deze link - Instituut voor Bouwrecht

ibr.nl

deze link - Instituut voor Bouwrecht

Jaarverslag

2 0

1 2

Instituut

voor

Bouwrecht


Jaarverslag 2012

Instituut voor Bouwrecht


Inhoudsopgave

Voorwoord 1

In vogelvlucht 2

1. Waar staat het Instituut voor Bouwrecht voor? 2

2. Wat doet het Instituut voor Bouwrecht? 2

3. Strategie 3

4. Hoe verhoudt het Instituut voor Bouwrecht zich tot de bouw rechtelijke wereld? 4

5. Banden van het Instituut 5

B. Activiteiten 2012 7

1. Onderzoek 7

1.1 Bouwteamonderzoek 7

1.2 Evaluatie Wet ruimtelijke ordening 7

1.3 Promotieonderzoek: ‘Versnelling van besluitvorming in de democratische rechtsstaat’ 7

1.4 Promotieonderzoek: ‘Toezicht en coördinatie in het bouwproces’ 8

2. Onderwijs 8

2.1. Inleiding 8

2.2. Erkenning door de NOVA 8

2.3. Inhoud van het onderwijs en waardering 9

3. De uitgeeffunctie 9

3.1 Tijdschrift voor Bouwrecht 9

3.2 Boeken 9

3.3 Actualiteiten Bouwrecht 10

3.4 Virtueel Kenniscentrum 10

3.5 Kennisportaal 10

4. Scriptieprijs 11

5. De platform functie 11

5.1 Expertmeeting CO2 emissiehandel impuls voor de bouw- en vastgoedsector 12

5.2 Platform of Experts in Planning Law 12

6. De Europese Vereniging voor Bouwrecht 12

7. Vereniging voor Bouwrecht 13

7.1 Inleiding 13

7.2 VBR-preadvies 14

8. Vereniging voor Bouwrecht- Advocaten 14

8.1 Inleiding 14

8.2 Bestuur 14

8.3 Lidmaatschap 14

8.4 Vergaderingen 15

C. Financiering 16

D. Bijlagen 17

1. Samenstelling Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur 17

2. Medewerkers 17

3. Leerstoelen Bouwrecht 17

4. Inhoud Tijdschrift voor Bouwrecht 2012 20

5. Samenstelling Redactie, Redactieraad en de Redactiecommissie 24

6. Verrichte onderzoeken 24

7. Overzicht bijeenkomsten 27

8. Onderwijsprogrammaraad en Comité van Aanbeveling 48

9. Overige publicaties, voordrachten en activiteiten van medewerkers 48

iii

2012


Voorwoord

Het jaar 2012 stond in het teken van de verschijning van de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012

(UAV 2012), die de voorwaarden van 1989 vervingen. Het onderwerp van deze voorwaarden, de relatie

opdrachtgever – uitvoerend aannemer betreffend, behoort tot de kern onderwerpen waar het Instituut voor

Bouwrecht zich mee zich houdt. In de voorgaande jaren is ten kantore van het Instituut voor Bouwrecht

gewerkt aan de herziening zelf van deze algemene voorwaarden en in 2012 is door het Instituut voor Bouwrecht

op verschillende manieren ruchtbaarheid gegeven aan de verschijning van de herziene voorwaarden.

Om te beginnen was daar het massaal bezochte Grote UAV 2012 congres, waaraan door 450 personen deel

genomen werd. En voorts zagen verschillende publicaties het licht, waaronder de Ontstaansgeschiedenis

van de UAV 2012 waarin alle stukken, die door de commissie belast met het opstellen van de concept UAV

zijn opgesteld, de vergaderverslagen e.d., zijn opgenomen.

Mede dankzij dit congres zijn de inkomsten uit onderwijs, zo van belang voor het Instituut voor Bouwrecht,

op peil gebleven. Voorts heeft het Instituut voor Bouwrecht op verschillende belangrijke beleidsterreinen

(BIM, vervolg plannen naar aanleiding van het rapport van de Commissie Dekker bestrijding planologische

overcapaciteit in relatie tot (plan)schade adviezen mogen uitbrengen aan de Rijksoverheid.

Het jaar 2012 was voor de bouwwereld een zwaar jaar, maar het Instituut voor Bouwrecht heeft zich goed

staande kunnen houden. Net als ik kon opmerken aan het eind van het voorwoord van het jaarverslag over

2011, wordt ook dit jaar in tevredenheid afgesloten.

Den Haag, 2013

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

(directeur)

1

2012


2

2012

In vogelvlucht

1. Waar staat het Instituut voor

Bouwrecht voor?

Traditiegetrouw wordt in het jaarverslag begonnen

met de beantwoording van de vraag: waar staat het

Instituut voor Bouwrecht voor?

Het Instituut voor Bouwrecht, opgericht op 30 december

1968, houdt zich bezig met het bouwrecht

in de brede zin van het woord. Het nemen van een

initiatief om een bouwwerk te realiseren, de ontwikkeling

van een binnenstedelijk gebied, de vorm

waarin opdrachten in de markt gezet kunnen worden

tot en met de beheerfase en de sloop van gerealiseerde

bouwwerken: alles wat juridisch met deze

onderwerpen te maken heeft, is onderwerp van juridische

studie, onderwijs en gedachtevorming van

het Instituut voor Bouwrecht.

Daarmee is ook duidelijk dat het Instituut voor Bouwrecht

zich bezig houdt met het publiek- en privaatrecht.

Een weg kan immers niet gebouwd worden

zonder kennis van de publiekrechtelijke regelgeving,

maar ook niet zonder kennis van het privaatrecht.

En hetzelfde geldt voor alle bouwprojecten.

De beoefening van het bouwrecht onder de vlag van

het Instituut voor Bouwrecht staat echter voor nog

meer. Kenmerkend in de jarenlange praktijk van het

onderzoek van het Instituut voor Bouwrecht is de

integrale benadering van juridische vraagstukken.

Integraal doordat juridische vraagstukken, indien

deze zich daartoe lenen, benaderd worden vanuit

het publiekrecht én vanuit het privaatrecht. Maar

ook integraal doordat juridische vraagstukken benaderd

worden vanuit een wetenschappelijke kant

én vanuit een praktische kant. Het bouwrecht is een

toegepaste wetenschap en dat vereist dat zinvol nadenken

over dit onderdeel van het recht altijd dient

te geschieden vanuit de gedachte dat de praktijk

met de resultaten van het onderzoek ‘iets moet kunnen’.

Waar trekt het Instituut voor Bouwrecht de grens

voor onderzoeksvragen? Die grens wordt bepaald

door de statuten:

‘Het doel van de Stichting Instituut voor Bouwrecht

is het op onafhankelijke wijze bevorderen van de

wetenschappelijke en praktische beoefening van het

bouwrecht, alsmede van de studie van juridische en

maatschappelijke vraagstukken en verschijnselen in

het algemeen, voor zover die betrekking hebben op

of van betekenis kunnen zijn voor de kennis en verdieping

van het bouwrecht.’

De kern van de statuten wordt gevormd door het

woord ‘onafhankelijk’. Het Instituut voor Bouwrecht

verricht zijn werkzaamheden ‘zonder last of ruggespraak’

van partijen die vanwege hun politieke of

economische achtergrond voor bepaalde belangen

staan. Uiteraard verricht het Instituut voor Bouwrecht

werkzaamheden voor bepaalde partijen zoals

brancheverenigingen of overheden, maar aan die

werkzaamheden worden altijd voorwaarden verbonden

om te waarborgen dat het onderzoek en de

uitkomsten in een sfeer van academische vrijheid

gerealiseerd worden. Dat neemt soms de vorm aan

van een begeleidingscommissie waarin verschillende

belangen vertegenwoordigd zijn. Soms is de

financiering van een onderzoek afkomstig uit verschillende

bronnen. En heel vaak wordt de onafhankelijkheid

gewaarborgd door de openbaarheid van

de onderzoeksresultaten.

Kortom het Instituut voor Bouwrecht is een in Nederland

unieke denktank gericht op de maatschappelijk

en economisch van groot belang zijnde wereld

van bouwen, ontwikkelen en beheersen van de omgeving.

Het Instituut voor Bouwrecht wordt bestuurd door

een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. De

samenstellingen van deze besturen treft u aan in

D.1. De samenstelling van de medewerkers van het

Instituut voor Bouwrecht is opgenomen in D.2.

2. Wat doet het Instituut voor

Bouwrecht?

Het Instituut voor Bouwrecht:

• doet onderzoek

• verzorgt onderwijs

• publiceert

• fungeert als ontmoetingscentrum voor bouwrechtelijk

Nederland.

Onderzoek

Het Instituut voor Bouwrecht verricht onderzoek op

verzoek van derden en op eigen initiatief. Het onderzoek

varieert van niveau van enerzijds promotieonderzoek

tot anderzijds dat van concrete onderzoeksopdrachten

van verschillende omvang.


Onderwijs

Het Instituut voor Bouwrecht verzorgt zeer succesvol

verschillende vormen van onderwijs. Een deel

van het onderwijs komt ten goede aan de ‘klassieke

achterban’ van het Instituut voor Bouwrecht: de

bouwrecht specialisten. Dit zijn juristen werkzaam

in de advocatuur, het bedrijfsleven of de overheid

die zich geheel of gedeeltelijk toeleggen op het

bouwrecht. Daarnaast verzorgt het Instituut voor

Bouwrecht in-company bijeenkomsten.

Publiceren

Tot enkele jaren geleden publiceerde het Instituut

voor Bouwrecht tezamen met derden. Daar is sinds

het verslagjaar 2008 verandering in gekomen doordat

het Instituut voor Bouwrecht aanvankelijk minder

omvangrijke, maar allengs grotere publicaties

geheel in eigen beheer ging uitgeven. Enerzijds is de

uitgeeffunctie voor het Instituut voor Bouwrecht van

structureel belang geworden, anderzijds kan geconstateerd

worden dat het een belangrijke plaats in de

uitgevende wereld heeft verworven. Met regelmaat

wordt het Instituut voor Bouwrecht benaderd met

de vraag of een publicatie zich leent voor uitgeven

door het Instituut voor Bouwrecht. Naar verwacht

mag worden, zal de uitgeeffunctie in de komende

jaren nog belangrijker worden. Deze functie biedt

de mogelijkheid om de statutair omschreven onafhankelijkheid

te realiseren.

Het spreekt voor zich dat de publicaties niet beperkt

zijn tot folio (papieren) uitgaven. Het Instituut voor

Bouwrecht publiceert uiteraard ook op het internet.

Dat gebeurt om te beginnen door middel van het digitale

magazine Actualiteiten Bouwrecht. Dit is een

(uitsluitend) digitaal magazine, waarin de lezer dagelijks

op belangrijke jurisprudentie en ontwikkelingen

wordt gewezen; wekelijks wordt het magazine

in zijn geheel verzonden.

Voorts is er het Virtuele Kenniscentrum. Het Virtuele

Kenniscentrum is in 2007 ‘in de lucht’ gegaan.

De bezoeker kan daar tegen betaling verschillende

dossiers raadplegen, waarin zich jurisprudentie, regelgeving,

literatuur en andere, voor dat onderwerp

van belang zijnde, informatie bevindt.

De website van het Instituut voor Bouwrecht is ook

een belangrijke bron van informatie voor bouwrechtelijk

Nederland. Alle bijeenkomsten van het Instituut

voor Bouwrecht worden daar genoemd en via

de website kan men zich opgeven voor het bijwonen

van een bijeenkomst. De uitgaven van het Instituut

voor Bouwrecht zijn via de website te bestellen. Op

de website is een aparte plaats gereserveerd voor

het Europese platform. Een uitputtend beeld van de

site is hiermee natuurlijk niet gegeven.

Platform

Het Instituut voor Bouwrecht fungeert als ontmoetingscentrum

voor bouwrechtelijk Nederland.

Dit is een belangrijke functie van het Instituut voor

Bouwrecht, die het Instituut voor Bouwrecht sinds

jaar en dag vervult. Het Instituut voor Bouwrecht

organiseert met enige regelmaat expertmeetings

over onderwerpen, waarvoor het van belang is dat

de betrokkenen met elkaar van gedachten kunnen

wisselen in een onafhankelijke omgeving. Het kan

hier gaan om concrete wetsontwerpen of om ontwikkelingen

in een deelgebied van het bouwrecht.

Het Instituut voor Bouwrecht verwijst voorts met regelmaat

kennis zoekenden door naar de juiste vindplaats.

Studenten weten het Instituut voor Bouwrecht

te vinden o.a. vanwege de zeer uitgebreide

bibliotheek, waarvan de collectie ook online is te

raadplegen.

3. Strategie

Het Instituut voor Bouwrecht vervult een centrale

plaats in bouwrechtelijk Nederland. Zowel voor de

praktijk als voor de wetenschap. Opdrachtgevende

partijen en opdrachtnemende partijen onderkennen

deze centrale rol van het Instituut voor Bouwrecht.

Met regelmaat wordt het Instituut voor Bouwrecht

dan ook benaderd om vanuit een partij overstijgende

invalshoek antwoord te geven op vragen waar de

praktijk mee worstelt en die een onafhankelijk en

wetenschappelijk verantwoord antwoord behoeven.

De strategie van het Instituut voor Bouwrecht is er

dan ook vanzelfsprekend op gericht deze positie te

behouden en te borgen. Dit vereist dat de werkwijze

van het Instituut voor Bouwrecht garant staat om

deze rol mogelijk te maken. Dat betekent concreet

het volgende:

• Het Instituut voor Bouwrecht ontplooit zoveel

mogelijk activiteiten, waaruit onderzoek (mede)

gefinancierd kan worden.

• Het Instituut voor Bouwrecht doet zijn onderzoek

op een manier die maakt dat er geen twijfel

kan ontstaan aan de onafhankelijkheid.

Met het ontplooien van meer activiteiten is sinds enkele

jaren begonnen. Het onderwijs is uitgebouwd,

waardoor het Instituut voor Bouwrecht thans een

van de meest succesvolle aanbieders van bouwrechtelijk

onderwijs is. Het gaat er in de komende tijd

om deze positie te consolideren en, waar mogelijk,

nog verder uit te bouwen.

De uitgeeffunctie is uitgebouwd met het Tijdschrift

voor Bouwrecht (TBR). De strategie zal er in de ko-

3

2012


4

2012

mende jaren op gericht zijn dat de leidinggevende

positie wordt geconsolideerd.

Het uitgeven van het tijdschrift dat wetenschappelijk

‘er toe doet’ en dat tegelijkertijd de praktijk van

de bouwrechtjurist weet te bedienen, vereist degelijkheid

en onafhankelijkheid. Onafhankelijkheid is

ook een conditio sine qua non voor de kwaliteit en

het gezag van het onderzoek dat op het Instituut

voor Bouwrecht wordt verricht. Die onafhankelijkheid

wordt op een aantal manieren geborgd:

• onderzoek wordt begeleid door gemengd samengestelde

begeleidingscommissies;

• adviesaanvragen ten behoeve van een bepaald

concreet geschil of probleem, waar maar een

partij mee te maken heeft en waarbij een partij

invalshoek wordt gekozen, worden niet aangenomen;

• de financiering van onderzoek wordt zo breed

mogelijk gezocht.

Het laatste punt laat zien dat de beide doelen waarop

de strategie van het Instituut voor Bouwrecht

zich richt met elkaar verbonden zijn. Meer activiteiten

maakt dat het Instituut voor Bouwrecht zijn

opdracht, neergelegd in de statuten, beter kan vervullen.

Anders gezegd: meer inkomsten uit ‘eigen’

bronnen maakt dat het Instituut voor Bouwrecht

datgene waartoe het Instituut voor Bouwrecht in

het leven is geroepen, kan doen op de wijze die

eveneens omschreven is in de statuten, namelijk

onafhankelijk en ten goede komend aan bouwbreed

Nederland.

4. Hoe verhoudt het Instituut voor

Bouwrecht zich tot de bouwrechtelijke

wereld?

De opdrachtgevers

Het Instituut voor Bouwrecht krijgt opdrachten uit

verschillende hoeken. De overheid, zowel de Rijksoverheid

als de lagere overheid, is traditioneel een

grote opdrachtgever.

De opdrachten zijn van uiteenlopende aard:

• het meewerken aan verschillende vormen van

regelgeving;

• het evalueren van regelgeving;

• het schrijven van brochures waarin regelgeving

wordt uitgelegd etc.;

• het verzorgen van cursussen voor overheden.

Deze opdrachten worden veelal opgedragen nadat

concurrentie heeft plaatsgevonden. Daarnaast

wordt beroep gedaan op het Instituut voor Bouw-

recht om mee te denken in tal van werkgroepen.

Gewezen wordt in dit verband op de formulering van

de model inkoopvoorwaarden van de VNG en aan

bijvoorbeeld de Richtlijn Proportionaliteit in het kader

van het aanbestedingsrecht.

Opdrachten worden voorts verleend door brancheorganisaties

zoals de Neprom, Bouwend Nederland

en de BNA uiteraard met inachtneming van de hiervoor

gemaakte opmerkingen inzake de onafhankelijkheid.

Met deze organisaties onderhoudt het Instituut

voor Bouwrecht goede banden en wordt ook

met enige regelmaat verzocht mee te denken over

verschillende ontwikkelingen.

Samenwerkingsverbanden

Het Instituut voor Bouwrecht werkt nauw samen

met verschillende universiteiten. Het gaat hier om te

beginnen om de universiteiten waaraan een bouwrechtleerstoel

verbonden is: Groningen, Leiden, Tilburg

en Delft.

Het initiatief tot het in het leven roepen van de leerstoelen

is in het verleden door het Instituut voor

Bouwrecht genomen.

De financiering van de leerstoelen kwam aanvankelijk

ook ten laste van het Instituut voor Bouwrecht,

maar dat is thans niet meer het geval. Wat Groningen

betreft, heeft het Instituut voor Bouwrecht

nog steeds betrokkenheid bij het Curatorium van de

leerstoel. De band met Tilburg is van oudsher innig

en het Instituut voor Bouwrecht juicht dan ook toe

dat de leerstoel bouwrecht opnieuw bezet is. In Leiden

wordt de leerstoel bekleed door een lid van het

Algemeen Bestuur. Ook de band met Delft is innig:

de leerstoel wordt bekleed door de directeur van het

Instituut voor Bouwrecht. Van de leerstoelen in Groningen,

Leiden en Delft is een verslag opgenomen

in D.3.

Met de Universiteit van Utrecht, Amsterdam, de VU,

de Universiteit Maastricht en de Open Universiteit

bestaan eveneens goede contacten alsmede met de

Technische Universiteiten van Twente en Eindhoven.

Deze banden bestaan doordat gastcolleges worden

verzorgd en/of door betrokkenheid bij activiteiten

van het Instituut voor Bouwrecht van verschillende

personen werkzaam bij deze universiteiten. Nieuw

in dit rijtje is de Universiteit Utrecht. Aan de Juridische

Faculteit is op initiatief van de Raad van Arbitrage

voor de Bouw een Masterclass Bouwrecht

ontwikkeld, die in het jaar 2013 van start zal gaan.

Het Instituut voor Bouwrecht heeft bij het opstellen

van het curriculum een belangrijke rol gespeeld en

zal tevens een deel van het onderwijs verzorgen. In

dit kader mag vermelding verdienen dat aan de ver-


schillende opleidingen het boek Bouwrecht in kort

bestek wordt gebruikt.

Met de Universiteit Utrecht is ook op een ander gebied

contact tot stand gekomen. Het gaat om de

Faculteit Geesteswetenschappen, afdeling Geschiedenis

en Kunstgeschiedenis. Aan die Faculteit vindt

onderzoek plaats door dr. M. Hurx naar o.a. de ontwikkeling

van de architect en de aannemer in de

late Middeleeuwen en de Renaissance. De handelseditie

van het proefschrift van dr. Hurx (Architect

en Aannemer. De opkomst van de bouwmarkt in

de Nederlanden 1350-1530) is op 26 oktober 2012

publiekelijk aan de directeur van het Instituut voor

Bouwrecht aangeboden.

De aanstelling van prof. dr. ir. Bregman als hoogleraar

Gebiedsontwikkeling aan de Universiteit van

Amsterdam per 1 januari 2010 zodat ook daar het

Instituut voor Bouwrecht goed aanwezig is.

Het Instituut voor Bouwrecht gaat voorts soms ad

hoc samenwerkingsverbanden aan met adviesbureaus

of brancheorganisaties indien een onderwerp

of opdracht daartoe aanleiding geeft.

Samenwerking vindt eveneens plaats met de zusterorganisaties,

zoals SBR, STABU, CROW, de Betonvereniging,

ISSO en de CUR. Niet alleen wordt regelmatig

met deze organisaties overlegd, maar ook

worden onderzoeken samen uitgevoerd of worden

lezingen verzorgd.

De ondersteuning van buiten

De wereld om het Instituut voor Bouwrecht heen,

de praktiserende en de wetenschappelijke wereld,

ondersteunt het Instituut voor Bouwrecht op tal van

manieren. Om te beginnen zijn daar de Raad van

Advies en de Onderwijsprogrammaraad, waarin een

groot aantal personen zitting heeft en welke gremia

van groot belang zijn voor de keuze van onderwerpen

waar het Instituut voor Bouwrecht zich bezig

mee houdt en de manier waarop. Daarnaast kan

het Instituut voor Bouwrecht altijd een beroep doen

op personen om zitting te nemen in begeleidingscommissies.

Dit is intensief werk en het Instituut

voor Bouwrecht prijst zich dan ook zeer gelukkig dat

steeds weer personen gevonden kunnen worden om

dit soort werkzaamheden te verrichten. Voorts dient

gewezen te worden op de grote groep docenten, op

wie steeds weer een beroep gedaan kan worden.

Met het dagblad Cobouw heeft het Instituut voor

Bouwrecht een bijzondere band. Medewerkers van

het Instituut voor Bouwrecht publiceren in deze krant

over interessante uitspraken en/of onderwerpen die

actueel zijn. Het Instituut voor Bouwrecht wordt

daarmee wekelijks onder de aandacht gebracht van

een grote groep in het bouwrecht geïnteresseerden.

De bijdragen worden al enkele jaren geleverd en

worden bijzonder gewaardeerd door lezers.

5. Banden van het Instituut

Om te illustreren hoe nauw het IBR is verbonden

met de bouwrechtelijke wereld volgt hier een greep

uit die wereld:

Organisaties in de bouw

• Aboma + Keboma BV

• Arbouw

• Betonvereniging

• BOB Opleidingen Bouwcentrum

• Bouwend Nederland

• Bouwen met Staal

• Building Information Raad

• Centrum Hout

• Centrum Ondergronds Bouwen (COB)

• CROW

• CURNET

• Deltares

• Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid

(EIB)

• ISSO

• Bond van Nederlandse Architecten (BNA)

• NEN (voorheen: NNI)

• Platform 31

• NL Ingenieurs

• PianoO

• RIONED

• SBK

• SBR

• STABU

• TNO Bouw en Ondergrond

Aantal bedrijven en overheden in IBR databestand:

3.864.

Juridische wereld

• Aantal advocatenkantoren in IBR databestand:

812

• Europese Vereniging voor Bouwrecht (EVBR)

• De Grotius Academie

• Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI NIRIA

• Raad van Arbitrage (RvA)

• Rechterlijke macht

• Vereniging voor Bouwrecht (VBR)

• Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten (VBR-A)

Overheden

• Gemeenten

• Provincies

• Raad voor de Veiligheid

• Rijksoverheid (diverse ministeries)

• Waterschappen

5

2012


6

2012

Wereld wetenschappelijk onderwijs

• De Ius Commune Law School

• Open Universiteit (OU)

• Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

• Universiteit Leiden (LEI)

• Universiteit Utrecht (UU)

• Universiteit van Amsterdam (UvA)

• Universiteit van Tilburg (UvT)

• Technische Universiteit Delft

• Technische Universiteit Eindhoven

• Technische Universiteit Twente

De betrokkenheid van het Instituut voor Bouwrecht

bij deze organisaties blijkt uit de regelmatige contacten

die er zijn met bijvoorbeeld de uitnodigingen

om op verschillende manieren deel te nemen

in activiteiten van deze organisaties. Een voorbeeld

van dit laatste: de uitnodiging aan de directeur van

het Instituut om deel te nemen aan een brainstorm

bijeenkomst over de vraag welke richting de BNA in

zou kunnen slaan.


B. Activiteiten 2012

1. Onderzoek

In dit hoofdstuk worden enkele onderzoeken in het

bijzonder belicht. Voor een volledig overzicht van

het in 2012 verrichte onderzoek raadplege men deel

D onder 6.

1.1 Bouwteamonderzoek

Het grote onderzoek naar het functioneren van het

bouwteam en de juridische vormgeving daarvan

culmineerde in het verslagjaar in de publicatie hiervan

in de serie Bouwrecht monografieën nummer

34.

BOUWRECHT

MONOGRAFIEËN

Het bouwteam model

Een studie naar de juridische vormgeving

en het functioneren in de praktijk

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

STICHTING INSTITUUT VOOR BOUWRECHT

In deze uitgebreide studie, van de hand van de directeur

van het Instituut, wordt mede gebaseerd op

interviews uiteengezet hoe het bouwteam ‘werkt’ in

de praktijk. Daarnaast is in dit boek een gedetailleerd

commentaar op de set algemene voorwaarden

van VGBouw gemaakt, die in de praktijk in

veel gevallen als basis van de samenwerking dient.

Het kader voor het commentaar is gevormd door

een toetsingskader, houdende criteria waaraan een

evenwichtig contract zou dienen te voldoen. Ook de

aanbestedingsrechtelijke aspecten zijn bestudeerd.

1.2 Evaluatie Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening, die op 1 juli 2008 in

werking is getreden wordt geëvalueerd middels een

zogenaamde ex-durante evaluatie. Voortdurend zal

de uitvoering van de Wro worden gevolgd. De uitvoering

van het evaluatieonderzoek is opgedragen

aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Het betreft hier een onderzoek dat meerdere jaren

in beslag zal nemen. Het PBL heeft het IBR bij het

onderzoek betrokken in verband met de juridische

aspecten. In de verslagperiode is een tweede onderzoek

gedaan, dat beperkter van opzet is dan de

eerste fase die in 2010 leidde tot het verschijnen

van de een rapport met eerste resultaten. Bij dit

tweede onderzoek zijn daarentegen naast de Wro

ook de planologische instrumenten in de Wet algemene

bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en in

de Crisis- en herstelwet (Chw) betrokken. Het rapport

van deze werkzaamheden is in het verslagjaar

verschenen in de uitgave ‘ex-durante evaluatie Wet

ruimtelijke ordening: tweede rapportage.

1.3 Promotieonderzoek: ‘Versnelling van

besluitvorming in de democratische

rechtsstaat’

In 2009 is mr. A.Z.R Koning gestart met het opstellen

van een voorstel voor een promotieonderzoek

over besluitvorming(sprocedures) in het ontwikkelings-

en bouwproces. Het onderzoeksvoorstel voor

dit promotieonderzoek is goedgekeurd door de promotor

prof. dr. D.A. Lubach. Co-promotor is prof. dr.

ir. A.G. Bregman. Dit uitgebreide onderzoek richt

zich op de actuele en interessante problematiek

van publiekrechtelijke besluitvorming omtrent vereiste

toestemmingen (vergunningen, ontheffingen,

vrijstellingen, meldingen etc.) noodzakelijk voor

gebiedsontwikkelingen. De roep vanuit de politiek,

bedrijven en particulieren om minder en meer eenvoudige

regelgeving op dit gebied is groot.

De problematiek is weerbarstig. Dit blijkt niet alleen

uit de onderzoeken en publicaties die de afgelopen

decennia hierover reeds zijn verschenen, maar ook

uit de maatregelen die nu worden genomen of men

wil nemen in wetgeving (zoals de Wabo, de Waterwet,

de Wet Samenhangende Besluiten, de Wet versnelling

besluitvorming wegprojecten, de Crisis- en

herstelwet).

Het onderzoek bevat een overzicht en analyse van

de vele ontwikkelingen op dit gebied. In het kader

van het onderzoek is een toetsingskader ontwikkeld

vanuit de democratische rechtsstaatbeginselen.

Vervolgens wordt er dieper ingaan op de wet- en

regelgeving waarin versnellingsmechanismen zijn

opgenomen zoals coördinatie- en integratie-instru-

7

2012


8

2012

menten, en vindt er een toetsing plaats aan het ontwikkelde

toetsingskader.

De uitkomsten van het onderzoek zullen naar verwachting

een belangrijke impuls bevatten in het

denken omtrent publiekrechte besluitvorming door

de overheid omtrent ontwikkelings- en bouwprojecten

(gebiedsontwikkelingen).

In het verslagjaar is de Crisis- en herstelwet getoetst

aan het toetsingskader en vervolgens gestart

met een nader onderzoek en beschrijving van de

verschillende versnellingsmaatregelen die in wet- en

regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht

zijn opgenomen.

1.4 Promotieonderzoek: ‘Toezicht en

coördinatie in het bouwproces’

In september 2009 is mr. H.P.C.W. Strang begonnen

met een promotieonderzoek naar toezicht en

coördinatie in het bouwproces. Dit onderzoek vindt

plaats onder begeleiding van prof. mr. dr. M.A.B.

Chao-Duivis, beoogd promotor.

Aanleiding voor het onderzoek is de juridische problematiek

die het gevolg is van een toenemende

complexiteit van bouwprocessen. Coördinatie en

toezicht zijn belangrijke thema’s in complexe bouwprocessen

met veel verschillende participanten.

Het privaatrechtelijke onderzoek richt zich op toezicht

en coördinatie in brede zin. Wat betreft het

toezicht houdt dit in dat zowel het wettelijk bouwtoezicht

als het onderling door contractspartijen gehouden

toezicht onderwerp van onderzoek zijn. De

studie naar coördinatie richt zich op coördinatie in

zowel ontwerpfase als uitvoeringsfase. Deze onderwerpen

zullen vanuit de invalshoeken van de verschillende

participanten in het bouwproces bekeken

worden. In het verslagjaar is het onderzoek vooral

gericht geweest op het onderdeel ‘toezicht’ en heeft

naast een inhoudelijke uitbreiding ook een verbetering

van structuur en methodologie plaatsgevonden.

Deze studie zal resulteren in een publicatie die onderdeel

uitmaakt van de wetenschappelijke literatuur.

Voorts zal de studie ook van nut kunnen zijn

voor juristen in de bouwpraktijk.

2. Onderwijs

2.1. Inleiding

Het Instituut voor Bouwrecht verzorgde in het verslag

jaar wederom een zeer groot aantal onderwijsbijeenkomsten.

Deze bijeenkomsten voorzien in de

behoefte aan kennisoverdracht die met name in de

bouwrechtadvocatuur bestaat alsmede bij juristen

werkzaam bij de overheid of het bedrijfsleven.

2.2. Erkenning door de NOVA

In het verslagjaar is het Instituut voor Bouwrecht

door de NOvA erkend als officiële onderwijsinstelling,

wat voor de advocaten die gebruik maken van

het onderwijsaanbod van belang is in verband met

de zekerheid die zij aan deze status kunnen ontlenen

omtrent het niveau van de cursussen. Het kwaliteitsplan,

ingediend door het Instituut, vermeldt

o.a. het volgende omtrent de opvattingen van het

Instituut over het onderwijsaanbod:

‘Het karakter van het onderwijs

Het Instituut voor Bouwrecht ziet het onderwijs

als een mes dat aan twee kanten snijdt. Onderwijs

dient om kennis over te dragen van een docent naar

de deelnemers, maar net zo belangrijk is dat kennis

wordt overgedragen van de deelnemers naar elkaar

en naar de docent. Onderwijsbijeenkomsten van het

Instituut voor Bouwrecht kenmerken zich door interactiviteit

tussen alle betrokkenen. Na afloop van een

bijeenkomst zijn de deelnemers geestelijk verrijkt

maar ook de docent.

Inhoudelijk

Het onderwijs is op academisch niveau, met uitzondering

van het onderwijs dat aan de hiervoor laatstgenoemde

doelgroep wordt verzorgd. Op dit aspect

wordt hieronder bij d ingegaan.

Het onderwijs beoogt de deelnemers te sterken in

de van hen, gegeven hun dagelijkse werkzaamheden,

verwachte kritische houding en bij te dragen

aan de eveneens voor de praktijk van belang zijnde

behoefte aan reflectie, waaraan de dagelijkse werkzaamheden

wel eens in de weg kunnen staan. Uit

de aard der zaak speelt vorming van kennis op zich

ook een grote rol. Maar het doel van het onderwijs

verzorgd door het Instituut voor Bouwrecht is uitdrukkelijk

dus op meer gericht dan alleen kennisoverdracht.

Strategie

De strategie van het Instituut voor Bouwrecht betreffende

het onderwijs is dat onderwijs bijdraagt aan

het op een zo hoog mogelijk plan tillen van de beoefening

van het bouwrecht in de praktijk, waarmee


eoogd wordt de justitiabelen te voorzien van een

zo degelijk mogelijke praktijk van het bouwrecht.

Daarnaast beoogt het Instituut voor Bouwrecht met

het onderwijsprogramma de wetenschappelijke onderzoeksfunctie

van het Instituut voor Bouwrecht te

versterken.’

2.3. Inhoud van het onderwijs en waardering

Het Instituut bood in het verslagjaar 58 bijeenkomsten

aan. Een overzicht van deze cursussen is opgenomen

in bijlage D7. In het algemeen kan gezegd

worden dat de bijeenkomsten zowel inhoudelijk als

wat organisatie betreft goed gewaardeerd worden.

De inkomsten uit het onderwijs zijn in het verslagjaar

op peil gebleven.

3. De uitgeeffunctie

3.1 Tijdschrift voor Bouwrecht

In het verslagjaar verscheen voor de vijfde keer

het zelfstandig door het Instituut voor Bouwrecht

uitgegeven Tijdschrift voor Bouwrecht. Het eerste

lustrum is dan ook bereikt en dat zal in het komende

verslagjaar gevierd worden. Het Tijdschrift voor

Bouwrecht mag met recht en reden het belangrijkste

tijdschrift op het brede gebied van het bouwrecht

genoemd worden. Het tijdschrift weet inhoudelijk

steeds weer de juiste onderwerpen grondig

te belichten en volgt daarnaast de technologische

ontwikkelingen op de voet.

De stijgende lijn qua aantal abonnees en inkomsten

is doorgezet.

Het Tijdschrift voor Bouwrecht bevat artikelen van

gezaghebbende auteurs, waarbij de focus ligt op

het publiek- en privaatrechtelijke bouwrecht. De in

het Tijdschrift voor Bouwrecht gepubliceerde jurisprudentie

omvat de belangrijkste rechterlijke en

arbitrale uitspraken, administratieve en disciplinaire

beslissingen op het terrein van de bouw in brede

zin. Hierbij worden de volgende rubrieken onderscheiden:

ruimtelijk ordeningsrecht, Woningwet

c.a., milieurecht, overig ruimtelijk bestuursrecht,

bestuursrechtelijke schadevergoeding, grondbeleid,

aanneming van werk, koop-/aannemingsovereenkomsten,

architectenrecht en aanbestedingsrecht.

Naast het opnemen van jurisprudentie en artikelen

wordt afhankelijk van het actuele aanbod in het

Tijdschrift voor Bouwrecht, tevens aandacht besteed

aan recente wetgeving en verschenen bouwrechtelijke

relevante literatuur alsmede in andere

tijdschriften verschenen artikelen.

De verslagen en inleidingen van de georganiseerde

bijeenkomsten door de Vereniging voor Bouwrecht-

Advocaten in samenwerking met het Instituut voor

Bouwrecht en de Vereniging voor Bouwrecht worden,

voor zover mogelijk, eveneens in het Tijdschrift

voor Bouwrecht gepubliceerd.

Een overzicht van de volledige inhoud van de derde

jaargang van het Tijdschrift voor Bouwrecht is opgenomen

in D.4. De samenstelling van de redactie, redactieraad

en redactiecommissie van het Tijdschrift

voor Bouwrecht is weergeven in D.5. De redactieraad

van het Tijdschrift voor Bouwrecht fungeert

als adviesorgaan met betrekking tot de algemeen

redactionele aspecten van het tijdschrift. Naast de

redactieraad kent het tijdschrift redacteuren en een

redactiecommissie. De redacteuren dragen zorg

voor de dagelijkse werkzaamheden betreffende het

tijdschrift. De redactiecommissie heeft tot taak het

bewaken van de kwaliteit van het tijdschrift door het

kritisch beoordelen van ingekomen bijdragen en het

geven van adviezen aan auteurs.

3.2 Boeken

Naast het Tijdschrift voor Bouwrecht geeft het Instituut

voor Bouwrecht nog meer uit. Het fonds boeken

breidt zich gestaag uit. In het verslagjaar zijn de

volgende boeken verschenen:

• Bijzonder geschikt voor het werk (H.J.M. van

Mierlo bundel)

• DNR 2011 Toegelicht

• Praktijkboek contracteren in de bouw (3e druk)

• The service provider’s duty to warn about defects

caused by third parties

• VBR 40 jaar - Verzamelde jaarredes 1972-2012

• Privaatrechtelijke Bouwregelgeving - editie 2012

• Artikelsgewijs commentaar op de afdeling

Grondexploitatie in de Wro en het Bro

• English translation of the Dutch ‘Uniforme Administratieve

voorwaarden voor de uitvoering van

werken en technische installatie werken 2012

(UAV 2012)

• UAV 2012 - teksteditie

• Ontstaansgeschiedenis UAV 2012

• Praktische toelichting op de UAV 2012

Bouwrecht Monografie nr. 40, Het bouwteam

model. Een studie naar de juridische vormgeving

en het functioneren in de praktijk van prof. mr.

dr. M.A.B. Chao-Duivis

• VBR Preadvies nr. 40, Naar een nieuw omgevingsrecht

van prof. dr. Ch.W. Backes, prof. mr.

N.S.J. Koeman, prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels,

prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, prof. mr. H.F.M.W.

van Rijswick, prof. mr. B.J. Schueler, prof. mr. J.

Struiksma en prof mr. R. Uylenburg.

9

2012


10

2012

Ontstaansgeschiedenis UAV 2012

Dit overzicht weerspiegelt het beleid van het Instituut

voor Bouwrecht om bouwbreed bezig te zijn. Er

zijn publicaties die zeer de diepte ingaan, publicaties

die een praktische invalshoek hebben en publicaties

die het publiek- en het privaatrecht dekken. Het belang

van het uitgeven van deze boeken is gelegen

in wederom de financiële opbrengsten als het strategisch

belang van het Instituut voor Bouwrecht als

hét kennisinstituut in de bouw.

Ontstaansgeschiedenis

UAV 2012

onder redactie van:

prof. mr. dr. M.A.B. Chao­Duivis

mr. L. de Ruijter

mr. H.P.C.W. Strang

3.3 Actualiteiten Bouwrecht

Naast boeken wordt het elektronische magazine

Actualiteiten Bouwrecht uitgegeven. Deze uitgave

mocht zich in het verslagjaar verheugen in een stabiel

aantal abonnees. Het elektronische magazine

wordt overwegend gevuld door bijdragen geschreven

op het Instituut voor Bouwrecht zelf. Daarnaast

worden ook wekelijks bijdragen van correspondenten

geplaatst. Een aantal correspondenten krijgt wekelijks

één of meer uitspraken van arbiters of van de

overheidsrechter opgestuurd om deze te bewerken

en gereed te maken voor publicatie in Actualiteiten

Bouwrecht. Daarnaast worden met enige regelmaat

bewerkingen geplaatst van de hand van advocaten.

Het betreft dan bewerkingen van uitspraken op hun

vakgebied. Soms gaat het om uitspraken die zij zelf

hebben gesignaleerd, maar soms ook uitspraken die

door het Instituut voor Bouwrecht zijn toegestuurd.

3.4 Virtueel Kenniscentrum

Omdat steeds meer informatie via het internet Omdat

steeds meer informatie via het internet wordt

verspreid, is het Instituut voor Bouwrecht in verslagjaar

2007 gestart met het Virtuele Kenniscentrum.

Het Virtueel Kenniscentrum is bedoeld voor iedereen

die in de dagelijkse praktijk met het bouwrecht

te maken heeft: advocaten, notarissen, juristen

werkzaam bij de rijks-, provinciale- en gemeentelijke

overheid, juristen werkzaam bij bouwbedrijven,

ingenieursbureaus en projectontwikkelaars. Zij kunnen

hun voordeel doen met een abonnement op het

Virtueel Kenniscentrum. Het is voor veel bouwrecht

geïnteresseerden niet meer mogelijk alles zelf bij te

houden en paraat te hebben voor wanneer zich een

probleem op een bepaald gebied voordoet. Toch

is er wel behoefte aan kennis. In die lacune van

kennismanagement voorziet het Virtuele Kenniscentrum.

In een groot aantal dossiers is kennis geordend:

jurisprudentie, regelgeving, literatuur. Deze dossiers

worden dagelijks bijgehouden en uitgebreid.

Daarnaast worden regelmatig nieuwe dossiers toegevoegd.

Begin 2013 wordt een groot dossier op het gebied

van appartementsrecht toegevoegd. Uit de praktijk

bleek dat daaraan behoefte bestaat, en het Instituut

voor Bouwrecht heeft op deze behoefte ingespeeld.

Daarnaast zal het IBR in 2013 een samenwerking

aangegaan met de Stichting VvERecht, om ‘partners

in kennis’ te worden. Deze stichting heeft een uitgebreide

website op het gebied van appartementsrecht

en de informatie van het IBR en van VvErecht

zal worden gedeeld, bijvoorbeeld door middel van

doorverwijzingen via links. Het is mogelijk een jaarabonnement

op dit kenniscentrum te nemen of toegang

voor een kortere termijn aan te vragen. Het

aantal abonnees op het kenniscentrum vertoont een

gestage groei.

3.5 Kennisportaal

Eind 2011 is het kennisportaal van het Instituut voor

Bouwrecht (www.bouwrechtonline.nl) in een afrondende

fase gekomen. Naast het Tijdschrift voor

Bouwrecht zijn ook de bijdragen uit Actualiteiten

Bouwrecht hier reeds te vinden. Vanaf begin 2013

zal ook het Virtueel kenniscentrum in dit portaal te

vinden zijn. Het Instituut voor Bouwrecht biedt zijn

kennis op deze manier op een geïntegreerde wijze

aan om bezoekers nog beter van dienst te zijn.


4. Scriptieprijs

De IBR Scriptieprijs bestaat nu 8 jaar. Deze prijs bestaat

uit een Privaatrechtelijke prijs en een Publiekrechtelijke

prijs.

Het reglement luidt gelijk voor beide scriptieprijzen.

Voor beide prijzen is er een eigen jury bestaande uit

hoogleraren op het betreffende vakgebied.

De onderverdeling is als volgt:

Jury IBR Scriptieprijs Privaatrecht:

• prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis,

• prof. mr. J.M. Hebly,

• prof. mr. D.A. Lubach.

Jury IBR Scriptieprijs Publiekrecht:

• prof. mr. P.J.J. van Buuren,

• prof. mr. N.S.J. Koeman,

• prof. mr. J. Struiksma.

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis is voorzitter van

beide jury’s.

De tweede prijs privaatrechtelijk en publiekrechtelijk

bouwrecht à € 500,- is door Haans Advocaten

mogelijk gemaakt. Heijltjes Advocaten maakte wederom

de eerste prijs Privaatrecht en de eerste prijs

Publiekrecht à € 1000,- mogelijk.

De prijsuitreiking

Voor de IBR scriptieprijzen zijn in het verslagjaar

vijf scripties ingezonden, twee scripties voor de

IBR Scriptieprijs Privaatrechtelijk bouwrecht en drie

scripties voor de IBR Scriptieprijs Publiekrechtelijk

bouwrecht.

Prof. mr. Struiksma met mr. E.M. van Dam (winnaar scriptieprijs)

De prijsuitreiking vond plaats tijdens de VBR Jaarvergadering

op 12 december 2012. De prijzen werden

uitgereikt door prof. mr. J. Struiksma, de Voorzitter

prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis was verhinderd.

Voor de IBR Scriptieprijs Publiekrecht is de jury tot

een eerste en tweede prijs gekomen en een eervolle

vermelding. Voor de IBR Scriptieprijs Privaatrecht is

de jury tot een eerste en tweede prijs gekomen.

De prijswinnaars en de scribenten wiens scriptie een

eervolle vermelding kregen, hebben - naast het prijzengeld

- van het IBR een jaarabonnement aangeboden

gekregen op het Tijdschrift voor Bouwrecht

en werd de mogelijkheid geboden een bewerking

van de scriptie voor te leggen aan de redactie van

dit tijdschrift.

De prijswinnaars

Publiekrecht

• Eerste prijs: Mr. V.H.M. van Os

Titel: “Waar een wil is, is een wet? Over kansen

en barrières voor duurzaam bouwen in het ruimtelijk

bestuursrecht”

• Tweede prijs: Mr. ir. B.W. Hoekstra

Titel: “Zekerheid geven in ruimtelijke besluitvorming

over onvermijdelijke onzekerheden in

luchtkwaliteit en stikstofdepositie”

• Eervolle vermelding: Mr. ir. J.G.G.M. van Knippenberg

Titel: “Het gelijkwaardigheidbeginsel in het

bouwrecht”

Privaatrecht

• Eerste prijs: Mr. E.M. van Dam

Titel: “Het prisoner’s dilemma in de bouw. Effectiviteit

van antikartelwetgeving vanuit rechtseconomisch

perspectief”

• Tweede prijs: Mr. C.P. Hageman

Titel: “Overheidseigendom van onroerende

openbare zaken. Privaat of publiek recht?”

Het reglement kan worden gedownload via de website

van het IBR (www.ibr.nl, via Activiteiten en vervolgens

IBR scriptieprijs). De juryrapporten 2012

kunnen tevens via deze website worden ingezien in

2013 (en daarna worden opgevraagd bij het IBR).

De scripties die in de prijzen zijn gevallen kunnen

worden ingezien bij het IBR.

5. De platform functie

Het Instituut voor Bouwrecht vormt op verschillende

manieren een platform voor bouwrechtelijke

problemen. In een neutrale omgeving wordt met regelmaat

gediscussieerd over onderwerpen die soms

zijn ingegeven door dagelijkse problemen, en soms

zijn ingegeven door langere termijn zaken. De belangstelling

om mee te doen aan dit soort bijeenkomsten

is steeds groot en kan gezien worden als

11

2012


12

2012

een bevestiging van de rol van het Instituut voor

Bouwrecht.

5.1 Expertmeeting CO2 emissiehandel

impuls voor de bouw­ en vastgoedsector

Met de uitbreiding van het toepassingsbereik van de

Europese richtlijn omtrent CO2 emissiehandel (behalve

ETS tevens DOP’s) is de vraag relevant geworden

of het mogelijk is om aan duurzame bouwprojecten

emissierechten of kredieten te verlenen. De

richtlijn lijkt daarvoor ruimte te bieden. Om de mogelijkheden

verder te verkennen werd op 15 oktober

2012 een expertmeeting georganiseerd. Tijdens

deze expertmeeting stond de vraag centraal of CO2

emissiehandel een impuls zou kunnen betekenen

voor de bouw- en vastgoedsector. Mr. A.Z.R. Koning

organiseerde de meeting vanuit het IBR in samenwerking

met Mr. A.R. Klijn van Boekel de Nerée. De

problematiek werd in een korte voordracht toegelicht,

waarbij ook de ontwikkelingen in het buitenland

aan de orde kwamen. Vervolgens werd aan de

hand van stellingen met de deelnemende experts op

het gebied van milieurecht/bouwrecht (een select

gezelschap) gediscussieerd over welke kant het in

Nederland op zou moeten gaan met betrekking tot

deze vraag. Zijn emissierechten of -kredieten voor

duurzame bouwprojecten een goed en haalbaar

idee? Welke mogelijkheden zijn er en welke juridische

knelpunten kan men verwachten? Door mr.

A.R. Klijn en mr. B. Haagen is een artikel geschreven

n.a.v. de expertmeeting dat in het januarinummer

van TBR 2013 is verschenen. Door mr. A.Z.R. Koning

is een verslag opgesteld van de expertmeeting.

5.2 Platform of Experts in Planning Law

Op 8 en 9 februari 2007 vond er in Den Haag een internationale

conferentie op het gebied van ‘Planning

Law’ plaats. Deze conferentie werd georganiseerd

door het Instituut voor Bouwrecht in nauwe samenwerking

met het Ministerie van VROM. Het thema

van deze conferentie was de nieuwe Wet op de

ruimtelijke ordening. Tijdens de conferentie kwam

de wens naar voren om een vervolg te geven aan

de uitwisseling van kennis, die door de deelnemers

als inspirerend en leerzaam werd ervaren. Aan het

eind van dag is daarom besloten een ‘Platform of

experts in Planning Law’ op te richten en hebben de

deelnemers een Agreement ondertekend. Dit internationale

platform geeft de mogelijkheid tot rechtsvergelijking

op het gebied van ruimtelijke ordening

tussen de verschillende landen.

Tevens werd afgesproken dat dit platform een eigen

website zou krijgen. Deze website is opgezet door

het Instituut voor Bouwrecht in samenwerking met

het Ministerie van VROM en sinds eind 2007 ‘in de

lucht’: www.internationalplanninglaw.com. De redactie

ligt bij het Instituut voor Bouwrecht.

Op de website wordt zoveel mogelijk beschikbare

informatie verzameld over Planning Law van de

deelnemende landen. Per land is wetgeving, jurisprudentie,

vakliteratuur en beleid te vinden, en

de informatie zal steeds verder worden uitgebreid.

Eens in de vier maanden wordt een nieuwsbrief verzonden

met recente nieuwsberichten en publicaties

van de website.

Bezoekers aan de website kunnen via een ‘contactformulier’

ook zelf een bijdrage leveren aan de website.

Conferentie 2012

Na de succesvolle conferenties in Leuven in 2008,

Berlijn in 2009, Espoo (nabij Helsinki) in 2010 en Kopenhagen

in 2011 2010 vond de conferentie in het

verslagjaar op 12 en 13 oktober 2012 in Lissabon.

Het onderwerp ‘Privatization of planning powers and

urban infrastructures’ en de daaraan gekoppelde

rechtsvergelijkende case die de deelnemers vooraf

hadden uitgewerkt gaven wederom aanleiding tot

een levendige discussie. De deelnemers gaven aan

deze uitwisseling van kennis zeer waardevol te vinden.

Hiernaast was ook tijd voor culturele activiteiten.

Een bezoek met rondleiding naar het voormalige

Expo-terrein werd door de deelnemers als zeer

informatief ervaren. Informatie over deze, en over

de voorgaande conferentie, is te vinden op de eerdergenoemde

website. Op de website zijn ook de

uitwerkingen van de case te vinden.

De Conferentie van 2013 zal plaatsvinden in Athene.

6. De Europese Vereniging voor

Bouwrecht

De Europese Vereniging voor Bouwrecht, waarvan

de directeur van het Instituut voor Bouwrecht secretaris

is, vergaderde in het verslagjaar in Luik. Het

thema van het congres was Subcontracting in the

European Union. Ter voorbereiding op dit congres

is een vragenlijst rond gestuurd over de praktijk van

het recht van onderaanneming; met behulp van mr.

F. Schaap (advocaat te Den Haag) is deze vragenlijst

ingevuld. De directeur van het Instituut voor

Bouwrecht heeft tijdens het congres een voordracht

gehouden.

Tijdens het congres is voor het eerst de European

Society of Construction Law Master Thesis Prize uitgereikt.

Aan deze wedstrijd kunnen alle studenten

deelnemen die tijdens hun masterstudie (of een

nationale equivalent daarvan) een scriptie hebben


geschreven. De scriptie is afgerond en beoordeeld

in het collegejaar voorafgaand aan het jaar waarin

de prijs wordt uitgereikt. De scriptie dient betrekking

te hebben op het bouwrecht. Voorbeelden van

mogelijke onderwerpen zijn: bouwcontracten, professionele

aansprakelijkheid van architecten of ingenieurs,

aanbestedingsrecht, eigendomsrecht, PFI,

arbitrage/bemiddeling/geschillenbeslechting.

De eerste prijs bestaat uit een geldbedrag van

€2500,- en de tweede prijs uit een geldbedrag van

€1000,-. Beide prijswinnaars worden uitgenodigd de

scriptie te bewerken tot een artikel voor het vaktijdschrift

International Construction Law Review.

v.l.n.r. prof. B.A.N. Kohl (voorzitter Belgische Verenging voor Bouwrecht),

prof. A.P. Lavers (White&Case), prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis (Instituut

voor Bouwrecht/TU Delft), Patrick Hehenberger (1e prijs winnaar), mr. M.

Schoups (voorzitter Belgische Verenging voor Bouwrecht)

De jury van de ESCL Master Thesis Prize wordt gevormd

door de voorzitter en twee juryleden. De

voorzitter van de ESCL is tevens voorzitter van de

jury. De voorzitter stelt elk jaar twee juryleden aan.

Er zijn in het eerste jaar van het bestaan van deze

prijs maar liefst 11 inzendingen binnengekomen afkomstig

van studenten van verschillen Universiteiten,

zoals Bocconi University, University of Central

Lancashire, Kingston University, The University of

Salford, King’s College London, National and Kapodistrian

University of Athens.

De prijsuitreiking was een succes. De prijzen zijn

uitgereikt op vrijdag 12 oktober tijdens de ESCL

conferentie te Luik.

Eerste prijs: Patrick Hehenberger, “UK success to be

remade in Germany: will adjudication collide with

fundamental civil law principles?”, submitted as part

of the Msc in construction law & dispute resolution,

King’s College London, September 2011.

Tweede prijs: Timothy Leone Ganado, “Interface

agreements in UK PFI healthcare projects”, submitted

as part of the Msc in construction law & dispute

resolution, King’s College London, September 2011.

Via de website van ESCL (http://www.escl.org/

node/75 ) is een kort verslag opgenomen en kan

het juryrapport worden gedownload.

Tijdens het verslagjaar is het boek project niet afgerond.

Het streven is in 2013 dit boek, waarin een

Europees landenoverzicht wordt gegeven van privaatrechtelijke

vraagstukken, te publiceren.

7. Vereniging voor Bouwrecht

7.1 Inleiding

Op 27 juni 1972 werd de Vereniging voor Bouwrecht

door een aantal bestuursleden van het Instituut

voor Bouwrecht en door enkele andere in bouwrecht

geïnteresseerden opgericht. Het in haar statuten

verwoorde doel van de Vereniging voor Bouwrecht

vertoont gelijkenis met dat van het Instituut voor

Bouwrecht en luidt als volgt:

‘Het op onafhankelijke wijze bevorderen van de

belangstelling voor de wetenschappelijke en praktische

beoefening van het bouwrecht in de ruimste

zin des woords alsmede van de studie van juridische

en maatschappelijke vraagstukken en verschijnselen

in het algemeen, voor zover die betrekking hebben

op of van betekenis kunnen zijn voor de kennis

en de ontwikkeling van het bouwrecht.’

Het Instituut voor Bouwrecht en de Vereniging voor

Bouwrecht zijn nauw met elkaar verbonden. Het Instituut

voor Bouwrecht, mr. R.W.M. Kluitenberg verzorgt

het secretariaat alsmede het penningmeesterschap

van de Vereniging voor Bouwrecht en er zijn

personele unies tussen verschillende bestuursleden

van beide organisaties.

Het bestuur van de Vereniging voor Bouwrecht bestond

per 31 december 2012 uit de volgende personen:

• mr. J. Gundelach

• mr. J. Hoekstra

• prof. mr. N.C. Oostrom-Streep

• prof. mr. C.E.C. Jansen (voorzitter)

• mr. M. Lurks

• mr. ing. B. Rademaker

• prof. mr. B.J. Schueler

• mr. A.M.J. Vos

Voor het verzorgen van het secretariaat en het penningmeesterschap

van de Vereniging voor Bouwrecht

ontvangt het Instituut voor Bouwrecht een

jaarlijkse vergoeding; in het verslagjaar bedroeg

deze € 21.105,-.

13

2012


14

2012

Aan het eind van het verslagjaar 2012 stonden er

1508 leden bij de Vereniging voor Bouwrecht ingeschreven

tegenover 1498 aan het einde van 2011.

7.2 VBR­preadvies

In het verslagjaar is in de reeks VBR-preadviezen

nummer 40: ‘Naar een nieuw omgevingsrecht’ verschenen

van de preadviseurs prof. dr. Ch.W. Backes,

prof. mr. N.S.J. Koeman, prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels,

prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, prof. mr. H.F.M.W.

van Rijswick, prof. mr. B.J. Schueler, prof. mr. J.

Struiksma en prof mr. R. Uylenburg.

Dit boek is uitgegeven door het Instituut voor Bouwrecht

en besproken op de VBR-jaarvergadering van

12 december 2012 te Amersfoort.

8. Vereniging voor Bouwrecht­

Advocaten

8.1 Inleiding

ISBN 978-90-78066-72-9

NUR 823

Op 10 juni 1997 heeft het bestuur

van de Vereniging voor

Bouwrecht in nauwe samenwerking

met het Instituut voor

Bouwrecht het initiatief genomen tot de oprichting

van de Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten. De

reden hiervoor is dat de Nederlandse Orde van Advocaten

een permanente opleiding voor advocatuur

heeft geïntroduceerd op grond waarvan elke advocaat

verplicht is jaarlijks opleidingspunten te behalen

door het volgen van onderwijs aan door de Orde

erkende onderwijsinstellingen. De oprichting van

een Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten biedt de

mogelijkheid om deze erkenning door de Nederlandse

Orde van Advocaten te verkrijgen en stelt de

advocatuur op de navolgende wijze in staat om de

vereiste opleidingspunten te behalen.

De samenwerking van de Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten

met het Instituut voor Bouwrecht

en de Vereniging voor Bouwrecht levert voor advocaat-leden

door deelname aan de Instituut voor

Bouwrecht en de Vereniging voor Bouwrecht georganiseerde

bijeenkomsten opleidingspunten op.

Op de ledenvergadering van de Vereniging voor

Bouwrecht-Advocaten van 6 november 2012 werd

besloten om de leden te verplichten om jaarlijks ten

minste 10 opleidingspunten op het terrein van het

bouwrecht te behalen (m.i.v. 2013). Er zal hierbij

geen onderscheid worden gemaakt naar publiek-

dan wel privaatrechtelijke cursussen. Erkende cursussen

op het terrein van het bouwrecht, niet georganiseerd

door het Instituut voor Bouwrecht en de

Naar een nieuw omgevingsrecht

Vereniging voor Bouwrecht worden hierbij eveneens

in aanmerking genomen. Een overschot aan opleidingspunten

kan een jaar worden behouden.

prof. dr. Ch.W. Backes

prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick

prof. mr. N.S.J. Koeman

prof. mr. B.J. Schueler

prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels prof. mr. J. Struiksma

prof. mr. A.G.A. Nijmeijer prof. mr. R. Uylenburg

Naar een nieuw omgevingsrecht

Publicatie van de Vereniging voor Bouwrecht

Nr. 40

2706_omslag_VBR_preadvies40_2012.indd 1 07-11-2012 12:34:54

40 jaar

De activiteiten van de Vereniging

voor Bouwrecht-Advocaten

bestaan in hoofdzaak

uit het organiseren van studiebijeenkomsten

samen met

het Instituut voor Bouwrecht

en de Vereniging voor Bouwrecht,

waarbij de meerdaagse

verdiepingscursus privaatrechtelijk-

en publiekrechtelijk

bouwrecht een centrale

plaats innemen. Voor een

overzicht van de in het jaar-

verslag gehouden cursussen en studiebijeenkomsten

wordt verwezen naar D.7.

8.2 Bestuur

Het bestuur van de Vereniging voor Bouwrecht-

Advocaten bestond per 31 december 2012 uit de

volgende personen:

• mr. ing. J.J. van de Vijver (voorzitter)

• mr. J.H.B. Averdijk

• mr. W.M.J.M. Heijltjes

• mr. E.A. Minderhoud

• prof. mr. drs. B.P.M. van Ravels

Voor het verzorgen van het secretariaat en het penningmeesterschap

van de Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten

ontvangt het Instituut voor Bouwrecht

een vergoeding van € 6.615,-.

Het secretariaat en het penningmeesterschap worden

vervuld door het Instituut voor Bouwrecht. Secretaris

is mr. R.W.M. Kluitenberg.

8.3 Lidmaatschap

Tot het lidmaatschap kunnen in principe alleen advocaten

worden toegelaten die ten minste zeven jaar

als advocaat zijn ingeschreven overeenkomstig het

bepaalde van de Advocatenwet en die ten minste

een derde van de fulltime werktijd besteden aan het

bouw- of het onroerend-goedrecht. Naast de mogelijkheid

tot het toelaten van aspirant-leden, bevatten

de statuten eveneens (onder bepaalde voorwaarden)

een ontheffing van deze toelatingseisen.

Aan het eind van het verslagjaar 2012 stonden er

551 leden bij de Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten

ingeschreven.


8.4 Vergaderingen

De Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten organiseert

in samenwerking met de Vereniging voor

Bouwrecht jaarlijks drie kwartaalvergaderingen en

een jaarvergadering. De vergaderingen die in het

verslagjaar zijn gehouden zijn beschreven in het

overzicht van de bijeenkomsten. Zie hiervoor D7.

15

2012


16

2012

C. Financiering

Onderstaande organisaties subsidiëren het Instituut

voor Bouwrecht jaarlijks met een financiële bijdrage.

De Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds

voor de Bouwnijverheid (O&O-fonds) heeft in het

verslagjaar een bedrag van € 100.000,- bijgedragen

in de financiering van het Instituut voor Bouwrecht.

De exploitatielasten van het Instituut voor Bouwrecht

bedroegen in 2012 ongeveer € 1.627.000,-.

Naast de bijdrage van het O&O-fonds ontvangt het

Instituut voor Bouwrecht eveneens subsidies van

het Ministerie van BZK-RGD, de gemeenten Amsterdam,

Rotterdam en ‘s-Gravenhage, een aantal middelgrote

en kleinere gemeenten, en de provincies

Gelderland, Groningen en Utrecht. Voorts wordt een

deel van de exploitatielasten gedekt door opbrengsten

uit onderzoeksopdrachten, het Tijdschrift voor

Bouwrecht en overige activiteiten van het Instituut

voor Bouwrecht.

Van het Ministerie van BZK-RGD ontvangt het Instituut

voor Bouwrecht jaarlijks een projectbijdrage ad

€ 45.378,- in de kosten verbonden aan de uitvoering

van de continue projecten. Voorts verstrekt het Ministerie

van BZK-RGD een projectsubsidie op basis

van de door het Instituut voor Bouwrecht te verrichten

onderzoeksactiviteiten. De opbrengsten uit

onderzoeksopdrachten van ministeries bedroegen in

2012 ongeveer € 60.000,-.

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam en ‘s-Gravenhage

subsidiëren ieder 1,25% van de door het

Ministerie van BZK-RGD als subsidiabel erkende lasten.

Het totale subsidiebedrag van deze gemeenten

bedroeg in het verslagjaar € 14.984,-.

Een zestal middelgrote gemeenten heeft voor het

verslagjaar een subsidie toegezegd. Samen droegen

deze gemeenten bij in de financiering van het Instituut

voor Bouwrecht voor een bedrag van € 2.866,-

Voor het verslagjaar zijn van een twintigtal kleinere

gemeenten subsidietoezeggingen ontvangen tot

een totaal bedrag van € 5.853,-.

De provincies Gelderland, Groningen en Utrecht

droegen in totaal € 2.668,- bij. In het verslagjaar

bedroegen de opbrengsten uit opdrachten van derden

in totaal ± € 280.000,-.

In B.2. en D.6. van dit jaarverslag wordt uitgebreid

ingegaan op de onderzoeksactiviteiten van het Instituut

voor Bouwrecht.

In het rapport inzake de verantwoording 2012 van

BDO Audit & Assurance B.V. d.d. 25 april 2013 is de

financiële verantwoording over het verslagjaar 2012

neergelegd. De verantwoording gaf de accountant

geen aanleiding tot nader commentaar.

Na controle en onderzoek van de overgelegde gegevens

hechtte de accountant daaraan de verklaring

dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van

het vermogen van het Instituut voor Bouwrecht op

31 december 2012 en van het resultaat over 2012.


D. Bijlagen

1. Samenstelling Algemeen Bestuur

en Dagelijks Bestuur

Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur:

• prof. mr. J. Struiksma* - voorzitter

• mevr. mr. F.M.M. Rasenberg* - vice-voorzitter

• drs. H.P.M. Meerbach*- secretaris/penningmeester

• prof. mr. P.J.J. van Buuren

• mr. G. Engelen

• prof. mr. J.M. Hebly

• mr. H.W.R.A.M. Janssen

• prof. mr. N.S.J. Koeman*

• prof. mr. A.G.A. Nijmeijer

• mr. J.W. van Nouhuys

• mr. H.D. van Romburgh*

• mr. R.B. Schnepper

• mevr. mr. D.M.C. Schuurmans

• mr. ing. J.J. van de Vijver*

• mr. D.E. van Werven

• prof. mr. W.C.T.F. de Zeeuw*

* tevens lid Dagelijks Bestuur

2. Medewerkers

Juridisch medewerkers:

• prof. dr. ir. A.G. Bregman, senior stafmedewerker

• prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis, directeur

• mr. R.W.M. Kluitenberg, eindredacteur TBR/uitgever

• mr. A.Z.R. Koning, juridisch stafmedewerker

• mr. H.P.C.W. Strang, juridisch medewerker

• mr. N. van Wijk- van Gilst, juridisch stafmedewerker/redacteur

Het secretariaat bestond per einde jaarverslag uit:

• mevr. E. Boomer-van der Ploeg (secretaresse)

• mevr. D. Buis (secretaresse)

• mevr. L. de Groot-Maas (management assistente)

Student-assistenten:

• dhr. H.B.C. Goedegebure

• mevr. E.W. de Ruijter

3. Leerstoelen Bouwrecht

Leerstoel Groningen

Wat betreft de activiteiten van de leerstoel bouwrecht

te Groningen, bekleed door prof. mr. D.A. Lubach,

kan het navolgende worden opgemerkt.

Onderwijs

In het verslagjaar zijn voor wat betreft het vakgebied

van de leerstoelhouder de vakken Bouwrecht,

Publiekrecht Onroerend Goed en Bestuur, Aansprakelijkheid

en Privaatrecht gedoceerd.

In het verslagjaar heeft mr. Kars de Graaf het vak

Omgevingsrecht verzorgd.

Het vak Publiekrecht Onroerend goed is verplicht

voor notariële studenten en wordt gevolgd door

ongeveer 60 studenten. Het vak Bestuur, aansprakelijkheid

en privaatrecht wordt gevolgd door 50

studenten.

In het vak Bouwrecht werden de hoofdlijnen van

het architectenrecht, het aanbestedings- en aannemingsrecht

behandeld. Het is een verplicht vak voor

de masteropleiding Vastgoed in de faculteit Geografie

en Planologie.

Het vak Ruimtelijk Bestuursrecht werd gevolgd door

ongeveer 70 studenten, deels vanuit de Faculteit

Planologie en Geografie (ongeveer 35). Het vak

Bouwrecht wordt gevolgd door ongeveer 80 studenten,

waarvan een aantal als contractstudent,

werkzaam in de advocatuur. Het vak Bouwrecht is

verplicht voor de masterstudenten Vastgoedkunde

van de faculteit Planologie en Geografie.

In maart/april 2012 heeft de leerstoelhouder een

aantal colleges over het nieuwe Bouwrecht in Curacao

gegeven aan de Universiteit van de Nederlandse

Antillen te Willemstad.

Ook in het verslagjaar werd een aantal scripties op

het terrein van de genoemde vakken geschreven.

De nadruk ligt op aansprakelijkheidsverhoudingen in

het aannemingsrecht. In het privaatrechtelijk bouwrecht

is er een toenemende aandacht te bespeuren

voor Europeesrechtelijke vraagstukken en nieuwe

contractvormen in het aannemingsrecht.

Een tweetal scripties waren bovengemiddeld goed.

Mr E.M. van Dam behaalde de eerste prijs bij de

17

2012


18

2012

jaarlijkse competitie voor de scriptieprijs van het Instituut

voor Bouwrecht. Haar scriptie Het prisoner’s

dilemma in de bouw. Effectiviteit van antikartelwetgeving

in rechtseconomisch perspectief behandelde

op een zeer originele manier het actuele onderwerp

bouwfraude. Mr C.P. Hageman behaalde de tweede

prijs voor zijn zeer gedegen studie Overheidseigendom

van onroerende openbare zaken. Privaat-of publiekrecht.

Met name het vak Bouwrecht leidt tot een verhoudingsgewijs

groot aantal stages in de desbetreffende

advocatuur.

In het zgn. Honourscollege is aandacht besteed aan

het onderwerp privaat-publiekrecht met de nadruk

op overheidsaansprakelijkheid.

Onderzoek

In het kader van de opzet van een nieuwe onderzoeksschool,

het Groningen Centre for Law and

Governance (GCLG) is een artikel over de verhouding

tussen Governance en de ontwikkeling van het

ruimtelijk bestuursrecht gereed en zal binnenkort

worden gepubliceerd in een publicatie Oxford University

Press. Ook een artikel over de werking van

deskundigencommissies in het planschade recht is

gereed en zal in 2013 worden gepubliceerd. Datzelfde

geldt voor een bijdrage over de ontwikkeling

van het overheidsaansprakelijkheidsrecht in Nederland

en Duitsland.

De betrokkenheid bij aan het Instituut voor Bouwrecht

lopend onderzoek blijft bestaan als lid van de

Redactieraad van het Tijdschrift voor Bouwrecht.

Het hoofdredacteurschap van de Groene Reeks

Ruimtelijk Bestuursrecht (Kluwer) en de losbladige

uitgave Bestuursaansprakelijkheid (Elsevier) is gecontinueerd.

In de eerstgenoemde bundel zijn de

commentaren op de Wabo, de Woningwet en de

Huisvestingswet onderwerp van actualisatie.

Het promotie onderzoek van mr. W. de Vries naar

internationale samenwerking op het terrein van de

ruimtelijke ordening ter bescherming van de Waddenzee

is vrijwel afgerond. Mr. A.Z.R. Koning heeft

in het verslagjaar verder gewerkt aan haar promotieonderzoek.

Leerstoel Leiden

Met ingang van 1 mei 2003 is prof. mr. J.M. Hebly

leerstoelhouder aan de Universiteit Leiden om voor

één dag per week werkzaam te zijn, eerst als bijzonder

hoogleraar Bouwrecht, sinds 2008 als hoogleraar

Bouwrecht en sinds 2011 als hoogleraar Bouw-

en aanbestedingsrecht.

Onderwijs

Keuzevak Bouwrecht

Het keuzevak Bouwrecht maakt deel uit van het

masterprofiel Onroerend Goed.

In de periode maart/april 2012 is voor bachelorstudenten

in het kader van het keuzevak een Basiscursus

Bouwrecht van 5 weken à 4 uur gegeven (5

ECTS).

In de periode november/december 2012 is tijdens

de avonden voor masterstudenten het profileringsvak

Bouwrecht van 5 weken à 4 uur gegeven over

aanbesteding (5 ECTS).

Scripties

In het verslagjaar zijn de navolgende scripties begeleid

en afgerond:

• 10-01-2012, Erik Luten: ‘Vallen woningcorporaties

onder de reikwijdte van het Europese

aanbestedingsrecht?’

• 13-06-2012, Marije Overwater: ‘De economische

crisis: een onvoorziene omstandigheid binnen

de nieuwbouwwoningmarkt?’

• 12-07-2012, Marijke Kos:‘Postcontractuele

rechtsbescherming sinds de Wira’

De scriptiestudenten zijn bij hun afstuderen door de

leerstoelhouder toegesproken.

Onderzoek

Fellow Meijers Instituut, onderzoeksschool juridische

faculteit Universiteit Leiden


Promotie-activiteiten

Co-promotor van mr. P. Heijnsbroek voor een onderzoek

over PPS, gebiedsontwikkeling en aanbesteding

(promotor Prof. mr. B. Hessel, Universiteit

Utrecht), voorgenomen promotie op 24 mei 2013

Promotor van mr. T.H. Chen voor een onderzoek

over gunningssystemen en strategisch inschrijven,

voorgenomen promotie in 2015

Publicaties

Wezenlijke wijziging na Europese aanbesteding

Nederlands tijdschrift voor Europees recht (NtER),

april 2012, p. 94-106 (met P. Heijnsbroek)

Aanbesteden van juridische diensten

Tijdschrift Aanbestedingsrecht (TA), juni 2012, p.

254-255

Overzicht EU-inbreukprocedures Aanbesteding 2011

Tijdschrift Aanbestedingsrecht (TA), oktober 2012,

p. 507-516 (met P. Heijnsbroek en J.H. de Haan)

When Amending leads to Ending

IN: Gustavo Piga, Steen Treumer (Ed.)The Applied

Law and Economics of Public Procurement, Routledge,

2012, p. 163-184 (met P. Heijnsbroek)

Proposal for new public procurement legislation in

the European Union

IBA Current Practise Newsletter, september 2012, p.

23-25 (met J.H. de Haan)

Proposals for new public procurement legislation in

the European Union

IBA Construction Law International, oktober 2012,

p. 4 (met J.H. de Haan)

Annulment of contracts after a public tender

IBA International Litigation News, december 2012,

p. 27-28 (met J.H. de Haan)

Voordrachten, lezingen e.d.

In het verslagjaar heeft de leerstoelhouder de navolgende

activiteiten verricht op symposia, seminars

en andere bijeenkomsten:

Aanbestedingsrecht

Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten, Berlijn 20

april 2012

Nieuwe EU aanbestedingsrichtlijnen, Nieuwe Aanbestedingswet

Juridisch PAO Utrecht, Utrecht 24 april 2012

Ontwerp EU aanbestedingsrichtlijn, Klassieke sectoren

Aanbestedingswerkgroep Houthoff Buruma, Leiden

8 mei 2012

Actualiteiten Bouwrecht

Verdiepingscursus Bouwrecht, Netlaw, Utrecht 22

mei 2012

Actualiteiten Aanbestedingsrecht

Juridisch PAO Utrecht, Utrecht 31 mei 2012

Latest developments regarding contract conditions

and market access to EU public procurement

FIEC Conference, Istanbul 8 juni 2012

Basiscursus Bouwrecht

Juridisch PAO Leiden, Leiden 12 juni 2012

Aanbesteding en inkoop voor corporate juristen

Houthoff Buruma, Amsterdam 12 september 2012

Gids Proportionaliteit

Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering,

Den Haag 27 september 2012

Aanbesteding en inkoop voor corporate juristen

Houthoff Buruma, Rotterdam 27 september 2012

PPS en aanbesteden; processuele aspecten

Symposium PPS & innovatie in nieuwe sectoren,

Utrecht 3 oktober 2012

Europees aanbesteden; procedures/selectie & gunning

Erasmus MC, Rotterdam 9 oktober 2012

Verdiepingscursus UAV 2012 en UAV-GC 2005

Instituut voor Bouwrecht, Den Haag 10 oktober

2012

Nieuwe Aanbestedingswet en Inkoopsamenwerking

Universitaire Platform Inkoop, Leiden 11 oktober

2012

Rechtsbescherming

Grotius Specialisatieopleiding, Utrecht 15 november

2012

Verdiepingscursus Contracteren

Juridisch PAO Leiden, Leiden 15 november 2012

Het nieuwe Opdrachtgevende (panellid) 4e EU Aanbestedingendag

Architecten, Rotterdam 22 november

2012

Gids Proportionaliteit

Gemeente Amersfoort, Amersfoort 11 december

2012

Actualiteiten Aanbestedingsrecht

19

2012


20

2012

Juridisch PAO Utrecht, Utrecht 11 december 2012

Overige activiteiten relevant voor de leerstoel

• Voorzitter Schrijfgroep ‘Gids Proportionaliteit’,

Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en

Innovatie

• Voorzitter examencommissie Juridische Faculteit,

25 augustus 2011

• Lid examencommissie Grotius, 13 december

2012

• Lid algemeen bestuur Stichting Instituut voor

Bouwrecht

• Voorzitter redactie Tijdschrift Aanbestedingsrecht

• Lid redactieraad Tijdschrift voor Bouwrecht

• Voorzitter redactie Standaardregelingen in de

Bouw (SR2)

• Voorzitter Wetenschappelijke Raad Houthoff

Buruma

• Bestuurslid stichting Summercourse Leiden-Amsterdam-Columbia

• Lid benoemingscommissie hoogleraar Bouwrecht

KUB Tilburg

• Lid projectgroep NVvA inzake nieuwe Aanbestedingswet

• Voorzitter begeleidingscommissie onderzoek

‘Bouwteam’ (IBR)

• Jurylid scriptieprijs Vereniging voor Bouwrecht

• Jurylid scriptieprijs Nederlandse Vereniging voor

Aanbestedingsrecht

• (Mede) Ontwikkelaar keuzevak Aanbestedingsrecht

t.b.v. nieuwe Beroepsopleiding Advocatuur

Lidmaatschappen

• Nederlandse Juristen Vereniging

• Vereniging voor Bouwrecht

• Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten

• Vereniging Vastgoed Juristen

• Nederlandse Vereniging voor Aanbestedingsrecht

• Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

• Rotterdams Juridisch Genootschap

• International Bar Association (Legal Practice

Division, International Construction Projects

Committee)

• Singapore Academy of Law

• Juristen Motor Gezelschap

Leerstoel TU Delft

Per 1 september 2004 is aan de Faculteit Bouwkunde

van de TU Delft een leerstoel bouwrecht in

het leven geroepen. Deze stoel wordt sinds die tijd

bekleed door de directeur van het Instituut voor

Bouwrecht. De benoeming betreft een aanstelling

van anderhalve dag in de week.

Onderwijs

In de verslagperiode zijn colleges verzorgd ten behoeve

van Bachelor en Masterstudenten. De colleges

betroffen het privaatrechtelijk bouwrecht, waaronder

het aanbestedingsrecht. In samenwerking met

de Faculteit Civiele Techniek is het vak Construction

and Infrastructure Law verzorgd. In het samenwerkingsverband

3 TU is wederom de cursus Legal and

Governance verzorgd, waarin de leerstoelhouder

het contracten- en aanbestedingsrecht voor haar

rekening nam.

Naast het reguliere onderwijs meldden zich wederom

scriptie-studenten aan.

Promotie begeleiding

• Mr. H. Strang, coördinatie en toezicht in de

bouw; aanvang september 2009.

• Mr. M. Nagelkerke (co-promotor), aan welke

(juridische) voorwaarden moet zijn voldaan voor

een evenwichtige toepassing van DBFM-contracten

in de Nederlandse context?

• Ir. N Boussemaere (co-promotor), Barriers in

the Belgian construction industry for organising

public contracts using DBFM.

Publicaties

Een deel van de publicaties van de leerstoelhouder is

opgevoerd als activiteit van het Instituut voor Bouwrecht,

voorts zijn verschillende publicaties buiten het

Instituut voor Bouwrecht om tot stand gekomen, die

wel zijn opgenomen op de TU publicatielijst.

Overige activiteiten in het kader van de TU

De leerstoelhouder is lid van de Loopbaan Commissie

van de Faculteit Bouwkunde.

Voorts is de leerstoelhouder ambassadeur van Delft

Women in Science (DEWIS) bij de Faculteit Bouwkunde.

4. Inhoud Tijdschrift voor Bouwrecht

2012

Januari 2012

• Ir. H.W. de Wolff en prof. dr. ir. A.G. Bregman,

Herverkaveling: mogelijkheid van versnelling van

het facilitaire grondbeleid op ontwikkelingslocaties?


• Mr. E. van der Schans, Stijgend maatschappelijk

risico: is dat normaal?

• Mr. G.J.M. de Jager en mr. J.J. Hoekstra, De

Onteigeningswet in de praktijk, Verslag van het

onderzoek en het seminar ter gelegenheid van

het vierde lustrum van de Vereniging van Onteigeningsadvocaten

Recent verschenen:

• Mr. H.J. Moné en mr. N. Eeken, Kraken en leegstand:

genezen en voorkomen – nawoord

Praktische toelichting op de UAV 2012

• Mr. E.W. van Gelder, Reactie naar aanleiding van

In deze uitgave is de tekst van de UAV 2012 opgenomen

voorzien van commentaar. Dit commentaar is bedoeld voor

de dagelijkse praktijk van het werken met de UAV 2012.

Praktische toelichting

Het commentaar is in eenvoudige bewoordingen

geformuleerd en niet voorzien van noten en verwijzingen

op de UAV 2012

naar rechtspraak. De tekst bevat uitdrukkelijke

P.A. de Hoog, ‘Onteigening wegens overlast: met de UAV 2012.

aandachtspunten en een heldere uitleg van een groot deel

van de bepalingen. De keuze betreffende de vraag welke

bepalingen te voorzien van commentaar is ingegeven

door de praktijk van alledag, waarbij behoefte bestaat aan

snelle duiding van de betekenis van de tekst.

Deze uitgave is voorzien van een bijlage waarin de tekst

van de UAV 1989 en die van de UAV 2012 naast elkaar

is gezet. Hiermee is in één oogopslag duidelijk waar de

Rotterdam en de Wet verschillen Victor’, zitten. (TBR 2011/135, p.

Over de UAV 2012 zijn bij het IBR ook

de volgende uitgaven verschenen:

• UAV 2012 (tekstuitgave)

• Ontstaansgeschiedenis UAV 2012

• UAV 2012 Toegelicht

Voor meer informatie over deze uitgaven, zie

www.ibr.nl/publicaties

732)

Instituut voor Bouwrecht

• Mr. W.W.M. Blommensteijn-Brabers, Reactie 1 op

Postbus 85851

2508 CN Den Haag

publicaties@ibr.nl

www.ibr.nl

F.A. van Doorn en J.H.M. Seerden, ‘Detailhandel

in ruimtelijke besluiten’ (TBR 2011/191, Over de UAV 2012 verschenen bij het p. IBR ook de 1072)

volgende uitgaven:

• UAV 2012 (teksteditie)

• Engelse vertaling van de UAV 2012 (UAC 2012)

• Mr. I.L. Haverkate, Reactie 2 op • F.A. Ontstaansgeschiedenis van UAV 2012 Doorn

• UAV 2012 Toegelicht (verwacht: voorjaar 2012)

Voor meer informatie over deze titels, zie www.ibr.nl/publicaties

en J.H.M. Seerden, ‘Detailhandel in ruimtelijke

besluiten’ (TBR 2011/191, p. 1072)

• Mr. G.C.W. van der Feltz, Fundamentele herzie-

Auteur:

Bestellen:

prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis Prijs: € 34,95

ISBN 978-90-78066-56-9

ibr.antwoordnummer.nu

ning omgevingsrecht noodzakelijk?, Den Haag

140 pagina’s

fax: 079-5937411

bruist: eindelijk een quick fix voor het omgevingsrecht?

Instituut voor Bouwrecht - Postbus 85851, 2508 CN Den Haag - www.tijdschriftvoorbouwrecht.nl

Februari 2012

• Prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, Gastcolumn, Het wetsvoorstel

voor het permanent maken van de Crisis-

en herstelwet en het (gedeeltelijke) herstel

van het beroepsrecht van decentrale overheden

• Mr. E.A. Minderhoud, Enkele ‘quick wins’ in het

wetsvoorstel tot het permanent maken van de

Crisis- en herstelwet

• Mr. N. Fokke en mr. M.J. Lucacevich, Heeft artikel

20 lid 2 Tracéwet zijn langste tijd gehad?

• C. Visser BBA en ir. C.A.C. Frikkee RT, De Crisis-

en herstelwet en onteigening: versnelling of

vertraging?

• Mr. J.S. Procee, mr. M. Rus-van der Velde, mr.

M.W. Scheltema, mr. E.J. Snijders-Storm en mr.

R.T. Wiegerink, Kroniek onteigeningsjurisprudentie

2011

• Mr. E.A. Minderhoud, De positie van de hypotheekhouder

onder de Wet kraken en leegstand

• Mr. S.J.H. Rutten, De eisen van goed en deugdelijk

werk, Een jurisprudentieonderzoek

Maart 2012

• Mr. A.G.J. van Wassenaer, Gastcolumn, Aanbestedingswet

bijzetten in archief

• Mr. M.A. Vrooland, Ontwikkelingen rond de

vorming van draagvlak voor de RUD’s, Operatie

geslaagd! Patiënt …. ?

• Mr. M.C.E. van der Vleuten en prof. mr. R.F.H.

Mertens, Procesbevoegdheid van VvE’s en individuele

appartementseigenaars bij gebreken in

nieuwe appartementsgebouwen

• Mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen en mr. D.C. Orobio

Praktische toelichting op de UAV 2012

In deze uitgave is de tekst van de UAV 2012 opgenomen

voorzien van commentaar. Dit commentaar is

bedoeld voor de dagelijkse praktijk van het werken

Het commentaar is in eenvoudige bewoordingen

geformuleerd en niet voorzien van noten en

verwijzingen naar rechtspraak. De tekst bevat uitdrukkelijke

aandachtspunten en een heldere uitleg

van een groot deel van de bepalingen. De keuze betreffende

de vraag welke bepalingen te voorzien van

commentaar is ingegeven door de praktijk van alledag,

waarbij behoefte bestaat aan snelle duiding van

de betekenis van de tekst.

Deze uitgave is voorzien van een bijlage waarin de

tekst van de UAV 1989 en die van de UAV 2012 naast

elkaar is gezet. Hiermee is in één oogopslag duidelijk

waar de verschillen zitten.

de Castro, Voorstellen van de Europese Commissie

voor nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (deel 1)

• Mr. J.C. Binnerts, Heeft past performance een

toekomst als uitsluitingsgrond?

2012

nr. 4 - april 2012

• Gastcolumn, Ruimtelijke ontwikkelingen en ecologie. Koek en ei?

Mr. R.H.W. Frins LL.M

• Het wetsvoorstel voor het permanent maken van de Crisis- en

herstelwet nader beschouwd

Mr. S. Hillegers, mr. T.E.P.A. Lam en prof. mr. A.G.A. Nijmeijer

• Hoofdstuk 2 Crisis- en herstelwet, de experimenteerfase voorbij?

(Deel 1), Verslag van de jaarvergadering van de Vereniging voor

Bouwrecht gehouden op 1 december 2011 te Amersfoort

• Over de omgevingsvergunning en lokale toestemmingsvereisten,

in het bijzonder over de omgevingsvergunning voor het vellen

van houtopstanden

Mr. ing. Th. Peters

• Het decentralisatie-beginsel als mantra in het ruimtelijk

bestuursrecht

Mr. A.A.J. de Gier

• Duurzaam bouwen: nog veel te regelen! Juridische (on)

mogelijkheden om duurzaam bouwen in ruimtelijke

besluitvorming te verankeren

Mr. S.E. Reichardt

• De Hoge raad biedt duidelijkheid over de status van een

mondeling akkoord bij de koop van een woning

Mr. J.J. Dammingh

• Voorstellen van de Europese Commissie voor nieuwe

aanbestedingsrichtlijnen (deel 2)

Mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen en mr. D.C Orobio de Castro

April 2012

• Mr. R.H.W. Frins LL.M, Gastcolumn, Ruimtelijke

ontwikkelingen en ecologie. Koek en ei?

• Mr. S. Hillegers, mr. T.E.P.A. Lam en prof. mr.

A.G.A. Nijmeijer, Het wetsvoorstel voor het permanent

makenvan de Crisis- en herstelwet nader

beschouwd

• Hoofdstuk 2 Crisis- en herstelwet, de experimenteerfase

voorbij? (Deel 1), Verslag van de jaarvergadering

van de Vereniging voor Bouwrecht

gehouden op 1 december 2011 te Amersfoort

• Mr. ing. Th. Peters, Over de omgevingsvergunning

en lokale toestemmingsvereisten, in het

bijzonder over de omgevingsvergunning voor het

vellen van houtopstanden

• Mr. A.A.J. de Gier, Het decentralisatie-beginsel

als mantra in het ruimtelijk bestuursrecht

• Mr. S.E. Reichardt, Duurzaam bouwen: nog veel

te regelen!, Juridische (on)mogelijkheden om

duurzaam bouwen in ruimtelijke besluitvorming

te verankeren

• Mr. J.J. Dammingh, De Hoge raad biedt duidelijkheid

over de status van een mondeling akkoord

bij de koop van een woning

• Mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen en mr. D.C Orobio

de Castro, Voorstellen van de Europese Commissie

voor nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (deel 2)

• Dr. J.W. van Zundert, Reactie naar aanleiding

van E. van der Schans, ‘Stijgend maatschappelijk

risico: is dat normaal?’ (TBR 2012/2, p. 7), Een

actuariële concretisering van het normaal maatschappelijk

risico

• Mr. J.C. Binnerts, Naschrift bij ‘Heeft past performance

een toekomst als uitsluitingsgrond? (TBR

21

2012


22

2012

2011/45, p. 246)’

Mei 2012

• Prof. ir. C. van Weeren, Gastcolumn: Grenstoestanden

• Mr. E.M. van Bommel MRE MRICS en mr. A.

Franken van Bloemendaal, De coördinatieregeling,

helemaal zo gek nog niet?

• Mr. M.H. Bakker, (Sub)delegatieproblemen in

hoofdstuk 4 Wro. Op punten een wankel fundament

of zijn er (te) dynamische besturen?

• Mr. C. Burgemeestre, De wijziging van recente

regelgeving en de invloed daarvan op de m.e.r.

Enige opMERkelijkheden

• Mr. dr. M.K.G. Tjepkema, Planschade als maatschappelijk

ongemak? Een beschouwing naar

aanleiding van ABRvS 29 februari 2012, LJN

BV7254 (Vugts)

• Mr. S. van Gulijk, Civiele uitspraken 2010-2011

relevant voor de bouwpraktijk

• Mr. dr. T.H.M. van Wechem en mr. drs. J.H.M.

Spanjaard, Gelding van algemene voorwaarden.

HR 2 december 2011, LJN: BT6684, NJ

2011/574, Linthorst/Echoput

Juni 2012

• Mr. J.A.M.A. Sluysmans, Gastcolumn, Versnelling

van planrealisatie

• Hoofdstuk 2 Crisis- en herstelwet, de experimenteerfase

voorbij? (Deel 2), Verslag van de jaarvergadering

van de Vereniging voor Bouwrecht

Symposium ‘Het licht staat op groen’

gehouden op 1 december 2011 te Amersfoort

Postbus 239 | 7600 AE Almelo | Twentepoort Oost 3a | 7609 RG Almelo

t 0546 - 898 246 | f 0546 - 457 941 | e info@soppegw.nl | i www.soppegw.nl

• Mr. T.H.H.A. van der Schoot, De kabinetsnotitie

over de stelselwijziging omgevingsrecht: Programma een

samenvatting

• Prof. mr. C.E.C. Jansen, Doorbreking van patstellingen

bij de toe- en verdeling van verantwoor-

Middagdeel

delijkheden en risico’s met betrekking tot het

14.45 – 15.00 uur Pauze

verkrijgen van publiekrechtelijke en privaatrech-

Borrel

telijke toestemmingen onder de UAVgc vanaf 16.35 2005,

uur Borrel

Jaarrede uitgesproken op 1 december Inschrijving 2011

tijdens de jaarvergadering van de Vereniging

voor Bouwrecht

• Dr. mr. Y.P. Kamminga en mr. S. Smits, Samenwerking

in de aanbesteding, Teleurstellende

aanbestedingskaders en hoe van samenwerking

toch ‘de norm’ te maken

• Ing. E. Verhoeff, Nationale en Europese perspectieven

voor afspraken over pre-kwalificatie bij

aanbestedingen

• Mr. R.J.W. Rothengatter en R.W.M. Mathijsen, De

coördinatieregeling Wro revisited

• Mr. drs. F.A. van den Assem en mr. M. van Berlo,

Gebruik van keurmerken bij aanbestedingen

Juli 2012

• Mr. M.N. Boeve en mr. F.A.G. Groothuijse, Herziening

van de plan-m.e.r.-regeling noodzakelijk?

Soppe | Gundelach | Witbreuk

advocaten

Ter gelegenheid van de opening van ons kantoor Soppe Gundelach Witbreuk advocaten per

1 april 2012 organiseren wij een symposium over enkele ontwikkelingen in het omgevingsrecht

met aansluitend een borrel. Aan dit symposium wordt ook medewerking verleend door prof.

mr. Peter van Buuren en prof. mr. Tonny Nijmeijer. Het symposium vindt plaats op vrijdag 14

september 2012 in de Businessruimte van het Polmanstadion van voetbalclub Heracles Almelo

(Stadionlaan 1, 7606 JZ Almelo).

Ochtenddeel

9.30 – 10.10 uur Ontvangst en welkomstwoord door mr. Jade Gundelach

10.10 – 11.15 uur ‘M.e.r. is altijd in beweging’ door mr. Marcel Soppe

Over de actuele ontwikkelingen in regelgeving en jurisprudentie over de

milieueffectrapportage

11.15 – 11.30 uur Pauze

11.30 – 12.30 uur ‘PASsend beoordelen’ door mr. Marcel Soppe en mr. Heino Witbreuk

Over saldering in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998

12.30 – 13.30 uur Lunch

13.30 – 14.45 uur ‘Publiekrechtelijk geborgd verzekert beter’ door prof. mr. Tonny Nijmeijer

Over de rol van complementaire overeenkomsten bij de borging van

milieumaatregelen in bestemmingsplannen

15.00 – 16.15 uur ‘Zichzelf vastleggende overheden’ door prof. mr. Peter van Buuren

Over contracteren over planologische besluiten door overheden

16.15 – 16.30 uur Afsluiting door Jan Smit, voorzitter van Heracles Almelo

16.30 – 16.35 uur Slotwoord door mr. Jade Gundelach

Inschrijving kan tot en met 31 augustus 2012 plaatsvinden door verzending van een e-mail

met uw contactgegevens naar info@soppegw.nl. Geeft u daarbij aan of u het ochtend en/

of middagdeel wilt bijwonen. Aan deelname aan dit symposium zijn geen kosten verbonden.

Hebt u nog vragen over dit symposium, dan kunt u contact opnemen met mevrouw mr. Jade

Gundelach (tel: 0546-898246; j.gundelach@soppegw.nl).

Instituut voor Bouwrecht - Postbus 85851, 2508 CN Den Haag - www.tijdschriftvoorbouwrecht.nl

• Mr. G.C.W. van der Feltz en A.M.M. Hendrikx,

Biodiversiteitscrisis: programmatische aanpak

van stikstofdeposities en de voorgenomen vereenvoudiging

van natuurwetten 666

• Prof. mr. C.A. Adriaansens, Huisvestingswet

2012. Een gedoogconstructie

• Mr. dr. P. Memelink en mr. dr. R.D. Lubach, De

wanpresterende onderaannemer: verplicht rekening

houden met de belangen van de opdrachtgever?,

Enkele opmerkingen naar aanleiding

van HR 20 januari 2012, LJN: BT7496 (Wierts/

Visseren)

• Prof. mr. M. van Rossum, De gerechtvaardigde

verwachtingen van de koper van een onroerende

zaak, Enkele kanttekeningen bij HR 17 februari

2012, NJ 2012/290 (Savills/Pasman) en 321

(Alcoa/Pasman)

• Dr. ir. N.P.M. Scholten en mr. drs. M.I. Houben,

Bouwbesluit 2012

• Mr. F.C.S. F.C.S. Warendorf en mr. L. de Man,

Gemeenten wel degelijk bevoegd om definities

van houtopstand en vellen te bepalen

• Mr. T.H.H.A. van der Schoot, Bestemmingsplan

en/of omgevingsverordening?

• Mr. D.A. Cleton, Is een nieuwe omgevingswet

nodig?, Of liggen oplossingen in een verplichte

integrale en interactieve voorfase, alsmede

investeren in kennis?

2012

nr. 7 - juli 2012

• Herziening van de plan-m.e.r.-regeling noodzakelijk?

Mr. M.N. Boeve en mr. F.A.G. Groothuijse

• Biodiversiteitscrisis: programmatische aanpak van

stikstofdeposities en de voorgenomen vereenvoudiging van

natuurwetten

Mr. G.C.W. van der Feltz en A.M.M. Hendrikx

• Huisvestingswet 2012. Een gedoogconstructie

Prof. mr. C.A. Adriaansens

• De wanpresterende onderaannemer: verplicht rekening

houden met de belangen van de opdrachtgever?, Enkele

opmerkingen naar aanleiding van HR 20 januari 2012,

LJN: BT7496 (Wierts/Visseren)

Mr. dr. P. Memelink en mr. dr. R.D. Lubach

• De gerechtvaardigde verwachtingen van de koper van een

onroerende zaak, Enkele kanttekeningen bij HR 17 februari

2012, NJ 2012/290 (Savills/Pasman) en 321 (Alcoa/Pasman)

Prof. mr. M. van Rossum

Augustus 2012

• Prof. dr. mr. M. Pheijffer RA, Gastcolumn, Het lot

van de klokkenluider

• Mr. ing. W.B. van der Gaag, De bevoegdheid van

het waterschap ten aanzien van de omgevingsvergunning

• Mr. M. Vols, De Woningwet en de nieuwe sloppen,

Bestrijding woonoverlast anno 2012

• Mr. H.P.C.W. Strang, Methoden van contractbeheersing

en toezicht

• Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis, Inleidende opmerkingen

over de UAV 2012

• Mededeling van het Ministerie van Defensie en


het Ministerie van I&M inzake het niet ondertekenen

van de UAV 2012

• Mr. S.J.H. Rutten, De UAV 2012; Capita selecta

• Mr. R.G.T. Bleeker, UAV 2012 of AV 2012, Aansprakelijkheid

na oplevering, bouwstoffen en de

Gids Proportionaliteit

• Prof. mr. C.A. Adriaansens, Tuchtrecht Architecten

• J. van Lenthe, Boekbespreking: ‘J.A.M.A. Sluysmans,

De vitaliteit van het schadeloosstellingsrecht

inonteigeningszaken’

• Mr. A.A.J. de Gier, Het projectbesluit in de Omgevingswet:

een exclusieve rechtsfiguur

September 2012

• Dr. ir. N.P.M. Scholten, Gastcolumn, De plaats

en het doel van normalisatie in de bouw en de

bouwregelgeving

• Mr. E. Scharphof en A.J.M. van Kempen MSc MA,

Het Bouwbesluit 2012

• Mr. S.G. Kaai, UAV 2012 vanuit het perspectief

van de aannemer

• Ing. R. Reijnders, Gemiste kansen door lichtheid

van de herziening!, Een eerste stap naar echte

herziening?

• Mr. M.R. de Boer, UAV 2012 ‘De Toekomst van

een Kroonjuweel’, De lichte herziening van de

UAV en de Aedes model aannemingsovereenkomst

• Mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen en mr. D.C. Orobio

de Castro, Kroniek van het Europese aanbestedingsrecht

• Mr. E. van der Schans, Boekbespreking: ‘W.

Dijkshoorn, Planschaderecht en privaatrechtelijk

schadevergoedingsrecht’

• Mr. dr. Y.P. Kamminga, Boekbespreking: ‘M. Hoezen,

Competitive Dialogue Procedure: Negotiations

and Commitment in Inter Organisational

Construction Projects’

• Ir. J.P.A.M. van Tilburg, De opbouw van de omgevingswet

v.l.n.r. ir. P.J.A. Oortwijn (NLingenieurs), mr. A.M. Ubink en mr. A. Oldengarm

(beiden Ubink Vastgoedadvocatuur), drs. F.F.J. Schoorl (BNA)

Oktober 2012

• Prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, Gastcolumn, De Wet

natuurbescherming en de planologische bescherming

van (nationale) natuurdoelen. Bijl aan de

wortel van het natuurbelang?

• Mr. J. van der Velde en mr. F.J. Plantinga, RO

Standaarden 2012

• R. Wingens, Ruimte voor ruimtelijke ordening in

de besluitvorming over hoofdinfrastructuur

• Mr. P. Vermeij, Het retentierecht bij aanneming

van werk, De (on)mogelijkheden tot uitoefening

van dit recht

• Mr. dr. S. van Gulijk en mr. G.J.S. van der Velden,

Het gebruik van doorverwijzingen in algemene

voorwaarden, Bouw en logistieke dienstverlening

vergeleken

• Mr. A.A. Boot en mr. J.C. van Haersolte, Projectontwikkeling

in de vuurlinie van aanbestedingsrecht

en staatssteun

• Mr. R. van der Zwan, Bespreking kabinetsnotitie

stelselwijziging omgevingsrecht, ‘Integrale herziening

Onteigeningswet?!?’

• Mr. W.J.M. Herber, Enkele recente ontwikkelingen

rondom bestekswijzigingen

• Raad van Arbitrage voor de Bouw verlaagt een

groot aantal van zijn tarieven en versoepelt het

uitstelbeleid

November 2012

• Mr. dr. F.A.G. Groothuijse, Het behoud van

archeologische waarden met behulp van waterregelgeving

• Dr. J. Luzak, The constructor’s duties to warn

about design failures in the DCFR from a Dutch

perspective

• Mr. ir. F.M. van Cassel - van Zeeland, Beëindiging

van grote overheidsprojecten, in het bijzonder

Blauwestad (Groningen) en Wieringerrandmeer

(Noord-Holland)

• Mr. T.H. Chen, Eerst offertes beoordelen en dan

geschiktheid vaststellen? - een riskante vernieuwing

• Mr. M.A. Broekman en mr. D.J.M. Westerhoff,

(Ver)bouwen; het fiscale bestek

December 2012

• Mr. R.G.T. Bleeker, Gastcolumn: De wetgever en

het bestuur, Over de status van de Gids Proportionaliteit,

zwarte en grijze lijsten en de commissie

van aanbestedingsexperts

• Mr. E.A. Minderhoud en mr. M.F.A. Evers, Tijdelijke

verhuur en de voorgenomen wijziging van de

Leegstandswet, Wordt het tijdelijk verhuren van

(getransformeerde) gebouwen eenvoudiger?

• Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis, De Algemene

voorwaarden voor de aanneming van funderingswerken

2009

• Mr. dr. A.G.F. Ancery en mr. dr. drs. C.M.D.S.

23

2012


24

2012

Pavillon, De Aedes model aannemingsovereenkomst

voor woningcorporaties: een kritische

beschouwing

• Mr. dr. S. van Gulijk, Boekbespreking: ‘J.A. Luzak,

The service provider’s duty to warn about

defects caused by third parties’

5. Samenstelling Redactie, Redactieraad

en de Redactiecommissie

De Redactie van het Tijdschrift voor Bouwrecht

bestaat uit:

• prof. dr. ir. A.G. Bregman

• prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

• mr. F.A.M. Hobma

• mr. R.W.M. Kluitenberg (eindredacteur)

• mr. A.Z.R. Koning

• mr. N. van Wijk- van Gilst

De Redactieraad bestaat uit:

• mr. B. van den Berg

• prof. mr. M.A.M.C. van den Berg

• mr. B. van den Berg

• mr. R.G.T. Bleeker

• prof. mr. P.J.J. van Buuren (voorzitter)

• mr. P.J.M.W. Clerx

• mr. J.J. Dammingh

• mr. S. van Gulijk

• prof. mr. J.M. Hebly

• mr. J.A.W. Huijben

• prof. mr. C.E.C. Jansen

• mr. A.A.C.J. Janssen

• mr. J.G.J. Janssen

• prof. mr. N.S.J. Koeman

• prof. mr. D.A. Lubach

• mr. J.S. van Luik

• mr. M. Lurks

• mr. dr. E.R. Manunza

• prof. mr. G.W.A. van de Meent

• prof. mr. R.F.H. Mertens

• mr. H.C.W.M. Moesker

• prof. mr. A.G.A. Nijmeijer

• mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon

• mr. ing. C.H.N.M. Petit

• prof. mr. H.D. Ploeger

• prof. mr. drs. B.P.M. van Ravels

• prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick

• mr. S.J.H. Rutten

• mr. E. van der Schans

• prof. mr. B.J. Schueler

• prof. mr. J. Struiksma

• mr. F.H.A.M. Thunnissen

• prof. mr. A.A. van Velten

• mr. ing. J.J. van de Vijver

• mr. A.G.J. van Wassenaer

• mr. D.E. van Werven

De Redactiecommissie bestaat uit:

• prof. mr. M.A.M.C. van den Berg

• prof. mr. P.J.J. van Buuren

• prof. mr. D.A. Lubach

• mr. E. van der Schans

• prof. mr. A.A. van Velten

6. Verrichte onderzoeken

In het verslagjaar is door de medewerkers van het

Instituut voor Bouwrecht veel onderzoekswerk gedaan.

De onderwerpen van de verschillende onderzoeken

bevestigen de breedte van het veld, waarop

het Instituut voor Bouwrecht opereert. Daarnaast

valt op dat het onderzoek van verschillende diepgang

is. Dit laatste bevestigt dat het Instituut voor

Bouwrecht, zoals sinds jaar en dag gebruikelijk, de

diverse typen actoren weet te bedienen.

In dit overzicht wordt van al deze onderzoeken kort

verslag gedaan en aangegeven of het onderzoek

voltooid is of nog niet.

Eigen onderzoek

Opdrachten van het Ministerie van I&M/BZK

Naar een andere verdeling van verantwoordelijkheid

in de bouw

In opdracht van het Ministerie van BZK is onderzoek

gedaan naar de mogelijke juridische consequenties

van het afschaffen van de preventieve bouwtoets

(voorstel Commissie Dekker). De gedachte is dat de

overheid wel de eisen blijft stellen waaraan bouwwerken

dienen te voldoen, maar dat de controle op

het naleven van die voorschriften bij de markt (lees:

opdrachtgever, bouwers, ontwerpers etc.) wordt gelegd.

Daarbij is enerzijds uitgebreid gekeken naar

de mogelijkheden die certificeringen bieden en wat

voor regelingen daartoe nodig zijn en anderzijds

naar hoe de positie van eindgebruikers van bouwwerken

thans in het Burgerlijk Wetboek is geregeld

alsmede de positie van personen die schade lijden

als gevolg van gebreken in een bouwwerk. Wat betreft

de studie van het BW is voorts aandacht besteed

aan de vraag of er gronden zijn om wijzigingen

in die regelingen aan te brengen en waaruit die

zouden kunnen bestaan. Publicatie van dit onderzoek

is voorzien in 2013.

Juridische vormgeving van BIM in het DBFM contract

A1-A6 SAA

In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en

Milieu is gewerkt aan een analyse van het DBFM

contract betreffende de A1-A6 op een specifiek

punt, namelijk dat van de juridische vormgeving van

Bouw Informatie Modellen. De ontwerpen die de

opdrachtnemer maakt voor deze weg moeten door


hem elektronisch worden aangeleverd in een zogenaamd

Bouw Informatie Model. Dit is een nieuwe

manier van werken, die noopt tot andere afspraken.

Het contract van de A1-A6 Schiphol – Amsterdam –

Almere bevat daartoe verplichtingen gelegd op de

opdrachtnemer maar de vraag is of deze alles dekken

wat er geregeld zou moeten worden en voor

zover er afspraken zijn zijn deze goed geformuleerd.

Het Ministerie gebruikt dit contract als een pilot om

te zijner tijd te komen tot een set van algemene

voorwaarden die bij ieder contract gebruikt kunnen

worden. Het IBR deed dit onderzoek in samenwerking

met advocaten van Bird and Bird, omdat daar

ICT recht deskundige werkzaam zijn.

Evaluatie Wet ruimtelijke ordening

In het verslagjaar is een tweede onderzoek in het

kader van de ex-durante evaluatie van de Wet ruimtelijke

ordening (Wro) afgerond. Daarin is ook het

functioneren van de planologische instrumenten

in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

(Wabo) en in de Crisis- en herstelwet (Chw) betrokken.

Het rapport van deze werkzaamheden is voorjaar

2012 verschenen in de uitgave ‘ex-durante evaluatie

Wet ruimtelijke ordening: tweede rapportage.

Zie voor een uitgebreidere omschrijving de weergave

hierboven in nr. B.1.2.

Adviescommissie Eenvoudig Beter

In het kader van het project Eenvoudig Beter, dat

moet leiden tot een integrale Omgevingswet, is een

vijftal adviescommissies ingesteld die over de gewenste

structuur en inhoud van de nieuwe wetgeving

zullen adviseren. Een van de commissies richt

zich onder voorzitterschap van Duco Stadig op het

onderwerp ‘wonen en cultuur’. De heer Bregman

heeft in deze commissie zitting. De commissie heeft

al op diverse producten en ontwikkelingen in het

kader van het project Eenvoudig Beter gereageerd.

De Commissie vergadert ongeveer eenmaal per 2

maanden.

Infoblad Installaties Bouwbesluit

Vanuit het Ministerie van BZK, afdeling Bouwkwaliteit,

zijn ten behoeve van de communicatie rond

het Bouwbesluit 2012 diverse informatiebladen

geschreven over inhoudelijke thema’s. Een van de

thema’s waarop nog geen informatieblad is geschreven,

maar waarvoor dat nog wel moet gebeuren, is

het thema installaties. Het Ministerie heeft het IBR

opdracht gegeven om hiervoor een tekstvoorstel te

doen. De opdracht heeft in het verslag geleid tot

een concept-tekst, waarop nog door het Ministerie

moest worden gereageerd.

Voorkomen van (plan)schade bij het bestrijden van

planologische overcapaciteit

Op verzoek van het Ministrie van I&M en in nauw

overleg met het Ministerie van BZK en het IPO heeft

het IBR in het verslagjaar gewerkt aan een tweetal

notities rond het thema Voorkomen van (plan)schade

bij het bestrijden van planologische overcapaciteit.

De ene notitie is bedoeld als voorlichtende notitie

in de richting van met name gemeenten, terwijl

de andere notitie de vraag aan de orde stelt of voor

het voorkomen van (plan)schade een wetswijziging

is geïndiceerd. Aan het einde van het verslagjaar

was van beide notities een eerste concept gereed.

Opdrachten van derden

Het bouwteam model in een veranderende wereld

Zie voor een uitgebreidere omschrijving de weergave

hierboven in nr. B.1.1.

Onderzoek naar Versnelling van besluitvorming in

de democratische rechtsstaat

In 2009 is mr. A.Z.R Koning gestart met het opstellen

van een voorstel voor een promotieonderzoek

over besluitvorming(sprocedures) in het ontwikkelings-

en bouwproces. Het onderzoeksvoorstel voor

dit promotieonderzoek is goedgekeurd door de promotor

prof. dr. D.A. Lubach. Co-promotor is prof. dr.

ir. A.G. Bregman. Dit uitgebreide onderzoek richt

zich op de actuele en interessante problematiek

van publiekrechtelijke besluitvorming omtrent vereiste

toestemmingen (vergunningen, ontheffingen,

vrijstellingen, meldingen etc.) noodzakelijk voor

gebiedsontwikkelingen. De roep vanuit de politiek,

bedrijven en particulieren om minder en meer eenvoudige

regelgeving op dit gebied is groot.

De problematiek is weerbarstig. Dit blijkt niet alleen

uit de onderzoeken en publicaties die de afgelopen

decennia hierover reeds zijn verschenen, maar ook

uit de maatregelen die nu worden genomen of men

wil nemen in wetgeving (zoals de Wabo, de Waterwet,

de Wet Samenhangende Besluiten, de Wet versnelling

besluitvorming wegprojecten, de Crisis- en

herstelwet).

Het onderzoek bevat een overzicht en analyse van

de vele ontwikkelingen op dit gebied. In het kader

van het onderzoek is een toetsingskader ontwikkeld

vanuit de democratische rechtsstaatbeginselen.

Vervolgens wordt er dieper ingaan op de wet- en

regelgeving waarin versnellingsmechanismen zijn

opgenomen zoals coördinatie- en integratie-instrumenten,

en vindt er een toetsing plaats aan het ontwikkelde

toetsingskader.

De uitkomsten van het onderzoek zullen naar verwachting

een belangrijke impuls bevatten in het

denken omtrent publiekrechte besluitvorming door

25

2012


26

2012

de overheid omtrent ontwikkelings- en bouwprojecten

(gebiedsontwikkelingen).

In het verslagjaar is de Crisis- en herstelwet getoetst

aan het toetsingskader en vervolgens gestart

met een nader onderzoek en beschrijving van de

verschillende versnellingsmaatregelen die in wet- en

regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht

zijn opgenomen.

Handboek Gebiedsontwikkeling

In 2005 verscheen Bouwrecht Monografie nr. 26

‘Publiek-private samenwerking bij de ruimtelijke inrichting

en haar exploitatie”. Sindsdien hebben zich

verschillende ingrijpende wijzigingen in o.a. de regelgeving

voorgedaan. Met subsidie van het Ministerie

van Infrastructuur en Milieu is gestart met de

herziening van dit boek. In overleg met het Ministerie

is besloten tot de instelling van een begeleidingscommissie,

waarvan de deelnemers inmiddels zijn

benaderd. Met het schrijfwerk aan het handboek is

in het verslagjaar een begin gemaakt.

Promotieonderzoek naar Rijkssturing in de ruimtelijke

ordening

Door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is

een financiële bijdrage verstrekt voor een promotieonderwerp

op het thema ‘Rijkssturing in de ruimtelijke

ordening’. In overleg met het Ministerie is dit

brede onderwerp nader gepreciseerd. Constantijn

Hageman is op 1 juni van het verslagjaar begonnen

met het werk aan zijn proefschrift. Arbeidsrechtelijk

is de promovendus een dienstverband aangagaan

met de Amsterdam School of Real Estate (ASRE),

waaraan de heer Bregman via zijn leerstoel aan de

UvA een dag per week is verbonden. De heer Hageman

verblijft 3 dagen per week bij het IBR.

Concrete vragen op het thema Rijkssturing in de

ruimtelijke ordening

In het kader van de subsidieverlening van het Ministerie

van I&M ten behoeve van het promotieonderzoek

naar Rijkssturing in de ruimtelijke ordening,

is met het Ministerie de afspraak gemaakt om op

hetzelfde thema vragen te beantwoorden die relevant

zijn voor de komende Omgevingswet. Beantwoording

van deze vragen zal geschieden door

Constantijn Hageman, onder supervisie van de heer

Bregman. Door het Ministerie is een klankbordgroep

gevormd, die input levert, zowel voor het promotieonderzoek,

als bij het formuleren van de hier bedoelde

concrete vragen en het geven van antwoorden.

In het verslagjaar is inmiddels een tweetal

concrete vragen aan het IBR voorgelegd, namelijk

een vraag met betrekking tot de proactieve/reactieve

aanwijzing en een vraag met betrekking tot

het projectbesluit.

Promotie-onderzoek: coördinatie en toezicht in de

bouw

In september 2009 is mr. H.P.C.W. Strang begonnen

met een promotieonderzoek naar toezicht en

coördinatie in het bouwproces. Dit onderzoek vindt

plaats onder begeleiding van prof. mr. dr. M.A.B.

Chao-Duivis, beoogd promotor.

Aanleiding voor het onderzoek is de juridische problematiek

die het gevolg is van een toenemende

complexiteit van bouwprocessen. Coördinatie en

toezicht zijn belangrijke thema’s in complexe bouwprocessen

met veel verschillende participanten.

Het privaatrechtelijke onderzoek richt zich op toezicht

en coördinatie in brede zin. Wat betreft het

toezicht houdt dit in dat zowel het wettelijk bouwtoezicht

als het onderling door contractspartijen gehouden

toezicht onderwerp van onderzoek zijn. De

studie naar coördinatie richt zich op coördinatie in

zowel ontwerpfase als uitvoeringsfase. Deze onderwerpen

zullen vanuit de invalshoeken van de verschillende

participanten in het bouwproces bekeken

worden. In het verslagjaar is het onderzoek vooral

gericht geweest op het onderdeel ‘toezicht’ en heeft

naast een inhoudelijke uitbreiding ook een verbetering

van structuur en methodologie plaatsgevonden.

Deze studie zal resulteren in een publicatie die onderdeel

uitmaakt van de wetenschappelijke literatuur.

Voorts zal de studie ook van nut kunnen zijn

voor juristen in de bouwpraktijk.

Begeleidingscommissie:

• Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis, Directeur Instituut

voor Bouwrecht en hoogleraar bouwrecht

TU Delft

• Dr. M.W. de Hoon, Universitair hoofddocent Privaatrecht

Universiteit van Tilburg

• G.J. van Leeuwen, Directeur Vereniging Bouw-

en Woningtoezicht Nederland

• Mr. ing. B. Rademaker, Beleidscoördinator Ministerie

van Infrastructuur en Milieu/ Bestuurslid

VBR

• Ir. D. Spekkink, Directeur Spekkink C&R

• Mr. D.E. van Werven, Jurist bouw- en aanbestedingsrecht

Bouwend Nederland/Lid Redraad

• Mr. E.J. Wijers, Directeur JZ DHV Holding B.V.

De UAV 2012 Toegelicht

De verschijning van de UAV 2012 is aanleiding geweest

om naast naar praktische toelichting, bedoeld

voor niet-juristen, ook het handboek De UAV 1989

Toegelicht te herzien. Het onderzoek daartoe vond

in het verslagjaar plaats. Publicatie, in eigen beheer,

vindt plaats in het komende verslagjaar.


Praktische toelichting op de UAV 2012

Praktische toelichting

op de UAV 2012

Onderzoek m.b.t. integriteit in onroerend goed

wereld

De verschillende branches in de vastgoedsector

voeren onderling en met de overheid overleg over

integriteitsbevordering. Het Instituut voor Bouwrecht

biedt hierbij secretariële ondersteuning in de

voorbereiding en verslaglegging van de vergaderingen

die door de verschillende brancheverenigingen

onderling en met de overheid worden gehouden.

Daarnaast is onderzoek verricht naar de mogelijkheden

om integriteit van wederpartijen van overheidsopdrachtgevers

zwaarder te toetsen met behulp

van het aanbestedingsrecht (opgeleverd in de

eerste helft van 2012). Dit heeft geleid tot een vervolgopdracht

(afkomstig van het Ministerie van Financiën)

naar de mogelijkheid om integriteit tot een

zwaarder onderdeel van de contractuele verhouding

te maken.

Afwegingskader t.b.v. Rgd contractbeheersing

In mei 2011 heeft de Directieraad van de Rgd besloten

om 3 methoden van contractbeheersing verder

uit te werken voor directe toepassing. De opdracht

heeft gaandeweg een andere invulling gekregen

en heeft door veranderde inzichten bij de Rgd een

langere looptijd gekregen. Nadat eerst onderzoek is

verricht voor het opstellen van een afwegingskader

dat bij individuele projecten gebruikt kan worden

door de Rgd, hebben het IBR en de Faculteit Bouwkunde

op verzoek van de Rgd op hoofdlijnen geadviseerd

over de invulling van en afbakening tussen

de 3 methoden van contractbeheersing.

Dit advies is in mei 2012 uitgebracht. Wanneer de

Rgd deze invulling concreet heeft uitgewerkt, kan

met behulp van het reeds verrichte onderzoek alsnog

een afwegingskader als oorspronkelijk bedoeld

worden opgesteld. In juni is dit project afgerond.

Aanbesteden van onderzoeksopdrachten door

Waterschappen

‘Hoe kan een aanbestedende dienst omgaan met

opdrachtverlening aan kennisinstituten als Deltares

met inachtneming van de Europese en nationale

aanbestedingsregels?’, dat was de onderzoeksvraag

die het Instituut kreeg van de Unie van Waterschappen.

Beoogd werd met deze opdracht om inzicht

te krijgen in de procedures waaruit een aanbestedende

dienst als een Waterschap kan kiezen bij het

verstrekken van een onderzoeksopdracht aan een

kennisinstituut.

Onderzoek naar ketensamenwerking

Met subsidie van het O&O-fonds is in het verslagjaar

gewerkt aan het boek Juridische aspecten van

ketensamenwerking. Dat boek wordt gebaseerd op

een empirisch onderzoek naar de juridische vormgeving

van ketensamenwerking, zoals die thans in

de praktijk plaatsvindt. In dat kader zijn veel gesprekken

gevoerd met tal van verschillende ketenpartners.

Parallel daaraan is relevante literatuur

bestudeerd. In het kader van dit onderwerp is er bovendien

actieve betrokkenheid bij BIM initiatieven.

7. Overzicht bijeenkomsten

Actualiteiten college Bestuursprocesrecht

Datum: dinsdagmiddag 17 januari 2012

Inleider: prof. mr. B.J. van Ettekoven, hoogleraar

bestuursprocesrecht en vice-president Rechtbank

Utrecht

Toelichting: Kennis van het bestuursprocesrecht is

onontbeerlijk voor de dagelijkse praktijk van het publiekrechtelijk

bouwrecht. Het bestuursprocesrecht

is aan wijzigingen onderhevig. Na deze bijeenkomst

bent u helemaal bij. Aan de orde zullen komen recente

en komende wijzigingen van het bestuursprocesrecht,

voor zover relevant voor de bouwpraktijk.

Het gaat dan om rechtspraak over de Crisis- en

herstelwet (belanghebbende, termijnen, relativiteit)

en de Wabo (belanghebbende, 6:13 Awb). Verder

zal aandacht worden besteed aan de Wet aanpassing

bestuursprocesrecht, het stelsel van kostendekkende

griffierechten en de betekenis voor bouwers

van invoering van de Wet nadeelcompensatie

en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.

Zaaksdifferentiatie, de nieuwe zaaksbehandeling en

het programma maatwerk van de Afdeling bestuursrechtspraak

zullen kort de revue passeren.

27

2012


28

2012

Studiedag: Capita Selecta Bouwcontractenrecht

(UAV 1989, UAV­GC 2005 en DNR

2011)

Datum: dinsdag 24 januari 2012

Inleiders: mr. R.G.T. Bleeker, advocaat Rozemond

Advocaten te Amsterdam en mr. S.J.H. Rutten, advocaat

Simmons & Simmons te Amsterdam

Toelichting: Bouwtijd, (pre-)contractuele waarschuwingsplicht,

meer- en minderwerk, aansprakelijkheid

na oplevering en de invloed van de opdrachtgever

op het werk van de adviseur en aannemer zijn

onderwerpen die in de UAV 1989, de UAV-GC 2005

en de DNR 2011 geregeld zijn. In deze bijeenkomst

wordt aan de hand van de verschillende regelingen

een thematisch overzicht gegeven van de theoretische

en praktische kant van deze onderwerpen. Verschillen

en overeenkomsten in regelingen worden

verklaard. Daarbij wordt ook ingegaan op actuele

jurisprudentie. Tevens is er volop de gelegenheid tot

het stellen van vragen.

Incompany Bouwtecniek voor juristen voor

de SRK

Datum: 24 januari 2012

Inleider: ir. J.E.M. Buijs

Studiemiddag: Huurrecht voor woon- en bedrijfsruimte

Datum: woensdag 25 januari 2012

Inleiders: mr. T.M. van Dijk en mr. M.F. Mesu-Abbekerk,

beiden advocaat Pels Rijcken & Droogleever

Fortuijn N.V. te Den Haag

Toelichting: Het huurrecht van woon- en bedrijfsruimte

blijft volop in ontwikkeling. Rechtspraak

omtrent onderwerpen als gebreken, renovatie en

de huurbeëindiging van woon- en bedrijfsruimte is

divergerend en niet altijd even toegankelijk. Voldoende

aanleiding dus om bij te praten over een

aantal wezenlijke onderwerpen van het huurrecht,

waarbij u een helder overzicht krijgt van de meest

recente rechtspraak en de daaruit voortvloeiende

aandachtspunten. Mr. T.M. van Dijk en mr. M.F. Mesu-Abbekerk

gaan aan de hand van de laatste ontwikkelingen

in op het gebied van:

• de gebrekenregeling;

• de renovatie met en zonder huurbeëindiging;

• de exploitatieplicht bij de verhuur van bedrijfsruimte;

• specifieke huurbeëindigingsperikelen bij woon-

en bedrijfsruimte (zoals de wachttijd-regeling en

de uitvoerbaarheid bij voorraad-regeling) en

• de afwijkende bedingen.

Beide advocaten hebben een ruime staat van dienst

op het gebied van huurrecht en verzorgen in diverse

gremia postacademische opleidingen

Incompany Basiscursus bouwrecht voor nietjuristen

in opdracht van de NEPROM voor de ABN

AMRO te Amsterdam-Zuid

Datum: 31 januari 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU voor STABU te Ede

Datum: 1 februari 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU voor de Universiteit van Amsterdam

Datum: 2 februari 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiemiddag: Versnelling van

energieprojecten

Datum: dinsdag 14 februari 2012

Inleiders: mr. drs. L.A.J. Spaans, advocaat / counsel

Allen & Overy LLP te Amsterdam en universitair

docent Milieurecht Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Vrije Universiteit Amsterdam en Jhr. mr. H.C. van

Geen, advocaat / partner Allen & Overy LLP te Amsterdam

Toelichting: De Nederlandse regering heeft ambitieuze

doelstellingen geformuleerd voor duurzame

energie (waaronder energie uit wind, water en zon),

mede indachtig de EU-rechtelijke verplichtingen

ter zake. De wetgever tracht realisering daarvan

te faciliteren door nieuwe instrumenten aan te reiken

om de ontwikkeling van (met name duurzame)

energieprojecten te versnellen. Denk in dit verband

onder meer aan de Rijkscoördinatieregeling en de

Crisis- en Herstelwet. Die instrumenten zijn niet alleen

in zichzelf behoorlijk weerbarstig, hun introductie

geschiedt tegen de achtergrond van een almaar

wijzigend juridisch speelveld. Met de invoering van

de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ondergingen

het milieu- en ruimtelijke-ordeningsrecht

hun meest ingrijpende wijziging van de afgelopen

decennia, terwijl ook overigens wetswijzigingen –

bijvoorbeeld wat betreft de milieu-effectrapportage

of wat betreft algemene regels voor windturbines –

elkaar in rap tempo opvolgen. De snelheid waarmee

het recht wijzigt, blijkt in de praktijk niet zelden te

leiden tot onduidelijkheden voor betrokken partijen,

bijvoorbeeld over hoe wettelijke verplichtingen zich

tot elkaar verhouden of over de uitleg van in de wet

gehanteerde begrippen. Dit zet de beoogde versnelling

van energieprojecten onder druk; te vaak komt

het voor dat besluitvormingsprocedures rond energieprojecten

worden vertraagd of zelfs stranden.

Juridisch vergunningmanagement is aldus een vak

geworden, en eenvoudig is dat vak allerminst.

De bijeenkomst heeft tot doel juristen die betrokken

zijn bij energieprojecten (als bevoegd gezag,

initiatiefnemer of uitvoerder) inzicht te geven in de


ecente ontwikkelingen in wet- en regelgeving en in

de actuele stand van de jurisprudentie. Tijdens de

bijeenkomst wordt niet alleen stilgestaan bij nieuwe

bestuursrechtelijke instrumenten die beogen de ontwikkeling

van energieprojecten te versnellen, maar

ook bij de wijze waarop daarmee samenhangende

vergunningrisico’s kunnen worden beheerd en beheerst

in contractuele relaties, bv. met overheden,

ontwikkelaars of financiers.

L. de Groot-Maas en prof.mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU voor STABU te Ede

Datum: 15 februari 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiemiddag: Nieuwe samenwerkingsmodellen

bij gebiedsontwikkeling

Datum: donderdag 16 februari 2012

Inleiders: prof. dr. ir. A.G. Bregman, hoogleraar

gebiedsontwikkeling Universiteit van Amsterdam en

tevens verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht

te Den Haag, mr. J.C.P. van den Hamer, advocaat /

partner Boekel De Nerée te Amsterdam en ir. H.W.

de Wolff, universitair docent OTB TU Delft

Toelichting: Als gevolg van de gewijzigde economische

omstandigheden en onder invloed van ontwikkelingen

op het gebied van het aanbestedingsrecht

zijn bij gebiedsontwikkeling samenwerkingsvormen

gebaseerd op het joint-venturemodel (waarbij een

publiek-private grondexploitatiemaatschappij (GEM)

wordt opgericht) min of meer in onbruik geraakt.

Andere samenwerkingsmodellen, zoals het bouwclaimmodel

en het concessiemodel-nieuwe-stijl en

ook combinaties van deze modellen zijn daarentegen

in opkomst.

Ook herverkaveling zou een interessante mogelijkheid

kunnen bieden voor de huidige praktijk van

gebiedsontwikkeling. Over dit laatste instrument

is door het Onderzoeksinstituut OTB (TU Delft) en

het Instituut voor Bouwrecht onderzoek uitgevoerd.

Daarbij is inspiratie opgedaan uit buitenlandse voorbeelden,

met name de Duitse herverkaveling (Umlegung),

een instrument dat in de Duitse locatieontwikkelingspraktijk

veelvuldig gebruikt wordt. Mede

op basis van de buitenlandse regelgeving en praktijk

zijn n.a.v. het onderzoek aanbevelingen geformuleerd

over de mogelijkheden van herverkaveling in

Nederland en de eventuele introductie van een wettelijke

regeling. Daarbij is aangesloten op de huidige

Nederlandse praktijk, waar bij bouwclaimmodellen

en publieke en publiek-private grondexploitatiemaatschappijen

ook al vaak vormen van privaatrechtelijke

herverkaveling gebruikt worden.

Prof. dr. ir. A.G. Bregman en ir. H.W. de Wolff, beiden

auteurs van het rapport en beiden met ruime

ervaring met herverkaveling bij gebiedsontwikkeling,

zullen deze studiemiddag als inleider optreden

en herverkaveling behandelen tezamen met andere

modellen die in de huidige praktijk vanuit het oogpunt

van een heldere rolverdeling en risicoverdeling

kansrijk lijken te zijn voor zowel overheden en

marktpartijen.

Daarnaast zal mr. J.C.P. van den Hamer aan de hand

van praktijkvoorbeelden ingaan op de inhoud van

de samenwerking die tussen de private partijen tot

stand komt voordat voornoemde partijen met de

overheid een samenwerking aangaan. In het bijzonder

zal worden ingegaan op de vraag hoe de private

samenwerking van invloed kan zijn op de publiekprivate

samenwerking.

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU voor de Gemeente Schouwen-Duiveland

Datum: 16 februari 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiedag: Strafrecht voor bouwrechtjuristen

Datum: dinsdag 6 maart 2012

Inleiders: mr. F.N.M. van Diem, officier van justitie

Functioneel Parket, Handhavingseenheid Den Bosch

te Maastricht, mr. R. van der Hoeven, advocaat NautaDutilh

N.V. te Rotterdam, prof. mr. P.T.C. van Kampen,

advocaat Franken Zuur Van Baarlen Van Kampen

te Amsterdam en mr. G. van der Wal, advocaat

Houthoff Buruma te Brussel

Toelichting: Tijdens deze dag komen twee onderwerpen

aan de orde:

• De strafrechtelijke aansprakelijkheid van natuurlijke

en rechtspersonen in de context van de

bouw

• Strafrecht voor bouwrecht juristen

Deze onderwerpen worden besproken aan de hand

van twee casussen.

Casus kartelinbreuk

Uitgangspunt voor deze casus is dat de leiding van

de onderneming wordt verrast door de inval (‘bedrijfsbezoek’)

van de NMa. Dat is voor ondernemingen

een ingrijpende gebeurtenis. Onder andere de

29

2012


30

2012

volgende vragen komen aan de orde: wat zijn de

bevoegdheden van de NMa en de voorwaarden voor

gebruik van die bevoegdheden? Hoe zit het met de

samenloop met een inval door de Europese Commissie?

Hoe verloopt de rechtsbijstand?

Aansluitend op de casus kartelinbreuk zal een kort

overzicht worden gegeven van de criteria, op basis

waarvan binnen het strafrecht de aansprakelijkheid

van natuurlijke en rechtspersonen wordt beoordeeld:

ook in de bouwpraktijk komen natuurlijke

en rechtspersonen immers wel in aanraking met het

strafrecht. Bij de beoordeling van de strafrechtelijke

aansprakelijkheid van met name rechtspersonen kan

het ‘verleden’ van de rechtspersoon een belangrijke

rol spelen, bijvoorbeeld waar het gaat om de vraag

of bepaalde gedragingen door de rechtspersoon zijn

‘aanvaard’. Dat geldt in de context van arbeidsongevallen

onder meer daar waar wordt afgeweken van

bepaalde (veiligheids-)normen: de reactie daarop

van de rechtspersoon in het verleden kan een rol

spelen bij de vraag of de rechtspersoon dat soort

gedragingen (kennelijk) heeft geaccepteerd. Dat

laatste kan leiden tot het oordeel dat de rechtspersoon

als dader van het strafbare feit moet worden

aangemerkt.

Een overzicht van de criteria van strafrechtelijke

aansprakelijkheid voor rechtspersonen en feitelijk

leidinggevenden (en de toepassing daarvan in de

praktijk) is voorts van belang, omdat de wetgever

bij de invoering van de persoonlijke aansprakelijkheid

van leidinggevenden op grond van de Mededingingswet

juist ook bij de criteria die in het strafrecht

gelden, aansluiting heeft beoogd te zoeken.

Casus arbeidsongeval

In het tweede dagdeel wordt aan de hand van een

casus ‘arbeidsongeval’ geschetst hoe een strafrechtelijk

onderzoek naar (bijvoorbeeld) een arbeidsongeval

verloopt, welke handhavers daarbij een

rol kunnen spelen, welke rol een advocaat bij het

onderzoek (en afdoening) kan spelen en welke afdoeningsmogelijkheden

in de regel in dit soort (en

andere) gevallen bestaan. Daarnaast passeren een

aantal specifieke delicten de revue, zoals valsheid in

geschrifte, witwassen, alsmede een aantal milieudelicten.

Daarbij zal ook worden ingegaan op de BI-

BOB-aspecten van een en ander, alsmede de (daarmee

samenhangende vraag) welk effect bepaalde

afdoeningswijzen kunnen hebben op het aanvragen

van een VOG en/of de vermelding in het register zoals

genoemd in de Wet controle op rechtspersonen.

Studiemiddag: Bouwen en

bodemverontreiniging

Datum: donderdag 8 maart 2012

Inleiders: mr. M.A. de Groote, advocaat Gemeente

Amsterdam. Hij houdt zich vooral bezig met over-

heidsaansprakelijkheid, bouwrecht en bodem (zowel

het publiekrechtelijke als het civielrechtelijke

deel) en mr. dr. G.A. van der Veen, advocaat AKD

te Rotterdam. Zijn praktijk richt zich met name op

het algemeen bestuurs(proces)recht, openbaar bestuur

en privaatrechtelijk overheidshandelen, omgevingsrecht/milieuaansprakelijkheid,

subsidierecht en

bestuursrechtelijke schadevergoeding. Hij verzorgt

onder meer de rubriek “bodem” in het tijdschrift

Vastgoedrecht.

Toelichting: Bij bouwprojecten speelt de kwaliteit

van de bodem een belangrijke rol. Eenmaal geconstateerde

bodemverontreiniging moet op een goede

manier worden aangepakt, omdat er anders praktische

en juridische problemen kunnen ontstaan.

Er spelen meerdere vragen bij bodemverontreiniging

en bouwen. Moet er wel of juist niet worden

gesaneerd en op welke manier precies? Wie draagt

de kosten van de sanering? Is er verhaal van die

kosten mogelijk op de vervuiler? Hoe verlopen de

grondstromen tussen eigenaar, uitvoerder, bodemintermediair

en ontvanger van de afgegraven

grond? Wat kan er eigenlijk op verontreinigde grond

worden gebouwd? En op welke manier kunnen het

beste afspraken worden gemaakt met betrokken

partijen over bodemverontreiniging en (aansprakelijkheids)risico’s?

Om dergelijke vragen te kunnen beantwoorden is

het nodig om inzicht te hebben in wet- en regelgeving

over bodemverontreiniging. Vooral de Wet bodembescherming

biedt het wettelijk kader.

Naast de aandacht voor het publiekrecht richt de

cursus zich tevens op civielrechtelijke aspecten.

Daarbij valt te denken aan contracteren en aansprakelijkheid

voor bodemverontreiniging. Ook wordt

ingegaan op meer specifieke thema’s, zoals het herontwikkelen

van stortplaatsen.

Na afloop van de cursus zijn cursisten op de hoogte

van de regelgeving en recente rechtspraak rond

bodemverontreiniging en weten zij hoe er op een

adequate wijze kan worden omgegaan met bodemverontreiniging

bij bouwen.

Studiemiddag: Wabo en ruimtelijke ordening

Datum: donderdag 8 maart 2012

Inleider: prof. mr. P.J.J. van Buuren, Lid van de

Raad van State te Den Haag en emeritus hoogleraar

Bestuursrecht Universiteit Utrecht

Toelichting: Tijdens deze bijeenkomst is er specifiek

aandacht voor de ruimtelijke ordeningsaspecten

in de Wabo. Welke wijzigingen heeft de Wabo

gebracht in de Wet ruimtelijke ordening en Besluit

ruimtelijke ordening en welke relatie is er met het

Besluit omgevingsrecht (Bor)? Aan de orde komen;


• gevolgen voor de inhoud van het bestemmingsplan

en de mogelijkheid daarvan af te wijken bij

omgevingsvergunning;

• de omgevingsvergunning voor het afwijken

van een bestemmingsplan als opvolger van het

projectbesluit;

• de verruimde regeling voor planologische kruimelgevallen;

• de betekenis van artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo

voor oude en nieuw bestemmingsplannen;

• kring van belanghebbenden onder de Wabo;

• actuele rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.

De bijeenkomst is verdiepend van aard, basiskennis

omtrent het omgevingsrecht is gewenst.

IBR Cursus Gebiedsontwikkeling voor

beginners 2012

Data: dinsdag 13 maart, donderdag 22 en 29 maart

en dinsdag 3 april 2012

Docenten: prof. dr. ir. A.G. Bregman, hoogleraar

gebiedsontwikkeling Universiteit van Amsterdam en

tevens verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht

te Den Haag, mr. J.F. de Groot, advocaat Houthoff

Buruma te Amsterdam, mr. A.A.C.J. Janssen, coördinator

wetgeving Ministerie van Infrastructuur en Milieu

te Den Haag, mr. B. Rademaker, beleidscoördinator

Ministerie van Infrastructuur en Milieu te Den

Haag, mr. A. de Snoo, advocaat Houthoff Buruma

te Amsterdam en drs. A. Wolting, directeur Wolting

Gebiedsmanagement & Advies te Den Haag.

Toelichting: Deze cursus is een gedegen kennismakingscursus

met gebiedsontwikkeling voor projectleiders

en adviseurs bij zowel overheden als

marktpartijen (projectontwikkelaars, bouwondernemingen,

corporaties) als ook voor juristen die daarmee

nog weinig of geen ervaring hebben.

In deze cursus worden de belangrijkste juridische

vraagstukken bij gebiedsontwikkeling intensief behandeld,

zodat de cursist na afloop weet met welke

juridische vragen hij bij gebiedsontwikkeling rekening

moet houden. De onderwerpen, door ervaren

docenten uiteengezet in interactieve colleges, betreffen

onder andere: samenwerkingsvormen, ruimtelijke

ordening, grondbeleidsinstrumenten, aanbesteding

en staatssteun.

In een inleidend college komt het proces van gebiedsontwikkeling

aan de orde, waarbij er onder

meer aandacht is voor samenwerkingsmodellen, de

risico-actoranalyse en typen gebiedsontwikkelingen.

Het omgevingsrecht bij gebiedsontwikkeling komt

aan de orde voor zover het betreft de planologische

maatregelen en vergunningverlening bij gebiedsontwikkeling.

Daarbij worden de hoofdlijnen van

ruimtelijk ordening (Wro), Wet algemene bepalingen

omgevingsrecht (Wabo) en Crisis- en herstelwet

(Chw) behandeld. Voorts wordt het gebruik

van de Wet voorkeursrecht gemeenten, de onteigeningswet

en de regeling inzake grondexploitatie

in de Wro bij gebiedsontwikkeling uiteengezet en

wordt er ingegaan op aanbesteding en staatssteun.

De cursus wordt besloten met een interactieve terugblik

op alle onderdelen.

Studiedag: De realisatie van bouwprojecten:

procestechniek en de juridische handvatten

Datum: dinsdag 13 maart 2012

Inleiders: ir. J. Buijs, architect Joost Buijs Architecten

bna te Waalre en mr. W.M.J.M. Heijltjes, advocaat

Heijltjes Advocaten te Nijmegen

Toelichting: Weet u wat het verschil is tussen detailtekeningen,

werktekeningen, productietekeningen?

En wie, welke, hoe moet controleren? Weet u

hoe een PvE tot stand komt en wat daar voor informatie

in moet? Hoe een ontwerp een bestek wordt

en een bestek een uitvoeringsgereed ontwerp? En

hoe een uitvoeringsgereed ontwerp uitgevoerd kan

worden?

Uw cliënt kan en wil u dit niet allemaal gaan uitleggen;

die denkt dat u dat wel weet. Maar weet u het

wel? Om u uit die onzekerheid en onwetendheid te

verlossen is deze studiedag bedoeld.

Uitgangspunt van deze bijeenkomst is de dagelijkse

praktijk van het bouwen en de tools van het technische

uitvoeringsproces en de relevantie daarvan

voor het recht. De volgende vragen komen aan de

orde: wat spelen er voor procesvragen in de verschillende

fasen? Welke instrumenten worden daarbij

- door wie – gehanteerd? Wie heeft de regiefunctie?

Hoe komt een PvE tot stand?

Wat moet daar in? Wie stuurt dat proces? Hoe gaat

het van een ontwerp naar een bestek en werkvoorbereiding?

En natuurlijk voor de juristen de hamvraag: wat betekent

dit alles juridisch? De bijeenkomst richt zich

vooral op de aankomende bouwjurist maar is zeker

ook voor de gevorderde in dit vakgebied belangrijk

genoeg om hieraan (ter opfrissing en verdieping)

deel te nemen. Twee door de wol geverfde inleiders

met tientallen jaren ervaring als bouwmanager en

bouwrecht specialist treden in deze bijeenkomst op

als inleider.

Actualiteiten college Procedure en

schadeloosstelling in het Onteigeningsrecht

Datum: woensdagmiddag 14 maart 2012

Inleiders: mr. J.F. de Groot, advocaat Houthoff Buruma

te Amsterdam en mr. J.A.M.A. Sluysmans, advocaat

Van der Feltz Advocaten te Den Haag

31

2012


32

2012

Toelichting: Het Onteigeningsrecht is voor de

bouwrechtjurist van groot belang. Dit rechtsgebied

is onderhevig aan veranderingen en daarover bent u

na afloop van deze bijeenkomst goed geïnformeerd.

De actualiteiten en capita selecta in het formele en

het materiële Onteigeningsrecht worden behandeld,

mede in het licht van de overige instrumenten van

grondbeleid. Tijdens het college is er ruim gelegenheid

voor discussie. Van de te bespreken onderwerpen

wordt ongeveer twee weken voorafgaand aan

de bijeenkomst concrete informatie toegezonden

per e-mail en/of gewone post.

Het grote UAV 2012 Congres

Datum: donderdag 15 maart 2012

Inleiders: prof. mr. M.A.M.C. van den Berg, emeritus

hoogleraar privaatrecht en bouwrecht Universiteit

van Tilburg (voorzitter werkgroep Herziening

UAV 1989), mr. R.G.T. Bleeker, advocaat Rozemond

Advocaten te Amsterdam, prof. mr. dr. M.A.B. Chao-

Duivis, directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar

bouwrecht TU Delft (rapporteur werkgroep

Herziening UAV 2012) en mr. S.J.H. Rutten, advocaat

Simmons & Simmons te Amsterdam en arbiter.

Toelichting: De UAV 2012 zijn een feit! Dit is misschien

wel de belangrijkste bouwrechtelijke gebeurtenis

in 2012. Tijdens dit Congres worden de wijzigingen

toegelicht en kritisch besproken. De sprekers

zijn afkomstig uit de Werkgroep, die de herziening

1989 hebben voorbereid alsmede uit de bouwrecht

advocatuur, zodat u van beide kanten goed geïnformeerd

zal worden. Tevens zal naar het functioneren

van de UAV als bouwcontractmodel gekeken worden

en naar wat de toekomst gaat brengen of zou moeten

brengen op het gebied dat bestreken wordt door

de UAV 2012.

Secretaris-generaal ing. R.M. van Erp-Bruinsma

Het Instituut voor Bouwrecht heeft de ontstaansgeschiedenis

van de UAV 2012 gedocumenteerd in

een omvangrijk boekwerk. Dit boekwerk wordt ter

gelegenheid van dit Congres aan de deelnemers ter

beschikking gesteld en is bij de prijs inbegrepen alsmede

de, eveneens ter gelegenheid van het Congres

ter beschikking te stellen, Tekstuitgave van de

nieuwe UAV 2012.

Actualiteiten college Staatssteun bij gebiedsontwikkeling,

mede in relatie tot het

aanbestedingsrecht

Datum: donderdagmiddag 22 maart 2012

Inleiders: prof. dr. ir. A.G. Bregman, hoogleraar

gebiedsontwikkeling Universiteit van Amsterdam en

tevens verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht

te Den Haag en prof. dr. B. Hessel, bijzonder hoogleraar

Europees recht decentrale overheden Europa

Instituut Universiteit Utrecht

Toelichting: Als gevolg van jurisprudentie van zowel

de Europese Commissie als de burgerlijke en de

administratieve rechter is de belangstelling voor de

betekenis van de Europese regels inzake het verbod

van ongeoorloofde staatssteun fors toegenomen.

Centrale vragen hierbij zijn: bij welke typen transacties

kan sprake zijn van staatssteun, welke criteria

gelden bij de beoordeling of er mogelijk sprake is

van ongeoorloofde staatssteun, wat is in dezen de

betekenis van verschillende publiekprivate samenwerkingsvormen

en in hoeverre kan subsidieverlening

als ongeoorloofde staatssteun worden aangemerkt.

Op deze en andere vragen zal tijdens de

studiemiddag worden ingegaan.

Daarbij komt ook de verhouding met de aanbestedingsregels

aan de orde.

Studiedag: Bouwen en luchtkwaliteit en

geluidhinder (I en II)

Datum: woensdag 28 maart 2012

Inleiders: mr. D.S.P. Roelands-Fransen, advocaat

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag

(I) en mr. J.A.M. van der Velden, advocaat AKD te

Breda (II)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

Dagdeel I: Bouwen en luchtkwaliteit

De normen voor luchtkwaliteit blijven een belangrijk

aandachtspunt bij gebiedsontwikkelingen en meer

specifiek de burgerlijke en utiliteitsbouw en de aanleg

van infrastructuur. Uiterlijk 2015 dient Nederland

aan de (Europese) normen voor luchtkwaliteit te

voldoen. Inmiddels is de wet- en regelgeving in Nederland

omtrent luchtkwaliteit dusdanig aangepast

dat bouwprojecten minder ‘hinder’ ondervinden van

deze normen. Wat is de stand van zaken nu? Welke

mogelijkheden zijn er en welke onderzoeksverplichtingen

gelden er?

Tijdens deze bijeenkomst komen de verschillende

instrumenten aan de orde en wordt de wet- en

regelgeving toegelicht waarbij kansen en risico’s

voor bouwprojecten en infrastructurele projecten

als uitgangspunt zullen dienen. Het NSL en de Monitoringstool

zullen hierbij centraal staan. Ook zal

worden stilgestaan bij relevante jurisprudentie. De

deelnemers zullen na deze bijeenkomst geheel op


de hoogte zijn van de stand van zaken rondom het

onderwerp luchtkwaliteit en hoe daarmee om te

gaan bij bouwprojecten.

Dagdeel II: Bouwen en geluidhinder

De wet- en regelgeving inzake geluidhinder is technisch

van aard en de normering is voor de verschillende

geluidsbronnen verschillend geregeld, terwijl

er ook nog eens diverse mogelijkheden zijn om van

die normen af te wijken. Het is dan ook niet eenvoudig

om goed inzicht te krijgen in deze voor de

bouw- en ruimtelijke ordeningspraktijk belangrijke

materie. Tijdens deze bijeenkomst komt alle relevante

wetgeving met bijbehorende jurisprudentie

over geluidhinder ten gevolge van wegen, spoorwegen,

bedrijven (al dan niet op industrieterreinen) en

vliegvelden aan de orde, inclusief de doorwerking

daarvan in bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen.

Naast de Wet geluidhinder en het Besluit

geluidhinder komen (onderdelen van) de Wet

luchtvaart, de Wet milieubeheer (o.a. het (beoogde)

nieuwe hoofdstuk 11), het Activiteitenbesluit en de

Handreiking industrielawaai en vergunningverlening

aan bod, terwijl ook de afwijkingsmogelijkheden uit

de Interimwet stad-en-milieubenadering en de Crisis-

en herstelwet niet zullen ontbreken. Uiteraard

maakt ook de vraag welke vormen van rechtsbescherming

er mogelijk zijn, onderdeel uit van het

programma.

1e VBR kwartaalvergadering: ‘De betekenis

van de beoogde nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen

voor de bouwsector’

Datum: woensdagmiddag 28 maart 2012.

Inleiders: mr. M.O. Meulenbelt, advocaat en partner

bij Sidley Austin LLP te Brussel en mr. D.E. van

Werven, Sr. Beleidsmedewerker bij Bouwend Nederland

te Zoetermeer.

Toelichting: Op 20 december 2011 presenteerde

de Europese Commissie voorstellen voor een tweetal

Richtlijnen met het oog op de herziening en modernisering

van het Europees aanbestedingsrecht.

Het gaat om een voorstel voor een Richtlijn betreffende

het gunnen van overheidsopdrachten (zie

COM(2011)896 def.) en een voorstel voor een Richtlijn

betreffende de gunning van concessieopdrachten

(zie COM(2011)897 def.).

Wanneer deze Richtlijnvoorstellen worden aangenomen,

zal dat ook voor aanbestedingen in de

bouwsector aanzienlijke consequenties hebben. Het

doel van deze kwartaalvergadering is om de belangrijkste

van die consequenties in beeld te brengen.

In dat kader zal mr. D.E. van Werven ingaan op de

betekenis van het voorstel voor een Richtlijn betreffende

het gunnen van overheidsopdrachten, terwijl

mr. M.O. Meulenbelt zal ingaan op de betekenis van

het voorstel voor een Richtlijn betreffende de gunning

van concessieopdrachten.

Bijzonder geschikt voor het werk

Bijzonder geschikt

voor het werk

H.J.M. van Mierlo bundel

Onder redactie van:

mr. E.W.J. de Groot &

mr. R.D. Harteman

Studiedag: Bouwtechniek voor juristen

Datum: donderdag 29 maart 2012

Inleider: ir. J. Buijs, architect Joost Buijs Architecten

bna te Waalre

Toelichting: De te behandelen stof is bedoeld voor

juristen die in de praktijkuitvoering te maken hebben

met conflicten waaraan een bouwkundig probleem

ten grondslag ligt. Om de cliënt nog beter van dienst

te zijn, is een begrip van veel voorkomende bouwkundige

onderwerpen nuttig. In deze bijeenkomst

komen de volgende onderwerpen aan de orde: de

ontwerpaspecten van een gebouw m.b.t. de bodem

(welke onderzoeken zijn nodig, geotechnisch, milieukundig,

verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid

daarvoor), de voor de uitvoering beneden maaiveld

benodigde constructies en materialen, vervolgens

de opbouw van de begane grondvloer (welke soorten

zijn er, functies van wapening en druklaag, etc.)

waarbij ook scheurvorming door vervorming aan de

orde komt, de opbouw van wanden in diverse soorten

materialen (beton, steen, hout) en zo verder tot

en met dakconstructies.

Kort gezegd: een gebouw van de kelder tot de nok

in voor juristen begrijpelijke taal!

Incompany over de UAV 2012 op verzoek

van STABU voor de Gemeente Venlo

Datum: 5 april 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

33

2012


34

2012

VBR­A/IBR Cursus Privaatrechtelijk

bouwrecht 2012

Data: woensdag 11, 18, 25 april, 9, 16, 23, 30 mei

en 6 juni 2012.

Docenten: mr. R.H. Bekker, prof. mr. M.A.M.C. van

den Berg, mr. J.W. Bitter, mr. R.G.T. Bleeker, mr. T.J.

Dorhout Mees, mr. ir. A. de Groot, drs. mr. I. van

Loon, mr. J.G.J. Janssen, mr. J.F. van Nouhuys, mr.

D.C. Orobio de Castro, mr. J.C. Toorman, prof. mr.

A.A. van Velten en mr. D.E. van Werven

Toelichting: In deze verdiepingscursus worden

de volgende cursusonderdelen behandeld: bouwvoorbereiding,

aanbesteding, bouwcontracten (contractvormen

in de bouw, basisprincipes en aansprakelijkheid

voor gebreken), projectontwikkeling,

contracteren met de overheid, PPS, DBFM contracten,

bouwfinanciering (tijd en geld), Capita Selecta

(appartementsrecht, burenrecht, erfpacht, mandeligheid,

erfdienstbaarheden, transacties onroerend

goed en bodemverontreiniging, Wet voorkeursrecht

gemeenten), bouwprocesrecht, garanties en verzekeringen.

Verondersteld wordt dat de deelnemer

basiskennis heeft op het terrein van het privaatrechtelijk

bouwrecht.

De cursus wordt in de vorm van een hoorcollege

gegeven met discussies en casusbehandelingen in

combinatie met zelfwerkzaamheid door de deelnemers.

Studiedag: Europees recht (I en II)

Datum: woensdag 11 april 2012

Inleiders: mr. dr. A. Gerbrandy, universitair hoofddocent

Europa Instituut Universiteit Utrecht (I en

II), mr. dr. H.J. van Harten, universitair docent Europa

Instituut Universiteit Utrecht (I) en mr. dr. B.A.

Beijen, universitair docent Omgevingsrecht Universiteit

Utrecht (II)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

Dagdeel I: Europees recht: praktisch belang,

mededingingsrecht en vrijverkeerrecht

De centrale vraag in deze cursus is: hoe kan het

Europees recht van invloed zijn op de bouwpraktijk?

In een stoomcursus van één dag passeren op indringende

manier de belangrijkste thema’s uit het

algemene Europees recht: mededingingsrecht, vrijverkeerrecht

(vestigingsvrijheid en vrijdienstenverkeer),

milieurecht en rechtsbescherming. Aan de

hand van sprekende casus wordt geïllustreerd hoe

‘Brussel’ ingrijpt in de Nederlandse praktijk van grote

én kleine bouwwerken. Deze cursus is enerzijds

bedoeld om de interne samenhang in het Europees

recht te leren begrijpen en anderzijds om een goede

basiskennis te verwerven op dit gebied. Deze kennis

moet de cursist in staat stellen om de potentiële Eu-

ropeesrechtelijke problemen in de juridische (bouw)

praktijk te herkennen en op te lossen.

In het ochtenddeel wordt ingegaan op het praktische

belang van het Europees recht aan de hand

van twee kernthema’s: de werking van het Europees

mededingingsrecht en het Europees vrijverkeerrecht,

de kern van het recht van de interne markt.

Dagdeel II: Europees recht: milieurecht en

rechtsbescherming

In het middaggedeelte staan twee andere belangrijke

thema’s uit het Europees recht voor de bouwpraktijk

centraal. In de eerste plaats wordt ingegaan

op het belang van het Europees milieurecht voor

de bouwpraktijk. Daarnaast krijgt in de middag

de rechtsbescherming van Europees recht voor de

bouwpraktijk toegespitste aandacht.

Studiemiddag: Tracéwet, besluitvorming en

jurisprudentie

Datum: dinsdag 17 april 2012

Inleiders: mr. A.A.J. de Gier, universitair hoofddocent

Staats- en Bestuursrecht Universiteit Utrecht

en mr. H.A.J. Gierveld, wetgevingsjurist Ministerie

van Infrastructuur en Milieu te Den Haag

Toelichting: Er is in de Tweede Kamer een breed

politiek draagvlak voor versnelling van procedures

in het algemeen en van procedures met betrekking

tot infrastructuur in het bijzonder. Na de komst van

de daarop gerichte Tracéwet (1994) is die wet vier

keer (2000, 2005, 2009 en meest recent in 2011)

ingrijpend gewijzigd.

Daarnaast is de wet gewijzigd door onder andere

de Wet ruimtelijke ordening (2008), de Crisis- en

herstelwet (2010) en de Wet algemene bepalingen

omgevingsrecht (2010).

Op 1 januari 2012 is een wijziging van de Tracéwet

in werking getreden, naar aanleiding van de aanbevelingen

van de Commissie Elverding, die met name

ziet op het wettelijk verankeren van een brede verkenningsfase

voorafgaande aan de besluitvorming

over het Tracébesluit zelf en het instrument van de

opleveringstoets introduceert.

Voorts staat de besluitvorming over infrastructurele

projecten hoog op de agenda van de regering: alle

tracébesluiten en uitvoeringsbesluiten vallen onder

de Crisis- en herstelwet. In 2010 en 2011 zijn veel

uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van

de Raad van State verschenen, die een belangrijke

bron vormen voor de vormgeving en inhoud van een

Tracébesluit en nuttige informatie geven voor procespartijen.


Tijdens deze bijeenkomst komen al deze ontwikkelingen

aan de orde. Wat gaat een en ander betekenen

voor o.a. procespartijen en overheden. Is er

sprake van een noodzakelijke of gunstige ontwikkeling

en zijn alternatieven van die ontwikkelingen

denkbaar en wenselijk.

Veel aandacht wordt besteed aan de jurisprudentie

over Tracébesluiten - die inmiddels een omvang van

vele duizenden pagina’s heeft gekregen - waarbij de

ruimtelijk relevante jurisprudentie centraal zal staan.

Studiemiddag: Projectontwikkeling onder

de Crisis­ en herstelwet; een praktische

benadering

Datum: woensdag 18 april 2012

Inleiders: mr. M.C. Brans en mr. J.C. Ellerman, beiden

advocaat Houthoff Buruma te Amsterdam

Toelichting: Ter bestrijding van de economische

crisis is op 31 maart 2010 Het Nederlandse de bouwcontractenrecht Crisis- en kent een herstelwet veelheid van in

contractmodellen en algemene voorwaarden. Hoe moet een

werking getreden om opdrachtgever de realisatie daar uit kiezen? Hoe van weet een ruimtelijke opdrachtnemer waar en

hij wel of niet aansprakelijk voor is? En hoe zit het met het gewone

energieprojecten te versnellen. burgerlijke recht als er geen De bouwcontract wet gesloten biedt is? Op deze diverse

en meer vragen wordt in dit boek antwoord gegeven. De meest

gebruikte voorwaarden worden uitgebreid en overzichtelijk uiteen

nieuwe milieu- en ruimtelijke instrumenten die bij

gezet op een manier die juridisch verantwoord en tegelijkertijd

begrijpelijk is voor de niet-juridisch geschoolde lezer. Dit boek is

een projectontwikkeling kunnen worden ingezet. Dit

dan ook vooral bedoeld voor architecten, raadgevend ingenieurs,

aannemers, studenten aan technische opleidingen en al diegenen

in aanvulling op de reeds bestaande instrumenten

die met het bouwcontractenrecht in aanraking komen en behoefte

hebben aan degelijke voorlichting.

in onder meer de Wet algemene bepalingen omge-

vingsrecht. Maar hoe werken de nieuwe instrumenten

in de praktijk en hoe verhouden zij zich tot de

bestaande instrumenten? En welk instrument is in

een concreet geval het beste toepasbaar? Tevens

zal aandacht worden besteed aan de recente wet

tot aanpassing van de Chw en de ‘quick wins’ in

het wetsvoorstel permanent maken van de Chw. Op

deze en andere vragen en onderwerpen wordt tij-

Instituut voor Bouwrecht

dens deze bijeenkomst antwoord gegeven.

ISBN 978-90-78066-66-8

Daarbij is er volop ruimte voor interactie.

Postbus 85851

2508 CN Den Haag

publicaties@ibr.nl

www.ibr.nl

Incompany cursus voor VNO­NCW Westland

Datum: 18 april 2012

Inleider: prof. dr. ir. A.G. Bregman

Toelichting: In samenwerking met de gemeente

Westland houdt VNO-NCW Westland met enige regelmaat

themabijeenkomsten. Het thema van de

bijeenkomst op 18 april was ‘Actualiteiten gebiedsontwikkeling’.

Aan de orde kwamen de onderwerpen

moderne samenwerkingsvormen, aanbesteding,

staatssteun en de publiekrechtelijke inkadering van

gebiedsontwikkeling.

Studiemiddag: Publiek­private

samenwerking bij gebiedsontwikkeling

Datum: donderdag 19 april 2012

Inleider: prof. dr. ir. A.G. Bregman, hoogleraar gebiedsontwikkeling

Universiteit van Amsterdam en

tevens verbonden aan het Instituut voor Bouwrecht

te Den Haag

Toelichting: Ondanks de economische crisis blijft

er samengewerkt worden tussen overheden (vaak

gemeenten) en private partijen. Bij de realisering

van veel projecten is hier sprake van. Het sluiten

van PPScontracten blijkt steeds weer maatwerk te

zijn. Toch zijn er verschillende samenwerkingsmodellen

en contractsonderwerpen die steeds terugkeren.

U krijgt tijdens de studiemiddag inzicht in het

PPS-proces, in de motieven voor samenwerking, hoe

kansen op succes kunnen worden vergroot en de risico’s

kunnen worden beperkt, welke juridische vormen

in welke situatie de voorkeur verdienen, welke

fasen in het PPS-proces kunnen worden onderkend

en welke stappen/producten/juridische afspraken in

die fase aan de orde (moeten) komen. Ook is er

aandacht voor de vraag welke onderdelen van een

project moeten worden aanbesteed.

Praktijkboek contracteren in de bouw

Praktijkboek

contracteren

in de bouw

3 e Druk

onder redactie van:

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiemiddag: Capita Selecta

Aanbestedingsrecht

Datum: dinsdag 24 april 2012

Inleiders: mr. P.F.C. Heemskerk en mr. C.H. van

Hulsteijn, beiden advocaat CMS Derks Star Busmann

te Utrecht

Toelichting: Wat kan een partij die zich benadeeld

voelt door een aanbestedingsprocedure vorderen?

Heraanbesteding, een verbod op ten uitvoer leggen

van de gegunde overeenkomst, schadevergoeding:

negatief en/of positief belang? Binnen welke termijn

dient zij een vordering in te stellen en bij welke

rechter? Heeft zij altijd (voldoende) belang bij haar

vorderingen? En aan welke eisen dient een gunningsvoornemen

te voldoen? In deze bijeenkomst

wordt - aan de hand van de Wira (de Nederlandse

implementatie van de Europese rechtsbescher-

35

2012


36

2012

mingsrichtlijn) - op deze onderwerpen, die wekelijks

in de rechtspraak aan de orde komen, uitgebreid

ingegaan.

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU voor STABU

Datum: 24 april 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiemiddag: Eigendom van kabels­ en

leidingen en leidingschade

Datum: dinsdag 8 mei 2012

Inleiders: mr. dr. B.A.M. Janssen, beleidsadviseur

Kadaster te Apeldoorn en mr. dr. F.J. van Velsen,

advocaat te Haarlem en specialist leidingschades

Toelichting: Op 1 februari 2007 is aan artikel 5:20

BW een tweede lid toegevoegd waarin de eigendom

van netten is geregeld. Aanleiding voor de eigendomsregeling

vormden de kabelarresten uit 2003,

waarin de Hoge Raad oordeelde dat telecomnetten

onroerende zaken zijn en dat de eigendom van het

net toekomt aan de bevoegde aanlegger ervan. Tijdens

deze middag zal uitgebreid op de inhoud van

deze eigendomsregeling worden ingegaan, inclusief

het overgangsrecht. Aangezien kabel- en leidingnetten

als onroerende zaken worden aangemerkt, is

voor overdracht van een net registratie in de openbare

registers vereist. De wijze waarop de inschrijving

van de eigendom van netten in de openbare

registers plaatsvindt, komt deze middag eveneens

aanbod. Mr. dr. B.A.M. (Barbra) Janssen bespreekt

de eigendom van kabel- en leidingnetten.

De heer mr. dr. F.J. (Frans) van Velsen bespreekt de

jurisprudentie over de onrechtmatige daad aan de

hand van de leidingschades (zijn proefschrift ‘Aansprakelijkheid

bij leidingschades’ is als handboek

verschenen in de serie Bouwrecht Monografieën).

Zijn lezing is een mes dat aan twee zijden snijdt:

u leert de fijne kneepjes van de leidingschades en

omdat hij die plaatst binnen het grotere leerstuk van

het ‘commune’ aansprakelijkheidsrecht bent u meteen

weer op de hoogte van de laatste stand van de

jurisprudentie over de onrechtmatige daad.

Actualiteiten college Ruimtelijke ordening en

vergunningverlening

Datum: donderdag 10 mei 2012

Inleiders: mr. T.E.P.A. Lam, advocaat Hekkelman

Advocaten te Nijmegen en onderzoeker Radboud

Universiteit Nijmegen en prof. mr. A.G.A. Nijmeijer,

hoogleraar omgevingsrecht Radboud Universiteit

Nijmegen en adviseur KienhuisHoving Advocaten en

Notarissen te Enschede

Toelichting: Het ruimtelijke bestuursrecht is

voortdurend in beweging. In deze bijeenkomst

komen naast recente ontwikkelingen op het gebied

van het ruimtelijke ordeningsrecht, de

omgevingsvergunning(procedure), ontheffingen en

bestemmingsplanjurisprudentie aan de orde.

Het gaat om ontwikkelingen op het gebied van de

rechtspraak en relevante actuele ontwikkelingen op

het gebied van de wet- en regelgeving (Wro, Wabo,

Crisis- en herstelwet etc.). Tijdens het college is er

ruime gelegenheid voor discussie. Van de te bespreken

onderwerpen wordt ongeveer twee weken

voorafgaand aan de bijeenkomst concrete informatie

toegezonden per e-mail en/of gewone post.

Actualiteiten college Planschade en

nadeelcompensatie

Datum: dinsdagmiddag 15 mei 2012

Inleiders: prof. mr. drs. B.P.M. van Ravels, advocaat

AKD te Breda en hoogleraar Radboud Universiteit

Nijmegen en mr. T.E.P.A. Lam, advocaat Hekkelman

Advocaten te Nijmegen en onderzoeker

bestuursrecht Radboud Universiteit Nijmegen

Toelichting: In dit actualiteiten college komen recente

ontwikkelingen op het gebied van planschade

aan de orde. Het gaat hier in de eerste plaats om jurisprudentie.

Ook zal een plaatsbepaling van de huidige

planschaderegeling plaatsvinden aan de hand

van de bepalingen van de WRO (oud) en de Wro ten

aanzien van planschade en het verjaringsrecht dat

is opgenomen in de Invoeringswet.

Tijdens het college is er ruim gelegenheid voor discussie.

Studiedag: Wijzigen van de overeenkomst (I

en II)

Datum: woensdag 16 mei 2012

Inleiders: mr. W.L. Valk, vice-president Gerechtshof

Arnhem (I) en mevr. mr. dr. S. van Gulijk, universitair

docent en onderzoeker Tilburg University

te Tilburg (II)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

Dagdeel (I): Wijzigen van de overeenkomst

volgens het BW

Overeenkomsten zijn niet in beton gegoten. De praktijk

verlangt dat - indien noodzakelijk - de inhoud

van de overeenkomst aanpassing kan ondergaan,

eventueel alleen op verzoek van een van de partijen.

Verschillende mechanismen dienen zich daartoe

aan, waarbij de gedachten met name uitgaan naar

de uitleg van de overeenkomst, de wilsgebreken, tekortkoming

en de rol van mededelingsplichten, het

leerstuk van de onvoorziene omstandigheden en

heronderhandelingsplichten.

Hoe zien de recente ontwikkelingen op dit gebied

er uit? In deze bijeenkomst krijgt u een gedegen

overzicht van de actualiteit en bent u weer helemaal

bij op dit in beweging zijnde terrein.


Dagdeel (II): Wijzigen van de overeenkomst

volgens de UAV 1989 (2011), UAVGC 2005,

DNR 2011 en DBFM­contracten

Naast het gemene recht zijn voor de specialistische

bouwpraktijk in verschillende standaardvoorwaarden

gedetailleerde bepalingen opgenomen over de

aanpassing van de overeenkomst. In dit tweede gedeelte

wordt ingegaan op de precieze werking van

deze bepalingen en de gevolgen ervan. Daarbij zal

uiteraard aandacht worden besteed aan de verschillen

met de algemene regels uit het BW. Tevens krijgt

u een overzicht van de actuele uitspraken over dit

thema.

Studiedag: Ontwikkelingen Natura 2000

Datum: woensdag 23 mei 2012

Inleiders: prof. mr. Ch.W. Backes, hoogleraar bestuursrecht

Universiteit Maastricht, mr. N.H. van den

Biggelaar, advocaat De Brauw Blackstone Westbroek

te Amsterdam, mr. drs. M.M. Kaajan, advocaat Stibbe

te Amsterdam, mr. N.S.J. Koeman, staatsraad

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State te Den

Haag, mr. ing. C.J.B. Moes, jurist Moes CMS B.V. te

De Wilgen, mr. E.J. Snijders-Storm, advocaat Pels

Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en ir.

E.A.P. Wieman, senior beleidsmedewerker Provincie

Noord-Brabant te Den Bosch

Toelichting: Gebiedsontwikkelingen en meer specifiek

locaties van (bouw)projecten zijn niet zelden

gesitueerd in en/of nabij beschermde gebieden. De

beschermde status van de gebieden vloeit voort uit

Europese en nationale regelgeving waarin tevens

verboden handelingen, onderzoeksverplichtingen,

toestemmingsvereisten (vergunning, ontheffing,

vrijstelling) zijn opgenomen. Dit betekent concreet

voor gebiedsontwikkelingen c.q. (bouw)projecten

dat er niet zondermeer in of nabij beschermde

gebieden kan worden gebouwd, er moet rekening

worden gehouden met de daarin opgenomen verplichtingen

en voorwaarden.

Tijdens deze studiedag wordt - door op dit vakgebied

bekende deskundige sprekers - de regelgeving

omtrent het natuurbeschermingsrecht toegelicht

waarbij belemmeringen bij (bouw)projecten het uitgangspunt

zullen zijn. Er zal tevens de nodige aandacht

zijn voor recente en op stapel staande wetswijzigingen.

Door de sprekers zal worden ingegaan

op de Natuurbeschermingswet.

Voorts zal de materie worden benaderd vanuit Europees

perspectief. Door middel van een casestudie

zullen de praktische implicaties worden besproken.

Bovendien zal er ruime mogelijkheid bestaan voor

discussie.

De deelnemers zullen na deze dag geheel op de

hoogte zijn van het natuurbeschermingsrecht en

hoe daarmee om te gaan bij (bouw)projecten.

Herhaling: Het grote UAV 2012 Congres

(Aangepaste vorm)

Datum: woensdagmiddag 23 mei 2012

Inleiders: mr. R.G.T. Bleeker, advocaat Rozemond

Advocaten te Amsterdam, prof. mr. dr. M.A.B. Chao-

Duivis, directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar

bouwrecht TU Delft (rapporteur werkgroep

Herziening UAV 2012) en mr. S.J.H. Rutten, advocaat

Simmons & Simmons te Amsterdam en arbiter.

Toelichting: Het grote UAV 2012 Congres op 15

maart a.s. is volgeboekt. Om die reden kunnen

vele belangstellenden niet deelnemen. Het Congres

wordt daarom in aangepaste vorm als studiemiddag

georganiseerd op 23 mei 2012!

De UAV 2012 zijn een feit! Dit is misschien wel de

belangrijkste bouwrechtelijke gebeurtenis in 2012.

Tijdens deze bijeenkomst worden de wijzigingen

toegelicht en kritisch besproken.

De inleidingen worden verzorgd door prof. mr. dr.

M.A.B. Chao-Duivis, rapporteur van de Werkgroep,

mr. R.G.T. Bleeker en mr. S.J.H. Rutten. Deze inleiders

traden ook op tijdens het Grote UAV 2012

Congres en zullen hun toen gehouden voordrachten

in uitgebreidere vorm nogmaals verzorgen.

U krijgt een overzicht van de werkwijze van de

Werkgroep, een overzicht van de wijzigingen en een

kritische bespreking daarvan, waarbij ruimte voor

discussie is, die van belang is met het oog op de

toekomst van de UAV 2012.

Het Instituut voor Bouwrecht heeft de ontstaansgeschiedenis

van de UAV 2012 gedocumenteerd in

een omvangrijk boekwerk. Dit boekwerk wordt ter

gelegenheid van dit Congres aan de deelnemers ter

beschikking gesteld en is bij de prijs inbegrepen alsmede

de, eveneens ter gelegenheid van het Congres

ter beschikking te stellen, Tekstuitgave van de

nieuwe UAV 2012.

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU voor STABU te Ede

Datum: 23 mei 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiedag: Aanbestedingsrecht (I en II)

Datum: donderdag 24 mei 2012

Inleiders: mr. A.E. Broesterhuizen, advocaat KienhuisHoving

Advocaten en Notarissen N.V. te Enschede

(I) en mr. J.F. van Nouhuys, advocaat Straatman

Koster Advocaten te Rotterdam (II)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

37

2012


38

2012

Dagdeel (I): Actualiteiten college

Aanbestedingsrecht

In dit Actualiteiten college komen recente ontwikkelingen

op het gebied van het aanbestedingsrecht

aan de orde. Het gaat hier om ontwikkelingen op

het gebied van de rechtspraak en de Europese wet-

en regelgeving. Tijdens de bijeenkomst is er ruim

gelegenheid voor discussie.

Dagdeel (II): Rechtsbescherming in het

Aanbestedingsrecht

Waar rechtsbescherming een fundamenteel instrument

ten gunste van rechtzoekenden zou moeten

zijn, krijgt het binnen het aanbestedingsrecht steeds

meer de functie van een zwaard van Damocles, zowel

voor de aanbesteder als voor de gegadigden en

inschrijvers. Daarbij wordt niet geschuwd om een

beroep te doen op een verkeerde uitleg van de Europese

wetgeving en jurisprudentie. De betrokkenen

bij aanbestedingen weten kennelijk niet meer wat zij

van elkaar zouden moeten en mogen verwachten,

hetgeen onwenselijk is omdat aanbesteding er juist

op is gericht het verwachtingspatroon van opdrachtnemer

en opdrachtgever optimaal op elkaar te laten

aansluiten. Deze bijeenkomst gaat niet alleen over

de juridische normen die voor rechtsbescherming

gelden, maar ook over de wijze waarop aanbesteder

en gegadigde zich in de praktijk moeten gedragen

om hun wettelijke bescherming daadwerkelijk te

kunnen benutten. Ook komen het voorstel voor de

nieuwe Rechtsbeschermingsrichtlijn en het Besluit

Aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten aan

de orde. Ook komt de in december 2009 van kracht

geworden WIRA uitgebreid aan bod.

Studiemiddag: De Wabo, Wro en Chw voor

privatisten

Datum: donderdag 31 mei 2012

Inleiders: mr. J.A.W. Huijben en mr. M.J. van der

Zijpp, beiden werkzaam als juridisch coördinator/sr.

jurist Raad van State te Den Haag

Toelichting: De publiekrechtelijke wereld is al weer

enige tijd gewend aan de nieuwe ontwikkelingen op

het gebied van het ruimtelijk ordeningsrecht. Maar

hoe zit het met de privatisten? Rudimentaire kennis

van deze regelgeving is ook voor hen van belang.

Daarin voorziet deze studiemiddag.

In deze bijeenkomst worden de Wet algemene bepalingen

omgevingsrecht (Wabo), Wet ruimtelijke

ordening (Wro) en Crisis- en herstelwet (Chw) behandeld.

Met de invoering van nieuwe wetgeving

(Wro in 2008 en Wabo in 2010) is de systematiek

van vergunningen en ruimtelijke plannen e.d. aanzienlijk

veranderd. Voor privatisten die in hun dagelijkse

praktijk met bouwcontracten te maken hebben,

is het van belang op de hoogte te zijn van deze

wetswijzigingen opdat zij hun cliënten beter kunnen

adviseren. Een goede en evenwichtige verdeling

van verantwoordelijkheden over partijen en de in-

schatting van risico’s over het tijdig verkrijgen van

de vereiste toestemmingen, vereist kennis van deze

wetten.

Tijdens deze bijeenkomst wordt de systematiek van

de Wabo, Wro en Chw uitgelegd en de samenhang

tussen deze wetten besproken. Aan de hand van

deze systematiek wordt met u doorgenomen welke

toestemmingen in de regel nodig zijn voor een

bouw- of infrastructureel project, wie de toestemmingen

verleent en in welke volgorde dat gebeurt.

Studiemiddag: Coördinatieperikelen in de

bouw; onder­ en nevenaanneming

Datum: dinsdag 5 juni 2012

Inleiders: mr. A.F.J. Jacobs, advocaat Rozemond

Advocaten te Amsterdam en mr. D.E. van Werven,

senior beleidsmedewerker Bouwend Nederland te

Zoetermeer

Toelichting: Een kernonderwerp van het privaatrechtelijk

bouwrecht betreft de coördinatie van de

verschillende bij een bouwproject betrokken aannemers.

Het is veelal de bouwkundige aannemer die

bij werken van enige omvang wordt belast met de

coördinatie. Het is een goede gewoonte om deze

coördinatieverplichting in het bestek vast te leggen

en als bijlage daaraan een model-coördinatieovereenkomst

te hechten.

In de bijeenkomst zullen verschillende modaliteiten

van de coördinatieovereenkomst de revue passeren.

Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn

onder meer: wie zijn logische partijen bij de coördinatieovereenkomst,

de (rest)aansprakelijkheid van

de opdrachtgever en de (on)mogelijkheid van verhaalsacties

van onderaannemers op elkaar.

Het natuurlijke alternatief voor nevenaanneming

lijkt onderaanneming te zijn. Welke invloed kan de

opdrachtgever nog uitoefenen op de in te zetten onderaannemers

en wat zijn hiervan de gevolgen voor

zijn aansprakelijkheid? Wat zijn de drijfveren om te

kiezen voor onderaanneming of nevenaanneming?

Zowel arbitrale uitspraken als uitspraken van de gewone

rechter komen aan de orde.

Studiedag: DBFM; van theorie naar gewenste

praktijk

Datum: donderdag 7 juni 2012

Inleiders: mr. M.C.J. Nagelkerke, sr. juridisch adviseur/specialist

Rijkswaterstaat Dienst Infrastructuur

(IMG) te Utrecht, ing. H. de Kievit, sr. adviseur Rijkswaterstaat

Dienst Infrastructuur (PPS Kennispool) te

Den Haag en mr. O.J. Wassenaar, juridisch adviseur

Rijkswaterstaat Dienst Infrastructuur (PPS Kennispool)

te Den Haag

Toelichting: De geïntegreerde contractvorm Design,

Build, Finance and Maintain (DBFM) wordt


steeds meer, en met succes toegepast. Wat is nu

het geheim achter dit succes? Hoe kan het ook voor

u werken?

De rijksoverheid hanteert voor haar DBFM-overeenkomsten

het Rijksbrede model DBFM-contract.

Dit model - versie 2.0 - is gepubliceerd op de website

www.ppsbijhetrijk.nl. Naar verwachting wordt

binnen afzienbare tijd versie 3.0 op dezelfde site

gepubliceerd. Ook de lagere overheden hebben hun

belangstelling getoond voor DBFM en zoeken naar

toepassingsmogelijkheden.

Als er gekozen wordt voor een DBFM-contract, worden

de erbij betrokken partijen voor verschillende

praktische problemen en vraagstukken gesteld, die

in de voorbereiding, tijdens de aanbesteding of erna

opgelost moeten worden.

In deze bijeenkomst worden op interactieve wijze

de verschillende contractfasen doorlopen en aan de

hand van praktijkvoorbeelden een aantal dilemma’s

voorgelegd en besproken: van theorie zoals bedacht,

via voorbeelden zoals het ging naar praktijk

zoals het moet.

Daarmee passeren diverse praktische vraagpunten

en uitwerkingen de revue, vanaf initiatie tot en met

exploitatie. De vraagpunten die de revue passeren

zijn van toepassing op Opdrachtgever, Opdrachtnemer,

Bevoegd Gezag, Geldverstrekker en Omgeving.

2e VBR­kwartaalvergadering: VBR 40 jaar:

Bouwrecht: voorbij het onderscheid tussen

publiek­ en privaatrecht’

Datum: donderdagmiddag 7 juni 2012

Inleiders: dr. A.R. Neerhof, mr. A.G.J. van Wassenaer,

prof. mr. A.A. van Velten en prof. mr. N.S.J.

Koeman

Toelichting: De Vereniging voor Bouwrecht bestaat

dit jaar 40 jaar. Voor sommigen het moment

voor een midlifecrisis, voor onze vereniging het moment

om op feestelijke wijze terug en vooruit te

blikken zoals dat bij een lustrum hoort. Dat doen

we op donderdag 7 juni a.s. tijdens de 2e kwartaalvergadering

van dit jaar. Deze kwartaalvergadering

behelst niet alleen een wetenschappelijk gedeelte,

maar ook een feestelijk diner. Beide vinden plaats op

een bijzondere locatie.

Gekozen is voor de prachtig gelegen Buitenplaats

Amerongen, waarvan het Kasteel vroeger werd bewoond

door families van diplomaten en militairen

die een prominente rol speelden in de (inter)nationale

politiek. Het Kasteel is in verband met een

restauratie lange tijd gesloten geweest en sinds

vorig jaar weer opengesteld voor het publiek. Een

wandeling door het Kasteel is een unieke beleve-

nis: met videoprojecties van de Britse regisseur

Peter Greenaway zijn de bewoners van toen teruggebracht

in de diverse vertrekken van het Kasteel:

de adellijke bewoners en bedienden, keukenhulpen

en hoveniers, kinderen, minnaressen, monarchisten

en republikeinen. Het kasteel wordt letterlijk weer

tot leven gebracht, en wel op een midzomerdag in

1680.

Het wetenschappelijk gedeelte van de kwartaalvergadering

vindt plaats in het Koetshuis van het

Kasteel. Twee inleiders - de een met een publiekrechtelijk

en de ander met een privaatrechtelijk

bouwrechtelijke achtergrond - gaan ieder vanuit

hun eigen expertise in op het thema: ‘Bouwrecht:

voorbij het onderscheid tussen publiek- en privaatrecht’.

Dr. A.R. Neerhof (universitair hoofddocent

Afdeling Staats- en bestuursrecht, Vrije Universiteit

Amsterdam) zal dat doen door een inleiding te verzorgen

over de rol van private beoordelingen in de

handhaving van het publiekrechtelijk bouwrecht. De

naam van de privaatrechtelijke inleider en de titel

van diens inleiding worden nog nader bekend gemaakt.

Na afloop van het wetenschappelijk gedeelte kan

er een aperitief worden gedronken en bestaat er de

gelegenheid om het Kasteel te bezoeken. Daarna

wordt in het Koetshuis een bijzonder ‘walking dinner’

geserveerd, waarbij zowel een terugblik als een

vooruitblik op ‘40 jaar Vereniging voor Bouwrecht

en op de ontwikkeling van het bouwrecht zal plaatsvinden.

Dat terugblikken zal gebeuren door twee

eminences grises die hun sporen in het privaatrechtelijk

respectievelijk het publiekrechtelijk bouwrecht

decennialang als geen ander hebben verdiend: prof.

mr. A.A. van Velten (emeritus bijzonder hoogleraar

onroerend goedrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam)

en prof. mr. N.S.J. Koeman (hoogleraar

milieurecht en recht der ruimtelijke ordening aan de

Universiteit van Amsterdam en staatsraad bij de Afdeling

bestuursrechtspraak van de Raad van State).

Het vooruitblikken zal gebeuren door twee groepen

van jonge privaatrecht- respectievelijk publiekrechtjuristen

uit wetenschap en praktijk, de generatie Y.

Een generatie die in het domein van het privaatrechtelijk

bouwrecht al lang niet meer toe kan met

alleen maar kennis van de klassieke driehoek van

het bouwcontractenrecht. Een generatie die in het

publiekrechtelijke bouwrechtdomein gewend is aan

een continue diversiteit aan en integratie van procedures

en aan crisis- en reparatie- op reparatiewetgeving

(en wellicht het tijdperk gaat meemaken dat

het bestemmingsplan niet langer bestaat). Deze generatie

is er bovendien mee bekend dat de dagelijkse

stroom aan informatie meer en meer plaatsvindt

via apps en social media. Behoudt de VBR ook in de

toekomst zijn bestaansrecht? Is er bijvoorbeeld nog

39

2012


40

2012

behoefte aan wetenschappelijke reflectie en kwartaalvergaderingen?

Studiedag: Aansprakelijkheid in de keten

van het bouwen: fiscale en privaatrechtelijke

aspecten (I en II)

Datum: donderdag 14 juni 2012

Inleiders: mr. J.P.F.W. van Eijck, advocaat AKD te

Eindhoven (II) en mr. J.J. Vetter, advocaat Geradts

& Vetter Advocaten te Amsterdam (I)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

Dagdeel (I): Keten­ en inlenersaansprakelijkheid

in de bouw

In dit tijdsgewricht zijn de risico’s voor partijen in

de bouw voor aansprakelijkheid richting de Ontvanger

voor loon- en omzetbelasting op grond van

keten- en inlenersaansprakelijkheid groter dan ooit.

In deze bijeenkomst zal worden ingegaan op de keten-

en inlenersaansprakelijkheid, alsmede op mogelijkheden

om de risico’s voor keten- en inlenersaansprakelijkheid

te verkleinen.

Uiteraard zal worden ingegaan op de wettelijke

voorwaarden voor aansprakelijkheid.

Ook zal worden ingegaan op hoe te handelen in geval

van dreiging van aansprakelijkstelling en zodra

een aansprakelijkstelling ontvangen wordt van de

Ontvanger, alsmede processuele mogelijkheden en

valkuilen.

Het eerste deel zal worden gegeven door mr. J.J.

Vetter, sinds 1989 als fiscaal advocaat actief op dit

terrein en co-auteur van het boek Invordering van

Belastingen (2009, zevende druk).

Dagdeel (II): Aansprakelijkheid en garanties:

relaties tussen partijen in bouwcontracten

De afgelopen jaren hebben zich in de Nederlandse

bouwpraktijk verschillende omvangrijke bouwschades

voorgedaan. Deze ongelukken onderstrepen

eens te meer dat bouwen mensenwerk is. In het

licht van deze calamiteiten is het nuttig stil te staan

bij de wijze waarop en de mate waarin ontwerpende

en bouwende partijen aansprakelijk kunnen zijn voor

gebreken in de door hen uitgevoerde werkzaamheden.

Tijdens deze bijeenkomst zal nader worden ingegaan

op de aansprakelijkheid van bouwende en

ontwerpende partijen, gebaseerd op het Burgerlijk

Wetboek en op grond van de gebruikelijke standaardvoorwaarden

zoals de DNR 2011 en de UAV

2012. Meer in het bijzonder zal worden ingegaan op

onderwerpen zoals de waarschuwingsplicht en de

invloed daarop van de mate van deskundigheid van

partijen, aansprakelijkheid in bouwteamverband,

aansprakelijkheid op grond van verstrekte garanties

en voor wiens rekening het risico komt van fouten in

voorgeschreven bouwstoffen.

Studiedag: Bouwen en het nieuwe

Bouwbesluit

Datum: dinsdag 19 juni 2012

Inleiders: ir. H.C.M. van Egmond, adviseur Geregeld

B.V. en beleidscoördinator Ministerie van Binnenlandse

Zaken en Koninkrijksrelaties te Den Haag

en ir. J.W. Pothuis, sr. consultant ARCADIS Nederland

B.V. te Bodegraven

Toelichting: De technische kant van het bouwen

is iets waar de goede bouwrecht jurist ook iets van

moet weten.

Die technische kant betreft de bouwkunde en de

technische regelgeving. In deze bijeenkomst komt

het laatste aan bod.

Alle bouwwerken, nieuw en bestaand, moeten - op

grond van de Woningwet - voldoen aan de technische

voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Begrip

van de achtergronden bij en de systematiek van het

Bouwbesluit is essentieel voor een ieder die professioneel

te maken heeft met bouwen en gebouwen.

Deze studiedag is specifiek ontwikkeld voor juristen.

Technische inhoudelijke kennis is hierbij niet noodzakelijk.

Na afloop van de bijeenkomst kunt u de voorschriften

van het Bouwbesluit 2012 lezen en kunt u op

hoofdlijnen bepalen welke voorschriften in welke gevallen

van toepassing zijn. Aan de orde komen o.a.

de plaats van het Bouwbesluit 2012 in het stelsel

van wet- en regelgeving en de functies, de indeling

en systematiek van het Bouwbesluit 2012. Verder

wordt ingegaan op het begrippenkader afgezet tegen

het spraakgebruik (termen als gebruiksfunctie,

rechtens verkregen niveau, gemeenschappelijk), recente

wijzigingen, gelijkwaardigheid, beleidsruimte

van gemeenten, ontheffingen, etc. De onderwerpen

worden geïllustreerd met voorbeelden, zodat u een

duidelijk beeld krijgt van wat het Bouwbesluit 2012

wel en niet regelt.

Tevens komen aan bod de wijze waarop de oude

voorschriften uit het Gebruiksbesluit, de bouwverordening

en dergelijke, zijn verwerkt in het nieuwe

Bouwbesluit; de ontwikkelingen betreffende private

kwaliteitsborging in het publieke domein; de stand

van zaken met betrekking tot het advies van de

Commissie Dekker en de te verwachten aanpassingen

in de technische voorschriften en procedures.

Er is gelegenheid tot het stellen van vragen en/of

discussie.


Studiemiddag: Recente Europese

aanbestedingsrechtspraak

Datum: donderdag 21 juni 2012

Inleiders: mr. M.O. Meulenbelt, advocaat / partner

Sidley Austin LLP te Brussel en mr. P.F.C. Heemskerk,

advocaat CMS Derks Star Busmann te Utrecht

Toelichting: Het Hof van Justitie is van steeds grotere

invloed op het aanbestedingsrecht. Wat mag

wel en wat mag niet. Grenzen in Europa verdwijnen,

maar de grens van de vrijheid van het aanbestedingsrecht

wordt steeds strakker getrokken.

Wat betekent dat voor de praktijk van het aanbesteden

in Nederland? In deze bijeenkomst wordt die

vertaalslag van Europa naar Nederland gemaakt.

Aan de orde komen onderwerpen als: inhouse opdrachten,

wijzigingen na totstandkoming van het

contract, aanbestedingsplicht, bezwarende titel,

grensoverschrijdend belang etc.

Incompany cursus De realisatie van bouwprojecten:

procestechniek en de juridische

handvatten voor de Rechtbank Amsterdam

Datum: 2 juli 2012

Inleiders: ir. J.E.M. Buijs en mr. W.M.J.M. Heijltjes

Studiemiddag: Koop van onroerende zaken

(vorderingen bij niet­nakoming)

Datum: dinsdag 18 september 2012

Inleider: mr. J.J. Dammingh, universitair hoofddocent

Burgerlijk (proces)recht Radboud Universiteit

Nijmegen

Toelichting: Wat zijn de mogelijkheden van een

koper als bij koop van een woning blijkt dat deze vol

zit met boktor? Wat te doen indien de makelaar de

koper van een nieuwbouw appartement verzekerde

dat hij een korting zou krijgen indien de prijzen van

de andere appartementen lager zouden zijn dan zijn

koopprijs en de verkoper zich vervolgens niet aan

die afspraak gebonden acht? Hoe zit het met de

boetes van de NVM-koopakte en het financieringsvoorbehoud?

De koper van een onroerende zaak

kan zich soms voelen alsof hij op drijfzand staat en

u kunt hem daaruit helpen met behulp van deze

bijeenkomst.

Allereerst wordt, aan de hand van een concrete casus,

besproken welke vorderingen door een koper

kunnen worden ingesteld (tegen de verkoper) wanneer

de geleverde zaak als gevolg van een ‘gebrek’

niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. In dit

verband komen de volgende aspecten aan de orde:

de NVM-koopakte (en de artikelen 5.1 en 5.3 in het

bijzonder), de betekenis van ‘onbekendheidsclausules’

en ‘ouderdomsclausules’, het onderscheid tussen

feitelijke en juridische gebreken, verzuim en ingebrekestelling

en de klachtplicht van de koper (art.

7:23 BW).

Voorts wordt ingegaan op de boetebedingen van

art. 10 van de NVM-koopakte. Wanneer worden

boetes verbeurd en is er ruimte voor matiging van

verbeurde boetes? Tevens wordt besproken onder

welke omstandigheden de koper zich met succes

op een financieringsclausule zal kunnen beroepen.

Daarnaast komt ook de rol van de makelaar bij (de

totstandkoming van) onroerend goed-transacties

aan de orde. Kan zijn kennis aan de verkoper worden

toegerekend, heeft hij als vertegenwoordiger te

gelden en wanneer gedraagt hij zich niet als ‘goed

opdrachtnemer’? Ook aan zijn aansprakelijkheid

wordt aandacht besteed.

Studiemiddag: Werken met de

Grondexploitatiewet

Datum: woensdag 19 september 2012

Inleiders: De heer J.A.M. van den Brand, directeur

VD2 Advies b.v. te Luyksgestel en prof. dr. ir. A.G.

Bregman, hoogleraar gebiedsontwikkeling Universiteit

van Amsterdam en tevens verbonden aan het

Instituut voor Bouwrecht te Den Haag

Toelichting: De zogenoemde Grondexploitatiewet

(Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening) is inmiddels

ruim 4 jaar van kracht. Deze wet bevat het

nieuwe kostenverhaalinstrumentarium en de mogelijkheid

voor gemeenten voor het stellen van locatie-eisen.

Er is sinds de inwerkingtreding ervaring

opgedaan met de toepassing van de regeling en er

heeft zich interessante jurisprudentie ontwikkeld,

onder meer over de gevolgen van partiële vernietiging

van een bestemmingsplan voor het daarmee

verbonden exploitatieplan. Steeds weer rijzen twee

vragen: moet ik de regeling toepassen, zo nee is het

desalniettemin verstandig de regeling toe te passen

en hoe pas ik de regeling toe? Deze vragen komen

aan de orde, mede in het licht van de ontwikkelde

jurisprudentie.

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU

Datum: 19 september 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

3e VBR­kwartaalvergadering: ‘Verdelen van

bodemrisico’s met CUR Aanbeveling 105

(RV­G): inbedding in de UAV(GC)’

Datum: 20 september 2012.

Inleiders: ing. L. Tiggelman, raadgevend adviseur

geotechniek Breijn B.V., dr. ir. M.Th. van Staveren

MBA, adviseur Van Staveren Risk Management en

docent risk management implementation Universiteit

Twente en mr. L.C. van den Berg, advocaat Severijn

Hulshof Advocaten

Toelichting: CUR Aanbeveling 105 (Risicoverdeling

Geotechniek, kortweg: RV-G) is een instrument

van zelfregulering dat partijen bij een bouwcontract

in de gww-sector in staat stelt om tot een verstandige

toe- en verdeling te komen van risico’s met

41

2012


42

2012

betrekking tot de geotechnische gesteldheid van de

bodem. Een dergelijk instrument bestond eerder al

in de vorm van het zogenoemde Geotechnisch Basisrapport,

waarvan de RV-G de voortzetting vormt.

Voor de leden van de VBR is het interessant om

kennis te nemen van het instrument, maar vooral

ook om te vernemen of en in hoeverre toepassing

daarvan goed kan worden afgestemd op de gebruikelijke

juridisch-administratieve voorwaarden, in het

bijzonder de UAVgc 2005.

VBR­A/IBR Cursus Publiekrechtelijk

bouwrecht 2012

Data: 9 dagdelen op donderdag 27 september, 4,

11 en 25 oktober en 1, 8, 15, 22 en 29 november

2012

Docenten: mr. N.H. van den Biggelaar, J.A.M. van

den Brand, mr. G.M. van den Broek, mr. A.A.J. de

Gier, mr. J.F. de Groot, mr. J. Hoekstra, mr. A.R.

Klijn, mr. N.S.J. Koeman, prof. mr. D.A. Lubach,

mr. B.J.P.G. Roozendaal, prof. mr. B.J. Schueler, mr.

M.W.L. Simons-Vinckx, mr. M.A.A. Soppe, prof. mr. J.

Struiksma en mr. J.A.M. van der Velden

Toelichting: In deze - al jaren succesvolle en

gewaardeerde - verdiepingscursus worden de volgende

cursusonderdelen behandeld: inleiding van

het publiekrechtelijk bouwrecht, bestemmingsplannen

en gebiedsontwikkeling, uitvoeringsbesluiten:

WABO en vergunningverlening, Ruimtelijke Ordening

en milieu, milieu-aspecten, natuur en water,

systeem grondexploitatiewet en grondbeleid: juridische

aspecten en praktische toepassing, planschade

en nadeelcompensatie en rechtsbescherming en

handhaving. Verondersteld wordt dat de deelnemer

basiskennis heeft op het terrein van het publiekrechtelijk

bouwrecht. Na afloop heeft u een diepgaand

overzicht van het publiekrechtelijk bouwrecht.

De cursus wordt in de vorm van een hoorcollege

gegeven met discussies en casusbehandelingen in

combinatie met zelfwerkzaamheid door de deelnemers.

Studiedagen: Algemene leerstukken

privaatrecht (I t/m IV)

Datum: maandag 1 oktober en vrijdag 12 oktober

2012

Inleiders: mr. J.A. van den Bos, kandidaat-notaris

AKD te Amsterdam (IV), mr. dr. P. Memelink, Professional

Support Lawyer Houthoff Buruma te Amsterdam

en civielrechtelijk onderzoeker (III) en mr. dr.

L. Reurich, adviseur Laumen Advocaten te Amsterdam

en raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof Den

Haag (I en II)

Toelichting: Deze bijeenkomst bestaat uit vier

dagdelen over algemene privaatrechtelijke leerstukken.

De dagdelen kunnen elk afzonderlijk gevolgd

worden of in samenhang. De dagdelen beogen de

deelnemer bij te praten over de ontwikkelingen bin-

nen het algemene privaatrecht dat voor bouwrechtjuristen

van belang is.

Dagdeel I: Nakoming en niet­nakoming

In dit dagdeel staan twee vragen centraal.

Wat kun je als teleurgestelde schuldeiser? En: wat

kun je als teleurstellende schuldenaar?

Ten aanzien van de eerste vraag zullen acht remedies

de revue passeren: onder meer schadevergoeding

(6:74 BW), ontbinding (art. 6:265 BW) en

nadeelsopheffing bij dwaling (art. 6:228 jo. 6:230

BW). Voorts worden algemene begrippen als tekortkoming,

causaal verband en verzuim inzichtelijk

gemaakt, mede aan de hand van recente ontwikkelingen

in de jurisprudentie en toegespitst op de

specifieke problematiek in het bouwrecht.

Bij de tweede vraag worden acht verweermiddelen

besproken die de tekortschietende schuldenaar (in

procedures de gedaagde) ter beschikking staat, zoals

onder meer de ‘tenzij’-clausule van art. 6:265,

het verlenen of ontnemen van terugwerkende kracht

en het beroep op onvoorziene omstandigheden (art.

6:258) bij wijze verweer. Tezamen genomen brengt

een en ander de positie van schuldeiser en schuldenaar

(in procedures: van eiser en gedaagde) in

kaart bij teleurstellende overeenkomsten, toegespitst

op het bouwrecht.

Dagdeel II: Onrechtmatige daadsrecht

In dit dagdeel wordt aandacht besteed aan het onrechtmatige

daadsrecht. Op grond van de wettelijke

structuur en aan de hand van (recente) jurisprudentie

worden algemene begrippen als onrechtmatigheid,

causaal verband en relativiteit in kaart

gebracht. In het bijzonder wordt aandacht besteed

aan hinder, gevaarzetting en aansprakelijkheid voor

opstallen. Daarbij komen ook bijzondere vormen

van hinder aan de orde, zoals onrechtmatige trillingen

en hinder door grondverzet. Ten slotte wordt

aandacht besteed aan de - voor de bouwpraktijk

belangrijke - pluraliteit van schuldenaren en regres.

Dagdeel III: Schadevergoedingsrecht

Herstel van gebreken is in het bouwrecht een vaak

gewenste reactie op gebreken. Maar die herstelvorm

is niet altijd mogelijk: soms is herstel disproportioneel

of gaat het om overschrijding van tijd of

budget. Hoe dan de schade te berekenen? En wat

is ook al weer het verschil tussen het negatief en

positief contractsbelang en abstracte en concrete

schadeberekening. In dit dagdeel worden aan de

hand van een aantal concrete casus en met de nadruk

op de schadevergoeding in het contractenrecht

de uitgangspunten en essentiële begrippen van

het algemene schadever-goedingsrecht uit de doeken

gedaan, zodat weer duidelijk is waarom in het

bouwcontractenrecht de schadevergoeding wordt


epaald, zoals die wordt bepaald. Tijdens de bijeenkomst

is er volop gelegenheid tot het stellen van

vragen en discussie.

Dagdeel IV: Goederenrecht

Bouwprojecten worden steeds gecompliceerder;

een losstaand gebouw op een enkel stuk grond

wordt steeds meer uitzondering en complexe samengestelde

bouwwerken en vermenging van

functies meer de regel. Die complexiteit en verwevenheid

heeft ook zijn weerslag op de goederenrechtelijke

vormgeving van bouwprojecten. In deze

bijeenkomst worden enkele goederenrechtelijke figuren

en hun toepassinggebied besproken met als

uitgangspunt de directe toepasbaarheid in de dagelijkse

praktijk. Daarbij zullen ook de rechten van en

gevolgen voor derden, bijvoorbeeld op het gebied

van derdenbescherming, eigendomsvoorbehoud en

zekerheidsrechten, aan de orde komen. Tijdens de

bijeenkomst is er volop gelegenheid tot het stellen

van vragen en het bespreken van door de deelnemers

aangedragen eigen casus.

Actualiteiten college Arbitragerecht, in het

bijzonder in de bouw

Datum: dinsdagmiddag 2 oktober 2012

Inleider: mr. J.W. Bitter, advocaat of counsel Simmons

& Simmons LLP te Amsterdam

Toelichting: De geschilbeslechting in het private

bouwrecht wordt voor het overgrote deel beheerst

door arbitragerecht. In dit college wordt op een

aantal specifieke onderwerpen die voor de praktijk

van groot belang zijn nader ingegaan. Aan de orde

komen met name: de bevoegdheid van het scheidsgerecht,

waarbij uiteraard de rol van de algemene

voorwaarden wordt belicht en de ontwikkelingen

inzake de zwarte lijst, en de beslissingsmaatstaf

(goede mannen naar billijkheid of de regelen des

rechts). Speciale aandacht zal worden besteed aan

de gang van zaken bij de Raad van Arbitrage voor

de Bouw, mede aan de hand van het nieuwe, sinds

27 mei 2006 geldende Arbitragereglement. Uiteraard

zal ook stilgestaan worden bij de ingrijpende

wijzigingen van het Arbitragerecht. Wanneer de tijd

dat toelaat zal nog worden ingegaan op de rechtsmiddelen

hoger beroep en vernietiging en vragen

omtrent dwangsom en beslag.

De onderwerpen worden afwisselend besproken

aan de hand van de theorie en de praktijk. Wat de

praktijk betreft, wordt vooral gekeken naar de praktijk

van de Raad van Arbitrage voor de Bouw.

Tijdens de bijeenkomst is gelegenheid tot het stellen

van vragen en/of enige discussie.

Incompany cursus De realisatie van bouwprojecten:

procestechniek en de juridische

handvatten voor Netlaw te Alkmaar

Datum: 2 oktober 2012

Inleiders: ir. J.E.M. Buijs en mr. W.M.J.M. Heijltjes

IBR Cursus Appartementsrecht 2012

Data: 6 dagdelen op woensdag 3, 10 en 31 oktober,

7, 14 en 21 november 2012

Docenten: prof. mr. dr. R.F.H. Mertens, mr. N.L.J.M.

Rijssenbeek, mr. N.J. Smeenk, mr. N. Vegter, prof.

mr. A.A. van Velten, mr. G.G.J.D. Verdoes Kleijn en

mr. M.C.E. van der Vleuten

Toelichting: Het appartementsrecht wordt alsmaar

belangrijker mede als gevolg van demografische

ontwikkelingen. Steeds meer mensen willen

wonen in de steden en de beperkt beschikbare

grond maakt dat aan deze wens alleen voldaan kan

worden door in de hoogte te bouwen. Wie de juridische

literatuur en rechtspraak.nl bijhoudt, ziet het

groeiende belang.

Het appartementsrecht heeft de naam ingewikkeld

te zijn. Er zijn raakvlakken met het verenigingsrecht

en met grote delen van het goederenrecht. Daarnaast

zijn er de feitelijke situaties die soms moeilijk

te doorgronden zijn: zo ziet men appartementsgebouwen

in combinatie met openbare garages, met

winkels en met scholen van verschillende signatuur.

Er zijn appartementcomplexen met maar enkele eigenaren,

maar ook complexen met vele eigenaren.

Hoe zit het voorts met de mogelijkheid om bepaalde

rechten te handhaven, wie mag gaan procederen en

wat is daarvoor nodig?

In deze uitgebreide - en in zijn soort unieke - basiscursus

komen al deze onderwerpen en nog veel

meer uitgebreid aan de orde.

De cursus wordt in de vorm van een hoorcollege

gegeven met discussie en casusbehandelingen. De

docenten zijn allen afkomstig uit de praktijk en bekend

in de wetenschap door hun publicaties.

Actualiteiten college Milieurecht in de bouw

Datum: woensdag 3 oktober 2012

Inleiders: mr. D.A. Cleton, directeur en strategisch

adviseur Cleton-Com B.V. te Rotterdam en mr. dr.

M.A.A. Soppe, advocaat Soppe Gundelach Witbreuk

Advocaten B.V. te Almelo

Toelichting: Milieuregelgeving is constant in beweging

als gevolg van wetswijzigingen, nieuwe wetgeving

en de wetsuitleg in de jurisprudentie. In dit

actualiteiten college worden de deelnemers op de

hoogte gebracht van de actualiteiten op het gebied

van het milieurecht in de bouw door twee deskundige

specialisten.

43

2012


44

2012

In de ochtend zal het milieu per compartiment worden

besproken waarin aan de orde komen: Milieu en

ruimtelijke ordening, bedrijven en milieuzonering,

de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet

bodembescherming, lucht, externe veiligheid en een

overview van overige milieuaspecten en hinderbeleving.

De middag zal gaan over het milieu als onderdeel

van projecten en daarbij zal worden gekeken naar

de milieueffectrapportage, de omgevingsvergunning,

ruimtelijke ordening, houdbaarheid van onderzoeksgegevens

en Milieueisen in het Bouwbesluit

2012.

Studiedag: Bouwtechniek voor juristen

Datum: dinsdag 9 oktober 2012

Inleider: ir. J. Buijs, architect Joost Buijs Architecten

bna te Waalre

Toelichting: Al voor de 9e keer wordt deze interessante

bijeenkomst verzorgd.

De te behandelen stof is bedoeld voor juristen

die in de praktijkuitvoering te maken hebben met

conflicten waaraan een bouwkundig probleem ten

grondslag ligt. Om de cliënt nog beter van dienst

te zijn, is een begrip van veel voorkomende bouwkundige

onderwerpen nuttig. In deze bijeenkomst

komen de volgende onderwerpen aan de orde: de

ontwerpaspecten van een gebouw m.b.t. de bodem

(welke onderzoeken zijn nodig, geotechnisch, milieukundig,

verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid

daarvoor), de voor de uitvoering beneden maaiveld

benodigde con-structies en materialen, vervolgens

de opbouw van de begane grondvloer (welke soorten

zijn er, functies van wapening en druklaag, etc.)

waarbij ook scheurvorming door vervorming aan de

orde komt, de opbouw van wanden in diverse soorten

materialen (beton, steen, hout) en zo verder tot

en met dakconstructies.

Kort gezegd: een gebouw van de kelder tot de nok

in voor juristen begrijpelijke taal!

Actualiteiten college Aanbestedingsrecht

Datum: dinsdagmiddag 9 oktober 2012

Inleider: mr. D.J.L. van Ee, advocaat NautaDutilh

N.V. te Amsterdam

Toelichting: In dit actualiteiten college komen recente

ontwikkelingen op het gebied van het aanbestedingsrecht

aan de orde, in het bijzonder op

het gebied van problemen bij inschrijving, strategisch

inschrijven en belangenverstrengeling. Hierbij

wordt ondermeer aandacht besteed aan de nieuwe

aanbestedingswet en het voorstel voor een nieuwe

richtlijn. Voor wie bij moet blijven op dit belangrijke

terrein een must om bij te wonen. Tijdens het college

is er ruim gelegenheid voor discussie.

prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Verdiepingscursus UAV 2012 en UAV­GC

2005

Datum: woensdag 10 oktober 2012

Inleiders: prof. mr. J.M. Hebly, advocaat Houthoff

Buruma te Rotterdam en hoogleraar Bouw- en Aanbestedingsrecht

Universiteit Leiden, mr. ing. J.J. van

de Vijver, advocaat Drost & Van de Vijver B.V. te

Baarn en mr. D.E. van Werven, Sr. Beleidsmedewerker

Bouwend Nederland te Zoetermeer

Toelichting: De UAV 2012 en de UAV-GC 2005 zijn

het dagelijks gereedschap waar de bouwrecht jurist

mee werkt. Het is van essentieel belang om te

weten wat deze regelingen inhouden. In deze verdiepingscursus

wordt door drie in het bouwrecht geverseerde

docenten tekst en uitleg gegeven over de

belangrijkste onderdelen van deze algemene voorwaarden.

De thema’s die aan de orde komen, zijn

de thema’s waar vrijwel wekelijks rechtspraak over

verschijnt. Na het bijwonen van deze verdiepingscursus

bent u weer helemaal bij. Uiteraard is er ruim

gelegenheid voor interactie.

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU

Datum: 17 oktober 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Studiemiddag: DBFMO­contracten in de

praktijk

Datum: dinsdag 30 oktober 2012

Inleider: mr. M.A. Moolhuizen, advocaat / partner

Van Doorne te Amsterdam en betrokken bij verschillende

projecten, zoals PPS Kromhout Kazerne, PPS

Stadhuis Den Helder en PPS Defensiemuseum

Toelichting: In deze bijeenkomst worden de juridische

aspecten van DBFMO-contracten (design,

build, finance, maintain, operate) behandeld aan de

hand van recente projecten.

Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst zullen in

de toekomst steeds vaker gebruikmaken van DBF-

MO-contracten. Ook andere opdrachtgevers zullen

dit gaan doen, denk daarbij aan nieuwbouwprojecten

voor ziekenhuizen, scholen, universiteiten en


musea. De nieuwe DBFMO-modelovereenkomst die

door het Rijk wordt gebruikt en als basis dient voor

andere projecten, zal in deze bijeenkomst uitgebreid

worden behandeld. Kennis van dit contractmodel

hoort dan ook thuis in de gereedschapskist van iedere

privaatrechtelijke bouwrechtjurist.

Voorts zal de inleider aan de hand van zijn praktijkervaring

u ook inzicht bieden in de relaties tussen

de verschillende private partijen die een consortium

vormen om als opdrachtnemer in een DBFMO-overeenkomst

te kunnen functioneren.

Studiemiddag: 10 Prangende praktijkvragen

over de Wabo

Datum: woensdag 31 oktober 2012

Inleider: mr. H. Barendregt, hoofd jurist Gemeente

Rotterdam dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting

te Rotterdam

Toelichting: Na de inwerkingtreding van de Wabo

en het Bor en Mor zijn alle gemeenten met de nieuwe

regelgeving aan de slag gegaan en hebben praktijkervaring

opgedaan. Dat is hét moment dat de

burger met vragen komt die u als ambtenaar moet

beantwoorden. Een aantal prangende vragen vanuit

de praktijk zijn verzameld en komen in deze bijeenkomst

aan de orde.

GEEN ALGEMENE WABO-CURSUS MEER, HET IS

TIJD VOOR DIEPGANG!

1. Vergroot de Wabo het risico op ongelukken door

de mogelijkheid van vergunningvrije aanpassingen

en welke rol speelt het Bouwbesluit 2012 daarbij?

2. Wat zijn de consequenties van een verkeerde

keuze ten aanzien van de te doorlopen procdure?

Kan dan een vergunning van rechtswege ontstaan

of niet?

3. Tot op welk moment in de procedure kan toepassing

worden gegeven aan art. 2.21 Wabo?

4. Kan voor het vooroverleg ook betaling van leges

worden vereist?

5. Toepassing van 2.12 lid 1 sub a 3 Wabo (afwijking

bestemmingsplan, voormalig

projectbesluit). Is dit een volwaardig alternatief voor

een nieuw bestemmingsplan?

6. Hoe moet worden omgegaan met in een bestemmingsplan

opgenomen wijzigings- bevoegdheden

en/of uitwerkingsverplichtingen? Bieden die een

binnenplanse of een buitenplanse mogelijkheid tot

het toekennen van een omgevingsvergunning?

7. Maakt het vereiste van onlosmakelijke samenhang

fasering in de bouwpraktijk onmogelijk? Wat

omvatten de eerste uitspraken hierover?

8. In het vervolg op vraag 7: wat is de invloed van

het wetsvoorstel tot het permanent

maken van de Crisis- en herstelwet op de vraag

welke activiteiten wel en niet los van elkaar kunnen

worden aangevraagd?

9. Rechtsbescherming: als een activiteit niet vergunbaar

blijkt, moet dan de gehele omgevingsvergunning

worden geweigerd of niet? En hoe zit dit

wanneer de vergunning voor een bepaalde activiteit

moet worden ingetrokken, moet dan de gehele vergunning

worden ingetrokken of alleen de vergunning

voor zover deze ziet op de betreffende activiteit?

10. Welke rechtsbeschermingsmogelijkheden bestaan

er als een verplichte verklaring van geen bedenkingen

niet wordt afgegeven?

Deelnemers kunnen na aanmelding voor de bijeenkomst

ook eigen praktijkvragen inbrengen (onderwijs@ibr.nl).

Tijdens de bijeenkomst is ruim gelegenheid

voor interactie met de inleider.

Incompany cursus Basis cursus bouwrecht

voor de Rechtbank Amsterdam

Datum: 1 november 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

IBR Cursus Algemeen Aanbestedingsrecht

2012

Data: 6 dagdelen op dinsdag 6, 13, 20 en 27 november

en 4 en 11 december 2012

Docenten: mr. R.G.T. Bleeker, mr. S.C. Brackmann,

mr. G. ‘t Hart, mr. G.J. Huith, mr. B.J. Korthals Altes-

van Dijk, mr. J.W.A. Meesters, mr. D.C. Orobio de

Castro en mr. C.H.J. Thomas

Toelichting: Het Instituut voor Bouwrecht organiseert

wederom een inleidende cursus Aanbestedingsrecht.

In deze cursus wordt een overzicht van

het hele aanbestedingsrecht geboden bedoeld voor

de algemene aanbestedingspraktijk, dus van belang

voor de aanbesteding van bouwgerelateerde opdrachten

en alle andere opdrachten.

Deze basiscursus is bedoeld als eerste grondige

kennismaking met het aanbestedingsrecht.

In deze cursus worden de grote thema’s behandeld,

zodat de cursist na afloop goed beslagen ten – aanbestedingsrechtelijk

– ijs komt.

De onderwerpen, door ervaren docenten uiteengezet

in interactieve colleges, betreffen: beginse-

45

2012


46

2012

len van het aanbestedingsrecht, de procedures, de

criteria, rechtsbescherming, 2-Bdiensten, onder de

drempel aanbesteden, aanbesteden bij gebiedsontwikkeling,

dienstenconcessies, in-house aanbesteding

en afsluitend de lakmoesproef: lessons learned,

waarbij al het uiteengezette in een praktisch

kader wordt geplaatst.

De cursus wordt in de vorm van een hoorcollege

gegeven met discussie en casusbehandelingen.

Studiedag: Wijzigen van de overeenkomst (I

en II)

Datum: dinsdag 6 november 2012

Inleiders: mr. W.L. Valk, vice-president Gerechtshof

Arnhem (I) en mevr. mr. dr. S. van Gulijk, universitair

docent en onderzoeker Tilburg University

te Tilburg (II)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

Dagdeel (I): Wijzigen van de overeenkomst

volgens het BW

Overeenkomsten zijn niet in beton gegoten. De praktijk

verlangt dat - indien noodzakelijk - de inhoud

van de overeenkomst aanpassing kan ondergaan,

eventueel alleen op verzoek van een van de partijen.

Verschillende mechanismen dienen zich daartoe

aan, waarbij de gedachten met name uitgaan naar

de uitleg van de overeenkomst, de wilsgebreken, tekortkoming

en de rol van mededelingsplichten, het

leerstuk van de onvoorziene omstandigheden en

heronderhandelingsplichten.

Hoe zien de recente ontwikkelingen op dit gebied

er uit? In deze bijeenkomst krijgt u een gedegen

overzicht van de actualiteit en bent u weer helemaal

bij op dit in beweging zijnde terrein.

Dagdeel (II): Wijzigen van de overeenkomst

volgens de UAV 2012, UAV­GC 2005, DNR

2011 en DBFM­contracten

Naast het gemene recht zijn voor de specialistische

bouwpraktijk in verschillende standaardvoor-waarden

gedetailleerde bepalingen opgenomen over de

aanpassing van de overeenkomst. In dit tweede gedeelte

wordt ingegaan op de precieze werking van

deze bepalingen en de gevolgen ervan. Daarbij zal

uiteraard aandacht worden besteed aan de verschillen

met de algemene regels uit het BW. Tevens krijgt

u een overzicht van de actuele uitspraken over dit

thema.

Studiedag: Ondernemings­ en mededingingsrecht

van belang voor de praktijk van de

bouwrecht jurist (I en II)

Datum: donderdag 15 november 2012

Inleiders: mr. J.M. Gerretsen, advocaat / partner

Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam (I) en mr. G. van

der Wal, advocaat Houthoff Buruma te Brussel (II)

Toelichting: Deze studiedag bestaat uit twee dagdelen

die elk afzonderlijk gevolgd kunnen worden;

deelnemers aan beide dagdelen genieten voorrang.

Dagdeel I: Ontwikkelingen op het gebied

van ondernemingsrecht van belang voor

bouwrechtjuristen

Voor bouwprojecten en in de gebiedsontwikkelingspraktijk

worden vaak ad hoc samenwerkingsverbanden

gevormd tussen verschillende ondernemingen.

Soms gaat het om personenvennootschappen (VOF/

CV) en soms om rechtspersonen (BV). Wat komt bij

het opzetten van deze samenwerkingsvormen kijken,

wat is een gebruikelijke manier om dit soort

verbanden juridisch vorm te geven, en wat betekent

dit voor de aansprakelijkheid tijdens het bestaan

van het samenwerkingsverband en daarna etc. Relevante

en actuele ontwikkelingen voor de praktijk

worden besproken, want er verandert op dit gebied

nog al wat. Zo wordt het nieuwe BV-recht ingevoerd

per 1 oktober 2012. Wat gaat dat betekenen voor

de praktijk? En dan is er nog het wetsvoorstel aanpassing

regels bestuur en toezicht bij BV’s en NV’s

(wetsvoorstel one-tier board); ook deze wet zal naar

verwachting spoedig worden ingevoerd. Deze wet

geeft onder meer nieuwe regels m.b.t. de bestuurdersaansprakelijkheid

en het tegenstrijdig belang.

Dagdeel II: Actualiteiten college gecombineerd

met opfriselementen Mededingingsrecht

Na een korte inleiding met ‘opfriselementen Mededingingsrecht’

wordt in dit actualiteiten college ingegaan

op recente ontwikkelingen die voor de bouwsector

van belang (kunnen) zijn.

Daarbij zullen onder meer aan de orde komen:

• de recente toepassing van het verbod van artikel

6 lid 1 Mw in de bouwsector (o.m. de besluiten

van de NMa over de Eindhovense schildersbedrijven

en over de Limburgse bouwbedrijven).

Deze zaken roepen vragen op over onder meer

de bevoegdheden van de NMa m.b.t. bewijsverjaring;

het fenomeen van de ‘schijninschrijvingen’;

de verwijtbaarheid van een inbreuk; het

begrip ‘recidive’ in relatie tot de besluiten van

NMa m.b.t. de bouwsector in de jaren 2004-

2005;

• de nieuwe richtsnoeren horizontale samenwerking

van de Europese Commissie en de regels

voor combinatievorming in Nederland;

• compliance en naleving daarvan;

• uitsluiting bij aanbesteding wegens overtreding

van het kartelverbod en civiele handhaving van

het mededingings-recht. Hierbij kan aandacht

worden gegeven aan de uitspraak van de Raad

van Arbitrage voor de Bouw d.d. 7 januari 2011


(B7.044) en de vragen die in dergelijke procedure

spelen.

Studiemiddag: Bodemenergie

Datum: dinsdag 20 november 2012

Inleiders: mr. R.J.J. Aerts, mr. E.H.P. Brans en mr.

I. Brinkman, allen advocaat Pels Rijcken & Droogleever

Fortuijn te Den Haag

Toelichting: Om te kunnen voldoen aan de energieprestatiecoëfficiënt

wordt bij nieuwbouw van

kantoren en huizenblokken steeds meer gebruik gemaakt

van bodemenergie. Bodemenergie staat om

die reden momenteel volop in de belangstelling.

Om het gebruik van bodemenergie te stimuleren en

te komen tot een (meer) optimale winning ervan, is

de Wet bodembescherming recent gewijzigd. Verder

is momenteel het ontwerp-Besluit bodemenergiesystemen

aanhangig bij de Tweede Kamer. Vanwege

de toegenomen belangstelling voor bodemenergie

en de beperkte ruimte die er veelal is om dergelijke

systemen te plaatsen en optimaal te laten functioneren,

ontstaat er ook steeds meer belangstelling

voor de ruimtelijke ordening van de ondergrond.

Daarnaast kan de ontwerp-Warmtewet, die nu bij de

Tweede Kamer aanhangig is, mogelijk van invloed

zijn op realisering van WKO-projecten.

De inleiders hebben in hun dagelijkse praktijk regelmatig

te maken met juridische en praktische aspecten

van bodemenergie. Daarbij vormt de sturing van

de plaatsing van WKO-systemen (Warmte-Koude

Opslag-systemen) een belangrijk onderwerp. Wanneer

bodemenergiesystemen te dicht op elkaar geplaatst

staan, kan er interferentie optreden. Dit leidt

ertoe dat de systemen minder goed functioneren en

investeringen niet terugverdiend kunnen worden.

Daarnaast kunnen collectieve WKO-systemen effectiever

zijn dan enkele nabij elkaar geplaatste individuele

systemen.

Naast de sturing van de plaatsing van WKO-systemen

spelen in de praktijk ook veel vragen over de

eigendom van het grondwater waaraan warmte en

koude wordt onttrokken door een WKO-systeem en

over de belemmeringen die er kunnen bestaan als

een WKO-systeem in verontreinigd gebied wordt geplaatst.

Tot slot rijzen in de praktijk vragen over de

invloed die de ontwerp-Warmtewet kan hebben op

de exploitatie van WKO-systemen.

Tijdens de studiemiddag passeren al deze onderwerpen

de revue. Daarbij ligt de nadruk op recente

en relevante ontwikkelingen.

Actualiteiten college Wabo en vergunningvrij

bouwen

Datum: woensdagmiddag 21 november 2012

Inleiders: prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, hoogleraar

bestuursrecht Radboud Universiteit Nijmegen en

adviseur Hekkelman Advocaten en mr. ing. B. Rademaker,

beleidscoördinator en docent

Toelichting: De Wabo, het Bor en de Mor zijn op

de dag van deze middagbijeenkomst al weer twee

jaar in werking. Op deze middag krijgt u in vogelvlucht

een update van de jurisprudentie, praktijkervaringen

en (komende) wetsontwikkelingen. Daarbij

wordt ook gekeken naar de regeling voor vergunningvrije

bouw-, planologische- en monumentenactiviteiten.

Verder komt de toepassing van de planologische

omgevingsvergunning en de planologische

categorie van ‘kruimelgevallen’ aan bod. Bij de deelnemers

wordt basiskennis van de Wabo en de Woningwet

verondersteld. Neem uw wetboek mee!

Actualiteiten college Jurisprudentie

Omgevingsrecht

Datum: donderdagmiddag 6 december 2012

Inleiders: prof. mr. P.J.J. van Buuren, lid Raad van

State te Den Haag en als hoogleraar Bestuursrecht

verbonden aan het Centrum voor Omgevingsrecht

en -beleid, Universiteit Utrecht mr. J. Hoekstra,

staatsraad en lid Raad van State te Den Haag

Toelichting: Het omgevingsrecht blijft volop in beweging.

Nieuwe wetgeving en jurisprudentie volgen

elkaar in hoog tempo op. In dit actualiteiten college

wordt een aantal relevante ontwikkelingen behandeld.

Het accent ligt op een bespreking van recente

uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van

de Raad van State.

Bij de volgende actualiteiten zal worden stilgestaan:

• provinciale interventies: de reactieve aanwijzing

en de provinciale ruimtelijke verordeningen

alsmede ontheffingen op grond van de verordeningen

• overgangsrecht en bestemmingsplan

• definitieve geschillenbeslechting en ruimtelijke

besluiten: de bestuurlijke lus, het in stand laten

van rechtsgevolgen en het zelf voorzien

voorwaardelijke verplichtingen en het bestemmingsplan

en de complementaire overeenkomst

• (bevoegdheden)overeenkomsten en het bestemmingsplan

• eerste rechtspraak over planschade onder de

(nieuwe) Wro

• exploitatieplan: verschillende besluitonderdelen,

belanghebbendheid, de gevolgen van een vernietiging

en rechterlijke toetsing

• varia Wabo

• stand van zaken van het wetsvoorstel voor de

nieuwe Omgevingswet

Actualiteiten college Bouw(contracten)recht

Datum: woensdagmiddag 12 december 2012

Inleiders: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis, directeur

Instituut voor Bouwrecht te Den Haag en hoog-

47

2012


48

2012

leraar TU Delft en mr. F.R.A. Schaaf, advocaat Ekelmans

& Meijer Advocaten te Den Haag

Toelichting: Tijdens dit actualiteiten college komen

ontwikkelingen en (recente) rechtspraak op

het gebied van het adviseursrecht (inclusief algemene

aspecten beroepsaansprakelijkheid en algemene

voorwaarden), aannemingsrecht en koop-/

aannemingsrecht aan de orde. Tijdens het college

is er ruim gelegenheid voor discussie.

VBR jaarvergadering d.d. 12 december 2012

VBR­jaarvergadering: Naar een nieuw

omgevingsrecht

Datum: woensdag 12 december 2012

Preadviseurs: mr. N.S.J. Koeman, prof. mr.

B.J. Schueler, prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, prof. mr.

H.F.M.W. van Rijswick, prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels,

prof. dr. Ch.W. Backes, prof. mr. J. Struiksma,

prof. mr. R. Uylenburg

Toelichting: In het preadvies 2012 zullen acht

auteurs hun licht laten schijnen op de ontwikkeling

naar een algemene wet voor het omgevingsrecht.

Welke uitgangspunten moeten daarin centraal

staan, welke instrumenten dient de wet te bevatten

en hoe moeten de handhaving en de rechtsbescherming

worden geregeld? Hoe ver kan de wetgever

gaan met integratie van het omgevingsrecht? Deze

vragen – en meer – komen in het preadvies en tijdens

de jaarvergadering aan de orde.

Incompany over de UAV 2012 op verzoek van

STABU

Datum: 12 december 2012

Inleider: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Verdiepingscursus UAV 2012

Datum: dinsdagmiddag 18 december 2012

Inleiders: mr. L.C. van den Berg, advocaat Severijn

Hulshof Advocaten te Den Haag en mr. B. van der

Zijpp, advocaat Rozemond Advocaten te Amsterdam

Toelichting: De UAV zijn vernieuwd en er is rechtspraak

waarvan u kennis dient te hebben. In deze

verdiepingscursus komen de volgende onderwerpen

aan de orde:

• Aansprakelijkheid voor bouwstoffen

• De positie van de (voorgeschreven) onderaannemer

en leverancier

• Ontwikkelingen op het gebied van de waarschuwingsplicht

• Ontwikkelingen op het gebied van meer- en

minderwerk, stelposten en hoeveelheden

• De aansprakelijkheid na oplevering

Deze onderwerpen worden belicht aan de hand van

de wijzigingen van de UAV en/of de rechtspraak. Tijdens

de bijeenkomst is uitgebreid gelegenheid voor

discussie.

8. Onderwijsprogrammaraad en

Comité van Aanbeveling

De Raad wordt gevormd door de volgende leden:

• prof. mr. M.A.M.C. van den Berg

• prof. mr. P.J.J. van Buuren

• prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

• L. de Groot-Maas

• mr. J. Hoekstra

• mr. A.Z.R. Koning

• mr. S. Könemann

• dr. H.J. de Vries

• mr. A.G.J. van Wassenaer van Catwijck

• mr. D.E. van Werven

Het Comité van Aanbeveling bestaat uit:

• drs. E. Arnoldussen

• mr. G.J. Huith (Pels Rijcken)

• drs. C.B.F. Kuijpers (Ministerie van Infrastructuur

en Milieu)

• drs. ir. J. Fokkema (NEPROM)

• ir. J. Habets (BNA)

• mr. S.E. Korthuis (VNG)

• mr. M. Lurks (VNG)

• ir. P.J.A. Oortwijn (ONRI)

• mr. Z.J.G. Wijnands (Heijmans N.V.)

9. Overige publicaties, voordrachten

en activiteiten van medewerkers

De medewerkers van het Instituut voor Bouwrecht

laten ook op andere manieren van zich horen in de

bouwrechtelijke wereld. Het gaat daarbij om publicaties

die voor derden zijn geschreven, lidmaatschap

van externe werkgroepen en het geven van

onderwijs etc. Daarvan wordt hieronder verslag gedaan.

Prof. dr. ir. A.G. Bregman

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor

Cobouw.

• Schrijft op regelmatige basis redactionele bijdra-


gen voor de Actualiteiten Bouwrecht (Ezine) van

het IBR

• Spreker op diverse IBR-studiebijeenkomsten

(over staatssteun, aanbesteding, PPS, Reiswijzer

Gebiedsontwikkeling 2011 en de regeling inzake

grondexploitatie in de Wro)

• Spreker tijdens een masterclass ‘ruimtelijke inpassing

van lokale duurzame energievraagstukken’

van het Centrum voor Energievraagstukken

van de Universiteit van Amsterdam op 15 maart

2012

• Spreker op de Basiscursus Bouwrecht voor niet

juristen van de Neprom te Zeist over het onderwerp

publiek-private samenwerking op 27 maart

2012

• Spreker over Actualiteiten gebiedsontwikkeling

tijdens een bijeenkomst van VNO/NCW

Westland-Delland over ruimtelijke ordening op

18 april 2012

• Spreker tijdens een door de NVB georganiseerde

bijeenkomst over het onderwerp ‘Grondbeleid:

nieuwe tijden, nieuwe kansen’ te Baarn op 20

juni 2012.

• Spreker over projectbesluitvorming tijdens het

Congres Omgevingswet, georganiseerd door de

Praktijkleerstoel gebiedsontwikkeling van de TU

Delft te Utrecht op 12 september 2012.

• Spreker over de mogelijkheid van herbestemmen

zonder (plan)schade tijdens het Gelders Wooncongres

te Arnhem op 25 oktober 2012.

• Interveniënt (over projectbesluitvorming) tijdens

de jaarvergadering van de Vereniging voor

Bouwrecht over de nieuwe Omgevingswet op 12

december 2012.

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis met dr. M. Hurx. Het Instituut voor Bouwrecht

heeft een brede betrokkenheid bij alles wat met bouwrecht te maken

heeft. op de foto neemt de directeur de handelseditie in ontvangst

van de dissertatie van Merlijn Hurx: ‘Architect en aannemer. De opkomst

van de bouwmarkt in de Nederlanden 1350-1530’

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor

Cobouw.

• Gastcollege TU Eindhoven.

• Docent bij de cursus aanbestedingsrecht van de

Grotius Academie

• Docent NEPROM (contractenrecht en arbitragerecht)

• Algemeen secretaris Europese Vereniging voor

Bouwrecht

• Voordrachten over Building Information Modelling

• Voordrachten bij verschillende organisaties

• Zij is uit hoofde van haar functie verbonden aan:

- Raad van Advies van de Vereniging voor Aanbestedingsrecht.

- Lid van de editorial board van The Construction

Law Review.

Publicaties:

1. Meegewerkt aan: Het duurzame ontwerp project,

A. van Doorn,

2. Ontstaansgeschiedenis van de UAV 2012, tezamen

met H. Strang en L. de Ruiter

3. Praktische toelichting op de UAV 2012

4. A-B-C van het bouwrecht voor installateurs, uitgegeven

door Uneto/VNI

5. Noot bij RvA 8 november 2011, nr. 71.589, TBR

p. 188 e.v.

6. Arbitrage in de Nederlandse bouwsector, Nederlands-Vlaams

Tijdschrift voor Mediation en Conflictmanagement.,

p. 20-42, 2012 (16)2

7. Inleidende opmerkingen over de UAV 2012, TBR

2012, p. 785 e.v.

8. De Algemene voorwaarden voor de aanneming

van funderingswerken 2009, TBR p. 1201 e.v.

9. Boek: Het bouwteam: juridische vormgeving en

functioneren in de praktijk, serie Bouwrecht monografieën.

10. Praktijkboek contracteren in de bouw, derde

herziene druk, hoofdstukken 1, 4, 10, 12 en redactie.

11. The evaluation of (overall economic benefit of)

public tenders in the Netherlands, in Construction

Law Bulletin, Czech Construction Law Society,

2012/4, p. 31 e.v.

Mr. A.Z.R. Koning

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor de

Cobouw.

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor Actualiteiten

Bouwrecht

• Secretaris Instituut voor Bouwrecht Scriptieprijs:

Scriptieprijzen Publiekrecht en Privaatrecht.

• Secretaris ESCL Master Thesis Prize

• Heeft zitting in de Onderwijsprogrammaraad van

het IBR

• Heeft zitting in de Redactieraad van het Tijdschrift

voor Bouwrecht

• Verzorgt het vak milieurecht in de bachelor en

master in het collegejaar 2011-2012 aan de

TUDelft, RE&H

49

2012


50

2012

Mr. H.P.C.W. Strang

• Promotieonderzoek naar toezicht en coördinatie

in het bouwproces.

• Werkzaamheden ten behoeve van het Integriteitoverleg

Vastgoedmarkt (IOV).

• Onderzoek naar een afwegingskader voor de

inzet van contractbeheersingsmethoden door de

Rijksgebouwendienst.

• Onderzoek naar privaatrechtelijke verbeteringsmogelijkheden

van de bouwkwaliteit voor het

Ministerie van Binnenlandse Zaken.

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor Cobouw,

rubriek jurisprudentie.

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor Actualiteiten

Bouwrecht.

Mr. N. van Wijk- van Gilst

• Redacteur Tijdschrift voor Bouwrecht.

• Verantwoordelijk voor de inhoud van de E-zine

Actualiteiten Bouwrecht.

• Verantwoordelijk voor Virtueel Kenniscentrum

Bouwrecht.

• Verantwoordelijk voor redactie van de website

van het Platform of Experts in Planning Law en

het organiseren van het jaarlijkse congres van

het Platform of Experts in Planning Law.

• Schrijft op regelmatige basis artikelen voor de

website van Pianoo, Kroniek Aanbestedingsrecht,

Cobouw, rubriek jurisprudentie, en verzorgt de

bijdragen ‘Bouwrecht’ in Ars Aequi Katern.


Instituut voor Bouwrecht

Postbus 85851

2508 CN Den Haag

info@ibr.nl

www.ibr.nl

More magazines by this user
Similar magazines