DE JOURNALIST

webstore.iisg.nl

DE JOURNALIST

m 348 7 September 1922

DE JOURNALIST

Orgaan van den Nederlandschen Journalisten-Kring

Adres voor Redactie en Administratie

BUSSUM Kon. Emmalaan 13

INHOUD. Eenheid. — Officieele Mededeelingen: Agenda Algemeene

Vergadering; Kringbestuur; Pensioen-verzekering;

Pensioen-Commissie; Eere-diploma van den Kring; Oostenrijksche

kinderen; Ledenlijst. — Algemeene belangen: Pensioenpraatje;

Journalistieke broederschap. — Buitenland: Lord

Nortcliffe's overlijden; Pers en Justitie. — Personalia en

Berichten: Persdiploma's I. C. A. R..; Een nieuw tijdschrift. —

Advertentiën.

EENHEID.

Hoe dikwijls. — en dat was altijd een prettig oogenblik

voor me — heb ik gewezen (tegenover autoriteiten, collega's

of andere belangstellenden)

op :

liet uit organisatorisch oogpunt zeldzaam-universeel karakter

van den Kring.

Niet zonder trots vestigde ik er dan hun aandacht op, dat

in onze vereeniging alle richtingen, alle groepen, alle partijen,

alle levens- en wereldbeschouwingen zijn vereenigd. De

Kring: een groote volière, waarin vogels van alle pluimage

hun woon zoeken. Zoo werd onze vereeniging een unicum,

in dezen tijd van versnippering en splitsing, nu ieder half

dozijn vaderlanders hun eigen clubje, hun eigen vereeniging,

hun eigen voorzitter en secretaris moeten hebben. Ons volk,

in groote momenten gewoonlijk één en onverdeeld, kruipt

in het dagelijksche leven in allerlei hokjes, achter allerlei

loketjes. Dit verschijnsel is ook het gebied der vak- en beroepsorganisatie

niet voorbijgegaan. Integendeel. Juist daar was het

als een felle bries, die vaak uit elkaar joeg wat bijeen hoorde.

De Kring echter heeft in die bries stand gehouden.

Gedurende de welhaast veertig jaren, dat hij bestond, wist

hij de beroepsjournalisten van alle richting en elk beginsel

in krachtig solidariteitsgevoel en sterken gemeenschaps-zin

bijeen te houden. En dit niet alleen, maar hij vereenigde er.

steeds meer onder zijn vaandel, zoodat het aantal gewone

leden, 10 jaar hèr nog 265 en 5 jaar terug nog 300, thans

de 500 is genaderd. In heel de 40-jarige periode is het vertienvoudigd.

En de vogels, die de volière binnenkwamen,

waren van zéér onderscheiden kleur.

Zeker, in 1903 werd de Roomsch-Katholieke Journalisten-

Vereeniging opgericht. Te verwonderen was dat eigenlijk niet.

De afzonderlijke roomsche organisatie is een internationaalkerkelijk

verschijnsel. En met waardeering dient te worden

erkend, dat deze scheiding volstrekt niet scherp is doorgevoerd.

Het gelijktijdig lidmaatschap van beide organisaties

werd toegelaten. Vele journalisten zijn dan ook van beide lid.

Nu lees ik het bericht van de oprichting eener „Christelijke

Journalisten-Vereeniging" die aanstaande is. Ik laat de

naams-aanduiding, die ik niet gelukkig vind, daar: dat

„christelijke" wekt den indruk van een tegenstelling met de

andere journalisten-organisaties, een tegenstelling die er niet is.

Bedoeld is natuurlijk een vereeniging van journalisten, behoorende

tot de anti-revolutionaire en christelijk-historische

pers. Het is niet de eerste maal, dat daarover gesproken

wordt. Vooraanstaande collega's hebben de oprichting reeds

vroeger overwogen, doch nimmer de noodzakelijkheid ervan

gevoeld, en onomwonden erkend, dat uit de houding en liet

optreden van den Kring die oprichting niet behoefde voort te

vloeien. Welnu, dit laatste is het, waarop ik reeds thans de

aandacht wil vestigen.

Het spreekt vanzelf, dat ik niemands recht tot afzonderlijke

organisatie ontken. Ook zal men mij niet verdenken, dat ik

schrijf uit een zekere vrees voor afbrokkeling van 's Krings

Redacteur:

CORN. A. CRAYÉ

Dit blad verschijnt den eersten en

derden Donderdag van iedere maand

beteekenis: de nieuwe vereeniging zal daaraan geen .Schade

kunnen doen. Wèl wil ik al dadelijk bij. den aanvang constateeren,

dat, de oprichters mogen de nieuwe vereeniging

principieel gewenscht achten, zij er practisch, wat den Kring

betreft, geen aanleiding voor kunnen hebben.

Alleen,

(— en hier raak ik misschien het eenige teere puntje aan

van deze zaak —) :

alleen zal men van dien kant, omdat men het vroeger al

eens heeft gedaan, misschien wijzen op het feit, dat de Kring

meermalen op Zondag vergadert.

Inderdaad.

En nu weet ik wel, dat er onder ons zijn, die tegen vergaderen

op Zondag principieele bezwaren hebben. Die bezwaren

eerbiedig ik volkomen. Ik ben bereid aan te toonen, dat ik

er herhaaldelijk rekening mee heb gehouden, door vergaderingen

op Zaterdag te stellen. Maar nooit op Zondag vergaderen

is ten eenenmale onmogelijk. In de eerste plaats omdat de

overgroote meerderheid geen bezwaar tegen Zondag-vergaderingen

heeft (ook de katholieken niet), maar vooral, omdat

in ons beroep de Zondag nu eenmaal de meest-geschikte dag

daarvoor is. Dit is door niemand minder erkend dan door

dr. KUYPER. Toen KUYPER in het Kringbestuur zat, is er

herhaaldelijk op Zondag vergaderd. Ook toen hij voorzitter

was. Dan kwam hij niet. Maar hij voelde en erkende, deze

bij uitstek principieele journalist, dat voor ons vergaderen op

Zondag onvermijdelijk is. Toch stel ik de bestuursvergaderingen

nimmer , op Zondag. Ik heb er, met het oog op de agenda,

vaak neiging toe gevoeld, maar ik liet mij altijd weerhouden

door de overweging, dat ik (vroeger) den heer VAN AS en

(tegenwoordig) den heer CRAYÉ niet mocht beletten de vergaderingen

bij te wonen.

Intusschen: ik heb dit punt aangeroerd, omdat het af en

toe particulier met mij is besproken, maar ik weet niet, of

het één van de overwegingen is die tot oprichting van de

nieuwe vereeniging hebben geleid.

Juist omdat ik die overwegingen volstrekt nog niet ken,

sta ik vrijer om een enkel woord tot de collega's, die bij deze

zaak betrokken zijn, te spreken. En dan geef ik hun dit

advies: laat den Kring niet los. Ook al zult gij met z'n allen

numeriek niet zooveel afbreuk doen, indien gij u gingt

afscheiden, gij zult toch eenigermate de eenheid schaden waardoor

onze vereeniging steeds gedragen werd en waarop zij,

als zij het volgend jaar haar 40-jarig feest viert, met trots zal

kunnen wijzen. Ik weet op dit oogenblik reeds, dat er

onder onze anti-revolutionaire en christelijk-historische collega's

mannen zijn, die er niet aan denken uit den Kring te gaan,

maar ik hoop dat niemand er uit zal gaan.

Wij hebben jaren van harden en ingespannen arbeid achter

den rug, op economisch gebied. Arbeid, voor allen, arbeid,

die resultaten heeft opgeleverd. Daarbij stonden wij sterk,

door de eenheid onder ons, door de wetenschap dat wij

werkten voor vakgenooten van alle richtingen en van elk

beginsel. Laat die eenheid onze sterke, stuwende en bezielende

kracht blijven. Laat afzonderlijke organisatie desnoods plaats

hebben in aansluiting mèt, maar nooit ten koste van den

Kring. Want al zou het nadeel nog zoo gering zijn, het zou

er zijn. De moeilijke periode van strijd voor positie-verbetering,

die achter ons ligt, zou nooit zooveel hebben opgeleverd,

als wij niet de vertegenwoordigers waren geweest van allen.

Directeuren van dagbladen, indien zij zich afzonderlijk

groepeeren, zullen er nooit aan denken hun gróóte vereeniging

er door te verzwakken. Zij blijven er in. Zullen wij anders doen?

Dit blijve dan ook onze kracht, de sterke pijler van ons

bestaan: de eenheid.

D. H.


112 DE J O U R N A L I S T

Officiëele Mededeelingen.

Algemeene Vergadering

op Zondag 8 October a.s. te Amsterdam.

(Plaats wordt nader bekend gemaakt).

AGENDA:

1. Notulen der Algemeene Vergadering van 24 Juni j.1.

2. Mededeelingen.

3. De salaris- en contributie-enquête.

4. Voorstel van het Bestuur tot wijziging van het Huishoudelijk

Reglement,

en wel:

ART. 19. — In het eerste lid worden, inplaats van de

woorden „ieder jaar", gelezen de woorden: „telkens

wanneer het Bestuur of hij zulks noodig oordeelt."

ART. 73. — Aan het laatste lid wordt de volgende

zinsnede toegevoegd. „Bij staking van stemmen blijft

het besluit, waarover het referendum is aangevraagd,

van kracht."

ART. 82a. — Na art. 82 wordt ingevoegd een art. 82a,

luidende:

„(1) Een gewoon lid van den Kring is verplicht, toe

te treden tot de aangesloten plaatselijke of gewestelijke

vereeniging, welke in zijn gemeente of zijn gewest

bestaat.

(2) Als de gemeente van een lid wordt beschouwd de

gemeente, waarin dat lid zijn werkkring heeft.

(3) Het Kringbestuur is bevoegd om, het bestuur der

betrokken vereeniging gehoord, wegens bijzondere

redenen van de verplichting, in het eerste lid bedoeld,

ontheffing te verleenen ten aanzien van hen, die op

het oogenblik van inwerkingtreden van dit artikel lid

van den Kring zijn."

Art. 85a. — Na art. 85 wordt ingevoegd een nieuw

artikel 85a, luidende:

„(1) De aangesloten vereeniging kan eenigen van haar

gewone leden aanwijzen, om namens haar de algemeene

vergadering van den Kring bij te wonen.

(2) De kosten van die afvaardiging worden uit de kas

van den Kring betaald.

(3) Het aantal leden, in dit artikel bedoeld, bedraagt:

voor aangesloten vereenigingen met ten hoogste 20

gewone leden 1,

voor aangesloten vereenigingen met ten hoogste 50

gewone leden 2,

voor aangesloten vereenigingen met meer dan 50 gewone

leden 3."

ART. 83, 85, 86, 88, 89 en 91. -- Inplaats van de

woorden „plaatselijke of gewestelijke" wordt gelezen:

„aangesloten".

TOELICHTING. — De wijziging van art. ig bedoelt het

toezenden van een contributie-formulier, dat veel tijd, administratie

en kosten vordert, niet meer ieder jaar verplicht

te stellen, maar alleen te doen geschieden als het Bestuur

of de penningmeester het noodig acht.

De wijziging van art. 73 vult een leemte aan: in het

Reglement wordt op het oogenblik niet bepaald, wat er

gebeuren moet als bij een referendum de stemmen staken.

De nieuwe artikelen 82a en 85a strekken ter uitvoering

van de op 30 April j.1. door onze algemeene vergadering

aangenomen motie inzake het Reorganisatie-Rapport.

De wijziging van de art. 83, 85, 86, 88, 89 en 91 zijn een

redactieverbetering.

De belangrijkste punten van bovenstaand herzieningsvoorstel

zijn dus:

Ie invoering van het verplicht lidmaatschap van aangesloten

plaatselijke vereenigingen (behoudens dispensatie), voor Kringleden,

2e het recht voor de aangesloten plaatselijke vereenigingen,

om op kosten der Kringkas een afvaardiging naar de algemeene

vergaderingen te zenden.

8. Rondvraag.

Kringbestuur.

Het Kringbestuur kwam op Zaterdag 26 Augustus te

's-Gravenhage bijeen.

Aanwezig waren de leden HANS, VOOGD, VAN DER HOUT,

RITTER, POLAK DANIELS, CRAYK en de gedelegeerde van

Amsterdam, KOUWENAAR.

Bij den aanvang der vergadering sprak de Voorzitter een

woord van hartelijke deelneming met de slachtoffers van het

vliegongeluk te Antol. Het Bestuur besloot f 50 bij te dragen

in de kosten van het monument, dat voor hen in Indie

wordt opgericht.

Verder bracht de Voorzitter hartelijk dank aan collega

KOUWENAAR, voor zijn aandeel in de voorbereiding van het

uitstapje in het Gooi.

Enkele mededeelingen werden gedaan.

Koninklijk bezoek. — De Voorzitter had getracht, in den

koninklijken trein naar Scandinavië plaats gereserveerd te

krijgen voor Nederlandsche journalisten, doch dit bleek om

verschillende redenen niet mogelijk.

Redevoeringen Koningin. — Ingekomen was een schrijven

van den particulieren secretaris van H. M. de Koningin,

berichtend dat H. M. bereid was de redevoering die zij op

28 Augustus te Groningen zou houden, reeds te voren aan

de pers te doen mededeelen, onder uitdrukkelijke voorwaarde

dat zi-j niet te vroeg wordt gepubliceerd. Zooals men weet

had het Kringbestuur na de Brielsche feesten een stap in die

richting gedaan.

Diploma eere-leden. — Het diploma, dat voor de eere-leden

is vervaardigd, bleek belangrijk meer te kosten dan voorzien

was. Hiertegenover echter staat, dat de Kring met iets goeds

voor den dag dient te komen. Het diploma, dat gereed is,

werd ontworpen door den heer CHRIS VAN GEEL te Amsterdam.

Besloten werd de kosten over enkele jaren te verdeden,

aangezien het hier een zaak voor altijd geldt, die niet onevenredig

op de begrooting van een jaar mag drukken. De uitreiking

der diploma's zal binnenkort plaats hebben. Ook aan

de Kuyper-stichting zal een diploma worden aangeboden,

evenals aan het Persmuseum: op dit laatste zullen denamen

der vroegere (overleden) eere-leden worden vermeld.

Algemeene vergadering. — Besloten werd op nader te

bepalen datum in het a's. najaar een algemeene vergadering

te houden te Amsterdam, ter behandeling van de reglementswijzigingen

die noodzakelijk zijn geworden door de aanneming

der bekende motie in de algemeene vergadering van 30

April j.1.

Financiën. — De financiën van den Kring werden besproken.

Verschillende leden zijn nog achterstallig. Het Bestuur besloot

binnenkort tot krachtiger maatregelen over te gaan.

Economische actie. — De Voorzitter deed verschillende

mededeelingen omtrent den uitslag der salaris-enquête en de

invoering der Pensioen-verzekering. Eenig debat had daarover

plaats.

40-jarig bestaan. — Het Bestuur besloot, in den zomer

van 1923 het 40-jarig bestaan van den Kring te herdenken.

Wel is de officiëele oprichtings-datum 1 Februari, zoodat eerst

1 Februari 1924 de Kring 40 jaar bestaat, maar aangezien

de herdenking in den zomer moet plaats hebben, achtte het

Bestuur het beter de viering enkele maanden vroeger te doen

geschieden dan eenigen tijd later. Te meer, waar in den

zomer van 1923 het 40 jaar is geleden dat het vereenigingsleven

in de Nederlandsche journalistiek een aanvang nam

door de oprichting van een Amsterdamsen e vereeniging,

waaruit reeds spoedig daarop de Kring is gegroeid. — Het

Dagelijksch Bestuur kreeg opdracht een programma voor de

herdenking te ontwerpen en nader aan het Bestuur voor

te leggen.

Algemeen pers-diploma. — Inzake de instelling van een

algemeen officieel pers-diploma besloot het Bestuur daartoe

vooralsnog geen stappen te doen.

Persfotografen. — Het Bestuur oordeelde het niet wenschelijk,

persfotografen tot het lidmaatschap van den Kring toe

te laten.

De vergadering werd hierna gesloten.

Pensioen-verzekering.

Het Bestuur vernam, dat vele journalisten, die een vragenlijst

inzake de Pensioen-verzekering ontvingen, nog niets

van zich lieten hooren. Het dringt met kracht op spoedige

afdoening van deze zaak aan. Wie niet of te laat antwoordt

schaadt zijn eigen belang aanzienlijk.


Pensioen-Commissie.

DE J O U R N A L I S T 113

NATIONALE

Levensverzekeringbank

te ROTTERDAM, Boompjes 10,

opgericht in 1863.

Nettopremie - methode

voor de berekening

der wiskundige

reserve

Veilige grondslagen

voor de berekeningen

(sterftetafel en

rentevoet)

DE VIER HOEKSTEENEN VAN EEN GOED LEVENSVERZEKERINGS-HUIS

Waardebepaling der

effecten voor de balans

naar den koers van

31 December

De Pensioen-commissie heeft op 15 Augustus j.1. wederom

een vergadering gehouden te 's-Gravenhage. Alle leden waren

aanwezig.

Het doel dezer vergadering was een overzicht te krijgen

van het tot dusver bereikte resultaat. Geconstateerd werd dat

vele directies zich reeds schriftelijk bereid hadden verklaard

de pensioen-overeenkomst te aanvaarden. Daartegenover

stond echter, dat verschillende andere op de verzonden

circulaires nog steeds geen antwoord hebben gegeven. De

commissie besloot daarom, tot deze directies binnenkort nogmaals

een circulaire te richten, waarin antwoord binnen een

bepaalden termijn zal worden gevraagd. Wanneer deze termijn

verstreken is zal de commissie opnieuw bijeenkomen, om

de situatie te overzien. Dan zullen bijzonderheden worden

gepubliceerd.

In verband met de naderende invoering werden nog verschillende

punten der overeenkomst besproken.

Eere-diploma van den Kring.

Ingevolge opdracht van het Bestuur van den Kring heeft

de heer CHRIS VAN GEEL, een zoon van ons lid den heer

C. J. VAN GEEL, te Amsterdam het ontwerp vervaardigd van

een 'diploma, dat zal worden uitgereikt aan den eere-voorzitter

en de eere-leden van den Kring.

De cliché's voor dit diploma (dat een afmeting heeft van

75 bij 35 c.M.) zijn gemaakt bij de firma Dirk Schnabeljde

druk, in goud en zwart, is uitgevoerd in de drukkerij Jacob

van Campen, beide te Amsterdam.

Het diploma zal worden uitgereikt aan de heeren Mr. L. J.

PLEMP VAN DTJIVELAND, CHARLES BOISSEVAIN, Mr. R. MACA-

LES'IER LOUP en P. A. HAAXMAN Jr.

Tevens heeft het Kringbestuur besloten, eveneens het eerediploma

aan te bieden aan het Kuyperhuis, ter gedachtenis

aan Dr. A. KUYPER, die vroeger voorzitter en eere-voorzitter

Voorzichtig beheer.

(In 1920 bedroegen de

totale onkosten 0.0051

van 't verzekerd bedrag)

van den Kring is geweest. Ook zal een exemplaar worden

aangeboden aan het Nederlandsch Persmuseum te Amsterdam.

Op dit laatste exemplaar zullen de namen worden vermeld

van de vroegere, thans overleden eere-leden van den Kring.

De uitreiking van deze eere-diploma's zal binnenkort plaats

hebben.

Oostenrijksche kinderen.

Onder verwijzing naar het ingezonden stuk van de journalisten-vereeniging

Concordia te Weenen, in een vorig

nummer van het orgaan, dringt het Bestuur er bij de leden

met kracht op aan, zoo mogelijk eenigen tijd een Oostenrijksch

kind in huis te nemen. Laat ons onze collega's in

den nood niet vergeten: zij hebben eenige jaren geleden

onze vertegenwoordigers zoo hartelijk ontvangen. Wie doet

wat voor hen ?

Ledenlijst.

Bedankt voor het lidmaatschap:

P. H. TIMMER, Groote Leliestraat 54*, Groningen (wegens

verlaten der journalistiek).

PH. ZILCKEN, den Haag.

Adresveranderingen:

W. J. M. D'ABLAING naar Roodborstlaan 4, Villapark Houtrust,

Den Haag.

CAROLINE VAN LANCKER-VAN DOMMELEN naar „Het Slot",

te Rijswijk aan de Maas, N.-Brabant.

I. J. E. DE LANGE naar Sarphatipark 121, Amsterdam.

L. J. VAN LOOI naar Diamantstraat 53 s , Amsterdam.

JOHAN MEIJER naar Talmastraat 19, Haarlem.

C. A. MULLER naar Werkhoefstraat 15, Rotterdam.

J. TH. VERSNEL naar Vughterweg 24, Den Bosch.


114 DE J O U R N A L I S T

Pensioenpraatje.

Algemeene belangen.

Het staat er zoo witjes, onder „Officieel":

Het Bestuur vernam, dat vele journalisten, die een vragenlijst

inzake de Pensioen-verzekering ontvingen, nog niets van zich

lieten hooren.

En natuurlijk wordt op „spoedige afdoening" aangedrongen.

Zijn er hier directeuren in verzuim ?

Absoluut niet, in dit bericht. Een „vragenlijst inzake de

Pensioen-verzekering" ontvingen tot dusver immers alleen de

leden, wier directies zich bereid verklaarden, de pensioenregeling

in te voeren.

Wie onder ons ooit deel uitmaakte van het bestuur eener

journalisten-vereeniging weet, dat de gevaarlijkste vijand van

onze organisaties is . . . de laksheid van haar leden.

In den Kring, zoowel als in de plaatselijke vereenigingen.

Al vreezen wij daarvan dus ook ten deze het ergste, „op

hoop tegen hoop" willen wij aannemen, dat er verschillende

leden zitten met de vragenlijsten — en die alleen nog maar

niet hebben ingezonden, wijl ze zich aftobben over de vraag,

hoe zij den pensioen-„bonus" het profijtelijkst zullen verwerken!

De beslissing is inderdaad niet altijd makkelijk. Vooral

niet voor onze leden, die zoo zoetjes aan zijn gekomen op

den leeftijd, welke „de middelbare" wordt genoemd; die een

gezin te verzorgen hebben ... en nog nooit iets „gedaan"

hebben aan voorzorgsmaatregelen tegen de geldelijke gevolgen

van hun overlijden.

Zulken zijn er ... méér dan men denken zou.

Het zijn, in de meeste gevallen, natuurlijk niet de bestgesitueerden.

Men heeft er collega's onder die jarenlang van

een bescheiden salaris hebben moeten rondkomen, en wien de

bekommernissen van den leeftocht te zwaar vielen, om een

gemengde verzekering te sluiten.

Nu staan zij in eens voor de moeilijkheid: wat te doen

met de „tien procent"?

Bv. iemand van 45 jaar, die f 4500 verdient. Stort hij zijn

volle tien procent voor zijn pensioen, dan krijgt op 65 jaar

een pensioen r ) van f 1949. Dat is niet te veel.

Nu komt de levensverzekeringmaatschappij en zegt: „Neem

toch een gemengde verzekering op 64 jaar, van f 8000.

Dat moogt gij toch wel doen; gij hebt een vrouw en twee

kinderen, die nog betrekkelijk jong zijn."

Voor die gemengde verzekering, op 64 jaar bij leven uit

te betalen, moet hij f 389 storten. Blijft f 61 voor pensioenpremie,

wat een pensioen van f 264 verzekert. Wanneer

onze 45-jarige de 64 haalt, en hij gebruikt zijn f 8000 om

die op zijn boekje te storten, dan krijgt hij voor die laatste

storting een pensioen van f 905.36. Dat is met de f 264

een bedrag van f1170 — dus een schriel arbeiderspensioen.

(Een Amsterdamsche tramconducteur krijgt op 65 jaar een

pensioen van f 1400).

Acht ik nu het voordeel gering, dat de weduwe van onze

collega, wanneer hij het volgend jaar, of in 1932 overlijdt,

f 8000 uitkeering krijgt? Zeker niet.

Ik meen echter, dat het thans niet het psychologisch

moment is voor de 40—50-jarigen, om een gemengde" verzekering

te sluiten, nu de cijfers uitwijzen, dat zelfs de volle

10 procent, uitsluitend voor het pensioen besteed, een werkelijk

niet te breede uitkeering waarborgt. Bovendien merk

ik op, dat de verzekeringsmaatschappij er op uit is vooral

de „zwakke broeders" onder ons — dat zijn dan in dit verband

de heeren „die nooit ergens aan deden", te stimuleeren

in de richting van de gemengde verzekering. Natuurlijk —

dat is voor haar voordeeliger. Dus voor ons: niet zoo voordeelig.

Het bezit van een lijfrenteboekje schijnt zéér gunstig

op den levensduur te werken, — aldus een grapje van een

welbekende levensverzekeringmaatschappij in haar jongste

jaarverslag. Oude rentetrekkers zijn nu eenmaal onpleizierige

verschijningen in de droomen van levensverzekeringdirecteuren;

— m casu zijn wij echter niet de geroepenen om

die weg te vagen, door voor betrekkelijk groote bedragen

in te teekenen op gemengde verzekeringen.

* *

*

Heel anders staat het er echter voor met de jongeren, die

beneden de 30. Voor zoover zij niet getrouwd zijn, zou ik

hun raden: vraag een boekje aan voor pensioen op 60-jarigen

leeftijd. Uw directeur zal er zeker niets op tegen hebben,

integendeel. Het pensioen wordt er wel veel lager door —

maar ge kunt ook zooveel eerder ophouden met werken.

') Ik neem steeds het pensioen volgens tabel Ec met verbeurte

der storting bij overlijden, het meest geëigende voor hen die niet

jong meer zijn.

Speciaal voor de jonge dames onder onze leden is het aan

te bevelen. Men kan natuurlijk ook al een pensioen nemen

• °P 55-J ari gen leeftijd. Een lid van 25 jaar b.v., die elk jaar

f 300 stort, kan zich daardoor met het 55° jaar een pensioen

van f 1682 verzekeren. Want ook voor pensioenen op dezen

leeftijd geldt het gunstige tarief van de Nationale.

Aangezien de mannelijke journalisten meestal het huwelijk

niet ontloopen, zou ik hun raden, als zij een boekje „op 60

jaar" aanvragen, daarnaast er ook een te vragen „op 65 jaar".

Zij kunnen dat „rechtsgeldig" houden, door er jaarlijks f 30

op te storten. Komen zij „tot den trouwdag", en sluiten zij,

alles op rekening van onze pensioen-overeenkomst, een

„gemengde verzekering", dan zouden ze, als ze een niet al

te groot inkomen hebben, het boekje van 60 jaar kunnen

'»°P le gg en "> zooals dat in reederij-kringen heet, mits het

„havengeld" van f 30 jaarlijks betalende. Zij brengen dan

het overgroote deel van hun pensioenpremie weer over op

het pensioenboekje van 65 jaar.

Ik zou echter ook den jongeren collega's, zelfs als zij

getrouwd zijn, den raad willen geven géén te groote gemengde

verzekering te sluiten, als de premie daarvan ten minste uit

de penningen van de pensioen-overeenkomst moet betaald

worden.

Wij moeten de dingen niet denatureeren.

De pensioen-overeenkomst is bedoeld voor „ons zelf". Als

wij oud zijn. Die heele gemengde verzekering-bepaling, die

schitterend gevonden is als overgangsbepaling bij de invoering

van deze regeling, speciaal voor degenen, die de verzekeringszorg

al op zich hadden genomen, moet niet de aanleiding

worden, dat wij het „weduwen"-vraagstuk nu meteen opgelost

aphten.

Op dien weg moeten wij ons niet laten dringen, ook niet

door de welbespraaktheid van de heeren der „Nationale".

Want daar zijn beide partijen, wij als wij oud worden, en

onze weduwen als wij vroeg sterven, maar half mee gebaat.

En de nu getroffen regeling kan, tenminste degenen die

niet oud zijn, aan een goed pensioen helpen.

Journalistieke broederschap.

De Deli Courant van 28 Juli schrijft:

Onder dit eenigszins pathetische opschrift pleit de Indische

Post voor een organisatie van de Indische journalisten. Om

het kort en zakelijk te zeggen.

Het weekblad wijst er op, dat in de week na het vliegongeluk

van Antjol journalisten van alle kranten en alle

steden, ook nadat de eerste ontsteltenis al geweken was over

het noodlot der beide collega's, dat ook hun noodlot had

knnnen worden, opgewekt hebben tot een daad van piëteit.

En zelf zijn zij met het goede voorbeeld voor gegaan. Gedoeld

wordt hier op de geopende inschrijving ten behoeve van een

monument voor de gevallen journalisten.

De dood schudde het gevoel van saamhoorigheid wakker,

welk gevoel in het drukke en moeilijke leven van den dag

verstikt was.

Door persoonlijke veeten, wangunst, zucht tot spotten en

bespotten, jacht op effect, toegeven aan het gemakkelijke

succes bij mm-beschaafden. Aldus typeert en kwalificeert

— we zullen niet zeggen: diskwalificeert — de I. P.

Maar na bovengenoemde mooie opwelling zou dan toch

het psychologisch moment gekomen zijn voor alle bonafide

journalisten om, over het graf heen van de twee collega's,

elkaar de hand te reiken, zich aan te sluiten tot een journalistieke

broederschap, zooals er in alle beschaafde landen

bestaan, opdat door elkaar te leeren kennen er waardeering

voor elkaar kan ontstaan.

De wensch van de Ind. Post wordt door ons ook gekoesterd

reeds lang. Inderdaad „gekoesterd" en juist daarom zijn we

er voorzichtig mee, hebben we er slechts zelden uiting aangegeven.

Om dat o. i. een of ander psychologisch moment

niet voldoende is; de journalisten moeten zich terdege bewust

worden, dat saamhoorigheid een eisch is, zoowel voor hun

belangen als voor die van het vak.

Eigenlijk zijn we er zeker van, dat elk journalist bij ernstige

overweging die belangen van zijn vak in de eerste plaats zal

willen laten gelden, omdat hij, wat ook zijn temperament zij,

de journalistiek dient met liefde en toewijding.

Er is nog iets. De Ind. Post vraagt mèèr°dan noodig is,

als zij pleit voor een journalistieke broederschap. Omdat de

meeste Indische journalisten lid zijn van den Nederlandschen

Journalisten-Kring, of kunnen zijn en omdat er in Indië

correspondentschappen van den Kring werden opgericht. Ook

een hier te Medan.

Het staat nu aan de Indische journalisten om die Correspondentschappen

tot levende organen te maken. Hetgeen uit

den aard der zaak in de eerste plaats gezegd is tot de journalisten

op Java. Of, en in hoeverre van de zijde van den


DB J O U R N A L I S T 115

DDDDDDDDDDDDDDDDDaDDDDDDaDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDDaDDDDD

HIM A's zijn goede rijwielen.

DDDDDDDDDDDDDDnDaaDDDDaDDDDDDDDDDDaDaDDDDDDDDDDDDDDDDDDD

Kring in Nederland het een en ander nog gedaan kan worden

om eindelijk te geraken tot een duurzame en actieve organisatie

van de journalisten in Indië, is een meer interne aangelegenheid,

waarop hier slechts terloops de aandacht wordt gevestigd.

Maar men verlieze daar, in Holland, doch vooral hier

in Indië, en speciaal op Java niet uit het oog, dat met de

oplossing van het vraagstuk der journalisten-organisatie in

Indië de journalistiek en de belangen der journalisten in

hooge mate gediend zullen zijn.

Buitenland.

Lord Northcliffe's overlijden.

Men zou uit de geschiedenis der Engelsche journalistiek

de namen kunnen neerschrijven van tal van mannen, die

daarop, door hun juisten kijk op de eischen van het publiek

van hun tijd, een stempel hebben gedrukt. Men zou bv.

kunnen wijzen op de oprichters van de Daily Telegraph;

op mannen als wijlen Sir GEORGE NEWNES, die met zijn

Tit Bits en Strand Magazine zulk een fortuinlijken greep

deed, en op den nog niet lang geleden overleden Sir ARTHUR

PEARSON, die niet minder dan Sir GEORGE, schatten verdiende

met zijn Pearson's Magazine. Maar boven hen allen staat

ontegenzeggelijk de man, wiens verscheiden nu onlangs, door

gansch de wereld belangstelling wekte en over wiens persoonlijkheid

in de pers van zijn land en in die daar buiten

in de laatste dagen kolommen zijn vol geschreven; kolommen,

waarin hij eenerzijds werd bewierookt, door anderen werd

veroordeeld. Maar allen, die hun oordeel over dezen afgestorvene,

over Lord NORTHCUFEE, neerschreven, waardeerend

of afbrekend, moesten erkennen dat met hem een man van

beteekems uit de journalistiek van het Britsche rijk, men mag

gerust zeggen uit de wereld-journalistiek, verdwenen is. Lord

NORTHGLIFFE had reeds lang vóór dat hij tot den adelstand

van Engeland was verheven, toen hij nog eenvoudig Mr.

ALFRED HARMSWORTH was, in de journalistiek een nieuwe

„school" gemaakt en een geweldigen invloed op het publiek

gekregen — een invloed, dien hij tot bij zijn dood heeft

behouden.

ioen ik op den dag van zijn overlijden een mij bekende

dame sprak, Engelsche van geboorte, doch reeds sedert jaren

met een Hollander getrouwd en in ons land volkomen ingeburgerd,

was het eerste wat zij tot mij zeide: „And so, Lord

NORTHGLIFFE is dead — our Lord NORTHCLIFFE!" en zij legde

nadruk op dat our. Wetende dat zij steeds een trouwe aanhangster

van het conservatisme in haar land was geweest,

begreep ik door mijn langdurig verblijf in Engeland vóór en

tijdens den oorlog, den nadruk dien zij op dat our legde.

Want, vooral de conservatieven in Engeland — maar zeker

niet zij alléén — beschouwden Lord NORTHCLIFFE, zelfs al

waren zij niet blind voor zijn gebreken, als de „onze" bij

uitnemendheid, omdat hij door zijn schrijven, door zijn

optreden, door zijn pers, hun patriotisch gevoelen als Brit

zoo juist wist te treffen; omdat hij de geheele mentaliteit

van zijn landgenooten zoo juist begreep; hun geheele maatschappelijk

en huiselijk leven zoo juist kende en daarvan als

man met een geweldigen zaken-blik gansch zijn leven lang

gebruik wist te maken. Dit alles verklaart het dat ALFRED

HARMSWORTH in de journalistiek zulk een groot financieel

en politiek succes kon hebben.

Natuurlijk, zijn enorme wilskracht heeft hem daarbij geholpen

— hij was feitelijk met den „journalistieken knobbel"

geboren en, gelijk een ander bekend journalist T. P. O'CONNOR

het in de biografie, die hij in de Daily Telegraph over

Lord NORTHCLIFFE geschreven heeft, opmerkt:' de jonge

HARMSWORTH had „inkt in zijn aderen" en daarnevens een

stevig gevoel van onafhankelijkheid, een eigen oordeel, een

wilskracht, die hem hielpen door de moeilijke en vaak

armoedige jaren van zijn jongelings-tijdperk en hem ten slotte

brachten waar hij wezen wilde.

Hij begreep het publiek. Hij verstond de teekenen des tijds

en gevoelde dat bij het zich steeds ontwikkelend verkeer de

hoofdstad de groote massa behoefte had aan een klein blad,

waarin het niet alleen lectuur zou vinden in omnibus of trein,

doch bovendien de kansen zou vinden door oplossing van

vragen e. d. materieel voordeel te winnen. Zoo richtte hij

met een klein kapitaal, waaraan hoofdzakelijk zijn broeder

hem hielp, zijn Answers op, dat dadelijk „insloeg" en waardoor

ALFRED HARMSWORTH op 30-jarigen leeftijd reeds een

man van fortuin was geworden.

Eenmaal zóó ver, steunende op een stevige basis, kon hij

verder gaan, zijn vleugelen wijder uitslaan, zijn durf toonen.

In aanraking gekomen met den begaafden journalist

KENNEDY JONES, kocht hij — ik meen in 1894 — de

Evening News, die er maar niet „in wilde" en wist dit

halve-stuivers-avondblad binnen zéér korten tijd door handige

exploitatie tot zulk één bloei te brengen dat het denkbeeld

bij hem opkwam tot de groote revolutie in de Londensche

journalistiek, het oprichten van een halve-stuivers-ochtendblad

tegenover de bestaande stuiversbladen — de Daily Mail

werd opgericht, verscheen voor het eerst in Mei 1896 en was

van den aanvang af een geweldig succes, werd de groote

goudmijn, waaraan Lord NORTHCLIFFE zijn lateren grooten

invloed te danken heeft gehad.

Waarom? Omdat hij een merkwaardige kijk had op het

publiek. ALFRED HARMSWORTH begreep bij intuïtie wat zijn

landgenooten wilden. Hij wist door zijn blad steeds te werken

op hun vaderlandslievend voelen en te zorgen dat niet alleen

door zijn politieke beschouwingen, doch ook door hetgeen

de Daily Mail schreef in verband met het huiselijk leven

van den Engelschman, het blad zijn lezers bij duizenden en

tienduizenden kreeg. Men heeft dikwerf den spot gedreven

met de langdurige campagnes, die de Daily Mail voerde

voor een nieuw 'soort brood, het kweeken van nieuwe soorten

tuinbloemen, voor het in den handel brengen van een nieuwen

vorm van heerenhoed, maar een feit is het dat men overal

over die zaken sprak; iedereen er het zijne over had te zeggen,

en de Daily Mail er door won in aanzien en kracht. In

de dagen toen de massa nog den draak stak met de autobus

en de taxi, die poogden de oude paardenbus en de

„hansom" uit de Londensche straten te verdringen, was het

de Daily Mail weder, die dat nieuwe verkeer aanmoedigde;

toen de eerste vliegtuigen de ongeloovigen medelijdend het

hoofd deden schudden, was het alweder HARMSWORTH, die de

ontwikkeling van het nieuwe verkeersmiddel aanmoedigde door

groote Daily Mail-prijzen en in al die zaken werd bewezen

dat HARMSWORTH juist gekeken had en zijn pers daardoor

in kracht toenam. Het kan nooit ontkend worden dat de

Harmsworth — later de Northcliffe — pers, voor vele nieuwigheden

van beteekenis de baanbreker is geweest. Maar hoewel

zij dit mede erkennen, beweren Northcliffe's felle tegenstanders,

Northcliffe's vijanden — en 't kan haast niet anders,

hij had er vele — dat hij in de politiek van zijn land een

verderfelijken invloed heeft uitgeoefend. Die tegenstanders

zullen wijzen op het kwaad door NORTHCLIFFE gesticht door

zijn felle jingoïstische campagne in de dagen die den Zuid-

Afrikaanschen oorlog vooraf gingen en tot dien noodlottigen

strijd voerden; zullen met nadruk wijzen op zijn fel ijveren

voor protectie en een anti-dumpings-campagne; op zijn houding

in de wereld-politiek tegenover Duitschland, waardoor hij

indirect zeker een goed deel van de schuld voor den wereldoorlog

heeft gedragen, 't Is niet de plaats hier te treden in

de beantwoording der vraag in hoeverre Northcliffe's pers

door NORTHCLIFFE'S optreden aan dat alles schuldig staat

— latere geschiedschrijvers zullen daarover met meer onpartijdigheid

dan een onzer kunnen oordeelen — maar dit moet

zeker van Lord NORTHCLIFFE erkend dat hij, trots alle fouten,

die hij beging en die zeker een gevolg waren van zijn heerschzucht,

vóór alles vaderlander was in hart en nieren en hij


116

bij alles wat hij deed de belangen en de grootheid van

Engeland op den voorgrond stelde en aanried te doen wat

naar zijn vaste overtuiging voor het heil en de grootheid van

zijn land noodig was. En als hij dan zijn raad gaf, zijn

meening uitte, kwamen steeds weder uit, dat sterke voelen

van onafhankelijkheid en die groote moed, die hem sedert

zijn knapen-leeftijd gekenmerkt hadden en waardoor hij voor

niemand op zij ging, desnoods niemand spaarde, geen

Kitchener, geen Lloyd George zelfs, hoe groot-bevriend en

eensdenkend hij eens met beiden mocht zijn geweest.

Wanneer wij als vreemdelingen misschien een afbrekend

oordeel over dezen man uitspreken dan dienen wij niet te

vergeten dat de gemiddelde. Engelschman Lord NORÏHCLIFFE'S

bedoelingen geheel anders zag, dan de buitenstaander doet.

De Daily Telegraph, die mag gerekend worden tot de bladen

met bezadigd oordeel en die zeker ook niet alles wat Lord

NORTHCLIFFE heeft gedaan als politiek journalist, goedkeurde,

integendeel, hem vaak heftig veroordeelde, schreef in het

hoofdartikel dat bij zijn afsterven werd afgedrukt: „Iedereen

kan beoordeelen hetgeen voor hem het allerhoogste was

zijn ingeboren toewijding aan zijn land en de „Empire";

zijn vast vertrouwen in de toekomst daarvan en zijn vaste

wil dat alle macht, waarover .hij beschikken 'kon, zou moeten

worden gebruikt tot heil van dat land. Wat men ook thans

reeds over hem moge zeggen, verwaten oordeelende, vóór

latere tijden hem eerst volkomen recht zullen kunnen doen,

dit staat vast, dat hij een groot man is geweest en een groot

Engelschman. Grooter lof zou hij nooit hebben verlangd' •

Ik geloof dat die woorden een juist oordeel uitspreken

over dezen merkwaardigen groot-vorst op het gebied der journalistiek.

Gelijk ik in den aanvang van deze beschouwing

opmerkte, Lord NORTHCLIFFE heeft op de journalistiek van

zijn land beslist een stempel gedrukt en de journalistiek

daar en door navolgers in andere landen, langs nieuwe

banen geleid, zij het dan ook dat die navolgers dit vaak

gedaan hebben zonder dat zij de fouten, die NORTHCLIFFE's

werk aankleefden als gevolg van zijn te ver gaande zucht

steeds te willen heersenen, hebben weten te ontgaan. Voor

de journalisten, die aan zijn bladen werkten is hij een

werkgever van beteekenis geweest.

Een gemakkelijk directeur was hij zeker met — begrijpelijk

wanneer men zich herinneren wil dat hij zelfs door eigen

wilskracht, door een vaak zéér harde leerschool heeft moeten

gaan, vóór hij den maarschalkstaf had verworven. Hij eischte

strenge plichtsbetrachting en goed werk en degenen, die met

hart en ziel journalist waren, wist hij te waardeeren. Ik zelf

heb menigmaal van een zijner medewerkers aan de Daily

Mail gehoord dat hij een streng doch humaan chef was;

ook een man, die volstrekt niet meende dat hij het alleen

wist doch opmerkingen van degenen, die aan zijn bladen

werkten, op hoogen prijs wist te stellen. Bovendien heeft hij

de verdienste gehad dat door zijn toedoen de financieele

positie der journalisten in Engeland véél verbeterd werd en bet

maatschappelijk aanzien van den journalist er zéér is gestegen.

Wat ook het oordeel van latere geschiedschrijvers over

Lord NORTHCLIFFE wezen moge; hoe zij ook mogen gewagen

over den invloed dien hij op de journalistiek heeft gehad,

ontkennen zullen zij zeker niet dat met zijn dood een merkwaardige

figuur uit ons gilde is heengegaan.

Pers en Justitie.

DE J O U R N A L I S T

E. W. DE JONG.

Onlangs is voor de Parijsche rechtbank een moordzaak

behandeld, waarbij de rol van de pers op eervolle wijze is

vermeld. In zijn requisitoir herinnerde de advocaat-generaal,

de heer BARATHON DU MOUCEAU, er n.1. aan dat de broer

van het slachtoffer door het lezen van de verslagen over den

moord in één der bladen op het spoor der moordenaars was

bekomen. En hij zeide: „Opnieuw is de pers de justitie te

hulp gekomen. Men kan niet genoegzaam het nuttige van

haar optreden prijzen, telkenmale als zij een afschuwelijk

misdrijf vermeldt en aldus het nieuws er over verspreidt. Zij

bewijst eveneens een dienst aan de maatschappij door verslag

te ^even van de terechtzittingen; door de uitgebrachte vonnissen

te vermelden, verbreidt zij onder de misdadigers den angst

voor de straf."

Personalia en Berichten.

Persdiploma's I. C. A. R.

In overleg met het Dagelijksch Bestuur van de I. C. A. R.

is besloten tot het verstrekken van doorloopende persdiploma's

met fotografie aan de vertegenwoordigers der bladen, die door

hunne redacties worden aangewezen om verslag te geven van

de wedstrijden, tentoonstellingen en verdere gebeurtenissen,

ter gelegenheid van de I. C. A. R., die zal plaats hebben

te Rotterdam van 2 tot 17 September a.s.

Andere persbewijzen zullen niet geldig zijn.

Het pers-comité heeft aan de bladen verzocht om met

bijvoeging van fotografie, aan den secretaris van het perscomité,

den heer MULLER (Rotterdamsch Nieuwsblad) te

melden, wie hiervoor wordt aangewezen.

Een nieuw tijdschrift.

Verschenen is het eerste nummer in tijdschriftvorm van

De Binnenvaart, het officieel orgaan van de Nederlandsche

Vereeniging van Gezagvoerders bij de Binnenvaart en van

het Onderwijsfonds.

Het bevat behalve de gebruikelijke inleidingen, eemge

bijdragen op het gebied van gewoon- en vakonderwijs

benevens een rubriek „Op en langs het Vaarwater".

Voorloopig verschijnt het blad éénmaal per maand, dcoh

het ligt in de bedoeling er een half-maandelijksch tijdschrift

van te maken.

Advertentiën.

Aan het Soc. Dem. Dagblad „Voorwaarts" te Rotterdam

wordt gevraagd een

Parlementair Redacteur

belast met het maken van Kamerverslagen, het schrijven van

overzichten en verderen politieken en parlementairen arbeid.

Salarisregeling N. J. K.-eerste klasse.

Sollicitatiebrieven met uitvoerige inlichtingen richte men aan

den directeur-hoofdredacteur van „Voorwaarts", Gedempte

Slaak 120, Rotterdam.

Andere tijden, andere zeden.

Bij POLMAN kon men vroeger

alleen a la carte eten.

Thans zijn van 5-8 uur in Polmans Huis

ook Diners a prix fixe verkrijgbaar.

Het fixum is bepaald op f 2.50.

Het diner is goed.

De bediening is oplettend.

De wijnkelder geniet nog

altijd een goede reputatie.

Warmoesstraat 197-199 Amsterdam.

Sl^ J*.

Gedrukt bij A. de la Mar Azn., Amsterdam

i NAUTA&HAAGËN

CLICHÈMAKER5

AMSTERDAM

TELEF: 5725. N,

More magazines by this user
Similar magazines