254.00.02.33.00 - Dorpsvisie Wilp - 21-05-07.pub - Gemeente Voorst

voorst.nl

254.00.02.33.00 - Dorpsvisie Wilp - 21-05-07.pub - Gemeente Voorst

DORPSVISIE WILP


Dorpsvisie Wilp

Twello, 21 mei 2007


INHOUD

1 Inleiding 1

2 Beeld van Wilp 3

2.1 Inleiding 3

2.2 Ligging 3

2.3 Ontwikkelingsgeschiedenis 3

2.4 Leven in het dorp 5

2.5 Goed beschouwd 7

3 Ambities van Wilp 11

3.1 Inleiding 11

3.2 Ambities en programma 11

3.3 Beleidskader 18

4 Toekomst van Wilp 23

4.1 Inleiding 23

4.2 Ruimtelijke analyse 23

4.3 Ruimtelijk programma 33

4.4 Uitvoerbaarheidaspecten 35

4.5 Ruimtelijk Structuurbeeld 2030 41

4.6 Nadere ruimtelijke uitwerking 49

4.7 Relatie met het bestemmingsplan 61

Bijlagen:

Bijlage A : Memo belangrijkste wijzigingen Dorpsvisie Wilp

Bijlage B : INSPRAAKVERSLAG Ontwerp Dorpsvisie Wilp

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


1 INLEIDING

Aanleiding

In januari 2005 is de Ruimtelijke Toekomstvisie

Voorst door de gemeenteraad vastgesteld. Deze

toekomstvisie gaat vergezeld van een uitvoeringsprogramma

waarbinnen het programma

voor de dorpen een prominente plek inneemt.

Een onderdeel van dit programma bestaat

uit de opstelling van dorpsvisies voor de

kernen. In deze dorpsvisies vindt een vertaling

plaats van de ruimtelijke opgaven uit de Ruimtelijke

Toekomstvisie Voorst in samenhang met

het aspect leefbaarheid.

Doel

Het belangrijkste doel van de dorpsvisie Wilp is

het geven van een visie op de toekomstige

ruimtelijke ontwikkeling van het dorp tot 2030.

De ontwikkeling van nieuwe woongebieden en

de leefbaarheid staan daarin centraal. Naast

wonen is er dan ook aandacht voor ontwikkelingen

op het terrein van werken, voorzieningen

en verkeer.

1

Relatie bestemmingsplan

De dorpsvisie Wilp vormt de basis voor het nieuwe

bestemmingsplan Wilp. Een bestemmingsplan

regelt de functie en het gebruik van grond

en bebouwing en geldt voor een periode van ongeveer

10 jaar. De in de dorpsvisie genoemde

ruimtelijke ontwikkelingen die binnen deze periode

vallen, worden dan ook in het bestemmingsplan

opgenomen.

De dorpsvisie Wilp geeft voor deze periode, die

loopt tot omstreeks 2015, in ruimtelijk opzicht

een meer concreet beeld waarop het bestemmingsplan

kan voortbouwen.

De in de dorpsvisie Wilp opgenomen ruimtelijke

ontwikkelingen bieden een kader om een vrijstellingsprocedure

ex artikel 19 lid 2 van de Wet

op de Ruimtelijke Ordening (WRO) te voeren. Dit

maakt het mogelijk vooruit te lopen op het nieuwe

bestemmingsplan en tot een versnelde uitvoering

van nieuwe projecten te komen.

Leeswijzer

Het concept van de dorpsvisie bouwt voort op

ideeën en uitspraken die in het kader van de

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst en het leefbaarheidspoor

naar voren zijn gekomen. Het

beschrijven van de huidige situatie en de ambities

voor de toekomst vinden plaats in de hoofdstukken

twee en drie.

Hoofdstuk drie zet naast de lokale ambities ook

een kader neer waarbinnen deze ambities zich

kunnen bewegen. Dit kader bestaat uit het lokale,

provinciale en nationale ruimtelijke beleid.

Vervolgens wordt de koers voor de toekomst

bepaald in hoofdstuk 4. Aan de hand van een

ruimtelijke analyse wordt het ruimtelijke structuurbeeld

voor Wilp opgebouwd.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

2


2 BEELD VAN WILP

2.1 Inleiding

Wilp is het oudste dorp van Voorst. Wilp is een

dijkdorp. Dat is wat al gauw naar voren komt

denkend aan. Het roept een bepaald beeld op,

maar laat je het dorp nog niet echt kennen. In

dit hoofdstuk willen we dat beeld van Wilp ver-

der inkleuren. Hoe is het om in dit dorp te wo-

nen, te werken, te leven? Welke kwaliteiten

heeft het dorp, maar ook welke knelpunten en

problemen worden er gevoeld? Dit onder het

motto dat zonder een grondige kennis van het

dorp, de toekomst ervan zich ook niet laat ken-

nen.

2.2 Ligging

Wilp ligt vrij centraal binnen de gemeente

Voorst nabij de IJssel. Nu de IJssel door de

eeuwen heen naar het oosten is verschoven, is

het geen ‘dorp aan de rivier’ meer, maar vooral

een ‘dorp aan de dijk’. De bebouwing ligt inge-

klemd tussen de Wilpse dijk en landgoed De

Lathmer ten westen van het dorp (zie kaart

2.1). De Rijksstraatweg tussen Deventer en

Arnhem doorkruist Wilp van noord naar zuid.

De haaks hierop staande Molenallee is de be-

langrijkste ontsluitingsroute vanuit het dorp

richting de rijksweg A1 en Twello. Wilp is dan

ook goed bereikbaar. Ten noorden van het

dorp is de hoog op een dijklichaam gelegen

rijksweg A1 niet te missen.

3

2.3 Ontwikkelingsgeschiedenis

Ontstaan en groei

De geschiedenis van Wilp begint in 765 als wordt

gesproken van een, door Lebuïnus gestichte,

kapel. Vanuit deze kapel worden de omliggende

hoge stroomruggronden langs de IJssel ontgon-

nen. Met de aanleg van de Veluwsche Bandijk in

de dertiende eeuw, neemt de bevolking verder

toe. De kapel wordt vervangen door de huidige

kerk en een dijkdorp is ontstaan.

Een verdere groei van het dorp wordt vervolgens

belemmerd door Deventer dat geen groot kerk-

dorp binnen haar invloedssfeer duldt. Wilp blijft

dan ook vooral een agrarisch dorp met een groot

ommeland dat tot de Fliert reikt en ook de Wilp-

se Klei omvat.

De bebouwing is lange tijd geconcentreerd

rondom de kerk met uitlopers langs de Binnen-

weg, Kerkstraat en Dorpsstraat. Met de verhar-

ding van de Rijksstraatweg in de negentiende

eeuw neemt de bebouwing langs deze weg ech-

ter sterk toe. Het dorpshart verschuift zo naar

het westen, terwijl de bebouwing langs de linten

tussen de Rijksstraatweg en het historische dijk-

dorp verder verdicht.

Het landschap rondom het dorp is dan al veran-

derd. De hoge gronden langs de dijk in de nabij-

heid van Deventer waren een welkome beleg-

ging gebleken voor rijke stedelingen. Zij richtten

tal van landgoederen op, zoals ‘t Schol ten noor-

den van Wilp en De Lathmer direct ten westen

van het dorp. Het voorheen agrarische land-

schap wordt zo meer lommerrijk met bossen en

karakteristieke bomenlanen.

Na 1950 groeit het dorp sterk. De open gebieden

tussen de bebouwingslinten worden opgevuld

met kleinschalige woonbuurten. Tegelijk worden

diverse voorzieningen gerealiseerd, zoals het

sportpark aan de noordwestzijde van het dorp en

het voorzieningencluster van basisschool, gym-

zaal en dorpshuis bij het oude dijkdorp. Een bij-

zondere ontwikkeling is het eind jaren vijftig be-

bouwen van landgoed De Lathmer. Hier vestigt

zich een zorginstelling voor mensen met een

verstandelijke beperking.

Cultuurhistorische waarden

Karakteristiek voor Wilp is de vorm en ligging

van de historische kern: de hoog gelegen beeld-

bepalende kerk met daaromheen historische be-

bouwing, ingeklemd binnen een grote slinger

van de hoge IJsseldijk. De dijk omarmt hier de

historische kern en kent verder een grillig ver-

loop langs kolken en de oude IJsselloop.

Ook zeer beeldbepalend is de Rijksstraatweg.

Hier staan meerdere monumentale en beeldbe-

palende panden en buitens, zoals De Roskam,

het Meesterhuis en de molenstomp.

Op de hoge stroomrug- en uiterwaardgronden in

het buitengebied resteert nog een aantal monu-

mentale boerderijen, zoals de Hage en de Oude

Luine. Tezamen met de historische landgoederen

vormen zij een belangrijk cultuurhistorisch land-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

4


schappelijk kader rondom het dorp (zie kaart

2.2).

2.4 Leven in het dorp

Geschiedenis is één, maar het zijn de mensen

van nu die het dorp levendig maken en hou-

den. Hoe zij leven in het dorp en welke voor-

zieningen hun voorhanden staan, wordt in deze

paragraaf beschreven.

Wonen

Het dorp Wilp telt in 2006 bijna 1.000 inwoners

en 380 woningen. Wordt ook het buitengebied

hierbij betrokken dan zijn er in totaal ruim

1.600 mensen die direct of indirect een band

hebben met het dorp.

Met een gemiddelde huishoudenbezetting van

2,7 wonen er in Wilp gemiddeld meer mensen

per woning dan gemiddeld in de provincie Gel-

derland of heel Nederland. Naar verwachting

zal in de toekomst deze bezettingsgraad verder

dalen, zodat er minder mensen per woning zul-

len wonen.

De woningvoorraad in Wilp kent voor een klei-

ne kern een grote variatie. Er is een mix van

huur- en koopwoningen en er zijn naast (half-)

vrijstaande woningen ook veel rijtjeswoningen

beschikbaar. Meergezinswoningen, anders dan

op De Lathmer, ontbreken in het dorp. In het

algemeen zijn zowel de koop- als huurwonin-

5

gen voorzien van voldoende privé-groen aan de

voor- en achterzijde. Dit levert, tezamen met de

statige bomenlanen langs de hoofdwegen, een

belangrijke bijdrage aan het groene karakter van

het dorp.

Werken

De zorginstelling Zozijn op De Lathmer is met

meer dan 800 werknemers de belangrijkste

werkgever binnen de gemeente Voorst en daar-

mee ook binnen Wilp. Naast Zozijn zijn nog ze-

ven bedrijven actief op De Lathmer. Wel zal de

werkgelegenheid in relatie tot Zozijn met de her-

ontwikkeling van De Lathmer in de toekomst

worden afgebouwd. Omdat Zozijn buiten het

dorp ligt verscholen in het bosgebied van land-

goed De Lathmer is het als werkgever niet erg

zichtbaar binnen het dorp. In het dorp zelf vallen

dan ook veel meer de garagebedrijven en de

kleine zelfstandigen op als uitingen van bedrij-

vigheid. Ook de voormalige Davinofabriek is vi-

sueel sterk aanwezig.

Detailhandel

Net als voor de grootste werkgever in het dorp,

geldt ook voor een deel van de detailhandel dat

sprake is van een bovenlokale binding. De de-

tailhandel in Wilp profiteert van de koopkracht

die uitgaat van zorginstelling Zozijn waar niet

alleen veel mensen werken, maar ook veel men-

sen, die zorg nodig hebben, wonen. Daarnaast

kent Wilp relatief veel doorgaand verkeer dat

koopkracht oplevert. De goede bereikbaarheid

van Wilp draagt er zelfs aan bij dat een kleding-

bedrijf als Piet Zoomers, een winkel met een

grote (boven-)regionale uitstraling, in het dorp

gevestigd kan blijven. Soms zijn hiervan de

keerzijden voelbaar (verkeersdrukte, parkeer-

druk), maar het draagt ook bij aan de naamsbe-

kendheid van Wilp en vergroot het draagvlak

voor lokale detailhandel en voorzieningen.

Zo kan Wilp nog beschikken over een goed ge-

sorteerde supermarkt met postservicepunt, een

bakker en een tweetal horecavestigingen (café

en snackbar). Opvallend is daarbij wel dat in

Wilp relatief weinig mensen gebruik maken van

de aanwezige detailhandel voor dagelijkse arti-

kelen, zoals de supermarkt en de bakker. Deze

zogenaamde koopkrachtbinding is met 12% in

Wilp het laagst van alle middelgrote kernen bin-

nen de gemeente (bron: Goudappel Coffeng,

januari 2006).

Voorzieningen en verenigingen

Wilp is een kleine kern, maar dan wel één van

de grotere tussen de kleintjes binnen de ge-

meente Voorst. Deze positie en het daarop ge-

voerde gemeentelijke beleid hebben het dorp

een breed pakket aan basisvoorzieningen opge-

leverd. Naast de niet te missen kerk, is er een

basisschool met gymzaal, een peuterspeelzaal,

een dorpshuis en een groot sportterrein voor

voetbal en tennis (zie kaart 2.3). Het dorpse le-

ven maakt kennelijk actief, want ook vanuit de

plaatselijke bevolking zelf zijn diverse verenigin-

gen opgericht met naast de sportverenigingen,

een muziekvereniging, diverse zang- en toneel-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

6


verenigingen en een goed georganiseerde be-

langenvereniging.

Recreatie en toerisme

Wilp kent geen toeristische attractie of recrea-

tief centrum. Dat betekent niet dat Wilp niet

het bezichtigen waard is. Integendeel, Wilp

heeft veel te bieden aan toeristen en recrean-

ten van de regio. De oude historische kerk, de

Wilpse Klei en de landschappelijke contrasten

in het algemeen maken het tot een aantrekke-

lijke pleisterplaats. Het dorp ligt dan ook gun-

stig op een aantal lokale, regionale en landelij-

ke fiets- en wandelroutes. Het voet-fietsveer

naar Gorssel levert hieraan een bijdrage,

evenals het nabijgelegen Recreatiegebied Bus-

sloo. Het is mogelijk om in Wilp te verblijven.

In het dorp bevindt zich een minicamping bij

landgoed De Lathmer en in het buitengebied

bestaat de mogelijkheid tot kamperen bij de

boer.

Openbaar vervoer

Wilp is prima bereikbaar voor autoverkeer. Ook

met de fiets liggen er aantrekkelijke verbindin-

gen richting Twello, Voorst, Gorssel of Deven-

ter. Voor het openbaar vervoer ging dat gerui-

me tijd niet op. Dit is echter veranderd met de

komst van de nieuwe NS-stations Twello en

Voorst/Empe in december 2006. Sindsdien is

het openbaar vervoer in het dorp sterk verbe-

terd, omdat Wilp is opgenomen in een nieuwe

(halfuur) busdienst tussen Klarenbeek en Twel-

7

lo via Voorst, Wilp en Posterenk. Wilp is zo on-

derdeel van een zogenaamde feederlijn tussen

de stations van Voorst en Twello geworden.

Daarnaast valt Wilp binnen het verzorgingsge-

bied van de Regiotaxi Noordwest-Veluwe, een

vorm van vraagafhankelijk vervoer. dat mensen

van deur tot deur kan brengen.

2.5 Goed beschouwd

Het beeld van Wilp wordt op basis van het voor-

gaande steeds duidelijker. Wat echter nog wordt

gemist, is het beeld dat de bewoners zelf hebben

van hun dorp. Hiervoor biedt het in 2005 inge-

zette leefbaarheidsspoor de nodige aanknopings-

punten. Ten behoeve van dit onderzoek is in

Wilp een dorpsschouw gehouden en een dorps-

avond georganiseerd, waarbij het dorp met de

bewoners is doorgelicht.

Tezamen levert dit een boeiend en helder beeld

op van de Wilper gemeenschap: een beeld dat

goed voor ogen kan worden gehouden als in de

volgende hoofdstukken naar de toekomst wordt

gekeken. De belangrijkste bevindingen en aan-

dachtspunten worden hieronder genoemd.

Sterke punten van Wilp

De ligging van Wilp wordt alom geroemd. Dit

betreft zowel de landschappelijke ligging als dorp

langs de IJssel en als onderdeel van een land-

goederenzone, als de goede bereikbaarheid van

het dorp vanaf de hoofdwegenstructuur. De na-

bijheid van Deventer als belangrijk voorzienin-

gencentrum wordt daarbij expliciet genoemd.

In het dorp zelf is men trots op de historische

kern en de cultuurhistorische betekenis ervan.

De historie wordt gekoesterd. Zoals in veel dor-

pen wordt ook in Wilp hoog opgegeven over het

verenigingsleven. Het levert een belangrijke bij-

drage aan de levendigheid in het dorp. De aan-

wezigheid van de supermarkt is voor veel inwo-

ners van groot belang. Dat er voldoende speel-

ruimten en ruimte is voor nieuwbouw, maakt

voor velen dat het goed wonen is in Wilp.

Hieruit blijkt dat het leven in Wilp prettig is met

een goed verzorgde en deels historische woon-

omgeving. Het aantrekkelijke landschap en de

grote stad om de hoek dragen hier verder aan

bij. Bedenk tenslotte dat voor een kern als Wilp

sprake is van een goed voorzieningenniveau en

er lijkt weinig reden tot klagen.

Zwakke punten van Wilp

Toch zijn er altijd dingen die beter kunnen. Zo

heeft de goede bereikbaarheid als keerzijde dat

er een toegenomen verkeersdruk in het dorp

wordt gevoeld. Het maakt de oversteekbaarheid

van met name de provinciale weg soms minder

gemakkelijk. Een probleem dat vooral speelt in

relatie tot de bereikbaarheid van de sportvoor-

zieningen en winkels.

De rijksweg A1 als bron van (geluids-)overlast

doet zijn invloed met name aan de noordzijde

van het dorp gelden.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

8


Verder is er vooral de onzekerheid die het

dorp, richting de toekomst, parten speelt. De

vrees bijvoorbeeld dat historisch karakteristie-

ke en beeldbepalende gebouwen niet voor het

dorp kunnen worden behouden of worden aan-

getast. De inrichting rondom de Wilpse blikvan-

ger, de kerk, kan bijvoorbeeld beter. Belangrijk

zijn ook de gevolgen die de koerswijziging en

gedeeltelijke herontwikkeling van De Lathmer

met zich mee zal brengen. Dit betreffen voor

het dorp belangrijke dragers van de identiteit.

Onder het motto ‘je weet wat je hebt en je

weet niet wat je krijgt’ roept dit de nodige vra-

gen op.

Tenslotte heeft het actieve verenigingsleven als

keerzijde dat er sprake kan zijn van een tekort

aan ruimte. Met name het ontbreken van een

voldoende grote gymzaal/sportzaal wordt in dit

verband genoemd.

Uit dit beeld blijkt in enige mate de onzeker-

heid onder bewoners over wat de toekomst

brengt. Een aantal ontwikkelingen gaat de in-

vloedssfeer van het dorp of de gemeente te

boven, zoals de ontwikkelingen langs de rijks-

weg A1 of het beleid van Zozijn. Wel ligt er een

taak voor de dorpsvisie om te laten zien dat er

ook kansen liggen in de toekomst ter verbete-

ring van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwa-

liteit in Wilp.

9

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


Locatie (indicatief)

Programma

De Lathmer 175

Herontwikkeling Hofstraat e.o. 0-14

De Smidse 12-16

Rabobank 6

Kruitbos 10-14

Molenstomp 3-7

Totaal ca. 205-230

Tabel 3.1: Inbreidingslocaties

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

10


3 AMBITIES VAN WILP

3.1 Inleiding

Deze dorpsvisie staat in het teken van de am-

bities voor de toekomst. Het gaat zowel om de

ambities van de gemeente, als die van andere

organisaties en de bewoners zelf.

Ambities hebben is één verhaal; ze ook waar

kunnen maken, is een ander verhaal. Niet

zelden sneuvelen goede bedoelingen in de

weerbarstigheid van de dagelijkse praktijk.

Daarom wordt er ook beknopt ingegaan op het

belangrijkste (ruimtelijke) beleidskader.

Dit moet leiden tot een meer realistisch beeld

van de haalbaarheid van de ambities. Deze

worden vervolgens in hoofdstuk 4 gekoppeld

aan de ruimtelijke analyse en de uitvoerbaar-

heidaspecten, op basis waarvan de ambities

een plek in het dorp krijgen en zo tot onder-

deel worden gemaakt van het Structuurbeeld

2030 van Wilp.

3.2 Ambities en programma

De belangrijkste ruimtelijke ambities wat be-

treft de gemeente komen voort uit de Ruimte-

lijke Toekomstvisie Voorst. Daarnaast zijn er

verschillende particuliere initiatieven aan de

gemeente voorgelegd. Tenslotte levert het

leefbaarheidsspoor vanuit de bevolking de no-

dige ambities op. De ambities worden in deze

paragraaf gegroepeerd aan de hand van de

belangrijkste thema’s: wonen, werken, voor-

zieningen en verkeer.

11

Wonen

Het meest opvallende in de Ruimtelijke Toe-

komstvisie Voorst is het grote woningbouwpro-

gramma dat is voorzien. Dit geldt niet alleen

voor de hoofdkern Twello, maar ook voor de

overige kernen binnen de gemeente. Voor Wilp

ligt er een programma dat uitgaat van de bouw

van 230 woningen tot 2030.

Van deze 230 woningen zijn er 175 voorzien in

De Lathmer. Met de transformatie van het zorg-

centrum komt hier ruimte vrij voor woningbouw.

Het gaat om een zeer bijzonder woonmilieu dat

uniek is binnen de gemeente en zelfs binnen de

regio. De Lathmer wordt ruimtelijk als onderdeel

van het dorp gezien. De woningen die hier ko-

men zijn dan ook mede bestemd voor de inwo-

ners van Wilp.

Daarnaast zijn er diverse particuliere initiatieven

in het dorp waaronder van Goed Wonen. Deze

woningbouwcorporatie wil een deel van haar wo-

ningbestand in Wilp herontwikkelen. Het betreft

het vroeg naoorlogse woningbouwcomplex aan

de Hofstraat. Hier liggen plannen voor sloop en

nieuwbouw, maar gezien het bijzondere histori-

sche karakter van deze woonbuurt wordt onder-

zocht of (gedeeltelijke) restauratie een optie is.

Ook op de locaties van voormalig café-

restaurant De Smidse en de Rabobank wil Goed

Wonen tot een herontwikkeling komen. Tenslotte

is de molenstomp in beeld om verbouwd te wor-

den tot wooncomplex, eventueel met omliggen-

de nieuwbouw.

Andere particuliere initiatieven betreffen diverse

in- en uitbreidingslocaties in het dorp. De groot-

ste locatie is gelegen aan de Binnenweg net ten

zuiden van de MacKenzieplaats (locatie Kruit-

bos).

Bovenstaande initiatieven zijn samengevat in

tabel 3.1 met het door de ontwikkelende partijen

voorgestane programma.

Deze inbreidingen in het dorp worden voorzien

tot 2015. Daarmee is grotendeels voorzien in het

woningbouwprogramma van 230 woningen voor

Wilp. Door vooral in te zetten op inbreidingsloca-

ties wordt goed aangesloten bij het gedachte-

goed van de ruimtelijke toekomstvisie. Daar-

naast levert het een belangrijke bijdrage aan

een duurzaam ruimtegebruik.

Kwalitatieve ambities

Naast de aantallen bestaan er ook ambities ten

aanzien van de ruimtelijke kwaliteit en de invul-

ling van het woningbouwprogramma. Zo dient er

in de kernen van Wilp ‘dorps’ te worden ge-

bouwd in aansluiting op de bestaande woonmili-

eus. Voor een kern als Wilp betekent dit dat er in

dichtheden van 10 tot maximaal 25 woningen

per hectare kan worden gebouwd. Dit betreft

dichtheden inclusief wegen en verblijfsruimten.

De kwalitatieve invulling van het woningbouw-

programma betreft de verdeling van het pro-

gramma over de verschillende woningbouwcate-

gorieën. In de gemeente wordt ingezet op de

volgende verdeling: 40% bereikbare, 35% mid-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

12


deldure en 25% dure woningen. Het uitgangs-

punt is deze verdeling per project te hanteren.

Waar een project te klein is om deze invulling

toe te passen, geldt als uitgangspunt dat het

kwalitatieve programma op kernniveau wordt

gehaald.

Uit het leefbaarheidsspoor komt naar voren dat

de inwoners van Wilp vooral een behoefte heb-

ben aan starters- en seniorenwoningen. Als

deze worden aangeboden in de vorm van

meergezinswoningen bestaat daartegen geen

bezwaar. Daarnaast is het belangrijk dat vooral

levensloopbestendige woningen worden gerea-

liseerd, zodat ook voor de lange toekomst de

woningen flexibel kunnen worden ingezet ten

opzichte van de woonbehoeften.

Werken

Wat betreft werkgelegenheid neemt Wilp een

bijzondere positie in:

• de Lathmer is met bijna 800 werknemers

de grootste werkgever van de gemeente.

• in het dorp bevindt zich de modemall

(instore) van Piet Zoomers, die van hein-

de en verre klanten trekt en die veel

werkgelegenheid met zich meebrengt.

• buiten het dorp is aan de Wilpsedijk het

tuincentrum Tuinwereld gevestigd met

veel klanten uit de regio stedendriehoek.

In de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst is aan-

gegeven dat in de middelgrote kernen, waar-

13

onder Wilp, ruimte is voor bedrijvigheid in de

vorm van een (uitbreiding van het) bedrijventer-

rein. In Wilp is nu geen specifiek bedrijventer-

rein aanwezig. De bedrijvigheid heeft zich tot nu

toe kunnen ontwikkelen binnen de bestaande

bebouwing. Dit heeft tot nu toe niet geleid tot

knelpunten in relatie tot het woonmilieu. Het

enige meer industriële bedrijf dat in Wilp was

gevestigd, de Davinofabriek, lag aan de rand van

het dorp op voldoende afstand van de woonbe-

bouwing.

Het is niet ondenkbaar dat er in de toekomst

spanningen kunnen ontstaan tussen de bestaan-

de bedrijvigheid en omliggende functies, zoals

woonfuncties. Dit geldt zowel voor situaties bin-

nen het dorp als in het buitengebied en kan lei-

den tot een verplaatsingsbehoefte. Het is daar-

naast wenselijk om ruimte te bieden aan star-

tende bedrijven uit het dorp. Een bedrijventer-

rein voor Wilp kan voorzien in deze ruimtevraag

voor nieuwe of te verplaatsen bedrijven.

De behoefte aan bedrijfsruimte in Wilp, vanuit

Wilp zelf, is naar verwachting echter beperkt.

Gezien de uitgifte van bedrijventerreinen in de

kernen in de gemeente Voorst buiten Twello kan

de autonome behoefte naar bedrijventerrein van

bedrijven in Wilp voor de komende 10 jaar op

hooguit 1 ha worden geschat. Er zijn echter mo-

gelijkheden om zowel de plaatselijke bedrijvig-

heid als bedrijven van elders te stimuleren om

binnen of naar Wilp te verplaatsen of om zich in

Wilp te vestigen. Het dorp is als vestigingsplaats

voor bedrijven zeer aantrekkelijk:

Wilp ligt op korte afstand van de A1 en

beschikt over een eigen afslag; het dorp is

daarmee zeer goed bereikbaar vanuit alle

richtingen;

• het dorp ligt in een recreatief zeer aan-

trekkelijk gebied, waar het ook goed wo-

nen is;

• voor stedelijke voorzieningen ligt vooral

Deventer op zeer korte afstand.

De vestiging van bedrijven in Wilp is echter niet

vanzelfsprekend: bedrijven met een regionale of

bovenregionale uitstraling zijn in principe aange-

wezen op de steden in het gebied en bedrijfsves-

tiging in de gemeente Voorst zal in de toekomst

moeten worden geconcentreerd in Twello. Dat

betekent echter niet dat er niets mogelijk is in

Wilp. In het navolgende wordt ingegaan op vijf

mogelijkheden voor bedrijfsvestiging in Wilp:

1. Het aantrekken van een nieuw grootscha-

lig bedrijf voor het complex van de Da-

vinofabriek.

2. Het creëren van vestigingsmogelijkheden

voor lokaalgebonden bedrijven ter plaatse

van of in de Davinofabriek;

3. Het scheppen van ruimte voor lokaalge-

bonden bedrijven op een nieuwe locatie;

4. Het scheppen van ruimte voor starters in

bestaande bebouwing

5. Specifieke vormen van creatieve bedrijvig-

heid mogelijk maken in nieuwe woonge-

bieden (inclusief De Lathmer).

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

14


Ad 1 Een nieuw grootschalig bedrijf in het Da-

vinocomplex

De bestaande bedrijfsbebouwing omvat een

omvangrijk complex van bedrijfsgebouwen,

deels met een hoogte van circa 6 m en deels

met een hoogte van circa 10 m. Het fabrieks-

complex is ingepast in een groensingel, maar is

desondanks een opvallend element in het land-

schap. Uit milieuoogpunt zou zich bij voorkeur

niet opnieuw een milieubelastende en ver-

keersaantrekkende fabriek in het fabriekscom-

plex moeten vestigen. Bedrijvigheid in de lich-

tere milieucategorieën 1 en 2 zou hier goed

passen.

Ad 2 Lokaalgebonden bedrijvigheid ter plaatse

van of in de Davinofabriek

Een aantrekkelijker optie is om de locatie van

de Davinofabriek te benutten voor kleinschalige

bedrijvigheid. Mogelijkheden zijn:

- het herinrichten van de gebouwen van

de fabriek, zodat deze geschikt worden

voor meerdere kleine bedrijven. Voordeel

is dat geen sloop van de gebouwen

noodzakelijk is en de bedrijfsruimte te-

gen een bescheiden prijs kan worden

aangeboden. Nadeel is dat dit type vesti-

gingslocatie voor ‘dorpse bedrijvigheid’

niet bij uitstek aantrekkelijk is, daarvoor

missen een representatief uiterlijk en

een bedrijfswoning. Gevaar is dan ook,

dat leegstand en daarmee verpaupering

optreedt.

15

- het slopen van de bedrijfsgebouwen en

het inrichten van het terrein voor een aan-

tal kleinere bedrijfseenheden. Voordeel is

dat de ruimtelijke kwaliteit op de locatie

kan worden verbeterd en dat bedrijfsruim-

ten kunnen worden gebouwd die aanslui-

ten bij de vraag. Nadelen zijn dat de kos-

ten van sloop van het bedrijvencomplex

en het saneren van de grond aanzienlijk

zullen zijn en dat derhalve de grondprijs

relatief hoog zal zijn.

Ad 3 Het scheppen van ruimte voor lokaal ge-

bonden bedrijven op een nieuwe locatie

Deze optie is te overwegen als hergebruik van

de Davino-locatie door nieuwe bedrijvigheid

moeilijk is, maar er vanuit het dorp toch nadruk-

kelijk een behoefte blijkt aan nieuwe bedrijfs-

ruimten. In dat geval is te overwegen om in of

bij Wilp een locatie te zoeken waar nieuwe,

kleinschalige, niet-milieuhinderlijke, lokaalge-

bonden bedrijven een plek kunnen krijgen. Re-

kening houdend met landschappelijke en cul-

tuurhistorische waarden, komt het gebied ten

noordwesten van het Davionoterrein in aanmer-

king.

Ad 4 Het scheppen van ruimte voor starters in

bestaande bebouwing

In algemene zin bieden de gemeentelijke be-

stemmingsplannen al mogelijkheden voor beroe-

pen aan huis. Eventueel kunnen deze mogelijk-

heden worden verruimd, door in bestemmings-

plannen ook een vrijstelling op te nemen voor

‘bedrijfsactiviteiten aan huis’, waarbij op grotere

kavels van minimaal 1.000 m² iets ruimere

voorwaarden gelden dan voor beroepen aan

huis. Dit wordt als gedachte meegegeven in het

kader van de opstelling van het nieuwe bestem-

mingsplan Wilp.

Ad 5 Specifieke vormen van creatieve bedrijvig-

heid mogelijk maken in nieuwe woongebieden

(inclusief De Lathmer)

Wilp leent zich bij uitstek voor de realisatie van

ateliers en vormen van kleinschalige, ambachte-

lijke bedrijvigheid als een zilversmid of een mu-

ziekinstrumentmaker. Te overwegen valt om in

de nieuwe (De Lathmer) en te herstructureren

woongebieden hiervoor ruimte te reserveren.

Het zou dan kunnen gaan om een cluster van

een klein aantal relatief grote kavels, waar in

combinatie met een dienstwoning de bebouwing

mag worden benut voor ateliers en nader te de-

finiëren kleinschalige ambachtelijke activiteiten.

Voorzieningen

Het voorgenomen woningbouwprogramma in

Wilp levert een bijdrage aan het draagvlak voor

voorzieningen in het dorp, maar de impact hier-

van mag niet worden overdreven. De gemeente

Voorst kent in haar voorzieningenbeleid een ze-

kere kernenhiërarchie. Wilp hoort daarbinnen bij

de kernen die een centrale functie hebben voor

hun directe omgeving. Het handhaven van een

zeker basisniveau aan voorzieningen is hier inzet

van beleid. Het gaat dan onder meer om de aan-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

16


wezigheid van een basisschool, een dorpshuis

en sportvoorzieningen. Minder grip is er op de

vestiging van commerciële voorzieningen, zoals

winkels, horeca en bank/postkantoor. Deze

voorzieningen zijn meer onderhevig aan de

marktwerking. De (landelijke) praktijk wijst uit

dat kernen tot 5.000 inwoners moeite hebben

met het handhaven van deze voorzieningen.

Waar de gemeente een bijdrage kan leveren

aan het creëren van gunstige randvoorwaarden

voor dergelijke voorzieningen, zal zij zich daar-

voor inzetten.

In het kader van het leefbaarheidsspoor is ge-

sproken van een ruimtegebrek op de basis-

school. Dit blijkt in de praktijk niet zo te zijn.

Er is zelfs ruimte over, zodat in de toekomst

goed kan worden ingespeeld op de groeiende

bevolking. Naast de basisschool staat het

dorpshuis. Een gebouw dat in zijn verschijning

afbreuk doet aan de naastgelegen historische

kern. Op deze locatie zou een herontwikkeling

denkbaar zijn met een passende oplossing voor

school en dorpshuis, aangevuld met eventuele

woningbouw.

De stichting Zozijn op De Lathmer zal ook in de

toekomst een belangrijke rol spelen als zorgin-

stelling in Wilp. Met de vernieuwingen in de

zorg kan het betekenen dat er andere en ook

meer ‘open’ vormen van voorzieningen worden

aangeboden, zodat sprake kan zijn van een

soort van woon-zorgzone waarvan ook de be-

17

woners van Wilp en omgeving gebruik kunnen

maken.

Groen, landschap en recreatie

Het groenonderhoud voorziet in nieuw minder

onderhoudsgevoelig inheems en gebiedseigen

groen. De nieuwe ontwikkelingen bieden goede

mogelijkheden om bestaande landschapselemen-

ten en -structuren te versterken en verdwenen

structuren en elementen als motief te betrekken

bij de planontwikkeling. Dorp en omliggend land-

schap weer nader tot elkaar te brengen is het

uiteindelijke doel.

Het landgoed De Lathmer herbergt een groot

wandelpadennetwerk. Deze paden zijn veelal

intern op De Lathmer gericht. Ontsluiting naar

de omliggende gebieden is gewenst. Voor inwo-

ners van Wilp wordt het zo mogelijk om een

rondje Wilp te gaan lopen.

Café De Kroon is op zoek naar nieuwe activitei-

ten. De locatie leent zich goed voor een verdere

versterking van toeristische activiteiten. Dit be-

tekent meer concreet dat hier mogelijkheden

zijn voor een uitbreiding van de horecafunctie

met Bed&Breakfast of hotel.

Cultuurhistorie

In de lijn van de nota´s Belverdere en Belvoir(2)

zijn de cultuurhistorische kwaliteiten in Wilp een

belangrijk uitgangspunt voor nieuwe ruimtelijke

ontwikkelingen. Dit ter verbetering van de kwali-

teit van de leefomgeving en behoud van het cul-

tuurhistorisch erfgoed. Cultuurhistorische kwali-

teiten kunnen zo een uniek karakter geven aan

ruimtelijke ontwikkelingen en daarmee een te-

genwicht bieden aan een dreigende eenvormig-

heid van de leefomgeving. In het dorp Wilp lig-

gen er, gezien de aanwezige cultuurhistorische

kwaliteiten, hiertoe voldoende mogelijkheden.

Verkeer

De Rijksstraatweg levert binnen het dorp een

zekere verkeersoverlast op. De oversteekbaar-

heid, maar ook de aanwezige parkeerruimte

(met name bij de supermarkt) wordt door veel

van de bewoners als een probleem ervaren. Dit

ondanks de reconstructie van deze weg in 2003.

In de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst is aange-

geven dat bij een toekomstige herinrichting van

de weg het verblijfskarakter een meer prominen-

te rol zou moeten spelen.

Uit het leefbaarheidsspoor komt ook naar voren

dat een andere aansluiting op de A1 leeft onder

de bewoners, zodat veel doorgaand verkeer niet

meer door het dorp hoeft. Ook een verbeterde

ontsluiting van Piet Zoomers draagt hier aan bij.

De historische linten van de Dorpsstraat en de

Kerkstraat zijn in 2006 heringericht. Het profiel

en de uitstraling van deze wegen is daarmee

meer in overeenstemming gebracht met de his-

torische situatie.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


3.3 Beleidskader

Rijksbeleid

De Nota Ruimte (2005) legt meer ruimtelijke

verantwoordelijkheid bij provincies en ge-

meenten. Het Rijk stuurt alleen nog op hoofd-

lijnen en richt zich daarbij vooral op de natio-

nale ruimtelijke hoofdstructuur. Daarbuiten

treedt het Rijk terughoudend en selectief op.

Wel wordt een zekere te handhaven

(ruimtelijke) basiskwaliteit omschreven.

Aan dorpen en landelijk gebied worden moge-

lijkheden geboden te voorzien in de eigen wo-

ningbehoefte. Wel dient rekening te worden

gehouden met de kwaliteiten die in het gebied

aanwezig zijn. Deze kwaliteiten betreffen on-

der meer cultuurhistorie, landschap, natuur en

water. Dit betekent in de meeste gevallen dat

een eventuele uitbreiding van een dorp zal

moeten bijdragen aan de kernkwaliteiten van

het aanwezige landschap.

Wilp ligt overigens niet binnen een gebied

waarin sprake is van bescherming van natuur-

of landschapswaarden. Wel loopt ten zuiden

van het dorp de Ecologische Hoofdstructuur

waar landgoed De Poll deel van uitmaakt. De

ten oosten van het dorp gelegen IJssel is een

belangrijke schakel in het kader van Ruimte

voor de Rivier.

De PKB Ruimte voor de Rivier dient twee

doelen: primair waarborging van voldoende

veiligheid en als tweede doel verbetering van

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij hoort een con-

creet maatregelenpakket voor de korte termijn

en een doorkijk voor de lange termijn. Voor de

Rijntakken (waaronder de IJssel) streeft het Rijk

naar een combinatie van maatregelen in het

winter- en zomerbed van de rivieren

(buitendijks) met dijkverleggingen en stedelijke

by-passes. Binnen de grenzen van de gemeente

Voorst wordt gekeken naar maatregelen bij De-

venter en Zutphen.

Ingrepen in het gebied van de Wilpse Klei lijken

voor de korte termijn niet nodig. Dit hangt onder

meer af van de ontwikkelingen rond de bypass

Veessen-Wapenveld. Indien gekozen wordt deze

niet uit te voeren, dan zal naar alle waarschijn-

lijkheid de Wilpse Klei ook ingezet moeten wor-

den. Aangezien de Wilpse Klei uiterwaardenge-

bied is, komt dit gebied automatisch in aanmer-

king voor aanvullende maatregelen voor de lan-

ge termijn.

Met de nota Belvedere pleit het Rijk voor een

respectvolle omgang met cultuurhistorische

waarden binnen ruimtelijke ontwikkelingen. Ge-

zocht wordt naar wederzijds profijt, een strate-

gie die past bij het credo ‘behoud door

ontwikkeling’. In deze nieuwe ontwikkelingsstra-

tegie vormt de cultuurhistorie uitgangspunt voor

ruimtelijke planvormingsprocessen. Dit met een

tweeledig doel: verbetering van de kwaliteit van

de leefomgeving en behoud van het cultuurhisto-

risch erfgoed. Het belvederebeleid richt zich in

beginsel op alle dorpen, steden en gebieden in

het land. Soms is echter sprake van een opeen-

stapeling of samenhang van bijzondere waarden.

Deze gebieden of plekken krijgen bijzondere

aandacht in de nota. Dergelijke gebieden liggen

niet in de gemeente Voorst.

Provinciaal beleid

In juni 2005 heeft de provincie haar nieuwe

streekplan vastgesteld. In dit streekplan ver-

woordt de provincie haar eigen algemene ruim-

telijke beleid en geeft dat een plaats naast het

specifieke regionale beleid van de stedelijke net-

werken, zoals de regio Stedendriehoek waartoe

de gemeente Voorst behoort.

Binnen het bestaande bebouwde gebied krijgen

gemeenten veel vrijheid om nieuwe ruimtelijke

ontwikkelingen in te passen. Wel dient er zo

goed mogelijk te worden aangesloten bij de

kwaliteiten van de locatie zelf en/of die van de

directe omgeving. Oog hebben voor de ont-

staansgeschiedenis, bereikbaarheid, groenvoor-

zieningen en duurzaamheid zijn daarbij van be-

lang. Bij herinrichting van woongebieden speelt

de leefbaarheid een belangrijke rol.

In de omgeving van Wilp loopt aan de zuidrand

van De Lathmer tot aan de Deventerweg een

ecologische verbindingszone als onderdeel van

de Ecologische Hoofdstructuur. Deze maakt on-

derdeel uit van een verbindingszone langs de

Fliert, die loopt langs de landgoederenzone bin-

nen de gemeente.

18


Wat betreft de bereikbaarheid van de regio

wordt ingezet op een verbetering van de weg-

infrastructuur. Maatregelen worden getroffen

om de capaciteit van de A1 te vergroten.

Buitendijks is bij Wilp een zoekgebied aange-

wezen voor windmolens. Ook ligt hier een

zoekgebied voor een hoogwatergeul. De bui-

tendijkse ontginningen zijn daarbij wel aange-

geven als waardevol landschap.

Een verdere uitwerking van het cultuurhistori-

sche beleid op basis van de rijksnota Belvede-

re, heeft de provincie Gelderland neergelegd in

de nota’s Belvoir en Belvoir2. Hierin staan

vijf hoofddoelen centraal: maak cultuurhistori-

sche waarden inzichtelijk, integreer cultuurhis-

torie in planvorming, versterk cultuurhistori-

sche bijdrage aan Gelderse economie, houd

cultuurhistorische waarden duurzaam in stand

en vergroot het cultuurhistorisch besef en

draagvlak.

De gemeente Voorst valt binnen het gebied

IJsselvallei. Hierin staat de samenhang tussen

water, bedrijvigheid en agrarische inrichting

centraal.

De Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet)

voorziet in een Habitattoets voor de vaststel-

ling van ruimtelijke plannen. Deze toets dient

te voorkomen dat natuurlijke kenmerken in

Natura-2000 gebieden worden aangetast. Na-

tura 2000 is een netwerk van Europese natuur-

gebieden. Het vormt de basis van het Europese

Natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de in-

19

standhouding en ontwikkeling van soorten en

ecosystemen, die voor Europa belangrijk zijn.

Regionaal beleid

De gemeenten in de regio Stedendriehoek heb-

ben gezamenlijk een regiovisie opgesteld

(2005). Deze visie vormt de integrale afstem-

ming tussen de ruimtelijke opgaven binnen de

regio en is beleidsmatig al grotendeels verwoord

bij de beschrijving van het streekplan.

Het regionale programma voor wonen en werken

moet zoveel mogelijk gebundeld en gekoppeld

worden aan knooppunten van infrastructuur bin-

nen het bundelingsgebied van de Stedendrie-

hoek. Tot dit bundelingsgebied behoort het me-

rendeel van de gemeente Voorst. De verstedelij-

kingsopgave is zowel gericht op inbreiden als

uitbreiden. Bij inbreiden is herstructurering niet

alleen voorbehouden aan de steden, maar vindt

evenzeer plaats in de bestaande dorpen. Bij uit-

breiding wordt gestreefd naar gedifferentieerde

vormen en locaties met inachtneming van de te

bepalen zoekzones voor verstedelijking en de

betreffende gebiedskwaliteiten. Wat betreft wo-

nen wordt voor de dorpen binnen het bunde-

lingsgebied, zoals Wilp, ingezet op het realiseren

van de autonome woningbehoefte plus een deel

van de regionale woningbehoefte, zover het

‘landelijk en dorps wonen’ betreft.

Lokaal beleid

De Visie op wonen is een integrale woonvisie,

die een kwalitatieve vertaling geeft van het in de

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst gegeven wo-

ningbouwprogramma. De belangrijkste ambities

van de visie zijn: het in standhouden van het

landelijke karakter, het streven naar leefbare

wijken en kernen met een goede ruimtelijke

kwaliteit, het bevorderen van een duurzame ste-

denbouwkundige ontwikkeling , het zo lang mo-

gelijk optimaal functioneren van iedere burger in

een zelfgekozen woning en woonomgeving en

het betrekken en betrokken zijn bij de volkshuis-

vesting.

Een belangrijke conclusie is dat het niet langer

reëel is om, door middel van woningbouw, te

proberen het voorzieningenniveau in stand te

houden. Ook de voorziene woningbouw in de

kernen zal hier niet aan kunnen bijdragen. Veel

belangrijker is het dat de woningbouw een bij-

drage levert aan de levendigheid in het dorp en

de gemeenschapszin.

Van het totale woningbouwprogramma van de

gemeente Voorst (3.300 woningen, waarvan

2.000 tot 2015) wordt ingezet op een aandeel

van 40% bereikbare, 35% middeldure en 25%

dure woningen. Doorstroming is daarbij van be-

lang, zodat ook voor ouderen geschikte wonin-

gen daarbij nadrukkelijk in beeld zijn.

De Notitie van uitgangspunten voor de her-

ontwikkeling van de Lathmer vormt het kader

voor de toekomstige ontwikkeling van De

Lathmer. Met het streven naar zorg op maat zal

een groot deel van de bebouwing vernieuwd en/

of gesloopt worden. Dit maakt ruimte vrij voor

een herontwikkeling van het landgoed. Gemeen-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

20


te en Zozijn hebben samen een visie op deze

herontwikkeling gemaakt. In deze notitie wor-

den de randvoorwaarden in beeld gebracht en

de bebouwingsmogelijkheden weergegeven.

Het beeld dat hieruit naar voren komt, bestaat

uit een landgoed met een sterke groene rand

waarbinnen, in gevarieerde bebouwingsdicht-

heden, in totaal circa 175 nieuwe particuliere

woningen en 200 zorgeenheden (waaronder

bestaand). Het behouden, herstellen en ver-

sterken van de cultuurhistorische, landschap-

pelijke en natuurlijke structuren op het terrein,

vormen een belangrijke randvoorwaarde bij de

herontwikkeling van het terrein.

Landgoederen en buitenplaatsen zijn een

beeldbepalend onderdeel van de gemeente

Voorst. In de nota Nieuwe landgoederen

heeft de gemeente het uitgangspunt neerge-

legd dat bestaande landgoederen en een ge-

zonde landbouw de basis vormen van het groe-

ne en recreatieve karakter van de gemeente

Voorst. Onder andere nieuwe landgoederen

kunnen dit versterken. Met de komst van nieu-

we landgoederen kan de bestaande landgoede-

rengordel (het Groene Carré) worden versterkt

en kan tegelijk een grote bijdrage worden gele-

verd aan de ecologische en landschappelijke

versterking. Een zoekgebied bepaalt waar nieu-

we landgoederen kunnen worden opgericht.

Binnen dit zoekgebied ligt ook het dorp Wilp.

21

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

22

Kaart 3.2 Ruimtelijke structuur


4 TOEKOMST VAN WILP

4.1 Inleiding

De toekomst van Wilp is te vinden in de ambi-

ties die in het vorige hoofdstuk zijn beschre-

ven. Deze ambities moeten ruimtelijk een plek

krijgen in het dorp, zonder dat ze tot onderlin-

ge tegenstrijdigheden leiden. Voor dit doel

wordt in dit hoofdstuk het toekomstige ruimte-

lijke beeld van Wilp opgebouwd. Een beeld dat

recht doet aan de geschiedenis en identiteit

van het dorp en dit gebruikt om de nieuwe ont-

wikkelingen een plek te geven binnen het dorp.

Om tot dit ruimtelijke beeld te komen worden

de volgende stappen genomen in dit hoofd-

stuk:

• ruimtelijke analyse. Hierin wordt de posi-

tie en de ruimtelijke, stedenbouwkundige

en landschappelijke structuur van Wilp

beschreven, inclusief de aanwezige kwa-

liteiten en diskwaliteiten. Deze analyse

maakt duidelijk waar mogelijkheden en

knelpunten liggen voor ruimtelijke ingre-

pen en ontwikkelingen in het dorp;

• programma. Het ruimtelijke programma

dat voor de komende tien jaar binnen

Wilp dient te worden uitgevoerd met

daarnaast een doorkijk naar 2030;

• uitvoerbaarheidsaspecten. Aspecten als

geluid, lucht, bodem, water en archeolo-

gie, die mogelijk belemmeringen of be-

perkingen opleveren ten aanzien van

nieuwe ontwikkelingen;

23

• het ruimtelijke toekomstbeeld. De ruimte-

lijke visie op het Wilp tot 2030;

• deeluitwerkingen. Afhankelijk van de mate

van concreetheid worden voor een aantal

ruimtelijke ontwikkelingen deeluitwerkin-

gen gegeven, in de zin dat nadere ruimte-

lijke en stedenbouwkundige randvoor-

waarden worden geformuleerd. Dit betref-

fen de inbreidingslocaties binnen het dorp.

4.2 Ruimtelijke analyse

Positie

Wilp is gelegen op de langgerekte stroomrug

langs de IJssel. Van oudsher was deze rug een

belangrijke woonplek in het IJsseldal. Men woon-

de er relatief hoog en droog langs de rivier. Het

gebied ten westen ervan was veel natter als ge-

volg van kwel uit de IJssel en de Veluwe stuw-

wal.

Wilp lag toen gunstig bij een oversteekplaats

aan de IJssel. Een aantal wegen kwam hier dan

ook samen. In de late middeleeuwen is de IJssel

meer oostelijk van Wilp gaan stromen en is de

directe relatie met de rivier verdwenen, evenals

de positie als oversteekplaats. Net buitendijks bij

Wilp loopt nog de Oude IJsselloop als vingerwij-

zing naar het verleden, al is het weliswaar in

sterk afgeslankte vorm.

Wilp ligt op het snijvlak van diverse landschaps-

typen (kaart 4.1). De stroomrug zelf is een rela-

tief hoog gelegen gebied met een coulisseland-

schap, bestaande uit met hagen en singels om-

zoomde boerenerven en verspreid liggende land-

goederen met bossen en lanen. Het contrast is

groot met de openheid van de Wilpse Klei, een

gebied met grote buitendijkse ontginningen

waarin veel boerenerven op pollen (terpen) lig-

gen. Meer naast het westen wordt het landschap

ook meer open naar het beekdal van de Fliert

toe. Het is een gebied dat tot in de 19e eeuw

weinig toegankelijk was met vochtige heide- en

broekontginningen. Alleen op hierin liggende

hogere dekzandruggen kwamen buurtschappen

en dorpen voor als Posterenk.

Structurerende ruimtelijke elementen

De historische ontwikkeling van Wilp heeft een

karakteristieke ruimtelijke structuur opgeleverd

(zie kaart 4.2). Het meest opvallend daarin is de

‘verscholen’ ligging van de kerk (de historische

kern) direct aan de dijk. De dijk steekt hier diep

de Wilpse Klei in, hetgeen de kerk tot een prach-

tig baken maakt in het landschap. Parallel aan

de dijk lopen de historische landwegen Binnen-

weg/Kerkstraat. Naast de kerk valt de ligging

van het grote landgoed De Lathmer op ten zuid-

westen van het dorp. Waar het landgoed raakt

aan het dorp ligt de kruising Rijksstraatweg en

Dorpsstraat/Molenallee. Deze kruising heeft in

de loop van de tijd de functie als dorpshart over-

genomen van het historische dorpshart rondom

de kerk.

Tussen de Rijksstraatweg en de kerk zijn naoor-

logse planmatige woonbuurtjes aangelegd. Ver-

volgens is het dorp in een rustig tempo in zuide-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


1850: bebouwing ↑ en groen ↓ 1900: bebouwing ↑ en groen ↓ 2006: bebouwing ↑ en groen ↓

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

24


lijke richting uitgebreid waardoor het aaneen-

gesloten dorps-gebied gestaag werd uitge-

breid. Deze uitbreiding heeft gezorgd voor een

noord-zuidgerichte stedenbouwkundige struc-

tuur tussen dijk en Rijksstraatweg. De klein-

schalige wijze van uitbreiden heeft geleid tot

aan elkaar grenzende, maar los van elkaar her-

kenbare woonbuurten.

De Wilpse dijk

De Wilpse dijk vormt een imposant landschaps-

element aan de oostzijde van Wilp. De dijk is

getekend door de strijd met het water die het

ook nu nog geregeld aangaat. Littekens hier-

van zijn het kronkelige verloop van de dijk.

Kronkelig door dijkverleggingen, waarbij de

kerk bleef behouden, maar wel aan de rand

van het dorp kwam te liggen. kronkelig ook als

gevolg van dijkdoorbraken, waar de wielen ter

hoogte van de Binnenweg nog naar verwijzen.

De dijk is in Wilp bijzonder goed te beleven. Dit

is een gevolg van de grotendeels op afstand

gelegen bebouwing langs de dijk, waardoor

aantrekkelijke groene landschappelijke ruimten

langs de dijk ontstaan. Over de dijk loopt een

wandelpad dat een prachtige kijk biedt op het

contrast tussen het zeer open uiterwaarden-

landschap van de Wilpse Klei en de bebouwing

en bossen op de stroomrug bij Wilp.

De historische wegen

Parallel aan de Wilpse dijk lopen de oude we-

gen die de dorpen op de stroomrug met elkaar

25

verbonden. In Wilp zijn dit de Binnenweg en de

Kerkstraat. Deze wegen komen samen op de

Dorpsstraat. In het verleden volgde de Kerk-

straat een noordelijkere route richting de Oude

Luine. Hier resteert nog een deel van als oprit

voor de aanliggende woningen.

De Kerkstraat en zeker de Binnenweg zouden

niet de wegen worden waarlangs Wilp zich ver-

der zou ontwikkelen. Ze werden als route feite-

lijk vervangen door de in de 17e eeuw aangeleg-

de Rijksstraatweg, die van Deventer richting

Arnhem en Zutphen liep. Hierlangs ontstond

noord-zuid gerichte lintbebouwing op enige af-

stand van de historische kern. Beide kernen wer-

den via de Dorpsstraat met elkaar verbonden,

waarlangs ook al snel bebouwing ontstond. Mede

ook door het belang van deze route richting het

agrarische achterland van het dorp en de Wilper-

molen.

De Lathmer

Samen met de kerk staat landgoed De Lathmer

symbool voor Wilp. Het is een groot landgoed

dat in de loop van de tijd is getransformeerd tot

zorglandgoed. In het verleden maakte het deel

uit van een snoer van landgoedbossen. Door de

eeuwen heen heeft het landgoed verschillende

landschappelijke inrichtingen en bebouwing ge-

kend. Het landgoed deed zijn invloed gelden

over de wijde omgeving. Zo waren de Leeuwen-

berg, de Wilpermolen en het Huis te Wilp aan

het landgoed verbonden. Het landgoed wordt nu

gekarakteriseerd door een landschappelijke in-

richting uit 1860. Uit deze tijd dateert ook het

kasteel. Verder heeft het landgoed een grote

transformatie ondergaan in de jaren zestig van

de vorige eeuw met de omvorming tot zorgland-

goed. Er is toen veel bebouwing in de vorm van

paviljoenen en woningen bijgekomen. De dichte

bebossing en de omlijstende dichte groene lanen

met hoog opgaande bomen maken deze bebou-

wing weinig zichtbaar en geven het dorp langs

de Rijksstraatweg en de Molenallee groene allu-

re. Ook de entree tot Wilp vanuit het zuiden

wordt sterk bepaald door de groene rand van De

Lathmer.

Cultuurhistorisch gezien heeft het landgoed zich

echter apart van de agrarische nederzetting Wilp

ontwikkeld. Het is van belang dat bij toekomsti-

ge ontwikkelingen aandacht is voor het houden

van een onderscheid tussen dorp en landgoed.

De huidige visueel-ruimtelijke relaties in de vorm

van lanen en zichtlijnen zijn rond 1860 ontstaan.

Groen

Met de Rijksstraatweg en de Molenallee zijn ook

de belangrijkste groene lanen binnen het dorp

genoemd. In het verlengde van de Molenallee

ontwikkelt ook de Dorpsstraat zich geleidelijk

tot een laan met opgaande beplanting.

Belangrijke groene ruimten in Wilp zijn ook de

nog bestaande open agrarische ruimten. Deze

vormen aantrekkelijke gebieden, waar het agra-

rische landschap nog tot aan het dorp raakt. Met

name ten noorden van de Kerkstraat ligt nog

een fraaie open ruimte met beeldbepalende pan-

den, boomgaarden, heggen en bossages. Ook

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


Wilp in 1850 Wilp in 1900 Wilp in 2006

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

26


het gebied tussen Binnenweg en Wilpse Dijk is

zo’n gebied, dat vooral gekenmerkt wordt door

openheid en zicht op de dijk.

Openbaar groen is in Wilp minder prominent

aanwezig. Het is vooral te vinden in de naoor-

logse planmatige uitbreidingen. Het speelveld

aan de Middenweg is de grootste groene ruim-

te binnen het dorp. Hier zijn ook diverse speel-

voorzieningen te vinden. Openbaar groen

maakt ook integraal onderdeel uit van de ste-

denbouwkundige opzet van de ‘Hofstraatbuurt’.

Het maakt de buurt ruim en aangenaam van

opzet. Het overige openbare groen is te vinden

als geleiding langs de wegen, zoals langs de

Dorpsstraat. Voor de meeste wegen is het ech-

ter vooral het particuliere groen dat het beeld

bepaalt. Met name langs de Molenallee en de

Rijksstraatweg ten zuiden van de wegkruising

is dit niet zelden lommerrijk te noemen.

Bijzondere bebouwing

Binnen Wilp komen diverse bijzondere gebou-

wen en bebouwingscomplexen voor. Deze ge-

bouwen zijn veelal beeldbepalend voor het

dorp.

Al genoemd is de middeleeuwse kerk van Wilp.

Een rijksmonument dat extra opvalt door het

hoge koor dat ver boven het schip uitsteekt.

Ook de ligging pal aan de dijk in een wig in de

Wilpse Klei geeft het gebouw een majestueuze

uitstraling. De kerk heeft als voorganger een

kapel die Lebuïnus al in 765 stichtte. De kerk

27

zelf dateert uit de middeleeuwen met een ro-

maanse toren en een tisch schip. De bijbehoren-

de pastorie draagt overigens sterk bij aan de

mooie sfeer rondom de kerk, evenals de wit ge-

pleisterde omliggende bebouwing. Wat niet bij-

draagt aan de sfeer is het dorpshuis. Dit sluit

slecht aan op de historische bebouwing. Het

dorpshuis maakt deel uit van een maatschappe-

lijk bebouwingscluster, met verder een basis-

school en een gymzaal. Gezamenlijk vormt dit

het sociale hart van het dorp.

Naast de kerk is de oude melkfabriek de grootste

blikvanger binnen het dorp. Hier werken de gro-

te witte bedrijfshallen echter eerder beeldversto-

rend. De bakstenen kantoorgebouwen daarvoor

hebben wel een karakteristieke industriële archi-

tectuur met een representatief voorkomen.

De molenstomp aan de Rijksstraatweg is in po-

tentie beeldbepalend voor het dorp. De molen-

stomp is nu danig in verval. Dit karakteristieke

bouwwerk verdient beter en kan bij restauratie

weer een zichtbepalend onderdeel worden bij de

zuidelijke entree van het dorp.

Het beeld van Wilp heeft verder met name langs

de Rijksstraatweg een vrij voornaam voorko-

men. Dit is te danken aan de verschillende grote

herenhuizen en buitens die deze weg allure ge-

ven. Een aantal hiervan heeft ook een monu-

mentale status zoals De Roskam, het Meester-

huis en De Smittenberg.

In aansluiting op deze beeldbepalende lintbebou-

wing staat er in het aangrenzende buitengebied

een aantal monumentale boerderijcomplexen en

buitens. Monumentaal zijn De Hage, Huize Wel-

gelegen, de Keuler-Hofstede, de Oude Leeuwen-

berg en buiten De Haghe.

Van bijzondere cultuurhistorische betekenis zijn

tenslotte het vooroorlogse en vroeg-naoorlogse

sociale woningbouwcomplex aan de Hofstraat,

Nieuwe Weg en de Dorpsstraat. Dit buurtje staat

symbool voor de inrichting van sociale woning-

bouwcomplexen binnen de dorpen van de ge-

meente Voorst en is in zijn stedenbouwkundige

opzet en architectonische detaillering nog zeer

herkenbaar.

De bebouwingstypologie

De voorgaande ruimtelijke elementen, structu-

ren en gebieden leiden tot een zeker steden-

bouwkundige karakter van een dorp. Er is sprake

van een zekere bebouwingstypologie, zijnde een

compositie van morfologie, bebouwing en be-

grenzingen. Deze typologie is voor de dorpen in

de gemeente Voorst te kenschetsen als dorps of

landelijk. Ten opzichten van grotere dorpen en

steden is er in de Voorster dorpen meer ruimte,

meer particulier groen, meer contact met het

buitengebied en mede als gevolg hiervan een

minder hoge bebouwingsdichtheid. Voor de ge-

meente Voorst zijn dit belangrijke kwaliteiten die

het behouden waard zijn voor de toekomst.

Nieuwe ontwikkelingen dienen hier bij aan te

sluiten. Om deze aansluiting goed te kunnen la-

ten verlopen, is het nodig om de bebouwingsty-

pologie voor elk dorp nader uit te werken. Dit

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

28


levert voor de dorpen in Voorst de volgende

kenmerkende typologieën op:

• compacte bebouwing:

gebieden waar een verdichting van be-

bouwing heeft plaatsgevonden. Deze

verdichting kan een gevolg zijn van het

functioneren als dorpscentrum of van het

bouwen in hogere dichtheden. Het kan

dan gaan om historische kernen met een

zekere centrumfunctie en een afwisse-

lend straatbeeld of om planmatig ont-

worpen buurten en straten die meer uni-

formiteit uitstralen, maar wel meerdere

woningtypen kennen;

• lintbebouwing:

gebieden met aan één of beide zijden

van de weg vrij liggende bebouwing. De

(doorgaande) weg met bijbehorend pro-

fiel is veelal dominant over de bebou-

wing. De kappen van de bebouwing

staan vaak loodrecht op de weg. Niet

zelden is er sprake van een grote varia-

tie aan bouwtypologieën;

• mozaïek:

kleinschalige bebouwing in het landschap

met (semi)agrarische activiteiten. Door

een zorgvuldige inpassing in het land-

schap met hagen en houtwallen, kunnen

deze gebieden een aantrekkelijke over-

gang vormen tussen dorp en buitenge-

bied;

29

• solitaire hoeven en landhuizen:

vrijstaande extensieve bebouwing in het

buitengebied maakt onderdeel uit van het

landschap, maar kent daarin ook haar ei-

gen herkenbare begrenzing.

Voor Wilp zijn deze typologieën in kaart 4.3 aan-

gegeven. Het compacte gebied bestaat hier uit

het ‘dorpshart’ langs de Rijksstraatweg met de

belangrijkste winkelvoorzieningen, de historische

kern en de naoorlogse woninguitbreidingen die

een wat hogere dichtheid kennen. Het zuidelijke

deel van de Rijksstraatweg, de Molenallee en

delen van de Binnenweg en de Kerkstraat heb-

ben een typische linttypologie met vrij liggende

woningen en doorkijken door het lint. Kleinscha-

lige, vrij in het landschap liggende bebouwing

binnen de typologie mozaïek, is vooral te vinden

ten noorden van de Kerkstraat en aan de zuidzij-

de van de Binnenweg.

Elk van deze bebouwingstypologieën laat zich

vertalen in een zekere woningdichtheid. Op kaart

4.4 is voor Wilp in meer detail gekeken welke

woningdichtheden in de onderscheiden gebieden

voorkomen. Voor dit doel zijn meerdere telgebie-

den getekend van precies één hectare groot.

Hieruit volgt dat in de compacte woonmilieus

(rode telgebieden) dichtheden voorkomen die

uiteenlopen van 16 (Dijkweideweg) tot 30

(Bergkamp e.o.) woningen per hectare. Gemid-

deld gaat het om circa 25 woningen per hectare.

Bij de lintbebouwing is in de oranje vlakken ge-

teld. Hier komen dichtheden voor van 9

(zuidelijke deel Rijksstraatweg) tot 13

(Binnenweg) woningen per hectare. Gesteld kan

worden dat de woningdichtheid hier niet boven

de 15 woningen per hectare komt.

Ook in de mozaïek woongebieden is de woning-

dichtheid eerder lager dan hoger, met 2 tot 4

woningen per hectare.

Kwaliteiten en diskwaliteiten

Uit de ruimtelijke analyse komen kwaliteiten en

diskwaliteiten naar voren. Op de kwaliteiten kan

Wilp voortbouwen. Ze geven karakter en (een

unieke) identiteit aan het dorp en vormen zo

mede een inspiratiebron voor verdere ontwikke-

lingen. Diskwaliteiten daarentegen staan veelal

voor een ruimtelijk knelpunt of een minder aan-

trekkelijke beleving. Hier is ruimte voor verbete-

ring en dat biedt kansen in combinatie met ver-

nieuwing.

Op basis van de ruimtelijke analyse en als nade-

re ruimtelijke uitwerking van de in paragraaf 2.5

beschreven sterke en zwakke punten van Wilp,

zijn de volgende kwaliteiten en diskwaliteiten te

onderkennen:

Kwaliteiten

• de ligging op een grensvlak van land-

schappen. Dit leidt tot landschappelijke

contrasten die sfeer en identiteit geven

aan verschillende buurten binnen het

dorp;

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

30


• de aanwezigheid van het bos van De

Lathmer, maar ook ten zuiden van het

dorp bij Dijkweide en De Poll. Daarmee

heeft het dorp een heel sterke land-

schappelijke begrenzing, die niet alleen

prettig is om te ervaren, maar die ook

beleefd kan worden door de aanwezige

wandelpaden. Het bos vormt daarmee

een aantrekkelijk uitloopgebied voor de

bewoners van Wilp;

• de dijk als symbool van de strijd met het

water, maar ook als landschappelijk ele-

ment dat rust en groene ruimte in het

dorp brengt en de mogelijkheid tot weid-

se uitzichten biedt in contrast tot de be-

slotenheid van het bos;

• de herkenbaarheid van de oude histori-

sche routes. Mensen wonen in Wilp al

gauw aan of nabij belangrijke ontstaans-

plekken van het dorp. Historische bebou-

wing en monumenten geven daaraan

extra sfeer en glans;

• de locatie van de kerk en directe omge-

ving is binnen de gemeente Voorst een

cultuurhistorische toplocatie. Ontstaan

en ontstaansgeschiedenis zijn hier nog

zeer goed te aanschouwen. Dit is een

‘thuis’ voor Wilp;

• en, als logisch gevolg eigenlijk van het

hiervoor genoemde, de ruime opzet van

het dorp dat, zelfs zonder veel openbaar

groen, toch heel groen oogt. Het dorp

heeft een grote herkenbaarheid langs de

31

historische linten, terwijl de naoorlogse

bebouwing zich tussen deze linten in, goed

in het geheel voegt.

Diskwaliteiten

• het dorp oogt inderdaad groen, maar wie

naar de oude kaarten van Wilp kijkt, ziet

ook dat er zeer veel groen is verdwenen.

Zowel grote landschappelijke eenheden,

zoals bossen, en erfbeplanting rondom

(historische) boerderijen;

• de sterke noord-zuid gerichte hoofdstruc-

tuur van Wilp langs de belangrijkste door-

gaande historische wegen, heeft ertoe ge-

leid dat oost-west gerichte dwarsverbin-

dingen ontbreken. Met name voor het

langzaam verkeer zouden deze verbindin-

gen aantrekkelijk zijn;

• deze verbindingen zouden kunnen aanslui-

ten of worden doorgetrokken tot op De

Lathmer. Dit landgoed is nu in ruimtelijke

zin sterk in zichzelf gekeerd, met slechts

enkele verbindingen richting het dorp. Om

het landgoed en de nieuwe woningbouw

meer tot een onderdeel van Wilp te ma-

ken, zouden er ook meer ruimtelijke rela-

ties moeten komen;

• de kerk en directe omgeving zijn prachtige

plekken, maar dit beeld wordt op twee

punten in negatieve zin verstoord. Ten

eerste geeft het parkeerterrein aan de

Weerdseweg en de daarachter gelegen

schuren en bergingen een wat rommelig

beeld, dat niet past bij deze plek. Ten

tweede dragen de functionele, maar niet

ter plaatse passende, vormgeving en uit-

straling van het dorpshuis niet bij aan de

hoge kwaliteiten ter plaatse;

• een andere doorn in het oog is de voorma-

lige melkfabriek. Met name de forse be-

drijfsgebouwen detoneren sterk met de

uistraling van de bomenlaan langs de Mo-

lenallee en het tegenover gelegen land-

goed De Lathmer. Aan de andere kant

moet er in het dorp ook ruimte voor be-

drijvigheid zijn en daarin past ook herge-

bruik. Daarmee krijgt deze nu onbestemde

plek weer inhoud;

• ook minder fraai is de ligging van het glas-

tuinbouwbedrijf in het dorp. Deze agrari-

sche functie is ´ingehaald´ door het dorp

en past nu minder goed in het dorpsbeeld;

• de doorgaande routes in Wilp maken het

dorp goed bereikbaar, maar leveren ook

overlast op. Er is sluipverkeer tussen De-

venter en de afrit aan de A1. Daarnaast

leidt drukte bij Piet Zoomers tot volle we-

gen in het dorp. Dit bemoeilijkt de over-

steekbaarheid van met name de Rijks-

straatweg en vermindert de verkeersvei-

ligheid. Daarnaast levert de rijksweg A1

overlast op ten aanzien van de leefbaar-

heid.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

32


4.3 Ruimtelijk programma

De haalbare ambities uit hoofdstuk drie zijn

vertaald in een concreet programma, waarvoor

op de korte en lange termijn een plek in het

dorp zal moeten worden gevonden. Het vol-

gende programma wordt voorgestaan:

Wonen

Wilp kent een woningbouwopgave van 230 wo-

ningen tot 2030. dit wordt als volgt verdeeld:

• 175 woningen op De Lathmer;

• 55 woningen binnen Wilp;

Voor De Lathmer is een verdeling naar woning-

categorie afgesproken van 33-33-33

(bereikbaar-middelduur-duur). Voor de inbrei-

dingslocaties geldt het algemene uitgangspunt:

40-35-25. Dit betekent dat in Wilp de nadruk

iets meer wordt gelegd op de duurdere wo-

ningcategorieën. Dit past bij het bijzondere

woonmilieu dat wordt gerealiseerd op De

Lathmer. Een woonmilieu dat past bij de hier

aanwezige bijzondere kwaliteiten.

In lijn met het provinciale en nationale beleid,

alsmede met het gemeentelijke beleid in de

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst, wordt in

Wilp de nadruk gelegd op inbreiding. Dit draagt

bij aan een duurzaam ruimtegebruik en voor-

komt de aantasting van de waardevolle land-

schappen rondom het dorp. Inbreiding vindt

33

hoofdzakelijk plaats door middel van functiever-

anderingen van bestaande bebouwing. Hiermee

wordt een aantasting van open ruimten in het

dorp voorkomen. Ook woningbouw op De

Lathmer wordt gezien als inbreiding. De bebou-

wingsdichtheid op dit landgoed zal in de toe-

komst slechts marginaal toenemen ten opzichte

van de huidige situatie. Daar tegenover staat

een versterking van de landschappelijke struc-

tuur en een verbetering van de ruimtelijke rela-

ties met het dorp.

Werken

In Wilp zal het ook in de toekomst mogelijk

moeten blijven om te wonen en te werken. Zo-

wel kleinschalig in de vorm van bedrijvigheid als

beroep aan huis, als meer grootschalig in de

vorm van een bedrijfslocatie of mogelijk een be-

drijventerrein. Zolang daarmee geen spanningen

ontstaan tussen de bedrijfsactiviteiten en het

verblijfskarakter in het dorp, kan hier de nodige

ruimte voor worden geboden. In hoofdstuk twee

is al aangegeven dat in Wilp sprake is van een

ruimtebehoefte voor lokale bedrijvigheid van

maximaal 1 hectare .

Voorzieningen

Het programma van voorzieningen is moeilijker

te kwantificeren. Het algemene beleid ten aan-

zien van de basisvoorzieningen is het zo lang

mogelijk handhaven hiervan. Deze hebben al

een plek in het dorp. In de prognoses voor de

basisschool is rekening gehouden met de nieuwe

woningbouw. Het huidige gebouw biedt hiervoor

nog voldoende ruimte. Ook het verplaatsen of

verbouwen van de gymzaal en het dorpshuis is

in ruimtelijk-economisch opzicht niet noodzake-

lijk. Vanuit cultuurhistorisch en sociaal perspec-

tief zijn hiervoor wel argumenten te vinden. Het

lijkt dan ook verstandig om voor de langere ter-

mijn rekening te houden met een herontwikke-

ling van de locatie van het dorpshuis, eventueel

in samenhang met de gymzaal en de basis-

school. Dit om de voorzieningen, mogelijk in

combinatie met andere functies, aan te passen

aan de eisen van die tijd.

Ten aanzien van de commerciële voorzieningen

(detailhandel, banken en horeca) wordt geen

nieuw programma voorzien. Deze voorzieningen

zijn gunstig gelegen in het ‘dorpshart’ aan de

Rijksstraatweg. Het winkel- en koopgedrag van

de bestaande en nieuwe bewoners zal bepalen of

er een toekomst is voor deze voorzieningen in

het dorp. Het koopstroomonderzoek toont aan,

dat hier nog veel is te winnen, aangezien er nu

nog veel koopkracht wegvloeit.

Nieuwe zorgontwikkelingen van Zozijn op De

Lathmer passen binnen de functie die het terrein

nu en in de toekomst al heeft en zal hebben.

Deze gebouwen kunnen in de toekomst mede

een rol spelen als onderdeel van een woon-

zorgzone.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


Verkeersstructuur in 1850 Verkeersstructuur in 1900 Verkeersstructuur in 2006

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

34


Groen, landschap en recreatie

Bij alle nieuwe ontwikkelingen zal een bijdrage

moeten worden geleverd aan het groen in het

dorp en/of aan de landschappelijke inpassing

ervan. In landschappelijke zin wordt daarbij

het volgende programma meegegeven voor de

verschillende landschapstypen die aan Wilp

raken:

• oeverwallen en stroomruggenlandschap

(tussen Bandijk en Rijksstraatweg):

- bestaande karakteristiek:

wegbeplantingen, knotwilgen, poe-

len, essen, microreliëf, hagen

langs wegen, hoogstamboom-

gaarden, solitaire bomen en IJssel-

dijk.

- toe te voegen:

wegbeplantingen, bomenrijen, ha-

gen langs wegen, markante solitai-

re bomen en hoogstam-

fruitbomen.

• landgoederen en kampenlandschap (ten

westen Rijksstraatweg):

- bestaande karakteristiek:

landgoedbossen, houtwallen, sin-

gels, wegbeplanting. Besloten ka-

rakter en microreliëf aanwezig.

- yoe te voegen:

landgoedbossen, houtwallen, sin-

gels en wegbeplantingen.

35

Verder moeten de kansen worden aangegrepen

om, vooral via langzaam verkeersverbindingen,

verbindingen te leggen binnen en aan de randen

van het dorp die nu nog niet bestaan. Deze moe-

ten een onderdeel gaan vormen van lokale en

regionale (recreatieve) netwerken.

Verkeer

Het huidige wegennet in Wilp zal ook in 2030 als

zodanig functioneren. Hierin hebben de provinci-

ale wegen een duidelijke doorstromingsfunctie.

De overige (lokale) wegen hebben een verblijfs-

functie. Toekomstige herinrichtingen van deze

wegen dienen aan te sluiten bij de functie die de

weg heeft.

De komst van nieuwe ontsluitingswegen, en

daarmee het afwaarderen van de huidige door-

gaande wegen in het dorp, zijn afhankelijk van

regionale infrastructuurstudies in relatie tot het

functioneren van de verkeersafwikkeling op

rijksweg A1. Op lokaal niveau is een nieuwe ont-

sluiting voor Piet Zoomers richting A1 ten noor-

den van de Molenallee een optie. Dit maakt het

tevens mogelijk een deel van het doorgaand ver-

keer om het dorp te leiden.

4.4 Uitvoerbaarheidaspecten

Inleiding

De uitvoerbaarheidaspecten bestaan uit milieu-

kundige randvoorwaarden. Deze randvoorwaar-

den kunnen beperkingen opleggen ten aanzien

van nieuwe ontwikkelingen. In deze dorpsvisie

worden de wettelijke zones en contouren aange-

geven van de verschillende milieuaspecten. Deze

hebben met name een attentiewaarde. Pas bij de

uitwerking van de dorpsvisie in concrete plan-

nen, vindt nader onderzoek plaats ten aanzien

van relevante milieuaspecten. Als uit dit onder-

zoek blijkt dat er daadwerkelijk beperkingen gel-

den, dan zal dit leiden tot aanpassing van het

plan en/of tot saneringsmaatregelen. Dit met als

doel de volksgezondheid en de leefbaarheid niet

in gevaar te brengen.

Kaart 4.5 vat de belangrijkste milieuaspecten, te

weten geluid en geur, samen door de wettelijke

hindercontouren aan te geven. Het betreft de

geluidscontouren van de rijksweg A1, de provin-

ciale wegen en bedrijvigheid, alsmede de stank-

cirkels van omliggende agrarische bedrijvigheid.

Deze zonering geeft een maximale afstand aan,

waarbinnen nader onderzoek noodzakelijk is.

Geluid

Kaart 4.5 laat duidelijk zien dat het aspect geluid

een grote rol zal spelen bij elke nieuwe ontwik-

keling binnen Wilp. De contour van de verbrede

rijksweg A1 ligt op 600 m ter weerszijden van

deze weg. Die van de Rijksstraatweg en de Mo-

lenallee kennen een contour van 200 m ter

weerszijden van de weg. Deze contouren geven

het gebied aan, waarbinnen de geluidsbelasting

naar verwachting hoger ligt dan 48 dB, de zoge-

naamde voorkeursgrenswaarde.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Kaart 4.6:

Werkelijke geluidscontouren

(bron: Rijkswaterstaat 2005,

legenda: wit= tot 50 dB(A),

geel= 50-55 dB(A), et cetera

(stappen van 5 dB(A))).

36


Een indicatie voor de werkelijke geluidsbelas-

tingen geeft kaart 4.6. Deze kaart is opgesteld

ten behoeve van de capaciteitsverbetering van

de rijksweg A1 en de gevolgen daarvan voor de

directe omgeving. Hieruit blijkt dat de werkelij-

ke geluidscontouren van de rijksweg inderdaad

bijna 600 m ver reiken. De zones langs de Mo-

lenallee en de Rijksstraatweg zijn echter klei-

ner, mede door de geluidswerende functie van

de aanliggende bebouwing.

Bedrijvigheid

In het dorp komt een aantal bedrijven voor.

Het gaat onder meer om bouw- en handelsbe-

drijven, autobedrijven, detailhandel en een

glastuinbouwbedrijf. Ook rondom deze bedrij-

ven is sprake van (theoretische) hindercontou-

ren. Deze zijn meestal vrij beperkt (30 m). Ook

rondom het dorpshuis en de sportvelden liggen

dergelijke hindercontouren (50 m).

Agrarische bedrijvigheid

Rondom Wilp ligt een aantal agrarische bedrij-

ven. Rondom de meeste van deze agrarische

bedrijven liggen hindercirkels. Het gaat vaak

om relatief omvangrijke hindercirkels. Door de

grote afstand tot het dorp hebben deze cirkels

geen invloed op het leefmilieu in het dorp.

Externe veiligheid

Bij het onderwerp externe veiligheid wordt on-

derscheid gemaakt tussen kwetsbare objecten

en beperkt kwetsbare objecten. Onder kwets-

37

bare objecten worden bijvoorbeeld woningen

verstaan, terwijl met beperkt kwetsbare objec-

ten wordt gedoeld op bijvoorbeeld kantoren en

hotels.

De externe veiligheid betreft zowel inrichtingen

als het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij in-

richtingen kan worden gedacht aan productie-

complexen van gevaarlijke stoffen, maar ook

aan verkooppunten van LPG.

Ten aanzien van de situatie in Wilp is het ver-

voer van gevaarlijke stoffen over rijksweg A1

een aandachtspunt. Uit onderzoek van het Minis-

terie van Verkeer en Waterstaat (Milieu Effect

Rapport A1 knooppunt Beekbergen-Deventer

Oost) blijkt dat wordt voldaan aan de contouren

van het groeps- en plaatsgebonden risico.

Lucht

Ten aanzien van lucht geldt het Besluit lucht-

kwaliteit. In dit besluit zijn grenswaarden opge-

nomen voor de concentraties van de volgende

luchtverontreinigende stoffen: stikstofdioxide

(NO2), koolmonoxide (CO), fijn stof (PM10),

benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2) en lood

(Pb). De uitstoot van PM10 en NO2 zijn indicatief

voor de luchtkwaliteit op de Nederlandse (snel)

wegen.

Ten behoeve van de in de Dorpsvisie Wilp en

het toekomstige bestemmingsplan Wilp voorzie-

ne ontwikkelingen, is een onderzoek naar de

luchtkwaliteit uitgevoerd (Schoonderbeek en

partners advies, 06.104.R04, april 2006). Uit het

onderzoek blijkt het volgende:

• na correctie voor de natuurlijke achter-

grond voor PM10 wordt overal binnen het

plangebied en in de directe omgeving

daarvan voldaan aan de grenswaarden uit

het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Dit geldt

voor alle peiljaren (2007-2010-2015-

2020) en rekenvarianten (gebruik makend

van CAR II, versie 5.0);

• de invloed van de ontwikkelingen, die de

vaststelling van het bestemmingsplan mo-

gelijk maakt, of de luchtkwaliteit in de

omgeving beperkt blijft tot een zeer gerin-

ge bijdrage (NO2 jaargemiddelde en PM10

24-uurgemiddeld) of geen relevante bij-

drage.

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat

er, met inachtneming van de onzekerheden in de

onderzoeksmethode, wordt voldaan aan het Be-

sluit luchtkwaliteit 2005. Dit Besluit vormt dan

ook geen belemmering voor ruimtelijke ontwik-

kelingen (woningbouw) binnen het dorp Wilp.

Bodem

Binnen Wilp zijn diverse bodemonderzoeken uit-

gevoerd. Een aantal verontreinigde situaties is

daarbij gevonden en (gedeeltelijk) gesaneerd. In

het geval van nieuwe ontwikkelingen zal bodem-

onderzoek moeten uitwijzen of er sprake is van

verontreinigde grond. Deze zal eerst gesaneerd

dienen te worden voor er nieuwe ontwikkelingen

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


Water in 1850 Water in 1900 Water in 2006

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

38


kunnen plaatsvinden. Dit geldt voor alle in de

visie genoemde inbreidingslocaties.

Flora- en faunaonderzoek

Op grond van de Flora- en faunawet is het ver-

boden beschermde inheemse planten op eni-

gerlei wijze van hun groeiplaats te verwijderen,

een beschermde inheemse diersoort opzettelij-

ke te verontrusten, nesten, holen of andere

vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren

te verstoren.

Dit betekent dat bij de ontwikkeling van nieu-

we woningbouwlocaties een natuurtoets zal

moeten worden uitgevoerd.

Natuurbeschermingswet

De Natuurbeschermingswet voorziet in een Ha-

bitattoets conform artikel 6 van de Habita-

trichtlijn. Deze toets dient om te bepalen of

voorgestane ruimtelijke ingrepen een negatie-

ve invloed hebben op speciale beschermingszo-

nes (Natura/2000 gebieden).

In de directe nabijheid van Wilp vallen de IJs-

seluiterwaarden binnen het Natura-2000 ge-

bied. De Vogelrichtlijngebieden liggen in de

uiterwaarden aan beide zijden van de IJssel.

De Habitatrichtlijngebieden betreft de Ravens-

waarden in de gemeente Gorssel. Beide Natu-

ra-2000 gebieden liggen op redelijke afstand

van het dorp (500 tot 2.000 m).

Een speciale beschermingszone onder de Vo-

gelrichtlijn is aangegeven vanwege het voorko-

men van drempeloverschrijdende aantallen van

39

de kleine zwaan, kolgans, smient, slobeend,

meerkoet en grutto die het gebied benutten als

overwinteringsgebied en/of rustplaats. Het ge-

bied kwalificeert zich tevens omdat het behoort

tot één van de vijf belangrijkste broedgebieden

dan wel pleisterplaatsen voor wilde zwaan, kwar-

telkoning, reuzenstern en ijsvogel. Daarnaast is

het aangewezen gebied ook van betekenis voor

een aantal andere vogelsoorten die er in behoor-

lijke aantallen voorkomen.

In de Habitatrichtlijngebieden komen belangrijke

habitattypen voor als stroomdalgras, glansha-

verhooivelden, rivierfonteinkruisvegetaties, wil-

genvloedbossen en hardhoutooibossen. Het ge-

bied is van groot belang voor water- en moeras-

vogels, waaronder veel grasetende ganzen en

eenden. Voorkomende soorten zijn: bittervoorn,

grote modderkruiper, kleine modderkruiper, ri-

vierdonderpad en kamsalamander.

De ingrepen die ruimtelijke mogelijk worden ge-

maakt in de Dorpsvisie Wilp betreffen ingrepen

binnen de Natura-2000 gebieden. Met deze in-

grepen wordt echter niet geraakt aan de waar-

den die bestaan in deze Natura-2000 gebieden.

Ze maken geen deel uit van broed-, slaap- of

foerageergebieden van vogels die zich bevinden

in de nabij gelegen uiterwaarden. Het Habita-

trichtlijngebied ligt aan de overzijde van de IJs-

sel (Ravenswaarden bij Gorssel) en wordt in zijn

kwaliteit niet geraakt door de voorgestane ruim-

telijke ingrepen.

Kabels en leidingen

Op circa 200 m ten zuiden van het dorp Wilp ligt

een gastransportleiding. Er zijn geen hoogspan-

ningsmasten aanwezig in de directe omgeving

van Wilp. Langs de noordzijde van de Molenallee

ligt, vanaf het gemaal Wilp, een persleiding naar

het gemaal Posterenk. Verder komen er geen

belemmerende kabels en leidingen voor.

Water

Grondwater

De kern Wilp is gelegen in drie typen bodem-

soorten van de hoofdklasse Rivierkleigronden.

Direct langs de dijk is een strook Kalkhoudende

ooivaaggronden met zware zavel en lichte klei

aanwezig, gevolgd door een strook Kalkloze ooi-

vaaggronden met lichte zavel. Meer richting de

Lathmer gaat deze grond over in Vorstvaaggron-

den met lemig fijn zand. De grondwatertrap in al

deze gebieden is VII, wat inhoudt dat de hoogste

grondwaterstand dieper ligt dan 80 cm-mv en de

laagste grondwaterstand lager dan 160 cm mv

(zie ook kaart 3.6). De grondwaterstand van

Wilp wordt echter sterk beïnvloed door de kwel

van de IJssel. Zeker met de ontwikkelingen dicht

bij de dijk dient hiermee rekening gehouden te

worden.

Oppervlaktewater

Open water is in Wilp schaars. Op kaart 4.7 is te

zien dat langs de Molenallee nog net binnen de

kom een A-watergang loopt die afwatert naar de

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

40


Fliert. Verder bevindt zich ten noordoosten van

het dorp een A-watergang, die uiteindelijk via

de bermsloot van de A1 uitmondt in de Fliert.

Waterbeleid

Wilp valt met de Fliert onder de oranje koers

van het waterschap. De waterkoersen van het

waterschap zijn in meer of mindere mate ge-

richt op het in stand houden en versterken van

gezonde, veilige en veerkrachtige watersyste-

men. De oranje waterkoers is naast het behoud

ook gericht op het herstel van veerkracht van

het watersysteem. Daarmee gelden voor deze

koers aanvullende richtlijnen voor het gebruik

van deze watersystemen.

De Fliert is aangewezen als water met een

Specifieke Ecologische Doelstelling (SED-

water). Dit betekent dat voor lozing op deze

watergang strengere eisen gelden dan op an-

dere wateren.

Zoals het er nu uitziet, blijft de Wilpse Klei voor

de korte termijn (tot 2015) gevrijwaard van

maatregelen in het kader van Ruimte voor de

Rivier. Voor de langere termijn is dit minder

zeker. Bij ontwikkelingen binnendijks dient dan

ook rekening te worden gehouden met het mo-

gelijk vaker onderlopen van de Wilpse Klei in

de toekomst. Onderzocht moet worden welke

effecten dit op de kwel en de grondwaterstan-

den heeft.

41

Riolering

Al het oppervlaktewater van Wilp mondt uitein-

delijk uit in de Fliert. Gezien de status als SED-

water maakt dit de opgave voor het reduceren

van riooloverstorten groter dan op regulier wa-

ter. Naast een ‘gewone’ berging is dan ook een

groene berging noodzakelijk.

Uitgangspunt is dat, waar mogelijk, gebruik

wordt gemaakt van een gescheiden stelsel, dat

hemelwater scheidt van het rioolwater.

Nieuwe ontwikkelingen

Voor De Lathmer is een studie naar het opper-

vlaktewater uitgevoerd en dit wordt geïmple-

menteerd in de verdere planontwikkeling. Hierbij

richt men zich sterk op de aanwezige vijverpar-

tijen en een vertraagde afvoer naar de Fliert.

De ontwikkelingen die geprojecteerd zijn aan de

Rijksstraatweg en/of de Binnenweg zijn alle ui-

termate ongunstig gelegen voor de afvoer van

hemelwater. In de directe omgeving is geen op-

pervlaktewater aanwezig. Een verbinding leggen

naar een open water elders, zal dan gegraven

moeten worden. Een andere optie is het verpom-

pen van een wateroverschot naar open water

elders. Een andere optie, maar wel een kunst-

matige, is het verpompen van het overschot aan

water over (of door) de dijk heen. Hiervoor is

uiteraard toestemming nodig van het water-

schap.

Voor ontwikkelingen aan de Molenallee dient

mogelijk het bestaande oppervlaktewater aange-

past te worden, om te kunnen voldoen aan de

afvoer en bergingscapaciteit. Aan de zuidzijde

van de Molenallee ligt een A-watergang van het

waterschap, die mogelijk hiervoor gebruikt kan

worden. Deze watergang voert af naar de Fliert.

Ten behoeve van de voorgestane ontwikkelingen

is een uitgebreid geohydrologisch onderzoek uit-

gevoerd. Bij alle ontwikkelingslocaties dient re-

kening te worden gehouden met de aanleg van

een gescheiden stelsel met noodoverloop op het

gemengde rioolstelsel. Dit betekent een opho-

ging van de terreinen met minimaal 0,5 m en

een compensatie voor de noodoverloop op het

riool. De kosten die de gemeente hiervoor moet

maken worden in rekening gebracht bij de ont-

wikkelaars.

4.5 Ruimtelijk Structuurbeeld 2030

Het beeld van Wilp, de beschreven ambities en

de verwerking ervan in het ruimtelijk program-

ma, alsmede de ruimtelijke analyse en de uit-

voerbaarheidsaspecten. Het zijn de stenen waar-

op het bouwwerk van het Ruimtelijke Structuur-

beeld 2030 voor Wilp wordt gebouwd. Bouwen in

letterlijke en figuurlijke zin kan echter niet zon-

der regels. Vandaar dat eerst een aantal belang-

rijke ruimtelijke uitgangspunten wordt geformu-

leerd. Dit zijn zowel uitgangspunten die gemeen-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

42


tebreed worden gehanteerd, als uitgangspun-

ten die specifiek voor de Wilper situatie van

toepassing zijn. Vervolgens wordt het Ruimte-

lijk Structuurbeeld 2030 gepresenteerd en toe-

gelicht.

Omdat veel ruimtelijke ontwikkelingen tot

stand komen door inbreiding in het bestaande

dorp, vindt tenslotte nog een specifieke ruimte-

lijke uitwerking plaats van de verschillende

gebieden binnen Wilp. Voor elk van deze gebie-

den worden specifieke randvoorwaarden opge-

steld als kader voor verdere planvorming.

Ruimtelijke uitgangspunten

De ruimtelijke uitgangspunten kunnen worden

gezien als het Voorster keurmerk voor ruimte-

lijke kwaliteit. De ambities binnen de gemeente

zijn hoog. Er is sinds decennia een fors wo-

ningbouwprogramma aanwezig, ook voor de

kleine kernen, maar het vraagt tegelijk ook om

bedachtzaamheid en voorzichtigheid. De zo

herkenbare Voorster kwaliteiten binnen de Ste-

dendriehoek moeten ook voor de toekomst be-

houden blijven. De ruimtelijke uitgangspunten

moeten hieraan bijdragen door ervoor te zor-

gen dat nieuwe ontwikkelingen zich goed voe-

gen naast en tussen de bestaande bebouwing.

Dat de dorpen herkenbaar blijven. Dat steden-

bouwkundige en landschappelijke kwaliteiten

behouden blijven en waar nodig worden ver-

sterkt. Nieuwe mogelijkheden voor wonen,

werken, verkeer en voorzieningen worden zo

aangegrepen als kans met als resultaat het

dorp zoals dat was, maar met nog meer varia-

43

tie, kwaliteit en mogelijkheden. Een dorp dat

mooi is en blijft.

Stedenbouwkundige uitgangspunten

Ten aanzien van stedenbouw is een algemeen

uitgangspunt dat bij nieuwbouw van woningen

een woningdichtheid wordt gehanteerd, die aan-

sluit bij de bestaande dichtheden en bebou-

wingstypologieën in het dorp. De kaarten 4.3 en

4.4. leveren hiervoor de basis. Zij tonen de be-

staande situatie aan, waarin door middel van

meerdere telgebieden referenties zijn opgesteld

ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen. Voor

Wilp betekent dit dat de volgende dichtheden

worden gehanteerd binnen de verschillende be-

bouwingstypologieën:

• compact: 15 tot 25 woningen per ha.

incidenteel 30 woningen per ha.

• lint: 10 tot 15 woningen per ha. naast

compact gebied tot 20 woningen per ha.

• mozaïek: 2 tot 10 woningen per ha., af-

hankelijk van de afstand tot het dorp.

• solitair: 1-3 woningen per ha.

De genoemde dichtheden zijn maximale dichthe-

den en mede afhankelijk van de positie binnen

het dorp. Richting het buitengebied zal de dicht-

heid binnen de afzonderlijke gebieden afnemen.

De maximale dichtheden dienen goed aan te

sluiten bij de situatie in de directe omgeving.

Binnen het compacte gebied is, zoals aangege-

ven, incidenteel een hogere dichtheid toegestaan

tot 30 woningen per hectare. Deze dichtheid kan

worden toegepast op locaties waar een bijzonde-

re woonopgave gewenst is. Daarbij valt met na-

me te denken aan de bouw van meergezinswo-

ningen voor senioren, jongeren en/of alleen-

staanden. Ook kunnen er ruimtelijke aankno-

pingspunten zijn voor verdichting, zoals bijvoor-

beeld in het dorpshart in combinatie met

(commerciële) voorzieningen.

Andere stedenbouwkundige uitgangspunten zijn:

• het realiseren van oost-westverbindingen

voor langzaam verkeer in het gebied tus-

sen Hofstraat-Binnenweg en de Rijks-

straatweg;

• het zoeken van stedenbouwkundige aan-

sluiting bij de bestaande bebouwing;

• het bijdragen aan de versterking van de

kernkwaliteiten ter plaatse.

• het vergroten van het aantal oost-west

lopende verbindingen binnen het dorp.

Landschappelijke uitgangspunten

• de landschappelijke uitgangspunten voor

Wilp zijn de volgende:

- nieuwe ontwikkelingen worden land-

schappelijk ingepast;

- bij inbreidingen worden de land-

schappelijke karakteristieken ter

plaatse hersteld of versterkt;

- doorzichten en landschappelijke en

historische structuren benadrukken

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

44


als integraal onderdeel van de

dorpsuitbreidingen;

- structureel groen onderdeel laten

zijn van in- en uitbreidingen;

- bestaande bomenrijen herstellen

en belangrijke nieuwe aanbren-

gen;

- doorzicht van ‘laan op De Lathmer’

richting kolk herstellen;

- landschappelijke structuur Leeu-

wenberg respecteren ten noorden

van Molenallee.

Uitgangspunten cultuurhistorie

De historische betekenis van Wilp, de nog her-

kenbare eeuwenoude structuren en de ligging

op het snijvlak van contrastrijke landschappen

geven identiteit aan het oude en nieuwe Wilp.

Dit levert de volgende uitgangspunten op:

• het respecteren van de vrije ligging en

loop van de dijk;

• het respecteren van de historische kern

rondom de kerk;

• het respecteren van de loop en inrichting

van de historische wegen;

• het herstellen van de molenromp en om-

geving;

• het behouden en beschermen van de

monumenten in het dorp;

• het behouden en beschermen van de

historische boerderijen in de directe om-

geving;

45

• het behouden en beschermen van de his-

torische landgoederen en buitenplaatsen;

• het benadrukken van het bijzondere ka-

rakter en structuur van de sociale woning-

bouw tussen Binnenweg en Hofstraat.

In archeologisch opzicht ligt Wilp geheel in een

gebied met een hoge archeologische verwach-

tingswaarde (zie kaart 4.8). Dit heeft alles te

maken met de eeuwenoude bewoningsgeschie-

denis op de stroomruggronden. Een aantal ter-

reinen is in dat opzicht zelfs belangwekkend,

zoals De Lathmer, Huize Wilp en Oude Luine. De

eerste twee in relatie tot de resten van middel-

eeuwse kastelen en de laatste in verband met

sporen van prehistorische bewoning.

Het noordwestelijke deel van Wilp (sportvelden

en Davinofabriek) en een groot deel van De

Lathmer vallen in een gebied met een middelho-

ge verwachtingswaarde.

Gezien de aan te treffen archeologische waar-

den, geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelin-

gen in Wilp dat archeologisch vooronderzoek

noodzakelijk is. In gebieden met een middelhoge

verwachtingswaarde is archeologische begelei-

ding bij de bouw noodzakelijk.

Uitgangspunten functiewijzigingen

Het komt vaak voor dat nieuwe ruimtelijke mo-

gelijkheden ontstaan in een dorp, omdat bepaal-

de activiteiten worden stopgezet of verplaatst.

Het gaat dan meestal om bedrijfsmatige activi-

teiten, voorzieningen of detailhandel. De ambitie

is erop gericht om de dorpen levendig te houden

en deze activiteiten zoveel mogelijk voor de dor-

pen te behouden. Dit is echter niet altijd moge-

lijk. Er is soms geen vraag van nieuwe gelijk-

soortige activiteiten de leeg gekomen plek op te

vullen (bijvoorbeeld bij detailhandel of voorzie-

ningen). Ook kan de gegroeide bestaande situa-

tie in milieukundig opzicht onwenselijk zijn ge-

worden (bijvoorbeeld bij hinderlijke bedrijfsacti-

viteiten). In dergelijke gevallen ligt functiewijzi-

ging voor de hand, waaraan de volgende moge-

lijkheden worden geboden:

• als het gaat om stopzetten of verplaatsen

van bedrijfsactiviteiten:

- nieuwvestiging van bedrijvigheid

mogelijk in de milieucategorieën 1

en 2;

- verkleuring mogelijk naar detailhan-

del en voorzieningen, mits draag-

vlak aangetoond;

- als bovenstaande ontwikkelingen

geen optie zijn, dan is verkleuring

mogelijk naar wonen.

• als het gaat om stopzetten of verplaatsen

van voorzieningen en detailhandel:

- nieuwvestiging mogelijk van voor-

zieningen en detailhandel;

- verkleuring mogelijk naar bedrijvig-

heid in de milieucategorieën 1 en 2

en passend binnen de omgeving;

- verkleuring mogelijk naar wonen.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Kaart 4.9:

Ruimtelijk Structuurbeeld Wilp 2030

46


Ruimtelijke structuur op hoofdlijnen

Kaart 4.9 toont het Ruimtelijk Structuurbeeld

2030 voor Wilp. Deze kaart gaat uit van het

principe ‘inbreiding boven uitbreiding’. Door de

mogelijkheden die er bestaan om gebieden in

de kern te transformeren, kan het grootste

deel van het ruimtelijke programma een plek

krijgen binnen het dorp. Ook de nieuwe woon-

en zorgontwikkeling op De Lathmer geldt als

inbreidingsprogramma.

Een bijzondere structuur op het Ruimtelijk

Structuurbeeld 2030 is de zogenaamde land-

schapsgrens. Deze grens heeft de functie van

groene contour. Een uitbreiding van Wilp voor-

bij deze landschapsgrens is niet in beeld. Deze

grens loopt ten noordoosten, oosten en zuiden

van het dorp en zorgt daar voor een harde be-

grenzing van het bebouwd gebied van Wilp.

Daarmee worden de grootste landschappelijke

waarden in de directe omgeving van Wilp vei-

liggesteld.

Het Ruimtelijk Structuurbeeld 2030 geeft in-

zicht in de ontwikkelingsrichtingen die tot 2030

mogelijk zijn. Daarbij wordt een onderscheid

gemaakt tussen ontwikkelingen die lopen tot

circa 2015 en ontwikkelingen die een start

hebben na 2015.

47

Ontwikkelingen tot 2015

Wonen

In de op de kaart aangegeven bebouwde kom

van Wilp is in principe inbreiding mogelijk ten

behoeve van woningbouw. Voor de periode tot

2015 zijn de locaties waarop inbreiding plaats

kan vinden concreet aangewezen. Deze locaties

staan op kaart 4.10 weergegeven (zie ook tabel

3.1).

Op De Lathmer zullen tot 2015 175 woningen

worden gebouwd, waarvan 33% betaalbaar. Op

de overige locaties gaat het, afhankelijk van de

planvorming, om 30 tot 55 woningen, waarvan

40% in de betaalbare categorie.

Specifiek aangeduid op het Ruimtelijk Structuur-

beeld 2030 is het herstructureringsgebied aan de

Hofstraat en de Nieuwe Weg. Dit ter indicatie dat

hier mogelijk sprake is van grootschalige ingre-

pen in een bestaand woongebied met 40 wonin-

gen. Deze ingrepen kunnen variëren van restau-

ratie en vernieuwing tot sloop en nieuwbouw.

Welke aanpak wordt gekozen is mede afhanke-

lijk van de omgang met de cultuurhistorische

waarde van dit samenhangende sociale woning-

bouwcluster.

Werken

Voor kleinschalige en niet-milieuhinderlijke be-

drijvigheid is en blijft ruimte binnen de kern. De

bestaande terreinen kunnen daarvoor in gebruik

blijven. Nieuwe, meer grootschalige of meer mi-

lieuhinderlijke bedrijvigheid (t/m categorie 3)

dienen een plek te vinden op een bedrijventer-

rein: het Davino-terrein aan de Molenallee. De in

paragraaf 3.2.2 genoemde mogelijke bedrijfsont-

wikkelingen voor dit terrein zijn ruimtelijke op-

ties waaraan ruimte kan worden geboden.

Voor bedrijvigheid is het een ideale locatie om-

dat:

• het op voldoende afstand van woongebie-

den ligt;

• de infrastructuur ten behoeve van bedrij-

vigheid al aanwezig is;

• de locatie prima bereikbaar is en bedrijfs-

verkeer er niet voor door de kern hoeft te

rijden;

• de nabijheid van de rijksweg A1 het ge-

bied minder aantrekkelijk maakt voor wo-

ningbouw.

Naast mogelijkheden brengen het terrein en het

gebouw echter ook beperkingen met zich mee.

Er zal moeten worden geïnvesteerd in aanpas-

singen en vernieuwingen ten behoeve van her-

gebruik. Hergebruik geldt als uitgangspunt. Is dit

niet realiseerbaar of haalbaar, dan is sloop en

nieuwbouw mogelijk. Mocht de behoefte aan be-

drijfsruimte zodanig groot zijn dat de Davino-

locatie niet geschikt of onvoldoende groot is, dan

wordt een uitbreiding van het bedrijventerrein in

noordwestelijke richting voorzien.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

48


Recreatie/horeca: De Kroon

Een uitbreiding van recreatieve activiteiten en

voorzieningen in Wilp wordt ondersteund. Lo-

catie café-restaurant De Kroon biedt hiertoe

goede mogelijkheden in de sfeer van verblijfs-

recreatie. Gedacht kan worden aan een

Bed&Breakfast of een hotel. Deze locatie in het

historische hart van het dorp in de directe na-

bijheid van de kerk, is echter een bijzondere.

Aan de ontwikkeling van deze locatie worden

de volgende randvoorwaarden gesteld:

• streefbeeld is historische bebouwingsop-

zet met (groene) open ruimte rondom de

kerk met aan de oostzijde bebouwing in

de oksels van de dijk (zoals pastorie).

Aan de westzijde vormt staat de bebou-

wing als een poort aan weerszijden van

de kerk;

• geschetst streefbeeld leidt tot twee mo-

gelijke opties:

- behoud bestaande hoofdgebouw

en daar inzetten op het maximali-

seren van de gebruiksmogelijkhe-

den;

- verwijderen huidige hoofdgebouw

en vervangen door nieuwbouw in

oksel dijk ten zuiden van Weerdse-

weg. Dit levert open (groene)

ruimte direct ten zuiden van de

kerk op.

• aan- en uitbouwen en bijgebouwen kun-

nen worden vernieuwd of vervangen ten

49

behoeve van nieuwe functies, mits aan-

sluitend bij streefbeeld;

• vernieuwingen of uitbreidingen zijn van

hoge architectonische kwaliteit;

• landschappelijke inpassing van gebouw-

complex richting de dijk;

Ontwikkelingen na 2015

Het gaat hier om ontwikkelingen die op dit mo-

ment minder zeker zijn. Het kan zijn dat er meer

sprake is van een wens dan een concreet pro-

gramma. Ook kan het zijn dat het programma

dat voorzien is voor 2015 niet kan worden gere-

aliseerd. Er zijn dan alternatieve ontwikkelings-

mogelijkheden nodig. Met deze doorkijk tot 2030

wordt inzicht gegeven in deze toekomstige ont-

wikkelingsrichtingen.

Andere dan de op kaart 4.10 aangegeven inbrei-

dingslocaties voor woningbouw komen pas aan

bod na 2015. Is echter duidelijk dat de op kaart

4.10 aangegeven woningbouwlocaties niet voor

2015 kunnen worden ontwikkeld, dan kan beslo-

ten worden tot een vervroegde herontwikkeling

van het zuidelijke deel van de Binnenweg. De

volgende argumenten pleiten voor deze inbrei-

dingsrichting:

• het gebied vormt nu al een overgangszo-

ne. Onduidelijk is nu waar de bebouwings-

rand ophoudt en waar het buitengebied

begint. Nieuwe ontwikkelingen kunnen

hier goed samengaan met een verdere

landschapsversterking. Tegelijk wordt het

dorp aan de zuidzijde herkenbaar ruimte-

lijk afgerond;

• de belemmeringen ten aanzien van geluid,

lucht en externe veiligheid zijn hier niet of

minder aanwezig dan op andere locaties;

• het gebied draagt door zijn inrichting en

ligging sterk bij aan een aantrekkelijk en

leefbaar woonmilieu.

Wel zal op deze locatie de waterhuishouding een

aandachtspunt vormen. Ook de vrije ligging van

de Bandijk vormt een belangrijke randvoorwaar-

de. Gezien de gegeven bebouwingstypologie van

Wilp dienen ontwikkelingen te passen binnen de

typologieën lint (ten westen van Binnenweg) en

mozaïek (ten oosten van Binnenweg). Het gaat

dus om relatief lage dichtheden, met name rich-

ting de Bandijk. Hier past een semi-agrarisch

landschap met ruimte voor slechts enkele wonin-

gen. In totaal kan op de zuidelijke uitbreidingslo-

catie gedacht worden aan een programma van

circa 50 woningen, afhankelijk van het (nog)

beschikbare woningbouwprogramma. Een ruim

opgezet woongebied met een dorps karakter is

het eindbeeld.

Een herontwikkeling van het voorzieningenclus-

ter is ruimtelijk al goed te overzien. Het gaat om

het terrein van dorpshuis, gymzaal en basis-

school. Deze voorzieningen functioneren redelijk

tot goed. Het is echter niet ondenkbaar dat als

gevolg van een noodzaak tot uitbreiding of een

reorganisatie van voorzieningen, behoefte ont-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Kaart 4.11:

Typering woonmilieus Wilp

50


staat aan een andere stedenbouwkundige in-

vulling. Een verplaatsing van de functies ligt

daarbij niet voor de hand. De locatie binnen

het dorp is goed en het geheel kan ook goed

met elkaar worden geïntegreerd. Als aanvulling

hierop zijn andere functies mogelijk in de

maatschappelijke sfeer, maar ook nieuwe wo-

ningbouw. Beeldkwaliteit en stedenbouwkundi-

ge inpassing vragen hier om extra aandacht

gezien de ligging tegen`de historische kern

aan.

Het is niet ondenkbaar dat in de toekomst de

ruimtelijke druk op Wilp verder toeneemt. Uit

het eigen dorp, maar ook vanuit de gemeente

of de regio zou een beroep kunnen worden ge-

daan op Wilp. Het zou een uitkomst kunnen

zijn van het in de toekomst te voeren ruimtelij-

ke beleid. In een doorkijk naar 2030 kan hier-

aan niet worden voorbijgegaan. Na eerst de

uitbreidingsmogelijkheden te benutten langs de

Binnenweg, wordt vervolgens de blik verlegd

naar de noordkant van het dorp .Een ontwikke-

ling hier hangt sterk samen met het leefmilieu

langs de A1. Een toekomstig schoner en stiller

wagenpark leidt wellicht tot meer kansen voor

dit gebied.

In het gebied kan ruimte worden gevonden

voor wonen en werken. De aanwezige sport-

voorzieningen vragen op dat moment om een

ruimtelijke heroverweging ten behoeve van

een optimale invulling van het gebied. Dit

vormt wellicht een bedreiging, maar biedt ook

51

kansen om (sport)voorzieningen te modernise-

ren en het voorzieningenpakket voor het dorp

verder te optimaliseren. Een verbeterslag is te-

gelijk nodig ten aanzien van het landschap. Een

landschappelijke inpassing en versterking zijn

hier een vereiste. De historische hoeven en om-

liggende structuren van de Oude Leeuwenberg

nemen hierbij een centrale plaats in. Oude bos-

percelen en hoeven worden gerestaureerd en tot

onderdeel van de planontwikkeling gemaakt.

Daarmee zal het zoekgebied ook landschappelijk

goed kunnen worden ingepast.

Een ontwikkeling in het gebied ten noorden van

de Molenallee vraagt ook om een bijpassende

verkeersafwikkeling. Mogelijk biedt dit tevens

kansen voor een nieuwe ontsluiting van Piet

Zoomers. Op basis van regionale verkeersstudies

kan, in samenhang met deze ontwikkeling, ook

een noordelijke randweg tot de mogelijkheden

behoren.

4.6 Nadere ruimtelijke uitwerking

Voor de op kaart 4.10 gegeven inbreidingsloca-

ties, alsmede voor de in principe pas na 2015

voorziene nieuwe woongebieden langs de Bin-

nenweg, vindt in deze paragraaf een nadere

ruimtelijke afweging plaats. Deze afweging leidt

tot het formuleren van ruimtelijke randvoor-

waarden.

Deze nadere afweging vindt plaats aan de hand

van een stedenbouwkundige verdieping ter

plaatse. Deze verdieping werkt met een ruimte-

lijk beeld dat op kaart 4.11 is weergegeven.

Hierop staan de typerende woonmilieus binnen

Wilp en de verbijzonderingen daarbinnen. Het

verschil met kaart 4.3 (bebouwingstypologieën)

is dat bij deze stedenbouwkundige verdieping

meer wordt ingezet op vormgeving en ontwikke-

ling. Het toont een beeld van de sferen die bij de

nieuwe ontwikkelingen moeten worden nage-

streefd in het stedenbouwkundig ontwerp.

Kaart 4.3 blijft het kader voor het bepalen van

de woningdichtheden bij de op kaart 4.10 aan-

gegeven inbreidingslocaties. Kaart 4.11 is rich-

tinggevend voor de zuidelijke uitbreiding van het

dorp langs de Binnenweg.

Voor elke locatie zal vervolgens een meer gede-

tailleerde stedenbouwkundige verkenning wor-

den uitgevoerd en in beeld worden gebracht.

Deze geeft inzicht in de te hanteren ruimtelijke

randvoorwaarden.

Locatie De Smidse

Positie:

Locatie De Smidse ligt aan de Rijksstraatweg net

ten zuiden van de kruising met de Dorpsstraat.

De locatie is niet direct aan de kruising gelegen,

maar heeft er wel een sterke relatie mee. Het is

een goed zichtbare en levendige plek in het

dorp. Het kan als overgangsgebied worden ge-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

De voormalige Rabobank

52


zien van het levendige gebied rondom de krui-

sing naar de meer rustige woongebieden ten

zuiden ervan. De bebouwing is inmiddels ge-

sloopt.

Referentie

Bij een ontwikkeling van deze locatie dient zo-

wel gerefereerd te worden aan de omgeving

van de kruising als aan de omgeving langs de

Rijksstraatweg ten zuiden van deze locatie.

Patroon

Het belangrijkste kenmerk van het gebied is

eigenlijk dat het geen ruimtelijk patroon heeft.

De bebouwing oogt er zeer variabel in omvang,

vorm, rooilijn en tijdsbeeld. Er is sprake van

zelfstandige bouwvolumes die weinig geordend

langs de weg staan. Wel is veelal sprake van

een groene inrichting rondom de bebouwing.

De hoogte van de bebouwing is wisselend,

maar hooguit twee bouwlagen met kap.

Rondom de kruising is niet zozeer sprake van

een verdichting van bebouwing. De kruising

heeft een rustige dorpse uitstraling. Er komen

gemengde functies voor en de maat van de

bebouwing is iets groter. Dit betreft vooral de

omvang en niet de hoogte van de bebouwing.

Randvoorwaarden

• geschikt voor wonen en maatschappelij-

ke en dienstverlenende functies;

53

• bij gebruik van meerdere bouwmassa’s

vindt geen herhaling van vorm en bouw-

massa plaats;

• bebouwing bestaat uit één laag met kap.

Bebouwing met een grotere afstand tot de

weg kent een maximale bouwhoogte van

twee bouwlagen met kap (maximaal 10

m.);

• de afstand van de bebouwing

(hoofdgebouwen en overige bebouwing)

tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen be-

draagt minimaal 2,5 m;

• bebouwing heeft een kwalitatief hoog-

waardige uitstraling;

• er is sprake van een groene inrichting

rondom de bebouwing, waarbij elk gebouw

(wat betreft beleving) zijn eigen buitenter-

rein heeft;

• parkeren vindt plaats op eigen erf, bij

voorkeur op het achtererf;

• gezien de ligging in de bebouwingstypolo-

gie lint, met als bijzonderheid de ligging

bij de kruising, wordt uitgegaan van een

maximale woningdichtheid van 20 wonin-

gen per ha. Gerefereerd aan de omgeving

en de aanwezige bebouwing betekent dit

dat er ruimte is voor maximaal 12 woon-

eenheden. Bij een minder intensief ruimte-

gebruik door de toepassing van grondge-

bonden woningen, is weer ruimte voor

maximaal zes woningen;

• genoemde woningaantallen zijn lager in

het geval er op de locatie een maatschap-

pelijke/dienstverlenende functie wordt ge-

vestigd;

• er wordt rekening gehouden met de mo-

gelijkheid van een langzaam verkeersver-

binding tussen Hofstraat en Rijksstraat-

weg;

• voor het overige gelden de gebiedsgerich-

te criteria voor ‘Wilp-dorpslinten’ uit de

Welstandsnota Voorst.

Locatie Rabobank

Positie

De locatie Rabobank is gelegen aan de kruising

van de Rijksstraatweg met de Molenallee. Het

pand van de Rabobank staat daarbij in de rooi-

lijn van de bebouwing aan de Molenallee. Op de

hoek met de Rijksstraatweg is een open ruimte

gelaten, bedoeld voor parkeren.

Referentie

Bij een ontwikkeling van deze locatie dient zowel

gerefereerd te worden aan de omgeving van de

kruising als aan de omgeving langs de Rijks-

straatweg ten noorden van deze locatie.

Patroon

Aan de Rijksstraatweg is sprake van een licht

verspringende rooilijn, waarin de bebouwing

staat. De Molenallee kent een strakke rooilijn.

De meeste bebouwing bestaat uit vrijstaande en

half-vrijstaande bebouwing. Het profiel van de

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Sociale woningbouw aan de Nieuwe Weg

54


Rijksstraatweg knijpt ten noorden van de loca-

tie en vindt juist bij de kruising wat lucht door

de terug liggende bebouwing van de bank.

Randvoorwaarden

• geschikt voor wonen en maatschappelij-

ke en dienstverlenende functies;

• woningen bestaan uit meergezinswonin-

gen;

• maatschappelijke en dienstverlenende

functies alleen mogelijk op begane

grond;

• de open ruimte bij de wegkruising blijft

gehandhaafd;

• bebouwing ligt in of achter de rooilijn

van aangrenzende bebouwing aan de

Molenallee en de Rijksstraatweg;

• er is sprake van een tweezijdige oriënta-

tie: op de Molenallee en op de Rijks-

straatweg;

• de afstand van de bebouwing

(hoofdgebouwen en overige bebouwing)

tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen

bedraagt minimaal 2,5 m;

• bouwvolume is kleinschalig. Kan worden

opgelost door twee (geschakelde) bouw-

volumes te gebruiken;

• bebouwing heeft maximaal twee bouwla-

gen met kap;

• bebouwing heeft een kwalitatief hoog-

waardige uitstraling;

55

• parkeren vindt plaats op eigen erf;

• gezien de ligging, in de bebouwingstypolo-

gie compact met als bijzonderheid de lig-

ging bij de kruising, wordt uitgegaan van

een maximale woningdichtheid van 25 wo-

ningen per ha. Gerefereerd aan de omge-

ving en de aanwezige bebouwing betekent

dit dat er nog ruimte is voor maximaal 15

woningen. Echter gezien de omvang van

de locatie, de grote openbare ruimte langs

de kruising, de aanwezigheid van andere

functies naast woningen en het voor ogen

staande bouwvolume is dit een aantal te

hoog. Er is ruimte voor maximaal 6 woon-

eenheden;

• het aantal van zes woningen valt lager uit

als er op de locatie een maatschappelijke/

dienstverlenende functie wordt gevestigd;

• voor het overige gelden de gebiedsgerich-

te criteria voor ‘Wilp-dorpslinten’ uit de

Welstandsnota Voorst.

Herontwikkeling Hofstraat e.o.

Positie

Het betreft een vooroorlogs en vroeg-naoorlogs

woongebied ten zuiden van de Dorpsstraat met

woningen langs de Dorpsstraat, de Hofstraat en

de Nieuwe Weg.

Referentie

Het gaat om een grote locatie. Er kan dan ook

gerefereerd worden aan de bestaande situatie.

Het gebied kent momenteel een dichtheid van

circa 27 woningen per hectare.

Patroon

De bebouwing staat in de rooilijn langs de weg.

Waar sprake is van rijtjeswoningen is door mid-

del van ruime straatprofielen en openbaar groen

toch een luchtig stedenbouwkundig beeld neer-

gezet. Bij de half-vrijstaande woningen is het

profiel smaller. Hier dragen de doorzichten tus-

sen de bebouwing in en het particuliere groen

rondom de woningen, bij aan het stedenbouw-

kundige beeld. De woningen zijn in het alge-

meen klein en sober, maar met oog voor detail-

lering, vormgegeven. Langs de Nieuwe Weg val-

len de achter de voorgevel gelegen schuren op

als terugkerend element.

Randvoorwaarden

• gezien de ligging in de bebouwingstypolo-

gie compact wordt uitgegaan van een

maximale woningdichtheid van 25 wonin-

gen per ha.

• de buurt is waardevol vanuit cultuurhisto-

risch, historisch-stedenbouwkundig en his-

torisch-bouwkundig oogpunt. Onderzoek

zal moeten uitwijzen of behoud, dan wel

sloop en nieuwbouw mogelijk is. In het

geval er sprake is van sloop en nieuw-

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Locatie Kruitbos aan de Binnenweg

56


ouw, gelden de volgende randvoor-

waarden:

• vormgeving en detaillering van woningen

verwijst naar voormalige woningtypen;

• er wordt gebouwd in een strakke rooilijn

• verzorgen en vorm geven aansluiting

met plan De Smidse;

• parkeren op eigen erf en in de openbare

ruimte;

• minimaal 3% van het voor wonen be-

doelde oppervlak (woningen en bijbeho-

rende tuinen en erven) wordt ingericht

ten behoeve van speelvoorzieningen;

• voor het overige gelden de gebiedsge-

richte criteria voor ‘Wilp-naoorlogse

woongebieden’ uit de Welstandsnota

Voorst.

Locatie Kruitbos

Positie

De locatie Kruitbos ligt aan de Binnenweg net

ten zuiden van de kruising met de Hofstraat.

Het betreft nu een semi-agrarisch perceel met

woning en een weitje/boomgaard. Het is gele-

gen tegenover de nieuwste woonbuurt aan de

Binnenweg en de Dijkweideweg.

Referentie

Bij een ontwikkeling van deze locatie dient zo-

wel gerefereerd te worden aan de lintbebou-

wing langs de Binnenweg ten noorden van de

57

kruising met de Hofstraat, als aan de compacte

bebouwing in de tegenover gelegen nieuwe

woonbuurt rondom de Dijkweideweg.

Patroon

Nu is sprake van een semi-agrarisch gebied met

verspreide bebouwing in een zeer lage dichtheid.

Deze inbreidingslocatie heeft het karakter van

een uitbreiding, waarbij een nieuwe steden-

bouwkundige structuur wordt aangelegd. Deze

structuur dient langs de Binnenweg aan te slui-

ten bij het patroon van vrijstaande en half-

vrijstaande bebouwing langs de Binnenweg, met

een zeker organisch karakter in de zin van een

minder planmatige rooilijn en een groene omlijs-

ting. Op het hierachter gelegen terrein is een

meer planmatige invulling mogelijk met een mix

van rijwoningen en half-vrijstaande woningen.

Randvoorwaarden

• langs de Binnenweg vrijstaande bebou-

wing, georiënteerd op de Binnenweg;

• bebouwing langs de Binnenweg kent een

individuele architectuur;

• aan de Binnenweg staat de bebouwing in

een verspringende rooilijn op minimaal

5 m afstand tot de weg;

• bebouwing aan de Binnenweg bestaat uit

één tot anderhalve bouwlaag met kap;

• bebouwing bestaat uit één en twee bouw-

lagen met kap;

• bebouwing op het binnenterrein ligt mini-

maal op een afstand van 5 m ten opzichte

van de perceelgrenzen aan de Mackenzie-

plaats en het glastuinbouwbedrijf;

• bebouwing ligt minimaal op een afstand

van 5 m tot het aangelegen perceel aan de

Rijksstraatweg;

• vrijhouden doorzicht naar Rijksstraatweg;

• er wordt ruimte gereserveerd voor een

mogelijk toekomstige verkeersontsluiting

richting glastuinbouwbedrijf en een lang-

zaam verkeersverbinding richting Macken-

zieplaats aan de westzijde van het plange-

bied;

• minimaal 3% van het voor wonen bedoel-

de oppervlak (woningen en bijbehorende

tuinen en erven) wordt ingericht ten be-

hoeve van speelvoorzieningen;

• aan de Binnenweg bedraagt de afstand

van de bebouwing (hoofd– en bijgebou-

wen) tot aan de zijdelingse perceelsgren-

zen minimaal 2,5 m en tot aan de openba-

re weg minimaal 5 m;

• parkeren vindt plaats op eigen erf en langs

de weg op het binnenterrein;

• gezien de ligging in de bebouwingstypolo-

gie compact op de rand van de typologie

´lint´, wordt uitgegaan van een woning-

dichtheid van 15-25 woningen per ha. Ge-

refereerd aan de omgeving en de al aan-

wezige bebouwing betekent dit, dat er nog

ruimte is voor maximaal 10 woningen;

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Langs de Binnenweg

bij het glastuinbouwbedrijf

58


• voor het overige gelden ten aanzien van

bebouwing langs de Binnenweg de ge-

biedsgerichte criteria voor ‘Wilp

dorpslinten’ en voor de overige bebou-

wing de criteria voor ‘Wilp-naoorlogse

woongebieden’ uit de Welstandsnota

Voorst.

Ontwikkeling Binnenweg

Positie

Dit betreft het gebied tussen Binnenweg en

Rijksstraatweg ten zuiden van de locatie Kruit-

bos. Onder meer het glastuinbouwbedrijf en de

molenstomp maken deel uit van dit gebied.

Een mogelijke ontwikkeling van dit gebied

komt pas na 2015 in beeld, met uitzondering

van het perceel van de molenstomp dat al voor

2015 voor herontwikkeling in aanmerking

komt. De plannen voor deze locatie moeten

echter wel aansluiten op de ontwikkelingsmo-

gelijkheden van de omliggende terreinen.

Is duidelijk geworden dat de op kaart 4.10

aangegeven woningbouwlocaties niet voor

2015 kunnen worden ontwikkeld, dan kan be-

sloten worden tot een vervroegde herontwikke-

ling van het zuidelijke deel van de Binnenweg.

Referentie

Bij een ontwikkeling van het gebied dient gere-

fereerd te worden aan een bebouwingsmilieu,

dat wat betreft dichtheid aansluit bij de typolo-

gie ‘lint’. De bebouwingsdichtheid zal van

59

noord naar zuid moeten aflopen in relatie met de

afstand tot het dorpscentrum. Waar het gebied

grenst aan de Rijksstraatweg en de Binnenweg

vormt de bestaande bebouwing langs deze linten

de referentie. Voor de hiertussen gelegen gebie-

den vormen de planmatig ontwikkelde gebieden

binnen Wilp een referentie

Stedenbouwkundige structuur

Het gebied toont ruimtelijk gezien een ladder-

structuur met de Binnenweg en Rijksstraatweg

als stijlen en met name doorlopende groenstruc-

turen als sporten. Het beeld binnen dit gebied is

divers. Langs de Binnenweg is sprake van een

(semi-)agrarisch landschap met slechts enkele

woningen en boerderijen. Langs de Rijksstraat-

weg staan, zowel herkenbaar in de rooilijn

staande, vrijstaande en half-vrijstaande wonin-

gen, als op ruime groene percelen staande wo-

ningen, agrarische bedrijven in de vorm van een

glastuinbouwbedrijf en een garage.

Visie

De visie op een ontwikkeling van het gebied gaat

uit van het behouden van de kwaliteiten van het

gebied. Belangrijke kwaliteiten zijn de semi-

agrarische groene ruimten achter de woningen

en rondom de molenstomp.

Een ontwikkeling van dit gebied zou plaats moe-

ten vinden vanuit de bestaande bebouwing, dus

vanaf de noordzijde. Tot en met het terrein van

het glastuinbouwbedrijf zijn er mogelijkheden

voor een uitbreiding van het dorp met bebou-

wing langs de Binnenweg en Rijksstraatweg en

daar tussen in. Een oost-west gerichte bebou-

wingsrand maakt ter hoogte van het glastuin-

bouwbedrijf een verbinding tussen Rijksstraat-

weg en Binnenweg en sluit daarmee de meer

compacte bebouwing van het dorp af van het

semi-agrarische gebied ten zuiden hiervan. Dit

laatste gebied blijft in zijn structuur gehand-

haafd. Wel is er op enkele plaatsen inbreiding in

het bestaande lint mogelijk. De groene ruimte

daartussen blijft echter bestaan. Daarmee komt

ook de molenstomp in een groene ruimte te

staan. Bij deze molen is wel kleinschalige bebou-

wing mogelijk als onderdeel van de molen zelf.

Verder is hier een langzaam-verkeersverbinding

gedacht tussen Rijksstraatweg en Binnenweg en

richting de nieuwbouw ten noorden ervan.

Randvoorwaarden

• bebouwing is vrijstaand langs de Binnen-

weg en de Rijksstraatweg;

• bebouwing staat in een afwisselende rooi-

lijn, maar minstens op 5 m van de Binnen-

weg of Rijksstraatweg;

• bebouwing heeft een hoogte van maxi-

maal twee bouwlagen met kap;

• bebouwing langs de Binnenweg heeft een

hoogte van maximaal 1,5 bouwlaag met

kap;

• grotere bouwvolumes (twee bouwlagen

met kap) langs de Rijksstraatweg staan op

grotere afstand van de weg;

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


Locatie Geluid Lucht Externe

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

Veiligheid

Bodem Flora en

fauna

Archeologie/ cultuurhistorie

De Lathmer x x x

Hofstraat e.o. x x x

De Smidse x x x x

Rabobank x x x x

Kruitbos x x x x

Binnenweg x x x x x

Tabel 4.1: Uitvoerbaarheidsaspecten inbreiding.

Water

60


• de afstand van de bebouwing

(hoofdgebouwen en overige bebouwing)

aan de Binnenweg en de Rijksstraatweg

tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen

bedraagt minimaal 2,5 m;

• er worden langzaam verkeersverbindin-

gen tussen Binnenweg en Rijksstraatweg

gerealiseerd: één ter hoogte van de mo-

lenstomp in aansluiting op het pad op De

Lathmer en één ter hoogte van het huidi-

ge glastuinbouwbedrijf;

• stedenbouwkundig sluit het plan aan op

de woningbouwontwikkeling op de locatie

Kruitbos;

• het binnengebied wordt primair ontsloten

voor gemotoriseerd verkeer via de Bin-

nenweg. Daarbij wordt aangesloten op

de ontsluiting van de locatie Kruitbos;

• geen doorgaande verbinding voor gemo-

toriseerd verkeer tussen Binnenweg en

Rijksstraatweg;

• aan de molen kan eventueel een kleine

uitbouw gerealiseerd worden met een

hoogte van één bouwlaag met kap, reke-

ning houdend met de cultuurhistorische

en bouwhistorische kwaliteiten van de

molen;

• rondom de molen is sprake van een vrije

ruimte van minimaal 10 m met uitzonde-

ring van één losstaand molengerelateerd

gebouw;

61

• gezien de ligging in de bebouwingstypolo-

gie compact, op de rand van de typologie

´lint´, wordt uitgegaan van een woning-

dichtheid van 15-25 woningen per ha.;

• minimaal 3% van het voor wonen bedoel-

de oppervlak (woningen en bijbehorende

tuinen en erven) wordt ingericht ten be-

hoeve van speelvoorzieningen;

• er wordt een begeleidend beeldkwaliteits-

plan opgesteld.

Toets uitvoerbaarheid

In tabel 4.1 staan de verschillende onderzoeks-

aspecten betreffende milieu, archeologie en wa-

ter vermeld, die gerelateerd zijn aan genoemde

inbreidingslocaties. Hierin is aangegeven welke

van deze aspecten hoogst waarschijnlijk de

meeste aandacht zal vragen bij de inrichting van

de desbetreffende locatie.

4.7 Relatie met het bestemmingsplan

Het bestemmingsplan regelt functie en gebruik

van een gebied en de bebouwing daarbinnen

voor de komende 10 jaar. Het is ook het enige

plan dat juridisch bindend is en dus ook werke-

lijk ruimtelijke consequenties heeft. Een nieuw

bestemmingsplan voor Wilp regelt dus wat tot

circa 2015 ruimtelijk mogelijk is in het dorp. Het

voorgestane ruimtelijke structuurbeeld in deze

dorpsvisie zal dan ook een vertaling moeten krij-

gen in het bestemmingsplan. De doorkijk tot

2030 blijft daarbij echter buiten beschouwing.

Dit zal mogelijk in een actualisatie van het be-

stemmingsplan over 10 jaar een rol spelen.

Deze vertaling van het ruimtelijke programma

uit de Dorpsvisie bestaat feitelijk uit twee aspec-

ten:

a. het bestemmen van ruimtelijk nieuwe ont-

wikkelingen;

b. het bieden van ruimere gebruiksmogelijk-

heden.

De eerste betreft het bestemmen van de concre-

te gebieden waar nieuwe ontwikkelingen of func-

tieveranderingen plaatsvinden. De gewenste

ontwikkeling wordt daarmee mogelijk gemaakt.

In het tweede geval is er sprake van het aanpas-

sen van het plan aan de maatschappelijke ont-

wikkelingen. Dit betreft bijvoorbeeld het bieden

van ruimere bebouwingsmogelijkheden of het

meer ruimte geven voor beroepen aan huis om

zo de levendigheid en leefbaarheid in het dorp te

stimuleren.

Uit de dorpsvisie zal concreet aan de volgende

ruimtelijke ontwikkelingen in het bestemmings-

plan aandacht worden besteed:

• de in tabel 3.1 genoemde inbreidingsloca-

ties;

• recreatieve ontwikkeling van café-

restaurant De Kroon;

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


DORPSVISIE WILP

21 mei 2007

62


• het omzetten van het Davino-terrein tot

bedrijventerrein en uitbreiding van het

terrein in noordwestelijke richting;

• het bieden van mogelijkheden voor een

beroep aan huis.

Verder zal zoveel mogelijk worden aangesloten

bij de bestaande rechten en mogelijkheden van

het bestaande bestemmingsplan. Dit regelt

naast de woongebieden ook al veel van de be-

drijvigheid en detailhandel in het dorp.

De wijze waarop met name de nieuwe ontwik-

kelingen in het bestemmingsplan Wilp worden

bestemd, is afhankelijk van de mate van con-

creetheid. Er zijn drie manieren waarop deze

ontwikkelingen kunnen worden meegenomen:

• gedetailleerd:

het bouwplan met verkaveling wordt als

zodanig bestemd;

• als uit te werken bestemming:

het bouwinitiatief is nog onvoldoende

concreet, maar wordt haalbaar geacht.

In de bestemming worden de belangrijk-

ste randvoorwaarden meegegeven. Het

verplichte uitwerkingsplan zal later het

bouwplan tonen met in acht name van

de randvoorwaarden;

• als wijzigingsbevoegdheid:

ook nu is het bouwinitiatief nog weinig

concreet. De bestaande bestemming

blijft gehandhaafd, maar in de toekomst

wordt een wijziging naar een andere

63

functie (veelal wonen) toegestaan met in

acht name van wijzigingsregels.

Waar nodig en mogelijk zullen nieuwe ontwikke-

lingen al via de versnelde vrijstellingsprocedure

ex artikel 19 lid 2 WRO worden opgestart op ba-

sis van de voorliggende dorpsvisie Wilp.

Van hetgeen in het Ruimtelijk Structuurbeeld is

aangegeven, wordt niet meegenomen in het be-

stemmingsplan:

• ontwikkelingen op De Lathmer;

• de zuidelijke uitbreiding van het woonge-

bied langs de Binnenweg (met uitzonde-

ring van de locatie molenstomp);

• de herontwikkeling van het voorzieningen-

cluster;

• het nieuwe noordelijke zoekgebied voor

wonen, werken en sport.

Het terrein van De Lathmer valt buiten de

plangrens van het bestemmingsplan Wilp. De

overige ontwikkelingen spelen niet op de korte

termijn en/of zijn nog te weinig concreet.

DORPSVISIE WILP

21 mei 2007


Colofon

Opdrachtgever:

Gemeente Voorst

Contactpersoon:

Mevrouw drs. P. Dekker—Klein Over-

eem

Dorpsvisie Wilp

BügelHajema Adviseurs

Projectleiding:

De heer drs. R. Raat

BügelHajema Adviseurs

Supervisie:

De heer ir. J.A. van den Berg

BügelHajema Adviseurs bv

Bureau voor Ruimtelijke

Ordening en Milieu BNSP

Utrechtseweg 7

Postbus 2153

3800 CD Amersfoort

Telefoon (033) 465 65 45

Telefax (033) 461 14 11

www.bugelhajema.nl

E-mail: amersfoort@bugelhajema.nl

More magazines by this user
Similar magazines