Download

dven.nl

Download

Geachte Lezers,

Met deze nieuwsbrief informeren

wij u over actualiteiten en ontwik-

kelingen die voor u van belang

kunnen zijn. Wilt u hierover meer

informatie of wilt u een ander

onderwerp bespreken, neem dan

contact met ons op. Wij zijn u

graag van dienst.

Veel leesplezier en goede zaken

toegewenst!

3

voor de ondernemer

Extra controle op openstaande

btw-schulden

De fiscus heeft aangegeven openstaande

btw-schulden over vorige

jaren extra te controleren. De fiscus

doet dit door de btw-aangiften en

de aangifte inkomstenbelasting of

vennootschapsbelasting met elkaar

te vergelijken.

U hebt een verplichting

Hebt u te veel of te weinig btw aangegeven?

Dan bent u sinds 1 januari

2012 verplicht dit te melden aan de

Belastingdienst. De verplichting is er

sinds 1 januari maar vanaf 1 april 2012

moeten deze correcties door middel

van het verplichte formulier suppletie

omzetbelasting worden aangeven.

Let op!

De verplichting geldt niet voor kleine

correcties. Kleine correcties, dat wil

zeggen dat de correctie per saldo

voor de ondernemer

Let op beperking btw-vrijstelling verzekeringen

Verzekeringen en diensten van

tussenpersonen bij verzekeringen zijn

vrijgesteld van btw. Maar wat is nu

precies vrijgesteld?

De vrijstelling geldt voor de volgende

vergoedingen:

- De premie of kapitaalstorting die de

klant betaalt voor de verzekering;

€ 1000 te betalen of € 1000 terug te

ontvangen bedraagt, moeten worden

verwerkt in de eerstvolgende aangifte

omzetbelasting. •

- De vergoeding voor het afsluiten

van de verzekering.

Gerechtshof Den Haag heeft onlangs

besloten dat dienstverlening die niet

bijdraagt aan de totstandkoming van

de verzekering zelf, niet vrijgesteld is

van btw. (Lees verder op pagina 2)

Jaargang 10 - juni/juli 2013 - nummer 3


voor de ondernemer

Belang van de factuur

Facturen moeten altijd worden uitgereikt wanneer een ondernemer goederen

levert of diensten verricht voor een andere ondernemer of voor een rechtspersoon,

andere dan ondernemer. Daarnaast moet steeds een factuur worden uitgereikt

voor de zogenaamde afstandverkopen en voor intracommunautaire leveringen van

goederen. Voorts moet in de meeste gevallen een factuur worden uitgereikt als

een vooruitbetaling wordt gedaan voor de desbetreffende goederenleveringen en

dienstverrichtingen.

Wat moet er op een reguliere factuur

staan?

1. Factuurdatum

2. Opeenvolgend factuurnummer

(meerdere reeksen zijn toegestaan)

3. Naam, adresgegevens en btw-

identificatienummer van de

ondernemer

4. Naam en adresgegevens van de

klant

5. Btw-identificatienummer van de

afnemer indien een verleggings-

regeling van toepassing is (de btw

wordt geheven van de afnemer)

of het een buitenlandse transactie

betreft

6. De hoeveelheid geleverde goede-

ren en/of diensten en een duidelijke

omschrijving hiervan

7. De datum of periode waarop de

levering of dienst heeft plaats-

2

gevonden

8. De maatstaf van heffing voor elk

btw-tarief of elke btw-vrijstelling,

de eenheidsprijs exclusief btw en

eventuele kortingen

9. Het toegepaste btw-tarief (bij

verschillende prestaties telkens het

btw-tarief vermelden): 0, 6 of 21%

of indien van toepassing een verwijzing

naar de vrijstelling die geldt

10. Het te betalen btw-bedrag

11. Eventueel een verwijzing naar

vorige facturen, bijvoorbeeld in

het geval van creditnota’s of

voorschotten

12. Indien de afnemer de factuur

uitreikt in plaats van de leverancier

of dienstverrichter moet er op de

factuur staan: ‘factuur uitgereikt

door de afnemer’

13. Indien een verleggingsregeling

voor de ondernemer

Let op beperking btw-vrijstelling verzekeringen

(Vervolg) In het onderhavige geval

ging het om het behandelen en

afwikkelen van schadeclaims. Volgens

het hof heeft de communautaire en

daarmee de nationale verzekeringsvrijstelling

specifiek het oog op de

handelingen bestaande in het sluiten

van verzekeringsovereenkomsten, te

weten diensten die bij uitstek door

verzekeraars worden verricht. Het is

juist vanwege die bedoeling, dat de

vrijstelling zich niet verder uitstrekt

dan tot bepaalde door tussenpersonen

of dergelijke beroepsbeoefenaren

verrichte diensten die

zijn aan te merken als het tot stand

(trachten te) brengen van verzekeringen

dan wel die in elk geval die

handeling mede omvatten.

Welke omzet valt nog meer buiten

de vrijstelling? U kunt denken aan:

- Onderhoudscontracten;

- Delcrederebedingen;

- Factoorovereenkomsten;

- Het aanbrengen van klanten bij een

verzekeringsmaatschappij zonder

zelf de verzekering af te sluiten;

- Provisie die een verzekeringsagent

aan een reisorganisatie betaalt voor

het aanbrengen van een nieuwe klant;

- Schade-expertisediensten. •

van toepassing is, dan moet er op

de factuur staan: ‘btw verlegd’

14. Indien van toepassing de vermel-

ding: ‘Bijzondere regeling reis-

bureaus’

15. Indien van toepassing de vermel-

ding: ‘Bijzondere regeling – ge-

bruikte goederen’, ‘Bijzondere

regeling – kunstvoorwerpen’,

‘Bijzondere regeling – voorwerpen

voor verzamelingen of antiquiteiten’

16. Voldoet een fiscaal vertegen-

woordiger de btw, vermeld dan

ook zijn naw-gegevens en het

btw-identificatienummer

17. Bij een verkoop van een vervoer-

middel moeten de gegevens over

het vervoermiddel (nieuw of

gebruikt) worden opgenomen

Vereenvoudigde factuur ook mogelijk

Het is ondernemers wettelijk toegestaan

in bepaalde gevallen waarin de

kans op fraude minder groot is, een

zogenoemde vereenvoudigde factuur

uit te reiken. Op deze facturen zijn veel

minder vermeldingen verplicht dan

op de hiervoor bedoelde volledige

factuur. Het gaat bij de vereenvoudigde

factuur in de eerste plaats om situaties

waarin het bedrag van de factuur niet

hoger is dan € 100. Daarnaast mag ook

een vereenvoudigde factuur worden

uitgereikt wanneer het gaat om een

document dat betrekking heeft op de

oorspronkelijke factuur en dat daarnaar

ook duidelijk verwijst, zoals bijvoorbeeld

een creditnota.

Let op!

Een vereenvoudigde factuur is niet

toegestaan ingeval van de zogenoemde

grensoverschrijdende afstandverkopen

en ingeval van intracommunautaire leveringen

tegen het nultarief. In genoemde

gevallen moet altijd een volledige factuur

worden uitgereikt om de belastingdiensten

van de bij die transacties

betrokken lidstaten in staat te stellen

een efficiënte controle uit te oefenen.

Gevolgen onjuiste factuur

Indien u een onjuiste factuur uitreikt

kan de Belastingdienst een boete opleggen

tot € 4.920. Zorg dat uw factuur

aan bovengenoemde eisen voldoet. •


voor de ondernemer

verkeerd btwbedrag

op de

factuur

Klopt de btw niet welke op een

factuur vermeld staat? Dan kan de

Belastingdienst de btw corrigeren

bij de ondernemer of bij diens

afnemer. De Belastingdienst maakt

hier zelf een keuze in.

Het is dus niet verplicht om de

btw bij de ondernemer te corrigeren

ondanks dat de ondernemer wel

de verplichting heeft om een juiste

factuur te versturen. De Belastingdienst

kan er bijvoorbeeld voor

kiezen om naar de afnemer te gaan

omdat de ondernemer door financiële

omstandigheden de correctie

niet zal betalen.

Let op!

De fout wordt eenmaal gecorrigeerd.

De Belastingdienst kan niet zowel bij

de ondernemer als bij de afnemer

een correctie toepassen.

Hoe wordt de correctie uitgevoerd?

De ondernemer ontvangt een

naheffingsaanslag en zal alsnog de

verschuldigde btw moeten betalen.

Bij de afnemer kan de Belastingdienst

deze fout corrigeren door de

vooraftrek te weigeren.

Let op!

Als afnemer loopt u dus een

bepaald risico terwijl de verplichting

voor een juiste btw-bedrag op de

factuur bij de leverancier ligt. Check

daarom goed op de ontvangen

facturen of het juiste tarief is toegepast

of dat er een vrijstelling geldt.

Bent u niet zeker over een factuur?

Neem dan contact op met uw

leverancier voor een gewijzigde

factuur of met ons kantoor. •

voor Werkgever en Werknemer

Geen gunstiger btw-berekening privégebruik

voor niet-milieuvriendelijke auto

De Hoge Raad spreekt zich uit over

de btw-regeling betreffende het

privégebruik van een auto van de zaak

zoals die gold tot 1 juli 2011. De Hoge

Raad neemt het standpunt in dat u

voor de berekening van de btw over

het privégebruik van een niet-milieuvriendelijke

auto van de zaak geen

beroep kunt doen op de gunstigere

regeling voor milieuvriendelijke

auto's.

De Hoge Raad stelt voorop dat een

regeling die bedoeld is om het milieu

te beschermen niet toegepast mag

worden om het privégebruik van een

auto vast te stellen. Immers, de mate

van CO 2 -uitstoot is daarvoor niet relevant.

Wat dat betreft is het gelijk aan

de belastingplichtige. Echter, de Hoge

Raad verbindt daar niet de conclusie

aan dat belanghebbende in deze zaak

eveneens recht heeft op de gunstige

btw-correctie. Integendeel, omdat de

begunstiging van milieuvriendelijke

auto's in strijd is met Europees recht,

zou een verdere uitbreiding van de

begunstiging een nog omvangrijkere

inbreuk op de btw-regelgeving betekenen.

Bovendien zou zo'n uitbreiding in

strijd zijn met de op zich aanvaardbare

milieudoelstelling. Het voorgaande

brengt mee dat de ongeoorloofde

begunstiging van de bevoordeelde

groep (berijders van 'schone' auto’s)

moet worden gestaakt. Dit is ook

gebeurd middels een wetswijziging per

1 juli 2011.

Gevolgen voor u?

Indien u bezwaar had gemaakt,

betekent het bovenstaande voor u dat

u geconfronteerd zult worden met een

afwijzing door de fiscus met als gevolg

dat u over de periode van vóór 1 juli

2011 alsnog de van toepassing zijnde

bijtelling moet aangeven voor zover

dat nog niet was gebeurd. •

3


voor de ondernemer

Vraag subsidie voor innovatie

binnen Topsector aan

Vanaf 15 mei tot en met 1 juli 2013

krijgt u als mkb-ondernemer de

mogelijkheid om subsidie aan te

vragen voor innovatieve activiteiten

binnen de zogenoemde Topsectoren.

Hoe werkt het? Het ministerie van

Economische Zaken biedt zogenaamde

instrumenten aan de Topsectoren.

De volgende Topsectoren worden

onderscheiden voor de aanvraag voor

subsidie bij innovatieve activiteiten:

- HighTech Systemen & Materialen

incl. ICT

- Tuinbouw & Uitgangsmaterialen

- Chemie

- BioBased

4

- Energie

- Water

- Logistiek

- Creatieve Industrie

- Life Sciences & Health

Iedere Topsector kiest welke instrumenten

zullen worden ingezet om het

mkb te betrekken. De Topsectoren

kunnen kiezen uit vijf instrumenten:

- Haalbaarheidsstudies

- R&D-samenwerkingsprojecten

- InnovatiePrestatieContracten (IPC’s)

- Kennisvouchers

- Mkb kan hooggekwalificeerd

personeel inhuren van onderzoeksorganisaties

of grote bedrijven

U kunt zich als mkb-ondernemer aansluiten

door te kiezen voor een Topsector en

de instrumenten die daarbij horen.

Hoeveel bedraagt de subsidie?

De hoogte van de subsidie varieert per

type instrument. U kunt per Topsector

vinden welke instrumenten men heeft

gekozen en wat de maximale subsidie

is. Naar verwachting is een kennisvoucher

€ 3.750 waard. Voor deelname

in een R&D-samenwerkingsproject is

de subsidie maximaal € 75.000. Bij alle

mkb-instrumenten moet de mkb-ondernemer

50% tot 60% zelf betalen.

Let op!

U kunt maar één aanvraag indienen per

openstellingsperiode. U moet dus vooraf

bepalen voor welke Topsector en welk

instrument u een aanvraag indient. U kunt

niet voor verschillende Topsectoren of

instrumenten een aanvraag indienen. •

overig

gulle gever geniet

nog een extra jaar

belastingvoordeel

Doet u giften aan culturele instellingen?

Dan kunt u een jaar langer

gebruik maken van een extra

belastingvoordeel.

Hoe hoog is het extra belastingvoordeel?

Particulieren mogen voor de inkomstenbelasting

25% meer aftrekken

dan ze geven. Voor hen kan het extra

belastingvoordeel oplopen tot € 650.

Bedrijven mogen voor de vennootschapsbelasting

de aftrek van hun gift

met 50% verhogen. Voor hen kan het

extra voordeel oplopen tot € 625.

Let op!

Door de verlenging van een jaar kunt

u tot en met 2017 gebruik maken

van een extra aftrek in de belastingaangiften.


voor Werkgever en Werknemer

Nieuw ontslagsysteem in 2016

Op 11 april 2013 hebben de sociale

partners en het kabinet een sociaal

akkoord bereikt onder andere over het

ontslagrecht. Zij hebben het volgende

besloten:

De preventieve ontslagtoets blijft

gehandhaafd

De zogenaamde preventieve ontslagtoets

dient werknemers tot zekere

hoogte te beschermen tegen eenzijdige

beëindigingen van arbeidsovereenkomsten

door werkgevers. Deze toets

wordt ofwel uitgevoerd door UWV

WERKbedrijf ofwel door de kantonrechter.

De bedoeling is om onredelijke

beëindigingen zoveel mogelijk

te vermijden en redelijke belangen

van werknemersbescherming te

waarborgen. In het Regeerakkoord was

nog afgesproken dat de preventieve

ontslagtoets via de kantonrechter zou

worden afgeschaft. Hier is het kabinet

op teruggekomen. De preventieve

ontslagtoets blijft dus gehandhaafd.

Aanleiding voor ontslag beslissend

Nu kunt u als werkgever bij ontslag

zelf kiezen van welke ontslagroute

u gebruik maakt. Per 1 januari 2016

bepaalt de aanleiding van het ontslag

welke instantie bevoegd is.

Bij ontslag om bedrijfseconomische

redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid

is het UWV bevoegd. Voor

andere redenen, zoals disfunctioneren,

wangedrag en bij een verstoorde

arbeidsrelatie dient u zich te wenden

tot de kantonrechter. De Kantonrechter

en UWV krijgen ieder een eigen rol,

waardoor de huidige keuzevrijheid

komt te vervallen.

Tegen een afwijzing van een ontslagaanvraag

om bedrijfseconomische

redenen van het UWV kunt u in beroep

bij de kantonrechter. Hoger beroep na

een ontbindingszaak bij de kantonrechter

wordt ook mogelijk.

Let op!

Dit is weliswaar een verruiming ten

opzichte van de huidige procesmogelijkheden,

maar bijkomend effect is dat

er wel meer tijd in gaat zitten waardoor

het langer duurt voordat een ontslag

definitief is afgerond. •

overig

Snellere

afhandeling

aangiften

U krijgt straks sneller zekerheid

over uw inkomstenbelasting,

schenkbelasting en erfbelasting.

Er is namelijk een wetsvoorstel

waarin is geregeld dat de aangiften

sneller worden afgehandeld.

Nu heeft de Belastingdienst een

termijn van drie jaar om een

aangifte definitief af te handelen. In

het wetsvoorstel krijgt de Belastingdienst

nog maar 15 maanden de tijd

om de aangifte af te handelen. Deze

termijn loopt vanaf het moment dat

u de aangifte heeft ingediend.

Terugkomen op de definitieve

aanslag

Indien na de definitieve aanslag blijkt

dat er een onjuistheid in de aangifte

zit, dan kan de Belastingdienst onder

voorwaarden gedurende een periode

van vijf jaar terugkomen op de definitieve

aanslag door middel van een

zogenoemde navorderingsaanslag.

In het wetvoorstel is geregeld dat

deze navorderingstermijn verkort

wordt tot drie jaar na ontvangst van

de aangifte indien u te goeder trouw

bent geweest. U hebt dus eerder

zekerheid dat er niet meer op de

aanslag wordt terug gekomen.

Bent u echter te kwader trouw

geweest, dan zal op grond van

het wetsvoorstel in uw geval een

navorderingstermijn gelden van

12 jaar.

Let op!

U krijgt wel meer ruimte om alsnog

wijzigingen aan te brengen in uw

ingediende aangifte. Tot 18 maanden

na het indienen van de aangifte

kunt u nog correcties aanbrengen. •

5


voor de dgA

Er komt een bestuursverbod voor

frauderende bestuurders

De aanpak van frauderende bestuurders

zal worden versterkt. Er is een

wetsvoorstel ingediend om een civiel

bestuursverbod te laten gelden voor

frauderende bestuurders. Zo krijgen

rechters meer mogelijkheden bestuurders

die zich met faillissementsfraude

bezighouden buiten spel te

zetten. Zowel de officier van justitie

als de curator kunnen de rechter

vragen een civiel bestuursverbod uit

te spreken.

Wat houdt het bestuursverbod in?

Het civiel bestuursverbod houdt

in dat de betrokkene niet langer

als bestuurder kan aanblijven bij

het failliete bedrijf en bij eventuele

andere rechtspersonen. Daarnaast mag

betrokkene maximaal vijf jaar geen

rechtspersoon besturen. Het betreft

alle rechtspersonen - verenigingen,

stichtingen, NV's, BV's, coöperaties en

onderlinge waarborgmaatschappijen.

Wanneer is een civiel bestuursverbod

aan de orde?

Vereiste voor het opleggen van

een civiel bestuursverbod is dat het

onbehoorlijk bestuur zich in de drie jaar

voorafgaand aan het faillissement van

het bedrijf heeft voorgedaan. Een be-

6

stuurder moet 'in ernstige mate' tekort

zijn geschoten in zijn verplichtingen.

Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn

als zaken vlak voor een faillissement

zijn weggesluisd om schuldeisers te

benadelen.

Ook geeft het wetsvoorstel ruimte om

het bestuursverbod op te leggen als

sprake is van kort op elkaar volgende

faillissementen met dezelfde bestuurder.

De grens ligt bij drie faillissementen

in drie jaar. Uitzondering hierop

is als de faillissementen te wijten zijn

aan een ongelukkige samenloop van

omstandigheden zoals een betalingsweigering

van een grote debiteur.

Verder biedt het wetsvoorstel de

mogelijkheid bestuurders aan te pakken

die achter een web van rechtspersonen

zitten om fraude te maskeren.

Let op!

Er komt een openbaar register

waarin kan worden nagegaan wie

een bestuursverbod heeft. Zo wordt

voorkomen dat de notaris en de Kamer

van Koophandel meewerken aan de

oprichting en inschrijving van een

vennootschap waarin een bestuurder

wordt benoemd die een bestuursverbod

opgelegd heeft gekregen. •

overig

Sluiproute

fiscus afgesloten

bij naheffing

loonbelasting

De fiscus kan de te weinig geheven

belasting dan wel de ten onrechte

of tot een te hoog bedrag verleende

heffingskorting navorderen door

middel van een navorderingsaanslag

inkomstenbelasting.

In beginsel is daarvoor een nieuw

feit vereist.

De fiscus kan de belasting ook

innen in de loonbelastingsfeer.

Voor het opleggen van een naheffingsaanslag

loonbelasting is

geen nieuw feit vereist. Nu zou u

kunnen stellen dat de fiscus hierin

een keuze heeft en uiteraard de

makkelijkste weg kan nemen.

Indien er geen nieuw feit aanwezig

is om tot navordering over te gaan

in de inkomstenbelasting, dan zou

de inspecteur namelijk – voor zover

het looninkomen betreft – de ten

onrechte niet geheven belasting

alsnog kunnen naheffen via de

loonbelasting.

Maar de Hoge Raad heeft deze

sluiproute afgesloten. Dit betekent

dat indien de fiscus geen navorderingsaanslag

kan opleggen wegens

het ontbreken van een nieuw feit,

dan ook niet mag naheffen in de

loonbelasting.

Let op!

Heeft de fiscus een naheffingsaanslag

loonbelasting opgelegd?

Controleer dan eerst of de fiscus

niet zijn rechten heeft verspeeld bij

het opleggen van de navorderingsaanslag.


voor de ondernemer

Eerder ontheffing van administratieve verplichtingen

Indien u gebruik maakt van de kleine ondernemersregeling (KOR), kunt u als

startende ondernemer voor de btw ontheven worden van uw administratieve

verplichtingen die voortvloeien uit het belaste ondernemerschap. Indien u in

aanmerking komt voor ontheffing van de administratieve verplichtingen, moet

u bij de inspecteur een verzoek indienen. Als de inspecteur het verzoek inwilligt,

gaat de ontheffing in met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar

waarin het verzoek is ingediend. Dit betekent dat u tot aan dat tijdstip nog moet

voldoen aan de administratieve verplichtingen voor de btw.

Het kabinet komt u hierin tegemoet.

Om de administratieve lasten voor

startende (kleine) ondernemers te

verminderen keurt Staatssecretaris

Weekers van Financiën namelijk goed

dat een verzoek om ontheffing van

administratieve verplichtingen onder

voorwaarden met terugwerkende

kracht wordt verleend tot de dag

waarop het verzoek is ingediend.

De voorwaarden luiden als volgt:

- Na toepassing van de KOR hoeft u

over het jaar waarin het verzoek

wordt ingediend geen btw meer te

voldoen;

- U hebt over het jaar waarin het

verzoek wordt ingediend geen

melding gemaakt van btw op de door

u uitgereikte facturen;

- U maakt over het jaar waarin het

verzoek wordt ingediend geen

aanspraak op teruggaaf van btw.

Wanneer valt u onder de KOR?

De KOR houdt in dat u, indien u in

een kalenderjaar minder dan € 1.883

btw verschuldigd bent, in aanmerking

komt voor een vermindering van btw.

U krijgt zelfs een vermindering voor

het gehele bedrag als het te betalen

bedrag aan BTW in een jaar lager is

dan € 1.345.

Let op!

De staatssecretaris heeft zijn goedkeuring

voor het verlenen van terugwerkende

kracht inzake het verzoek

om ontheffing van administratieve

verplichtingen ook uitgesproken voor

commissarissen en niet-uitvoerende

bestuurders. •

voor de ondernemer

Een voorziening of kostenegalisatiereserve op uw balans?

U kunt als ondernemer nu al rekening

houden met uitgaven die u in de

toekomst verwacht. Dit kunt u doen

door een fiscale voorziening of een

kostenegalisatiereserve (KER) te

vormen. Een voordeel hiervan is

dat u de kosten kunt spreiden over

verschillende jaren. De winst in die

jaren zal dalen en zodoende betaalt u

minder belasting in die jaren. Voor het

vormen van een fiscale voorziening en

een KER gelden verschillende criteria.

Wat is een fiscale voorziening?

Een fiscale voorziening is een passief

post op de balans en kan worden

gevormd voor toekomstige uitgaven

indien wordt voldaan aan de volgende

voorwaarden:

- De toekomstige uitgaven vinden hun

oorsprong in feiten of omstandigheden

die zich in de periode voor-

afgaand aan de balansdatum hebben

voorgedaan (oorsprongseis); en

- Die uitgaven kunnen aan die periode

worden toegerekend (toerekenings-

eis); en

- Er bestaat een redelijke mate van

zekerheid dat de uitgaven zich zullen

voordoen (zekerheidseis).

Let op!

U dient aannemelijk te maken dat aan

de hiervoor genoemde drie voorwaarden

voldaan is. Dit wordt getoetst aan

de hand van feiten en omstandigheden

zoals die per balansdatum zijn.

Wat is een KER?

De KER is een fiscale reserve die

ten laste van de winst kan worden

gevormd voor toekomstige uitgaven

indien wordt voldaan aan de volgende

voorwaarden:

- De toekomstige kosten leiden tot

een piek in de uitgaven; en

- Er bestaat een redelijke mate van

zekerheid dat die uitgaven zullen

worden gedaan; en

- Deze worden opgeroepen door de

bedrijfsuitoefening van het jaar van

dotatie.

Verschil fiscale voorziening en KER

Uit de bovenstaande voorwaarden

blijkt dat een KER beperkt blijft tot de

kosten die aan het jaar van de dotatie

kunnen worden toegerekend terwijl een

voorziening ziet op alle jaren tot en met

balansdatum waaraan de kosten kunnen

worden toegerekend. Hierdoor is bij de

KER geen inhaal mogelijk. Dat wil zeggen

dat kosten die toe te rekenen zijn

aan oude boekjaren niet meegerekend

mogen worden. Bij het vormen van een

voorziening kan dit wel. •

7


Voor meer informatie

kunt u contact opnemen

met uw contactpersoon

op één van de onderstaande

vestigingen.

Drachten

Stationsweg 160

9201 GT Drachten

t: (0512) 51 08 05

f: (0512) 53 18 51

e: drachten@dven.nl

Leek

De Schelp 32

9351 NV Leek

t: (0594) 51 98 88

f: (0594) 51 98 60

e: leek@dven.nl

Surhuisterveen

Gedempte Vaart 14

9231 AV Surhuisterveen

t: (0512) 36 24 45

f: (0512) 36 11 64

e: surhuisterveen@dven.nl

De Westereen

A. van der Meulenstrjitte 12

9271 BL De Westereen

t: (0511) 44 38 40

f: (0511) 44 26 67

e: dewestereen@dven.nl

8

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van

de uitgever. Deze nieuwsvoorziening is met grote zorg samengesteld. Voor eventuele onvolkomenheden kunnen wij geen

aansprakelijkheid aanvaarden. Druk- en zetfouten voorbehouden.

voor Werkgever en Werknemer

Recht op ontslagvergoeding

Volgens het sociaal akkoord heeft

iedere werknemer met een dienstverband

vanaf twee jaar of langer,

ook bij tijdelijke contracten, recht op

een ontslagvergoeding en/of transitievergoeding

bij onvrijwillig einde van

het dienstverband.

De vergoeding bedraagt maximaal

€ 75.000 of een jaarsalaris als dat hoger

is. De opbouw bedraagt over de eerste

10 dienstjaren een derde van een

maandsalaris per dienstjaar en vanaf

het 10 e dienstjaar een half maandsalaris

voor elk jaar dat het dienstverband

langer heeft geduurd dan 10 jaar. Voor

werknemers ouder dan 50 jaar geldt tot

2020 overgangsrecht waarbij de transitievergoeding

met 10 dienstjaren wordt

gesteld op één maand per dienstjaar

boven de 50 jaar, met een uitzondering

voor mkb-bedrijven met minder dan 25

werknemers. Het bovenstaande zal nog

nader worden uitgewerkt.

Let op!

Een aanvullende ontslagvergoeding

door de kantonrechter is mogelijk.

Dit betekent dat de kantonrechter

een hogere of lagere vergoeding kan

toekennen bij ernstige verwijtbaarheid

van werkgever of werknemer. Indien

voor Werkgever en Werknemer

Beperking tijdelijke contracten

Het aantal opeenvolgende contracten

voor bepaalde tijd zal, volgens het

sociaal akkoord, worden beperkt.

Vanaf 1 januari 2015 mogen er drie

contracten voor bepaalde tijd binnen

een periode van twee jaar worden

overeengekomen. Nu is dat drie jaar.

Ook als tussen twee tijdelijke contracten

een periode van zes maanden

verstrijkt tellen beide contracten nog

mee in deze reeks. Nu geldt er een

periode van drie maanden.

bijvoorbeeld het ontslag ernstig aan de

werknemer te wijten is, hoeft de werkgever

hem geen transitiebudget mee

te geven. Als het ontslag echter ernstig

aan de werkgever is te wijten, kan de

kantonrechter bepalen dat de werkgever

de werknemer een aanvullende ontslagvergoeding

moet meegeven. Aan de

correctiemogelijkheid wordt geen grens

gesteld. •

voor de ondernemer

Wat is de status van

de verhuurdersheffing?

De Tweede Kamer heeft op

16 april 2013 ingestemd met de

novelle verhuurdersheffing.

Deze novelle wijzigt het bij de Eerste

Kamer aanhangige wetsvoorstel

verhuurdersheffing. De status van

de verhuurdersheffing is nu dat er

inhoudelijk geen wijzigingen zijn

voorgesteld maar dat de wet verhuurdersheffing

uitsluitend geldt voor

het jaar 2013. Voor de jaren 2014 en

volgende zal een nieuw wetsvoorstel

worden ingediend. •

Bij tijdelijke contracten van zes

maanden of korter kan geen proeftijd

worden overeengekomen, en ook kan

in een tijdelijk contract in beginsel

geen concurrentiebeding meer worden

opgenomen. Ook zullen flexwerkers

beter beschermd worden. Er komt

een verbod op nul-urencontracten in

de zorg. Verder wil het kabinet een

einde maken aan constructies waarbij

werknemers met buitenlandse sociale

lasten en belastingen goedkoop in

Nederland kunnen werken. •

Similar magazines