29.07.2013 Views

Richtlijnen SOA Polikliniek 2011-2012 - GGD Amsterdam

Richtlijnen SOA Polikliniek 2011-2012 - GGD Amsterdam

Richtlijnen SOA Polikliniek 2011-2012 - GGD Amsterdam

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Verantwoording<br />

De adviezen in deze richtlijn zijn primair bedoeld voor de medewerkers van de <strong>SOA</strong><br />

polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong> en zijn gebaseerd op:<br />

<strong>Richtlijnen</strong> Seksueel Overdraagbare Aandoeningen <strong>2011</strong> van de <strong>SOA</strong><br />

Commissie/<strong>SOA</strong> Kernwerkgroep van de Nederlandse Vereniging voor<br />

Dermatologie en Venereologie (NVDV)<br />

Sexually Transmitted Diseases Treatment Guidelines 2010 van Centers for Disease<br />

Control and Prevention (CDC), U.S. Department of Health and human Services<br />

Landelijke coördinatiestructuur infectieziektenbestrijding (LCI)<br />

Buiten de medewerkers van de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong> is een<br />

ieder vrij om (delen van) deze richtlijn met bronvermelding over te nemen. Er<br />

kunnen geen rechten worden ontleend aan dit document.<br />

Bronvermelding: van Oosten HE, van Leent EJM, de Vries HJC: <strong>Richtlijnen</strong> <strong>SOA</strong><br />

<strong>Polikliniek</strong> <strong>2011</strong>-<strong>2012</strong>. <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong> <strong>2011</strong><br />

drs Hannah E. van Oosten, arts,<br />

dr Edwin J.M. van Leent, dermatoloog,<br />

prof dr Henry J.C. de Vries, dermatoloog.<br />

<strong>SOA</strong> <strong>Polikliniek</strong> <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong><br />

september <strong>2011</strong><br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

2


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Inhoudsopgave<br />

VERANTWOORDING 2<br />

INHOUDSOPGAVE 3<br />

ANTIBIOTICA, ALLERGIE EN ANTICONCEPTIE 5<br />

ALLERGIE EN ANTIBIOTICA 5<br />

ANTICONCEPTIE EN ANTIBIOTICA 5<br />

ZWANGERSCHAP EN ANTIBIOTICA 6<br />

SYNDROMEN 10<br />

ULCERATIEVE KLACHTEN 10<br />

URETHRITIS KLACHTEN 11<br />

VAGINITIS, VULVITIS EN FLUOR KLACHTEN 12<br />

PROCTITIS KLACHTEN 12<br />

BALANOPOSTHITIS KLACHTEN 13<br />

WRATTEN EN PUKKELS 14<br />

JEUKENDE KLACHTEN 14<br />

GEELZUCHT KLACHTEN 15<br />

BUIKPIJN BIJ DE VROUW 15<br />

PIJNLIJK SCROTUM 16<br />

BACTERIËLE VAGINOSE 17<br />

BALANOPOSTHITIS 18<br />

EPIDIDYMITIS 19<br />

PELVIC INFLAMMATORY DISEASE (PID) 21<br />

NIET SPECIFIEKE PROCTITIS (NSP) 22<br />

NIET SPECIFIEKE URETHRITIS (NSU) 24<br />

CANDIDIASIS 25<br />

CHANCROÏD 26<br />

CHLAMYDIASIS 28<br />

CONDYLOMA ACUMINATUM 31<br />

GONORROE 32<br />

GRANULOMA INGUINALE / DONOVANOSIS 36<br />

HEPATITIS A 38<br />

HEPATITIS B 40<br />

HEPATITIS C 44<br />

HERPES GENITALIS 47<br />

HUMAAN IMMUUNDEFICIËNTIE VIRUS (HIV) 49<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

3


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

LYMFOGRANULOMA VENEREUM (LGV) 52<br />

MOLLUSCUM CONTAGIOSUM 54<br />

PEDICULOSIS PUBIS 55<br />

SCABIËS 56<br />

SYFILIS 60<br />

AANVULLENDE ANAMNESE BIJ VERDENKING NEUROSYFILIS 61<br />

AANVULLEND LICHAMELIJK ONDERZOEK BIJ VERDENKING NEUROSYFILIS 61<br />

SYFILIS EN HIV CO-INFECTIE 62<br />

SYFILISSEROLOGIE 64<br />

INTERPRETATIE SYFILISSEROLOGIE BIJ LATENTE STADIA 66<br />

SYFILIS BIJ ZWANGEREN 67<br />

HET SEROLOGISCHE SYFILIS NACONTROLESCHEMA 68<br />

SEROLOGISCH FALEN 68<br />

TRICHOMONIASIS 71<br />

RICHTLIJN SEKSACCIDENTEN 72<br />

POST-EXPOSURE PROPHYLAXE (PEP) VOOR HIV: 72<br />

INDICATIES VOOR PEP 73<br />

POST-EXPOSURE PROFYLAXE VOOR HEPATITIS B 76<br />

POSTCOÏTALE ANTICONCEPTIE 79<br />

Figuren en tabellen<br />

Figuur 1. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs 6<br />

Fguur 2. Antibiotica en allergische kruisreacties 7<br />

Figuur 3. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs 8<br />

Figuur 4. “7 dagen regel” voor de betrouwbaarheid van de pil 9<br />

Figuur 5. Giemsa kleuring H. ducreyi (Rail road tracks) 28<br />

Figuur 6. Grootte van veel voorkomende <strong>SOA</strong> verwekkers 30<br />

Figuur 7. Donovan Bodies bij granuloma inguinale 37<br />

Figuur 8. Serologisch beloop van acute hepatitis A infectie 39<br />

Figuur 9. Serologisch beloop HBV infectie met hierna adequate immuniteit 42<br />

Figuur 10. Serologisch beloop chronische HBV infectie 43<br />

Figuur 11. Betekenis serologiewaarden hepatitis B 44<br />

Figuur 12. Serologisch beloop HCV infectie. 46<br />

Figuur 13. Porferia cutanea tarda 46<br />

Figuur 14. Serologisch beloop van HIV infectie 51<br />

Figuur 15. Natuurlijk verloop HIV, opportunistische infecties afgezet tegen CD4 getal51<br />

Figuur 16. Voorkeurslocalisaties Scabies 60<br />

Figuur 17. Geografische verspreiding van treponematosen n.n.o. 69<br />

Figuur 18. Classificatie van de orde van Spirochaetales 69<br />

Figuur 19. Natuurlijk beloop van een syfilis infectie bij immuuncompetente patiënten.70<br />

Figuur 20. Serologisch verloop van syfilisinfectie met bijbehorende kliniek 70<br />

Tabel 1: Transmissierisico HIV 73<br />

Tabel 2: Risicogroepen HIV/ HBV 75<br />

Tabel 3: Indicaties voor PEP 75<br />

Tabel 4. hepatitis B infectie risico van de bron 78<br />

Tabel 5 Diagram voor het indiceren van de morningafterpil 79<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

4


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Antibiotica, Allergie en Anticonceptie<br />

Allergie en Antibiotica<br />

Allergische reacties tegen antibiotica komen voornamelijk voor bij mensen met een<br />

allergische aanleg. Dit zijn onder anderen patiënten met in de voorgeschiedenis;<br />

hooikoorts, astma of eczeem. Daarnaast is de kans op een allergische reactie groter<br />

als men al andere allergieën heeft. Niet elke reactie na het innemen van een<br />

antibioticum berust op een allergie.<br />

Allergische reacties zijn onder te verdelen in vier verschillende typen (figuur 1).<br />

Type 1 reacties (IgE gemediëerd) zijn gevaarlijk omdat bij re-expositie aan het<br />

antibioticum er anafylaxie op kan treden. Zo nodig overleggen met de arts of de<br />

genoemde symptomen passen bij een allergische reactie.<br />

Antibiotica die tot de zelfde groep behoren kunnen allergische kruisreacties<br />

veroorzaken. Allergie voor één antibioticum geeft een verhoogde kans op allergie<br />

voor alle middelen uit de zelfde groep en geen van deze antibiotica mag dan<br />

worden gegeven. 1<br />

Aan de hand van onderstaande tabel (figuur 2) zijn antibiotica gegroepeerd binnen<br />

kaders die al dan niet kunnen kruisreageren. Middelen die schuingedrukt staan<br />

worden veelvuldig gebruikt binnen de soa bestrijding.<br />

Symptomen van anafylaxie (type 1 allergische reacties) ontstaan binnen 20 minuten<br />

(Maar kunnen ook tot enkele uren later ontstaan bij orale toediening) en bestaan<br />

uit:<br />

Paniekerige reacties, verstikkinggevoel<br />

Kortademigheid, versnelde hartslag en zwakke pols<br />

Zwelling van mondslijmvlies en keel (glottis oedeem)<br />

Galbulten (urticaria)<br />

Bleek wegtrekken, duizeligheid, misselijkheid, bewustzijnverlies<br />

Voor de behandeling van anafylactische shock zie figuur 3<br />

Anticonceptie en Antibiotica<br />

Sommige geneesmiddelen kunnen de betrouwbaarheid van hormonale<br />

anticonceptie (zoals “de pil”, de EVRA pleister, implanon etc.) beïnvloeden. Als<br />

men doxycycline voorschrijft aan patiëntes die hormonale anticonceptie gebruiken,<br />

is het advies moeten geven om aanvullende anticonceptie te gebruiken middels de<br />

“7 dagen regel” (figuur 4).<br />

Dit betekent dat patiëntes tijdens en ná het gebruik van doxycycline aanvullende<br />

anticonceptie moeten gebruiken, totdat zij 7 dagen ononderbroken (en zónder<br />

doxycycline) hun anticonceptie hebben gebruikt.<br />

1<br />

Een uitzondering hierop zijn de derde generatie cefalosporines, zoals Ceftriaxon, deze middelen<br />

geven geen kruisreactie met penicilline.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

5


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Zwangerschap en Antibiotica<br />

Vrouwen voor de menopauze zonder adequate anticonceptie kunnen in theorie<br />

zwanger zijn en mogen geen antibiotica krijgen die in deze richtlijnen in rood zijn<br />

weergegeven en onderstreept (bijvoorbeeld doxycycline) in verband met de<br />

mogelijke schade aan de ongeboren vrucht.<br />

Indien er anticonceptie is ingesteld in de vorm van orale anticonceptie (OAC), een<br />

IUD, de prikpil, een NUVA-ring, of na een sterilisatie ingreep, of wanneer<br />

zwangerschap is uitgesloten door middel van een zwangerschapstest, kunnen deze<br />

antibiotica wel worden gegeven.<br />

Een uitzonderingsgeval betreft azitromycine. In overeenkomst met de richtlijnen van<br />

de NVDV 2 en CDC 3 is besloten azitromycine ook voor te schrijven aan patiënten die<br />

mogelijk zwanger zouden kunnen zijn. Alhoewel azitromycine niet is getest op<br />

zwangere vrouwen, is er inmiddels voldoende bewijs dat azitromycine als eenmalige<br />

dosering, zoals gegeven bij urogenitale chlamydia, geen bijzondere risico’s met zich<br />

meebrengt voor het ongeboren kind.<br />

Naast het meegeven van de bijsluiter dienen patiëntes, die geen adequate<br />

anticonceptie gebruiken, ook mondeling te worden ingelicht over het feit dat er<br />

niet getest is op de gevolgen van azitromycine tijdens de zwangerschap. Patiëntes<br />

kunnen dan evt. voor de tweede keus behandeling kiezen (amoxicilline), welke<br />

minder effectief is maar wel is onderzocht in de zwangerschap.<br />

Figuur 1. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs<br />

(Bron: Ned Tijdschr Allergie Huisartseneditie 2008)<br />

2 http://www.soaaids-professionals.nl/medische_richtlijnen/nvdv<br />

3 http://www.cdc.gov/std/treatment/<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

6


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 2. Antibiotica en allergische kruisreacties<br />

Groepen die bekend zijn om kruisreacties Groepen die<br />

weinig<br />

Penicillines<br />

benzathinebenzylpenicillin<br />

(Penidural)<br />

benzylpenicilline<br />

cloxacilline<br />

fenoxymethylpenicilline<br />

feneticiline<br />

flucloxacilline<br />

procainebenzathinpenicillin<br />

procainebenzylpenicilline<br />

amoxicilline (Clamoxyl)<br />

ampicilline<br />

piperacilline<br />

ticarcilline<br />

Cefalosporines<br />

ceftriaxon<br />

cefalexine<br />

cefalothine<br />

cefamandol<br />

cefazoline<br />

cefepim<br />

cefixim<br />

cefoxitine<br />

cefpirom<br />

cefpodoxim<br />

cefradine<br />

(Maxisporin)<br />

ceftazidim<br />

ceftibuten<br />

ceftizoxim<br />

cefuroxim<br />

(Zinacef<br />

cefuroximaxetil<br />

loracarbef<br />

Overige<br />

betalactam<br />

antibiotica<br />

imipenem &<br />

cilastatine<br />

meropenem<br />

aztreonam<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Aminoglycosiden<br />

gentamycine<br />

tobramycine<br />

amikacine<br />

netilmicine<br />

neomycine<br />

framycetine<br />

Chinolonen<br />

ciprofloxacin<br />

ofloxacin<br />

norfloxacin<br />

Tetracyclinen<br />

tetracycline<br />

chloortetracycline<br />

oxytetracycline<br />

minocycline<br />

doxycyline<br />

kruisreageren<br />

Macroliden<br />

(weinig allergieën<br />

kruisreageren soms)<br />

erythromycine<br />

clarithromycine<br />

azithromycine<br />

clindamycine<br />

lincomycine<br />

roxitromycine<br />

spiramycine<br />

dirithromycine<br />

Sulfonamiden<br />

(niet<br />

kruisreagerend)<br />

trimetoprimsulfometoxasol<br />

(co-trimoxazol)<br />

Trimethoprim<br />

Overige<br />

medicatie<br />

(niet kruisreagerend)<br />

fucidinezuur<br />

metronidazol<br />

(Flagyl)<br />

chlooramphenicol<br />

(val)aciclovir<br />

clotrimazol<br />

miconazol<br />

podofilox<br />

imiquimod<br />

lindaan<br />

permetrine<br />

* Schuingedrukte middelen worden veelvuldig in de soa bestrijding voorgeschreven<br />

* Rood gedrukte middelen worden in het algemeen niet tijdens de zwangerschap<br />

gebruikt<br />

7


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 3. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs<br />

BIJ ANAFYLACTISCHE REACTIES<br />

Arts waarschuwen, noodkoffer mee<br />

Patiënt plat leggen of in Trendelenburg (benen omhoog)<br />

Bij echte anafylactische shock (dyspnoe, cyanose, hypotensie,<br />

collaps, hartritmestoornissen) direct 112 bellen.<br />

Bloeddruk en pols meten (elke 5 minuten)<br />

Adrenaline 0,3-0,5 mg intramusculair in bovenbeen<br />

(Epipen = 0,3 mg / ampul 5 ml = 5 mg; d.w.z. 0,5-1 ml van<br />

1 ml ampul)<br />

Indien na 2-3 x geen effect, overgaan op i.v.-toediening<br />

Clemastine (Tavegil ® ) 2 mg intramusculair (1 ampul 2ml = 2<br />

mg) (eventueel langzaam intraveneus)<br />

Infuus met 0.9% NaCl aanbrengen, maximaal openzetten<br />

Prednisolon 25 mg intraveneus eventueel intramusculair<br />

(1 ampul = 25 mg, oplossen met 1ml water voor injectie)<br />

Bij bronchospasme Ventolin® (salbutamol, 4 inhalaties à<br />

100g) eventueel met gebruik van voorzetkamer<br />

(Volumatic®)<br />

bron: G. van Wijk. Anafylaxie. Ned Tijdschrift Dermatol Venerol, okt 2006 p329-332<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

8


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 4. “7 dagen regel” voor de betrouwbaarheid van de pil<br />

“7 dagen regel”<br />

Voor het betrouwbaar gebruiken van de pil is begrip van de ‘regel van zeven'<br />

nodig. Deze regel is als volgt geformuleerd: actieve tabletten moeten 7 dagen<br />

zonder onderbreking worden ingenomen om de hypofyse-ovarium-as voldoende<br />

te onderdrukken en het innemen van actieve tabletten mag nooit langer dan 7<br />

achtereenvolgende dagen worden onderbroken. Als voor het eerst de pil wordt<br />

gebruikt (of opnieuw wordt gestart na een periode waarin geen pil werd<br />

gebruikt), dan is de pil direct betrouwbaar indien wordt gestart op de eerste<br />

menstruatiedag. Wordt later begonnen dan is de pil pas veilig na 7 dagen slikken.<br />

Tot die tijd moet zo nodig aanvullende anticonceptie worden gebruikt. De pil<br />

wordt 3 weken geslikt waarna een stopweek van maximaal 7 dagen volgt. Wordt<br />

later begonnen dan moet opnieuw een periode van 7 dagen slikken volgen<br />

voordat de pil weer betrouwbaar is.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

9


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Syndromen<br />

Ondanks het veelvuldig voorkomen van asymptomatische infecties, is het van belang de<br />

verschillende klachtensyndromen waarmee soa zich kunnen presenteren te herkennen. Zo<br />

zijn Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae en Trichomonas vaginalis drie<br />

verwekkers die dysurie en fluorklachten kunnen veroorzaken. Hieronder volgt een overzicht<br />

van de meest voorkomende syndromen geassocieerd met soa. Bij elk syndroom geldt dat<br />

overige <strong>SOA</strong> dienen te worden uitgesloten.<br />

Ulceratieve klachten<br />

Mogelijke oorzaken :<br />

primaire syfilis<br />

herpes genitalis<br />

chancroïd<br />

lymfogranuloma venereum<br />

granuloma inguinale<br />

Niet venerische oorzaken: aphtose, erosieve balanitis, traumata,<br />

furunculosen, herpes zoster, carcinoom, fixed drug eruption, M. Behçet, Stevens<br />

Johnson syndroom, tuberculose, amoebe ulceraties<br />

Uiteindelijk is 25% van de genitale ulcera niet classificeerbaar<br />

Anamnese<br />

Eerder ulcera<br />

Pijnlijk<br />

Prodromale verschijnselen<br />

Lichamelijk onderoek:<br />

Defecten, erosies en/of rhagaden in de huid en slijmvliezen rond en in de<br />

genitalia, de anus en de mond.<br />

Inspectie van het ulcus en palpatie van de regionale lymfklier stations<br />

Standaard onderzoek:<br />

Ulcus schoonmaken met fysiologische zoutoplossing. 4<br />

Nucleic Acid Amplification Test (NAAT) voor Treponema<br />

pallidum/Haemophilus ducreyi/HSV/VZV<br />

Donkerveld microscopie (zonodig eerst het ulcus laten weken met<br />

fysiologische zoutgazen)<br />

Bij sterke verdenking op syfilis en wanneer NAAT op T. Pallidum niet<br />

voorhanden is: Serologische controle van TPHA (en VDRL of RPR) op 3, 6 en<br />

12 weken, gerekend vanaf het moment van ontstaan van het ulcus<br />

4 Goede diagnostiek staat of valt met een schoon ulcus. Van belang is dat de wond vrij is van<br />

necrotisch materiaal en bloedresten aangezien deze het donkerveld onderzoek waardeloos maken<br />

en bij NAAT onderzoek inhibitie veroorzaken.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

10


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Giemsa preparaat 5<br />

Directe RPR-card test<br />

Wondcontrole na 1 dag (laten weken met fysiologische zoutgazen voor<br />

herhalen donkerveld)<br />

Punctaat lymfklier (donkerveld, chlamydia NAAT)<br />

Chlamydia NAAT ulcus<br />

Banale kweek<br />

HIV test<br />

Valkuilen:<br />

Tijdens een ulceratieve episode kunnen verschillende <strong>SOA</strong> verwekkers<br />

aanwezig zijn .<br />

De vroege fase van syfilis is vaak serologisch nog niet aantoonbaar en kan<br />

zodoende gemist worden als follow up achterwege blijft. 6<br />

Antibiotica kunnen een syfilisinfectie serologisch maskeren, waardoor bij een<br />

vroeg incuberende syfilis de serologie negatief blijft (i.e. syfilis decapité).<br />

Sulfonamiden en de chinolonen maskeren de sylifisserologie niet.<br />

Urethritis klachten<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Chlamydia trachomatis<br />

Neisseria gonorrhoeae<br />

Niet specifieke urethritis<br />

Anmnese:<br />

Pijn en branderigheid bij het plassen<br />

Jeuk ter hoogte van de plasbuis<br />

Afscheiding uit de plasbuis of in de onderbroek<br />

Bij de vrouw weinig klachten tenzij de infectie opstijgt<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Écoulement (muceus, purulent)<br />

Palpatie van de regionale lymfeklieren<br />

Inspectie glans (aanwijzingen balanitis)<br />

Standaard onderzoek:<br />

Bij de man: gram-preparaat en/of sediment<br />

Man / vrouw: afnemen NAAT chlamydia en gonorroe uit de urine<br />

5<br />

Het Giemsa preparaat is laag sensitieve sneltest voor het aantonen van herpes genitalis.<br />

6<br />

Bij twijfel of patiënt op controle zal verschijnen en een sterk vermoeden op syfilis kan<br />

zekerheidbehandeling worden overwogen.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

11


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Bij purulent écoulement: gram-preparaat op gramnegatieve diplococcen (N.<br />

gonorrhoeae) en eventueel kweek uit urethra op N. gonorrhoeae<br />

Vaginitis, vulvitis en fluor klachten<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Trichomonas vaginalis<br />

Candidiasis<br />

Bacteriële vaginose<br />

Vreemd lichaam zoals een vergeten tampon of sponsje<br />

Anatomische afwijkingen (prolaps, fistels)<br />

Anamnese:<br />

Verandering van fluor (t.o.v wat gebruikelijk is voor patiënte) wat betreft<br />

hoeveelheid, samenstelling, kleur, geur.<br />

Jeuk of irritatie in en rond de vagina.<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Erytheem? Erosies? Rhagaden?<br />

Consistentie fluor (Brokkelig, glad, schuimend?)<br />

Standaard onderzoek:<br />

Gram preparaat van de cervix op aanwezigheid van Clue cells.<br />

Fysiologisch zout preparaat van de cervix op aanwezigheid van Candida.<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Verwijzing gynaecoloog bij persistentie voor uitsluiten anatomische<br />

afwijkingen.<br />

Proctitis klachten<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Chlamydia trachomatis<br />

Lymfogranuloma Venereum (LGV)<br />

Neisseria gonorrhoeae<br />

Niet specifieke proctitis<br />

Herpes proctitis<br />

Syfilitische proctitis<br />

Chronische darmziekten (Colitis Ulcera, M. Crohn)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

12


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Anamnese:<br />

Jeuk of irritatie in en rond de anus<br />

Anale afscheiding<br />

Anale pijn<br />

Anale krampen / flatulentie<br />

Loze aandrang<br />

Lichamelijk onderzoek (bij mannen en vrouwen):<br />

Proctoscopisch onderzoek<br />

Standaard onderzoek:<br />

Grampreparaat proctum<br />

NAAT op N. gonorrhoeae en C. trachomatis.<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Bij erosies, ulceraties: NAAT op HSV en syfilis<br />

Balanoposthitis klachten<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Candida albicans, Candida glabrata, en overige Candida species,<br />

anaërobe of aërobe bacteriën,<br />

Trichomonas vaginalis,<br />

Chlamydia trachomatis,<br />

HPV<br />

Anamnese:<br />

Jeuk, Roodheid, erosies, rhagaden, afscheiding, zwelling, stank van eikel en<br />

voorhuid.<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Eryhteem, erosies, rhagaden, afscheiding, foetor glans (balanitis) en/of<br />

preputium (posthitis)<br />

Standaard onderzoek:<br />

Niet geïndiceerd<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Eventueel KOH preparaat op aanwezigheid gisten/schimmels<br />

Eventueel banale kweek bij verdenking aerobe/anaerobe balanitis<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

13


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Wratten en pukkels<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Condyloma acuminatum<br />

Mollusca contagiosa<br />

Condyloma lata<br />

Anamnese:<br />

Huidafwijkingen boven het niveau van de omliggende huid in en rond de<br />

genitaliën, de anus of de mond.<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

aspect (verruceus oppervlak), consistentie (hard)<br />

Standaard onderzoek:<br />

Niet geïndiceerd<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Bij onzekere diagnose eventueel biopt via dermatoloog<br />

Jeukende klachten<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Schurft<br />

Schaamluis<br />

Anamnese:<br />

Huidafwijkingen die jeuken<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Distributie huidafwijkingen /jeuk<br />

Aanwezigheid van gangetjes<br />

Excoriaties?<br />

Standaard onderzoek:<br />

Niet geïndiceerd<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

KOH of zoete olie preparaat op aanwezigheid scabiës mijt<br />

Preparaat Pthirus pubis<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

14


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Geelzucht klachten<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Hepatitis A<br />

Hepatitis B<br />

Hepatitis C<br />

Anamnese:<br />

Gele huid, geel oogwit, vermoeidheid, misselijkheid, ontkleurde ontlasting,<br />

donkere urine, pijn in de bovenbuik.<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Icterus? (sclerae, huid)<br />

Palpatie lever (vergroot? Pijnlijk?)<br />

Standaard onderzoek:<br />

Serologie voor HBV, HAV en eventueel HCV<br />

Leverfunctie<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Virale load<br />

Echo bovenbuik eventueel biopt (iom internist)<br />

NB: Bij een actieve hepatitis infectie altijd verwijzen naar de afdeling<br />

Infectieziekten van <strong>GGD</strong>!<br />

Buikpijn bij de vrouw<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Pelvic Inflammatory Disease (PID)<br />

Extra-uteriene graviditeit<br />

Torsio tubae<br />

Diverticulitis (vaak hogere leeftijd)<br />

Anamnese<br />

Pijn in de onderbuik (m.n. bij lopen en stoten),<br />

Malaise en/of koorts<br />

Fluorklachten<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Koorts?<br />

Drukpijn/loslaatpijn midden onderbuik<br />

Vaginaal toucher: opstoot- en/of slingerpijn<br />

Purulente afscheiding<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

15


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Standaard onderzoek:<br />

Zwangerschapstest<br />

Gram cervix<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Zonodig verwijzing gynaecoloog bij ernstige klachten / persistentie ondanks<br />

therapie<br />

Pijnlijk scrotum<br />

Mogelijke oorzaken:<br />

Epididymitis<br />

Tortio testis<br />

Tumor<br />

Hydro-, varico- spermatococele<br />

Anamnese<br />

Pijn in de testikels<br />

Malaise en/of koorts<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Inspectie scrotum: gezwollen, erytheem?<br />

Palpatie: pijnlijk? Consistentie testes?<br />

Evt. transilluminatie / diaphanie (beschijn de testes met een lamp, voor het<br />

aantonen van vocht zoals bij hydrocele/spermatocele).<br />

Standaard onderzoek<br />

Gram urethra<br />

Sediment<br />

Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />

Zonodig verwijzing uroloog bij ernstige klachten / persistentie ondanks<br />

therapie<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

16


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Bacteriële Vaginose<br />

Geen soa, wel geassocieerd met meerdere seksuele partners en vaginale<br />

douches<br />

Verwekkers: Gardnerella vaginalis, Mycoplasma hominis, Prevotell- en<br />

Mobiluncus species<br />

Kan vatbaarheid voor andere soa en hiv verhogen<br />

Kan bij zwangere vrouwen met klachten de kans op perinatale complicaties<br />

verhogen 7 .<br />

Alleen bij klachten van onwelriekende afscheiding wordt extra intern<br />

laboratorium diagnostiek ingezet.<br />

Anamnese:<br />

Onwelriekende afscheiding<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Amine geur<br />

Gladde fluor<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

KOH-preparaat maken (vaginale fluor op een glaasje met een druppel KOH)<br />

en hieraan ruiken. Indien men aminelucht ruikt is de amine test positief.<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Bacteriële vaginose Bij anamnese en lichamelijk onderzoek<br />

amine geur (of positieve amine test) 8 1. Recept metronidazol 2dd 500 mg, 7<br />

en dgn.<br />

clue cells in Gram of fysiologisch zout<br />

preparaat.<br />

1,9<br />

2. Recept clindamycine 2dd 300 mg, 7<br />

dgn<br />

Counseling:<br />

Bacteriële vaginose is geen soa<br />

Indien geen risicovol gedrag op soa patiënt bij recidieven naar de huisarts<br />

verwijzen<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Niet vereist<br />

Nacontrole:<br />

Niet vereist<br />

7<br />

Bij zwangeren kan behandeling voor bacteriële vaginose plaatsvinden na het eerste trimester (14<br />

weken)<br />

8<br />

Sommige personen kunnen amine geur niet ruiken.<br />

9<br />

Metronidazol niet met alcohol combineren.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

17


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Balanoposthitis<br />

Verwekkers: Candida albicans, Candida glabrata, overige Candida species,<br />

anaeroben, aeroben, Trichomonas vaginalis, Chlamydia trachomatis, HPV<br />

Inflammatie van glans (balanitis) en praeputium (posthitis)<br />

Ook wel veroorzaakt door mechanisch trauma (masturbatie)<br />

Niet altijd soa gerelateerd (uitgezonderd Trichomonas vaginalis, Chlamydia<br />

trachomatis, HPV)<br />

Anamnese:<br />

Jeuk, branderigheid, pijn, dysurie<br />

Medicijn gebruik (ook pijnstillers, smeerseltjes, huismiddeltjes)<br />

Wasgewoonten, andere traumata<br />

Overige klachten (oogklachten, gewrichtsklachten)<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Roodheid, erosies, rhagaden, exsudaat, zwelling, excoriaties, foetor<br />

Differentiaal diagnosen:<br />

Lichen sclerosus<br />

Lichen ruber planus<br />

Psoriasis vulgaris<br />

Balanitis plasmocellularis i.e. balanitis van Zoon<br />

Erythroplasie van Queyrat<br />

Fixed drug eruption<br />

Orthoërgisch eczeem<br />

Contact allergisch eczeem<br />

Dermatitis artefacta<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

KOH-preparaat van huidschilfers<br />

Eventueel een banale kweek afnemen van huidschilfers (wattenstok nat<br />

maken)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

18


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Balanitis/candida Hyfen of sporen in KOH preparaat 1. Recept miconazolnitraat cr. 2dd<br />

Balanitis/anaeroob<br />

i.e. Plaut Vincent balanitis<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Foetor en erosieve balanitis<br />

Spirocheten bij donkerveld<br />

microscopie en fusiforme bacteriën en<br />

mengbeeld in Grampreparaat.<br />

Balanitis/aëroob Op het klinische beeld (gele crustae)<br />

en<br />

streptokokken of stafylokokken in<br />

banale kweek.<br />

Balanitis/circinata Chlamydia NAAT+ uit urethra-,<br />

proctum-, of cervix uitstrijk.<br />

Symptomen van Sexually Aquired<br />

Reactive Arthritis (SARA):<br />

conjunctivitis, artritis, keratitis<br />

blenorrhagica<br />

2. Recept bifonazol cr. 1% 1dd<br />

1. Recept metronidazol 2dd 500 mg,<br />

7dgn.<br />

2. Recept clindamycine lotion 2dd tot<br />

resolutie.<br />

1. Recept erytromycine crème 2dd of<br />

1. Recept fusidine creme 3dd<br />

2. Orale antibiotica op geleide van de<br />

kweek<br />

1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

Balanitis/ n.n.o. Overige differentiaal diagnosen verwijzing dermatoloog<br />

Counseling:<br />

Indien er een soa verwekker wordt gevonden volgt overeenkomstige<br />

counseling.<br />

Indien geen risicovol gedrag op soa patiënt bij recidive naar de huisarts<br />

verwijzen.<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Indien er een soa verwekker wordt gevonden volgt overeenkomstige bron-<br />

en contact opsporing.<br />

Controle:<br />

Indien er een soa verwekker wordt gevonden volgt overeenkomstige<br />

controle.<br />

Epididymitis<br />

Verwekkers: Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Escherichia coli,<br />

darmflora (bij inbrengend anaal contact), andere Gram negatieve staven<br />

(vaker >35 jaar, bij urologische afwijkingen, en na urologische ingrepen).<br />

De diagnose epididymitis wordt gesteld op klinische- en intern laboratorium<br />

bevindingen.<br />

Uiteindelijk kan epididymitis leiden tot infertiliteit.<br />

Vanwege de ernstige consequenties wordt de diagnose epididymitis liberaal<br />

gesteld.<br />

Pas op voor andere oorzaken van scrotale pijn zoals: torsio testis 10 , testis<br />

infarcering (als gevolg van tortio testis), testis abces (spermatocele 11 ) en een<br />

liesbreuk 12 .<br />

10 Risicofactoren voor torsio testis zijn: adolescente leeftijd, afwezigheid van inflammatie / infectie<br />

(zowel bij lichamelijk onderzoek als bij lab), acuut begin, misselijkheid en braken. Kan ontstaan in<br />

19


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Anamnese:<br />

Pijn in de testikel(s), malaise en/of koorts<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Roodheid, zwelling, warmte en drukpijn van het scrotum<br />

M. cremaster reflex (afwezig bij torsio testis)<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

Gram-preparaat urethra en sediment.<br />

NAAT C.trachomatis, NAAT/kweek N.gonorrhoeae.<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

O.b.v. anamnestische en klinische<br />

1. ceftriaxon 500mg eenmalig plus<br />

bevindingen en,<br />

2dd doxycycline 100mg, 14 dgn<br />

> 10 leukocyten in sediment, gram- of natief Bij inbrengend anaal contact en/of<br />

preparaat<br />

>35 jaar 13<br />

1. ceftriaxon 500mg eenmalig plus<br />

ofloxacine 14 Epididymitis<br />

2dd 400mg, 14 dgn<br />

N.B. bedrust, analgetica, suspensoir<br />

N.B. controle na 3 dagen<br />

Indien hoge koorts, ernstig ziek, verdenking<br />

torsio testis of bij controle geen verbetering<br />

v/d klachten.<br />

Directe verwijzing naar de uroloog<br />

Counseling:<br />

Symptomen en complicaties van epididymitis<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Bedrust, eventueel suspensoir en na 3 dagen retour polikliniek<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />

verdwijnen klachten en na zonodige behandeling van partners.<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Risico partners zijn:<br />

Alle contacten binnen 60 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />

Het laatste contact indien langer dan 60 dagen geleden.<br />

rust, bijvoorbeeld ’s nachts, maar ook tijdens lichamelijke inspanning. Het scrotum is rood en<br />

gezwollen, elevatie verlicht de pijn niet en de m.cremaster reflex is afwezig. Bij twijfel direct (binnen<br />

6 uur) verwijzen naar uroloog ivm mogelijk verlies van de testis (na 16 uur is de kans op behoud van<br />

testis, ondanks chirurgisch ingrijpen, gedaald naar 25%)<br />

11 Bij een spermatocele is er sprake van een met vocht gevulde, meestal vrij kleine holte in de bijbal.<br />

Meestal geeft een spermatocele geen klachten, tenzij de zwelling erg groot wordt en 'in de weg<br />

gaat zitten'. In andere gevallen zijn en blijven ze klein en geven nooit klachten, en, aangezien een<br />

spermatocele doorgaans geen verdere gevolgen heeft, is een behandeling niet nodig.<br />

12 Een liesbreuk kan eveneens prikkeling van de zenuwen langs de zaadleider geven. Dit 'gaatje' in<br />

de buikwand kan door de jaren heen groter worden, waardoor een breuk ontstaat: de binnnekant<br />

van de buikwand puilt als een bijna kapotte fietsband door het gaatje naar buiten. Dit kan weer druk<br />

op en irritatie van de zenuwen langs de zaadleider geven, en aldus weer pijn die gelocaliseerd lijkt in<br />

de testikel.<br />

13 Vanwege grote kans op Gram negatieve darm flora als verwekker geldt andere therapiekeuze.<br />

14 Ofloxacine is ook effectief tegen een mogelijke Chlamydia trachomatis infectie<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

20


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Alle risico partners krijgen:<br />

een regulier soa onderzoek.<br />

behandeling starten als een soa is gediagnosticeerd<br />

Controle<br />

● Na 3 dagen, indien klachten niet verminderd zijn direct doorverwijzen naar<br />

uroloog.<br />

Pelvic Inflammatory Disease (PID)<br />

Verwekker: Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Gardnarella<br />

vaginalis, Haemophilus influenzae, Streptococcus agalactiae, Mycoplasma<br />

hominis, Ureaplasma urealyticum, anaërobe, darm flora, CMV 15<br />

PID is een syndroom diagnose die als zodanig behandeld wordt op<br />

epidemiologische criteria. 16<br />

PID kan zeer mild verlopen en subtiele symptomen geven<br />

PID vergroot de kans op extra-uteriene graviditiet (EUG). 17<br />

PID kan leiden tot infertiliteit. 18<br />

Vanwege de ernstige consequenties wordt de diagnose PID liberaal gesteld.<br />

Laparoscopie is de gouden standaard, andere bevindingen zijn op zich niet<br />

bewijzend voor de aanwezigheid of afwezigheid van PID. 19<br />

Pas op voor andere oorzaken van acute buik (appendicitis, extrauteriene<br />

graviditeit, ileus) hiervoor direct verwijzen naar chirurg of gynaecoloog<br />

Anamnese<br />

Pijn in de onderbuik (m.n. bij lopen en stoten)<br />

Malaise en/of koorts<br />

Fluorklachten<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Bij vaginaal toucher en uitwendige palpatie: pijnlijke uterus/adnexen of<br />

opdruk-/ slingerpijn.<br />

Drukpijn in de onderbuik of rechter bovenbuik. 20<br />

Koorts > 38 °C<br />

Cervicitis beeld (>10leuco’s/veld in gram cervix) 21<br />

15 Verwekkers van PID: C. trachomatis in 30-75%, N. Gonorrhoea 14% en bacteriele vaginose 80%.<br />

Ref: Sexually transmitted Infections and HIv by D. Clutterbuck, blz 46.<br />

16 De gouden standaard voor de diagnose PID zijn laparoscopische bevindingen, hoewel een<br />

endometritis kan worden gemist. De positief voorspellende waarde van een klinische diagnose is 65-<br />

90% vergeleken met een laparoscopische diagnose.<br />

17 De kans op een EUG na een episode van PID is 9% t.o.v. 1% bij vrouwen zonder PID in de<br />

voorgeschiedenis.<br />

18 Na een PID wordt de kans op infertiliteit 13-20% geschat t.o.v. 3% bij vrouwen zonder PID in de<br />

voorgechiedenis.<br />

19 Ref: Risser JMH and Riser WL. Purulent vaginal and cervical discharge in the diagnosis of pelvic<br />

inflammatory disease. Int. Journal of STD& AIDS 2009; 20 73-76.<br />

20 In 5%-10% van de gevallen treden symptomen van een peri-hepatitis op met pijn in de rechter<br />

bovenbuik; het syndroom van Fitz-Hugh-Curtis.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

21


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

O.b.v. anamnestische en klinische bevindingen 1. ceftriaxon 500mg eenmalig<br />

N.B. Altijd zwangerschap d.m.v. urinetest plus doxycycline 2dd 100mg, 14<br />

uitsluiten<br />

dgn plus metronidazol 2dd 500<br />

mg, 14 dgn 22<br />

Pelvic Inflammatory<br />

Disease/PID<br />

N.B. bedrust en controle na 3<br />

dagen<br />

Indien tevens zwanger, hoge koorts, ernstig Directe verwijzing naar de<br />

ziek, of bij controle geen verbetering v/d<br />

klachten. Uitsluiten EUG<br />

gynaecoloog<br />

Counseling:<br />

Symptomen en complicaties van PID<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Bedrust en na 3 dagen retour polikliniek<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />

verdwijnen klachten en na zonodige behandeling van partners.<br />

Verhoogd risico van infertiliteit bespreken<br />

Risico partners zijn:<br />

Alle contacten binnen 60 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />

Het laatste contact indien langer dan 60 dagen geleden.<br />

Alle risico partners krijgen:<br />

- een regulier soa onderzoek.<br />

- behandeling starten op basis van de gevonden soa.<br />

Controle:<br />

Na 3 dagen, indien klachten niet verminderd zijn direct doorverwijzen naar<br />

gynaecoloog.<br />

Niet Specifieke Proctitis (NSP)<br />

Mogelijke verwekkers: Chlamydia trachomatis (o.a. LGV genotypen),<br />

Neisseria gonorrhoeae, hsv, Treponema pallidum 23<br />

Als voorlopige diagnose o.b.v. lichtmicroscopische bevindingen.<br />

Als definitieve diagnose na uitsluiten C. trachomatis en N. Gonorroe<br />

Bij passief anaal contact<br />

21<br />

Indien er geen cervicitis beeld is wordt de diagnose PID twijfelachtig en worden andere oorzaken<br />

(EUG) waarschijnlijker.<br />

22<br />

Metronidazol 6 uur na Ceftriaxon gift starten (deze antibiotica zijn resp. bactericide en<br />

bacteriostatisch en interfereren zodoende bij gelijktijdige toedieningen).<br />

23<br />

Daarnaast mogelijk niet-<strong>SOA</strong> verwekers: Giardia Lamblia, Shigella spp, Entameoba histolitica. Als<br />

opportunistische infecties bij HIV: CMV, Mycobaterium avium, Cryprosporidium, Microsporidium.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

22


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Anamnese:<br />

Ontvangend anaal contact<br />

Pijn, tenismus ani (anale krampen), veranderd ontlastingpatroon,<br />

winderigheid en afscheiding, jeuk<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Rood en makkelijk bloedend rectum slijmvlies (distale 10-12 cm) 24<br />

(muco)purulente afscheiding<br />

Zwelling<br />

Ulceraties (vooral bij hsv en syfilitische proctitis)<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Gram-preparaat proctum slijmvlies<br />

NAAT C.trachomatis, kweek / NAAT N.Gonorrhoeae.<br />

Bij pijnlijke proctitis, en/of ulceraties ook NAAT op T.pallidum, en hsv<br />

afnemen<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

NSP/NSP<br />

Bevindingen bij anamnese of lichamelijk 1. doxycycline 2dd 100mg 14 dagen,<br />

(Niet Specifieke onderzoek en<br />

kan gestopt worden na minimaal 7<br />

Proctitis)<br />

Gram preparaat >10 leukocyten zonder dagen wanneer LGV is uitgesloten.<br />

gram negatieve intracellulaire<br />

2. azithromycine 1000mg éénmalig<br />

diplococcen<br />

3. amoxicilline 3dd 500mg 7dgn<br />

4. Indien bloedschema noodzakelijk is<br />

i.v.m. verdenking syfilis: co-trimoxazol 25<br />

2dd 1920 mg (2 tabletten) 3dgn, hierna<br />

2dd 960 mg (1 tablet) 4dgn<br />

Bij verdenking HSV- of gonorroïsche<br />

proctitis, overeenkomstig behandelen<br />

(zie onder specifieke verwekker)<br />

NSP/contact Contact van patiënt met NSP 1. azitromycine 1000 mg éénmalig<br />

NSP/persisterend Een week na behandeling aanhoudend<br />

klachten en Gram preparaat >10<br />

leukocyten zonder gram negatieve<br />

intracellulaire diplococcen. NAAT op<br />

HSV afnemen.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

1. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

2. erytromycine 4dd 500mg 7 dgn<br />

Counseling<br />

Symptomen en complicaties van NSP<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na afronden van de behandeling en na<br />

zonodige behandeling van partners.<br />

24 Meer proximaal spreekt men van proctocolitis en enteritis.<br />

25 Co-trimoxazol maskeert de syfilisserologie niet, dit is alleen nodig als er een bloed controleschema<br />

met patiënt wordt afgesproken, bijvoorbeeld als er geen NAAT op syfilis wordt afgenomen (geen<br />

wond).<br />

23


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Alle vaste partners 26 krijgen een zekerheidbehandeling met azitromycine<br />

1000 mg eenmalig. Er is geen sprake van actieve partnerwaarschuwing.<br />

In geval dat de NSP blijkt te berusten op een chlamydia proctitis of<br />

gonorroïsche proctitis wordt er wel partnerwaarschuwing uitgevoerd, zie<br />

aldaar. In geval van hsv proctitis is bron- en contact opsporing niet vereist.<br />

Nacontrole<br />

Bij persisteren van de klachten:<br />

- Re-infectie uitsluiten<br />

- Therapie trouw vaststellen<br />

- NAAT op HSV afnemen<br />

- Gram preparaat herhalen, indien afwijkend behandelen volgens schema<br />

Niet Specifieke Urethritis (NSU)<br />

Wordt alleen bij de man gesteld.<br />

Als voorlopige diagnose o.b.v. lichtmicroscopische bevindingen.<br />

Als definitieve diagnose na uitsluiten C. Trachomatis en N. Gonorrhoea<br />

Mogelijke verwekkers: Mycoplasma genitalium, Ureaplasma urealyticum,<br />

Trichomonas vaginalis, hsv, Haemophilus species, Streptococcus species,<br />

Gardnerella vaginalis en darmflora<br />

Anamnese<br />

Doorgaans geen klachten<br />

Afscheiding (ecoulement), jeuk, branderigheid (dysurie)<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Ecoulement (muceus, mucopurulent, purulent), rode urethramond<br />

Epididymitis uitsluiten<br />

Uitsluiten Sexually Acquired Reactive Arthritis (SARA, o.b.v. conjunctivitis,<br />

arthritis, balanitis circinata,)<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Gram preparaat urethra en sediment<br />

NAAT of kweek op gonorroe en /NAAT op chlamydia<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Niet specifieke Sediment en/of grampreparaat >10<br />

1. azitromycine 1000 mg<br />

Urethritis (voorlopige leukocyten/veld en geen gram negatieve eenmalig<br />

diagnose)<br />

diplococcen intracellulair<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg 7<br />

26 De traceerbare partners kunnen worden meebehandeld totdat de definitieve uitslagen bekend<br />

zijn. (Als deze negatief zijn, is er geen meebehandeling meer nodig.)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

24


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Niet specifieke<br />

Urethritis (definitieve<br />

diagnose)<br />

Persisterende Niet<br />

specifieke Urethritis<br />

Sediment en/of grampreparaat >10<br />

leukocyten/veld en geen gram negatieve<br />

diplococcen intracellulair<br />

EN chlamydia en gonorroe zijn uitgesloten<br />

Als NSU na behandeling en partner is behandeld<br />

en geen nieuwe seksuele partners 28<br />

NAAT of kweek op trichomonas inzetten<br />

Counseling<br />

Symptomen en complicaties van NSU<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact (of masturbatie) tot 1 week na start van de<br />

behandeling en na zo nodige behandeling van partners.<br />

Niet melken (masseren van de plasbuis).<br />

Er is geen sprake van actieve partnerwaarschuwing.<br />

Controle<br />

Bij persisteren van de klachten:<br />

- Re-infectie uitsluiten<br />

- Therapie trouw vaststellen<br />

- Kweek (urine) op Trichomonas aanvragen<br />

- Gram-preparaat / sediment; behandeling: zie persisterende NSU<br />

Candidiasis<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

dgn<br />

3. Indien bloedschema<br />

noodzakelijk is i.v.m. verdenking<br />

syfilis: co-trimoxazol 27 2dd 1920<br />

mg (2 tabletten) 3dgn, hierna<br />

2dd 960 mg (1 tablet) 4dgn<br />

1. metronidazol 2g eenmalig<br />

plus amoxicilline 3dd 500mg 7<br />

dagen 29<br />

Verwekkers: Candida albicans, Candida glabrata, overige Candida species<br />

Geen soa, wel geassocieerd met diabetes mellitus, hiv en antibiotica gebruik.<br />

Alleen bij ernstige klachten zichtbaar bij lichamelijk onderzoek en op deze<br />

indicatie wordt diagnostiek ingezet.<br />

Anamnese:<br />

Jeuk, branderigheid, pijn, brokkelige afscheiding<br />

Bij recidief klachten:<br />

Hiv status (CD4, ART)<br />

Diabetes gerelateerde klachten<br />

Overige imuunstoornissen<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Roodheid, erosies en rhagaden, brokkelige fluor<br />

27<br />

Co-trimoxazol maskeert de syfilisserologie niet, dit is alleen nodig als er een bloed controleschema<br />

met patiënt wordt afgesproken, bijvoorbeeld als er geen NAAT op syfilis wordt afgenomen (geen<br />

wond).<br />

28<br />

Bij veelvuldig recidieven zonder risicogedrag volgt verwijzing uroloog (via de huisarts) om<br />

anatomische afwijkingen uit te sluiten.<br />

29<br />

Hiermee worden o.a. Trichomonas en Ureaplasma urealyticum infecties behandeld<br />

25


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

Gram-preparaat en/of KOH-preparaat van vaginale fluor.<br />

Kweek op T.vaginalis, C.albicans van vaginale fluor.<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Candida vulvovaginalis Klachten en afwijkend lichamelijk 1. Recept clotrimazol vaginale<br />

onderzoek en hyfen of sporen in KOH- tabletten<br />

of gram preparaat.<br />

30 1dd 200 mg, 3 dgn plus<br />

miconazolnitraat cr. 2dd 31 Nog enkele<br />

dagen blijven smeren nadat de klachten<br />

verdwenen zijn<br />

2. Recept fluconazol 150 mg oraal<br />

eenmalig<br />

Candida balanoposthitis Hyfen of sporen in KOH preparaat 1. Recept miconazolnitraat cr. 2dd tot<br />

klachten verdwenen zijn<br />

2. Recept bifonazol cr. 1% 1dd tot<br />

klachten verdwenen zijn<br />

Counseling:<br />

Candidiasis is geen soa<br />

Indien geen risicovol gedrag op soa patiënt bij recidieven naar de huisarts<br />

verwijzen<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Niet vereist<br />

Controle:<br />

Niet vereist<br />

Chancroïd<br />

Verwekker: Haemophilus ducreyi<br />

Ook bekend als: ulcus molle, zachte sjanker<br />

Wordt in Nederland gezien als import soa.<br />

Endemisch m.n. Afrika, Azië en Latijns Amerika en de Verenigde Staten (m.n.<br />

de zuidelijke staten).<br />

Vaak gesteld als waarschijnlijkheidsdiagnose op het klinische beeld.<br />

Anamnese:<br />

Patiënt of contact recent in chancroïd endemisch gebied geweest.<br />

hiv-status (CD4 getal? viral load? ART?)<br />

30<br />

Vaginale tabletten bevatten minerale oliën die de barrièrefunctie van latex condooms kunnen<br />

verzwakken<br />

31<br />

Miconazolnitraat alleen voorschrijven bij vulvaire klachten en vulvaire afwijkingen bij het lichamelijk<br />

onderzoek.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

26


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Pijnlijke ulcera<br />

Asymmetrische rafelige ondermijnde rand<br />

Regionale (pijnlijke, suppuratieve) lymfadenopathie (bubo’s)<br />

Paraphymosis<br />

Bij hiv kunnen ulcera groot worden en persisteren<br />

Laboratoriumonderzoek:<br />

Gram preparaat van het ulcus of van de ulcera (hierop zijn in colonne<br />

(bekend als railroad tracks) staafvormige Gram negatieve organismen te zien<br />

(figuur 5).<br />

Aparte NAAT op Haemophilus ducreyi afnemen, naast routine NAAT op<br />

Treponema pallidum, , Herpes Simplex Virus en op Chlamydia trachomatis<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Chancroïd NAAT positief (materiaal apart afnemen en NAAT<br />

apart aanvragen) of<br />

Railroad tracks in Gram preparaat 32 1. azitromycine 1000 mg<br />

eenmalig<br />

of<br />

2. ciprofloxacine 500 mg 2dd, 3<br />

Klinisch beeld (pijnlijke ulcera, asymmetrische dgn<br />

rafelige ondermijnde rand, regionale<br />

3. ceftriaxon 500 mg i.m.<br />

lymfadenopathie, contact uit endemisch gebied,<br />

T. pallidum, C.trachomatis, LGV, en HSV<br />

uitgesloten)<br />

eenmalig<br />

Counseling:<br />

Symptomen en complicaties van chancroïd<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />

genezen van het ulcus en na zonodige behandeling van partners.<br />

Verhoogd risico van hiv co-infectie bespreken<br />

hiv test actief aanbieden .<br />

Veilig vrijen (condoom demonstratie)<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Risico partners zijn alle partners die binnen 10 dagen voorafgaand aan het<br />

begin van de klachten seks hebben gehad met de cliënt.<br />

Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling gericht tegen H.<br />

ducreyi.<br />

Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek.<br />

Nacontrole:<br />

Ulcus herbeoordelen na 1 week en zonodig elke week tot genezing (mannen<br />

die niet besneden zijn, en hiv-positieve patiënten reageren vaak minder goed<br />

op therapie).<br />

Bij persisteren van de ulceraties zo nodig langduriger behandelen.<br />

32 Met een wattenstok wondvocht van de ondermijnde rand op objectglas afrollen (niet vegen!) en<br />

volgens Giemsa of Gram kleuren. H. ducreyi zichtbaar als “railroad tracks”bij 400 x vergroting (zie<br />

Atlas of STD and AIDS 4nd ed. Morse et al p.152)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

27


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Syfilis- en hiv-serologie herhalen na 3 maanden.<br />

Figuur 5. Giemsa kleuring H. ducreyi (Rail road tracks)<br />

Bron: <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong><br />

Chlamydiasis<br />

Verwekker: Chlamydia trachomatis serovars A-K<br />

Meest geregistreerde bacteriële soa in Nederland<br />

Hoge prevalentie onder adolescenten, jong volwassenen, bewoners van de<br />

grote stad, personen met een lage opleiding, Surinamers en Antillianen<br />

Infertiliteit (als late complicatie na recidiverende PID, EUG of epididymitis)<br />

Verwekker is 0,2 micrometer en daardoor licht microscopisch niet<br />

waarneembaar (figuur 6)<br />

Incubatietijd is niet goed te berekenen i.v.m. het subklinische beloop (in 70%<br />

van de vrouwelijke en 50% van de mannelijke geïnfecteerden hebben geen<br />

verschijnselen.<br />

Anamnese<br />

Veelal asymptomatisch of niet specifiek<br />

Bij vrouwen: contactbloeding, fluor, pijn bij het vrijen, buikklachten,<br />

menstruatiestoornissen<br />

Bij mannen: afscheiding (ecoulement), jeuk, branderigheid (dysurie)<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Vaak geen afwijkingen<br />

Bij mannen: ecoulement (muceus, mucopurulent, purulent),rode urethramond<br />

Bij vrouwen: contactbloeding<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

28


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Complicaties:<br />

Pelvic Inflammatory Disease (PID), met kans op infertiliteit of<br />

buitenbaarmoederlijke zwangerschap, in het bijzonder na recidiverende PID.<br />

Epididymitis, met kans op infertiliteit<br />

Sexually Aquired Reactive Arthritis (SARA), een reactief beeld met<br />

conjunctivitis, artritis, balanitis circinata, reactieve conjunctivitis.<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

NAAT C. trachomatis<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Chlamydia/urogenitaal NAAT+ uit urine, 1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />

urethra-, vagina- of<br />

cervix uitstrijk voor C.<br />

trachomatis<br />

33<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

3. amoxicilline 3dd 500mg 7 dgn (nacontrole drie weken na<br />

laatste antibiotica tablet)<br />

4. erythromycine 2dd 500mg 14 dgn 34<br />

Chlamydia/proctum NAAT+ voor C. 1. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn (en LGV serovarsbepaling<br />

trachomatis uit proctum afwachten)<br />

of anus uitstrijk (non- 2. azitromycine 1000 mg eenmalig (nacontrole na 3 weken<br />

LGV genovar)<br />

na laatste antibiotica tablet)<br />

3. amoxicilline 3dd 500mg 7 dgn (nacontrole na 3 weken<br />

na laatste antibiotica tablet<br />

Chlamydia<br />

conjunctivitis<br />

NAAT+ voor C.<br />

trachomatis uit<br />

conjunctiva uitstrijk<br />

1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

Counseling:<br />

Symptomen en complicaties van chlamydia<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact (of masturbatie) tot 1 week na start van de<br />

behandeling en na zonodige behandeling van partner(s)<br />

Adviseren over controle (zie therapie)<br />

Niet melken (masseren van de plasbuis).<br />

Veilig vrijen (condoom demonstratie)<br />

Folder Chlamydia (Soa Aids Nederland) in Nederlands of Engels<br />

Bijsluiter uitgereikte medicatie en waarschuwing bij doxycycline t.a.v.<br />

betrouwbaarheid hormonale anticonceptie.<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Risico partners zijn:<br />

- Alle contacten binnen 6 maanden voorafgaand aan het begin van de<br />

klachten of het stellen van de diagnose.<br />

- Het laatste contact indien langer dan 6 maanden geleden.<br />

Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek.<br />

Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling (doorgaans<br />

azitromycine 1000 mg éénmalig).<br />

33 Genezen na eenmalig 1000mg azitromycine: 97-98% (CDC Guidelines 2010, p.46)<br />

34 Minder effectief dan azithromycine door noncompliantie bij vaak optredende misselijkheid<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

29


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Controle:<br />

Advies herhalen chlamydia test na 4 weken i.v.m. mogelijk therapie falen bij:<br />

- indien niet met azitromycine of doxycycline behandeld.<br />

- twijfel over therapie trouw<br />

- zwangeren (ook her-testen na 12 weken) 35<br />

- aanhoudende klachten<br />

Advies:<br />

Advies herhalen chlamydia test bij de huisarts na 3-6 maanden i.v.m.<br />

mogelijke re-infectie<br />

-Alle vrouwen met diagnose chlamydia (ongeacht therapie keuze).<br />

Dit is extra belangrijk voor:<br />

-Vrouwen


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Condyloma acuminatum<br />

Verwekker: Humane Papilloma Virussen (HPV), meestal typen 6 en 11<br />

HPV is zeer besmettelijk en 60 tot 80% van de seksuele partners van<br />

patiënten met een condyloma is ook besmet. De berekende transmissiekans<br />

tijdens één seksueel contact wordt geschat op 60% 36 .<br />

In de meeste gevallen leidt een besmetting niet tot symptomen en wordt de<br />

infectie spontaan in het verloop van enkele maanden geklaard.<br />

De diagnose condyloma acuminatum wordt op het klinisch beeld gesteld.<br />

Goedaardig verloop, alleen behandeling bij klachten (b.v. obstructie in de<br />

plasbuis, in dit geval door de uroloog).<br />

Bij immuunsuppressie (b.v. hiv) kunnen de condylomen zeer hardnekkig en<br />

therapie resistent zijn.<br />

Behandeling heeft geen invloed op de infectiviteit.<br />

Oncogene typen HPV (typen 16, 18, 31, 33, 35) zijn niet geassocieerd met<br />

condylomata acuminata, echter wel met wisselende sekspartners (pas op<br />

anus carcinoom bij hiv positieve homoseksuele mannen en cervix carcinoom<br />

bij hiv positieve vrouwen)<br />

Condylomata acuminata vormen geen reden om af te wijken van de criteria<br />

zoals geadviseerd door het landelijke screeningonderzoek op<br />

baarmoederhalskanker<br />

Anamnese<br />

Cosmetisch storende afwijkingen<br />

Behalve psychologische stress, weinig klachten<br />

Milde jeuk<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Verruceuze papels (d.d. pearly penile papules, vaginale papillomatose,<br />

mollusca contagiosa. condyloma lata)<br />

Azijnzuur 3% applicatie kan m.n. op de niet verhoornende slijmvliezen<br />

typische krijtwitte verkleuring geven, echter niet altijd.<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Doorgaans geen lab onderzoek noodzakelijk. Bij twijfel over diagnose kan<br />

verwezen worden naar dermatoloog voor nader onderzoek (biopt).<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling zonodig<br />

Condyloma acuminatum Anamnese en klinisch 1. Geen therapie (expectatief beleid)<br />

36 Bron: Holmes et al. Sexually transmitted diseases.4rd edition McGraw-Hill 2010<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

31


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Condyloma acuminatum<br />

recidief<br />

beeld 2. Recept podofilotoxine tinctuur 0,5% of crème<br />

0,15% 2dd voor 3dgn, gevolgd door 4 dgn stop, tot 5<br />

weken.<br />

3. Recept imiquimod 5% crème ma/wo/vr 1dd tot 16<br />

weken<br />

Bij mogelijke zwangerschap, inwendige condylomata<br />

of recidieven verwijzing dermatoloog voor ablatieve<br />

therapie<br />

Verwijzen<br />

Bij zwangerschap altijd verwijzen gezien kans op juveniele laryngeale<br />

papillomatose 37 .<br />

Voor condylomen t.p.v. meatus/urethra zonodig verwijzen naar uroloog<br />

Indien behandeling met fluorouracil crème (Efudix ® ) nodig is, verwijzen naar<br />

dermatoloog i.v.m. controles.<br />

Counseling<br />

Symptomen van condylomen<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Ondanks behandeling kunnen de condylomen recidiveren<br />

Geen aanvullende maatregelen voor de vaste partner<br />

Hiv test aanbieden indien nog niet bekend/nog niet verricht<br />

Folder Genitale wratten (Soa.Aids Nederland)<br />

Condoom gebruik bij seks met vast partner niet zinvol, daar transmissie zeer<br />

waarschijnlijk al heeft plaatsgevonden. Bij nieuwe seksuele contacten wel<br />

condoomgebruik adviseren.<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Geen actieve contactopsporing.<br />

Controle<br />

Via de huisarts<br />

Gonorroe<br />

Ook bekend als: druiper, clap, pisse-chaude<br />

Verwekker: Neisseria gonorrhoeae (gram negatieve diploccoc).<br />

Toenemende resistentie voor een aantal antibiotica (penicilline, chinolonen).<br />

Angst voor resistentie ontwikkeling voor cephalosporinen (huidige 1 e keuze<br />

preparaten) 38<br />

Anamnese:<br />

37 Verwijzen naar dermatoloog of gynaecoloog.<br />

38 de Vries HJ, van der Helm JJ, Schim van der Loeff MF, van Dam AP. Multidrug-resistant Neisseria<br />

gonorrhoeae with reduced cefotaxime susceptibility is increasingly common in men who have sex<br />

with men, <strong>Amsterdam</strong>, the Netherlands. Euro Surveill. 2009 Sep 17;14(37). pii: 19330.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

32


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Bij vrouwen vaak asymptomatisch of niet specifiek (30% tot 60% van de<br />

infecties). Verder: Contactbloeding, fluor, dyspareunie,<br />

buikklachten, menstruatiestoornissen<br />

Bij mannen: Afscheiding (écoulement), jeuk, branderigheid (dysurie)<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Overvloedig écoulement (mucopurulent, purulent), rode urethramond<br />

Pharyngitis<br />

Proctitis<br />

Conjunctivitis<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

33


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Complicaties:<br />

Pelvic Inflammatory Disease (PID), Epididymitis, infertiliteit.<br />

Gedissemineerde gonococcen infectie (artritis, niet folliculair gebonden<br />

pustels, endocarditis, meningitis)<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Gonorroe/urogenitaal Kweek of NAAT positief<br />

1. ceftriaxon 500 mg i.m. eenmalig 39<br />

2. cefotaxim 1000 mg éénmalig i.m.<br />

3. cefuroximaxetil 1000 mg oraal<br />

eenmalig 40<br />

Een voorlopige diagnose is te stellen<br />

o.b.v. lichtmicroscopisch aangetoonde<br />

gram negatieve diplococen<br />

intracellulair<br />

Gonorroe/conjunctivitis Kweek of NAAT positief<br />

Een voorlopige diagnose is te stellen<br />

o.b.v. lichtmicroscopisch aangetoonde<br />

gram negatieve diplococen<br />

intracellulair<br />

Gonorroe/pharynx Kweek of NAAT positief 42<br />

Gonorroe/proctum Kweek of NAAT positief<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Een voorlopige diagnose is te stellen<br />

o.b.v. lichtmicroscopisch aangetoonde<br />

gram negatieve diplococen<br />

intracellulair<br />

Gonorroe/gedissemineerd Kweek of NAAT bewezen gonococcen<br />

infectie buiten voornoemde locaties<br />

Als chlamydia niet is uitgesloten<br />

tevens:<br />

1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

3. Indien bloedschema noodzakelijk is<br />

i.v.m. verdenking syfilis: cotrimoxazol<br />

41 2dd 1920 mg (2 tabletten)<br />

3dgn, hierna 2dd 960 mg (1 tablet)<br />

4dgn<br />

Deze tabletten kunnen worden<br />

gestart<br />

6 uur na de intramusculaire<br />

behandeling met antibiotica<br />

1. ceftriaxon 500 mg i.m eenmalig<br />

2. cefotaxim 1000 mg i.m.<br />

3. cefuroximaxetil 1000 mg en na 6<br />

uur nogmaals 1000mg per os.<br />

Als chlamydia niet is uitgesloten<br />

tevens:<br />

1. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />

2. amoxicilline 3dd 500 mg 7 dgn<br />

3. Indien bloedschema noodzakelijk is<br />

i.v.m. verdenking syfilis 43 cotrimoxazol<br />

2dd 1920 mg (2 tabletten)<br />

3dgn, hierna 2dd 960 mg (1 tablet)<br />

4dgn<br />

Deze tabletten kunnen worden<br />

gestart<br />

6 uur na de intramusculaire<br />

behandeling<br />

met antibiotica<br />

Klinische opname 44<br />

39 Alternatieve behandelingen, evt. op geleide kweek: ofloxacine 2dd 200mg 7dg, ofloloxacine 1dd<br />

400mg 7 dg, co-trimoxazol 1dd 960mg 14 dg, rifampicine 1dd 600mg 6dg. ref. Pattman et al Oxford<br />

handbook of genitourinary medicine, hiv, and aids 2005<br />

40 Effectiviteit van cefuroximaxetil moet altijd worden gecontroleerd, bij proctum GO dosering na 6<br />

uur herhalen<br />

41 Co-trimoxazol maskeert de syfilisserologie niet, dit is alleen nodig als er een bloed controleschema<br />

met patiënt wordt afgesproken, bijvoorbeeld als er geen NAAT op syfilis wordt afgenomen (geen<br />

wond).<br />

42 Gram preparaat van de pharynx is niet specifiek en niet sensitief voor de diagnose gonorroe.<br />

43 Zie 5<br />

44 Behandeling bestaat uit Ceftriaxon 1000mg/24 uur IV of IM tot minimaal 24-48 uur na verbetering<br />

van de klachten.<br />

34


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

35


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Counseling:<br />

Symptomen en complicaties van gonorroe<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact (of masturbatie) tot 1 week na start van de<br />

behandeling en na behandeling van partner(s)<br />

Adviseren over controle (zie verder)<br />

Niet melken (masseren van de plasbuis)<br />

Folder Gonorroe (Soa Aids Nederland)<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Risico partners zijn:<br />

Alle contacten binnen 60 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />

Het laatste contact indien langer dan 60 dagen geleden.<br />

Alle risico partners krijgen:<br />

een zekerheidbehandeling met ceftriaxon 500 mg i.m. eenmalig.<br />

een regulier soa onderzoek.<br />

Controle:<br />

Na behandeling met orale medicatie<br />

Bij persisteren van de klachten:<br />

- Therapietrouw vaststellen<br />

- Re-infectie uitsluiten<br />

- Resistentie uitsluiten: Kweek en NAAT diagnostiek herhalen<br />

Granuloma Inguinale / Donovanosis<br />

Verwekker: Klebsiella granulomatis (voorheen bekend als<br />

Calymmatobacterium granulomatis)<br />

Wordt in Nederland gezien als import soa.<br />

Endemisch in tropische gebieden m.n. Brazilië, Caribisch gebied, India,<br />

Nieuw Guinea, Australië en zuidelijk Afrika.<br />

Niet obligaat seksueel overdraagbaar.<br />

Granuloma inguinale is een klinische diagnose en wordt als zodanig op<br />

epidemiologische gronden behandeld.<br />

Anamnese:<br />

Patiënt of contact recent in granuloma inguinale endemisch gebied geweest.<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Papel of nodus<br />

Vervolgens een scherpbegrensd, asymmetrisch, granulerend (‘beefy’), niet<br />

pijnlijk ulcus<br />

Meestal geen lymfadenopathie (tenzij secundair geïmpetiginiseerd)<br />

Kan zeer destructief zijn (d.d. carcinoom)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

36


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

Donovan bodies zichtbaar in een Crush-preparaat (stukje weefsel uit<br />

onderrand van ulcus op objectglas plaatsen en fijndrukken met ander<br />

objectglas; kleuren volgens Giemsa, figuur 7).<br />

Verwijzing voor biopsie<br />

NAAT op H. ducreyi, naast routine NAAT op T.pallidum, C.trachomatis,en<br />

HSV<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Granuloma inguinale Donovan bodies in mononucleaire cellen in crush- 1. co-trimoxazol 2dd 960<br />

preparaat.<br />

mg min. 3wkn tot ulcus is<br />

T. pallidum, C.trachomatis, H. ducreyi, en HSV zijn genezen<br />

uitgesloten<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg<br />

min. 3 wkn. tot ulcus is<br />

genezen<br />

3. azitromycine 1dd 1000<br />

mg min. 3 wkn. tot ulcus is<br />

genezen<br />

4. erytromycine 4dd 500 mg<br />

min. 3 wkn. tot ulcus is<br />

genezen<br />

Counseling:<br />

Symptomen en complicaties van granuloma inguinale<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />

genezen van het ulcus en na zonodige behandeling van partners.<br />

Verhoogd risico van hiv co-infectie bespreken<br />

Hiv test actief aanbieden<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Risico partners zijn allen binnen de periode van 60 dagen voorafgaand aan<br />

het begin van de klachten.<br />

Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek<br />

Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling met co-trimoxazol.<br />

Nacontrole:<br />

Ulcus herbeoordelen tot volledige genezing.<br />

Figuur 7. Donovan Bodies bij granuloma inguinale<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

37


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Bron: O’Farrell N Sex Transm Infect 2002;78:452-457<br />

Hepatitis A<br />

Verwekker: Hepatitis A Virus (HAV) is een picorna virus en bestaat uit<br />

enkelstrengs RNA.<br />

Oro-faecale transmissie. Incubatie periode ongeveer 4 weken (kan 15 tot 50<br />

dagen), patiënten zijn kortdurend besmettelijk, zie figuur 8.<br />

Goedaardig verloop, self limiting (sterftekans is 0,3%).<br />

Kans op fulminant beloop is toegenomen bij onderliggende leveraandoening<br />

(bv chronische HCV infectie 45 )<br />

Mannen die seks hebben met mannen en druggebruikers lopen meer risico<br />

op HAV<br />

Geen gerichte behandeling<br />

Actieve vaccinatie (o.a. Havrix, Twinrix) is zeer effectief, aanbieden aan:<br />

-mannen die seks hebben met mannen met wisselende contacten<br />

-druggebruikers<br />

-patiënten met een chronische leveraandoening (zoals HBV, HCV)<br />

Passieve vaccinatie (biedt directe, maar tijdelijke bescherming) overwegen bij<br />

ongevaccineerde patiënten die de afgelopen 2 weken in contact zijn<br />

gekomen met HAV: -via huisbewoners<br />

-via seksuele contacten<br />

Anamnese:<br />

Geelzucht, misselijkheid, vermoeidheid, malaise, ontkleurde ontlasting, donkere<br />

urine, jeuk<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Geelzucht, hepatomegalie, donkere urine<br />

Laboratorium onderzoek:<br />

45<br />

Fulminant hepatitis associated with hepatitis A virus superinfection in patients with chronic<br />

hepatitis C.<br />

Vento S, Garofano T, Renzini C, Cainelli F, Casali F, Ghironzi G, Ferraro T, Concia E. N Engl J Med.<br />

1998;338(5):286-90.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

38


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Serologie : antistoffen tegen HAV<br />

Diagnose en preventie:<br />

Diagnose Definitie (zie ook figuur 8) Preventie<br />

Hepatitis/A<br />

IgM anti HAV positief Melden bij afd infectieziekten<br />

(acuut)<br />

<strong>GGD</strong><br />

Hepatitis/A<br />

IgG anti HAV positief, IgM anti HAV Geen<br />

(doorgemaakt)<br />

negatief<br />

Geen Hepatitis A<br />

IgG en IgM Anti HAV negatief Actieve immunisatie, dag 0 en<br />

doorgemaakt<br />

na 6 maanden (Twinrix /<br />

Havrix) 46<br />

Counseling:<br />

Bij een actieve HAV infectie via de afdeling Infectieziekten van regionale<br />

<strong>GGD</strong><br />

Bij een actieve HAV infectie brief aan huisarts<br />

Folder hepatitis A van Nationaal hepatitis centrum, zie www.hepatitis.nl<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Bij een actieve HAV infectie via de afdeling Infectieziekten van regionale<br />

<strong>GGD</strong><br />

HAV infectie is een meldingsplichtige groep B ziekte<br />

Controle:<br />

Bij een actieve HAV infectie via de afdeling Infectieziekten van regionale<br />

<strong>GGD</strong><br />

Figuur 8. Serologisch beloop van acute hepatitis A infectie<br />

(Bron: CLB vademecum 2003)<br />

46 Immunisatie geschiedt in 2 giften, op dag 0 en 6-12 maanden later. Dit geeft voor ongeveer 20<br />

jaar bescherming. Eerste gift geeft reeds 95% tot 100% immuniteit.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

39


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Hepatitis B<br />

Verwekker: Hepatitis B virus (HBV) is een DNA virus behorend tot de familie<br />

van hepadna-viridae<br />

Incubatie periode ongeveer 8 tot 12 weken (kan 1 tot 6 maanden), zie figuur<br />

9 en 10.<br />

De acute HBV infectie kent 1% mortaliteit.<br />

De chronische HBV infectie kent onbehandeld 15 tot 25% mortaliteit (t.g.v.<br />

levercirrose en hepatocellulair carcinoom).<br />

Transmissie meestal als soa via bloed en sperma contact met een HbsAg<br />

positieve drager.<br />

Op de <strong>SOA</strong> polikliniek komen twee grote risicogroepen voor:<br />

- MSM en prostituees : zij krijgen gratis vaccinatie aangeboden (zie<br />

ook: vaccinatiebeleid)<br />

- patiënten uit endemische gebieden: Alle patiënten worden<br />

gescreend en contacten van geïnfecteerde patiënten worden door de<br />

afdeling infectieziekten gevaccineerd. (zie ook: vaccinatiebeleid)<br />

Infectieuze Hepatitis B is een meldingsplichtige groep B ziekte en dient<br />

gemeld te worden bij de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>.<br />

Alle infectieuze patiënten (dragers en acute infecties) worden door ons<br />

doorverwezen naar de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>. Ook<br />

sturen wij een brief naar de huisarts.<br />

Anamnese<br />

Icterus, misselijkheid, vermoeidheid, malaise, ontkleurde ontlasting, donkere<br />

urine, jeuk<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Icterus, hepatomegalie, donkere urine<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Serologie: antistoffen tegen HBV 47 , zie ook figuur 11.<br />

Diagnose, behandeling en preventie<br />

Diagnose Definitie (zie ook figuren 9-11) Behandeling en Preventie<br />

Hepatitis/B negatief antiHBc negatief Actieve immunisatie (Energix-B / Twinrix),<br />

(Geen Hepatitis B<br />

doorgemaakt)<br />

dag 0 en na 1 en 6 maanden 48<br />

Zie ook: LCI richtlijn Hepatitis B<br />

47 Diagnostiek vindt plaats o.b.v serologische bevindingen. Twee virale eiwitten zijn detecteerbaar;<br />

surface antigeen (HBsAg) en envelope Antigeen (HBeAg). Het core Antigeen (HBcAg) is alleen in de<br />

lever aantoonbaar. Daarnaast wordt gekeken naar de drie bijbehorende antistoffen (resp. antiHBs,<br />

antiHBc en antiHBe).<br />

48 Na een volledige actieve immunisatie is de immuniteit ten minste vijftien jaar en waarschijnlijk<br />

levenslang (90% bij volwassenen onder de 40 jaar indien anti-HBs minimaal 10 IE/l). Bij HIV coinfectie<br />

blijft immuniteit vaker uit. Via de huisarts kan antiHBs bepaling worden verricht. Het<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

40


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Hepatitis/B immuun antiHBc positief, HBsAg negatief Geen 49<br />

Hepatitis/B infectieus antiHBc positief en HBsAg positief Verwijzing afdeling infectieziekten voor<br />

melding en contactopsporing. Verwijzing<br />

naar huisarts voor controle en zo nodig<br />

verwijzing naar specialist 50 .<br />

Counseling<br />

Alleen bij een infectieuze HBV infectie (acute infectie en bij dragerschap) via<br />

de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong><br />

SAN folder Hepatitis B<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Alleen bij een infectieuze HBV infectie via de afdeling Infectieziekten van de<br />

regionale <strong>GGD</strong><br />

HBV infectie is een melding plichtige groep B ziekte en dient gemeld te<br />

worden bij de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>.<br />

Controle<br />

Bij een actieve HBV infectie in overleg met de afdeling Infectieziekten van<br />

de regionale <strong>GGD</strong>.<br />

Vaccinatie beleid:<br />

Actieve vaccinatie met recombinant HBV antigeen (Engerix B/ Twinrix) is<br />

zeer effectief, adviseren aan:<br />

- Seksueel actieve homoseksuele mannen (HBV evt. ook HAV<br />

vaccinatie)<br />

- Prostituees (alleen HBV vaccinatie)<br />

- Slachtoffers van seksueel geweld; via de afdeling Infectieziekten<br />

- Seksuele partners en contacten binnen het gezin of de<br />

woongemeenschap met HBV dragers; via de afdeling<br />

Infectieziekten<br />

- Druggebruikers; via MGGZ/ drugshulpverlening<br />

- Partners van IV druggebruikers via afdeling Infectieziekten<br />

- Patiënten met een chronische leveraandoening (zoals HCV), via<br />

behandelend arts/hepatoloog<br />

- Personen die via hun beroep bloot worden gesteld aan<br />

bloed(producten), via eigen bedrijfsarts.<br />

Passieve vaccinatie met immuunglobuline biedt directe maar tijdelijke<br />

bescherming.<br />

Passieve vaccinatie van ongevaccineerde patiënten overwegen bij seksuele<br />

contacten met een HbsAg positieve drager of na prikaccidenten, binnen 24<br />

uur na expositie.<br />

antigeen wordt vermeerderd in gistculturen. Hierdoor is een allergie voor gisten een contraindicatie.<br />

49<br />

Indien na een HBV infectie seroconversie optreedt (vorming van anti-HBs en verdwijnen van<br />

HbsAg): levenslange immuniteit.<br />

50 e<br />

Doorverwijzing naar 2 lijn voor antivirale behandeling bij ALAT stijging en HBeAg positiviteit. Ref.<br />

NTVG 2008 1426-1430 Veldhuijzen et al.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

41


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

De indicatiestelling voor passieve vaccinatie van ongevaccineerde seksuele<br />

contacten van HBV-dragers is beperkt.<br />

Hepatitis B titerbepaling 51<br />

doel:<br />

controleren of er na een complete hepatitis B vaccinatie voldoende bescherming<br />

tegen hepatitis B is gevormd. Voor dit onderzoek patiënt naar de huisarts verwijzen<br />

indicatie:<br />

in bijzondere omstandigheden kan het verstandig zijn om de effectiviteit van de<br />

vaccinatie te controleren, dit betreft:<br />

● een zeer afwijkend vaccinatie schema (grove afwijkingen van het<br />

gebruikelijke schema van 0-1-6 maanden)<br />

● HIV seropositieve patiënten<br />

● patiënten boven de 40 jaar<br />

● gezondheidszorgmedewerkers<br />

● veelvuldige blootstelling aan HBV (bijv. partners van dragers)<br />

Uitvoering:<br />

De meting kan betrouwbaar worden uitgevoerd 4 tot 6 weken na de laatste<br />

vaccinatie. Dit onderzoek is bij patiënten met een slechte afweer niet altijd<br />

betrouwbaar. Indien patiënt deze controle wil dan kan patiënt terecht bij:<br />

de eigen huisarts of de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>.<br />

Figuur 9. Serologisch beloop HBV infectie met hierna adequate immuniteit<br />

(Bron: CLB vademecum 2003)<br />

51<br />

(Bron: Pattman R, et al. Oxford handbook of genitourinary medicine, hiv, and aids. Oxford<br />

University Press 2005, p272 )<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

42


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 10. Serologisch beloop chronische HBV infectie<br />

(Bron: Holmes KK, ed. 3rd edition, McGrawHill)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

43


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 11. Betekenis serologiewaarden hepatitis B<br />

Hepatitis C<br />

Verwekker: Hepatitis C Virus (HCV) is een enkelstrengs RNA virus uit de<br />

Flaviviridae familie<br />

Incubatie periode: vaak niet te bepalen daar er slechts in 20% van de<br />

gevallen symptomen zijn. Symptomen zijn zelfde als bij hepatitis A of B<br />

infectie. Gemiddelde incubatie periode ongeveer 8-9 weken (met uitschieters<br />

van 4 tot 20 weken), zie figuur 12.<br />

Windowfase: het ontwikkelen van antistoffen in het bloed duurt zo’n 60-70<br />

dagen in niet immuun gecompromiteerden, RNA daarentegen is veel eerder<br />

in het bloed aanwezig (binnen 10 dagen).<br />

Van de HCV geïnfecteerden zonder HIV ontwikkelt 50-80% een chronische<br />

HCV infectie. 52<br />

Transmissie via bloedcontact (m.n. via herhaalde percutane expositie zoals IV<br />

druggebruik, en orgaan transplantaties, bloed en bloedproduct transfusies<br />

vóór 1992).<br />

Transmissie ook via seksueel contact overdraagbaar, voornamelijk bij MSM<br />

met HIV 53<br />

52 In het enveloppe gen van het HCV genoom komt een hypervariabel gedeelte voor. Het virus<br />

produceert hierdoor voortdurend afwijkende enveloppe-eiwitten. Dit is een mogelijke verklaring<br />

voor het feit dat de immuunrespons tegen HCV in de meeste gevallen niet tot immuniteit leidt.<br />

53 Er is een relatie tussen HCV infectie en een geïnfecteerde sekspartner, wisselende contacten,<br />

unsafe seks, <strong>SOA</strong> in de voorgeschiedenis, en seks waarbij bloed vrijkomt. Echter, bij HCV<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

44


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Bij LGV patiënten en bij HIV patiënten komen vaker HCV infecties voor.<br />

Vroege en gerichte behandeling is belangrijk en bestaat uit anti-virale<br />

middelen en peginterferon via de maag-darm-leverarts of internistinfectioloog<br />

Actieve vaccinatie is nog niet ontwikkeld, passieve vaccinatie met<br />

immuunglobuline biedt geen bescherming.<br />

Anamnese<br />

Meestal (90%) subklinisch, dus geen klachten<br />

Vermoeidheidsklachten<br />

Zelden: gewrichtspijnen, huidafwijkingen, geelzucht<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Meestal geen afwijkingen.<br />

Huidafwijkingen kunnen zijn: porfyria cutanea tarda (figuur 13), vasculitis,<br />

lichen planus, andere lichenoïde huidafwijkingen.<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Serologie: antistoffen HCV (en op indicatie: HCV RNA bepaling)<br />

Bij risicogroepen:<br />

- Alle HIV positieve MSM of MSM met onbekende HIV status.<br />

- Bij LGV infectie<br />

- Partners van HCV positieve patiënten<br />

In alle overige gevallen verwijzen naar huisarts of www.heptest.nl<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie (zie ook figuur 12) Behandeling en Preventie<br />

Hepatitis C/nieuw anti-HCV positief en/of HCV RNA Doorverwijzing naar de infectioloog/MDL<br />

positief<br />

positief EN anamnestisch niet bekend<br />

met HCV infectie<br />

arts (via de huisarts)<br />

Hepatitis C/bekend anti-HCV positief en/of HCV RNA Zonodig doorverwijzing naar de<br />

positief<br />

positief EN anamnestisch bekend met<br />

HCV infectie<br />

infectioloog/MDL arts (via de huisarts)<br />

Hepatitis C/ negatief anti-HCV negatief of<br />

anti-HCV dubieus EN HCV RNA<br />

negatief<br />

Nihil<br />

Counseling:<br />

Het gemeenschappelijk delen van scheermesjes en tandenborstels vermijden<br />

(i.v.m mogelijke besmetting via bloed resten)<br />

Geen onbeschermde anale seks en ander seksueel risicogedrag (bij wondjes<br />

of mogelijk bloed contact)<br />

Vaccinatie HAV en HBV adviseren<br />

(fors) alcohol gebruik ontraden.<br />

Naam en adres van huisarts/internist vragen voor brief. Als patiënt dit niet wil<br />

dan duidelijk in status aangeven.<br />

serodiscordante koppels in een langdurige monogame heteroseksuele relatie is de HCV prevalentie<br />

bij de partner van de HCV drager laag (gemiddeld 1,5%). HIV co-infectie verhoogd wel het risico op<br />

seksuele HCV transmissie.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

45


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Verwijzen naar maag-darm-leverarts of internist-infectioloog voor nader<br />

(bloed) onderzoek en zo nodig behandeling.<br />

Recente HCV infectie (seroconversie < 1 jaar, of bij icterus klachten) is een<br />

meldingsplichtige groep B ziekte. Melden aan de afdeling Infectieziekten van<br />

de regionale <strong>GGD</strong>.<br />

Folders:<br />

- Hepatitis C folder van Mantotman/Schorer<br />

- Hepatitis C van hepatitiscentrum, in 5 talen via: www.hepatitis.nl onder<br />

brochures/patiënten<br />

Voor meer informatie over hepatitis C zie verder:<br />

- www.rivm.nl/cib<br />

- www.hepatitis.nl<br />

- www.heptest.nl<br />

Partnerwaarschuwing:<br />

Alle (vaste) partners uit het leven (voor zover mogelijk) of alle (vaste) partners<br />

vanaf de laatste bekende negatieve HCV-serologie.<br />

Controle:<br />

Via de infectioloog/hepatoloog<br />

Figuur 12. Serologisch beloop HCV infectie.<br />

(Bron: CLB vademecum 2003)<br />

Figuur 13. Porferia cutanea tarda<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

46


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

(Bron: AIDSread. C.J. Hoffmann, MD)<br />

Herpes genitalis<br />

Herpes Simplex Virus (HSV) type 2 en 1<br />

Kan recidiveren in het gebied waar de primaire infectie plaatsvond 54<br />

Pas op co-infectie met syfilis, hiv<br />

Kan als acute infectie systemische complicaties veroorzaken (virale<br />

meningitis, -encefalitis, hepatitis, pneumonitis)<br />

Herpes labialis komt ubiquitair (bij bijna iedereen) voor en is meestal geen<br />

soa.<br />

De diagnose herpes genitalis wordt bevestigd door middel van NAAT.<br />

Wanneer dit bij een cliënt eenmaal is verricht dan hoeft deze test bij<br />

recidieven niet te worden herhaald (wel telkens opnieuw onderzoek naar<br />

syfilis).<br />

Anamnese<br />

Bij verdenking acute infectie 55 ; systemische verschijnselen (malaise, koorts,<br />

hoofdpijn, meningeale prikkeling), urine retentie<br />

Bij verdenking recidief infectie; prodromale verschijnselen (tintelingen, jeuk),<br />

eerder wondjes gehad (hoe vaak, hoe lang).<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Typisch herpes ulcus is meervoudig, “en bouquet” gegroepeerd, polymorf,<br />

oppervlakkig, niet geïndureerd, pijnlijk, vaak begeleid door lymfadenopathie<br />

Bij verdenking op een acute infectie:<br />

Meningeale prikkeling uitsluiten (en z.n. verwijzen neuroloog).<br />

Pneumonitis en hepatitis uitsluiten (en z.n. verwijzen internist).<br />

54 HSV-1 en -2 Zijn neurotrope virussen die retrograad via neuronen worden versleept naar de basale<br />

ganglia naast het ruggemerg, alwaar het als latent virus wordt ingebouwd in het DNA. Bij tijdelijke<br />

immuunsuppressie (bv t.g.v. UV-licht, griep of stress) vindt reactivatie plaats waarbij viruspartikels<br />

worden geproduceerd die via neuronen terug worden versleept naar het desbetreffende<br />

huidgebied. Ook zonder klinische verschijnselen kan een geïnfecteerd persoon vervolgens virus<br />

uitscheiden en besmettelijk zijn.<br />

55 Differentiatie tussen acute infectie (i.e. primaire of exogene infectie) en recidief infectie (i.e.<br />

secundaire of endogene infectie) is alleen serologisch hard te maken. Bij een acute infectie is er<br />

sprake van HSV seroconversie of een viervoudige titerstijging van anti-HSV IgM.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

47


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Sneldiagnostiek (Giemsa)<br />

Labdiagnostiek (NAAT)<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Herpes genitalis, Ulcus genitalis<br />

Bij verdenking acute infectie<br />

HSV1<br />

NAAT+ HSV-1<br />

voordat NAAT bekend is:<br />

Herpes genitalis, HSV Ulcus genitalis<br />

-recept valaciclovir<br />

2<br />

NAAT+ HSV-2<br />

Klinisch herpes Ulcus genitalis recidief en eerder NAAT bewezen<br />

genitalis recidief HSV infectie t.p.v ulcus locatie<br />

Herpes proctitis, Proctitis beeld<br />

HSV1<br />

NAAT+ HSV-1<br />

Herpes proctitis, Proctitis beeld<br />

HSV2<br />

NAAT+ HSV-2<br />

Klinisch herpes Proctitis beeld recidief<br />

proctitis recidief Eerder NAAT/kweek bewezen HSV infectie t.h.v<br />

ulcus locatie<br />

Herpes labialis, HSV1 Ulcus rond de mond<br />

NAAT+ HSV-1<br />

Herpes labialis, HSV2 Ulcus rond de mond<br />

NAAT+ HSV-2<br />

Klinisch herpes labialis Ulcus recidief rond de mond<br />

recidief<br />

Eerder NAAT/kweek bewezen HSV infectie t.h.v<br />

ulcus locatie<br />

56 1000 mg<br />

2dd,<br />

7-10 dgn<br />

Bij verdenking recidief<br />

infectie:<br />

-Recept valaciclovir 500 mg<br />

2dd, 3-5 dgn.<br />

-Starten 50 ml/min<br />

is het dosisadvies voor valaciclovir bij herpes zoster 1000 mg 3 dd, bij een klaring van 30-50 ml/min<br />

1000 mg 2 dd, bij een klaring van 10-30 ml/min 1 dd 1000 mg en bij een klaring


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Zin en onzin bij serodiscordante koppels 58<br />

Zin en onzin van serologische HSV bepalingen 59<br />

Folder Genitale herpes van Soa Aids Nederland (achtergrond informatie)<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Niet vereist<br />

Voorlichting van vaste partners is vaak wel gewenst.<br />

Nacontrole<br />

Syfilis serologie herhalen na 3 maanden<br />

Humaan Immuundeficiëntie Virus (HIV)<br />

Verwekker: Het Humaan Immuundeficiëntie Virus (HIV) is een retrovirus.<br />

Incubatie periode primaire infectie 2 tot 4 weken, zie figuur 14.<br />

Seroconversie na 4 tot 6 weken<br />

Bij 84-94% van de patiënten verloopt de primaire HIV infectie symptomatisch<br />

(licht tot ernstig griep-achtig beeld, soms met huiduitslag en slijmvlies<br />

afwijkingen), waarbij meer dan 60% hulp zoekt, echter bij


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Daarnaast wordt profylactisch antibiotica gegeven tegen opportunistische<br />

infecties bij verlaagde weerstand. Behandeling wordt ingesteld door de hiv<br />

behandelaar.<br />

Actieve vaccinatie is nog niet ontwikkeld.<br />

Anamnese<br />

Primaire infectie uit zich als een acuut ziektebeeld met één of meer van de<br />

volgende symptomen: koorts, moeheid, algemene malaise, spierpijn,<br />

hoofdpijn, pijn achter de ogen, lichtschuwheid, zere keel, lymfadenopathie,<br />

perifere neuropathie, huidafwijkingen (exantheem op romp / borst). De<br />

klachten zijn gewoonlijk mild en self-limiting.<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Gegeneraliseerde lymfadenopathie<br />

Soms een maculo-papulomateuze rash (inclusief handpalmen en voetzolen,<br />

dd syfilis stadium2!) Vraag hierbij een HIV-combo (Ag/Ab) test aan om een<br />

acute HIV infectie uit te sluiten.<br />

Soms orale en genitale ulcera<br />

Bij voortschrijden van HIV infectie treden opportunistische infecties op (zie<br />

figuur 15)<br />

Laboratorium onderzoek<br />

hiv-antistoffen (evt. middels sneltest)<br />

hiv- antigeen test (bijv. combo test)<br />

western blot<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling en Preventie<br />

HIV/positief<br />

HIV sneltest (dient nog te Definitieve diagnose afwachten<br />

(voorlopige diagnose) worden geconfirmeerd)<br />

HIV/positief<br />

HIV screening en HIV<br />

Doorverwijzing naar de internist (via de huisarts)<br />

(definitieve diagnose) confirmatie test (Western blot)<br />

positief<br />

HIV/negatief HIV screening negatief Nihil<br />

HIV/dubieus HIV screening dubieus of HIV screening en confirmatie herhalen na 3<br />

positief en HIV confirmatie test<br />

(Western blot) dubieus<br />

weken<br />

Counseling<br />

Bij voorlopige diagnose: folder Alles over HIV en AIDS, folder Marieke<br />

Beverlandenhuis<br />

Bij definitieve diagnose: folder Leven met HIV (in diverse talen beschikbaar),<br />

verwijzen<br />

Voor meer informatie over HIV: http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-<br />

Z/infectieziekten/<br />

Partnerwaarschuwing<br />

alle (vaste) partners uit het leven of,<br />

alle (vaste) partners vanaf de laatste bekende negatieve HIVserologie.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

50


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Controle<br />

Via de internist of huisarts<br />

Figuur 14. Serologisch beloop van HIV infectie<br />

(Bron: CLB vademecum 2003)<br />

Figuur 15. Natuurlijk verloop HIV, opportunistische infecties afgezet tegen CD4 getal<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

51


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Lymfogranuloma Venereum (LGV)<br />

Verwekker: Chlamydia trachomatis serovars L1, L2 en L3<br />

Het klassieke inguinaal syndroom wordt gekenmerkt door acute lymfadenitis<br />

met vaak eenzijdige, pijnlijke klierzwelling (bubo), koorts en malaise.<br />

Het ano-rectaal syndroom dat nu bij MSM wordt gezien gaat gepaard met<br />

proctitis, proctocolitis. Bij voortbestaan van de infectie kunnen abcessen,<br />

fistels, vernauwingen en stricturen in de darm optreden, die kunnen leiden<br />

tot vernauwing van de darm. Hepatitis C virus (HCV) infecties komen<br />

verhoogd voor bij patiënten met LGV.<br />

Anamnese<br />

Lymfeklier zwellingen, genitale ulceraties<br />

Bloederige anale afscheiding, anale krampen, obstipatie, flatulentie, koorts,<br />

malaise<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Inguinaal syndroom:<br />

Snel genezend primair affect (vaak binnen 7 dagen) bestaand uit<br />

papel,vesikel, of ulcus. Vervolgens forse lymfadenopathie (bubo), gevolgd<br />

door suppuratie en fisteling van lymfeklieren. ‘Groove sign’ ter hoogte van<br />

het ligamentum inguinale.<br />

Ano-rectaal syndroom:<br />

Anale bloederige en/of purulente afscheiding<br />

Peri-anale en peri-rectale fistels en stricturen.<br />

Laboratorium onderzoek<br />

NAAT C. trachomatis van ulcus of proctum.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

52


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Wanneer NAAT C. trachomatis positief: serovartypering chlamydia op NAAT<br />

materiaal<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Lymfogranuloma NAAT C. Trachomatis serovar L positief<br />

1. doxycycline 2dd 100 mg,<br />

venereum/LGV (uit: proctum, ulcus of lymfeklier punctaat.)<br />

21 dgn<br />

2. erytromycine 4dd 500 mg,<br />

21 dgn<br />

3. azitromycine 1000 mg dag<br />

1, 8 en 15<br />

Chlamydia proctitis NAAT C. Trachomatis serovar L: negatief 1. doxycycline 2dd 100 mg, 7<br />

dgn<br />

2. azitromycine 1000 mg,<br />

eenmalig. Nacontrole 3<br />

weken na behandeling.<br />

3. Amoxicilline 3 dd 500 mg<br />

ged. 7 dagen. Nacontrole 3<br />

weken na laatste tablet.<br />

Counseling<br />

Symptomen en complicaties van LGV<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

hiv test en HCV test actief aanbieden (tevens aan het einde van de window<br />

fase HIV en HCV test herhalen)<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />

genezen van het ulcus en na zonodige behandeling van partners.<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Risico partners zijn allen binnen de periode van een half jaar voorafgaand aan<br />

het begin van de klachten.<br />

Om meer inzicht te krijgen in de transmissie van LGV dient de partner<br />

waarschuwing zoveel mogelijk met naam van de index patiënt te verlopen.<br />

Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling met azitromycine 1000<br />

mg eenmalig p.o. of (bij aanwijzingen voor proctitis) doxycycline 2 dd 100mg<br />

voor 7 dagen.<br />

Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek<br />

Controle:<br />

Niet vereist, alleen bij persisterende klachten:<br />

- Proctoscopie voor herhalen NAAT C. Trachomatis, voor gram<br />

preparaat van het proctum en tevens inspectie van het<br />

proctumslijmvlies.<br />

- Bij gecompliceerd proctitisbeeld (abcessen, fistels) direkt<br />

doorverwijzen naar gastro-enteroloog.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

53


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Molluscum contagiosum<br />

Verwekker: Molluscum Contagiosum Virus (MCV).<br />

Ook bekend als waterwratjes.<br />

De diagnose mollusca contagiosa wordt op het klinische beeld gesteld.<br />

Openbaart zich meestal op de kinderleeftijd (geen soa)<br />

Kan bij volwassenen als soa voorkomen in het genitaal gebied.<br />

Goedaardig verloop, self limiting, alleen behandeling bij klachten.<br />

Behandeling heeft geen invloed op de infectiositeit.<br />

Anamnese<br />

Cosmetisch storend<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Papels met centrale delle op de verhoornende huid.<br />

Molluscen kunnen een symptoom zijn van immuunsuppressie (o.a. HIV).<br />

Aanwijzingen hiervoor zijn het aantal, atypische presentaties (groter,<br />

samenvloeiend) en atypische locaties (b.v. het gelaat).<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Geen<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Molluscum contagiosum Klinisch beeld 1. Expectatief<br />

2. Verwijzing huisarts voor ablatieve therapie<br />

3. podofilox 0,5% tinctuur of crème 0,15% 2dd voor<br />

3dgn, gevolgd door 4dgn stop, tot 5 weken.<br />

4. tretinoïne crème/oplossing FNA 0,02% 3dd<br />

Counselling<br />

Ondanks behandeling kunnen de mollusca recidiveren<br />

Geen aanvullende maatregelen voor de vaste partner<br />

Hiv test nogmaals aanbieden indien nog niet getest<br />

Partnerwaarschuwing<br />

geen<br />

Nacontrole<br />

Indien uitbreiding of bij persisteren: via de huisarts<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

54


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Pediculosis Pubis<br />

Verwekker: Phthirus pubis , ook bekend als platjes<br />

Pediculosis pubis is een klinisch gestelde diagnose 61<br />

Pediculosis pubis is meestal een soa (overdracht 95% na één contact), maar<br />

kan ook worden opgelopen door in een bed te slapen waar een geïnfecteerd<br />

persoon in heeft geslapen (b.v. een hotelbed, jeugdherberg, of slaapzak) of<br />

door gebruik van besmette kleding of handdoek.<br />

Incubatietijd voor klachten als jeuk of roodheid (indien niet eerder besmet<br />

geweest) is minimaal 2 weken. Mijten kunnen wel al eerder zichtbaar zijn.<br />

Anamnese<br />

Jeuk (76%) en roodheid (40%).<br />

Beestjes, neten<br />

Zwarte vlekjes in ondergoed<br />

Personen in de omgeving met jeuk en beestjes<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Luizen en neten à vue (Grootte luis 1-3mm)<br />

Soms zijn kleine blauwe vlekjes (2-3mm) op de huid zichtbaar door beet<br />

Aanvullend onderzoek<br />

Vergrootglas of dermatoscoop<br />

Eventueel (KOH-)preparaat van verdachte laesies bij kleine vergroting<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Pediculosis pubis Op klinische gronden 1. permetrine lotion 1% alle<br />

lichaamsbeharing 10 minuten eenmalig,<br />

hierna afspoelen. Zo nodig na 7 dagen<br />

herhalen.<br />

2. malathion lotion alle<br />

lichaamsbeharing 8-12 uur laten zitten,<br />

daarna afspoelen. Koop bij drogist of<br />

apotheek (Prioderm lotion, Noury<br />

hoofdlotion) zo nodig na 7 dagen<br />

herhalen<br />

3. Ivermectine 0,2mg/kg herhalen na 2<br />

weken<br />

4. wimpers: paraffine-vaseline aa 2dd<br />

10dagen<br />

5. scheren<br />

N.B. Kleding en beddengoed heet (50<br />

graden) wassen of 72 uur in afgesloten<br />

plastic zak of chemisch reinigen.<br />

Counseling<br />

Symptomen Pediculosis pubis (folder)<br />

61 Ref: Ko CJ, Elston DM. Pediculosis. J.Am.Acad.Dermatol 2004; 50: 1-12<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

55


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Behandeling en bijwerkingen: Neten kunnen na behandeling nog weken<br />

blijven zitten, zijn te verwijderen met fijne kam (luizenkam), zo nodig kan<br />

behandeling na 1 of 2 weken worden herhaald bij persisteren van neten.<br />

Geen seksueel contact tot na start van de behandeling en na behandeling<br />

van partners.<br />

Het gebruik van een condoom voorkomt de overdracht van Phthirus pubis<br />

niet.<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Risico partners zijn:<br />

Alle contacten binnen 30 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />

Het laatste contact indien langer dan 30 dagen geleden.<br />

Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling tegen Pediculosis en<br />

een regulier soa onderzoek.<br />

Controle<br />

Bij persisteren van de klachten, 1 week of langer na behandeling:<br />

Is partner meebehandeld?<br />

Therapietrouw vaststellen<br />

Alleen opnieuw behandelen als er nog luizen of neten zijn.<br />

Scabiës<br />

Ook bekend als Schurft. Verwekker: Sarcoptes scabiei<br />

Klachten ontstaan door een type IV allergische reactie op antigenen van de<br />

verwekker. Dit duurt bij een eerste infestatie enkele weken. Bij hernieuwde<br />

infestaties enkele dagen.<br />

De jeuk kan na succesvolle behandeling nog enkele weken aanhouden (post<br />

scabiës jeuk). 62<br />

Scabiës is bij volwassenen meestal een soa, bij kinderen meestal niet.<br />

Crusted scabiës (of scabiës norvegica, -groenlandica) is een zeer agressieve,<br />

besmettelijke en, therapie resistente scabiës variant. Deze vorm ziet men bij<br />

immuunstoornissen (o.a. AIDS), ondervoeding en bij mensen zonder<br />

krabreflex (zoals geestelijk gehandicapten en tetraplegische patiënten). 63<br />

Anamnese<br />

Jeuk<br />

Personen in de omgeving met jeuk<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

Gangetjes en excoriaties op voorkeur lokalisaties. (figuur 16)<br />

Bij crusted scabiës is uitgebreide schilfering aanwezig op de<br />

voorkeurlokalisaties<br />

62<br />

Mogelijk speelt bij persisterende post scabiës jeuk een kruisreactie met antigenen van de<br />

huisstofmijt een rol.<br />

63<br />

Vaak gaat het om patiënten in verpleeginrichtingen waarbij de gehele omgeving gecontroleerd en<br />

meebehandeld moet worden. Behandeling vindt plaats via de afdeling Infectieziekten.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

56


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Laboratorium onderzoek<br />

KOH of zoete olie preparaat van verdachte huidlaesies. Niet opengekrabde<br />

gangetjes bieden de grootste vind kans.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

57


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Diagnose en behandeling<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Scabiës Op klinische gronden 1. permetrine creme 5% eenmalig overnacht gehele<br />

Zonodig ondersteund lichaam tot de kaakrand, in de ochtend afspoelen<br />

door KOH preparaat met 2. ivermectine 200 μg/kg lichaamgewicht eenmalig en<br />

(delen van) mijten of na 2 weken herhalen<br />

eieren.<br />

64<br />

3. 250ml benzylbenzoaat smeersel 25% FNA. Het<br />

lichaam goed wassen met zeep, daarna het gehele<br />

lichaam tot aan de kaakrand zorgvuldig inwrijven met<br />

het smeersel, totdat dit geheel door de huid is<br />

opgenomen. Zorgen dat de vloeistof ook onder de<br />

nagels en in alle huidplooien doordringt. 24 uur daarna<br />

het gehele lichaam met warm water en zeep wassen. Zo<br />

nodig de behandeling na 1 week herhalen.<br />

4. Voor scabies norvegica permetrine en ivermectine<br />

combineren<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

N.B. Kleding en beddengoed heet wassen of 72 uur in<br />

afgesloten plastic zak.<br />

Counseling<br />

Symptomen scabiës<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact tot na start van de behandeling en na behandeling<br />

van partners.<br />

Bron- en contactopsporing (zie verder)<br />

Schriftelijke instructies (folder Soa Aids Nederland)<br />

Uitleg/behandeling post-scabiës jeuk<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Risico partners zijn alle contacten (ook de niet seksuele contacten zoals<br />

huisgenoten) binnen 30 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />

Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling (en seks partners een<br />

soa onderzoek).<br />

Wanneer zich in een instelling (b.v. verpleegtehuis) één of meerdere gevallen<br />

van scabiës vermoed worden, is er sprake van een meldingsplicht op basis<br />

van Artikel 7 van de infectieziektenwet)<br />

Controle<br />

Bij persisteren van de klachten is er meestal sprake van post scabiës jeuk en<br />

volstaat geruststelling en zonodig symptomatische behandeling van de jeuk<br />

met bijvoorbeeld triamcinolonacetonide crème FNA 1dd.<br />

Zijn er nog duidelijke symptomen van scabiës infestatie dan:<br />

- Is partner tegelijkertijd meebehandeld? Of in ieder geval voordat<br />

lichamelijk contact met partner plaatsvond? Cave ping-pong effect.<br />

- Therapie trouw vaststellen Op juiste manier behandeling toegepast?<br />

Handen per ongeluk gewassen?<br />

64 Wordt alleen met artsenverklaring verstrekt.<br />

58


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

- Zonodig opnieuw behandelen met een alternatief middel. Cave<br />

orthoërgisch eczeem door herhaaldelijk toepassen scabiës<br />

behandeling.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

59


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 16. Voorkeurslocalisaties Scabies<br />

Bron: Atlas of STD and AIDS, 4 th ed. Morse et al.<br />

Syfilis<br />

Verwekker: Treponema pallidum<br />

Ook bekend als: Franse ziekte, harde sjanker, lues, Spaanse ziekte, pox, ulcus<br />

durum.<br />

Anamnese<br />

Voorgeschiedenis: huidafwijkingen passend bij de verschillende syfilis<br />

stadia? 65<br />

Ooit behandeld voor syfilis? Zo ja, hoe, waar en met wat?<br />

Zo ja, hierna gecontroleerd (serologisch, lumbaal punctie)?<br />

Ooit bloedcontrole op syfilis (eerder soa onderzoek, zwangerschapcontrole,<br />

bloeddonor)?<br />

Lichamelijk onderzoek<br />

ulcus durum, anale fissuur<br />

lymfadenopathie 66<br />

rash en roseolen (m.n. palmo-plantair)<br />

“moth-eaten” alopecia (haaruitval)<br />

65 Denk aan : Wondjes, roseolen, klierzwelling, slijmvlieszwellingen, haaruitval, koorts, malaise, en hoofdpijn.<br />

66 Denk differentiaal diagnostisch ook aan een acute HIV infectie.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

60


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

slijmvliesafwijkingen (condyloma lata, plaque lisse en –mucueuse)<br />

Aanwijzingen voor uveitis /iritis /neuroretinitis 67<br />

Laboratorium onderzoek<br />

Donkervelden (plus Giemsa preparaat) bij de aanwezigheid van ulcera<br />

(donkerveld niet zinvol bij ulcera in de mondholte i.v.m. spirocheten als<br />

commensaal)<br />

RPR card test bij de aanwezigheid van huiduitslag of andere afwijkingen<br />

(slijmvliesafwijkingen, haaruitval) die zou kunnen passen bij syfilis stadium 2<br />

Syfilissneltest (Biorapid) bij klinische verdenking syfilis en géén syfilis in de<br />

voorgeschiedenis.<br />

NAAT’s voor T. Pallidum (en HSV, VZV en C. trachomatis)<br />

Serologie (TPPA, indien positief volgt automatisch VDRL en<br />

bevestigingstesten)<br />

Aanvullende anamnese bij verdenking neurosyfilis<br />

Gehoorklachten (oorsuizen gehoorsverlies, afwijkende vinger-frictie test) 68<br />

Visus klachten (wazig zien, fotofobie) 69<br />

Hoofdpijn, schietende pijnen<br />

Geheugenverlies, concentratieverlies<br />

Slapeloosheid<br />

Nekstijfheid<br />

Paranoia, wanen, insulten, emotionele labiliteit, desoriëntatie (late<br />

verschijnselen)<br />

Neurologisch onderzoek bij :<br />

HIV co-infectie: bij alle stadia<br />

(Verdenking) latente syfilis van onbepaalde duur / laat latente syfilis<br />

Syfilis stadium 3<br />

Andere stadia op indicatie (klachten).<br />

Aanvullend lichamelijk onderzoek bij verdenking<br />

neurosyfilis<br />

Ataxie (Romberg, top-neus proef, koorddansersgang)<br />

Pupil afwijkingen: Argyll Robertson pupillen (lichtstijf, klein, wel reagerend op<br />

convergentie).<br />

Peesreflex afwijkingen (m.n. enkel- en kniepees reflexen verlaagd of afwezig)<br />

Moeizame spraak<br />

Expressieloos gezicht<br />

Tremoren (tong, gezicht, handen)<br />

Verminderde vibratiezin<br />

Parestesieën<br />

67 Overweeg verwijzing oogarts<br />

68 Overweeg verwijzing KNO arts<br />

69 Overweeg verwijzing oogarts<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

61


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Indicaties voor consult neuroloog / lumbaalpunctie<br />

Directe doorverwijzing alvorens te behandelen<br />

Afwijkend neurologisch onderzoek (bijvoorbeeld oogafwijkingen passend bij<br />

syfilis)<br />

Neurologische klachten<br />

Uitsluiten van neurosyfilis (nodig bij stellen van diagnose therapie falen 70 .)<br />

Als controle na een behandelde neurosyfilis 71<br />

Syfilis stadium 3<br />

Syfilis en hiv co-infectie<br />

Inmiddels wijkt de behandeling van HIV positieve patiënten met syfilis niet meer af<br />

van die van HIV negatieve patiënten. Wanneer bijvoorbeeld een HIV positieve<br />

patiënt allergisch is voor penicilline, hoeft hij (i.t.t. tot oudere richtlijnen) niet<br />

gedesensibiliseerd te worden, maar kan hij gewoon behandeld worden met<br />

doxycycline.<br />

Bovendien is het zo dat hoewel er in studies aanwijzingen zijn dat er bij een CD4<br />

getal onder de 350 en een VDRL van 1:32 of hoger een hoger risico bestaat op het<br />

hebben van neurosyfilis, het CDC ook in die gevallen geen indicatie ziet voor een<br />

lumbaal punctie. 72<br />

Dit betekent dat, net zoals bij HIV negatieve patiënten, alleen een afwijkend<br />

neurologisch onderzoek en/of neurologische klachten een indicatie zijn voor het<br />

doen van een lumbaal punctie.<br />

Wel wijkt de follow-up van HIV positieve patiënten af van die van HIV negatieve<br />

patiënten. (zie onder follow-up).<br />

70<br />

Therapiefalen wordt gedefinieerd als symptomen die aanhouden of recidiveren na behandeling, of het<br />

uitblijven van een viervoudige titerdaling ten opzichte van de titer ten tijde van behandeling. Zonder dat er<br />

aanwijzingen zijn voor re-infectie of neurosyfilis. Therapiefalen komt vaker voor bij hiv positieve patiënten .<br />

Zie ook : Serologisch falen.<br />

71<br />

Nacontrole na neurosyfilis: elke 6 maanden totdat er geen celreactie aantoonbaar is in de liquor.<br />

72<br />

Zie CDC richtlijn 2010 blz 33<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

62


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Diagnosen en behandeling (zie ook figuur 19)<br />

Diagnose Definitie Behandeling 73 Behandel adviezen<br />

Syfilis stadium 1 Ulcus<br />

(infectieus) Met Donkerveld + en/of<br />

NAAT+<br />

Mogelijk serologie + 74<br />

Syfilis stadium 2 Huid/slijmvlies afwijkingen<br />

(infectieus) Met/zonder<br />

gegeneraliseerde<br />

lymfadenopathie<br />

Met Serologie + 75<br />

Mogelijk donkerveld + en/of<br />

NAAT + 76<br />

Recente latente Geen symptomen<br />

syfilis (infectieus) VDRL > 1:16 en TPPA+<br />

zonder syfilis<br />

voorgeschiedenis of,<br />

VDRL 4-voudige<br />

titerstijging 77 met syfilis<br />

voorgeschiedenis<br />

Besmettingmoment 1 jaar<br />

(zie noot 9 hieronder)<br />

79<br />

2. doxycycline 2dd 100 mg,<br />

28 dgn<br />

2. tetracycline 4dd 500 mg,<br />

28 dgn<br />

Neurosyfilis Lumbaalpunctie (LP) +<br />

asymptomatisch<br />

80<br />

Klinische opname<br />

Zonder neurologische<br />

afwijkingen.<br />

81<br />

Bij zwangeren met een<br />

penicilline allergie verwijzen naar<br />

polikliniek allergie voor evaluatie<br />

en zo nodig desensibilisatie.<br />

NB bij zwangeren dien t<br />

behandeling voor de 16<br />

Neurosyfilis<br />

symptomatisch<br />

Lumbaalpunctie +<br />

Met neurologische<br />

afwijkingen.<br />

Klinische opname (zie eindnoot<br />

hierboven)<br />

e week<br />

zwangerschap plaats te vinden.<br />

Bij therapie falen (zie onder<br />

nacontrole) volgt behandeling<br />

met Penidural 2,4 milj. IE i.m.<br />

dag 1,8 en 15.<br />

Bij verdenking neurosyfilis (obv<br />

de anamnese, klachten en/of<br />

afwijkingen bij neurologisch<br />

onderzoek) eerst evaluatie door<br />

neuroloog en lumbaal punctie<br />

alvorens te behandelen.<br />

VERVOLG TABEL<br />

ZIE OMMEZIJDE !<br />

73 Bij hiv positieve patiënten worden betere behandelingsresultaten verkregen als zij tevens worden<br />

behandeld met anti-retrovirale therapie/haart (CDC guidelines 2010 p.33)<br />

74 Bij syfilis stadium I is de serologie vaak nog negatief, zie verder onder syfilisserologie.<br />

75 Bij syfilis stadium 2 zijn RPR en VDRL vaak sterk positief, zie verder onder syfilisserologie<br />

76 Bij syfilis stadium 2 zijn donkerveld en/of NAAT van slijmvliesafwijkingen en condylomata lata<br />

sensitief.<br />

77 Een 4-voudige titer verandering staat gelijk aan een verandering van 2 verdunningsstappen (b.v.<br />

van 1:8 naar 1: 32).<br />

78 Besmettingsmoment kan soms worden bepaald o.b.v. : Bewezen contact met partner met<br />

infectieuze syfilis, data van seroconversie en serologische stijgingen, syfilissymptomen in anamnese,<br />

eerste of laatste seksueel contact.<br />

79 Maximale tussenpoos tussen twee penicilline behandelingen in wekelijks schema gedurende drie<br />

weken is 14 dagen. Indien tussen twee behandelingen langer zit dat 14 dagen dan moet de<br />

behandeling opnieuw worden gestart. Zwangere vrouwen moeten echter strikt om de 7 dagen<br />

behandeld worden om ook de neonaat te behandelen. Bron: Klausner et al. Sexual transmitted<br />

diseases 2007<br />

80 Criteria voor neurolues volgens richtlijn <strong>SOA</strong> en Herpes Neonatorum 2002 NVDV p.126<br />

- TPPA liquor en/of FTA-abs liquor positief en<br />

- óf VDRL in liquor positief óf IgG index > 70 en/of IgM-index >0,1 en mononucleaire cellen<br />

liquor >10/mm³.<br />

81 Eerste keus is waterige penicilline G 18-24 milj. EH d.d.i.v. gedurende 10-14 dagen.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

63


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Congenitale syfilis Zie CDC STD treatment Zie CDC treatment guidelines<br />

guidelines 2010, pp 36-39 2010<br />

Syfilis typering Syfilis niet vallend binnen I.o.m. dermatoloog<br />

onmogelijk bovenvermelde definities<br />

(altijd i.o.m. medisch hoofd)<br />

Syfilis stadium 3 Cutane gummata of, LP voor therapie<br />

Cardiovasculaire afwijkingen I.o.m. infectioloog i.v.m. ernstige<br />

passend bij stadium 3 of,<br />

Parenchymale neurosyfilis<br />

Jarisch-Herxheimer reacties<br />

Treponematose Anamnestisch geen risico op<br />

n.n.o.<br />

syfilis 82<br />

Afkomstig uit endemisch<br />

gebied (figuur 17) 83<br />

Zekerheidbehandeling met<br />

Penidural 2,4 milj. IE i.m. dag 1,8<br />

en 15<br />

TPPA+, FTAabs+, IgG blot<br />

+, VDRL 1:4 (bij herhaling)<br />

Partner TPPA-<br />

Geen nacontrole of LP nodig<br />

Biologisch Geen syfilis<br />

Nihil<br />

foutpositieve Positieve TPPA welke niet<br />

syfilisserologie wordt bevestigd door<br />

bevestigingstesten (FTA-abs<br />

en/of IgG blot TP)<br />

Syfilisserologie<br />

Zie ook figuur 20<br />

TPPA (voorheen TPHA)<br />

Als screeningtest wordt de TPPA (Treponema Pallidum Particle Agglutination test)<br />

gebruikt 84 . Dit is een treponemale antilichaamtest gericht tegen treponemale<br />

antigenen. De TPPA is sensitief, maar bij een vroeg incuberende syfilis en bij een<br />

HIV-coïnfectie kan de test vals-negatief uitvallen. Vals-positieve TPPA uitslagen<br />

komen voor bij endemische treponematosen, malaria en lepra.<br />

FTA-abs<br />

De FTA-abs (Fluorescent Treponemal Antibody absorption test) is een treponemale<br />

antilichaam test 85 . Deze wordt als 1e confirmatie test gebruikt bij alle positieve<br />

TPPA’s zonder eerdere positieve FTA-abs tests, bijvoorbeeld bij verdenking van een<br />

latente syfilis, een treponematose n.n.o., of een biologisch foutpositieve reactie.<br />

VDRL (ook wel RPR)<br />

Als 2e test wordt de VDRL (Venereal Disease Research Laboratory test) gebruikt. Dit<br />

is een niet-treponemale antilichaamtest gericht tegen humane cardiolipinen. De<br />

VDRL is 78-86% sensitief bij syfilis 1, bijna 100% sensitief bij syfilis 2, en 95-98%<br />

82 Gebieden met endemische treponematosen: Afrika, Zuidoost Azië, Midden- en Zuid Amerika<br />

83 De TPPA wordt uitgevoerd met latex partikels, gecoat met antigeen. Het serum wordt<br />

uitgetitreerd. Indien de titer 1:80 is de testuitslag positief . Tussen 0 en 1:80 is de testuitslag<br />

dubieus en bij 0 negatief. De testuitslag is aspecifiek als de ongecoate partikels ook met het serum<br />

reageren.<br />

84 De TPPA wordt uitgevoerd met latex partikels, gecoat met antigeen. Het serum wordt<br />

uitgetriteerd. Indien de titer ≥1:80 is de testuitslag dubieus en bij 0 negatief.<br />

85 De FTA-abs maakt gebruik van met antigeen gecoate glaasjes en een IgG/IgM conjugaat. Het<br />

patiëntenserum wordt met diluent 1:8 verdund. De testuitslag is kwalitatief en wordt door 2<br />

personen afgelezen. M.n. bij vroeg incuberende syfilis kan de uitslag als dubieus of zwak positief<br />

worden af gegeven.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

64


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

sensitief bij latente syfilis. Niet-treponemale testen zijn minder specifiek dan<br />

treponemale testen en m.n. vals-positief bij: auto-immuun ziekten, intraveneus<br />

druggebruik, TBC, vaccinaties, zwangerschap, mononucleosis infectiosa, HIV,<br />

bacteriële endocarditis, rickettsiosen, borreliosen en endemische treponematosen.<br />

In deze gevallen is de titer in 90% van de gevallen lager dan 1:8.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

65


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

IgG immunoblot op Treponema pallidum<br />

Deze test wordt gebruikt als extra confirmatie test, wanneer de FTA-abs dubieus of<br />

laag-positief is, en is nog specifieker dan de FTA-abs 86 .<br />

RPR-card test<br />

De RPR (Rapid Plasma Reagin test) is een niet-treponemale test waarbij gebruik<br />

wordt gemaakt van een macroscopisch zichtbare uitvlokkingreactie bij<br />

aanwezigheid van anticardiolipine antilichamen. Deze test wordt alleen verricht op<br />

indicatie. De arts zal deze test aanvragen bij een sterke verdenking op syfilis<br />

stadium 2: bijvoorbeeld bij huiduitslag of slijmvliesafwijkingen passend bij syfilis<br />

stadium 2. Vanwege de lagere sensitiviteit is een positieve RPR alléén, zonder syfilis<br />

symptomen, besmettelijke partner of zonder bekende TPPA of FTA-abs<br />

onvoldoende aanleiding voor behandeling.<br />

EIA (Anti-Treponema Pallidium)<br />

De EIA (Enzyme Imunnoassay) is een treponemale test en wordt in sommige<br />

laboratoria (ATAL) gebruikt als screeningstest voor het aantonen van antistoffen<br />

tegen syphilis. Een positieve EIA dient verder onderzocht en bevestigd te worden<br />

met een TPPA, VDRL, FTA-abs of IgGblot.<br />

Interpretatie syfilisserologie bij latente stadia<br />

Bij latente syfilis kan er voor de diagnose alleen gevaren worden op de serologische<br />

uitslagen. Dit gebeurt o.b.v. minimaal 2 serummonsters met een minimale<br />

tussenpose van 7 dagen. De serummonsters worden bij voorkeur gepaard (i.e.<br />

tegelijkertijd) bepaald. Bij conflicterende uitslagen geldt het resultaat van het laatst<br />

afgenomen serum monster, bijvoorbeeld<br />

● 1e monster positief, 2e monster negatief uiteindelijke resultaat is negatief<br />

(vragen aan het streeklaboratorium om de twee monsters gepaard te herhalen)<br />

● 1e monster dubieus, 2e monster positief uiteindelijke resultaat is positief<br />

● 1e monster dubieus, 2e monster negatief uiteindelijke resultaat is negatief<br />

De volgende combinaties met mogelijke diagnosen komen het meest voor (tabel):<br />

TPPA Fta-abs IgG-Tp-blot VDRL Serologische diagnose<br />

Negatief nvt nvt nvt Geen syfilis<br />

Positief Negatief/<br />

Dubieus of<br />

Aspecifiek<br />

Negatief/<br />

Dubieus of<br />

Aspecifiek<br />

Positief Positief Positief /<br />

Niet verricht<br />

Positief Positief Positief /<br />

Niet verricht<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Negatief Biologisch foutpositieve syfilis serologie<br />

≤ 1:4 1. Status na adequaat behandelde syfilis<br />

2. Vroeg incuberende syfilis (geeft stijgende<br />

VDRL-titer in 2e bepaling)<br />

3. Latente syfilis<br />

4. Treponematose n.n.o.<br />

5. Infectie met overige Spirocheatales (b.v.<br />

leptospirose, borreliose (figuur 18)<br />

> 1: 4 1. Status na behandelde syfilis<br />

2. Vroeg incuberende syfilis (geeft stijgende<br />

VDRL-titer in 2e bepaling)<br />

3. Latente syfilis<br />

86 Deze test maakt gebruik van recombinante antigenen van T. Pallidum welke specifiek IgG binden.<br />

66


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Syfilis bij zwangeren<br />

Bij een zwangere vrouw met de diagnose syfilis loopt het ongeboren kind risico op<br />

doodgeboorte, fœtale- en congenitale syfilis. Behandeling van zwangere vrouwen<br />

met syfilis dient te geschieden met penicilline aangezien dit het enige middel is dat<br />

aangetoond effectief voor het voorkomen van transmissie van moeder op kind en<br />

de fœtus kan genezen. De behandeling vindt plaats overeenkomstig het syfilis<br />

stadium. Behandeling dient plaats te vinden in het eerste trimester van de<br />

zwangerschap (eerste 16 weken van de zwangerschap). Indien de moeder niet voor<br />

de 16 e week is behandeld dan dient de verdere zwangerschap plaats te vinden<br />

onder gynaecologische begeleiding. Bij de bevalling dient een kinderarts paraat te<br />

zijn ter evaluatie van de neonaat. Daarnaast wordt dan niet-navelstreng bloed<br />

opgestuurd naar het RIVM voor aanvullende syfilis diagnostiek(19S-IgM-FTA-abs<br />

test) in het kader van congenitale syfilis.<br />

Partnerwaarschuwing<br />

Risico partners via seksueel contact:<br />

Syfilis stadium 1:<br />

alle partners binnen de periode van 3 maanden voorafgaand aan het begin<br />

van de klachten.<br />

Syfilis stadium 2:<br />

alle partners binnen de periode van 6 maanden voorafgaand aan het begin<br />

van de klachten.<br />

Recente latente syfilis:<br />

alle partners binnen de periode van 12 maanden voorafgaand aan het begin<br />

van de klachten.<br />

Latente syfilis van onbepaalde duur met een VDRL titer ≥ 1:32:<br />

alle partners binnen de periode van 12 maanden voorafgaand aan het begin<br />

van de klachten.<br />

Laat latente syfilis en latente syfilis van onbepaalde duur met een VDRL titer < 1:32:<br />

alle (vaste) partners uit het leven of alle (vaste) partners vanaf de laatste<br />

bekende negatieve syfilisserologie<br />

NB Verticale transmissie (van moeder op kind): vindt in alle syfilisstadia plaats vanaf<br />

het begin van de zwangerschap!<br />

Onderzoek, behandeling en follow-up van risico partners<br />

soa onderzoek inclusief lichamelijk onderzoek door arts (z.n.RPR-card test) en<br />

herhalen serologie na 3 mnd:<br />

Directe behandeling:<br />

- Contact met een index patiënt met besmettelijke syfilis (zie onder<br />

besmettelijke stadia) binnen de periode van 3 maanden, gerekend vanaf het<br />

moment van klachten.<br />

- Indien het onzeker is dat de risico partner van een index patiënt met<br />

besmettelijke syfilis voor follow up zal verschijnen.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

67


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

- Positieve RPR-card test<br />

Afwachten syfilis serologie uitslag:<br />

- Contact met een index patiënt zonder besmettelijke syfilis (zie onder<br />

besmettelijke stadia)<br />

- Contact met een index patiënt met besmettelijke syfilis langer dan 3<br />

maanden geleden, gerekend vanaf het moment van klachten.<br />

Het serologische syfilis nacontroleschema<br />

Bij HIV negatieve patiënten met een recente infectie wordt de titer herhaald<br />

op 6 en 12 maanden.<br />

Bij HIV negatieve patiënten met een late infectie wordt de titer herhaald op<br />

6,12, 18 en 24 maanden<br />

Bij HIV positieve patiënten met een recente of een late infectie wordt de titer<br />

vervolgd op 3, 6, 9, 12, 18 en 24 maanden.<br />

Bij adequate therapie dient er een minimaal viervoudige daling van de VDRL<br />

titer op te treden 87 :<br />

- In het geval van syfilis stadium 1 en 2 en vroege latente syfilis: binnen 6 tot<br />

12 maanden.<br />

- In het geval van laat latente syfilis en latente syfilis van onbepaalde duur:<br />

binnen 12 tot 24 maanden.<br />

Serologisch falen<br />

Blijft de gewenste titerdaling uit, of is er zelfs sprake van een viervoudige stijging<br />

van de VDRL (t.o.v. VDRL ten tijde van behandeling) dan dienen de volgende<br />

stappen te worden doorlopen.<br />

1. Re-infectie:<br />

Valt de 4-voudige titerstijging buiten de periode van het serologische<br />

controle schema (zie hierboven) dan is er hoogst waarschijnlijk sprake van<br />

een re-infectie.<br />

Valt de 4-voudige titerstijging binnen de periode van de serologische<br />

controle schema, dan is er waarschijnlijk sprake van een re-infectie als er<br />

sprake is van een:<br />

bewezen primair affect (donkerveld en/of NAAT positief).<br />

bewezen seksuele partner met besmettelijke syfilis.<br />

2. HIV-test: Overweeg opnieuw HIV test indien deze eerder negatief was.<br />

3. neurosyfilis: Is een re-infectie onwaarschijnlijk (zie onder 1), dan volgt<br />

neurologisch onderzoek en een verwijzing naar de neuroloog (i.v.m. lumbaal<br />

punctie) alvorens te behandelen.<br />

4. Therapiefalen: Als neurosyfilis en re-infectie beide zijn uitgesloten dan is<br />

er waarschijnlijk sprake van therapie falen en volgt behandeling met<br />

Penidural 2,4 milj. IE i.m. dag 1,8 en 15 en worden de serologische controles<br />

gecontinueerd.<br />

87 Viervoudige titer verandering is een verandering van 2 verdunningstappen (b.v. van 1:16 naar 1:4<br />

of van 1:8 naar 1:32)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

68


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 17. Geografische verspreiding van treponematosen n.n.o.<br />

Figuur 2: Natuurlijk beloop van een syfilis infectie bij immuuncompetente patiënten.<br />

(bron M.R. Golden et al. JAMA 2003 290, 1512)<br />

(bron: WHO)<br />

Figuur 18. Classificatie van de orde van Spirochaetales<br />

pallidum<br />

subspecies<br />

Venerische<br />

syfilis<br />

Borrelia<br />

Serpulinaceae<br />

pallidum<br />

species<br />

pertenue<br />

subspecies<br />

Yaws<br />

Spirochaetales<br />

orde<br />

Treponema<br />

genus<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Spirochaetaceae<br />

famillie<br />

carateum<br />

species<br />

Pinta<br />

endemicum<br />

subspecies<br />

Endemische<br />

syfilis (bejel)<br />

Leptospiraceae<br />

Spirochaeta Cristispira<br />

69


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Figuur 19. Natuurlijk beloop van een syfilis infectie bij immuuncompetente patiënten.<br />

(bron M.R. Golden et al. JAMA 2003 290, 1512)<br />

Figuur 20. Serologisch verloop van syfilisinfectie met bijbehorende kliniek<br />

(bron Sexually transmitted diseases, Holmes KK ed., 3rd edition, Mc Graw Hill)<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

70


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Trichomoniasis<br />

Verwekker: Trichomonas vaginalis.<br />

Trichomoniasis is een soa.<br />

Kan bij zwangere vrouwen met klachten de kans op perinatale complicaties<br />

verhogen.<br />

Alleen bij klachten (zie anamnese) wordt extra intern laboratorium<br />

diagnostiek ingezet.<br />

Mannen zijn vaak asymptomatisch drager of hebben urethritis en/of balanitis<br />

klachten.<br />

Anamnese:<br />

Onwelriekende en veranderde afscheiding.<br />

Vaginale irritatie<br />

Lichamelijk onderzoek:<br />

Geelgroene, licht schuimende fluor<br />

Colpitis macularis (hemorragieën en ulcera op de cervix, “aardbeien aspect”)<br />

Diagnose en behandeling:<br />

Diagnose Definitie Behandeling<br />

Trichomonas vaginitis Flagellaten in gram preparaat, fysiologisch zout 1. metronidazol 2000<br />

Trichomonas urethritis preparaat of sediment of NAAT of Kweek positief mg eenmalig 88<br />

2. metronidazol 500<br />

mg 2dd1 voor 7 dgn.<br />

Counseling<br />

Symptomen van trichomoniasis<br />

Behandeling en bijwerkingen<br />

Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en na<br />

zo nodige behandeling van partners.<br />

Schriftelijke informatie (beschikbaar in verschillende talen)<br />

Partnerwaarschuwing<br />

De vaste partner(s) krijgt/krijgen een regulier soa onderzoek en vrouwen<br />

tevens een kweek op T. vaginalis.<br />

De vaste partner(s) krijgt/krijgen een zekerheidbehandeling met<br />

metronidazol 2000 mg eenmalig. Geef een contactstrook mee.<br />

Controle<br />

Bij persisteren van de klachten:<br />

88 Metronidazol is het enige bewezen effectieve medicament bij trichomoniasis:<br />

Bij mogelijke zwangerschap / geen anticonceptie: Metronidazol bij eerst volgende menstruatie<br />

innemen.<br />

Bij zwangerschap: metronidazol na het eerste trimester innemen. In zeer grote studies konden geen<br />

mutagene of teratogene effecten van metronidazol worden aangetoond tijdens de zwangerschap. In<br />

de NVDV richtlijnen wordt geadviseerd metronidazol niet in het eerste trimester te geven. De CDC<br />

richtlijnen stellen dat eenmalige dosering met 2 gram tijdens de zwangerschap verantwoord is.<br />

Vrouwen die borstvoeding geven worden geadviseerd de borstvoeding te staken tot 12-24 uur na<br />

het stoppen van de kuur. Metronidazol niet met alcohol combineren.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

71


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Re-infectie uitsluiten<br />

Therapie trouw vaststellen<br />

Zo nodig kweek herhalen en behandelen met metronidazol 500 mg 2 dd 1<br />

voor 7 dgn.<br />

Richtlijn Seksaccidenten<br />

Wanneer een patiënt komt met de vraag om PEP in het kader van een seksaccident<br />

moet er naast de mogelijk transmissie van HIV ook rekening gehouden worden met<br />

het risico op transmissie van HBV. Tevens dient met vrouwelijke patiënten zonder<br />

adequate anticonceptie het risico op zwangerschap besproken te worden.<br />

Deze 3 items worden hieronder besproken.<br />

Post-Exposure Prophylaxe (PEP) voor HIV:<br />

Post–Exposure Profylaxe wordt gegeven aan patiënten die (mogelijk) in aanraking<br />

zijn gekomen met HIV. Er is slechts zwak bewijs voor het de werkzaamheid van PEP<br />

na een seksueel accident. Er bestaat veelal indirect bewijs met als belangrijkste<br />

studies uit dierproeven en bij zwangere vrouwen. 89 .Wanneer het lichaam in<br />

aanraking komt met HIV verplaatst het HIV-virus zich in de eerst 24-48 uur na<br />

infectie vanaf de plaats van inoculatie via de dendritsche cellen naar de regionale<br />

lymfeklieren. Door middel van PEP zou deze migratie voorkomen worden en zou<br />

een systemische infectie met het virus voorkomen kunnen worden. 90 . Voor het<br />

voorschrijven van PEP geldt over het algemeen dat een risico van meer dan 0,3%<br />

op transmissie als indicatie wordt gezien voor PEP. PEP dient gestart te worden<br />

binnen 72 uur nadat het mogelijke contact heeft plaatsgevonden. Later starten is (in<br />

dierenstudies) onzinvol gebleken. 91<br />

Anamnese<br />

Wanneer heeft contact plaatsgehad (> 72 uur geleden: geen PEP)<br />

Welke seksuele techniek (anaal, oraal, vaginaal, actief /passief?)<br />

Andere risico verhogende aspecten: ulcera, wondjes, menstruatie,<br />

afkomst van bron (Sub-sahara / West-afrika kent een hogere prevalentie<br />

van HIV)<br />

Huidig medicatie gebruik (ivm mogelijke interacties met PEP)<br />

Medische voorgeschiedenis (nier- /leverziekten) (ivm contra-indicaties<br />

PEP)<br />

Zwangerschap: Bij zwangerschap kan geen standaard PEP worden<br />

voorgeschreven omdat die mogelijk teratogeen is voor de vrucht. De arts<br />

89 Ref: richtlijn antiretrovirale behandeling 2007<br />

90 Ref. Spira AI, Marx PA, Patterson BK, et al. Cellular targets of infection and route of viral<br />

dissemination after an intravaginal inoculation of simian immunodeficiency virus into rhesus<br />

macuaques J. Exp Med, 1996; 183:215-25<br />

91 Referentie: Tsai, CC, Emau P, Follis KE, Beck TW, Benveniste RE, Bischofberger N, Lifson JD,<br />

Morton WR. Effectiveness of postinoculation (R)-9-(2-phophonylmethoxypropyl) adenine treatment<br />

for prevention of persistent simian immunodeficiency virus SIV infection depends critically on timing<br />

of initiation and duration of treatment. J. Virol. 1998 May; 72(5):4265-73<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

72


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

overlegt evt. met de internist. Bovendien dient bij mogelijke<br />

zwangerschap gewezen te worden op de morning-after pil.<br />

Lichamelijk Onderzoek<br />

Alle patiënten die zich melden voor behandeling met PEP krijgen een<br />

volledig soa-onderzoek op de dag van melding. Dit omdat er vanuit gegaan<br />

wordt dat patiënten die zich melden voor PEP reeds risicogedrag hebben<br />

gehad in de maanden voorafgaand aan het risico-contact voor PEP.<br />

Bovendien dient lichamelijk onderzoek ook om de aanwezigheid van<br />

concomitante soa aan te tonen, welke het risico op HIV transmissie verhogen.<br />

Laboratorium Onderzoek:<br />

Dag 0 - HIV sneltest<br />

- HIV combo, Hepatitis B bepaling , TPHA (streeklab)<br />

- ALAT<br />

- NAAT/ Kweken op C. Trachomatis, N. Gonorrhoea en evt Trichomonas.<br />

Indicaties voor PEP<br />

Bij het stellen van de indicatie voor PEP dient een stappenplan te worden<br />

doorlopen. Dit kan gedaan worden a.h.v. van onderstaande tabellen.<br />

1. Beoordeel het kans op transmissie; kijk hiervoor in tabel 1.<br />

Tabel 1: Transmissierisico HIV<br />

Kans op<br />

transmissie 92<br />

Hoge kans<br />

Lage kans<br />

Verwaarloosbare<br />

kans<br />

Aard seksueel contact Risico per<br />

exposure 93<br />

- onbeschermd receptief anaal contact<br />

- onbeschermd receptief vaginaal<br />

contact met risicoverhogende<br />

omstandigheden 94<br />

- onbeschermd receptief vaginaal<br />

contact zonder risicoverhogende<br />

omstandigheden<br />

- onbeschermd insertief anaal/vaginaal<br />

contact<br />

- onbeschermd receptief oraal contact<br />

met risicoverhogende omstandigheden<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

(Bij bekende HIV + bron)<br />

0.8% – 3.2%<br />

onbekend<br />

0.01 % tot 0.15 %<br />

0.03 % -0.09 %<br />

onbekend<br />

- onbeschermd insertief oraal contact onbekend<br />

- onbeschermd receptief oraal contact 0 tot 0.04 %<br />

Geen kans - overig, zoals schone hulpmiddelen, onbekend<br />

92 Bron: Draaiboek seksaccidenten, LCIb, sep 2008<br />

93 Bron: Richtlijn antiretrovirale behandeling 2007 en Eurosurvaillance 2004 Iss. 6 Vol. 6<br />

94 Risico verhogende omstandigheden zijn: Verkrachting, Genitale ulcera / infecties, Hoge Plasma<br />

RNA load bron, macroscopisch bloed (incl. menses), Cervicale ectopie, geen circumcisie.<br />

73


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

masturbatie, zoenen<br />

2. Hierna wordt gekeken naar de HIV status bron; Is de bron bekend HIV+ of is<br />

er sprake van een onbekende HIV status van de bron? N.B. over het<br />

algemeen wordt aangenomen dat wanneer de bron HIV positief is maar een<br />

undetectable viral load heeft, het risico op transmissie zeer laag is, ongeacht<br />

de aard van het seksueel contact.<br />

3. Indien de HIV status van de bron onbekend is : Schat het risico in op HIV<br />

positiviteit van de bron. Behoort de bron tot een risicogroep voor HIV<br />

positiviteit? (zie tabel 2)<br />

4. Nu kan gekeken worden in tabel 3 voor indicatie stelling PEP.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

74


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Tabel 2: Risicogroepen HIV/ HBV<br />

HIV HBV HCV<br />

MSM + + +<br />

IV-druggebruikers + + +<br />

Prostituees m /v 95 + +<br />

Personen uit sub-Sahara / West<br />

Afrika<br />

+ +<br />

Personen uit Caribisch gebied + +<br />

Personen uit Zuid-Oost Azië +<br />

Personen uit Oost Europa/ GOS +<br />

Personen uit niet-Westerse landen +<br />

Tabel 3: Indicaties voor PEP<br />

HIV-status<br />

Bron<br />

Transmissie<br />

kans 96<br />

Hoog Start PEP<br />

Serologie na<br />

3 en 6<br />

maanden<br />

Laag Geen PEP<br />

Wanneer na zorgvuldige anamnese en risico-inventarisatie blijkt dat patiënt in<br />

aanmerking komt voor PEP (dit is eigenlijk altijd het geval na onbeschermd<br />

receptief anale seks), dan wordt dit advies besproken met de patiënt. Een patiënt<br />

mag altijd kiezen om niet te starten met PEP. Bij deze patiënten wordt de diagnose:<br />

PEP / positief advies gesteld. Als een negatief advies voor PEP wordt gegeven,<br />

dient dit zorgvuldig te worden besproken met de patiënt.<br />

Voorlopige Diagnose: Definitie (zie tabel 3) Voorlopige Therapie:<br />

PEP / pos. advies<br />

positief Bron in<br />

risicogroep<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Start PEP<br />

Serologie na 3<br />

en 6 maanden<br />

Geen PEP<br />

HIV sneltest negatief (HIV<br />

combo volgt) en hoge kans<br />

op HIV transmissie.<br />

Bron geen<br />

risicogroep<br />

EN<br />

Onbekende<br />

bron<br />

Geen PEP<br />

Serologie na 3<br />

maanden<br />

Geen PEP<br />

1. Combivir / Reyataz ged. 28<br />

dagen<br />

N.B. Bij comorbiditeit /<br />

zwangerschap/ jonge leeftijd/<br />

bekende resistente HIV bron<br />

95<br />

HIV komt m.n. voor bij druggebruikende prostituees en transgender prostituees<br />

96<br />

Zie tabel 1<br />

negatief<br />

Geen actie<br />

Geen actie<br />

Serologie na Serologie na 3 Serologie na 3<br />

3 maanden maanden maanden<br />

Verwaarloosbaar Serologie na Serologie na 3 Serologie na 3 Geen actie<br />

3 maanden maanden maanden<br />

Geen<br />

Geen actie Geen actie Geen actie Geen actie<br />

75


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

PEP / negatief advies HIV sneltest negatief en<br />

lage kans op HIV<br />

transmissie.<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

wordt overlegd met de internist of<br />

kinderarts.<br />

n.v.t.<br />

Voordat PEP wordt voorgeschreven dient het volgende gecontroleerd/ gedaan te<br />

zijn:<br />

- Zwangerschap; bij vrouwelijk patiënten zonder anticonceptie dient altijd<br />

een zwangerschapstest gedaan te worden. Indien positief; dan volgt<br />

overleg met de internist.<br />

- Leeftijd: Bij kinderen onder de 16 jaar volgt overleg met de kinderarts<br />

- Leverfunctie; ALAT bepaling dient afgenomen te worden.<br />

- Naast de HIV sneltest word nu ook een HIV combotest te worden verricht.<br />

- HIV sneltest bij patiënt; deze moet negatief zijn.<br />

Patiënten krijgen een recept mee voor Combivir ® (AZT 300 mg en Lamivudine 150<br />

mg) 2 dd 1 tablet gedurende 28 dagen en Reyataz ® (atazanavir 200 mg) 1 dd 2<br />

gedurende 28 dagen.<br />

’s Ochtends worden dus drie tabletten ingenomen, ’s avonds 1.<br />

Er moet 12 uur tussen beide innamen zitten. Eventueel kan per dag de medicatie<br />

inname 1 uur verschoven worden.<br />

Reyataz moet met eten (dus niet alleen drinken) worden ingenomen.<br />

Post-Exposure Profylaxe voor Hepatitis B<br />

Wanneer een patiënt komt voor PEP dient er naast de mogelijkheid van HIV<br />

transmissie ook rekening te worden gehouden met transmissie van HBV.<br />

Ook hier geldt weer dat de indicatie voor vaccinatie voor HBV afhangt van de een<br />

combinatie van de aard van het sexaccident en de HBV status van de bron.<br />

1. Beoordeel de HBV status van de blootgestelde.<br />

Beschermd zijn :<br />

1. Patiënten die volledig (dus 3 vaccinaties) gevaccineerd zijn (zie ook site<br />

van de landelijk HBV campagne)<br />

2. Patiënten die ooit hepatitis B hebben doorgemaakt (anti-Hbc positief,<br />

anti-HbsAg negatief)<br />

3. Dragers van HBV (anti-HbsAg positief). 97<br />

2. Bepaal het HBV risico van de bron.<br />

En kijk in onderstaande tabel (tabel 4)<br />

In de praktijk zullen veel van de patiënten die zich melden voor PEP behoren tot<br />

een risicogroep voor HBV (MSM). Deze patiënten dienen, ook wanneer er geen<br />

hoog risico op HBV transmissie is geweest, altijd het advies te krijgen te starten met<br />

HBV vaccinatie.<br />

97 NB als blootgestelde drager is van HBV bestaat er risico op HBV besmetting bij de bron.<br />

Contactopsporing dient wanneer mogelijk verricht te worden.<br />

76


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

In principe komen alle MSM in aanmerking voor vaccinatie tegen Hepatitis A en B<br />

(Twinrix); tenzij zij reeds gevaccineerd zijn tegen hepatitis A of hepatitis A hebben<br />

doorgemaakt.<br />

Alle overige patiënten krijgen enkel vaccinatie tegen Hepatitis B (Engerix).<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

77


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Tabel 4. hepatitis B infectie risico van de bron<br />

HBV-status<br />

Bron<br />

Aard<br />

Accident<br />

MSM contact Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

Vrijwillig<br />

Anti-HBc,<br />

heteroseksueel Vaccineren<br />

contact<br />

0,1,6 mnd<br />

(Blootgestelde in<br />

risicogroep) 98<br />

Vrijwillig<br />

heteroseksueel<br />

contact<br />

(blootgestelde<br />

niet in risicogroep)<br />

Bron positief Bron in<br />

risicogroep<br />

(zie tabel 2)<br />

Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

Zedendelict Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

Bron geen<br />

risicogroep<br />

of<br />

onbekende<br />

bron<br />

Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

Bron negatief<br />

/<br />

blootgestelde<br />

is beschermd.<br />

Geen actie<br />

Geen actie Geen actie Geen actie<br />

Geen actie Geen actie Geen actie<br />

Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

Anti-HBc,<br />

Vaccineren<br />

0,1,6 mnd<br />

Voorlopige Diagnose: Definitie (zie tabel 4) Voorlopige Therapie:<br />

HBV risico, start vaccinatie HBV onbeschermd en risico<br />

op HBV transmissie aanwezig.<br />

HBV risico , reeds beschermd HBV beschermd en risico op<br />

HBV transmissie aanwezig.<br />

Geen actie<br />

1. Vaccineren 0,1,6 mnd<br />

(MSM: Twinrix, overige: Engerix)<br />

Geen actie<br />

NB Wanneer de bron bekend non-responder is of on(volledig) gevaccineerd is,<br />

zijn verder maatregelen tegen HBV noodzakelijk!<br />

NB Bij alle zedendelicten dient z.s.m. gestart te worden met vaccinatie op 0,1 en 6<br />

maanden.<br />

NB. Passieve immunisatie dmv hepatitis B immunoglobuline (HBIG) wordt alleen in<br />

zeer uitzonderlijke situaties toegediend na een sexaccident. 99<br />

98 Zie tabel 2<br />

99 In bijzondere gevallen kan wel overwogen worden HBIG te geven. Bijvoorbeeld wanneer de<br />

blootgestelde een bekende non-responder is en de bron bewezen HbsAg positief is.<br />

78


De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />

Postcoïtale Anticonceptie<br />

Bij onveilig vaginaal seksueel contact bestaat er een kans op ongewenst<br />

zangerschap. Dit dient met patiënte besproken te worden. Bij het advies om te<br />

starten met de morning-after anticonceptie kan het volgende schema (tabel 5)<br />

gebruikt worden:<br />

Tabel 5 Diagram voor het indiceren van de morningafterpil 100<br />

Anticonceptie Indicatie<br />

Morning after<br />

anti-<br />

Geen anticonceptie<br />

richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />

conceptie.<br />

Positieve<br />

indicatie<br />

Pilgebruik Consequent gebruik Geen indicatie<br />

1 pil vergeten<br />

(> 12 uur)<br />

Pil alsnog innemen Geen indicatie<br />

2 of meer pillen Week 1 Laatst vergeten pil alsnog innemen, strip Positieve<br />

vergeten<br />

afmaken<br />

indicatie<br />

Week 2 2 of 3 pillen vergeten: Laatste pil alsnog<br />

innemen, strip afmaken.<br />

Geen indicatie<br />

4 of meer pillen vergeten: Laatste pil<br />

alsnog innemen, strip afmaken. Aansluiten<br />

aanvullende anticonceptie totdat pil 7<br />

dagen ingenomen is.<br />

Geen indicatie<br />

Week 3 Laatst vergeten pil alsnog innemen, strip<br />

afmaken, meteen doorgaan volgende<br />

strip. OF pauze van 7 dagen te beginnen<br />

bij vergeten pil.<br />

Inconsequent<br />

Positieve<br />

gebruik<br />

indicatie<br />

IUD Geen indicatie<br />

Nuva ring Geen indcatie<br />

De keuze voor welke morning after anticonceptie dient besproken te worden met<br />

patiënt. In het algemeen geldt dat wanneer het sex-accident < 72 uur heeft<br />

plaatsgevonden gekozen kan worden voor de morning after pill (Norlevo). Deze kan<br />

zonder recept verkregen worden.<br />

Wanneer het incident langer geelden is kan gekozen worden voor een morning<br />

after spiraal, dit kan tot 5 x 24 uur na het incident geplaatst worden bij een huisarts<br />

of gynaecoloog / abortuskliniek.<br />

100 Bron: LCI Richtlijn Sexaccidenten RIVM, september 2008<br />

79

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!