Communiceren met je partner - Relatietherapie-weekend.nl

relatietherapie.weekend.nl

Communiceren met je partner - Relatietherapie-weekend.nl

Communiceren

met je partner

Angèle Nederlof en Sjaak Vane

2


Copyright © 2012

Maatschap de Meyboom, Vlissingen

Angèle Nederlof en Sjaak Vane

www.demeyboom.nl

info@demeyboom.nl

www.relatietherapie-weekend.nl

info@relatieweekend.nl

Tel. 0118- 467542

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in

enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,

op internet, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke

toestemming van Maatschap de Meyboom.

3


Voordat je verder leest 7

HOOFDSTUK 1 RELATIES 8

Kernpunten 8

Een relatie is geen bezit 8

Een relatie als mogelijkheid 9

Een intieme relatie 10

Een vaste relatie 11

Een stevige relatie 12

Ik wil met je praten 14

Een gezonde relatie 15

Een groeizame relatie 16

HOOFDSTUK 2 GESPREKKEN 18

Kernpunten 18

Je relatie als een gesprek 18

Voedzame gesprekken 19

Vastgelopen gesprekken 20

Zwijgen 21

Strijden 21

Trekken 22

Gesprekken vlottrekken 23

Geen lekke band 24

HOOFDSTUK 3 CONTACT MET JE PARTNER 26

Kernpunten 26

Praten zonder woorden 26

Waarnemen: Ik zie wat jij niet ziet 27

Je partner waarnemen 27

Een nieuw perspectief 29

Emoties: Lastposten of boodschappers? 30

Fantaseren over emoties 32

Gevoelens op een voetstuk 33

HOOFDSTUK 4 LUISTEREN 36

Kernpunten 36

Een goede verstaander 36

Tips voor actief luisteren 37

Geef je grenzen aan 37

Laat merken dat je luistert 38

Moedig de spreker aan 38

4


Ga na of je de ander goed hebt begrepen 39

Stel vragen uit interesse 39

Verpak geen boodschappen in een vraag 40

Manieren van luisteren 40

Oppervlakkig luisteren 41

Inhoudelijk luisteren 41

Belevingsgericht luisteren 42

Meeleven 44

Kritisch luisteren 44

HOOFDSTUK 5 SPREKEN 46

Kernpunten 46

Spreken is goud. 46

Niet praten over maar met elkaar. 47

Ik en jij 48

Geen stukjes gevoel 48

Dat ‘voel’ ik nu eenmaal zo. 49

Spreek jezelf uit 50

Altijd en nooit 50

Bijsturen 51

HOOFDSTUK 6 IK WIL MET JE PRATEN 52

Kernpunten 52

Rolverdeling 52

Contactbehoefte 53

Aangeven hoe je in gesprek wilt zijn 55

Gesprekken plannen 58

Doen en ervaren 59

Oefening 60

HOOFDSTUK 7 OVERLEGGEN 62

Kernpunten 62

Regels 62

De kunst van het overleg 63

Gezinsvergadering 65

Activiteiten plannen 66

Praktisch probleem oplossen 67

HOOFDSTUK 8 BELEVINGSGERICHT GESPREK 69

Kernpunten 69

Belevenissen uitwisselen 69

5


Oefening 71

Stoom afblazen 71

Ervaringen delen 72

Emotioneel probleem bespreken 73

Ingrijpende gebeurtenis verwerken 74

Afkeuring en waardering tonen 75

Seksueel contact 77

Mannen en vrouwen 79

HOOFDSTUK 9 HET VERDIEPENDE GESPREK 82

Veranderen vraagt inspanning 82

Verdiep je relatie in vijf stappen 83

De opzet van het verdiepend gesprek 86

De spelregels 86

Beginnen en afsluiten 87

Verken je beleving van elkaar 87

Oordelen 90

Een onderwerp uitdiepen 92

Mogelijke onderwerpen 94

Jullie partnercontact 94

Je contact met anderen 95

Andere onderwerpen 95

BIJLAGE: BOEKEN EN SPEELFILMS OVER

PARTNERRELATIES 97

Boeken over partnerrelaties 97

Speelfilms op dvd 97

Andere boeken van Angèle Nederlof en Sjaak Vane 99

6


Voordat je verder leest

De manier waarop wij werken met koppels is gebaseerd op de Gestaltbenadering,

wat inhoudt dat wordt gefocust op het contactproces zoals

dat zich van moment tot moment afspeelt tussen een koppel. Het

verhelderen hiervan maakt zichtbaar en voelbaar hoe beide partners

tegenover elkaar staan.

Bij de vele honderden stellen die wij hebben begeleid, viel het op dat

wanneer beide partners oprecht bereid zijn om open te staan voor

elkaars signalen, er een nieuwe gevoelsbeweging ontstaat. Of dat

tenminste duidelijk wordt hoe deze wordt geblokkeerd.

Wij stimuleren daarbij dat partners elkaar niet vastzetten binnen

definities. Zelf doen we dat ook niet. Het gaat niet om het praten over

hoe de ander in elkaar zit, maar om het gesprek met elkaar aan te gaan.

Doordat men zich uitspreekt tegen elkaar wordt voelbaar dat de liefde

niet is verdwenen, maar hooguit begraven. Deze gewaarwording is de

eerste stap naar een intensiever contact. Het verdiepen van je relatie

betekent dat je op zoek gaat naar deze levendige onderstroom. Dat

maakt dat de verliefdheid van het eerste uur groeit tot de intimiteit van

een volwassen liefdesverhouding. Van dit veranderingsproces zijn wij

vaak getuige geweest. Het belangrijkste hierbij zijn de verdiepende

gesprekken die men met elkaar aanging.

Hoewel wij geen wezenlijk verschil merken als we een homoseksueel

koppel begeleiden, hebben wij dit boek uitsluitend toegespitst op een

man-vrouw-relatie. Waar wordt verwezen naar ‘de partner’ is de hij-vorm

van toepassing. Hierdoor krijgt de lezer wellicht de indruk dat in dit boek

de mannelijke helft van het koppel wordt aangeduid. Dit is niet zo. Waar

hij staat kan ook zij gelezen worden.

Veel inspiratie,

Angèle Nederlof en Sjaak Vane.

7


Hoofdstuk 1 Relaties

Kernpunten

• Een relatie is een wisselwerking. Het geeft voortdurend de

mogelijkheid je uit te drukken.

• Een intieme relatie vraagt dat je je gevoelens deelt. Intimiteit is

meer dan seks.

• Een vaste relatie is gebaseerd op de afspraak dat je in gesprek

blijft met elkaar. Daar kun je je partner op aanspreken.

• Je kunt niet eisen dat alles bij het oude blijft of afdwingen dat je

partner zijn gevoelens verandert.

• Een stevige relatie ontstaat door elkaar op te zoeken, juist als

het moeilijk gaat.

• Via een vaste intieme relatie kun je groeien door samen

levensthema’s te doorwerken.

Een relatie is geen bezit

Een relatie krijg je niet in de schoot geworpen, zoals je een cadeau

ontvangt via de post. Het is er niet zomaar, vanzelf. Natuurlijk kun je de

ander ervaren als een geschenk uit de hemel. Als iets wat je is

toegevallen en waarmee je geluk hebt gehad. Maar dan heb je het over

de eerste ontmoeting als die ongewone gebeurtenis waaruit de relatie

groeide.

Als je spreekt over het hebben van een relatie, doe je eigenlijk geen

recht aan het karakter ervan. Een relatie bestaat niet op zich, zoals een

voorwerp op de kast staat. Een partnerrelatie heeft eerder het karakter

van een spel of een dans. Als de spelers niet spelen en de dansers zijn

uit gedanst, blijft er niets over dan een herinnering. Een relatie is een

gebeuren. Het is nooit klaar of toe te eigenen, zoals een object. Liefde is

niet te koop. En wie dat probeert ontkent de eigenheid van een relatie.

8


Een relatie als mogelijkheid

Je kunt een relatie opvatten als een mogelijkheid. Een ontmoeting die

zich telkens opnieuw actualiseert. Dat klinkt nogal idealistisch, op het

eerste gezicht. Maar we stellen hier niet de eis dat je iedere dag opnieuw

verliefd wordt op je partner. Dat zou mooi zijn, maar is meestal niet

haalbaar.

Het is onvermijdelijk dat er gewoontes ontstaan. Het reguleert het

verloop van het contact. Daarbij maak je de verwachtingen waar die de

ander van je heeft en andersom. Voor het dagelijks verkeer, de

routineklussen van een huishouden delen, werkt dit nu eenmaal zo.

Wanneer sleur echter je intieme contact binnensluipt, raakt de ander uit

beeld. Je neemt niet meer waar, maar gaat uit van vanzelfsprekendheden.

Partners kijken en luisteren nog slechts oppervlakkig naar elkaar.

Ze raken letterlijk op elkaar uitgekeken. De gesprekken worden

herhalingen van ‘het oude liedje’ en seks wordt een nummertje doen en

geen ontmoeting.

Pas als je echt laat merken wat er in je omgaat, gebeurt er iets in het

samenzijn met de ander. Dat is iets unieks. Alleen die ander wekt dat in

je op. En alleen jij maakt datgene los in je partner, waardoor jij bijzonder

wordt voor hem.

Dat is wat er waarschijnlijk spontaan gebeurde toen jullie verliefd werden

op elkaar. De ander trok jou aan. Hij zette jou in beweging. Bracht je hart

op hol. Of beter gezegd: jij mobiliseerde je energie en hield je geliefde in

het vizier.

Een liefdesrelatie is een wisselwerking. Een gebeuren tussen twee

mensen. Het contact is des te intenser naarmate je de ander verder

toelaat. Dat vraagt overgave en dat geeft soms angst. Angst om je eigen

grenzen te verliezen. Maar het is voor veel mensen de moeite waard.

Het verlangen naar intimiteit is een diepe menselijke behoefte.

9


Een intieme relatie

Een toenemende intimiteit geeft opwinding. Dit geldt niet uitsluitend op

het seksuele vlak. Intimiteit en opwinding worden daar vaak mee

geassocieerd. Maar dat is niet het hele verhaal. Ook het delen van je

toekomstplannen, je verborgen angsten en onzekerheden laten zien,

inspelen op elkaars humor of je ongecensureerde fantasieën delen,

geeft dezelfde intense uitwisseling. Soms is die ingetogen en broos van

karakter, op andere momenten luidruchtig en vurig en dan weer speels

en kinderlijk onschuldig. Maar altijd zijn beide partners intens betrokken

op elkaar. Zo afgestemd op elkaars signalen, dat anderen tijdelijk op de

achtergrond zijn.

Openheid vraagt dat je je kwetsbaar opstelt. Dat je eerlijk durft te zijn

over jezelf en je gevoelens en gedachten over de ander. Natuurlijk is niet

ieder moment daarvoor geschikt. Naast intieme momenten bestaat een

langdurige relatie ook uit minder levendig contact.

Je kunt het bovenstaande als hopeloos romantisch overboord gooien. Er

zijn ook opvattingen die intieme relaties beschouwen als eenvoudigweg

een goede deal. Als een levensdomein waarop de principes van vraag

en aanbod van toepassing zijn. Die opvatting is nogal eenzijdig. Een

relatie is niet een voor-wat-hoort-wat overeenkomst. Een liefdesrelatie

doet mensen wezenlijk veranderen. Dat is het verschil met een kooprelatie.

Als de partners zich terugtrekken uit het contact is een intieme relatie

niet mogelijk. Echtgenoten wonen als vreemden bij elkaar in huis. Ze

treffen elkaar aan de ontbijttafel en 's avonds op de bank. Maar er is

geen sprake meer van een wezenlijke ontmoeting.

Wat kun je doen als je niet meer opbloeit door het samenzijn met je

partner? Hebben wij daarnet niet beweerd dat je de ander in wezen niet

kunt dwingen? Dat een relatie geen bezit kan zijn, maar een

10


mogelijkheid is? Het antwoord op deze vraag ligt in een ander aspect

van de partnerrelatie.

Een vaste relatie

Het enige waarvan je wel kunt zeggen dat je het hebt is een afspraak

met elkaar. Hiermee doelen we op het verbindende karakter van een

vaste relatie. Vaak is deze vastgelegd in een huwelijk of een

samenlevingscontract. Ook los van dit ‘boterbriefje’ bestaat de

stilzwijgende afspraak elkaar te beschouwen als levenspartners. Een

vaste relatie aangaan heeft betekenis. Het is meer dan een flirt. Het is

een bindende overeenkomst, met dien verstande dat beide partners de

mogelijkheid hebben deze te verbreken. Binnen de Westerse cultuur is

het de bevestiging van een serieuze liefdesrelatie. Scheiden is mogelijk,

maar dat doe je niet zomaar, is de norm.

Hoe moet je die afspraak eigenlijk opvatten? Het is niet meer elkaar

eeuwig trouw zweren, zoals vroeger. Die status is het kwijt geraakt. Ook

is het geen gebruiksrecht. Je kunt geen aanspraak maken op liefde of

seks. Wie dat doet is een bruut. Seks afdwingen is strafbaar volgens het

Nederlands recht. En sinds het denken in de traditionele rolpatronen is

losgelaten, kun je je partner ook niet meer dwingen tot bepaalde taken in

het huishouden. Kostwinner, deeltijdwerker, huisman of huisvrouw, de

invulling van dit werk is niet meer vanzelfsprekend.

Bij nogal wat mensen is daardoor verwarring ontstaan over de betekenis

van een vaste relatie. Waar kun je elkaar dan nog wel op aanspreken?

Enerzijds wil je je partner de ruimte laten om ‘zijn eigen ding te doen’. Je

geeft hem de ruimte voor zijn eigen leven. Een relatie moet niet

verstikkend werken op zijn ondernemingsdrang, vind je. Je wilt immers

niet als een uitgeblust stelletje oud worden, zittend op de bank.

Aan de andere kant merk je dat je last hebt van de manier waarop je met

elkaar omgaat. Je raakt je levenslust kwijt, omdat het contact met de

ander je niet meer voedt. Je wilt intenser contact, maar dat lijkt gezeur

binnen het ideaal van vrijheid-blijheid. Toch blijft het aan je vreten. Een

11


elatie houdt toch meer in dan samen leuke dingen doen? Meer dan

samenzijn als het jou uitkomt en elkaar mijden als je pet er niet naar

staat?

Soms claimt één van de partners zijn vrijheid en schildert daarbij de

ander af als bezitterig. Met de uitspraak dat een relatie een spel is en

geen bezit, kun je de ander om de oren slaan. Maar dan verwar je de

eigenheid van een relatie, zoals die zich toont van moment tot moment,

met de relatieafspraak die je ooit maakte en waar je elkaar aan kunt

houden.

Misschien geeft het volgende beeld hier over wat duidelijkheid. Je zou

de verbintenis tussen twee levenspartners kunnen zien als de lijnen van

het speelveld. Binnen deze grenzen krijgt de relatie iedere keer opnieuw

vorm. Als deze (onuitgesproken) afspraken worden geschonden, staat

de voortgang van de relatie zelf op het spel. Als één van de partners de

spelbreker is, dan heeft dit gevolgen. Op dat moment wordt duidelijk dat

een vaste relatie niet vrijblijvend is.

Kunnen de grenzen van een relatie dan niet verschuiven? Natuurlijk kan

dat wel, en soms gebeurt dat ook. Wat echter ten grondslag ligt aan een

vaste relatie is de afspraak met elkaar in gesprek te blijven. Daar moet je

elkaar op kunnen aanspreken. Het is als het ware de grondwet van de

spontane omgang met elkaar. Als dit met voeten wordt getreden is er

geen basis meer voor het oorspronkelijke contract.

Een stevige relatie

De aanspraak die je met elkaar moet kunnen maken is niet: ‘Ik wil dat je

blijft zoals toen we met elkaar begonnen’. Dat zou een relatie tot een

keurslijf maken. Zo gauw een verhouding zich fixeert in een gewoonte-

patroon, ontnemen de partners elkaar de mogelijkheid te veranderen. En

veranderen doen we onherroepelijk. Het gevolg is dan dat de partners

elkaar terugfluiten, omdat ze hun oude situatie willen herstellen. Ze

pinnen elkaar vast op bekend gedrag. Hierdoor gaan ze een nieuwe

ontmoeting met elkaar uit de weg. De relatie wordt als een vaas op de

12


kast. Saai en vanzelfsprekend, en bij een verstoring valt ze en breekt in

stukken.

De aanspraak die je op elkaar kunt maken is ook niet iets in de trant van:

‘Ik wil dat jij als persoon verandert’. Voor alle duidelijkheid: we doelen

hier niet op praktische zaken, zoals de manier waarop je met elkaar een

huishouden vormgeeft. Je kunt wel aangeven dat je graag wilt dat je

partner voortaan de vuilniszak buitenzet. Maar er zijn gedragingen die

voortkomen uit hoe de ander in contact wil zijn met jou. Daar zitten

motieven onder die je niet onbesproken kunt laten. Een gesprek over de

taakverdeling in huis, heeft een ander vertrekpunt dan een gesprek over

hoe je de ander ervaart.

Als je ontevreden bent over hoe het contact tussen jullie verloopt, dan

werkt het niet om de ander te overladen met voorschriften. Je kunt de

ander niet voorschrijven dat hij van je houdt. Je kunt wel aangeven dat je

hem mist. Oftewel je eigen gevoelens en behoeftes tonen. Alleen

daardoor krijg je meer besef van de situatie zoals die is gegroeid tussen

jullie.

Meestal komen partners met een wensenlijstje in de vorm van een

gebruiksaanwijzing. Als je wilt dat ik tevreden ben over jou - wat ik nu

niet ben, dat moet je goed weten- dan moet je het volgende doen: Meer

over je gevoelens gaan vertellen, meer complimenten gaan geven, vaker

knuffelen, spannender seks, meer met de kinderen doen, minder moe

zijn, vlotter en vrolijker worden. Van die dingen. Deze gebruiksaanwijzing

krijgt een dwingend karakter. Soms met een clausule: als je dit niet doet

dan stop ik ermee.

Dit voorschrijven van gedrag doen partners meestal niet uit kwade wil,

maar omdat ze langdurig ontkent zijn in hun gevoelens. De partner lijkt

onbenaderbaar en dan schijnt afdwingen de enige mogelijkheid die rest.

Die insteek leidt nooit tot een verdieping van het contact. Het slaat

namelijk een stap over, en wel het samen verkennen van de situatie

zoals die is ontstaan. Gebeurt dit wel, dan kan van daaruit een nieuwe

situatie groeien. Maar dan is ze een gezamenlijk project en niet een

13


aanpassing aan de gebruiksaanwijzing. Daardoor kan je partner een

antwoord geven vanuit zijn eigenheid.

Ik wil met je praten

Wat is dan wel de grondvraag die je de ander kunt stellen? Het enige

wat je in handen hebt, of anders gezegd: het enige wat recht doet aan

de aard van jullie afspraak is: ‘Ik wil met je praten over hoe ik jou nu

beleef. Ik vind het fijn als je naar me luistert naar wat er in mij omgaat en

je inspant een eigen antwoord te geven op mijn behoefte aan het contact

met jou. Wil je dat doen?’

Want dat was wat je elkaar beloofden toen je er voor koos om samen te

gaan. Niet dat je voor eeuwig dezelfde zult zijn. Want dat kun je nooit

beloven. Ook niet dat je persé bij elkaar zult blijven. Dat kan niet de inzet

zijn van een werkelijk eerlijk en open gesprek. Hoezeer je ook bang bent

om te scheiden, misschien. Als je dit niet onder ogen ziet, wordt praten

een verkapte lijmpoging en dat is geen basis.

Het enige wat je mag verwachten is dat je partner zijn uiterste best zal

doen om met je in gesprek te blijven. Dat houdt in dat je allebei bereid

bent te luisteren, ook als het je niet goed uitkomt. Dat je je laat

beïnvloeden door de wensen, gedachten en gevoelens van de ander.

Dat je ‘dat-wat-er-is’ deelt met elkaar. Of dit in ieder geval probeert.

Als je die bereidheid laat zien, juist op de momenten dat het erop

aankomt, dan bevestig je het unieke van een vaste intieme liefdesrelatie.

Dat je er bent voor elkaar, in ieder geval als gesprekspartner. Met alle

onvolkomenheden en alle gevoeligheden. Dat je het nog steeds op kunt

brengen om aandacht te hebben voor elkaar. Dat die ander nog steeds

betekenis heeft voor je. Misschien is ze niet meer die leuke spontane

meid die je ooit leerde kennen. En mogelijk is hij niet meer die

levenslustige, jongensachtige man die je ooit zo aantrok. Maar zolang je

de intentie hebt naar elkaars verhaal te luisteren en er op eigenwijze op

durft te reageren - eerlijk en respectvol- is de basis voor een relatie nog

14


steeds aanwezig. Want dat maakt een relatie stevig: dat je elkaar

opzoekt juist als het moeilijk gaat.

Een gezonde relatie

Wat denkt u: heeft deze relatie nog kans van slagen? Is onze manier van

omgang met elkaar normaal? Dergelijke vragen krijgen wij regelmatig

voorgelegd. Men wil ons oordeel over wat een relatie zou moeten

inhouden. En daarbij een lijst met verbeterpunten in termen van een

APK-keuring.

Wat ‘een gezonde relatie’ of ‘een goede relatie’ voor anderen inhoudt is

niet aan ons om vast te stellen. Het liefst vermijden wij dergelijke termen.

Het leidt ertoe dat je via de ogen van een buitenstaander naar jezelf gaat

kijken. In dit geval een relatietherapeut.

Natuurlijk begrijpen we wel dat koppels hiermee worstelen. Daarom

gaan we er hier toch op in. Sommige stellen hebben namelijk sterk te

maken met de normen die de omgeving hen probeert op te leggen. ‘Dat

is geen goede vent voor jou. Je kan wel iets beters krijgen, dan die

vrouw’. En ga zo maar door. Familie, vrienden en buren staan

ongevraagd klaar met een oordeel dat meestal niet mals is.

Opvoedboeken zeggen het vaak iets beschaafder, maar de boodschap

komt op hetzelfde neer. Wat je nu doet doe je niet goed. Vrouwenbladen

en reclamespotjes tonen een ideaalbeeld. Stralende kinderen en vlotte

stellen die kiezen voor 24-uur-geluk. Partners voelen zich daarbij vaak

tekort schieten, naar hun partner, hun kinderen, hun ouders of

kennissenkring. Waarom lukt dit ons maar niet? Dergelijke schuldgevoelens

belemmeren het vermogen tot verandering. Strakke normen

over hoe het zou horen, staan de groei van een relatie alleen maar in de

weg.

Het begrip ‘gezond’ willen wij dan ook niet vastleggen in individueel

gedrag. Dit boek is geen ziekteleer of een etiquetteboek of ISO-norm

voor het perfecte huwelijk. Wel zijn er twee situaties die onacceptabel

zijn. Als er geweld plaatsvindt in een relatie, dan moet dat stoppen.

15


Zeker wanneer er kinderen zijn. Ook als je beiden diep ongelukkig wordt

van elkaars aanwezigheid en hier geen verandering in weet aan te

brengen. Ga dan uit elkaar. Maar verder is het uitgangspunt dat je met

elkaar je relatie vormgeeft zoals beiden dit prettig vinden.

In dit boek proberen we u dan ook niet te overtuigen met statistieken. Als

83% van de relaties op een bepaalde manier met elkaar omgaat, dan

zou het kunnen dat u ervoor kiest die andere 17% te zijn. Daarmee

willen we het belang niet ontkennen van psychologisch onderzoek. Maar

we merken dat koppels er valse zekerheid aan ontlenen. Ze klampen

zich vast aan feitenkennis als een moderne norm over hoe het hoort.

Maar statistieken wijzen je niet de weg als het gaat om de keuze hoe je

verder gaat met elkaar. Partners die elkaar gaan psychologiseren, raken

nog verder vervreemd van elkaar en hun eigen gevoelens. Zij weten

prima uit te leggen waarom ze in de put zitten, maar ze komen er niet uit.

Een groeizame relatie

In onze kijk op relaties hanteren we andere begrippen dan ziek en

gezond. Niet het functioneren van de persoon als zodanig staat centraal,

maar de situatie in zijn geheel. We gaan er vanuit dat je als persoon niet

een gegeven bent, maar een mogelijkheid.

In het verleden heb je bepaald gedrag aangeleerd, in wisselwerking met

de omgeving waarin je toen functioneerde. Het stoere gedrag hielp je te

overleven. Het harde werken bracht je aandacht en waardering. En als je

doordramde kreeg je je zin. Als deel van het gezin of van de wisselende

thuissituatie waarin je opgroeide, heb je gedrag vertoont en daarbij jezelf

en je omgeving op een bepaalde wijze ervaren. Je voelde je op een

voetstuk staan of een buitenbeentje, bijvoorbeeld. Teruggrijpen op die

oude situatie maakt dat je het hier-en-nu van hoe je nu samen bent uit

het oog verliest. Zo ben ik nu eenmaal opgevoed, maakt dat je fixeert op

een beeld van toen. De uitdaging die de nieuwe omstandigheden je

bieden raken buiten beeld.

16


In een groeizame relatie veranderen beide partners als onderdeel van

de veranderende omstandigheden. Ze ontdekken nieuwe kanten van

zichzelf. Verschillen worden geaccepteerd en levensthema’s verwerkt.

Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot en het heeft tijd nodig om een

nieuwe kijk op jezelf en de ander te vormen. Soms sleept een conflict

jaren, maar altijd beleven beide partners zichzelf als deel van de relatie

en het gezin. Ze houden elkaar in de peiling.

Een levendige relatie kent een eigen dynamiek. Onderwerpen

verdwijnen op een natuurlijke wijze naar de achtergrond, omdat ze in

gesprekken worden doorwerkt. Pijnlijke situaties worden met zorg en

aandacht besproken. Zonder het oordeel dat de ander moeilijk doet of

zeurt als hij er weer op terugkomt. De partners zetten elkaar niet vast op

hoe ze vinden dat de ander hoort te zijn. In iedere leeftijdsfase is ruimte

voor ontwikkeling.

17


Hoofdstuk 2 Gesprekken

Kernpunten

• Ieder moment dat je samen doorbrengt geef je je relatie vorm.

• Je kunt je relatie opvatten als een gesprek. Ook iets samen

doen is een gesprek.

• Een gesprek is voedzaam als het leidt tot een intensievere

uitwisseling. Het versterkt het gevoel dat je er bent voor elkaar.

• Gesprekken kunnen vastlopen in gewoontes, waarbij je vast

komt te zitten in bepaald gedrag. Vermijden, strijden en

trekken/afhouden zijn daar voorbeelden van.

• Een gewoonte hou je beiden in stand. Een schuldige aanwijzen

brengt je niet verder.

• Door te praten over hoe je hier-en-nu tegenover elkaar staat ben

je al bezig te veranderen. Dit heb je immers nog niet eerder

gedaan. Je kunt niet ergens heengaan als je niet eerst hebt

uitgezocht waar je bent.

Je relatie als een gesprek

De kern van een duurzame partnerrelatie is een levendige

wisselwerking. Je zou een relatie in die zin kunnen opvatten als een

dialoog. Een spreken met de ander, vanuit jezelf. Een luisteren naar

jezelf en tegelijk naar de ander.

Gesprekken zijn daarbij contactmomenten. Situaties waarin een

uitwisseling plaatsvindt. Soms zijn ze gepland, zoals wanneer je met de

vakantiefolders op tafel, tijd uittrekt voor overleg. Maar vaak voltrekken

gesprekken zich spontaan. Je ontmoet elkaar bij het ontbijt, als je

thuiskomt van je werk, tijdens een wandeling en in bed. Daar hoeft niet

altijd bij gesproken te worden. Ook als je elkaar zonder woorden

verstaat, ben je in gesprek met elkaar. Seks beschouwen wij als een

bijzonder intensief gesprek. Maar ook als je samen de tulpenbollen plant,

18


de salsa danst of de kerstboom versiert. Kortom: als je reageert op

elkaars directe aanwezigheid, ben je volgens onze opvatting in ‘gesprek.’

Doordat we ook de woordloze uitwisselingen bestempelen als een

‘gesprek’, gebruiken we deze term in een ruimer verband dan binnen het

gangbare taalgebruik. Met gesprekken doelen we op die situaties waarbij

je op elkaar reageert. En dat zijn er heel veel. Het is echter de vraag op

welke manier je samen deze momenten invult.

Wanneer een relatie doodbloedt houdt dat in dat er een gebrek is aan

wisselwerking. De partner verliest zijn betekenis voor het leven van de

ander. Soms is het nodig meer tijd met elkaar door te brengen. Maar dat

is niet de belangrijkste voorwaarde voor een groeizame relatie. Het gaat

erom dat je de momenten samen gebruikt om een levendig contact tot

stand te brengen. Dat houdt in dat je bewust elkaar opzoekt.

Voedzame gesprekken

Zowel het overleggen over praktische zaken als het uitwisselen van

belevingen kunnen de onderlinge band versterken. Partnergesprekken

zijn voedend, als je er beiden van opbloeit. Als je het gevoel hebt dat de

ander je steunt en begrijpt. Als je ontspant door samen te lachen. Of als

je met respect voor elkaar een meningsverschil kunt uitspreken. Als je

hardop kunt denken en gezamenlijk tot een beslissing kunt komen. Als

er tijd is om pijnlijke gevoelens toe te laten.

Of een gesprek voedzaam is geweest, merk je in ieder geval de

volgende dag. Als je je opmerkelijk goed voelt naar je partner. Als er

weer ruimte is voor een luchtige opmerking of een kleine aanraking. Als

je merkt dat je er niet alleen voor staat. Dit soort gesprekken geven je

energie. Vanzelf zoek je elkaar daardoor op. Het blaast het vuurtje van

de relatie opnieuw aan.

Soms kost het inspanning om dit te bereiken. En je hebt het niet alleen in

de hand. Partnergesprekken zijn niet altijd leuk of gemakkelijk.

19


Bijvoorbeeld omdat je met jezelf in de knoop zit, waardoor het gesprek

stokt. Of omdat je langs elkaar heen lijkt te praten. Als je je klemgezet

voelt door de scherpzinnige opmerkingen van de ander. Of als je elkaar

voortdurend in de haren vliegt.

Ieder gesprek dat niet een herhaling is van oude zetten of eindigt in

gewelddadig gedrag, is echter winst. Ook een moeizaam gesprek

verstevigt je relatie. Het versterkt namelijk de opvatting dat je er samen

wel uitkomt. Je laat merken dat de ander het (nog steeds) waard is om

mee in gesprek te blijven. Die bereidheid alleen al, houdt de waakvlam

brandend.

Er zijn koppels die vol trots vertellen dat ze nooit ruzie maken. Dat kan

natuurlijk een grote verdienste zijn. Het is nooit verkeerd om je af en toe

te beheersen. Maar het kan er ook op wijzen dat bepaalde thema's

handig worden omzeild. Dat je elkaar vastzet met de onuitgesproken

afspraak dat emoties niet of nauwelijks mogen worden getoond tijdens

een gesprek.

Vastgelopen gesprekken

Door gesprekken voortdurend te herhalen of uit de weg te gaan,

voorkomen beide partners de ontwikkeling van hun relatie. De oude

koeien worden telkens weer uit de sloot gehaald. Beslissingen worden

niet genomen, doordat de verschillende standpunten zich niet helder

aftekenen. Onderhuidse ergernissen stapelen zich op. Het dak wordt

maar niet gerepareerd en die mislukte vrijpartij blijft dwarszitten. Ieder

blijft steken in zijn eigen gedachtespinsels en de ander lijkt steeds

onbereikbaarder. De gesprekken leveren geen nieuwe gezichtspunten

op of een creatief antwoord naar elkaar toe.

Koppels waarbij een gespreksonderwerp niet wordt doorwerkt, hebben

het gevoel dat ze in een kringetje ronddraaien. Dat leidt tot frustratie. Het

plezier in elkaar sluipt door de achterdeur naar buiten. Daarbij komen wij

vaak een drietal gespreksgewoontes tegen. Het gaat hier om gedrag dat

op zichzelf voedzaam kan zijn voor de relatie. We beweren dus niet dat

20


het soms geen goede oplossing is om op deze manier met elkaar om te

gaan. Maar als het een gewoonte wordt, zet je elkaar vast in een

bepaalde positie en daarmee doe je elkaar tekort.

Drie gewoontes waardoor gesprekken vastlopen zijn:

Zwijgen

Beide partners keren in zichzelf. Ze ontlopen elkaar of praten alleen nog

maar over oppervlakkige zaken. Dat wat er werkelijk speelt komt niet tot

expressie. Onbegrepen keren ze zich van elkaar af. Als ze al met elkaar

praten, is er weinig oogcontact. Ze houden elkaar buiten hun blikveld. En

aanraken is er al helemaal niet meer bij.

Soms zijn er pogingen om weer met elkaar in gesprek te raken. Maar

die worden dan verhinderd door de krant of de televisie, die op dat

moment meer de moeite waard lijkt dan de partner.

Dit patroon van stille afwijzing leidt uiteindelijk tot onverschilligheid. Vaak

denkt men dat de partner hier geen last van heeft. Men gaat zichzelf

vragen stellen over wat je kunt verwachten van een intieme relatie. Het

spreken met de ander, wordt vervangen door een spreken met zichzelf.

Liefde is een sprookje, en het ligt in de aard der dingen dat je elkaar na

verloop van tijd weinig meer te zeggen hebt, is de bittere conclusie.

Als deze partners opnieuw met elkaar in gesprek gaan, bijvoorbeeld

binnen relatietherapie, zijn ze vaak verrast om te merken dat ook de

ander op zijn eigen manier worstelde met het gebrek aan contact. De

goedbedoelde pogingen om te praten worden echter van beide kanten

(onbewust of uit wrok) afgewezen. Deze impasse kan jaren duren en

ieder trekt voor zich zijn eigen conclusie. Vaak is het voor de partners

een verrassing dat ook de ander hier, op zijn manier, mee worstelt.

Strijden

Partners die voortdurend met elkaar overhoop liggen, investeren energie

in hun relatie. Ze zijn intens op elkaar betrokken. Echter zonder dat het

21


hen geeft waar ze behoefte aan hebben. De voedende uitwisseling die

ze ooit hebben ervaren, lijkt nu af te buigen naar een ander vlak. En dat

is zeer uitputtend.

Ruziestellen praten veel en heftig met elkaar, zonder dat ze het gevoel

hebben dat ze elkaar bereiken. Ieder spreekt over de ander en wijst

daarbij met de vinger. Vaak zie je dat letterlijk gebeuren. Men leest

elkaar de les. Soms met de taal van de psychologie. Hij is altijd zo

dominant, hoor je dan. Of zij heeft een minderwaardigheidscomplex.

Hun woorden zijn bedoeld om de ander te overtuigen. Ze proberen

elkaar te verbeteren. En daarmee houden ze elkaar op afstand.

Ze uiten hun behoefte aan elkaar, maar dat verpakken ze als een verwijt.

Aangeven dat je de strijd niet wilt voeren, wordt ervaren als toegeven

aan de eisen van de ander. En dan kan de ander misbruik van je maken,

is de overtuiging. Deze strijd om de macht kent alleen maar verliezers.

Trekken

Bij dit relatiepatroon is er een duidelijke rolverdeling. Eén van de

partners vindt dat de ander niet voldoende betrokken is bij de relatie.

Bijvoorbeeld omdat hij altijd aan het werk is. Of omdat hij niet over zijn

gevoelens kan praten. Of juist omdat hij teveel over zijn gevoelens zeurt.

Of omdat hij nooit zin heeft in seks.

De bekritiseerde partner vindt het terecht dat hem dit kwalijk genomen

wordt. Hij gaat dit niet openlijk bestrijden. Zijn antwoord is meestal dat hij

begrijpt dat hij niet kan voldoen aan de verlangens van zijn partner. Hij

voelt zich tekortschieten. Meestal gaat hij dan hard werken aan zichzelf,

om dit tekort weg te werken. Lijstjes met verbeterpunten en goede

voornemens horen bij dit patroon. Dit mislukt altijd. Het hier-en-nu

contact wordt vermeden door ogenblikkelijk te gaan praten over de

toekomst. Beterschap beloven is een manier om van het onderwerp af te

raken.

De partner die erop uit is de ander te verbeteren, heeft vaak iets

triomfantelijks. Met hem is er immers niets mis. De oorzaak van het

relatieprobleem ligt bij de ander, vindt hij. Deze partner zit vaak op het

22


puntje van zijn stoel, en vol goede raad. Hij stelt zich op als een

hulpverlener tegenover een lastige patiënt. Of als een goede vriend of

bezorgde ouder.

Een relatiegewoonte hou je allebei in stand. Vaak gaat de één

psychologiseren en de ander vastzetten in zijn definitie.

De ‘patiënt’ partner gaat zichzelf zien door de ogen van de ander. Het

eigen antwoord van deze partner blijft uit. En dat is nu juist waar

behoefte aan is. Alle goedbedoelde adviezen en schuldbewuste beloftes

staan oprecht partnercontact in de weg.

Gesprekken vlottrekken

Het lijkt soms wel alsof koppels met het grootste gemak jarenlang hun

relatieproblemen kunnen ontkennen. Door mooi weer te spelen en

daardoor niet te laten merken dat er iets in de relatie niet lekker loopt. Of

te vluchten in werk of kinderen. Maar vaak vreet het wel degelijk aan

hen, meer dan ze aan de ander durven te tonen. Op de achtergrond

blijkt er wel degelijk iets te knagen en voelt zelfs die ruwe bolster ergens

wel dat er iets niet goed zit.

Als gesprekken vastlopen gaan partners vaak wanhopig op zoek naar

een oplossing. Ieder probeert er op zijn manier iets aan te doen. Maar

weet vaak niet hoe dit aan te pakken. Logisch niet, want dat is ons

meestal niet aangeleerd in ons gezin van herkomst en al helemaal niet

op school. Als de basis voor een gesprek verkeerd is, zijn alle

goedbedoelde pogingen al bij voorbaat mislukt. Ieder voor zich trekt

vervolgens zijn conclusies en onderneemt eenzame pogingen iets te

veranderen. Dat verergert meestal de problemen. Want in plaats van

met elkaar te delen dat het tijdelijk wat stroever loopt, trekt ieder zich

terug en gaat op zijn eigen manier hard zijn best doen.

Ook binnen de manier waarop naar een oplossing wordt gezocht

ontbreekt de uitwisseling. En daar was het nu juist om begonnen.

Het enige wat dergelijke stellen dan nog rest, is hopen op betere tijden.

Soms gebeurt dit ook. Barre periodes wisselen zich dan af met maanden

23


waarin het vanzelf weer wat beter gaat. Hieruit putten stellen hoop en

het geeft hun energie om het de rest van de tijd weer uit te houden met

elkaar. Omdat de problemen niet hebben geleid tot meer besef van de

omgang met elkaar, kunnen ze zich ieder moment opnieuw voordoen.

Koppels waarbij dit speelt hebben het gevoel dat ze leven op een

vulkaan.

Geen lekke band

De aanpak die partners meestal onbewust toepassen, houdt in dat ze

een definitie zoeken voor hun relatieprobleem. Als we precies weten wat

er aan de hand is, kunnen we gaan werken aan een oplossing. Deze

oplossingsstrategie werkt prima als je band lek is. Je spoort het lek op

en plakt een plakker. Bij relatieproblemen echter staat het op die manier

aanwijzen van een oorzaak juist verandering in de weg. Wanneer

partners dit soort analyses op elkaar los gaan laten, wordt de omgang

vijandiger dan ze al was. Vaak krijgt het namelijk het karakter van een

schuld. Hoe aardig het ook wordt gezegd. Het komt in wezen toch neer

op: het is jouw schuld dat het tussen ons niet lekker loopt. Of het is mijn

schuld, want ik ben nu eenmaal niet geschikt voor een relatie. Dat

zeiden mijn ouders vroeger al. Of iets in die trant.

En ga maar na, als je die boodschap krijgt van je partner, voel je je niet

uitgenodigd om je diepste gevoelens te delen. Je denkt misschien: ik

heb het er ook naar gemaakt. Ik verdien het dat mijn partner mij nu de

zwartepiet toespeelt. Maar in deze redenering zit dezelfde fout: jij bent

het niet alleen die deze situatie in stand houdt. De relatie is een

wisselwerking en je kunt nooit iets afschuiven op de ander. Je bent er

allebei zelf bij geweest. Misschien niet actief, maar je hebt het wel laten

gebeuren.

Haal die schuldvraag dus van tafel, als dit speelt tussen jullie. Door de

ander verantwoordelijk te maken voor de ellendige omgang met elkaar of

door jezelf een dikke onvoldoende te geven, voorkom je dat je besef

ontwikkelt van hoe jullie gesprekken vastlopen. Dat laatste is een beter

uitgangspunt om gesprekken vlot te trekken. Hoe ervaar ik het contact

met de ander? Hoe geef ik vorm aan onze gesprekken? Welke behoefte

24


wordt niet vervuld in de huidige situatie? Deze vragen zijn bedoeld om

op onderzoek uit te gaan. Om stil te staan bij wat de ander je doet en

contact te maken met onvervulde behoeftes.

Door met elkaar in gesprek te gaan over wat er tussen jullie speelt, doe

je iets wat je nog nooit eerder hebt gedaan. Dat alleen al is de moeite

van het proberen waard. Die gesprekken zijn geen overleg over hoe je

een nieuwe start maakt, de gesprekken zelf zijn al een nieuw begin. Je

bent dus al bezig met veranderen, door in te brengen wat er bij je speelt.

Dit met elkaar onder ogen te zien is een nieuwe start. De oplossingen

ontstaan organisch vanuit een intensivering van jullie gesprekken. Je

kunt nu eenmaal niet op reis gaan, als je niet weet waar je bent.

25


Hoofdstuk 3 Contact met je partner

Kernpunten

Communiceren is meer dan praten. Vooral zonder woorden

laten we merken hoe we iets bedoelen.

• Oprecht contact begint met het waarnemen van jezelf en je

partner. Anders reageer je uit gewoonte.

• Je kunt samen een nieuw perspectief ontwikkelen. Jezelf of de

ander een gezichtspunt opleggen werkt niet.

• Gevoelens zijn belangrijke boodschappers binnen het

partnercontact. Ze vormen de beweging naar je partner toe of

van je partner af.

• Het gevoel lief te hebben en geliefd te worden geeft betekenis

aan een relatie.

Praten zonder woorden

Waar twee of meer mensen samen zijn, wordt altijd gecommuniceerd.

Alles wat je doet of niet doet heeft betekenis. Je kunt zwijgen of je

gezicht afwenden. Maar ook daar spreekt een boodschap uit. Het maakt

de ander nieuwsgierig (waarom zegt hij niets?) of hij voelt zich

afgewezen (hij negeert me).

Communiceren is meer dan praten. Vooral zonder woorden zeggen we

hoe we iets bedoelen. Iemands lichaamstaal komt geloofwaardiger over

dan zijn woorden. Ga maar na: als je partner met een ontevreden

uitdrukking op zijn gezicht benadrukt dat hij ‘erg gelukkig’ is met jou,

geloof je hem dan? Of gaat er iets knagen?

Je gelooft iemand blijkbaar eerder op zijn gezicht dan op zijn woorden.

Lichaamstaal toont veel directer en oprechter de verhouding tussen twee

partners. Hierdoor geef je elkaar de indruk dat het goed zit of je laat

merken dat je op een afstand blijft. Je hoeft er niet voor gestudeerd te

hebben om dit te beseffen. Kinderen bijvoorbeeld reageren hier heel

direct op. Ze klimmen op schoot bij wie het prettig voelt.

26


Koppels die gaan filosoferen over wat er ontbreekt aan hun

communicatie, zien over het hoofd dat zij ook op dat moment iets

uitseinen naar elkaar toe. Als je in gesprek raakt over hoe je

communiceert met elkaar kun je elkaar altijd de vraag stellen: speelt dat

wat je zegt nu ook? Dat maakt het gesprek veel levendiger, omdat je

contact kunt maken met je gevoelens zoals ze zich nu aan je voordoen.

Communicatie is altijd voor handen. Het is het lijfelijk beleven en

reageren met en zonder woorden op de ander. En dat gebeurt altijd nu.

Waarnemen: Ik zie wat jij niet ziet

Contact maken begint met waarnemen. Van jezelf en de ander. Wie

oprechter wil communiceren zal contact moeten maken met zijn eigen

beleving en zijn aandacht richten op zijn partner. Anders zie je je partner

over het hoofd. Dan merk je niet meer op dat de ander veranderd is

maar reageer je uit gewoonte. En zo was het niet toen je met elkaar een

relatie aanging. Toen raakte de ander je en dat wilde je ook delen met

hem.

‘Wat ziet zij toch in die jongen? Ik begrijp niet, wat hij in dat meisje ziet!’

Uit dergelijke uitspraken blijkt dat we niet allemaal hetzelfde zien.

Gelukkig maar, want dat is nu net het unieke gezichtspunt wat ieder

mens toevoegt aan het geheel. Waarnemen is niet het passief

registreren van informatie, zoals een wetenschapper dit probeert te

doen. Anders zou iedereen uiteindelijk hetzelfde zien. Het persoonlijke

perspectief is datgene waarin de ander altijd van jou verschilt. Een

verschil waarmee hij je uitdaagt je eigen blikveld te verruimen.

Je partner waarnemen

In een vertrouwde omgeving ben je minder alert dan in een nieuwe. Je

hoeft niet op te letten, want je kent er de weg. Ditzelfde kan zich

voordoen wanneer je je partner lang kent. Soms kost het dan moeite

opnieuw dat te zien wat je oorspronkelijk aantrok. Het unieke van de

ander valt je nu minder op. Het maakt je niet meer nieuwsgierig.

27


Hierdoor reageer je ook vlakker op de signalen van de ander. De

‘schwung’ raakt uit je relatie. Ooit grapte een cabaretier: ‘mijn vrouw is

een mooi boek, maar ik heb het al lang uit.’

Soms keren partners zich in de loop van hun relatie wat van elkaar af.

Ze hebben beide het gevoel dat de ander hen niet werkelijk meer ziet.

En dus niet waardeert. De ander is uit het blikveld verdwenen, lijkt het

wel. En dat zie je soms letterlijk in het gebrek aan oogcontact tijdens een

gesprek. Het is de kunst dit samen onder ogen te zien. Zonder oordeel

of veranderingsdrift.

We bedoelen dus niet dat je jezelf nu moet gaan dwingen je meer te

interesseren voor de ander. Dan sla je een stap over. Je hebt misschien

je redenen om dit (tijdelijk) niet meer te doen. Misschien stoot iets in hem

je wel af. Misschien ben je op je hoede geraakt voor zijn scherpe tong en

hou je jezelf daarom terug. Mogelijk vind je hem nog steeds

aantrekkelijk, maar aarzel je dit te laten merken. Misschien zijn de

partnergesprekken zo vaak vastgelopen, dat je je nu richt op de kinderen

of je werk buitenshuis. Misschien heb je de moed opgegeven omdat hij

onbereikbaar lijkt.

Sta stil bij hoe je de ander nu beleeft, dat is de eerste stap voor oprecht

partnercontact. Laat de situatie zoals die nu voor je is, zich verhelderen.

De volgende stap is dit uit te wisselen binnen een partnergesprek. Dit

komt aan de orde in de volgende hoofdstukken over luisteren en praten.

Scherper waarnemen betekent dat je de ander (opnieuw) tot voorgrond

maakt in je aandachtsveld. Dat kun je doen door letterlijk beter te kijken

en te luisteren. Het kan helpen met deze vraag bezig te zijn. Het houdt in

dat je het contactmoment intenser gaat beleven. Zodat tot je doordringt

hoe het werkelijk is om met de ander samen te zijn.

Dat verdiept je relatie. Het is de enige manier om werkelijk uit een sleur

te raken. Daar hoef je geen weekendje Parijs voor te boeken. Dat is

direct voorhanden.

Maar het kan ook ontnuchterend zijn. En daar schrikken veel mensen

voor terug. Het is beslist niet gemakkelijk, als negatieve gevoelens de

28


oventoon zijn gaan voeren. Dan hebben we de neiging hier aan voorbij

te lopen. Door de ander niet meer waar te nemen, anders dan als een

deel van onze vertrouwde omgeving. En niet meer als die partner die,

zoals in het begin van de relatie, als vanzelf onze aandacht trok.

Een nieuw perspectief

Door aandacht te besteden aan de waarneming van je partner en jezelf

binnen de relatie, ontwikkel je een genuanceerde kijk op de situatie. Je

ontdekt bijvoorbeeld aspecten van je partner die je niet eerder waren

opgevallen. Sommige kanten komen nu meer naar voren in je

waarneming en het valt je op hoe je daar zelf op reageert. Je partner lijkt

geen grijs blok beton meer, maar een geslepen steen met verschillende

facetten. Vergelijk het met de geoefende blik van een kunstenaar. Deze

ziet meer in een schilderij dan een ander.

Het kan ook zijn dat je aan dezelfde waarnemingen nu een andere

interpretatie geeft, waardoor je beleving verandert. Nadat je iets hebt

geuit wat je dwars zat zie je de wereld weer wat zonniger in. Wat je

gisteren bestempelde als onverschillig zie je nu als een poging van je

partner om jou ruimte te geven. Wat op jou overkwam als bot gedrag, zie

je nu als goedbedoelde onhandigheid. Je ontdekt niet zozeer nieuwe

aspecten, maar ziet hetzelfde in een ander licht.

Het is een goed uitgangspunt als jezelf realiseert dat je altijd via een

bepaalde bril naar de werkelijkheid kijkt. Daardoor kun je je eigen

standpunt relativeren. Het is immers altijd jouw interpretatie; jouw

beleving van het geheel. Deze is niet waardevoller, maar ook niet minder

waardevol dan die van je partner.

Ditzelfde uitgangspunt is van belang bij gezamenlijke beslissingen.

Alleen door je in elkaars zienswijze te verdiepen en de zaak van

verschillende kanten te bekijken kun je komen tot een doorwerkt besluit.

Hierdoor kun je op een organische manier een gezamenlijk nieuw

perspectief vormen.

29


Wat niet werkt is als je jezelf een nieuw perspectief oplegt. Dan forceer

je jezelf. Stellen met langdurige relatieproblemen, hebben dit vaak al

geprobeerd. Ieder zegt dan tegen zichzelf: ‘Hij heeft toch ook leuke

kanten. Ik moet het niet zo somber inzien.’ Je eist dan van jezelf een

andere kijk op de situatie. En dat werkt niet.

Natuurlijk is het niet verkeerd om af en toe iets door de vingers te zien.

Of om jezelf op te beuren en de zaken wat luchtiger op te vatten. Dat

helpt als we situaties te zwartgallig benaderen. Maar dat zijn voorvallen

en niet de grondtoon van de relatie.

Partnercontact speelt zich altijd af in het nu, maar dit betekent niet dat

herinneringen of toekomstverwachtingen niet de inhoud kunnen vormen.

Zij kunnen het onderwerp van gesprek zijn. Maar ook als je terugkomt op

de ruzie van gisteren, neem je je partner en jezelf waar in het actuele

moment. Hou als focus wat het je doet om er nu (op een rustig moment)

over te spreken. Met je partner die er nu wel voor openstaat, misschien.

Zo voorkom je dat de ruzie van gisteren zich opnieuw herhaalt. En dat je

je vastzet in de beleving van gisteren en voorbijgaat aan het

contactmoment van vandaag.

Emoties: Lastposten of boodschappers?

Gevoelens overheersen nogal eens het partnercontact. Regelmatig

verstoren ze het heldere waarnemen, lijkt het. Hierdoor worden emoties

tot een probleem op zich gemaakt. ‘Ik kan niet redelijk met je praten. Jij

wordt altijd zo emotioneel’. Het onderwerp waarover men eigenlijk wilde

praten komt hierdoor niet aan bod. Daarom besteden we in dit hoofdstuk

over partnercontact een paragraaf aan emoties. Zijn het

ordeverstoorders die je buiten de deur moet houden, of belangrijke

boodschappers die je maar beter binnen kunt laten?

Volgens een gangbare opvatting over gevoelens vormen emoties een

aparte categorie sensaties. Meer niet. Volgens deze indeling worden

gevoelens scherp gescheiden van gedachtes. Gevoelens zijn dan het

lichamelijke bijverschijnsel van bijvoorbeeld leuke, vervelende, verdrietig

30


makende, opwindende of angstgedachtes. Gevoelens hebben geen

inhoud als zodanig. Het zijn lichaamssignalen die erop duiden dat je

bepaalde gedachtes koestert. Deze gedachtes, zo is de redenering, kun

je loskoppelen van de emoties. Vervolgens kun je je gedachtes sturen.

Daar ben je de baas over. Als volwassene heb je geleerd dit te doen.

Verander je gedachten en je gevoelens veranderen mee. Op die manier

kun je negatieve gevoelens bijsturen. Het is de taak van de ratio om de

passies te beteugelen.

Emoties zijn op die manier beschouwd, maar lastposten die naar de rand

van het waarnemingsveld moeten worden gedwongen. Ze ontsnappen

aan onze controle. De beweeglijkheid van de gevoelens wordt hierdoor

echter vastgezet. Volwassenen worden houdt dan in dat je vervreemdt

van het spontane kind dat je ooit was. Opgroeien betekent verstarren,

verharden en tenslotte verzuren.

Deze opvatting doet geen recht aan de aard van emoties. Het erkent niet

het volbloedmenselijke karakter van gevoelens. Gevoelens zijn meer

dan louter lichaamssignalen. De scheiding met gedachten is enigszins

kunstmatig. Door gevoelens gelijk te stellen met maagkrampen of een

volle blaas, ga je eraan voorbij dat emoties een eigen boodschap in zich

dragen. Juist voor het intieme contact zijn ze van levensbelang. De

ander raakt je; zet je in beweging. Zijn aanwezigheid verkilt je, benauwt

je, wind je op, maakt je vrolijk. Dat is niet uitsluitend een gebeuren in

jezelf. Relationele gevoelens ontstaan in het contact met de ander en

zijn tegelijkertijd de uitdrukking daarvan. Ze vertellen je iets over jezelf in

contact met de ander. Ze zijn de beweging naar je partner toe of van je

partner af.

Voor veel mensen is het ervaren van gevoelens iets wat het leven zin

geeft. Het gevoel lief te hebben en geliefd te worden geeft betekenis aan

een relatie. Het is meer dan een versiering. Het is een levensgevoel. Als

ze ontbreekt staat de zin van de relatie zelf op het spel. Geliefden willen

voelen dat de ander er voor hen is. Dat houdt in dat je merkt dat hij van

je houdt. Denk maar eens terug aan het uitdagende contact bij de start

van de relatie. Niemand eist dat dit voortdurend op de voorgrond is, dat

31


zou niet kunnen. Maar het moet wel de grondsleutel zijn van de relatie,

anders raakt de stemming in mineur.

Fantaseren over emoties

Mensen zijn vaak gevoeliger dan ze denken. Dat onderkennen ze niet,

omdat ze zich een beeld hebben gevormd van hoe gevoelens eruit

moeten zien. Ze fantaseren hierover en raken in verwarring. “Ik ben niet

zo gevoelig’, concluderen ze dan. Gevoelens blijven een onbekend

gebied dat ze niet durven te betreden.

De subtiele gevoelsbeweging -die er wel degelijk is- of het vastzetten

hiervan, wordt niet waargenomen. Of het wordt wel opgemerkt maar er

wordt geen betekenis aan gegeven. Is die brok in de keel ook een

gevoel? Of die lichte blos op de wangen? Het is niet veel misschien,

maar het is een begin.

In plaats van waar te nemen wat er wel is, worden er ideaalbeelden

gevormd. Ze wilden dat ze konden huilen, spontaan lachen, seksueel

opgewonden of gewoon eens boos zijn, zoals hun favoriete soapster of

die man of vrouw die ze kennen en die ‘altijd zo direct’ is. Bij dergelijke

ideaalbeelden schiet je altijd tekort. Wat het idee van onkunde versterkt.

Aan de andere kant van het spectrum staan de angstbeelden van

emoties. Wie zo denkt, vermoedt dat er een beest in hem of haar leeft,

dat ze maar beter niet los kunnen laten. Bang voor de overweldigende

kracht van hun woede of lust. Hierdoor wordt het alleen maar moeilijker

om lucht te geven aan dergelijke emoties. En dat maakt de aandrang

groter en de fantasieën wilder.

Vanuit de treurige conclusie dat zij tekortschieten op dit levensaspect

zijn er partners die wanhopig ‘op zoek gaan’ naar emoties.

Aangemoedigd door coaches die hen stimuleren ‘meer van zichzelf te

laten zien’, storten ze zich in workshops die een totale ommekeer

beloven. Gooi het er maar uit, is dan het credo. De expressie wordt hier

een doel op zich. Dat vervreemdt mensen van de intentie van hun

32


gevoelens. Ze hebben het idee dat ze goed bezig zijn nu ze eindelijk

voldoen aan hun assertieve ideaalbeeld door schaamteloos zichzelf te

zijn. Maar daarbij verliezen ze hun omgeving uit het oog. Hun

waarneming wordt niet scherper en de gevoelsarmoede blijft.

Emoties etaleren brengt je niet in contact met wat er speelt. Dat vraagt

dat je geen ideaalbeelden najaagt of angstbeelden voedt, maar contact

maakt met de alledaagse gevoelens die er nu spelen.

Gevoelens op een voetstuk

Gevoelens hun juiste plek geven binnen de communicatie betekent ook

dat je kritisch bent op wat zich aandient. Er zijn namelijk ook opvattingen

in onze cultuur waarbij de balans doorslaat naar de gevoelskant.

‘Ja maar, ik voel het nou eenmaal zo, dus heb ik het recht zo te doen’.

Aan je eigen gevoelens kun je nooit het recht ontlenen om aan de

gevoelens van de ander voorbij te gaan. Stemmingen zijn belangrijke

barometers, maar ze legitimeren niet een wilsbesluit. Daarvoor blijf je als

volwassene verantwoordelijk. Emoties zijn belangrijke gasten, maar ze

zijn nooit de eigenaar van het huis.

Soms worden emoties gebruikt als handige instrumenten om invloed uit

te oefenen. Wat een partner dan laat zien is een stukje toneel, de

expressie staat niet in verhouding tot de innerlijke beleving. Vaak maakt

het veel indruk. Maar wie zuiver waarneemt, merkt dat hij schrikt of zich

verbaast, maar niet echt meeleeft. De partner blijft een toeschouwer. Hij

wordt innerlijk niet geraakt, maar kijkt met verwondering naar het vat vol

gevoelens tegenover hem.

Sommige partners hebben ooit geleerd dat je door gevoelens te tonen,

je zin kunt krijgen. Emoties worden dan deel van een strijd. Kinderen

mokken, dreinen en grienen in plaats van te praten. Volwassenen doen

soms net zo. Je kunt leren om je uit te spreken, zodat de onderliggende

(meestal pijnlijke) emotie kan worden verwerkt.

Emoties kunnen gesprekken onveilig maken. Ieder verkeerd woord kan

het contact doen ontsporen, dus de partners wegen hun woorden en

33


houden achter wat spontaan in hen opkomt. De relatie raakt uit balans

als telkens dezelfde rolverdeling ontstaat. De ene partner probeert de

zaken nuchter te bezien en sust voortdurend de uitbarstingen van de

andere partner. Het doet denken aan een brandweerman bij een

smeulende hoop takken. Ieder moment kan het vuur van de emoties

opnieuw om zich heen grijpen.

De licht ontvlambare partner voelt zich ontkend in zijn gevoelens. ‘Ik wil

niet altijd zo redelijk zijn’. Klemgezet in de gespreksregels van de

partner. ‘Ik praat alleen maar met je als je niet zo emotioneel doet’.

De brandweerman of -vrouw voelt zich meestal wanhopig. Zijn pogingen

om de boel in te perken, om een onderwerp redelijk uit te praten

bijvoorbeeld, mislukken keer op keer.

De emoties die zich aandienen wanneer je diep geraakt bent of een

pijnlijk gevoel vertegenwoordigen, zijn de emoties waar ruimte voor

gemaakt moet worden in het gesprek. Deze emoties hebben een andere

kwaliteit dan de hiervoor beschrevene. Het verschil is hetzelfde als bij

kinderen. Als ouder weet je meestal of je kind dreint of huilt om zijn zin te

krijgen of dat er echt iets aan de hand is. Voor volwassenen geldt dit net

zo.

Emoties komen sterk naar voren of verdwijnen op een natuurlijke manier

naar de achtergrond als ze worden verwerkt. Als dit niet gebeurt, kan dit

een teken zijn dat gevoelens onvoldoende de ruimte krijgen binnen de

relatie. Een wond die niet wordt verzorgd, gaat etteren en dat gebeurt

ook met relationele gevoelens waar geen aandacht aan wordt besteed.

Ratio en gevoel kunnen gesprekspartners zijn. In dat geval ontstaat er

een balans, waarbij gevoelens zich niet vastzetten maar op een

organische wijze veranderen. De strikte scheiding tussen denken en

voelen verliest dan zijn betekenis. Beide gaan samen binnen het actuele

contactmoment.

Oprecht partnercontact begint met het besef van je gedachten, emoties,

lichaamssignalen en het waarnemen van je partner. In een levendig

gesprek ontstaat een wisselwerking. Je reageert op elkaars signalen. Je

34


inbreng als je je uitspreekt en de houding en reactie van je partner zijn

op elkaar betrokken. In de volgende twee hoofdstukken belichten we de

rol van de spreker en de luisteraar afzonderlijk. We trekken dit uit elkaar

om de situatie van het partnergesprek in kaart te brengen.

35


Hoofdstuk 4 Luisteren

Kernpunten

• Een goede luisteraar is opmerkzaam en laat merken dat hij

luistert.

• Actief luisteren houdt in dat je je grenzen aangeeft en nagaat of

je je partner goed hebt begrepen.

• Door korte reacties en vragen nodig je je partner uit verder te

vertellen.

• Je kunt op verschillende manieren ingaan op het verhaal van je

partner. Dit doe je door te reageren op wat hij vertelt of hoe hij

het vertelt.

• Door mee te leven toon je je betrokkenheid. Door kritisch te

luisteren geef je tegenspel.

Een goede verstaander

Er zijn gesprekken waarbij de partners niet luisteren, maar om de beurt

hun mond houden. Tijdens de adempauze van de één neemt de ander

de gelegenheid om zijn zegje te doen. Sommige mensen gebruiken het

verhaal van de ander alleen maar als een opstapje om hun eigen

verhaal kwijt te kunnen. ‘Oh ja, dat had ik gisteren ook. Dat moet ik even

vertellen’.

Luisteren houdt in dat je enige tijd aandacht hebt voor het verhaal van de

spreker en hierop reageert. Je parkeert je eigen reactie eventjes, zodat

de ander zich kan verduidelijken. Naarmate je de luisterrol beter vervult,

komt de spreker meer tot zijn recht.

Maar wat nu als je partner maar door kletst? Voortdurend dezelfde

verwijten herhaalt? Of eindeloos vertelt hoe goed hij is? Moet je dat

allemaal maar aanhoren? Soms hebben partners het gevoel dat ze in

een bepaalde positie worden vastgezet. De spreker lijkt het gesprek te

36


overwoekeren. Totdat geen van beide partners meer openstaat voor het

verhaal van de ander.

De houding van waaruit je dergelijke gesprekken vlot kunt trekken,

hebben we in hoofdstuk 2 beschreven. In dit hoofdstuk gaan we ervan

uit dat beide partners de wil hebben om naar elkaar te luisteren.

Wat maakt nu dat je aan Els makkelijker je verhaal toevertrouwd dan

aan Ans? Waarom weet je bij Bert na drie zinnen niets meer te zeggen,

terwijl je met Kees-Jan uren kunt praten? Een goede verstaander heeft

aan een half woord genoeg, is het gezegde. Dat is maar gedeeltelijk

waar. Een goede luisteraar is niet alleen opmerkzaam, maar hij laat ook

merken dat hij luistert. Of hij maakt het kenbaar als hem dat eventjes niet

zo goed lukt.

Vooral bij gevoelige onderwerpen, moet je geen genoegen nemen met

halve woorden. Ga niet zelf de ontbrekende helft aanvullen. Denk niet

dat je toch wel weet wat de ander wilt zeggen. Dat vergroot de kans dat

je de woorden van de ander verkeerd interpreteert. Het verheldert de

communicatie als je uitspreekt hoe je zijn boodschap opvat. Ga er niet

vanuit dat dit vanzelfsprekend een goede uitleg is en nodig hem uit zich

te verduidelijken. Een goede verstaander is een actieve luisteraar,

geen passieve toehoorder.

Tips voor actief luisteren

Geef je grenzen aan

Doe niet net alsof je luistert terwijl je hoofd er niet naar staat. Misschien

ben je moe of spelen er andere zaken die voorgaan. Door aan te geven

dat je nu niet kunt luisteren of als je tijdens het gesprek merkt dat je

afgeleid bent, neem je het verhaal van de spreker serieus.

Onderbreek de spreker als je niet meer kunt volgen wat hij zegt. Vraag

om verduidelijking of geef een reactie. Sommige sprekers storten hun

37


woorden over je uit. Als het gesprek je iets waard is, doe je er goed aan

de spreker af te stoppen voordat je afhaakt.

‘Wacht even, ik kan het nu niet meer volgen. Je begon over die

strubbelingen met je baas en er was iets met een nieuwe opdracht.’

‘Voordat je verder praat, zal ik even thee zetten? Dan kletsen we zo

verder.’

‘Even iets belangrijks tussendoor, want daar zit ik nu steeds aan te

denken. Kan dat even? Dan kom ik zo het terug op jouw verhaal.’

‘Ik merk dat ik niet opneem, wat je zegt. Dat komt niet door jouw verhaal,

maar omdat het vandaag enorm stressen was op de zaak. Sorry, maar ik

geloof dat ik te moe ben om te luisteren.’

Laat merken dat je luistert

Sommige luisteraars zijn net sponzen. Ze zuigen het verhaal van de

ander zo in zich op, dat ze vergeten te reageren. Dat geeft de spreker

het gevoel dat de ander niet geïnteresseerd is. Het gesprek verloopt dan

moeizaam.

Geef als luisteraar dus ook aandacht aan je reacties. Meestal gaat dit

vanzelf, maar als je merkt dat het gesprek stokt, zou het kunnen zijn dat

de spreker wacht op jouw signaal. Met knikken, de ander aankijken, ‘ja’

of ‘hmm-mm-zeggen’ - of iets in die trant - nodig je de ander uit om

verder te praten.

Moedig de spreker aan

Met korte opmerkingen kan de luisteraar een aarzelende spreker het

vertrouwen geven dat zijn verhaal de moeite waard is. Hierdoor kan een

gesprek op gang komen. Belangrijker nog dan de precieze woorden is

de manier waarop je dit laat merken. Oogcontact en een

geïnteresseerde houding stimuleren je partner zich uit te spreken.

38


(Knikt) ‘Ja, dat kan ik me voorstellen’. (Buigt voorover)’ En toen?’

(Kijkt verheugd) ‘Wat fijn dat je me dit vertelt. Ik wil graag naar je

luisteren.’

(Kijkt de ander aan) ‘Wat interessant zeg, ga door.’

(Klinkt enthousiast) ‘Vertel verder, ik heb alle tijd.’

Ga na of je de ander goed hebt begrepen

De luisteraar interpreteert het verhaal van de spreker. Om

misverstanden te voorkomen vertelt hij in zijn eigen woorden hoe hij het

opvat. Dat kan om praktische zaken gaan, maar ook over gedachten en

gevoelens.

‘Dus als ik jou goed begrijp (korte pauze) wil jij morgen niet naar de

speeltuin met Bob.’

‘Zeg ik het goed als ik zeg ... dat jij dacht dat het mij niet interesseert?’

‘Dus het is vooral de manier waarop zij dat zei wat je ergert, is dat wat je

wilt zeggen?’

Stel vragen uit interesse

Veel mensen zijn nogal terughoudend met het stellen van vragen. Ze zijn

bang dat het ongepast is of ze willen niet nieuwsgierig overkomen. Maar

dat hoeft niet zo te zijn. Vragen die aansluiten bij het verhaal van de

spreker, worden ervaren als een blijk van interesse. De luisteraar laat

merken dat hij meeleeft of meedenkt. Daardoor verdiept het gesprek

zich.

Wie de spreker op de voorgrond van zijn aandacht houdt, heeft grote

kans dat er spontaan vragen in hem opkomen die de uitwisseling

stimuleren. Vragen die uit de lucht lijken te vallen komen eerder voort uit

eigen associaties, die zich naar voren dringen. Maar zelfs dat hoeft geen

39


verstoring te zijn van het gesprek. Als je merkt dat je een zijweg inslaat,

kun je dit als luisteraar opmerken en bijsturen.

‘Maar ga verder. Want volgens mij wilde je iets anders vertellen.’

Een oprechte vraag is een beweging naar de ander toe. Je bent

werkelijk nieuwsgierig omdat de ander je interesseert. En wat is daar mis

mee?

Verpak geen boodschappen in een vraag

Vaak stellen mensen vragen, terwijl ze eigenlijk iets bedoelen te zeggen.

Bijvoorbeeld een mededeling of een verlangen.

‘Dus jij wilt zeggen dat het normaal is dat jij pas om 6:00 uur thuis bent?’

‘Ik vind het niet prettig dat jij om 6:00 uur thuis bent.’

‘Als ik met mijn lingerie aan ligt te wachten in bed, dan is het enige waar

jij aan denkt dat je je tanden wilt poetsen?’

‘Ik vind het onbegrijpelijk dat je op dat moment geen aandacht voor me

hebt.’

(licht cynisch) ‘Vind je het leuk om zo te doen?’

’Het doet me pijn dat je zo doet. En het lijkt wel alsof je het leuk vindt.’

Manieren van luisteren

De spreker reageert altijd op de luisterhouding en de opmerkingen van

de ander. De luisteraar draagt dus net zo goed bij aan de ontwikkeling

van het gesprek. Er zijn verschillende soorten luistergedrag te

onderscheiden.

40


Oppervlakkig luisteren

Voor de luisteraar is de communicatie van de spreker niet of slechts af

en toe op de voorgrond van zijn waarneming. De luisteraar is

ondertussen met iets bezig waar hij zich op concentreert. Hij kijkt naar

de tv, bakt aardappelen, verschoont een luier of surft op het internet. Of

hij doet dit niet maar denkt tijdens het gesprek regelmatig aan iets

anders. Of hij kijkt weg. Hij zit met zijn hoofd nog bij zijn werk of de

problemen met de kinderen. Alles behalve de inhoud van het gesprek

trekt zijn aandacht. Af en toe, als de spreker stopt, knikt hij of zegt iets

als ‘jaja’ of ‘hmm-mmm’. Hij toont weinig betrokkenheid en voegt niets

toe aan het gesprek. Het gesprek blijft beperkt tot een serie

mededelingen van de spreker.

Inhoudelijk luisteren

De luisteraar concentreert zich op de inhoud van het gesprek. Hij laat

merken dat hij heeft gehoord wat de ander zegt, bijvoorbeeld door

regelmatig ja te knikken of tussenvoegingen zoals ‘juist’ of ‘precies’.

Door zijn houding laat hij merken dat wat de spreker zegt hem oprecht

interesseert en hij moedigt hem aan verder te spreken. Het gezichtspunt

van de ander waardeert hij, ook als hij er zelf anders over denkt. Hij

houdt hij zijn afwijkende reactie achter of laat dit merken, zonder de

spreker af te remmen. Hij vermijdt afkeurende opmerkingen tussendoor,

zoals ‘dat denk jij maar’ of ‘wat weet jij daar nou van?’ Ook kijkt hij niet

verontwaardigd weg of schudt demonstratief ‘nee’.

De luisteraar stelt vragen om het onderwerp te verduidelijken. Daarbij

kan het zijn dat hij de spreker helpt zijn mening of ideeën te ordenen.

‘Dus als ik jou goed begrijp, zeg je twee dingen. Allereerst......en ten

tweede……’

‘Enerzijds wil je voor de kinderen blijven zorgen, maar anderzijds zou je

graag weer buitenshuis willen werken. En daar loop je al een tijd over te

piekeren....’

41


‘Ik begrijp niet zo goed hoe je dat voor je ziet. Kun je dat wat

verduidelijken?’

Soms vat de luisteraar de inhoud samen. Hij zegt in zijn eigen woorden

wat de ander (volgens hem) heeft gezegd. Dit is bedoeld om na te gaan

of hij de spreker goed heeft verstaan. Hij verwoordt dit als een

constatering of verpakt het in een vraag. Hij nodigt de spreker daarbij uit

om te reageren op de inhoud.

‘Dus je bedoelt te zeggen dat je liever wilt dat ik op dinsdag mijn vrije

dag neem?’

‘Zeg jij nu dat we Maaike beter naar een andere school kunnen doen?’

‘Goed, dus je bent het er niet mee eens dat we de poes op de

slaapkamer laten?’

‘Je wilt niet meer dat mijn moeder iedere dag opbelt’, begrijp ik.

‘Je wilt dat we meer tijd samen doorbrengen, bedoel je dat?’

De luisteraar gaat in op wat er wordt gezegd, en gaat na of hij dit goed

heeft begrepen. Hij verduidelijkt de inhoud van het gesprek, voordat hij

zelf de rol van spreker op zich neemt. Hij is actief, maar beperkt zich tot

waar het gesprek over gaat.

Belevingsgericht luisteren

De luisteraar gaat niet alleen in op wat er wordt gezegd, maar reageert

ook op de manier waarop de spreker hierover praat. Hij verwoordt de

gevoelens van de spreker die hij meent te beluisteren tussen de regels

door. Evenals de inhoudelijke luisteraar geeft hij af en toe een

samenvatting. Deze is nu niet louter gericht op de inhoud, maar op het

gevoel achter de woorden. De inhoud wordt wel genoemd, maar als

onderdeel van een reactie op hoe de spreker overkomt.

42


Het gespreksonderwerp kan zich verder ontwikkelen dan de feitelijke

inhoud. De beleving van de spreker hierbij kan nu aan bod komen. Er

ontstaat een betrokken sfeer.

‘Als ik je zo hoor praten, krijg ik de indruk dat die gebeurtenis je nog

steeds behoorlijk dwarszit.’

‘Je praat er zo aarzelend over. Het komt op me over alsof je je ervoor

schaamt wat je vertelt. Kost het je moeite om dit te vertellen?’

‘Het klinkt alsof het je echt goed heeft gedaan dat je op hem af bent

gestapt. Je zegt het nogal triomfantelijk. Is dat ook zo?’

‘Het doet je nog steeds verdriet, is het niet?’

‘Je spreekt met veel warmte over haar. Is dat ook wat je voelt?’

De luisteraar nodigt de spreker uit om op zijn interpretatie te reageren.

Als hij de beleving van de spreker goed heeft verwoord, voelt deze zich

begrepen. ‘Ja, dat is precies wat ik daarbij voel’, is dan de instemmende

reactie.

Soms is de spreker verbaast over zijn eigen beleving. ‘Je hebt gelijk, nu

ik er zo over praat merk ik dat die zaak me meer dwarszit dan ik eigenlijk

zou willen’. In beide gevallen voelt de spreker zich begrepen, omdat hij

merkt dat er niet alleen wordt ingegaan op wat hij vertelt maar ook op

hoe hij zich uitspreekt.

Door in eigen woorden weer te geven wat de spreker uitseint, legt de

luisteraar zijn interpretatie voor. Dat is altijd een gok en het vraagt wat

moed om dit te doen. Als de spreker dit niet herkent, is het zaak zijn

reactie te erkennen. Tenslotte is het zijn verhaal en misschien is jouw

interpretatie gekleurd door jouw eigen reactie op het verhaal.

43


Meeleven

De luisteraar geeft korte gevoelsmatige reacties op het verhaal van de

spreker. De spreker voelt zich hierdoor niet alleen in zijn reactie. Dit

stimuleert hem om verder te vertellen, vaak met meer expressie. Er

ontstaat een vriendschappelijke sfeer.

‘Tjonge, daar schrik ik van, zeg. Zoiets had ik nooit achter die man

gezocht. Wat dacht je toen daar achter kwam?’

‘Ik zie het helemaal voor me, nu je het zo vertelt. Lachen, toch? Jammer

dat ik er niet bij was. Ik had in een deuk gelegen.’

‘Ik zou hetzelfde hebben gedaan in jouw plaats. Ik kan me je reactie

indenken.’

‘Wat rot voor je. Niet niks, wat je vertelt.’

‘Geweldig! Wat leuk om te horen, vertel verder.’

Wie meeleeft met het verhaal van de ander, probeert aan te sluiten bij de

beleving van de spreker. Als er pijnlijke gevoelens spelen, kun je beter

wat terughoudend zijn met je eigen expressie. Op die momenten volstaat

zwijgzaam knikken, een enkel woord of een arm om die ander heen, om

te laten merken dat je luistert.

Kritisch luisteren

De luisteraar plaatst voorzichtig kanttekeningen bij het verhaal dat hij

hoort. Hierdoor geeft hij tegengas. Door kritisch te luisteren kan de

spreker de situatie waarover hij vertelt van een andere kant gaan

bekijken. Op die manier kan het gesprek zich verder ontwikkelen. De

partner geeft tegenspel, waardoor eenzijdige opvattingen worden

rechtgetrokken.

44


Vaak is het belangrijk dat je in eerste instantie meeleeft, zodat de ander

zijn gevoelens kan delen. Je reageert dan op de beleving van de ander

en houdt je mening over de inhoud even achter. Schat in in hoeverre de

spreker op dat moment behoefte heeft aan jouw visie. Meestal is het zo

dat hij eerst even stoom af moet blazen voordat hij openstaat voor jouw

inhoudelijke reactie.

‘Ik kan me voorstellen dat je zo reageert, maar draaf je nu niet een

beetje door?’

‘Als ik eerlijk ben, maak ik me daar wel zorgen over nu je dit vertelt. Het

is al de derde keer dat dit gebeurt.’

‘Zou het niet een idee zijn om ... Wat denk je daarvan?’

‘Ja dat is grappig, zeg. Ik snap dat je er op dat moment niet bij nadacht,

maar nu je er op terugkijkt. Eigenlijk kun je zoiets niet maken, toch?’

Kritisch luisteren vraagt tact. Het betekent niet dat je doordramt of je

partner op het matje roept. In je rol als kritische luisteraar moet je

voorkomen dat het gesprek uitdraait op een discussie. Daarbij moet je

ook kritisch zijn op jezelf. Jouw visie is niet meer of minder waard dan

die van je partner.

Het is dus niet zo dat een goede gesprekspartner altijd de ander naar de

mond praat. Door eerlijk te zijn verdiept het gesprek zich. Belangrijk is

dat je dit doet zonder de ander af te keuren. Het is de kunst tactvol

tegenspel te bieden.

45


Hoofdstuk 5 Spreken

Kernpunten

• Door jezelf daadwerkelijk uit te spreken ervaar je wat het je doet.

• Partnergesprekken lopen vast in beschouwingen. Het wordt

praten over elkaar in plaats van met elkaar.

• Door duidelijker te verwoorden wat je voelt en bedoelt kan je

relatie zich verdiepen. Het is de moeite waard ingesleten

taalgebruik te veranderen.

• Als je woorden verkeerd overkomen kun je je bedoeling

verduidelijken. Zo voorkom je dat een gesprek ontspoort.

Spreken is goud.

De woorden die je uitspreekt en die een geheel vormen met je

lichaamstaal, hebben niet alleen een boodschap voor je partner. Door je

uit te spreken word je situatie inzichtelijker voor jezelf. Hardop denken

helpt om zaken te ordenen, maar ook omdat je al pratende ervaart wat

een onderwerp je doet.

Je komt letterlijk in beweging door je stem te verheffen en je woorden

met gebaren te ondersteunen. Dat gaat samen met een

gevoelsbeweging. Het lucht je op door te zeggen wat je op je hart hebt,

of je voelt hoe pijnlijk het is wat je zegt. Soms merk je dat iets je meer

dwarszit dan je dacht.

Hoe dan ook: spreken doet iets met je. Het is niet de neutrale uitdrukking

van wat je van tevoren hebt bedacht. Fantaseren over hoe je iets gaat

zeggen, verschilt van daadwerkelijk contact maken. Als je intensief in

gesprek raakt, merk je dat er gevoelens geraakt worden die je niet had

bedacht. Je maakt contact met gevoelens die gaan meeklinken met je

woorden. Hierdoor krijgt een partnergesprek het spontane karakter van

een intieme relatie. Je hebt niet ingestudeerd wat je gaat zeggen en je

zet jezelf niet vast vanuit ‘hoe het hoort’. Je reageert op wat er op dat

moment speelt. Ook als je moeilijke onderwerpen aansnijdt. Juist dan is

46


het belangrijk je gedachten en gevoelens te delen. Spreken maakt je

verhouding tot de ander voelbaar. Spreken is geen zilver maar goud.

Niet praten over maar met elkaar.

Vaak toont zich in de communicatie tussen partners een zekere afstand,

die ze onbedoeld oproepen. Ze zijn op zoek naar een intieme

uitwisseling, maar hun woorden lijken de ander niet te bereiken. Het

gevoel voor de ander klinkt niet door in wat ze zeggen. Een belangrijke

factor daarbij is de beschouwende taal waarin ze dit verwoorden. Ga

maar na hoe afstandelijk de volgende uitspraken klinken. Terwijl het in

een intieme relatie toch draait om persoonlijk contact.

‘Het gevoel ontbreekt ...’

‘Je mist dan een stukje affectie bij de ander ...’

‘Ik merk bij mezelf dat de liefde niet stroomt ...’

‘Je gaat dan je gevoel op slot zetten en een muur bouwen om jezelf

heen.’

‘Dat heeft te maken met een stuk onzekerheid bij mezelf.’

Partnergesprekken lopen vast als ieder zichzelf en de ander gaat

beschouwen. Ze praten dan over elkaar, in plaats van met elkaar.

Sommige koppels bespreken elkaar alsof ze psychiaters zijn. Ze leggen

elkaar afwisselend op de divan. Zo verzanden ze in eindeloos

analyseren. Ze weten prima aan te wijzen wat er ontbreekt aan henzelf

of de ander. Dat doet de relatie geen goed. De sfeer wordt grimmiger en

het aanwijzen van elkaars karakterzwakte, wordt een deel van de strijd.

De ontwikkeling van een relatie stagneert door taalgebruik waarin de één

de ander vastzet. Dat roept afweer op. Logisch natuurlijk, wie wil er nu

samenleven met een relatiepsycholoog die precies weet hoe jij in elkaar

zit (en fijntjes opmerkt dat je opnieuw de fout ingaat). De spontane

47


gevoelsbeweging naar elkaar toe wordt afgebogen. In plaats van lief te

hebben, wordt er geredeneerd. Iedere uitlating wordt in een vakje

geplaatst en negatief bestempeld. Dan wordt intimiteit net zo onveilig als

seks hebben met Freud.

In de volgende paragrafen geven we tips voor directer taalgebruik.

Hierdoor kun je meer in contact komen met jezelf en de ander. Dat is

spannend, want het was niet voor niets dat jullie elkaar op een afstand

hielden. Door duidelijker te verwoorden wat je voelt en bedoelt, kan je

relatie zich verdiepen. Het vraagt inspanning om ingesleten taalgebruik

te veranderen. Maar het is de moeite waard.

Ik en jij

Gebruik ik als je over jezelf spreekt en richt je tot je partner. Daardoor

dringen je woorden meer door tot de ander en schep je geen afstand.

‘Je merkt dan toch een zekere moeite als je met de ander spreekt...’

‘Ik vind het moeilijk om met jou te praten.’

‘Je mist dan toch een stukje intimiteit. Een gevoel van samenzijn met

elkaar dat ontbreekt.’

‘Ik voel niet meer dat je dicht bij me bent.’

‘Het begint je dan toch te irriteren. Je merkt dat er geen reactie komt als

je iets zegt.’

‘Ik erger me eraan dat je niet reageert als ik iets vertel.’

Geen stukjes gevoel

Gevoelens zijn altijd ergens op gericht. Je ergert je aan iemand,

verbaasd je over iets of je voelt je blij met een ander. Vermijd die ‘stukjes

en beetjes’ waardoor gevoelens hun richting verliezen en niet meer

aankomen bij de ander.

48


‘Ik voel dan toch een stukje onzekerheid als we vrijen.’

‘Ik voel me onzeker als ik met je vrij.’

‘Er huist in mij toch een zeker stuk onvrede over onze gesprekken de

laatste tijd. Een stukje irritatie, ook wel, als we praten en er wordt niet

geluisterd.’

‘Ik erger me aan je als je door me heen praat.’

‘Op die momenten is er dan toch weer een soort van ‘houden van’. Dan

komt dat stukje gevoel weer terug.’

‘Ik hou nog steeds van je.’

Dat ‘voel’ ik nu eenmaal zo.

Wanneer je gedachten, overtuigingen en waarnemingen aanduidt als

een gevoel, dan is dat een verkeerde voorstelling van ‘voelen’. Zo

geformuleerd en gebruikt lijkt voelen een waarheid te zijn waar de ander

niet omheen kan.

‘Ik voel dat je iets dwarszit.’

‘Ik heb de indruk dat je iets dwarszit.’

‘Ik voel dat dit geen leuke vakantie wordt.’

‘Ik verwacht dat dit geen leuke vakantie wordt.’

‘Ik voel dat je maar beter met onze zoon kunt gaan praten.’

‘Ik vind dat je maar beter met onze zoon kunt gaan praten.’

‘Ik voel totaal niet hoe we dit kunnen oplossen.’

‘Ik kan niets bedenken om dit op te lossen.’

49


Spreek jezelf uit

Hou jezelf niet op de vlakte met vage dooddoeners. Laat de luisteraar

niet steeds moeten vragen wat je nu eigenlijk wilt zeggen. Doe zelf je

best om te verduidelijken wat je bedoelt. Maak je verhaal af.

‘Dat speelt bij mij ook wel een beetje, dat ik dat heb.’ (Wat dan?)

‘Zo dat gevoel, dat ken ik ook wel enigszins. Maar niet zo sterk. Meer

een beetje op de achtergrond.’ (Welk gevoel?)

‘Daar denk ik dus heel anders over...’ (Hoe denk je daarover?)

‘Nou, je weet wel. Je kent mij, toch.’ (Wat wil je zeggen?)

Als je eerste zinnen nog wat vaag zijn en je merkt dit, denk dan hardop.

Span je in zodat de luisteraar je kan begrijpen.

‘Dat speelt bij mij ook wel een beetje, dat ik dat heb... Ja, wat dan? .. zul

je zeggen... Nou ik bedoel, dat wat je net zei... dat over dat verdriet. Dat

herken ik wel. Soms zou ik ook wel eens willen huilen. (zachtjes) Maar

dat vind ik zo kinderachtig van mezelf.’

Altijd en nooit

Meestal is het niet waar, dat die ander altijd .... of dat jij nooit.... Meestal

heb je niet goed gekeken. Of trek je de zaken uit zijn verband. Vermijd

dus dit soort absolute termen als het over jouw interpretatie van de

ander gaat. Je zet jezelf en de ander schaakmat. Dat voorkomt iedere

toenadering. Iedere verandering van perspectief.

Natuurlijk kan het een feit zijn dat hij nooit de kinderen naar bed brengt.

Dat er een strikte taakverdeling is in jullie relatie. En dat dat nooit anders

is geweest. Meestal zit er achter een dergelijke uitspraak een dringende

wens. Nooit, eeuwig en altijd zijn dan woorden die zich richten op het

50


verleden. Wat je wenst wordt er niet duidelijk mee. Ze lokken de ander

uit om jouw interpretatie, die je presenteert als een voldongen feit, te

gaan bestrijden. In plaats van het verwijt dat de ander nooit wil praten

bijvoorbeeld, kun je je beter concentreren op het nu. Nu ben je wel in

gesprek met elkaar.

Bijsturen

Veel mensen kunnen prima bijsturen in verkeerssituaties, maar botsen

onbedoeld in een gesprek. Als je de indruk hebt dat jouw woorden

verkeerd overkomen komen, dan kun je je bedoeling als spreker

verduidelijken. Door dit te vragen, of op te merken. Zo voorkom je dat

door jouw opmerking het gesprek uit de bocht vliegt.

‘Ik merk dat het nogal hard aankomt, geloof ik, wat ik nu zeg. Misschien

gebruik ik de verkeerde woorden. Kwets ik je met wat ik zeg?’

‘Ja dat klinkt een beetje flauw, merk ik nu ik me uitspreek. Ik wil er ook

niet steeds over zeuren, maar het is wel belangrijk voor me.’

‘Ik had dat niet zo moeten zeggen, misschien. Sorry. Dat woord had ik

niet moeten gebruiken.’

‘Het klinkt misschien als een grapje, maar dat komt omdat ik

zenuwachtig ben. Dan zeg ik het wat lacherig. Maar ik bedoel het

serieus.’

‘Dat is nogal vaag, zoals ik het nu zeg, denk ik. Ik kan me voorstellen dat

je daar geen raad mee weet. Toch? (kijkt de luisteraar vragend aan) Ik

zal proberen het toe te lichten.’

Met dit soort toevoegingen bedoelen we niet dat je de ander voor gaat

schrijven hoe hij het op moet vatten. Dus niet een nare opmerking

maken, en dan ‘maar ik bedoel het niet lullig hoor’ of ‘dat moet je niet zo

zwaar opvatten.’

51


Hoofdstuk 6 Ik wil met je praten

Kernpunten

• Bij een goed gesprek wisselt de rol van spreker en luisteraar

regelmatig.

• Iedereen heeft behoefte aan contact met zijn partner. De mate

hiervan is verschillend.

• Ontwikkel besef van je behoefte aan contact en geef dit aan.

• Vaak is er een patroon van gespreksmomenten gegroeid. Dit is

echter geen vaststaand gegeven.

• Gesprekken kunnen gaan over praktische zaken en over het

uitwisselen van belevingen. De aanpak hiervan is verschillend.

Rolverdeling

In de twee voorafgaande hoofdstukken hebben we de rol van de

luisteraar en de spreker afzonderlijk uiteengezet. Tijdens een gesprek

wisselen deze rollen zich af. Voor hoeveel tijd iemand aan het woord is,

is strikt genomen geen regel. Het hangt af van de aard van het gesprek.

Beide gesprekspartners moeten zich prettig voelen bij de verdeling van

spreken en luisteren, anders vindt een van beiden het gesprek niet

lekker lopen. Dat uit zich in klachten als: ‘Ik heb het gevoel dat ik tegen

een muur spreek’ of ‘Ik kom er nooit tussen.’

Karin spreekt veel expressiever dan Jos, maar ze vullen elkaar goed

aan.

Margot is meer een flapuit, terwijl Gijs tijd nodig heeft om zijn gevoelens

te verwoorden.

Dirk en Anne-Wil werken prima samen, zonder dat ze veel spreken. Dat

hoeft ook niet, vinden ze zelf.

52


Dana en Nico hebben allebei sterk de behoefte om gevoelens te delen

en praten hele avonden met elkaar bij een pot thee.

Het enige wat je kunt zeggen over een goed gesprek is dat de

rolverdeling zich niet moet fixeren. Dan houdt de zwijger zich teveel

terug en vult de prater de stilte op, terwijl de onderliggende behoefte aan

contact onbesproken blijft.

Partners zijn op zoek naar elkaar, en hebben er behoefte aan dat de

ander op zijn eigen manier antwoord geeft. Ze verlangen ernaar dat de

partner meeleeft, begrip toont en de ruimte biedt om op verhaal te

komen. Dat hij niet alleen vragen stelt, maar ook zelf iets inbrengt. Dat

hij luistert en niet alleen maar zichzelf wil horen. Anders wordt het

gesprek een interview of een college. En geen ontmoeting.

Contactbehoefte

De mate waarin iemand behoefte heeft aan contact met de ander kan

per situatie verschillen. Momenten waarop je graag even op jezelf bent

wisselen zich af met momenten waarop je ernaar verlangt iets te delen.

Het is niet altijd zo dat jouw contactbehoefte op ieder moment

overeenkomt met de behoefte van je partner. Wie enige tijd een vaste

relatie heeft, komt daar al gauw achter. Het is een mythe te denken dat

je elkaars contactbehoefte altijd aanvoelt. In een partnerrelatie zijn er

momenten van intens samenzijn, waarin je vanzelfsprekend opgaat in

elkaar. Maar deze wisselen zich af met situaties waarbij je om moet

schakelen. Dit zijn momenten waarbij je rekening moet houden met de

behoefte van de ander en kunt laten merken waar jezelf behoefte aan

hebt. Natuurlijk zul je daarbij je partner wel eens teleurstellen.

Omgekeerd is dat net zo. Door dat te accepteren toon je respect voor de

behoeftes van de ander en blijf je trouw aan jezelf. Dat is de basis voor

het oprechte contact waardoor je relatie zich voortdurend kan verdiepen.

Op die manier raak je nooit uitgepraat.

53


Zoals eerder toegelicht: de term ‘gesprek’ vatten we in dit boek nogal

ruim op. Samen iets ondernemen, op een bankje genieten van de zon of

een vrijpartij, kunnen intensieve ‘gesprekken’ zijn.

Wat de verschillen in contactbehoefte betreft kun je de volgende

situaties onderscheiden:

• De een heeft in het algemeen meer behoefte aan samenzijn dan

de ander. Dat is een verschil tussen partners waar je in wezen

niet veel aan kunt veranderen. Het is wel goed dit te weten van

elkaar en hier rekening mee te houden. Dit kun je doen door te

inventariseren op welke tijdstippen je elkaar ontmoet en uit te

spreken waar je dan behoefte aan hebt. In de volgende

hoofdstukken lichten we dit toe.

• De manier waarop bepaalde gesprekken verlopen is niet

bevredigend. Hierdoor vermijd je gaandeweg dit soort contact

met elkaar. Wederzijds is er dus wel behoefte aan

partnercontact, maar beide partners zoeken elkaar niet (meer)

op. Er kunnen gewoontes zijn ontstaan waardoor je elkaar

vastzet in een bepaalde positie. In hoofdstuk 2 hebben we deze

patronen beschreven. Als beide partners erkennen dat bepaalde

gesprekken niet goed verlopen, dan geeft dit de mogelijkheid om

hier bewust van te worden. Door te praten over hoe je samen

bepaalde contactmomenten vormgeeft, kun je dit veranderen.

Nogal wat strubbelingen binnen een relatie ontstaan als de behoefte aan

een gesprekspartner niet wordt vervuld. Even een vergelijking. Als je

samen een muzikaal duo zou zijn en de één speelt jazz en de ander

klassiek, dan gaat dat niet samen. Beide muzikanten toeteren door

elkaar heen. Ze proberen elkaar te overstemmen in plaats van op elkaar

in te spelen. Soms is dat omdat de ene muzikant niet zo bedreven is in

jazzakkoorden en de ander zich onwennig voelt in een driekwartsmaat.

Ieder brengt nu eenmaal zijn eigen muzikale achtergrond mee. Maar in

plaats van het repertoire uit te breiden, kiezen beide partners voor hun

eigen liedje.

54


Een straatorkestje was allang uit elkaar gevallen, maar koppels houden

dit jarenlang vol. Ze praten langs elkaar heen, omdat ze niet oppikken

aan welk contact de ander behoefte heeft. Ze weten dit elkaar ook niet

duidelijk te maken. Er ontstaat een patstelling als geen van beide mee

wil gaan in het gesprek van de ander. Dan verandert de muziek in

lawaai.

Hij wil stoom afblazen als hij thuis komt van zijn werk, zij wil haar

bezorgdheid uiten over zijn nieuwe functie.

Hij wil een beslissing nemen, zij wil haar gevoelens delen.

Hij wil lol maken aan tafel, zij wil een ernstig onderwerp aansnijden.

Hij wil een luisterend oor als hij twijfelt, zij geeft meteen adviezen.

Hij wil met haar vrijen, zij wil haar verdriet verwerken.

Hij wil rustig samen in de tuin werken, zij wil ondertussen verhalen

uitwisselen.

Hij wil gewoon een stuk fietsen samen, zij wil een probleem bespreken.

Hij wil tegenspel, zij houdt zich op de vlakte.

Hij wil praten over de toekomst, zij wil het verleden terughalen.

Aangeven hoe je in gesprek wilt zijn

Als je contactbehoefte langdurig niet wordt vervuld dan ontstaat een

soort relationele armoede. De eerste stap om de wisselwerking met je

partner te verlevendigen is dat je besef ontwikkelt van jouw behoefte aan

contact op een bepaald moment en dit aangeeft. Dat kan met woorden

maar ook door een aanraking of een uitnodigende blik.

55


Als je merkt dat je partner jouw signalen niet goed verstaat, zul je dit

moeten benoemen. Verwacht niet dat je partner vanzelf jouw signalen

oppikt. Dat hij tussen de regels doorleest wat jij bedoelt. Hij staat

misschien niet altijd stil bij hoe jij je boodschap verpakt. Dat is geen

kwade wil of onkunde. Blijkbaar zijn jouw onuitgesproken signalen -hoe

dan ook- niet verstaan, dat is alles. Ga de ander niet straffen door dan

ook maar niet meer op hem in te gaan. Of chagrijnig te doen in de hoop

dat hij vraagt: ‘Wat is er?’

Als gesprekken stroef lopen, als je elkaar niet meer knuffelt, als grappig

bedoelde opmerkingen voortdurend verkeerd vallen of belangrijke

onderwerpen worden vermeden, is het noodzakelijk hierover te praten

met elkaar. Het is belangrijk dit onder ogen te zien.

De volgende stap is dat je hier een geschikt moment voor aangeeft.

Realiseer je welke relationele behoefte je hebt als je een gesprek

aangaat of een activiteit voorstelt. Geef aan hoe je graag zou willen dat

hij op je ingaat. In welke sfeer en omstandigheden wil je praten? Op

welke manier zou je graag samen iets willen doen?

Het bovenstaande klinkt misschien wat formeel. Je wilt gewoon jezelf

kunnen zijn, en niet thuis je agenda trekken en een gesprek aanvragen.

Partners echter die dit soort voorstellen vermijden gaan vaak slordig met

elkaar om. Ze bespreken belangrijke zaken tussendoor en onder

tijdsdruk. Ze doen luchtig over serieuze zaken en serieus over

onderwerpen die er niet echt toe doen. Hun intieme gesprekken

verzanden in een zware sfeer waarin gevoelens worden ingehouden. Of

ze ontaarden in een lacherigheid die niet overeenkomt met wat er op het

spel staat op dat moment.

Mogelijk geef je vaker aan wat je wilt dan je beseft. Zo niet dan zijn hier

enkele uitspraken om je een idee te geven, van hoe dit een onderdeel

kan zijn van de dagelijkse omgang.

‘Zullen we vanavond even overleggen over wat we met de tuin gaan

doen? Want morgen komt die hovenier voor een offerte’.

56


‘Wil je eerst even luisteren naar wat me bezighoudt, voordat we aan

oplossingen gaan denken?’

‘Ja, het is misschien een verkeerd moment dat ik er nu over begin en

misschien moeten we het er even over hebben, wanneer we er

uitgebreid over praten, maar ik merk dat me iets dwarszit. En iedere keer

komt het er maar niet van om het daar over te hebben. En voordat we

naar jouw moeder gaan, wil ik daar met je over praten.’

‘Zullen we vanavond even samen de hond uitgelaten? Want er is iets

belangrijks dat ik je wil vertellen. En dat wil ik niet doen waar de kinderen

bij zijn.’

‘Kunnen we dit onderwerp even laten rusten? Ik denk dat we eerst wat

meer moeten weten, voordat we een beslissing nemen.’

‘Ik wil het gewoon even vertellen, we hoeven er nu niet al te diep op in te

gaan.’

‘Sorry dat ik zo lacherig doe, maar ik heb op dit moment eigenlijk niet

zo’n zin in een moeilijk gesprek. Of is het nu erg belangrijk voor je om

erover te praten?’

Realiseer je dat de behoefte aan uitwisseling per dag of per uur kan

veranderen. Gooi de deur niet te snel dicht door de ander te verwijten

dat hij op een ander moment niet bereid leek tot een gesprek. ‘Ja, nu wil

je daar wel over praten en toen niet’. Het is bovendien de vraag of jij dit

duidelijk hebt laten merken.

Vaak is het zo dat als de behoefte van een partner is vervuld, hij eerder

bereid is tot een ander gesprek. De sfeer verbetert en er komt ruimte

voor een andere inhoud. Dat bereik je niet door elkaar de pas af te

snijden of door een bepaald soort gesprek af te dwingen. Wel kun je

onderhandelen over hoe je de gedeelde tijd gebruikt. Op die manier

wordt duidelijk waar je behoefte aan hebt. Daardoor ben je beter

‘verstaanbaar’ voor je partner. Eventueel kan hij aangeven dat hij wel

57


ereid is om te praten, maar nu even niet. Accepteer dat ook. Maak dan

een afspraak over wanneer je hierop terugkomt.

Indien nodig kun je van je partner verlangen dat hij op korte termijn tijd

voor je vrijmaakt. Die aanspraak kunnen vaste partners maken. Zie het

als een leerproces voor jullie beiden om bewuster met elkaar om te

gaan. En geloof niet in de mythe dat het tussen liefdespartners altijd

vanzelf ‘klikt’. Als het wringt of schuurt moet je zorgen dat je opnieuw op

elkaar afstemt. Anders verdwijnt de muziek uit je relatie.

Gesprekken plannen

Koppels ontwikkelen meestal gewoontes over hoe ze hun tijd delen.

Vaste momenten en plekken zoals aan tafel op de bank of in bed

reserveren ze voor bepaalde vormen van gesprek. Deze fungeren als

ijkpunten voor de dagelijkse ontmoetingen.

Dit patroon van gespreksmomenten dat groeit in een langdurige relatie is

geen vaststaand gegeven. Soms verandert de contactbehoefte, omdat

de situatie (tijdelijk) wijzigt. Een verhuizing of verbouwing vraagt veel

overleg en gezamenlijk klussen. Door ziekte of zwangerschap kom je

niet meer aan seks toe. Als de kinderen minder vaak thuis zijn, ontstaat

er meer ruimte voor tweegesprekken. Na het overlijden van een

(schoon)ouder is er de sterke behoefte om te praten en hierdoor

gevoelens te verwerken.

Als één van de partners niet gelukkig is met deze gewoontestructuur, is

het nodig bewust invulling te geven aan de dagelijkse ontmoetingen.

In de vorige paragraaf schetsten we hoe je aan kunt geven dat je ergens

over wilt praten. Wat we nu aanstippen is dat het soms noodzakelijk kan

zijn dat je gesprekken plant volgens een vaste regelmaat.

Vaak wachten partners af tot zich spontaan een gelegenheid voordoet.

Als die momenten er te weinig zijn, blijven essentiële zaken

onbesproken. Dit leidt tot frustraties. Hierdoor verziekt de sfeer en dat

maakt de drempel steeds hoger om met elkaar in gesprek te komen.

58


De enige manier om deze spiraal te doorbreken is door een nieuwe

gewoonte te vormen waar en wanneer je met elkaar in gesprek bent.

Dit beslaat ook het terrein van de knuffels, de vrijpartijen en de

gezamenlijke (gezins) activiteiten. Hoewel seksuele gevoelens niet op

afroep ontstaan, kun je wel besluiten op welke momenten de gordijnen

eerder dichtgaan of langer dicht blijven.

Veel koppels plannen iedere dag tijd om bij te praten en stoom af te

blazen. En wekelijks overleggen ze aan de hand van hun werkschema

de huishoudklussen. Dergelijke gewoontes geven duidelijkheid. Dit leidt

ertoe dat partners zich niet hoeven te verantwoorden als ze zich

terugtrekken. Bijvoorbeeld om eerst even te douchen als je net uit je

werk komt en je hoofd nog niet staat naar een gesprek. Of wanneer je

naar de voetbal wilt kijken met het bord op schoot. De ander weet

immers dat er momenten zijn waarop je wel openstaat voor elkaar. Dat

scheelt een hoop getouwtrek.

Ook conflicten kunnen, als er niet direct een beslissing moet worden

genomen, geparkeerd worden en op een vast moment besproken. Dit

voorkomt dat je partner je overvalt en het gesprek ontspoort.

Als je dit soort gespreksgewoontes voor elkaar krijgt, ontstaat rust en de

mogelijkheid om je relatie te verdiepen.

Doen en ervaren

In de volgende hoofdstukken beschrijven we een aantal partnergesprekken

waarbij we onderscheid maken tussen gesprekken over

activiteiten en het uitwisselen van belevingen. Hier gaan we kort in op

het onderscheid.

Wanneer je een huishouden deelt, zijn er nogal wat praktische zaken die

gedaan moeten worden. Schoonmaken, kinderen verzorgen, eten koken,

geld verdienen, spullen aanschaffen en repareren, vakanties plannen,

klussen in huis en tuin enzovoort. Je maakt afspraken met elkaar over

de taakverdeling daarbij en je roept elkaars hulp in voor praktische

59


problemen. De gesprekken hierover hebben te maken met gedrag (wat

doen we) en de regels hiervoor: wat vind ik fair dat ik doe (en hoe) en

wat wil ik dat jij doet?

Daarnaast is er het belevingsaspect van de partnerrelatie. Je leven met

elkaar delen is meer dan het voeren van een gezamenlijke huishouding.

Je troost je partner, je geniet samen van mooie momenten, je ergert je

aan elkaar en je steunt elkaar in lastige periodes. Deze gesprekken zijn

voornamelijk gericht op het uitwisselen van wat je denkt en voelt of het

belevingsgericht luisteren naar wat de ander onder woorden probeert te

brengen. Hoe ervaar ik dit, hoe ervaar jij dat?

In een evenwichtige relatie is er aandacht voor beide aspecten. Voor de

verhouding tussen het praktische aspect en het belevingsaspect van het

samenleven zijn geen maatstaven te geven. Dat willen we ook niet.

Sommige stellen zijn nogal doeners, anderen praters.

Soms echter lijden de partners onder het gebrek aan één van beide

aspecten. Ze kunnen prima overleggen over praktische zaken. Wat een

vlot stel, denkt de buurt. Hoewel ze zich teamgenoten voelen en maatjes

zijn missen ze binnenskamers intimiteit en ze weten maar niet te

benoemen wat er aan schort.

Aan de andere kant van het spectrum zijn er stellen die intensieve

momenten met elkaar beleven. Ze vangen elkaar op bij ziekte of een

persoonlijke crisis en praten tot diep in de nacht. Of ze kunnen heerlijk

met elkaar vrijen en voelen zich dan intens verbonden. Maar als ze een

huishouden met elkaar gaan delen, gaat ieder zijn eigen gang en neemt

de ergernis toe.

Oefening

Ga eens na hoe een doordeweekse dag met elkaar verloopt.

o Op welke momenten zijn jullie samen?

o Wat doe je dan en hoe verloopt jullie gesprek?

60


o Wat wissel je meestal uit bij het ontbijt, als je thuiskomt na je

werk, ‘s avonds op de bank en in bed voor het slapengaan?

o Hoe begroet je elkaar en hoe neem je afscheid?

Dezelfde vraag voor het weekend.

o Zijn er momenten waarop je uitgebreid de tijd neemt om bij te

praten? Drink je thee of koffie samen?

o Neem je de tijd om te overleggen of je ervaringen te delen?

Hoe verloopt dit tijdens vakanties?

o Is er dan veel of juist weinig tijd voor elkaar?

o Op welke momenten kom je toe aan een goed gesprek?

o Maak je afspraken over wat je gezamenlijk gaat doen?

o Neemt één van jullie hiertoe het initiatief, of doen jullie dit

samen?

61


Hoofdstuk 7 Overleggen

Kernpunten

• Toon begrip voor elkaars regels, zodat conflicten hierover niet

verharden.

• Om activiteiten op elkaar af te stemmen is het nodig dat je

overlegt. Goed overleg bevordert betrokkenheid voor elkaar.

• Een vast (gezins) overleg stimuleert dat alle gezinsleden van

elkaar op de hoogte zijn.

• Wanneer je je gezamenlijk voorbereidt op (bijzondere)

activiteiten weet iedereen waar hij aan toe is. Dit voorkomt

onnodige spanningen.

Regels

Het overleg over de noodzakelijke klussen en gezamenlijke activiteiten

krijgt een ander karakter als de gebruikelijke manier waarop het

huishouden wordt gevoerd ter discussie wordt gesteld. Daarom eerst iets

over de ongeschreven regels van het samenleven.

Gewoontes reguleren het dagelijks verkeer binnen een huishouden. Het

zijn de stilzwijgend gevormde huisregels die zorgen voor regelmaat en

rust. Wanneer twee partners samen gaan wonen, ontwikkelen ze

dergelijke gebruiken. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. De manier

waarop de partner omgaat met zijn spullen en zorgt voor de gezamenlijk

aangeschafte huisraad kan het onderwerp zijn van felle kritiek. Het dopje

wat niet op de tandpastatube wordt gedaan, de haren die achterblijven in

de kam, de schoenen die de trap versperren. Kleine voorvallen kunnen

aanleiding geven tot grote ruzies.

Beide partners hebben zich in hun ouderlijk huis en daarna als single of

in een andere gedeelde huishouding reeds een aantal gewoontes

eigengemaakt. Wanneer partners gaan samenwonen kunnen hierover

zogenaamde ‘grensconflicten’ ontstaan. Iedere partner claimt zijn eigen

leefruimte. Dit toont zich in geharrewar over de inrichting van de

woonkamer of het gebruik van de badkamer. Maar dat is niet het enige

62


wat hier op het spel staat. Leefruimte heeft bijvoorbeeld ook te maken

met de mate waarin je je eigen gang kunt gaan binnen de relatie. Bel je

elkaar op als je later thuiskomt? Wat overleg je en wat beslis jezelf?

Als partners deel je niet alleen een gezamenlijke ruimte, maar deel je

ook tijd. Ook hier worden grenzen getrokken en kunnen conflicten

ontstaan.

Wanneer de verschillen tussen beide partners op dit vlak groot zijn,

worden ieders opvattingen over wat je wel en niet hoort te doen op de

proef gesteld. In het bijzonder als een regelneef gaat samenleven met

een losbol.

Op dat moment gaat het erom begrip te hebben voor elkaars

voorkeuren. Anders verharden deze conflicten zich. Dat je het niet eens

bent met hoe de ander iets geregeld wil hebben, neemt niet weg dat je

erkent dat hij hier invloed op heeft. Het volstaat niet om je eigen regels

tot waarheid te verheffen. Het argument dat we het ‘altijd-zo-hebbengedaan’

of dat dit ‘nu-eenmaal-zo-hoort’, kapt de discussie af en

frustreert de partner die verandering wil. Waarmee we niet willen zeggen

dat laatstgenoemde het recht heeft de regels naar eigen believen om te

gooien. In goed overleg betekent dat geen van beiden ervan uitgaat dat

hij het voor het zeggen heeft.

Over de belangrijkste regels zul je het op een of andere manier eens

moeten worden. Je zult in die zin naar elkaar toe moeten groeien, door

allebei een beetje water in de wijn te doen, zoals dat heet. Anders blijf je

elkaar tot vervelens toe tegenwerken. De enige manier om daar uit te

komen is door over deze gewoontes te overleggen met elkaar. Doe dit

zonder verborgen agenda. Je partner is geen concurrent.

De kunst van het overleg

Om je activiteiten op elkaar af te stemmen, is het nodig dat je overlegt.

Anders leef je langs elkaar heen. Soms is het nodig te overleggen over

gebruiken die er zijn ingeslopen en waar je last van hebt. In de vorige

paragraaf hebben we dit toegelicht.

63


Overlegmomenten zijn soms maar kort. Even tussen de bedrijven door

wissel je iets uit. Maar je kunt er ook echt voor gaan zitten, zoals bij een

gezinsvergadering of het voorbereiden van een activiteit. Tijdens een

overleg wissel je voorstellen uit. Je geeft aan wat jezelf wilt doen en doet

verzoeken aan de ander. Je kunt ingaan op wat de ander voorstelt, dit

afwijzen of met een tegenvoorstel komen.

Enkele algemene vuistregels voor goed overleg.

• Neem een actieve luisterhouding aan. Laat merken wat er in je

omgaat. Bijvoorbeeld als je nadenkt over wat de ander zojuist

heeft voorgesteld.

• Waardeer dat de ander met een voorstel komt en wijs dit niet bij

voorbaat af. Misschien is het geen goed plan, maar dat neemt

niet weg dat je partner zijn best heeft gedaan iets zinvols naar

voren te brengen.

• Zorg ervoor dat het onderwerp waarover je wilt overleggen

duidelijk wordt. Dat lijkt voor de hand liggend, maar vaak praten

partners langs elkaar heen. Vraag dus door als je niet begrijpt

wat de ander bedoelt.

• Blijf bij het onderwerp en dwaal niet af. Als dit toch gebeurt,

neem het onderwerp dan weer terug en zorg er samen voor dat

een overleg wordt afgerond. Dat betekent dat je na afloop allebei

weet wat de ander gaat doen. Of je spreekt af om er op een

ander moment op terug te komen.

• Als afspraken mislopen, spreek de ander er dan op aan. Maar

vergeet niet ook je eigen aandeel in het overleg te erkennen.

Misschien heb je niet voldoende duidelijk gemaakt wat je

bedoelde. Met elkaar kun je besluiten daar de volgende keer op

te letten.

Goed overleg maakt dat partners meer betrokken raken op elkaar en dat

je elkaar aanvult en aanscherpt. Twee weten meer dan één.

Een aantal voorbeelden van overlegsituaties:

64


Gezinsvergadering

Een vast overlegmoment dat huishoudens met kinderen kunnen

invoeren is de wekelijkse gezinsvergadering. Vanaf ongeveer een jaar of

zes kun je kinderen betrekken bij het afstemmen van ieders activiteiten.

Daarbij kan de weekkalender als uitgangspunt dienen. Zo kun je de

komende week doorspreken. Bijvoorbeeld:

Wie heeft maandag de auto nodig?

Op welke dag werkt mama deze week?

Worden dinsdag de oude kranten opgehaald?

Wie haalt op woensdag Mieke uit school?

Donderdagmiddag komt oma oppassen.

Vrijdag spulletjes mee voor de kerststukjes.

Zaterdag staan we vroeg op, want we gaan naar de Efteling.

Hou het kort, vooral met jonge kinderen. Een halfuur is meestal lang

genoeg. Een gezinsvergadering moet niet al te veel tijdsdruk vragen.

Zoek dus voordat je het invoert naar een geschikt tijdstip. Verwacht niet

van jonge kinderen dat ze deze planning onthouden. Noteer belangrijke

afspraken op de kalender. Naarmate kinderen opgroeien verandert het

karakter van het gezinsoverleg. Ze kunnen zelf agendapunten

inbrengen.

Dergelijk overleg maakt dat alle gezinsleden op de hoogte zijn van wat

iedereen doet. Dat verhoogt de betrokkenheid in het gezin en het leert

kinderen open te overleggen. Kinderen kunnen de andere gezinsleden

meedelen wanneer ze moeilijke repetities hebben en overleggen over de

corveetaken. ‘Met wie kan ik mijn afwasbeurt ruilen?’

Ook conflicten over de huisregels kunnen worden besproken.

Strubbelingen tussen de kinderen, maar ook nieuwe omgangsregels die

de ouders willen invoeren, zijn punten op de agenda. Zo krijgt het

overleg het karakter van een vergadering. Het is een vast moment om

klachten te bespreken. Maar ook om pluimen uit te delen. Vergeet dat

laatste niet.

65


Als ouders hoor je alle partijen en je geeft aan wanneer je met een

voorstel komt voor een oplossing. Wat dat betreft hou je de leiding. Wel

kunnen oudere kinderen experimenteren met de rol van ‘voorzitter’

tijdens de vergadering.

Maak als ouders keuzes over wat je met het hele gezin bespreekt en wat

je met ieder kind afzonderlijk aankaart. Ook blijven er zaken die de

ouders onderling eerst moeten regelen in wat je een ‘vooroverleg’ zou

kunnen noemen. Een greep uit de onderwerpen.

Wil iedereen zijn schoenen voortaan bij de trap zetten? Ik loop ze

voortdurend op te ruimen en daar heb ik geen zin meer in.

Joost zet zijn fiets altijd zo dat ik niet meer in de schuur kan.

Ik wil meer zakgeld. Andere kinderen krijgen namelijk veel meer, dan ik.

Fijn dat Karin deze week de lege flessen heeft opgeruimd. Het statiegeld

mag ze zelf houden, dat was de afspraak.

Het is deze week vakantie, en het lijkt me leuk om op woensdag samen

ergens naartoe te gaan. Wie heeft een voorstel?

Kunnen we op dinsdag wat eerder eten? Want ik heb training voor het

schoolvoetbaltoernooi.

Ik vind dat Charles deze week zijn kamer netjes heeft opgeruimd. Dank

je wel, Charles.

Activiteiten plannen

Bijzondere activiteiten, zoals vakanties, uitstapjes, gezamenlijke feesten

en andere familieaangelegenheden, vragen dat je je gezamenlijk

voorbereid op wat er gaat komen. Dit soort overlegsituaties kennen twee

fases:

66


• het opperen van ideeën en het inventariseren van wensen

• het nemen van een besluit en het ondernemen van actie

Hoe meer mensen, hoe meer wensen. Maak in een gezinssituatie dus

vooraf duidelijk wie het uiteindelijke besluit neemt. Iets samen doen

betekent altijd dat je niet helemaal je zin kunt krijgen. Duidelijkheid over

wie beslist, voorkomt te hooggespannen verwachtingen.

Vooral de vakantieperiode kan lastig zijn als de voorkeuren uiteen lopen.

Je kunt proberen om een redelijk compromis te vinden. Tussen een

strandvakantie en een cultuurreis bijvoorbeeld. Je kunt zoeken naar een

vakantiegebied waar iedereen aan zijn trekken kan komen. En uitstapjes

plannen waarvan je weet dat één van de gezinsleden daar helemaal

warm voor loopt.

Bij sommige families is het een ongeschreven regel dat je op vakantie

altijd alles samen doet. Die regel kun je ter discussie stellen. Misschien

lucht het iedereen op als je af en toe opsplitst. Of als pa een stedentrip

boekt samen met zijn puberzoon. Of als ma haar dochter beter leert

kennen tijdens een natuurwandeling.

En zeker is het leuker om enthousiaste verhalen aan het eind van de

vakantiedag uit te wisselen, dan de hele dag verplicht met elkaar

opgescheept te zitten. Hou dus bij de planning van activiteiten ook

rekening met ieders behoefte om er af en toe zelf op uit te trekken.

In de eerste fase van het overleg kan het prettig zijn om te brainstormen

en ieder wild idee op te schrijven. Zolang alle deelnemers maar beseffen

dat veel plannen worden weggestreept, geeft dit ruimte om te dromen.

En mogelijk kom je op ideeën die niet naar voren zouden komen zonder

uitwisseling.

Praktisch probleem oplossen

Wanneer je aanklopt bij je partner voor overleg over een praktisch

probleem ontstaat er vaak een bepaalde rolverdeling. De ene partner

neemt de positie in van deskundige. Hij is nu eenmaal wat handiger met

67


een hamer of naald en draad. Hierdoor ziet hij veel sneller een oplossing

dan de ander.

Daar is niets mis mee als de kraan blijft lekken of er een knoop los zit

aan je jas. Maar bij wat ingewikkelder problemen kan de communicatie

verslechteren als de partner- deskundige het gesprek overneemt. Hij

luistert dan niet meer, maar toont zijn kunde door ogenblikkelijk actie te

ondernemen of de ander voor te gaan schrijven wat hij eigenlijk moet

gaan doen. Of nog erger: de ander er uitgebreid op te wijzen wat hij niet

had moeten doen. Wat begon als een overleg krijgt dan de ondertoon

van ‘ik weet of kan dat beter dan jij’. Heel wat ruzies over autorijden of

kaartlezen draaien om dit punt.

Stiekem kan degene die de intelligente probleemoplosser lijkt ergens

jaloers zijn op de ongecompliceerde tevredenheid van de ander. En die

stoere alleskunner wil eigenlijk iets leren van zijn fijngevoelige partner.

Laat de drang om jezelf te bewijzen achter op je werk, zodat je

toegankelijk wordt voor de ander als er praktische problemen zijn.

Daardoor zoek je elkaar op voor overleg.

Het verschil in kennis en vaardigheden, wat duidelijk wordt als de

computer vastloopt of de planten verpieteren, hoeft de sfeer tussen

partners niet te gaan bepalen. Binnen iedere relatie zijn er verschillen in

vaardigheden. Het is wijsheid als je elkaar hiervoor kunt waarderen.

Want al is het onderwerp van praktische aard, de uitwisseling en dus de

relatie wordt erdoor verlevendigd. Vooral voor doeners zijn dit soort

contactmomenten van belang. Het geeft ze het gevoel dat ze er zijn voor

elkaar.

68


Hoofdstuk 8 Belevingsgericht gesprek

Kernpunten

• Het uitwisselen van dagelijkse belevenissen, al lijkt het nog

zoiets kleins, stimuleert de gevoelsuitwisseling tussen partners.

• Belevingsgericht luisteren en meeleven ondersteunt je partner.

• Samen activiteiten ondernemen leidt niet automatisch tot een

intensivering van je relatie. Dit is wel zo wanneer je de ervaring

van het moment deelt.

• Emotionele problemen los je niet één-twee-drie op. Daarbij is

luisteren naar je partner belangrijker dan een oplossing

aandragen.

• Het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen heeft tijd nodig.

Het is belangrijk dat je elkaar dan opzoekt en respect toont voor

elkaars gevoelens.

Belevenissen uitwisselen

Het vertellen van wat je hebt meegemaakt, neemt een belangrijke plaats

in binnen een relatie. Het verrijkt het contact als je elkaar deelgenoot

maakt van je binnenwereld. Met een belevenis doelen we op alles wat je

hebt meegemaakt en waar je iets aan hebt beleefd. Geen droge

opsomming dus van de feiten, maar het uitwisselen van iets wat jou

bezighield.

Er zijn intensieve belevenissen, zoals de geboorte van een kind, die

stellen heel wat gespreksstof geven. Maar denk ook eens aan wat je

door de dag heen beleeft. Die alledaagse gebeurtenissen die het waard

zijn om elkaar te vertellen. Het hoeft niet iets groots te zijn.

‘Toen Geert voor de tweede keer zijn beker melk omgooide, moest ik me

echt beheersen.’

69


‘Ik heb vandaag niet alle dossiers afkunnen werken en als ik dan naar

huis rij dan houdt me dat nog steeds bezig. Het was file, maar ik zette de

radio aan en toen hoorde ik dat nummer dat we vroeger altijd draaiden.’

‘Ik heb de gangkast opgeruimd. Ik moest wel drie keer niezen. Wat een

stof lag daar. Maar nu ik het heb gedaan ben ik dik tevreden.’

‘Toen ik vanmorgen een grafiek op het bord tekende, gebruikte ik per

ongeluk de verkeerde viltstift. Ik heb het niet durven zeggen tegen de

conciërge, maar volgens mij krijg je die tekst niet meer van dat whiteboard.’

Dat doen we vanzelf, zullen veel stellen zeggen. Maar bij sommige

koppels wringt hier een schoen. Ze missen een dergelijke

gevoelsuitwisseling binnen hun relatie. Ze willen wel praten, maar weten

niet waarover. Waar moet je over praten als je werkdag altijd

voorspelbaar verloopt? Of als je merkt dat je gevoelsleven tamelijk vlak

is? Waarschijnlijk vind je jezelf dan ergens een Saaie Piet of een

eenvoudige Truus, en vind je jouw beleving niet de moeite waard om

over te vertellen. Misschien denk je dat anderen intensiever leven dan jij.

Realiseer je dan dat er iemand is die ooit warm voor je liep. Iemand die

jou bijzonder vond en waarschijnlijk nog steeds geïnteresseerd is in wat

er in jou omgaat. Je kunt proberen iets meer te vertellen over jouw

belevenissen. Vraag eens aan je partner, of hij nog steeds nieuwsgierig

is naar je.

Het kan ook zijn dat de ene partner meer behoefte heeft om zijn beleving

te delen. Dat is een verschil wat je van elkaar leert kennen en waar je

een vorm in kunt vinden om mee om te gaan.

Leg elkaar niet de norm op dat alleen interessante dingen verteld mogen

worden. Dat is een gespreksregel die meestal eenzijdig wordt

vastgesteld en waardoor de ene partner zichzelf interessanter maakt of

wordt gemaakt dan de ander. De grondhouding voor het uitwisselen van

belevenissen is dat iets de moeite waard is omdat het je partner

bezighoudt. Dat is voldoende.

70


Je kunt het enigszins vergelijken met de manier waarop je openstaat

voor de eigenheden van je zoon of dochter. Zij delen hun belevenissen

met jou als ouder. Daar kun je van genieten, los van het onderwerp.

Vanuit een vergelijkbare interesse kun je nieuwsgierig zijn naar de

belevingswereld van je partner. Zijn hobby’s of contacten kunnen de

bron vormen van een levendig gesprek. Daarvoor hoef jij geen verstand

te hebben van het onderwerp. Je partner vraagt geen inhoudelijk advies,

zoals een collega op je werk dat doet.

Als je denkt dat je leven een saaie aaneenschakeling is van

gebeurtenissen, richt je dan op je waarneming.

Oefening

Stel jezelf drie keer per dag de vraag:

o Wat beleef/ voel ik nu?

o Wat merk ik in mijn lichaam?

o Welke gedachten komen er in me op?

o In welke stemming ben ik?

Stoom afblazen

Nog steeds schildert de psychologie de mens af als een machine waarin

de spanningen zich ophopen. Deze moeten zich af en toe ontladen, zo is

de theorie. Stoom afblazen, een beeldspraak uit de vorige eeuw, is daar

de meest bekende vorm van. ‘Ik moest het even kwijt’, is ook een

uitspraak in die richting. Blijkbaar raken we iets kwijt door er over te

vertellen.

Wie iets heeft meegemaakt wat hem nog steeds dwarszit, voelt de drang

om hier met de partner over te praten. Als je merkt dat je partner ergens

gespannen over is of gefrustreerd thuis komt, luister dan naar zijn

beleving. Richt je aandacht dus niet zozeer op wat hij vertelt, maar op de

manier waarop hij er over praat. Je partner heeft behoefte aan

71


expressie. Mogelijk voelt hij zich gekwetst of bekneld door een situatie,

waarin hij weinig te zeggen had. Belevingsgericht luisteren en meeleven

helpt de spanning te verminderen. Ga niet kritisch doen over de inhoud

van zijn verhaal. Wel kun je vragen of hij stopt met vloeken of erg hard

praten bijvoorbeeld. Als luisteraar heb je ook je grenzen. Maar maak

geen aanmerkingen op zijn handelen. Dat kun je beter bewaren tot een

ander moment.

Het is de kunst van het samenleven dat je voor ieder gesprek de juiste

toon en tijd weet te vinden.

Ervaringen delen

Als je samen iets meemaakt dan schept dat vanzelf een band, is een

veel voorkomende overtuiging. Stellen zoeken soms naar een

gemeenschappelijke hobby of wekelijkse activiteit als oplossing voor hun

gemis aan uitwisseling. Zij gaat mee golfen of vissen. Hij probeert yoga

en zwemmen. Vaak mislukt dit. De verveelde grondstemming van de

relatie verandert niet. De ruzieachtige sfeer verplaatst zich naar het

golfterrein of het zwembad. Het samen doen leidt niet tot een

intensivering van de relatie. Het probleem op belevingsniveau probeert

men op te heffen door activiteiten. En daar ligt niet de oplossing.

Vaak weten koppels nog wel, bijvoorbeeld uit de begintijd van hun

relatie, wat gelegenheden zijn om ontspannen in gesprek te raken. Waar

het om gaat is dat je je beleving van dat moment aan elkaar laat merken.

Je zit dicht tegen elkaar aan in de bioscoop en praat na over wat de film

je deed.

Je doet samen boodschappen en verheugt je erop wat je die avond gaat

koken.

Je maakt samen een wandeling en je merkt dat de ander geniet. Je wijst

elkaar op het mooie uitzicht.

72


Je pakt elkaars hand vast, om woordloos te laten voelen dat het fijn is

om samen te zijn.

Een gezamenlijke activiteit draait dus niet om wat je doet, maar om het

delen van je ervaring van dat moment. Betrek de ander daarbij door te

laten merken wat de activiteit je doet. De onderlinge uitwisseling, daar

gaat het om. Dat fietstochtje is niet meer dan een aanleiding om opnieuw

in gesprek te raken.

Emotioneel probleem bespreken

Een emotioneel probleem is van een heel andere orde dan een praktisch

probleem. Eigenlijk kun je beter spreken van een situatie die voor één of

beide partners moeilijk is. We doelen hier niet op het bespreken van

problemen binnen de relatie. Dat komt in het volgende hoofdstuk aan de

orde.

We handhaven hier het woord probleem, omdat er vaak op die manier

over gesproken wordt. Uitspraken als: ‘Ik heb een probleem met mijn

baas’; ‘Ik heb problemen met mijn familie’; ‘Ik heb problemen met

school’, verwijzen naar situaties en de beleving daarvan. Anders dan bij

een praktisch probleem, kan de helpende partner meestal niet ingrijpen

om het probleem op te lossen. Ook praktische adviezen worden hier

eigenlijk niet gevraagd.

Als je partner iets aankaart waar hij het moeilijk mee heeft, dan is het

zaak om hier belevingsgericht naar te luisteren. Dat betekent: ingaan op

de gevoelens en privégedachten achter de gebeurtenissen, zoals ze

worden verteld. Goed luisteren dus en je betrokkenheid tonen. Alleen

daardoor ontstaat er een sfeer van intieme verbondenheid. Je maakt

ruimte voor elkaars emoties.

Een partner heeft geen steun aan iemand die dit wel even voor hem wil

oplossen. ‘Ik zal die vent wel even opbellen en zeggen dat hij dat niet

kan maken’.

73


Pas als je partner zijn hart heeft gelucht en begrip heeft gevonden voor

zijn beleving van de situatie, kun je samen verkennen wat hij mogelijk

zou kunnen doen. Geen adviezen geven in de zin van dit of dat moet je

doen, maar suggesties voorleggen waar de ander op in kan gaan.

‘Hoe zou het zijn om morgen een gesprek aan te vragen met je

teamleider en dit aan haar voorleggen? Daar kun je toch best goed

meepraten, is het niet?’

‘Zou je vanavond je zus niet opbellen? En zeggen dat je het er eigenlijk

niet mee eens bent?’

‘Ik snap dat je hopeloos wordt van die situatie. Zullen we samen een

gesprek aanvragen, met de leerkracht?

Als het gezinsproblemen betreft kun je natuurlijk wel gaan praten met je

kind. Of nieuwe afspraken introduceren tijdens de volgende

gezinsvergadering. Als je kind kwetsend gedrag vertoont naar je partner

toe bijvoorbeeld, kun je elkaar steunen door samen in gesprek te gaan

met je kind. Maar let op dat je de zelfstandigheid van je partner niet

ondergraaft door een probleem op te lossen, waar hij zelf met jouw steun

wel uit kan komen.

Hou voor ogen dat emotionele problemen vaak niet één-twee-drie zijn op

te lossen. Ze vragen geduld en enige omzichtigheid.

Ingrijpende gebeurtenis verwerken

Een ingrijpende verandering in de levenssituatie heeft tijd nodig om

verwerkt te worden. Na het overlijden van één van beide ouders of de

dood van een kind, bijvoorbeeld. Maar het kan ook gaan om een

verhuizing of een verandering van baan. Iedere wijziging in de

levenssituatie moet worden verwerkt zodat de nieuwe situatie eigen

wordt gemaakt.

74


Er is een onderscheid tussen situaties waar direct handelen nodig is en

gebeurtenissen waar weinig meer aan te doen is. In het eerste geval kun

je denken aan situaties waarbij de ene partner een ongeluk krijgt of

plotseling ernstig ziek wordt. De gezonde partner moet dan vaak alle

zeilen bijzetten om de gezinstaken te vervullen en zorg te verlenen. Ook

wanneer het bedrijf failliet dreigt te gaan, je kind van school wordt

gestuurd of je besluit te emigreren is handelen geboden.

Altijd is er daarna tijd nodig om de gevoelens die dit opriep met elkaar te

delen. Een verandering van levenssituatie heeft altijd een belevingskant.

‘Hoe bevalt je nieuwe baan?’ ‘Hoe is het nu je moeder er niet meer is?’

‘Hoe was het voor je dat ik ineens in het ziekenhuis lag?’

Dit zijn geen vragen die achteloos beantwoord kunnen worden. Wie het

belevingsaspect van zijn relatie niet wil verwaarlozen, moet op zoek

gaan naar wat het hem deed wat er gebeurde. Dat geldt niet alleen voor

de partner die het overkomt, ook de partner die zorg verleende heeft zijn

verhaal.

Soms fungeert één van beide partners tijdens dit proces als praatpaal of

steun. Door mee te leven en belevingsgericht te luisteren naar de

gevoelens van de ander ontstaat een intense uitwisseling. Moeilijker is

het wanneer beide partners diep zijn geschokt en ieder zijn eigen pijn

een plaats probeert te geven. Juist dan is het belangrijk dat je elkaar

opzoekt en respect toont voor elkaars gevoelens. Stellen die dat voor

elkaar krijgen groeien binnen hun relatie. Wie dit verwerken uitstelt en

maar doordendert, kan erachter komen dat hij niet alleen vervreemdt van

zijn partner maar ook van zichzelf.

Afkeuring en waardering tonen

Veel mensen zijn terughoudender in het tonen van hun waardering dan

in het subtiel ‘afzeiken’ van anderen. Afkeuring ligt voor in de mond en

een compliment klinkt voor hen gekunsteld.

Eigenlijk is dat triest. In de paragraaf over kritisch luisteren beweerden

we dat gedoseerde kritiek belangrijk kan zijn om elkaar tegenspel te

geven. Hier kunnen we aan toevoegen dat als je partner de grenzen van

75


de relatie heeft overschreden en iets heeft gedaan wat volgens jou écht

niet kan, het goed kan zijn om dit te uiten. Je geeft aan dat het je heeft

gekwetst en dat dit voor jou een grens is. Maar zelfs dan, kun je nog

respectvol omgaan met elkaar. Er is nooit een reden om een ander af te

keuren.

Toch gebeurt dit wel en meestal subtiel. Dergelijke koppels hebben de

gewoonte ontwikkelt om cynische grappen of afkeurende opmerkingen

te maken tegen elkaar. Als je dat doet is er iets mis. Je doet elkaar dan

pijn en dit wekt wederzijds woede op. Dit geeft een zekere uitwisseling,

waardoor stellen het gevoel hebben dat ze contact hebben. Strikt

genomen is dat zo. Maar het is geen verdiepend contact. Ieder gebruikt

de ander om zijn frustraties af te reageren. Je herschept voortdurend

een pijnlijke situatie. Je voedt elkaars woede en niet elkaars liefde.

Cynisme is daarbij een sluipende vorm van negativiteit die zich verschuilt

achter de misvatting dat het ‘humor’ is. Cynisme en sarcasme hebben

niets van de luchtigheid en lichtvoetigheid die eigen is aan gedeelde

humor. Cynische partners mijden ieder openhartig gesprek, waardoor

hun relatie een bron van ellende wordt in plaats van vreugde.

Waardering tonen daarentegen werkt juist voedend voor een relatie. Wie

dat teveel achterhoudt kan er op gaan letten zich meer uit te spreken.

Een voorbehoud dat veel mensen hierbij maken, is dat dit gekunsteld

wordt. Dat is voorstelbaar omdat complimenten soms worden

gepresenteerd als het middel om je relatie op te leuken. Een pluim

uitdelen is dan een manier waardoor je partner uiteindelijk meer

genegen is te doen wat jij wilt.

Vanuit onze opvatting over partnerrelaties is dit inderdaad geen goed

motief. Je moet er niet op uit zijn je partner hiermee te veranderen.

Complimenten moeten welgemeend zijn en geen gevlij van charmeurs.

Met dit voorbehoud in gedachten, is het zinvol eens na te gaan op welke

manier je partner je leven verrijkt.

‘Waarin vormt hij nog steeds een uitdaging?’ ‘Waarmee steunt hij je?’

‘Welke kant van hem vormt een voorbeeld voor je?’

76


Door oprecht antwoord te geven op deze vragen, kun je besef krijgen

van wat je stilzwijgend veronderstelt maar vergeet te benoemen.

Soms reageren partners ook op die manier als ze waardering krijgen:

‘Ach, dat is toch vanzelfsprekend dat ik dit voor je doe?’ Natuurlijk moet

je niet iets doen voor je partner om vervolgens naar complimentjes te

vissen. Maar dat is niet aan de hand. Wat speelt is dat we vergeten zijn

elkaar te laten merken hoe fijn het is samen te zijn, waardoor het contact

is verstild.

Door uit te wisselen wat je partner in positieve zin voor je betekent, komt

er een voedende uitwisseling op gang. Laat merken dat je blij bent met

wat de ander voor je doet. En ook wat hij niet doet, omdat hij rekening

met je houdt. Of de inspanningen die de ander opbrengt, financieel en

praktisch waardoor je samen een huishouden kunt voeren. Juist die

kleine dingen zijn belangrijk om meer te laten merken. Ook hier komt het

aan op scherper waarnemen wat de ander doet en welke uitwerking dit

heeft op jou. Het is goed hier samen bij stil te staan, zodat de liefde van

twee kanten meer gaat stromen.

Seksueel contact

Seks is een populair onderwerp in weekbladen en boeken. Er is veel

bekend over hoe en hoe vaak er wordt gevreeën in Nederland. Meer dan

over hoe je als partners contact maakt met elkaar. Sekstechnieken zijn

algemener bekend dan contactuele vaardigheden.

Seks wordt beschouwd als een apart hoofdstuk binnen een relatie. Het

wordt een gezamenlijke activiteit, waarbij aan een norm moet worden

voldaan. Twee keer per week bevestig je dat je als partners goed bezig

bent, aldus de statistieken.

Je kunt er ook anders tegenaan kijken. Seks kun je beschouwen als een

gesprek, schreven we in het eerste hoofdstuk. Daarmee richt je je op de

woordloze uitwisseling van gevoelens. Uiteraard is seks een bijzonder

gesprek. Alleen al omdat je het niet in het openbaar doet.

77


Maar het seksuele aspect van een intieme relatie verschilt niet wezenlijk

van andere contactmomenten. Vrijen tegen je zin zou je kunnen

vergelijken met oppervlakkig luisteren. Je hebt eigenlijk geen zin in een

gesprek en je zegt maar wat. Fijne seks daarentegen vraagt aandacht

en goed luisteren naar elkaar. Je leeft ervan op als na een diepgaand

praatgesprek.

Beide partners bloeien niet op van de lustopwekkende activiteit als

zodanig. Feitelijk heb je daar ook geen partner voor nodig. Seksueel

contact is voedzaam als er een intense uitwisseling plaatsvindt. Seks

draait om het reageren op elkaars gevoelens. Anders voel je je eenzaam

al lig je nog zo dicht bij elkaar. Evenals andere gesprekken kan seks tot

een sleur worden als je je partner niet meer waarneemt maar reageert

uit gewoonte. Wezenlijk verschilt seksueel contact hierin niet van andere

contactvormen. Daarom plaatsen we het in hetzelfde rijtje als andere

belevingsgerichte gesprekken.

Wie zijn seksuele contact wil verbeteren doet er goed aan zijn relatie als

geheel tegen het licht te houden. Tenzij er puur iets lichamelijks speelt.

Maar meestal speelt dezelfde terughoudendheid die is ontstaan in

andere gesprekken een rol. Wie zijn partner niet meer toelaat in zijn hart

houdt hem ook graag op afstand van zijn lichaam. De spontane

gevoelsbeweging die je deed uitreiken naar elkaar, is vooral in seksueel

contact direct te ervaren. Je merkt dat je warm loopt voor elkaar.

Soms vermindert deze gevoelsstroom. Dat kan tijdelijk zijn. Maar als

vrijpartijen het karakter krijgen van een verplicht gesprek dan is dat iets

om bij stil te staan. Zoek uit wat er speelt en wees daar eerlijk in.

Wanneer je seksuele contact is verstilt is het zaak hierover in gesprek te

gaan. Ga jezelf niet forceren met allerlei hulpmiddelen. Als je elkaar

spontaan niet meer knuffelt of zoent, kun je beter gaan praten dan gaan

friemelen. Het gaat niet om seks als daad, het gaat om seks als contact.

Leg elkaar dus geen prestatiedruk op. Maak van de hoeveelheid seks

geen maat voor een goede relatie. Er zijn stellen die het fijn kunnen

hebben met elkaar, ook als ze even niet toekomen aan seks. In het

78


ede spectrum van gevoelsuitwisselingen is seks een mooi moment,

maar geen halszaak.

Evenals bij andere aspecten speelt ook hier een verschil tussen de

behoefte aan dergelijke contactmomenten. Nu is het zo dat bij dit

gesprek het verschil tussen mannen en vrouwen een rol speelt. Binnen

een heteroseksuele relatie maakt deze ontmoeting met het andere

geslacht het contact spannend.

Mannen en vrouwen

Over mannen en vrouwen is veel geschreven. Het is de kunst hier goed

mee om te gaan. Realiseer je dat je nooit contact hebt met een man of

een vrouw, maar met deze unieke man of deze vrouw. Juist de

onderzoeksresultaten die aangeven hoe ‘mannen’ of ‘vrouwen’ in het

algemeen in elkaar steken, kunnen aanleiding geven tot het

psychologiseren van je partner. Het is voor sommige mensen een

aardig tijdverdrijf de andere sekse uit te lokken met dergelijke algemene

opmerkingen. En het is het onderwerp van veel grappen die niet altijd

even leuk zijn. Wie zijn relatie wil verdiepen zal op zoek moeten gaan

naar de man of vrouw waarmee hij zijn leven deelt. Deze unieke persoon

leren kennen en zichzelf laten zien. Niet als het prototype van ‘de man’

of ‘de vrouw’. Vermijd dit soort opgeplakte identiteiten. Juist als je in

gesprek raakt over je seksuele beleving.

Uiteraard spelen hormonale processen daarbij een rol. Het kan

bijvoorbeeld maken dat je veel of weinig zin hebt in seks. Maar deze blik

in de machinekamer van je lichaam, levert niets op voor hoe je je contact

kunt bijsturen. Ook nu is de eerste stap uit te diepen hoe jullie seksuele

contact tot nu toe verloopt. Vertel elkaar wat je beleeft en wat je zou

wensen. En als je het moeilijk vindt om hierover te praten, dan is dat

waar je eerst aandacht voor hebt. Doe niet stoer als je sommige

woorden gênant vindt. Spreek af in welke termen je wilt praten. Maar

gebruik schaamte niet als reden om dan maar te zwijgen.

79


Tenslotte iets over de plaats die seks inneemt binnen het contact.

Daarover is een verschil wat vaak speelt tussen mannen en vrouwen. De

meeste vrouwen - maar ook nu weer: niet alle - ervaren het delen van

belevingen als het wezen van een relatie. Vanuit de openheid die

hierdoor ontstaat voelen ze zich verbonden met hun partner. Deze

gevoelsuitwisseling brengt seksuele gevoelens op gang. Zin om te vrijen

komt logisch voort uit de intimiteit van een gesprek. Het is de volgende

stap in het toelaten van je partner.

Voor de meeste mannen ligt dat anders. Voor hen geeft vrijcontact de

bevestiging dat de ander er voor hen is. Pas dan voelen ze: het zit goed

tussen ons. Dit hoeft niet altijd seks te zijn. Allerlei vormen van aanraken

zijn contactmomenten. Daar geven mannen meestal een iets andere

betekenis aan dan vrouwen. Een arm om de schouder, een plaagstoot,

stoeien of elkaar eens lekker beetpakken, ligt meer vooraan bij mannen

als een manier om afstand te overbruggen. Ze voelen daardoor letterlijk

hoe de ander tegenover ze staat.

Mannen lijden dan ook sterk onder een gebrek aan knuffels. Het brengt

ze in verwarring. Het heeft voor hen de betekenis van een diepe

afwijzing als gesprekspartner. Vrouwen verpieteren ook bij een gebrek

aan aanraking, maar het maakt ze minder wanhopig. Ze kunnen de

knuffelarmoede goed plaatsen omdat ze al veel eerder merkten dat de

innerlijke emotionele beweging was verminderd.

Voor mannen is lichamelijk contact de eerste stap voor het verder delen

van gevoelens. Voor vrouwen is het het gevolg ervan. Scherp gesteld

wordt dit: eerst praten dan seks, of eerst seks en dan praten. Dit verschil

kan leiden tot een patstelling. Niet praten dan geen seks. Geen seks,

dan niet praten, wordt het dan.

Als gesprekken om deze redenen vastlopen dan kan het helpen praten

en seks minder te zien als twee gescheiden gebieden. Het zijn namelijk

twee manieren om elkaar te bereiken. Twee pogingen om meer in

contact te komen. Beide partners willen hetzelfde, namelijk (intensiever)

hun liefde delen. Dit kun je zowel via woord als gebaar doen. Op allebei

80


de gebieden kun je kleine toenaderingen doen. Stapjes naar elkaar toe

waardoor meer uitwisseling ontstaat.

Ga dus niet meer seks eisen en eis ook niet dat de ander zijn gevoelens

deelt. Beiden wijs je elkaars toenaderingen af. Je houdt je terug voor

elkaar en daar lijdt je onder. Dat is wat er op dit moment speelt. Ga er

niet vanuit dat dit met opzet gebeurt. Je gaat misschien wat onachtzaam

of onhandig met elkaar om, waardoor je met praten en knuffelen elkaar

niet meer weet te bereiken. Jongens en meisjes en later mannen en

vrouwen gaan onderling anders met elkaar om. In het partnercontact

echter kun je als man leren met een vrouw om te gaan en andersom. We

benadrukten al dat intimiteit alleen kan ontstaan als je jezelf laat zien als

die unieke persoon die je bent. En omgekeerd als je je partner

waarneemt als die bijzondere man of vrouw waarmee je je leven

vormgeeft.

Zorg dat je niet vastloopt in verwijten en maak tijd voor gesprekken om je

relatie te verdiepen. Alleen als je op zoek gaat naar wat je achterhoudt,

kan een nieuw gesprek ontstaan. In het volgende hoofdstuk besteden

we daar aandacht aan.

81


Hoofdstuk 9 Het verdiepende gesprek

Veranderen vraagt inspanning

Dit boek legt de nadruk op de uitwisseling tussen partners. Naarmate

beide partners meer en oprecht hun beleving delen en overleggen over

hun gezamenlijke projecten, ontstaat een rijker contact. Hierdoor

ontstaat vertrouwen, waardoor je de kwetsbare kanten van jezelf kunt

gaan ontdekken. Je partner is daarbij die unieke persoon waarmee je

belangrijke levensthema’s deelt en daardoor verwerkt. Je relatie blijft

waardevol en levendig. De liefde wordt niet afgeschreven over de loop

der jaren, maar verandert van karakter.

Voor alle stellen die weigeren samen de tijd uit te zitten of elkaar het

leven zuur maken, is er de mogelijkheid opnieuw met elkaar in contact te

komen. In de voorafgaande hoofdstukken zijn hiervoor allerlei

contactmomenten beschreven en werden tips gegeven voor beter

luisteren en praten met elkaar.

Dit laatste hoofdstuk schetst een programma voor wie aan de slag wil

met het verdiepen van zijn relatie. Het idee erachter is dat bepaalde

gesprekken niet of niet volledig zijn gevoerd waardoor beide partners

zich terugtrekken of ruzies zich herhalen.

De kern van dit programma is: plan bewust gesprekken en gezamenlijke

activiteiten en gebruik je gedeelde tijd voor overleg en belevingsgerichte

gesprekken.

Je zult allereerst moeten besluiten dat je deze veranderingen wilt

doorvoeren. Dit vraagt een ferm wilsbesluit van beide partners. Ieder

afzonderlijk moet besluiten dat hij of zij dit wil. Daartoe kun je je partner

niet overhalen. Het moet een eigen besluit zijn. Realiseer je dat het

veranderen van gewoontes niet altijd eenvoudig is. Allerlei

82


vanzelfsprekendheden worden bevraagd. Maar daardoor wordt wel een

oprecht contact ontwikkelt.

Wanneer je je relatie gaat verlevendigen kun je pijnlijke gevoelens

tegenkomen. Vergelijk het maar met een wond die verdoofd is geweest.

Wees niet bang je partner pijn te doen door oprecht te zijn. Je doet

elkaar meer pijn door alles bij het oude te laten en je relatie te laten

verzanden.

Je gevoel is dan ook geen goede basis om dit programma vol te houden.

Het is een thermometer die aangeeft hoe warm of koud je contact op

een bepaald moment voelt. Maar het is geen kompas om blindelings op

te varen.

Je relatie verdiepen vraagt wilskracht. Maak het wilsbesluit wat je neemt

tot je baken. Dat geeft je uithoudingsvermogen als het stroef loopt.

Vooral het begin van dit programma vraagt dat je doorzet. Gaandeweg

zal je contact zich verrijken en ontstaan meer vreugdevolle momenten.

Geniet van elkaars daadkracht als je bewust vormgeeft aan je contact.

Waardeer het dat de ander dit voor je over heeft. Dit geeft de moed om

de confrontatie met jezelf en de ander aan te gaan. Laat zelf ook merken

dat deze verandering je serieus is. Vooral als de grens van de relatie in

zicht is voor één van beide partners. Dan staat de relatie zelf op het spel.

Je kunt het onderstaande programma aanpassen aan je levenssituatie.

Maar besteed aandacht aan ieder onderdeel.

Verdiep je relatie in vijf stappen

1. Besluit om onderstaande veranderingen in je relatiegewoontes

in te voeren.

a. Schrijf op wat je mist aan het contact met je partner.

Geef aan wat de huidige situatie je doet. Schrijf op wat

je met het programma ‘Verdiep je relatie’ wilt bereiken

tussen jou en je partner. Niet hoe je partner moet

83


veranderen, maar hoe je graag zou willen dat het

contact verandert.

b. Bespreek met elkaar wat je hebt opgeschreven. Neem

een gezamenlijk besluit tot verandering en spreek af dat

je elkaar kunt aanspreken op deze bereidheid.

c. Spreek een tijdsperiode af waarin je op deze manier

bezig gaat met het verdiepen van je relatie. Drie

maanden bijvoorbeeld of een half jaar. Oprecht contact

maken met je gevoelens naar elkaar toe geeft

duidelijkheid over wat deze relatie betekent. Let op: de

uitkomst hoeft niet te zijn dat je deze relatie voortzet. Dit

besluit kun je niet vooraf afdwingen. Het verdiepen van

je relatie moet geen lijmpoging zijn.

2. Besteed bewust aandacht aan de dagelijkse contactmomenten.

a. Maak een lijstje met de dagelijkse contactmomenten.

Schrijf ieder afzonderlijk op welke behoefte je op die

momenten hebt en in hoeverre deze wordt vervuld.

Lees: ‘Gesprekken plannen’ in hoofdstuk 6.

b. Vergelijk wat je hebt opgeschreven. Bespreek met

elkaar hoe jullie contact verloopt op de verschillende

tijdstippen en wat je wilt veranderen. Bespreek of je

extra tijd samen wilt uittrekken en waar je dit voor wilt

gebruiken.

c. Spreek dagelijks een vast tijdstip af om samen

belevenissen uit te wisselen of stoom af te blazen. Duur

van deze gesprekken: ongeveer een half uur. Maak de

omstandigheden zo dat je aandacht kunt hebben voor

elkaars beleving. Lees: hoofdstuk 8.

3. Trek tijd uit voor overleg.

a. Spreek wekelijks een vast tijdstip af voor partneroverleg.

Duur van dit overleg: één uur. Voor gezinnen:

voer daarnaast wekelijks een gezinsvergadering in. Dat

84


kan informeel tijdens de maaltijd plaatsvinden of wat

formeler worden aangepakt. Lees: hoofdstuk 7.

b. Overleg op welke momenten je alleen iets onderneemt.

Maak afspraken over hoeveel tijd je nodig hebt om

ongestoord je eigen gang te kunnen gaan. Zoek daarin

een balans.

4. Plan gezamenlijke activiteiten.

a. Doe wekelijks iets samen wat je beiden plezierig vindt.

Wissel je beleving daarvan uit. Het gaat om de

wisselwerking niet om het doen op zich. Lees:

‘Ervaringen delen’ in hoofdstuk 8.

b. Plan af en toe een weekendje of dagje weg samen.

c. Spreek af wanneer je overlegt over gezamenlijke

partner- of gezinsactiviteiten. Lees: ‘Activiteiten plannen’

in hoofdstuk 7.

5. Hou wekelijks een ‘verdiepend gesprek’.

a. Onderhandel over een geschikt tijdstip waarop je

diepgaand in gesprek gaat met elkaar. In de volgende

paragrafen lichten we dit toe. Duur van dit gesprek:

minstens vijfenveertig minuten. Hoogstens: anderhalf

uur.

Lees de volgende paragraaf voor de opzet en de regels

van dit gesprek.

b. Zorg voor een geschikte ruimte. Een plek waar je

ongestoord in gesprek kunt zijn. Zet je mobieltjes uit en

stuur anderen weg. Maak dit tot jullie ‘prime-time’.

c. Alleen zeer dringende redenen zijn toegestaan om deze

afspraak te verzetten. De partner die afzegt, maakt

meteen een alternatief tijdstip vrij.

d. Spreek af dat ieder zich na dit gesprek terug mag

trekken. Het geeft veiligheid dat je dit gesprek begrensd.

Anders wordt het een beklemmend gebeuren.

85


De opzet van het verdiepend gesprek

De spelregels

• Hou je aan de afgesproken tijd. Ga zorgvuldig met deze

gedeelde tijd om. Maak aanspraak op elkaar, maar belast elkaar

niet teveel. Maak er geen uitputtingsslag van. Het gaat om de

regelmaat, zodat er een vast tijdstip ontstaat waarop je elkaar

kunt bereiken.

• Gebruik tijdens dit gesprek geen alcohol of andere middelen die

je gevoelens doen vervlakken. Maak het niet ‘gezellig’ met

elkaar, daar heb je gezamenlijke activiteiten voor gepland. Werk

in deze gesprekken aan een oprechte sfeer waarin verschillen

uitgesproken en uitgediept kunnen worden.

• Als er geen natuurlijke afwisseling is tussen spreken en luisteren

dan kun je bijvoorbeeld een van de volgende afspraken maken:

Om de beurt ben je vijf minuten aan het woord.

Gebruik eventueel een kookwekker of een mobieltje met

stopwatch. Dit is nodig als je elkaar niet uit laat praten.

Ieder gesprek begint met tien minuten spreektijd per persoon.

De ander luistert belevingsgericht.

Deel de tijd die je hebt afgesproken in twee.

Ieder heeft de mogelijkheid om een onderwerp te bespreken.

De ander luistert en mag reageren, maar geen ander onderwerp

invoeren.

• Loop niet weg. Dreig ook niet met het beëindigen van het

gesprek.

Je kunt wel aangeven dat je op een bepaald moment eigenlijk

niet verder wilt praten, bijvoorbeeld als je je erg boos gaat

voelen. Respecteer dit van elkaar. Ga elkaar niet op de huid

zitten. Maar blijf zitten zodat er de mogelijkheid is voor een

86


verdere uitwisseling. Werk eraan contact te maken met wat er

dan speelt.

• Ga elkaar niet beledigen of kwetsen. Stop het gesprek als de

ander gewelddadig wordt.

Beginnen en afsluiten

Begin met te overleggen waarover je wilt praten die week. Je kunt altijd

starten door ieder tien minuten te vertellen hoe je deze week het

partnercontact hebt ervaren. Als je allebei vol zit met gespreksonderwerpen,

kies dan voor een gezamenlijk onderwerp of verdeel de

tijd.

Heb je geen onderwerpen dan is dit een signaal dat je contact zich niet

verlevendigt. Dit is dan het onderwerp waarover je met elkaar moet

praten.

Wat hou je achter?

Wat maakt dat er geen gevoelsbeweging of interesse ontstaat?

Is je gevoelsleven vlak?

Of hou je jezelf terug om jezelf uit te spreken?

Wat is er aan de hand?

Gebruik de laatste tien minuten om terug te blikken op het gesprek. Hoe

was het om zo te spreken met elkaar? Juist als je lastige onderwerpen

hebt besproken is het belangrijk dat dit niet eindigt met een kater. Je

bent misschien niet dichter tot elkaar gekomen, maar je hebt wel

geprobeerd oprecht en eerlijk te praten. Dat is altijd winst. Spreek uit dat

je het waardeert dat de ander probeerde om oprecht en begripvol te zijn.

Je kunt dit met een knuffel bevestigen.

Verken je beleving van elkaar

Het doel van een verdiepend gesprek is dat je (opnieuw) je beleving laat

merken aan elkaar. Het is geen overleg maar een belevingsgericht

gesprek. Het onderwerp kan iets uit het verleden zijn of de toekomst

87


etreffen, maar je richt je aandacht op het actuele moment van het

gesprek.

De kernvraag is: Hoe ervaar ik op dit moment het contact met jou?

Dat betekent dat je alert bent op welke gedachten in je opkomen, welke

gevoelens je merkt en hoe je lichaam reageert. Dat dit samengaat is al

toegelicht in de paragraaf over emoties in hoofdstuk 3. Contact maken

met wat er op een bepaald moment speelt wil ook zeggen dat je je

uitspreekt als je afgeleid raakt of dichtslaat. Dus ook als je je vlak voelt of

merkt dat iets je niet raakt, is het belangrijk dit te delen. Alleen door stil

te staan bij wat er is, verdiept het contact zich.

Je begint met een bepaald onderwerp aan te snijden. Vervolgens

reageert je partner erop door aan te geven wat dit onderwerp voor hem

betekent. Je ontwikkelt al pratende de inhoud van het gesprek. Het

gesprek beperkt zich niet tot deze inhoud. Door steeds te vertellen wat

het je doet dat je partner zich zo uitspreekt wissel je je beleving uit. Het

onderwerp is niet ‘wat is er gebeurt’, maar: ‘hoe is het om hier nu over

te spreken of dit nu te horen.’

Reageer op elkaars gevoelens door je waarneming te geven en daarbij

te vertellen hoe dit je raakt.

‘Ik zie dat je geraakt bent als je hierover praat. Dat lucht me ergens op,

want ik dacht altijd dat het je koud liet.’

‘Je praat zo luchtig over dit onderwerp. Dat ergert me, want ik ben bang

dat je me niet serieus neemt.’

‘Ik meen aan je gezicht te zien dat je boos wordt. Is dat zo? Het maakt

nu dat ik erg op mijn woorden ga letten.’

‘Ik voel me een sukkel als je zo praat. Ik denk nu: laat maar, want ik stel

toch niets voor.’

88


‘Ik word afwezig. Na drie zinnen weet ik al wat je gaat zeggen. Daar

gaan we weer denk ik dan. Dat is misschien niet aardig van me, maar

het is wel wat ik merk als jij zo lang achter elkaar praat.’

‘Ik word warm van binnen als je dat zegt. Ik merk dat ik nog steeds van

je hou.’

Gevoelens veranderen op het moment dat je ze uitspreekt. Niet alleen

de partner die luistert geeft zijn beleving, ook degene die iets verwoordt

is opmerkzaam op wat dit hem doet. Let daarbij op de subtiele signalen

van je lichaam.

‘Het lucht me op dit te zeggen. Ik zie je oprechte aandacht. Ik krijg

vanzelf zin om meer te vertellen.’

‘Ik merk dat ik onderuit ga zitten en inzak. Ik aarzel om dit te zeggen.’

‘Ik voel spanning in mijn keel. Ik doe mijn best om niet emotioneel te

worden. Hoewel ik dat ergens wel wil.’

‘Wat ik nu net zei, klinkt als een rechtvaardiging. Ik doe meteen mijn

armen over elkaar en zet me schrap. Dat komt ... eigenlijk doet het me

pijn als je zo scherp reageert.’

‘Ik geniet van je humor. Je ondeugende ogen dagen me uit. Ik voel me

wakkerder aanwezig daardoor. Dat ken ik van vroeger. Het leven is

leuker met jou in de buurt.’

Tips en valkuilen

• Spreek vanuit jezelf. (dat betekent: hoe beleef ik het contact met

jou.)

• Geef geen beschouwingen over hoe je meent dat je partner in

elkaar zit. Analyseren van elkaar brengt je niet dichter bij elkaar.

• Gebruik niet de wij-vorm, maar zeg ‘ik’ als het over jezelf gaat.

Lees de tips in hoofdstuk 5.

89


• Som niet je goede voornemens op. Ga je partner niet overtuigen

met enthousiaste toekomstplannen. Hiermee vermijdt je je

beleving te geven. Parkeer overleg over de toekomst in een

ander gesprek. Het verdiepende gesprek gaat erom dat

scherper tot je doordringt hoe het voelt om zo met elkaar over

iets te praten.

• Geef niet je oordeel maar je beleving. Dat onderscheid lichten

we toe in de volgende paragraaf.

• Bedenk voorafgaand aan het gesprek waar je het over wilt

hebben en maak vragen die je elkaar kunt stellen.

• ‘Is dit een goede vraag?’ Als je een vraag stelt aan je partner,

vraag er dan bij of deze vraag hem uitnodigt om te vertellen.

Oordelen

Met je oordeel geef je aan wat je vindt. Je beleving daarentegen is de

gevoelsbeweging die je merkt of de stemming waarin je bent. Beide

soorten uitspraken zeggen iets over de ander. Je beleving geeft aan wat

de ander in je losmaakt. Je oordeel komt vanuit je mening over een

ander. ‘Ik vind je lief’ is een als oordeel geformuleerde uitspraak over iets

wat je waarschijnlijk merkt bij jezelf. Met oordelen doelen we dus niet op

iedere zin waar ‘Ik vind’ in voorkomt.

Oordelen kunnen goed verpakt zijn, maar gaan uiteindelijk om zaken als:

‘Ik vind je onzelfstandig, overdreven, onverantwoordelijk, hard,

zeurderig.’ Het zijn etiketten waarmee je het gedrag van de ander

bestempelt. Ook positieve oordelen leiden niet tot een gesprek als het

niet verder wordt toegelicht. ‘Ik vind je helemaal geweldig’ is misschien

leuk om te horen, maar de ander laat niet merken wat jij hem doet. Zijn

bewondering maakt eerder afstand dan dat doorklinkt hoe ‘ik reageer op

jou’. Als partner wil je niet afgedaan worden maar ook niet op handen

gedragen worden. Oordelen maken afstand doordat ze de ander

verhogen of verlagen.

Op het oordeel van een ander kun je eigenlijk maar op twee manieren

reageren: ‘Dat vind ik ook’ of ‘Dat vind ik niet’. Elk oordeel maakt een

90


kader waar de ander in meegaat of zich tegen verzet. Oordelen zijn

constateringen, ze stellen iets vast. Gevoelens zijn beweeglijk. Ze

stromen en zorgen voor verandering.

Veel partnergesprekken lopen vast omdat partners elkaar hun oordelen

geven. Ze zeggen elkaar hoe ze (niet) hadden moeten handelen. Dit

leidt tot verzet. Je wilt immers niet dat je partner je de les leest. Daarvoor

ben je niet bij elkaar.

Hieronder enkele oordelen, met daaronder uitspraken waardoor het

gesprek zich wel kan verdiepen.

‘Ik vind je arrogant. Je bent een macho. Je denkt altijd dat je het beter

weet.’

‘Ik merk dat ik dommer ga doen als ik bij jou ben. Ik mis dat je laat

merken dat je ook wel eens aarzelt over iets. Ik zou het fijn vinden als je

meer je kladblok liet zien.’

‘Ik vind je zo gesloten. Je bent een autist. Je kunt niet praten.’

‘Ik merk dat ik ben opgehouden mijn gevoelens met je te delen. Ik merk

dat ik eerder met een vriendin ga praten dan met jou. Dat komt omdat ik

zo weinig merk wat je raakt. Misschien zie ik iets niet, maar dit merk dat

er gebeurt.’

‘Ik vind je niet interessant.’

‘Ik merk dat ik mijn best niet meer doe om me in jouw situatie te

verdiepen. Sommige gesprekken lopen zo voorspelbaar en ik ben het

gaan vermijden daarover te praten met je. Ik heb genoegen genomen

hiermee, maar het zit me dwars. Ik heb mijn beleving hiervan

achtergehouden en me gestort op bezigheden die mijn aandacht

opeisen.’

Het uitwisselen van oordelen over elkaar leidt niet tot meer intimiteit. Het

strijden om het gelijk geeft wel een zeker contact, maar dat ontwikkelt

zich niet verder. De verkenning van een relatiethema loopt dood.

Gesprekken waarin je je mening ontwikkelt, over politiek bijvoorbeeld,

kunnen uitdagend zijn en via goede discussies kun je je mening vormen.

Daar is op zich niets mis mee. Maar als je elkaar ter discussie gaat

91


stellen, dan ontwikkelt zich geen intimiteit. Daarvoor moet je elkaar je

gevoelens durven tonen. Deze worden teruggehouden als je op elkaar

reageert vanuit een oordeel. Dan verschuilen gevoelens zich in een

veilig holletje.

Emoties zijn van huis uit vaak omgeven met oordelen. Opvattingen en

meningen die worden of werden uitgeseind door de omgeving waarin je

opgroeide. Uitgesproken of in stilte. Wie boos werd, werd genegeerd.

Wie huilde was een slappeling. En na drie maanden rouw moet het

stilletjes aan afgelopen zijn met dat verdriet. Kiezen op elkaar, is de

leefregel.

Heel vaak ontdooien partners als ze elkaars oprechte gevoelens

merken. Ze vermijden dit omdat ze zichzelf terughouden; bang voor het

oordeel van de ander. Dit gaat niet zo bewust, maar is een gewoonte die

werd opgepikt in de situatie waarin iemand opgroeide.

Het verdiepend gesprek is de bewuste inspanning om samen een

oordeelsvrije ruimte te vormen, waardoor je dichter bij elkaar kunt

komen.

Een onderwerp uitdiepen

Wanneer je begint met het voeren van verdiepende gesprekken dan zal

dit je relatie als onderwerp hebben. ‘Hoe ervaar ik het contact met jou?’

Gaandeweg kun je andere thema’s kiezen om uit te diepen.

Gebruik ieder onderwerp om je relatie te bespreken. Maak er dus geen

overleg van over praktische zaken. Daar heb je een ander moment voor

afgesproken.

Als je bijvoorbeeld wilt praten over de kinderen, maak dan niet de

bedtijden tot onderwerp. Het gaat erom uit te wisselen hoe je het beleeft

om vader/moeder te zijn en hoe je je partner ervaart in zijn rol als ouder.

Je kunt daarbij denken aan de volgende vragen:

Hoe is het voor mij om zorg te geven aan de kinderen?

92


Wat ervaar ik als zwaar en waar haal ik voldoening uit?

Welk verschil merk ik in hoe ik met onze zoon/dochter omga en hoe ik

waarneem dat mijn partner dit doet?

Hoe is het voor je om met dit kind om te gaan?

Welke vaardigheid zou je meer willen ontwikkelen in het contact met je

kinderen?

Op welke manier benaderen de kinderen jou anders dan je partner?

Hoe is het om dit te merken?

Welke gevoelens ervaar je hierbij?

Hoe zou je elkaar meer kunnen steunen, nu je weet hoe ieder de

opvoeding van de kinderen ervaart?

Wat was nieuw voor je in hoe je partner vertelde over zijn contact met de

kinderen?

Ook praktische zaken over hoe je het huishouden voert, hebben een

belevingskant die je in dit gesprek kunt belichten. Nog twee voorbeelden.

Hobby’s:

Hoe is het dat je partner dit doet?

Wat merk je als hij dat doet?

Zou je willen dat je partner meer interesse toont in jouw hobby?

Welk gevoel geeft het je om hiermee bezig te zijn?

Wat merk je dat je moeilijk vind om na te voelen bij je partner?

Zou jezelf ook een dergelijke hobby willen hebben?

Hoe is het dat je partner op die tijdstippen tijd voor zichzelf neemt?

Inkomen:

Hoe is het voor je om kostwinner te zijn?

Wat betekent het voor je dat je financieel afhankelijk bent van je partner?

Hoe is het om geld uit te geven?

Waaraan zou je meer of minder willen uitgeven?

Ben je wel eens bang geld tekort te komen?

93


Mogelijke onderwerpen

Jullie partnercontact

• Hoe is het contact met jou deze week verlopen?

Welke veranderingen doen me goed?

Waar heb ik nog moeite mee?

Welk hoofdstuk (of delen daarvan) spreekt je aan? Licht toe.

• Lees: Een intieme relatie in hoofdstuk 1.

Wat mis ik in het contact met jou?

Waar bloei ik van op in het contact met jou?

• Lees: Vastgelopen gesprekken in hoofdstuk 2.

Hoe reageer ik op jou? Wat merk ik dat ik steeds doe in het

contact met jou? Welk patroon herken ik?

• Lees: Waarnemen in hoofdstuk 3.

Wat maakt jou nog steeds uniek voor mij? Welke dingen zie ik

nu scherp van mezelf en van jou?

• Lees: Emoties in hoofdstuk 3.

Wat herken ik in wat ik lees over hoe ik gevoelsmatig reageer op

jou? Nodig je me uit om mijn gevoelens te laten zien? Wat heb ik

nodig van jou waardoor ik mijn gevoelens meer kan laten zien?

• Lees: Luisteren in hoofdstuk 4.

Wat valt me op aan mezelf en jou als we praten met elkaar? Op

welke manier zou ik graag willen dat je luisterde op een bepaald

moment? Welke manier van luisteren wil ik zelf meer

ontwikkelen?

• Lees: Spreken in hoofdstuk 5.

Welke gesprekken lopen uit de hand? Wat doe je wel of juist niet

waardoor dit ontstaat? Wat spreken we af om dit bij te sturen?

94


• Lees: Contactbehoefte in hoofdstuk 6.

Op welke momenten mis je contact met je partner? Welke

gesprekken lopen vloeiend? Waar geniet je van in het contact

met je partner? Wat mis je in het contact?

• Lees: Regels in hoofdstuk 7.

Welke gewoontes in ons huishouden wil ik bespreken? Hoe

ervaar ik de manier waarop het tot nu toe gaat? Wat wil ik

anders? Wat mag hetzelfde blijven?

• Lees: Afkeuring en waardering tonen in hoofdstuk 8.

Wat waardeer ik in jou? Op welke manier merk ik dat jij mij

waardeert? Waarover doe ik afkeurend over jou? Op welke

manier merk ik jouw afkeuring?

• Lees: Seksueel contact in hoofdstuk 8.

Hoe is ons seksuele contact nu? Wanneer mis ik een knuffel?

Wat houdt me tegen om initiatief te nemen voor seks? Wat vind

ik fijn als we vrijen? Wat houdt me tegen? Wat vond en vind ik

aantrekkelijk in jou? Wat dacht en voelde ik toen ik je pas

kende? Wat zou ik je graag willen vragen?

Je contact met anderen

• Het contact met de kinderen

• Het contact met de familie

• Je omgang met vrienden/vriendinnen

• Contacten op je werk of via hobby’s

Andere onderwerpen

• De zorg voor het huis

• Verdeling van het huishouden

95


• Opvoeding

• Je inkomen

• Omgaan met geld

• Tijd maken voor hobby’s

• Het verlies van een dierbare

• Ouder worden

• Hoe werd er vroeger thuis op je gereageerd?

• Welke normen en waarden heb je meegekregen?

• Welke idealen deel je samen?

• Hoe heb je gewerkt aan je droom, zoals je die in het begin

samen had?

• Wat betekent de eindigheid van het leven voor je?

• Enzovoort

96


Bijlage: boeken en speelfilms over

partnerrelaties

Boeken over partnerrelaties

Alfons Vansteenwegen:

Ervaren Vlaamse relatietherapeut. Schreef diverse boeken over relaties.

Liefde is een werkwoord. Spelregels voor een relatie.

Algemeen handboek voor het omgaan met elkaar.

Tijd maken voor de liefde

Meer tijd voor elkaar.

Sue Johnson:

Canadese relatietherapeut die een methode presenteert waardoor je je

meer verbonden gaat voelen met elkaar.

Houd me vast

Zeven gesprekken voor een hechte(re) relatie.

Jürg Willi:

Een autoriteit op het gebied van relatietherapie. Beschrijft welke psychoanalytische

levensthema’s tot conflicten kunnen leiden in relaties.

Partnercontact

Diepgravend boek voor wie wil bestuderen wat hem beweegt in het

partnercontact.

Speelfilms op dvd

In de onderstaande films speelt de liefde tussen een man en een vrouw

op een of andere manier een rol. Je kunt samen een dvd kijken en

uitwisselen wat je raakt, herkent in de film en wat jullie juist anders doen

dan deze stellen. Zo kun je verder in gesprek raken over je eigen relatie.

97


Eternal Sunshine of a spotless mind

As it is in heaven

Forrest Gump

The Notebook

What dreams may come

Revolutionary Road

98


Andere boeken van Angèle Nederlof en Sjaak Vane

Angèle Nederlof: Gestalttherapie in beeld. Uitgeverij Nelissen.

Op toegankelijke wijze wordt de werkwijze en bruikbaarheid van

Gestalttherapie weergegeven.

Sjaak Vane: Werken met De Roos van Leary. Uitgeverij Nelissen.

Aan de hand van het model van Leary wordt ingegaan op het toepassen

van een communicatieve stijl. Met dvd.

Angèle Nederlof en Sjaak Vane: Metaforen aan het woord. Uitgeverij

Acco.

In dit boek staan betekenisvolle beelden en hun werking binnen de

therapeutische praktijk centraal.

Angèle Nederlof en Sjaak Vane: Verdiep je relatie- levendig contact met

je partner. Uitgeverij Boom. Verkrijgbaar in iedere (internet)boekhandel

of via onze website: www.relatietherapie-weekend.nl of

www.verdiepjerelatie.nl

Een toegankelijke en volledige uitwerking van ons programma.

Voorzien van anekdotes uit de praktijk en oefeningen waarmee je direct

aan de slag kunt. Zie bladzijde hiernaast.

99


Paperback – 280 blz € 27,50

Uitgeverij Boom ISBN 9789461052377

Vanaf april 2011 in de boekhandel

Ook te bestellen via: www.uitgeverijboom.nl

(geen verzendkosten)

100


101

More magazines by this user
Similar magazines