allure O mvangrijke interieurrestauratie publiek gebouw - Ruys

ruys.zeist.com

allure O mvangrijke interieurrestauratie publiek gebouw - Ruys

De voormalige muziekzaal, met rijk stucwerk,

thans de GS-zaal.

Paviljoen met

internationale

allure Omvangrijke

interieurrestauratie

publiek gebouw

34 monumenten 1/2-2011


Paviljoen Welgelegen, een pand

met een indrukwekkende en

lange geschiedenis, thans het

provinciehuis van noord-Holland.

vooral de restauratie van het in-

terieur met bijbehorende inven-

taris springt in het oog. Kamers

zijn opnieuw ingericht met histo-

rische en nieuwe – ook speciaal

ontworpen – meubilering

en afwerking. uitgebreid onder-

zoek leverde hiervoor de juiste

inspiratie.

De Amsterdamse bankier Henry Hope bouwde in 1785-1792

Paviljoen Welgelegen met de bedoeling zijn kunstverzameling

er in onder te brengen. Hoogstwaarschijnlijk was de

Amsterdamse stadsbouwmeester Abraham van der Hart

betrokken bij het ontwerp van het neoclassicistische gebouw,

dat voor die tijd on-Nederlands was qua omvang en uitstraling.

Het had twee gezichten; een ingetogen vleugel aan de

Dreefzijde en een uitbundige vleugel, hoofdfaçade en voorkant,

aan de Haarlemmerhoutzijde. Voor de kunstcollectie werden

schilderijzalen ontworpen die door twee grote daklantaarns

van bovenaf natuurlijk verlicht werden. In 1808 werd het

paviljoen verkocht aan Lodewijk Napoleon. Het paviljoen

verviel aan de Franse staat toen Lodewijk Napoleon als koning

werd afgezet en de Nederlanden werden ingelijfd bij het Franse

Rijk. Toen het in 1814 eigendom werd van de nieuwe

Nederlandse staat werd het verhuurd aan prinses Wilhelmina

van Pruisen (moeder van koning Willem I) Na een periode als

museum in gebruik te zijn geweest, huisvest het paviljoen

vanaf 1930 het provinciehuis van Noord-Holland. De

nalatenschap van de voorname bewoners is waardevol. Het

interieur behelst historische vertrekken, die het verhaal van de

bewoners laat zien, en een unieke collectie meubels en kunst

die tot op heden in gebruik zijn.

Tekst Jennemie Stoelhorst en beeld Verlaan & Bouwstra architecten

verschillende restauraties Toenmalige rijksbouwmeester ir.

C.G. Bremer kreeg in 1927-1930 de opdracht het gebouw op te

knappen en geschikt te maken voor de overheidsfunctie. Tussen

1963-1985 werden ook grote herstelwerkzaamheden uitgevoerd.

Door de verschillende gebruikers en diverse restauraties, verdwenen

de oorspronkelijk gevarieerde indeling en stijlen van

kamers en zalen. Een grondige restauratie startte in 2004. Verlaan

& Bouwstra architecten begonnen in samenwerking met

SATIJNplus architecten aan de opgave. Zij troffen een verrommeld

gebouw aan met kantoortjes, dichtgebouwde binnenplaatsen,

verwijderde historische elementen (zoals daklantaarns en

trappen) en een versleten interieur. Naast de noodzakelijke restauratie

is het paviljoen geschikt gemaakt voor eigentijds kantoorgebruik.

Moderne en functionele voorzieningen, als beveiliging

en installatietechniek, zijn aangebracht. Kamers zijn

opnieuw ingericht met historische en nieuwe meubels. Uitvoerend

restauratieaannemer was Koninklijke Woudenberg te

Ameide. De provincie heeft met deze restauratie een – misschien

wel onbewust – statement gedaan hoe de zorgtaak voor

ons cultureel erfgoed zorgvuldig uit te voeren. In het publieke

gebouw zijn verleden, heden en toekomst letterlijk onder één

dak geplaatst.

Historisch onderzoek als basis Uitgebreid bouwhistorisch,

interieurhistorisch en kleuronderzoek leverden de bouwstenen

voor de juiste interpretaties. Er kwam veel interessante en

bruikbare informatie aan het licht. Zoals voor de terugplaatsing

van de daklantaarns. In 1870 waren deze lantaarns verwijderd

en vervangen door andere lichtkappen. In 1929 werd een plat

dak aangebracht. Oude tekeningen, gevonden tijdens het

archiefonderzoek, van deze rechthoekige huisjes met twaalf

ramen vormden de basis voor de nieuwe lantaarns. Rijke bron

over de inrichting van de kamers boden boedelbeschrijvingen

van Lodewijk Napoleon en Wilhelmina van Pruisen. Ook werd

bekend wie de schilder is van de schilderingen in het trappenhuis:

de Engelsman Guy Head.

meerwaarde van samenwerking Op verschillende niveaus is

intensief en waardevol samengewerkt. In overleg met een ‘restauratieklankbord’

zijn onderzoeksgegevens geïnterpreteerd en

restauratiebeslissingen genomen. Deze groep bestond uit vertegenwoordigers

van de gemeente Haarlem, het Frans Halsmuseum,

het Rijksmuseum, een groep van restauratoren,de Rijksdienst

voor het Cultureel Erfgoed, het ICN en de provinciaal

conservator. Gebruikerseisen aan een moderne werkruimte zijn

niet uit het oog verloren. Een ‘gebruikersklankbord’, bestaande

uit Statenleden, hield zich voornamelijk bezig met het toekomstige

gebruik van de historische omgeving. Maar ook de toevoeging

van moderne kunst (zoals de via een prijsvraag door Michel

van Overbeeke specifiek ontworpen ‘droomluchters’ in de Statenzaal

en de kroonluchter van Bert van Loo in de GS-zaal). Een

belangrijke rol was weggelegd voor provinciaal conservator Gerrit

Bosch. Hij was de inspirator die zonder een formele rol op

informele wijze gebruikers, bouwers en ontwerpers verbond en

op een creatieve wijze het belang van de culturele waarden van

het gebouw en de ‘museale’ collectie veilig stelde.

monumenten 1/2-2011 35


De opritten van

de buitenzijde

van het Paviljoen

zijn ook

gerestaureerd en

het voorterrein is

naar een ontwerp

van Michael van

Gessel opnieuw

ingericht.

Zoektocht

naar de juiste

stoffen en

dessins.

Bouwkundige wijzigingen Waar mogelijk zijn nieuwe bouwonderdelen

ontworpen die passen binnen het historische referentiekader.

Zoals terugplaatsing van de daklantaarns, maar ook een

nieuwe publiekstrap op de plaats van de voormalige diensttrap.

Een hedendaagse wenteltrap, in de oksel van het gebouw, van 18

millimeter staalplaat, gelast volgens technieken uit de scheepsbouw

en met een balustrade van gebogen glas. Een eerder dichtgezette

binnenplaats werd vrijgemaakt voor een glazen liftkoker.

Het voorplein werd heringericht, waarbij de balustrade langs de

opgangen naar de bel-etage is gereconstrueerd. De tweede verdieping

van de bestuursvleugel is ingericht tot kantoorruimten

voor gedeputeerden. Moderne toevoegingen zijn niet in contrast,

maar op een moderne traditionele manier gemaakt. De gebruikers

zijn tevreden met de mix van het historische meubilair, de

functionele speciaal ontworpen werkplek en de historische maar

toch levendige aankleding van het gebouw. De inrichting van de

Statenzaal is in nauw overleg met de gebruikers, de Statenleden

en Commissaris van de Koningin Borghouts, ontwikkeld. Van alle

onderdelen zijn modellen gemaakt ter beoordeling en voor de

keuze van de stoelen is een uitgebreide zitproef geweest. Het

overleg vond plaats tegen de achtergrond van het dualisme: wie

heeft het nu voor het zeggen in de Statenzaal.

36 monumenten 1/2-2011

restauratie interieur Per kamer is onderzoek verricht hoe

deze eruit zag qua kleurstellingen, materialen en meubels.

Vervolgens is een interpretatie gekozen hoe deze ruimte in te

richten. Helicon Conservation Support heeft alle interieuronderdelen

geïnventariseerd en aangegeven in welke conditie zij

verkeerden. Er is een categorisering gemaakt: beeldbepalend

voor het gebouw, beeldondersteunend, twijfelachtig en beeldverstorend.

De beeldbepalende meubels bestonden uit museaal

(alleen om te tonen of een zorgvuldig gebruik) en historisch

(kan gebruikt worden). Een vijftal (Europese)

aanbestedingen, met specifieke restauratiebestekken (ondermeer

voor meubels en stoffering), heeft de restauratie van de

inventaris in goede banen geleid (komt aan bod komen in een

volgend nummer).

Stoffering Om de oorspronkelijke sfeer van Welgelegen te realiseren

is veel aandacht uitgegaan naar een verantwoorde

keuze voor stoffering. Dankzij interieurhistorisch onderzoek,

verricht door de Fabryck, kon een complete staalkaart gemaakt

worden van de meubels en de stoffering. Alleen de benaming

van de stof kennen is niet genoeg. Ze moeten ook geplaatst

worden in het beeld van die tijd, er moet nagedachten worden

Het zorgvuldig met een

scalpel verwijderen van de

latexlaag op de pilasters

van stucco lustro.


over de manier van confectioneren, vormen van draperieën en

passementen. Elke stof heeft zijn eigen manier van weven of

van bedrukken en die zijn niet zomaar uit de archieven af te

leiden. Samen met Dirk van Beek (Ruys Interieur) en Patrick

Brugman (Brugman BV) is een zoektocht begonnen naar de

juiste stoffen en dessins. De resultaten zijn ‘vertaald’ naar

moderne stoffen die brandvertragend en slijtvast zijn, maar

wel de look and feel hebben van de historische stof. Met

onderzoek en speurwerk zijn kwetsbare historische stoffen te

vinden die aansluiten op de historisch correcte situatie. Voor

het museal gedeelte is gezocht naar stoffen en materialen die

ook in die tijd zijn toegepast. De verwerking van de stoffen is

een vak waar enthousiaste vaklieden voor nodig zijn.

Behangsels Er zijn resten van behangsels gevonden die dateren

uit de bouwperiode, begin 19e eeuw en de tweede helft van de

19e eeuw. De fragmenten hebben een hoge kwaliteit en geven

veel informatie over het vroegere kleurenpallet. Twee behangvoorbeelden

zijn nagemaakt en toegepast in vertrekken in de

bestuursvleugel. Hiervoor zijn de juiste vakspecialisten gezocht.

Stucwerk De wanden in de Statenzaal en de aansluitende koffiekamers

waren bedekt met dikke lagen latex. Tijdens de restauratie

trof men op de pilasters en lambrisering stucco lustro en

scagliola uit de bouwperiode aan. Historisch stucwerk is vaak bijzonder

en verfijnd. Vooronderzoek en onderzoek op het moment

van uitvoering kan leiden tot meer behoud dan nu vaak het geval

is. De kennis om stucwerk te herstellen is verspreid over vele

Europese landen. Zo is door verschillende nationaliteiten aan

deze zaal gewerkt (resp. Duits, Italiaans, Belgisch en Nederlands).

Toekomstig onderhoud Voor het onderhoud moet een onderhoudsplan

samengesteld worden. Zodra een gebouw een succes

is, neemt het gebruik toe wat weer leidt tot schade. Een

goed onderhoudsplan geeft zowel curatieve als, vooral, preventieve

maatregelen. Goed schoonmaken, de goede onderhoudsmiddelen

en een regelmatig controlerend oog zijn onmisbaar

bij het duurzame behoud.

Met dank aan Cor Bouwstra, Bart Bekooy, Gerrit Bosch en Dirk

van Beek.

Het plaatsen van

de gereconstrueerdedakopbouwen

op

de voormalige

schilderijzalen.

De dakopbouwen

zijn als prefab

elementen op

het voorterrein

gemaakt en

daarna geplaatst

en afgewerkt.

Links de gevonden

restanten

van het oude

behang. Rechts

de nagemaakte,

nieuwe behangsoort.

monumenten 1/2-2011 37

Similar magazines