Nr. 66 Digitale Nieuwsbrief - Bakkerij Heerschap

bakkerijheerschap.nl

Nr. 66 Digitale Nieuwsbrief - Bakkerij Heerschap

Nr. 66

Digitale Nieuwsbrief

15 april 2008 Deze nieuwsbrief werd voor LocSZ samengesteld door Catrinus Egas, AanZ, ww.aanz.org

In deze nieuwsbrief de volgende onderwerpen:

WWB:

• Aboutaleb: ‘Geen willekeur bij gemeenten’

• Bijstand: 13 weken buitenland binnenkort mogelijk

• ‘Koppeling van bijstandsdossiers en waterverbruik onwettig ’

• Stage verplicht voor werklozen

• Korter in de bijstand, makkelijker eruit

• Nicis: Stammenstrijd bij Sociale Dienst over bijstand

• Verbijstering over reïncarnatietherapie bijstand

• Bijstandsmoeder blijft pijnpunt PvdA

Sociale zekerheid algemeen:

• CNV wil andere aanpak werkloosheidsverzekering

Koopkracht en armoede:

• Koopkracht voor velen minder

• Donner: Reparatie koopkracht niet nodig

• ’De minima zijn ontzien, maar het blijft te weinig’; veranderingen in koopkracht ouderen erg

wisselend

• Compensatie ziektekosten blijft bestaan

• 'Gemeenten gaan regeling buitengewone uitgaven niet verzorgen'

• Vergoeding voor alle huurders bij renovatie

• Rij bij kassa na kinderbijslag

• Stilteactie tegen armoede in Nederland

Geachte redactie:

• Werkinstructies sociale dienst openbaar?

• Hoe gaat uw gemeente om met oudere WWB’ers?

• Kwaliteit van reïntegratiedienstverleners

Reïntegratie en arbeidsmarkt:

• Hulp aan werkzoekenden kan beter

• Kamer hard over reïntegratie

• Reïntegratieplicht stopt niet na 104 weken

• Microkredieten worden sneller toegankelijk

Participatie:

• Van bewust baanloos tot ondernemer

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

1


Berichten van de LCR:

• Massale belangstelling LCR-congres

• Cliënt In Beeld Prijs 2008 voor cliëntenraad UWV AG regio Zuidwest

Regio:

• Vrijwilligerswerk en reïntegratie; informatiebrochure FSU

• Reïntegratie en Arbeid; signalement Klaverblad Zeeland

• Smartlappenfestival komt er weer aan!

• Wittefietsenplan voor scootmobiel in gemeente Ooststellingwerf

• 'Lammetjes tellen is soms al te veel'

Wmo:

• Gewijzigde modelverordening Wmo

• Cliënten en gemeenten: ‘Wmo anders aanpakken’

• Sociale informatie eenvoudig te vinden voor de burger

• 'Thuiszorg minder geworden’ na herindicaties gemeenten

• ´Meer doen aan meedoen´

Zorgwet:

• Kamer: volledige vergoeding zorg illegalen

• Hoge zorgpremie voor wanbetalers

Inburgering:

• Kabinet: 3½ jaar voor halen inburgeringsexamen

Diversen:

• Gehandicapte gedijt bij sociaal vangnet

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

2


Aboutaleb: ‘Geen willekeur bij gemeenten’

Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van Sociale Zaken reageerde donderdag geïrriteerd op de suggestie

van de SP dat er sprake is van willekeur bij het toekennen van extraatjes aan bijstandsgerechtigden

door gemeenten. Aboutaleb: 'We leven niet in een bananenrepubliek. Het is niet zo dat gemeenten

maar wat aanrommelen.'

Gemeenten gaan volgens SP-Kamerlid Sadet Karabult heel verschillend om met de toekenning van

extraatjes zoals de bijzondere bijstand. Zij vroeg de bewindsman een einde te maken aan de 'willekeur'

en in de wet normen te stellen. Aboutaleb voelt daar niets voor.

Sollicitatieplicht bijstandsmoeders

De bewindsman verdedigde tijdens het debat het voornemen van het kabinet bijstandsmoeders met

kleine kinderen te ontheffen van de sollicitatieplicht. Oppositiepartijen VVD en GroenLinks zien liever

dat die plicht gehandhaafd wordt en zij vinden de vereniging van sociale diensten Divosa aan hun

zijde. De plicht heeft er volgens VVD en GroenLinks toe bijgedragen dat de laatste jaren veel bijstandsmoeders

met jonge kinderen aan de slag zijn gekomen.

Scholing

Aboutaleb ziet meer in scholing. Deze moeders hebben vaak geen goede opleiding en het loont meer

hun door scholing meer kansen te bieden, aldus de bewindsman. 'Investeren in de moeders, geeft ook

de kinderen meer kansen'.

Het kabinet is niet uit op een algehele vrijstelling, aldus de staatssecretaris. 'Het is niet zo dat gemeenten

iedereen die onder de definitie valt, gaat aanschrijven.'

Bron: Gemeente.NU, 7 april 2008

Bijstand: 13 weken buitenland binnenkort mogelijk

De Eerste Kamer heeft ingestemd met dertien weken verblijf in het buitenland van bijstandsgerechtigden

zonder arbeidsverplichtingen. Bijstandsgerechtigden die niet hoeven te solliciteren en ook geen

scholing hoeven te volgen, mogen in de toekomst dertien weken per jaar in het buitenland verblijven

zonder dat zij hun uitkering verliezen. De Eerste Kamer heeft hier op voorstel van staatssecretaris

Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mee ingestemd. De precieze datum waarop de

wetswijziging in werking treedt wordt later bekend gemaakt.

Voorheen mocht een bijstandsgerechtigde jonger dan 57,5 die niet hoefde te solliciteren en geen

scholing hoefde te volgen maximaal vier weken per jaar in het buitenland verblijven terwijl iemand

ouder dan 57,5 met deze ontheffingen, dertien weken naar het buitenland mocht. De Centrale Raad

van Beroep veroordeelde dit onderscheid naar leeftijd. Met dit wetsvoorstel neemt Aboutaleb het onderscheid

weg door alle bijstandsgerechtigden tot 65 jaar die geen arbeidsverplichtingen hebben, een

maximum van dertien weken per jaar verblijf in het buitenland toe te staan.

Bijstandsgerechtigden van 65 jaar en ouder mogen volgens het wetsvoorstel 26 weken per jaar met

behoud van de bijstandsuitkering in het buitenland verblijven.

Voor bijstandsgerechtigden die wél moeten solliciteren of scholing moeten volgen, verandert er niets.

Zij mogen straks, net als nu, hooguit vier weken per jaar met behoud van bijstand buiten Nederland

verblijven. Bij zeer dringende redenen kan hiervan worden afgeweken.

Bron: Min. Van SZW, 8 april 2008

‘Koppeling van bijstandsdossiers en waterverbruik onwettig ’

‘De strijd die gemeenten voeren tegen misbruik van sociale zekerheid tast individuele vrijheden aan’,

aldus Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Hij geeft

een voorbeeld: ‘Gemeenten willen bij lichte verdenking van woonfraude cameratoezicht op de voordeur

om te controleren of iemand daar wel echt woont. Ik vraag me af of dit de richting is die we op

moeten gaan.’ ‘Het CBP heeft de koppeling van bijstandsdossiers en waterverbruik onwettig verklaard.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

3


Gemeenten wilden zo controleren of er niet meer mensen op één adres woonden dan werd verondersteld.

Met als gevolg razende krantenkoppen: CBP maakt fraudebestrijding onmogelijk.’

Kohnstamm: ‘We moeten ons bewust worden dat we in een glazen huis wonen. Er is geen enkele

mogelijkheid om onbespied door het leven te gaan. In een maatschappij waar iedereen elkaar in de

gaten houdt, verdwijnt het onderlinge vertrouwen. En daarmee een kostbaar deel van het sociaal kapitaal

van onze samenleving. Maar het CBP is toezichthouder en dus kan ik niet actie gaan voeren.’

Stage verplicht voor werklozen

Kansrijke werklozen in de bijstand moeten verplicht op werkstage. Doen ze dat niet, dan verliezen ze

hun uitkering. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat gemeenten hiertoe overgaan, zodat meer

bijstandsgerechtigden met werk in aanraking komen en een baan vinden.

Dat bleek donderdag bij een debat in de Tweede Kamer. Het idee is een initiatief van CDAfractievoorzitter

Pieter van Geel. ‘Het is toch vreemd dat steeds meer werkgevers om personeel staan

te springen, terwijl enkele honderdduizenden mensen in de bijstand zitten en best aan de slag kunnen

en willen.’ Nu zetten gemeenten dit soort work first-trajecten vooral in bij nieuwe werklozen die een

uitkering komen aanvragen. Die hebben nog ‘een korte afstand tot de arbeidsmarkt’, zoals het heet.

Volgens Van Geel, waarschijnlijk gesteund door PvdA, VVD, PVV, D66 en SGP, moet deze methode

worden uitgebreid naar werklozen die al jarenlang een uitkering ontvangen. ‘Hierdoor kunnen werkgevers

zonder al te veel risico’s iemand een kans geven zich te bewijzen.’ Het zou moeten gaan om

stages van zes maanden, volgens Van Geel om te voorkomen dat werkgevers een prikkel krijgen om

blijvend goedkope arbeidskrachten op de loonlijst te zetten. Op dit moment past 24 procent van de

gemeenten de work first-aanpak toe op werklozen die al langer in de bijstand zitten. Den Haag kan

gemeenten er niet toe dwingen, omdat de bijstandswet in 2004 is gedecentraliseerd.

De VVD is blij met het CDA-voorstel. Tweede Kamerlid Atzo Nicolaï constateert dat het als twee druppels

water lijkt op een plan voor een ‘werkplicht’ voor bijstandsgerechtigden dat hij vorige week zelf

opperde bij een debat met PvdA-staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken). ‘Blij dat het CDA meedoet.

We hebben de mensen hard nodig op de arbeidsmarkt’, stelt Nicolaï.

CDA-Kamerlid Eddy van Hijum, die het voorstel donderdagmiddag namens zijn fractievoorzitter indiende,

steunt het VVD-initiatief voor een werkplicht niet, en ontkent stellig dat het CDA het idee van

de liberalen zou hebben nageaapt. ‘De VVD heeft een ongericht plan: een werkplicht voor iedereen

ongeacht iemands situatie. Dat van ons is maatwerk. Gemeenten moeten bepalen of iemand eraan

toe is of niet.’

Bron: Volkskrant, 11 april 2008

Korter in de bijstand, makkelijker eruit

Eind 2005 telde Nederland ruim 300 duizend bijstandsgerechtigden. Een tiende van hen verliet de

bijstand in de loop van 2006. De kans om de bijstand te verlaten neemt duidelijk af naarmate mensen

langer deze uitkering ontvangen. In 2006 werd de uitkering beëindigd van 22 procent van degenen die

minder dan een jaar bijstand ontvingen. Van de ontvangers die meer dan drie jaar geregistreerd stonden,

was dat slechts 8 procent.

Ook blijkt dat mensen die recent in de bijstand zijn gekomen, vaker begeleiding krijgen bij het zoeken

naar (betaald) werk. In 2006 kreeg een kwart van degenen met een registratieduur korter dan een

jaar, begeleiding naar werk. Dat is twee keer zo veel als bij bijstandsgerechtigden die langer dan drie

jaar een uitkering hadden.

Bron: CBS, 31 maart 2008

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

4


Nicis: Stammenstrijd bij Sociale Dienst over bijstand

Sociale Diensten moeten zich meer richten op de activering en de diensten moeten daarvoor eenvoudiger

georganiseerd zijn. Zo kan de stammenstrijd over de verschillende werkculturen van medewerkers

beëindigd worden.

Dit blijkt uit het onderzoek ‘Onder druk wordt alles vloeibaar’ in opdracht van Nicis Institute. Hierin

worden de factoren in kaart gebracht die mensen uit het zogenaamde granieten bestand van de bijstand,

belemmeren om aan het werk te gaan. Volgens het onderzoek bestaat er bij de sociale diensten

een stammenstrijd doordat enerzijds getwijfeld wordt aan het bestaan van een granieten bestand

en wie daartoe behoort, en er anderzijds twee op gespannen voet staande werkculturen zijn: de op

maatschappelijk werk gerichte cultuur en de activeringscultuur.

Granieten bestand

Het 'granieten bestand' is de aanduiding van de categorie mensen die niet meer of zeer moeilijk te

bemiddelen is. In de grotere steden bestaat ongeveer de helft van de mensen in de bijstand uit deze

categorie. Intensieve begeleiding van deze groep is mogelijk door een combinatie van assessment,

scholing en arbeidsbemiddeling. Op diverse plaatsen zijn daarmee positieve ervaringen opgedaan.

De kansen op activering zijn groot omdat de krapte op de stedelijke arbeidsmarkt toeneemt. Vooral in

de horeca, bouw en zakelijke dienstverlening zijn de kansen op werk voor deze categorie mensen

groot.

Probleem bij gemeenten zelf

Toch gebeurt er nog te weinig om het granieten bestand te activeren, zo blijkt uit het onderzoek. Een

aanzienlijk probleem ligt bij de gemeenten en de sociale diensten zelf. Vaak wordt geïnvesteerd in de

relatief kansrijke werklozen en te weinig in de kansarmen. Volgens wetenschappelijk directeur prof. dr.

Wim Hafkamp van Nicis Institute moeten 'Sociale diensten beleid voeren dat niet voor meer dan één

uitleg vatbaar is. Calculerende cliënten zullen dan meer bereidheid tonen zich positief op te stellen.'

Ook moet er volgens Hafkamp meer contact onderhouden worden met werkgevers die nog niet altijd

bereid zijn om de probleemgroep aan het werk te helpen.

Bron: Gemeente.NU, 7 april 2008

Verbijstering over reïncarnatietherapie bijstand

Tweede Kamerlid Eddy van Hijum van het CDA wil opheldering van minister Piet Hein Donner (Sociale

Zaken) over een bericht dat bijstandsgerechtigden in Maastricht zouden worden gedwongen een

reïncarnatietherapie te volgen.

Door onder leiding van een reïncarnatietherapeut terug te keren naar een vorig leven, zouden ze hun

problemen beter kunnen oplossen en daardoor eerder aan de slag komen.

Van Hijum wil Donner dinsdag naar het wekelijkse vragenuur van de Kamer halen om uitleg te geven.

Het CDA-Kamerlid, dat zich baseert op een bericht in dagblad De Limburger van vrijdag, vindt de reïncarnatietherapie

‘belachelijk’ en spreekt van ‘een slechte 11- aprilgrap’.

Uitkering

Het Maastrichtse raadslid John Steijns van de fractie Stadsbelangen Mestreech stelde de kwestie aan

de orde in het college van Maastricht naar aanleiding van het verhaal van een bijstandsgerechtigde in

de gemeente. Volgens het raadslid moest deze vrouw van de sociale dienst van de gemeente Maastricht

een reïncarnatietherapie volgen. Zou zij dat niet doen, dan zou dat consequenties kunnen hebben

voor haar uitkering.

Verzoek

Een woordvoerder van de gemeente Maastricht zei vrijdag dat de vrouw zelf om de therapie gevraagd

had en benadrukt dat het slechts om één geval gaat. ‘Mevrouw heeft samen met haar huisarts hiertoe

een verzoek ingediend omdat dit ook volgens haar arts de meest geschikte methode zou zijn om terug

te keren naar de arbeidsmarkt.’Om die reden is de gemeente ook bereid tegemoet te komen in de

kosten van de therapie, zei hij. ‘Dit komt niet uit de koker van de sociale dienst, maar van mevrouw

zelf en haar huisarts.’

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

5


Sancties

Raadslid Steijns vindt desondanks dat de consulente ‘niet op de stoel van een medicus mag gaan

zitten’. De dienst heeft de plank volgens hem finaal misgeslagen. ‘Een consulente mag dit soort informatie

helemaal niet geven, mag dit niet vergoeden en al zeker niet dreigen met sancties bij niet deelname

aan de therapie.’

Bron: ANP, 11 april 2008

Bijstandsmoeder blijft pijnpunt PvdA

Zo maar een voorstel, vanmiddag om drie uur bij de stemmingen in de Tweede Kamer. De sollicitatieplicht

voor bijstandsmoeders met kinderen tot 5 jaar moet blijven, vinden oppositiepartijen VVD,

GroenLinks en D66. En – stiekem – ook de PvdA. Maar die stemt tegen. Zo werkt dat in coalitieverband.

En dus gaat de motie van Henk Kamp (VVD) en Tofik Dibi (GroenLinks) het vanmiddag niet halen.

Eigenlijk weten we dat al een jaar – sinds Balkenende, Bos en Rouvoet begin 2007 in Beetsterzwaag

beslisten dat bijstandsmoeders weer met een uitkering thuis op de bank bij de kinderen mogen zitten.

Een ordinaire ruil, geven PvdA’ers achter de schermen toe.

De deal legt een breuklijn in de coalitie bloot, die maar matigjes is gelijmd. Zowel CDA, PvdA als

ChristenUnie koesteren het gezin, maar wel om volstrekt andere redenen. Voor de christelijke partijen

is het gezin ‘de hoeksteen van de samenleving’. Ideologie, traditie: het is de plek van geborgenheid,

waar kinderen normen en waarden meekrijgen, en leren hoe het ‘hoort’. De PvdA gaat het vooral om

het verheffen van het kind – dat een gezin daarvoor de meest stabiele basis is, is een tweede. Kunnen

professionals het beter (kinderopvang, jeugdzorg), dan kiest de PvdA al snel voor ingrijpen.

De breuklijn duikt in tal van debatten op. Illustratief is dat niet het Kamerdebat over de sollicitatieplicht

de motie van Kamp en Dibi opleverde, maar het Kameroverleg over Antilliaanse probleemjongeren.

VVD’er Henk Kamp zwaaide bij die gelegenheid met onrustbarende cijfers. Een op de drie Antilliaanse

meisjes heeft voor haar achttiende een kind. In Rotterdam zijn vier op de vijf jonge Antilliaanse moeders

alleenstaand. Landelijk groeit de helft van de Antilliaanse kinderen op in eenoudergezinnen. In

Groningen heeft bijna 60 procent van de Antilliaanse eenoudergezinnen een bijstandsuitkering.

Kamp kreeg bijval van GroenLinks. Door de sollicitatieplicht op te heffen ‘maken we de bijstand erfelijk’,

zei Dibi. Werk is de beste manier om de taal te leren en te emanciperen. Structuur hebben ze

nodig, en contacten. Zonder werk lukt dat niet. Ouders die thuis zitten, geven hun kinderen het verkeerde

voorbeeld.

Kamp begon spontaan te applaudisseren bij het horen van Dibi’s pleidooi. Maar ook PvdA-minister

Ella Vogelaar (Integratie) had het er moeilijk mee. ‘U raakt hier een gevoelige snaar. Als ik die vrouwen

kan verleiden om toch aan de slag te gaan of scholing te volgen, zal ik het niet laten.’

Bron: Volkskrant, 1 april 2008

CNV wil andere aanpak werkloosheidsverzekering

Werkgevers en werknemers moeten samen verantwoordelijk zijn voor de eerste zes maanden van de

WW, de werkloosheidsverzekering. Dat stelt de vakcentrale CNV voor in een brief aan de commissie-

Bakker, die op verzoek van het kabinet onderzoekt hoe de arbeidsdeelname kan worden verhoogd.

Het betekent dat bedrijven die minder mensen ontslaan, minder WW-premie hoeven te betalen, aldus

CNV-bestuurder Yvon van Houdt.

Dat stimuleert werkgevers volgens haar meer te investeren in maatregelen die voorkomen dat mensen

worden ontslagen. Niet alleen de hoogte van de premie, maar ook de hoogte van de uitkering kan

verschillen in dit systeem, legt Van Houdt uit. Wel moet een minimumuitkeringshoogte worden gewaarborgd.

"Het is hoog nodig dat we onze werkloosheidsverzekering moderniseren'', schrijft het CNV in de brief.

"Werknemers en werkgevers moeten daadwerkelijk een gemeenschappelijk belang krijgen bij het

investeren in wend- en weerbaarheid van werknemers.''

Het voorstel heeft volgens de brief betrekking op de eerste zes maanden WW. Voor langdurigere

werkloosheid, zouden de huidige regels blijven gelden.

Bron: ANP, 8 april 2008

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

6


Koopkracht voor velen minder

De oppositie wil dat het kabinet iets aan de koopkracht doet. Maar de coalitie wil verder kijken dan "de

eigen portemonnee van mensen" .

Het is in Den Haag één van de gevoeligste politieke thema's: de koopkracht van burgers. Bij bijna elke

Miljoenennota en elke Voorjaarsnota wordt er in de Tweede Kamer over gediscussieerd. Ook dit jaar

is dat niet anders.

Zeker nu minister Bos (Financiën, PvdA) maant tot 'voorzichtigheid' met de uitgaven. Collega's die de

afgelopen weken in de aanloop naar de Voorjaarsnota bij hem aanklopten voor extra geld, omdat ze

met extra uitgaven worden geconfronteerd op hun begroting (bijvoorbeeld voor de kinderopvang of de

uitkeringen aan jonggehandicapten) vonden bij hem geen gehoor. Bos zegt dat hij liever dit jaar wat

voorzichtiger is dan dat hij volgend jaar misschien drastische maatregelen moet nemen. Want ook de

minister van financiën heeft de waarschuwingen van economen tot zich laten doordringen dat de

Amerikaanse kredietcrisis bijna onvermijdelijk gaat zorgen voor zwaar weer in Europa.

Met spanning werd er in de Tweede Kamer dan ook uitgekeken naar een brief van minister

Donner (Sociale Zaken, CDA) over de koopkracht. Het Centraal Planbureau wijdde vorige maand wel

een hoofdstukje van zijn Centraal Economisch Plan aan de koopkracht, maar die cijfers waren moeilijk

vergelijkbaar met de cijfers van september vorig j aar.

De tabel die Donner vanochtend naar de Kamer stuurde, schept helderheid. Daaruit blijkt bijvoorbeeld

dat tweeverdieners met anderhalf keer een modaal inkomen en kinderen er dit jaar 0,75 procent in

koopkracht op achteruitgaan. Volgens de oude prognose was dat een kwart procent. Voor bijna alle

huishoudens geldt dat de koopkracht verder verslechtert vergeleken met de oude cijfers. Toch ziet het

kabinet geen reden om maatregelen te nemen. Minister Donner schrijft dat er eigenlijk niets is veranderd

aan het koopkrachtbeeld zoals dat vorig jaar was voorspeld.

Oppositiepartijen, zowel links als rechts, vinden echter dat er wel reden is voor compensatie van het

koopkrachtverlies. Kamerlid Sadet Karabulut (SP) hamert hier bij elk debat over inkomens en armoede

op. Zij vindt bijvoorbeeld dat het wettelijk minimumloon en de uitkeringen omhoog moeten, evenals

een aantal toeslagen.

"Het is hoog tijd om met het kabinet te praten", zegt ook Atzo Nicolaï (VVD). "Het is onvoorstelbaar dat

mensen erop achteruitgaan terwijl er een hoogconjunctuur aan de gang is. Nederland wordt rijker,

maar de mensen worden armer." Volgens hem ligt de belangrijkste verklaring in lastenverzwaringen

die het kabinet dit jaar doorvoert. Zowel de VVD als de Partij voor de Vrijheid wil dat de verhoging van

de accijns op brandstoffen en de nieuwe vliegtaks worden afgeschaft. "Het op peil houden van de

koopkracht is een belangrijk middel om de economische neergang te keren", zegt Sietse Fritsma

(PVV). "Mensen hebben zelfs als ze werken moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Het kabinet

kijkt toe en maakt de problemen alleen maar erger."

Het kabinet heeft zich al een paar keer moeten verdedigen tegen deze kritiek. Donner heeft telkens

gezegd dat de koopkrachtontwikkeling een bewuste keuze is van het kabinet. Ook nu weer schrijft hij:

"Het kabinet kiest er voor te investeren in onderwijs, leefbare wijken en het milieu." Dat de koopkracht

daardoor daalt, was ingecalculeerd. Dat de ontwikkeling ongunstiger is dan verwacht, komt volgens

Donner door de stijgende inflatie, die wordt veroorzaakt door de stijgende loonkosten en de hogere

energieprijzen. De verwachting is nog steeds dat de koopkracht volgend jaar wél stijgt.

Maar van de coalitiepartijen heeft Donner morgen bij het overleg over de koopkracht in ieder geval

niets te vrezen. "Wat ik ongemakkelijk vind van deze discussie, is dat mensen alleen naar hun eigen

portemonnee kijken", zegt Paul Tang (PvdA). "Maar het gaat er ons ook om wat er publiek wordt besteed.

Wij bezuinigen bijvoorbeeld niet op de zorg." En Eddy van Hijum (CDA): "We hebben een beleid

uitgezet dat je in meerjarenperspectief moet zien. Dus er is niet zo veel aanleiding om op dit moment

iets anders te gaan doen."

Bron: NRC, 8 april 2008

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

7


Koopkracht prognose 2008 op basis van het Centraal Economisch Plan

Tweeverdieners

Modaal + ½ x modaal met kinderen

2x modaal + ½ x modaal met kinderen

Modaal + modaal zonder kinderen

2x modaal + modaal zonder kinderen

Alleenstaande ouder

Minimumloon

Modaal

Sociale minima

Paar met kinderen

Alleenstaande

Alleenstaande ouder

Bron: NRC, 8 april 2008

Oude prognose

September 2007

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

Nieuwe prognose

April 2008

- ¼ - ¾

+ 1 - ¼

+ 1¼ - ½

+ 1¼ - ¼

- ¼ - ¾

+ 1 - ½

- ¼ - ½

+ 1 - ½

+ 1¼ - ¼

Donner: Reparatie koopkracht niet nodig

Minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken ziet geen reden de portemonnee van mensen te ondersteunen.

Ondanks de hogere inflatie neemt het kabinet geen maatregelen om de koopkracht op te

trekken. Dat heeft de bewindsman dinsdag bekendgemaakt.

Het kabinet maakte vorig najaar bekend dat de meeste Nederlanders er dit jaar tussen een kwart en

een half procent op achteruit gaan. Bij die berekening werd uitgegaan van een inflatie van 2 procent.

De geldontwaarding blijkt nu 2,5 procent te zijn.

Toch heeft de hoger dan verwachte inflatie nauwelijks effect op de koopkracht, stelt Donner. De minister

zegt wel de vinger aan de pols te houden. Donner zegt dat de inflatie vooral is toegenomen door

de hogere prijzen voor energie en door de gestegen lonen. De duurdere energie ziet het kabinet niet

als een probleem. Integendeel, het stimuleert mensen zuiniger om te gaan met gas en elektriciteit, en

dat is belangrijk voor het milieu.

De gestegen lonen zijn Donner wel een doorn in het oog. Volgens hem is de helft van de inflatie het

gevolg van de hogere lonen. Hij roept werknemers en werkgevers in sommige sectoren daarom op de

salarissen te matigen.

Arme gezinnen

In zijn brief gaat Donner ook specifiek in op arme gezinnen. Eerder presenteerde het Verwey-Jonker

Instituut een rapport waaruit bleek dat in 2006 meer kinderen in armoede opgroeiden. Volgens de

minister kloppen de cijfers in het rapport niet. ‘Het aantal kinderen in gezinnen die moeten rondkomen

van een uitkering daalt juist licht’, schrijft hij.

Bron: ANP, 8 april 2008

8


’De minima zijn ontzien, maar het blijft te weinig’

Veranderingen in koopkracht ouderen erg wisselend

Ouderenorganisaties herkenden zich niet in de sombere koopkrachtcijfers van het CPB. Na eigen

onderzoek ontstaat een iets gunstiger plaatje. „Onze berekeningen zijn nauwkeuriger.”

AOW’ers zonder aanvullend pensioen gaan er dit jaar een heel klein beetje op vooruit, ongeveer 1

euro per maand. Dit berekende het Nibud in opdracht van ouderenorganisaties ANBO, PCOB en de

Unie KBO. Alleenstaande AOW’ers en echtparen met AOW krijgen te maken met een inkomensstijging

van respectievelijk 0,2 en 0,1 procent.

„We maken geen polonaise”, zegt Arno Heltzel van Unie KBO. „Maar we zijn ook niet ontevreden. Het

blijkt dat het kabinet zich aan de afspraken gehouden heeft. De koopkracht van deze minima is ontzien,

al hebben ze nog altijd te weinig.”

Minister Donner heeft zelf een minder rooskleurig beeld van de koopkrachtcijfers. Volgens berekeningen

van het Centraal Planbureau (CPB) gaan alleenstaande AOW’ers er een kwart procent op achteruit.

Samenlevende AOW’ers zouden dit jaar zelfs een half procent minder te besteden hebben. Heltzel:

„Maar onze berekeningen zijn wel wat nauwkeuriger.”

De berekeningen die Donner hanteert, zijn algemeen, vinden de ouderenorganisaties. Het Nibud heeft

voor de koopkrachtplaatjes vijftien huishoudtypen van AOW’ers doorgerekend. Deze zijn in het rapport

’Koopkracht in perspectief’ tot in detail uitgewerkt. En dat is nodig, vinden de ouderenorganisaties.

Want de positieve en negatieve invloeden zijn zo ingewikkeld dat veel ouderen door de bomen het

bos niet meer zien. Uit de vele telefoontjes, brieven en e-mails die bij de ouderenorganisaties binnenkomen,

blijkt dat veel ouderen zich niet in de CPB-cijfers herkennen. Aanleiding het Nibud te vragen

de koopkrachtplaatjes nauwkeuriger in beeld te brengen.

Uit deze specifieke berekeningen blijkt dat de veranderingen in koopkracht erg wisselend zijn. Een

echtpaar met AOW en een aanvullend pensioen van 2500 euro is relatief het beste af: zij gaan er 0,9

procent op vooruit.

Een alleenstaande met AOW en 10.000 euro aanvullend pensioen verliest 0,8 procent aan koopkracht.

Deze verschillen worden met name veroorzaakt door de invoering van het verplichte eigen

risico en de verhoogde premie ziektekostenverzekering, die 65-plussers zelf moeten betalen. Alleen

de laagste inkomens worden hiervoor gecompenseerd.

Bron: Trouw, 12 april 2008

Compensatie ziektekosten blijft bestaan

Chronisch zieken, gehandicapten en ouderen behouden hun wettelijke recht op een compensatie van

hun ziektekosten.

Het kabinet wilde de ‘buitengewone uitgavenregeling’, een fiscale aftrekpost, schrappen. Daar zou na

forse bezuinigingen – 650 miljoen euro – een afgeslankte regeling voor in de plaats komen. Gemeenten

zouden die uitvoeren volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). In dat geval zouden

zieken en ouderen niet meer vanzelfsprekend van de regeling gebruik kunnen maken.

Nu hebben de betrokken bewindslieden, van Financiën, Volksgezondheid en Sociale Zaken, besloten

te breken met de afspraken uit het regeerakkoord. Niet alleen gemeenten zagen niets in die nieuwe

taak, ook zieken, gehandicapten en ouderen protesteerden tegen de kabinetsvoornemens. Zij vreesden

dat gemeenten naar eigen inzicht ziektekosten zouden compenseren. Daardoor zou de ene gemeente

iemand met een handicap ruimhartig kunnen steunen, terwijl iemand met dezelfde beperking

in een andere gemeente niets zou kunnen krijgen.

Met de buitengewone uitgavenregeling was in 2007 ruim 2 miljard euro gemoeid, een vervijfvoudiging

in enkele jaren. Er maken 6,4 miljoen mensen gebruik van. Dat komt neer op ongeveer de helft van de

Nederlandse huishoudens, terwijl Nederland naar schatting 2 tot 2,5 miljoen chronisch zieken en gehandicapten

telt. Zij kunnen uitgaven aan een dieet, eigen bijdragen aan ziektekosten, hulpmiddelen

zoals een bril of kosten voor het uit het buitenland halen van een adoptiekind opvoeren om een tegemoetkoming

te krijgen.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

9


Regering, parlement en cliëntenorganisaties vinden dat de nieuwe regeling beter op werkelijk hulpbehoevenden

moet worden toegesneden. De ministeries hadden vóór 1 april de nieuwe regeling aan de

Kamer moeten sturen om deze in in 2009 te kunnen invoeren. Zij hebben twee weken uitstel aangekondigd.

Directeur Ad Poppelaars van de CG-Raad, de koepel van 150 chronisch zieken- en gehandicaptenorganisaties,

is „tevreden” dat het kabinet heeft besloten de regeling niet naar de WMO over te hevelen.

De regeling buitengewone uitgaven staat onder zware druk. Het kabinet wil ervan af en kondigde vorig

jaar een bezuiniging aan van 650 miljoen euro, waarvan 400 miljoen dit jaar is gerealiseerd.

Bron: NRC, 3 april 2008

'Gemeenten gaan regeling buitengewone uitgaven niet verzorgen'

In tegenstelling tot de afspraken in het regeerakkoord gaan gemeenten vermoedelijk niet de tegemoetkoming

aan mensen met bijzondere uitgaven verzorgen. Over de fiscale compensatieregeling is

al lang discussie omdat de kosten uit de hand lopen.

Het kabinet wilde een nieuwe regeling, omdat er meer mensen gebruik van maken dan bedoeld. Bovendien

wordt niet iedereen bereikt die wel recht heeft op compensatie .

Het kabinet bezuinigt € 400 miljoen op de bestaande regeling en wilde vervolgens de verantwoordelijkheid

ervoor vanaf volgend jaar bij gemeenten neerleggen. Die zouden de doelgroep, vooral chronisch

zieken en gehandicapten, vanuit hun WMO-beleid beter kunnen bereiken.

Volgens ingewijden zoekt het kabinet wel naar manieren om de regeling aan te passen, met de ingeboekte

bezuiniging, maar blijven gemeenten er buiten.

Bron: Gemeente.NU, 7 april 2008

Vergoeding voor alle huurders bij renovatie

Alle huurders van zelfstandige woningen krijgen bij renovatie een minimumvergoeding voor verhuis-

en herinrichtingskosten. De regeling geldt al voor de sociale huursector.

Bewoners die moeten verhuizen vanwege renovatie of sloop, krijgen van hun verhuurder een tegemoetkoming

in de verhuis- en herinrichtingskosten van minimaal 5.135,88 euro. Het bedrag wordt

jaarlijks geïndexeerd.

De regeling geldt zowel voor gedwongen tijdelijke verhuizing waarbij de huurovereenkomst wordt

voortgezet, als voor gedwongen definitieve verhuizing waarbij de huurovereenkomst wordt beëindigd.

De regeling voor de verhuiskostenvergoeding wordt van het Besluit beheer sociale huursector (Bbsh)

overgebracht naar het Burgerlijk Wetboek.

Bron: persbericht regering, 28 maart 2008

Rij bij kassa na kinderbijslag

Drukte in de winkel met kinderschoenen. De kinderbijslag is binnen. De meeste ouders vinden de

uitkering, elk kwartaal, een „onmisbare" bijdrage.Amsterdam, 4 april. Op de H&M-kinderafdeling op

het Amsterdamse Osdorpplein is het druk woensdagmiddag. Voor twee kassa’s staan rijen moeders

verveeld voor zich uit te staren met kinderkleding op de arm. Een jongetje van een jaar of vier duikt

voor de zoveelste keer tussen de jurken die aan een rek hangen. „Damian, laat dat”, zegt zijn moeder

dreigend. De drukte komt niet door de regen, vertellen de moeders, maar door de datum: 2 april. Gisteren

is de kinderbijslag gestort.

Kinderbijslag 'onmisbaar'

Kinderschoenenzaken en -kledingzaken merken het elk kwartaal weer: de grote middengroep komt

geld uitgeven als de kinderbijslag is gestort. De keten H&M wil overigens geen woord over die bestedingspieken

kwijt. Maar kleine kinderschoenen- en kledingzaken bevestigen het. Op macroniveau telt

de kinderbijslag echt mee: de Sociale Verzekeringsbank besteedt er per kwartaal ongeveer 780 miljoen

euro aan. Dat is bijna 1 procent van de jaarlijkse consumptieve bestedingen.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

10


Sommige gezinnen hebben zo’n laag inkomen dat ze de kinderbijslag steevast gebruiken om achterstallige

rekeningen te betalen, anderen hebben zo’n hoog inkomen dat ze niet eens merken dat het

bedrag is gestort. Maar voor een gezin dat van bijvoorbeeld een politieagentensalaris moet rondkomen

– 1.500 euro netto per maand – is de 460 euro kinderbijslag (voor twee kinderen tussen zes en

elf jaar per kwartaal) niet niks. Alleen al een paar stevige óf modieuze (of beide) kinderschoenen kost

tussen de 60 en 80 euro.

Neem de deeltijdwerkende moeder die woensdagmiddag met haar 11-jarige dochter bij H&M in de rij

staat. De kinderbijslag is wat haar betreft nadrukkelijk voor de extra’s, maar dus óók onmisbaar als je

twee pubers hebt, vertelt ze. Zij ontvangt 540 euro voor haar dochters van 11 en 16 jaar. „Ze mogen

allebei elk kwartaal wat uitzoeken voor 100 euro. Een broek van Mexx bijvoorbeeld, wat duur is (45

euro), of een aantal accessoires.” Vroeger, verzucht ze, kon ze nog heel voordelige kinderkleding

kopen bij Zeeman, maar daar hoeft ze nu niet meer mee aan te komen. Haar dochter van elf jaar krijgt

elke maand 15 euro zakgeld, maar het lukt haar niet om dat te sparen voor speciale uitgaven. Daarom

leggen haar ouders de rest van het kinderbijslagbedrag weg.

Run op merken

Het lijken niet de basics zoals ondergoed en sokken te zijn waar men de kinderbijslag aan besteedt:

prijsvechters zoals Zeeman en Action (van Aldi) zeggen niet veel te merken van een bestedingspiek

na de storting. Het zijn de schoenen en de merkkleren.

Bij kinderschoenenzaak Jottem in Heiloo merkt eigenaar/verkoopster Brigitta de Vries altijd in de twee

weken vóór de kinderbijslag wordt gestort dat het extra druk wordt. „Die ouders willen de verwachte

drukte van na de kinderbijslag, voor zijn. Een aantal populaire merken raakt gewoon snel op en die

willen ze niet missen.” Wel betalen klanten in die periode iets vaker met creditcard dan anders, stelt

De Vries vast.

Ook Justine Pardoen, oprichter van de internetcommunity OudersOnline, hoort van haar leden dat de

kinderbijslag „een onmisbare bijdrage” is. Neem alleen al de prijs van de razend populaire computerspelletjes.

De gezinsspelen van Wii (Nintendo) zijn bedoeld voor het hele gezin, zoals een bordspelletje.

Maar een Wii kost wel 300 euro voor de eerste aanschaf. „En elk nieuw spel ervoor kost 40 euro.”

Bron: NRC, 4 april 2008

Stilteactie tegen armoede in Nederland

Aanstaande dinsdag 15 april 2008

Plein in Den Haag (vlakbij Binnenhof achter de Tweede Kamer)

13.00 uur

Armoede is nog steeds een schande, er klopt geen barst van. Alles is nu ongeveer wel gezegd, maar

helpen doet het maar weinig. Hoe hou je het gevecht vol?

De permanente aandacht die nodig is om werkelijk iets te veranderen, breng je niet op door alleen je

verzoeken schriftelijk in te dienen bij kamerleden of andere zaakwaarnemers.

Een andere actie, van stilte, van ingehouden woede zonder nog meer woorden is nodig. Daar is innerlijke

kracht voor nodig. Die hebben we allemaal.

We lopen zwijgend om de gebouwen heen, een weg van de lange adem. We vormen een kring van

stilte bij de twee ingangen van de Tweede Kamer en vlakbij de ingang van het Binnenhof. Op eenvoudige

borden en folders leggen we uit waarom we er iedere keer weer zijn. Door iets wits te dragen

laten we zien dat we verbonden zijn. Reis samen i.v.m. korting. Reiskosten worden ter plekke vergoed

voor hen voor wie het nodig is en geen mogelijkheid hebben de kosten te declareren. Iedereen moet

kunnen deelnemen!

Contact:

wezijnhetzat@hotmail.com

www.armekant-eva.nl/stilteactie.htm

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

11


Werkinstructies sociale dienst openbaar?

Geachte redactie,

Naast de WWB (wetgever), verordeningen (gemeenteraad) en beleidsregels (college van b&w) zijn er

interne werkinstructies, zoals ze hier ter stede heten. Die laatste worden door en voor ambtenaren

opgesteld. Ze geven aan hoe de uitvoering feitelijk plaatsvindt. Wij krijgen ze niet en ook de juridische

hulpverleners hebben grote moeite ze te bemachtigen. Naar mijn mening zouden wij problemen kunnen

helpen te voorkomen met betere werkinstructies.

Nu hoorde ik in de wandelgangen van het LCR-congres dat er wel degelijk cliëntenraden zijn die van

hun gemeente de werkinstructies krijgen. Ik zou graag willen weten welke cliëntenraden ze krijgen.

Dan kan ik met die informatie naar onze wethouder stappen.

Naam en e-mail bekend bij de redactie

Antwoorden kunnen worden gestuurd naar: webredactie@lva-nederland.nl

Hoe gaat uw gemeente om met oudere WWB’ers?

Geachte redactie,

Naar aanleiding van vragen uit het land wil LocSZ graag inventariseren hoe gemeenten omgaan met

oudere WWB'ers (vanaf 50-57,5 jaar). Sommige gemeenten zijn soepel, anderen blijven mensen tot

aan hun 65e achtervolgen met sollicitatieplicht en zelfs "work first". Soms wordt het beleid, dat aanvankelijk

nogal soepel was, aangescherpt zonder dat duidelijk is waarom.

Antwoorden kunnen worden gestuurd naar: webredactie@lva-nederland.nl

Kwaliteit van reïntegratiedienstverleners

Geachte redactie,

Naar aanleiding van de laatste nieuwsbrief het volgende: het klopt inderdaad dat de opleiding Personeel

en Arbeid voorbereidt op de uitoefening van het beroep reïntegratiedienstverlener. Maar hier

moet wel een kanttekening bij worden geplaatst. Het gaat om een specialisatie binnen de opleiding,

die bovendien door een aantal P&A-opleidingen niet of maar heel summier wordt aangeboden. Mensen

die aan de opleiding Personeel en Arbeid zijn afgestudeerd, hebben dus niet altijd vanzelfsprekend

de benodigde kennis en vaardigheden in huis voor het beroep van reïntegratiebegeleider en/of

loopbaanadviseur.

Zelf ben ik een paar jaar geleden afgestudeerd aan de deeltijdopleiding Personeel en Arbeid in Deventer,

met als afstudeerrichting loopbaanbegeleiding voor volwassenen en loopbaanbegeleiding in

het onderwijs. Ik heb me ook verdiept in de inhoud van andere P&A-opleidingen, vandaar dat ik hiervan

goed op de hoogte ben.

Overigens zie ik wel een probleem als elke reïntegratieconsulent een opleiding van 4 jaar moet hebben

gevolgd; het gaat in dit beroep niet alleen om kennis en vaardigheden op het gebied van reïntegratie

en loopbaanbegeleiding, maar ook om levenservaring. Vaak zijn de mensen die dit beroep uitoefenen,

relatief wat ouder, en hebben ze al een carrière achter de rug binnen een ander vakgebied.

Het is dan zwaar en ook niet altijd haalbaar om nog een complete HBO-opleiding te gaan volgen. Bovendien

zijn de eerste twee jaar van de opleiding P&A breed opgezet, waardoor je allerlei vakken

krijgt die je in de reïntegratie-beroepspraktijk niet nodig hebt. Het zou daarom wenselijk zijn dat er een

smallere HBO-studie wordt ontwikkeld van één of twee jaar, waarbij alleen vakken worden gegeven

die relevant zijn. Momenteel is er wel de mogelijkheid om een post-HBO-cursus te volgen, maar die

vind ik zelf eigenlijk te compact.

Karin Berman, Meppel

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

12


Hulp aan werkzoekenden kan beter

De begeleiding van werkzoekenden en zieke werknemers kan sterk worden verbeterd. De helft van de

werkzoekenden geeft aan dat de geboden hulp er niet toe heeft bijgedragen weer aan het werk te

gekomen.

Dit blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Werk en

Inkomen (RWI). De helft van de respondenten zegt dat de hulp van die instanties niet heeft bijgedragen

aan het vinden van een nieuwe baan.

De respondenten geven het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), de Gemeentelijke Sociale Dienst

en het UWV en reïntegratiebedrijven maar net een voldoende, namelijk een 5,5 tot een 5,8.

Persoonlijke situatie

De dienstverlening van reïntegratiebedrijven wordt met gemiddeld een zes beoordeeld. Over de effectiviteit

van de hulpverlening wordt negatief geoordeeld. Als verbeterpunt noemt veertig procent van de

werkzoekenden dat de hulp bij het zoeken naar een baan beter moet aansluiten op de persoonlijke

situatie.

Ziekteverzuimbegeleiding

Ruim de helft van de groep (voormalig) zieke werknemers geeft aan dat ze sneller naar het werk terug

hadden kunnen keren als daarvoor (meer) maatregelen waren genomen. De grootste winst is daarbij

volgens hen te behalen door aanpassing van het werk, zoals een ander takenpakket, ander werk bij

dezelfde werkgever of werk bij een andere werkgever.

Bijna vier op de tien (ex-)zieke werknemers zouden naar eigen zeggen sneller aan het werk hebben

gekund wanneer dergelijke maatregelen waren genomen. Ook op het vlak van curatieve zorg, begeleiding

en samenwerking is volgens werknemers winst te boeken.

Voor het rapport: www.scp.nl/publicaties/boeken/9789037703641.shtml

Bron: SCP/RWI, 9 maart 2008

Kamer hard over reïntegratie

Parlement wil zicht op besteding miljarden voor hulp aan werklozen

Per jaar wordt 2 miljard euro besteed om werklozen aan werk te helpen. De effectiviteit hiervan is

volstrekt onduidelijk, bleek eerder uit onderzoek. De Kamer heeft er genoeg van.

"Geldverkwisting", "verontrustend", "een schandalige miskleun van dezelfde orde als de Betuwelijn" en

"schokkend". Aan superlatieven geen gebrek, gistermiddag in de Tweede Kamer. Het overleg ging

over de 2 miljard euro die het kabinet jaarlijks aan het uitkeringsinstituut UWV en de gemeenten geeft

om mensen met een uitkering aan het werk te krijgen. De Kamer moet controleren of dat geld goed

wordt besteed, maar dat is volgens de leden vrijwel onmogelijk.

Uit eigen onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat vrijwel niet te meten valt welk effect

de zogenoemde reïntegratietrajecten hebben die UWV en gemeenten inkopen bij commerciële

reïntegratiebedrijven. Ruim 40 procent van de mensen die in 2004 zo'n traject volgde, ging daarna

aan het werk. Maar de onderzoekers kunnen niet uitsluiten dat ze zonder een traject ook aan het werk

waren gegaan.

De bewindslieden van Sociale Zaken, minister Donner (CDA) en staatssecretaris Aboutaleb (PvdA),

kregen er flink van langs. Ineke van Gent (GroenLinks) noemde Donner "de nieuwe Uri GeIler" die het

reïntegratiegeld in een "black box" laat verdwijnen. Maar ook de coalitiepartijen waren kritisch.

"Er wordt veel geld verkwist. Ik betwist dat het al veel beter gaat", zei Eddy van Hijum (CDA).

Donner toonde zich tamelijk stoïcijns onder de kritiek. "Ik wil tegenspreken dat het geld is weggegooid",

zei hij. "Ik zeg niet: het is nu perfect. We zijn voortdurend aan het leren. Maar het beeld dat we

niet weten waar het geld blijft, is pertinent onjuist."

Aboutaleb vindt dat de Kamer goed moet nadenken wat ze wil bereiken met de reïntegratie. Als iemand

die langdurig thuis heeft gezeten weer onder de mensen komt en activiteiten ontplooit, is dat

volgens hem ook een resultaat dat waardering verdient.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

13


Maar de Kamer nam met die verdediging geen genoegen. De leden hadden zich goed voorbereid op

de confrontatie. Vorige week organiseerde Van Hijum een rondetafelgesprek waar wetenschappers en

mensen uit de praktijk hun visie gaven. De CDA'er vindt dat de schuld niet eenzijdig moet worden

gelegd bij de commerciële reïntegratiebedrijven. Zij krijgen volgens hem maar 20 procent van het geld.

De rest gaat op aan gesubsidieerde banen en trajecten die de gemeenten zelf uitvoeren. Het CDA wil

dat de overheid zelf zuiniger omspringt met het geld. Alleen mensen die langdurig geen werk hebben

en mensen met een handicap moeten hulp krijgen. Scholingstrajecten moeten liefst gekoppeld worden

aan een baan. Want werk is volgens Van Hijum de beste vorm van reïntegratie.

De VVD kon zich in die visie wel vinden, maar Kamerlid Atzo Nicolaï trekt hardere conclusies. Hij

vindt dat voor iedereen met een uitkering een werkplicht moet gaan gelden. Mensen moeten,

desnoods met behoud van hun uitkering, aan het werk worden gezet. Daar zijn geen reïntegratiebedrijven

voor nodig, dit kunnen de gemeenten gewoon zelf doen, vindt Nicolaï.

Voor een werkplicht voelt de SP niets, maar de reïntegratiebedrijven wil de partij ook graag afschaffen.

De fractie opende de afgelopen tijd een meld punt reïntegratie en kreeg vrijwel alleen klachten. "De

publieke arbeidsvoorziening werkte beter, daar moeten we naar terug", concludeerde Kamerlid Paul

Ulenbelt. Volgens moet hem er een parlementair onderzoek komen naar de verdwijning van de 2 miljard

euro in het "zwarte gat" van de "reïntegraaibedrijven".

De mildste kritiek kwam van de PvdA. Hans Spekman wees erop dat 600 miljoen van de 2 miljard

euro gebruikt wordt voor gesubsidieerde banen. Hij pleitte voor een langetermijnonderzoek naar de

effecten van reïntegratie. "We zijn als Kamer veel te ongeduldig. Ik weiger nu een zwart-wit verkwistingsverhaal

te houden."

Bron: NRC, 3 april 2008

Reïntegratieplicht stopt niet na 104 weken

Geen enkele rechtsregel ontslaat de werkgever van de verplichting om zich na een periode van 104

weken in te spannen voor Reïntegratie. Dit heeft de Amsterdamse kantonrechter onlangs bepaald. De

werkgever die deze vergissing maakte kwam nog enigszins met de schrik vrij, want in zijn geval stond

alleen de loondoorbetaling ter discussie. Ook had hij inmiddels een ontslagvergunning van het CWI op

zak.

Een werkneemster was sinds 26 april 2004 arbeidsongeschikt. Zij werkte niet mee aan haar Reïntegratie,

waarop haar werkgever in maart 2006 de loonbetaling opschortte. Op 15 juni verklaarde zij zich

alsnog bereid passend werk te verrichten. De werkgever hervatte de loonbetaling niet. Nadat de

werkneemster met toestemming van het CWI per 1 november was ontslagen, eiste ze loondoorbetaling

over de periode 15 juni tot 1 november. Haar werkgever spande hierop een bodemprocedure aan;

volgens hem had de voorzieningenrechter ten onrechte miskend dat een werkgever zich slechts 104

weken voor Reïntegratie hoeft in te spannen. Die periode was volgens hem op 26 april 2006 voorbij.

Op dit punt kreeg de werkgever ongelijk. Er bestaat geen rechtsregel op grond waarvan de Reïntegratieverplichtingen

van de werkgever tot slechts 104 weken zijn beperkt. Deze verplichting bestaat zolang

de arbeidsovereenkomst voortduurt, aldus de kantonrechter. Bij de loondoorbetalingsverplichting

is de termijn van 104 weken wel van belang. Wettelijk gezien eindigt de verplichting om tijdens ziekte

het loon door te betalen in beginsel na 104 weken. Na 26 april kon de werkneemster dus geen aanspraak

op loon meer maken.

Bron: Arbo Rendement, 7 april 2008

Microkredieten worden sneller toegankelijk

Staatssecretaris Heemskerk wil goede begeleiding en screening van kleine ondernemers. Dit moet

ervoor zorgen dat banken eerder een lening durven te geven. Er komt onder meer een database met

coaches.

Dit schrijft staatssecretaris Heemskerk (EZ) in een brief aan de Tweede Kamer. Hij streeft ernaar microkredieten

sneller beschikbaar te maken. Microkredieten zijn leningen aan ondernemers van minder

dan 25.000 euro.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

14


Advies

Heemskerk wil beginnende, kleinere ondernemers ondersteunen door hen toegang te geven tot advies.

Via de database kunnen beginnende ondernemers een ervaren coach zoeken die hen helpt bij

het starten van een bedrijf. Ook wil Heemskerk het vertrouwen van banken en investeerders in kleinere

ondernemers vergroten. Hij gaat afspraken met banken maken over een screeningssyteem. Banken

kunnen dan sneller beoordelen welk risico ze nemen bij het financieren van een kleine ondernemer.

Borgstelling

Daarnaast verandert de borgstellingsregeling voor het midden- en kleinbedrijf. Via deze regeling kan

een bank een beroep doen op de overheid voor borgstelling, als een ondernemer bij een kredietaanvraag

de bank te weinig zekerheid kan bieden. Door de wijziging kunnen banken deze regeling toepassen

voor microkredieten.

Heemskerk houdt in 2008 en 2009 een aantal proefprojecten met microfinanciering.

De staatssecretaris reageert met de initiatieven op een advies van de Raad voor Microfinanciering.

Volgens dit advies overwegen 600.000 Nederlanders een eigen bedrijf te starten. Vaak hebben zij

problemen om een lening te krijgen.

Bron: persbericht Min. van EZ, 8 april 2008

Van bewust baanloos tot ondernemer

Vijf vragen aan Gertjan van Beijnum, archivaris, redacteur en ondernemer (glazenier)

1. U bent bijna dertig jaar lang bewust werkloos geweest, of baanloos, zoals u het liever noemt. Wat

deed u in die tijd?

In 1978 heb ik samen met een grote groep andere woningzoekenden in het centrum van Den Bosch

een leegstaand ziekenhuis gekraakt. Daar zijn we gaan wonen en daar woon ik nog. Het hele pand

hebben we ondertussen gehuurd van een woningbouwstichting. Het onderhoud hebben we in eigen

hand, daar moet dus veel aan gewerkt worden. Daarnaast zijn we in diezelfde periode een maandblad

begonnen: Kleintje Muurkant. Dit verschijnt nog steeds, op papier en op internet. Ook werk ik aan een

archief en documentatiecentrum, stichting De Stelling. Daarop staan alle digitale jaargangen van 't

Kleintje.

2. Hoe was uw relatie met de sociale dienst?

Vanaf het begin heb ik uiteraard problemen met de sociale dienst gehad. Al vrij snel weigerde ik te

solliciteren omdat ik vond dat het werk dat ik deed volstrekt gelijkwaardig was met al het andere betaalde

werk. Ik ging daarom steeds vaker uitdragen dat ik mijn uitkering als een basisinkomen zag. In

het begin leidde dat tot heel veel periodieke kortingen op mijn uitkering. Daartegen ging ik consequent

in beroep, tot en met de Raad van State aan toe. Na een tijd berustte de sociale dienst in die situatie.

Ik kreeg officieel vrijstelling van sollicitatie- en werkplicht. Dat veranderde bij de zoveelste stelselwijziging.

Met de Wet werk en bijstand (WWB) kreeg ik weer alle arbeidsverplichtingen opgelegd.

3. Wat vindt u van de methoden als Work First?

Ik vind het uitbesteden van al die Reïntegratietrajecten aan particuliere ondernemingen een totale

ramp. Het is één grote statistiekenvervalsing. Er is geen enkele onafhankelijke controle op de daadwerkelijke

besteding van al die honderden miljoenen euro's die wegdampen in de zakken van snelle

jongens en meisjes die voornamelijk bezig zijn vette bonussen op tewerkgestelde ex-uitkeringsgerechtigden

te vangen. Om de zoveel jaar worden er opnieuw plannen uitgedacht en uitgevoerd die

achterlopen bij maatschappelijke ontwikkelingen. Er had allang een breed functionerend basisinkomen

moeten zijn. Daarmee kun je veranderingen op de arbeidsmarkt veel soepeler opvangen. Nu heb je in

tijden van economische voorspoed gigantische tekorten aan arbeidskrachten en staan de lonen fors

onder druk. En wanneer het economisch weer wat slechter gaat, worden de arbeiders met duizenden

tegelijk op straat gegooid. De nadruk die er ligt op werk, werk en nog eens werk is ziekmakend. Er zou

veel meer kritiek moeten zijn op de ziekmakende arbeidsethos waaraan duizenden mensen lijden.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

15


4. Sinds kort hebt u een bedrijfje in glas-in-lood. Hoe bevalt dat?

Ik heb nu veel minder tijd om aan mijn maatschappelijke arbeid te werken, zoals 't Kleintje en het archief,

maar het maken van glas-in-Iood ramen bevalt me uitstekend. Het opzetten van mijn bedrijf

Glaslicht vind ik ook erg leerzaam. Al is het alleen maar omdat ik geconfronteerd wordt met het enorme

verschil tussen hand- en hoofdarbeid. Vraagt een adviseur of intellectueel al snel honderd euro of

meer per uur, een hardwerkend ambachtsmens kan nog niet de helft vragen en dan wordt er al meewarig

met het hoofd geschud.

5. Als u opnieuw zou beginnen, zou u het dan weer zo aanpakken?

Het is vandaag de dag veel moeilijker om bewust baanloos te zijn. De arbeidsmarkt is compleet overspannen

door alle uitzend- en Reïntegratiebureaus die overal flexibele banen in de aanbieding hebben.

Maar als de werkloosheid weer groeit wordt het weer goed mogelijk om bewust baanloos te zijn.

Daar ben ik van overtuigd. De samenleving zou mensen die vrijwilligerswerk doen sowieso veel beter

moeten waarderen. Een basisinkomen zou een prachtig middel zijn om vrijwilligerswerk te promoten.

Veel meer mensen kunnen dan die dingen doen die ze het liefst doen - en waar ze goed in zijn.

Massale belangstelling LCR-congres

Dit jaar werden 550 deelnemers ingeschreven – en dat betekende volle bak – en nog kwamen er

aanmeldingen binnen. De groeiende belangstelling in de afgelopen jaren maakte het al noodzakelijk

om uit te wijken naar een andere, grotere locatie. Maar zelfs dat is niet genoeg, zo blijkt.

“We zouden de groeiende belangstelling natuurlijk vooral kunnen opvatten als een compliment voor

ons programma: de speeches van de keynotespeakers die inderdaad van hoge kwaliteit zijn, de workshops

over actuele thema's in de sociale zekerheid die cliënten raken en de vaste onderdelen, zoals

de inmiddels prestigieus geworden Ab Harrewijnrede en de verkiezing van de cliënt-in-beeld-prijs.” Zo

sprak Jan Laurier, voorzitter van de LCR, in zijn toespraak.

“En, dames en heren, dat is natuurlijk ook zo, maar er moeten twee dingen aan toegevoegd worden.

De jaarlijkse ontmoeting van cliëntenraden uit verschillende uitvoeringskolommen voorziet ook in een

andere behoefte die maar ten dele in een officieel programma gevat kan worden. Het is dé gelegenheid

om met elkaar informatie uit te wisselen, tips te geven en te krijgen, soms samen te mopperen en

vooral om nieuwe ideeën en inspiratie op te doen. Ieder jaar weer merken wij dat de wandelgangen

minstens zo belangrijk zijn als het 'officiële' programma. En wanneer die behoefte zo groot is, moeten

we daar twee lessen uit trekken. In de eerste plaats zullen we wegen moeten vinden om dit soort uitwisseling,

niet op deze schaal maar behapbaarder, frequenter te organiseren. In de tweede plaats zal

men zuinig moeten zijn op die organisaties en netwerken die, naast de LCR, deze functie nu vervullen.

En daar zit een probleem. Het aantal, de middelen en de mogelijkheden van deze organisaties en

netwerken neemt eerder af dan toe.”

Kunnen cliëntenraden een ‘deuk in een pakje boter slaan’?

Staatssectretaris Ahmed Aboutaleb stond in zijn rede stil bij de vraag wat de cliëntenparticipatie oplevert.

“In een paar jaar tijd is vrijwel overal cliëntenparticipatie in de sociale zekerheid van de grond

gekomen. Met als grootste groep de gemeentelijke cliëntenraden. Tot mijn grote vreugde beschikken

nagenoeg alle gemeenten nu over een of andere vorm van cliëntenparticipatie”, zo sprak hij. “Om de

vreugde gelijk maar iets te temperen: het feit dat het goed geregeld is, wil nog niets zeggen over het

functioneren van de cliëntenraden. Feit is ook dat er nog altijd bestuurders op lokaal niveau zijn die

eigenlijk geen luizen in de pels dulden. Die het er maar lastig mee hebben. Dat is tegelijkertijd ook een

beetje het probleem waar ik mee zit. Je weet dat uitkeringsgerechtigden mee mogen praten en dat is

goed. Maar het effect dat ze hebben, laat zich niet altijd even gemakkelijk meten. Ze zijn niet in dezelfde

mate actief en slaan niet altijd in dezelfde mate een deuk in een pakje boter. Of ze staan als

vertegenwoordigers van de doelgroep te ver af van de mensen om wie het uiteindelijk gaat. Grote

vraag blijft dus: wat bereiken we met cliëntenparticipatie? Welke invloed hebben de raden? Hoe kunnen

ze, met andere woorden, een deuk in een pakje boter slaan?”

“Uit onderzoek naar cliënten participatie in de WWB blijkt dat de raden zelf over het algemeen positief

zijn over de mate waarin zij om advies worden gevraagd en de ruimte die ze krijgen.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

16


Anderzijds beschouwden de gemeenten cliëntenparticipatie doorgaans als een goede aanvulling op

beleidsontwikkeling. Dus dat zit wel goed. Een belangrijke voorwaarde om cliëntenparticipatie tot een

succes te brengen is een positieve houding en draagvlak aan beide zijden. En wat misschien nog wel

het belangrijkste is: wederzijds vertrouwen!”

“De macht en invloed van cliëntenraden wordt groter naarmate we toewerken naar meer samenwerking.

Bij cliëntenparticipatie met betrekking tot CWI, UWV en SVB staan de mensen op een grotere

afstand van het beleid dan bij de WWB waar de leden van de raden in direct contact met gemeenten

staan. Daarom is het goed dat er in de wijziging van de wet SUWI een gezamenlijke verantwoordelijkheid

van UWV en gemeenten komt voor een ketenbrede aanpak. De onvermijdelijke samenvoeging in

de locaties van werk en inkomen maakt een andere, meer eigentijdse vorm van inspraak nodig. Dit

vraagt een flinke inspanning van UWV, gemeenten en de cliëntenraden. Ik constateer dat de Landelijke

Cliëntenraad hierbij een belangrijke rol wil spelen. En dat is goed, want het zal nog knap lastig

worden om een en ander praktisch vorm te geven.”

Klik hier voor de toespraak van Jan Laurier

Klik hier voor de toespraak van staatsecretaris Aboutaleb

Cliënt In Beeld Prijs 2008 voor cliëntenraad UWV AG regio Zuidwest

Tijdens het LCR-congres wordt jaarlijks de Cliënt In Beeld Prijs uitgereikt aan personen of een organisatie

die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de cliëntenparticipatie. Dit jaar werden 17

kandidaten voorgedragen. De jury heeft daarvan drie kandidaten genomineerd, een lokale adviesraad

en twee decentrale cliënten raden UWV. Dit jaar springen vooral de niet-WWB

cliënten raden in het oog. De kandidaten zijn afkomstig uit drie verschillende regio's: Noord-Holland,

Groningen en Noord-Brabant.

Eervolle vermelding

De jury wil graag de stichting Adviesraad Minimabeleid Midden-Drenthe een eervolle vermelding geven.

De Adviesraad is het adviesorgaan voor het minimabeleid van de gemeente Midden-Drenthe. Sinds

2004 is de Adviesraad formeel de cliëntenraad in het kader van de WWB. Gedurende 10 jaar komt de

Adviesraad op voor de belangen van de minima.

Aan de basis van de werkzaamheden lag het onderzoek 'Minima in Midden-Drenthe' dat men heeft

laten uitvoeren. In de loop van de tien jaar van haar bestaan is dat een gevarieerde lijst geworden:

Er is veel goodwill bereikt en daardoor is er een goede werksfeer tussen gemeenteraad, wethouder,

adviesraad en betrokken instellingen gerealiseerd. Daardoor is het mogelijk om resultaten te bereiken.

ResuItaten:

• Invoeren van spreekuur door sociaal raadsvrouw, toegankelijk voor alle mensen met een laag

inkomen, structureel gefinancierd door de gemeente.

• Computers voor minima met kinderen van 7 tot 17 jaar.

• Gemakkelijker toegang tot regelingen, o.a. door vereenvoudiging formulieren rondom uitkering en

bijzondere bijstand.

• Laagdrempelig cursusaanbod voor mensen met een minimum via het welzijnsbeleid.

• Vrijstelling van de reservering voor uitvaartkosten bij bepaling van het recht op bijzondere bijstand.

Ter ere van het 10-jarig bestaan is er een expositie 'De kracht van minima j minima in beeld' die door

provincie trekt.

Met kwaliteit en vasthoudendheid heeft de Adviesraad belangrijke verbeteringen in het minimabeleid

gerealiseerd.

Vanwege de geringe rol van cliënten (het is een organisatie van professionals waarbij slechts één

cliënt betrokken is) is de jury van oordeel dat de Adviesraad niet in aanmerking komt voor een nominatie.

De manier van werken en vooral ook de samenwerking tussen diverse betrokken partijen kan

als voorbeeld dienen hoe er resultaat ten behoeve van cliënten geboekt kan worden.

Vandaar dat een eervolle vermelding zeker op de plaats is.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

17


De prijswinnaar

De jury heeft unaniem besloten de Cliënt in Beeld-Prijs 2008 toe te kennen aan de Cliëntenraad UWV

AG regio Zuidwest.

De regiodirecteur UWV AG heeft de cliëntenraad voorgedragen met het door hem overgenomen advies

over verbetering van de communicatie tussen de cliënt en de verzekeringsarts/arbeidsdeskundige

van UWV.

De cliëntenraad heeft vanuit de WAO-begeleiding en signalen uit de achterban geconcludeerd dat de

cliënt na de (her)keuring door de verzekeringsarts van UWV vaak in het ongewisse verkeerde. Uit de

klanttevredenheidsrapporten trok de cliëntenraad de conclusie dat - ondanks gedragstraining aan

artsen - de bejegening tijdens de medische keuring structureel laag scoorde. De hamvraag: waarom

voelden cliënten zich niet serieus genomen en niet gehoord; hoe zou het communicatieprobleem kunnen

worden opgelost?

Cliëntenraadsleden werden uitgenodigd om in overleg te treden over de keuringen tijdens het Onderlinge

Toetsingsoverleg van arbeidsdeskundigen. Na de keuring wordt door de verzekeringsarts zowel

een gespreksverslag als een kritische functiemogelijkhedenlijst (opsomming/beoordeling van alle beperkingen

van een cliënt) opgesteld. Als de cliënt deze twee documenten van de verzekeringsarts zou

krijgen vóór het contact met de arbeidsdeskundige, zou het communicatieprobleem grotendeels zijn

opgelost. Daaraan werd nog toegevoegd dat de cliënt werd uitgenodigd in contact te treden met de

verzekeringsarts in het geval van vragen.

De cliëntenraad heeft een advies opgesteld met als doel de cliënt zo snel mogelijk inzicht, duidelijkheid

en beïnvloeding te bieden in de beoordeling door de verzekeringsarts. Dan kan de cliënt goed

voorbereid het gesprek in met de arbeidsdeskundige.

De regiodirecteur heeft over de behoorlijk ingrijpende nieuwe werkwijze overleg gevoerd met betrokken

artsen, arbeidsdeskundigen, procesbegeleiders en teamondersteuners om te komen tot een

breed draagvlak. Sinds de Kerst wordt de wekwijze in de hele regio uitgevoerd. De werkwijze is ook

opgenomen in het publiekscontract met de individuele medewerkers.

Over enige tijd volgt een audit naar de regiobrede uitvoering.

De leden van de cliëntenraad hebben al positieve geluiden ontvangen.

De jury is van oordeel dat de cliëntenraad UWV AG Zuidwest erin geslaagd is met haar advies een

belangrijk onderdeel in de relatie cliënt - uitvoeringsorganisatie te verbeteren. Dat levert winst op voor

de cliënt, maar ook voor UWV. "Voor UWV bestaat de winst uit een ongetwijfelde toename van de

klanttevredenheid, bovendien aan de door UWV nagestreefde grotere openheid, terwijl de bezwaarzaken

waarbij het feitelijk ging om onduidelijkheid over de bevindingen van de verzekeringsarts, hierdoor

kunnen worden voorkomen", aldus de regiodirecteur.

Het zou een goede zaak zijn als de andere UWV-cliëntenraden dit ook in hun regio geregeld zouden

krijgen en dat deze werkwijze UWV-breed werd ingevoerd.

Iets soortgelijks - een goede informatievoorziening zodat cliënten weten waar ze aan toe zijn - zouden

lokale cliëntenraden kunnen nastreven op het terrein van Reïntegratie.

Bron: jury-rapport

Klik hier voor het hele jury-rapport

Vrijwilligerswerk en reïntegratie

Informatiebrochure en checklist van FSU

Het Fries Samenwerkingsverband Uitkeringgerechtigden (FSU) krijgt veel vragen over vrijwilligerswerk

en de kwaliteit daarvan. Vaak hebben die vragen betrekking op de relatie met het recht op een uitkering.

Steeds meer komen er vragen als het vrijwilligerswerk deel uitmaakt van een reïntegratietraject.

Daarom werd besloten een informatiebrochure te schrijven.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

18


Deze brochure “Stappenplan voor vrijwilligers in reïntegratietrajecten” is geschreven vanuit de belangen

van mensen die, verplicht of onverplicht, werkzaamheden verrichten met behoud van een uitkering.

Vaak zullen dit mensen zijn die een uitkering nodig hebben en deze aanvragen bij de gemeentelijke

sociale dienst of het UWV. Het uitvoeren van werkzaamheden wordt onder andere als reïntegratieinstrument

gebruikt. Soms is het een voorwaarde voor het verkrijgen van een uitkering.

Uit de dagelijkse praktijk van het FSU blijkt dat de kwaliteit van het vrijwilligerswerk in reïntegratietrajecten

te wensen overlaat. Er wordt nauwelijks gekeken naar de belangen van de vrijwilliger.

Deze brochure helpt de betrokken vrijwilliger met het zichtbaar maken van de knelpunten, lees kwaliteit,

van zijn of haar vrijwilligerswerkzaamheden. Er worden een aantal herkenbare situaties vanuit de

praktijk beschreven. Vanuit deze praktijk situaties krijgt u tips aangereikt.

Naast deze brochure heeft het FSU voor u een checklist vrijwilligerswerk in reïntegratietrajecten

ontwikkeld. Met de checklist brengt u uw eigen situatie in beeld. De checklist helpt u met het verbeteren

van uw vrijwilligerswerkzaamheden in het kader van reïntegratietrajecten.

Klik hier voor de brochure

Klik hier voor de checklist

Bron: FSU, maart 2008

Reïntegratie en Arbeid

Signaleringsrapport Klaverblad Zeeland

Klaverblad Zeeland heeft in de tweede helft van 2007 signalen opgehaald rond reïntegratie op de

(Zeeuwse) arbeidsmarkt. Er worden veel inspanningen geleverd om mensen met een arbeids- c.q.

functiebeperking (weer) aan werk te helpen. Er gaat veel geld om in de wereld van de begeleidingstrajecten

op dit terrein. Wat leveren die op? Hoe ervaren cliënten dit? En zijn werkgevers in Zeeland wel

geïnteresseerd in het geven van werk aan mensen met een beperking?

Voor de beantwoording van deze vragen hebben we informatie ingewonnen bij cliënten, gemeenten

en werkgevers. Hoewel de respons beperkt is gebleven vallen er enkele belangrijke signalen te halen

uit de antwoorden.

Signalement

De uitkomsten zoals die hier gepresenteerd worden zijn niet representatief. Ons oogmerk is geweest

signalen te verzamelen. Met die signalen wilden we enerzijds onze vooronderstellingen toetsen dat er

nog al wat cliënten zijn die vraagtekens zetten bij nut en effectiviteit van hun begeleidingstraject. Anderzijds

wilden WAO-Platform Zeeland en Klaverblad Zeeland de signalen gebruiken voor het bepalen

van eventuele vervolgacties. De uitkomsten blijken voor beide doeleinden bruikbaar.

Veel cliënten hebben vragen rond hun begeleiding of zijn er zelfs uitgesproken ontevreden over. En

de uitkomsten geven ons voldoende aanleiding om adviezen op te baseren voor noodzakelijke verbeteracties.

Cliënten

Naast een aantal positieve ervaringen geeft een ruime meerderheid van de ondervraagde cliënten aan

dat ze de inspanningen van hun reïntegratiebureau te minimaal of te onzichtbaar vinden. Dit stemt

overeen met signalen die Klaverblad Zeeland ook buiten dit onderzoek om krijgt van cliënten.

Mensen worden daarnaast niet altijd volledig geïnformeerd of betrokken bij het vorm en inhoud geven

van hun reïntegratieproces.

Dit verhoudt zich slecht tot het streven van gemeenten om ‘maatwerk’ te leveren of te laten leveren.

Het lijkt er op dat dit maatwerk deels buiten de cliënt om of voor de cliënt niet waarneembaar wordt

aangemeten.

WAO-Platform Zeeland en Klaverblad Zeeland vinden dan ook dat er kritisch moet worden gekeken

naar de positie en rechten van de cliënt in het reïntegratieproces en de kwaliteit van reïntegratiebureaus.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

19


Wij stellen daarom voor:

• dat cliënten de mogelijkheid wordt geboden zich door een onafhankelijk arbeidsadviseur te laten

adviseren, bijvoorbeeld via een spreekuurfunctie in het CWI-kantoor;

• dat cliënten standaard minimaal 24 uur bedenktijd krijgen alvorens de reïntegratievisie te ondertekenen;

• dat gemeenten en UWV cliënten aantoonbaar betrekken bij de keuze van een reïntegratiebedrijf;

• dat gemeenten en UWV cliënten aantoonbaar informeren en raadplegen over alle keuzemogelijkheden

binnen het traject en (steekproefsgewijs) raadplegen over de voortgang;

• dat gemeenten en UWV nadere kwaliteitseisen voor reïntegratiebedrijven vaststellen;

• dat gemeenten en UWV in hun contractering van reïntegratiebedrijven de voorwaarde opnemen

tot periodiek en openbaar klantervaringsonderzoek;

• dat reïntegratiebedrijven het initiatief nemen om periodiek meetbare prestaties te presenteren op

de volgende drie items:

- maatschappelijk ondernemerschap;

- best practices en, niet de allerminste;

- hun bijdrage aan de zelfrealisatie / autonomie van de cliënt.

Werkgevers

Er zijn in Zeeland werkgevers met positieve ervaringen met personeel met een arbeids- c.q. functiebeperking.

En er is interesse bij anderen. Waar het onder meer aan lijkt te schorten is actuele kennis

bij de daarvoor gevoelige werkgever omtrent relevante wet- en regelgeving. En wellicht geldt dit ook

voor kennis omtrent positieve ervaringen van collega-werkgevers.

Wij stellen daarom voor:

• dat gemeenten en UWV afspraken maken over de wijze waarop werkgevers minimaal jaarlijks

geïnformeerd worden over (veranderingen in) wet- en regelgeving met betrekking tot het (weer)

aan het werk helpen van mensen met een arbeids- c.q. functiebeperking;

• dat de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten en UWV in samenwerking met MKB Zeeland en de

Zeeuwse Kamer van Koophandel jaarlijks een commercieel aantrekkelijke waardering toekennen

aan een reïntegratie-initiatief in Zeeland dat ten voorbeeld kan worden gesteld aan anderen.

Het gehele rapport ‘Reïntegratie en Arbeid’ inclusief alle bijlagen is in te zien en op te halen via

www.klaverbladzeeland.nl.

Smartlappenfestival komt er weer aan!

Tijdens het Nationaal Alternatief Smartlappenfestival, dat sinds 1995 wordt georganiseerd, kunnen

groepen van uitkeringsgerechtigden hun frustraties, woede, verdriet en ander ongenoegen over hun

achtergestelde positie in de steenrijke Nederlandse samenleving van zich af zingen in zelfgemaakte

smartlappen. Het festival wordt dit jaar gehouden op 19 april 2008 in Tilburg. Het thema van 2008 is:

“Het is wel ZUUR: er komt geen ZOET!” Het is op deze manier geformuleerd omdat het inmiddels

wel duidelijk is dat het de rijke kant van Nederland, de regering voorop, een worst zal wezen hoe de

onderkant overleeft!

Wij zijn van plan om vanuit Nijverdal ook deel te nemen aan dit Smartlappenfestival. Bas ten Tusscher,

collega bij Stichting De Welle, heeft een geweldig lied geschreven en we hebben een goed

koor gevormd.

Een beetje geld voor een beter leven! (melodie ’Ein Bisschen Frieden’)

Vers 1: Het leven is deze tijd heel erg duur

Wij voelen dat allen als meer dan erg zuur.

Hoe moet het nu verder, dat weten wij niet,

De overheid ziet ons toch niet.

Vers 2: Het zoet dat ons nu al jaren beloofd,

Dat komt er toch nooit, die kool is gestoofd.

Wij hebben het moeilijk, toe help ons dan ook,

Beloftes gaan vaak op in rook.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

20


Vers 3: Het sappelen zijn we nu toch wel zat,

Een rijkaard komt meestal niet op ons pad.

Wij horen toch ook bij de maatschappij,

Toe, maak ons een beetje blij.

Vers 4: Wij luchten ons hart voor de zoveelste keer,

Het vragen om steun doet altijd nog zeer.

Een beetje erbij houdt ons op de been,

Dan stoppen wij met ons geween.

Refrein: Een beetje geld voor een beter leven

Dat is waar wij nu en dan naar streven

Een beetje daadkracht van de regering

Dat is de reden waarom ik zing

Doe nu eens wat ik je nu vraag,

En maak een eind aan ons geklaag!

Bron: HELLENDOORNS MINIMAATJE;

Steunpunt Minima steunpuntminima@stichtingdewelle.nl

Wittefietsenplan voor scootmobiel in gemeente Ooststellingwerf

De Friese gemeente Ooststellingwerf wil een wittefietsenplan voor scootmobielen opzetten. Niet alle

ouderen die minder ter been zijn, hebben recht op zo'n elektronisch aangedreven karretje. Wethouder

Gerben But denkt dat het delen van scootmobielen de oplossing kan zijn.

Wethouder But wil nog dit jaar met een proef komen, zo zei hij afgelopen woensdagavond.

De wethouder heeft het plan afgekeken van een verzorgingstehuis in Oosterwolde, het hoofddorp van

zijn gemeente. In dat tehuis delen de bewoners scootmobielen.

Hoe de proef er precies uit gaat zien, weet But nog niet. Waarschijnlijk wordt vrijwilligers gevraagd de

karretjes te beheren en op afroep naar de ouderen te brengen.

Bron: Gemeente.NU, 4 april 2008

'Lammetjes tellen is soms al te veel'

De Groningse gemeenteraad is akkoord met de komst van Petemoei. Het is een voorstel om kinderen

uit probleemgezinnen, de assepoesters uit 2008, wat plezier te gunnen. Wethouder Peter Verschuren

(Sociale Zaken) gaat het plan uitwerken, maar het initiatief komt van SP-raadslid Agnes Schlebusch.

Wat is het?

‘Het is een beetje een buddy-project. We willen mensen aan elkaar koppelen. Hier in Groningen hebben

we al het maatjesproject van Humanitas. Daarbij komen mensen thuis kinderen bij hun huiswerk

helpen.’

Voor wie is het bedoeld?

‘Voor kinderen die plezier nodig hebben. Sommige ouders in multiprobleemgezinnen hebben de energie

niet meer om wat leuks met de kinderen te gaan doen. Lammetjes tellen is dan soms al te veel.’

Waarom een Petemoei?

‘Het is de bedoeling volwassenen te koppelen aan deze kinderen om wat leuks met ze te doen. Naar

de kinderboerderij of zoiets. We hopen dat ze er lol in krijgen en er zo altijd voor de kinderen blijven

die nu zoveel pret tekort komen. Het is zeker niet bedoeld om eenzame ouderen uit een isolement te

halen, maar om er echt te zijn voor kinderen uit multiprobleemgezinnen.’

Wat gaat het kosten?

‘Dat hoeft helemaal niet veel te zijn. Het is niet de bedoeling dat de vrijwilligers dure uitjes gaan houden.

Ze krijgen ongeveer een maandbudget van 25 euro. We willen daarnaast geld reserveren om de

kinderen later mogelijk een cursus of sport aan te bieden.’

Bron: Binnenlands Bestuur, 31 maart 2008

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

21


Gewijzigde modelverordening Wmo

De VNG modelverordening Wmo uit 2006 is op een aantal technische punten aangepast. Wij publiceren

de aangepaste modelverordening nu alvast in concept op vng.nl, zodat gemeenten hiermee aan

de slag kunnen.

Door de aangekondigde wetswijziging Wmo in verband met de alfahulpen, passen we modelverordening

later dit jaar waarschijnlijk weer aan. Dan publiceren we ook een officiële nieuwe modelverordening.

Verordening downloaden: klik op onderstaande link

http://www.vng.nl/Documenten/Extranet/Sez/ZWS/Modelverordening_Wmo_met_aanpassingsvoorstell

en_maart_2008_concept.doc

Bron: VNG, 4 april 2008

Cliënten en gemeenten: ‘Wmo anders aanpakken’

De koepels van gemeenten en cliënten willen de uitvoering van de Wmo veranderen. Gemeenten

moeten met elke cliënt een oplossing op maat afspreken, in plaats van een standaardaanbod te verdelen

onder hun burgers.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad Nederland

(CG-raad) en Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) overleggen over een nieuwe

modelverordening voor de Wmo. Die moet niet het aanbod regelen, maar de manier van uitvoeren: in

overleg met het individu . “Wij willen dat de voorziening die de burger krijgt de uitkomst wordt van een

gesprek, niet het begin”, zegt Bob van der Meijden, Wmo-projectleider van de VNG.

De huidige VNG-modelverordening regelt welke ondersteuning burgers kunnen krijgen bij welke beperking.

De meeste gemeenten hebben een lijst van mogelijke voorzieningen en beoordelen aanvragen

daarvoor vaak per telefoon.

De koepels willen dat een persoonlijk gesprek plaatsvindt tussen gemeente en burger. Daarin komt

diens beperking aan de orde, zijn eigen inspanningen, algemene voorzieningen zoals collectief vervoer

en maaltijddiensten, en individuele voorzieningen zoals rolstoelen of huishoudelijke hulp. “Daardoor

heeft iemand het gevoel dat hij zelf kan kiezen, ook bijvoorbeeld tussen een goedkope oplossing

en een duurdere met een hogere eigen bijdrage”, zegt Quirijn van Woerdekom van de CG-raad.

De nieuwe aanpak moet zo snel mogelijk op papier staan, zodat gemeenten er in de komende aanbestedingen

gebruik van kunnen maken. De officiële nieuwe modelverordening laat waarschijnlijk nog

wel even op zich wachten, maar volgens Van der Meijden vormt de oude verordening geen beletsel

voor de nieuwe werkwijze.

Bron: Zorgvisie, 4 april 2008

Sociale informatie eenvoudig te vinden voor de burger

Het complete aanbod van zorg, welzijn en wonen voor de burger op één digitale plek. Dat is het uitgangspunt

van de digitale sociale kaart Nederland. De Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB),

GGD Nederland, MEE Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ondertekenen

op woensdag 2 april een overeenkomst voor de ontwikkeling daarvan.

De sociale kaart geeft informatie over zorg, zorggerelateerd wonen en zorggerelateerd welzijn voor de

burger. Het wordt een sociale kaart met actuele en betrouwbare informatie op lokaal, regionaal en

nationaal niveau. Dat is mogelijk doordat de convenantpartijen hun gegevens uitwisselen. De gebruiker

kan vervolgens via een website of een digitaal WMO-loket de informatie bekijken.

De sociale kaart biedt een aantal belangrijke voordelen:

• Zowel burgers, medewerkers van gemeenten als professionals in de hulp- en zorgverlening kunnen

de sociale kaart bekijken.

• De gebruiker kan producten van verschillende aanbieders met elkaar vergelijken.

• Vanuit de landelijke kaart kunnen regionale of plaatselijke kaarten worden samengesteld.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

22


• Zo kunnen burgers zich niet alleen informeren over de beschikbare voorzieningen maar ook advies

en cliëntenondersteuning krijgen.

De eerste stap om tot de sociale kaart te komen is de uitwisseling van de gegevens uit de drie betrokken

databases: G!DS (bibliotheken), BSK (MEE) en SoCard (GGD). Deze zal voor 1 juli 2008 gerealiseerd

zijn. Daarnaast vraagt de samenwerking heldere afspraken over het effectief verzamelen, beheren

en presenteren van nieuwe informatie voor de landelijke sociale kaart. Hiervoor worden dit jaar

regionale samenwerkingsverbanden aangegaan tussen de betrokken organisaties.

Den Haag, 2 april 2008

'Thuiszorg minder geworden’ na herindicaties gemeenten

Ouderen krijgen minder thuiszorg sinds de gemeenten daarvoor verantwoordelijk zijn. Veel mensen

vinden dat zij daardoor niet meer goed in staat zijn zelfstandig te wonen. Dat beeld komt naar voren

uit het meldpunt (her)indicatie, dat de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (CG-Raad) en ouderenorganisaties

begin dit jaar hebben geopend.

Door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) zijn gemeenten sinds vorig

jaar verantwoordelijk voor de thuiszorg. Voor alle 300.000 cliënten bekijken de gemeenten opnieuw

hoeveel hulp zij nodig hebben. Dat proces leidt tot veel onvrede, aldus de CG-Raad.

Bij het meldpunt zijn tot nu toe 573 meldingen binnengekomen. Ongeveer 80 procent is het oneens

met de herbeoordeling. Circa 70 procent krijgt nu minder huishoudelijke hulp.

De mensen die de meldlijn hebben benaderd, zijn overwegend 50-plusser en vrouw. De meldlijn blijft

voorlopig nog bestaan en is te bereiken via www.meldpuntherindicatie.nl. De initiatiefnemers roepen

mensen op zowel positieve als negatieve ervaringen te melden.

Motie

Inmiddels is in de Tweede Kamer een motie van SP-kamerlid Agnes Kant en PvdA-afgevaardigde

Agnes Wolbert aangenomen. Daarin wordt de regering gevraagd om steekproefsgewijs onafhankelijk

casuïstiekonderzoek te doen naar de kwaliteit van de (her)indicaties door de gemeente.

Onvoldoende informatie

Opmerkelijk is dat het Meldpunt veel klachten registreert over de procedure van de indicatiestelling.

Ruim 70% van de melders geeft aan onvoldoende te zijn geïnformeerd en is ontevreden over de deskundigheid

en klantgerichtheid van de indicatiestellers. Rond de 40% van de melders kon onvoldoende

uitleggen waarom huishoudelijke zorg nodig is in hun eigen situatie.

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de indicatiestelling. Het blijkt dat veel gemeenten telefonisch

indiceren. Voor zorgbehoevende ouderen is het vaak lastig telefonisch duidelijk te maken welke hulp

zij nodig hebben. In gemeenten waar de indicatie aan huis gebeurt, is het aantal cliënten dat minder

zorg ontvangt veel kleiner.

Ervaringen en klachten kunnen worden gemeld via www.meldpuntherindicatie.nl en op 0900-2437070.

´Meer doen aan meedoen´

Toespraak van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Jet Bussemaker, tijdens

de Wmo-conferentie ´Meer doen aan meedoen´ van de gemeente Haarlemmermeer, woensdag 26

maart 2008.

Dames en heren,

Over vier jaar is de samenleving van Haarlemmermeer hechter. Burgers nemen dan vanzelfsprekend

verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor een ander. Organisaties worden beter aangestuurd door de

gemeente en ondersteunen de burger dan méér, zonder problemen van hem of haar over te nemen.

Dat staat in het Wmo-beleidsplan van Haarlemmermeer.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

23


Een mooie toekomstvisie, de ambitie spat er vanaf. Om deze ambities te verwezenlijken, moet u

nieuwe structuren neerzetten en bestaande structuren aan elkaar verbinden. Met minder middelen

meer bereiken.

Meer doen aan meedoen. Innoveren dus. En om daarover van gedachten te wisselen, hebt u deze

conferentie georganiseerd. Een prima initiatief!

Er is mij gevraagd om hier te vertellen wat de regering goede vernieuwende projecten vindt. Dat zal ik

niet doen. U krijgt van mij dus geen blauwdruk voor hoe u moet vernieuwen. Wel wil ik een aantal

pilotprojecten aanhalen, die inspirerende voorbeelden zijn van vernieuwing binnen de Wmo.

Zo organiseerde de gemeente Breda het pilotproject met de aansprekende naam ‘Over schuttingen en

geraniums’. Vijftien zorg- en welzijnsinstellingen bundelden hun krachten om samen kwetsbare burgers

te begeleiden. Zij kregen cliënten doorverwezen door allerlei verschillende organisaties, zoals

woningcorporaties en thuiszorginstellingen. Zo slechtte de gemeente met succes schotten tussen

verschillende organisaties en beleidsterreinen.

Ook de gemeente Groningen legde verbindingen tussen verschillende beleidsterreinen om mensen bij

de samenleving te betrekken. Deze gemeente zette onder meer een hulp- en klussendienst op. Deze

dienst bracht mensen die anderen willen helpen in contact met mensen die hulp nodig hebben. Zo

wierf de gemeente vrijwilligers die nuttig werk doen. Maar niet alleen de mensen die hulp kregen waren

gebaat bij de hulp- en klussendienst: mensen met een uitkering vonden een vrijwilligersbaan - en

dus een nuttige dagbesteding.

Ik wil u aanmoedigen om ook verbindingen te leggen. Tussen uw inwoners onderling, zodat er meer

sociale samenhang ontstaat. Maar ook tussen verschillende prestatievelden van de Wmo en tussen

de Wmo en andere beleidsterreinen. Tussen wonen, zorg en welzijn, tussen de Wmo en de Wet Werk

en Bijstand en het jeugdbeleid.

Ook wil ik u aanmoedigen om te vernieuwen op een manier die aansluit op de vragen en behoeften

van de lokale samenleving. Dit bereikt u door burgers te betrekken bij het opstellen van beleid en u

achteraf aan uw inwoners te verantwoorden. Ik wil u aanmoedigen om mensen aan te spreken op wat

ze wél kunnen, in plaats van te benadrukken wat zij níet kunnen. Om innovatief na te denken over de

bestrijding van huiselijk geweld en de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers.

Mijn aanmoedigingen krijgen handen en voeten in het programma ‘Vernieuwing en Kwaliteit in de

Wmo’. Binnen dit programma spelen Movisie en het Verweij-Jonker Instituut een belangrijke rol. Deze

instituten gaan onderzoeken hoe wij het gedachtegoed van de Wmo verder kunnen uitwerken. Zij

gaan methoden ontwikkelen om meer mensen bij de samenleving te betrekken. Ook helpen zij bij het

opstellen van kwaliteitsstandaarden.

Maar het blijft maatwerk, en daarom krijgen gemeenten steeds meer regie. Zo regelde de WVG nauwkeurig

welke voorzieningen gemeenten moesten verstrekken. Onder de Wmo moeten gemeenten zélf

bepalen hoe zij ervoor zorgen dat mensen met een beperking voldoende vervoer hebben. Het gaat

dus om het resultaat. Dit biedt gemeenten de kans om het bestaande, gesegmenteerde aanbod van

voorzieningen om te vormen tot een aanbod op maat.

Hierbij spelen de inwoners en lokale organisaties een belangrijke rol. Zij weten het beste wat er nodig

is en zij hebben verrassende ideeën. Dit merkte de gemeente Haarlemmermeer nadat zij een innovatiefonds

in het leven riep. Het leidde tot een stortvloed aan bijzondere voorstellen: wandelgroepen

voor eenzame buurtbewoners, sportfaciliteiten voor mensen met een beperking, telefonische burenhulp,

een inloophuis voor kinderen met kanker, noem maar op.

Het is belangrijk om deze creativiteit en innovatiedrang te stimuleren en te benutten. Om inwoners

betrekken bij het lokale welzijns- en zorgbeleid en verantwoordelijkheden uit handen te geven aan

bewoners en organisaties. Dit kan bijvoorbeeld door persoonsgebonden budgetten af te geven of –

zoals de gemeente Hoogeveen dat heeft gedaan – wijkbudgetten voor bewoners.

Het benutten van innovatiedrang in nieuwbouwwijken is een vak apart, en ik ben dan ook blij dat u hier

als groeigemeenten bent samengekomen om daarover te praten. Aan de ene kant hoeven er in nieu-

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

24


we wijken geen bestaande structuren te veranderen. Gemeenten kunnen nieuwe structuren vanaf het

begin goed neerzetten.

Aan de andere kant kan sociale samenhang niet zo snel uit de grond worden gestampt als de wijken

zelf. Mensen kennen elkaar nog niet en helpen elkaar daardoor minder snel. Als de bevolking van een

nieuwbouwwijk bestaat uit mensen die zichzelf goed redden, is dit geen probleem.

Maar als er mensen vereenzamen of ondersteuning nodig hebben, moet de gemeente een extra oogje

in het zeil houden.

Kamer: volledige vergoeding zorg illegalen

Artsen die zorg bieden aan illegalen moeten de kosten volledig vergoed kunnen krijgen als de illegaal

de rekening niet kan betalen. Dat vindt een meerderheid van de Tweede Kamer. Minister Ab Klink

(Volksgezondheid) wil niet verder gaan dan 80 procent.

Dat bleek gisteren bij een debat over een nieuwe wettelijke regeling voor de medische zorg voor illegalen.

Bestaande regelingen komen nu in één regeling waarvoor 44 miljoen euro per jaar beschikbaar

is. Illegalen hebben recht op alle medisch noodzakelijk zorg.

Klink vindt dat aanbieders van zorg die zonder verwijzing toegankelijk is een prikkel moeten hebben

om de rekening alsnog bij de illegaal te innen. Ook hebben ze een ondernemersrisico. Mocht de 20

procent die zorgverleners zelf nog moeten innen niet reëel blijken te zijn, dan wil hij dit percentage nog

aanpassen.

Verder wil de minister dat illegalen niet zomaar bij elke zorgverlener terecht kunnen voor planbare

zorg die niet direct toegankelijk is, bijvoorbeeld opname in een verpleeghuis. Hiermee wil Klink voorkomen

dat onverzekerden die niet illegaal zijn, bij zorgaanbieders aankloppen om een beroep te doen

op de regeling voor illegalen. Alleen instellingen die hier goed het oog op houden, komen in aanmerking

voor het leveren van zorg aan illegalen.

Ook daar kon de Tweede Kamer zich niet in vinden. Het zou ten koste gaan van een goede spreiding

van de zorg. Klink hield eraan vast dat er selectief zorgaanbieders gecontracteerd worden, maar zegde

toe nog eens te kijken naar het aantal ambulances en apotheken per regio.

Bron: ANP, 3 april 2008

Hoge zorgpremie voor wanbetalers

Mensen die de premie van hun zorgverzekering niet betalen, kosten de premiebetalers jaarlijks 165

miljoen euro. Dit bedrag wil het kabinet nu terug gaan halen door de wanbetalers een hogere premie

op te gaan leggen.

Dat heeft het kabinet vrijdag besloten. Mensen die langer dan zes maanden in gebreke zijn gebleven,

moeten elke maand ruim 27 euro meer aan premie betalen. De hogere premie, die het College voor

Zorgverzekeringen (CVZ) gaat opleggen, kan worden ingehouden op het inkomen van de wanbetaler

en als dat nodig is ook op de zorgtoeslag.

De wanbetaler die onder dit regime uit wil, moet zijn schuld van een half jaar premie aan de zorgverzekeraar

voldoen. Dit is een bedrag van ongeveer 1000 euro, inclusief bijkomende kosten.

Minister Klink van Volksgezondheid had de maatregelen waarover het kabinet vrijdag de knoop doorhakte

al grotendeels aangekondigd.

Met de strengere aanpak, die in 2009 in moet gaan, hoopt het kabinet het aantal wanbetalers snel

terug te dringen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn dit er 200.000.

Bron: ANP, 12 april 2008

Kabinet: 3½ jaar voor halen inburgeringsexamen

Inburgeringsplichtigen moeten binnen drieënhalf jaar het verplichte inburgeringsexamen halen. Daarmee

komt een einde aan de huidige verschillende examentermijnen van vijf en drieënhalf jaar. De

ministerraad heeft op voorstel van minister Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie ingestemd met

een daartoe strekkende wijziging van de Wet inburgering.

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

25


In het wetsvoorstel is ook het zogeheten persoonlijke inburgeringsbudget expliciet opgenomen. Hierdoor

kunnen gemeenten meer maatwerk leveren bij het aanbieden van een inburgeringsvoorziening.

Tegelijkertijd krijgt de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar meer eigen verantwoordelijkheid:

hij kan meer invulling geven aan een inburgeringsvoorziening die past bij zijn voorkeur en ambities.

Het geld van het persoonlijk inburgeringsbudget wordt beheerd door de gemeente. Nu maken gemeenten

nog nauwelijks gebruik van deze mogelijkheid. Het wetsvoorstel voorziet ook in het opnemen

van de vrijwillige inburgering in de wet om het aantal regelingen te verminderen.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal

worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden

pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Bron: persbericht ministerraad, 11 april 2008

Gehandicapte gedijt bij sociaal vangnet

Voor veel ouders van een kind met handicap is het een grote angst: wat gebeurt er met ons kind als

wij er niet meer zijn? De nieuwe Stichting Osani helpt.

Vroeger, dertig jaar geleden, was het heel eenvoudig: meestal overleefden ouders hun kind met lichamelijke

of verstandelijke beperking. Wat er met het kind zou gebeuren na hun dood was niet aan

de orde. Maar dankzij sterk verbeterde medische zorg worden gehandicapten tegenwoordig veel ouder.

Eventuele broers of zussen wonen vaak te ver weg om de zorg over te nemen. Wie zijn kroost

niet totaal verweesd achter wil laten, moet dus iets regelen.

Maar hoe pak je dat aan? Dat beschrijft het boek ’Veilig en Vertrouwd’, dat vandaag op een conferentie

in Austerlitz (Utrecht) wordt gepresenteerd. Het is een praktische gids met tips over wat ouders op

financieel, juridisch terrein en qua zorg moeten regelen voor hun kind.

Het boek is een initiatief van de Stichting Osani, een nieuwe organisatie voor ouders die de toekomst

van hun kind met handicap veilig willen stellen. Oud-Tweede Kamerlid José Smits (PvdA), sinds december

projectleider in dienst van Osani: „Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking

missen vaak vrienden met wie ze kunnen kletsen en die ze met raad en daad kunnen bijstaan. Mensen

staan er vaak niet bij stil dat het sluiten van vriendschappen bij hen niet vanzelf gaat. Dat moet

worden georganiseerd. Onze netwerkcoaches kunnen regelen dat iemand een netwerk van vrienden

om zich heen krijgt die hem begeleiden en sociale activiteiten ontplooien. Osani garandeert dat dat

sociale vangnet blijft bestaan, ook als de ouders er niet meer zijn.”

Osani kan ouders ook financiële en juridische adviezen geven. Wat moet je doen om een mentor,

curator of bewindvoerder te krijgen? Hoe regel je de financiën voor later? Smits: „Dit staat in het stappenplan.

Het helpt de mensen na te denken over wat ze allemaal kunnen of moeten regelen. Niet

iedereen weet bijvoorbeeld dat een testament niet alleen over geld hoeft te gaan. Je kunt ook vastleggen

hoe je de begeleiding van je kind later geregeld wilt hebben.”

De afgelopen anderhalf jaar draaide Osani proef in Brabant. Afgezien van wat startsubsidies hoopt de

stichting het te kunnen stellen zonder overheidsgeld. Smits: „De deelnemers moeten in het eerste jaar

een bijdrage betalen van 500 euro. Daarna 300 euro per jaar. Daarnaast zullen ze de uren moeten

betalen van de netwerkcoach. Goedkoop is dat niet. Maar daar staat tegenover dat wij tegenover onze

cliënten verantwoording verschuldigd zijn. Wij leveren wat zij vragen. Doe je een beroep op een overheidsinstelling

als MEE, dan moet je dat maar afwachten. Dan krijg je misschien een halfje wit, terwijl

je vier grote bruine bollen wilt.”

De helft van mensen met een verstandelijke beperking leeft in een instelling. De rest woont in een

begeleidwonenproject of bij de ouders. Is het kostje gekocht voor mensen die in een instelling wonen?

Smits: „In die instellingen leveren ze wel professionele zorg. Maar ze zorgen niet voor vrienden. Als je

als ouders niet oppast, is straks het enige contact voor je kind, de professional van de instelling. Maar

die kan niet je mentor zijn. Er moet iemand zijn die opkomt voor de belangen van je kind. Daar kunnen

wij voor zorgen.”

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

26


Meer over de stichting Osani is te vinden op www.osani.nl

De cirkel van het leven

’Osani’ is een woord uit de taal van de Pygmeeën. Het betekent: de cirkel van het leven. De stichting

voor ouders die de toekomst van hun kind met handicap veilig willen stellen, is geïnspireerd door een

vergelijkbare organisatie in Canada. Oprichters van deze organisatie (Plan) zijn vandaag op de conferentie

in Austerlitz aanwezig. Voor de bijeenkomst vandaag hebben zich 95 mensen aangemeld. Informatiebijeenkomsten

in Almere en Katwijk trokken vijftig bezoekers per keer. In de korte tijd dat het

boek ’Veilig en Vertrouwd’ uit is, zijn er al 200 exemplaren van verkocht.

Bron: Trouw, 5 april 2008

Digitale Nieuwsbrief Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid nr. 66 /15-04-2008

Secretariaat: Ger Ramaekers, Stichting Clip, Postbus 133, 3500 AC Utrecht,locsz@stichtingclip.nl

LocSZ is een landelijke netwerkorganisatie van lokale cliëntenraden.

LocSZ is vertegenwoordigd in de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en in de cliëntenraden van het CWI

27

More magazines by this user
Similar magazines