01-12-2005 LVDT-magazine Nummer 4 - Landelijke Vereniging ...

lvdt.nl

01-12-2005 LVDT-magazine Nummer 4 - Landelijke Vereniging ...

L • V • D • T

M A G A Z I N E

Kwartaaluitgave van de Landelijke Vereniging Dialyse en Transplantatie | www.lvdt.nl

25 jaar LVDT:

bijna 35 jaar oud!

In dit nummer o.a.

• Richtlijnen vochtbeperking

• Anderstalige nierpatiënten leren Nederlands

• Drinkvoeding

• Invoering venepreservatie in het JBZ

• Uitkomsten onderzoek pijnbeleving en angst

bij het aanprikken

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

retouradres:

LVDT, Postbus 171, 4500 AD Oostburg


Samen steeds

een stukje verder…

Amgen is het grootste onafhankelijke

biotechnologisch farmaceutisch bedrijf

ter wereld. Met wereldwijd ruim 13.000

mensen helpen we via fundamenteel

onderzoek en klinische studies stukje

voor stukje de puzzel van chronische

ziekten op te lossen. We brengen

samen met specialisten en andere

zorgverleners problemen in kaart en

zoeken naar oplossingen. Dit alles om

patiënten een betere kwaliteit van leven

te geven en als het kan te genezen.

Dat dit allemaal niet van vandaag op

morgen kan, weten we. Maar samen

komen we wel steeds een stukje verder.

Amgen B.V.

Minervum 7061

4817 ZK Breda

www.amgen.nl

Nefrologie


L • V • D • T

Kwartaaluitgave van de Landelijke Vereniging Dialyse en Transplantatie | www.lvdt.nl

25 jaar LVDT:

bijna 35 jaar oud!

Vaste rubrieken:

M A G A Z I N E

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

In dit nummer o.a.

• Richtlijnen vochtbeperking

• Anderstalige nierpatiënten leren Nederlands

• Drinkvoeding

• Invoering venepreservatie in het JBZ

• Uitkomsten onderzoek pijnbeleving en angst

bij het aanprikken

<

• Relaties en colofon 4

• Van de redactie 5

• Van het bestuur 6

• Dit schreven ze toen 18

• Column: the naked nurse 19

• Dialyse all over the world:

berichten uit Nieuw-Zeeland 21

• Nefropuzzel 0

• EDTNA-column Joke Roelfsema 4

• Lidmaatschap en contributie 50

En verder:

• Renal Access Meeting 2

• Ingezonden brief en reactie redactie 8

• Verslag symposium Goes:‘Zorgen voor morgen’ 44

• Verslag diabetes workshop 46

retouradres:

LVDT, Postbus 171, 4500 AD Oostburg

L•V•D•T M AGAZI N E

• 25 jaar LVDT: bijna 35 jaar oud 10

• Richtlijnen vochtbeperking 14

• Anderstalige nierpatiënten leren

Nederlands 16

• Drinkvoeding 36

• Invoering venepreservatie in het JBZ 39

• Uitkomsten onderzoek naar de

pijnbeleving en angst bij het

aanprikken van een shunt 47

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Inhoudsopgave


Colofon

4

L•V•D•T M AGAZI N E

L • V • D • T

M A G A Z I N E

23e jaargang, december 2005 - nummer 4

LVDT Magazine is een kwartaaluitgave van de

Landelijke Vereniging Dialyse en Transplantatie

Redactieleden

Paul Gundlach, eindredacteur

Charles André, hoofdredacteur

Alice Bogaarts

Marja Tellings

Marlies van den Munckhof, corrector

Overige bijdragen

Nittert Wiertsema

Remco Weijkamp, illustraties

Redactie-adres

e-mail: magazine@lvdt.nl

De redactie behoudt zich het recht voor zonder

opgaaf van redenen tekst in te korten of in het

geheel niet te plaatsen

Secretariaat LVDT

W.E.A.

Mw. E. van Veen-du Burck

Administratie LVDT

Postbus 171, 4500 AD Oostburg

tel.: 0117-452959 (maandag t/m donder-

dag vragen naar mw. van Veen)

fax: 0117-452351

e-mail: lvdt@lvdt.nl

Ledenadministratie

W.E.A.

Mw. E. van Veen-du Burck

Administratie LVDT

Postbus 171, 4500 AD Oostburg

tel.: 0117-452959 (maandag t/m donder-

dag vragen naar mw. van Veen)

fax: 0117-452351

e-mail: ledenadministratie@lvdt.nl

Abonnementen en advertenties

Zie pagina 50

Uw lidmaatschapsnummer staat op de

voorkant van het LVDT Magazine.

Lay-out, design en druk

Pitman Grafisch Bedrijf B.V.

Amundsenweg 13, 4462 GP Goes

tel.: 0113-235660

fax: 0113-235670

e-mail: info@pitman.nl

Klachten over de bezorging

e-mail: lvdt@lvdt.nl

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Het werk van de LVDT wordt mede mogelijk gemaakt door onze gouden relaties:

De overige relaties zijn:

Roche Nederland B.V.

Amgen

sanofi pasteur MSD N.V.

Baxter B.V.

Cablon

Cair Nederland B.V.

Dirinco

Fresenius Medical Care Nederland B.V.

Gambro

Genzyme Nederland

Hospal B.V.

MR Medical

Nipro N.V.

Ortho Biotech

TMI detachering B.V.


L•V•D•T M AGAZI N E

Afname van vrijwilligerswerk

door toegenomen materialisme

Gelukkig vonden vele

artikelen hun weg

naar de redactie. De

bereidwilligheid om over het specialisme

of over ervaringen te schrijven wordt

steeds groter. Immers, zonder gevarieerde

beroepsinhoudelijke artikelen geen

interessant verenigingsblad. De redactie

combineert daarin verenigingsnieuws

met beroepsinhoudelijke items, afgewisseld

met luchtiger materiaal zoals de

rubrieken: Naked Nurse, Dialyse all over

the world en de recent geïntroduceerde

dialysepuzzel.

Er is echter een keerzijde

Binnen de maatschappij neemt de wil

om vrijwilligerswerk, mede binnen

verenigingen, te verrichten drastisch af.

Ook binnen de LVDT is deze trend waar

te nemen. De oproep, begin dit jaar, om

redactielid te worden, heeft nul reacties

opgeleverd. Ook neemt het animo een

bestuurs- of werkgroepfunctie te vervullen

af.

Wat is de oorzaak van deze trend? Bij de

bevolking in totaal is het verrichten van

vrijwilligerswerk afgenomen van 45%

naar 42%. Een mogelijke oorzaak is het

toegenomen hedonisme en materialisme

onder jongeren. Jongeren zijn in

de periode 1999-2002 meer belang gaan

hechten aan ‘plezier maken’, ‘van het

leven genieten’ en het ‘financieel goed

Na het drukken van het vierde reguliere nummer was er voor

de redactie tijd voor bezinning. 2005 is een topjaar geweest

voor LVDT Magazine. Zo verschenen er 4 reguliere nummers van

elk 52 pagina’s, de special over de Nederlandse Nefrologie Da-

gen en een bewaareditie over peritoneaal dialyse. Het Magazi-

ne wordt mede bepaald door de input vanuit de beroepsgroep.

hebben’. Tegenover de daling van het

aantal vrijwilligers staat een lichte toename

van de hulp die niet in organisatorisch

verband plaatsvindt: de informele

hulp aan vrienden, familie en kennissen.

Deze ontwikkelingen duiden op een

verschuiving van de aard van de hulp:

van vrijwilligerswerk binnen organisaties

naar informele, niet-georganiseerde

hulp aan vrienden, kennissen en familie.

Deze verschuiving is echter vooralsnog

beperkt (Bron: CBS; De Nederlandse

samenleving 2004).

De LVDT heeft rond de 2400 leden. Binnen

de dialysewereld gebeurt er veel en

is er genoeg expertise aanwezig. Daarom

is het spijtig dat er zo weinig leden zijn

die een functie willen bekleden binnen

de vereniging. Je mening genuanceerd

of iets minder genuanceerd aan de zijlijn

verkondigen is leuk. Nog leuker is het

als je die mening binnen de vereniging

omzet in iets tastbaars. Blijf niet aan de

kant staan maar kom de lijn over! En dat

in het belang van de dialyseverpleegkundigen

in Nederland!

Paul Gundlach,

eindredacteur LVDT Magazine

Van de redactie

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 5


Van het bestuur

6

L•V•D•T M AGAZI N E

januari 2006

Ledenraadpleging

Evenals mijn voorganger René Tollenaar schrijf ik ieder kwartaal een stuk voor het Magazine.

Niet alleen omdat het van mij wordt verwacht maar ook omdat ik de leden van de LVDT wil in-

formeren over onderwerpen die zijn besproken binnen het bestuur.

Tijdens het bestuursoverleg

in het eerste weekend

van november hebben

we aandacht besteed aan de structuur

binnen de vereniging en besluiten kunnen

nemen over een aantal beleidszaken.

Daarnaast hebben we teruggekeken hoe

we het afgelopen jaar hebben gewerkt

en wat de resultaten waren van de inzet,

niet alleen van bestuursleden, maar

zeker ook van de werkgroepen.

Terugblik

Terugkijkend op het afgelopen jaar is er

wederom veel werk verzet. Er lopen di-

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

verse projecten en binnen de werkgroepen

zijn richtlijnen verder ontwikkeld.

Ook zijn er een aantal onderwerpen

waar we kritisch naar hebben gekeken

en we vragen ons af of de inzet van

de LVDT, qua tijd en geld, wel opweegt

tegen het rendement dat we ervoor

terugkrijgen.

De herregistratie-site is nog steeds in

ontwikkeling; ondanks dat er al veel

gebruik van wordt gemaakt vinden wij

dat het nog beter moet. Er liggen op dit

moment nog verzoeken om de site toegankelijker

te maken. M.n. het toevoegen

van opleidingen levert nu veel zoekwerk

op; dat moet veel eenvoudiger en overzichtelijker

worden.

De eerste dialyseverpleegkundigen met

een LRVV-erkend diploma zijn er. Deze

nieuwe dialyseverpleegkundigen worden

niet automatisch toegevoegd aan de

herregistratiesite. Inmiddels zijn er

formulieren ontwikkeld die opgestuurd

moeten worden om je in te schrijven in

het herregistratiesysteem. Deze formulieren

zijn te vinden op de site.

Er is een digitale nieuwsbrief ontwikkeld,

hiervoor kan je je via de site opgeven.

Tot nu toe is het aantal leden dat zich

hiervoor heeft opgegeven zeer beperkt.

Via de nieuwsbrief word je op de hoogte

gesteld van onderwerpen die aandacht

behoeven en die op de site staan vermeld.

Ook zijn er weer 2 workshops georganiseerd

dit jaar, die goed zijn bezocht. In de

toekomst zullen we geen € 10,- inschrijfgeld

meer vragen, maar wel € 10,-

administratiekosten. Die administratiekosten

worden niet teruggegeven als de

workshop niet is bezocht.

De werkgroepen werden in 2005 secretarieel

ondersteund door het administratiekantoor.

Ellen van Veen moest

daarvoor erg veel tijd besteden aan het

heen-en-weerreizen. Voor 2006 willen

we hier een andere oplossing voor

zoeken.

Structuur

In de afgelopen 10 jaar is de vereniging

enorm gegroeid. Er zijn veel werkgroepen

opgestart en er wordt veel geproduceerd.

Als bestuur willen we met

alle werkgroepen structureel contact

opbouwen, zodat er afstemming tussen


de werkgroepen en het beleid van de

LVDT kan plaatsvinden.

Enkele aandachtsgebieden van de

bestuursleden zullen wijzigen, de

aandachtsgebieden zullen op de site

geplaatst worden.

Beleidskeuzes

Scholing:

Opleiding, verdieping in het vak en

kwaliteit van de geboden zorg zijn de

speerpunten van de vereniging. Besloten

is om de opleidingen die we afgelopen

jaren hebben ontwikkeld in een vaste

structuur aan te bieden. Zo zal de masterclass

maximaal 1 x per 3 jaar worden

gegeven, de eerste zal weer starten in

januari 2007. De expert-classes HD en PD

zullen ook een vervolg krijgen. Ieder jaar

zal er 1 expert-class starten in september,

we starten met de HD-class. De expertclass

acute dialyse is nog niet afgerond

en dus ook niet geëvalueerd maar zal

waarschijnlijk niet als een aparte cursus

blijven bestaan. Onderwerpen daaruit

zullen eventueel worden toegevoegd

aan de HD- en PD-class.

Volgend jaar willen we een nieuwe

opleiding starten: Projectmanagement.

Gezien de vele ontwikkelingen die er zijn

op dialyseafdelingen en de projecten die

moeten worden gestart om de ontwikkelingen

te implementeren is er behoefte

ontstaan aan deze opleiding. Het grote

voordeel van deze opleiding binnen de

vereniging is de herkenbare achtergrond

van de medecursisten. Evenals de andere

opleidingen zal deze cursus ook gericht

zijn op de dialysepraktijk.

Unie van Zorg en Welzijn:

Binnen het bestuur en met Ronald

Oostlander (de vertegenwoordiger van

de LVDT binnen de Unie van Z&W) is

gesproken over de ondersteuning die we

ontvangen van de Unie. Tot op heden is

er nauwelijks aandacht geweest voor de

dialyseverpleegkundigen. Wel is Ronald

nu samen met de Unie aan het bekijken

hoe de inschaling van de leden uit de

academische ziekenhuizen (Fuwavaz)

alsnog verbeterd kan worden.

Gezien de grote kostenpost t.o.v. het

rendement, hetgeen erg gering is, zou

ons voorstel zijn om het lidmaatschap

met de Unie van Z&W te beëindigen.

Daarnaast vinden we dat we als beroepsgroep

ons moeten richten op de

inhoud van het vak en niet op arbeidsvoorwaarden.

AVVV

Als bestuur zien we op dit moment

nauwelijks voordelen als we meegaan

in de nieuwe structuur van de AVVV. Wel

willen we voor de toekomst de mogelijkheid

openhouden om aan te haken op

het moment dat er wel voordelen zijn

voor LVDT-leden. Wij willen tijdens een

persoonlijk contact met de voorzitter van

de AVVV voorstellen om als vereniging

slapend lid te blijven van de nieuw op te

zetten organisatie en jaarlijks te evalueren

en z.n. de afspraken aan te passen als

er ontwikkelingen zijn.

Ledenraadpleging

Het bestuur wil graag weten of de leden

het eens zijn met de keuzes die door het

bestuur worden gemaakt. Wij zijn op dit

moment bezig een ledenraadpleging

voor te bereiden. In januari

2006 zal de vragenlijst

via de LVDT-site kunnen

worden ingevuld. Met behulp

van de analyse van

de antwoorden van de

leden kunnen we ons

beleid verder ontwikkelen.

De uitkomsten

van de ledenraadpleging

zullen tijdens de

ALV worden teruggekoppeld.

L•V•D•T M AGAZI N E

ALV (Algemene Leden-

Vergadering)

De ALV zal volgend jaar weer tijdens de

NND zijn. Gezien de terechte opmerkingen

die er zijn gemaakt over de laatste

ALV willen we volgend jaar zorgen voor

voldoende voorinformatie om iedereen

in staat te stellen voorbereid te kunnen

stemmen over de keuzes die worden

voorgelegd. Wij hopen weer op een grote

opkomst.

Namens het bestuur, Lies Janssen,

voorzitter LVDT

Namens het bestuur, Lies Janssen,

voorzitter LVDT

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Van het bestuur


Van het bestuur

8

L•V•D•T M AGAZI N E

Wij zijn op zoek naar

nieuwe

bestuursleden

Heb je interesse om ons in het bestuur te

helpen, laat het dan weten via:

voorzitter@lvdt.nl

I.v.m. het vertrek van één van de bestuursleden willen we

graag versterking.

Vele handen maken licht werk, werk dat er voldoende is.

Ben je betrokken bij het dialysevak, betrouwbaar,

gedreven en loyaal aan de vereniging, laat dan weten dat

je hier met ons over wil praten.

N N D

Voor de programmacommissie van de NND

zijn we op zoek naar een nieuw lid.

Wil je samen met leden van de NfN de

Nefrologiedagen voorbereiden, meld je dan

aan als nieuw lid via voorzitter@lvdt.nl

Informatie op te vragen bij Charles Versluis

penningmeester@lvdt.nl

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

PVC

Omdat een aantal auditoren heeft

aangegeven te willen stoppen met

de activiteiten voor de plenaire

visitatiecommissie zijn wij op zoek naar

vervangers.

Meld je aan als je belangstelling hebt om

namens de LVDT audits uit te voeren bij

dialyseafdelingen.

Aanmelden bij voorzitter@lvdt.nl

Je wordt dan uitgenodigd voor selectiegesprekken

met

Carin Broeders en Lies Janssen

Ondersteuning voor

LVDT Magazine

Je bent geïnteresseerd in je vak als

dialyseverpleegkundige en wilt dit

ook laten zien door zelf te schrijven of

andere mensen te stimuleren tot het

schrijven over het veelzijdige vak van

dialyseverpleegkundige?

Meld je aan bij het redactieadres:

Magazine@lvdt.nl


Ziekenhuis Gelderse Vallei

een algemeen ziekenhuis op

christelijke grondslag met ruim

500 bedden, waar vrijwel alle

specialismen aanwezig zijn. In

het moderne gebouw ruim

2400 medewerkers en

130 medisch specialisten.

Het ziekenhuis biedt een vol-

ledig pakket aan professionele

zorg en vervult een belangrijke

regionale functie.

Ziekenhuis Gelderse Vallei kiest

voor een mensgerichte en

respectvolle benadering van de

patiënt. Medewerkers krijgen

volop de gelegenheid zich te

ontwikkelen en een bijdrage

te leveren aan verdergaande

professionalisering.

Leidinggevenden in het zieken-

huis hebben een coachende stijl.

Kenmerkend voor de werksfeer

in het ziekenhuis is collegialiteit

en intensieve samen werking.

Binnen de dialyseafdeling is er een vacature voor de functie van

Dialyseverpleegkundige m/v

Het betreft een dienstverband van minimaal 32 uur per week voor onbepaalde

tijd.

Wij zijn ...

Een team van enthousiaste verpleegkundigen, artsen en andere hulpverleners,

die in nauwe samenwerking met elkaar streven naar optimale

zorgverlening aan onze haemodia ly se- en P.D-patiënten. Kwaliteit zit in

ons bloed!

Wij werken ...

Van maandag t/m zaterdag met bereikbaarheidsdiensten.

Met integrerende verpleging.

In een groeiende organisatie.

Wij bieden ...

Een boeiende baan met eigen verantwoordelijkheden.

Een goede werksfeer in een collegiaal team.

Mogelijkheden om kwaliteiten en initiatieven te ontplooien.

Wij zoeken een inspirerende collega die ...

In het bezit is van het diploma A-verpleegkundige of HBO-V, beide aangevuld

met de dialyse aantekening.

Zich in wil zetten voor een goede kwaliteit van patiëntenzorg en belangstelling

voor het vakgebied heeft.

Flexibel kan denken, tactvol en collegiaal en communicatief vaardig is,

technisch inzicht heeft en goed in teamverband kan werken.

De arbeidsvoorwaarden zijn conform de CAO-Ziekenhuizen.

De functie wordt gewaardeerd volgens functiegroep 50 (min. € 1.760,-/

max. € 2.865,- bij een fulltime dienstverband).

Inlichtingen

Nadere informatie over deze functie wordt u graag verstrekt door de heer

A.J. Smilde, unithoofd, ( (0318) 43 57 86.

Solliciteren

Uw schriftelijke sollicitatie kunt u voor 1 februari 2006 richten aan

Ziekenhuis Gelderse Vallei, t.a.v. Jeanne-Marie van Harten, medewerker

personeels-/salarisadministratie, Postbus 9025, 6710 HN EDE

of via e-mail: hartenj@zgv.nl.


10

L•V•D•T M AGAZI N E

25 jaar LVDT:

bijna 35 jaar oud!!

Deel 1: 1972 - 1980

Tekst: Charles André

Het kan de geïnteresseerde lezer van het LVDT Magazine dit jaar nauwelijks zijn ontgaan. En

ook de minder aandachtige bladeraar of de door-het-folie-lezende LVDT-lid moeten het hebben

opgemerkt: de LVDT bestaat 25 jaar. Een feestelijk feit dus en als LVDT Magazine willen we daar

graag bij stil staan.

Mieke voor ’t Hekke

Jeugd

Tijdens de laatste redactievergadering

besloten we een artikel te schrijven over

25 jaar LVDT. In mijn jeugdige overmoed

(41 jaar) riep ik verheugd uit: “dat doe ik

wel”! Het schijnt zo te zijn dat na je 40e

de hang naar het verleden toeneemt.

Vandaar dat enthousiasme.

Euforie

Als een paar dagen later de euforie

van de redactievergadering een beetje

gezakt is en de gewone dagelijkse werkzaamheden

weer op de voorgrond staan,

komen de vraagtekens. Hoe ga ik het

schrijven? Waar vind ik informatie? Wie

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

weet er veel van het ontstaan?

Vervolgens ga je een beetje om je heen

informeren. Er duiken namen op die een

belletje doen rinkelen. Na de namen

volgt de speurtocht naar woon- of verblijfplaats

en telefoonnummers. Eén van

die sporen bracht me in Olst, een dorpje

aan de IJssel tussen Deventer en Zwolle.

Daar woont Mieke voor ’t Hekke, gedurende

liefst 16 jaar was zij de voorzitter

van onze vereniging die toen nog Landelijke

Werkgroep Dialyse en Transplantatie

(LWDT) heette.

De eerste voorzitter(s)

Mieke was niet de eerste voorzitter, die

eer is weggelegd voor Erna Zandhuis

en Marijke van Gurp, samen stonden zij

aan de wieg van de LWDT. En dan praat

ik over 1972! Hé, zult u zeggen: 1972 en

2005 dat is 33 jaar en we vieren slechts

het 25-jarig jubileum. Hoe zit dat? Dat

komt zo: op 17 juli 1980 is de LVDT officieel

opgericht middels een notariële

akte. Die akte is toentertijd opgesteld

door het Utrechtse Notariaat van Mr.

A.M. van Maurik. En toen is ook de naam

gewijzigd van LWDT naar LVDT met de V

voor vereniging.

Onrecht

Toch zou het een groot aantal mensen

onrecht aandoen om deze datum aan

te houden als startdatum voor de LVDT.

Daarvoor is in de jaren 1972-1980 te veel

werk verzet en al heel veel bereikt door

de toenmalige pioniers.

Archief

Tijdens het al eerder genoemde bezoek

aan Mieke voor ’t Hekke kreeg ik de beschikking

over het archief van de vereniging

tot pakweg 1992. Mieke had dit na

haar afscheid als voorzitter in 1992 altijd

zorgvuldig bewaard. En het archief bevat

een schat aan informatie. Veel te veel om

op te noemen en zeker te veel voor één

artikel. Daarom wil ik in dit eerste deel

van 25 jaar LVDT alleen stilstaan bij de

eerste 8 à 9 jaar tot 1980.

Het begin

De oudste brief waar we over beschikken,

alhoewel dat niet geheel zeker is

aangezien hij niet gedagtekend is, is een

schrijven van Oosterhoff en Kassing.

Deze afdelingshoofden van de dialyseafdelingen

van het St. Bonifatius Hospitaal

te Leeuwarden en het St. Franciscus

Gasthuis te Rotterdam signaleren in hun

brief dat de nefrologen zich Europees

verenigd hebben in de EDTA (European

Dialysis and Transplant Association). Zij

constateren dat de uitvoering van de

behandeling plaatsvindt door verpleegkundigen

in teamverband maar dat

deze zich als zodanig nog niet hebben

geformeerd. Uit persoonlijk contact

met collegae is hun gebleken dat er ook

onder dialyseverpleegkundigen een

behoefte bestaat tot uitwisseling van

gegevens over zaken als: organisatie,

personeelsbeleid, wettelijke erkenning

opleidingen en verpleegkundige onderwerpen.

Oosterhoff en Kassing vragen

om reactie middels het invullen van een

aantal vragen.


EDTNA

Vervolgens vinden we een brief van 27

juni 1972. Hierin schrijft Irene Brederode

het volgende: “zoals velen van jullie bekend

is op 8 juni 1972 te Florence de EDT-

NursesA opgericht. De daar aanwezige

Nederlandse verpleegkundigen zijn tot

de conclusie gekomen dat het noodzakelijk

is, dat er meer contact is tussen de

dialyse- en transplantatieverpleegkundigen

in Nederland om in deze internationale

vereniging goed te kunnen participeren

c.q. functioneren. Dit en mogelijk

andere redenen zoals verantwoordelijkheid

etc. kunnen wellicht aanleiding zijn

om te komen tot de oprichting van een

Nederlandse vereniging voor dialyse- en

transplantatieverpleegkundigen.”

Deze brief was gericht aan de afdelingshoofden

van de Nederlandse dialyseafdelingen.

Eén van de reacties was van Erna

Zandhuis, hoofdverpleegkundige in het

Enschedese Stadsmaten Ziekenhuis.

In haar reactie benadrukt zij dat ze

graag ziet dat alle overige werkers op

een dialyse-/transplantatieafdeling ook

kunnen toetreden tot de op te richten

vereniging. Tot slot van haar brief, d.d. 25

juli 1972, biedt zij haar hulp aan bij het

organiseren van een eerste bijeenkomst.

Het vervolg

Er verstrijken enige maanden maar op

25 april 1973 komt de volgende brief. In

die brief, opgesteld door Erna Zandhuis

en Marijke van Gurp, wordt even kort

stilgestaan bij eerdere mislukte pogingen

om een soort organisatievorm in het

leven te roepen. Hierbij geeft men aan

dat men liever niet binnen de bestaande

verplegingsbonden wil integreren omdat

er: “gebleken is dat er bij een aantal

onder ons toch behoefte is aan een overlegorgaan

waarbinnen zaken aangaande

dialyse aan de orde kunnen komen op

landelijk niveau.” De dames Zandhuis

en Van Gurp waren zeer voortvarend

met het plannen van een datum, en wel

17 mei 1973, en een locatie namelijk de

eetzaal van het Academisch Ziekenhuis

te Utrecht.

Opvallend hierbij is natuurlijk ook nog

dat de brief gericht was aan dialyseverpleegkundigen,

dialysassistenten en

dialyse technici.

De eerste vergadering

Niet geheel duidelijk is hoeveel mensen

er aanwezig waren bij de eerste vergadering.

Het aantal lijkt uit te komen op 81

deelnemers uit het hele land.

Wel duidelijk uit de notulen, opgetekend

door Marijke van Gurp, is dat er behoefte

was aan een vereniging met als doelen:

1. het uitwisselen van ervaringen, om

hierdoor tot een mogelijk effectievere

werkwijze te komen;

2. het leggen en verstevigen van onderlinge

contacten, wat zowel patiënten

als verplegend personeel ten goede

kan komen;

3. onze grote aanspreekbaarheid als

groep.

Ook de technici voelden een duidelijke

behoefte om zich aan te sluiten bij de

groep.

Het bestuur

Het volgende punt was de samenstelling

van een bestuur:

Erna Zandhuis (Enschede) en Marijke van

Gurp (Leiden) waren tezamen de eerste

voorzitters.

Antoinette Wessels (Utrecht) de eerste

secretaresse.

Vanuit de technici nam dhr. van Hoessel

(Maastricht) plaats in het bestuur.

Belangrijke besluiten

Andere belangrijke besluiten waren de

noodzaak voor contributieheffing

(fl. 5,- = € 2,26) en het aanvragen van

subsidie bij de Nierstichting Nederland

van fl. 2.500,- (€ 1134,-).

Er werd een commissie van 7 personen

gekozen die zich zou gaan bezighouden

met doelstellingen van de op te richten

vereniging. Een naam voor de vereniging

werd die eerste vergadering nog niet

bedacht. Wel werd een nieuwe verte-

L•V•D•T M AGAZI N E

genwoordiger voor de EDTNA gekozen:

Marijke van Gurp. Ook een nieuwe

vergaderdatum werd vastgesteld op 1 oktober.

Later werd die vergadering verzet

naar 30 oktober 1973. Al met al kan men

eigenlijk zeggen dat met de vergadering

van 17 mei 1973 het echte startsein voor

de vereniging werd gegeven.

Ledenaantal

Enkele maanden na de eerste vergadering

kunnen we constateren dat de vereniging

inmiddels een ledenaantal van

102 telt. Hierbij moet dan wel worden

opgemerkt dat het gaat om verpleegkundigen,

assistenten en techneuten.

Huishoudelijk reglement

Schijnbaar zijn bij de vergadering van

30 oktober toch enkele hamerstukken

gepasseerd. Helaas waren de notulen

niet aanwezig in het archief. Maar

opeens duikt een huishoudelijk reglement

op. Hierin zijn o.a. de hoogte van

de contributie opgenomen en nog meer

regelzaken die iedere vereniging hoort te

formaliseren. In een aanvullende notitie

wordt nog gemeld dat n.a.v. overleg met

het hoofdbestuur en Mr. Rang (jurist

bij de verpleegkundige bonden) wordt

voorgesteld de organisatie als landelijke

werkgroep te laten functioneren. De leden

die verantwoordelijk waren voor het

eerste huishoudelijk reglement zijn: Nel

Nieuwendijk en Agnes Strikwold.

LWDT en de regio

In maart 1974 staat dan ook op de notulen

van een bijeenkomst tussen regionale

vertegenwoordigers en bestuur een

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 11


12

L•V•D•T M AGAZI N E

naam: Landelijke Werkgroep voor Dialyse

en Transplantatie. En later in het jaar 74

wordt tijdens de ledenvergadering van

30 oktober de naam door de vergadering

aangenomen. Verder valt eigenlijk vooral

op dat er sprake is van regio’s. Al bij het

ontstaan van de vereniging is gestart

met de regio-indeling en bijeenkomsten.

Wel is gaandeweg het aantal regio’s

sterk aan wisselingen onderhevig geweest.

Van 6 naar 4 tot 3 en weer 4.

Wisselingen

Binnen het bestuur wijzigde de jaren

erna natuurlijk wel het een en ander. Dhr.

van Hoessel werd al vrij snel opgevolgd

door dhr. Bergsma van het Leeuwardense

St. Bonifatius. En er traden ook meer

leden toe tot het bestuur: Berthy Lemmens

uit Maastricht en Truus Janson uit

Aalst (Eindhoven). Deze laatste was in de

beginfase ook verantwoordelijk voor de

financiën. En die waren de eerste periode

zorgwekkend te noemen. Weliswaar had

de Nierstichting een subsidie toegezegd

maar wel onder voorwaarden. Men

kon niet over het bedrag beschikken

maar moest declaraties opsturen naar

de Nierstichting. Zo kon het gebeuren

dat het eerste verenigingsjaar met een

zorgelijk tekort (fl. 376,88 = € 171,-) werd

afgesloten.

Workshops

Viel eerder al de regio-indeling op, ook

het idee van de workshops werd al vroeg

gelanceerd door Erna Zandhuis. Contacten

met Belgische collegae worden

meerdere keren aangehaald en ook is

er in 1974 een bulletin verschenen. Dat

bulletin kan gezien worden als een zeer

vroege voorloper van de latere INFO,

waarover in een volgend Magazine meer.

Het jaar van

verandering: 1975

In dit jaar zijn een paar ingrijpende wijzigingen

waar te nemen. In de ledenvergadering

van 24 september moet men zich

o.a. uitspreken over enkele aftredende

bestuursleden. Truus Janson wil haar

taak als penningmeester neerleggen.

Marijke van Gurp wil af van het waarnemend

voorzitter zijn en ook Erna Zandhuis

wil eigenlijk niet verder als voorzitter.

De notulen van 24 september 1975

ontbreken helaas. Dus hoe het verder

ging met deze bestuursleden moeten we

uit de verdere jaren destilleren. Positief

in 1975 is de financiële kant van de vereniging.

Had men na het eerste verenigingsjaar

nog een tekort van bijna 175

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

euro. In 1975 keert zich

dit ten goede, ongetwijfeld

door de bijdrage

van de Nierstichting.

Er is nu sprake van

een positief saldo van

fl. 1.756,65 (= € 797,-).

1976: een

nieuw bestuur

treedt

aan

Voor de ledenvergadering

van november

1976 worden de

leden uitgenodigd

door de

waarnemend

secretaris

Frans Koppens

die

zich tevens

kandidaat

stelt voor

de functie

van

bestuurslid.

Met

hem zijn er nog twee

kandidaten en wel: Jeltje de Vries uit

Deventer als bestuurslid en Mieke voor

‘t Hekke stelt zich kandidaat als nieuwe

voorzitter. Blijkbaar is Erna nog een jaartje

doorgegaan maar zijn Truus Janson

en Antoinette Wessels wel afgetreden

in 1975. De taak van Truus blijkt overgenomen

te zijn door Berthy Lemmens en

Frans Koppens is dus de nieuwe Antoinette.

Tijdens de bestuursvergadering van 1

december 1976 worden de bestuursfuncties

alsvolgt verdeeld:

Mieke voor ’t Hekke voorzitter

Frans Koppens secretaris

Vera Dormaar tweede secretaris

Jeltje de Vries PR en penningmeester

Jos Veenendaal afdeling technici

Het rode boekje

Tijdens deze vergadering werd ook gesproken

over een informatieboekje over

de LWDT. Dit werd het rode boekje met

daarin opgenomen een stuk historie en

informatie over de doelstellingen en verschillende

geledingen van de vereniging

(zie kader).

De jaren 77, 78 en 79

In deze jaren gaat het bestuur vrijwel

ongewijzigd door (alleen Jos van ’t Wal-

derveen vervangt

Jos Veenendaal voor

de techneuten) en worden er landelijke

dagen georganiseerd. Tevens is er veel

aandacht voor de erkenning van de

opleiding tot dialyseverpleegkundige.

Zoveel zelfs dat er in 1978 een speciale

commissie wordt opgericht om zich met

dit speerpunt te gaan bezighouden.

Ledenaantallen

Met het aantal leden blijft het deze

jaren een beetje behelpen. Wordt er in

de notulen van 7 december 1977 nog

gesproken over 42 nieuwe aanmeldingen

tijdens de landelijke dag van 9 november

1977, ruim een maand later meldden

de notulen: “het ledenbestand is nog

erg klein, ongeveer 50 leden.”. In 1978

noteren we 78 leden op 4 oktober. Helaas

worden er voor 1980 geen exacte ledenaantallen

meer genoemd.

1979: het jaar van

de vereniging

Weliswaar is de LVDT pas in 1980 definitief

notarieel vastgelegd als vereniging;

de eerste stappen in die richting stammen

uit 1979. Eigenlijk heeft men alle

jaren tot 1979 gediscussieerd over het

aansluiten bij een verpleegbond o.a. Het


Beterschap (nu opgegaan in Unie Zorg

en Welzijn) maar men bleef toch eigenlijk

zeer gehecht aan de zelfstandigheid.

Er werd dan ook informatie ingewonnen

over hoe men verder zou moeten

gaan met de LWDT. Vera Dormaar heeft

daartoe een oriënterend gesprek met de

notaris. Hij adviseert een verenigingsvorm

i.v.m. de aansprakelijkheid. Met die

boodschap gaat het bestuur op 10 oktober

naar de leden tijdens de Algemene

LedenVergadering. En ze kregen groen

licht voor deze verandering.

De akte passeert

Op 17 juli 1980 tekenen Mieke voor ’t

Hekke en Frans Koppens als vertegenwoordigers

van het bestuur en de werkgroep

de oprichtingsakte. En hier eindigt

het eerste deel van de geschiedenis van

de LVDT. In het volgende LVDT Magazine

kijken we naar de jaren 1980 tot 1992.

Geachte relatie

In de uitzending van “Gek op Wielen”

van zaterdag 15 oktober op RTL 7 was te

zien hoe Dirinco in het kader van haar

20- jarig bestaan, als hoofdsponsor en

mede-organisator van de “Doe een Plezier’

rit, ongeveer 70 jonge nierpatiënten

een onvergetelijke dag heeft bezorgd. Zie

bijgaande foto.

Mede door u zijn wij in staat geweest dit

te bewerkstelligen. Wij willen u dan ook

langs deze weg hartelijk bedanken voor

het in ons gestelde vertrouwen gedurende

de afgelopen 20 jaar. Uiteraard

zijn wij u ook in de toekomst graag van

dienst.

Met vriendelijke groet,

Directie en personeel

L•V•D•T M AGAZI N E

Het Rode boekje

Wanneer het rode boekje

precies verschenen is,

is niet uit de gegevens

terug te vinden maar het

moet bijna 1976 zijn. De

eerste pagina vertelt de

lezer:

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 1


14

L•V•D•T M AGAZI N E

Een richtlijn voor het ondersteunen

van het omgaan met

de vochtbeperking

Tekst: Mieke Grypdonck, hoogleraar verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit Gent . Zij heeft de laatste

tien jaar onderzoek gedaan naar het leven met een chronische ziekte.

Veel dialysepatiënten moeten zich aan een vochtbeperking houden. Dat is voor hulpverleners

vanzelfsprekend maar voor patiënten heel lastig. Veel patiënten slagen er niet in. Toch is het

van het grootste belang. Bij een overschrijding van meer dan 5.7% stijgt het risico op overlijden

met 35% (Leggat, J. E., Jr. et al., 1998). Om de verpleegkundigen te helpen hun patiënten te on-

dersteunen bij het naleven van de vochtbeperking, hebben we een richtlijn gemaakt. De richtlijn

is gebaseerd op het onderzoek dat we gedaan hebben over het leven met een vochtbeperking

(Dewettinck, I., et al., 2001; Goverde, C. & Grypdonck, M., 1998; Sioen, J., 2000).

Mieke Grypdonck

Drinken: een fundamentele

behoefte en een sociale activiteit

Niet mogen drinken is heel lastig.

Drinken is inderdaad een basisbehoefte

en dorst lijden is lastig om te verdragen.

Drinken is ook een sociale activiteit.

Veel samenzijn van mensen gaat bijna

natuurlijkerwijs met drinken gepaard.

Drinken is ook een gewoonte. Niet

mogen drinken is dus bijzonder lastig en

heel moeilijk vol te houden en dialysepatiënten

hebben daarbij de steun van de

verpleegkundigen nodig. Daarom hebben

we geprobeerd een aantal inzichten

over het bevorderen van zelfmanage-

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

ment met betrekking tot de vochtbeperking

samen te brengen en heel concreet

te vertalen.

Zelfmanagement

Met zelfmanagement worden de activiteiten

aangeduid die een patiënt, meestal

met een chronische ziekte, uitvoert

om de therapeutische maatregelen die

hij moet nemen gestalte te geven en uit

te voeren. Ons onderzoek en dat van anderen

laat zien dat de patiënt daarbij een

compromis zoekt tussen de eisen van de

ziekte en de eisen van het leven. Dat is

nodig om het leven boven de ziekte uit

te kunnen tillen (Grypdonck, M., 1999).

De patiënt interpreteert wat hij opgedragen

of voorgeschreven krijgt en verzoent

de regels zo goed mogelijk met wat hij

belangrijk vindt. Verpleegkundigen hebben

als opdracht het zelfmanagement

van patiënten te ondersteunen, ook op

gebied van de vochtbeperking.

Een belevingsgerichte benadering

De richtlijn gaat uit van een belevingsgerichte

benadering. Dat wil zeggen dat de

verpleegkundige in de eerste plaats probeert

zo goed mogelijk te begrijpen wat

de ziekte, de dialyse, de behandeling en

de vochtbeperking voor de patiënt betekenen.

De belevingsgerichte benadering

is uitgewerkt in vijf stappen, ontleend

aan het werk van Aart Pool (Pool, A. et al.,

2003; Pool, A. et al., 2001). Ze geven een

zekere structuur aan het verpleegkundig

proces en moeten vermijden dat de verpleegkundige

te snel met adviezen komt,

nog voor ze goed naar de patiënt heeft

geluisterd. Om de belevingsgerichte

benadering te realiseren schrijft de richtlijn

niet voor wat de verpleegkundige

moet doen maar stelt de richtlijn een

aantal mogelijkheden voor, waaruit de

verpleegkundige een keuze kan maken

die bij het leven van de patiënt en bij de

interactie van de verpleegkundige met

de patiënt passen.

De vochtbeperking in

context

Ons onderzoek heeft ons geleerd dat

problemen met vochtbeperking steeds in

de context van het leven van de patiënt

gezien moeten worden. Als de patiënt

te veel andere problemen heeft, kan

hij niet aan de vochtbeperking toekomen.

Ook zijn er patiënten die zo een

moeilijk leven hebben, dat de regels van

de vochtbeperking voor hen geen zin

hebben: ze kunnen niet investeren in een

toekomst - want dat is een vochtbeperking

naleven wel - terwijl ze voor zichzelf

geen toekomst zien of er niet willen aan

denken. Daarom raadt de richtlijn aan


eerst met de patiënt na te gaan welke

andere problemen de vochtbeperking in

de weg zitten en te proberen zijn leven

(meer) ‘op orde’ te krijgen. De toepassing

van de richtlijn heeft ook aangetoond

dat de verpleegkundige daardoor ook

een goede relatie met de patiënt kan

opbouwen.

Informatie en praktische tips

Zelfmanagement is alleen maar mogelijk

als de patiënt over adequate informatie

beschikt. Daarom hebben we samen met

de richtlijn ook een informatiebrochure

gemaakt, waarin de mechanismen van

vocht en vochtbeperking helder worden

uiteengezet (Vlaeminck, B., 2002). Ook

geeft de richtlijn een aantal praktische

tips die verpleegkundigen aan de patiënten

mee kunnen geven over hoe ze de

vochtbeperking vorm kunnen geven.

Wetenschappelijke kennis

De belangrijkste inspiratiebron van de

richtlijn is de wetenschappelijke kennis

die er op dit ogenblik in de verplegingswetenschap

en de gezondheidspsychologie

is over het bevorderen van gezondheidsgedrag

en zelfmanagement. Er is

inderdaad veel bekend over wat mensen

er wel en niet toe brengt het gewenste

gedrag te vertonen. Die inzichten zijn in

de richtlijn zeer concreet vertaald.

De toetsing van de richtlijn

en verder onderzoek

Om de waarde van de richtlijn te toetsen

is ze gebruikt door zes verpleegkundigen

bij de begeleiding van 11 patiënten. De

richtlijn bleek een goede ondersteuning

om met de patiënten rond de vochtbeperking

te werken. De verpleegkundigen

leerden de patiënten veel beter kennen

door de gesprekken die in het kader van

het toepassen van de richtlijn met de patiënten

gevoerd werden en kregen daardoor

veel meer begrip voor hun gedrag.

Ze konden ook meer passende adviezen

geven. Ook de patiënten waardeerden de

begeleiding die ze van de verpleegkundigen

hadden gekregen zeer (Weldam, S.,

Litjens, M. J, & Grypdonck, M., 2004).

In november-december 2005 vindt

een nieuwe opleiding plaats voor

verpleegkundigen die met de richtlijn

willen werken. De ervaringen van deze

verpleegkundigen zullen door Gertie

Verhoeven-Smeets, dialsyeverpleegkundige

en student Verplegingswetenschap

onderzocht worden.

L•V•D•T M AGAZI N E

Het project richtlijnontwikkeling voor

ondersteuning van vochtbeperking

is gefinancierd door een subsidie van

ZON-MW. Het project is uitgevoerd

door Drs. Saskia Weldam en Drs.

Marie-Josée Litjens. Wie een exemplaar

van de richtlijn in pdf-formaat

wil ontvangen, kan mailen naar

janssens.grypdocnk@chello.be. Het

is de bedoeling de richtlijn z.s.m. op

het web te zetten. Een link daarnaar

zal op de website van de LVDT gezet

worden. Wie interesse heeft in een

volgende scholing over het gebruik

van de richtlijn, kan zich opgeven per

mail op het adres janssens.grypdonck@chello.be

met de vermelding

‘scholing dialyserichtlijn’. De scholing

zal worden ingericht als er voldoende

belangstelling is.

Verwijzingen

Dewettinck, I., Grypdonck, M., & Dhondt, A.

(2001). Leven met vochtbeperking: een moeilijke

opdracht. Tijdschrift voor Verpleegkundigen,

111, 675-680.

Goverde, C. & Grypdonck, M. (1998). Leven

met dialyse. Een onderzoek naar de beleving

van patiënten in een passief dialysecentrum

behandeld. Tijdschrift voor Verpleegkunde, 13,

217-226.

Grypdonck, M. (1999). Het leven boven de ziekte

uittillen. De opdracht van de Verpleegkunde

en de Verplegingswetenschap voor chronisch

zieken. Amsterdam: SMD.

Leggat, J. E., Jr., Orzol, S. M., Hulbert-Shearon,

T. E., Golper, T. A., Jones, C. A., Held, P. J., & Port,

F. K. (1998). Noncompliance in hemodialysis:

predictors and survival analysis. Am.J.Kidney

Dis., 32, 139-145.

Pool, A., Egtberts, J., Mast, J., & Keesom, J.

(2001). De steen de berg op rollen. Theorie en

praktijk van verpleegkundige psychosociale

zorg aan chronisch zieken. Utrecht: NIZW.

Pool, A., Mostert, H., & Schumacher, J. (2003).

De kunst van het afstemmen. Utrecht: NIZW.

Sioen, J. (2000). Dialysepatiënten en hun

therapeutisch regime. Een kwalitatief exploratief

onderzoek. Licentiaatsscriptie Medisch

Sociale Wetenschappen, Universiteit Gent.

Vlaeminck, B. (2002). Voorlichting aan hemodialysepatiënten

in verband met vochtbeperking.

Ontwikkeling en toetsing van een brochure.

Licenciaatsscriptie Medisch-Sociale Wetenschappen,

Universiteit Gent.

Weldam, S., Litjens, M. J., & Grypdonck, M.

(2004) Richtlijnontwikkeling voor bevordering

van adequaat zelfmanagement met betrekking

tot de vochtbeperking bij hemodialysepatiënten:

een belevingsgerichte aanpak.

Disciplinegroep Verplegingswetenschap,

Universiteit Utrecht. 2004.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 15


16

L•V•D•T M AGAZI N E

Anderstalige nierpatiënten

in het Leyenburg Ziekenhuis

leren Nederlands!!

Tekst: Jacques van Santvoord, medisch maatschappelijk werk, HagaZiekenhuis, locatie Leyenburg

De afdeling dialyse van het HagaZiekenhuis locatie Leyenburg in Den Haag heeft naast Neder-

landse ook anderstalige patiënten. Om de begeleiding van deze patiënten zo optimaal mogelijk

te laten plaatsvinden heeft Jacques van Santvoord van de afdeling Medisch Maatschappelijk

Werk de Mondriaan onderwijsgroep uit Den Haag verzocht uit te zoeken wat de mogelijkheden

zijn om hen lessen in de Nederlandse taal aan te bieden.

Behandelzaken blijven

onderbelicht

De nierfunctievervangende behandeling

is ingewikkeld en vereist een goede communicatie.

Tijdens het Multi Disciplinair

Overleg bleek regelmatig dat het voor

het verpleegkundig personeel en de nefroloog

moeilijk was in te schatten of de

behandeling voor de anderstaligen het

optimale rendement opleverde. Nadat

de verpleging, middels een communicatieschrift

tussen familie en ziekenhuis

besefte dat een aantal behandelzaken

onderbelicht bleven, leek het moment

aangebroken om naar alternatieven te

zoeken.

Vaak bleek in een gesprek met een bemiddelaar

uit het tolkencentrum dat er

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

door de patiënt verschillende aspecten

van de behandeling benoemd konden

worden die middels medicatie of door

een toevoeging aan de hemodialysebehandeling

de kwaliteit van welbevinden

aanmerkelijk konden verbeteren. Soms

werd duidelijk dat de patiënt al een

periode lang klachten had die hij/zij

niet kon overbrengen en er dus onnodig

lichamelijke klachten waren die ook hun

dagelijkse gang van zaken beïnvloeden.

Lespakket anderstaligen op

de dialyseafdeling

Gewoonlijk kunnen anderstaligen een

inburgeringscursus volgen om zo Nederlands

te leren. Nierpatiënten echter

lopen tegen het probleem aan dat zij

door hun behandeling, die driemaal in de

week plaatsvindt, en de tijden van deze

behandeling, niet kunnen deelnemen

aan deze cursus. Zij zijn ook vaak te ziek

om zich voldoende te kunnen concentreren.

Om dit probleem te ondervangen

hebben behandelaar en verpleegkundigen

al veel geprobeerd zoals de zaken

die hier benoemd zijn. Met Mw. Harhar

als vertegenwoordiger en gesprekspartner

van het Mondriaan College is toen

gezocht naar een lespakket dat speciaal

gericht was op de dialysebehandeling.

Op de voorgrond kwam te staan dat

ieder moest leren om aspecten van het

eigen lichaam te benoemen en onder

andere begrippen als pijn, ongemak en

het aangeven hiervan leerde hanteren.

Hiermee zou in een eerder stadium een

verbetering in de behandeling bewerkstelligd

kunnen worden, naast het feit

dat betrokkene meer uit zijn/haar isolement

zou kunnen komen.

Subsidie van de

Nierstichting

Om dit te kunnen realiseren heeft

Jacques van Santvoord, in een periode

dat de discussie over vermaatschappelijking

gevoerd werd, met een offerte in

de hand aangeklopt bij de Nierstichting

met als positief resultaat dat een subsidie

werd toegekend voor een lestraject

van drie maanden. Drie patiënten konden

twaalf weken deelnemen en hieruit

moest bezien worden of er voldoende


taal- en begripsrendement te boeken

viel. Het lesgeven heeft plaatsgevonden

in een apart ingerichte ruimte op de

dialyseafdeling.

Inbegrepen in het aanbod was een

workshop met handreikingen waaraan

de verpleegkundigen konden deelnemen

om beter te kunnen communiceren met

de anderstaligen.

Docente Ellen van der Craats, werkzaam

bij het Mondriaan College en oud-verpleegkundige,

heeft nu jaren ervaring

in het lesgeven aan buitenlanders; zij

kon door zelf een buitenlandse taal te

spreken bij de verpleegkundigen het

gevoel overbrengen hoe het is als je geen

contact kunt krijgen met je omgeving.

De uitvoering

Voor de patiëntengroep was gekozen

voor het thema gezondheid.

Zij kregen kleine geïllustreerde buitenschoolse

opdrachten die zij op de afdeling

konden uitvoeren. De verpleegkundigen

konden de cursisten helpen met het

opbouwen van hun woordenschat. Ook

kregen de cursisten het lesprogramma

mee op cassettebandjes waardoor zij ook

in de thuissituatie konden oefenen. Hierbij

bleek het van belang dat de cursisten

hun eigen lichaam leerden benoemen.

Van alle met de cursisten doorgenomen

begrippen is ook een logboek aangelegd

waardoor het voor, met name de

verpleegkundigen, inzichtelijk was wat

er die week in het lesprogramma aan

de orde was geweest. In samenspraak

met de verpleging werden drie vrouwen

geselecteerd die uit verschillende taalgebieden

afkomstig waren en waarmee de

communicatie op de afdeling moeizaam

verliep.

Resultaat

De methodiek om anderstaligen bewust

te betrekken en te ondersteunen bij hun

behandeling op een dialyseafdeling is

een goede keuze geweest. Gebleken is

dat alle drie de vrouwen vrijer werden in

de omgang met de verpleegkundigen en

het leuk vonden om met de taal aan de

slag te gaan. Ook bleek dat alle betrokkenen

alerter werden en dat een aantal

behandelzaken sneller en goed geregeld

konden worden. Echter de periode van

lesgeven is te kort gebleken om de continuïteit

in de taal vast te kunnen houden.

Ook bleek dat er bij de drie vrouwen

een niveauverschil in leren was, wat het

nodig maakte dat ieder voornamelijk op

individuele wijze benaderd moest worden.

De keuze om na de dialysebehan-

deling de lessen te laten plaatsvinden

is ongelukkig gebleken. De deelnemers

hadden de bekende vermoeidheidsbeperkingen

die velen hebben na de altijd

ingrijpende behandeling. Echter, door

allen is aangegeven dat voortzetting van

een soortgelijk traject noodzakelijk is om

anderstaligen uit hun sociaal en behandelisolement

te kunnen halen.

Vervolgtraject

Dit project zal dan ook zeker een vervolg

gaan krijgen.

Inmiddels is duidelijk dat de gemeente

Den Haag, die invulling geeft aan de inburgeringscursus

voor de inwoners van

de stad, ook subsidie verstrekt aan specifieke

projecten. Op dit moment wordt

onderzocht of en hoe dialysepatiënten

hiervoor in aanmerking kunnen komen.

Van belang is dat de lesgevende naar de

patiënt toe moet komen in plaats van

omgekeerd.

Ook moet nog gezocht worden naar

L•V•D•T M AGAZI N E

een mogelijkheid waarin het aantal

deelnemers vergroot kan worden op een

dusdanige manier dat het ook inpasbaar

is in het dialyseschema en rekening

gehouden wordt met de beschikbare

ruimte op de afdeling. Als laatste is het

goed dat de mensen die nu in afwachting

zijn van een verblijfsstatus kunnen

aan gaan tonen dat zij de noodzakelijke

Nederlandse les kunnen gaan volgen.

Kortom, er is nog het nodige te regelen

voor deze patiëntengroep. Vast staat dat

het gehele behandelteam van de dialyse

met daadkracht heeft klaargestaan om

deze ontwikkeling mogelijk te maken.

Zoals het er nu uitziet is er opnieuw

enthousiasme om een vervolg te

creëren.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 1


18

L•V•D•T M AGAZI N E

Dit schreven ze toen

Back to 1993

Onderstaand verslag is voorgedragen door Mw. S. Botermans, maatschappelijk werkende, werkzaam in het Lucas Ziekenhuis in Amsterdam

ter gelegenheid van de opening van de dialyseafdeling van het Drechtsteden Ziekenhuis te Dordrecht.

Bewerkt: november 2005 door Charles André

Anno 1993 leven we in Nederland in een multiculturele

samenleving. In dit verslag zullen we de

gevolgen daarvan in de gezondheidszorg en in

het bijzonder op de dialyseafdelingen aan de orde laten komen.

Centraal daarbij staan misverstanden door communicatieproblemen

en onwetendheid.

De aantallen

Het aantal buitenlanders in Nederland op 1 januari 1993 bedraagt

1,3 miljoen, zag ik pas in de krant. Nadere lezing liet zien dat hierbij

bedoeld werd: iedereen die buiten Nederland geboren is.

Wie vallen op

Migranten die integreren in onze Hollandse maatschappij vallen

nauwelijks op. Vooral als men de Nederlandse taal accentloos

spreekt en de huidskleur aan de lichte kant is. Anders is dat als

men slecht Nederlands spreekt of men een donkere huidskleur

heeft. Uit onderzoek bij migranten uit het gebied rond de Middellandse

Zee blijkt dat ongeveer 30% hiervan zich ‘aanpast’ aan

de samenleving van het gastland (open houding). Deze groep

valt dus weinig op. Een andere 30% past zich wel wat aan en

leert de taal maar houdt ook vast aan de cultuur van het land van

herkomst (afwachtende houding). Een groep van ongeveer 40

% past zich slecht aan (gesloten houding). Cultuurverschillen en

taalproblemen maken de communicatie moeilijk. Bovendien heb

je vaak te maken met mensen uit de onderste lagen van de maatschappij.

70% van de hier aanwezige Marokkanen is Berber, komt

van het platteland en is vaak analfabeet, vooral de vrouwen.

Aanpassen

Je hoort wel eens de uitspraak: ‘’ze moeten zich maar aanpassen”

en/of “ze leren eerst de taal maar en dan komen ze maar terug”.

Natuurlijk kun je zo’n stelling verdedigen. Maar wat betekent dat

in de praktijk? Als er een Marokkaanse vrouw met een doodziek

kind op de stoep staat, help je dan niet? Het kan kostenbesparend

zijn om wat extra tijd in een betere communicatie met

bovengenoemde groep te steken. Het komt nogal eens voor dat

migranten allerlei dure onderzoeken ondergaan die helemaal

niet nodig zouden zijn als men wat meer tijd besteed had aan

het stellen van een juiste diagnose.

De taal

In het dialysecentrum waar ik werk zijn momenteel 30 van de

ruim 98 patiënten niet in Nederland geboren (11 nationaliteiten).

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Centraal bij een kleine groep ‘niet aangepaste’ emigranten op de

dialyseafdeling staat het taalgebruik. Vooral artsen en verpleging

maar natuurlijk ook de patiënt ondervinden hinder hiervan. De

meest voor de hand liggende oplossing is Nederlandse taalles.

Echter op de korte termijn heb je daar weinig aan. Na anderhalf

jaar les kon een 60-jarige Turkse patiënte, die analfabete was en

bij ons dialyseerde, haar eigen naam schrijven.

Vaak wordt er door hulpverleners gebruik gemaakt van Nederlands

sprekende kinderen, vrienden, buren of schoonmakers in

het ziekenhuis. Aan al deze oplossingen kleven bezwaren. Het

tolken door kinderen is zelfs sterk af te raden. Vaak spreken ze

goed Nederlands maar de taal van de ouders slecht. Je weet niet

wat er over komt. Je belast de kinderen met zaken die hen soms

niets aangaan. Je geeft het kind een ongezonde machtspositie

(mijn moeder is dom, ze snapt er nog steeds niets van). Taboezaken

blijven onbesproken en u werkt mee aan schoolverzuim. Bij

vrienden en/of buren spelen voor een deel dezelfde problemen.

Bovendien is het niet ongebruikelijk dat men zich voor het tolken

laat betalen, waarmee soms grote bedragen zijn gemoeid. Angst

voor roddel maakt dat men ook bij ‘de onbekende’ schoonmakers

niet over belangrijke zaken wil spreken. Wat dan?

Tolkentelefoon

Gelukkig hebben we in Nederland het Tolkencentrum. Over

Marokkaanse en Turkse tolken kunt u elke dag gratis beschikken.

Voor niet al te ingrijpende gesprekken maar ook voor een

gewoon vraagje: als: ”hoe maakt u het?”, draai je het nummer

van de tolkentelefoon en bijna altijd krijgt u meteen de tolk die

de vraag voor u vertaalt. Ik vul zelfs via de telefoon samen met de

patiënt formulieren in. Voor andere nationaliteiten moet meestal

vooraf afgesproken worden. Dan ligt een en ander wat moeilijker.

Voorlichting voor dialyse

Rekening houdend met de meestal gebrekkige kennis van

migranten van het eigen lichaam is het mijns inziens niet zinvol

eenzelfde soort voorlichting voor dialyse te geven als bij de

Nederlanders.

Men wil vooral weten wat de behandeling betekent voor het

dagelijks leven. Wees in aanwijzingen eenvoudig en duidelijk.

Zeg niet: ”het zou beter zijn in de toekomst wat minder producten

te eten waar veel kalium in zit” maar zeg: ”u mag per dag een

tomaat eten en geen koffie drinken”.


Compleet anders

Wat is het toch weer akelig snel

donker buiten, zeg. Als je nog geen

herfstdepressie had dan kreeg je

er wel eentje. Zou de CV de winter doorstaan? Start mijn

pensioen nu echt vanaf mijn zeventigste? Word je allemaal

niet vrolijk van.

Dan nu maar iets compleet anders. Stel, je ligt opgenomen

in het ziekenhuis met bedrust. In alle vroegte word

je naar de dialyseafdeling gereden om gespoeld te worden.

Er is geen tijd voor ontbijt geweest, ongewassen rol

je door het gangenstelsel, lift in, lift uit. Je blad met eten

op je bovenbenen, de pillen er nog bovenop, de status en

het verpleegkundig dossier van de afdeling in je zij, zijn

we nog op tijd? En dan komt de verpleegkundige.

De manchet van de bloeddrukmeter zoeft kundig om

je arm en begint grommend te meten. De dopjes van

je tesio draaien soepel los, het citraat wordt met een

zuigende spuitbeweging onttrokken aan je slangetjes,

het eerste bloed laat zich deze ochtend zien en voor je het

weet zijn je vier uur aftellen begonnen.

Je onderlaken wordt verschoond door eerst op de ene,

dan op de andere zij te draaien en dan komt de grote verrassing:

het bovenlaken!

Voorbereiding:

• Licht de patiënt in

• Zoek een collega (liefst één die in is voor wat nieuws)

• Pak een schoon laken

Werkwijze:

• Ga in het midden van de lange zijde van het bed

staan

• Vraag je (leuke) collega hetzelfde te doen maar dan

aan de andere kant van het bed

• Oeps, was eerst je handen

• Zoek de vier punten op van het laken

• Neem allebei in iedere hand een lakenpunt

• Tel af (bijvoorbeeld tot drie) en trek met grof geweld

de punten uit elkaar

Complicaties

L•V•D•T M AGAZI N E

• Je hebt de verkeerde punten gekozen waardoor het

laken overdwars op de patiënt komt te liggen

• De patiënt kan door het overweldigende effect spontaan

in huilen uitbarsten

• Verslaving

Veel succes en schaam je maar niet, ga het lekker zelf ook

eens proberen. Ook leuk voor een teambuildingsdag.

Column The Naked Nurse

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 19


Van het bestuur

. . . m a s t e r t h e

Power

Polyflux H

. . . d e k r a c h t v a n i n n o v a t i e

Gambro+Hospal B.V. Franse Akker 1 4824 AL Breda

Tel. 076 5303600, Fax 076 5411968, www.gambro.com.

®


L•V•D•T M AGAZI N E

DIALySE ALL OVER TH E W RLD

Tekst: Margreet Gutker

Margreet Gutker over…

Dialyse in

Nieuw-Zeeland

Het was in januari 2004 dat mijn partner Wouter

en ik ons Nieuw-Zeeland avontuur zijn begonnen.

Na maandenlange voorbereiding moest ik om

mijn verplichte registratie als verpleegkundige

in Nieuw-Zeeland te voltooien een “Competency

Course For Overseas Nurses” volgen. Dit was een

4-weekse cursus waarin je bekend werd gemaakt met

verpleegkunde en cultuur in Nieuw-Zeeland

Hierna heb ik een jaar gewerkt als Renal nurse in

Hastings, Hawkes Bay. Dit was een satelietunit

van de dialyseafdeling in Wellington Hospital en

bestond uit 7 stations. Er waren geen nefrologen in het ziekenhuis,

dus je was aangewezen op je kennis en ervaring en bij problemen

kon je naar Wellington bellen. Na ongeveer 8 maanden

begon het te kriebelen en wilde ik me toch weer op managementtaken

gaan richten. Toen ik een advertentie zag voor Nurse

manager Haemodialysis in Middlemore Hospital in Zuid-Auckland

heb ik daarop gereageerd en kreeg de baan aangeboden.

Eind april dit jaar ben ik daar gestart.

Een oud Nederlander in dialyse ( foto gemaakt met toestemming van

de patiënt)

Gezondheidszorg in Nieuw-Zeeland

Margreet in Napier

De gezondheidszorg hier in Nieuw-Zeeland is verdeeld in District

Health Boards (DHB). Iedere DHB is verantwoordelijk voor de

gezondheidszorg in een bepaald gebied. Niet alleen de ziekenhuiszorg

maar echt alle zorg. De Public Healthcare is gratis in

Nieuw-Zeeland maar vanwege de enorme kosten en beperkt

budget zijn er ellenlange wachtlijsten. Daarom zijn er ook diverse

privé-klinieken en als je het je kan veroorloven dan sluit je een

privé-verzekering af. Middlemore Hospital is in Zuid-Auckland

en is onderdeel voor Counties Manukau District Health Board

(CMDHB) en verantwoordelijk voor de gezondheidszorg voor

ongeveer 450.000 inwoners. Voor de komende jaren wordt er

een flinke bevolkingsgroei verwacht. Veel inwoners zijn van Ma-

Het team in de acute/passieve HD unit. Culturele diversiteit alom

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 21


Dialyse all over the world

22

L•V•D•T M AGAZI N E

Art Deco weekend in Napier Jonge Jan van Gent die op het punt staat uit te vliegen. Cape Kidnappers,

Hawkes Bay

ori-afkomst of komen oorspronkelijk van de Pacific Islands, zoals

Tonga, Fiji en Samoa en leven in armoedige omstandigheden.

Diabetes is een enorm probleem, want ondanks dat veel mensen

onvoldoende geld hebben om van rond te komen eten ze heel

veel ongezond fastfood. Je ziet dan ook veel mensen met een

enorm overgewicht. Er zijn nu allerlei initiatieven gaande om de

kerken in te schakelen om mensen ervan proberen te overtuigen

om beter voor zichzelf te zorgen. Na de kerkdienst kun je dan je

bloeddruk, bloedsuiker en gewicht laten controleren en krijgen

de kerkgangers richtlijnen mee. In een van de kerken heeft de

priester het goede voorbeeld gegeven door 20 kilo af te vallen en

ook zijn veel te zware zoon is op dieet.

‘diabetes is een groot probleem’

Cultuur

De oorspronkelijke bewoners in Nieuw-Zeeland zijn de Maoris. In

hun cultuur staat de familie centraal. Beslissingen worden met

de hele familie, Whanau, genomen. De verpleging van de Maoripopulatie

is aan regels gebonden en kennis van hun cultuur is

dan ook essentieel als verpleegkundige. Er zijn op dit moment

vele politieke tegenstellingen over hoe de Maori-populatie

behandeld wordt. In 1840 is de Treaty van Waitangi afgesloten

waarin de Engelse overheersers een overeenkomst met de

Maori- leiders sloot om de macht over te dragen aan de Kroon.

De interpretatie van deze overeenkomst ligt nog steeds gevoelig.

Vele Pakeha’s, inwoners van Europese afkomst, zeggen “we leven

nu en niet in het verleden en we zijn een Nieuw-Zeeland” terwijl

vele Maori-leiders zeggen dat ze verkeerd zijn behandeld en dat

zij bepaalde rechten hebben en deze willen opeisen. Tja, en waar

ligt de waarheid?

De realiteit is wel dat de Maori-populatie vaak minder geschoold

is en gemiddeld 10 jaar korter leeft dan de Pakeha’s. Ook maken

ze veel vaker gebruik van de gezondheidszorg. Daarom wordt er

veel aandacht besteed aan voorlichting en het benaderen van de

mensen in hun eigen woonomgeving.

Verder is Auckland, een stad met 1,2 miljoen inwoners, een smeltkroes

van culturen. Er leven mensen van de Pacifis Islands, India,

Filipijnen, China, Europa, noem maar op.

‘er zijn nog vele politieke tegenstellingen’

Renal service in CMDHB

De Renal service in CMDHB is de grootste in Nieuw-Zeeland en

bestaat uit de volgende units:

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

• 20 stations acute dialyse en passieve HD

• 20 stations Assisted Care

12 stations Self-care sateliet in de Manukau Superclinic

• 8 stations Home haemo training unit, verantwoordelijk voor

76 thuisdialyse- patiënten (tegen de tijd dat jullie het lezen

waarschijnlijk 80)

• 3 community dialysefaciliteiten

• 105 PD-patiënten

• renal ward met 20 bedden en 5 kamers met dialyseaansluiting.

Daarnaast nog de poliklinieken die op verschillende plaatsen

plaatsvinden en de pre-dialyse- en transplantatiepoliklinieken.

In totaal hebben we de zorg voor zo’n 400 dialysepatiënten en

zo’n 100 predialyse- patiënten. Dat aantal groeit gestaag en we

verwachten begin volgend jaar tegen capaciteitsproblemen op

te lopen.

‘ook in Nieuw-Zeeland is er een multidisciplinaire aanpak’

Dialyseteam

Er werken zo’n 100 verpleegkundigen, dialysis tecnicians, health

care assistents, 7 nefrologen, 2 nefrologen in opleiding, diëtisten,

maatschappelijk werkers en Gambro- technici. Kortom, ook hier

is sprake van een multidisiplinaire aanpak.

De Clinical Head is toevallig ook een Nederlander. Het is Johan

Rosman die voor zijn vertrek naar NZ in het Westeinde Ziekenhuis

heeft gewerkt.

Met dialysistecnicians bedoel ik niet de dialysetechnici uit Nederland.

Dit zijn medewerkers met een Bachelor of Science degree.

De meesten zijn opgeleid in Singapore of Zuid-Afrika en zij

voeren de dialyse uit onder supervisie van de verpleegkundigen.

Ze mogen eigenlijk alleen geen IV-medicatie geven en ze geven

alleen bloedtransfusies als ze daarvoor geaccrediteerd zijn. Daarnaast

zijn ze verantwoordelijk voor het dagelijkse onderhoud

van de RO en vaak worden ze er direct bijgehaald als er machineproblemen

zijn. Ook zijn de meesten echte specialisten in het

aanprikken van moeilijke en nieuwe shunts. Het is voor mij een

nieuwe ervaring om met hen te werken en ik heb veel respect

voor hun kennis en vaardigheden gekregen. Het verpleegkundige

team en tec’s bestaat uit diverse culturen. Ze komen uit India,

Korea, China, Filipijnen, VS, Fiji en een enkele Kiwi. Als je je dan

realiseert dat een groot deel van de patiënten Engels ook als

een tweede taal (of helemaal niet) heeft dan is het, denk ik, wel

begrijpelijk dat er soms communicatieproblemen zijn. Om dit


Ons huurhuis in Clevedon, Zuid Auckland Plasma ferese in de dialyse-unit

toch allemaal ze soepel mogelijk te laten verlopen kunnen we

een beroep doen op Cultural Support en tolken. Cultural Support

is er speciaal om ons en de patiënten te helpen met de culturele

aspecten van de Pacific Island en Maori-populatie.

In Middlemore Hospital werken we met Gambro machines. Voor

CAPD zijn we begin dit jaar naar Fresenius overgestapt. Voor de

haemodialyse is een 5-jarig partnership met Gambro getekend.

We betalen een vast bedrag per behandeling, dat is voor de

lijnen, filter, naalden, spuiten, NaCl, aansluitpakketten, etc. Ook

de lease van de machines zit bij die prijs inbegrepen. Door stevige

concurrentie en een kleine markt zijn de prijzen in Australië en

Nieuw- Zeeland onvoorstelbaar laag als je dat met Nederland

vergelijkt. En dan geeft Gambro ook nog een flink bedrag per

jaar voor onderwijs, congressen etc.

‘ook hier zal het aantal patiënten drastisch toenemen’

De machines zijn allemaal single pomp. Er wordt in Nieuw-

Zeeland en Australië nauwelijks dubbelpompsdialyse gedaan.

Alleen onze acute machines zijn uitgerust met dubbelpomp. Een

paar weken geleden hebben we in een acute situatie een paar

SN-behandelingen gedaan en alleen ik en een van de tecnicians

konden die behandeling doen. Nu worden er meer verpleegkundigen

voor opgeleid.

Ook Plasmaferese wordt door de dialyseverpleegkundigen gedaan.

Hiervoor hebben we een Prisma-machine.

20 oktober 2005: opening community unit in Pukekohe. George, in

training voor deze unit, Dave lilley, Charge Tecnician Home haemo unit

en ik.

L•V•D•T M AGAZI N E

Eerder schreef ik al dat we een gestage groei van het patiëntenaantal

verwachten. Het topmanagement van de CMDHB heeft

aangegeven dat ze niet zoveel extra geld meer willen besteden

aan dialyse. Daarom zijn we genoodzaakt naar andere wegen te

zoeken om het aantal patiënten toch te kunnen behandelen. Op

dit moment wordt er hard gewerkt om de predialyse te verbeteren

want een te groot deel van onze patiënten start acuut met

dialyse. Voor een deel komt dit doordat de patiënten niet op komen

dagen voor hun afspraken. Dit is een cultureel aspect want

je wilt pas horen wat er aan de hand is als je ziek bent en dan

moet er voor je gezorgd worden. Maar toch denken we dat we

flinke winst kunnen boeken met het verbeteren van onze service.

Verder gaat er ook veel aandacht uit naar het managen van de

patiëntenflow. Als een patiënt acuut start met behandeling dan

wordt hij zo snel mogelijk naar een selfcare afdeling overgeplaatst

of wordt er een Tenckhof katheter geplaatst. Indien een

patiënt in aanmerking komt voor thuisdialyse dan start hij

zo snel mogelijk met training, meestal met een permanente

katheter en in een later stadium volgt dan een training voor het

aanprikken van de shunt. Dit jaar denken we zo’n 30-35 nieuwe

patiënten te trainen voor thuisdialyse. De gemiddelde trainingstijd

is 7 weken. Als patiënten al gestart zijn met selfcare training

dan zijn ze vaak al na 3 weken thuis.

‘zelfstandige dialyse in Pukekohe’

Zo’n 18 maanden geleden is er gestart met een voorziening waar

patiënten zichzelf kunnen dialyseren. Dit is een gewoon woonhuis

in bezit van de ADKS, Auckland Kidney Society, zeg maar de lokale

Nierstichting. Er zijn 3 kamers met ieder 2 dialysemachines en 1

kamer met een bed voor nachtdialyse. Patiënten maken zelf een

rooster en dialyseren geheel zelfstandig. Zij zijn volledig getraind

voor thuisdialyse. De meeste patiënten die hier gebruik van maken

kunnen door sociale omstandigheden geen machine thuis plaatsen

en sommigen voelen zich te onzeker om thuis te dialyseren en

hebben een paar maanden de tijd nodig om aan alles te kunnen

wennen. Vorig jaar is er een voorziening met 6 stations in een

andere wijk geopend. En de laatste voorziening hebben we op 20

oktober dit jaar geopend in het ziekenhuis in Pukekohe, een plaats

25 kilometer ten zuiden van Middlemore. Hier startten we met 2

machines maar er zijn al 4 patiënten in training voor deze locatie

dus we denken dat we al snel moeten gaan uitbreiden. Deze voorzieningen

in de community zijn dus een enorm succes. Op deze

manier kan een groep patiënten die anders afhankelijk zou zijn

van een dialysecentrum toch geheel zelfstandig dialyseren.

Dialyse all over the world

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 2


Dialyse all over the world

24

L•V•D•T M AGAZI N E

Mata Peak, Hawkes Bay Waitakere Ranges, West Auckland

Verpleegkundige opleiding

In Nieuw-Zeeland moet je een Bachelor degree volgen voor je General

Nursing degree. Dit is te vergelijken met het niveau van een

HBO-opleiding in Nederland. Hiermee kun je je registreren bij de

Nursing Council of New Zealand. Zij geven een jaarlijks Practising

Certificate uit en dan mag je je beroep als verpleegkundige

uitoefenen. Ieder jaar moet je bewijzen dat je voldoende praktijkervaring

en onderwijs hebt gevolgd. Ook moet je je portfolio

klaar hebben. De meeste DHB’s hebben een Clinical Pathway

Programme dat is geaccrediteerd door de Nursing Council. Bij

Counties Manukau’s DHB moet je na een jaar je eerste portfolio

inleveren. Daarmee wordt dan beoordeeld of je aan de gestelde

criteria voldoet. Je hebt 4 niveau’s waarop je je portfolio kunt

indienen, Advanced Beginner, Competent, Proficient en Expert.

Je wordt geacht 2 jaar na diplomering het Competent niveau te

hebben bereikt. En dat is dan ook het minimumniveau waarop

je moet werken. Verder heb je de Senior Nurses. Dit zijn b.v. de

praktijkbegeleiders, teamleiders en predialyseverpleegkundigen.

Hun portfolio’s moeten dan ook weer aan hogere eisen voldoen.

‘come on and get it’

Om te kunnen werken in een gespecialiseerd gebied hoef je

in NZ geen speciale opleiding te doen. Je kunt gewoon na een

inwerkperiode aan de slag. In Middlemore is er een trainingsprogramma

opgesteld om het door ons gewenste niveau te krijgen.

Eerst is er een periode van 4 weken waarin de nieuwe medewerker

theorie en praktijk leert door de Staff trainer. Daarna komt

de medewerker op de afdeling en werkt 2 weken boventallig met

een vaste begeleider. Daarna krijgt zij 2 patiënten toegewezen

en groeit langzaam naar 3 patiënten die in de incentre unit door

een verpleegkundige worden gedialyseerd. De nieuwe medewerker

krijgt een werkboek om opdrachten uit te voeren. Ook wordt

zij geboekt voor de Introductie in HD studiedag. Daarna krijgt de

medewerker een tweede werkboek en de Advanced Haemo studiedag

en daarna komt de Acute Module aan de beurt met weer

een werkboek. Maar dan ben je inmiddels een jaar verder. Op die

manier proberen we de groei van de kennis te bewaken.

Dit is echter geen landelijk beleid; ik weet dat je in diverse andere

units gewoon een paar weken boventallig bent en dan word je

voor de leeuwen geworpen.

Bij een aantal universiteiten kun je wel een Renal Postgraduate

diploma halen. CMDHB probeert dit ook te stimuleren en heeft

speciale fondsen om dit te kunnen doen. Maar dat is geheel

vrijwillig.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Nieuwe dialyseontwikkelingen

De belangrijkste ontwikkeling voor het komende jaar is de implementatie

van Exalis en Clinical Vision. Dit is het dialysecomputerprogramma

van CCL. Als alles volgens plan gaat dan gaan

we februari 2006 live. Dit is een van de dingen waar ik echt naar

uitkijk want het is toch wel weer heel primitief zonder een goede

database.

Verder willen we een vascular access nurse gaan aanstellen. De

discussie gaat nu een beetje over het opleidingsniveau van deze

verpleegkundige maar we denken dat deze functie naar een

Nurse Practioner positie kan groeien.

En vervolgens zijn we plannen aan het maken om in de loop van

volgend jaar te gaan starten met HDF-online.

LVDT?

Ja, er is hier ook een vereniging voor Renal nurses. Het is de RSA,

Renal Society Australasia. Deze vereniging richt zich vooral op

Australië maar heeft ook een Nieuw- Zeelandse afdeling. Ieder

jaar organiseert een dialysecentrum een 2-daags congres. Dit

jaar wordt het door de twee Aucklandse ziekenhuizen georganiseerd.

Er komen zo’n 100 verpleegkundigen. Verder vindt er ieder

jaar een groot congres in Australië plaats.

Voor de rest zijn bijna alle verpleegkundigen aangesloten bij

de NZNO, de vakbond voor verpleegkundigen. De belangrijkste

ontwikkeling van 2005 voor verpleegkundigen in Nieuw-Zeeland

is de 20% loonsverhoging. Deze wordt in etappes ingevoerd,

volgend jaar juli volgt de laatste 7% loonsverhoging. Dat was

een enorme campagne die met veel succes gevoerd is. Het was

ook echt noodzakelijk omdat de meeste jonge verpleegkundigen

naar het buitenland vertrekken om flink te verdienen en hun

studieschuld af te lossen. Gevolg, een groot tekort aan verpleegkundigen.

Ik hoop dat je uit dit verhaal kunt opmaken dat dialyse in Middlemore

Hospital op een vergelijkbaar niveau is als dialyse in

Nederland. Het is een grote dialyseafdeling en toonaangevend

voor Nieuw-Zeeland. Het is een heel stimulerende werkomgeving

en ik ben blij dat ik de kans heb gekregen om hier mijn carrière in

dialyseland voort te zetten.

Tot zover mijn verhaal over dialyseren in Nieuw-Zeeland. Als je

op vakantie komt naar NZ en je wilt een kijkje komen nemen op

onze dialyseafdeling voel je vrij om contact met me op te nemen.

Mijn e-mail adres is: margreetgutker@yahoo.co.nz


L•V•D•T M AGAZI N E

Regio-overlegvormen:

stand van zaken

Tekst: Joke Buytelaar, bestuurslid LVDT en regiocoördinator

Als LVDT-regiocoördinator heb ik zo’n 4 keer per jaar overleg met de regiovoorzitters. De LVDT-

regio’s zijn opgesplitst in de regio’s: Noord, Midden, West en Zuid. Het bijzondere is dat regio

Noord twee regiovoorzitters heeft, namelijk één voor de PD en één voor de HD. Beiden hebben

ook hun afzonderlijke vergaderingen. Regio Oost heeft, voorzover ik weet, nooit bestaan.

De doelstellingen en afspraken

voor de regiobijeenkomsten

zijn opgenomen

in het huishoudelijk reglement van de

LVDT. De volledige tekst is te lezen op de

LVDT-site.

De regio’s vormen de basis voor de

LVDT. Alle regio’s komen zo’n 4 keer per

jaar bijeen. De deelnemers zijn dialyseverpleegkundigen

die door hun eigen

dialyseafdeling worden afgevaardigd

om zitting te nemen in de vergadering

binnen hun eigen regio. In vroeger tijden

gebeurde het wel dat de regiovergaderingen

niet altijd naar wens verliepen.

Vergaderingen werden slecht bezocht

of zelfs geannuleerd. Deze situaties zien

we niet meer; de LVDT is inmiddels een

grote beroepsvereniging waaraan veel

enthousiaste dialyseverpleegkundigen

graag hun steentje willen bijdragen. De

regiovoorzitters zijn ook zo’n groep enthousiaste

dialyseverpleegkundigen die

er veel van hun eigen vrije tijd in steken

om hun taak zo goed mogelijk uit te

oefenen. De regio’s zijn de laatste jaren

dan ook aardig gegroeid. Het aantal

dialysecentra vermeld op de LVDT-site,

bedraagt inmiddels 59. Hiervan heeft

regio West 25 centra. De overige regio’s

hebben gemiddeld zo’n 12 centra. Binnen

het overleg van de regiovoorzitters is dan

ook een voorstel gedaan om regio West

te splitsen in 2 regio’s. Noord-Holland

kent nu zo’n 12 centra en Zuid-Holland

13 centra. Door deze splitsing komt de

grootte van alle regio’s meer met elkaar

overeen. Tijdens de afgelopen bestuursvergadering

werd dit voorstel instemmend

ontvangen.

Dialysesecretaresses:

Zo’n twee jaar geleden kwam vanuit

regio Zuid de vraag of de LVDT reguliere

bijeenkomsten voor dialysesecretaresses

wilde ondersteunen. De wens was

om twee keer per jaar bijeen te komen

om elkaar te informeren over de diverse

specifieke administratieve handelingen

op een dialyseafdeling. Daar de LVDT op

1 juli 1980 werd opgericht als beroepsgroep

voor dialyseverpleegkundigen

werd hierop afwijzend gereageerd. Deze

uitspraak weerhield hen er niet van om

een regulier overleg op te starten.

Regio hoofdenoverleg:

Ook hoofden van dialyseafdelingen

in Nederland kennen hun eigen regio

hoofdenoverleg. Over het algemeen is

de regio-indeling van dit overleg bijna

gelijk aan de regio-indeling zoals deze in

het verleden door de DGN, tegenwoor-

Regio-indeling:

dig NfN, werd opgesteld. Het regionale

hoofdenoverleg komt voort uit de

behoefte van de hoofden zelf en wordt

o.a. gebruikt om elkaar te informeren.

Deze reguliere overlegvorm wordt niet

gefaciliteerd door de LVDT.

Halfjaarlijks landelijk

hoofdenoverleg:

Deelnemers aan dit overleg vormen de

hoofden van dialyseafdelingen binnen

Nederland. Inventarisatie van de te bespreken

onderwerpen vindt een half jaar

voor het volgende overleg plaats. Tijdens

dit overleg wordt ook tijd ingeruimd voor

mededelingen vanuit het LVDT-bestuur.

Dit overleg wordt gefaciliteerd door de

LVDT in samenwerking met één van de

relaties.

NfN: LVDT (regio-overleg):

1a Groningen, Friesland, Drenthe Noord: Groningen, Friesland,

1b Zwolle, Twente, Stedendriehoek Drenthe, Overijssel

2a Arnhem, Nijmegen Midden: Flevoland, Gelderland,

2b Utrecht Utrecht

3 Noord-Holland, Flevoland * West: Noord-Holland

4a Den Haag, Leiden e.o. Zuid-Holland

4b overige Zuid-West-Nederland Zuid: Zeeland,

5a Brabant Brabant, Limburg

5b Limburg

* West: In de loop van 2006 zal de definitieve regio-indeling en -benaming

bekend worden.

Verenigingsnieuws

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 25


Verenigingsnieuws

26

L•V•D•T M AGAZI N E

Website LVDT

Werkgroepleden:

Yvonne de Koter, voorzitter, VUMC te Amsterdam

Oene Sybren Haakma, MCL te Leeuwarden

Udo Weiland, LUMC te Leiden

Pieter Stoorvogel, VUMC te Amsterdam

Marja Tellings, MCRZ locatie Clara te Rotterdam

Rebekka van Elsäcker, MCRZ locatie Zuider te Rotterdam

Robert Eggels, LZR te Roermond

Dag van de week Uur van de dag

Page views Page views

20.000

10.000

Een enthousiaste groep leden is eind vorig jaar begonnen met de plannen voor een nieuwe web-

site. Het moest een bruikbare site zijn, voorbereid op de toekomst. In februari is de site gebouwd

door Green Multimedia uit Haarlem. Begin maart zijn we online gegaan.

0

9.000

19,7 %

6.000

9,9 % 3.000

0 %

0

zo Ma di Wo Do Vr Za 0:00 3:00 6:00 9:00 12:00 15:00 18:00 21:00

Het gaat goed met de

website. We mogen ons

verheugen op steeds

meer bezoekers. Waar we met onze oude

site 35 - 40 bezoekers per dag hadden

hebben we er nu gemiddeld 117. Dit is

echter gemeten vanaf juni. Als we naar

de gemiddelde bezoekers de laatste 2

maanden kijken is het gemiddelde 145

per dag. We kunnen ook zien dat er eigenlijk

alle dagen van de week bezoekers

zijn maar ook op alle tijdstippen. Het

’s nachts gaan werken heeft duidelijk

invloed op de site want tot juni werd de

site nauwelijks ’s nachts bezocht. Het

aantal bezoekers ’s nachts wordt waarschijnlijk

ook beïnvloed door de bezoekers

uit Amerika en Canada. Wat die op

een Nederlandse site zoeken weten we

niet maar ze komen toch regelmatig en

ze bezoeken niet alleen de homepagina

maar klikken ook verder.

Wat verder leuk is om te zien is dat

bijna alle bezoekers gebruik maken van

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

een Windows- systeem. Waar wij in het

verleden wel de vraag hebben gekregen

om meer rekening te houden met de

Linux-gebruikers omdat die niet alle

teksten zouden kunnen lezen geeft deze

grafiek in ieder geval genoeg reden om

hier geen aanpassingen voor te doen.

Nieuwsbrief

Het aanmelden voor nieuwsbrieven

loopt ver achter op de verwachting. Er

hebben zich nu 75 mensen aangemeld

voor de elektronische nieuwsbrief en dat

is veel te weinig voor het aantal leden

dat de LVDT heeft. De nieuwsbrief wordt

iedere 2 maanden via de mail verstuurd.

Waar wordt naar gekeken?

Veel naar adressen, nieuws en de agenda.

Ook het forum wordt veel bekeken

maar weinig op gereageerd. Waar ook

veel naar gezocht wordt zijn de stukken

van de accreditatie/visitatie en het functieprofiel.

Het zoeken en doorklikken,

zoals dat netjes heet, is zeer divers.

Waar gaan we aan werken?

Er komt een mogelijkheid om enquêtes

in te vullen. Op de Algemene LedenVergadering

heeft het bestuur aangekondigd

een ledenraadpleging te willen

houden. Ook andere werkgroepen willen

soms graag de mening weten van de leden.

Deze mogelijkheid zal zeer binnenkort

actief worden. Omdat wij met name

zoeken naar de mening van onze leden is

het noodzakelijk dat je je lidmaatschapsnummer

en de postcode van je huisadres

invoert.

De LVDT is een dynamische vereniging

en dat moet ook uit de website gaan

blijken. We zullen proberen om het zo

overzichtelijk mogelijk te houden en de

informatie up-to-date te houden.

Oproep

8,9 %

5,9 %

3,0 %

0 %

Heb je iets leuks te melden voor de overige

leden, heb je leuke ideeën voor de

website, schroom dan niet om contact

met ons te zoeken. internet@lvdt.nl


Bezoekers per dag

Datum Page views Bezoekers

141 29/Oct/2005 504 107

142 30/Oct/2005 404 96

143 31/Oct/2005 1.142 149

144 01/Nov/2005 1.262 176

145 02/Nov/2005 881 146

146 03/Nov/2005 1.368 198

147 04/Nov/2005 1.040 151

148 05/Nov/2005 532 94

149 06/Nov/2005 437 89

150 07/Nov/2005 1.150 161

1 other items 1.056 -

Total 101.349 117

Land van herkomst

Lokatie Page views Bezoekers

1 Netherlands 71.394 70,5 % | 4.418

2 United States 20.158 19,9 % | 1.032

3 Belgium 2.890 2,9 % | 456

4 Europe 1.044 1,0 % | 30

5 Germany 1.019 1,0 % | 278

6 Sweden 586 0,6 % | 50

7 China 378 0,4 % | 69

8 Turkey 349 0,3 % | 18

9 Taiwan 303 0,3 % | 86

10 Canada 237 0,2 % | 47

79 other items 2.898 2,9 % | -

Total 101.256 100 % | -

Besturingssysteem

Operating system Page views Bezoekers

1 Windows XP 45.946 45,3 % | 4,765

2 unknown 23.953 23,6 % | 1,563

3 Windows 2000 20.149 19,9 % | 830

4 Windows 98 5.157 5,1 % | 501

5 Windows NT 4.0 2.661 2,6 % | 50

6 Windows NT 5.2 1.201 1,2 % | 53

7 Windows ME 1.092 1,1 % | 148

8 Mac OS X 387 0,4 % | 43

9 unspecified 231 0,2 % | 116

10 Windows 95 178 0,2 % | 26

13 other items 394 0,4 % | -

Total 101.349 100 % | -

L•V•D•T M AGAZI N E

Verenigingsnieuws

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 2


Advertorial

28

L•V•D•T M AGAZI N E

Launch van de 5008

Touching Experience

Op 28 september jongstleden was het dan zover. Het 5008 therapiesysteem werd in Nederland

officieel geïntroduceerd.

Het werd een feestelijke

dag waar aan alle gebruikers

van dialyseapparatuur

de mogelijkheid werd geboden om

kennis te maken met de 5008.

Door de LVDT waren er accreditatiepunten

toegekend aan het programma,

zodat het nuttige met het aangename

verenigd werd.

De dag begon met een feestelijke ontvangst,

die in het begin verrassend en

voor sommigen misschien wat verwarrend

was. We kregen gedurende de

hele dag assistentie van een Belgische

verpleegkundige, Chantal (cabaretière

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Jacqueline Kerkhof), die teleurgesteld

was dat zij nog niet in de gelegenheid

was geweest kennis te maken met de

nieuwe 5008.

Zij was een verbindende schakel tussen

de verschillende programmaonderdelen.

Na het vertonen van een film over het

ontstaan van en de filosofie achter het

concept, werd de 5008 feestelijk onthuld.

Gevolgd door een presentatie over alle

mogelijkheden en een presentatie over

het uitgebreide automatiseringssysteem.

Na de lunch werden er workshops

gehouden voor verschillende gebruikers-

groepen; de technici, de verpleegkundigen,

de groep automatisering. In een

aparte zaal stonden verscheidene 5008

therapiesystemen opgesteld voor technici

en verpleegkundigen. Ook voor de

groep automatisering was er een apart

programma.

Wij hopen dat we met z’n allen terug

mogen kijken op een geslaagde dag; een

echte “Touching Experience”.

Mocht u vragen hebben over de 5008,

dan kunt u contact opnemen via

telefoonnummer 073-6213330 of

info@fmc.nl


L•V•D•T M AGAZI N E

Advertorial

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 29


Puzzelpagina

0

L•V•D•T M AGAZI N E

Nefropuzzel

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Oplossing:

Horizontaal

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Uit de goede inzendingen wordt een

winnaar geloot.

De prijs is een boekenbon van 25 euro.

U kunt uw antwoord inzenden naar magazine@lvdt.nl

voor 1 februari 2006

o.v.v. Puzzel LVDT Magazine, antwoord,

naam, adres en uw lidmaatschapsnummer.

Winnaar nefropuzzel LVDT

Magazine nummer 3

We have a winner!

Winnaar, eigenlijk winnares van de

nefropuzzel uit LVDT Magazine nummer

3 is geworden: Marianne Willemse uit

Geffen.

De prijs, een boekenbon is reeds aan

haar opgestuurd.

Veel leesplezier, Marianne!

De oplossing was: reversed osmose

1. geurige bloemsoort; 7. zuid-Amerikaanse vleermuizensoort; 12. vertragingstoestel; 13. Russische brandewijn; 14. rivier in Utrecht;

15. nummer (afk.); 17. opbergruimte; 19. kier (spleet); 21. vrije universiteit (afk.); 22. deel van huis; 24. gouden of zilveren versierd

vaatwerk met ronde opening waarin een hostie zichtbaar is; 27. opening; 28. stilstaand water; 30. Radio-Télévision Luxembourg

(afk.); 31. industrieel assurrantiekantoor (afk.); 32. Spaanse schilder; 33. Nederlandse politiebond (afk.); 35. houtsoort; 37. groef in

karton of papier; 38. santé (skol); 41. etenbereider; 42. stalling voor auto’s; 44. Duits automerk; 46. dienaar van een ridder; 47. knevel;

48. militaire rang; 49. oud Nederlands betaalmiddel; 50. vriendelijk en aardig; 52. boomvrucht; 54. normaal (algemeen); 56. zachte

of stenige korrel van een vrucht; 58. grassteppe in Hongarije; 61. electrisch geladen metalen deeltje; 62. oplettend; 64. vogeleigenschap;

65. schor; 67. familielid; 68. tijdperk; 70. strook; 72. nachtroofvogel; 73. safe (kluis); 76. opstootje; 77. centraal station (afk.);

78. matig koud; 79. Europeaan; 81. vogel; 82. mannetjesbij; 83. Nederlandse prinses; 84. familielid; 86. uitgestrekte vlakte in de

poolstreken; 87. diplomatiek vertegenwoordiger van de paus bij een regering.

Verticaal

12 13 14

15 16 17 18 19 20 21

22 23 24 25 26 27

28 29 30 31 32

33 34 35 36 37

38 39 40 41 42 43

44 45 46

47 48 49

50 51 52 53

54 55 56 57 58 59 60

61 62 63 64

65 66 67 68 69 70 71

72 73 74 75 76

77 78 79 80 81

82 83 84 85

86 87

49 62 11 32 61 44 7 60 25 77 72 50 69 31 70

37 83 29 51 3 53

1. pop van een poppenspel die over de hand gestulpt wordt; 2. paardenslee; 3. gevangenverblijf; 4. hoofd van een moskee; 5. landstreek

in Overijssel; 6. traditie/gewoonte (Mal.); 7. dier behorend tot een geslacht van grote hagedissen; 8. zangvogel; 9. hoofddeksel;

10. in memoriam (afk.) 11. vaardigheid; 16 loopvogel; 18. droog (kaal); 20. bouwland; 21. tuimeling; 23. smal sportvaartuigje;

25. aangeslibde grond; 26. hooivork; 27. hoffeest; 29. onvindbaar zijn; 32. hoofd van een bedrijf of school; 34. Belgische Socialistische

Partij (afk.); 36. nederzetting; 37. spinnewebweefsel; 39. interest; 40. sein; 42. gang van het paard; 43. genoegen (vreugde); 45. roem

(eer); 46. schrijfgerei; 51. electrisch geladen metalen deeltje; 53. gehoororgaan; 54. klein dorpje zonder kerk; 55. deel van fiets;

56. ontwerp (concept); 57. eetlust; 59. pracht (luister); 60. handgeklap; 62. dochter van Maxima en Alexander; 63. oogvocht (mv);

66. vordering; 67. Scandinavische muntsoort; 69. asociaal (afk.); 71. eikenschors; 73. deel van servies; 74. iemand die steelt;

75. jongensnaam; 78. vaatwerk; 80. bedorven; 82. lidwoord; 85. muzieknoot.

2


Cardioprotective Haemodialysis –

een visie is realiteit geworden

Maak kennis met het nieuwe 5008 therapiesysteem en ervaar het verschil:

Zeer gebruiksvriendelijk voor iedereen

De beste therapiemogelijkheden

Optimaal gebruik van materialen

Fresenius Medical Care Nederland BV · Vimmerik 22 · 5253 CB Nieuwkuijk · Telefoon: +31 (0) 73 621 330 · Fax: +31 (0) 73 622 1632

www.fmc-ag.com


2

L•V•D•T M AGAZI N E

Renal Access Meeting

oktober 2005

Tekst: Natasja Bonaparte, nurse practitioner i.o., Laurentius Ziekenhuis, Roermond

Allereerst zal ik me voorstellen.

Mijn naam is Natasja Bonapar-

te en sinds vorig jaar augustus

ben ik in opleiding voor nurse

practitioner op de dialyseafde-

ling van het Laurentius Zieken-

huis te Roermond. In april van

hetzelfde jaar ben ik als dia-

lyseverpleegkundigeafgestu- deerd. Mijn voorgeschiedenis:

werkzaam zijn als operatieassi-

stent i.o. in de VS tot verpleeg-

kundige op de kraamafdeling.

Echter, na enkele jaren was

het tijd om mijn horizon te verbreden en zo ben ik in het dialysewereldje terechtgekomen. In de

functie als nurse practitioner (nu nog in opleiding) is er genoeg uitdaging om me jaren bezig te

houden. Het is dan ook in het kader van deze functie dat ik bij de Renal Access Meeting (interna-

tionaal congres op gebied van de vaattoegang) op 5 oktober in het AMC te Amsterdam aanwezig

was. Aan mij is gevraagd om een artikel hierover te schrijven en het resultaat volgt hieronder.

Wat is een goede access?

Voor een buitenstaander is het begrip

hemodialyse veelal onbekend. Dat mensen

noodgedwongen driemaal per week

aan een machine worden gekoppeld, is

iets wat men zich pas kan voorstellen

als men zelf, of een bekende, hiermee in

aanraking komt. Wat echter voor dialyse-

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

patiënten geldt, is dat de machine letterlijk

als hun levenslijn wordt beschouwd

(Hagren et al 2000). Om überhaupt te

kunnen dialyseren is het nodig om aan

de dialysemachine aangesloten te worden

en hiervoor is een goede toegang

tot de bloedbaan, oftewel een access,

noodzakelijk. Maar wat is een goede ac-

cess? Uit literatuur blijkt dat een goede

toegang aan de volgende criteria moet

voldoen:

• lange levensduur

• weinig kans op infectie

• weinig kans op stolling

• makkelijk aan te prikken


De arterio-veneuze fistula (AVF) voldoet

aan alle eisen. De AVF wordt als de

gouden standaard geclassificeerd. De

levensduur is langer, er hoeven minder

revisies plaats te vinden en het infectiepercentage

is lager, wat ertoe leidt

dat ook de morbiditeit en mortaliteit

verlaagd zal zijn ten opzichte van andere

soorten toegangen, zoals de permanente

katheter (McClellan 2004). Hiermee

wordt meteen duidelijk waarom er de

afgelopen jaren zoveel tijd en energie

is gestoken in het optimaliseren van de

zorg, die gepaard gaat met het aanleggen

en bewaken van een dergelijke

toegang.

Fistula First initiatief

In de Verenigde Staten is het Fistula First

Initiative tot stand gekomen. Hiermee

wordt getracht om tenminste 50% van

de predialysepatiënten en 40% van de

al dialyserende patiënten van een AVF

te voorzien. Deze getallen lijken wellicht

iets aan de lage kant maar laat het echter

wel duidelijk zijn dat de patiëntenpopulatie

in de VS niet geheel met die

van de Europese landen te vergelijken

is. Zowel overgewicht als hypertensie,

diabetes en etniciteit spelen een grotere

rol binnen de VS. Helaas is het aantal

mensen met overgewicht ook binnen

Nederland aan het groeien met als

gevolg dat bepaalde ziektebeelden, zoals

diabetes mellitus II en hart- en vaatziekten,

zullen toenemen (RIVM 2004).

Doordat er een verhoogde kans op vaten

van mindere kwaliteit is, is het maar de

vraag of het in de toekomst mogelijk zal

zijn om een groter gebruik van de AVF te

realiseren.

Hoewel het gebruik van de AVF binnen

Europa veelal hoger is dan in de

Verenigde Staten, respectievelijk 66%

van de predialysepatiënten en 80% van

de dialyserende patiënten is van een

fistula voorzien (Pisoni et al 2002), blijkt

er tussen de landen zelf toch verschil te

zijn. Nederland scoort dan ook lager dan

gemiddeld wat ertoe leidde dat hiervoor

naar een oplossing gezocht werd in

de vorm van het CIMINO Initiatief. Dit

draagt zorg voor verbeteringsprocessen

vanuit een multidisciplinaire aanpak

door het gebruik van de fistula te verhogen.

Andere landen, zoals Engeland, zijn ook

bezig om hun zorg rondom de toegang

tot de bloedbaan te verbeteren en sinds

enkele jaren wordt er door initiatieven

van de Vascular Access Society (VAS)

een internationaal congres gehouden

om expertise, kennis en ervaring uit te

wisselen. De VAS is een multidisciplinaire

organisatie die van belang kan

zijn voor o.a. nefrologen, chirurgen,

(interventie)radiologen en verpleegkundigen.

De VAS is in 1997 opgericht met

als doelstelling:

• interesse te wekken op het gebied

van vasculaire access ten behoeve van

hemodialyse

• het bevorderen en uitvoeren van klinisch

onderzoek

• het organiseren van congressen, vergaderingen

en cursussen.

Toegang blijft essentieel

Op 5 oktober 2005 is er een internationaal

congres gehouden in het AMC te

Amsterdam. Een vol programma met onderwerpen

zoals: indicaties voor dialyse,

verschillende soorten toegangen tot de

bloedbaan inclusief het monitoren ervan,

enkele complicaties, en een vooruitzicht

op wat de toekomst met zich mee

kan brengen. Al met al een boeiende dag

maar de informatie was veelal bekend.

Het belang om een arterio-veneuze

fistula aan te leggen met het structureel

monitoren ervan werd nogmaals toegelicht.

Niet iedereen was ervan overtuigd

L•V•D•T M AGAZI N E

dat het monitoren van de access noodzakelijk

was. Dit komt doordat er geen data

bekend zijn vanuit empirisch onderzoek

in hoeverre het monitoren van de access

aan de hand van een flowmeting en/of

recirculatiemeting een bijdrage aan een

optimaal zorgproces kan leveren. Het

lijkt echter voor de hand te liggen dat

hoe eerder complicaties ontdekt worden,

des te eerder er actie ondernomen kan

worden met als gevolg dat een ingreep

zoals het inbrengen van een tijdelijke

katheter als overbodig kan worden

beschouwd. Voordeel hierbij is dat de

patiënt de onzekerheden die een minder

functionele access met zich meebrengt

bespaard blijven. Zoals in het begin

werd aangegeven, is de toegang tot de

bloedbaan de levenslijn van de patiënt.

Niet overdreven als blijkt dat de adequaatheid

van een dialysebehandeling

(uitgedrukt in de KT/V-meting) een voorwaarde

van een goed functionerende

access met zich meebrengt. Volgens de

K/DOQI Guidelines is een KT/V van 1.2 de

minimale acceptabele grens. Dit is een

benchmark waarnaar wordt gestreefd

en is gebaseerd op studies van grote

patiëntenpopulaties. Of de restfunctie

wel of niet geïncludeerd moet worden is

een discussie op zich en het onderwerp

leent zich niet om nu te bespreken. Wat

tijdens het congres een “eye opener” is

geweest, betrof het feit dat een KT/V van

1.4 een hogere levensverwachting bewerkstelligde

dan een KT/V van 1.2-1.39.

Klinkt logisch maar voor zover bekend

zijn hiervan nooit concrete data geweest.

Daarnaast, hoe minder er van een tijdelijke

katheter gebruik wordt gemaakt des

te beter. Alle katheters brengen namelijk

problemen met zich mee in de vorm van

een verhoogde kans op infectie maar de

subclaviakatheter is inmiddels berucht

voor het veroorzaken van centrale

veneuze stenosen (Schillinger et al 1991).

Mocht er in de toekomst een arterio-

23e jaargang | december 2005 | nummer 4


4

L•V•D•T M AGAZI N E

veneuze fistel in de ipsilaterale arm

worden aangelegd, komt het volgende

probleem om de hoek kijken: veneuze

hypertensie. Hoe dit probleem in de

praktijk wordt opgelost, is verschillend.

EBP hoort erbij

Het komt wel eens voor dat als er zich

collateralen hebben gevormd, een operatie

wordt afgewacht met een aanvullend

advies om een start te maken met

compressietherapie. Een radiologische of

chirurgische interventie met of zonder

het plaatsen van een stent zijn andere

opties. Hoe je het ook wendt of keert,

een bepaalde therapie zal altijd de nodige

voor- en nadelen met zich meebrengen

en het is de normaalste zaak om na

te gaan welke therapie de minste nadelen

met zich meebrengt. Door gericht

onderzoek te plegen is het mogelijk om

data te verzamelen wat tot een optimale

keuze kan leiden. Hierbij spelen zowel de

kennis en ervaring van de desbetreffende

professional een rol als ook de voorkeuren

van de patiënt. Met andere woorden:

er wordt van evidence based practice

(EBP) gebruik gemaakt. In de literatuur

wordt EBP alsvolgt gedefinieerd:

“Evidence based clinical practice is an

approach to decision making in which

the clinician uses the best evidence available,

in consultation with the patient,

to decide upon the option which suits

that patient best” (Muir Gray JA. 1997).

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Deze manier van werken is gericht op

kwaliteitsverbetering en een effectieve

en doelmatige gezondheidszorg.

EBP is een begrip dat binnen de huidige

gezondheidszorg alsmaar omvangrijker

wordt. Wellicht dat het ook op sommigen

een afschrikwekkende werking

heeft. Dit hoeft echter niet het geval te

zijn. In de dagelijkse praktijk wordt er al

van oudsher gewerkt met het in acht nemen

van onze eigen kennis en ervaring.

Doordat de patiënt de afgelopen jaren

een grotere rol speelt binnen zijn eigen

behandeling, staan de voorkeuren van

desbetreffende patiënt op een (meer)

centrale plaats. Het enige waar wellicht

te weinig aandacht aan wordt besteed, is

(wetenschappelijke) kennis te vergaren

met als doel: de keuze van een behandeling/interventie

te onderbouwen. Zo

wordt de geleverde zorg steeds meer

verantwoord.

Conclusies

Het belang van een goed gecoördineerde

zorgverlening op het gebied van de

toegang tot de bloedbaan begint zich

wereldwijd te ontplooien. Initiatieven

zoals Fistula First en CIMINO hebben de

aanzet gegeven om het aantal autogene

arterio-veneuze fistels te vergroten.

Met een blik op de toekomst vraag ik

me alleen af hoe dit gerealiseerd kan

worden. Het aantal patiënten met comorbiditeit

zoals diabetes en hart- en

vaatziekten zal alleen maar toenemen.

Het grootste probleem ligt in het feit

dat de vaten van deze patiëntencategorieën

vaak van minder kwaliteit zijn

(PR Chaudhury 2003). Hierbij wordt de

noodzaak tot creatieve oplossingen binnen

de vaatchirurgie een voorwaarde.

Wat echter tijdens het congres enkele

malen ter sprake is gekomen, is dat

vaatchirurgie minder aantrekkelijk is om

als voltijdbaan uit te oefenen. En als het

op een parttimebasis wordt uitgeoefend,

bestaat de kans dat er te weinig praktijkuren

in het aanleggen van een access

ontstaan. Wellicht dat het werven en

opleiden van deskundigen op het gebied

van de toegang tot de bloedbaan tot de

mogelijkheid behoren.

Een andere optie is om gebruik te maken

van een kunstmatig access maar dan

zal er eerst onderzoek moeten worden

verricht om de grootste problematiek,

namelijk infectiegevaar, te minimaliseren

of nog beter, te voorkomen.

Literatuurlijst

NKF-K-DOQI Clinical Practice Guidelines for

Hemodialysis Adequacy, Update 2000

Pisoni RL et al. Vascular access use in Europe

and the United States. Results from the

DOPPS. Kidney Int 2002, 61: 305-16

PR Chaudhury et al. Hemodialysis vascular

access: from bench to bedside. University of

Cincinnati Medical Center, Cincinnati, OH

Hagren, B et al. (2000) The haemodialysis

machine as a lifeline: experiences of suffering

from end-stage renal disease. Journal of

Advanced Nursing 34(2), 196-202

Gray M et al. (1996) British Medical Journal.

(BMJ 1996; 312: 71-2)

Schillinger F et al. Post catheterisation vein

stenosis in hemodialysis: comparative angiographic

study of 50 subclavian and 50 internal

jugular accesses. Nephrol Dial Transplant 1991;

6: 722-724


Peritoneaal Dialyse

Verbonden met

HomeChoice PRO TM

HomeChoice PRO met PD Link staat

voor eenvoudige en gebruiksvriendelijke

APD therapie.

Patiënt gericht: het dialyse voorschrift wordt eenvoudig op de PRO Card geprogrammeerd.

De PRO Card registreert een brede waaier aan therapie gegevens,

waardoor de patiënt deze niet meer manueel hoeft te verzamelen. Bij wijzigingen

in het dialyse voorschrift volstaat het dat de patiënt de geherprogrammeerde PRO

Card in de HomeChoice PRO plaatst om de nieuwe therapie te kunnen uitvoeren.

PD Link is het software programma dat (via de PRO Card) communiceert met de

HomeChoice PRO. PD Link gegevens zijn accuraat en compleet. Via eenvoudige

analyses kunnen artsen en verpleegkundigen de behandeling optimaliseren.

HomeChoice PRO met PD Link biedt een verbeterde therapie, een verhoogde

levenskwaliteit en een bijzonder effectief management van de dialyse.

Combineert comfort in

gebruik met een optimaal

therapie resultaat

Baxter B.V. Kobaltweg 49, 3542 CE Utrecht, Tel. +31(0)30-2488781 Fax. +31(0)30-2488784, www.baxter.nl/Renal.htm (E-mail: utrecht.renal@baxter.com)


6

L•V•D•T M AGAZI N E

Het heugelijk nieuws betrof

een smaakverbetering

van het product door een

minimale aanpassing van de hoeveelheid

mineralen of sporenelementen in

het drankje. Na eerdere mailings over de

goede acceptatie van dit dieetpreparaat

onder patiënten bleek het dus nog beter

te kunnen door de voedingswaarde

iets te verminderen ten gunste van de

smaak. Als het op deze manier doorgaat

kunnen we de overstap van drinkvoeding

naar een handje pinda’s, een Magnumijsje

of Mars snel maken. Wat de calorieën

betreft ontlopen ze elkaar amper en de

smaak? Juist! Een multivitaminen- en

mineralen- supplement ter compensatie

maakt de voeding weer volwaardig.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Wat voor ding?

Drinkvoeding!

Sommige ziekenhuizen zijn al begonnen

om hun snackkar te vullen met genoemd

lekkers als calorierijke tussenmaaltijd

voor energiebehoeftige patiënten.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de

meeste drinkvoeding wel een ruimere

hoeveelheid eiwit levert dan drie marsen

bij elkaar. En hoe compenseer je die?

Drinkvoeding is dus nog niet overbodig.

Verontwaardiging

Tijdens een symposium over ondervoeding

riepen artsen verontwaardigd dat

we de zieken niet beter krijgen met de

doorgekookte prak uit de gemiddelde

ziekenhuiskeuken. Hoe kun je iemand

nou goed voeden met onsmakelijk eten?

Daar zit wat in. Maar voor een kookbri-

Tekst: Charles van Bebber, diëtist, Medisch Centrum Alkmaar

Borstvoeding zou de beste drinkvoeding zijn, voor baby’s dan toch. En een sherrykuur de lek-

kerste maar van astronautenvoeding heb ik nog nooit iemand de zevende hemel in zien vliegen.

Toch beweren fabrikanten het tegendeel. Onlangs belandde er reclame van een drinkvoeding-

boer op mijn bureau.

gade die bezuinigingen, strikte naleving

van hygiëne- en andere regels het hoofd

moet bieden is het moeilijk concurreren

met de Braakhekkes en Olivers van deze

tijd. Ondertussen komt men steeds vaker

ondervoed het ziekenhuis in.

De geringe tijd tussen opname, onderzoek,

diagnose en behandeling maakt

dat er weinig kans is om te voeden. Men

is nuchter voor onderzoek, dat nogal

eens wordt uitgesteld. Na de ingreep is

men moe, misselijk van de narcose, of in

pijn. Veel wordt er niet gegeten. Slecht

gevoed is de weerstand minder en de

kans op complicaties groter. Eventuele

(antibiotica)kuren benemen de eetlust of

leiden tot diarree.


Verliezen door de geringe inname, braken

en diarree verhogen de behoefte aan

voeding extra.

Als er eindelijk gevoed wordt is er een

grote achterstand ontstaan, die met

gewone voedingsmiddelen moeilijk valt

in te halen. Het gebruik van dieetpreparaten,

waaronder drinkvoeding is dan

aanlokkelijk.

Vermoeide patiënten hoeven niet te

bijten of te kauwen maar enkel iets te

drinken. En je weet wat en hoeveel je iemand

geeft. In een relatief klein volume

zit een hoge voedingswaarde.

Ondervoeding: schering en

inslag

In Ziekenland komt veel ondervoeding

voor en fabrikanten van drinkvoeding

zijn daarop ingesprongen met ziektespecifieke

voeding. Dat is een mond vol voor

drankjes met bijzondere bestanddelen

die een gunstig effect zouden kunnen

hebben op de ziekte. Soms is een klein

gedeelte van de werkzame stof, die in

onderzoeken zo effectief bleek, in het

betreffende drankje terechtgekomen. Al

of niet gepubliceerd onderzoek wordt

aangehaald om het product onder de

aandacht van goedgelovige gebruikers

te brengen.

Zijn al die dieetdrankjes dan slecht?

Helemaal niet.

Gelukkig komt het ook voor dat de

drankjes geschikt zijn vanwege hun specifieke

eigenschappen die passen bij het

dieet van de patiëntengroep waarvoor

het is ontwikkeld. Ze leveren bijvoorbeeld

veel calorieën en eiwit in een klein

volume maar zijn arm aan natrium,

kalium en fosfaat. Dat kan handig zijn bij

mensen die moeten dialyseren.

Eten is geen pretje voor de

dialysepatiënt

Als je moet dialyseren heb je een verhoogde

behoefte aan eiwit … althans,

volgens diëtisten.

Het voelt als ‘dialysant’ echter niet zo!

De groep lekkerbekken die nog van het

eten geniet én zich niet door strikte

dieeteisen laat beperken is klein. Vaak

staat vlees eten tegen, worden bier,

koffie en chocolade niet lekker meer

gevonden; vindt men brood te droog

en is men nooit een groente- of fruitliefhebber

geweest. Wat moet ik eten?

De hemodialyserende vindt zout eten

meestal lekkerder dan de geadviseerde

natriumarme hap. Mag niet!

Krijg je dorst van en als je niet plast of

maar weinig, gaat het ultrafiltreren zo

moeilijk.

Is niet goed voor je hart en vaten. Lekker

sappig fruit levert niet alleen vocht maar

ook veel kaliumpjes.

Elke dag Resonium® of Zerolith® happen

is ook niet alles. Wat je wel mag eten is

sneller gezegd.

De PD-er ‘mag’ veel meer maar met de

buik vol van spoelvloeistof is de eetlust

ver te zoeken. De opgenomen glucose

houdt je verzadigingscentrum voor de

gek, je hebt tenslotte nog niets op!

Je moet véél eiwit eten. Waar zit dat

trouwens in? En die fosfaatbinders erbij,

ervoor, erna? En dan heb je last van eenzaamheid,

een dialysekater, gebitsproblemen,

smaakverandering, vieze smaak in

de mond, kun je niet zelf je boodschappen

meer doen, laat staan koken, kent

Tafeltje Dekje geen keuzemenu, brengen

ze het eten rond op het verkeerde

moment, mag je niet eten tijdens de

dialyse vanwege een lage bloeddruk

en ben je er te misselijk voor in de taxi

op weg naar huis, moet je in de eetzaal

eten met mensen die vreselijk smakken,

knoeien, niet aardig zijn, niets van je

dieet begrijpen (als je het zelf allemaal al

kunt onthouden), moet je dan weer die

pil slikken en dan die en het ergste van

alles, mag je niet drinken van de zuster.

Allemaal redenen die maken dat het

eten voor veel dialyserenden, met name

de grote groep ouderen, geen pretje is.

Drinkvoeding kan helpen!

Een overzicht!

Als de eetlust je vergaat zal je op de

langere termijn afvallen en je reserves

inleveren.

Vermoeidheid en verzwakking worden in

verband gebracht met het dialyseren, de

leeftijd, de heersende griep en niet met

de verslechtering van de voedingstoestand.

Het gewichtsverlies wordt vaak

gemaskeerd door chronische overvulling.

En er wordt te laat ingegrepen. Als je

– door ziekte – bent afgevallen, is het

erg moeilijk om weer in gewicht aan

te komen. Voor iemand die structureel

te weinig eet valt er maar een dieet te

bedenken: méér eten. Niets is verboden

tot het gewicht weer een minimaal

veilige grens heeft bereikt. Drinkvoeding

kan daarbij helpen, als het met gewone

voedingsmiddelen niet lukt.

Sommigen vinden het nog lekker ook!

In Nederland levert Abbott ‘Nepro’ en

Nutricia ‘Renilon 7.5’ voor dialyserenden.

Hun respectievelijke eiwitarme zusjes

heten ‘Suplena’ en ‘Renilon 4.0’ en zijn

L•V•D•T M AGAZI N E

bestemd voor predialyserenden of mensen

met een natrium- en eiwitbeperkt

dieet.

Het voordeel van Renilon is dat er geen

fosfaatbinder bij ingenomen hoeft te

worden.

Daarentegen bevatten Nepro en Suplena

oplosbare vezels die een gunstig effect

op de darmen (ontlasting) kunnen

hebben. Al deze dranken zijn arm aan

kalium, natrium, calcium en andere

electrolyten en ze leveren veel calorieën.

Natuurlijk kunnen er ook andere soorten

drinkvoeding worden gegeven. Behalve

het ruimere smaakaanbod zijn deze

vaak in varianten leverbaar die worden

aangeduid als zijnde op sap-, melk- of

yoghurtbasis. Er komt niet zozeer echt

vruchtensap aan te pas maar het doet

er aan denken. De Nepro, Suplena en

Renilonnen zijn ‘aanvullende’ dieetpreparaten.

Je kunt er niet een hele voeding

mee vervangen, in tegenstelling tot de

‘volledige’ drinkvoedingsoorten. Met 5

tot 7 stuks heb je gegeten en gedronken

voor een hele dag. Drinkvoeding kun je

zo bij de apotheek kopen, zonder recept.

Vergoeding van drinkvoeding voor mensen

met een ernstige nierfunctiestoornis

is mogelijk.

Helaas accepteert de zorgverzekeraar

geen kassabon van Magnums, pinda’s of

Marsen.

Charles van Bebber

23e jaargang | december 2005 | nummer 4


8

L•V•D•T M AGAZI N E

Ingezonden brief op Column ‘the naked nurse’: Het kan altijd beter (LVDT Magazine nummer 2- juni 2005)

Geachte redactie,

Dat het schijven van een goede column moeilijk is weten we maar het organiseren van een forumdiscussie is veel moeilijker. Het

product wordt namelijk ‘live’ gemaakt en kan niet nog vele malen worden herschreven of overgedaan. Een forumdiscussie komt

zodoende wel of niet geheel ‘uit de verf’. Was de forumdiscussie op de laatste NND-dagen dan echt zo onvoldoende, zoals beschreven

in de column van ‘the naked nurse’? Nee. Getuige de ingevulde evaluatie haalde de forumdiscussie op de NND 2005 een

hoge score bij het aanwezige publiek. Helaas was de feitelijke discussie te kort doordat de inleidende sprekers meer tijd namen

dan vooraf was afgesproken. Een leerschool voor de volgende NND-dagen.

De auteur van de column vond de discussie onder leiding van Victor de Koninck op de NND van 2004 een groot succes, hetgeen

ik kan onderschrijven. De opzet was vernieuwend en de discussie inspirerend. Kwam dit alleen door Victor de Koninck, zoals werd

verondersteld? Nee! Dit bleek onder meer uit een forumdiscussie onder leiding van de Koninck die ik een paar weken later mocht

meemaken. Het kwam vooral door de aanwezige forumleden die in de gelegenheid werden gesteld om een interessant verhaal

te vertellen en een gespreksleider die het beste uit deze personen haalde. De NND is te allen tijde op zoek naar een vernieuwend

en inspirerend programma en zal dit de komende jaren zo voortzetten. Dit betekent ook dat het herhalen van methodieken niet

standaard zal voorkomen, met name omdat het verrassingseffect dan minder is. Ik moet de auteur dan ook teleurstellen.

Ik reageer op de column, omdat de leden van de voorbereidingscommissie van de NND zich erg hebben gestoord aan de inhoud

en de conclusie. De voorbereidings-commissie werkt op vrijwillige basis gedurende een heel jaar aan het opstellen van een evenwichtig

programma waarin eenieder zich kan herkennen. Dit is een tijdrovende en soms demotiverende klus.

Ik roep zodoende de redactie van het LVDT Magazine op om zorgvuldiger de teksten te wegen voordat er tot publicatie wordt

overgegaan. Ook de LVDT bestaat voor het grootste deel uit enthousiaste vrijwilligers, die zich willen inzetten voor de beroepsvereniging

maar die afhaken bij ongenuanceerde kritiek. Het voegt niets toe en oogst alleen maar negativiteit. Laten we hiervoor

waken!

De NND zal zich het komende jaar weer verder verbeteren. Ik hoop u allemaal weer te mogen begroeten op de komende NND-dagen

in Veldhoven.

Bart de Graaf

Lid bestuur NND / penningmeester

Reactie LVDT Magazine

Beste Bart en andere leden van de voorbereidingscommissie,

In de eerste INFO van 2003 introduceerde eindredacteur Paul Gundlach de columns met de volgende woorden: “onze columns

hebben als doel om de dialysewereld een spiegel voor te houden en om op subtiele wijze oordeel en vooroordeel te lijf te gaan”.

Een column staat in dienst van de provocatie, dus ik zou zeggen: laat u provoceren!!

Zet ik daarnaast ook nog de uitleg van de encyclopedie over het begrip column: “column (eng.), een in het Nederlands ingeburgerde

term voor een geregeld verschijnende, gesigneerde bijdrage in een dagblad of tijdschrift, waarvan de schrijver een grote

vrijheid heeft in keuze en behandeling van zijn onderwerpen”, dan zul je begrijpen dat wij onze columnist, die anoniem zal blijven,

geen beperkingen zullen opleggen of censuur zullen toepassen.

Dat zou de kracht en het karakter van de column en de columnist te zeer schaden. Dan wordt haar column niets anders dan een

karikatuur. Immers daar waar zij eerder zonder enige terughoudendheid woorden aan het papier toevertrouwde, zal zij nu gaan

schrijven en becommentariëren met de handrem erop. Want stel dat het de lezer niet behaagt dan zet de eindredacteur er een

rode streep doorheen. En dat komt de provocatie niet ten goede. Toch?

Wanneer ik de door jou aangehaalde column nalees staat daar het volgende: “inhoudelijk waren het drie interessante lezingen

die ik niet graag had willen missen op de NND maar er kwam geen eind aan. De forumleden waren goed gekozen en aan het

onderwerp heeft het niet gelegen…..!”

Als ik dat teruglees vind ik de Naked Nurse heel complimenteus en hoogstens kritisch over de uitwerking van de forumdiscussie.

Dit zou je ook kunnen opvatten als feedback en hier kan iedereen zijn voordeel mee doen. Het kan natuurlijk nooit zo zijn dat

vrijwilligers gespeend blijven van iedere vorm van zowel positieve als negatieve feedback. Op die manier zou je een vrijwilliger

de kans ontnemen om zich te ontwikkelen in zaken waar misschien nog wat verbetering en groei te halen zijn. Dit kan natuurlijk

nooit de bedoeling zijn, toch?

Helaas zeg jij dat kritiek demotiverend kan werken voor de vrijwilligers van de voorbereidingscommissie.

Wij als redactie denken dat ook vrijwilligers in staat moeten zijn om met feedback om te gaan. Daarmee staat of valt de professionalisering

van onze beroepsgroep.

LVDT Magazine zal dan ook in 2006 graag weer verslag doen van geslaagde NND-dagen met hier en daar een kritische noot.

Charles André, hoofdredacteur LVDT Magazine

23e jaargang | december 2005 | nummer 4


L•V•D•T M AGAZI N E

Invoering Venepreser vatie

in het J BZ

Tekst: Tinus Kokx, dialyseafdeling Jeroen Bosch Ziekenhuis, ’s-Hertogenbosch

Tinus Kokx, 42 jaar, werd

geboren in Dongen. Hij is

woonachtig in Tilburg

Sinds februari 2000 is

hij werkzaam als dialyse

verpleegkundige in het JBZ

in Den Bosch.

In 2001 trad hij toe tot

de werkgroep shuntzorg,

tegenwoordig Verpleegkundige

Werkgroep Vaattoegang

(VWV). Destijds heeft

hij het voorzitterschap

overgedragen gekregen van

Gerty van Helvoirt. VWV is

een actieve groep met veel

initiatief.

In de shuntspecial van de LVDT van november 2004 las ik met veel interesse het artikel ‘Vene-

preservatie, een aanzet tot verbetering’. Jos Jacobs en Frans Creusen, dialyseverpleegkundigen

in het Academisch ziekenhuis Maastricht, gaven daarin het belang van venepreservatie aan en

beschreven tevens een mogelijk traject tot implementatie. In het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s-

Hertogenbosch (JBZ) was venepreservatie nog een onbekend begrip. De patiënt werd wel verteld

dat - als bekend was dat er een shunt aangelegd zou worden - er vanaf dat moment niet meer

aan die zijde geprikt dan wel bloeddruk gemeten mocht worden. Uiteraard een vorm van vene-

preservatie maar wel in een laat stadium. Zowel in de Verpleegkundige Werkgroep Vaattoegang

(VWV) als in het MDO vaattoegang werd de intentie om van invoering van venepreservatie een

project te maken naar voren gebracht. Dit werd positief ontvangen en vervolgens is in de pro-

jectomschrijving de aanleiding, doelstelling en opzet beschreven, gebruikmakend van de richtlij-

nen als gegeven in genoemd artikel.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 9


40

L•V•D•T M AGAZI N E

Venepreservatie?

Wat is dat?

Het sparen van de vaten

voor het aanleggen van

een toekomstige dialyseshunt

bij patiënten met

nierinsufficiëntie.

Traject & producten

Als eerste werd het project als totaal

aangeboden en besproken in de genoemde

overlegvormen. Belangrijkste

discussiepunt bleek de voor te stellen

richtlijn met betrekking tot de voorkeursplaatsen

voor het aanprikken van

vaten bij patiënten die in de toekomst

mogelijk een (nieuwe) shunt aangelegd

zouden krijgen. In het MDO vaattoegang,

waarin destijds vertegenwoordigd de

nefrologen, chirurgen en ondergetekende

als afgevaardigde van de VWV werd

besloten de volgende voorkeursvolgorde

aan te houden:

Indien een venapunctie uitgevoerd moet

worden:

1 de elleboogsplooi (zo mogelijk v. basilica)

2 de dorsale zijde (rugzijde) van de

handen

3 de voeten.

Indien een infuus aangelegd moet

worden:

1 de dorsale zijde (rugzijde) van de

handen

2 de voeten

3 de elleboogsplooi.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Lees de informatie voordat

je prikt !

- waarschuwingskaart van

de patiënt

- folder venepreservatie

- protocol venepreservatie

in DKS Enterprise

Genoemde voorkeursvolgorde

bij infusies

geldt niet voor

medicatie, waarvan

bekend is dat ze

tromboflebitis

veroorzaken. Deze

hebben als eerste

voorkeursplaats

toch de elleboogsplooi,

vanwege een

grotere diameter

van het vat en

derhalve hogere

bloedflow. Hierdoor

wordt de

kans op tromboflebitis

minder

dan in de andere

- kleinere - vaten.

Indien een

centraal veneuze

katheter

geïndiceerd

is moet de

plaatsing van

een subclavia-katheter

vermeden worden.

Voorkeur genieten hier:

1) de vena jugularis (interna) katheter

2) de vena femoralis katheter.

Nadat het bovenstaande definitief

was vastgesteld kon aan de definitieve

teksten van de producten gewerkt gaan

worden. De producten moesten zowel

de patiënt als alle betrokken disciplines

van de nieuwe richtlijn op de hoogte

brengen. Daartoe werden de volgende

informatiebronnen geproduceerd:

1 protocol venepreservatie

2 patiënteninformatiefolder ‘het sparen

van de bloedvaten’ (venepreservatie)

3 waarschuwingskaart

4 tekst voor de JBZ schets

5 tekst voor JBZ palet

6 PowerPointpresentatie venepreservatie

7 Opleidingsmateriaal voor de bekwaamheidsverklaring

venapunctie

en infusie

8 Poster venepreservatie.

ad 1: Het protocol venepreservatie

is door plaatsing in ons intern

protocollenprogramma DKS

Enterprise voor het hele huis

beschikbaar. Het protocol wordt

vernoemd op zowel de poster als

het waarschuwingskaartje, zodat

betrokkenen te allen tijde digitaal

informatie kunnen opvragen.

ad 2: De patiënteninformatiefolder is

geschreven om de patiënten uit

te leggen wat venepreservatie inhoudt,

waarom het voor hen van

belang is en wat er van henzelf

verwacht wordt ten aanzien van

het behoud van hun armvaten.

Benadrukt wordt dat zij zelf de

belangrijkste schakel zijn in de

poging de richtlijn opgevolgd te

krijgen.

De informatiefolder is in samenwerking

met bureau patiëntenvoorlichting

geschreven.

Nadat de ruwe tekst (inhoud)

was aangeleverd werd deze op

leesbaarheid en logische indeling

(informatieopbouw) beoordeeld

en waarnodig gecorrigeerd. Het

facilitair bedrijf droeg zorg voor

vormgeving in huisstijl, waarna

de drukkerij het eindproduct

leverde.

ad 3: De waarschuwingskaart, ook

tekstueel op leesbaarheid en

opbouw beoordeeld, is specifiek

geschreven voor diegenen die

uitvoerend zijn in het verrichten

van venapuncties, aanleggen van

infusies dan wel inbrengen van

i.v. katheters. Uiteraard wordt ook

hierin uitleg gegeven over het

belang van venepreservatie voor

de beschreven categorie patiënten.

Daarnaast wordt duidelijk

aangegeven waar en hoe men

eventueel aanvullende informatie

kan verkrijgen.

De waarschuwingskaart wordt

op de poli nefrologie aan nieuwe

patiënten uitgereikt door de

nefroloog, tezamen met de

patiënteninformatiefolder. Dit

wordt gedaan om de venepreservatie

in een zo vroeg mogelijk

stadium - het tijdstip waarop dialyse

eigenlijk nog onoverkomelijk

lijkt in de (nabije) toekomst - in te

zetten.

Vraag bij deze overweging was

welk moment uiteindelijk het

beste zou zijn om de venepreservatie

te starten. Idealiter zou je

natuurlijk nog veel vroeger willen


’ S - H E R T O G E N B O S C H

locatie Carolus

Bezoekadres:

Hervensebaan 4

5232 JL ’s-Hertogenbosch

Postadres:

Postbus 1101

5200 BD ’s-Hertogenbosch

Telefoon (073) 699 60 00

locatie Groot Ziekengasthuis

Bezoekadressen:

Tolbrugstraat 11

5211 RW ’s-Hertogenbosch

Nieuwstraat 34

5211 NL ’s-Hertogenbosch

Postadres:

Postbus 90153

5200 ME ’s-Hertogenbosch

Telefoon (073) 699 20 00

locatie Willem-Alexander

Bezoekadres:

Deutersestraat 2

5223 GV ’s-Hertogenbosch

Postadres:

Postbus 90153

5200 ME ’s-Hertogenbosch

Telefoon (073) 699 20 00

B O X T E L

locatie Liduina

Bezoekadres:

Liduinahof 35

5281 AD Boxtel

Postadres:

Postbus 10100

5280 GA Boxtel

Telefoon (0411) 63 40 00

Z A L T B O M M E L

locatie Bommels Gasthuis

Bezoek- en postadres:

Kerkstraat 2

5301 EH Zaltbommel

Telefoon (0418) 54 00 27

www.jeroenboschziekenhuis.nl

beginnen met

het voorkomen van vaattrauma’s

door venapunctie en infusies. Ons

leek het vooralsnog reëel om de

venepreservatie in te zetten op

het moment dat de patiënt van

de nefroloog te horen krijgt dat

echt met dialyse rekening gehouden

dient te gaan worden. Het

belang van het behoud van vaten

krijgt daarmee een duidelijkere

en meer dwingende betekenis.

Dit bevordert hopelijk de alertheid

bij de patiënt.

ad 4/5: Om de start van het project

venepreservatie algemeen aan

te kondigen, én om de voorafgaande

ziekenhuisbrede mailing

extra aandacht te geven is er via

afdeling communicatie een tekst

over het project venepreservatie

in onze wekelijkse interne

nieuwsbrief ‘JBZ schets’ geplaatst.

Een vergelijkbare, iets uitgebreidere

tekst met dezelfde doelstelling

was bedoeld voor plaatsing

in het ziekenhuisblad ‘JBZ Palet’.

Het onderwerp werd echter te

specialistisch bevonden

en derhalve niet geplaatst. Op

zich begrijpelijk, desalniettemin

jammer.

ad 6: Ter ondersteuning werd ook een

PowerPointpresentatie venepreservatie

gemaakt, met name

bedoeld voor die medewerkers in

het ziekenhuis die bekend staan

om het vele ‘prikwerk’, zoals de

spoedeisende hulp, de prikdienst

van het lab, de intensive care en

eventueel ook anesthesie/verkoever

en de verpleegafdelingen

nefrologie/interne en chirurgie.

Deze laatste vanwege het

relatief frequente contact met

(pre)dialysepatiënten. Het ligt

in de bedoeling op de niet al te

lange termijn op deze afdelingen

de presentatie te verzorgen. Daarnaast

kan deze op verzoek aan

alle belangstellenden gegeven

worden.

ad 7: Om bij de bron te beginnen was

de gedachte ontstaan ook in het

opleidingstraject de venepreservatie

onder de aandacht te

Waarschuwingskaart

L•V•D•T M AGAZI N E

Deze patiënt(e) is bij u vanwege een onderzoek of

behandeling. Hij/zij is bekend met nierinsufficiëntie.

Dit kan mogelijk inhouden dat er op termijn dialysebehandeling

moet plaatsvinden. Het is van het grootste

belang dat er aan zogenaamde venepreservatie gedaan

wordt, vanwege de mogelijk toekomstige noodzaak tot het

aanleggen van een shunt.

brengen. Opleidingsmateriaal

voor de bekwaamheidsverklaring

‘venapunctie en infusie’ werd

geschreven en is ondertussen opgenomen

binnen het betreffende

e-learning programma.

ad 8: In de ziekenhuisbrede mailing om

de start van het project venepreservatie

onder de aandacht te

brengen zat - behalve een aantal

patiënteninformatiefolders, een

waarschuwingskaart en een

begeleidende brief - ook een aantal

posters. Vraag was om deze

posters op een opvallende plaats

binnen de betreffende afdeling

op te hangen en uiteraard de

richtlijnen van de venepreservatie

tijdens bijvoorbeeld een

werkoverleg aan de medewerkers

kenbaar te maken.

Breed informeren

Ondanks alle bovenstaande producten

en mailings werd daarmee nog steeds

een aantal mensen niet (direct) bereikt.

Vandaar dat er via digitale weg voornamelijk

nog artsen zijn aangeschreven.

Na al deze wegen bewandeld te hebben

vertrouwen we erop dat meer dan 95%

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 41


42

L•V•D•T M AGAZI N E

U bent sinds kortere of langere tijd bekend met

een teruggang van de nierfuncties. Mogelijk is op

termijn dialyse nodig om uw bloed van afvalstoffen

te zuiveren. Eventueel zal er via dialyse ook

vocht aan de bloedbaan onttrokken moeten

worden.

Voor deze toekomstige behandeling is het nu al

van belang de bloedvaten van uw armen zoveel

mogelijk te sparen. De medische term hiervoor is

‘venepreservatie’. In deze brochure leest u daar

meer over.

DIALYSE

Zoals u misschien al weet, zijn er twee vormen

van dialyse:

1 de buikspoeling (peritoneaal dialyse)

2 spoeling aan een dialyseapparaat

(hemodialyse)

De keuze voor een van deze vormen is in

principe aan u. Uiteraard gaat deze keuze in

samenspraak met de nefroloog. In de pre-dialyse

fase (dat is de fase voorafgaand aan de daadwerkelijke

dialyse) bespreekt de verpleegkundige alle

aspecten met betrekking tot beide vormen van

dialyse met u.

Bij buikspoeling is er in eerste instantie geen

directe toegang tot de bloedbaan noodzakelijk om

te kunnen dialyseren. Bij hemodialyse echter wel.

Er moet dan namelijk bloed vanuit het lichaam

door een kunstnier gepompt worden, waarna dit

weer teruggegeven wordt aan het lichaam. Voor

het kunnen uitvoeren van hemodialyse is dus een

goede vaattoegang in de arm noodzakelijk.

INT-134 / 0705

van de relevante disciplines

van de richtlijnen op de hoogte

is gebracht. Aangezien de voornaamste

schakel feitelijk de patiënt zelf blijft gaan

we ervan uit dat er op zijn minst enige

herkenning optreedt als deze zijn of haar

waarschuwingskaart toont.

Zoals eerder al gezegd worden de folders

en waarschuwingskaarten uitgereikt

op de poli nefrologie aan toekomstige

dialysepatiënten. Maar ook voor reeds

dialyserende HD- en PD- patiënten

zijn de richtlijnen relevant, aangezien

beide groepen later met een eventuele

(nieuwe) shunt te maken kunnen krijgen.

Vandaar dat ook zij door dialyseverpleegkundigen

van de VWV en verpleegkundigen

van de PD-poli de folder en waarschuwingskaarten

uitgereikt krijgen.

Verder zullen ook de predialyseverpleegkundigen

deze informatie aan de patiënt

uitreiken mocht dit onverhoopt niet op

de poli nefrologie gebeurd zijn (vangnetfunctie).

Het is natuurlijk zaak dat alle dialysecollega’s

op de hoogte zijn van de start van

het project venepreservatie, als ook van

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

AANLEGGEN VAN EEN SHUNT

Bij hemodialyse wordt de toegang tot de bloedbaan

aangelegd in de vorm van een fistel of een

shunt. Dat is een kunstmatige verbinding tussen

een ader en een slagader. De pre-dialyse verpleegkundige

zal u hierover uitgebreid informeren.

Het aanleggen van een shunt is een kleine

chirurgische ingreep. Het slagen van die ingreep

is echter erg afhankelijk van met name de kwaliteit

van de beschikbare vaten in de armen.

BEHOUDEN VAN OPTIMALE

VAATKWALITEIT

Om de kwaliteit van de vaten zo optimaal

mogelijk te houden, is het van belang ‘prikgaatjes’

en vaatontstekingen te voorkomen. Bij

noodzakelijke bloedafnames en/of infusie van

medicijnen adviseren we dringend dit alleen te

laten plaatsvinden:

Bij venapunctie (= bloedafname)

• in de elleboogsplooi

• op de rugzijde van de hand

• in de voet

en wel in deze aangegeven voorkeursvolgorde.

Bij infusies (toediening van vloeistoffen/medicijnen

via de aderen)

• op de rugzijde van de hand

• in de voet

• in de elleboogsplooi

en wel in deze aangegeven voorkeursvolgorde.

Dus NIET op de rechte trajecten van de onder-, of

bovenarmen.

de nieuwe richtlijn die deze

behelst. In het Groot Werk Overleg (overlegvorm

die 4x per jaar ’s avonds plaatsvindt)

is hieraan derhalve aandacht besteed.

Niet aanwezige collega’s werden

door VWV-werkgroepleden op andere

tijdstippen op de hoogte gebracht. Daarnaast

zijn de 2 per unit opgehangen

posters niet te missen eyecatchers, die

bij die collega’s bij wie de informatie nog

niet doorgedrongen mocht zijn op zijn

minst reactie oproepen.

Meetbaarheid

Venepreservatie is vanaf eind september

2005 een feit binnen het JBZ in ‘s-Hertogenbosch.

Beoordelen van positieve

effecten is echter een groot probleem,

want hoe meet je dit? Hoe stel je

bijvoorbeeld vast dat shunts überhaupt

niet aan te leggen waren, zich in het

verleden niet of onvoldoende ontwikkeld

hebben óf eerder dan anders problemen

gaven puur en alleen ten gevolge

van prikeffecten door venapuncties en

infusies? Dat is namelijk nooit ergens

vastgelegd, ... als het al vast te stellen

was. Ondanks het feit dat het nooit in

getallen gemeten is bestaat de overtuiging

dat venepreservatie een positief

Genoemde voorkeursvolgorde bij infusies geldt

NIET voor medicatie, waarvan bekend is dat ze

vaatontsteking (tromboflebitis) veroorzaken.

Deze hebben als eerste voorkeursplaats toch de

elleboogsplooi, vanwege een grotere diameter van

het vat en derhalve hogere bloedstroom.

Hierdoor wordt de kans op vaatontsteking

minder dan in de andere - kleinere - vaten.

Hieronder staat een aantal middelen genoemd

die vaatontsteking kunnen veroorzaken. Er zijn

nog meer middelen die vaatontsteking geven.

Hoe groot die kans is kan worden ingeschat door

degene die het infuus aanlegt, op grond van

ervaring met het medicijn.

Vaatontsteking veroorzakende middelen zijn o.a.:

- kaliumchloride (KCl)

- chemokuren / cytostatica

- erythromycine

- calciumcarbonaat

- digoxine

VAN BUIKSPOELING NAAR

HEMODIALYSE

Zoals hierboven vermeld staat, is een adequate

toegang tot de bloedbaan in eerste instantie

alleen voor hemodialyse van cruciaal belang.

Soms komt het echter voor dat er na een periode

van buikspoeling alsnog op hemodialyse moet

worden overgegaan. Dit maakt dat óók voor

mensen met buikspoeling het sparen van de

armvaten uitermate belangrijk is.

effect MOET hebben op de aanleg en de

ontwikkeling van shunts. Dat gebiedt de

logica nu eenmaal (zie ook de inleiding

van het genoemde artikel ‘Venepreservatie,

een aanzet tot verbetering’).

Wij gaan er in elk geval van uit dat met

het uitvoeren van het bovenbeschreven

project er wel degelijk een aanzet tot

verbetering gegeven is.


Het 34e EDTNA-congres

werd dit jaar gehouden

in Wenen.

Dit congres stond in het teken van technologie

en de ethische aspecten rond de

dialysepatiënt.

Persoonlijk was ik zeer onder de indruk

van een aantal sessies betreffende de begeleiding

van patiënten die stoppen met

dialyseren. Het wordt steeds duidelijker

hoe belangrijk het is om goede zorg te

geven als een patiënt stopt met dialyseren

of in de predialysefase besluit niet te

gaan dialyseren. Net als de opkomst van

het predialyseteam is het nu van belang

om op een dialyseafdeling ook een

begeleidingsteam voor de stervenden te

hebben. In een aantal abstractpresentaties

werd duidelijk gemaakt hoe gesterkt

een patiënt zich voelt als er contact

wordt gehouden met hem. Ik heb geen

idee hoever we hier in Nederland mee

zijn. Informatie over dit onderwerp is

zeer welkom op mijn mailadres. Op Europees

niveau is dit gelukkig al een hot

item. Misschien horen we er tijdens de

komende NND wel meer over.

Interest Groups

De EDTNA heeft het afgelopen jaar niet

stilgestaan. Tijdens het congres hebben

de verschillende Interest Groups hun

verhaal gedaan en veel presentaties

gegeven.

Anaemia Interest Group

Zij proberen door middel van promotie

meer aandacht en betrokkenheid op

anemie te vestigen bij de nefrologische

professie. Tevens stimuleren ze het

uitwisselen van protocollen betreffende

anemiebehandeling door heel Europa. Ze

werken veel samen met andere onderzoeken

en opleidingsprojecten zoals het

onderzoek naar anemiebehandeling bij

transplantatiepatiënten en verspreiden

de European Practice Guidelines for

Anaemia Management.

L•V•D•T M AGAZI N E

Begeleidingsteam

voor ster venden

essentieel op een

dialyseafdeling

Hypertension Interest Group

Eén van de jongste interessegroepen

van de EDTNA. Zij willen de aandacht

bij verpleegkundigen vergroten voor

hypertensie en cardiovasculaire risico’s.

Op dit moment ontwikkelen ze protocollen

voor de behandeling van hypertensie

bij nefrologische patiënten.

Nutrition Interest Group

De diëtetiek ontwikkelt opleidingsmateriaal

over voedingsonderwerpen voor

landen die niet beschikken over een

diëtist in hun ziekenhuis of bij dialysecentra.

Ook starten zij binnenkort een

voedingsforum op het Web.

Peadiatric Interest Group

De groep kinderdialyse heeft een gezamenlijk

onderzoek opgezet met de researchboard

van de EDTNA over toegang

tot de bloedbaan bij kinderen. Verder zijn

zij bezig met het ontwikkelen van een

Europees handboek voor kinderdialyse.

Transplantation Interest Group

De transplantatiegroep is in samenwerking

met de anemiegroep bezig met een

onderzoek naar anemiebehandeling bij

transplantatiepatiënten.

Social Workers Interest Group

De groep maatschappelijk werk is bezig

met het ontwikkelen van standaarden

voor de functiebeschrijving van het vak,

kwaliteitsstandaarden specifiek voor

de groep maatschappelijk werkers in

de nefrologie en het ontwikkelen van

opleidingsstandaarden voor de groep

maatschappelijk werkers in de nefrologie

Technicians Interest Group

De groep technici is bezig een gezamenlijke

CV te ontwikkelen voor dialysetechnici

in Europa.

En, last but not least, EPD: The European

Practice Database

Eén van de belangrijkste langstlopende

projecten van de EDTNA. Via de EPD worden

gegevens over de nefrologische zorg

in de Europese dialysecentra verzameld

met de bedoeling het in kaart brengen

van de algemene praktijk van de nefrologische

zorg in Europa.

Sinds 2002 zijn er 8 landen die meegedaan

hebben aan dit project. Ieder

jaar worden er weer 3 nieuwe landen

gevraagd mee te werken. Door middel

van het aanleveren van informatie betreffende

dialysecentra, aantal patiënten,

dialysetechnieken, medicatie, transplantaties

en wachttijden, infectiebehandelingen,

etc. komt er meer inzicht in de

verschillende werkwijzen.

Al deze groepen bestaan uit vrijwilligers,

EDTNA-leden uit verschillende landen,

afkomstig uit verschillende functiegroepen

binnen de wereld van de nefrologie.

Regelmatig zijn er vacatures. Ben je

geïnteresseerd?

Kijk dan op de website van de EDTNA:

www.edtna-erca.org.

Tot zover een overzicht van de gebeurtenissen

van het afgelopen jaar.

We hopen voor het volgende congres in

Madrid weer spectaculaire abstracts te

ontvangen. Het congres 2006 staat in

het teken van ‘Prevention, Care and Management

of Renal Disease’. Uitgebreide

informatie over de abstractonderwerpen

kun je vinden op de EDTNA-ERCA-website

(www.edtna-erca.org).

Stuur je abstract in voor 14 februari 2006.

Succes,

Joke

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 4


44

L•V•D•T M AGAZI N E

Symposium dialyseafdeling Goes

‘Zorgen voor morgen’

Tekst: Wil de Jong, Dialyseafdeling Stichting Oosterscheldeziekenhuizen, Goes

Naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van de dialyseafdeling en van het 5-jarig bestaan van

het vakantiedialysecentrum “De Banjaard” werd er op 2 november 2005 een symposium georga-

niseerd door de dialyseafdeling van de Stichting Oosterscheldeziekenhuizen te Goes.

De titel van het symposium

was “Zorgen

voor morgen”. Deze

titel was bedoeld als vlag, die meerdere

ladingen kon dekken.

Opening

Nadat de ongeveer 150 aanwezigen

verwelkomd waren met koffie en een

Zeeuwse bolus, opende dhr. dr. Simons,

dagvoorzitter en voorzitter van de Raad

van Bestuur van de Oosterscheldeziekenhuizen,

het symposium met een eerste

verhandeling.

Volgens dhr. Simons kan “morgen” beïnvloed

worden door een aantal factoren,

zoals:

• een verschuiving van macroveranderingen

op financieel gebied; te

denken valt aan marktwerking naar

een nieuwe regionale inrichting van de

organisatie van de zorg, waarbij coöperatie

voorop staat i.p.v. concurrentie.

Men heeft immers gemeenschappelijke

belangen t.o.v. de patiënt;

• een verhoging van de kwaliteit van

dienstverlening, bijvoorbeeld wat

betreft logistiek en bejegening;

• een vermeerdering van de invloed van

de medische professional, door bijvoorbeeld

artsen of verpleegkundigen

in het bestuur op te nemen.

Ook zou de provincie de kwaliteit van

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

zorg binnen haar grenzen kunnen verbeteren

door het toekennen van subsidies.

PREVEND-studie

De tweede spreker was professor de

Jong van het Academisch Ziekenhuis in

Groningen. Professor de Jong heeft de

PREVEND-studie opgezet (Prevention of

renal and vasculair end-stage disease)

vanwege de grote toename van het

aantal dialysepatiënten.

Hij constateert, dat de oorspronkelijke

oorzaken van nierfalen niet toenemen

maar dat de nieuwe welvaartsziekten,

zoals hoge bloeddruk en Diabetes Mellitus

type II tegenwoordig de voornaamste

oorzaken zijn. In Groningen is een

groot onderzoek opgezet waarbij naast

een vragenlijst ook een urinemonster

ingeleverd moest worden. Uit dit onderzoek

blijkt, dat bij patiënten met microalbuminurie

(als gevolg van verhoogde

bloeddruk en dus verhoogde druk in de

nier) zo’n 4 jaar na het ontstaan hiervan,

vaak hartschade en DM II kan worden

vastgesteld.

Dit onderzoek toont tevens aan dat maar

liefst 10% van de Nederlanders zonder

het te weten beginnende nierschade

heeft. Deze mensen hebben geen klachten

maar lopen dus wel risico.

De professor bepleit een uitgebreid liefst

landelijk urineonderzoek en zonodig

behandeling met ACE-remmers, die

de druk in de nier ook verlagen. Deze

behandeling zal “morgen” veel nierfalen

kunnen voorkomen en daarom kosteneffectief

zijn.

Nierstichting

Na deze spreker kwam mw. drs. Bakker

aan het woord, de directeur van de

Nierstichting.

De missie van de Nierstichting is: het

verbeteren van de kwaliteit van leven

van nierpatiënten in Nederland, nu en in

de toekomst.

Zij schetst hoe de Nierstichting tot nu

toe gestalte heeft gegeven aan deze missie

en hoe zij dit in de toekomst wil gaan

doen, namelijk door de mogelijkheden

voor transplantatie te vergroten en door

te investeren in preventie. Zo heeft de

Nierstichting subsidie verleend aan de

Prevend-studie en zou ze graag zien dat

hier in de praktijk gestalte aan wordt gegeven,

door bijvoorbeeld de mogelijkheid

tot zelfscreening op microalbuminurie te

stimuleren onder de juiste voorwaarden,

zoals een goede voorlichting en followup.

Ook wordt het Hans Mak instituut

genoemd, dat zich hier volop mee

bezighoudt.

Belang van preventief onderzoek

Dhr. dr. van Bijsterveld, hoofd afdeling

medische technologie en transplantaten

en lid van de directie geneesmiddelen en

medische technologie van het departement

van volksgezondheid nam het

sprekersstokje over.

Ook hij erkent het belang van preventief

onderzoek om verdere toename van het

aantal nierpatiënten tegen te gaan maar

legt de verantwoordelijkheid hiervoor

vooral bij patiënten, zorgverleners en

verzekeraars, al ziet hij een kleine rol

weggelegd voor de overheid.

Hij wijst op een aantal maatregelen, die

genomen zijn om de kosten ten gevolge

van de vergrijzing, de toename van het

aantal patiënten en dientengevolge het

plaatsgebrek in de hand te houden, zoals

marktwerking en/of regionaal zorgaanbod,

kwaliteitsbeleid en innovatieve ontwikkelingen,

zoals het project Nocturne.

Verder ziet hij een mogelijkheid om via

de Wet op de orgaandonatie het aantal

transplantaties toe te laten nemen. Dit

zou kunnen door een verhoging van

het aantal registraties (mensen moeten

hier bewuster mee omgaan), een beter

gebruik van het donorpotentieel en een


eter gebruik van nieuwe bronnen, zoals

donatie bij leven (familiedonatie) en van

non-heart-beating donoren.

Transplantatieverschillen

per land

De laatste spreker voor de pauze was dhr.

van Gelder, transplantatiecoördinator in

Leuven (België).

Dhr. van Gelder geeft aan, dat het chronisch

tekort aan donornieren per land

verschilt. Deze verschillen worden veroorzaakt

doordat de donatiewetgeving

verschilt, evenals de transplantatieactiviteit,

de educatie en religie. In sommige

landen, zoals Spanje begint men al vóór

het overlijden over donatie en wordt er

ook wel doorbehandeld met het oog op

donatie.

Daarnaast is het noodzakelijk om

bezorgdheid bij de bevolking weg te

nemen, zodat mensen niet bang zijn om

niet optimaal behandeld te worden met

het oog op donatie. Voorlichting speelt

een belangrijke rol. Dhr. van Gelder sloot

zijn presentatie af met de ingrediënten

voor een ideaal transplantatiemodel.

In de pauze werd de inwendige mens

versterkt. Ook kon men, via een aantal

stands van fabrikanten, kennis nemen

van enige ontwikkelingen en producten

op dialysegebied.

Na de pauze werd de volgende spreker

op ludieke wijze aangekondigd door een

artiestenduo.

Rol verzekeraars

Deze spreker was dhr. van den Heuvel,

algemeen direkteur van AZIVO (zorgverzekeraar).

Dhr. van den Heuvel licht het standpunt

van AZIVO toe. Deze wil het aantal

levende donaties verhogen door alle

kosten, ook van de donor, te vergoeden

en door het ondersteunen van initiatieven

om de kwaliteit en efficiëntie van

donatie- en transplantatieprocedures te

verbeteren. Om het aantal transplantaties

te verhogen, is AZIVO in het verleden

een luchtbrug gestart op de stad Phoenix

in Amerika. Dit initiatief is na 2 jaar

gestaakt na een uitspraak van de Ziekenfondsraad,

die deze in het buitenland

verrichte niertransplantaties aanmerkte

als niet aanvaardbare kosten en daarom

niet toestond. AZIVO wil in de toekomst

doorgaan met de huidige projecten en

hoopt dat het initiatief van de luchtbrug

weer opgepakt kan worden.

Zorgverlening in de

toekomst

De volgende spreker was Professor dr.

Vierhout, voorzitter van de Orde van

Medische Specialisten, die sprak over de

veranderende medisch-specialistische

zorg in Zeeland.

Professor Vierhout denkt, dat het anders

zal en moet gaan in het ziekenhuis van

de toekomst. Er zal een intensievere

multidisciplinaire samenwerking moeten

zijn en een betere technologische

procesondersteuning, zowel medisch

inhoudelijk als via ICT.

Het EMD (elektronisch medisch dossier)

en het EPD (elektronisch patiëntendossier),

dwingen de arts tot bedrijfsmatig

werken. Er komen superspecialisaties,

zoals nurse practitioner en physician

assistant en een nieuwe ordening in medisch

specialisten, eerstelijns en tweedelijns.

Ook de wereldwijde technologische

ontwikkelingen leiden tot nieuwe mogelijkheden.

Men moet overgaan van grote

concentratieziekenhuizen naar beperkte

hoogwaardige medisch- specialistische

zorgcentra met satellietafdelingen. Door

ICT-ontwikkelingen kan men zich te allen

tijde laten bijstaan in de directe patiëntenzorg.

Nieuwe inzichten

De werkplekmanager van de jubilerende

dialyseafdeling, dhr. Charles Versluijs,

was de derde spreker na de pauze. Ook

hij heeft een aantal ideeën voor de toekomst

die hij wil bespreken, zoals:

• satellietdialyse, ofwel, wij komen naar

u toe… dit scheelt weer taxikosten en

is een betere service naar de patiënt

toe;

• de thuiszorg is ook in ontwikkeling en

kan peritoneaal dialyse en thuisdialyse

uitvoeren;

• de preventiepoli, als uitbreiding van

de huidige predialyse en carrouselpoli,

kan mensen eerder doorverwijzen voor

behandeling via de huisarts, waardoor

dialyse voor hen misschien niet nodig

is;

• outcome parameters: nieuwe ontwikkelingen

moeten getoetst worden

aan parameters om de effectiviteit en

efficiëntie te kunnen vaststellen;

• een ‘state of the art’ onderzoek naar de

verschillende nierfunctievervangende

therapieën om wetenschappelijk

onderbouwde visies door te voeren;

• marktwerking, waarbij er in plaats

van 54 kleine centra, 18 grote centra

komen, met satellieten, op bijvoorbeeld

joint venture grondslag. Dit

L•V•D•T M AGAZI N E

biedt veel voordelen op het gebied van

inkoop, samenwerking, inzetbaarheid

personeel, nefrologische 24-uurszorg,

verticale en horizontale differentiatie

e.d. Dit alles zou moeten leiden tot

o.a. een eenduidig kwaliteitsbeleid,

samenwerking intra- en extramuraal

en kostenreductie.

Bart Foundation

De rij sprekers werd afgesloten met mw.

Schermerhorn, manager van de Bart

Foundation en dhr. Schot, ervaringsdeskundige.

De Bart Foundation biedt jonge

mensen met een ingrijpende ziekte, de

kans om hun ambitie waar te maken

en ondersteunt hun wensen om hun

leven zin te geven. Dhr. Schot vertelt

wat de Bart Foundation voor hem heeft

gedaan en mw. Schermerhorn geeft een

toelichting op de manier, waarop de Bart

Foundation probeert orgaandonatie

beter bespreekbaar te maken. Door de

organisatiecommissie werd een geldelijke

bijdrage aangeboden aan de Bart

Foundation.

Forumdiscussie

Dhr. Simons vroeg ter afsluiting de sprekers

bij elkaar voor een forumdiscussie.

Hierna vatte hij het symposium samen

in de volgende statements.

• Orgaandonatie moet effectiever en

efficiënter worden aangepakt.

• Er moet meer inzet komen op preventie.

• Er moet een betere kosten-batenanalyse

plaatsvinden.

• Er moet meer evaluatieonderzoek

plaatsvinden.

• De dialysesector moet op een andere

manier georganiseerd worden.

• De bestuurlijke organisatie moet worden

herzien.

• Er moet ook internationaal een andere

aanpak komen.

Het artiestenduo sloot het symposium

muzikaal af, waarna er nog gelegenheid

was voor wat netwerken onder het

genot van een drankje en een hapje.

De volledige PowerPointpresentaties van

de sprekers kun je opzoeken op de site

www.soz.nl onder professionals en presentaties.


23e jaargang | december 2005 | nummer 4 45


Peter Smienk

46

L•V•D•T M AGAZI N E

Diabetesworkshop

wederom groot succes

Tekst: José Dekker

De diabetesworkshops die gehouden zijn in november 2005 waren informatief en succesvol. Er

werden allerlei nuttige en praktische tips gegeven. Iedereen weet inmiddels dat diabetes flink

toeneemt onder de Nederlandse bevolking. Daardoor zal het aantal patiënten met diabetes op

de dialyseafdeling stijgen. Momenteel is dit percentage ongeveer 20% van de dialysepopulatie

maar in bijvoorbeeld de Verenigde Staten is dit al opgelopen tot 50%.

Door efficiënte diabeteszorg

te verrichten kun

je allerlei vervelende

complicaties voorkomen zoals vaatklachten,

cardiale klachten maar ook visusklachten.

In Nederland is aangetoond

dat de meeste mensen blind geworden

zijn ten gevolge van de complicaties van

diabetes. Het is dus van groot belang om

op iedere dialyseafdeling te starten met

diabeteszorg.

Het ochtendprogramma van de workshop

werd verzorgd door Peter Smienk,

werkzaam bij de firma Abbott. (zie foto)

Hij behandelde de werking van glucosemeters,

het eventueel falen van de

glucosemeter en tips waarop je moet

letten bij het afnemen van bloedsuikers.

Vaak denk je “dat doe ik even, een bloedsuikertje

afnemen” maar veel factoren

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

kunnen een afwijkend resultaat geven.

Er zijn b.v. allerlei interfererende stoffen

waardoor de glucosemeter ook een

afwijkende meting geeft. Een voorbeeld

hiervan is Extraneal, peritoneaalvloeistof

die de PD-patiënten gebruiken. Bij bijna

alle meters geeft de icodextrine (een stof

die in Extraneal zit) afwijkende bloedsuikers.

Ook b.v. bij het gebruik van statines

kan dit voorkomen. De glucosemeter van

Abbott is op deze factoren getest en is

één van de weinige glucosemeters die

PD-patiënten kunnen gebruiken.

Na de lunch werd er een presentatie

gehouden over het opstarten van diabeteszorg

op de dialyseafdeling. Er zijn veel

collega’s op diverse dialyseafdelingen die

willen starten met diabeteszorg op de

afdeling. Daarom is het prettig te weten

welke controles op welk tijdstip plaats

zouden moeten vinden. Belangrijk zijn

ook goede opstartprotocollen e.d.

Na deze presentatie werd de interpretatie

van bloedsuikers behandeld, een

uitleg over hypo’s en hypers. De middag

werd afgesloten met een presentatie

over de diabetische voet met alle complicatie’s

.

Kortom, een leerzame dag voor velen.

Doordat de groepen klein gehouden

waren, had men ruim de gelegenheid

om allerlei vragen te stellen. Op deze

manier heeft de diabeteswerkgroep de

collega’s die diabeteszorg als aandachtsgebied

hebben veel informatie kunnen

aanreiken. Wij als werkgroep hopen dat

binnenkort op veel dialyseafdelingen

diabeteszorg een belangrijke plaats

krijgt om zodoende deze diabeteszorg

voor de dialysepatiënten op een hoger

peil te kunnen brengen. Door deze workshops

en ook die van vorig jaar hebben

we veel collega’s enthousiast kunnen

maken. Zelf denken we dat we ongeveer

85% van alle dialyseafdelingen hebben

bereikt met deze workshop.

Volgend jaar hopen we een vervolg te

kunnen bieden op de gehouden workshop!


L•V•D•T M AGAZI N E

Onderzoek naar de pijnbeleving

en angst bij het

aanprikken van een shunt

De uitkomsten

Tekst: Dineke Nap, dialyseafdeling Groene Hart Ziekenhuis Gouda

In het vorige LVDT Magazine

heeft u kunnen lezen dat er

enkele maanden geleden

in het Groene Hart Ziekenhuis op de

afdeling Dialyse een onderzoek gestart

is naar pijnbeleving en angst bij het aanprikken

van een shunt. Dit in het kader

van het kwaliteitsbeleid van het Groene

Hart Ziekenhuis waarin pijnbeleving en

pijnbestrijding belangrijke aandachtsgebieden

zijn. Tot nu toe werden pijn

en angst in algemene termen gerapporteerd

in het verpleegkundige dossier.

Het onderzoek naar de pijnbeleving bij

het aanprikken van een shunt en de rol

die angst hierbij speelt, moet uitwijzen

of het zinvol is om de richtlijnen voor het

gebruik van verdoving aan te passen. Bij

het onderzoek is een onderverdeling gemaakt

tussen patiënten, die gedurende

een periode korter dan twee maanden

worden aangeprikt en patiënten, die

gedurende een periode langer dan 2

maanden worden aangeprikt. Hieronder

volgen de resultaten van het onderzoek,

onder de groep patiënten die gedurende

een periode langer dan 2 maanden worden

aangeprikt.

Onderzoek

Met behulp van een enquêteonderzoek

onder de patiënten is inzicht verkregen

hoe de patiënten het aanprikken van

de shunt ervaren. Pijn en angst zijn

subjectieve begrippen, wat inhoudt

dat ieder mens dezelfde pijn of angst

anders omschrijft en beoordeelt. In dit

onderzoek gaat het niet om de pijn of

angst zelf maar om hoe de pijn of angst

ervaren wordt.

Daarnaast is onderzocht of er variabelen

(soort shunt, type naald, leeftijd van de

patiënt e.d.) aan te wijzen zijn, die van

invloed zijn op de angst en/of pijnbeleving.

Begin juli is er een éénmalige mondelinge

enquête afgenomen bij dialysepatiënten

waarvan de shunt gedurende

een periode langer dan twee maanden

wordt aangeprikt. Tijdens de dialyse

werd bij de patiënt, aan de hand van een

opgestelde vragenlijst met voornamelijk

gesloten vragen, een enquête afgenomen.

In totaal is bij 33 patiënten de enquête

afgenomen. Alle gegevens hebben

betrekking op die 33 patiënten.

Algemene gegevens

Aan het onderzoek deden 33 hemodialysepatiënten

mee, 18 mannen en 15

vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de

patiënten is 64 jaar (variërend van 38

jaar tot 87 jaar).

Van de ondervraagde patiënten heeft

58% een cimino-shunt, 30% een PTFEshunt

en 12% een brachialis-shunt. De

shunts worden gemiddeld gedurende 2

jaar aangeprikt.

De gebruikte naalden bestaan voor 64%

uit stalen naalden (dialysefistelA-5551G

17G), voor 21% uit supercath 17G naalden

en voor de overige 15% uit een combinatie

van stalen en supercath 17G naalden

of een ander type naald. Ruim 70% van

de patiënten gebruikt geen lokale verdoving

voor het aanprikken.

De pijnbeleving bij het

aanprikken van de shunt

De patiënten is, onder andere, gevraagd

om een cijfer te geven voor de pijn bij

aanprikken van de shunt, de tijdsduur

van de pijn en de plaats van de pijn te

benoemen. De pijn wordt aangegeven

op een numerieke schaal van nul tot tien.

Nul staat voor geen pijn en tien voor de

ergst denkbare pijn.

Het gemiddelde cijfer dat de patiënten

voor pijnbeleving geven is 3,2. Ruim 20%

van alle patiënten geeft aan geen pijn bij

het aanprikken van de shunt te ervaren.

Ruim 30% van de patiënten geeft een

cijfer hoger dan 4 voor de pijn bij het

aanprikken (zie figuur 1). De meeste

patiënten, die een cijfer hoger dan een

0 geven voor de pijnbeleving, geven aan

dat de pijn 0-15 seconden aanhoudt, dat

de pijn bij de prikgaatjes zit en de pijn

wordt als stekend ervaren.









Figuur 1



De angst voor het

aanprikken van de shunt

Aan alle patiënten is gevraagd een cijfer

te geven voor de angst bij het aanprikken

en de reden van de angst aan te

geven. De angst wordt weergegeven op

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 4


48

L•V•D•T M AGAZI N E

een numerieke schaal van nul tot tien.

Nul staat voor geen angst en tien voor

de ergst denkbare angst. Gemiddeld

geven de patiënten een 1,2 voor de angst

voor het aanprikken van de shunt. Meer

dan 50% van de ondervraagde patiënten

geeft aan geen angst te hebben voor het

aanprikken. Sommige patiënten geven

aan geen angst voor het aanprikken

te hebben maar wel een spanning te

voelen. Slecht 15% van de ondervraagde

patiënten geeft een cijfer hoger dan een

2 (zie figuur 2).

Figuur 2



Aan patiënten die angst een cijfer hoger

dan 0 geven, is tevens gevraagd waar

men angstig voor is. Hieruit blijkt dat van

de 15 patiënten, die een bepaalde mate

van angst voor het aanprikken heeft, 35%

angstig is voor de pijn en 65% angstig is

voor misprikken.

Onderzoek naar de pijnbeleving

en angst in relatie met

verschillende variabelen

Naast het inventariseren van de algemene

gegevens, zijn er ook nog verschillende

testen gedaan om relaties tussen

verschillende gegevens te onderzoeken.

Tevens is onderzocht of de gevonden

verschillen significant zijn. Er wordt in

dit onderzoek van uitgegaan dat een verschil

significant is, als er minder dan 5%

kans bestaat, dat het gevonden verschil

op toeval berust.

Het geslacht

Er is onderzocht of het geslacht van de

patiënt invloed heeft op de pijnbeleving

en de angst bij het aanprikken van de

shunt. Mannen geven gemiddeld een 2,8

voor de pijn en een 1,1 voor de angst bij

het aanprikken. Vrouwen geven gemid-

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

5

4

3

2

1

0

Figuur 3

deld een 3,6 voor de pijn en een 1,3 voor

de angst bij het aanprikken (zie figuur 3).

Soort shunt

Patiënten met een PTFE-shunt geven gemiddeld

een 3,5 voor de pijnbeleving en

een 0,8 voor de angst bij het aanprikken

van de shunt. Patiënten met een ciminoshunt

geven gemiddeld een 3,2 voor de

pijnbeleving en een 1,3 voor de angst. Patiënten

met een brachialis-shunt geven

gemiddeld een 2,0 voor de pijnbeleving

en een 1,8 voor de angst.

Opvallend hier is dat de patiënten met

een brachialis-shunt de minste pijn ervaren

en de meeste angst hebben voor het

aanprikken van de shunt (zie figuur 4).

Soort naald

Patiënten die aangeprikt worden met

stalen naalden geven gemiddeld een

2,8 voor de pijn bij het aanprikken en de

patiënten die aangeprikt worden met

supercath 17G naalden geven gemiddeld

een 4,0 voor het aanprikken van de

shunt. Patiënten die aangeprikt werden

5

4

3

2

1

0

Figuur 4

mannen vrouwen

met stalen naalden geven gemiddeld

een 1,4 voor de angst bij het aanprikken

en de patiënten die aangeprikt worden

met supercath 17G naalden geven

gemiddeld een 1,0 voor de angst bij het

aanprikken van de shunt (zie figuur 5).

Verdoving

PTFE shunt ciminoshunt brachialisshunt

pijnbeleving

angst

Onder lokale verdoving wordt zowel

Emlazalf ® als Xylocainespray 10% ®

verstaan. De patiënten die geen lokale

verdoving gebruiken geven gemiddeld

een 3,3 voor de pijnbeleving en een 0,8

voor de angst bij het aanprikken van de

shunt. De patiënten die wel een lokale

verdoving gebruiken geven gemiddeld

een 2,8 voor de pijnbeleving en een 2,1

voor de angst (zie figuur 6).

Aantal maanden dat de

shunt wordt aangeprikt

De pijn neemt af naarmate de shunt

gedurende een langere periode wordt

aangeprikt. Opvallend is het feit dat 12

maanden nadat de shunt voor het eerst

pijnbeleving

angst


Figuur 5

werd aangeprikt er een grote groep

patiënten is die het aanprikken toch nog

als redelijk pijnlijk ervaart en een cijfer

hoger dan een 4 geeft.

De angstbeleving neemt af naarmate de

shunt langer wordt aangeprikt.

De leeftijd van de patiënten

De pijn neemt toe naarmate de patiënten

ouder worden, in tegenstelling tot

de angst die juist afneemt naarmate de

patiënten ouder worden.

De angst en de pijnbeleving

Verwacht werd dat er een relatie aangetoond

zou worden tussen de angst voor

het aanprikken en de pijnbeleving. De

verwachting was dat naarmate de angst

groter is, de pijnbeleving ook groter zou

zijn. Dit wordt echter niet bevestigd door

dit onderzoek (zie figuur 7).

Geen van de gevonden verschillen is

echter significant!

5

4

3

2

1

0

5

4

3

2

1

0

Figuur 6

stalen naalden supercath naalden

Conclusie

geen verdoving wel verdoving

pijnbeleving

angst

Dit onderzoek naar de pijnbeleving en

angst bij het aanprikken van de shunt

voor een dialysebehandeling is uitgevoerd

met behulp van een éénmalige

enquête bij een groot deel van de populatie

van de dialysepatiënten in het

Groene Hart Ziekenhuis. Het geeft een

beeld hoe de patiënten het prikken ervaren.

Het is echter een momentopname.

Het blijkt ook moeilijk te zijn om angst

en pijn, twee subjectieve begrippen, in

een cijfer uit te drukken.

Gemiddeld geven de patiënten een cijfer

van 3,2 voor de pijnbeleving bij het aanprikken

van de shunt.

Er is niet bepaald welke waarde acceptabel

is voor de pijn bij het aanprikken

van de shunt. Ondanks dat het een

kortdurende pijn is, is het wel belangrijk

om aandacht te geven aan deze pijn.

Patiënten worden over het algemeen 2 á

3 keer per week aangeprikt.

Gemiddeld geven de patiënten een cijfer

van 1,2 voor de angst voor het aanprikken

Pijnbeleving

angst








Figuur 7

L•V•D•T M AGAZI N E




van de shunt, enkele patiënten geven

echter een cijfer van 4 of hoger.

Zowel pijnbeleving als angst kan worden

opgenomen in het anamneseformulier.

Deze anamnese wordt op de afdeling

Dialyse van het Groene Hart Ziekenhuis

standaard twee keer per jaar afgenomen

bij de patiënten. Dit geeft mede de

mogelijkheid om onderwerpen als pijn

en angst bespreekbaar te maken.

De verwachting voorafgaande aan

het onderzoek dat er een relatie zou

zijn tussen de angst en de pijn is niet

aangetoond in dit onderzoek. Angst- en

pijnbeleving hangen wel samen met

geslacht, type shunts, naalden en verdoving.

Al deze verschillen zijn echter niet

significant. Aan de hand van dit onderzoek

kunnen geen variabelen aangewezen

worden die van invloed zijn op de

pijnbeleving en angst.

Mogelijk zou een onderzoek met een

grotere populatie, in meerdere centra,

wel significante verschillen opleveren.

(1) Pijnanamnese: Landelijk Verpleegkundig

Pijnnetwerk van de Werkgroep Pijnanamnese

(2) Pijn van nul tot tien; handleiding voor implementatie

van pijnregistratie Integraal

Kankercentrum Amsterdam (IKA), mei

1998

23e jaargang | december 2005 | nummer 4 49


50

L•V•D•T M AGAZI N E

Advertentiemogelijkheden

& -tarieven

Voor adverteren in het LVDT Magazine

gelden de volgende regels:

Voor het reserveren van een advertentie

kunt u contact opnemen met

de hoofdredacteur Charles André.

U kunt hem bereiken via e-mail:

C.Andre@lzr.nl .

Bellen kan ook op: 0475-382144

(Dialyseafdeling Laurentius Ziekenhuis

te Roermond).

Bij reservering per e-mail graag vermelden

welk formaat u wenst. De

hoofdredacteur zal dan zo spoedig

mogelijk contact met u opnemen

om de mogelijkheden met u verder

door te nemen.

Verder bij de aanvraag graag vermelden

met wie contact moet worden

opgenomen en om wat voor soort

advertentie het gaat (personeel of

product). Ook graag vermelden aan

wie de factuur en het bewijsexemplaar

moeten worden verzonden.

U ontvangt de factuur en het bewijsexemplaar

zo spoedig mogelijk

na het verschijnen van het LVDT

Magazine.

Tarieven:

Formaat alleen kleur

1/1 (A4) e 750,-

1/2 (A5) e 450,-

Advertorial e 750,-

Flyers op aanvraag

Formaat A4

bladspiegel 210 x 297 mm;

zetspiegel 178 x 260 mm.

Formaat A5

bladspiegel 210 x 148 mm;

zetspiegel 178 x 130 mm.

Advertenties dienen binnen te

komen als PDF (Liefst: Certified PDF

Tijdschriften Nederland), Adobe

InDesign, Adobe Illustrator of Quark

X-press formaat.

Andere wijzen van aanleveren brengen

een meerprijs met zich mee.

Flyers en toevoegingen op aanvraag.

Bij flyers en andere toevoegingen

moet u rekening houden met een

meerprijs.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

Lidmaatschap & contributie

Het lidmaatschap

De doelgroep van de LVDT zijn de verpleegkundigen

die werkzaam zijn op het gebied

van de nierfunctievervangende therapie. De

vereniging sluit niemand uit van het lidmaatschap.

Personen werkzaam bij commerciële

bedrijven kunnen alleen associé worden.

Verder hebben ze de gelijke rechten als leden,

afgezien van het stemrecht tijdens de ledenjaarvergadering.

Het lidmaatschap geldt per

kalenderjaar. Het lidmaatschap geldt tot wederopzegging

en wordt zonder tegenbericht

automatisch verlengd. Het lidmaatschap kan

op elk gewenst moment ingaan. Aanmelden

kan alleen schriftelijk, bij voorkeur met de

daarvoor bestemde inschrijfformulieren.

Opzeggen

Nu zien we het niet graag maar toch komt

het voor dat leden bedanken voor het lidmaatschap.

De procedure is als volgt. Opzeggen

dient schriftelijk te gebeuren en uiterlijk

voor 1 december van het lopende jaar. Indien

correct wordt bedankt wordt per 1 januari van

het volgende jaar het lid uit het ledenbestand

verwijderd. Ieder lid dat bedankt krijgt een

brief ter bevestiging. Indien het opzeggen

niet correct is gebeurd blijft lidmaatschap

en de daarbij behorende verplichtingen van

kracht. Het lid wordt schriftelijk geïnformeerd.

De contributie

De hoogte van de contributie wordt ieder jaar

door de leden tijdens de ledenjaarvergadering

vastgesteld. Er is een differentiatie in de berekening

van de contributie aangebracht. Wanneer

de aanmelding voor 1 juli plaatsvindt,

dan wordt het volledige bedrag in rekening

gebracht. Wanneer iemand zich aanmeldt als

lid tussen 1 juli en 1 december dan wordt de

helft van de contributie in rekening gebracht.

Meldt iemand zich na 1 december aan, dan

wordt voor dat jaar niets berekend. Voor de

cursisten is een speciale regeling in het leven

geroepen. Een cursist kan namelijk gratis lid

zijn voor een periode van 12 maanden. Het

gratis lidmaatschap gaat in op het moment

dat de theoretische opleiding start. Twaalf

maanden lang, tellende vanaf de start van uw

opleiding, wordt geen contributie berekend.

De enige voorwaarde is dat de cursist lid

blijft in het jaar dat het gratis lidmaatschap

afloopt. Om hoogte van de contributie te

bepalen geldt de volgende berekening. Begint

de opleiding in januari, februari of maart, dan

is in het daarop volgende jaar het te betalen

bedrag 75% van de geldende contributie.

Vangt de opleiding in april, mei of juni aan

dan wordt de helft van het bedrag berekend.

Start de opleiding juli, augustus of september

wordt 25% van de contributie in rekening

gebracht. Als de opleiding in een van de laatste

drie maanden begint dan is het daarop

volgende jaar geheel kosteloos. De bedragen

worden naar beneden afgerond. Wanneer

de cursist de opleiding afbreekt dan wordt

het lidmaatschap (alleen op verzoek van de

cursist) ontbonden.

Inning van de contributie

Ieder lid wordt verzocht de vereniging te

machtigen om de contributie te innen.

Daarvoor ontvangt een nieuw lid een machtiging/acceptgirokaart.

De keuze is vrij maar

bij betaling anders dan met een machtiging

wordt e 2,50 administratiekosten in rekening

gebracht. Diegene die de LVDT niet heeft

gemachtigd ontvangt bij het laatste LVDT

Magazine van het jaar een acceptgiro voor het

komende jaar. Voor 15 februari van het daarop

volgende jaar moet het bedrag gestort zijn

op de rekening van de LVDT. Wanneer dat niet

het geval is volgt een herinnering (het bedrag

is dan verhoogd i.v.m. administratiekosten).

Dit bedrag moet voor 1 april gestort zijn op

de LVDT rekening. Zo niet volgt een tweede

aanmaning (het bedrag is dan wederom

verhoogd), dit bedrag moet voor 1 mei bij de

LVDT binnen zijn. Is na de laatste aanmaning

geen contributie ontvangen dan wordt het

lid geroyeerd. De gegevens worden niet uit

het ledenbestand gewist maar de geroyeerde

wordt als debiteur geboekt. In het geval dat de

persoon in kwestie zich weer aanmeldt wordt

de openstaande schuld in rekening gebracht.

Registratie

Van de leden worden de volgende gegevens in

het ledenbestand geregistreerd:

• De naam en/of meisjesnaam, de roepnaam

en de initialen.

• Het adres, de postcode en de woonplaats

• De geboortedatum en het geslacht

• De werkgever en de functie die het lid

bekleedt

• De eventuele telefoon- en faxnummer(s)

en eventueel e-mail adres

• Het giro- of bankrekeningnummer

• Datum inschrijving

• Bij cursisten worden in het bestand ook

het opleidingsinstituut en de aanvang

opleiding geregistreerd.

Abonnement

Ieder lid ontvangt het verenigingsblad LVDT

Magazine. Voor niet-leden is het mogelijk een

abonnement te nemen. Het abonnement is

duurder dan het lidmaatschap. De hoogte

van het abonnementsgeld wordt door het

bestuur vastgesteld. Voor aanmelden en

opzeggen geldt dezelfde procedure als bij het

lidmaatschap. De abonnee kan desgewenst

schriftelijk geïnformeerd worden over activiteiten

van de vereniging.


TMI

zoekt dialyseverpleegkundigen voor opdrachten

van langere duur bij diverse dialysecentra. Naast

afwisseling biedt TMI de zekerheid van een

vaste baan met een uitstekend salaris als je

minimaal 32 uur per week beschikbaar bent.

Meer weten?

Bel:

Bettyanne de Rijk 06 – 46 17 67 55

Edward Jacobs 06 – 29 09 60 65

Simone Keuter, dialyseverpleegkundige

TMI is doorlopend op zoek naar dialyseverpleegkundigen.

“Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en ben als gedetacheerd

dialyseverpleegkundige bij TMI aan de slag

gegaan. Een bewuste keuze voor een professionele organisatie

die mij de mogelijkheid biedt om in verschillende

dialysecentra te werken. Zodoende leer ik veel, ontmoet ik

verschillende mensen en kom ik nog eens ergens.

Kortom, een interessante manier om met mijn vak bezig te zijn!

Naast de collega’s op het werk heb ik ook TMI collega’s die ik

regelmatig zie en spreek. Zo kan je op een leuke manier ervaringen

uitwisselen.

Omdat niet elk dialysecentrum met dezelfde dialysemachines werkt,

vraagt dat extra kennis. Zo blijf je telkens leren. Wil jij ook je horizon

verbreden en gedetacheerd gaan werken? Dan ben je meer dan welkom.

TMI kan namelijk altijd extra collega’s gebruiken.”

Tosca Medisch Interim bv

Postbus 90137

1006 BC Amsterdam

www.verpleegkundigen.nl


Retro

52

L•V•D•T M AGAZI N E

De Duitse arts Georg Haas,

voerde de eerste dialysebehandelingen uit bij mensen.

Haas dialyseerde patienten met nierfalen in de zomer van 1924 na veelvuldig experimenteren. Tot 1928 dialyseerde

Haas in totaal zes patienten die allen niet overleefden. Oorzaak: onvoldoende effectiviteit van de behandeling.

De Haas-dialyzer, waarbij gebruik werd gemaakt van een colloïd membraan werd gebouwd in verschillende

modellen en groottes.

23e jaargang | december 2005 | nummer 4

More magazines by this user
Similar magazines