EEN FAUST - Theater Schrift Lucifer

theaterschriftlucifer.nl

EEN FAUST - Theater Schrift Lucifer

FAUST

HET TWEEDE DEEL VAN DE TRAGEDIE

EERSTE BEDRIJF

Heerlijk landschap. Loungeplek.

Faust ligt in een bloemenweide, of in een überhippe loungeclub. Hij

zoekt de slaap, is vermoeid, onrustig. Schemering.

Hij slikt. Of snuift. Krijgt de middelen aangereikt?

Eindelijk ontspanning.

FAUST:

Dit moet mijn hart vol gloeiend zelfverwijt kalmeren.

Dit moet de angel uit mijn wonden zuigen

En mijn denken zuiveren van verbijstering.

Laat mijn hoofd rusten op het koele mos.

Baad het in de stromen der vergetelheid.

Laat mijn verstarring wijken voor een droom

En geef mij dan terug aan het ochtendlicht.

Hij slaapt. Muziek. Droom. Feest. Dans.

Om Faust heen vormt zich het hof van de keizer. Als hij ontwaakt,

merkt hij het nog niet. Hij geeft zich over aan een bespiegeling over

het licht die niets meer te maken heeft met zijn ervaringen met

Gretchen – de drug heeft gewerkt: vergetelheid; er is alleen het nu

van de nieuwe ochtend.

De polsslag van het leven slaat met hernieuwde kracht.

Aarde, jij bent vannacht dezelfde gebleven,

Maar ademt fris, verkwikt door deze nieuwe dag.

Overal om mij heen golft duizendstemmig leven.

Ik voel in mij een blije vastberadenheid

Om net zo rusteloos het hoogste na te streven.

Uit het halfdonker van zo even wijkt de schaduw,

Het opklarend licht raakt eerst de toppen,

Dan, één voor één, de glooïngen omlaag,

Dieper en dieper: en daar is de zon!

Het is volbracht! Helaas, ik kan niet blijven kijken,

Ik wend mij af, mijn oog door pijn verblind.

Zo is het dus. We verlangen; zien de poorten

Der vervulling wijd open staan,

Maar de vlammengloed vervult ons met zò’n angst.

Is ‘t liefde? Is ‘t haat die ons verzengt?

Overmand door vreugde en door pijn,

Zien we weer om naar onze eigen aarde,

Bescherming zoekend in de ochtendnevel.

Voortaan houd ik de zon maar in de rug.

‘k Kijk naar de waterval die van rots naar rots

Omlaag raast, een niet te stuiten stortvloed,

Maar zijn geweld vormt, vluchtig-duurzaam,

Een regenboog, nu scherp, dan weer vervloeiend.

Het is de spiegel van het menselijk streven.

Als je erover nadenkt: gekleurde weerschijn,

Dat is ons aandeel in het leven.

KEIZERLIJKE BURCHT

Troonzaal

De Keizer beklimt zijn troon, met aan zijn zijde de Astroloog.

KEIZER:

Gegroet, leden van mijn regering,

Van overal en nergens hier gekomen,

Mijn astroloog zie ik hier naast mij,

Maar waar is mijn hofnar gebleven?

MEDEWERKER:

Hij kwam achter u aan de trap op,

Maar stortte zomaar in elkaar.

Ze hebben dat obese ding verwijderd,

Dood of dronken, dat is onbekend.

MEDEWERKER 2:

Maar meteen, niemand weet waar vandaan,

Theater Schrift Lucifer #12, najaar 2012 47

More magazines by this user
Similar magazines