onderzoek - Belvedere

belvedere.nu

onderzoek - Belvedere

Over Boeren en Buren,

Ontwikkelingsvise voor de Venen

Afstudeerproject

Master Urbanism TU Delft

Gepke Heun, maart 2008

Een ontwerpend onderzoek naar nieuwe

dorpsvorming en landschapsontwikkeling in

het landelijke gebied van de Randstad


2

Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Voorwoord

Het verslag dat voor u ligt is het eindproduct van mijn afstudeerproject getiteld ‘Over

Boeren en Buren, Ontwikkelingsvisie voor de Venen’ waarin ontwerpend onderzoek is

gedaan naar nieuwe dorpsvorming en landschapsontwikkeling in het landelijke gebied

van de Randstad. Het onderzoek is verricht binnen het afstudeerlab ‘Urban Landscapes’

van de Master Urbanism aan de Technische Universiteit in Delft. In dit lab komen de

leerstoelen Stad en Regio, Landschapsarchitectuur en Theorieën en Methoden samen.

Dit verslag vormt de afronding van het afstudeeronderzoek en bevat de resultaten van

de analyse, het ontwerpend onderzoek en het uiteindelijke ontwerp. Het is een beeldend

verslag opgebouwd uit tekeningen voorzien van een toelichting. Naast het verslag wordt

er ook een mondelinge presentatie gegeven.

Tijdens het afstuderen ben ik begeleid door Rogier van den Berg, Leo van den Burg en

Eric Luiten. Ik wil hen daar graag voor bedanken. Ook Koos Segers, Martin Oussoren,

Jaap Treur en Wim Boere zou ik graag willen bedanken voor hun tijd en het enthousiasme

waarmee ze verteld hebben over het boerenleven en me de melkrobot hebben laten zien.

Ten sloot wil ik graag Marco, Jetze en Marjan, Bibi, Josephine, Anke, Eveline en Ingrid

bedanken voor al hun hulp en steun.

Gepke Heun

Maart 2008, Delft

3


4 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Samenvatting

In het landelijke gebied van de Randstad is jarenlang een heel restrictief ontwikkelingsbeleid gevoerd.

Hierdoor is de economische vitaliteit van deze gebieden nu in het geding. Er is weinig werkgelegenheid,

onvoldoende woningaanbod, voorzieningen trekken weg en ook de melkveehouderij, de natuurlijke

beheerder van het landschap, staat er niet rooskleurig voor.

De afgelopen jaren is de discussie over het landelijke gebied weer hoog op de agenda komen te

staan. Eén van de aanleidingen hiervoor is de groeiende vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus

en naar een beter toegankelijk en bruikbaar plattelandschap.

De behoefte aan ontwikkelingen in het landelijke gebied en de vraag naar meer dorpse en landelijke

woningbouw kunnen aan elkaar worden gekoppeld waardoor er aan beide kanten winst wordt

behaald. Bouwen hoeft immers niet slecht te zijn, als het maar goed wordt uitgevoerd.

Het doel van dit onderzoek is om ontwerpend te onderzoeken hoe dit zou kunnen. De onderzoeksvraag

daarbij is: Hoe kunnen we het landelijke gebeid in de Randstad verder ontwikkelen door nieuwe

dorpsvormen te bouwen?

Voor de Venen is een integrale visie gemaakt waarin de problemen die er spelen worden gekoppeld

aan de potenties voor ontwikkeling. Het huidige waterbeheer wat op termijn geen duurzame

situatie is, wordt als kans gezien en een nieuw waterbeleid wordt ingezet als motor voor nieuwe

ontwikkelingen. Door een transformatie van de huidige melkveehouderij wordt ruimte gecreëerd voor

nieuwe woningbouw, natuur, water en recreatie. De nieuwe dorpse woningbouw wordt ontwikkeld

aan de bestaande lintbebouwing en gekoppeld aan de noodzaak voor een nieuw beheer van het

landschap.

Een agrarisch landschap ontwikkelt zich zo tot een nieuw woon, werk en recreatielandschap met

ruimte voor natuur en water, maar ook voor de boer.

5


6 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Inhoudsopgave

1. Inleiding 9

2. De vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus 13

3. Analyse Dorpen 17

4. Analyse Locatie 21

4.1 Geschiedenis 22

4.2 Bodem & maaiveldhoogtes 23

4.3 Landschap 24

4.4 Melkveehouderij 28

4.5 Water 30

4.6 Dorpen 32

4.7 Infrastructuur 34

4.8 Recreatie 35

4.9 Doelgroepen en gebruik 36

4.10 Uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling 38

5. Scenario’s en concepten, de context voor het ontwerp 39

5.1 Naar een nieuw waterbeheer 40

5.2 Nieuwe boerenbedrijven 43

5.3 Vier ontwikkelingsscenario’s 44

5.4 Maximale laadvermogenstudie 46

5.5 Een nieuw dorps woonmilieu 50

6. Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie de Venen 53

6.1 Ontwikkelingsvisie de Venen 54

6.2 Facetkaarten 55

6.3 Uitwerking deelgebieden 59

6.4 Voorzieningenstructuur 63

6.5 Fasering 64

7. Het dorp Spengen, uitwerking deelgebied 67

7.1 Transformatieschema 68

7.2 Ontwerp Spengen Dorp 70

7.3 Wonen aan de stroomrug 72

7.4 Weide wonen 74

7.5 Landelijk wonen 76

7.6 Strategie landschapsaandelen 77

7.7 Het mobiele centrum 78

7.8 Het verkleuren van het lint 80

7.9 Infrastructuur 82

7.10 Wonen in Spengen 83

7.11 Spengen nu en in de toekomst 86

8. Terug naar het begin, conclusie en reflectie 90

Literatuurlijst 93

Bijlagen 95

1. Analyse dorpscasussen 96

2. Topografische kaart de Venen 97

3. Gesprekken met vier boeren 103

4. Gesprekken met twee gemeentes 106

Colofon 109

7


8 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


stedelijk

peri urbaan

semi - landelijk

landelijk

1. Inleiding

De Randstad vormt een belangrijk aandachtspunt in de Nederlandse ruimtelijke ordening. De

ontwikkeling hiervan tot een metropool van wereldformaat staat hoog op de agenda. De grote

stedelijke kernen spelen daar vaak de hoofdrol in. Tussen deze verstedelijkte landschappen ligt echter

nog het landelijke gebied opgebouwd uit verschillende landschappen, boerderijen, gehuchten en

dorpen. Deze gebieden spelen een andere, maar niet minder belangrijke rol. Ze dragen sterk bij aan

de identiteit van de Randstad als Nederlandse metropool en vormen open plekken in het verstedelijkte

landschap die we graag willen behouden.

Het onderwerp van dit afstudeeronderzoek is gelegen in deze landelijke gebieden van de Randstad.

Het zijn gebieden waar veel discussie over is. Enerzijds willen we de kwaliteiten van deze open

landschappen graag behouden. Anderzijds zijn er steeds grotere ruimtebehoeftes. Hoe kunnen we

de kwaliteiten van deze landschappen behouden te midden van de drukke Randstad zonder alle

ontwikkelingen te beperken? Op deze problematiek en de opgave voor het afstudeeronderzoek

daarin zal in dit hoofdstuk verder worden ingegaan.

9


Grootste nederzettingen

>200 000 inwoners

Grote nederzettingen

50 000 - 200 000 inwoners

Middelgrote nederzettingen

5000 - 50 000 inwoners

Kleine nederzettingen

< 5000 inwoners

Het landelijke gebied van de Randstad

Te midden van de sterk verstedelijkte zones vormen

de landelijke gebieden van de Randstad hele

waardevolle open gebieden. Om de kwaliteit

van deze landschappen te beschermen tegen

alle ruimteclaims is er jarenlang een restrictief

ontwikkelingsbeleid gevoerd voor het buitengebied

en is er gekozen voor een geconcentreerd

verstedelijkingsmodel.

Zo was de kernboodschap van de Vierde Nota Extra

dat er zoveel mogelijk gebouwd moest worden in

en aan de bestaande steden. Gevolg was een

enorme uitbreiding van de grote agglomeraties met

Vinexwijken zoals IJburg bij Amsterdam, Leidsche

Rijn bij Utrecht en Wateringseveld, Ypenburg en

Leidseveen in de regio Haaglanden. Het landelijke

gebied werd hierbij gevrijwaard van stedelijke

ontwikkelingen. Dorpen mochten bijvoorbeeld maar

mondjesmaat groeien. In de Vijfde Nota werd

dit bewerkstelligd door strakke rode contouren

rondom de dorpen te trekken waarbuiten niet mocht

worden gebouwd. Rondom landelijke gebieden met

een bijzondere waarde werden groene contouren

getrokken. [Camme, 2003]

Voordeel van dit verstedelijkingsmodel is dat er

stedelijke kernen ontstaan met een hoge dichtheid

en een grote mate aan voorzieningen. Bovendien

wordt de mobiliteit beperkt en blijft het nu nog

open landschap behouden.

Nadeel van dit beleid is echter een daling van de

economische vitaliteit van de landelijke gebieden.

Het economisch draagvlak van voorzieningen ligt

in veel dorpen nu al niet ver af van het kritisch

minimum. Scholen worden gesloten, huisartsen

trekken weg, buslijnen worden opgeheven en dorpen

vergrijzen. Ook de landbouw, welke de natuurlijke

beheerder vormt voor het landelijke gebied, staat

onder druk. Iedere dag stoppen er boeren en

agrarische gebouwen komen leeg te staan. Het

landelijke gebied heeft ontwikkelingen nodig om

vitaal te blijven. Uit angst voor de aantasting van

het landschap en een stijgende mobiliteit is deze

behoefte altijd genegeerd. [www.rlg.nl]

De afgelopen jaren is de discussie over het

landelijke gebied weer hoog op de agenda

komen te staan. Eén van de aanleidingen hiervoor

is de groeiende vraag naar dorpse en landelijke

woonmilieus. Nederlanders willen graag beter,

ruimer en comfortabeler wonen en zoeken weer

naar een nieuwe vorm van sociale gemeenschap.

Enerzijds is er de erkenning voor deze groeiende

vraag en wordt er gepleit voor meer vrije kavels,

ruimere huizen, grotere tuinen, landschappelijk

wonen en andere wensen, die veel ruimte vragen.

Maar anderzijds wordt er gepleit voor het

beschermen van de open ruimte en is er een angst

voor verrommeling en aantasting van het landschap.

[www.rlg.nl]

10 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


“Het cultuurlandschap heeft Nederland

wereldberoemd gemaakt. Het is het land

dat God niet kon maken, de polders, de

dijken, de tulpen de koe. Dit plattelandschap

is ons beeldmerk, ons exportprodukt, maar

gek genoeg speelt het in de ruimtelijke

ordening geen zelfstandige rol. Nederland

is een quasi-stedelijke natie aan het worden

waarin het landschap niet veel meer is dan

een gadget, een icoon dat beschermd dient

te worden. Woningbouw en landbouw,

voorheen toch de drijvende krachten

achter cultuurlandschappen, worden nu als

bedreiging gezien en in de ban gedaan. …..

Het zal het duurste icoon zijn dat

Nederland gekend heeft.”

[Timmermans 1999]

In dit verband is bovenstaand citaat van bureau

LA4Sale interessant waarin wordt uitgegaan van een

andere denkwijze. Bouwen en wonen in het landelijke

gebied hoeft niet alleen slecht te zijn, maar kan,

als het goed wordt uitgevoerd, de kwaliteit van het

landelijke gebied behouden en wellicht zelfs in brede

zin verhogen. De behoefte aan ontwikkelingen in het

landelijke gebied en de vraag naar meer dorpse en

landelijke woningbouw kunnen aan elkaar worden

gekoppeld waardoor er aan beide kanten winst wordt

behaald.

Er zijn meerdere partijen die zich hiermee bezig

houden. Zo heeft de NEPROM, de vereniging van

professionele projectontwikkelaars, een visie gemaakt

over bouwen in het groene hart waarin voorstellen

worden gedaan voor nieuwe dorpen gekoppeld ook

nieuwe landschappelijke ontwikkelingen. Ook is er het

‘Innovatie Platform Nieuwe Dorpen’ opgericht waarin

ontwerpend onderzoek wordt gedaan naar het

ontwikkelen van nieuwe dorpsvormen en bijbehorende

landschappen. Vanuit de overheid doet het ministerie

van VROM onderzoek naar de mogelijkheden voor

buiten bouwen.

De Opgave

Binnen deze problematiek speelt dit afstudeerproject

zich af. De doelstelling is om ontwerpend te

onderzoeken hoe we de landelijke gebieden in de

Randstad verder kunnen ontwikkelen zonder dat ze

hun kwaliteiten verliezen. Dit vanuit het perspectief

van nieuwe dorpsvormen.

Bij het onderzoek zal ook aandacht worden besteed

aan het behoud van cultuurhistorisch erfgoed.

“Cultuurhistorische kwaliteiten kunnen een uniek

karakter geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en

zo een tegenwicht bieden aan de toenemende

eenvormigheid van onze leefomgeving. Ze dragen bij

aan de identiteit die mensen ontlenen aan een gebied

of plek. Zo bezien, fungeren ze als inspiratiebron

en kwaliteitsimpuls voor ruimtelijke opgaven als

veranderend waterbeheer, stadsvernieuwing en

reconstructie van het landelijk gebied.

Het cultuurhistorische erfgoed kan gebaat zijn bij

ruimtelijke ontwikkelingen. Deze vormen een nieuwe

ruimtelijke drager, voorzien in een nieuwe functie, of

geven een economische impuls voor behoud van het

erfgoed.

Belvedere is een nieuwe zienswijze op de omgang

met het cultureel erfgoed: behoud door ontwikkeling.”

[www.belvedere.nu]

In dit project zal deze denk- en werkwijze worden

gebruikt bij de omgang van cultuurhistorisch erfgoed.

Onderzoeksvraag

Hoe kunnen we het landelijke gebeid in de Randstad

verder ontwikkelen door nieuwe dorpsvormen te

bouwen?

Deelvragen

- Wat is de aard en de omvang van de vraag naar

dorpse en landelijke woonmilieus?

- Wat is een dorp?

- Welke problemen spelen er in het landelijke

gebied?

- Hoe kunnen dorpsvorming en gebiedsontwikkeling

aan elkaar worden gekoppeld?

- Hoe komen de nieuwe dorpen en landschappen er

uit te zien?

In de volgende hoofdstukken zal op deze deelvragen

in worden gegaan. Als locatie voor het onderzoek is

gekozen voor ‘de Venen’.

11


12 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


2. Buiten bouwen

de vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus

Er is de afgelopen jaren een groeiende vraag te zien naar dorpse en landelijke woonmilieus. Aan deze

woningvraag wordt op dit moment nauwelijks voldaan.

Manieren om een antwoord te geven op deze vraag zijn bijvoorbeeld het bouwen van vinexwijken met een

dorps karakter of het uitbreiden van bestaande dorpen. Maar ook het ontwikkelen van nieuwe dorpsvormen

waarbij gezocht wordt naar een nieuwe relatie tussen woningbouw en landschap is een interessante

mogelijkheid gezien de veranderingen in het buitengebied.

Hiervoor zal in dit hoofdstuk eerst worden ingegaan op de vraag waarom mensen eigenlijk in een dorp

willen wonen en zal de omvang van de vraag in kaart worden gebracht.

13


Waarom willen mensen in een dorp wonen?

De redenen waarom mensen graag in een dorps

woonmilieu willen wonen worden uiteengezet in ‘De

Landstad’. [van Dam, 2005] Hierbij is een onderscheid

te maken tussen fysieke en sociologische aspecten.

Veel mensen willen graag in het buitengebied wonen

omdat het een rustige woonomgeving is waar ruim

kan worden gewoond. Hierbij is een aantrekkelijke

gebouwde omgeving en openbare ruimte belangrijk.

Belangrijke aspecten zijn het wonen in lage dichtheden

in de nabijheid van groen en natuur. Ook de kwaliteit

van het eigen huis en woonerf speelt een rol. In een

tijd waarin er steeds grotere sociale, economische en

culturele netwerken ontstaan, wordt de woning als

uitvalsbasis belangrijker. Er is een groeiende vraag

naar grote woningen en grote woonerven. De scheiding

in ruimte en tijd tussen werken, wonen en vrije tijd wordt

hierin minder gemaakt. Men heeft hierdoor behoefte

aan ruime en flexibele woon en buitenruimtes, met

ruimte voor een heel scala aan activiteiten.

Maar er zijn ook sociologische aspecten die een rol

spelen. Deze komen voort uit een nieuwe behoefte

aan geborgenheid, veiligheid, gezelligheid,

overzichtelijkheid en gemeenschappelijkheid. Er is een

nieuw verlangen naar een gevoel van collectiviteit en

sociale samenhang. Juist de sociale controle, mits deze

een zekere vrijblijvendheid heeft, is gewenst. Dit speelt

zich af op een heel laag ruimtelijke schaalniveau

en is voornamelijk gericht op onderlinge hulp en

nabuurschap. Ook een behoefte naar identiteit en

status speelt een belangrijke rol bij de populariteit

van het dorp.

De vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus komt

voor een groot deel vanuit de stedeling en wordt

gevoed door het positieve beeld dat ze hebben

van het platteland. Het is een gelukkig, gezond en

probleemloos beeld van het leven waarin men veilig in

een hechte gemeenschap woont in een mooie, natuurlijke

omgeving ver weg van de hectische stad. De trend van

het onthaasten en terugkeren naar de natuur welke de

laatste jaren sterker vertegenwoordigd wordt heeft

hier mee te maken.

Maar ook vanuit de mensen die nu al in een dorp

wonen is er een grote vraag naar dorpse woonmilieus,

het liefst in hun eigen omgeving. Door de beperkte

groeimogelijkheden kunnen veel jongeren namelijk

geen plek vinden in het dorp waar ze zijn opgegroeid.

Ook voor ouderen is er vaak weinig geschikte

woningbouw te vinden.

Stedelingen:

Rustig, ruim en groen wonen

Kwaliteit van het eigen woondomein

Collectiviteit en sociale samenhang

Dorpelingen:

Identiteit en status

Wonen in of nabij het dorp waar ze zijn opgegroeid

14 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


De omvang van de vraag

De omvang van de vraag naar dorps en landelijk

wonen is onderzocht door het ministerie van VROM. In

2004 is er een rapport verschenen getiteld ’landelijkdorps

wonen, vraag en aanbod’ [VROM 2007] Hierin

worden de woningtekorten per type woonmilieu

berekend. De cijfers hierin zijn uit 2002 en daarom

iets verouderd, maar geven wel een goed beeld van

de omvang van de vraag. Algemeen kan nog gesteld

worden dat de trend is dat er een steeds groeiende

vraag is naar dorpse en landelijke woonmilieus.

De woningtekorten per type woonmilieu kunnen op

verschillende manieren worden berekend. Om het

grootste deel van de vraag in beeld te brengen kan uit

worden gegaan van de ‘potentieel verhuisgeneigden’.

Dit zijn alle verhuisgeneigde die binnen twee jaar

zouden willen verhuizen. Hierbij wordt uitsluitend

gekeken naar aantallen. Verschillen tussen gewenste

en geboden kwaliteiten van woningen blijven nog

buiten beschouwing.

Woningtekort de Venen

In de provincie Utrecht gaat het om een potentieel

woningtekort van 4000 in centrum dorpse woonmilieus

en van 3000 in landelijke woonmilieus. De Venen

omvat omgeveer 1/10 van het landelijke gebied van

de provincie Utrecht zoals hieronder op de kaart is

aangegeven.

Als richtlijn voor het woningtekort voor de Venen wordt

daarom uitgegaan van 400 woningen in centrum

dorpse woonmilieus en 300 in landelijke woonmilieus.

Een totaal dus van 700 dorpse-landelijke woningen in

dorpse en landelijke woonmilieus.

Potentiele woningtekorten Provincie Utrecht

Centrum Stedelijk 26500

Buiten Centrum 0

Groen stedelijk 5000

Centrum dorps 4000

Landelijk wonen 3000

De woningtekorten worden weergegeven

per type woonmilieu. Hiervoor wordt

gebruik gemaakt van de indeling in 5

milieus opgesteld door het ministerie van

VROM in 1997.

Centrum stedelijk

Historische binnenstad, nieuw stedelijk

centrum, centrum van nieuwe steden.

(grootschalig met functiemenging)

Buiten centrum

Voor- en naoorlogse wijken buiten de

binnenstad: herenhuismileu, particuliere

tuinwijk, tuindorpen, naoorlogse

portiekwijk, hoogbouwwijk

Groen stedelijk

Uitbreiding aan de stad, groeikernwijken,

(Vinex-) uitleg

Centrum Dorps

Historische en meer recente kernen

(kleinschalig, met functiemenging)

suburbaan

Landelijk

dorpsrand, villawijk, buurtschap, gehucht,

lintbebouwing, landgoederen en vrij

wonen in het landschap (bos, water, enz.)

Voor dit project zijn met name de

woonmilieus centrum dorps en landelijk

van belang.

Provincie Utrecht

15


16 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


3. Een bijzonder woonmilieu

analyse dorpen

Om een nieuwe dorpsvorm te kunnen ontwerpen is het nodig om eerst te weten wat het traditionele

dorp is. Bijna iedereen kan zich wel een beeld vormen bij een dorp. Kenmerken als het dorpssilhouet,

de dorpskerk en het dorpscafé zijn beeldbepalende elementen. Voor het verdere onderzoek is een

nadere analyse van dorpen echter nodig om duidelijk te krijgen wat nou een dorp precies is, waar

dorpen door gekenmerkt worden en hoe dorpen zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. De

uitkomsten van de analyse kunnen aanknopingspunten bieden voor een nieuw dorpsconcept.

De analyse is gemaakt aan de hand van een aantal verschillende dorpstypes die als casus zijn

geanalyseerd. Deze zijn opgenomen in bijlage 1. Ook is er literatuuronderzoek gedaan.

17


Het dorpssilhouet

De dorpsstraat

De dorpskerk en het dorpscafe

Het dorpsleven

Wat is een dorp en hoe hebben dorpen zich de

afgelopen jaren ontwikkeld?

Het dorp is van oorsprong een gegroeide

nederzetting waarbij een landschappelijk element

de structuurdrager vormt. Rondom deze centrale plek

ontstaat een clustering van huizen van waaruit het

dorp zich vervolgens samen met het landschap verder

ontwikkelt. Het dorp is hierdoor nauw verbonden

met zijn omgeving waarbij de ontginning van het

landschap en de agrarische productie in hoge mate

de ontwikkeling van het dorp bepalen. Dorpsvorming

en landschapsontginning zijn onlosmakelijk met elkaar

verbonden.

Het traditionele dorp was eigenlijk alleen voor degenen

die daar geboren waren de vanzelfsprekende

woonplaats. In deze tijd zijn de meeste dorpen

agrarisch van karakter. De afstanden tussen wonen

en werken zijn klein en het leven speelt zich daarom

voor het grootste deel af binnen de grenzen van

het eigen dorp. Er ontstaat hierdoor een hechte

dorpsgemeenschap. [Cortie, 2003]

Met de overgang van een agrarische samenleving tot

een industriële en daarna postindustriële samenleving

is er sprake van een toenemende mobiliteit en groeit de

afstand tussen wonen en werken. De schaalvergroting

en regiovorming die hiermee gepaard gaan halen

de voorwaarden voor het traditionele dorp onderuit.

[Cortie, 2003] Dorpen ontwikkelen zich steeds verder

tot woondorp waarbij niet hun landschappelijke ligging

bepalend is, maar hun plek binnen de regio en vooral

de regionale woningmarkt.

Dit heeft grote gevolgen voor de dorpsbewoners.

Het dorp waar men vanaf de geboorte woont en er

levenslang mee verbonden blijft en de cultuur en het

dialect kent, verandert in een woonmilieu waar men

zelf voor kan kiezen. Het karakter en de identiteit

van de dorpen wordt steeds meer bepaald door het

woonmilieu en het woondomein zelf moet nu de basis

vormen voor sociale cohesie.

Bij de ontwikkeling van het traditionele dorp tot

woondorp raken dorpen eerst in een achterstandspositie

op het gebied van werkgelegenheid en voorzieningen.

Voor veel mensen heeft dit afbreuk gedaan aan de

leefbaarheid en is het dorp in een negatief daglicht

komen te staan. De laatste jaren is er echter weer sprake

van een groeiende vraag naar dorpse woonmilieus.

Deze recente populariteit is niet gebaseerd op

het traditionele dorp als autonoom element in het

landschap, maar op het dorp als bijzonder woonmilieu

met bepaalde fysieke en sociale kenmerken. [Cortie,

2003]

18 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Dorpskenmerken

Traditionele dorpen hebben een aantal kenmerken. Het

belangrijkste is dat het dorp een sociale gemeenschap

vormt. Dit komt door een aantal aspecten.

Ten eerste zijn dorpen klein waardoor bewoners elkaar

allemaal kennen.

Ook hebben dorpen doorgaans één hoofd openbare

ruimte. Vaak ligt deze aan de structuurdrager van

het dorp, bijvoorbeeld bij de brug over de rivier.

Hier is vaak de kerk en het dorpscafé gelegen.

Deze voorzieningen geven uitdrukking aan de

dorpsgemeenschap en vormen de basis van waaruit

gemeenschapszin ontstaat. Hierdoor ontstaat er

een brandpunt in het dorp waar het dorpsleven

samenkomt.

Wat verder een rol speelt bij het ontstaan van een

sociale gemeenschap is dat dorpen informeel van

opzet zijn. De straten zijn smal en de overgangen tussen

privé en openbaar zijn vaak rommelig. Er is ruimte op

en rond het erf om te klooien, een dorp heeft open

plekken, achterkanten en min of meer onbestemde

ruimtes. Hierdoor is er veel onderling contact tussen

de bewoners. [van Dam, 2005]

Een ander belangrijk kenmerk is dat een dorp gegroeid

is samen met de ontwikkeling van het landschap.

Dorpen zijn vaak gebouwd rondom landschappelijke

structuurdragers en zijn locatiespecifiek. Hierdoor

heeft elk dorp een eigen identiteit. Door het gegroeide

karakter van dorpen hebben ze bovendien een

duidelijke dorpsgeschiedenis wat bijdraagt aan de

identiteit van het dorp.

Dorpen in de huidige context zijn echter sterk

veranderd. Ze zijn vaak fors uitgebreid, zijn soms

ingekapseld in grotere steden of zijn zelfs helemaal

verdwenen. Het gaat er bij deze afstudeeropgave

ook niet om een letterlijke vertaling te maken van het

traditionele dorp naar een nieuwe dorpsvorm, maar

om die aspecten die mensen zoeken in een dorp aan

te bieden in nieuwe dorpse woonmilieus.

De belangrijkste kenmerk hierbij is dat een dorp een

sociale gemeenschap vormt. Verder is het, gezien

de ontwikkelingen in het landelijke gebied, bij het

ontwikkelen van dorpen interessant om te zoeken

naar manieren om de combinatie tussen dorpsvorming

en landschapsontginning, zoals dit te zien is in de

traditionele dorpen, te vertalen naar de huidige tijd

om zo met de bouw van nieuwe dorpen bij te dragen

aan de ontwikkeling van het plattelandschap.

Sosicale gemeenschap

Klein

1 hoofdopenbare ruimte

Voorzieningen

Informeel

Dorspgeschiedenis

Dorp en landschap

Gegroeid met de ontginning

van het landschap

Locatie specifiek

Gericht op het landschap

19


20 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


4. Met de koe in de wei

locatie analyse de Venen

Als locatie voor het onderzoek is gekozen voor

‘de Venen’. Dit landelijke gebied is gelegen tussen

Utrecht, Alphen aan de Rijn en Amsterdam.

Om een ontwikkelingsvisie te kunnen maken voor

de Venen moet het gebied eerst goed in kaart

worden gebracht. De analyse die hiervoor is

gemaakt kunt u in dit hoofdstuk lezen. Belangrijke

vragen daarbij zijn:

- Hoe zit het gebied in elkaar?

- Welke problemen spelen er?

- Welke potenties zijn er?

Het hoofdstuk eindigt met een aantal

uitgangspunten voor de ontwikkelingsvisie.

In bijlage 2 is een topografische kaart van het

gebied te vinden.

Mijdrecht

Woerden

[West 8]

Breukelen

21


4.1 Geschiedenis

De Venen is onderdeel van het grootste aaneengesloten

complex van cope-ontginningen in ons land. De

graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht

hebben de leiding gevoerd over de ontginning.

Dit is duidelijk zichtbaar in het regelmatige en

rechthoekige verkavelingpatroon met percelen van

standaardafmetingen. Ook de namen zoals Teckop en

Gerverscop bevestigen dit. Gezien het belang van de

cope voor de middeleeuwse ontginning van het veen in

Noordwest Europa is dit gebied een zeer waardevol

landschap.

De ontginning van het landschap heeft zich vanaf

twee kanten voltrokken. Kortijk, Portengen, Spengen

en Kockengen zijn vanuit de Vecht ontgonnen. Deze

strokenverkaveling wordt ten westen van Spengen

abrupt afgesneden door de structuur van Kamerik.

De bewoningsassen liggen op de meeste plaatsen

langs de ontsluitingswegen. Vanaf deze wegen is het

gebied in lange opstrekkende kavels ontgonnen tot

aan een achterkade. In Kamerik is een ander patroon

te zien. Hier heeft vroeger een veenstroompje gelopen

waardoor er zand en klei is afgezet. Op deze hoger

gelegen gronden zijn de boerderijen gebouwd die

met lange insteekwegen verbonden zijn met het lint

langs de wetering.

Cope verkaveling en turfwinning

In de 14e eeuw zijn bewoners van polders ten zuiden

van de Leidse Rijn naar nieuwe uitwateringspunten

gaan zoeken om zo de waterstand nog verder te

kunnen verlagen. In 1385 kregen ze het recht om de

Heicop te graven, een watergang die vanaf de Leidse

Rijn langs Kockengen naar Breukelen liep. Een paar

jaar later kreeg een andere polder het recht om de

Bijleveld te graven die vanaf de Leidse Rijn naar het

noorden liep en afwaterde in de Amstel. Kockengen

ligt tussen deze twee watergangen. In 1947 zijn deze

watergangen weer deels gedempt.

In het gebied ten noorden van de Venen is op grote

schaal turf gewonnen. De plassen die daardoor

ontstonden zijn later weer drooggemaakt. Deze

gebieden liggen nu ongeveer 4 meter lager dan het

veenlandschap er naast.

Ter verbetering van de ontsluiting van het gebied

werd in de jaren 60 de Ir. Enschedeweg aangelegd,

de latere N212. De winning van het zand dat hiervoor

nodig was heeft tot twee plassen geleid die nu in

gebruik zijn als recreatiegebied. In deze tijd zijn ook

de dorpen Kamerik en Kockengen uitgebreid.

Droogmakerij en dorpsuitbreiding

22 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


4.2 Bodem en Maaiveldhoogtes

Op de bodemkaart zijn de rivierkleigronden langs

de Oude Rijn en de Vecht te zien met daarnaast

de uitgestrekte veengronden. Hiertussen is nog

verschil te zien tussen de eerdveengronden

(veraard) en de rauwveengronden (onveraard

en dun bezand). Door het gebied lopen twee

oude stroomruggen.

Eerdveengronden

Rauwveengronden

Rivierklei, vaaggronden

Rivierklei, zware zavel, lichte klei

Algemeen hoogtebestand Nederland

Laagst gelegen zijn de droogmakerijen op zo’m

5m onder NAP. De heuvelrug ligt zo’n 20m hoger.

Het veenweidegebied ligt gemiddeld op 1,5m

onder NAP.

23


4.3 Landschap

Veenweidelandschap

Plassen en natte natuur

Bovenland en Droogmakerij

Stroomruggenlandschap

24 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


De Venen is gelegen in een uitgestrekt veengebied

tussen de stroomgebieden van de Vecht en de

Oude Rijn. Het landschap wordt gekenmerkt door

de nog heel gave ontginningstructuur van linten,

weteringen en kades. De lange opstrekkende

kavels gescheiden door sloten, de openheid van

de graslanden, de lintbebouwing en de koe in de

wei zijn beeldbepalende elementen.

Verder zijn er een aantal andere landschappen

te vinden. Zo zijn er de droogmakerijen en de

bovenlanden. Door natte turfwinning zijn plassen

ontstaan die later weer zijn droog gemaakt.

Hiernaast liggen de bovenlanden die niet zijn

drooggemaakt en nu zijn ontwikkeld als natte

natuur. Hiertussen is een hoogteverschil ontstaan

die kan oplopen tot 6 meter.

Een andere kenmerkende structuur in het landschap

zijn de oude stroomruggen. Vroeger hebben hier

veenstroompjes gelopen waardoor zand en klei is

afgezet. Het land is hier wat hoger. Bij Kamerik is

dit ruimtelijk tot uitdrukking gebracht doordat er

boerderijen op geplaatst zijn.

Massa - Ruimte

In deze kaart is de bebouwing en beplanting

aangegeven die massa geven aan het

landschap. Wat overblijft zijn open plekken

en een aantal vergezichten. De kerktorens

vormen belangrijke bakens.

25


Ervaring van de ruimte

Niet alleen de grote openheid geeft het veenweidelandschap zijn kwaliteit, maar juist die enkele opening in

het lint en de dieptewerking die ontstaat door bijvoorbeeld een bomengroep in de voorgrond zijn ruimtelijk

interessant. Ook de afwisseling tussen meer besloten landschappen en de hele open gebieden met lange

zichtlijnen waardoor de schaal en maat pas echt te ervaren is vergroot de beleving.

Bomengroep

Wilnis Vinkeveen

Geerkade richting Wilnis (3,5km)

Op sommige plaatsen in de Venen zijn lange zichtlijnen en open plekken te vinden. Hier is de openheid van

het landschap goed te ervaren. De sloot begeleidt deze lange zichtlijn en door de bomengroep ontstaat

meer diepte. De boerderij met beplant erf gelegen aan het lint omkadert het beeld. De kerktorens

vormen het focuspunt en geven een schaal en maat aan de ruimte.

Dichtbeplante kade

Maïsveld

26 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Boerderij aan de

Gagelweg

Kockengen richting Portengen (4km)

Het landschap wordt gekenmerkt door een structuur van ontginningslinten met een opstrekkende

verkaveling tot aan een achterkade. Hierdoor onstaat er een basismaat aan openheid tussen twee

ontginningsassen.

Portengen langs de Veenkade (1,2 km)

Deze ruimte wordt door de dicht beplante Veenkade begrenst en ook het maisveld geeft massa. Doordat

er nog 1 open plek is aan de horizon met een lange zichtlijn onstaat een interessant beeld met meer

diepte en beleving.


Accenten in het landschap

Een kerktoren of een molen zijn hoogte accenten in het landschap die al uit de verte zichtbaar zijn. Ze markeren

plaatsen en geven daardoor een maat en schaal aan het weidse landschap. Ook maken ze het beeld interessanter

door er een focuspunt aan te geven. Andere accenten in het landschap worden gevormd door landschappelijke

elementen zoals een wetering of stroomrug.

Molen en kerktoren als blikvanger

Bebouwing zichtbaar in het lint

Verstedelijking in het landschap

De wetering

Boerderijen op de stroomrug

Lintbebouwing

Een typerende verstedelijkingsvorm in de

venen is de lintbebouwing. Langs deze

ontginningwegen zijn boerderijen en later

woonerven geplaatst. Er zijn regelmatig open

plekken die een doorzicht bieden naar de

achterliggende kamer. Hierdoor blijft er een

relatie met het achterliggende landschap. De

linten worden ruimtelijk geaccentueerd door

erfbeplanting.

Dorpskern

Een aantal linten zijn uitgebreid met nieuwe

wijken welke zich aan de bestaande

ontginningsstructuur onttrekken. Terwijl een

dorpslint ruimtelijk opgaat in het landschap

zijn de dorpskernen goed als massa te

ervaren. Het dorpssilhouet en de kerktoren

zijn beeldbepalend voor het dorp.

Losse bebouwing

Er zijn een aantal woningen te vinden die los

in het landschap staan, bijvoorbeeld aan de

Bijleveld. Deze vormen een bijzondere typologie

in de verstedelijking van de Venen. Ook zijn

er een aantal solitaire boerderijen die bij de

ruilverkavelingen uit het lint zijn geplaatst.

27


4.4 Melkveehouderij

De melkveehouderij is de belangrijkste economische

drager van de Venen en de natuurlijke beheerder van

het landschap. Ruim 80% van het gebied staat ten

dienste van de melkveehouderij. De melkveebedrijven

staan er echter niet heel rooskleurig voor. Zoals te zien

is in de tabel op de volgende pagina, zijn de bedrijven

doorgaans kleiner dan in andere delen van Nederland

en hebben ze een lage productie. [Agricola, 2006]

Het aantal boeren is de afgelopen jaren sterk

afgenomen. In de afgelopen 5 jaar met 17%. Het areaal

landbouwgrond is echter redelijk gelijk gebleven wat

een schaalvergroting van het boerenbedrijf betekent.

Momenteel is 23% van de boeren boven de 50 zonder

opvolger. [Agricola, 2006] Waar er 50 jaar geleden

weinig te kiezen was en je als boerenzoon het bedrijf wel

over moest nemen, ligt de keuze nu vaak bij de kinderen

zelf. Het aantal dat het bedrijf over wil nemen is klein. Te

verwachten is dat deze bedrijven in de komende 10 jaar

beëindigd zullen worden. [Oussoren, bijlage 3]

De toestand van de landbouw in Europa zal in de

toekomst nog verder gaan veranderen. Door een

grotere internationale concurrentie die ontstaat door

de liberalisering van het landbouwbeleid zal de

landbouwgrond in omvang gaan afnemen. Vooral in

gebieden met een hoge verstedelijkingsdruk en waar de

agrarische productieomstandigheden niet optimaal zijn

zal dit proces relatief snel gaan. De veengebieden in het

westen van het land vallen in deze groep. [Pols, 2005]

Veel boeren in het gebied ontwikkelen nevenactiviteiten.

Zo doet een groot aantal boeren aan agrarisch

natuurbeheer. Hiervoor is een subsidie te ontvangen

van gemiddeld 500 euro per hectare. Dit betekent in

de praktijk het toepassen van een ander maaibeleid,

het afzetten van vogelnesten, het niet bemesten van

slootkanten e.d. Een andere mogelijkheid is het verkopen

van natuurproducten of het aanbieden van recreatieve

voorzieningen. Vanwege oude regelgeving zijn deze

activiteiten echter moeilijk te ontwikkelen. Een vergunning

voor het bouwen van een toilethuisje is bijvoorbeeld al

moeilijk te verkrijgen. [Segers, bijlage 3]

Vanuit de boeren is er vooral behoefte aan meer

bewegingsvrijheid. Veel boeren willen nevenactiviteiten

ontwikkelen, maar stuiten daarbij op beperkingen

vanuit het bestemmingsplan. Zo liggen de grondprijzen

heel hoog wat het moeilijk maakt grond op te kopen.

[Segeren, 2005] Een ander probleem is dat door

transformaties in het lint er steeds meer menging komt

tussen boerenbedrijven en woningbouw wat tot klachten

leidt over bijvoorbeeld stank of geluidsoverlast. Verder

zien weinig boeren heil in het beleid om overal maar

natuur te ontwikkelen. Veel boeren zijn voorstander van

de echte boerennatuur. [Oussoren, bijlage 3]

Een beperking voor de melkveehouderij is de geringe

draagkracht van de veenbodem. Om met de huidige

bedrijfsvoering een goed resultaat te blijven behalen is

handhaving van de drooglegging cruciaal.

28 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Traditionele verkaveling

Beeindiging boerenbedrijf

en schaalvergroting

Transformatie boerenerven

en bouw nieuwe woonerven

Transformaties in de linten

Veranderingen in de melkveehouderij hebben

een aantal kenmerkende transformaties in de

linten tot gevolg

1. Bij de beëindiging van het boerenbedrijf

blijft de boer op het erf wonen. Vaak staan de

stallen, schuren en silo’s gewoon nog op het erf.

Het land wordt verkocht aan een boer uit de

buurt. Dit leidt tot een schaalvergroting van het

boerenbedrijf.

2. Oude boerenerven worden getransformeerd,

bijvoorbeeld tot woonerf. Binnen de verouderde

bestemmingsplannen is dit echter vaak moeilijk

te regelen. Met behulp van de ruimte voor

ruimte regeling waarbij er oude schuren en

silo’s gesloopt moeten worden om daarvoor

in de plaats weer te bouwen is dit echter wel

mogelijk.

3. Er worden nieuwe woonerven toegevoegd in

het lint


Weide direct gekoppeld

aan een boer in het lint

Weide in wisselend gebruik

Recreatiegebied

Natuurontwikkeling

Omvang bedrijven

Totaal aantal

bedrijven

Vitaliteit Landbouw

Gemiddelde

productie

Gemiddelde omvang de

Venen

Huidige verkaveling

Door gesprekken te voeren met vier boeren uit

de Venen is het huidige landgebruik door de

melkveehouderij in kaart gebracht. [bijlage 3]

Spengen

In dit lint zijn er veel boerenbedrijven beëindigd.

Het land is voor het grootste deel opgekocht

door een nabijgelegen boerenbedrijf. Veel

boeren wonen nog wel op hun erf. In Spengen

wonen relatief veel mensen ‘van elders’.

Teckop, Kockengen en Portengen

Ook in deze linten zijn veel transformaties gaande.

Er zijn nog maar een paar melkveehouders. In

Kockengen zijn er beperkingen door de ligging

van de melkveebedrijven tegen het dorp aan.

In Portengen ontvangen relatief veel boeren

natuursubsidie.

Kamerik

De boerderijen rondom Kamerik liggen op een

oude stroomrug. Ze liggen hierdoor wat hoger.

Er zijn nog veel boerenbedrijven.

Demmerik en Gagelweg

Tijdens de ruilverkavelingen zijn boerenbedrijven

uit Vinkeveen en Wilnis uit het lint geplaatst. De

meeste boerderijen aan deze nieuwe linten zijn

groot en behalen een goed bedrijfsresultaat.

Ook hebben in verhouding meer melkveehouders

een opvolger.

Kortrijk, Gerverscop, Gieltjesdorp

Aan de zuidrand van het gebied liggen een

aantal linten die op hogere grond gelegen zijn

en waar de landbouw in verhouding aan minder

transformaties onderhevig is. Het land is voor

het merendeel nog goed verkaveld en geheel

in gebruik als weide. Een uitzondering is het

gebied rondom de spoorlijn.

Gemiddelde omvang

NL

195 33 ha 40 ha

Aandeel areaal

bedrijven 100 NGE

Gemiddelde

productie NL

62 NGE/bedrijf 39% 24% 91 NGE/bedrijf

Ontwikkeling bedrijven

Bedrijfsaantal

(1995-2005)

Nevenactiviteiten

Melkveehouderij

Woonerf

Bewoond door

‘mensen van elders’

Dorpskernen

Omvang areaal

(1995 - 2005)

% 50+

zonder opvolger

% 50+ zonder

opvolger in NL

-17% -3% 23% 19%

Agrarisch natuurbeheer Overige nevenactiviteiten

45% 21% [Agricola, 2006]

29


4.5 Water

Vanaf de eerste ontginningen zijn de veengebieden ontwaterd om ze geschikt

te maken voor de landbouw. Als veen droog komt te liggen oxideren en

krimpen echter de organische resten waaruit de veenbodem is opgebouwd en

hierdoor daalt het maaiveld. Als gevolg zijn de riviertjes en het boezemwater

hoger komen te liggen dan het land. Al in de dertiende eeuw leidt dit tot

problemen en ontstaan er waterschappen en hoogheemraadschappen die

samenwerken om de waterstand te beheersen. Het veen blijft echter zakken

totdat het land uiteindelijk alleen als weidegebied geschikt is.

Ook nu blijft het maaiveld dalen. Om de veenweide gronden ook in de

toekomst geschikt te houden voor de veeteelt moet het daarom steeds verder

worden ontwaterd. Uiteindelijk zal het veen helemaal verdwijnen en komen

de onderliggende bodemlagen van zand en klei aan het oppervlak te

liggen. [Gerritsen, 2005]

oxidatie

klink

Effecten

De effecten van bodemdaling in veengebieden zijn goed zichtbaar. In het landelijk gebied kan men de

gevolgen zien aan scheuren in verzakte huizen, aan verzakte bruggen en duikers en aan ongelijkliggende

landbouwpercelen. In woonwijken zinken de tuinen weg ten opzichte van de huizen. Alles wat niet tot op de

ondergrond onderheid is, zakt er in de loop der jaren weg.

Bodemdaling leidt zowel in het landelijk gebied als in de bebouwde omgeving tot hoge maatschappelijke

kosten voor infrastructuur en – op de lange termijn – tot hogere kosten voor het waterbeheer. Het waterbeheer

wordt naarmate het maaiveld daalt namelijk steeds moeilijker, dit zal versterkt worden door de verwachte

klimaatveranderingen.

De landbouw ervaart bodemdaling in het algemeen niet als probleem, maar als gegeven: “Ook op dalende

grond kun je goed boeren”. Voorwaarde hiervoor is wel dat de waterpeilen gehandhaafd blijven tot de nodige

drooglegging van de landbouwgrond. Drooglegging is de afstand tussen het maaiveld en het grondwaterbeheer

en is een maat voor de natheid van de grond. Een drooglegging van 60 cm is voor de landbouw het beste.

Een drooglegging van 35cm vormt de grens waarbij er nog net een rendabel bedrijfsresultaat te behalen is.

[Gerritsen, 2005]

Natuurbeheerders in veengebieden ondervinden in toenemende mate hinder van verdroging. Doordat verschillen

in maaiveldhoogte groter worden, neemt de wegzijging van grondwater uit natuurgebieden toe. Natuurgebieden

komen steeds meer als hooggelegen eilandjes te liggen temidden van weggezakte landbouwgronden. [Bosch

Slabber, 2006]

Veiligheidsrisico’s Verdroging natuur Verzakking woningen

30 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

[Bosch Slabbers, 2006]


Uitgangspunten

Het veenweidelandschap behoort tot de voor

Nederland meest typerende landschappen. De

combinatie van veel open water, vergezichten,

karakteristieke smalle percelen en de koeien in de wei

is ook op Europees schaalniveau bijzonder.

Zowel het veen als de landbouw zijn dus kenmerkende

aspecten in het veenweidelandschap. Voor een

rendabele landbouw is verdere ontwatering echter

nodig wat vervolgens leidt tot het verder verdwijnen

van het veen en het dalen van het maaiveld.

Uitgangspunt voor de ontwikkelingsvisie voor de Venen

is om in te zetten op het vinden van de balans tussen

behoud van het veen en behoud van een economisch

rendabele landbouw.

Hoewel bodemdaling onafwendbaar is, is het

tempo wel te beïnvloeden. Het peilbeheer en de

grondwaterstanden bepalen in belangrijke mate

de mate van zakking: hoe dieper wordt ontwaterd,

hoe sneller de bodem zakt. Er zijn dus wel mogelijke

strategieen om met deze problematiek om te gaan. In

hoofdstuk 6 zal hier verder op in worden gegaan.

Zeer kwetsbaar Minder kwetsbaar

Kwetsbaarheid veen

De snelheid waarmee het veen daalt is

afhankelijk van de dikte van het veen, het type

veen en de mate van ontwatering. Op basis

hiervan kan een indeling gemaakt worden

van de kwetsbaarheid van het veen. Voor de

Venen is de gemiddelde daling 8mm per jaar.

[Gerritsen 2005]

Huidige waterpeilen

Het water wordt momenteel beheerd in veel

verschillende peilvlakken. Het waterpeil

wordt per gebied aangepast aan de

daar ontwikkelde functies. Hierdoor is het

waterbeheer complex en ook kostbaarder.

Door in te zetten op de strategie van

functie volgt peil kan er tot een robuuster

waterbeheerssysteem gekomen worden.

31


4.6 Bebouwing

In de Venen zijn een aantal kenmerkende verstedelijkingsvormen te zien. Er zijn drie grotere dorpskernen.

Kockengen

Kockengen is gelegen tussen de Heicop en de

Bijleveld, twee afwateringskanalen. Het gedempte

deel van de Bijleveld vormt het centrum van het

dorp. In Kockengen wonen zo’n 2500 inwoners.

Ook hier staat er druk op de huizenmarkt en is

er een nieuwbouwlocatie aangewezen van 200

woningen. Tot 2011 is er een woningbehoefte van

148 woningen. Vooral starters kunnen moeilijk een

woning vinden. [Companen, 2007]

Dorpslint

Een kenmerkende verstedelijkingsvorm is het

dorpslint. Boerenbedrijven en woonerven

liggen naast elkaar aan het lint. In de linten zijn

transformaties gaande waarbij het lint steeds

meer van boerenlint verandert tot dorpslint.

Kamerik

In Kamerik wonen zo’n 3000 inwoners waarvan het

merendeel gezinnen zijn met kinderen. Het dorp is

gelegen aan weerszijde van de wetering. Rondom

de brug is het dorpscentrum met het dorpscafé,

de kerk en een aantal winkels. De boerderijen

liggen uit het lint op een oude stroomrug. Er zijn

in Kamerik vooral koopwoningen en door druk op

de huizenmarkt liggen de prijzen hoog. Er is vooral

behoefte aan woningen voor starters. Er ligt een

nieuwbouwplan ten noord oosten van het dorp van

130 woningen. Tot 2014 is er een woningbehoefte

van 165 woningen. Ten noorden van Kamerik ligt

nog een kleine kern, Kanis. [Companen, 2007]

32 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Nieuwer ter Aa

In Nieuwer ter Aa wonen maar 480 mensen.

Het dorp is gelegen aan de rivier de Aa. Ook

hier wonen voornamelijk gezinnen met kinderen.

Het is een heel klein dorp wat door zijn ligging

heel afhankelijk is van Breukelen. Er is een

uitbreidingswijk gepland van 70 woningen.

Tot 2011 is het woningtekort berekend op 47

woningen. [Heuvel, 2007]

Boerderijenlint

In de Venen liggen ook een aantal grotere

boerderijen. Bij de eerdere ruilverkavelingen

zijn de boeren uit Vinkeveen en Wilnis uit het lint

geplaatst. Hierdoor is meer ruimte in de linten

ontstaan voor woningbouw. De dorpslinten zijn

ondertussen sterk verdicht.


Voorzieningen

De huidige dorpen vormen de voorzieningencentra voor de Venen. Hier zijn de dagelijkse benodigdheden

te verkrijgen. Voor andere voorzieningen zijn de mensen afhankelijk van de stad. In sommige dorpen is het

voorzieningenniveau echter ontoereikend. Vanwege onvoldoende draagvlak trekken voorzieningen weg.

Kockengen

Het voorzieningenniveau

is goed. Voor jongeren

en ouderen zijn er echter

te weinig voorzieningen

Aanwezige voorzieningen:

Supermarkt

Bakker / slager / groenteboer

Basisscholen

Huisarts

Tandarts

Sportvereniging

Zwembad

Café / Restaurant

Kerkgemeenschappen

Kleine bedrijven

Fietswinkel

Diverse winkeltjes (bloemist, kleding)

Kamerik / Kanis

Het voorzieningenniveau is

toereikend.

Aanwezige voorzieningen:

Supermarkt

Bakker / slager / groenteboer

Speelgoedwinkel

Basisscholen

Huisarts

Tandarts

Café / Restaurant

Kerkgemeenschappen,

Sportvereniging

Kleine bedrijven

Diverse winkeltjes (bloemist, kleding)

Nieuwer ter Aa

Het voorzieningenniveau neemt de

laatste jaren af. De supermarkt

is gesloten net als het TPG

servicepunt.

Aanwezige voorzieningen:

Basisschool

Peuterspeelzaal

Voetbalclub

Ouderengym

Kerkgemeenschappen

Kleine bedrijfjes

Regionale

voorzieningen centra

(bereik 10 km)

Grote lokale

voorzieningen centra

(bereik 4 km)

Lokale

voorzieningen centra

(bereik 3 km)

Kleine lokale

voorzieningen centra

(bereik 1 km)

33


4.7 Infrastructuur

De Venen wordt vanaf de A2 en de A12 ontsloten

met twee N-wegen. Vooral op de N201 zijn een

aantal knelpunten. Er zijn plannen om deze weg

te verleggen en te verbreden. De andere Nwegen

hebben wel voldoende capaciteit. Alleen

de aansluiting met de snelwegen geeft soms

problemen. De lokale wegen zijn vaak smal en

dienen alleen voor de ontsluiting van de dorpen.

Door ze als eenrichtingsverkeer vorm te geven

zou de capaciteit vergroot kunnen worden.

Snelweg

Spoorlijn

N201

N212

A12

N-weg

Lokale weg

34 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

A2

N201 met vrijliggend fietspad

Doorgaande weg door dorpslint.

Gescheiden fietsbanen.

Smal verkeersprofiel van een dorpslint

Fietspad over dichtbeplante kade

Wandelpad langs het water

Openbaar vervoer

Het gebied is per trein te bereiken vanaf de

stations Woerden en Breukelen. Verder lopen er

een aantal buslijnen die vooral de grotere dorpen

verbinden. De bussen rijden slechts 1 keer per

uur. Vooral de verbinding tussen Vinkeveen en

Kockengen is slecht.


4.8 Recreatie

Gelegen tussen stedelijke zones vormt de Venen

een oase van rust, openheid en stilte. Het is daarom

een geliefde plek voor wandelaars en fietsers.

Het gebied is echter niet overal goed toegankelijk

en verbindingen tussen langzame verkeersroutes

ontbreken soms.

Recreatieve voorzieningen zijn te vinden in de

grotere dorpen, maar ook veel boeren ontplooien

recreatieve activiteiten. Er zijn een aantal

recreatieplaatsen rondom plassen of bosjes. Hier

wordt veel gebruik van gemaakt door mensen uit

de nabije omgeving.

De Venen is gelegen tussen de recreatief

aantrekkelijke Loosdrechtse, Vinkeveense en

Nieuwkoopse plassen. Op dit moment ontbreken er

een aantal vaarverbindingen waardoor de Venen

zijn potentie als schakel tussen deze gebieden niet

benut.

Recreatiegebied Dooijersluis

Dorpscafe Kamerik

De Bijleveld

Brasserie ‘Het Eiland in ‘t Weiland’, Spengen

Mini-camping en B&B Boerderij Hazenveld, Kockengen

Kaasboerderij Koppers, Kockengen

35


4.9 Doelgroepen en gebruik

De drie voornaamste doelgroepen in dit gebied zijn

de dorpelingen, de boeren en de stedelingen. Al deze

doelgroepen hebben verschillende wensen.

Dorpelingen

Door het restrictieve ontwikkelingsbeleid is er

weinig nieuwbouw geweest in de bestaande

dorpen. Vooral starters en ouderen kunnen

daarom geen woning vinden. Graag zouden

ze in het dorp willen blijven waar ze ook zijn

opgegroeid, maar zien zich genoodzaakt verder

weg te gaan wonen. Verder zouden ze graag

meer voorzieniningen in het dorp willen.

Boeren

De boeren staan er niet heel rooskleurig voor. Er zijn

verschillende strategieën om hier mee om te gaan.

De ene boer wil graag uitbreiden, de anders wil

liever nevenactiviteiten gaan ontwikkelen. Al deze

mogelijkheden zijn nu moeilijk te realiseren door

hoge grondprijzen, oude bestemmingsplannen en

hindereisen vanuit omwonenden.

36 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Stedelingen

Veel mensen, die nu in de stad wonen, zouden

graag buiten willen wonen. Het kan hier gaan om

het ruim en groot wonen of om het wonen in een

dorp. Het verschilt daarom in hoeverre er contact

wordt gezocht met de andere dorpsbewoners.

Er komen steeds meer mensen ‘van elders’ in de

dorpen wonen. Niet altijd klikt het tussen de

dorpelingen en de stedelingen. Doormiddel van

dorpsactiviteiten zoals een buurtbarbecue proberen

de bewoners elkaar beter te leren kennen [gesprek

Martin Oussoren]

ex agrarier

Beheerders en gebruikers

De venen wordt nu veel gebruikt door wandelaars

en fietsers die de rust komen opzoeken. Naarmate

de boeren een minder grote rol gaan spelen wordt

recreatie, natuur en wonen belangrijker. Ook de

beheerssituatie verandert hierdoor.

37


4.11 Uitgangspunten

Vanuit de analyse van de locatie zijn de problemen

die er spelen, maar ook de potenties die er

liggen in kaart gebracht. Dit heeft tot een aantal

uitgangspunten geleid voor de ontwikkelingsvisie.

Inzetten op een duurzamer waterbeheer

Door ontwatering daalt het maaiveld. Dit heeft

een aantal problemen tot gevolg. Ook is het

waterbeheer door de vele waterpeilvlakken

versnipperd. Er zou gezocht moeten worden naar

een duurzamer waterbeheer. Dit heeft echter wel

grote gevolgen voor zowel de bewoners als het

landschap.

Ruimte bieden voor de melkveehouderij

De melkveehouderij is de belangrijkste economische

sector in de Venen en de natuurlijke beheerder van

het landschap. De boeren staan er echter niet heel

rooskleurig voor. Ontwikkelingen die nodig zijn

voor een goede bedrijfsvoering zijn nu moeilijk te

realiseren.

Meer dorpse woningbouw realiseren

Zowel vanuit dorpelingen als vanuit stedelingen

is er een grote vraag naar dorpse en

landelijke woonmilieus. Door het restrictieve

ontwikkelingsbeleid is er weinig nieuwbouw

geweest in de dorpen. Vooral starters en ouderen

kunnen moeilijk een woning vinden.

Er is veel ruimte voor ontwikkelingen in de

bestaande linten

Voor deze woningbouwopgave kan er gebruik

gemaakt worden van de ruimte in de bestaande

dorpslinten. Doordat veel boeren er mee ophouden

komen boerenerven vrij. Dit betekent veel

potentiele ruimte voor woningbouw. Vaak woont de

ex-agrariër echter nog wel op het erf. Hier moet

een alternatief voor worden gevonden.

Verbeteren recreatief medegebruik

De Venen vormt in de Randstad een oase van rust,

stilte en weidsheid. Het is een belangrijk gebied

voor actieve buiten recreatie zoals wandelen

en fietsen. De toegankelijkheid en recreatieve

voorzieningen moeten worden verbeterd om hier

optimaal de ruimte voor te bieden.

Ruimtelijke kwaliteiten behouden

De Venen is een heel gaaf veenweidelandschap

waarin het cope ontginningspatroon nog goed

zichtbaar is. De openheid van het weidelandschap

met de lang vergezichten is heel waardevol.

Bij nieuwe ontwikkelingen moeten de ruimtelijke

kwaliteiten zoveel mogelijk worden behouden.

38 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Uit de analyse van dorpen en van de locatie zijn de problemen die spelen

en de doelen, eisen en randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van

de Venen in beeld gebracht. Doormiddel van een aantal scenario’s zullen

nu de mogelijke ontwikkelingsrichtingen verkend worden.

In een aantal ontwerpenden onderzoeken wordt de context voor het

ontwerp nader bepaald. Deze studies gaan over mogelijkheden voor een

ander waterbeheer, nieuwe boerenbedrijven, verstedelijkingsconcepten,

maximale laadvermogen, nieuwe dorpsvormen en de koppeling tussen

dorp en landschap.

[De Nieuwe Kaart]

5. De toekomst van de Venen

scenario’s en concepten: context voor het ontwerp

39


5.1 Scenario’s waterbeheer

In de analyse is geconcludeerd dat door ontwatering het maaiveld daalt en dat dit een aantal problemen

tot gevolg heeft. Er zijn een drietal strategieën om hier mee om te gaan. Dit zijn actieve vernatting, passieve

vernatting en drooglegging. [ Gerritsen, 2005] Deze worden hieronder toegelicht.

Drooglegging

Inzet op behoud van de landbouw. De waterpeilen

worden maximaal verlaagd om de landbouw

zo productief mogelijk te maken. Eindpunt over

honderden jaren is de totale verbranding van het

veen totdat de onderste grondlaag van zand of

klei wordt bereikt en een nieuwe droogmakerij is

ontstaan.

Actieve vernatting

Er wordt ingezet op behoud van het veen. Om dit

te bereiken worden de waterpeilen verhoogd. Er is

hierdoor geen plaats meer voor de landbouw. Het

land wordt getransformeerd tot natuur. Afhankelijk

van het waterpeil betekent dit een transformatie

tot schraal grasland, plas-dras zones en rietlanden,

moerassen en open water.

Passieve vernatting

Bij deze strateige wordt de balans opgezocht tussen

behoud van het veen en een economisch rendabele

landbouw. De peilen worden niet verder verlaagd,

maar gehandhaafd tot een drooglegging van 35 -

40 cm is bereikt.

40 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Keuze strategie

Uitgangspunt voor de ontwikkelingsvisie

is om een balans te vinden tussen een

economisch rendabele landbouw en

behoud van het veen. De strategie van

passieve vernatting lijkt hierbij het meest

kansrijk.

Bij de keuze van deze strategie is het

is van belang om in te zetten op een

verbreding van het landbouwgebied in

het algemeen. De landbouw zal minder

economisch afhankelijk moeten worden

van een laag waterpeil.

De melkveehouderij is tegenwoordig al

niet meer alleen op productie gericht,

maar ontwikkelt diverse nevenfuncties. Het

gaat vooral om activiteiten op het gebied

van landschaps- en natuurbeheer, het

verzorgen van recreatieve voorzieningen

en zorgfuncties. Deze tendens zal bij de

keuze voor passieve vernatting worden

doorgezet.

Door meer ruimte te scheppen voor

natuur, water, recreatie en woningbouw

kan bovendien meer geld en draagkracht

worden gecreëerd voor de inzet van

behoud van veen en van een economisch

rendabele landbouw.

Nodige maatregelen

De maatregelen die genomen moeten

worden binnen de strategie van passieve

vernatting:

- De waterpeilen worden niet verder

verlaagd en op sommige plaatsen iets

verhoogd tot een drooglegging van 35cm

is bereikt.

- Het water wordt beheerd in grotere

peilvlakken. Dit is mogelijk door te kiezen

voor de strategie van functie volgt peil.

Dit betekent een verandering voor het

gebruik van het land.

- Er zijn ontwikkelingen nodig in de

landbouw om met het nieuwe peilbeheer

om te kunnen gaan. Mogelijke oplossingen

zijn verbreding en schaalvergroting van

het boerenbedrijf.

- Het ontwikkelen van nieuwe technieken

zoals onderwaterdrains is nodig om ook

in de toekomst een economisch rendabele

landbouw te behouden. [Gerritsen, 2005]

Nodige maatregelen

Er zijn een aantal maatregelen mogelijk om de maaivelddaling

te sturen. Op de proefboerderij in Zegveld wordt hier onderzoek

naar gedaan. [Gerritsen, 2005]

Fijnregelen van het waterpeil

De kern hiervan is om het peil te verhogen op de momenten

dat het kan, op plaatsen waar het kan. Verhoging van het

zomerpeil heeft het hoogste rendement, maar ook verhoging van

het winterpeil draagt bij aan vertraging van de bodemdaling.

Diverse waterschappen onderzoeken de mogelijkheden van

flexibel peilbeheer.

Sturen op grondwater

Het peilbeheer spitst zich momenteel toe op slootpeilen. Maar

in wezen zijn niet de slootpeilen, maar de grondwaterstanden

bepalend voor het grondgebruik. De grondwaterstand in de

percelen bepaalt de draagkracht en de kwaliteit van het ruwvoer

(melkveehouderij), de soortensamenstelling van de natuur en ook

de mate van bodemdaling.

Praktijkvoorbeelden bewijzen dat de indringingsweerstand in

veen zeer groot is, en dat het slootpeil maar een geringe invloed

heeft op het grondwater. Mogelijkheden om het grondwater in

het veen omhoog te krijgen is door water te infiltreren doormiddel

van ondiepe greppels of infiltratiedrains.

Watervoorraadbeheer door de landbouw

Waterbeheerders geven aan dat ze behoefte hebben aan

gebieden waar ze tijdelijk water kunnen bergen. Dat is alleen acuut

in wateroverlastsituaties. Door de hoge peilen is in veengebieden

de bergingscapaciteit echter gering. Landbouwbedrijven kunnen

een nevenfunctie van watervoorraadbeheer ontwikkelen.

Door maatregelen te nemen op hun bedrijven, kunnen boeren

actief watervoorraden beheren en daarmee bijdragen

aan gebiedsgericht waterbeheer. Het toevoegen van meer

oppervlakte water kan bovendien bijdragen aan het vertragen

van de bodemdaling. Hoe dit precies in zijn werk gaat wordt

nog onderzocht.

41


Waterpeilvlakken

Om het watersysteem minder kwetsbaar te maken moet

de versnippering van waterpeilen worden voorkomen.

Er wordt daarom gestreefd naar het op één peilniveau

brengen van een groter gebied. Hiermee kunnen

de onderlinge maaiveldhoogteverschillen worden

beperkt. Om dit te bereiken moeten de functies

aangepast worden aan het waterpeil. Doormiddel

van ruilverkavelingen kan dit worden bereikt. Grotere

eenheden natuur en landbouw kunnen beter worden

beheerd dan kleinere snippers.

Hiernaast is een studie te zien naar verschillende

peilvlakken. In het rood zijn de gebieden aangegeven

met een drooglegging onder de 35 cm. De landbouw

is hier niet meer economisch rendabel.

Bij een waterbeheer in 1 peilvlak worden lager gelegen

gebieden in het noorden erg nat. Hier zitten echter juist

de grotere boeren die tijdens de ruilverkavelingen uit

het lint bij Vinkeveen en Wilnis zijn geplaatst.

Een waterbeheer in twee of drie peilvlakken is daarom

een betere mogelijkheid.

Huidige waterpeilen

1 peilvlak

2 peilvlakken

3 peilvlakken

0 - 20 cm

20 - 40 cm

42 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

zp -1,95 m NAP

wp -2,0 m NAP

zp -1,95 m NAP

wp -2,0 m NAP

zp -1,95 m NAP

wp -2,0 m NAP

zp -2,15 m NAP

wp -2,20 m NAP

zp -2,15 m NAP

wp -2,20 m NAP

zp -1,75 m NAP

wp -1,80 m NAP

40 - 60 cm

60 - 80 cm


5.2 Nieuwe bedrijfsvormen voor de melkveehouderij

In de analyse is gesteld dat de melkveehouderij er niet al te rooskleurig voor staat. Ze moeten zich gaan

ontwikkelen om te kunnen blijven bestaan. Dit proces wordt door het nieuwe waterbeheer versneld. Ook

bij een hoger peilniveau is er ruimte voor een economisch rendabele landbouw, hiervoor is echter wel een

aanpassing in de bedrijfsvoering noodzakelijk. Er zijn meerdere manieren om tot een nieuwe bedrijfsvoering

Woonkorrels

te komen. Drie mogelijke nieuwe type boerenbedrijven zijn:

Woonkorrels

Woonkavel

gelegen aan het lint

1 wooneenheid

Woontuin

gelegen aan het lint

1 wooneenheid op het erf

met privé land

opppervlakte: +/- 1000m2

Woonerf

gelegen aan het lint

meerdere wooneenheden

Woonkavelgemeenschappelijk

beheerd erf

woon-werk combinaties mogelijk

gelegen aan het nieuw lint of transformatie boerenerf

1 wooneenheid

Woonlandschap

Woontuin

- gelegen aan het lint

- meerdere wooneenheden op het erf

gelegen aan het - ruimte lint voor bebouwing op het land

1 wooneenheid - openbaar op het toegankelijk erf

met privé land-

vormt verbinding tussen twee linten

- beheerd door vereniging van eigenaren

opppervlakte: nieuw +/- 1000m2 of transformatie boerenerf

oppervlakte erf: +/- 15 ha

Boerenkorrels

Woonerf

Boerenkorrels

gelegen aan het lint

meerdere wooneenheden

Productieboerderij

gemeenschappelijk beheerd erf

Uit het lint geplaatst: +/- 200m

woon-werk combinaties Grote / moderne mogelijk boerderij

Hoofdgebouw gericht op het lint en zichtbaar vanaf het lint

nieuw of transformatie boerenerf

Oprijlaan in de bomen

Dicht beplant erf

Behouden slotenpatroon en openheid landschap

Intensief beheerd grasland

Oppervlakte erf: +/- 150 ha

Woonkorrels

Woonlandschap Woonkavel

Natuurboerderij

- gelegen aan gelegen het lint aan het lint

- meerdere 1 wooneenheden wooneenheid

Kan in het lint op het erf

Kleinere boerderij

- ruimte voor bebouwing op het land

- openbaar toegankelijk

Extensief beheerd grasland

- vormt verbinding Plas-dras, tussen geriefhoutbosjes, twee linten maisteelt etc. mogelijk

Behouden slotenpatroon en openheid landschap

- beheerd door vereniging van eigenaren

Oppervlakte erf: +/- 80 ha

nieuw of transformatie boerenerf

oppervlakte erf: +/- 15 ha

Woontuin

gelegen aan het lint

1 wooneenheid op het erf

met privé land

opppervlakte: Recreatieboerderij +/- 1000m2

Nevenactiviteit vormt de hoofdinkomstenbron

- mogelijkheid voor recreatieve voorzieningen

(camping, B&B, ontvangstruimte)

- natuurontwikkeling voor actieve buiten activiteiten

vee als neveninkomstenbron

Oppervlakte erf: +/- 15 ha

Productieboerderij

Woonerf

Uit het lint geplaatst: +/- 200m

Grote / moderne gelegen boerderij

Boerenlandgoed

aan het lint

Hoofdgebouw meerdere gericht wooneenheden

op het lint en zichtbaar vanaf het lint

gemeenschappelijk Beeinding boerenbedrijf beheerd erf

- ex-agrarier behoudt grond en transformeert tot landgoed

Oprijlaan in woon-werk de bomencombinaties

mogelijk

- ex-agrarier beheert het land (extensief )

Dicht beplant erf mogelijkheid voor hobbyvee / natuurontwikkeling

Behouden nieuw slotenpatroon openbaar of transformatie toegankelijk, en openheid verbinding boerenerf landschap

tussen twee linten

Intensief beheerd grasland

- transformatie schuren tot wooneenheden of nieuwbouw op erf

- woningbouw op het land gekoppeld aan landschappelijke drager

Oppervlakte erf: +/- 150 (ongeveer ha 3 wooneenheden per 15 ha land)

Oppervlakte erf: +/- 20 ha

Woonlandschap

- gelegen aan het lint

- meerdere wooneenheden op het erf

- ruimte voor bebouwing op het land

Natuurboerderij - openbaar toegankelijk

- vormt verbinding tussen twee linten

Kan in het lint - beheerd door vereniging van eigenaren

Kleinere boerderij

nieuw of transformatie boerenerf

Extensief beheerd grasland

oppervlakte erf: +/- 15 ha

Plas-dras, geriefhoutbosjes, maisteelt etc. mogelijk

Behouden slotenpatroon en openheid landschap

Oppervlakte erf: +/- 80 ha

Boerenkorrels

Recreatieboerderij

Productieboerderij

Nevenactiviteit Uit het vormt lint geplaatst: de hoofdinkomstenbron

+/- 200m

- mogelijkheid Grote voor / moderne recreatieve boerderij voorzieningen

Hoofdgebouw (camping, B&B, gericht ontvangstruimte)

op het lint en zichtbaar vanaf het lint

- natuurontwikkeling voor actieve buiten activiteiten

Oprijlaan in de bomen

vee als neveninkomstenbron

Dicht beplant erf

Behouden slotenpatroon en openheid landschap

Oppervlakte

Intensief

erf: +/beheerd

15 ha

grasland

Oppervlakte erf: +/- 150 ha

Boerenlandgoed

Beeinding boerenbedrijf

- ex-agrarier behoudt grond en transformeert tot landgoed

- ex-agrarier beheert het land (extensief )

mogelijkheid voor hobbyvee / natuurontwikkeling

openbaar toegankelijk, Natuurboerderij verbinding tussen twee linten

- transformatie Kan in schuren het linttot

wooneenheden of nieuwbouw op erf

- woningbouw Kleinere op het boerderij land gekoppeld aan landschappelijke drager

(ongeveer 3 wooneenheden per 15 ha land)

Extensief beheerd grasland

Oppervlakte Plas-dras, erf: +/- geriefhoutbosjes, 20 ha

maisteelt etc. mogelijk

Behouden slotenpatroon en openheid landschap

Oppervlakte erf: +/- 80 ha

Recreatieboerderij

Nevenactiviteit vormt de hoofdinkomstenbron

- mogelijkheid voor recreatieve voorzieningen

(camping, B&B, ontvangstruimte)

- natuurontwikkeling voor actieve buiten activiteiten

vee als neveninkomstenbron

Oppervlakte erf: +/- 15 ha

Boerenlandgoed

Beeinding boerenbedrijf

- ex-agrarier behoudt grond en transformeert tot landgoed

- ex-agrarier beheert het land (extensief )

mogelijkheid voor hobbyvee / natuurontwikkeling

openbaar toegankelijk, verbinding tussen twee linten

Grastuin: paardenweide, hobbyvee, moestuin

- eventueel met schuur

Graslandschap: hobbyvee, moestuin, soortenrijk grasland

- eventueel met schuur

- eventueel woningbouw achterop het perceel aan de

kade of wetering

Grastuin: paardenweide, hobbyvee, moestuin

- eventueel met schuur

Graslandschap: hobbyvee, moestuin, soortenrijk grasland

- eventueel met schuur

- eventueel woningbouw achterop het perceel aan de

kade of wetering

Grastuin: paardenweide, hobbyvee, moestuin

- eventueel met schuur

Watertuin

- eventueel met botenhuis

Graslandschap: hobbyvee, moestuin, soortenrijk grasland

- eventueel met schuur

- eventueel woningbouw achterop het perceel aan de

kade of wetering

Waterlandschap (natte natuur, open water)

- eventueel met botenhuis

- eventueel met waterwoningen aan de steiger, of

woonboten Watertuin

aan achtergelegen wetering / rivier

- eventueel met botenhuis

Bron: Alterra

Bostuin

- eventueel met tuinhuis

Waterlandschap (natte natuur, open water)

- eventueel met botenhuis

- eventueel met waterwoningen aan de steiger, of

woonboten aan achtergelegen wetering / rivier

Watertuin

- eventueel met botenhuis

Waterlandschap (natte natuur, open water)

- eventueel met botenhuis

- eventueel met waterwoningen aan de steiger, of

woonboten aan achtergelegen wetering / rivier

De Productieboerderij

Deze strategie is gericht op schaalvergroting. Om

hier ruimte voor te creëren worden de boerderijen

uit het lint geplaatst. Binnen een groot bedrijf

zijn er meer middelen om in te kunnen zetten op

de modernste technieken. Hierdoor kan er ook

bij hogere waterpeilen goed worden geboerd.

Voorbeelden zijn melkrobots, onderwaterdrains en

lichte modernere apparatuur. Naar deze nieuwe

technieken moet meer onderzoek worden gedaan.

De nieuwe bedrijven kunnen hier aan bijdragen.

Boslandschap (beplante stroomrug, geriefhoutbosjes)

- eventueel met woningbouw in het bos

Bostuin

- eventueel met tuinhuis

De Natuurboerderij

Dit is een vorm van extensieve melkveehouderij. Er wordt

Boslandschap (beplante stroomrug, geriefhoutbosjes)

- eventueel met woningbouw in het bos

ingezet op kwaliteit in plaats van kwantiteit. De laatste

jaren is er een grotere vraag te zien naar speciaal

producten zoals natuur en biologische producten.

Bostuin Ook is in een onderzoek naar de leefbaarheid van

- eventueel met tuinhuis

het platteland geconcludeerd dat het kopen van

versproducten bij de boer de manier is waarop de

meeste mensen het platteland willen steunen. Er wordt

op de natuurboerderij met andere koeienrassen

gewerkt en er kunnen speciale natuurproducten

worden verkocht. Hierdoor is ook op slechtere grond

een goed resultaat te halen. Bovendien doet de boer

aan agrarisch natuurbeheer waarvoor subsidies zijn

te verkrijgen

Boslandschap (beplante stroomrug, geriefhoutbosjes)

- eventueel met woningbouw in het bos

De brede boer

Deze boer ontwikkelt naast de landbouw

nevenactiviteiten zoals een camping, zalenverhuur

of actieve buiten recreatie. Hierbij gaat het vooral

om actieve en informatieve activiteiten waardoor

de relatie met het platteland en de boer kan

worden versterkt en zo ook het draagvlak voor de

melkveehouderij kan worden vergroot.

Ook is het mogelijk dat de boer in deeltijd werkt

in de stad.

43


5.3 Nieuwe woningbouw: vier ontwikkelingsscenario’s

Er zijn meerdere manieren om in dit gebied nieuwe woningbouw te realiseren en het gebied

verder te ontwikkelen. Aan de hand van een aantal scenario’s zijn deze mogelijkheden

verkend.

1. Omsloten productiekamers 2. Een nieuwe kern

In dit scenario wordt een schaalvergroting van de

melkveehouderij voorgesteld en een maximale

ontwikkeling van lintbebouwing daaromheen. De

lintbebouwing wordt volledig doorgezet langs

alle wegen en kades. De landschappelijke kamers

worden hierdoor omsloten. In elke kamer is plaats

voor een productieboerderij. Het land transformeert

tot een grootschalig productielandschap.

In de linten is ruimte voor zowel stedelingen als

dorpelingen. De mensen werken in de stad en zijn

niet meer rechtstreeks verbonden met het land

waar ze op wonen. Mensen komen van buitenaf

om in de productieboerderijen te werken.

In dit scenario is te zien dat het uit het lint plaatsen

van de boerderijen mogelijkheden biedt om

de linten verder te verdichten. Hier wordt dit

maximaal uitgevoerd. De ruimtelijke kwaliteit van

het landschap gaat hierbij verloren.

44 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

In dit scenario wordt er een nieuwe kern

ontwikkeld. Hier is plaats voor zowel dorpelingen

en stedelingen en er kan worden voldaan aan een

grote woningvraag. De linten en het bijbehorende

landschap worden behouden.

Nadeel van dit scenario is dat het niet inspeelt

op de grote transformatieopgave die er ligt

in de bestaande linten. Wel kunnen ruimtelijke

kwaliteiten maximaal worden behouden door

maar op 1 plek een grote ingreep te doen.


3. Woonlinten en natuurontwikkeling

In dit scenario wordt ingezet op wonen en

natuur. Het waterbeheer wordt aangepast tot

dat van actieve vernatting. De bestaande linten

worden maximaal verdicht en getransformeerd

tot woonlinten. Het land wordt ingezet voor

natuurontwikkeling.

Het kiezen voor actieve vernatting en het

grootschalig ontwikkelen van natuur betekent het

verdwijnen van de melkveehouderij. Omdat de

melkveehouderij de belangrijkste economische

drager is in het gebied is dit geen kansrijk

scenario.

4. Patchwork

In dit scenario worden de linten en het bijbehorende

land pleksgewijs ontwikkeld waarbij er per gebied

gekeken wordt welke transformaties mogelijk zijn.

Er ontstaat zo een patchwork van verschillende

ontwikkelingen. Om dit te sturen wordt het

waterbeheer aangepast tot dat van passieve

vernatting. Er is binnen deze transformaties ruimte

voor zowel de boer als voor woonfuncties. Er kan

met dit scenario goed ingespeeld worden op de

actuele problemen in de linten. De vraag is echter

wel hoe de samenhang van het hele gebied kan

worden behouden.

45


5.4 Maximale laadvermogen

B

A. Langs Teckop en de Hollandse kade naar Kockengen

B. De stroomrug bij Kamerik

C. Het dorpslint van Spengen

C. Het dorpslint van Spengen

C

46 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

A

In deze studie is het effect van

bouwen in de Venen onderzocht.

Hier is de huidige situatie te zien.

Er zijn drie beelden gemaakt van

het gebied. Een lange zichtlijn over

meerdere kamers, de stroomrug bij

Kamerik en een korte zichtlijn tot aan

het volgende lint. Op deze locaties

zijn drie verdichtingstrategie

geprojecteerd.


A. Onbebouwde kades blijven onbebouwd, Teckop verdicht

B. Een nieuw erf aan de stroomrug

C. Verdichting van het lint, Spengen

Het verdichten van linten

Op grotere afstand is er weinig

verschil te zien behalve dat de

linten meer massa krijgen. Van

dichterbij gaat de openheid van

het lint, waardoor er nog net een

doorkijkje was, echter verloren.

Deze openheid zou door een goed

ontwerp echter nog op sommige

plekken behouden kunnen blijven. Er

blijft wel een bepaalde openheid

in het gebied doordat niet overal

gebouwd wordt, maar alleen in de

linten.

47


A. Nieuw woningbouw aan de kades, hoge dichtheid

B. Nieuwe woningbouw aan de stroomrug, hoge dichtheid

C. Het verdichte lint van Spengen

48 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Langs alle dragers

In dit scenario wordt er langs alle

dragers maximaal gebouwd.

Per locatie is dit wel goed

landschappelijk in te passen, maar

het beeld van het landschap als

geheel wordt erg vol en verliest

zijn openheid. In deze situatie

wordt het maximale laadvermogen

overschreden.


A. Een nieuw dorp aan de Hollandse kade

B. Een nieuw erf aan de stroomrug

C. Een paar nieuwe woningen in het dorpslint

Een nieuwe kern

In dit scenario wordt er alleen 1

groot nieuw dorp gebouwd en de

rest wordt slechts minimaal verdicht.

Hierdoor is er alleen op 1 plek

een grote verandering en kan de

rest van het landschap behouden

blijven. Uit de analyse is echter

gebleken dat omdat er zoveel

ruimte is in de bestaande linten dit

niet het voorkeursscenario is.

49


5.5 Een nieuw dorps woonmilieu

Niet alleen het ruimtelijke effect van het buiten bouwen is onderzocht, maar ook wat de relatie zou kunnen zijn

tussen de nieuwe woningbouw en het landschap. De conclusie van het maximale laadvermogen onderzoek is

dat er eigenlijk nog vrij veel woningbouw landschappelijk in te passen is. Maar willen we dit wel doen als het

niet ook wat oplevert?

Een manier om woningbouw en landschap te koppelen is doormiddel van financiële constructies zoals de

‘rood voor groen/blauw regeling’ waarbij er voor elke woning ook een deel natuur en water moet worden

gerealiseerd. De woningen betalen zo voor groene ontwikkelingen. Maar woningbouw en landschap zouden

ook op een directere manier aan elkaar gekoppeld kunnen worden. In dit verband is onderstand citaat van

Paul Roncken interessant.

“Is een woonvorm die slechts uitkijkt op land en horizon een zegen voor het platteland als de huizenbezitters

hun handen niet uit de mouwen steken om het land te onderhouden en de oogst binnen te halen?”

[Hartog, 2006]

Gezien het feit dat de melkveehouderij de komende jaren een minder grote rol zal gaan spelen en dat

daarmee de natuurlijke beheerder van het platteland weg valt wordt dit nog relevanter. Andere functies zoals

recreatie, natuur en wonen gaan belangrijker worden en de vraag is dan wie de beheerder gaat worden van

dit nieuwe landschap. Net zoals de boeren van de toekomst in bepaalde gevallen ook activiteiten buiten het

landbouwbedrijf kunnen hebben, is het eveneens mogelijk dat anderen van buiten de landbouw zich gaan

bezighouden met het beheer van het cultuurlandschap. Dit verschijnsel tekent zich nu al af en neemt verschillende

vormen aan: van een totale overname van bedrijf en beheer, zoals dat bijvoorbeeld nu soms gebeurt door

Natuurmonumenten, tot de inschakeling van vrijwilligers op het boerenbedrijf, onder meer via de provinciale

stichtingen Landschapsbeheer.

Particulier platteland

Een andere manier om dit vorm te geven is doormiddel van de uitgifte van landschapsaandelen. De nieuwe

bewoners kopen dan naast een huis ook een aandeel in het landschap en zijn vervolgens zelf verantwoordelijk

voor het beheer daarvan. Grote landschappelijke ingrepen zullen niet op deze manier bekostigd en beheerd

kunnen worden. Hierin zullen provincies en organen als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer een rol moeten

spelen. Op een kleinere schaal, bijvoorbeeld voor de directe omgeving van het dorp, is dit wel mogelijk.

Er zijn mensen die graag buiten willen wonen en op het land willen zijn. De maatschappij verandert immers, is

aan het verlangzamen. Ontspanning wordt steeds belangrijker. Naast de groep mensen die spanning met nog

meer spanning compenseren, groeit de groep die juist minder wil werken en meer vrij wil zijn, minder stress wil

en meer stilte. De nieuwe bewoners zouden het beheer van het landschap over kunnen nemen en zo een directe

relatie kunnen krijgen met het landschap waarop zij wonen. In hun vrije tijd kunnen ze dan op hun eigen land

vertoeven en dit onderhouden.

Vrijkomende kavel

Opdeling in landschapsaandelen

Het landschapsaandeel

Elk jaar stoppen er tientallen boeren. Hiermee valt de

natuurlijke beheerder van het landschap weg. Voor

het overgrote deel wordt het land nu verpacht aan

een andere boer. Een deel van dit land zou echter ook

ontwikkeld kunnen worden tot woonlandschap.

Het land dat vrijkomt wordt dan uitgegeven aan particulieren

in de vorm van landschapsaandelen. Samen

met de koop van een woning koop je dan een aandeel

in het landschap. De bewoners worden zelf verantwoordelijk

voor het beheer van het land waarop ze

wonen.

50 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


De volgende vraag is hoe de nieuwe woonmilieus

een dorpskarakter kunnen krijgen. De belangrijkste

eisen hiervoor zijn dat het woonmilieu een sociale

gemeenschap moet vormen en een directe relatie

moet hebben met het landschap.

Van autonoom tot woondorp

Zoals in de analyse van dorpen naar voren is gekomen

zijn dorpen veranderd van een autonoom dorp tot

een woondorp. Het woondomein zelf moet daarom de

basis vormen van waaruit een sociale gemeenschap

ontstaat. Om dit te bereiken is de eerste voorwaarde

een positief beoordeeld woonmilieu. Andere aspecten

die bijdragen aan de vorming van een sociale

gemeenschap zijn dat het woonmilieu een gedeeld

territorium is waarbij de grenzen van de gemeenschap

afgebakend kunnen worden, dat er sprake is van een

eigen identiteit, dat er gemeenschappelijke plekken

zijn waar sociale interactie kan plaatsvinden en dat

de bewoners gedeelde normen en waarden hebben.

Gedeelde sociale voorzieningen kunnen hier ook aan

bijdragen. [Blakely, 1997]

Door de landschapsaandelen privaat, maar collectief,

uit te geven krijgen de bewoners een afgebakend

territorium waar ze gezamenlijk verantwoordelijk

voor zijn. Beheersactiviteiten kunnen bovendien

gemeenschappelijk worden uitgevoerd wat bijdraagt

aan het collectiviteitgevoel en ook het beheer

makkelijker maakt. Door een specifiek woonmilieu aan

te bieden waar ook een aantal voorwaarden aan

verbonden zijn, zullen min of meer gelijkgestemde

mensen kiezen om er te gaan wonen waardoor de

bewoners bepaalde normen en waarden delen.

Er ontstaat een sociale gemeenschap op het

landschapsaandeel.

Het woondomein zelf vormt de basis van waaruit

een sociale gemeenschap ontstaat

Dorp en landschapsontwikkeling

Een ander belangrijk kenmerk van dorpen is dat ze

gegroeid zijn samen met de ontwikkeling van het

landschap en daar een sterke relatie mee hebben.

Door landschapsaandelen uit te geven en woningen

daarop te realiseren ontwikkelt het landschap zich

van een agrarisch weidelandschap tot een nieuw

woonlandschap. Er kan in dit verband gesproken

worden over een volgende ontginning van het

landschap waarin nieuwe dorpen ontstaan samen met

de ontwikkeling van nieuwe landschappen.

51


52 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


6. Over Boeren en Buren

ontwikkelingsvisie de Venen

De conclusies van de analyse en de uitkomsten van de verschillende onderzoeken hebben tot een

ontwikkelingsvisie voor de Venen geleid. Er zijn hiervoor een aantal belangrijke uitgangspunten.

1. Er moet ingezet worden op een duurzamer waterbeheer. Er is gekozen voor de strategie van

passieve vernatting

2. Er zijn ontwikkelingen nodig voor de melkveehouderij. Er zijn een drietal nieuwe bedrijfsvormen

mogelijk. Boeren kunnen zich ontwikkelen tot productieboerderij, tot natuurboer of tot brede

boer.

3. Er is door het wegtrekken van boeren veel ruimte in de bestaande linten. Er kan hier gebruik

van worden gemaakt door oude erven te transformeren tot woonerven.

4. De nieuwe woningbouw wordt direct gekoppeld aan het landschap doormiddel van

landschapsaandelen. Hierdoor ontstaat tevens een dorpswoonmilieu.

De ontwikkelingsvisie voor de Venen wordt in dit hoofdstuk besproken. Aan de hand van een

drietal deeluitwerkingen zal hier verder op in worden gegaan. Ook wordt de strategie en

fasering van het plan besproken.

53


6.1 Ontwikkelingsvisie de Venen

De waterpeilen worden niet langer verlaagd, en op sommige plekken zelfs verhoogd. Ook wordt het water

in grotere peilvlakken beheerd. Het gebruik van het land zal zich moeten aanpassen aan het waterpeil. Er

ontstaat hierdoor de noodzaak voor ontwikkelingen. Deze stap vormt de motor voor verdere transformaties.

Nieuwe Boerenbedrijven Uitgifte landschapsaandelen

Een nieuw waterbeheer betekent grote veranderingen

voor de melkveehouderij. Er ontstaan nieuwe

bedrijfsvormen en nieuwe agrarische landschappen.

De melkveehouderij zal op sommige plaatsen een

minder grote rol gaan spelen waardoor er de ruimte en

noodzaak ontstaat voor nieuwe functies.

Er wordt een landschappelijk raamwerk aangelegd

welke als drager voor de nieuwe ontwikkelingen fungeert.

Hiervoor worden de bestaande landschappelijke

structuren gebruikt. Ook worden oude structuren die nu

niet meer zichtbaar zijn in het landschap hersteld.

Door de nieuwe bedrijfsvormen in de melkveehouderij

wordt het land herverkaveld en komt er ook

land vrij. Op deze kavels is ruimte voor nieuwe

ontwikkelingen. Voor een deel wordt er ingezet op

natuurontwikkeling. Andere delen worden uitgegeven als

landschapsaandeel en bebouwd.

Aanleg landschappelijk raamwerk Ontwikkelen aan het raamwerk

Om de nieuwe ontwikkelingen te sturen en ze

landschappelijk in te kunnen passen worden ze

aan het landschappelijke raamwerk gekoppeld.

Langs het raamwerk worden ook de recreatieve

gebruiksmogelijkheden versterkt.

Het verkleuren van erven Versterken netwerken

Gelijktijdig zullen de bestaande linten worden

verdicht en oude boerenerven worden ontwikkeld tot

woonerven. De ontwikkeling begint met de huidige

lintbebouwing en kan worden uitgebreid door nieuwe

linten toe te voegen.

Naar een nieuw waterbeheer

Het infrastructurele netwerk en de

voorzieningenstructuur worden versterkt om ook aan het

nieuwe aantal inwoners voldoende capaciteit te bieden.

Er onstaat een netwerk van dorpen.

54 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Mobiele recreatieve centra

Marickenland

Landelijk wonen (dichtheid < 1 woning / 5 ha)

Productieboerderijen

Nieuw dorpslint

Mobiele centra

Haarzuilens

Nieuw station

Afwisselend landgebruik (natuurboerderijen,

landschapsaandelen, recreatief)

Drooglegging


6.2 Facetkaarten

Aan de hand van deelkaarten zal de ontwikkelingsvisie nader worden toegelicht.

Een nieuw waterbeheer

Er is gekozen voor een waterbeheer in drie

peilvlakken. Het boezemwater vormt de scheiding

hiertussen. In deze situatie onstaan er een aantal

plekken met een drooglegging onder de 35cm. Hier

is niet meer rendabel te boeren. De peilvlakken

zijn zo gekozen dat deze plekken daar ontstaan

waar al veel boeren zijn weggetrokken en waar al

ontwikkelingsplannen liggen zoals het aanleggen

van de ecologische hoofdstructuur. Dit komt nu

moeilijk van de grond. Een nieuw waterbeheer kan

de motor zijn voor ontwikkelingen.

Kavels met een drooglegging van < 35cm

Huidige situatie melkveehouderij

Ecologische hoofdstructuur

55


Landschappelijk raamwerk

Het landschappelijk raamwerk bestaat uit de

bestaande ontginningstructuren zoals kades en

weteringen. Deze worden geaccentueerd met

beplanting en toegankelijk gemaakt. Zo wordt de

leesbaarheid van het cultuurlandschap vergroot.

Ook worden er een aantal oude structuren die nu

niet meer zichtbaar zijn hersteld. De bijzondere

plekken binnnen dit raamwerk ontstaan daar waar

nieuwe ontwikkelingen er aan worden gekoppeld.

Kade

Zuwe

Stroomrug

Watergang

Boezemwater

Landgebruik

Door het nieuwe waterbeheer verandert ook

het gebruik van het land. Op de grotere

landschappelijke eenheden is ruimte voor

productieboerderijen. De laagst gelegen gebieden

worden ontwikkeld als natuur.

Verder zijn er een aantal zones waar nieuwe

ontwikkelingen nodig zijn. Hier is ruime voor

natuurboerderijen en brede boeren, maar ook

voor landschapsaandelen en recreatieve functies.

Langs de randen van het plangebied waar het hoger

is gelegen zal het nieuewe waterbeheer minder

invloed hebben. Ook staat hier de melkveehouderij

er rooskleurig voor. Ontwikkelingen zullen daarom

op deze plekken wat later op gang komen.

Hoger gelegen gronden. Weides direct

gekoppeld aan boeren in het lint

Productieboerderijen

Afwisselend landgebruik (natuurboerderijen,

landschapsaandelen, recreatief)

Natuurontwikkeling

56 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Bebouwing

Het merendeel van de bebouwing zal in de

bestaande linten worden ontwikkeld. Oude

boerenerven worden getransformeerd tot woonerf

en er worden nieuwe woonerven toegevoegd.

Rondom de bestaande dorpen worden

landschapsaandelen uitgegeven waar nieuwe

woningbouw kan plaatsvinden. Met name rondom

Nieuwer ter Aa en Woerdense Verlaat is ruimte

voor nieuwe bebouwing ter versterking van het

dorp.

Verder is er langs een aantal landschappeiljke

dragers ruimte voor landelijk wonen in een hele

lage dichtheid. Ook is er op termijn ruimte voor

een nieuw dorpslint.

Transformatie bestaande lintbebouwing

Nieuwe bebouwing

Nieuw dorpslint

Landelijke wonen (dichtheid


Infrastructuur en voorzieningen

De ontsluiting van het gebied vindt plaats vanaf

de snelwegen via twee N-wegen. De aansluitingen

met de snelwegen moet worden verbeterd. De

dorpen worden vervolgens met voornamelijk

eenrichtingsverkeerswegen ontsloten.

Er worden een aantal hoofd langzame

verkeersroutes aangelegd richting de stations en

grotere dorpen. Deze zullen goed verlicht zijn.

Het gebied wordt doormiddel van een nieuw

station beter met het openbaar vervoer ontsloten.

De voorzieningen in de bestaande dorpen worden

versterkt en er worden een aantal mobiele centra

ontwikkeld. Hier zal in paragraaf 6.4 verder op

in worden gegaan.

Versterken huidige voorzieningen centra

Ontwikkelen nieuwe voorzieningen centra

Mobiele centra

Nieuwe hoofdfietsroutes

Nieuw station

Recreatief gebruik

Langs het landschappelijk raamwerk worden

nieuwe routes aangelegd. Het gebied wordt

hierdoor beter toegankelijk. Er worden een aantal

recreatieve knooppunten ontwikkeld waar de

nodige voorzieningen worden aangeboden. Ook

de brede boeren bieden voorzieningen aan.

De Venen wordt zo een aantrekkelijk gebied

voor actieve buitenrecreatie. Ook vormt het

een belangrijke schakel tussen recreatief

aantrekkingspunten zoals de Nieuwkoopse,

Vinkeveense en Loosdrechtse plassen en Park

Haarzuilens en Marickenland.

Nieuw wandelpad

Nieuw fietspad

Nieuw station

Nieuwe vaarwater verbinding

(Oude Rijn - Bijleveld - De Ronde Venen)

Mobiel recreatief centrum (bv. drijvend cafe)

Marickenland

Haarzuilens

58 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


6.3 Uitwerking deelgebieden

Aan de hand van deeluitwerkingen van drie gebieden

wordt de ontwikkelingsvisie nader toegelicht. Deze

deelgebieden zijn:

1. Aan de Kamerikse stroomrug

2. Het herstel van een oude stroomrug en de Bijleveld

3. Rondom de hollandse kade

1. Van de Kamerikse stroomrug naar de Grecht

Dijkwoning aan de Grecht

Botenhuis

1

Het lint van Kamerik wordt gekenmerkt

door een reeks boerderijen die op een

stroomrug liggen en met insteekwegen

gekoppeld zijn aan het dorpslint. Hier

kunnen nieuwe erven aan worden

toegevoegd.

Aan de noord-westzijde zijn nu nog

maar weinig boeren en zal met het

nieuwe waterbeheer het land te

nat worden. Deze plekken worden

uitgegeven als landschapsaandelen.

Er worden nieuwe woningen op de

stroomrug geplaatst en langs de

Grecht waarbij wordt aangesloten op

het reeds bestaande dorp Woerdense

Verlaat.

Het landschap wordt vernat en sloten

worden verbreed. Er onstaat zo een

waterrijk woonmilieu en een nieuwe

relatie tussen Kamerik, Woerdense

Verlaat en de Nieuwkoopse plassen.

Nieuwe woningen op de stroomrug Nieuw erf aan de wetering

3

2

59


2. Historische structuren als nieuwe dragers

Stroomrug

Landschapsaandelen

Natte natuur

Productieboerderijen

Nieuwe landgoederen

De stroomrug

Door de Venen heeft vroeger een veenriviertje gelopen

waardoor zand en klei is afgezet. Deze oude stroomrug is

hoger gelegen en heeft een andere grondsamenstelling,

maar is nu nauwelijks zichtbaar in het landschap. Door

hem toegankelijk te maken en te beplanten wordt het een

nieuwe structuur waaraan ontwikkelingen kunnen worden

gekoppeld.

De stroomrug heeft hogere en lagere gelegen delen

en loopt door verschillende plekken waar nieuwe

ontwikkelingen gepland zijn. De stroomrug kan een

heel open profiel hebben met een graspad. Bomen bij

de bruggetjes brengen de stroomrug ook ruimtelijke tot

uitdrukking en markeren de route door het boerenland.

Om dit aan te leggen kunnen de boeren een subsidie

ontvangen.

Op andere plekken kunnen er woningen aan gekoppeld

worden waardoor een meer besloten beeld ontstaat.

Dit gebeurt op de plekken waar land vrijkomt en

landschapsaandelen worden uitgegeven. Dit zal rondom

de bestaande dorpen in hogere dichtheid gebeuren.

Rondom Nieuwer ter Aa is ruimte voor een aantal nieuwe

landgoederen aan de Aa. In de rest van de stroomrug is

ruimte voor landelijk wonen. Dit mag in een dichtheid van

maximaal 1 woning per 5 hectare. Per veenkavel mogen

bovendien maximaal 3 woningen worden gebouwd.

De stroomrug zal ook een belangrijke recreatieve route

zijn waar op een hele andere manier het landschap kan

worden ervaren. Met de kaplaarzen aan kan dwars door

het boerenland worden gelopen. Ook is de stroomrug

toegankelijk op de mountainbike of te paard.

60 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

De stroomrug door

de weilanden:

graspad

De stroomrug op

de hoger gelegen

plekken: ruimtelijk

geaccentueerd met

beplanting en evt.

bebouwing


In dit ruimtelijke onderzoek is het effect van

het beplanten van de stroomrug onderzocht.

Volledig beplanten geeft een heel gesloten

beeld. Interessanter wordt het landschap met een

afwisseling van open en gesloten stukken.

De Bijleveld

De Bijleveld is een oude waterloop die gegraven is om de Oude Rijn naar het noorden toe af te wateren. Deze

is later weer gedempt. Door de Bijleveld weer te herstellen kan hij echter een belangrijke vaarwaterverbinding

en een belangrijke as in het gebied worden. Hij kan ontwikkeld worden tot hoofd langzaamverkeersroute met

een grote recreatieve waarde omdat hij twee grote recreatieve centra, Haarzuilens en Marickenland verbindt.

Ook kan er een nieuw station ontwikkeld worden aan de Bijleveld. Door dit te koppelen aan een informatiepunt

en andere recreatieve voorzieningen zoals fietsverhuur wordt het de toegangspoort voor de Venen.

Nieuwe vaarweg

naar de Oude Rijn

Herstel vaarroute

Nieuwe sluis

Nieuw station

Nieuwe ontwikkelingen

Marickenland

Nieuwe ontwikkelingen

Haarzuilens

Huidige situatie

Beplanten en toegankelijk maken

Accenten: woonboten

Accenten: dijkwoningen

Accenten: doorsnijding stroomrug

61


3. Productieboerderijen aan de Hollandse kade

Dit gebied bestaat uit een hele kenmerkende structuur

van open kamers gescheiden door ontginningskades.

Het gebied is heel open met een aantal langs

zichtlijnen.

Het gebied ligt wat hoger en door de grotere

landschappelijke eenheden is het goed geschikt

voor productieboerderijen. Deze worden uit het lint

geplaatst waardoor er in het lint meer ruimte is voor

woningbouw. Door ze midden in de kamers te plaatsen

wordt de openheid verstoord. Ze kunnen aan de kades

worden geplaatst die toegankelijk gemaakt worden en

door de nieuwe ontwikkelingen verschillende profielen

krijgen.

Er is op termijn ook de ruimte voor een nieuw lint, daar

waar de lange zichtlijnen niet worden doorbroken

Onbeplante, smalle kade

Beplante kade

Door een nieuw dorpslint

Langs een productieboerderij

62 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Lange zichtlijn Kamerik - Kockengen

De structuur van ontginningslinten, open kamers

en achterkades is in dit gebied goed te zien.

De achterkades zijn deels toegankelijk en op

sommige plaatsen dun beplant.

Nieuwe boerderijen in de kamers

Door een productieboerderij midden in de

kamer te plaatsen worden de vergezichten

doorbroken.

Nieuwe boerderijen aan de kades

Door de productieboerderijen aan de kades te

plaatsen kan de openheid van het landschap

beter worden behouden. De kades worden dan

getransformeert tot een nieuw boerenlint.

Teckop

Productieboederij Nieuw dorpslint

Boerderijen in het lint

Kockengen


6.4 Voorzieningenstructuur

Voorzieningen op het woonerf

Op het erf zelf zijn voorzieningen mogelijk, bijvoorbeeld

door woon-werk combinaties.

Versprodukten te koop bij de boer

Uit onderzoek is gebleken dat mensen het kopen van

producten bij de boer de beste manier vinden om een

bijdrage te leveren aan een economisch rendabele

melkveehouderij. [Borgstein, 2003] Bovendien wordt

hierdoor de relatie tussen bewoners en boeren versterkt.

Mobiele centra

Vervolgens zijn er een heleboel voorzieningen mobiel

mogelijk. Hiervoor moet een nieuw soort winkelsysteem

worden ontwikkeld voor het landelijke gebied. Door

buiten te gaan bouwen ontstaat er immers een nieuwe

markt voor nieuwe diensten. Via internet kan bijvoorbeeld

een heel scala aan producten worden besteld die

vervolgens bij het mobiele centrum zijn op te halen. Er

ontstaat zo een combinatie tussen de klassieke markt als

ontmoetingsplaats en een on-line distributiepunt. Elk dorp

krijgt zo’n mobiel centrum waar op verschillende dagen

mobiele winkels langs kunnen rijden. Hierdoor ontstaat

voldoende draagvlak.

Vaste voorzieningen in de huidige dorpen

Voorzieningen die niet mobiel mogelijk zijn zoals

sportvelden worden in de huidige dorpen geplaatst.

Deze vormen zo centrale punten in de Venen.

Recreatieve mobiele knooppunten

Om voldoende recreatieve mogelijkheden aan te bieden

worden een aantal recreatieve knooppunten ontwikkeld.

Hier kan worden geparkeerd, is informatie te verkrijgen

en kunnen bijvoorbeeld fietsen en kano’s worden gehuurd.

Ook is hier ruimte voor een aantal mobiele voorzieningen

zoals een drijvend café of een drive-in bioscoop. Zo

kunnen er op verschillende plekken activiteiten worden

georganiseerd.

Naar de stad

Voor de grotere voorzieningen zijn mensen afhankelijk

van de stad. Ook zal de meerderheid van de bewoners

in de stad werken. Hiervoor is het belangrijk om het

infrastructurele netwerk en het openbare vervoer

te verbeteren. De knelpunten in de N-wegen zullen

moeten worden aangepakt. Ook zijn er een aantal

hoofdfietsroutes gepland richting de stations van

Woerden en Breukelen die goed verlicht zijn. De buslijnen

moeten vaker gaan rijden en slechte verbindingen moeten

worden verbeterd.

63


6.5 Fasering

Stap 1: Een nieuw waterbeheer en de verkleuring van linten

In de eerste vijf jaar wordt het waterbeheer aangepast tot dat van passieve vernatting. De waterschappen

en de provincies spelen hier een belangrijke rol in. Ook de land en tuinbouw organisatie, de LTO, speelt een

grote rol omdat deze ingreep gevolgen heeft voor de landbouw.

Gelijktijdig zullen de bestaande linten gaan verkleuren. Hiervoor is een verandering van regelgeving

nodig. Het ministerie van VROM is hier al mee bezig en wil het mogelijk maken om bestaande vrijkomende

bebouwing te hergebruiken voor andere dan landbouwkundige doeleinden en om bestaande onbruikbare

of niet-waardevolle landbouwkundige bebouwing te saneren met behulp van nieuwbouw van woningen.

[VROM 2007] Hier spelen de gemeentes een belangrijke rol in. Ook is het belangrijk om de huidige bewoners

goed bij dit proces te betrekken.

Stap 2: Landschappelijk raamwerk en recreatief medegebruik

Het landschappelijk raamwerk wordt aangelegd. Hiervoor is de medewerking van de huidige boeren nodig.

Zij kunnen een subsidie ontvangen om het raamwerk aan te leggen en toegankelijk te maken. De LTO heeft

hier een coördinerende taak. Om het recreatieve medegebruik mogelijk te maken moeten voorzieningen

worden gerealiseerd en routes worden aangesloten. Verder spelen de provincies, staatsbosbeheer en

natuurmonumenten een belangrijke rol.

64 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

5

10

15

20

5

10

15

20


Stap 3: Nieuwe boerenbedrijven en de ontwikkeling van landschapsaandelen

De boerenbedrijven zullen zich moeten ontwikkelen om zich ook in de nieuwe situatie te kunnen handhaven.

Hiervoor is een ruilverkaveling nodig. Om dit mogelijk te maken moet het huidige grondbeleid worden

aangepast. Momenteel is er namelijk weinig beweging op de grondmarkt door de hoge prijzen. Het land dat

in dit proces vrijkomt wordt uitgegeven als landschapsaandeel. Hier is ruimte voor nieuwe woningbouw. Om

het planologisch mogelijk te maken om in het buitengebied te bouwen is een aanpassing in de regelgeving

nodig. Vooral provincies en gemeentes spelen hier een rol in.

Stap 4: Een nieuw dorpslint en landelijk wonen

Langs een aantal landschappelijke dragers is ook ruimte voor landelijk wonen in een hele lage dichtheid.

In de laatste fase worden er een aantal nieuwe dorpslinten ontwikkeld. In totaal zal de ontwikkeling van

De Venen zo’n 30 jaar duren.

5

10

15

20

5

10

15

20

65


66 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


7. Het dorp Spengen

uitwerking deelgebied

Aan de hand van een deeluitwerking zal de ontwikkeling van de Venen geïllustreerd worden. Er is gekozen om

de verdorping van het lint Spengen uit te werken.

Spengen is gelegen ten noorden van Kockengen aan de N212. Er wonen momenteel 160 inwoners en er zijn nog

6 melkveehouders. Door het nieuwe waterbeheer onstaan er een aantal natte kavels. Door het gebied loopt de

oude stroomrug. Spengen wordt begrensd door de Bijleveld.

Er is een ontwerp gemaakt waarin er nieuwe boerenbedrijven ontstaan met een nieuwe landverdeling,

landschapsaandelen worden uitgegeven en ontwikkeld, het lint wordt verdicht en er een nieuw dorpscentrum

wordt gemaakt.

67


7.1 Transformatieschema

Huidige situatie

melkveehouderij

oud boerenerf met land

oud boerenerf zonder land

woonerf

mensen ‘van elders

boeren weiland

weiland van ex-agrarier in wisselend gebruik

Open-geslotenheid en zichtlijnen

In het lint zijn een aantal open plekken waardoor er

een relatie met het achterliggende landschap blijft.

Beeldbepalend voor het dorp is de molen aan de

Spengense Molenvliet. Verder zijn er lange zichtlijnen

richting Wilnis en Vinkeveen en Kockengen.

68 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Mensen van elders

Boerenerf

Het lint

Melkveehouderij

Zichtlijn richting de molen


In Spengen zijn nu nog 6 melkveehouders. De grootste hiervan is boer 2 op de Oudershoeve met aan weerszijden

van het lint een groot stuk land. Boer 1 heeft nog wat jongvee, maar is verder aan het afbouwen en gaat

binnenkort stoppen. Verder zijn er 10 oude boerenerven. Hier staan de stallen en silo’s nog ongebruikt op het

erf. In de meeste gevallen woont de ex-agrariër nog op het erf. In een aantal gevallen zijn deze ex-agrariërs

nog in bezit van het land. Dit wordt gebruikt voor hobbyvee of verpacht aan een andere boer. Er zijn een

aantal erven getransformeerd tot woonerf waar mensen ‘van elders’ wonen.

Tijdens de ontwikkeling van de Venen zullen er door het nieuwe waterbeheer op een aantal plaatsen kavels met

een drooglegging onder de 35cm ontstaan. Het lint zal zich gaan transformeren. Oude boerenerven worden

woonerven en er worden nieuwe erven toegevoegd. Op een aantal plaatsen wordt het lint wel opengehouden.

Ook de melkveebedrijven gaan zich ontwikkelen. Boer 1 zal zijn bedrijf beëindigen. De grootste boer, boer 2,

zou een productieboerderij kunnen beginnen. Deze kan op de plek worden geplaatst waar de meeste ruimte

is. Het natte land aan de andere zijde van het lint komt daarmee vrij. Andere boeren kunnen zich omvormen

tot natuurboer of tot brede boer. Ook is er ruimte voor een nieuwe boer. Zo wordt er een gebied vrijgespeeld

rondom een landschappelijke drager, de stroomrug, wat verder ontwikkeld kan worden voor woningbouw.

Midden in het dorp waar de stroomrug aansluit op het lint wordt een mobiel centrum geplaatst. Hier wordt

tevens de toegang tot de stroomrug gerealiseerd.

Doormiddel van een transformatieschema zijn de mogelijke ontwikkelen in Spengen geschetst. Aan de hand van

dit schema zal het dorp Spengen verder worden uitgewerkt. Er zijn een aantal elementen die ontworpen moeten

worden. Dit zijn de landschapsaandelen en de openbare ruimtes zoals het mobiele centrum en de infrastructuur.

Voor het verkleuren van de oude boerenerven zullen een aantal mogelijkheden worden geschetst en algemene

richtlijnen worden opgesteld.

Vanuit de ontwikkelingsvisie

Drooglegging >30 cm

Stroomrug

Bijleveld

Transformatieschema

Productieboerderij

Natuurboerderij

Brede boerderij

Traditionele boer

Landschapsaandelen

Nieuwe woonerven

Oude boerenerven

Beëindiging boerderij

Nieuwe boerderij

Boerderij

Mobiel centrum

Openheid aan het lint

69


7.2 Ontwerp Spengen Dorp

De verdorping van het lint Spengen tot Spengen

Dorp bestaat uit een aantal elementen. Het eerste

onderdeel is Spengen Lint. Dit is de drager van het

dorp waaraan alles is gekoppeld. Oude boerenerven

worden getransformeerd en het lint wordt verdicht

met nieuwe woonerven.

Hiernaast wordt er een nieuw woonmilieu ontwikkeld,

Spengen Buiten. Drager hiervan is een oude

stroomrug. Hier wordt het land uitgegeven als

landschapsaandeel.

Het middelpunt van het dorp wordt gevormd door

het mobiele centrum. Hier is tevens de toegang tot de

stroomrug en Spengen Buiten.

Op de plankaart is de toekomstige situatie te zien.

Hoogtekaart Spengen.

Het hoogste punt van de stroomrug ligt zo’n 75 cm

hoger dan het veenlandschap er omheen.

Erf in het lint Wonen aan de stroomrug Weide wonen Landelijk wonen

70 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Plankaart Spengen

De stroomrug is de drager van de

nieuwe woningen en met deze nieuwe

ontwikkelingen komt de stroomrug die

nu niet zichtbaar is ook ruimtelijk tot

uitdrukking.

De basis van de stroomrug is een pad.

Langs de hogere en de lagere delen

verandert het pad van karakter. Op de

hogere delen liggen de woningen op de

stroomrug en is er meer beplanting. Langs

de lagere delen hebben de woningen een

sterkere relatie met het weiland en is de

stroomrug opener van karakter. Sommige

landschapsaandelen zijn ook gekoppeld

aan een erf in het lint. Er ontstaan zo

verschillende woonmilieus.

De woningen worden doormiddel van

insteekwegen vanaf het lint ontsloten.

Langs de Spengense molenvliet wordt een

nieuwe verbinding gemaakt richting de

molen. Waar de stroomrug aantakt op het

lint wordt het mobiele centrum geplaatst.

Hier komt tevens de toegang tot de

stroomrug.

Bestaande woningbouw

Nieuwe woningbouw

Schuur / stal

Molen

Uitkijktoren

Vlonder

Verharding

Parkeren op grasklinkers

Straat

Fietspad

Voetpad over de stroomrug

Vlonderpad

Moestuin

Boomgaard

Hek

Boeren weiland

Grasland (landschapsaandelen)

Grasland (extensief beheerd)

Grasland (bloemrijk)

Plas dras

Maisveld

Water


Uitgangspunten Spengen Buiten

Bij het ontwerp van de landschapsaandelen zijn een aantal uitgangspunten. De verschillende woonmilieus

zullen in de volgende paragrafen besproken worden.

Overgangen prive - openbaar

Droge greppel Hek

Sloot

Wilde haag

Prive buitenruimtes

Veranda Vlonder

Weg op kade

Vlonderpad

Patio

Het dorp Spengen

Het lint Spengen en het mobiele centrum vormen

de hoofdopenbare ruimte van het dorp. De nieuwe

woningen die aan de stroomrug liggen zijn hier ook

onderdeel van. De woningen worden daarom met

insteekwegen aan het lint verbonden. De nieuwe

woningen passen binnen de erven typologie het

lint. Kenmerkende hierbij is de compositie van

meerdere volumes op een gemeenschappelijk

domein en de zonering van formeel tot informeel.

Privaat, maar collectief

De landschapsaandelen vormen sociale

gemeenschappen. Hierbij spelen twee aspecten

een belangrijke rol. De landschapsaandelen zijn

collectief. Het landschapsaandeel is een collectief

domein wat met alle bewoners gezamenlijk

moet worden beheerd. Gezamenlijk moeten ook

beslissingen worden gemaakt over het gebruik

van het aandeel. Of ze bijvoorbeeld paarden

willen houden, of een botenhuis willen bouwen.

Doormiddel van een vereniging van eigenaren

wordt dit gecoordineerd.

Het landschapsaandeel is privaat waardoor er

een afgebakend territorium ontstaat. Hiervoor

is het echter niet de bedoeling dat er in het

landschap enorme hekwerken verrijzen. Mogelijke

afscheidingen zijn wilde hagen, sloten, droge

greppels en kleine hekken.

Wat er zo ontstaat is een heel specifiek woonmilieu.

Er kan heel mooi worden gewoond, maar daar

staat wel tegenover dat de bewoners hun eigen

woonlandschap moeten onderhouden en zo iets

bijdragen aan het plattelandschap.

Het landschap is je tuin

Er worden geen formele woningen gerealiseerd

met een tuin en een auto voor de deur. De woningen

staan met de voeten in het gras. Het landschap

is immers hun tuin. Parkeren is gemeenschappelijk

en gebeurt op het gras onder de bomen. Privé

buitenruimtes worden aan de woning zelf

gerealiseerd in de vorm van bijvoorbeeld

veranda’s en patio’s.

71


7.3 Wonen aan de stroomrug

Schuine kappen, hoger richting stroomrug.

Lichte materialen: hout

Collectief vlonder met pergola als overgang

van het landschap naar de woning

Gericht op het landschapsaandeel

Zonering van formeel tot extensief in

gebruik landschapsaandeel

Dit type woonmilieu wordt gerealiseerd op de hogere

plekken van de stroomrug. Om deze hoogte van

de stroomrug ruimtelijk tot uitdrukking te brengen

worden de woningen met oplopende schuine kappen

gerealiseerd. De woningen zijn geclusterd rondom een

collectief vlonder. Dit vlonder vormt de overgang van

het landschap naar de woningen. De woningen staan

in het gras en hebben doormiddel van veranda’s een

privé buitenruimte. De woningen hebben allemaal

zicht op het landschapsaandeel. Het vlonder is

deels overdekt met een waterdichte, maar wel

zondoorlatende pergola. Hierdoor is er ook met slecht

weer een gemeenschappelijke ruimte.

Bij boerenerven is een overgang te zien van

formeel tot informeel. De entree van het erf is het

formele gedeelte met het woonhuis. Dit gaat over

in een gebruiksgedeelte met de schuren en stallen.

Vervolgens is er een rommelzone waar de mesthoop

en de verroeste fietsen liggen. Het erf eindigt op het

weiland. In het ontwerp van het wooncluster is er van

dit principe gebruik gemaakt.

Er is een formele entree waar geparkeerd kan worden

en waar de toegang is tot het vlonder. Dit gaat over

in een gebruiksdeel waar de woningen zijn geplaatst.

Daaromheen is een rommelzone. Hier is eigenlijk alles

mogelijk. De bewoners kunnen een moestuin beginnen,

een tuinhuisje bouwen, een botenhuis bouwen e.d. In

deze zone zit de vrijheid. Verder van de woningen

af begint het landschap wat de bewoners moeten

beheren. Ze kunnen dit wel gebruiken, bijvoorbeeld

als paardenweide, maar in een meer extensieve

vorm, waarbij de landschappelijke structuur van het

veenweidelandschap in tact moet blijven.

72 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


A

B

B’

A’

Hoogtes:

Woningen

Botenhuis

Pergola

Vlonder

Parkeren

Wilde haag

Bloemrijk grasland

Weiland

natuurboer

-1,6 m

-1,4 m

-1,1 m

+ 0,2 m

Profiel AA’

Profiel BB’

73


7.4 Wonen aan de wei

Het tweede type woonmilieu is het weide wonen. Deze

woonerven liggen aan de lager gelegen stroomrug.

De stroomrug heeft hier een wat opener karakter. De

woningen hebben een sterkere relatie met het weiland

dan met de stroomrug. Er wordt daarom ook gebruik

gemaakt van een erven typologie. De woongebouwen

zijn gegroepeerd op een collectief erf.

Er zijn hier wat grotere gebouwen met daarin

meerdere geschakelde woningen. Ook kunnen er

2^1 kap woningen en korte rijtjes worden gebouwd.

De collectieve binnenruimtes bevinden zich in deze

grotere boerderijtypes. Er is dit woonmilieu ook ruimte

voor een bedrijfje aan huis en appartementen voor

starters.

Openheid stroomrug. Wonen aan de wei

Grotere boerderijachtige gebouwen

met meerdere woningen

Collectieve ruimtes in het woongebouw

74 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


A

B’

B

A’

Woningen

Verharding

Hekje

Parkeren

Grasland

(extensief beheerd)

Grasland (-1,6 m)

Profiel AA’

Profiel BB’

75


7.5 Landelijk wonen

Verder van het dorp af wordt er in een lagere dichtheid gebouwd. Er worden

hier een aantal landelijke woningen gerealiseerd. Gezamenlijk beheren de

bewoners het landschapsaandeel. De woningen worden vanaf de Spengense

molenvliet ontsloten.

Er zijn verschillende type woningen. Dijkwoningen aan de Bijleveld, een villa

aan het water, onder de bomen aan de paardenweide en los in het weiland.

Vanaf het lint loopt er richting dit deel van de stroomrug nog een steigerpad

door de natte natuur.

76 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Woningen

Wilde haag

Bloemrijk grasland

Grasland

(extensief beheerd)

Stal

Hek

Vlonderpad

Hoogtes:

-1,6 m

-1,4 m

-1,1 m

+ 0,2 m


7.6 Strategie landschapsaandelen

Het landschapsaandeel in 7 stappen

1. Door een herverkaveling en de ontwikkeling van

nieuwe boerenbedrijven komt grond vrij. Om de

ontwikkeling hiervan op gang te brengen is een

aanpassing van het grondbeleid nodig.

2. De gemeente koopt de grond en stelt richtlijnen

op voor de ontwikkeling ervan.

3. De grond wordt verpacht aan particulieren in

de vorm van landschapsaandelen. Bij de koop van

een woning, hoort ook de pacht van een deel van

het landschap. De bewoners pachten wel collectief

het hele landschapsaandeel.

De grond blijft zo in het bezit van de gemeente

waardoor er een zekere controle blijft. Ook

kunnen er op deze manier bij een verhuizing geen

eigendomsproblemen optreden.

4. Het aandeel wordt ontwikkeld en in lage dichtheid

bebouwd. De toekomstige bewoners worden bij

het ontwerp van de woningen betrokken.

5. Er wordt voor alle landschapsaandelen

gezamenlijk een vereniging van eigenaren

opgericht. Deze coördineert alles betreffende de

landschapsaandelen en bemiddelt in het geval van

een onenigheid tussen bewoners over het beheer

en gebruik van het aandeel.

6. De bewoners maken afspraken over het gebruik

van het landschapsaandeel. De vereniging van

eigenaren en de gemeente coördineren en toetsen

de plannen. Vervolgens mogen de plannen,

zoals het bouwen van een botenhuis, worden

uitgevoerd.

7. De bewoners zijn verantwoordelijk voor

het beheer van het landschapsaandeel. In de

rommelzone rondom de woningen mogen ze

allerhande activiteiten ondernemen. Voor de

rest van het landschapsaandeel gelden meer

richtlijnen.

Zo moeten de aandelen aan de oostzijde richting

de Bijleveld als weidelandschap behouden blijven.

Hier is wel de mogelijkheid om vee te houden.

Aandelen aan de stroomrug mogen wat verder

verruigen en beplant worden. Sommige aandelen

worden voor een deel vernat.

In samenwerking met natuurmonumenten, de andere

boeren in het lint en de gemeente coördineert de

vereniging van eigenaren het beheer. Er worden

beheersactiviteiten georganiseerd waarbij de

benodigde apparatuur beschikbaar wordt

gesteld. Op de jaarlijkse slootbagger dag

worden bijvoorbeeld gezamenlijk de slootranden

onderhouden. Deze activiteiten dragen op hun

beurt weer bij aan de sociale gemeenschapszin

op het landschapsaandeel.

De grondmarkt

Voor nieuwe ontwikkelingen in de Venen zijn

de grondprijzen heel belangrijk. Grond is een

speculatieproduct. Het wordt op de markt verkocht aan

de hoogste bieder. De prijs wordt niet alleen bepaald

door de kwaliteit en de agrarische opbrengstwaarde

van de grond, maar voor een groot deel door huidige

en mogelijke toekomstige bestemmingen van de

grond. Zo is grond dat in de toekomst de bestemming

woningbouw krijgt ongeveer 10 maal duurder dan

grond dat een agrarische- of natuurbestemming

heeft.

Als er in het buitengebied meer gebouwd zal gaan

worden zullen de grondprijzen omhoog schieten.

Het is voor agrariërs dan heel moeilijk om grond te

kopen. De herverkaveling en het ontstaan van nieuwe

boerenbedrijven zullen dan moeilijk van de grond

komen. Boeren zullen hun grond niet willen verkopen

in de hoop op een hoger bedrag als er later wellicht

gebouwd zal gaan worden.

Bij het huidige grondbeleid kan er alleen in dergelijke

lage dichtheid worden gebouwd als de woningen

heel duur zijn. Omdat er gestreefd wordt naar

woningbouw voor verschillende doelgroepen is dit

niet wenselijk. Tegen normale huizenprijzen in de

verschillende prijsklassen zouden woningen op de

landschapsaandelen te koop moeten zijn. Hier staat

immers ook tegenover dat de bewoners bij moeten

dragen aan het beheer van het landschap. Woningen

die normaal gesproken in het topsegment van de

markt zouden vallen worden nu ook bereikbaar voor

Jan Modaal, alleen dan met wat meer voorwaarden.

Er is dus een aanpassing in het huidige grondbeleid

nodig. Er wordt nu gebruik gemaakt van een aantal

subsidieregelingen om meer beweging te krijgen in

de grondmarkt. Zo zijn er subsidies voor kavelruil

en een subsidie om boeren te stimuleren om bij

bestemmingswijzigingen te kiezen voor het beëindigen

van hun bedrijf en de grond aan de overheid te

verkopen. Deze zijn echter niet voldoende. Een

aangepaste subsidieregeling of een volledige

aanpassing van de grondmarkt is nodig om deze

ontwikkelingen te realiseren.

Grondprijzen provincie Utrecht euro / hectare

Groen 41 082

Roze 42 866

Rood 305 360

77


7.7 Het mobiele centrum

Het mobiele centrum vormt samen

met het lint de hoofd openbare ruimte

van het dorp. Het lint wat een smal

profiel heeft met aan weerszijde sloten

wordt hier verbreed en de sloot wordt

deels gedempt waardoor er ruimte

ontstaat aan het lint voor verschillende

dorpsactiviteiten. Het centrum wordt

gemarkeerd door twee bruggetjes in het

lint. Ook vormt het de toegang tot de

stroomrug. Er zijn verschillende functies

te vinden.

Het dorpsgebouw

Het dorpsgebouw kan voor meerdere activiteiten worden

gebruikt. Het is de basis van waaruit verschillende

dorpsactiviteiten georganiseerd kunnen worden. Ook is er ruimte

voor een jongerenontmoetingsplek. Uit onderzoek is namelijk

gebleken dat vooral voor jongeren er te weinig voorzieningen

zijn. Het plein kan gebruikt worden als skateplein. Ook is er

een trapveldje en een speeltuin.

De multiboerderij

Hier is ruimte voor een aantal ouderen appartementen

met daaraan gekoppeld een zorgcentrum. Ook kan er een

kinderdagverblijf een plek vinden en is er ruimte voor een

informatiepunt voor recreanten met daaraan gekoppeld

bepaalde voorzieningen zoals fietsverhuur. Door meerdere

functies te combineren kunnen dergelijke voorzieningen zich

ook in een klein dorp handhaven. De medewerkers kunnen

samen met de ouderen op de kinderen passen en ook in het

informatiecentrum mensen te woord staan.

Mobiele winkels

Verder dient het dorpscentrum als halteplaats voor mobiele

winkels. Ongeveer twee keer per week zullen de winkels

Spengen aandoen. Op andere dagen rijden ze langs de andere

dorpen. Het mobiele centrum fungeert op deze dagen als een

traditionele markt, maar is vormgegeven als een interactieve

online bezorgdienst.

De Uitkijktoren

Bij het dorpscentrum is een uitkijktoren gepland. Dit zou als

kunstproject door de dorpelingen kunnen worden gebouwd om

zo de relatie met de nieuwe bewoners te versterken. Ook kan

er vanaf mooi uitgekeken worden over het nieuwe landschap.

Overige functies zijn een parkeerplaats en woningbouw waarbij

er ook de mogelijkheid is voor een bedrijfje aan huis.

78 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


B’

A’

Het dorpscentrum

De multiboerderij

Woningbouw

Trapveldje

B

Uitkijktoren

Boomgaard

Mobiele winkels

Parkeren

Profiel AA’

Profiel BB’

79

A


7.8 Het verkleuren van erven

Aan het lint worden oude boerenerven

getransformeerd en nieuwe erven toegevoegd.

Er worden verschillende type woonmilieus

gecreëerd voor verschillende doelgroepen.

Voor deze transformatieopgave zijn een aantal

algemene richtlijnen en principes waaraan moet

worden voldaan.

- Maximaal 20% van het erf is bebouwd

oppervlak

- De maximale diepte van het erf is 100m

- De woningen zijn 1 laag met kap

- Als accent zijn woningen van 2 lagen met

kap mogelijk

- Bij de transformatie van oude boerenerven

is deels slopen van oude stallen, schuren en

silo’s mogelijk.

- Woon-werk combinaties zijn toegestaan op

het erf

- De erven bestaan uit een compositie van

meerdere volumes op het erf

- De erven zijn beplant

Transformatie oud boerenerf

Nieuw woonerf

Openheid aan het lint

Mobiele centrum

Het verzamelerf

Het verzamelerf is een groot erf met meerdere woningen van verschillende types. De woningen staan rondom

een gemeenschappelijk domein. Er staan grotere boerderijachtige gebouwen met appartementen, maar ook

vrijstaande woningen en korte rijtjes. Er is ruimte voor een moestuin, paardenweide en boomgaard. Er zijn

een aantal gezamenlijke parkeerplaatsen op het erf.

Wonen & werken Gezinnen Stedelingen Ex-agrariers / hobby boeren Starters

80 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Langsdoorsnedes Spengen

Westzijde huidige situatie

Westzijde nieuwe situatie

Oostzijde huidige situatie

Oostzijde nieuwe situatie

Prive erf Boerenplaats Woon-werk erf Prive erf Nieuwe

dwarsstraat

Prive erf Zorgboerderij

Verzamelerf Spengense molenvliet

Mobiele centrum Insteekweg

Verzamelerf

Insteekweg

10m 50m 100m 200m


De boerenplaats

De boerenplaats is een iets kleiner type erf waar

vooral grotere woningen op staan. Het is een

formeel erf met bijvoorbeeld een siertuin. Door

de indeling van het erf ontstaan er privé ruimtes

rondom de woningen die gebruikt kunnen worden

als tuin.

Gezinnen Stedelingen

Stedelingen

Het woon-werk erf De zorgboerderij

Op het woon-werk erf is ruimte voor een bedrijfje

aan huis. Dit kan gerealiseerd worden door een

klein bedrijfspand te realiseren op het erf naast

de woningen, of door de bedrijven en woningen

te combineren in één gebouw.

Starters

Wonen & werken

Het privé erf

Dit is een privaat erf waar 1 woning op staat en

eventueel een schuur, tuinhuis of garage.

Er is uit woningmarkt onderzoek gebleken dat

er een groot tekort is aan huisvesting voor

ouderen. [Companen 2007] Er zijn ook veel

ex-agrariërs die nu nog in het lint op hun

boerderij wonen. Op termijn zouden zij in deze

zorgboerderijen een plek kunnen vinden. Dit is

een wat groter boerderijencomplex met ruimte

voor ouderen appartementen gekoppeld aan een

zorgvoorziening.

Zorg

Ex-agrariers

81


7.9 Infrastructuur

Het lint

Het lint is nu tweerichtingsverkeer. De

weg is uitgevoerd zonder gescheiden

banen en heeft een heel smal profiel met

inhaalplekken. Om de nieuwe capaciteit

aan te kunnen wordt de weg uitgevoerd

als eenrichtingsverkeer. Ook wordt het

wegdek verbreed. De bermen worden

hiervoor versmald.

1,5 m

berm

1m

berm

Nieuwe dwarsverbinding

Er wordt een nieuwe dwarsverbinding

aangelegd tussen het lint en de N212.

Dit verbeterd de ontsluiting van het dorp.

De weg is vormgegeven met een aparte

autobaan en fietsstrook.

De insteekwegen richting Spengen Buiten

hebben hetzelfde profiel behalve dat

ze zijn uitgevoerd zonder gescheiden

banen.

stoep

1m

2,5 m

weg

4 m

weg

fietspad

1,5m

2,5 m

berm

1,5m

berm

rijbaan

6m

De Spengense Molenvliet

De molenvliet is de grootste watergang in Spengen en loopt

tot aan de molen. In de nieuwe situatie wordt de molenvliet

verbreed en ontsloten met een nieuwe fietsroute. Ook is het

voor het bestemmingsverkeer van de landelijke woningen aan

de stroomrug en de Bijleveld toegankelijk.

Het profiel wordt in twee-en gedeeld door een strip met

verlichting en straatmeubilair in het midden van het wegdek.

Deze strip scheidt de voetgangers van de auto’s en (race)

fietsers.

molenvliet

15 m

De Bijleveld

De Bijleveld wordt toegankelijk gemaakt met een fietspad aan

de westzijde en een graspad aan de oostzijde. Om de twee

dijkwoningen te kunnen ontsluiten wordt het fietspad ter plaatse

verbreed.

Huidige situatie

Nieuwe fietsroute en wandelpad

Dijkwoningen

molenvliet

10m

langzaamverkeer

1 m

middenstrip

1 m

82 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

rijbaan

6 m

Huidige situatie

Nieuwe situatie

Langs een nieuw wooncluster

Door de stroomrug

Een kade in het water


7.10 Wonen in Spengen

Wouter, Anouk, Kees, Anne en Tom wonen aan de stroomrug

Wouter: “Ik fiets elke ochtend naar station Breukelen om naar m’n werk in Amsterdam te gaan. Het

is een kwartiertje fietsen en de route is goed verlicht. Als het regent ga ik met de bus.”

Kees en Tom: “Wij gaan na school vaak voetballen met de buurjongens op het

trapveldje in het dorpscentrum”

Anouk: ”Ik hoop dat het morgen weer droog is, we zouden de knotwilgen gaan snoeien. Vanavond

gaan we eten en daarna vergaderen met de vereniging van eigenaren“

83


Coos en Marianne wonen op een woon-werk erf aan het lint

Coos: “Wij zijn een jaar geleden verhuisd naar Spengen. In Kockengen konden we

geen woning vinden. Gelukkig wonen we zo toch lekker dichtbij onze ouders.

Ik heb nu een bedrijfje aan huis. Marianne werkt in Breukelen.”

Marianne:“Op donderdagmiddag ga ik altijd even naar het dorpscentrum. Op woensdag geef ik mijn

bestellingen door, dan kan ik het donderdag ophalen. Ook koop ik verse melk en kaas bij de boer.“

Coos: “Bah, het regent. Toch maar even de hond uitlaten. Het landschap

ligt er wel mooi verlaten bij zo.”

84 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Dirk, Lotte en Jan zijn er een dagje op uit

Dirk:“Vandaag gaan we er een dagje op uit. We hebben de auto geparkeerd in Spengen. We zijn

de dag begonnen met het beklimmen van de uitkijktoren. Wat een mooi uitzicht!”

Lotte: “Bij de molen hebben we even een drankje gedronken in het wilderniscafé. Je kan

hier ook kanoën, dat moeten we binnenkort nog maar een keer doen.”

Dirk: “We hebben vandaag dwars door het boerenland gewandeld, we konden de koeien gewoon

aaien. Nu zijn we weer terug in Spengen Buiten en gaan we de auto ophalen.”

85


7.11 Spengen nu en in de toekomst

Beeld vanaf het lint Spengen naar het nieuwe woonlandschap in de oude en de nieuwe situatie

Beeld vanaf de Bijleveld naar het lint Spengen in de oude en nieuwe situatie.

Beeld vanaf het lint Spengen langs de Spengensche molenvliet. Op de achtergrond de Spengensche molen.

86 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


88 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


8. Terug naar het begin

conclusie en reflectie

De Randstad vormt een belangrijk aandachtspunt in de Nederlandse ruimtelijke ordening. De ontwikkeling

hiervan tot een metropool van wereldformaat staat hoog op de agenda. Als we het over de ontwikkeling

van de Randstad hebben beschouwen we vaak vooral de grote stedelijke kernen zoals de Noord- en de

Zuidvleugel. Daartussen ligt echter nog het landelijke gebied opgebouwd uit een structuur van kleine dorpen,

gehuchten, boerderijen, landbouwgronden, water en natuur. Zoals ook aangegeven in het onderstaand citaat,

waarin de visie voor de Randstad wordt verwoord, spelen deze gebieden geen minder grote rol. Het vormen

hele waardevolle open landschappen waar nog ruimte is voor rust en stilte en die sterk bijdragen aan de

identiteit van de Randstad.

“In de Randstad van 2040 willen mensen met uiteenlopende leefstijlen graag zijn en komen om er te wonen, te

werken en te ontspannen. Velen kunnen er hun dromen waarmaken en hun wensen realiseren.. In Amsterdam met

zijn hoogstedelijke voorzieningen, cultuur en kosmopolitisch klimaat; in Rotterdam, de innovatieve havenstad, in

Den Haag met zijn internationale instellingen of Utrecht met zijn creatieve kennisklimaat. Maar ook de middelgrote

steden bieden aantrekkelijke keuzemogelijkheden met hun eigen karakter en identiteit. De afwisseling van stad

en land, groen en water en de bijzondere landschappelijke kwaliteiten in de droogmakerijen, de plassen, de

kust en de veenweiden maken de Randstad tot een aantrekkelijk grootstedelijk gebied, met allure: ‘a place

to be’. Het tolerante klimaat, de diversiteit in woon- en werkmilieus en de ruime keuzemogelijkheden op de

woning- en arbeidsmarkt maken dat vrijwel iedereen hier zijn dromen en wensen waar kan maken.” [Startnotitie

Randstad 2040]

Doormiddel van een restrictief ontwikkelingsbeleid is geprobeerd om de landelijke gebieden in de Randstad,

die vaak onder grote stedelijke druk staan, te behouden. Dit beleid heeft echter ook tot een daling van de

economische vitaliteit van deze gebieden geleid. Er is weinig werkgelegenheid, onvoldoende woningaanbod,

voorzieningen trekken weg en ook de melkveehouderij, de natuurlijke beheerder van het landschap, staat er

niet rooskleurig voor. Aan de grote vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus en een recreatief toegankelijk

plattelandschap wordt momenteel niet voldaan. Hier ligt echter wel een potentie voor een nieuwe impuls.

De behoefte aan ontwikkelingen in het landelijke gebied en de vraag naar meer dorpse en landelijke

woningbouw kunnen aan elkaar worden gekoppeld waardoor er aan beide kanten winst wordt behaald.

Bouwen hoeft immers niet slecht te zijn, als het maar goed wordt uitgevoerd.

Het doel van dit onderzoek was om ontwerpend te onderzoeken hoe dit zou kunnen. De onderzoeksvraag

daarbij was: Hoe kunnen we het landelijke gebeid in de Randstad verder ontwikkelen door nieuwe dorpsvormen

te bouwen?

Voor de Venen is hiervoor een integrale ontwikkelingsvisie gemaakt waarin een agrarisch landschap

getransformeerd wordt tot een nieuw woon, werk en recreatielandschap, met ruimte voor water en natuur,

maar ook voor de melkveehouderij.

89


Een aantal algemene strategische onderdelen van deze ontwikkelingsvisie zijn:

• Het waterbeheer wordt als sturend mechanisme en motor voor ontwikkelingen gebruikt

• Door nieuwe bedrijfsvormen voor de melkveehouderij te ontwikkelen wordt hun toekomstperspectief

verbeterd en ontstaat er tevens ruimte voor nieuwe functies

• Er wordt gebruik gemaakt van de ruimte in de bestaande lintstructuren die is ontstaan door veranderingen

in de agrarische sector

• Het kenmerk van het dorp als sociale gemeenschap wordt gekoppeld aan de noodzaak van een nieuwe

beheerder van het landschap door land particulier uit te geven als landschapsaandelen

• Bestaande landschappelijke structuren worden als drager gebruikt voor nieuwe ontwikkelingen

• Problemen worden integraal benaderd en er wordt gebruik gemaakt van de kansen die er liggen

Met de voorgestelde ontwikkelingsvisie voor de Venen kunnen ongeveer 1750 woningen gerealiseerd worden.

Als deze strategie in het hele landelijke gebied zou worden toegepast ontstaat er een verstedelijking zoals te

zien in de afbeelding hiernaast. Een berekening van het totaal aantal te realiseren woningen is niet zomaar

vanuit het ontwerp voor de Venen te extrapoleren, omdat de landelijke gebieden in de Randstad allemaal

een eigen kenmerkende structuur hebben en al in meer of mindere mate verdicht zijn. Wel kan er een grove

schatting gemaakt worden van het mogelijke aantal woningen dat te realiseren is met deze strategie in het hele

landelijke gebied. Dit komt uit op ongeveer 10000 woningen.

Binnen de totale woningbouwopgave voor de Randstad is dit ongeveer een 10e. Dit is slechts een klein, maar

niet te verwaarlozen aandeel. Belangrijker dan de kwantiteit is echter de kwaliteit. Er wordt namelijk wel voor

een specifieke doelgroep gebouwd en er worden woonmilieus gecreëerd waar een groeiende vraag naar is.

De keuzemogelijkheden, die een zo belangrijk aspect zijn van een metropool, worden vergroot.

Nieuwe Dorpsvormen

De nieuwe dorpen ontwikkelen zich rondom bestaande lintbebouwing. Bij de transformatie hiervan ontwikkelen

ook de boerenbedrijven en het bijbehorende land zich. Hierbij komt ook land vrij waar ruimte is voor nieuwe

woningbouw, water en natuur. Het dorp ontstaat zo samen met de vorming van een nieuw landschap.

Het land, wat bij de herverkaveling van de boerenbedrijven vrijkomt, wordt privaat, maar collectief uitgegeven

aan particulieren die hier vervolgens verantwoordelijk voor zijn. Gemeenschappelijke activiteiten worden aan

beheersactiviteiten gekoppeld waarbij deze activiteiten vervolgens weer bijdragen aan de gemeenschapszin

van het bewoners. De belangrijkste dorpse kwaliteiten van een sociale gemeenschap en de sterke relatie met

het landschap worden zo in een nieuw woonmilieu aangeboden.

Het dorp heeft 1 hoofd openbare ruimte, het lint en het mobiele centrum. De woonerven worden als parels aan deze

ketting geregen en het mobiele centrum vormt het brandpunt van het dorp. Door de nieuwe woonlandschappen

te koppelen aan oude landschappelijke structuren zoals de stroomrug krijgen ze een bijzonder karakter. Ook

worden zo cultuurhistorische elementen weer ruimtelijk tot uitdrukking gebracht. Dit draagt allemaal bij aan de

identiteit van het dorp en geeft het een geschiedenis.

Haalbaarheid

Er is in de ontwikkelingsvisie gekozen voor een strategie waarbij bestaande structuren worden verdicht en in

lage dichtheid nieuwe woonlandschappen worden ontwikkeld. Bovendien is de strategie direct gekoppeld

aan ontwikkelingen in de landbouw. In verhouding tot het bouwen van bijvoorbeeld een Vinexwijk is dit een

complexe opgave. Er zijn veel verschillende grondeigenaren, de transformaties zijn locatiespecifiek en liggen

verspreid door het landschap. Er is veel sturing nodig om dit te kunnen realiseren. Ook is het technisch een

lastige opgave. Er moet nieuwe infrastructuur worden aangelegd door waterrijke milieus, er moet gebouwd

worden op veen en er wordt voornamelijk gebouwd in bestaande lintstructuren waardoor er weinig bouwruimte

is. Ten opzichte van het in massaproductie bouwen van een grote Vinexwijk is dit een intensief proces. Tegenover

het kleine aantal nieuw te realiseren woningen is de vraag of het plan wel haalbaar is en of er voldoende

maatschappelijk belang bij is.

De ontwikkelingsvisie heeft als doel om niet alleen te voorzien in een woningbouwopgave, maar ook om bij

te dragen aan een economisch vitaler platteland. Dit is voor de hele Randstad van belang. In de eerste

plaats gebeurt dit doordat de nieuwe woningbouw een economische impuls geeft wat resulteert in meer

werkgelegenheid, een minder grote druk op de huizenmarkt en meer geld voor natuur, water en recreatie.

Ook wordt er in de ontwikkelingsvisie ruimte gecreëerd voor nieuwe types melkveebedrijven en worden de

mogelijkheden voor particuliere bedrijvigheid vergroot.

Door te ontwikkelen binnen de bestaande lintstructuren en in lage dichtheden worden de ruimtelijke kwaliteiten

van dit waardevolle landschap zoveel mogelijk behouden. Door oude ontginningstructuren te gebruiken als

dragers voor nieuwe ontwikkelingen en als recreatieve routes wordt het cultuurhistorisch rijke gebied beter

toegankelijk en leesbaarder. Er wordt hiermee ingezet op een beter toegankelijk en aantrekkelijk buitengebied

90 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


wat voor de sterk verdichte Randstad van groot maatschappelijk belang is. Ook blijft de koe in de wei, iets wat

een beeldbepalend element is van het Nederlandse cultuurlandschap en bijdraagt aan de identiteit van de

Randstad als Hollandse metropool.

Door een integrale ontwikkelingsvisie te maken is er op meerdere fronten resultaat behaald wat tot een grotere

publieke winst leidt.

Belvedere

Bij de ontwikkeling van de Venen is gezocht naar een volgende ontginningslaag voor het Nederlandse

cultuurlandschap waarbij het getransformeerd wordt van agrarisch productie landschap in een landschappelijk

woon, werk en recreatiegebied. Hierbij wordt de melkveehouderij wel behouden, maar ontwikkeld tot nieuwe

bedrijfsvormen.

Deze ontwikkelingen worden aan oude landschappelijke structuren geplaatst waardoor deze ruimtelijk sterker

tot uitdrukking komen en de leesbaarheid van het landschap wordt vergroot. Oude structuren worden nieuwe

dragers en geven zo gelijk een identiteit en geschiedenis mee aan deze ontwikkelingen.

Door nieuwe woningbouw te ontwikkelen binnen de bestaande lintbebouwing kan deze oude Nederlandse

verstedelijkingstypologie worden behouden. Deze verkleurt echter van een agrarisch lint tot een woonlint. Oude

boerengebouwen worden getransformeerd en krijgen een nieuwe functie.

In deze visie worden de cultuurhistorische, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten van het landschap zoveel

mogelijk behouden, maar wel ontwikkeld zodat het gebied ook in de komende goed functioneert.

Aanbevelingen

Het zou interessant zijn om in andere landelijke gebieden van de Randstad dezelfde strategie toe te passen en

te onderzoeken wat daar de mogelijke ontwikkelingen zijn en aan welke dragers ze gekoppeld kunnen worden.

In dit ontwerp is namelijk vooral gebruik gemaakt van oude stroomruggen, welke niet overal te vinden zijn.

Ook verdient het de aanbeveling om de strategie van de landschapsaandelen verder uit te werken om te kijken

welke mogelijkheden er allemaal zijn om dit principe toe te passen.

De verstedelijkingsstrategie in de Randstedelijke context

uitbreidingswijken (ViNEx)

verdichting lintbebouwing

91


92 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Literatuurlijst

- Agricola, H. e.a. (2006), ‘Landbouwanalyse de Venen’, Alterra en Waaloord, Wageningen/Woerden

- Barends, S. e.a. (2005) ‘Het Nederlandse Landschap, een historisch-geografische benadering’, Utrecht

- Beun, N., Hillebrand, H. (2007), ‘Nieuwe Dorpen’, Innovatienetwerk Nieuwe Dorpen, Rotterdam

- Blakely, J. e.a. ( 1997), ‘Fortress America : gated communities in the United States’, Washington

- Borgstein, M.H. e.a. (2003) ‘Landelijk gebied De Venen, een verkenning van bewonerswensen’, Den Haag

- Bosch Slabbers (2006), ‘Water in de Westelijke Veenweiden’, in opdracht van het ministerie van verkeer en

waterstaat, uitvoering door Rijkswaterstaat RIZA

- Camme, van der H., Klerk, de, L. (2003) ‘Ruimtelijke ordening, van grachtengordel tot vinex-wijk’, Utrecht

- Companen, (2007), ‘Nota Wonen 2006+ Gemeente Woerden, Wonen naar eigen keus’, Arnhem

- Cortie, C. e.a. (2003) ‘Stad en Land, over bewoners en woonmilieus’, Amsterdam

- Dam, van. e.a. (2005), ‘De Landstad, landelijk wonen in de netwerkstad’, Ruimtelijk Planbureau, Den Haag

- Gerritsen, A. e.a. (2005), ‘Behoud veenweidegebied, een verkennende studie naar kosten, landschappelijke

effecten en uitvoering van drie strategieën voor de veenweide gebieden’, ALTERRA, Wageningen

- Heuvel, van den, A. e.a. (2007) ‘De woningmarkt in Breukelen en Loenen 2007-2011,

oningbehoefte gemeente Breukelen en gemeente Loenen’, Den Haag

- Hartog, H. e.a. (2006) ‘Exurbia, wonen buiten de stad’, Rotterdam

- Ministerie van VROM (2007) ‘Randstad 2040- Startnotitie- naar een duurzame en concurrerende

Europese topregio’

- Pols, L. e.a. (2005) ‘Waar de landbouw verdwijnt, het Nederlandse cultuurland in beweging’,

Ruimtelijk Planbureau, NAI uitgevers, Den Haag

- Rienks, W.A. e.a.(2003), ‘Melkveehouderij op schaal, nieuwe concepten voor grootschalige melkveehouderij’,

Alterra, Wageningen

- Segeren e.a. (2005) ‘De markt doorgrond, een institutionele analyse van grondmarkten in Nederland’,

Ruimtelijke planbureau, Rotterdam, Nai Uitgevers

- Sijmons, D. e.a.(2002) ‘Landkaartmos, en andere beschouwingen over landschap’, Rotterdam

- Timmermans, M. e.a. (1999), ‘Air - New Landscape Frontiers’, LA4Sale, Amsterdam

Websites

www.belvedere.nu, ‘Wat is belvedère?’ (geraadpleegd: april 2007)

www.rlg.nl, Dienst landelijk gebied ‘Wonen in het landelijk gebied, Advies over de Ontwerp Nota Wonen’

(geraadpleegd: november 2007)

93


94 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Bijlagen

1. Topografische kaart

2. Analyse dorpen

3. Gesprekken met vier boeren

4. Gesprekken met twee gemeentes

95


Bijlage 1. Topografische kaart de Venen


Bijlage 2. Analyse dorpen

Bij de analyse van zes verschillende dorpen is gekeken naar de historische ontwikkeling, huidige

morfologie, structurerende elementen, voorzieningen en de structuur van de openbare ruimte. Uit deze

analyse zijn een aantal algemene dorpskarakteristieken gekomen.

2.1 Dijkdorp Ammerstol

Ammerstol is een dijkdorp gelegen in de

Krimpenerwaard aan de Lek. Het dorp heeft

1560 inwoners en valt in de categorie van een

klein landelijk dorp. Het dorp is sterk georiënteerd

op de dijk van waaruit haakse ontginningsassen

lopen. Bij de latere dorpsuitbreiding is het

slotenpatroon zoveel mogelijk doorgezet.

De hoofdopenbare ruimte is gelegen langs de dijk

en bij de kerk. Langs de dijk zijn kenmerkende

woningtypologieën te vinden.

Het dorp ontleend zijn identiteit vooral uit de

sterke sociale samenhang welke met name vanuit

de kerk wordt gevormd.

Slotenpatroon doorgezet in uitbreidingswijken

Dorpsplein bij de kerk

Woningen onderaan de dijk

Situatie 1800

Huidige situatie

Hoofd openbare ruimte

97


2.2 Terpdorp ‘t Woudt

Situatie 1800

Huidige situatie

Dorpssilhouet Dorpsstraat

’t Woud is een heel klein dorp ten zuiden van Delft. Het

heeft slechts 30 inwoners. Het is een oud terpdorp wat

zich bijna niet heeft ontwikkeld. De structuurdrager

wordt gevormd door de terp en oude kerkpaden

die naar omliggende boerderijen lopen. Vanuit

de omgeving is goed te zien dat het dorp hoger is

gelegen.

De kerk vormt het middelpunt van het dorp. Het is

gelegen op het hoogste punt en is daarom overal te

zien.

Boerderij in het dorp De kerk als centrum van het dorp

98 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Hoofdopenbare ruimte


2.3 Tussen wetering en stroomrug: Kamerik

Kamerik is gelegen aan een wetering in ‘de Venen’.

Er wonen 3770 inwoners en is daarmee een wat

groter dorp.

Het heeft een afwijkend nederzettingspatroon

omdat de boerderijen uit het lint zijn geplaatst op

een oude stroomrug. Ze zijn met lange insteekwegen

verbonden met het dorpslint langs de wetering.

Samen met de ontginning van het landschap heeft

het dorp zich gevormd en het landschap ruimtelijk

tot uitdrukking gebracht.

Tussen 1800 en nu is de erfbeplanting rondom de

boerderijen op de stroomrug uitgedund waardoor

de stroomrug een minder dicht beplante uitstraling

heeft gekregen.

Situatie 1800

Het dorpscentrum is

gelegen bij de brug

over de wetering. Hier

is het dorpscafe en

de dorpskerk. Ook is

er nu een supermarkt

gekomen.

De wetering vormt de

drager van het dorp.

Het profiel in het centrum

is smal en stedelijk.

Naar buiten toe krijgt

de wetering natuurlijke

oevers en wordt de

overgang gemaakt van

dorp naar landschap.

Huidige situatie, 2007

Wetering als structuurdrager

Dorpscafé bij de brug

Doorzicht naar de kerk

Natuurlijke oevers

Landweg naar het boerenlint

Rand van het dorp

99


2.4 Aan de Vecht: Loenen

Loenen is een dorp gelegen aan de Vecht. Het heeft een historisch centrum

rondom de kerk en de toegangsweg vanaf de brug over de Vecht. Het

heeft een compacte dorpsstraat met kleine dorpshuisjes. De overgangen

tussen prive en openbaar zijn informeel. Verder van het centrum af

wordt de dorpsstraat minder compact en onstaan er doorzichten naar

de Vecht. De relatie met het landschap wordt zo sterker. Rondom het

dorp liggen een aantal landgoederen.

Loenen is fors uitgebreid. De nieuwste uitbreidingswijk is Cronenburgh

waar in dorpse stijl is gebouwd. Zichtlijnen naar de omgeving, compacte

dorpsstraatjes en een aantal bijzondere woningen als accent worden in

het ontwerp toegepast om een dorpse sfeer te realiseren.

100 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Vanaf de Vecht naar het dorp

Vanaf de Vecht naar het dorp

De dorpsstraat

Doorzicht naar de Vecht

Nieuwbouw Loenen aan de Vecht


2.5 Tuinbouwdorp Den Hoorn

Situatie 1800 Huidige situatie

Den Hoorn is een groot dorp ten westen van Delft. Het

is van oudsher een tuinbouw dorp maar wordt steeds

meer een woonlocatie voor Delft. Veel kassen trekken

weg uit het gebied waardoor ruimte ontstaat voor

meer woningbouw.

Het is een voorbeeld van een sterk gegroeid dorp

dat ingekapseld wordt in een grotere stad. De

uitbreidingen met grote woonwijken hebben geen

dorpskarakter meer en worden onderdeel van Delft.

Het oude centrum waar het dorp zich rondom de

structuurdrager van de vaart en de dijk heeft gevestigd

is nog steeds het middelpunt van het dorp. De

hoofdopenbare ruimtes en een aantal voorzieningen

zoals de kerk en het dorpscafe liggen hier. Andere

voorzieningen zoals supermarkten en basisscholen zijn

in de nieuwbouwwijken gerealiseerd. Het oude centrum

gaat zo steeds minder als dorpscentrum fungeren.

Structuurdrager

500 m

Hoofd openbare ruimte

101


2.6 Lintdorp Molenaarsgraaf

Molenaarsgraaf is een dorp gelegen langs de

Graafstroom. Deze wetering werd in opdracht

van Willem de Molenaar gegraven om een betere

afwatering mogelijk te maken. De bebouwing heeft

zich aan weerszijden van de Graafstroom ontwikkeld.

Belangrijk in de dorpscultuur is de oude strijd tegen het

water. Op oude boerderijen is vaak nog een opschrift

te vinden als gedenkteken van overstromingen.

De hoofdopenbare ruimte concentreert zich langs de

wegen aan de wetering en met name bij de bruggen.

Vroeger was de brug met de kerk het zwaartepunt.

Door nieuwbouwwijken en de komst van de supermarkt

is dit verschoven naar een nieuwe brug.

Bij de ruilverkavelingen zijn grote boerderijen aan

nieuwe wegen geplaatst. Er onstaat hierdoor een

scheiding tussen een dorpslint en een boerenlint.

Langs de wetering

De dorpskerk

Rondom de brug

102 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Situatie 1800

Huidige situatie

Straatprofiel structuurdrager

Hoofd openbare ruimte


Bijlage 3. Gesprekken met vier boeren

Gesprek Koos Segers, Wagendijk 1, Kockengen

Jullie hebben een recreatieboerderij?

Ja, we organiseren al een aantal jaar groepsontvangsten. Het is een wezenlijk onderdeel van ons bedrijf

geworden. We hebben hiervoor gekozen omdat we op een gegeven moment de keuze moesten maken of we

als bedrijf alsmaar groter en groter wilden worden of een andere inkomstenbron wilden zoeken. We hebben

er toen voor gekozen om een deel van de koeien te verkopen. Bijkomend voordeel is dat je heel veel geld krijgt

voor de melkleveringsrechten.

Hoe werkt dat precies?

Nou, in 1982 waren er heel veel zuiveloverschotten. De overheid betaalde toen heel veel subsidies aan boeren

om het melk af nemen. Toen is er een quotum ingesteld. 20% van de geleverde hoeveelheid melk moest minder

worden geproduceerd. Elke boer kreeg een bepaald aantal liters dat hij mocht produceren. Over alles wat te

veel geproduceerd werd moest een heffing worden betaald.

Je moest betalen om melk te mogen leveren, leveringsrechten. Dit was 2 euro per liter. Nu is het ongeveer 16

cent. Als je die leveringsrechten verkoopt krijg je in een keer heel veel geld binnen. Bovendien heb je dan ook

nog gewoon je gronden en je boerderij. Hier hebben vrij veel boeren toen de toekomst nog allemaal heel

onzeker was gebruik van gemaakt. Nu is het opeens een beetje omgedraaid omdat Nederland zijn melkquotum

niet haalt. Nu kunnen we weer meer melk gaan leveren.

Kunt u een korte schets geven van het gebied?

Er zitten heel veel boeren zonder opvolgers. Ook is het bestemmingsplan heel erg star. Er mag niks wat gebouwd

worden. Wij wilden bijvoorbeeld een toiletgebouwtje neerzetten voor de groepsontvangsten. Hiervoor krijg je

gewoon geen vergunning. Dit is echt een heel groot probleem voor de boeren.

Er is een grote vraag naar landelijke woonmilieus. Maar ook heel veel vraag naar woningen vanuit de

dorpelingen. Mijn dochter wilde heel graag in Kockengen blijven wonen, maar moest toch naar Mijdrecht

verhuizen omdat er gewoonweg geen huizen zijn. Ook zijn alle woningen heel erg duur. Woningen zijn eerder

rond de 4 ton dan daaronder.

Probleem is wel dat veel stedelingen toch zeuren over bijvoorbeeld stankcirkels. Een bedrijf kan bijvoorbeeld

niet uitbreiden omdat de stal dan te dicht bij de buren zou komen te liggen.

Op Wagendijk 9 hebben ze de stallen deels afgesproken. Nu wonen er drie gezinnen en zitten er een aantal

bedrijfsgebouwen in. Een aantal van de mensen die er wonen hebben ook daar hun bedrijfje. Ze willen ook een

bed & breakfast openen. Dit zijn leuke ontwikkelingen. Het zou fijn zijn als dit mogelijk zou worden.

Welke problemen spelen er?

Nou ja, we zitten op veen hè. Het veen daalt zo’n 8mm per jaar. Voor de boeren is een drooglegging van

zo’n 60cm gewenst. Als de peilen niet steeds mee worden verlaagd is het einde verhaal voor de landbouw.

Een probleem is dat woningen uit de jaren 40-50 op houtenpalen zijn gefundeerd. Deze gaan bij lagere

waterpeilen verrotten en zakken dus in. Het is hier goed te zien dat woningen schuin staan. Het deel van het huis

met de kelder daaronder zakt namelijk niet in, de rest wel. In het nieuwe watergebiedsplan zijn ze van plan om

nieuwe waterpeilvlakken aan te leggen zodat de lintbebouwing op eilandjes komen te liggen.

Kunt u me vertellen hoe het land verkaveld is?

Op de kaart wordt de verkaveling ingetekend.

Boerenbedrijf Segers

103


Gesprek Jaap Treur

Honderdschelaantje 4, Nieuwer ter Aar

Hoe ziet u de toekomst?

Ik denk eraan om ergens anders te gaan boeren,

vanwege de slechte ontsluiting van mijn boerderij.

Ik zit aan dit hele schattige lintje, maar met een

grote tractor is er geen doorkomen aan. Ik heb ook

een deel van mijn land moeten verkopen voor de

verbreding van de A2.

Houden veel boeren ermee op?

Ja, redelijk wat. Maar in de omgeving is er eigenlijk

wel veel vraag naar meer boerengrond. Als er

een boer wegvalt zijn er wel mensen die het willen

overnemen. Het is gewoon nodig dat het aantal

boeren hier wat uitdunt. Er zijn ook wel vrij veel boeren

die ook nog werken ernaast. Vaak in de bouw. Ook

veel vrouwen werken er nog naast. Is te combineren

met het boerenbedrijf. Veel boeren krijgen ook

subsidie voor een agrarisch natuurbeheer. Zoals

langs de sloten 1m niet maaien en niet bemesten en

het zoeken naar nesten voordat er gemest wordt.

Er zijn ook boeren die een wandelpad over het erf

hebben lopen. Ze drijgen daar een vergoeding voor.

Ook hebben een aantal boeren een theeschenkerij.

Maar het loopt nog niet zo’n vaart.

Wat gebeurt er als boeren stoppen?

De dienst landelijk gebied koopt wel vrijgekomen

land op. Ze proberen om aaneengesloten

percelen te verwerven om in te kunnen zetten op

natuurontwikkeling. Ook komen er wel mensen

van elders hier wonen. Vaak gebeurt dit op oude

boerderijen, maar dan wel zonder de grote stallen.

De oude boerderijen wordt dan verbouwd. Soms

wringt het wel met de nieuwe mensen. Vooral

klachten over geluid en stankoverlast. Ook blijft

veel bebouwing leegstaan. Die worden dan wel als

caravanopslag gebruikt.

Hoe is het gesteld met de voorzieningenstructuur?

In Nieuwer ter Aar zit geen supermarkt meer. Wel

nog een basisschool, biebbus, voetbal club, gym

voor ouderen en een peuterspeelzaal. Ook is er een

kerk. In Kockengen, Wilnis, Vinkeveen, Breukelen

zitten supermarkten.

Gesprek Wim Boere

Burgemeester Tolsmaweg 5, Kamerik

Hoe lang geleden bent u gestopt met boeren?

Ik ben al ongeveer 20 jaar geen boer meer. We

hadden een boerderij aan de wetering net ten

Noorden van Kamerik. Deze hebben we verkocht.

Mijn zoon is nu bedrijfsleider op een hele grote

boerderij net te zuiden van het dorp. Daar hebben ze

drie melkrobots. Maar deze boer doet het eigenlijk

allemaal gewoon als hobby! Hij heeft een heel goed

lopend ander bedrijf. Mijn zoon runt eigenlijk het

bedrijf. We kunnen er zo wel even gaan kijken!

Zijn er veel boeren weggetrokken uit Kamerik?

Er zitten op de stroomrug nog best veel boeren. De

boerderijen die vrijkomen worden wel omgevormd

tot woonboerderij. Er staat hier een hele mooie

hoor.

Kunt u vertellen waar nog boeren zitten en hoe het

gebied verkaveld is?

Op de kaart wordt de verkaveling ingetekend.

Wat vindt u van de nieuwbouwplannen voor

Kamerik?

Er is veel vraag naar woningen, dus dat is wel goed.

Er zouden ook een aantal ouderen / zorg complexen

gebouwd worden net ten noord oosten van het dorp.

Dit is helaas nog niet echt van de grond gekomen. Ze

hebben in de nieuwbouwwijk een woning in de vorm

van een koe. Ik zal ‘m zo wel even laten zien!

We gaan een rondje rijden door het dorp en

bezoeken de boerderij van zijn zoon.

104 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen

Wim Boere


Gesprek Martin Oussoren, Portengen 91, Breukelen

Houden vele boeren op met boeren?

Vaak houden boeren ermee op omdat ze er gewoon geen zin meer in hebben. Vaak móesten de huidige boeren

het wel overnemen van hun vaders terwijl ze daar lang niet altijd zin in hadden. Nu ontbreekt het ze dus aan

motivatie en dan is subsidie trekken wel makkelijk. Voor de huidige boeren ontbreekt het ook vaak aan een

opvolger omdat we tegenwoordig daar wat vrijer in denken en er meer mogelijkheden zijn waardoor niet

elke zoon ook boer wil worden. Overigens is er vaak nog wel sprake van druk op de zoons. Hierbij moet ik

wel zeggen dat als deze boeren een goed bedrijfsresultaat hadden gehaald ze er wel mee door zouden zijn

gegaan.

Als een boer er helemaal mee ophoudt dan wordt het land vaak aan omringende boeren of familie doorverkocht.

Vaak voor een vriendenprijsje, of het wordt ze ‘gegund’. Soms wordt land ook wel in bezit gehouden maar

verpacht aan een andere boer. De verkaveling is hierdoor eigenlijk altijd wel in beweging. Soms hebben boeren

ook nog een stukje land voor wat hobbyvee als ze er mee ophouden. Oorspronkelijk had elke boer zo’n 5 tot

15 hectare. Dat is 1 tot 3 stroken. Soms wordt het erf ook wel verkocht aan mensen van elders die een mooi

woonhuis maken. Het land wordt dan wel aan een andere boer verkocht. De woonhuizen hebben bijna nooit

land.

In Spengen is heel veel verkocht aan mensen van elders. De uittocht begon daar ook eerder. Waar dat

door komt weet ik eigenlijk niet. In Portengen zie je dit veel minder. Hier hebben veel boeren hun land voor

natuurdoeleinden ingericht en krijgen daar een subsidie voor. Ze moeten voldoen aan natuurontwikkelingseisen

zoals andere maaidata en het niet bemesten. Het land is verder niet toegankelijk.

Hoe ziet u de toekomst voor de melkveehouderij?

Om rond te komen moet een bepaalde omzet worden gehaald. Je melkquorum. Dit ligt aan veel meer dan

alleen aan het aantal koeien en hoeveelheid grond. Er zit ook heel veel verschil in de bedrijfsvoering. Sommige

boeren halen met dezelfde randvoorwaarden wel twee keer zoveel. Ik heb nog wel goede perspectieven voor

de toekomst.

Het water speelt opzich niet een heel groot probleem. Wel moet de drooglegging gehandhaafd blijven, dan

is er voor de boeren niks aan de hand. Een drooglegging van 60cm is ideaal, 35cm zit op de grens. De

draagkracht van de grond is niet heel groot. Hier zijn oplossingen voor zoals andere apparatuur. Ik huur al mijn

apparatuur. Dit is veel goedkoper en ik blijf hierdoor altijd met de meest moderne apparaten werken.

Voor mest geldt de richtlijn: 2 grootvee eenheden per hectare.

Worden er veel nevenactiviteiten ontplooid?

Er wordt veel gebruik gemaakt van agrarisch natuurbeheerssubsidies. Verder vind ik dat het wel meevalt

hoeveel nevenactiviteiten er ontplooid worden. Sommige boeren verhuren wel eens de stal voor feesten en

partijen. Ook hebben sommige boeren een camping. Maar verder gebeurt er vrij weinig.

Kunt u me vertellen hoe het gebied verkaveld is?

De Gagelweg is heel goed verkaveld. Er zitten boeren die uit Wilnis/Donkereind zijn weggetrokken bij de

toenmalige ruilverkavelingen. Dit zijn de boeren die er toen voor hebben gekozen om door te boeren. Ze zijn

dus heel goed gemotiveerd en zien er nog wel perspectief in. (De verkaveling wordt op de kaart ingetekend)

Tussen gemeente Ronde Venen en Breukelen/Woerden zit een scheiding. Van oudsher waren deze gebieden

ook niet toegankelijk en daardoor hebben ze een andere achtergrond. Deze mensen mengen ook nu nog niet.

Buurtkrantjes bijvoorbeeld worden echt alleen aan de ene kant rondgebracht. Het is een beetje de scheiding

tussen Utrecht en Amsterdam.

Wordt er veel recreatief gebruik gemaakt van het gebied?

Ja, vooral van de recreatiegebieden. Dit is gebeurt vooral door mensen vanuit Breukelen en Mijdrecht. Ook veel

mensen wandelen en fietsen in het gebied.

105


Bijlage 4. Gesprekken met twee gemeentes

Gesrpek Leo Hulst, gemeente de Ronde Venen

Wat zijn uw werkzaamheden binnen de gemeente?

Ik ben werkzaam op de ontwikkelingsafdeling van de gemeente. We waren eerst alleen maar bezig met

ontwerpen, nu zijn we ook betrokken bij de uitvoering. Verder spelen we een procesmatige rol bij projecten. Ik

ben zelf een landschapsarchitect.

Met welke projecten is de gemeente nu bezit?

We zijn nu met een aantal grotere projecten bezig. De grootste is Polder Groot Mijdrecht. Deze polder ligt 6m

onder maaiveld. Het noordelijke deel is het laagst gelegen. Hiernaast liggen de Vinkeveense plassen op 2m

onder maaiveld. Door het grote hoogteverschil met de omgeving ontstaat er veel kwel in de polder. Omdat er in

de grond zoutlagen zitten en allerlei metalen en mineralen is dit brakke en verontreinigde kwel. Dit water wordt

uitgepompt in de Angstel en dit wordt vervolgens weer gebruikt als waterinlaat voor het veenweide gebied

in droge periodes. Dit verontreinigt dus de omgeving. Het probleem dat hier speelt is dus in de eerste plaats

een kwaliteitsverhaal. Het idee is nu om de polder onder water te zetten. Er komt dan 2m water op het land

te staan. Dit betekent dat alles in de polder verdwijnt. Nogal een ingreep dus. Het idee is om aan de oostkant

meer plas-dras natuur te realiseren en aan de westkant een diepere plas.

Een ander belangrijk project is de natte as. Eigenlijk mat het niet meer de natte as heten. Het is nu de groene

ruggengraat. Het plan is om de Bovenlanden aan de westkant van de Ir. Enschedeweg te ontwikkelen tot natuur.

Dat is al in proces. Verder moet er een verbinding tussen de Nieuwkoopse en de Vinkeveense plassen worden

gerealiseerd. In 2000 was het plan hiervoor nog de natte as waarin alles werd ontwikkeld tot natte natuur. Nu

is in het nieuwe watergebiedsplan besloten voor een concept waarin het waterpeil zich aanpast aan de functie.

De huidige agrariërs kunnen dan wel hier blijven.

De plannen voor dit gebied staan vermeld in het Herijkt plan de Venen. Een plan is om 370 hectare natuur te

ontwikkelen. Hiervoor zijn zoekgebieden aangewezen. In het eerste plan was dat nog maar 150ha. Er moet dus

nog meer natuur worden gerealiseerd. Die natuur bestaat dan voor een deel uit bloemrijk grasland (30-50cm

drooglegging, in de winter plas dras), voor een deel uit plas-dras gebieden (20-30 cm drooglegging) en een

deel moeras/rietland wat helemaal onder vernat is. Een nadeel van het plan is dat het eigenlijk niks zegt over

infrastructuur en woningbouw. Het is allemaal gericht op het landschap.

Hoe zit het met het waterbeheer?

Er wordt nu een nieuw watergebiedsplan gemaakt. In de praktijk wordt er met de planvorming geprobeerd om

zo min mogelijk boerenbedrijven weg te halen. Daarom wordt er met veel verschillende peilvlakken gewerkt.

Eigenlijk zouden er voor een goed waterbeheer in grotere peilvlakken gewerkt moeten worden. Dan is het

belangrijk om de functie van het land het waterpeil te laten volgen en niet andersom.

Wordt er veen recreatief gebruik gemaakt van het gebied?

Het gebied is nu bijna niet toegankelijk. Recreatie wordt nu wel een nieuw uitgangspunt, maar eigenlijk is er nog

niet een goede invulling voor. Wel wordt er nu een groot nieuw recreatiegebied gerealiseerd ten noorden van

Wilnis, Marickenland. We zijn bezig om een aantal wandelpaden door het boerenland te realiseren. Het pad

langs de Bijleveld is al 1 kant op gerealiseerd. De andere kant lukt echter niet omdat er een boer is die niet

mee wil werken. Veel boeren zijn huivering voor mensen op hun land. Bijvoorbeeld omdat ze bang zijn voor de

overdracht van ziektes.

Hoe staat de landbouw er voor?

De landbouw neemt steeds verder af. Er wordt daarom nu ingezet op een integraal plan waarin meer ruimte is

voor natuur, recreatie en wonen. Er is in 2006 een landbouwanalyse gemaakt over de Venen. Die moet je even

raadplegen voor meer informatie hierover.

Hoe zit het met de mogelijkheden voor herbestemming van boerenkavels?

Dit is nog moeilijk te realiseren. Aan het Geer is wel een kavel waar de oude bebouwing is gesloopt en drie

nieuwe woningen voor zijn gebouwd. Dit is een mooi voorbeeld van wat er mogelijk is. We willen dit wel

makkelijker te realiseren maken.

106 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Zijn er knelpunten in de infrastructuur?

De N201 knelt. Er is ene plan om het rondom Uithoorn te leggen. De N212 in de noord-zuid richting wordt niet

zo intensief gebruikt. Hier zijn eigenlijk geen knelpunten. Het openbare vervoer tussen Mijdrecht en Woerden

is heel slecht. Tussen Mijdrecht en Amsterdam is het wel prima. Eigenlijk is het grootste probleem dat de

bussen maar 1 keer per uur rijden. Verder willen we graag een sneltram realiseren op het oude tracé! Project

ontwikkelaars vinden dat echter dat er teveel onbebouwde stukken langs het traject liggen dus dat het niet

rendabel genoeg is.

Hoe ervaart u het landschap?

Een van de mooiste plekjes vind ik aan de Gagelweg waar je helemaal langs het open landschap ten oosten van

Vinkeveen kan kijken tot over de Vinkeveense plassen en ook de andere kant op helemaal over de Bovenlanden

tot aan Nieuwkoop. Deze enorme weidsheid is prachtig. Verder zie je dat de linten eigenlijk helemaal niet

zo opvallen ruimtelijk. Je ziet vooral de rand van Utrecht, de hoogspanninglijnen en de grotere dorpskernen

gemarkeerd door de kerk. De linten vervagen eigenlijk met de horizon. Daarom heeft het landschap een

zodanig open karakter. Ook bijvoorbeeld de Hollandse kade. Deze is helemaal beplant. Maar het effect van

een dergelijke beplante kade vervaagt een beetje als je er bent omdat de afstanden zo groot zijn.

Gesprek Tom Verkammen, Gemeente Breukelen

Wat is uw functie binnen de gemeente?

Ik ben planologisch medewerker

Met welke projecten zijn jullie nu als gemeente bezig?

We zijn momenteel bezig met het maken van een nieuw bestemmingsplan voor dit gebied. Doorvoor wordt eerst

een structuurvisie opgesteld. Idee is wel om meer ruimte voor de boer te gaan creëren. Het gebied is primair

nog wel voor de landbouw, maar er is geen ruimte meer voor intensieve veehouderijen. Er es altijd een heel

terughoudend beleid gevoerd. Er liggen wel plannen om iets meer ontwikkelingen mogelijk te maken.

Welke regelingen zijn er nu om in het gebied te kunnen ontwikkelen?

Er kan gebruik worden gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling. Een deel van oude boerenstallen mag

gesloopt worden waar dan een nieuwe woning op mag worden geplaatst. 1000m2 slopen komt overeen

met het bouwen van 1 woning. Om een bedrijfje te mogen vestigen moet 50% van de bestaande bebouwing

worden gesloopt.

Welke woningbouwopgave ligt er?

Er is een grote vraag naar woningbouw. Met name de huizenprijs is nu gewoon heel erg hoog. In Kockengen is

een nieuwbouwwijk gepland van zo’n 200 woningen. 1 boer wil zijn land echter onder geen beding verkopen.

Er is een grote vraag vanuit dorpelingen naar meer woningbouw, maar er zijn ook heel veel inspraak procedures

gestart. In Nieuwer ter Aa is ook een nieuwbouwplan voor 70 woningen op de sportvelden. Hiervoor moeten de

sportvelden dan wel worden verplaatst onder hoogspanningsleidingen, dus dat is nog een moeilijke kwestie.

Hoe is het met de voorzieningen in het gebied?

De voorzieningen in Kockengen zijn wel goed. Er zit een bakker, bank, kledingwinkels, supermarkt, sportwinkel,

bloemenwinkel. In Nieuwer ter Aar is de supermarkt is net weggetrokken. Er schijnt wel al een nieuwe

geïnteresseerde ondernemer te zijn. De vraag is ook hoeveel voorzieningen er nodig zijn, Breukelen ligt immers

heel dichtbij.

Zijn er knelpunten in de infrastructuur?

De A2 is een knelpunt. Samen met de spoorlijn en het Amsterdam Rijnkanaal is het een enorme bundel

infrastructuur die door het gebied loopt.

Wordt er veel recreatief gebruik gemaakt van De Venen?

De ambitie is om hier mogelijkheden voor te ontwikkelen, maar dat gebeurt in de praktijk nog niet.

107


108 Over Boeren en Buren, ontwikkelingsvisie voor de Venen


Colofon

Over Boeren en Buren,

ontwikkelingsvisie voor De Venen

Afstudeerproject Gepke Heun, 1089277

Maart 2008

Technische Universiteit Delft

Faculteit Bouwkunde

Berlageweg 1 / Postbus 5043

2628 CR / 2600 GA Delft

Master Urbanism

Afstudeerlab Urban Landscapes

Mentorenteam

Ir. R.G.P. van den Berg

leerstoel stad en regio

Ir. L.P.J. van den Burg

leerstoel stedebouwkundig ontwerpen

Prof. Ir. E.A.J. Luiten

leerstoel landschapsarchitectuur

Contact

email: gepkeheun@hotmail.com

telefoon: +31 (0)621260486

postadres: Blauwe Vogelweg 12

2333 VL, Leiden

109

More magazines by this user
Similar magazines