Samenvatting van de werkgroepen - Je vote FGTB

jevotefgtb.be

Samenvatting van de werkgroepen - Je vote FGTB

Samenvatting

van de

werkgroepen

mwb | 23


24 | mwb

I. Onze

antwoorden op

de verwachtingen

van onze leden

beheersen

De fl exibiliteit die door de werkgevers wordt opgelegd leidt

tot onzekere arbeidsvoorwaarden op meerdere vlakken:

arbeidsduur, lonen, arbeidsovereenkomsten.

De bestaande middelen op wetgevend en CAO-

niveau dienen te worden gebruikt om deze

fl exibiliteit te beperken. We moeten vooral

de uitbreiding van de toegestane grenzen

(2 x 65 uren) schrappen of in elk geval

formules uitdenken om deze overuren

moeilijker te maken en verplichtingen tot

aanwerving op te leggen in het geval van

structurele overuren. In dit kader moet

de arbeiderscontrole versterkt worden

om de werknemersafgevaardigden de

mogelijkheid te bieden de strijd tegen de

patronale misbruiken aan te gaan door

middel van een strenge controle op de

fl exibiliteitsgrenzen. Op het gebied van uitzendarbeid

bijvoorbeeld moeten de afgevaardigden over doeltreffende

middelen beschikken teneinde het uitzendwerk maximaal

te beperken en vlugger een contract van onbepaalde duur

af te dwingen.

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de KMO’s,

alsook aan de onderaannemers, waarvoor het uiterst

moeilijk is om te controleren of de wettelijke grenzen

nageleefd worden (zwartwerk).

In dit kader is de ontwikkeling van een

netwerksyndicalisme onze prioriteit.

Wat het tijdskrediet betreft, moet er een vervangingsplicht

worden onderhandeld via een CAO (voorbeeld: vijf

4/5de tijdscontracten moeten leiden tot een voltijdse

aanwerving).

Algemeen moeten we inzake arbeidsduur

tot een agressieve strategie

terugkomen waarbij een vermindering

van de gepresteerde arbeidsduur met

loonbehoud en met compenserende

aanwervingen wordt opgeëist.

Op het gebied van de mobiliteitsproblemen, die deels

veroorzaakt worden door de nieuwe vormen van

arbeidsorganisatie, moeten een aantal pistes worden

overwogen: aanpassing van het openbaar vervoer aan

de industriële realiteit (dekking van de industrieparken,

aanpassing van de uurroosters aan het nachtwerk,

enz...), verplichting voor de werkgever om zijn eigen

vervoermiddel op poten te zetten of zijn aandeel in de

transportkosten te verhogen, enz..


Om de werkingssfeer van de vakbond uit

te breiden:

m Is de drempelverlaging op het niveau van de KMO’s

een prioriteit. Verder moeten het netwerksyndicalisme en

de aanwerving van propagandisten worden verdedigd.

m Een echt statuut voor de rondreizende werknemer

zou ons in staat stellen om onze krachtsverhouding nog

te versterken.

m Er moeten specifi eke acties ten opzichte van de

jongeren worden aangeboord: sensibiliseringscampagnes

in scholen, op plaatsen waar jongeren komen, gratis

lidmaatschap, enz. Om ze nog beter te sensibiliseren dient

de voorkeur te worden gegeven aan het gebruikt van de

nieuwe informatietechnologie.

m Speciale aandacht dient uit te gaan naar de senioren

(wat zijn hun echte verwachtingen ? Welk belang hebben

ze erbij om lid te blijven ?, enz.).

m De verbetering van het imago van onze organisatie

door middel van de ontwikkeling van doeltreffende

communicatiemiddelen (website, folders, enz.) moet

worden verdergezet.

m Meer algemeen moet een verbetering van het onthaal

van leden en de gezelligheid in onze gewestelijke

structuren worden verdergezet.

mwb | 25


26 | mwb

2. Onze steun aan

de militanten

beheersen

Het industriesyndicalisme moet ons in staat stellen

onze organisatie te versterken. De toenadering van het

arbeiders/bedienden statuut en de fusie van de Centrales

die betrokken zijn in de industriële sectoren, moeten ons

de mogelijkheid geven om onze krachtsverhouding te

verhogen.

Onszelf opnieuw bevestigen als tegenmacht

veronderstelt noodzakelijkerwijze de

versterking van onze autonomie tegenover

de politieke wereld. Dit is nodig om ons

protestrecht te behouden.

Medewerking met de wereld van verenigingen en NGO’s

die dicht bij ons aanleunen, moet worden overwogen.

Onder de pistes die ontwikkeld moeten worden teneinde

het werk van de afgevaardigden te vergemakkelijken

en de arbeiderscontrole te versterken, wordt de eis

unaniem aangehaald voor een syndicale expertise

met het oog op een technische begeleiding van de

afgevaardigden van de OR. Een ‘alarmrecht’

en een syndicale expertise, zoals voorzien in de

Franse wetgeving, moeten ook in België worden

opgenomen.

Milieuproblemen behoren nog steeds tot het

bevoorrechte terrein van de werkgevers en de politici

niettegenstaande het feit dat de werknemers vaak

rechtstreeks de gevolgen dragen van deze problematiek

op het vlak van werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden.

Wij moeten onszelf opdringen als rechtstreekse

gesprekpartners in de gesprekken die betrekking hebben

op thema’s i.v.m. buurtaangelegenheden, en dit op

alle niveaus: onderneming, bewonerscomités, enz.

Werkgelegenheid en milieu moeten verenigbaar zijn.

Een versterking van de controlemiddelen meer bepaald

op het vlak van de sectorale overeenkomsten maar tevens

meer algemeen op het vlak van de subsidies die toegestaan

worden met betrekking tot het milieu, moet worden

verdedigd. Het komt er ook op aan om tegemoet te komen

aan de slachtoffers van milieuproblemen (inspraak van

de buurtwoners).

Teneinde onze doelstellingen te bereiken inzake

versterking en bevestiging van onze organisatie moeten

wij in communicatie investeren om de burgers te

sensibiliseren voor onze syndicale strijd.

Wij moeten ook middelen ontwikkelen die

erop gericht zijn om de groepen te bestraffen

die delocaliseren niettegenstaande ze

winst maken.

Om onze interne democratie te versterken moet

noodzakelijkerwijs de structuur dichter bij de basis

worden gebracht. Er moet meer geluisterd worden naar

de opinies van de militanten en er meer rekening mee

worden gehouden.

Op ondernemingsniveau moeten wij de fabriekscomités

doen werken en verbeteren. Ze zijn de ideale link tussen

de syndicale organisatie en haar leden.

Regelmatige vormingen ten behoeve van de militanten

moeten ons in staat stellen om onze waarden te versterken,

het accent te leggen op de geschiedenis van het ABVV en

onze verschillen met het ACV in de verf te zetten.

Democratie, ook binnen onze organisatie,

is een permanente strijd.


De staat moet een rol spelen op sociaal en economisch

vlak en het begrip “openbare diensten” dient te worden

herdefi nieerd.

De staat moet vooral een rechtvaardige herverdeling

verzekeren van de rijkdommen, de strategische

sectoren (transport, water, energie, ...) nationaliseren,

ondernemingen die werkgelegenheid creëren opnieuw

nationaliseren.

Teneinde een invloed te kunnen hebben op deze openbare

diensten moeten wij onder andere onze krachtsverhouding

verhogen door het sensibiliseren van de jongeren en de

niet-actieve bevolking (werklozen, gepensioneerden/

bruggepensioneerden, mensen die thuis blijven).

Bovendien moeten permanente informatiecampagnes

aan het adres van de werknemers (stand van zaken

van de dossiers) en een grotere betrokkenheid van de

militanten in het politieke debat worden verzekerd.

Wij moeten ook meer aanwezig en meer doeltreffend zijn

in de overlegorganen op basis van het principe van de

arbeiderscontrole.

Tenslotte moeten wij erin slagen om

met één stem te spreken binnen het

ABVV zodat we met al ons gewicht op de

openbare diensten kunnen wegen.

3. De

economische

problemen

beheersen

mwb | 27


28 | mwb

4. Het

levenskader van

de werknemers

beheersen

Fiscaliteit is niet erg geliefd bij de

werknemers. Ze is echter onvermijdelijk

om de openbare diensten te financieren en

te versterken, alsook de pijlers van onze

solidariteit.

De rol van de overheid beperkt zich niet tot de veiligheid

en de organisatie van het openbaar vervoer. De staat

moet de verwachtingen van elkeen inlossen op het vlak

van onderwijs, vorming, gezondheidszorg, informatie,

kinderopvang, technische en sociale inspectie, onderzoek

en ontwikkeling, het gerecht, de garantie van

een perfect evenwicht tussen het inkomen en de

kosten van het levensonderhoud, ...

De opdrachten van de staat zijn veelvuldig

maar het is vooral de homogeniteit waarmee

hij ze op zich neemt die belangrijk is. De

diensten die hij verleent, moeten gelijk

zijn, ongeacht de leeftijd, het geslacht, het

statuut, de rijkdom van de begunstigden.

De openbare diensten mogen niet

worden onderworpen aan de wetten

van de markt. Ze moeten beschermd

worden tegen bedreigingen vanuit de

private sector. Men moet dus bepaalde

fi nancieringswijzen behouden en proberen om er nieuwe

in het leven te roepen.

Dit gebeurt via een rechtstreekse fi scaliteit die

proportioneel is aan het inkomen. Niettegenstaande wij

een rechtstreekse belasting verkiezen boven eender andere

vorm van belasting, trekken wij toch aan de bel als het

gaat om de huidige toepassing ervan op de lonen. De lage

lonen worden te veel belast. De hoge lonen alsook de grote

fortuinen worden echter niet genoeg belast. Dit geldt ook

voor de onroerende goederen en de overvloedige winsten

van sommige bedrijven.

De tegemoetkomingen die verleend worden aan

ondernemingen mogen enkel toegestaan worden als

er bepaalde resultaten worden geboekt op het vlak van

werkgelegenheid, de levenskwaliteit van de werknemers

en de mensen die dicht bij de ondermening wonen, ...

dit alles op lange termijn. Deze steun is geen alternatief

fi nancieringsmiddel, noch een gewone manier om de

winsten te verhogen. Er zijn nog te veel gesubsidieerde

ondernemingen die te weinig uitleg geven over de

bestemming van die steun of die er te ongelukkig mee

omspringen. In dit verband moet men fi nanciële sancties

voorzien voor die ondernemingen die hun verbintenissen

niet nakomen.

Het gegarandeerde behoud van een

kwalitatieve overheid is mogelijk als

iedereen wordt bewust gemaakt van het

belang van:

m een belasting die proportioneel is aan het inkomen

m een hogere belasting op rijkdommen, onroerende

goederen, ondernemingswinsten, ...

m lagere fi scale aftrekbaarheid voor ondernemingen.


De werking van de beroepsvorming is nog steeds te weinig

gekend in de ondernemingen, zowel wat het aanbod van

vorming betreft als inzake de controle van de toepassing

van de maatregelen die op sectoraal vlak werden

onderhandeld. In dit verband dient de vorming/de

informatie van de afgevaardigden te worden versterkt.

In het algemeen moeten wij de verplichting tot vorming

voor alle werknemers verdedigen. Het voorbeeld van

het PC 315.2 (luchtvaartmaatschappijen andere dan

Sabena) dat geen luik voorziet voor vorming, wordt in

dit verband genoemd. Er dient ook te worden gestreefd

naar een herwaardering van de lonen dankzij de

beroepsvorming.

De problemen m.b.t. de zwaarte

van het werk moeten ten andere een

oplossing kunnen vinden dankzij de

beroepsvorming.

Er moet een precies onderzoek worden gemaakt over

de behoeften aan vorming in Wallonië en Brussel. Eén

voorstel bestaat erin om een kadaster op te starten van

deze behoeften dat onder meer de mogelijkheid zou

bieden om een visie op lange termijn van de behoeften

aan werknemers, alsook een oplossing voor de tekorten

in onze sectoren te ontwikkelen. Een driehoeksrelatie

tussen vakbonden, werkgevers en onderwijsinstellingen

moet tot oplossingen leiden voor deze tekorten.

Er moet een lijst worden opgesteld van de ondernemingen

met gelijkaardige beroepen teneinde de vorming te

groeperen volgens thema.

Het aanmoedigen van de beroepsvorming gebeurt ook

via een opwaardering van de beroepen in onze sectoren,

van het technisch onderwijs en van handenarbeid in het

algemeen.

Specifi eke acties aan het adres van de

jongeren moeten worden overwogen ; er

wordt een voorkeur gegeven aan gezamenlijke

initiatieven van de vakbonden met de

werkgevers.

Nog steeds met betrekking tot de jongeren moeten

de formules van alternerend leren verbeterd

worden en moeten er formules uitgewerkt worden

die werkgelegenheid verzekeren na de vorming.

Op het vlak van controle wordt

het idee geopperd van een

controlecommissie belast met het

onderzoeken van de toepassing van

de overeenkomsten met betrekking

tot de beroepsvorming.

De beroepsvorming kan ook gebruikt worden als

integratiemiddel in de KMO’s door aan elke werknemer,

ongeacht de grootte van de onderneming, de gelegenheid

te bieden om zijn recht op vorming te laten gelden.

Een aantal ideeën werden in dit opzicht uitgedokterd:

verhoging van de bijdragen voor beroepsvorming voor de

ondernemingen zonder syndicale aanwezigheid, boetes

verbonden aan een slechte of onbestaande toepassing

van de vorming, oprichting van een controlecommissie

bevoegd voor beroepsvorming in de ondernemingen

zonder afvaardiging, overeenkomsten die de werkgevers

zonder afvaardiging verplichten om beroepsvorming

te organiseren met controle van de bestendige

secretarissen.

Specifieke vormingen ten behoeve van

werklozen en uitzendkrachten moeten

eindelijk worden georganiseerd of

versterkt.

5.Beheersing

van en

tussenkomst

in de

beroepsvorming

mwb | 29


30 | mwb

6. De economische

en sociale democratie

beheersen in een

arbeidswereld in

omwenteling

Het verschijnen van nieuwe beroepen en het outsourcen

van beroepen in de grote ondernemingen liggen aan de

basis van een grijs gebied op het vlak van de paritaire

comités (PC). De werkgevers maken hiervan

misbruik om de minst gunstige voorwaarden

van de PC’s toe te passen met betrekking tot

arbeidsvoorwaarden, verloning en dit ten koste

van de werknemers.

De paritaire comités met gelijkaardige

beroepen of identieke gevoeligheden moeten

meer op elkaar worden afgestemd zodat we

de mogelijkheid krijgen om deze misbruiken

te bestrijden en onze krachtsverhouding

te versterken. In dit kader moeten de

solidariteitsprincipes nageleefd worden en

moeten alleen de betere arbeidsvoorwaarden bij

harmonisatie behouden blijven.

Door te steunen op de socialistische partij kunnen we een

politieke hefboom vinden die ons in staat kan stellen deze

doelstelling te bereiken, maar steeds door het volgen van

de logica van onze eigen projecten. In elk geval moeten

we, vooraleer een politieke hefboom te zoeken, erin

slagen om met één en dezelfde stem te spreken tussen de

centrales van het ABVV en tussen vakbonden.

I.v.m. het industriesyndicalisme is de noodzaak om in

deze zaak te anticiperen duidelijk, gezien onder andere

het inkrimpen van de werkgelegenheid in onze sectoren

alsook de algemene groei van de kapitalistische wereld.

Een hergroepering van de beroepscentrales van het ABVV

die betrokken zijn in de industriële sectoren (BBTK, AC, ...)

moet in overweging worden genomen, mits zekerstelling

dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

naleving van de principeverklaring van het ABVV, behoud

van de arbeiderscontrole, harmonisatie naar boven toe

bij elke onderhandeling, behoud van onze identiteit en

onze ideologie.

In dit verband wordt enig voorbehoud gemaakt met

betrekking tot de toenadering met de bedienden/

kaderleden die in bepaalde gevallen in een delicate nabije

omgeving kunnen staan van de werkgevers. De impact

van deze hergroepering op het vlak van fi nanciering

en vertegenwoordiging van het metaal wordt eveneens

onderlijnd.

Wat de syndicale vrijheden betreft, moet de inmenging

van de rechtbanken in collectieve confl icten blijven

bestreden worden.

In dit kader moeten wij onze krachtsverhouding versterken

om telkens te kunnen mobiliseren als er een inbreuk is

op het stakingsrecht en de syndicale vrijheden. “Zodra er

een deurwaarder naar de onderneming wordt gestuurd,

zijn het al de werknemers en afgevaardigden die worden

bedreigd”. Solidariteitsacties die de provocaties van de

werkgever in dit verband tegengaan, moeten worden

ontwikkeld. Er moet worden overwogen om nieuwe

spectaculaire ideeën uit te denken in de lijn van de acties

van verenigingen zoals Gaïa, Greenpeace, ...

Het gebruik van de media moet worden

geoptimaliseerd.

Het beroep door de vakbonden op het gerecht en de

mogelijkheid om in dit verband wetgevend op te treden,

wordt ruim besproken. De risico’s dat dit zou leiden tot

een erkenning van de rechtspersoonlijkheid voor de

vakbonden moeten in elk geval worden uitgesloten.


Het hedendaagse Europa is slechts één

grote markt. Opdat het op lange termijn

leefbaar zou zijn, kan het niet langer

zijn sociale verplichtingen ontkennen !

De spanningen tussen de landen maar ook tussen

de Europese ondernemingen zullen verdwijnen

dankzij de harmonisering (naar boven toe) van de

arbeidsvoorwaarden, een evenwicht in de fi scaliteit, de

toepassing van gemeenschappelijke beleidsvormen inzake

vorming, de classifi catie van gelijkwaardige functies en

de toepassing van identieke lonen.

Het beheersen van de krachtsverhouding op Europees

niveau veronderstelt een betere wederzijdse kennis

van de vakbondsorganisaties en het intensifi ëren van

hun contacten. Om beter samen te werken, moeten we

elkaar dringend beter leren kennen. Zodoende zullen we

minimale gemeenschappelijke Europese normen kunnen

opeisen en verkrijgen.

Op de agenda van onze prioriteiten

moeten wij de volgende punten

benadrukken:

m Arbeidsduurvermindering met compenserende

aanwervingen

m Verhoging van het minimumloon

m Behoud van de index buiten de loonnorm

m Afschaffi ng van de onzekere jobs

m Omkadering van gedetacheerde werknemers

m Invoering van een eenheidsstatuut

m Vereenvoudiging van de paritaire comités

m Ontwikkeling van een kwalitatieve beroepsvorming

m Welvaartvastheid van de sociale uitkeringen

In deze context zijn informatie en communicatie

essentiële middelen om de belangen van de

werknemers optimaal te verdedigen. Te vaak

heeft het grote publiek geen weet van de strijden

die wij leveren. Ook worden ze dikwijls verkeerd

weergegeven door de pers en de media waarop wij

niet meer kunnen doorwegen!

Nieuwe middelen om onze ideeën en

standpunten kenbaar te maken, moeten

worden ontwikkeld zowel op papier

als via de informatica of enig ander

verspreidingsmiddel

waarbij het grote

publiek aangesproken

wordt.

Nieuwe en nauwere banden

moeten worden gebruikt met zowel

de politieke wereld, als met de

instellingen en de verenigingen.

7. Het politieke

en economische

debat beheersen

door echte

alternatieven

voor te stellen

mwb | 31


32 | mwb

8. Politieke lijnen

en structuren

beheersen

We moeten blijven ijveren voor

samenhang tussen de mensen,

de structuren en de te behalen

doelstellingen.

Het komt erop aan om naar een vereenvoudiging

van de structuren te neigen. Het idee van een

duidelijk organogram van de bevoegdheden

binnen de organisatie kan daartoe bijdragen.

Er moet gezocht worden naar een verhoging

van de steun aan de afgevaardigden op het

terrein via een verkorting van de termijnen

waarbinnen ze een antwoord mogen

verwachten op hun technische vragen.

De oprichting van een industrie- of

netwerkvakbond via een harmonisering van

het statuut arbeiders/bedienden moet onze organisatie en

onze krachtsverhouding versterken. Daarbij moeten we

onze ideologie en onze waarden naleven (Charter van

Quaregnon) en ons versterken als drijfveer

van het ABVV.

Hierbij wordt de nadruk

gelegd op het verband

tussen de industrievakbond

en de hergroepering van

paritaire comités.

Een ander initiatief van aard om onze

organisatie te versterken is de aanwerving van

voltijdse rondreizende afgevaardigden belast

met werfbezoeken. De fi nanciering van een dergelijk

project zou gedeeltelijk moeten worden gezocht via

werkgeversbijdragen te betalen door de ondernemingen

zonder syndicale aanwezigheid.

Wat de samenwerking betreft met de andere centrales

en binnen het ABVV moeten we erin slagen om de

bestaande informatieprocedures te verbeteren, opnieuw

te investeren in de interprofessionele structuren en ze

nieuw leven inblazen.

Het naleven van de beslissingen genomen door de

interprofessionele instanties moet voor iedereen gelden.

De syndicale onafhankelijkheid ten

opzichte van de partijen wordt nog

eens benadrukt.


Het is noodzakelijk om een nationale solidariteit te

verdedigen zelfs al bestaan er regionale verschillen. We

mogen geen enkele toegeving doen, noch op het gebied

van de sociale zekerheid, noch op de principeverklaring

van het ABVV.

De solidariteit van het ABVV moet een

rol blijven spelen in de strijd tegen

de kapitalistische uitbuiting en tegen

de inbreuken op de syndicale vrijheden

(tegen inmenging van de rechtbanken

bij sociale conflicten).

Wat de strijd tegen het kapitalisme betreft, mogen de

nutteloze ruzies op communautair niveau onze strijd

niet hinderen. “Wij herbevestigen de klassenstrijd, niet de

plaatsenstrijd”.

Op het vlak van de institutionele hervormingen, waarvan

wij nog eens herhalen geen vragende partij te zijn,

moeten we klaar zijn voor een evolutie van de Belgische

instellingen. Een werkgroep moet bijgevolg worden

opgericht. Deze werkgroep zou ook moeten bestaan uit

vertegenwoordigers van het noorden van het land.

Op het gebied van solidariteit moeten

wij onze krachten bundelen met deze van

de andere centrales van het ABVV ; de

oprichting van een industrievakbond dient

in dit kader te worden geplaatst.

Verder moeten we het interprofessionele versterken

op basis van gemeenschappelijke waarden en een

gemeenschappelijke taal.

In een strijd voor een nationale solidariteit zijn de

progressistische partijen (van links) onze bondgenoten,

alsook het verenigingsleven en alle andere personen die

onze ideologie delen.

9. De nationale

solidariteit

beheersen en

versterken

mwb | 33


34 | mwb

10. Het

politieke debat

beheersen en

uiterst rechts

uitroeien

Uiterst-rechts vindt zijn oorsprong in het kapitalistische

systeem dat onvermijdelijk gepaard gaat met sociale

en culturele achteruitgang. Het is juist de economische

degradatie die voeding geeft aan uiterst-rechts. Wij

moeten bijgevolg een samenlevingsvorm voorstellen

die gestoeld is op waarden van solidariteit en sociale

rechtvaardigheid en die een echt alternatief van links

zijn voor het kapitalistische systeem en een antwoord

op het individualisme.

De strijd tegen uiterst-rechts is

een voortdurende strijd voor elkeen

van ons. Het is een strijd vanwege

de vakbond en de burger, te

organiseren doorheen het onderwijs,

de culturele uitwisselingen

en de ontmoeting met de

andere.

Men moet hun betoog aanklagen, hun

programma uitleggen aan de burgers

en in het bijzonder aan de jongeren,

informatiesessies organiseren.

In deze strijd is de rol van de media en de

politieke wereld essentieel. Intern moeten

wij doeltreffende communicatiemiddelen

gebruiken en ontwikkelen om het

betoog van uiterst-rechts aan te klagen:

pamfletten in ondernemingen, in

scholen, bij kansarmen, enz.

Wij mogen uiterst-rechts niet banaliseren en wij moeten

weigeren hen het woord te geven ; het principe van het

cordon sanitaire moet behouden blijven en men moet

nog verder gaan door druk uit te voeren teneinde elke

financiering van deze partijen af te schaffen en ze

simpelweg te verbieden.

De omgang met uiterst-rechts moeten wij helemaal uit

de weg blijven gaan en de nultolerantie moet op hen

worden toegepast.

In onze middens zal er

nooit plaats zijn voor een lid

van uiterst-rechts.

Similar magazines