Richtlijnen SOA Polikliniek 2011-2012 - GGD Amsterdam
Richtlijnen SOA Polikliniek 2011-2012 - GGD Amsterdam
Richtlijnen SOA Polikliniek 2011-2012 - GGD Amsterdam
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Verantwoording<br />
De adviezen in deze richtlijn zijn primair bedoeld voor de medewerkers van de <strong>SOA</strong><br />
polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong> en zijn gebaseerd op:<br />
<strong>Richtlijnen</strong> Seksueel Overdraagbare Aandoeningen <strong>2011</strong> van de <strong>SOA</strong><br />
Commissie/<strong>SOA</strong> Kernwerkgroep van de Nederlandse Vereniging voor<br />
Dermatologie en Venereologie (NVDV)<br />
Sexually Transmitted Diseases Treatment Guidelines 2010 van Centers for Disease<br />
Control and Prevention (CDC), U.S. Department of Health and human Services<br />
Landelijke coördinatiestructuur infectieziektenbestrijding (LCI)<br />
Buiten de medewerkers van de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong> is een<br />
ieder vrij om (delen van) deze richtlijn met bronvermelding over te nemen. Er<br />
kunnen geen rechten worden ontleend aan dit document.<br />
Bronvermelding: van Oosten HE, van Leent EJM, de Vries HJC: <strong>Richtlijnen</strong> <strong>SOA</strong><br />
<strong>Polikliniek</strong> <strong>2011</strong>-<strong>2012</strong>. <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong> <strong>2011</strong><br />
drs Hannah E. van Oosten, arts,<br />
dr Edwin J.M. van Leent, dermatoloog,<br />
prof dr Henry J.C. de Vries, dermatoloog.<br />
<strong>SOA</strong> <strong>Polikliniek</strong> <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong><br />
september <strong>2011</strong><br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
2
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Inhoudsopgave<br />
VERANTWOORDING 2<br />
INHOUDSOPGAVE 3<br />
ANTIBIOTICA, ALLERGIE EN ANTICONCEPTIE 5<br />
ALLERGIE EN ANTIBIOTICA 5<br />
ANTICONCEPTIE EN ANTIBIOTICA 5<br />
ZWANGERSCHAP EN ANTIBIOTICA 6<br />
SYNDROMEN 10<br />
ULCERATIEVE KLACHTEN 10<br />
URETHRITIS KLACHTEN 11<br />
VAGINITIS, VULVITIS EN FLUOR KLACHTEN 12<br />
PROCTITIS KLACHTEN 12<br />
BALANOPOSTHITIS KLACHTEN 13<br />
WRATTEN EN PUKKELS 14<br />
JEUKENDE KLACHTEN 14<br />
GEELZUCHT KLACHTEN 15<br />
BUIKPIJN BIJ DE VROUW 15<br />
PIJNLIJK SCROTUM 16<br />
BACTERIËLE VAGINOSE 17<br />
BALANOPOSTHITIS 18<br />
EPIDIDYMITIS 19<br />
PELVIC INFLAMMATORY DISEASE (PID) 21<br />
NIET SPECIFIEKE PROCTITIS (NSP) 22<br />
NIET SPECIFIEKE URETHRITIS (NSU) 24<br />
CANDIDIASIS 25<br />
CHANCROÏD 26<br />
CHLAMYDIASIS 28<br />
CONDYLOMA ACUMINATUM 31<br />
GONORROE 32<br />
GRANULOMA INGUINALE / DONOVANOSIS 36<br />
HEPATITIS A 38<br />
HEPATITIS B 40<br />
HEPATITIS C 44<br />
HERPES GENITALIS 47<br />
HUMAAN IMMUUNDEFICIËNTIE VIRUS (HIV) 49<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
3
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
LYMFOGRANULOMA VENEREUM (LGV) 52<br />
MOLLUSCUM CONTAGIOSUM 54<br />
PEDICULOSIS PUBIS 55<br />
SCABIËS 56<br />
SYFILIS 60<br />
AANVULLENDE ANAMNESE BIJ VERDENKING NEUROSYFILIS 61<br />
AANVULLEND LICHAMELIJK ONDERZOEK BIJ VERDENKING NEUROSYFILIS 61<br />
SYFILIS EN HIV CO-INFECTIE 62<br />
SYFILISSEROLOGIE 64<br />
INTERPRETATIE SYFILISSEROLOGIE BIJ LATENTE STADIA 66<br />
SYFILIS BIJ ZWANGEREN 67<br />
HET SEROLOGISCHE SYFILIS NACONTROLESCHEMA 68<br />
SEROLOGISCH FALEN 68<br />
TRICHOMONIASIS 71<br />
RICHTLIJN SEKSACCIDENTEN 72<br />
POST-EXPOSURE PROPHYLAXE (PEP) VOOR HIV: 72<br />
INDICATIES VOOR PEP 73<br />
POST-EXPOSURE PROFYLAXE VOOR HEPATITIS B 76<br />
POSTCOÏTALE ANTICONCEPTIE 79<br />
Figuren en tabellen<br />
Figuur 1. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs 6<br />
Fguur 2. Antibiotica en allergische kruisreacties 7<br />
Figuur 3. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs 8<br />
Figuur 4. “7 dagen regel” voor de betrouwbaarheid van de pil 9<br />
Figuur 5. Giemsa kleuring H. ducreyi (Rail road tracks) 28<br />
Figuur 6. Grootte van veel voorkomende <strong>SOA</strong> verwekkers 30<br />
Figuur 7. Donovan Bodies bij granuloma inguinale 37<br />
Figuur 8. Serologisch beloop van acute hepatitis A infectie 39<br />
Figuur 9. Serologisch beloop HBV infectie met hierna adequate immuniteit 42<br />
Figuur 10. Serologisch beloop chronische HBV infectie 43<br />
Figuur 11. Betekenis serologiewaarden hepatitis B 44<br />
Figuur 12. Serologisch beloop HCV infectie. 46<br />
Figuur 13. Porferia cutanea tarda 46<br />
Figuur 14. Serologisch beloop van HIV infectie 51<br />
Figuur 15. Natuurlijk verloop HIV, opportunistische infecties afgezet tegen CD4 getal51<br />
Figuur 16. Voorkeurslocalisaties Scabies 60<br />
Figuur 17. Geografische verspreiding van treponematosen n.n.o. 69<br />
Figuur 18. Classificatie van de orde van Spirochaetales 69<br />
Figuur 19. Natuurlijk beloop van een syfilis infectie bij immuuncompetente patiënten.70<br />
Figuur 20. Serologisch verloop van syfilisinfectie met bijbehorende kliniek 70<br />
Tabel 1: Transmissierisico HIV 73<br />
Tabel 2: Risicogroepen HIV/ HBV 75<br />
Tabel 3: Indicaties voor PEP 75<br />
Tabel 4. hepatitis B infectie risico van de bron 78<br />
Tabel 5 Diagram voor het indiceren van de morningafterpil 79<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
4
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Antibiotica, Allergie en Anticonceptie<br />
Allergie en Antibiotica<br />
Allergische reacties tegen antibiotica komen voornamelijk voor bij mensen met een<br />
allergische aanleg. Dit zijn onder anderen patiënten met in de voorgeschiedenis;<br />
hooikoorts, astma of eczeem. Daarnaast is de kans op een allergische reactie groter<br />
als men al andere allergieën heeft. Niet elke reactie na het innemen van een<br />
antibioticum berust op een allergie.<br />
Allergische reacties zijn onder te verdelen in vier verschillende typen (figuur 1).<br />
Type 1 reacties (IgE gemediëerd) zijn gevaarlijk omdat bij re-expositie aan het<br />
antibioticum er anafylaxie op kan treden. Zo nodig overleggen met de arts of de<br />
genoemde symptomen passen bij een allergische reactie.<br />
Antibiotica die tot de zelfde groep behoren kunnen allergische kruisreacties<br />
veroorzaken. Allergie voor één antibioticum geeft een verhoogde kans op allergie<br />
voor alle middelen uit de zelfde groep en geen van deze antibiotica mag dan<br />
worden gegeven. 1<br />
Aan de hand van onderstaande tabel (figuur 2) zijn antibiotica gegroepeerd binnen<br />
kaders die al dan niet kunnen kruisreageren. Middelen die schuingedrukt staan<br />
worden veelvuldig gebruikt binnen de soa bestrijding.<br />
Symptomen van anafylaxie (type 1 allergische reacties) ontstaan binnen 20 minuten<br />
(Maar kunnen ook tot enkele uren later ontstaan bij orale toediening) en bestaan<br />
uit:<br />
Paniekerige reacties, verstikkinggevoel<br />
Kortademigheid, versnelde hartslag en zwakke pols<br />
Zwelling van mondslijmvlies en keel (glottis oedeem)<br />
Galbulten (urticaria)<br />
Bleek wegtrekken, duizeligheid, misselijkheid, bewustzijnverlies<br />
Voor de behandeling van anafylactische shock zie figuur 3<br />
Anticonceptie en Antibiotica<br />
Sommige geneesmiddelen kunnen de betrouwbaarheid van hormonale<br />
anticonceptie (zoals “de pil”, de EVRA pleister, implanon etc.) beïnvloeden. Als<br />
men doxycycline voorschrijft aan patiëntes die hormonale anticonceptie gebruiken,<br />
is het advies moeten geven om aanvullende anticonceptie te gebruiken middels de<br />
“7 dagen regel” (figuur 4).<br />
Dit betekent dat patiëntes tijdens en ná het gebruik van doxycycline aanvullende<br />
anticonceptie moeten gebruiken, totdat zij 7 dagen ononderbroken (en zónder<br />
doxycycline) hun anticonceptie hebben gebruikt.<br />
1<br />
Een uitzondering hierop zijn de derde generatie cefalosporines, zoals Ceftriaxon, deze middelen<br />
geven geen kruisreactie met penicilline.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
5
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Zwangerschap en Antibiotica<br />
Vrouwen voor de menopauze zonder adequate anticonceptie kunnen in theorie<br />
zwanger zijn en mogen geen antibiotica krijgen die in deze richtlijnen in rood zijn<br />
weergegeven en onderstreept (bijvoorbeeld doxycycline) in verband met de<br />
mogelijke schade aan de ongeboren vrucht.<br />
Indien er anticonceptie is ingesteld in de vorm van orale anticonceptie (OAC), een<br />
IUD, de prikpil, een NUVA-ring, of na een sterilisatie ingreep, of wanneer<br />
zwangerschap is uitgesloten door middel van een zwangerschapstest, kunnen deze<br />
antibiotica wel worden gegeven.<br />
Een uitzonderingsgeval betreft azitromycine. In overeenkomst met de richtlijnen van<br />
de NVDV 2 en CDC 3 is besloten azitromycine ook voor te schrijven aan patiënten die<br />
mogelijk zwanger zouden kunnen zijn. Alhoewel azitromycine niet is getest op<br />
zwangere vrouwen, is er inmiddels voldoende bewijs dat azitromycine als eenmalige<br />
dosering, zoals gegeven bij urogenitale chlamydia, geen bijzondere risico’s met zich<br />
meebrengt voor het ongeboren kind.<br />
Naast het meegeven van de bijsluiter dienen patiëntes, die geen adequate<br />
anticonceptie gebruiken, ook mondeling te worden ingelicht over het feit dat er<br />
niet getest is op de gevolgen van azitromycine tijdens de zwangerschap. Patiëntes<br />
kunnen dan evt. voor de tweede keus behandeling kiezen (amoxicilline), welke<br />
minder effectief is maar wel is onderzocht in de zwangerschap.<br />
Figuur 1. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs<br />
(Bron: Ned Tijdschr Allergie Huisartseneditie 2008)<br />
2 http://www.soaaids-professionals.nl/medische_richtlijnen/nvdv<br />
3 http://www.cdc.gov/std/treatment/<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
6
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 2. Antibiotica en allergische kruisreacties<br />
Groepen die bekend zijn om kruisreacties Groepen die<br />
weinig<br />
Penicillines<br />
benzathinebenzylpenicillin<br />
(Penidural)<br />
benzylpenicilline<br />
cloxacilline<br />
fenoxymethylpenicilline<br />
feneticiline<br />
flucloxacilline<br />
procainebenzathinpenicillin<br />
procainebenzylpenicilline<br />
amoxicilline (Clamoxyl)<br />
ampicilline<br />
piperacilline<br />
ticarcilline<br />
Cefalosporines<br />
ceftriaxon<br />
cefalexine<br />
cefalothine<br />
cefamandol<br />
cefazoline<br />
cefepim<br />
cefixim<br />
cefoxitine<br />
cefpirom<br />
cefpodoxim<br />
cefradine<br />
(Maxisporin)<br />
ceftazidim<br />
ceftibuten<br />
ceftizoxim<br />
cefuroxim<br />
(Zinacef<br />
cefuroximaxetil<br />
loracarbef<br />
Overige<br />
betalactam<br />
antibiotica<br />
imipenem &<br />
cilastatine<br />
meropenem<br />
aztreonam<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Aminoglycosiden<br />
gentamycine<br />
tobramycine<br />
amikacine<br />
netilmicine<br />
neomycine<br />
framycetine<br />
Chinolonen<br />
ciprofloxacin<br />
ofloxacin<br />
norfloxacin<br />
Tetracyclinen<br />
tetracycline<br />
chloortetracycline<br />
oxytetracycline<br />
minocycline<br />
doxycyline<br />
kruisreageren<br />
Macroliden<br />
(weinig allergieën<br />
kruisreageren soms)<br />
erythromycine<br />
clarithromycine<br />
azithromycine<br />
clindamycine<br />
lincomycine<br />
roxitromycine<br />
spiramycine<br />
dirithromycine<br />
Sulfonamiden<br />
(niet<br />
kruisreagerend)<br />
trimetoprimsulfometoxasol<br />
(co-trimoxazol)<br />
Trimethoprim<br />
Overige<br />
medicatie<br />
(niet kruisreagerend)<br />
fucidinezuur<br />
metronidazol<br />
(Flagyl)<br />
chlooramphenicol<br />
(val)aciclovir<br />
clotrimazol<br />
miconazol<br />
podofilox<br />
imiquimod<br />
lindaan<br />
permetrine<br />
* Schuingedrukte middelen worden veelvuldig in de soa bestrijding voorgeschreven<br />
* Rood gedrukte middelen worden in het algemeen niet tijdens de zwangerschap<br />
gebruikt<br />
7
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 3. Typen allergische reacties volgens Gell en Coombs<br />
BIJ ANAFYLACTISCHE REACTIES<br />
Arts waarschuwen, noodkoffer mee<br />
Patiënt plat leggen of in Trendelenburg (benen omhoog)<br />
Bij echte anafylactische shock (dyspnoe, cyanose, hypotensie,<br />
collaps, hartritmestoornissen) direct 112 bellen.<br />
Bloeddruk en pols meten (elke 5 minuten)<br />
Adrenaline 0,3-0,5 mg intramusculair in bovenbeen<br />
(Epipen = 0,3 mg / ampul 5 ml = 5 mg; d.w.z. 0,5-1 ml van<br />
1 ml ampul)<br />
Indien na 2-3 x geen effect, overgaan op i.v.-toediening<br />
Clemastine (Tavegil ® ) 2 mg intramusculair (1 ampul 2ml = 2<br />
mg) (eventueel langzaam intraveneus)<br />
Infuus met 0.9% NaCl aanbrengen, maximaal openzetten<br />
Prednisolon 25 mg intraveneus eventueel intramusculair<br />
(1 ampul = 25 mg, oplossen met 1ml water voor injectie)<br />
Bij bronchospasme Ventolin® (salbutamol, 4 inhalaties à<br />
100g) eventueel met gebruik van voorzetkamer<br />
(Volumatic®)<br />
bron: G. van Wijk. Anafylaxie. Ned Tijdschrift Dermatol Venerol, okt 2006 p329-332<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
8
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 4. “7 dagen regel” voor de betrouwbaarheid van de pil<br />
“7 dagen regel”<br />
Voor het betrouwbaar gebruiken van de pil is begrip van de ‘regel van zeven'<br />
nodig. Deze regel is als volgt geformuleerd: actieve tabletten moeten 7 dagen<br />
zonder onderbreking worden ingenomen om de hypofyse-ovarium-as voldoende<br />
te onderdrukken en het innemen van actieve tabletten mag nooit langer dan 7<br />
achtereenvolgende dagen worden onderbroken. Als voor het eerst de pil wordt<br />
gebruikt (of opnieuw wordt gestart na een periode waarin geen pil werd<br />
gebruikt), dan is de pil direct betrouwbaar indien wordt gestart op de eerste<br />
menstruatiedag. Wordt later begonnen dan is de pil pas veilig na 7 dagen slikken.<br />
Tot die tijd moet zo nodig aanvullende anticonceptie worden gebruikt. De pil<br />
wordt 3 weken geslikt waarna een stopweek van maximaal 7 dagen volgt. Wordt<br />
later begonnen dan moet opnieuw een periode van 7 dagen slikken volgen<br />
voordat de pil weer betrouwbaar is.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
9
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Syndromen<br />
Ondanks het veelvuldig voorkomen van asymptomatische infecties, is het van belang de<br />
verschillende klachtensyndromen waarmee soa zich kunnen presenteren te herkennen. Zo<br />
zijn Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae en Trichomonas vaginalis drie<br />
verwekkers die dysurie en fluorklachten kunnen veroorzaken. Hieronder volgt een overzicht<br />
van de meest voorkomende syndromen geassocieerd met soa. Bij elk syndroom geldt dat<br />
overige <strong>SOA</strong> dienen te worden uitgesloten.<br />
Ulceratieve klachten<br />
Mogelijke oorzaken :<br />
primaire syfilis<br />
herpes genitalis<br />
chancroïd<br />
lymfogranuloma venereum<br />
granuloma inguinale<br />
Niet venerische oorzaken: aphtose, erosieve balanitis, traumata,<br />
furunculosen, herpes zoster, carcinoom, fixed drug eruption, M. Behçet, Stevens<br />
Johnson syndroom, tuberculose, amoebe ulceraties<br />
Uiteindelijk is 25% van de genitale ulcera niet classificeerbaar<br />
Anamnese<br />
Eerder ulcera<br />
Pijnlijk<br />
Prodromale verschijnselen<br />
Lichamelijk onderoek:<br />
Defecten, erosies en/of rhagaden in de huid en slijmvliezen rond en in de<br />
genitalia, de anus en de mond.<br />
Inspectie van het ulcus en palpatie van de regionale lymfklier stations<br />
Standaard onderzoek:<br />
Ulcus schoonmaken met fysiologische zoutoplossing. 4<br />
Nucleic Acid Amplification Test (NAAT) voor Treponema<br />
pallidum/Haemophilus ducreyi/HSV/VZV<br />
Donkerveld microscopie (zonodig eerst het ulcus laten weken met<br />
fysiologische zoutgazen)<br />
Bij sterke verdenking op syfilis en wanneer NAAT op T. Pallidum niet<br />
voorhanden is: Serologische controle van TPHA (en VDRL of RPR) op 3, 6 en<br />
12 weken, gerekend vanaf het moment van ontstaan van het ulcus<br />
4 Goede diagnostiek staat of valt met een schoon ulcus. Van belang is dat de wond vrij is van<br />
necrotisch materiaal en bloedresten aangezien deze het donkerveld onderzoek waardeloos maken<br />
en bij NAAT onderzoek inhibitie veroorzaken.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
10
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Giemsa preparaat 5<br />
Directe RPR-card test<br />
Wondcontrole na 1 dag (laten weken met fysiologische zoutgazen voor<br />
herhalen donkerveld)<br />
Punctaat lymfklier (donkerveld, chlamydia NAAT)<br />
Chlamydia NAAT ulcus<br />
Banale kweek<br />
HIV test<br />
Valkuilen:<br />
Tijdens een ulceratieve episode kunnen verschillende <strong>SOA</strong> verwekkers<br />
aanwezig zijn .<br />
De vroege fase van syfilis is vaak serologisch nog niet aantoonbaar en kan<br />
zodoende gemist worden als follow up achterwege blijft. 6<br />
Antibiotica kunnen een syfilisinfectie serologisch maskeren, waardoor bij een<br />
vroeg incuberende syfilis de serologie negatief blijft (i.e. syfilis decapité).<br />
Sulfonamiden en de chinolonen maskeren de sylifisserologie niet.<br />
Urethritis klachten<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Chlamydia trachomatis<br />
Neisseria gonorrhoeae<br />
Niet specifieke urethritis<br />
Anmnese:<br />
Pijn en branderigheid bij het plassen<br />
Jeuk ter hoogte van de plasbuis<br />
Afscheiding uit de plasbuis of in de onderbroek<br />
Bij de vrouw weinig klachten tenzij de infectie opstijgt<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Écoulement (muceus, purulent)<br />
Palpatie van de regionale lymfeklieren<br />
Inspectie glans (aanwijzingen balanitis)<br />
Standaard onderzoek:<br />
Bij de man: gram-preparaat en/of sediment<br />
Man / vrouw: afnemen NAAT chlamydia en gonorroe uit de urine<br />
5<br />
Het Giemsa preparaat is laag sensitieve sneltest voor het aantonen van herpes genitalis.<br />
6<br />
Bij twijfel of patiënt op controle zal verschijnen en een sterk vermoeden op syfilis kan<br />
zekerheidbehandeling worden overwogen.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
11
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Bij purulent écoulement: gram-preparaat op gramnegatieve diplococcen (N.<br />
gonorrhoeae) en eventueel kweek uit urethra op N. gonorrhoeae<br />
Vaginitis, vulvitis en fluor klachten<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Trichomonas vaginalis<br />
Candidiasis<br />
Bacteriële vaginose<br />
Vreemd lichaam zoals een vergeten tampon of sponsje<br />
Anatomische afwijkingen (prolaps, fistels)<br />
Anamnese:<br />
Verandering van fluor (t.o.v wat gebruikelijk is voor patiënte) wat betreft<br />
hoeveelheid, samenstelling, kleur, geur.<br />
Jeuk of irritatie in en rond de vagina.<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Erytheem? Erosies? Rhagaden?<br />
Consistentie fluor (Brokkelig, glad, schuimend?)<br />
Standaard onderzoek:<br />
Gram preparaat van de cervix op aanwezigheid van Clue cells.<br />
Fysiologisch zout preparaat van de cervix op aanwezigheid van Candida.<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Verwijzing gynaecoloog bij persistentie voor uitsluiten anatomische<br />
afwijkingen.<br />
Proctitis klachten<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Chlamydia trachomatis<br />
Lymfogranuloma Venereum (LGV)<br />
Neisseria gonorrhoeae<br />
Niet specifieke proctitis<br />
Herpes proctitis<br />
Syfilitische proctitis<br />
Chronische darmziekten (Colitis Ulcera, M. Crohn)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
12
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Anamnese:<br />
Jeuk of irritatie in en rond de anus<br />
Anale afscheiding<br />
Anale pijn<br />
Anale krampen / flatulentie<br />
Loze aandrang<br />
Lichamelijk onderzoek (bij mannen en vrouwen):<br />
Proctoscopisch onderzoek<br />
Standaard onderzoek:<br />
Grampreparaat proctum<br />
NAAT op N. gonorrhoeae en C. trachomatis.<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Bij erosies, ulceraties: NAAT op HSV en syfilis<br />
Balanoposthitis klachten<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Candida albicans, Candida glabrata, en overige Candida species,<br />
anaërobe of aërobe bacteriën,<br />
Trichomonas vaginalis,<br />
Chlamydia trachomatis,<br />
HPV<br />
Anamnese:<br />
Jeuk, Roodheid, erosies, rhagaden, afscheiding, zwelling, stank van eikel en<br />
voorhuid.<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Eryhteem, erosies, rhagaden, afscheiding, foetor glans (balanitis) en/of<br />
preputium (posthitis)<br />
Standaard onderzoek:<br />
Niet geïndiceerd<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Eventueel KOH preparaat op aanwezigheid gisten/schimmels<br />
Eventueel banale kweek bij verdenking aerobe/anaerobe balanitis<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
13
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Wratten en pukkels<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Condyloma acuminatum<br />
Mollusca contagiosa<br />
Condyloma lata<br />
Anamnese:<br />
Huidafwijkingen boven het niveau van de omliggende huid in en rond de<br />
genitaliën, de anus of de mond.<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
aspect (verruceus oppervlak), consistentie (hard)<br />
Standaard onderzoek:<br />
Niet geïndiceerd<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Bij onzekere diagnose eventueel biopt via dermatoloog<br />
Jeukende klachten<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Schurft<br />
Schaamluis<br />
Anamnese:<br />
Huidafwijkingen die jeuken<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Distributie huidafwijkingen /jeuk<br />
Aanwezigheid van gangetjes<br />
Excoriaties?<br />
Standaard onderzoek:<br />
Niet geïndiceerd<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
KOH of zoete olie preparaat op aanwezigheid scabiës mijt<br />
Preparaat Pthirus pubis<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
14
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Geelzucht klachten<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Hepatitis A<br />
Hepatitis B<br />
Hepatitis C<br />
Anamnese:<br />
Gele huid, geel oogwit, vermoeidheid, misselijkheid, ontkleurde ontlasting,<br />
donkere urine, pijn in de bovenbuik.<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Icterus? (sclerae, huid)<br />
Palpatie lever (vergroot? Pijnlijk?)<br />
Standaard onderzoek:<br />
Serologie voor HBV, HAV en eventueel HCV<br />
Leverfunctie<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Virale load<br />
Echo bovenbuik eventueel biopt (iom internist)<br />
NB: Bij een actieve hepatitis infectie altijd verwijzen naar de afdeling<br />
Infectieziekten van <strong>GGD</strong>!<br />
Buikpijn bij de vrouw<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Pelvic Inflammatory Disease (PID)<br />
Extra-uteriene graviditeit<br />
Torsio tubae<br />
Diverticulitis (vaak hogere leeftijd)<br />
Anamnese<br />
Pijn in de onderbuik (m.n. bij lopen en stoten),<br />
Malaise en/of koorts<br />
Fluorklachten<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Koorts?<br />
Drukpijn/loslaatpijn midden onderbuik<br />
Vaginaal toucher: opstoot- en/of slingerpijn<br />
Purulente afscheiding<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
15
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Standaard onderzoek:<br />
Zwangerschapstest<br />
Gram cervix<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Zonodig verwijzing gynaecoloog bij ernstige klachten / persistentie ondanks<br />
therapie<br />
Pijnlijk scrotum<br />
Mogelijke oorzaken:<br />
Epididymitis<br />
Tortio testis<br />
Tumor<br />
Hydro-, varico- spermatococele<br />
Anamnese<br />
Pijn in de testikels<br />
Malaise en/of koorts<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Inspectie scrotum: gezwollen, erytheem?<br />
Palpatie: pijnlijk? Consistentie testes?<br />
Evt. transilluminatie / diaphanie (beschijn de testes met een lamp, voor het<br />
aantonen van vocht zoals bij hydrocele/spermatocele).<br />
Standaard onderzoek<br />
Gram urethra<br />
Sediment<br />
Aanvullend onderzoek / verwijzing:<br />
Zonodig verwijzing uroloog bij ernstige klachten / persistentie ondanks<br />
therapie<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
16
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Bacteriële Vaginose<br />
Geen soa, wel geassocieerd met meerdere seksuele partners en vaginale<br />
douches<br />
Verwekkers: Gardnerella vaginalis, Mycoplasma hominis, Prevotell- en<br />
Mobiluncus species<br />
Kan vatbaarheid voor andere soa en hiv verhogen<br />
Kan bij zwangere vrouwen met klachten de kans op perinatale complicaties<br />
verhogen 7 .<br />
Alleen bij klachten van onwelriekende afscheiding wordt extra intern<br />
laboratorium diagnostiek ingezet.<br />
Anamnese:<br />
Onwelriekende afscheiding<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Amine geur<br />
Gladde fluor<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
KOH-preparaat maken (vaginale fluor op een glaasje met een druppel KOH)<br />
en hieraan ruiken. Indien men aminelucht ruikt is de amine test positief.<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Bacteriële vaginose Bij anamnese en lichamelijk onderzoek<br />
amine geur (of positieve amine test) 8 1. Recept metronidazol 2dd 500 mg, 7<br />
en dgn.<br />
clue cells in Gram of fysiologisch zout<br />
preparaat.<br />
1,9<br />
2. Recept clindamycine 2dd 300 mg, 7<br />
dgn<br />
Counseling:<br />
Bacteriële vaginose is geen soa<br />
Indien geen risicovol gedrag op soa patiënt bij recidieven naar de huisarts<br />
verwijzen<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Niet vereist<br />
Nacontrole:<br />
Niet vereist<br />
7<br />
Bij zwangeren kan behandeling voor bacteriële vaginose plaatsvinden na het eerste trimester (14<br />
weken)<br />
8<br />
Sommige personen kunnen amine geur niet ruiken.<br />
9<br />
Metronidazol niet met alcohol combineren.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
17
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Balanoposthitis<br />
Verwekkers: Candida albicans, Candida glabrata, overige Candida species,<br />
anaeroben, aeroben, Trichomonas vaginalis, Chlamydia trachomatis, HPV<br />
Inflammatie van glans (balanitis) en praeputium (posthitis)<br />
Ook wel veroorzaakt door mechanisch trauma (masturbatie)<br />
Niet altijd soa gerelateerd (uitgezonderd Trichomonas vaginalis, Chlamydia<br />
trachomatis, HPV)<br />
Anamnese:<br />
Jeuk, branderigheid, pijn, dysurie<br />
Medicijn gebruik (ook pijnstillers, smeerseltjes, huismiddeltjes)<br />
Wasgewoonten, andere traumata<br />
Overige klachten (oogklachten, gewrichtsklachten)<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Roodheid, erosies, rhagaden, exsudaat, zwelling, excoriaties, foetor<br />
Differentiaal diagnosen:<br />
Lichen sclerosus<br />
Lichen ruber planus<br />
Psoriasis vulgaris<br />
Balanitis plasmocellularis i.e. balanitis van Zoon<br />
Erythroplasie van Queyrat<br />
Fixed drug eruption<br />
Orthoërgisch eczeem<br />
Contact allergisch eczeem<br />
Dermatitis artefacta<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
KOH-preparaat van huidschilfers<br />
Eventueel een banale kweek afnemen van huidschilfers (wattenstok nat<br />
maken)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
18
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Balanitis/candida Hyfen of sporen in KOH preparaat 1. Recept miconazolnitraat cr. 2dd<br />
Balanitis/anaeroob<br />
i.e. Plaut Vincent balanitis<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Foetor en erosieve balanitis<br />
Spirocheten bij donkerveld<br />
microscopie en fusiforme bacteriën en<br />
mengbeeld in Grampreparaat.<br />
Balanitis/aëroob Op het klinische beeld (gele crustae)<br />
en<br />
streptokokken of stafylokokken in<br />
banale kweek.<br />
Balanitis/circinata Chlamydia NAAT+ uit urethra-,<br />
proctum-, of cervix uitstrijk.<br />
Symptomen van Sexually Aquired<br />
Reactive Arthritis (SARA):<br />
conjunctivitis, artritis, keratitis<br />
blenorrhagica<br />
2. Recept bifonazol cr. 1% 1dd<br />
1. Recept metronidazol 2dd 500 mg,<br />
7dgn.<br />
2. Recept clindamycine lotion 2dd tot<br />
resolutie.<br />
1. Recept erytromycine crème 2dd of<br />
1. Recept fusidine creme 3dd<br />
2. Orale antibiotica op geleide van de<br />
kweek<br />
1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
Balanitis/ n.n.o. Overige differentiaal diagnosen verwijzing dermatoloog<br />
Counseling:<br />
Indien er een soa verwekker wordt gevonden volgt overeenkomstige<br />
counseling.<br />
Indien geen risicovol gedrag op soa patiënt bij recidive naar de huisarts<br />
verwijzen.<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Indien er een soa verwekker wordt gevonden volgt overeenkomstige bron-<br />
en contact opsporing.<br />
Controle:<br />
Indien er een soa verwekker wordt gevonden volgt overeenkomstige<br />
controle.<br />
Epididymitis<br />
Verwekkers: Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Escherichia coli,<br />
darmflora (bij inbrengend anaal contact), andere Gram negatieve staven<br />
(vaker >35 jaar, bij urologische afwijkingen, en na urologische ingrepen).<br />
De diagnose epididymitis wordt gesteld op klinische- en intern laboratorium<br />
bevindingen.<br />
Uiteindelijk kan epididymitis leiden tot infertiliteit.<br />
Vanwege de ernstige consequenties wordt de diagnose epididymitis liberaal<br />
gesteld.<br />
Pas op voor andere oorzaken van scrotale pijn zoals: torsio testis 10 , testis<br />
infarcering (als gevolg van tortio testis), testis abces (spermatocele 11 ) en een<br />
liesbreuk 12 .<br />
10 Risicofactoren voor torsio testis zijn: adolescente leeftijd, afwezigheid van inflammatie / infectie<br />
(zowel bij lichamelijk onderzoek als bij lab), acuut begin, misselijkheid en braken. Kan ontstaan in<br />
19
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Anamnese:<br />
Pijn in de testikel(s), malaise en/of koorts<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Roodheid, zwelling, warmte en drukpijn van het scrotum<br />
M. cremaster reflex (afwezig bij torsio testis)<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
Gram-preparaat urethra en sediment.<br />
NAAT C.trachomatis, NAAT/kweek N.gonorrhoeae.<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
O.b.v. anamnestische en klinische<br />
1. ceftriaxon 500mg eenmalig plus<br />
bevindingen en,<br />
2dd doxycycline 100mg, 14 dgn<br />
> 10 leukocyten in sediment, gram- of natief Bij inbrengend anaal contact en/of<br />
preparaat<br />
>35 jaar 13<br />
1. ceftriaxon 500mg eenmalig plus<br />
ofloxacine 14 Epididymitis<br />
2dd 400mg, 14 dgn<br />
N.B. bedrust, analgetica, suspensoir<br />
N.B. controle na 3 dagen<br />
Indien hoge koorts, ernstig ziek, verdenking<br />
torsio testis of bij controle geen verbetering<br />
v/d klachten.<br />
Directe verwijzing naar de uroloog<br />
Counseling:<br />
Symptomen en complicaties van epididymitis<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Bedrust, eventueel suspensoir en na 3 dagen retour polikliniek<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />
verdwijnen klachten en na zonodige behandeling van partners.<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Risico partners zijn:<br />
Alle contacten binnen 60 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />
Het laatste contact indien langer dan 60 dagen geleden.<br />
rust, bijvoorbeeld ’s nachts, maar ook tijdens lichamelijke inspanning. Het scrotum is rood en<br />
gezwollen, elevatie verlicht de pijn niet en de m.cremaster reflex is afwezig. Bij twijfel direct (binnen<br />
6 uur) verwijzen naar uroloog ivm mogelijk verlies van de testis (na 16 uur is de kans op behoud van<br />
testis, ondanks chirurgisch ingrijpen, gedaald naar 25%)<br />
11 Bij een spermatocele is er sprake van een met vocht gevulde, meestal vrij kleine holte in de bijbal.<br />
Meestal geeft een spermatocele geen klachten, tenzij de zwelling erg groot wordt en 'in de weg<br />
gaat zitten'. In andere gevallen zijn en blijven ze klein en geven nooit klachten, en, aangezien een<br />
spermatocele doorgaans geen verdere gevolgen heeft, is een behandeling niet nodig.<br />
12 Een liesbreuk kan eveneens prikkeling van de zenuwen langs de zaadleider geven. Dit 'gaatje' in<br />
de buikwand kan door de jaren heen groter worden, waardoor een breuk ontstaat: de binnnekant<br />
van de buikwand puilt als een bijna kapotte fietsband door het gaatje naar buiten. Dit kan weer druk<br />
op en irritatie van de zenuwen langs de zaadleider geven, en aldus weer pijn die gelocaliseerd lijkt in<br />
de testikel.<br />
13 Vanwege grote kans op Gram negatieve darm flora als verwekker geldt andere therapiekeuze.<br />
14 Ofloxacine is ook effectief tegen een mogelijke Chlamydia trachomatis infectie<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
20
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Alle risico partners krijgen:<br />
een regulier soa onderzoek.<br />
behandeling starten als een soa is gediagnosticeerd<br />
Controle<br />
● Na 3 dagen, indien klachten niet verminderd zijn direct doorverwijzen naar<br />
uroloog.<br />
Pelvic Inflammatory Disease (PID)<br />
Verwekker: Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Gardnarella<br />
vaginalis, Haemophilus influenzae, Streptococcus agalactiae, Mycoplasma<br />
hominis, Ureaplasma urealyticum, anaërobe, darm flora, CMV 15<br />
PID is een syndroom diagnose die als zodanig behandeld wordt op<br />
epidemiologische criteria. 16<br />
PID kan zeer mild verlopen en subtiele symptomen geven<br />
PID vergroot de kans op extra-uteriene graviditiet (EUG). 17<br />
PID kan leiden tot infertiliteit. 18<br />
Vanwege de ernstige consequenties wordt de diagnose PID liberaal gesteld.<br />
Laparoscopie is de gouden standaard, andere bevindingen zijn op zich niet<br />
bewijzend voor de aanwezigheid of afwezigheid van PID. 19<br />
Pas op voor andere oorzaken van acute buik (appendicitis, extrauteriene<br />
graviditeit, ileus) hiervoor direct verwijzen naar chirurg of gynaecoloog<br />
Anamnese<br />
Pijn in de onderbuik (m.n. bij lopen en stoten)<br />
Malaise en/of koorts<br />
Fluorklachten<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Bij vaginaal toucher en uitwendige palpatie: pijnlijke uterus/adnexen of<br />
opdruk-/ slingerpijn.<br />
Drukpijn in de onderbuik of rechter bovenbuik. 20<br />
Koorts > 38 °C<br />
Cervicitis beeld (>10leuco’s/veld in gram cervix) 21<br />
15 Verwekkers van PID: C. trachomatis in 30-75%, N. Gonorrhoea 14% en bacteriele vaginose 80%.<br />
Ref: Sexually transmitted Infections and HIv by D. Clutterbuck, blz 46.<br />
16 De gouden standaard voor de diagnose PID zijn laparoscopische bevindingen, hoewel een<br />
endometritis kan worden gemist. De positief voorspellende waarde van een klinische diagnose is 65-<br />
90% vergeleken met een laparoscopische diagnose.<br />
17 De kans op een EUG na een episode van PID is 9% t.o.v. 1% bij vrouwen zonder PID in de<br />
voorgeschiedenis.<br />
18 Na een PID wordt de kans op infertiliteit 13-20% geschat t.o.v. 3% bij vrouwen zonder PID in de<br />
voorgechiedenis.<br />
19 Ref: Risser JMH and Riser WL. Purulent vaginal and cervical discharge in the diagnosis of pelvic<br />
inflammatory disease. Int. Journal of STD& AIDS 2009; 20 73-76.<br />
20 In 5%-10% van de gevallen treden symptomen van een peri-hepatitis op met pijn in de rechter<br />
bovenbuik; het syndroom van Fitz-Hugh-Curtis.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
21
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
O.b.v. anamnestische en klinische bevindingen 1. ceftriaxon 500mg eenmalig<br />
N.B. Altijd zwangerschap d.m.v. urinetest plus doxycycline 2dd 100mg, 14<br />
uitsluiten<br />
dgn plus metronidazol 2dd 500<br />
mg, 14 dgn 22<br />
Pelvic Inflammatory<br />
Disease/PID<br />
N.B. bedrust en controle na 3<br />
dagen<br />
Indien tevens zwanger, hoge koorts, ernstig Directe verwijzing naar de<br />
ziek, of bij controle geen verbetering v/d<br />
klachten. Uitsluiten EUG<br />
gynaecoloog<br />
Counseling:<br />
Symptomen en complicaties van PID<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Bedrust en na 3 dagen retour polikliniek<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />
verdwijnen klachten en na zonodige behandeling van partners.<br />
Verhoogd risico van infertiliteit bespreken<br />
Risico partners zijn:<br />
Alle contacten binnen 60 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />
Het laatste contact indien langer dan 60 dagen geleden.<br />
Alle risico partners krijgen:<br />
- een regulier soa onderzoek.<br />
- behandeling starten op basis van de gevonden soa.<br />
Controle:<br />
Na 3 dagen, indien klachten niet verminderd zijn direct doorverwijzen naar<br />
gynaecoloog.<br />
Niet Specifieke Proctitis (NSP)<br />
Mogelijke verwekkers: Chlamydia trachomatis (o.a. LGV genotypen),<br />
Neisseria gonorrhoeae, hsv, Treponema pallidum 23<br />
Als voorlopige diagnose o.b.v. lichtmicroscopische bevindingen.<br />
Als definitieve diagnose na uitsluiten C. trachomatis en N. Gonorroe<br />
Bij passief anaal contact<br />
21<br />
Indien er geen cervicitis beeld is wordt de diagnose PID twijfelachtig en worden andere oorzaken<br />
(EUG) waarschijnlijker.<br />
22<br />
Metronidazol 6 uur na Ceftriaxon gift starten (deze antibiotica zijn resp. bactericide en<br />
bacteriostatisch en interfereren zodoende bij gelijktijdige toedieningen).<br />
23<br />
Daarnaast mogelijk niet-<strong>SOA</strong> verwekers: Giardia Lamblia, Shigella spp, Entameoba histolitica. Als<br />
opportunistische infecties bij HIV: CMV, Mycobaterium avium, Cryprosporidium, Microsporidium.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
22
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Anamnese:<br />
Ontvangend anaal contact<br />
Pijn, tenismus ani (anale krampen), veranderd ontlastingpatroon,<br />
winderigheid en afscheiding, jeuk<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Rood en makkelijk bloedend rectum slijmvlies (distale 10-12 cm) 24<br />
(muco)purulente afscheiding<br />
Zwelling<br />
Ulceraties (vooral bij hsv en syfilitische proctitis)<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Gram-preparaat proctum slijmvlies<br />
NAAT C.trachomatis, kweek / NAAT N.Gonorrhoeae.<br />
Bij pijnlijke proctitis, en/of ulceraties ook NAAT op T.pallidum, en hsv<br />
afnemen<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
NSP/NSP<br />
Bevindingen bij anamnese of lichamelijk 1. doxycycline 2dd 100mg 14 dagen,<br />
(Niet Specifieke onderzoek en<br />
kan gestopt worden na minimaal 7<br />
Proctitis)<br />
Gram preparaat >10 leukocyten zonder dagen wanneer LGV is uitgesloten.<br />
gram negatieve intracellulaire<br />
2. azithromycine 1000mg éénmalig<br />
diplococcen<br />
3. amoxicilline 3dd 500mg 7dgn<br />
4. Indien bloedschema noodzakelijk is<br />
i.v.m. verdenking syfilis: co-trimoxazol 25<br />
2dd 1920 mg (2 tabletten) 3dgn, hierna<br />
2dd 960 mg (1 tablet) 4dgn<br />
Bij verdenking HSV- of gonorroïsche<br />
proctitis, overeenkomstig behandelen<br />
(zie onder specifieke verwekker)<br />
NSP/contact Contact van patiënt met NSP 1. azitromycine 1000 mg éénmalig<br />
NSP/persisterend Een week na behandeling aanhoudend<br />
klachten en Gram preparaat >10<br />
leukocyten zonder gram negatieve<br />
intracellulaire diplococcen. NAAT op<br />
HSV afnemen.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
1. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
2. erytromycine 4dd 500mg 7 dgn<br />
Counseling<br />
Symptomen en complicaties van NSP<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na afronden van de behandeling en na<br />
zonodige behandeling van partners.<br />
24 Meer proximaal spreekt men van proctocolitis en enteritis.<br />
25 Co-trimoxazol maskeert de syfilisserologie niet, dit is alleen nodig als er een bloed controleschema<br />
met patiënt wordt afgesproken, bijvoorbeeld als er geen NAAT op syfilis wordt afgenomen (geen<br />
wond).<br />
23
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Alle vaste partners 26 krijgen een zekerheidbehandeling met azitromycine<br />
1000 mg eenmalig. Er is geen sprake van actieve partnerwaarschuwing.<br />
In geval dat de NSP blijkt te berusten op een chlamydia proctitis of<br />
gonorroïsche proctitis wordt er wel partnerwaarschuwing uitgevoerd, zie<br />
aldaar. In geval van hsv proctitis is bron- en contact opsporing niet vereist.<br />
Nacontrole<br />
Bij persisteren van de klachten:<br />
- Re-infectie uitsluiten<br />
- Therapie trouw vaststellen<br />
- NAAT op HSV afnemen<br />
- Gram preparaat herhalen, indien afwijkend behandelen volgens schema<br />
Niet Specifieke Urethritis (NSU)<br />
Wordt alleen bij de man gesteld.<br />
Als voorlopige diagnose o.b.v. lichtmicroscopische bevindingen.<br />
Als definitieve diagnose na uitsluiten C. Trachomatis en N. Gonorrhoea<br />
Mogelijke verwekkers: Mycoplasma genitalium, Ureaplasma urealyticum,<br />
Trichomonas vaginalis, hsv, Haemophilus species, Streptococcus species,<br />
Gardnerella vaginalis en darmflora<br />
Anamnese<br />
Doorgaans geen klachten<br />
Afscheiding (ecoulement), jeuk, branderigheid (dysurie)<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Ecoulement (muceus, mucopurulent, purulent), rode urethramond<br />
Epididymitis uitsluiten<br />
Uitsluiten Sexually Acquired Reactive Arthritis (SARA, o.b.v. conjunctivitis,<br />
arthritis, balanitis circinata,)<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Gram preparaat urethra en sediment<br />
NAAT of kweek op gonorroe en /NAAT op chlamydia<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Niet specifieke Sediment en/of grampreparaat >10<br />
1. azitromycine 1000 mg<br />
Urethritis (voorlopige leukocyten/veld en geen gram negatieve eenmalig<br />
diagnose)<br />
diplococcen intracellulair<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg 7<br />
26 De traceerbare partners kunnen worden meebehandeld totdat de definitieve uitslagen bekend<br />
zijn. (Als deze negatief zijn, is er geen meebehandeling meer nodig.)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
24
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Niet specifieke<br />
Urethritis (definitieve<br />
diagnose)<br />
Persisterende Niet<br />
specifieke Urethritis<br />
Sediment en/of grampreparaat >10<br />
leukocyten/veld en geen gram negatieve<br />
diplococcen intracellulair<br />
EN chlamydia en gonorroe zijn uitgesloten<br />
Als NSU na behandeling en partner is behandeld<br />
en geen nieuwe seksuele partners 28<br />
NAAT of kweek op trichomonas inzetten<br />
Counseling<br />
Symptomen en complicaties van NSU<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact (of masturbatie) tot 1 week na start van de<br />
behandeling en na zo nodige behandeling van partners.<br />
Niet melken (masseren van de plasbuis).<br />
Er is geen sprake van actieve partnerwaarschuwing.<br />
Controle<br />
Bij persisteren van de klachten:<br />
- Re-infectie uitsluiten<br />
- Therapie trouw vaststellen<br />
- Kweek (urine) op Trichomonas aanvragen<br />
- Gram-preparaat / sediment; behandeling: zie persisterende NSU<br />
Candidiasis<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
dgn<br />
3. Indien bloedschema<br />
noodzakelijk is i.v.m. verdenking<br />
syfilis: co-trimoxazol 27 2dd 1920<br />
mg (2 tabletten) 3dgn, hierna<br />
2dd 960 mg (1 tablet) 4dgn<br />
1. metronidazol 2g eenmalig<br />
plus amoxicilline 3dd 500mg 7<br />
dagen 29<br />
Verwekkers: Candida albicans, Candida glabrata, overige Candida species<br />
Geen soa, wel geassocieerd met diabetes mellitus, hiv en antibiotica gebruik.<br />
Alleen bij ernstige klachten zichtbaar bij lichamelijk onderzoek en op deze<br />
indicatie wordt diagnostiek ingezet.<br />
Anamnese:<br />
Jeuk, branderigheid, pijn, brokkelige afscheiding<br />
Bij recidief klachten:<br />
Hiv status (CD4, ART)<br />
Diabetes gerelateerde klachten<br />
Overige imuunstoornissen<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Roodheid, erosies en rhagaden, brokkelige fluor<br />
27<br />
Co-trimoxazol maskeert de syfilisserologie niet, dit is alleen nodig als er een bloed controleschema<br />
met patiënt wordt afgesproken, bijvoorbeeld als er geen NAAT op syfilis wordt afgenomen (geen<br />
wond).<br />
28<br />
Bij veelvuldig recidieven zonder risicogedrag volgt verwijzing uroloog (via de huisarts) om<br />
anatomische afwijkingen uit te sluiten.<br />
29<br />
Hiermee worden o.a. Trichomonas en Ureaplasma urealyticum infecties behandeld<br />
25
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
Gram-preparaat en/of KOH-preparaat van vaginale fluor.<br />
Kweek op T.vaginalis, C.albicans van vaginale fluor.<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Candida vulvovaginalis Klachten en afwijkend lichamelijk 1. Recept clotrimazol vaginale<br />
onderzoek en hyfen of sporen in KOH- tabletten<br />
of gram preparaat.<br />
30 1dd 200 mg, 3 dgn plus<br />
miconazolnitraat cr. 2dd 31 Nog enkele<br />
dagen blijven smeren nadat de klachten<br />
verdwenen zijn<br />
2. Recept fluconazol 150 mg oraal<br />
eenmalig<br />
Candida balanoposthitis Hyfen of sporen in KOH preparaat 1. Recept miconazolnitraat cr. 2dd tot<br />
klachten verdwenen zijn<br />
2. Recept bifonazol cr. 1% 1dd tot<br />
klachten verdwenen zijn<br />
Counseling:<br />
Candidiasis is geen soa<br />
Indien geen risicovol gedrag op soa patiënt bij recidieven naar de huisarts<br />
verwijzen<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Niet vereist<br />
Controle:<br />
Niet vereist<br />
Chancroïd<br />
Verwekker: Haemophilus ducreyi<br />
Ook bekend als: ulcus molle, zachte sjanker<br />
Wordt in Nederland gezien als import soa.<br />
Endemisch m.n. Afrika, Azië en Latijns Amerika en de Verenigde Staten (m.n.<br />
de zuidelijke staten).<br />
Vaak gesteld als waarschijnlijkheidsdiagnose op het klinische beeld.<br />
Anamnese:<br />
Patiënt of contact recent in chancroïd endemisch gebied geweest.<br />
hiv-status (CD4 getal? viral load? ART?)<br />
30<br />
Vaginale tabletten bevatten minerale oliën die de barrièrefunctie van latex condooms kunnen<br />
verzwakken<br />
31<br />
Miconazolnitraat alleen voorschrijven bij vulvaire klachten en vulvaire afwijkingen bij het lichamelijk<br />
onderzoek.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
26
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Pijnlijke ulcera<br />
Asymmetrische rafelige ondermijnde rand<br />
Regionale (pijnlijke, suppuratieve) lymfadenopathie (bubo’s)<br />
Paraphymosis<br />
Bij hiv kunnen ulcera groot worden en persisteren<br />
Laboratoriumonderzoek:<br />
Gram preparaat van het ulcus of van de ulcera (hierop zijn in colonne<br />
(bekend als railroad tracks) staafvormige Gram negatieve organismen te zien<br />
(figuur 5).<br />
Aparte NAAT op Haemophilus ducreyi afnemen, naast routine NAAT op<br />
Treponema pallidum, , Herpes Simplex Virus en op Chlamydia trachomatis<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Chancroïd NAAT positief (materiaal apart afnemen en NAAT<br />
apart aanvragen) of<br />
Railroad tracks in Gram preparaat 32 1. azitromycine 1000 mg<br />
eenmalig<br />
of<br />
2. ciprofloxacine 500 mg 2dd, 3<br />
Klinisch beeld (pijnlijke ulcera, asymmetrische dgn<br />
rafelige ondermijnde rand, regionale<br />
3. ceftriaxon 500 mg i.m.<br />
lymfadenopathie, contact uit endemisch gebied,<br />
T. pallidum, C.trachomatis, LGV, en HSV<br />
uitgesloten)<br />
eenmalig<br />
Counseling:<br />
Symptomen en complicaties van chancroïd<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />
genezen van het ulcus en na zonodige behandeling van partners.<br />
Verhoogd risico van hiv co-infectie bespreken<br />
hiv test actief aanbieden .<br />
Veilig vrijen (condoom demonstratie)<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Risico partners zijn alle partners die binnen 10 dagen voorafgaand aan het<br />
begin van de klachten seks hebben gehad met de cliënt.<br />
Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling gericht tegen H.<br />
ducreyi.<br />
Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek.<br />
Nacontrole:<br />
Ulcus herbeoordelen na 1 week en zonodig elke week tot genezing (mannen<br />
die niet besneden zijn, en hiv-positieve patiënten reageren vaak minder goed<br />
op therapie).<br />
Bij persisteren van de ulceraties zo nodig langduriger behandelen.<br />
32 Met een wattenstok wondvocht van de ondermijnde rand op objectglas afrollen (niet vegen!) en<br />
volgens Giemsa of Gram kleuren. H. ducreyi zichtbaar als “railroad tracks”bij 400 x vergroting (zie<br />
Atlas of STD and AIDS 4nd ed. Morse et al p.152)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
27
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Syfilis- en hiv-serologie herhalen na 3 maanden.<br />
Figuur 5. Giemsa kleuring H. ducreyi (Rail road tracks)<br />
Bron: <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong><br />
Chlamydiasis<br />
Verwekker: Chlamydia trachomatis serovars A-K<br />
Meest geregistreerde bacteriële soa in Nederland<br />
Hoge prevalentie onder adolescenten, jong volwassenen, bewoners van de<br />
grote stad, personen met een lage opleiding, Surinamers en Antillianen<br />
Infertiliteit (als late complicatie na recidiverende PID, EUG of epididymitis)<br />
Verwekker is 0,2 micrometer en daardoor licht microscopisch niet<br />
waarneembaar (figuur 6)<br />
Incubatietijd is niet goed te berekenen i.v.m. het subklinische beloop (in 70%<br />
van de vrouwelijke en 50% van de mannelijke geïnfecteerden hebben geen<br />
verschijnselen.<br />
Anamnese<br />
Veelal asymptomatisch of niet specifiek<br />
Bij vrouwen: contactbloeding, fluor, pijn bij het vrijen, buikklachten,<br />
menstruatiestoornissen<br />
Bij mannen: afscheiding (ecoulement), jeuk, branderigheid (dysurie)<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Vaak geen afwijkingen<br />
Bij mannen: ecoulement (muceus, mucopurulent, purulent),rode urethramond<br />
Bij vrouwen: contactbloeding<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
28
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Complicaties:<br />
Pelvic Inflammatory Disease (PID), met kans op infertiliteit of<br />
buitenbaarmoederlijke zwangerschap, in het bijzonder na recidiverende PID.<br />
Epididymitis, met kans op infertiliteit<br />
Sexually Aquired Reactive Arthritis (SARA), een reactief beeld met<br />
conjunctivitis, artritis, balanitis circinata, reactieve conjunctivitis.<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
NAAT C. trachomatis<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Chlamydia/urogenitaal NAAT+ uit urine, 1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />
urethra-, vagina- of<br />
cervix uitstrijk voor C.<br />
trachomatis<br />
33<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
3. amoxicilline 3dd 500mg 7 dgn (nacontrole drie weken na<br />
laatste antibiotica tablet)<br />
4. erythromycine 2dd 500mg 14 dgn 34<br />
Chlamydia/proctum NAAT+ voor C. 1. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn (en LGV serovarsbepaling<br />
trachomatis uit proctum afwachten)<br />
of anus uitstrijk (non- 2. azitromycine 1000 mg eenmalig (nacontrole na 3 weken<br />
LGV genovar)<br />
na laatste antibiotica tablet)<br />
3. amoxicilline 3dd 500mg 7 dgn (nacontrole na 3 weken<br />
na laatste antibiotica tablet<br />
Chlamydia<br />
conjunctivitis<br />
NAAT+ voor C.<br />
trachomatis uit<br />
conjunctiva uitstrijk<br />
1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
Counseling:<br />
Symptomen en complicaties van chlamydia<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact (of masturbatie) tot 1 week na start van de<br />
behandeling en na zonodige behandeling van partner(s)<br />
Adviseren over controle (zie therapie)<br />
Niet melken (masseren van de plasbuis).<br />
Veilig vrijen (condoom demonstratie)<br />
Folder Chlamydia (Soa Aids Nederland) in Nederlands of Engels<br />
Bijsluiter uitgereikte medicatie en waarschuwing bij doxycycline t.a.v.<br />
betrouwbaarheid hormonale anticonceptie.<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Risico partners zijn:<br />
- Alle contacten binnen 6 maanden voorafgaand aan het begin van de<br />
klachten of het stellen van de diagnose.<br />
- Het laatste contact indien langer dan 6 maanden geleden.<br />
Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek.<br />
Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling (doorgaans<br />
azitromycine 1000 mg éénmalig).<br />
33 Genezen na eenmalig 1000mg azitromycine: 97-98% (CDC Guidelines 2010, p.46)<br />
34 Minder effectief dan azithromycine door noncompliantie bij vaak optredende misselijkheid<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
29
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Controle:<br />
Advies herhalen chlamydia test na 4 weken i.v.m. mogelijk therapie falen bij:<br />
- indien niet met azitromycine of doxycycline behandeld.<br />
- twijfel over therapie trouw<br />
- zwangeren (ook her-testen na 12 weken) 35<br />
- aanhoudende klachten<br />
Advies:<br />
Advies herhalen chlamydia test bij de huisarts na 3-6 maanden i.v.m.<br />
mogelijke re-infectie<br />
-Alle vrouwen met diagnose chlamydia (ongeacht therapie keuze).<br />
Dit is extra belangrijk voor:<br />
-Vrouwen
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Condyloma acuminatum<br />
Verwekker: Humane Papilloma Virussen (HPV), meestal typen 6 en 11<br />
HPV is zeer besmettelijk en 60 tot 80% van de seksuele partners van<br />
patiënten met een condyloma is ook besmet. De berekende transmissiekans<br />
tijdens één seksueel contact wordt geschat op 60% 36 .<br />
In de meeste gevallen leidt een besmetting niet tot symptomen en wordt de<br />
infectie spontaan in het verloop van enkele maanden geklaard.<br />
De diagnose condyloma acuminatum wordt op het klinisch beeld gesteld.<br />
Goedaardig verloop, alleen behandeling bij klachten (b.v. obstructie in de<br />
plasbuis, in dit geval door de uroloog).<br />
Bij immuunsuppressie (b.v. hiv) kunnen de condylomen zeer hardnekkig en<br />
therapie resistent zijn.<br />
Behandeling heeft geen invloed op de infectiviteit.<br />
Oncogene typen HPV (typen 16, 18, 31, 33, 35) zijn niet geassocieerd met<br />
condylomata acuminata, echter wel met wisselende sekspartners (pas op<br />
anus carcinoom bij hiv positieve homoseksuele mannen en cervix carcinoom<br />
bij hiv positieve vrouwen)<br />
Condylomata acuminata vormen geen reden om af te wijken van de criteria<br />
zoals geadviseerd door het landelijke screeningonderzoek op<br />
baarmoederhalskanker<br />
Anamnese<br />
Cosmetisch storende afwijkingen<br />
Behalve psychologische stress, weinig klachten<br />
Milde jeuk<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Verruceuze papels (d.d. pearly penile papules, vaginale papillomatose,<br />
mollusca contagiosa. condyloma lata)<br />
Azijnzuur 3% applicatie kan m.n. op de niet verhoornende slijmvliezen<br />
typische krijtwitte verkleuring geven, echter niet altijd.<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Doorgaans geen lab onderzoek noodzakelijk. Bij twijfel over diagnose kan<br />
verwezen worden naar dermatoloog voor nader onderzoek (biopt).<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling zonodig<br />
Condyloma acuminatum Anamnese en klinisch 1. Geen therapie (expectatief beleid)<br />
36 Bron: Holmes et al. Sexually transmitted diseases.4rd edition McGraw-Hill 2010<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
31
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Condyloma acuminatum<br />
recidief<br />
beeld 2. Recept podofilotoxine tinctuur 0,5% of crème<br />
0,15% 2dd voor 3dgn, gevolgd door 4 dgn stop, tot 5<br />
weken.<br />
3. Recept imiquimod 5% crème ma/wo/vr 1dd tot 16<br />
weken<br />
Bij mogelijke zwangerschap, inwendige condylomata<br />
of recidieven verwijzing dermatoloog voor ablatieve<br />
therapie<br />
Verwijzen<br />
Bij zwangerschap altijd verwijzen gezien kans op juveniele laryngeale<br />
papillomatose 37 .<br />
Voor condylomen t.p.v. meatus/urethra zonodig verwijzen naar uroloog<br />
Indien behandeling met fluorouracil crème (Efudix ® ) nodig is, verwijzen naar<br />
dermatoloog i.v.m. controles.<br />
Counseling<br />
Symptomen van condylomen<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Ondanks behandeling kunnen de condylomen recidiveren<br />
Geen aanvullende maatregelen voor de vaste partner<br />
Hiv test aanbieden indien nog niet bekend/nog niet verricht<br />
Folder Genitale wratten (Soa.Aids Nederland)<br />
Condoom gebruik bij seks met vast partner niet zinvol, daar transmissie zeer<br />
waarschijnlijk al heeft plaatsgevonden. Bij nieuwe seksuele contacten wel<br />
condoomgebruik adviseren.<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Geen actieve contactopsporing.<br />
Controle<br />
Via de huisarts<br />
Gonorroe<br />
Ook bekend als: druiper, clap, pisse-chaude<br />
Verwekker: Neisseria gonorrhoeae (gram negatieve diploccoc).<br />
Toenemende resistentie voor een aantal antibiotica (penicilline, chinolonen).<br />
Angst voor resistentie ontwikkeling voor cephalosporinen (huidige 1 e keuze<br />
preparaten) 38<br />
Anamnese:<br />
37 Verwijzen naar dermatoloog of gynaecoloog.<br />
38 de Vries HJ, van der Helm JJ, Schim van der Loeff MF, van Dam AP. Multidrug-resistant Neisseria<br />
gonorrhoeae with reduced cefotaxime susceptibility is increasingly common in men who have sex<br />
with men, <strong>Amsterdam</strong>, the Netherlands. Euro Surveill. 2009 Sep 17;14(37). pii: 19330.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
32
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Bij vrouwen vaak asymptomatisch of niet specifiek (30% tot 60% van de<br />
infecties). Verder: Contactbloeding, fluor, dyspareunie,<br />
buikklachten, menstruatiestoornissen<br />
Bij mannen: Afscheiding (écoulement), jeuk, branderigheid (dysurie)<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Overvloedig écoulement (mucopurulent, purulent), rode urethramond<br />
Pharyngitis<br />
Proctitis<br />
Conjunctivitis<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
33
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Complicaties:<br />
Pelvic Inflammatory Disease (PID), Epididymitis, infertiliteit.<br />
Gedissemineerde gonococcen infectie (artritis, niet folliculair gebonden<br />
pustels, endocarditis, meningitis)<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Gonorroe/urogenitaal Kweek of NAAT positief<br />
1. ceftriaxon 500 mg i.m. eenmalig 39<br />
2. cefotaxim 1000 mg éénmalig i.m.<br />
3. cefuroximaxetil 1000 mg oraal<br />
eenmalig 40<br />
Een voorlopige diagnose is te stellen<br />
o.b.v. lichtmicroscopisch aangetoonde<br />
gram negatieve diplococen<br />
intracellulair<br />
Gonorroe/conjunctivitis Kweek of NAAT positief<br />
Een voorlopige diagnose is te stellen<br />
o.b.v. lichtmicroscopisch aangetoonde<br />
gram negatieve diplococen<br />
intracellulair<br />
Gonorroe/pharynx Kweek of NAAT positief 42<br />
Gonorroe/proctum Kweek of NAAT positief<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Een voorlopige diagnose is te stellen<br />
o.b.v. lichtmicroscopisch aangetoonde<br />
gram negatieve diplococen<br />
intracellulair<br />
Gonorroe/gedissemineerd Kweek of NAAT bewezen gonococcen<br />
infectie buiten voornoemde locaties<br />
Als chlamydia niet is uitgesloten<br />
tevens:<br />
1. azitromycine 1000 mg eenmalig<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
3. Indien bloedschema noodzakelijk is<br />
i.v.m. verdenking syfilis: cotrimoxazol<br />
41 2dd 1920 mg (2 tabletten)<br />
3dgn, hierna 2dd 960 mg (1 tablet)<br />
4dgn<br />
Deze tabletten kunnen worden<br />
gestart<br />
6 uur na de intramusculaire<br />
behandeling met antibiotica<br />
1. ceftriaxon 500 mg i.m eenmalig<br />
2. cefotaxim 1000 mg i.m.<br />
3. cefuroximaxetil 1000 mg en na 6<br />
uur nogmaals 1000mg per os.<br />
Als chlamydia niet is uitgesloten<br />
tevens:<br />
1. doxycycline 2dd 100 mg 7 dgn<br />
2. amoxicilline 3dd 500 mg 7 dgn<br />
3. Indien bloedschema noodzakelijk is<br />
i.v.m. verdenking syfilis 43 cotrimoxazol<br />
2dd 1920 mg (2 tabletten)<br />
3dgn, hierna 2dd 960 mg (1 tablet)<br />
4dgn<br />
Deze tabletten kunnen worden<br />
gestart<br />
6 uur na de intramusculaire<br />
behandeling<br />
met antibiotica<br />
Klinische opname 44<br />
39 Alternatieve behandelingen, evt. op geleide kweek: ofloxacine 2dd 200mg 7dg, ofloloxacine 1dd<br />
400mg 7 dg, co-trimoxazol 1dd 960mg 14 dg, rifampicine 1dd 600mg 6dg. ref. Pattman et al Oxford<br />
handbook of genitourinary medicine, hiv, and aids 2005<br />
40 Effectiviteit van cefuroximaxetil moet altijd worden gecontroleerd, bij proctum GO dosering na 6<br />
uur herhalen<br />
41 Co-trimoxazol maskeert de syfilisserologie niet, dit is alleen nodig als er een bloed controleschema<br />
met patiënt wordt afgesproken, bijvoorbeeld als er geen NAAT op syfilis wordt afgenomen (geen<br />
wond).<br />
42 Gram preparaat van de pharynx is niet specifiek en niet sensitief voor de diagnose gonorroe.<br />
43 Zie 5<br />
44 Behandeling bestaat uit Ceftriaxon 1000mg/24 uur IV of IM tot minimaal 24-48 uur na verbetering<br />
van de klachten.<br />
34
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
35
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Counseling:<br />
Symptomen en complicaties van gonorroe<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact (of masturbatie) tot 1 week na start van de<br />
behandeling en na behandeling van partner(s)<br />
Adviseren over controle (zie verder)<br />
Niet melken (masseren van de plasbuis)<br />
Folder Gonorroe (Soa Aids Nederland)<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Risico partners zijn:<br />
Alle contacten binnen 60 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />
Het laatste contact indien langer dan 60 dagen geleden.<br />
Alle risico partners krijgen:<br />
een zekerheidbehandeling met ceftriaxon 500 mg i.m. eenmalig.<br />
een regulier soa onderzoek.<br />
Controle:<br />
Na behandeling met orale medicatie<br />
Bij persisteren van de klachten:<br />
- Therapietrouw vaststellen<br />
- Re-infectie uitsluiten<br />
- Resistentie uitsluiten: Kweek en NAAT diagnostiek herhalen<br />
Granuloma Inguinale / Donovanosis<br />
Verwekker: Klebsiella granulomatis (voorheen bekend als<br />
Calymmatobacterium granulomatis)<br />
Wordt in Nederland gezien als import soa.<br />
Endemisch in tropische gebieden m.n. Brazilië, Caribisch gebied, India,<br />
Nieuw Guinea, Australië en zuidelijk Afrika.<br />
Niet obligaat seksueel overdraagbaar.<br />
Granuloma inguinale is een klinische diagnose en wordt als zodanig op<br />
epidemiologische gronden behandeld.<br />
Anamnese:<br />
Patiënt of contact recent in granuloma inguinale endemisch gebied geweest.<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Papel of nodus<br />
Vervolgens een scherpbegrensd, asymmetrisch, granulerend (‘beefy’), niet<br />
pijnlijk ulcus<br />
Meestal geen lymfadenopathie (tenzij secundair geïmpetiginiseerd)<br />
Kan zeer destructief zijn (d.d. carcinoom)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
36
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
Donovan bodies zichtbaar in een Crush-preparaat (stukje weefsel uit<br />
onderrand van ulcus op objectglas plaatsen en fijndrukken met ander<br />
objectglas; kleuren volgens Giemsa, figuur 7).<br />
Verwijzing voor biopsie<br />
NAAT op H. ducreyi, naast routine NAAT op T.pallidum, C.trachomatis,en<br />
HSV<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Granuloma inguinale Donovan bodies in mononucleaire cellen in crush- 1. co-trimoxazol 2dd 960<br />
preparaat.<br />
mg min. 3wkn tot ulcus is<br />
T. pallidum, C.trachomatis, H. ducreyi, en HSV zijn genezen<br />
uitgesloten<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg<br />
min. 3 wkn. tot ulcus is<br />
genezen<br />
3. azitromycine 1dd 1000<br />
mg min. 3 wkn. tot ulcus is<br />
genezen<br />
4. erytromycine 4dd 500 mg<br />
min. 3 wkn. tot ulcus is<br />
genezen<br />
Counseling:<br />
Symptomen en complicaties van granuloma inguinale<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />
genezen van het ulcus en na zonodige behandeling van partners.<br />
Verhoogd risico van hiv co-infectie bespreken<br />
Hiv test actief aanbieden<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Risico partners zijn allen binnen de periode van 60 dagen voorafgaand aan<br />
het begin van de klachten.<br />
Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek<br />
Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling met co-trimoxazol.<br />
Nacontrole:<br />
Ulcus herbeoordelen tot volledige genezing.<br />
Figuur 7. Donovan Bodies bij granuloma inguinale<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
37
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Bron: O’Farrell N Sex Transm Infect 2002;78:452-457<br />
Hepatitis A<br />
Verwekker: Hepatitis A Virus (HAV) is een picorna virus en bestaat uit<br />
enkelstrengs RNA.<br />
Oro-faecale transmissie. Incubatie periode ongeveer 4 weken (kan 15 tot 50<br />
dagen), patiënten zijn kortdurend besmettelijk, zie figuur 8.<br />
Goedaardig verloop, self limiting (sterftekans is 0,3%).<br />
Kans op fulminant beloop is toegenomen bij onderliggende leveraandoening<br />
(bv chronische HCV infectie 45 )<br />
Mannen die seks hebben met mannen en druggebruikers lopen meer risico<br />
op HAV<br />
Geen gerichte behandeling<br />
Actieve vaccinatie (o.a. Havrix, Twinrix) is zeer effectief, aanbieden aan:<br />
-mannen die seks hebben met mannen met wisselende contacten<br />
-druggebruikers<br />
-patiënten met een chronische leveraandoening (zoals HBV, HCV)<br />
Passieve vaccinatie (biedt directe, maar tijdelijke bescherming) overwegen bij<br />
ongevaccineerde patiënten die de afgelopen 2 weken in contact zijn<br />
gekomen met HAV: -via huisbewoners<br />
-via seksuele contacten<br />
Anamnese:<br />
Geelzucht, misselijkheid, vermoeidheid, malaise, ontkleurde ontlasting, donkere<br />
urine, jeuk<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Geelzucht, hepatomegalie, donkere urine<br />
Laboratorium onderzoek:<br />
45<br />
Fulminant hepatitis associated with hepatitis A virus superinfection in patients with chronic<br />
hepatitis C.<br />
Vento S, Garofano T, Renzini C, Cainelli F, Casali F, Ghironzi G, Ferraro T, Concia E. N Engl J Med.<br />
1998;338(5):286-90.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
38
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Serologie : antistoffen tegen HAV<br />
Diagnose en preventie:<br />
Diagnose Definitie (zie ook figuur 8) Preventie<br />
Hepatitis/A<br />
IgM anti HAV positief Melden bij afd infectieziekten<br />
(acuut)<br />
<strong>GGD</strong><br />
Hepatitis/A<br />
IgG anti HAV positief, IgM anti HAV Geen<br />
(doorgemaakt)<br />
negatief<br />
Geen Hepatitis A<br />
IgG en IgM Anti HAV negatief Actieve immunisatie, dag 0 en<br />
doorgemaakt<br />
na 6 maanden (Twinrix /<br />
Havrix) 46<br />
Counseling:<br />
Bij een actieve HAV infectie via de afdeling Infectieziekten van regionale<br />
<strong>GGD</strong><br />
Bij een actieve HAV infectie brief aan huisarts<br />
Folder hepatitis A van Nationaal hepatitis centrum, zie www.hepatitis.nl<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Bij een actieve HAV infectie via de afdeling Infectieziekten van regionale<br />
<strong>GGD</strong><br />
HAV infectie is een meldingsplichtige groep B ziekte<br />
Controle:<br />
Bij een actieve HAV infectie via de afdeling Infectieziekten van regionale<br />
<strong>GGD</strong><br />
Figuur 8. Serologisch beloop van acute hepatitis A infectie<br />
(Bron: CLB vademecum 2003)<br />
46 Immunisatie geschiedt in 2 giften, op dag 0 en 6-12 maanden later. Dit geeft voor ongeveer 20<br />
jaar bescherming. Eerste gift geeft reeds 95% tot 100% immuniteit.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
39
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Hepatitis B<br />
Verwekker: Hepatitis B virus (HBV) is een DNA virus behorend tot de familie<br />
van hepadna-viridae<br />
Incubatie periode ongeveer 8 tot 12 weken (kan 1 tot 6 maanden), zie figuur<br />
9 en 10.<br />
De acute HBV infectie kent 1% mortaliteit.<br />
De chronische HBV infectie kent onbehandeld 15 tot 25% mortaliteit (t.g.v.<br />
levercirrose en hepatocellulair carcinoom).<br />
Transmissie meestal als soa via bloed en sperma contact met een HbsAg<br />
positieve drager.<br />
Op de <strong>SOA</strong> polikliniek komen twee grote risicogroepen voor:<br />
- MSM en prostituees : zij krijgen gratis vaccinatie aangeboden (zie<br />
ook: vaccinatiebeleid)<br />
- patiënten uit endemische gebieden: Alle patiënten worden<br />
gescreend en contacten van geïnfecteerde patiënten worden door de<br />
afdeling infectieziekten gevaccineerd. (zie ook: vaccinatiebeleid)<br />
Infectieuze Hepatitis B is een meldingsplichtige groep B ziekte en dient<br />
gemeld te worden bij de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>.<br />
Alle infectieuze patiënten (dragers en acute infecties) worden door ons<br />
doorverwezen naar de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>. Ook<br />
sturen wij een brief naar de huisarts.<br />
Anamnese<br />
Icterus, misselijkheid, vermoeidheid, malaise, ontkleurde ontlasting, donkere<br />
urine, jeuk<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Icterus, hepatomegalie, donkere urine<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Serologie: antistoffen tegen HBV 47 , zie ook figuur 11.<br />
Diagnose, behandeling en preventie<br />
Diagnose Definitie (zie ook figuren 9-11) Behandeling en Preventie<br />
Hepatitis/B negatief antiHBc negatief Actieve immunisatie (Energix-B / Twinrix),<br />
(Geen Hepatitis B<br />
doorgemaakt)<br />
dag 0 en na 1 en 6 maanden 48<br />
Zie ook: LCI richtlijn Hepatitis B<br />
47 Diagnostiek vindt plaats o.b.v serologische bevindingen. Twee virale eiwitten zijn detecteerbaar;<br />
surface antigeen (HBsAg) en envelope Antigeen (HBeAg). Het core Antigeen (HBcAg) is alleen in de<br />
lever aantoonbaar. Daarnaast wordt gekeken naar de drie bijbehorende antistoffen (resp. antiHBs,<br />
antiHBc en antiHBe).<br />
48 Na een volledige actieve immunisatie is de immuniteit ten minste vijftien jaar en waarschijnlijk<br />
levenslang (90% bij volwassenen onder de 40 jaar indien anti-HBs minimaal 10 IE/l). Bij HIV coinfectie<br />
blijft immuniteit vaker uit. Via de huisarts kan antiHBs bepaling worden verricht. Het<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
40
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Hepatitis/B immuun antiHBc positief, HBsAg negatief Geen 49<br />
Hepatitis/B infectieus antiHBc positief en HBsAg positief Verwijzing afdeling infectieziekten voor<br />
melding en contactopsporing. Verwijzing<br />
naar huisarts voor controle en zo nodig<br />
verwijzing naar specialist 50 .<br />
Counseling<br />
Alleen bij een infectieuze HBV infectie (acute infectie en bij dragerschap) via<br />
de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong><br />
SAN folder Hepatitis B<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Alleen bij een infectieuze HBV infectie via de afdeling Infectieziekten van de<br />
regionale <strong>GGD</strong><br />
HBV infectie is een melding plichtige groep B ziekte en dient gemeld te<br />
worden bij de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>.<br />
Controle<br />
Bij een actieve HBV infectie in overleg met de afdeling Infectieziekten van<br />
de regionale <strong>GGD</strong>.<br />
Vaccinatie beleid:<br />
Actieve vaccinatie met recombinant HBV antigeen (Engerix B/ Twinrix) is<br />
zeer effectief, adviseren aan:<br />
- Seksueel actieve homoseksuele mannen (HBV evt. ook HAV<br />
vaccinatie)<br />
- Prostituees (alleen HBV vaccinatie)<br />
- Slachtoffers van seksueel geweld; via de afdeling Infectieziekten<br />
- Seksuele partners en contacten binnen het gezin of de<br />
woongemeenschap met HBV dragers; via de afdeling<br />
Infectieziekten<br />
- Druggebruikers; via MGGZ/ drugshulpverlening<br />
- Partners van IV druggebruikers via afdeling Infectieziekten<br />
- Patiënten met een chronische leveraandoening (zoals HCV), via<br />
behandelend arts/hepatoloog<br />
- Personen die via hun beroep bloot worden gesteld aan<br />
bloed(producten), via eigen bedrijfsarts.<br />
Passieve vaccinatie met immuunglobuline biedt directe maar tijdelijke<br />
bescherming.<br />
Passieve vaccinatie van ongevaccineerde patiënten overwegen bij seksuele<br />
contacten met een HbsAg positieve drager of na prikaccidenten, binnen 24<br />
uur na expositie.<br />
antigeen wordt vermeerderd in gistculturen. Hierdoor is een allergie voor gisten een contraindicatie.<br />
49<br />
Indien na een HBV infectie seroconversie optreedt (vorming van anti-HBs en verdwijnen van<br />
HbsAg): levenslange immuniteit.<br />
50 e<br />
Doorverwijzing naar 2 lijn voor antivirale behandeling bij ALAT stijging en HBeAg positiviteit. Ref.<br />
NTVG 2008 1426-1430 Veldhuijzen et al.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
41
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
De indicatiestelling voor passieve vaccinatie van ongevaccineerde seksuele<br />
contacten van HBV-dragers is beperkt.<br />
Hepatitis B titerbepaling 51<br />
doel:<br />
controleren of er na een complete hepatitis B vaccinatie voldoende bescherming<br />
tegen hepatitis B is gevormd. Voor dit onderzoek patiënt naar de huisarts verwijzen<br />
indicatie:<br />
in bijzondere omstandigheden kan het verstandig zijn om de effectiviteit van de<br />
vaccinatie te controleren, dit betreft:<br />
● een zeer afwijkend vaccinatie schema (grove afwijkingen van het<br />
gebruikelijke schema van 0-1-6 maanden)<br />
● HIV seropositieve patiënten<br />
● patiënten boven de 40 jaar<br />
● gezondheidszorgmedewerkers<br />
● veelvuldige blootstelling aan HBV (bijv. partners van dragers)<br />
Uitvoering:<br />
De meting kan betrouwbaar worden uitgevoerd 4 tot 6 weken na de laatste<br />
vaccinatie. Dit onderzoek is bij patiënten met een slechte afweer niet altijd<br />
betrouwbaar. Indien patiënt deze controle wil dan kan patiënt terecht bij:<br />
de eigen huisarts of de afdeling Infectieziekten van de regionale <strong>GGD</strong>.<br />
Figuur 9. Serologisch beloop HBV infectie met hierna adequate immuniteit<br />
(Bron: CLB vademecum 2003)<br />
51<br />
(Bron: Pattman R, et al. Oxford handbook of genitourinary medicine, hiv, and aids. Oxford<br />
University Press 2005, p272 )<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
42
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 10. Serologisch beloop chronische HBV infectie<br />
(Bron: Holmes KK, ed. 3rd edition, McGrawHill)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
43
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 11. Betekenis serologiewaarden hepatitis B<br />
Hepatitis C<br />
Verwekker: Hepatitis C Virus (HCV) is een enkelstrengs RNA virus uit de<br />
Flaviviridae familie<br />
Incubatie periode: vaak niet te bepalen daar er slechts in 20% van de<br />
gevallen symptomen zijn. Symptomen zijn zelfde als bij hepatitis A of B<br />
infectie. Gemiddelde incubatie periode ongeveer 8-9 weken (met uitschieters<br />
van 4 tot 20 weken), zie figuur 12.<br />
Windowfase: het ontwikkelen van antistoffen in het bloed duurt zo’n 60-70<br />
dagen in niet immuun gecompromiteerden, RNA daarentegen is veel eerder<br />
in het bloed aanwezig (binnen 10 dagen).<br />
Van de HCV geïnfecteerden zonder HIV ontwikkelt 50-80% een chronische<br />
HCV infectie. 52<br />
Transmissie via bloedcontact (m.n. via herhaalde percutane expositie zoals IV<br />
druggebruik, en orgaan transplantaties, bloed en bloedproduct transfusies<br />
vóór 1992).<br />
Transmissie ook via seksueel contact overdraagbaar, voornamelijk bij MSM<br />
met HIV 53<br />
52 In het enveloppe gen van het HCV genoom komt een hypervariabel gedeelte voor. Het virus<br />
produceert hierdoor voortdurend afwijkende enveloppe-eiwitten. Dit is een mogelijke verklaring<br />
voor het feit dat de immuunrespons tegen HCV in de meeste gevallen niet tot immuniteit leidt.<br />
53 Er is een relatie tussen HCV infectie en een geïnfecteerde sekspartner, wisselende contacten,<br />
unsafe seks, <strong>SOA</strong> in de voorgeschiedenis, en seks waarbij bloed vrijkomt. Echter, bij HCV<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
44
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Bij LGV patiënten en bij HIV patiënten komen vaker HCV infecties voor.<br />
Vroege en gerichte behandeling is belangrijk en bestaat uit anti-virale<br />
middelen en peginterferon via de maag-darm-leverarts of internistinfectioloog<br />
Actieve vaccinatie is nog niet ontwikkeld, passieve vaccinatie met<br />
immuunglobuline biedt geen bescherming.<br />
Anamnese<br />
Meestal (90%) subklinisch, dus geen klachten<br />
Vermoeidheidsklachten<br />
Zelden: gewrichtspijnen, huidafwijkingen, geelzucht<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Meestal geen afwijkingen.<br />
Huidafwijkingen kunnen zijn: porfyria cutanea tarda (figuur 13), vasculitis,<br />
lichen planus, andere lichenoïde huidafwijkingen.<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Serologie: antistoffen HCV (en op indicatie: HCV RNA bepaling)<br />
Bij risicogroepen:<br />
- Alle HIV positieve MSM of MSM met onbekende HIV status.<br />
- Bij LGV infectie<br />
- Partners van HCV positieve patiënten<br />
In alle overige gevallen verwijzen naar huisarts of www.heptest.nl<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie (zie ook figuur 12) Behandeling en Preventie<br />
Hepatitis C/nieuw anti-HCV positief en/of HCV RNA Doorverwijzing naar de infectioloog/MDL<br />
positief<br />
positief EN anamnestisch niet bekend<br />
met HCV infectie<br />
arts (via de huisarts)<br />
Hepatitis C/bekend anti-HCV positief en/of HCV RNA Zonodig doorverwijzing naar de<br />
positief<br />
positief EN anamnestisch bekend met<br />
HCV infectie<br />
infectioloog/MDL arts (via de huisarts)<br />
Hepatitis C/ negatief anti-HCV negatief of<br />
anti-HCV dubieus EN HCV RNA<br />
negatief<br />
Nihil<br />
Counseling:<br />
Het gemeenschappelijk delen van scheermesjes en tandenborstels vermijden<br />
(i.v.m mogelijke besmetting via bloed resten)<br />
Geen onbeschermde anale seks en ander seksueel risicogedrag (bij wondjes<br />
of mogelijk bloed contact)<br />
Vaccinatie HAV en HBV adviseren<br />
(fors) alcohol gebruik ontraden.<br />
Naam en adres van huisarts/internist vragen voor brief. Als patiënt dit niet wil<br />
dan duidelijk in status aangeven.<br />
serodiscordante koppels in een langdurige monogame heteroseksuele relatie is de HCV prevalentie<br />
bij de partner van de HCV drager laag (gemiddeld 1,5%). HIV co-infectie verhoogd wel het risico op<br />
seksuele HCV transmissie.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
45
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Verwijzen naar maag-darm-leverarts of internist-infectioloog voor nader<br />
(bloed) onderzoek en zo nodig behandeling.<br />
Recente HCV infectie (seroconversie < 1 jaar, of bij icterus klachten) is een<br />
meldingsplichtige groep B ziekte. Melden aan de afdeling Infectieziekten van<br />
de regionale <strong>GGD</strong>.<br />
Folders:<br />
- Hepatitis C folder van Mantotman/Schorer<br />
- Hepatitis C van hepatitiscentrum, in 5 talen via: www.hepatitis.nl onder<br />
brochures/patiënten<br />
Voor meer informatie over hepatitis C zie verder:<br />
- www.rivm.nl/cib<br />
- www.hepatitis.nl<br />
- www.heptest.nl<br />
Partnerwaarschuwing:<br />
Alle (vaste) partners uit het leven (voor zover mogelijk) of alle (vaste) partners<br />
vanaf de laatste bekende negatieve HCV-serologie.<br />
Controle:<br />
Via de infectioloog/hepatoloog<br />
Figuur 12. Serologisch beloop HCV infectie.<br />
(Bron: CLB vademecum 2003)<br />
Figuur 13. Porferia cutanea tarda<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
46
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
(Bron: AIDSread. C.J. Hoffmann, MD)<br />
Herpes genitalis<br />
Herpes Simplex Virus (HSV) type 2 en 1<br />
Kan recidiveren in het gebied waar de primaire infectie plaatsvond 54<br />
Pas op co-infectie met syfilis, hiv<br />
Kan als acute infectie systemische complicaties veroorzaken (virale<br />
meningitis, -encefalitis, hepatitis, pneumonitis)<br />
Herpes labialis komt ubiquitair (bij bijna iedereen) voor en is meestal geen<br />
soa.<br />
De diagnose herpes genitalis wordt bevestigd door middel van NAAT.<br />
Wanneer dit bij een cliënt eenmaal is verricht dan hoeft deze test bij<br />
recidieven niet te worden herhaald (wel telkens opnieuw onderzoek naar<br />
syfilis).<br />
Anamnese<br />
Bij verdenking acute infectie 55 ; systemische verschijnselen (malaise, koorts,<br />
hoofdpijn, meningeale prikkeling), urine retentie<br />
Bij verdenking recidief infectie; prodromale verschijnselen (tintelingen, jeuk),<br />
eerder wondjes gehad (hoe vaak, hoe lang).<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Typisch herpes ulcus is meervoudig, “en bouquet” gegroepeerd, polymorf,<br />
oppervlakkig, niet geïndureerd, pijnlijk, vaak begeleid door lymfadenopathie<br />
Bij verdenking op een acute infectie:<br />
Meningeale prikkeling uitsluiten (en z.n. verwijzen neuroloog).<br />
Pneumonitis en hepatitis uitsluiten (en z.n. verwijzen internist).<br />
54 HSV-1 en -2 Zijn neurotrope virussen die retrograad via neuronen worden versleept naar de basale<br />
ganglia naast het ruggemerg, alwaar het als latent virus wordt ingebouwd in het DNA. Bij tijdelijke<br />
immuunsuppressie (bv t.g.v. UV-licht, griep of stress) vindt reactivatie plaats waarbij viruspartikels<br />
worden geproduceerd die via neuronen terug worden versleept naar het desbetreffende<br />
huidgebied. Ook zonder klinische verschijnselen kan een geïnfecteerd persoon vervolgens virus<br />
uitscheiden en besmettelijk zijn.<br />
55 Differentiatie tussen acute infectie (i.e. primaire of exogene infectie) en recidief infectie (i.e.<br />
secundaire of endogene infectie) is alleen serologisch hard te maken. Bij een acute infectie is er<br />
sprake van HSV seroconversie of een viervoudige titerstijging van anti-HSV IgM.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
47
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Sneldiagnostiek (Giemsa)<br />
Labdiagnostiek (NAAT)<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Herpes genitalis, Ulcus genitalis<br />
Bij verdenking acute infectie<br />
HSV1<br />
NAAT+ HSV-1<br />
voordat NAAT bekend is:<br />
Herpes genitalis, HSV Ulcus genitalis<br />
-recept valaciclovir<br />
2<br />
NAAT+ HSV-2<br />
Klinisch herpes Ulcus genitalis recidief en eerder NAAT bewezen<br />
genitalis recidief HSV infectie t.p.v ulcus locatie<br />
Herpes proctitis, Proctitis beeld<br />
HSV1<br />
NAAT+ HSV-1<br />
Herpes proctitis, Proctitis beeld<br />
HSV2<br />
NAAT+ HSV-2<br />
Klinisch herpes Proctitis beeld recidief<br />
proctitis recidief Eerder NAAT/kweek bewezen HSV infectie t.h.v<br />
ulcus locatie<br />
Herpes labialis, HSV1 Ulcus rond de mond<br />
NAAT+ HSV-1<br />
Herpes labialis, HSV2 Ulcus rond de mond<br />
NAAT+ HSV-2<br />
Klinisch herpes labialis Ulcus recidief rond de mond<br />
recidief<br />
Eerder NAAT/kweek bewezen HSV infectie t.h.v<br />
ulcus locatie<br />
56 1000 mg<br />
2dd,<br />
7-10 dgn<br />
Bij verdenking recidief<br />
infectie:<br />
-Recept valaciclovir 500 mg<br />
2dd, 3-5 dgn.<br />
-Starten 50 ml/min<br />
is het dosisadvies voor valaciclovir bij herpes zoster 1000 mg 3 dd, bij een klaring van 30-50 ml/min<br />
1000 mg 2 dd, bij een klaring van 10-30 ml/min 1 dd 1000 mg en bij een klaring
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Zin en onzin bij serodiscordante koppels 58<br />
Zin en onzin van serologische HSV bepalingen 59<br />
Folder Genitale herpes van Soa Aids Nederland (achtergrond informatie)<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Niet vereist<br />
Voorlichting van vaste partners is vaak wel gewenst.<br />
Nacontrole<br />
Syfilis serologie herhalen na 3 maanden<br />
Humaan Immuundeficiëntie Virus (HIV)<br />
Verwekker: Het Humaan Immuundeficiëntie Virus (HIV) is een retrovirus.<br />
Incubatie periode primaire infectie 2 tot 4 weken, zie figuur 14.<br />
Seroconversie na 4 tot 6 weken<br />
Bij 84-94% van de patiënten verloopt de primaire HIV infectie symptomatisch<br />
(licht tot ernstig griep-achtig beeld, soms met huiduitslag en slijmvlies<br />
afwijkingen), waarbij meer dan 60% hulp zoekt, echter bij
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Daarnaast wordt profylactisch antibiotica gegeven tegen opportunistische<br />
infecties bij verlaagde weerstand. Behandeling wordt ingesteld door de hiv<br />
behandelaar.<br />
Actieve vaccinatie is nog niet ontwikkeld.<br />
Anamnese<br />
Primaire infectie uit zich als een acuut ziektebeeld met één of meer van de<br />
volgende symptomen: koorts, moeheid, algemene malaise, spierpijn,<br />
hoofdpijn, pijn achter de ogen, lichtschuwheid, zere keel, lymfadenopathie,<br />
perifere neuropathie, huidafwijkingen (exantheem op romp / borst). De<br />
klachten zijn gewoonlijk mild en self-limiting.<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Gegeneraliseerde lymfadenopathie<br />
Soms een maculo-papulomateuze rash (inclusief handpalmen en voetzolen,<br />
dd syfilis stadium2!) Vraag hierbij een HIV-combo (Ag/Ab) test aan om een<br />
acute HIV infectie uit te sluiten.<br />
Soms orale en genitale ulcera<br />
Bij voortschrijden van HIV infectie treden opportunistische infecties op (zie<br />
figuur 15)<br />
Laboratorium onderzoek<br />
hiv-antistoffen (evt. middels sneltest)<br />
hiv- antigeen test (bijv. combo test)<br />
western blot<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling en Preventie<br />
HIV/positief<br />
HIV sneltest (dient nog te Definitieve diagnose afwachten<br />
(voorlopige diagnose) worden geconfirmeerd)<br />
HIV/positief<br />
HIV screening en HIV<br />
Doorverwijzing naar de internist (via de huisarts)<br />
(definitieve diagnose) confirmatie test (Western blot)<br />
positief<br />
HIV/negatief HIV screening negatief Nihil<br />
HIV/dubieus HIV screening dubieus of HIV screening en confirmatie herhalen na 3<br />
positief en HIV confirmatie test<br />
(Western blot) dubieus<br />
weken<br />
Counseling<br />
Bij voorlopige diagnose: folder Alles over HIV en AIDS, folder Marieke<br />
Beverlandenhuis<br />
Bij definitieve diagnose: folder Leven met HIV (in diverse talen beschikbaar),<br />
verwijzen<br />
Voor meer informatie over HIV: http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-<br />
Z/infectieziekten/<br />
Partnerwaarschuwing<br />
alle (vaste) partners uit het leven of,<br />
alle (vaste) partners vanaf de laatste bekende negatieve HIVserologie.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
50
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Controle<br />
Via de internist of huisarts<br />
Figuur 14. Serologisch beloop van HIV infectie<br />
(Bron: CLB vademecum 2003)<br />
Figuur 15. Natuurlijk verloop HIV, opportunistische infecties afgezet tegen CD4 getal<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
51
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Lymfogranuloma Venereum (LGV)<br />
Verwekker: Chlamydia trachomatis serovars L1, L2 en L3<br />
Het klassieke inguinaal syndroom wordt gekenmerkt door acute lymfadenitis<br />
met vaak eenzijdige, pijnlijke klierzwelling (bubo), koorts en malaise.<br />
Het ano-rectaal syndroom dat nu bij MSM wordt gezien gaat gepaard met<br />
proctitis, proctocolitis. Bij voortbestaan van de infectie kunnen abcessen,<br />
fistels, vernauwingen en stricturen in de darm optreden, die kunnen leiden<br />
tot vernauwing van de darm. Hepatitis C virus (HCV) infecties komen<br />
verhoogd voor bij patiënten met LGV.<br />
Anamnese<br />
Lymfeklier zwellingen, genitale ulceraties<br />
Bloederige anale afscheiding, anale krampen, obstipatie, flatulentie, koorts,<br />
malaise<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Inguinaal syndroom:<br />
Snel genezend primair affect (vaak binnen 7 dagen) bestaand uit<br />
papel,vesikel, of ulcus. Vervolgens forse lymfadenopathie (bubo), gevolgd<br />
door suppuratie en fisteling van lymfeklieren. ‘Groove sign’ ter hoogte van<br />
het ligamentum inguinale.<br />
Ano-rectaal syndroom:<br />
Anale bloederige en/of purulente afscheiding<br />
Peri-anale en peri-rectale fistels en stricturen.<br />
Laboratorium onderzoek<br />
NAAT C. trachomatis van ulcus of proctum.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
52
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Wanneer NAAT C. trachomatis positief: serovartypering chlamydia op NAAT<br />
materiaal<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Lymfogranuloma NAAT C. Trachomatis serovar L positief<br />
1. doxycycline 2dd 100 mg,<br />
venereum/LGV (uit: proctum, ulcus of lymfeklier punctaat.)<br />
21 dgn<br />
2. erytromycine 4dd 500 mg,<br />
21 dgn<br />
3. azitromycine 1000 mg dag<br />
1, 8 en 15<br />
Chlamydia proctitis NAAT C. Trachomatis serovar L: negatief 1. doxycycline 2dd 100 mg, 7<br />
dgn<br />
2. azitromycine 1000 mg,<br />
eenmalig. Nacontrole 3<br />
weken na behandeling.<br />
3. Amoxicilline 3 dd 500 mg<br />
ged. 7 dagen. Nacontrole 3<br />
weken na laatste tablet.<br />
Counseling<br />
Symptomen en complicaties van LGV<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
hiv test en HCV test actief aanbieden (tevens aan het einde van de window<br />
fase HIV en HCV test herhalen)<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en<br />
genezen van het ulcus en na zonodige behandeling van partners.<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Risico partners zijn allen binnen de periode van een half jaar voorafgaand aan<br />
het begin van de klachten.<br />
Om meer inzicht te krijgen in de transmissie van LGV dient de partner<br />
waarschuwing zoveel mogelijk met naam van de index patiënt te verlopen.<br />
Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling met azitromycine 1000<br />
mg eenmalig p.o. of (bij aanwijzingen voor proctitis) doxycycline 2 dd 100mg<br />
voor 7 dagen.<br />
Alle risico partners krijgen een regulier soa onderzoek<br />
Controle:<br />
Niet vereist, alleen bij persisterende klachten:<br />
- Proctoscopie voor herhalen NAAT C. Trachomatis, voor gram<br />
preparaat van het proctum en tevens inspectie van het<br />
proctumslijmvlies.<br />
- Bij gecompliceerd proctitisbeeld (abcessen, fistels) direkt<br />
doorverwijzen naar gastro-enteroloog.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
53
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Molluscum contagiosum<br />
Verwekker: Molluscum Contagiosum Virus (MCV).<br />
Ook bekend als waterwratjes.<br />
De diagnose mollusca contagiosa wordt op het klinische beeld gesteld.<br />
Openbaart zich meestal op de kinderleeftijd (geen soa)<br />
Kan bij volwassenen als soa voorkomen in het genitaal gebied.<br />
Goedaardig verloop, self limiting, alleen behandeling bij klachten.<br />
Behandeling heeft geen invloed op de infectiositeit.<br />
Anamnese<br />
Cosmetisch storend<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Papels met centrale delle op de verhoornende huid.<br />
Molluscen kunnen een symptoom zijn van immuunsuppressie (o.a. HIV).<br />
Aanwijzingen hiervoor zijn het aantal, atypische presentaties (groter,<br />
samenvloeiend) en atypische locaties (b.v. het gelaat).<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Geen<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Molluscum contagiosum Klinisch beeld 1. Expectatief<br />
2. Verwijzing huisarts voor ablatieve therapie<br />
3. podofilox 0,5% tinctuur of crème 0,15% 2dd voor<br />
3dgn, gevolgd door 4dgn stop, tot 5 weken.<br />
4. tretinoïne crème/oplossing FNA 0,02% 3dd<br />
Counselling<br />
Ondanks behandeling kunnen de mollusca recidiveren<br />
Geen aanvullende maatregelen voor de vaste partner<br />
Hiv test nogmaals aanbieden indien nog niet getest<br />
Partnerwaarschuwing<br />
geen<br />
Nacontrole<br />
Indien uitbreiding of bij persisteren: via de huisarts<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
54
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Pediculosis Pubis<br />
Verwekker: Phthirus pubis , ook bekend als platjes<br />
Pediculosis pubis is een klinisch gestelde diagnose 61<br />
Pediculosis pubis is meestal een soa (overdracht 95% na één contact), maar<br />
kan ook worden opgelopen door in een bed te slapen waar een geïnfecteerd<br />
persoon in heeft geslapen (b.v. een hotelbed, jeugdherberg, of slaapzak) of<br />
door gebruik van besmette kleding of handdoek.<br />
Incubatietijd voor klachten als jeuk of roodheid (indien niet eerder besmet<br />
geweest) is minimaal 2 weken. Mijten kunnen wel al eerder zichtbaar zijn.<br />
Anamnese<br />
Jeuk (76%) en roodheid (40%).<br />
Beestjes, neten<br />
Zwarte vlekjes in ondergoed<br />
Personen in de omgeving met jeuk en beestjes<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Luizen en neten à vue (Grootte luis 1-3mm)<br />
Soms zijn kleine blauwe vlekjes (2-3mm) op de huid zichtbaar door beet<br />
Aanvullend onderzoek<br />
Vergrootglas of dermatoscoop<br />
Eventueel (KOH-)preparaat van verdachte laesies bij kleine vergroting<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Pediculosis pubis Op klinische gronden 1. permetrine lotion 1% alle<br />
lichaamsbeharing 10 minuten eenmalig,<br />
hierna afspoelen. Zo nodig na 7 dagen<br />
herhalen.<br />
2. malathion lotion alle<br />
lichaamsbeharing 8-12 uur laten zitten,<br />
daarna afspoelen. Koop bij drogist of<br />
apotheek (Prioderm lotion, Noury<br />
hoofdlotion) zo nodig na 7 dagen<br />
herhalen<br />
3. Ivermectine 0,2mg/kg herhalen na 2<br />
weken<br />
4. wimpers: paraffine-vaseline aa 2dd<br />
10dagen<br />
5. scheren<br />
N.B. Kleding en beddengoed heet (50<br />
graden) wassen of 72 uur in afgesloten<br />
plastic zak of chemisch reinigen.<br />
Counseling<br />
Symptomen Pediculosis pubis (folder)<br />
61 Ref: Ko CJ, Elston DM. Pediculosis. J.Am.Acad.Dermatol 2004; 50: 1-12<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
55
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Behandeling en bijwerkingen: Neten kunnen na behandeling nog weken<br />
blijven zitten, zijn te verwijderen met fijne kam (luizenkam), zo nodig kan<br />
behandeling na 1 of 2 weken worden herhaald bij persisteren van neten.<br />
Geen seksueel contact tot na start van de behandeling en na behandeling<br />
van partners.<br />
Het gebruik van een condoom voorkomt de overdracht van Phthirus pubis<br />
niet.<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Risico partners zijn:<br />
Alle contacten binnen 30 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />
Het laatste contact indien langer dan 30 dagen geleden.<br />
Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling tegen Pediculosis en<br />
een regulier soa onderzoek.<br />
Controle<br />
Bij persisteren van de klachten, 1 week of langer na behandeling:<br />
Is partner meebehandeld?<br />
Therapietrouw vaststellen<br />
Alleen opnieuw behandelen als er nog luizen of neten zijn.<br />
Scabiës<br />
Ook bekend als Schurft. Verwekker: Sarcoptes scabiei<br />
Klachten ontstaan door een type IV allergische reactie op antigenen van de<br />
verwekker. Dit duurt bij een eerste infestatie enkele weken. Bij hernieuwde<br />
infestaties enkele dagen.<br />
De jeuk kan na succesvolle behandeling nog enkele weken aanhouden (post<br />
scabiës jeuk). 62<br />
Scabiës is bij volwassenen meestal een soa, bij kinderen meestal niet.<br />
Crusted scabiës (of scabiës norvegica, -groenlandica) is een zeer agressieve,<br />
besmettelijke en, therapie resistente scabiës variant. Deze vorm ziet men bij<br />
immuunstoornissen (o.a. AIDS), ondervoeding en bij mensen zonder<br />
krabreflex (zoals geestelijk gehandicapten en tetraplegische patiënten). 63<br />
Anamnese<br />
Jeuk<br />
Personen in de omgeving met jeuk<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
Gangetjes en excoriaties op voorkeur lokalisaties. (figuur 16)<br />
Bij crusted scabiës is uitgebreide schilfering aanwezig op de<br />
voorkeurlokalisaties<br />
62<br />
Mogelijk speelt bij persisterende post scabiës jeuk een kruisreactie met antigenen van de<br />
huisstofmijt een rol.<br />
63<br />
Vaak gaat het om patiënten in verpleeginrichtingen waarbij de gehele omgeving gecontroleerd en<br />
meebehandeld moet worden. Behandeling vindt plaats via de afdeling Infectieziekten.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
56
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Laboratorium onderzoek<br />
KOH of zoete olie preparaat van verdachte huidlaesies. Niet opengekrabde<br />
gangetjes bieden de grootste vind kans.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
57
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Diagnose en behandeling<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Scabiës Op klinische gronden 1. permetrine creme 5% eenmalig overnacht gehele<br />
Zonodig ondersteund lichaam tot de kaakrand, in de ochtend afspoelen<br />
door KOH preparaat met 2. ivermectine 200 μg/kg lichaamgewicht eenmalig en<br />
(delen van) mijten of na 2 weken herhalen<br />
eieren.<br />
64<br />
3. 250ml benzylbenzoaat smeersel 25% FNA. Het<br />
lichaam goed wassen met zeep, daarna het gehele<br />
lichaam tot aan de kaakrand zorgvuldig inwrijven met<br />
het smeersel, totdat dit geheel door de huid is<br />
opgenomen. Zorgen dat de vloeistof ook onder de<br />
nagels en in alle huidplooien doordringt. 24 uur daarna<br />
het gehele lichaam met warm water en zeep wassen. Zo<br />
nodig de behandeling na 1 week herhalen.<br />
4. Voor scabies norvegica permetrine en ivermectine<br />
combineren<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
N.B. Kleding en beddengoed heet wassen of 72 uur in<br />
afgesloten plastic zak.<br />
Counseling<br />
Symptomen scabiës<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact tot na start van de behandeling en na behandeling<br />
van partners.<br />
Bron- en contactopsporing (zie verder)<br />
Schriftelijke instructies (folder Soa Aids Nederland)<br />
Uitleg/behandeling post-scabiës jeuk<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Risico partners zijn alle contacten (ook de niet seksuele contacten zoals<br />
huisgenoten) binnen 30 dagen voorafgaand aan het begin van de klachten.<br />
Alle risico partners krijgen een zekerheidbehandeling (en seks partners een<br />
soa onderzoek).<br />
Wanneer zich in een instelling (b.v. verpleegtehuis) één of meerdere gevallen<br />
van scabiës vermoed worden, is er sprake van een meldingsplicht op basis<br />
van Artikel 7 van de infectieziektenwet)<br />
Controle<br />
Bij persisteren van de klachten is er meestal sprake van post scabiës jeuk en<br />
volstaat geruststelling en zonodig symptomatische behandeling van de jeuk<br />
met bijvoorbeeld triamcinolonacetonide crème FNA 1dd.<br />
Zijn er nog duidelijke symptomen van scabiës infestatie dan:<br />
- Is partner tegelijkertijd meebehandeld? Of in ieder geval voordat<br />
lichamelijk contact met partner plaatsvond? Cave ping-pong effect.<br />
- Therapie trouw vaststellen Op juiste manier behandeling toegepast?<br />
Handen per ongeluk gewassen?<br />
64 Wordt alleen met artsenverklaring verstrekt.<br />
58
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
- Zonodig opnieuw behandelen met een alternatief middel. Cave<br />
orthoërgisch eczeem door herhaaldelijk toepassen scabiës<br />
behandeling.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
59
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 16. Voorkeurslocalisaties Scabies<br />
Bron: Atlas of STD and AIDS, 4 th ed. Morse et al.<br />
Syfilis<br />
Verwekker: Treponema pallidum<br />
Ook bekend als: Franse ziekte, harde sjanker, lues, Spaanse ziekte, pox, ulcus<br />
durum.<br />
Anamnese<br />
Voorgeschiedenis: huidafwijkingen passend bij de verschillende syfilis<br />
stadia? 65<br />
Ooit behandeld voor syfilis? Zo ja, hoe, waar en met wat?<br />
Zo ja, hierna gecontroleerd (serologisch, lumbaal punctie)?<br />
Ooit bloedcontrole op syfilis (eerder soa onderzoek, zwangerschapcontrole,<br />
bloeddonor)?<br />
Lichamelijk onderzoek<br />
ulcus durum, anale fissuur<br />
lymfadenopathie 66<br />
rash en roseolen (m.n. palmo-plantair)<br />
“moth-eaten” alopecia (haaruitval)<br />
65 Denk aan : Wondjes, roseolen, klierzwelling, slijmvlieszwellingen, haaruitval, koorts, malaise, en hoofdpijn.<br />
66 Denk differentiaal diagnostisch ook aan een acute HIV infectie.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
60
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
slijmvliesafwijkingen (condyloma lata, plaque lisse en –mucueuse)<br />
Aanwijzingen voor uveitis /iritis /neuroretinitis 67<br />
Laboratorium onderzoek<br />
Donkervelden (plus Giemsa preparaat) bij de aanwezigheid van ulcera<br />
(donkerveld niet zinvol bij ulcera in de mondholte i.v.m. spirocheten als<br />
commensaal)<br />
RPR card test bij de aanwezigheid van huiduitslag of andere afwijkingen<br />
(slijmvliesafwijkingen, haaruitval) die zou kunnen passen bij syfilis stadium 2<br />
Syfilissneltest (Biorapid) bij klinische verdenking syfilis en géén syfilis in de<br />
voorgeschiedenis.<br />
NAAT’s voor T. Pallidum (en HSV, VZV en C. trachomatis)<br />
Serologie (TPPA, indien positief volgt automatisch VDRL en<br />
bevestigingstesten)<br />
Aanvullende anamnese bij verdenking neurosyfilis<br />
Gehoorklachten (oorsuizen gehoorsverlies, afwijkende vinger-frictie test) 68<br />
Visus klachten (wazig zien, fotofobie) 69<br />
Hoofdpijn, schietende pijnen<br />
Geheugenverlies, concentratieverlies<br />
Slapeloosheid<br />
Nekstijfheid<br />
Paranoia, wanen, insulten, emotionele labiliteit, desoriëntatie (late<br />
verschijnselen)<br />
Neurologisch onderzoek bij :<br />
HIV co-infectie: bij alle stadia<br />
(Verdenking) latente syfilis van onbepaalde duur / laat latente syfilis<br />
Syfilis stadium 3<br />
Andere stadia op indicatie (klachten).<br />
Aanvullend lichamelijk onderzoek bij verdenking<br />
neurosyfilis<br />
Ataxie (Romberg, top-neus proef, koorddansersgang)<br />
Pupil afwijkingen: Argyll Robertson pupillen (lichtstijf, klein, wel reagerend op<br />
convergentie).<br />
Peesreflex afwijkingen (m.n. enkel- en kniepees reflexen verlaagd of afwezig)<br />
Moeizame spraak<br />
Expressieloos gezicht<br />
Tremoren (tong, gezicht, handen)<br />
Verminderde vibratiezin<br />
Parestesieën<br />
67 Overweeg verwijzing oogarts<br />
68 Overweeg verwijzing KNO arts<br />
69 Overweeg verwijzing oogarts<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
61
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Indicaties voor consult neuroloog / lumbaalpunctie<br />
Directe doorverwijzing alvorens te behandelen<br />
Afwijkend neurologisch onderzoek (bijvoorbeeld oogafwijkingen passend bij<br />
syfilis)<br />
Neurologische klachten<br />
Uitsluiten van neurosyfilis (nodig bij stellen van diagnose therapie falen 70 .)<br />
Als controle na een behandelde neurosyfilis 71<br />
Syfilis stadium 3<br />
Syfilis en hiv co-infectie<br />
Inmiddels wijkt de behandeling van HIV positieve patiënten met syfilis niet meer af<br />
van die van HIV negatieve patiënten. Wanneer bijvoorbeeld een HIV positieve<br />
patiënt allergisch is voor penicilline, hoeft hij (i.t.t. tot oudere richtlijnen) niet<br />
gedesensibiliseerd te worden, maar kan hij gewoon behandeld worden met<br />
doxycycline.<br />
Bovendien is het zo dat hoewel er in studies aanwijzingen zijn dat er bij een CD4<br />
getal onder de 350 en een VDRL van 1:32 of hoger een hoger risico bestaat op het<br />
hebben van neurosyfilis, het CDC ook in die gevallen geen indicatie ziet voor een<br />
lumbaal punctie. 72<br />
Dit betekent dat, net zoals bij HIV negatieve patiënten, alleen een afwijkend<br />
neurologisch onderzoek en/of neurologische klachten een indicatie zijn voor het<br />
doen van een lumbaal punctie.<br />
Wel wijkt de follow-up van HIV positieve patiënten af van die van HIV negatieve<br />
patiënten. (zie onder follow-up).<br />
70<br />
Therapiefalen wordt gedefinieerd als symptomen die aanhouden of recidiveren na behandeling, of het<br />
uitblijven van een viervoudige titerdaling ten opzichte van de titer ten tijde van behandeling. Zonder dat er<br />
aanwijzingen zijn voor re-infectie of neurosyfilis. Therapiefalen komt vaker voor bij hiv positieve patiënten .<br />
Zie ook : Serologisch falen.<br />
71<br />
Nacontrole na neurosyfilis: elke 6 maanden totdat er geen celreactie aantoonbaar is in de liquor.<br />
72<br />
Zie CDC richtlijn 2010 blz 33<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
62
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Diagnosen en behandeling (zie ook figuur 19)<br />
Diagnose Definitie Behandeling 73 Behandel adviezen<br />
Syfilis stadium 1 Ulcus<br />
(infectieus) Met Donkerveld + en/of<br />
NAAT+<br />
Mogelijk serologie + 74<br />
Syfilis stadium 2 Huid/slijmvlies afwijkingen<br />
(infectieus) Met/zonder<br />
gegeneraliseerde<br />
lymfadenopathie<br />
Met Serologie + 75<br />
Mogelijk donkerveld + en/of<br />
NAAT + 76<br />
Recente latente Geen symptomen<br />
syfilis (infectieus) VDRL > 1:16 en TPPA+<br />
zonder syfilis<br />
voorgeschiedenis of,<br />
VDRL 4-voudige<br />
titerstijging 77 met syfilis<br />
voorgeschiedenis<br />
Besmettingmoment 1 jaar<br />
(zie noot 9 hieronder)<br />
79<br />
2. doxycycline 2dd 100 mg,<br />
28 dgn<br />
2. tetracycline 4dd 500 mg,<br />
28 dgn<br />
Neurosyfilis Lumbaalpunctie (LP) +<br />
asymptomatisch<br />
80<br />
Klinische opname<br />
Zonder neurologische<br />
afwijkingen.<br />
81<br />
Bij zwangeren met een<br />
penicilline allergie verwijzen naar<br />
polikliniek allergie voor evaluatie<br />
en zo nodig desensibilisatie.<br />
NB bij zwangeren dien t<br />
behandeling voor de 16<br />
Neurosyfilis<br />
symptomatisch<br />
Lumbaalpunctie +<br />
Met neurologische<br />
afwijkingen.<br />
Klinische opname (zie eindnoot<br />
hierboven)<br />
e week<br />
zwangerschap plaats te vinden.<br />
Bij therapie falen (zie onder<br />
nacontrole) volgt behandeling<br />
met Penidural 2,4 milj. IE i.m.<br />
dag 1,8 en 15.<br />
Bij verdenking neurosyfilis (obv<br />
de anamnese, klachten en/of<br />
afwijkingen bij neurologisch<br />
onderzoek) eerst evaluatie door<br />
neuroloog en lumbaal punctie<br />
alvorens te behandelen.<br />
VERVOLG TABEL<br />
ZIE OMMEZIJDE !<br />
73 Bij hiv positieve patiënten worden betere behandelingsresultaten verkregen als zij tevens worden<br />
behandeld met anti-retrovirale therapie/haart (CDC guidelines 2010 p.33)<br />
74 Bij syfilis stadium I is de serologie vaak nog negatief, zie verder onder syfilisserologie.<br />
75 Bij syfilis stadium 2 zijn RPR en VDRL vaak sterk positief, zie verder onder syfilisserologie<br />
76 Bij syfilis stadium 2 zijn donkerveld en/of NAAT van slijmvliesafwijkingen en condylomata lata<br />
sensitief.<br />
77 Een 4-voudige titer verandering staat gelijk aan een verandering van 2 verdunningsstappen (b.v.<br />
van 1:8 naar 1: 32).<br />
78 Besmettingsmoment kan soms worden bepaald o.b.v. : Bewezen contact met partner met<br />
infectieuze syfilis, data van seroconversie en serologische stijgingen, syfilissymptomen in anamnese,<br />
eerste of laatste seksueel contact.<br />
79 Maximale tussenpoos tussen twee penicilline behandelingen in wekelijks schema gedurende drie<br />
weken is 14 dagen. Indien tussen twee behandelingen langer zit dat 14 dagen dan moet de<br />
behandeling opnieuw worden gestart. Zwangere vrouwen moeten echter strikt om de 7 dagen<br />
behandeld worden om ook de neonaat te behandelen. Bron: Klausner et al. Sexual transmitted<br />
diseases 2007<br />
80 Criteria voor neurolues volgens richtlijn <strong>SOA</strong> en Herpes Neonatorum 2002 NVDV p.126<br />
- TPPA liquor en/of FTA-abs liquor positief en<br />
- óf VDRL in liquor positief óf IgG index > 70 en/of IgM-index >0,1 en mononucleaire cellen<br />
liquor >10/mm³.<br />
81 Eerste keus is waterige penicilline G 18-24 milj. EH d.d.i.v. gedurende 10-14 dagen.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
63
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Congenitale syfilis Zie CDC STD treatment Zie CDC treatment guidelines<br />
guidelines 2010, pp 36-39 2010<br />
Syfilis typering Syfilis niet vallend binnen I.o.m. dermatoloog<br />
onmogelijk bovenvermelde definities<br />
(altijd i.o.m. medisch hoofd)<br />
Syfilis stadium 3 Cutane gummata of, LP voor therapie<br />
Cardiovasculaire afwijkingen I.o.m. infectioloog i.v.m. ernstige<br />
passend bij stadium 3 of,<br />
Parenchymale neurosyfilis<br />
Jarisch-Herxheimer reacties<br />
Treponematose Anamnestisch geen risico op<br />
n.n.o.<br />
syfilis 82<br />
Afkomstig uit endemisch<br />
gebied (figuur 17) 83<br />
Zekerheidbehandeling met<br />
Penidural 2,4 milj. IE i.m. dag 1,8<br />
en 15<br />
TPPA+, FTAabs+, IgG blot<br />
+, VDRL 1:4 (bij herhaling)<br />
Partner TPPA-<br />
Geen nacontrole of LP nodig<br />
Biologisch Geen syfilis<br />
Nihil<br />
foutpositieve Positieve TPPA welke niet<br />
syfilisserologie wordt bevestigd door<br />
bevestigingstesten (FTA-abs<br />
en/of IgG blot TP)<br />
Syfilisserologie<br />
Zie ook figuur 20<br />
TPPA (voorheen TPHA)<br />
Als screeningtest wordt de TPPA (Treponema Pallidum Particle Agglutination test)<br />
gebruikt 84 . Dit is een treponemale antilichaamtest gericht tegen treponemale<br />
antigenen. De TPPA is sensitief, maar bij een vroeg incuberende syfilis en bij een<br />
HIV-coïnfectie kan de test vals-negatief uitvallen. Vals-positieve TPPA uitslagen<br />
komen voor bij endemische treponematosen, malaria en lepra.<br />
FTA-abs<br />
De FTA-abs (Fluorescent Treponemal Antibody absorption test) is een treponemale<br />
antilichaam test 85 . Deze wordt als 1e confirmatie test gebruikt bij alle positieve<br />
TPPA’s zonder eerdere positieve FTA-abs tests, bijvoorbeeld bij verdenking van een<br />
latente syfilis, een treponematose n.n.o., of een biologisch foutpositieve reactie.<br />
VDRL (ook wel RPR)<br />
Als 2e test wordt de VDRL (Venereal Disease Research Laboratory test) gebruikt. Dit<br />
is een niet-treponemale antilichaamtest gericht tegen humane cardiolipinen. De<br />
VDRL is 78-86% sensitief bij syfilis 1, bijna 100% sensitief bij syfilis 2, en 95-98%<br />
82 Gebieden met endemische treponematosen: Afrika, Zuidoost Azië, Midden- en Zuid Amerika<br />
83 De TPPA wordt uitgevoerd met latex partikels, gecoat met antigeen. Het serum wordt<br />
uitgetitreerd. Indien de titer 1:80 is de testuitslag positief . Tussen 0 en 1:80 is de testuitslag<br />
dubieus en bij 0 negatief. De testuitslag is aspecifiek als de ongecoate partikels ook met het serum<br />
reageren.<br />
84 De TPPA wordt uitgevoerd met latex partikels, gecoat met antigeen. Het serum wordt<br />
uitgetriteerd. Indien de titer ≥1:80 is de testuitslag dubieus en bij 0 negatief.<br />
85 De FTA-abs maakt gebruik van met antigeen gecoate glaasjes en een IgG/IgM conjugaat. Het<br />
patiëntenserum wordt met diluent 1:8 verdund. De testuitslag is kwalitatief en wordt door 2<br />
personen afgelezen. M.n. bij vroeg incuberende syfilis kan de uitslag als dubieus of zwak positief<br />
worden af gegeven.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
64
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
sensitief bij latente syfilis. Niet-treponemale testen zijn minder specifiek dan<br />
treponemale testen en m.n. vals-positief bij: auto-immuun ziekten, intraveneus<br />
druggebruik, TBC, vaccinaties, zwangerschap, mononucleosis infectiosa, HIV,<br />
bacteriële endocarditis, rickettsiosen, borreliosen en endemische treponematosen.<br />
In deze gevallen is de titer in 90% van de gevallen lager dan 1:8.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
65
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
IgG immunoblot op Treponema pallidum<br />
Deze test wordt gebruikt als extra confirmatie test, wanneer de FTA-abs dubieus of<br />
laag-positief is, en is nog specifieker dan de FTA-abs 86 .<br />
RPR-card test<br />
De RPR (Rapid Plasma Reagin test) is een niet-treponemale test waarbij gebruik<br />
wordt gemaakt van een macroscopisch zichtbare uitvlokkingreactie bij<br />
aanwezigheid van anticardiolipine antilichamen. Deze test wordt alleen verricht op<br />
indicatie. De arts zal deze test aanvragen bij een sterke verdenking op syfilis<br />
stadium 2: bijvoorbeeld bij huiduitslag of slijmvliesafwijkingen passend bij syfilis<br />
stadium 2. Vanwege de lagere sensitiviteit is een positieve RPR alléén, zonder syfilis<br />
symptomen, besmettelijke partner of zonder bekende TPPA of FTA-abs<br />
onvoldoende aanleiding voor behandeling.<br />
EIA (Anti-Treponema Pallidium)<br />
De EIA (Enzyme Imunnoassay) is een treponemale test en wordt in sommige<br />
laboratoria (ATAL) gebruikt als screeningstest voor het aantonen van antistoffen<br />
tegen syphilis. Een positieve EIA dient verder onderzocht en bevestigd te worden<br />
met een TPPA, VDRL, FTA-abs of IgGblot.<br />
Interpretatie syfilisserologie bij latente stadia<br />
Bij latente syfilis kan er voor de diagnose alleen gevaren worden op de serologische<br />
uitslagen. Dit gebeurt o.b.v. minimaal 2 serummonsters met een minimale<br />
tussenpose van 7 dagen. De serummonsters worden bij voorkeur gepaard (i.e.<br />
tegelijkertijd) bepaald. Bij conflicterende uitslagen geldt het resultaat van het laatst<br />
afgenomen serum monster, bijvoorbeeld<br />
● 1e monster positief, 2e monster negatief uiteindelijke resultaat is negatief<br />
(vragen aan het streeklaboratorium om de twee monsters gepaard te herhalen)<br />
● 1e monster dubieus, 2e monster positief uiteindelijke resultaat is positief<br />
● 1e monster dubieus, 2e monster negatief uiteindelijke resultaat is negatief<br />
De volgende combinaties met mogelijke diagnosen komen het meest voor (tabel):<br />
TPPA Fta-abs IgG-Tp-blot VDRL Serologische diagnose<br />
Negatief nvt nvt nvt Geen syfilis<br />
Positief Negatief/<br />
Dubieus of<br />
Aspecifiek<br />
Negatief/<br />
Dubieus of<br />
Aspecifiek<br />
Positief Positief Positief /<br />
Niet verricht<br />
Positief Positief Positief /<br />
Niet verricht<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Negatief Biologisch foutpositieve syfilis serologie<br />
≤ 1:4 1. Status na adequaat behandelde syfilis<br />
2. Vroeg incuberende syfilis (geeft stijgende<br />
VDRL-titer in 2e bepaling)<br />
3. Latente syfilis<br />
4. Treponematose n.n.o.<br />
5. Infectie met overige Spirocheatales (b.v.<br />
leptospirose, borreliose (figuur 18)<br />
> 1: 4 1. Status na behandelde syfilis<br />
2. Vroeg incuberende syfilis (geeft stijgende<br />
VDRL-titer in 2e bepaling)<br />
3. Latente syfilis<br />
86 Deze test maakt gebruik van recombinante antigenen van T. Pallidum welke specifiek IgG binden.<br />
66
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Syfilis bij zwangeren<br />
Bij een zwangere vrouw met de diagnose syfilis loopt het ongeboren kind risico op<br />
doodgeboorte, fœtale- en congenitale syfilis. Behandeling van zwangere vrouwen<br />
met syfilis dient te geschieden met penicilline aangezien dit het enige middel is dat<br />
aangetoond effectief voor het voorkomen van transmissie van moeder op kind en<br />
de fœtus kan genezen. De behandeling vindt plaats overeenkomstig het syfilis<br />
stadium. Behandeling dient plaats te vinden in het eerste trimester van de<br />
zwangerschap (eerste 16 weken van de zwangerschap). Indien de moeder niet voor<br />
de 16 e week is behandeld dan dient de verdere zwangerschap plaats te vinden<br />
onder gynaecologische begeleiding. Bij de bevalling dient een kinderarts paraat te<br />
zijn ter evaluatie van de neonaat. Daarnaast wordt dan niet-navelstreng bloed<br />
opgestuurd naar het RIVM voor aanvullende syfilis diagnostiek(19S-IgM-FTA-abs<br />
test) in het kader van congenitale syfilis.<br />
Partnerwaarschuwing<br />
Risico partners via seksueel contact:<br />
Syfilis stadium 1:<br />
alle partners binnen de periode van 3 maanden voorafgaand aan het begin<br />
van de klachten.<br />
Syfilis stadium 2:<br />
alle partners binnen de periode van 6 maanden voorafgaand aan het begin<br />
van de klachten.<br />
Recente latente syfilis:<br />
alle partners binnen de periode van 12 maanden voorafgaand aan het begin<br />
van de klachten.<br />
Latente syfilis van onbepaalde duur met een VDRL titer ≥ 1:32:<br />
alle partners binnen de periode van 12 maanden voorafgaand aan het begin<br />
van de klachten.<br />
Laat latente syfilis en latente syfilis van onbepaalde duur met een VDRL titer < 1:32:<br />
alle (vaste) partners uit het leven of alle (vaste) partners vanaf de laatste<br />
bekende negatieve syfilisserologie<br />
NB Verticale transmissie (van moeder op kind): vindt in alle syfilisstadia plaats vanaf<br />
het begin van de zwangerschap!<br />
Onderzoek, behandeling en follow-up van risico partners<br />
soa onderzoek inclusief lichamelijk onderzoek door arts (z.n.RPR-card test) en<br />
herhalen serologie na 3 mnd:<br />
Directe behandeling:<br />
- Contact met een index patiënt met besmettelijke syfilis (zie onder<br />
besmettelijke stadia) binnen de periode van 3 maanden, gerekend vanaf het<br />
moment van klachten.<br />
- Indien het onzeker is dat de risico partner van een index patiënt met<br />
besmettelijke syfilis voor follow up zal verschijnen.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
67
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
- Positieve RPR-card test<br />
Afwachten syfilis serologie uitslag:<br />
- Contact met een index patiënt zonder besmettelijke syfilis (zie onder<br />
besmettelijke stadia)<br />
- Contact met een index patiënt met besmettelijke syfilis langer dan 3<br />
maanden geleden, gerekend vanaf het moment van klachten.<br />
Het serologische syfilis nacontroleschema<br />
Bij HIV negatieve patiënten met een recente infectie wordt de titer herhaald<br />
op 6 en 12 maanden.<br />
Bij HIV negatieve patiënten met een late infectie wordt de titer herhaald op<br />
6,12, 18 en 24 maanden<br />
Bij HIV positieve patiënten met een recente of een late infectie wordt de titer<br />
vervolgd op 3, 6, 9, 12, 18 en 24 maanden.<br />
Bij adequate therapie dient er een minimaal viervoudige daling van de VDRL<br />
titer op te treden 87 :<br />
- In het geval van syfilis stadium 1 en 2 en vroege latente syfilis: binnen 6 tot<br />
12 maanden.<br />
- In het geval van laat latente syfilis en latente syfilis van onbepaalde duur:<br />
binnen 12 tot 24 maanden.<br />
Serologisch falen<br />
Blijft de gewenste titerdaling uit, of is er zelfs sprake van een viervoudige stijging<br />
van de VDRL (t.o.v. VDRL ten tijde van behandeling) dan dienen de volgende<br />
stappen te worden doorlopen.<br />
1. Re-infectie:<br />
Valt de 4-voudige titerstijging buiten de periode van het serologische<br />
controle schema (zie hierboven) dan is er hoogst waarschijnlijk sprake van<br />
een re-infectie.<br />
Valt de 4-voudige titerstijging binnen de periode van de serologische<br />
controle schema, dan is er waarschijnlijk sprake van een re-infectie als er<br />
sprake is van een:<br />
bewezen primair affect (donkerveld en/of NAAT positief).<br />
bewezen seksuele partner met besmettelijke syfilis.<br />
2. HIV-test: Overweeg opnieuw HIV test indien deze eerder negatief was.<br />
3. neurosyfilis: Is een re-infectie onwaarschijnlijk (zie onder 1), dan volgt<br />
neurologisch onderzoek en een verwijzing naar de neuroloog (i.v.m. lumbaal<br />
punctie) alvorens te behandelen.<br />
4. Therapiefalen: Als neurosyfilis en re-infectie beide zijn uitgesloten dan is<br />
er waarschijnlijk sprake van therapie falen en volgt behandeling met<br />
Penidural 2,4 milj. IE i.m. dag 1,8 en 15 en worden de serologische controles<br />
gecontinueerd.<br />
87 Viervoudige titer verandering is een verandering van 2 verdunningstappen (b.v. van 1:16 naar 1:4<br />
of van 1:8 naar 1:32)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
68
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 17. Geografische verspreiding van treponematosen n.n.o.<br />
Figuur 2: Natuurlijk beloop van een syfilis infectie bij immuuncompetente patiënten.<br />
(bron M.R. Golden et al. JAMA 2003 290, 1512)<br />
(bron: WHO)<br />
Figuur 18. Classificatie van de orde van Spirochaetales<br />
pallidum<br />
subspecies<br />
Venerische<br />
syfilis<br />
Borrelia<br />
Serpulinaceae<br />
pallidum<br />
species<br />
pertenue<br />
subspecies<br />
Yaws<br />
Spirochaetales<br />
orde<br />
Treponema<br />
genus<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Spirochaetaceae<br />
famillie<br />
carateum<br />
species<br />
Pinta<br />
endemicum<br />
subspecies<br />
Endemische<br />
syfilis (bejel)<br />
Leptospiraceae<br />
Spirochaeta Cristispira<br />
69
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Figuur 19. Natuurlijk beloop van een syfilis infectie bij immuuncompetente patiënten.<br />
(bron M.R. Golden et al. JAMA 2003 290, 1512)<br />
Figuur 20. Serologisch verloop van syfilisinfectie met bijbehorende kliniek<br />
(bron Sexually transmitted diseases, Holmes KK ed., 3rd edition, Mc Graw Hill)<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
70
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Trichomoniasis<br />
Verwekker: Trichomonas vaginalis.<br />
Trichomoniasis is een soa.<br />
Kan bij zwangere vrouwen met klachten de kans op perinatale complicaties<br />
verhogen.<br />
Alleen bij klachten (zie anamnese) wordt extra intern laboratorium<br />
diagnostiek ingezet.<br />
Mannen zijn vaak asymptomatisch drager of hebben urethritis en/of balanitis<br />
klachten.<br />
Anamnese:<br />
Onwelriekende en veranderde afscheiding.<br />
Vaginale irritatie<br />
Lichamelijk onderzoek:<br />
Geelgroene, licht schuimende fluor<br />
Colpitis macularis (hemorragieën en ulcera op de cervix, “aardbeien aspect”)<br />
Diagnose en behandeling:<br />
Diagnose Definitie Behandeling<br />
Trichomonas vaginitis Flagellaten in gram preparaat, fysiologisch zout 1. metronidazol 2000<br />
Trichomonas urethritis preparaat of sediment of NAAT of Kweek positief mg eenmalig 88<br />
2. metronidazol 500<br />
mg 2dd1 voor 7 dgn.<br />
Counseling<br />
Symptomen van trichomoniasis<br />
Behandeling en bijwerkingen<br />
Geen seksueel contact tot 1 week na het afronden van de behandeling en na<br />
zo nodige behandeling van partners.<br />
Schriftelijke informatie (beschikbaar in verschillende talen)<br />
Partnerwaarschuwing<br />
De vaste partner(s) krijgt/krijgen een regulier soa onderzoek en vrouwen<br />
tevens een kweek op T. vaginalis.<br />
De vaste partner(s) krijgt/krijgen een zekerheidbehandeling met<br />
metronidazol 2000 mg eenmalig. Geef een contactstrook mee.<br />
Controle<br />
Bij persisteren van de klachten:<br />
88 Metronidazol is het enige bewezen effectieve medicament bij trichomoniasis:<br />
Bij mogelijke zwangerschap / geen anticonceptie: Metronidazol bij eerst volgende menstruatie<br />
innemen.<br />
Bij zwangerschap: metronidazol na het eerste trimester innemen. In zeer grote studies konden geen<br />
mutagene of teratogene effecten van metronidazol worden aangetoond tijdens de zwangerschap. In<br />
de NVDV richtlijnen wordt geadviseerd metronidazol niet in het eerste trimester te geven. De CDC<br />
richtlijnen stellen dat eenmalige dosering met 2 gram tijdens de zwangerschap verantwoord is.<br />
Vrouwen die borstvoeding geven worden geadviseerd de borstvoeding te staken tot 12-24 uur na<br />
het stoppen van de kuur. Metronidazol niet met alcohol combineren.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
71
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Re-infectie uitsluiten<br />
Therapie trouw vaststellen<br />
Zo nodig kweek herhalen en behandelen met metronidazol 500 mg 2 dd 1<br />
voor 7 dgn.<br />
Richtlijn Seksaccidenten<br />
Wanneer een patiënt komt met de vraag om PEP in het kader van een seksaccident<br />
moet er naast de mogelijk transmissie van HIV ook rekening gehouden worden met<br />
het risico op transmissie van HBV. Tevens dient met vrouwelijke patiënten zonder<br />
adequate anticonceptie het risico op zwangerschap besproken te worden.<br />
Deze 3 items worden hieronder besproken.<br />
Post-Exposure Prophylaxe (PEP) voor HIV:<br />
Post–Exposure Profylaxe wordt gegeven aan patiënten die (mogelijk) in aanraking<br />
zijn gekomen met HIV. Er is slechts zwak bewijs voor het de werkzaamheid van PEP<br />
na een seksueel accident. Er bestaat veelal indirect bewijs met als belangrijkste<br />
studies uit dierproeven en bij zwangere vrouwen. 89 .Wanneer het lichaam in<br />
aanraking komt met HIV verplaatst het HIV-virus zich in de eerst 24-48 uur na<br />
infectie vanaf de plaats van inoculatie via de dendritsche cellen naar de regionale<br />
lymfeklieren. Door middel van PEP zou deze migratie voorkomen worden en zou<br />
een systemische infectie met het virus voorkomen kunnen worden. 90 . Voor het<br />
voorschrijven van PEP geldt over het algemeen dat een risico van meer dan 0,3%<br />
op transmissie als indicatie wordt gezien voor PEP. PEP dient gestart te worden<br />
binnen 72 uur nadat het mogelijke contact heeft plaatsgevonden. Later starten is (in<br />
dierenstudies) onzinvol gebleken. 91<br />
Anamnese<br />
Wanneer heeft contact plaatsgehad (> 72 uur geleden: geen PEP)<br />
Welke seksuele techniek (anaal, oraal, vaginaal, actief /passief?)<br />
Andere risico verhogende aspecten: ulcera, wondjes, menstruatie,<br />
afkomst van bron (Sub-sahara / West-afrika kent een hogere prevalentie<br />
van HIV)<br />
Huidig medicatie gebruik (ivm mogelijke interacties met PEP)<br />
Medische voorgeschiedenis (nier- /leverziekten) (ivm contra-indicaties<br />
PEP)<br />
Zwangerschap: Bij zwangerschap kan geen standaard PEP worden<br />
voorgeschreven omdat die mogelijk teratogeen is voor de vrucht. De arts<br />
89 Ref: richtlijn antiretrovirale behandeling 2007<br />
90 Ref. Spira AI, Marx PA, Patterson BK, et al. Cellular targets of infection and route of viral<br />
dissemination after an intravaginal inoculation of simian immunodeficiency virus into rhesus<br />
macuaques J. Exp Med, 1996; 183:215-25<br />
91 Referentie: Tsai, CC, Emau P, Follis KE, Beck TW, Benveniste RE, Bischofberger N, Lifson JD,<br />
Morton WR. Effectiveness of postinoculation (R)-9-(2-phophonylmethoxypropyl) adenine treatment<br />
for prevention of persistent simian immunodeficiency virus SIV infection depends critically on timing<br />
of initiation and duration of treatment. J. Virol. 1998 May; 72(5):4265-73<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
72
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
overlegt evt. met de internist. Bovendien dient bij mogelijke<br />
zwangerschap gewezen te worden op de morning-after pil.<br />
Lichamelijk Onderzoek<br />
Alle patiënten die zich melden voor behandeling met PEP krijgen een<br />
volledig soa-onderzoek op de dag van melding. Dit omdat er vanuit gegaan<br />
wordt dat patiënten die zich melden voor PEP reeds risicogedrag hebben<br />
gehad in de maanden voorafgaand aan het risico-contact voor PEP.<br />
Bovendien dient lichamelijk onderzoek ook om de aanwezigheid van<br />
concomitante soa aan te tonen, welke het risico op HIV transmissie verhogen.<br />
Laboratorium Onderzoek:<br />
Dag 0 - HIV sneltest<br />
- HIV combo, Hepatitis B bepaling , TPHA (streeklab)<br />
- ALAT<br />
- NAAT/ Kweken op C. Trachomatis, N. Gonorrhoea en evt Trichomonas.<br />
Indicaties voor PEP<br />
Bij het stellen van de indicatie voor PEP dient een stappenplan te worden<br />
doorlopen. Dit kan gedaan worden a.h.v. van onderstaande tabellen.<br />
1. Beoordeel het kans op transmissie; kijk hiervoor in tabel 1.<br />
Tabel 1: Transmissierisico HIV<br />
Kans op<br />
transmissie 92<br />
Hoge kans<br />
Lage kans<br />
Verwaarloosbare<br />
kans<br />
Aard seksueel contact Risico per<br />
exposure 93<br />
- onbeschermd receptief anaal contact<br />
- onbeschermd receptief vaginaal<br />
contact met risicoverhogende<br />
omstandigheden 94<br />
- onbeschermd receptief vaginaal<br />
contact zonder risicoverhogende<br />
omstandigheden<br />
- onbeschermd insertief anaal/vaginaal<br />
contact<br />
- onbeschermd receptief oraal contact<br />
met risicoverhogende omstandigheden<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
(Bij bekende HIV + bron)<br />
0.8% – 3.2%<br />
onbekend<br />
0.01 % tot 0.15 %<br />
0.03 % -0.09 %<br />
onbekend<br />
- onbeschermd insertief oraal contact onbekend<br />
- onbeschermd receptief oraal contact 0 tot 0.04 %<br />
Geen kans - overig, zoals schone hulpmiddelen, onbekend<br />
92 Bron: Draaiboek seksaccidenten, LCIb, sep 2008<br />
93 Bron: Richtlijn antiretrovirale behandeling 2007 en Eurosurvaillance 2004 Iss. 6 Vol. 6<br />
94 Risico verhogende omstandigheden zijn: Verkrachting, Genitale ulcera / infecties, Hoge Plasma<br />
RNA load bron, macroscopisch bloed (incl. menses), Cervicale ectopie, geen circumcisie.<br />
73
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
masturbatie, zoenen<br />
2. Hierna wordt gekeken naar de HIV status bron; Is de bron bekend HIV+ of is<br />
er sprake van een onbekende HIV status van de bron? N.B. over het<br />
algemeen wordt aangenomen dat wanneer de bron HIV positief is maar een<br />
undetectable viral load heeft, het risico op transmissie zeer laag is, ongeacht<br />
de aard van het seksueel contact.<br />
3. Indien de HIV status van de bron onbekend is : Schat het risico in op HIV<br />
positiviteit van de bron. Behoort de bron tot een risicogroep voor HIV<br />
positiviteit? (zie tabel 2)<br />
4. Nu kan gekeken worden in tabel 3 voor indicatie stelling PEP.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
74
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Tabel 2: Risicogroepen HIV/ HBV<br />
HIV HBV HCV<br />
MSM + + +<br />
IV-druggebruikers + + +<br />
Prostituees m /v 95 + +<br />
Personen uit sub-Sahara / West<br />
Afrika<br />
+ +<br />
Personen uit Caribisch gebied + +<br />
Personen uit Zuid-Oost Azië +<br />
Personen uit Oost Europa/ GOS +<br />
Personen uit niet-Westerse landen +<br />
Tabel 3: Indicaties voor PEP<br />
HIV-status<br />
Bron<br />
Transmissie<br />
kans 96<br />
Hoog Start PEP<br />
Serologie na<br />
3 en 6<br />
maanden<br />
Laag Geen PEP<br />
Wanneer na zorgvuldige anamnese en risico-inventarisatie blijkt dat patiënt in<br />
aanmerking komt voor PEP (dit is eigenlijk altijd het geval na onbeschermd<br />
receptief anale seks), dan wordt dit advies besproken met de patiënt. Een patiënt<br />
mag altijd kiezen om niet te starten met PEP. Bij deze patiënten wordt de diagnose:<br />
PEP / positief advies gesteld. Als een negatief advies voor PEP wordt gegeven,<br />
dient dit zorgvuldig te worden besproken met de patiënt.<br />
Voorlopige Diagnose: Definitie (zie tabel 3) Voorlopige Therapie:<br />
PEP / pos. advies<br />
positief Bron in<br />
risicogroep<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Start PEP<br />
Serologie na 3<br />
en 6 maanden<br />
Geen PEP<br />
HIV sneltest negatief (HIV<br />
combo volgt) en hoge kans<br />
op HIV transmissie.<br />
Bron geen<br />
risicogroep<br />
EN<br />
Onbekende<br />
bron<br />
Geen PEP<br />
Serologie na 3<br />
maanden<br />
Geen PEP<br />
1. Combivir / Reyataz ged. 28<br />
dagen<br />
N.B. Bij comorbiditeit /<br />
zwangerschap/ jonge leeftijd/<br />
bekende resistente HIV bron<br />
95<br />
HIV komt m.n. voor bij druggebruikende prostituees en transgender prostituees<br />
96<br />
Zie tabel 1<br />
negatief<br />
Geen actie<br />
Geen actie<br />
Serologie na Serologie na 3 Serologie na 3<br />
3 maanden maanden maanden<br />
Verwaarloosbaar Serologie na Serologie na 3 Serologie na 3 Geen actie<br />
3 maanden maanden maanden<br />
Geen<br />
Geen actie Geen actie Geen actie Geen actie<br />
75
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
PEP / negatief advies HIV sneltest negatief en<br />
lage kans op HIV<br />
transmissie.<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
wordt overlegd met de internist of<br />
kinderarts.<br />
n.v.t.<br />
Voordat PEP wordt voorgeschreven dient het volgende gecontroleerd/ gedaan te<br />
zijn:<br />
- Zwangerschap; bij vrouwelijk patiënten zonder anticonceptie dient altijd<br />
een zwangerschapstest gedaan te worden. Indien positief; dan volgt<br />
overleg met de internist.<br />
- Leeftijd: Bij kinderen onder de 16 jaar volgt overleg met de kinderarts<br />
- Leverfunctie; ALAT bepaling dient afgenomen te worden.<br />
- Naast de HIV sneltest word nu ook een HIV combotest te worden verricht.<br />
- HIV sneltest bij patiënt; deze moet negatief zijn.<br />
Patiënten krijgen een recept mee voor Combivir ® (AZT 300 mg en Lamivudine 150<br />
mg) 2 dd 1 tablet gedurende 28 dagen en Reyataz ® (atazanavir 200 mg) 1 dd 2<br />
gedurende 28 dagen.<br />
’s Ochtends worden dus drie tabletten ingenomen, ’s avonds 1.<br />
Er moet 12 uur tussen beide innamen zitten. Eventueel kan per dag de medicatie<br />
inname 1 uur verschoven worden.<br />
Reyataz moet met eten (dus niet alleen drinken) worden ingenomen.<br />
Post-Exposure Profylaxe voor Hepatitis B<br />
Wanneer een patiënt komt voor PEP dient er naast de mogelijkheid van HIV<br />
transmissie ook rekening te worden gehouden met transmissie van HBV.<br />
Ook hier geldt weer dat de indicatie voor vaccinatie voor HBV afhangt van de een<br />
combinatie van de aard van het sexaccident en de HBV status van de bron.<br />
1. Beoordeel de HBV status van de blootgestelde.<br />
Beschermd zijn :<br />
1. Patiënten die volledig (dus 3 vaccinaties) gevaccineerd zijn (zie ook site<br />
van de landelijk HBV campagne)<br />
2. Patiënten die ooit hepatitis B hebben doorgemaakt (anti-Hbc positief,<br />
anti-HbsAg negatief)<br />
3. Dragers van HBV (anti-HbsAg positief). 97<br />
2. Bepaal het HBV risico van de bron.<br />
En kijk in onderstaande tabel (tabel 4)<br />
In de praktijk zullen veel van de patiënten die zich melden voor PEP behoren tot<br />
een risicogroep voor HBV (MSM). Deze patiënten dienen, ook wanneer er geen<br />
hoog risico op HBV transmissie is geweest, altijd het advies te krijgen te starten met<br />
HBV vaccinatie.<br />
97 NB als blootgestelde drager is van HBV bestaat er risico op HBV besmetting bij de bron.<br />
Contactopsporing dient wanneer mogelijk verricht te worden.<br />
76
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
In principe komen alle MSM in aanmerking voor vaccinatie tegen Hepatitis A en B<br />
(Twinrix); tenzij zij reeds gevaccineerd zijn tegen hepatitis A of hepatitis A hebben<br />
doorgemaakt.<br />
Alle overige patiënten krijgen enkel vaccinatie tegen Hepatitis B (Engerix).<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
77
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Tabel 4. hepatitis B infectie risico van de bron<br />
HBV-status<br />
Bron<br />
Aard<br />
Accident<br />
MSM contact Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
Vrijwillig<br />
Anti-HBc,<br />
heteroseksueel Vaccineren<br />
contact<br />
0,1,6 mnd<br />
(Blootgestelde in<br />
risicogroep) 98<br />
Vrijwillig<br />
heteroseksueel<br />
contact<br />
(blootgestelde<br />
niet in risicogroep)<br />
Bron positief Bron in<br />
risicogroep<br />
(zie tabel 2)<br />
Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
Zedendelict Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
Bron geen<br />
risicogroep<br />
of<br />
onbekende<br />
bron<br />
Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
Bron negatief<br />
/<br />
blootgestelde<br />
is beschermd.<br />
Geen actie<br />
Geen actie Geen actie Geen actie<br />
Geen actie Geen actie Geen actie<br />
Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
Anti-HBc,<br />
Vaccineren<br />
0,1,6 mnd<br />
Voorlopige Diagnose: Definitie (zie tabel 4) Voorlopige Therapie:<br />
HBV risico, start vaccinatie HBV onbeschermd en risico<br />
op HBV transmissie aanwezig.<br />
HBV risico , reeds beschermd HBV beschermd en risico op<br />
HBV transmissie aanwezig.<br />
Geen actie<br />
1. Vaccineren 0,1,6 mnd<br />
(MSM: Twinrix, overige: Engerix)<br />
Geen actie<br />
NB Wanneer de bron bekend non-responder is of on(volledig) gevaccineerd is,<br />
zijn verder maatregelen tegen HBV noodzakelijk!<br />
NB Bij alle zedendelicten dient z.s.m. gestart te worden met vaccinatie op 0,1 en 6<br />
maanden.<br />
NB. Passieve immunisatie dmv hepatitis B immunoglobuline (HBIG) wordt alleen in<br />
zeer uitzonderlijke situaties toegediend na een sexaccident. 99<br />
98 Zie tabel 2<br />
99 In bijzondere gevallen kan wel overwogen worden HBIG te geven. Bijvoorbeeld wanneer de<br />
blootgestelde een bekende non-responder is en de bron bewezen HbsAg positief is.<br />
78
De adviezen in deze richtlijn zijn afgestemd op de situatie binnen de <strong>SOA</strong> polikliniek van de <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>.<br />
Postcoïtale Anticonceptie<br />
Bij onveilig vaginaal seksueel contact bestaat er een kans op ongewenst<br />
zangerschap. Dit dient met patiënte besproken te worden. Bij het advies om te<br />
starten met de morning-after anticonceptie kan het volgende schema (tabel 5)<br />
gebruikt worden:<br />
Tabel 5 Diagram voor het indiceren van de morningafterpil 100<br />
Anticonceptie Indicatie<br />
Morning after<br />
anti-<br />
Geen anticonceptie<br />
richtlijnen <strong>SOA</strong> polikliniek <strong>GGD</strong> <strong>Amsterdam</strong>, <strong>2011</strong><br />
conceptie.<br />
Positieve<br />
indicatie<br />
Pilgebruik Consequent gebruik Geen indicatie<br />
1 pil vergeten<br />
(> 12 uur)<br />
Pil alsnog innemen Geen indicatie<br />
2 of meer pillen Week 1 Laatst vergeten pil alsnog innemen, strip Positieve<br />
vergeten<br />
afmaken<br />
indicatie<br />
Week 2 2 of 3 pillen vergeten: Laatste pil alsnog<br />
innemen, strip afmaken.<br />
Geen indicatie<br />
4 of meer pillen vergeten: Laatste pil<br />
alsnog innemen, strip afmaken. Aansluiten<br />
aanvullende anticonceptie totdat pil 7<br />
dagen ingenomen is.<br />
Geen indicatie<br />
Week 3 Laatst vergeten pil alsnog innemen, strip<br />
afmaken, meteen doorgaan volgende<br />
strip. OF pauze van 7 dagen te beginnen<br />
bij vergeten pil.<br />
Inconsequent<br />
Positieve<br />
gebruik<br />
indicatie<br />
IUD Geen indicatie<br />
Nuva ring Geen indcatie<br />
De keuze voor welke morning after anticonceptie dient besproken te worden met<br />
patiënt. In het algemeen geldt dat wanneer het sex-accident < 72 uur heeft<br />
plaatsgevonden gekozen kan worden voor de morning after pill (Norlevo). Deze kan<br />
zonder recept verkregen worden.<br />
Wanneer het incident langer geelden is kan gekozen worden voor een morning<br />
after spiraal, dit kan tot 5 x 24 uur na het incident geplaatst worden bij een huisarts<br />
of gynaecoloog / abortuskliniek.<br />
100 Bron: LCI Richtlijn Sexaccidenten RIVM, september 2008<br />
79