Echte vernieuwing gaat veel verder dan samenwerken - 1%Club
Echte vernieuwing gaat veel verder dan samenwerken - 1%Club
Echte vernieuwing gaat veel verder dan samenwerken - 1%Club
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
02 vakblad inhoud over ontwikkelingssamenwerking<br />
anna ChojnaCka<br />
(<strong>1%Club</strong>) en<br />
eelCo Fortuijn<br />
(goede waar&Co)<br />
<strong>Echte</strong> <strong>vernieuwing</strong> <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong> <strong>dan</strong> <strong>samenwerken</strong><br />
enquête<br />
Wie biedt starters carrièreperspectief?<br />
de nieuwe generatie<br />
ontwikkelingswerkers<br />
‘Wij moeten onszélf serieuzer nemen’<br />
millenniumdorpen<br />
De omstreden laboratoria van Jeffrey Sachs<br />
extra<br />
jaargang 44 2010<br />
#04<br />
startersbijlage<br />
vijF stappen naar een<br />
baan in de seCtor
02 vakblad inhoud over ontwikkelingssamenwerking<br />
Uitgever Stefan Verwer<br />
Hoofdredactie Marc Broere<br />
Eindredactie Sanne de Boer<br />
Redactie<br />
Thomas Hurkxkens, André van der Stouwe, Eva de Vries en Ilse<br />
Zeemeijer<br />
Medewerkers aan dit nummer<br />
Marusja Aangeenbrug, Hans Beerends, Roel Burgler, Leonard<br />
Fäustle, Celina del Felice, Farhad Foroutanian, Paul Hoebink,<br />
Janneke Juffermans, Jaap Meijers, Jan Pronk, Ruerd Ruben<br />
en Lau Schulpen<br />
Art Direction, design en opmaak<br />
SAZZA: Saskia Stolz, Daphne Meijer en Jaap Migchels<br />
Druk Deltahage, Den Haag<br />
Advertenties en communicatie<br />
Eva de Vries, tel. 026-3703177<br />
eva@viceversaonline.nl<br />
Redactieadres<br />
Velperbuitensingel 8, 6828 CT Arnhem<br />
tel. 026-3703177<br />
Website www.viceversaonline.nl<br />
Vice Versa verschijnt zes keer per jaar. Een jaarabonnement<br />
kost € 37,50 en een studentenabonnement € 19,95<br />
Informatie over abonnementen en aanvraag losse nummers<br />
Eva de Vries, tel. 026-3703177<br />
eva@viceversaonline.nl<br />
Foto omslag: Leonard Fäustle<br />
Vice Versa is een uitgave van lokaalmondiaal. Samen met IS,<br />
Join, Mambapoint en de televisieredactie van lokaalmondiaal<br />
vormt Vice Versa het Wereldmediahuis (www.wereldmediahuis.nl)<br />
jaargang 44 2010<br />
inhoud<br />
04 08<br />
15<br />
18<br />
28 34<br />
04 ontwikkeling<br />
07 Column jan pronk<br />
thema:<br />
de nieuwe generatie<br />
08 dubbelinterview<br />
Anna Chojnacka (1%CLUB) en Eelco Fortuijn<br />
(Goede Waar&Co): ‘Ontwikkelingssamenwerking 3.0<br />
is al begonnen’<br />
15 enquête<br />
Vice Versa onderzocht de carrièrekansen voor starters<br />
bij twaalf grote ontwikkelingsorganisaties<br />
18 rondetaFelgesprek<br />
Zes talentvolle jonge professionals wisselen van<br />
gedachten over hun eigen generatie ontwikkelings-<br />
werkers: hoe onderscheiden ze zich, wat motiveert ze<br />
en wat houdt ze tegen?<br />
25 Column paul hoebink<br />
26 wat is wijsheid?<br />
28 reportage<br />
De Malinese overheid vindt het Millennium Villages<br />
Project een doorslaand succes, maar in Europa wil men<br />
er niets van weten. Paul Hoebink ging zelf kijken.<br />
31 het wereldje<br />
34 besChouwing<br />
Wie legt Henk en Ingrid uit wat ontwikkelingssamenwerking<br />
anno nu betekent voor de toekomst van hun<br />
kinderen?<br />
© Ronald de Hommel<br />
starters, ja<br />
‘Wat bezielt jullie in vredesnaam om nú een startersbijlage<br />
bij Vice Versa te maken?’ ‘Hoe kun je het over <strong>vernieuwing</strong><br />
hebben, terwijl de sector maar moet afwachten of er überhaupt<br />
nog wat te vernieuwen valt in de nabije toekomst?’<br />
Deze vragen werden mij de afgelopen weken gesteld.<br />
‘Natuurlijk weten we dat nieuwe input belangrijk is, maar<br />
het moet wel kúnnen’, zegt ook een P&O-functionaris van<br />
Hivos <strong>verder</strong>op in dit nummer. ‘Als je met je kop op het<br />
hakblok ligt, wil je eerst zorgen dat je eraf komt. Dan pas<br />
is er weer ruimte voor franje.’<br />
Ik moet u eerlijk bekennen dat ik enigszins verontrust<br />
ben door dit soort vragen en uitspraken. Juist in een<br />
periode dat je in het defensief wordt gedrongen en dat<br />
er bezuinigingen dreigen, moet je blijven vernieuwen<br />
en zorgen dat je de allerbeste mensen aantrekt. In het<br />
bedrijfsleven wordt tegenwoordig zowat gevochten om<br />
hoog opgeleide jongeren die met de nieuwste kennis<br />
zijn toegerust. Ontwikkelingsorganisaties zijn amper<br />
geïnteresseerd. Op programma’s om nieuwkomers<br />
een kans te geven wordt juist bezuinigd, blijkt uit het<br />
onderzoek van Vice Versa waarvan u de resultaten op<br />
pagina 15 kunt lezen. En anders is er altijd wel dat<br />
argument van ‘ervaring in het veld’, waarmee iedere<br />
discussie over <strong>vernieuwing</strong> wordt lamgelegd en gevestigde<br />
belangen worden verdedigd.<br />
Gelukkig word ik weer een stuk optimistischer van bijvoorbeeld<br />
het verhaal van Anna Chojnacka en Eelco Fortuijn,<br />
die op onze cover prijken. Ze komen met zeer concrete<br />
voorstellen voor <strong>vernieuwing</strong> van de sector. Bijvoorbeeld<br />
over hoe medewerkers van ontwikkelingsorganisaties zelf<br />
meer macht en invloed in hun organisatie naar zich toe<br />
kunnen trekken, en hoe je informatie beschikbaar kunt<br />
stellen waarmee ook collega-organisaties hun voordeel<br />
kunnen doen.<br />
Ik hoop dat we met deze uitgebreide Vice Versa on<strong>dan</strong>ks<br />
de ogenschijnlijk sombere tijden nog meer mensen kunnen<br />
interesseren in een baan in de ontwikkelingssamenwerking.<br />
Voor een betere wereld én voor een sterkere sector.<br />
Marc Broere, hoofdredacteur<br />
marc@lokaalmondiaal.net<br />
redaCtioneel 03
04 ontwikkeling ontwikkeling 05<br />
GrouPI<br />
De ontwikkelingssector is een nieuwe denktank<br />
rijker: GrouPI. In Nederland zijn niet alleen<br />
duizenden particuliere initiatieven (PI), maar<br />
ook tientallen organisaties die deze initiatieven<br />
financieren, adviseren en begeleiden. GrouPI wil<br />
alle partijen bij elkaar brengen om zich samen<br />
over vragen te buigen als: hoe kunnen de best<br />
mogelijke resultaten worden bereikt? Kent<br />
iedereen elkaar wel? Wat kunnen we van elkaar<br />
leren en voor elkaar betekenen? De denktank<br />
is een initiatief van onder meer Gerhard Schuil<br />
(Impulsis) en Margreet van der Pijl (1%CLUB) en<br />
vormt een online netwerk op LinkedIn.<br />
Groene Sahara-GrenS<br />
Elf Afrikaanse landen hebben het initiatief<br />
genomen om een groene grens aan te leggen om<br />
de opmars van de Sahara te stuiten. Het <strong>gaat</strong><br />
om een natuurlijke verdedigingslinie van kust<br />
tot kust, van Senegal aan de Atlantische Oceaan<br />
tot Djibouti aan de Golf van Aden. Het milieufonds<br />
van de Wereldbank heeft 96 miljoen euro<br />
toegezegd voor het project. De te planten bomen<br />
moeten bodemerosie vertragen, windsnelheden<br />
doen afnemen en regenwater de grond in sturen<br />
om verwoestijning tegen te gaan. De Senegalese<br />
president Aboulaye Wade schuwde bij de aankondiging<br />
van het plan geen grote woorden: ‘Wij<br />
gaan het grootste menselijke project van onze<br />
tijd beginnen.’<br />
oxfam novIb bezuInIGt<br />
Bij Oxfam Novib zullen minimaal 45 banen<br />
gaan verdwijnen. De organisatie loopt hiermee<br />
vooruit op te verwachten bezuinigingen. Om<br />
efficiënter te kunnen werken <strong>gaat</strong> de organisatie<br />
ook internationaliseren. Dit betekent dat het<br />
werk nog <strong>veel</strong> nauwer zal worden afgestemd met<br />
de andere Oxfams. In elk land wordt het Oxfam<br />
Novib-landenprogramma in één gezamenlijk<br />
Oxfam-programma geïntegreerd. Er zal ook<br />
samengewerkt worden met andere Oxfams vanuit<br />
één veldkantoor, waardoor de kosten gedeeld<br />
worden. De uitvoering van het landenbeleid zal<br />
niet langer vanuit Den Haag plaatsvinden, maar<br />
vanuit het lokale veldkantoor.<br />
geheime suCCessen<br />
houden<br />
management dom<br />
Ontwikkelingswerkers hebben vaak stiekem een andere kijk op ontwikkelingshulp <strong>dan</strong><br />
hun werkgevers, blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Sussex. Om projecten<br />
te laten slagen en de baas tevreden te houden, zien ze zich gedwongen tot valse<br />
rapportage.<br />
De ontwikkelingssector houdt van termen als ‘basisbehoeften’, ‘gender’, ‘rechten’ en<br />
‘resultaten’, die duidelijk moeten maken wat problemen en oplossingen zijn. Onderzoeker<br />
Rosalind Eyben van de Universiteit van Sussex noemt dat ‘substantialisme’: een visie<br />
waarbij de wereld bestaat uit vooraf gedefinieerde entiteiten, en waarbij de relaties tussen<br />
die entiteiten niet zo belangrijk zijn. In het wetenschappelijke tijdschrift European Journal<br />
of Development Research schrijft Eyben dat <strong>veel</strong> ontwikkelingswerkers er echter heimelijk<br />
een andere opvatting op nahouden.<br />
Het dagelijkse werk van ontwikkelingswerkers is namelijk helemaal niet zo<br />
overzichtelijk. De werkelijkheid dwingt hen om <strong>verder</strong> te kijken <strong>dan</strong> het gebruikelijke<br />
oorzaak-gevolgdenken. Eyben zelf bijvoorbeeld werkte voor het Britse ministerie voor<br />
Ontwikkelingssamenwerking. Hoewel het doel was om hulp kosten-effectief uit te voeren,<br />
koos ze er toch voor om twee organisaties met hetzelfde doel te financieren. Samenwerken<br />
tussen de twee zou niet goed gaan, maar elk had een andere, waardevolle aanpak. Zo werkt<br />
het vaak: om hun projecten te laten slagen, houden veldwerkers rekening met de relaties<br />
en interacties tussen actoren.<br />
Eyben onthult dat ze die ‘relationalistische’ aanpak vaak verborgen houden voor<br />
hun baas. Als ze moeten rapporteren, pakken ontwikkelingswerkers de beleidsplannen<br />
van thuis er weer bij om verslag te doen volgens de substantialistische visie van hun<br />
organisatie. Daardoor blijven juist de meest succesvolle initiatieven verborgen, stelt<br />
Eyen: ‘Een stafmedewerker vertelde me dat <strong>veel</strong> van de meest effectieve interventies van<br />
haar organisatie op het gebied van gender-gelijkheid niet werden gerapporteerd, omdat<br />
die investeerden in relaties en niet in het soort uitkomsten die in de logical frameworks<br />
stonden.’<br />
Door relationalistisch te werk te gaan maar dat niet naar buiten te brengen, houden de<br />
ontwikkelingswerkers wel iedereen tevreden. De mensen in het veld rapporteren tenslotte<br />
op zo’n manier dat het lijkt alsof de substantialistische aanpak werkt. Daardoor kunnen de<br />
instituties volhouden dat resultaatgericht management werkt.<br />
Rosalind Eyben stelt zelfs dat ze op die manier de hele ontwikkelingssamenwerking<br />
overeind houden. Als de belastingbetaler zou weten hoe ingewikkeld en rommelig<br />
internationale hulp werkelijk is, zou hij misschien weigeren om er nog langer geld in<br />
te steken, denkt Eyben. Daarom moeten de medewerkers wat haar betreft steun blijven<br />
krijgen van hun managers om ‘het systeem zo dwars te blijven zitten dat het blijft werken’.<br />
[Jaap Meijers]<br />
© Roel Burgler<br />
© UNDP<br />
Eveline Herfkens is pessimistisch over de Millenniumtop<br />
die in september in New York wordt gehouden. Als<br />
speciale afgezant van de VN voor de Millenniumdoelen<br />
mist Herfkens vooral bij Europese leiders de vastberadenheid<br />
die nodig is om de armoede in de wereld<br />
aan te pakken.<br />
‘Het lijkt wel alsof ontwikkelingssamenwerking door <strong>veel</strong><br />
landen wordt gedelegeerd aan de onderknuppels.’ Voor<br />
oneliners ben je bij Eveline Herfkens nog altijd aan het<br />
goede adres. De oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking<br />
was in Straatsburg om in het kader van de<br />
campagne voor de Millenniumdoelen een e-card petitie aan<br />
te bieden aan Jerzy Buzek, de president van het Europees<br />
Parlement. Meer <strong>dan</strong> een half miljoen burgers riepen de<br />
Europese leiders op om zich te houden aan de belofte de<br />
Millenniumdoelen te halen. Tijdens een persconferentie riep<br />
Herfkens de Europese leiders op om op de VN-bijeenkomst<br />
in september ambitieuze plannen te presenteren, zodat<br />
de Millenniumdoelen in 2015 werkelijk worden bereikt.<br />
‘Economische ontwikkeling van vooral onze Afrikaanse<br />
buren is fundamenteel voor onze eigen voorspoed en<br />
veiligheid op de lange termijn. Bovendien hebben we het<br />
slechts over 0,7 procent! 99,3 procent van ons nationale<br />
inkomen is nog steeds voor onze eigen behoeften.’ Ter<br />
demonstratie van dat kleine percentage spatte ze een<br />
druppel water uit haar volle glas het publiek in.<br />
On<strong>dan</strong>ks dat een resolutie over het behalen van de<br />
Millenniumdoelen met een ruime meerderheid werd<br />
aangenomen in het Europees Parlement, maken de politieke<br />
ontwikkelingen in Europa Herfkens er niet gerust op. ‘De<br />
laatste tien jaar is er <strong>veel</strong> beweging gekomen op het gebied<br />
van ontwikkelingssamenwerking’, zegt Herfkens wanneer<br />
Vice Versa in Straatsburg kort de kans krijgt haar spreken.<br />
‘Voor het eerst was heel Europa op weg naar de 0,7 procent<br />
van het bruto nationaal product voor ontwikkelingshulp.<br />
Ook waren er serieuze debatten over de effectiviteit van<br />
hulp en over de noodzaak van een coherent beleid om<br />
ontwikkelingslanden te helpen. Daarnaast was er consensus<br />
bereikt over hoe dat moest worden aangepakt, kijk naar<br />
de overeenkomsten van Parijs en Accra. Er zijn enorme<br />
doorbraken geweest.’<br />
Het huidige plaatje ziet er volgens Herfkens echter anders<br />
uit. ‘Wat ik nu merk is dat het uit mijn handen aan het<br />
vallen is. De timing van al die verkiezingen in Europa<br />
is heel triest. Je hebt maar een paar lidstaten nodig<br />
met passie om deze kar te trekken. Ik constateer een<br />
absolute stilte. Nederland heeft op dit moment geen<br />
functionerende regering en eigenlijk geen minister voor<br />
Ontwikkelingssamenwerking. België was tamelijk goed<br />
bezig, maar zit nu ook met een waarnemingsregering. Bij<br />
de Britten heb ik vertrouwen dat het goed komt. In het<br />
regeerakkoord staat dat ze de 0,7 procent willen halen en<br />
ze letten ook goed op de effectiviteit van de hulp. Maar<br />
deze Britse regering is net nieuw. Ik vind het lastig om in<br />
Europa met een hoop servies te gaan rondgooien over dit<br />
onderwerp. Toch ben ik bang dat om de redenen die ik net<br />
noemde, de VN-bijeenkomst over de Millenniumdoelen in<br />
september niet erg <strong>veel</strong> kan opleveren, omdat je echt ziet<br />
dat de leidende rol van Europa wegvalt. Dat is heel triest.’<br />
Er is nog vijf jaar te gaan voor de deadline van de Millen-<br />
niumdoelen. Wat is volgens Herfkens de beste strategie<br />
om de doelen alsnog te behalen? ‘Een hoop lawaai<br />
blijven maken en hopen dat ze in 2012 de coalitie weer<br />
bij elkaar kunnen puzzelen. De kans op leiderschap is<br />
<strong>dan</strong> misschien groter. Toen ik nog minister voor Ontwikkelingssamenwerking<br />
was, werkte ik nauw samen<br />
met een aantal Europese collega’s. Nu is het een totale<br />
kaalslag.’ [Ilse Zeemeijer]<br />
herFkens<br />
is kritisCh<br />
over<br />
millenniumtop<br />
nieuws > weblogs > debatagenda<br />
www.viCeversaonline.nl
Draagvlak is gebaat bij diversiteit<br />
Leiden draagvlakactiviteiten tot gedragsverandering<br />
en mondiaal burgerschap? En leidt versnippering van<br />
de verschillende draagvlakactoren tot meer óf minder<br />
effectiviteit? Deze vragen stonden centraal tijdens het<br />
tweede Singing a new policy tune-debat op 30 juni.<br />
Bijna honderd mensen van 53 verschillende organisaties waren<br />
op een mooie zomerse dag naar Ede gekomen voor een seminar<br />
over draagvlak. In zijn openingswoord benadrukte Jan Donner,<br />
voorzitter van de Task Force DPRN die de bijeenkomsten financiert,<br />
dat juist complexe problemen zoals het ontwikkelingsvraagstuk<br />
een draagvlak in de samenleving vereisen. Sinds het begin van<br />
het nieuwe millennium is het draagvlakbeleid in Nederland duidelijk<br />
verschoven van bewustwording en informatievoorziening naar het<br />
opzetten van kleine projecten door betrokken burgers. Als het aan<br />
de aanwezigen lag, wordt dit in de toekomst weer omgedraaid.<br />
‘We smijten het geld liever over de balk aan het amateurisme van<br />
particuliere organisaties wiens schooltjes staan te verpieteren, in<br />
plaats van aan professionele organisaties’, zei Donner op enigszins<br />
schampere toon.<br />
Na de presentatie van het boek Verloren in wanorde van Karel<br />
van Kesteren en een reactie daarop van WRR-lid Peter van<br />
Lieshout, werd in een Lagerhuis-setting gedebatteerd onder leiding<br />
van draagvlakdeskundige Lau Schulpen. Draagvlak begint met<br />
goede en transparante informatievoorziening, vonden <strong>veel</strong> van<br />
de aanwezigen. Alleen Pim de Graaf van Artsen zonder Grenzen<br />
was het daar niet mee eens. Hij wees op de grote steun die zijn<br />
organisatie van het Nederlandse publiek krijgt. In wat Artsen zonder<br />
Grenzen precies voor werk doet, zijn de donateurs helemaal niet<br />
zo geïnteresseerd. ‘Het hoeft dus niet per se transparant te zijn’,<br />
aldus De Graaf. Margreet van der Pijl van de relatief jonge 1%CLUB<br />
was het daar niet mee eens. ‘Dat werkt misschien bij een oude<br />
generatie. Mijn generatie is echter heel kritisch en wil precies weten<br />
waaraan ze bijdragen.’<br />
Hans Beerends, oprichter van de wereldwinkels en auteur van<br />
diverse boeken over de derdewereldbeweging, gaf aan dat er naast<br />
informatie ook vooral perspectief moet worden geboden. ‘Ik probeer<br />
wel eens een ingewikkeld verhaal over handel te vertellen, maar<br />
dat komt niet aan. Kinderarbeid daarentegen raakt mensen wel.<br />
Het <strong>gaat</strong> om hele basale dingen waarmee je grote groepen mensen<br />
kunt aanspreken, zeker als ze het gevoel hebben dat er perspectief<br />
is, dat er concrete resultaten binnen handbereik liggen. Uiteindelijk<br />
moet dat leiden tot internationale wetgeving.’ Als je een duidelijk<br />
perspectief aanreikt, hoef je volgens Beerends ook niet te <strong>veel</strong><br />
informatie te geven. ‘Als je mensen overvoert met kennis bestaat het<br />
gevaar dat ze al snel beginnen te denken: deze problemen zijn zo<br />
groot dat je er toch niks aan kunt doen.’<br />
Over de vraag over de versnippering van draagvlakactoren<br />
was iedereen het eens. Minder versnippering leidt niet tot meer<br />
effectiviteit. De aanwezigen vonden versnippering bovendien een<br />
negatief woord en kozen liever voor het woord ‘diversiteit’.<br />
In de middag gingen de deelnemers uiteen in werkgroepen en<br />
kwamen terug met enkele interessante concrete ideeën voor<br />
draagvlakcampagnes. Zo kwam Henk Holtslag van Connect<br />
International met het idee om een Twitter-campagne te organiseren<br />
waarbij telkens in één Twitter-bericht voor een ‘Telegraaf-publiek’<br />
het belang voor ontwikkelingssamenwerking wordt uitgelegd. De<br />
eerste Tweet had zijn werkgroep al bedacht. ‘Wat is mijn belang bij<br />
ontwikkeling in Tanzania? Als de armoede niet verminderd wordt,<br />
bestaat de wereld straks uit 15 miljard mensen.’<br />
Ook kwam Holtslag met het idee om de costs of no action door<br />
te rekenen. Wat <strong>gaat</strong> het ons kosten als we niets doen aan<br />
armoedevermindering? Hoe ziet de foto van de aarde er <strong>dan</strong> over<br />
vijftig jaar uit? Het Al Gore-verhaal, maar <strong>dan</strong> over armoede. Over<br />
wie het gezicht van deze campagne moest worden, was snel<br />
overeenstemming bereikt: prinses Màxima.<br />
[Marc Broere]<br />
Singing a New Policy Tune is een initiatief van Development<br />
Policy Review Network, MDF Training & Consultancy, het<br />
Institute of Social Studies en Vice Versa.<br />
02 inhoud<br />
verkiezingskater<br />
De kabinetscrisis ging over Afghanistan. Maar tijdens de verkiezingscampagne sprak<br />
niemand er meer over. Europa stond op springen, omdat men het niet eens kon<br />
worden over steun aan Griekenland en andere lidstaten die kampen met economische<br />
problemen. Ook dit onderwerp werd in de verkiezingsdebatten genegeerd. Wereldwijd<br />
werd beleidsoverleg gevoerd over de internationale bankencrisis. In ons land leek de<br />
interesse hiervoor weggeëbd na de zogenaamde redding van ABN Amro en de deconfiture<br />
van DSB. In de aanloop naar de verkiezingen werd niemand gevraagd naar een standpunt<br />
over het internationale financiële stelsel. Kort daarvoor waren de internationale<br />
klimaatonderhandelingen mislukt. Ook dit speelde geen rol in de politieke debatten.<br />
De recente aanval van Israël op een internationaal humanitair konvooi naar Gaza kwam<br />
niet aan de orde. Het kabinet achtte een onafhankelijk onderzoek onnodig: dat kon wel<br />
aan Israël zelf worden overgelaten. De politieke partijen lieten het daarbij. De uitkomst<br />
van het onderzoek van de commissie-Davids naar de Nederlandse betrokkenheid bij de<br />
Amerikaanse inval in Irak leek tijdens de campagne geheel vergeten. Niemand werd er<br />
meer op aangesproken.<br />
Het waren parlementaire verkiezingen die gingen over onszelf. Dat lijkt vanzelfsprekend,<br />
maar wij maken deel uit van de wereld. Wat er in de wereld gebeurt, heeft invloed<br />
op ons land. Die gebeurtenissen vinden niet zomaar plaats. Elk van de genoemde<br />
voorbeelden betreft een politieke keuze waar Nederland bij betrokken is. Sterker nog:<br />
Nederland beslist mee. Het zou vanzelf moeten spreken om bij verkiezingen politici<br />
daarover te bevragen. Dat politieke partijen geen rekenschap hoefden af te leggen,<br />
betekent dat zij voor de komende periode op het terrein van de buitenlandse politiek<br />
(inclusief ontwikkelingssamenwerking, defensie, Europa en het internationale klimaat- en<br />
milieubeleid) een vrijbrief hebben gekregen.<br />
Men kan tegenwerpen dat die standpunten in de verkiezingsprogramma’s staan vermeld.<br />
Inderdaad, maar dat geldt ook voor standpunten over bezuinigingen, belastingdruk en<br />
hypotheekrente. Daarover werden in de debatten wél elkanders nieren geproefd. Die<br />
onderwerpen werden door partijen en door de media die hen een podium voor het debat<br />
verschaften, kennelijk wél belangrijk en onderscheidend genoeg bevonden bij het maken<br />
van een politieke keuze.<br />
Als bepaalde standpunten en de staat van dienst van een partij in de afgelopen jaren<br />
niet ter discussie staan, wekt men de indruk het niet de moeite waard te achten, of het er<br />
eigenlijk mee eens te zijn. Het kan ook betekenen dat men er de vingers er niet aan wil<br />
branden. De partij die de grootste overwinning boekte, bepleitte etnische registratie van<br />
Nederlanders, een kopvoddentax, een knieschot voor misdadigers, een ban op de Koran,<br />
een stop op de immigratie van moslims, een verbod op de bouw van moskeeën, afschaffing<br />
van de ontwikkelingshulp en de opzegging van steun aan de internationale rechtsorde. De<br />
andere partijen draaiden er in een grote boog omheen. Een zesde deel van de bevolking<br />
voelde zich erdoor aangesproken. Tel uit je winst.<br />
Wie heeft schuld aan deze kater? Vooral de politieke partijen zelf. Zij maakten van de<br />
verkiezingen een schimmenspel. Debatten werden amusement. Vorm verdrong inhoud. De<br />
nadruk viel op scoren, trucs en trivia. De media lokten dit uit, maar het zijn de politici zelf<br />
die zich een en ander laten aanleunen.<br />
Dat politieke partijen over belangrijke zaken geen rekenschap hoefden af te leggen, valt<br />
ook onszelf aan te rekenen. Waar was het maatschappelijk middenveld? Ngo’s pretenderen<br />
ergens voor te staan en iets te vertegenwoordigen. Maar die tijd is geweest. Organisaties<br />
op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en milieu hebben verzuimd<br />
de politieke partijen uit te dagen. Zij managen projecten en lobbyen voor zichzelf. De<br />
managers maken deel uit van het bestuurlijke systeem. Het wordt tijd de hand in eigen<br />
boezem te steken.<br />
jan pronk<br />
© Roel Burgler<br />
Column jan pronk<br />
Waar was het<br />
maatschappelijk<br />
middenveld?<br />
Jan Pronk was minister voor Ontwikkelings-<br />
samenwerking in de kabinetten Den Uyl (1973-’77),<br />
Lubbers III (1989-’94) en Kok I (1994-’98).<br />
Van 2004 tot 2006 was hij speciaal VN-gezant in<br />
Soe<strong>dan</strong>. Momenteel is hij hoogleraar aan het<br />
Institute of Social Studies in Den Haag.<br />
03 07
08 dubbelinterview<br />
maCht<br />
aan de<br />
medewerkers<br />
anna ChojnaCka en eelCo Fortuijn 09<br />
<strong>Echte</strong> <strong>vernieuwing</strong> <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong> <strong>dan</strong> <strong>samenwerken</strong>,<br />
reorganiseren, twitteren en bloggen, vinden Anna<br />
Chojnacka en Eelco Fortuijn. ‘Veel meer informatie<br />
moet vrij beschikbaar komen.’<br />
tekst Marusja Aangeenbrug<br />
beeld Leonard Fäustle<br />
Ze bruisen van de ideeën en raken enthousiast van nieuwe<br />
snufjes om nóg makkelijker informatie te delen. Stilletjes<br />
afwachten hoe de wereld verandert is aan hen niet besteed.<br />
Ze zijn liever zélf de ‘veranderaars’.<br />
Anna Chojnacka, oprichter en directeur van de 1%CLUB,<br />
en Eelco Fortuijn, oprichter van Fairfood en tegenwoordig<br />
directeur van Goede Waar & Co, vinden niet dat er <strong>veel</strong><br />
moet veranderen. Nee, er <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> veranderen, zeggen ze.<br />
Vanzelf. Ze zien het al om zich heen gebeuren.<br />
Zelf hebben ze het voortouw genomen. Zo vormen<br />
Fairfood en Goede Waar & Co een luis in de pels van<br />
de voedsel- en kledingindustrie door de belangen van<br />
producenten in ontwikkelingslanden bovenaan te zetten.<br />
Eerlijke handel is de sleutel tot een betere wereld, stelt<br />
Eelco Fortuijn. De 1%CLUB brengt mensen bij elkaar die<br />
kennis, tijd of geld nodig hebben bij het opzetten van hun<br />
project, en anderen die deze kennis, tijd of geld juist willen<br />
bijdragen. Zo ontstaan oplossingen voor heel specifieke<br />
vragen, is Anna Chojnacka’s ervaring. ‘Als een vrouw in een<br />
dorpje boven de boomgrens in Peru niet aan brandstof kan<br />
komen, is er altijd wel iemand die een solar cooker heeft<br />
ontwikkeld die geschikt is voor die hoogte.’<br />
Anna, jij hebt samen met Bart Lacroix de 1%CLUB<br />
opgericht. Waarom?<br />
AC: ‘Toen ik stage liep bij de Verenigde Naties viel mij op<br />
dat <strong>veel</strong> mensen niet meer precies weten hoe hun werk zich<br />
verhoudt tot wat er in ontwikkelingslanden gebeurt. Ook<br />
komt er van al het geld dat geïnvesteerd wordt naar mijn<br />
gevoel maar weinig rechtstreeks terecht bij de mensen voor<br />
wie het bedoeld is. En dat terwijl je zo <strong>veel</strong> goede dingen<br />
kunt creëren met weinig middelen, als de juiste mensen<br />
elkaar maar vinden en direct kunnen communiceren. Daarom<br />
kreeg ik het idee voor een online marktplaats, waar vraag<br />
en aanbod bij elkaar komen. Iedereen kan wel 1 procent<br />
van zijn tijd of geld besteden. Want wat is nou 1 procent?<br />
Kijk naar een pizza: 1 procent daarvan is bijna niets. Het is<br />
mijn missie om mensen die het goede willen doen zo <strong>veel</strong><br />
mogelijk met elkaar te verbinden en in staat te stellen met<br />
elkaar te communiceren.’<br />
Eelco, wat was voor jou de reden om Fairfood op te richten?<br />
EF: ‘Tijdens mijn stages in ontwikkelingslanden kwam ik<br />
<strong>veel</strong> in contact met boeren en ontwikkelingsorganisaties.<br />
Steeds weer hoorde ik verhalen over <strong>veel</strong>belovende ondernemers<br />
die het toch niet redden, bijvoorbeeld omdat het<br />
ondernemersklimaat niet goed was, vanwege oneerlijke<br />
concurrentie op de markt of omdat ze geen toegang tot<br />
kapitaal hadden. Ik wilde aanvankelijk in Brussel of bij de<br />
VN proberen om de systemen te veranderen. Maar ik zag<br />
dat er in Nederland geen enkele organisatie was die een<br />
koppeling maakte tussen micro-, meso- en macro-economie.<br />
Ik wilde die niveaus aan elkaar koppelen.’<br />
Hoe kan die koppeling bijdragen aan <strong>vernieuwing</strong> van<br />
ontwikkelingssamenwerking?<br />
EF: ‘Eerlijke handel is in armoedebestrijding cruciaal. Het<br />
ondernemersklimaat is ongunstig voor ondernemers in
10 dubbelinterview anna ChojnaCka en eelCo Fortuijn 11<br />
ontwikkelingslanden. Zij kunnen verwerkte eindproducten<br />
nauwelijks afzetten in het Westen, terwijl het voor het<br />
Westen heel gunstig is om onbewerkte oogst te importeren<br />
uit ontwikkelingslanden. <strong>Echte</strong> armoedebestrijding vindt<br />
pas plaats als mensen in ontwikkelingslanden hun producten<br />
ter plekke kunnen verwerken tot eindproducten en<br />
vervolgens aan ons kunnen verkopen.’<br />
Maar er zijn toch diverse ontwikkelingsorganisaties die<br />
lobbyen voor eerlijke handel?<br />
EF: ‘Klopt, maar ik zie nog te weinig successen. Dat kan<br />
ook niet zolang er geen aanpassingen komen in de macroeconomie.<br />
Daar ligt de echte uitdaging. De minister van<br />
Economische Zaken is eigenlijk de minister voor Ontwikkelingssamenwerking,<br />
want híj sluit handelsakkoorden.<br />
Als in die verdragen niet de juiste afspraken worden<br />
‘je hoeFt geen<br />
direCteur te zijn<br />
om leider te zijn<br />
binnen je<br />
organisatie’<br />
gemaakt, kun je net zo<strong>veel</strong> projecten opstarten als je wilt,<br />
maar bereik je niets.’<br />
Anna, welke <strong>vernieuwing</strong> is volgens jou hoognodig?<br />
AC: ‘Ontwikkelingsorganisaties en medewerkers moeten<br />
meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid krijgen. Een<br />
voorbeeld: in de ontwikkelingssector wordt eindeloos<br />
gerapporteerd. En elke keer als ontwikkelingssamenwerking<br />
weer ter discussie staat, bedenkt men weer een nieuwe<br />
manier van verslaglegging. Daar <strong>gaat</strong> erg <strong>veel</strong> tijd in zitten<br />
en uiteindelijk weten medewerkers nóg niet of ze de juiste<br />
dingen hebben gedaan op de best mogelijke manier.’<br />
EF: ‘Als de Keuringsdienst van Waren een restaurant komt<br />
controleren, zou ze in theorie drie dagen bezig kunnen zijn<br />
om alles te checken. Dat is natuurlijk niet behapbaar, en<br />
daarom worden er prioriteiten gesteld. Dat zou ook moeten<br />
gebeuren in het verslagleggingsoerwoud waar wij mee te<br />
maken hebben. Maak een shortlist van de belangrijkste<br />
punten, bepaal waar de grootste risico’s liggen en laat<br />
daarover verslag uitbrengen. Op die manier geef je<br />
medewerkers <strong>veel</strong> meer eigen verantwoordelijkheid.’<br />
Over dit soort knelpunten wordt toch gesproken?<br />
AC: ‘Zo ervaar ik het niet. Er vinden <strong>veel</strong> bijeenkomsten<br />
plaats, maar al die gesprekken over <strong>vernieuwing</strong> gaan er<br />
vooral over dat de kritiek op ontwikkelingssamenwerking<br />
niet terecht is. De houding is erg defensief. Dat vind ik<br />
teleurstellend.’<br />
Men constateert wel dat het anders moet.<br />
AC: ‘Maar niemand pakt het leiderschap op. Niemand zegt:<br />
en nu gaan we het anders doen.’<br />
Wie zou dat leiderschap <strong>dan</strong> moeten oppakken?<br />
AC: ‘Medewerkers van organisaties. Zij hebben ontzettend<br />
<strong>veel</strong> kennis in huis. Zij kunnen een <strong>veel</strong> belangrijkere rol<br />
spelen <strong>dan</strong> ze nu doen. Je hoeft geen directeur te zijn om<br />
leider te zijn binnen je organisatie.’<br />
Maar een medewerker is ook maar een medewerker. Hij<br />
kan niet zomaar zijn organisatie overhoop halen, laat<br />
staan de hele ontwikkelingssector.<br />
AC: ‘Verkijk je daar niet op. Geef medewerkers vrijheid en<br />
ze kunnen wel degelijk een belangrijke rol spelen. Het zou<br />
bijvoorbeeld een heel goede verbetering zijn als ontwikkelingsorganisaties<br />
hun data beschikbaar zouden stellen.<br />
“Raw data now” is de slogan van Tim Berners-Lee, de<br />
oprichter van het world wide web. Hij stelt dat Web 3.0 een<br />
wereld zal zijn waarin iedereen zijn data beschikbaar stelt<br />
en waarin systemen onderling met elkaar communiceren.<br />
Als je zoiets op de juiste manier inzet, zou dat goed zijn<br />
voor ontwikkelingslanden: je weet <strong>dan</strong> met één druk op de<br />
knop welke organisatie met welke projecten bezig is en wat<br />
er drie straten <strong>verder</strong>op gebeurt.’<br />
Het CIDIN heeft een ngo-database ontwikkeld. Hierin<br />
kun je per land bekijken welke ngo’s er actief zijn.<br />
AC: ‘Zo’n database is wel erg traditioneel opgezet. Het<br />
grote verschil is dat de onderzoekers van het CIDIN, hoe<br />
goed ze ook zijn, een selectie maken van data en die<br />
presenteren. Je krijgt dus per definitie een beperkt wereldbeeld<br />
te zien. Bij het beschikbaar stellen van data <strong>gaat</strong> het<br />
erom dat iedereen mee kan doen, dat het een open systeem<br />
is. Een goed voorbeeld is Ushahidi. Deze website is opgezet<br />
door een mensenrechtenactiviste in Kenia ten tijde van de<br />
onlusten na de verkiezingen in 2008. Iedereen kon met zijn<br />
mobiele telefoon melden waar er op dat moment gevochten<br />
werd en wie daarbij overleed.<br />
Zo’n systeem kon ook worden ingezet in Haïti. Vlak na<br />
de aardbeving werden er <strong>veel</strong> verkrachtingen gemeld. Je<br />
kunt met dit systeem in potentie meteen zien of die bijvoorbeeld<br />
in de buurt van militaire barakken plaatsvinden.<br />
Die rauwe real life-weergave van de wereld is typisch voor<br />
de 2.0-benadering. Die verdringt de bewerkte beelden die<br />
wij gewend zijn.’<br />
Hoe moeten medewerkers hierin een voortrekkersrol<br />
spelen?<br />
AC: ‘Binnen de organisatie zijn medewerkers experts op hun<br />
terrein. Zij weten vaak prima wat er nodig is, maar hebben<br />
te maken met beperkte budgetten en tijd. Wat zou er mooier<br />
zijn <strong>dan</strong> gebruik te kunnen maken van alle expertise en<br />
middelen buiten de organisatie, bij concullega’s, lokale<br />
mensen, vrijwilligers? Een belangrijk onderdeel is ook het<br />
beschikbaar stellen van de eigen informatie en expertise.<br />
Het moet wel een zelforganiserend proces zijn. Je moet als<br />
organisatie niet beslissen: komende week gaan we onze<br />
kennis over onderwijs beschikbaar stellen. Je moet dit<br />
soort processen durven los te laten. Laat het over aan de<br />
betrokkenen.’<br />
Ik kan me voorstellen dat organisaties er niet op zitten<br />
te wachten dat medewerkers zomaar data en kennis<br />
beschikbaar stellen.<br />
EF: ‘Je kunt erover vergaderen of je dit wilt of niet, maar<br />
ondertussen ontstaan dit soort systemen twee deuren<br />
<strong>verder</strong>op vanzelf. Je moet het loslaten, het gebeurt<br />
gewoon.’<br />
AC: ‘Ik denk dat er ontzettend <strong>veel</strong> is wat medewerkers<br />
beschikbaar mogen stellen zonder dat ze op het matje<br />
geroepen worden. Het punt is meer dat nog onvoldoende<br />
mensen inzien dat dit ergens toe dient.’<br />
Maar het is toch logisch als organisaties koudwatervrees<br />
hebben?<br />
EF: ‘Natuurlijk. Kennis is erg belangrijk in de ontwikkelingssector,<br />
dus die wil je niet zomaar delen. Bovendien worden<br />
je zwakke kanten zichtbaar en dat is natuurlijk niet altijd<br />
wenselijk.’<br />
AC: ‘Terwijl dat juist de essentie van het systeem is.’<br />
EF: ‘Ja, maar je wilt vertrouwelijke of gevoelige informatie<br />
natuurlijk niet blootleggen. Bovendien kun je te maken<br />
hebben met minischandaaltjes. Als een organisatie tien<br />
dingen goed doet en één ding verkeerd, krijgt ze het<br />
meteen voor haar kiezen. Ik ben vóór het beschikbaar<br />
stellen van data, maar ik denk dat je niet zomaar álle<br />
informatie open moet gooien.’<br />
AC: ‘Misschien niet, nee. Maar ik heb het vooral over data<br />
als: hoe bouw je een goed irrigatiesysteem, hoe ondersteun<br />
je een school, wat werkt er als je een kliniek bouwt? Veel<br />
mensen houden zich met hetzelfde bezig en zouden dus<br />
gebaat kunnen zijn bij elkaars kennis. Informatie delen<br />
<strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong> <strong>dan</strong> je declaraties inzichtelijk maken.’<br />
Er wordt toch best <strong>veel</strong> informatie beschikbaar gesteld?<br />
AC: ‘Ja, maar vaak wordt die informatie zo aangeboden dat<br />
je er niets mee kunt: er is bijvoorbeeld een analyse van de<br />
gegevens gemaakt. Leuk, maar daardoor <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> informatie<br />
verloren die voor jou interessant had kunnen zijn. Of het<br />
staat in een dik rapport. Dat is enorm ouderwets. Jongeren<br />
gaan dat soort informatie niet nalezen, die verwachten dat<br />
ze die op internet kunnen vinden.’<br />
Al die organisaties die zo hun best doen om 2.0 te<br />
worden, lopen dus eigenlijk achter de feiten aan?<br />
AC: ‘De ontwikkelingen gaan snel. Twee jaar geleden<br />
twitterde nog niemand, nu bijna iedereen. Ik kan me<br />
voorstellen dat het voor gevestigde organisaties lastig is<br />
om dit soort ontwikkelingen bij te benen. Wij kunnen het<br />
ook nauwelijks bijhouden.’<br />
Draagt Web 2.0 wel iets bij voor ontwikkelingsorganisaties?<br />
Leuk dat iedereen mag meepraten via Twitter of<br />
Hyves, maar zet dat zoden aan de dijk?<br />
EF: ‘Het is eigenlijk grassroots voor gevorderden. Je moet<br />
niet onderschatten wat het kan betekenen als <strong>veel</strong> mensen<br />
achter een initiatief staan, een mening delen of een discussie<br />
voeren.’<br />
AC: ‘En vergeet niet dat het meer is <strong>dan</strong> alleen mensen<br />
Sinds december is Eelco Fortuijn (1970) directeur van<br />
Goede Waar & Co, de consumentenorganisatie voor<br />
duurzaam consumeren. Voorheen was hij directeur van<br />
Fairfood. Deze organisatie, die campagne voert tegen<br />
armoede en honger, heeft hij in 2000 opgericht. Ook<br />
zette hij het project ‘Happietaria’ op. Happietariarestaurants<br />
zijn tijdelijk, ze worden gerund door<br />
studenten en de opbrengst <strong>gaat</strong> naar een goed doel.<br />
Eelco is bovendien oprichter en voorzitter van Clubfair,<br />
een broedplaats voor nieuwe ideeën op het gebied van<br />
duurzaamheid en fairness.<br />
Eelco is afgestudeerd als bedrijfskundige aan de<br />
Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is lid van de<br />
stuurgroep van het MVO-Platform en zit in het College<br />
van deskundigen van Milieukeur agro/food van SMK en<br />
in het bestuur van de organisatie tegen mensenhandel<br />
StopTheTraffik.<br />
Anna Chojnacka (1979) heeft in 2007 samen met Bart<br />
Lacroix de 1%CLUB opgericht en is sindsdien samen<br />
met hem directeur. Ze is lid van Worldconnectors, een<br />
denktank voor internationale vraagstukken. Voorheen<br />
werkte ze als campagneleider voor Fair Trade Original en<br />
als onderzoeker/adviseur voor de gemeente Amsterdam.<br />
In 2003 was ze jongerenvertegenwoordiger bij de<br />
Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ze is<br />
aan de Universiteit van Amsterdam afgestudeerd in<br />
internationale betrekkingen en volgde de minor ontwikkelingsstudies.
12 dubbelinterview<br />
mee laten praten. Een systeem als Wikipedia lijkt heel<br />
spontaan, maar er zijn <strong>veel</strong> personen bij betrokken die een<br />
strakke regie voeren. Zij kunnen zelfs de knop uitzetten<br />
als ze dat nodig vinden. Helemaal anarchistisch is het dus<br />
niet. Binnen een goed werkend systeem wordt de standaard<br />
hooggehouden.’<br />
Vaak zijn het jonge one issue-clubs die Web 2.0 slim<br />
toepassen en nadenken over steeds <strong>verder</strong>gaande<br />
toepassingen. Zijn dit soort organisaties niet te simpel<br />
in hun aanpak?<br />
EF: ‘Veel van wat wij vanzelfsprekend vinden – vrouwen-<br />
stemrecht, een betaalbare tramrit, persvrijheid – is ooit<br />
bevochten door een one issue-club. Je moet dit soort<br />
organisaties zien als stappen richting een betere samenleving.’<br />
AC: ‘Je kunt het ook omgekeerd bekijken. Grote organisaties<br />
willen soms alles tegelijk doen. Is dat goed?’<br />
Armoede is nu eenmaal geen eenvoudig vraagstuk.<br />
AC: ‘De discussie <strong>gaat</strong> steeds over wat er belangrijker<br />
is, onderwijs of landbouw of wat <strong>dan</strong> ook. Maar dat is<br />
de verkeerde discussie. Alles is belangrijk. Want als je<br />
hoogopgeleid bent maar ziek wordt, ga je dood aan een<br />
stomme infectie die je voor één euro had kunnen oplossen.<br />
Veel one issue-clubs die slim gebruik maken van de nieuwe<br />
mogelijkheden, kunnen samen een zinvolle bijdrage<br />
leveren.<br />
Clay Sharky [auteur van Here Comes Everybody: The<br />
Power of Organizing Without Organizations, MA] stelt dat er<br />
heel nieuwe organisatievormen ontstaan: in de toekomst<br />
word je niet meer beperkt door geld en tijd, omdat het<br />
aantal medewerkers <strong>dan</strong>kzij Web 2.0 en 3.0 in theorie<br />
oneindig is. De uitdaging is om daaraan mee te doen en je<br />
kansen te verbreden. Ik denk dat er ook binnen gevestigde<br />
ontwikkelingsorganisaties heel <strong>veel</strong> mensen werken die<br />
dit heel interessant vinden. Iedereen wil dat zijn eigen<br />
inspanning tot een beter resultaat leidt.’<br />
Op dit moment zijn <strong>veel</strong> burgers bereid om fair voedsel<br />
te kopen of om zich in te zetten voor kleinschalige<br />
‘inFormatie delen<br />
<strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong><br />
<strong>dan</strong> deClaraties<br />
inziChtelijk<br />
maken’<br />
initiatieven. Is die mondiale betrokkenheid volgens<br />
jullie een voorbijgaande hype?<br />
EF: ‘Nee, we zijn net begonnen. Het potentieel is nog <strong>veel</strong><br />
groter. Op dit moment ontstaan juist de tools om dat poten-<br />
tieel te verzilveren.’<br />
Wat kan Web 2.0 of 3.0 hierin betekenen?<br />
EF: ‘Het wordt steeds eenvoudiger om informatie over een<br />
onderwerp te krijgen. Als jij kinderarbeid bijvoorbeeld<br />
een issue vindt, kun je dat heel snel relateren aan alles<br />
om je heen. Bijvoorbeeld in de winkel: is dit product door<br />
kinderen vervaardigd?’<br />
AC: ‘Allemaal met je smartphone natuurlijk.’<br />
EF: ‘Beschikbare informatie over kinderarbeid moet voor de<br />
consument natuurlijk niet te complex zijn. Liefst samengevat<br />
in drie aandachtspunten. Dit soort toepassingen zullen<br />
de komende jaren <strong>verder</strong> worden ontwikkeld. Ik geloof<br />
bijvoorbeeld ook dat er in een 2.0- of 3.0-wereld een<br />
meritocratische schaduwwaarde ontwikkeld zal worden.’<br />
Een wát?<br />
EF: ‘Ik stel mijzelf al heel lang de vraag hoe je de echte<br />
waarde van dingen inzichtelijk kunt maken. Geld is eigenlijk<br />
een dom, archaïsch telraam. Veel consumenten hebben<br />
allang andere waarden, zoals klimaat en kinderarbeid, op<br />
basis waarvan ze beslissen of ze een product willen kopen.<br />
Deze waarden kunnen ook commercieel ingezet worden. Een<br />
product waarvoor kinderen zijn uitgebuit, zou in dat geval<br />
bijvoorbeeld achttien keer zo duur moeten worden. Dat wil<br />
je natuurlijk niet kopen. We moeten het telraam relatief<br />
slimmer maken.’<br />
AC: ‘Ik zie dit soort ontwikkelingen als een revolutie.<br />
Daarom denk ik ook dat het niet zonder slag of stoot zal<br />
gaan. Elke revolutie doet pijn. Ik voorzie nog <strong>veel</strong> onrust.’<br />
Wat voor onrust?<br />
AC: ‘Een steeds groter wordende groep mensen ziet in dat<br />
dit soort ontwikkelingen nodig is. Maar politici zijn hier<br />
helemaal niet mee bezig. Ze kijken vooral naar kortetermijnoplossingen.<br />
Zelfs als het <strong>gaat</strong> over de kredietcrisis:<br />
niemand durft het systeem aan te pakken. Waar wij het<br />
hier over hebben, is een nieuwe manier van denken en<br />
werken. Dat soort veranderingen vraagt <strong>veel</strong> van mensen.<br />
Voor echte verandering moet je je ego opzijzetten. Dat is<br />
moeilijk, maar noodzakelijk.’<br />
EF: ‘Ik denk wel dat deze ontwikkelingen – hoe<strong>veel</strong><br />
moeite ze ook kosten – niets veranderen aan de mondiale<br />
betrokkenheid. Die zal er toch wel zijn.’<br />
Zowel de 1%CLUB als Fairfood zitten sinds kort in de<br />
IMPACT-alliantie, een samenwerkingsverband in het<br />
kader van het nieuwe Medefinancieringsstelsel. Ook<br />
Oxfam Novib zit daarin. Zijn jullie niet bang dat er<br />
water bij de wijn moet vanwege die samenwerking?<br />
AC: ‘Die vraag hebben wij onszelf natuurlijk ook gesteld.<br />
Maar wij denken altijd in mensen, niet in organisaties.<br />
Als er bij een organisatie voldoende mensen werken die<br />
begrijpen waar wij mee bezig zijn, kan zo’n samenwerking<br />
prima. Bovendien is het netwerk belangrijk: Oxfam<br />
Novib heeft in heel <strong>veel</strong> landen een groot netwerk, wij<br />
kunnen daarvan gebruikmaken. Op onze beurt gaan we de<br />
bestaande netwerken versterken en effectiever maken.’<br />
EF: ‘Het is heel gezond om een grote organisatie te<br />
koppelen aan een flexibel pioniersclubje. Je kunt niet<br />
zonder elkaar, je kunt zelfs van elkaar profiteren. Bij kleine,<br />
flexibele organisaties ontstaan spontaan <strong>veel</strong> leuke ideeën.<br />
Binnen een partnership kan een geïnstitutionaliseerde<br />
organisatie daarvan makkelijk profiteren. Binnenshuis<br />
zouden dat soort out-of-the-box initiatieven toch vaak kapot<br />
gediscussieerd worden.’<br />
Maar beperken dit soort partnerschappen je niet in je<br />
vrijheid?<br />
EF: ‘Ja, er schuilt ook een gevaar in. Hoe meer<br />
samenwerkingsverbanden, hoe lastiger een kritisch<br />
geluid of een eigenzinnige strategische beslissing. Het is<br />
belangrijk dat iedereen zijn eigen smaakje blijft houden.<br />
Een voorbeeld: Fairfood werkte net als Fair Trade, Max<br />
Havelaar en Albert Heijn samen met ICCO. Op een gegeven<br />
moment vergeleken wij Fair Trade- met AH-producten. Daar<br />
was Fair Trade niet blij mee. En AH ook niet. Ze gingen<br />
allebei klagen bij ICCO. Ik heb toen uitgelegd dat we<br />
weliswaar <strong>samenwerken</strong>, maar dat dat in mijn ogen niet<br />
wil zeggen dat je het op alle punten met elkaar eens bent.<br />
Je draagt geen verantwoordelijkheid voor het beleid van<br />
de ander. Ik hoop dat Frank [van der Linde, de huidige<br />
directeur van Fairfood, MA] en ook Anna ervoor knokken<br />
dat ze binnen de samenwerking met Oxfam Novib hun eigen<br />
ding kunnen blijven doen.’<br />
Voor <strong>vernieuwing</strong> is het ook belangrijk dat er nieuw<br />
bloed in de ontwikkelingssector komt. Maar voor net<br />
afgestudeerden is het vaak lastig een baan te vinden<br />
bij een ontwikkelingsorganisatie. Hoe zit dat bij jullie<br />
organisatie?<br />
EF: ‘Wij hebben geen geld om <strong>veel</strong> mensen aan te nemen,<br />
maar er werken bij ons wel <strong>veel</strong> onbetaalde krachten. Wat<br />
daar zo leuk aan is? Er ontstaat geen gat op je cv en het<br />
is een enorme leerervaring. Je werkt mee als volwaardig<br />
medewerker, er is een functieomschrijving voor wat je<br />
doet, er worden gesprekken gevoerd over je persoonlijke<br />
ontwikkelingsplannen. Die verantwoordelijkheden maken<br />
het interessant.’<br />
AC: ‘Bij ons zijn ook onbetaalde banen beschikbaar. In<br />
tegenstelling tot als je als vrijwilliger voor een grote<br />
organisatie werkt, krijg je ook bij ons meteen <strong>veel</strong> verantwoordelijkheid.<br />
Wij hanteren de Obama-aanpak: wij<br />
bedenken niet voor jou wat je moet doen, maar je krijgt<br />
de vrijheid om je van je beste kant te laten zien. Dankzij<br />
die ervaring krijgen onze vrijwilligers uiteindelijk best<br />
gemakkelijk een baan.’<br />
EF: ‘En als iemand zich als vrijwilliger bewezen heeft, is dat<br />
ook voor je eigen organisatie een pre. Stel, hij solliciteert<br />
op een betaalde functie, <strong>dan</strong> weet je wat je met hem in huis<br />
zou halen.’<br />
AC: ‘Grotere organisaties zouden meer onbetaalde<br />
werkplekken en stages moeten creëren. Die zijn er nu te<br />
weinig. Dat is frustrerend voor pas afgestudeerden.’<br />
EF: ‘Of ze moeten zélf iets starten.’<br />
AC: ‘Haha, ja, dat kan altijd.’<br />
anna ChojnaCka en eelCo Fortuijn 13<br />
Voor meer informatie over<br />
de 1%CLUB, Fairfood en<br />
Goede Waar & Co, kijk op<br />
www.1procentclub.nl,<br />
www.fairfood.nl en<br />
www.goedewaar.nl.
Gender Mainstreaming in Projects<br />
and Programmes<br />
13 - 24 September 2010<br />
Have your projects been developed in a gender<br />
sensitive way? What about their implementation?<br />
Feeling room for improvement? Yes! Then this<br />
course can help you, your staff or your partner.<br />
This gender mainstreaming course focuses on the<br />
participant as change agent in his/her organisation<br />
and devotes attention to all phases of the<br />
project cycle. It discusses gender mainstreaming<br />
considerations at individual, programme and<br />
organisational level. You will also visit Dutch<br />
organisations to explore gender mainstreaming<br />
in the Dutch context.<br />
Visit: www.mdf.nl/gmpp-nl<br />
Het 25-ste MDF jaarrapport<br />
is beschikbaar op de website,<br />
of op aanvraag.<br />
Training Opportunities<br />
MDF Training Consultancy | E mdf@mdf.nl | W www.mdf.nl<br />
Management Course for Development Practitioners<br />
4 - 29 October 2010<br />
Searching for ways to enhance your performance as a project or<br />
programme manager? This course will provide you with a selection<br />
of management theories, practical instruments and personal<br />
competencies related to the following areas:<br />
1. your competencies as a manager<br />
2. the life cycle of a project/programme, related to<br />
the current international aid effectiveness agenda<br />
3. the functioning of your organisation and the<br />
influences of the context in which it operates.<br />
MDF provides this course in two parallel language groups: English<br />
and French. If you, as a Dutch organisation, register a participant<br />
from your partner organisation in the South, we will grant you a<br />
10% discount on the course fee of € 5,440.<br />
Visit: www.mdf.nl/pmc-nl<br />
<br />
tekst Ilse Zeemeijer<br />
ruim baan voor<br />
starters?<br />
ja/nee*<br />
Hoe ‘jong’ zijn ontwikkelingsorganisaties? Investeren ze<br />
genoeg in het aantrekken en vasthouden van talentvolle<br />
starters? Vice Versa onderzocht door middel van een<br />
enquête de carrièrekansen van jongeren in de sector.<br />
Conclusie: men wil wel, maar ziet beren op de weg.<br />
* doorhalen wat niet<br />
van toepassing is op<br />
uw organisatie<br />
In de enquête, die door twaalf organisaties werd ingevuld,<br />
vroegen we allereerst naar het percentage werknemers<br />
jonger <strong>dan</strong> 35 jaar. De resultaten laten een divers beeld<br />
zien. International Child Support (ICS, 62%), Woord en<br />
Daad (56%) en ZOA Vluchtelingenzorg (45%) vormen de top<br />
drie als het <strong>gaat</strong> om de hoogste percentages jongeren in de<br />
gelederen; Cordaid (23%), Plan Nederland (20%) en SNV<br />
(11%) scoren het laagst (zie de tabel op bladzijde 16). Toch<br />
haast Els Hekstra, directeur van ICS, zich om de uitkomsten<br />
te relativeren. ‘Begin 2007 hebben wij voor het eerst subsidie<br />
van het ministerie gekregen, waardoor <strong>veel</strong> nieuwe posities<br />
bij ICS zijn ontstaan. Dan is het logisch dat je jonge mensen<br />
aanneemt. Andere organisaties als Hivos of ICCO zitten juist<br />
in een fase waarin ze werknemers moeten ontslaan.’<br />
Plan Nederland behoort tot de twee organisaties met<br />
relatief gezien de minste werknemers van onder de 35 jaar.<br />
‘Er is binnen onze organisatie weinig ruimte voor jongeren<br />
van-wege de beperkte doorstroming van werknemers’,<br />
verklaart Jan Jaap Kleinrensink, directeur Internationale<br />
Programma’s. Wel zit Plan in de top drie organisaties met een<br />
relatief jonge directie. De gemiddelde leeftijd van de directie<br />
van Plan is 45 jaar, net als die van Woord en Daad en ICS.<br />
Bij NCDO (54 jaar), ICCO (55 jaar) en Hivos (57 jaar) is dat<br />
gemiddelde het hoogst.<br />
doorstroming<br />
Kleinrensink vindt dat het voor de doorstroming en <strong>vernieuwing</strong><br />
binnen de ontwikkelingssector goed zou zijn om<br />
een code af te spreken over de zittingstermijn van directieleden.<br />
‘Het is voor een organisatie goed als er doorstroming<br />
plaatsvindt op alle niveaus, en zeker ook aan de top. De<br />
directie kan een voorbeeld nemen aan de politiek. Een<br />
zittingstermijn van vier jaar is normaal, een tweede termijn<br />
moet altijd kunnen, maar na acht jaar vind ik wel dat je je<br />
kritisch mag afvragen of je nog steeds de juiste man of vrouw<br />
bent op de juiste plaats.’ Els Hekstra is het met Kleinrensink<br />
eens, maar vreest dat zo’n code praktisch niet haalbaar is:<br />
‘Ik ben bang dat je <strong>dan</strong> al snel wordt beschuldigd van leeftijdsdiscriminatie.’<br />
enquete 15<br />
Het tweede deel van ons onderzoek richt zich op het personeelsbeleid<br />
van ontwikkelingsorganisaties. Hebben ze een<br />
officieel beleid wat betreft het aannemen van starters in de<br />
sector? En wordt er geïnvesteerd in loopbaantrajecten?<br />
Ron van Huizen, directeur van Terre des Hommes (plaats 5 op<br />
de lijst van ‘jongste’ organisaties), vertelt dat zijn organisatie<br />
bij vacatures vaak een duidelijke voorkeur heeft voor jonge<br />
mensen, on<strong>dan</strong>ks dat dit niet formeel is vastgelegd. ‘We<br />
krijgen graag nieuw bloed binnen. Geen jobhoppers, maar wel<br />
mensen die nog niet te <strong>veel</strong> zijn vastgeroest in de ontwikkelingssamenwerking.<br />
Nieuw elan vinden wij heel belangrijk,<br />
omdat dat past bij onze manier van werken.’<br />
Voor Woord en Daad is een relatief jonge organisatie<br />
(56%) geen bewuste keuze, maar toch is er voor ‘kansrijke’<br />
jongeren zeker ruimte. ‘Ook gezien het kostenaspect zijn<br />
wij gespitst op jonge mensen. Tot nu toe heeft dat prima<br />
resultaten opgeleverd’, vertelt HRM-medewerker Herman<br />
Hendriks.<br />
leergierig<br />
De huidige generatie jonge professionals wordt ook wel de<br />
‘screenagers-generatie’ genoemd. Juist deze generatie is<br />
‘uitermate leergierig’ en heeft behoefte aan mogelijkheden<br />
om zich <strong>verder</strong> te ontwikkelen, blijkt uit een rapport van<br />
organisatieadviesbureau CBE Nederland. Hanneke Smaling,<br />
consultant bij CBE, legt uit dat loopbaantrajecten en opleidingsmogelijkheden<br />
noodzakelijk zijn voor het ‘optimaal<br />
en duurzaam inzetbaar houden van werknemers’ binnen een<br />
organisatie. ‘Je zult hiervoor maatwerk moeten leveren. Het<br />
is niet zo dat je voor iedereen hetzelfde kunt regelen.’ Ons<br />
onderzoek laat echter zien dat het bij <strong>veel</strong> organisaties wat<br />
dit betreft aan maatwerk schort. Loopbaantrajecten en specifiek<br />
beleid voor het aannemen van starters zijn er maar weinig.<br />
Dit wordt door de organisaties ook niet wenselijk gevonden,<br />
omdat het <strong>gaat</strong> om de ‘juiste persoon op de juiste functie’.<br />
Jan Jaap Kleinrensink van Plan Nederland zegt dat<br />
specifiek beleid voor starters niet past bij het vraaggestuurd<br />
werken van de ontwikkelingssector. ‘Ons bestaansrecht is<br />
het oplossen van problemen in ontwikkelingslanden. Als<br />
ontwikkelingorganisaties rekening moeten gaan houden met<br />
de slechte arbeidsmarkt voor Nederlandse starters in deze<br />
sector, schieten we ons doel voorbij en werken we niet meer<br />
vraaggestuurd.’<br />
Een van de weinige officiële programma’s voor jongeren<br />
om een baan in de ontwikkelingssector te vinden is de<br />
Advanced Master in International Development van het CIDIN<br />
(het Centrum voor Internationale Ontwikkelingsvraagstukken<br />
van de Radboud Universiteit in Nijmegen) die jaarlijks aan<br />
dertig net afgestudeerden de mogelijkheid biedt om de<br />
gevraagde ervaring in de sector op te doen. Deze trainees<br />
werken vier dagen per week bij een organisatie en gaan<br />
één dag naar de universiteit voor studie en onderzoek. De<br />
kans bestaat dat zij na het afronden van hun opleiding<br />
mogen blijven, mits er functies vacant zijn. Organisaties die<br />
deelnemen aan dit programma zijn onder andere Hivos, ICS,<br />
ICCO en Oxfam Novib.<br />
SNV heeft een eigen Young Professionals-programma om<br />
‘talentvolle jonge medewerkers aan SNV te binden’. Hiervoor<br />
komen jongeren uit binnen- en buitenland met een relevante<br />
studieachtergrond en één tot twee jaar werkervaring in aan-<br />
merking. ZOA Vluchtelingenzorg biedt elk jaar aan vijf trainees<br />
de kans om werkervaring in het buitenland op te doen.
16 enquete<br />
1 a ) Hoe<strong>veel</strong> Nederlanders zijn bij uw organisatie in dienst, in Nederland en in het<br />
buitenland, inclusief werknemers met een tijdelijk contract?<br />
1 b ) Hoe<strong>veel</strong> van hen zijn onder de 35 jaar?<br />
Organisatie<br />
Aantal in dienst<br />
Onder 35 jaar<br />
Percentage onder 35 jaar<br />
Organisatie<br />
Aantal in dienst<br />
Onder 35 jaar<br />
Percentage onder 35 jaar<br />
2) Leeftijd van<br />
de directie<br />
1) ICS<br />
16<br />
10<br />
62,5%<br />
7) Oxfam Novib*<br />
391<br />
104<br />
26,6%<br />
ICS<br />
Plan Nederland<br />
Woord en Daad<br />
Terre des Hommes<br />
SNV<br />
Oxfam Novib<br />
Unicef<br />
ZOA<br />
Cordaid<br />
NCDO<br />
ICCO<br />
Hivos<br />
2) Woord en Daad<br />
66<br />
37<br />
56,1%<br />
8) ICCO<br />
275<br />
73<br />
26,5%<br />
Organisatie<br />
Gem.<br />
leeftijd<br />
directie Directeur (leeftijd)<br />
45<br />
45,5<br />
45,5<br />
47,5<br />
48,5<br />
49,3<br />
52<br />
53<br />
54<br />
54<br />
55,5<br />
56<br />
Els Hekstra (50)<br />
Tjipke Bergsma (54)<br />
Jan Lock (54)<br />
Ron van Huizen (61)<br />
Dirk Elsen (50)<br />
Farah Karimi (49)<br />
Jan Bouke Wijbrandi (57)<br />
Johan Mooij (53)<br />
Rene Grotenhuis (59)<br />
Frans van den Boom (54)<br />
Jack van Ham (59)<br />
Manuela Monteiro (60)<br />
Aantal jaren<br />
in dienst<br />
8<br />
4<br />
16<br />
14,5*<br />
7,5<br />
2<br />
1,5<br />
2<br />
7<br />
sinds 15 juli 2010<br />
9**<br />
8<br />
* (vertrekt 1 maart 2011)<br />
** (vertrekt 1 januari 2011)<br />
3) Hoe<strong>veel</strong> werknemers van onder de 30 heeft uw organisatie de afgelopen drie jaar<br />
in Nerderland aangenomen?<br />
Terre des Hommes 4 4<br />
Plan Nederland 7 7<br />
Woord en Daad 15 14<br />
ZOA 18 16<br />
Unicef 15 12<br />
Cordaid 29 21<br />
ICS 10 6<br />
ICCO* 55 30<br />
Hivos ** 11<br />
Oxfam Novib *** 34<br />
NCDO 24 16<br />
SNV**** 244 206<br />
3) ZOA<br />
79<br />
33<br />
41,8%<br />
9) Hivos<br />
136<br />
33<br />
24,3%<br />
4) NCDO<br />
86<br />
32<br />
37,2%<br />
10) Cordaid<br />
308<br />
66<br />
23,5%<br />
5) Terre des Hommes<br />
33<br />
12<br />
36,4%<br />
11) Plan Nederland<br />
85<br />
17<br />
20%<br />
6) Unicef<br />
99<br />
30<br />
30,3%<br />
12) SNV<br />
234<br />
25<br />
10,7%<br />
* Oxfam Novib heeft geen aparte cijfers beschikbaar van het aantal<br />
Nederlanders dat in het buitenland werkt. Deze cijfers representeren<br />
dus zowel de Nederlandse als internationale staf.<br />
aangenomen<br />
nog steeds in dienst<br />
* De cijfers van ICCO waren alleen beschikbaar vanaf 2008<br />
** Gegevens niet te achterhalen door verschillende<br />
personeelsinformatiesystemen<br />
*** Deze gegevens zijn niet beschikbaar<br />
**** SNV heeft geen aparte cijfers over de Nederlandse staf beschikbaar.<br />
Deze cijfers geven zowel de Nederlandse als de lokale staf weer<br />
Slechts twee organisaties bieden talentvolle starters concrete<br />
loopbaantrajecten aan. Zo biedt ZOA Vluchtelingenzorg de<br />
mogelijkheid om een management-traject te volgen. Ook<br />
Hivos biedt met de Hivos Academy een duidelijke loopbaan<br />
aan: van young program officer naar program officer, en<br />
vervolgens van program manager tot bureauhoofd. ‘Maar’,<br />
vertelt Joyce Kuis, werkzaam op de P&O-afdeling van Hivos,<br />
‘met dien verstande dat er een bepaald aantal functies zijn.<br />
Als iedereen blijft zitten op zijn of haar plek, komt er niets<br />
vacant en kunnen we starters dus ook niets aanbieden.<br />
We gaan geen nieuwe functie in het leven roepen om een<br />
starter aan het werk te krijgen.’ Ook SNV geeft aan een<br />
loopbaantraject te hebben, hoewel dit niet formeel is<br />
vastgelegd. Het is mogelijk om van junior naar medior en<br />
tot slot senior te groeien, en als adviseur van land en sector<br />
te wisselen.<br />
bezuinigingen<br />
Het is duidelijk dat gericht personeelsbeleid op het gebied<br />
van starters niet tot de prioriteiten van ontwikkelingsorganisaties<br />
behoort, zeker in deze tijd van te verwachten<br />
bezuinigingen. Zo had Oxfam Novib een programma opgezet<br />
om talentvolle, recent afgestudeerde hoger opgeleiden<br />
kennis te laten maken met het werken binnen een ontwikkelingsorganisatie.<br />
Dit kennismaken zou gebeuren door<br />
middel van een driejarig traject waarbij de trainee bij ver-<br />
schillende bureaus van Oxfam Novib werkzaam zou zijn,<br />
inclusief een half jaar in het veld. Naast deze werk-<br />
gemma Crijns:<br />
‘organisaties<br />
doen<br />
jongeren én<br />
ziChzelF<br />
tekort’<br />
Vice Versa vroeg Gemma Crijns om een reactie op de<br />
enquête. Crijns, die in de Duurzame Top 100 van dagblad<br />
Trouw en omroep Llink staat als ‘Grande Dame van<br />
het ethisch ondernemen’, noemt de sector ‘behoorlijk<br />
kortzichtig’.<br />
‘Treurig’, vindt Gemma Crijns (60) de resultaten van de<br />
enquête. ‘Als je kijkt naar het aantal werknemers van onder<br />
de 30 jaar dat in de afgelopen drie jaar is aangenomen bij<br />
ontwikkelingsorganisaties, is het beeld heel somber.’<br />
Ontwikkelingsorganisaties noemen meestal het argument dat<br />
het binnen hun sector <strong>gaat</strong> om de juiste mensen op de juiste<br />
plaats. Crijns, die directeur was van het Nyenrode Instituut<br />
voor Bedrijfsethiek en coördinator van het MVO Platform,<br />
vindt dat geen goede verklaring: ‘Niet alle kennis komt uit<br />
ervaring, echt niet. In tegenstelling tot mijn generatie zien<br />
jongeren wat nieuwe ontwikkelingen kunnen betekenen.<br />
Zij stellen de juiste vragen binnen de organisatie en zijn<br />
met hun kennis up-to-date. Het argument dat organisaties<br />
gebruiken past bij de ontwikkelingssamenwerking van 25 of<br />
30 jaar geleden. Toen werden mensen uitgezonden om ter<br />
plekke hun ervaring in te zetten. Maar de sector is inmiddels<br />
veranderd.’<br />
Crijns zegt dat ontwikkelingsorganisaties impliciet<br />
aangeven dat de kwaliteit van hun werk achteruit<strong>gaat</strong> als<br />
zij jongeren aannemen en in hen investeren. ‘Dat vind ik<br />
een zwaktebod en bovendien beledigend naar jongeren<br />
toe.’ Ze vindt dat er juist geïnvesteerd moet worden in jong<br />
talent. ‘De ontwikkelingssector heeft haar mond vol over<br />
zaamheden zou ook een gestructureerd opleidingstraject<br />
aan de trainees worden aangeboden. Maar volgens Elvira<br />
Houtvast van de P&O-afdeling van Oxfam Novib wordt het<br />
programma niet meer uitgevoerd ‘vanwege de teruggang in<br />
subsidie die we tegemoet gaan.’<br />
ambitie<br />
Ook Plan Nederland heeft dit jaar om dezelfde reden ervoor<br />
gekozen om geen trainees meer aan te nemen die de<br />
Advanced Master van het CIDIN doorlopen. ‘De ervaring met<br />
het CIDIN was goed, maar als een organisatie in de krimp zit<br />
en alleen het hoognodige kan doen, en zelfs dát onvoldoende<br />
kan waarmaken, wordt het moeilijk om de trainees serieuze<br />
begeleiding te bieden’, aldus Jan Jaap Kleinrensink. Als het<br />
nieuwe Medefinancieringsstelsel goed uitpakt voor zijn organisatie,<br />
wil Kleinrensink op dit punt wel ‘meer ambitie’ laten<br />
zien.<br />
Ook Joyce Kuis van Hivos geeft aan dat de ontwikkelings-<br />
sector op dit moment de prioriteiten ergens anders heeft<br />
liggen. ‘Dit is geen goed moment om de discussie op te<br />
zwengelen over kansen van starters in de ontwikkelingssamenwerking.<br />
Als je als organisatie een sociaal plan hebt om<br />
afvloeiingsmaatregelen te treffen, wat wil je <strong>dan</strong>? Natuurlijk<br />
weten we dat nieuwe input belangrijk is, maar het moet<br />
wel kúnnen. Als je met je kop op het hakblok ligt, zoals<br />
ontwikkelingsorganisaties, <strong>dan</strong> wil je eerst zorgen dat je eraf<br />
komt. Dan pas is er weer ruimte voor franje.’<br />
enquete 17<br />
Deze enquête is verstuurd naar<br />
15 organisaties. Prisma (geen<br />
respons), de Bernhard van<br />
Leer Foundation en Stichting<br />
DOEN (zien zichzelf niet als<br />
een ontwikkelingsorganisatie)<br />
hebben niet aan de enquête<br />
meegewerkt.<br />
maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daar hoort in<br />
mijn ogen ook heel duidelijk bij dat je jongeren een kans<br />
geeft op deze arbeidsmarkt.’ En met het aanbieden van een<br />
baan houdt het volgens Crijns niet op. ‘Starters moeten nu<br />
alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat ze perspectief<br />
voor zichzelf creëren binnen een organisatie. Maar bij gebrek<br />
aan specifiek opleidingsbeleid kun je ook geen loopbaan<br />
aanbieden. Uit de reacties van de organisaties blijkt dat<br />
ze een concreet loopbaanbeleid voor starters niet nodig<br />
vinden, of het omschrijven als “franje”. Dat vind ik behoorlijk<br />
kortzichtig. Daarmee doen ze jongeren én zichzelf te kort.’<br />
Waar ligt volgens haar de oplossing? ‘Ontwikkelingsorganisaties<br />
zullen eerst dit probleem moeten erkennen en<br />
vervolgens moeten streven naar een juiste mix en diversiteit<br />
van werknemers, ook in leeftijdsopbouw. Ook zou deze<br />
sector <strong>veel</strong> flexibeler met werk moeten omgaan. Geen vaste<br />
contracten meer, bijvoorbeeld. Organisaties moeten een<br />
HRM-beleid ontwikkelen dat bij deze tijd past. Daar is nog<br />
zo <strong>veel</strong> te winnen.’ Ook vindt Crijns dat de sector minder<br />
zou moeten worden bepaald door institutionele belangen.<br />
‘Ontwikkelingssamenwerking kan <strong>veel</strong> efficiënter als je<br />
de kennis en potentie van organisaties door middel van<br />
netwerkconstructies <strong>gaat</strong> delen. Dat is in eerste instantie<br />
ingewikkeld, maar je voorkomt er ook mee dat de hele markt<br />
dicht komt te zitten. Institutionele belangen zijn de dood<br />
in de pot en leiden tot een starre bureaucratische situatie.<br />
Ik zou tegen ontwikkelingsorganisaties willen zeggen:<br />
doorbreek deze vicieuze cirkel.’
18 rondetaFelgesprek<br />
rondetaFelgesprek<br />
’grijp het<br />
podium!’<br />
Bart Veenstra (29)<br />
Advisor/trainer bij het Koninklijk<br />
Instituut voor de Tropen<br />
Sara Kinsbergen (28)<br />
Promovendus aan de<br />
Radboud Universiteit Nijmegen<br />
Sander Labant (28)<br />
Beleidsmedewerker bij Partos<br />
Verie Aarts (26)<br />
Kennismedewerker bij<br />
Oxfam Novib<br />
Je wilt graag zinvol werk doen. En met<br />
genoeg doorzettingsvermogen en geluk<br />
bemachtig je een startersbaan in de<br />
ontwikkelingssector. Maar kun je vervolgens<br />
je ei kwijt? En is er een carrière<br />
voor je weggelegd? Vice Versa nodigde<br />
zes jonge professionals uit om te<br />
discussiëren over de nieuwe generatie<br />
ontwikkelingswerkers.<br />
Fieke Jansen (30)<br />
Junior programme officer bij Hivos<br />
Lukas van Trier (26)<br />
Programmamedewerker bij<br />
Care Nederland Peace Building<br />
young proFessionals 19<br />
tekst Janneke Juffermans<br />
beeld Leonard Fäustle<br />
Tijdens de fotosessie – nog een hele uitdaging voor de fotograaf,<br />
want er staat <strong>veel</strong> wind – wordt er al flink gelachen<br />
en gekletst. Vervolgens lopen we naar de 1%CLUB, waar het<br />
gesprek zal plaatsvinden. Aan tafel schuiven Bart Veenstra<br />
(29, advisor/trainer bij het Koninklijk Instituut voor de<br />
Tropen), Fieke Jansen (30, junior programme officer bij<br />
Hivos), Lukas van Trier (26, programmamedewerker bij Care<br />
Nederland Peace Building), Sander Laban (28, beleidsmedewerker<br />
bij Partos), Sara Kinsbergen (28, promovendus<br />
aan de Radboud Universiteit Nijmegen) en Verie Aarts (26,<br />
kennismedewerker bij Oxfam Novib). De wijn en lekkere<br />
hapjes staan al klaar en daar wordt <strong>dan</strong>kbaar op aangevallen.<br />
Veel mensen komen rechtstreeks van hun werk en hebben<br />
nog niet gegeten. Men heeft weinig aansporing nodig<br />
en de conversatie komt bijna als vanzelf op de onderwerpen<br />
die op de agenda staan. En er wordt regelmatig gelachen.<br />
De nieuwe generatie ontwikkelingswerkers,<br />
bestaat die eigenlijk wel? En zo ja, wat<br />
onderscheidt ze van voorgaande generaties?<br />
Bart steekt enthousiast van wal, zoals hij deze avond vaker<br />
zal doen: ‘Wij zijn geboren in de jaren zeventig en tachtig.<br />
Wij kijken logischerwijs anders tegen ontwikkelingssamenwerking<br />
aan <strong>dan</strong> eerdere generaties. Of dat beter<br />
of slechter is? Binnen ons tijdsbeeld past onze bijdrage.<br />
Omdat wij binnen onze generatie en met de huidige<br />
technologie zijn opgegroeid, zijn we misschien ook wel<br />
degenen die de beste antwoorden hebben op de problemen<br />
van vandaag.’<br />
Fieke vult aan: ‘Ook in <strong>veel</strong> ontwikkelingslanden bestaat<br />
een verschil tussen de oude en de jongere generatie. In<br />
Afrika gebruikt een groep jonge feministen Facebook om<br />
campagne te voeren, de oude generatie vindt dat ze de<br />
straat op moet om haar rechten te claimen. Wij hebben<br />
als jongeren makkelijker toegang tot de jongere generatie<br />
in ontwikkelingslanden. We zoeken op een andere manier<br />
contact en werken anders samen.’
20 rondetaFelgesprek young proFessionals 21<br />
Fieke<br />
bart bart<br />
sara<br />
Bart is het hiermee eens en voegt toe: ‘De doelgroep<br />
waarop de meeste ontwikkelingsorganisaties zich richten<br />
is bovendien jonger <strong>dan</strong> 35: kinderen, mensen die in<br />
opleiding zijn, startende ondernemers. Wij hebben dezelfde<br />
leeftijd als deze doelgroep, dat maakt de communicatie<br />
makkelijker.’<br />
Hierop reageert Lukas, die soms wat verlegen lijkt, maar<br />
met genuanceerde antwoorden komt: ‘Toch denk ik niet<br />
dat we daarom een beter antwoord hebben. Ik geloof in<br />
de connectie tussen de oude en de jongere generatie. Het<br />
onderscheidende van onze generatie krijgt pas waarde in<br />
combinatie met de ervaring van de oudere generatie.’<br />
Fieke relativeert nog meer: ‘Innovatie is niet gelijk aan<br />
jong zijn. Ik ken <strong>veel</strong> jongeren die niet innovatief zijn en<br />
ouderen die dat wél zijn.’<br />
Sander <strong>gaat</strong> weer in op de huidige generatie: ‘Wij onderscheiden<br />
ons door een praktischer idealisme.’ (De anderen<br />
knikken instemmend.) ‘De oudere generatie is meer vanuit<br />
een ideologie bezig met ontwikkelingssamenwerking. Wij<br />
geloven wel in het ideaal, maar de weg er naartoe is nog<br />
open. Daarom reageren we ook minder snel aangevallen als<br />
er kritiek op de sector komt.’<br />
Sara: ‘Dat herken ik wel. Ik noem mezelf ook wel eens een<br />
realistische idealist. Ik hoef niet zo nodig de straat op met<br />
een spandoek. Ik zie bij <strong>veel</strong> jonge mensen een behoefte<br />
om over de sector heen te kijken en samen te werken met<br />
mensen uit andere sectoren, zoals de ICT, het bedrijfsleven.’<br />
Hoe vertaalt het karakter van de nieuwe<br />
generatie zich naar de dagelijkse praktijk?<br />
Verie: ‘Veel van mijn collega’s zeggen dat jongere<br />
medewerkers <strong>veel</strong> kritischer zijn. Wat me ook opvalt is<br />
dat we andere dingen belangrijk vinden: kennis delen en<br />
<strong>samenwerken</strong> met onverwachte partijen.’<br />
Fieke: ‘Wij willen sneller schakelen en dingen doordrukken.<br />
Dan worden we meestal wel een beetje tegengehouden.’<br />
Sara, kritisch: ‘Als dat tegenhouden gebaseerd is op<br />
ervaring vind ik het goed. Als het door cynisme komt, is het<br />
jammer.’<br />
Bart: ‘Ikzelf heb constant het gevoel dat ik te weinig tijd<br />
heb, ik zie dingen liever vandaag veranderen <strong>dan</strong> morgen.<br />
Vandaag zei ik dat ook tijdens een vergadering: “Ik heb te<br />
weinig tijd.” Ineens viel het kwartje en dacht ik: oh ja, ik<br />
mag er natuurlijk ook langer over doen.’ (gelach)<br />
Sander: ‘Dat sluit wel aan bij onze generatie. We zijn wat<br />
verwend, we hebben ook alles makkelijk gekregen. We<br />
zijn er daarom aan gewend dat alles snel kán gaan. In de<br />
ontwikkelingssector hangt een behoorlijke vergadercultuur.<br />
Soms slaat die door in inhoudelijke verhandelingen, terwijl<br />
ík <strong>dan</strong> graag een actiepunt wil vaststellen.’<br />
Hoe kom je binnen in de sector?<br />
Lukas: ‘Ik heb zelf mazzel gehad, maar zie om me heen dat<br />
het wel moeilijk is voor mensen om binnen te komen. Kijk<br />
naar hoe<strong>veel</strong> ervaring er wordt gevraagd. Ervaring die je<br />
eigenlijk alleen kan opdoen met vrijwilligerswerk.’<br />
Ook de meeste andere tafelgenoten zien het eindeloos<br />
tegen een muur aanlopen soms wel bij anderen, maar<br />
herkennen het minder bij zichzelf. Men is het wel eens<br />
over de discrepantie tussen de functie-eisen, datgene waar<br />
een starter redelijkerwijs aan kan voldoen, en dat wat<br />
werkelijk nodig is om een functie goed te kunnen uitvoeren.<br />
Deze drie variabelen lijken niet goed op elkaar te worden<br />
afgestemd.<br />
Sara: ‘Ik heb het idee dat er een groot gat zit tussen aan<br />
de ene kant de hervormingen die doorgevoerd worden in<br />
de sector, de kantelingen en de decentralisatietrend en<br />
aan de andere kant de functie-eisen. Er ontstaan minder<br />
mogelijkheden om in een ontwikkelingsland in de klei te<br />
werken, maar in vacatureteksten wordt daar nog steeds om<br />
gevraagd. Daar zal in de toekomst een probleem ontstaan.<br />
Ik was laatst bij een debat met consultants. Iemand ging<br />
staan en zei: ‘Die jongeren van tegenwoordig… Wij hebben<br />
dertig jaar veldervaring! Waar moet het heen met de sector<br />
als wij straks met pensioen zijn?’ Ik vind het niet meer<br />
van deze tijd om vijftien jaar in het veld te werken om<br />
vervolgens eindelijk aan de kwalificaties te kunnen voldoen<br />
om hier een functie in te nemen.’<br />
Verie vult aan: ‘Het is ook een rare eis, want men <strong>gaat</strong> er<br />
tegelijkertijd vanuit dat al die zuidelijke partners het zelf<br />
heel goed kunnen, maar blijkbaar moeten wij er toch heen<br />
om het voor ze te doen.’<br />
Sara: ‘En wat krijg je <strong>dan</strong>? Mensen die geforceerd bloemen<br />
gaan schilderen op weeshuizen om <strong>dan</strong> toch maar te<br />
kunnen zeggen dat ze die ervaring hebben opgedaan.’<br />
(Hard gelach van de anderen.) ‘Daar heb ik heel <strong>veel</strong> moeite<br />
mee.’<br />
Lukas belicht een andere kant: ‘Er zijn ook steeds meer<br />
organisaties die het gat zien en die bemiddelingsbedrijfjes<br />
oprichten om mensen de kans te geven die bloemen te<br />
schilderen. De vrijwilligers doen allemaal dingen die<br />
misschien goed zijn, maar waar geen controle op is en die<br />
mogelijk niet effectief zijn. Dan heeft de sector er véél<br />
meer aan om mensen met minder ervaring aan te nemen en<br />
onder begeleiding expertise te laten opdoen.’<br />
Bart nuanceert de eis van veldervaring: ‘Ik denk wel dat<br />
buitenlandervaring belangrijk is, maar die hoeft geen<br />
acht jaar lang te hebben geduurd. De wereld is kleiner<br />
geworden. Mensen reizen <strong>veel</strong> meer en de helft van de<br />
bevolking in grote steden is afkomstig uit een ander land.<br />
Ik woonde een jaar in Syrië. Ook daar was de samenleving<br />
heel divers: behalve Syriërs woonden er Soe<strong>dan</strong>ezen,<br />
Jor<strong>dan</strong>iërs, Egyptenaren. Dat was voor mij ook al relevante<br />
ervaring. Bestaat het “exclusieve buitenland” nog wel? De<br />
contacten met de partners verlopen ook anders, vaker via<br />
internet bijvoorbeeld. Om een indruk te krijgen van het<br />
leven van iemand aan de andere kant van de wereld heb je<br />
geen jarenlange buitenlandervaring meer nodig. Met een<br />
televisie, een verre vakantie en een sociaal gevoel kom je<br />
een heel eind!’<br />
Sara, samenvattend: ‘Het <strong>gaat</strong> voornamelijk om wat hier<br />
in Nederland nodig is om het werk te doen. Wat is het<br />
functieprofiel van de ontwikkelingswerker anno 2010?’<br />
Fieke vult aan: ‘Er worden andere competenties<br />
verwacht, er ontstaat een heel ander profiel. Je moet<br />
subsidieaanvragen schrijven voor externe donoren en<br />
kunnen omgaan met de private sector. Zo <strong>veel</strong> meer <strong>dan</strong><br />
alleen maar <strong>samenwerken</strong> met die partners in het Zuiden.’<br />
Welke invloed kun je uitoefenen als je eenmaal<br />
bij een organisatie werkt?<br />
Fieke: ‘Als je jong en fris een grote organisatie binnenkomt,<br />
loop je soms tegen een muur op met je ideeën. Van de oude<br />
generatie kun je leren hoe je die ideeën moet pitchen.<br />
Soms vergeten we dat je eerst moet netwerken om wat meer<br />
draagvlak binnen de organisatie te krijgen.’<br />
Lukas: ‘Je kan ook wel naïef zijn met je vernieuwende idee,<br />
omdat je niet de ervaring hebt dat vergelijkbare dingen zijn<br />
misgegaan.’<br />
Bart: ‘En toch. Soms zeggen collega’s: “Ja, maar dat<br />
hebben we in 1973 al gedaan.” Dat wil niet zeggen dat<br />
we het nu niet opnieuw kunnen proberen, in een nieuwe<br />
omgeving en met een hedendaags sausje erover.’<br />
Sara: ‘Ik denk soms dat we geneigd zijn ons te conformeren<br />
en daarmee de gevestigde structuren in stand houden.<br />
Je komt binnen, één brok energie, en iemand zegt tegen<br />
je: “Leuk, je idee, maar als je het nu zus of zo brengt,<br />
is er meer kans dat je idee aanslaat.” Dan ga je het<br />
herstructureren. Kom je <strong>dan</strong> niet in een keurslijf van de<br />
gevestigde orde terecht? Je kunt ook zeggen: ik denk dat<br />
mijn plan wél vorm kan krijgen, maar niet in de huidige<br />
structuren.’<br />
Sander: ‘Soms moet je onderdeel van het systeem worden<br />
om het te veranderen. Lobbyen. Je kan hard schoppen<br />
tegen structuren, dat is óók een tactiek, maar daarmee krijg<br />
je een andere reactie.’<br />
Bart, glimlachend: ‘In het begin flap je er alles uit, maar<br />
dat kan tegen je werken. Wij dragen bij door het vinden van<br />
nieuwe partners, nieuwe luisterende oren. Daarin kunnen<br />
we wél heel creatief en vernieuwend zijn. Van de oudere<br />
generatie leren we om het op een diplomatieke manier te<br />
doen.’<br />
‘binnen ons<br />
tijdsbeeld past<br />
onze bijdrage’<br />
Verie, ernstig: ‘Ik zit nog even te denken over dat<br />
conformeren en pitchen van ideeën. Ik heb niet het gevoel<br />
dat ik hierin iets van de oudere werknemers kan leren. Ik<br />
vind de sector best conservatief in dit opzicht.’<br />
Fieke verheldert: ‘Het is meer ontastbare kennis die<br />
mensen met ervaring ons doorgeven. Geen dingen die je in<br />
een boekje kunt leren. Bijvoorbeeld hoe je kunt netwerken,<br />
hoe je met partners kunt omgaan, dat soort zaken. Als<br />
je binnen een grote organisatie als Oxfam Novib iets wilt<br />
doorvoeren, moet je lobbyen om draagvlak te krijgen.<br />
Anders kun je het beste voor jezelf beginnen, of het buiten<br />
de grote organisaties doen. Dat gebeurt ook steeds vaker,<br />
dat mensen zeggen: <strong>dan</strong> doe ik het toch zélf?’<br />
Verie: ‘Ik denk dat er <strong>veel</strong> jongeren zijn die het gevoel<br />
hebben dat ze niet gehoord worden en ook niet op waarde<br />
worden geschat. Ik constateer het bij mezelf en ook bij<br />
anderen die ik gesproken heb. Maar we weten niet waar het<br />
aan ligt.’<br />
Sander: ‘Ik denk dat dit bij kleinere clubs anders<br />
is. Daar krijg je meer ruimte en kun je sneller meer<br />
verantwoordelijkheid dragen.’<br />
Fieke: ‘Dat is misschien waar, maar als je vervolgens wilt<br />
doorgroeien binnen die organisatie is er geen plek.’<br />
Lukas zegt dat hij voor dit gesprek met anderen van zijn
22 rondetaFelgesprek young proFessionals 23<br />
opleiding, de advanced master International Development<br />
van het CIDIN, heeft gepraat. ‘Er waren nogal wat mensen<br />
die vonden dat ze hun kritische noten niet kwijt konden. Ik<br />
denk dat het komt door de huidige veranderingen. Mensen<br />
schieten constant in de verdediging. Voor wie al een tijdje<br />
in de sector zitten is dat begrijpelijk. Je kunt moeilijk<br />
zeggen dat je twintig jaar lang het verkeerde hebt gedaan.<br />
Er zijn twee groepen critici, de mensen die niet het beste<br />
voor hebben met ontwikkelingssamenwerking en zeggen:<br />
“Het heeft niet geholpen, stoppen ermee.” En een groep<br />
kritische starters. Zij voelen zich niet verantwoordelijk voor<br />
het gevoerde beleid, maar willen wel graag in de sector<br />
werken. Zij hebben constructieve kritiek, die bedoeld is om<br />
zaken te verbeteren, niet om ze af te schaffen.’<br />
‘van ervaren Collega’s<br />
kun je leren hoe je<br />
ideeën moet pitChen’<br />
Op mijn vraag of er inspirerende voorbeelden om hen heen<br />
zijn in de organisaties waar ze werken, valt een lange stilte.<br />
Bart komt uiteindelijk met een voorbeeld van een pastor<br />
in Indonesië: ‘Ik was in het oerwoud van Kalimantan en<br />
verbleef bij een pastor. Hij was al 43 jaar lang bezig met<br />
ontwikkelingswerk, begonnen als missionaris. Bij een goed<br />
glaasje wijn vertelde hij me allemaal dingen waarvan ik<br />
dacht: ja, maar dat gaan wij nu óók doen! Hij was in zijn<br />
loopbaan tot de conclusie gekomen dat lokale initiatieven<br />
en kleinschalige hulp zoals microfinanciering vaak het beste<br />
werken. Die man is vanuit de praktijk constant heel kritisch<br />
gebleven. Hij is uiteindelijk op persoonlijk niveau tot<br />
dezelfde conclusies gekomen als in grote publieke debatten<br />
over ontwikkelingssamenwerking worden besproken. Ik<br />
hoop dat de jongere generatie ontwikkelingswerkers steeds<br />
kritisch blijft en blijft zoeken naar verbetering, zoals deze<br />
man ook heeft gedaan.’<br />
Willen jullie in deze sector doorgroeien?<br />
Zijn er daarvoor wel genoeg mogelijkheden?<br />
Fieke: ‘Ik denk dat onze generatie meer switcht. Dat hoop<br />
ik tenminste. Het is belangrijk om breder te kijken <strong>dan</strong> de<br />
ontwikkelingssector. Ik zou net zo graag bij Google werken<br />
als bij een ontwikkelingsorganisatie.’<br />
Verie twijfelt: ‘Moeilijk om iets over doorgroeimogelijkheden<br />
te zeggen binnen deze sector. Ik heb geen referentiekader.<br />
Mensen om me heen die hogere functies vervullen doen dat<br />
al vijftien of twintig jaar. Er zijn maar een paar ambitieuze<br />
jonge mensen die zijn doorgestoten tot de organisaties<br />
hier in Nederland, of die de kans hebben gehad om in het<br />
buitenland relevante ervaring op te doen.’<br />
Bart: ‘Voor mij persoonlijk is ontwikkelingssamenwerking<br />
an sich niet noodzakelijk mijn carrièrepad. Ik zou<br />
best bij een commercieel bedrijf willen werken, dat<br />
zich deels met duurzaamheid bezighoudt. Of ervaring<br />
opdoen in een andere sector om die later weer voor<br />
ontwikkelingssamenwerking te kunnen inzetten. Mijn<br />
ervaring is dat in het bedrijfsleven goede, innovatieve<br />
krachten eruit worden gepikt, omdat ze winst zijn voor<br />
de organisatie. Een goede manager denkt: hee, die heeft<br />
talent, die zetten we een paar stapjes hoger. En <strong>dan</strong> <strong>gaat</strong><br />
zo’n carrière heel snel. In het bedrijfsleven kun je op je<br />
27ste in een heel goede baan zitten en <strong>veel</strong> verdienen.<br />
Innovatie brengt winst, en daarom neemt men een<br />
financieel risico. In de ontwikkelingssamenwerking wordt er<br />
erg op ervaring gefocust.’<br />
Fieke, instemmend: ‘Ik heb inderdaad vrienden in het<br />
bedrijfsleven die zó doorstromen met hun goede ideeën.<br />
De aard van het bedrijfsleven is risico’s nemen en in de<br />
ontwikkelingssamenwerking probeert men in het algemeen<br />
op safe te spelen.’<br />
Sander, terugkomend op de huidige generatie en haar<br />
binding aan de sector: ‘Ontwikkelingssamenwerking<br />
wordt een onderdeel van internationale samenwerking. Er<br />
komt een meer integrale aanpak, waaraan deze generatie<br />
<strong>gaat</strong> bijdragen. Daarom zijn we ook niet zozeer aan deze<br />
sector gebonden. Onze gemeenschappelijke deler is dat<br />
we zinvol werk willen doen en dat kan goed binnen de<br />
ontwikkelingssector, maar ook ergens anders.’<br />
Verie: ‘De behoefte aan zingeving bestaat ook buiten de<br />
sector. Die leeft in de hele maatschappij.’<br />
Bart: ‘In de jaren zeventig haalden alleen een klein<br />
groepje milieuactivisten het papier op en scheidden het<br />
afval. Nu doet iedereen het. Zo zullen <strong>veel</strong> zaken waar<br />
ontwikkelingssamenwerking zich voor inzet, ook meer<br />
geïntegreerd worden in de maatschappij. Ik hoop dat de<br />
gedachten van waaruit ontwikkelingsorganisaties werken,<br />
gemeengoed worden. Op die manier kunnen we onszelf<br />
opheffen, niet door segregatie en afschaffing, maar door<br />
integratie met de maatschappij.’<br />
Welke rol kunnen jongeren spelen in de ver-<br />
nieuwing van de sector?<br />
Sara geeft meteen een voorzet: ‘Als ik kijk naar wie de<br />
huidige discussies over de gevraagde <strong>vernieuwing</strong> voeren,<br />
zijn dat the usual suspects. Als we allemaal zes namen<br />
noemen, zitten daar geheid drie dezelfde tussen. Je<br />
kunt het hebben over je stem laten horen binnen een<br />
organisatie, maar het <strong>gaat</strong> er ook om je stem te laten<br />
horen in de hele sector. Binnen dat podium is misschien<br />
weinig ruimte voor jongeren, aan de andere kant is het<br />
ook onze eigen verantwoordelijkheid. Ik ben al een paar<br />
keer uitgenodigd om aan debatten deel te nemen. Daar<br />
ben ik vaak de enige vrouw, en de enige van onder de<br />
vijftig. Laatst was ik uitgenodigd om te praten over het<br />
rapport van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het<br />
Regeringsbeleid. Ik ga er <strong>dan</strong> heen, hoewel ik me van<br />
tevoren niet heel erg zeker voel als ik weet dat ik daar naast<br />
Jan Pronk zal zitten en allerlei andere hoogleraren. Maar<br />
ik zie het ook als een kans, als een verantwoordelijkheid<br />
om op te treden als een soort onverkozen Jong OSvertegenwoordiger.<br />
Ik denk dat we daarin <strong>veel</strong> meer onze verantwoordelijkheid<br />
kunnen nemen. De sector wordt omgekanteld, en wie gaan<br />
er praten over hoe de toekomst eruit moet zien? De mensen<br />
die de huidige structuur mede gecreëerd hebben! Ik heb<br />
het ook tegen de hoge heren daar gezegd. “Ik zit hier niet<br />
omdat ik zo slim ben, er zijn genoeg jonge mensen die dit<br />
ook zouden kunnen. Maar de toegang tot dit bolwerk is<br />
niet heel ruim.” Bij hen is de oproep: Open jullie poorten,<br />
en bij ons: Grijp het podium. Stuur bijvoorbeeld een<br />
sander<br />
verie<br />
lukas<br />
stuk naar Vice Versa over dat WRR-rapport. Wie heeft het<br />
rapport gelezen? Volgens mij niet <strong>veel</strong> jonge mensen. Als<br />
we dat niet doen, blijven we er ook buiten staan, maar<br />
als we wel onze stem laten horen, komt er uiteindelijk<br />
misschien een mentaliteitsverandering die ook doorsijpelt<br />
op organisatieniveau. Dan worden jonge mensen wel als<br />
medebeslissers beschouwd.’<br />
Wat belemmert jongeren om zich uit te spreken?<br />
Verie geeft een voorbeeld: ‘Op het moment dat je de angst<br />
voelt om iets te zeggen, doe je het niet. Met een groepje<br />
mensen hadden we bij Oxfam Novib een discussie over een<br />
mogelijk beleid voor startende medewerkers in de sector.<br />
Hierover wilden we onze mening intern kenbaar maken door<br />
middel van een brief. Veel jonge mensen zeiden: “Die durf<br />
ik niet te ondertekenen.” Dat vind ik echt kwalijk.’<br />
Sara vult aan: ‘Of mensen die hier vanavond niet durven te<br />
zijn, om dezelfde reden.’<br />
Fieke, oplossingsgericht: ‘Misschien kunnen de borrels<br />
die georganiseerd worden door het Jong OS-netwerk, of<br />
de young professionals-conferentie van komend najaar,<br />
over een algemeen thema gaan. Dan komen ook oudere<br />
werknemers.’<br />
Margreet van der Pijl, die ons namens de 1%CLUB ontvangt,<br />
kan zich even niet meer aan haar zwijgplicht houden: ‘Dan<br />
gaan de ouderen het debat leiden over de hoofden van de<br />
jongeren heen. Je ziet af en toe een jongere opkijken en<br />
denken: ik wil ook wat zeggen, en <strong>dan</strong> toch weer zijn mond<br />
houden. In de wandelgangen hoor je later: “Ik had eigenlijk<br />
dit en dat willen zeggen, maar wat weet ik er nou van?” Dan<br />
denk ik: fuck man, dat had je moeten zeggen!’<br />
Lukas: ‘Niet zo lang nadat het WRR-rapport uitkwam was er<br />
in de Rode Hoed een debat met Arend Jan Boekestijn, Peter<br />
van Lieshout, Wiet Janssen en Farah Karimi. Daar viel het<br />
me ook op dat de mensen die uiteindelijk kritische vragen<br />
stelden, alleen oudere mensen waren. Ik zat zelf ook met<br />
een vraag voor Boekestijn, op basis van wat hij gezegd had.<br />
Maar iedereen die opstond begon met een uiteenzetting<br />
over zijn tien jaar lange ervaring. Achteraf vind ik het<br />
jammer dat ik mijn vraag niet stelde.’<br />
Bart, concluderend: ‘Dus wij vinden dat de ouderen ons<br />
serieus moeten nemen, maar wij moeten onszelf ook<br />
serieuzer nemen.’<br />
Sara: ‘Je moet jezelf herkennen als onderdeel van het<br />
OS-geheel. Niet: ‘Ik ben Sara, en ik werk bij bijvoorbeeld<br />
Oxfam Novib als project officer’, maar: ‘Ik ben Sara, ik werk<br />
in deze sector en ben daar medeverantwoordelijk voor.’<br />
Dus als er een moderniseringsbrief over draagvlak uitkomt,<br />
<strong>dan</strong> heb ik die gelezen. Komt het WRR-rapport uit, <strong>dan</strong><br />
heb ik op zijn minst de samenvatting gelezen. Je moet de<br />
ontwikkelingen volgen. Dan ga je de volgende keer staan en<br />
stel je een vlammende vraag. Zo val je op. En <strong>dan</strong> zit er de<br />
volgende keer naast of in plaats van mij een andere jonge<br />
vrouw.’<br />
Hier wordt door iedereen mee ingestemd. De hapjes zijn<br />
op en het gesprek is klaar. Sommigen blijven nog even<br />
geanimeerd napraten, anderen gaan snel op weg naar de<br />
trein. In de weken erna blijkt dat sommigen <strong>verder</strong> zijn<br />
gaan nadenken over hoe de positie van jongeren in de<br />
sector zou kunnen worden verstevigd. Wordt vervolgd…
Ontwikkelingskennis – de agenda voor de toekomst<br />
Nederland loopt achter. Althans, wat betreft investeringen in<br />
kennis over ontwikkelingsvraagstukken. Die kennis is echter<br />
belangrijk om tot goede beleidskeuzes te komen. Daarom is<br />
het niet verwonderlijk dat de Wetenschappelijke Raad voor<br />
het Regeringsbeleid in haar rapport ‘Minder pretentie, meer<br />
ambitie’ pleitte voor grotere investeringen in ontwikkelingsgericht<br />
onderzoek. Maar waarin moet <strong>dan</strong> geïnvesteerd worden? Als<br />
onderdeel van het Structure Follows Strategy-proces vroeg<br />
DPRN in de afgelopen maanden 17 hoogleraren in ontwikkelingsstudies<br />
en gerelateerde disciplines om te reflecteren op vragen<br />
over de toekomstige onderzoeksagenda en -infrastructuur.<br />
Als eerste kwam naar voren dat een beleidsgeoriënteerde<br />
onderzoeksagenda kan botsen met wetenschappelijke autonomie<br />
en <strong>vernieuwing</strong>. Verder willen de wetenschappers<br />
meer aandacht voor de relatie tussen economische groei en<br />
duurzaamheid, herverdeling en ontwikkelingsprocessen van<br />
onderaf. In plaats van een focus op een beperkt aantal thema’s<br />
waar Nederland een comparatief voordeel zou hebben (zoals<br />
voedselproductie of water), voelen de hoogleraren meer voor<br />
het formuleren van een aantal strategische vragen. Naar hun<br />
mening leidt een minder normatieve benadering tot beter inzicht<br />
in ontwikkelingsprocessen.<br />
Op 24 juni presenteerde DPRN de uitkomsten van het onderzoek<br />
tijdens de CERES-EADI Summerschool, waarna een gevarieerd<br />
publiek <strong>verder</strong> discussieerde over de toekomstige agenda en<br />
organisatie van ontwikkelingskennis. Ngo’s pleitten voor een<br />
vraaggerichte onderzoeksagenda waarin zuidelijke partners een<br />
Samenwerken voor <strong>vernieuwing</strong><br />
De kennisdriehoek – onderwijs, onderzoek en innovatie – is<br />
cruciaal voor ontwikkeling. Veel universiteiten in het Noorden<br />
en Zuiden werken <strong>dan</strong> ook samen onder de noemer van<br />
capaciteitsopbouw. De nadruk ligt <strong>dan</strong> meestal op investeringen<br />
in infrastructuur, ICT en de opleiding van medewerkers. Maar<br />
is dit de meest efficiënte manier van capaciteitsopbouw, en<br />
hoe kan het beter? Hoe kunnen universiteiten beter met elkaar<br />
en met niet-academische partners <strong>samenwerken</strong> met het oog<br />
op innovatie? En hoe te investeren in menselijk kapitaal op<br />
universiteiten? In het kader van het DPRN-proces Collaborate to<br />
Innovate is een groep kennisinstellingen uit Zuid-Afrika,<br />
Over DPRN<br />
stem hebben. In de samenwerking met universiteiten zien ze<br />
vooral heil bij het systematiseren en evalueren van ervaringen<br />
en het werken aan innovaties. Volgens een vertegenwoordiger<br />
van de private sector zouden kennisinstellingen nauwer moeten<br />
<strong>samenwerken</strong> met bedrijven, gericht op het gezamenlijk<br />
ontwikkelen van een toolbox die inzicht biedt in de vraag waar<br />
de mogelijkheden liggen en wat, waar, voor wie en onder welke<br />
voorwaarden werkt.<br />
Een felle discussie ontspon zich over de potentiële rol van<br />
WOTRO ofwel de NWO-stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek<br />
van de Tropen en Ontwikkelingslanden. Wat Ton Dietz<br />
(directeur van het Afrika Studiecentrum en hoogleraar aan de<br />
Universiteit van Amsterdam) betreft krijgt WOTRO de leiding<br />
over de onderzoeksgelden van ministeries en ngo’s en over<br />
het bepalen van de kernthema’s. Zo’n rol als knowledge broker<br />
hoeft niet ten koste te gaan van originele ideeën en innovatief<br />
onderzoek, benadrukte uitvoerend directeur Henk Molenaar.<br />
WOTRO reserveert immers de helft van haar gelden voor out-ofthe-box<br />
ideeën. Professor Ruerd Ruben van het Centrum voor<br />
Internationale Ontwikkelingsvraagstukken (CIDIN) toonde zich<br />
fel tegenstander van een grotere rol voor WOTRO. Hij meent dat<br />
zo’n rol niet past bij een organisatie waarvan de universiteiten<br />
sterk afhankelijk zijn.<br />
De bevindingen van het DPRN-onderzoek onder 17 hoogleraren<br />
en een samenvatting van de discussie op 24 juni zijn binnenkort<br />
te vinden op http://structurefollowsstrategy.dprn.nl<br />
Nederland en België met deze vragen aan de slag gegaan.<br />
Ze kijken onder andere naar de rol van universiteiten bij het<br />
ontwikkelen van beleid rond innovatie in Nederland, Vlaanderen<br />
en Zuid-Afrika en zoeken naar succesvolle voorbeelden.<br />
Uiteindelijk zal het proces moeten leiden tot een strategie ter<br />
versterking van de synergie tussen kennisinstellingen, private<br />
initiatieven en regionale ontwikkeling.<br />
Van 8 tot en met 10 november organiseert de groep een<br />
workshop in Zuid-Afrika, waarbij de focus zal liggen op<br />
succesvolle voorbeelden van samenwerking en innovatie in<br />
Sub-Sahara Afrika. De call for papers is open en papers kunnen<br />
worden ingediend tot 1 augustus.<br />
Voor meer informatie zie: http://innovate.global-connections.nl<br />
DPRN staat voor Development and Policy Review Network en werd in 2003 opgericht als een netwerk van ontwikkelingsexperts<br />
uit Nederland en Vlaanderen. Het doel van DPRN is het stimuleren van debat over ontwikkelingsbeleid en het bevorderen van<br />
samenwerking en synergie tussen wetenschappers, beleidsmakers, ‘de praktijk’ en het bedrijfsleven op het gebied van internationale<br />
samenwerking.<br />
karel<br />
Het lijkt een mode te worden. Diplomaten die in korrelige zinnen van hun trektocht over<br />
de aarde verhalen. Genietend van het pensioen in Wassenaar is verhalen vertellen een<br />
waarachtige hobby geworden. Maar er zijn uitzonderingen. Karel van Kesteren verhaalt<br />
al voor zijn pensioen, op zijn laatste post in Sofia, van zijn belevenissen in dienst van<br />
Buitenlandse Zaken. Hij doet dat in kraakheldere zinnen. Dat maakt zijn verhaal strak en<br />
duidelijk, maar <strong>veel</strong> te lachen is er niet. Karel is namelijk bloedserieus. Anders <strong>dan</strong> zijn<br />
collega-verhalenvertellers heeft hij een missie: hij wil de ontwikkelingssamenwerking<br />
verbeteren.<br />
Die missie – ik geef het maar eerlijk weer – was ook al tussen ons duidelijk in een paar<br />
lange gesprekken vorig jaar in zijn hoekkamer in de Nederlandse ambassade op de vierde<br />
etage van Umoja House, waar ook de Duitsers, de Britten en de Europese Commissie<br />
hun etage hebben. De discussies gingen over prangende vragen zoals wat de kosten<br />
zouden zijn van al die donoren die aanwezig waren in bijvoorbeeld de gezondheidssector.<br />
Vielen die uit te rekenen? En kun je van daaruit doorrekenen naar hoe verspillend een<br />
hulpsysteem is met een <strong>veel</strong>heid van donoren, zeker in populaire sectoren?<br />
Misschien is het mijn eigen vooroordeel of specifieke belangstelling, maar ik vind dat<br />
Verloren in wanorde, zoals de titel van Van Kesterens onlangs verschenen boek luidt,<br />
pas echt interessant wordt in de laatste drie hoofdstukken, daar waar het <strong>gaat</strong> om de<br />
belevenissen in Tanzania en aanverwante landen waarvoor de ambassadeur in Dar es<br />
Salaam verantwoordelijk is. De lange aanloop via belevenissen in Den Haag, Colombia,<br />
Nicaragua, Spanje en twee keer opnieuw Den Haag zijn zeker leesbaar, maar voor mij<br />
vooral een opmaat naar de laatste zestig bladzijden.<br />
Dat geldt bijvoorbeeld voor het hoofdstuk waarin hij, terug in Den Haag, directeur<br />
multilaterale organisaties wordt. Van Kesteren ontpopt zich daar, in de beste Nederlandse<br />
tradities, als een naïeve multilateralist. Dat blijkt in het bijzonder als hij het heeft<br />
over de kritiek op het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, waarbij hij de<br />
kritiek op die instellingen alleen bij de anti-globalisten legt en zegt deze kritiek ‘altijd<br />
slecht begrepen’ te hebben. Hij stelt de kritiek gelijk aan het willen afschaffen van<br />
die instellingen, inclusief de Wereldhandelsorganisatie, en vergeet dat er ook vanuit<br />
wetenschappelijke hoek en van internationale commissies forse kritiek is geweest<br />
op programma’s en projecten van deze organisaties. Zeg ‘kolonistatieprojecten in de<br />
Amazone’, zeg ‘stuwdammen’, en u begrijpt wat ik bedoel.<br />
In het eerste hoofdstuk over Tanzania <strong>gaat</strong> het om de dagelijkse praktijk bij de vele<br />
donoren. Tanzania hoort immers bij de ‘donor darlings’ en heeft dus te maken met een<br />
proliferatie van donoren. De coördinatie en harmonisatie van dat geheel zag Karel met<br />
groeiende verbazing aan. Opnieuw is hij <strong>veel</strong> optimistischer (in mijn ogen te optimistisch)<br />
over de VN-organisaties. Vooral de activiteiten van de bilateralen wekken zijn irritatie.<br />
Daarbij <strong>gaat</strong> het in eerste instantie om de ‘chaos’ van het grote aantal hulporganisaties en<br />
alle eigen prioriteiten die al die organisaties hebben. Vervolgens om de versplintering van<br />
deze hulp over tal van sectoren en projecten, en het feit dat een aantal donoren nog altijd<br />
tegen de afspraken in apart bestedingsoverleg hebben.<br />
Verder over alle hobby’s die individuele premiers en ministers uit donorlanden hebben.<br />
De gevechtjes met Den Haag ook, als men van daar weer met allerlei nieuwe voorstellen<br />
en projecten komt. Hij beschrijft, kortom, op heldere wijze hoe weinig <strong>veel</strong> donorlanden<br />
zich nog aantrekken van al hun mooie beloftes bij de Verklaring van Parijs over meer<br />
harmonisatie en coördinatie. Karel blijft daarbij natuurlijk de goede diplomaat, wat wil<br />
zeggen dat hij een paar van de hardste noten die hij met Den Haag heeft moeten kraken,<br />
keurig achter de kastdeurtjes laat liggen.<br />
De strijd tegen de corruptie mijdt hij niet. Zonder onder stoelen of banken te steken dat<br />
budgetsteun (het stoppen van donorgeld in het algemene budget van de lokale overheid)<br />
voor hem en de Tanzanianen de geprefereerde vorm van hulp is, legt hij tevens uit dat<br />
juist het geven van deze vorm van hulp een mooi instrument is om in discussie te gaan<br />
met de regering ter plekke over corruptie. Zijn stelling is bovendien dat begrotingssteun<br />
democratie bevordert, omdat het donorgeld onderdeel wordt van de nationale begroting.<br />
Die moet in het parlement worden goedgekeurd, wordt in de media besproken en door<br />
verschillende maatschappelijke organisaties gevolgd. Bij hulp in de vorm van projecten<br />
is dat debat er een tussen regering en donor en staan lokale democratische organisaties<br />
dus buiten spel. Het zijn overwegingen die wat mij betreft in een keurig pakketje naar<br />
de nieuwe woordvoeders voor ontwikkelingssamenwerking in de Kamer kunnen worden<br />
gestuurd.<br />
paul hoebink<br />
© Leonard Fäustle<br />
Column paul hoebink 25<br />
Anders <strong>dan</strong><br />
zijn collegaverhalenvertellers<br />
heeft hij een<br />
missie<br />
Paul Hoebink is bijzonder hoogleraar<br />
ontwikkelingssamenwerking aan het<br />
Centrum voor Internationale<br />
Ontwikkelingsvraagstukken (CIDIN)<br />
van de Radboud Universiteit Nijmegen.
24 26 wetensChap wat is wijsheid? wetensChap 25 27<br />
‘Als we wisten wat we deden,<br />
heette het geen onderzoek’ (Albert Einstein)<br />
miCroFinanCiering<br />
samengevat<br />
Waarover?<br />
Een briljante samenvatting van de ‘state of<br />
the art’ van microfinancieringsprogramma’s,<br />
rondom de opzet, werkwijze en uitvoering in<br />
ontwikkelingslanden, geschreven door twee<br />
zeer gerespecteerde auteurs die beschikken over<br />
een ruime veldervaring op dit gebied. Het boek<br />
analyseert wanneer microkrediet wel en niet<br />
ingezet kan worden, wat de mogelijke voor- en<br />
nadelen zijn van groepsleningen, en aan welke<br />
voorwaarden moet worden voldaan om een<br />
microfinancieringsinstelling duurzaam te doen<br />
zijn. Daarbij wordt niet geschuwd om heilige<br />
huisjes omver te schoppen (geen subsidies!)<br />
en ook de beperkingen van microkrediet (soms<br />
te kleine bedragen; beperkte effecten voor<br />
vrouwen) te benoemen. Kritische kanttekeningen<br />
worden ook geplaatst bij het vermeende succes<br />
van de Grameen Bank in Bangladesh.<br />
Voor wie?<br />
Verplichte kost voor iedereen die bij microfinanciering<br />
betrokken is of op een andere manier te<br />
maken heeft met krediet, sparen en verzekeringen.<br />
Het boek biedt – naast grondige analytische<br />
hoofdstukken – een grote rijkdom aan empirisch<br />
materiaal gebaseerd op vergelijkende impact-<br />
studies onder cliënten en niet-cliënten van<br />
microfinancieringsprogramma’s. Elk hoofdstuk<br />
wordt afgesloten met enkele praktische oefeningen.<br />
Waar?<br />
Een paperback versie is te bestellen bij Amazon<br />
of bol.com, of uiteraard in de boekhandel<br />
Armendariz, B. & J. Morduch (mei 2010), The Economics<br />
of Microfinance – Second edition, Cambridge (USA):<br />
MIT Press.<br />
mythes over<br />
miCroFinanCiering<br />
Waarover?<br />
Zit toch ook aan deze hype een luchtje? Yunus<br />
kreeg de Nobelprijs, menige prinses en grootinvesteerder<br />
is enthousiast, maar Milford<br />
Bateman heeft dat allemaal met groeiend<br />
afgrijzen gadegeslagen. Hij wil best geloven dat<br />
microfinanciering, in zijn oorspronkelijke opzet,<br />
in een land als Bangladesh armen geholpen<br />
heeft om hun consumptie op peil te houden.<br />
De bewijsvoering dat het hen ook duurzaam<br />
uit de armoede gehaald heeft, is in zijn ogen<br />
gering. En hij kraakt meer mythes. De laatste<br />
twintig jaar is er een grote verschuiving geweest<br />
van gesubsidieerd krediet voor de armen naar<br />
banken die de armen als klanten zien. De<br />
commercialisering van de microkredietsector<br />
wordt mooi geïllustreerd aan de hand van enkele<br />
Latijns-Amerikaanse voorbeelden, waarin de<br />
gang naar de kapitaalmarkt betekende dat<br />
cliënten met onbetaalbare schulden werden<br />
opgezadeld. In de ogen van Bateman is de<br />
microkredietsector verworden tot het lokale<br />
gezicht van het neoliberalisme.<br />
Voor wie?<br />
Voor wie het boek van Armendariz & Morduch<br />
hiernaast interessant vindt en een must voor<br />
mensen die bij Oikokrediet, ASN of Triodos<br />
werken.<br />
Waar?<br />
Bij bol.com, Amazon of boekhandel.<br />
Bateman, M. (2010), Why Doesn’t Microfinance Work?<br />
The Destructive Rise of Local Neoliberalism. Londen: Zed<br />
Books.<br />
Filantrokapitalisme<br />
Waarover?<br />
Er zijn mensen, zoals Economist-redacteur<br />
Matthew Bishop, die denken dat ultrakapitalisten<br />
deze wereld van honger, milieuproblemen<br />
en armoede zullen verlossen. Het<br />
filantrokapitalisme <strong>gaat</strong> de wereld redden,<br />
was zelfs de ondertitel van het boek daarover.<br />
Michael Edwards gelooft daar helemaal niets<br />
van. In een vijftal hoofdstukken neemt hij ons<br />
mee op een trektocht, waarin onder andere de<br />
tegenstellingen die dit filantrokapitalisme in zich<br />
draagt, worden neergezet. Bijvoorbeeld eerst<br />
een monopolie opbouwen en verdedigen op<br />
software-gebied, daarvoor ook nog forse boetes<br />
ontvangen, vervolgens het maatschappelijk<br />
middenveld opbouwen en hun tegenstem<br />
versterken? Edwards, die recentelijk voor de<br />
Ford Foundation werkte, besteedt ook een<br />
hoofdstuk aan het feit dat nergens blijkt dat de<br />
verschillende foundations het beter zouden doen<br />
<strong>dan</strong> anderen, zoals particuliere of bilaterale<br />
ontwikkelingsorganisaties. Hij stelt zelfs dat er<br />
weinig geëvalueerd en geleerd wordt.<br />
Voor wie?<br />
Een zeer leesbaar pamflet voor iedereen<br />
die geïnteresseerd is in particuliere<br />
ontwikkelingshulp en/of in ontwikkelingslanden<br />
actief is. Het boekje is vlot en soepel geschreven<br />
en bevat <strong>veel</strong> voorbeelden.<br />
Waar?<br />
Bij bol.com, Amazon of boekhandel.<br />
Edwards, M. (2010), Small Change: Why Business Won’t<br />
Save the World, San Francisco: Berret-Koehler Publishers.<br />
draagvlak onder de loep<br />
Waarover?<br />
Dit artikel met de langzaamaan bekende uitspraak<br />
over draagvlak (‘A mile wide and an inch deep’)<br />
als titel, is al zeker een jaar in wording maar<br />
nu al zeer de moeite waard. De zeer kritische<br />
beschouwing laat van <strong>veel</strong> draagvlakonderzoeken<br />
weinig heel. Zo constateren de auteurs dat die<br />
onderzoeken feitelijk niet meten wat ze van<br />
plan zijn en dat onderzoekers weinig begrip<br />
hebben van de factoren die draagvlak bepalen.<br />
Uiteraard komen ze met een oplossing – al valt<br />
daar het nodige op af te dingen. Interessant is<br />
dat de auteurs nog een keer helder uiteenzetten<br />
en statistisch aantonen dat de door velen zo<br />
gewenste relatie tussen maatschappelijk draagvlak<br />
en (het budget van) ontwikkelingssamenwerking in<br />
de praktijk een farce is.<br />
Voor wie?<br />
In de eerste plaats voor politici die graag het<br />
draagvlak onder de Nederlandse bevolking<br />
misbruiken om te pleiten voor verlaging van<br />
het budget. En uiteraard voor allen die om<br />
onderzoeks- of beleidsmatige redenen interesse<br />
hebben in draagvlakonderzoek en de relatie tussen<br />
beleid en draagvlak.<br />
Waar?<br />
Via http://davidhudson.files.wordpress.<br />
com/2009/03/hudson-van-heerde-mile-wideinch-deep-17-feb-2010.pdf.<br />
De auteurs roepen nog<br />
steeds op tot reacties.<br />
Hudson, D. & J. van Heerde (2010), A Mile Wide and<br />
an Inch Deep: Surveys on Public Attitudes Towards<br />
Development Aid, University College London (draft).<br />
migratiestromen<br />
Waarover?<br />
International Migration is een tijdschrift met<br />
<strong>veel</strong> beleidsgeoriënteerde artikelen rondom<br />
internationale mobiliteit en migratie. Het blad<br />
bestaat sinds 1951 en komt elke twee maanden<br />
uit. Er is <strong>veel</strong> aandacht voor immigratie naar<br />
Europa, migratie op subregionale schaal en<br />
interne migratie. Vaak terugkomende thema’s<br />
gaan in op de sociale netwerken binnen<br />
diaspora-gemeenschappen, sociaaleconomische<br />
effecten van migratie en remittances, migratiebeleid<br />
en asielprocedures, terugkeer van<br />
migranten, arbeidsmigratie en de gevolgen voor<br />
de braindrain, en de juridische aspecten van<br />
internationale migratie. Het meest recente<br />
nummer (april 2010) bevat onder meer interessante<br />
bijdragen over de migratiestroom van<br />
Angola naar Nederland en de rol van immigranten-<br />
associaties in Italië.<br />
Voor wie?<br />
Een nuttig tijdschrift voor mensen die<br />
betrokken zijn bij het debat rondom migratie en<br />
ontwikkeling, om op de hoogte te blijven van<br />
de lopende discussies en al te simpele oordelen<br />
over de voor- en nadelen van migratie te kunnen<br />
pareren. Verder biedt het blad ook <strong>veel</strong> bruikbare<br />
informatie om de omvang van migratiestromen in<br />
het juiste perspectief te plaatsen.<br />
Waar?<br />
Downloadable via http://www.wiley.com/bw/<br />
journal.asp?ref=0020-7985<br />
Uitgegeven door Wiley-Blackwell, onder inhoudelijke<br />
verantwoordelijkheid van het Georgetown University Institute<br />
for the Study of International Migration in samenwerking<br />
met de Internationale Organisatie voor Migratie.<br />
Samengesteld door Lau Schulpen (CIDIN)<br />
met medewerking van Celina del Felice,<br />
Paul Hoebink en Ruerd Ruben.<br />
jongeren aan zet<br />
Waarover?<br />
Je zou het in Nederland niet zeggen, maar feit is<br />
dat de huidige wereldbevolking nog nooit zo jong<br />
is geweest. Meer <strong>dan</strong> 3 miljard mensen – bijna de<br />
helft van de wereldbevolking – is jonger <strong>dan</strong> 25<br />
jaar. Een enorm potentieel dus, maar helaas ook<br />
een potentieel dat door velen nog te makkelijk<br />
over het hoofd wordt gezien, on<strong>dan</strong>ks het feit dat<br />
steeds meer landen jeugdministeries opzetten,<br />
jeugdbeleid initiëren en jeugdprogramma’s<br />
optuigen. Dit door het Department for<br />
International Development in maart uitgebrachte<br />
rapport probeert met heldere voorbeelden het<br />
tij te keren. Het biedt tevens richtlijnen voor<br />
wat men ‘youth mainstreaming’ noemt, door<br />
in te zoomen op terreinen als organisatorische<br />
ontwikkeling, beleid en planning, en monitoring<br />
en evaluatie.<br />
Voor wie?<br />
Voor iedereen – binnen en buiten de OS-sector –<br />
die geïnteresseerd is in de potentie van jongeren<br />
voor ontwikkeling, een positief verhaal waardeert<br />
en op zoek is naar richtlijnen voor concrete actie.<br />
Waar?<br />
Downloadable via: http://www.ygproject.org/<br />
sites/default/files/6962_Youth_Participation<br />
_in_Development.pdf<br />
DFID (maart 2010), Youth Participation in Development -<br />
A Guide for Development Agencies and Policy Makers,<br />
London, DFID–CSO Youth Working Group.
28<br />
reportage reportage 29<br />
tekst Paul Hoebink<br />
beeld Roel Burgler<br />
millenniumdorpen<br />
omstreden<br />
laboratoria<br />
Het Millennium Villages Project stuit bij Europese donoren op een muur van argwaan, maar<br />
in Mali gelooft men er heilig in. De Malinese overheid vraagt zelfs om forse extra investeringen.<br />
Paul Hoebink doet voor Vice Versa verslag van wat hij bij Millenniumdorp Tiby aantrof.<br />
Deel één van een tweeluik.<br />
De Maison du Gouverneur is opgetrokken in neo-Soe<strong>dan</strong>ese<br />
stijl en staat midden in de bestuurswijk van Ségou aan de<br />
oever van de Niger. Het kantoor moet een kleine kopie zijn<br />
van het elegante paleis van Coulibaly, de koning van Ségou,<br />
die beroemd is geworden door de romans van Marise Condé.<br />
Binnen spreekt de interim-gouverneur Yaya Dolo met zachte<br />
stem van ‘een stille revolutie’. Voor hem <strong>gaat</strong> het vooral om<br />
de zelforganisatie van het dorp: ‘De bevolking kan zelf<br />
duidelijk maken wat ze wil. Daar zijn geen technici voor<br />
nodig. Ze kunnen zelf hun grote en kleine behoeften formuleren<br />
en dat hebben ze gedaan.’<br />
Dezelfde tevredenheid over het Millennium Villages<br />
Project tref je aan bij andere lokale autoriteiten in Mali.<br />
Babougou Traoré, adjunct-directeur van het Office du Riz<br />
(onderdeel van het succesvolle Nederlands-Franse irrigatie-<br />
en landbouwproject Office du Niger) spreekt van een<br />
donoren denken<br />
dat de malinezen<br />
alleen maar extra<br />
geld willen<br />
‘uitzonderlijk project’, waarmee zijn organisatie zeer<br />
goed samenwerkt. Boniface Keita, verantwoordelijk voor<br />
de onderwijzers en leraren in de regio Ségou, roemt de<br />
mobilisatie van de bevolking in de oudercomités. Seta Diko,<br />
regionaal directeur van de gezondheidszorg, noemt het<br />
Millennium Villages Project een partner die daadwerkelijk<br />
in staat is om dingen op gang te brengen. En bij de rondrit<br />
langs de rijstvelden en groentetuinen is Bocary Kaya, directeur<br />
van het project, nog een maat enthousiaster.<br />
Onder leiding van de sous-préfet Makian Doumbio luisteren<br />
we in het donkere vergaderzaaltje bij Millenniumdorp Tiby<br />
naar de twee burgemeesters en raadsleden van de twee<br />
buurgemeentes en een groot cluster van 39 dorpen (rond<br />
de 65.000 inwoners) waarin het project actief is. Makian<br />
Doumbio opent met een fraaie toespraak waarin hij stelt<br />
dat je wat de afgelopen jaren gebeurd is, niet in andere<br />
plattelandsdorpen ziet: ‘Mijn bescheiden persoon zit hier<br />
voor jullie, als vertegenwoordiger van de regering, om te<br />
getuigen van deze grote vooruitgang.’<br />
Ook bij de bevolking van Tiby en de andere dorpen in<br />
het cluster is het enthousiasme groot. Als we bij het nieuwe<br />
gezondheidscentrum in Koila Bamana aankomen, zitten<br />
er zo’n dertig mensen klaar. Voor ons de mannen, aan de<br />
zijkant de nieuw opgeleide gezondheidsvrijwilligsters. Op<br />
mijn vraag voor wie deze nieuwe medische post belangrijk<br />
is, antwoorden de mannen unaniem: ‘Voor de vrouwen.’<br />
Een van hen legt uit: ‘Want die gaan er heen als ze zwanger<br />
zijn, als de kinderen ziek zijn en ook als hun man ziek is.’<br />
the big Five<br />
Het idee is eenvoudig: door 110 dollar per inwoner per jaar<br />
te investeren in vijf centrale sectoren, gedurende vijf jaar,<br />
boek je snelle successen in het verdrijven van armoede,<br />
ziektes en ongeletterdheid. Van de 110 dollar zou 50 dollar<br />
van internationale donoren moeten komen (via het Millennium<br />
Villages Project), 30 dollar van de regering, 10 van de<br />
inwoners zelf en 20 dollar van andere partners, waaronder<br />
lokale ngo’s.<br />
De vijf sleutelsectoren ofwel ‘the big five’ zijn: landbouw<br />
(irrigatie, kunstmest, verbeterde zaden) onderwijs<br />
(bouw van scholen, schoolmaaltijden), gezondheidszorg<br />
(klamboes, zorg voor moeder en kind), rurale infrastructuur<br />
(wegen, energie) en water en sanitatie. Verder is er<br />
ook nog 10 dollar voor trainingen van de dorpsbewoners<br />
nodig. Met deze interventies wil Jeffrey Sachs, directeur<br />
van het Earth Institute en oprichter van de Millennium<br />
Promise, aantonen dat de Millenniumdoelen wel degelijk<br />
haalbaar zijn, als regeringen en donoren er maar in willen<br />
investeren. De Millennium Villages worden daarom wel<br />
aangeduid als ‘het laboratorium van dr. Sachs’.<br />
Het idee is natuurlijk altijd eenvoudiger <strong>dan</strong> de hardnekkige<br />
praktijk. Zo duurde het drie jaar (men begon in juni<br />
2006) tot in 2009 het project in Mali ook daadwerkelijk de<br />
110 dollar per inwoner kon uitgeven. Over de eerste drie<br />
jaar is 16 miljoen dollar geïnvesteerd, inclusief de bijdragen<br />
in natura, en dat is 70 dollar per inwoner. Overheidsdiensten<br />
werken nu eenmaal vaak trager <strong>dan</strong> men zou wensen, maar<br />
in het bijzonder de bijdragen van andere donoren en de<br />
inwoners zelf vielen tegen.<br />
Daartegenover staat dat het Millennium Villages Project<br />
in korte tijd heel wat voor elkaar heeft gekregen. De rijstoogst<br />
is fors gestegen door het gebruik van vernieuwde<br />
zaden en kunstmest. Er zijn acht graanschuren gebouwd.<br />
Het meeste geld is in de landbouw gaan zitten, daarna<br />
volgt het onderwijs. Bouwvallen die men gemeenschapsscholen<br />
noemde, zijn vervangen door een ordentelijke<br />
school met keuken en eetzaal waar kinderen dagelijks een<br />
schoolmaaltijd krijgen. Niet alleen is het aantal kinderen<br />
dat nu naar school <strong>gaat</strong> verzevenvoudigd, maar bijna de<br />
helft bestaat uit meisjes. Al die resultaten staan in schril<br />
contrast tot de trage vooruitgang die men elders in ruraal<br />
Mali aantreft, waar dergelijke investeringen niet zijn<br />
gedaan. Door het uitdelen van 33.000 malarianetten is de<br />
pre-valentie van malaria sterk gedaald. De nieuw opgeleide<br />
gezondheidswerksters kunnen dat met een eenvoudig<br />
proefje testen. Vroedvrouw Mariam Diallo laat ons de cijfers<br />
zien. Binnen vier maanden tijd is bovendien het aantal<br />
zwangere vrouwen dat zorg bij de zwangerschap krijgt,<br />
opgelopen van niets tot bijna 60 procent.<br />
budgetsteun<br />
De Malinese regering is meteen verheugd over de vooruitgang<br />
in Tiby. In maart 2007 bezoekt president Amadou<br />
Touré het dorp. Voedselzekerheid is een speerpunt in zijn<br />
programma en hij is blij met wat er in Tiby bereikt is. Het<br />
Commissariaat voor Voedselzekerheid geeft hij opdracht<br />
een plan uit te werken. In mei 2008 ligt het eerste rapport<br />
voor L’Initiative 166 op tafel, een plan om in de 166<br />
gemeentes met 3.052 dorpen waarin de voedselzekerheid<br />
het geringst is en de lokale infrastructuur het slechtst, met<br />
een op het Millennium Villages Project gebaseerde aanpak<br />
aan de slag te gaan, en voor de ruim 2,5 miljoen inwoners<br />
de Millenniumdoelen te bereiken. Mali telt in totaal 703<br />
gemeentes. Iets minder <strong>dan</strong> een kwart daarvan valt dus<br />
onder het voorgestelde project.<br />
De Malinese overheid is bereid 35 procent van de<br />
investe-ringen zelf te betalen, indien donoren bereid zijn<br />
millennium<br />
villages<br />
projeCt<br />
Het Millennium Villages Project (MVP) is een samenwerkingsverband<br />
van het Earth Institute met het<br />
Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties<br />
(UNDP) en de Millennium Promise, het financieringsvehikel<br />
van het project. Het MVP begon in 14 clusters<br />
van in totaal ongeveer 80 dorpen in 10 landen, in verschillende<br />
agro-ecologische zones. Het accent ligt op<br />
verbetering van de landbouw, rurale infrastructuur, gezondheidszorg<br />
en onderwijs. Het eerste dorp was Sauri<br />
in Kenia. Inmiddels doen er 16 landen mee en heeft het<br />
project een bereik van meer <strong>dan</strong> 500.000 mensen.<br />
Financiering kwam in eerste instantie van de filantropen<br />
Ray Chambers en George Soros en van de regering<br />
van Japan. Ook Zuid-Korea is een officiële donor<br />
voor verschillende dorpen. Daarnaast worden diverse<br />
onderdelen door bedrijven gefinancierd, al of niet<br />
in natura. Bekende supporters zijn Bono, Madonna<br />
en Tommy Hilfiger. Secretaris-Generaal Ban Ki Moon<br />
heeft het MVP geprezen in zijn laatste rapport over de<br />
Millenniumdoelen, ‘Keeping the Promise’, vanwege de<br />
holistische, concrete benadering en de goede samenwerking<br />
met de privésector.
30 reportage<br />
jeFFrey saChs<br />
Jeffrey Sachs (1954, VS) is directeur van het Earth<br />
Institute en hoogleraar aan Columbia University.<br />
Voorheen was hij lange tijd hoogleraar aan Harvard<br />
University en directeur van het VN Millennium Project.<br />
Hij is speciaal adviseur voor de Secretaris-Generaal van<br />
de VN voor de Millenniumdoelen. In de jaren tachtig en<br />
negentig was hij een van de architecten van de ‘shocktherapie’<br />
in Bolivia en Polen. Zijn bekendste boeken<br />
zijn The End of Poverty en Common Wealth. Bill Easterly<br />
(New York University) is zijn beroemdste criticus.<br />
om het financieringsgat van meer <strong>dan</strong> 1 miljard dollar over<br />
vijf jaar aan te vullen. Dat is toch al snel een verhoging van<br />
de ontwikkelingshulp aan Mali van ruim 20 procent, terwijl<br />
de hulp aan Mali in de afgelopen paar jaar al van 600 miljoen<br />
naar rond de miljard dollar gestegen is.<br />
Er is grote twijfel bij de donoren in Bamako en ook in<br />
de Europese hoofdsteden. In Bamako is die twijfel sterk<br />
ingegeven door onvolkomenheden in het plan zelf. De<br />
donoren voelen zich vooral gecommitteerd aan de met de<br />
Malinezen afgesproken gezamenlijke hulpstrategie. Zij zien<br />
niet hoe dit plan zich verhoudt tot de budgetsteun en de<br />
steun aan sectorprogramma’s in onderwijs en gezondheidszorg<br />
die zij nu vooral geven. Ook begrijpen zij niet waarom<br />
dit initiatief niet in de nationale financieringsplannen is<br />
ondergebracht en apart aan de donoren wordt aangeboden.<br />
Ze veronderstellen dat de Malinezen alleen maar extra geld<br />
willen bovenop de donorbijdragen die zij al krijgen.<br />
personeel<br />
Ook over de organisatorische kant hebben de donoren<br />
grote twijfels. Op het kantoor van het Millennium Villages<br />
Project in Ségou werken twaalf stafleden. Daarnaast zijn<br />
er vijf chauffeurs en twee ondersteunende stafleden. Zij<br />
werken samen met een twintigtal lokale ambtenaren van de<br />
ministeries van Landbouw, Onderwijs en Gezondheidszorg,<br />
van het Office du Niger en van de gemeentes. De donoren<br />
vragen zich <strong>dan</strong> af of er voor de uitvoering van L’Initiative<br />
166 eenzelfde hoe<strong>veel</strong>heid staf maal 166 nodig is. Er is<br />
grote twijfel of al dat extra personeel in Mali beschikbaar<br />
is. Mali zou het initiatief kunnen uitvoeren met de<br />
gedecentraliseerde afdelingen van de ministeries, maar de<br />
capaciteit daarvan wordt te zwak geacht voor een dergelijk<br />
grootschalig initiatief. De Malinese overheid is er echter<br />
van overtuigd dat ze het programma met versterkte lokale<br />
en regionale overheidsdiensten kan uitvoeren.<br />
In de hoofdkantoren in Europa is de weerstand<br />
misschien nog groter. Daar wordt het Millennium Villages<br />
Project gezien als een externe interventie, die te weinig<br />
zou aansluiten op endogene ontwikkelingsprocessen. Ook<br />
als iets dat al in het verleden gedaan is, met plattelandsprojecten<br />
of ‘community development’, projecten die tot<br />
weinig successen zouden hebben geleid en in elkaar zakken<br />
als de hulp verdwijnt – 166 van dit soort projecten zou<br />
bovendien voor <strong>veel</strong> te <strong>veel</strong> versnippering zorgen. Daar kun<br />
je tegenover stellen dat die vroegere projecten misschien<br />
niet voldoende zijn geëvalueerd of juist andersom, dat daaruit<br />
lessen getrokken zijn hoe het anders kan en beter moet.<br />
De Millennium Villages kunnen misschien wel die geleerde<br />
lessen – zoals op niet te <strong>veel</strong> sectoren mikken – in praktijk<br />
brengen.<br />
water bij de wijn<br />
De interim-gouverneur van Ségou staat op het punt naar<br />
Kidal in het droge noorden te vertrekken, waar hij de<br />
nieuwe gouverneur wordt. Hij vraagt zich openlijk af of wat<br />
in Tiby mogelijk is, ook in het gortdroge Kidal zou kunnen<br />
lukken. Hij gooit het daarbij met name op het gemeenschapsgevoel:<br />
‘Mensen werken daar voor zichzelf, in de<br />
als er versChillende<br />
wegen naar 2015 zijn,<br />
waarom zou je <strong>dan</strong><br />
niet her en der<br />
experimenteren?<br />
landbouw en met hun vee, en samen voor de familie, maar<br />
gemeenschap is daar iets van het verleden.’ Dan heeft hij<br />
het weliswaar niet over het ontwikkelingspotentieel van het<br />
noorden, maar betwijfelt ook hij of het project daar haalbaar<br />
is. Over de donoren zegt hij tegelijkertijd: ‘Systematische<br />
weigering is geen oplossing.’ Conclusie: de donoren<br />
moeten water bij de wijn doen.<br />
Dat gebeurt mondjesmaat, want de eerste donoren schuiven<br />
nu toch aan. Het Spaanse MDG Fund schijnt een project<br />
te willen financieren op het terrein van voedselzekerheid in<br />
vier gemeentes. De Wereldbank wil hetzelfde doen in zeven<br />
gemeentes. Maar <strong>dan</strong> <strong>gaat</strong> het nog maar om 24 miljoen<br />
dollar. Het geeft het dilemma fraai weer: de donoren willen<br />
graag de Millenniumdoelen in 2015 halen en denken met<br />
de huidige hulpmodaliteiten de instrumenten daarvoor in<br />
handen te hebben, maar als er een regering komt met een<br />
hoge inzet op het behalen van die doelen én met eigen<br />
plannen, <strong>dan</strong> is er direct huiver en koud-watervrees. Dit<br />
zou een mooi onderwerp kunnen zijn voor de aankomende<br />
Millenniumtop in New York: als er verschillende wegen naar<br />
2015 zijn, waarom zou je <strong>dan</strong> niet her en der experimenteren?<br />
Is de wereld niet één groot laboratorium voor een<br />
samenleving zonder geweld en armoede?<br />
Dit artikel is mede gebaseerd op bezoeken aan drie<br />
Millennium Development Villages in 2008, 2009 en 2010:<br />
Mayange in Rwanda, Tiby in Mali en Ruhiira in Oeganda.<br />
Hoe is het toch met…<br />
diCk de<br />
graaF?<br />
Begin jaren zeventig, in de tijd dat ik Dick de Graaf<br />
leerde kennen, was er binnen de derdewereldbeweging<br />
een kritische houding ontstaan ten opzichte van de<br />
Nederlandse ontwikkelingshulp. Dick Scherpenzeel, de<br />
eerste derdewereld-journalist, schreef voor Sjaloom de<br />
brochure ‘Manipulaties met ontwikkelingshulp’, onder<br />
voorzitterschap van Jan Pronk schreef de werkgroep XminY<br />
het boekje Helpt Hollands Hulp? en ik schreef mijn eerste<br />
boek De Nederlandse ontwikkelingshulp in discussie.<br />
De overtreffende kritische trap kwam echter van<br />
het Tijdschrift voor Anti-Imperalisme Scholing. Dit<br />
studentencollectief, waarvan Dick de Graaf de belangrijkste<br />
woordvoerder was, schreef het boek Nederlandse<br />
ontwikkelingshulp in dienst van kapitaalsbelangen. Op een<br />
discussieavond bij de Vrije Universiteit te Amsterdam in het<br />
najaar van 1974 verweet Dick de zojuist minister geworden<br />
Jan Pronk een hulpbeleid te voeren dat onder het mom<br />
van goedgeefsheid in dienst stond van de belangen van<br />
het bedrijfsleven. Jan Pronk verweerde zich als een leeuw,<br />
verwees naar zijn tijd als derdewereldactivist, noemde<br />
zich de vertegenwoordiger van de linkse minderheid in<br />
het kabinet, legde omstandig uit hoe binnen de gegeven<br />
situatie het maximale binnengehaald werd, maar het lukte<br />
hem niet de beschuldigingen die van uit de zaal vol roerige<br />
studenten op hem afkwamen te ontzenuwen. Toen ik hem<br />
dertig jaar later samen met Marc Broere interviewde voor<br />
ons boek De bewogen beweging, vertelde Pronk dat het een<br />
van de weinige discussies in zijn leven was geweest die hij<br />
had verloren.<br />
Nu zit ik in een rijtjeshuis in het lommerrijke Bussum-<br />
Zuid tegenover de gepensioneerde maar nog steeds actieve<br />
Dick de Graaf (1945) en vraag hem of hij nog steeds zo over<br />
ontwikkelingshulp denkt. ‘Laat ik voorop stellen dat wij<br />
nooit tegen humanitaire hulp via ngo’s waren’, antwoordt<br />
hij. ‘Wij wilden duidelijk maken dat achter de schijn van<br />
overheidsgulheid keiharde Nederlandse investeringen en<br />
exportbelangen schuilgingen. Ik vind nog steeds dat je met<br />
een zeker wantrouwen moet kijken naar de combinatie hulp<br />
en bedrijfsleven. Kijk, als marxist weet ik dat het kapitalisme<br />
productiekrachten vrijmaakt en dat is op zichzelf een goede<br />
zaak, maar wie <strong>gaat</strong> er vervolgens van profiteren? Krijgen<br />
armen na de aanleg van een grootscheeps drinkwaterproject<br />
gratis of zeer goedkoop water of moeten ze voortaan voor<br />
<strong>veel</strong> geld flessen water kopen?<br />
Mijn betrokkenheid bij het derdewereldwerk heb ik altijd<br />
gekoppeld aan steun voor de strijd van arbeiders en<br />
boeren. In mijn eerste baan in 1973 als onderzoeker bij<br />
SOMO, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen,<br />
werkte ik vooral in opdracht van arbeidersgroepen en<br />
ondernemingsraden. Daarna heb ik als vakbondsbestuurder<br />
voor de Voedingsbond FNV twintig jaar mogen werken aan<br />
de belangenbehartiging van arbeiders in de cacaosector in<br />
Nederland en cacaoboeren in de derde wereld, en aan de<br />
versterking van de samenwerking tussen hen.<br />
Als vrijwilliger ben ik nog steeds verbonden aan het<br />
cacaoproject. We werken aan draagvlak voor een<br />
duurzame cacaosector, gericht op een productie die<br />
economisch levensvatbaar is, ecologisch gezond en sociaal<br />
aanvaardbaar. Als die duurzame productie, waar ook de<br />
Internationale Cacao Organisatie inmiddels achter staat,<br />
consequent ingevuld wordt, betekent dit het einde van de<br />
huidige tekorten, een betere beloning voor cacaoboeren<br />
en behoud van werkgelegenheid voor cacaoarbeiders in<br />
Nederland.’<br />
Al pratende wordt Dick steeds enthousiaster, en luisterend<br />
naar zijn uiteenzettingen word ik vanzelf ook enthousiast.<br />
Thuisgekomen ga ik nieuwsgierig nog even nagooglen<br />
en het eerste waarop ik stuit is een bericht van vorig<br />
jaar oktober: ‘Gepensioneerd vakbondsbestuurder Dick<br />
de Graaf krijgt de handen van driehonderd deelnemers<br />
uit 29 cacaolanden op elkaar.’ Zo, denk ik tevreden:<br />
actieresultaten boeken, internationaal <strong>samenwerken</strong>,<br />
mensen mobiliseren, multinationals bestrijden en overtuigen;<br />
of het nu najaar is of voorjaar, de twintigste of<br />
de eenentwintigste eeuw, of je nu jong bent of ouder –<br />
het blijft allemaal en altijd weer mogelijk.<br />
© Roel Burgler<br />
het wereldje 31<br />
tekst Hans Beerends<br />
beeld Roel Burgler<br />
Hans Beerends stond aan de wieg van de Wereld-<br />
XXX<br />
winkels in Nederland en schreef diverse boeken<br />
over de geschiedenis van de derdewereldbeweging.<br />
Voor Vice Versa zoekt hij vroegere bekenden uit het<br />
wereldje op, die enigszins uit de publiciteit zijn<br />
geraakt. In deze aflevering een ontmoeting met Dick<br />
de Graaf.
32 het wereldje<br />
tekst André van der Stouwe<br />
beeld Roel Burgler<br />
welkom in<br />
de seCtor<br />
Nienke Regts (26) werkt bij Euroconsult/BMB Mott<br />
Macdonald, een internationaal advies- en ingenieursbureau<br />
op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.<br />
Niet wat ze had verwacht toen ze aan haar eerste<br />
opleiding begon.<br />
Wat houdt je werk in?<br />
‘Ik ben betrokken bij het acquisitieproces voor projecten,<br />
voornamelijk van de Europese Commissie en de Wereldbank.<br />
Het is vergelijkbaar met een sollicitatieprocedure: je moet<br />
laten zien dat je geschikt bent om het project uit te voeren.<br />
Ik kijk welke referenties we hebben, of we ervaring hebben<br />
met het betreffende thema en kennis van de regio waar het<br />
project plaatsvindt. Daarnaast moet ik experts aanschrijven<br />
die dat project zouden kunnen uitvoeren. We hebben zelf<br />
een aantal experts in huis, maar ook een uitgebreide database<br />
van freelancers die we kunnen benaderen.’<br />
Hoe ben je in de ontwikkelingssector terechtgekomen?<br />
‘Na de havo ben ik culturele en maatschappelijke vorming<br />
gaan studeren in Zwolle. Ik had al gauw door dat het niet<br />
de juiste opleiding voor mij was. Maar ik wist niet wat<br />
ik wel wilde, dus heb ik maar doorgezet. Totdat ik een<br />
afstudeeropdracht maakte over kindsoldaten in Oeganda.<br />
Daar heb ik <strong>veel</strong> tijd in gestoken. Uiteindelijk kreeg ik er<br />
ook een hoog cijfer voor en dacht ik: hé, dit vind ik echt interessant,<br />
ik ga ontwikkelingsstudies doen. Ik heb gekozen<br />
voor een onderzoek naar koffie en eerlijke handel. Dat vond<br />
ik interessant, daar wilde ik me voor inzetten. Uiteindelijk<br />
ben ik naar Oeganda en Tanzania geweest om daar onderzoek<br />
te doen naar de loyaliteit van koffieboeren tegenover<br />
hun coöperaties.’<br />
Koop je zelf eerlijke producten?<br />
‘Ik ben net afgestudeerd, dus ik heb er nooit <strong>veel</strong> geld voor<br />
gehad. Ik vind het wel belangrijk om zo <strong>veel</strong> mogelijk biologische<br />
en lokale producten te kopen, maar moet bekennen<br />
dat ik het zelf dus niet altijd doe. Eerlijke koffie koop ik<br />
trouwens wel altijd!’<br />
Wat vind je van het OS-wereldje?<br />
‘Er zijn zo <strong>veel</strong> organisaties die allemaal hetzelfde willen,<br />
die bijvoorbeeld allemaal in Oeganda zitten en allemaal<br />
dezelfde boeren willen helpen. Ik denk niet dat dat efficiënt<br />
is. Daarom vind ik het goed dat ontwikkelingsorganisaties<br />
nu moeten gaan <strong>samenwerken</strong> en zo kennis en kunde gaan<br />
delen.’<br />
Wat is je droombaan voor de toekomst?<br />
‘Op het moment zit ik hier heel goed. Ik leer ontzettend<br />
<strong>veel</strong> en het staat fantastisch op mijn cv. Wat de consultants<br />
hier doen, vind ik mooi werk. Zelf als expert aan de slag<br />
gaan, dat lijkt me wel wat.’<br />
Is er over tien jaar nog steeds werk voor mensen als jij?<br />
‘Zeker weten. Het liefst wil je natuurlijk armoede de wereld<br />
uit helpen, maar ik denk dat er altijd een verschil zal zijn<br />
tussen arm en rijk, tussen mensen met macht en mensen<br />
zonder macht. Wat je kunt doen is proberen het leven van<br />
mensen die arm zijn en geen macht hebben, te verbeteren.<br />
Daar sta ik voor.’<br />
nienke regts (26 jaar)<br />
Opleiding:<br />
· Master International Development,<br />
Radboud Universiteit Nijmegen<br />
· Bachelor International Development,<br />
Radboud Universiteit Nijmegen<br />
· Bachelor Culturele & Maatschappelijke Vorming,<br />
Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle<br />
Werkervaring:<br />
· Young professional bij Euroconsult/BMB Mott MacDonald<br />
· Research assistent aan Radboud Universiteit Nijmegen<br />
‘vrouwenreChten<br />
zijn<br />
niet oubollig’<br />
tekst Marc Broere<br />
beeld Roel Burgler<br />
Een Nederlands Gender Platform: doet dat niet denken aan lang vervlogen tijden,<br />
toen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking nog héél politiek correct was? Volgens<br />
Elisabeth van der Steenhoven, de nieuwe directeur van Wo=men, is het tegendeel<br />
het geval. ‘Speciale aandacht voor de positie van vrouwen past juist heel erg in<br />
de discussie over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. Met aandacht voor<br />
vrouwenrechten worden projecten namelijk vele malen effectiever.’<br />
Gedreven pratend schudt Elisabeth van der Steenhoven de feiten uit haar mouw.<br />
‘Zeventig procent van de landbouw in Afrika wordt verzorgd door vrouwen. De Wereldbank<br />
heeft in een recent rapport nog geconstateerd dat landbouwplannen <strong>veel</strong> effectiever<br />
zijn als je rekening houdt met de positie van de vrouw. Vrouwen worden bijvoorbeeld<br />
belemmerd door eigendomsrechten. Als vrouwen zelf grond mogen beheren, stijgt de<br />
efficiëntie van de landbouw in Afrika volgens de Wereldbank met twintig procent. Nu <strong>gaat</strong><br />
te <strong>veel</strong> landbouwgrond verloren, omdat mannen geen mest en graan kopen. Dit is helemaal<br />
geen oubollig jaren-zeventigideaal. Juist in een tijd dat mensen terecht zeggen dat elke<br />
belastingcent of donatie zo effectief mogelijk moet worden uitgegeven, moet je rekening<br />
houden met sekseverschillen. Dat maakt je beleid immers beter.’<br />
De 37-jarige Van der Steenhoven maakte in mei de overstap van Mensen met een Missie<br />
naar Wo=men. Bij haar vorige werkgever was ze als hoofd projecten verantwoordelijk voor<br />
‘learning and linking’ en gaf ze ook het Medefinancieringstraject vorm. ‘Ik ben er trots op<br />
dat we er met twee allianties in geslaagd zijn om door te gaan naar de volgende ronde.’<br />
werkterrein<br />
Wo=men wordt gefinancierd door onder andere Buitenlandse Zaken, Cordaid, Hivos en<br />
Oxfam Novib. Daarnaast zijn er nog zestien andere leden, variërend van IKV/Pax Christi<br />
en de Schone Kleren Campagne tot de stichting Yente, die vrouwelijk ondernemerschap in<br />
Afrika en Latijns-Amerika promoot. Op basis van actueel onderzoek pleit Wo=men ervoor<br />
dat projecten beter worden als je rekening houdt met vrouwenrechten.<br />
Ook fungeert Wo=men als kennisinstelling, bijvoorbeeld wat betreft de positie van<br />
vrouwen in de textielketen of hun rol bij conflictpreventie, of over mannenemancipatie<br />
in Zuid-Afrika. Het werkterrein van de organisatie beperkt zich niet alleen tot<br />
ontwikkelingorganisaties. ‘We werken ook samen met bedrijven en andere ministeries’,<br />
legt Van der Steenhoven uit. ‘Er is tegenwoordig zo’n brede groep bezig met internationale<br />
samenwerking. Die is allang niet meer voorbehouden aan Medefinancieringsorganisaties en<br />
andere usual suspects. Het is juist leuk om verschillende soorten organisaties en bedrijven<br />
aan elkaar te koppelen rondom dit onderwerp.’<br />
Zo is een van de gesprekspartners van Wo=men het ministerie van Defensie. ‘De CIA<br />
schrijft in een rapport dat de belangrijkste spelers in conflictgebieden vrouwen zijn.<br />
Vrouwen bepalen waar het eten naartoe <strong>gaat</strong> en of er wel of geen scholing wordt gegeven<br />
aan paramilitaire groepen. Vrouwen zijn ook early warners in conflictgebieden: zij merken<br />
als eersten dat de spanningen oplopen. Iedereen is het erover eens dat conflictpreventie<br />
beter is <strong>dan</strong> conflictresolutie. Daarom wil ook het ministerie van Defensie nu serieus<br />
proberen om bij vredesmissies een op vrouwen gericht beleid te maken. Het is heus geen<br />
tovermiddel, maar het maakt je beleid wel een stuk effectiever.’<br />
het wereldje 33<br />
en <strong>verder</strong>...<br />
is Frans van den Boom sinds half juli de nieuwe directeur<br />
van NCDO (Nationale Commissie voor Internationale<br />
Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling). Hij <strong>gaat</strong><br />
een belangrijke rol spelen bij het omvormen van de<br />
organisatie naar een kenniscentrum op het gebied van<br />
draagvlakversterking en internationale samenwerking.<br />
Van den Boom was van 1994 tot 2001 werkzaam bij<br />
het Nederlandse Rode Kruis, waarvan de laatste jaren<br />
als adjunct-directeur. Daarna werkte hij voor het<br />
International AIDS Vaccine Initiative.<br />
is ontwikkelingsdeskundige Jeroen de Lange er vooralsnog<br />
nét niet in geslaagd om in de Tweede Kamer te<br />
komen voor de PvdA. Hij stond op plaats 31, terwijl<br />
zijn partij uiteindelijk 30 zetels kreeg bij de afgelopen<br />
verkiezingen. Mocht de PvdA gaan meeregeren, <strong>dan</strong> is<br />
de kans groot dat De Lange, die voor de Wereldbank in<br />
Oeganda is gestationeerd, toch nog de kamerbankjes zal<br />
betreden. Ontwikkelingsspecialisten die in elk geval als<br />
nieuweling in de Tweede Kamer zijn gekomen, zijn Sjoera<br />
Dikkers (PvdA) en Arjan El Fassed (GroenLinks).<br />
vertrekt Gerhard Schuil als coördinator van Impulsis,<br />
het loket voor particuliere initiatieven van ICCO, Kerk<br />
in Actie en Edukans. Door de decentralisatie van ICCO<br />
verdwijnt zijn functie. Schuil <strong>gaat</strong> zich nu storten op zijn<br />
voorzitterschap van Rank a Brand, een vergelijkingssite<br />
waarop je kunt zien hoe transparant, fair en groen je<br />
favoriete merken zijn. Daarnaast wil hij zijn master<br />
religiestudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen<br />
afronden.<br />
is Kenneth van Toll in tijdelijke dienst getreden van<br />
Partos, de brancheorganisatie van de ontwikkelingssector.<br />
Bij Partos ontwikkelt ze als projectleider nieuwe<br />
ledendiensten, met name op het gebied van evaluatie.<br />
Voorheen werkte ze als adjunct-directeur bij Freevoice.<br />
neemt Ruben Collin op 1 september afscheid als directeur<br />
van Music Mayday International, waar hij sinds 2001<br />
heeft gewerkt. Collin heeft naar eigen zeggen met<br />
tientallen collega’s en honderden vrijwilligers en<br />
artiesten in binnen- en buitenland met succes mogen<br />
bouwen aan een platform voor jong creatief talent in<br />
Afrika.
34 besChouwing<br />
tekst Marc Broere<br />
beeld Farhad Foroutanian<br />
the times they<br />
are a-Changing<br />
De publieke en politieke steun voor ontwikkelingssamenwerking wordt steeds kleiner. Dat<br />
is bedreigend, maar kan een verhulde zegen zijn. Het dwingt ontwikkelingsorganisaties<br />
namelijk hun boodschap oprechter en actueler te maken.<br />
Op het moment dat ik deze Beschouwing schrijf heeft<br />
Nederland nog geen nieuw kabinet. Wel hebben de<br />
afgelopen verkiezingen duidelijk gemaakt dat Nederland<br />
een behoorlijke ruk naar rechts heeft gemaakt. Hoewel<br />
dat niet automatisch gevolgen hoeft te hebben voor<br />
de hoogte van het ontwikkelingsbudget (kijk naar het<br />
Verenigd Koninkrijk, waar onder de conservatieve regering<br />
van David Cameron de grootste bezuinigingsoperatie<br />
ooit wordt uitgevoerd, maar zowel de zorgsector als de<br />
ontwikkelingssamenwerking buiten schot blijven) zal dat<br />
in Nederland waarschijnlijk wél het geval zijn. De grootste<br />
winst werd immers behaald door de VVD en de PVV, partijen<br />
die de ontwikkelingssamenwerking – exclusief noodhulp –<br />
respectievelijk willen halveren of afschaffen.<br />
Ook uit alle recent verschenen onderzoeken over de<br />
publieke steun voor ontwikkelingssamenwerking blijkt<br />
dat de gouden tijden over zijn. Uit het Kieskompas, dat<br />
in de aanloop naar de verkiezingen door 360 duizend<br />
mensen werd ingevuld, bleek dat een meerderheid van<br />
57 procent vindt dat er bezuinigd mag worden op steun<br />
aan arme landen. Deze mening hebben voornamelijk<br />
rechtse kiezers, maar ook in de achterban van de PvdA,<br />
SP en D66 vindt een flinke minderheid inmiddels dat<br />
er best iets van het ontwikkelingsbudget af kan. TNS<br />
Nipo constateerde kort daarvoor al dat 54 procent van<br />
de kiezers vindt dat Nederland te <strong>veel</strong> geld besteedt<br />
aan ontwikkelingssamenwerking in vergelijking met<br />
andere landen, terwijl de ongekroonde koning van onze<br />
opiniemetingen, Maurice de Hond, in een opdracht van<br />
Artsen zonder Grenzen concludeerde dat 53 procent van<br />
de Nederlandse bevolking twijfelt over het nut van hulp<br />
aan arme landen. De onderzoeken laten een duidelijke<br />
trendbreuk zien, want tot slechts enkele jaren geleden<br />
kwam uit vrijwel iedere meting naar voren dat Nederland<br />
een draagvlak van ongeveer 80 procent kende dat minimaal<br />
voor handhaving van het Nederlandse ontwikkelingsbudget<br />
was. Zoals Bob Dylan in de jaren zestig zong: ‘The times<br />
they are a-changing.’<br />
vrijbrieF<br />
Nu hoeft twijfel over ontwikkelingssamenwerking helemaal<br />
niet erg te zijn, als die tenminste leidt tot een debat<br />
over de betrekkelijkheid van hulp en over betere en<br />
meer structurele manieren om de mondiale ongelijkheid<br />
te verkleinen. Ontwikkelingshulp kán de armoede niet<br />
oplossen en is daar ook nooit voor bedoeld geweest,<br />
betoogde ik al in eerdere stukken: hulp is slechts een<br />
bijgerecht – en eerlijke handel moet het hoofdgerecht zijn.<br />
Twijfel over ontwikkelingssamenwerking is echter wél<br />
zorgelijk als die een teken is dat ons land zich aan het<br />
afkeren is van haar mondiale verantwoordelijkheid. Jan<br />
Pronk constateert in zijn column op pagina 7 met spijt dat<br />
de verkiezingen alleen maar over ons eigen land gingen.<br />
Het feit dat politici niet gevraagd werd om rekenschap af te<br />
leggen over het buitenlandbeleid, en dat zij dat ook niet uit<br />
zichzelf deden, betekent dat ze voor de komende jaren een<br />
vrijbrief hebben gekregen om met het buitenland te doen<br />
wat ze willen, betoogt Pronk. Deze vrijbrief baart ook mij<br />
ernstige zorgen, want met opkomen voor onze mondiale<br />
verplichtingen denken politici vandaag de dag nog maar<br />
weinig kiezers meer te trekken. Welke politicus durft het<br />
nog aan om pal voor mondiale solidariteit te gaan staan?<br />
overlevingsdriFt<br />
Waar ik benieuwd naar ben, is hoe de Nederlandse<br />
ontwikkelingsorganisaties in dit nieuwe krachtenveld gaan<br />
opereren. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. De kans<br />
bestaat dat ze zich nog meer zullen laten leiden door hun<br />
eigen institutionele belang en overlevingsdrift. Zij die nog<br />
in de race zijn voor overheidssubsidie zullen zich tot 1<br />
november, de dag waarop het salomonsoordeel over MFS-2<br />
wordt geveld, in elk geval koest houden. Maar omdat er hoe<br />
<strong>dan</strong> ook minder geld beschikbaar zal zijn <strong>dan</strong> voorheen,<br />
zullen organisaties manieren moeten bedenken om minder<br />
afhankelijk van de Nederlandse overheid te worden. Dat<br />
betekent nog meer fondsenwerving onder het Nederlandse<br />
publiek, met het gevaar van een platte en onrealistische<br />
boodschap waarmee ze elkaar proberen af te troeven. Ik<br />
ben bang dat zo niet alleen politici maar ook de marketeers<br />
en fondsenwervers van ontwikkelingsorganisaties een<br />
vrijbrief zullen krijgen. En dat is evenmin een vrolijk<br />
vooruitzicht.<br />
Ten tweede verwacht ik dat organisaties op zoek gaan<br />
naar fondsen buiten Nederland. De Verenigde Staten<br />
bijvoorbeeld kent tal van grote en kleinere particuliere<br />
foundations en een rijke traditie van filantropie. Net als<br />
in de tijd van het Wilde Westen valt hier nog heel wat te<br />
ontginnen, ook voor Nederlandse ngo’s. De vraag is echter<br />
of het zal ‘klikken’ met Nederlandse ngo’s, omdat deze<br />
particuliere fondsen ofwel heel charitatief zijn of juist<br />
een <strong>veel</strong> bedrijfsmatiger aanpak hebben <strong>dan</strong> Nederlandse<br />
ontwikkelingsorganisaties gewend zijn.<br />
Dan is er nog de mogelijkheid tot decentraliseren,<br />
een proces waar na ICCO nu ook Oxfam Novib mee <strong>gaat</strong><br />
beginnen. Steeds meer verantwoordelijkheden worden<br />
hiermee naar lokale veldkantoren overgeheveld. Dat<br />
kan strategisch een slimme zet zijn. De Europese Unie<br />
is van plan om <strong>veel</strong> meer ontwikkelingsgeld direct naar<br />
‘het Zuiden’ over te maken in plaats van te besteden via<br />
noordelijke hulporganisaties, en ook het rapport van de<br />
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid doet<br />
aanbevelingen in deze richting. Het uitgangspunt van<br />
decentralisatie vind ik uitstekend. Het is in feite een<br />
gevolg van succesvolle ontwikkelingssamenwerking,<br />
omdat de capaciteit in het Zuiden zo sterk is geworden<br />
dat de uitvoering en begeleiding van projecten nu lokaal<br />
gedaan kan worden en de westerse ngo zich vooral op<br />
het lobbywerk hier kan richten. Het zou echter verkeerd<br />
zijn als voornamelijk uit overlevingsdrang voor deze<br />
decentralisatie wordt gekozen en de veldkantoren van<br />
Oxfam Novib en ICCO concurrenten worden van zuidelijke<br />
ontwikkelingsorganisaties omdat ze om dezelfde fondsen<br />
gaan strijden.<br />
henk en ingrid<br />
Tot slot is echter nog een laatste scenario denkbaar. Wat<br />
ik hoop is dat ontwikkelingsorganisaties zichzelf gaan<br />
heruitvinden; dat ze zich niet vanuit hun eigen belangen<br />
op de toekomst gaan bezinnen, maar mensen weer een<br />
oprecht en actueel verhaal gaan vertellen over armoede.<br />
Alleen daarmee kun je mensen weer voor je winnen. En<br />
<strong>dan</strong> niet om hun portemonnee te trekken, maar om weer<br />
(en meer) betrokken te raken bij de ongelijkheid in de<br />
wereld. De oplossing zit niet in nog betere rapportages<br />
over succesvolle projecten of in reclamecampagnes, maar in<br />
eerlijke communicatie.<br />
Eerlijke communicatie bijvoorbeeld over wat<br />
ontwikkelingssamenwerking nu eigenlijk is. Op de<br />
interessante bijeenkomst van Singing a New Policy Tune<br />
in Ede (zie ook pagina 6) merkte een van de deelnemers<br />
terecht op dat een groot deel van het Nederlandse<br />
publiek niet is meegegaan in de stappen die de<br />
ontwikkelingssamenwerking door de jaren heen heeft gezet.<br />
Mensen denken bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds<br />
aan schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten, terwijl<br />
het bij de meeste professionele ontwikkelingsorganisaties<br />
allang <strong>gaat</strong> om capaciteitsopbouw en het werken aan<br />
een civil society in het Zuiden. Ontwikkelingsorganisaties<br />
moeten de uitdaging aangaan om juist ook dít werk op een<br />
goede manier over het voetlicht te brengen en niet telkens<br />
– onder druk van de fondsenwervers – in de fuik te vallen<br />
om een beeld neer te zetten dat inmiddels achterhaald is.<br />
En <strong>verder</strong>, zoals op diezelfde bijeenkomst werd gesteld, ook<br />
<strong>veel</strong> beter duidelijk maken waarom het ook in ons eigen<br />
belang is dat de armoede een halt wordt toegeroepen.<br />
Anders valt er over vijftig jaar namelijk ook voor de<br />
kinderen van Henk en Ingrid weinig lol meer te beleven op<br />
deze wereld.<br />
goudmijn<br />
Ontwikkelingsorganisaties moeten over de ongemakkelijke<br />
waarheid van armoede gaan vertellen door in te zoomen<br />
op mensen die er de dupe van zijn en ertegen strijden.<br />
In mijn boek Berichten over Armoede heb ik al geschreven<br />
dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zich niet lijken<br />
te realiseren wat voor goudmijn aan verhalen ze in huis<br />
hebben. Via hun partnerorganisaties hebben ze toegang<br />
tot duizenden mensen die de ongemakkelijke waarheid<br />
van armoede een gezicht kunnen geven, die met vallen en<br />
opstaan proberen vooruit te komen in hun leven binnen<br />
een internationale context die hen vijandig gezind is.<br />
Met zulke krachtige persoonlijke levensverhalen hebben<br />
ontwikkelingsorganisaties een ijzersterke troef in handen<br />
in het debat over de mondiale verantwoordelijkheid van<br />
Nederland.<br />
Misschien is het helemaal nog niet zo slecht dat het<br />
draagvlak een stuk minder is geworden. Ik hoop dat het<br />
ontwikkelingsorganisaties dwingt om de juiste keuzes te<br />
maken. Laat ze maar eens helemaal opnieuw beginnen om<br />
mensen bewust te maken van de ongemakkelijke waarheid<br />
van armoede. Als mensen weer geraakt worden, bestaat<br />
de kans ook dat ze zelf inzien dat het een schande is dat<br />
Nederland van een voorloper op het gebied van mondiale<br />
solidariteit nu opeens een achterblijver dreigt te worden.<br />
Soms is een stapje terug even nodig om vervolgens weer<br />
twee vooruit te kunnen zetten.<br />
the times they are a-Changing 35
wij blijven venieuwen, doet u mee?<br />
Ja, ik doe mee. Ik neem een DOORLOPEND ABONNEMENT op Vice Versa en machtig Stichting Informatievoorziening<br />
Ontwikkelingssamenwerking om via automatisch incasso jaarlijks € 37,50 van mijn bankrekening af te schrijven.<br />
Ja, ik doe mee. Ik neem een JAARABONNEMENT op Vice Versa en machtig Stichting Informatievoorziening<br />
Ontwikkelingssamenwerking om eenmalig € 42,50 van mijn bankrekening af te schrijven.<br />
Ja, ik doe mee. Ik neem een STUDENTENABONNEMENT voor een jaar op Vice Versa en machtig Stichting Informatie-<br />
voorziening Ontwikkelingssamenwerking om eenmalig € 19,95 van mijn bankrekening af te schrijven.<br />
NB Stuur een kopie van het inschrijvingsbewijs voor je opleiding mee.<br />
Mijn gegevens:<br />
Naam m / v<br />
Adres<br />
Postcode/plaats<br />
Telefoon<br />
E-mail<br />
Ik verleen tot wederopzegging machtiging aan lokaalmondiaal om jaarlijks het abonnementsgeld af te schrijven van mijn bankrekening.<br />
Rek.nr:<br />
GRENZELOOS<br />
GEDREVEN<br />
JANNEKE<br />
JUFFERMANS<br />
Drijfveren, dilemma’s<br />
en levenslessen van<br />
ontwikkelingswerkers.<br />
Handtekening datum<br />
Het abonnement loopt door tenzij het drie maanden voor het einde van het abonnementjaar schriftelijk wordt stopgezet. Ondergetekende is bekend met het<br />
feit dat, indien hij/zij niet akkoord is met de afschrijving, hij/zij binnen 30 dagen bij zijn/haar eigen bank opdracht kan geven het bedrag terug te boeken.<br />
02 inhoud<br />
02 inhoud<br />
Knip deze bon uit en stuur hem in<br />
een gefrankeerde enveloppe naar:<br />
lokaalmondiaal<br />
Abonneeservice Vice Versa<br />
Velperbuitensingel 8<br />
6828 CT Arrnhem