15.09.2013 Views

De historische Buitenplaats Maarsbergen - Maarn Maarsbergen ...

De historische Buitenplaats Maarsbergen - Maarn Maarsbergen ...

De historische Buitenplaats Maarsbergen - Maarn Maarsbergen ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

Open Monumentendag 1999: <strong>De</strong> <strong>historische</strong><br />

<strong>Buitenplaats</strong> <strong>Maarsbergen</strong><br />

Bij eerste succesvolle Open Monumentendag verscheen een begeleidend boekwerk<br />

dat veel cultuur<strong>historische</strong> informatie over <strong>Maarsbergen</strong> bevat. Een goede reden om<br />

dit boekje hier op te nemen! Daarnaast werden in de opengestelde monumenten kleine<br />

poster tentoonstellingen ingericht. Ook deze posters zijn in de website opgenomen.<br />

Omslag:


Titelpagina:<br />

Monumentaal groen in de gemeente <strong>Maarn</strong><br />

<strong>De</strong> <strong>historische</strong><br />

<strong>Buitenplaats</strong> <strong>Maarsbergen</strong><br />

David Vroon<br />

en<br />

Erik Somsen<br />

CULTUURHISTORISCHE COMMISSIE MAARN-MAARSBERGEN<br />

NATUURLIJK


Fotoverantwoording:<br />

<strong>De</strong> foto's voor het boekje zijn door de volgende personen en instanties ter beschikking<br />

gesteld:<br />

Fig. 1 en 3: <strong>De</strong> heer J. P. Briedé. Fig. 12, 15 en 18: <strong>De</strong> heer J. W. G. Laporte. Fig. 2, 4<br />

en 5: <strong>De</strong> heer M. Pater. Voorpagina en fig. 13: Mevrouw C. J. H. Petter - Godin de<br />

Beaufort. Fig. 7, 10, 11, 14 en 16: <strong>De</strong> heer F. J. Somsen. Fig. 9, 13e en 17: <strong>De</strong> heer D.<br />

A. Vroon. Fig. 8: Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. Fig. 6: Het<br />

Utrechts Archief.<br />

Bij de omslag:<br />

Landgoed <strong>Maarsbergen</strong> ligt op de overgang van de stuwwal van de Utrechtse<br />

Heuvelrug en het dal van de Gelderse Vallei. In het lager gelegen gedeelte kwamen<br />

vroeger flinke plassen en moerassen voor. Dit is goed te zien op een prachtig<br />

schilderij van Allaert van Everdingen (1621-1675). Op het schilderij kijkt men eerst<br />

tegen de Folcoldusberg aan. Vervolgens ziet men het Kasteel van de achterzijde, en de<br />

voorburcht. Aan de noordzijde van het Kasteel ziet men de Heerensteeg. <strong>De</strong> steeg is<br />

niet veel meer dan een dijkje met aan weerszijden veel water en ook droogvallende<br />

gronden. Het is niet moeilijk om de naam <strong>Maarsbergen</strong> of oorspronkelijk Merseberch<br />

te verklaren: moeras of meer (mars, merse of mere) bij de berg. Op de voorgrond van<br />

het schilderij, bovenop de Folcoldusheuvel, staan een man en een vrouw naast elkaar.<br />

<strong>De</strong>ze twee mensen zijn de toenmalige Heer en Vrouwe van <strong>Maarsbergen</strong>: Samuel de<br />

Marez en Margaretha Trip.<br />

September 1999<br />

Vormgeving: Pre Press Buro Booij, <strong>Maarsbergen</strong><br />

Druk: Van Rossum's Drukkerij, <strong>Maarsbergen</strong><br />

© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door<br />

middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande<br />

schriftelijke toestemming van de Cultuur<strong>historische</strong> Commissie van de Vereniging<br />

<strong>Maarn</strong>-<strong>Maarsbergen</strong> Natuurlijk.


Inhoud<br />

Woord vooraf<br />

Routekaart<br />

1. Motel <strong>Maarsbergen</strong><br />

2. <strong>De</strong> Kolk<br />

3. Nederlands Hervormde Kerk<br />

4. <strong>De</strong> Grote Bloemheuvel<br />

5. Voormalige Merseberch-school<br />

6. Hoofdstructuur <strong>historische</strong> <strong>Buitenplaats</strong> <strong>Maarsbergen</strong><br />

7. Meersbergse Buurt<br />

8. Grafheuvels<br />

9. Boerderij <strong>De</strong> Brink<br />

10. Boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort<br />

11. Tolhuis<br />

12. Inrijhekken<br />

13. Kasteel en Park <strong>Maarsbergen</strong><br />

14. Koetshuis en schurencomplex<br />

15. Oranjerie, tuinmuur en kassen<br />

16. Duiventoren en tuinbaaswoning<br />

17. Het Blauwe Huis<br />

18. <strong>De</strong> Kom<br />

Gebruikte literatuur


Woord vooraf<br />

<strong>Maarsbergen</strong> is altijd een vrij onbeduidend, klein dorpje geweest aan de voet van de<br />

Utrechtse Heuvelrug. Het had tot ver in de negentiende eeuw zelfs geen dorpskern,<br />

maar de mensen woonden verspreid in voornamelijk boerderijen en<br />

daglonerswoningen. <strong>De</strong> zandgronden brachten geen rijkdom voort. Met hard ploeteren<br />

kon (soms) het brood worden verdiend. Door het geringe aantal inwoners, de<br />

geïsoleerde ligging van de streek (voor de aanleg van de spoorlijn en station in 1845)<br />

en het grootgrondbezit van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong>, verliepen de meeste ontwikkelingen<br />

trager dan elders.<br />

Toch heeft <strong>Maarsbergen</strong> een zeer interessante geschiedenis, waar heel veel over te<br />

vertellen valt. Omdat de ontwikkelingen hier altijd zo langzaam gingen en de<br />

bevolking relatief arm was, zijn er in het landschap nog veel elementen uit het<br />

verleden te herkennen. <strong>De</strong>ze over het algemeen goed bewaarde cultuur<strong>historische</strong><br />

elementen, zoals boerderijen, daglonershuisjes, bakhuizen, schaapskooien,<br />

hooibergen, houtwallen, waterlopen, kerkepaden, vormen vandaag de dag juist een<br />

groot deel van de charme van het dorp.<br />

<strong>De</strong> waardering voor het cultuurhistorisch waardevolle <strong>Maarsbergen</strong> neemt de laatste<br />

jaren snel toe. In 1998 heeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist een<br />

groot gedeelte van het landgoed <strong>Maarsbergen</strong> aangewezen als <strong>historische</strong> buitenplaats.<br />

Onder dit gedeelte vallen het kasteel met vrijwel alle bijgebouwen (behalve de<br />

tuinbaaswoning), twee boerderijen, de oorspronkelijke parkaanleg van het kasteel en<br />

de eendenkooi <strong>De</strong> Kom.<br />

Reden genoeg voor de Cultuur<strong>historische</strong> commissie van de Vereniging <strong>Maarn</strong><br />

<strong>Maarsbergen</strong> Natuurlijk, de Gemeente <strong>Maarn</strong> en de VVV om tijdens de Open<br />

Monumentendag de aandacht te richten op de <strong>historische</strong> <strong>Buitenplaats</strong> <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

Dankzij financiële ondersteuning van het gemeentebestuur is het mogelijk om deze<br />

dag te organiseren. Tevens spreken wij onze dank uit aan de eigenaren en gebruikers<br />

van de monumentale panden voor de bereidwilligheid de gebouwen en de erven open<br />

te stellen op de Open Monumentendag.<br />

<strong>De</strong>ze gids is voor u gemaakt als wegwijzer en herinnering. Allereerst treft u een<br />

plattegrond aan, waarop de route is weergegeven. Als leidraad voor uw<br />

ontdekkingstocht hebben de gebouwen en andere bezienswaardigheden een nummer<br />

gekregen. Door deze nummering kunt u zich gemakkelijk oriënteren en kunt u bij de<br />

gedetailleerde routebeschrijving meer uitgebreide informatie opzoeken. Bovendien<br />

zijn in de opengestelde gebouwen tijdens de Open Monumentendag kleine<br />

tentoonstellingen ingericht die zeker de moeite waard zijn.<br />

Wij wensen u een fijne dag toe. Ongetwijfeld is de tijd te kort om alles te zien en te<br />

lezen. Komt u daarom gerust nog eens naar <strong>Maarsbergen</strong>!<br />

Henk van den Beld Marianne Burgman<br />

Voorzitter Cultuur<strong>historische</strong> Commissie Burgemeester Gemeente <strong>Maarn</strong><br />

Vereniging <strong>Maarn</strong>-<strong>Maarsbergen</strong> Natuurlijk


Routekaart:<br />

NB: een geel nummertje op de kaart correspondeert met het betreffende hoofdstuk!


Routebeschrijving<br />

<strong>De</strong> route is geschikt voor wandelaars en voor fietsers en voert langs alle<br />

opengestelde monumenten: de Hervormde kerk, de boerderij met boerenerf "<strong>De</strong><br />

Cruijvoort", de oranjerie en het park van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong>, de boerderij "Het<br />

Blauwe Huis" en de voormalige eendenkooi. Bij al deze objecten is een kleine<br />

tentoonstelling ingericht. Tevens komt men tijdens de wandeling langs een aantal<br />

niet opengestelde monumenten, die echter ook alleen van de buitenkant meer dan<br />

de moeite waard zijn. <strong>De</strong> duur van de gehele rondwandeling (incl. rondkijken)<br />

bedraagt ca. 3 uur.<br />

Voor degenen die iets meer tijd hebben, kan de rondwandeling worden uitgebreid<br />

met het gedeelte dat loopt door de oude landbouwontginning rond de Buurtsteeg.<br />

Ook kan een bezoek worden gebracht aan de grafheuvels uit de jonge steentijd.<br />

<strong>De</strong> route start bij Motel <strong>Maarsbergen</strong>, Woudenbergse weg 44, waar u uw auto kunt<br />

parkeren, koffie of thee kunt drinken en zeker na afloop van de wandeling een goede<br />

maaltijd kunt gebruiken.<br />

1. Motel <strong>Maarsbergen</strong><br />

Het gerenoveerde voorhuis met rieten dak van het<br />

motel is afkomstig van de hofstede <strong>De</strong> Kleine<br />

Bloemheuvel, gebouwd in het midden van de<br />

achttiende eeuw. <strong>De</strong>ze hofstede met uitspanning<br />

behoorde lange tijd tot het landgoed <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

Voor 1750 lag hier het Kooihuis, de woning van<br />

de kooiker die wilde eenden ving met behulp van<br />

de eendenkooi <strong>De</strong> Kom. Sinds 1960 is het Motel<br />

<strong>Maarsbergen</strong> hier gevestigd.<br />

Figuur 1. Hofstede <strong>De</strong> Kleine<br />

Bloemheuvel voor de verbouwing tot<br />

motel.<br />

Figuur 2. <strong>Maarsbergen</strong> had een eigen<br />

station tussen 1845<br />

en 1972.<br />

U slaat rechtsaf richting de dorpskern. Direct na de spoorwegovergang ligt aan uw<br />

rechterzijde de zogenoemde Kolk.


2. <strong>De</strong> Kolk<br />

<strong>De</strong>ze plas is gegraven dichtbij het station <strong>Maarsbergen</strong> dat in 1845 door de<br />

Rhijnspoorwegmaatschappij werd geopend aan de fonkelnieuwe spoorlijn Utrecht-<br />

Arnhem. Om de afwatering ter hoogte van het natte <strong>Maarsbergen</strong> te regelen werden<br />

spoorsloten gegraven. Een van de spoorsloten werd verbreed, om te dienen als<br />

waterreservoir voor de stoomlocomotieven. Hieruit is de Kolk ontstaan. Tot 1905<br />

werden de stoomlocomotieven in <strong>Maarsbergen</strong> van water voorzien, daarna nam<br />

station <strong>Maarn</strong> deze taak over. In de jaren zeventig werd er veel puin gestort, o.a. van<br />

het stationsgebouwtje van <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

Twee inwoners van <strong>Maarn</strong>, Willemijn Cappetti-Veenendaal en Ineke Breedveld-Jol<br />

hebben in de jaren tachtig een actie opgestart om het gemeentebestuur te activeren tot<br />

het herstel en behoud van de Kolk. Uit deze actie is de Vereniging <strong>Maarn</strong><br />

<strong>Maarsbergen</strong>-Natuurlijk ontstaan. Een gedeelte van het puin is nu gelukkig verwijderd<br />

en de Kolk ontwikkelde zich tot een prachtig natuurgebiedje, waarin o.a. de zeldzame<br />

kamsalamander voorkomt.<br />

U vervolgt uw weg. Aan uw rechterhand ziet u de voormalige pastorie, waarin nu<br />

een bedrijf is gevestigd. Daarnaast ligt de Hervormde Kerk. <strong>De</strong> kerk is van binnen te<br />

bezichtigen. Wanneer u de kerk tussen 11.00 en 12.00 uur bezoekt, kunt u genieten<br />

van een orgelconcert. [Zie ook de poster tentoonstelling over de kern van<br />

<strong>Maarsbergen</strong>]<br />

Figuur 3. <strong>De</strong> Nederlands Hervormde<br />

Kerk in <strong>Maarsbergen</strong>. <strong>De</strong> situatie voor<br />

de Eerste Wereldoorlog.<br />

3. Nederlands Hervormde Kerk<br />

<strong>Maarsbergen</strong> had tot 1884 geen eigen kerkgebouw. <strong>De</strong> inwoners van <strong>Maarsbergen</strong><br />

kerkten in Wouden berg, Doorn of Leersum. Aalt du Bois (1819-1881), kasteelheer<br />

van <strong>Maarsbergen</strong>, had zijn zuster verzocht dat als hij kwam te overlijden, zij er voor<br />

zorg moest dragen dat er een kerk voor de inwoners van <strong>Maarsbergen</strong> werd gebouwd.<br />

Zij (Geertruida Adriana du Bois) legde op 19 september 1883 de eerste steen. <strong>De</strong><br />

bouw verliep voorspoedig zodat de kerk in gebruik kon worden genomen op 20 juli<br />

1884. Geertruida Adriana kon dit echter niet meer meemaken. Zij overleed op 26<br />

oktober 1883. Samen met haar broer Aalt is zij na het gereedkomen van de kerk<br />

herbegraven en bijgezet in de grafkelder aan de noordzijde van de kerk. In de<br />

consistoriekamer hangt een schilderij van hun vader, mr. Jan Andries du Bois (ca<br />

1778-1848).


Het gebouw is een zaalkerk in neorenaissancestijl. Het is opgetrokken in rode<br />

baksteen en versierd met decoratieve banden. Ook zijn als decoratie op de steunberen<br />

zogenaamde tympaantjes aangebracht. <strong>De</strong> toren werd in 1935 verbouwd door<br />

architect J. Pothoven, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de kerk. Ook werd<br />

toen een uurwerk aangebracht. Het kerkgebouw en de toren zijn geïnspireerd op de<br />

Amsterdamse Zuiderkerk.<br />

Tegenover de kerk staat de vroegere hofstede "<strong>De</strong> Grote Bloemheuvel". Het<br />

gebouw dat helaas in een deplorabele staat van onderhoud verkeert, is niet<br />

opengesteld. Over de geschiedenis van dit oudste pand in de dorpskern van<br />

<strong>Maarsbergen</strong> is het volgende bekend.<br />

Figuur 4. <strong>De</strong> Grote Bloemheuvel in betere tijden: een ge-<br />

zellig en fraai stationskoffiehuis in plaats van een bouwval.<br />

4. <strong>De</strong> Grote Bloemheuvel<br />

<strong>De</strong> Grote Bloemheuvel behoorde, net als <strong>De</strong> Kleine Bloemheuvel, vroeger tot het<br />

Landgoed <strong>Maarsbergen</strong>. In 1717 werd zij voor het eerst genoemd, maar mogelijk is de<br />

boerderij nog ouder. Waarschijnlijk stond in de 16e eeuw al een boerderij op deze<br />

plaats. Vanwege de ligging, aan de centrale as van het landgoed (de Heerensteeg),<br />

ontwikkelde de Grote Bloemheuvel zich net als <strong>De</strong> Kleine Bloemheuvel tot herberg.<br />

Het gebouw heeft een L-vormige plattegrond. Voor boerderijen in de omgeving van<br />

<strong>Maarsbergen</strong> is dat vrij uniek. <strong>De</strong> afwijkende vorm heeft te maken met nog een<br />

functie van het pand, namelijk die van café. Het café was de plaats van samenkomst<br />

voor de Maarsbergers. Vreemd was dat niet, omdat de rentmeesters van Kasteel<br />

<strong>Maarsbergen</strong> de pacht en de tiend lieten betalen in de Grote Bloemheuvel. Ook<br />

werden er enkele malen per jaar hout- en boedelverkopingen georganiseerd. Bij dit<br />

soort gelegenheden dronken de pachters en de rentmeester graag een borreltje. Toen<br />

<strong>Maarsbergen</strong> in 1845 een station kreeg, werd de Grote Bloemheuvel, zeker na de<br />

verbouwing in 1889 in opdracht van jhr. Mr. K. A. Godin de Beaufort, een<br />

stationsrestauratie. Op dat moment is de uitbouw van het voorhuis ontstaan. <strong>De</strong> oude<br />

boerderij is bij de verbouwing van 1889 zeker gedeeltelijk bewaard gebleven en is<br />

nog steeds (zichtbaar) verscholen in het huidige pand. In de zijgevel bevindt zich het<br />

wapen van <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

U kunt nog even de Haarweg oversteken en het pas gerestaureerde voormalige<br />

schoolgebouw van de buitenkant bewonderen.


Figuur 5. <strong>De</strong> Merseberch-school aan het<br />

begin van deze eeuw.<br />

5. Voormalige Merseberch-school<br />

Voor 1863 had <strong>Maarsbergen</strong> (en <strong>Maarn</strong>) geen school en moesten de kinderen in<br />

omliggende dorpen (Woudenberg, Doorn of Austerlitz) de school bezoeken. Een deel<br />

van de Maarsbergse kinderen ging overigens helemaal niet naar school: zij moesten al<br />

jong meehelpen om de kost te verdienen. Het ontwerp van het oorspronkelijke<br />

schoolgebouw, twee lokalen en een woning voor het schoolhoofd, is in 1862 gemaakt<br />

door Gerardus Diderikus Wijndels de Jongh (1829-1895), opzichter van 's<br />

Rijksgebouwen te Utrecht. In 1863 werd de school gebouwd en met het lesgeven<br />

begonnen. In 1920 is het schoolgebouw verbouwd door er aan de achterzijde nog twee<br />

lokalen tegenaan te bouwen. Tot 1982 bleef de Merseberch-school in gebruik. Daarna<br />

gingen de leerlingen naar een nieuw schoolgebouw aan de Van Beuningenlaan. In het<br />

oude schoolgebouw werden exposities gehouden. In 1998/1999 is de oude school<br />

verbouwd door de architecten Henk Fortuijn en Henk Gaasbeek. Zij zagen<br />

mogelijkheden om het oude gebouw zodanig van binnen te verbouwen dat er een<br />

architectenbureau in gevestigd kon worden. Het schoolgebouw heet nu "<strong>De</strong> Heeren<br />

Hendrik" (naar de twee Henken die het opknapten). <strong>De</strong> woning van het schoolhoofd<br />

heet " 't Meesterhuis".<br />

Nu u een indruk heeft van de oude dorpskern, is het tijd om de <strong>historische</strong><br />

<strong>Buitenplaats</strong> <strong>Maarsbergen</strong> te bezoeken. U keert terug naar het Motel en steekt na het<br />

viaduct van de rijksweg A-12 rechtsaf de Woudenbergse weg over. Kijkt u goed uit bij<br />

het oversteken! U bent nu op de Hof ter Heideweg, die parallel loopt aan de snelweg.<br />

Na 200 meter slaat u linksaf de Wijkerweg in, de westelijke zijas van de <strong>Buitenplaats</strong><br />

<strong>Maarsbergen</strong>.<br />

6. Hoofdstructuur <strong>historische</strong> <strong>Buitenplaats</strong> <strong>Maarsbergen</strong><br />

<strong>De</strong> eerste aanleg van de structuur van het landgoed dateert uit de tweede helft van de<br />

zeventiende eeuw. Samuel de Marez (1629-1691), een ontzaglijk rijke koopman uit<br />

Amsterdam, had in 1656 geheel <strong>Maarsbergen</strong> gekocht voor een bedrag van f 85.000,-.<br />

Daarnaast investeerde hij een bedrag van f 200.000,- om het in de Tachtigjarige<br />

Oorlog verwaarloosde kasteel (tot dan toe proosdijhuis) en landgoed op te knappen.<br />

Een groot deel van het geïnvesteerde bedrag is besteed aan de omvorming van het<br />

terrein rondom het kasteel tot een groot park in Hollands-classicistische stijl.


Figuur 6. <strong>De</strong>tail van de kaart van Justus van Broeckhuysen<br />

uit 1716.<br />

[Zie ook de vergroting]<br />

Een goed beeld van deze aanleg geeft de kaart die landmeter Justus van Broeckhuysen<br />

in 1716 maakte van de Ambachtsheerlijkheid van <strong>Maarsbergen</strong>. <strong>De</strong> hoofdstructuur<br />

van de aanleg, met een breedte van 450 meter en een lengte van ruim 2000 meter,<br />

bestaat uit drie lange noord-zuid lopende zichtassen. <strong>De</strong> noordzijde van de aanleg<br />

werd gevormd door de huidige Haarweg/Tuindorpweg. Door de aanleg van de<br />

spoorlijn en later de rijksweg A-12 is het noordelijk deel van de <strong>historische</strong> aanleg<br />

doorsneden. <strong>De</strong> middelste dwarsas wordt gevormd door de <strong>Maarn</strong>se Grindweg. <strong>De</strong><br />

17e eeuwse hoofdstructuur is nog altijd in grote lijnen en deels in detail aanwezig en<br />

bepaalt in sterke mate het karakter van het landgoed. <strong>De</strong> Wijkerweg, waar u nu op<br />

loopt, is de westelijke zij as. <strong>De</strong>ze loopt ruim 200 meter ten westen (parallel) van de<br />

centrale as van het landgoed, (Heerensteeg, deels Woudenbergseweg), waar onder<br />

andere de Grote en de Kleine Bloemheuvel aan liggen. Aan de oostzijde wordt de<br />

aanleg afgesloten door een andere laan (de Kooisteeg), die gericht is op de top van de<br />

Folcoldusheuvel (de Pol).<br />

<strong>De</strong> lanen van de hoofd- en zijassen zijn aan weerszijden beplant met een dubbele rij<br />

laanbomen van inlandse eik, beuk en later ook Amerikaanse eik. Langs de assen<br />

liggen op meerdere plaatsen ook nog houtwallen met aan weerszijden een greppel.<br />

<strong>De</strong>ze houtwallen dienden voor het leveren van boerengeriefhout (palen, stelen voor<br />

gereedschap) en brandhout. Iedere 10 tot 12 jaar werden ze gekapt. Het hout werd in<br />

kleine percelen verkocht. Het nummer van de te verkopen brandhoutpercelen werd<br />

aangegeven op eikenbomen die op de uiteinden bleven staan. Langs de westzijde van


de hoofdas zijn deze eiken, zogenaamde nummerhouten, nog fraai te zien op de rand<br />

van het weiland.<br />

Er zijn overigens nog meer elementen van de oorspronkelijke aanleg bewaard<br />

gebleven (waar u niet langskomt bij deze rondwandeling), zoals de ringwal rond de<br />

Folcoldusheuvel, de halfcirkelvormige afsluiting aan de zuidzijde en de cirkelvormige<br />

wal (de Paraplu) op de zuidwestelijke hoek van de <strong>historische</strong> aanleg. <strong>De</strong>ze zijn nog<br />

steeds goed zichtbaar in het terrein. Op het kasteel, de bijgebouwen en de tuinaanleg<br />

komen we later terug.<br />

Aan het einde van de Wijkerweg kunt u linksaf de korte route nemen langs de<br />

boerderijen <strong>De</strong> Brink en <strong>De</strong> Cruijvoort (ga verder bij punt 9). U kunt ook rechtsaf de<br />

Buurtsteeg in, een onverharde weg die voert in de richting van <strong>Maarn</strong>. U wandelt nu<br />

door de Meersbergse Buurt.<br />

Figuur 7. <strong>De</strong> boerderij Bergveld (ook wel Kikvorsch ge-<br />

noemd) is één van de boerderijen gelegen in de Meers-<br />

bergse Buurt.<br />

7. Meersbergse Buurt<br />

<strong>De</strong> Meersbergse Buurt is een middeleeuwse ontginning, die oorspronkelijk bestond uit<br />

6 boerderijen. Vier zijn er nog over: <strong>De</strong> Cruijvoort, <strong>De</strong> Brink (deze twee boerderijen<br />

ziet u later nog), Bergveld (aan de linkerzijde van de weg, in 1993 gerestaureerd tot<br />

woonhuisboerderij en nu de Kikvorsch genoemd) en Buurteinde (aan de rechterzijde,<br />

in 1959 afgebrand en vervangen door de huidige woning). Met het<br />

proosdijhuis/kasteel vormden deze boerderijen de oorspronkelijke (dorps)kern van de<br />

zogenaamde Marke <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

<strong>De</strong> pachters op de boerderijen hadden een gemengd bedrijf. Het bouwland (engen of<br />

kampen) lag rond de hoeven. Het wei- en hooiland lag op de lagere gronden ten<br />

noorden van <strong>Maarsbergen</strong>. Om de vruchtbaarheid van het bouwland op peil te houden<br />

werd vooral schapen mest gebruikt. <strong>De</strong> schapen graasden overdag op de uitgestrekte<br />

heidevelden en waren 's nachts in de schaapskooien. <strong>De</strong> mest, vermengd met een grote<br />

hoeveelheid heideplaggen, werd op de akkers gebracht. Dit leidde in de loop van de<br />

tijd tot ophoging. Door deze bemesting hebben de oude bouwlanden een meer dan 50<br />

cm dikke humushoudende donkere laag teeltaarde gekregen. Aan het einde van de<br />

vorige eeuw zijn de meeste bouwlanden langs de Buurtsteeg op initiatief van jhr. mr.<br />

K. A. Godin de Beaufort met naaldhout bebost. Als u goed kijkt dan zijn de


ouwlandpercelen overigens nog wel te herkennen doordat ze iets hoger liggen en<br />

omringd zijn met aarden walletjes (met eiken) en greppels.<br />

Wanneer u verder over de Buurtsteeg wandelt, treft u halverwege <strong>Maarsbergen</strong> en<br />

<strong>Maarn</strong> aan uw linkerhand een heideveldje aan. Dit is een overblijfsel van de<br />

uitgestrekte heidevelden die in de streek tot het begin van deze eeuw voorkwamen.<br />

Aan het einde van de vorige eeuw is het merendeel van de heide bebost, voornamelijk<br />

met naaldbos. Aan de westzijde van het heideveld en iets verderop naast de <strong>Maarn</strong>se<br />

Grindweg liggen twee grafheuvels uit de jonge steentijd (5300 - 2100 v Chr).<br />

Figuur 8a. <strong>De</strong> standvoetbeker en strijd-<br />

hamer (figuur 8b) die gevonden zijn in<br />

één van de grafheuvels worden bewaard bij<br />

het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden.<br />

8. Grafheuvels<br />

Grafheuvels zijn grafmonumenten van mensen uit de jonge steentijd (5300 - 2100 v


Chr.) en de bronstijd (2100 - 700 v Chr.). Een grafheuvel is eigenlijk niets anders dan<br />

een aarden heuvel, die over het graf van een dode werd opgeworpen, zoals wij een<br />

gedenksteen op een graf zetten. In de meeste gevallen werd rond de voet van de<br />

heuvel een greppel gegraven. Soms werd de heuvel ook door houten palen omkranst.<br />

Vaak werden de heuvels voor lange tijd gebruikt voor het begraven der doden (steeds<br />

nieuwe doden bijgezet), waardoor de heuvel werd vergroot en opgehoogd. <strong>De</strong>ze twee<br />

grafheuvels dateren in aanleg uit de jonge steentijd. Bij onderzoek van één van de<br />

heuvels zijn een fraaie standvoetbeker en strijdhamer uit de jonge steentijd gevonden,<br />

welke bewaard worden in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. In de bronstijd<br />

zijn de grafheuvels verder vergroot.<br />

Via de <strong>Maarn</strong>se Grindweg die inmiddels is afgesloten voor gemotoriseerd verkeer<br />

gaat u terug richting <strong>Maarsbergen</strong>. Tegenover het kasteel staan de boerderijen <strong>De</strong><br />

Brink en <strong>De</strong> Cruijvoort. <strong>De</strong> eerste die u tegenkomt is <strong>De</strong> Brink. <strong>De</strong>ze is nog steeds in<br />

gebruik als boerderij en niet opengesteld.<br />

9. Boerderij <strong>De</strong> Brink<br />

<strong>De</strong> huidige boerderij <strong>De</strong> Brink stamt uit 1910, maar op deze plaats lag in ieder geval<br />

al in de zeventiende eeuw een boerderij. <strong>De</strong> Brink is, net als alle andere boerderijen in<br />

<strong>Maarsbergen</strong> en omgeving, een zogenaamde hallehuis- of langhuisboerderij. <strong>De</strong>ze<br />

boerderijen hebben een vrijstaande gebintconstructie die het gebouw in drie beuken<br />

verdeelt. <strong>De</strong> middenbeuk is het grootst en wordt ook wel halle genoemd. In dit<br />

boerderijtype worden woon-, stal-, en oogstopslagfuncties onder één dak<br />

gecombineerd. <strong>De</strong> woon- en werkruimtes zijn gescheiden door een brandmuur. <strong>De</strong><br />

hoge middenbeuk aan de achterzijde van het huis (de deel) deed dienst als dorsvloer<br />

en de oogstopslag vond plaats op de zolder boven de gebintbalken. <strong>De</strong> oogst kon naar<br />

binnen worden gebracht door de grote deeldeuren of door het oogstluik daarboven (bij<br />

<strong>De</strong> Cruijvoort goed zichtbaar). In de zijbeuken aan weerszijden van de deel bevonden<br />

zich de stallen, waar het vee met de koppen naar de deel toe stond gekeerd.<br />

Figuur 9. Boerderij <strong>De</strong> Brink: één van de weinige nog in<br />

bedrijf zijnde boerderijen op landgoed <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

<strong>De</strong> symmetrische voorgevel heeft 6-ruits schuifvensters met paneel luiken in de<br />

kleuren van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong> (groen, met gele zandlopers op een rood veld<br />

waarvan de lijnen die elkaar snijden zijn versierd met een grote zwarte punt). Onder<br />

het meest rechtse venster bevindt zich een kelderlicht. Op de verdieping een klein 4ruits<br />

schuifvenster. Op het erf bevinden zich diverse (moderne) opstallen en een eind<br />

jaren tachtig traditioneel gebouwde (eiken roeden), met riet gedekte hooiberg.


Opvallend bij de Brink is de uitbouw aan het voorhuis, waardoor het de vorm van een<br />

krukhuis heeft. <strong>De</strong> kruk van deze boerderij is een bakhuis (zie ook <strong>De</strong> Cruijvoort), dat<br />

van kleinere stenen is gemetseld. Dit bakhuis is nog een restant van de oude boerderij<br />

en is bij de herbouw van de boerderij in 1910 aan het hoofdgebouw vastgemaakt.<br />

<strong>De</strong> Brink vormt vanouds het centrum van de boerderijen bij het kasteel (Meers bergse<br />

Buurt) en daar dankt de boerderij waarschijnlijk ook zijn naam aan. Een brink is<br />

namelijk in oorsprong een langgerekt grasveld midden in een (boeren)dorp. Het<br />

terrein was gemeenschappelijk bezit van de boeren. Het woord brink werd overigens<br />

niet alleen gebruikt als aanduiding voor een gemeenschappelijk stuk land, maar ook<br />

wel voor een particulier erf bij een boerderij.<br />

Iets verder aan de <strong>Maarn</strong>se Grindweg, naast <strong>De</strong> Brink, ligt boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort.<br />

<strong>De</strong>ze boerderij met zijn fraaie erf is tijdens de Open Monumentendag uitgebreid te<br />

bezichtigen. Op de deel is een kleine expositie ingericht over de boerderij en het<br />

gemengde boerenbedrijf. In het bakhuis zijn demonstraties broodbakken.<br />

10. Boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort<br />

Boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort wordt voor het eerst genoemd in 1716. <strong>De</strong> Cruijvoort is een<br />

goed bewaard gebleven traditioneel boerderij-complex van het gemengde bedrijf met<br />

bakhuis, varkensschuur, wagenloods en vierroedige hooiberg. In 1889 gaf jhr. mr. K.<br />

A. Godin de Beaufort opdracht <strong>De</strong> Cruijvoort zeer ingrijpend te verbouwen.<br />

Onderdelen van de 17e eeuwse voorganger zijn nog aanwezig, waarover later meer.<br />

<strong>De</strong> Cruijvoort is tot 1982 als gemengd boerenbedrijf in gebruik geweest. Nu is het een<br />

woonhuis-boerderij. Het boerderij-complex is in 1998 aangewezen als rijksmonument.<br />

Figuur 10. Boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort en het op het erf gelegen<br />

bakhuis met oven, waarin vroeger het brood werd gebakken.<br />

<strong>De</strong> Cruijvoort is een hallehuisboerderij, onder een met grijze Hollandse pannen gedekt<br />

zadeldak met wolfseinden. <strong>De</strong> symmetrisch ingedeelde voorgevel wordt afgesloten<br />

door een decoratieve windveer. Boven het gepleisterde en geschilderde plint bevinden<br />

zich drie 6-ruits draaivensters geflankeerd door twee kleinere vensters. Op de<br />

verdieping bevindt zich een klein draaivenster. <strong>De</strong> paneelluiken zijn geschilderd in de<br />

kleuren van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong>. <strong>De</strong> achtergevel heeft nog de traditionele indeling<br />

met achterbaander (de grote deeldeuren), mestdeuren en zolderluik. In de boerderij<br />

bevindt zich een fraaie halfverdiepte tongewelfkelder. In deze kelder is nog een<br />

kaaspekelbak met geglazuurde plavuizen aanwezig. Ook bevindt zich in de boerderij<br />

een schouw met ovenbogen uit een voorgaande bouwfase.


Rechts van de boerderij bevindt zich een prachtig bakhuis met een oude leilinde er<br />

voor. Het dateert uit het begin van de negentiende eeuw. Het bakhuis is een stenen<br />

gebouwtje, met pannen gedekt, bestaande uit één vertrek. Aan het ene einde<br />

(achterzijde) van het vertrek bevindt zich de bakoven. Dit is een lage gewelfde en<br />

gemetselde ruimte, die afgesloten wordt met een ijzeren deurtje, ongeveer één meter<br />

boven de vloer. Aan de voorzijde van het vertrek zit een tamelijk grote vensterpartij<br />

met daarboven een wenkbrauw waardoor het vertrek zijn licht ontvangt. Daarboven is<br />

nog een rond venster met daarboven een wenkbrauw. Tegen de achtergevel is een<br />

"gemak" (of plee) onder een lessenaarsdak aangebracht.<br />

Het verhitten van de oven deed men met takkenbossen. Gedurende het stoken werd<br />

het vuur aanhoudend geroerd en gelijkmatig over het oppervlak van de ovenvloer<br />

verdeeld. Van groot belang was daarbij, het vuur naar voren in de oven te halen, daar<br />

het voorste gedeelte door de binnenstromende koude lucht anders te weinig en het<br />

achterste deel teveel verhit zou worden.<br />

Figuur 10b. Het bakhuis.<br />

<strong>De</strong> rook verdween via de open ovenmond door de schoorsteen. Om te constateren of<br />

de oven voldoende heet was, wierp de boerin er een handjevol droog meel in.<br />

Wanneer dit dadelijk ontvlamde, dan was de ovenlucht op de vereiste temperatuur<br />

gebracht.<br />

Was de oven op de vereiste hitte gebracht dan werd het oppervlak van de ovenvloer<br />

schoongeveegd. Hierna werd het gerezen deeg (soms in blikken) erin geschoven met<br />

een lange stok met een breed uiteinde. Dan werd, om afkoeling zoveel mogelijk te<br />

voorkomen, het ovendeurtje zo snel mogelijk gesloten.<br />

Zoals reeds eerder is vermeld, is <strong>De</strong> Cruijvoort in 1889 grotendeels gesloopt en daarna<br />

weer opgebouwd. <strong>De</strong>len van de vorige bouwfase zijn nog aanwezig zoals de<br />

voorgevel, de stenen brandmuur met grote schouw, met daarin oude ovenbogen, de<br />

oude estriken vloer onder de houten vloer in de voorkamer, de halfverdiepte<br />

tongewelfkelder met opkamer en delen van de zijmuren. Rond de Cruijvoort ligt een<br />

karakteristiek aangelegd boerenerf.<br />

Typerend voor het boerenerf is de verdeling in "voor" en "achter". Voor bevindt zich<br />

de hof met moestuin, siertuin en hoogstamboomgaard. <strong>De</strong> hof wordt omzoomd door<br />

een beukenhaag. In de boomgaard staan diverse oude appel- en perenrassen. Achter<br />

bevindt zich de werkruimte in de vorm van stalling, bergruimte, etc.


Over de naam Cruijvoort is het volgende bekend. Het tweede deel van de naam, voort,<br />

slaat op voorde (doorwaadbare plaats). <strong>De</strong>ze doorwaadbare plaats lag midden in het<br />

plassengebied waarin de Cruijvoort lag, voordat de ontwatering sterk werd verbeterd.<br />

Cruij of Cruy komt hoogstwaarschijnlijk van het middeleeuwse woord 'cruden'<br />

(kruien). <strong>De</strong> vroegere betekenis van dit werkwoord was een handkar of duwkar<br />

voortduwen. Bij de Cruijvoort was voor de bouw van de boerderij (en misschien ook<br />

nog wel lange tijd daarna) een doorwaadbare plaats waar ook vervoer met een hand-<br />

of duwkar mogelijk was.<br />

Naast boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort staat schuin op de hoek van de <strong>Maarn</strong>se Grindweg en<br />

de oude Heerensteeg het Tolhuis. Het is niet opengesteld, maar let u bij uw wandeling<br />

op de fraaie bouwstijl.<br />

Figuur 11. Tussen hoog opgaand<br />

geboomte ligt het Tolhuis waar<br />

vroeger voor het onderhoud van<br />

de doorgaande weg Woudenberg-<br />

Leersum tol werd geheven.<br />

11. Tolhuis<br />

Het Tolhuis is gelegen aan de centrale hoofdas (Heerensteeg) van het landgoed. Het is<br />

gebouwd in (of omstreeks) 1848 en in gebruik geweest als woning voor de tolheffer<br />

tot 1923. Voordat de bocht in de Woudenbergseweg werd aangelegd, kwam alle<br />

verkeer tussen <strong>Maarsbergen</strong> en Leersum langs het Tolhuis. Voor het onderhoud van<br />

de straatweg moesten de passanten tol betalen.<br />

<strong>De</strong> bouwstijl van het Tolhuis doet sterk aan die van boerderij Het Blauwe Huis<br />

denken. In de voorgevel bevindt zich de plaats van de oude ingang: een gepleisterde<br />

bakstenen omlijsting van pilasters en kroonlijst. <strong>De</strong> openslaande deuren met zes ruiten<br />

en beneden houten panelen in de kleuren van <strong>Maarsbergen</strong> zijn 20ste-eeuws;<br />

oorspronkelijk was dit de deurpartij. Hierboven bevindt zich een rond venster onder<br />

een lijst. Op de hoek van de voor- en zijgevel zijn nu nog de sporen te zien van de<br />

slagboom. Het Tolhuis is aangewezen als rijksmonument. Vroeger heeft het Tolhuis<br />

lange tijd gefungeerd als stille kroeg.


Figuur 12. <strong>De</strong>tail van het fraaie,<br />

smeedijzeren hekwerk uit de 18e<br />

eeuw.<br />

Wanneer u vanaf het Tolhuis iets terugloopt dan vindt u tegenover boerderij <strong>De</strong> Brink<br />

een inrijhek van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong>. Normaal gesproken is de toegang gesloten,<br />

maar de eigenaresse heeft tijdens de Open Monumentendag de directe omgeving van<br />

het kasteel en de oranjerie opengesteld.<br />

12. Inrijhekken<br />

<strong>De</strong> inrijhekken aan de <strong>Maarn</strong>se Grindweg (twee) en de Wijkerweg (één) bestaan uit<br />

18e eeuwse sierlijke smeedijzeren hekwerken, die door jhr. mr. K. A. Godin de<br />

Beaufort (ca. 1882) zijn geplaatst. In 1999 hebben de inrijhekken een restauratie<br />

ondergaan, zodat ze nu weer fraai staan te pronken op de toegangswegen van het<br />

kasteel.<br />

Wanneer u door het inrijhek gaat en verder over de oprijlaan wandelt, ziet u Kasteel<br />

<strong>Maarsbergen</strong> liggen. Het kasteel is tijdens de Open Monumentendag niet opengesteld.<br />

<strong>De</strong> buitenzijde en de geschiedenis van het gebouw zijn echter op zichzelf al<br />

interessant genoeg om even bij stil te staan.<br />

13. Kasteel en Park <strong>Maarsbergen</strong><br />

Kasteel <strong>Maarsbergen</strong> heeft een zeer oude geschiedenis. Tussen 1134 en 1648 was het<br />

gehele grondgebied van <strong>Maarsbergen</strong> een uithof van de Norbertijner abdij van Berne.<br />

Uithoven, later proostdijen genaamd, waren in de middeleeuwen agrarische bedrijven<br />

van kloosters. Ze waren in het algemeen veel groter dan particuliere boerderijen. Zij<br />

werden gesticht om de geschonken of op andere wijze verworven landerijen, die<br />

dikwijls ver van de abdij verwijderd lagen, te exploiteren. Ook <strong>Maarsbergen</strong> was een<br />

schenking. In 1134 gaven ridder Folcoldus van Berne en zijn vrouw Bescela van<br />

Someren het gebied aan de abdij.


Figuur 13a. Kasteel <strong>Maarsbergen</strong> ten tijde van de Norber-<br />

tijnen (17e eeuw).<br />

<strong>De</strong> Maarsbergse uithof bestond in eerste instantie uit één of meer (houten)<br />

boerderijen, schuren en een kerk. Hiermee was de uithof, ondanks de geringe omvang,<br />

een belangrijk centrum in de dunbevolkte streek. <strong>Maarsbergen</strong> kreeg daardoor kansen<br />

om uit te groeien tot een dorp van enige betekenis in een gebied met veelonontgonnen<br />

grond. In 1218 brandden de kerk en kloosterboerderij af en in 1430 troffen de<br />

opvolgers van deze gebouwen hetzelfde lot. Het in de 15e eeuw herbouwde<br />

proosdijhuis is vrijwel zeker identiek aan de oudste gedeelten van het huidige huis.<br />

Het omgrachte rechthoekige huis had twee diagonaal tegenover elkaar gelegen ronde<br />

hoektorens en twee arkeltorentjes. <strong>De</strong> proosdij en de pachters van de hoeven zorgden<br />

voor een betere afwatering van het gebied, waardoor steeds meer grond met succes<br />

kon worden ontgonnen. In 1536 waren er 17 boerderijen in <strong>Maarsbergen</strong>, in 1656<br />

waren het er 19 en in 1716 ten slotte 20.<br />

Figuur 13b. Het kasteel ten tijde van de familie <strong>De</strong> Marez<br />

(18e eeuw).<br />

In 1648, het jaar dat de Tachtigjarige Omlog ten einde liep, werd <strong>Maarsbergen</strong> door<br />

de Staten van Holland geconfisqueerd en de proosdij hield op te bestaan. In 1656<br />

verkochten de Staten de voormalige proosdij (huis, grond en woningen) aan Samuel<br />

de Marez (1629 - 1691), een puissant rijke koopman die woonde in Utrecht en<br />

Amsterdam. <strong>De</strong> familie de Marez, die <strong>Maarsbergen</strong> in bezit hield tot 1764, verbouwde<br />

het proosdijhuis tot een schitterend landhuis en legde er een grote, formele Hollandsclassicistische<br />

tuin omheen. Op de kaart uit 1716 van Justus van Broeckhuysen zien<br />

we het omgrachte huis centraal liggen in een stelsel van evenwijdige lanen, waarbij de<br />

oostelijke laan naar de Folcoldusheuvel leidt. Het huis ligt temidden van 24<br />

rechthoekige en vierkante sierperken. <strong>De</strong> hoofdstructuur is, ondanks een nieuwe<br />

aanleg in het begin van de 19e eeuw, thans nog in grote lijnen aanwezig.


Figuur 13c. Het kasteel ten tijde van de familie Du Bois<br />

(19e eeuw).<br />

Tussen 1764 en 1804 ging <strong>Maarsbergen</strong> verschillende malen in andere handen over en<br />

raakte het landgoed versnipperd en verwaarloosd. In 1804 werd het Kasteel en een<br />

belangrijk deel van het vroegere landgoed gekocht door mr. Jan Andries du Bois (ca.<br />

1778 - 1848), een advocaat bij het Hof van Holland. In de tijd van de familie Du Bois<br />

(1804 - 1882) onderging het huis grote veranderingen. Zo lieten zij onder andere de<br />

beide ronde hoektorens slopen en voegden een tweede vleugel aan de achterzijde toe,<br />

waardoor het huis in diepte werd verdubbeld. Ook kreeg het huis kantelen en werd<br />

een (witte) pleisterlaag aangebracht. Voorts werd de voorburcht gesloopt. Midden<br />

voor het huis, in het grasveld, werd een rode beuk geplant. <strong>De</strong>ze monumentale boom<br />

met een prachtige kroon verkeert nog steeds in een goede conditie. Er werd een<br />

gebogen oprijlaan aangelegd, die de oprijlaan (Heerensteeg) verving die recht op het<br />

huis aanliep. Langs de nieuwe oprijlaan verscheen het koetshuis met paardenstal en<br />

schuur, terwijl bij de ingang een portierswoning werd gebouwd.<br />

Figuur 13d. Het kasteel ten tijde van de familie Godin de<br />

Beaufort (20e eeuw).<br />

Ook het park onderging onder du Bois grote veranderingen. Onderdelen uit de<br />

geometrische aanleg werden verlandschappelijkt, zoals de singels ten noorden en ten<br />

zuiden van het huis en de beukenlanen ten oosten en ten westen ervan, de paden<br />

rondom de Folcoldusheuvel (de Pol) en de weide achter het huis. In de loop van de<br />

19e eeuw kreeg bosbouw naast landbouw een plaats op het landgoed <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

Dit als gevolg van de toegenomen vraag naar eikenschors (leerlooierijen) en mijnhout.<br />

Aanvankelijk richtte men zich op de eikenhakhoutcultuur. Na het midden van de 19e<br />

eeuw werd steeds meer naaldbos aangelegd, voornamelijk grove den op voormalig<br />

bouwland.


In 1882 verkoopt de dochter van Jan Andries du Bois, Geertruida Adriana, het<br />

landgoed aan jhr. mr. Karel Antoni Godin de Beaufort (1850-1921). <strong>De</strong>ze man heeft<br />

een groot stempel gedrukt op de huidige verschijningsvorm van het landgoed. Hij is<br />

degene geweest die de grootschalige bebossing van de bouwlandpercelen heeft<br />

voortgezet en de ontginning van de heide, zowel ten behoeve van landbouw als<br />

bosbouw, voortvarend heeft aangepakt.<br />

Figuur 13e. Het wapen van <strong>Maarsbergen</strong><br />

(boven de toegangsdeur van het Kasteel).<br />

Zijn zoon jhr. Johan Willem Godin de Beaufort (1877-1950), gaf Kasteel<br />

<strong>Maarsbergen</strong> zijn 17e eeuwse verschijningsvorm weer terug. In 1930 werd de witte<br />

pleisterlaag verwijderd en onder leiding van architect Chr. van Liempd werden twee<br />

nieuwe hoektorens opgemetseld. Omdat Godin de Beaufort niet de achterbeuk van Du<br />

Bois wilde slopen, zijn de torens van grotere omvang dan de oorspronkelijke uit de<br />

17e eeuw. Het wapen boven de voordeur van het Kasteel, door de familie Du Bois<br />

verwijderd, is door Johan Willem Godin de Beaufort weer teruggebracht.<br />

Sinds 1976 heeft de dochter van Johan Willem, Cornelie Petter - Godin de Beaufort,<br />

de bedrijfsvoering van het landgoed voortgezet. Inmiddels samen met haar dochter<br />

Willemina heeft zij het beheer gericht op de instandhouding van het landgoed als een<br />

samenhangend geheel met behoud van de cultuur<strong>historische</strong> waarden. Landgoed<br />

<strong>Maarsbergen</strong> biedt een mooi landschap van bijna 400 hectare bos en landbouwgrond,<br />

met als functies wonen, bosbouw, landbouw, natuurbeheer en rustige vormen van<br />

recreatie.<br />

Figuur 14. Het 19e eeuwse koetshuis van Kasteel Maars-<br />

bergen, gelegen aan de gebogen oprijlaan.


Als u de oprijlaan verder afloopt, ziet u aan uw rechterhand het koetshuis en een<br />

schurencomplex liggen.<br />

14. Koetshuis en schurencomplex<br />

Het koetshuis dateert uit het midden van de 19e eeuw. Tot in de dertiger jaren was er<br />

een koetsier op het landgoed. Daarna kwam er een chauffeur. Het koetshuis en de<br />

paardenstallen zijn nog steeds in gebruik. Het koetshuis ligt aan de oprijlaan van het<br />

kasteel. Het gedeeltelijk bepleisterde bakstenen bouwblok bestaat feitelijk uit een<br />

dwarsgelegen koetshuis met stalling en woonruimte en daarachter een boerderij. Het<br />

is in een opvallende stijl gebouwd. Met name de voorgevel is zeer fraai met een<br />

dubbele inrijdeur in de <strong>Maarsbergen</strong>-kleuren aanwezig, geflankeerd door zesruits<br />

rondboogvensters onder geschilderde lijsten met gedecoreerde aanzet- en sluitstenen.<br />

Op de eerste verdieping treft men drie zesruits schuifvensters met lijsten aan. <strong>De</strong><br />

muurvlakken van de lagere delen worden onderbroken door bakstenen pilasters met<br />

bepleisterd basement en kapiteel en een rondboogvenster met bepleisterde aanzet- en<br />

sluitstenen. Achter de boerderij staat een vierroedige hooiberg.<br />

Naast het koetshuis ligt het schurencomplex. Eigenlijk bestaat het complex uit twee<br />

aaneen gebouwde schuren. <strong>De</strong> zuidelijke schuur dateert uit het midden van de 19e<br />

eeuw. In de voorgevel, die een grote gelijkenis vertoont met de voorgevel van het<br />

bakhuis van boerderij <strong>De</strong> Cruijvoort, zit een driedelig venster (verhoogd middendeel)<br />

met luiken onder gepleisterde lijsten. Hierboven is een rond venster aanwezig onder<br />

dito lijsten. <strong>De</strong> achtergevel en de rechterzijgevel zijn niet meer oorspronkelijk (in de<br />

20e eeuw uitgebouwd). Voorin deze schuur was vroeger het rookhok, waar hammen<br />

en worsten voor het Kasteel, maar ook wel voor pachtboeren en dagloners die geen<br />

rookkast in de schoorsteen hadden, werden gerookt. <strong>De</strong> noordelijke schuur dateert uit<br />

het begin van de twintigste eeuwen diende voorheen als varkensschuur met buiten<br />

uitloop, wagenschuur en timmerwerkplaats. Op dit moment wordt het<br />

schurencomplex onder meer gebruikt door de plaatselijke schietvereniging S. V.<br />

Juliana.<br />

Schuin achter het Koetshuis ligt een hoog gebouw. Dit is de oranjerie, die onlangs<br />

geheel is opgeknapt. Hier is een kleine expositie over de ontwikkeling van het kasteel,<br />

het park en het landgoed.


Figuur 15. <strong>De</strong> fraaie oranjerie, gebouwd<br />

in 1905, verkeert in een uitstekende<br />

staat van onderhoud.<br />

15. Oranjerie, tuinmuur en kassen.<br />

<strong>De</strong> oranjerie is in 1905 gebouwd. Slechts aan één kant (de zonkant) bevindt zich een<br />

glazen wand. In de oranjerie kunnen daarom vorstgevoelige planten overwinteren.<br />

Oorspronkelijk waren dat bij veel buitenplaatsen oranje-appelboompjes<br />

(sinaasappelbomen), vandaar de naam. Bij Kasteel <strong>Maarsbergen</strong> is de oranjerie nog<br />

steeds in gebruik.<br />

<strong>De</strong> oranjerie is een smal, hoog opgaand bakstenen gebouw met een rechthoekige<br />

plattegrond, een vooruitspringend middendeel en een zogenaamd mansardedak. <strong>De</strong><br />

fraaie voorgevel heeft een symmetrische indeling met drie aaneengesloten, smalle<br />

hoge glasdeuren met halfrond bovenlicht. <strong>De</strong> hierboven geplaatste driehoekige<br />

glaswand bestaat uit glas-in-Iood waarin naast elkaar drie roosvensters zijn<br />

aangebracht. Het muurvlak daar weer boven is met geschilderde houten latten<br />

beschoten en heeft drie kleine ronde vensters in een driehoek gerangschikt. In de zeer<br />

smalle, terugspringende traveeën aan weerszijden van het middenrisaliet staan twee<br />

boven elkaar geplaatste smalle vensters, waarvan het bovenste een glas-in-lood-raam<br />

met cirkelmotief en het onderste venster ongedeeld is. <strong>De</strong> zijgevels zijn blind. In de<br />

achtergevel zitten twee afgesloten deuropeningen: het ene met een houten luik, het<br />

andere dichtgezet. Erboven twee ronde vensters met ijzeren tracering. Aan de<br />

achterzijde zijn sporen van de vroegere trap aanwezig (zodat men op de zolder van de<br />

oranjerie kon komen). Een uitwendig rookkanaal voert naar een bakstenen<br />

schoorsteen op het dak, inwendig is de stooknis nog aanwezig. <strong>De</strong> vloer van de<br />

oranjerie is belegd met grijze plavuizen met bij de entree een strook van gekleurde<br />

siertegels.<br />

Het heeft overigens weinig gescheeld of de oranjerie was aan het einde van de oorlog<br />

de lucht ingegaan. Er stond toen aan de achterzijde van de oranjerie een legervoertuig<br />

met pantservuisten en verschillende soorten springstof. Uit frustratie over de afloop<br />

van de oorlog wilde een Duitse officier het voertuig laten springen. Gelukkig kon dit<br />

worden voorkomen en bleef de oranjerie behouden.<br />

Bij de oranjerie vinden we langs de paardenweide een tuinmuur uit het midden van de<br />

negentiende eeuw. Op de plaats van de paardenwei was vroeger de<br />

moestuin/boomgaard van het kasteel. Naast de oranjerie liggen ook twee oude kassen.<br />

<strong>De</strong> linker, kleinere kas was in gebruik als bloemenkas, de rechter als druivenkas. Aan<br />

de gebruikte bakstenen te beoordelen is de bloemenkas uit het midden van de


negentiende eeuw en de druivenkas uit het begin van de twintigste eeuw. Beide kassen<br />

zijn rechthoekig en opgetrokken in bruinrode baksteen.<br />

<strong>De</strong> bloemenkas, bestaande uit een hoge achterwand, een lage voorwand en schuin<br />

oplopende zijmuren, wordt momenteel gerestaureerd. In de achterwand bevindt zich<br />

een dichtgemetselde halfronde stookopening, in de rechter zijmuur een poortje met<br />

halfronde afsluiting en segmentboog. <strong>De</strong> ijzeren glasroeden zijn nog aanwezig, maar<br />

verkeren in een slechte staat. Van de druivenkas zijn nog slechts de achteren zijgevel,<br />

evenals de bakstenen aanzetten voor de glaspanelen aanwezig. In de oude tuin,<br />

tegenover de kassen, bevindt zich nog een rechthoekige, gepleisterde bakstenen bak<br />

met loden pomp. <strong>De</strong>ze leverde gietwater voor de tuin.<br />

<strong>De</strong> Tweede Wereldoorlog is een belangrijke factor is geweest in de teloorgang van de<br />

moestuin. Tot de mobilisatie van 1939 was de moestuin nog in goede staat en zag ook<br />

het park rond het kasteel er florissant uit. Na de Duitse bezetting raakte het dagelijks<br />

leven ernstig ontwricht. <strong>De</strong> tuinbaas, baas Sterk, overleed in de eerste oorlogswinter,<br />

waardoor het toezicht op de tuinen wegviel. <strong>De</strong> collectie kuipplanten in de oranjerie<br />

was als onderdeel van de tuinen van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong> het eerste slachtoffer.<br />

Omdat er geen goede brandstof meer was, viel de kachel van de oranjerie uit. <strong>De</strong><br />

kuipplanten konden daar niet tegen. Op een gegeven moment moest een gedeelte van<br />

het kasteel worden ontruimd. Het meubilair dat daar stond, werd opgeslagen in de<br />

oranjerie en de kuipplanten werden nu geheel in de kou gezet. Met het jaarlijks<br />

plaatsen van de pot- en kuipplanten voor het kasteel viel vanaf dat moment geen eer<br />

meer te behalen. Voor zover de planten het al overleefden, waren ze het tonen niet<br />

meer waard. Ondanks de behoefte aan voedsel werd de moestuin - naarmate de oorlog<br />

vorderde - ingekrompen. Voor de broeibakken was immers geen mest meer, omdat de<br />

paarden door de Duitsers gevorderd waren. Ook was er geen varkensmest meer, want<br />

varkens werden niet langer (voor de Duitsers) gemest. Na de oorlog draaide de<br />

moestuin nog korte tijd op halve kracht door. Na het overlijden van jhr. J. W. Godin<br />

de Beaufort in 1950 raakte de moestuin buiten gebruik.<br />

Wanneer u terugloopt naar de oprijlaan, richting het hoofdinrijhek aan de <strong>Maarn</strong>se<br />

Grindweg, dan ziet u aan uw linkerhand de duiventoren en aan uw rechterhand de<br />

portiers / tuinbaaswoning.


Figuur 16. <strong>De</strong> duiventoren van Kasteel<br />

<strong>Maarsbergen</strong>.<br />

16. Duiventoren en tuinbaaswoning<br />

<strong>De</strong> duiventoren is een ronde, wit bepleisterde bakstenen toren met geschilderde plint<br />

en drie rijen vliegopeningen met spitsboogvormige opening. Het overkragende<br />

tentdak is belegd met blauwe Hollandse pannen. <strong>De</strong> toren wordt gedateerd omstreeks<br />

het midden van de 19e eeuw. Het houden van duiven op een landgoed was een oud<br />

recht en had verschillende functies. In de eerste plaats werden duiven vroeger<br />

gehouden om tot voedsel te dienen. Duivenpastei was een gewaardeerd gerecht. Voor<br />

duivenmest werd bovendien in de omgeving van <strong>Maarsbergen</strong> flink betaald. Die<br />

kwam namelijk zeer goed van pas bij de tabaksteelt in de regio Amersfoort-<br />

Amerongen. Ook werden duiven wel voor de sier en vooral als statussymbool<br />

gehouden, met name op de landgoederen. Tot wanneer de Maarsbergse duiventoren in<br />

gebruik is geweest is onbekend. In de dertiger jaren van deze eeuw was hij echter al<br />

buiten gebruik.<br />

<strong>De</strong> woning direct oostelijk van het hoofdinrijhek is een herbouw (circa 1970) van de<br />

oude tuinbaaswoning. In het huis, dat hiervoor op deze plaats stond, woonde tuinbaas<br />

Sterk (met vrouwen zoon), de man die de scepter over de moestuin zwaaide. Hij nam<br />

het feit dat hij tuinbaas was nogal letterlijk op: hij heeft tijdens zijn periode op<br />

<strong>Maarsbergen</strong> geen schoffel aangeraakt. Niemand wist ook de voornaam van deze<br />

man, iedereen noemde hem "baas Sterk".<br />

U loopt door het toegangshek van het Kasteel, slaat rechtsaf en steekt de<br />

Woudenbergseweg over. U bent nu bij de boerderij Het Blauwe Huis. Op de deel van<br />

Het Blauwe Huis is een kleine expositie te zien over het landgoed het Kombos, waarin<br />

met name aandacht wordt besteed aan de geschiedenis en werking van de eendenkooi<br />

(<strong>De</strong> Kom) en de huidige natuurwaarde.<br />

17. Het Blauwe Huis<br />

Boerderij Het Blauwe Huis ligt aan de rand van het Kombos, waarin een relict van een<br />

16e eeuwse eendenkooi is te zien. <strong>De</strong> boerderij is in 1849/1850 gebouwd ter<br />

vervanging van een omstreeks diezelfde tijd gesloopt huis met dezelfde naam. Dit<br />

oude Blauwe Huis lag 300 meter meer naar het noorden (langs de Kooisteeg) en<br />

dateerde uit de achttiende eeuw, toen het moerassige Kombos is ontgonnen tot<br />

landbouwgrond. <strong>De</strong> plek, waar u straks op weg naar de eendenkooi langskomt, kan nu<br />

nog worden teruggevonden door de aanwezigheid van twee zeer oude (lei)linden die<br />

voor dit huis hebben gestaan en een taxus.


Figuur 17a. Het Blauwe Huis.<br />

<strong>De</strong> vroegste vermelding die van dit oude Blauwe Huis is gevonden, dateert van 1753.<br />

<strong>De</strong> eerste bewoner was de schout / rentmeester van <strong>Maarsbergen</strong>, Caspar Schults. Het<br />

Blauwe Huis moet in die tijd een aanzienlijke woning zijn geweest: een schout was<br />

een man van aanzien. Als de schout van <strong>Maarsbergen</strong> rond 1765 naar Amerongen<br />

verhuist, wordt het oude Blauwe Huis langzaam maar zeker een boerderij met ruim<br />

zeven hectare bouw- en weiland. <strong>De</strong> huurders werden verplicht om drie stuks<br />

volwassen rundvee en een paard te houden.<br />

In 1850 is het nieuwe Blauwe Huis gebouwd. Let u vooral op de symmetrische<br />

voorgevel waarin een geometrische baksteendecoratie van gele IJsselsteentjes is<br />

aangebracht. Het meest opvallend zijn twee neoclassicistische elementen, zogenaamde<br />

pilasters (vierkante halfzuilen), gemetseld van IJsselsteentjes. <strong>De</strong>ze twee pilasters zijn<br />

met elkaar verbonden door een eveneens uitstekende band IJsselsteentjes. Boven het<br />

zolderlicht wordt deze band (weliswaar kleiner) herhaald. Net onder de top van de<br />

voorgevel is nog een driehoek (een soort fronton) van IJsselsteentjes gemetseld. Er is<br />

in Nederland maar één andere boerderij die vrijwel dezelfde voorgevel heeft en dat is<br />

de boerderij Kolland aan de Lekdijk (nr. 3) te Amerongen, gebouwd in 1858. Een<br />

ander grappig element van de boerderij is de rond gemetselde schoorsteen, hetgeen op<br />

geen enkele andere boerderij in de streek wordt aangetroffen. <strong>De</strong> zijmuren van de<br />

boerderij zijn laag (1.70 meter). Vanwege de kleinere lengte van de mensen vroeger<br />

was dat geen probleem.<br />

In 1906 werd de achterzijde van de boerderij met zes meter verlengd, zodat de gehele<br />

lengte van het huis achttien meter werd. Dit is te zien aan de bakstenen die zijn<br />

gebruikt voor het voor- (kleinere stenen) en achterhuis (grotere stenen). Tijdens de<br />

verlenging werd waarschijnlijk de geut ommuurd, zodat de woonkeuken ontstond. Om<br />

licht te verkrijgen in deze keuken werd door de timmerman een fraai (grenen)<br />

schuifkozijn aangebracht in de zijgevel. Door de uitbreiding van het Blauwe Huis kon<br />

steeds meer melkvee worden gehouden. Zo waren er omstreeks 1920 twaalf<br />

melkkoeien op het bedrijf, waardoor ook de behoefte steeg aan meer bouw- en<br />

weiland. Door ontginningen van de heide kon de oppervlakte toenemen tot zeventien<br />

hectare.


Figuur 17b. Op het erf van het Blauwe<br />

Huis stonden twee hooibergen, die eind<br />

jaren zeventig door hooibroei zijn afge-<br />

brand.<br />

In 1968 is de boerderij aangewezen als Rijksmonument vanwege de eenvoudige en<br />

harmonische architectuur. Het Blauwe Huis is aan het einde van de jaren zeventig<br />

buiten gebruik geraakt als boerderij. In 1993 bevond het huis zich in een dermate<br />

deplorabele toestand dat het alleen met een grondige restauratie weer bewoonbaar was<br />

te maken. Met (financiële) hulp van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de<br />

Gemeente <strong>Maarn</strong> is de boerderij omgebouwd tot woonhuisboerderij. <strong>De</strong> restauratie<br />

van Het Blauwe Huis is in 1994 voltooid. <strong>De</strong> wagenloods opzij van het huis is in 1997<br />

in de oorspronkelijke vorm herbouwd, iets verder van het huis af. In 1999 is het asfalt<br />

van het erf verwijderd en oud bestratingsmateriaal aangebracht. In 2000 zal de<br />

boerentuin opnieuw worden ingericht.<br />

Waarom de boerderij de naam "Het Blauwe Huis" draagt, is tot nog toe onzeker. Het<br />

meest waarschijnlijk is dat het oude Blauwe Huis (afgebroken in de 19e eeuw) blauw<br />

was aan de buitenzijde. Ook is het mogelijk dat het oude Blauwe Huis haar naam<br />

gekregen heeft, omdat het aan de binnenzijde blauw geschilderd was. Boeren<br />

schilderden soms de melkkelder of nog grotere delen van de boerderij blauw (met<br />

name het stucwerk), omdat de kleur blauw tegen de vliegen zou werken. Ook in het<br />

nieuwe Blauwe Huis is een oude laag lichtblauw stucwerk aangetroffen. Het oude<br />

Blauwe Huis is echter oorspronkelijk niet als boerderij gebouwd, maar als woning<br />

voor de schout van <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

U verlaat het erf van het Blauwe Huis en loopt de Kooisteeg in. Na ongeveer 300 m<br />

slaat u rechtsaf richting de Kom. Op de hoek ziet u twee leilinden en een taxus staan<br />

van ca. 250 jaar oud. <strong>De</strong>ze bomen stonden op het erf van het oude Blauwe Huis dat in<br />

1850 is afgebroken.<br />

18. <strong>De</strong> Kom<br />

Over de geschiedenis van de oude eendenkooi is het een en ander bekend uit de<br />

archieven van de Abdij van Berne. <strong>De</strong> abt Koenraad van Malsen gaf het plassengebied<br />

waarin de eendenkooi destijds lag op 20 april 1535 in huur of in erfpacht aan een<br />

zekere Laurens Wolfswynckel en zijn echtgenote Jannetgen. <strong>De</strong>ze Laurens had daar


met grote kosten, veel moeite en arbeid een eendenkooi getimmerd. <strong>De</strong> pachtprijs<br />

bestond uit 125 grote wilde eenden of drie talingen voor elke grote wilde eend. <strong>De</strong>ze<br />

moesten jaarlijks worden afgeleverd voor vastenavond. Twee eeuwen later (eerste<br />

helft van de achttiende eeuw) is de eendenkooi in onbruik geraakt. Waarschijnlijk kan<br />

de ontginning van het Kombos als belangrijkste oorzaak van het buiten gebruik raken<br />

van de eendenkooi worden aangemerkt. Het gebied rondom de kooi werd veel minder<br />

nat, waardoor de aantrekkelijkheid voor watervogels afnam. <strong>De</strong> eendenkooi of beter<br />

gezegd het restant daarvan (kooirelict) is echter nog steeds aanwezig. <strong>De</strong> twee<br />

noordelijke armen zijn doorsneden door de Parallelweg. <strong>De</strong> twee zuidelijke armen zijn<br />

nog redelijk intact en goed zichtbaar in het bos.<br />

Figuur 18. Voormalige eendenkooi en inmiddels ook voor-<br />

malige ijsbaan <strong>De</strong> Kom.<br />

Een eendenkooi bestaat uit een ondiepe plas met een bos er om heen. Er lopen sloten<br />

met een bocht van de plas, zodat vanaf de plas het einde van de sloten niet zichtbaar<br />

is. Het zijn de vangpijpen van de kooi, die met netten en gaas overspannen zijn. Langs<br />

de vangpijpen staan rietschermen waarachter de kooiker zich verschuilt. Op de plas<br />

leven eenden die de kooiker helpen bij het vangen van de wilde eenden, de<br />

zogenaamde staleenden en lokeenden. Overvliegende wilde eenden worden<br />

aangetrokken door hun soortgenoten en vallen vervolgens in op de plas. Staleenden<br />

zijn een keer bijna gevangen, maar konden nog net ontsnappen. Toch komen ze terug<br />

naar de plas omdat het daar zo aangenaam rustig is. Zij kennen nu het spelletje en<br />

laten zich niet meer vangen. Overdag verblijven deze staleenden in de kooi, maar 's<br />

nachts vliegen ze er op uit om voedsel te zoeken. Als de staleenden de volgende<br />

ochtend terugvliegen, nemen ze dikwijls ook andere wilde eenden mee. Lokeenden<br />

zijn meestal door de kooiker gekortwiekt. Zij kunnen niet wegvliegen om eten te gaan<br />

zoeken en worden elke dag door de kooiker gevoerd. Hun taak is om de wilde eenden<br />

in de vangpijpen te lokken. <strong>De</strong> stal- en lokeenden kunnen rustig broeden op de oever,<br />

in knotbomen of in broedkorven.<br />

Als de kooiker met zijn werk begint, kiest hij de vangpijp waaruit de wind waait. Als<br />

eenden wegvliegen, doen ze dat namelijk tegen de wind in. Zodra er genoeg eenden<br />

op de plas zijn, gaat het er om de aandacht van de eenden te trekken. Van achter de<br />

rietschermen strooit de kooiker wat voer in de vangpijp. <strong>De</strong> lokeenden komen hier op<br />

af en nemen hun wilde soortgenoten mee. Veel kooikers maken voor het lokken van<br />

de eenden gebruik van een kooikershondje, een ras dat speciaal is gefokt voor het<br />

werk in de eendenkooi. Met zijn opvallende pluimstaart en bruinwitte vacht lokt hij de<br />

eenden steeds verder de vangpijp in. <strong>De</strong> kooiker sluipt onzichtbaar voor de eenden<br />

terug en laat zich achter de etende eenden weer zien. <strong>De</strong> lokeenden eten<br />

onverstoorbaar verder en zwemmen vervolgens rustig terug in de richting van de<br />

kooiplas. Hun wilde soortgenoten schrikken echter en vliegen verder de vangpijp in.<br />

<strong>De</strong> in de val gelokte eenden komen nu in het laatste deel van de pijp. Daarachter zit


een afsluitbaar vanghokje waar de kooiker de eenden uit kan halen. Met een snelle<br />

vakkundige greep wordt de nek omgedraaid. Die gaan dus echt de pijp uit...<br />

Niet alle eendenkooien hebben dezelfde vorm. Soms werd gebruik gemaakt van reeds<br />

aanwezige plassen en soms werd de kooi in zijn geheel gegraven. <strong>De</strong> pIassen van de<br />

"natuurlijke eendenkooi" zijn groot en onregelmatig van vorm. <strong>De</strong> door de mens<br />

aangelegde kooien zijn meestal kleiner dan de natuurlijke kooien en hebben meestal<br />

de vorm van een "roggenei" met vier vangpijpen. Ook de Kom heeft dit model en is<br />

dus waarschijnlijk helemaal gegraven.<br />

Hoewel de eendenkooi waarschijnlijk al ruim 250 jaar niet meer in gebruik is, heeft de<br />

resterende plas nog steeds een grote waarde voor de omgeving. <strong>De</strong> afwisseling van<br />

water, bos en graslanden oefent een grote aantrekkingskracht uit op allerlei<br />

diersoorten.<br />

U loopt via de parallelweg en de Woudenbergseweg weer terug naar het beginpunt:<br />

Motel <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

Gebruikte literatuur<br />

Bakker, A. F., 1968. 800 jaar geschiedenis van <strong>Maarsbergen</strong>; met gedeelten<br />

van <strong>Maarn</strong>, Woudenberg en Leersum, 157 p.<br />

Briedé, J. P., 1993. <strong>Maarn</strong>-<strong>Maarsbergen</strong> in de loop der eeuwen, Van den<br />

Berg's Drukkerij, <strong>Maarn</strong>, 186 p.<br />

Clifford Kocq van Breugel, J. R., 1966. Kastelenboek Provincie Utrecht.<br />

Herzien en uitgebreid door Bardet, J. D. M., 4e druk, Kemink & Zoon,<br />

Utrecht, 364 p.<br />

<strong>De</strong>moed, E. J., 1974. In een lieflijk landschap; wandelingen door de historie<br />

van <strong>Maarn</strong>, Doorn, Langbroek, Cothen, Leersum en Amerongen. Europese<br />

Bibliotheek, Zaltbommel, 2e druk, 304 p.<br />

Iterson, W. van, 1932. <strong>De</strong> <strong>historische</strong> ontwikkeling van de rechten op de grond<br />

in de provincie Utrecht. <strong>De</strong>el I, Inleiding - Markeverhoudingen in het<br />

Overkwartier en Eemland. Proefschrift Faculteit der Rechtsgeleerdheid,<br />

Rijksuniversiteit Leiden, NV Boekhandel en Drukkerij E.J. Brill, Leiden, 781<br />

p.<br />

Karelse, J. J. H. G. D., 1983. Eendenkooi en kooi bedrijf in Nederland.<br />

Scriptie HBCS, Velp, 80 p.<br />

Klesser, J. C., 1995. Mersberch, proostdij en kasteel. Scarpenzele,<br />

Scherpenzeel, 46 p.<br />

Kroes, J., 1991. Onvolledige opstrek op de Nederlandse zandgronden: een<br />

onderzoek naar de verspreiding van overgangsvormen tussen opstrek en<br />

andere occupatievormen. Nederlandse Geografische Studies 122, Koninklijk<br />

Nederlands Aardrijkskundig Genootschap / Geografisch Instituut<br />

Rijksuniversiteit Utrecht, Amsterdam/Utrecht, 255 p.<br />

Laporte, J. W. G., 1998. <strong>De</strong> moestuin van Kasteel <strong>Maarsbergen</strong> en zijn<br />

leefomgeving. <strong>Maarsbergen</strong>, 131 p.


Olde Meierink, B. en F. Vogelzang, 1995. <strong>Maarsbergen</strong>. In: Olde Meierink, B.<br />

et al (eds): Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Stichting Utrechtse<br />

Kastelen, Matrijs, Utrecht, pp. 300-304.<br />

Ooms, A. 1990. <strong>De</strong> landbouwkundige ontwikkelingen van 1500 tot heden. In<br />

Hagedoorn, J en B. Zijlstra (eds.), Het land van de zeven tuinen: Zuid-oost<br />

Utrecht in perspectief. Stichting Matrijs, Utrecht, pp. 107-126.<br />

Ringeling, J. H. A., 1963. 100 jaar openbaar lager onderwijs in <strong>Maarsbergen</strong>.<br />

Gedenkboekje ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van O.L.S.<br />

<strong>Maarsbergen</strong>, 20 p.<br />

Tent, W. J. van, 1990. <strong>De</strong> archeologie van Zuid-oost Utrecht. In Hagedoorn, J.<br />

en B. Zijlstra (eds.), Het land van de zeven tuinen: Zuid-oost Utrecht in<br />

perspectief. Stichting Matrijs, Utrecht, pp. 39-47.<br />

Velden, G. M. van der, 1988. <strong>De</strong> voormalige proosdij <strong>Maarsbergen</strong> 1134-<br />

1648. Abdij van Berne, 67 p.<br />

Vernooy, A. L. 1990. Historisch-geografische landschapstypen en<br />

nederzettingen. In Hagedoorn, J. en B. Zijlstra (eds.), Het land van de zeven<br />

tuinen: Zuid-Oost Utrecht in perspectief. Stichting Matrijs, Utrecht, pp. 13-38.<br />

Ververs, M.J, 1984. 100 jaar Nederlands Hervormde Kerk <strong>Maarsbergen</strong>,<br />

<strong>Maarn</strong> en Valkenheide. Van den Berg's Drukkerij, <strong>Maarn</strong>, 180 p.<br />

Waerdt, W van de, 1996. Bijlage bij de reproduktie Caarte vande Ambachts<br />

Heerlikheid en Landerije van Meersbergen Ao 1716, Wouden berg, 18 p.<br />

Wijck, H. W. M. van der, 1990. <strong>De</strong> kasteeltekeningen van Roelant Roghman,<br />

deel I. Canaletto (i.s.m. Stichting Nederlandse <strong>Buitenplaats</strong>en en Historische<br />

Landschappen), Alphen a/d Rijn, 265 p<br />

© Cultuur<strong>historische</strong> Commissie <strong>Maarn</strong> - <strong>Maarsbergen</strong> 2007

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!