03.08.2013 Views

Echte vernieuwing gaat veel verder dan samenwerken - 1%Club

Echte vernieuwing gaat veel verder dan samenwerken - 1%Club

Echte vernieuwing gaat veel verder dan samenwerken - 1%Club

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

02 vakblad inhoud over ontwikkelingssamenwerking<br />

anna ChojnaCka<br />

(<strong>1%Club</strong>) en<br />

eelCo Fortuijn<br />

(goede waar&Co)<br />

<strong>Echte</strong> <strong>vernieuwing</strong> <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong> <strong>dan</strong> <strong>samenwerken</strong><br />

enquête<br />

Wie biedt starters carrièreperspectief?<br />

de nieuwe generatie<br />

ontwikkelingswerkers<br />

‘Wij moeten onszélf serieuzer nemen’<br />

millenniumdorpen<br />

De omstreden laboratoria van Jeffrey Sachs<br />

extra<br />

jaargang 44 2010<br />

#04<br />

startersbijlage<br />

vijF stappen naar een<br />

baan in de seCtor


02 vakblad inhoud over ontwikkelingssamenwerking<br />

Uitgever Stefan Verwer<br />

Hoofdredactie Marc Broere<br />

Eindredactie Sanne de Boer<br />

Redactie<br />

Thomas Hurkxkens, André van der Stouwe, Eva de Vries en Ilse<br />

Zeemeijer<br />

Medewerkers aan dit nummer<br />

Marusja Aangeenbrug, Hans Beerends, Roel Burgler, Leonard<br />

Fäustle, Celina del Felice, Farhad Foroutanian, Paul Hoebink,<br />

Janneke Juffermans, Jaap Meijers, Jan Pronk, Ruerd Ruben<br />

en Lau Schulpen<br />

Art Direction, design en opmaak<br />

SAZZA: Saskia Stolz, Daphne Meijer en Jaap Migchels<br />

Druk Deltahage, Den Haag<br />

Advertenties en communicatie<br />

Eva de Vries, tel. 026-3703177<br />

eva@viceversaonline.nl<br />

Redactieadres<br />

Velperbuitensingel 8, 6828 CT Arnhem<br />

tel. 026-3703177<br />

Website www.viceversaonline.nl<br />

Vice Versa verschijnt zes keer per jaar. Een jaarabonnement<br />

kost € 37,50 en een studentenabonnement € 19,95<br />

Informatie over abonnementen en aanvraag losse nummers<br />

Eva de Vries, tel. 026-3703177<br />

eva@viceversaonline.nl<br />

Foto omslag: Leonard Fäustle<br />

Vice Versa is een uitgave van lokaalmondiaal. Samen met IS,<br />

Join, Mambapoint en de televisieredactie van lokaalmondiaal<br />

vormt Vice Versa het Wereldmediahuis (www.wereldmediahuis.nl)<br />

jaargang 44 2010<br />

inhoud<br />

04 08<br />

15<br />

18<br />

28 34<br />

04 ontwikkeling<br />

07 Column jan pronk<br />

thema:<br />

de nieuwe generatie<br />

08 dubbelinterview<br />

Anna Chojnacka (1%CLUB) en Eelco Fortuijn<br />

(Goede Waar&Co): ‘Ontwikkelingssamenwerking 3.0<br />

is al begonnen’<br />

15 enquête<br />

Vice Versa onderzocht de carrièrekansen voor starters<br />

bij twaalf grote ontwikkelingsorganisaties<br />

18 rondetaFelgesprek<br />

Zes talentvolle jonge professionals wisselen van<br />

gedachten over hun eigen generatie ontwikkelings-<br />

werkers: hoe onderscheiden ze zich, wat motiveert ze<br />

en wat houdt ze tegen?<br />

25 Column paul hoebink<br />

26 wat is wijsheid?<br />

28 reportage<br />

De Malinese overheid vindt het Millennium Villages<br />

Project een doorslaand succes, maar in Europa wil men<br />

er niets van weten. Paul Hoebink ging zelf kijken.<br />

31 het wereldje<br />

34 besChouwing<br />

Wie legt Henk en Ingrid uit wat ontwikkelingssamenwerking<br />

anno nu betekent voor de toekomst van hun<br />

kinderen?<br />

© Ronald de Hommel<br />

starters, ja<br />

‘Wat bezielt jullie in vredesnaam om nú een startersbijlage<br />

bij Vice Versa te maken?’ ‘Hoe kun je het over <strong>vernieuwing</strong><br />

hebben, terwijl de sector maar moet afwachten of er überhaupt<br />

nog wat te vernieuwen valt in de nabije toekomst?’<br />

Deze vragen werden mij de afgelopen weken gesteld.<br />

‘Natuurlijk weten we dat nieuwe input belangrijk is, maar<br />

het moet wel kúnnen’, zegt ook een P&O-functionaris van<br />

Hivos <strong>verder</strong>op in dit nummer. ‘Als je met je kop op het<br />

hakblok ligt, wil je eerst zorgen dat je eraf komt. Dan pas<br />

is er weer ruimte voor franje.’<br />

Ik moet u eerlijk bekennen dat ik enigszins verontrust<br />

ben door dit soort vragen en uitspraken. Juist in een<br />

periode dat je in het defensief wordt gedrongen en dat<br />

er bezuinigingen dreigen, moet je blijven vernieuwen<br />

en zorgen dat je de allerbeste mensen aantrekt. In het<br />

bedrijfsleven wordt tegenwoordig zowat gevochten om<br />

hoog opgeleide jongeren die met de nieuwste kennis<br />

zijn toegerust. Ontwikkelingsorganisaties zijn amper<br />

geïnteresseerd. Op programma’s om nieuwkomers<br />

een kans te geven wordt juist bezuinigd, blijkt uit het<br />

onderzoek van Vice Versa waarvan u de resultaten op<br />

pagina 15 kunt lezen. En anders is er altijd wel dat<br />

argument van ‘ervaring in het veld’, waarmee iedere<br />

discussie over <strong>vernieuwing</strong> wordt lamgelegd en gevestigde<br />

belangen worden verdedigd.<br />

Gelukkig word ik weer een stuk optimistischer van bijvoorbeeld<br />

het verhaal van Anna Chojnacka en Eelco Fortuijn,<br />

die op onze cover prijken. Ze komen met zeer concrete<br />

voorstellen voor <strong>vernieuwing</strong> van de sector. Bijvoorbeeld<br />

over hoe medewerkers van ontwikkelingsorganisaties zelf<br />

meer macht en invloed in hun organisatie naar zich toe<br />

kunnen trekken, en hoe je informatie beschikbaar kunt<br />

stellen waarmee ook collega-organisaties hun voordeel<br />

kunnen doen.<br />

Ik hoop dat we met deze uitgebreide Vice Versa on<strong>dan</strong>ks<br />

de ogenschijnlijk sombere tijden nog meer mensen kunnen<br />

interesseren in een baan in de ontwikkelingssamenwerking.<br />

Voor een betere wereld én voor een sterkere sector.<br />

Marc Broere, hoofdredacteur<br />

marc@lokaalmondiaal.net<br />

redaCtioneel 03


04 ontwikkeling ontwikkeling 05<br />

GrouPI<br />

De ontwikkelingssector is een nieuwe denktank<br />

rijker: GrouPI. In Nederland zijn niet alleen<br />

duizenden particuliere initiatieven (PI), maar<br />

ook tientallen organisaties die deze initiatieven<br />

financieren, adviseren en begeleiden. GrouPI wil<br />

alle partijen bij elkaar brengen om zich samen<br />

over vragen te buigen als: hoe kunnen de best<br />

mogelijke resultaten worden bereikt? Kent<br />

iedereen elkaar wel? Wat kunnen we van elkaar<br />

leren en voor elkaar betekenen? De denktank<br />

is een initiatief van onder meer Gerhard Schuil<br />

(Impulsis) en Margreet van der Pijl (1%CLUB) en<br />

vormt een online netwerk op LinkedIn.<br />

Groene Sahara-GrenS<br />

Elf Afrikaanse landen hebben het initiatief<br />

genomen om een groene grens aan te leggen om<br />

de opmars van de Sahara te stuiten. Het <strong>gaat</strong><br />

om een natuurlijke verdedigingslinie van kust<br />

tot kust, van Senegal aan de Atlantische Oceaan<br />

tot Djibouti aan de Golf van Aden. Het milieufonds<br />

van de Wereldbank heeft 96 miljoen euro<br />

toegezegd voor het project. De te planten bomen<br />

moeten bodemerosie vertragen, windsnelheden<br />

doen afnemen en regenwater de grond in sturen<br />

om verwoestijning tegen te gaan. De Senegalese<br />

president Aboulaye Wade schuwde bij de aankondiging<br />

van het plan geen grote woorden: ‘Wij<br />

gaan het grootste menselijke project van onze<br />

tijd beginnen.’<br />

oxfam novIb bezuInIGt<br />

Bij Oxfam Novib zullen minimaal 45 banen<br />

gaan verdwijnen. De organisatie loopt hiermee<br />

vooruit op te verwachten bezuinigingen. Om<br />

efficiënter te kunnen werken <strong>gaat</strong> de organisatie<br />

ook internationaliseren. Dit betekent dat het<br />

werk nog <strong>veel</strong> nauwer zal worden afgestemd met<br />

de andere Oxfams. In elk land wordt het Oxfam<br />

Novib-landenprogramma in één gezamenlijk<br />

Oxfam-programma geïntegreerd. Er zal ook<br />

samengewerkt worden met andere Oxfams vanuit<br />

één veldkantoor, waardoor de kosten gedeeld<br />

worden. De uitvoering van het landenbeleid zal<br />

niet langer vanuit Den Haag plaatsvinden, maar<br />

vanuit het lokale veldkantoor.<br />

geheime suCCessen<br />

houden<br />

management dom<br />

Ontwikkelingswerkers hebben vaak stiekem een andere kijk op ontwikkelingshulp <strong>dan</strong><br />

hun werkgevers, blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Sussex. Om projecten<br />

te laten slagen en de baas tevreden te houden, zien ze zich gedwongen tot valse<br />

rapportage.<br />

De ontwikkelingssector houdt van termen als ‘basisbehoeften’, ‘gender’, ‘rechten’ en<br />

‘resultaten’, die duidelijk moeten maken wat problemen en oplossingen zijn. Onderzoeker<br />

Rosalind Eyben van de Universiteit van Sussex noemt dat ‘substantialisme’: een visie<br />

waarbij de wereld bestaat uit vooraf gedefinieerde entiteiten, en waarbij de relaties tussen<br />

die entiteiten niet zo belangrijk zijn. In het wetenschappelijke tijdschrift European Journal<br />

of Development Research schrijft Eyben dat <strong>veel</strong> ontwikkelingswerkers er echter heimelijk<br />

een andere opvatting op nahouden.<br />

Het dagelijkse werk van ontwikkelingswerkers is namelijk helemaal niet zo<br />

overzichtelijk. De werkelijkheid dwingt hen om <strong>verder</strong> te kijken <strong>dan</strong> het gebruikelijke<br />

oorzaak-gevolgdenken. Eyben zelf bijvoorbeeld werkte voor het Britse ministerie voor<br />

Ontwikkelingssamenwerking. Hoewel het doel was om hulp kosten-effectief uit te voeren,<br />

koos ze er toch voor om twee organisaties met hetzelfde doel te financieren. Samenwerken<br />

tussen de twee zou niet goed gaan, maar elk had een andere, waardevolle aanpak. Zo werkt<br />

het vaak: om hun projecten te laten slagen, houden veldwerkers rekening met de relaties<br />

en interacties tussen actoren.<br />

Eyben onthult dat ze die ‘relationalistische’ aanpak vaak verborgen houden voor<br />

hun baas. Als ze moeten rapporteren, pakken ontwikkelingswerkers de beleidsplannen<br />

van thuis er weer bij om verslag te doen volgens de substantialistische visie van hun<br />

organisatie. Daardoor blijven juist de meest succesvolle initiatieven verborgen, stelt<br />

Eyen: ‘Een stafmedewerker vertelde me dat <strong>veel</strong> van de meest effectieve interventies van<br />

haar organisatie op het gebied van gender-gelijkheid niet werden gerapporteerd, omdat<br />

die investeerden in relaties en niet in het soort uitkomsten die in de logical frameworks<br />

stonden.’<br />

Door relationalistisch te werk te gaan maar dat niet naar buiten te brengen, houden de<br />

ontwikkelingswerkers wel iedereen tevreden. De mensen in het veld rapporteren tenslotte<br />

op zo’n manier dat het lijkt alsof de substantialistische aanpak werkt. Daardoor kunnen de<br />

instituties volhouden dat resultaatgericht management werkt.<br />

Rosalind Eyben stelt zelfs dat ze op die manier de hele ontwikkelingssamenwerking<br />

overeind houden. Als de belastingbetaler zou weten hoe ingewikkeld en rommelig<br />

internationale hulp werkelijk is, zou hij misschien weigeren om er nog langer geld in<br />

te steken, denkt Eyben. Daarom moeten de medewerkers wat haar betreft steun blijven<br />

krijgen van hun managers om ‘het systeem zo dwars te blijven zitten dat het blijft werken’.<br />

[Jaap Meijers]<br />

© Roel Burgler<br />

© UNDP<br />

Eveline Herfkens is pessimistisch over de Millenniumtop<br />

die in september in New York wordt gehouden. Als<br />

speciale afgezant van de VN voor de Millenniumdoelen<br />

mist Herfkens vooral bij Europese leiders de vastberadenheid<br />

die nodig is om de armoede in de wereld<br />

aan te pakken.<br />

‘Het lijkt wel alsof ontwikkelingssamenwerking door <strong>veel</strong><br />

landen wordt gedelegeerd aan de onderknuppels.’ Voor<br />

oneliners ben je bij Eveline Herfkens nog altijd aan het<br />

goede adres. De oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking<br />

was in Straatsburg om in het kader van de<br />

campagne voor de Millenniumdoelen een e-card petitie aan<br />

te bieden aan Jerzy Buzek, de president van het Europees<br />

Parlement. Meer <strong>dan</strong> een half miljoen burgers riepen de<br />

Europese leiders op om zich te houden aan de belofte de<br />

Millenniumdoelen te halen. Tijdens een persconferentie riep<br />

Herfkens de Europese leiders op om op de VN-bijeenkomst<br />

in september ambitieuze plannen te presenteren, zodat<br />

de Millenniumdoelen in 2015 werkelijk worden bereikt.<br />

‘Economische ontwikkeling van vooral onze Afrikaanse<br />

buren is fundamenteel voor onze eigen voorspoed en<br />

veiligheid op de lange termijn. Bovendien hebben we het<br />

slechts over 0,7 procent! 99,3 procent van ons nationale<br />

inkomen is nog steeds voor onze eigen behoeften.’ Ter<br />

demonstratie van dat kleine percentage spatte ze een<br />

druppel water uit haar volle glas het publiek in.<br />

On<strong>dan</strong>ks dat een resolutie over het behalen van de<br />

Millenniumdoelen met een ruime meerderheid werd<br />

aangenomen in het Europees Parlement, maken de politieke<br />

ontwikkelingen in Europa Herfkens er niet gerust op. ‘De<br />

laatste tien jaar is er <strong>veel</strong> beweging gekomen op het gebied<br />

van ontwikkelingssamenwerking’, zegt Herfkens wanneer<br />

Vice Versa in Straatsburg kort de kans krijgt haar spreken.<br />

‘Voor het eerst was heel Europa op weg naar de 0,7 procent<br />

van het bruto nationaal product voor ontwikkelingshulp.<br />

Ook waren er serieuze debatten over de effectiviteit van<br />

hulp en over de noodzaak van een coherent beleid om<br />

ontwikkelingslanden te helpen. Daarnaast was er consensus<br />

bereikt over hoe dat moest worden aangepakt, kijk naar<br />

de overeenkomsten van Parijs en Accra. Er zijn enorme<br />

doorbraken geweest.’<br />

Het huidige plaatje ziet er volgens Herfkens echter anders<br />

uit. ‘Wat ik nu merk is dat het uit mijn handen aan het<br />

vallen is. De timing van al die verkiezingen in Europa<br />

is heel triest. Je hebt maar een paar lidstaten nodig<br />

met passie om deze kar te trekken. Ik constateer een<br />

absolute stilte. Nederland heeft op dit moment geen<br />

functionerende regering en eigenlijk geen minister voor<br />

Ontwikkelingssamenwerking. België was tamelijk goed<br />

bezig, maar zit nu ook met een waarnemingsregering. Bij<br />

de Britten heb ik vertrouwen dat het goed komt. In het<br />

regeerakkoord staat dat ze de 0,7 procent willen halen en<br />

ze letten ook goed op de effectiviteit van de hulp. Maar<br />

deze Britse regering is net nieuw. Ik vind het lastig om in<br />

Europa met een hoop servies te gaan rondgooien over dit<br />

onderwerp. Toch ben ik bang dat om de redenen die ik net<br />

noemde, de VN-bijeenkomst over de Millenniumdoelen in<br />

september niet erg <strong>veel</strong> kan opleveren, omdat je echt ziet<br />

dat de leidende rol van Europa wegvalt. Dat is heel triest.’<br />

Er is nog vijf jaar te gaan voor de deadline van de Millen-<br />

niumdoelen. Wat is volgens Herfkens de beste strategie<br />

om de doelen alsnog te behalen? ‘Een hoop lawaai<br />

blijven maken en hopen dat ze in 2012 de coalitie weer<br />

bij elkaar kunnen puzzelen. De kans op leiderschap is<br />

<strong>dan</strong> misschien groter. Toen ik nog minister voor Ontwikkelingssamenwerking<br />

was, werkte ik nauw samen<br />

met een aantal Europese collega’s. Nu is het een totale<br />

kaalslag.’ [Ilse Zeemeijer]<br />

herFkens<br />

is kritisCh<br />

over<br />

millenniumtop<br />

nieuws > weblogs > debatagenda<br />

www.viCeversaonline.nl


Draagvlak is gebaat bij diversiteit<br />

Leiden draagvlakactiviteiten tot gedragsverandering<br />

en mondiaal burgerschap? En leidt versnippering van<br />

de verschillende draagvlakactoren tot meer óf minder<br />

effectiviteit? Deze vragen stonden centraal tijdens het<br />

tweede Singing a new policy tune-debat op 30 juni.<br />

Bijna honderd mensen van 53 verschillende organisaties waren<br />

op een mooie zomerse dag naar Ede gekomen voor een seminar<br />

over draagvlak. In zijn openingswoord benadrukte Jan Donner,<br />

voorzitter van de Task Force DPRN die de bijeenkomsten financiert,<br />

dat juist complexe problemen zoals het ontwikkelingsvraagstuk<br />

een draagvlak in de samenleving vereisen. Sinds het begin van<br />

het nieuwe millennium is het draagvlakbeleid in Nederland duidelijk<br />

verschoven van bewustwording en informatievoorziening naar het<br />

opzetten van kleine projecten door betrokken burgers. Als het aan<br />

de aanwezigen lag, wordt dit in de toekomst weer omgedraaid.<br />

‘We smijten het geld liever over de balk aan het amateurisme van<br />

particuliere organisaties wiens schooltjes staan te verpieteren, in<br />

plaats van aan professionele organisaties’, zei Donner op enigszins<br />

schampere toon.<br />

Na de presentatie van het boek Verloren in wanorde van Karel<br />

van Kesteren en een reactie daarop van WRR-lid Peter van<br />

Lieshout, werd in een Lagerhuis-setting gedebatteerd onder leiding<br />

van draagvlakdeskundige Lau Schulpen. Draagvlak begint met<br />

goede en transparante informatievoorziening, vonden <strong>veel</strong> van<br />

de aanwezigen. Alleen Pim de Graaf van Artsen zonder Grenzen<br />

was het daar niet mee eens. Hij wees op de grote steun die zijn<br />

organisatie van het Nederlandse publiek krijgt. In wat Artsen zonder<br />

Grenzen precies voor werk doet, zijn de donateurs helemaal niet<br />

zo geïnteresseerd. ‘Het hoeft dus niet per se transparant te zijn’,<br />

aldus De Graaf. Margreet van der Pijl van de relatief jonge 1%CLUB<br />

was het daar niet mee eens. ‘Dat werkt misschien bij een oude<br />

generatie. Mijn generatie is echter heel kritisch en wil precies weten<br />

waaraan ze bijdragen.’<br />

Hans Beerends, oprichter van de wereldwinkels en auteur van<br />

diverse boeken over de derdewereldbeweging, gaf aan dat er naast<br />

informatie ook vooral perspectief moet worden geboden. ‘Ik probeer<br />

wel eens een ingewikkeld verhaal over handel te vertellen, maar<br />

dat komt niet aan. Kinderarbeid daarentegen raakt mensen wel.<br />

Het <strong>gaat</strong> om hele basale dingen waarmee je grote groepen mensen<br />

kunt aanspreken, zeker als ze het gevoel hebben dat er perspectief<br />

is, dat er concrete resultaten binnen handbereik liggen. Uiteindelijk<br />

moet dat leiden tot internationale wetgeving.’ Als je een duidelijk<br />

perspectief aanreikt, hoef je volgens Beerends ook niet te <strong>veel</strong><br />

informatie te geven. ‘Als je mensen overvoert met kennis bestaat het<br />

gevaar dat ze al snel beginnen te denken: deze problemen zijn zo<br />

groot dat je er toch niks aan kunt doen.’<br />

Over de vraag over de versnippering van draagvlakactoren<br />

was iedereen het eens. Minder versnippering leidt niet tot meer<br />

effectiviteit. De aanwezigen vonden versnippering bovendien een<br />

negatief woord en kozen liever voor het woord ‘diversiteit’.<br />

In de middag gingen de deelnemers uiteen in werkgroepen en<br />

kwamen terug met enkele interessante concrete ideeën voor<br />

draagvlakcampagnes. Zo kwam Henk Holtslag van Connect<br />

International met het idee om een Twitter-campagne te organiseren<br />

waarbij telkens in één Twitter-bericht voor een ‘Telegraaf-publiek’<br />

het belang voor ontwikkelingssamenwerking wordt uitgelegd. De<br />

eerste Tweet had zijn werkgroep al bedacht. ‘Wat is mijn belang bij<br />

ontwikkeling in Tanzania? Als de armoede niet verminderd wordt,<br />

bestaat de wereld straks uit 15 miljard mensen.’<br />

Ook kwam Holtslag met het idee om de costs of no action door<br />

te rekenen. Wat <strong>gaat</strong> het ons kosten als we niets doen aan<br />

armoedevermindering? Hoe ziet de foto van de aarde er <strong>dan</strong> over<br />

vijftig jaar uit? Het Al Gore-verhaal, maar <strong>dan</strong> over armoede. Over<br />

wie het gezicht van deze campagne moest worden, was snel<br />

overeenstemming bereikt: prinses Màxima.<br />

[Marc Broere]<br />

Singing a New Policy Tune is een initiatief van Development<br />

Policy Review Network, MDF Training & Consultancy, het<br />

Institute of Social Studies en Vice Versa.<br />

02 inhoud<br />

verkiezingskater<br />

De kabinetscrisis ging over Afghanistan. Maar tijdens de verkiezingscampagne sprak<br />

niemand er meer over. Europa stond op springen, omdat men het niet eens kon<br />

worden over steun aan Griekenland en andere lidstaten die kampen met economische<br />

problemen. Ook dit onderwerp werd in de verkiezingsdebatten genegeerd. Wereldwijd<br />

werd beleidsoverleg gevoerd over de internationale bankencrisis. In ons land leek de<br />

interesse hiervoor weggeëbd na de zogenaamde redding van ABN Amro en de deconfiture<br />

van DSB. In de aanloop naar de verkiezingen werd niemand gevraagd naar een standpunt<br />

over het internationale financiële stelsel. Kort daarvoor waren de internationale<br />

klimaatonderhandelingen mislukt. Ook dit speelde geen rol in de politieke debatten.<br />

De recente aanval van Israël op een internationaal humanitair konvooi naar Gaza kwam<br />

niet aan de orde. Het kabinet achtte een onafhankelijk onderzoek onnodig: dat kon wel<br />

aan Israël zelf worden overgelaten. De politieke partijen lieten het daarbij. De uitkomst<br />

van het onderzoek van de commissie-Davids naar de Nederlandse betrokkenheid bij de<br />

Amerikaanse inval in Irak leek tijdens de campagne geheel vergeten. Niemand werd er<br />

meer op aangesproken.<br />

Het waren parlementaire verkiezingen die gingen over onszelf. Dat lijkt vanzelfsprekend,<br />

maar wij maken deel uit van de wereld. Wat er in de wereld gebeurt, heeft invloed<br />

op ons land. Die gebeurtenissen vinden niet zomaar plaats. Elk van de genoemde<br />

voorbeelden betreft een politieke keuze waar Nederland bij betrokken is. Sterker nog:<br />

Nederland beslist mee. Het zou vanzelf moeten spreken om bij verkiezingen politici<br />

daarover te bevragen. Dat politieke partijen geen rekenschap hoefden af te leggen,<br />

betekent dat zij voor de komende periode op het terrein van de buitenlandse politiek<br />

(inclusief ontwikkelingssamenwerking, defensie, Europa en het internationale klimaat- en<br />

milieubeleid) een vrijbrief hebben gekregen.<br />

Men kan tegenwerpen dat die standpunten in de verkiezingsprogramma’s staan vermeld.<br />

Inderdaad, maar dat geldt ook voor standpunten over bezuinigingen, belastingdruk en<br />

hypotheekrente. Daarover werden in de debatten wél elkanders nieren geproefd. Die<br />

onderwerpen werden door partijen en door de media die hen een podium voor het debat<br />

verschaften, kennelijk wél belangrijk en onderscheidend genoeg bevonden bij het maken<br />

van een politieke keuze.<br />

Als bepaalde standpunten en de staat van dienst van een partij in de afgelopen jaren<br />

niet ter discussie staan, wekt men de indruk het niet de moeite waard te achten, of het er<br />

eigenlijk mee eens te zijn. Het kan ook betekenen dat men er de vingers er niet aan wil<br />

branden. De partij die de grootste overwinning boekte, bepleitte etnische registratie van<br />

Nederlanders, een kopvoddentax, een knieschot voor misdadigers, een ban op de Koran,<br />

een stop op de immigratie van moslims, een verbod op de bouw van moskeeën, afschaffing<br />

van de ontwikkelingshulp en de opzegging van steun aan de internationale rechtsorde. De<br />

andere partijen draaiden er in een grote boog omheen. Een zesde deel van de bevolking<br />

voelde zich erdoor aangesproken. Tel uit je winst.<br />

Wie heeft schuld aan deze kater? Vooral de politieke partijen zelf. Zij maakten van de<br />

verkiezingen een schimmenspel. Debatten werden amusement. Vorm verdrong inhoud. De<br />

nadruk viel op scoren, trucs en trivia. De media lokten dit uit, maar het zijn de politici zelf<br />

die zich een en ander laten aanleunen.<br />

Dat politieke partijen over belangrijke zaken geen rekenschap hoefden af te leggen, valt<br />

ook onszelf aan te rekenen. Waar was het maatschappelijk middenveld? Ngo’s pretenderen<br />

ergens voor te staan en iets te vertegenwoordigen. Maar die tijd is geweest. Organisaties<br />

op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en milieu hebben verzuimd<br />

de politieke partijen uit te dagen. Zij managen projecten en lobbyen voor zichzelf. De<br />

managers maken deel uit van het bestuurlijke systeem. Het wordt tijd de hand in eigen<br />

boezem te steken.<br />

jan pronk<br />

© Roel Burgler<br />

Column jan pronk<br />

Waar was het<br />

maatschappelijk<br />

middenveld?<br />

Jan Pronk was minister voor Ontwikkelings-<br />

samenwerking in de kabinetten Den Uyl (1973-’77),<br />

Lubbers III (1989-’94) en Kok I (1994-’98).<br />

Van 2004 tot 2006 was hij speciaal VN-gezant in<br />

Soe<strong>dan</strong>. Momenteel is hij hoogleraar aan het<br />

Institute of Social Studies in Den Haag.<br />

03 07


08 dubbelinterview<br />

maCht<br />

aan de<br />

medewerkers<br />

anna ChojnaCka en eelCo Fortuijn 09<br />

<strong>Echte</strong> <strong>vernieuwing</strong> <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong> <strong>dan</strong> <strong>samenwerken</strong>,<br />

reorganiseren, twitteren en bloggen, vinden Anna<br />

Chojnacka en Eelco Fortuijn. ‘Veel meer informatie<br />

moet vrij beschikbaar komen.’<br />

tekst Marusja Aangeenbrug<br />

beeld Leonard Fäustle<br />

Ze bruisen van de ideeën en raken enthousiast van nieuwe<br />

snufjes om nóg makkelijker informatie te delen. Stilletjes<br />

afwachten hoe de wereld verandert is aan hen niet besteed.<br />

Ze zijn liever zélf de ‘veranderaars’.<br />

Anna Chojnacka, oprichter en directeur van de 1%CLUB,<br />

en Eelco Fortuijn, oprichter van Fairfood en tegenwoordig<br />

directeur van Goede Waar & Co, vinden niet dat er <strong>veel</strong><br />

moet veranderen. Nee, er <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> veranderen, zeggen ze.<br />

Vanzelf. Ze zien het al om zich heen gebeuren.<br />

Zelf hebben ze het voortouw genomen. Zo vormen<br />

Fairfood en Goede Waar & Co een luis in de pels van<br />

de voedsel- en kledingindustrie door de belangen van<br />

producenten in ontwikkelingslanden bovenaan te zetten.<br />

Eerlijke handel is de sleutel tot een betere wereld, stelt<br />

Eelco Fortuijn. De 1%CLUB brengt mensen bij elkaar die<br />

kennis, tijd of geld nodig hebben bij het opzetten van hun<br />

project, en anderen die deze kennis, tijd of geld juist willen<br />

bijdragen. Zo ontstaan oplossingen voor heel specifieke<br />

vragen, is Anna Chojnacka’s ervaring. ‘Als een vrouw in een<br />

dorpje boven de boomgrens in Peru niet aan brandstof kan<br />

komen, is er altijd wel iemand die een solar cooker heeft<br />

ontwikkeld die geschikt is voor die hoogte.’<br />

Anna, jij hebt samen met Bart Lacroix de 1%CLUB<br />

opgericht. Waarom?<br />

AC: ‘Toen ik stage liep bij de Verenigde Naties viel mij op<br />

dat <strong>veel</strong> mensen niet meer precies weten hoe hun werk zich<br />

verhoudt tot wat er in ontwikkelingslanden gebeurt. Ook<br />

komt er van al het geld dat geïnvesteerd wordt naar mijn<br />

gevoel maar weinig rechtstreeks terecht bij de mensen voor<br />

wie het bedoeld is. En dat terwijl je zo <strong>veel</strong> goede dingen<br />

kunt creëren met weinig middelen, als de juiste mensen<br />

elkaar maar vinden en direct kunnen communiceren. Daarom<br />

kreeg ik het idee voor een online marktplaats, waar vraag<br />

en aanbod bij elkaar komen. Iedereen kan wel 1 procent<br />

van zijn tijd of geld besteden. Want wat is nou 1 procent?<br />

Kijk naar een pizza: 1 procent daarvan is bijna niets. Het is<br />

mijn missie om mensen die het goede willen doen zo <strong>veel</strong><br />

mogelijk met elkaar te verbinden en in staat te stellen met<br />

elkaar te communiceren.’<br />

Eelco, wat was voor jou de reden om Fairfood op te richten?<br />

EF: ‘Tijdens mijn stages in ontwikkelingslanden kwam ik<br />

<strong>veel</strong> in contact met boeren en ontwikkelingsorganisaties.<br />

Steeds weer hoorde ik verhalen over <strong>veel</strong>belovende ondernemers<br />

die het toch niet redden, bijvoorbeeld omdat het<br />

ondernemersklimaat niet goed was, vanwege oneerlijke<br />

concurrentie op de markt of omdat ze geen toegang tot<br />

kapitaal hadden. Ik wilde aanvankelijk in Brussel of bij de<br />

VN proberen om de systemen te veranderen. Maar ik zag<br />

dat er in Nederland geen enkele organisatie was die een<br />

koppeling maakte tussen micro-, meso- en macro-economie.<br />

Ik wilde die niveaus aan elkaar koppelen.’<br />

Hoe kan die koppeling bijdragen aan <strong>vernieuwing</strong> van<br />

ontwikkelingssamenwerking?<br />

EF: ‘Eerlijke handel is in armoedebestrijding cruciaal. Het<br />

ondernemersklimaat is ongunstig voor ondernemers in


10 dubbelinterview anna ChojnaCka en eelCo Fortuijn 11<br />

ontwikkelingslanden. Zij kunnen verwerkte eindproducten<br />

nauwelijks afzetten in het Westen, terwijl het voor het<br />

Westen heel gunstig is om onbewerkte oogst te importeren<br />

uit ontwikkelingslanden. <strong>Echte</strong> armoedebestrijding vindt<br />

pas plaats als mensen in ontwikkelingslanden hun producten<br />

ter plekke kunnen verwerken tot eindproducten en<br />

vervolgens aan ons kunnen verkopen.’<br />

Maar er zijn toch diverse ontwikkelingsorganisaties die<br />

lobbyen voor eerlijke handel?<br />

EF: ‘Klopt, maar ik zie nog te weinig successen. Dat kan<br />

ook niet zolang er geen aanpassingen komen in de macroeconomie.<br />

Daar ligt de echte uitdaging. De minister van<br />

Economische Zaken is eigenlijk de minister voor Ontwikkelingssamenwerking,<br />

want híj sluit handelsakkoorden.<br />

Als in die verdragen niet de juiste afspraken worden<br />

‘je hoeFt geen<br />

direCteur te zijn<br />

om leider te zijn<br />

binnen je<br />

organisatie’<br />

gemaakt, kun je net zo<strong>veel</strong> projecten opstarten als je wilt,<br />

maar bereik je niets.’<br />

Anna, welke <strong>vernieuwing</strong> is volgens jou hoognodig?<br />

AC: ‘Ontwikkelingsorganisaties en medewerkers moeten<br />

meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid krijgen. Een<br />

voorbeeld: in de ontwikkelingssector wordt eindeloos<br />

gerapporteerd. En elke keer als ontwikkelingssamenwerking<br />

weer ter discussie staat, bedenkt men weer een nieuwe<br />

manier van verslaglegging. Daar <strong>gaat</strong> erg <strong>veel</strong> tijd in zitten<br />

en uiteindelijk weten medewerkers nóg niet of ze de juiste<br />

dingen hebben gedaan op de best mogelijke manier.’<br />

EF: ‘Als de Keuringsdienst van Waren een restaurant komt<br />

controleren, zou ze in theorie drie dagen bezig kunnen zijn<br />

om alles te checken. Dat is natuurlijk niet behapbaar, en<br />

daarom worden er prioriteiten gesteld. Dat zou ook moeten<br />

gebeuren in het verslagleggingsoerwoud waar wij mee te<br />

maken hebben. Maak een shortlist van de belangrijkste<br />

punten, bepaal waar de grootste risico’s liggen en laat<br />

daarover verslag uitbrengen. Op die manier geef je<br />

medewerkers <strong>veel</strong> meer eigen verantwoordelijkheid.’<br />

Over dit soort knelpunten wordt toch gesproken?<br />

AC: ‘Zo ervaar ik het niet. Er vinden <strong>veel</strong> bijeenkomsten<br />

plaats, maar al die gesprekken over <strong>vernieuwing</strong> gaan er<br />

vooral over dat de kritiek op ontwikkelingssamenwerking<br />

niet terecht is. De houding is erg defensief. Dat vind ik<br />

teleurstellend.’<br />

Men constateert wel dat het anders moet.<br />

AC: ‘Maar niemand pakt het leiderschap op. Niemand zegt:<br />

en nu gaan we het anders doen.’<br />

Wie zou dat leiderschap <strong>dan</strong> moeten oppakken?<br />

AC: ‘Medewerkers van organisaties. Zij hebben ontzettend<br />

<strong>veel</strong> kennis in huis. Zij kunnen een <strong>veel</strong> belangrijkere rol<br />

spelen <strong>dan</strong> ze nu doen. Je hoeft geen directeur te zijn om<br />

leider te zijn binnen je organisatie.’<br />

Maar een medewerker is ook maar een medewerker. Hij<br />

kan niet zomaar zijn organisatie overhoop halen, laat<br />

staan de hele ontwikkelingssector.<br />

AC: ‘Verkijk je daar niet op. Geef medewerkers vrijheid en<br />

ze kunnen wel degelijk een belangrijke rol spelen. Het zou<br />

bijvoorbeeld een heel goede verbetering zijn als ontwikkelingsorganisaties<br />

hun data beschikbaar zouden stellen.<br />

“Raw data now” is de slogan van Tim Berners-Lee, de<br />

oprichter van het world wide web. Hij stelt dat Web 3.0 een<br />

wereld zal zijn waarin iedereen zijn data beschikbaar stelt<br />

en waarin systemen onderling met elkaar communiceren.<br />

Als je zoiets op de juiste manier inzet, zou dat goed zijn<br />

voor ontwikkelingslanden: je weet <strong>dan</strong> met één druk op de<br />

knop welke organisatie met welke projecten bezig is en wat<br />

er drie straten <strong>verder</strong>op gebeurt.’<br />

Het CIDIN heeft een ngo-database ontwikkeld. Hierin<br />

kun je per land bekijken welke ngo’s er actief zijn.<br />

AC: ‘Zo’n database is wel erg traditioneel opgezet. Het<br />

grote verschil is dat de onderzoekers van het CIDIN, hoe<br />

goed ze ook zijn, een selectie maken van data en die<br />

presenteren. Je krijgt dus per definitie een beperkt wereldbeeld<br />

te zien. Bij het beschikbaar stellen van data <strong>gaat</strong> het<br />

erom dat iedereen mee kan doen, dat het een open systeem<br />

is. Een goed voorbeeld is Ushahidi. Deze website is opgezet<br />

door een mensenrechtenactiviste in Kenia ten tijde van de<br />

onlusten na de verkiezingen in 2008. Iedereen kon met zijn<br />

mobiele telefoon melden waar er op dat moment gevochten<br />

werd en wie daarbij overleed.<br />

Zo’n systeem kon ook worden ingezet in Haïti. Vlak na<br />

de aardbeving werden er <strong>veel</strong> verkrachtingen gemeld. Je<br />

kunt met dit systeem in potentie meteen zien of die bijvoorbeeld<br />

in de buurt van militaire barakken plaatsvinden.<br />

Die rauwe real life-weergave van de wereld is typisch voor<br />

de 2.0-benadering. Die verdringt de bewerkte beelden die<br />

wij gewend zijn.’<br />

Hoe moeten medewerkers hierin een voortrekkersrol<br />

spelen?<br />

AC: ‘Binnen de organisatie zijn medewerkers experts op hun<br />

terrein. Zij weten vaak prima wat er nodig is, maar hebben<br />

te maken met beperkte budgetten en tijd. Wat zou er mooier<br />

zijn <strong>dan</strong> gebruik te kunnen maken van alle expertise en<br />

middelen buiten de organisatie, bij concullega’s, lokale<br />

mensen, vrijwilligers? Een belangrijk onderdeel is ook het<br />

beschikbaar stellen van de eigen informatie en expertise.<br />

Het moet wel een zelforganiserend proces zijn. Je moet als<br />

organisatie niet beslissen: komende week gaan we onze<br />

kennis over onderwijs beschikbaar stellen. Je moet dit<br />

soort processen durven los te laten. Laat het over aan de<br />

betrokkenen.’<br />

Ik kan me voorstellen dat organisaties er niet op zitten<br />

te wachten dat medewerkers zomaar data en kennis<br />

beschikbaar stellen.<br />

EF: ‘Je kunt erover vergaderen of je dit wilt of niet, maar<br />

ondertussen ontstaan dit soort systemen twee deuren<br />

<strong>verder</strong>op vanzelf. Je moet het loslaten, het gebeurt<br />

gewoon.’<br />

AC: ‘Ik denk dat er ontzettend <strong>veel</strong> is wat medewerkers<br />

beschikbaar mogen stellen zonder dat ze op het matje<br />

geroepen worden. Het punt is meer dat nog onvoldoende<br />

mensen inzien dat dit ergens toe dient.’<br />

Maar het is toch logisch als organisaties koudwatervrees<br />

hebben?<br />

EF: ‘Natuurlijk. Kennis is erg belangrijk in de ontwikkelingssector,<br />

dus die wil je niet zomaar delen. Bovendien worden<br />

je zwakke kanten zichtbaar en dat is natuurlijk niet altijd<br />

wenselijk.’<br />

AC: ‘Terwijl dat juist de essentie van het systeem is.’<br />

EF: ‘Ja, maar je wilt vertrouwelijke of gevoelige informatie<br />

natuurlijk niet blootleggen. Bovendien kun je te maken<br />

hebben met minischandaaltjes. Als een organisatie tien<br />

dingen goed doet en één ding verkeerd, krijgt ze het<br />

meteen voor haar kiezen. Ik ben vóór het beschikbaar<br />

stellen van data, maar ik denk dat je niet zomaar álle<br />

informatie open moet gooien.’<br />

AC: ‘Misschien niet, nee. Maar ik heb het vooral over data<br />

als: hoe bouw je een goed irrigatiesysteem, hoe ondersteun<br />

je een school, wat werkt er als je een kliniek bouwt? Veel<br />

mensen houden zich met hetzelfde bezig en zouden dus<br />

gebaat kunnen zijn bij elkaars kennis. Informatie delen<br />

<strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong> <strong>dan</strong> je declaraties inzichtelijk maken.’<br />

Er wordt toch best <strong>veel</strong> informatie beschikbaar gesteld?<br />

AC: ‘Ja, maar vaak wordt die informatie zo aangeboden dat<br />

je er niets mee kunt: er is bijvoorbeeld een analyse van de<br />

gegevens gemaakt. Leuk, maar daardoor <strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> informatie<br />

verloren die voor jou interessant had kunnen zijn. Of het<br />

staat in een dik rapport. Dat is enorm ouderwets. Jongeren<br />

gaan dat soort informatie niet nalezen, die verwachten dat<br />

ze die op internet kunnen vinden.’<br />

Al die organisaties die zo hun best doen om 2.0 te<br />

worden, lopen dus eigenlijk achter de feiten aan?<br />

AC: ‘De ontwikkelingen gaan snel. Twee jaar geleden<br />

twitterde nog niemand, nu bijna iedereen. Ik kan me<br />

voorstellen dat het voor gevestigde organisaties lastig is<br />

om dit soort ontwikkelingen bij te benen. Wij kunnen het<br />

ook nauwelijks bijhouden.’<br />

Draagt Web 2.0 wel iets bij voor ontwikkelingsorganisaties?<br />

Leuk dat iedereen mag meepraten via Twitter of<br />

Hyves, maar zet dat zoden aan de dijk?<br />

EF: ‘Het is eigenlijk grassroots voor gevorderden. Je moet<br />

niet onderschatten wat het kan betekenen als <strong>veel</strong> mensen<br />

achter een initiatief staan, een mening delen of een discussie<br />

voeren.’<br />

AC: ‘En vergeet niet dat het meer is <strong>dan</strong> alleen mensen<br />

Sinds december is Eelco Fortuijn (1970) directeur van<br />

Goede Waar & Co, de consumentenorganisatie voor<br />

duurzaam consumeren. Voorheen was hij directeur van<br />

Fairfood. Deze organisatie, die campagne voert tegen<br />

armoede en honger, heeft hij in 2000 opgericht. Ook<br />

zette hij het project ‘Happietaria’ op. Happietariarestaurants<br />

zijn tijdelijk, ze worden gerund door<br />

studenten en de opbrengst <strong>gaat</strong> naar een goed doel.<br />

Eelco is bovendien oprichter en voorzitter van Clubfair,<br />

een broedplaats voor nieuwe ideeën op het gebied van<br />

duurzaamheid en fairness.<br />

Eelco is afgestudeerd als bedrijfskundige aan de<br />

Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is lid van de<br />

stuurgroep van het MVO-Platform en zit in het College<br />

van deskundigen van Milieukeur agro/food van SMK en<br />

in het bestuur van de organisatie tegen mensenhandel<br />

StopTheTraffik.<br />

Anna Chojnacka (1979) heeft in 2007 samen met Bart<br />

Lacroix de 1%CLUB opgericht en is sindsdien samen<br />

met hem directeur. Ze is lid van Worldconnectors, een<br />

denktank voor internationale vraagstukken. Voorheen<br />

werkte ze als campagneleider voor Fair Trade Original en<br />

als onderzoeker/adviseur voor de gemeente Amsterdam.<br />

In 2003 was ze jongerenvertegenwoordiger bij de<br />

Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ze is<br />

aan de Universiteit van Amsterdam afgestudeerd in<br />

internationale betrekkingen en volgde de minor ontwikkelingsstudies.


12 dubbelinterview<br />

mee laten praten. Een systeem als Wikipedia lijkt heel<br />

spontaan, maar er zijn <strong>veel</strong> personen bij betrokken die een<br />

strakke regie voeren. Zij kunnen zelfs de knop uitzetten<br />

als ze dat nodig vinden. Helemaal anarchistisch is het dus<br />

niet. Binnen een goed werkend systeem wordt de standaard<br />

hooggehouden.’<br />

Vaak zijn het jonge one issue-clubs die Web 2.0 slim<br />

toepassen en nadenken over steeds <strong>verder</strong>gaande<br />

toepassingen. Zijn dit soort organisaties niet te simpel<br />

in hun aanpak?<br />

EF: ‘Veel van wat wij vanzelfsprekend vinden – vrouwen-<br />

stemrecht, een betaalbare tramrit, persvrijheid – is ooit<br />

bevochten door een one issue-club. Je moet dit soort<br />

organisaties zien als stappen richting een betere samenleving.’<br />

AC: ‘Je kunt het ook omgekeerd bekijken. Grote organisaties<br />

willen soms alles tegelijk doen. Is dat goed?’<br />

Armoede is nu eenmaal geen eenvoudig vraagstuk.<br />

AC: ‘De discussie <strong>gaat</strong> steeds over wat er belangrijker<br />

is, onderwijs of landbouw of wat <strong>dan</strong> ook. Maar dat is<br />

de verkeerde discussie. Alles is belangrijk. Want als je<br />

hoogopgeleid bent maar ziek wordt, ga je dood aan een<br />

stomme infectie die je voor één euro had kunnen oplossen.<br />

Veel one issue-clubs die slim gebruik maken van de nieuwe<br />

mogelijkheden, kunnen samen een zinvolle bijdrage<br />

leveren.<br />

Clay Sharky [auteur van Here Comes Everybody: The<br />

Power of Organizing Without Organizations, MA] stelt dat er<br />

heel nieuwe organisatievormen ontstaan: in de toekomst<br />

word je niet meer beperkt door geld en tijd, omdat het<br />

aantal medewerkers <strong>dan</strong>kzij Web 2.0 en 3.0 in theorie<br />

oneindig is. De uitdaging is om daaraan mee te doen en je<br />

kansen te verbreden. Ik denk dat er ook binnen gevestigde<br />

ontwikkelingsorganisaties heel <strong>veel</strong> mensen werken die<br />

dit heel interessant vinden. Iedereen wil dat zijn eigen<br />

inspanning tot een beter resultaat leidt.’<br />

Op dit moment zijn <strong>veel</strong> burgers bereid om fair voedsel<br />

te kopen of om zich in te zetten voor kleinschalige<br />

‘inFormatie delen<br />

<strong>gaat</strong> <strong>veel</strong> <strong>verder</strong><br />

<strong>dan</strong> deClaraties<br />

inziChtelijk<br />

maken’<br />

initiatieven. Is die mondiale betrokkenheid volgens<br />

jullie een voorbijgaande hype?<br />

EF: ‘Nee, we zijn net begonnen. Het potentieel is nog <strong>veel</strong><br />

groter. Op dit moment ontstaan juist de tools om dat poten-<br />

tieel te verzilveren.’<br />

Wat kan Web 2.0 of 3.0 hierin betekenen?<br />

EF: ‘Het wordt steeds eenvoudiger om informatie over een<br />

onderwerp te krijgen. Als jij kinderarbeid bijvoorbeeld<br />

een issue vindt, kun je dat heel snel relateren aan alles<br />

om je heen. Bijvoorbeeld in de winkel: is dit product door<br />

kinderen vervaardigd?’<br />

AC: ‘Allemaal met je smartphone natuurlijk.’<br />

EF: ‘Beschikbare informatie over kinderarbeid moet voor de<br />

consument natuurlijk niet te complex zijn. Liefst samengevat<br />

in drie aandachtspunten. Dit soort toepassingen zullen<br />

de komende jaren <strong>verder</strong> worden ontwikkeld. Ik geloof<br />

bijvoorbeeld ook dat er in een 2.0- of 3.0-wereld een<br />

meritocratische schaduwwaarde ontwikkeld zal worden.’<br />

Een wát?<br />

EF: ‘Ik stel mijzelf al heel lang de vraag hoe je de echte<br />

waarde van dingen inzichtelijk kunt maken. Geld is eigenlijk<br />

een dom, archaïsch telraam. Veel consumenten hebben<br />

allang andere waarden, zoals klimaat en kinderarbeid, op<br />

basis waarvan ze beslissen of ze een product willen kopen.<br />

Deze waarden kunnen ook commercieel ingezet worden. Een<br />

product waarvoor kinderen zijn uitgebuit, zou in dat geval<br />

bijvoorbeeld achttien keer zo duur moeten worden. Dat wil<br />

je natuurlijk niet kopen. We moeten het telraam relatief<br />

slimmer maken.’<br />

AC: ‘Ik zie dit soort ontwikkelingen als een revolutie.<br />

Daarom denk ik ook dat het niet zonder slag of stoot zal<br />

gaan. Elke revolutie doet pijn. Ik voorzie nog <strong>veel</strong> onrust.’<br />

Wat voor onrust?<br />

AC: ‘Een steeds groter wordende groep mensen ziet in dat<br />

dit soort ontwikkelingen nodig is. Maar politici zijn hier<br />

helemaal niet mee bezig. Ze kijken vooral naar kortetermijnoplossingen.<br />

Zelfs als het <strong>gaat</strong> over de kredietcrisis:<br />

niemand durft het systeem aan te pakken. Waar wij het<br />

hier over hebben, is een nieuwe manier van denken en<br />

werken. Dat soort veranderingen vraagt <strong>veel</strong> van mensen.<br />

Voor echte verandering moet je je ego opzijzetten. Dat is<br />

moeilijk, maar noodzakelijk.’<br />

EF: ‘Ik denk wel dat deze ontwikkelingen – hoe<strong>veel</strong><br />

moeite ze ook kosten – niets veranderen aan de mondiale<br />

betrokkenheid. Die zal er toch wel zijn.’<br />

Zowel de 1%CLUB als Fairfood zitten sinds kort in de<br />

IMPACT-alliantie, een samenwerkingsverband in het<br />

kader van het nieuwe Medefinancieringsstelsel. Ook<br />

Oxfam Novib zit daarin. Zijn jullie niet bang dat er<br />

water bij de wijn moet vanwege die samenwerking?<br />

AC: ‘Die vraag hebben wij onszelf natuurlijk ook gesteld.<br />

Maar wij denken altijd in mensen, niet in organisaties.<br />

Als er bij een organisatie voldoende mensen werken die<br />

begrijpen waar wij mee bezig zijn, kan zo’n samenwerking<br />

prima. Bovendien is het netwerk belangrijk: Oxfam<br />

Novib heeft in heel <strong>veel</strong> landen een groot netwerk, wij<br />

kunnen daarvan gebruikmaken. Op onze beurt gaan we de<br />

bestaande netwerken versterken en effectiever maken.’<br />

EF: ‘Het is heel gezond om een grote organisatie te<br />

koppelen aan een flexibel pioniersclubje. Je kunt niet<br />

zonder elkaar, je kunt zelfs van elkaar profiteren. Bij kleine,<br />

flexibele organisaties ontstaan spontaan <strong>veel</strong> leuke ideeën.<br />

Binnen een partnership kan een geïnstitutionaliseerde<br />

organisatie daarvan makkelijk profiteren. Binnenshuis<br />

zouden dat soort out-of-the-box initiatieven toch vaak kapot<br />

gediscussieerd worden.’<br />

Maar beperken dit soort partnerschappen je niet in je<br />

vrijheid?<br />

EF: ‘Ja, er schuilt ook een gevaar in. Hoe meer<br />

samenwerkingsverbanden, hoe lastiger een kritisch<br />

geluid of een eigenzinnige strategische beslissing. Het is<br />

belangrijk dat iedereen zijn eigen smaakje blijft houden.<br />

Een voorbeeld: Fairfood werkte net als Fair Trade, Max<br />

Havelaar en Albert Heijn samen met ICCO. Op een gegeven<br />

moment vergeleken wij Fair Trade- met AH-producten. Daar<br />

was Fair Trade niet blij mee. En AH ook niet. Ze gingen<br />

allebei klagen bij ICCO. Ik heb toen uitgelegd dat we<br />

weliswaar <strong>samenwerken</strong>, maar dat dat in mijn ogen niet<br />

wil zeggen dat je het op alle punten met elkaar eens bent.<br />

Je draagt geen verantwoordelijkheid voor het beleid van<br />

de ander. Ik hoop dat Frank [van der Linde, de huidige<br />

directeur van Fairfood, MA] en ook Anna ervoor knokken<br />

dat ze binnen de samenwerking met Oxfam Novib hun eigen<br />

ding kunnen blijven doen.’<br />

Voor <strong>vernieuwing</strong> is het ook belangrijk dat er nieuw<br />

bloed in de ontwikkelingssector komt. Maar voor net<br />

afgestudeerden is het vaak lastig een baan te vinden<br />

bij een ontwikkelingsorganisatie. Hoe zit dat bij jullie<br />

organisatie?<br />

EF: ‘Wij hebben geen geld om <strong>veel</strong> mensen aan te nemen,<br />

maar er werken bij ons wel <strong>veel</strong> onbetaalde krachten. Wat<br />

daar zo leuk aan is? Er ontstaat geen gat op je cv en het<br />

is een enorme leerervaring. Je werkt mee als volwaardig<br />

medewerker, er is een functieomschrijving voor wat je<br />

doet, er worden gesprekken gevoerd over je persoonlijke<br />

ontwikkelingsplannen. Die verantwoordelijkheden maken<br />

het interessant.’<br />

AC: ‘Bij ons zijn ook onbetaalde banen beschikbaar. In<br />

tegenstelling tot als je als vrijwilliger voor een grote<br />

organisatie werkt, krijg je ook bij ons meteen <strong>veel</strong> verantwoordelijkheid.<br />

Wij hanteren de Obama-aanpak: wij<br />

bedenken niet voor jou wat je moet doen, maar je krijgt<br />

de vrijheid om je van je beste kant te laten zien. Dankzij<br />

die ervaring krijgen onze vrijwilligers uiteindelijk best<br />

gemakkelijk een baan.’<br />

EF: ‘En als iemand zich als vrijwilliger bewezen heeft, is dat<br />

ook voor je eigen organisatie een pre. Stel, hij solliciteert<br />

op een betaalde functie, <strong>dan</strong> weet je wat je met hem in huis<br />

zou halen.’<br />

AC: ‘Grotere organisaties zouden meer onbetaalde<br />

werkplekken en stages moeten creëren. Die zijn er nu te<br />

weinig. Dat is frustrerend voor pas afgestudeerden.’<br />

EF: ‘Of ze moeten zélf iets starten.’<br />

AC: ‘Haha, ja, dat kan altijd.’<br />

anna ChojnaCka en eelCo Fortuijn 13<br />

Voor meer informatie over<br />

de 1%CLUB, Fairfood en<br />

Goede Waar & Co, kijk op<br />

www.1procentclub.nl,<br />

www.fairfood.nl en<br />

www.goedewaar.nl.


Gender Mainstreaming in Projects<br />

and Programmes<br />

13 - 24 September 2010<br />

Have your projects been developed in a gender<br />

sensitive way? What about their implementation?<br />

Feeling room for improvement? Yes! Then this<br />

course can help you, your staff or your partner.<br />

This gender mainstreaming course focuses on the<br />

participant as change agent in his/her organisation<br />

and devotes attention to all phases of the<br />

project cycle. It discusses gender mainstreaming<br />

considerations at individual, programme and<br />

organisational level. You will also visit Dutch<br />

organisations to explore gender mainstreaming<br />

in the Dutch context.<br />

Visit: www.mdf.nl/gmpp-nl<br />

Het 25-ste MDF jaarrapport<br />

is beschikbaar op de website,<br />

of op aanvraag.<br />

Training Opportunities<br />

MDF Training Consultancy | E mdf@mdf.nl | W www.mdf.nl<br />

Management Course for Development Practitioners<br />

4 - 29 October 2010<br />

Searching for ways to enhance your performance as a project or<br />

programme manager? This course will provide you with a selection<br />

of management theories, practical instruments and personal<br />

competencies related to the following areas:<br />

1. your competencies as a manager<br />

2. the life cycle of a project/programme, related to<br />

the current international aid effectiveness agenda<br />

3. the functioning of your organisation and the<br />

influences of the context in which it operates.<br />

MDF provides this course in two parallel language groups: English<br />

and French. If you, as a Dutch organisation, register a participant<br />

from your partner organisation in the South, we will grant you a<br />

10% discount on the course fee of € 5,440.<br />

Visit: www.mdf.nl/pmc-nl<br />

<br />

tekst Ilse Zeemeijer<br />

ruim baan voor<br />

starters?<br />

ja/nee*<br />

Hoe ‘jong’ zijn ontwikkelingsorganisaties? Investeren ze<br />

genoeg in het aantrekken en vasthouden van talentvolle<br />

starters? Vice Versa onderzocht door middel van een<br />

enquête de carrièrekansen van jongeren in de sector.<br />

Conclusie: men wil wel, maar ziet beren op de weg.<br />

* doorhalen wat niet<br />

van toepassing is op<br />

uw organisatie<br />

In de enquête, die door twaalf organisaties werd ingevuld,<br />

vroegen we allereerst naar het percentage werknemers<br />

jonger <strong>dan</strong> 35 jaar. De resultaten laten een divers beeld<br />

zien. International Child Support (ICS, 62%), Woord en<br />

Daad (56%) en ZOA Vluchtelingenzorg (45%) vormen de top<br />

drie als het <strong>gaat</strong> om de hoogste percentages jongeren in de<br />

gelederen; Cordaid (23%), Plan Nederland (20%) en SNV<br />

(11%) scoren het laagst (zie de tabel op bladzijde 16). Toch<br />

haast Els Hekstra, directeur van ICS, zich om de uitkomsten<br />

te relativeren. ‘Begin 2007 hebben wij voor het eerst subsidie<br />

van het ministerie gekregen, waardoor <strong>veel</strong> nieuwe posities<br />

bij ICS zijn ontstaan. Dan is het logisch dat je jonge mensen<br />

aanneemt. Andere organisaties als Hivos of ICCO zitten juist<br />

in een fase waarin ze werknemers moeten ontslaan.’<br />

Plan Nederland behoort tot de twee organisaties met<br />

relatief gezien de minste werknemers van onder de 35 jaar.<br />

‘Er is binnen onze organisatie weinig ruimte voor jongeren<br />

van-wege de beperkte doorstroming van werknemers’,<br />

verklaart Jan Jaap Kleinrensink, directeur Internationale<br />

Programma’s. Wel zit Plan in de top drie organisaties met een<br />

relatief jonge directie. De gemiddelde leeftijd van de directie<br />

van Plan is 45 jaar, net als die van Woord en Daad en ICS.<br />

Bij NCDO (54 jaar), ICCO (55 jaar) en Hivos (57 jaar) is dat<br />

gemiddelde het hoogst.<br />

doorstroming<br />

Kleinrensink vindt dat het voor de doorstroming en <strong>vernieuwing</strong><br />

binnen de ontwikkelingssector goed zou zijn om<br />

een code af te spreken over de zittingstermijn van directieleden.<br />

‘Het is voor een organisatie goed als er doorstroming<br />

plaatsvindt op alle niveaus, en zeker ook aan de top. De<br />

directie kan een voorbeeld nemen aan de politiek. Een<br />

zittingstermijn van vier jaar is normaal, een tweede termijn<br />

moet altijd kunnen, maar na acht jaar vind ik wel dat je je<br />

kritisch mag afvragen of je nog steeds de juiste man of vrouw<br />

bent op de juiste plaats.’ Els Hekstra is het met Kleinrensink<br />

eens, maar vreest dat zo’n code praktisch niet haalbaar is:<br />

‘Ik ben bang dat je <strong>dan</strong> al snel wordt beschuldigd van leeftijdsdiscriminatie.’<br />

enquete 15<br />

Het tweede deel van ons onderzoek richt zich op het personeelsbeleid<br />

van ontwikkelingsorganisaties. Hebben ze een<br />

officieel beleid wat betreft het aannemen van starters in de<br />

sector? En wordt er geïnvesteerd in loopbaantrajecten?<br />

Ron van Huizen, directeur van Terre des Hommes (plaats 5 op<br />

de lijst van ‘jongste’ organisaties), vertelt dat zijn organisatie<br />

bij vacatures vaak een duidelijke voorkeur heeft voor jonge<br />

mensen, on<strong>dan</strong>ks dat dit niet formeel is vastgelegd. ‘We<br />

krijgen graag nieuw bloed binnen. Geen jobhoppers, maar wel<br />

mensen die nog niet te <strong>veel</strong> zijn vastgeroest in de ontwikkelingssamenwerking.<br />

Nieuw elan vinden wij heel belangrijk,<br />

omdat dat past bij onze manier van werken.’<br />

Voor Woord en Daad is een relatief jonge organisatie<br />

(56%) geen bewuste keuze, maar toch is er voor ‘kansrijke’<br />

jongeren zeker ruimte. ‘Ook gezien het kostenaspect zijn<br />

wij gespitst op jonge mensen. Tot nu toe heeft dat prima<br />

resultaten opgeleverd’, vertelt HRM-medewerker Herman<br />

Hendriks.<br />

leergierig<br />

De huidige generatie jonge professionals wordt ook wel de<br />

‘screenagers-generatie’ genoemd. Juist deze generatie is<br />

‘uitermate leergierig’ en heeft behoefte aan mogelijkheden<br />

om zich <strong>verder</strong> te ontwikkelen, blijkt uit een rapport van<br />

organisatieadviesbureau CBE Nederland. Hanneke Smaling,<br />

consultant bij CBE, legt uit dat loopbaantrajecten en opleidingsmogelijkheden<br />

noodzakelijk zijn voor het ‘optimaal<br />

en duurzaam inzetbaar houden van werknemers’ binnen een<br />

organisatie. ‘Je zult hiervoor maatwerk moeten leveren. Het<br />

is niet zo dat je voor iedereen hetzelfde kunt regelen.’ Ons<br />

onderzoek laat echter zien dat het bij <strong>veel</strong> organisaties wat<br />

dit betreft aan maatwerk schort. Loopbaantrajecten en specifiek<br />

beleid voor het aannemen van starters zijn er maar weinig.<br />

Dit wordt door de organisaties ook niet wenselijk gevonden,<br />

omdat het <strong>gaat</strong> om de ‘juiste persoon op de juiste functie’.<br />

Jan Jaap Kleinrensink van Plan Nederland zegt dat<br />

specifiek beleid voor starters niet past bij het vraaggestuurd<br />

werken van de ontwikkelingssector. ‘Ons bestaansrecht is<br />

het oplossen van problemen in ontwikkelingslanden. Als<br />

ontwikkelingorganisaties rekening moeten gaan houden met<br />

de slechte arbeidsmarkt voor Nederlandse starters in deze<br />

sector, schieten we ons doel voorbij en werken we niet meer<br />

vraaggestuurd.’<br />

Een van de weinige officiële programma’s voor jongeren<br />

om een baan in de ontwikkelingssector te vinden is de<br />

Advanced Master in International Development van het CIDIN<br />

(het Centrum voor Internationale Ontwikkelingsvraagstukken<br />

van de Radboud Universiteit in Nijmegen) die jaarlijks aan<br />

dertig net afgestudeerden de mogelijkheid biedt om de<br />

gevraagde ervaring in de sector op te doen. Deze trainees<br />

werken vier dagen per week bij een organisatie en gaan<br />

één dag naar de universiteit voor studie en onderzoek. De<br />

kans bestaat dat zij na het afronden van hun opleiding<br />

mogen blijven, mits er functies vacant zijn. Organisaties die<br />

deelnemen aan dit programma zijn onder andere Hivos, ICS,<br />

ICCO en Oxfam Novib.<br />

SNV heeft een eigen Young Professionals-programma om<br />

‘talentvolle jonge medewerkers aan SNV te binden’. Hiervoor<br />

komen jongeren uit binnen- en buitenland met een relevante<br />

studieachtergrond en één tot twee jaar werkervaring in aan-<br />

merking. ZOA Vluchtelingenzorg biedt elk jaar aan vijf trainees<br />

de kans om werkervaring in het buitenland op te doen.


16 enquete<br />

1 a ) Hoe<strong>veel</strong> Nederlanders zijn bij uw organisatie in dienst, in Nederland en in het<br />

buitenland, inclusief werknemers met een tijdelijk contract?<br />

1 b ) Hoe<strong>veel</strong> van hen zijn onder de 35 jaar?<br />

Organisatie<br />

Aantal in dienst<br />

Onder 35 jaar<br />

Percentage onder 35 jaar<br />

Organisatie<br />

Aantal in dienst<br />

Onder 35 jaar<br />

Percentage onder 35 jaar<br />

2) Leeftijd van<br />

de directie<br />

1) ICS<br />

16<br />

10<br />

62,5%<br />

7) Oxfam Novib*<br />

391<br />

104<br />

26,6%<br />

ICS<br />

Plan Nederland<br />

Woord en Daad<br />

Terre des Hommes<br />

SNV<br />

Oxfam Novib<br />

Unicef<br />

ZOA<br />

Cordaid<br />

NCDO<br />

ICCO<br />

Hivos<br />

2) Woord en Daad<br />

66<br />

37<br />

56,1%<br />

8) ICCO<br />

275<br />

73<br />

26,5%<br />

Organisatie<br />

Gem.<br />

leeftijd<br />

directie Directeur (leeftijd)<br />

45<br />

45,5<br />

45,5<br />

47,5<br />

48,5<br />

49,3<br />

52<br />

53<br />

54<br />

54<br />

55,5<br />

56<br />

Els Hekstra (50)<br />

Tjipke Bergsma (54)<br />

Jan Lock (54)<br />

Ron van Huizen (61)<br />

Dirk Elsen (50)<br />

Farah Karimi (49)<br />

Jan Bouke Wijbrandi (57)<br />

Johan Mooij (53)<br />

Rene Grotenhuis (59)<br />

Frans van den Boom (54)<br />

Jack van Ham (59)<br />

Manuela Monteiro (60)<br />

Aantal jaren<br />

in dienst<br />

8<br />

4<br />

16<br />

14,5*<br />

7,5<br />

2<br />

1,5<br />

2<br />

7<br />

sinds 15 juli 2010<br />

9**<br />

8<br />

* (vertrekt 1 maart 2011)<br />

** (vertrekt 1 januari 2011)<br />

3) Hoe<strong>veel</strong> werknemers van onder de 30 heeft uw organisatie de afgelopen drie jaar<br />

in Nerderland aangenomen?<br />

Terre des Hommes 4 4<br />

Plan Nederland 7 7<br />

Woord en Daad 15 14<br />

ZOA 18 16<br />

Unicef 15 12<br />

Cordaid 29 21<br />

ICS 10 6<br />

ICCO* 55 30<br />

Hivos ** 11<br />

Oxfam Novib *** 34<br />

NCDO 24 16<br />

SNV**** 244 206<br />

3) ZOA<br />

79<br />

33<br />

41,8%<br />

9) Hivos<br />

136<br />

33<br />

24,3%<br />

4) NCDO<br />

86<br />

32<br />

37,2%<br />

10) Cordaid<br />

308<br />

66<br />

23,5%<br />

5) Terre des Hommes<br />

33<br />

12<br />

36,4%<br />

11) Plan Nederland<br />

85<br />

17<br />

20%<br />

6) Unicef<br />

99<br />

30<br />

30,3%<br />

12) SNV<br />

234<br />

25<br />

10,7%<br />

* Oxfam Novib heeft geen aparte cijfers beschikbaar van het aantal<br />

Nederlanders dat in het buitenland werkt. Deze cijfers representeren<br />

dus zowel de Nederlandse als internationale staf.<br />

aangenomen<br />

nog steeds in dienst<br />

* De cijfers van ICCO waren alleen beschikbaar vanaf 2008<br />

** Gegevens niet te achterhalen door verschillende<br />

personeelsinformatiesystemen<br />

*** Deze gegevens zijn niet beschikbaar<br />

**** SNV heeft geen aparte cijfers over de Nederlandse staf beschikbaar.<br />

Deze cijfers geven zowel de Nederlandse als de lokale staf weer<br />

Slechts twee organisaties bieden talentvolle starters concrete<br />

loopbaantrajecten aan. Zo biedt ZOA Vluchtelingenzorg de<br />

mogelijkheid om een management-traject te volgen. Ook<br />

Hivos biedt met de Hivos Academy een duidelijke loopbaan<br />

aan: van young program officer naar program officer, en<br />

vervolgens van program manager tot bureauhoofd. ‘Maar’,<br />

vertelt Joyce Kuis, werkzaam op de P&O-afdeling van Hivos,<br />

‘met dien verstande dat er een bepaald aantal functies zijn.<br />

Als iedereen blijft zitten op zijn of haar plek, komt er niets<br />

vacant en kunnen we starters dus ook niets aanbieden.<br />

We gaan geen nieuwe functie in het leven roepen om een<br />

starter aan het werk te krijgen.’ Ook SNV geeft aan een<br />

loopbaantraject te hebben, hoewel dit niet formeel is<br />

vastgelegd. Het is mogelijk om van junior naar medior en<br />

tot slot senior te groeien, en als adviseur van land en sector<br />

te wisselen.<br />

bezuinigingen<br />

Het is duidelijk dat gericht personeelsbeleid op het gebied<br />

van starters niet tot de prioriteiten van ontwikkelingsorganisaties<br />

behoort, zeker in deze tijd van te verwachten<br />

bezuinigingen. Zo had Oxfam Novib een programma opgezet<br />

om talentvolle, recent afgestudeerde hoger opgeleiden<br />

kennis te laten maken met het werken binnen een ontwikkelingsorganisatie.<br />

Dit kennismaken zou gebeuren door<br />

middel van een driejarig traject waarbij de trainee bij ver-<br />

schillende bureaus van Oxfam Novib werkzaam zou zijn,<br />

inclusief een half jaar in het veld. Naast deze werk-<br />

gemma Crijns:<br />

‘organisaties<br />

doen<br />

jongeren én<br />

ziChzelF<br />

tekort’<br />

Vice Versa vroeg Gemma Crijns om een reactie op de<br />

enquête. Crijns, die in de Duurzame Top 100 van dagblad<br />

Trouw en omroep Llink staat als ‘Grande Dame van<br />

het ethisch ondernemen’, noemt de sector ‘behoorlijk<br />

kortzichtig’.<br />

‘Treurig’, vindt Gemma Crijns (60) de resultaten van de<br />

enquête. ‘Als je kijkt naar het aantal werknemers van onder<br />

de 30 jaar dat in de afgelopen drie jaar is aangenomen bij<br />

ontwikkelingsorganisaties, is het beeld heel somber.’<br />

Ontwikkelingsorganisaties noemen meestal het argument dat<br />

het binnen hun sector <strong>gaat</strong> om de juiste mensen op de juiste<br />

plaats. Crijns, die directeur was van het Nyenrode Instituut<br />

voor Bedrijfsethiek en coördinator van het MVO Platform,<br />

vindt dat geen goede verklaring: ‘Niet alle kennis komt uit<br />

ervaring, echt niet. In tegenstelling tot mijn generatie zien<br />

jongeren wat nieuwe ontwikkelingen kunnen betekenen.<br />

Zij stellen de juiste vragen binnen de organisatie en zijn<br />

met hun kennis up-to-date. Het argument dat organisaties<br />

gebruiken past bij de ontwikkelingssamenwerking van 25 of<br />

30 jaar geleden. Toen werden mensen uitgezonden om ter<br />

plekke hun ervaring in te zetten. Maar de sector is inmiddels<br />

veranderd.’<br />

Crijns zegt dat ontwikkelingsorganisaties impliciet<br />

aangeven dat de kwaliteit van hun werk achteruit<strong>gaat</strong> als<br />

zij jongeren aannemen en in hen investeren. ‘Dat vind ik<br />

een zwaktebod en bovendien beledigend naar jongeren<br />

toe.’ Ze vindt dat er juist geïnvesteerd moet worden in jong<br />

talent. ‘De ontwikkelingssector heeft haar mond vol over<br />

zaamheden zou ook een gestructureerd opleidingstraject<br />

aan de trainees worden aangeboden. Maar volgens Elvira<br />

Houtvast van de P&O-afdeling van Oxfam Novib wordt het<br />

programma niet meer uitgevoerd ‘vanwege de teruggang in<br />

subsidie die we tegemoet gaan.’<br />

ambitie<br />

Ook Plan Nederland heeft dit jaar om dezelfde reden ervoor<br />

gekozen om geen trainees meer aan te nemen die de<br />

Advanced Master van het CIDIN doorlopen. ‘De ervaring met<br />

het CIDIN was goed, maar als een organisatie in de krimp zit<br />

en alleen het hoognodige kan doen, en zelfs dát onvoldoende<br />

kan waarmaken, wordt het moeilijk om de trainees serieuze<br />

begeleiding te bieden’, aldus Jan Jaap Kleinrensink. Als het<br />

nieuwe Medefinancieringsstelsel goed uitpakt voor zijn organisatie,<br />

wil Kleinrensink op dit punt wel ‘meer ambitie’ laten<br />

zien.<br />

Ook Joyce Kuis van Hivos geeft aan dat de ontwikkelings-<br />

sector op dit moment de prioriteiten ergens anders heeft<br />

liggen. ‘Dit is geen goed moment om de discussie op te<br />

zwengelen over kansen van starters in de ontwikkelingssamenwerking.<br />

Als je als organisatie een sociaal plan hebt om<br />

afvloeiingsmaatregelen te treffen, wat wil je <strong>dan</strong>? Natuurlijk<br />

weten we dat nieuwe input belangrijk is, maar het moet<br />

wel kúnnen. Als je met je kop op het hakblok ligt, zoals<br />

ontwikkelingsorganisaties, <strong>dan</strong> wil je eerst zorgen dat je eraf<br />

komt. Dan pas is er weer ruimte voor franje.’<br />

enquete 17<br />

Deze enquête is verstuurd naar<br />

15 organisaties. Prisma (geen<br />

respons), de Bernhard van<br />

Leer Foundation en Stichting<br />

DOEN (zien zichzelf niet als<br />

een ontwikkelingsorganisatie)<br />

hebben niet aan de enquête<br />

meegewerkt.<br />

maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daar hoort in<br />

mijn ogen ook heel duidelijk bij dat je jongeren een kans<br />

geeft op deze arbeidsmarkt.’ En met het aanbieden van een<br />

baan houdt het volgens Crijns niet op. ‘Starters moeten nu<br />

alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat ze perspectief<br />

voor zichzelf creëren binnen een organisatie. Maar bij gebrek<br />

aan specifiek opleidingsbeleid kun je ook geen loopbaan<br />

aanbieden. Uit de reacties van de organisaties blijkt dat<br />

ze een concreet loopbaanbeleid voor starters niet nodig<br />

vinden, of het omschrijven als “franje”. Dat vind ik behoorlijk<br />

kortzichtig. Daarmee doen ze jongeren én zichzelf te kort.’<br />

Waar ligt volgens haar de oplossing? ‘Ontwikkelingsorganisaties<br />

zullen eerst dit probleem moeten erkennen en<br />

vervolgens moeten streven naar een juiste mix en diversiteit<br />

van werknemers, ook in leeftijdsopbouw. Ook zou deze<br />

sector <strong>veel</strong> flexibeler met werk moeten omgaan. Geen vaste<br />

contracten meer, bijvoorbeeld. Organisaties moeten een<br />

HRM-beleid ontwikkelen dat bij deze tijd past. Daar is nog<br />

zo <strong>veel</strong> te winnen.’ Ook vindt Crijns dat de sector minder<br />

zou moeten worden bepaald door institutionele belangen.<br />

‘Ontwikkelingssamenwerking kan <strong>veel</strong> efficiënter als je<br />

de kennis en potentie van organisaties door middel van<br />

netwerkconstructies <strong>gaat</strong> delen. Dat is in eerste instantie<br />

ingewikkeld, maar je voorkomt er ook mee dat de hele markt<br />

dicht komt te zitten. Institutionele belangen zijn de dood<br />

in de pot en leiden tot een starre bureaucratische situatie.<br />

Ik zou tegen ontwikkelingsorganisaties willen zeggen:<br />

doorbreek deze vicieuze cirkel.’


18 rondetaFelgesprek<br />

rondetaFelgesprek<br />

’grijp het<br />

podium!’<br />

Bart Veenstra (29)<br />

Advisor/trainer bij het Koninklijk<br />

Instituut voor de Tropen<br />

Sara Kinsbergen (28)<br />

Promovendus aan de<br />

Radboud Universiteit Nijmegen<br />

Sander Labant (28)<br />

Beleidsmedewerker bij Partos<br />

Verie Aarts (26)<br />

Kennismedewerker bij<br />

Oxfam Novib<br />

Je wilt graag zinvol werk doen. En met<br />

genoeg doorzettingsvermogen en geluk<br />

bemachtig je een startersbaan in de<br />

ontwikkelingssector. Maar kun je vervolgens<br />

je ei kwijt? En is er een carrière<br />

voor je weggelegd? Vice Versa nodigde<br />

zes jonge professionals uit om te<br />

discussiëren over de nieuwe generatie<br />

ontwikkelingswerkers.<br />

Fieke Jansen (30)<br />

Junior programme officer bij Hivos<br />

Lukas van Trier (26)<br />

Programmamedewerker bij<br />

Care Nederland Peace Building<br />

young proFessionals 19<br />

tekst Janneke Juffermans<br />

beeld Leonard Fäustle<br />

Tijdens de fotosessie – nog een hele uitdaging voor de fotograaf,<br />

want er staat <strong>veel</strong> wind – wordt er al flink gelachen<br />

en gekletst. Vervolgens lopen we naar de 1%CLUB, waar het<br />

gesprek zal plaatsvinden. Aan tafel schuiven Bart Veenstra<br />

(29, advisor/trainer bij het Koninklijk Instituut voor de<br />

Tropen), Fieke Jansen (30, junior programme officer bij<br />

Hivos), Lukas van Trier (26, programmamedewerker bij Care<br />

Nederland Peace Building), Sander Laban (28, beleidsmedewerker<br />

bij Partos), Sara Kinsbergen (28, promovendus<br />

aan de Radboud Universiteit Nijmegen) en Verie Aarts (26,<br />

kennismedewerker bij Oxfam Novib). De wijn en lekkere<br />

hapjes staan al klaar en daar wordt <strong>dan</strong>kbaar op aangevallen.<br />

Veel mensen komen rechtstreeks van hun werk en hebben<br />

nog niet gegeten. Men heeft weinig aansporing nodig<br />

en de conversatie komt bijna als vanzelf op de onderwerpen<br />

die op de agenda staan. En er wordt regelmatig gelachen.<br />

De nieuwe generatie ontwikkelingswerkers,<br />

bestaat die eigenlijk wel? En zo ja, wat<br />

onderscheidt ze van voorgaande generaties?<br />

Bart steekt enthousiast van wal, zoals hij deze avond vaker<br />

zal doen: ‘Wij zijn geboren in de jaren zeventig en tachtig.<br />

Wij kijken logischerwijs anders tegen ontwikkelingssamenwerking<br />

aan <strong>dan</strong> eerdere generaties. Of dat beter<br />

of slechter is? Binnen ons tijdsbeeld past onze bijdrage.<br />

Omdat wij binnen onze generatie en met de huidige<br />

technologie zijn opgegroeid, zijn we misschien ook wel<br />

degenen die de beste antwoorden hebben op de problemen<br />

van vandaag.’<br />

Fieke vult aan: ‘Ook in <strong>veel</strong> ontwikkelingslanden bestaat<br />

een verschil tussen de oude en de jongere generatie. In<br />

Afrika gebruikt een groep jonge feministen Facebook om<br />

campagne te voeren, de oude generatie vindt dat ze de<br />

straat op moet om haar rechten te claimen. Wij hebben<br />

als jongeren makkelijker toegang tot de jongere generatie<br />

in ontwikkelingslanden. We zoeken op een andere manier<br />

contact en werken anders samen.’


20 rondetaFelgesprek young proFessionals 21<br />

Fieke<br />

bart bart<br />

sara<br />

Bart is het hiermee eens en voegt toe: ‘De doelgroep<br />

waarop de meeste ontwikkelingsorganisaties zich richten<br />

is bovendien jonger <strong>dan</strong> 35: kinderen, mensen die in<br />

opleiding zijn, startende ondernemers. Wij hebben dezelfde<br />

leeftijd als deze doelgroep, dat maakt de communicatie<br />

makkelijker.’<br />

Hierop reageert Lukas, die soms wat verlegen lijkt, maar<br />

met genuanceerde antwoorden komt: ‘Toch denk ik niet<br />

dat we daarom een beter antwoord hebben. Ik geloof in<br />

de connectie tussen de oude en de jongere generatie. Het<br />

onderscheidende van onze generatie krijgt pas waarde in<br />

combinatie met de ervaring van de oudere generatie.’<br />

Fieke relativeert nog meer: ‘Innovatie is niet gelijk aan<br />

jong zijn. Ik ken <strong>veel</strong> jongeren die niet innovatief zijn en<br />

ouderen die dat wél zijn.’<br />

Sander <strong>gaat</strong> weer in op de huidige generatie: ‘Wij onderscheiden<br />

ons door een praktischer idealisme.’ (De anderen<br />

knikken instemmend.) ‘De oudere generatie is meer vanuit<br />

een ideologie bezig met ontwikkelingssamenwerking. Wij<br />

geloven wel in het ideaal, maar de weg er naartoe is nog<br />

open. Daarom reageren we ook minder snel aangevallen als<br />

er kritiek op de sector komt.’<br />

Sara: ‘Dat herken ik wel. Ik noem mezelf ook wel eens een<br />

realistische idealist. Ik hoef niet zo nodig de straat op met<br />

een spandoek. Ik zie bij <strong>veel</strong> jonge mensen een behoefte<br />

om over de sector heen te kijken en samen te werken met<br />

mensen uit andere sectoren, zoals de ICT, het bedrijfsleven.’<br />

Hoe vertaalt het karakter van de nieuwe<br />

generatie zich naar de dagelijkse praktijk?<br />

Verie: ‘Veel van mijn collega’s zeggen dat jongere<br />

medewerkers <strong>veel</strong> kritischer zijn. Wat me ook opvalt is<br />

dat we andere dingen belangrijk vinden: kennis delen en<br />

<strong>samenwerken</strong> met onverwachte partijen.’<br />

Fieke: ‘Wij willen sneller schakelen en dingen doordrukken.<br />

Dan worden we meestal wel een beetje tegengehouden.’<br />

Sara, kritisch: ‘Als dat tegenhouden gebaseerd is op<br />

ervaring vind ik het goed. Als het door cynisme komt, is het<br />

jammer.’<br />

Bart: ‘Ikzelf heb constant het gevoel dat ik te weinig tijd<br />

heb, ik zie dingen liever vandaag veranderen <strong>dan</strong> morgen.<br />

Vandaag zei ik dat ook tijdens een vergadering: “Ik heb te<br />

weinig tijd.” Ineens viel het kwartje en dacht ik: oh ja, ik<br />

mag er natuurlijk ook langer over doen.’ (gelach)<br />

Sander: ‘Dat sluit wel aan bij onze generatie. We zijn wat<br />

verwend, we hebben ook alles makkelijk gekregen. We<br />

zijn er daarom aan gewend dat alles snel kán gaan. In de<br />

ontwikkelingssector hangt een behoorlijke vergadercultuur.<br />

Soms slaat die door in inhoudelijke verhandelingen, terwijl<br />

ík <strong>dan</strong> graag een actiepunt wil vaststellen.’<br />

Hoe kom je binnen in de sector?<br />

Lukas: ‘Ik heb zelf mazzel gehad, maar zie om me heen dat<br />

het wel moeilijk is voor mensen om binnen te komen. Kijk<br />

naar hoe<strong>veel</strong> ervaring er wordt gevraagd. Ervaring die je<br />

eigenlijk alleen kan opdoen met vrijwilligerswerk.’<br />

Ook de meeste andere tafelgenoten zien het eindeloos<br />

tegen een muur aanlopen soms wel bij anderen, maar<br />

herkennen het minder bij zichzelf. Men is het wel eens<br />

over de discrepantie tussen de functie-eisen, datgene waar<br />

een starter redelijkerwijs aan kan voldoen, en dat wat<br />

werkelijk nodig is om een functie goed te kunnen uitvoeren.<br />

Deze drie variabelen lijken niet goed op elkaar te worden<br />

afgestemd.<br />

Sara: ‘Ik heb het idee dat er een groot gat zit tussen aan<br />

de ene kant de hervormingen die doorgevoerd worden in<br />

de sector, de kantelingen en de decentralisatietrend en<br />

aan de andere kant de functie-eisen. Er ontstaan minder<br />

mogelijkheden om in een ontwikkelingsland in de klei te<br />

werken, maar in vacatureteksten wordt daar nog steeds om<br />

gevraagd. Daar zal in de toekomst een probleem ontstaan.<br />

Ik was laatst bij een debat met consultants. Iemand ging<br />

staan en zei: ‘Die jongeren van tegenwoordig… Wij hebben<br />

dertig jaar veldervaring! Waar moet het heen met de sector<br />

als wij straks met pensioen zijn?’ Ik vind het niet meer<br />

van deze tijd om vijftien jaar in het veld te werken om<br />

vervolgens eindelijk aan de kwalificaties te kunnen voldoen<br />

om hier een functie in te nemen.’<br />

Verie vult aan: ‘Het is ook een rare eis, want men <strong>gaat</strong> er<br />

tegelijkertijd vanuit dat al die zuidelijke partners het zelf<br />

heel goed kunnen, maar blijkbaar moeten wij er toch heen<br />

om het voor ze te doen.’<br />

Sara: ‘En wat krijg je <strong>dan</strong>? Mensen die geforceerd bloemen<br />

gaan schilderen op weeshuizen om <strong>dan</strong> toch maar te<br />

kunnen zeggen dat ze die ervaring hebben opgedaan.’<br />

(Hard gelach van de anderen.) ‘Daar heb ik heel <strong>veel</strong> moeite<br />

mee.’<br />

Lukas belicht een andere kant: ‘Er zijn ook steeds meer<br />

organisaties die het gat zien en die bemiddelingsbedrijfjes<br />

oprichten om mensen de kans te geven die bloemen te<br />

schilderen. De vrijwilligers doen allemaal dingen die<br />

misschien goed zijn, maar waar geen controle op is en die<br />

mogelijk niet effectief zijn. Dan heeft de sector er véél<br />

meer aan om mensen met minder ervaring aan te nemen en<br />

onder begeleiding expertise te laten opdoen.’<br />

Bart nuanceert de eis van veldervaring: ‘Ik denk wel dat<br />

buitenlandervaring belangrijk is, maar die hoeft geen<br />

acht jaar lang te hebben geduurd. De wereld is kleiner<br />

geworden. Mensen reizen <strong>veel</strong> meer en de helft van de<br />

bevolking in grote steden is afkomstig uit een ander land.<br />

Ik woonde een jaar in Syrië. Ook daar was de samenleving<br />

heel divers: behalve Syriërs woonden er Soe<strong>dan</strong>ezen,<br />

Jor<strong>dan</strong>iërs, Egyptenaren. Dat was voor mij ook al relevante<br />

ervaring. Bestaat het “exclusieve buitenland” nog wel? De<br />

contacten met de partners verlopen ook anders, vaker via<br />

internet bijvoorbeeld. Om een indruk te krijgen van het<br />

leven van iemand aan de andere kant van de wereld heb je<br />

geen jarenlange buitenlandervaring meer nodig. Met een<br />

televisie, een verre vakantie en een sociaal gevoel kom je<br />

een heel eind!’<br />

Sara, samenvattend: ‘Het <strong>gaat</strong> voornamelijk om wat hier<br />

in Nederland nodig is om het werk te doen. Wat is het<br />

functieprofiel van de ontwikkelingswerker anno 2010?’<br />

Fieke vult aan: ‘Er worden andere competenties<br />

verwacht, er ontstaat een heel ander profiel. Je moet<br />

subsidieaanvragen schrijven voor externe donoren en<br />

kunnen omgaan met de private sector. Zo <strong>veel</strong> meer <strong>dan</strong><br />

alleen maar <strong>samenwerken</strong> met die partners in het Zuiden.’<br />

Welke invloed kun je uitoefenen als je eenmaal<br />

bij een organisatie werkt?<br />

Fieke: ‘Als je jong en fris een grote organisatie binnenkomt,<br />

loop je soms tegen een muur op met je ideeën. Van de oude<br />

generatie kun je leren hoe je die ideeën moet pitchen.<br />

Soms vergeten we dat je eerst moet netwerken om wat meer<br />

draagvlak binnen de organisatie te krijgen.’<br />

Lukas: ‘Je kan ook wel naïef zijn met je vernieuwende idee,<br />

omdat je niet de ervaring hebt dat vergelijkbare dingen zijn<br />

misgegaan.’<br />

Bart: ‘En toch. Soms zeggen collega’s: “Ja, maar dat<br />

hebben we in 1973 al gedaan.” Dat wil niet zeggen dat<br />

we het nu niet opnieuw kunnen proberen, in een nieuwe<br />

omgeving en met een hedendaags sausje erover.’<br />

Sara: ‘Ik denk soms dat we geneigd zijn ons te conformeren<br />

en daarmee de gevestigde structuren in stand houden.<br />

Je komt binnen, één brok energie, en iemand zegt tegen<br />

je: “Leuk, je idee, maar als je het nu zus of zo brengt,<br />

is er meer kans dat je idee aanslaat.” Dan ga je het<br />

herstructureren. Kom je <strong>dan</strong> niet in een keurslijf van de<br />

gevestigde orde terecht? Je kunt ook zeggen: ik denk dat<br />

mijn plan wél vorm kan krijgen, maar niet in de huidige<br />

structuren.’<br />

Sander: ‘Soms moet je onderdeel van het systeem worden<br />

om het te veranderen. Lobbyen. Je kan hard schoppen<br />

tegen structuren, dat is óók een tactiek, maar daarmee krijg<br />

je een andere reactie.’<br />

Bart, glimlachend: ‘In het begin flap je er alles uit, maar<br />

dat kan tegen je werken. Wij dragen bij door het vinden van<br />

nieuwe partners, nieuwe luisterende oren. Daarin kunnen<br />

we wél heel creatief en vernieuwend zijn. Van de oudere<br />

generatie leren we om het op een diplomatieke manier te<br />

doen.’<br />

‘binnen ons<br />

tijdsbeeld past<br />

onze bijdrage’<br />

Verie, ernstig: ‘Ik zit nog even te denken over dat<br />

conformeren en pitchen van ideeën. Ik heb niet het gevoel<br />

dat ik hierin iets van de oudere werknemers kan leren. Ik<br />

vind de sector best conservatief in dit opzicht.’<br />

Fieke verheldert: ‘Het is meer ontastbare kennis die<br />

mensen met ervaring ons doorgeven. Geen dingen die je in<br />

een boekje kunt leren. Bijvoorbeeld hoe je kunt netwerken,<br />

hoe je met partners kunt omgaan, dat soort zaken. Als<br />

je binnen een grote organisatie als Oxfam Novib iets wilt<br />

doorvoeren, moet je lobbyen om draagvlak te krijgen.<br />

Anders kun je het beste voor jezelf beginnen, of het buiten<br />

de grote organisaties doen. Dat gebeurt ook steeds vaker,<br />

dat mensen zeggen: <strong>dan</strong> doe ik het toch zélf?’<br />

Verie: ‘Ik denk dat er <strong>veel</strong> jongeren zijn die het gevoel<br />

hebben dat ze niet gehoord worden en ook niet op waarde<br />

worden geschat. Ik constateer het bij mezelf en ook bij<br />

anderen die ik gesproken heb. Maar we weten niet waar het<br />

aan ligt.’<br />

Sander: ‘Ik denk dat dit bij kleinere clubs anders<br />

is. Daar krijg je meer ruimte en kun je sneller meer<br />

verantwoordelijkheid dragen.’<br />

Fieke: ‘Dat is misschien waar, maar als je vervolgens wilt<br />

doorgroeien binnen die organisatie is er geen plek.’<br />

Lukas zegt dat hij voor dit gesprek met anderen van zijn


22 rondetaFelgesprek young proFessionals 23<br />

opleiding, de advanced master International Development<br />

van het CIDIN, heeft gepraat. ‘Er waren nogal wat mensen<br />

die vonden dat ze hun kritische noten niet kwijt konden. Ik<br />

denk dat het komt door de huidige veranderingen. Mensen<br />

schieten constant in de verdediging. Voor wie al een tijdje<br />

in de sector zitten is dat begrijpelijk. Je kunt moeilijk<br />

zeggen dat je twintig jaar lang het verkeerde hebt gedaan.<br />

Er zijn twee groepen critici, de mensen die niet het beste<br />

voor hebben met ontwikkelingssamenwerking en zeggen:<br />

“Het heeft niet geholpen, stoppen ermee.” En een groep<br />

kritische starters. Zij voelen zich niet verantwoordelijk voor<br />

het gevoerde beleid, maar willen wel graag in de sector<br />

werken. Zij hebben constructieve kritiek, die bedoeld is om<br />

zaken te verbeteren, niet om ze af te schaffen.’<br />

‘van ervaren Collega’s<br />

kun je leren hoe je<br />

ideeën moet pitChen’<br />

Op mijn vraag of er inspirerende voorbeelden om hen heen<br />

zijn in de organisaties waar ze werken, valt een lange stilte.<br />

Bart komt uiteindelijk met een voorbeeld van een pastor<br />

in Indonesië: ‘Ik was in het oerwoud van Kalimantan en<br />

verbleef bij een pastor. Hij was al 43 jaar lang bezig met<br />

ontwikkelingswerk, begonnen als missionaris. Bij een goed<br />

glaasje wijn vertelde hij me allemaal dingen waarvan ik<br />

dacht: ja, maar dat gaan wij nu óók doen! Hij was in zijn<br />

loopbaan tot de conclusie gekomen dat lokale initiatieven<br />

en kleinschalige hulp zoals microfinanciering vaak het beste<br />

werken. Die man is vanuit de praktijk constant heel kritisch<br />

gebleven. Hij is uiteindelijk op persoonlijk niveau tot<br />

dezelfde conclusies gekomen als in grote publieke debatten<br />

over ontwikkelingssamenwerking worden besproken. Ik<br />

hoop dat de jongere generatie ontwikkelingswerkers steeds<br />

kritisch blijft en blijft zoeken naar verbetering, zoals deze<br />

man ook heeft gedaan.’<br />

Willen jullie in deze sector doorgroeien?<br />

Zijn er daarvoor wel genoeg mogelijkheden?<br />

Fieke: ‘Ik denk dat onze generatie meer switcht. Dat hoop<br />

ik tenminste. Het is belangrijk om breder te kijken <strong>dan</strong> de<br />

ontwikkelingssector. Ik zou net zo graag bij Google werken<br />

als bij een ontwikkelingsorganisatie.’<br />

Verie twijfelt: ‘Moeilijk om iets over doorgroeimogelijkheden<br />

te zeggen binnen deze sector. Ik heb geen referentiekader.<br />

Mensen om me heen die hogere functies vervullen doen dat<br />

al vijftien of twintig jaar. Er zijn maar een paar ambitieuze<br />

jonge mensen die zijn doorgestoten tot de organisaties<br />

hier in Nederland, of die de kans hebben gehad om in het<br />

buitenland relevante ervaring op te doen.’<br />

Bart: ‘Voor mij persoonlijk is ontwikkelingssamenwerking<br />

an sich niet noodzakelijk mijn carrièrepad. Ik zou<br />

best bij een commercieel bedrijf willen werken, dat<br />

zich deels met duurzaamheid bezighoudt. Of ervaring<br />

opdoen in een andere sector om die later weer voor<br />

ontwikkelingssamenwerking te kunnen inzetten. Mijn<br />

ervaring is dat in het bedrijfsleven goede, innovatieve<br />

krachten eruit worden gepikt, omdat ze winst zijn voor<br />

de organisatie. Een goede manager denkt: hee, die heeft<br />

talent, die zetten we een paar stapjes hoger. En <strong>dan</strong> <strong>gaat</strong><br />

zo’n carrière heel snel. In het bedrijfsleven kun je op je<br />

27ste in een heel goede baan zitten en <strong>veel</strong> verdienen.<br />

Innovatie brengt winst, en daarom neemt men een<br />

financieel risico. In de ontwikkelingssamenwerking wordt er<br />

erg op ervaring gefocust.’<br />

Fieke, instemmend: ‘Ik heb inderdaad vrienden in het<br />

bedrijfsleven die zó doorstromen met hun goede ideeën.<br />

De aard van het bedrijfsleven is risico’s nemen en in de<br />

ontwikkelingssamenwerking probeert men in het algemeen<br />

op safe te spelen.’<br />

Sander, terugkomend op de huidige generatie en haar<br />

binding aan de sector: ‘Ontwikkelingssamenwerking<br />

wordt een onderdeel van internationale samenwerking. Er<br />

komt een meer integrale aanpak, waaraan deze generatie<br />

<strong>gaat</strong> bijdragen. Daarom zijn we ook niet zozeer aan deze<br />

sector gebonden. Onze gemeenschappelijke deler is dat<br />

we zinvol werk willen doen en dat kan goed binnen de<br />

ontwikkelingssector, maar ook ergens anders.’<br />

Verie: ‘De behoefte aan zingeving bestaat ook buiten de<br />

sector. Die leeft in de hele maatschappij.’<br />

Bart: ‘In de jaren zeventig haalden alleen een klein<br />

groepje milieuactivisten het papier op en scheidden het<br />

afval. Nu doet iedereen het. Zo zullen <strong>veel</strong> zaken waar<br />

ontwikkelingssamenwerking zich voor inzet, ook meer<br />

geïntegreerd worden in de maatschappij. Ik hoop dat de<br />

gedachten van waaruit ontwikkelingsorganisaties werken,<br />

gemeengoed worden. Op die manier kunnen we onszelf<br />

opheffen, niet door segregatie en afschaffing, maar door<br />

integratie met de maatschappij.’<br />

Welke rol kunnen jongeren spelen in de ver-<br />

nieuwing van de sector?<br />

Sara geeft meteen een voorzet: ‘Als ik kijk naar wie de<br />

huidige discussies over de gevraagde <strong>vernieuwing</strong> voeren,<br />

zijn dat the usual suspects. Als we allemaal zes namen<br />

noemen, zitten daar geheid drie dezelfde tussen. Je<br />

kunt het hebben over je stem laten horen binnen een<br />

organisatie, maar het <strong>gaat</strong> er ook om je stem te laten<br />

horen in de hele sector. Binnen dat podium is misschien<br />

weinig ruimte voor jongeren, aan de andere kant is het<br />

ook onze eigen verantwoordelijkheid. Ik ben al een paar<br />

keer uitgenodigd om aan debatten deel te nemen. Daar<br />

ben ik vaak de enige vrouw, en de enige van onder de<br />

vijftig. Laatst was ik uitgenodigd om te praten over het<br />

rapport van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het<br />

Regeringsbeleid. Ik ga er <strong>dan</strong> heen, hoewel ik me van<br />

tevoren niet heel erg zeker voel als ik weet dat ik daar naast<br />

Jan Pronk zal zitten en allerlei andere hoogleraren. Maar<br />

ik zie het ook als een kans, als een verantwoordelijkheid<br />

om op te treden als een soort onverkozen Jong OSvertegenwoordiger.<br />

Ik denk dat we daarin <strong>veel</strong> meer onze verantwoordelijkheid<br />

kunnen nemen. De sector wordt omgekanteld, en wie gaan<br />

er praten over hoe de toekomst eruit moet zien? De mensen<br />

die de huidige structuur mede gecreëerd hebben! Ik heb<br />

het ook tegen de hoge heren daar gezegd. “Ik zit hier niet<br />

omdat ik zo slim ben, er zijn genoeg jonge mensen die dit<br />

ook zouden kunnen. Maar de toegang tot dit bolwerk is<br />

niet heel ruim.” Bij hen is de oproep: Open jullie poorten,<br />

en bij ons: Grijp het podium. Stuur bijvoorbeeld een<br />

sander<br />

verie<br />

lukas<br />

stuk naar Vice Versa over dat WRR-rapport. Wie heeft het<br />

rapport gelezen? Volgens mij niet <strong>veel</strong> jonge mensen. Als<br />

we dat niet doen, blijven we er ook buiten staan, maar<br />

als we wel onze stem laten horen, komt er uiteindelijk<br />

misschien een mentaliteitsverandering die ook doorsijpelt<br />

op organisatieniveau. Dan worden jonge mensen wel als<br />

medebeslissers beschouwd.’<br />

Wat belemmert jongeren om zich uit te spreken?<br />

Verie geeft een voorbeeld: ‘Op het moment dat je de angst<br />

voelt om iets te zeggen, doe je het niet. Met een groepje<br />

mensen hadden we bij Oxfam Novib een discussie over een<br />

mogelijk beleid voor startende medewerkers in de sector.<br />

Hierover wilden we onze mening intern kenbaar maken door<br />

middel van een brief. Veel jonge mensen zeiden: “Die durf<br />

ik niet te ondertekenen.” Dat vind ik echt kwalijk.’<br />

Sara vult aan: ‘Of mensen die hier vanavond niet durven te<br />

zijn, om dezelfde reden.’<br />

Fieke, oplossingsgericht: ‘Misschien kunnen de borrels<br />

die georganiseerd worden door het Jong OS-netwerk, of<br />

de young professionals-conferentie van komend najaar,<br />

over een algemeen thema gaan. Dan komen ook oudere<br />

werknemers.’<br />

Margreet van der Pijl, die ons namens de 1%CLUB ontvangt,<br />

kan zich even niet meer aan haar zwijgplicht houden: ‘Dan<br />

gaan de ouderen het debat leiden over de hoofden van de<br />

jongeren heen. Je ziet af en toe een jongere opkijken en<br />

denken: ik wil ook wat zeggen, en <strong>dan</strong> toch weer zijn mond<br />

houden. In de wandelgangen hoor je later: “Ik had eigenlijk<br />

dit en dat willen zeggen, maar wat weet ik er nou van?” Dan<br />

denk ik: fuck man, dat had je moeten zeggen!’<br />

Lukas: ‘Niet zo lang nadat het WRR-rapport uitkwam was er<br />

in de Rode Hoed een debat met Arend Jan Boekestijn, Peter<br />

van Lieshout, Wiet Janssen en Farah Karimi. Daar viel het<br />

me ook op dat de mensen die uiteindelijk kritische vragen<br />

stelden, alleen oudere mensen waren. Ik zat zelf ook met<br />

een vraag voor Boekestijn, op basis van wat hij gezegd had.<br />

Maar iedereen die opstond begon met een uiteenzetting<br />

over zijn tien jaar lange ervaring. Achteraf vind ik het<br />

jammer dat ik mijn vraag niet stelde.’<br />

Bart, concluderend: ‘Dus wij vinden dat de ouderen ons<br />

serieus moeten nemen, maar wij moeten onszelf ook<br />

serieuzer nemen.’<br />

Sara: ‘Je moet jezelf herkennen als onderdeel van het<br />

OS-geheel. Niet: ‘Ik ben Sara, en ik werk bij bijvoorbeeld<br />

Oxfam Novib als project officer’, maar: ‘Ik ben Sara, ik werk<br />

in deze sector en ben daar medeverantwoordelijk voor.’<br />

Dus als er een moderniseringsbrief over draagvlak uitkomt,<br />

<strong>dan</strong> heb ik die gelezen. Komt het WRR-rapport uit, <strong>dan</strong><br />

heb ik op zijn minst de samenvatting gelezen. Je moet de<br />

ontwikkelingen volgen. Dan ga je de volgende keer staan en<br />

stel je een vlammende vraag. Zo val je op. En <strong>dan</strong> zit er de<br />

volgende keer naast of in plaats van mij een andere jonge<br />

vrouw.’<br />

Hier wordt door iedereen mee ingestemd. De hapjes zijn<br />

op en het gesprek is klaar. Sommigen blijven nog even<br />

geanimeerd napraten, anderen gaan snel op weg naar de<br />

trein. In de weken erna blijkt dat sommigen <strong>verder</strong> zijn<br />

gaan nadenken over hoe de positie van jongeren in de<br />

sector zou kunnen worden verstevigd. Wordt vervolgd…


Ontwikkelingskennis – de agenda voor de toekomst<br />

Nederland loopt achter. Althans, wat betreft investeringen in<br />

kennis over ontwikkelingsvraagstukken. Die kennis is echter<br />

belangrijk om tot goede beleidskeuzes te komen. Daarom is<br />

het niet verwonderlijk dat de Wetenschappelijke Raad voor<br />

het Regeringsbeleid in haar rapport ‘Minder pretentie, meer<br />

ambitie’ pleitte voor grotere investeringen in ontwikkelingsgericht<br />

onderzoek. Maar waarin moet <strong>dan</strong> geïnvesteerd worden? Als<br />

onderdeel van het Structure Follows Strategy-proces vroeg<br />

DPRN in de afgelopen maanden 17 hoogleraren in ontwikkelingsstudies<br />

en gerelateerde disciplines om te reflecteren op vragen<br />

over de toekomstige onderzoeksagenda en -infrastructuur.<br />

Als eerste kwam naar voren dat een beleidsgeoriënteerde<br />

onderzoeksagenda kan botsen met wetenschappelijke autonomie<br />

en <strong>vernieuwing</strong>. Verder willen de wetenschappers<br />

meer aandacht voor de relatie tussen economische groei en<br />

duurzaamheid, herverdeling en ontwikkelingsprocessen van<br />

onderaf. In plaats van een focus op een beperkt aantal thema’s<br />

waar Nederland een comparatief voordeel zou hebben (zoals<br />

voedselproductie of water), voelen de hoogleraren meer voor<br />

het formuleren van een aantal strategische vragen. Naar hun<br />

mening leidt een minder normatieve benadering tot beter inzicht<br />

in ontwikkelingsprocessen.<br />

Op 24 juni presenteerde DPRN de uitkomsten van het onderzoek<br />

tijdens de CERES-EADI Summerschool, waarna een gevarieerd<br />

publiek <strong>verder</strong> discussieerde over de toekomstige agenda en<br />

organisatie van ontwikkelingskennis. Ngo’s pleitten voor een<br />

vraaggerichte onderzoeksagenda waarin zuidelijke partners een<br />

Samenwerken voor <strong>vernieuwing</strong><br />

De kennisdriehoek – onderwijs, onderzoek en innovatie – is<br />

cruciaal voor ontwikkeling. Veel universiteiten in het Noorden<br />

en Zuiden werken <strong>dan</strong> ook samen onder de noemer van<br />

capaciteitsopbouw. De nadruk ligt <strong>dan</strong> meestal op investeringen<br />

in infrastructuur, ICT en de opleiding van medewerkers. Maar<br />

is dit de meest efficiënte manier van capaciteitsopbouw, en<br />

hoe kan het beter? Hoe kunnen universiteiten beter met elkaar<br />

en met niet-academische partners <strong>samenwerken</strong> met het oog<br />

op innovatie? En hoe te investeren in menselijk kapitaal op<br />

universiteiten? In het kader van het DPRN-proces Collaborate to<br />

Innovate is een groep kennisinstellingen uit Zuid-Afrika,<br />

Over DPRN<br />

stem hebben. In de samenwerking met universiteiten zien ze<br />

vooral heil bij het systematiseren en evalueren van ervaringen<br />

en het werken aan innovaties. Volgens een vertegenwoordiger<br />

van de private sector zouden kennisinstellingen nauwer moeten<br />

<strong>samenwerken</strong> met bedrijven, gericht op het gezamenlijk<br />

ontwikkelen van een toolbox die inzicht biedt in de vraag waar<br />

de mogelijkheden liggen en wat, waar, voor wie en onder welke<br />

voorwaarden werkt.<br />

Een felle discussie ontspon zich over de potentiële rol van<br />

WOTRO ofwel de NWO-stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek<br />

van de Tropen en Ontwikkelingslanden. Wat Ton Dietz<br />

(directeur van het Afrika Studiecentrum en hoogleraar aan de<br />

Universiteit van Amsterdam) betreft krijgt WOTRO de leiding<br />

over de onderzoeksgelden van ministeries en ngo’s en over<br />

het bepalen van de kernthema’s. Zo’n rol als knowledge broker<br />

hoeft niet ten koste te gaan van originele ideeën en innovatief<br />

onderzoek, benadrukte uitvoerend directeur Henk Molenaar.<br />

WOTRO reserveert immers de helft van haar gelden voor out-ofthe-box<br />

ideeën. Professor Ruerd Ruben van het Centrum voor<br />

Internationale Ontwikkelingsvraagstukken (CIDIN) toonde zich<br />

fel tegenstander van een grotere rol voor WOTRO. Hij meent dat<br />

zo’n rol niet past bij een organisatie waarvan de universiteiten<br />

sterk afhankelijk zijn.<br />

De bevindingen van het DPRN-onderzoek onder 17 hoogleraren<br />

en een samenvatting van de discussie op 24 juni zijn binnenkort<br />

te vinden op http://structurefollowsstrategy.dprn.nl<br />

Nederland en België met deze vragen aan de slag gegaan.<br />

Ze kijken onder andere naar de rol van universiteiten bij het<br />

ontwikkelen van beleid rond innovatie in Nederland, Vlaanderen<br />

en Zuid-Afrika en zoeken naar succesvolle voorbeelden.<br />

Uiteindelijk zal het proces moeten leiden tot een strategie ter<br />

versterking van de synergie tussen kennisinstellingen, private<br />

initiatieven en regionale ontwikkeling.<br />

Van 8 tot en met 10 november organiseert de groep een<br />

workshop in Zuid-Afrika, waarbij de focus zal liggen op<br />

succesvolle voorbeelden van samenwerking en innovatie in<br />

Sub-Sahara Afrika. De call for papers is open en papers kunnen<br />

worden ingediend tot 1 augustus.<br />

Voor meer informatie zie: http://innovate.global-connections.nl<br />

DPRN staat voor Development and Policy Review Network en werd in 2003 opgericht als een netwerk van ontwikkelingsexperts<br />

uit Nederland en Vlaanderen. Het doel van DPRN is het stimuleren van debat over ontwikkelingsbeleid en het bevorderen van<br />

samenwerking en synergie tussen wetenschappers, beleidsmakers, ‘de praktijk’ en het bedrijfsleven op het gebied van internationale<br />

samenwerking.<br />

karel<br />

Het lijkt een mode te worden. Diplomaten die in korrelige zinnen van hun trektocht over<br />

de aarde verhalen. Genietend van het pensioen in Wassenaar is verhalen vertellen een<br />

waarachtige hobby geworden. Maar er zijn uitzonderingen. Karel van Kesteren verhaalt<br />

al voor zijn pensioen, op zijn laatste post in Sofia, van zijn belevenissen in dienst van<br />

Buitenlandse Zaken. Hij doet dat in kraakheldere zinnen. Dat maakt zijn verhaal strak en<br />

duidelijk, maar <strong>veel</strong> te lachen is er niet. Karel is namelijk bloedserieus. Anders <strong>dan</strong> zijn<br />

collega-verhalenvertellers heeft hij een missie: hij wil de ontwikkelingssamenwerking<br />

verbeteren.<br />

Die missie – ik geef het maar eerlijk weer – was ook al tussen ons duidelijk in een paar<br />

lange gesprekken vorig jaar in zijn hoekkamer in de Nederlandse ambassade op de vierde<br />

etage van Umoja House, waar ook de Duitsers, de Britten en de Europese Commissie<br />

hun etage hebben. De discussies gingen over prangende vragen zoals wat de kosten<br />

zouden zijn van al die donoren die aanwezig waren in bijvoorbeeld de gezondheidssector.<br />

Vielen die uit te rekenen? En kun je van daaruit doorrekenen naar hoe verspillend een<br />

hulpsysteem is met een <strong>veel</strong>heid van donoren, zeker in populaire sectoren?<br />

Misschien is het mijn eigen vooroordeel of specifieke belangstelling, maar ik vind dat<br />

Verloren in wanorde, zoals de titel van Van Kesterens onlangs verschenen boek luidt,<br />

pas echt interessant wordt in de laatste drie hoofdstukken, daar waar het <strong>gaat</strong> om de<br />

belevenissen in Tanzania en aanverwante landen waarvoor de ambassadeur in Dar es<br />

Salaam verantwoordelijk is. De lange aanloop via belevenissen in Den Haag, Colombia,<br />

Nicaragua, Spanje en twee keer opnieuw Den Haag zijn zeker leesbaar, maar voor mij<br />

vooral een opmaat naar de laatste zestig bladzijden.<br />

Dat geldt bijvoorbeeld voor het hoofdstuk waarin hij, terug in Den Haag, directeur<br />

multilaterale organisaties wordt. Van Kesteren ontpopt zich daar, in de beste Nederlandse<br />

tradities, als een naïeve multilateralist. Dat blijkt in het bijzonder als hij het heeft<br />

over de kritiek op het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, waarbij hij de<br />

kritiek op die instellingen alleen bij de anti-globalisten legt en zegt deze kritiek ‘altijd<br />

slecht begrepen’ te hebben. Hij stelt de kritiek gelijk aan het willen afschaffen van<br />

die instellingen, inclusief de Wereldhandelsorganisatie, en vergeet dat er ook vanuit<br />

wetenschappelijke hoek en van internationale commissies forse kritiek is geweest<br />

op programma’s en projecten van deze organisaties. Zeg ‘kolonistatieprojecten in de<br />

Amazone’, zeg ‘stuwdammen’, en u begrijpt wat ik bedoel.<br />

In het eerste hoofdstuk over Tanzania <strong>gaat</strong> het om de dagelijkse praktijk bij de vele<br />

donoren. Tanzania hoort immers bij de ‘donor darlings’ en heeft dus te maken met een<br />

proliferatie van donoren. De coördinatie en harmonisatie van dat geheel zag Karel met<br />

groeiende verbazing aan. Opnieuw is hij <strong>veel</strong> optimistischer (in mijn ogen te optimistisch)<br />

over de VN-organisaties. Vooral de activiteiten van de bilateralen wekken zijn irritatie.<br />

Daarbij <strong>gaat</strong> het in eerste instantie om de ‘chaos’ van het grote aantal hulporganisaties en<br />

alle eigen prioriteiten die al die organisaties hebben. Vervolgens om de versplintering van<br />

deze hulp over tal van sectoren en projecten, en het feit dat een aantal donoren nog altijd<br />

tegen de afspraken in apart bestedingsoverleg hebben.<br />

Verder over alle hobby’s die individuele premiers en ministers uit donorlanden hebben.<br />

De gevechtjes met Den Haag ook, als men van daar weer met allerlei nieuwe voorstellen<br />

en projecten komt. Hij beschrijft, kortom, op heldere wijze hoe weinig <strong>veel</strong> donorlanden<br />

zich nog aantrekken van al hun mooie beloftes bij de Verklaring van Parijs over meer<br />

harmonisatie en coördinatie. Karel blijft daarbij natuurlijk de goede diplomaat, wat wil<br />

zeggen dat hij een paar van de hardste noten die hij met Den Haag heeft moeten kraken,<br />

keurig achter de kastdeurtjes laat liggen.<br />

De strijd tegen de corruptie mijdt hij niet. Zonder onder stoelen of banken te steken dat<br />

budgetsteun (het stoppen van donorgeld in het algemene budget van de lokale overheid)<br />

voor hem en de Tanzanianen de geprefereerde vorm van hulp is, legt hij tevens uit dat<br />

juist het geven van deze vorm van hulp een mooi instrument is om in discussie te gaan<br />

met de regering ter plekke over corruptie. Zijn stelling is bovendien dat begrotingssteun<br />

democratie bevordert, omdat het donorgeld onderdeel wordt van de nationale begroting.<br />

Die moet in het parlement worden goedgekeurd, wordt in de media besproken en door<br />

verschillende maatschappelijke organisaties gevolgd. Bij hulp in de vorm van projecten<br />

is dat debat er een tussen regering en donor en staan lokale democratische organisaties<br />

dus buiten spel. Het zijn overwegingen die wat mij betreft in een keurig pakketje naar<br />

de nieuwe woordvoeders voor ontwikkelingssamenwerking in de Kamer kunnen worden<br />

gestuurd.<br />

paul hoebink<br />

© Leonard Fäustle<br />

Column paul hoebink 25<br />

Anders <strong>dan</strong><br />

zijn collegaverhalenvertellers<br />

heeft hij een<br />

missie<br />

Paul Hoebink is bijzonder hoogleraar<br />

ontwikkelingssamenwerking aan het<br />

Centrum voor Internationale<br />

Ontwikkelingsvraagstukken (CIDIN)<br />

van de Radboud Universiteit Nijmegen.


24 26 wetensChap wat is wijsheid? wetensChap 25 27<br />

‘Als we wisten wat we deden,<br />

heette het geen onderzoek’ (Albert Einstein)<br />

miCroFinanCiering<br />

samengevat<br />

Waarover?<br />

Een briljante samenvatting van de ‘state of<br />

the art’ van microfinancieringsprogramma’s,<br />

rondom de opzet, werkwijze en uitvoering in<br />

ontwikkelingslanden, geschreven door twee<br />

zeer gerespecteerde auteurs die beschikken over<br />

een ruime veldervaring op dit gebied. Het boek<br />

analyseert wanneer microkrediet wel en niet<br />

ingezet kan worden, wat de mogelijke voor- en<br />

nadelen zijn van groepsleningen, en aan welke<br />

voorwaarden moet worden voldaan om een<br />

microfinancieringsinstelling duurzaam te doen<br />

zijn. Daarbij wordt niet geschuwd om heilige<br />

huisjes omver te schoppen (geen subsidies!)<br />

en ook de beperkingen van microkrediet (soms<br />

te kleine bedragen; beperkte effecten voor<br />

vrouwen) te benoemen. Kritische kanttekeningen<br />

worden ook geplaatst bij het vermeende succes<br />

van de Grameen Bank in Bangladesh.<br />

Voor wie?<br />

Verplichte kost voor iedereen die bij microfinanciering<br />

betrokken is of op een andere manier te<br />

maken heeft met krediet, sparen en verzekeringen.<br />

Het boek biedt – naast grondige analytische<br />

hoofdstukken – een grote rijkdom aan empirisch<br />

materiaal gebaseerd op vergelijkende impact-<br />

studies onder cliënten en niet-cliënten van<br />

microfinancieringsprogramma’s. Elk hoofdstuk<br />

wordt afgesloten met enkele praktische oefeningen.<br />

Waar?<br />

Een paperback versie is te bestellen bij Amazon<br />

of bol.com, of uiteraard in de boekhandel<br />

Armendariz, B. & J. Morduch (mei 2010), The Economics<br />

of Microfinance – Second edition, Cambridge (USA):<br />

MIT Press.<br />

mythes over<br />

miCroFinanCiering<br />

Waarover?<br />

Zit toch ook aan deze hype een luchtje? Yunus<br />

kreeg de Nobelprijs, menige prinses en grootinvesteerder<br />

is enthousiast, maar Milford<br />

Bateman heeft dat allemaal met groeiend<br />

afgrijzen gadegeslagen. Hij wil best geloven dat<br />

microfinanciering, in zijn oorspronkelijke opzet,<br />

in een land als Bangladesh armen geholpen<br />

heeft om hun consumptie op peil te houden.<br />

De bewijsvoering dat het hen ook duurzaam<br />

uit de armoede gehaald heeft, is in zijn ogen<br />

gering. En hij kraakt meer mythes. De laatste<br />

twintig jaar is er een grote verschuiving geweest<br />

van gesubsidieerd krediet voor de armen naar<br />

banken die de armen als klanten zien. De<br />

commercialisering van de microkredietsector<br />

wordt mooi geïllustreerd aan de hand van enkele<br />

Latijns-Amerikaanse voorbeelden, waarin de<br />

gang naar de kapitaalmarkt betekende dat<br />

cliënten met onbetaalbare schulden werden<br />

opgezadeld. In de ogen van Bateman is de<br />

microkredietsector verworden tot het lokale<br />

gezicht van het neoliberalisme.<br />

Voor wie?<br />

Voor wie het boek van Armendariz & Morduch<br />

hiernaast interessant vindt en een must voor<br />

mensen die bij Oikokrediet, ASN of Triodos<br />

werken.<br />

Waar?<br />

Bij bol.com, Amazon of boekhandel.<br />

Bateman, M. (2010), Why Doesn’t Microfinance Work?<br />

The Destructive Rise of Local Neoliberalism. Londen: Zed<br />

Books.<br />

Filantrokapitalisme<br />

Waarover?<br />

Er zijn mensen, zoals Economist-redacteur<br />

Matthew Bishop, die denken dat ultrakapitalisten<br />

deze wereld van honger, milieuproblemen<br />

en armoede zullen verlossen. Het<br />

filantrokapitalisme <strong>gaat</strong> de wereld redden,<br />

was zelfs de ondertitel van het boek daarover.<br />

Michael Edwards gelooft daar helemaal niets<br />

van. In een vijftal hoofdstukken neemt hij ons<br />

mee op een trektocht, waarin onder andere de<br />

tegenstellingen die dit filantrokapitalisme in zich<br />

draagt, worden neergezet. Bijvoorbeeld eerst<br />

een monopolie opbouwen en verdedigen op<br />

software-gebied, daarvoor ook nog forse boetes<br />

ontvangen, vervolgens het maatschappelijk<br />

middenveld opbouwen en hun tegenstem<br />

versterken? Edwards, die recentelijk voor de<br />

Ford Foundation werkte, besteedt ook een<br />

hoofdstuk aan het feit dat nergens blijkt dat de<br />

verschillende foundations het beter zouden doen<br />

<strong>dan</strong> anderen, zoals particuliere of bilaterale<br />

ontwikkelingsorganisaties. Hij stelt zelfs dat er<br />

weinig geëvalueerd en geleerd wordt.<br />

Voor wie?<br />

Een zeer leesbaar pamflet voor iedereen<br />

die geïnteresseerd is in particuliere<br />

ontwikkelingshulp en/of in ontwikkelingslanden<br />

actief is. Het boekje is vlot en soepel geschreven<br />

en bevat <strong>veel</strong> voorbeelden.<br />

Waar?<br />

Bij bol.com, Amazon of boekhandel.<br />

Edwards, M. (2010), Small Change: Why Business Won’t<br />

Save the World, San Francisco: Berret-Koehler Publishers.<br />

draagvlak onder de loep<br />

Waarover?<br />

Dit artikel met de langzaamaan bekende uitspraak<br />

over draagvlak (‘A mile wide and an inch deep’)<br />

als titel, is al zeker een jaar in wording maar<br />

nu al zeer de moeite waard. De zeer kritische<br />

beschouwing laat van <strong>veel</strong> draagvlakonderzoeken<br />

weinig heel. Zo constateren de auteurs dat die<br />

onderzoeken feitelijk niet meten wat ze van<br />

plan zijn en dat onderzoekers weinig begrip<br />

hebben van de factoren die draagvlak bepalen.<br />

Uiteraard komen ze met een oplossing – al valt<br />

daar het nodige op af te dingen. Interessant is<br />

dat de auteurs nog een keer helder uiteenzetten<br />

en statistisch aantonen dat de door velen zo<br />

gewenste relatie tussen maatschappelijk draagvlak<br />

en (het budget van) ontwikkelingssamenwerking in<br />

de praktijk een farce is.<br />

Voor wie?<br />

In de eerste plaats voor politici die graag het<br />

draagvlak onder de Nederlandse bevolking<br />

misbruiken om te pleiten voor verlaging van<br />

het budget. En uiteraard voor allen die om<br />

onderzoeks- of beleidsmatige redenen interesse<br />

hebben in draagvlakonderzoek en de relatie tussen<br />

beleid en draagvlak.<br />

Waar?<br />

Via http://davidhudson.files.wordpress.<br />

com/2009/03/hudson-van-heerde-mile-wideinch-deep-17-feb-2010.pdf.<br />

De auteurs roepen nog<br />

steeds op tot reacties.<br />

Hudson, D. & J. van Heerde (2010), A Mile Wide and<br />

an Inch Deep: Surveys on Public Attitudes Towards<br />

Development Aid, University College London (draft).<br />

migratiestromen<br />

Waarover?<br />

International Migration is een tijdschrift met<br />

<strong>veel</strong> beleidsgeoriënteerde artikelen rondom<br />

internationale mobiliteit en migratie. Het blad<br />

bestaat sinds 1951 en komt elke twee maanden<br />

uit. Er is <strong>veel</strong> aandacht voor immigratie naar<br />

Europa, migratie op subregionale schaal en<br />

interne migratie. Vaak terugkomende thema’s<br />

gaan in op de sociale netwerken binnen<br />

diaspora-gemeenschappen, sociaaleconomische<br />

effecten van migratie en remittances, migratiebeleid<br />

en asielprocedures, terugkeer van<br />

migranten, arbeidsmigratie en de gevolgen voor<br />

de braindrain, en de juridische aspecten van<br />

internationale migratie. Het meest recente<br />

nummer (april 2010) bevat onder meer interessante<br />

bijdragen over de migratiestroom van<br />

Angola naar Nederland en de rol van immigranten-<br />

associaties in Italië.<br />

Voor wie?<br />

Een nuttig tijdschrift voor mensen die<br />

betrokken zijn bij het debat rondom migratie en<br />

ontwikkeling, om op de hoogte te blijven van<br />

de lopende discussies en al te simpele oordelen<br />

over de voor- en nadelen van migratie te kunnen<br />

pareren. Verder biedt het blad ook <strong>veel</strong> bruikbare<br />

informatie om de omvang van migratiestromen in<br />

het juiste perspectief te plaatsen.<br />

Waar?<br />

Downloadable via http://www.wiley.com/bw/<br />

journal.asp?ref=0020-7985<br />

Uitgegeven door Wiley-Blackwell, onder inhoudelijke<br />

verantwoordelijkheid van het Georgetown University Institute<br />

for the Study of International Migration in samenwerking<br />

met de Internationale Organisatie voor Migratie.<br />

Samengesteld door Lau Schulpen (CIDIN)<br />

met medewerking van Celina del Felice,<br />

Paul Hoebink en Ruerd Ruben.<br />

jongeren aan zet<br />

Waarover?<br />

Je zou het in Nederland niet zeggen, maar feit is<br />

dat de huidige wereldbevolking nog nooit zo jong<br />

is geweest. Meer <strong>dan</strong> 3 miljard mensen – bijna de<br />

helft van de wereldbevolking – is jonger <strong>dan</strong> 25<br />

jaar. Een enorm potentieel dus, maar helaas ook<br />

een potentieel dat door velen nog te makkelijk<br />

over het hoofd wordt gezien, on<strong>dan</strong>ks het feit dat<br />

steeds meer landen jeugdministeries opzetten,<br />

jeugdbeleid initiëren en jeugdprogramma’s<br />

optuigen. Dit door het Department for<br />

International Development in maart uitgebrachte<br />

rapport probeert met heldere voorbeelden het<br />

tij te keren. Het biedt tevens richtlijnen voor<br />

wat men ‘youth mainstreaming’ noemt, door<br />

in te zoomen op terreinen als organisatorische<br />

ontwikkeling, beleid en planning, en monitoring<br />

en evaluatie.<br />

Voor wie?<br />

Voor iedereen – binnen en buiten de OS-sector –<br />

die geïnteresseerd is in de potentie van jongeren<br />

voor ontwikkeling, een positief verhaal waardeert<br />

en op zoek is naar richtlijnen voor concrete actie.<br />

Waar?<br />

Downloadable via: http://www.ygproject.org/<br />

sites/default/files/6962_Youth_Participation<br />

_in_Development.pdf<br />

DFID (maart 2010), Youth Participation in Development -<br />

A Guide for Development Agencies and Policy Makers,<br />

London, DFID–CSO Youth Working Group.


28<br />

reportage reportage 29<br />

tekst Paul Hoebink<br />

beeld Roel Burgler<br />

millenniumdorpen<br />

omstreden<br />

laboratoria<br />

Het Millennium Villages Project stuit bij Europese donoren op een muur van argwaan, maar<br />

in Mali gelooft men er heilig in. De Malinese overheid vraagt zelfs om forse extra investeringen.<br />

Paul Hoebink doet voor Vice Versa verslag van wat hij bij Millenniumdorp Tiby aantrof.<br />

Deel één van een tweeluik.<br />

De Maison du Gouverneur is opgetrokken in neo-Soe<strong>dan</strong>ese<br />

stijl en staat midden in de bestuurswijk van Ségou aan de<br />

oever van de Niger. Het kantoor moet een kleine kopie zijn<br />

van het elegante paleis van Coulibaly, de koning van Ségou,<br />

die beroemd is geworden door de romans van Marise Condé.<br />

Binnen spreekt de interim-gouverneur Yaya Dolo met zachte<br />

stem van ‘een stille revolutie’. Voor hem <strong>gaat</strong> het vooral om<br />

de zelforganisatie van het dorp: ‘De bevolking kan zelf<br />

duidelijk maken wat ze wil. Daar zijn geen technici voor<br />

nodig. Ze kunnen zelf hun grote en kleine behoeften formuleren<br />

en dat hebben ze gedaan.’<br />

Dezelfde tevredenheid over het Millennium Villages<br />

Project tref je aan bij andere lokale autoriteiten in Mali.<br />

Babougou Traoré, adjunct-directeur van het Office du Riz<br />

(onderdeel van het succesvolle Nederlands-Franse irrigatie-<br />

en landbouwproject Office du Niger) spreekt van een<br />

donoren denken<br />

dat de malinezen<br />

alleen maar extra<br />

geld willen<br />

‘uitzonderlijk project’, waarmee zijn organisatie zeer<br />

goed samenwerkt. Boniface Keita, verantwoordelijk voor<br />

de onderwijzers en leraren in de regio Ségou, roemt de<br />

mobilisatie van de bevolking in de oudercomités. Seta Diko,<br />

regionaal directeur van de gezondheidszorg, noemt het<br />

Millennium Villages Project een partner die daadwerkelijk<br />

in staat is om dingen op gang te brengen. En bij de rondrit<br />

langs de rijstvelden en groentetuinen is Bocary Kaya, directeur<br />

van het project, nog een maat enthousiaster.<br />

Onder leiding van de sous-préfet Makian Doumbio luisteren<br />

we in het donkere vergaderzaaltje bij Millenniumdorp Tiby<br />

naar de twee burgemeesters en raadsleden van de twee<br />

buurgemeentes en een groot cluster van 39 dorpen (rond<br />

de 65.000 inwoners) waarin het project actief is. Makian<br />

Doumbio opent met een fraaie toespraak waarin hij stelt<br />

dat je wat de afgelopen jaren gebeurd is, niet in andere<br />

plattelandsdorpen ziet: ‘Mijn bescheiden persoon zit hier<br />

voor jullie, als vertegenwoordiger van de regering, om te<br />

getuigen van deze grote vooruitgang.’<br />

Ook bij de bevolking van Tiby en de andere dorpen in<br />

het cluster is het enthousiasme groot. Als we bij het nieuwe<br />

gezondheidscentrum in Koila Bamana aankomen, zitten<br />

er zo’n dertig mensen klaar. Voor ons de mannen, aan de<br />

zijkant de nieuw opgeleide gezondheidsvrijwilligsters. Op<br />

mijn vraag voor wie deze nieuwe medische post belangrijk<br />

is, antwoorden de mannen unaniem: ‘Voor de vrouwen.’<br />

Een van hen legt uit: ‘Want die gaan er heen als ze zwanger<br />

zijn, als de kinderen ziek zijn en ook als hun man ziek is.’<br />

the big Five<br />

Het idee is eenvoudig: door 110 dollar per inwoner per jaar<br />

te investeren in vijf centrale sectoren, gedurende vijf jaar,<br />

boek je snelle successen in het verdrijven van armoede,<br />

ziektes en ongeletterdheid. Van de 110 dollar zou 50 dollar<br />

van internationale donoren moeten komen (via het Millennium<br />

Villages Project), 30 dollar van de regering, 10 van de<br />

inwoners zelf en 20 dollar van andere partners, waaronder<br />

lokale ngo’s.<br />

De vijf sleutelsectoren ofwel ‘the big five’ zijn: landbouw<br />

(irrigatie, kunstmest, verbeterde zaden) onderwijs<br />

(bouw van scholen, schoolmaaltijden), gezondheidszorg<br />

(klamboes, zorg voor moeder en kind), rurale infrastructuur<br />

(wegen, energie) en water en sanitatie. Verder is er<br />

ook nog 10 dollar voor trainingen van de dorpsbewoners<br />

nodig. Met deze interventies wil Jeffrey Sachs, directeur<br />

van het Earth Institute en oprichter van de Millennium<br />

Promise, aantonen dat de Millenniumdoelen wel degelijk<br />

haalbaar zijn, als regeringen en donoren er maar in willen<br />

investeren. De Millennium Villages worden daarom wel<br />

aangeduid als ‘het laboratorium van dr. Sachs’.<br />

Het idee is natuurlijk altijd eenvoudiger <strong>dan</strong> de hardnekkige<br />

praktijk. Zo duurde het drie jaar (men begon in juni<br />

2006) tot in 2009 het project in Mali ook daadwerkelijk de<br />

110 dollar per inwoner kon uitgeven. Over de eerste drie<br />

jaar is 16 miljoen dollar geïnvesteerd, inclusief de bijdragen<br />

in natura, en dat is 70 dollar per inwoner. Overheidsdiensten<br />

werken nu eenmaal vaak trager <strong>dan</strong> men zou wensen, maar<br />

in het bijzonder de bijdragen van andere donoren en de<br />

inwoners zelf vielen tegen.<br />

Daartegenover staat dat het Millennium Villages Project<br />

in korte tijd heel wat voor elkaar heeft gekregen. De rijstoogst<br />

is fors gestegen door het gebruik van vernieuwde<br />

zaden en kunstmest. Er zijn acht graanschuren gebouwd.<br />

Het meeste geld is in de landbouw gaan zitten, daarna<br />

volgt het onderwijs. Bouwvallen die men gemeenschapsscholen<br />

noemde, zijn vervangen door een ordentelijke<br />

school met keuken en eetzaal waar kinderen dagelijks een<br />

schoolmaaltijd krijgen. Niet alleen is het aantal kinderen<br />

dat nu naar school <strong>gaat</strong> verzevenvoudigd, maar bijna de<br />

helft bestaat uit meisjes. Al die resultaten staan in schril<br />

contrast tot de trage vooruitgang die men elders in ruraal<br />

Mali aantreft, waar dergelijke investeringen niet zijn<br />

gedaan. Door het uitdelen van 33.000 malarianetten is de<br />

pre-valentie van malaria sterk gedaald. De nieuw opgeleide<br />

gezondheidswerksters kunnen dat met een eenvoudig<br />

proefje testen. Vroedvrouw Mariam Diallo laat ons de cijfers<br />

zien. Binnen vier maanden tijd is bovendien het aantal<br />

zwangere vrouwen dat zorg bij de zwangerschap krijgt,<br />

opgelopen van niets tot bijna 60 procent.<br />

budgetsteun<br />

De Malinese regering is meteen verheugd over de vooruitgang<br />

in Tiby. In maart 2007 bezoekt president Amadou<br />

Touré het dorp. Voedselzekerheid is een speerpunt in zijn<br />

programma en hij is blij met wat er in Tiby bereikt is. Het<br />

Commissariaat voor Voedselzekerheid geeft hij opdracht<br />

een plan uit te werken. In mei 2008 ligt het eerste rapport<br />

voor L’Initiative 166 op tafel, een plan om in de 166<br />

gemeentes met 3.052 dorpen waarin de voedselzekerheid<br />

het geringst is en de lokale infrastructuur het slechtst, met<br />

een op het Millennium Villages Project gebaseerde aanpak<br />

aan de slag te gaan, en voor de ruim 2,5 miljoen inwoners<br />

de Millenniumdoelen te bereiken. Mali telt in totaal 703<br />

gemeentes. Iets minder <strong>dan</strong> een kwart daarvan valt dus<br />

onder het voorgestelde project.<br />

De Malinese overheid is bereid 35 procent van de<br />

investe-ringen zelf te betalen, indien donoren bereid zijn<br />

millennium<br />

villages<br />

projeCt<br />

Het Millennium Villages Project (MVP) is een samenwerkingsverband<br />

van het Earth Institute met het<br />

Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties<br />

(UNDP) en de Millennium Promise, het financieringsvehikel<br />

van het project. Het MVP begon in 14 clusters<br />

van in totaal ongeveer 80 dorpen in 10 landen, in verschillende<br />

agro-ecologische zones. Het accent ligt op<br />

verbetering van de landbouw, rurale infrastructuur, gezondheidszorg<br />

en onderwijs. Het eerste dorp was Sauri<br />

in Kenia. Inmiddels doen er 16 landen mee en heeft het<br />

project een bereik van meer <strong>dan</strong> 500.000 mensen.<br />

Financiering kwam in eerste instantie van de filantropen<br />

Ray Chambers en George Soros en van de regering<br />

van Japan. Ook Zuid-Korea is een officiële donor<br />

voor verschillende dorpen. Daarnaast worden diverse<br />

onderdelen door bedrijven gefinancierd, al of niet<br />

in natura. Bekende supporters zijn Bono, Madonna<br />

en Tommy Hilfiger. Secretaris-Generaal Ban Ki Moon<br />

heeft het MVP geprezen in zijn laatste rapport over de<br />

Millenniumdoelen, ‘Keeping the Promise’, vanwege de<br />

holistische, concrete benadering en de goede samenwerking<br />

met de privésector.


30 reportage<br />

jeFFrey saChs<br />

Jeffrey Sachs (1954, VS) is directeur van het Earth<br />

Institute en hoogleraar aan Columbia University.<br />

Voorheen was hij lange tijd hoogleraar aan Harvard<br />

University en directeur van het VN Millennium Project.<br />

Hij is speciaal adviseur voor de Secretaris-Generaal van<br />

de VN voor de Millenniumdoelen. In de jaren tachtig en<br />

negentig was hij een van de architecten van de ‘shocktherapie’<br />

in Bolivia en Polen. Zijn bekendste boeken<br />

zijn The End of Poverty en Common Wealth. Bill Easterly<br />

(New York University) is zijn beroemdste criticus.<br />

om het financieringsgat van meer <strong>dan</strong> 1 miljard dollar over<br />

vijf jaar aan te vullen. Dat is toch al snel een verhoging van<br />

de ontwikkelingshulp aan Mali van ruim 20 procent, terwijl<br />

de hulp aan Mali in de afgelopen paar jaar al van 600 miljoen<br />

naar rond de miljard dollar gestegen is.<br />

Er is grote twijfel bij de donoren in Bamako en ook in<br />

de Europese hoofdsteden. In Bamako is die twijfel sterk<br />

ingegeven door onvolkomenheden in het plan zelf. De<br />

donoren voelen zich vooral gecommitteerd aan de met de<br />

Malinezen afgesproken gezamenlijke hulpstrategie. Zij zien<br />

niet hoe dit plan zich verhoudt tot de budgetsteun en de<br />

steun aan sectorprogramma’s in onderwijs en gezondheidszorg<br />

die zij nu vooral geven. Ook begrijpen zij niet waarom<br />

dit initiatief niet in de nationale financieringsplannen is<br />

ondergebracht en apart aan de donoren wordt aangeboden.<br />

Ze veronderstellen dat de Malinezen alleen maar extra geld<br />

willen bovenop de donorbijdragen die zij al krijgen.<br />

personeel<br />

Ook over de organisatorische kant hebben de donoren<br />

grote twijfels. Op het kantoor van het Millennium Villages<br />

Project in Ségou werken twaalf stafleden. Daarnaast zijn<br />

er vijf chauffeurs en twee ondersteunende stafleden. Zij<br />

werken samen met een twintigtal lokale ambtenaren van de<br />

ministeries van Landbouw, Onderwijs en Gezondheidszorg,<br />

van het Office du Niger en van de gemeentes. De donoren<br />

vragen zich <strong>dan</strong> af of er voor de uitvoering van L’Initiative<br />

166 eenzelfde hoe<strong>veel</strong>heid staf maal 166 nodig is. Er is<br />

grote twijfel of al dat extra personeel in Mali beschikbaar<br />

is. Mali zou het initiatief kunnen uitvoeren met de<br />

gedecentraliseerde afdelingen van de ministeries, maar de<br />

capaciteit daarvan wordt te zwak geacht voor een dergelijk<br />

grootschalig initiatief. De Malinese overheid is er echter<br />

van overtuigd dat ze het programma met versterkte lokale<br />

en regionale overheidsdiensten kan uitvoeren.<br />

In de hoofdkantoren in Europa is de weerstand<br />

misschien nog groter. Daar wordt het Millennium Villages<br />

Project gezien als een externe interventie, die te weinig<br />

zou aansluiten op endogene ontwikkelingsprocessen. Ook<br />

als iets dat al in het verleden gedaan is, met plattelandsprojecten<br />

of ‘community development’, projecten die tot<br />

weinig successen zouden hebben geleid en in elkaar zakken<br />

als de hulp verdwijnt – 166 van dit soort projecten zou<br />

bovendien voor <strong>veel</strong> te <strong>veel</strong> versnippering zorgen. Daar kun<br />

je tegenover stellen dat die vroegere projecten misschien<br />

niet voldoende zijn geëvalueerd of juist andersom, dat daaruit<br />

lessen getrokken zijn hoe het anders kan en beter moet.<br />

De Millennium Villages kunnen misschien wel die geleerde<br />

lessen – zoals op niet te <strong>veel</strong> sectoren mikken – in praktijk<br />

brengen.<br />

water bij de wijn<br />

De interim-gouverneur van Ségou staat op het punt naar<br />

Kidal in het droge noorden te vertrekken, waar hij de<br />

nieuwe gouverneur wordt. Hij vraagt zich openlijk af of wat<br />

in Tiby mogelijk is, ook in het gortdroge Kidal zou kunnen<br />

lukken. Hij gooit het daarbij met name op het gemeenschapsgevoel:<br />

‘Mensen werken daar voor zichzelf, in de<br />

als er versChillende<br />

wegen naar 2015 zijn,<br />

waarom zou je <strong>dan</strong><br />

niet her en der<br />

experimenteren?<br />

landbouw en met hun vee, en samen voor de familie, maar<br />

gemeenschap is daar iets van het verleden.’ Dan heeft hij<br />

het weliswaar niet over het ontwikkelingspotentieel van het<br />

noorden, maar betwijfelt ook hij of het project daar haalbaar<br />

is. Over de donoren zegt hij tegelijkertijd: ‘Systematische<br />

weigering is geen oplossing.’ Conclusie: de donoren<br />

moeten water bij de wijn doen.<br />

Dat gebeurt mondjesmaat, want de eerste donoren schuiven<br />

nu toch aan. Het Spaanse MDG Fund schijnt een project<br />

te willen financieren op het terrein van voedselzekerheid in<br />

vier gemeentes. De Wereldbank wil hetzelfde doen in zeven<br />

gemeentes. Maar <strong>dan</strong> <strong>gaat</strong> het nog maar om 24 miljoen<br />

dollar. Het geeft het dilemma fraai weer: de donoren willen<br />

graag de Millenniumdoelen in 2015 halen en denken met<br />

de huidige hulpmodaliteiten de instrumenten daarvoor in<br />

handen te hebben, maar als er een regering komt met een<br />

hoge inzet op het behalen van die doelen én met eigen<br />

plannen, <strong>dan</strong> is er direct huiver en koud-watervrees. Dit<br />

zou een mooi onderwerp kunnen zijn voor de aankomende<br />

Millenniumtop in New York: als er verschillende wegen naar<br />

2015 zijn, waarom zou je <strong>dan</strong> niet her en der experimenteren?<br />

Is de wereld niet één groot laboratorium voor een<br />

samenleving zonder geweld en armoede?<br />

Dit artikel is mede gebaseerd op bezoeken aan drie<br />

Millennium Development Villages in 2008, 2009 en 2010:<br />

Mayange in Rwanda, Tiby in Mali en Ruhiira in Oeganda.<br />

Hoe is het toch met…<br />

diCk de<br />

graaF?<br />

Begin jaren zeventig, in de tijd dat ik Dick de Graaf<br />

leerde kennen, was er binnen de derdewereldbeweging<br />

een kritische houding ontstaan ten opzichte van de<br />

Nederlandse ontwikkelingshulp. Dick Scherpenzeel, de<br />

eerste derdewereld-journalist, schreef voor Sjaloom de<br />

brochure ‘Manipulaties met ontwikkelingshulp’, onder<br />

voorzitterschap van Jan Pronk schreef de werkgroep XminY<br />

het boekje Helpt Hollands Hulp? en ik schreef mijn eerste<br />

boek De Nederlandse ontwikkelingshulp in discussie.<br />

De overtreffende kritische trap kwam echter van<br />

het Tijdschrift voor Anti-Imperalisme Scholing. Dit<br />

studentencollectief, waarvan Dick de Graaf de belangrijkste<br />

woordvoerder was, schreef het boek Nederlandse<br />

ontwikkelingshulp in dienst van kapitaalsbelangen. Op een<br />

discussieavond bij de Vrije Universiteit te Amsterdam in het<br />

najaar van 1974 verweet Dick de zojuist minister geworden<br />

Jan Pronk een hulpbeleid te voeren dat onder het mom<br />

van goedgeefsheid in dienst stond van de belangen van<br />

het bedrijfsleven. Jan Pronk verweerde zich als een leeuw,<br />

verwees naar zijn tijd als derdewereldactivist, noemde<br />

zich de vertegenwoordiger van de linkse minderheid in<br />

het kabinet, legde omstandig uit hoe binnen de gegeven<br />

situatie het maximale binnengehaald werd, maar het lukte<br />

hem niet de beschuldigingen die van uit de zaal vol roerige<br />

studenten op hem afkwamen te ontzenuwen. Toen ik hem<br />

dertig jaar later samen met Marc Broere interviewde voor<br />

ons boek De bewogen beweging, vertelde Pronk dat het een<br />

van de weinige discussies in zijn leven was geweest die hij<br />

had verloren.<br />

Nu zit ik in een rijtjeshuis in het lommerrijke Bussum-<br />

Zuid tegenover de gepensioneerde maar nog steeds actieve<br />

Dick de Graaf (1945) en vraag hem of hij nog steeds zo over<br />

ontwikkelingshulp denkt. ‘Laat ik voorop stellen dat wij<br />

nooit tegen humanitaire hulp via ngo’s waren’, antwoordt<br />

hij. ‘Wij wilden duidelijk maken dat achter de schijn van<br />

overheidsgulheid keiharde Nederlandse investeringen en<br />

exportbelangen schuilgingen. Ik vind nog steeds dat je met<br />

een zeker wantrouwen moet kijken naar de combinatie hulp<br />

en bedrijfsleven. Kijk, als marxist weet ik dat het kapitalisme<br />

productiekrachten vrijmaakt en dat is op zichzelf een goede<br />

zaak, maar wie <strong>gaat</strong> er vervolgens van profiteren? Krijgen<br />

armen na de aanleg van een grootscheeps drinkwaterproject<br />

gratis of zeer goedkoop water of moeten ze voortaan voor<br />

<strong>veel</strong> geld flessen water kopen?<br />

Mijn betrokkenheid bij het derdewereldwerk heb ik altijd<br />

gekoppeld aan steun voor de strijd van arbeiders en<br />

boeren. In mijn eerste baan in 1973 als onderzoeker bij<br />

SOMO, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen,<br />

werkte ik vooral in opdracht van arbeidersgroepen en<br />

ondernemingsraden. Daarna heb ik als vakbondsbestuurder<br />

voor de Voedingsbond FNV twintig jaar mogen werken aan<br />

de belangenbehartiging van arbeiders in de cacaosector in<br />

Nederland en cacaoboeren in de derde wereld, en aan de<br />

versterking van de samenwerking tussen hen.<br />

Als vrijwilliger ben ik nog steeds verbonden aan het<br />

cacaoproject. We werken aan draagvlak voor een<br />

duurzame cacaosector, gericht op een productie die<br />

economisch levensvatbaar is, ecologisch gezond en sociaal<br />

aanvaardbaar. Als die duurzame productie, waar ook de<br />

Internationale Cacao Organisatie inmiddels achter staat,<br />

consequent ingevuld wordt, betekent dit het einde van de<br />

huidige tekorten, een betere beloning voor cacaoboeren<br />

en behoud van werkgelegenheid voor cacaoarbeiders in<br />

Nederland.’<br />

Al pratende wordt Dick steeds enthousiaster, en luisterend<br />

naar zijn uiteenzettingen word ik vanzelf ook enthousiast.<br />

Thuisgekomen ga ik nieuwsgierig nog even nagooglen<br />

en het eerste waarop ik stuit is een bericht van vorig<br />

jaar oktober: ‘Gepensioneerd vakbondsbestuurder Dick<br />

de Graaf krijgt de handen van driehonderd deelnemers<br />

uit 29 cacaolanden op elkaar.’ Zo, denk ik tevreden:<br />

actieresultaten boeken, internationaal <strong>samenwerken</strong>,<br />

mensen mobiliseren, multinationals bestrijden en overtuigen;<br />

of het nu najaar is of voorjaar, de twintigste of<br />

de eenentwintigste eeuw, of je nu jong bent of ouder –<br />

het blijft allemaal en altijd weer mogelijk.<br />

© Roel Burgler<br />

het wereldje 31<br />

tekst Hans Beerends<br />

beeld Roel Burgler<br />

Hans Beerends stond aan de wieg van de Wereld-<br />

XXX<br />

winkels in Nederland en schreef diverse boeken<br />

over de geschiedenis van de derdewereldbeweging.<br />

Voor Vice Versa zoekt hij vroegere bekenden uit het<br />

wereldje op, die enigszins uit de publiciteit zijn<br />

geraakt. In deze aflevering een ontmoeting met Dick<br />

de Graaf.


32 het wereldje<br />

tekst André van der Stouwe<br />

beeld Roel Burgler<br />

welkom in<br />

de seCtor<br />

Nienke Regts (26) werkt bij Euroconsult/BMB Mott<br />

Macdonald, een internationaal advies- en ingenieursbureau<br />

op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.<br />

Niet wat ze had verwacht toen ze aan haar eerste<br />

opleiding begon.<br />

Wat houdt je werk in?<br />

‘Ik ben betrokken bij het acquisitieproces voor projecten,<br />

voornamelijk van de Europese Commissie en de Wereldbank.<br />

Het is vergelijkbaar met een sollicitatieprocedure: je moet<br />

laten zien dat je geschikt bent om het project uit te voeren.<br />

Ik kijk welke referenties we hebben, of we ervaring hebben<br />

met het betreffende thema en kennis van de regio waar het<br />

project plaatsvindt. Daarnaast moet ik experts aanschrijven<br />

die dat project zouden kunnen uitvoeren. We hebben zelf<br />

een aantal experts in huis, maar ook een uitgebreide database<br />

van freelancers die we kunnen benaderen.’<br />

Hoe ben je in de ontwikkelingssector terechtgekomen?<br />

‘Na de havo ben ik culturele en maatschappelijke vorming<br />

gaan studeren in Zwolle. Ik had al gauw door dat het niet<br />

de juiste opleiding voor mij was. Maar ik wist niet wat<br />

ik wel wilde, dus heb ik maar doorgezet. Totdat ik een<br />

afstudeeropdracht maakte over kindsoldaten in Oeganda.<br />

Daar heb ik <strong>veel</strong> tijd in gestoken. Uiteindelijk kreeg ik er<br />

ook een hoog cijfer voor en dacht ik: hé, dit vind ik echt interessant,<br />

ik ga ontwikkelingsstudies doen. Ik heb gekozen<br />

voor een onderzoek naar koffie en eerlijke handel. Dat vond<br />

ik interessant, daar wilde ik me voor inzetten. Uiteindelijk<br />

ben ik naar Oeganda en Tanzania geweest om daar onderzoek<br />

te doen naar de loyaliteit van koffieboeren tegenover<br />

hun coöperaties.’<br />

Koop je zelf eerlijke producten?<br />

‘Ik ben net afgestudeerd, dus ik heb er nooit <strong>veel</strong> geld voor<br />

gehad. Ik vind het wel belangrijk om zo <strong>veel</strong> mogelijk biologische<br />

en lokale producten te kopen, maar moet bekennen<br />

dat ik het zelf dus niet altijd doe. Eerlijke koffie koop ik<br />

trouwens wel altijd!’<br />

Wat vind je van het OS-wereldje?<br />

‘Er zijn zo <strong>veel</strong> organisaties die allemaal hetzelfde willen,<br />

die bijvoorbeeld allemaal in Oeganda zitten en allemaal<br />

dezelfde boeren willen helpen. Ik denk niet dat dat efficiënt<br />

is. Daarom vind ik het goed dat ontwikkelingsorganisaties<br />

nu moeten gaan <strong>samenwerken</strong> en zo kennis en kunde gaan<br />

delen.’<br />

Wat is je droombaan voor de toekomst?<br />

‘Op het moment zit ik hier heel goed. Ik leer ontzettend<br />

<strong>veel</strong> en het staat fantastisch op mijn cv. Wat de consultants<br />

hier doen, vind ik mooi werk. Zelf als expert aan de slag<br />

gaan, dat lijkt me wel wat.’<br />

Is er over tien jaar nog steeds werk voor mensen als jij?<br />

‘Zeker weten. Het liefst wil je natuurlijk armoede de wereld<br />

uit helpen, maar ik denk dat er altijd een verschil zal zijn<br />

tussen arm en rijk, tussen mensen met macht en mensen<br />

zonder macht. Wat je kunt doen is proberen het leven van<br />

mensen die arm zijn en geen macht hebben, te verbeteren.<br />

Daar sta ik voor.’<br />

nienke regts (26 jaar)<br />

Opleiding:<br />

· Master International Development,<br />

Radboud Universiteit Nijmegen<br />

· Bachelor International Development,<br />

Radboud Universiteit Nijmegen<br />

· Bachelor Culturele & Maatschappelijke Vorming,<br />

Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle<br />

Werkervaring:<br />

· Young professional bij Euroconsult/BMB Mott MacDonald<br />

· Research assistent aan Radboud Universiteit Nijmegen<br />

‘vrouwenreChten<br />

zijn<br />

niet oubollig’<br />

tekst Marc Broere<br />

beeld Roel Burgler<br />

Een Nederlands Gender Platform: doet dat niet denken aan lang vervlogen tijden,<br />

toen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking nog héél politiek correct was? Volgens<br />

Elisabeth van der Steenhoven, de nieuwe directeur van Wo=men, is het tegendeel<br />

het geval. ‘Speciale aandacht voor de positie van vrouwen past juist heel erg in<br />

de discussie over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. Met aandacht voor<br />

vrouwenrechten worden projecten namelijk vele malen effectiever.’<br />

Gedreven pratend schudt Elisabeth van der Steenhoven de feiten uit haar mouw.<br />

‘Zeventig procent van de landbouw in Afrika wordt verzorgd door vrouwen. De Wereldbank<br />

heeft in een recent rapport nog geconstateerd dat landbouwplannen <strong>veel</strong> effectiever<br />

zijn als je rekening houdt met de positie van de vrouw. Vrouwen worden bijvoorbeeld<br />

belemmerd door eigendomsrechten. Als vrouwen zelf grond mogen beheren, stijgt de<br />

efficiëntie van de landbouw in Afrika volgens de Wereldbank met twintig procent. Nu <strong>gaat</strong><br />

te <strong>veel</strong> landbouwgrond verloren, omdat mannen geen mest en graan kopen. Dit is helemaal<br />

geen oubollig jaren-zeventigideaal. Juist in een tijd dat mensen terecht zeggen dat elke<br />

belastingcent of donatie zo effectief mogelijk moet worden uitgegeven, moet je rekening<br />

houden met sekseverschillen. Dat maakt je beleid immers beter.’<br />

De 37-jarige Van der Steenhoven maakte in mei de overstap van Mensen met een Missie<br />

naar Wo=men. Bij haar vorige werkgever was ze als hoofd projecten verantwoordelijk voor<br />

‘learning and linking’ en gaf ze ook het Medefinancieringstraject vorm. ‘Ik ben er trots op<br />

dat we er met twee allianties in geslaagd zijn om door te gaan naar de volgende ronde.’<br />

werkterrein<br />

Wo=men wordt gefinancierd door onder andere Buitenlandse Zaken, Cordaid, Hivos en<br />

Oxfam Novib. Daarnaast zijn er nog zestien andere leden, variërend van IKV/Pax Christi<br />

en de Schone Kleren Campagne tot de stichting Yente, die vrouwelijk ondernemerschap in<br />

Afrika en Latijns-Amerika promoot. Op basis van actueel onderzoek pleit Wo=men ervoor<br />

dat projecten beter worden als je rekening houdt met vrouwenrechten.<br />

Ook fungeert Wo=men als kennisinstelling, bijvoorbeeld wat betreft de positie van<br />

vrouwen in de textielketen of hun rol bij conflictpreventie, of over mannenemancipatie<br />

in Zuid-Afrika. Het werkterrein van de organisatie beperkt zich niet alleen tot<br />

ontwikkelingorganisaties. ‘We werken ook samen met bedrijven en andere ministeries’,<br />

legt Van der Steenhoven uit. ‘Er is tegenwoordig zo’n brede groep bezig met internationale<br />

samenwerking. Die is allang niet meer voorbehouden aan Medefinancieringsorganisaties en<br />

andere usual suspects. Het is juist leuk om verschillende soorten organisaties en bedrijven<br />

aan elkaar te koppelen rondom dit onderwerp.’<br />

Zo is een van de gesprekspartners van Wo=men het ministerie van Defensie. ‘De CIA<br />

schrijft in een rapport dat de belangrijkste spelers in conflictgebieden vrouwen zijn.<br />

Vrouwen bepalen waar het eten naartoe <strong>gaat</strong> en of er wel of geen scholing wordt gegeven<br />

aan paramilitaire groepen. Vrouwen zijn ook early warners in conflictgebieden: zij merken<br />

als eersten dat de spanningen oplopen. Iedereen is het erover eens dat conflictpreventie<br />

beter is <strong>dan</strong> conflictresolutie. Daarom wil ook het ministerie van Defensie nu serieus<br />

proberen om bij vredesmissies een op vrouwen gericht beleid te maken. Het is heus geen<br />

tovermiddel, maar het maakt je beleid wel een stuk effectiever.’<br />

het wereldje 33<br />

en <strong>verder</strong>...<br />

is Frans van den Boom sinds half juli de nieuwe directeur<br />

van NCDO (Nationale Commissie voor Internationale<br />

Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling). Hij <strong>gaat</strong><br />

een belangrijke rol spelen bij het omvormen van de<br />

organisatie naar een kenniscentrum op het gebied van<br />

draagvlakversterking en internationale samenwerking.<br />

Van den Boom was van 1994 tot 2001 werkzaam bij<br />

het Nederlandse Rode Kruis, waarvan de laatste jaren<br />

als adjunct-directeur. Daarna werkte hij voor het<br />

International AIDS Vaccine Initiative.<br />

is ontwikkelingsdeskundige Jeroen de Lange er vooralsnog<br />

nét niet in geslaagd om in de Tweede Kamer te<br />

komen voor de PvdA. Hij stond op plaats 31, terwijl<br />

zijn partij uiteindelijk 30 zetels kreeg bij de afgelopen<br />

verkiezingen. Mocht de PvdA gaan meeregeren, <strong>dan</strong> is<br />

de kans groot dat De Lange, die voor de Wereldbank in<br />

Oeganda is gestationeerd, toch nog de kamerbankjes zal<br />

betreden. Ontwikkelingsspecialisten die in elk geval als<br />

nieuweling in de Tweede Kamer zijn gekomen, zijn Sjoera<br />

Dikkers (PvdA) en Arjan El Fassed (GroenLinks).<br />

vertrekt Gerhard Schuil als coördinator van Impulsis,<br />

het loket voor particuliere initiatieven van ICCO, Kerk<br />

in Actie en Edukans. Door de decentralisatie van ICCO<br />

verdwijnt zijn functie. Schuil <strong>gaat</strong> zich nu storten op zijn<br />

voorzitterschap van Rank a Brand, een vergelijkingssite<br />

waarop je kunt zien hoe transparant, fair en groen je<br />

favoriete merken zijn. Daarnaast wil hij zijn master<br />

religiestudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen<br />

afronden.<br />

is Kenneth van Toll in tijdelijke dienst getreden van<br />

Partos, de brancheorganisatie van de ontwikkelingssector.<br />

Bij Partos ontwikkelt ze als projectleider nieuwe<br />

ledendiensten, met name op het gebied van evaluatie.<br />

Voorheen werkte ze als adjunct-directeur bij Freevoice.<br />

neemt Ruben Collin op 1 september afscheid als directeur<br />

van Music Mayday International, waar hij sinds 2001<br />

heeft gewerkt. Collin heeft naar eigen zeggen met<br />

tientallen collega’s en honderden vrijwilligers en<br />

artiesten in binnen- en buitenland met succes mogen<br />

bouwen aan een platform voor jong creatief talent in<br />

Afrika.


34 besChouwing<br />

tekst Marc Broere<br />

beeld Farhad Foroutanian<br />

the times they<br />

are a-Changing<br />

De publieke en politieke steun voor ontwikkelingssamenwerking wordt steeds kleiner. Dat<br />

is bedreigend, maar kan een verhulde zegen zijn. Het dwingt ontwikkelingsorganisaties<br />

namelijk hun boodschap oprechter en actueler te maken.<br />

Op het moment dat ik deze Beschouwing schrijf heeft<br />

Nederland nog geen nieuw kabinet. Wel hebben de<br />

afgelopen verkiezingen duidelijk gemaakt dat Nederland<br />

een behoorlijke ruk naar rechts heeft gemaakt. Hoewel<br />

dat niet automatisch gevolgen hoeft te hebben voor<br />

de hoogte van het ontwikkelingsbudget (kijk naar het<br />

Verenigd Koninkrijk, waar onder de conservatieve regering<br />

van David Cameron de grootste bezuinigingsoperatie<br />

ooit wordt uitgevoerd, maar zowel de zorgsector als de<br />

ontwikkelingssamenwerking buiten schot blijven) zal dat<br />

in Nederland waarschijnlijk wél het geval zijn. De grootste<br />

winst werd immers behaald door de VVD en de PVV, partijen<br />

die de ontwikkelingssamenwerking – exclusief noodhulp –<br />

respectievelijk willen halveren of afschaffen.<br />

Ook uit alle recent verschenen onderzoeken over de<br />

publieke steun voor ontwikkelingssamenwerking blijkt<br />

dat de gouden tijden over zijn. Uit het Kieskompas, dat<br />

in de aanloop naar de verkiezingen door 360 duizend<br />

mensen werd ingevuld, bleek dat een meerderheid van<br />

57 procent vindt dat er bezuinigd mag worden op steun<br />

aan arme landen. Deze mening hebben voornamelijk<br />

rechtse kiezers, maar ook in de achterban van de PvdA,<br />

SP en D66 vindt een flinke minderheid inmiddels dat<br />

er best iets van het ontwikkelingsbudget af kan. TNS<br />

Nipo constateerde kort daarvoor al dat 54 procent van<br />

de kiezers vindt dat Nederland te <strong>veel</strong> geld besteedt<br />

aan ontwikkelingssamenwerking in vergelijking met<br />

andere landen, terwijl de ongekroonde koning van onze<br />

opiniemetingen, Maurice de Hond, in een opdracht van<br />

Artsen zonder Grenzen concludeerde dat 53 procent van<br />

de Nederlandse bevolking twijfelt over het nut van hulp<br />

aan arme landen. De onderzoeken laten een duidelijke<br />

trendbreuk zien, want tot slechts enkele jaren geleden<br />

kwam uit vrijwel iedere meting naar voren dat Nederland<br />

een draagvlak van ongeveer 80 procent kende dat minimaal<br />

voor handhaving van het Nederlandse ontwikkelingsbudget<br />

was. Zoals Bob Dylan in de jaren zestig zong: ‘The times<br />

they are a-changing.’<br />

vrijbrieF<br />

Nu hoeft twijfel over ontwikkelingssamenwerking helemaal<br />

niet erg te zijn, als die tenminste leidt tot een debat<br />

over de betrekkelijkheid van hulp en over betere en<br />

meer structurele manieren om de mondiale ongelijkheid<br />

te verkleinen. Ontwikkelingshulp kán de armoede niet<br />

oplossen en is daar ook nooit voor bedoeld geweest,<br />

betoogde ik al in eerdere stukken: hulp is slechts een<br />

bijgerecht – en eerlijke handel moet het hoofdgerecht zijn.<br />

Twijfel over ontwikkelingssamenwerking is echter wél<br />

zorgelijk als die een teken is dat ons land zich aan het<br />

afkeren is van haar mondiale verantwoordelijkheid. Jan<br />

Pronk constateert in zijn column op pagina 7 met spijt dat<br />

de verkiezingen alleen maar over ons eigen land gingen.<br />

Het feit dat politici niet gevraagd werd om rekenschap af te<br />

leggen over het buitenlandbeleid, en dat zij dat ook niet uit<br />

zichzelf deden, betekent dat ze voor de komende jaren een<br />

vrijbrief hebben gekregen om met het buitenland te doen<br />

wat ze willen, betoogt Pronk. Deze vrijbrief baart ook mij<br />

ernstige zorgen, want met opkomen voor onze mondiale<br />

verplichtingen denken politici vandaag de dag nog maar<br />

weinig kiezers meer te trekken. Welke politicus durft het<br />

nog aan om pal voor mondiale solidariteit te gaan staan?<br />

overlevingsdriFt<br />

Waar ik benieuwd naar ben, is hoe de Nederlandse<br />

ontwikkelingsorganisaties in dit nieuwe krachtenveld gaan<br />

opereren. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. De kans<br />

bestaat dat ze zich nog meer zullen laten leiden door hun<br />

eigen institutionele belang en overlevingsdrift. Zij die nog<br />

in de race zijn voor overheidssubsidie zullen zich tot 1<br />

november, de dag waarop het salomonsoordeel over MFS-2<br />

wordt geveld, in elk geval koest houden. Maar omdat er hoe<br />

<strong>dan</strong> ook minder geld beschikbaar zal zijn <strong>dan</strong> voorheen,<br />

zullen organisaties manieren moeten bedenken om minder<br />

afhankelijk van de Nederlandse overheid te worden. Dat<br />

betekent nog meer fondsenwerving onder het Nederlandse<br />

publiek, met het gevaar van een platte en onrealistische<br />

boodschap waarmee ze elkaar proberen af te troeven. Ik<br />

ben bang dat zo niet alleen politici maar ook de marketeers<br />

en fondsenwervers van ontwikkelingsorganisaties een<br />

vrijbrief zullen krijgen. En dat is evenmin een vrolijk<br />

vooruitzicht.<br />

Ten tweede verwacht ik dat organisaties op zoek gaan<br />

naar fondsen buiten Nederland. De Verenigde Staten<br />

bijvoorbeeld kent tal van grote en kleinere particuliere<br />

foundations en een rijke traditie van filantropie. Net als<br />

in de tijd van het Wilde Westen valt hier nog heel wat te<br />

ontginnen, ook voor Nederlandse ngo’s. De vraag is echter<br />

of het zal ‘klikken’ met Nederlandse ngo’s, omdat deze<br />

particuliere fondsen ofwel heel charitatief zijn of juist<br />

een <strong>veel</strong> bedrijfsmatiger aanpak hebben <strong>dan</strong> Nederlandse<br />

ontwikkelingsorganisaties gewend zijn.<br />

Dan is er nog de mogelijkheid tot decentraliseren,<br />

een proces waar na ICCO nu ook Oxfam Novib mee <strong>gaat</strong><br />

beginnen. Steeds meer verantwoordelijkheden worden<br />

hiermee naar lokale veldkantoren overgeheveld. Dat<br />

kan strategisch een slimme zet zijn. De Europese Unie<br />

is van plan om <strong>veel</strong> meer ontwikkelingsgeld direct naar<br />

‘het Zuiden’ over te maken in plaats van te besteden via<br />

noordelijke hulporganisaties, en ook het rapport van de<br />

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid doet<br />

aanbevelingen in deze richting. Het uitgangspunt van<br />

decentralisatie vind ik uitstekend. Het is in feite een<br />

gevolg van succesvolle ontwikkelingssamenwerking,<br />

omdat de capaciteit in het Zuiden zo sterk is geworden<br />

dat de uitvoering en begeleiding van projecten nu lokaal<br />

gedaan kan worden en de westerse ngo zich vooral op<br />

het lobbywerk hier kan richten. Het zou echter verkeerd<br />

zijn als voornamelijk uit overlevingsdrang voor deze<br />

decentralisatie wordt gekozen en de veldkantoren van<br />

Oxfam Novib en ICCO concurrenten worden van zuidelijke<br />

ontwikkelingsorganisaties omdat ze om dezelfde fondsen<br />

gaan strijden.<br />

henk en ingrid<br />

Tot slot is echter nog een laatste scenario denkbaar. Wat<br />

ik hoop is dat ontwikkelingsorganisaties zichzelf gaan<br />

heruitvinden; dat ze zich niet vanuit hun eigen belangen<br />

op de toekomst gaan bezinnen, maar mensen weer een<br />

oprecht en actueel verhaal gaan vertellen over armoede.<br />

Alleen daarmee kun je mensen weer voor je winnen. En<br />

<strong>dan</strong> niet om hun portemonnee te trekken, maar om weer<br />

(en meer) betrokken te raken bij de ongelijkheid in de<br />

wereld. De oplossing zit niet in nog betere rapportages<br />

over succesvolle projecten of in reclamecampagnes, maar in<br />

eerlijke communicatie.<br />

Eerlijke communicatie bijvoorbeeld over wat<br />

ontwikkelingssamenwerking nu eigenlijk is. Op de<br />

interessante bijeenkomst van Singing a New Policy Tune<br />

in Ede (zie ook pagina 6) merkte een van de deelnemers<br />

terecht op dat een groot deel van het Nederlandse<br />

publiek niet is meegegaan in de stappen die de<br />

ontwikkelingssamenwerking door de jaren heen heeft gezet.<br />

Mensen denken bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds<br />

aan schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten, terwijl<br />

het bij de meeste professionele ontwikkelingsorganisaties<br />

allang <strong>gaat</strong> om capaciteitsopbouw en het werken aan<br />

een civil society in het Zuiden. Ontwikkelingsorganisaties<br />

moeten de uitdaging aangaan om juist ook dít werk op een<br />

goede manier over het voetlicht te brengen en niet telkens<br />

– onder druk van de fondsenwervers – in de fuik te vallen<br />

om een beeld neer te zetten dat inmiddels achterhaald is.<br />

En <strong>verder</strong>, zoals op diezelfde bijeenkomst werd gesteld, ook<br />

<strong>veel</strong> beter duidelijk maken waarom het ook in ons eigen<br />

belang is dat de armoede een halt wordt toegeroepen.<br />

Anders valt er over vijftig jaar namelijk ook voor de<br />

kinderen van Henk en Ingrid weinig lol meer te beleven op<br />

deze wereld.<br />

goudmijn<br />

Ontwikkelingsorganisaties moeten over de ongemakkelijke<br />

waarheid van armoede gaan vertellen door in te zoomen<br />

op mensen die er de dupe van zijn en ertegen strijden.<br />

In mijn boek Berichten over Armoede heb ik al geschreven<br />

dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zich niet lijken<br />

te realiseren wat voor goudmijn aan verhalen ze in huis<br />

hebben. Via hun partnerorganisaties hebben ze toegang<br />

tot duizenden mensen die de ongemakkelijke waarheid<br />

van armoede een gezicht kunnen geven, die met vallen en<br />

opstaan proberen vooruit te komen in hun leven binnen<br />

een internationale context die hen vijandig gezind is.<br />

Met zulke krachtige persoonlijke levensverhalen hebben<br />

ontwikkelingsorganisaties een ijzersterke troef in handen<br />

in het debat over de mondiale verantwoordelijkheid van<br />

Nederland.<br />

Misschien is het helemaal nog niet zo slecht dat het<br />

draagvlak een stuk minder is geworden. Ik hoop dat het<br />

ontwikkelingsorganisaties dwingt om de juiste keuzes te<br />

maken. Laat ze maar eens helemaal opnieuw beginnen om<br />

mensen bewust te maken van de ongemakkelijke waarheid<br />

van armoede. Als mensen weer geraakt worden, bestaat<br />

de kans ook dat ze zelf inzien dat het een schande is dat<br />

Nederland van een voorloper op het gebied van mondiale<br />

solidariteit nu opeens een achterblijver dreigt te worden.<br />

Soms is een stapje terug even nodig om vervolgens weer<br />

twee vooruit te kunnen zetten.<br />

the times they are a-Changing 35


wij blijven venieuwen, doet u mee?<br />

Ja, ik doe mee. Ik neem een DOORLOPEND ABONNEMENT op Vice Versa en machtig Stichting Informatievoorziening<br />

Ontwikkelingssamenwerking om via automatisch incasso jaarlijks € 37,50 van mijn bankrekening af te schrijven.<br />

Ja, ik doe mee. Ik neem een JAARABONNEMENT op Vice Versa en machtig Stichting Informatievoorziening<br />

Ontwikkelingssamenwerking om eenmalig € 42,50 van mijn bankrekening af te schrijven.<br />

Ja, ik doe mee. Ik neem een STUDENTENABONNEMENT voor een jaar op Vice Versa en machtig Stichting Informatie-<br />

voorziening Ontwikkelingssamenwerking om eenmalig € 19,95 van mijn bankrekening af te schrijven.<br />

NB Stuur een kopie van het inschrijvingsbewijs voor je opleiding mee.<br />

Mijn gegevens:<br />

Naam m / v<br />

Adres<br />

Postcode/plaats<br />

Telefoon<br />

E-mail<br />

Ik verleen tot wederopzegging machtiging aan lokaalmondiaal om jaarlijks het abonnementsgeld af te schrijven van mijn bankrekening.<br />

Rek.nr:<br />

GRENZELOOS<br />

GEDREVEN<br />

JANNEKE<br />

JUFFERMANS<br />

Drijfveren, dilemma’s<br />

en levenslessen van<br />

ontwikkelingswerkers.<br />

Handtekening datum<br />

Het abonnement loopt door tenzij het drie maanden voor het einde van het abonnementjaar schriftelijk wordt stopgezet. Ondergetekende is bekend met het<br />

feit dat, indien hij/zij niet akkoord is met de afschrijving, hij/zij binnen 30 dagen bij zijn/haar eigen bank opdracht kan geven het bedrag terug te boeken.<br />

02 inhoud<br />

02 inhoud<br />

Knip deze bon uit en stuur hem in<br />

een gefrankeerde enveloppe naar:<br />

lokaalmondiaal<br />

Abonneeservice Vice Versa<br />

Velperbuitensingel 8<br />

6828 CT Arrnhem

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!