Wat is talent - CPS
Wat is talent - CPS
Wat is talent - CPS
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Talent in de School<br />
1 <strong>Wat</strong> <strong>is</strong> <strong>talent</strong>?<br />
Talent <strong>is</strong> hot, de term wordt te pas en te onpas gebruikt. <strong>Wat</strong> <strong>is</strong> <strong>talent</strong>? In de oudheid was een <strong>talent</strong> de<br />
aanduiding van een grote geldwaarde en in de bijbel staat dat <strong>talent</strong> een bepaald gewicht aan<br />
goud of zilver <strong>is</strong>. Een <strong>talent</strong> verdienen was het resultaat van een paar jaar werken. Talent <strong>is</strong><br />
dus waardevol. Binnen de Engels taal bestaan mooie termen: gifted (begaafd) en <strong>talent</strong>ed<br />
(<strong>talent</strong>). Deze woorden geven helder het verschil aan tussen wat je hebt en wat je ermee<br />
doet. In dit artikel gaan we uit van het volgende: Een begaafdheid <strong>is</strong> een kwaliteit die in<br />
aanleg aanwezig <strong>is</strong> en deel uitmaakt van de persoonlijke kracht van een mens. Van <strong>talent</strong><br />
spreken we als iemand door deze begaafdheid iets met meer effect, gemak en plezier doet.<br />
Of een begaafdheid zich ontwikkelt tot een <strong>talent</strong> wordt bepaald door de persoon zelf en door<br />
diens omgeving. De omgeving waarin je je bevindt, kan uitnodigen of ju<strong>is</strong>t ontmoedigen. Dit <strong>is</strong><br />
treffend te zien in de film ‘Billy Elliott’ over een jongen die opgroeit in een mijnwerkersdorp<br />
in Engeland. In plaats van te gaan boksen, gaat hij stiekem naar balletles. De balletlerares<br />
ziet zijn passie en <strong>talent</strong> en moedigt Billy aan. Zijn vader komt erachter en verbiedt Billy om<br />
naar balletles te gaan. De lerares weet de vader uiteindelijk over te halen. Billy wordt steeds<br />
beter, maar het vraagt veel. Veel tijd, frustratie wanneer iets niet lukt en worsteling met<br />
vraag ‘durf ik dit?’. Billy zet door en komt door de audities van de Royal Ballet School in<br />
Londen. Een aantal jaar later <strong>is</strong> bij een beroemde balletdanser.<br />
Als je <strong>talent</strong> voor iets hebt, heb je er vaak interesse voor en laat je een repeterend en<br />
productief patroon van gedrag zien. Natuurlijk gedrag, waar je ogenschijnlijk geen moeite<br />
voor hoeft te doen. Je laat het ook zien als niemand kijkt en je er niet voor betaald wordt.<br />
Het <strong>is</strong> vaak voor de persoon zelf zo’n natuurlijk gedrag dat deze denkt ‘dat kan toch<br />
iedereen’. Dikwijls betreft het gedrag dat je als kind ook al liet zien.<br />
Iedereen heeft een eigen cocktail van <strong>talent</strong>en. Ieder persoon <strong>is</strong> verschillend en heeft andere<br />
<strong>talent</strong>en. Gardner spreekt hierbij over meervoudige intelligenties. Iedereen heeft zijn eigen<br />
profiel van onderling op elkaar inwerkende intelligenties. Hij onderscheidt acht soorten<br />
intelligenties: verbaal linguïst<strong>is</strong>ch, log<strong>is</strong>ch mathemat<strong>is</strong>ch, intrapersoonlijk, lichamelijk<br />
kinesthet<strong>is</strong>ch, v<strong>is</strong>ueel ruimtelijk, natuurgericht, interpersoonlijk en muzikaal ritm<strong>is</strong>ch.<br />
Bij <strong>talent</strong>en gaat het dus niet alleen om intelligentie, maar ook om creativiteit, muzikaliteit,<br />
zelfsturing, handigheid, ondernemerschap en sociale vaardigheden. In het onderwijs ligt het<br />
zwaartepunt tot nu toe sterk op cognitief <strong>talent</strong>.<br />
Bij <strong>talent</strong> gaat niet om de potentie iets goed te kunnen, maar zeker ook om de motivatie om<br />
deze potentie te ontwikkelen en in te zetten. Een <strong>talent</strong> <strong>is</strong> pas een <strong>talent</strong> als het wordt<br />
ingezet in de ju<strong>is</strong>te context. Talent <strong>is</strong> relatief. Iets goed kunnen, <strong>is</strong> pas een <strong>talent</strong> als de<br />
buitenwereld dat uitzonderlijk en relevant vindt. Vierjarige kinderen die leven op een<br />
vuiln<strong>is</strong>belt in India kunnen allemaal met een steen een rat raken die op een afstand van<br />
tientallen meters rondscharrelt en met eetbaar afval ervandoor wil gaan. In India kijkt<br />
niemand ervan op. Een Nederlands kind dat dit kan, zou bewonderd worden.<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 1
Mensen zijn, meer dan wij vaak geloven, afhankelijk van hun omgeving. Van mensen die heel<br />
succesvol zijn, willen we graag weten wat hun persoonlijke kwaliteiten zijn. Want we gaan<br />
ervan uit dat deze persoonlijke kwaliteiten deze mensen zo succesvol maken. Maar deze<br />
mensen hebben geprofiteerd van hun afkomst, opleiding, bijzondere kansen. Talentvol zijn, <strong>is</strong><br />
een samenspel tussen het individu en de omgeving. Ook succesvolle mensen hebben veel te<br />
danken aan de mogelijkheden die zij hebben gekregen, en zelfs aan het geluk. <strong>Wat</strong> Tiger<br />
Woods, Bill Gates en The Beatles gemeenschappelijk hebben, <strong>is</strong> de gelegenheid die ze kregen<br />
om op jonge leeftijd te oefenen, véél te oefenen. De vader van Tiger Woods nam hem als<br />
peuter mee naar de golfbaan. Bill Gates had als tiener als één van weinigen in die tijd,<br />
toegang tot een computer en kon dag en nacht programmeren. The Beatles waren voordat ze<br />
bekend werden, de hu<strong>is</strong>band van een Hamburgse stripclub, en zo speelden ze maandenlang<br />
elke dag de hele avond. Natuurlijk hebben zij keihard gewerkt, maar de omstandigheden<br />
waren in hun voordeel.<br />
De Nederlandse samenleving <strong>is</strong> van oudsher gericht op gelijkheid. Spreekwoorden als ‘hoge<br />
bomen vangen veel wind’, ‘het hoofd boven het maaiveld uitsteken’ en zeker ook ‘doe maar<br />
gewoon dan doe je gek genoeg’ illustreren de drang om vooral allemaal hetzelfde te zijn. Als<br />
je bijzonder wilt zijn, moet je uitleggen waarom je wilt uitblinken en zul je je succes moeten<br />
bevechten. Het gelijkheidsbeginsel kent zeker goede kanten, maar staat ons ook in de weg om<br />
voldoende oog en hart voor onze eigen <strong>talent</strong>en en die van anderen te hebben. Laten we het<br />
gelijkheidsbeginsel voortaan als volgt inzetten: Ieder mens heeft zijn eigen <strong>talent</strong>en!.<br />
Werken met <strong>talent</strong>en kent drie stappen: eerst Ontdek je <strong>talent</strong>en, vervolgens Ontwikkel je<br />
deze <strong>talent</strong>en om ze uiteindelijk natuurlijk ook te Gebruiken. OOG voor <strong>talent</strong> dus.<br />
2 Waarom <strong>is</strong> <strong>talent</strong> belangrijk?<br />
“… Het onderwijs moet alle jongeren de kans te geven het uiterste uit zichzelf te halen. Dat<br />
<strong>is</strong> niet makkelijk. De wereld van nu verandert snel en om sterk en weerbaar te zijn moeten<br />
jonge mensen in de eerste plaats voldoende bas<strong>is</strong>vaardigheden hebben en bovendien hun<br />
persoonlijke <strong>talent</strong>en kunnen ontplooien. Dit <strong>is</strong> niet alleen van persoonlijk belang voor de<br />
leerlingen, maar er <strong>is</strong> ook een groot maatschappelijk belang voor de samenleving die moet<br />
kunnen berusten op een sterke kenn<strong>is</strong>bas<strong>is</strong>. ….”<br />
Min<strong>is</strong>ter R. Plasterk, 2008. Midterm review: het Beste Onderwijs<br />
In Nederland hebben we de neiging vooral te kijken naar onze tekorten. Dat zie je in de klas.<br />
Maar bijvoorbeeld ook in functioneringsgesprekken waar veel aandacht <strong>is</strong> voor de<br />
ontwikkelpunten. Natuurlijk moeten je aandachtpunten jou en je omgeving niet belemmeren.<br />
Maar de aandacht voor ontwikkelpunten <strong>is</strong> opmerkelijk als je naar onderzoek over leergedrag<br />
kijkt. Het ontwikkelen van <strong>talent</strong>en <strong>is</strong> namelijk veel effectiever dan het leren vanuit tekorten.<br />
Daarbij groeit je motivatie wanneer je je <strong>talent</strong>en gebruikt.<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 2
3 Talentmanagement op school<br />
Een groot internationaal onderzoek laat zien dat 70% van de organ<strong>is</strong>aties zegt dat<br />
<strong>talent</strong>management topprioriteit <strong>is</strong>, maar dat slechts één op de drie organ<strong>is</strong>aties daadwerkelijk<br />
<strong>talent</strong>beleid en een daarbij passend programma heeft. De helft daarvan voert dit beleid<br />
echter niet cons<strong>is</strong>tent uit. Uit ander onderzoek blijkt dat slechts 40% van de mensen vindt dat<br />
hun <strong>talent</strong>en in hun werk worden aangesproken.<br />
Schokkend om te ontdekken, als onderzoek het belang van <strong>talent</strong> laat zien. Werken vanuit je<br />
<strong>talent</strong>en, geeft meer zelfwaardering, zelfrespect en motivatie. Je wordt een betere<br />
teamspeler. En als een leraar zijn eigen <strong>talent</strong>en heeft ontdekt en kan inzetten, <strong>is</strong> hij beter in<br />
staat <strong>talent</strong>en te ontdekken bij kinderen en hen daarin te stimuleren.<br />
Kijkend naar de vergrijzing en de krapte op de arbeidsmarkt wordt het steeds belangrijker om<br />
de goede medewerkers aan te trekken en vast te houden. Dit geldt ook voor veel scholen. Het<br />
lerarentekort zal de komende jaren oplopen. Scholen vinden het lastig goede leraren te<br />
vinden en te behouden. Om medewerkers aan te trekken en te behouden <strong>is</strong> inzicht in hun<br />
drijfveren belangrijk. Deze werkwaarden maken of iemand zich thu<strong>is</strong> voelt in een organ<strong>is</strong>atie.<br />
Ook geven de werkwaarden aan wat mensen stimuleert en motiveert. Medewerkers zijn steeds<br />
meer op zoek naar zinvol en prettig werk. Onderzoek toont dat professionals, waar leraren<br />
ook toe behoren, bepaalde zaken belangrijk vinden in hun werk, namelijk: de sociale sfeer,<br />
verantwoordelijkheid hebben, het beste uit jezelf kunnen halen en stimulerend en afw<strong>is</strong>selend<br />
werk. Dit geldt voor professionals, ongeacht hun leeftijd of type dienstverband. Voor hen<br />
verschuift de werkhouding van ‘tijd in ruil voor geld’, maar van tijd in ruil voor eigen<br />
ontwikkeling’. Het gaat steeds minder om geld en bezit en steeds meer om een zinvolle en<br />
prettige invulling van het bestaan. Waar kan ik mijn <strong>talent</strong>en ontwikkelen en inzetten?<br />
Scholen staan daarmee voor de uitdaging hoe je werk en <strong>talent</strong> bij elkaar kan brengen en<br />
houden. Dus hoe kun je als school <strong>talent</strong>en boeien, laten bloeien en laten doorgroeien?<br />
Medewerkers en de organ<strong>is</strong>atie moeten elkaar ergens vinden. Mensen hebben hun eigen<br />
ambities en dromen en organ<strong>is</strong>aties ook. Het <strong>is</strong> opvallend hoe weinig collega’s elkaars dromen,<br />
ambities en <strong>talent</strong>en kennen. Een bas<strong>is</strong>school in Groningen (de Borgmanschool) organ<strong>is</strong>eert<br />
eens in de zes weken een moment waarin de leraren met elkaar het gesprek aangaan over hun<br />
persoonlijke m<strong>is</strong>sie en wat daarin goed gaat en wat de afgelopen tijd minder goed <strong>is</strong> gegaan.<br />
De leerkrachten worden regelmatig geschoold in het voeren van kwalitatieve gesprekken en<br />
ervaren deze gespreksmomenten als pareltjes in ieder schooljaar.<br />
Talentmanagement en andere termen<br />
Bij <strong>talent</strong>management staat het individu centraal. Het gaat om het herkennen, optimaal<br />
inzetten en verder tot bloei laten komen van het aanwezige <strong>talent</strong> bij medewerkers op school.<br />
Met <strong>talent</strong>en wordt gedoeld op de kenn<strong>is</strong>, ervaring, vaardigheden en houding die een individu<br />
bezit. Talenten zijn daarmee een ‘bezit’ van het individu. Talentmanagement <strong>is</strong> geen<br />
gemakkelijke exercitie. Het betekent kunnen werken met mensen die meer ge<strong>talent</strong>eerd zijn<br />
dan jezelf. Niet iedereen kan alles en <strong>is</strong> in alles even goed. Vraag daarbij <strong>is</strong> welke <strong>talent</strong>en<br />
heeft een medewerker en hoe kan hij deze effectief inzetten voor de school?<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 3
Dit in tegenstelling tot competentiemanagement waarbij de competenties (kenn<strong>is</strong>,<br />
vaardigheden en houding) die de school aan haar mensen vraagt, het uitgangspunt vormen.<br />
Welk gedrag <strong>is</strong> nodig om een functie goed uit te voeren? Over welke competenties beschikt de<br />
medewerker al en welke moet hij nog ontwikkelen?<br />
Bij performancemanagement staan resultaten centraal. Collectieve resultaatdoelstelling<br />
worden vertaald naar individuele doelstellingen. De school stelt de m<strong>is</strong>sie, strategie en<br />
doelstelling vast. De school maakt met iedereen afspraken over krit<strong>is</strong>che succesfactoren en<br />
prestatie-indicatoren die bijdragen aan de doelen van de school. <strong>Wat</strong> moet een medewerker<br />
in het komende jaar real<strong>is</strong>eren?<br />
Scholen hebben de uitdaging deze drie managementconcepten te combineren. Vanuit de<br />
klassieke aanpak, heeft de school een doel en moeten daarvoor bepaalde resultaten bereikt<br />
worden. Hiervoor heb je de medewerkers nodig. Deze medewerkers leveren bepaalde<br />
werkinhoudelijke prestaties. De school vraagt daarbij aan de medewerkers bepaalde<br />
competenties om succesvol te kunnen presteren. Deze competenties corresponderen meestal<br />
niet één op één met de <strong>talent</strong>en van de individuele medewerkers. Daarom <strong>is</strong> het belangrijk om<br />
naast de functiegerichte competenties ook <strong>talent</strong>en als uitgangspunt voor het werk en<br />
ontwikkeling te kiezen. Hoe kan een medewerker met zijn <strong>talent</strong>en bijdragen aan de school?<br />
Voor schoolleiders wordt het belangrijk de ju<strong>is</strong>te (latente) <strong>talent</strong>en voor de school te werven<br />
en vast te houden. Het afstemmingsproces tussen het werk enerzijds en beschikbare <strong>talent</strong>en<br />
in een team anderzijds, <strong>is</strong> een belangrijke opgave voor leidinggevenden<br />
In een samenleving waarin veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen, verandert de inhoud<br />
van functies ook. Daarmee wordt het interessanter om iemand te werven voor zijn <strong>talent</strong>en,<br />
in plaats van werving voor een specifieke functie. Een schoolorgan<strong>is</strong>atie heeft baat bij<br />
werknemers die op de goede plek zitten. Mensen die kunnen doen waartoe ze in staat zijn. Ze<br />
gaan met plezier naar hun werk en werken samen. Hun prestaties verbeteren en het<br />
ziekteverzuim daalt.<br />
organ<strong>is</strong>atie<br />
competenties<br />
werk/performance<br />
<strong>talent</strong>en<br />
medewerker<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 4
4 Talent in de klas<br />
Hoe zorg je er voor dat individuele <strong>talent</strong>en van leerlingen voldoende aan bod komen? Hoe<br />
creëer je een stimulerende leeromgeving en niet een situatie van leren vanuit tekorten? ‘Er<br />
kan immers geen splinter <strong>talent</strong> gem<strong>is</strong>t worden!’ (citaat van Herman Wijffels, oud-voorzitter<br />
van de SER).<br />
Het onderwijs speelt in het ontdekken, ontwikkelen en gebruiken van <strong>talent</strong>en een belangrijke<br />
rol. Als leerlingen hun <strong>talent</strong>en kennen en kunnen inzetten, nemen zelfwaardering,<br />
zelfrespect en motivatie toe en neemt schooluitval af. Leerlingen weten beter wat ze kunnen<br />
en ze maken betere keuzes. Hierdoor verbetert de doorstroom naar hoger onderwijs.<br />
Elfje of boom…<br />
Voor kinderen die aan het begin staan van hun zoektocht naar hun eigen<br />
verborgen schatten, <strong>is</strong> het belangrijk zo veel mogelijk <strong>talent</strong>en in hun<br />
schatk<strong>is</strong>t te kunnen doen. Dat geeft zelfvertrouwen. Iedere volwassene kan<br />
zich ongetwijfeld momenten herinneren waarin de eigen zoektocht naar “wie<br />
ben ik en wat ben ik waard?” gefrustreerd raakte. Een herinnering:<br />
‘Toegegeven, ik was wat mollig voor ballet, maar in mijn dromen zwierde ik<br />
over het toneel … Bij de rolverdeling wilde ik dolgraag elfje zijn, maar ik<br />
werd gebombardeerd tot boom vanwege mijn uiterlijk. Ik stond die avond<br />
stokstijf, als een knotwilg. De juf zei dat het dus maar goed was dat ik geen<br />
elfje was geworden …<br />
Een moment van groot geluk echter was juffrouw Elderhorst die me<br />
zwemmen leerde. Zij zag dat ik me heerlijk voelde in het water en ze<br />
stimuleerde me tot –voor mij- grote hoogte; een startvergunning voor het<br />
echte wedstrijdzwemmen. Moeiteloos stond ik ochtend na ochtend om half 7<br />
op, om nog voor schooltijd een uurtje te trainen! Waardoor ik ook nog eens<br />
een paar kilo afviel en me veel zelfverzekerder voelde.’<br />
Iedere leerling moet zich naar eigen vermogen kunnen ontwikkelen. Het onderwijs, van voor-<br />
en vroegschoolse educatie tot het hoger onderwijs, moet individuele <strong>talent</strong>ontwikkeling<br />
stimuleren. Het beste uit mensen halen klinkt eenvoudig, maar zover zijn we nog lang niet in<br />
ons land waar ook het schoolsysteem vooral gericht <strong>is</strong> op het verkleinen van verschillen tussen<br />
mensen. Ons schoolsysteem werkt vanuit gestandaard<strong>is</strong>eerde kwaliteitsnormen, waarbinnen<br />
iedereen moet passen. Talentontwikkeling vraagt om differentiatie en maatwerk, meent ook<br />
de Onderwijsraad. Deze differentiatie en maatwerk maken dat leraren voor de vraag staan<br />
hoe ze met de verschillen moeten omgaan. En leraren zullen daarbij ook hun eigen <strong>talent</strong>en<br />
moeten ontdekken en maximaal moeten kunnen blijven ontwikkelen.<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 5
5 Ontdekken van <strong>talent</strong><br />
Wanneer je je real<strong>is</strong>eert dat het prettig <strong>is</strong> om vanuit je eigen <strong>talent</strong>en te werken, dit werk<br />
gaat je immers makkelijk af en levert je energie op, <strong>is</strong> het vreemd dat zo weinig mensen hun<br />
eigen <strong>talent</strong>en kennen en actief inzetten. Als een <strong>talent</strong> zichtbaar <strong>is</strong> voor een persoon en zijn<br />
omgeving bestaat de mogelijkheid om energie te steken in de ontplooiing van dit <strong>talent</strong>.<br />
Talent <strong>is</strong> altijd aanwezig, maar <strong>is</strong> niet altijd zichtbaar. Een <strong>talent</strong> dat onzichtbaar <strong>is</strong> of niet<br />
tot ontwikkeling komt, <strong>is</strong> een latent <strong>talent</strong>. Een latent <strong>talent</strong> kan nog (verder) ontplooid en/of<br />
meer zichtbaar worden voor de persoon zelf en/of de omgeving. We onderscheiden drie<br />
soorten:<br />
1: <strong>talent</strong>en die je zelf kent, maar je omgeving nog nooit heeft gezien;<br />
2: <strong>talent</strong>en die je omgeving bij jou ziet, maar die jij (nog) niet ontdekt hebt;<br />
3: <strong>talent</strong>en die jij en je omgeving (nog) niet ontdekt hebben.<br />
Omgeving<br />
Bewust<br />
Individu<br />
Onbewust<br />
Zichtbaar Talent Latent <strong>talent</strong><br />
Niet zichtbaar Latent <strong>talent</strong> Latent <strong>talent</strong><br />
Talenten zijn, zeker in bas<strong>is</strong>- en voortgezet onderwijs, niet altijd zichtbaar omdat de<br />
Nederlandse leerlingen niet systemat<strong>is</strong>ch worden onderzocht op cognitieve of andere<br />
<strong>talent</strong>en.<br />
Er bestaan verschillende sluiers die een <strong>talent</strong> kunnen verhullen. Voorbeelden zijn minder<br />
acceptabel gedrag, een handicap, bescheidenheid, eenzijdige concentratie op verbale en<br />
log<strong>is</strong>ch mathemat<strong>is</strong>che vermogens of het niet perfect de Nederlandse taal beheersen. Een<br />
brutale leerling heeft het vermogen om zonder angst zijn eigen mening te geven. Een<br />
zwakbegaafde medewerker gaat zich niet vervelen bij het eindeloos herhalen van een<br />
handeling. Een leerling <strong>is</strong> niet goed <strong>is</strong> in rekenen en w<strong>is</strong>kunde, maar weet wel een beginnende<br />
ruzie op het schoolplein te sussen.<br />
De meeste succesvolle ijshockeyspelers in Canada zijn in januari, februari en maart geboren.<br />
Is dit toeval? De oververtegenwoordiging hangt samen met het selectiesysteem dat de<br />
ijshockeybond hanteert. Selecties worden samengesteld in leeftijdsklassen. De sluitingsdatum<br />
<strong>is</strong> 1 januari. Het levert de vroeg in het jaar geborenen een aanzienlijk voordeel op. De<br />
verschillen in ontwikkeling tussen jonge kinderen zijn immers groot. Vergelijk eens twee<br />
jongetjes van negen jaar waarvan de ene <strong>is</strong> geboren in januari en de andere in december. De<br />
jongen in januari loopt in zijn ontwikkeling bijna een jaar voor op de decemberjongen. Toch<br />
vallen ze in dezelfde leeftijdscategorie. Aardige kans dat het januari-jongetje beter presteert.<br />
Hij krijgt daardoor betere coaching, oefent vaker, heeft betere teamgenoten en speelt meer<br />
wedstrijden. De voorsprong neemt daardoor nog verder toe. Ju<strong>is</strong>t degenen die succesvol zijn,<br />
zullen waarschijnlijk speciale kansen krijgen die tot nog meer succes leiden. Ze hebben een<br />
opstapelend voordeel.<br />
Hetzelfde gebeurt in het onderwijs. Het kleine voordeel van kinderen die in het eerste deel<br />
van het jaar geboren zijn, blijft bestaan. Er ontstaan patronen van prestatie en<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 6
onderprestatie, aanmoediging en ontmoediging. Resultaten van reken- en natuurkundetests<br />
(TIMSS) van kinderen over de hele wereld zijn vergeleken. Het onderzoek laat een groot<br />
verschil zien. Oudste kinderen in groep 6 scoren tussen de vier en twaalf percentielpunten<br />
beter dan de jongste kinderen. Dat <strong>is</strong> bijvoorbeeld een verschil tussen 80 en 68<br />
percentielscore, wat het beeld van de leraar over een leerling beïnvloedt. Naar aanleiding van<br />
dit onderzoek <strong>is</strong> ook gekeken hoe de verdeling was op de vierjarige hogere opleidingen in de<br />
Verenigde Staten die na de middelbare school gevolgd kunnen worden. In de groep studenten<br />
bleek de relatief jongste groep ondervertegenwoordigd te zijn met ruim 11 procent.<br />
Bij het ontdekken van <strong>talent</strong>en, gaat het niet alleen om wanneer kijken we naar resultaten<br />
van leerlingen. De manier waarop we naar <strong>talent</strong>en kijken speelt ook een onvoorstelbare rol.<br />
Neem bijvoorbeeld het Pygmalion-effect. Verwachtingen van leraren naar hun leerlingen toe<br />
kunnen het gedrag van beide partijen zodanig beïnvloeden dat de verwachtingen zichzelf<br />
uiteindelijk gaan bevestigen: een self-fulfilling prophecy dus. Wanneer een leraar hoort dat<br />
bepaalde - in feite willekeurig gekozen - leerlingen uitblinken en anderen slecht presteren,<br />
dan blijkt dat dit al snel waarheid wordt. De prestaties van leerlingen zijn dus veel<br />
maakbaarder dan gedacht. Kleding, houding, de wijze van praten, het speelt allemaal een rol<br />
in de beeldvorming. Veelal betreffen het verschillen die sterk sociaaleconom<strong>is</strong>ch en -cultureel<br />
bepaald zijn. Bepaalde leerlingen worden op die manier als intelligent of <strong>talent</strong>rijk<br />
bestempeld, terwijl het in feite daar niets mee te maken heeft. Hetzelfde speelt natuurlijk<br />
als een leidinggevende naar de medewerkers kijkt. Ons kijken <strong>is</strong> gekleurd. Ondanks dit,<br />
plaatsen mensen meestal geen vraagtekens bij hun waarnemingsvermogen.<br />
M<strong>is</strong>schien herken je de situatie dat je op zoek bent naar een lege stoel op een vol terras. Na<br />
een tijdje zie je een lege plek en terwijl je ernaar toe wilt lopen, hoor je je naam. Een kenn<strong>is</strong><br />
roept je. Tijdens het zoeken stond je vlakbij deze kenn<strong>is</strong> en je hebt hem over het hoofd<br />
gezien. Dit heet inattentional blindness. Als je heel geconcentreerd met iets bezig bent,<br />
ontgaan andere dingen je. Je bent als het ware blind voor zaken, voor <strong>talent</strong>en, waar je geen<br />
aandacht aan besteedt.<br />
Bewust zijn van je eigen kijken, zorgt dat je <strong>talent</strong>en niet verloren laat gaan. Bij een jury<br />
voor nieuwe musici voor een orkest bleek het kunnen zien van de kandidaten effect te hebben<br />
op hun toch muzikaal getrainde oor. Zoals het Philharmon<strong>is</strong>ch orkest van München dat de<br />
audities achter gesloten gordijnen houdt. Voordat dit gebeurde, zaten vooral mannen in het<br />
orkest, zoals het geval <strong>is</strong> bij de meeste orkesten. Op een of andere manier, er <strong>is</strong> geen<br />
onderzoek naar gedaan, werd altijd aangenomen dat mannen betere musici zijn. Onder druk<br />
van de emancipatiebeweging werd gestart met blinde audities. Nu de jury de kandidaten niet<br />
ziet en alleen maar hoort, worden er ineens ook vrouwen aangenomen. Bovendien bleken<br />
vrouwen die meerdere keren waren afgewezen, nu ineens heel goed te klinken. Het aantal<br />
vrouwen in orkesten <strong>is</strong> vervijfvoudigd sinds de blinde audities.<br />
Binnen verschillende groepen <strong>is</strong> er meer verborgen <strong>talent</strong>:<br />
- Me<strong>is</strong>jes maken zich als het ware “onzichtbaar” door het vertonen van aangepast en gewenst<br />
gedrag.<br />
- Kinderen van allochtone afkomst hebben vaker verborgen <strong>talent</strong> door taal- en<br />
cultuurgebonden kenn<strong>is</strong> en voorkeuren.<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 7
- Vanwege de grote aantallen blijft <strong>talent</strong> bij studenten in het hoger onderwijs gemakkelijk<br />
onopgemerkt.<br />
- Bij ‘onderpresteerders’ sluit het onderwijs niet aan bij hun vermogens en behoeften. Deze<br />
leerlingen presteren minder dan ze kunnen. Eén groep presteert voldoende om de<br />
schoolcarrière (uiterlijk gezien) probleemloos te laten verlopen. De tweede groep werkt ook<br />
nog onder het gemiddelde niveau van de leeftijdsgroep.<br />
Een valkuil in het opsporen van <strong>talent</strong> <strong>is</strong> het beeld dat sommige mensen <strong>talent</strong>vol zijn en<br />
anderen niet. Hiermee krijg je een tweedeling: de kansvolle en de rest. Iedereen heeft echter<br />
<strong>talent</strong>en. Talentontwikkeling in de klas en op school gaat dus over iedereen. Talenten zien<br />
start met het waarnemen van <strong>talent</strong>en van ieder mens. Van iedere leerling en iedere<br />
medewerker. Dit betekent voor mensen openstaan en niet op zoek gaan naar een <strong>talent</strong>.<br />
Creëer daarom een omgeving waarin <strong>talent</strong>en worden aangesproken en gestimuleerd, waarin<br />
iedereen leert en het beste uit zich en elkaar haalt.<br />
6 Ontwikkelen van <strong>talent</strong><br />
Een figuurlijke berg beklimmen lukt je als je daarvoor <strong>talent</strong> hebt, je energie krijgt van de<br />
inspanning die het kost en je je beloond voelt met het prachtige uitzicht. In dit hoofdstuk gaat<br />
het om energie krijgen van inspanning die ontwikkelen van je <strong>talent</strong>en kost. Voor een <strong>talent</strong><br />
moet je hard weken en kan je tegenstand tegenkomen. Talent <strong>is</strong> een belofte voor succes,<br />
maar als je het niet ontwikkelt en vervolgens benut, blijf je veelbelovend maar wordt je niet<br />
succesvol.<br />
Iets wordt niet zomaar je <strong>talent</strong>, ook al heb aanleg, je moet daar hard en gericht voor werken<br />
en je kan daarbij de nodige tegenstand ondervinden. In het sportkatern van de Volkskrant van<br />
zaterdag 15 augustus 2009 <strong>is</strong> Errol Esajas, atletiektrainer, aan het woord over de succesvolle<br />
Jamaicaanse sprinter Usain Bolt. “Bij de beste atleten <strong>is</strong> het altijd alsof ze er niets voor<br />
hoeven doen.” Hij gelooft echter niet dat sprinten een aangeboren <strong>talent</strong> <strong>is</strong>. Het helpt<br />
natuurlijk als een atleet snelle spiervezels heeft. En het helpt ook om vastberaden te zijn, om<br />
doorzettingsvermogen en opofferingsgezindheid te hebben. Maar in de ogen van de trainer <strong>is</strong><br />
sprinten een techn<strong>is</strong>che d<strong>is</strong>cipline, zoals bijvoorbeeld d<strong>is</strong>cuswerpen of poolstokhoogspringen.<br />
Er valt daarbij veel te leren.<br />
In hetzelfde katern vertelt de hockeyer Taeke Taeckema over zijn beroemde strafcorner,<br />
waarmee hij al vaak scoorde. Hij beschrijft hoe hij met zijn speciale stick met kromme haak,<br />
waar de bal langer aan blijft hangen, de sleeppush doet. Het gaat om de houding van zijn<br />
lichaam, het aantal passen, de kru<strong>is</strong>pas, de plek van rechterknie, het moment, de manier<br />
waarop hij de bal krijgt toegespeeld enzovoort. Taeckema zegt: “Ik heb al honderdduizend<br />
strafcorners genomen, ik kan elke detail dromen.”<br />
Aangeboren <strong>talent</strong> <strong>is</strong> een mythe. Iedereen moet oefenen. Dat natuurlijke aanleg niet<br />
doorslaggevend <strong>is</strong> laat ook een onderzoek naar Afrikaanse en Aboriginal-kinderen zien.<br />
Afrikaanse kinderen hebben al heel vroeg goede motor<strong>is</strong>che capaciteiten en Aboriginalkinderen<br />
hebben een ongekend fotograf<strong>is</strong>ch geheugen. De twee groepen kinderen blijken veel<br />
minder ge<strong>talent</strong>eerd te zijn, wanneer zij opgroeien ver van de plek van het oorspronkelijke<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 8
cultuur. Natuurlijk zijn er ook aangeboren eigenschappen die een rol spelen. Iemand van 1,65<br />
meter zal niet zo snel kampioen hoogspringen worden. En zonder snelle spiervezels ren je<br />
minder hard. Aangeboren eigenschappen bepalen echter eerder wat iemand níet gaat doen,<br />
dan wat zijn mogelijkheden zijn.<br />
Veel oefenen geeft de tijd om te leren van fouten en zwakke punten te verbeteren. Dit vraagt<br />
veel van iemand, daarom <strong>is</strong> het belangrijk dat het werk beteken<strong>is</strong> vol <strong>is</strong>, dat er een bepaalde<br />
mate van autonomie <strong>is</strong>, dat taken voldoende uitdaging bieden en dat de persoon een duidelijk<br />
verband ziet tussen inspanning en beloning.<br />
Empir<strong>is</strong>ch onderzoek laat zien dat dit oefenen ook geldt voor zogenaamde top<strong>talent</strong>en. Ieder<br />
<strong>talent</strong> heeft lang, hard en intensief gewerkt om aan de top te komen. Onderzoekers hanteren<br />
de gulden regel van tien jaar of 10.000 uur. En voor muziek en literatuur wordt zelf vijftien<br />
tot dertig jaar genoemd om de allerhoogste top te halen. De rol van aangeboren <strong>talent</strong> lijkt<br />
kleiner en de rol van oefening lijkt groter. Onderzoek bij viol<strong>is</strong>ten op het conservatorium liet<br />
zien dat oefenen het verschil maakt. De topstudenten hadden op hun twintigste allemaal<br />
tienduizend uur gestudeerd. De gewoon goede studenten hadden achtduizend uur viool<br />
gespeeld en de minst goed spelende studenten hadden net iets meer dan vierduizend uur<br />
geoefend. Hetzelfde patroon bleek te vinden bij beroepspian<strong>is</strong>ten. Opmerkelijk was dat er<br />
gaan ‘natuur<strong>talent</strong>en’ te vinden waren. Mensen die maar een fractie van de tijd studeerden<br />
en toch moeiteloos de top bereikten. Ook ‘doorzetters’ bleken niet te vinden. Musici die<br />
harder werkten en toch niet goed genoeg waren om de toplaag te halen. Het lijkt erop dat de<br />
hersenen tienduizend uur nodig hebben om alles te verwerken wat voor echte beheersing<br />
vere<strong>is</strong>t <strong>is</strong>. Het geldt zelfs voor <strong>talent</strong>en als Mozart. De compon<strong>is</strong>t begon al jong met het<br />
schrijven van muziek en na ongeveer tien jaar componeerde hij de concerten die we zien als<br />
mestwerken. Natuurlijk kom je niet zonder aanleg op een goede muziekschool terecht en krijg<br />
je op deze goede school een goede docent.<br />
Als je je <strong>talent</strong>en hebt ontdekt, welke <strong>talent</strong>en ga je (verder) ontwikkelen en gebruiken?<br />
Je wil de <strong>talent</strong>en in jezelf ontwikkelen die je het gemakkelijkst en met het meeste plezier<br />
kunt verzilveren. Mensen kunnen veel aanleren, maar het gemak waarmee je bepaalde zaken<br />
aanleert, wordt sterk bepaald door je <strong>talent</strong>en. Het (verder) ontwikkelen van een (latent)<br />
<strong>talent</strong> <strong>is</strong> gemakkelijker dan het ontwikkelen van een iets waar je geen aanleg voor hebt.<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 9
7 Bronnen<br />
- Beers, van Wim (2005). Performancemanagement, competentiemanagement en<br />
<strong>talent</strong>management: die kanten van één medaille? In: Opleiding & Ontwikkeling, vol 18, nr.<br />
5, pp. 26-28.<br />
- Bruel, Maurits, & Clemens Colsen (1998). De geluksfabriek. Over het binden en boeien van<br />
mensen in organ<strong>is</strong>aties. Schiedam: Scriptum.<br />
- Csikszentmihalyi, Mihaly (1999). Flow. The Psychology of Optimal Experience. New York:<br />
HarperColins.<br />
- Dijksterhu<strong>is</strong>, Ab (2008). Het slimme onbewuste. Denken met gevoel. Amsterdam: Uitgeverij<br />
Bert Bakker.<br />
- Gladwell, Malcolm (2007). Intuïtie. De kracht van denken zonder erbij na te denken.<br />
Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Contact.<br />
- Gladwell, Malcolm (2009). Uitblinkers. Waarom sommige mensen succes hebben en andere<br />
niet. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Contact.<br />
- Gardner, Howard (1993). Frames of Mind. The Theory of Multiple Intelligences. London:<br />
- Fontana Press.<br />
- Heijer, den Claudia, & Nico Smid (2005). Sturen op eigen ontwikkeling en loopbaan.<br />
Praktijkgids voor worden wie je bent. Utrecht: PiMedia B.V.<br />
- Hoever, van der José, Lucien Schoonwater, & Ariena Verbaan (2006). Ongekend Talent.<br />
Leerprestaties buiten school onder de loep. Amersfoort: <strong>CPS</strong>.<br />
- Kenn<strong>is</strong>investeringsagenda 2006-2010 van het Innovatieplatform (2006)<br />
- Knegtmans, Ralf (2008). Top<strong>talent</strong>. De 9 universele criteria van top<strong>talent</strong>. Amsterdam:<br />
Boom.<br />
- Kenn<strong>is</strong>investeringsagenda 2006-2016. Doel: Nederland, hét land van <strong>talent</strong>en! (2006).<br />
D<strong>is</strong>cussie notitie van de werkgroep kenn<strong>is</strong>investeringsagenda van het innovatieplatform.<br />
- Reekers, Martin (2008). Versluierd <strong>talent</strong>. In: Leren in organ<strong>is</strong>aties, vol. 8, nr. 1/2, pp. 27-30<br />
- Reynaert, Wouter (2008). Verkenning. Talent verbeeld met metaforen. In: Leren in<br />
organ<strong>is</strong>aties, 8 (1/2), 14-19.<br />
- Schakel, Lolle, Nico Smid, & Noortje Verstappen, Martijn van der Woude (2004). Coachen op<br />
prestatie en resultaat, Praktijkgids voor het sturen op effectieve prestaties. Utrecht:<br />
PiMedia B.V.<br />
- Schoemaker, Michiel (2005). Talent, competentie en prestatie: een complexe<br />
driehoeksverhouding. In: Opleiding & Ontwikkeling, vol 18, nr. 5, pp. 29-31.<br />
- Slu<strong>is</strong>, van der Lidewey (2008). Werken aan tevreden <strong>talent</strong>en. In: Gids voor<br />
Personeelsmanagement, vol. 87, nr. 5, pp. 11-14.<br />
- Slu<strong>is</strong>, van der Lidewey, & Rosalie Burgers (2008). De nieuwe professional werkt voor<br />
zichzelf.<br />
- http://www.menscentraal.nl/nieuwe_professional_werkt_voor_zichzelf.html<br />
- Stuyvaert, Hubert (2008). Leer méér in sfeer. Sint-Niklaas: Abimo Uigeverij.<br />
Claudine Verbiest / <strong>CPS</strong> / 2009 10