Het jubileumnummer van BinnensteBuiten - Onze Weg

onzeweg.nl

Het jubileumnummer van BinnensteBuiten - Onze Weg

2

Colofon

Dwars door alles EEN

Wanhopig, enkel donker

cocon van eenzaamheid

angstig, droevig, koud

huilend, schreeuwend

vechtend soms....

Een rode gloed, de dageraad

kruipt door een kier naar binnen

Uitnodigend en toch

zo verontrustend vreemd

Gedragen door een sterke hand

geborgen en geliefd

In vrijheid vliegt de vlinder weg

dwars door alles EEN

Ine Wildschut

REDACTIE: J.W. Berkhof, G.W. Berkhof-te Hennepe, R. Siebesma, I. Wildschut; VORMGEVING: R. Ottow en I. Wildschut;

OMSLAG: R. Ottow; CORRECTIE: A. van de Sluis

BESTUUR STICHTING ONZE WEG: J. Karreman, H. Sol-Lühoff , J. van de Sluis,

COMITÉ VAN AANBEVELING: Peter Helms (Canada, voormalig leider Jeugd met een Opdracht Amsterdam), J.J. Frinsel sr.

(Montfoort, voorm. directeur Vereniging “Tot Heil des Volks” ), Dr. K. Zuidema (Wezep, voorheen huisarts), ds. J. Eschbach

(Amersfoort, predikant- directeur Stichting Evangelisch Werkverband), H. Binnendijk (Rijnsburg, oud-programmamaker E.O.),

Prof.dr. Willem J. Ouweneel (Huis ter Heide, hoogleraar theologie en wijsbegeerte), Ds. Kees van Velzen (EO).

AUTEURSRECHTBEPALING: ©1992-2007 Stichting Onze Weg

Niets uit deze uitgave mag, op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestem ming van de redactie worden gebruikt, geciteerd

of over ge no men. Ook voor het overnemen van informatie, citaten en/of (delen van) artikelen dient onder alle omstandigheden

schriftelijk toestemming te worden gevraagd en verkregen van de redactie.

Deze jubileumuitgave werd mogelijk gemaakt door de vele gulle gevers uit de achterban van Onze Weg en door

De Hoop Grafi sch Centrum Evangelisch Landelijk Initiatief voor Diff erent Nederland Diff erent Vlaanderen

Ambulante Geestelijke gezondheidszorg

www.dehoop.com/grafi sch www.eliagg.nl www.diff erent.nl www.diff erentvlaanderen.be


We weten

waarover we spreken...

Als mensen van Onze Weg weten we waarover we spreken als we het hebben over homoseksualiteit.

Sommigen van ons leefden ooit als homoseksueel, anderen werden geconfronteerd

met hun homoseksuele gevoelens. Wat we gemeen hebben is dat we Christus zijn

gaan volgen en dat had consequenties: we bewandelen een ‘andere’ weg dan gangbaar is in

onze samenleving.

In deze publicatie vindt u een selectie van opmerkelijke artikelen over homoseksualiteit zoals

die in de loop van de jaren verschenen zijn in BinnensteBuiten, het kwartaalblad van Stichting

Onze Weg. Behalve dat in vogelvlucht verschillende aspecten van de thematiek homoseksualiteit

aan bod komen, laat dit blad iets zien van vijfentwintig jaar Onze Weg.

Onze Weg is opgericht in 1982 om op te komen voor de belangen van christenen met homoseksuele

gevoelens en om het bijbelse gedachtegoed rond homoseksualiteit uit te dragen. Bij

het bekijken van artikelen en foto’s uit de begintijd komt het gevoel boven: wat een andere

tijd was dit! Wezenlijk is er niet zoveel veranderd. Misschien dat we zaken wat anders verwoorden

- bijvoorbeeld de term homofi el gebruiken we niet meer - maar net als de mensen

van het eerste uur geloven we dat echte vrijheid alleen te vinden is in Christus.

Homoseksualiteit is en blijft een onderwerp dat emoties oproept in en buiten de kerk. We

hopen met deze publicatie een bijdrage te leveren aan het gesprek rond homoseksualiteit

dat in veel kerken plaatsvindt.

Wie na het lezen van deze publicatie geïnteresseerd is geraakt in de benadering van Onze

Weg, kan zich aanmelden als lid. We sturen het blad gratis naar belangstellenden. Na deze

uitgave zal het kwartaalblad BinnensteBuiten weer in een eenvoudige vorm uitkomen. Om

met dit werk door te kunnen gaan, hebben wij op de eerste plaats uw gebed nodig. Ook een

fi nanciële bijdrage wordt ten zeerste gewaardeerd.

Namens redactie en bestuur van Stichting Onze Weg

Reitze Siebesma

3


4

6 Ik ontmoette de liefde

van mijn leven

In 1998 vonden de Gay Games plaats in Amsterdam.

Dit verhaal van Richard Oostrum speelt zich af tegen de achtergrond van

deze gebeurtenis. Het verscheen in het oktobernummer van 1998.

11 Help, mijn kind

is homo

Voor de meeste ouders die uit de mond van hun kind horen

dat hij of zij homoseksueel is, komt dit nieuws hard aan. Misschien

was er een vermoeden, misschien ook niet, maar als het

hoge woord eruit is, brengt dit bij veel ouders heftige emoties

naar boven.

in Vogel

28 Hoe ontwikkelt

homoseksualiteit zich

Soms is het moeilijk te vatten hoe genen, omgeving en andere invloeden

op elkaar inspelen, hoe een bepaalde factor iets beïnvloedt zonder er

de oorzaak van te zijn. En wat heeft geloof hier mee te maken.


vlucht

46 De roepstem van

het kind

Ook als we volwassen geworden zijn, blijft een deel van

ons altijd kind. Maar wat als het kind de sporen van het

verleden nog steeds met zich meedraagt?

En verder ......

2 Dwars door alles EEN

3 Wij weten waarover wij

spreken

8 In den beginne...

10 Ik zoek U, Heer

14 Verwarring

14 Kiezen

16 AWGB: aanleiding tot

oprichting vanOnze Weg

18 Intolerenatie der

toleranten

20 Komen tot zelfaanvaarding

44 Eenzaamheid

Wat betekenen relaties als je aleenstaand bent? Wat

kun je er zelf aan doen? Welke rol speelt God in je

eenzaamheid? Bij deze en andere vragen wordt in

dit artikel stilgestaan.

24 Wow.. Ik ben een vrouw

31 Gave en opgave

32 Eens homoseksueel, altijd

homoseksueel?

34 Verandering

36 De homoseksuele man in

relatie met vrouwen

39 Kerk & homoseksualiteit

41 Gehoorzaamheid gaat

aan genezing vooraf

52 Psalm 138

5


6

‘Nou, ik heb de liefde van mijn leven ontmoet en

hij heeft mijn leven nogal veranderd.’

‘Ken ik hem?’

‘Dat weet ik niet, het is de Here Jezus Christus.’

In een volgepakte metro, op weg naar de opening van

de Gay Games in de Amsterdamse Arena, ontmoette

ik een oud-teamgenoot van een homozwemclub.

Met een team van Jeugd met een Opdracht gingen

we daarheen om er een gebedswandeling te houden.

Ik kreeg de vrijmoedigheid om tegenover hem te

getuigen van mijn bekering, die in november 1996

mijn leven volkomen veranderde.

In 1985 had ik mijn coming out als homoseksueel na

een jarenlange strijd tegen het ‘anders zijn’. Ondanks

het feit dat ik niet christelijk ben opgevoed en niets

van de bijbel wist, had ik wel een Godsbesef en bad

ik elke avond stiekem tot mijn Hemelse Vader. Toen

de seksualiteit zich in mijn puberteit ging manifesteren,

merkte ik dat mijn interesse toch vooral naar

jongens uitging. Met tranen in mijn ogen vroeg ik in

mijn gebed of dit nu wel de bedoeling was in mijn

leven, maar het antwoord bleef uit.

Na een periode van zeven jaar waarin ik de homoseksuele

gevoelens voor mijzelf hield, kwam ik

Liefde

van

Ik ontmoette de

uiteindelijk ‘uit de kast’. Dit gebeurde na mijn eerste

seksuele ervaring met een man, die zoveel mooier

was dan mijn ervaringen met vriendinnetjes.

Mijn omgeving reageerde positief “omdat je zo nu

eenmaal geboren kan worden” en tot mijn blijdschap

kon ik nu zijn wie ik was. Al snel volgde mijn eerste

relatie, die drie jaar stand hield. Hierna stortte ik

mij in het uitgaansleven en had veel wisselende

contacten.

Homo-zwemvereniging

In 1991 leerde ik een nieuwe vriend kennen, uit

Amsterdam. Al snel na het begin van onze relatie

kregen we te horen dat hij aids had. Drie moeilijke

jaren volgden met ziekte en tranen, maar ook met

veel steun van mijn ouders, familie en vrienden.

Afl eiding vond ik in deze tijd in mijn passie voor

waterpolo en wedstrijdzwemmen. Niet alleen

zwom ik voor een ‘gewone’ club, ik richtte met een

vriend ook een homo-zwemvereniging op die al snel


groeide. We namen zelfs deel aan internationale

homo-zwemwedstrijden.

Als enige afgevaardigde van die vereniging deed ik

in ’94 mee aan de Gay Games in New York, een

aantal maanden nadat mijn vriend overleden was. Ik

genoot van de sfeer van deze spelen en het grote

even

mijn

aantal homo’s en lesbiennes om mij heen gaf mij het

gevoel van een zekere geborgenheid en veiligheid.

Met 70.000 gelijkgestemden in het Yankee-stadion

voelde ik mij erg sterk en zeker van mezelf.

Pas toen ik terugkwam in het appartement waar

ik logeerde, voelde ik hoezeer ik teruggeworpen

werd op mezelf. Ik besefte dat er voor mij buiten

het grote feestgedruis toch steeds weer een leegte

overbleef.

TV-uitzending

In 1996 verhuisde ik naar Amsterdam, omdat ik

me daar als homo geborgen voelde en midden tussen

alle uitgaansgelegenheden zat. Ook hier was ik

actief in de zwemsport en ik stond aan de wieg van

een Amsterdamse gay-zwemclub. Deze richtte zich

vooral op de Gay Games 1998.

In die tijd schafte ik een bijbel aan en kreeg ik meer

en meer interesse in het Woord van God. Toen ik

dan ook een uitzending van een christelijke gemeente

uit Amsterdam zag op de lokale televisie, besloot ik

daar eens naartoe te gaan.

Onwennig en zeer ongemakkelijk onderging ik de

eerste kerkdienst in mijn leven. Na deze dienst werd

ik aangesproken door een vrouw die mij vroeg hoe

ik daar zo terecht kwam. Na haar mijn levensverhaal

verteld te hebben, zijn we samen in gebed gegaan en

heb ik de Here Jezus gevraagd in mijn hart te komen

en mijn leven te vernieuwen.

De week na dit gebed overviel mij een rust en een

vrede die ik niet kende en ik keek uit naar de volgende

zondag. Dezelfde vrouw maakte mij duidelijk

dat deze rust en vrede het gevolg waren van mijn

bekering. Omdat ze wist van mijn homoseksuele

achtergrond, verwees ze mij naar Johan van de Sluis

van Bureau EHAH, om daar eens te gaan praten. Met

Johan heb ik goede gesprekken gehad en hij begeleidde

mij op het pad van het leven als ex-gay.

De Gay Games 1998 waren voor mij begin dit jaar

nog een reden om de stad uit te gaan, maar God heeft

me willen gebruiken om van Hem te getuigen, op

straat en tijdens de zwemwedstrijden in Amersfoort.

Daar heb ik vele oude bekenden kunnen vertellen

over de verandering in mijn leven; tijdens die gesprekken

ervoer ik heel duidelijk Gods bescherming

tegen verleiding en andere gevaren.

Terugkijkend op de Gay Games was dit voor mij een

periode van bevestiging dat de stap richting Jezus de

juiste is geweest. Hij is het die mij genezing geeft en

mijn leven leidt.

Dit getuigenis van Richard Oostrum is een momentopname;

hoe ging het verder met Richard? Nu, negen jaar

later, is Richard getrouwd met Noëmia en samen hebben

zij een zoon van vier jaar. Hij is actief voor Jeugd met

een Opdracht in een bediening genaamd Kompassion

ministries. Dit houdt in het geven van spreekbeurten

over het onderwerp “homoseksualiteit en christen zijn”,

het voeren van individuele gesprekken en het uitreiken

naar homoseksuelen buiten de kerk. Over het leven van

Richard is in 2004 een boek verschenen: Keerpunt - Van

gaysportman tot echtgenoot en vader, Hans Frinsel, Uitg.

Oogstpublicaties Amsterdam.

7


In den

beginne.... beginne...

8

Ik wil U een aantal citaten 1 voorleggen. Ze

geven iets weer van de denkwijze binnen de

kerken ten aanzien van wat er in het bijbelboek

Genesis gezegd wordt over de schepping

van de mens.

“De tweezaamheid van de mens, als scheppingsgegeven,

is niet exclusief voor man en vrouw bedoeld.”

“De tweezaamheid van de mens lijkt mij ook een

heel wezenlijk iets. Dat het huwelijk daarvan een

concrete uitbeelding is, is duidelijk, maar daarmee

is nog geen absolute uitspraak gedaan over allerlei

andere vormen van samenleven tussen mensen.”

“Ik denk dat een uitgangspunt als de Genesisuitleg

uitgaat van complementariteitsdenken: man en

vrouw zijn er om elkaar aan te vullen. Dat is maar

een heel beperkte visie om menselijke seksualiteit

mee te benaderen.”

Tegenover deze citaten wil ik de volgende stelling

poneren:

“Je kunt niet aan de ‘scheppingsgegevens’ komen

zonder dat je daarmee ook komt aan de Heer van

de Gemeente/de Kerk.”

Ik wil deze stelling op de volgende wijze uitwerken:

* In het eerste hoofdstuk van de Hebreeeënbrief

lezen we dat “God in het laatst der dagen tot ons

heeft gesproken in de Zoon, (.. . ) door Wie Hij ook

de wereld geschapen heeft (1: 1,2) .

* In de Colossenzenbrief lezen we: Want in Hem (de

Zoon) zijn alle dingen geschapen. Alle dingen zijn door

Hem en tot Hem geschapen. Hij is voor alles en alle

dingen hebben hun bestaan in Hem (1:16,17 ).

* Het evangelie van Johannes begint met:

Het Woord was bij God en het Woord was God.

Alle dingen zijn door het Woord geworden.

Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons

gewoond (1:1,2,14).

* Terug naar de Hebreeënbrief:

In hoofdstuk 1:6 wordt over Jezus gesproken als de

eerstgeborene.

* In de Romeinenbrief zegt Paulus:

“...opdat Hij (Jezus) de eerstgeborene zou zijn onder

vele broeders” (8:29).

* Opnieuw Hebreeën:

Tegen hen wier oog gericht is op Jezus, de Leidsman,

wordt gezegd: “Want gij zijt genaderd tot de berg

Sion, (...) en tot een feestelijke en plechtige vergadering

van eerstgeborenen. (12: 22,23).

* En tenslotte in de brief aan Colosse: “Hij (Jezus) is

het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene

van de ganse schepping (1: 15) .

Uit deze teksten blijkt dat Jezus nauw bij de schepping

betrokken was en is, dat Hij wordt aangesproken

als eerstgeborene van de schepping. Maar dat is niet

het enige. De bijbel begint zelfs met te zeggen: God

schiep door een eersteling/eerstgeborene.

Het eerste woord in de bijbel is namelijk. ‘beresjiet’ 2

(in den beginne). In dat Hebreeuwse woord zitten een

paar betekenissen, en wel:

Hoofd, Eersteling (resp. rasj - resjiet; een voorbeeld:

Rosj-Hasjana (Joods Nieuwjaar) betekent letterlijk: ‘

hoofd van het jaar’ ) .

Ons bekende “In den beginne” zou dus heel verantwoord

kunnen luiden:

‘Van hoofde aan heeft God geschapen”, of:

“Door wie voorop gaat schiep God”, of:

“Door een eersteling schiep God”.


Met die eersteling zijn we weer terug bij de Here

Jezus van wie gezegd wordt dat Hij de eersteling is

van de ganse schepping! Jezus is degene door wie

God de aarde volgens Zijn plan geschapen heeft

(Joh.1:1).

De eerstelingen van de oogst vertegenwoordigen

de hele oogst! De eerstgeborene vertegenwoordigt

het hele geslacht! De eersteling van de schepping

vertegenwoordigt de ganse schepping.

De Heer van de Gemeente/ de Kerk is dus de eersteling

van de schepping.

Hij is de Schepper van de mens als man en vrouw.

Hij - de Heer - stelt in zijn gesprek met de Farizeeën

(Mattheüs 19) immers “dat de Schepper hen (de mens)

van hoofde aan als man en vrouw heeft gemaakt”.

Jezus voegt daar meteen als consequentie aan toe:

“Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten

en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een

vlees zijn. Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees.

Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de

mens niet.” (vs. 4-6) De mens is gemaakt om in dat

beeld van God te leven, en wel, waar het vaste/

seksuele relaties betreft, als man en vrouw.

Met andere woorden: wie Jezus belijdt als Heer

van de Gemeente/de Kerk, kan onder geen beding

tornen aan de scheppingsgegevens. Want bij die

schepping was Hij ten nauwste betrokken – niet alleen

het feit dat Hij schiep, maar ook de wijze waarop

hij verkoos de mens te maken!

Wie over de schepping spreekt, spreekt over

Jezus en omgekeerd.

Noten

1 Theologische etherleergang ‘Rondom het Woord’ , juli 1988

2 Bezig met Genesis - W. Barnard

Schepping, verlossing, voleinding - Joh.M. Gerritsen

Zoals er gezegd is over de schepping Phoenix bijbelpocket

Veel christenen in onze tijd gaan ervan uit dat de Bijbel

ruimte biedt aan homorelaties mits die gebaseerd zijn op

liefde en trouw. Dit artikel, in 1990 door Johan Berkhof

geschreven, gaat in op een aspect van de thematiek “de

Bijbel en homoseksualiteit”. Er valt veel meer over te zeggen.

Voor wie belangstelling heeft voor deze thematiek,

op deze bladzijde vindt u een aantal lectuurtips.

De schrijver, Johan Berkhof, heeft een homoseksuele achtergrond

en is al ruim 25 jaar getrouwd met Harda.

Samen zijn zij vanaf de oprichting van BinnensteBuiten

(eerst ‘Nieuwsbrief’ geheten) lid van de redactie.

De Bijbel en homoseksualiteit

Over deze thematiek zijn verschillende boeken

geschreven, waaronder:

- Joe Dallas, Een antwoord op de homotheologie,

Oogstpublicaties, 2002,

- Annelies Barth, Tegendraads?!,

Voorhoeve, Kampen, 1998,

- Robert A.J. Gagnon, The Bible and Homosexual

Practice. Text and Hermeneutics,

Abingdon Press, 2001,

Laatstgenoemd boek is een diepgaande studie. Gagnon

beschikt over een bijzondere feitenkennis als

het gaat om taal, cultuur en achtergronden. Hij gaat

grondig te werk en mist geen enkel detail. Hoewel

Gagnon gebruik maakt van in orthodoxe kring omstreden

bijbelkritische theorieën over het ontstaan

van de Bijbel, is omdat Gagnon alle teksten als normatief

beschouwd, de praktische doorwerking van

zijn schriftkritische benadering klein. Het is opmerkelijk

dat Gagnon tot conclusies komt die in de lijn

liggen van hoe orthodoxe christenen de Bijbel lezen.

Johan en Harda Berkhof,

medewerkers redactie

Gods trouw

voorziet steeds weer in

wat nodig is

‘‘

9


10

Ik zoek U,

Ik zoek naar een vriendin,

iemand die dicht bij mij is,

warm, gevoelig en trouw,

iemand met wie ik me verbonden voel,

die met mij lacht,

die met mij huilt en me daarna troost.

Ik zoek U, Heer!

Ik zoek naar een vriendin,

iemand die ik vertrouwen kan

die me niet in de steek laat,

bij wie ik chagrijnig of boos kan zijn

zonder dat dat de liefde wegneemt.

Ik zoek U, Heer!

Overal grote billboards

die mijn aandacht trekken,

ik kan ze niet negeren,

mijn ogen worden er naar toe getrokken,

steeds weer, steeds weer.

The art to connect!

Twee vrouwen vinden elkaar

in een gepassioneerde zoen.

Mijn ogen worden er naar toe getrokken,

steeds weer, steeds weer.

Is dat wat ik zoek?

Ik zoek U, Heer!

Ik zoek naar een vriendin,

iemand bij wie ik op de bank kan zitten,

luisterend naar het warme geluid

van haar stem,

luisterend naar elk woord

dat de klank van liefde in zich draagt.

Ik zoek U, Heer!

Ik zoek naar een vriendin,

iemand die mij in haar armen neemt

die me zachtjes heen en weer wiegt

en lieve woordjes tegen me zegt,

die een wiegeliedje voor me zingt

zodat ik rustig in kan slapen.

Ik zoek U, Heer!

Heer

De nachten zijn lang en donker

een koude deken van eenzaamheid

ligt over mij heen.

Niemand om mij aan te warmen.

The art to connect!

Is dat wat ik zoek?

Ik zoek U, Heer!

Ik zoek naar een vriendin,

iemand die er is

als ik de pleisters verwijder

en de oude wonden open leg,

stinkend en pijnlijk

die daar niet voor wegvlucht,

maar de wonden wast en balsemt.

Ik zoek U, Heer!

Ik zoek naar een vriendin

iemand die mij niet afwijst

als ik mijn gedachten uitspreek

ook als die lelijk of somber zijn,

die naar mij luistert

als ik mijn hart bloot leg,

die me niet afwijst om mijn gevoelens,

maar die mij echte liefde wil geven,

liefde en vriendschap die ik zo nodig heb,

waar ik zo intens naar verlang.

Ik zoek U, Heer!

Ik zoek U, Heer, met mijn hele hart…

Als je Mij zoekt, zul je Me vinden.

Ik heb je liefgehad

met een eeuwigdurende liefde.

Jij bent kostbaar en zeer geliefd.

Ik heb je bij je naam geroepen,

je bent van Mij.

Ik geef je een nieuwe naam.

Je naam zal niet meer “Eenzaam” zijn,

maar je naam zal zijn:

“Zoeker van mijn aangezicht”.

Ine Wildschut

december 2004


De dag dat ik mijn vader vertelde dat ik jarenlang geworsteld

heb met homoseksuele gevoelens kan ik me nog goed

herinneren. Het had lang geduurd voordat ik eraan toe was

hem mijn verhaal te vertellen. Ik was tweede helft dertig toen ik

leerde met mijn homoseksuele gevoelens om te gaan in plaats

van ze weg te duwen of te ontkennen. Het was in deze periode

dat ik mijn vader belde: “ik wil eens met u praten”. Hoe is het

voor een vader geconfronteerd te worden met een dergelijk

verhaal?

Help mijn kind is homo

In mijn werk voor Diff erent Nederland en Diff erent

Vlaanderen kom ik regelmatig in aanraking met

ouders van kinderen die homoseksueel zijn. Als

ik spreekbeurten houd over homoseksualiteit zijn

er onder mijn toehoorders vaak ouders of andere

familieleden van homoseksuele mensen. Ik merk dat

zij behoefte hebben hun verhaal te vertellen. Pijn,

bezorgdheid en vragen over hoe om te gaan met

dit gegeven zijn een aantal van de ingrediënten van

hun verhalen.

Voor de meeste ouders die uit de mond van hun

kind horen dat hij/zij homoseksueel is, komt dit

nieuws hard aan. Misschien was er een vermoeden,

misschien ook niet, maar als het hoge woord eruit

is, brengt dit bij veel ouders heftige emoties naar boven.

Het vraagt tijd en veel energie om dit nieuws te

verwerken en om het een plaats te geven. Daarnaast

roept dit nieuwe gegeven allerlei praktische vragen

op: bijvoorbeeld hoe ga ik vanuit mijn christelijke

overtuiging om met mijn zoon/dochter die ervoor

kiest homoseksualiteit als identiteit te aanvaarden

en een relatie aan te gaan met iemand van hetzelfde

geslacht?

Emoties

Sommige ouders hebben de neiging om als hun zoon

of dochter met het verhaal komt “ik ben homo” dit

te relativeren. Zeker als hun kind in de tienerjaren

is, kunnen ze als volgt reageren: “Het zal wel een

fase zijn die overgaat.” Of: “Als hij zich wat meer op

meisjes richt, zal hij wel gevoelens voor hen krijgen.”

Of: “Het kan niet waar zijn dat mijn kind ‘zo’ is.”

Hoewel een dergelijke reactie begrijpelijk is, ervaart

het kind, dat met zijn verhaal naar buiten is gekomen,

deze reactie als pijnlijk. Waarschijnlijk heeft hij niet

van vandaag op morgen de beslissing genomen zijn

ouders in te lichten en is hier een moeilijke fase aan

voorafgegaan.

11


12

Waaruit komt deze reactie van ouders voort?

Mogelijk heeft het te maken met ontkenning. Dit is

een mechanisme dat ons beschermt tegen hevige

emoties, in feite willen we niet onder ogen zien wat

we als pijnlijk ervaren. Deze reactie doet echter

geen recht aan het verhaal van de ander. Hij zal zich

niet begrepen voelen en kan zich als gevolg hiervan

(verder) van hen afwenden.

Als dan langzamerhand de werkelijkheid begint door

te dringen, worden de ouders geconfronteerd met

de eigen emoties. Een reactie die veel voorkomt is

verdriet, dit kan een overweldigend en verlammend

verdriet zijn. Het is goed om iets te doen met dit verdriet,

om naar wegen te zoeken om uiting te geven

hieraan. In het boek …en toch zo anders beschrijven

Bob Davis en Anita Worthen hoe ouders vaak door

een rouwproces gaan met de volgende fasen: shock,

verzet, wanorde en reorganisatie. Het herkennen van

deze fasen kan mensen helpen hun reactie op wat

hun kind hen verteld heeft te begrijpen.

Het Nieuwe Testament beschrijft de gemeente als

een liefdevolle gemeenschap, het feit dat gesproken

wordt over “broeders en zusters” laat iets zien van

hoe we geroepen zijn naast elkaar te staan. Spreken

over homoseksualiteit in onze kerken is niet altijd

voor de hand liggend. Het roept bij sommigen eerder

afkeer en angst op dan liefde en begrip. Ouders van

homoseksuele kinderen zouden gebaat zijn bij een

luisterend oor, en dat in een vertrouwelijke sfeer. Is

er in onze kerken en gemeentes openheid om naar

elkaars verhalen te luisteren? Christenen denken

soms dat ze vooral geroepen zijn een goed advies te

geven terwijl de ander dat niet altijd zoekt. Verhalen

zijn er om naar te luisteren. Dit helpt de ander het

verdriet en de pijn waar hij/zij mee te maken heeft

een plaats te geven.

Een ander veelvoorkomende reactie van de kant van

ouders is dat ze zich schuldig voelen over het feit

dat hun kind ‘anders’ is. “Ligt het aan ons?” “Hadden

we het kunnen voorkomen?” Het gebeurt dat

andere gelovigen er een schepje bovenop gooien en

deze ouders fi jntjes onder de neus wrijven dat het

inderdaad aan hen zal hebben gelegen dat hun kind

homoseksueel is. Het is niet terecht om ingewikkelde

processen, zoals die plaatsvinden in het leven

van een kind dat later homoseksueel blijkt te zijn, op

deze wijze te simplifi ceren. De werkelijkheid is veel

complexer. Tal van factoren liggen ten grondslag aan

homoseksualiteit. Maar spelen de ouders dan geen

rol van betekenis bij de opvoeding van hun kind?

Een van de factoren die een rol van betekenis

speelt bij de ontwikkeling van homoseksualiteit kan

inderdaad te maken hebben met de relatie tussen

de ouders en het kind. Verhoudingen in het gezin

kunnen ertoe bijdragen dat in het leven van het kind

scheefgroei plaatsvindt. Zo is er bij veel mensen

met een homoseksuele gerichtheid in hun kindertijd

sprake geweest van ‘defensieve losmaking’ ten

opzichte van de ouder van dezelfde sekse, Het kind

neemt op een blijvende manier afstand van de ouder

van dezelfde sekse uit angst om (opnieuw) gekwetst

te worden. Het is mogelijk dat de ouders aanleiding

hebben gegeven voor deze reactie. Maar het kan

ook zijn dat het kind afstand neemt vanwege zijn

interpretatie van de werkelijkheid.

Als de ouders schuldgevoelens hebben is het niet

terecht om daar niets mee te doen. Het is goed

stil te staan bij het aandeel dat zij mogelijk hebben.

Hebben ze fouten gemaakt? Zijn ze tekort gekomen?

Niet om vervolgens voor de rest van hun leven

gebukt te gaan onder schuld en zelfverwijt. Maar

het is goed om eerlijk te zijn tegenover zichzelf,

tegenover God en eventueel tegenover de persoon

ten opzichte van wie men fouten heeft gemaakt. De

bijbel spreekt over verzoening, Christus kwam om

te sterven voor mensen die zondigen en falen. De

boodschap van het kruis is daarom een boodschap

van hoop voor mensen die gefaald hebben (ook in

de moeilijke opdracht kinderen groot te brengen).

Doordat Christus onze schuld en zonde op zich

nam hoeft er geen veroordeling meer te zijn. God

veroordeelt ons niet en we hoeven onszelf ook niet

te veroordelen. Het erkennen van gemaakte fouten

kan betekenen dat de kloof die er mogelijk tussen

ouders en kind is, overbrugd wordt. Ook al betekent

dat niet dat daarmee alle ge- en verschillen uit de

weg zijn geruimd.

Praktische vragen

Terwijl men bezig is de eigen emoties een plaats

te geven, wordt men ook geconfronteerd met

praktische vragen: hoe ga ik om met mijn zoon of

dochter die ervoor kiest zijn/haar homoseksualiteit

te aanvaarden als identiteit? En hoe ga ik om met

zijn/haar eventuele partner? Dit geldt met name

voor christenouders die de overtuiging hebben dat

homoseksualiteit niet volgens Gods bedoeling is.

Sommige van deze ouders wijzen hun kind resoluut


de deur omdat ze niets te maken willen hebben met

deze zonde. Het argument dat dan gebruikt wordt, is

dat God duidelijkheid wil. Nu is het een bijbelse gedachte

dat christenen worden opgeroepen de zonde

na te laten (niet altijd een gemakkelijke opgave), maar

het is goed om te onderscheiden waar onze eigen

verantwoordelijkheid ligt en die van onze zoon of

dochter. Zondigen we door om te gaan met iemand

die een weg kiest die strijdig is met Gods geboden?

Jezus ging veel om met mensen die niet volgens Gods

bedoeling leefden, de godsdienstige leiders van zijn

tijd bekritiseerden hem om die reden. Als er één

was die pal stond voor de waarheid was het Jezus.

Hij kwam er duidelijk voor uit en tegelijk wist Hij

als geen ander het hart te bereiken van mensen die

door de godsdienstige elite vanwege hun zondige

levenswijze waren afgeschreven.

Christenouders die geloven dat homoseksualiteit

niet volgens Gods bedoeling is, moeten deze overtuiging

niet loslaten. Ze kunnen vanuit de maatschappij

druk ervaren om hun kind te aanvaarden en zijn

gedrag goed te keuren. Ze kunnen vanuit sommige

christelijke kringen druk ervaren om afstand te

nemen van hun kind. Christenouders doen er goed

aan hun overtuiging vast te houden én hun kind

onvoorwaardelijk lief te hebben en te accepteren.

Het is goed ons hart en ons huis te openen voor

mensen, zeker voor onze eigen kinderen.

Andere christenouders hebben er geen probleem

mee om hun eigen kind thuis te ontvangen maar

hebben wel problemen als hij met zijn partner op

bezoek komt. Ze willen niets te maken hebben met

de man met wie hun zoon of met de vrouw met

wie hun dochter een relatie heeft. Zouden ze deze

reactie ook hebben als hun zoon ongehuwd zou

samenwonen met een vrouw of hun dochter met

een man? Opnieuw geldt: accepteren en liefhebben

is niet hetzelfde als goedkeuren.

En wat als hij met zijn vriend wil komen logeren?

Ik kan me voorstellen dat veel christenouders er

moeite mee hebben om de logeerkamer met tweepersoonsbed

beschikbaar te stellen. Deze ouders

staan voor een moeilijke afweging. Ze willen hun

kind en diens partner niet kwetsen maar vinden

het moeilijk als onder hun dak seksueel contact

plaatsvindt waarvan zij de overtuiging hebben dat het

God kwetst. Het is goed dat de ouders vasthouden

dat niet hun kinderen maar zijzelf de regels van hun

eigen huis bepalen. Mogen de ouders van het kind

vragen dat hij hen, met de overtuiging die zij hebben,

respecteert? Ik geloof van wel. Respect moet van

twee kanten komen. Een open en eerlijk gesprek kan

de spanning wegnemen.

En hoe nu verder?

Ouders hebben de neiging om hun kinderen vast te

houden, ze willen zo graag het beste voor hen. Christenouders

willen zo graag dat hun kinderen, als ze

eenmaal volwassen zijn geworden, Christus volgen.

In het boek …en toch zo anders is een heel hoofdstuk

gewijd aan ‘loslaten’. Loslaten is iets anders dan je

van iemand afkeren. We zeggen het zo gemakkelijk:

je moet degene van wie je houdt aan God overgeven.

Maar in de praktijk is dit zo moeilijk. De schrijvers

van dit boek noemen een aantal aspecten van loslaten.

Een van de dingen die zij noemen is dat we de

ander dezelfde vrijheid geven die God ons geeft: de

verantwoordelijkheid voor onze eigen keuzes.

Maar hoe nu verder? Dezelfde omstandigheden

kunnen voor de een tot gevolg hebben dat hij of

zij wegzakt in een moeras van terneergeslagenheid,

terwijl de ander temidden van de gebrokenheid

in zijn of haar bestaan nieuwe kracht vindt. God

nodigt ons in welke omstandigheden wij ook zijn

onze toevlucht bij Hem te zoeken. Hij belooft dat

Hij ons niet in de steek zal laten en wil ons de weg

wijzen. Onze zorgen mogen we bij Hem brengen

en het vertrouwen hebben dat onze gebeden niet

tevergeefs zijn zonder dat we weten op welke wijze

en wanneer Hij antwoord geeft. Anita Worthen, zelf

moeder van een homoseksuele zoon getuigt dat ze

door alles heen erop vooruitgegaan is, de ontdekking

dat haar zoon homoseksueel is, heeft haar naar

God gedreven. Door wat ze heeft meegemaakt kan

ze uitdelen aan anderen. Ondertussen gaat de reis

verder. God geeft hoop en kracht.

Bronnen

Informatiebrochure voor ouders van homofi elvoelende mensen, uitgegeven

bij Diff erent Nederland, Pastorale zorg rond seksuele

identiteit, Amsterdam.

Bob Davis, Anita Worthen, …en toch zo anders. Omgaan met

homoseksualiteit in je familie- en vriendenkring, Uitgeverij Medema,

2002.

De schrijver, Reitze Siebesma, is lid van de redactie.

Tevens is hij verbonden aan Diff erent Nederland als

docent en medewerker publiciteit en hij richtte Diff erent

Vlaanderen op. Reitze heeft jarenlang geworsteld met

homoseksuele gevoelens. Hij is getrouwd met Annemieke,

ze hebben vier kinderen.

13


Een bijdrage uit het allereerste nummer van BinnensteBuiten, toen Nieuwsbrief geheten, mag in dit

jubileumnummer niet ontbreken. Op deze pagina vindt u twee korte artikelen, een getuigenis destijds

geschreven door Johan Berkhof, en een beschouwend artikel aan de hand van de actualiteit van toen.

Mensen hebben een mening over homoseksualiteit, maar zijn zich er vaak niet van bewust dat het eerst

nodig is de vraag te beantwoorden wat homoseksualiteit eigenlijk is. Alie van Dalen gaat in 1988 in op

de twee benaderingen. Haar boeiende analyse is nog steeds actueel. Wie een recente analyse wil lezen

over de vraag wat homoseksualiteit is, vindt veel informatie in de brochure Buitenkerkse theorieën over

homoseksualiteit. In deze brochure uitgegeven bij Diff erent, bespreekt dr. Laurens v.d. Laan verschillende

theorieën en de invloed van sommige van deze theorieën op de kerk.

15


16

In 1982 was het voorontwerp van wet gelijke behandeling de

aanleiding tot oprichting van Stichting ‘Onze Weg’, Mensen die

verbonden waren met Bureau EHAH (nu Diff erent) toonden zich

verontrust over de plannen van de regering het gelijkheidsbeginsel

evenveel waarde toe te kennen als artikel 1 van de toenmalige

Nederlandse Grondwet namelijk het recht op vrije meningsuiting.

AWGB

AANLEIDING TOT OPRICHTING VAN

ALGEMENEE WET GELIJKE BEHANDELING

Bob de Raadt, toen werkzaam bij EHAH, was politiek

actief bij de jongerenorganisatie van het CDA. In allerlei

commissies stak hij zijn licht op, maar ook liet

hij van zich horen Dit mondde uit in de oprichting

van Stichting Onze Weg en het formuleren van een

standpuntverklaring ten aanzien van de opvattingen

van Onze Weg. Het belangrijkste argument was

toen al, dat er geen scheiding valt te maken tussen

opvattingen in de persoonlijke levenssfeer en de

levensstijl. Je persoonlijke levensovertuiging kan niet

‘binnenskamers’ blijven De scheiding tussen leer en

leven maakt mensen ziek. Zo begon Bob een aantal

woorden en begrippen die in de wet stonden, te

analyseren Het woord discriminatie bijvoorbeeld,

wordt in de wet bedoeld als ‘een ander achteruit

zetten’, terwijl dit woord een wetenschappelijke

term is, die duidt op onderscheid maken om tot een

goede analyse te kunnen komen Zo ging Bob ook

termen te lijf als ‘ongerechtvaardigd onderscheid’,

‘persoonlijke levenssfeer’, ‘redelijkheid’ en ‘objectiveerbare

band’

Lubbers

Naar aanleiding van de overval op Bureau EHAH

door homoseksuele activisten in 1983 had een aantal

personen namens de Vereeniging ‘Tot Heil des Volks’

‘ONZE WEG’

en Stichting ‘Onze Weg’ een gesprek met premier

Lubbers. Dat waren mr. P. Coumou en J. J. Frinsel,

respectievelijk bestuursvoorzitter en directeur van

het ‘Heil’ en Johan van de Sluis en Bob de Raadt,

namens EHAH en ‘Onze Weg’. Lubbers houding was

één van luisteren. Hij gaf niet zijn mening, maar stimuleerde

zijn gesprekspartners de visie ook kenbaar te

maken in het kader van de vrijheid van meningsuiting.

In de periode 1984/85 stonden de activiteiten van

de stichting met betrekking tot de wet op een laag

pitje. Johan van de Sluis volgde de voortgang van

de wetsvoorbereiding. ‘Onze Weg’ hield zich in die

periode bezig met een verdere formulering van haar

doelstelling en organiseerde gespreksgroepen en studiedagen.

In 1986 kwam het wetsvoorstel weer op de

politieke agenda te staan en daardoor kwam ook de

maatschappelijke discussie op gang. Janet Ruitenbeek

en Alie van Dalen brachten samen een fl ink aantal

dagen door om de wet ‘door te ploegen’ en om tot

een verdere formulering van het standpunt vanOnze

Weg’ te komen. Ze overlegden met juristen en met

het Ministerie van Justitie, waar ook christenen, die

moeite hadden met het botsen van grondrechten in

het wetsvoorstel, actief waren Ook andere organisaties

waren actief: zo organiseerde de Evangelische

Alliantie studiedagen. Veel correspondentie werd er


gevoerd met de verschillende ministeries. Diverse

christelijke organisaties wisselden deze brieven met

elkaar uit om zo van elkanders activiteiten op de

hoogte te blijven. Ook Stichting ‘Onze Weg’ stuurde

op 27 juni 1988 een brief aan de Tweede Kamer.

Dit schrijven werd ingesloten bij de Nieuwsbrief. De

wet, zoals die nu is aangenomen door de Tweede

Kamer, is een veranderde en aangepaste versie van

het oorspronkelijke voorontwerp van wet. De verontrusting

is gebleven. Het is jammer dat de overheid

tolerantie wil tegengaan door middel van een

wet die intolerant is tegenover mensen die leer en

leven bij elkaar willen houden. De gedachte van de

jaren ‘80 waarin absoluut niets meer absoluut is, en

waar tolerantie de nieuwe norm is geworden, wordt

een bedreiging voor de vrijheid van godsdienst en

meningsuiting.

Alie van Dalen juni 1993

Onze Weg wil een veilige plek

bieden voor christenen met homoseksuele

gevoelens. Zo organiseert

ze een keer per jaar een ontmoetingsdag.

Verder wil Onze Weg het

bijbelse gedachtegoed rond homoseksualiteit

uitdragen. Dit doet ze

voornamelijk door middel van het

blad BinnensteBuiten en via de

website www.onzeweg.nl.

In 2001 leek de anti-disriminatiewetgeving consequenties

te hebben voor christenen die hun levensovertuiging

ook in hun werk willen laten doorklinken.

Mevrouw Nynke Eringa-Boomgaardt uit Leeuwarden,

ambtenaar van de burgerlijke stand in de Friese

hoofdstad, weigert - op grond van haar christelijke

levensovertuiging - homohuwelijken te sluiten. Onderstaand

artikel, geschreven door Annelies Barth in 200,

is gezien recente ontwikkelingen rond deze kwestie,

ook vandaag actueel.

Johan van de Sluis, bestuurslid


We mogen er zijn

om een unieke

eigen plaats in de

maatschappij in te

nemen


17


18

Intolerantie

der toleranten

Deze zomer (zo werd in september 2001

geschreven) haalde een bericht de kranten

dat laat zien waar de anti-discriminatiewetgeving

toe kan leiden, met name

voor christenen die hun levensovertuiging

ook in hun werk willen laten doorklinken.

Mevrouw Nynke Eringa-Boomgaardt

uit Leeuwarden, ambtenaar van de burgerlijke

stand in de Friese hoofdstad,

weigert – op grond van haar christelijke

levensovertuiging – homohuwelijken te

sluiten.

Wat was er precies aan de hand? Dit voorjaar werd

mevrouw Eringa, een van de acht ambtenaren van

de burgerlijke stand in Leeuwarden die huwelijksvoltrekkingen

mag uitvoeren, benaderd door de

voorzitter van het COC in Leeuwarden. Hij vroeg

of zij zijn homohuwelijk wilde sluiten. Zij gaf aan dat

zij daar vanwege gewetensbezwaren geen gevolg aan

kon geven en verwees naar haar collega’s. Vervolgens

klopte een ander homostel (uit Amsterdam) in Leeuwarden

aan en vroeg of mevrouw Eringa hún huwelijk

wilde voltrekken. Toeval? Dat kan nauwelijks waar

zijn. Immers, wat doet een stel uit Amsterdam helemaal

in Leeuwarden? In de hoofdstad zijn ongetwijfeld

ambtenaren te vinden die het huwelijk van deze twee

hadden willen sluiten. Opnieuw voerde mevrouw

Eringa haar gewetensbezwaren aan als reden waarom

zij geen gehoor aan dit verzoek kon geven.

Vervolgens kreeg zij van het gemeentebestuur te

horen dat haar contract, dat op 1 september zou

verlopen, niet verlengd zou worden, tenzij ze haar

gewetensbezwaren overboord zou zetten.

Protestbrief

Per e-mail begon ene Jan Roeleveld een schrijfactie

naar het gemeentebestuur van Leeuwarden. Hij

stuurde een protestbrief rond die men naar B&W

van Leeuwarden kon opsturen. Toen ik dit deed,

kreeg ik na enige tijd een uitvoerig (standaard)antwoord

terug, met als voetnoot dat deze mail niet

mocht worden doorgegeven aan derden en dat er

geen rechten aan mochten worden ontleend, omdat

er geen handtekening onder staat. Derhalve kan ik

niet letterlijk uit het antwoord van de gemeente

Leeuwarden citeren. Het feit dat er zo’n standaardantwoord

opgesteld is, doet mij vermoeden dat veel

christenen – terecht! – geprotesteerd hebben tegen

het besluit van het Leeuwarder gemeentebestuur.

In zijn begeleidend schrijven bij de protestbrief stelt

Roeleveld: “In het tolerante Nederland is geen plaats

voor christenen met gewetensbezwaren”. Zo’n

houding is beneden alle peil! In een democratische

rechtsstaat moet het mogelijk zijn dat mensen uit

gewetensnood bepaalde activiteiten niet hoeven

uit te voeren. Leeuwarden geeft een voorbeeld van

intolerantie. Is Friesland slachtoff er geworden van

selectieve verontwaardiging? Slechts als christenen

gediscrimineerd kunnen worden, passen we de wet

naar de letter toe.” Daar begint het wel op te lijken,

zou ik zeggen.

In de protestbrief draagt Roeleveld onder meer de

volgende argumenten aan waarom de gemeente

Leeuwarden volgens hem onjuist gehandeld heeft:

* toenmalig staatssecretaris Cohen van Justitie heeft

na het aannemen van de wet uitdrukkelijk aangegeven

dat er ruimte moet blijven voor ambtenaren met

gewetensbezwaren;


* de gemeente Amsterdam is in een vergelijkbare

situatie teruggefl oten;

* de situatie rond het homopaar uit Amsterdam

lijkt sterk te wijzen op een kunstmatig gecreëerde

‘case’;

* naast mevrouw Eringa zijn er nog voldoende andere

ambtenaren in Leeuwarden die wel bereid zijn een

homohuwelijk te sluiten; een praktische oplossing

ligt dus voor de hand.

De protestbrief vervolgt: “Meest van alles vind ik

de houding van het gemeentebestuur er een die

getuigt van een gebrek aan invoelingsvermogen

met de bezwaren die bij betreff ende ambtenaar (en

een deel van de Nederlandse bevolking) tegen het

homohuwelijk leven. Helaas meent Nederland een

pioniersrol ten opzichte van de rest van de wereld

met deze ‘voortvarendheid’ te moeten aanpakken.

Ik hoop dat u zich realiseert dat de houding van de

gemeente niets meer met het klassieke idee van

democratie te maken heeft, maar alles met het

opleggen van de politieke en publieke opinie aan de

gewetens van anderen, ook daar waar dat gemakkelijk

vermeden kan worden.(…) Ik wil u dringend

vragen het voornemen te heroverwegen en (mede)

gezien het bovenstaande tot een andere oplossing

te komen.”

Trouw aan de wet

De gemeente Leeuwarden vindt, blijkens haar antwoord

op de protestbrief, dat iedere trouwambtenaar

de wet volledig moet uitvoeren. Uiteraard

mag iedereen zijn/haar eigen mening hebben, maar

dat betekent dat een ambtenaar die het op bepaalde

punten niet met de wet eens is, daar zijn of haar consequenties

uit moet trekken, c.q. op moet stappen.

Immers, voordat een ambtenaar aan zijn/haar taak

begint, heeft hij/zij bij de rechter trouw aan de wet

gezworen. Bovendien moet hij/zij een onderscheid

kunnen maken tussen zijn ambtsvervulling (waarbij

men geacht wordt zich neutraal op te stellen) en zijn/

haar persoonlijke overtuiging. Dat mevrouw Eringa

haar eed zwoer vóór de antidiscriminatiewet door

het parlement werd aangenomen, doet blijkbaar

niet ter zake.

Volgens de gemeente Leeuwarden heeft de Vereniging

van Nederlandse Gemeenten een instructie

gegeven dat er geen gemeentelijke verordening

gemaakt mag worden waarin een regeling voor

trouwambtenaren met gewetensbezwaren is opgenomen.

Volgens de VNG is zo’n regeling strijdig

met de grondwet.

Misbruik

Vervolgens meldt de gemeente Leeuwarden dat zij

al in 1999 heeft besloten dat gewetensbezwaarde

ambtenaren hun benoemingstermijn zouden mogen

volmaken en dat ervoor zou worden gezorgd dat

zij in die tijd geen homohuwelijken zouden hoeven

sluiten. Bij mevrouw Eringa is dat laatste blijkbaar

niet gelukt, gezien de specifi eke verzoeken die door

twee homoparen aan haar gericht werden. Immers,

de gemeente is niet achter haar gaan staan toen zij

hun verzoeken weigerde.

Mijns inziens (AB) maakt de homobeweging gebruik,

of liever: misbruik, van de principiële keuze die deze

ambtenaar heeft gemaakt, door speciaal naar haar

te vragen (zelfs vanuit Amsterdam) en door vervolgens

haar weigering in de publiciteit te brengen. De

gemeente Leeuwarden handelt vervolgens naar de

letter van de wet.

In Visie van half juni stelt gemeentewoordvoerder

Van de Leur, geconfronteerd met het standpunt van

toenmalig staatssecretaris Cohen van Justitie (zie boven):

“Wij hebben de autonomie te kiezen voor een

eigen gemeentelijk beleid. College en raad hebben

voor dit beleid gekozen. Het is volstrekt helder dat

zij (mevrouw Eringa, AB) niet wordt herbenoemd

als ze de verklaring niet ondertekent.”

Een zaak als deze maakt ons als christenen alert

dat ook in Nederland christenzijn soms vervelende

consequenties heeft. We kunnen ons niet langer

veroorloven halfslachtig christen te zijn, we zullen

steeds vaker duidelijk moeten laten zien waar we

staan. Laten we bidden dat we duidelijk voor onze

Heer durven blijven kiezen, juist op dit terrein van

antidiscriminatie! De kunst daarbij is toch te blijven

liefhebben en niet te verharden.

Dit artikel, geschreven in 2001, gaat in op maatschappelijke ontwikkelingen rond de thematiek homoseksualiteit.

Wat Annelies Barth toen schreef, is ook vandaag nog actueel.

19


“Durf naar jezelf te kijken!” Als ik een titel zou moeten kiezen

boven mijn eigen verhaal, zou dit een goede titel zijn. Ik denk

terug aan de tijd – ongeveer twaalf jaar geleden – dat ik erg actief

was in gemeentewerk. Het was een periode waarin we veel zegen

zagen. Toch had ik vaak het gevoel dat ik niet voldeed. Niet alleen

dat ik niet genoeg deed, maar vooral dat ik niet genoeg was.

Komen tot ZELF aan

20

Hoe doe ik dat in het licht van Christus?

Soms leek het alsof ik buiten alles stond. Ik duwde

dit gevoel ook weer weg met de redenering: “als ik

maar hard mijn best doe, is het goed”. Achteraf zie

ik dat de manier waarop ik mijn identiteit ervoer

vooral te maken had met wat ik deed. Zoiets als:

“ik ben wat ik ben door wat ik doe”.

Het belang van zelfaanvaarding

Het niet aanvaarden van jezelf kan allerlei vormen

aannemen. Het varieert van het niet aanvaarden

van bijvoorbeeld een aspect van je lichaam tot een

complete afwijzing van jezelf of zelfs zelfhaat. Romano

Guardini, een Rooms-katholiek fi losoof-theoloog,

omschrijft het belang van zelfaanvaarding in zijn essay

The Acceptance of Oneself:

“De daad van zelfaanvaarding is de wortel van alle

dingen. Ik moet het ermee eens zijn de persoon te

zijn die ik ben. Ik moet het ermee eens zijn dat ik de

eigenschappen heb, die ik heb. Ik moet het ermee

eens zijn te leven binnen de beperkingen die mij

gesteld zijn… De klaarheid en de moed van deze

aanvaarding is de grondslag van het hele bestaan.” 1

Is er een relatie tussen het zichzelf niet aanvaarden

en iemands homoseksualiteit? Markus Hoff mann ziet

in zijn eigen leven een verband: “Sinds ik denken

kon, ongeveer vijf jaar oud, wist ik dat ik mannen

ongeloofl ijk fascinerend vond. Ik heb mij steeds met

hen vergeleken, ik heb mij altijd tot hen aangetrokken

gevoeld en ik heb mezelf steeds afgewezen en

gehaat. En in mijn pubertijd werd dit vergelijken

tot een homoseksueel verlangen.” 2 Martin Hallett

verwoordt de relatie als volgt: “De persoon met

homoseksuele gevoelens voelt zich aangetrokken

tot degene die hij eigenlijk wil zijn of tot degene die

hij had kunnen zijn”. Leanne Payne maakt de vergelijking

met kannibalisme. “Kannibalen eten alleen

degene op die zij bewonderen, en ze eten hen op

om hun karaktereigenschappen te krijgen.” 3 Het zijn

de eigenschappen bij de ander die de homoseksuele

persoon zelf niet heeft of denkt te hebben, die ertoe

bijdragen dat hij zo’n sterke honger heeft om een

intieme relatie aan te gaan met die ander.

Het onderwerp zelfaanvaarding is dus van belang

als we een uitweg zoeken uit homoseksualiteit. De

ideale man of vrouw die ons leven compleet kan

maken, bestaat niet. We mogen zelf de man of vrouw

worden zoals God ons bedoeld heeft.

Oorzaken van het niet aanvaarden

van jezelf

Hoe komt het dat velen moeite hebben zichzelf te

aanvaarden? We kunnen twee oorzaken aanwijzen.

1. We leven in een gevallen wereld.

Ook al zijn we opgegroeid in een warm, liefdevol

gezin, we maken wel deel uit van een gevallen wereld.

Hoe ouders ook hun best doen hun kinderen

al het goede mee te geven in de opvoeding, ze zijn

onvolmaakt. En ook hun kinderen dragen de gevolgen

mee van de zondeval zoals die beschreven wordt in

Genesis 3. Leanne Payne verwoordt het als volgt:

“We zijn als de autistische baby die, hoe liefdevol zijn

moeder ook is, om de een of andere reden beschadigd

is en niet in staat is haar liefde te ontvangen; we

zijn als het geadopteerde kind dat door het verlies

van de natuurlijke ouders zo beschadigd is dat hij

niet kan liefhebben en de liefde en de zorg van zijn

adoptie-ouders, die zij hem verlangen te geven,

niet kan beseff en.” 4

Met het begrip “zelfaanvaarding” kun je verschillende kanten op. In dit artikel, een verkorte uitgave van het artikel

dat in 2004 gepubliceerd werd, betoogt Reitze Siebesma dat christelijke zelfaanvaarding gegrond is in de liefde

van God en in het kruis. Het is van belang het onderwerp zelfaanvaarding te zien in het licht van Gods Woord, het

kan bepalend zijn voor hoe we aankijken tegen en omgaan met homoseksualiteit.


vaarding

2. Onze persoonlijk achtergrond.

Vanaf misschien wel ons prilste begin ontvingen we

boodschappen die iets vertellen over onszelf. In sommige

gevallen hadden degenen van wie deze boodschappen

afkomstig waren ook echt de bedoeling

ons die boodschappen door te geven. Vaak gebeurt

het echter onbewust of gaat het om interpretaties

van het kind. In een disfunctioneel gezin kan een kind

allerlei signalen oppikken die niet op een directe

wijze worden uitgezonden.

Zelfaanvaarding: bijbelse basis

Tegenover het gegeven dat wij zoveel problemen

kunnen ervaren op het gebied van zelfaanvaarding,

laat de bijbel zien dat wij waardevol zijn. Christelijke

zelfaanvaarding is gegrond in de liefde van God en

in het kruis. Deze twee gedachten hebben uiteraard

met elkaar te maken; God heeft immers zijn liefde

getoond door zijn Zoon te zenden naar deze wereld

om verzoening tot stand te brengen (I Johannes 4:10).

Ik wil toch een onderscheid aangeven. Het feit dat

God ons liefheeft, geeft een geweldige basis voor

het feit dat we waardevol zijn. Het kruis toont ons

dat God niet blij is met onze “oude mens”, dankzij

het kruis worden we een nieuwe mens. Dit heeft

alles te maken met het onderwerp zelfaanvaarding.

Zelfaanvaarding betekent dus niet dat we wat hoort

bij onze oude mens aanvaardbaar vinden. Het brengt

ons ertoe vragen te stellen als: hoe ben ik geworden

wie ik ben door de macht van de zonde? Wie mag ik

zijn in Christus? En: wie mag ik worden?

1. Christelijke zelfaanvaarding is gegrond in de liefde

van God.

De bijbel heeft ons veel te vertellen over Gods liefde.

Drie gedachten wil ik hier noemen.

a. We zijn geschapen door een persoonlijke liefdevolle

God (Psalm 139:14)

b. In de eeuwigheid ging zijn liefde al uit naar ons

(Jeremia 31:3, Efeziërs 1:5)

c. God laat zijn liefde zien in Christus; Hij stierf voor

ons (Romeinen 5:8, Johannes 3:16)

Zelfaanvaarding heeft te maken met het aanvaarden

van het feit: ik ben geliefd door de Vader, ik ben het

waard om geliefd te worden. We lopen het gevaar

dit slechts verstandelijk te aanvaarden. Maar die liefde

mogen we ontvangen in ons hart. Mijn aandeel hierin

is dat ik vaak een keuze moet maken om God te

vertrouwen; dit is voor mij een leerproces. En vaak

op momenten dat ik het niet verwacht, laat God zijn

liefde ook merken.

2. Christelijke zelfaanvaarding is gegrond in het kruis.

a. Het kruis is Gods antwoord op onze zonden en

gebrokenheid (II Korinthiërs 5:21)

b. Door het kruis ontvangen we een nieuwe identiteit.

(II Korinthiërs 5:17, Galaten 2:20)

Zelfaanvaarding en homoseksuele

gevoelens

Hoe in de praktijk de relatie is tussen zelfaanvaarding

en omgaan met homoseksuele gevoelens, heb ik

verwoord in een achttal stellingen.

1. Ik mag er zijn, inclusief mijn gevoelens.

Ik mag er zijn! Maar ook inclusief mijn homoseksuele

gevoelens? Nergens leert de bijbel dat wij, omdat we

een nieuwe schepping zijn, totaal vernieuwd zijn. We

dragen onze gebrokenheid met ons mee. Bij onze

bekering komen we bij het kruis zoals we zijn, met alle

ballast die we met ons meedragen. Maar dit is ook iets

wat we dagelijks mogen doen. We mogen komen bij

Christus zoals we zijn. Hij aanvaardt ons helemaal.

2. Ik mag mijn homoseksuele gevoelens een plaats

geven.

We kunnen onze homoseksuele gevoelens koesteren,

eraan toegeven door te fantaseren over een

romantische of seksuele relatie. Dit is niet wat ik

bedoel.

21


22

We kunnen onze gevoelens ook verdringen of

wegduwen. Vervolgens gaan we in ontkenning leven.

Gevoelens moet je niet opsluiten, vroeg of laat

komen ze toch weer boven. Het is als iemand die

opgesloten zit in een kamer, hij zal van alles proberen

om te ontsnappen, als het niet via de deur is, dan via

het raam. Is dit de ervaring van sommige christenen

die, nadat ze jarenlang een voorbeeldig leven leidden,

plotseling kiezen voor een homoseksuele relatie?

Het is nodig dat we onze homoseksuele gevoelens

een plaats geven. Als je je gevoelens een plaats geeft,

kun je ermee leren omgaan en ontsnap je aan het

dwangmatige karakter ervan.

3. Mijn homoseksuele gevoelens staan niet op zichzelf,

maar zijn onderdeel van een heel pakket.

Deze stelling heeft te maken met de vraag: wat zijn

homoseksuele gevoelens eigenlijk? Welke factoren

dragen bij aan de ontwikkeling van homoseksuele

gevoelens? Homoseksuele gevoelens kunnen iets

over jezelf vertellen. Voorvechters van homorechten

benadrukken vaak dat homoseksualiteit aangeboren

is. Een nogal simplistische voorstelling van zaken; de

werkelijkheid is veel complexer. Tal van factoren

kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van homoseksualiteit.

Ieder mens heeft een uniek verhaal. Door

deze factoren te ontkennen, gaat men voorbij aan de

nood en gebrokenheid die ten grondslag ligt aan

homoseksualiteit. Maar ook door alleen maar te

vechten tegen deze gevoelens of ze te verdringen,

zul je nooit de lessen leren die je juist verder helpen

op je weg met God. Inzicht in ons levensverhaal kan

leiden tot verwerking.

4. Ik mag mezelf zien als een unieke persoon met een

uniek verhaal; ik ben waardevol.

In de bijbel lezen we tal van levensverhalen van

mensen, zoals wij, die te kampen hadden met zonde,

pijn, teleurstelling, gebrokenheid. Het bijzondere is

dat God met deze mensen een weg ging.

Ook ons verhaal heeft waarde. Ook al is dat een

verhaal van pijn en teleurstelling, maar het mag

ook het verhaal zijn van Gods liefde en trouw. Het

heeft waarde voor God. En het kan waarde hebben

voor andere mensen. We zijn uniek. We zijn ook

zo verschillend. We hoeven niet te worden zoals

anderen zijn. Ik moet er niet aan denken om een

machotype te worden. Ik blijf een gevoelige man.

Het gaat er vooral om dat ik word zoals Christus

mij bedoeld heeft.

5. Ik mag ontvangen wat God mij wil geven: vergeving,

bevestiging en innerlijke genezing.

Gods antwoord op onze zonde is vergeving. God geeft

het om niet, we hebben het niet verdiend, we kunnen

het niet verdienen, het is genade. We moeten leren die

vergeving ook te ontvangen. We kunnen onszelf blijven

veroordelen voor de dingen die we verkeerd hebben

gedaan. Soms komen we daardoor in een vicieuze cirkel

terecht van vallen, onszelf veroordelen en opnieuw in

zonde vallen.

We mogen ook bevestiging ontvangen. God weet wie wij

ten diepste zijn. Leanne Payne verwoordt het als volgt: “

In de Tegenwoordigheid van God de Meester-Bevestiger

komt het echte ik tevoorschijn dat één is met Christus.

Hij ziet zijn Zoon in mij. Hij roept ons tevoorschijn.” 5

In de bijbel komen we op enkele plaatsen de gedachte

tegen dat God mensen bij naam roept. Onze naam

is iets dat bij ons hoort. Het feit dat God je roept,

laat iets zien van het unieke in jezelf en het unieke

van de relatie die jij mag hebben met God.

Verder wil God ons innerlijk herstel geven. Als we

bij God komen zoals we zijn, wil Hij ons genezing

schenken door zijn Woord (Psalm 107:20).

6. Ik mag leven vanuit mijn nieuwe identiteit.

Veel mensen aanvaarden hun homoseksuele gevoelens

als (een deel van) hun identiteit. Ze defi niëren

zichzelf als homoseksueel. Het is de vraag of christenen

met homoseksuele gevoelens zichzelf op deze

wijze moeten defi niëren. Door dit te doen gaan ze

voorbij aan het feit dat homoseksualiteit te maken

heeft met gebrokenheid; die gebrokenheid mogen


we bij het kruis brengen. Leven vanuit het kruis

betekent leven vanuit een nieuwe identiteit. We

moeten wel onderkennen dat er in ons leven sprake

is van homoseksuele gevoelens. Maar deze gevoelens

hoeven niet het uitgangspunt te zijn van waaruit we

leven. Ze zijn een stukje van ons. Christus is Degene

vanuit Wie we mogen leven. Het betekent ook leven

vanuit een nieuwe positie. Romeinen 6 vertelt dat

we geen slaven van de zonde meer zijn. We hoeven

de zonde niet meer te gehoorzamen. Dat betekent

dat we niet zozeer moeten vechten, maar dat we

moeten leren kiezen om geen gehoor te geven aan

de ‘lokroep’ van de oude mens.

7. Mijn homoseksuele gevoelens mag ik beschouwen

als een uitdaging om te groeien.

Als homoseksuele gevoelens een deel zijn van ons

levensverhaal en ze ons iets vertellen over wie we

zijn, dan kunnen we deze gevoelens beschouwen als

een uitdaging om te groeien. Bovendien is het een algemeen

principe dat dezelfde dingen die ons bij God

vandaan kunnen houden, er juist ook voor kunnen

zorgen dat we onze toevlucht zoeken bij Hem.

Moeten we onze homoseksuele gevoelens aanvaarden

of moeten we juist streven naar verandering?

Aanvaarding en verandering gaan hand in hand.

Het is niet zo dat je óf streeft naar aanvaarding van

jezelf óf streeft naar verandering. Als het goed is, is

hier sprake van balans. 6 Bijbelse zelfaanvaarding legt

juist een basis waardoor groei mogelijk wordt. Veel

christenen getuigen van diepgaande veranderingen

nadat ze leerden zichzelf te aanvaarden.

8. Ik mag worden zoals God mij bedoeld heeft.

God heeft ons bestemd tot gelijkvormigheid aan het

beeld van zijn Zoon, zegt Paulus in Romeinen 8:28.

God wil dat we op Jezus gaan lijken. Het gaat hier

om een levenslang proces dat pas helemaal af is nadat

we onze levensreis voltooid hebben. Ondertussen

kunnen we moedeloos worden als we teveel naar

onszelf kijken. Of we raken ontgoocheld als we

er achter komen dat het proces, waar we ons in

bevinden, zo lang duurt. Gods Woord belooft ons

echter dat Hij die in ons een goed werk is begonnen,

dit zal voortzetten tot de dag van Christus Jezus

(Filippenzen 1:6).

Noten

1 Geciteerd door Leanne Payne in Herstel van identiteit door

genezend gebed, blz. 32-33.

2 BinnensteBuiten, september 2003, blz. 8.

3 Leanne Payne, Het gebroken beeld, blz. 42.

4 Leanne Payne, Herstel van identiteit, blz. 48.

5 Idem, blz. 52.

6 In het decembernummer 2003 van BinnensteBuiten bespreekt

Medinger deze balans in zijn artikel “Zo ben ik nu eenmaal”.

Reitze Siebesma maart 2004

Reitze Siebesma, sma, a,

medewerker ewerker redactie

Ik ben niet de enige

die deze weg gaat, het

is ‘onze’ weg

‘‘

23


24

Wow…

Ik ben een vrouw !

Ik herinner het mij als de dag van gisteren. Ik zie

mezelf daar nog staan op een avond eind oktober,

nu ruim een jaar geleden. Het is een uur of tien ’s

avonds, ik sta in mijn slaapkamer voor de spiegel.

Die spiegel heb ik daar ’s middags al neergezet.

Een spiegel, niet zoals in de badkamer waar ik alleen

mijn hoofd in kan zien, maar een grote spiegel,

waarin ik mijzelf helemaal kan zien, mijn hele

lichaam, van top tot teen.

Ik was al een paar keer naar mijn

slaapkamer gelopen, ik had naar

de spiegel gekeken (nee, niet

erin!) en elke keer had ik me

afgevraagd: “Durf ik het wel? Wil

ik het wel?”

“Doe het maar” had Dina van

EHAH een paar dagen geleden

gezegd. “Doe het maar en weet

dat je daar niet alleen staat, denk

er aan dat de Heer Jezus naast

je staat, dat Hij zijn arm om je

schouder slaat en samen met

jou kijkt naar die persoon in de

spiegel”

En nu sta ik daar voor de spiegel,

met gesloten ogen, en ik vraag

me nog steeds af: “Durf ik het

wel?” Ik roep in gedachten het

beeld in mij op dat de Heer Jezus

naast me staat, met zijn arm om

mijn schouder. Ik doe mijn ogen

open en kijk naar het beeld in

de spiegel. Hoewel ik naar mijn

eigen spiegelbeeld kijk, zie ik een

vreemde. Samen kijken we naar

dat beeld en ik herhaal telkens

weer: “Heer, zo hebt U mij gemaakt,

U hebt mij dit lichaam gegeven,

het lichaam van een vrouw.

U zegt dat het zo goed is. U zegt

dat ik, zoals ik ben, kostbaar ben

voor U.” Ik vraag de Heer of Hij

mij wil leren om te gaan met mijn

lichaam, met mijn seksualiteit, met

mijn gevoelens.

Terwijl ik daar zo sta, voel ik me

vaag verdrietig, ik wil eigenlijk huilen,

maar kan dat niet echt. Ik weet

dat ik eigenlijk de Heer zou moeten

danken voor hoe Hij mij gemaakt

heeft, maar ook dat kan ik niet.

Diep in mij borrelen de emoties,

zoals bij een vulkaan, die na lange

tijd weer tot leven komt. Het

borrelt en rommelt, maar het kan

niet aan de oppervlakte komen.

Zo stond ik daar die avond, voor

mijn gevoel op het dieptepunt van

mijn leven. Volkomen vervreemd

van mijzelf, allesbehalve vrouw.

Aan deze avond is ruim vijftig jaar

levensgeschiedenis vooraf gegaan.

Ik wil daar in vogelvlucht wat van

vertellen.


Gezin

Ik ben opgegroeid in een groot

gezin, als zevende in een rij van

negen kinderen. Ondanks de

moeilijke naoorlogse jaren hebben

mijn ouders er, door hard

te werken, voor gezorgd dat

we niets te kort kwamen, ze

hebben alle kinderen de gelegenheid

gegeven om verder te leren

om zo een goede positie in de

maatschappij te verwerven. Mijn

ouders hielden van elkaar en van

al hun kinderen.

Hoewel ik tot mijn 15e alleen met

meisjes op school zat (in het Brabantse

zuiden was het onderwijs

voor jongens en meisjes in die tijd

nog strikt gescheiden), hield ik me

voornamelijk met jongensachtige

activiteiten bezig. Ik hield van

knutselen en techniek, de mecanodoos

van mijn broers was lange

tijd mijn favoriete speelgoed.

Graag had ik op de ULO het Bpakket

gedaan, zoals mijn broer

die op de jongens-ULO zat, maar

dat was niet mogelijk: meisjes zijn

immers niet goed in wiskunde.

Na de HBS, waar ik wel voor het

exacte vakkenpakket kon kiezen,

ging ik naar Nijmegen om daar

scheikunde te studeren. Ondanks

mijn vooropleiding en mijn leeftijd

(ik was toen ruim 19 jaar) was ik

te onvolwassen om deze studie

tot een goed einde te kunnen

brengen.

In de periode dat mijn leeftijdgenoten

volop genoten van de ene

verliefdheid na de andere en op

den duur vaste verkering kregen

en gingen trouwen, hield ik mij

bezig met lezen, muziek luisteren,

knutselen en hockey. Ik had

weinig vrienden of vriendinnen

en als ze er al waren, dan was de

vriendschap oppervlakkig en vaak

van korte duur.

Verandering

Na een kortstondige, zeer teleurstellende

relatie met een man,

kwam ik op mijn 24e tot geloof

in de Heer Jezus Christus.

Mijn leven veranderde ingrijpend.

Ik leerde wie God was, ik wist

dat ik met God verzoend moest

worden, ik leerde te danken voor

het off er van de Heer Jezus aan

het kruis. Ook kwam ik in contact

met christenen, mensen die

belangstelling voor me hadden,

ik leerde jonge mensen kennen

met wie ik nu na dertig jaar nog

steeds bevriend ben. Ik ging op

zoek naar een gemeente en kwam

terecht in een behoudende kerk.

Ik trof daar broeders en zusters

met een warm hart voor de Heer,

die Hem wilden dienen en die mij

heel veel geleerd hebben uit het

Woord van God.

Hoewel ik een vrije en tolerante

opvoeding had gekregen en ik

in mijn studententijd linkse en

progressieve meningen was toegedaan,

conformeerde ik mij in

de Gemeente heel snel aan de

traditionele visie op de rol van de

vrouw: onderdanig aan de man,

in de gemeente zwijgend, op de

achtergrond, een rok dragend,

met lang haren en in de diensten

het hoofd bedekt. Als het al vragen

bij mij opriep, dan stelde ik ze

niet. Ik was er van overtuigd dat

de mensen, die mij zulke prachtige

dingen leerden over God en over

de Heer Jezus, ook in alle andere

dingen gelijk hadden. Bovendien

wilde ik zo verschrikkelijk graag

deel uitmaken van de groep, ik

wilde ergens bijhoren, ik wilde

niet meer alleen zijn, zoals ik tot

dan toe eigenlijk altijd was geweest.

Als er al momenten waren

dat ik me er ongelukkig onder

voelde en dat er kritische vragen

bij mij naar boven kwamen, dan

redeneerde ik dat heel snel weg:

immers, het stond toch in de

Bijbel, ik wilde toch graag leven

naar Gods geboden….

Flink

Natuurlijk kwamen er ook wel

teleurstellingen op mijn weg, maar

in de loop der tijd had ik allerlei

strategieën ontwikkeld om alle

problemen weg te redeneren.

Ik wilde niet echt over mijzelf

nadenken, ik had geleerd om

niet te zeuren, maar fl ink te zijn

en de dingen te accepteren zoals

ze komen. Per slot van rekening

had ik toch weinig reden om te

treuren of te piekeren, ik had alles

wat mijn hartje begeerde, een

huis, een auto, een goede baan.

Het leven komt nu eenmaal zoals

het komt en daar moest ik het

gewoon maar mee doen. Bovendien

was ik christen en geloofde

ik toch dat God alles in mijn leven

deed meewerken ten goede.

Toen kwam het moment dat

ik ziek werd: ik kon mijn werk

niet meer aan, ik was ongecon-

Regelmatig publiceren we in BinnensteBuiten verhalen van mensen. Maar ook in algemene artikelen is het persoonlijke

element dikwijls aanwezig. Dit heeft te maken met het feit dat veel van de mensen die meewerken aan het

blad zelf een homoseksuele achtergrond hebben. BinnensteBuiten is dus niet een blad met alleen maar theorie, veel

artikelen zijn geboren in de praktijk van het leven. Elders in dit jubileumnummer vindt u de verhalen van Richard

en Johan. Hier vertelt Ine Wildschut haar verhaal.

Dit artikel verscheen in maart 2003. Ine is als vrijwilliger actief binnen Stichting Onze Weg, ze maakt deel uit van

de redactie van BinnensteBuiten.

25


26

centreerd, ik sliep slecht en ik

werd steeds meer depressief. Ik

begreep weinig van mijzelf, alles in

mijn leven was toch voor de wind

gegaan, hoe kon ik nu dan depressief

zijn. Ik kwam bij de psychiater,

slikte antidepressiva, praatte

regelmatig met een counselor

uit de gemeente. Langzamerhand

ging ik begrijpen dat het in mijn

leven niet altijd rozengeur en

maneschijn was geweest, zoals ik

mijzelf steeds had voorgehouden.

Ondanks alle goede bedoelingen

van mijn ouders waren er dingen

in mijn opvoeding niet goed gegaan.

Ik had weinig bevestiging

ontvangen, ik had weinig gevoel

van eigenwaarde en eigen identiteit

ontwikkeld. Altijd weer probeerde

ik door goed te presteren

het respect en de goedkeuring

van anderen te verwerven. Ook

werd me meer en meer duidelijk

dat ik me doodongelukkig voelde

in mijn rol als vrouw. Ik was geen

man, ik wilde ook geen man zijn,

maar vrouw…? Ik voelde me ook

geen vrouw en eigenlijk, diep in

mijn hart, wilde ook helemaal

geen vrouw zijn, maar wat was

ik dan wel??

Elke keer als ik probeerde op

deze vragen een antwoord te

vinden, raakte ik er dieper van

doordrongen dat ik daar geen

Wow

antwoord op had. Bij het zoeken

naar een antwoord op deze vraag,

werd ik mij ook meer en meer

bewust van mijn seksuele gevoelens.

Wat voor mij onmogelijk

was geweest, wat voor mij nooit

gemogen had, wat ik nooit gewild

had, moest ik nu onder ogen

zien. Ik moest erkennen en voor

mijzelf toegeven dat ik lesbische

gevoelens had. Het erkennen

van dit probleem gaf echter ook

mogelijkheden om hulp te gaan

zoeken. Na enkele maanden

kwam ik bij EHAH terecht. Al snel

spraken we daar over vrouwzijn,

over mijn identiteit als vrouw en

ik werd me steeds meer bewust

van het feit dat ik mezelf niet kon

aanvaarden als vrouw.

Geopende handen

En zo gebeurde het dat ik op die

oktoberavond voor de spiegel

stond. Die avond is in zekere zin

een keerpunt in mijn leven geworden.

Langzaam ben ik uit het

dal opgeklommen. Het duurde

dagen voor ik weer voor de spiegel

kon staan, maar steeds weer

probeerde ik het, ik huilde en bad

daar heel wat af. Dina leerde mij

om een zegen uit te spreken over

mijn eigen lichaam. Het kostte

moeite, met mijn verstand wilde

ik het wel, maar het ging nog zo

tegen mijn gevoel in. Vaak stond

ik daar met dichtgeknepen vuisten,

en stukje bij beetje moest ik

leren om mijn handen te openen.

Ik moest leren om mijzelf en al

mijn pijn en al mijn strijd in die

geopende handen te nemen en

dat allemaal in de handen van de

Vader te leggen. Overgave, dat

is iets wat ik in die weken moest

leren (en ik moet daar nog dagelijks

in oefenen). Elke keer merk

ik weer dat er dingen zijn die ik

krampachtig wil vasthouden en

dan moet ik weer opnieuw leren

om het over te geven in de han-

den van mijn Vader.

Ik keek naar mezelf en realiseerde

me dat de kleding waarin ik mij

het meest op mijn gemak voelde,

de kleding was die zoveel mogelijk

mijn vrouwelijkheid verhulde.

Enkele weken later kocht ik een

pyjama met de tekst: We are

facing a woman who plays with

her identity. It’s a matter of total

freedom, no fear, no limits… (We

worden geconfronteerd met een

vrouw die met haar identiteit speelt.

Het is een kwestie van totale vrijheid,

geen angst, geen beperkingen…)

De tekst sprak me aan, aan de

ene kant omdat het zo volslagen

in tegenspraak was met mijn

gevoelens, aan de andere kant

omdat ik er naar verlangde dat het

werkelijkheid zou worden. Ik was

me er van bewust dat het op dat

moment meer strijd dan spel was,

meer angst en onzekerheid dan

vrijheid, maar ik wilde geloven in

het moment dat ik me vertrouwd

zou voelen met de vrouw in mij,

het moment dat er geen strijd

meer zou zijn, maar dat ik inderdaad

zou kunnen spelen met mijn

identiteit (in de goede zin van het

woord), omdat ik me daar dan

veilig en zeker in zou voelen.

Ik heb de pyjama aan de kast

gehangen, naast de spiegel. In het

voorbijgaan keek ik er regelmatig

naar en ik vroeg me af wanneer

ik me vertrouwd genoeg zou

voelen met het idee om inderdaad

de pyjama aan te doen en in de

spiegel te kijken naar een vrouw.

De Heer heeft me echt geholpen.

Hij stond naast me toen ik voor

de eerste keer met die pyjama aan

voor de spiegel stond en Hij zei

tegen me: “Kijk maar, we kijken

samen, jij en Ik, we kijken naar een

vrouw, een prachtvrouw….”

Rok

En God ging door met zijn werk.

Hij wilde mij helpen om weer

meer vrouw te zijn, om me weer

meer vrouw te voelen. Hij wilde

dat ik dat innerlijk ging ervaren,

maar ook dat ik dat uiterlijk tot

uitdrukking bracht. Eén rok had

ik nog in de kast hangen. Het

laatst had ik die gedragen bij de

begrafenis van mijn vader in 1994

en lange tijd had ik mezelf voorgehouden:

misschien zal ik die

rok nog een keer dragen als mijn

moeder begraven wordt, maar

verder een rok of jurk dragen …

nooit meer!

“Er is echt wel hoop voor je en

je hebt in ieder geval nog één rok


ewaard”, zei Dina tijdens een

van onze gesprekken. Achteraf

heb ik mijzelf afgevraagd of ik

daarmee inderdaad de deur naar

het vrouwzijn voor mezelf nog

een beetje had opengelaten. Ik

had die deur kennelijk toch niet

defi nitief achter mij kunnen dichtgooien;

misschien was dat een

signaal dat toch onbewust in mij

het diepe verlangen verscholen

lag om mijn identiteit als vrouw

te (her)vinden.

En God ging zo zijn eigen weg

met mij. Eind december kreeg

ik een uitnodiging voor een Oudejaarsviering

met de volgende

inhoud: Ga eens een keertje voor

je klerenkast staan. Je hebt vast wel

wat in de kast hangen waarvan je

denkt, wanneer zou ik dat nu nog

eens aan kunnen?? Wel, het is nu

de gelegenheid ervoor om dat eens

aan te trekken. Als de vrouwen een

mooie rok of jurk hebben, zou dat

té gek zijn. Schaam je er niet voor.

Kijk maar eens. Het kan nooit té

feestelijk zijn.

Het zette me aan het denken… Ik

had nog een rok in de kast hangen,

was dit dé gelegenheid om die

weer eens te dragen. God zelf

moedigde mij aan om het te doen,

om die stap te zetten. Helaas ik

was de laatste jaren een paar kilo

aangekomen en de rok paste niet

meer. “Een goede smoes om het

niet te hoeven doen” zei een

vriendin met wie ik deze ervaringen

deelde. Maar zo gemakkelijk

kwam ik er niet vanaf. God zelf

daagde mij uit om een grote stap

te zetten en zo stond ik op 29 december

samen met mijn vriendin

in de winkel om nieuwe kleren te

kopen: een rok, een mooie zijden

bloes, een jasje erbij, een panty

en nieuwe schoenen. Ik heb echt

mooie kleren gekocht. Het was

wel heel dubbel om mezelf zo in

de paskamer in de spiegel te zien.

Ik heb er echt om gehuild. Ik vond

het mooi, het was goed, maar ik

vond het ook moeilijk om mezelf

weer in een rok te zien.

Stap voor stap

Langzaam groeit het gevoel, vaak

zijn het kleine stapjes, voor de

buitenwereld nauwelijks zichtbaar,

maar voor mij zijn het

evenzoveel bewijzen dat God in

mij aan het werk is, dat Hij zijn

belofte aan mij waarmaakt.

Ik kijk op een nieuwe manier naar

andere vrouwen, ik kijk hoe zij

zich kleden, hoe zij zich gedragen.

Ik stel mezelf daarbij vaak de

vraag: “Vind ik dat vrouwelijk?

Zou ik me zo willen kleden, zou

ik me zo willen gedragen?”

Ik zal nooit een vrouw worden die

kleding uitkiest met veel roesjes,

strikjes en glittertjes, een beetje

sportief moet het toch wel zijn.

Maar ik bemerk bij mijzelf dat ik

anders naar kleding kijk, ik kies

andere kleuren, wat feller of

vrolijker, ik kies een T-shirt met

een uitgesneden hals, zodat ik

daarbij een halskettinkje kan dragen.

Ik kies voor een driekwart

broek in plaats van de jeans of

spijkerbroek. Ik heb mijn haar niet

meer zo heel kort geknipt, maar

laat het weer wat langer groeien,

gewoon om te ervaren hoe ik

me daarbij voel. Onlangs heb ik

een Vrouw-zijn-avond en een

vrouwenconferentie bezocht. Een

jaar geleden had ik dat absoluut

niet willen doen, nu vond ik het

prettig om daar andere vrouwen

te ontmoeten, om me met hen te

kunnen identifi ceren.

En zo ga ik stap voor stap verder

in dit proces. Ik ben er nog niet,

ik moet nog veel leren, maar elke

dag wil God mij daarbij helpen.

Als ik nu terugkijk op het afgelopen

jaar, dan heeft God echt

wonderen gedaan in mijn leven,

wonderen, waar ik van tevoren

niet van heb durven dromen, die


ik misschien ook wel niet verwachtte,

maar ze zijn gebeurd.

God heeft veel dingen in mijn

leven veranderd, Hij heeft mij in

veel dingen genezing geschonken

en zijn werk gaat door.

Vandaag de dag zegt mijn Vader

tegen mij: “Je bent een prachtvrouw,

jíj bent mijn prachtdochter,

Ik ben trots op je” en ik voel

me apetrots als ik Hem dat hoor

zeggen. Prijs God!!!

Ine Wildsc Wildschut, sc schu hu hut, t,

medewerker redac redactie tie

i


Onze Weg is

onder andere door

de uitgave van

BinnensteBuiten

al vele jaren een

bemoediging voor

mij en voor heel

veel anderen


27


28

Soms is het moeilijk te vatten hoe genen, omgeving en

andere invloeden op elkaar inspelen; hoe een bepaalde factor

iets beïnvloedt zonder er de oorzaak van te zijn; en wat het

geloof hier mee te maken heeft. Het onderstaande scenario

is gecomprimeerd en hypothetisch, maar samengesteld op

basis van werkelijke ervaringen en toont hoeveel verschillende

factoren ons gedrag sturen.

Hoe ontwikkelt

homoseksualiteit

Een reconstructie

Het onderstaande is een veelvoorkomend patroon

maar slechts een van de vele mogelijke trajecten die

kunnen leiden tot homoseksualiteit.

1. De jongen (als voorbeeld) heeft vanaf de geboorte

bepaalde eigenschappen die onder homo’s iets vaker

voorkomen dan gemiddeld. Sommige kunnen genetisch,

andere hormonaal bepaald zijn. Zonder deze

kenmerken zou een jongen minder ‘vatbaar’ zijn om

homoseksueel te worden.

Om welke eigenschappen het precies gaat, is nog niet

met zekerheid te zeggen. Te denken valt bijvoorbeeld

aan een ‘gevoelige aard’ of een sterk creatieve geest,

al dan niet verbonden aan lichamelijke gevoeligheid.

Het onderzoek hiernaar wordt belemmerd door

politieke agenda’s. Er is echter geen enkel bewijs

dat homoseksualiteit op zich erfelijk is.

zich?

2. Al heel vroeg ervaart de jongen zich als ‘anders’

dan de andere jongens, zonder precies aan te kunnen

geven waardoor.

3. De jongen ervaart een pijnlijke discrepantie tussen

zijn emotionele behoeften en wat zijn vader hem kon

geven. Mogelijk was zijn vader inderdaad afstandelijk

of incompetent, mogelijk waren zijn behoeften uniek.

Of zijn vader had een afkeer van zijn zoons gevoeligheid.

In elk geval was er geen warme, intieme relatie.

Uit teleurstelling trok de jongen zich terug, om zichzelf

te beschermen: ‘defensieve losmaking’.

Door afstand te nemen van zijn vader, zijn mannelijke

rolmodel, vond hij het ook steeds moeilijker


om met mannelijke leeftijdgenoten om te gaan. De

psychologische afweer tegen de vader, die de jongen

teleurstelt, maakt deze situatie anders dan wanneer

de vader bijvoorbeeld door overlijden wegvalt. Zonder

een dergelijke zelfbescherming zal een jongen

veel minder geneigd zijn homoseksueel te worden.

Behalve de vader speelt de moeder op haar eigen

manier een belangrijke rol.

Doordat de jongen zich later vooral herinnert hoe

hij zich altijd al ‘anders’ voelde, voelt hij zich overtuigd

van zijn homoseksualiteit, alsof het steeds al

‘voorgeprogrammeerd’ was.

4. Van binnen blijft een diepe hunkering naar de

warmte, liefde en omhelzing van een vader bestaan.

Daardoor ontwikkelen zich intense, niet-seksuele

‘bindingen’ met andere jongens, die hij bewondert.

Opnieuw blijkt zijn verlangen onhaalbaar.

De ontluikende seksuele verlangens vallen bij deze

puber samen met zijn sterke behoefte aan mannelijke

intimiteit en warmte. Hij beleeft homoseksuele

verliefdheden. Later herinnert hij zich alleen dat zijn

eerste seksuele verlangens op jongens waren gericht

en niet op meisjes, voor wie hij geen belangstelling

had.

Vroegtijdige psychotherapie kan de ontwikkeling

van homoseksualiteit voorkomen. Doel is enerzijds

de vrouwelijke patronen in hem te veranderen en

anderzijds, indien mogelijk, zijn vader te leren op een

adequate manier met zijn zoon om te gaan.

5. Naarmate zijn lichaam volwassener wordt, begint

de tiener te experimenteren met homoseksuele

handelingen. Soms is er al eerder misbruik gemaakt

van zijn behoefte aan mannelijke intimiteit door een

andere jongen of man. Soms vermijdt hij homoseksuele

activiteiten juist, uit angst en schaamte. Zijn

geseksualiseerde velangens zijn echter niet meer te

negeren, hoezeer hij er ook tegen vecht.

Het zou dan ook wreed zijn om het omgaan met deze

verlangens alleen maar een keuze te noemen. Vaak

heeft hij lange tijden van tevergeefse ontkenning en

onderdrukking achter de rug. De beschuldiging dat

hij ervoor ‘gekozen’ heeft om homoseksueel te zijn,

zal hem fl ink kwaad maken.

Wanneer hij hulp zoekt, hoort hij een van de twee

vreselijke boodschappen: òf dat homoseksuelen

slecht zijn en dat er voor hem geen plaats is, òf dat

homoseksualiteit aangeboren en onveranderbaar is

en dat hij er naar zal moeten leven.

6. Vanuit zijn sterke verlangen naar liefde, zal de jongeman

een keer bewust een homoseksuele ervaring

opdoen. Voor het eerst merkt hij dat zijn verlangens

bevredigd worden, zij het misschien tijdelijk. Hoewel

het hem ook in tweestrijd kan brengen, is de opluchting

groot. Het voldane gevoel is zo sterk (intenser

dan seksueel genot in een normale situatie) dat hij

dat opnieuw zoekt. Zijn drang is groot en hoe vaker

hij het beleeft, des te sterker wordt de zuigkracht

(hoewel het eff ect vaak zwakker wordt).

7. Het orgasme blijkt ook voor hem een krachtige

ontlading van spanning te zijn. Nu hij eenmaal een

taboe heeft overschreden, is het makkelijker ook andere

taboes te doorbreken, met name promiscuïteit.

Niet alleen vanwege zijn oorspronkelijke behoefte

aan vaderlijke liefde maar ook om allerlei zorgen en

verlangens te ontsnappen, wordt homoseksualiteit

al gauw de centrale factor in zijn leven.

8. Zijn leven wordt benauwender dan dat van de

meeste anderen. Volgens homo-activisten komt dit

door het gebrek aan sympathie of zelfs vijandigheid

die hij ervaart. Omdat zij hem wel accepteren, verbindt

hij zich nog meer aan andere homo’s.

Echter, dit is niet de enige of zelfs maar de voornaamste

oorzaak van zijn spanningen. Veel komt voort uit

Dit artikel is een samenvatting van een in juni 2002 gepubliceerd artikel. De auteur, de Amerikaanse psychiater

Jeff rey Sattinover, beschrijft de levensloop van een theoretische persoon. Hier en daar merk je dat het artikel in een

Amerikaanse context is geschreven. De persoon in dit model ontwikkelt een promiscue levenswijze. Niet iedereen

zal zich hierin herkennen. En aan het eind vindt er een verschuiving plaats richting heteroseksualiteit en trouwt

hij. De praktijk laat zien dat dit niet altijd gebeurt. Desalniettemin is het artikel belangwekkend omdat het een

verhelderende kijk biedt op wat homoseksualiteit is en hoe homoseksualiteit zich ontwikkelt.

De oorspronkelijke titel is: How might Homosexuality Develop? Putting the Pieces Together (NARTH Collected Papers,

1995.) NARTH staat voor National Association for Research and Therapy of Homosexuality (Nationale Vereniging

voor Onderzoek en Therapie van Homoseksualiteit). Deze niet-christelijke organisatie is opgericht in 1992 en heeft

inmiddels meer dan duizend leden, veelal therapeuten. Meer informatie: www.narth.com

29


30

zijn manier van leven, zoals gezondheidsproblemen.

Zijn dwangmatige en losbandige leven bezorgt hem

onvermijdelijk schuld- en schaamtegevoelens. Hij

beseft ook dat hij geen liefdesrelaties met het andere

geslacht kan onderhouden en waarschijnlijk geen

gezin zal krijgen. Door veel homo-activisten worden

dergelijke gedragspatronen en het bijkomende gemis

als normaal voorgesteld. Hoewel het politiek onhandig

zou zijn om het toe te geven, kijkt hij echter niet

met voldoening naar zichzelf.

Zijn zelfveroordeling wordt nog versterkt door

de wrange zelfspot van juist de homocultuur. De

spanningen van het homoseksuele leven leiden tot

meer homoseksueel gedrag. Zoals bij alle vormen

van dwangmatig of verslavend zelfdestructief gedrag,

wordt dit gedrag versterkt door schuldgevoel,

schaamte en zelfveroordeling. Niet verwonderlijk,

vluchten mensen in ontkenning en ook deze man

doet dat. Hij maakt zichzelf wijs dat er geen probleem

en dus geen reden om zich beroerd te voelen, is.

9. Na vele jaren worstelen met schuld en schaamte,

gelooft hij dat hij niet kan veranderen. Als hij overweegt

of homoseksualiteit toch veranderlijk is, vraagt

hij zich af waarom hij dan niet veranderd is. Dat veroorzaakt

nog meer schuld- en schaamtegevoelens.

Eenmaal volwassen, denkt de man dat hij altijd al een

buitenbeentje geweest is. Vanaf de eerste keer dat

hij verliefd was, viel hij al op jongens. Hij had geen

interesse in meisjes, al heeft hij het wanhopig met

ze geprobeerd. Heteroseksuele ervaringen haalden

het niet bij het gevoel dat homoseksuele seks hem

meteen al gaf. Homoseksualiteit moet logischerwijs

wel aangeboren zijn. Dat het onveranderlijk is, blijkt

uit het feit dat hij ondanks al zijn worstelingen nooit

veranderd is. Hij is gestopt ertegen te vechten en

heeft zichzelf geaccepteerd zoals hij is.

10. Dat de man uit ons voorbeeld zo over zichzelf

gaat denken, wordt in de hand gewerkt door een

algemeen aanvaarde en uitgedragen visie dat homoseksualiteit

‘gewoon’ is. Spot, afwijzing en veroordeling

van de jongen als persoon zullen hem echter net

zo hard in dezelfde positie drijven.

11. Misschien blijft de man vechten tegen zijn ‘tweede

natuur’. Afhankelijk van wie hij tegenkomt, blijft

hij gevangen tussen ‘heteroseksuele’ veroordeling

enerzijds en de homowereld anderzijds, zowel in

kerkelijke als niet-kerkelijke organisaties. De belangrijkste

boodschap die hij nu moet horen is, dat

‘genezing mogelijk is’.

12. Als hij het pad van verandering opgaat, zal hij

merken dat de weg lang en moeilijk is, maar wel

buitengewoon veel voldoening schenkt. Therapie

zal hem doen begrijpen dat zijn verlangens in wezen

niet seksueel zijn en dat hij niet gedefi nieerd wordt

door zijn seksuele voorkeur. Hij zal opnieuw leren

omgaan met mannen en vrouwen. Hij zal echte,

niet-verseksualiseerde mannelijke kameraadschap

leren kennen en misschien tegelijkertijd een vrouw

als vriendin, geliefde, levensgezel en moeder van zijn

kinderenl leren kennen.

De oude wonden zullen natuurlijk niet simpelweg

verdwijnen: zij kunnen in moeilijke perioden erg

verleidelijk blijven. Dat betekent niet dat hij niet

veranderen kan. In de groeiende eerlijkheid en werkelijke

intimiteit met de vrouw van zijn hart, worden

de nieuwe patronen sterker en de oude zwakker.

De afgezwakte restanten van zijn oude verlangens

kunnen dienen als signalen dat er iets mis is en om

aandacht vraagt. Ze zullen gewoon weer bedaren

wanneer hij orde op zaken stelt. In zijn relaties met

anderen heeft hij zo een bijzondere gave. Wat eens

een vloek was, zal tot een zegen worden, voor

hemzelf en anderen.

Hilda Sol, bestuurslid


Onze Weg gaf en

geeft een duidelijk

bijbels gefundeerd

geluid over

homoseksualiteit


Gave en opgave

een worsteling

“Naar U hunkert mijn lichaam in

een dor en dorstig land, zonder

water.” (Ps. 63 : 2b)

Geraakt word ik door dit psalmvers,

want het verwoordt mijn

gevoelens van onmacht, mijn

geworstel om op een goede manier

om te gaan met mijn lichaam

en mijn seksuele verlangens. Ik

worstel met mijn lichaam dat door

ziekte ook op dit terrein niet meer

functioneert zoals ik gewend ben.

Ik word erdoor geobsedeerd, het

houdt me bezig op een bijna ongezonde

manier.

En dan, op een avond van onze gemeente

wijkkring, wordt Psalm 63

gelezen en klinkt daar dit woord!

Het geeft zo goed weer wat er in

mij leeft en wat een verademing

dat mijn lichaam ook mag hunkeren

naar Hem, en dat het niet raar

is dat ik me voel als in een dor en

dorstig land, zonder water. Dat ik

mag hunkeren naar Hem die mijn

lijf gemaakt heeft, een mannenlijf

met de seksuele drift die daar bij

hoort, maar dat mij in de steek

laat. Dor en dorstig!

Ik begrijp dat ik dit aspect van

mijn leven wel erg uitvergroot,

en mijn reactie bepaald uit balans

is, MAAR HET DOET OOK ZO’N

PIJN!

Heer, mijn lichaam hunkert naar

U, en U alleen weet hoe diep het

ingrijpt in mijn leven.

U alleen hebt het water dat deze

dorst kan lessen, geef mij te drinken

alstublieft!

Later in de tijd komt er antwoord,

maar anders dan ik verwachtte!!

“Weet u niet dat uw lichaam een

tempel is van de Heilige Geest die

in u woont, en die u ontvangen

hebt van God, en weet u niet dat

u niet van uzelf bent? U bent

gekocht en betaald, dus bewijs

God eer met uw lichaam.” 1 Kor.

6:19,20

Mijn lichaam een tempel, een

woonplaats van Gods Geest, dat

lichaam waarvan de motoriek van

de handen te wensen overlaat, dat

traag aan het worden is, dat zich

maar moeilijk kan concentreren

en waarvan de (ik zeg het maar

netjes) “edele delen” niet meer

reageren zoals zou moeten. Dat

lichaam verkiest God als zijn woonplaats,

dat is voor Hem heilig!

Ook voor dat lichaam heeft Hij betaald

met het bloed van zijn Zoon!

Hij vindt het nog steeds:

Waardevol, Kostbaar en Waardevast!!

Wat een God is Hij!

De feiten zijn niet veranderd, en

menselijk gezien zal het alleen

maar minder worden, want Parkinson

is progressief en niet te

genezen. Evenmin is het zo dat ik

het nu makkelijker vind allemaal.

Er is wel uitzicht, bemoediging,

aanmoediging. Hij wil in mij wonen,

vindt mij nog steeds de

moeite waard en Hij is niet bang

voor afbraak! God weet, en ik

mag leren weten, dat straks alles

nieuw wordt als het water uit de

tempelbeek vloeit en overal waar

het komt Leven geeft.

Dan zal een dor en dorstig land

vruchtbaar worden en de bladeren

van de bomen zullen genezing

brengen, ook voor mijn lichaam.

Lichamelijkheid en seksualiteit:

we worden er voortdurend mee

geconfronteerd en door geprikkeld.

Er wordt geen auto te koop

aangeboden zonder dat er een

half- of nog verder ontblote vrouw

aan te pas komt. Geen abonnement

op ADSL zonder een mooie

man in onderbroek. En dit soort

dingen zijn nog relatief onschuldig.

Seks mag, moet, want zonder

seks leef je niet. En het maakt niet

uit met wie, hoe vaak en waar.

Het is niet eenvoudig vandaag de

dag om in reinheid en heiligheid

je weg te gaan

Toch zijn er gelukkig nog steeds

mensen die ook op dit terrein van

hun leven willen luisteren naar

wat Gods woord hierover zegt.

Mensen die in onthouding willen

leven omdat ze geloven dat het

niet Gods bedoeling is om een

seksuele relatie te hebben met

iemand van hetzelfde geslacht.

Mensen die in onthouding willen

leven omdat ze geloven dat Hij

geen vrijbrief heeft gegeven om

bij afwezigheid van een eigen

partner hun seksuele verlangens

elders te bevredigen.

Mensen die vanwege een handicap,

ziekte of andere oorzaken

geen uitdrukking kunnen geven

aan hun legitieme verlangen naar

seksuele intimiteit

Voor hen en mij geldt: “Weet u

niet dat uw lichaam een tempel

is van de Heilige Geest?”

Voor hen en mij geldt ook dat

we het mogen uitroepen: “Mijn

lichaam hunkert naar U in een dor

en dorstig land.” Onze God zal niet

zwijgen maar antwoorden! Hij

nodigt ons allemaal uit:

Ik ben het Licht, Ik licht u voor

Wie Mij volgt op mijn schreden

Die komt het dichtste donker

door

Die gaat zijn weg in vrede

IK ben die Weg, zet gij uw voet

Op het pad dat gij bewandlen

moet.

Johan Berkhof September 2005

31


32

Kan een man die homoseksueel is veranderen van seksuele gerichtheid,

verliefd worden op een vrouw en met haar trouwen? Kan een lesbische

vrouw die zich aangetrokken voelt tot andere vrouwen van binnen

zo anders worden dat zij zich aangetrokken gaat voelen tot mannen,

verliefd wordt en trouwt met een man? En zijn de gevoelens tot

hetzelfde geslacht dan geheel en voor altijd verdwenen?

Eens homoseksueel,

altijd homoseksueel?

Onderzoek van Spitzer bewijst het tegendeel!

Bij hulpverleners is de overgrote meerderheid van

mening dat verandering van seksuele oriëntatie

onmogelijk is. Velen keren zich met kracht tegen

de gedachte dat homoseksuelen door middel van

therapie van homoseksueel heteroseksueel zouden

kunnen worden. Wanneer dit als doel van hulpverlening

gesteld zou worden, leidt dat volgens hen

alleen maar tot nog meer frustraties. Er zijn wel

hulpverleners die pretenderen te kunnen helpen

bij dit veranderingsproces, maar zij stuiten op veel

tegenstand. De EHAH kan hiervan meepraten. En

de psycholoog dr. G.J.M. van den Aardweg is in het

verleden in het wetenschappelijk debat over deze

materie zo ongeveer weggehoond.

Het is dan ook zeer opmerkelijk te noemen dat een

verklaard voorvechter voor de rechten van homoseksuelen,

de psychiater Bob Spitzer, op basis van

eigen onderzoek concludeert dat homoseksuelen

heteroseksueel kunnen worden. Ruim dertig jaar

geleden nam, mede door zijn inbreng, de meerderheid

van de Amerikaanse psychiaters het besluit homoseksualiteit

te schrappen uit de lijst met psychiatrische

stoornissen (de zgn. Diagnostic and Statistical Manual

of Mental Diseases II). Homoseksualiteit werd niet

langer beschouwd als een psychiatrische ziekte, en

hulpverlening moest zich dus niet richten op genezing.

Op 9 mei 2001 betoogde dezelfde Spitzer tijdens de

openingsbijeenkomst van de jaarlijkse bijeenkomst van

de American Psychiatric Association dat verandering

van seksuele gerichtheid mogelijk is! Hoe kwam hij

tot deze grote ommezwaai, en wat zijn precies zijn

conclusies?

Onderzoek

Spitzer’s belangstelling was gewekt nadat hij in 1999

geconfronteerd was met ex-homoseksuelen die

beweerden dat zij heteroseksueel geworden waren.

Hij heeft 200 ex-homoseksuelen (143 mannen en

57 vrouwen) geïnterviewd die veranderd waren op

de volgende aspecten: homoseksuele aantrekkingskracht,

homoseksuele fantasieën, verlangen naar

een romantische, emotioneel intieme relatie met

iemand van hetzelfde geslacht, en homoseksueel

gedrag met seksuele opwinding. Deze verandering

moest minstens vijf jaar stand gehouden hebben. Zij

hadden er veel voor gedaan om tot deze verandering

te komen. Zij hadden een programma gevolgd

dat door een christelijke organisatie voor hulp aan

homoseksuelen was georganiseerd, of zij waren in

therapie geweest bij hulpverleners die zich hebben

gespecialiseerd in seksuele heroriëntatie. Meer dan

90% had gebruik gemaakt van beide vormen van

hulpverlening. Gewoonlijk hadden zij al eerder

hulp gezocht, waarbij zij te horen hadden gekregen

dat de enige mogelijkheid was: acceptatie van hun

homoseksualiteit. Motieven om aan verandering te

werken waren de volgende: hun leven als homoseksueel

met vaak tientallen seksuele partners leverde

hun veel moeite op; zij verlangden naar een stabiele

huwelijksrelatie, of zij kwamen in confl ict met hun

geloofsovertuiging. Het duurde meestal een paar

jaar voordat zij zich seksueel anders gingen voelen.

Het veranderingsproces bestond uit een geleidelijke

vermindering van homoseksuele en een intensivering

van heteroseksuele gevoelens. Gemiddeld duurde

Dit artikel werd in september 2002 geschreven door drs. P.M. Wagenaar. Aan het eind van het artikel (pagina

34) Blikt hij terug en geeft zijn reactie aan da hand van de hedendaagse actualiteit.

Drs. Wagenaar is GZ-psycholoog, psychotherapeut, seksuoloog NVVS en systeemtherapeut, en werkt bij Eleos en

in een eigen praktijk


het een jaar of vijf voordat zij konden zeggen dat

zij een stabiele verandering hadden bereikt.76% van

de mannen en 47% van de vrouwen waren heteroseksueel

getrouwd. Ongeveer 20% gaf aan ondanks

hun verandering te blijven worstelen met hun

homoseksuele gevoelens. Vrouwen bleken minder

moeite te hoeven doen om tot een verandering te

komen dan mannen.

Psychotherapie

Een belangrijke bevinding van Spitzer is dat het veranderingsproces

van deze ex-homoseksuelen veel

overeenkomst vertoont met psychotherapie in het

algemeen. Zo bleken de volgende veranderstrategieën

het meest eff ectief te zijn:


een verband kunnen leggen tussen de seksuele

gevoelens en ervaringen in de kindertijd of

vroegere gezinsomstandigheden;

• bouwen aan een intense emotionele relatie met

iemand van de andere sekse;

• steun van een of meerdere persoon;

• het onderbreken van gedachten en het vermijden

van plaatsen die homoseksuele gevoelens

kunnen aanwakkeren.

Ook de resultaten van de (combinatie van) pastorale

en psychologische hulp die zij gehad hebben lijken veel

op die van uitkomsten van psychotherapie. Mensen

die sterk gemotiveerd zijn en gebruik maken van

verschillende hulpbronnen om te veranderen kunnen

aanzienlijke veranderingen bereiken op meerdere

aspecten van de seksuele oriëntatie, en tot een goede

heteroseksuele relatie komen. Een totale verandering

komt nauwelijks voor, zeker niet bij mannen. En er

zijn veel mensen die wel hun homoseksuele gedrag

leren beheersen of zichzelf niet meer benoemen als

homoseksueel, maar niet veranderen in de richting

van heteroseksualiteit.

Homoseksuelen en de christelijke

gemeente

Wat betekenen de onderzoeksresultaten van Spitzer

voor ons?

Vanuit onverdachte hoek is de opvatting weerlegd

dat homoseksualiteit onveranderbaar is. Er zijn

christenen die zich ervoor willen inspannen hun

homoseksuele aantrekkingskracht kwijt te raken

en tot een heteroseksuele relatie te komen. Zowel

buiten als binnen de kerk is het gebruikelijk dat hen

dit ontraden wordt. Hoewel dit begrijpelijk is, gezien

het feit dat veel homoseksuelen niet heteroseksueel

worden, is uitsluitend aandringen op acceptatie van de

homoseksualiteit toch niet de enig juiste benadering.

Er is behoefte aan mogelijkheden voor hulp aan die

mensen die een sterke wens tot verandering van hun

homoseksuele verlangens hebben. In Nederland zijn

er nauwelijks therapeuten die bereid zijn te werken

aan verandering van de seksuele oriëntatie, of daar

ervaring in hebben opgebouwd. De combinatie van

een steungroep vanuit een christelijke organisatie of

de kerken en therapie door hulpverleners die deskundig

zijn op het gebied van de seksuele heroriëntatie,

biedt de meeste mogelijkheden tot verandering.

Tegelijkertijd bestaat het gevaar - ook Spitzer wijst

daarop - dat dit onderzoek wordt gebruikt om op

homoseksuelen druk uit te oefenen om heteroseksueel

te worden. Mensen met homoseksuele gevoelens en

de mensen in hun omgeving (ouders, echtgenoten,

ambtsdragers) lopen altijd aan tegen de moeite hun

homoseksualiteit te aanvaarden. Dit onderzoek moet

niet leiden tot vergroting van het acceptatieprobleem

vanuit de gedachte dat verandering immers mogelijk is.

We behoeven verandering niet uit te sluiten, maar dat

is iets anders dan te hoge verwachtingen koesteren en

zichzelf of de ander daarmee onder druk zetten.

lees verder op pagina 34

33


34

vervolg van pagina 33

Spitzer onderzocht tweehonderd mensen die erin

waren geslaagd een veranderingsproces door te maken.

Er zijn vele malen meer mensen die dit ook geprobeerd

hebben, maar bij wie dit geen of geen blijvend resultaat

had. Homoseksuelen die heteroseksueel willen

worden hebben daarbij veel steun vanuit de gemeente

nodig. Gemeenteleden die willen vechten tegen hun

homoseksuele verlangens, maar tot de ontmoedigende

conclusie komen dat hun dit steeds weer niet lukt zoals

zij zouden willen, hebben die steun minstens even hard

nodig. Voor velen brengt het grote geestelijke strijd

met zich mee hun homoseksuele gevoelens te leren

beheersen. In de gemeente zijn mensen nodig bij wie

zij zich kunnen uiten en die hen niet veroordelen als

zij vallen, vanuit de wetenschap dat wij allen struikelen

in vele opzichten.

Terugblik

Hoe kijken we vijf jaar later terug op het onderzoek

van Spitzer? In de VS verscheen in 2006 een boek 1

met 37 hoofdstukken van voor- en tegenstanders die

commentaar leverden op zijn onderzoek en op de

veranderbaarheid van homoseksualiteit. De kritiek

van de tegenstanders richt zich onder andere op de

wetenschappelijke tekortkomingen van het onderzoek

van Spitzer. Spitzer zelf zet in een interview nog

eens zijn visie op homoseksualiteit uiteen.

In Nederland heeft het onderzoek van Spitzer weinig

tot geen stof doen opwaaien. Dat is jammer. Wat

mij betreft hoeven we niet terug naar de jaren zestig

van de vorige eeuw, toen homoseksualiteit als een

psychiatrische afwijking werd opgevat. Vanuit het

oogpunt van wetenschap, hulpverlening en pastoraat

is het echter wenselijk dat we homoseksualiteit zien

als een verschijnsel dat voor ieder individu een eigen

betekenis heeft gekregen, en waarmee mensen op

een verschillende manier kunnen omgaan.

1 J. Dresscher & K.J. Zucker Ex-gay research: Analyzing the Spitzer

study and its relation to science, religion, politics, and culture. Binghamton,

N.Y., Harrington Park Press, 2006.

Drs. P.M. Wagenaar

In de geestelijke gezondheidszorg wordt

een homoseksuele gerichtheid onderdeel

geen reden is tot verandering. Daarom was

in 2003 in het kader van haar studie

ruimte kreeg om onderzoek te doen naar

dit artikel dat in december 2003 in

de belangrijkste uitkomsten van het

Verander

Ondanks de heersende mening zijn er mensen die hun

homoseksuele gevoelens ervaren als ongewenst of in

confl ict komen met hun waarden en normen of hun

geloofsovertuiging. Zij kunnen of willen geen homoidentiteit

aannemen. Sommigen zoeken hulp om met

hun homoseksuele gevoelens te leren omgaan in de

hoop dat hun gerichtheid zal verminderen of veranderen.

Naar de eff ecten van de hulp was echter nog maar weinig

onderzoek gedaan.

Goede respons

Via christelijke hulpverleners en organisaties zijn mensen

benaderd met een homofiele achtergrond die

mee wilden werken aan het onderzoek. Tevergeefs is

geprobeerd om ook via het COC en andere homobelangengroepen

mensen te vinden.

Van de respondenten stuurde 75 procent (47 mannen

en 15 vrouwen) de ingevulde vragenlijst terug. Dat is

een hoog percentage voor wetenschappelijk onderzoek.

Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten van

het onderzoek.

Achtergrond

De gemiddelde leeftijd van de respondenten is ongeveer

40 jaar. De jongste is 20 jaar en de oudste 64 jaar. De

helft van de respondenten is getrouwd met iemand van

het andere geslacht. Ruim 66 procent van de respondenten

heeft een afgeronde HBO/WO of Universitaire

opleiding en bijna 30 procent is werkzaam in de sociale

sector of in geestelijk werk.

De meeste respondenten (46,8 procent) komen uit

evangelische-charismatische kringen, gevolgd door mensen

uit de reformatorische-protestante gezindten (32,2

procent). De gemiddelde leeftijd waarop zij zich voor het

eerst bewust werden van hun homoseksuele gevoelens

was rond 14 jaar bij mannen en tussen 16 en 20 jaar bij

vrouwen. Van de respondenten was 37,1 procent nooit

homoseksueel actief geweest. Bij 19,1 procent van de

mannen en 33,3 procent van de vrouwen bleek dat er

sprake was van seksueel misbruik in de kinderjaren. Dat

is een hoog percentage.


er tegenwoordig vanuit gegaan dat

van iemands identiteit is en dat er

het bijzonder dat Dina Mazzolari

psychologie binnen de universiteit

verandering bij homoseksualiteit. In

BinnensteBuiten verscheen, staan

onderzoek vermeld.

ing

Motivatie

De volgende drie motieven bleken het belangrijkst te

zijn om hulp te zoeken:

1. Een innerlijk confl ict tussen geloofsovertuiging en

homoseksuele levensstijl.

2. Teveel emotionele onrust door de homoseksuele

gevoelens.

3. Het verlangen om te trouwen of getrouwd blijven met

iemand van de andere sekse.

Seksuele gerichtheid

De resultaten van het onderzoek laten zien dat de

respondenten een verschuiving van hun homoseksuele

gerichtheid hebben ervaren in de richting van heteroseksualiteit.

Op de punten die het meest van belang zijn

voor de seksuele gerichtheid, te weten: de seksuele

aantrekkingskracht, de seksuele fantasieën, het seksueel

gedrag en de zelfi dentifi catie, blijkt een verschuiving te

zijn opgetreden van 6 in het verleden (overheersend

homoseksueel, slechts incidenteel heteroseksueel) naar

3,3 in het heden (overheersend heteroseksueel, meer

dan incidenteel homoseksueel).

Gezonde vriendschappen

Voor wat betreft de sociale voorkeur en emotionele

voorkeur is het opvallend dat, vóór de hulp, de respondenten

meer in de richting van de andere sekse scoorden

en na de hulp meer in de richting van de eigen sekse. Blijkbaar

is het leren aangaan van gezonde vriendschappen

met mensen van de eigen sekse een belangrijk onderdeel

van de hulpverlening. Dat wil zeggen dat er minder sprake

is van emotionele afhankelijkheid van de eigen sekse en

meer openheid voor de andere sekse.

Meer veranderingen

Naast een verschuiving van de seksuele gerichtheid rapporteren

mensen veranderingen zoals minder depressieve

gevoelens of zelfmoordgedachten, minder schuldgevoelens,

meer zelfi nzicht en emotioneel evenwicht en

een grotere mate van zelfacceptatie. Voor de meeste

respondenten is het van cruciaal belang om mensen om

zich heen te hebben met wie ze open en eerlijk kunnen

praten en bidden. De verdieping in de persoonlijke omgang

met God was de drijfveer en kracht om anders om

te gaan met hun homoseksuele gerichtheid.

Conclusie

Het onderzoek kende beperkingen. Het werd maar met

één groep uitgevoerd. Het is alleen gebaseerd op wat

de respondenten zelf rapporteerden, waarbij ze ook

nog hun gevoelens van soms jaren geleden moesten

beschrijven. We moeten daarom voorzichtig zijn met

de resultaten. Het gaat hier om een zeer gemotiveerde

groep mensen die er veel voor over heeft om anders

om te gaan met hun homoseksuele gevoelens.

Dit onderzoek schetst een realistisch beeld: bij de meeste

blijkt nog een behoorlijke mate van homoseksuele gevoelens

aanwezig te zijn. Mensen die hulp zoeken kunnen

zeer hoge verwachtingen hebben met betrekking

tot het ontluiken van heteroseksuele gevoelens. Het

gevaar bestaat dat ze teleurgesteld raken, zich schuldig

gaan voelen, denken ‘gefaald’ te hebben of zich tegen

de hulpverlener gaan keren als het gewenste resultaat

uitblijft. Eerlijke informatie vóór de aanvang van de

hulpverlening zal de cliënten helpen realistische verwachtingen

te hebben. Bovendien blijkt, door Gods hulp en

de ondersteuning van vrienden, dat het mogelijk is de

eigen seksuele gevoelens te onderwerpen aan een hoger

ideaal, dat meer bepalend is voor de eigen identiteit dan

de seksuele gerichtheid.

Dina Mazzolari heeft zeven jaar als pastoraal hulpverlener

bij Diff erent gewerkt. Daarnaast heeft ze parttime

psychologie gestudeerd en sinds 2003 werkt ze in een

eigen praktijk in Almere met andere christencollega’s.

Ze zijn verbonden aan ELIAGG (Evangelische Landelijke

Initiatief voor Geestelijke Gezondheidszorg). Dina is

ook systeemtherapeut (aangesloten bij de Nederlandse

Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie) en op dit

moment is ze bezig voor de registratie als GZ-psycholoog

en Eerstelijnspsycholoog.

35


36

Een 28-jarige student zet zich er toe aan de vrouw te

raken. Tijdens de informele fase is hij charmant, grappig

en helemaal op de vrouw afgestemd. AI gauw blijkt het

een prettig contact en zijn vriendin adoreert hem. Hij

noemt zichzelf ‘King of the fi rst dates’. Dan voelt hij de

verwachtingen van de vrouw aan: ze wil beslist meer.

Opeens voelt hij dat er ergens een knop omgaat en “van

binnen sterft er iets in me.”

De homoseksuele man

in relatie met vrouwen

Op herstel gerichte begeleiding

voor mannen met homoseksuele

gevoelens is altijd primair gericht

op genezing in relatie met andere

mannen. Een therapeut die zich

richt op herstel moedigt gezonde,

niet-erotische vriendschappen

met andere mannen aan.

Sommige mannen met een homoseksuele

achtergrond zullen

echter op een gegeven moment

een intieme relatie met een vrouw

kunnen opbouwen. Zij bepalen

zelf wanneer dat is. De therapeut

moet beseff en dat de relaties met

vrouwen niet zullen standhouden

als de mannelijke vrienschappen

niet voortgezet worden.

Ongevoelig

Inzicht in de klassieke driehoeksverhouding,

zoals homoseksueel

georiënteerde mannen vaak kennen,

is nodig om hun specifi eke

problemen in relaties met vrouwen

te begrijpen. In een driehoeksverhouding

krijgt een jongen

een verwrongen beeld van

zichzelf doordat hij aan de kant

van de moeder staat. De vader

staat geïsoleerd van moeder en

zoon en blijft juist een mysterie.

Is de gezinsstructuur evenwichtiger,

dan ziet de jongen het mannelijke

perspectief bij zijn vader,

die hem leert hoe met vrouwen

om te gaan.

Hoewel mannen er vaak ten onrechte

van beschuldigd worden

ongevoelig te zijn naar hun vrouwen,

is het juist deze ongevoeligheid

waardoor zij een intieme

relatie met vrouwen kunnen aangaan.

De gezonde man verliest

zichzelf niet in de noden van de

vrouw. Om zijn seksualiteit te

kunnen ontwikkelen, moet zij een

mysterie voor hem blijven.

De homoseksuele man is juist te

gevoelig voor vrouwen en emotioneel

overbetrokken. Zoals een van

hen, terugkijkend op vastgelopen

relaties, eens zei: “Ik heb op een

ongezonde manier geleerd om

open te staan voor vrouwen.” Als

opgroeiende, prehomoseksuele

jongen raakte hij verstrikt in de

emoties van zijn moeder. Een

andere man zei: “Ik voelde me

altijd verantwoordelijk voor de

emoties van mijn moeder. Ik had

het gevoel dat ik haar gelukkig

moest maken.” Doordat er geen

vader was die deze buitensporige

intimiteit kon begrenzen, was deze

jongen door het mannelijke in de

steek gelaten en verraden.

De mannelijke ontwikkeling behoort

als een pendule te zijn.

Het kind ‘zwaait’ eerst naar het


vrouwelijke in de identifi catie met

zijn moeder en als hij zich met zijn

vader identifi ceert naar het mannelijke.

In de vroege adolescentie

blijft hij hierop gericht tot zijn ontluikende

seksuele interesse hem

weer terug doet zwaaien naar het

vrouwelijke. Stevig in zijn mannelijke

identiteit verankerd, voelt hij

zich gedreven tot een hernieuwde

intimiteit met vrouwen. Als het

ware ‘gewapend’ met mannelijkheid

kan hij het risico nemen

van emotionele nabijheid van een

vrouw. Hij hoeft niet meer bang

te zijn om door het vrouwelijke

te worden overspoeld.

De prehomoseksuele jongen die

zich niet zo kan wapenen tegen

zijn overweldigende moeder,

zal zich terugtrekken in het verwrongen

‘zelf’. Dit is een creatie

van moeder, die een toegeefl ijke,

goedgemanierde kleine jongen wil.

Uit zelfbescherming verbergt hij

zijn werkelijke identiteit, terwijl

hij zich opoff ert aan zijn moeders

behoeften.

De jongen voelt zich door zijn

moeder ‘geconsumeerd’. Het is

alsof hij moet voorzien in haar

emotionele noden, die onvervuld

blijven in de relatie met haar man.

Zij overspoelt haar kleine jongen

met haar bezitterige liefde. Hij

speelt de rol van lieve, kleine

jongen maar is innerlijk intens

verward over zijn eigen behoeften

en identiteit. Wanneer hij later

een intieme relatie met een vrouw

aandurft, zal de tragiek van zijn

vroegere relatie met zijn moeder

weer gaan werken.

Twee fasen

Een man gaat in zijn relatie met

vrouwen door twee fasen:

1. De informele relatie van kennismaking

en vriendschap;

2. De formele relatie van romantische

en seksuele gevoelens.

De eerste fase is voor een man

met homoseksuele gevoelens

makkelijk. Even ontspannen als

hij vroeger met zijn moeder of

zus omging, converseert hij nu

met vrouwen. De stap naar een

serieuze relatie is verraderlijk en

stelt hij onbewust uit. De vrouw

is zeer content met zijn vriendelijkheid,

gevoeligheid en betrokkenheid.

“Eindelijk iemand die

geïnteresseerd is in mij en niet

alleen in mijn lichaam.” Ze heeft

er geen idee van dat dit juist het

probleem IS!

Een 28-jarige student zet zich er

toe aan de vrouw te raken. Tijdens

de informele fase is hij charmant,

grappig en helemaal op de vrouw

afgestemd. AI gauw blijkt het een

prettig contact en zijn vriendin

adoreert hem. Hij noemt zichzelf

‘King of the fi rst dates’. Dan voelt

hij de verwachtingen van de vrouw

aan: ze wil beslist meer. Opeens

voelt hij dat er ergens een knop

omgaat en “van binnen sterft er

iets in me.”

Met één vrouw zat hij tijdens hun

derde afspraakje in een restaurant.

Terwijl ze zat te praten, leek het

of ze veranderde in iets lelijks. Hij

begon zich aan haar te ergeren.

Hij liet haar een blauwtje lopen en

viel terug in homoseksuele handelingen

met een onbekende die hij

oppikte in een bar. Een klassiek

geval van defensief afstand nemen:

nadat hij was stukgelopen op het

vrouwelijke, had hij er behoefte

aan zichzelf weer ‘op te laden’.

In tegenstelling tot de homoseksuele

man is bij de heteroseksuele

man de seksuele aantrekkingskracht

vaak de eerste impuls tot

een relatie. Pas later leert hij de

vrouw kennen als persoon en

vriend. De student probeerde

tevergeefs de heteroseksuele benadering

te imiteren door direct

verkering te krijgen, wat voor een

man met homoseksuele gevoelens

erg moeilijk is.

Door velen die inmiddels getrouwd

zijn, wordt bevestigd dat

er voor mannen met homoseksuele

gevoelens een andere ‘route’

Dit artikel geeft inzicht in de relatie van mannen met homoseksuele gevoelens

met vrouwen. De oorzaak van homoseksualiteit kan ten dele in de relatie

van de jongen met zijn moeder liggen, voor de oplossing zijn gezonde relaties

met mannen juist van belang.

Het originele artikel, dat ruim twee keer zo lang is, stond in het septembernummer

van 2000 en is met toestemming overgenomen uit het Amerikaanse

NARTH Bulletin, augustus 1999. Dr. Joseph Nicolosi is psycholoog en directeur

van de Thomas Aquinas Kliniek in de Verenigde Staten en een van de

oprichters van NARTH (zie het comentaar op pagina 29).

37


38

is: eerst vriendschap, dan aff ectie

en uiteindelijk seksuele uiting daarvan.

Vaak gaat aan de formele fase

een aantal jaar vriendschap vooraf.

Uiteindelijk vinden zij emotionele

en seksuele bevrediging bij hun

vrouw. Velen van hen zijn niet

geïnteresseerd in andere vrouwen:

onbegrijpelijk voor andere

mannen maar goed nieuws voor

hun vrouw!

De vrouwen met wie

ze trouwen

Zowel voor mannen als voor

vrouwen ervaart de man met homoseksuele

gevoelens angst. Hij is

bang voor afwijzing door mannen

en dat hij onvoldoende van hun

mannelijkheid ontvangt. Bij een

vrouw vreest hij juist teveel van

haar te krijgen: dat hij, net als bij

zijn moeder, emotioneel overweldigd

wordt door haar. Dit gebrek

aan vertrouwen uit zich bij toenemende

intimiteit in angst voor

seksualiteit. Als hij eenmaal in staat

is een vertrouwelijke relatie met

een vrouw te onderhouden, zal de

seksuele uiting van zijn aff ectie als

vanzelf volgen.

De uitdaging is om zijn gevoel

van zelfbeschikking te houden

wanneer hij een relatie met een

vrouw aangaat. Een goede therapeut

stimuleert hem eerlijk te

zijn en confronteert hem wanneer

hij terug dreigt te vallen in zijn

verwrongen zelf. Hiervan is een

aantal ‘typen’:

1. het passief-inschikkelijke/ toegevende

type;

2. de theatrale entertainer;

3. de empatische counseler/raadgever.

Hij zal de neiging hebben zichzelf

te verliezen en een van deze rollen

aan te nemen. Te gevoelig voor

de verwachtingen van zijn vrouw,

levert hij zijn eigen behoeften en

referentiekader in.

Vertrouwen is het tegengif voor

de angst om verraden te worden.

Hij zal zich afvragen of hij zijn

vrouw kan vetrouwen met zijn

gevoelens of dat zij net zo zal

reageren als zijn moeder, hem zal

manipuleren of verwarren. Kan

hij zichzelf bij haar zijn?

De therapeut is gespitst op compromissen

die de cliënt met zichzelf

sluit. Hij luistert naar wat de

man denkt dat de vrouw van hem

verwacht. Hij zal de man adviseren

deze verwachtingen bij haar te

checken. Hij heeft de rol van de

vader die de cliënt het mannelijk

referentiekader biedt in de omgang

met een vrouw.

Het is een voordeel voor de man

als zijn vrouw op de hoogte is van

zijn strijd. Zolang hij eerlijk is en

haar betrekt in zijn strijd, kan zij

verrassend ruimhartig en tolerant

zijn en hem veel acceptatie en

steun geven. Wanneer zij voelt

dat ze buitengesloten wordt, kan

ze echter radicaal van koers veranderen,

haar steun intrekken en

zeer kritisch worden.

Hoe succesvol zijn relatie met

zijn vrouw ook is, de man zal

altijd behoefte hebben aan vriendschap

met andere mannen. Veel

vrouwen vertelden me dat als

hun man tijd doorbracht met

vrienden, hij gelukkiger, attenter

en in emotioneel opzicht beter

beschikbaar was voor haar en voor

de kinderen. Als hij daarentegen

het contact met andere mannen

mijdt, raakt hij teruggetrokken,

somber en emotioneel ontoegankelijk.

De intensiteit van seksuele

ervaringen

Homoseksuele ervaringen worden

intenser ervaren dan heterosekusele.

Ten onrechte wordt

hier door sommigen een bewijs in

gezien dat therapie die gericht is

op herstel slechts leert om gevoelens

te onderdrukken. Homoseks

beschikt over een ‘neurotische

energie’ en kan daarom niet met

heteroseks worden vergeleken.

Het dwangmatige, verslavende

ervan heeft weinig met seks te

maken, maar heeft de secundaire

functie om een gefragmenteerde

persoonlijkheid in evenwicht te

houden. Het homo-erotisch orgasme

werkt als heroïne: het geeft

een intens, opwindend hoogtepunt

en maakt vervolgens leeg, emotioneel

uitgeput, depressief en afhankelijk

van een volgende keer.

De ervaringen met hun vrouw ervaren

mannen met homoseksuele

gevoelens als minder intens maar

wel rijker en emotioneel bevredigender.

Het voelt of het ‘klopt’

en er een wederzijdse aanvulling

is. In plaats van leeg, voelt hij zich

vernieuwd en bevredigd, terwijl hij

deel uitmaakt van de heteroseksuele

wereld.


Kerk

homoseksualiteit

Hoe dient de kerk om te gaan met homoseksualiteit? Hoe moeten christenen omgaan

met homoseksuele mensen binnen en buiten de kerk?

Ik wil proberen antwoord te geven op deze vragen door middel van een zestal stellingen.

1. Ontwikkel een bijbelse en evenwichtige

visie op homoseksualiteit.

We moeten vasthouden aan de bijbelse boodschap

dat seksualiteit door God bedoeld is voor man en

vrouw in het huwelijk. In ons naspreken van wat de

Bijbel zegt moeten we zorgvuldig zijn, geen teksten

uit hun verband halen, ons niet laten leiden door

onze emoties.

2. Verdiep je in de achtergronden

van homoseksualiteit.

Wereldwijd zoeken christenen naar antwoorden

op vragen rond homoseksualiteit. Het is waardevol

om naar deze mensen te luisteren. Velen getuigen

hoe God hen heeft geleid in het zoeken naar een

uitweg uit homoseksualiteit. Er is goede lectuur

beschikbaar die inzicht geeft in vragen als: Wat zijn

de mogelijke oorzaken van homoseksualiteit? Welke

innerlijke drijfveren kunnen ten grondslag liggen aan

homoseksuele gevoelens? Is verandering mogelijk?

Zo ja, wat houdt die verandering in? En op welke

wijze kan die verandering optreden?

3. Maak het onderwerp homoseksualiteit

bespreekbaar in de kerk.

Dit kan op allerlei manieren gebeuren. Welke vorm

men hiervoor kiest, is niet het belangrijkste. Wel de

wijze waarop men homoseksualiteit bespreekbaar

maakt. Is de manier waarop men spreekt over homoseksualiteit

uitnodigend naar de gelovige toe die

worstelt met homoseksualiteit, om met zijn of haar

verhaal te komen?

Sommige gemeentes organiseren een thema-avond

rond homoseksualiteit. Het is goed zich te realiseren

dat wanneer dit onderwerp bespreekbaar

wordt gemaakt, men heftige emotionele reacties

kan verwachten vanuit de gemeente. Een reden om

doordacht te werk te gaan en een dergelijke stap

voor te bereiden in gebed.

4. Toon barmhartigheid en liefde

aan homoseksuele mensen.

Sommige christenen zien homoseksuele mensen als

een aparte categorie waar je niet mee om zou moeten

gaan. Ze zijn bang dat door vriendschap te sluiten

ze hen zullen bevestigen in hun zondige levenswijze.

Misschien zijn ze bang dat de omgeving hun pogingen

om vriendschap te sluiten verkeerd zal interpreteren.

Of misschien roept het onderwerp homoseksualiteit

angst op, veel christenen voelen zich verlegen als ze

in aanraking komen met deze materie. Jezus liet zich

niet leiden door angst, maar door liefde. Hij liet zich

niet leiden door wat zijn omgeving van Hem dacht.

Hij had het heil van mensen op het oog.

5. Luister naar het verhaal van de

persoon met een homoseksuele gerichtheid.

Christelijke werkers kunnen de neiging hebben om

meteen klaar te staan met goede raad. Pastoraat is

39


40

voor een groot deel ook goed luisteren. Oprechte

belangstelling voor de ander en tijd nemen om naar

de ander te luisteren zijn enkele van de sleutels als

het gaat om het bereiken van de persoon met een

homoseksuele gerichtheid. Het is belangrijk als de

persoon in kwestie met zijn/haar verhaal naar buiten

is gekomen om er nadien regelmatig op terug te

komen. Probeer daarbij te luisteren naar het verhaal

achter het verhaal. Pijn, een zich afgewezen voelen

en eenzaamheid zijn elementen die dikwijls een rol

spelen in zijn of haar persoonlijke levensgeschiedenis.

Vaak is het nodig een vertrouwensband op te

bouwen vooraleer mensen met hun hele verhaal te

durven komen.

6. Ga samen op weg achter Christus

aan.

De kerk is geroepen om mensen uit te nodigen

Christus te volgen. Met Hem blijft je leven niet

hetzelfde. Binnen organisaties als Onze Weg en Different

wordt in het kader van loskomen uit homoseksualiteit

vaak gesproken over “het gaan van een

weg van verandering”. Maar is het niet de roeping

van elke christen een weg te gaan van verandering?

Ook christenen die geen homoseksuele achtergrond

hebben lopen tegen dingen in hun eigen leven aan

waar ze mee worstelen, die ze als moeilijk ervaren.

Hoewel er verschillen zijn tussen problemen die de

christen met homoseksuele gevoelens ervaart en de

problemen waar andere christenen mee worstelen,

zijn er ook zoveel overeenkomsten. We kunnen van

elkaar leren. We kunnen elkaar tot steun zijn op

onze pelgrimstocht. Waar het vooral om gaat is dat

we dichtbij Christus leven. In een leven toegewijd

aan Hem vinden we onze bestemming, wat onze

achtergrond ook is.

Hoe dient de kerk om te gaan met homoseksualiteit?

Hoe moeten christenen omgaan met homoseksuele

mensen binnen en buiten de kerk? In dit artikel geeft

Reitze Siebesma een aanzet in de vorm van zes stellingen.

Het verscheen in 2004 als onderdeel van een

langer artikel waarin de actuele situatie in de kerkelijke

wereld besproken werd.

De relatie tussen de kerk en de thematiek homoseksualiteit

heeft de speciale belangstelling van Reitze

Siebesma. Regelmatig spreekt hij in kerken over dit

onderwerp. Binnenkort komt Diff erent met een cursus

pastoraat rond deze thematiek. Voor meer informatie:

www.diff erent.nl

Jan Karreman, bestuurslid


In de naam van

onze stichting lees

ik de naam van de

eerste christenen, ze

werden van “de Weg

genoemd. Daarmee

waren ze present

met de boodschap

van Jezus Christus

in de samenleving,

zij toen, en wij nu

met betrekking

tot het thema

homoseksualiteit


Voor mensen die de homoseksuele levensstijl verlaten, of een

weg zoeken uit hun gevoelens, kan pastorale begeleiding door

mensen die deze gevoelens uit ervaring kennen van groot belang

zijn. Zowel individuele counseling als gespreksgroepen kunnen

een enorme steun in je proces zijn.

Gehoorzaamheid

Volgens Sy Rogers, die zelf voorkeur

geeft aan groepscounseling,

moet dit echter niet te lang duren.

Hij sprak hier dit voorjaar over

tijdens de Exodusconferentie in

Ierland. Je moet, zei hij, niet in zo’n

groep blijven ‘hangen’, en alleen

maar vrienden maken onder andere

ex-homoseksuelen. De plaats

waar je volgens hem blijvende,

langdurige steun moet zoeken, is

de kleine groep in de gemeente. De

celgroep, de bijbelstudiegroep of

hoe het ook maar heet. Dat is de

plaats waar je mensen moet zoeken

aan wie je verantwoording kunt

afl eggen, met wie je moet leren

delen wat je bezig houdt.

Waarschijnlijk is dit vooral voor

mensen die helemaal in de homoseksuele

subcultuur geleefd

hebben, van groot belang. Maar

ook als je situatie niet zo is, kan

gaat aan genezing vooraf

het misschien geen kwaad je af

te vragen wie je beste vrienden

zijn, of zij ook een homoseksuele

achtergrond hebben.

Zelf denk ik dat je zulke vrienden

nodig blijft hebben, omdat je elkaar

op sommige punten toch beter

begrijpt. Maar het kan te beperkt

zijn als zij je enige goede vrienden

zijn of als homoseksualiteit een van

je weinige gespreksonderwerpen

is. Iets om over na te denken.

Doorgaand op zijn opmerkingen

over het zoeken van heteroseksuele

vrienden, met name in je

gemeente, zei Sy een en ander

over verzoeking.

Daar moet je op voorbereid zijn,

want ieder christen wordt verzocht,

verleid om God de rug toe

te keren, aldus Sy. “Als je denkt

dat dat jou niet zal overkomen,

ben je naïef.

Corrie ten Boom zei: ‘Geloof

is simpelweg God vertrouwen

om zijn karakter, ook wanneer

het leven je alle reden geeft dat

niet te doen.’ We hebben allemaal

redenen Hem niet te vertrouwen.

Op dat moment wordt je geloof

getest: niet als je krijgt wat je

vraagt, maar als dat niet gebeurt.

Blijf je Hem dan vertrouwen? Als

je verzocht wordt, heb je dan een

plan de campagne? Zijn er mensen

aan wie je verantwoording kunt

af1eggen? Ben je voorbereid op

geestelijke strijd? Als dat niet het

geval is, loop je meer risico op

onnodige morele fouten. Ben je

bereid opnieuw hulp te zoeken als

ie jezelf weer tegenkomt? Vergeet

niet dat groei zijn seizoenen kent,

een cyclus is en in fases gebeurt.

Dat geldt ook voor het over seksuele

zonde heen groeien; je hoeft

je niet te schamen of bang te zijn

Het verslag is geschreven door Annelies Barth. Annelies heeft vele jaren deel uitgemaakt van de redactie van BinnensteBuiten.

41


42

dat je over zes of over zestig jaar

misschien weer ergens tegenaan

loopt. Dat is volkomen normaal,

eigen aan mensen en ook aan

christenen. Laat geen gevoelens

van schaamte of veroordeling toe

die je iets anders vertellen.”

“Weet je waarom ik dit met zoveel

zekerheid durf te zeggen? Omdat

99,9% van mijn gehoor bestaat uit

heteroseksuele christenen. Alles

wat ik zeg over hulp aan homoseksuelen,

slaat ook op elk heteroseksueel

persoon. Dat zeg ik niet, dat

vertellen de hetero’s mij. Verwacht

geen magische openbaring als het

gaat om genezing. Dezelfde principes

voor genezing gelden voor

elke christen.

Je problemen zijn menselijk, niet

homoseksueel. De antwoorden

op jouw problemen zijn dan ook

niet anders dan voor ieder ander

christen. Een van de grote problemen

van homoseksualiteit is dat het

de indruk wekt uniek en anders te

zijn, en dat het andere antwoorden

nodig heeft. Maar dat is niet

zo. Misschien wel gevoeligheid en

bewustzijn van de problemen, maar

geen andere antwoorden. Als ie je

ooit anders en afgewezen hebt gevoeld

vanwege je homoseksualiteit,

bedenk dan dat dit niet terecht is:

voor God hoor ie er helemaal bij,

net zo goed als ieder ander! De

principes voor hetero’s zijn ook

op jou van toepassing. Is dat niet

geweldig?”

Wat is je doel?

“God is onze bron, maar in de praktijk

vaak niet. We zeggen dat Hij

onze bron is, maar onze levenswijze

wekt de indruk van het tegendeel.

Hij is ons ‘toetje’, vooral in relaties

van emotionele afhankelijkheid, of

als mensen ernaar hongeren bij iemand

te horen. Natuurlijk hebben

we mensen in ons leven nodig, maar

God moet onze bron zijn, zelfs

als je op het vlak van menselijke

relaties niet krijgt wat je nodig

hebt. Soms moet je hard voor je

zelf zijn.” .’Je wordt niet genezen

om God te leren gehoorzamen.

Nee, je gehoorzaamt God om Hem

gelegenheid te geven je te genezen.

Jammer genoeg denken veel

mensen dat eerst hun problemen

opgelost moeten worden voor ze

verder kunnen met God.

Dat is niet waar. Het gaat erom

juiste keuzes te maken ondanks

je gevoelens; dat geeft God gelegenheid

aan je noden tegemoet

te komen.

Het werkt alleen zó; elke keer dat

je dat niet gelooft en de zaken in

eigen hand neemt, vertraag je het

proces van genezing.” “Hoe eerder

we deze ‘werkwijze’ van God accepteren

en leren te gehoorzamen

ongeacht hoe we ons voelen - ook

al is onze gehoorzaamheid niet

volmaakt en struikelen we onderweg-

des te meer gelegenheid

is er voor God ons genezing te

schenken. Maar ons eerste doel is

gehoorzaamheid, niet genezing.”

Klein beginnen

Velen vinden dat erg moeilijk. “Maar

als je gediend wil worden, moet je

zelf dienen. Overal om je heen zijn

mensen in nood. Als je wilt dat

mensen van je houden, begin dan

van hèn te houden. Als je vrienden

hebben wilt, wees een vriend. Wil

je gerespecteerd worden, toon

respect voor een ander. Als je wilt

ontvangen, geef. De bijbel zegt dat

je dan terug ontvangt, want God

zal je ervoor belonen. Kijk maar

naar de weduwe van Sarfath, die

toen ze bijna geen eten meer in

huis had, bezoek van de profeet

kreeg. Ze ging eten maken en hield

veel over. Is dat niet typisch God!

Hij gaat altijd tot het uiterste met

ons. In het Nieuwe Testament is

er het verhaal van de vijf broden

en twee vissen. Het weinige dat ze

hadden, deelden ze en ze hielden

meer dan genoeg over.”

“Wat we hieruit kunnen leren, is:

misschien denk je dat je niet veel

te bieden hebt, maar geef wat je

hebt want hoe gebroken je leven

ook is, niemand staat helemáál met

lege handen. Immers, God is trouw.

Je hoeft niet direct een prediker

of schrijver te worden, of de hele

wereld over te reizen, maar je kunt

iets doen. Ik ben ook begonnen

als plaatsaanwijzer voor het begin

van de kerkdienst. God zegt: ‘Als

je trouw bent, zal Ik je meer te

doen geven.’ Zijn voorraden zijn


nog niet uitgeput!

Ik was toen nog niet in staat anderen

te helpen bij hun problemen,

maar het weinige dat ik kon, deed

ik en God omgaf me met mensen

die me veel teruggaven als gevolg

van mijn bereidheid nederig en

trouw te zijn.

Zo investeerde God in mij. Hij is

immers de God die voorziet. Wees

dus bereid te geven!” Sy voegde er

op sommige momenten aan toe

dat hij niet veroordelend wilde

over komen. “Mijn boodschap is

misschien hard, maar naar ik geloof

toch bijbels,” aldus Sy. Hij wilde

mensen niet ontmoedigen, maar

wel een realistische kijk op hun

levenswandel geven.

Een ander onderwerp dat Sy kort

aansneed, was verantwoording

afl eggen en het belang van vriendschappen.

Hij begon met een vergelijking:

naarmate je beter leert

auto rijden, worden de risico’s niet

kleiner, maar je leert er beter mee

omgaan. Zo is het ook in het leven.

De duivel zal altijd proberen je in

risicovolle situaties te brengen.

“Je moet leren je afhankelijk op te

stellen van anderen, die kunnen

zien wat je aan het doen bent als

ze je leven ‘in de gaten houden’

door vriendschap en mogelijkheden

om eerlijk verantwoording af

te leggen. Verantwoording afl eggen

kun je volgens mij het beste

doen in natuurlijke relaties, niet in

hiërarchische relaties. Je kunt mijn

baas zijn en ik moet misschien verantwoording

aan je afl eggen, maar

ik zal zeker mijn hart niet openen,

tenzij ik je werkelijk vertrouw en

weet dat je me liefhebt. In natuurlijke

relaties werkt verantwoording

afl eggen het beste: ik zal mezelf

openen tegenover iemand die ik

vertrouw.” “Als we op deze manier

mensen in ons leven hebben die

ons ‘in de gaten houden’ tijdens

ons soms langdradige proces van

leren liefhebben op de juiste wijze,

kunnen zij ons helpen op het juiste

pad te blijven. En als we fout gaan,

beginnen we gewoon opnieuw, tot

het goed gaat.

Hoe meer we leren het te doen,

des te meer zal ons vertrouwen

groeien dat we in staat zijn vriendschappen

op te bouwen en met

mensen om te gaan. En op die

manier zullen we leren de risico’s

(van bijv. emotionele afhankelijkheid)

te vermijden.”

Stichting Onze Weg is lid van

LINC – Live in Christ (voorheen

Exodus Europe), een

Europese koepelorganisatie

die ondersteuning en bemoediging

biedt aan werkers van

christelijke organisaties die

zich bezighouden met hulpverlening

aan mensen die

seksuele gebrokenheid in

hun leven kennen. Een van de

activiteiten van LINC is het

organiseren van een jaarlijkse,

internationale conferentie.

Tijdens een dergelijke conferentie

in Ierland in 1995, waar

ook enkele mensen van Onze

Weg aanwezig waren, sprak

Sy Rogers. Sy Rogers is een

voormalig transseksueel, die

over de hele wereld getuigt

van verzoening, vergeving en

verandering.

Op de website van Different

www.diff erent.nl onder

“Links” is meer informatie te

vinden over LINC.

43


44

In het Scheppingsverhaal kijkt God met gepaste trots

naar wat Hij gemaakt heeft en roept elke keer: ‘Het

is goed’ en bij het scheppen van de mens: ‘Het is

zeer goed’. Het enige dat God negatief keurt staat

in Genesis 2:18 ‘Het is niet goed dat de mens alleen

zij’. Heel vaak wordt het geïnterpreteerd in het kader

van het huwelijk tussen man en vrouw. Maar het is

veel breder, het gaat veel verder: het verlangen naar

intermenselijke relaties, naar echte vriendschappen is

met ons menszijn verweven, het is door God zelf in

ons geplaatst. Hoe komt dat?

Het heeft te maken met het feit dat we naar Gods

beeld geschapen zijn en dat God een God van relatie

is. In het hogepriesterlijk gebed (Joh. 17) bidt Jezus:

‘…gelijk Gij Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in

Ons zijn…’ (v. 21)

‘En de heerlijkheid die Gij Mij gegeven hebt, heb ik hun

gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn.’ (v. 22)

Vader en Zoon staan in een diepe, warme, respectvolle

relatie tot elkaar, een verbondenheid die niet in woorden

te beschrijven is maar vertaald (gepersonifi eerd)

wordt door de Heilige Geest zelf. Jezus maakte er

een prioriteit van om met Zijn Vader alleen te zijn. Hij

was gekend door Zijn Vader omdat Hij alles wat Hem

bezig hield en Hem beroerde met zijn Vader besprak.

Maar Hij kende zelf ook het hart van zijn Vader omdat

Jezus alleen deed wat Hij de Vader zag doen. Vader

en Zoon communiceerden met elkaar. Zo zijn we

ook geschapen: om te kennen en gekend te zijn, om

in relatie met anderen te zijn. We zijn kwetsbaar als

we alleen zijn en eenzaamheid is vaak onze grootste

angst en onze grootste pijn.

Prediker 4: 9-10 zegt:

‘Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning

hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan

richt de een de ander weer op; maar wee de éne, die valt

zonder dat een metgezel hem opricht!’

Waarom hebben we relaties nodig?

De volgende defi nitie drukt de kern van een persoonlijke

relatie uit: ‘Een relatie is het wederzijds uitwisselen

van leven tussen twee of meer mensen.’

Tom Marshall in zijn boek Betere relaties onderscheidt

vier elementen die noodzakelijk zijn om een relatie

met een ander op te bouwen en gezond te houden:

liefde, vertrouwen, respect/eer, en begrip. Het belang

van bepaalde elementen is verschillend, afhankelijk

van het soort relatie. Tussen familieleden is liefde de

belangrijkste, tussen werknemer en werkgever kan het

respect zijn, tussen vrienden kunnen vertrouwen en

begrip het meest van belang zijn. Bovendien, de manier

waarop deze vier elementen uitgedrukt worden, kan

Eenzaamheid

‘Eenzaamheid doet pijn, bij jezelf zijn geeft vrede.

Als we bij onszelf durven zijn, raken we

innerlijk geworteld. Dan smachten we niet naar

gezelschap dat ons alleen-zijn eventjes opheft.

Alleenzijn maakt ons innerlijk zelfstandig, en voor

anderen een hulp en voorbeeld. Alleenzijn geeft

altijd kracht aan het samenzijn.’

Henri Nouwen


ook verschillend zijn afhankelijk van de relatie. Ik wil

even stilstaan bij het vierde element: begrip. Begrepen

worden is één van onze fundamentele behoeften als

mens. Begrepen worden is meer dan ontmoeting,

contact of communicatie.

Het verlangen om begrepen te worden gaat niet altijd

vanzelfsprekend samen met een verlangen om de ander

te kennen, te begrijpen. Franciscus van Assisi was zich

hiervan bewust toen hij bad: ‘Laat mij niet verlangen

begrepen te worden maar zelf te begrijpen’.

Waarom willen we zo graag begrepen

worden?

Na de zondeval begon de vervreemding tussen

mensen: Adam en Eva werden zich bewust van hun

naaktheid, schaamte deed zijn entree en zij gingen zich

verbergen achter vijgenbladen, ze waren niet meer

vrij en onbevangen tegenover elkaar. Sindsdien zou

je kunnen zeggen dat vervreemding niet alleen tussen

mensen optrad, maar ook ten opzichte van God

(Adam verstopte zich) en vervreemding ten opzichte

van onszelf (hij beschuldigde zijn vrouw, keek niet naar

zichzelf). We doen ons anders voor dan we werkelijk

zijn uit angst of schaamte. Dat brengt eenzaamheid

met zich mee. Begrepen worden heeft te maken

met zelfonthulling, openheid, gekend zijn door een

ander. Kennis van elkaar is het doel van relaties, het

is de drijfveer binnen in ons. Begrip of kennis is ook

noodzakelijk om de andere elementen van een relatie

te laten ontwikkelen. Ik kan niet iemand echt liefhebben

of vertrouwen die ik niet ken.

Maar het gaat nog dieper. We hebben anderen nodig om

onszelf te leren kennen. Zelfkennis krijg ik niet door naar

binnen te kijken of door zelfonderzoek, maar door de

ander proberen te begrijpen en door mezelf proberen

kenbaar te maken aan de ander. Bovendien, de ander

helpt me om mijn gaven en talenten te ontdekken en

te bevestigen, maar ook om mijn blinde vlekken onder

ogen te zien, ze te accepteren als ook een deel van

mezelf, of er aan te werken. In relaties ontdek ik pas

wie ik zelf ben. Dit is geen gemakkelijke weg, het maakt

ons kwetsbaar omdat de zelfbeschermingsmuren tussen

ons afgebroken zijn. Maar tegelijkertijd is er sprake

van echte gemeenschap, ontmoeting, en dat gebeurt

via onze geest. Het belangrijkste deel van ons wezen is

de geest, het lichaam zonder geest is dood (Jak. 2:26).

Omdat we geest zijn, leven we op in de ontmoeting

met een andere geest. Soms merk je gewoon dat het

klikt, dat je echt contact met iemand hebt, en wat

merk je dan? Je voelt leven, enthousiasme, vervulling,

betekenis. In de ontmoeting van geesten wordt leven

doorgegeven, er wordt zin gegeven aan het leven.

45


46

Alleenstaanden en relaties

Er zijn tal van manieren waarop je leven in verhouding

tot anderen staat zoals familieleden, collega’s,

vrienden, mensen uit je kerk en dergelijke. Ook

deze relaties maken het leven zinvol, maar voor de

alleenstaande is er niet de vanzelfsprekendheid van

een letterlijk ‘thuisfront’ waar je bij iemand hoort,

samenwoont, met wie je je leven deelt en je emoties

kunt laten zien. Het ontbreekt vaak omdat we alleen

wonen. Tegelijkertijd moeten we het hebben van

een ‘thuisfront’ niet idealiseren. Iemand zei eens in

een tv-programma: ‘Ik heb me nooit zo alleen gevoeld

als in mijn huwelijk: iemand is zo dichtbij jou

en toch voel je je niet gekend, niet begrepen.’ Dit

heeft te maken met de verwachting dat de ander

zou aanvoelen of zou ‘zien’ dat je ergens mee zit of

dat iets je ‘raakt’. Dit is niet altijd vanzelfsprekend.

In een relatie ben je zelf ook verantwoordelijk om

jezelf te laten kennen.

Voor de alleenstaanden is er geen dus vaak geen

‘thuisfront’ en je moet als het ware ‘de deur uit’ om

iemand te vinden met wie je kan delen. Het kost

meer moeite om aan intieme en duurzame relaties

vorm te geven. Als je behoefte hebt om contact met

iemand te maken, moet je bijna altijd zelf het initiatief

nemen en de stap zetten om de ander te bellen, te

mailen of langs te gaan… Dit kan soms een grote

drempel zijn, en het kan ook voorkomen dat je bij

verschillende mensen hebt geprobeerd maar dat

niemand thuis is, tijd of zin heeft. Het kan ook zijn

dat mensen andere prioriteiten hebben (echtgenoot,

kinderen e.d.) waar ze niet onderuit kunnen en de

voorrang aan geven. Dan voelt de eenzaamheid nog

sterker, nog dieper en groter, dan voel je je echt alleen

staan. Een vriendin zei eens: “Toen iemand me

vroeg: ‘wat kan ik voor je doen?’ heb ik eenvoudig

gezegd: ‘wil je me alsjeblieft af en toe opbellen om

gewoon te vragen hoe het met me gaat?’”

Deze persoon durfde het aan om haar behoefte

kenbaar te maken aan een ander. Ze durfde er voor

uit te komen dat ze hulp en aandacht nodig had. Jezus

maakte ook zijn behoeften kenbaar aan zijn discipelen

toen Hij met zo’n diepe angst geconfronteerd werd

in de hof van Gethsemane (Markus 14: 33-34)

Als je je eenzaam voelt, kun je je ook rot en down

voelen en dan kan de angst opsteken dat je zielig of

claimend gevonden wordt en dan wil je ‘geen last’

voor iemand anders zijn. De drempel om iemand te

bellen of te spreken wordt nog hoger. Maar het zou

zo jammer zijn als je alleen contact met anderen hebt

wanneer je goed in je vel zit en ‘gezellig’ bent. Dit gaat

ten koste van echtheid in relaties en je wordt niet

gekend voor wie je bent. In relaties worden emoties

anders ervaren en gedragen dan wanneer je alleen

bent, je krijgt de kans om de dingen in een ander

perspectief te zien. Eenzaamheid steekt de kop op,

als je jezelf niet kunt laten zien aan een ander, als je

‘je verhaal’ niet kwijt kunt aan een ander, als je het

gevoel hebt niet gekend of begrepen te zijn.

Ben je eenzaam als je alleen bent?

Maar er zit een andere kant aan het verhaal. Jij bent

niet altijd in de gelegenheid om met mensen of onder

de mensen te zijn. Soms ben je gewoon alleen. Hoe

zit het met de relatie die je met jezelf hebt? Hoe ga

je met jezelf om?

Als je alleen bent, hoef je je nog niet eenzaam te

voelen. Veel mensen genieten ervan om alleen thuis

te zijn, een eigen sfeer te scheppen om tot zichzelf

en tot rust te komen. Dit is overigens iets wat iedereen

kan leren, maar het vraagt wel van je dat je

eerst ergens ‘doorheen moet’. In onze maatschappij

hebben we geleerd dat er iets mis is met de manier

waarop we ons leven leiden als we ons niet lekker

in ons vel voelen, als we naar iets of iemand verlangen,

een gemis ervaren of pijn en verdriet hebben.

Het is verleidelijk om ervoor weg te lopen, naar

een surrogaat te zoeken, maar we kunnen ook een

houding leren ontwikkelen van ‘loving our longing’,

wat betekent je verlangens niet wegdrukken maar


accepteren, aanvaarden. Dat is bij jezelf durven zijn.

Het vraagt durf en moed om bij jezelf in die stilte te

zijn want dan merk je hoe onrustig, onveilig, angstig

of onzeker je hart is of hoe eenzaam je je voelt, hoe

verschrikkelijk veel pijn je kunt hebben, zelfs een

existentiële pijn. Maar dat is leren bij jezelf thuis te

zijn, onder ogen zien dat je voelt wat je voelt. Dit

betekent dat je in relatie tot jezelf leert accepteren

dat je je soms eenzaam voelt, en dan bij jezelf durft te

blijven in plaats van afl eiding te zoeken. Dit betekent

ook intimiteit met jezelf hebben. Dat je eerlijk tegen

jezelf kan zeggen: ‘Zo is het op dit moment, ik voel me

eenzaam’ (niet ik ben eenzaam) en vervolgens goed

voor jezelf gaan zorgen door iets te doen dat je hart

en je ziel als het ware ‘voedt’. “Eenzaamheid doet pijn’,

zegt Henri Nouwen, ‘bij jezelf zijn geeft vrede.’

‘Als we bij onszelf durven zijn, raken we innerlijk

geworteld. Dan smachten we niet naar gezelschap

dat ons alleen-zijn eventjes opheft. Alleenzijn maakt

ons innerlijk zelfstandig, en voor anderen een hulp

en voorbeeld. Alleenzijn geeft altijd kracht aan het

samenzijn.’ (Henri Nouwen)

Eenzaamheid in relatie tot God

Je bent niet alleen in relatie met anderen of met

jezelf, er is ook de relatie die je hebt met God. De

relatie die jij hebt met Hem is uniek, er is geen ander

schepsel dat Hem kan liefhebben zoals jij het doet.

Deze relatie is ook niet vanzelfsprekend, het vraagt

tijd en investering van onze kant om gewoon bij Hem

te zijn. Vaak denken we dat we een relatie met God

hebben omdat we zoveel voor Hem doen, maar er

is weinig sprake van een hartsrelatie, soms zelfs van

een ‘moeten’. Het ‘druk bezig zijn’ voor de Heer, hoe

goed ook bedoeld, kan onbewust een soort vlucht

zijn, een vlucht weg van onszelf. Ergens weten we dat

als we bij Hem komen en in de stilte zijn, er allerlei

moeilijke dingen naar boven kunnen komen die we

liever niet onder ogen willen zien, die we moeilijk

vinden, zoals teleurstelling, boosheid, verdriet, onverwerkte

zaken e.d. Toch verlangt God er naar om

ons te beminnen en ons te ‘kennen’, gemeenschap

met ons te hebben. In Hooglied 2: 14 wordt deze

prachtige uitnodiging van liefde gegeven:

‘Sta op, kom, mijn liefste, mijn schone, kom! Mijn duif in

de rotskloof, in de schuilhoek van de bergwand, laat mij

uw gedaante zien, laat mij uw stem horen.’

Hoe vaak zocht Jezus niet de eenzaamheid op om

bij Zijn Vader te zijn, met Hem alles te bespreken

en van Zijn Vader te horen. Hierdoor werd Jezus

gesterkt.

Koning David kende ook het geheim van een persoonlijke

relatie met God en werd een ‘man naar Gods hart’

genoemd ondanks al zijn falen en tekortkomingen.

Hoe kan dat? Hij durfde God in vertrouwen te nemen

over allerlei soorten gevoelens, gemoedstoestanden

en emoties die in hem omgingen in bepaalde situaties.

Hij was goudeerlijk (zie Psalm 145: 18 ‘in waarheid

aanroepen’) in het verwoorden, uitschreeuwen,

uitroepen van zijn innerlijk leven.

In de relatie met God kunnen er ook tijden/seizoenen

zijn waarin ons hart zich afgesloten heeft, koud,

verhard, afstandelijk en onverschillig is geworden. Dit

is het geval als we in bepaalde mensen of situaties

teleurgesteld zijn, in verwarring zijn geraakt over

Gods bedoeling of als we heel lang veel van onszelf

hebben moeten eisen en uitgeput of te moe zijn. Het

is een grote valkuil om dan iets te vergeestelijken

en te denken dat eenzaamheid weggaat als je bij

God komt. Soms heb je gewoon iemand van vlees

en bloed nodig die dichtbij jou is, met jou meevoelt,

dan kan je hart weer open gaan voor God. Dan is

het van belang om met God in gesprek te gaan over

wat je voelt, wat je denkt, wat je bezig houdt, Hem

eerlijk te vertellen hoe je het van binnen ervaart,

wat je mist of waar je naar verlangt. Soms helpt

het om dingen op te schrijven en aan God voor te

leggen, een CD op te zetten en mee te zingen om

je hart ‘ontvankelijk’ te maken voor zijn liefdevolle

aanwezigheid. Wat ook helpt is om je hand op je hart

te leggen, als bevestiging dat Hij daar woning heeft

gemaakt en met jou is. Dan kun je doen wat Leanne

Payne noemt ‘To stand before God and to hurt’ in

het besef dat je in je pijn, verdriet of eenzaamheid

niet alleen bent, je hart komt dan tot rust, er is

weer hoop, je wordt getroost. Troost niet als de

moderne pijnverdoving maar de Bijbelse troost die

moed en kracht geeft. De sleutel is om jezelf door

Hem te laten kennen. Sint Augustinus zei ‘Ons hart

is onrustig en zal altijd onrustig blijven tenzij het rust

gevonden heeft in God.’

In BinnensteBuiten kan men artikelen aantreff en die niet alleen mensen met homoseksuele gevoelens raken. Dit

artikel uit het septembernummer van 2004 is gebaseerd op een lezing die Dina Mazzolari in 2003 gehouden heeft

tijdens een avond voor alleengaanden in Bussum.

47


De

roepstem

van het

kind

48

Ook als we volwassen worden, blijft een deel van

ons altijd kind. Dat is maar goed ook, want dat kind

in ons zorgt ervoor dat we tijd nemen om te spelen,

om ons te verwonderen, om creatief en onbevangen

te zijn, om gewoon onszelf te zijn. Maar voor heel

veel mensen is het moeilijk om in contact te komen

met hun innerlijke kind, ze vinden dat eigenlijk maar

onzin en ze blokkeren als ze worden uitgedaagd om

te voelen. Ook mensen die misbruikt zijn, kunnen

maar heel moeilijk met dat roepende kind in hen in

contact komen, omdat het hen confronteert met

de pijn van het misbruik. En dat kleine kind wacht,

jaar in, jaar uit.

We vragen ons af waarom we voortdurend weer in

afhankelijkheidsrelaties terechtkomen en waarom we

ons vaak zo onredelijk of boos gedragen tegenover

andere mensen. Vaak heeft dat te maken met het

feit dat we niet in staat zijn om met dat kind in ons

in contact te treden.

Daarom moeten we ervan doordrongen raken dat

de roep van dat kind iets kostbaars is, het draagt een

boodschap in zich en die moet door ons gehoord

worden. Als wij hiernaar gaan luisteren, dan horen we

vaak eerst alleen maar afweer, we horen wat het kind

níet wil, wat het níet meer wil meemaken, waarheen

het níet wil gaan. Of we horen wat het kind allemaal

zou willen hebben. Het kind wil de grootste en de

mooiste cadeaus die je maar bedenken kunt.

Welke boodschap kan er schuil gaan achter die

afweer? Als we echt luisteren, horen we misschien

de angst of de boosheid die daarachter verborgen

zit: dat kan het begin worden van vergeving. Of we

horen wat het kind niet meer wil: dat kan het begin

zijn van het stellen van grenzen. De wensen van het

kind kunnen duidelijk maken waar het kind ten diepste

naar verlangt. Als we daarnaar luisteren kunnen we

ontdekken waar dat verdriet in hem uit voortkomt.

Herinneringen, die lang in het onderbewuste zijn

weggestopt, kunnen weer in ons bewustzijn terug

komen.

We moeten op zoek gaan naar dit kind in ons, want

God wil dit kind ontmoeten. Dit kind schreeuwt om

liefde en God wil die liefde geven. Dit kind wil niets

liever dan die liefde ontvangen, die de Vader in zijn

Zoon ons bereid heeft. Daarom is het belangrijk

dat wij bij deze schreeuw komen, zodat dit kind in

ons vergeving, genezing en ook de kracht van God

ontvangen kan.

God wil met ons in de diepte gaan, opdat we met

Hem zullen opstaan en dat geldt niet pas voor het

hiernamaals, maar God wil dat dat hier op aarde al

zichtbaar wordt.

Visie krijgen

Als je echt gaat luisteren naar dat roepende kind in

je, dan bestaat het risico, dat je in je gebrokenheid

met zoveel pijn geconfronteerd wordt, dat je niet

meer in genezing of heling kunt geloven. Het is een

bijbelse waarheid dat God niemand de woestijn

instuurt zonder hem ook iets over het beloofde

Dit artikel is een vrije bewerking van een lezing, gehouden door Markus Hoffmann tijdens de

PCM-conferentie in januari 2002, opgetekend door Ine Wildschut. Het artikel verscheen, in meer

uitgebreide vorm, in het juninummer van 2005.


land te zeggen. Daarom moet je, voordat je ook

maar een poging doet om met het roepende kind

in contact te komen, God vragen of Hij je laat zien

wat dat nieuwe kind zal zijn.

Dat nieuwe, opgestane kind ervaren, is in aanraking

komen met het doel van God. Welk doel heeft God

met jouw genezing? Tot welke vrijheid wil Hij je

roepen? Dat wil Hij ons duidelijk maken door ons

die visie te geven. Als we in de pijn van het kind

binnengaan, moeten we weten dat er een doel, een

beloofd land is. Pas dan is het mogelijk om stapsgewijs

op zoek te gaan naar dat gewonde kind.

Blokkades onderkennen

Als je kijkt naar het roepende kind in je, wat voor

emotie roept dat bij je op?

Voel je dan woede en agressie, een stem die zegt: ik

haat dit kind, ik haat dit kind omdat het mij telkens

weer ten val brengt, ik haat het omdat het mij verhindert

eindelijk relaties aan te gaan, ik haat het omdat

het steeds weer dingen kapot maakt in mijn leven.

Of voel je angst en terughoudendheid, angst dat er

misschien door dat kind heen iets in jouw leven zou

kunnen gebeuren wat je niet meer zou kunnen beheersen,

dat je misschien in relaties terechtkomt, waar

sprake is van teveel nabijheid, teveel aanraking.

Of gaat het om rouw en je terugtrekken: je kunt

gewoon niet geloven dat jou ooit iets goeds kan

overkomen, je hebt de deur dicht gedaan en denkt:

mijn leven is nu eenmaal triest. Ik zal nooit liefde

ontvangen, dat is mijn lot.

Of is er de blokkade van het strenge interne geweten.

Heel veel mensen hebben een heel sterk goed kind in

zich. Ze willen luisteren naar hun ouders, gehoorzaam

zijn. Maar dat goede kind kan geen gevoelens onder

woorden brengen, zijn gevoelens komen vaak naar

voren in projecties (dit houdt in dat zij eigen trekjes,

emoties of eigenschappen toeschrijven aan anderen).

Die kinderen kunnen geen nabijheid toelaten. In al

deze situaties komt het kind in de verdrukking, óf

door de geïnternaliseerde stemmen van de ouders

óf door de gevoelsstemmen van woede, angst of

verdriet.

Maar er zijn ook kinderen, die willen alles wat ze

wensen meteen hebben. Dat valt vooral op bij

mensen die seksuele confl icten hebben. Als je deze

mensen vraagt wat ze willen, dan zeggen ze: “Seks,

wat anders”. Deze mensen horen de roepstem van

het kind en geven daar gehoor aan, maar op een

verkeerde, zondige manier.

Blokkades oplossen

Ga na wat voor blokkades je in jezelf ervaart. Is dat

rouw, woede, angst? Ga dan binnen in de Tegenwoordigheid

van God en vraag Hem wat deze blokkade te

zeggen heeft. Ze wil je misschien beschermen voor

iets, of ze is bang voor iets. Het is niet altijd goed om

die angst dan zomaar bloot te leggen, de pijn zou te

groot kunnen worden. De blokkades kunnen we niet

opheff en door ze van ons af te schuiven. Voordat we

ze kunnen opruimen, moeten ze stapje voor stapje

onder ogen gezien worden.

En hoe zit het dan bij dat goede jongetje en meisje?

Ook zij hebben een probleem. Wat zijn de dingen

waar het kind zich aan ergert, wat hem opwindt,

waarom hij jaloers is? Als je dat leert verstaan, leer

je ook welke wensen daarachter verborgen liggen.

Als je op een zondige manier je behoeften bevredigt,

heb je het kruis van Jezus nodig. Om deze blokkades

op te heff en moet je je zonden belijden. Je moet er

heel alert op zijn om daarbij niet ook de roepstem van

het kind te verstikken, je moet niet met de zonden

ook het kind weggooien. Ook hier is het belangrijk

om goed te luisteren, want in de zonde ligt iets waar

dat kind naar verlangt. De wens naar bevestiging, het

verlangen naar zegen ligt daarin verborgen.

Als je op deze manier naar jouw blokkades gekeken

hebt, dan ben je al een heel stuk dichter bij die innerlijke

roepstem gekomen. In dit stadium van het

proces is heel veel gebed nodig en vaak ook hulp

van buitenaf. De boodschappen moeten heel goed

beluisterd worden en er moet zorgvuldig mee worden

omgaan. Het is immers de roep van een kind dat

ernstig verwond is en hij is heel erg bang.

In contact treden met het roepende

kind

Op dit punt is het belangrijk dat je een visie hebt voor

dat vernieuwde kind, dat je niet geconcentreerd bent

op je tekorten, maar dat jij je richt op de opstanding.

Dat kan soms heel moeilijk zijn, vooral als er sprake

is van misbruik of een ander ernstig trauma. Wellicht

heb je daarbij professionele hulp nodig. Het is een

moeizame weg, het heeft tijd nodig. Daarom is het

heel belangrijk dat je lid van een kerk bent, dat je

ook bevestiging krijgt door je gaven, dat je met een

netwerk als lichaam van Christus verbonden bent.

Als je in contact treedt met het roepende kind, dan

doe je dat niet in de positie van het kind, maar je

verankert jezelf in Christus en je leert vanuit deze

houding naar het kind te kijken. Deze Tegenwoor-

49


50

digheid in Christus is een beschermende kracht. Als je

vanuit je positie in Christus naar dat kind kijkt, kun je

ook naar zijn geschiedenis luisteren.

Zoals God zich heeft verbonden met dit roepende kind,

zo wil Hij dat jij je ook inzet voor het kind in je. In deze

daad ligt vaak een heel belangrijke stap van vergeving.

Vaak moet de volwassene allereerst dat kind om vergeving

vragen, omdat hij net zo met dat kind is omgegaan,

als degenen die dat kind gekwetst hebben. Pas dan word

je bekwaam om om te gaan

met je innerlijke behoeften

en kun je, met die visie die

je ontvangen hebt, dat kind

in je bij de hand nemen en

in de Tegenwoordigheid van

God brengen, je kunt dan het

kind naar die plek brengen,

waar het zegen ontvangt,

waar het voedsel ontvangt

en waar het de aanraking

van God ervaart.

Het kind heeft een ouder

nodig. God, de Vader wil het

kind in zijn armen nemen,

maar ook jijzelf mag leren

met dit kind om te gaan en

liefdevol voor dat kind te

zorgen.

Genezing en verzorging

Als je zo steeds dichter bij de pijn van het kind komt,

dan is het belangrijk om te weten dat dit kind twee

dingen nodig heeft, namelijk genezing en verzorging.

Herinneringen die het kind kan toelaten kunnen

door de kracht van God genezen worden. Genezing

vindt plaats als het kind merkt dat het in zijn pijn en

verdriet niet alleen is. God is er. God gaat met jou

daar doorheen. God is de beschermende muur om

deze pijn en daarom kun je deze pijn ook aan en

uithouden. Alle pijn en verdriet is in het kruis van

Jezus opgenomen.

Vervolgens komt het punt van de verzorging. Het is

heel belangrijk dat je leert je kind op creatieve wijze

te verzorgen. Hierna volgen drie manieren waarop

je dat kunt doen. Het eerste is dat je een vorm van

zogenaamde ‘zelfbeoudering’ leert. Er zijn veel dingen

te vinden die je als ouder kunt gebruiken om je kind

te laten genieten.

En dan is er het innerlijke ouderschap. Hierbij ga

je door je leven heen. Dat gaat eigenlijk pas als het

proces van vergeving al een stuk op weg is, als de

waarnemingen die niet kloppen weggenomen zijn. En

dan vraag je jezelf af waar je iets moois beleefd hebt,

waar je iets goeds met je ouders beleefd hebt, waar

er toch zegen van je ouders in je leven was. God kan

zulke hele kleine dingen heel groot laten uitwerken.

Dat bedoel ik met innerlijk ouderschap. Ons leven is

niet alleen maar een klaaglijk

roepen, het is ook een

schatkamer vol zegen.

Tot slot is er nog een uiterlijk

ouderschap. Velen

zijn zo sterk verwond, dat

ze bovengenoemde dingen

nog helemaal niet kunnen

uitvoeren. Maar dan is er

het lichaam van Christus.

Een beschutte, beschermde

plaats van pastoraat, waar

je met anderen als het ware

een verbond kunt sluiten

hoe zij ouders voor je kunnen

zijn. Het is heel goed

mogelijk dat je een tijd lang

een geestelijke vader of

moeder nodig hebt, die je

een heel eind op weg helpt en je zegent met de zegen

die je als kind niet van je eigen ouders ontvangen

hebt, die je in contact brengt met de vaderstem van

God. Deze relaties duren altijd maar een beperkte

tijd, omdat God niet wil dat je daarin blijft steken.

Het gaat erom een zegen te ontvangen opdat het

kind rijp en volwassen wordt.

Ter afsluiting

Mag het zo zijn dat jij die hele weg naar en met het

roepende kind gaat begrijpen, dat je die weg helemaal

gaat, zodat het kind ook werkelijk vrijheid vindt en

volwassen wordt. Het kind heeft die aanraking met

zegen nodig, het moet de zegen ontvangen, het moet

ook dankbaar worden voor de zegen. Die dankbaarheid

is belangrijk en noodzakelijk opdat de zegen blijft.

Dan kan het kind stap voor stap vooruitgaan.

God wil dat wij allemaal opgestane mensen worden,

en Hij wil dat op deze aarde, Gods kinderen zichtbaar

worden. Dat zijn geen kinderen meer van rouw, maar

kinderen van vreugde, van liefde en van licht.


Bon

Word nu gratis abonnee van het kwartaalblad BinnensteBuiten. Stuur de ingevulde bon naar onderstaand adres

Het is niet de bedoeling om onderstaande bon te gebruiken om derden lid te maken. We sturen het blad per post toe of,

indien gewenst, een elektronische versie via e-mail.

NAAM: ............................................................................................................................................

ADRES: .........................................................................................................................................

TEL: ........................................................................................... E-MAIL: .................................................

HANDTEKENING: .................................

Graag ontvang ik het kwartaalblad BinnensteBuiten

0 per post 0 per e-mail (elektronische versie)

Wilt u reageren op deze publicatie of heeft u vragen, schrijf ons of stuur ons een e-mail: Stichting Onze Weg, Postbus

30341, 6803 AH Arnhem, info@onzeweg.nl

Voor meer informatie over Onze Weg kijk op: www.onzeweg.nl

51


52

Ik wil U loven met heel mijn hart,

voor U zingen onder het oog van de goden,

mij buigen naar uw heilige tempel,

uw naam loven om uw liefde en trouw:

grote dingen hebt U beloofd,

tot eer van uw naam.

Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,

mij bemoedigd en gesterkt.

‘Groot is de majesteit van de HEER.

De HEER is hoogverheven!’

De HEER zal mij altijd beschermen.

HEER, uw trouw duurt eeuwig,

laat het werk van uw handen niet los.

Psalm 138

More magazines by this user
Similar magazines