protocol lange stage 2011-2012 - Extranet - Hogeschool Utrecht

extranet.sharepoint.hu.nl

protocol lange stage 2011-2012 - Extranet - Hogeschool Utrecht

HOGESCHOOL UTRECHT

INSTITUUT voor GEBOUWDE OMGEVING

STAGEPROTOCOL

Lange stage

Bouwtechnische Bedrijfskunde

Bouwkunde

Civiele Techniek

Geodesie / Geo-informatica

Ruimtelijke Ordening en Planologie

20112012

protocol lange stage 2011-2012 1


Inhoud

Voorwoord 4

Inleiding 4

Voor wie is dit protocol bedoeld?

Wat kun je in dit protocol vinden?

Hoe komt dit protocol tot stand?

Plaats binnen de studie

Bij wie kun je terecht voor meer informatie?

Leeswijzer

1. Leerdoelen 6

2. Voorwaarden en inschrijving 7

2.1 Toestemming stage 7

2.2 Aanvang en afsluiting stage 7

2.3 Goedkeuring stageplaats 7

2.4 Aanmelden 7

2.5 Keuzemogelijkheden en inrichting 7

3. Het stageproces 9

3.1 Totaaloverzicht 9

3.2 Voorbereiding: op weg naar een stageplaats 9

3.2.1 Hoe kan ik me oriënteren? 9

3.2.2 Hoe kom ik aan een stageplaats? 9

3.2.3 Procedure stageovereenkomst 9

3.3 De verslaglegging 11

3.3.1 Stageovereenkomstformulier 11

3.3.2 Stagewerkplan met adresformulier 11

3.3.3 Maandverslagen met verantwoordingen 14

3.3.4 Eindverslag met zelfreflectieverslag 15

3.3.5 Beoordelingsformulier Bedrijf 16

3.4 Stappen, tijdpad en deadlines 16

4. De begeleiding 18

4.1 Door wie? 18

4.2 Op welke manier? 18

4.3 Welke criteria gelden er? 18

5. De beoordeling 19

5.1 Door wie? 19

5.2 Op welke manier? 19

5.3 Welke criteria gelden er? 19

6. Overige stageactiviteiten 20

6.1 Terugkomdagen 20

6.2 Banenmarkten 20

6.3 Extra taken 20

6.4 Snuffelstages 20

6.5 Architectuuroefeningen en zomerseminars 21

protocol lange stage 2011-2012 2


7. Stages in het buitenland 23

7.1 Reiskosten 24

7.2 Aanvraagprocedure 24

7.3 Praktische zaken 24

7.4 Beurzen 25

Bijlagen zijn te vinden op de opleidingsspecifieke SharePoint links:

BTB:

https://www.sharepoint.hu.nl/sites/Bouwtechnischebedrijfskundeopls/Stage/Forms/AllItems.aspx

BWK:

https://www.sharepoint.hu.nl/sites/bouwkundeopls/Stage/Froms/met%20titel.aspx

CIT:

https://www.sharepoint.hu.nl/sites/civieltechniekopls/Stage/Forms/AllItems.aspx

GEO:

https://www.sharepoint.hu.nl/sites/geodesieopls/Stage/Forms/AllItems.aspx

ROP:

https://www.sharepoint.hu.nl/sites/ROPopls/Stage/Forms/AllItems.aspx

Postadres: voor alle stagedocumenten geldt: sturen naar de docent begeleider…

Hogeschool Utrecht

Faculteit Natuur & Techniek

Instituut Gebouwde Omgeving

T.a.v. dhr/mw. ... ((docent begeleider))

Postbus 182

3500 AD Utrecht

protocol lange stage 2011-2012 3


Voorwoord

Beste (stage) student,

Hiervoor je ligt het vernieuwde stageprotocol 2011-2012. Dit document bevat zeer belangrijke

info/stappenplan over de oppak/aanpak/voortgang/afronding van je stage!

Het protocol is een leidraad en beschrijft afspraken en verplichtingen voor een goed verloop van

je stage

Wij vinden het van belang dat je dit protocol een goed leesbare versie vindt. Heb je

opmerkingen/aanvullingen geef het dan aan de Teamleider IGO door.

Ik wens je een goed(e) stage semester waarin jij je motivatie voor het gekozen vakgebied een

verdieping kan geven.

Met vr.gr.

Henk Huitema, teamleider

Inleiding

Voor wie is dit protocol bedoeld?

Dit protocol is bedoeld voor studenten die binnen IGO hun lange stage gaan vervullen. Het is een

belangrijk document dat je zorgvuldig moet lezen voordat je met je stage begint.

Wat kun je in dit protocol vinden?

In dit protocol is informatie opgenomen over de organisatie van de stagesemesters en de

schriftelijke verslaglegging die jij, als stagiair(e), moet doen.

In het eerste deel vind je algemene informatie die voor alle studenten die stage gaan lopen van

toepassing is. In het tweede deel (de bijlagen) vind je specifieke informatie per opleiding. In het

protocol staat wat er precies in je urenverantwoording, je verslagen en dergelijke moet staan.

Nadat je het algemene deel hebt gelezen, is het belangrijk dat je in de bijlagen de informatie leest

die voor jouw opleiding geldt. Tevens vind je op SharePoint alle stageformulieren die in dit

protocol genoemd worden (zie voor de link pagina 3 van dit protocol), ga naar je eigen opleiding

en zoek onder het item stage de formulieren.

Let op! Voor de informatie van de korte stages bij Bouwkunde en Bouwtechnische Bedrijfskunde

wordt verwezen naar het protocol voor korte stages.

Hoe komt dit protocol tot stand?

Het protocol sluit aan bij de Onderwijs- en Examenregeling van het Instituut voor Gebouwde

Omgeving (algemene deel). Bij eventuele tegenstrijdigheden van het stageprotocol met de

Onderwijs- en Examenregeling van het Instituut voor Gebouwde Omgeving geldt het laatste.

Studenten dienen hun aanstaande werkgevers nadrukkelijk op de inhoud van het protocol te

attenderen. Waar in dit protocol wordt gesproken van bedrijf, wordt bedoeld: bedrijf of instelling.

Belangrijke informatie voor de student!

1. Door middel van SharePoint word je geïnformeerd over je programma´s voor

terugkomdagen, vacatures van bedrijven en dergelijke. Dus kijk regelmatig op

SharePoint onder je eigen opleiding

2. Met ingang van 1 september 2011 moeten alle stagestudenten/bedrijven geregistreerd

staan in het CRM systeem

3. Berichten van school worden naar je studenten e-mailadres van de hogeschool gestuurd

en niet naar je individuele e-mailadres. Bekijk dus regelmatig je studenten e-mailadres.

4. De stageterugkomdagen zijn verplicht!

5. Wat betreft de reparatie S3 en S4: Het is van groot belang dat je eventuele

herkansingen van cursusvakken uit S3 of S4 tijdens je stageperiode gaat herkansen!

Tijdens het excursiejaar S8 blok 3 kun je namelijk geen hertentamen volgen/inregelen.

protocol lange stage 2011-2012 4


Plaats binnen de studie

De stagesemesters vormen een belangrijk onderdeel van je opleiding. Je krijgt zo de

mogelijkheid voor een intensieve kennismaking met de praktijk. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de

stageperiode voor jullie, als studenten, een leertijd is. Het volgen van een stage gebeurt altijd

onder verantwoordelijkheid van de opleiding.

Je kunt je stage volgen in semester 5 (profileringsruimte) en 6 (major) Afhankelijk van je

vooropleiding en je interesses is de keuze voor iedereen verschillend (zie hoofdstuk 2).

Bij wie kun je terecht voor meer informatie?

De werkgroep stage IGO bestaat uit de volgende coördinatoren:

Geert Daams voor BWK

Rik den Houting voor CIT

Hans Dolron voor ROP

Henk Jongbloed voor GEO

Jos Ariëns voor BTB

Henk Huitema Teamleider stage IGO

Leeswijzer

Dit protocol beschrijft achtereenvolgens:

Leerdoelen.

Voorwaarden en inschrijving.

Het stageproces: voorbereiding en verslaglegging – insturen alle stagedocumenten naar

de docentbegeleider zie voor postadres blz. 3.

De begeleiding.

De beoordeling.

Overige stageactiviteiten.

Stages in het buitenland.

In het protocol tref je af en toe gekleurde kaders aan:

In de oranje kaders staat belangrijke informatie die betrekking heeft op ‘formele’ zaken waar je

als student rekening mee moet houden: verplichtingen, regels, etcetera.

De blauwe kaders bevatten aanvullende tips: handige suggesties die je bijvoorbeeld helpen bij je

planning, organisatie en communicatie.

protocol lange stage 2011-2012 5


Hoofdstuk 1 Leerdoelen

De leerdoelen van het stagesemester zijn:

De student oriënteert zich op het beroepenveld.

De student doet vaktechnische kennis en vaardigheden op en verwerft competenties.

De student krijgt inzicht in de interne bedrijfsorganisatie en kostenvraagstukken van

ondernemingen.

De student doet ervaring op met de arbeidsverhoudingen en menselijke betrekkingen in

bedrijven.

De student doet communicatieve vaardigheden op.

De bijlagen bevatten opleiding specifieke competenties om deze leerdoelen te realiseren.

De stage is ook van belang om een link te leggen tussen schoolkennis en praktijk. Het goed

doorlopen van de stage geeft de student een betere grondslag voor de verwerking van de stof in

het vierde studiejaar.

protocol lange stage 2011-2012 6


Hoofdstuk 2 Voorwaarden en inschrijving

2.1. Toestemming stage

De examencommissie van je opleiding beslist op basis van de voorwaarden, genoemd in het

“Overzicht curriculum” in de studiegids, of je toestemming krijgt om op stage te gaan. Studenten

die door omstandigheden vertraging hebben opgelopen, kunnen van de examencommissie

hoofdfase toestemming krijgen om toch op stage te gaan. Hiervoor stellen zij een studieplan op,

zoals aangegeven in de studiegids 2011-2012.

Aan de stage mag pas worden begonnen na toestemming van de examencommissie.

2.2. Aanvang en afsluiting stage

Plan vroegtijdig om op stage te gaan en leg dat vast in je plan van aanpak. Na toestemming van

de examenvergadering van juli is de aanvangsdatum voor de stage op zijn vroegst half augustus.

Na toestemming van de examenvergadering van januari is de aanvangsdatum op zijn vroegst

begin februari. De stages moeten zodanig worden gepland dat afsluiting ervan plaatsvindt uiterlijk

de laatste week van januari of de tweede week van juli. Zie voor de exacte data bijlage

2.3. Goedkeuring stageplaats

Het bedrijf waar je stage wilt lopen moet werkzaam zijn op het vakgebied van de opleiding die je

volgt. Het stagebedrijf is conform de ARBO verplicht verzekerd en onderschrijft de “Stageregeling

voor de BOUW AVBB 20112012”. Elke opleiding heeft een vertegenwoordiger van zijn opleiding

in de werkgroep (coördinator). Indien de overeenkomst getekend is door het bedrijf, student en

coördinator of teamleider, moet de student dit via het CRM platvorm invoeren. De uiteindelijke

goedkering vindt via de examencommissie plaats.

2.4. Aanmelden

In november (voor BWK en BTB) en in maart worden voor alle opleidingen voorlichtingen

gehouden over de te starten stage. Hier wordt informatie gegeven hoe je via SharePoint de

contractformulieren e.d. met je/het bedrijf in orde moet maken. Dit formulier moet je laten

ondertekenen door de/het bedrijf en de coördinator of teamleider.. zie verder punt 5 blz.10 De

coördinator wijst via het CRM de stagedocent aan.

2.5. Keuzemogelijkheden en inrichting

Je kunt stage lopen in semester 5 (profileringsruimte) en 6 (major).Afhankelijk van je

vooropleiding en je interesses is de keuze voor iedereen verschillend. Onderstaande tabel geeft

een overzicht van de mogelijkheden.

Vooropleiding: Havo VWO

Studierichting S 5

S 6

Profileringsruimte

Major

BTB

Minor

Stage in de richting van

BWK

Korte stages

Zelf samen te stellen

vakkenpakket

Premaster

afstuderen

CIT

Minor

Stage

GEO

Lange stage

ROP

Zelf samen te stellen

vakkenpakket

Premaster

protocol lange stage 2011-2012 7


Studierichting S 5

Relevante vooropleiding: MBO

S 6

Profileringsruimte

Major

BTB

Minor

Vrijstelling aanvragen voor

BWK

Lange stage in de richting van

het afstuderen

Zelf samen te stellen

vakkenpakket

Premaster

Stage

CIT

Minor

Vrijstelling aanvragen voor

GEO

Lange stage

Zelf samen te stellen

vakkenpakket

Premaster

Stage

ROP Minor

Vrijstelling aanvragen voor

Lange stage

Zelf samen te stellen

vakkenpakket

Premaster

Stage

Gedurende de opleiding volg je een stage van 100 dagen die binnen de major valt. Mbo´ers met

relevante stage-ervaring kunnen voor de stage in de major vrijstelling (semester 6) aanvragen.

Dit kan door middel van het indienen van het stagevrijstellingsformulier bij de teamleider IGO (zie

voor de link pagina 3 van dit protocol).

Afhankelijk van je gekozen studieprogramma kun je in de profileringruimte ook een stage volgen

(zie hiervoor ook het protocol profileringsruimte). Dit is eveneens een stage van 100 dagen.

Studenten met vooropleiding HAVO of VWO bij de opleidingen BWK en BTB kunnen in de

profileringruimte niet voor een stage van 100 dagen kiezen, maar wel voor twee korte stages van

50 dagen. Zie ook het protocol korte stage.

Ziektedagen tellen niet mee voor de totale optelsom van stagedagen.

Belangrijke informatie voor de student!

Een stage duurt 100 dagen en levert 30 studiepunten op. Bij BWK en ROP is een

overgangsregeling van toepassing, namelijk een stageduur van 80 dagen met 24 studiepunten

(bij BWK), indien er wordt gekozen voor ARCL en zomerseminar, of een stageduur van 90

dagen met 27 studiepunten (bij ROP en BWK), indien er wordt gekozen voor stage en ARCL

training.

Een stagedag telt het aantal werkuren dat bij een volledige betrekking in dat bedrijf gebruikelijk

is. Omrekenen van overuren naar gewerkte dagen is niet toegestaan. Verlof-, ziekte- en

feestdagen gelden niet als stagedagen. Overhevelen van gewerkte dagen naar de volgende

stage is niet toegestaan.

Voor studenten die in het buitenland stage lopen gelden er bij sommige punten andere regels.

Belangrijke informatie voor de student!

Als je voor één stage kiest, dan moet dat een stage zijn in de richting van je

afstuderen/specialisatie. Kies je ook voor een tweede stage, dan moet het één stage zijn in de

richting van je afstuderen/specialisatie en de andere moet gevolgd worden bij een bedrijf /

instelling, die qua doelstelling verschilt van de eerste stage (profit – non profit; ontwerpkant –

uitvoering; en dergelijke).

protocol lange stage 2011-2012 8


Hoofdstuk 3 Het stageproces

3.1. Totaaloverzicht

Het stageproces bestaat uit:

De voorbereiding.

Verslaglegging.

Het stageproces bestaat uit twee fasen. Je begint met de voorbereiding: hoe kan ik me

oriënteren?, hoe kom ik aan een stageplaats?, welke procedure moet ik volgen voor een

stageovereenkomst met het bedrijf en wanneer kan ik starten? Informatie hierover vind je in

paragraaf 3.2 ‘Op weg naar een stageplaats’.

De tweede fase is de stage zelf en de verslaglegging hiervan. In paragraaf 3.3 vind je informatie

over welke documenten en verslagen je moet rapporteren aan de hogeschool.

3.2. Voorbereiding: op weg naar een stageplaats

3.2.1. Hoe kan ik me oriënteren?

Twee keer per jaar organiseert de opleiding voor toekomstige stagiaires voorlichting stage.

In de studiegids staat vermeld in welke weken dat gebeurt. De exacte tijd en plaats wordt in de

loop van het blok per e-mail bekend gemaakt. Zie ook de bijlage met de stage data.

Je kunt je ook oriënteren door naar beschikbare adressen en aanbiedingen van de stage kijken,

op SharePoint bij de vacaturesite per opleiding of deel te nemen aan een banenmarkt of een

ingeregelde bedrijfstagepromotie.

3.2.2. Hoe kom ik aan een stageplaats?

Je zorgt zelf voor een stageplaats. Geadviseerd wordt om gebruik te maken van beschikbare

adressen en aanbiedingen kijk hiervoor op SharePoint, bij de vacaturesite per opleiding. Zie voor

de link pagina 3 van dit protocol.

Een andere mogelijkheid is de banenmarkten of een ingeregelde bedrijfstagepromotie. Hierbij

worden studenten uitgenodigd om kennis te maken met het bedrijf, waarbij het bedrijf uitleg zal

geven over de projecten en HBO functies. Let op of je een e-mailbericht van teamleider stage

IGO. ontvangt.

Tip voor de student!

Als je verwacht op stage te gaan, kun je het beste voorlopige (indien kans op het niet halen van

je ingangseisen)afspraken maken met de stageverlener, totdat het zeker is dat je zal voldoen

aan de gestelde ingangseisen , uiteindelijk beslist de examencommissie voor toestemming.

3.2.3. Procedure stageovereenkomst met de invoering in CRM

Als je voor de eerste keer op stage gaat, gelden de volgende regels:

1. Oriënteer je op een mogelijke stageplaats.

Maak een competentieoverzicht met leerdoelen. Zie bladz. 13 punt E.

Raadpleeg de bedrijvenbestanden en vacatures op SharePoint.

Neem contact op met je coördinator ((voor zover nodig )) en informeer deze over je

competenties/leerdoelen en je bedrijfskeuze.

Indien je naar het buitenland wilt, moet je ook contact met de teamleider opnemen.

2. Leg de eerste contacten met het bedrijf.

Stel vast of er behoefte is aan stagiaires.

Na overleg ((indien nodig )) met je coördinator completeer jij je competentieoverzicht.

protocol lange stage 2011-2012 9


3. Indien het bedrijf en jij tijdens het sollicitatiegesprek tot een overeenstemming komen, kan je

de stageovereenkomst laten tekenen.

Let op: Het bovenstaande betekent dat het bedrijf heeft aangegeven dat de zaken die jij

wilt leren daadwerkelijk ook geleerd kunnen worden. Dit is namelijk de basis voor een

voor jou leerzame stage.

Maak aantekeningen tijdens het gesprek en probeer ook te weten te komen aan welke

projecten je komt te werken.

Bij twijfel, geef dan eerst aan dat je met je coördinator zult overleggen.

4. Informeer je coördinator ((voor zover nodig)) over het resultaat van het sollicitatiegesprek.

Maak hiervan een verslag.

Laat, bij een positieve sollicitatie, ook de overeenkomst tekenen door je coördinator en of

teamleider.

5. Invoering in het CRM systeem

Stap 1.

De volledig is ingevulde overeenkomst met:

Het bedrijf.

De stagecoördinator of teamleider stage IGO.

Jezelf.

Stap 2.

Om je stage aan te melden in het systeem ga je naar www.hu.nl > HU voor bedrijven >

Werk en Stage > Aanvraag formulier

Dien het webformulier in als student (er verschijnen twee extra velden voor je eigen

naam en je studentnummer).

Het is verplicht om je volledig ingevulde (en getekende) stageovereenkomst (in pdf) bij te

voegen bij het webformulier. Vergeet niet je opleidingsrichting op het titelblad te

vermelden.

Selecteer het type opdracht : (Korte of Lange stage).

Selecteer het thema: (Bouw en Omgeving).

Selecteer je opleiding.

Stap 3.

Nadat jij je stage hebt aangemeld via het webformulier en je stageovereenkomst hierin

hebt meegestuurd krijg je zodra de gegevens zijn verwerkt door het onderwijsbureau

automatisch een e-mail.

Als de stagecoördinator een docent begeleider heeft toegewezen krijg je hier eveneens

automatisch een e-mail van. Neem daarna contact op met je docent begeleider om

eventueel een afspraak te maken en/of voor alle nieuwe gegevens (zie stageprotocol)

naar hem in te sturen.

6. De planning is dat eind mei/juni of eind december/januari iedereen een stageplaats heeft

geregeld.

7. Voor zover mogelijk krijg je eind juni je docent begeleider via de e-mail van het CRM

toegewezen, door de stagecoördinator.

Informeer de docent begeleider over je stageplaats.

Geef (voor zover nodig) je stagedocent een kopie van de ondertekende

stageovereenkomst, het verslag van de sollicitatie en het overzicht van goedgekeurde

competenties / leerdoelen.

8. Je kunt met je stage starten na toestemming van de examencommissie. Let op de

ingangsvoorwaarden gesteld per opleiding. Zie hiervoor de studiegids, kopje

“Curriculum”.

Startdatum stage vind je in de bijlage data.

protocol lange stage 2011-2012 10


9. Let op: Houd je aan bovenstaande procedure.

Begin je met je stage zonder dat de stage overeenkomst geregistreerd staat in CRM, dan

komen de gewerkte stagedagen te vervallen, tenzij er dwingende redenen zijn die dit

tegenspreken.

Als je voor de tweede / of derde keer op stage gaat, gelden de volgende regels:

BTB of BWK: (extra ondersteuningsinformatie)

o Als je tweede korte stageperiode direct volgt op de eerste dan zal voor die

periode je vermoedelijk ook de docent begeleider hetzelfde zijn. Dan zal opnieuw

de coördinator je tweede korte stageplaats goedkeuren.

o Volgen de stageperiodes elkaar niet op, dan geldt bovenstaand uitgangspunt:

“Voor de eerste maal op stage”.

CIT, GEO, ROP:

o Als je tweede stageperiode direct volgt op de eerste, dan zal in principe voor die

periode je docent begeleider hetzelfde zijn.

o Volgen de stageperiodes elkaar niet op, dan geldt bovenstaand uitgangspunt:

“Voor de eerste maal op stage”.

3.3. De verslaglegging

Per stageperiode moet de student naar de hogeschool rapporteren met de onderstaande

formulieren (te vinden op SharePoint) of verslagen:

Stageovereenkomstformulier zie ook SharePoint per opleiding “Stage” (zie 3.3.1).

Stagewerkplan met adresformulier (zie 3.3.2).

Maandverslagen met werkverantwoordingen (zie 3.3.3).

Eindverslag met zelfreflectieverslag (zie 3.3.4).

Beoordelingsformulier bedrijf (zie 3.3.5).

Belangrijke informatie voor de student!

Je dient naast de bovengenoemde documenten ook de gemaakte maandverslagen voor te

leggen aan de stagebedrijfsbegeleider. Dit is wenselijk omdat hij/zij eventuele inhoudelijke

correcties kan geven en jij hiermee inzicht kan krijgen met welke leerdoelen/competenties je

bezig bent.

3.3.1. Stageovereenkomstformulier

Voor de stagegoedkeuring moet het stageovereenkomstformulier ingestuurd worden in pdf via

het CRM.

3.3.2. Stagewerkplan met adresformulier

Het stagewerkplan is een belangrijk document. Centraal hierin staat de keuze van het onderwerp

en de leerdoelen.

Belangrijke informatie voor de student!

De stagiair(e) stelt het werkplan op in de eerste week van de stage en in nauw overleg met de

bedrijfsbegeleider. Het werkplan moet je uiterlijk vijf dagen na aanvang van de stage naar het

docent begeleider sturen. De toegewezen docent begeleider zal het plan binnen zeven

werkdagen na ontvangst op de hogeschool beoordelen en na eventuele aanpassing en/of

aanvulling goedkeuren. De stage wordt vervolgens conform het werkplan afgewikkeld.

Veranderingen in het werkplan moet je onmiddellijk aan de docent begeleider melden.

In het stagewerkplan moeten de volgende acht onderwerpen worden genoemd:

A. Titelblad.

B. Adresformulier.

C. Bedrijfsprofiel.

D. Positie stagiair(e).

E. Competenties en leerdoelen.

F. Tijdschema.

G. Overzicht inleverdata.

H. Inwerkperiode.

protocol lange stage 2011-2012 11


A. Titelblad

Op het titelblad wordt vermeld:

Je naam, adres, telefoonnummer, studentnummer + cursuscode en studenten emailadres.

Stageperiode (begindatum en geschatte einddatum).

Naam, adres en telefoonnummer van het bedrijf.

Naam van de bedrijfsbegeleider en zijn of haar telefoonnummer.

Naam van de docent begeleider.

B. Adresformulier stage werkplek

Geef door middel van het adresformulier van SharePoint duidelijk het adres van je stageplaats,

bureau of bedrijf en de bouwplaats aan. Voeg een duidelijke routebeschrijving toe hoe de docent

begeleider met openbaar vervoer en per auto bij je stageplaats kan komen. Geef bij een stage op

de bouw ook duidelijk aan in welke bouwkeet je de docent begeleider bij zijn/haar bezoek

verwacht.

C. Bedrijfsprofiel

Het bedrijfsprofiel beschrijft:

De voornaamste activiteiten van het bedrijf, uitgebreid beschreven.

Het aantal medewerkers.

De organisatiestructuur.

Toevoeging van een bedrijfsbrochure, indien dat beschikbaar is.

Je geeft hierdoor een beeld van de eventuele mogelijkheden die het bedrijf biedt om je verder te

ontwikkelen. Je maakt bijvoorbeeld gebruik van de mogelijkheid om op verschillende afdelingen

te rouleren.

D. Positie van de stagiair(e)

Hier wordt beschreven:

De afdeling waar je terechtkomt (indien van toepassing).

Korte karakterisering van de functie.

E. Competenties en leerdoelen

Een goede stage vereist een goede voorbereiding. Belangrijk is dat je vooraf duidelijk weet wat je

wilt leren. Je moet een beeld hebben van de werkzaamheden die je tijdens de stage denkt te

gaan doen of graag wilt doen. Die werkzaamheden houden verband met de beroepsproducten

die het bedrijf levert of produceert. Een voorbeeld van een beroepsproduct is een bestektekening

of een berekening.

Om die producten te kunnen maken, moet je over competenties beschikken. We bedoelen met

competenties dat jij kennis hebt binnen een bepaald vakgebied of onderwerp. Met die kennis

weet je wat je moet doen om binnen je werk tot een goed eindresultaat te komen.

Voor de Bachelor Built Environment (BBE) zijn landelijk domeincompetenties vastgesteld. De

basiscompetenties voor het domein BBE zijn: initiëren, ontwerpen, specificeren, uitvoeren en

beheren. Het niveau van de domeincompetenties wordt vastgesteld aan de hand van de Dublindescriptoren

1 : kennis en inzicht, het toepassen van kennis en inzicht, oordeelsvorming,

communicatie en leervaardigheden. Daarnaast zijn er per opleiding competenties opgesteld. Alle

bovengenoemde competenties staan in de bijlagen van dit stageprotocol. (Bijlage: “Competentie

overzichten van de opleidingen”, hoofdstuk 12).

Voor inzicht van de algemene- en beroepscompetenties zie de bijlage BBE “Bachelor of Built

Environment”, te vinden op SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit protocol).

Belangrijke informatie voor de student!

Iedere competentie kan bestaan uit een aantal leerdoelen. Wat je tijdens je stage wilt leren,

1

De Dublin descriptoren zijn de eindtermen voor de bachelor en master studies aan universiteiten en hogescholen in

Europa. Genoemd naar de plaats waar in 2004 een overeenkomst over deze eindtermen bereikt werd.

protocol lange stage 2011-2012 12


moet je vooraf voor jezelf op een rijtje zetten. De competenties die je wilt behalen, samen met de

leerdoelen, moet je laten goedkeuren door je toegewezen docent begeleider. Dit alles wordt in

het schema hieronder nog eens overzichtelijk neergezet.

Per opleiding moet je tijdens je stageperiode zowel voor algemene competenties 2 à 3

leerdoelen als voor beroepscompetenties 2 à 3 leerdoelen verwerken.

Belangrijke informatie voor de student!

Niet alle competenties die onderdeel uitmaken van een beroepsproduct hoef je volledig te

beheersen. Aan sommige competenties blijf je altijd werken, je leert steeds bij. Hetzelfde geldt

voor de leerdoelen binnen de competenties. Het kan wel zijn dat je een bouwaanvraag zult

indienen, maar niet het bestek hebt geschreven.

Stel je bij het opstellen van je werkplan de volgende vragen:

Bedenk wat je tijdens je stage wilt leren. In welke richting wil je verder, waarin wil jij je

verdiepen, of welke kennis ontbreekt nog en wil jij jezelf bijspijkeren? Overleg hiervoor met

je SLB-docent (dus niet met je docent begeleider).

Bij welk bedrijf of bij welke organisatie kan je die kennis opdoen? Overleg hiervoor met je

docent begeleider.

Bedenk een aantal beroepsproducten die bij het bedrijf of de organisatie aan de orde

komen. Product kan je in de ruimste zin van het woord zien.

Stel vast welke beroepsproducten je zelf wilt leren of ”produceren”.

Zorg dat jij je zo breed mogelijk ontwikkelt en formuleer dan ook leerdoelen uit verschillende

competenties.

Je stagewerkplan moet minimaal 3 competenties (met elk 2 leerdoelen) bevatten. Dus je hebt

minimaal 6 leerdoelen. Hiervan moeten 2 leerdoelen gebaseerd zijn op de algemene

Bachelorcompetenties. (Zie de bijlage “Competentie overzichten van de opleidingen”).

Bij aanvang van de stage dien je met je bedrijfsbegeleider na te gaan bij welke projecten je

welke leerdoelen zal behalen. Je probeert deze meteen in een tijdschema weer te geven. Het is

mogelijk dat niet alle leerdoelen, die je hebt aangegeven in de periode van 100 dagen, kan

vervullen. Je zorgt er dan voor dat een zo breed mogelijk gebied van de afstudeerdifferentiatie

aan bod komt. Als er te weinig leerdoelen worden ingevuld, zal je dit van de stagedocent horen.

Zie voor BBE competentie de link op pagina 3 van dit protocol.

Hieronder een voorbeeld van een basisformat voor het uitwerken van je competenties en

leerdoelen:

Competenties en Leerdoelen Algemeen

Beroepsproduct

Competentie

Competentie

Competentie

Leerdoel 1

Leerdoel 2

Leerdoel 3

Leerdoel 4

Leerdoel 5

Leerdoel 6




Leerdoel 1

Leerdoel 2

...

...

...

Om het bovenstaande format concreet te maken vind je in de bijlage bij dit protocol een aantal

ingevulde voorbeelden, uitgewerkt per opleiding.

protocol lange stage 2011-2012 13


F. Tijdschema

In een tijdschema worden de te verrichten taken aangegeven. Zie ook bijlage principevoorbeeld

i, te vinden op SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit protocol).

G. Overzicht inleverdata

Maak een overzicht wanneer alle stageonderdelen (maandverslagen, eindverslag etc.) bij de

stagedocent op de opleiding aanwezig zullen zijn. Neem onderstaand schema over en geef de

kalenderweeknummers aan. Zie ook voor de inlevertermijnen het schema in de bijlage

“Stagedata”, te vinden op SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit protocol).

Stageonderdeel Indienen

direct na:

Stagewerkplan 1 e

werkweek

Maandverslag 1 4 e

werkweek

Maandverslag 2 8 e

werkweek

Maandverslag 3 12 e

werkweek

Maandverslag 4 16 e

werkweek

Eindverslag 20 e

werkweek

Beoordelingsformulier 20

met laatste

werkverantwoording

e

werkweek

Bedrijfsbeoordeling 20e

werkweek

Werkurenstaten 4e, 8e ,

12e , 16e

,en 20e

werkweek

Kalenderweeknummer:

In te vullen door

student

Inzenden

documenten

naar de

stagedocent

zie blz. 3

voor adres

Docent begeleider

zorgt voor

stagedocumenten

naar OWB

H. Inwerkperiode

Beknopte beschrijving van de manier waarop jij als stagiair(e) wegwijs gemaakt wordt in de

organisatie/bedrijfscultuur.

3.3.3. Maandverslagen met verantwoordingen

Per vier werkweken wordt één maandverslag gemaakt. In totaal moeten vier maandverslagen

worden gemaakt. Behandel per periode van vier werkweken één behaald leerdoel. Elk verslag

omvat circa vijf pagina`s tekst exclusief bijlagen.

Door middel van verslaglegging moet je aantonen dat je bepaalde kennis hebt opgedaan in

relatie tot de competentie. Het verslag moet een inhoudelijke beschrijving van de concrete

werkzaamheden bevatten. De diepgang moet blijken uit beschrijving van de gestelde opdracht

door de werkgever, de wijze van handelen door de student en het eindresultaat. Voeg per

periode van vier werkweken ook een overzicht toe waarop is aangegeven welke taken je hebt

verricht.

Onderdeel van dit verslag zijn de werkverantwoordingen. Op een speciaal formulier moet je

precies per dag aangeven wat de werkzaamheden zijn geweest waaraan is gewerkt en de

gemaakte werkuren. Onder meer op basis van deze formulieren wordt een indruk verkregen over

protocol lange stage 2011-2012 14

x

x

x

x

x

x x

x x

x x

x


de inhoud en diepgang van je werkzaamheden en zijn dus mede bepalend voor de beoordeling.

Wees zo concreet mogelijk en vermeld telkens: het type project, de fase waarin het verkeert,

bijzonderheden en welke taken je hebt verricht.

Bijvoorbeeld 26 woningen Aalsmeer, detailfase: aanpassen van principedetails van kozijnen. Dit

formulier moet per vier kalenderweken ingevuld worden. Binnen vijftien werkdagen na ontvangst

bij de docent begeleider zal hij het verslag beoordelen.

3.3.4. Eindverslag met zelfreflectieverslag

Ter afronding van de stage dient een eindverslag gemaakt te worden. Het verslag bestaat uit

twee delen:

Deel 1 Zelfreflectieverslag.

Deel 2 Verslag Werkzaamheden.

Deel 1: Zelfreflectieverslag

Dit deel kan in drieën gesplitst worden:

A. In het eerste onderdeel geef je een evaluatie van je stage en een vergelijking van de

activiteiten zoals aangegeven in het stagewerkplan met de werkelijk verrichte activiteiten.

Geef aan wat je geleerd hebt. Verwijs ook naar de gemaakte maandverslagen. Geef aan op

welk gebied nog kennis ontbrak en waar je moeite mee hebt gehad.

Per leerdoel geeft de student zichzelf een cijfer. Ook de bedrijfsbegeleider moet dit doen.

Voeg dit cijferoverzicht toe en bespreek vooral de punten bij grote verschillen in jouw cijfer en

dat van de bedrijfsbegeleider.

B. In het tweede onderdeel staat wat je conclusie is uit het bovenstaande. Geef aan hoe je de

stage hebt ervaren.

C. Het derde onderdeel bevat de motivatie aan de hand van het bovenstaande van de keus van

je afstudeerdifferentiatie. Is het de juiste keus of ga je switchen naar een andere richting?

Hoe denk je eventuele ontbrekende kennis in te halen? Beschrijf hoe je jouw eigen toekomst

ziet in het werkveld.

Geef in je zelfreflectieverslag ook aan of je vindt of het stageadres ook voor toekomstige stagiairs

interessant is. Als je vindt dat dit niet het geval is, geef hiervoor dan duidelijke redenen. Omvang

van het zelfreflectieverslag: circa vijf A4tjes.

Deel 2: Verslag werkzaamheden

Maak een verslag over de concrete werkzaamheden op het gebied van de afstudeerdifferentiatie.

Bijvoorbeeld de visie van de architect aan de hand van het project waaraan jijzelf gewerkt hebt.

Dus géén beschrijvend “verhaal”, maar uitleggen en aantonen dat je begrijpt waarom de architect

tot bepaalde oplossingen is gekomen. Plaats één en ander ook in de relatie met kwaliteit, tijd en

geld.

Of behandel bij een stage in de bouwuitvoering het bouwproces aan de hand van de taken die je

op dat gebied hebt verricht (bijhouden planning, voortgangcontrole, bouwcyclus etc.). Bespreek

dan ook het voor- en natraject. Plaats één en ander ook in de relatie met kwaliteit, tijd en geld.

Aspecten die aan de orde moeten komen zijn:

Het onderwerp van het verslag.

De doelstelling van het verslag.

De probleemstelling (interpretatie van de doelstelling).

De vragen waarop in het verslag getracht wordt een antwoord te geven.

Methoden die gehanteerd zijn ter beantwoording van de vragen.

Door middel van het stellen van de vragen: wat, waarom, hoe e.d. moet je in staat zijn om aan te

tonen dat je competentieniveau op het vakgebied is gestegen.

Omvang van dit werkzaamhedenverslag: circa twintig A4tjes, exclusief bijlagen. Binnen vijftien

werkdagen na ontvangst bij de docent begeleider zal hij het verslag beoordelen.

protocol lange stage 2011-2012 15


3.3.5 Beoordelingsformulier bedrijf

Dit formulier wordt door de bedrijfsbegeleider ingevuld en is mede bepalend voor je eindcijfer.

Stuur dit de laatste werkdag (samen met de laatste werkverantwoording) naar je docent

begeleider, zie blz. 3 voor het adres. Het beoordelingsformulier vind je bij het pakket dat je hebt

ontvangen van het onderwijsbureau.

3.4. Stappen, tijdpad en deadlines voor stagedocumenten

Onderwerp Inhoud Wanneer op

school

aanwezig

Bijzonderheden

Werkplan Aanpak en Binnen een Ingevuld takenoverzicht.

planning van week na Beoordeling binnen 7 werkdagen door

de stage aanvang docent begeleider.

Werkverant- Dag- en uren- Binnen 10 Op speciaal formulier: zie SharePoint.

woordingenverantwoor dagen na

dingen iedere periode

van 4

werkweken

Maand- Inhoudelijke Binnen 10 Behandeling van één behaald leerdoel per

verslagen beschrijving dagen na periode van 4 werkweken. Iedere 4

van de iedere periode werkweken behandelt de student een ander

werkzaam- van 4

leerdoel. In totaal maakt de student 4

heden. werkweken. maandverslagen. Circa 5 pagina’s tekst,

Behandel één

excl. bijlagen. Voeg telkens het overzicht met

leerdoel. Zie

leerdoelen (uit het stagewerkplan) toe en

4.3.6.

geef duidelijk aan welke die periode zijn

vervuld.

Beoordeling binnen 15 werkdagen door

docent begeleider.

(* studenten die deelnemen aan het

zomerseminar van BWK hoeven 3 verslagen

te maken.)

Eindverslag Eindverant- Binnen 20 Het verslag bestaat uit 2 delen:

met

woording werkweken na 1) Zelfreflectieverslag.

zelfreflectiev

aanvang van a) Het is een verantwoording van wat de

erslag

de stage. Als student in zijn/haar stagewerkplan heeft

het type stage aangegeven.

dit niet toelaat b). Wat is de conclusie?

kan de student, c). Consequenties voor het vervolg van je

op voorstel van studie.

het stageteam, Omvang: circa 5 A4tjes.

bij de

2) Verslag.

teamleider een Maak een verslag over de concrete

verzoek werkzaamheden op het gebied van je

indienen om afstudeerdifferentiatie.

uitstel te krijgen Bijv.: de visie van de architect aan de hand

tot uiterlijk 5 van het project waaraan is gewerkt, of

werkdagen na behandel het bouwproces aan de hand van

zijn stage e.e.a. taken die m.b.t. het proces zijn verricht.

in te leveren. Plaats één en ander in relatie tot de

aspecten kwaliteit, tijd en geld.

Omvang 20 A4tjes exclusief bijlagen.

Binnen 10 werkdagen zal de stagedocent het

verslag beoordelen.

Beoordelings Beoordeling Einde stage Door bedrijfsbegeleider in te vullen.

formulier

Bedrijf

functioneren

protocol lange stage 2011-2012 16


Belangrijke informatie voor de student!

Indien een werkverantwoording, maand- of stageverslag niet op tijd is ingestuurd, zal de docent

begeleider de stage laten onderbreken, totdat deze stukken wél zijn ingeleverd.

De laatste werkverantwoording en de beoordeling door de bedrijfsbegeleider moet uiterlijk 20

werkweken na aanvang van de stage bij je docent begeleider aanwezig zijn.

Je moet duidelijk aangeven voor wie één en ander bestemd is. Zaken die later ingestuurd

worden, worden niet meer beoordeeld, tenzij er gegronde redenen voor deze overschrijding zijn.

(Dit uiteraard ter beoordeling van de examencommissie).

Zie ook de bijlage 11.1 “Stagedata”, te vinden op SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit

protocol).

protocol lange stage 2011-2012 17


Hoofdstuk 4 De beoordeling

4.1. Door wie?

De docent begeleider is verantwoordelijk voor de eindbeoordeling van de stage.

4.2. Op welke manier?

De docentbegeleider stelt de eindbeoordeling vast op basis van:

Stagewerkplan.

Maandverslagen (inhoudelijk en verzorging).

Het eindverslag (inhoudelijk en verzorging).

Beoordeling door de bedrijfsbegeleider d.m.v. het beoordelingsformulier.

Indruk van docent begeleider tijdens de bezoeken of presentatie bij de opleiding over je

stageperiode.

Aantal gewerkte dagen + werkverantwoordingen (aantal dagen en uren).

4.3. Welke criteria gelden er?

Voor een voldoende beoordeling van de stage dienen de aspecten (a) t/m (e) die hierboven

genoemd worden elk voldoende te zijn (ten minste 5,5).

Het aantal gewerkte dagen moet minimaal 100 zijn. Deze worden aan de hand van de

werkverantwoordingen bepaald. Ontbreekt een werkverantwoording, dan betekent dat dat je al

snel 20 dagen mist. Dit leidt tot overdoen van je stage.

Indien de beoordeling b), c), d) of f) onvoldoende is of ontbreekt, wordt de student in de

gelegenheid gesteld tot half februari resp. half augustus het werkstuk aan te vullen c.q. verdere

gegevens aan te leveren, zie voor de exacte datum de bijlage data, te vinden op SharePoint

(zie voor de link pagina 3 van dit protocol). Als de beoordelingen dan nog onvoldoende zijn of

ontbreken, dan beslist de examencommissie of de desbetreffende stage gedeeltelijk of geheel

overgedaan moet worden.

Onderdeel Weging in % Minimaal OWB student

a Stagewerkplan 10 ≥ 5,5

b Maandverslagen 20 ≥ 5,5

c Eindverslag 20 ≥ 5,5 Dossier

d Beoordeling bedrijf 30 ≥ 5,5 Dossier

e Indruk bezoek docent / of presentatie 20 ≥ 5,5

f Aantal gewerkte dagen +

V ≥ 100 Dossier

werkverantwoordingen

dagen

Eindbeoordeling docent Dossier

protocol lange stage 2011-2012 18


Hoofdstuk 5 Taken en verantwoordelijkheden: de begeleiding

5.1. Door wie?

De begeleiding vanuit de opleiding gebeurt door de docent begeleider.. De bedrijfsbegeleider is

verantwoordelijk voor het verloop van de stage op de stageplek.

5.2. Op welke manier?

De docent begeleider volgt het verloop van de stage en bespreekt de stageverslagen op de

terugkomdagen. De docent begeleider bezoekt de stagiairs bij binnenlandse stages tweemaal

gedurende de stageperiode. Hij/Zij treedt dan tevens in contact met de stageverlener en/of de

betrokken bedrijfsbegeleider(s).

5.3. Welke criteria gelden er?

Zoals hierboven genoemd bezoekt de docent begeleider tweemaal het bedrijf van de stagiair. Het

eerste gesprek staat in het teken van de kennismaking. In dit gesprek worden minimaal het

werkplan, de verslaglegging en het onderwerp van het eindverslag besproken. Tevens zal aan de

stageverlener worden verzocht de begeleidende docent bij zijn bezoeken de gelegenheid te

geven een afzonderlijk gesprek met de stagiair(e) te voeren.

Het tweede gesprek dient mede om de stage te evalueren en te beoordelen. Dit gesprek zal meer

aan het einde van de stage plaatsvinden.

In de periode tussen de twee stagebezoeken zal de docent begeleider , indien nodig, telefonisch

contact met de bedrijfsbegeleider opnemen om op de hoogte van de vorderingen te blijven.

Het Instituut voor Gebouwde Omgeving vraagt de bedrijfsbegeleider minimaal eenmaal per

maand het verloop van de stage met de stagiair(e) te bespreken. Daarbij wordt steeds het

opgestelde werkplan betrokken. De dagelijkse begeleiding bij de uit te voeren werkzaamheden

kan ook door andere medewerkers van het bedrijf worden verzorgd.

De studenten zijn onderworpen aan de arbeidsvoorschriften die voor het personeel van het

betrokken bedrijf gelden. Zij dienen zich naar de aanwijzingen van hun chefs te gedragen en de

gegeven opdrachten zo goed mogelijk uit te voeren.

De stagiair(e) dient bij het stagebezoek van de docent begeleider het bezoek goed voor te

bereiden. Dit kan de stagiair(e) doen door de “producten” en resultaten te laten zien die hij/zij

heeft gemaakt. Hiermee maakt de stagiair(e) inzichtelijk hoe zijn of haar leerdoelen/competenties

behaald zijn of dat deze nog gerealiseerd moeten worden.

Belangrijke informatie voor de student!

Bij problemen die ontstaan kan er ook een beroep gedaan worden op de teamleider. De

teamleider oefent namens de (directie van de) school toezicht uit op de stagiairs i.v.m. plaatsing,

als mede onderhouden zij de contacten met bedrijven/instellingen en mogelijke stageplaatsen.

Indien er in het begin van je stage onvrede ontstaat, treedt dan direct in contact met je docent

begeleider.

protocol lange stage 2011-2012 19


Hoofdstuk 6 Overige stage activiteiten

6.1 Terugkomdagen

Tijdens de stage komen studenten een aantal dagen terug op school met als doel:

In groepsverband bespreken en uitwisselen van ervaringen onder leiding van de

docentbegeleider.

Indien van toepassing: voorbereiding op S7.

Het volgen van eventuele gastcolleges/excursies.

Een bijdrage leveren aan de “banenmarkten”.

Met de docentbegeleider en/of de teamleider eventuele problemen bespreken en naar

oplossingen zoeken.

Extra specifieke opleidingsitems voorlichting.

Let op: De terugkomdagen zijn verplicht en worden geteld als stagedagen. Alleen wanneer men

aanwezig is tellen de dagen mee als werkdagen. Per stageperiode worden twee terugkomdagen

georganiseerd. De terugkomdagen zijn opgenomen in de bijlage “Stagedata”, te vinden op

SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit protocol). Ben je niet op de terugkomdag aanwezig

en heb jij je niet met een geldige reden van te voren bij je docent begeleider afgemeld, dan wordt

de stageperiode met twee extra dagen verlengd. 100 dagen worden dan 102 dagen!

6.2. Banenmarkten

Twee banenmarkten worden georganiseerd door de U.T.V.. En wel 1x in het najaar en 1x in het

voorjaar. Zij benaderen de bedrijven waar onze studenten stage lopen en hebben gelopen om

deel te nemen aan een banenmarkt. Als het bedrijf, waarbij de student stage loopt, aan deze

activiteit wil deelnemen, wordt van de student verwacht samen met het bedrijf de presentatie op

deze banenmarkt te verzorgen, om zo de stageplaats zoekende studenten en afstudeerders van

informatie te voorzien.

6.3. Extra taken

Dagen, die besteed worden aan werkzaamheden voor of op de Hogeschool (GOC, FMR, CMR,

voorlichting, banenmarkt, klankbordgroepen en dergelijke) kunnen, op voorstel van de docent

begeleider, door de teamleder stage IGO aangemerkt worden als stagedagen.

Activiteiten voor de U.T.V. moeten worden besproken met de teamleider stage IGO. Indien je

inhoudelijk gezien een interessante stageplaats hebt, kan je door de docent begeleider of

teamleider stage IGO gevraagd worden om een excursie voor een groep studenten te

organiseren.

6.4. Snuffelstages

Voor studenten van de opleiding BWK, BTB en CIT worden in principe in het eerste jaar

“snuffelstages” georganiseerd. Bij studenten van ROP en GEO vinden deze in het tweede jaar

plaats.

Een dag per stage zal de stagiair(e) worden bezocht door twee of drie eerstejaars studenten. De

invulling van deze dag wordt door de stagiair(e) verzorgd. De weken waarin de “snuffelstages”

plaatsvinden zijn aangegeven in het jaarrooster en de bijlage “stagedata”, te vinden op

SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit protocol). Over de organisatie van deze dag wordt

tijdig per e-mail informatie verstrekt door de teamleider stage IGO . De opleiding gaat ervan uit

dat het bedrijf bij het verlenen van een stageplaats aan een student ook bereid is om

medewerking te verlenen aan de snuffelstagedag.

protocol lange stage 2011-2012 20


6.5. Architectuuroefeningen en zomerseminar

Algemene organisatorische informatie over de architectuuroefeningen en

het zomerseminar (voor voltijds studenten!)

Versie schooljaar 2011/2012

Bouwkundestudenten met de afstudeerdifferentiatie architectuur moeten deelnemen aan

de architectuuroefeningen (TBWK‐ARCL‐07) tijdens hun lange (100 dagen) stage. Studenten

met de afstudeerrichting architectuur kunnen, na het volgen van de architectuuroefeningen

eventueel ook deelnemen aan een zomerseminar (TBWK‐ZOML‐07; niet verplicht).

Zie tevens de curriculumoverzichten in de studiegids en de overzichten met

afstudeerrichtingen aan het eind van deze overzichten, waarin opgesomd staat welke eisen

er aan een aantekening van de afstudeerrichting op het diploma gesteld worden.

Bouwkundestudenten met de afstudeerdifferentiatie restauratie en studenten van de

opleiding Ruimtelijke Ordening en Planologie kunnen tijdens hun (lange) stage desgewenst

ook deelnemen aan de architectuuroefeningen en eventueel het zomerseminar (en

daarvoor, indien nodig, gebruik maken van de vrije studiepunten in het cursusoverzicht).

Let erop dat je bij deelname aan de architectuuroefeningen en eventueel het zomerseminar

de juiste code m.b.t. je stage kiest (het onderstaande heeft alleen betrekking op

bouwkundestudenten en geldt met ingang van schooljaar 2011/2012):

- Stage architectuur met architectuuroefeningen: stagecode TBWK‐SOBL‐11 (27 ects),

gecombineerd met TBWK‐ARCL‐07 (architectuuroefeningen van 3 ects, dus totaal 30 ects).

- Stage architectuur met architectuuroefeningen en zomerseminar: stagecode TBWK‐SOCL‐

11 (24 ects), gecombineerd met TBWK‐ARCL‐07 (architectuuroefeningen van 3 ects) en

TBWK‐ZOML‐07 (zomerseminar van 3 ects, dus totaal 30 ects)

Voor bouwkundestudenten met de afstudeerdifferentiatie restauratie gelden de volgende

codes als zij deel willen nemen aan de architectuuroefeningen en/of het zomerseminar

(beiden niet verplicht voor de differentiatie restauratie):

- Stage restauratie met architectuuroefeningen: stagecode TBWK‐SRBL‐11 (27 ects),

gecombineerd met TBWK‐ARCL‐07 (architectuuroefeningen van 3 ects, dus totaal 30 ects).

- Stage restauratie met architectuuroefeningen en zomerseminar: stagecode TBWK‐SRCL‐11

(24 ects), gecombineerd met TBWK‐ARCL‐07 (architectuuroefeningen van 3 ects) en TBWK‐

ZOML‐07 (zomerseminar van 3 ects, dus totaal 30 ects).

Zie voor bovengenoemde zaken ook de studiegids! Let op: bovengenoemde codes zijn

nieuw en gelden met ingang van het schooljaar 2011/2012 (daarvoor golden andere

cursuscodes). Kijk dus in de studiegids van het schooljaar 2011/2012.

Met betrekking tot het aantal gewerkte dagen voor de stage geldt, dat deze inclusief de

architectuuroefeningen en eventueel het zomerseminar altijd 100 moeten bedragen.

protocol lange stage 2011-2012 21


Als je de architectuuroefeningen volgt, mag je van deze 100 dagen in principe 10 dagen

(komt overeen met ongeveer 3 ects!) aan de oefeningen besteden, waardoor er dus 90

dagen (komt overeen met ongeveer 27 ects) overblijven voor de stage.

Voor bouwkundestudenten geldt verder, dat als je ook deelneemt aan het zomerseminar, je

80 dagen besteedt aan de stage (24 ects), 10 dagen aan de architectuuroefeningen (3 ects)

en 10 dagen (3 ects) aan het zomerseminar, wat weer een totaal van 100 dagen (30 ects)

oplevert.

Onderdeel van de 10 dagen die je aan de architectuuroefeningen besteedt, zijn de lessen

van de architectuuroefeningen. Deze vinden in principe plaats op de vrijdagmiddagen van

de lesweken (dus niet tijdens toets‐ en projectweken!), gedurende het hele semester, met

uitzondering van de twee stageterugkomdagen. Praktisch gezien betekent dit, dat er twaalf

lessen zullen zijn, die een groot deel van de vrijdagmiddagen zullen beslaan. Houd hier

rekening mee als je afspraken maakt met je stagebedrijf. En meldt dat dus ook in een vroeg

stadium bij het bedrijf!

De lessen architectuuroefeningen worden op de roostersite vermeld onder de klascode

BWK 5/6 en beginnen in de eerste lesweek (meestal vanaf 12.40u of 13.30u). De

architectuuroefeningen worden elk semester aangeboden. Het zomerseminar wordt slechts

éénmaal per jaar aangeboden (de laatste jaren was dat steeds in de laatste twee weken van

augustus, maar dat moment kan wijzigen). Op de sharepointsite van de

architectuuroefeningen (https://www.sharepoint.hu.nl/cursussen/fnt/tbwk‐arcl‐

07/default.aspx) wordt ook elk semester een lesplanning gepubliceerd, waarop precies te

zien is in welke weken er wel en niet een les architectuuroefeningen is.

Studenten zijn zelf verantwoordelijk voor de planning van de stagedagen in combinatie met

de architectuuroefeningen en eventueel het zomerseminar. De student bepaalt dus zelf

wanneer hij of zij tijd besteedt aan de zelfstudie m.b.t. de architectuuroefeningen. Sommige

studenten kiezen er bijvoorbeeld voor om dit te doen op de vrijdagochtenden van de dagen

waarop zij een les architectuuroefeningen hebben. Aangezien er twaalf lessen zijn betekent

dit, dat er dan in principe twaalf dagen, dus twee dagen teveel aan de oefeningen besteed

wordt. Dat betekent dan dus dat er twee dagen langer stage gelopen moet worden (want

de genoemde 90 (of 80) dagen zijn het minimale aantal te lopen stagedagen)!

Informatie over het zomerseminar wordt verstrekt tijdens de lessen

architectuuroefeningen.

Bouwkundestudenten die aan het zomerseminar meedoen hoeven geen 4e maandverslag te

maken. Wel uiteraard de werkverantwoordingen ter controle van het aantal dagen en het

eindverslag.

Coördinatoren van de architectuuroefeningen en het zomerseminar zijn de heren Jeroen Mens

en Rogier Laterveer. Voor eventuele vragen over het bovenstaande kan met deze personen

per e-mail contact worden opgenomen. Bij deelname aan de architectuuroefeningen

gelieve dit kenbaar te maken aan dhr. Jeroen Mens d.m.v. een e-mail, vóór aanvang van

de eerste lesweek!

protocol lange stage 2011-2012 22


Hoofdstuk 7 Het buitenland

De stage kan in het buitenland worden doorlopen. Als je dit van plan bent, moet je al vroeg,

minimaal een half jaar voor aanvang van de stage beginnen met je te oriënteren.

Voor studenten die in het buitenland stage lopen gelden er op sommige punten andere regels,

Deze worden hieronder genoemd:

Voorbereiding stage:

o Tijdig melden aan teamleider stage IGO. Voor stages die beginnen in september

dient de aanvraag uiterlijk 1 juni ingediend te worden. Voor stages die

aanvangen in februari dient de aanvraag uiterlijk 1 november ingediend te

worden. Zie voor de exacte data de bijlage “Stage data”, te vinden op SharePoint

(zie voor de link pagina 3 van dit protocol).

o Studenten BWK en ROP die ook de architectuuroefeningen willen volgen,

moeten dat dus op een ander moment in hun studie plannen. Wellicht tijdens de

andere stageperiode, tijdens het volgen van een minor of tijdens S7.

o Studenten BWK en BTB, moeten vooraf met de teamleider afstuderen

overleggen wat de consequenties zijn met betrekking tot het S7-project en het

afstudeervoorstel.

o Uit e-mailwisseling tussen student en bedrijf moet duidelijk blijken dat hetgeen

wat je wilt leren ook bij dat bedrijf geleerd kan worden.

o Het Instituut voor Gebouwde Omgeving ondersteunt studenten die in het

buitenland stage gaan lopen door een bijdrage te leveren aan de reiskosten. Zie

verder 8.1.

o Naast deze afdelingsbijdrage zijn er ook mogelijkheden om voor Europese

subsidies in aanmerking te komen (bijvoorbeeld ERASMUS). Als je hierin

interesse hebt, kan je contact opnemen met de teamleider IGO (Zie 7.4).

De verslaglegging:

o De stagebescheiden hoeven echter niet op papier worden aangeleverd, maar dat

mag digitaal (per e-mail). De student e-mailt direct naar de stagedocent. Indien

een docent toch papieren documenten wenst te ontvangen kunnen die tijdens de

stage worden opgestuurd naar het postadres van de docent begeleider.

Begeleiding:

o De docent begeleider kan niet op bezoek komen. Tijdens de periode zal er

enkele malen contact zijn met de bedrijfsbegeleider om op de hoogte te blijven

van de vorderingen van de student. Dat kan via e-mail of telefonisch. In geval

van het laatste zal de student bij de stagedocent aangeven wat het meest

geschikte tijdstip is om telefonisch contact te hebben.

Beoordeling van de stage:

o Geen andere regels.

Overige stageactiviteiten:

o Terugkomdagen: de student hoeft uiteraard niet op de terugkomdagen aanwezig

te zijn.

o Stagebanenmarkt: bijdrage aan de stagebanenmarkt zal niet worden verwacht.

o Extra taken: GOC, U.T.V.-taken e.d. niet mogelijk tijdens stage in buitenland.

o Snuffelstages: bijdrage hieraan wordt niet verwacht.

Aandachtspunten:

o De student die naar het buitenland gaat levert apart bij het onderwijsbureau in:

een A4tje met het meest recente adres, telefoongegevens van ouders, partner

en e-mailadressen.

o Aanvraag reispapieren vergt naar sommige landen (bijv. V.S.) veel tijd.

o Hoe de huisvesting geregeld is.

o Denk aan de verzekering: reis-, ziekte- en ongevallenverzekering. Zie ook de link

van het Internationaal Office als onderdeel van de gratis reisverzekering van de

HU (www.sharepoint.hu.nl/sites/internationaloffice).

protocol lange stage 2011-2012 23


7.1 Reiskosten

Per jaar wordt door het Instituut voor Gebouwde Omgeving een budget beschikbaar gesteld ten

behoeve van bijdrage in de reiskosten. De bijdrage per student bedraagt maximaal € 227.

De bijdragen worden alleen toegekend indien:

Je de goedgekeurde stageovereenkomst met competenties aan de coördinator overlegt.

Bijzondere aandacht moet worden gegeven aan taalvaardigheid t.b.v. communicatie met

vakgenoten.

Je een voor algemene publicatie of voorlichting geschikt verslag maakt of tijdens de

stage-informatie in semester 3 of 4 een presentatie geeft om studenten enthousiast te

maken om stage te gaan lopen in het buitenland.

De stage met een voldoende beoordeeld wordt.

Er geen vergoeding voor reis- en/of verblijfkosten beschikbaar gesteld wordt door het

bedrijf/instelling. Dit moet schriftelijk door betrokkenen worden aangevraagd. Het spreekt

voor zich dat een bijdrage van de afdeling niet nodig is wanneer bedrijven/instellingen

waar stage gelopen wordt, de kosten geheel of grotendeels voor hun rekening nemen.

Een student kan één keer in aanmerking komen voor een bijdrage in de reiskosten.

7.2 Aanvraagprocedure

Aanvragen kunnen, alleen voorafgaand aan de stage, worden ingediend bij de teamleider stage

IGO. Voor stages die beginnen in september dient de aanvraag uiterlijk 1 juni ingediend te

worden. Voor stages die beginnen in februari dient de aanvraag uiterlijk 1 december ingediend te

worden. Zie voor de exacte data de bijlage “Stagedata”, te vinden op SharePoint (zie voor de link

pagina 3 van dit protocol).

7.3 Praktische zaken

Alle stukken dienen naar het volgende adres gestuurd te worden:

Postadres: voor alle documenten voor stage sturen naar de docent begeleider.

Hogeschool Utrecht

Faculteit Natuur & Techniek

Instituut Gebouwde Omgeving

T.a.v. dhr/mw. ...((docent begeleider))

Postbus 182

3500 AD Utrecht

en de volgende gegevens in de linker- of rechterhoek onderaan de envelop:

Stage: Opleiding invullen

Inhoud: Maandverslag, e.d.

Alle stukken die door de stagiair(e) worden opgestuurd, dienen voldoende gefrankeerd te zijn.

Stukken met strafporto worden geweigerd en geretourneerd en als niet ontvangen beschouwd.

Als de docent begeleider nog niet bekend is, vermeld je: “navragen bij coördinator”.

Op het onderwijsbureau is een set met de stageformulieren en enveloppen af te halen.

Zie voor arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, verzekeringen en aansprakelijkheid de

stageregeling voor de Bouw 20112012, te vinden op SharePoint, uitgegeven door het AVBB

van Bouwend Nederland. Deze maakt deel uit van de stageformulieren.

De Hogeschool Utrecht heeft een collectieve wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA)

afgesloten ten bate van haar studenten. Deze verzekering is van kracht gedurende de tijd dat

studenten onderwijsactiviteiten verrichten, hieronder vallen ook stages en excursies.

protocol lange stage 2011-2012 24


De aansprakelijkheidsverzekering geeft een secondaire dekking voor de door een deelnemer aan

eigendommen van derden toegebrachte schade gedurende de tijd dat hij/zij in het kader van de

opleiding tijdelijk werk verricht bij een praktijkbiedende organisatie. Als een afnemer van een

stagebiedend bedrijf schade lijdt door toedoen van de stagiair(e), verhaalt hij die schade op het

bedrijf, dat volgens de wet ook voor die schade aansprakelijk is. Meestal is het bedrijf er ook voor

verzekerd. Bij nalatigheid kan de student persoonlijk voor de schade aansprakelijk worden

gesteld. Zie ook de studiegids 2011-2012.

7.4 Beurzen

Welke beurzen kun je aanvragen?

(Zie ook SharePoint. Zie voor de link pagina 3 van dit protocol).

Het International Office van de hogeschool heeft alle informatie over beurzen en

beursmogelijkheden. Kijk voor meer informatie op www.io.hu.nl.

Twee bekende beurzen zijn:

Leonardobeurs

Deze beurs is primair bedoeld voor stages/afstudeeropdrachten binnen één van de landen van

de Europese Unie, uitgevoerd in het bedrijfsleven. De hoogte van de beurs ligt tussen de € 45 en

€ 272 per maand, afhankelijk van het aantal aanvragen.

De Erasmusbeurs

Zie de bijlage op SharePoint (zie voor de link pagina 3 van dit protocol) nieuwe situatie per 16 juni

2011. Deze beurs is primair bedoeld voor uitwisseling tussen onderwijsinstellingen (waarmee

bilaterale contracten zijn afgesloten).

protocol lange stage 2011-2012 25

Similar magazines