opportuun_september_2012.pdf - Openbaar Ministerie

om.nl

opportuun_september_2012.pdf - Openbaar Ministerie

Marnix Eysink Smeets: ‘Veiligheidsgevoel

belangrijker dan statistieken’

ZSM als EHBO

RELATIEMAGAZINE VAN HET OPENBAAR MINISTERIE | NR 09 | JAARGANG 18 | SEPTEMBER 2012

Verdrinkingsdrama in de haven

van Hellevoetsluis


In de ban van computervirus Dorifel

Verschillende gemeenten, bedrijven en universiteiten zijn begin augustus geïnfecteerd door het zogeheten

Dorifelvirus. Deze schadelijke software nestelt zich in computers en versleutelt vervolgens originele bestanden. Het

Nationaal Cyber Security Centrum is ingezet bij de bestrijding van Dorifel. Het virus lijkt inmiddels onder controle.

Het team High Tech Crime van het KLPD doet strafrechtelijk onderzoek naar de virusbesmetting en het onderliggende

botnet. Dat is een netwerk van besmette computers dat wordt aangestuurd door criminelen. Het onderzoek

2 | In Beeld - Opportuun 9 - september 2012

wordt geleid door het Landelijk Parket. Lodewijk van Zwieten, landelijk officier cybercrime: ‘Dit soort onderzoeken

is complex. Cybercriminelen houden zich niet aan landsgrenzen. De aanvallen worden ook steeds

grootschaliger. Dat probleem los je niet op met uitsluitend klassieke opsporing. Daarom werken we internationaal

samen met overheden en bedrijven.’

Foto: ANP / Gaetan Bally

| 3


6

12

18

22

Gevoel

Het is de taak van het OM om te zorgen dat we

kunnen blijven geloven in een rechtvaardige

samenleving. Zegt Marnix Eysink Smeets. ‘Liever

een hoekig OM dat goed probeert, dan een glad

OM met praatjes.’

Interview met een specialist in veiligheidsgevoelens

Verdronken Sammy

Aanklager Fred Speijers heeft meer zaken gehad

waarin hij zijn gelijk niet kreeg. Da’s all in the

game. Maar bij de uitspraak in de zaak van Sammy,

die verdronk na in de haven van Hellevoetsluis te

zijn gegooid, raakte hij “echt van de leg”. ‘Ik dacht:

wat krijgen we nou, dit kan toch niet?’

Alles afwegende

Slachtofferloket

Medewerkers van OM, politie, Slachtofferhulp

Nederland en Schadefonds Geweldsmisdrijven

vormen samen het Slachtofferloket in Utrecht. ‘Zo

sluiten onze processen beter aan, hebben we meer

begrip voor elkaar, en worden slachtoffer beter en

sneller geïnformeerd.’

Een dagje loket Utrecht­Lelystad

Jeugdgroepen

Meer dan 6 op de 10 leden van criminele

jeugdgroepen stuitte de laatste jaren op het OM.

Inmiddels is er aardig wat kennis over wat werkt.

Maar er is geen reden om achterover te leunen,

stelt hoofdofficier Henk Korvinus. ‘In een aantal

wijken is een voedingsbodem waardoor nieuwe

groepen ontstaan.’

Blijvende focus op foute bendes

OPPORTUUN | RELATIEMAGAZINE VAN HET OPENBAAR MINISTERIE | JAARGANG 18 | NUMMER 09 | september 2012 Opportuun wordt gratis verstrekt

aan de medewerkers van het OM en andere geïnteresseerden. Het magazine verschijnt twaalf keer per jaar. De redactie is verantwoordelijk voor de

inhoud. Aan de in Opportuun verstrekte informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan.

Abonnementenadministratie Wijzigingen? Stuur de adresdrager met de aangebrachte wijzigingen naar het retouradres, of e­mail de wijzigingen naar

opportuun@om.nl. Redactieadres Openbaar Ministerie, Parket­Generaal, afdeling Communicatie, Prins Clauslaan 16, Postbus 20305, 2500 EH Den Haag.

Eindredacteur Pieter Vermaas, 070 ­ 3399840 of p.vermaas@om.nl. Plaatsvervangend eindredacteur Thea van der Geest, 070 ­ 3399825 of t.v.d.geest@om.nl.

Foto omslag Marijke Volkers Bladformule en vormgeving Kris Kras Design Druk Tuijtel Oplage 8800

Waar zit de buikpijn?

Inhoud

“Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.” Zo verwoordde Paul Schnabel in

2001 al het fenomeen dat burgers hun eigen buurt als veilig kunnen beschouwen

terwijl zij de samenleving als geheel, als steeds onveiliger bestempelen. De criminaliteit

in ons land daalt, maar toch voelen veel mensen zich onveiliger dan pakweg

vijftien jaar geleden. Het veiligheidsgevoel is dus lang niet altijd gebaseerd op

de feiten.

Hoe kan dat? Door bijvoorbeeld berichtgeving in de media, waarbij alleen de ernstigste

delicten de krant halen. Daarbij heeft een bericht in de krant over een auto-inbraak

in Wassenaar weer een heel ander effect op het veiligheidsgevoel dan hetzelfde

bericht in Rotterdamse krant. Zo kan lezen over onveiligheid leiden tot een gevoel van

onveiligheid.

Aan de andere kant: als er wel een probleem is waar mensen zich grote zorgen over

maken – er buikpijn van krijgen – dan is het juist goed om te laten zien dat het probleem

serieus wordt genomen, maatregelen wordt getroffen en successen geboekt.

Om erachter te komen waarover mensen "buikpijn" hebben moeten we zo nu en dan

ons oor te luisteren leggen bij "de burger" of ons laten informeren door wijkagenten

of medewerkers van de gemeente.

Het beïnvloeden van veiligheidsbeleving is een van de doelstellingen uit het programma

High Impact Crime. Door de veiligheidsbeleving van burgers positief te beïnvloeden

versterken we het vertrouwen in het functioneren van het OM en daarmee de

rechtsstaat. Marnix Eysink Smeets legt ons in het interview op pagina 6 uit hoe we dat

het beste kunnen doen.

Bart Nieuwenhuizen

Hoofdofficier van justitie, arrondissementsparket ‘s-Hertogenbosch

En verder...

4 Vragen > 11

De zaak > 17

Column > 25

Kortom > 26

4 Vragen > 30

Stelling: 'Ik voel me veilig' > 31

Gespot: "Swing" > 32

Opportuun 9 - september 2012 - Inhoudsopgave | 5


6 | Naam artikel - Opportuun 9 - september 2012

Marnix Eysink Smeets :

‘Ik pleit voor een

mythische rol

voor het OM’

Hij vindt het de taak van het OM om te zorgen dat we kunnen blijven

geloven in een rechtvaardige samenleving. ‘Als mensen zien dat

echte slechteriken de dans ontspringen wordt hun rechtvaardigheidsgevoel

aangetast.’ Interview met Marnix Eysink Smeets.

‘RICHT JE OP WAT ER

Marnix Eysink Smeets wil een OM dat gevoel heeft voor wat er speelt

ECHT INHAKT’

‘Ik ben oprecht blij met de koers die

het OM heeft gekozen om meer

gevoeligheid te tonen voor de

omgeving.’ Marnix Eysink Smeets

zakt wat onderuit en strekt zijn

benen. Op het terras in de achtertuin

van het Haagse café

Schlemmer is het goed toeven.

Water klatert in de fontein.

Wijnglazen rinkelen om ons heen.

De lunch zit erop.

Marnix Eysink Smeets is expert

veiligheidsperceptie, lector Public

Reassurance bij InHolland en

oprichter van de Landelijke

Expertisegroep

Veiligheidspercepties. Afgelopen

mei heeft hij een lezing gehouden

tijdens een expertmeeting over

veiligheidsbeleving georganiseerd

door het OM-programma High

Impact Crime.

Voor alle zekerheid bekijkt hij zijn

aantekeningen op zijn laptop en

steekt van wal: ‘Het draait allemaal

om publiek vertrouwen.’

Hoe staat het eigenlijk met dat vertrouwen

in veiligheid?

Het interesseert mij niet hoe de

statistieken over veiligheid eruit

zien. Hoeveel turfjes er gezet zijn

vanuit een systeem. Ik vraag me

liever af hoe mensen zich voelen.

Die voelen zich in het dagelijks

leven best veilig. We zijn een van

de veiligste landen ter wereld.

Dat vergeten we overigens nog

wel eens.

Er zijn kleine groepen die de

uitzondering vormen. Mensen die

in kwetsbare buurten te leiden

hebben van intimiderende groepen

bijvoorbeeld. Ik heb verleden jaar

de knuppel in het hoederhok

gegooid door te beginnen over de

“onaantastbaren”.

Onaantastbaren?

Als in buurten bepaalde jongens en

jonge mannen overal mee

wegkomen, omdat iedereen bang

is van hun intimiderend gedrag, is

dat op zich al erg genoeg. Maar als

de overheid zich dan ook nog

onmachtig toont krijgen die

mannen pas echt een aura van

onaantastbaarheid. Dan ga je je als

buurtbewoner pas echt onveilig

voelen. Want als zelfs de overheid

deze gasten niet stopt, wie dan

nog wel?

Ik hanteer heel graag de 80 / 20

regel. Voor 80 procent is Nederland

een voortreffelijk veilig land, voor

20 procent – en dat is sterk

overdreven – zijn we dat niet. Er is

bijna geen bestuurder die dit

hardop durft te zeggen. Maar het

wordt hoog tijd dat het een keer

gezegd wordt. Want het betekent

namelijk ook dat we geen woud

van repressie hoeven uit te

rollen over het hele land, maar

dat we heel gericht op die 20

procent moeten gaan zitten. En

vergeet niet dat die groep heel

dynamisch is.

Gerichte repressie dus? Hoe ziet

dat eruit?

Grenzen stellen. Niet op een koude

manier, maar laten zien dat je

gevoel hebt voor wat er hier speelt.

Dat het ene bepaalde gedrag niet

wordt gepikt. Dat je ziet dat

mensen er problemen mee

hebben. Mensen moeten zich veilig

weten. En wanneer voelen mensen

zich veilig? Als je allereerst serieus

laat blijken oog te hebben voor hun

problemen. En daar dan op een

integere, gedegen, betrouwbare

en voorspelbare manier mee aan

de slag gaat. Dat zijn dus ook de

waarden die je moet uitdragen.

Opportuun 9 - september 2012 - Interview | 7


‘Het OM mag

een beetje

conservatief

zijn’

Dat doet het OM toch al? Je zei net

zelf dat je blij was met de gekozen

koers.

Als je gevoeligheid voor de

omgeving door zichtbaarheid,

merkbaarheid en herkenbaarheid

van interventies wilt tonen dan heb

je me meteen mee. Maar als die

woorden slaan op de organisatie

zelf, dan gaat het mis. Dat is voor

burgers volkomen oninteressant.

Mensen willen dat de problemen

waar zij last van hebben, worden

aangepakt en het zal ze een rotzorg

zijn wie dat doet.

Kijk overigens uit dat zichtbaarheid,

merkbaarheid en herkenbaarheid

geen holle termen worden die in elk

beleidsstuk terugkeren maar verder

elke betekenis verloren hebben. Dat

zie ik nu al wat gebeuren. Wat mij

betreft zet je de – ambtelijke –

doodstraf op het gebruik van die

woorden. Daag mensen uit in

andere woorden aan te geven wat er

op dit vlak echt gebeuren moet.

Kijk uit dat het OM niet te glad

wordt. Liever een hoekig OM, die

goed probeert, dan een glad OM

met praatjes.

Hoe kan het OM bijdrage aan de

veiligheidsbeleving?

Je moet je afvragen waar het OM

voor staat. Wat is nou de essentiële

bijdrage van het OM? Mensen

hebben – om veilig te zijn – de

behoefte om te kunnen geloven dat

ze in een rechtvaardige wereld

leven. Een onderdeel van die

rechtvaardige wereld is te kunnen

geloven dat echte boeven er niet

mee wegkomen. Dan praten we niet

over een kind dat een kauwgompje

heeft gejat, maar over gedrag dat

echt tegen ons rechtsgevoel

indruist. Dat we zeggen: dat kan

toch niet. Het is de taak van het OM

om te zorgen dat we kunnen blijven

geloven in een rechtvaardige

samenleving.

Mensen hebben een beeld van hoe

veilig het is in hun eigen buurt, hun

werkplek, hun thuis. Voor de

meesten is dat best goed. Maar hoe

verder bij ons vandaan, hoe meer

we denken dat daar wat aan de

hand is! Ik noem dat de symbolische

werkelijkheid. Daar zien we allerlei

moeilijkheden die eigenlijk niet

bestaan. Daar projecteren we al

onze zorgen op. Dat zijn allerlei

zorgen die weinig met criminaliteit

te maken hebben – het gaat

voornamelijk over de richting van de

maatschappij: de verharding van de

samenleving, de angst voor

instroom van nieuwe groepen. Het

gekke is dat de politiek vooral

reageert op wat wij vooral de

symbolische werkelijkheid noemen.

Onder druk van new public management

moeten we presteren en

targets halen. Maar het OM heeft,

net als de politie, vooral een

symbolische functie. De samenleving

heeft een bepaald ideaalbeeld

van de politie en het OM en zolang

we dat kunnen handhaven voelen we

ons gerust. Mensen die nooit met de

politie te maken hebben gehad

hebben een groter vertrouwen in de

politie dan anderen. Kom je ermee

in aanraking dan blijken agenten

ook maar gewone mensen. Dit geldt

voor het OM evenzeer. Dus dan kan

je wel heel veel contacten willen

maken, maar dat helpt je alleen

maar verder weg!

Ik heb in dat licht ook heel hard

nagedacht of het OM bij RTL-

Boulevard nou zo verstandig is. Ik

neig naar nee.

Waarom niet?

Op het moment dat je je te populair

opstelt, verlies je uiteindelijk de

legitimiteit en het vertrouwen van

de samenleving. Ik ben eerder

iemand die pleit voor een mythische

rol voor het OM. Ik hoef niet zo

nodig de persoon achter de officier

van justitie te zien. Ik wil hun rol

zien en die rol wil ik geloven! Dat

vereist ook enige afstand. Een

moderne vorm van afstandelijkheid.

Je kan tegelijk afstandelijk zijn en

compassie tonen.

Compassie en afstand – dat klinkt

tegengesteld.

Denk maar aan Hare Majesteit de

Koningin. Zij doet het voortreffelijk.

Het koningshuis is gebaseerd op

mythificatie. Toch komt ze met veel

compassie uit de hoek. Nu wil ik het

OM niet met de majesteit vergelijken,

maar de termen staan niet op

gespannen voet met elkaar.

Nog even terug naar de onaantastbaren.

We richten ons toch ook op

High Impact Crime?

Het is een prachtig begrip, maar

loop niet in de valkuil van juridische

definities. Je moet leren zien dat

strikt genomen alleen burgers zelf

kunnen aangeven wat High Impact

Crime is. Voor de een is dat een

overval, maar voor de ander kan dat

ook een fietsdiefstal zijn. Niet de

delictsomschrijving, maar de

betekenis die mensen zelf aan een

delict geven is doorslaggevend. Om

die te kunnen zien moet je dus

omschakelen van een juridische

naar een psychologische manier

van kijken. Dat is best lastig, als het

juridische je van oudsher in de

genen zit. Maar lukt het je, dan

heeft het echt effect op de veiligheidsbeleving

van mensen, net als

op het vertrouwen in het strafrechtelijk

systeem. Dat is uit onderzoek

wel gebleken!.

Wat vind je eigenlijk van de ZSMontwikkelingen?

Ja, die ontwikkeling vind ik veel

belovend. Het is een richting die me

wel aanspreekt. Zo ben ik ook te

spreken over de Top-600 aanpak in

Amsterdam. Ze zijn er nog niet – het

moet nog maar bewezen worden dat

dit echt gaat werken – maar er

begint iets te komen. Een goed

voorbeeld is ook hoe de

Amsterdamse driehoek de zaak

Robert M. heeft aangepakt. Dat

was fantastisch. Zo wil ik mijn

bestuur zien.

Het valt me overigens op dat daar

waar je echt wat ziet veranderen

dat vooral lijkt te zitten in het

commitment en de overtuiging van

de betrokken bestuurders. In het

feit dat zij geloofwaardig uitstralen

te zien wat de lokale samenleving

dwars zit, en dat zij de vastberadenheid

hebben daar nog wat aan gaan

doen ook.

Het OM moet dus gewoon achter de

boeven aan?

Rechtvaardigheidsbeleving zit niet

alleen maar in de aanpak van

slechteriken, het betekent ook dat

mensen die iets overkomen is

rechtvaardig worden behandeld. Ik

bedoel slachtoffers. Die moeten op

een goede manier worden bejegend.

Zie je het omgaan met slachtoffers

dan fout gaan?

Nou ja, de criminologie kent het

klassieke verschijnsel van secundaire

victimisatie: slachtoffer die zo

bejegend worden dat ze zich

wederom slachtoffer voelen. Ik heb

niet het idee dat dat zo veel beter

is geworden.

Het OM maakt veel werk van

slachtofferzorg.

Ja, maar je moet wel weten wat je

rol is: je moet geen hulpverlener

worden. Dat verwachten mensen

ook niet. Slachtoffers willen

bovenal serieus genomen worden.

Mensen moeten het gevoel hebben

dat het OM ziet wat hen is overkomen.

En daar dan niet alleen

functioneel op reageert, maar ook

met enige compassie en empathie.

Mensen willen vooral zorgvuldig

behandeld worden in het normale

contact. Met een bloemetje aan het

bed van een slachtoffer staan – laat

dat maar over aan de burgemeester

of de politie over.

De omgang met slachtoffers is

wellicht belangrijk, maar ik vind het

nog veel belangrijker dat mensen

zien dat het strafrechtelijke

systeem zich richt op de problemen

waar zij mee te maken hebben.

Daar moet de compassie zitten. Dat

het OM weet waar burgers tegenaan

lopen. Het is niet zo dat alles

waar de samenleving zich druk over

maakt – het OM zich daar kritiek-

loos op richten. Dan gooi je het kind

met het badwater weg. Het OM

moet heel zorgvuldig omgaan met

zijn magistratelijke rol.

Hoe ziet die magistratelijke rol er

dan uit?

Hip, modern of innovatief hoort niet

bij het OM. Daar moet het OM ook

geen complex van krijgen als het

dat niet is. Het OM mag een beetje

conservatief zijn! Hip is grillig en

veranderlijk. Burgers willen erop

vertrouwen dat het OM een

betrouwbare organisatie is.

Burgers hebben een officier van

justitie nodig die begrijpt wat er op

straat gebeurd.

Succes zit dus in details, in de

handel van individuen. In het

handelen van parketsecretarissen,

van hulpofficieren, van politiemannen.

Zij die direct met burgers in

contact staan. Zij zijn maatgevend

en de dragers van de veiligheidsbeleving.’

Tekst: Thea van der Geest

Foto: Marijke Volkers

8 | Interview - Opportuun 9 - september 2012 | 9


10 | Interview - Opportuun 9 - september 2012

WENS VaN DE BurGEr

Marnix Eysink Smeets begon zijn carrière in de jaren tachtig als

politieofficier.

‘Ik vroeg me af hoe je het werk op een slimmere manier kon aanpakken.

Mij interesseerde het niet hoe we het veilig konden krijgen – al moest ik

in mijn onderbroek op mijn kop op een kruising gaan staan. Ik ging er

steeds vanuit: waar zijn we ook alweer voor? Wat wil de burger? En wat

betekent dat dan zowel intern als extern voor de organisatie?

Ik werd chef van de strandpolitie en stelde twee veranderingen voor die

later zijn doorgevoerd: we konden met de helft van de agenten hetzelfde

effect bereiken door samen te werken met de reddingsbrigade. En we

gingen serieus nadenken over wat de burger nodig had. Zo kwamen er

waarschuwingsborden bij de strandopgangen en zorgden we ervoor dat

we op strategische plekken zichtbaar waren.’

Later, als plaatsvervangend hoofd voorlichting, werd Smeets de

rechterhand van persvoorlichter wijlen Nico Laterveer ‘die het vak in

belangrijke mate in Nederland heeft vormgegeven. Hij haalde in een ruk

het gordijn voor de samenleving weg om te laten zien: zó wordt er naar

ons gekeken en zo moeten we reageren.’

Die ervaring nam Smeets mee in zijn verdere werk: ‘We hadden de

Haagse Oud en Nieuw rellen. Op een gegeven moment ben ik er met

een marketingfilosofie naar gaan kijken en kwam ik tot andere oplossingen.

Heel belangrijk was: zorg dat je mensen uit de buurt erbij betrekt,

zorg dat je geen monomane cultuur van alleen jonge mannen meer op

straat hebt, maar een gemixte hoeveelheid mensen uit de bevolking.

Werk voor 90 procent op basis van preventie en 10 procent op basis van

repressie. Maar als je repressief optreedt doe het dan daadkrachtig.’

Smeets: ‘Iedereen ging er vanuit dat het volgend jaar weer een probleem

was. Toen veronderstelde ik: als we er nu tenminste van uitgaan

dat we géén probleem meer hebben. En ten tweede: onderzoek wat er

gebeurt in die buurten. Hoe komt het nou? Hoe zitten die jongens in

elkaar? Hoe zitten die buurten in elkaar? Hoe zitten (ook) dienders in

elkaar? En als je rekening houdt met de psychologie van die mensen,

wat moet je dan doen? Dat bleek te werken als een speer. Toen is voor

het eerst overigens rekening gehouden met het veiligheidsgevoel en

niet alleen met veiligheid.’

‘Omdat ik dit boeiende materie vond heb ik de politie verlaten en een

eigen bureau opgericht. Enerzijds om uit te denken en te onderzoeken

of het ook elders zou werken, en bij andere problemen.’ Smeets stond in

de jaren daarna aan de basis van veel zaken in het veiligheidsbeleid die

we inmiddels heel normaal vinden: Integraal veiligheidsbeleid,

Keurmerk Veilig Ondernemen, wijkveiligheid et cetera.’ Tegenwoordig is

Smeets lector en zelfstandig actief als onderzoeker en adviseur. ‘Ik heb

gekozen voor louter de subjectieve kant van de veiligheidszorg. Ik richt

me op de veiligheidsbeleving, maar bijvoorbeeld ook op het vraagstuk

van vertrouwen. Het interesseert mij namelijk niet zo hoe de statistieken

eruit zien, hoeveel turfjes er gezet zijn vanuit het systeem, maar hoe

mensen zich voelen!’

4Vragen Welke metafoor past het best bij ZSM en waarom?

Aan ZSM

worden veel meta­

foren gekoppeld.

Vergelijkingen met

een wasstraat,

een vliegveld of de

EHBO­afdeling van

een ziekenhuis doen

de ronde. Vier

vragen over de

beste vergelijking,

beantwoord

door Roel Dona,

plaatsvervangend

hoofdofficier regio

Utrecht­Lelystad.

De EHBO-afdeling. Bij een EHBO kan alles binnen komen, rijp en groen. Van

de sportblessure tot het slachtoffer van zinloos geweld. De aanwezige EHBOarts

beslist wat er vervolgens moet gebeuren en kijkt of dat ook direct op de

EHBO kan. Bij ons is ZSM de voordeur voor alle veel voorkomende criminaliteitszaken.

Alle aangehouden verdachten worden gemeld bij ZSM. En dan

staat er ook een officier van justitie die de beslissing neemt en probeert alles

direct af te handelen. Het is dus net als bij een EHBO erg verantwoordelijk

werk in zaken die vaak een grote impact op alle betrokkenen hebben.

Wie is de binnenkomende patiënt bij ZSM?

De aangehouden verdachte is het startpunt van ZSM. Maar naast die

verdachte neemt het slachtoffer een even belangrijke plaats in. De inspanning

is er namelijk ook op gericht te zorgen dat de door het slachtoffer

geleden schade ongedaan gemaakt wordt of vergoed.

Welke kwaliteiten hebben medici op een EHBO­afdeling

gemeen met de ZSM­professional binnen het OM?

Je moet overal verstand van hebben zonder specialist te hoeven zijn. Hoewel

het misschien tegenstrijdig klinkt is het dus ook een specialisme. Waar het

om gaat is een goede triage en brede kennis van alle mogelijke interventies.

Je moet snel een diagnose kunnen stellen en in staat zijn een (eerste)

aanpak of oplossing te bedenken. Zodra een verdachte aangehouden wordt

is het zaak te bepalen wat je met de zaak wil. Dat zal in de meeste gevallen

een strafrechtelijke afdoening zijn maar soms is een andere afdoening beter.

Omdat je er zo snel bij bent kun je soms bijvoorbeeld iemand bewegen

hulpverlening in te schakelen. In sommige zaken is het het belangrijkste dat

een verdachte zijn excuses aanbiedt aan het slachtoffer en een eventuele

schade vergoedt. Het mooie van ZSM in vergelijking met een EHBO is dat we

óók nog eens de relevante ketenpartners in het proces betrekken.

De EHBO kan niet alles oplossen, maar verwijst ernstig

zieke patiënten door. Hoe zit dit bij ZSM?

Eigenlijk op dezelfde wijze. We willen alleen die zaken afdoen in ZSM die zich

voor de snelle afdoening lenen. Als de feiten te complex liggen en op termijn

van een aantal dagen niet duidelijk te krijgen zijn, dan dragen we de zaak

over naar bijvoorbeeld onze OM-specialisten. Dat geldt ook voor die zaken

waarin de schade voor het slachtoffer moeilijker vast te stellen is of die te

zwaar zijn.

Opportuun 9 - september 2012 - 4 Vragen | 11


Verdronken in

Meningsverschil over voorwaardelijke opzet

ijskoud water

12 |

Fred Speijers :

‘De verdachte

zei: die lui

hebben een

lesje nodig’

Sam wordt in ijskoud water

geduwd en verdrinkt. De

dader krijgt vier maanden

voor eenvoudige

mishandeling. De zaak laat

advocaat­generaal Fred

Speijers niet meer los.

Hij had zes jaar geëist

voor moord.

‘Zo’n zaak als van Sammy, die hangt aan je,

hangt echt aan je. In de auto hiernaartoe ook

weer.’ Op een terras aan de haven in

Hellevoetsluis vertelt Fred Speijers, advocaatgeneraal

van het ressortsparket Den Haag,

over de zaak die nog steeds steekt.

In 2009 heeft hij drie nare zaken op z’n bureau.

De moord op een jonge Poolse vrouw boven een

Haagse kroeg. Een Turkse man heeft haar,

letterlijk, dood gedanst. De dood van een peuter

die door haar ouders is mishandeld. En de zaak

van Sam.

‘Dan krijg je zo’n stapeltje zaken waar veel

emotie in zit. Ook vanmorgen weer, dan lees ik

het door en dan komt alles weer naar boven.

Zo’n zaak als van Sammy laat je niet los, je bent

er voortdurend mee bezig. Op zich kun je er

niks aan doen, het is gelopen zoals het is

gelopen, maar érgens heb je iets laten liggen,

je hebt iets over het hoofd gezien. Ik las het

vanmorgen weer. Ik heb er echt alles bij

gehaald wat ik erbij kon halen om het Hof te

overtuigen dat die vent voor lange tijd achter de

deur moest.’

In het vestingstadje Hellevoetsluis, waar

Sammy verdronk, vertelt Fred Speijers (66) over

zijn zaak waarover de Hoge Raad in laatste

instantie heeft gesproken. Speijers heeft een

open, expressief gezicht. Soms is hij verontwaardigd

en tikt hij met zijn wijsvinger fel op

het terrastafeltje. Of slaat hij met vlakke hand

naast de theekopjes. Die springen dan uit

hun schoteltje.

Opportuun 9 - september 2012 - alles afwegende | 13


Een lesje leren

In de nacht van 8 februari 2009 komen de

vrienden Sam en Kevin terug uit de stad. Ze

hebben een biertje gedronken. Ze gaan terug

naar het huis waar ze begeleid wonen. Ze zijn

niet dronken, wel vervelend. Ze komen langs

een paar binnenvaartschepen die tot woonboot

zijn verbouwd. Sam (25) stommelt de

loopplank op van een van de afgemeerde

schepen.

Speijers: ‘Dat had hij niet moeten doen, want

die loopplanken zijn alleen voor mensen die

daar wonen. Maar hij deed het wel.’ De

eigenaar en zijn vrouw worden wakker. De

schipper windt zich op: die gaan misschien

wel inbreken. Hij staat op en jaagt de jongens

weg bij de deur. Sam en Kevin lopen door,

maken lawaai bij een boot verderop en gaan

de bocht om. Ze staan op de kade bij een boot

als ze worden ingehaald door de schipper.

Speijers: ‘Die man had zich boos gemaakt. Hij

is terug gegaan naar de slaapkamer en is zich

gaan aankleden. Zijn vrouw zei nog: “Wat ga jij

nou doen?” En hij zei: “Ik ga ze een lesje

leren.” Zijn vrouw zegt: “Bel dan de politie…”

In mijn beleving is dat het moment. Hij wist

wat hij deed. En er zat ook een opbouw in. Zo

heb ik mijn requisitoir ook opgebouwd. Elke

keer dat hij een stap maakte, had hij de

gelegenheid om na te denken over wat hij ging

doen, had gedaan en waar hij mee bezig was.

Dus hij gaat zich aankleden en zegt tegen z’n

vrouw: “Dat heeft geen zin, de politie doet toch

niks. Die lui hebben even een lesje nodig”.’

De bewoners van de schepen in de haven

hebben ‘s nachts vaker last van jongeren. De

een wat meer dan de ander. Het komt voor dat

de trossen worden losgegooid. Bewoners

worden dan de volgende dag wakker en

dobberen met hun boot midden in de haven.

Speijers: ‘Dat dat onplezierig is, dat spreekt

voor zich. Ik snap zijn boosheid. Maar op het

moment dat zijn vrouw zegt: “Bel dan de

politie”, en hij zegt: “Die doen toch niks”, is

dat in mijn beleving moment twee. Hij heeft ze

weggejaagd, dat was moment één. Hij heeft

bereikt wat hij wilde bereiken. Hij kleedt zich

aan. Het is 8 februari, het is hartstikke koud.

Dus hij moet echt aan de bak, je stapt niet

zomaar in je pyjama naar buiten, de haven in,

moment drie. Hij komt vanuit de warmte in de

kou, dat is een klap in je gezicht, dan moet hij

weer nadenken. En dan gaat hij achter ze aan.’

Steenkoud water

De schipper (45) ziet de twee jongens bij een

schip staan. Hij gooit eerst Sam in de haven,

14 | alles afwegende - Opportuun 9 - september 2012

daarna Kevin. Kevin valt in het water op een

ondiepe plek en kan er (wel onderkoeld) uit

komen. Sam ligt in het water op een plek waar je

niet kan staan. En de afstand tussen het water en

de kade is zo hoog dat hij er niet bij kan.

IJskoud water

Procureur-generaal bij de Hoge raad mr.

Machielse acht in zijn conclusie het oordeel van

het Hof Den Haag onbegrijpelijk. Hij kijkt op internet

of het ‘een feit van algemene bekendheid is dat

plotselinge onderdompeling in water de aanmerkelijke

kans op overlijden produceert.’ Hij vindt

geen algemene wetmatigheden, wel veel waarschuwingen:

- iemand die te water raakt in ijskoud water zal in

het algemeen binnen enkele minuten te koud zijn

om nog actief te kunnen zwemmen.

- personen die alcohol hebben gedronken zijn

meer vatbaar voor onderkoeling omdat alcohol

het lichaam sneller warmte doet verliezen en

verdovend werkt

- plotselinge onderdompeling in extreem koud

water kan binnen 5 tot 15 minuten tot dodelijke

onderkoeling leiden

- wanneer men in koud water terechtkomt is er

een kans op direct overlijden door

hartritmestoornissen.

- als men in koud water beweegt neemt het

warmteverlies toe. alleen zeer kleine afstandjes

kunnen nog worden gezwommen.

Speijers voelt zich gesteund door het commentaar

van Machielse: ‘Ik kan wel iets vinden, maar als

mijn collega bij de Hoge raad dat niet vindt, sta je

knap alleen.’

Speijers: ‘Dus Sammy ligt daar in steenkoud

water, in het donker, in het holst van de nacht.

De schipper en een andere gealarmeerde

woonbooteigenaar zien Kevin op het droge

klimmen en wegrennen. Ze schijnen met een

zaklamp en zien Sam ook niet meer. En dan

denken ze dat Sammy uit het water is. Dat

verifiëren ze niet, dat denken ze.’ Kevin schopt

stennis in het tehuis. Hij is Sammy kwijt, hij weet

niet waar Sammy is. De volgende ochtend vindt

de politie hem in de haven. Hij is verdronken.

De rechtbank in Rotterdam veroordeelt de

schipper, na een eis van zes jaar onvoorwaardelijk,

tot vier jaar gevangenisstraf. De advocaat

gaat namens de verdachte in hoger beroep. Bij

het Hof eist Speijers zes jaar voor moord,

subsidiair doodslag, dood door schuld, opzettelijke

mishandeling met de dood tot gevolg. Het

Hof vindt de opzet, al dan niet voorwaardelijk,

niet bewezen. En ze overweegt dat het niet algemeen

bekend is, dat als iemand in koud water

terecht komt, dit tot de dood kan leiden. De

dader wordt veroordeeld voor eenvoudige

mishandeling, vier maanden onvoorwaardelijk,

met aftrek van voorarrest. Speijers gaat in

cassatie. Hij stelt dat het wél algemeen bekend

is. Procureur-generaal bij de Hoge Raad mr.

Machielse is dat met Speijers eens. Maar de

Hoge Raad volgt het oordeel van het Hof Den

Haag: het middel faalt. Het arrest, vier maanden

straf, blijft staan.

Voorwaardelijke opzet

Speijers had in discussie met zijn juridisch

medewerker en de officier van justitie de

dagvaarding verzwaard van doodslag naar

moord. ‘De dader had drie duikdiploma’s. De

man was dus opgeleid om met een pak aan en

van die flessen op z’n rug in het water te liggen.

Daar heb je vaardigheden en kennis voor nodig,

ook over wanneer het gevaarlijk wordt. Ik heb

gezegd: Daarbij woont hij op het water. Het is

stervenskoud, letterlijk en figuurlijk. Hij is

duiker, hij weet alles van water en watertemperaturen.

Bij die temperatuur mag een duiker

niet eens onbeschermd het water in! Als zo’n

man iemand in het water gooit en de hoogte van

het water naar de kade is bijna twee meter, dan

weet hij dus dat die persoon dood gaat, punt.

Als dat zo is, dan is het dus geen doodslag. Dan

is het wat mij betreft gewoon moord. Misschien

is het niet met voorbedachten rade. En misschien

is de opzet ook niet op de dood gericht.

Maar als je onder die omstandigheden, dit laat

gebeuren, dan neem je het niet denkbeeldig

risico dat iemand komt te overlijden. Want hij

komt er sowieso niet meer uit!’

Tijdens het requisitoir gaat Speijers de reeks

van handelingen van de dader langs. ‘Hij heeft

onderweg vijf keer de gelegenheid gehad om

na te denken. Over wat hij deed, wat hij ging

doen, wat hij had gedaan, en waar hij mee

bezig was. En onder die omstandigheden met

die kou, en het risico op overlijden, heeft hij de

gevolgen voor lief genomen. Dat heet voorwaardelijke

opzet.’

Onontkoombaar

Het Hof volgt Speijers niet in z’n argumentatie.

De dader hoefde er niet vanuit te gaan dat

water van die temperatuur er toe leidt dat

iemand komt te overlijden. Bovendien was de

opzet niet gericht op de dood.

Speijers: ‘Ik heb al die beslissingsmomenten

afgepeld, tot vervelens toe.’ Hij tikt op tafel: ‘En

dit en dat, en dan ben ik er nog niet, dan ging ik

weer helemaal terug. En dan dit element. In

mijn beleving was het onontkoombaar dat je

moest concluderen dat in ieder geval het dood

door schuld was. Als het Hof dan zegt: “Het

was geen voorwaardelijke opzet. Hij hoefde het

overlijden van Sammy niet voor lief te nemen”,

dan zeg ik: dat heeft hij absoluut wel gedaan.’

Ook als je kijkt naar de situatietekening. Hij

pakt een papier en tekent: ‘Die boot ligt zo, na

de bocht, hier is het hoog, daar is het laag. Daar

is het vriendje erin gegaan. Hier is het twee

meter, daar is Sammy erin gegaan. Dus Sammy

had onder de boot door moeten zwemmen, om

weg te kunnen komen. In koud water. Dat is

onbestaanbaar, echt onbestaanbaar.’

Commotie in de zittingszaal

Speijers gaat terug naar het moment van de

uitspraak. ‘Ik ben in 1979 de zittingszaal

ingegaan en er niet meer uitgekomen. Ik heb

veel zaken aangebracht waarbij ik niet m’n

gelijk heb gekregen. Dat heet recht. Maar hier,

ik was echt, echt van de leg. Ze begonnen met

de vrijspraak op de primaire tenlastelegging,

op de subsidiaire tenlastelegging en op de

meer subsidiaire tenlastelegging. Toen dacht

ik: wat krijgen we nou, dat kan toch niet? Maar

ik dacht: oké, je hebt ruimte genoeg om tot drie

of vier jaar te komen, dan is het juridisch niet

goed, maar dan dek je het wel af. Vier maanden!

Commotie in de zittingszaal! Echt commotie

in de zittingszaal. Had ik nog nooit meegemaakt.

Rechters die voor oud vuil worden

uitgemaakt door nabestaanden: “En onze

Sammy en, en…” Ik weet me te gedragen in

zo’n zittingszaal, aan mijn lijf geen polonaise,

dan moet je in cassatie gaan. Maar Hans - de

bode - en ik moesten wel tussen de twee

families springen.’

| 15


De Hoge Raad leest het rechtsmiddel als dat

men er “altijd” vanuit mag gaan dat een val in

koud water de aanmerkelijke kans op overlijden

oplevert.

Speijers met stemverheffing: ‘Ik sta daar niet

met alle jongens die zijn overleden omdat ze in

koud water hebben gelegen. Nee, ik sta daar met

deze ene Sammy die in koud water is gegooid en

verdronken. Dat het in 99 gevallen anders gaat,

doet me niets. Ik sta er namens de samenleving.

Wij hebben als samenleving bepaald dat je niet

iemand in het holst van de nacht, als het

stervenskoud is, in het water gooit. Terwijl je

‘Formeel ben ik

met pensioen,

maar ik doe nog

steeds zittingen.

Tot mijn grote

genoegen’

16 | alles afwegende - Opportuun 9 - september 2012

zeker weet dat hij er nooit meer uit kan komen.

En je dus op je vingers kunt natellen dat iemand

doodgaat.’

Even valt er stilte, dan zegt hij zachter: ‘We

hebben een prachtig rechtssysteem waarin je in

hoger beroep kunt. En als je het er niet mee

eens bent, teken je cassatie aan. Het hoogste

rechtscollege heeft hier gezegd: “Nee, Speijers,

je ziet het verkeerd.” Juridisch moet ik me daar

bij neerleggen.’

Tekst: Nanda Tulner

Foto: Michel de Groot

OVEr FrED SPEIJErS:

Mr. a.L. Speijers (66) is plaatsvervangend advocaatgeneraal

buiten bezwaar van ’s rijks Schatkist in Den

Haag. Na een opleiding aan de Koninklijke Militaire

academie in Breda werd Speijers luitenant en later

kapitein bij de Garde Fuseliers Prinses Irenebrigade

in Schalkhaar. Hij vervulde diverse functies bij de

Krijgsraad en later bij het Openbaar Ministerie.

Loopbaan:

1966 – 1970 Koninklijke Militaire academie

in Breda

1970 – 1979 Luitenant en kapitein bij de Garde

Fuseliers Prinses Irenebrigade in

Schalkhaar

Deeltijd studie rechten in utrecht

1979 – 1981 Griffier Krijgsraad in arnhem Plv.

auditeur militair van de Krijgsraad

Hoofd Juridische Zaken algemeen van

de Landmachtstaf

1981 - 1991 auditeur–Militair van de krijgsraad

1991 - 2001 Officier van justitie te Zwolle

Hoofd Fraude Economie en Milieu

Projectleider Financieel rechercheren

Hoofd van het Team Bovenregionale en

Bijzondere zaken Noord-Oost

Nederland

Hoofd afdeling Onderzoek en

Expertise van het Functioneel Pakket

Landelijk Coördinator

Fraudebestrijding

2008 - 2011 advocaat-generaal bij het Hof in Den

Haag

2011 Plaatsvervangend advocaat-

generaal in Den Haag

Oppas-opa

In betoverend Hoorn kreeg een knikkerdief klappen

Het is de eerste zomerse dag na een

miezerige periode, en aan de

IJsselmeerkust rekt Hoorn zich uit

in het zonlicht. De lange rij vooruit

hellende monumenten aan de Grote

Oost vormt een soort erehaag. In het

midden, eveneens licht voorovergebogen,

staat het kantongerecht,

klaar om de verdachten te ontvangen

voor de tweewekelijkse zitting

van de politierechter.

Voor rechter Iris Nusselder is het de

laatste dag voor haar vakantie. Ze

komt graag in Hoorn. Het is de

sfeer; de gebrandschilderde ramen

van de zittingszaal, de lambriseringen,

het sleetse visgraatparket, het

stucplafond, het stootkussentje dat

de voordeur op een kier houdt, en

verrek, er staat hier nog een echt

hekje voor de verdachte, geschilderd

in jaren zestig olijfgroen.

‘Zullen we vanmiddag met de

leerplichtzitting naar de voorzaal

verhuizen?’, oppert de rechter. Ze

doet dat wel vaker als ze de kans

ziet. De voorzaal is nog statiger, met

zijn wandschilderingen rondom,

maar wordt als regel niet gebruikt

voor strafzittingen. Voor het OM

moet hier een bijzettafeltje worden

geplaatst, geen erg rechtsstatelijk

gezicht, maar officier van justitie

Jan Reekers vindt het best.

De strafzitting is de gebruikelijke

parade van kruimeldieven en

vechtersbazen. Er is ook nog een

bedreiging tegen het leven – het

strafrechtelijke staartje van een

door de Rijdende Rechter beslechte

burenruzie over een schutting. Maar

de meest opvallende acteur is

meneer J., de oppas­opa van

Damian. Hij ging door het lint toen

er een vader aan de deur stond met

de mededeling dat Damian knikkers

van zijn kinderen zou hebben

afgepakt. De jonge knikkerdief zette

het op een lopen, opa J. ging er

achteraan op de fiets en zou, na een

achtervolging door de straat,

Damian een paar stevige klappen

hebben verkocht.

Nonsens, zegt de verdachte. Hij

struikelt bijna over zijn woorden,

zijn kaakspieren trekken nerveus

samen. Hij demonstreert wat er wel

is gebeurd, komt achter het hekje

vandaan zodat de rechter het goed

kan zien. ‘Kijk, ik was dus op de fiets

want ik kan niet zo goed lopen, met

één hand hield ik mijn fiets vast en

met de andere hand drukte ik

Damian op de grond, dus hoe kan ik

hem dan geslagen hebben?’

Tegen hem spreken de verhalen van

meerdere getuigen, want het tumult

trok nogal wat bekijks. Er is gezien

hoe opa J. Damian meesleurde en

klappen gaf. De verdachte schudt

het hoofd in ongeloof. ‘Die mensen

zeggen maar wat. Ze zitten daar

allemaal onder de drugs. Zo word ik

afgeschilderd als de misdadiger van

de eeuw. Door roddel en achterklap

is mijn vrouw nu ook haar baan als

oppas­oma kwijt. Heel triest, het

was haar levenswerk. We zijn

voldoende gestraft, financieel en

mentaal.’

‘Ik geloof niet dat deze mensen

zonder reden iets verzinnen om

meneer op te zadelen met een

strafzaak’, zegt officier van justitie

Reekers. ‘En ook al zou het een

vervelende jongen zijn, slaan is uit

den boze.’ Hij eist 30 uur werkstraf

en toewijzing van de 350 euro

immateriële schadevergoeding die

de moeder vraagt.

De verdachte krijgt het laatste

woord. ‘Dank u. Ik hou me in,’ zegt

hij, ‘ik zou alleen maar vreselijk

kwaad worden.’

Voor rechter Nusselder zijn de

getuigenverklaringen en de rode

plek in het gezicht van Damian meer

dan genoeg. Ze vonnist conform de

eis, en hee, opa J. doet meteen

afstand van zijn recht op hoger

beroep.

De charme van Hoorn is absoluut

besmettelijk. Sta je eenmaal weer

buiten, merk je dat je een belangrijke

afspraak in Den Haag straal

bent vergeten. Zoiets verpest de rest

van je dag, maar de betovering is er

toch maar mooi geweest.

Tekst: Lars Kuipers

Illustratie Guusje Kaayk

Opportuun Opportuun 9 - september 9 - september 2012 2012 - Naam - De artikel Zaak | 17


ERKENNING EN

Werken bij het slachtofferloket

GENOEGDOENING

Het mag dan nazomeren, van rust is geen sprake op het

slachtofferloket Utrecht. De ontwikkelingen rijgen zich aaneen. Van

de pilot Schadefonds Geweldsmisdrijven tot interne bewegingen:

regionaliseren, verhuizen en bezuinigen. Hoe garanderen we de

kwaliteit met minder mensen, is een vraag die velen zich stellen.

De frontoffice van het slachtofferloket bestaat uit

vier medewerkers, twee van de politie en twee

van het OM. Vandaag zit Natascha Opperhuizen

van de politie er samen met haar OM-collega

Nathalie Molenaar. Prompt als ze wat wil

vertellen, belt iemand van slachtofferhulp.

‘Dat is een bekende naam… o, een hele rij… ja,

deze zaak zit erbij… door middel van een valse

sleutel, klopt dat…’

Informatie zoeken en geven is de kern van de

werkzaamheden van het loket. Spitten in

systemen - Natascha heeft er zes – en uitleggen:

met veel geduld en zo vaak als nodig is.

Slachtoffers zijn mondiger, vindt ze. ‘Vooral als er

geld is toegewezen, willen ze dat gelijk hebben

en zijn ze soms niet netjes. Maar dat kunnen we

wel opvangen’, zegt ze. Bovendien is er ook wel

begrip voor de boosheid. ‘Mensen weten vaak

niet goed wat ze kunnen verwachten. Daar word

je onrustig van.’ Nathalie vult aan: ‘Het lange

wachten staat met stip op de eerste plaats van

het rijtje ergernissen. Aan de andere kant zijn

mensen ook vaak heel dankbaar en opgelucht

als hun zaak is afgehandeld. Je voelt dan een

last van ze afvallen.’

Wensen? Ja, die hebben ze: een goed systeem

om de vragen te registreren, een landelijke

handleiding over het verstrekken van informatie,

meer achtervang…

Slachtofferzorg OM

Ondertussen zit administratief medewerkster

'Ik kan niet merken dat slacht-

offers ontevreden zijn over

het bedrag dat hen wordt toe-

gekend', zegt Jolande de Jong

(links), namens Slachtofferhulp

Nederland werkzaam op het

slachtofferloket

slachtofferzorg Helen Razab-Sekh lekker door te

buffelen, nu bezig met het registreren van

voegingsformulieren. Dat is een van de vele

taken. ‘O, ik doe zoveel: dossiers controleren,

gegevens invoeren, berichten sturen over

schorsingen, zittingen, hoger beroep, voorgeleidingen,

schadeformulieren, contact met advocaten,

met het CJIB.’ Het werk neemt toe, stelt ze

vast. Niet zozeer het aantal strafzaken maar

slachtoffers weten beter de weg naar het loket te

vinden. ‘We werken hier vanuit een eigen

verantwoordelijkheid en we hebben goede

werkafspraken. Je weet dus precies waar je

verantwoordelijk voor bent en je zorgt dat je werk

in orde is. We werken heel secuur want we gaan

echt voor de slachtoffers.’ Maar naast een hoge

motivatie en goede werkhouding, is er ook zorg.

‘Het is geweldig werk, en ik wil het goed doen

ook in de toekomst en daar maak ik me zorgen

over.’ Helaas is het zo dat de onvermijdelijke

personele krimp voelbaar wordt op het slachtofferloket

waar relatief veel tijdelijke krachten

moeten vertrekken. ‘Slachtoffers moeten dat niet

merken, die hebben genoeg meegemaakt. Dat

merk ik de enkele keer dat ik direct met een

slachtoffer bel. Bijvoorbeeld om ze te informeren

over een schorsing. Als je hoort hoe bang ze zijn,

kun je je goed voorstellen wat een misdrijf met

mensen doet.’

Een aangifte is niet altijd

helder, weet Robin van der

Pol van het Schadefonds

Geweldsmisdrijven. 'En dan

hebben we informatie nodig

van politie en OM. Op het loket

kunnen we daar snel bij.'

Snel, goed, eenduidig

De ontwikkeling van het slachtofferloket in

Utrecht en Lelystad heeft ertoe geleid dat

slachtoffers er eenduidig, snel en goed

bediend worden. Het niveau van serviceverlening

aan slachtoffers vormt de norm

die het regioparket nu wil stellen voor alle

contacten met alle klanten. Denk bij voorbeeld

aan ketenpartners, advocaten,

verdachten, studenten die op zoek zijn naar

een stage, en werkzoekenden. Het in het

slachtofferloket behaalde succes lijkt het

fundament voor een goede klantenbejegening

in brede zin. Het parket Utrecht/

Lelystad gaat alle klantcontacten onderbrengen

bij een klantgerichte Servicedesk,

herkenbaar voor de omgeving.

De afnemer of klant van het OM komt op

deze manier nog meer centraal te staan.

Dit denken is niet nieuw: veel commerciële

en publieke organisaties zijn het OM voorgegaan.

‘De beweging naar meer klantgerichtheid

wordt positief ontvangen’, weet

beleidsadviseur Mieke Jansen. ‘Dat merken

we in de vele gesprekken die we inmiddels

binnen het OM hebben gevoerd.’

Slachtofferhulp Nederland

Dat weten ze ook bij Slachtofferhulp Nederland,

een belangrijke partner in het loket. Jolande de

Jong is dagelijks bezig met de juridische

dienstverlening vanuit haar organisatie. ‘Deze

bestaat onder andere uit zittingsbegeleiding,

voegingen en gesprekken om een schriftelijke

slachtofferverklaring op te stellen.’ Het is niet

haar ervaring dat mensen uit zijn op geld, ‘ze

willen vooral erkenning en genoegdoening op

een of andere manier. Ik kan niet merken dat

18 | De afdeling - Opportuun 9 - september 2012 | 19


slachtoffers ontevreden zijn over het bedrag dat

ze wordt toegekend. Onze medewerkers helpen

bij het bepalen van de schade en doen dat zo

reëel mogelijk. Daarbij letten ze ook op de

immateriële kant. Maar uiteindelijk is de beslissing

aan de rechter.’ Ook zij merkt dat slachtoffers

veel behoefte hebben aan informatie: hoe

loopt het proces, wat is de positie van een

slachtoffer, wat houdt het spreekrecht in. Ook zij

vindt dat het werk toeneemt. ‘Ik denk dat de

politie beter doorverwijst, dat mensen mondiger

zijn en dat er in de media meer aandacht is voor

slachtoffer is dan vroeger.’ Een goede zaak:

‘Iedereen die bij ons aanklopt heeft zijn verhaal

en het is geweldig om te helpen dat er recht

wordt gedaan.’

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Een keer per twee weken schuift Robin van der

Pol van het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan

bij de medewerkers van het loket. ‘Wij bieden een

vangnet’, legt hij kort en bondig uit. ‘Als de

verzekering niet uitkeert en het via het strafproces

niet lukt om de schade te verhalen, kunnen

mensen een beroep op ons fonds doen.’ Het moet

dan wel gaan om een opzettelijk gepleegd

geweldsmisdrijf waar het slachtoffer niet zelf een

aandeel in heeft. Om de aanvragen te kunnen

beoordelen moeten de medewerkers van het

fonds vaak een beroep doen op de keten. ‘Een

aangifte alleen is niet altijd helder’, legt Robin

uit, ‘en dan hebben we informatie nodig van

politie of justitie. Op het loket kunnen we daar

snel bij. Met die informatie krijgt het slachtoffer

ook sneller de beslissing op zijn of haar aanvraag.

Soms vinden we het nodig om de uitspraak van de

rechter af te wachten, maar soms kunnen we

gelijk beslissen en krijgt een slachtoffer een

tegemoetkoming voordat de zaak naar zitting

gaat. Het onrecht is dan gelijk erkend.’

20 | De afdeling - Opportuun 9 - september 2012

Er is vooral sprake van een vangnet wanneer er

geen daders zijn opgespoord, of wanneer het

bewijs niet rond te krijgen is, maar er wel degelijk

een slachtoffer is van een geweldmisdrijf. ‘Hoewel

een veroordeling er niet in zit, kan een slachtoffer

dan wel gecompenseerd worden voor schade

of letsel.’

Op de dagen dat Robin in Utrecht werkt, komt hij

niet alleen informatie halen. Hij legt de rol van het

schadefonds uit, bespreekt de haalbaarheid van

casussen en denkt mee over verbeteringen in de

processen. ‘Je opereert als een keten’, vat hij

samen. Hoewel de evaluatie van dit project deze

maand wordt verwacht, durft hij zich al wel

positief uit te laten. Processen sluiten beter aan,

informatie is sneller beschikbaar, je hebt meer

begrip voor elkaar en bij slachtoffers kun je

teleurstelling voorkomen.

Zaakscoördinator

Sinds zo’n anderhalf jaar werkt het slachtofferloket

met het Maatwerk Protocol. Een zaakscoördinator

zorgt samen met de familierechercheur van

de politie en de casemanager van Slachtofferhulp

Nederland voor optimale begeleiding van slachtoffers

van geweldsdelicten met dodelijke afloop

en ernstige zedendelicten. Na de pilot zo’n twee

jaar geleden doet Margreet Hoenson dit werk voor

Utrecht. Samen met Rob van Held uit Lelystad

werkt ze nu toe naar een regionale werkwijze. ‘De

werkdruk is hoger in Utrecht dat meer TGO’s

kent’, vertelt Margreet. Dat ze in de toekomst de

zaken kunnen verdelen, elkaar achtervangen en

kunnen sparren is iets om naar uit te kijken. Over

de zaakscoördinatie zijn ze beiden positief: ‘Je

volgt een zaak van begin tot eind en let op alle

details’, vertelt Margreet. ‘Je bent een spin in het

web tussen politie en slachtofferhulp, je organiseert

gesprekken, regelt de zittingsvoorbereiding,

de beveiliging.’ Op die manier ontlast de zaaks-

OM-zaakscoördinatoren Margreet

Hoenson en Rob van Held voelen

zich spin in het web tussen politie

en slachtofferhulp. 'Je organiseert

gesprekken, regelt de

zitttingsvoorbereiding, en ontlast

de zaaksofficier.'

coördinator, als aanspreekpunt voor het

slachtoffer en voor externe partijen, de zaaksofficier.

‘We doen ook 6WVW-zaken en servicezaken die

buiten het protocol vallen en die ik daarom

alleen doe’, vervolgt Margreet. Dat heeft ook

weer een goede kant. ‘Je hebt direct contact en

zo kun je veel voor mensen betekenen. En dat

merk je. De moeder van het slachtoffer van de

Cartesiusweg kwam naar de zitting met een

roos. Die was voor mij! En een andere nabestaande

heeft me een brief geschreven, zo

prachtig mooi. Die bewaar ik.’

Coördinator

Ten slotte blikt Eelco Knops, coördinator van het

slachtofferloket in Utrecht, kort vooruit.

‘Slachtoffers die ons bellen, worden goed

geholpen. Deze werkwijze willen we uitbreiden

voor alle klanten van het parket Midden-

Nederland’. Dit zal vorm krijgen in een servicedesk

waar alle klantcontacten worden ondergebracht

en afgehandeld. Deze dienst is nu in

ontwikkeling en de ambitie is het op 1 maart

2013 operationeel te hebben voor het nieuwe

parket. ‘De tijd is er rijp voor’, vindt Eelco Knops,

‘het OM wil de omgevingsgerichtheid verbeteren

en dit past hier precies in. We hopen dat andere

OM-onderdelen aansluiten bij deze ontwikkeling

zodat we gezamenlijk toewerken naar een

zichtbaar, merkbaar en herkenbaar OM.’

Tekst: Mary Hallebeek

Foto's: Mary Hallebeek en Robin Utrecht

'Het is geweldig

werk en ik wil het

goed doen', zegt

administratief

medewerker Helen

Razab-Sekh.

‘Slachtoffers moeten

niets merken van

de personele krimp

van het loket. Zij

hebben al genoeg

meegemaakt. Als je

hoort hoe bang ze

zijn, kun je je

voorstellen wat een

misdrijf met

mensen doet’

| 21


Focus op jeugd

Het probleem van criminele jeugdgroepen wordt hard

aangepakt. Anderhalf jaar na de prioritering presenteren

het OM en de politie de voorgangsrapportage aan de

minister. Hoofdofficier Henk Korvinus: ‘Het succesverhaal

vertaalt zich in cijfers.’

Hoe staat het, anderhalf jaar na de inventarisatie

van criminele jeugdgroepen, met de

aanpak daarvan? Volgens het onderzoeksbureau

Beke waren er eind 2010, bijna negentig

criminele jeugdgroepen in Nederland actief.

Naar aanleiding daarvan werd, op initiatief van

het ministerie, de afspraak met het OM en de

politie gemaakt om prioriteit te geven aan de

aanpak van die criminele jeugdgroepen.

Focus

‘Die prioritering van de minister heeft er toe

geleid dat er een focus is ontstaan. En die

focus heeft geresulteerd in succesvolle

resultaten’, zegt Henk Korvinus, hoofdofficier

van het arrondissementsparket Den Haag en

landelijk portefeuillehouder Jeugd.

‘Het succes vertaalt zich in cijfers: Minstens

63 procent van de leden van criminele

jeugdgroepen is met het OM in aanraking

gekomen.’

22 | actueel - Opportuun 9 - september 2012

Cijfers

Van de in totaal 1.888 bendeleden zijn bijna

1.200 personen ingestroomd bij het OM. Deze

groep is gezamenlijk verantwoordelijk voor

7.110 feiten en 4.917 zaken. Gewelds- en

vermogensdelicten kwamen relatief het

meest voor. 96 Procent van die groep heeft

een strafrechtelijke interventie opgelegd

gekregen. Meer dan achthonderd keer is er

een vrijheidsstraf opgelegd, meer dan

vijfhonderd keer een taakstraf en meer dan

duizend keer (ook in combinatie met) een

boetegeld.

Verdwenen

Ook op groepsniveau is het beeld van de

aanpak positief. Van de negentig criminele

jeugdgroepen – die voor een belangrijk deel

ook uit jongvolwassenen in de leeftijd van 18

tot 23 jaar bestaan – zijn een kleine zeventig

geprioriteerd. Dit houdt in dat de partners

Optreden tegen criminele jeugdgroepen

gezamenlijk extra inspanningen richten op de

betrokken groep. Voor het overgrote deel van

deze groepen is in de aanpak gekozen voor

een combinatie van straf en zorg. Een

persoonsgerichte aanpak en gezamenlijk

optrekken met gemeenten staat voorop.

Dankzij de aanpak is het grootste deel van de

geïnventariseerde groepen niet meer

crimineel of zelfs verdwenen.

Voedingsbodem

Daarmee is het probleem van criminele

jeugdgroepen natuurlijk niet opgelost.

Korvinus: ‘Je kunt niet gemakkelijk wat

knippen en scheren en zeggen dat daarmee

criminele jeugdgroepen zijn verdwenen. Ik

ben realistisch genoeg om te zeggen dat het

een maatschappelijke verschijningsvorm is

en dat er een voedingsbodem is in een aantal

wijken, waardoor nieuwe criminele jeugdgroepen

ontstaan. Die nieuwe aanwas blijkt

ook uit de laatste Beke-rapportage.’

Lokale aanpak

Criminele jeugdgroepen worden op verschillende

wijze aangepakt. De driehoek – hoofdofficier,

korpschef en burgemeester – maakt

eigen keuzes. Lokale situaties worden per

regio aangepakt. Zo kent regio Utrecht-

Lelystad bijvoorbeeld de zogenaamde

Kopstukkenaanpak. ‘Negatieve kopstukken’

hebben een dominante negatieve invloed op

‘Kunst is om te voorkomen dat nieuwe criminele

jongerengroepen ontstaan. Hoe voorkom je dat

mensen lid worden van een criminele

jeugdgroep? Als dat niet wordt meegenomen in

de aanpak is het dweilen met de kraan open.’

Henk Korvinus, hoofdofficier Den Haag

een groep. Door de leiders aan te pakken

wordt de dynamiek in de groep verstoord en

wordt er een voorbeeld gesteld. Met het

organiseren van themazittingen weet het

parket veel publiciteit te genereren.

De regio Amsterdam zet de aanpak ‘Top

600’ breed in. Het is een gezamenlijke

aanpak waarin niet alleen het OM en de

politie participeren, maar ook de stadsdelen,

het Veiligheidshuis, de directie

Openbare Orde en Veiligheid en de

gemeente Amsterdam.

In Den Haag is er sprake van een combiaanpak,

zowel overheidspartijen als burgers

zijn erbij betrokken

De hoofdofficier: ‘We bekijken wat het effect

is in de wijk. Wat zien wijkagenten, wat merken

winkeliers van de in die wijk op straat

aanwezige jeugd(groepen). Voelen burgers

zich serieus genomen als er klachten zijn

over problematisch gedrag van leden van

jeugdgroepen. We vergaren zoveel mogelijk

informatie: Welke delicten lijken gerelateerd

aan leden van een jeugdgroep? Gaat

het om geweld, drugs of vermogenscriminaliteit?

Waar vinden bijvoorbeeld inbraken

plaats en door wie worden ze gepleegd. Zo

bleek bij nadere bestudering van de

aangiftes dat vooral de eerste etages van

flatgebouwen in bepaalde wijken doelwit

waren. Daarop informeerden we burgers

wat zij daar tegen konden doen.’

| 23


Doorontwikkeling

Volgens Korvinus is een doorontwikkeling

van de aanpak mogelijk door van elkaar te

leren wat werkt en wat niet. Door dat te

analyseren bevorderen we het maken van

bewuste keuzes.

Korvinus: ‘Kunst is om te voorkomen dat

nieuwe criminele jongerengroepen ontstaan.

Hoe voorkom je dat mensen lid worden van

een criminele jeugdgroep? Als dat niet wordt

meegenomen in de aanpak is het dweilen met

de kraan open. Daarnaast moet er eenduidigheid

ontstaan van het in beeld brengen van

criminele jeugdgroepen. In bepaalde steden

zijn veel meer groepen gerapporteerd dan in

vergelijkbare grotere agglomeraties.

De aanpak volledig kantelen duurt veel langer

dan anderhalf, twee jaar. Daarom vind ik het

buitengewoon verstandig om de focus op

criminele jeugdgroepen te blijven handhaven.

De aanpak vraagt een inspanning van alle

partners. Het gaat om een combinatie van

straf, zorg, werk- en opleidingsmogelijkheden.’

Strafverzwarend

De vraag waar Henk Korvinus mee speelt is

of deelname aan een criminele jeugdgroep

geen strafverzwarend element van de straf

zou moeten zijn? Tenslotte geldt dat wel voor

het in vereniging plegen.

24 | actueel - Opportuun 9 - september 2012

‘Ik hoor in mijn omgeving en in de driehoek

de gedachte dat we deelname aan criminele

jeugdgroepen bij de rechter als een verzwarende

omstandigheid moeten aanzetten.’

Daarbij werpt hij direct zelf bezwaren op:

‘Het heeft wel haken en ogen. Het gaat erom

wat je op straat ziet en beleeft. Hoe ga je dat

in beeld brengen? Dit vergt een weergave in

bijvoorbeeld een sfeer proces-verbaal.

Overigens is dat ook nodig als we een

gebieds- of locatieverbod door de rechter

opgelegd willen zien.’

Om daarna direct te verkondigen dat de

charme van de jeugd is dat je die nog kan

beïnvloeden. ‘Elk kind heeft recht op ontplooiing

tot een gezond lid van de maatschappij’

en ‘it takes a village to raise a child.’

Tekst: Thea van der Geest

Foto: Robin Utrecht

Ik denk dat ik op bijna alle gebieden wel door kan gaan als ‘de gemiddelde OM’er’. Ja,

ik heb rechten gestudeerd, maar ben geen superjurist. Ja, ik ken inmiddels aardig wat

mensen, maar Herman Bolhaar herkent mij (nog?) niet. En ja, ook ik heb ooit in mijn

sollicitatiegesprek gezegd dat ik het heel belangrijk vind om me in te kunnen zetten

voor de maatschappij, maar eigenlijk zou ik alles gezegd hebben om een baantje te

krijgen. Een gemiddelde OM’er dus. Als ik geen ‘briljante’ columns zou schrijven, zou

je me waarschijnlijk in de gangen van het Paleis van Justitie gewoon voorbijlopen. In al

mijn gemiddelde arrogantie durf ik dan ook wel te stellen dat ik waarschijnlijk niet de

enige ben die last heeft van het volgende.

Ik lees beroepsmatig vaak over hoe kleine akkefietjes op straat uit de hand lopen. De

dames en heren in het blauw zijn voor veel akkefietjesmakers als een rode lap voor

een stier. Als ik die verhalen lees dan verbaas ik me hoe mensen kleine meningsverschilletjes

uit de hand kunnen laten lopen. Ik zou dat namelijk nóóit doen. Ik vind

mezelf redelijk verstandig, ben conflictvermijdend – een lafaard zo je wilt – en ik werk

nota bene bij het OM. Gekke dingen zal ik niet doen. Ik heb juist de neiging om bij

(dreigende) akkefietjes even met de politieagenten te gaan praten. Je weet wel, als

‘collega’s’ onder elkaar. Het vervelende alleen is dat ik die neiging vooral heb als ik bij

het uitgaan enkele drankjes op heb of op vakantie ben in het buitenland. Of een combinatie

van beide. Achteraf gezien ben ik natuurlijk ook gewoon zo’n irritant mannetje

waarover ik vaak lees, maar op het moment zelf lijkt het altijd een goed idee… Om jullie

voor te zijn, nee, ik ben er nog nooit mee in de problemen gekomen. Dan zou ik

namelijk nooit meer mijn positie als gemiddelde OM’er ontstijgen.

Joost Vliegenthart

Joost de Middelmaat

Akkefietjesmakers

Opportuun 9 - september 2012 - Column | 25


KORTOM

Kijk voor meer actueel nieuws op www.om.nl

uitbreiding spreekrecht

De uitbreiding van het

spreekrecht per 1

september maakt deel uit

van het beleid slachtoffers

en nabestaanden beter te

ondersteunen. Het

spreekrecht wordt erg

gewaardeerd en kan

slachtoffer en nabestaande

helpen bij de verwerking

van het misdrijf en de

dader confronteren met

de gevolgen.

Voorheen mocht één nabestaande

zijn verhaal op de terechtzitting

doen, maar dat bleek in de praktijk

te beperkt. Nu krijgen naast de

levensgezel van het overleden

slachtoffer maximaal drie nabestaanden

het recht om op zitting te

spreken. Dat kunnen behalve een

kind of ouder van het slachtoffer

ook andere familieleden zijn, zoals

grootouders, kleinkinderen, (achter)nichten

en (achter)neven, tantes

en ooms met wie het slachtoffer

een hechte band had.

Verder krijgen ouders of voogden

spreekrecht bij minderjarige

slachtoffers die vanwege hun

jeugdige leeftijd niet in staat zijn op

zitting te vertellen over de gevolgen

van het misdrijf. Minderjarige

slachtoffers die zelf op zitting

kunnen spreken, mogen dat blijven

doen. Daar komt geen verandering

in. Nieuw is ook dat het spreekrecht

uitgeoefend kan worden namens

slachtoffers, die als gevolg van het

misdrijf fysiek of geestelijk niet in

staat zijn het woord te voeren.

Slachtoffers of nabestaanden die

zelf geen gebruik van hun spreekrecht

durven of willen maken,

mogen dat straks ook hun raadsman

of medewerkers van

Slachtofferhulp Nederland laten

doen. Het slachtoffer mag op de

zitting spreken over de gevolgen die

het strafbaar feit voor hem of haar

heeft gehad.

Het spreekrecht geldt voor slachtoffers

en nabestaanden van ernstige

misdrijven waar acht jaar of

meer gevangenisstraf voor kan

worden gegeven en een aantal

andere in de wet genoemde misdrijven,

zoals bepaalde zedenmisdrijven,

stalking, bedreiging of een

verkeersongeval met dood of ernstig

lichamelijk letsel tot gevolg.

Commissie standaardtenlasteleggingen

Door het College van procureurs­generaal

is de

Commissie standaardtenlasteleggingen

ingesteld.

De afgelopen jaren zijn de standaardtenlasteleggingen

niet meer

aangepast aan nieuwe wetgeving

en jurisprudentie. De commissie

heeft tot taak de kwaliteit van

bestaande standaardtenlasteleggingen

te optimaliseren, een uniformeringsslag

te maken bij teksten

die op lokaal niveau zijn

ontwikkeld en te bekijken of er

voor nieuwe wetgeving behoefte

bestaat aan een nieuwe standaardtenlastelegging.

De Commissie standaardtenlasteleggingen

opereert onder

verantwoordelijkheid van de

hoofdadvocaat-generaal van de

Landelijk Ressortelijke Organisatie

in Den Haag, waar voorzitterschap

en secretariaat gevestigd zijn.

Kwaliteitsofficieren, een

recherche officier, advocaten-

Landelijke Beslag autoriteit

Met de komst van de

Landelijke Beslag Autoriteit

(LBA) houdt één centrale

organisatie de regierol in het

beslagproces.

Op advies van de Commissie

Beslag Openbaar Ministerie is de

Landelijke Beslag Autoriteit (LBA)

opgericht voor zowel klassiek als

conservatoir beslag. De autoriteit

ziet erop toe dat adequaat beslagbeslissingen

worden genomen,

rechterlijke beslissingen worden

uitgevoerd en dat de justitiële

ketenpartners de (OM)-beslissing

binnen de gestelde termijn uitvoeren.

Naast de komst van de LBA is het

Beslagportaal gelanceerd voor

Politie, het OM en DRZ. Deze internetapplicatie

maakt het mogelijk

om inbeslaggenomen goederen

met een, voor heel de beslagketen,

uniek nummer te registreren. In

het Beslagportaal is te zien waar

een voorwerp zich bevindt en wat

ermee gebeurt. Ook taxatiewaar-

den en opbrengsten staan geregistreerd.

Zo blijft de kans op

ontsporing van het beslagproces

minimaal.

De komst van een landelijke beslagautoriteit

betekent een grote

verandering voor het OM en de

justitiële ketenpartners.

'Naast een controlerende functie

generaal, de directeur van het

Wetenschappelijk Bureau OM en

de hoofden van het team verkeer

en de Centrale Verwerking OM

maken deel uit van de commissie.

Mocht er behoefte bestaan aan een

nieuwe standaardtenlastelegging

of verbetering van een bestaande

tekst dan kan dat gemeld worden

bij het secretariaat van de commissie.

Contact: tenlastelegging@om.nl

wordt de LBA het aanspreekpunt

voor de beslagketen en helpt waar

nodig om het beslagproces succesvol

te laten verlopen. Door een

snelle afhandeling hebben we

minimale kosten, generen we hoge

opbrengsten en daarmee een

hogere incasso zegt projectleider

Astrid Veenema van het Bureau

Ontnemingswetgeving OM.

26 | KortOM - Opportuun 9 - september 2012 | 27


Samenwerken met Kansspelautoriteit

Op 11 september 2012 ondertekent

het OM een samenwerkingsprotocol

met de Kansspelautoriteit.

Hierin is vastgelegd hoe strafrechtelijke

onderzoeksvoorstellen

worden geselecteerd en overgedragen.

Het Functioneel Parket is

namens het OM partij in het selectie-overleg.

Onlangs is de Kansspelautoriteit

opgericht om gokverslaving aan te

pakken en illegale kansspelpraktijken

te bestrijden. De autoriteit

richt zich mede op aanbieders die

kansspelen gebruiken om geld wit

te wassen of deelnemers op te

lichten.

De Kansspelautoriteit sanctioneert

bij overtredingen. De handhaving is

bestuursrechtelijk, maar de autoriteit

kan ook - als een strafrechtelijk

onderzoek noodzakelijk wordt

OM-columniste in aD

Pascale Bruinen, officier van

justitie in Maastricht, wordt

vanaf zaterdag 22 september

columniste bij het AD. Ze zal in

Nieuwe oriëntatiepunten

straftoemeting fraudezaken

De Rechtspraak heeft oriëntatiepunten

vastgesteld voor de

bestraffing van fraude, variërend

van uitkeringsfraude tot ingewikkelde

witwaspraktijken. Rechters

krijgen daarmee

een indruk van de straffen die

andere gerechten in vergelijkbare

gevallen hebben opgelegd, ter

bevordering van de rechtseenheid.

Het opleggen van richtlijnen voor

de strafmaat is geen optie, aangezien

rechters onafhankelijk oordelen.

Zij oordelen per geval en

leveren maatwerk.

geacht –buitengewone opsporingsambtenaren

inzetten als experts.

De autoriteit beschikt over een

vijftal opsporingsambtenaren.

Daarnaast behoort het verstrekken

van vergunningen en toezicht

houden op de naleving van de

wet- en regelgeving door vergunninghouders

tot de taken. Ook

‘Oriëntatiepunten zijn geen voorschriften,

ze geven alleen weer wat

collega’s doen in soortgelijke

gevallen,’ zegt voorzitter Van den

Beld van het Landelijk overleg van

voor zitters van de strafsectoren.

‘We zien steeds vaker dat rechters

in hun vonnissen naar de oriëntatiepunten

verwijzen of motiveren

waarom zij daarvan afwijken. En

hoewel ze bedoeld zijn voor intern

gebruik, kijken advocaten en officieren

van justitie er ook naar als

ze argumenten zoeken voor een

lichtere of zwaardere straf.’

De oriëntatiepunten worden jaar-

waakt de autoriteit over de afdracht

van kansspelopbrengsten.

De Kansspelautoriteit is een zelfstandig

bestuursorgaan (ZBO) die

onder de politieke verantwoordelijkheid

van de staatssecretaris van

V&J valt.

Meer informatie:

www.kansspelautoriteit.nl

een wekelijkse column een

persoonlijk kijkje bieden in de

belevingswereld van de mens

achter de officier van justitie.

lijks geëvalueerd, om ervan verzekerd

te zijn dat ze een actueel

beeld blijven geven van de strafoplegging

in Nederland.

Van den Beld: ‘Want als het

Openbaar Ministerie bijvoorbeeld

op last van de minister de strafeis

in zedenzaken verhoogt, is de kans

reëel dat rechters in reactie daarop

na verloop van tijd ook zwaarder

gaan straffen.’

Legitimatie bij contante inkoop metaal

Er komt een legitimatieplicht

bij contante inkoop van metaal.

Deze maatregel wordt

ingevoerd om heling van gestolen

koper tegen te gaan en

de verkoop moeilijker te maken

voor dieven.

De ministerraad heeft hiermee

ingestemd op voorstel van minister

Opstelten van Veiligheid en Justitie.

Het doel is om de legitimatieplicht

op 1 januari 2013 in werking te

laten treden.

OMGESLaGEN

TOEZICHT

In het begin voelen delinquenten nog de hete

adem van justitie, behandelaars en reclassering

in hun nek, maar dat vervaagd na verloop

van tijd. De omgeving vergeet het, medicijnen

worden afgebouwd… En dan vallen ze soms

terug.

Marian Hooijer, Reclassering Nederland

Blauw 7 juli 2012

KINDErPOrNO

‘Misbruik stoppen is het allerbelangrijkste. Dat

wil niet zeggen dat we virtuele kinderporno,

dus beelden die zijn gemaakt zonder kinderen,

niet meer gaan vervolgen. Ook virtuele kinderporno

is strafbaar. Maar zaken met mogelijke

slachtoffers gaan altijd voor.’

Michiel Zwinkels, officier van justitie

Landelijk Parket

Blauw, 28 juli 2012

De maatregel moet voorkomen dat

dieven gestolen koper anoniem aan

metaalhandelaren kunnen aanbieden.

Koperdiefstal heeft niet alleen

schade tot gevolg, maar kan ook

leiden tot gevaarlijke situaties.

Andere maatregelen die de afgelopen

tijd genomen zijn om koperdiefstal

aan te pakken zijn: de inzet

van flexibele politieteams, zo nodig

met ondersteuning van helikopters

om koperdieven op heterdaad te

kunnen betrappen, het gebruik van

synthetisch DNA, waarmee het

ZaT WOrDEN

mogelijk is de herkomst van koper

te achterhalen en een hogere strafeis

door het Openbaar Ministerie.

Om koperdiefstal aan te pakken,

hebben meerdere partijen de handen

ineengeslagen. ProRail, TenneT,

het ministerie van Veiligheid en

Justitie, politie, het Openbaar

Ministerie en de Metaal Recycling

Federatie werken samen aan het

voorkomen van diefstal en heling

van koper en andere metalen.

‘In zuidelijk Europa drinken jongeren als

begeleiding van de maaltijd. Hier wordt gedronken

met als doel uit je dak te gaan, zat te

worden.’

Rob Bovens, Trimbos instituut

Vrij Nederland, 25 augustus 2012

KINDErPOrNO II

‘Webcampubers, zoals ik ze noem, beseffen

niet dat de uitdagende poses die zij voor de grap

innemen en filmen, later nauwelijks meer van

het internet te halen zijn. Als een vijftienjarige

naaktopnames van zijn vriendinnetje neemt,

met haar instemming, valt dat ook onder

kinderporno en is het ook strafbaar.’

Michelle Spoormaker, officier van justitie

Landelijk Parket

Blauw, 28 juli 2012

28 | KortOM - Opportuun 9 - september 2012 Opportuun 9 - september 2012 - OMgeslagen | 29


4

Landelijk Parket­

officier

Eltjo Roelofs is

specialist op

het gebied

van financieel

rechercheren en

ontnemen. Sinds

1 juni is hij binnen

het LP themaver­

Vragen Wat heb je met ontnemen en afpakken?

‘Met het afpakken van crimineel vermogen wordt criminelen de meeste

schade toegebracht: je raakt hen (rechtstreeks) in de portemonnee. Je

verstoort het criminele proces. Dat maakt dat ik afpakken een onmisbaar en

interessant aandachtsgebied vind.’

antwoordelijke

ontnemen en

afpakken. Vier

vragen over

zijn ambities.

Wat is het doel van je nieuwe rol als

themaverantwoordelijke?

‘Afpakken en ontnemen bij het Landelijk Parket zo goed mogelijk laten

verlopen en dus te verbeteren. Zodat we straks beter en meer afpakken

dan we nu doen. Ik kijk ernaar uit om – samen met themaverantwoordelijke

witwassen Gert Rip – mijn kennis te delen met de collega’s en hun

expertise op afpakgebied te versterken. Ik wil de greep van het Openbaar

Ministerie op de opsporing vergroten. Het komt mijns inziens nog te vaak

voor dat in feite de opsporingsdienst bepaalt of en zo ja hoe er ontnomen/

afgepakt wordt. Het OM dient hier een duidelijke rol in te

spelen, dus ook hier zijn regierol te vervullen.’

Je bent vrijgesteld voor deze functie. Is extra aandacht

voor afpakken zo hard nodig?

‘Ontnemen is op zich niets nieuws: al in 1994 riep men dat ontnemen

belangrijk is. Nu is duidelijker geworden dat veel winst is te behalen door te

ontnemen of op andere manieren crimineel verkregen vermogen af te

pakken. En het is nu harder nodig: door de jaren heen zijn de bedragen die

omgaan in de criminele wereld aanzienlijk toegenomen. Daarnaast kom je

door financieel te rechercheren tot opsporing van witwassen en gronddelicten.

Omgekeerd rechercheren dus: via geld komen tot strafbare feiten.

Financieel rechercheren levert vaak ook bewijs op in de strafzaak.

Uiteindelijk levert afpakken een verbetering op voor de kwaliteit en effectiviteit

van opsporing en vervolging.’ Ontnemen en witwassen c.q. verbeurdverklaring

kennen elk hun eigen afpak-invalshoek. Witwassen c.q. verbeurdverklaring

is beperkt tot in beslag genomen, althans in het zicht zijnde

vermogensbestanddelen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel dat níet in

beslag genomen is, valt op deze wijze niet te confisceren: daar is de ontnemingsprocedure

voor bedoeld. Ik bepleit dus de inzet van beide instrumenten.

Ook het beslag dient dus te worden gelegd op grond van art. 94 (ter

verbeurdverklaring) alsmede art. 94a (ter voordeelsontneming).

Hoe ga je het afpakken een impuls geven binnen het LP?

‘De eerste stap is een overzicht krijgen van de zaken die lopen bij het LP. In

welke van die zaken wordt ontnomen? En welke ontnemingszaken doet het

LP zelf en welke behandelt het BOOM? Vervolgens wil ik door middel van een

enquête te weten komen tegen welke problemen LP-collega’s aan lopen bij

afpakken en ontnemen. Die enquête is inmiddels gehouden en de resultaten

worden nu verwerkt. Daarna ga ik met het BOOM en opsporingsdiensten in

gesprek. Om te horen hoe zij tegen afpakken aankijken en te bespreken hoe

we de samenwerking kunnen versterken. Verder vind ik het heel belangrijk

om zichtbaar en benaderbaar te zijn voor de collega’s. Mijn standplaats is

Rotterdam, maar ik ben regelmatig op de andere LP-locaties aanwezig om

kennis te delen en vragen te beantwoorden.’

Tekst: Moniek Klop

DE STELLING

‘Ik voel me veilig op straat’

‘Nee, niet altijd…’

Ik ben alert gemaakt door alle berichtgeving wat je wel

en niet kan doen. Als jonge vrouw ging ik overal heen.

Dat is niet meer zo.

Ik woon in een veilige woonomgeving: Mijn flat is op de

vijfde etage. Je moet bij het portiek aanbellen. Ik heb er

een gewoonte van gemaakt om duidelijk te horen wie

er voor de deur staat. Mijn woning is veilig: Ze kunnen

nooit vijf verdiepingen omhoog klimmen. Wel is, vijf jaar

geleden, mijn mans auto van de beveiligde parkeerplaats

gestolen. Een Porsche 911 - dan vraag je natuurlijk

om ellende. Ik doe daar gekscherend over, maar

dat is eigenlijk onzin. Het geeft niemand het recht om

aan onze spullen te komen.

Hetzelfde geldt voor onze elektronica-webshop en

winkel. Na veel ramkraken en diefstallen ga je het bijna

normaal vinden dat de zaak leeggeroofd wordt. Nu is de

showroom tot de tanden toe beveiligd.

Toen op dezelfde dag ons (vorig) huis én de winkel

werden leeggeroofd ben ik er fysiek ziek van geweest.

Daarna ben ik nuchterder geworden. Dat hoort bij de

maatschappij waar we in leven.

Bertie Kuiter (56), deelneemster OM-burgerforum

Groningen

Foto’s: Henk Veenstra

‘Ja, meestal wel…’

Ik voel me veilig bij het uitgaan of als er een groep

jongeren op straat staat. Er wordt wel uitgedaagd of

soms geweld gebruikt, maar meestal niet tegen

onschuldige voorbijgangers. Bovendien hangen er

behoorlijk wat camera’s en loopt er tijdens het uitgaan

altijd veel politie.

Ik kan me voorstellen dat je je in sommige situaties

onveilig voelt: Als iemand 's nachts op je afloopt en geld

of sigaretten vraagt of een fiets wil verkopen. Als je

aardig meepraat en zegt dat je geen geld bij je hebt, niet

rookt of gewoon lachend zegt dat je al een fiets hebt,

bedanken ze meestal en lopen ze weg. Er zijn niet zoveel

plekken waar ik me onveilig voel. Ik denk dat mensen

vaak bang zijn voor situaties die weinig gebeuren. Er zijn

wel incidenten, maar die mogen geen reden zijn om niet

naar buiten te gaan.

Ik woon in een studentenhuis in de binnenstad. Ik zet

mijn fiets altijd dubbel op slot. Dat moet wel, anders is je

fiets zo weg. We zijn sowieso alert: we draaien de

buitendeuren altijd op het nachtslot en sluiten onze

kamerdeuren ook af. We weten dat er iets kan gebeuren.

Melvin Hazelhoff (19), deelnemer OM-burgerforum

Groningen

30 | 4 Vragen - Opportuun 9 - september 2012 Opportuun 9 - september 2012 - De Stelling | 31


GESPOT:

In de oefenruimte van de

band Charley Cruz and the

Lost Souls

NAAM:

Raymond van Wingerden

LEEFTIJD:

49

FUNCTIE:

administratief medewerker

Regioparket Rotterdam

The Swing rocks

Wereldberoemd

in Dordrecht

Ray van Wingerden, alias ‘Swing’, is een bekendheid in Dordrecht. ‘Het is leuker

om herkend te worden van tv, dan van justitie, toch?’ Ray is zanger in de ene

band, drummer in een andere én presentator van een televisieprogramma over

Dordtse bands.

Ray was altijd al gek op muziek. ‘Als mijn oudere broer weg was draaide ik stiekem

zijn platen. Op cassettebandjes nam ik de wekelijkse “Verrukkelijke 15” van de VARA

op en later clips van MTV.’ Zijn eerste single? De Osmond Brothers met Crazy horses.

Zijn grote held: Prince.

Acht jaar geleden richtte Ray samen met vrienden een stichting op en treedt hij op

met verschillende bands. Zo’n vijftig procent van de inkomsten gaat naar goede

doelen: het dierenasiel, extra rolstoelvervoer, een kinderboerderij die centjes nodig

heeft, maar ook grote jongens als WKF of CliniClowns.

‘De ene dag spelen we voor vijfduizend popliefhebbers in een park en de andere keer

- net zo leuk - voor een zaaltje met gehandicapten. We maken muziek die de mensen

leuk vinden. We durven muziek te laten horen die we zelf haten.’

Begin dit jaar is Ray gestart met het maandelijkse televisieprogramma Dordt Rocks

van de lokale omroep. ‘Ik vind dat ik het wel goed heb: een goede balans tussen werk,

waar veel ellende passeert, en de leuke dingen.’

Tekst: Thea van der Geest

Foto: A.C.M. Salters

More magazines by this user
Similar magazines