Klik hier - Levende Talen
Klik hier - Levende Talen
Klik hier - Levende Talen
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
LEVENDE <strong>Talen</strong><br />
INTERNET<br />
in de schoolpraktijk van de talendocent<br />
John Daniëls
COLOFON<br />
Internet in de schoolpraktijk van de talendocent is<br />
een bundeling van artikelen die geschreven zijn<br />
door John Daniëls en eerder zijn verschenen in<br />
<strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Magazine.<br />
VLLT<br />
De Lairessestraat 125-sous<br />
1075 HH Amsterdam<br />
telefoon (020) 470 39 27<br />
e-mail <br />
TEKST<br />
John Daniëls<br />
EINDREDACTIE<br />
Johan Graus<br />
FOTOGRAFIE<br />
Anda van Riet<br />
ONTWERP EN OPMAAK<br />
Pharos | M. van Hootegem<br />
DRUK<br />
Janssen Lichtdruk en Reproductie, Nijmegen<br />
© 2011 Vereniging van Leraren in <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong><br />
ISBN 978-90-810288-6-8<br />
LEVENDE <strong>Talen</strong><br />
2 LTM | Internet<br />
VOORWOORD<br />
‘Internetonderwijs komt erg langzaam op gang. Te veel<br />
instanties ontwikkelen leermiddelenbanken waarvan<br />
vele nog niet met leerboekvervangend lesmateriaal.<br />
Maar als je alle publicaties bij elkaar legt, is er nauwelijks<br />
samenhang te vinden. Instellingen die het internetonderwijs<br />
verder willen helpen, moeten al hun vakdidactische<br />
kennis mobiliseren om antwoord te geven op de vraag<br />
wat en hoe de leerlingen moeten leren van en op het web.<br />
Ik heb als geïsoleerde webspeurder het antwoord niet<br />
kunnen vinden. Misschien lukt het anderen wel.’<br />
Met deze licht melancholische woorden besluit John<br />
Daniëls zijn laatste bijdrage als vaste medewerker van<br />
<strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Magazine. In het begin van dit jaar liet hij<br />
weten graag te willen stoppen met zijn artikelen voor de<br />
rubriek ICT. In LTM 2010-3 verscheen dan ook zijn laatste<br />
tekst.<br />
De redactie wil John hartelijk danken voor zijn grote<br />
betrokkenheid bij het blad en voor al zijn bijdrages,<br />
waarin hij deskundig over die grote passie van hem<br />
schreef: ICT en het talenonderwijs.<br />
In deze uitgave is een selectie van Johns artikelen<br />
opgenomen. Het laat zich lezen als een korte geschiedenis<br />
van het ICT-gebruik in Nederlandse scholen van<br />
het afgelopen decennium: e-mailen en chatten met buitenlandse<br />
klassen, de introductie van de elektronische<br />
leeromgeving, luistervaardigheid oefenen met podcasts,<br />
schrijfvaardigheid met blogs, leerboekvervangend lesmateriaal<br />
op het web. Aan elke grote ontwikkeling voor talendocenten<br />
op ICT-gebied heeft John wel aandacht besteed.<br />
John heeft ‘als geïsoleerde webspeurder’ misschien<br />
dan wel niet alle antwoorden kunnen vinden waarop hij<br />
gehoopt had, hij heeft desalniettemin een belangrijke<br />
bijdrage geleverd aan het ICT-gebruik in de talenlessen<br />
in Nederland.<br />
Johan Graus<br />
Hoofdredacteur LTM
INHOUD<br />
INTERNETONDERWIJS<br />
1. Materiaalbank voor alle vakken en klassen kan kosten leermiddelen drukken 4<br />
2. Materiaalbanken zijn nog niet gebruiksvriendelijk voor docenten en leerlingen 6<br />
3. Inventarisatie van digitaal leermateriaal, een project van Kennisnet 8<br />
4. Ontwikkelaars van leermiddelenbanken nog steeds niet op de goede weg 10<br />
5. Toolkit, een gereedschapskist zonder leermiddelen 12<br />
6. Leermiddelenbanken in Vlaanderen, Denemarken, Engeland en Schotland 14<br />
7. Word Surfing: gratis oefenmateriaal voor veel moderne vreemde talen 17<br />
8. Leermiddelendatabase van de digitale school voldoet aan de zoekeisen 20<br />
9. Toch zijn er wel degelijk pionierende talendocenten 24<br />
10. Alane slimme nieuwslezer: Online leermiddel voor leesvaardigheid en woordverwerving 26<br />
11. ‘Het internet als onmisbare toeverlaat bij het leren van Chinees’ 28<br />
12. Luistervaardigheidstraining met Audio Lingua spaart lestijd 30<br />
13. In schooltalen ontworpen WebQuests zijn leerzaam voor vak en taal (1) 32<br />
14. In schooltalen ontworpen WebQuests zijn leerzaam voor vak en taal (2) 34<br />
15. Ook in het Duits ontworpen WebQuests zijn leerzaam voor vak en taal (3) 36<br />
16. Webdidactiek: Een nog niet goed gedefinieerd begrip 38<br />
17. Webdidactiek: Wat en hoe leren de leerlingen op het web? 40<br />
De leerling, zijn computer en de school 42<br />
Premier pas sur internet: chatten bij momes.net 46<br />
Moodle: een elo als Open Source 49<br />
Kunnen bots met artificiële intelligentie ons mensen iets leren? 51<br />
PODCASTS EN BLOGS<br />
1. Goed en goedkoop lesmateriaal voor het talenonderwijs 54<br />
2. Groot en gevarieerd aanbod voor het talenonderwijs 56<br />
3. Met en zonder speciaal onderwijsdoel 58<br />
Uitgesproken Daniëls 62<br />
3 LTM | Internet
i c t<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 1<br />
Materiaalbank voor alle vakken en klassen kan<br />
kosten leermiddelen drukken<br />
Leerboekvervangend lesmateriaal is al<br />
te vinden bij de Onderwijsvernieuwingscoöperatie,<br />
de vaklokalen van de Digitale<br />
School, op de websites van sommige vakverenigingen<br />
en bij pionierende docenten<br />
die digitaal interactief leermateriaal<br />
produceren. Al dit ontwikkelde, uitgeprobeerde<br />
digitale lesmateriaal zou in<br />
een echt goede op vak en klas doorzoekbare<br />
materiaalbank moeten staan. Dan<br />
wordt internetonderwijs pas de moeite<br />
waard. De al eerder door Kennisnet<br />
opgezette Didactobank met zogeheten<br />
didacto’s als aanbevolen leermateriaal is<br />
nog wel online, maar wordt niet meer bijgehouden.<br />
Daarna kwamen Davindi en<br />
Samen Zoeken, eveneens van Kennisnet.<br />
Het ministerie van Onderwijs kwam met<br />
Wikiwijs, de Open Universiteit met de<br />
Toolkit en ook de VO-raad doet mee met<br />
een digitale leerbank. Al deze inspanningen<br />
wijzen op de behoefte om digitaal<br />
leermateriaal toegankelijker te maken<br />
voor docenten en leerlingen, en daardoor<br />
de kosten van leermiddelen te drukken.<br />
Een goede reden om eens te kijken<br />
of al deze databases aan de eisen van de<br />
doelgroep voldoen.<br />
Nodeloos zoeken<br />
Bij de Didactobank kun je vanaf het<br />
openingsscherm klikken op de interne<br />
link ‘Blader door alle didacto’s’, maar<br />
je moet dan zonder nadere precisering<br />
alle opgenomen 545 didacto’s laten<br />
langskomen om te kijken of er misschien<br />
een tussen zit met leerzame informatie.<br />
Deze wijze van bladeren is zinloos.<br />
Docenten werken in het basis-, in het<br />
voortgezet of beroepsonderwijs. Als ze<br />
dan op zoek gaan naar leerstof, zoeken<br />
ze dat in hun eigen sector, klas en vak.<br />
De Didactobank laat docenten nodeloos<br />
bladeren totdat ze geen didacto meer<br />
kunnen zien. Misschien is dit de reden<br />
dat deze zoekmachine het loodje aan het<br />
leggen is.<br />
De opvolger van de Didactobank is<br />
Davindi (). Op<br />
het openingsscherm van deze zoekmachine<br />
kunnen bezoekers lezen dat<br />
‘Davindi dé collectie is van het onderwijs<br />
met meer dan 40.000 kwaliteitsbronnen<br />
op het internet. Deze bronnen<br />
zijn zorgvuldig geselecteerd door een<br />
redactie van docenten en mediathecarissen.<br />
Davindi is een gezamenlijk initiatief<br />
van Kennisnet en de Bibliotheken.’<br />
Als je op ‘Voortgezet onderwijs’ klikt, dan<br />
krijg je een hele lijst met vakken voorgezet.<br />
Maar Davindi lijdt aan hetzelfde<br />
euvel als de Didactobank. Leerlingen<br />
kunnen hun eigen afdeling en klas niet<br />
vinden, want zo gedifferentieerd gaat<br />
Davindi niet te werk, de keus is beperkt<br />
tot bovenbouw vwo, bovenbouw havo en<br />
bovenbouw vmbo. Voor de onderbouw is<br />
de keus: havo/vwo of vmbo.<br />
Bovendien vind je bij elke klik op<br />
een vak honderden bronnen. Leraren<br />
zullen waarschijnlijk niet bereid zijn<br />
die lijst door te nemen op zoek naar<br />
digitale lesstof over het onderwerp dat<br />
hun leerlingen nu juist leerboekvervangend<br />
via internet moeten bestuderen.<br />
Pas als docenten of leerlingen een op<br />
het eerste gezicht nuttige bron hebben<br />
aangetroffen, kunnen ze daar voor<br />
4 LTM | Internet<br />
meer informatie verder klikken, waarna<br />
enige toelichting volgt over onderwerp,<br />
doelgroep, categorie enzovoort. Daarbij<br />
hanteert Davindi het voor bibliotheken<br />
ontworpen SISO, waarmee informatieve<br />
boeken zijn ingedeeld naar onderwerp<br />
en naar plaats in de kast.<br />
Frans<br />
Via de knop ‘Voortgezet onderwijs’ kom<br />
je bij de vakken. Bij Frans staan 456<br />
bronnen in willekeurige volgorde wat<br />
onderwerpen betreft. De eerste bron<br />
is al volkomen overbodig. De titel is<br />
‘Frans leren in Frankrijk, Engelstalige<br />
site voor het leren van Frans in Parijs<br />
of Bordeaux’ ().<br />
De lessen in Parijs kosten<br />
je bij de firma Green Languages dan<br />
wel 325 euro per week. De voor indeling<br />
verantwoordelijke mediathecarissen<br />
hebben dit onderwerp heel ruim in<br />
hun SISO-systeem ondergebracht en wel<br />
onder opvoeding, onderwijs, vorming,<br />
voortgezet onderwijs, hoger onderwijs en<br />
methodiek van de afzonderlijke vakken.<br />
De 456 bronnen zijn, zoals bij alle vakken,<br />
verdeeld over de onder-/bovenbouw<br />
vmbo, havo en vwo. Dit levert ook weer<br />
te veel geblader op. Boven aan de pagina<br />
staat weer een andere indeling met daarbij<br />
de hoeveelheid bronnen. Waar kan<br />
een docent die zijn leerlingen van bijvoorbeeld<br />
3 havo zelfstandig spreekvaardigheid<br />
wil laten oefenen met behulp<br />
van een voicemailboard, terecht voor<br />
daarvoor geschikte opdrachten, zodat<br />
hij die zelf niet hoeft te ontwerpen? Niet<br />
bij ‘Informatiebronnen’, ‘Instellingen/
organisaties’, niet bij ‘Land en volk’ of<br />
‘Literatuur’, niet bij ‘Oriëntatie op studie<br />
en beroep’, maar wel bij ‘Taal’ met<br />
361 bronnen en ook ‘Taalvaardigheden’<br />
(136) of misschien ook bij ‘Zelfstandig<br />
werken’ (76). Alleen bij ‘Taalvaardigheid’<br />
stuit de bezoeker dan inderdaad op<br />
‘Spreken’ met vijftien bronnen. Maar van<br />
de vijftien genoemde bronnen bevatten<br />
slechts enkele lesmateriaal waarmee de<br />
leerlingen hun spreekvaardigheid kunnen<br />
verbeteren, zoals het bij docenten<br />
Frans bekende Bonjour de France en<br />
enkele talensites van de BBC met onder<br />
andere de voortreffelijke, weliswaar<br />
Engelstalige, luister- en spreekoefeningen<br />
van French Steps en GCSE Bitesize.<br />
Deze komen in een van de volgende<br />
afleveringen aan de orde in een voor het<br />
Engelstalige onderwijs Frans ontworpen<br />
database.<br />
Duits<br />
Deze taal levert 485 bronnen op. Deze<br />
zijn weer onderverdeeld zoals bij Frans.<br />
Voor spreken moet een docent Duits dan<br />
zijn bij ‘Taalvaardigheid’. Er zijn daar<br />
166 bronnen voor beschikbaar, waarvan<br />
slechts vier voor spreekvaardigheid. De<br />
eerste verwijst naar . De website verstrekt, ook in het<br />
Frans en Engels, informatie over de kunst<br />
van het vertellen op het toneel. Je kunt<br />
er teksten vinden om voor te lezen en<br />
je kunt daarna kiezen uit een lijst met<br />
in te huren vertellers/vertelsters, voor<br />
bijvoorbeeld een verjaardag. Dat kost<br />
dan 300 euro. Ook scholen kunnen een<br />
verteller boeken en wel voor vijf euro per<br />
luisterende leerling. Dit alles heeft met<br />
het leren spreken van Duits niet veel te<br />
maken, behalve als je de leerlingen na<br />
de voorlezing opdraagt het verhaal in<br />
de doeltaal mondeling samen te vatten.<br />
Onder de informatieknop vind je dat deze<br />
website als onderwerp ‘Analyse’ heeft,<br />
dat het materiaal ervan ‘Ondersteunend’<br />
is, dat het valt onder de categorie<br />
‘Duits’, ‘Taalvaardigheid’ en ‘Spreken’.<br />
De bibliotheken hebben deze website<br />
in hun SISO staan en wel onder 430-490<br />
‘Opvoeding’, ‘Onderwijs’ en ‘Vorming’,<br />
maar ook nog in rubriek 430 ‘Algemeen’.<br />
Onder ‘Educatie’ staat vermeld: niveau 4.<br />
5 LTM | Internet<br />
Foto: Anda van Riet<br />
Interaktive Sprachspiele<br />
De tweede vondst voor het spreken<br />
betreft interactieve spreekspelletjes<br />
op , ontworpen<br />
door het Institut für Interkulturelle<br />
Kommunikation. Het is een verzameling<br />
misschien wel nuttige Hot<br />
Potatoesoefeningen over allerlei onderwerpen,<br />
maar spreken is er niet bij.<br />
De derde vondst heeft ook al niets<br />
met spreekvaardigheid te maken: het<br />
is een website met ‘Lehr- und Lernhilfen<br />
für den berufsbezogenen Deutschunterricht’.<br />
Telefonistes leren er klantvriendelijkheid<br />
van. Ze leren bijvoorbeeld in een<br />
Hot Potatoeleeromgeving dat als ze een<br />
telefoongesprek beëindigen met ‘Gut, Sie<br />
hören dann von uns’, dat dit een concrete<br />
toezegging is om een gesprek te kunnen<br />
beëindigen. Opvallend is dat deze<br />
op het beroepsonderwijs gerichte website<br />
toch geschikt wordt geacht vanaf<br />
de onderbouw vmbo tot en met 6 vwo.<br />
De vierde bron is een vervolg op de<br />
vorige, maar nu leert een ontevreden<br />
klant hoe hij receptief met meerkeuzevragen<br />
de chef van een zaak te spreken<br />
kan krijgen.<br />
Engels<br />
Bij deze taal vind je bij ‘Voortgezet onderwijs’<br />
en bij ‘Taalvaardigheid’ 26 bronnen<br />
voor spreken. De titels en omschrijvingen<br />
van de meeste bronnen leveren echter<br />
geen spreekoefeningen. ■<br />
John Daniëls<br />
—wordt vervolgd—<br />
LTM jaargang 96 | 2009 | 3
i c t<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 2<br />
Materiaalbanken zijn nog niet gebruiksvriendelijk<br />
voor docenten en leerlingen<br />
Al het ontwikkelde, uitgeprobeerde digitale<br />
lesmateriaal zou in een echt goede<br />
op vak en klas doorzoekbare database<br />
moeten staan. Dan krijgt internetonderwijs<br />
een kans. De Didactobank en<br />
Davindi van Kennisnet voldoen niet aan<br />
de zoekeisen van docenten en leerlingen<br />
(LTM 3, 2009). Kennisnet heeft alweer<br />
een nieuwe materiaalbank met de naam<br />
Samen Zoeken, ontwikkeld door het APS.<br />
De titel suggereert dat de leerlingen hulp<br />
krijgen van hun docenten. Maar die zullen<br />
ook moeite hebben er hun weg in te<br />
vinden, omdat er geen zoekfunctie is op<br />
sector, afdeling, klas en vak. Waar dat<br />
toe kan leiden, blijkt uit enkele zoekopdrachten<br />
voor Frans, Duits en Engels.<br />
De tekst op het openingsscherm<br />
luidt: ‘Samen Zoeken []<br />
is een educatieve zoekmachine<br />
voor docenten en leerlingen. U bent nu<br />
op het startpunt van de site, vul <strong>hier</strong> het<br />
trefwoord in waarover u meer wilt weten!’<br />
Frans als voornaam<br />
Een docent Frans heeft iets gelezen over<br />
het gebruik van podcasts om zijn leerlingen<br />
zelfstandig en individueel luister-<br />
en spreekvaardigheid te laten oefenen.<br />
Het invullen van ‘podcasts’ als zoekterm<br />
levert zestig resultaten op. Maar het<br />
zijn Nederlandstalige handleidingen en<br />
informatie hoe je deze audiobestanden<br />
kunt maken. Vandaar dat deze docent<br />
probeert deze zoekterm te verfijnen met<br />
‘Frans’, maar dat levert hem geen enkele<br />
bron op. Dan maar eerst beginnen met<br />
‘Frans’ als zoekterm. Dat levert maar<br />
liefst 4972 bestanden op. Maar, helaas,<br />
de eerste en de tweede zijn de voornamen<br />
van respectievelijk Frans Hals en Frans<br />
Koster en iets verder komt een andere<br />
Frans te voorschijn, dr. Frans Hemerijckx.<br />
Een vierde Frans betreft Van Hasselt. Van<br />
hem is alleen een foto opgenomen met<br />
de tekst: ‘Uitgewezen journalist Frans<br />
van Hasselt, terug uit Griekenland, tijdens<br />
persconferentie op 9 mei 1967’. Dit<br />
is een interessant gegeven bij de studie<br />
over de kolonels die op 21 april 1967 een<br />
staatsgreep pleegden in Griekenland.<br />
Voor de derde keer probeert onze<br />
docent Frans het met een andere zoekterm<br />
namelijk ‘luistervaardigheid’. Dan<br />
lukt de verfijning met ‘Frans’ wel. Hij<br />
krijgt maar liefst 184 bronnen. Daar zitten<br />
heel goede bij, zoals de ruim twintig<br />
bronnen van het bij docenten Frans<br />
bekende ‘Bonjour de France’ (). Dit programma<br />
biedt korte tekstjes die zijn te beluisteren<br />
met RealPlayer en die zijn aangevuld met<br />
het transcript van de beluisterde tekst.<br />
Er is uitleg van moeilijk geachte woorden<br />
en grammatica. Een interactieve test<br />
achteraf beoordeelt meteen de prestatie<br />
van de leerling.<br />
Filteren<br />
Naast de verfijnfunctie heeft deze database<br />
ook de mogelijkheid om te filteren.<br />
Daarmee kun je met een vinkje de vindplaats<br />
oproepen, de aard van het lesmateriaal,<br />
het bestandsformaat en ook te<br />
weten komen of er kosten en rechten aan<br />
zijn verbonden. Docenten Frans die tot<br />
zover zijn gekomen en de tijd niet willen<br />
nemen om alle bronnen voor luistervaar-<br />
6 LTM | Internet<br />
digheid op bruikbaarheid te beoordelen,<br />
denken er misschien goed aan te doen<br />
deze bronnen op bestandsformaat te filteren.<br />
Als ze dat doen, dan krijgen ze het<br />
volgende overzicht op het scherm:<br />
web (83)<br />
pdf (0)<br />
worddocument (47)<br />
rekenblad (0)<br />
audio (2)<br />
animatie (0)<br />
afbeelding (0)<br />
video (0)<br />
software (11)<br />
niet digitaal (4)<br />
Met een oogopslag zie je dan dat bij<br />
audio slechts twee bronnen staan aangegeven.<br />
Het zijn een kort te beluisteren<br />
kerstverhaal met vragen, en een interview<br />
met een heksendokter, ook met<br />
vragen. Beide fragmenten zijn afkomstig<br />
van de Waalse community en te vinden<br />
in de leermiddelendatabase van de<br />
Digitale School, waar volgens het filter 61<br />
bronnen vandaan komen. De meer dan<br />
twintig gevonden digitale, interactieve<br />
luisteroefeningen van Bonjour de France<br />
zijn onvindbaar, waarschijnlijk omdat die<br />
daar geboekt staan onder ‘compréhension’.<br />
Om betere resultaten te boeken kun<br />
je misschien vanaf de zoekterm ‘Frans’<br />
meteen filteren op ‘audio’. Inderdaad<br />
levert dat 385 audiobestanden op. Maar<br />
helaas zijn de bestanden ernstig vervuild,<br />
omdat ook de voornaam Frans<br />
weer meedoet in bijvoorbeeld het audioverslag<br />
van de huwelijksdag van Frans
Mikkenie en Vibeke Charlotte Sandberg<br />
in Amsterdam, dat bij Teleblik voor de<br />
leerlingen van het primair onderwijs te<br />
beluisteren is.<br />
Als de ontwerpers van Samen Zoeken<br />
niet eerst alle voornamen Frans bij deze<br />
taal weghalen, zullen docenten Frans<br />
en zeker hun leerlingen bij hun eerste<br />
bezoek meteen afhaken.<br />
Duits<br />
Bij het invullen van Duits als zoekterm<br />
meldt de materiaalbank maar liefst 3110<br />
resultaten. Verfijnen is dus noodzakelijk.<br />
Een docent Duits zoekt luistermateriaal<br />
voor het derde leerjaar en verfijnt de zoekterm<br />
dus met ‘luistervaardigheid’. Dat<br />
levert nul resultaten op. Dan maar eens<br />
proberen met de zoekterm ‘luistermateriaal’.<br />
Dat levert vijf resultaten op, afkomstig<br />
van het Leermiddelenplein van SLO,<br />
maar het zijn allemaal lespakketten van<br />
educatieve uitgevers zoals NijghVersluys,<br />
Noordhoff, ThiemeMeulenhoff. Dat was<br />
niet de bedoeling. Misschien nog een verfijning<br />
met ‘podcasts’. Evenals bij Frans<br />
is dit woord ook bij Duits onbekend. Met<br />
de filterfunctie kom je ook niet verder.<br />
Wanneer je de met de gevraagde verfijning<br />
‘Duits’, ‘luistermateriaal’ en ‘podcasts’<br />
filtert op bestandsformaat, dan tref<br />
je geen audiobestanden in de database,<br />
terwijl je toch zeker weet dat podcasts<br />
dienen om te worden beluisterd. Maar<br />
zonder de verfijning ‘podcasts’ kan de<br />
zoekmachine ook geen audiobestanden<br />
vinden als luistermateriaal. Dit mag toch<br />
op zijn minst vreemd genoemd worden.<br />
Als je meteen na de zoekterm ‘Duits’<br />
filtert op ‘audio’, dan krijg je negen<br />
audiobestanden voorgezet, waarvan de<br />
meeste de bezoeker doorsturen naar de<br />
leermiddelendatabase van de Digitale<br />
School (). Net als bij Teleblik moet je ook<br />
daar eerst inloggen. Wie die formaliteit<br />
heeft vervuld, kan er dan ook beter blijven,<br />
want op de openingspagina kun je<br />
meteen je vak kiezen en dat is al heel<br />
wat beter dan het bij Samen Zoeken als<br />
zoekterm te typen.<br />
Misschien toch nog even kijken hoe<br />
het met spreekvaardigheid zit bij Duits.<br />
Maar deze verfijning levert geen resultaten<br />
op. Misschien wel met ‘spreken’? Ik<br />
tref een resultaat, weer een audiobron<br />
van Teleblik. Een acteur vertelt over hoe<br />
hij teksten leert en hoe snel hij deze weer<br />
vergeet. En: waarom je op school nooit<br />
echt goed Duits zult leren spreken. Het<br />
woord ‘Duits’ en ‘spreken’ in de intro is<br />
er verantwoordelijk voor dat de zoekma-<br />
7 LTM | Internet<br />
chine deze bron <strong>hier</strong> ook plaatst, terwijl<br />
er geen woord Duits aan te pas komt, laat<br />
staan een spreekoefening in die taal.<br />
Engels<br />
Natuurlijk levert Engels de meeste resultaten<br />
op. Maar liefst 8161. Verfijnd met<br />
‘spreken’ beperk je dit grote aantal tot<br />
193 bronnen.<br />
Ook <strong>hier</strong> is de materiaalbank vervuild,<br />
want de eerste vier bronnen komen van<br />
The Learning Edge (). <strong>Klik</strong> je op ‘Meer informatie’ dan<br />
zie je achter ‘Soort leermateriaal’ staan:<br />
lesmateriaal, oefening, leestekst. En dit<br />
terwijl alle teksten zijn ingesproken, want<br />
The Learning Edge is met een groot aantal<br />
interactieve opdrachten opgezet als luistermateriaal.<br />
Ik heb nog even gefilterd<br />
op ‘audio’. Dat leverde 84 bestanden op,<br />
geen Learning Edge, maar wel een uitzending<br />
van Pauw en Witteman. Wie zich<br />
afvraagt wat deze Nederlandse talkshow<br />
bij audio Engels doet, ziet dit meteen<br />
bij de gegeven informatie over zangeres<br />
Ellen ten Dammen als gast bij P&W: ‘In<br />
haar theatertour “Durf jij?!?!” zingt ze<br />
niet, zoals we gewend zijn, in het Engels<br />
of Duits maar in het Nederlands.’ Dus<br />
reken maar dat dit audiobestand geheel<br />
overbodig ook bij Duits is te vinden. De<br />
eerste negentien bronnen komen uit de<br />
leermiddelendatabase van de Digitale<br />
School. Ze zijn bestemd voor het voortgezet<br />
onderwijs. Het zijn door de acteur<br />
Richard Pasco voorgedragen sonnetten<br />
van Shakespeare vergezeld van de<br />
teksten. Verder zijn bijna alle audiobe-<br />
4<br />
|<br />
standen Nederlandstalig, afkomstig uit<br />
Teleblik en bestemd voor het primair 2009 |<br />
onderwijs. ■<br />
96<br />
— wordt vervolgd —<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
i c t<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 3<br />
Inventarisatie van digitaal leermateriaal, een project van Kennisnet<br />
Digitaal via internet geleverd lesmateriaal<br />
moet net zo geordend worden aangeboden<br />
als in de traditionele leermiddelen.<br />
Die ordening in een materiaalbank<br />
moet dan wel aan de zoekbehoefte<br />
van docenten en leerlingen voldoen.<br />
Elke zoekactie begint bij onderwijstype,<br />
leerjaar, klas, vak en onderwerp. Zoals<br />
aangetoond in LTM 3 en 4 van dit jaar<br />
lukte het Kennisnet niet om materiaalbanken<br />
als de Didactobank, Davindi en<br />
Samen Zoeken zo op het net te zetten dat<br />
docenten en leerlingen er gemakkelijk<br />
en snel de gewenste leerstof in kunnen<br />
vinden. Om die reden kreeg Kennisnet<br />
van het ministerie van Onderwijs de<br />
opdracht een inventarisatie te maken<br />
van beschikbaar digitaal leermateriaal.<br />
Deze inventarisatie was nodig, omdat ‘er<br />
wel al veel materiaal bestaat, maar dit<br />
niet goed te vinden is’. De vindbaarheid<br />
van internetbronnen is nu eenmaal een<br />
voorwaarde voor het goed functioneren<br />
van een materiaalbank. De inventarisatie<br />
van Kennisnet zou dus tot betere zoekresultaten<br />
moeten leiden.<br />
Edurep<br />
De inventarisatie ()<br />
is een verzameling links met een<br />
korte omschrijving. Kennisnet noemt ze<br />
‘collecties’, die in één centrale voorziening<br />
onder de naam Edurep bijeen staan.<br />
‘Het is een netwerk van educatieve databases<br />
dat de mogelijkheid biedt leermateriaal<br />
voor onderwijs op uniforme wijze<br />
vindbaar te maken. Aanbieders zijn uitgeverijen,<br />
onderwijsinstellingen en cultureel-maatschappelijke<br />
organisaties.’<br />
De genoemde aanbieders moeten<br />
digitaal lesmateriaal ontwikkelen dat via<br />
de zoekmachine van Edurep vindbaar<br />
wordt gemaakt. Daarna moet het nog<br />
door zogeheten implementators worden<br />
gearrangeerd, voordat de gebruikers er<br />
iets van hun gading in kunnen vinden.<br />
Edurep is in ontwikkeling en is nog niet<br />
doorzoekbaar per vak, afdeling en klas<br />
van het voortgezet onderwijs.<br />
Die mogelijkheid is er wel als je klikt<br />
in het linkerframe van de openingspagina<br />
op de knop ‘Zoeken’. Vervolgens<br />
levert de vierde koppeling in het rolmenu<br />
‘een overzicht met per vak bronnen van<br />
bruikbaar leermateriaal in het VO’. Deze<br />
bronnen zijn afkomstig van ruim vierhonderd<br />
docenten van het voortgezet<br />
onderwijs, die per vak zijn opgeslagen.<br />
Kennisnet heeft daar digitaal materiaal<br />
van commerciële en niet-commerciële<br />
aanbieders aan toegevoegd.<br />
In een korte omschrijving van de collectie<br />
is aangegeven of het materiaal vrij<br />
te gebruiken is of alleen na registratie,<br />
of dat het om een commerciële collectie<br />
gaat. Verder is aangegeven om wat<br />
voor soort digitaal leermateriaal het gaat,<br />
namelijk een informatie-eenheid of een<br />
leereenheid. Volgens de ontwerpers: ‘bij<br />
een informatie-eenheid is een inhoudelijke<br />
context aangebracht, maar nog geen<br />
didactische leercontext toegevoegd’.<br />
Bruikbaar en onbruikbaar<br />
Voor Duits zijn een kleine dertig collecties<br />
verzameld, de commerciële methoden<br />
van de uitgevers en de examenbundels<br />
niet meegerekend. Het blijft een<br />
inventarisatie en geen materiaalbank,<br />
want een docent of leerling op zoek naar<br />
gratis digitaal luistermateriaal moet de<br />
meeste collecties langs op zoek naar<br />
bijvoorbeeld podcasts. Omdat elke collectie<br />
is voorzien van een korte inleiding,<br />
8 LTM | Internet<br />
zie je of je zoekopdracht wel of niet is<br />
geslaagd.<br />
Zo staat in de rubriek ‘Videoverzamelingen’<br />
ook Teleblik Duits, maar in deze<br />
collectie met allerlei ingeblikte radio- en<br />
televisieprogramma’s is de gebruikstaal<br />
Nederlands. Ook het bij de leerlingen zeer<br />
bekende YouTube hoort niet in de collectie<br />
bij Duits, maar weer wel de Duitstalige<br />
pendant daarvan Clipfish () met allerlei korte filmpjes.<br />
In de rubriek ‘Informatieverzamelingen<br />
algemeen’ staat de daar ook niet thuishorende<br />
maar wel zeer bruikbare collectie<br />
Audio Lingua (). Deze collectie staat omschreven als<br />
‘community-database van authentieke<br />
audiobronnen die zijn opgenomen door<br />
Duitssprekenden voor een onderwijskundig<br />
of persoonlijk gebruik’. Het zijn<br />
korte, gesproken tekstjes van maximaal<br />
twee minuten in het Frans, Duits, Engels<br />
en Spaans. Ze zijn ingedeeld volgens het<br />
Europees Referentie Kader (ERK), geordend<br />
op tijdsduur, thema, vrouwen- of<br />
mannenstem, en leeftijd. Zoals bij veel<br />
van dit soort uitwisselingsprogramma’s<br />
vind je er een rating en een lijst met de<br />
laatste inzendingen. In de leeftijdscategorie<br />
van onze leerlingen staan onderwerpen<br />
die je meestal ook in de traditionele<br />
leergangen tegenkomt. Deze gratis<br />
collectie is onmisbaar voor luister- en<br />
spreekvaardigheidstraining en hoort dus<br />
in de elo of op de website van elke school<br />
te staan.<br />
In dezelfde rubriek staat ook de<br />
onbruikbare collectie van Stepnet, want<br />
dat is ‘een website voor alle vakken van<br />
de tweede fase, met een uitgebreide<br />
opdrachtenbank bij actuele artikelen uit<br />
vijf landelijke Nederlandstalige kranten’.
Er kan best eens in een van die kranten<br />
een artikel met een Duits onderwerp<br />
staan, maar daarvoor hoeven docenten<br />
Duits en hun leerlingen niet naar het<br />
Nederlandstalige Stepnet.<br />
Voor het lezen en beluisteren van<br />
teksten in de schooltalen sturen veel<br />
docenten hun leerlingen al naar het<br />
zeer bekende Kidon.Media Link () met honderden links,<br />
zoals die van kranten, tijdschriften en<br />
radiostations. Deze gratis leverancier<br />
van dagelijks ververste medialinks verdient<br />
zeker een aparte plaats in de collecties<br />
van de moderne vreemde talen.<br />
De collecties van WDR en Tagesschau,<br />
twee Duitse nieuwssites, en , een website met luisterboeken,<br />
horen thuis in de rubriek ‘Video/<br />
audio’. Nu staan ze verloren tussen de<br />
‘Informatieverzamelingen algemeen’.<br />
De inventarisatie is dus nogal slordig<br />
opgezet. Kennisnet is een portal met als<br />
taak vakdocenten en hun leerlingen in<br />
contact te brengen met websites waar<br />
informatie, kennis en vaardigheden te<br />
vinden zijn. Wat het voortgezet onderwijs<br />
betreft met zijn verschillende vakken,<br />
kan Kennisnet volstaan met alleen een<br />
verwijzing naar de vaklokalen van de<br />
Digitale School, want daar is behoorlijk<br />
wat gratis, goed gerubriceerd digitaal<br />
lesmateriaal te vinden.<br />
Oscar Romero<br />
Een eigen collectie is weggelegd voor<br />
de sectie Duits van de scholengemeenschap<br />
Oscar Romero in Hoorn. Volgens<br />
het onderschrift heeft de sectie Duits<br />
van de school deze website ontwikkeld<br />
en er luistervaardigheidmateriaal,<br />
leesopdrachten en een keur aan<br />
Hot Potatoesoefeningen opgezet. Het<br />
gebruik is vrij. Op het openingsscherm<br />
kun je allerlei klassen kiezen, maar ook<br />
vaardigheden zoals luisteren. Op die<br />
pagina aangekomen, kun je ook nog een<br />
keus maken voor onder- of bovenbouw.<br />
Voor de tweede en derde klassen heeft<br />
docent P. van den Boorn voor de leerlin-<br />
VRAAG luister naar het fragment en beantwoord de vraag in je hoofd of schrijf het op en<br />
controleer het dan door op ‘Lösung zeigen’ te klikken! Viel Erfolg!<br />
Noem 2 slechte en twee goede eigenschappen van Donald!<br />
Lösung zeigen<br />
RICHTIGE ANTWORT. Slecht: chaotisch, agressief, eigenzinnig. Goed: Hij helpt zijn neefjes / hij helpt<br />
zijn oom Dagobert.<br />
gen van zijn school, maar ook voor die<br />
van alle andere, een behoorlijk aantal<br />
luisteroefeningen klaargezet, aangevuld<br />
met Hot Potatoescontrolevragen. Het zijn<br />
aantrekkelijke oefeningen, vooral door<br />
het gebruik van afbeeldingen en de korte<br />
luisteractiviteit van enkele minuten.<br />
Dit waardevolle lesmateriaal is ook<br />
te vinden in het vaklokaal Duits van<br />
de Digitale School (). Docenten en hun leerlingen kunnen<br />
dus beter de omweg naar de inventarisatie<br />
van Kennisnet omzeilen en daar<br />
meteen heen gaan. Zij vinden dan de<br />
zeer gebruikersvriendelijke uitnodiging:<br />
‘<strong>Klik</strong> op wat je wilt oefenen of weten.’<br />
Daarbij krijgen ze de keus uit: spreken,<br />
luisteren & kijken, schrijven, grammatica,<br />
woordenschat en lezen. Na de klik<br />
9 LTM | Internet<br />
op ‘Luisteren & kijken’, kies je beginners<br />
of gevorderden. Bij beginners staat de<br />
koppeling naar het vaklokaal Duits van<br />
de scholengemeenschap Oscar Romero<br />
en bij gevorderden een grote verzameling<br />
korte en lange pod- en vidcasts.<br />
Als je alleen al in het digitale vaklokaal<br />
Duits kijkt, dan heb je als leraar zonder<br />
te zoeken heel eenvoudig toegang<br />
tot alle gewenste digitale leermiddelen<br />
waarmee de leerlingen individueel en<br />
zelfstandig aan de slag kunnen. Daar te<br />
komen via de omweg van Edurep en de<br />
bijeengebrachte collecties van Kennisnet<br />
betekent veel tijdverlies. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
LTM jaargang 96 | 2009 | 5
ict<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 4<br />
Vanwege de onhandige zoekopties van<br />
de Didactobank, Davindi, Samen Zoeken<br />
en Edurep is de behoefte aan een goede<br />
materiaalbank met lesmateriaal alleen<br />
maar toegenomen. Het ministerie van<br />
Onderwijs kwam daarom met Wikiwijs<br />
en de VO-raad werkt aan een digitale<br />
leerbank. Deze ontwikkelingen wijzen<br />
op de behoefte om digitaal leermateriaal<br />
toegankelijker te maken voor docenten<br />
en leerlingen, en daardoor de kosten van<br />
leermiddelen te drukken. Een goede reden<br />
om eens te kijken of de nieuwkomers<br />
aan de eisen van de doelgroep gaan voldoen.<br />
Het ministerie wil docenten zelf lesmateriaal<br />
laten ontwerpen onder de titel<br />
Wikiwijs. Begin december 2008 heeft<br />
minister Plasterk dit project gelanceerd.<br />
Wikiwijs beoogt, volgens het persbericht,<br />
lesmateriaal voor alle onderwijsniveaus,<br />
voor iedereen online beschikbaar<br />
te maken. Het wordt vrijwillig gemaakt<br />
en permanent verbeterd door leraren<br />
die dat willen in een wikipedia-achtige<br />
omgeving.<br />
Wiki onwijs!<br />
In zijn toespraak ‘Boven het maaiveld’<br />
noemde de minister Wikiwijs een schoolvoorbeeld<br />
van onderwijsinnovatie. Hij<br />
onderstreepte dat lesmateriaal gratis en<br />
voor iedereen toegankelijk moet zijn. In<br />
het coalitieakkoord is vastgelegd dat er<br />
een vergoeding moet komen voor een<br />
gemiddeld boekenpakket. Deze bijdrage<br />
is ook bedoeld als een innovatieprikkel,<br />
omdat je scholen laat nadenken hoe die<br />
316 euro het beste kunnen worden be-<br />
Foto: JohanGraus<br />
steed. De minister stelde bovendien dat<br />
het niet meer van deze tijd is om schoolkinderen<br />
elk jaar weer zo’n 14 kilo aan<br />
boeken te laten meezeulen, om nog maar<br />
te zwijgen van de bomen die je <strong>hier</strong>voor<br />
moet kappen.<br />
Met Wikiwijs wil de minister proberen<br />
het vak van de leraar interessanter<br />
te maken. Zij kunnen dan zelf op wikiwijze<br />
al het lesmateriaal bewerken. ‘Als<br />
bijvoorbeeld vijf procent van de leraren<br />
zich <strong>hier</strong>voor wil inspannen, hebben we<br />
al genoeg “leerkracht” om er een succes<br />
van te maken’, zei de minister. Hij besluit<br />
zijn toespraak met de woorden: ‘Het zou<br />
mooi zijn als nu een bepaalde vakgroep<br />
het voortouw neemt. Je zult zien dan volgt<br />
de rest vanzelf. Het is mijn ambitie om<br />
Wikiwijs volgend jaar al van start te laten<br />
gaan. Nog in deze kabinetsperiode moeten<br />
we er iets moois van hebben gemaakt.<br />
Ik ben er zelf heel enthousiast over, dat<br />
merkt u. Ik hoop dat u mijn enthousiasme<br />
deelt en de uitdaging aanpakt.’<br />
De vraag is of de leraren de minister<br />
op zijn wenken kunnen en willen gaan<br />
10 LTM | Internet<br />
bedienen. Er zijn zeker docenten die in<br />
staat zijn om interactief digitaal lesmateriaal<br />
te ontwikkelen. Daar volgen in<br />
een latere editie van LTM voorbeelden<br />
van. Ze zetten dat lesmateriaal op hun<br />
eigen website of op die van de school<br />
waar ze werken. Hun eigen leerlingen<br />
en die van hun vakcollega’s kunnen<br />
er gratis gebruik van maken. Maar dat<br />
betekent nog niet dat ze bereid zijn om<br />
in de wikiaanpak hun huisvlijt in handen<br />
te geven van anderen, die daarmee<br />
het recht krijgen om voor eigen gebruik<br />
veranderingen in het lesmateriaal aan<br />
te brengen. De onderliggende gedachte<br />
van de minister is natuurlijk leraren<br />
tot samenwerking te dwingen. Dat kost<br />
behoorlijk veel tijd, zodat pionierende<br />
docenten die digitaal lesmateriaal ontwikkelen,<br />
daar niet voor zullen voelen.<br />
Omdat de minister de schooldirecties<br />
niet kan dwingen deze docenten behoorlijk<br />
te belonen uit de pot leermiddelen<br />
en hij daar zelf waarschijnlijk ook geen<br />
extra geld voor ter beschikking stelt, zal<br />
Wikiwijs even geruisloos verdwijnen als
Ontwikkelaars van leermiddelenbanken<br />
nog steeds niet op de goede weg<br />
de andere onbruikbaar gebleken materiaalbanken.<br />
Open Leermiddelenbank<br />
Op 19 november 2008 nodigde de VOraad<br />
de schoolbesturen uit om mee te<br />
werken aan het Samenwerkingsverband<br />
Open Leermiddelenbank (). Digitaal leermateriaal is<br />
volgens de Raad een krachtig middel<br />
om te komen van ‘passief naar actief’<br />
en van ‘consumptief naar productief’<br />
leergedrag. ‘Docenten kunnen <strong>hier</strong>mee<br />
meer eigen keuzes maken in de leerstof<br />
en krijgen veel meer mogelijkheden om<br />
aan te sluiten bij individuele behoeften<br />
en wensen van leerlingen. De realisatie<br />
van een open leermiddelenbank is een<br />
actie van het Innovatieplatform-VO, opgericht<br />
door de VO-raad. Dit platform<br />
ondersteunt scholen om het onderwijs<br />
eigentijdser en aantrekkelijker te maken<br />
voor zowel leerlingen als docenten door<br />
de innovatieve inzet van ICT.’<br />
Scholen die deel willen nemen aan<br />
het Innovatieplatform kunnen daarvoor<br />
een subsidie krijgen van 15.000 euro.<br />
In totaal kunnen er twaalf scholen meedoen.<br />
De inschrijvingstermijn is inmiddels<br />
verstreken en de projecten moeten<br />
voor 31 december 2009 zijn voltooid.<br />
Weggegooid geld<br />
Uit het reglement is niet duidelijk op te<br />
maken waaraan de scholen de subsidie<br />
moeten besteden. Daarvoor moet je naar<br />
de rubriek veelgestelde vragen van de<br />
Regeling Projecten Leermiddelenbeleid.<br />
Daar is te lezen dat ‘de subsidie is bedoeld<br />
voor het opstellen van een leermiddelenbeleidsplan.<br />
Dit is de inhoud van het<br />
eindresultaat van het denk- en besluitvormingsproces<br />
over leermiddelenbeleid, dat<br />
heeft plaatsgevonden in de school’. Dan is<br />
er dus nog geen begin gemaakt met het<br />
ontwerpen van digitale leermiddelen. Dat<br />
is ook niet de bedoeling, zoals blijkt uit de<br />
antwoorden op de vragen 6 en 7.<br />
Vraag 6: ‘Kunnen we een projectplan<br />
indienen waar leermiddelenbeleid voor<br />
één vak of leergebied of voor één activiteit<br />
of medium behandeld wordt? Nee,<br />
dat is niet mogelijk. Vanzelfsprekend is<br />
er leermiddelenbeleid op elk niveau. Op<br />
het niveau van het schoolbestuur, op het<br />
niveau van de school, op het niveau van<br />
de locatie, op het niveau van de onderbouw,<br />
het leerjaar, het vak in leerjaar 1.’<br />
Vraag 7: ‘Kunnen we een projectplan<br />
indienen voor het zelf ontwikkelen of<br />
schrijven of arrangeren van leermateriaal?<br />
Nee, dat kan niet, want de projectgelden<br />
zijn niet bedoeld voor het<br />
financieren van docenten voor het zelf<br />
ontwikkelen, maken of schrijven van<br />
materiaal of voor het arrangeren van<br />
leermateriaal.’<br />
Bij lezing <strong>hier</strong>van kan de conclusie<br />
alleen maar zijn: een leermiddelenbank<br />
voor alle vakken en niveaus van<br />
het voortgezet onderwijs zal er via de<br />
VO-raad nooit komen.<br />
Hoe dan wel?<br />
De minister met zijn Wikiwijs, en de VOraad<br />
met zijn Open Leermiddelen-bank<br />
willen het onderwijs te hulp schieten met<br />
allerlei goed bedoelde initiatieven voor<br />
11 LTM | Internet<br />
internetonderwijs. Maar deze zijn niet uit<br />
de vaklokalen van het voortgezet onderwijs<br />
voortgekomen. Dat is goed te zien.<br />
Docenten willen best aan de ICT als dat<br />
hun onderwijstaak verlicht, dus als ze<br />
daarmee hun leerlingen zelfstandig en<br />
individueel buiten de lessen aan het werk<br />
kunnen zetten. Dat is alleen mogelijk als<br />
er op internet interactief lesmateriaal is<br />
te vinden voor alle vakken en klassen van<br />
het voortgezet onderwijs.<br />
Elke lesopdracht moet gevolgd worden<br />
door feedback, zodat de leerlingen<br />
meteen zien of ze deze goed of slecht<br />
hebben uitgevoerd. Als de leerlingen een<br />
serie opdrachten hebben uitgevoerd,<br />
moet er ook een beoordeling volgen met<br />
daarbij het advies om verder te gaan – of<br />
niet als de opdracht niet naar behoren<br />
is uitgevoerd. Technisch is dit allemaal<br />
al mogelijk. Er zijn al voorbeelden van<br />
dit soort lesmateriaal, gewoon bedacht<br />
en op het net gezet door pionierende<br />
docenten. In plaats van zijn Wikiwijs zou<br />
de minister, mede gestimuleerd door<br />
de VO-raad, er beter aan doen om deze<br />
docenten te laten opsporen, hun werk<br />
te laten beoordelen door vakdidactici<br />
en bij gebleken leerrendement daarvan,<br />
hen met een lessenvermindering aan te<br />
sporen om zo door te gaan.<br />
Binnen tien jaar zijn dan veel traditionele<br />
leermiddelen gedigitaliseerd<br />
en in een grote materiaalbank<br />
op internet te vinden. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
LTM jaargang 96 | 2009 | 6
ict<br />
Na Kennisnet met de Didactobank, Davindi,<br />
Samen Zoeken en Edurep, de VOraad<br />
met zijn Open Leermiddelen-bank,<br />
werkt ook het Ruud de Moor Centrum<br />
van de Open Universiteit Nederland aan<br />
een leermiddelenbank. De naam is er al:<br />
Toolkit, kennisbanken met scenario’s.<br />
Het is de bedoeling dat Kennisnet na<br />
gebleken effectiviteit de Toolkit gaat exploiteren.<br />
Docenten willen best aan de<br />
leermiddelenbanken, maar dan moeten<br />
deze doorzoekbaar zijn naar leerboekvervangend<br />
digitaal, interactief lesmateriaal<br />
dat op onderwijssoort, klas, vak en<br />
vaardigheid staat geordend. Het Ruud<br />
de Moor Centrum heeft kennelijk andere<br />
plannen met de Toolkit.<br />
Het Ruud de Moor Centrum van de<br />
Open Universiteit Nederland is medio<br />
2008 gestart met een inventarisatie van<br />
gratis schoolboekvervangende materialen.<br />
Op de website is te lezen wat daarmee wordt<br />
bedoeld. ‘E-learning is al jaren hot en<br />
dat is niet raar. Met een beetje fantasie<br />
kan elke docent lessen bedenken die<br />
met ICT-ondersteuning leuker worden.<br />
Of minder tijd kosten. Denk bijvoorbeeld<br />
aan begeleiding op maat, omdat het<br />
werk van leerlingen door de computer<br />
wordt nagekeken en de leerlingen zo<br />
feedback op maat krijgen. Toch leidt<br />
de inzet van ICT in het onderwijs ook<br />
vaak tot teleurstellingen. Dingen lopen<br />
niet altijd zoals men hoopt. Bijvoorbeeld<br />
omdat er technisch iets mis is. Of omdat<br />
de oefening niet spannend genoeg is. In<br />
dit deel van de toolkit helpen we met de<br />
inzet van ICT in uw klassen of groepen<br />
met concrete scenario’s: stappenplan-<br />
nen waarbij de docent wordt meegenomen<br />
in een traject van voorbereiding tot<br />
technische uitvoering. In veel scenario’s<br />
wordt gewerkt met afstandsonderwijs.<br />
De woorden “via ICT” en “op afstand”<br />
zijn echter geen synoniemen. Zo vindt u<br />
in onze toolkit net zoveel “afstandsscenario’s”<br />
als scenario’s waarin ICT wordt<br />
gebruikt op één fysieke locatie. ICT staat<br />
dan ook eerder voor “individueel en op<br />
maat”. Voor “multimedia”. Voor “informatie<br />
your fingertips” [sic]. Voor “tijdwinst”.<br />
Voor “spannend”. Of beter nog,<br />
voor al deze mogelijkheden tegelijk.’<br />
Deze inleiding klinkt veelbelovend en<br />
het loont daarom de moeite om enkele<br />
scenario’s voor de moderne vreemde<br />
talen nader te bekijken in de hoop dat<br />
deze toolkit uiteindelijk gaat waarmaken<br />
wat de voorafgaande leermiddelenbanken<br />
niet is gelukt: het signaleren van<br />
leerboekvervangend digitaal, interactief<br />
lesmateriaal.<br />
De kennisbanken<br />
Het linkerframe (zie <strong>hier</strong>naast) heeft een<br />
uitklapbaar menu met drie titels: Docenten<br />
gebruiken ICT, Docenten opleiden met behulp<br />
van ICT en ICT instrumenten. De meeste<br />
kans om naar je vak geleid te worden,<br />
vind je natuurlijk onder de eerste en de<br />
derde titel. Helaas is dat niet het geval.<br />
Wel staat er in het tweede rolmenu de<br />
titel: Vakinhoud en didactiek, maar de klik<br />
daarop levert de tekst: ‘Een leraar die<br />
vakinhoudelijk en didactisch competent<br />
is, zorgt voor een krachtige leeromgeving<br />
in zijn klas of lessen. Hij helpt de leerlingen<br />
zich de culturele bagage eigen te maken<br />
die iedereen in de samenleving nodig<br />
12 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 5<br />
TOOLKIT een gereedschapskist<br />
heeft om volwaardig te kunnen functioneren.’<br />
Daar kan iedereen het wel mee<br />
eens zijn. Maar niet met de navigatie tussen<br />
de rolmenu’s van het linkerframe en<br />
de rubrieken van het rechterframe. Want<br />
die is uitermate tijdrovend. Bij elke titel<br />
in het rolmenu kun je rechts kiezen uit de<br />
drie onderwerpen: vraag, scenario’s en<br />
achtergrond. Bij alle onderwerpen word<br />
je doorverwezen, maar niet naar je vak<br />
DE TOOLKIT<br />
Docenten gebruiken ICT<br />
Supervisie en monitoren<br />
Intervisie<br />
Feedback en beoordeling<br />
Samenwerkend leren<br />
Discussies en rollenspelen<br />
Groepsdynamica<br />
Integratie theorie en praktijk<br />
Werkstukken en opdrachten maken<br />
Docenten opleiden mbv ICT<br />
Interpersoonlijk gedrag<br />
Pedagogisch handelen<br />
Vakinhoud en didactiek<br />
Organisatorisch handelen<br />
Functioneren met collega’s<br />
Funtioneren in de organisatie<br />
Persoonlijke ontwikkeling<br />
ICT instrumenten<br />
Social Software<br />
Multimedia<br />
Onderwijsinstrumenten<br />
Informatie presenteren<br />
Zoeken en Vinden<br />
Overige instrumenten<br />
Overzicht van alle vragen<br />
Frame van Toolkit
zonder leermiddelen<br />
en niet naar iets wat maar op lesmateriaal<br />
lijkt. Onderwerpen als supervisie en<br />
monitoren, intervisie, incidentmethode,<br />
groepsdynamica, interpersoonlijk gedrag,<br />
social software wijzen niet in de<br />
richting van de aangekondigde good<br />
practices.<br />
Wel verschijnt steeds in de teksten<br />
het woord ‘kennisbank’ en uitleg over dat<br />
begrip is er ook: ‘Een kennisbank is een<br />
digitale bibliotheek waar kennis gehaald<br />
en gebracht kan worden. In een kennisbank<br />
wordt kennis van een bepaalde<br />
discipline toegankelijk aangeboden voor<br />
anderen. Deze kennisfragmenten kunnen<br />
de vorm hebben van aanwijzingen,<br />
regels, of aandachtspunten. Mogelijke<br />
kennisbronnen zijn: Voorbeelden (good<br />
practices), Artikelen, Verslagen &<br />
Documenten, Colums [sic], Eigen bijdragen<br />
van bezoekers, Nieuws, Boeken<br />
(besprekingen), Projectevaluaties,<br />
Begrippenlijsten, Personen. Een kennisbank<br />
onderscheidt zich van een databank<br />
en een informatiebank door opname<br />
van ervaringen, cases, checklists,<br />
best practices, maar ook worst practices,<br />
en persoonsbeschrijvingen (bij wie kan<br />
je terecht met welke vragen). Een dergelijke<br />
kennisbank koppelt bijvoorbeeld<br />
aan elk verslag ook een transferverslag<br />
waarin wordt aangegeven, wat anderen<br />
in hun werk aan deze informatie hebben.<br />
Op die manier kan kennisdeling plaatsvinden.’<br />
Docenten zullen waarschijnlijk eerst<br />
op zoek gaan naar het gegeven voorbeeld<br />
good practices en de overige informatie<br />
voor later of nooit bewaren.<br />
Trouwens, als de ontwikkelaars van<br />
het Ruud de Moor Centrum echt alle<br />
<strong>hier</strong>boven genoemde zaken in de toolkit<br />
willen opnemen, dan wordt deze nog<br />
onoverzichtelijker dan hij al is en daardoor<br />
moeilijk doorzoekbaar voor bijvoorbeeld<br />
een docent Engels op zoek naar<br />
luistermateriaal voor 3 havo. De good<br />
practices zijn er nog niet. Zij zullen misschien<br />
nog komen, maar wel is nu al duidelijk<br />
dat de ontwikkelaars van het Ruud<br />
de Moor Centrum met hun kennisbank<br />
iets anders beogen dan een voor docenten<br />
nuttige leermiddelenbank.<br />
Kennisplatform Duits<br />
Wie volhoudt en heen en weer blijft schakelen<br />
van het linker- naar het rechterframe<br />
en van onderwerp naar onderwerp,<br />
komt uiteindelijk toch bij vakken terecht,<br />
waarbij ook nog Duits, gevonden op<br />
. Je bent<br />
dan weliswaar niet meer in de Toolkit<br />
maar in de portal van het Ruud de Moor<br />
Centrum. Daar hebben de vakken nog<br />
wel geen kennisbank, maar ‘kennisplatform’<br />
klinkt ook heel goed.<br />
Het kennisplatform Duits is in ontwikkeling<br />
en moet een omgeving worden die<br />
gericht is op kennisdeling van opleiders,<br />
studenten en begeleiders in scholen. Het<br />
Platform is een samenwerkingsverband<br />
tussen het Ruud de Moor Centrum, de<br />
Vereniging van Lerarenopleiders Duits,<br />
ZUM (Zentrale für Unterrichtsmedien im<br />
Internet), Goethe-Institut Amsterdam,<br />
ADEF en de Noordelijke Hogeschool<br />
Leeuwarden. Het kennisplatform is<br />
vooral bedoeld voor diegenen die op<br />
andere wijze hun startbekwaamheid op<br />
tweedegraads niveau willen behalen,<br />
13 LTM | Internet<br />
zoals zijin- stromers en<br />
mensen die maatwerktrajecten<br />
volgen bij de lerarenopleidingen.<br />
Dat betekent niet dat ervaren<br />
docenten er niets van hun gading zouden<br />
kunnen vinden.<br />
ZUM<br />
Vooral de medewerking van ZUM trekt de<br />
aandacht. Deze Duitse instelling werkt<br />
op wikibasis () en<br />
heeft als nevendoel het internet in te zetten<br />
als leer- en onderwijshulp voor alle<br />
schoolsoorten. De kennisplatformen<br />
zouden dus de toolkit kunnen helpen aan<br />
degelijke kennisbanken met een ruime<br />
plaats voor digitale leermiddelen.<br />
ZUM heeft reeds een stabiele<br />
en aantrekkelijke wiki voor Deutsch<br />
als Fremdsprache (). Voor het kennisplatform<br />
is binnen de wiki een eigen<br />
deel Deutsch in den Niederlanden opgezet<br />
().<br />
De minister van Onderwijs, die zo<br />
enthousiast was over zijn bedenksel<br />
Wikiwijs (Daniëls, 2009), zal zeker met<br />
tevredenheid kennisnemen van het<br />
bestaan van de kennisplatformen en<br />
het misschien wel financieel mogelijk<br />
maken dat ze adequaat worden gevuld<br />
met lesmateriaal. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
Literatuur<br />
Daniëls, J. (2009). Ontwikkelaars van leermiddelenbanken<br />
nog steeds niet op de goede weg.<br />
Internetonderwijs deel 4. <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Magazine,<br />
96(6), 40–41.<br />
LTM jaargang 96 | 2009 | 7
ict<br />
Naast het exploiteren van het eigen leermiddelenplein<br />
kijkt SLO ook naar leermiddelenbanken<br />
in landen als België,<br />
Denemarken, Engeland en Schotland.<br />
In de brochure LRPLN 4-2009, te vinden<br />
op , staan korte besprekingen<br />
van het Belgische KlasCement,<br />
het Deense Materialeplatformen, het<br />
Engelse Teem, en Learning and Teaching<br />
Scotland. Het loont de moeite om dit<br />
buitenlandse internetonderwijs op bruikbaarheid<br />
te bestuderen, vooral ook omdat<br />
teksten geschreven in de schooltalen<br />
vakondersteunend kunnen worden ingezet<br />
in het talenlokaal en het vaklokaal<br />
waar de inhoud van de tekst relevant voor<br />
is. De mogelijkheden voor vakondersteunend<br />
leren zijn legio en deze staan beschreven<br />
in enkele nummers van LTM van<br />
eind 2007 en begin 2008.<br />
Zoekrobot & filter<br />
KlasCement () is<br />
‘de Vlaamse educatieve portaalsite waar<br />
leerkrachten waardevol lesmateriaal<br />
uitwisselen. De fundamenten werden<br />
gelegd in mei 1998. Intussen is de site<br />
gegroeid tot het vertrekpunt voor vele<br />
leerkrachten uit Vlaanderen én Nederland.’<br />
Deze kunnen eenvoudig lid worden,<br />
digitaal lesmateriaal insturen, maar<br />
ook voor gebruik ophalen.<br />
Lesmateriaal kun je in de databank<br />
vinden met gebruik van de zoekrobot<br />
en het filter. Je start met een trefwoord<br />
en filtert daarna volgens de ontwerpers<br />
op categorie, thema, vak, onderwijstype,<br />
doelgroep of zelfs nog geavanceerder.<br />
In het linkerframe staan alle zoekopties.<br />
KlasCement biedt de mogelijkheid<br />
een algemene zoekterm in te vullen en<br />
eventueel daarna deze te verfijnen in<br />
de rubrieken Bouwstenen, Categorie,<br />
Vakken en Leergebieden, Onderwijstypen<br />
en Functies.<br />
Engels<br />
Engels invullen bij de zoekoptie levert<br />
233 hits op. In de rubriek Bouwstenen<br />
wordt daarbij automatisch Leerobjecten<br />
weergegeven. De rubriek daaronder,<br />
Categorie, biedt meer dan veertig<br />
keuzemogelijkheden, zodat deze rubriek<br />
niet mag meedoen bij het verfijnen<br />
van de zoekopdracht. Bij Onderwijstypes<br />
kun je het best kiezen voor<br />
secundair algemeen. Bij Functies kies je<br />
natuurlijk docent. De klik op Zoeken levert<br />
alleen een alfabet op met daarboven<br />
de tekst: ‘Er werden geen bijdragen<br />
gevonden om weer te geven.’ <strong>Klik</strong>ken<br />
op enkele letters van het alfabet blijft<br />
zonder resultaat. Docenten die zover<br />
zijn gekomen, kunnen kiezen uit het<br />
doornemen van de onverfijnde lijst of<br />
KlasCement verlaten.<br />
14 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 6<br />
LEERMIDDELENBANKEN in Vlaanderen,<br />
Denemarken, Engeland en Schotland<br />
Luistervaardigheid Frans<br />
Wanneer je de zoekopdracht Frans verfijnt<br />
met multimedia, dan vang je een<br />
tiental foto’s uit Frankrijk. Dit is vreemd<br />
omdat het begrip multimedia natuurlijk<br />
ook betrekking dient te hebben<br />
op bewegend beeld en geluid, zoals<br />
pod- en vodcasts. Deze woorden geven<br />
als zoekterm geen resultaat. Kies je<br />
als bouwsteen Leerobjecten dan levert<br />
Frans 293 resultaten. Een docent die op<br />
zoek is naar lesmateriaal voor luistervaardigheid<br />
klikt op de letter L, maar<br />
treft daar dan grotendeels lidwoorden<br />
aan, zoals de eerste in de rij: L’essentiel<br />
de l’orthographe. Omdat er niet verder<br />
verfijnd kan worden op vaardigheid,<br />
zullen docenten en hun leerlingen alle<br />
bijdragen moeten langslopen om iets te<br />
luisteren te kunnen vinden. Dit is te arbeidsintensief<br />
om aan te bevelen.<br />
Zoeken op vaardigheid<br />
De database van KlasCement bestaat<br />
grotendeels uit door docenten ingestuurde<br />
lessen of lesideeën.<br />
Dat is natuurlijk een goede ontwikkeling,<br />
want als zij niet weten wat leerrendement<br />
oplevert, wie dan wel? Maar dan<br />
moet al die huisvlijt goed gerubriceerd in<br />
de database worden gezet en wel gebaseerd<br />
op de zoekoptie van docenten. Zij<br />
kiezen eerst het vak, dan het schooltype,
Foto: Anda van Riet<br />
15 LTM | Internet
vervolgens het leerjaar, en bij de talen<br />
ten slotte de verlangde vaardigheid of<br />
literatuur. Zo zul je bij luistervaardigheid<br />
alle bekende leveranciers van podcasts<br />
tegen moeten komen, zoals het uitermate<br />
bruikbare Audio Lingua (). Deze website bedient<br />
sinds kort ook het onderwijs Italiaans en<br />
Russisch.<br />
Het Deense Materialeplatformen<br />
Van België naar Denemarken is slechts<br />
een klik. In LRPLN 4-2009 meldt SLO<br />
dat het Deenstalige Materialeplatformen<br />
() een overzicht geeft van leermiddelen<br />
van uitgevers en van andere partijen<br />
die leermiddelen maken, zoals<br />
musea en leraren. Daarbij biedt de site<br />
verschillende ondersteuningsopties<br />
aan de aanbieders van leermiddelen<br />
door middel van het formulier voor en<br />
ondersteuning bij het metadateren<br />
(het aangeven van kenmerken aan het<br />
leermiddel) en het controleren van de<br />
copyrights. Er zijn voorbeelden, templates<br />
en handleidingen voor leraren<br />
en andere aanbieders.<br />
Er is geen Engelse versie om het<br />
belang van het metadateren en de templates<br />
te controleren en te beschrijven.<br />
Heel Materialeplatformen is in<br />
het Deens. <strong>Talen</strong>docenten kunnen wel<br />
kijken bij Fransk, Spansk of Engelsk in de<br />
hoop daar lesmateriaal in de doeltaal<br />
aan te treffen. Dat is niet het geval.<br />
Aan de meeste leermiddelen hangt een<br />
prijskaartje. Wat SLO in deze Deense<br />
database ziet, is onbegrijpelijk.<br />
Teem: overbodig<br />
Van het Engelse Teem () zegt SLO dat ‘deze site op een<br />
overzichtelijke wijze informatie biedt<br />
over beschikbare digitale leermiddelen,<br />
doorzoekbaar per onderwerp of niveau.<br />
Een grote meerwaarde van deze website<br />
wordt gevormd door de beschreven ervaringen<br />
van gebruikers met het leermiddel.<br />
De site faciliteert verder de contacten<br />
met de uitgever en de aanschaf van het<br />
leermiddel. Gestart als overheidsinitiatief<br />
is de site nu privaat. Uitgevers betalen<br />
voor de evaluaties die op hun producten<br />
uitgevoerd worden.’<br />
Bij Teem kun je lesmateriaal zoeken per<br />
uitgever, onderwerp, op alfabet of op de<br />
combinatie schooltype en vak. Bij elk leermiddel<br />
staat met een icoontje aangegeven<br />
of het leermiddel op cd-rom is verschenen<br />
of te downloaden is van internet. Dat laatste<br />
is natuurlijk de beste, meestal gratis,<br />
optie. Jammer is dat je beperkt op vak kunt<br />
zoeken. Zo kun je alleen maar zoeken bij<br />
Modern foreign languages. Daardoor is de<br />
opbrengst gering. Bovendien hangen ook<br />
aan de www-leermiddelen prijskaartjes,<br />
zoals aan i-cafe, uitgegeven voor Duits,<br />
Frans en Spaans door Oxford University<br />
Press en bestemd voor KS4 (Years 10–11). De<br />
uitgever noemt i-cafe een ‘interactive subscription<br />
website for reading and writing<br />
skills. Price: £150.00 excluding VAT’. Dit<br />
is niet een leermiddel waar Nederlandse<br />
docenten naar op zoek zijn. Dit geldt trouwens<br />
voor alle andere ook, zodat ook deze<br />
leermiddelendatabase voor ons onderwijs<br />
als volkomen overbodig kan worden<br />
beschouwd.<br />
16 LTM | Internet<br />
Learning and Teaching Scotland<br />
Learning and Teaching Scotland () is de laatste door<br />
SLO aanbevolen buitenlandse leermiddelenbank.<br />
Hiervan zegt SLO: ‘Learning<br />
and Teaching Scotland (LTS) is de Schotse<br />
zusterorganisatie van SLO. Hun goed<br />
opgezette website biedt onder andere<br />
een selectie van online lesmateriaal, geschikt<br />
voor het onderwijs in Schotland.<br />
De (voorbeeld)leermiddelen zijn gekoppeld<br />
aan het Schotse curriculum. Interessant<br />
zijn educatieve games waarmee<br />
ook leerlingen in het Nederlandse primair<br />
onderwijs, na een korte instructie,<br />
prima zouden kunnen werken. Via de<br />
nationale elektronische leeromgeving<br />
Glow zijn zowel tools als online digitale<br />
leermiddelen te vinden.’<br />
Wie de zoekopdracht German of<br />
French plaatst, krijgt een paar honderd<br />
titels voorgezet. Je kunt voor kant-enklaarcursussen<br />
Frans naar de NQ Online<br />
Resource Database. Het lesmateriaal is<br />
gedifferentieerd, maar lijkt me vanwege<br />
de niet in de doeltaal gestelde opdrachten<br />
zonder aanpassingen niet bruikbaar<br />
voor het Nederlandse onderwijs.<br />
Daarnaast kun je kiezen voor NQ Online’s<br />
Directory of Educational Websites. Maar<br />
het aanbod is klein en niet te vergelijken<br />
met de hoeveelheid bijeengebrachte<br />
8<br />
|<br />
websites in het eveneens Engelstalige<br />
Word Surfing, dat in het volgende num- 2009 |<br />
mer van LTM wordt besproken. ■<br />
96<br />
— wordt vervolgd —<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
ict<br />
In de vorige afleveringen van LTM kwamen<br />
allerlei leermiddelenbanken aan de<br />
orde. Geen enkele daarvan houdt rekening<br />
met de werkwijze van docenten en<br />
leerlingen. Deze kiezen een vak, een afdeling,<br />
een klas, een niveau, een onderwerp<br />
en bij de moderne vreemde talen<br />
een vaardigheid. Toch zijn er wel degelijk<br />
goed bruikbare leermiddelenbanken.<br />
Bovendien zijn er ook pionierende docenten<br />
die voor hun eigen leerlingen en<br />
die van hun collega’s lesmateriaal op het<br />
net zetten. Hun werk wordt alleen door<br />
vakcollega’s opgemerkt en niet door de<br />
geldverslindende instanties die steeds<br />
maar weer opnieuw vergeefs proberen<br />
het onderwijs met het ontwerp van weer<br />
een andere database een dienst te bewijzen.<br />
In deze aflevering aandacht dus<br />
voor docent- en leerlingvriendelijke leermiddelenbanken<br />
met gratis te gebruiken<br />
leerboekaanvullend en zelfs soms<br />
leerboekvervangend lesmateriaal. Om te<br />
beginnen het Engelstalige Word Surfing.<br />
Word Surfing<br />
Volgens de Engelse makers van Word<br />
Surfing kun je een taal leren door systematisch<br />
je woordenschat te vergroten en<br />
die woorden correct en vloeiend in allerlei<br />
situaties te leren gebruiken. Zij menen<br />
dit doel te bereiken door de taalleerders<br />
toegang te geven tot gratis websites met<br />
woord- en grammaticatoetsen, video’s,<br />
lees- en luisteroefeningen, spelletjes,<br />
lessen, forums en opzoekmogelijkheden<br />
voor onbekende woorden. Bezoekers van<br />
Word Surfing vinden lesmateriaal voor<br />
Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans,<br />
Italiaans, Japans, Koreaans, Portugees,<br />
Russisch, Spaans en Welsh. Als docenten<br />
en hun leerlingen geen bezwaar hebben<br />
tegen Engels als instructietaal, dan<br />
is Word Surfing goed bruikbaar voor het<br />
modernevreemdetalenonderwijs. Maar<br />
er zijn ook koppelingen naar websites<br />
met de doeltaal als instructietaal.<br />
Groot aanbod<br />
Word Surfing () is opgezet door een groep<br />
onafhankelijk van elkaar opererende<br />
taalleraren en vertalers. Iedereen die iets<br />
met het onderwijzen van talen van doen<br />
heeft, kan partner worden in de organisatie.<br />
Men kan op allerlei manieren bijdragen<br />
aan Word Surfing, onder andere door<br />
mee te helpen aan het vergroten van het<br />
aantal websites voor het talenonderwijs<br />
en het in stand houden van de talrijke<br />
discussiegroepen. Daarnaast kunnen op<br />
de website van Word Surfing professionele<br />
aanbieders van talenonderwijs vertellen<br />
wat ze tegen welke prijs aan cursussen<br />
kunnen leveren. Uitgangspunt echter<br />
van Word Surfing is en blijft: onbeperkte<br />
vrije toegang tot alle opgenomen websites,<br />
hulp bij het gebruik van internet voor<br />
het leren van een taal en het ontwikkelen<br />
van een persoonlijke strategie voor<br />
woordverwerving.<br />
Word Surfing beoogt de leerlingen<br />
op een prettige manier in hun eigen tijd<br />
te onderwijzen met een groot aanbod<br />
aan internetbronnen. Voor alle niveaus,<br />
voor alle vaardigheden zijn er volledige<br />
cursussen beschikbaar met toetsen en<br />
al. Enige ordening is echter noodzake-<br />
17 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 7<br />
WORD SURFING: gratis oefenmateriaal<br />
voor veel moderne vreemde talen<br />
lijk. Anders haken de leerlingen snel af.<br />
Je vindt bij alle beschikbare talen veel<br />
dezelfde internetbronnen. Dat komt<br />
omdat de ontwerpers daarvan, zoals de<br />
BBC, meer dan één taal bedienen. Dat<br />
maakt het voor de leerlingen makkelijk<br />
om voor alle schooltalen dezelfde soort<br />
bronnen te gebruiken. Bovendien zijn<br />
ze dan ook gewend aan de driedeling<br />
van het niveau die voor alle talen geldt:<br />
Beginners (B), Intermediate (I), Advanced (A).<br />
Frans<br />
Het is onmogelijk om alle schooltalen te<br />
bespreken. Ik heb ruim dertig jaar Frans<br />
gegeven in het voortgezet onderwijs en<br />
veel didactische vernieuwingen meegemaakt<br />
en meestal ook toegepast als ze<br />
leerrendement opleverden. Bij alle talen<br />
ziet de openingspagina er ongeveer uit<br />
zoals bij Frans:<br />
Vocabulary (B) – look, listen and learn<br />
Basic Grammar (BI) – read, listen, repeat<br />
... and use<br />
Readings (BIA) – with sound<br />
French Video Resources (BI)<br />
BBC Learn French Online (BI)<br />
Learn French (BI)<br />
French on the Net (BI)<br />
French Tests (BI)<br />
LangMedia (BI) – videos with transcripts<br />
100 Goethe Vocabulary Tests (BI)<br />
E.L. Easton (BIA) – lots of good links to<br />
more good opportunities<br />
Ondanks de drie niveaus kunnen leerlingen<br />
niet zonder begeleiding losgelaten<br />
worden op deze openingspagina. Ze zou-
den gewoon niet weten waar te beginnen.<br />
Voorstructurering is dan ook noodzakelijk.<br />
Om de lezers een indruk te geven van<br />
deze elf internetbronnen bespreek ik ze<br />
allemaal even heel kort.<br />
Vocabulary is gemaakt door Language-<br />
Guide.org. Deze organisatie maakt de<br />
aankondiging van look, listen and learn<br />
geheel waar. Alle woorden uit het aanvangsonderwijs<br />
worden in woordgroepen<br />
aangeboden met afbeeldingen. Je gaat<br />
met de cursor op de afbeelding staan en<br />
je hoort de uitspraak van het woord. De<br />
leerlingen zien de schrijfwijze en blijven<br />
net zo lang totdat ze alle woorden kennen,<br />
zoals die van de familierelaties.<br />
Met deze woorden kunnen de leerlingen<br />
hun eigen familie voorstellen in de<br />
klas. Dat geldt voor alle onderwerpen.<br />
Eerst de woorden leren dan er iets zinnigs<br />
mee zeggen en schrijven.<br />
Basic Grammar (BI). Deze grammatica is<br />
eveneens van LanguageGuide.org. De<br />
leerlingen krijgen een lijst te zien met<br />
vier groepen grammaticale verschijnselen,<br />
die ze gefaseerd kunnen beluisteren<br />
en leren. Bij het persoonlijk voornaamwoord<br />
stuiten ze dan wel op het Frans-<br />
Engelse verschil tussen vous/tu en you. Dit<br />
wordt in het Engels goed uitgelegd met<br />
voorbeelden en al. De leerlingen zullen<br />
zich dan wel bewust moeten zijn van onze<br />
jijenjougewoonte, die in Frankrijk op zijn<br />
minst vervreemding wekt.<br />
Readings (BIA) is eveneens afkomstig van<br />
LanguageGuide.org. Je vindt er een aantal<br />
niet te lange voorgelezen teksten voor<br />
beginnende en gevorderde lezers. Voor<br />
de laatsten biedt deze leergang ook literaire<br />
teksten van onder andere Guy de<br />
Maupassant. Engelstaligen kunnen hun<br />
muiswijzer achter elke zin zetten, want<br />
dan krijgen ze de Engelse vertaling te<br />
zien van die zin. Daar hoeft dus geen leraar<br />
aan te pas te komen.<br />
French Video Resources (BI) zijn afkomstig<br />
van The Ashcombe School Language Col-<br />
18 LTM | Internet<br />
lege uit Engeland. De leerlingen kijken<br />
en luisteren naar de filmpjes met onderwerpen<br />
die in de meeste leergangen ook<br />
voorkomen. De in Hot Potatoes gemaakte<br />
oefeningen toetsen tegelijkertijd hun<br />
luistervaardigheid.<br />
BBC Learn French Online (BI) ()<br />
bestaat uit een aantal programma’s<br />
waarmee de leerlingen zelfstandig aan<br />
de slag kunnen.<br />
French Steps is een cursus voor<br />
beginners die al jaren in het archief<br />
van de BBC wacht op cursisten. Ze vinden<br />
er korte, thematisch geordende<br />
gesprekjes, die ze kunnen beluisteren<br />
met of zonder Franse of Engelse teksten.<br />
Daarna volgen schrijf- en spreekoefeningen.<br />
French Experience is op dezelfde<br />
leest geschoeid. De cursus biedt<br />
allerlei korte filmpjes, die de leerlingen<br />
kunnen bekijken met of zonder tekst.<br />
Quick Fix biedt de mogelijkheid om<br />
de beluisterde woordjes en zinnetje te<br />
downloaden op een mp3-speler.
Docent Stéphane Cornicard van Ma<br />
France loodst de leerlingen door 24<br />
interactieve video-units heen. Elke unit<br />
bestaat uit drie korte filmpjes. De eerste<br />
biedt de belangrijkste woorden en<br />
grammaticale structuren van de unit, de<br />
tweede levert achtergrondinformatie en<br />
de derde de toepassing in het dagelijks<br />
leven. Wie klikt op For tutors kan een<br />
bepaald topic oproepen, zoals begroeten,<br />
dat als eerste in alle cursussen is<br />
opgenomen. Het is een handige manier<br />
van de BBC om per thema zo veel mogelijk<br />
gebruikssituaties te kunnen leveren.<br />
Met Learn French (BI) kunnen de leerlingen<br />
op allerlei manieren communiceren met<br />
gebruik van hun eigen stem en een zelf<br />
te bouwen identiteit, Voki genaamd. Met<br />
behulp van hun avatar sturen de leerlingen<br />
ingesproken teksten naar elkaar of<br />
naar hun talendocent. Een motiverende<br />
manier van oefenen in het spreken van<br />
de te leren taal.<br />
French on the Net (BI) levert een groot<br />
aantal gratis te bezoeken websites met<br />
complete cursussen en andere geschikte<br />
manieren om online Frans te leren. Het is<br />
de bonte verzameling van Anne Fox, een<br />
tegenwoordig in Denemarken werkende<br />
tweetalige docente Engels en Frans, die<br />
meer dan tien jaar op scholen in Engeland<br />
heeft lesgegeven. Ze is daarom in<br />
staat om bij elke website een kundig<br />
oordeel toe te voegen. In haar collectie<br />
staat ook het uitstekende GCSE Bitesize<br />
French, dat ooit door de BBC is gemaakt<br />
en nog steeds op het net is te vinden<br />
().<br />
French Tests (BI) is afkomstig van Languages<br />
Online, dat een tiental talen bedient.<br />
De honderden tests zijn gemaakt met<br />
het bekende auteursprogramma Hot<br />
Potatoes. Daarmee maak je matchoefeningen,<br />
kruiswoordraadsels, invuloefeningen,<br />
woordvolgordeoefeningen enzovoort.<br />
Alle toetsen zijn Frans–Frans en<br />
bevatten alle door de leerlingen te kennen<br />
woorden uit de onderbouw.<br />
LangMedia (BI) levert een groot aantal<br />
thematisch geordende gesprekjes. De<br />
onderwerpen daarvan kom je ook weer<br />
in de meeste leergangen tegen. In sommige<br />
dialogen is de structuur te ingewikkeld<br />
voor het aanvangsonderwijs. Leerlingen<br />
die bijvoorbeeld de weg moeten<br />
leren vragen en wijzen, zullen niet gauw<br />
de straat opgaan met een zin als: Excusezmoi,<br />
mademoiselle, est- ce que vous pourriez<br />
me dire où se trouve la gare? Met een la gare,<br />
s’il vous plaît komen ze er ook wel.<br />
100 Goethe Vocabulary Tests (BI) is afkomstig<br />
van het Duitse Goethe-Verlag. Naast<br />
boeken levert dit bedrijf ook gratis de<br />
mogelijkheid om woorden te leren vanuit<br />
elke moedertaal naar elke vreemde taal,<br />
dus ook Nederlands–Frans.<br />
E.L. Easton (BIA): Eva Easton heeft honderden<br />
websites gerubriceerd die goed<br />
bruikbaar zijn bij het leren van een taal.<br />
Als een van de eerste noemt ze Tennessee<br />
Bob’s Famous French Links. Bob Peckham<br />
is hoogleraar Franse taal en letterkunde<br />
en werkt al meer dan dertig jaar<br />
aan zijn Franse websites. Je kunt dan ook<br />
19 LTM | Internet<br />
daar alles vinden wat met de geschiedenis,<br />
literatuur en cultuur van Frankrijk te<br />
maken heeft.<br />
Leerboekvervangend of aanvullend<br />
Onderzoek en experimenten moeten<br />
uitwijzen of de digitale verzamelingen<br />
lesmateriaal van Word Surfing de traditionele<br />
lesmethoden kunnen vervangen of<br />
op zijn minst aanvullen. Als Engels als instructietaal<br />
niet voor alle afdelingen van<br />
het vo haalbaar is, zal er vertaald moeten<br />
worden. Dat is dan altijd nog goedkoper<br />
en beter dan het bedenksel Wikiwijs van<br />
de minister van Onderwijs, de open leermiddelenbank<br />
van de VO-raad, de Toolkit<br />
van de Open Universiteit, Edurep, Davindi<br />
en de Didactobank van Kennisnet,<br />
het Leermiddelenplein van SLO, KlasCement<br />
en de andere besproken buitenlandse<br />
leermiddelenbanken. ■<br />
— wordt vervolgd —<br />
1<br />
|<br />
John Daniëls<br />
2010 | 97<br />
Literatuur<br />
Daniëls, J. (2009). Leermiddelenbanken in<br />
Vlaanderen, Denemarken, Engeland en Schotland.<br />
jaargang<br />
Internetonderwijs deel 6. <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Magazine,<br />
96(8), 44–45. LTM
ict<br />
In de voorgaande afleveringen over<br />
leermiddelenbanken was er regelmatig<br />
sprake van de vaklokalen van de<br />
Digitale School. Onvindbaar lesmateriaal<br />
in de door Kennisnet, de VOraad<br />
en de Open Universiteit ontworpen<br />
leermiddelenbanken bleek soms<br />
goed gerangschikt voorhanden in de<br />
per vak door leraren opgezette lokalen<br />
en community’s. De conclusie luidde<br />
steeds dat docenten en hun leerlingen<br />
beter direct naar het betreffende<br />
vaklokaal zouden kunnen gaan om<br />
daar het nodige leerboekvervangend<br />
of aanvullend lesmateriaal op te halen.<br />
De Digitale School exploiteert namelijk<br />
een leermiddelendatabase met<br />
een goede zoekfunctie. Meer dan tien<br />
jaar geleden begonnen de eerste pioniers<br />
hun digitale lesideeën te zenden<br />
naar . Deze database is alleen<br />
toegankelijk voor de leden van<br />
een community van de Digitale School.<br />
Ook leerlingen kunnen daar lid van<br />
worden, zelfs van meer dan één community.<br />
Na het inloggen kunnen de leden<br />
leermiddelen insturen en zoeken.<br />
Ingestuurde leermiddelen kunnen<br />
door collega’s worden gebruikt en van<br />
commentaar voorzien, terwijl zij ook<br />
kunnen overleggen met de maker van<br />
het leermiddel.<br />
Leermiddelen insturen en<br />
gebruiken<br />
Na het vak te hebben ingevuld waarvoor<br />
je een leermiddel wilt insturen, krijg je<br />
een aantal vragen voorgelegd die de<br />
zoekfunctie voor collega’s en leerlingen<br />
vergemakkelijken. Op de vraag wat voor<br />
leermiddel het is, kun je kiezen uit: leerlingenopdracht,<br />
toets en docentenmateriaal.<br />
Daarna volgen nog vragen over de<br />
taal waarin het leermiddel is geschreven<br />
en voor welk niveau het leermiddel<br />
is bedoeld. Daarbij is er keus uit: niet<br />
niveaugebonden, vmbo 1/2, vmbo 3/4,<br />
onderbouw havo/vwo, tweede fase havo,<br />
tweede fase vwo. Daarna kunnen de inzenders<br />
een tiental domeinen aangeven<br />
waartoe het leermiddel behoort. Voor<br />
de moderne vreemde talen moeten de<br />
inzenders aangeven of het leermiddel<br />
is bestemd voor leesvaardigheid, kijkluistervaardigheid,gespreksvaardigheid,<br />
schrijfvaardigheid, grammatica of<br />
woordverwerving.<br />
Achter elk vak staat het aantal leermiddelen<br />
vermeld. Het best voorziene lokaal<br />
is Engels met maar liefst 2167 leermiddelen,<br />
dan volgt Duits met 418, Nederlands<br />
met 306, Frans 264 en Spaans 12.<br />
Zoals de leermiddelen zijn ingezonden,<br />
zo kunnen ze ook worden teruggevonden:<br />
op niveau van afdeling en leerjaar,<br />
op domein, op vaardigheid enzovoort.<br />
20 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 8<br />
LEERMIDDELENDATABASE VAN DE<br />
Engels<br />
Het ontwikkelen van leermateriaal voor<br />
gespreksvaardigheid is lastiger dan<br />
voor de andere vaardigheden. Vandaar<br />
dat van de in totaal 2167 leermiddelen<br />
voor het vak Engels die voor gespreksvaardigheid<br />
het geringst in aantal zijn.<br />
Voor alle afdelingen en niveaus komen<br />
ze niet boven de vijftien uit. Soms zijn<br />
de opdrachten voor gespreksvaardigheid<br />
gekoppeld aan andere vaardigheden.<br />
Dat is te begrijpen omdat<br />
onderwerpen waarover de leerlingen<br />
moeten gaan spreken, aangereikt kunnen<br />
worden door lees- of luisterteksten,<br />
ja soms door beide tegelijk. Bij het project<br />
Walk and Talk, een minitaaldorp, is<br />
zelfs schrijfvaardigheid toegevoegd.<br />
Het lesmateriaal is ontworpen voor de<br />
brugklas door docent Alan Turner van<br />
het Veurs Lyceum in Leidschendam.<br />
De leerlingen downloaden het lesboekje<br />
als Worddocument, printen het en gaan<br />
zelfstandig in tweetallen aan de slag.<br />
Er zijn allerlei spreekopdrachten, zoals<br />
informatie vragen en een interview maken<br />
met een bekende persoon over wie<br />
ze eerst allerlei gegevens te lezen krijgen.<br />
De te stellen vragen dienen voor<br />
het spreken, de antwoorden moeten uit<br />
een tekst worden gedistilleerd en opgeschreven,<br />
zoals echte journalisten het<br />
ook doen.
DIGITALE SCHOOL VOLDOET AAN DE ZOEKEISEN<br />
21 LTM | Internet<br />
Alie Bosma, docente Engels van de<br />
scholengemeenschap Sevenwolden in<br />
Heerenveen schreef voor haar leerlingen<br />
van de onderbouw en die van haar collega’s<br />
lesmateriaal waarin alle vaardigheden<br />
aan bod komen. ‘Spreekvaardigheid:<br />
native speaker interviewen, in groepjes<br />
werken. Schrijfvaardigheid: een<br />
gedichtje, een e-mail schrijven.<br />
Leesvaardigheid: gedichtjes met vragen.<br />
Luistervaardigheid: naar native speaker<br />
luisteren (aantekeningen maken en uitwerken).<br />
Woordverwerving: een wordfile<br />
aanleggen.’<br />
Ella Visser van het Liemers College<br />
in Zevenaar ontwierp bij de door haar<br />
gebruikte leergang Stepping Stones<br />
een kwartetspel voor het oefenen van<br />
gespreksvaardigheid, grammatica<br />
en woordverwerving. Haar collega’s<br />
beloonden terecht haar huisvlijt met vier<br />
sterren. Leerlingen die graag iets met<br />
de handen doen, zullen zeker bereid<br />
zijn het in Word geschreven spel te<br />
downloaden, te printen, in kaartformaat<br />
te knippen en op karton te plakken.<br />
Daarnaast zijn er ook wel leerlingen in<br />
staat om zelf bij de lessen een kwartetspel<br />
te ontwikkelen. Een onderwerp is<br />
zo bedacht, plaatjes zijn er genoeg te<br />
vinden op internet. De vier bij elkaar<br />
horende Engelse zinnetjes moeten ze<br />
dan zelf bedenken. Het kwartetspel is
een handige manier om een hele klas<br />
aan het spreken te krijgen, al gaat het<br />
dan om een simpele structuur van zinnetjes<br />
als ‘Mag ik van jou van de familie<br />
de opa’.<br />
Frans<br />
Ook voor het vak Frans slechts vijftien<br />
lesideeën voor gespreksvaardigheid. Docent<br />
Jan Pover, een pionier uit de eerste<br />
jaren van de ICT, ontwikkelde enkele rollenspellen<br />
voor groepjes van twee of vier<br />
leerlingen. Het zijn zogeheten informationgapoefeningen,<br />
waarbij de leerlingen<br />
om ontbrekende informatie moeten<br />
vragen in allerlei situaties, zoals vragen<br />
naar elkaars personalia, hobby’s, prijzen<br />
in winkels enzovoort. Het zijn opdrachten<br />
in Word, die docenten kunnen openen,<br />
opslaan en printen. De leerlingen gaan<br />
er dan zelfstandig mee aan de slag. De<br />
meeste leerlingenopdrachten voor gespreksvaardigheid<br />
werken zo. Maar niet<br />
die van Dorien Merckens, docente Frans<br />
aan het Jac. P. Thijsse College in Castricum.<br />
Zij laat de leerlingen videoboodschappen<br />
sturen naar haar e-mailadres<br />
via een van de bekende netwerksites. In<br />
een Worddocument legt ze uit hoe de<br />
leerlingen dat moeten doen. Ze nemen<br />
twee aan twee voor de webcam een goed<br />
voorbereid gesprek op en sturen dat naar<br />
hun docente. Oplezen van papier kost<br />
punten.<br />
Paula van Kempen, docente Frans in<br />
het hbo, ontwierp een webquest met als<br />
titel Vie d’école et loisirs, bestemd voor de<br />
klassen 3hv. Het is een methodevervangende<br />
leeropdracht voor twaalf lessen<br />
van zeventig minuten. In de inleiding<br />
maakt ze duidelijk wat de bedoeling is:<br />
‘Stel je voor, je verhuist naar Frankrijk en<br />
je moet naar een nieuwe school (le collège<br />
français). Je moet dan weten hoe het<br />
schoolsysteem werkt en wat er allemaal<br />
op school is te doen.’ In deze zeer bruikbare<br />
talenquest komen alle vaardigheden<br />
aan bod.<br />
Docente Anita Buurman van de KSG<br />
in Apeldoorn ontwierp in 2007 een aantal<br />
dialogen gesitueerd in een winkel, een<br />
brasserie, bij de VVV en op het politiebureau.<br />
Het zijn voorbeelddialogen ter<br />
oefening in een taaldorp. Twee jaar later<br />
hadden al 184 docenten deze huisvlijt<br />
bekeken en een collega had er commentaar<br />
op geleverd. Nu doen al deze<br />
via Worddocumenten geleverde dialogen<br />
wat ouderwets aan. Het internet wordt<br />
alleen gebruikt voor het downloaden en<br />
de computer voor het printen van traditionele<br />
velletjes papier.<br />
Virtueel taaldorp<br />
Toch is er een virtueel taaldorp op internet<br />
te vinden dat niet in de leermiddelenbank<br />
van de Digitale School is te vinden.<br />
Het is ontworpen door Maurice Visser,<br />
docent Frans aan het Dalton-Vatelcollege<br />
in Voorburg. In zijn vaklokaal () kunnen leerlingen<br />
van het eerste en tweede leerjaar<br />
allerlei basisvaardigheden leren en oefenen.<br />
Als reden waarom zijn taaldorp, dat<br />
wel voor iedereen openstaat, niet in de<br />
leermiddelenbank is opgenomen, zegt<br />
Maurice Visser dat hij hard werkt en tot<br />
op heden geen tijd heeft gevonden om<br />
zijn taaldorp in de leermiddelenbank te<br />
zetten.<br />
Conclusie<br />
Al deze pionierende docenten die hun<br />
huisvlijt naar de vaklokalen van de Digitale<br />
School sturen, zijn de wegbereiders<br />
van het door de minister van Onderwijs<br />
gewenste Wikiwijs en van de<br />
andere eerder in LTM beschreven leermiddelenbanken.<br />
Het daarin te investeren<br />
geld kan beter worden besteed<br />
aan de verdere professionalisering van<br />
de vaklokalen van de Digitale School en<br />
aan het financieel prikkelen van docen-<br />
2<br />
|<br />
ten zoals Maurice Visser om zijn taaldorp<br />
verder uit te bouwen. Daar heeft 2010 |<br />
het onderwijs echt iets aan. ■<br />
97<br />
— wordt vervolgd —<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM<br />
22 LTM | Internet
23 LTM | Internet<br />
Foto: Anda van Riet
ict<br />
In eerder in LTM beschreven leermiddelenbanken<br />
en databases zijn ze niet te<br />
vinden. Ook de Inspectie van het onderwijs<br />
besteedt in ‘Portretten van scholen<br />
voor voortgezet onderwijs’ (zie Daniëls,<br />
2007a, b) geen aandacht aan ze, terwijl<br />
de schoolbezoeken in het teken van ICT<br />
stonden. Toch zijn ze er: docenten die<br />
voldoende kennis hebben opgedaan van<br />
een auteursprogramma om daarmee digitaal,<br />
vaak interactief lesmateriaal te<br />
ontwikkelen voor de eigen leerlingen,<br />
maar dit ook meestal gratis ter beschikking<br />
stellen aan collega’s van andere<br />
scholen. Zij zijn bescheiden en timmeren<br />
niet aan de weg. Dit is ook de reden<br />
dat in het verslag van de werkconferentie<br />
ICT-pioniers in het talenonderwijs, georganiseerd<br />
op 25 en 26 november 2005 door<br />
het toenmalige NaB-mvt, te lezen staat:<br />
‘De publicatie is bedoeld om talendocenten<br />
een bruikbaar overzicht te bieden van<br />
de verschillende toepassingen op ICTgebied,<br />
overigens zonder enige pretentie<br />
van volledigheid. Er zijn natuurlijk meer<br />
pioniers die we niet voor de werkconferentie<br />
konden uitnodigen, omdat we ze<br />
niet kennen.’ Was dat wel het geval geweest,<br />
dan was pionier Maurice Visser,<br />
docent Frans aan het Dalton-Vatel College<br />
in Voorburg, er zeker bij geweest.<br />
Taaldorp Frans<br />
Maurice Visser heeft een digitaal taaldorp<br />
Frans ontwikkeld dat hij, via de<br />
website van de school ,<br />
als lesmateriaal aan<br />
de eigen onderbouwleerlingen aanbiedt,<br />
maar ook aan die van zijn collega’s.<br />
Het openingsscherm biedt de<br />
leerlingen de gelegenheid om een keus<br />
te maken uit klas 1 of 2. Voor beide klassen<br />
zijn de volgende zes onderwerpen<br />
beschikbaar. Drie daarvan starten in de<br />
eerste klas en keren in het tweede leerjaar<br />
uitgebreid terug.<br />
• Bureau d’accueil (klas 1 en 2)<br />
• Club des jeunes (klas 1 en 2)<br />
• Dans la rue (klas 1 en 2)<br />
• Collège (klas 1) en Salle de classe (klas 2)<br />
• Supermarché (klas 1) en Restaurant (klas 2)<br />
• Hôtel de ville (klas 1) en Hôtel (klas 2)<br />
Deze onderwerpen staan in waaiervorm<br />
zonder voorgeschreven volgorde op het<br />
scherm. Docenten of hun leerlingen kiezen<br />
dus zelf een onderwerp voor digitale<br />
verwerking. Daarmee functioneert<br />
het taaldorp ook beter als aanvulling op<br />
de gebruikte leergang. De uitleg bij elk<br />
thema is kort en duidelijk. De leerlingen<br />
zien vier symbooltjes met elk een eigen<br />
betekenis:<br />
• In Connaissances élémentaires (basiskennis)<br />
worden alle zinnen aangeboden.<br />
Ook de belangrijkste woorden staan<br />
keurig op rij opgesteld.<br />
• In Écouter et regarder (kijken en luisteren)<br />
zijn voorlopig alle zinnen te<br />
beluisteren voor de uitspraak. In de<br />
toekomst komen er ook filmpjes van<br />
24 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 9<br />
Toch zijn er wel degelijk<br />
pionierende talendocenten<br />
de dialogen, gespeeld in het taaldorp.<br />
• In En savoir plus... vind je extra grammatica<br />
ter ondersteuning van de situatie.<br />
• In het koffertje van Extra vind je allerlei<br />
oefeningen die je kunt downloaden.<br />
Ook vind je er koppelingen die<br />
verwijzen naar nog meer oefeningen.<br />
Dans la rue<br />
Vanwege de bekende begroetingsrituelen<br />
is het aan te bevelen in het eerste leerjaar<br />
met Dans la rue te beginnen. In het<br />
tweede leerjaar komt de straat terug met<br />
nieuw vocabulaire en zinnen. De leerlingen<br />
kunnen net zo lang de woorden en<br />
zinnetjes beluisteren en nazeggen totdat<br />
ze de goede uitspraak te pakken hebben.<br />
Dat kan individueel voor huiswerk thuis<br />
of in tussenuren op de schoolcomputers.<br />
Docenten die een hele klas tegelijk deze<br />
individueel bedoelde activiteiten van de<br />
leerlingen in het computerlokaal laten<br />
uitvoeren, verliezen daarmee kostbare<br />
lestijd. Een korte klassikale evaluatie van<br />
de gegeven opdrachten voldoet beter.<br />
Dat kan simpel met het ook bij de traditionele<br />
leergangen gebruikelijke vraag- en<br />
antwoordspel van hoe zeg je/vraag je? De<br />
meerwaarde boven de traditionele werkwijze<br />
van de onder 1 en 2 genoemde opdrachten<br />
bestaat uit het niet-klassikaal<br />
oefenen met woordbetekenissen, zinnetjes<br />
en uitspraak. Dat doen de leerlingen<br />
in niet-lesuur gebonden werktijd.
En savoir plus...<br />
In de rubriek En savoir plus... treffen de<br />
leerlingen grammatica. In dit geval voor<br />
de eerste klas het traditionele leren klokkijken.<br />
Een tochtje langs alle twaalf onderwerpen<br />
laat zien dat enkele bij En<br />
savoir plus... een leeg scherm opleveren.<br />
De overige herbergen de traditionele<br />
grammaticaregels. Ze zijn simpel<br />
gehouden, zodat de leerlingen ze zelfstandig<br />
kunnen raadplegen of leren als<br />
een docent dat wenst. Hoe verschillend<br />
er ook wordt gedacht over de rol van<br />
de grammatica bij het leren van een<br />
moderne vreemde taal, voor het correct<br />
taalgebruik zullen de leerlingen<br />
op zijn minst moeten weten hoe ze alle<br />
voorkomende woordsoorten moeten<br />
schrijven.<br />
Het koffertje met Extra<br />
Extra is het meest interessante onderdeel<br />
van het taaldorp. Het is geïmporteerd<br />
werk van T<strong>hier</strong>ry Perrot, docent Frans als<br />
vreemde taal (FLE). In alle koffertjes zitten<br />
dezelfde twaalf onderwerpen, steeds<br />
in deze volgorde: la maison, les vêtements,<br />
les numéros, la famille, l’alphabet, les heures,<br />
l’Europe, les animaux, le corps humain, la<br />
gare, les chiffres de 0 à 100, en ville.<br />
De leerlingen krijgen van al deze<br />
onderwerpen eerst de woordbetekenissen<br />
te zien en te horen, vervolgens<br />
de daarop gebaseerde dialogen.<br />
Daarna volgen interactieve opdrachten,<br />
waarmee de leerlingen kunnen<br />
oefenen totdat ze geen fouten meer<br />
maken. Steeds zien ze de uitslag en<br />
het commentaar op hun prestatie.<br />
Maurice Visser had misschien beter<br />
bij elk thema alleen het bijhorende<br />
onderwerp van Perrot in het koffertje<br />
kunnen stoppen. Zijn alfabet met de<br />
uitspraak van alle letters hoort helemaal<br />
voor in de cursus. Na de behandeling<br />
in de tweede klas van Dans la<br />
rue kunnen de leerlingen dan interactief<br />
aan het werk met Perrots En ville.<br />
Daar leren ze de weg vragen en wijzen.<br />
Docenten die hun leerlingen nog meer<br />
willen laten oefenen met andere onderwerpen<br />
uit het werk van T<strong>hier</strong>ry Perrot,<br />
kunnen hen sturen naar .<br />
Leerboekaanvullend<br />
Het digitaal lesmateriaal van Maurice<br />
Visser kan uitstekend dienen als aanvullende<br />
transfer op de gebruikte leergang.<br />
Dat geldt natuurlijk ook voor de interactieve<br />
oefeningen van T<strong>hier</strong>ry Perrot.<br />
De leerlingen kunnen er individueel en<br />
zelfstandig mee aan het werk na de opdracht<br />
daartoe van hun docent te hebben<br />
ontvangen. Tijdens het daarvoor<br />
afgesproken lesuur laten de leerlingen<br />
horen wat ze van hun buitenschoolse<br />
digitale docenten hebben geleerd. Het<br />
is zeker hun bedoeling dat de leerlin-<br />
25 LTM | Internet<br />
gen zich inspannen om de woorden en<br />
korte zinnetjes met de goede uitspraak<br />
en taalregels te leren. De eigen leraar zal<br />
dan nog wel even moeten controleren of<br />
ze dit is gelukt.<br />
Advies aan OCW<br />
Natuurlijk zijn er meer pionierende docenten<br />
zoals Visser en Perrot die hun eigen<br />
leerlingen en die van hun collega’s<br />
van gratis digitaal, interactief lesmateriaal<br />
voorzien. Ze maken zonder enige vergoeding<br />
van het ministerie van Onderwijs<br />
iets wat er nog niet is. Het is dan ook niet<br />
zo vreemd dat Maurice Visser zijn taaldorp<br />
niet verder uitbreidt. De minister<br />
zou er goed aan doen niet-commercieel<br />
werkende auteurs van digitaal aangeboden<br />
lesmateriaal op te sporen en ze met<br />
een tripartiete overeenkomst een behoorlijke<br />
vermindering van het aantal te<br />
geven lessen te bieden om ze daarmee te<br />
stimuleren op de ingeslagen weg verder<br />
te gaan. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
Literatuur<br />
Daniëls, J. (2007a). ICT-portretten van scholen<br />
voor voortgezet onderwijs. <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong><br />
Magazine, 94(5), 39–40.<br />
Daniëls, J. (2007b). ICT-portretten van scholen<br />
voor voortgezet onderwijs: Deel 2. <strong>Levende</strong><br />
<strong>Talen</strong> Magazine, 94(6), 27–28. LTM jaargang 97 | 2010 | 3
ict<br />
De Alane (Adaptive Language Engine)<br />
Nieuwslezer () is ontwikkeld door softwarebedrijf<br />
Edia in Amsterdam. Edia, een onderzoeks-<br />
en ontwikkelorganisatie voor<br />
webtoepassingen voor het onderwijs,<br />
is ontstaan door een nauwe samenwerking<br />
met de afdeling Communicatie- &<br />
Informatiewetenschappen van de Universiteit<br />
Tilburg. De wetenschappelijke<br />
basis voor de Nieuwslezer is gelegd in<br />
een onderzoeksproject van deze universiteit.<br />
Voorlopig is de Nieuwslezer alleen<br />
beschikbaar voor NT2, maar de andere<br />
schooltalen volgen binnenkort.<br />
Het programma werkt als volgt: de<br />
leerlingen maken eerst een test waarmee<br />
hun woordkennis wordt vastgesteld.<br />
Daarna kiezen ze een onderwerp en het<br />
aantal daarover te lezen teksten. Ze hebben<br />
de keus uit: binnenland, buitenland,<br />
economie, entertainment, gezondheid,<br />
kunst, media, sport en wetenschap.<br />
Op basis van de uitslag van de pretest<br />
en de gewenste onderwerpen zoekt het<br />
programma teksten in een database van<br />
dagelijks ververste krantenartikelen. In<br />
de tekst krijgen de woorden die boven<br />
het niveau van de leerling liggen, een<br />
rode achtergrond. Door met de muis over<br />
deze woorden te bewegen verschijnt een<br />
vertaling in een door de leerling vooraf<br />
gekozen hulptaal. Door op het woord te<br />
klikken verschijnt in het rechtergedeelte<br />
van het scherm een aantal voorbeeldzinnen<br />
waarin het doelwoord voorkomt.<br />
Ook is een opdracht toegevoegd waarbij<br />
leerders een woord dat half is afgebro-<br />
ken, zelf moeten afmaken. Vervolgens<br />
kunnen ze doorgaan met een nieuwe<br />
tekst. Dat gaat door totdat het ingestelde<br />
aantal teksten is bereikt.<br />
Leerlingen en docenten loggen in<br />
op een apart deel van de Nieuwslezer.<br />
Beide kunnen de vorderingen volgen<br />
op een eigen scherm. Om de werking<br />
van de Alane Nieuwslezer te ervaren heb<br />
ik me achtereenvolgens als leerling en<br />
docent gemeld bij Rintse van der Werf,<br />
de ontwerper van Alane. Hij maakte twee<br />
accounts voor me aan, zodat ik als leerling<br />
en docent aan het werk kon.<br />
Als leerling<br />
Om mijn woordenschat te bepalen kreeg<br />
ik een pretest voorgezet met 70 vragen.<br />
Dat was lastig omdat ik bij NT2 natuurlijk<br />
alle gevraagde woorden wel kende.<br />
Bewust maakte ik fouten en haalde zo<br />
een score van 45 goede antwoorden op<br />
de 70 vragen. Dat bracht Alane ertoe om<br />
mij de vier teksten over het verlangde onderwerp<br />
achtereenvolgens voor te zetten.<br />
De keus van de teksten was gebaseerd op<br />
mijn woordenschat van 8.240.<br />
In een van de teksten klikte ik op het<br />
me zogenaamd onbekende door Alane<br />
voorgesorteerde woord torpederen. Als<br />
hulp kreeg ik vier nieuwe zinnen met het<br />
onbekende woord erin.<br />
1. Miguel Torres kreeg al na twintig minuten<br />
rood wegens het torpederen van<br />
Dani Aquino.<br />
2. Het probleem van de nederzettingen<br />
dreigt het hele vredesproces te torpederen,<br />
zei de Saudische prins Saud al Faisal.<br />
26 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 10<br />
ALANE SLIMME NIEUWSLEZER<br />
Online leermiddel voor leesvaardigheid en woordverwerving<br />
3. Amir wilde met de moordaanslag het<br />
Israëlisch-Palestijns vredesproces torpederen<br />
dat met akkoorden in Oslo in<br />
1993 was begonnen.<br />
4. Hij wil deze acties torpederen door ze<br />
per Koninklijk Besluit te vernietigen.<br />
In de <strong>hier</strong>op volgende clozetoets moest ik<br />
als leerling in staat worden geacht om in<br />
vier nieuwe zinnen met onbekend geachte<br />
woorden in elke zin het woord correct<br />
aan te vullen. In de zin ‘De Gezondheidsraad<br />
betitelt het vaccinatieprogramma<br />
als uiterst veilig. Het advies... maakt<br />
slechts een voorbehoud voor kinderen<br />
met een ernstige, aangeboren afwijking’,<br />
moet het woord advies aangevuld worden<br />
tot adviesorgaan. Na aanvulling van de vier<br />
woorden klik je op Versturen. Je ziet het<br />
meteen: groen is goed, rood is fout. Ga<br />
je met de cursor op het rode woorddeel<br />
staan, dan krijg je het correcte antwoord<br />
te zien. Ben je klaar, dan verneem je van<br />
de ingebouwde leraar hoeveel vragen je<br />
goed hebt beantwoord:<br />
Carnavalsprins met drankprobleem:<br />
4 van 4 goed<br />
Marnixbuurt zegt nee tegen parking:<br />
4 van 4 goed<br />
Europese beurzen in mineur:<br />
3 van 4 goed<br />
Cijfers politie zijn onbetrouwbaar:<br />
4 van 4 goed<br />
Tekstdekking<br />
Onder tekstdekking verstaat Alane het<br />
aantal bij de cursist bekende woorden in<br />
een tekst gedeeld door het totaal aantal
woorden van de tekst. Mijn score is respectievelijk<br />
92,38%, 91,67%, 91,80%,<br />
91,91% en dat is heel hoog. Rintse van<br />
der Werf, geconfronteerd met mijn vorderingen,<br />
schrijft: ‘Het percentage bij de<br />
tekstdekking geeft aan dat we perfecte<br />
teksten hebben kunnen vinden voor dit<br />
niveau. Het doelpercentage waarmee<br />
ons tekstselectiemechanisme werkt in<br />
deze versie, is 92% van de woorden bekend,<br />
dus 8% mag (in principe) te moeilijk<br />
zijn. Dat klopt aardig goed.’<br />
Het programma houdt ook je totale<br />
vorderingen bij. Ik startte met een woordenschat<br />
van 8240 en kreeg na afloop<br />
van mijn huiswerk te zien dat ik 42 nieuwe<br />
woorden had bijgeleerd. Die woorden<br />
krijg je dan ook nog een keer allemaal<br />
onder elkaar te zien om ze nogmaals in<br />
te prenten. Het programma geeft ook<br />
aan hoeveel keer een woord in hoeveel<br />
teksten voorkomt. Het woord stadsdeel<br />
kwam in een tekst over Amsterdam wel<br />
zeven keer voor. Wie dan nog niet weet<br />
wat het betekent, moet nog maar een<br />
paar teksten over Amsterdam lezen.<br />
Je kunt op elk moment de lessen onderbreken,<br />
want bij het opnieuw inloggen<br />
een dag later kreeg ik meteen te zien dat<br />
ik twee lessen had afgerond, maar dat ik<br />
in les 3 met een klik op Vervolg les verder<br />
kon gaan.<br />
Als leraar<br />
Docenten hebben de beschikking over<br />
een Sakai-werkomgeving en ze kunnen<br />
van daaruit de instellingen van hun lessen<br />
beheren en de vorderingen van hun<br />
leerlingen bekijken. Op het tabblad Cursusconfiguratie<br />
kunnen ze het aantal lessen<br />
voor de leerlingen vastleggen, het<br />
niveau (normaal of moeilijk), de onderwerpen,<br />
het aantal teksten per les (1–8)<br />
en de tekstlengte. Deze staat standaard<br />
ingesteld op 200 tot 500 woorden.<br />
Ingelogd als leraar kon ik mijn eigen<br />
vorderingen volgen door mijn naam te<br />
selecteren uit de lijst met andere cursisten.<br />
Zo kon ik constateren dat ik<br />
drie dagen later wederom vier teksten<br />
heb gelezen, hoelang ik daar over heb<br />
gedaan en wat mijn score was. Helaas<br />
bleek ik geen woorden te hebben bijgeleerd<br />
(kader 1).<br />
Digitaal, interactief en adaptief<br />
Alane Nieuwslezer is inderdaad slim, zeker<br />
vergeleken met allerlei traditionele<br />
leermiddelen leesvaardigheid en woordverwerving.<br />
Naast digitaal en interactief<br />
27 LTM | Internet<br />
is de Nieuwslezer ook nog adaptief, dat<br />
wil zeggen dat na de pretest de leerlingen<br />
teksten op hun niveau krijgen voorgezet<br />
met veel of weinig moeilijk geachte<br />
woorden. Daardoor is de Nieuwslezer<br />
niet geschikt voor klassikaal gebruik, ook<br />
niet in een computerlokaal met de hele<br />
klas. Leerlingen moeten leren lezen in<br />
een voor hen vreemde taal en daarvan de<br />
meest frequente woorden receptief leren<br />
onthouden. Dat is een individuele bezigheid<br />
voor niet-lesuurgebonden werktijd.<br />
De leerlingen kunnen overal inloggen, op<br />
elke plek waar ze de beschikking hebben<br />
over een computer met internetverbinding.<br />
Daar hoeft geen leraar bij te zitten<br />
als controle. Deze volgt via de Sakaiwerkomgeving<br />
de vorderingen van de<br />
leerlingen. Wie goed scoort, krijgt moeilijkere<br />
en langere teksten voorgezet. Wie<br />
minder goed kan begrijpen wat hij of zij<br />
leest vanwege een te geringe woordenschat,<br />
zal nog verder moeten oefenen op<br />
hetzelfde niveau. Dat is minder frustrerend<br />
dan bij een klassikale werkwijze te<br />
merken dat je niet mee kunt komen. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
4<br />
DATUM OPDRACHT SCORE START EIND<br />
|<br />
29-jan-2010 opdracht bij: RVZ: ‘schaf numerus fixus bij geneeskunde af’ 1 - 5 14:05:30 14:12:092010<br />
|<br />
29-jan-2010 opdracht bij: Politie mag kentekendata langer bewaren 1 - 4 13:59:12 14:00:1897<br />
29-jan-2010 opdracht bij: ACP eist ingrijpen minister en politietop 0 - 4 13:57:00 13:58:41<br />
29-jan-2010 opdracht bij: Vrijgezellenoptrekje van 800.000 euro troost Brad Pitt 4 - 4 13:54:10 13:55:25jaargang<br />
Kader 1. Voortgang van John Daniëls, woordenschat: 8240 + 0 LTM
ict<br />
In de vorige afleveringen van deze serie<br />
over internetonderwijs kwamen enkele<br />
ondeugdelijke leermiddelenbanken en<br />
databases aan de orde. Deze waren niet<br />
tot stand gekomen vanuit de zoekbehoefte<br />
van docenten en leerlingen. Zij zoeken<br />
leerboekaanvullend of vervangend digitaal,<br />
bij voorkeur interactief lesmateriaal.<br />
Dat is er volop, maar niet of nauwelijks te<br />
vinden. Dat komt omdat ontwikkelaars<br />
geen rekening houden met de zoekstrategie<br />
van de klanten. Deze zoeken op vak,<br />
schooltype, afdeling, klas en eventueel<br />
op niveau. De leermiddelenbank van de<br />
Digitale School, beschreven in LTM 2010-<br />
2, voldoet <strong>hier</strong>aan. Dat geldt ook voor de<br />
Internettoolbox voor Chinees van pionier<br />
Wim Oostindier. Zijn motto: ‘De juiste<br />
link op het juiste moment . . . en altijd:<br />
one-click-away.’<br />
Hulp bij het leren<br />
Wim Oostindier, docent Mandarijn Chinees<br />
aan de Hanzehogeschool in Groningen,<br />
heeft de Internettoolbox ontwikkeld<br />
voor zijn Nederlands- en Engelstalige<br />
studenten. Ze vinden daarin alle mogelijke<br />
hulp bij het leren van deze ongetwijfeld<br />
moeilijke taal. Stelregel daarbij<br />
is het ‘webdidactisch’ aanbieden van de<br />
leerstof. In de Toolbox vinden zijn studenten<br />
bijvoorbeeld antwoord op de<br />
vraag: ‘Op welke site kun je de volgorde<br />
van de streepjes zien?’ Wim Oostindier<br />
is deze vraag al voor geweest en heeft<br />
het antwoord erop in zijn Toolbox gezet.<br />
Zijn studenten moeten immers geen tijd<br />
verspillen met het zoeken naar websites<br />
waar ze alle antwoorden op hun vragen<br />
kunnen vinden. De Toolbox is te vinden<br />
op <br />
en is zeker een bespreking waard, omdat<br />
de opzet ervan ook toepasbaar is op andere<br />
talen.<br />
De bezoeker komt na een klik op de<br />
opgegeven URL binnen in PB Works,<br />
(), een online<br />
werkruimte waar docenten en studenten<br />
informatie kunnen delen en samen<br />
aan een project kunnen werken. Na<br />
registratie wordt de bezoeker uitgenodigd<br />
digitaal Chinees te leren aan de<br />
Hanzehogeschool.<br />
Werkwijze<br />
De openingspagina staat vol koppelingen<br />
met uitleg wat de studenten eronder<br />
kunnen aantreffen. In het rechterframe<br />
staan alle voor de studenten nuttige websites<br />
gerubriceerd op onderwerp:<br />
Tones & Pronunciation<br />
Typing Chinese Characters<br />
Character Training<br />
Dictionaries<br />
Translation<br />
Chinese Grammar<br />
Tools to Read Chinese<br />
Chinese 5-minutes-day<br />
Playing with your Chinese<br />
Chatting on line<br />
Chinese Portals for Learning<br />
Chinese History & Culture<br />
En voordat de studenten zelfstandig aan het<br />
werk gaan, lezen ze als geruststelling: ‘If<br />
you cannot find what you need / want,<br />
please, mail me: w.oostindier@pl.hanze.nl.’<br />
Nieuwe bezoekers kunnen klikken<br />
op het vakje Newbies om daarna van<br />
alles online te gaan doen, zoals het<br />
schrijven van Chinese karakters, uit-<br />
28 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 11<br />
‘HET INTERNET ALS ONMISBARE<br />
TOEVERLAAT BIJ HET LEREN VAN CHINEES’<br />
spraak oefenen enzovoort.<br />
Op <br />
geeft Wim Oostindier zelf digitaal uitleg<br />
aan zijn Nederlandstalige studenten.<br />
Hij doet dat door middel van vragen.<br />
De beginnende studenten zien een serie<br />
vragen in de ik-vorm of opdrachten met<br />
daaronder de antwoorden en tips, steeds<br />
gevolgd door een ‘<strong>Klik</strong> <strong>hier</strong>’.<br />
• Wat heb ik minimaal nodig? Uiteraard<br />
het basisgereedschap, namelijk het<br />
toetsenbord met Mandarijn Chinese<br />
tekens. Vervolgens het gratis te downloaden<br />
DimSum.<br />
• Hoe kan ik de toonhoogtes (leren) onderscheiden<br />
en hoe moet ik ze uitspreken?<br />
• Karakter(s) laten uitspreken: ‘<strong>Klik</strong> <strong>hier</strong>’.<br />
• Hoe klinkt een alinea gesproken Chinees<br />
eigenlijk?<br />
• Hoe ontdek ik de betekenis van een<br />
Chinees karakter?<br />
• De schrijfwijze van een Chinees karakter:<br />
uit welke en hoeveel streepjes is dit<br />
karakter opgebouwd?<br />
• Hoe ontdek ik of ik het woord dat ik<br />
wil gebruiken, wel klopt in de context<br />
waarin ik het gebruik?<br />
Dan moeten de studenten natuurlijk ook<br />
oefenen met bekende en onbekende karakters.<br />
Zij worden uitgenodigd om hun<br />
woordenschat uit te breiden. Dat kan op<br />
de websites van Teleac en de BBC. Chinese<br />
televisie kijken doen ze op .<br />
Vragenlijst<br />
Alvorens een taal te gaan leren, moeten<br />
studenten zich natuurlijk bewust zijn van<br />
wat ze precies willen. Wim Oostindier
ontwikkelt daarvoor een speciale vragenlijst.<br />
Door op een van onderstaande<br />
mogelijkheden te klikken, komen de studenten<br />
precies terecht waar ze willen.<br />
• Ik spreek (bijna) geen Chinees en ben<br />
ook niet van plan het te leren (maar ik<br />
wil wel een paar zinnetjes kunnen zeggen).<br />
• Ik wil Chinees leren – Ik spreek het al<br />
een (klein) beetje en wil verder oefenen<br />
(alleen pinyin).<br />
• Ik wil Chinees leren – Ik spreek al (wat)<br />
Chinees, maar heb nog problemen met<br />
de karakters (alleen karakters).<br />
• Ik wil verzamelsites met Chinese taallinks<br />
raadplegen.<br />
Waarom een Toolbox?<br />
Het idee voor de Toolbox was bij Oostindier<br />
opgekomen toen hij merkte dat zijn<br />
studenten een probleem hadden. Ze wisten<br />
dat ze de oplossing op het internet<br />
zouden kunnen vinden, maar niet waar.<br />
Die vraag legden ze neer bij hun docent.<br />
Deze ging aan het werk, waarbij het selecteren<br />
van de websites voor zijn Toolbox<br />
een kwestie van ervaring is, zo zegt<br />
hij zelf. Hij vond de sites via de zoekmachine<br />
van Google en door gebruik te maken<br />
van de juiste sleutelwoorden.<br />
Natuurlijk zijn er dan toch nog problemen<br />
die opgelost moeten worden.<br />
Als eerste noemt hij de tonen, want<br />
de studenten willen dan weten welke<br />
tonen er zijn. Ze worden stante pede<br />
doorverwezen naar websites waar ze de<br />
tonen kunnen horen en naspreken. Dan<br />
volgt de vraag wat betekent dit woord<br />
dat ik zojuist heb gehoord? De Toolbox<br />
verwijst meteen naar de juiste plek op<br />
internet waar de studenten het antwoord<br />
kunnen vinden. Dan volgt natuurlijk de<br />
vraag hoe al deze geleerde woorden in<br />
een zin moeten worden uitgesproken.<br />
Ook <strong>hier</strong>op vinden de studenten een<br />
antwoord in de Toolbox. Wanneer de<br />
studenten de tekst in pinyin willen zien,<br />
worden ze doorverwezen naar de website<br />
met karakters geconverteerd in pinyin.<br />
Studenten krijgen het advies eerst<br />
te luisteren naar een tekst en de bijhorende<br />
karakters te lezen. Als ze daarbij<br />
vertaalproblemen hebben, moeten ze<br />
een bezoek brengen aan de online woor-<br />
29 LTM | Internet<br />
denboeken en websites met vertalingen.<br />
Zo worden de studenten aan de hand<br />
van de digitale meester door de leermiddelen<br />
geleid. Ze leren individueel en<br />
zelfstandig in hun eigen tijd. De leerstof<br />
die ze niet zelfstandig via de internetbronnen<br />
kunnen leren, zal ongetwijfeld<br />
tijdens de contacturen door hun docent<br />
worden behandeld.<br />
Voorbeeld voor andere talen<br />
Natuurlijk is de Toolbox voor Chinees<br />
een goed voorbeeld dat navolging verdient.<br />
Wim Oostindier laat zien dat het<br />
aanbieden van een serie websites zonder<br />
ordening en uitleg studenten niet verder<br />
helpt. Ze blijven ergens steken, haken<br />
af en komen dan met vragen bij hun docent.<br />
Deze pionier voorkomt dat door de<br />
ordening van de websites op basis van de<br />
5<br />
|<br />
veronderstelde vragen van zijn studenten.<br />
Deze werkwijze verdient zeker navol- 2010 |<br />
ging voor andere talen. ■<br />
97<br />
— wordt vervolgd —<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
ict<br />
In de vorige afleveringen van ‘Internetonderwijs’<br />
besprak ik enkele databases<br />
met lesmateriaal voor het talenonderwijs.<br />
Na de verzamelingen van het Engelse<br />
Word Surfing (LTM 2010-1) en van<br />
de Digitale School (LTM 2010-2), volgde<br />
het werk van Nederlandse pionierende<br />
docenten van het voortgezet en hoger<br />
onderwijs: Maurice Visser met zijn taaldorp<br />
Frans (LTM 2010-3), Rintse van der<br />
Werf met zijn slimme Nieuwslezer (LTM<br />
2010-4) en Wim Oostindier met zijn<br />
toolbox voor studenten Chinees (LTM<br />
2010-5).<br />
Dat het ook mogelijk is een database<br />
aan te leggen alleen voor luistervaardigheid<br />
bewijst Audio Lingua. Deze website<br />
() is gebouwd<br />
door de Groupe d’expérimentation<br />
pédagogique (GEP), wordt gehost<br />
door C.R.D.P en gefinancierd door de<br />
Académie de Versailles. De leerlingen<br />
krijgen mp3-bronnen voorgezet die ze<br />
online kunnen beluisteren, maar ook<br />
voor later gebruik kunnen downloaden.<br />
Ze oefenen daarmee individueel en zonder<br />
kosten voor de school luistervaardigheid<br />
Frans, Duits, Engels, Italiaans,<br />
Spaans en Russisch.<br />
Luisteren en spreken op niveau<br />
Alle opnames zijn authentiek en door native<br />
speakers ingesproken. Het zal de leerlingen<br />
zeker aanspreken dat het maximumaantal<br />
opgenomen minuten niet<br />
meer bedraagt dan twee. Gevorderde<br />
leerlingen met een behoorlijke uitspraak<br />
kunnen eventueel ook zelf teksten inspreken.<br />
Ze moeten daarvoor eerst via een in<br />
te vullen formulier toestemming vragen.<br />
Hiermee voorkomen de ontwerpers van<br />
Audio Lingua dat mensen de website mis-<br />
bruiken of dat ze er flauwe grapjes gaan<br />
uithalen. De onderwerpen zijn zeer gevarieerd.<br />
Leerlingen die geïnteresseerd zijn<br />
in een speciaal onderwerp, kunnen dat<br />
opvragen. Er is altijd wel een native speaker<br />
die daar iets over te melden heeft. Bovendien<br />
kunnen de leerlingen zich van tevoren<br />
zelf op een ERK-gerelateerd niveau<br />
(van A1–C2) abonneren. Zoals bij veel van<br />
dit soort sites is er een rating bestaande<br />
uit maximaal vijf toe te kennen sterren.<br />
Dit soort beoordelingen geeft docenten<br />
en leerlingen de kans om hun mening te<br />
geven over de spreekprestaties van de inzenders.<br />
Audio Lingua houdt een top tien<br />
van inzenders bij.<br />
Werkwijze<br />
Enkele voorbeelden laten zien hoe<br />
simpel het gebruik van deze database<br />
is en hoe deze het best is in te zetten<br />
bij het luister- en spreekonderwijs.<br />
Op het openingsscherm kun je op de<br />
vlaggetjes toetsen. Je ziet dan hoeveel<br />
gesproken teksten er zijn in de aangeboden<br />
talen. Je krijgt ze dan allemaal<br />
ongesorteerd te zien en kunt ze<br />
met een klik openen. Rechts daarvan<br />
kun je je keuze als volgt verfijnen. In<br />
een rolmenu kies je achtereenvolgens<br />
de taal (een uit de lijst), niveau (A1–<br />
C2), spreekstem (vrouw/man), leeftijd<br />
(kind, jongere, volwassene of oudere),<br />
duur (0–30, 30–60, 60–90, 90–120<br />
seconden). Vervolgens is er nog een<br />
snelkeuzemenu waarin je een taal naar<br />
keus of alle talen kunt opgeven en een<br />
woord dat naar een onderwerp verwijst.<br />
Een leerling die bijvoorbeeld aan judo<br />
doet, kan op zoek gaan naar iemand<br />
die die sport ook beoefent en daar iets<br />
over vertelt.<br />
30 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 12<br />
Luistervaardigheidstraining met Audio Lingua spaart lestijd<br />
Inderdaad: judo<br />
Ik heb als taal Frans gekozen, maar de<br />
keuze voor niveau, spreekstem, leeftijd,<br />
duur op ‘indifférent’ laten staan om zo<br />
veel mogelijk reacties te krijgen. Het<br />
blijkt er desondanks maar een te zijn met<br />
de volgende verklaringen: ‘Résultats de<br />
la recherche judo. Benoit: je pratique le<br />
judo!’ Het niveau is B1, de stem masculin,<br />
de leeftijd adolescent, de duur 90–120<br />
seconden en zijn tekst heeft Benoit een<br />
rating van 1,9 (twee votes) opgeleverd.<br />
Verder krijg ik nog te zien dat hij Français<br />
is, zijn tekst heeft ingesproken op<br />
1 mei 2008 en dat hij afkomstig is van<br />
Guyancourt, France. Handig is dat de<br />
luisteraars ook een samenvatting te zien<br />
krijgen: ‘Quand et comment il le pratique,<br />
quelle est sa philosophie du judo<br />
(...), ses athlètes préférés.’ Bovendien is<br />
dit onderwerp te vinden in de rubrieken:<br />
sport, se présenter, loisirs. Docenten doen er<br />
goed aan om de leerlingen in het begin<br />
van deze luisteractiviteit enige richting<br />
mee te geven. Door ze voor Frans in het<br />
snelkeuzemenu se présenter te laten invullen<br />
krijgen ze een groot aanbod aan zich<br />
voorstellende native speakers.<br />
Audio-Lingua introduction<br />
How does it work?<br />
How to submit resources<br />
Audio-Lingua charts<br />
Advanced search<br />
languages French <br />
level indifferent <br />
gender indifferent <br />
age indifferent <br />
length indifferent <br />
Quick search<br />
languages French <br />
judo
Foto: Anda van Riet<br />
Zich voorstellen in het Engels<br />
Zich voorstellen is een van de thema’s die je<br />
in de leermiddelen van het aanvangsonderwijs<br />
van elke taal tegenkomt. Audio Lingua<br />
kan <strong>hier</strong>bij dus als aanvulling voor luistervaardigheid<br />
goede diensten bewijzen,<br />
te beginnen op A1-niveau. Bij Engels levert<br />
Audio Lingua voor het onderwerp introduce<br />
bijvoorbeeld voor alle niveaus 153 zich<br />
voorstellende Engelstaligen met een verdeling<br />
van: A1: 7 hits, voor A2: 29, voor B1:<br />
90, voor B2: 34, terwijl er voor de niveaus<br />
C1 en C2 niemand zich komt voorstellen.<br />
De leerlingen kunnen op het introductiescherm<br />
van elke inzender ook nog zien<br />
waar de inzenders over spreken. Dat helpt<br />
ze zeker bij het maken van een keus en bij<br />
het beluisteren van de teksten. De leerlingen<br />
moeten alvorens te beginnen van hun<br />
docenten te horen krijgen welk niveau ze<br />
hebben. Wanneer daar geen duidelijkheid<br />
over bestaat, kunnen de leerlingen eerst<br />
hun taalniveau luistervaardigheid laten<br />
vaststellen in het testprogramma Dialang<br />
().<br />
Aan het werk<br />
Om een groot aanbod te krijgen moeten<br />
de leerlingen zo min mogelijk keuzes<br />
maken. Vrouwen- of mannenstem, leeftijd<br />
en spreektijd kunnen blijven staan<br />
op indifferent. Na opgave van hun niveau<br />
begint de luisteractiviteit.<br />
Voor A2 stellen 29 Engelstaligen zich<br />
voor. De eerste in de rij is de Amerikaanse<br />
volwassene Rachael die in staat is om tussen<br />
de dertig en zestig seconden iets over<br />
New York en haar studie daar te vertellen.<br />
De leerlingen kunnen het tekstje net zo<br />
lang beluisteren als nodig is om alles te<br />
begrijpen. Ze maken aantekeningen en<br />
proberen de hoofdzaken in te prenten. Als<br />
ze tevreden zijn over hun prestatie, dan<br />
printen ze de afbeelding waarvandaan de<br />
luisteractiviteit is gestart. Ze zetten hun<br />
naam erop en nemen de print mee naar de<br />
les. Daar wijst de docent vanaf de ingeleverde<br />
blaadjes achtereenvolgens de leerlingen<br />
aan om in een klassikale, frontale<br />
setting te vertellen wat ze hebben beluisterd.<br />
Wanneer een docent iets niet goed<br />
Rachael : Her studies ✰ ✰ ✰ ✰ ✰<br />
✓A2 ✓female ✓adult ✓30-60 seconds (3.57 - 12 Rates)<br />
English, 7 January, by Rachael (New York City, USA)<br />
She introduces herself and talks about her studies in New York City.<br />
introduce yourself; town; studies <br />
URL of this resource : http://www.audio-lingua.eu/spip.php?article820<br />
31 LTM | Internet<br />
begrijpt of net doet of dat het geval is,<br />
dan is een vraag gauw gesteld. Wanneer<br />
vijftien minuten wordt uitgetrokken voor<br />
dit onderdeel van de les, dan komt er toch<br />
minstens een halve klas aan het woord.<br />
Deze warming-up geheel in de doeltaal zou<br />
het begin moeten zijn van elke taalles.<br />
Voordelen<br />
Wie Audio Lingua gaat gebruiken, kan dat<br />
beter niet in lesuurgebonden werktijd in<br />
een computerlokaal doen. Dat is zonde<br />
van de lestijd. Luisteren is bij voorbaat een<br />
individuele bezigheid die de leerlingen<br />
overal elders kunnen uitvoeren. Daar is<br />
geen klas- of computerlokaal en kostbare<br />
lestijd voor nodig. Een korte klassikale<br />
inleiding over de werkwijze van Audio Lingua<br />
volstaat, gevolgd door de klassikale<br />
evaluatie van de beluisterde teksten.<br />
In deze en alle voorgaande afleveringen<br />
van de serie ‘Internetonderwijs’<br />
bestaat voor mij de waarde van leermiddelenbanken<br />
of -databases uit de<br />
wijze waarop leerlingen er individueel en<br />
zelfstandig mee aan het werk kunnen op<br />
een eigentijdse en tegelijk ouderwetse<br />
manier van huiswerk maken. Hoe minder<br />
tijd docenten in de voorbereiding hoeven<br />
te steken, des te beter is het product.<br />
Dit geldt zeker voor Audio Lingua. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
LTM jaargang 97 | 2010 | 6
ict<br />
Taaldocenten die hun leerlingen aan de<br />
WebQuests (WQ’s) willen zetten, zullen<br />
waarschijnlijk bij hun zoektocht terechtkomen<br />
bij , want<br />
daar staan de speciaal voor het taalonderwijs<br />
ontworpen WQ’s. In andere talen<br />
dan de onze worden WQ’s, op een<br />
enkele uitzondering na, niet ontworpen<br />
voor het taalonderwijs, maar voor exacte<br />
vakken, geschiedenis en aardrijkskunde.<br />
Zo staan ze vaak ook gerubriceerd in<br />
verschillende databases. Inhoudelijk behoren<br />
deze WQ’s bij een vak. Zij zijn bij<br />
ons dus gecombineerd inzetbaar voor<br />
het vak- en taalonderwijs. Daarvoor is<br />
wel samenwerking nodig tussen taal- en<br />
vakdocenten, zoals eerder beschreven in<br />
de serie ‘Vakondersteunend leren’ in LTM<br />
2007-7, 2007-8 en 2008-1.<br />
Vakondersteuning<br />
Bij een vak ontstaat vanuit het leerplan<br />
de wens om de leerlingen van een bepaalde<br />
klas onderzoek te laten doen en<br />
kennis te laten vergaren over een onderwerp<br />
dat aan de orde is. Als belangrijke<br />
documenten in een van de schooltalen<br />
zijn geschreven, dan moeten docenten<br />
van de niet-talenvakken een beroep kunnen<br />
doen op hun collega’s van de talen.<br />
Als deze het onderwerp te horen krijgen,<br />
gaan ze op zoek naar bijpassend lesmateriaal<br />
in de taal die ze geven. Dat zal<br />
meestal Engels zijn. WQ’s hebben het<br />
voordeel dat de leerlingen er zelfstandig<br />
in niet-lesuurgebonden werktijd mee aan<br />
de slag kunnen. Alle uitleg over de aanpak,<br />
de te raadplegen internetbronnen,<br />
evaluatie van het geleerde ligt op het terrein<br />
van de ontwerpers van de WQ’s.<br />
Daarvoor is al jaren geleden door<br />
Bernie Dodge, Professor of Educational<br />
Technology van San Diego State<br />
University, een protocol ontwikkeld<br />
waarin staat dat elke WQ de volgende<br />
onderdelen moet hebben: Introduction,<br />
Tasks, Process, Resources, Evaluation en<br />
Conclusion. In de Resources staan de door<br />
de leerlingen te raadplegen internetbronnen.<br />
In Tasks lezen de leerlingen<br />
dat ze geheel zelfstandig, maar wel in<br />
samenwerking met een of meer andere<br />
leerlingen de WQ moeten maken. Het<br />
is aan te bevelen om ze dat niet tijdens<br />
de lessen in een computerlokaal te laten<br />
doen. Dat is onnodig verlies van lestijd.<br />
De leerlingen moeten het zien als een<br />
huiswerkopdracht die ze op school of<br />
thuis kunnen uitvoeren. Ze werken met<br />
anderstalige bronnen, dus vergroten ze<br />
hun woordenschat en leesvaardigheid.<br />
In het taallokaal kunnen de leerlingen<br />
ook mondeling of schriftelijk een samenvatting<br />
in de doeltaal geven van wat ze<br />
van de WQ wijzer zijn geworden. Bij de<br />
opdrachtgevende vakdocent moeten ze<br />
natuurlijk meer opgedane kennis kunnen<br />
laten zien, maar dat kan dan gewoon<br />
in de moedertaal, tenzij het tweetalig<br />
opgeleide leerlingen zijn.<br />
Knowledge Network Explorer<br />
Deze voorgestelde manier van samenwerken<br />
tussen taal- en vakdocenten heeft<br />
alleen kans van slagen als er voldoende<br />
geschikte WQ’s in de schooltalen zijn.<br />
De zoektocht daarnaar kan beginnen bij<br />
de Knowledge Network Explorer (KNE).<br />
Deze is te vinden op .<br />
KNE is een door AT&T (Amerikaanse<br />
KPN) gesubsidieerde website ten dienste<br />
van het onderwijs. Datzelfde geldt voor<br />
Filamentality. Deze beide dochters van<br />
AT&T zijn doorzoekbaar op WQ’s. Dat<br />
32 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 13<br />
IN SCHOOLTALEN ONTWORPEN WEBQUESTS ZIJN LEERZAAM VOOR VAK EN TAAL (1)<br />
gaat automatisch met de interne Googlezoekmachine.<br />
Het resultaat van de zoekopdracht<br />
bij KNE is niet slecht: 392 WQ’s! Ik kan<br />
er slechts een paar bespreken. Daarbij<br />
beperk ik me tot de door Google gevonden<br />
WQ’s waarvan ik denk dat ze in<br />
Nederland voor een niet-talenvak inzetbaar<br />
zijn als gratis lesmateriaal. Soms<br />
vind je er trouwens een die als onderwerp<br />
taalverwerving heeft. Dat is dan een<br />
mooie bijvangst.<br />
1. De database van New Mexico State<br />
University (NMSU), . Vanwege de Spaanstaligen in<br />
die streek zijn er ook enkele WQ’s in<br />
die taal. Ze zijn gemaakt door studenten<br />
en docenten van het Learning Technologies<br />
Program van de universiteit<br />
voor de volgende vakken: English/Language/Arts,<br />
Mathematics, Science, Social<br />
Studies, bestemd voor het basisonderwijs,<br />
onder- en bovenbouw voortgezet<br />
onderwijs en volwassenen.<br />
2. Bij QuestGarden ()<br />
kun je de database doorzoeken op vak<br />
en taal. Leden hebben het recht de<br />
WQ’s te downloaden en naar behoefte<br />
aan te passen aan hun eigen onderwijs.<br />
Kies Frans en je krijgt een lijst met<br />
Franstalige websites, zoals een over de<br />
Eiffeltoren.<br />
3. Voor Duits levert QuestGarden tien<br />
WQ’s. Er wordt bij vermeld voor welk<br />
vak en niveau ze zijn bestemd.<br />
Dit zijn slechts drie van de 392 bij KNE gevonden<br />
sluimerende databases met WQ’s.<br />
Ze wachten op een inventieve didacticus<br />
mvt van universiteit of hogeschool die elk<br />
van zijn/haar studenten opdracht geeft
Foto: Anda van Riet<br />
een database te inventariseren en aan<br />
te geven voor welke schoolvakken in ons<br />
land de gevonden WQ’s bruikbaar zijn.<br />
Filamentality<br />
Ook deze tweede dochter van AT&T<br />
is doorzoekbaar op WQ’s. De interne<br />
Google vindt er ruim tweehonderd<br />
(, vul in ‘webquests’). Sommige<br />
websites blijken te zijn verdwenen, maar<br />
de meeste leveren een database met een<br />
groot aantal WQ’s voor verschillende vakken.<br />
Andere verwijzen slechts naar een<br />
website. Enkele voorbeelden <strong>hier</strong>van zijn:<br />
1. San Diego State University, de bakermat<br />
van de WQ’s. Daar doceert Bernie<br />
Dodge. Het loont dan ook de moeite<br />
om de database van die universiteit te<br />
doorzoeken ().<br />
Je kunt zoeken op vak en niveau.<br />
2. Bij Filamentality kom je ook scholen<br />
tegen die WQ’s verzamelen op hun<br />
schoolwebsites, zoals de Ray A. Kroc<br />
Middle School ().<br />
3. In de lijst ook een WQ over het oude<br />
Rome, dat ongetwijfeld op het onderwijsprogramma<br />
van die school staat<br />
(). De taaldocent<br />
draagt de leerlingen op de WQ te maken.<br />
Daardoor maken ze leeskilometers.<br />
Vervolgens ronden ze bij geschiedenis<br />
de opdracht in de moedertaal af met de<br />
in de WQ opgedragen mondelinge en<br />
schriftelijke presentatie van het geleerde.<br />
Afhankelijk van het leerjaar en het<br />
niveau kunnen de leerlingen ook in het<br />
taallokaal scoren met wat ze in de doeltaal<br />
over het onderwerp kunnen uiten.<br />
4. The Ocean’s in Trouble, . Deze<br />
WebQuest uit 2001 is gemaakt door<br />
Peyri Leigh Ingrum van Grant Elementary<br />
School, San Diego. Het is een mooi<br />
voorbeeld van de combinatie van ardrijkskunde<br />
of biologie en Engels. Na<br />
een klik op Introduction verschijnt een<br />
vliegtuigje boven zee met een sleepnet<br />
waarop de tekst: ‘Hey, kids! Let’s go<br />
to the beach! Wait a second… There’s<br />
a sign that reads, “Danger, beach clo-<br />
33 LTM | Internet<br />
sed. Enter at your own risk.” Can you<br />
figure out why the ocean’s in trouble?’<br />
Een simpele, duidelijke inleiding met<br />
een vraag waarmee de leerlingen hun<br />
al aanwezige kennis over het onderwerp<br />
kunnen mobiliseren om daarna<br />
uit te zoeken wat er mis is met de oceaan.<br />
Bij deze school zijn meer inspirerende<br />
WQ’s te vinden.<br />
Frans en Duits<br />
Natuurlijk worden er in Europa voor<br />
sommige vakken ook WQ’s gemaakt in<br />
bijvoorbeeld Frans en Duits. Als je in de<br />
Franstalige Google op <br />
gaat kijken dan is het resultaat: ‘environ<br />
13000 pages en français pour webquest’.<br />
Al bladerend kom je dan al gauw voor een<br />
vak en Frans bruikbare WQ’s tegen. Hetzelfde<br />
geldt voor Duits. Dit moet natuurlijk<br />
een reden zijn om daar in een volgende<br />
aflevering van deze serie over internetonderwijs<br />
aandacht aan te besteden. ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
LTM jaargang 97 | 2010 | 7
ict<br />
Docenten moderne vreemde talen die<br />
hun leerlingen aan de WebQuests (WQ)<br />
willen zetten, zullen waarschijnlijk bij<br />
hun zoektocht terechtkomen bij , want daar staan de speciaal<br />
voor het taalonderwijs ontworpen<br />
WQ’s. In andere talen dan de onze worden<br />
WQ’s, op een enkele uitzondering<br />
na, niet ontworpen voor het taalonderwijs,<br />
maar voor exacte vakken, geschiedenis<br />
en aardrijkskunde. Zo staan ze ook<br />
gerubriceerd in verschillende databases.<br />
Inhoudelijk behoren deze WQ’s bij een<br />
vak. Zij zijn dus bij ons gecombineerd<br />
inzetbaar voor het vak- en taalonderwijs.<br />
Maar als WQ’s geen speciaal onderwerp<br />
voor een vak hebben, zijn ze ook goed te<br />
gebruiken in het taallokaal.<br />
Académies<br />
Als je in het Franstalige gaat kijken dan is het resultaat: ruim<br />
11.000 Franstalige pagina’s voor Web-<br />
Quests. Al bladerend kom je dan al gauw<br />
voor een vak en Frans bruikbare WQ’s<br />
tegen. In het overzicht staan de gebruikelijke<br />
Académies, waarvan er dertig<br />
zijn in Frankrijk en France d’outre-mer. Zij<br />
dienen niet alleen als een soort regionaal<br />
bevoegd gezag, zoals bij ons vroeger,<br />
maar ze houden zich ook bezig met<br />
leerplanontwikkeling. Vandaar dat je de<br />
Académies, op zoek naar WQ’s, in de URL<br />
met de afkorting ac ook tegenkomt, zoals<br />
die van Parijs en Nancy/Metz ( en ).<br />
Het is dan wel even slikken als je bij<br />
onderzoek bij de Académies tot de ontdekking<br />
komt, dat de meeste opgege-<br />
ven WQ’s Engelstalig zijn en ten dienste<br />
staan van het onderwijs Engels, maar<br />
dan wel vaak in combinatie met een<br />
zaakvak, zoals deze: ‘Let’s go to New-<br />
York City a été conçu pour des élèves de<br />
6ème, en rapport avec le programme de<br />
Géographie (au 3ème trimestre)’.<br />
Je komt bij de door de Académies<br />
opgegeven WQ’s ook juweeltjes tegen,<br />
gemaakt door docenten van Engelstalige<br />
universiteiten, zoals die van Richmond<br />
met als titel: Rewriting Romeo and Juliet:<br />
A Shakespearean WebQuest for High School<br />
English Students ()<br />
of Let’s Throw a Wedding for<br />
Romeo and Juliet: A WebQuest for 9th Grade<br />
English I, Level Two. De leerlingen moeten<br />
in groepjes de hele bruiloft organiseren,<br />
zoals die in de tijd van Shakespeare zou<br />
hebben plaatsgevonden (). Voor het onderwijs<br />
Frans als tweede taal heb ik geen WQ’s<br />
kunnen vinden.<br />
Québec<br />
Dan maar naar Canada. Vanwege de<br />
Franstalige provincie Québec (qc in de<br />
URL’s), zijn daar natuurlijk wel Franstalige<br />
WQ’s te vinden, zoals op , waar de term WebQuest<br />
is vervangen door mission virtuelle.<br />
Wanneer ik de ingang voor leerlingen<br />
volg, vind ik de missies voor basis- en<br />
voortgezet onderwijs verdeeld in verschillende<br />
niveaus. Aan de titels van de<br />
missies, zeker die van het basisonderwijs,<br />
is niet altijd af te lezen voor welk<br />
vak deze zijn bedoeld. Maar als het zonnestelsel<br />
op het lesprogramma van een<br />
vak staat, dan kunnen de leerlingen van<br />
het leslokaal Frans aan de slag met de<br />
missie van cycle 3 van het basisonder-<br />
34 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 14<br />
IN SCHOOLTALEN ONTWORPEN WEBQUESTS ZIJN LEERZAAM VOOR VAK EN TAAL (2)<br />
wijs: Voyage au coeur du système solaire.<br />
De inleiding oogt uitnodigend: ‘Le système<br />
solaire est constitué d’une étoile<br />
appelée le soleil. Autour de cette étoile<br />
gravitent 9 planètes (Mercure, Vénus,<br />
Terre, Mars, Saturne, Uranus, Neptune<br />
et Pluton), leurs satellites, des astéroïdes<br />
et comètes. Tu meurs d’envie d’en savoir<br />
un peu plus? Moi aussi. Ce sujet, vaste<br />
comme la voie lactée, mérite une escale.<br />
Monte dans la fusée, j’ai une mission<br />
spéciale à te confier.’<br />
Missions virtuelles met betrekking op<br />
het leven in het Franstalige deel van<br />
Canada zijn minder interessant voor<br />
onze leerlingen. Maar als je bedenkt<br />
dat bijvoorbeeld het probleem van de<br />
vochtigheid en condensatie in Canadese<br />
huizen overal kan voorkomen, dan is die<br />
WQ ook wel geschikt voor inwoners van<br />
andere landen.<br />
De missie naar de mystérieuses piramides<br />
d’Egypte vereist samenwerking<br />
tussen een géographe, een ingénieur, een<br />
historien en een sociologue en is te vinden<br />
in cycle 1 van het voortgezet onderwijs.<br />
Leerlingen van de bovenbouw havo/vwo<br />
zullen ongetwijfeld bekend zijn met dit<br />
onderwerp, zodat docenten Frans ze deze<br />
missie gerust kunnen aanbieden.<br />
Biologie en natuurkunde<br />
Eveneens voor cycle 1 van het voortgezet<br />
onderwijs staan enkele missies die de<br />
leerlingen kunnen uitvoeren voor de vaklokalen<br />
biologie en natuurkunde. Onder<br />
de titel OGM, miracle ou apocalypse staat<br />
een moeilijke virtuele missie over genetische<br />
manipulatie van planten met in de<br />
inleiding de volgende veronderstellingen:<br />
‘Imaginez... suite à des manipulations<br />
génétiques...
• des bananiers qui produiraient des bananes<br />
contenant un vaccin contre le sida;<br />
• des tomates carrées qui non seulement<br />
réduiraient les pertes d’espace dans le<br />
transport mais vous faciliteraient drôlement<br />
la vie lorsque vient le temps d’en<br />
faire des sandwichs;<br />
• un riz dont la teneur en pro-vitamine A<br />
et en fer serait augmenté: ce qui éliminerait<br />
chaque année les deux millions<br />
de morts prématurés et la cécité provoqués<br />
par la déficience en vitamine A.’<br />
De opdracht aan de leerlingen luidt een<br />
commissie te vormen bestaande uit biologen<br />
en ecologen. Zij moeten de regering<br />
aanbevelingen doen over wetgeving<br />
waarin garanties komen dat de mensheid<br />
kan profiteren van deze technologie zonder<br />
risico voor de gezondheid. Als genetische<br />
manipulatie bij biologie aan de orde<br />
is, kunnen leerlingen vanuit het vaklokaal<br />
Frans hulp bieden.<br />
De kennis opgedaan in de missie La<br />
pile à combustible, une pile miracle? is ongetwijfeld<br />
nuttig voor natuurkunde. De leerlingen<br />
worden uitgenodigd een bepaald<br />
bedrijf te interesseren voor deze vinding<br />
met als aanbeveling: ‘Le seul combustible<br />
dont l’oxydation ne produit aucun<br />
polluant. Cette technologie unique permet<br />
de transformer de l’hydrogène en<br />
énergie électrique. L’hydrogène est 2,2<br />
fois plus énergétique que le gaz naturel.<br />
Depuis 1993, à titre expérimental,<br />
cette forme d’énergie actionne déjà des<br />
autobus à Chicago et à Oslo.’ Hetzelfde<br />
geldt voor de missie Le réchauffement de la<br />
planète, menace ou chimère?<br />
Voor cycle 2 is er dan nog een bruikbare<br />
missie over l’eau potable met als<br />
inleiding: ‘Vos concitoyens sont inquiets,<br />
« La chose peut-elle nous arriver à nous<br />
aussi ? ». Parce que vous, et vos collègues<br />
travaillez au service des relations<br />
publiques, le conseil municipal vous<br />
confie la mission suivante: rassurer la<br />
population concernant la qualité de l’eau<br />
potable qu’on lui fournit.’<br />
Met het onderwerp le crédit et les jeunes<br />
zien de leerlingen hoe makkelijk ze<br />
schulden kunnen maken: ‘La création<br />
de nouveaux besoins, la disponibilité du<br />
travail à temps partiel, le crédit précoce<br />
par les prêts aux étudiants, l’accessibilité<br />
aux cartes de crédit et l’autonomie qu’on<br />
impose aux jeunes sont autant de facteurs<br />
qui les engagent de plus en plus<br />
souvent dans la voie de l’endettement.’<br />
Hoewel in de ressources niet alle koppelingen<br />
toegankelijk zijn, kunnen jongeren<br />
toch kennisnemen van het gemak waarmee<br />
banken ze aan geld helpen.<br />
35 LTM | Internet<br />
Conclusie<br />
Ook al wordt er vanuit de vaklokalen<br />
geen beroep gedaan op docenten en<br />
leerlingen van de taallokalen, dan zijn<br />
daarmee deze Franstalige WebQuests<br />
niet meteen nutteloos. Ze zijn immers<br />
geschreven voor leerlingen met Frans als<br />
moedertaal, waarbij af en toe ook een<br />
Engelstalige bron niet wordt geschuwd.<br />
Onze leerlingen kunnen er veel van leren.<br />
Zoals aan de tekstfragmenten, maar<br />
ook aan de te raadplegen internetbronnen<br />
is te zien, gaat het om teksten die in<br />
het centraal eindexamen zouden kunnen<br />
voorkomen.<br />
Hoewel deze missions virtuelles zijn<br />
bedoeld voor basisonderwijs en lagere<br />
klassen van het voortgezet onderwijs,<br />
is het taalgebruik niet kinderlijk en om<br />
die reden en zeker wat de onderwerpen<br />
betreft, geschikt voor de bovenbouw<br />
havo/vwo. Het lijkt me dan ook logisch<br />
dat docenten Frans dit digitaal leermiddel<br />
inzetten voor de taalverwerving.<br />
8<br />
|<br />
Om die reden ben ik gaan kijken of<br />
er ook voor Duits WQ’s zijn te vinden, 2010 |<br />
waarover de volgende keer meer. ■<br />
97<br />
— wordt vervolgd —<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
ict<br />
Docenten moderne vreemde talen die<br />
hun leerlingen aan WebQuests (WQ’s)<br />
willen zetten, zullen waarschijnlijk bij<br />
hun zoektocht terechtkomen bij , want daar staan de speciaal<br />
voor het taalonderwijs ontworpen<br />
WQ’s. In andere talen dan de onze worden<br />
WQ’s, op een enkele uitzondering<br />
na, niet ontworpen voor het taalonderwijs,<br />
maar voor exacte vakken, geschiedenis<br />
en aardrijkskunde. Zo staan ze ook<br />
gerubriceerd in verschillende databases.<br />
Inhoudelijk behoren deze WQ’s bij een<br />
vak. Zij zijn dus bij ons gecombineerd<br />
inzetbaar voor het vak- en taalonderwijs.<br />
Maar als WQ’s geen speciaal onderwerp<br />
voor een vak hebben, zijn ze ook goed te<br />
gebruiken in het taallokaal.<br />
WebQuests.de<br />
De Duitse Google vindt maar liefst<br />
118.000 hits voor WebQuests. Een bladertocht<br />
moet uitmaken of er vakgerelateerde<br />
WQ’s zijn en zo niet, of ze dan<br />
misschien ook bruikbaar zijn in het taallokaal.<br />
Als eerste in de Googlelijst staat<br />
de website , ontwikkeld<br />
door docente Sonja Gerber,<br />
maar vanaf september 2004 heeft ze<br />
haar verzameling niet meer uitgebreid.<br />
Toch levert ze wel bruikbare WQ’s.<br />
<strong>Klik</strong> op: ‘Materialiensammlung und<br />
Unterrichtsbeispiele zu WebQuests’ en<br />
vervolgens op ‘Unterrichtsbeispiele’. Er<br />
verschijnt een lijst met vakken:<br />
Biologie / Umwelt<br />
Deutsch<br />
Datenverarbeitung / Informatik<br />
Erdkunde<br />
Englisch<br />
Ernährungslehre<br />
Geschichte / Gemeinschaftskunde /<br />
Politik<br />
Latein<br />
Mathematik<br />
Spanisch<br />
Werkstoffkunde<br />
Wirtschaftslehre<br />
Sonstige<br />
Bij biologie gaat de eerste WQ over bacteriën:<br />
‘Wenn Menschen an Bakterien<br />
denken, denken sie häufig an ekelhafte,<br />
gefährliche Organismen, die schlimme<br />
Krankheiten hervorrufen. Doch viele<br />
Bakterien sind alles andere als gefährlich.’<br />
Na de Einführung volgen de andere<br />
verplichte onderdelen van een WQ, namelijk:<br />
Aufgabe, Prozess, Ressourcen, Kriterien,<br />
Ergebnisse. De criteria Ausgezeichnet,<br />
Gut, Mittelprächtig en Schlecht zijn duidelijk<br />
in een tabel gedefinieerd, zodat de<br />
leerlingen weten waar ze aan toe zijn.<br />
In WebQuest.de ook nog ‘Ein<br />
fächerübergreifendes Projekt in Biologie<br />
und Geschichte’ met als titel Webquest<br />
seuchen durch die jahrhunderte. Leerlingen<br />
kiezen met een groepje van drie een van<br />
deze ziekten: Sars, Pest, Aids, Tuberkulose,<br />
Malaria, Legionellen, Hepatitis, BSE, Cholera<br />
en Grippe. Zij bestuderen hun ziekte en<br />
berichten erover als arts, politicus en<br />
historicus. De maker van deze WQ geeft<br />
precies aan wat deze functionarissen<br />
moeten doen.<br />
Ten slotte een ZooQuest met een<br />
heel aardige inleiding: ‘Ein dringendes<br />
E-Mail ist angekommen. Klicke <strong>hier</strong>, um<br />
es zu öffnen!’ De e-mail is afkomstig<br />
van Zoodirektor Müller en is gericht aan<br />
de leerlingen van de klas. Hij vraagt ze<br />
hulp bij het inrichten van zijn dierentuin<br />
36 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 15<br />
OOK IN HET DUITS ONTWORPEN WEBQUESTS ZIJN LEERZAAM VOOR VAK EN TAAL (3)<br />
en wil weten welke dieren hun voorkeur<br />
hebben. Het is allemaal net echt, want<br />
de directeur eindigt zijn bericht met: ‘Zur<br />
Eröffnung des neuen Zoos seid ihr natürlich<br />
als Ehrengäste eingeladen.’<br />
Deze WQ is afgeleid van Zoo Tycoon,<br />
die ik in 2007 heb beschreven in een<br />
artikel over games ().<br />
In dat spel, beschikbaar in alle<br />
schooltalen inclusief Nederlands, moeten<br />
de leerlingen een dierentuin ontwerpen<br />
en de dieren kiezen die er gehuisvest<br />
moeten worden.<br />
Geschiedenis<br />
De aan het vak geschiedenis toegevoegde<br />
WQ’s over Gemeinschaftskunde en Politik<br />
zijn waarschijnlijk minder interessant<br />
voor behandeling in onze geschiedenislessen,<br />
maar weer wel in de Duitse les als<br />
Landeskunde.<br />
Een WQ over de uitbreiding van de EU<br />
met de titel Die EU-Erweiterung am 01. Mai<br />
2004 is wel in te zetten bij verschillende<br />
vakken, zoals economie, juist vanwege<br />
de vraagstelling: ‘Aber warum sollen nun<br />
so viele neue Länder im Mai 2004 der EU<br />
beitreten? Schon jetzt gibt es viel zu viele<br />
verschiedene Sprachen innerhalb der EU.<br />
Das Einzige, was wir in der EU gemeinsam<br />
haben, ist der EURO. Was weiß ich<br />
schon über die neuen Beitrittsländer?’<br />
Studenten oude geschiedenis die<br />
Duitstalige bronnen kunnen lezen, vinden<br />
een fraaie WQ bij de Johann Wolfgang<br />
Goethe-Universität in Frankfurt am Main<br />
met de titel Die brennende Bibliothek des<br />
antiken Alexandria.<br />
Bij geschiedenis is onder de titel<br />
Kinderarbeit ook een serie van acht<br />
WQ’s ondergebracht over Arbeitswelt
und Schule. De serie is afkomstig van de<br />
Arbeiterkammer Wien () en levert WQ’s voor<br />
kinderen van 10–14 en van 15–18 jaar.<br />
Finden von WebQuests<br />
Als tweede vondst levert Google de WQ<br />
zoekende leraar de website van de Landesakademie<br />
für Fortbildung und Personalentwicklung<br />
an Schulen. <strong>Klik</strong> in het linkerframe<br />
op ‘Finden von WebQuests’. Dan<br />
vind je enkele koppelingen. De eerste<br />
verwijst naar het reeds besproken WebQuest.de,<br />
de verzameling van docente<br />
Sonja Gerber.<br />
De volgende is de databank van<br />
WebQuest-forum, een samenwerkingsverband<br />
van Land Niedersachen met<br />
hogescholen in Oostenrijk en Zwitserland.<br />
Deze databank met meer dan honderd<br />
WQ’s is doorzoekbaar op vak, klas en<br />
land van herkomst (
ict<br />
Als je Google laat zoeken op het woord<br />
webdidactiek, dan vindt deze zoekmachine<br />
ruim vijftienhonderd voorbeelden.<br />
Een snelle bladertocht langs alle koppelingen<br />
daagt bezoekers niet uit om er<br />
een klik aan te wagen. Dat geldt wel voor<br />
alle koppelingen met het woord Kennisnet<br />
erin, want Kennisnet heeft een speciale<br />
community webdidactiek ().<br />
De bezoeker<br />
vindt er enkele websites, titels van boeken<br />
en artikelen met als onderwerpen<br />
‘informatie en gegevens zoeken, vinden,<br />
verwerken’. Er is echter weinig concreets<br />
te vinden over de gevraagde webdidactiek<br />
en dat dan ook nog voor het taalonderwijs.<br />
Tpack<br />
De enige bron met het gezochte woord<br />
in de URL is: TPACK, een denkmodel ter<br />
ondersteuning van webdidactiek. Twee<br />
wetenschappers, Petra Fisser (Universiteit<br />
Twente) en Jo Tondeur (Universiteit<br />
Gent) hebben er een website aan<br />
gewijd ().<br />
Ze verklaren waar de letters<br />
TPACK voor staan: het zijn de drie kennisdomeinen<br />
vakinhoud (Content Knowledge),<br />
didactiek (Pedagogical Knowledge)<br />
en ICT (Technological Knowledge).<br />
De auteurs verstaan onder Pedagogical<br />
Knowledge (PK) ‘de manier waarop leerlingen<br />
leren, hun (mis)concepties, inzet<br />
van leermiddelen, evaluatie van leren,<br />
klassenmanagement, lesvoorbereiding<br />
en -uitvoering’.<br />
Een taaldocent die de moeite neemt<br />
om de hele website van Fisser en Tondeur<br />
door te spitten, krijgt te maken met de<br />
resultaten van wetenschappelijk onderzoek.<br />
Er is een uitgebreide literatuur-<br />
studie over TPACK en een casestudy<br />
Ontwikkeling van TPACK in docentenontwerpteams.<br />
Op de Universiteit Twente worden<br />
meerdere onderzoeken uitgevoerd naar<br />
de ontwikkeling van TPACK bij leraren<br />
door ze te laten werken in docentenontwerpteams.<br />
De onderzoekers zeggen zich<br />
te richten op verschillende vakinhouden,<br />
zoals taal (beginnende geletterdheid),<br />
science en wiskunde: ‘Binnen de ontwerpteams<br />
krijgen de leraren inhoudelijke<br />
ondersteuning door inhoudsexperts (op<br />
het gebied van ICT, didactiek en vakinhoud)<br />
of door voorbeeldmateriaal. Het<br />
TPACK-model wordt in de onderzoeken<br />
gebruikt om de cursus of het professionaliseringsprogramma<br />
vorm te geven<br />
en/of om de ontwikkeling in kennis bij<br />
leraren te beschrijven.’<br />
Om de kloof tussen onderwijstheorie<br />
en praktijk enigszins te dichten, zouden<br />
docenten kennis moeten nemen van<br />
TPACK, maar deze vinding lijkt me niet<br />
meteen toepasbaar in het leslokaal.<br />
Verschillende opvattingen<br />
Traditioneel zitten leermiddelen voor alle<br />
onderwijsniveaus in de door educatieve<br />
uitgevers verzorgde pakketten. De didactische<br />
omgang met dit lesmateriaal verschilt<br />
van docent tot docent en van leerling<br />
tot leerling, maar in principe halen<br />
de meesten er wel hun diploma mee. Hoe<br />
ze daar wel of niet in slagen is al jaren<br />
onderwerp van onderzoek en discussie,<br />
maar slechts weinig resultaten daarvan<br />
zijn direct toepasbaar in het leslokaal.<br />
Wanneer je bijvoorbeeld in de literatuurstudie<br />
van Paul Bogaards alle manieren<br />
om woordjes te leren onder elkaar<br />
zet, dan deugt er niet een (Bogaards,<br />
1994). Hetzelfde geldt natuurlijk ook<br />
38 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 16<br />
WEBDIDACTIEK: EEN NOG NIET GOED GEDEFINIEERD BEGRIP<br />
voor het onderwijzen en leren van grammatica.<br />
Om maar even de twee uitersten<br />
te noemen: je voudrais als eerste persoon<br />
enkelvoud o.v.t.t. van het onregelmatige<br />
werkwoord vouloir, of als vorm om een<br />
wens kenbaar te maken. Wetenschappers<br />
noemen dit laatste een chunk. De meeste<br />
docenten Frans zullen, zeker in het aanvangsonderwijs,<br />
kiezen voor de chunk.<br />
Zo zijn de lessen in lezen, luisteren,<br />
spreken en schrijven onderworpen aan<br />
didactische gebruiken, gebaseerd op traditie<br />
en onderzoek. Er zijn veel verschillende<br />
opvattingen over het hoe, wat,<br />
waar, wanneer, waarmee en zelfs waarom<br />
onderwijzen en leren van een taal.<br />
Webdidactisch handelen<br />
Als het al lastig is voor onderwijsgevenden<br />
om op de traditionele leermiddelen<br />
de beste didactiek los te laten, hoe moeilijk<br />
moet het dan niet zijn om dat te doen<br />
op lesmateriaal van het internet? Ik heb<br />
in al mijn artikelen over internetonderwijs<br />
geprobeerd allerlei leermiddelen op<br />
te sporen en te beschrijven. Ik gaf daar<br />
vaak ook bij aan hoe ik als docent, als ik<br />
nog voor de klas zou hebben gestaan, de<br />
leerlingen ermee aan het werk zou hebben<br />
gezet. Noem het een vorm van imaginair<br />
webdidactisch handelen.<br />
In dit voorlaatste artikel dat ik schrijf<br />
als vaste medewerker van LTM, wil ik nog<br />
eens terugblikken op de webdidactische<br />
aspecten van het internetonderwijs.<br />
Ik heb ook een enkele keer naar<br />
taallessen mogen kijken in een computerlokaal.<br />
Ik ben toen tot de conclusie<br />
gekomen dat op de vraag waar onderwijst<br />
de leraar en leert de leerling, het<br />
antwoord niet is met een hele klas in een<br />
computerlokaal. Dat is een groot verlies
aan kostbare lestijd: het bespreken van<br />
het computerlokaal voor het lesuur in<br />
het rooster, alle leerlingen tegelijk laten<br />
inloggen op de goede plek, uitleggen<br />
wat ze moeten doen, rondlopen en problemen<br />
verhelpen die natuurlijk niets<br />
met het vak van de docent te maken hebben<br />
en nog meer tegenslag. Een docent<br />
vergat bij de systeembeheerder de koptelefoons<br />
op te halen en begreep dus<br />
niet waarom de leerlingen nog niet aan<br />
het luisteren en spreken waren. Die zaten<br />
gewoon hun eigen dingen te doen.<br />
Hoe dan wel? Een korte klassikale<br />
uitleg van wat de leerlingen als huiswerk,<br />
dus in niet-lesuurgebonden werktijd,<br />
dienen te doen en dan de rest van<br />
het lesuur iets anders gaan onderwijzen<br />
of een boek met ze lezen. Altijd overhoren<br />
wat ze op het internet wel of niet<br />
hebben geleerd. Wanneer de leerlingen<br />
een krantenartikel hebben gelezen op<br />
Kidon Media ()<br />
of een tekst hebben beluisterd op<br />
een van de vele radio-televisiezenders,<br />
dan moeten ze die even kort samenvatten<br />
in de doeltaal. Dat moet wel omdat<br />
alle leerlingen met verschillende teksten<br />
komen en een docent niet beschikt over<br />
kant-en-klare vragen bij elke tekst. Maar<br />
een vraag kan nooit kwaad als de docent<br />
iets niet begrijpt of net doet alsof. Dit zijn<br />
lesuren doeltaal-voertaal die naar mijn<br />
mening webdidactisch verantwoord zijn.<br />
Samenwerken?<br />
Leerlingen laten samenwerken is verheven<br />
tot een didactisch principe. Je komt<br />
het steeds meer tegen bij lesopdrachten.<br />
Docenten laten meestal leerlingen in<br />
groepjes werkstukken uitvoeren. Dat is te<br />
begrijpen: het scheelt correctietijd. Maar<br />
als het onderwijs een afschaduwing mag<br />
of moet zijn van de grotemensenmaatschappij,<br />
dan berust de samenwerking<br />
niet op een didactisch principe, maar op<br />
rendementsoverwegingen. Als jij dit doet<br />
en ik dat, zijn we eerder klaar.<br />
Als leerlingen vragen of ze een<br />
opdracht mogen uitvoeren met een klasgenoot,<br />
moet ze dat worden toegestaan.<br />
Maar solistisch ingestelde leerlingen<br />
die het vertikken, moeten niet worden<br />
gedwongen tot samenwerken en zeker<br />
niet met een klasgenoot die ze niet zien<br />
zitten.<br />
In WebQuests kom je vaak de<br />
opdracht tegen om samen te werken in<br />
groepjes van drie of vier. Dat heeft alleen<br />
zin als elke leerling een bepaald aspect<br />
van de opdracht uitvoert. Onderling<br />
overleg <strong>hier</strong>over kan verheven worden<br />
39 LTM | Internet<br />
Foto: Anda van Riet<br />
tot een didactisch principe. Maar omdat<br />
dit zal plaatsvinden in de moedertaal, is<br />
deze werkwijze niet zo interessant voor<br />
het taalonderwijs. Dat wordt het wel<br />
als de leerlingen internationaal overleg<br />
moeten voeren. Voorbeelden daarvan<br />
heb ik ooit gevonden in Science Fair<br />
Projects (2004), Grass Routes (2005) en<br />
natuurlijk in de ThinkQuest-wedstrijden.<br />
Een van de voorbeelden daarvan was<br />
scholier Hans uit Etten-Leur, die samen<br />
met Shengquan uit Singapore en Oyinda<br />
uit Nigeria een website bouwde met als<br />
onderwerp Vincent van Gogh in Etten. Zij<br />
overlegden in het Engels en wonnen de<br />
hoofdprijs van ThinkQuest 2000 ().<br />
Goede webdidactiek moet voorkomen<br />
dat de leerlingen op internet verdwalen.<br />
Dat gebeurt ze ook niet in hun<br />
leer- en werkboeken. Digitaal aangeboden<br />
lesmateriaal moet dus beschikken<br />
over een ingebouwde docent die voor<br />
structuur zorgt. Maar is die er al? ■<br />
John Daniëls<br />
— wordt vervolgd —<br />
Literatuur<br />
Bogaards, P. (1994). Le vocabulaire dans l’apprentissage<br />
des langues étrangères. Crédif: Hatier/Didier.<br />
LTM jaargang 98 | 2011 | 2
ict<br />
Goede webdidactiek moet voorkomen<br />
dat de leerlingen op internet verdwalen.<br />
Dat gebeurt ook niet in hun leer- en werkboeken.<br />
Het allerbeste digitaal aangeboden<br />
lesmateriaal beschikt over een ingebouwde<br />
docent. Deze kan de leerlingen<br />
didactisch meer bieden dan hun eigen<br />
docent in een volle klas met traditionele<br />
leermiddelen. Aan welke didactische eisen<br />
moet dit via het internet aangeboden<br />
lesmateriaal voldoen? Het is in ieder<br />
geval interactief, dat wil zeggen dat de<br />
leerlingen meteen zien of ze de opdracht<br />
goed of niet goed hebben uitgevoerd en<br />
dan ook nog waarom wel of niet.<br />
Hun eigen docent geeft de leerlingen<br />
een taak op, maar de ingebouwde<br />
webdidacticus geeft naar behoefte uitleg<br />
en houdt de leerlingen net zolang bezig<br />
totdat ze de opdracht naar behoren hebben<br />
uitgevoerd en dat bij overhoring in<br />
de klas kunnen laten zien.<br />
Nog beter is lesmateriaal dat naast<br />
digitaal en interactief ook nog adaptief<br />
is, dat wil zeggen zich aanpast aan<br />
het niveau van elke individuele leerling.<br />
Daarmee wordt eindelijk tegemoetgekomen<br />
aan het stokpaardje van de onderwijsvernieuwers<br />
van weleer: differentiatie<br />
binnen klassenverband.<br />
Databases worden wel gevuld met<br />
goedbedoeld door docenten ontwikkeld<br />
lesmateriaal, maar de professionele combinatie<br />
van programmeur en geschoolde<br />
vakdidacticus ontbreekt nog steeds.<br />
Programmeurs en didactici<br />
Hoe kan dit bereikt worden? Vakdidactici<br />
ontwikkelen wensen waaraan het te<br />
ontwikkelen lesmateriaal moet voldoen.<br />
Programmeurs gaan die wensen vertalen<br />
in een daarvoor geschikt programma. Zij<br />
krijgen bijvoorbeeld de wens voorgelegd<br />
voor de ontwikkeling van een serie digitale,<br />
interactieve, adaptieve schrijftaken.<br />
Als leerlingen een grammaticale fout maken<br />
of foutief spellen, dan willen de didactici<br />
niet alleen dat zij met behulp van<br />
het controleprogramma hun fouten verbeteren,<br />
maar ook dat ze voor elke fout<br />
verwezen worden naar het daarop betrekking<br />
hebbende onderdeel van de grammatica.<br />
Na het kennisnemen en leren van<br />
de regels, maken ze de taak opnieuw.<br />
Als een taak is uitgevoerd, volgt een<br />
toets waarvan de uitslag automatisch<br />
naar de eigen docent van de leerlingen<br />
wordt gestuurd. Deze complimenteert<br />
de leerlingen met het behaalde resultaat<br />
en verwijst ze naar een hoger niveau<br />
om zelfstandig weer verder te gaan met<br />
leren. De programmeurs zeggen dat dit<br />
mogelijk is en ze gaan aan het werk. De<br />
eigen docent besteedt de vrijkomende<br />
lestijd aan literatuur, die inmiddels bijna<br />
volledig in alle talen op het web is te vinden.<br />
Ook <strong>hier</strong> moeten didactici aan het<br />
werk om orde in de moeilijkheidsgraad<br />
aan te brengen, zodat vanaf het eerste<br />
leerjaar tot en met het eindexamen op<br />
niveau kan worden gelezen.<br />
De databases<br />
Ik heb in een serie over leermiddelendatabases<br />
(LTM 2009-3/4/5/6/7/8 en LTM<br />
2010-2) nogal wat kritiek geuit op de<br />
Didactobank, Davindi, Samen Zoeken,<br />
Edurep (Kennisnet), Toolkit (Open Universiteit),<br />
Wikiwijs (OCW), Open Leermiddelenbank<br />
(VO-raad). Mijn grootste<br />
kritiek was dat de organisatie niet was<br />
gericht op de zoek- en werkwijze van docenten<br />
en leerlingen, want die zoeken op<br />
vak, afdeling, klas en voor de talen ook<br />
nog op vaardigheid.<br />
Het Leermiddelenplein van de SLO<br />
40 LTM | Internet<br />
INTERNETONDERWIJS DEEL 17 (slot)<br />
WEBDIDACTIEK: WAT EN HOE LEREN DE LEERLINGEN OP HET WEB?<br />
bleef buiten beschouwing, omdat die<br />
database nog in opbouw was. Nu hij<br />
klaar is, valt deze database ook niet in<br />
de prijzen, want bij het aanvinken van vo,<br />
digitaal, talen, gratis en Frans krijg je drie<br />
interessante brochures uit verschillende<br />
door de SLO verzamelde bronnen.<br />
Je kunt de zoekopdracht verfijnen,<br />
maar taaldocenten denken dan natuurlijk<br />
aan spreek-, schrijf-, luister- en<br />
leesvaardigheid en uiteraard ook aan<br />
literatuur. Maar die verfijning is niet aangebracht.<br />
Er is wel een koppeling naar<br />
587 zoekresultaten van Edurep, maar<br />
die zijn grotendeels afkomstig uit de<br />
collectie van Digischool, dus had de SLO<br />
de bezoekers beter deze omweg kunnen<br />
besparen, vooral omdat je in die<br />
database () wel kunt verfijnen op<br />
vaardigheid, maar ook op een methode<br />
waarbij de opdrachten door docenten<br />
zijn gemaakt.<br />
Zo levert de zoekopdracht nietmethodegebonden<br />
opdrachten voor<br />
gespreksvaardigheid Frans voor onderbouw<br />
havo/vwo tachtig resultaten op.<br />
Het is me niet bekend hoe de docenten<br />
<strong>hier</strong>van gebruikmaken. Zoeken ze van<br />
tevoren een opdracht uit, leiden ze dat<br />
frontaal klassikaal in waarna ze de leerlingen<br />
voor huiswerk de opdracht laten<br />
uitvoeren om de resultaten daarvan de<br />
volgende les met hen te evalueren?<br />
Hoewel de docenten die digitaal lesmateriaal<br />
leveren, pioniers genoemd<br />
kunnen worden, leidt het resultaat van<br />
hun inspanningen niet tot een in moeilijkheidsgraad<br />
oplopend leerplan met leerboekvervangende<br />
aspiraties. De docenten<br />
missen de inbreng van een programmeur<br />
die de gedigitaliseerde leerstof interactief<br />
en zelfs adaptief kan maken.
Gedigitaliseerde lesmethoden<br />
In LTM 6 en 7 van 2008 heb ik het werk<br />
beschreven van de Onderwijsvernieuwingscoöperatie<br />
(OVC). Bij een hernieuwd<br />
bezoek aan de OVC bleek al het voor publicatie<br />
geschikte, gearrangeerde lesmateriaal<br />
te zijn verhuisd naar de Lesbank<br />
(). De Lesbank is te<br />
doorzoeken op vak, klas en voor de talen<br />
op thema. Binnen de thema’s komen alle<br />
vaardigheden aan bod. Het doel van de<br />
OVC is vanaf het begin geweest om voor<br />
alle schoolvakken leerboekvervangend<br />
gedigitaliseerd lesmateriaal te ontwikkelen.<br />
Daarmee is de OVC wat de onderbouw<br />
vmbo–havo–vwo betreft al aardig op weg.<br />
De Lesbank is voor de leerlingen<br />
eenvoudig te gebruiken. Voor Duits bijvoorbeeld<br />
verwijst de docent zijn leerlingen<br />
van het eerste leerjaar bijvoorbeeld<br />
naar het thema Wohnen. De leerlingen<br />
beginnen bij start en werken vervolgens<br />
de vaardigheden Höhren, Lesen, Sprechen,<br />
Schreiben, Landeskunde, Sprachaufgabe af.<br />
Ze hebben daarbij de beschikking over<br />
een Werkzeugkasten met daarin de thematische<br />
woordenschat en de gramma-<br />
tica die bij het thema Wohnen horen. Ook<br />
staan <strong>hier</strong> bij het thema passende taalspellen.<br />
Behalve Wohnen is er lesmateriaal<br />
voor de thema’s Personalien, Einkaufen,<br />
Freizeit, Essen und Trinken, Schule, Reisen<br />
und Verkehr, Umwelt en Berlin. In totaal<br />
126 lessen met steeds alle vaardigheden<br />
zoals bij Wohnen. De arrangeurs van<br />
de OVC verwijzen de leerlingen bij alle<br />
opdrachten naar externe bronnen zoals<br />
het alom bekende Wrts, het overhoorprogramma<br />
van de Digitale School, waar<br />
ze met een klik in het goede thema kunnen<br />
komen. Ze kunnen ook het online<br />
woordenboek Interglot.nl gebruiken. Ze<br />
typen het Nederlandse woord waarvan ze<br />
de vertaling in het Duits willen hebben,<br />
en met een klik staat het er.<br />
In tegenstelling tot alle databases<br />
met hun geïsoleerd lesmateriaal heeft de<br />
Lesbank voor de moderne vreemde talen<br />
een opbouw die je ook vindt in de meeste<br />
traditionele leermiddelen. De leerlingen<br />
zouden dus in staat moeten zijn om werkend<br />
van thema naar thema te oefenen<br />
in de daarbij aangeboden vaardigheden.<br />
Of ze dit geheel zonder tussenkomst van<br />
41 LTM | Internet<br />
de eigen docent kunnen doen, moet uit<br />
onderzoek blijken. Ik heb daarover op<br />
de website van de OVC geen informatie<br />
kunnen vinden.<br />
Foto: Anda van Riet<br />
Internetonderwijs<br />
Internetonderwijs komt langzaam op gang.<br />
Te veel instanties ontwikkelen leermiddelenbanken<br />
waarvan de meeste nog niet gevuld<br />
zijn met leerboekvervangend lesmateriaal.<br />
De Lesbank gaat de goede kant op.<br />
Onderwijsondersteunende instituten<br />
zoals de pedagogische centra, SLO<br />
en CINOP zijn druk bezig met eigen<br />
projecten, scholing en onderzoek. Maar<br />
als je alle publicaties bij elkaar legt,<br />
is er nauwelijks samenhang te vinden.<br />
Instellingen die het internetonderwijs<br />
verder willen helpen, moeten al hun vakdidactische<br />
kennis mobiliseren om ant-<br />
3<br />
|<br />
woord te geven op de vraag wat en hoe<br />
de leerlingen moeten leren van en op het 2011 |<br />
web. Ik heb als geïsoleerde webspeur-<br />
98<br />
der het antwoord niet kunnen vinden.<br />
Misschien lukt het anderen wel. ■<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
John Daniëls stelt Relinde Jurrius een vraag. Foto: Erik Jan Klesser<br />
42 LTM | Internet<br />
De leerling,<br />
We weten niet zo gek veel van wat zich<br />
dagelijks afspeelt in die duizenden leslokalen<br />
in ons land en van wat de leerlingen<br />
van het daar genoten onderwijs<br />
opsteken. Nog minder is bekend over<br />
wat de leerlingen daarvan vinden. Maar<br />
wat leren de leerlingen in de thuissituatie<br />
op eigen initiatief bijvoorbeeld met<br />
hun computer en van het internet? Daar<br />
weten we helemaal niets van. Reden om<br />
ze er dan gewoon eens naar te vragen<br />
en onomwonden aan het woord te laten.<br />
John Daniëls<br />
Uit het grote aanbod scholen in mijn regio<br />
heb ik het Coornhertlyceum gekozen in<br />
Haarlem op de grens met Heemstede.<br />
Het is een school voor openbaar onderwijs<br />
met de afdelingen mavo, havo en<br />
vwo. De rector mevrouw Schröder heeft<br />
een klas voor me samengesteld van één<br />
of meer vrijwilligers uit elk leerjaar. Ik<br />
had aangekondigd dat ik de leerlingen<br />
alleen wilde interviewen over het gebruik<br />
dat ze thuis of bij vriendjes maken van de<br />
computer en dat het computergebruik<br />
op school niet expliciet aan de orde zou<br />
worden gesteld. Om de spontaniteit van<br />
de leerlingen te bevorderen wilde ik,<br />
behalve de fotograferende leraar Erik Jan<br />
Klesser, geen docenten bij ‘de les’. Dat<br />
was geen probleem.<br />
En daar waren ze dan - na afloop van<br />
de lessen - de brugklassers Rosa (13),<br />
Eva (13), Lisanne (13) en Janse (12), de<br />
tweede klassers Kai (13), Tim (13) en Frits
zijn computer en de school<br />
(13), uit de derde klas Michel (14), uit de<br />
vierde klas Merlijn (17), Jellienke (17),<br />
Marjolijn (16) en Martine (16), uit het<br />
vijfde leerjaar Marcella (17) en Relinde<br />
(17) en tenslotte Ronald (17) uit 6 vwo.<br />
Voor hun schoolwerk<br />
Uiteraard begin ik met de vraag of ze<br />
thuis een computer hebben met een<br />
internetaansluiting. Die hebben ze. Op<br />
mijn vraag waar ze de computer voor<br />
gebruiken, sommen ze de volgende<br />
bezigheden op:<br />
De oudere leerlingen geven aan dat<br />
ze op de computer de noodzakelijke dingen<br />
doen voor school, zoals werkstukken<br />
maken. Ze doen ook soms computerspellen<br />
of begeven zich op het internet. Af<br />
en toe e-mailen en chatten worden ook<br />
genoemd.<br />
De jongere leerlingen zijn duidelijk<br />
meer in de ban van de computerspelletjes<br />
en het chatten. Chatten is vooral<br />
populair bij de jongste aanwezigen waaruit<br />
blijkt dat dit kennelijk niet een blijvend<br />
boeiende bezigheid is van scholieren.<br />
Vijf keer wordt genoemd ‘internetten’.<br />
Bij navraag is dat veelal informatie<br />
opzoeken, nodig voor school of wanneer<br />
ze zelf iets willen weten.<br />
Chatten en e-mailen<br />
Natuurlijk wil ik graag weten wat ze precies<br />
bedoelen met ‘chatten’. Wat drijft ze<br />
daartoe? Wat worden ze daar wijzer van?<br />
Ze worden in ieder geval niet vanuit de<br />
lessen moderne vreemde talen op chatpad<br />
gestuurd, hoewel ze bijna allemaal<br />
op mijn suggestie positief reageren dat<br />
dit nuttig is om een taal te leren. Enkele<br />
uitspraken:<br />
Jellienke: ‘Ik chatte een tijdje geleden<br />
heel veel en ik heb zelfs iemand met wie<br />
ik chatte in het echt ontmoet, nou dat viel<br />
op zich tegen. Het was een Nederlandse<br />
jongen.’ Zij vindt dat je met chatten in<br />
een vreemde taal best spelenderwijs in<br />
de praktijk een taal kunt leren.<br />
Michel gebruikt Internet voor online<br />
spelen, e-mail, chatten; hij chat niet met<br />
buitenlanders. Ik vraag hem: ‘Als bijvoorbeeld<br />
een talenleraar je naar een<br />
website stuurt waar de betreffende taal<br />
wordt gebruikt, wat zou je daarvan vinden?’<br />
Michel: ‘Dat hangt ervan af, hoe<br />
dat gebracht wordt, als ze alleen maar<br />
zeggen: ga daar eens kijken, en er wordt<br />
verder niets leuks bij verteld, of ze laten<br />
het je niet zien, dan denk ik: laat dan<br />
maar want dan ga ik liever spelen.’ De<br />
boodschap van Michel is duidelijk: eerst<br />
een inleidende les waarin de opgegeven<br />
website wordt getoond en waarin hem<br />
duidelijk wordt gemaakt wat hij daar<br />
moet zoeken en wat hij er kan vinden.<br />
Tenslotte wil hij natuurlijk ook weten<br />
welke handelingen hij moet verrichten<br />
om aan de gegeven opdracht te kunnen<br />
voldoen.<br />
Rosa zegt veel te chatten met vriendinnen,<br />
ook wel met mensen die ze niet<br />
kent. Op mijn vraag hoe kom je dan in<br />
contact met mensen die je niet kent,<br />
roept een ander meisje, kennelijk met<br />
ervaring: ‘Zeggen dat je blond bent!’<br />
Eva chat heel veel, maar ze zegt het<br />
ook langzamerhand wat saai te vinden<br />
omdat het altijd hetzelfde is.<br />
Kai luistert naar radioprogramma’s<br />
op internet. Hij chat bij MSN.<br />
Frits heeft gechat in het Engels bij<br />
Napster, hij vindt ook ICQ en MSN wel<br />
geinig.<br />
Relinde doet niet aan chatten, dat<br />
vindt ze niet zo interessant. Veel e-mail,<br />
omdat haar goede vrienden ver weg<br />
wonen.<br />
Ronald chat nooit in een chatbox,<br />
43 LTM | Internet<br />
vindt het niveau erg laag, veel sexpraatjes,<br />
hij denkt dat chatten kennelijk<br />
bestemd is voor mensen die geen sociaal<br />
leven hebben.<br />
Marcella zit in een vaste chatbox, met<br />
allemaal mensen die ze eigenlijk goed<br />
kent. ‘Ik heb er ook mijn vriend door<br />
leren kennen. Ik zit nu op ICQ, maar ook<br />
weer alleen als ontmoetingsplaats met<br />
mensen die ik ken.’<br />
De vraag waarom ze eigenlijk chatten<br />
heb ik niet gesteld. Wat zou het antwoord<br />
daarop anders kunnen luiden dan:<br />
contacten leggen en onderhouden met<br />
leeftijdgenoten? Ik heb ze ook maar niet<br />
gevraagd of ze wel eens gechat hebben<br />
in één van de forums van collegenet.nl,<br />
dat vorig schooljaar uitmuntte in goor<br />
taalgebruik (zie daarvoor LTM december<br />
2000, 8, p.12). Uitspraken als: ‘je<br />
moet zeggen dat je blond bent’ en de<br />
opmerking van Ronald dat hij geen zin<br />
heeft in sexpraatjes, bewijzen in ieder<br />
geval dat het verschijnsel van het lage<br />
communicatieniveau in dit soort forums<br />
waar jongeren zich vrij kunnen uiten,<br />
bekend is bij deze leerlingen. Dat verklaart<br />
dan misschien ook hun voorkeur<br />
voor e-mailen met personen die ze kennen.<br />
Jongeren die niet e-mailen, communiceren<br />
natuurlijk met hun gsm, want<br />
contact zal er zijn, ook al heb je geen<br />
directe boodschap.<br />
Websites ontwerpen<br />
Een blik op de aardige website van de<br />
school laat zien dat er al vanaf de brugklas<br />
veel wordt gedaan aan het ontwerpen<br />
van websites. Bij Frans zag ik<br />
de rubriek Frankrijk volgens waarin leerlingen<br />
hun webpagina’s over allerlei<br />
Franse onderwerpen laten zien, zoals<br />
klas 1G, die zich geworpen heeft op
onderwerpen als Disneyland Parijs, Tour<br />
de France, Napoleon, de Franse auto,<br />
Bezienswaardigheden Parijs en de Franse<br />
mode. Dit alles op initiatief en onder<br />
leiding van hun docente Frans Marianne<br />
Koe-Teune, die al twee maal met haar<br />
leerlingen een prijs heeft gewonnen bij<br />
het Concours Interscolaire, de jaarlijkse<br />
scholierenwedstrijd, georganiseerd door<br />
de sectie Frans van de Vereniging van<br />
Leraren in <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> in samenwerking<br />
met de Franse ambassade. Vorig<br />
jaar wonnen haar leerlingen met hun website:<br />
Francomatch 2000, le journal francophone<br />
de la classe 2J.<br />
Veel jongeren hebben tegenwoordig<br />
een eigen homepage en breiden deze<br />
vaak uit tot volledige websites. Ook enkele<br />
van de aanwezige leerlingen hebben websites<br />
ontworpen.<br />
Michel zat vorig jaar in klas 2 j en<br />
had meegewerkt aan het ontwerpen<br />
van Francomatch 2000, de Franse digitale<br />
krant van de klas. Trots vertelt hij<br />
dat deze krant nog steeds te zien is op<br />
de website van de school bij Frans .<br />
Ronald heeft zelfs een keer met een<br />
vriendje meegedaan aan de ThinkQuest<br />
wedstrijd, maar ze zijn al in een vrij vroeg<br />
stadium gestrand.<br />
Kai heeft voor het basketbalteam<br />
waarin hij speelt een website gemaakt.<br />
Hij heeft zich laten inschrijven bij allerlei<br />
zoekmachines zoals Altavista en Ilse en<br />
vanaf de site van de vereniging heeft hij<br />
ook een link gelegd naar zijn eigen site.<br />
Is van plan daar later mee door te gaan.<br />
Tim heeft ook websites ontwikkeld,<br />
waaronder één over een computerspel,<br />
waar hij informatie over geeft.<br />
Marcella en Relinde ontwerpen tijdens<br />
de lessen informatica een website<br />
voor de wiskundesectie. Anderen moeten<br />
een ontwerp maken voor een bedrijf.<br />
Michel Dieben. Foto: Erik Jan Klesser<br />
En hun docenten?<br />
Over één ding zijn ze het allemaal eens:<br />
zij weten meer van computers en het<br />
gebruik daarvan dan hun leraren. Eén<br />
neemt iets gas terug en zegt: ‘Ik weet niet<br />
of we er meer van weten, maar we kunnen<br />
er wel sneller mee werken.’<br />
Niet alle docenten zijn erg blij met de<br />
informatie die de leerlingen op Internet<br />
vinden en gebruiken. Merlijn: ‘De leraren<br />
hebben niet graag dat je je informatie<br />
van Internet haalt, omdat daar zoveel<br />
staat dat niet van jezelf is. Ze hebben<br />
liever dat je naar de bieb gaat, een boek<br />
leest, en daar twee alinea’s uithaalt voor<br />
je werkstuk.’<br />
Brits onderzoek<br />
Wat deze leerlingen me in een uur hebben<br />
verteld, komt ongeveer overeen met<br />
wat ik later in de krant las. Uit Brits<br />
44 LTM | Internet<br />
onderzoek onder 855 scholieren tussen<br />
de 9 en 14 jaar blijkt dat leerlingen<br />
eigenlijk liever thuis computeren dan op<br />
school, omdat ze thuis meer de gelegenheid<br />
hebben om spelenderwijs te ontdekken<br />
hoe de computer werkt en wat je<br />
er allemaal mee kunt doen.<br />
De Britse en Haarlemse scholieren zijn<br />
het ook eens over de traagheid van de<br />
schoolcomputers, omdat, zoals mij wordt<br />
verteld, alle schoolcomputers één enkele<br />
trage internetverbinding moeten delen.<br />
Het Britse onderzoek van Prof.<br />
Rosamund Sutherland van de Universiteit<br />
van Bristol is gepubliceerd op het adres<br />
.<br />
Mobiliseren van computerkennis<br />
Als ik terugdenk aan wat ik in mijn klasje<br />
van een uur op het Coornhertlyceum heb<br />
gehoord, dan kan ik alleen maar conclu-
Kai Kuhlman antwoordt John Daniëls. Foto: Erik Jan Klesser<br />
deren dat er heel wat computerkennis<br />
bij de leerlingen zit. Kennis die ze zich<br />
grotendeels zelf in de thuissituatie hebben<br />
eigen gemaakt. Daar hoeft de school<br />
echt niet meer zoveel aan te doen. In de<br />
onderbouw zou dan de vrijkomende lestijd<br />
informatica kunnen worden besteed<br />
aan de combinatie van het leren gebruiken<br />
van webeditors en het schrijven van<br />
de teksten afkomstig uit de vaklokalen,<br />
zoals dat op deze school al gebeurt in de<br />
eerste en tweede klas bij Frans.<br />
Dit betekent dat talendocenten op<br />
alle mogelijke manieren zouden moeten<br />
proberen de al aanwezige computerkennis<br />
van hun leerlingen te mobiliseren<br />
en deze kennis te laten inzetten bij<br />
hun vak. Op die manier kan maximaal<br />
geprofiteerd worden van de aantrekkingskracht<br />
die computers op kinderen<br />
uitoefenen.<br />
Na het leren omgaan met webeditors<br />
in de onderbouw, zouden leerlingen in<br />
de bovenbouw moeten leren werken met<br />
auteursprogramma’s zoals Hot Potatoes<br />
en Quandary. Ze halen bij één van de duizenden<br />
dagelijkse krantenartikelen op<br />
en voeren die in Hot Potatoes in als<br />
cloze-oefening. Ze zoeken de sleutelwoorden<br />
op en maken daar gaten van in<br />
de tekst. Aan hun klasgenoot de taak om<br />
deze woorden terug te zetten. Daar leren<br />
ze beiden van. Tijdens een contactuur<br />
komen beiden dan even hun samenvatting<br />
laten horen na uiteraard aan hun<br />
docent een print van de tekst te hebben<br />
overhandigd.<br />
Met Quandary zullen kinderen met<br />
wat computerkennis geen enkele moeite<br />
hebben. Ze leren snel ‘action mazes’<br />
afmaken, waarvan het begin door hun<br />
45 LTM | Internet<br />
talenleraar of door een klasgenoot is<br />
bedacht. Maar omdat beide auteursprogramma’s<br />
‘web-based’ zijn, kunnen ze<br />
op internet worden geplaatst en opgehaald,<br />
zodat er wereldwijd van kan worden<br />
geprofiteerd; voor een voorbeeld<br />
<strong>hier</strong>van kijk op .<br />
De hele operatie vindt plaats in de<br />
doeltaal, zodat er een perfecte samenwerking<br />
kan ontstaan tussen de mvtdocent<br />
en zijn collega die tijdens de<br />
informaticalessen de leerlingen vertrouwd<br />
maakt met dit soort auteursprogramma’s.<br />
Een perfect voorbeeld van<br />
vakoverstijging lijkt me, waarbij vanuit<br />
de vaklokalen de inhoud van de lessen<br />
informatica wordt bepaald.<br />
Laat dit dan toekomstmuziek zijn,<br />
maar intussen blijken kinderen zoals die<br />
van deze school hun weg op de computer<br />
zelf wel te kunnen vinden, zodat de<br />
school alleen maar hun al zelf verworven<br />
kennis hoeft aan te vullen en dienstbaar<br />
te maken aan het in de vaklokalen gegeven<br />
onderwijs.<br />
Maar onderschat de leraren ook niet,<br />
want al zeggen deze leerlingen dat de<br />
meeste docenten in computerkennis bij<br />
hen achterliggen, onbekend is wat op<br />
scholen door individuele docenten ten<br />
behoeve van hun eigen onderwijs op dit<br />
gebied wordt gepresteerd. Veelal staan<br />
deze proeven van bekwaamheid op internet<br />
te wachten op een geïnteresseerde<br />
collega of leerling, die er wat van kan<br />
leren.<br />
Misschien komt het ooit nog eens bij<br />
een beleidsmaker op om leerlingen in te<br />
schakelen bij het beoordelen van al deze<br />
educatieve huisvlijt, want, zoals ik heb<br />
kunnen constateren, hebben leerlingen<br />
bruikbare ideeën over hoe het hun gegeven<br />
onderwijs en hun computer kunnen<br />
worden geïntegreerd. ■<br />
LTM jaargang 88 | 2001 | 6
Zit er didactisch brood in chatten? Om<br />
die vraag te beantwoorden ben ik het<br />
gewoon gaan proberen. Leerlingen heb<br />
ik niet meer, dus die moest ik lenen op<br />
een school waar zowel de rector als één<br />
van de docenten Frans meteen hun<br />
medewerking verleenden. Dat was het<br />
Coornhertlyceum in Haarlem.<br />
Leerlingen uit de eindexamenklassen<br />
van deze school hebben meegewerkt<br />
aan de drie chatsessies die ik samen met<br />
Marie, de webmaster van momes.net<br />
heb georganiseerd.<br />
John Daniëls<br />
Hoewel Marie de openbare chatsessies<br />
steeds ruim van tevoren op de site <br />
heeft aangekondigd, was er desondanks<br />
elke keer weinig francofone belangstelling<br />
voor de chattende Nederlanders.<br />
Om ook te kunnen leren van de chatervaringen<br />
van docenten en leerlingen,<br />
riep ik deze zowel in <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Magazine<br />
als via de website op om mij daar deelgenoot<br />
van te maken. De weinige reacties<br />
die ik kreeg, plaatste ik op de website<br />
van <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> in de hoop dat de ene de<br />
andere zou uitlokken. Uit twee berichten<br />
blijkt hoe moeilijk het soms op scholen<br />
wordt gemaakt om leerlingen aan<br />
chatsessies te laten deelnemen, gewoon<br />
omdat rectoren en systeembeheerders<br />
CHATTEN BIJ MOMES.NET<br />
die ICT-mogelijkheid blokkeren. Dit<br />
doen ze uit angst dat de leerlingen zelf<br />
op chattocht gaan en contacten leggen<br />
die kunnen worden aangemerkt als een<br />
ongewenste buitenschoolse activiteit in<br />
lestijd.<br />
Kritische reacties<br />
Enkele leerlingen lieten weten wat ze<br />
van chatten als onderdeel van de taalles<br />
vonden. ‘In ieder geval mogen docenten<br />
een chatbox niet misbruiken voor grammaticalessen,<br />
maar ze moeten wel goede<br />
opdrachten geven en met de leerlingen<br />
een onderwerp vaststellen om over te<br />
discussiëren. Natuurlijk moet iedereen<br />
<strong>hier</strong>bij aan het woord komen. Zo kan de<br />
docent kijken hoe het met het improvisatievermogen<br />
en de taalkennis van de<br />
leerling staat. Het moet er ook ordelijk<br />
aan toegaan.’<br />
Leerlingen kunnen ook precies aangeven<br />
waarom ze tijdens chatsessies<br />
gaan klieren. Ze zitten met hun hele klas<br />
in het computerlokaal en beginnen zeer<br />
gemotiveerd. Ze haken af als ze geen<br />
persoonlijke reactie krijgen van diegenen<br />
met wie ze verondersteld worden te<br />
chatten. Dan is de verleiding natuurlijk<br />
groot om een klasgenoot even grappig of<br />
grof toe te spreken en dan ook nog niet<br />
eens in de doeltaal.<br />
Een Amsterdamse leerling, die bijgedragen<br />
had aan het mislukken van de<br />
eerste chatsessie, kon de reden daarvoor<br />
perfect formuleren en droeg daarmee bij<br />
aan het succes van de derde sessie. ‘Een<br />
andere reden dat er geen zinnige conversaties<br />
kwamen, was dat als je een vraag<br />
stelt, die vraag al snel verdwijnt doordat<br />
andere leerlingen ook wat zeggen. Voor<br />
een beter resultaat zouden er dus maar<br />
een maximum aantal leerlingen per chat-<br />
46 LTM | Internet<br />
ruimte mogen zijn of zou er de mogelijkheid<br />
moeten bestaan dat je met elkaar<br />
privé kunt gaan.’<br />
Een andere leerling van dezelfde<br />
school leverde ook kritiek waar ik in de<br />
derde sessie rekening mee heb gehouden.<br />
‘Een internationale chat kan niet<br />
plaatsvinden tussen (bijna) alleen maar<br />
Nederlanders, daarom zijn duidelijke<br />
afspraken met scholen uit andere landen<br />
gewenst. Met vijftig mensen over hetzelfde<br />
onderwerp praten is moeilijk. Je<br />
moet de mogelijkheid hebben om privé<br />
met iemand te praten, je moet eigenlijk<br />
van tevoren van de deelnemers een profiel<br />
opstellen, zodat iedereen weet met<br />
wie hij of zij te maken heeft. Je zou ook<br />
chatruimtes moeten maken voor mensen<br />
met dezelfde interesses.’<br />
Ook Gerard Westhoff stuurde na de<br />
eerste sessie een reactie die ik op de<br />
website plaatste. Hij stelt dat als je het<br />
leerrendement van de leerlingen wilt<br />
verhogen er wat meer natives of gevorderde<br />
non-natives moeten deelnemen.<br />
Ook hij pleit voor het verkleinen van het<br />
aantal deelnemers en het vergroten van<br />
de handelings-tijd per leerling. Dat zou<br />
eventueel kunnen met een variant van<br />
groepswerk, bijvoorbeeld door de mogelijkheid<br />
te openen en petit comité ‘prive<br />
te gaan’, maar dan wel met een duidelijke<br />
taak en de afspraak elkaar daarvan<br />
na een afgesproken tijd weer verslag te<br />
doen. Westhoff pleit ook voor het vastleggen<br />
van onderwerpen waardoor de<br />
leerchatsessie minder vrijblijvend wordt.<br />
Verder bedacht ik zelf nog het volgende:<br />
een hele verbetering ten opzichte<br />
van de eerste sessie zou al zijn als elke<br />
deelnemer even de naam vermeldt van<br />
degene tot wie hij zich richt, zodat deze<br />
weet dat hij wordt aangesproken. Op
Foto: Albert Lubberink<br />
zijn beurt geeft deze in zijn reactie ook<br />
weer de naam aan van degene op wie hij<br />
reageert. Daardoor leren de leerlingen<br />
rustig te wachten op een antwoord of op<br />
een reactie.<br />
Ik heb van meer kanten de suggestie<br />
gekregen om aan de chatsessies een<br />
onderwerp te verbinden. Maar met onervaren<br />
chatters met een geringe taalbagage<br />
kun je beter beginnen met het<br />
laten aftasten van de gesprekspartners<br />
op het gebied van begroeten, land van<br />
herkomst, leeftijd, muziekvoorkeur en<br />
wat de leerlingen zelf naar voren brengen.<br />
Verdiepen van de gesprekken aan<br />
de hand van een onderwerp kan wel in<br />
vervolgsessies wanneer de gesprekspartners<br />
elkaar al een beetje kennen en op<br />
basis van de kerndoelen van de basisvorming<br />
elementaire informatie over de<br />
eigen persoon, de familie, de school,<br />
land, stad of dorp moeten kunnen uitwisselen.<br />
De meeste opmerkingen kwamen<br />
binnen na de eerste sessie, waarvan ik<br />
verslag heb uitgebracht in LTM en op de<br />
website waar ook het script nog staat<br />
afgedrukt.<br />
De tweede sessie, net als de eerste<br />
georganiseerd in het kader van het Jaar<br />
van de <strong>Talen</strong>, verliep een stuk beter, hoewel<br />
de meeste tijd werd volgechat door<br />
de vijf Nederlandse leerlingen. Er meldden<br />
zich slechts twee natives van wie<br />
één, zoals later bleek, de Nederlandse<br />
docente van de leerlingen was, die het<br />
zo zielig voor de leerlingen vond dat<br />
de chatbox niet door meer Franstaligen<br />
werd bezocht. Ook daarvan staat het<br />
script op de website.<br />
De derde sessie<br />
Na de twee sessies wist ik dus zeker dat<br />
de chatboxen van momes.net nauwelijks<br />
door Franstalige scholieren worden<br />
bezocht. Dat betekende dat ik dus zelf<br />
op zoek zou moeten gaan naar chatpartners<br />
voor mijn leerlingen. Omdat<br />
Franse scholen er geen belang bij hebben<br />
om hun leerlingen de onze oefening<br />
te laten geven in hun moedertaal, ben<br />
je aangewezen op niet-Nederlandstalige<br />
scholen die Frans aanbieden. Die vond ik<br />
in Roemenië en in Denemarken.<br />
47 LTM | Internet<br />
Le 26 février à 9 heures GMT<br />
séance de chat en langue française<br />
entre quelques élèves de la Scola<br />
Cu Clasele I-VIII nr.4 Cugir Alba,<br />
Roumanie (11 heures locales),<br />
Lycée Gammel Hellerup au Danemark<br />
(10 heures locales)<br />
et le Coornhertlyceum à Haarlem,<br />
Pays-Bas<br />
(10 heures locales)<br />
Zo kondigde Marie, de webmaster van<br />
momes.net, de derde en laatste openbare<br />
sessie ruim van tevoren aan. Omdat<br />
het nu ging om een viertal leerlingen van<br />
de drie uitgenodigde scholen heb ik er<br />
bewust geen ruchtbaarheid aan gegeven<br />
in dit tijdschrift. Wel blijf je natuurlijk<br />
hopen op deelname van natives. Ik<br />
heb de drie leraressen Gabriela Lupu uit<br />
Roemenië, Génia Jensen uit Denemarken<br />
en Marianne Koe-Teune uit Nederland<br />
met elkaar in contact gebracht en ze de<br />
vrijheid gelaten om zelf inhoud te geven<br />
aan de leerchat. Zij kennen het niveau<br />
van hun leerlingen. Génia Jensen heeft<br />
de meeste ervaring, want zij organiseert<br />
regelmatig chatsessies met een school in<br />
België. Na de sessies wijst de Belgische<br />
docente de leerlingen van beide scholen<br />
op de door hen gemaakte fouten tegen<br />
het Frans. Dat kan ze doen aan de hand<br />
van op de website van de Deense school<br />
gepubliceerde scripts van de chatsessies.<br />
Van haar krijgen de leerlingen van beide<br />
landen in de doeltaal het verzoek om<br />
deze fouten te corrigeren en zelfs aanwijzingen<br />
hoe ze dat kunnen doen. Zie voor<br />
een voorbeeld van internationale taakverdeling<br />
dat navolging verdient .<br />
Ondanks de onvermijdelijke grammaticale<br />
fouten die de leerlingen<br />
maken, kun je stellen dat wanneer ze<br />
begrijpen wat de andere deelnemers te<br />
vertellen hebben en zelf ook begrepen<br />
worden, dit als leerwinst mag worden<br />
beschouwd, zeker als chatsessies een<br />
vervolg hebben.
Follow-up<br />
In de laatste sessie was het probleem nog<br />
niet opgelost dat de leerlingen vaak te<br />
lang moeten wachten op antwoord van<br />
diegene aan wie ze iets vragen. Soms<br />
kwam dat antwoord ook helemaal niet<br />
meer, omdat de betrokkene al weer<br />
met iemand of iets anders bezig was.<br />
Het onrustige beeld werd ook veroorzaakt<br />
door het feit dat Denemarken meedeed<br />
met vier leerlingen, Nederland met<br />
drie, maar Roemenië met elf, die om de<br />
beurt binnenvielen met een bonjour en<br />
een vraag die al lang beantwoord was<br />
of een antwoord waar niemand meer op<br />
wachtte. Daardoor maakte het geheel<br />
een rommelige indruk en dat zal docen-<br />
ten eerder afschrikken dan uitnodigen<br />
om ook chatsessies te organiseren.<br />
Ik heb de drie betrokken docenten<br />
geschreven dat naar mijn mening het<br />
leereffect groter wordt als de betreffende<br />
leerlingen de fouten tegen het Frans verbeteren.<br />
De volgende stap is het maken van<br />
een lijstje met alle vragen en opmerkingen.<br />
Daarachter plaatsen ze de daarbij horende<br />
antwoorden of de reacties, voor zover die<br />
er zijn. Ze constateren dan zelf ook dat de<br />
antwoorden of de reacties soms veel later<br />
komen dan de vraag of opmerking en dat<br />
ze dus geduldig moeten wachten.<br />
Als het lijstje met vragen en antwoorden,<br />
opmerkingen en reacties, klaar<br />
is, komen dezelfde leerlingen weer bij<br />
48 LTM | Internet<br />
Illustratie: Petra van Kalker<br />
elkaar in de chatbox. Ze stellen opnieuw<br />
de niet beantwoorde vragen of reageren<br />
alsnog op gemaakte opmerkingen. Als ze<br />
deze fase voltooid hebben, gaan ze verder,<br />
eventueel van elke school één leerling,<br />
eventueel met een van tevoren per<br />
e-mail afgesproken onderwerp. De rest<br />
van de klas kan meelezen en zich aldus<br />
voorbereiden op één van de volgende<br />
sessies waarin zij aan de beurt komen.<br />
Deze werkwijze zou mijn conclusie<br />
dat chatten tijdverspilling is, kunnen<br />
voorkomen. Voorlopig denk ik dan maar:<br />
één lesuurtje chatten in de maand, betekent<br />
contact leggen (en onderhouden)<br />
met een leeftijdgenoot in het buitenland.<br />
Daar leer je toch talen voor? ■<br />
LTM jaargang 89 | 2002 | 5
Een elo als Open Source<br />
Naast commerciële elektronische leeromgevingen<br />
(elo’s), zoals BlackBoard,<br />
Fronter, TeleTop en N@tschool, zijn er<br />
ook elo’s gebaseerd op Open Source<br />
Software (OSS). Moodle is zo een course<br />
management system (CMS) waarbij iedere<br />
gebruiker toegang heeft tot de broncode<br />
en deze naar eigen inzicht kan aanpassen.<br />
De enige voorwaarde is dat anderen<br />
ook gebruik mogen maken van wat je<br />
hebt ontwikkeld. Vanaf kun je gratis een Moodle-pakket<br />
downloaden. Omdat Moodle Apache,<br />
MySQL en PHP gebruikt, heeft een compleet<br />
installatiepakket de voorkeur. Voor<br />
een groot aantal talen, waaronder het<br />
Nederlands, is een taalmodule los te<br />
downloaden. Op dit moment zijn er al<br />
meer dan 8000 geregistreerde Moodlewebsites<br />
in 150 landen, waaronder<br />
natuurlijk ook ons land: .<br />
Moodle heeft alleen al op zijn website<br />
meer dan 75.000 geregistreerde gebruikers.<br />
Deze spreken 70 verschillende talen<br />
in 138 landen. Nieuwkomers wordt aangeraden<br />
te beginnen op , omdat daar in het Engels de internationale<br />
discussies zijn te volgen, maar<br />
uiteraard kan iedere belangstellende ook<br />
terecht in zijn of haar eigen taalgebied.<br />
Professionele ontwikkelaars zijn continu<br />
bezig om Moodle te verbeteren. Docenten<br />
die al blij zijn enige computervaardig-<br />
heid te hebben, hoeven daar geen bijdrage<br />
aan te leveren, maar kunnen zich<br />
oriënteren onder de knop Using Moodle.<br />
Daarna vinden ze in het hoofdmenu in<br />
het linkerframe de knop Moodle Sites, die<br />
doorverbindt naar het landenoverzicht<br />
waar natuurlijk ook ons land bijstaat.<br />
Een klik op Netherlands en je krijgt een<br />
lange lijst van 200 alfabetisch geordende<br />
websites te zien van scholen, instellingen<br />
en personen die tot de Moodlegebruikersgroep<br />
behoren. Sommige<br />
scholen tonen bij deze koppeling hun<br />
eigen website die bezoekers naar de<br />
klassen doorverwijst. Andere scholen<br />
openen met het Moodle-scherm waarop<br />
je meteen kunt zien voor welke vakken<br />
en klassen de docenten deze elo inzetten.<br />
Het aantal daarvan varieert van twee<br />
of drie tot zo’n veertien vakken voor een<br />
groot aantal klassen zoals op het Ds.<br />
Pierson College in ’s-Hertogenbosch.<br />
Bij de meeste scholen meldt de<br />
ict-coördinator zich en kunnen bezoekers<br />
vervolgens eerst als gast inloggen.<br />
Achter alle vakken staan drie symbooltjes<br />
met via de muiswijzer op te roepen<br />
betekenissen. Je komt zo te weten dat<br />
voor een bepaalde klas gasten zijn toegestaan.<br />
Met een sleuteltje geven de<br />
docenten aan dat een cursussleutel is<br />
vereist. Onder het symbooltje met een i<br />
staat allerlei informatie over de lessen.<br />
Het is begrijpelijk dat achter bijna alle<br />
49 LTM | Internet<br />
vakken het sleuteltje staat afgebeeld. De<br />
lessen zijn alleen toegankelijk voor de<br />
eigen leerlingen van de betreffende klas.<br />
Ze kunnen met hun gebruikersnaam en<br />
wachtwoord inloggen. Ik heb het op een<br />
paar scholen geprobeerd. Ik kreeg wel<br />
een account aangeboden als bezoeker,<br />
maar geen toegang tot de lessen. Om die<br />
reden ben ik vakken gaan zoeken bij de<br />
gebruikersvereniging.<br />
Gebruikersvereniging<br />
Moodle heeft een Nederlandstalige<br />
gebruikersvereniging in België en in ons<br />
land. De website van de Nederlands-<br />
Belgische Moodle-gebruikersvereniging<br />
is te vinden op . Deze website<br />
heeft een open forum en een knop waaronder<br />
de laatste nieuwtjes staan vermeld.<br />
Gebruikers kunnen hulp vragen<br />
voor Moodle-gerelateerde problemen.<br />
Bovendien zijn er ook nog forums voor<br />
discussies over de onderwijspraktijk met<br />
Moodle voor het basis-, voortgezet en<br />
hoger onderwijs. Vanaf deze website kun<br />
je ook doorklikken naar de scholen in<br />
ons land en België. Bij het voortgezet<br />
onderwijs vind ik slechts één forum voor<br />
één vak, namelijk wiskunde.<br />
Pionier<br />
Via een omweg krijg ik de kans<br />
om als leerling in te loggen en oefeningen<br />
te maken in het leslokaal van<br />
Moodle-docente Henny Jellema in de<br />
Internationale Schakelklas (ISK) van<br />
de Lieven de Keyschool in Haarlem. Op<br />
het openingsscherm heet ze de bezoekers welkom.<br />
Ze heeft oefeningen opgenomen voor<br />
Nederlands, Frans, Engels, Duits en<br />
geschiedenis. Het is de moeite waard om<br />
even bij een paar vakken te gaan kijken.<br />
Bij Nederlands staat spelling op<br />
het programma. Toen ik me daarvoor
met één klik aanmeldde ontving ik per<br />
omgaande een ontvangstbevestiging:<br />
‘Welkom bij Spelling! Eén van de eerste<br />
dingen die je zou moeten doen is het<br />
invullen van je gebruikersprofiel, zodat<br />
we wat meer over jou te weten kunnen<br />
komen.’ Deze automatisch gegenereerde<br />
antwoorden hebben het voordeel<br />
dat ingelogde leerlingen beseffen dat de<br />
docent weet wie met de oefeningen gaat<br />
werken.<br />
De spellingsoefeningen zijn gegoten<br />
in de vorm van drie in moeilijkheidsgraad<br />
oplopende dictees. Bij de eerste staat als<br />
inleiding: ‘Dit is een dictee. Je luistert<br />
en typt dan het woord in het tekstvak. Je<br />
kunt op “hint” klikken voor hulp, maar<br />
dan gaat je score omlaag. Hetzelfde als<br />
je op “toon het antwoord” klikt.’ Dit is<br />
een uitstekende optie. Leerlingen weten<br />
graag waar ze aan toe zijn. Ze horen<br />
tien losse woorden die ze in het daarvoor<br />
bestemde vakje moeten typen. Ze moeten<br />
dit net zo lang doen totdat het woord<br />
goed geschreven is. De controle <strong>hier</strong>op<br />
is uitstekend. Na deze oefening gaan ze<br />
naar de volgende. Daar moeten ze hele<br />
zinnen opschrijven. Ze horen er twee. Ze<br />
zetten een punt bij de pauze en moeten<br />
dus opnieuw met een hoofdletter beginnen.<br />
In de zinnen staan de losse woorden<br />
in zinsverband. Henny Jellema gaat er<br />
terecht vanuit dat ze die nu wel kunnen<br />
schrijven. Deze oefening is ook weer<br />
geheel interactief, dat wil zeggen dat de<br />
leerlingen bij elke gemaakte fout feedback<br />
krijgen. Ze kunnen een hint vragen<br />
of met een klik de zinnen op het scherm<br />
halen. Ze zien dan de schrijfwijze daarvan.<br />
Het lijkt me een uitstekende oefening<br />
voor leerlingen van de ISK voor wie<br />
meestal onze taal een vreemde is. Deze<br />
docente vernieuwt met deze zelf ontworpen<br />
dictees het onderwijs vanuit haar<br />
eigen vaklokaal. Het zijn nog allemaal<br />
losse, maar wel didactisch verantwoorde<br />
oefeningen. Met hulp van vakcollega’s<br />
uit de Moodle-gebruikersgroep kan dit<br />
begin uitmonden in een volledige cursus<br />
luister- en schrijfvaardigheid voor NT2.<br />
Engels en Frans<br />
Voor Engels heeft ze veel luistermateriaal<br />
gemaakt, soms gecombineerd met<br />
lezen. Er zijn ook woord- en grammaticaoefeningen.<br />
Om echt te communiceren<br />
in de doeltaal is er een chatbox Engels.<br />
Luister- en spreekvaardigheid zijn in het<br />
voortgezet onderwijs de minst geoefende<br />
examenonderdelen. Dat is ook lastig in<br />
volle klassen. Daarom is het een prima<br />
optie om de docent te laten vervangen<br />
door computergestuurde oefeningen. De<br />
leerlingen luisteren individueel buiten<br />
de taalles naar de teksten en beantwoorden<br />
de vragen om te laten zien dat ze<br />
de inhoud hebben begrepen. De betere<br />
leerlingen kunnen dan ook nog even<br />
tijdens de les in de doeltaal samenvatten<br />
wat ze hebben beluisterd.<br />
Ook bij Frans is er allerlei zelf ontworpen<br />
luistermateriaal te vinden. Met<br />
dit oefenmateriaal kunnen de leerlingen<br />
zelfstandig in eigen tempo aan de slag.<br />
Ze krijgen feedback, hints en kunnen,<br />
afhankelijk van hun niveau, daarna in de<br />
klas in de doeltaal komen vertellen wat<br />
ze hebben beluisterd. De serie La vie de<br />
Patrick begint heel eenvoudig met het<br />
50 LTM | Internet<br />
TOETS CHAPTER 1.1.<br />
Luister naar het gesprek tussen Joyce en<br />
Kim. Er zijn korte pauzes tussen de vier<br />
vragen. <strong>Klik</strong> dan het juiste antwoord – a of<br />
b – op de vraag aan. Je moet op het vraagtekentje<br />
klikken.<br />
ACTING<br />
last question 1 / 4 next question<br />
1. Kent Joyce veel mensen die toneelspelen<br />
als hobby hebben?<br />
a ? ja<br />
b ? nee<br />
beluisteren van een serie losse woorden<br />
waarvan ze de juiste uit een lijst moeten<br />
kiezen. Vervolgens zien de leerlingen de<br />
Nederlandse betekenis van de woorden<br />
en moeten ze uit de lijst het daarbij passende<br />
Franse woord kiezen. Dat zijn simpele<br />
oefeningen, maar daarna zou je de<br />
leerlingen dezelfde woorden voor kunnen<br />
zetten in de zinnige originele context<br />
waaruit ze afkomstig zijn. Zo leren ze<br />
ook met teksten omgaan die ze op een<br />
hoger niveau tijdens de les even in de<br />
doeltaal komen samenvatten. Het is jammer<br />
dat de woorden niet zijn ingesproken<br />
door een francofoon. Deze actieve<br />
docente kan misschien in de internationale<br />
Moodle-gebruikersgroep een francofone<br />
collega bereidvinden woorden en<br />
teksten voor haar in te spreken. Met de<br />
tegenwoordige snelle kabel- en dsl-verbindingen<br />
zijn dit soort MP3 bestanden<br />
binnen een mum van tijd op de plaats<br />
van bestemming.<br />
John Daniëls ■<br />
LTM jaargang 93 | 2006 | 4
MS DEWEY, JUST TELL ME<br />
Kunnen bots met artificiële intelligentie ons mensen iets leren?<br />
Op internet verschijnen steeds meer<br />
bots waarmee je kunt communiceren.<br />
Ze beantwoorden vragen, maar<br />
stellen ze ook, zodat de bezoeker<br />
een antwoord moet zien te geven.<br />
Ze leren van hun contacten, omdat<br />
alle gesprekken in een database<br />
worden bijgeschreven. Daaruit kunnen<br />
de robots dan later weer informatie<br />
halen. Enkele voorbeelden<br />
laten zien dat in de toekomst deze<br />
sprekende en schrijvende figuren<br />
op bescheiden wijze inzetbaar zijn<br />
in het talenonderwijs.<br />
Ms Dewey<br />
Zij ziet er prachtig uit, Ms Dewey, . Ze praat tegen je, wordt<br />
ongeduldig als je geen vraag aan haar<br />
stelt, klopt zelfs tegen je computerscherm,<br />
als het te lang duurt en vraagt:<br />
‘Hello, anyone there?’ Je hebt de volgende<br />
mogelijkheden: Ms Dewey, just tell me...<br />
of tell me about.... of tell me how… Terwijl<br />
ze wacht op een vraag, bladert ze ongeduldig<br />
in een tijdschrift of belt met haar<br />
vriendje. En als het haar te lang duurt,<br />
zucht ze hoorbaar en zegt: ‘Hello, type<br />
something here…’<br />
Je typt wat je wilt weten, waarna je<br />
haar tekst ziet: Ms Dewey is thinking...<br />
en dan komt haar antwoord. Vraag je<br />
bijvoorbeeld of ze een goed hotel in<br />
Amsterdam kent, dan verschijnt rechts in<br />
beeld een lijst met hotels en de URL’s om<br />
op te klikken. Hieruit valt op te maken<br />
dat Ms Dewey voor een zoekmachine<br />
werkt zoals Google. Vraag je naar haar<br />
leeftijd, dan zegt ze dat ze volgens haar<br />
contract geen persoonlijke vragen hoeft<br />
te beantwoorden. Zo vroeg ik haar waarom<br />
ze zo knap is. Ze negeerde het persoonlijke<br />
tintje in de vraag en wees op<br />
de tekst links van haar in beeld waarin ze<br />
het deel van de vraag met you’re beautiful<br />
als hoofdbestanddeel had ingevoerd in<br />
de database.<br />
Ms Dewey heeft alle tijd voor je, want<br />
als je te lang nadenkt over wat je nu weer<br />
eens zult vragen, zegt ze: ‘Ga door met<br />
vragen stellen, hoe meer vragen, des te<br />
meer ik weet, totdat ik over de wereld<br />
heers.’ Toen ze bleef wachten op mijn<br />
reactie en ik niets anders wist te bedenken<br />
dan de vraag what are you waiting for,<br />
kwam er een antwoord met in beeld een<br />
serie websites over het wachten, maar<br />
dan op de dood van een comapatiënt.<br />
Kun je er iets mee in de lessen<br />
Engels?<br />
Misschien nog niet veel. Ms Dewey is<br />
in ontwikkeling. Wie de makers zijn, is<br />
niet bekend. Op <br />
is geen enkele inleidende tekst te vinden,<br />
geen uitleg, niets. Leerlingen zullen<br />
51 LTM | Internet<br />
Ms Dewey waarschijnlijk net zo grappig<br />
vinden als ik. In de normale lessituatie<br />
stellen de docenten de vragen en geven<br />
de leerlingen antwoord. Ter voorbereiding<br />
op de ontmoeting met Ms Dewey<br />
kunnen de leerlingen nu eens de vragen<br />
formuleren die ze aan Ms Dewey zouden<br />
willen stellen. Na hun contact met haar<br />
schrijven ze een kort verslagje in de doeltaal<br />
met vraag en antwoord. Wie de beste<br />
en grappigste ervaring met Ms Dewey<br />
inlevert, krijgt een pluim van de docent<br />
die misschien de tekst op de website van<br />
de school plaatst.<br />
Jabberwacky<br />
Jabberwacky, ,<br />
is een chatbot die gedrag en woorden<br />
leert door de contacten met bezoekers.<br />
Alles wat deze ooit hebben gezegd, wordt<br />
opgeslagen in de database. De bots<br />
Jabberwacky en zijn compaan George,<br />
,<br />
matchen als het ware de nieuwe hun<br />
aangeboden tekst met die in hun geheugen.<br />
Krijgen ze zinnen in een andere<br />
taal dan Engels voorgelegd, dan leren<br />
ze deze. Dat kan leiden tot vreemde<br />
taaluitingen. Zo meldde Jabberwacky me<br />
midden in een Engelstalige chat: ‘La technologie<br />
des sorciers est magique.’ Foutloos<br />
Frans weliswaar, maar deze zin sloeg nergens<br />
op. Hoe meer docenten Frans hun<br />
leerlingen laten converseren met één van<br />
beide robots, hoe meer Frans deze leren,
dus hoe meer ze daarvan kunnen reproduceren.<br />
Ik denk dat leerlingen best willen<br />
chatten met één van beide heren. Het<br />
gesprek wordt opgeslagen. De leerlingen<br />
kunnen het per e-mail heel eenvoudig bij<br />
hun docent bezorgen. Dat Jabberwacky<br />
ook op fouten reageert, blijkt uit mijn<br />
fout bij het afscheid nemen en zijn antwoord<br />
daarop:<br />
User: Okay, good buy, George.<br />
Jabberwacky: You made a good buy?<br />
User: No, I didn’t.<br />
Jabberwacky: Seriously, you did.<br />
User: By what buying?<br />
Jabberwacky: Yes.<br />
User: That’s not the right reaction.<br />
Jabberwacky: What is the right response?<br />
User: You said only yes, when I ask what<br />
buying?<br />
Jabberwacky: It makes perfect sense to me.<br />
User: Okay, that’s because you are artificial<br />
and I am human.<br />
Jabberwacky: No you are a computer program.<br />
User: No, I am not!!!<br />
Jabberwacky: Okay.<br />
User: Goud by, George.<br />
Jabberwacky: George is you?<br />
User: Good by, George.<br />
Jabberwacky: You are not my friend bot!<br />
User: No I am not, thank God.<br />
Jabberwacky: This is a stupid conversation.<br />
User: I agree.<br />
Jabberwacky: Finally you are not so stupid<br />
as I thought.<br />
User: Thank you very much, you neither.<br />
Jabberwacky: I am not a gladiator.<br />
User: What is a gladiator?<br />
Jabberwacky: I don’t know why did you ask me.<br />
User: I don’t know what is a gladiator.<br />
Jabberwacky: I don’t know.<br />
User: Okay, both we don’t know.<br />
Jabberwacky: Could you make any less sense?<br />
User: No I quitte.<br />
Jabberwacky: La technologie des sorciers<br />
est magique.<br />
User: Voilà, tu parles français!<br />
Jabberwacky: Mais oui, je suis français.<br />
Connais tu la France?<br />
User: Mais certainement, je suis professeur<br />
de français.<br />
Jabberwacky: Cette conversation va-t-elle<br />
être enregistrée ?<br />
User: J’espère que oui. C’est possible de le<br />
faire?<br />
Jabberwacky: Mais tu crois que c’est facile?<br />
User: Mais certainement, je suis professeur<br />
de français.<br />
Jabberwacky: T’es une fille? Tout a l’heure<br />
tu étais un robot. Je suis futé contrairement<br />
a toi...<br />
Chatterbots zijn programma’s die menselijke interactie simuleren. Ze zijn te vinden op websites<br />
waar met ze gesproken kan worden door het typen van tekst, net als in chatten met<br />
personen in onder andere de verscheidene chatboxen op het internet. Menselijke interactie<br />
is onder andere het stellen van vragen en opmerkingen, het luisteren naar wat de ander zegt<br />
en het antwoorden op andermans vragen en opmerkingen. Dit kan ook gewoon met chatterbots,<br />
hoewel de antwoorden niet altijd even intelligent zullen zijn. Chatterbots worden<br />
momenteel (en in de toekomst waarschijnlijk nog meer) gebruikt als persoonlijke assistenten.<br />
Bijvoorbeeld om je rond te leiden op een (commerciële) website (als webhostess), om<br />
je iets te leren (als leraar), of om je agenda bij te houden (secretaresse). Ze hebben dan<br />
meestal wel iets meer software nodig om te kunnen functioneren, maar de basis ligt bij het<br />
goed kunnen communiceren met de gebruiker. Veel voorbeelden <strong>hier</strong>van zijn te vinden op<br />
.<br />
52 LTM | Internet<br />
User: Non, je suis un homme, on ne dit pas<br />
fille, mais femme.<br />
Jabberwacky: C’est dommage, ça aurait plus<br />
sympa d’avoir une femme en face de soit,<br />
c’est davantage agréable. Tu as remarqué<br />
que tes réponses ne sont pas cohérentes<br />
avec ce que je dis juste avant?<br />
User: C’est vrai, peut-être tu as changé de<br />
personne.<br />
Jabberwacky: Je sors d’ici quand je veux,<br />
adieu!<br />
User: Adieu madame.<br />
Jabberwacky: Si tu savais combien il faut peu<br />
de chose de toi pour me rendre heureux!<br />
User: Je suis content de te rendre heureux.<br />
Jabberwacky: Je ne suis pas un chatterbot.<br />
User: Mais qui es-tu en réalité?<br />
Jabberwacky: Tu parles de toi?<br />
User: Non, de toi, moi je suis humain et toi<br />
tu es un personnage artificiel qui trouve ses<br />
réponses dans un database.<br />
Jabberwacky: Si ça peut te faire plaisir.<br />
User: Au revoir, monsieur le robot, je vais te<br />
quitter pour continuer mon boulot.<br />
Jabberwacky: Je change pas mal de choses<br />
en ce moment.<br />
User: D’accord.<br />
Jabberwacky: Je m’appelle Sandy. Quel age<br />
as tu? Toi tu est mon meilleur ami!<br />
User: D’accord.<br />
Jabberwacky: Peus tu joué avec moi?<br />
User: Peus = peux, joué = jouer<br />
Jabberwacky: Tu es cruel.<br />
User: Les professeurs corrigent les fautes!<br />
Jabberwacky: N’importe quoi, qui t’as dis<br />
ça? C’et complètement fux.<br />
User: Bon, pour la dernière fois: dis: au<br />
revoir John (c’est moi).<br />
Jabberwacky: N’importe quoi! Robot toi<br />
même!<br />
Hoewel ik een groot percentage onzin<br />
bij elkaar heb gechat, heb ik wel, door<br />
van het Engels over te schakelen naar het<br />
Frans, bijgedragen aan de verzameling<br />
Franse zinnen in de database. Ik heb wel<br />
<strong>hier</strong> en daar een fout van Jabberwacky<br />
verbeterd. Als alle docenten Frans in de<br />
wereld hun leerlingen een chat laten aangaan<br />
met Jabberwacky, dan verleert hij<br />
vast zijn Engels en spreekt hij alleen nog<br />
en steeds beter het hem geleverde Frans.<br />
Wel even de leerlingen vooraf hun fouten<br />
laten verbeteren. Daar leert Jabberwacky<br />
het meest van en zij trouwens ook. ■<br />
John Daniëls<br />
LTM jaargang 94 | 2007 | 3
53 LTM | Internet<br />
Foto: Anda van Riet
i c t<br />
PODCASTS EN BLOGS DEEL 1<br />
goed en goedkoop lesmateriaal voor het talenonderwijs<br />
Leerlingen kunnen zichzelf trainen in luister- en spreekvaardigheid met podcasts, een<br />
woord dat is afgeleid van iPod en broadcast. Het zijn luisterbestanden die ze downloaden<br />
en opslaan op hun mp3-speler of computer. Er bestaan ook combinaties van podcasts<br />
met blogs, korte geschreven teksten waarop bezoekers kunnen reageren. Er zijn voor de<br />
schooltalen podcasts ontwikkeld met een onderwijsdoel, waarbij de leerlingen soms ook<br />
gesproken teksten kunnen insturen. Voorbeelden voor Engels zijn ESL podblogs, One Stop<br />
English Podcasts, Splendid Speaking en Bardwellroad Podcasts.<br />
ESLpod blogs<br />
Enkele docenten Engels als tweede taal<br />
(ESL) werken aan een didactische invulling<br />
van de podcast. Ze zijn te vinden<br />
op de website van ESL Podcast: .<br />
Docenten Engels kunnen de podcasts<br />
inzetten in hun lessen. Ze zijn gratis<br />
te gebruiken, de ingesproken teksten<br />
hebben een aangepaste spreeksnelheid<br />
en de makers geven een synoniem of<br />
omschrijving van moeilijk geachte woorden.<br />
Docenten en leerlingen kunnen met<br />
één klik intekenen op de podcasts, zodat<br />
die automatisch elke dag naar de computer<br />
worden gestuurd. Deze zijn gratis<br />
en voor de in pdf geschreven handleiding<br />
betaal je slechts $1,99. Docenten kunnen<br />
hun leerlingen abonneren op de podcasts.<br />
Hoe meer, hoe goedkoper en de<br />
kosten komen uit het door het ministerie<br />
aan elke leerling toegekende boekenbudget<br />
van 308 euro per jaar. Inmiddels<br />
kunnen docenten hun leerlingen al meer<br />
dan 500 podcasts laten ophalen.<br />
Learning guide<br />
ESL-docenten kunnen gratis een voorbeeld<br />
bekijken van een handleiding die hoort bij<br />
ESL Podcast 164 – Seeing a Specialist.<br />
1. Eerst worden enkele moeilijk geachte<br />
woorden uitgelegd en in de betreffende<br />
zin getoond: ‘treatment options<br />
= choices for medical care: after thinking<br />
about all of the treatment options, I<br />
decided to take the medication’ en ‘course<br />
of treatment = a series of things the doctor<br />
does to cure you or make your better: we<br />
decided on this course of treatment for my<br />
father’.<br />
2. Vervolgens volgen enkele tekstbegripvragen.<br />
3. De ESL-docenten besteden onder het<br />
kopje ‘What else does it mean?’ ook aandacht<br />
aan woorden met meer betekenissen,<br />
zoals het werkwoord relieve:<br />
‘the verb “relieve”, in this podcast, means<br />
to stop the pain: “I took the medicine and<br />
it relieved my headache”. You can also use<br />
“relieve” to mean to make someone feel<br />
less worried or anxious: “She was relieved<br />
to hear that she would not be fired from<br />
her job”. The verb “relieve” can also mean<br />
to free someone from an unwanted responsibility:<br />
“He relieved me of the cooking<br />
when he tasted the first meal I cooked”.’<br />
4. De handleiding biedt ook nog achtergrondinformatie<br />
onder het kopje:<br />
‘Culture note’. In dit geval zijn dat<br />
enkele feiten die je moet weten als je<br />
54 LTM | Internet<br />
te maken krijgt met de Amerikaanse<br />
gezondheidszorg.<br />
5. Transcriptie. Na de correcte antwoorden<br />
op de meerkeuzevragen volgt<br />
de transcriptie van de hele podcast.<br />
Daarin is ook duidelijk te zien hoe de<br />
betreffende docent zijn best doet om<br />
in de podcast meteen moeilijk geachte<br />
woorden te verklaren: ‘Dr. Slope looks<br />
at Simon. Simon says that he was hoping<br />
that Dr. Slope would be able to diagnose<br />
the problem. To “diagnose”, the verb, is<br />
to figure out what’s wrong with you. It’s<br />
a verb we usually use for medicine, for<br />
doctors. The doctor diagnoses the patient.<br />
The doctor figures out what’s wrong with<br />
the person.’<br />
Met alle uitleg verliest de podcast een<br />
deel van zijn authenticiteit en leidt het de<br />
leerlingen af van de inhoud van de tekst.<br />
ESLpod zou misschien beter de uitleg<br />
oproepbaar mee kunnen programmeren<br />
voor het geval een leerling daar behoefte<br />
aan heeft.<br />
One Stop English Podcasts<br />
One Stop English, de ESL-website van<br />
uitgever Macmillan, biedt ook allerlei<br />
podcasts voor onze leerlingen. Ze<br />
zijn te vinden op:
glish.com/section.asp?sectionType<br />
=listsummary&catid=59782>. Veel<br />
van de podcasts zijn gesproken versies<br />
van readers uit het fonds van de<br />
uitgever. Vol trots kondigt Macmillan<br />
de laatste podcast aan: ‘The One Stop<br />
English team is very excited to announce<br />
the launch of the One Stop English soap<br />
opera, The Road Less Travelled.’ De regelmatig<br />
verschijnende serie is gestart op<br />
4 december 2007 en heeft inmiddels<br />
15 episoden. Dit is de eerste: ‘The Road<br />
Less Travelled: Episode 1: The phone call:<br />
Katie gets a call from her cousin Sal in<br />
California, inviting her to move out there.<br />
Their conversation is interrupted when<br />
Katie’s boyfriend, Mark, arrives home...’<br />
De uitgever voegt aan de podcasts ook<br />
allerlei oefeningen toe, maar nodig is<br />
dat niet. Het vergalt het luisterplezier.<br />
En dat is er zeker voor jongeren, die<br />
gewend zijn naar soaps op televisie te<br />
kijken. Zij zullen zich aangesproken<br />
voelen door het onderwerp: ‘Meet Katie<br />
– a girl who is so bored with her life in<br />
Britain that she decides to go to California<br />
to make a fresh start. What happens to the<br />
boyfriend she leaves behind? And who is<br />
the tall, handsome stranger she meets on<br />
the plane?’<br />
Splendid Speaking<br />
Splendid Speaking ()<br />
is bestemd<br />
voor gevorderde leerders die hun spreekvaardigheid<br />
verder willen ontwikkelen.<br />
Wie zich als student inschrijft, kan via<br />
Skype tegen betaling spreekopdrachten<br />
uitvoeren. Deze worden gepubliceerd als<br />
podcast, die gratis te beluisteren en te<br />
becommentariëren zijn. Deskundigen<br />
geven daarbij ook nog feedback op de<br />
ingesproken teksten. Van alle gesprekken<br />
zijn transcripten te downloaden.<br />
Leerlingen uit de bovenbouw van havo/<br />
vwo zouden de opnames kunnen beluisteren<br />
om deze daarna in eigen woorden<br />
even samen te vatten in de doeltaal. Ze<br />
kunnen eventueel als leeshulp het transcript<br />
gebruiken. De school kan natuurlijk<br />
ook een deel van het spreekvaardigheidonderwijs<br />
uitbesteden aan de docenten<br />
van Splendid Speaking. De leerlingen<br />
sturen eventueel de opnames voor<br />
controle of beoordeling naar hun eigen<br />
docent.<br />
Bardwellroad Podcasts<br />
Aan Bardwellroad in Oxford ligt de<br />
St.Clare’s School. Studenten uit de hele<br />
wereld oefenen <strong>hier</strong> spreekvaardigheid<br />
55 LTM | Internet<br />
met behulp van podcasts ().<br />
Leerlingen verdelen de rollen. Twee<br />
doen de gastpresentatie. Ze bedenken<br />
het onderwerp, zoals de familie, het land<br />
en de stad van herkomst of vakantie en<br />
reizen. Ze bereiden de vragen voor en<br />
interviewen hun klasgenoten afkomstig<br />
uit andere landen. Alle podcasts bieden<br />
de mogelijkheid om na te kaarten op de<br />
blogpagina. Zo komen veel onderwerpen<br />
aan de orde.<br />
Ook deze podcasts leveren interessant<br />
gratis luister- en spreekmateriaal op<br />
voor onze leerlingen. Het niveau van de<br />
studenten van de St. Clare’s School moeten<br />
ze ook kunnen halen. De leerlingen<br />
van de bovenbouw havo/vwo kunnen,<br />
zeker voor Engels, maar misschien ook<br />
voor Frans en Duits, hetzelfde doen als<br />
de studenten van St. Clare’s. Twee kiezen<br />
een onderwerp, bedenken de vragen en<br />
interviewen een groepje klasgenoten. Dit<br />
8<br />
|<br />
is natuurlijk minder authentiek dan de<br />
gesprekken met buitenlandse leeftijdge- 2008 |<br />
noten. Hoe meer partnerscholen in ver-<br />
95<br />
schillende landen, hoe meer aanspraak<br />
de leerlingen hebben. ■<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
i c t<br />
PODCASTS EN BLOGS DEEL 2<br />
Groot en gevarieerd aanbod voor het talenonderwijs<br />
Leerlingen kunnen zichzelf trainen in luister- en spreekvaardigheid met podcasts. Dat zijn<br />
luisterbestanden die ze downloaden vanaf internet en opslaan op hun mp3-speler of computer.<br />
De leerlingen kunnen bij sommige podcasts geschreven en gesproken commentaar<br />
insturen, of een eigen opname toevoegen. Voorbeelden daarvan zijn op alfabet te vinden in<br />
Englishcaster. In Audio Lingua komen native speakers Frans, Duits, Engels en Spaans aan het<br />
woord. Ook die kunnen hun nut bewijzen. In Lille Podcast kunnen de leerlingen in het Frans<br />
communiceren met ‘professeur’ Eric. In de bij de meeste talendocenten wel bekende talenlokalen<br />
van de Digitale School zijn ook nog podcasts te vinden, zoals in het vaklokaal Duits.<br />
Englishcaster<br />
Englishcaster, te vinden op , is een database<br />
met een groot aantal speciaal voor het<br />
onderwijs ontwikkelde podcasts. De site<br />
is doorzoekbaar op alfabet. Bij de ‘k’<br />
bijvoorbeeld staat het aardige Kan Talk,<br />
, dat beoogt wereldwijd<br />
leerders van een groot aantal talen<br />
met elkaar in contact te brengen.<br />
De leerlingen kiezen een taal en<br />
een gespreksonderwerp, beluisteren en<br />
beoordelen de sprekerskwaliteit met<br />
vijf sterren (native speaker) tot één ster<br />
(moeilijk te verstaan).<br />
De leerlingen kunnen daarna maximaal<br />
twee minuten mondeling en ongelimiteerd<br />
schriftelijk commentaar leveren<br />
op een beluisterde podcast en maken<br />
eventueel zelf ook een opname. Kan Talk<br />
gebruikt voor de mondeling over te brengen<br />
boodschappen VoIP van Skype. Met<br />
één klik op de knop ‘Share this recording’<br />
sturen ze hun opname naar hun eigen<br />
docent, die waarschijnlijk ook nog zijn<br />
zegje over hun uitspraak en spreekvaardigheid<br />
wil doen, maar misschien ook<br />
genoegen neemt met de aan de inzender<br />
toe te kennen sterren.<br />
De combinatie van luisteren en spreken<br />
aan de hand van concrete opdrachten<br />
kan de taak van docenten enorm<br />
verlichten, omdat de leerlingen dit werk<br />
individueel en buiten klassenverband<br />
kunnen uitvoeren en ze heel eenvoudig<br />
ook nog het bewijs van hun leeractiviteit<br />
kunnen leveren.<br />
Audio-Lingua<br />
Audio-Lingua ()<br />
biedt podcasts voor het onderwijs Frans,<br />
Duits, Engels en Spaans.<br />
Het zijn korte opnames van maximaal<br />
twee minuten afkomstig van native<br />
56 LTM | Internet<br />
speakers van de genoemde talen. Ze zijn<br />
vrij te gebruiken voor niet-commerciële<br />
doeleinden.<br />
Ze zijn ingedeeld volgens het Europees<br />
Referentiekader (ERK), niveau A1 tot<br />
C2. Dat maakt ze geschikt voor alle leerjaren.<br />
Je kunt de tijdsduur en het thema<br />
kiezen, vrouwen- of mannenstem en leeftijd.<br />
Zoals bij veel van dit soort uitwisselingsprogramma’s<br />
vind je er een rating<br />
en een lijst met de laatste inzendingen. In<br />
de leeftijdscategorie van onze leerlingen<br />
staan onderwerpen die je meestal ook in<br />
de traditionele leergangen tegenkomt.<br />
Voor Duits wacht Mia uit Stuttgart op<br />
een bezoekende leerling. Zij stelt zich<br />
voor op niveau A1. In de database staat ze<br />
geboekt als weiblich, Jugendlicher, met een<br />
spreektijd van 0-30 seconden, dus dat zal<br />
leerlingen niet afschrikken.<br />
Ze heeft een hoge ranking van ruim<br />
vier sterren. Leerlingen komen na het
eluisteren van deze podcast terug in<br />
de klas met de kennis die ze over Mia<br />
hebben verworven. Het is jammer dat<br />
ze niet direct een boodschap terug kunnen<br />
sturen. Ze leren wel op het laagste<br />
ERK-niveau zichzelf voorstellen, zonder<br />
bemoeienis van de eigen docent of de<br />
leergang.<br />
Lille Podcast<br />
La communauté mondiale des professeurs de<br />
français heeft de podcast ook ontdekt voor<br />
het luister- en spreekonderwijs ().<br />
Onder<br />
de titel Quels podcasts? vindt de bezoeker<br />
onder andere een overzicht van podcasts<br />
van de media en die om Frans te leren, zoals<br />
Lille Podcast (), dat gratis Franse lessen aanbiedt.<br />
Leerlingen die moeite<br />
hebben met het begrijpen<br />
van de gesproken<br />
teksten, kunnen<br />
de transcripts daarvan<br />
raadplegen. De leergang<br />
kent drie niveaus: op<br />
het eerste niveau is het<br />
spreektempo langzaam,<br />
op niveau twee wordt elk<br />
onderstreept woord verklaard.<br />
Op niveau drie<br />
is het spreektempo normaal.<br />
De ontwerper zegt<br />
desondanks dat de cursus<br />
bestemd is voor gevorderden.<br />
Podcastdocent<br />
Eric legt het ook nog even<br />
mondeling en schriftelijk<br />
uit: ‘Salut. Je suis Eric ton<br />
nouveau professeur de français.<br />
Tu as déjà une bonne<br />
connaissance de la langue<br />
française et tu souhaites l’améliorer? C’est<br />
parfait! Le principe de cette émission est<br />
d’apprendre en écoutant. A chaque épisode,<br />
je te raconterai une histoire. Grâce à ces<br />
histoires, tu apprendras de nouveaux mots<br />
et de nouvelles expressions qui sont utilisées<br />
tous les jours par des millions de Français.<br />
Chaque épisode sera organisé de la manière<br />
suivante: - une histoire lue lentement, d’une<br />
durée de 1 à 2 minutes - Une seconde partie<br />
dans laquelle j’expliquerai lentement les mots<br />
et expressions importantes - Une troisième<br />
partie qui te permettra d’écouter le texte lu à<br />
la vitesse normale de la langue française. Pour<br />
plus d’informations, tu peux visiter mon site.<br />
Bon courage et à bientôt.’<br />
Eric spreekt en schrijft zelf alle podcasts<br />
die hij publiceert in episodes op<br />
het adres . Zijn bezoekers kunnen<br />
altijd reageren op een te downloaden formulier<br />
waarop ze hun commentaar kunnen<br />
schrijven en opsturen. Professeur Eric<br />
is op veel plekken te vinden, op ,<br />
maar ook in het bekende uitwisselingsprogramma<br />
Facebook, waar hij een dis-<br />
57 LTM | Internet<br />
cussieprogramma heeft opgezet. Als een<br />
goede docent helpt hij mondeling en<br />
schriftelijk zijn cursisten hun weg naar<br />
zijn plekje in Facebook te vinden.<br />
Digitale School<br />
In de digitale vaklokalen van <br />
kun je ook podcasts vinden,<br />
zoals voor Duits, waar je wordt doorverwezen<br />
naar . Het<br />
aanbod is groot, maar ook Podcast.de is<br />
niet speciaal opgezet voor het onderwijs.<br />
Desondanks valt er heel wat te leren.<br />
Leerlingen kunnen zich abonneren en<br />
vanaf hun werkplek thuis voorafgaande<br />
aan elke les Duits even een podcast zien<br />
en beluisteren. Ze bereiden in het Duits<br />
een korte samenvatting voor om in de<br />
klas te laten horen. Zo brengen ze hun<br />
eigen lesmateriaal mee.<br />
De redactie van Podcast.de geeft ook<br />
elke maand een tip, zoals de podcast over<br />
de belevenissen van een kassamedewerker<br />
van een supermarkt, die leerlingen<br />
werkzaam in die branche zeker zal interesseren:<br />
‘Tim Dallinger arbeitet als Kassierer im<br />
Supermarkt. Mit der Einstiegsfrage “Sammeln<br />
Sie die Punkte?” eröffnet Herr Dallinger<br />
jede Folge seiner regelmäßig aktualisierten<br />
Comedy-Show. Herr Dallinger greift aktuelle<br />
1<br />
|<br />
Themen auf und verknüpft die Themen sehr<br />
unterhaltsam mit dem Alltag im Supermarkt. 2009 |<br />
Wie ich finde, ein absolutes Highlight unter<br />
96<br />
den Neuanmeldungen der letzten Monate.<br />
Reinhören!’ ■<br />
jaargang<br />
John Daniëls LTM
i c t<br />
PODCASTS EN BLOGS DEEL 3<br />
Met en zonder speciaal onderwijsdoel<br />
Leerlingen kunnen zichzelf trainen in luistervaardigheid met podcasts. Dat zijn luisterbestanden<br />
die ze downloaden vanaf internet en opslaan op hun mp3-speler of computer. Er<br />
bestaan ook combinaties van podcasts met blogs, korte geschreven teksten waarop bezoekers<br />
kunnen reageren. Leerlingen die een website opgedragen krijgen waarop een podcast<br />
staat, bijvoorbeeld in YouTube, gecombineerd met een blog, oefenen in ieder geval luistervaardigheid<br />
en leesvaardigheid. Als ze een reactie naar de afzender sturen en daarna in de les<br />
verslag in de doeltaal moeten uitbrengen, dan komen schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid<br />
ook nog aan bod. Er zijn podcasts + blogs ontwikkeld met een onderwijsdoel, maar de<br />
meeste podcasters en bloggers bedienen een algemeen publiek.<br />
In LTM 2008-8 en LTM 2009-1 staan<br />
enkele voorbeelden van websites met<br />
podcasts. Deze zijn ontwikkeld met een<br />
onderwijsdoel, vaak met opdrachten en<br />
op de doelgroep gerichte spreeksnelheid<br />
en verklaring van moeilijk geachte<br />
woorden. Maar de meeste op internet<br />
geplaatste podcasts gecombineerd met<br />
blogs dienen slechts om mondeling en<br />
schriftelijk contacten te leggen en te<br />
onderhouden met mensen elders op<br />
de wereld. Voorbeelden daarvan zijn<br />
Podcast Pickle voor Engels en uiteraard<br />
voor alle talen de pod- en videocasts van<br />
de televisiezenders, die vaak ook het<br />
talenonderwijs bedienen.<br />
Podcast Pickle heeft volgens eigen<br />
zeggen de grootse verzameling pod-<br />
en vodcasts en is te vinden op . Je kunt zoeken op<br />
audio of op video, op genre, maar ook<br />
op populariteit, op oude en nieuwe casts<br />
en zelfs op titel. Bezoek aan de website<br />
en het downloaden van alle gewenste<br />
onderwerpen in geluid en beeld zijn<br />
gratis, maar de ontwerpers vragen een<br />
vrijwillige donatie van twee dollar per<br />
maand of eenmalig 25 dollar. Dat is voor<br />
het gebodene, zeker als het onderwijs er<br />
iets mee kan, niet veel.<br />
De werking is simpel. Je hebt drie<br />
knoppen voor de luisterfunctie en drie<br />
58 LTM | Internet<br />
voor de kijkfunctie, afhankelijk van welk<br />
apparaat je gebruikt. Eenmaal ingelogd,<br />
krijg je een eigen domein en daar kun<br />
je een profiel aanmaken, eventueel met<br />
foto. Je kunt dan post ontvangen en verzenden<br />
aan andere leden, je eigen podcasts<br />
en blogs opslaan, die van andere<br />
lezen en beluisteren, en contacten leggen<br />
met anderstaligen.<br />
Vaste inzendingen bij Podcast Pickle<br />
zijn afkomstig van de website . Vooral de<br />
onderwerpen waarover de leerlingen<br />
zich een mening kunnen vormen,<br />
zijn interessant, zoals bijdrage 37.<br />
Het is een interview over het gevaar<br />
van videogames voor jongeren. Twee<br />
Harvardprofessoren beweren dat dit<br />
gevaar wel meevalt. Ingeschreven leerlingen<br />
hebben het recht <strong>hier</strong>op te reageren<br />
of mee te discussiëren in het forum.<br />
Ze produceren schriftelijk Engels dat<br />
leesbaar moet zijn voor Engelstaligen.<br />
Ze kunnen de zo ontstane discussie<br />
automatisch laten doorsturen naar hun
docent of de elektronische leeromgeving<br />
(elo) van de school. In een klassendiscussie<br />
laten de leerlingen weten of ze<br />
het eens of oneens zijn met de geleerde<br />
heren en waarom wel of niet.<br />
Voordeel van pod- of videocasting is<br />
dat de leerlingen dit individueel thuis als<br />
huiswerk of op school achter een computer<br />
met internetaansluiting kunnen<br />
doen. De leraar hoeft er niets voor uit de<br />
kast te halen, niets voor te bereiden. De<br />
leerlingen zoeken zelf een onderwerp,<br />
luisteren net zo lang naar de podcast<br />
totdat ze de inhoud in samenvatting<br />
in de doeltaal kunnen weergeven en<br />
maken daarbij voor zichzelf aantekeningen<br />
die ze in de klas kunnen gebruiken.<br />
En alleen al bij Podcast Pickle komen er<br />
dagelijks nieuwe onderwerpen bij, dus<br />
keus genoeg.<br />
Radio en televisie<br />
Bijna alle televisie- en radiozenders bieden<br />
tegenwoordig gratis digitaal video-<br />
en luisternieuws, te ontvangen op com-<br />
puter en mobiele telefoon. Daarnaast<br />
leveren ze ook podcastdiensten zonder<br />
en met een onderwijsdoel, zoals<br />
Voice Of America met zijn VOA Learning<br />
English Podcasts. Je kunt kiezen uit<br />
podcasts met verschillende luisterduur<br />
().<br />
CNN levert ook combinaties van<br />
video- en audiopodcasts op .<br />
Er<br />
zijn dagelijks uitzendingen met nieuwsbulletins<br />
voor middle and high school classrooms.<br />
Frankrijk heeft een zender met de<br />
naam Radio France International. Ook<br />
deze zender zet podcasts op het net:<br />
.<br />
Deze zijn op alfabet op te roepen en<br />
op soort. Er is ook nog een Journal en<br />
français facile qui présente l’actualité avec<br />
des mots simples et explique les évènements<br />
et leur contexte pour rendre l’information<br />
en français accessible à tous. Maar het<br />
59 LTM | Internet<br />
spreektempo is toch nog hoog en de<br />
nieuwsuitzendingen bestaan uit snel op<br />
elkaar volgende nieuwsflitsen uit heel<br />
de wereld met veelal in rap tempo simultaan<br />
in het Frans vertaald Engels op de<br />
achtergrond. Maar deze zender bedient<br />
het onderwijs Frans ook met podcasts<br />
onder de titel Comprendre l’actualité. Elke<br />
dag is er een nieuwsflits van enkele<br />
minuten met luisteroefeningen.<br />
Le fait du jour<br />
Ze staan opgeslagen in het archief<br />
() te wachten tot<br />
leerlingen langskomen om te luisteren<br />
en even de gesloten vragen te beantwoorden:<br />
les faits du jour. Meteen daarna<br />
kunnen leerlingen zien welke antwoorden<br />
goed of fout zijn. Weinig leerlingen<br />
zullen moeite hebben met de vragen<br />
over een item over L’Espagne championne<br />
d’Europe de football. Met de print van de<br />
oefeningen kunnen ze in de volgende<br />
les even laten zien en ook laten horen in
de doeltaal wat ze van de luisteractiviteit<br />
hebben geleerd.<br />
TV5<br />
De meeste docenten Frans kennen wel<br />
de lesmethode Apprendre & Enseigner van<br />
TV5 Monde, te vinden op .<br />
De televisiebeelden zijn uitgangspunt<br />
voor een zeer gevarieerde en motiverende<br />
lesaanpak. Wie deze vorm van<br />
Frans onderwijzen nog niet kent, kan<br />
contact opnemen met de didactisch<br />
medewerkster van TV5, Guusje Groenen<br />
().<br />
Duits<br />
Voor Duits bieden zenders als WDR,<br />
NRD en ARD ook pod- en vodcasts zonder<br />
onderwijsdoel. Er is een grote keus<br />
uit allerlei onderwerpen die op radio<br />
en televisie zijn uitgezonden. Ook <strong>hier</strong><br />
weer kunnen de leerlingen zelfstan-<br />
dig programma’s naar keus ophalen<br />
en bestuderen. Sommige programma’s<br />
bieden de mogelijkheid om schriftelijk<br />
commentaar te leveren, zoals het item<br />
over de stad Würselen, die 2,4 miljoen<br />
euro investeert om de scholen te voorzien<br />
van internetfaciliteiten, terwijl de<br />
ouders de laptops financieren.<br />
YouTube<br />
Leerlingen hoeven niet meer gewezen<br />
te worden op de video’s van YouTube<br />
(). Dat kennen<br />
ze, maar misschien nog niet de mogelijkheid<br />
om ook interactieve videoaantekeningen<br />
toe te voegen als een soort<br />
commentaar op de beelden of als achtergrondinformatie.<br />
Voor jonge mensen<br />
een motiverende manier om met<br />
een webcam of camcorder opnames te<br />
maken in de doeltaal en tegen hun<br />
docent te zeggen: u kunt mijn huiswerk<br />
vinden op YouTube.<br />
60 LTM | Internet<br />
En nu de volgende 100 jaar!<br />
Als op 22 april 2011 <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> honderd<br />
jaar bestaat, is een van de thema’s<br />
voor de viering van dit lustrum ‘En nu de<br />
volgende honderd jaar’. Het registreren<br />
van beeld en geluid ligt in 2009 al binnen<br />
ieders bereik. Nu nog de nodige<br />
creativiteit voor een boeiende inhoud en<br />
degelijke vormgeving. <strong>Talen</strong>docenten<br />
kunnen nu al hun leerlingen een ontwerp<br />
laten maken voor een korte videofilm.<br />
Misschien ontstaat daaruit wel de<br />
winnende beeldregistratie die de prijs<br />
wint van <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Video 2011. U<br />
vindt alle informatie over ons lustrum<br />
op de website van <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong>. ■<br />
2<br />
|<br />
John Daniëls<br />
2009 | 96<br />
Een uitgebreide versie van deze serie artikelen over<br />
podcasting is te vinden op . LTM
61 LTM | Internet<br />
Foto: Anda van Riet
levende talen<br />
Erelid <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> Als opmaat<br />
naar het honderdjarig jubileum van <strong>Levende</strong><br />
<strong>Talen</strong> publiceert LTM een serie interviews met<br />
ereleden van de vereniging.<br />
John Daniëls<br />
Uitgesproken Daniëls Foto:<br />
John Daniëls is geboren in 1934 in Amsterdam.<br />
In 1968 deed hij aldaar doctoraal<br />
examen Frans en al 45 jaar is hij lid<br />
van <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong>. Tot op de dag van vandaag<br />
is hij actief voor de vereniging als<br />
auteur van de rubriek over ICT-onderwijs<br />
in LTM, en als coördinator van 100 jaar <strong>Levende</strong><br />
<strong>Talen</strong> in mei 2011 ().<br />
In het verleden was hij voorzitter van<br />
de sectie Frans, vicevoorzitter van het<br />
dagelijks bestuur (db) en hoofdbestuur<br />
(hb), regiocoördinator Frans, lid van de<br />
mediacommissie van <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> en<br />
webmaster van de LT-website. Van 1965<br />
tot 1995 heeft hij als docent Frans in het<br />
voortgezet onderwijs gewerkt.<br />
De sectie Frans toen<br />
Als vicevoorzitter van het db/hb tussen<br />
1974 en 1980 had Daniëls de nascholing<br />
in zijn pakket. Maar vóór 1974 was hij al<br />
samen met Riet Kloet regiocoördinator<br />
Frans van Zuid-Kennemerland. Zij organiseerden<br />
voor de sectie de cursussen<br />
Civilisation en de nabesprekingen van het<br />
centraal examen. Eenmaal per jaar werden<br />
alle regiocoördinatoren uitgenodigd<br />
in het Romaans Instituut in Utrecht.<br />
De sectie Frans was in zijn tijd ook al<br />
de grootste en meest actieve sectie. Op<br />
de jaarvergaderingen in Krasnapolski<br />
kreeg de sectie elk jaar de grote Sint-<br />
Janszaal, omdat ze steevast 250 bezoe-<br />
62 LTM | Internet<br />
kers had. ‘Dat was ook wel te begrijpen<br />
als je bedenkt dat Frans toen een<br />
bedreigd vak was.’ Het aantal uren daalde<br />
van vijf in het eerste leerjaar naar<br />
drie, en afschaffing dreigde ten gunste<br />
van wat Daniëls in een van zijn jaarredes<br />
‘flutvakken’ noemde: huishoudkunde,<br />
techniek, maatschappijleer, consumentenzaken<br />
en nog andere vakken waarmee<br />
de nieuwe lerarenopleidingen studenten<br />
probeerden te trekken. ‘Frans<br />
werd in die periode nog steeds als elitair<br />
gezien’, aldus Daniëls. De Mammoetwet<br />
bracht ook nieuwe exameneisen, zodat<br />
men, gelukkig, af was van de grammatica-vertaalmethode<br />
en de examens<br />
Leonard de Vogel
‘Vertaal in goed Nederlands’.<br />
‘Maar bij de progressieven bleef<br />
Frans een elitair imago houden, waar<br />
het sectiebestuur probeerde van af te<br />
komen.’ Daniëls herinnert zich nog goed<br />
het jaarlijkse beraad dat het hoofdbestuur<br />
van de vereniging in een congrescentrum<br />
hield. Ook het bestuur van de<br />
sectie Nederlands stond als progressief<br />
te boek. De toenmalige voorzitter Jan<br />
Lootsma liet tijdens zo’n beraad duidelijk<br />
merken dat wat hem betrof Frans<br />
wel uit het onderwijs mocht verdwijnen.<br />
Dat was juist op het moment dat de<br />
sectie Frans lid was geworden van de<br />
Middenschoolvereniging. Toen Daniëls<br />
hem dat meldde, steeg de sectie Frans in<br />
zijn achting.<br />
Het was in diezelfde tijd dat neerlandicus<br />
Jan Sturm, voorzitter van de<br />
Adviescommissie Leerplanontwikkeling<br />
Moedertaalonderwijs (ACLO-M) vanuit<br />
Enschede, oreerde dat het grammaticaonderwijs<br />
in de moedertaal diende te<br />
worden afgeschaft, een boodschap waarmee<br />
hij alle media haalde.<br />
Leermiddelenontwikkelaar<br />
John Daniëls heeft een groot deel van zijn<br />
werkzame leven als docent op de Spaarnescholengemeenschap<br />
doorgebracht.<br />
Op een gegeven moment waren hij en<br />
een aantal collega’s van andere scholen,<br />
verenigd in de Haarlemse Werkgroep<br />
Frans, uitgekeken op de leergangen die<br />
zij gebruikten. Met behulp van de toenmalige<br />
uitgeverij SMD in Leiden, nu onderdeel<br />
van ThiemeMeulenhoff, importeerden<br />
zij de door de ILEA (Inner London<br />
Education Authorities) ontworpen leergang<br />
Eclair. Deze methode was opgezet<br />
volgens het toen populaire Voix et Images<br />
de France, waarbij alleen maar de doeltaal<br />
mocht worden beluisterd en gesproken.<br />
Grammatica en schrijven waren taboe.<br />
Na enig geëxperimenteer voegde de<br />
werkgroep taalregels toe die een fractie<br />
waren van de grammatica in de gebruikelijke<br />
leergangen. ‘De werkgroep heeft<br />
zo een voor klas 1 tot en met 3 bestemde<br />
en aan hun onderwijswensen aangepaste<br />
lesmethode ontwikkeld.’<br />
De aan de werkgroep deelnemende<br />
scholen abonneerden ook nog hun<br />
leerlingen op de van Mary Glasgow<br />
Publications afkomstige tijdschriften.<br />
Deze waren geheel Franstalig en sloten<br />
goed aan bij Eclair. Georges McKay,<br />
een Engelse docent Frans, had bij zes<br />
unités ook nog liedjes gecomponeerd,<br />
die hij zelf zong. ‘Als de docenten Frans<br />
met de leerlingen bezig waren aan de<br />
unité over het boodschappen doen op<br />
de markt, kon je vanuit de naast elkaar<br />
gelegen klaslokalen Frans horen: “Avec<br />
mon panier je vais au marché. Qu’est-ce<br />
que tu as donc dans ton panier? Moi, j’ai<br />
une pomme, moi j’ai une poire.”’<br />
Toen zij geen verbeteringen meer<br />
konden aanbrengen aan Eclair, wilde<br />
SMD de leergang op de markt brengen,<br />
maar geen enkel lid van de werkgroep<br />
wilde er nog verder tijd aan besteden.<br />
Er kwam een nieuw schrijfteam en de<br />
methode ging Omnibus heten. De Engelse<br />
oorsprong bleef zichtbaar in de havenplaats<br />
Dieppe, waar de Engelsen met de<br />
boot arriveren en waar de leerlingen de<br />
weg leerden vragen.<br />
De positie van LT<br />
Daniëls is van mening dat er onder taaldocenten<br />
minder behoefte is aan een<br />
vereniging als <strong>Levende</strong> <strong>Talen</strong> dan vroeger:<br />
‘Door de opkomst van internet is<br />
er veel meer informatie op het web te<br />
vinden, onder andere op de vaklokalen,<br />
die in een duidelijke behoefte voorzien.’<br />
Daarbij komt dat het, volgens hem, tegenwoordig<br />
moeilijker is om vrijwilligers<br />
te vinden voor de diverse taken binnen de<br />
vereniging, omdat alle docenten overbe-<br />
63 LTM | Internet<br />
last zijn. Positief vindt hij dat LTM minder<br />
‘elitair’ is geworden en meer over didactiek<br />
schrijft dan vroeger.<br />
Daniëls ziet toch wel mogelijkheden<br />
om het ledenaantal weer toe te laten<br />
nemen. ‘Als het taalonderwijs weer zo’n<br />
dreun krijgt als bij de afschaffing van de<br />
minimumtabellen, dan zal, bij een stevig<br />
protestbeleid van het bestuur, het ledental<br />
zeker toenemen. Dat leert het begin<br />
van de teloorgang van het Frans dertig<br />
jaar geleden.’<br />
Ledenwerving kan ook met didactiekcommissies<br />
die de docenten helpen met<br />
bijvoorbeeld ondersteunend lesmateriaal.<br />
Volgens Daniëls zou ook het regiowerk<br />
weer opgepakt moeten worden.<br />
Dat kan onder andere door pionierende<br />
docenten spreekbeurten te laten houden<br />
op een school in de regio. ‘Daarmee<br />
bereik je docenten die je niet krijgt op de<br />
Landelijke Studiedag of de congressen<br />
van de secties.’<br />
De beste manier van nascholing is<br />
volgens hem nog altijd tegelijkertijd lesgeven<br />
op een school én de lerarenopleiding.<br />
Voor degenen voor wie dat niet is<br />
weggelegd, ziet hij vooral in de congressen,<br />
de Landelijke Studiedag, LTM en de<br />
digitale vaklokalen een goed alternatief.<br />
ICT<br />
John Daniëls blijft onverminderd enthousiast<br />
over de nieuwe ontwikkelingen en<br />
het gebruik van ICT in het onderwijs. Op<br />
zijn eigen website <br />
plaatst hij al zijn artikelen. Ook<br />
als deelnemer van het Platform ICT heeft<br />
hij jarenlang meegewerkt aan de be-<br />
1<br />
|<br />
kendmaking en invoering van programma’s<br />
als Phonepass, Dialang en Skype. 2011 |<br />
Dit interview is dan ook afgenomen via<br />
98<br />
Skype; niet via de ‘ouderwetse’ koptelefoon,<br />
maar via de Skype-telefoon. Weer<br />
een nieuwtje dat ongetwijfeld niet bij alle jaargang<br />
lezers bekend is… JR ■ LTM
LEVENDE <strong>Talen</strong>