Opportuun 2007 nr7 binnen 04.indd - Openbaar Ministerie

om.nl

Opportuun 2007 nr7 binnen 04.indd - Openbaar Ministerie

07

openbaar ministerie jaargang 13 nummer 7 september 2007

Han Moraal, bokser tegen bedrog:

‘Elk jaar meer witwaszaken

voor de rechter’

CVOM-zittingsvertegenwoordiger in de rechtszaal

Vakinhoudelijk promotie maken


Hoek van Jan

Mozart en Bach

Arme, arme oude man. Het leven had hem

zwaar bedeeld. Altijd had hij een keurige

baan gehad. Was zelfs opgeklommen in het

bedrijf. Gepromoveerd tot het hoogst denkbare.

Directeur. Maar als directeur redde hij

het niet. Spreken in het openbaar moest hij,

maar dat was hem een gruwel. Een borrel

wilde dan wel helpen. Hij hoopte altijd maar

dat ze het niet zouden ruiken. Van lieverlee

begon hij meer en meer te drinken. Zijn

pensionering had soelaas moeten bieden.

Maar helaas: de verveling sloeg toe. Hij zoop

zichzelf zo de kliniek in.

Dat hielp wel, die kliniek. Hij was en bleef

nuchter. Een hele tijd lang, tot zijn vrouw

overleed. Het leed voerde hem uiteindelijk

weer naar de fles. Whisky, bij voorkeur.

Veel ook. Het moment van de dag maakte

niet uit. De kwaliteit ook niet. Die ochtend

had hij ook gedronken. Een hele fles

geestrijk nat was door zijn keel gegleden.

Zeventiende liter, dacht hij. Misschien ook

wel een liter, trouwens. Daarna ging hij naar

de verjaardag van zijn zoon. Met de auto.

Zijn wankele rijgedrag was anderen opgevallen.

Hij hortte en stootte met de auto,

reed beurtelings snel en langzaam en vertoonde

een merkwaardige voorkeur voor de

linker weghelft. De politie werd gebeld. Die

constateerden ongeveer 2,5 ‰ in zijn bloed,

want blazen wilde niet best meer lukken.

Dus beleefde hij op zijn 70ste een primeur:

terechtstaan.

Omstandig legde de man de rechter uit

hoe het was gekomen. Hij was nu bij de AA.

Dat beviel erg goed. ‘Dat duurt levenslang!’

maakte hij duidelijk. Wilde hij niet weer

naar de kliniek dan? Die had toch goed

geholpen? Liever niet, nee. Want de kliniek

was de man toch niet zo goed bevallen.

‘Er zitten daar allemaal van die jongelui.

En die muziek hè...Ik hou zelf meer van

Mozart en Bach, maar dat hebben ze niet’.

Maar het ergste waren nog de liedjes die ze

daar zélf zongen. ‘Dat ging alleen maar over

seks’. Ze vroegen hem dan zelfs: ‘Herman,

waarom zing je niet mee?’ Hij vertelde het

met een wanhopige blik in de ogen.

Hij rechtte zijn stropdas. Alsjeblieft niet

weer een kliniek, smeekte hij.

Nou vooruit. We hebben het zo gelaten.

Levenslang naar de AA is immers ook niet

niks.

Jan Hoekman

OPPORTUUN

tijdschrift voor het

openbaar ministerie

JAARGANG 13

NUMMER 7

september 2007

Opportuun is het tijdschrift van en voor

het Openbaar Ministerie. Het blad wordt

gratis verstrekt aan de medewerkers van

het OM en andere geïnteresseerden.

Het blad verschijnt tien keer per jaar.

De redactie is verantwoordelijk voor de

inhoud van het blad. Aan de in Opportuun

verstrekte informatie kunnen geen rechten

worden ontleend. Overname van artikelen

met bronvermelding is toegestaan.

Suggesties, opmerkingen, artikelen

Bel of mail de eindredacteur.

Eindredactie

Pieter Vermaas, 070 – 3399840 of

p.vermaas@om.nl.

Redactieadres

Afdeling Communicatie, Parket-Generaal,

kamer 5.19, Prins Clauslaan 16, Postbus

20305, 2500 EH Den Haag.

Telefoon: 070 – 3399840.

Abonnementenadministratie

070 - 3399823. Wijzigingen? Stuur de

adreswikkel met de aangebrachte

wijzigingen naar het redactieadres, of

mail de wijzigingen, onder vermelding van

het nummer op de adreswikkel,

naar opportuun@om.nl.

Redactieraad

Ryan Lievaart, Heleen Rutgers, Hans

Wesselink, Marcel Wolters, Elke Kool,

Thea van der Geest, Dick Zuilhof, Manon

Nooteboom.

Vaste medewerkers

Linda Bregman, Linda van Bruggen, Thea

van der Geest, Jeichien de Graaff, Jan

Hoekman, Willem Hoogendoorn, Josine

ten Kate, Koos Spee, Gerard Strijards.

Aan dit nummer werkten verder mee

Alex Brenninkmeijer, Irene Gonzales,

Marget de Haas, Marianne de Jong,

Manon Nooteboom, Dick Zuilhof, Mirelle

Herlfterkamp, Marjolein van Slooten,

Esther Schreur.

Foto omslag

Hollandse Hoogte

Ontwerp

Fabrique BV, Delft

Druk

Zijlstra Drukwerk, Rijswijk

Oplage

7.300


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 Inhoud 3

‘Hoe strikter de executie,

hoe preventiever de straf’

Han Moraal, pagina 10

September 2007 Rubrieken

Alles afwegende 8

‘In- en intriest dat nou net deze twee mensen

elkaar tegen moesten komen.’ Officier

van justitie Esther Baars vond in de zaak

tegen de ouders van baby Melanie dat de

moeder niet meer zwanger zou moeten

worden.

Bokser tegen bedrog 10

Han Moraal vreest verwording van de

financiële integriteit. ‘Als we niet oppassen

ontstaat een verwevenheid tussen onder-

en bovenwereld.’ Een interview na honderd

dagen PG-schap.

Vliegtuigen en Bote 14

‘Schiphol doet iets met mij, ik vind het een

bijzondere omgeving.’

Zes vragen aan Bote ter Steege, eerder

rechercheur, reisleider en skileraar, en nu

officier op parket Haarlem.

In gesprek met de burger 16

‘Motiveer in jullie requisitoir de strafmaat

wat meer’. Dat is een van de adviezen die

komen uit een gehouden burgerforum.

Vakinhoudelijk omhoog 18

Tot voor kort kon je alleen promotie maken

door het management in te gaan of door

AG te worden, vanaf nu kan dat ook door

vakinhoudelijk door te groeien. ‘Eindelijk is

er een doorbraak van een rangenstelsel naar

een functiestelsel’, zegt PG Rieke Samson-

Geerlings.

CVOM-zittingsvertegenwoordiger

20

Ze schenkt een bekertje met water in, legt

de stapels dossiers recht en neemt plaats.

Zittingsvertegenwoordiger Janneke Visser is

klaar voor een hele rits CVOM-zaken.

Een reportage.

De Hoek van Jan 2

‘Mozart en Bach’

KortOM 4

Column Nationale

ombudsman 7

‘Proportioneel aanhouden’

WaarOM? 13

OMgeslagen 15

Personalia 22

2 e etage 23

Strip Linda van Bruggen

Uitgelicht 24

‘Bevoegdheid, lokaal of globaal’

Verkeer 25

Internationaal 26

Column Gerard Strijards 27

‘Internationalist’

AchterOM 28


4

KortOM

‘Met GPS veel flexibeler’

Dóórgaan met GPS. Dat is de reactie van

PG Henk van Brummen, nadat hij in ‘s-

Hertogenbosch met behulp van het GPSsysteem

als zittingsofficier is opgetreden.

Het is vrijdag 14 augustus als procureurgeneraal

Henk van Brummen weer eens het

vak van zittingsofficier uitoefent. Geen stapels

papier voor de PG. Van Brummen leest

de tenlastelegging staand vanaf het scherm.

De PG, die opdrachtgever GPS is, doet een

van de laatste GPS-zittingen van de pilot in

‘s-Hertogenbosch.

Achter de computers zitten ook Hans Evers,

politierechter en projectleider GPS bij de

rechtbank in ’s-Hertogenbosch en de griffier.

Politierechter Evers heeft zijn computer

bijna in ligstand gekanteld, zodat hij naast

zijn blik op de computer zijn blik vrij heeft

voor de verdachte.

Op deze zitting staan voornamelijk 8 WvW

(rijden onder invloed) zaken. De eerste zaak

verloopt heel vlot. Na deze zaak is er een

verstekzaak en daarna een pauze. ‘Het viel

me mee’, zegt Van Brummen in deze pauze.

‘Ik ben afgelopen week in twee uur opgeleid

in het systeem, zodat ik in staat ben als

zittingsofficier op te treden. Die twee uur

waren genoeg om met het systeem een zit-

ting voor te bereiden en op te treden ter zitting.

Tenminste, als je het hebt over eenvoudige

zaken, zoals rijden onder invloed. Voor

ingewikkelder zaken is meer opleidingstijd

nodig.’

Vooraf was Van Brummen benieuwd of hij

staand met het voordragen van de zaak alles

goed op het scherm kon lezen. ‘Het blijkt nu

dat de zaakgegevens goed leesbaar zijn op

het scherm als ik sta. Het is natuurlijk wel

iets kleiner dan als je de dagvaarding in je

hand hebt. Alleen de vordering ter terechtzitting

en de zittingslijst heb ik op papier.

Tijdens de behandeling van de zaak kan ik

de voorbewerking en de zaakgegevens naast

elkaar op het scherm zien. Ik kan ook meelezen

in het proces-verbaal. En achter de knop

“berichten” zit een hele wereld. VIP-gegevens,

GBA-gegevens noem maar op.’

Zijn eerste praktijkervaringen bevestigen

zijn vertrouwen in GPS, zegt Van Brummen.

‘Jazeker, we gaan door met GPS. Het is een

hele omslag en echt een andere manier van

werken, maar als je het tempo en de structuur

van GPS door hebt, dan is het heel

gemakkelijk gegevens naar voren te halen.

En verder is het een kwestie van ervaring

opdoen.

Gouden regels voor informatiebeveiliging

Linda is vanmorgen vroeg begonnen, want vandaag

wordt een nieuwe verdachte voorgeleid. Ze

wil de details van de zaak nog eens goed bestuderen

en opent daarom een paar Word-bestanden.

Die print ze gelijk even uit. Nadat ze haar

mailberichten is doorgelopen, werpt Linda een

vluchtige blik op het vuistdikke dossier dat al

voor haar ligt. Gisteravond heeft ze keurig alles

klaargelegd, ze kan zo beginnen! Eerst die printjes

maar eens ophalen. In de gang treft ze een

collega die informeert naar de vorderingen in

‘haar’ zaak. Hardop praten ze over interessante

details. Onderweg begroeten ze collega’s.

Op de terugweg naar haar kamer, loop ze langs

de printer. Waar zijn de documenten gebleven?

Na wat zoekwerk vind ze ze tenslotte op een

tafeltje verderop in de gang. Ze pakt het stapeltje

vlug op en loopt ermee naar haar kamer. Ze

benut de ochtend goed en tegen lunchtijd heeft

Linda alle stukken doorgenomen en een docu-

mentje gemaakt waarin de op stapel staande

acties gedetailleerd staan beschreven. Om er

eventueel vanavond nog aan te kunnen werken,

mailt ze dat draaiboekje naar haar privé-emailadres.

Zo, dat was dat. Ze is klaar met de voorbereidingen.

De stukken die ze niet nodig heeft,

legt ze netjes terug in het bakje op het bureau.

De PC was vanzelf al op de schermbeveiliging

gesprongen dus die hoeft ze niet af te sluiten.

Linda neemt het dossier onder de arm en loopt

naar de zittingszaal.

Hier is een modelcollega aan het werk. Echter,

vanuit het oogpunt van informatiebeveiliging

nam Linda onnodige risico’s. Ze verliet

de kamer zonder de schermbeveiliging van

haar PC aan te zetten terwijl vertrouwelijke

bestanden en e-mails geopend waren. Op haar

bureau lag al sinds gisteravond een dossier

met persoonsgegevens en zaakinformatie. Het

‘Wat erg prettig is, is dat je overal je zitting

kan voorbereiden. Ik heb gisteren deze zitting

voorbereid in Utrecht. Je hoeft niet drie

weken van tevoren ergens je zaken op te

halen. Je kan zelf het tijdstip kiezen waarop

en waar je je werk doet. Het dossier is te

allen tijde beschikbaar. Zo ben je veel flexibeler.

Dit is een groot pluspunt van GPS.’

Dan stapt Van Brummen weer de zittingszaal

binnen. Tijd voor de volgende GPSzaak.

Tekst: Marianne de Jong

Zie over GPS ook de WaarOM op pagina 13.

gesprek met de collega over de zaak was voor

iedereen hoorbaar. De printjes van vertrouwelijke

bestanden haalde ze niet direct op en ze

mailde een ‘just-vertrouwelijk’ document naar

haar privé-adres.

Bewust worden van informatiebeveiliging. Dat

is het thema van de interne campagne “Wees

zorgvuldig, handel veilig” die in september

start. Binnen alle OM-onderdelen geven de

informatiebeveiligingsfunctionarissen een

workshop aan hun managementleden. Op hun

beurt geven de managers dezelfde workshop

aan hun medewerkers. De campagne biedt alle

OM’ers zeven “gouden gedragregels” die de

veiligheid van OM-informatie aanzienlijk kunnen

verbeteren.

Binnenkort wordt op OMtranet een speciale

rubriek over informatiebeveiliging geopend.


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 KortOM 5

OMtranet

Nederlandse

Antillen & Aruba

Op 8 juni jl. hebben procureur-generaal

Harm Brouwer en procureur-generaal

Dick Piar (Nederlandse Antillen) met een

gezamenlijke druk op de knop op Curaçao

de Nederlandse Antillen en Aruba officieel

toegang gegeven tot het OMtranet.

Beleidsmedewerker Mirelle Herlfterkamp

en functioneel beheerder Friso Gorter van

het Webbureau (Parket-Generaal) hadden

voorafgaand aan deze feestelijke opening het

OMtranet begin juni geïmplementeerd op de

Antillen. Dit implementatietraject hield o.a.

in: het geven van een JEP-instructie (zodat

OMtranet via een beveiligde lijn toegankelijk

is), het geven van cursussen “Publiceren

met Tridion” aan de OMtranet-reacteuren

van Curaçao en Aruba, en het geven van

voorlichtingsbijeenkomsten aan alle OMmedewerkers

op Curaçao. Tijdens deze voorlichtingsbijeenkomsten

werd een uitgebreide

demonstratie gegeven van OMtranet en werd

er een uitleg gegeven over het nut en het

gebruik van OMtranet in het dagelijks werk.

In september zal het OMtranet tevens worden

geïmplementeerd op St. Maarten.

RP Arnhem zoekt AG’s

Bij het ressortsparket Arnhem wordt naarstig

gezocht naar nieuwe AG’s. Het gezegde

luidt wel ‘zoek en gij zult vinden’, maar was

het maar zo simpel.

In korte tijd zijn vrij veel advocaten-generaal

vertrokken. Een aantal wegens leeftijdsontslag.

Anderen vanwege een nieuwe functie bij

een arrondissementsparket of bij de zittende

magistratuur. Ook levert de inrichting van het

Jeugdportal www.wijzer in recht.nl

Eén ingang voor alle informatie over het

jeugdrecht. Dat biedt de portal www.wijzerinrecht.nl

die binnenkort de lucht in gaat.

Met de Vetverkeerdsite en Vetverkeerdkrant

timmert het OM al jaren flink aan de weg op

het gebied van jeugdvoorlichting. De krant

verschijnt driemaal per jaar en wordt verspreid

onder 50.000 jongeren. De jongerensite

van het OM wordt jaarlijks door ongeveer

een kwart miljoen jongeren

geraadpleegd.

Het OM is niet het enige

justitieonderdeel dat

zich roert op het terrein

van jongerencommunicatie;

ook de ketenpartners

laten zich gelden.

Daarbij wordt vaak

het internet ingezet.

Behalve het OM hebben

ook de DJI, de RvdK, de

RvdR inmiddels een

jongerensite. Voor jongeren

is het echter niet

altijd even duidelijk wat

het onderlinge verband

is tussen deze organisaties

en hun rol.

Om de dienstverlening aan jongeren en het

onderwijs te verbeteren is op initiatief van

het OM en de Rechtspraak het jongeren-communicatiebureau

Young Works aan de slag

gegaan met de bouw van een internet portal.

De portal www.wijzerinrecht.nl biedt jongeren

en onderwijzers één ingang voor alle

informatie met betrekking tot het jeugdrecht.

Expertisecentrum Bijzondere Penitentiaire

Zaken extra AG-capaciteit op.

Hoofdadvocaat-Generaal Inge Klopper:

‘Wij stimuleren mobiliteit actief en gericht.

Omgekeerd verwelkomen wij graag mensen die

een aantal jaren het mooie vak van AG willen

uitoefenen. Zoals officieren of strafrechters met

ervaring.’

De tijd dat het werkterrein van de AG niet dynamisch

zou zijn en de functie veelal door oude,

Op de portal krijgen jongeren op aansprekende

wijze informatie over wat hen te wachten

staat wanneer zij worden opgepakt op

verdenking van bijvoorbeeld diefstal, handel

in drugs of geweld op school. De portal geeft

uitleg over het werk van de officier van justitie,

de raadsonderzoeker, de rechter en wat er

gebeurt wanneer je in de gevangenis terecht

komt.

Vanuit de portal wordt voor aanvullende

informatie doorgelinkt naar de jongerensites

van justitieonderdelen. Behalve strafrechtelijke

issues, wordt op de portal ook antwoord

gegeven op vragen met betrekking tot het

familierecht. Deelnemende organisaties zijn

naast het OM en de Raad voor de Rechtspraak,

de Raad voor de Kinderbescherming en de

Dienst Justitiële Inrichtingen.

www.wijzerinrecht.nl gaat eind september

van dit jaar de lucht in.

grijze mannen werd bekleed, is volgens Inge

Klopper echt voorbij. De functie is door een

combinatie van zittingswerk en portefeuilles

veelzijdig en uitdagend en vormt een logisch

onderdeel van een loopbaan binnen OM en

ook ZM. Een kennismakingsstage of aanstelling

op detacheringsbasis behoort ook tot de

mogelijkheden.

Inge Klopper: ‘Uiteraard geven wij belangstellenden

graag nadere informatie.’


6

Videoconferencing bij het Functioneel

Parket

Geen constant gereis meer bij het

Functioneel Parket (FP) tussen de verschillende

vestigingen om te vergaderen. Het

FP beschikt sinds kort over een videoconferencing-systeem.

Op alle locaties van het FP in Amsterdam,

Den Bosch, Den Haag, Rotterdam en Zwolle

hangen lcd-schermen in de vergaderruimtes

en kan er vergaderd worden via deze

schermen. Zo heb je geen reistijden en toch

een persoonlijk contact met andere medewerkers

waarbij ook de non-verbale zaken

zorgen voor een effectieve manier van ver-

Licentie/vignetten-systeem op

SSR4OM

Het licentie/vignetten-systeem is nieuw

binnen het OM. Met “SSR4OM”, een site

van Studiecentrum Rechtspleging (SSR, het

opleidingsinstituut van de rechterlijke organisatie),

wordt alle informatie over vignetten,

opleidingen en loopbaanpaden voor

het OM inzichtelijk.

SSR4OM is bedoeld als ondersteuning bij

het samenstellen van persoonlijke en individuele

opleidingsplannen. De site is speci-

gaderen. Want met name de non-verbale

videoconferencing zorgt ervoor dat mensen

elkaar beter begrijpen waardoor een vergadering

effectiever wordt. Er kan op elk

gewenst moment vergaderd worden zonder

dat de medewerkers fysiek op dezelfde locatie

aanwezig hoeven te zijn. Een efficiënte

manier van omgaan met de tijd want door

de spreiding van de vestigingen in het land

ging er veel tijd verloren, en dat is nu verleden

tijd.Binnenkort ontvangen de parketten

nadere informatie over het expertisecentrum.

Landelijke dekking FSO’s compleet

Met de opening in juni van de FSO (Forensische Samenwerking in de Opsporing)

Haaglanden/Hollands-Midden (HHM) is de zevende en laatste FSO operationeel.

De landelijke FSO-dekking is compleet.

Binnen FSO HHM zullen twee forensisch adviseurs van de politie en twee forensisch

adviseurs van het NFI samenwerken bij het adviseren over en uitvoeren van forensisch

onderzoek.

De FSO’s blijken, door een actieve adviesfunctie in de opsporing, in staat om leemtes

in de forensische onderzoeksketen op te vullen. Het versterken van de forensische

samenwerking in de opsporing is een belangrijk punt uit het Versterkingsprogramma

Opsporing en Vervolging.

In de komende Opportuun verschijnt een artikel over het nut van de FSO’s voor het OM.

aal ontwikkeld en slechts intern toegankelijk

voor alle medewerkers van het OM. Dus

niet via internet bereikbaar.

Vind SSR4OM via de koppeling op

Omtranet2G, onder organisatie/personeel

en organisatie/opleidingen. Of via de link

op SSR extranetsite www.ssr.drp.minjus.

Op SSR4OM is ook het OM programmaaanbod

uit het totale SSR opleidingen- en

cursusaanbod te vinden.

Kortom

OR maakt de

toekomst

OM’ers denken mee in het project

“Wij maken de toekomst” dat de

Departementale Ondernemingsraad van

het Ministerie van Justitie dit voorjaar is

gestart.

In dit project geven niet de managers, maar de

medewerkers van alle Justitiesectoren aan hoe

het Ministerie van Justitie er in de toekomst

moet uitzien. Op een themadag zijn de hoofdthema’s

voor verandering inmiddels vastgesteld:

personeel, management, beleid, cultuur,

communicatie, veiligheid en organisatie.

Na het houden van vijf regionale bijeenkomsten

wordt een actieprogramma met verbetervoorstellen

gemaakt. Maart 2008 wordt

dat gepresenteerd aan het management, dat

daarna de verantwoordelijk voor de realisatie

van de verbetervoorstellen overneemt.

Gewelddadige

Krant

Geweld op school is het thema van de

VetVerkeerd Krant, de jongerenkrant van

het OM die 10 september op de mat ligt.

Officier van justitie Linda Dubbelman

vertelt in de krant: ‘Elke week heb ik wel

een paar rechtzaken die op school spelen.

Meestal gaat het om diefstal van kostbare

spullen, zoals een i-Pod of een mobiel. Of

ernstige vechtpartijen waarbij iemand helemaal

in elkaar is getrimd.’

Jongeren worden aan de hand van een echte

zaak uitgelegd wat het OM is en wat de officier

van justitie doet.

Tips?

Heeft u tips voor de rubriek KortOM?

Neem contact op met de redactie via

p.vermaas@om.nl of 070 3399840.


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 Nationale ombudsman 7

Een proportionele wijze

van aanhouden

In het kader van ernstige huwelijksperikelen

meldde een vrouw bij de politie dat haar

echtgenoot haar mishandeld had, maar zij

deed geen aangifte. De echtgenoot kwam

vervolgens uit zichzelf naar het politiebureau

om een verklaring af te leggen. Maar omdat

er geen aangifte was, werd zijn verklaring

ook niet opgenomen. Een paar maanden

later deed de vrouw uiteindelijk wel aangifte.

En daarop tekende de officier van justitie het

bevel om de man aan te houden.

Deze aanhouding vond om even voor zes uur

in de ochtend plaats in het huis van de man

waar zijn beide dochters van 14 en 15 jaar bij

aanwezig waren. De moeder had zich bereid

verklaard om de kinderen op te vangen,

maar daar voelden deze kinderen niet voor.

Uiteindelijk is de man veroordeeld tot een

voorwaardelijke werkstraf wegens mishandeling.

De man diende bij mij een klacht in.

Hij klaagde erover dat hij van het bed gelicht

was en niet was uitgenodigd om zelf naar het

politiebureau te komen. Omdat zijn vrouw

en hij al lang en breed uit elkaar waren en

de mishandeling vijf maanden daarvoor had

plaatsgevonden, was er volgens hem geen

acuut gevaar. De aanhouding was voor zijn

dochters een traumatische ervaring geweest.

In antwoord op vragen van mijn kant stelde

de minister van Justitie dat de aanhouding

overeenkomstig de wet was omdat betrokkene

verdacht werd van een strafbaar feit

waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Omdat het om huiselijk geweld gaat en dit

veelal stelselmatig plaatsvindt en daardoor

een hoog recidiverisico geeft, vragen

“deze zaken” om een krachtdadige aanpak.

Vermoed werd dat in deze zaak een uitnodiging

om bij de politie te verschijnen de verhouding

zou doen zou escaleren. Overigens

had volgens de minister de politie géén discretionaire

bevoegdheid om al dan niet aan

te houden.

Gelet op de belangen van de betrokken kinderen

vragen de woorden van de minister om

een kritische weging. De feiten logenstraffen

de kern van het verhaal van de minister. De

man had zich coöperatief getoond en was al

eerder zelf naar het politiebureau gegaan.

Bovendien ontbrak inderdaad de dreiging of

reële vrees voor escalatie. Het was daarom

proportioneel geweest om de man met een

uitnodiging in de gelegenheid te stellen zelf

naar het politiebureau te komen.

Blijft over de constatering van de minister

dat de politie geen discretionaire bevoegdheid

had, dus gegeven het bevel gehouden

was om de man van het bed te lichten.

Daarmee heeft de minister wel een punt.

De consequentie is echter vrij simpel: de

officier van justitie is verantwoordelijk voor

het beoordelen van de proportionaliteit van

een aanhouding buiten heterdaad. Daarom

moet de officier in ieder geval afzonderlijk

zich goed laten informeren en een weging

maken voordat hij zijn handtekening zet.

In dit geval had de officier aan het bevel de

voorwaarde moeten verbinden dat de man

eerst op het politiebureau uitgenodigd had

moeten worden. De politie treft daarom geen

blaam, maar wel de officier.

Alex Brenninkmeijer

Nationale ombudsman

Reageren?

alex.brenninkmeijer@nationaleombudsman.nl


8

Dodelijke

combinatie

De zaak tegen de ouders van baby Melanie

Een zaak is een zaak. En echt emotioneel wordt officier van justitie

Esther Baars niet van zaken waarin kinderen het slachtoffer

zijn. ‘Maar er is eigenlijk altijd iets aan elke zaak, dat je bijblijft.

In dit geval was het de combinatie van die twee mensen. Dat je

denkt: hoe is het mogelijk dat die elkaar gevonden hebben?’

Op 28 december 2005 meldt het Sophia

Kinderziekenhuis in Rotterdam dat er een

net drie maanden oud baby’tje is overleden.

Het kind is de dag ervoor binnengebracht,

en toen werd direct duidelijk dat baby

Melanie het slachtoffer was van fors geweld,

dat over een langere periode had plaatsgevonden.

De politie stelt een onderzoek

in waaruit blijkt dat de vader van het kind

de middag van 27 december alleen thuis

is geweest met het meisje. Hij wordt kort

gehoord als verdachte en vrijwel meteen

aangehouden.

‘Dit was voor Rotterdam een van de eerste

gevoelige zaken na de presentatie van

de maatregelen die voortkomen uit het

Versterkingsprogramma. Het ging om een

zaak van een heel klein kindje waarbij bijna

geen botje nog heel bleek. Er waren recente

en oude breuken, en al heel snel bleek dan

ook dat er niet slechts één middag heel fors

geweld was geweest, maar al een hele tijd’,

aldus Esther Baars. ‘We besloten daarom

alle verhoren op video op te nemen.’

Ook die van de moeder. Want het hele

team had het idee dat als moeder niet

zelf mishandeld had, zij het toch op zijn

minst gemerkt moest hebben. ‘Ze was er

ook meerdere keren op aangesproken dat

er vermoedens waren. Door het consultatiebureau,

de huisarts, een schoonzus.

Uiteindelijk zei ze in een verhoor dat ze het

gezien had. Bij de rechter-commissaris trok

ze dat later weer in.’

Ondertussen moest het kindje nog begraven

worden. De moeder had de begrafenis

geregeld. ‘Toen ik hoorde dat ze het mogelijk

toch wel geweten heeft, heb ik gezegd:

“Is ze helemaal besodemieterd? Aanhouden

dat mens!” Maar ik ben daar vanaf gebracht

door de officier in opleiding Dorien Kardol

met wie ik de zaak begonnen ben. Die vroeg

of dat echt nodig was, en of het voor de

nagedachtenis van het kind niet beter was

dat de moeder wel naar de begrafenis kon.

Uit fatsoen voor het kind, en ook vanwege

het belang van de overige familie, hebben

we ervoor gekozen de moeder pas na de

begrafenis aan te houden.’ De vader was

er niet bij, en heeft ook geen toestemming

gevraagd.

De vader nam inmiddels in verhoren volledig

de schuld op zich. Hij gaf aan dat

het hem zou verbazen als zijn vrouw iets

gemerkt had. Want de verzorging bleek,

ondanks het feit dat de moeder niet werkte,

bijna geheel op de schouders van de vader

te rusten. Baars wilde dan ook dat de beide

ouders tegelijk geobserveerd werden in het

Pieter Baancentrum (PBC). ‘Ik wilde zien

hoe de interactie tussen hen was.’

En die bleek funest voor Melanie. ‘Een zaak

waar een kind wordt mishandeld is al door

en door triest, ook voor de ouders. Maar

hier vond ik eigenlijk bijna nog triester het

feit dat twee mensen samen letterlijk een

dodelijke combinatie kunnen vormen.’

Vader bleek behoorlijk autistisch, maar

redelijk intelligent. Zijn overlevingsstrategie

was altijd maar toegeven. De moeder

wilde het kind niet verzorgen, wilde alleen

maar zelf verzorgd worden, en zou altijd de

oplossing kiezen die voor haar het best was.

De vader bleek verder een sadistische inslag

te hebben, en zou vanuit zijn stoornis

altijd een mechanische oplossing voor een

‘In- en intriest dat nou net deze

twee mensen elkaar tegen moesten

komen’

probleem zoeken. Baars: ‘Dus als een kind

huilt, zorg je dat het geen adem meer kan

halen, dan kan het ook niet huilen. Dus dan

perste de man letterlijk de lucht uit haar

longetjes.’

Omdat de moeder eigenlijk niet voor het

kind wilde zorgen, zette zij haar man ertoe

aan zich vaak ziek te melden.

Daardoor had hij een arbeidsconflict gekregen.

‘Hij ging die middag van de 27e door

het lint omdat de printer waarop hij sollicitatiebrieven

printte, vastliep.’


Officier Esther Baars: ‘Ik kon het niet afdwingen, maar ik vond dat de vrouw niet meer zwanger moest kunnen worden.’

Foto: Joop Reyngoud

Het advies van het PBC luidde: tbs met

dwangverpleging voor de vader. Voor de

moeder volgde een ander advies: vooral

nooit meer kinderen krijgen, want gegeven

het feit dat zij altijd - onbewust of niet - de

voor haar beste oplossing zou zoeken, zou

zij nooit een kind in bescherming nemen.

De kans op herhaling was zeer groot als de

moeder opnieuw een kind zou krijgen. Het

advies kwam erop neer dat de reclassering

ervoor moest zorgen dat moeder nooit meer

zwanger zou worden.

‘De reclassering kan dat natuurlijk niet’,

aldus Baars. Ze stuurde er dan ook op aan

dat de getuige-deskundigen op zitting

gehoord zouden worden. ‘Ik wilde weten of

ze misschien toch met een tbs-advies zouden

komen.’ Maar dat kwam er niet.

Vanwege onduidelijkheid over de verhoren

van de moeder werden inmiddels de zaken

van vader en moeder apart behandeld. In

oktober 2006 werd de vader na een eis van

zes jaar en tbs veroordeeld tot vier jaar en

tbs wegens doodslag en meerdere pogingen

tot doodslag.

De voorlopige hechtenis van de moeder

werd geschorst. ‘Ik wilde ook zien wat zij

deed als ze in vrijheid was. Binnen twee

Alles Afwegende 9

weken had ze weer via het internet een

nieuwe vriend, mét een kinderwens nota

bene!’

Uiteindelijk werd de zaak op 1 juni door de

rechtbank behandeld. Op de zitting erkende

de moeder dat zij niet voor haar dochter

gezorgd had zoals het zou moeten. En dat zij

de verantwoordelijkheid voor een baby’tje

kennelijk niet aankon. De moeder erkende

misschien een vaag vermoeden te hebben

gehad dat haar man hun kind mishandelde

maar dat ze daar niets mee had gedaan.

Op vragen van de rechters waarom ze niets

deed, volgden lange stiltes, of “Ik weet het

niet”. De vrouw zei zich te willen laten steriliseren.

Esther Baars vroeg een gevangenisstraf van

24 maanden waarvan acht voorwaardelijk,

met een extra lange proeftijd van drie jaar

waarin de reclassering de vrouw intensief

moest begeleiden. ‘Juridisch kon ik het niet

afdwingen, maar ik vond en heb dat ook zo

gezegd, dat een belangrijk aandachtspunt

in de relatie tussen verdachte en de reclassering,

moest zijn dat de vrouw niet meer

zwanger zou worden.’ Dat onderdeel van

het requisitoir kwam in enkele kranten als

harde eis. De rechtbank vonniste conform

wegens medeplichtigheid aan doodslag en

het opzettelijk onthouden van zorg en hulp

aan haar dochterje, maar de rechtbank zei

niets over het al dan niet zwanger worden

van de vrouw.

‘Ik heb gevloekt toen ik in het reclasseringsrapport

las dat ze alweer een vriend had,

met een kinderwens. Ik heb deze zaak afgesloten

met het gevoel dat we haar misschien

gaan weerzien. Hem valt iets te leren. Maar

haar karakter is gewoon zo.’

Tekst: Jeichien E. de Graaff


10

Bokser tegen bedrog

Han Moraal vreest verwording financiële integriteit

Toen hij toetrad tot het College kreeg hij “executie” in de schoot

geworpen. ‘Anders zou ik er om gevóchten hebben’, zegt Han

Moraal. Interview met een PG die de fraudebestrijding sterker

ziet worden, het OM-profiel wil oppoetsen, maar koffie drinkt uit

een politiemok.

‘Verontwaardigd was ik eerst. Waarom

moest de naar de advocatuur teruggekeerde

Hendrik Jan Biemond eind april in NRC

Handelsblad nu natrappen naar het OM?

Waarom nou zeggen dat het Functioneel

Parket een “leeg huis” was en dat de OM-top

fraudebestrijding “niet tot zijn core business

rekent”? Goed lezend zag ik ook wel dat

hij in dat interview veel positiefs zegt over

het OM en dat net dit ene stukje kritiek er

wordt uitgelicht. Dat had Hendrik Jan zelf

wel mogen bedenken. Aan de andere kant is

hij een professional die een gemeende zorg

kwijt wil, dus dat heb ik hem vergeven. Ook

wij wensen dat het sneller gaat, maar het

OM wás zijn probleem reeds aan het oplossen.’

‘Want als je mij tien jaar geleden de vraag

had gesteld of de aanpak van financieeleconomische

criminaliteit er bij het OM

bekaaid vanaf komt had ik nog “ja” geantwoord.

Maar inmiddels is er binnen het OM

voldoende aandacht voor de bestrijding van

fraude en witwassen, en voor ontneming

van crimineel vermogen.’

Die aandacht staat niet alleen als prioriteit

verwoord in bijvoorbeeld het OM-meerjarenbeleidsplan

“Perspectief op 2010”,

die aandacht wordt ook vertaald. Han

Moraal (51) wijst op de oprichting van het

Functioneel Parket, waarin de ooit versnipperde

kennis over fraude en milieu nu wordt

samengebald. Op de uitbouw van het FP

in Handhavingseenheden. Op de komst

van het Bureau Ontnemingswetgeving OM

(BOOM). Ook is er een aantal regioparketten

met een stevige fraude-afdeling.

‘Voor sommigen gaat het niet snel genoeg,

maar het is ook het College ernst dat de

inrichting van het FP op orde komt. Het

College heeft daarom enige tijd geleden een

headhunterbureau ingeschakeld om uit de

markt mensen met de juiste expertise binnen

te lokken. Zo zijn er dit voorjaar drie

mensen vanuit de financieel-economische

wereld het OM ingestroomd. Zij gaven aan

het belangrijk te vinden met de publieke

zaak bezig te zijn. Dat is ook onze kracht.

Qua salaris leggen we het soms af, maar qua

inhoud hebben we een streep voor.’


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007

‘Financieel-economische criminaliteit en

de relatie met de georganiseerde misdaad

bedreigt de Nederlandse samenleving, de

gezonde economische relaties én de integriteit

van financiële markten. Op dit moment

zijn die integer, maar als we niet oppassen

krijgen we een verwording en ontstaat een

verwevenheid tussen onder- en bovenwereld.

Als die integriteit teloor gaat daalt het

vertrouwen, nemen steeds minder mensen

open en zorgeloos deel aan het financieel

verkeer, en wordt de economie geschaad.

Buitenlandse bedrijven laten je links liggen

als het systeem niet integer is.’

Moraal weet echter dat de bestrijder van

bedrog opbokst tegen de bevechter van

bloed. ‘De gemiddelde politieagent of officier

begint zijn vak om “geweld en bloed” op

te lossen. Strijden tegen financieel-economische

criminaliteit wordt als vanouds niet

als sexy gezien. Gelukkig zijn er steeds meer

die de aanpak ervan niet alleen noodzake-

‘Hoe strikter de executie,

hoe preventiever de straf’

lijk vinden, maar er ook lol in hebben om

ingewikkelde zaken uit te pluizen. De waardering

groeit. Terecht dat het kabinet via

een “financieel economisch programma”

geld uittrekt voor deze vorm van opsporing,

mede als onderdeel van een intensievere

bestrijding van georganiseerde misdaad. Elk

jaar komen meer witwaszaken voor de rechter.

We zijn er nog niet, want je hebt gewoon

een minimum aantal deskundigen nodig,

anders blijf je een roepende in de woestijn.

Maar het punt waarop het wat wordt beginnen

we nu te naderen. Vorig jaar nog kostte

het BOOM veel moeite om ontnemingsofficieren

binnen te halen. Inmiddels is meer

bekendheid en waardering ontstaan en

worden vacatures makkelijker ingevuld.’

Bij het vermeerderen van kennis mikt

Moraal niet alleen op de markt. ‘Goed als

headhunters buitenstaanders binnenhalen,

maar we willen ook bereiken dat onze eigen

officieren en parketsecretarissen financieel-

economische zaken aantrekkelijker vinden.

Dat kan door hen op tijdelijke basis te detacheren:

ga eens kijken op een regioparket

met een stevige fraudeafdeling of op het FP.

Daarbij is het een voordeel dat het FP nu op

vijf plekken in het land is gevestigd.’

Zijn het de blauwe ogen? Is het de gemoedstoestand

zonder veel pieken of dalen? Hoe

dan ook, op de vraag wat het grootste misverstand

over Han Moraal is, antwoordt de

PG: ‘Mensen zien mij als iemand die weinig

emotie toont. Toegankelijk vindt men mij

wel, maar zonder veel emotie. Mensen die

mij beter kennen weten dat het niet klopt:

die emotie is er wel degelijk. Ik ken veel

vrolijkheid, minder boosheid en weinig

verdriet. Ik kan in mijn werk emotioneel

geraakt worden door een strafzaak. Zoals

toen ik naast het opgegraven lichaam van

een meisje stond, dat was vermoord omdat

ze haar vriend had afgewezen. Het gesprek

dat ik daarna met haar ouders over de

strafzaak had, ging me ook niet in de koude

kleren zitten.’

‘Of ik snap hoe zo’n misverstand ontstaat?

Tja, misschien komt het doordat ik vrij

gelijkmatig van stemming ben en wordt dat

vertaald als: weinig emotie. Nee, dat gelijkmatige

is geen houding die ik me aanmeet

omdat dat goed bij mijn functie zou passen;

ook daarvóór riep ik dat al op.’

Het OM verdient een sterker profiel; dat het

OM relatief onbekend is, stoort Moraal wel.

‘Veel burgers weten niet of nauwelijks wat

het OM is of doet. Sterker, toen ik vorig jaar

een lichting Raio-studenten mocht toespreken,

viel me op dat ook daar menigeen

geen besef had van wat het OM doet. Als

die het al niet weten...’, beëindigt Moraal

de zin voordat een emotionele uiting hem

zal ontglippen. Wat agenten, advocaten en

rechters doen - dat weet de burger in grote

lijnen. Wat een officier van justitie doet, is

Interview 11

al veel lastiger, zo merkt de PG op verjaardagsfeestjes.

‘Maar een term als “advocaatgeneraal

bij het ressortsparket” snapt bijna

niemand.’

Hoeft niet zo te blijven, meent Moraal.

Opkrikken, dat OM-profiel! Vertellen wat

we doen. Onterechte kritiek op ons niet

van de schouder laten glijden, maar direct

reageren. Tróts zijn. ‘In de publieke sector

kent het OM een niveau van effectiviteit en

efficiëntie waar menige ambtelijke organisatie

een puntje aan kan zuigen. Als je ziet

hoeveel zaken wij, met behoud van kwaliteit,

afhandelen, durf ik de stelling aan dat

we waar voor ons geld leveren.’

Maar terwijl Moraals missie over het OMprofiel

nog nagalmt, komt de anticlimax

als hij naar zijn cafeïnevrije koffie grijpt.

Een politiemok! Daarvoor had hij in zijn

boekenkast al gewezen op het stripboek De

Réchter. En hij wil advocáát zijn, althans:

‘In discussies mag ik graag advocaat van

de duivel spelen en een ander geluid laten

horen. Waarom? Geen idee, dat zal in de

aard van het beestje zitten. Maar uiteindelijk

– zo dichten anderen mij ook toe – ben

ik op zoek naar overeenkomsten en samenwerking.’

De klassieke loopbaanladder beklom

Moraal. Substituut-officier (’87) en officier

(’88-’94) in Rotterdam. Daarna “eersteklasser”

in Zwolle en fungerend hoofdofficier

(’96) voor de politieregio Flevoland. Twee

jaar later hoofdofficier in Groningen, om

eind 2003 hoofdofficier van AP Den Haag te

worden. Klinkt als carrièreplanning.

Toch, zegt Moraal, droomde hij nooit over

het PG-schap als ultieme carrièrestap.

Pas toen hij hoofdofficier van Den Haag

was speelde hij wel eens met de gedachte

wat hij daarna zou gaan doen. ‘Vanaf dat

moment zag ik mezelf ooit nog eens de

honderd meter overbruggen die het arrondissementsparket

van het Parket-Generaal

scheidt.’

Echt, eerder had hij er nooit over gedacht.

En nee, de vergelijking met voetballers die

er allemaal als F-pupil al van dromen ooit

het Nederlands elftal halen, gaat mank. ‘Wie

officier van justitie wordt, begint niet met


12

Moraal: ‘Wie niet de consequenties hoeft te dragen van fout gedrag, gaat daar toch gewoon mee door?’ Foto's: Gerhard van Roon

het beeld van managen op een hoofdkantoor

en met denken over beleid. Die wil zich

gewoon met strafzaken bezighouden; gaandeweg

merk je of managen bij je past. Zelf

ontdekte ik dat ik leiding geven leuk vind,

pas toen ik vanaf 1992 tot 1994 studeerde

aan de Nederlandse School voor Openbaar

Bestuur. Toen heb ik de knop omgezet naar

leidinggeven.’

In een opzicht kan de functie van PGschap

niet tippen aan die van HovJ, erkent

Moraal. De dynamiek van de strafzaken in

je “eigen” stad. Het contact met officieren.

Het directe sturen. ‘Maar daarvoor krijg

je de abstractere dynamiek in een meer

bestuurlijk-politieke omgeving voor terug,

in het Parket-Generaal dat een hoogstaande

professionele ondersteuning geeft. Dat is

niet minder leuk.’

Veel minder klassiek dan de loopbaan zijn

de portefeuilles die Moraal in het College

kreeg toegeschoven. Financieel-economische

criminaliteit dus. De beheerportefeuilles

huisvesting, besturing en business control.

En executie.

Tenuitvoerlegging van straffen, nóg zo’n

onderwerp dat niet de belangstelling krijgt

die een Versterkingsprogramma automatisch

ten deel valt. Niet op elk parket staan

mensen in de rij om executieofficier te

worden. Weer mag de nieuwe man zo’n

ondergewaardeerd onderwerp oppakken.

‘Helemaal niet erg’, zegt Moraal, die lid is

van het Landelijk Executie Overleg, want hij

heeft al jaren veel belangstelling voor executie.

‘Hoe zinvol zijn rechterlijke uitspraken

en OM-afdoeningen als het schort aan de

effectiviteit van de uitvoering? Iemand die

niet de consequenties hoeft te dragen van

zijn foute gedrag, gaat toch gewoon door

met dat gedrag? Nee, hoe strikter de executie,

hoe preventiever de straf werkt.’

Tegelijkertijd telt Moraal zijn zegeningen.

Het “dramatische” cellentekort in de jaren

negentig, is weggewerkt. ‘Aan de voor- en

achterdeur hoeven we niemand meer heen

te zenden. We kunnen juist met de politie

afspraken maken om meer te doen, zoals

acties om mensen die hun boetes niet betalen

te arresteren.’

‘En waar de executie in veel landen een

puinhoop is, beschikken wij over het CJIB,

dat wereldrecordhouder is in snel en efficiënt

zaken afdoen: 96 procent van de

Mulderzaken wordt door het CJIB afgedaan.

Door zijn efficiënte werkwijze kan het justitiële

incassobureau steeds meer executieonderdelen

voor ons doen zoals de routering

van de taakstraffen en van het toezicht op de

reclassering. Dat betekent: tenuitvoerlegging

in de gaten houden, rappelleren, en

afloopberichten naar het OM sturen en ons

inseinen als het niet goed gaat.’

Moraal wil de executie een impuls geven.

‘Op basis van de adviezen van de werkgroep-Korvinus

en de kansen die de

structuur van Geografisch Georiënteerde

Eenheden biedt, wordt de executie binnen

het OM geconcentreerd. Inmiddels heeft elk

parket een aparte executie-administratie

gekregen.’

Er wordt nu gebouwd aan CEDEX. Deze

centrale database executie ondersteunt een

centrale registratie van alle te executeren

en geëxecuteerde straffen, maatregelen

en OM-afdoeningen. Daardoor wordt het

berichtenverkeer binnen de justitieketen

gestroomlijnd. Betere informatievoorziening

leidt dan tot meer inzicht, en dus tot

meer snelheid en effectiviteit, voorspelt

Moraal. ‘Uiteindelijk zal de tendens zijn om

de executie steeds meer centraal af te doen,

via het CJIB of in een OM-onderdeel.’

Akkoord, hij kreeg “executie” vooral in handen

omdat die portefeuille na het vertrek

van PG Herco Uniken Venema vrijkwam.

‘Wat dat betreft, hoefde ik er niet eens om te

vragen. Maar ik zou er voor gevochten hebben.

Ik wil er met hart en ziel aan werken.’

Tekst: Pieter Vermaas


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 GPS 13

WaarOM?

Vraag 1

Inderdaad...Waarom ook alweer GPS?

Als je kijkt naar de grote hoeveelheden zaken die het OM te verwerken

krijgt, is het onvermijdelijk dat we digitaal gaan werken.

Bovendien is Compas aan vervanging toe.

Het voordeel van digitaal werken is dat iedereen, altijd en overal, bij

de dossiers kan. Iedereen beschikt zo over dezelfde informatie en je

kunt met meerdere mensen tegelijk aan hetzelfde dossier werken.

Logistieke wachttijden horen tot het verleden, dossiers of stukken

raken niet meer zoek en aanhoudingen op zitting worden beperkt,

omdat dossiers onderling niet meer kunnen verschillen. GPS maakt

bovendien digitale uitwisseling van informatie (berichtenverkeer)

met ketenpartners mogelijk.

Een ander voordeel is de werkstroombesturing. Dit zorgt ervoor dat

het werk op het juiste tijdstip aan de juiste medewerker wordt aangeboden.

Door beoordelingsondersteuning in het systeem krijgen

gelijke zaken een gelijke beoordeling.

Vraag 2

Wat betekent GPS voor de huidige manier van werken?

Voor officieren betekent werken met GPS dat je overal je zitting

kunt voorbereiden. Je kunt zelf kiezen wanneer en waar je je werk

doet, want het dossier is altijd beschikbaar. Zo ben je veel flexibeler.

Tijdens de behandeling van de zaak op zitting kan de officier de

voorbewerking en de zaakgegevens naast elkaar op het scherm zien

en bijvoorbeeld meelezen in het proces-verbaal.

Voor de administratief medewerkers betekent werken met GPS,

behalve alle genoemde voordelen, ook meer beeldschermwerk.

Dat is helaas onvermijdelijk als je digitaal gaat werken. Er is veel

aandacht voor de Arbo-aspecten. Zo worden bijvoorbeeld zoveel

mogelijk functietoetsen in GPS ingebouwd om het aantal muiskliks

te verminderen. De resultaten van een Arbo-onderzoek bij de pilots

door Achmea worden meegenomen bij de implementatie van GPS.

Vraag 3

Wat is nu de stand van zaken?

Het GPS-project bevindt zich op dit moment in een cruciale

fase. Sinds maart van dit jaar draaien er bij de CVOM en bij de

Rechtspraak en het OM in Amsterdam en Den Bosch pilots waar het

systeem in de praktijk wordt beproefd. Eind augustus worden de

pilots geëvalueerd. Naast deze evaluaties verschijnen ook rapporten

van onder andere ICTRO, Achmea (ARBO) en tijdsmetingen. Op

basis van al deze bevindingen neemt het College in september een

besluit over de landelijke uitrol.

Het project GPS is al begonnen met de voorbereidingen voor de landelijke

uitrol, op basis van startdata.

Vraag 4

Hoe wordt de landelijke uitrol op de parketten aangepakt?

Het projectteam heeft een draaiboek opgesteld voor alle activiteiten

die nodig zijn om op een locatie GPS in te voeren. Het draaiboek

beschrijft die aanpak in detail. Van het oprichten van een lokaal

projectteam en het opleiden van medewerkers tot het inrichten van

zittingszalen en het communiceren over alle veranderingen.

GPS wordt niet in één keer overal ingevoerd. Om de omschakeling

goed in de hand te houden, stapt telkens een klein aantal arrondissementen

tegelijk over op de behandeling van strafzaken met

GPS. Het implementatieteam kan deze locaties dan steeds zo goed

mogelijk begeleiden.

Met de arrondissementen wordt bepaald hoe, wanneer en in welke

mate de uitrol plaatsvindt. Hierbij wordt rekening gehouden met de

OM-afdoening en de ontwikkeling van de CVOM. Het College heeft

ingestemd met een voorlopig uitrolschema. De definitieve volgorde

van uitrol wordt verder uitgewerkt in overleg met de arrondissementen.

Vraag 5

GPS heeft een lange en turbulente geschiedenis. Is er nog

wel vertrouwen in GPS?

Het College en het project GPS hebben er vertrouwen in dat de

implementatie van GPS verantwoord is. Het College realiseert zich

tegelijkertijd dat er nog werk aan de winkel is. Op dit moment wordt

in kaart gebracht welke aanpassingen nog nodig zijn en wanneer

die worden uitgevoerd.

Vraag 6

Waar kan ik terecht met vragen over GPS?

Op de GPS-website (www.gps.drp.minjus) staat de meest actuele

informatie. Voor specifieke vragen is er een speciaal e-mailadres:

projectleiding@gps.drp.minjus.nl

Huidige en toekomstige gebruikers van GPS worden op de hoogte

gehouden via de landelijke GPS-nieuwsbrief. Deze staat op zowel

OMtranet als de GPS-website.

Tekst: Manon Nooteboom


14

‘Schiphol doet iets met mij’

Zes vragen aan Bote ter Steege

‘Schiphol is meer dan drugs en mensensmokkel.’ Foto: Karin Dekkers

Hij vloog van de politie naar de reiswereld en weer terug, om uiteindelijk

op Schiphol te landen als officier van justitie.

Zes vragen aan Bote ter Steege. ‘Ik geloof in samenwerken, in met

elkaar het “OM-product” neerzetten.’

Wie is Bote ter Steege?

‘Ik ben 45 jaar, getrouwd met Christine en

vader van 2 zonen van 7 en 9 - bijna 10 - jaar.

Ik werk sinds april 2006 bij het OM, ruim

een jaar nu. Een buitenstaander dus, ik heb

net mijn KB (koninklijk besluit) gekregen.

Als vader heb ik ook mijn zorgtaken thuis.

Mijn vrouw is senior purser bij de KLM en

is regelmatig van huis voor haar werk. We

wonen sinds 2000 in Alkmaar. En sinds vorig

jaar zit ik ook nog in de politiek. Op 16 maart

2006 ben ik gekozen tot gemeenteraadslid

van de PvdA. Het is best veel, maar het lukt

me door keuzes te maken en door goed voor

mijzelf te zorgen.’

Bote begint zijn loopbaan in 1982 als politieagent.

Al na één jaar op straat wordt hij

rechercheur. Eind ‘86, na vier jaar politie-

werk, neemt hij ontslag. ‘Ik had het op zich

prima naar mijn zin bij de politie, maar ik

dacht als ik dit tot mijn 58e moet doen word

ik gek. Ik ben toen in het buitenland gaan

werken. In Spanje als reisleider en ook als

skileraar in Oostenrijk. Echt een fantastische

periode, waarin ik veel heb geleerd.

Maar ik kijk er ook wel met de nodige

zelfspot op terug. Na twee jaar ben ik teruggegaan

naar Nederland en dat had alles te

maken met mijn liefde voor Christine.’

Terug in Nederland gaat Bote rechten studeren,

daarnaast werkt hij in deeltijd bij

de rijkspolitie Diemen/Duivendrecht. Zijn

laatste functie bij de politie is divisiechef

bij de regionale recherche Noord Holland

Noord. Helemaal een vreemde eend in de

OM-wereld is Bote niet, want tussen ver-

schillende politiefuncties in, van 1995 tot

1998, heeft hij bij parket Alkmaar gewerkt

als beleidsmedewerker “politiezaken”.

Waarom van politie naar OM?

‘Het korps Noord Holland Noord is echt een

heel leuk korps om voor te werken, maar

op een gegeven moment had ik het toch

niet meer naar mijn zin. Voor mij is het erg

belangrijk dat ik gelukkig ben in mijn werk,

dan kan ik ook mijn omgeving gelukkig

maken. De korpsleiding heeft mij de tijd en

de support gegeven om uit te zoeken wat

ik mijn verdere loopbaan wilde gaan doen.

Na zo’n leuke functie en mooie loopbaan

vroeg ik mij af wat ik de komende 22 jaar,

tot mijn pensioen, wilde gaan doen. Ik heb

een coach gezocht en ben de leergang persoonlijke

integriteit gaan volgen. Tijdens

die zoektocht bedacht ik mij dat ik destijds

rechten ben gaan studeren omdat ik officier

van justitie wilde worden. In november

2005 heb ik mij aangemeld bij de selectiecommissie

en ik heb de zware procedure

overleefd!’


OPPORTUUN Nummer 7– 2007 OMgeslagen 15

Wat heb je met Schiphol?

‘Op Schiphol ben ik perfect op mijn plek.

Ik ben gevraagd om te solliciteren op

parket Haarlem, vestiging Schiphol. In

eerste instantie had ik mijn twijfels. Over

Schiphol werd gezegd dat het saai zou zijn,

je bent “alleen maar” met bolletjesslikkers

bezig. Toen ik op de dag van het sollicitatiegesprek

aankwam op Schiphol zag ik de

vliegtuigen binnenkomen en weer opstijgen

en voelde een bepaalde “kriebel”.

Schiphol doet iets met mij, ik vind het een

bijzondere omgeving. Ik voelde mij niet

voor niets tot de reiswereld aangetrokken.

Drugs en mensensmokkel zijn natuurlijk

“core business” op Schiphol. Maar dat

werken op Schiphol saai zou zijn is absoluut

een misverstand. De teamleiding

heeft mij overigens al snel ingezet bij grote

opsporingsonderzoeken. Daarmee wordt

mijn behoefte om inhoudelijk bezig te zijn

ruimschoots vervuld, ik krijg hier veel kansen

om mijzelf te blijven ontwikkelen.’

Wat valt je op als buitenstaander aan het

OM?

‘Helemaal nieuw is het OM dus niet voor

mij na drie jaar op parket Alkmaar. Wat

mij opvalt, is dat er heel veel ten positieve

is veranderd in acht jaar tijd. De organisatie

is professioneler geworden, de sfeer

is informeler en meer open geworden.

Het OM houdt ook meer rekening met de

buitenwereld. Wat niet verandert is dat het

OM dicht op de politiek zit. “Wanneer het

in Den Haag rommelt, onweert het op het

parket”, vind ik een treffende uitspraak. In

die zin is het OM nog steeds het OM gebleven,

zelfs Hirsch Ballin is weer terug.’

Je bent lid van de zogenaamde "culture

club" van parket Haarlem. Je mag één

ding veranderen aan de cultuur op het

parket. Wat kies je?

‘De culture club is een enthousiaste

groep parketmedewerkers en is in het

leven geroepen door hoofdofficier Bob

Steensma ten tijde van de reorganisatie.

Een reorganisatie is een goed moment om

cultuur en gedrag op het parket kritisch

onder de loep te nemen. Bob Steensma

heeft de eerste stap gezet om van parket

Haarlem een sprankelender parket te

maken. Wat ik zou willen veranderen?

Wat mij betreft mogen we met elkaar wel

wat meer in de samenwerking komen. Ik

geloof in samenwerken, in met elkaar het

“OM-product” neerzetten.

Een officier van justitie kan niets zonder

goede voorbereiding, het is en het blijft

mensenwerk. Daarom zou ik willen bereiken

dat de parketmedewerkers meer gaan

samenwerken. Je moet dan weten waar

je professioneel voor staat en bereid zijn

daar met elkaar erover te praten. Elkaar

durven aanspreken en aangesproken durven

worden. En dan niet alleen negatieve,

maar juist ook positieve kritiek geven. Wat

samenwerking betreft is de politie een

paar stappen verder dan het OM.

Die ervaring breng ik mee naar het parket

en ik wil daar ook een duidelijke rol in

spelen. Ik heb er plezier in mensen wat

te leren. Maar ik realiseer mij ook dat een

cultuurverandering valt of staat met leiderschap,

en de voorbeeldfunctie van het

managementteam op een parket.’

Wat heb je aan vaardigheden als skileraar

en reisleider meegenomen naar het OM?

‘Ik heb veel geleerd in die periode. Ten eerste

om zelf mijn geld te verdienen, maar

dat is voor het OM niet zo relevant. Mijn

klantgerichtheid is één van de vaardigheden

die ik meeneem naar het OM. De

buitenwereld heeft voor mij een hoge prioriteit,

zoals het contact met slachtoffers,

politie en advocaten. Wat ik ook geleerd

heb is omgaan met mensen en spreken

voor grote groepen. En natuurlijk heb ik

goed leren skiën, daar heb ik nog steeds

plezier van.’

Tekst: Marget de Haas

OMgeslagen

Als de politie niet meer te vertrouwen is, tast

dit het hart van ons rechtsysteem aan. Dan

zijn we nergens meer. In die zin rechtvaardigt

het wel degelijk levenslange schorsing.’

Margo Somsen, ovj in Utrecht, reageert op stelling

: Politiemensen die meineed plegen moeten

definitief uit het ambt worden gezet.

Blauw, 9 juni 2007

‘Burgers worden nu systematisch op

afstand gehouden van hun rechtsstaat.

Onbegrijpelijke vonnissen, summiere verslaglegging

aan het publiek gaan gepaard

met arrogantie en zelfingenomenheid die ons

professorenrecht kenmerken. Men zaait onwetendheid

maar oogst wantrouwen.’

Joost Eerdmans, oud-Kamerlid voor de LPF,

pleit voor lekenrechtspraak.

Trouw, 14 augustus 2007

‘Wat wij doen, is – naast signaleren – de verblijfplaats

van langgestraften opsporen en

mogelijkheden onderzoeken om hem of haar

aan te houden, al dan niet in het buitenland.’

Simon Kooistra, senior parketsecretaris van

Team Executie Strafvonnissen (TES) over het

-sinds april 2007- officiële samenwerkingsverband

tussen politie en OM.

Blauw, 21 juli 2007

‘‘Er wordt echt niet veel vaker gemoord dan in

de jaren zeventig en tachtig, maar de maatschappij

eist zwaardere straffen, dus komen

die er.’

Tjalling van der Goot, strafrechtadvocaat van

het advocatenkantoor van de gebroeders

Anker reageert op het aantal veroordelingen

tot levenslange gevangenisstraf dat blijft toenemen.

De teller staat dit jaar al op negen, evenveel

als in het recordjaar 2006.

Het Parool 27 juli 2007

‘Het best beveiligde stadion ter wereld’

noemt de KNVB het nieuwe ADO-stadion in

Den Haag. Voor het eerst in Europa worden toeschouwers

geïdentificeerd aan de hand van een

gelaats-scan en een chip in de clubcard.

NRC Handelsblad 28 juli 2007

Samenstelling: Thea van der Geest


16

Illustratie: Sjaak Klunder

In gesprek met burgers

Hoogte van de straf centraal in forum

‘Waarom is dit circus eigenlijk,’ grapt een panellid. Twaalf mannen

en vrouwen uit het midden van het land zijn afgereisd naar

het OM-huis om daar hun mening te geven over een aantal OMrichtlijnen.

In een zoektocht naar hoe burgers denken over het

OM en de maatschappelijke acceptatie is een internet-enquête

gehouden en zijn vijf burgerpanels bevraagd.

Het is een vol programma. De eerste uren

zijn ingepland voor het onderzoeksinstituut

Verwey-Jonker. Deskundigen stellen de

panelleden nadere vragen over resultaten

van een eerder breed uitgezette internetenquête.

In beslotenheid worden de panelleden

gestructureerd bevraagd over strafhoogtes

en andere vormen van sancties.

Het onderzoek van Verwey-Jonker zal op

basis van de resultaten van de enquête en

de ervaring met burgerpanels een antwoord

geven op de vraag of en zo ja, op welke wijze

het OM in de toekomst gebruik kan maken

van burgerraadplegingen.

Na de lunch gaat het OM een uur in discussie

met de burgers.

Jack van Zijl (coördinator cluster wet- en

regelgeving van het Parket-Generaal) en

Susanne Terporten (officier van justitie in

Utrecht) zitten aan het hoofd van de lange

vergadertafel. De mensen zitten dicht naast

elkaar om toch verstaanbaar te zijn zonder

gebruik te maken van de vergadermicrofoons.

De sfeer is ontspannen, de tegenstellingen

groot. Jack van Zijl is de enige met

stropdas, de meeste panelleden in T-shirt of

blouse met korte mouw. Hier en daar is een

tatoeage zichtbaar.

Als Jack van Zijl uitlegt dat het OM in de toekomst

meer wil sparren met de burger, reageert

een van de leden: ‘We hebben de messen

nog niet getrokken, dus kom maar op.’

Waarop een ander in ongeloof uitroept: ‘Is

dit dan de eerste keer dat burgers gevraagd

worden?’

Van Zijl en Terporten leggen in het kort uit

wat een officier van justitie doet en welke

dilemma’s het OM kent.

‘Twee automobilisten zijn kwaad op elkaar.

Ze gaan elkaar te lijf bij het stoplicht. Er

wordt een klap gegeven. Moeten wij zo’n


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 Burgerforum 17

zaak vervolgen? Wordt het dan een transactie

of een dagvaarding?’

Al snel volgen vragen. ‘Kent het OM waarschuwingsgesprekken?’

Er wordt even fel gereageerd als blijkt dat

ook voorwaardelijke sepots opgenomen

worden in de justitiële documentatie. ‘Daar

kan ik dus geen invloed op uitoefenen,’ stelt

een panellid geïrriteerd vast.

Na wat gesteggel en uitleg over wat er uiteindelijk

in een verklaring van goed gedrag

staat wordt de voorgelegde mishandeling –

maar nu met alcohol op – behandeld. ‘Streng

straffen,’ vindt men. ‘Dronken verkeersdeelnemers

brengen anderen in gevaar.’

Voorbeelden waarbij alcohol in het spel was,

rollen over tafel. ‘Ik kende een buurman die

iemand in elkaar heeft geslagen. Daarvoor

had hij zich een stuk in de kraag gedronken.

Voor de rechter zei hij: ik was onder invloed,

ik wist het niet. Zo kreeg ie minder straf.

Maar het moet toch niet uitmaken of je wel

of niet met twee borrels op iemand slaat?’

‘Wat gebeurt er als een rechter afwijkt van

de eis?’ vraagt een panellid zich plotseling af.

Waarop een ander reageert: ‘Als het lager

uitvalt dan blundert het OM.’ Vormfouten

worden genoemd en veel panelleden zijn in

de veronderstelling dat die heel vaak worden

gemaakt.

Iemand vraagt aan Van Zijl en Susanne

Terporten of ze wel eens onderhandelen

over de strafmaat met de rechter. Daar wordt

door de OM’ers stellig op gereageerd; de

rechter is onafhankelijk en beslist zelf. Jack

heeft, toen hij nog officier van justitie was,

het zelf hooguit tien keer in zijn carrière

meegemaakt dat een rechter hoger vonniste

dan de eis.

‘Maar’, vraagt de volgende, ‘wat als de rechters

continue afwijken?’

Susanne Terporten: ‘Dan moeten wij ons

huiswerk overdoen.’ Ze legt uit dat rechters

juist ingewikkelde zaken anders kunnen

interpreteren. En dat het OM in hoger

beroep kan gaan tegen een vonnis. Het

panel luistert geboeid.

‘Maar hoe verklaren jullie dat iemand die

een kind heeft doodgereden maar een half

jaar krijgt en iemand die kerkbeelden jat

twee jaar?’ De officier antwoordt met een

tegenvraag: wat zijn de achtergronden?

Maar de vragensteller vindt dit te goedkoop.

‘Daar schermen jullie altijd mee’, vindt ze.

Nauwkeurig legt Van Zijl uit dat als een

drugsverslaafde als veelpleger te boek staat

het mogelijk is een ISD-maatregel op te leggen

die ook twee jaar duurt. En dodelijke

ongelukken zijn altijd moeilijk. Het kan je zo

overkomen.

‘Een kind rent achter een bal aan en jij rijdt

net voorbij. Je gaat niet voor de lol iemand

doodrijden,’ valt iemand hem bij. Iedereen

knikt instemmend en begrijpt de uitleg.

Toch blijft de hoogte van straffen onduidelijk.

Hoe kan een bankovervaller tien jaar

krijgen en een vrouw die haar eigen kind de

nek omdraait maar anderhalf jaar?

Maar ook hier zijn achtergronden te geven

die de straf rechtvaardigen. Is de moeder

honderd procent toerekeningsvatbaar? Is

ze verantwoordelijk voor haar eigen daden?

En er wordt ingegaan op TBS. Er is veel uit

te leggen, maar de panelleden zijn enthousiast.

‘Dat we dit nu nooit geweten hebben”,

verbaast zich iemand.

Toch blijft één mevrouw wantrouwend: ‘ik

begin al niet aan een aangifte. Daar vertrouw

ik niet op.’

Na die opmerking komt het slachtofferrecht

aan de orde: het slachtoffergesprek, het voegen

en het spreekrecht tijdens de zitting.

De uitleg brengt veel helderheid.

Een welbespraakt panellid dat tot nu toe

vooral de anderen observeerde, concludeert

dat er onduidelijkheden “existeren” over de

afwegingen van een officier van justitie.

Volgens hem is het raadzaam om in het

requisitoir meer aandacht te geven aan de

gedachtegang bij het komen tot een strafmaat.

Waarom wijkt men af van de richtlijn,

welke achtergronden spelen een fundamentele

rol? Steeds blijkt dat men bij nadere

uitleg het OM beter begrijpt. Ook de OM’ers

knikken instemmend en vinden het een

goed idee.

Afsluitend vertelt Jack van Zijl dat richtlijnen

door het OM worden gemaakt, waarbij rekening

wordt gehouden met de vonnissen van

rechters. Het OM wil nu ook breder kijken

en vraagt zich af wat de maatschappij er bijvoorbeeld

van vindt.

Waarop een panellid verbaasd reageert:

‘waarom vind ik niets terug van OM standpunten

op internetfora. Jullie richten je wel

op kranten, tijdschriften en tv, maar in de

nieuwe media ontbreekt het OM.’

Dan is het tijd. Een panellid stelt nog snel

een paar persoonlijke vragen aan de officier

van justitie. Een invalide vrouw wordt

de trappen van de entree van het OM-huis

afgeholpen. De voorstellen van het panel

worden nog even op een rij gezet: meer

uitleggen wat vormfouten zijn, wat een

strafblad is, hoe eisen tot stand komen en

‘Motiveer in jullie requisitoir

de strafmaat wat meer’

serieus kijken naar de mogelijkheden van

de nieuwe media. De OM’ers en de onderzoeksters

nemen er nog een overgebleven

lunchbroodje op: ‘Het ging erg goed’ concludeert

men.

Tekst: Thea van der Geest


18

Vakinhoudelijk omhoog

Nieuw Loon- en functiegebouw biedt niet-managers kansen

Als uitstekende officier wil je wel promotie maken, maar geen

manager worden. Wat nu, het OM verlaten? Hoeft niet langer. In

het nieuwe Loon- en functiegebouw kun je ook vakinhoudelijk

promoveren. ‘Een doorbraak’, meent PG Rieke Samson.

Stel, je bent al een aantal jaar officier van

justitie en al zeg je het zelf: je bent goed

bezig. Politie- en bijzondere opsporingsdiensten

hebben geen geheimen meer voor

je. Je hebt grote zaken gedraaid met alle

aandacht en druk die daarbij komt kijken.

Alle advocatentrucs zie je ver van te voren

aankomen. In de afgelopen jaren heb je

zoveel kennis verworven dat collega’s keer

op keer een beroep doen op jouw allround

OvJ-kennis, of juist op jouw kennis van

forensische opsporing, kwaliteit, of CIEwerkzaamheden.

Dat je waarde als staande magistraat is

gestegen zou je eigenlijk wel eens beloond

willen zien, en ook je partner laat subtiel

vallen dat jouw vrienden in het bedrijfsleven

“lekker gaan”. Moet jij ook niet hoger

op?

De ellende is: je wílt helemaal niet hogerop.

Want promotie tot OvJ 1e klasse betekent

managen. Maar je hebt genoeg zelfinzicht

om te weten dat je niet zo’n “people motivator”

bent. Dat je niet houdt van onderhandelen

met ketenpartners, van leidinggeven

aan professionals, van groepsgericht

leiderschap, en van processturing, planning

& control en financiën. Moet je nu voor

die paar euro extra de managerial ladder

omhoog, om binnen de kortste keren met

buikpijn en burn-out verschijnselen naar

beneden te buitelen? Asjeblieft, laat jou nou

maar je vakinhoudelijke ding doen.

Al in de tachtiger jaren - ‘toen ik nog een

jonge officier was’ - voelde huidig procureur-generaal

Rieke Samson-Geerlings

de onvrede over het “rangenstelsel” voor

rechterlijke ambtenaren bij ZM en OM. ‘Als

jonkies zeiden we tegen elkaar, deels grappend

deels serieus: een officier 1e klasse

is een officier die minder doet en meer

betaald krijgt. Terwijl een eersteklasser niet

een zwaardere verantwoordelijkheid heeft

dan wij.’

‘Eindelijk is er een doorbraak naar een fúnctiestelsel’,

zegt de PG. ‘Kon je als officier tot

nu toe alleen maar carrière maken door het

management in te gaan of door AG te worden,

vanaf nu kan dat ook door vakinhoudelijk

te excellereren en door te groeien.’

De PG wijst op het nieuwe “Loon- en

Functiegebouw Rechterlijke Macht OM”,

een uitwerking van het CAO-akkoord

dat Nederlandse Vereniging voor de

Rechtspraak (werknemers) sloot met

het College van PG’s, de Raad voor de

Rechtspraak en het Ministerie van Justitie

(het trio werkgevers).

Dat functiegebouw wordt allereerst opge-

trokken voor de vakinhoudelijke rechterlijke

ambtenaren. Onderin dat vakinhoudelijk

huis “woont” de plaatsvervangend

OvJ. Een verdieping (en dus een schaal)

hoger staan de substituut OvJ en de OvJ

Enkelvoudig. Weer een laag hoger staan de

OvJ, de OvJ forensische opsporing en de OvJ

informatie. Daarboven komt een woonlaag

met de Senior OvJ, de Senior OvJ Kwaliteit,

de Senior OvJ Recherche, de Senior OvJ

Forensische Opsporing, de Senior OvJ

Informatie. In de top van het vakinhoudelijke

gebouw zitten de Senior A OvJ en de

Senior A OvJ Recherche. Voor wie, daar aangekomen,

verder wil promoveren, resteren

vooral managerial OM-functies: plaatsvervangend

hoofdofficier van een groot parket,

fungerend hoofdofficier, hoofdofficier,

hoofdadvocaat-generaal, lid van het College

van PG’s, en Collegevoorzitter. Voor de senior

A die toch vakinhoudelijk wil promoveren,

is er nog de AG bij de Hoge Raad en PG

of plaatsvervangend PG bij de Hoge Raad.

Het Ministerie van Justitie heeft middelen

Van officier informatie naar senior ovj

Je vindt jezelf een goede informatie-officier, maar ben je gekwalificeerd genoeg om

senior informatie officier te worden? Opportuun legde de twee “kernfunctiebeschrijvingen”

naast elkaar. Een greep uit de verschillen. Oordeel zelf waar je staat.

De informatie-officier coördineert informatie-inwinning naar dadergroepen en branches.

De senior informatie-officier coördineert informatie-inwinning naar dadergroepen en branches

met complexe criminele patronen en omvangrijke risico’s.

De informatie-officier analyseert voorgelegde situaties en feiten.

De senior informatie-officier maakt diepgaande, veelsoortige analyses van situaties en feiten.

De informatie-officier onderhoudt interne en externe operationele en tactische netwerken.

De senior informatie-officier onderhoudt landelijke en strategische netwerken.

De senior informatie-officier heeft dezelfde functiegebonden competenties als de informatie

OvJ, plus “visie”.

De senior informatie-officier heeft dezelfde essentiële vaardigheden als de informatie-OvJ,

plus: het kunnen maken van diepgaande, veelsoortige analyses; scenario-/strategiedenken;

maken van complexe risicoafwegingen.


OPPORTUUN Nummer 6 – 2007 Nieuw Functiegebouw 19

PG Rieke Samson: ‘Eindelijk een doorbraak naar een functiestelsel.’ Foto: Gerhard van Roon

beschikbaar gesteld om binnen het OM

zwaardere vakinhoudelijke functies beter

te betalen. Binnen de bestaande hoeveelheid

FTE worden senior en senior A functies

gecreëerd. Het College van PG’s heeft inmiddels

71 senioriteitsfuncties toebedeeld

aan de parketten. Lokale parketten krijgen

één senior functie, regioparketten en het

BOOM krijgen er twee, bovenregionale

parketten krijgen er drie, de “grotestedenparketten”

Amsterdam, Rotterdam en Den

Haag krijgen er zeven, en het Landelijk

Parket en het Functioneel Parket krijgen

er tien. Rieke Samson: ‘Daarnaast hebben

we nog 14 senioriteitsplaatsen in reserve

voor extra behoefte. Zo vindt bijvoorbeeld

parket Utrecht dat het in vergelijking met de

grote steden slecht is toebedeeld; het parket

meent dat het dezelfde grotestedenproblematiek

heeft. Dat zou een kansrijke gedachte

kunnen zijn. Het College heeft gezegd:

onderbouw jullie behoefte aan een of twee

extra senioriteits-FTE’s maar eens.’

‘Overigens, elk parket moet onderbouwen

hoe het de toebedeelde senioriteit

gaan invullen: waarom heb je als parket

bijvoorbeeld een zedenofficier op seniorniveau

nodig? Elk parket moet die keuzes

verwerken in een aangepast Organisatie- &

Formatierapport en dat voor 1 september

naar het College sturen.’

Kampt het OM met problemen op de

arbeidsmarkt? Moet het nieuwe Loon-

Functiegebouw voorkomen dat de

“Biemonden” het OM verlaten? ‘Nee’, zegt

Samson na enig nadenken. ‘Er vliegt wel

eens wat uit, maar niet in die mate dat

dat nou zo’n groot probleem is. En dat

uitvliegen is zeker niet de directe aanleiding

tot het loon- en functiegebouw. De

“Biemonden” houden en halen we met dit

nieuw LoFu-gebouw ook niet binnen hoor,

daarvoor is het salarisverschil te groot.

Tegelijkertijd is het LoFu-gebouw wel een

stimulans om vakinhoudelijk door te groeien.

Als organisatie laat je ermee zien dat je

het waardeert als mensen zich doorontwikkelen

en laat je zien dat bij een zwaardere

functie ook een hogere beloning past.’

Dat juristen buiten het OM meer verdienen,

betwijfelt de PG. ‘Dat zou best eens kunnen

meevallen. Kijk, de “Biemonden” - talenten

op een terrein waarvoor de markt veel

betaalt - dat zijn er ook natuurlijk ook maar

enkelen, hè? Ik vermoed dat rechterlijke

ambtenaren er helemaal niet slecht vanaf

komen. Maar dan neem ik eigenlijk een

voorschot op iets wat nog moet worden uitgezocht:

onderdeel van de CAO-afspraken is

dat er een onderzoek komt naar de life time

salarispositie, inclusief bijvoorbeeld pensioenopbouw,

van rechterlijke ambtenaren.

Dat wordt vergeleken met wat advocaten,

notarissen, bedrijfsjuristen en belastingadviseurs

verdienen.’

Voor de rijksambtenaren binnen het OM

gaat het nieuwe LoFu-gebouw niet minder

op de schop. ‘Het LoFu-Rijk is zwaar verouderd’,

zegt Samson. ‘Het gevolg van Het OM

Verandert is dat er door het hele OM-land

dezelfde en nieuwe functies zijn ontstaan.

Tegelijkertijd is er binnen het OM steeds

meer aandacht gekomen voor beleidsmedewerkers

en zijn parketsecretarissen doorgegroeid.

Het LoFu Rijk is trouwens van een

hele andere orde van grootte: bij de onderhandelingen

voor deze “niet-sectorspecifieke”

functies zit alleen de minister van BZK

als werkgever aan tafel. Als OM kunnen we

alleen de functies goed beschrijven, zodat

ze passen binnen het functiestelsel van het

rijk en daar op de goede plek terecht komen.

Er zijn al heel wat functies beschreven, zoals

die van managementassistente en beleidsmedewerker.

Maar door de invoering van

GPS - dat invloed heeft op de aard van

de functies - is er nu een pas op de plaats

gemaakt. Het is nog niet duidelijk hoe GPS

inwerkt op de functies van parketsecretaris

en administratief-juridisch medewerker op

schaal 7.’

Uiteindelijk, zo denkt Samson, zal het nieuwe

LoFu-gebouw ook tot een beter presterende

organisatie leiden. ‘Promotiekansen

geven mensen een impuls om zich vakinhoudelijk

door te ontwikkelen. Het geeft

waardering en draagt eraan bij dat mensen

zich er thuis voelen. Dat kan toch alleen

maar leiden tot kwaliteitsverbetering?’

Tekst: Pieter Vermaas


20

Janneke Visser behandelt zestig tot tachtig beroepszaken in haar driedaagse werkweek. Foto: Marleen Noordergraaf

Werk in uitvoering

CVOM-zittingsvertegenwoordiger in de rechtszaal

Per jaar verstuurt het Centraal Justitieel Incasso Bureau twaalf

miljoen acceptgirokaarten. Bijna vierhonderdduizend overtreders

dienen tegen deze administratieve sanctie een beroepschrift in bij

de officier van justitie. Daarna besluiten nog eens veertigduizend

mensen nogmaals beroep in te stellen, maar nu bij de kantonrechter.

Zeven zittingsvertegenwoordigers van de Centrale Verwerking

Openbaar Ministerie (CVOM) reizen door het hele land om

namens het OM op de kantonzitting op te treden. Janneke Visser

is een van die zittingsvertegenwoordigers. Dat de centrale verwerking

van de Mulderzaken soms ter discussie staat in de rechtszaal

merkt ze ook vandaag in Amersfoort.

Secuur wordt de tafel door de zittingsvertegenwoordiger

van de CVOM in kaarsrechte

lijn gezet met de tafel van de overtreder. De

zittingsvertegenwoordiger zit doorgaans

niet op de gewone plek van de officier

van justitie en heeft ook geen toga aan. Ze

neemt, net als de overige betrokkenen, in

burgerkleren plaats tegenover de rechter.

Janneke Visser schenkt nog een bekertje

met water in, legt de stapel dossiers recht en

neemt plaats. Als ook de griffier en de kantonrechter

op het podium klaar zijn kunnen

de eerste vijf zaken in sneltreinvaart worden

behandeld.

‘Goede morgen, komt u verder. Neemt u

plaats,’ zegt de rechter tegen de mensen die

binnen worden gelaten door de bode.

Voor de eerste zaak is door de overtreder

een televisie aangevraagd om zijn zaak te

bepleiten. Naast het podium prijkt een aangesloten

toestel, maar bij navraag door de

griffier blijkt de betrokkene niet gekomen.

Voor de tweede zaak neemt een echtpaar

plaats achter de tafel. Janneke Visser knikt

even opzij. De kantonrechter legt de familie

voor dat ze in beroep zijn gegaan tegen de

beslissing van de officier van justitie en dat

het een parkeerovertreding van 50 betreft.

De vrouw schuift papieren door naar haar

man die het woord neemt.

‘Ik kreeg een boete voor parkeren zonder

vergunning, maar ik was huisraad aan het

uitladen op een soort oprit van een kantoorpand.

Onze dochter woont daar als antikraak.’

Foto’s van de betreffende plek heeft

meneer toegestuurd bij het schriftelijke

beroep. De rechter bladert door het dossier.

‘Dan geef ik nu het woord aan de gemachtigde

van de officier van justitie’. Het gaat

er in Amersfoort formeel aan toe. Janneke

dankt de kantonrechter voor het woord, en

draait zich naar het echtpaar toe. Ze staat

niet op als ze de betrokkenen toespreekt.

Zelf heeft ze ook twijfels over de feitcode

van de overtreding. Die kan op zitting nog


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 Zittingsvertegenwoordiger 21

gewijzigd worden, maar omdat dit in zo’n

laat stadium is ontdekt, “verzoekt” ze een

halvering van de administratieve sanctie.

Zittingsvertegenwoordigers “eisen” namelijk

nooit, maar geven het standpunt van de

officier van justitie weer.

‘Ik zal er over nadenken’, zegt de kantonrechter

na het weerwoord gehoord te hebben.

‘Binnen veertien dagen kunt u antwoord

verwachten. Dank u wel.’

Het echtpaar verlaat de zaal strak gearmd,

alsof ze elkaar overeind moeten houden.

De volgende gedragingen waartegen beroep

is ingesteld zijn 130 voor het niet stoppen

voor rood licht, 90 voor een ondeugdelijke

stuur- en reminrichting, nog een rood licht

en geen geldig APK-keuringsbewijs voeren.

Een man probeert met bravoure de rechter

te overtuigen van zijn gelijk. ‘Als iedereen

op de rechterweghelft van de snelweg zich

aan de maximum snelheid houdt, moet

links wel harder om in te halen. Zo logisch

als wat.’ Maar de zittingsvertegenwoordiger

blijft bij haar standpunt, te hard is te hard.

‘Mijn man is hartpatiënt en daarom neem

ik het woord, zegt een bejaarde vrouw. Ze

houdt een door haar aangelegd dossier in de

hand. ‘Ik kan de zaak niet loslaten, meneer

de rechter’ en ‘het is niet bevorderlijk voor

de gezondheid van mijn man.’

Ze heeft de krant ingeschakeld, want niet

de bekeuring, maar de toenemende drukte

op de weg is haar een doorn in het oog. ‘Alle

kinderen moeten na school over diezelfde

weg om zwemles te krijgen,’ zegt ze ferm.

Als de rechter vragen stelt, hoort ze hem

niet. Ze heeft het over vormfouten, over dat

ze moest huilen toen de politie haar onheus

bejegende, dat ze Koning Klant in gaat schakelen,

en sluit af met dat ze nooit een boete

heeft gekregen “want zo zijn we niet” en

bedankt de rechter voor het luisteren.

Janneke Visser brengt de termijnoverschrijving

in deze zaak aan de orde. De rechter

kan de originele beslissing van de officier,

uitgedraaid op een paarskleurige brief van

het CJIB, niet vinden. De zittingsvertegenwoordiger

legt uit dat de originele brief

nooit wordt toegevoegd, maar dat de tekst

ervan als uitdraai van Compas wel in het

dossier zit.

‘Het moet wel allemaal in orde zijn,’ laat

de rechter zich even naar de zittingsvertegenwoordiger

ontvallen om zich daarna tot

de vrouw te wenden: ‘ik zal er ernstig over

nadenken. U hoort binnen veertien dagen

over mijn beslissing.’

Regelmatig komt ter zitting de termijnoverschrijding

van het instellen van beroep aan

de orde. De rechter benadrukt dat buiten

redelijke twijfel moet vaststaan dat de

betrokkene bekend was met de beroepstermijn

en dat daarom een kopie van de CJIBbrief

in het dossier moet zitten.

‘Ik begrijp dat de massale verwerking een

efficiëntieslag betekent voor het OM,’ stelt

de kantonrechter, ‘maar we moeten ons wel

houden aan de wettelijke bepalingen.’

Ook over de kwaliteit van de beoordeling

wordt wel eens gemord. Janneke Visser kent

de gevoeligheden.

Maar voordelen van de gecentraliseerde

werkmethode komen op deze zittingsdag

ook aan het licht.

Leden van een vereniging voor oude oorlogsvoertuigen

blijken door het hele land

consequent in beroep te gaan. Ook vandaag

legt een keurige heer in poloshirt uit waarom

hij geen APK-keuring voor zijn oude

bolide heeft.

‘Op de website van de Rijksdienst voor

Wegverkeer was te lezen dat de APK-keuring

van auto’s met bouwjaar van voor 1960 is

afgeschaft,’ geeft hij als verweer. De CVOM

onderzocht dit nadat er door de centrale

verwerking, meerdere zaken waren gesignaleerd.

Het bleekt dat de Rijksdienst voor

Wegverkeer schreef over een “voornemen”

om de APK af te schaffen. Nu worden alle

zaken hetzelfde - door één OM - beoordeeld.

De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het

beroep ongegrond te verklaren.

Zaken volgen elkaar op: parkeerproblemen,

ongeziene verkeersborden, snelheidsovertredingen

door noodsituaties en de altijd

hoopvolle argumenten maar achteraf altijd

oneigenlijk ingebrachte vormfouten. Een

advocaat vraagt om het beroep gegrond te

verklaren, omdat zijn cliënt opgenomen

is in een psychiatrische inrichting en zelf

niet meer weet hoeveel auto’s op zijn naam

staan. ‘De man is zwakzinnig’, pleit de advocaat.

In een andere zaak wordt stilgestaan bij de

tragedie van het zomerautootje dat in een

door brand verwoeste berging stond. ‘Ik

kon nog net mijn auto uit de vuurzee redden.

Er was nog geen tijd geweest voor een

APK-keuring.’ Maar bij doorvragen door

de zittingsvertegenwoordiger blijkt dat de

auto al meer dan een half jaar voor de brand

gekeurd diende te zijn.

Er wordt geklaagd over de onzorgvuldigheid

van een verbalisant: ‘Ik heb een groene

Toyota en hij schrijft een blauwe Mercedes

op. Over de slechte bejegening: ‘Hij zei

vrouwtje tegen mij.’ En er wordt geklaagd

over het OM: ‘Waarom krijg ik geen antwoord

op de brieven. Waarom ben ik anderhalf

jaar later hier, terwijl ik alles al heb

uitgelegd.’ En een meneer die het opneemt

voor iedereen: ‘Mensen hebben vaak het

gevoel dat onze brieven niet worden gelezen.

Janneke Visser behandelt zestig tot tachtig

beroepszaken in haar driedaagse werkweek.

Collega’s die fulltime in dienst zijn, werken

gemiddeld honderddertig zaken per week af.

Deze rechtbank houdt het strak georganiseerd.

Als Janneke Visser een mevrouw in de

rechtszaal op haar gemak wil stellen door te

vertellen dat ook zij op diezelfde plaats een

keer een beschikking heeft gekregen voor

foutparkeren, omdat zij het parkeerverbodszonebord

over het hoofd had gezien,

is dat niet aan dovemansoren. De rechter

meldt direct: ‘De persoonlijke omstandigheden

van de gemachtigde van de officier

van justitie buiten beschouwing latend....’

Dat de rechters in Amersfoort niet direct

een uitspraak doen vindt Janneke Visser

jammer. Of de rechter haar standpunt volgt,

zou ze achteraf moeten opzoeken.

De laatste zaak van de ochtend betreft een

beschikking van 130 voor het negeren van

een rood stoplicht. De betrokkene is op

kenteken geverbaliseerd, er is dus geen foto

van de gedraging gemaakt. Een echtpaar is

helemaal uit Haarlem afgereisd om gedocumenteerd

uit te leggen dat zij het echt niet

geweest kunnen zijn. ‘We komen nooit in

Amersfoort.’

‘Omdat u zoveel moeite heeft gedaan,’ zegt

Janneke Visser, ‘heeft u mij voldoende aan

het twijfelen gebracht, al is uw verhaal niet

helemaal waterdicht. Ik geef u het voordeel

van de twijfel.’ Ze verzoekt het beroep

gegrond te verklaren.

Tekst: Thea van der Geest


22

Personalia

Arrondissementsparket Arnhem

In: Linda Hoestlandt (managementassistente)

Andrea Vloedbeld, Ingeborg Muller , Ine Meulendijks

(officier van justitie)

Freek Spruijt (wetenschappelijk onderzoeker)

Frans van Delft (BIV-medewerker)

Joep Beerens (applicatiebeheerder)

Edwin Vink (financial controller)

Faiga Boerboom (administratief medewerker)

Natalie Scholten (criminoloog)

Uit: Marloes Zewald

Ressortsparket Arnhem

In: Albert Hazelhoff (plv. hoofdadvocaat-generaal)

Sarah Keizer, Mark Lauriks, Sabine van den Brink

(secretaris)

Martina Bijker-Veen (advocaat-generaal)

Randy Geluk (front office)

Guido Roording (informatiespecialist)

Switch: Paul Everaars (nu plv. hoofdadvocaat-generaal, Alkmaar)

Anouk van de Kerkhof (naar front office)

Uit: Cora Pieffers, Audrey Bulsink, Celina Pas, Sven Brinkhoff

Arrondissementsparket Den Haag

In: Angelique Hoogduin (beleidsmedewerker BIV)

Dounia Benammer, Martijn Egberts,

Hendrik-Jan Talsma (officier van justitie)

Tineke Geertsema (specialistisch beleidssecretaris)

Haitske Bouwmeister (senior parketsecretaris)

Jeanette Theunisse, Jesse van der Kuijk

(sr. administratief medewerker)

Bob de Baedts (hoofd bedrijfsvoering)

Eva Bloem (parketsecretaris)

Switch: Vincent Benner (naar parket Haarlem)

Chris van Dam (naar parket Haarlem)

Sander van der Aart (naar rechtbank Den Haag)

Carlo Calabrò (naar Schadefonds Geweldsmisdrijven)

Uit: Farid Lahri

Arrondissementsparket Dordrecht

In: Ludwina Sprok (parketsecretaris)

Jessica Spengen (RAIO)

Mirjam Schavemaker (administratief medewerker)

Nanet Oosterveld (RAIO)

Uit: Antonette Markus

Arrondissementsparket Maastricht

In: Dagmar Hofman, Ellen Mingels-Bonfrère, Nicky

Koumans, Kim Brouwers (administratief medewerkers)

Claudia Cappetti (gedetacheerd naar rechtbank),

Uit: Louisa Taihutu, Vivian Lommen, Marisca Zambon,

Jorick Schreurs

Personalia

Arrondissementsparket Utrecht

In: Marianne van Ling (sectiechef maatwerkzaken)

Joey Tuinenburg (administratief medewerker)

Switch: Rolf Eigeman (recherche-officier LP)

Carla van den Broek, Kirsten Romijn - Jaspers

(naar CVOM)

Mieke Bongaerts (naar gerechtshof Den Haag)

Femke Willems (naar rechtbank Rotterdam)

Uit: Anita Verwoerd - van Dieten, Dina Al Abbasy, Ilham

Moumen, Farah maimouni

Arrondissementsparket Zwolle- Lelystad

In: Wilbert Tomesen (hoofdofficier van justitie)

Hilde Dam (adm. juridisch medewerker)

Marlene Kartodikromo, Bert van der Sluis

(sr. administratief medewerker)

Simon Kooistra, Amy Maduro (parketsecretaris)

René Merema (P&O adviseur)

Switch: Arend Vast (naar Eurojust)

Carolien Veenman (naar parket Alkmaar)

Ingeborg Muller (naar parket Arnhem)

Steven Cotino (naar FP Amsterdam)

Uit: Jolanda de Kleine-Zomerdijk, Joëlla Baal, Joke Faber-

Brugman, Lique van Donselaar

Landelijk Parket

In: Gert Veurink (officier van justitie)

Thijs Cuppen (stagiaire)

Ton Maan (teamleider TIOC)

Switch: Henk van der Meiden (plv. hoofd advocaat-generaal

ressortsparket Den Bosch)

Marianne van Ling (naar parket Utrecht, teamleider)

Mariska de Boer (naar team Rotterdam, adm.medew.)

Alexander van Dam (naar parket Haarlem,

kwaliteitsofficier)

Roger Lambrichts (naar parket Rotterdam, teamleider)

BVOM

In: Bart de Jong (adviseur projectontwikkeling)

Uit: Miranda Westeneng

CVOM Utrecht

In: Giordano van der Pol, Seher Dou, Suzan Hutter, Katrien

van Es-Puskina, Malika Tabte, Aïssatou Diallo, Jaimy

Roeleveld, Latifa El Arbaji, Zineb El Moudden, Claudia

Pauletti, Tessa de Leeuw, Suli Ignatia, Usha Mahabier,

Albert Koffeman, Richard Lopulalan, Manon Luskus,

Edith Meijer (administratief medewerkers)

Marco van der Grient, Rens Beeren, Marlies van der Niet,

Sanne Smorenburg (administratief beoordelaars)

Gerrit van Bruggen (adm. juridisch medewerker)

Switch: Kirsten Jaspers-Romijn (van parket Utrecht)

Michaël Okoe (van parket Breda)

Inneth Pengel (van parket Amsterdam)

Irene Sewnandan-Somaroe (naar parket Rotterdam)


OPPORTUUN Nummer 7– 2007 Personalia 23

Uit: Naomi Bakker, Julitta Beerthuizen, Leonie van Es,

Helga Faber, Ilona Graauwmans, Marina Huijm

Lazarenko, Femmieke Jonkman, Ronald de Joode, Malou

Kaplanian, Miranda Nieuwenhuizen, Joshua Patty, Irene

van Ramshorst

Parket-Generaal

In: Terrence Bergwijn (facilitair beheerder)

Afef Ismail (secretaresse BMO)

Johan Dael (Functioneel Beheerder Webbureau)

Jenny Laros (Projectadviseur)

Seema Rambhajan (auditor)

Sanne Kuijpers (coördinator facilities)

Henny van der Harst-Mertens (medewerker D&R, BMO)

Anouk Voermans (senior beleidsmedewerker,

Handhavingsbeleid)

Nathalie van Bakel (beleidsmedewerker P&C, B&B)

Switch: Anouk Voermans (van Functioneel Parket, nu

sr. beleidsmedewerker Handhavingsbeleid)

Juriaan Simonis, Astrid Lotte (naar Wetenschappelijk

Bureau OM)

Danny Mosselman (naar DVOM-f)

Uit: Lianne Bertens, Monica ten Hagen, Bas de Waal,

Arthur Verheij

Wetenschappelijke Bureau OM (WBOM)

In: Alex Bood (onderzoeksbegeleider, wetenschappelijk

Bureau)

Martin Apistola (kennismanager, wetenschappelijk

Bureau)

Arrondissmentsparket Zutphen

In: Mr. L.C.P. Goossens (hoofdofficier van justitie)

Suzanne ten Brink (schadebemiddelaar Slachtofferzorg)

Nikky Kwakkel (administratief medewerker jeugdzaken)

Uit: Sophie Laarman

2 e etage

Monica ten Hagen: Carrière-switch

Op 15 juli heeft Monica ten

Hagen ontslag genomen.

Ze laat zich omscholen tot

docent Duits.

Vier jaar heeft ze voor de

afdeling Bestuurlijke en

Juridische Zaken van het

Parket-Generaal gewerkt.

Ze behandelde lastige zaken

waarbij de politieke verantwoordelijkheid

van de minister

voor het OM vaak aan de orde was. Ook Kamervragen, klachten

tegen hoofdofficieren of van de Nationale ombudsman werden door

haar behandeld.

‘Het meeste werk had ik al eens gedaan. Inhoudelijk bleef een zaak

spannend, maar het patroon ervan hetzelfde. Ik had moeite met de

invloed die de politiek tegenwoordig heeft op het OM. Dat Jan en

alleman enorm hun best doen om Kamervragen te beantwoorden,

terwijl het Kamerlid al bijna de vraag vergeten is. En de paniek als er

iets in de krant staat, terwijl toch morgen de vis erin gaat. Zo belangrijk

is het allemaal niet.’

Monica begint op haar vijftigste aan een nieuwe uitdaging.

‘Ik word juf Duits.’

Ze wil, nadat ze vroeger al maatschappijleer gaf, weer voor de klas,

wegens het grote lerarentekort in het vak Duits. Via het LOI begint ze

aan de lerarenopleiding. Ze verwacht daarmee over tweeënhalf jaar

klaar te zijn.

‘Ik ken goed Duits en zing (haar grootste hobby, red.) veel in die taal.

Na de Kerst mag ik al voor de klas. Dat wordt aankomende maanden

hard studeren. Ik ben al op vakantie geweest in Oostenrijk en ga nog

een week naar Duitsland met de kinderen. Het komt wel goed.’

Tekst: Thea van der Geest


24

Zoals bekend is de bevoegdheid van de

rechtbank in strafzaken geregeld in art. 2

Sv. Er zijn diverse mogelijkheden: de plaats

waar het delict is begaan; de plaats waar

verdachte zich bevindt; de plaats waar tegen

verdachte de vervolging van een ander feit

is aangevangen en te Rotterdam, indien de

officier van justitie bij het landelijk parket

met de vervolging van een strafbaar feit is

belast.

De territoriale en landelijke bevoegdheid

van de officier van justitie dan wel die van

de rechter-commissaris zijn ook nuttige

regelingen, maar bepalen op zichzelf niet de

bevoegdheid van de rechtbank.

Van oudsher is de bevoegdheid lokaal geregeld.

Het uitgangspunt? De afstand die op

een dag per paard kon worden afgelegd.

In de huidige globalisering is die afstand

van ondergeschikt belang en zijn grenzen

slechts virtueel. Hoe heden ten dage te handelen?

Het besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen

van 17 juni 2004 (Stbl.

2004/288), gevolgd door het aanwijzingsbesluit

(Stcrt. 1 juli 2004, nr 13) lijkt meer te

passen in de moderne tijd. Geen wetswijziging,

maar een keurig gepubliceerd besluit.

Het lastige van nieuwe besluiten is echter

dat je niet altijd weet hoe het werkt. Dat

moet in de praktijk maar blijken. Enige marketing

of televisiereclame is hier niet aan de

orde. Het zijn de rechtbanken en de hoven

die zich over deze materie mogen buigen.

Het mag duidelijk zijn dat een

(mega)strafzaak waarvan het gvo is

geopend vóór het besluit van 2004 geen

beroep kan doen op deze “nieuwe” regeling.

Zo globaal wordt niet naar de bevoegdheid

van de rechtbank gekeken.

Hoe is dan de bevoegdheid te herleiden en

te herkennen? Door op de vordering of dagvaarding

zijdens het OM aan te geven dat:

“rechtbank X, zittinghoudende te Y.”.. etc.

Dezelfde duidelijke aanduiding geldt ook

voor alle beslissingen van de rechtbank zelf.

Toegegeven, het vergt meer administratieve

rompslomp, maar met de huidige techniek

moet dat mogelijk zijn. Overigens is de wet

nog altijd leidend. Met andere woorden,

de zaak zal toch eerst theoretisch aangebracht

moeten worden bij die rechtbank

zoals bedoeld in art. 2 Sv. Vervolgens kan

op basis van het desbetreffende besluit een

andere rechtbank als nevenvestigingsplaats

worden aangemerkt. Een en ander dient

wel in het dossier en op de oproeping(en)

duidelijk te zijn. Zo niet, dan blijft de lokale

bevoegdheid leidend. Hiermee is de raadkamer

van het hof Arnhem geconfronteerd

in mei 2007. Binnen afzienbare tijd is een

megastrafzaak waarvan de bevoegdheid op

basis van art. 2 Sv bij de rechtbank Utrecht

lag, doorverwezen naar de rechtbank

Groningen, Zutphen en toen Almelo. Het

appel tegen de gevangenhouding werd

ingediend bij het hof Arnhem. Het hof verklaarde

zichzelf onbevoegd in een drietal

zaken, overwegende dat: ‘het hof heeft

vastgesteld dat uit geen van de hiervoor

genoemde rechterlijke beslissingen blijkt

dat de betrokken instanties niet als zodanig,

doch als nevenvestiging van enige andere

rechtbank zouden zijn opgetreden. Bezien

Uitgelicht

Bevoegdheid, lokaal of

globaal?

in het licht van het gesloten stelsel van de

regeling van de plaatselijke rechterlijke

bevoegdheid was de rechtbank Almelo niet

bevoegd de duur van de door de rechtbank

Groningen bevolen gevangenhouding

te verlengen.’ Hierbij merkt het hof op

dat een aanwijzing door het Landelijk

Coördinatiecentrum Megazaken op zichzelf

geen rechterlijke bevoegdheid kan scheppen.

‘Evenmin doet een “overdracht” of

“overname” van een dergelijk aangewezen

megazaak van de ene naar de andere rechtbank

enige vorm van rechterlijke bevoegdheid

ontstaan. Hieruit vloeit voort dat de

rechtbank Almelo, waar deze klaarblijkelijk

als zodanig is opgetreden, onbevoegd dient

te worden verklaard.’ (08-963011/08-963006

en 08-963005).

Misschien toch maar een wetswijziging om

de globalisering van de bevoegdheid beter

te lokaliseren?

Irene Gonzales

Advocaat-generaal ressortsparket Arnhem


OPPORTUUN Nummer 7 – 2007 Verkeer 25

verkeer

Handsfree bellen

a) Gerechtshof Leeuwarden 5 juni 2007, WAHV

07/00049

De betrokkene voerde aan dat de gedraging niet is

verricht: 'Er was in de auto geen mobiele telefoon

aanwezig'. Hij heeft bij de staandehouding de verbalisanten

aangeboden om hem te fouilleren en

om te auto te onderzoeken, maar zij hebben dit, z.i.

ten onrechte, geweigerd te doen. De kantonrechter

verklaarde het beroep gegrond omdat dit verweer

niet nader was onderzocht en de verbalisanten

de kans hebben laten lopen hun constatering volledig

te doen. Onder die omstandigheden kan die

constatering niet leiden tot het opleggen van een

sanctie. De officier van justitie stelde hoger beroep

in tegen de beslissing van de kantonrechter en stelt

dat aan de verklaringen van de verbalisanten in dit

geval doorslaggevende betekenis dient te worden

toegekend. Gelet op die verklaringen is komen vast

te staan dat de gedraging is verricht. De verbalisanten

behoefden, volgens de officier van justitie,

niet in te gaan op het aanbod van de betrokkene

om de auto te onderzoeken en hem te fouilleren.

Nader onderzoek was gelet op de verklaringen van

de verbalisanten namelijk niet nodig. Hierbij is er

op gewezen dat het de verbalisanten ingevolge art.

2 WAHV niet was toegestaan een (vrijwillig) onderzoek

aan de persoon dan wel zijn voertuig in te stellen.

Bovendien is nader onderzoek disproportioneel,

volgens de officier van justitie. Ter zitting bij het hof

heeft de advocaat-generaal onder meer verklaard

dat zij de mogelijkheid dat de betrokkene, die tussen

de constatering van de gedraging en de plaats

van staandehouding plusminus 500 meter achter de

politieauto heeft gereden, zich op dat traject op enigerlei

wijze van de mobiele telefoon heeft ontdaan,

als theoretisch beschouwt en niet in de overwegingen

wil betrekken. Het hof verwees de zaak naar de

meervoudige Kamer. Wordt vervolgd....

b) Gerechtshof Leeuwarden 4 juni 2007, WAHV

07/00560

De betrokkene stond voor een rood verkeerslicht te

wachten en op het moment dat het groen werd, was

het telefoongesprek beëindigd. Tijdens het optrekken

heeft zij de telefoon nog een aantal seconden

in haar hand gehad. Het hof oordeelt dat het verbod

vastgelegd in art. 61a RVV90 absoluut geformuleerd

is en geen ruimte laat voor uitzonderingen. Aldus

heeft de wetgever geen onderscheid willen maken

tussen het kortdurend en langdurig vasthouden van

een mobiele telefoon tijdens het rijden. Bovendien

heeft de betrokkene ervoor gekozen stilstaand voor

het verkeerslicht te telefoneren. Hierdoor heeft zij

het risico genomen dat het verkeerslicht op groen

licht sprong en zij moest rijden, terwijl zij de mobiele

telefoon nog in haar hand hield. Dat zij deze slechts

enkele seconden heeft vastgehouden is naar het

oordeel van het hof dan ook geen omstandigheid

die noopt tot matiging van de opgelegde sanctie.

Volgt bevestiging van de beslissing van de kantonrechter

tot ongegrond verklaring van het beroep.

c) Gerechtshof Leeuwarden 29 mei 2007, WAHV

07/00554

De betrokkene voert aan dat hij in het bezit is van

een zogeheten duo-card, waarbij zowel zijn autotelefoon

als zijn mobiele telefoon gebruik maken

van hetzelfde telefoonnummer. Op de bewuste

dag waren abusievelijk beide telefoons in werking,

waardoor een inkomend gesprek van zijn zieke en

hulpbehoevende moeder op de mobiele telefoon

binnenkwam. Onder verwijzing naar het absoluut

geformuleerde verbod waarbij geen uitzondering

wordt gemaakt in het geval van een dringend telefoongesprek

of in het geval de verkeersveiligheid

niet in gevaar is gebracht, overweegt het hof dat

de betrokkene bovendien mogelijk zijn voertuig stil

had kunnen zetten alvorens de oproep te beantwoorden.

Tevens is niet gebleken van een zodanige

spoedeisendheid, dat de mogelijkheid enkele minuten

later terug te bellen geen optie was. De betrokkene

heeft zijn moeder immers meegedeeld dat hij

haar zo direct terug zou bellen. Volgt bevestiging

van de beslissing van de kantonrechter tot ongegrond

verklaring van het beroep.

Parkeren op gehandicapten parkeerplaats

a) Gerechtshof Leeuwarden 23 mei 2007, WAHV

07/00452

De betrokkene voert aan dat op het wegdek van

de betrokken parkeerplaats geen wit kruis of een

herkenbare witte rolstoel is aangebracht. Hij was

zich er in het geheel niet van bewust dat het om een

gehandicaptenparkeerplaats ging. Het hof oordeelt

dat de omstandigheid dat de betrokkene het betreffende

bord E6 niet heeft opgemerkt en zich dus

niet bewust was van de gedraging, voor zijn eigen

rekening en risico dient te komen. Hij is immers

tekort geschoten in de op hem rustende plicht om

te allen tijde en onder alle omstandigheden de voor

hem geldende verkeerstekens tijdig op te merken

en zich in staat te stellen daaraan te voldoen. Het

enkele feit dat geen signalering was aangebracht

op het wegdek van de gehandicaptenparkeerplaats

brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat

sprake was van een zo onduidelijke situatie dat

het opleggen van een sanctie niet billijk is dan wel

dat matiging van de sanctie gerechtvaardigd is.

Dat de wegbeheerder -om welke reden ook- op

andere plaatsen (in dezelfde gemeente) er wel voor

gekozen heeft om tevens op het wegdek van een

gehandicaptenparkeerplaats signaleringen aan te

brengen maakt dat niet anders. Volgt bevestiging

van de beslissing van de kantonrechter tot ongegrond

verklaring van het beroep.

b) Gerechtshof Leeuwarden 22 mei 2007, WAHV

07/00367

Ook in deze casus wordt aangevoerd dat het bord

niet duidelijk was aangebracht, t.w. op de gevel van

het gemeentehuis, in tegenstelling tot de plaats

daarnaast op een staande paal. Bovendien is in of

op de bestrating geen kenmerk aangebracht waaruit

blijkt dat het een invalidenparkeerplaats betreft.

Het hof stelt ook in deze zaak voorop dat van iedere

weggebruiker mag worden verwacht dat hij oplettend

is op aanwezige bebording. Dat deze niet

-zoals in andere situaties- op een paal is aangebracht

maar aan de gevel en het feit dat in of op de

bestrating geen kenmerken waren aangebracht om

te verduidelijken dat het een invalidenparkeerplaats

betreft, maakt dit niet anders. Volgt bevestiging van

de beslissing van de kantonrechter tot ongegrond

verklaring van het beroep.

Géén objectieve meting door scheef

staande flitspaal ?

Gerechtshof Leeuwarden 30 mei 2007, WAHV

07/00584

De betrokkene was een sanctie opgelegd ter zake

van het niet stoppen voor een rood licht uitstralend

verkeerslicht. Hij stelt dat er geen objectieve meting

heeft plaatsgevonden, omdat de betreffende flitspaal

scheef stond. Het hof ziet geen aanleiding te

twijfelen aan de juistheid van de meting. Deze is

namelijk verricht op basis van lusdetectoren in het

wegdek. De camera legt de meting slechts vast op

een foto. Dat de flitspaal volgens de betrokkene

scheef stond, brengt dus niet mee dat de meting

niet correct is geweest. Volgt bevestiging van de

beslissing van de kantonrechter tot ongegrond verklaring

van het beroep.

Tekst: Koos Spee,

Bureau Verkeershandhaving OM.

Voor complete teksten, bel 0346 – 333310.


26

internationaal

Jurisprudentie

Rechtbank Rotterdam, 13 juli 2007 (LJN: BB0722)

Artikel 3 van het Aanvullend Protocol bij het

Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste

personen voorziet in overbrenging zonder

instemming van de veroordeelde, indien voor

deze persoon een bevel tot uitzetting of uitwijzing

geldt. Artikel 52 lid 2 WOTS bepaalt dat in geval

van overbrenging zonder instemming de minister

van justitie diens voornemen daartoe schriftelijk

kenbaar dient te maken aan de veroordeelde.

Deze kan hiertegen bezwaar maken, hetgeen zal

worden behandeld door de raadkamer. Het betreft

hier iemand die is veroordeeld tot terbeschikkingstelling.

Hij heeft de Belgische nationaliteit en

is in Nederland ongewenst vreemdeling. Ten tijde

van behandeling ter zitting was geen advies van

het Openbaar Ministerie, als bedoeld in artikel 51

WOTS, voorhanden. De rechtbank overweegt dat

dit artikel het initiatief tot een verzoek om overbrenging

van een veroordeelde bij het OM legt, dat

is belast met de tenuitvoerlegging van rechterlijke

beslissingen. Het achterwege laten van het advies

is echter niet bedreigd met nietigheid. Ook is van

belang dat het OM ter zitting heeft aangegeven

zich te kunnen vinden in het voornemen van de

minister van justitie. Aldus is de veroordeelde door

het ontbreken van een advies niet in zijn belangen

geschaad. De rechtbank volgt de veroordeelde niet

in diens stelling dat het Aanvullend Protocol enkel

voorziet in overbrenging in geval van straf en niet in

geval van een maatregel. De rechtbank overweegt

dat het Aanvullend Protocol een aanvulling is op

het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste

personen, dat spreekt over gevangenisstraffen en

maatregelen. De veroordeelde voert aan dat de toelichtende

nota bij het Aanvullend Protocol aangeeft

dat vóór aanvang van de straf moet vaststaan dat de

veroordeelde na het ondergaan daarvan het land zal

moeten verlaten, terwijl in dit geval de ongewenstverklaring

pas is uitgesproken na oplegging van de

TBS. De rechtbank overweegt dat artikel 3 van het

Aanvullend Protocol geen dwingende volgorde aangeeft.

Deze verdragstekst gaat voor op de tekst in

de toelichtende nota. De veroordeelde voert voorts

aan dat overbrenging niet in het belang is van de

goede rechtsbedeling. Bepalend zou moeten zijn

in welke staat de beste reclasseringsvooruitzichten

bestaan en in welke staat het penitentiaire stelsel

de beste kwaliteit heeft. Tenuitvoerlegging in België

is volgens de veroordeelde inhumaan. De officier

van justitie voert aan dat het doel van de TBS,

resocialisatie, niet kan worden bereikt vanwege de

ongewenstverklaring. Hierdoor legt de veroordeelde

ten onrechte beslag op een plek in een inrichting en

de daarbijbehorende financiële middelen. De recht-

bank overweegt dat het belang van goede rechtsbedeling

moet worden bezien vanuit het perspectief

van het (rechts)verkeer tussen staten onderling; de

overdracht van executie strekt ertoe de tenuitvoerlegging

te laten plaatsvinden in de daartoe meest

geëigende staat, zowel bezien vanuit het standpunt

van de resocialisatie als dat van adequate repressie.

De rechtbank is van oordeel dat de minister

van justitie in redelijkheid tot het voornemen heeft

kunnen komen.

In navolging op deze uitspraak zal door de minister

van justitie een verzoek om overbrenging worden

gezonden aan de Belgische autoriteiten. Indien zij

hiermee instemmen, kan de feitelijke overbrenging

in gang worden gezet.

Voor meer informatie over dit onderwerp wordt

verwezen naar de rubriek Internationaal in de

Opportuun van april 2007.

Hoge Raad, 18 mei 2007(LJN: BA5617)

Bij uitspraak van 5 december 2006 overweegt de

rechtbank dat uitlevering ontoelaatbaar is vanwege

schending van artikel 3 EVRM. De opgeëiste

persoon is in 1989 in Turkije gemarteld in verband

met PKK-activiteiten. De rechtbank overweegt dat

voor wat betreft het huidige verzoek om uitlevering,

waarbij het gaat om strafbare feiten in verband met

PKK-activiteiten vanaf 1991, vanwege de eerdere

marteling ook nu aangenomen dient te worden dat

sprake is van schending van 3 EVRM. De officier

van justitie gaat, vanwege het rechtsbelang in deze

zaak, in cassatie ondanks dat de opgeëiste persoon

Nederland na de uitspraak heeft verlaten. Daarbij

wordt aangevoerd dat door de redenering van de

rechtbank een vrijbrief ontstaat voor het plegen van

strafbare feiten. De Hoge Raad overweegt dat nu de

opgeëiste persoon niet meer in Nederland aanwezig

is de officier van justitie niet-ontvankelijk is in

diens vordering.

Rechtbank Haarlem, 14 juni 2007 (LJN: BB6012)

Omzetting van een Engelse veroordeling tot een

gevangenisstraf en een vervangende vrijheidsontneming

wegens in gebreke blijven tot betaling

van een bedrag tot ontneming van wederrechtelijk

verkregen voordeel. Het Verdrag inzake de overbrenging

van gevonniste personen voorziet in de

mogelijkheid van overbrenging. Het Verdrag inzake

witwassen, opsporing en inbeslagname en confiscatie

van opbrengsten van misdrijven voorziet in de

mogelijkheid van overname van tenuitvoerlegging

van confiscatiebeslissingen. De veroordeelde acht

tenuitvoerlegging van de vervangende vrijheidsbeneming

niet mogelijk. De rechtbank overweegt

dat eerst bepaald dient te worden of overname

toelaatbaar is, waarna pas wordt bepaald of de

veroordeling naar aard en omvang verenigbaar is

met het Nederlands recht, en zo nee, welke straf of

maatregel naar Nederlands recht op het overeenkomstige

feit is gesteld. De rechtbank overweegt

dat de vervangende vrijheidsontneming onder het

sanctiebegrip in artikel 1 WOTS valt waardoor artikel

31 WOTS van toepassing is. Tenuitvoerlegging is

derhalve toelaatbaar. De rechtbank overweegt dat

naar Nederlands recht geen vervangende vrijheidsontneming

meer mogelijk is, maar, op vordering

van de officier van justitie, wel verlof verleend kan

worden tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang (artikel

577c WvSv). Dit is pas aan de orde als volledige

betaling is uitgebleven en volledig verhaal niet

mogelijk is gebleken. Hieruit volgt dat de sanctie

naar aard niet verenigbaar is met het Nederlands

recht. De rechtbank stelt de op te leggen sanctie

vast op betaling van het bedrag (omgezet in euro’s)

van het Engelse ontnemingbedrag. Het is vervolgens

aan de officier van justitie om in het kader van

de tenuitvoerlegging hiervan gebruik te maken van

de zojuist vermeldde wettelijke regeling.

Rechtbank Amsterdam, 3 april 2007 (LJN: BA6113)

Een Belgisch overleveringsverzoek voor de tenuitvoerlegging

van een maatregel tot internering,

opgelegd na bedreiging met een geweer. De

opgeëiste persoon is na verlof niet teruggekeerd en

vervolgens in Nederland aangetroffen. Zij heeft de

Belgische nationaliteit.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het

handelen in strijd met de Wet wapens en munitie is

voldaan aan dubbele strafbaarheid. Echter, ten aanzien

van bedreiging is dat niet het geval, nu daarop

naar Belgisch recht ten hoogste drie maanden

gevangenisstraf is gesteld. Op dit punt wordt overlevering

geweigerd. De opgeëiste persoon voert

aan dat overlevering geweigerd dient te worden

wegens schending van het EVRM. Er is sprake van

een wanverhouding tussen de gepleegde feiten en

de veroordeling nu internering wordt opgelegd voor

onbepaalde duur. Ook ontbreekt terzake internering

een periodieke controle op de noodzaak van voortzetting

daarvan door een rechterlijke instantie. De

rechtbank overweegt dat naar Belgisch recht een

geïnterneerde persoon elke zes maanden om herziening

kan verzoeken. Daarnaast wordt ook ambtshalve

of op verzoek van de Procureur des Konings

het voortduren van de maatregel getoetst. De

commissie die deze toets uitvoert is geen rechterlijk

college, maar nergens kan uit worden afgeleid dat

zij de in het EVRM gewaarborgde rechten niet zou

respecteren.

Tekst: Linda Bregman,

Ministerie van Justitie, Afdeling Internationale

Rechtshulp in Strafzaken, telefoon 070 – 37 07 468


OPPORTUUN Nummer 7– 2007 Column 27

Internationalist

Vooral in justitiekringen staan “internationalisten”

slecht bekend. Onder “internationalisten”

zijn te verstaan die juristen die

zich veelvuldig buitenslands ophouden teneinde

daar een schimmig Koninkrijksbelang

te dienen. Vaak hebben zij, zo is de gangbare

mening, dat belang zelf in het leven geroepen.

Tot dit merkwaardige genus behoor ik ook.

Vanaf 1993. Toen werd ik, op een warme

junidag, spoorslags naar New York gezonden

om deel te nemen aan een voorbereidende

VN-Commissie ter oprichting van

een Permanent Internationaal Strafhof.

Terwijl ik op dertigduizend voet door de

atmosfeer denderde bekeek ik de stukken

die de Secretaris-Generaal mij in handen

had geduwd. Het was een zogeheten geconsolideerde

tekst, vol vierkante haken, voetnoten

en verwijzingsnummeringen. Na lang

turen begreep ik dat het hier om een soort

mondiaal wetboek van internationaal strafrecht

ging. Maar wat ik er mee moest, dat

was mij onduidelijk.

De dag daarop bevond ik mij in een grote

zaal met afgevaardigden van honderdzesentachtig

landen. Een ruisende branding

van stemmen doortrok de zaal. De

vergadering, gepland om half elf, begon

inderdaad om twaalf uur. Japan diende een

motie in, waarop een kakafonie losbarstte

en de vergadering terstond geschorst werd.

Ik had de interventie van de Japanner niet

verstaan. ‘Maar’, zoals de afgevaardigde van

het Verenigd Koninkrijk mij angeliek mededeelde,

‘dat doet er ook niet toe. We komen

vandaag toch niet aan iets inhoudelijks toe.’

Zo was het. Toch stonden de delegaties, heftig

gesticulerend, met elkaar te discussiëren

in de gang. Verweesd, zoals een varken in

een synagoge, dwaalde ik tussen hen rond.

Nu is een varken, juist in een synagoge, op

een uiterst veilige plaats: een orthodoxe

jood kan je daarvoor de transcendente

reden terstond bevredigend uiteenzetten.

Maar het schepsel voelt er zich toch niet op

zijn gemak. Het was dus even wennen. Maar

gaandeweg is mij dat gelukt.

Op een gegeven moment heb ik zelfs een

commissie voorgezeten. Die was gewijd aan

de belangen van de verdediging voor het

Hof. Belangenbehartigers van nationale

advocaten-organisaties dromden de zaal

in, waarnemers en non-gouvernementele

organisaties. Om elf uur opende ik, mij

bewust van mijn waardigheid. Om half een

vroeg een Japanner (alweer, ik heb iets met

die mensen) het woord. ‘It is very interesting,

what has been said, but what about

whaling?’ Ik begreep er niets van. Whaling,

dat was toch walvisvaart? Maar ik had al

geleerd dat je nooit als voorzitter moest

zeggen dat je een interventie niet begreep.

Ik feliciteerde de afgevaardigde met zijn

belangrijke opmerking en beloofde hem

daarvan in het proces-verbaal der zitting

akte te verlenen. Geheel bevredigd leunde

de man achter uit. De verhandelingen kabbelden

voort, totdat een uur nadien een

andere delegatieleider, onder verwijzing

naar de Japanse opmerking, opmerkte dat

hij toch graag het onderwerp van de toegelaten

maasbreedte bij trawlnetten nog vóór

het avondreces aan de orde wilde hebben.

Deze keer was geen misverstand mogelijk:

dit had ik goed verstaan. Ook thans vertrok

ik geen spier. Maar verdaagde de vergadering

onder voorgeven even met het secretariaat

over het agendum te willen spreken.

De zaal liep leeg in de richting van de bar.

Hulpzoekend liep ik door de corridors,

totdat ik op een immens bord zag dat in

een overgelegen zaal de VN anti-walvisvaartconferentie

plaatsvond. Dáár waren

afgevaardigden die bij mijn club hoorden

aangeschoven. En vice versa.

‘Véél maakt het niet uit’, aldus de Brit andermaal.

‘Vanavond is er in ieder geval bij ons

op de ambassade receptie’.

Tekst: Gerard Strijards


Het arrondissement Roermond organiseerde een OM-conferentie in Tegelen.

Behalve leden van het OM waren er ook collega’s van het Ministerie van Justitie.

De dames van bureau voorlichting van OM Leeuwarden

draaien hun hand niet om voor het bedenken van ludieke

gadgets. Deze ‘togaschorten’ waren bestemd voor

de burgemeesters van Friesland, die een werkbezoek

brachten aan het parket. Gelukkig voor de collega’s van

het parket zijn er nog een paar exemplaren over...

Verwervers Haarlem goed op koers

(teambuildingsdag)

Janet ten Hoope, officier en teamleider

Verwerving, neemt na ruim elf

jaar afscheid van parket Utrecht om

in Rotterdam als plaatsvervangend

hoofdofficier te beginnen.

De tuktuk is hét nieuwe vervoersmiddel in Den

Haag, snel van A naar B in de stad voor een laag

tarief. Hoofdofficier René Craemer en rechercheofficier

Josien Mooijen van het Functioneel Parket

op weg naar Parket-Generaal in de tuktuk.

‘Maastrichts Mooiste’- een hardloopwedstrijd over

15 km - is weer gelopen. Op de foto het team van

OM Maastricht.

Officier van justitie Ludwina Sprok

van Sint Maarten heeft haar stage

als parketsecretaris bij het parket

in Dordrecht afgerond. Als dank

overhandigt zij hoofdofficier Paul van

Beek een leuk aandenken.

Hoofdofficier Ben Hendriks van OM Almelo in Estoril, Portugal moet nog duidelijk

wennen aan informele kleding.

Tijdens de jaarlijkse Veiligheidshuisbarbecue

in Tilburg, verrast de kersverse hoofdofficier

van OM Breda, Hugo Hillenaar, de

medewerkers met een zomercadeau. Reden

is het kabinetsbesluit om in iedere grote

stad een Veiligheidshuis op te richten.

Live your life on the beach: een sportieve bijeenkomst

op Scheveningen voor alle medewerkers

van het Landelijk Parket in het teken van expeditie

Robinson.

Donkere wolken en regenbuien kunnen de pret op

het jaarlijkse beachvolleybaltoernooi Middelburg/

Breda/Den Bosch niet drukken.

Het convenant inzake afstemming 1e en

2e lijn tussen het ressortsparket ‘s-

Hertogenbosch en de arrondissementsparketten

wordt in het ressort ondertekend.

Samenstelling: Thea van der Geest

More magazines by this user
Similar magazines