woelderen, burgemeester van Vlis-

singen.


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

3 AUGUSTUS

OPLOSSING KRUISWOORDRAADSEL

D E T E G E L K A

D E E II A G 0

0 D E D A M

S C E M E M E r E P

H

OPLOSSING

PUNTENRAADSEL

0 B f

0 E

0

0 o V

A G

OPLOSSINr,

RUITEN

RAADSEL

OPLOSSING

INVUL-

RAADSEL

n

M

OPLOSSING

WOORDRANG-

SCHIKKINGSRAADSEL

■r hoog in

bemoedipd

kronkelen

smartelijk

bevochten

voornoemd

treiteren

vervallen

HOOGMOED KOMT

VOOü rii:\ VAL

LEM 1 DA MO AAR AAR TEP

DE D£ DE DE DE DE DE

STUK AAL LUK GRIL WERK BAAtl CB

I A5

i

EL&flD j E.

ftPEri | fÄ.'

MACMT" ; 'rT

PAAL '• [Pi

LIDMAAT

OPLOSSING ONZE FILMPUZZLE

TEEKENINGENRAADSEL

A. ■. i. k. k,

1, 1, m, n, n, n, n. n.

n. n n. o, o. p, P r.

r. T, a, f t, u, w

Neem twee letters weg van elk woord

uit de eerste rij hieronder, en plaats

daarna de overgebleven letters zóó. dnl

ze een nieuw woord vormen, dat het ;inl-

vvoord geeft op tie vraag recht«;.

Hi vier — getal?

Heuvel - gaaf?

Geratel — meisjesnaam?

Garantie verantwoordelijk

beheerder?

Graniet — viscb?

Tropisch —- kleedingstuk?

- 13 -

VOOR ELKE

ÊEGAVE

RIJZEN

DE PRIJSWINNAARS

De hoofdprijzen konden de/e week wi>rH


^^H£^%^^ ^sU&6C4fM

HET IS EEN ZONDERLINGE WERELD

nEN VÓORDEELIGE ACHTERUIT-

1 GANGl — Twee studenten van Cam-

bridge hebben achteruit van deze

plaats naar Newmarket geloopen. Er waren wed-

denschappen aangegaan, dat zij de dertien mijl

niet binnen de twaaH uur zouden afleggen. Hun

tijd was echter slechts vijf en een half uur!

BIJNA ONGELOOFELIJK. - Gedurende eenige

weken maakt een priester van een tempel te

Garh, Engel|ch-lndië, onophoudelijk salto's voor

hei beeld van de godheid, die er in wordt ver-

eerd. Alleen des nachts neemt hij een paar uur

rust. Hij is van plan er mee door te gaan lot

het publiek, dat den tempel bezoekt, genoeg

geofferd heeft om het gebouw te laten restau-

reeren!

HET CONFLICT. - Mr. Newgent uit N. York

State verklaart, dat hij honderd en één jaar Is

geworden omdat hij nooit alcohol gedronken en

nooit gerookt heeft. Maar Mrs. Belle Airington

uil Oklahama schrijft haar honderd en acht jaren

toe aan de omstandigheid, dat zij sinds haar zes-

tiende jaar af en toe een glaasje bier heeft ge-

dronken en een pijpje heeft gerookt!

BOKSEN ZIJ NU THUIS? - Een man in Kansas

City meende, dat zijn vrouw zedelijk verplicht

was hem naar alle worstel- en bokswedstrijden Ie

vergezellen. Toen zij dit weigerde, diende hij een

eisch tot echtscheiding in!

WAT IS DE JUISTE MANIER VAN TRAPPEN?

^ — r is een goede en een verkeerde ma-

^ nier om een fiets voort te bewegen

met de voeten, en men kan beide

zien afgebeeld op de hierbij gevoegde teeke-

niiftjen.

Ten einde het volle voordeel te verkrijgen van

de inspanning noodig om de fiets voort te be-

wegen, moet men trappen zooals de rechter

teekening aangeeft. Hier werkt de kracht van den

voet in de richting van de lijn A C. Deze kracht

wordt hel parallelogram der krachten genoemd.

Zij is het resultaat van twee andere krachten,

AE en AD, en daar AE in de richting gaat waar-

in de fiets rijdt, komt zij aan de inspanningen

van den fietser ten goede.

Indien wij echter trappen zooals op de linker

teekening is aangegeven, dan gaat alleen de lijn

AC in de richting der voortbeweging van de

fiets, terwijl AB juist in de tegenovergestelde

richting werkt, en hierdoor de voorwaartsche be-

weging van het rijwiel remt.

De inspanning die het fietsen vereischt, bij-

voorbeeld bij het berijden van een klimmenden

weg, is veel minder wanneer men trapt zooals

de teekening rechts aangeeft, dar. wanneer men

het op de andere manier doet.

Wie de proef neemt, zal dit zelf kunnen con-

slateerenl

WÊBk

De donkere nevelvlek in Orion.

KUNNEN WIJ DOOR EEN DONKERE

NEVELVLEK GAAN?

0 "7 öpals wij weten, verplaatst de aarde

g^ zich met het zonnestelsel waartoe zij

behoort, met een snelheid van bijna

30 kilometer per seconde door hel hemelruim.

Wij bewegen ons In de richting van de ster

Vega, maar natuurlijk, wanneer wij daar zullen

zijn aangekomen, zal deze ster zijn verdwenen,

want ook zij staat niet stil.

Verspreid In het heelal bevinden zich groote

massa's kosmische stof, en deze vormen naar wij

thans welen donkere nevelvlekken.

Ze lijken donkere vlekken aan den hemel, en

sommige van hen hebben speciale namen, zooals

bijvoorbeeld de Paardehkop in het sterrenbeeld

Orion. De dichtstbijzijnde nevelvlek is zeer ver

verwijderd op het oogenblik, maar het is volgens

de geleerden zeer goed mogelijk, dal wij op

Links de verkeerde en rechts de juiste manier van trapper

14

onzen tocht door het heelal in zoo'n donkere

nevelvlek terecht zullen komen. Sommige geo-

logen meenen zelfs, dat dit al reeds een keer

gebeurd Is, en dat dit de oorzaak is geweest van

het ijstijdperk, dat er op aarde heeft geheerscht.

Indien wij in een donkere nevelvlek terecht

kwamen, zou het gevolg daarvan kunnen zijn,

dat een groot deel der zonnewarmte ons niet

meer bereiken kon door de kosmische stof. Som-

mige geleerden meenen evenwel, dat de aarde

nog veel beter bewoonbaar zou zijn, indien wij

in zoo'n donkere nevelvlek verzeild raakten, daar

deze een of ander onbekend element of gas zou

kunnen bevatten, dat ten goede kwam aan het

leven!

GROOTE VERMOGENS VOOR KLEINE IDEEËN

Schitterende ideeën brengen niet altijd

veel geld op, terwijl kleine en onbe-

leekenende het dikwijls wél doen.

John Blakey, die de uitvinder was van de kleine

stukjes ijzer onder de schoenen, de zoogenaamde

hoeven, wist met dit idee 290.000 pond sterling

te verdienen. Seth Hunt, die de eerste was om

op de gedachte Ie komen kleine knopjes aan ge-

wone spelden te maken, stierf rijk, terwijl Elias

DE NASALIS LARVATUS oftewel in goed Hol-

landsch; de Neusaap. — Waaraan dit dier, dat

op Borneo inheemsch is, zijn naam te danken

heeft, behoeft wel niet nader verklaard!

Howe een dollar-milllonnair was omdat hij de

eerste was die den inval kreeg hel oog van een

naaimachine-naald aan den onderkant te 'maken.

Mr. H. L. Lipman uit Philadelphia verdiende een

fortuin doordat hij gewone pollooden van een

klein stukje rubber voorzag.

Gillette maakte 400.000 pond sterling omdat

hij het veiligheidsscheermesje uilvond, Joseph

Gidden bracht een kwart millioen bijeen omdat

hij het eersle prikkeldraad maakte, en Ellis Carr

liet 1.042.082 pond sterling achter omdat hij be-

gon op de moderne wijze biscuits te bakken.

Er liggen nog altijd groote fortuinen te wach-

ten op hen, die door een eenvoudig idee hel

leven voor de menschheid gemakkelijker kunnen

maken!

GEHUWD OP ZESTIENJARIGEN LEEFTIJD!

Ä I n Engeland mag niemand vóór zijn zes-

j tiende jaar trouwen en de meesten

stellen dezen gelukkigen dag dan nog

eenige jaren uil. Maar volgens de statistieken zijn

er in 1936 in Engeland 1179 meisjes van zestien

jaar in hel huwelijk getreden. Sommigen van hen

trouwden met zeer jonge mannen, maar som-

migen ook met mannen van vijfenvijftig en ouder.

Slechts elf van hen huwden met jongens van

zestien jaar!

Slechts tweeëndertig jongens van zeslien jaar

slapten in 1936 in het huwelijksbootje. Hun bruid-

jes waren tweeëntwintig of jonger!

UIT HET VOLLE LEVEN

1. De aftredende marine-com-

mandant te Willemsoord, vice-

admiraal T. L. Kruys, heeft hel

commando overgedragen aan

zijn opvolger, schout bij nacht

H. Jolles. — Tijdens de inspec-

tie. Geheel vooraan vice-admi-

raal Kruys, achter hem de

nieuwe commandant.

2. Majoor J. Bood, brigade-

commandant van de Rijksveld-

wacht te Haarlem, vierde dezer

dagen zijn zilveren diensljubi-

leum. — De heer P. J. H. C.

Herten, waarnemend comman-

dant van het 6de district,

speldt den jubilaris de medaille voor

25-jarige trouwen dienst op.

3. Een groep leden van de Neder-

landsche Anthropologische Vereeni-

ging maakte een excursie naar den

onlangs opgegraven Romeinschen

steenoven te Groesbeek. — Het ge-

zelschap bij de vondst.

4. Catharina van Rennes, de bekende

Nederlnndsche componiste en zang-

paedadoge, die haar tachtigsten ver-

jaardag vierde.

De zelfverende persbaggermolen,

ie voor Russische rekening te Am-

sterdam is gebouwd, tijdens

proelvaart op het IJ.

zijn

f). In het Olympisch Stadion te Am-

sterdam werd de finale verreden van

wedstrijden om het kampioen-

schap van Nederland op de baan

over 100 km.. — De winaar Wals

wordt gefeliciteerd.

7. Dr. ir. F. Bakker Schut, inspecteur

der volksgezondheid, afdeeling volks-

luisvesting, voor de provincies Gro-

ningen en Drente, is in gelijke

functie te Haarlem benoemd.

8. Kapitein Bijl van de Nieuw-

Amsterdam vierde dezer dagen zijn

40-jarig dienstjuhileum bij de Hol-

land-Amerika-lijn, bij welke gelegen-

leld hem de Oranje-Nassau-orde

werd verleend. — De chef-kok komt

gelukwenschen.

9. De Halfwegsche Sportclub „De

Bataaf" organiseerde ter gelegen-

id van haar n-jarig bestaan, een

jubileumwegwedstrijd rond de Haar-

lemmermeer. — De nieuwelingen

gaan door de finish.


NAAR HET BEKENDE BOEK VAN MARK TWAIN

Norman Tnurog

Tom Sawyer Tommy Kelly

Huckleberry Finn . . . Jackie Moran

Tante Polly May Robson

Muff Potter Walter Brennen

Injun Joe Victor Jory

Sheriff Victor Killian

Mrs. Thatcher Nana Bryant

Becky Thatcher Ann Gillis

L. C. Bamstijn-film

Joe Harper Mickey Rentschier

Amy Lawrence . . Cora Sue Collins

Rechter Thatcher . Charles Richman

Weduwe Douglas .. Spring Byington

Mrs. Harper Margaret Hamilton

Kleine Jim

Philip Hurioc

Sid Sawyer

David Holt

Mary Sawyer ... . Marcia Mae Jones

Tam Sawyer woont met zijn tante Polly, zijn halfbroer Sidney en zijn zuster

Mary in een klein stadje aan de Mississippi. Terwijl Sidney een heilig #

boontje is, .die Toms streken trouw aan tante Polly verklikt, is Tom de

kwajongen van de stad.

Op zekeren dap wordt zijn jeugdijf han • • .

vlam gezet door een nieuwe inwoonster nrlusie dat zij thuis slecht behandeld worden, en besluiten te gaan zwerven,

het stadje, Becky Thatcher, het dochtertje t Huck Finn steken zij naar een eilandje in de rivier over, zonder te denken

rechter Thatcher. Om een goeden indruk n het verdriet, dat zij hun families hiermee aandoen. Deze veronderstellen

maken op deze uitverkorene, ruilt hij meiijk niet anders of de jongens zijn verdronken. Tom en Joe krijgen echter

schatten in voor kaartjes, die de zond., een paar dapren heimwee en Tommy praat s avonds naar de stad terug

schoolmeester uitreikt voor goed opgeze. i een briefje bij tante Polly neer te leggen met de mededeehng, dat ze nog

psalmen. Duizend kaartjes geven recht op en. Op dit uitstapje hoort Tom spreken over een specialen kerkdienst, die

bijbeltje. Dien Zondag reikt rechter Thatc r de jongens gehouden zal worden, en dadelijk vindt hij dit een unieke

den prijs uit en alleen Tom heeft het ben 'egenheid om een opzienbarende rentree te maken.

digde aantal kaartjes, tot groeten schrik Muff Potter wordt intusschen beschuldigd van den moord op den dokter

verbazing van den meester. Maar Tom s| «^ Wijkt, dat hij tot de galg veroordeeld zal worden, besluiten lom en Huck

een jammerlijk figuur als de rechter hem m te redden. In een sensationeele rechtszitting vertelt lom wat hljj op

over het geleerde gaat vragen. Toch wt kerkhof gezien heeft, en hij beschuldigd Injun Joe van den moord. Uc

Tom Becky's gunst te verwerven. Hij ne. tl'nan werpt zijn mes naar Tom, dat rakelings langs zijn hootd gaat, springt

namelijk op school de schuld voor een kl t raam uit en weet te ontsnappen. ,.•,•,

vergrijp, dat Becky bedreven heeft op zich Bnkele dagen later gaan Tom en Becky met hun school picknicken, en een

ondergaat voor haar de straf. ' zoek aan de grotten brengen. Tom en Becky zonderen zich af van de

Een van Toms vrienden is Huck Finn (deren en raken verdwaald. Zij zwerven in de grotten rond, zonder een

zwervertje, dat nooit naar school gaat Hi l w eg te kunnen vinden. Fenmaal hooren zij d.' stemmen van de mannen die

belooft Tom te toonen, hoe je met een'doe n zoeken, maar het instorten van een gewelf snijdt den weg tot bevrijding

kat op een kerkhof te middernacht een w ■ Becky is doodmoe en Tom besluit in zijn eentje verder te zoeken. Door

kunt wegmaken. De beide jongens sluii'ddel van een kluwen touw houdt hij contact met Becky, lom ziet plotsedaartoe

in het holst van den nacht naar »g eenige woorden in den rotswand, hij vindt een geldstuk en, nadat hij

kerkhof, waar de dokter van het stadje lijl niffe steenen weggerold heeft, vindt hij een ouden schat. Dan ziet hij piotopgraaft

voor wetenschappelijke doeleind 'ing Injun Joe. , ., ' ..... , ..

Hij heeft twee helpers, den stadsdronkan Oe Indiaan houdt zich in de grof schuil, maar nu hij zijn „verrader

Muff Potter, en een halfbloed Indiaan In het oog krijgt, komt hij op hem af om wraak te nemen, lom

Joe. Juist dien nacht krijgen de drie mam i"" Joe gaat hem achterna. De Indiaan doet echter een misstap

ruzie. De dokter slaat Muff neer, maar '" afgrond.

Indiaan grijpt Muffs mes en doorsteekt f Tom dwaalt verder tot hij eindelijk een opening

dokter. Als Muff weer bijkomt, met een n de grot vindt, en dan keert hij terug om Becky

in zijn hand, vertelt de Indin halen.

hem, dat hij. Potter, den dok Er wordt een groot feest gegeven orn den teheeft

gedood. De jongens ba '(f^eer van de beide kinderen te vieren, en Tom

voor de wraak van den Indiai renfft als verrassing den schat uit de grot te

beloven elkaar plechtig aan n »orschijn. Er wordt gegeten en gedronken, en de

mand te vertellen, wat zij gezi lm „verrar

vlucht en

en stort in

eindigt met de gedenkwaardige woorden van

hebben,

Tom en zijn vriend Joe Harj

komen op zekeren das tot


TRICHT

I A fflppWr TO«* Ongeveer zevenenzestig-

|l Vl duizend inwoners, de hoofdstad van de

' provincie Limburg, aan de Maas en

Kaar zijrivier de Jeker, is dè groote stad uit

het uiterste Zuiden van ons land, gelegen te

midden van een omgeving vol natuurschoon

(Valkenburg, hét Geuldal!). Het is een van de

Merkwaardigste stede« van Nederland. Het is

de stad van de middeleeuwsche vestingwer-

ken en vaa de oude kerken in de meest ver-

schillende stijlen, met daarnaast een leger van

scheepsmasten en fabrieksschoorsteenen. De

Middeleeuwen en de moderne ti|d met «jn

laatste scheppinffen vindt men Wer broeder-

lijk naast elkaarl „ . . ,, . 4

Maastricht is het Trajecti ad Mosam, het-

geen overgangen over de Maas beteekent, van

de oude Romeinen. Op deze plek had men in

den tijd der Romeinen op beide oevers vah de

rivier knooppunten van verscheidene zeer be-

langrijke legerwiegen. De overtocht over de

rivier moest natuurlijk beschermd kunnen

worden, waarom men hier een zoogenaamd

Castellum bouwde, een vesting. Hiermede was,

eigenlijk de kiem van de latere stad ontstaan.

Maastricht, dat langen tijd een van de

sterkste vestingen van Nederland is geweest,

heeft gedurende de eeuwen van zijn bestaan

een veelbewogen geschiedenis gekend. Lang-

durige belegeringen heeft het doorstaan, doch

ook is het meermalen veroverd door list of

door uithongering. Er is geplunderd, gefol-

.«, terd en gemoord, doch het heeft ook dagen

van vrede en voorspoed en grooten bloei

gekend.

Om slechts enkele data te noemen: m het

jaar 1579 werd de stad ingenomen door Par-

ma, verwoest en uitgemoord; in 1632, na een

beleg van twee maanden, door Frederik Hen-

drik heroverd; in 1673, 1748 en 1794 maak-

ten de Franschen er zich meester van, terwijl

in het jaar 1830 de Belgen Maastricht langen

tijd blokkeerden. Daarna braken er echter

rustiger tijden -aan.

Nog heden ten dage teh Maastricht talrijke

getuigen van haar roemrijk en veelbewogen

verleden. Wij beelden er hiervan enkele af.

De Grootestraat in het oude centrum der

stad. Op den achtergrond het stadhuis.

(Dinghuis). Midden op den dag heerscht

hier een buitengewoon druk verkeer.

plein 'voor deze kerk wekte Bernard van

Clairvaux op tot den kruistocht Op deze

plek heeft ook het oude Romeinsche cas-

tellum gestaan.

Een oud bastion in het Maaskanaal.

De St-Mathiaskerk, die in 1300 werd ge-

bouwd en vernieuwd in 1475.

In de bekende schatkamer van de St-

Servaaskerk. Men ziet hier de beroemde

Noodkist, en fraaie gouden kist, die in

tijden van nood in processie door de stra-

ten, werd gedragen.

Een oude watermolen.

De Pater Vinck-toren, die zoo genoemd

is als herinnering aan Pater Vinck, die in

het jaar 1663 onschuldig werd ter dood

gebracht, aangeklaagd wegens verraad.

De uit 1229 dateerende Heipoort.

10. De Poort Waarachtig. Op den achter-

grond weer de Pater vinck-toren, en een

in 1470 opgericht klooster.

19 -

wmrm


I I t I \J3 t I I til I L^ tu»yf^ vet/as/ co)*? •*' a^

r r cl wiis (imdclijk mcrkbanr dal Rodford.

j ']|[ de jachfopziencr, leekenen \:m on-

rust begon Ie vertooncn toen /ij het

l)i ie Hoornen Wond naderden. I'.va (!onnell

was de eerste, wie het ujiviel.

,,Waarom tuur je zoo naar tiet Drie Hoo

uien Woud, Bedford?" vroeg zij op een

gegeven oogenblik, toen zij haar nienwsyie-

ri^heid niet langer kun bedwingen.

Hel leek wel alsof Bedford schrok van

die vraag. Misschien echter schaamde hij

zich voor het gevoel van angst, dat hij niet

hij machte was geweest te verbergen,

„Neem me niet kwalijk, ma'am," zei hij.

mechanisch aan z'n pet tikkend. „Ik...

ik dacht alleen, dat het het beste zou zijn

als we konden voorkomen dat de fazanten

dien kant uitvlogen. Als ik zoo vrij mag

zijn, mijnheer." vervolgde hij, zich tot John

Omnell, zijn moster wendend, „dan zou ik

u willen vragen hier een paar extra jagers

te plaatsen."

■lohn Omnell, een nog jonge, knappe man,

knikte. Met z'n drieën waren zij bezig

het parcours uil te zetten voor de fazanten

jacht, die den volgenden dag zou worden

gehouden en waarvoor hij verscheidene

{■asten had uitgenoodigd.

„Misschien heb je gelijk. Bedford," zei

John Connell. „Kr zit nooit veel schol aan

dien kant, om TUI te zeggen. Maar ik weet

heel goed. waarom je wilt voorkomen, dal

de fazanten hel Drie Boomen Woud ingaan.

Vergeel echter niet, dat dit niet altijd zoo

kan doorgaan We hebben dat boseh verle-

den jaar met rust gelaten omdat het hel

jachtterrein was \nn den armen ouden Mer

Ion, maar als er dil jaar fazanten ingaan.

dan moeten wij ze er uil hebben."

F,r kwam een zonderlinge blik in Bed

fords oogeu.

,,Ik zou geen kans zien de drijvers er in

te krijgen, mijnheer." antwoordde hij.

John Connell fronste zijn voorhoofd.

„Wat bednel je -~ geen kans zien hen er

in te krijgen?" vroeg bij. „Hel zijn toch de-

zelfden van altijd voor hel grootste deel

onze eigen menschen? Die zullen toch zeker

svel gaan. waar jij /e stuurt?"

liedford beet op zijn lip.

,,() ja, mijnheer llel zijn de beste drij-

vers, waar ik ooit mee te maken heb gehad.

Gewillig en zoo.... Maar hel Drie Boomen

Wond... Ik zou er geen één weten, die

het durfde wagen in de buurt er van te

komen. Zoomin overdag als des nachts."

Ze waren onder het spreken doorgcloo-

pen en het Drie Boomen Woud lag nu op

eenigen afstand beneden hen. Het ontleen

de zijn naam aan de drie boomen, die als

wachters voor het' eigenlijke boseh stonden,

waarin iedere soorl boom scheen Ie groeien

statige dennen, knoestige eiken, breed

gekroonde iepen, puntige larikseu. Zelfs van

af de plaats waar /ij zich bevonden, konden

zij duidelyk zien. dal hel onderhout er zoo

dik groeide-als in de jungle. Op een kleine

open plek, aan den rechterkant, stond een

kleine vet wansloosdc hul mei een eveneens

verwaarloosd Inmlje. dat door kippengaas

was afgerasterd. Zooals het boseh daar lag.

ging er iels sinisters, iels dreigends van uit.

zonder dat men precies zmi kunnen /eggen

waarom. Mogelijk kwam het echter door

den gebroken omtrek er van, die zich

scherp legen de lucht afleekende.

„Wat hebben de drijvers eigenlijk?" vroeg

John Connell,

Bedford traehlle zoo gewoon mogelijk te

anlwoorden, maar zijn stem trilde toch toen

bij zei „Ze beweren, mijnheer, dat Merion,

nadat hij zijn \rouw had doodgeschoten,

eair het li'ie Boomen Wend is gevlucht

van hel* drie boomen woud

en zichzelf daar heeft opgehangen. Kr zijn

verschillende menschen in bet dorp, die er

vast van overtuigd zijn. De oude Hay bij-

voorbeeld, mijnheer, die op een keer het

boseh was ingegaan om een paar jachlstok-

ken te balen, die er in waren achtergeble-

ven. Die beweert vandaag den dag nóg by

boog en bij laag, dat hij Merlon aan den

tak van een boom heeft zien hangen."

,,Die vervloekte onzin!" riep Connell uit.

„Iedereen weet toch, dal Merlon er vandoor

is gegaan I De politie heeft kunnen vaststel-

len (lat hij naar Southampton is gevlucht;

al heeft men zijn spoor verder niet kunnen

volgen, het is toch in ieder geval zeker,

dat hij zich na zjjn betreurenswaardige

daad niet heeft.opgehangen."

„Wij hebben natuurlijk ook gehoord, dal

hij naar Southampton is ontkomen, mijn-

heer," erkende Bedford, „en ofschoon het

een driflige kerel was, heb ik toch nooit

kunnen gelooven, dal hij de hand aan zich-

zelf zou kunnen slaan. Maar ja. ... de oude

Hay beweert zooals ik reeds zei, dal hij hem

heeft zien hangen, en anderen zeggen dat

zij zijn geest hebben zien ronddolen in het

Drie Boomen Woud. Ik geloof er persoon-

lijk niet aan, mijnheer, maar ik zou toch

liever een week salaris missen clan de drij-

vers te moeten zeggen bet Drie Boomen

Woud in te gaan."

„Wat vind jy, Eva?" zoo wendde John

Connell zich tot zijn vrouw.

Mei een strak gezicht keek zjj hem aan.

Eva Connell was een blonde, knappe vrouw,

lang en slank, en niet een figuur dat al

haar vriendinnen haar benijdden. Kr was

een ondoorgrondelijke blik in haar oogen

toen zij haar man antwoordde:

„Wal vind jij er zélf van, John?"

„Dat heb ik al gezegd - ik vind het on-

zin!" antwoordde bij kort. ,,(k was er van-

morgen nog in de buurt en als het onder-

hout niet zoo dik was geweest, zou ik het

boseh ingegaan zyn om Ie zien of er soms

fazanten zalen. Maar er was bijna geen

doorkomen aan, zoo te zien."

„Als je geen moeilijkheden wilt met de

drijvers, zou ik er echter alles op zetten

om te voorkomen, dat de fazanten morgen

in de richting van hel Drie Boomen Woud'

kunnen ontkomen."

„Coed." zei John Connell. En zich tot

Bedford wendend: „Ik zelf zal dit eind ne-

men met Mr. Clark en Mr. Balmer. Dat zjjn

de twee beste schutters van het gezelschap

morgen. Met z'n drieën zullen we dus wel

in staat zijn hen tegen Ie houden. Maar als

het ons niet lukt, dal zullen jullie het Drie

Boomen Woud in moeten gaan. Ik zal dan

zelf wel met de drijvers spreken, als je

dal prettiger vindt."

„Graag, mijnheer, maar spreek u er van-

daag nog met geen woord over. Anders

komt er morgen geen een van hen opda-

gen! U kunt me gerust gelooven, mijnheer."

„Goed, ik zal nog niets zeggen," beloofde

Connell. „En als het ons lukt de fazanten

er morgen uil Ie houden, dan zullen we het

Drie Boomen Woud het geheele seizoen met

rust laten."

Bedford tikte weer aan zijn pel; ditmaal

was het een gebaar van dankbaarheid.

„Het zal het beste zijn voor allemaal,

mijnheer," zei hij.

Ze liepen voort naar den weg, waar Cou-

ncils two-seater stond te wachten.

„Alles is dus nu in orde voor morgen,

nietwaar Bedford?" zei John Connell, toen

hij zich gereed maakte om met zijn vrouw

in den auto te stappen. „We gaan met twee

partijen jagen, en jij zorgt met. je mannen

dat de fazanten naar hel eerste jachtterrein

- 20

zijn gedreven als we komen. Ik zal je laten

weten zoodra we er zijn, zoodal je ze met

de drijvers kunt opjagen en wij ze kunnen

schieten."

Bedford knikte als afwezig. Hij tuurde

weer naar het Drie Boomen Woud, alsof hij

zijn oogen er niet van af kon houden. Plot-

seling viel hij uit:

„Kyk eens, ma'am! De lucht zit vol met

vogels; ze vliegen overal heen, maar u zult

er niet één boven het Drie Boomen Woud

ontdekken! Kykt u maar, mynheer," zoo

wendde hij zich tol John Connell. „Overal

vogels in de lucht, maar geen enkele boven

het Drie Boomen Woud! Die vogels weten

iels. Beslist! Soms weten zij meer dan de

menschen."

John Connell haalde de schouders op en

klom in den auto, waarin zijn vrouw reeds

had plaatsgenomen.

„Ga maar gauw naar huis. Bedford," zei

hy, „neem een goede nachtrust en zet het

Drie Boomen Woud uit je hoofd!"

Gedurende den ganschen rit naar huis

zei Eva Connell geen woord; onafgebroken

hield zij haar blikken vóór zich op den weg

gevestigd. Toen zij bijna hun villa gena-

naderd waren, nam haar man zijn pijp uit

zijn mond en verbrak de stille.

„Ben je moe. Eva?"

„Heelemaal niet," antwoordde ze.

„Voel je je goed?"

„Uitstekend!"

Hij keek haar byna hulpeloos aan. Er

was iets tusschen hen gekomen dat hij,

maandenlang, vergeefs getracht had te ver-

dryven. Hy wist niet precies wat het was,

maar hij voelde het voortdurend tusschen

hen staan, en hij wist ook nu weer dat het

er was — aan den koelen blik in haar

oogen, aan haar zwijgzaamheid, aan de ge-

ringe aandacht die zy aan zijn tegenwoor-

digheid schonk.

„Waar denk je over?" vroeg hij.

Ze wendde haar hoofd naar hem toe en

keek hem aan.

„Ik vroeg mij af," bekende zy, „of wy

ooit te weten komen wie de man was, die

Merlons vrouw het hof maakte — ik bedoel

den man, dien Merton dien rampzaligen

middag by haaf aantrof?"

John Connell reed bijna tegen het hek

aan, toen zij de oprijlaan inzwenkten.

„Waarom zou je dat willen weten?"

vroeg hij, zijn voorhoofd fronsend.

„Ik geloof, dat ik my veel rustiger zou

voelen als ik het wist," antwoordde ze ^ls

afwezig.

II.

De laatste gasten voor de fazanten-jacht

van den volgenden dag waren tijdens de

afwezigheid van John Connell en zyn

vrouw gearriveerd. Willy Connell, de jong-

ste zuster van John, had de honneurs waar-

genomen.

Dick Clark, een lange, magere jongeman

met een bleek gezicht, waarin een paar op-

vallend dikke en roode lippen, voerde, ta-

melijk verstrooid, een gesprek met Sir

Jones, een zeer hekend advocaat. De andere

gasten stonden eveneens in groepen te

pralen. Toen John Connell en zyn vrouw

binnenkwamen, veranderde de uitdrukking

van Clarks gezicht direct. Hy begroette

John op de pro forma wyze van oude

vrienden, die elkander geregeld ontmoeten,

maar er kwam een schittering in zijn

oogen toen hy Eva de hand gaf en haar

tegelijkerlijd iets in hel oor fluisterde. Ze

draaide zich.om en lachte....

„Het spijl me, dat we zoo laat zijn, men-

schen," zei zo verontschuldigend. „Ik hoop

echter, dat Willy zich goed van haar taak

gekweten heeft! We hebben de plaatsen

aangegeven, waar we allemaal moeten

staan."

„En we hebben daarbij een concessie

moeten doen aan een bijgeloovigen jachtop-

ziener," merkte John Connell op. „Jij en ik,

Clark, en Balmer ook, zullen zoo veel mo-

gelijk onze best moeten doen. Bedford zei

me, dat hij er de drijvers niet toe zal kun-

nen krijgen om in het Drie Boomen Woud

Ie gaan! Ze zouden het volgens hem ge-

woonweg weigeren!"

Guy Doyle, een jong makelaar, die er als

een alhleet uitzag, en die juist iets aan Wil-

ly's oor had gezegd, keek op. „Wat is er

in het Drie Boomen Woud aan de hand?"

wilde hij weten.

' „Het spookt er," verklaarde Connell

lachend. „Een oude man uit het dorp ver-

klaart dat hy er Merton heeft zien hangen

aan den tak van een boom, en anderen zeg-

gen dat ze zyn geest er des nachts, wan-

neer de maan scheen, hebben zien rond-

dolen."

„Ik dacht dat de menschen aan derge-

lijke dingen niet meer geloofden, zelfs niet

op het platteland," merkte Clark op, ietwat

satirisch. ,.lk hoop, dat je die bygeloovige

kerels niet zult ontzien, Connell."

Connell haalde de schouders op.

„Ik kan ze er niet injagen als ze niet

willen," zei hy. „Bovendien, als de fazan-

ten er niet ingaan, heeft het ook weinig zin

hen te prikkelen door te verlangen, dat ze

toch in dat boseh gaan."

Hel gesprek kwam in andere banen. In een

hoek van het vertrek, met een kop thee in

de hand leunend tegen een tafel, stond

John Connell, oogenschijnlijk luisferend

naar hetgeen er al zoo besproken werd,

doch in werkelijkheid één en al aandacht

voor zyn vrouw en Clark. Van nature was

hij een absoluut niet achterdochtig man,

en in de twaalf jaren van hun huwelijk had

Eva hem nog nooit de minste reden tot ja-

loerschheid of wantrouwen gegeven. Haar

niet te loochenen aantrekkelijk uiterlijk had

haar een grooten kring van bewonderaars

bezorgd, maar zy aanvaardde hun hulde

zonder die al te ernstig op te nemen. Clark

was van het begin af aan echter vasthou-

dend gebleken in het uiten van zijn bewon-

dering voor haar, en dil op een manier, die

John Connell min of meer provoceerend

vond. Met een somberen blik in zyn oogen

sloeg hij hen nu gade. Er was iels in de

vertrouwelijke manier waarop zij met el-

kaar spraken, soms zelfs fluisterend, dat

hem verbaasde en af en toe zelfs ergerde.

Het waren allen

goede vrienden van

het echtpaar Connell,

die aanwezig waren, en

er heerschte dan ook

een opgewekte toon.

Meer en meer hielden

Kva en Dick Clark zich

echter afzijdig van hel

ilgemeene gesprek. Wat

voor den duivel kan hij

haar toch te vertellen

hebben, vroeg Connell

sich af, terwijl Clark

/ich steeds dichter naar

zijn vrouw overboog.

Na eenigen tyd,

weinig op zijn gemak,

verliet Connell het ver-

trek en slenterde, met

z'n handen in zijn zak-

ken, naar de wapen-

kamer. Hij nam een van

zijn geweren van den

wand ten einde zich te

overtuigen dal het goed

geolied was, zag het

magazijn na en vulde

,NEF' IK f>\ NIKT OPZU'

UK' HTS OAAT \OOU'

het, en trachtte op alle mogelijke manieren

niet meer aan Clark en zyn vrouw te den-

ken. Toen hij naar den salon terugkeerde,

waren Eva en Clark verdwenen.

„Waar is Clark?" vroeg hy.

„Met Eva naar de biljartzaal," antwoord-

de Willy, zich vooroverbuigend om een

sigaret aan te steken. „Zeg, John, wat is er

aan de hand met Eva? Ze lijkt me zoo ver-

strooid. Clark brengt haar hoofd toch niet

op hol?"

„Onzin," antwoordde haar broer. „Maar

als het zoo was, dan zou ik toch w^aarschyn-

lijk de laatste zijn, aan wien Clark het ver-

lellen zou," besloot hij wat spottend.

„Alles goed en wel," zei Willy met een

pruillip, „maar ik had Dick juist voor me-

zelf uitgekozen! Hij is echter geen oogen-

blik by Eva uit de buurt. Maak dat hij

haar wat alleen laat, John, dan ben je de

beste! Zeg maar, dat er een ander lid van

dezelfde familie is, die niét door een echt-

genoot bewaakt wordt!"

„Om op het Drie Boomen Woud terug te

komen," merkte Guy Doyle op, een cou-

rant waarin hij had zitten lezen op tafel

leggend, „ze hebben dien jachtopziener

van je nooit te pakken gekregen, is het

wel? Wat was er eigenlijk gebeurd?"

„Een helaas maar al te vaak voor-

komende geschiedenis," antwoordde

'Connell. Merton kwam op een

middag vroeger thuis dan hij ver-

wacht werd, en vond zijn

vrouw toen op een wat al Ie

vrye manier samen met een

bezoeker. Hij ontstak in

blinde woede en wilde

den kerel neerschieten,

maar raakte per on-

geluk haar."

Een of andere

impuls deed Con-

nell zyn hoofd om-

draaien. Clark en

Eva hadden blijk-

baar door de hal

gcloopen, en ze

stonden nu in de

deuropening. Voor

Connell was er iets

verschrikkelijks in de

oogen van zijn

vrouw terwijl zij

hem aankeek; bijna

een blik van af-

schuw. Clark stond

naast haar, bewe-

gingloos, maar met

een cynische uitdrukking om zijn mond.

„Toe, spreek alsjeblieft niet langer over

die verschrikkelijke geschiedenis," zei Eva

bijna kwaad. „We hebben allemaal een ver-

moeienden dag gehad — waarom zouden

we ons niet vroeg voor het diner verklec-

den gaan, zoodat we wat meer tijd hebhen

om een cocktail te drinken? Misschien dat

we dan tevens een wat vroolijker onder-

werp van gesprek kunnen vinden."

Haar voorstel werd met algemeene stem-

men aangenomen en de gasten begaven zich

naar hun kamers om zich te verkleeden.

Toen zy zich eveneens op haar kamer had

teruggetrokken, werd er aan de deur ge

klopt en trad Connell binnen.

„Wat is er?" vroeg zij, verschrikt.

„Hóeft er iets bijzonders te zyn?" ant-

woordde hy kalm. „Ik kwam zoo maar eens

binnenloopen."

„O.... natuurlijk niet," antwoordde ze.

„Heb je de badkamer noodig?"

„Direct."

Hjj liet zie

neer en zat ee

in een gemakkelijken stoel

paar minuten peinzend voor


weefvl/egluigen.

IL

w e zijn nu gekomen aan het bouwen

van den grooten vleugel van ons

zweefvliegtuig. Op de teekeningen

zien we weer duidelijk, uit welke twee dee-

Icn de vleugel bestaat, namelijk de vleugel

zélf en een versterkingslatje.

Op de teekening is van beide de helft

weergegeven, de streep-stippeliynen geven

het midden aan. De maten zyn gemeten

tusschen de streepjes en in millimeters berekend.

We maken eerst, net als bij den romp,

op een stuk papier een zuivere teekening

van den heelen vleugel en van het versterkingslatje.

Dan trekken we het over op een

stuk triplex van 3 m.M. dik en 7,5 bij 72

c.M. groot. Je ziet, ons vliegtuig krygt een

groote vlucht! De vleugel is uitgezaagd om

een zoo licht mogelijk geheel te krijgen.

Als de teekening op het triplex staat, zagen

we het geheel netjes uit en maken alle

kanten glad met vyl en schuurpapier. Het

versterkingslatje zagen we uit een klein

stukje triplex en werken het ook netjes

af. Dan plakken we het met koudwaterlijm

op den vleugel en laten het onder druk

goed drogen. Daarna wordt alles nog eens

bygeschuurd.

Als de vleugel zoover is, komt het moeilijkste

werk. Dat is het plakken van het papier

op den houten vleugel. Voor dit papier

kun je het beste vliegerpapier nemen, gekleurd

of wit naar het je het mooiste lykt.

Dit papier leggen we goed vlak neer, dan

DE JOHCEM li OMDEC BEN INVLOED VOM D£ ££n OP \

/, AHDEOE KÄACt-cr. Kftp'TElN. ALLEtH EErt Pt.OT-)

POSiTIE/Ert KOMMEN BCÊriC,Eri.

n>JUiO»k3JLJ J.^

* ^ ^ F 1 "D *ri

leggen we den vleugel er op en trekken

hem met potlood netjes om.

En nu het plakken zelf.

We laten het papier plat op tafel liggen

met een krant of stuk pakpapier er onder

voor het morsen. Vervolgens bestryken we

den vleugel aan den bovenkant dun en ge-

lykmatig met koudwaterlijm, waarbij we op

moeten passen dal er geen plekje vergeten

wordt. Als we zoover zijn, draaien we den

vleugel om en leggen hem voorzichtig op

het papier, daar waar we den vleugelvorm

hebben afgeteekend. We leggen er nu een

stapel zwgre boeken op en laten het heele

zaakje zoo vier en twintig uur, en vooral

niet korter, goed drogen zonder er aan te

komen!

In ons volgend nummer zullen we het

vliegtuig geheel afbouwen!

^ot^mit

~ 22 —

Ee« SCHOK? HOE. 3

Wie van jullie zfet kans in dezen doolhof den weg

te vinden?

:dch uit te staren. Toen zei hy opeens: „Eva,

jk heb nooit eenige aanmerking op je ge-

drag gemaakt.... ik heb er ook nooit

eenige reden toe gehad," haastte hij zich

er bij te voegen, „maar ik kan er niets aan

doen dat het my is opgevallen dat de ver-

andering in je houding tegenover mij da-

teert van den dag, dat Clark hier verleden

zomer voor het eerst is komen logeeren.

— Is er iets tusschen jullie?"

Ze wendde zich met een ruk om. „Zou

je het èrg vinden als dat zoo was?" vroeg

ze, terwyl haar oogen schitterden.

„Natuurlyk," antwoordde hij. „Niet alleen

omdat ik van je houd, maar ook omdat het

juist Clèrk zou zyn, die je hoofd op hol

bracht."

„Wat scheelt er aan Clark?"

„Ik ken hem. Als vriend mag ik hem

graag, maar ik weet dat zijn gedrag tegen-

over vrouwen soms inférieur kan zyn."

„Dat weet jy," mompelde ze.

„Natuurlyk! Heel wat mannen hebben

dat reeds moeten ervaren, en ik heb mij de

laatste dagen afgevraagd, of zooiets mij ook

zou moeten gebeuren.

Ze stond op en kwam langzaam naar hem

toe.

„John," zëi ze, „ik had nooit durven ge-

looven dat je zooiets zoudt zeggen van een

man, die als gast in ons huis vertoeft.

Waarom heb je hem voor morgen gevraagd,

als je hem niet vertrouwt? Waarom duldt

je hem dan in je huis?"

„Omdat ik mij altijd op het standpunt

heb gesteld, dat het myn zaak niet is hoe

Clark zich tegenover andere vrouwen ge-

draagt. Het wordt pas mijn zaak, als jy er

by betrokken zoudt raken. Maar dan zou

ik ook weten hoe ik hem van repliek moest

dienen."

Hy keerde terug naar zyn kamer. Zyn

vrouw keek hem na tot hij de deur achter

zich had gesloten. Toen zette zy zich weer

aan haar kaptafel.

Dien avond ging bijna iedereen vroeg ter

ruste, omdat de volgende dag naar het al-

gemeen gevoelen nogal vermoeiend zou

zyn. Daardoor zag Sir Jones niet eens kans

voldoende spelers voor een partijtje bridge

byeen te krijgen. Clark weigerde vierkant,

en Eva verontschuldigde zich eveneens.

Hierdoor was John Connell gedwongen, of-

schoon hij een hekel aan kaarten had, mee

te doen. Hy vergooide echter ieder spel en

op het laatst legde Sir Jones zijn kaarten

neer.

„Kerel," zei hij, „ga naar bed en maak

dat je een goede nachtrust hebt. Niemand

kan zoo slecht spelen, als hij niet ergens

over piekert. Slaap het uit vóór morgen-

ochtend."

Connell nam den raad nederig aan. „Ik

sal even gaan kyken waar mijn vrouw is,"

zei hij.

In de rookkamer vond hij slechts Guy

i>oyle en Balmer, die achter hun hand zaten

te geeuwen. Hij ging naar de biljartzaal,

(pende de deur en bleef een oogenblikl op

( en drempel staan. Clark en Eva leunden

i ver het biljart, en Clarks hand lag opmer-

1 elijk dicht by die van Eva. Hij trok z«;

(chter niet terug, toen hij Connell zag staan,

vlsof diens aanwezigheid hem in het ge-

iieel niet interesseerde, sprak hij verder:

, Ik wist niet, dat je zóó sterk speelde,

r.va!" En zich toen tot John Connell wen-

( end: „Ik had er haar vijftig voorgegeven.

Maar ik heb er flink van langs gehad! Een

' olgenden keer moet ik er voor hebben."

Connell trad de kamer verder binnen,

'^yn vrouw draaide zich om en keek hem

i an. Ze deed wat nerveus, maar de uitdruk-

I ing van haar gezicht zei hem niets.

„Ik geloof dat je beter naar de andere

f asten kunt gaan. Eva," zei Connell. „Ze

'enken er allemaal over om naar bed te

\ aan'."

Hij hield de deur voor haar open, en

zwijgend verliet zy het vertrek.

„Dat is geen kwaad idee, om naar bed

te gaan," zei Clark, een geeuw forcecrend.

John Connell sloot de deur echter en

1'laatste er zich met zijn rug tegen.

„Een paar woorden, Clark," zei hy. „Je

zei zoojuist, dat Eva je er met biljarten van

langs gegeven had. Vraag je niet óók op

een ändere manier er van langs te krijgen?"

„Ik?" was het koele bescheid. „Hoe zoo?

Wat bedoel je?"

„Het priveleven van een man," zei Con-

nell, „wordt gewoonlijk door andere man-

nen gelaten voor wat het is. Ik wil me ook

met het jouwe niet bemoeien, Clark, maar

ik moet je tóch zeggen dat ik je hier in de

toekomst alleen nog maar als gast zal kun-

nen dulden, wanneer je je houding tegen-

over myn vrouw herziet."

„Maar myn beste kerel," riep Clark uit,

„je denkt toch zeker geen oogenblik. . . ."

„Natuurlijk niet," viel Connell hem in de

rede, „maar dat komt omdat ik mijn vrouw

vertrouw — niet omdat ik het jou doe!

Doch wacht nog een oogenblik; dat was

niet alles wat ik je te zeggen had."

„Ga je gang."

„Iemand schynt sinds verleden jaar zomer

mijn vrouw tegen my te hebben opgezet —

haar gedachten over mij als het ware te

hebben vergiftigd. Ik weet niet wat zij denkt

dat ik heb gedaan — ik kan alleen maar

vaag iets vermoeden — maar ik wil, dat je

dit goed begrijpt, Clark: indien ik ooit ont-

dek, dat iemand tegen haar heeft gelogen

omtrent een zeker incident waaraan ik

totaal onschuldig ben, dan zal dat voor den

betrokkene niet met een pak slaag afloo-

pen. Ik zal dien kerel naar de keel vliegen

en hem niet eer weer loslaten voordat ik

zyn lippen blauw zie! Ik hoop dat je be-

grijpt wat dat beteekent?"

Clark scheen voor een oogenblik zyn

zelfvertrouwen te hebben verloren.

„Welk incident bedoel je?" vroeg hij.

„Waar heb je het eigenlyk over?"

Connell opende de deur.

„Dat weet je heel goed, Clark," zei hij.

„Je weet heel goed dat ik het incident met

Mertons vrouw bedoel. — Meer heb ik je

niet te zeggen," besloot hij, de deur ope-

nend.

III.

Uiterlyk scheen het een zeer geanimeer-

de jaebtparty, die er den volgenden och-

tend plaats vond. De buit was meegevallen,

maar na de lunch kwam Bedford met een

bedrukt gezicht naar John Connell.

„Er komt een Westenwind opzetten, mijn-

heer," zei hy. „De fazanten zullen regel-

recht naar het Drie Boomen Woud vliegen."

John Connell bevond zich niet in een al

te best humeur. Ondanks hetgeen hij den

vorigen dag tegen zijn vrouw en Clark had

gezegd, waren zij weer steeds bij elkaar en

duidelijk had hij gezien, dat ze telkens hei-

melijk *egen elkaar fluisterden.

„Laat ze er heen vliegen, als ze Mr. Clark,

Mr. Balmer en mij kunnen passeeren," zei

hij kort. „We zullen ze er wel weer uit-

krijgen als ze er in zitten.

Gedurende een paar seconden bleef Bed-

ford bijna onbeweeglijk staan. Wederom

was er die angstige uitdrukking in zijn

oogen gekomen, en heimelijk tuurde hij

naar het geheimzinnige bosch.

„Kom, Bedford," zei John Connell scherp.

„We moeten de anderen niet te lang laten

wachten!"

Het schieten begon opnieuw; dit keer

wat in het wilde weg na de opgewekte

lunch. De wind was inderdaad veel sterker

geworden, en hij stond nu pal in Oostelijke

richting. Een paar groote fazanten vlogen

reeds naar het Drie Boomen Woud. Bedford

keek hen grommend na.

„Ze gaan beslist allemaal naar het Drie

Boomen Woud, mijnheer," zei hij, toen hij

zijn meester passeerde. „Wat we er ook tegen

zullen doen.

„Stel je niet zoo idioot aan. Bedford,"

antwoordde Connell geprikkeld. „Jaag ze in

de goede richting; wij zullen zorgen dat ze

niet passeeren."

„Ik zal alles doen wat ik kan, mynheer,"

was Bedfords eerbiedige, maar sombere ant-

woord.

Hij begaf zich naar de drijvers en blies

— 23

92 jaar en zoo gezond

ais een visch

Neemt eiken morgen Kruschen

„Ik voel mij verplicht", schrijft Mevr. A.

J. W., „mijn dank uit te spreken voor de

wonderbaarlijke resultaten, die mijn Vader

met Kruschen Salts heeft bereikt. Men

mocht het haast wel een wonder noemen.

Hy is 'J2 jaar en zoo gezond als een visch.

Hy rent de trappen op en af en zijn vrien-

den vragen zich af hoe het toch komt, dat

hij altijd zoo vief is en zich nooit eens moe

voelt. Hij zegt altijd: „Dat doet nu Kruschen

in mijn eersten kop thee 's morgens"."

De meeste menschen worden oud voor

hun tijd, omdat zy één groote vereischte

voor een goede gezondheid verwaarloozen

— n.1. inwendige reinheid. Plotseling begin-

nen zij met de gezonde Kruschen-gewoonte

en dan verwijdert Kruschen Salts urinezuur

en alle andere schadelijke afvalstoffen volle-

dig uit het lichaam. Inplaats dat lever en

nieren langzaam werken zijn zij nu actief.

Nieuw, gezond bloed stroomt door Uw ade-

ren en brengt gezondheid, kracht en energie

naar alle deelen van Uw lichaam. Kruschen

Salts is uitsluitend verkrijgbaar hy alle

apothekers en erkende drogisten.

op zijn fluitje. Het bekende geluid van het

slaan tegen de boomen begon bijna direct

en op hetzelfde oogenblik schenen al de

fazanten die zich tusschen de boomen en

in het kreupelhout van de boschrijke om-

geving verborgen hadden gehouden, op te

vliegen. Eva had het gezelschap van Clark

weer opgezocht, die op eenige tientallen

meters van Connell stond. Balmcr stond

evenver van hem verwijderd, doch naar de

andere zijde.

Al de fazanten schenen over Clarks hoofd

te vliegen, of tusschen hem en Balmer. Of-

schoon Clark een uitstekend schutter was,

scheen hij nu evenwel steeds te moeten

missen. Of de dieren hoog of laag vlogen,

links of rechts van hem —- hij. de beste

schutter van het gezelschap, miste lederen

vogel waar hy op aanlegde!

Iedereen, die hem kon zien, keek met ver-

bazing naar hem. Bedford kw-am wankelend

uii het bosch om te informeeren wat er

eigenlijk aan de hand was, en hij bleef als

aan den grond genageld staan, toen hij de

lange lijn van fazanten naar het Drie Boo-

men Woud zag vliegen. Connell, die alle

étiquette scheen te vergeten, deed eenige

passen in Clarks richting en schoot op alle

vogels, die Clark ongehinderd waren ge-

passeerd. Balmer deed op een wenk van zijn

gastheer hetzelfde, maar de toestand was

RKO Radio Films brengt

KATHARINE HEPBURN

in'n comedie vol pit. charme en ,,slap-stick"

Hoe gaat het met je baby ?

(Bringing up baby)

met GARY GRANT

Een nieuwe Hepburn, zooals U haar nimmer zag

Verwacht:

JOAN CRAWFORD EN

-SPENCER TRACY IN

MANNEQUIN

HET LIEFDELEVEN VAN EEN

GROOT E-STA DSKIND

METRO-GOLDWYN-MAYER


1. F.envouHig sportjurkje, vervaardigd van linnen of

dunne uollen stof. Het schouderstuk wordt van voren

gesloten met twee knoopen in dezelfde kleur ah de

ceintuur Middenvoor is er een naad aanaebrarht. di-

van onderen uitloopt in een plooi.

Ber, 2 50 m. van 1,40 m breed.

2. Kostuumpje, bestaande uit een rok van donkere

wollen stof, mei een split opjij, waarop een bloesje van

ren vroolijk ruitie wordt gedragen. De kraag, de zak

klepjes en de ceintuur zijn versierd met een reepje effen

donkere stof. Ook' de knoopen zijn donker.

B--n rok 1.40 m. van 1,40 m. breed,

blouse 1,25 van 1,40 m, breed

3. Dcut pieces van bedrukt wollen mousseline, ver-

sierd met effen donker mousseline. De rok heeft van

voren een groep plooien. Het lijfje beeft van voren en

van .tchfer een schouderstuk.

Ben,: V50 m. van 1 m. breed.

4. Japon van fijn terge met een smal ceintuurtje van

leer. Het kraagje en de »anrhetten zijn van grmoesd

fiat'ist.

Ben. 2 50 m. van 1.40 m. br

5. lapoinetje van crepon. De drie toegevouwen

plooien in het voorpand van den rok geven de noodlgc

wijdte. Een vestje van wit linnen, afgewerkt met een

ingerimpeld strookje vroolijkt het geheel wat.op. Strikje

van fluweel.

Ben.; 3 50 m. van 1 m. breed.

Van de:e modellen zijn bij de admi-

nistrativ van dit blad geknipte patro-

nen tr verV njgen tegen den prijs van

f 0.6*' per stuk.

VOOR DEH PICK-HICK

EEN AARDIG TRUITJE IN

KIMONO-MODEL

Benoodigd: 3 str. roodc wol; 1 sir. donker-

blauw; 1 str. wit; 1 stel naalden n. 33^; 2

knoopen; 1 haakpen n. 3)^.

Gebruikte steken. Fantasiesteek: 1ste toer:

2 st.averechts, 1 st. rechts. 1 st. averechts,

1 st. rechts; vanaf het begin herhalen. 2de

toer: 2 st. rechts (boven de 2 averechtsche

van den Isten toer), 3 st. averechts; vanaf

het begin herhalen; steeds deze 2 toeren

breien. — Gladde, breistreek: 1 toer rechts,

1 toer averechts. — Geribde, steek: 1 st.

rechts, 1 st. averechts.

Voorkant. 102 st. opzetten met roode wol;

fantasiesteek breien en op 1U c.M. hoogte de

meerderingen beginnen: 1 meerdering aan

elkq zijde om de 2 c.M., zulks 10 maal. Op

33 c.M. hoogte heeft men 122 st.; dan aan

elke zijde 40 nieuwe steken opzetten voor de

mouwen en 7 c.M. verderbreien met de

roode wol. Dan de marine wol nemen en Ö

toeren werken als volgt: 2 st. rood ave-

rechts, 3 st. marine rechts; boven het ge-

ribde van den fantasiesteek de wollen dra-

den achter het werk doen volgen, zonder ze

te spannen; daarna den gladden steek ma-

ken voor het bovenstuk, de strepen schik-

kend als volgt: 3 toeren marine, 1 toer wit,

3 toeren rood, 1 toer wit, herhalen vanaf 3

toeren marine. Tegelijkertijd het split aan

het midden beginnen; een der zijden voor-

loopig laten liggen. By den 3den marine

streep 1 knoopsgat maken; 3 st. afkanten en

in dén volgenden toer weer opzetten en daar-

na de halsopening beginnen door aan deze

zyde 6 maal om de 2 toeren 3 steken af te

kanten. Recht doorbreien gedurende 12 toe-

ren, vervolgens 2 maal, om de 2 toeren weer

4 st. opzetten; daarna 1 maal 10 st.; laten

liggen en de andere zyde van den voorkant

ter hand nemen; net zoo werken en, als alle

steken weer opgezet zijn, ze op een enkele

naald nemen; voortgaan met gestreept te

werken zooals van voren; op dezelfde hoog-

te het blauwe en roode patroon vormen,

daarna de roode wol alleen nemen en in

fantasiesteek gaan breien, 7 c.M. werken en

daarna 40 st. afkanten aan elke zijde; de

mouwen zijn dan voltooid; doorwerken, aan

elke zijde 10 minderingen maken, juist zoo

als de meerderingen aan den voorkant, dan

nog 10 c.M. rechtdoorbreien en afkanten.

Ceintuur. 14 st. opzetten en 70 c.M.

OUD BROOD

ele huismoeders zijn altijd een beetje

V' bang om met Zon- en feestdagen ruim

brood te nemen, omdat ze vreezen met

iet oude brood te blijven zitten en ze niet

weten wat daarmee te beginnen. Het gevolg

is natuurlijk vaak, dat men Maandagsmor-

^ens, wanneer de huisgenooten na een dag

m de buitenlucht ongewoon veel gegeten

hebben, tot de onaangename ontdekking

komt, te weinig brood te hebben.

Toch hoeft men w r erkelijk niet bang te

zijn om wat brood over te houden, want

nen kan er van alles mee doen.

In de eerste plaats kan men er voor na

een lichten maaltijd of als voedzaam ontbijt

broodpap van maken, afgemaakt met

-.uiker en kaneel en een klontje boter. Verder

is het heerlyk om een stuk oud brood,

geweekt in melk, door gehakt te werken.

1 rechts, 1 averechts breien. In een punt ein-

digen.

Gesp. Een houten vorm met blauwe en

Gebakken of geroosterd oud brood pre-

senteert men als „soldaatjes" bij spinazie;

blokjes als vulling in de soep. Men noemt

ze dan met een mooi woord „croutons".

Vierkante stukjes brood zonder korst,

beboterd en belegd met een plakje ham of

kaas en in wat boter gebakken in de koeke-

pan, vormen de smakelijke ham- en kaas-

broodjes, die kunnen dienen als voorge-

rechtje of bij den koffiemaaltyd.

Een verrukkelijk toetje is een broodscho-

teltje met appelmoes. Sneetjes gesmeerd

brood zonder korst, heel eventjes geweekt

in wat melk, legt men laag om laag met

appelmoes in een beboterd vuurvast schaal-

tje. Men paneert het, legt er hier en daar

een klontje boter op en zet het even in den

oven tot het een bruin korst je heeft.

Eveneens als nagerecht dienen de alge-

meen bekende wentelteefjes. Deze worden

veel croquanter wanneer men ze vlak voor

het bakken slechts even door melk en ei

haalt en ze na het bakken met suiker en

kaneel bestrooit.

witte wol overdekken. Hondoui

ning en langs de mouwen twee

steken haken.

de

toe halsope-

ren vaste

Bij de kinderen zal waarschijnlijk een

broodpannekoek wel in den smaak v;dli.n.

Men weekt daartoe vier sneetjes oud brood,

doet er een ei door en wat suiker en ka-

neel, en bakt hiervan in de koekepan twee

pannekoeken. Men le^t deze op elkaar na

er wat rabarber of andere compote er tus

sehen gedaan te hebben.

Hen zeer voedzaam gerecht is warme

broodpudding. Men heeft hiervoor noodig

een half pond oud brood zonder korst, dat

men weekt in melk; een ons krenten; een

ons rozijnen; een half ons sucade; twee

eieren. Men roert alle ingrediënten goed

door elkaar, terwijl men er een snuifje sui-

ker aan toevoegt, doet de massa in een be-

boterden en met paneenne-d of beschuit-

kruimels bestrooiden wannen puddingvorm

en laat den pudding gedurende ongeveer

twee uur au bain Marie koken. Men dient

hem op met boter oi vanillesaus.

Ziet u wel, dat oud brood op allerlei ma-

nieren te verwerken is? U hoeft er dus

nooit mee „in uw maag" te zitten!


t-ctls hopeloos. Al hun pogingen konden

niet meer ongedaan maken dat Clark alle

dieren, die over hein hecngevlogen waren

en nóg over hem heen vlogen, miste....

Soms leek het wel alsof hy vergat te schie-

ten ....

„Wat scheelt er aan, Clark?" riep Con-

nell, toen hij zag dat Clark op een gegeven

oogenblik onbeweeglijk bleef staan en de

vogels rustig liet passeeren. „Ben je ziek?"

Clark keerde juist zijn hoofd om en er

was een ontdane uitdrukking in zyn oogen.

„Ik weet het niet," mompelde hij. „Laten

we van plaats verwisselen, gauw!"

Connell deed wat hij vroeg, en hij schoot

direct een fazant neer toen hij nog maar

nauwelijks eenige seconden op de plaats

van Clark stond. En toen gebeurde er nog

iets zonderlingers dan het feit, dat Clark

alle vogels had gemist! De dieren veran-

derden opeens van richting en vlogen nu

andermaal over Clark heen! Connell en Bal-

mer misten er zoo goed als niet een, maar

omdat er zoo weinig binnen hun bereik

kwamen, was hun buit toch niet groot. Te-

gen het einde wierp Clark andermaal zijn

geweer neer en hield zyn hoofd met beide

handen vast. Connell ging naar hem toe, en

hij wenkte ook Balmer om te komen. Maar

toen was het onheil reeds gebeurd: er wa-

ren zeker wel een honderd fazanten naar

het Drie Boomen Woud ontkomen en Clark

liep heen en weer alsof hy beschonken was,

terwyl hij nog steeds met allebei zyn han-

den zyn hoofd vasthield. Eva tikte hem op

den schouder.

„Ben je ziek?" fluisterde zij.

„Ik weet het niet," hygde hy. „Ik weet

niet, wat er met me gebeurd is. Ik geloof

dat ik naar huis ga — kom mee met me."

Connell ging naar hem toe, en de beide

mannen keken elkander gedurende een paar

seconden recht in de oogen. Clark scheen

nog steeds hevig ontdaan.

„Je kunt niet naar huis gaan, Clark," zei

Connell bruut. „Het is jouw schuld dat zij

naar het'Drie Boomen Woud zijn ontkomen;

jy hebt hen laten gaan, de hemel mag weten

waarom. Jy moet ze schieten terwyl wy ze

er uit laten jagen."

Clark gaf geen antwoord. Het wagentje

met ververschingen, dat Eva had laten ha-

len, kwam nader. Clark wankelde er

heen en hielp zichzelf aan een whiskey. Het

effect liet niet lang op zich wachten. Er

kwam weer een natuurlijke kleur op zyn ge-

zicht en hy herkreeg zyn zelfvertrouwen.

„Goed," zei hy. „Ik zal myn best doen.

Ik weet niet wat er met me aan de hand

was. Ik weet het werkelijk niet. Het spijt

me ontzettend.' 1

Langzaam, en als met tegenzin, naderde

Bedford zyn meester. De drijvers stonden

in kleine groepjes op eenigen afstand te

praten.

„Het is jammer. Bedford," zei John Con-

nell, „maar we moeten de vogels uit het

Drie Boomen Woud hebben. Ga er met je

mannen in en jaag ze naar ons toe. Ik zal

een paar jagers met je meegeven, die aan

jullie kant van het bosch kunnen postvat-

ten voor het geval er soms aan dien kant

eenige vogels mochten ontkomen. Ze zul-

len niet gauw tegen den wind invliegen,

maar als ze het wel doen, kunnen de jagers,

die met jou meegaan, hen schieten."

Bedford tikte aan zyn pet. Er was een

wanhopige klank in zyn stem.

„Het spijt me, mynheer," zei hij, „maar

de drijvers willen het Drie Boomen Woud

niet ingaan."

„Bedoel je, dat ze weigeren de bevelen uit

te voeren?"

„De meeste wel, mijnheer, en de rest voelt

er trouwens ook niets voor."

„Kn waarom niet?"

„Lr zijn minstens een dozijn onder hen,

• Hf Li vuren Merton in de buurt van de hut

te hcMj'-n zien ronddolen. Ze zeggen dat

lui er ï-llun.«, terugkeert omdat hy de plaats

wil zit.-i, vaar hy zijn vrouw heeft doodge-

schotei, (k zie "een kans hen er in te

krijgen, nijnheer.

„Ik z il zdf met hen praten," zei Connell.

Hy ging naar de dryvers toe, die fluiste-

rend bij elkaar stonden en schuwe blikken

naar hun meester wierpen toen zy hem

zagen naderen.

„Luister eens, mannen," begon Connell,

„wat is dal- voor onzin dat jullie niet het

Drie Boomen Woud in willen? Jullie heb-

ben zelf gezien, dat de fazanten daar heen

gegaan zyn, en je begrijpt toch wel, dat we

ze daar niet kunnen laten zitten."

Niemand verlangde er naar het woord te

doen. Ze keken elkaar aan of staarden strak

vóór zich op den grond.

„Nou, Barring, wat zeg jij er van?" vroeg

Connell aan een der jongste mannen.

Barring nam zyn pet al en krabde achter

zyn oor.

„Mr. Connell," zei hy, „ik ben niet by-

geloovig, maar als de helft van het dorp

zweert, dat zy den geest van Merton hebben

gezien, wel, dan ga je wel eens denken, om

zoo te zeggen, en voel je er niet veel voor

om voor de paar shillings en de twee glazen

bier die we vandaag verdienen, in narig-

heid te komen."

Er klonk een gemompel van instemming,

maar een paar andere, eveneens jonge man-

nen, begonnen te lachen.

„Het kan my niet schelen," verklaarde

een neef van Merton. „De oude man zal my

geen kwaad doen! Ik wil er wel ingaan,

als er nog een paar meegaan."

„O, ik wil ook wel," verklaarde een an-

dere man. „Als er meer gaan, durf ik ook

wel."

„Nou, luister eens," zei Connell. „Ik zal

lederen dryver die in het Drie Boomen

Woud gaat, vyf shillings extra geven. —

Wie gaan er nu?"

Eén voor één, als schapen, volgden zy

den jongen Merton. Er waren er slechts vyf

die weigerden, en die bleven in een klein

groepje buiten het bosch staan. Bedford

kwam naar zyn meester toe. Hy leek plotse-

ling jaren ouder geworden.

„Is het uw wil, mynheer," vroeg hy, „dat

wij het bosch ingaan?"

OP HET VLIEGVELD

- 26 -

„Natuurlijk, Bedford," zei Connell. „Neem

de mannen mee, die willen. Mr. Kayler en

Donner blyven hier staan. Klop de boomen

goed af en jaag ze er allemaal uit. Wij gaan

naar den anderen kant van het bosch."

IV.

In een lange, onregelmatige lyn verdwe-

nen de dryvers en Bedford in het bosch,

terwyl Connell met Clark en Balmer zich

naar den anderen kant begaven. Op een

teeken, dat zij daar waren aangekomen, be-

gon het geklop te^en de boomen. Een groote

fazant kwam uit het bosch vliegen nog

voordat de dryvers er goed en wel in waren

en Clark bracht het dier met één enkel

goed gericht schot neer.

„Prachtig!" fluisterde Eva. „Je bent weer

de oude. Dick!"

Langzamerhand kwamen er meer fazan

ten overvliegen. Iedereen schoot goed, voor-

al Clark. Het geluid van het kloppen op de

boomen werd luider en luider. Maar plot

seling verstomde het. Alle


In den Grooten Oceaan, of Pacific, zooals de Amerikan

deze reusachtige watervlakte noemen, ligt, niet ver van

Californische kust, een eiland, waar de vreemdeling' zi(

soms tot zijn groote verbazing plotseling verplaatst waant

een zeeroovcrsnest. De wind waait er vi

dig door de toppen der palmen, in welk

schuduwen met riet bedekte hutten zijn o

getrokken, maar langs de kust kruisen

groote zeilschepen der boekaniers, en

het strand stappen de piraten in hun fu

tastische kleedij. Wat heeft dat te beteek

nen? vraagt men zich af, een weinig ong

rust misschien wel. Om het onbehaagllj

gevoel nog te vergrooten, kan men er zel|

getuige van zijn hoe er op zee, niet \

van het strand, een werkelijke zeesl

plaats vindt!

Wees echter niet ongerust, vreemdeliu

Dit zeerooversnest komt alleen tot lev^-

wanneer de filmregisseurs uit het nabi

Hollywood h'l willen. Het is er nameli

een ideale gelegenheid om er allerlei zi'

slagen te verfilmen, en landingen uil

voeren. Zietdaar het geheelc „angstwi

kende" gedoe verklaard, 's Avonds /i

men diezelfde gevreesde piraten dan

in elegante kleeding, mode 1038, de b.i

van het eiland bevolken, die al heel wein

overeenkomst met bouwwerken uit


J

De man van onze foto is bezig- een... Ja, waar is hij eigenlijk mee

bezig?

Wie van on/e speurders kan ons dat zeggen?

Wij zullen weer 'n prijs van f 2.50 benevens twee troostprijzen ver-

deden onder ben, die ons een juist antwoord zenden. De verdeeling

der prijzen geschiedt op een manier, waarbij alle inzenders van goede

Dr. H. NANNING'»

KINADRUPPELS

Het aangewezen middel bij:

BLOEDARMOEDE • BLEEKZUCHT

MALARIA - GEBREK AAN EETLUST, enz.

Men lette op den naam „'Dr. H. ^Canning" buiten op

de toode doos en op de flacon. — Prijs f 1.30.

IRIUM geeft

aan millioenen

de sensatie

van

ongekende

schittering

der tanden!

Anita Loutttt, star of

W a r ^-s r Brothars

Pictures, appearing in

„THE GO-GETTER-

PEPSOÜEINT, de tandpasta, die IRIÜM bevat,

verhoogt op verrassende wijze de natuurlijke

plan» der tanden. IRIÜM is de nieuwe moderne

manier om de doffe, verkleurende tandfilm te

verwijderen - de landen te «tlanzen en de mond

schoon en frisch te bonden.

Zóó doeltreffend is 1K1LM. dat reeds éénmaal

(link borstelen met Pepsodent Tandpasta het

glazuur scbooner en glänzender maakt dan ooit

tevoren mogelijk was.

De groote tube is voordeeliger!

GEBRUIK PEPSODENT

de tandpasta met IRIUM

h

oplossingen gelijke

kansen hebben op

het verkrijgen van

een der prijzen.

U gelieve uw

antwoord in te

zenden voor 24

Augustus aan Mr.

Detective, Galge-

water 22, Leiden.

Op briefkaart of

enveloppe duide-

lijk vermelden:

Amateur-Detective

24 Augustus.

De oplossing van

de boevenschrift-

opgave.

Deze luidt:

Op 2 Augustus 1938, om vijf minuten over negen namiddags,

zal de trein met het geld stoppen voor een signaal dat door „Eén

oog" op onveilig is gezet.

Vier gewapende mannen zullen den trein overvallen. De „Hoed

moet het geld naar de herberg „Het Anker" brengen.

De prijs van f 2.50 viel ten deel aan mejuffrouw G. Koopman, Zwoll.

De troostprijzen werden verworven door den heer J. J. H. v. d. Houven

Voorschoten, en den heer H. E. E. Fruhauff, Zwijndrecht.

ZIJ NAM 27 POND

AF. HAAR DIKTE VER-

DWEEN IN 9 WEKEN.

Dank zij de nieuwe,

veilige vermagerings-

kuur in vloeibaren vorm.

, Je heö er ge-

noeg >/an zoo

dik }e zijn Ik

ww dot ik jouw

Figuur hod."

Dikte verdwijnt

spoedig-. Mevr. Wag-

ner was zoo verrukt

over de wUze waar-

op zij haar dikta

kwijtraakte, dat zU

ons mededeelde, dat

wij haar brief en fo-

to konden gebrui-

■ken om het goede

nieuws aan dikke

lotgenooten bekend

te maken. , i

Vele zeggen

dat zij BonKora

namen, als zün-

de de veiligste weg

om te vermageren.

BonKora bevat geen schadelijke be-

standdeelen. Inderdaad, gebruikers be-

vestigen ons dat hun gezondheid ver-

beterde en zü er jonger uitzagen. Ook

V kunt er veel jeugdiger uitzien, als

tl slanker wordt.

Dieet is In het geheel niet noodzakelijk.

Slechts wordt U aangeraden extra vet-

aanzettende spijzen te vermijden, maar

overigens kunt U volop van de maal-

tijden genieten, welke de juiste en toch

heerlijke gerechten bevatten, zooals

beschreven In de BonKora verpakking.

U behoeft nooit hongerig te zün.

Blijf niet onnoodig dik. Koop vandaag

nog een flesch BonKora k f. 2.25, alom

verkrijgbaar bij apothekers en erkende

drogisten, of inlichtingen bij het Bon-

Kora-Depot Singel 115, Amsterdam-C.

Het kwaad iu zijn oorzaak bestrijden door een hygiënische behaiidelirij;.

Dit is de manier om te worden verlost van de folterende jeuk en

de ilikwijls ondragelijke last bij Eczeem eu andere huidaandoeningen.

Hel D.D.D.-Recept van Dr. Ü. Dennis wordt met succes aangewend

tegen het voortwoekerende kwaad. D.D.D. is een heldere vloeistof,

die diep in de poriën dringt en onder de huid de ziektekiemen

doodt. Reeds de eerste druppel^ geven onmiddellijk verlichting en

overwinnen den aandrang tot krabben. Flacons k 75 ct., f 1.50 en

f 2.50 bij Apothekers eu Drogisten.

mmm

- 30

e vo

CORRESPONDENTIE

M. C. d. G. te U.

verzet de wet zich

der^elijken toestand

- Bij mijn weten

niet tegea een

N.B.H.S. te B. — Het doet mij ge-

noegen, dat ik u het bewuste adre

naar uw eenzaamheid kan zenden

Bedoeld kopje was een foto van

Helen Parrish, een Amerikaansche

filmster. Haar adres is: Universal-

Studio's, Universal City, Californic

Mej. B. W. te H. St. G. - Inder-

daad, dat masker was een gezichts-

masker. Het wordt toegepast als

middel tegen verwijde poriën. Men

moet dan het gelaat schoonmaken

met een watje met zuiveren alcohol,

er een eidooier op aanbrengen en dil

masker een half uur laten zitten.

Daarna het gezicht afwasschen me

schoon lauw water.

Mej. S. L. te R. — De naam vai

den Cubaanschen bokser is Tenc,

die van den Duitscher Gustav Ede:

— Komt dat uit?

Mej. G. O. te A. — Wendt u zie i

daarvoor tot de Vereeniging voor

Vreemdelingen in de plaats uwer ir-

woning.

Mej. R. S. te R. — Ik raad n drin-

gend aan niet koppig te zijn. Hoew« 1

ik iemand niet grauw zal adviseere i

de minste te zijn', wanneer hij er va i

overtuigd is gelijk te hebben, zal we!

toegevendheid in dit speciale gev< I

niet schaden. Reikt u dus het eerM

de hand ter verzoening. Ik ben er

' namelijk van overtuigd, dat er 'n mis-

verstand tusschen u beiden heersch .

dat alleen in 'n rustig gevoerd onder-

houd — ik leg vooral op „rustig

den nadruk — weggenomen ka i

worden. Het is toch uw vader en

gelooft u zelf niet, dat die het steeds

goed met u meent, ondanks mee-

ningsverschil en verwijderingen?

G. B. te H. — Ik heb er lang ovi'

nagedacht, doch ik vind werkelijl,

dat u dit uw zoon gerust toe kun'

staan.

W. v. S. te S. — Uw vriendi i

heeft inderdaad gelijk: porselein i-

sterker.

De Secretaresse van de Voor U-C/uJ,

Galgewater 22, Leiden.

1. Toen da vrouw weg was, bukte Dot zich en raapte

het horloge van den grond op. Ze bekeek het nog

eens aandachtig. „Het is beslist van Peter," mompelde

ze. „Hij wordt hier vast gevangen gehouden." Het was

maar goed, dacht ze bij zichzelf, dat ze juist dit huis

had uitgekozen om er thee te gaan koopen.

4. Voetje voor voetje sloop ze verder en toen ze be-

neden was, hoorde ze haar naam roepen. Ze draaide

zich dadelijk om en wie zag ze daar? Peter, vastge-

bonden aan een paal. „Maak me gauw los. Dot," riep

hij, en het meisje vloog dadelijk naar hem toe om dat

te doen. Ze was natuurlijk geweldig blij.

7. Zich aan ieder houvast, dat hij kon vinden, vast-

klemmend, begon hij zijn gevaarlijken tocht naar boven.

Hij wist, dat hij het wel zou kunnen halen, maar dan

moest hij vooral niet naar beneden kijken, wont dan

werd hij duizelig. Eindelijk was hij er en opgelucht

trok hij zich over den rand.

pe^UyWEN STti*

DE VLIEGAVONTUREN VAN PETER EN DOT Vervolg. c C

2. Maar het meisje dacht nu in het geheel niet meer

aan thee. Ze dacht nu alleen maar aan haar broertje,

wien vast wat was overkomen, toen hij het eiland ging

verkennen. Terwijl ze de kamer eens goed rondkeek,

ontdekte Dot in den vloer plotseling een valluik en

ze rende er dadelijk op af.

5. Dot rukte aan de touwen en al heel gauw was Peter

weer vrij. „Vooruit, Dot," haastte hij haar, „dezen kant

uit." Hij trok zijn zusje mee een soort poortje door en

dan een stuk of wat glibberige treden af. Zoo raakten

ze ten minste uit den benauwden kelder, en in de

verte klonk een zacht geruisch.

8. Hij had geen tijd te verliezen om zijn zusje te gaan

halen, want de vloed kwam al opzetten. Hij moest

zich dus erg haasten. Hij rende dan ook dadelijk naar

de plaats, waar hij „De Zilveren Ster" had achterge-

laten. De machine ging onmiddellijk van den grond en

vloog snel naar het strand.

3. Juist toen ze het luik voorzichtig weer liet zakken,

kwam de vrouw de kamer weer binnengeloopen. „Ho

ze is wegl" hoorde Dot haar mompelen; rustiß liet

het meisje het luik verder zakken en daalde de lodci.r

af, die naar beneden voerde. Waar zou ze daar ondci

den grond wel terechtkomen? Ze wist het niet.

6. Peter zti, dat dat de zee was, en werkelijk, al lei i

gauw bevonden ze zich op een steenachtig, smalsti .md.

Toen ze naar boven keek, slaakte Dot een kreei nn

teleurstelling, want er strekte zich een hooge tot'- ■ind

voor hen uit. Maar Peter zag er zeer va>!hesUr uit,

toen hij zijn jasje uittrok.

9. Hij zweefde over de plek, waar zijn zusje was alhtei

gebleven. Maar toen hij naar beneden keek, krot-g hij

een schok. Dot was er niet meer Om er heelemaal

zeker van te zijn, ging hij nog wat lager vliegen, maar

hij kon geen spoor van haar ontdekken.

Wordt vervolgd.

GEWONE ADVERTENTIES: KOLOMHO OGTE 12 0 REGELS - K PLO M BREEDTE 5 c M. - R E G E LP RUS ^5 ets. BR U TO

TEKSTADVE RTENTIES: KOLOMHO OGTE 120 REGELS - KOLOMBREEDTE 6.7 c M1

KORTINGEN VOLGENS TARIEF

— 31 -

REGELPRIJS 50 ets. BRUTO


Piloot: ,,lk hoop, dat u kunt zwemmen!

Passagier: ,,Zc

iuig kunt besturenl"

Jk hoef het grasveld niet meer te rollen voordat mijn vrouw haar

Jiamanten ring heeft teruggevonden."

.Uw zoontje lijkt me wel ouder dan drie jaar!"

Ja — hij heeft den laatsten tijd een boel zorgen gehad."

Hij: Hethjktme niet geraden om hier in pension te

gaan Betsy. Daar staat die hongerkunstenaar van de

,,Ben jij die ondeugende jongen die

den bal door mijn ruit heeft getrapt?"

,,Neen — ik ben het aardige jongetje

dat ze gestuurd hebben om'm te halen."

„Het kan best zijn, dat de directeur

mijn nummer vervelend vindt, maar ik

wou toch, dat hij niet zoo geeuwde."

„Waarom heb je niet even geschreven

je een ongeluk hebt gehad?"

„Ik leed aan dezelfde kwaal — ook

altijd maar hardop met mezelf praten

- tot Ik het op een goeden dag opeens

kwiit was.

„Hebt u verstand van muziek 7"

„ia."

„Weet u wat ik nu speel?"

„Natuurlijk — piano I"

RHET VERNIELENDE VUUR...

HISTORISCHE BRANDEN EN HUN OMVANG

Ïcder normaal ontwikkeld mensch weet, dat

Rome is afgebrand, nadat keizer Nero in

een waanzinnigen roes van macht en tyran

e de stad op zijn bevel had laten aansteken.

)at geschiedde in het jaar 68 na Chr. en de

aam van dezen brand is twintig eeuwen blij-

•n voortleven. Het is begrijpelijk, dat deze

onsterachtige misdaad, waardoor honderden

m het leven zijn gekomen, niet in de vergetel-

eid is verzonken, maar tevens neemt ieder

nwillekeurig aan, dat dit een der grootste

randen is, welke de menschheid ooit zou heb-

\ en gekend.

Dit is onjuist. Omstreeks het begin onzer

lartelüng waren de steden uit den aard der

aak kleiner — en aanzienlijk kleiner — dan

hans. De enorme roem van metropolen als

lome, Athene, Sparta, Babylon, enzoovoorts

gelegen in het feit. dat zij zoo groot en

lachtig waren in verhouding rot die oude

den. Maar geen dezer befaamde wercldccntra

ereiktc honderdduizend inwoners, vele bleven

aar aanzienlijk onder. Een brand richtte in de

udheid heillooze verwoestingen aan, omdat

r geen brandweer bestond en de bluschmidde

n uit niets anders dan emmers bestonden, ter-

ijl er nimmer vooraf voorzieningen waren

etroffen in den vorm van bouwvoorschriften

n dergelijke.

Een tweede groote brand, die in 's menschen

ugenis is blijven voortleven als een ramp zon-

;r weerga, was die van Londen. Hij vond

laats in 1666 en was van véél grooter om-

ang dan de brand van Rome. Het klassieke

ome was immers nagenoeg geheel uit steen

pgebouwd, terwijl het i je eeuwsche Londen

oor driekwart uit hout bestond. Ook Was

nden grooter. dichter bevolkt en weerloo-

er: deze ramp is zonder twijfel veel en veel

listiger geweest, zij het ook, dat hij niet door

n laffe misdaad werd veroorzaakt.

Ten derde spreekt men nog immer van den

rooten brand van Moskou in 1812, die werd

ingestoken uit vaderlandsliefde! De Rus-

n zagen geen andere mogelijkheid om

'apoleon met zijn ,,Grande Armee" te ver-

r iven en grepen deze wanhoopsdaad als uiter-

c redmiddel aan. Zij slaagde en werd gevolgd

oor Napoleons aftocht, die de eigenlijke oor-

■1 ik van zijn latcren val is geweest en waar-

in de nederlagen van Leipzig en Waterloo

lelijk slechts het naspel zijn geworden. Dez?

r nd heeft betrekkelijk weinig menschenlevens

'.ost. wijl de bevolking de stad reeds had ver-

|i:n.

Deze drie zijn ,,de" drie groote branden,

arvan de historie gewaagt. Daarnaast zijn et

j; ettelijke rampen te noemen, die eveneens

inten omvang verkregen, zooals de branden

Ji Weenen (1875), Stockholm (1876) en

■ gelijke, maar zij waren alle kleiner, hoe ver-

: '.rikkelijk ook op zichzelf.

En nu is het merkwaardige, dat — wanneer

1 onze gedachten over dit onderwerp laten

,un — wij den grootsten aller branden, den

f esclijksten en meest tragischen en fatalen

1 getcn. Dat was de derde brand van Chicago

n het jaar 1871, Deze stad is in het geheel

l'iemaal afgebrand, maai de laatste van deze

!• ie w.as een ramp 7onder weerga in de wereld

chiedenis.

Reeds eerder, in ons nummer van 1 2 Maart

jl., hebben wij een artikel geplaatst, dat de

diep tragische bijzonderheden meedeelde van

dezen brand, die een houten stad van niet min-

der dan 334.000 inwoners vernielde en die de

gansche bevolking het Michigan meer indreef.

We mogen ons dus van de taak ontslagen ach

ten nogmaals de ontzettende gebeurtenissen te

vermelden, waaronder dit treurspel zich vol-

trokken heeft. Wat echter wél een belangrijk

punt mag heeten, is de vraag: Kunnen wij ons

zulk een ramp eigenlijk wel voorstellen? Het

is zoo gemakkelijk neergeschreven: „Honderd-

duizend menschen kwamen in de vlammen, of

in de golven om," maar wie onzer is bij machte

zich zoo'n catastrophe werkelijk voor den geest

'te halen?

Er is slechts één enkel uitdrukkingsmiddel,

waardoor dit mogelijk is: de film. Deze alleen

bezit het reconstrueerend vermogen ons duide-

lijk te maken, wat zulk een gebeurtenis in-

houdt. Maar welk een taak om, zooals Darrvl.

F. Zanuck in de film ,,In oud Chicago" heeft

ondernomen, deze ramp af te spiegelen!

Alleen al de opnamen van den brand (regie

van Henry King en regisseur van het vuur:

H. Bruce Humberstone) namen meer dan een

maand in beslag en het resultaat is dan ook

een reconstructie op ware grootte. Waarbij wij

ons dan toch even rekenschap moeten geven

van het feit, dat zooiets mogelijk is! Dat men

in staat is een der grootste rampen, welke de

menschheid in twintig eeuwen heeft getroffen.

weer te geven in vollen omvang en op ware

grootte, volkomen natuurgetrouw. Welk een

eindeloos materiaal is dit voor ieder, die studie

maakt van beschavingsgeschiedenis, sociologie

en tal van andere onderwerpen! Natuurlijk: het

valt niet te ontkennen, dat zulk een film duide-

lijk een sensationcelen kant bezit, maar daar-

naast treedt er een gansche reeks factoren op.

welke haar stempelen tot een document van

groote waarde, waaruit technici en geleerden,

onderzoekers van allerlei slag hun studies kun-

nen maken. Dit temeer, wijl men dit filmwerk

heeft opgebouwd aan de hand van minutieuse

onderzoekingen, waarbij ,.The Chicago Histo-

rical Society" de wetenschappelijke leiding heeft

gehad.

Er bestaat onloochenbaar een neiging ge

dachteloos te zeggen, dat het ,,maar een film'

betreft en dat ze in de bioscoop ..wel zoovéél

kunnen vertoonen. Maar dat is onrecht tegen

over de enorme studie, welke dit filmwerk in-

houdt en de enorme diensten, welke het bewijst

tegenover ieder en elkeen, die zich wil oricn-

teeren nopens de groote catastrophen, die de

menschheid hebben geteisterd.

Immers: de geschiedenis der groote rampen-

is de geschiedenis der menschheid zélf. die

steeds haar ongeluk weer is te boven gekomen,

die herbouwd heeft, hetgeen vernield werd. die

zich steeds beter wist te beveiligen, maar die

daar het bitterste leergeld voor heeft moeten

betalen. Wanneer wij nu eens in dit geval dien

moeizamen. merkwaardigen ontwikkelingsgang

bezien uit den ooghoek van het vernielende

vuur, wanneer wij een blik werpen op het

Rome van den aanvang onzer jaartelling, het

Londen der 17e eeuw, Moskou aan den aan

vang der 1 ge en Chicago aan het eind daarvan,

dan zien wij tevens, dat het vreeselijke lot, de

laaiende vuurgloed daarginder tevens het be-

sluit geworden is. Een nieuw Chicago verrees

uit beton en staal, allerwege ontstond bouw-

politic, brandweervoorziening, organisatie tegen

de begeerige vlammen. Ergo: een herhaling is

voortaan onmogelijk. De menschheid heeft de

verschrikkelijke les geleerd en Is wijzer gewor-

den Hetgeen wij helaas niet op ieder ander

gebied van haar kunnen getuigen. . . .

Chicago brandt I


RÄV1G BANTON

B" er al niet in haar

e mode! Wat een

dwaasheden zijn

naam bedreven! Hoeveel

akelige vooroordeelen,

hoeveel domme, slaafsche

navolging van een verkeerd

ideaal hebben we

niet aan de mode te danken

f Maar ook: hoeveel

schoonheid, hoeveel frissche,

nieuwe ideeën hebben

de kunstenaars die

de mode creëeren ons niet

reeds gebracht. Wie kan

Kay Francis

ontkennen, dat Parijs,

New York, Weenen ons

seizoen in, seizoen uit

naast 'vele vergissingen toch ook steeds weer die

nieuwe lijnen en kleuren, die leuke, verrassende nicuwigheidjes

brengen, producten van grenzenloos vernuft

en fijnen smaak, die met hun luchthartige

charme zoo ontwapenend werken op een al te zwaartillende

wereld?

Parijs, New York, Weenen ... èn Hollywood!

Want het is moeilijk den stimuleercnden invloed naar

waarde te schatten, die er op het gebied der mode

van het Amerikaansche filmcentrum uitgaat. Zeker,

het komt voor, dat Hollywood Parijs te hulp roept,

zooals onlangs, toen Schiparelli de toiletten voor Mae

Wests nieuwste film aan de filmkolonie leverde, doch

het omgekeerde gebeurt véél vaker, en dikwijls niet

in zulk een concreten vorm, doch meer als een nauw

merkbare beïnfluenceering van smaken en gevoelens.

In Amerika zelf is de invloed van Hollywood op het

uiterlijk der vrouw natuurlijk veel grooter dan bij

ons, vooral sinds men in iedere plaats speciale modehuizen

vindt, die U de leuke kantoorjurk van Carole

Lombard in „True confession" in alle maten kant

en klaar leveren, en evenmin terugdeinzen voor de

levering van Marleentjes kostbare avondjapon uit

,,Angel" als voor een exacte copie van den kostelijken

bontmantel uit ,,De Firma wordt verliefd".

Wij willen U eens een van de modekoningen, die

over het uiterlijk schoon waken der Hollywoodsche

sterren, voor zoover het ten minste het niet van

nature aanwezige deel hiervan betreft, nader voorstellen.

Wij kozen hiervoor Travis Banton, die sinds

lange jaren verantwoordelijk is voor de toiletten door

de sterren der Paramount in de producties dier maatschappij

ten toon gespreid. Banton kan smakelijk vertellen

over de prettige en minder prettige eigenschappen

der vele groote stars, die hij in den „goeden

ouden tijd" van vijftien jaar geleden van kostbare

omhulsels placht te voorzien.

Banton, in het mode-vak opgeleid in de huizen

Florence Vidor

van Lucille en madame Frances in New York, weid

naar Hollywood geroepen om toiletten te ontwerpen

voor Leatrice Joy in „A dressmaker from Paris", een

toepasselijke titel. Juist toen trachtte Leatrice het feit

te verbergen, dat er een kleine Leatrice op komst,

was. Het was nog in den tijd, toen het voor een ster

een slechte reclame geacht werd, als zij moeder was.

Travis Banton gooide alle mode-vooroordcclen over

boord en fabriceerde japonnen waarbij de taille, die

toen zoo ongeveer tot de knieën was afgezakt, weer

op haar normale plaats terechtkwam en ontwierp eer

wijden, geplooiden rok, in die dagen een opzienbarende

afwijking van het gangbare stijl-begrip. Wat voor

Leatrice een noodzakelijkheid was, werd het volgend

jaar mode.

Toen Travis bij Paramount kwam, was Gloria

Swanson op het hoogtepunt van haar roem, Pola

Negri werd meer en meer de koningin van het witte

doek. Gloria was niet alleen een dorpsmeisje, dat sue

ces behaald had, maar dat ook massa's geld verdiend

had; zij was de absolute heerscheres over den studio

en de lieveling van iedereen. Zij droeg bij voorkeur

een avondjapon van moleskin, versierd met herme-

lijnen staartjes, die kronkelden als vischwormen, en

een sleep van meters lengte. Neen, daar was Travis

onschuldig aan.

Toen zij met Markies de la Falaise getrouwd was,

was er geen Amerikaan goed genoeg om haar toiletten

te ontwerpen. Zij importeerde haar eigen costumier,

een Franschman, René Hubert, Gloria liet een strijk

kwartet spelen, terwijl zij zich schminkte, en zich

van haar kleedkamer naar den opnamestudio rijden

— een afstand van dertig meter — in een elegant

wagentje op fietsbanden, voortbewogen door Oscar,

den populairen zwarten schoenpoetser, in een fonke

lend gala-uniform, terwijl hij een parasol boven haar

hoofd hield.

Pola's costuums moesten eveneens met de noodige

zorgvuldigheid gemaakt worden. Zij wilde geen dieet

houden, doch verorberde bij de lunch een hartig maal

van soep, gebraad en dessert, met een flink glas cog

nac na. en voor er een dramatische scène gedraaid

werd, liet zij onveranderlijk een half dozijn oesters

en een gbs champagne naar binnen glijden. Vandaag

den dag zou één oester onze stars topzwaar maken

Travis werd in zijn tijd zeer geïnspireerd door

mevrouw Jascha Heifetz, die toen nog Florence Vido:

heette, en voor wie hij de reputatie van „de bes

gekleede vrouw van Hollywood" verwierf. Totdat

Banton er zich mee bemoeide, speelde Florence altijc

de mevrouw Babbitt van Main Street, de dorpsch

madame in hobbezak-jurken.

Zij was altijd bang, dat haar hals te laag uitgc

sneden zou zijn, haar rok een tikje te kort. Zij wild>

niet rooken, niet op het doek en niet in haar privé

leven. Zij geloofde niet, dat het puHiek haar moch

Marlene Dietrich

en was achterdochtig en wantrouwend. Zij waakte over haar carrière

a!.< een rechter van den Hoogcn Raad over zijn reputatie.

Evelyn Brents toiletten waren altijd nauw aansluitende, glanzend

zijden creaties, die door duizenden vrouwen gecopieerd werden.

Clara Bow stond boven de mode, zooals zij boven alle conventie

stond. Of zij een nachtjapon droeg of een aardappelzak kon de dolle

Clara niets schelen. Zij schudde jong Amerika wakker, en een heele

generatie van „flappers" droeg het stempel van haar voorbeeld.

Ruth Chatterton vond kleeren een even ernstige aangelegenheid als haar

carrière, en permitteerde zich geen woord, geen gebaar en geen japon,

die niet het resultaat was van welbewust overleg.

Toen Kay Francis naar Hollywood kwam. bracht zij de reputatie

mee een van New Yorks best gekleede vrouwen te zijn en dank zij

Bantons hulp kon zij die reputatie ook in Hollywood handhaven.

Claudette Colbert was er niet zeker van, dat men in Hollywood zou

weten hoe men haar kieeden moest, en bracht ettelijke koffers vol toiletten

mee. Hoe veranderde zij, nadat zij Travis ontmoet had' Zij is nu

/ een van zijn levende reclames geworden, en de door haar gedragen creaties

in haar nieuwste films doen Bantons naam rond de wereld gaan. Daar

zij nu eenmaal een Francaisc is, is Claudette vreeselijk precies op ieder

zoompje en steekje, maar als alles eenmaal klaar is, bekommert zij er zich

ook niet meer om. Claudette heeft niets van de ijdeltuit in zich.

Carole Lombard was vroeger zeer slordig in haar kleeding, doch zij

had een volmaakt figuur, en alles stond haar. Zij is de lieveling van de-

coupeuses, en het is een feest in het atelier als Carole nieuwe toiletten

komt passen. Zij klaagt nooit over iels. en vindt alles even prachtig.

Toen Mariene uit Dultschland kwam. zag zij er allerminst als een

modekoningin uit. Doch reeds toen was zij dol op kleeren, en sindsdien

is zij een slavin van de mode geworden. Zij is berucht om de mode van

de mannelijke klecding voor vrouwen, doch sinds zij die mode in Amerika

populair heeft gemaakt, heeft geen mensch Mariene ooit meer

in een pantalon gezien. De naaisters kunnen bezwijken van

vermoeienis als Mariene aan het passen is, doch zij gaat

onverstoord verder, uren achtereen. Zij kan zoolang in be-

wondering voor een nieuw toilet staan, en het zoo vaak op

alle mogelijke manieren probeeren, dat de Irischheid er af is

als zij er eindelijk in voor de lens moet verschijnen. Het komt

dan ook niet zelden voor, dat men van een bijzonder teer

toilet voor Mariene vijf precies gelijke exemplaren maakt,

die zij tusschen de opnamen verwisselt.

Mailene ging eens in Hollywood naar een bal masqué,

verkleed als Leda met de Zwaan. De zwaan had groene

geborduurde oogen. maar Mariene vond die oogen niet mooi.

Zij wilde een zwaan met blauwe oogen en wachtte geduldig

drie uren lang, terwijl er in het atelier een nieuwe zwanen-

kop gemaakt werd met blauwe oogen. De zwaan en Mariene

arriveerden p0ia Negri

iaat maar ge-

lukkig op

het bal.

Zij was al

tijd erg zui

aig op haar

mooie toilet-

ten en droeg

/.elf den sleep

van lange avondjaponnen

over den arm om hem te

beschermen, totdat Travis

haar een wenk gaf, dat groo-

te stars zooiets niet doen.

Maar wie schetst Bantons

verbazing toen hij. van een

der schitterende Hollywood-

sche premières komend, ge-

tuige was van het volgende

voorval. Mariene, gehuld in

wit chiffon met een langen

sleep, wilde in haar auto

stijgen, doch dit voertuig

kon niet langs het trottoir

komen, en zij moest over een

breedc goot stappen, gevuld

met modderwater. Mariene

nam den stap en haar kost-

bare sleep sleurde door de

modder. Met een knipoog

van verstandhouding legen

Travis werd Marleentje

weggevoerd in den nacht.

Claudette Colbert


GESPREKKEN MET MIJN

VRIEND PIETERSEN

Nou is er warempel al weel «r een meisje

geweest, dai de kans geh; ehad zou hebben

de hoofdrol in een fil Im te mogen

spelen en gladweg geweigerd heeft!"

,,Onbegrijpelijk. Dat meisje, waarvan je me

onlangs vertelde, dat niet in die Fox-film wou

spelen, maakt blijkbaar school." •

,,Inderdaad, Pietersen."

,,\Vie was het dit keer? En waar woont dit

halsstarrige kind, afkeerig van roem en bijbehoorend

salaris?"

,,Je kent Tay Garnett?"

,,Nooit van gehoord!"

.,Nu, Tay Garnett is een liefhebber van de

zeilsport, wereldreiziger, een kenner van

schoonheid en bovendien, en daar komt het in

dit verhaal opaan, een der beste jongere filmregisseurs.

Hij heeft natuurlijk in zijn beroep il

voor heel wat verrassingen gestaan, maar het is

Elsie Calvert uit A-Street no. 1708 te Portsmouth,

in Virginia, die hem nu de grootste

verrassing bezorgd heeft."

,, Vertel op, wat heeft Elsie op haar geweten.'"

.,Elsie heeft niet slechts de gelegenheid van

de hand gewezen om bij de film te komen, maar

zij is ook de eerste schoone uit het Zuiden,

hetgeen ongetwijfeld in de annalen zal worden

vermeld, die onomwonden verklaard heeft, dat

zij er niet in het minst naar verlangt de hoofdrol

te spelen in ,.Gone with the wind"."

,,Een vreemd meisje! Wie heeft haar dat

dan gevraagd?"

,,Toen zij onlangs een uitstapje maakte naar

Hollywood, bezocht Elsie de RKO-Radiostudio's,

waar Tay Garnett de regie voert over

., The joy of living". Getroffen door haar

fnssche persoonlijkheid, zei de regisseur haar,

dat zij zeer fotoge'nique was en stelde haar voor

een filmproef af te leggen. Terwijl zij dit afwees,

viel hem haar Dixie-accent op en hij

opperde het denkbeeld, dat zij misschien graag

een rol in „Gone with the wind" zou hebben."

,,En wat zei Elsie?"

..Neen. dank U wel. Het eenige wat ik wil,

is teruggaan naar Portsmouth. Als U dat dan

niet wilt, mogen we dan een foto maken, zei

Garnett. O, zeker wel,'antwoordde Elsie, maar

waarom? Ik zou graag een foto hebben van

het eerste meisje, dat ik ooit ontmoet heb, dat

geen lilmactrice wilde worden, antwoordde

toen de regisseur."

..Nou, ik zou ook wel een foto willen hebben

van dat meisje."

FILM-ENTHOUSIASTEN

A. |. A. S. U; 's-Gr,.ivenh,ig('. Derge-

lijke vragen beantwoorden wij alleen in

«leze rubriek. Ünnoodig dus postzegel voor

aiitwoord in te sluiten. Tegen betaling zijn

bij oii- geen toto's verkrijgbaar. Wcndl u

voor bedoelde foto tot Warner Bros, Kei-

zc ibgraeht 77.S; Amsterdam.

W. j T. te Prinsenhage. Het adres van

Borii, Karlojj is Wanier Hros-Studio's,

Burbank, Californië, Charles Bayer kunt u

sehrijM 11 p.a. Metro Goldwyn-Mayer-Stu

dio's. • ulver City, Californië. Max Scfune-

ling, de echtgenoot van de filmster Anny

ündra, l'odbielskiallee 42. Berlijn.

(.' A. T. te Den Helder. Wij hebben u

de gevraagde foto gezonden.

i. St. te Rotterdam. Willi torst is niet

getrouwd. Hij zal thans alleen te Wecnen

filmen. U' kunt hem schrijven p.a. Dein-

st he Forst-Filmgesellschaft, Kurfucrsten-

datnm 200 te Berlijn.

M, Br. te Rotterdam. Wij lubben u ceu

toto van Anny fhidra gestuurd. Max

Sehm-eling filmt niet meer.

A. (i. te Wassenaar. Het adres van Mei

vyn Douglas is 7200 Saneta Monica Bou-

levard, Hollywood, Californië. Voortaan

s.v.p. volledig naam en adres vermelden.

G. T. St. te Amsterdam. Beide vragen

zullen wij later beantwoorden,

L. v. L. te Haarlem. Roger Duschesne

kunt u schrijven p.a. A. C. E., Rue Volnay

1 1, Parijs.

Robert Montgomery geelt een autogram

aan een Jeugdige lilmenthouslatte.

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag vierhonderd zeven en negentig

Wat was het Directoire?

Wij stellen een hoofdprijs van f 2.50 en vijf

troostprijzen beschikbaar om te verdeden onder

hen, die vóór 29 Augustus (abonné's uit over-

zeesche gewesten vóór 29 September) goede op-

lossingen zenden aan ons redactie-adres: Galge-

water 22, Leiden. Op enveloppe of briefkaart

gelieve men duidelijk te vermelden: Vraag 497.

DE OPLOSSING

Vraag vierhonderd drie en negentig

De afkorting M.M. beteekent Myriameter.

De hoofdprijs viel ten deel aan den heer B. J.

de Jong te Amsterdam, de troostprijzen aan den

heer G. de Punt te Amsterdam, mevrouw W.

Hals te Den Haag, den heer R. Ba r stens te Den

Haag, mejuffrouw W. Riente te Rotterdam, den

heer R. S. Ransma te Utrecht.

had het met zijn vrouw over stemmingen

,,Als ik eens een enkelen keer in den pu

zit," zei mijn nicht, „koop ik een nieti

wen hoed."

„Ik begreep ook al niet, waar je zt

vandaan haalde, eerlijk gezegd," antwoord

de mijn neef.

„Ik wilde mijn man eens verrassen ei

daarom heb ik kookles genomen, toen hi

op reis was."

„En wat zei hij toen hij terugkwam?

„Niets. Hij ging weer op reis."

„Kan ik hier gaan zwemmen zortdi 1

bang te hoeven zijn voor de krokodillen :''

vroeg de reiziger aan den inboorling.

„O ja," antwoordde deze, „hier zij;

geen krokodillen."

,,Waarom, zijn er hier geen krokodillen r

„Die zijn bang voor de haaien!"

„Vlug John, breng den brandewijn. Mi

vrouw is flauwgevallen."

„Ja mijnheer. En zal ik mevrouw ook

iets geven ?"

„Waarom ben je niet meer aan lu

zangkoor ?"

„Toen ik er een keer niet was. vroe

iemand, of de piano gestemd was."

Twee stadsjongetjes liepen in het bo.-n

en vonden er een kastanje, nog voorzien

van haar bolster.

„O, kijk eens!" riep een van hen euthoi

siast. „Een ei van een stekelvarken!"

Bikkel had een paard verkocht, ina;i

den volgenden dag kwam de nieuwe eig( •

naar met opgestreken zeil bij hem

„Schurk!" riep hij. „Waarom heb j.

me niet gezegd, dat dat paard lam w:n

toen ik het kocht ?"

„Dat zal ik je zeggen," antwoordih

Bikkel. „De man, waar ik het dier vai

heb gekocht, heeft het me ook niet gi

zegd, zoodat ik dacht, dat het een gehein

was."

Mulder: „Weet jij wat de zeven werele

wonderen zijn?!"

Smulder: „Ik ken er maar een: c

eerste man van mijn vrouw."

„O agent, mijn man is weg. Hier hel

u zijn portret. Probeer hem terug '•■•■

vinden!"

De agent (het portret bekijkend

„Waarom ?"

Schrijver: „Waar kan dat manuscrD

toch zijn ? Ik heb het heele huis doorg

zocht. Baby zal het toch niet verscheui'

hebben?"

Zijn vrouw: „Hoe kom je er bij. H

kind kan toch niet lezen 1"

\

WOORDEN VAN JO VAN DER STAP

I ?t*

Vroolijk

ÖMERLIEDJEe

MUZIEK VAN j. NAUTA

tt T^^ iP^TT^^^iT&fer ^ r^i lp h-TpTJ)

rnir^n

r^

s ffi

1. Wij gaan een lied-je zin - gen. Een lied - je won-der-blij.

^

y ? T f

v

• itp 1 j itid ^ ^#

^f^=

i üJ ^ j J ^" SpfU/9 ;* j^ I j=^l J^J^ M U^f iïp\ fFJ^Jf^

din - gen, Van joep-hei-di, joep-hei! De bon - te bloe-men prij - ken, In veld en bosch en

iü iiii ± &

In

SJ

^^ £^ *=♦

NfcL_' P -

I S

£

f

1 ^ËJ

^^m J


p "■

Sde Jaargang

. 32-20 Äug. 1938

IMEMAs

HEATER

HET WEEKBLAD

^.1r . '

V **A

HHl JÉ^

ICHARLES LAUGHTCN

llN „DE WILDEMAN"]

Foto Lumina 1

More magazines by this user
Similar magazines