VeldnamenProef_deel3 (pdf) - Belvedere

belvedere.nu

VeldnamenProef_deel3 (pdf) - Belvedere

De illusionist 8

zijn de erven van dorpsbewoners verbonden met het landschap buiten de dorpen. Oude brinken

werden hersteld en opnieuw ingeplant, sommige werden aangepast aan de nieuwe bebouwing

eromheen. Soms werden ook nieuwe brinken gemaakt. De brink bij de entree van Anloo vanuit

het westen bijvoorbeeld. Om het bijzondere karakter van deze plek te benadrukken is dit brinkje

niet met eiken maar met linden ingeplant.

Bij uitbreidingen van dorpen werden nieuwe brinken en dreven ontworpen en aangelegd. Zo

bleven deze dorpen de uitstraling van een esdorp houden en konden ze toch uitbreiden. Bij

Anloo, Gasteren en Anderen is dit nog mooi te zien. Hedendaagse experimenten met landschappelijk

bouwen’ of ‘knooperven’ kunnen in Drenthe inspiratie opdoen. Wellicht dat De

Vroome er in deze tijd op zou aandringen om de standaardrotonde te vervangen door een

verkeersbrink, niet rond maar in de vorm van een driehoekige boomweide.

Een sprekend voorbeeld van De Vroome’s benadering is de dorpsrand van Vries. Daar waar een

nieuwbouwwijk aan de es van Vries grenst, is langs de hele rand een boomweide van eiken

gerealiseerd. Daardoor staan de huizen niet ‘koud’ aan de es. Vanaf de es zijn tussen de eiken

daken van huizen te zien. De eiken worden deel van de esomranding en onder de eiken wandelt

en speelt men aan de rand van het dorp, met uitzicht op een andere landschapseenheid, de es.

De Vroome heeft de plaats van de bomen zelf met piketten uitgezet. De bomen staan in een vrije

compositie. Ook hier is sprake van maatwerk voor deze plek. In overleg met de bewoners van de

nieuwbouwhuizen loopt het gras vanuit de voortuinen zonder onderbreking over in dat onder

de eiken: een verbeelding van de band tussen de mensen en het hun omringende landschap.

Veertig jaar na realisatie is dit nog steeds het geval.

Ommetjes en nieuwe brinken

Ruilverkavelingen hebben voorzien in de aanleg van wandelroutes vanuit de dorpen. Boeren

vroegen tijdens de uitvoering van het ruilverkavelingsplan of er hier en daar een zandpad langs

een aantal kavels gelegd kon worden. Dat gold zelfs voor de boeren die tijdens de voorbereiding

van de ruilverkaveling applaudisseerden bij de opmerking over die ene boom voor de man

van het landschapsplan. De zandpaden hebben ontegenzeggelijk bijgedragen aan een grotere

toe gankelijkheid van het landschap vanuit de dorpen. Dat is in onze tijd een zegen, want de

roep om ommetjes vanuit de dorpen neemt alleen maar toe. Deze ontwikkeling zie je terug in de

dorpsomgevingsplannen die de Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe (BOKD) met de

bewoners uit Anloo, Gasteren en Anderen heeft gemaakt.

We hebben tijdens het opstellen van deze veldnamenatlas voor enkele van die gewenste

ommetjes een ontwerpstudie gedaan, bijvoorbeeld voor de overgang van Anloo naar es aan

de kant van Annen. Daar ligt een plek met de veldnaam Stoalengat. Vóór de ruilverkaveling

was hier sprake van een plas waar oudere Anlooërs nog hebben leren schaatsen. Men gaf in

het dorpsomgevingsplan aan dat men het Staolengat terug wilde. In de ontwerpstudie is het

gat weer uitgegraven en is tussen het gat en de weg een nieuwe boomweide voorgesteld, die

aansluit bij de bomen langs de Annerweg. De bomen staan in een los verband net zoals bij de

rand van Vries.

Deze boomweide is gelijk ook het startpunt voor enkele ommetjes om en over de es. De

voorgestelde routes volgen oude kavelgrenzen en komen langs resten van oude beplantingen

langs die kavels. Niet alleen het uitgraven van het Staolengat en het aansluiten bij oude

verkavelingen is cultuurhistorisch van betekenis. Ook de boomweide zelf verwijst naar vroeger

tijden toen hier nog het Hogeholt stond als laatste restant van het bisschoppelijke Loo.

Kansen voor cultuurhistorie en veldnamen

In deze ontwerpstudie voor het Stoalengat is getracht om aan te sluiten bij de aanpak van

De Vroome. Hij wilde immers ook het landschap toegankelijk en beleefbaar maken. Vaak

194 195


Siemen

De illusionist 8

koppelde hij de oude en nieuwe paden aan bestaande en nieuwe landschapselementen op het

landschapsplan, bijvoorbeeld rond de essen. Archeologisch of cultuurhistorisch belangrijke

plekken, bijvoorbeeld hunebedden, probeerde hij op te nemen in die landschapselementen en

te koppelen aan de paden.

In deze tijd zijn er weer nieuwe mogelijkheden. Juist nu is de roep om ommetjes voor de

dorpelingen luid te horen. Daarnaast is nu meer kennis over archeologie en cultuurhistorie

op bepaalde plekken. Door de routes van de paden zo te kiezen dat ze dergelijke belangrijke

plekken ontsluiten kun je de koestering van die plekken stimuleren. Ook de veldnamen van die

plekken kunnen meer gaan leven.

Bij Gasteren kunnen twee paden uit de dorpsomgevingsplannen van Anloo en Gasteren aan

elkaar gekoppeld worden. In één van de ontwerpstudies die we daarvoor uitvoerden gingen we

nog een stap verder. Het landschap op en rond de Nijlanden, de es ten noorden van Gasteren,

wordt opgepakt om een aantal veldnamen nieuw leven in te blazen.

Juist door, net zoals De Vroome deed, de opgave in een breder verband te zien doen zich kansen

voor om de overgangen van de Nijlander es naar het beekdal en het veld beter beleefbaar te

maken. Aan de westkant ligt een veld ligt dat niet ontgonnen is. Het is in deze tijd nog steeds

natuurgebied met een hunebed, grafheuvels, heidevelden, bos en zelfs veenresten. Vanaf de

Nijlanden naar het oosten heb je een fantastisch uitzicht. Het landschap loopt langzaam af naar

het dal van het Anloërdiepje. Daarachter zie je de toren van Anloo boven de houtwallen in het

dal uitsteken.

Boeren, burgers en Aavetzathes

Vanaf de Nijlanden kijk je uit over een redelijk recent ontgonnen veld, waarin op de kaart van

1900 nog natte plekken in de heide te zien zijn. Deels ging het om stroeten, plekken waar het

grondwater opborrelt, in de bovenloop van het beekje dat Noordwaarts in het Anloërdiepje

uitkomt.

In de ontwerpstudie is dit veld weer uit cultuur genomen. Om dat te betalen is gedacht aan

het stichten van vijf nieuwe landgoederen met nieuwe landhuizen tussen Terborgh en De

Volharding. Dat is wellicht (op dit moment) maatschappelijk aanvechtbaar, omdat enkele

boeren in dit landschap nog hun bedrijf uitoefenen. Die wens wordt ook door de burgers in de

streek breed gedragen. Van de andere kant biedt het wellicht inspiratie om verder te kijken. Het

is niet uitgesloten dat de boeren hier eens met hun bedrijf willen stoppen.

Voor de duidelijkheid: bij deze studie is op geen enkele manier een projectontwikkelaar

betrokken en de studie is ook niet bedoeld als pleitbezorger voor deze ‘Drentsche Aavezathes’.

In de tijd van de ruilverkavelingen moest De Vroome zijn concept uitwerken met harde randen

aan de beplantingen langs beekdalen en om de essen. Zo kon zo veel mogelijk landbouwgrond

beschikbaar komen. In deze tijd kunnen de overgangen tussen beekdalen en essen en velden

hier en daar wat geleidelijker en zachter worden gemaakt. Zo is er in ecologische zin, maar ook

voor de wandelaars meer te beleven!

De ontwerpstudie laat zien hoe je met relatief weinig grond een aantal natuurlijke en

cultuurhistorisch belangrijke delen van het landschap tot één natuurlijk geheel kunt maken.

Dat geheel omvat hoge cultuurhistorisch zeer rijke velden, natte heidevelden met uitzichtpunt

en een stroet, een natuurlijker overgang naar het dal van het Anloërdiepje, het dorp Gasteren,

een versterking van de bosomranding van de es en een aantal paden die al die overgangen

verbindt en bereikbaar maakt. Bij het Anloërdiepje wordt aangesloten op het nieuwe pad vanuit

Anloo.

Leve de ‘te ver doorgegroeide houtwal’

Dertig jaar geleden liep ik met De Vroome langs en door het dal van het Anloërdiepje. Hij

vertelde over de strijd om een van de laatste vrij meanderende beeksystemen in Nederland te

196

197


De illusionist 8

behouden. En ook over het maken van een ontwerp daarvoor. Want het Gedachtenplan dat hij

samen met enkele medestanders in de strijd opstelde, omvatte niet alleen een plan tot behoud

van dit stroomdallandschap, maar vooral ook een plan voor landschapsherstel. Later toen het

landschapsreservaat werkelijkheid was geworden, is het landschapsherstel ook daadwerkelijk

ter hand genomen. Veel nieuwe houtwallen zijn aangeplant of bestaande wallen aangevuld.

Hij vertelde over hoe eenvoudig hij het sortiment koos voor nieuwe aanplant, vooral veel eik.

‘Dan waait later het bijzondere sortiment er wel in’. Hij wees me onder andere op een Wilde

Appel die daar vanzelf is gekomen. Hij wond zich op over de overijverige landschapsbeheerders

die in ‘te ver doorgegroeide houtwallen’ te keer gingen. Een biotoop dat in tientallen jaren

(of langer) tot een bepaald divers evenwicht was gekomen, werd zo terug in de pioniersfase

geworpen. Tot mijn spijt zag ik kortgeleden dat zulke ‘fouten’ ook nu nog worden gemaakt. Door

één zo’n overijverige beheersingreep in de houtwallen bij het Anloërdiepje, ten noordwesten

van het dorp, zijn die van stoere oude kwarrige geheimzinnige houtwallen veranderd in lange

populierenplantages met af en toe een grote eik. En ten zuiden van de Zuidesch, daar waar

het diepje ontspringt, vind je nu enkele berkenstobben, maar vooral opslag van Amerikaanse

Vogelkers! Dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest.

‘Neem als spelregel dat het beste beheer in principe niets doen is, en kijk dan wat je gericht op

bepaalde plekken en terughoudend nog wel voor beheer- en herstelmaatregelen moet nemen.’

Dat betekent in deze tijd dat je een soort acupunctuur moet toepassen in je beheer. Daar

waar echt gevaarlijke dingen kunnen gebeuren, zul eens met de zaag de houtwal inmoeten.

Voor het overige kun je beter heel terughoudend zijn in het beheer. Zo kan er ook afwisseling,

avontuur en schoonheid in de houtwallen groeien. De belangrijkste waarde van de houtwal is

tegenwoordig zijn esthetische.

Een sprookje

Zeker, voor de natuur is het patroon van houtwallen belangrijk en als die houtwallen hier en

daar wat meer ruimte krijgen om geleidelijker over te gaan in het aanliggende veld, wordt de

ecologische waarde alleen maar groter.

In deze tijd is het landschap met zijn houtwallen evenwel in de eerste plaats een plek om te

genieten, om te recreëren. Juist de onvoorspelbare afwisselende houtwal appelleert aan de

schoonheidsbeleving van mensen. Men geniet van een houtwal waar soms een gat in is ontstaan

doordat een boom omvalt, maar waardoor wel een mooi doorzichtje tevoorschijn komt. Zo

ontwikkelt zich op veel plekken een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag. Dat levert een

rijkdom aan beelden op die je met een te rigoureus beheer juist vernietigt. Letitia van de Merwe

heeft in haar ontwerponderzoek naar de houtwallen een hele reeks verschijningsvormen op een

rij gezet o.a. de driekroon, de stompvoet, de klompvoet, de prikkelstam en de kronkelboom. Ze

vond binnen de beekdalen allerlei door houtwallen omgeven buitenkamers, zoals een kantgordijnkamer,

een schapenkamer en een korte kamer. Juist door die afwijkende vormen leggen

mensen een band met een plek. Juist daar ontstaan nieuwe veldnamen.

Er zijn beheerders die elke houtwal weer in hakhoutbeheer willen nemen. Harry de Vroome

kon daar vreselijk boos om worden. Hij kreeg als landschapsarchitect van vakgenoten soms het

verwijt dat hij te museaal met het landschap omging. Deze vakgenoten zagen over het hoofd dat

hij het oude landschap niet zozeer restaureerde, maar juist geïnspireerd vernieuwde. Dat stak

hem.

Hij vond het onzin houtwallen die in deze tijd niet meer voor het hakhout gehouden worden

weer in hakhoutbeheer te nemen. ‘Dan ben je pas museaal bezig!’ De inrichting en het beheer

van het landschap moest in zijn optiek ook aan het hedendaagse gebruik worden gekoppeld.

Houtwallen langs de beekdalen zijn in deze tijd belangrijk voor de natuur en voor wandelaars

en fietsers. Die willen een sprookjesachtige houtwal!

Huidige situatie strubben

Toekomstige situatie strubben

198

199


De illusionist 8

De weidsheid van het veld

Bij bestudering van de topografische kaarten blijkt dat er sinds het begin van de 19e eeuw

nooit zoveel beplanting in het landschap heeft gestaan als na de ruilverkaveling. Juist na de

ruilverkaveling, na uitvoering van de landschapsplannen van De Vroome c.s., zijn de randen

van de beekdalen en de essen consequent ingeplant. Daarnaast zijn een flink aantal bossen te

zien in de ontgonnen velden.

Wie weet is het veld het meest onderschatte onderdeel van het concept van De Vroome. Misschien

wel omdat de veldontginning gezien werd als een verlies. De indrukwekkende heidevelden

gingen immers verloren.

Van omstreeks 1500 tot 1900 waren de velden rondom Anloo, Gasteren en Anderen woeste

gronden. Vierhonderd jaar lang konden de velden gevaarlijk zijn. Het was een hele opgave

wanneer je van het ene naar het andere dorp wilde. De knusse en veilige esdorpen stonden in

groot contrast met de open grootschalige velden waarin de wandelaar kwetsbaar was. Is dit

verhaal nog te lezen? Hoe stoer zijn de hedendaagse velden?

‘Het grijpt me weer bij de strot,’ vertelde De Vroome toen hij vertelde over het verlies van het

Bunnerveen, in zijn beginjaren als landschapsarchitect bij Staatsbosbeheer. Dat Bunnerveen

was een uitgestrekte open vlakte geweest en na de ontginning had het niets meer van die allure.

In het planconcept dat De Vroome in de jaren daarna ontwikkelde, heeft hij van de nood, als we

de ontginning even zo noemen, een deugd gemaakt. Hij stelde zich ten doel om in ieder geval de

uitgestrektheid en weidsheid in de veldontginningen te behouden. Die was vroeger kenmerkend

voor woeste gronden als het Bunnerveen, maar ook de vele droge en natte heidevelden. Dat

sloot natuurlijk goed aan bij de wens om van deze velden moderne landbouwgebieden te

maken. Een goed voorbeeld is het Eexterveld tussen Eext, Anderen en Anloo. Daar is in principe

ook nu nog, behoudens enkele kleinere bosjes een grote open ruimte te vinden.

Zicht over het veld van dorp naar dorp

Voortbouwend op het concept van de Vroome zou je juist met die grote open ruimte van het

Eexterveld zuinig om moeten gaan. Je moet voorkomen dat die niet langzaam vol loopt met

kleine bosjes en singeltjes. Een enkel bosje, zoals het Kienveen en het Vosseveen, is een

versterking van de beleving van de open ruimte, maar verder zal er juist beplanting opgeruimd

moeten worden, zodat hier het contrast tussen open veld tussen de knusse esdorpen en

beekdalen kan voortleven.

Hier keek men vierhonderd jaar lang van dorpsensemble naar dorpsensemble. Zo’n ensemble

bestond uit het dorp met de brinken, de vaak met beplanting omgeven es en de weides in het

beekdal. In de weidsheid zag men die verdichte plekken van grote afstand. Soms torende ook

de kerktoren er als een baken bovenuit. Dat was met name belangrijk voor dorpen die vanuit

de andere dorpen regelmatig bezocht moesten worden, bijvoorbeeld, omdat daar de doden

begraven werden. Een veldnaam als Reeweg duidt daar nog op.

In het geval van Anloo was het nog belangrijker, omdat hier de vergadering van de Etstoel

plaatsvond. Mensen uit heel Drenthe kwamen er naar toe. In Anloo werd recht gesproken, maar

daarnaast was er ook kermis. In onze tijd is de Etstoel in Anloo een jaarlijks terugkerend feest

geworden dat doet denken aan hoe het hier vroeger een paar dagen per jaar moet zijn geweest.

Bij kaartstudie deden we overigens een opvallende ontdekking. Anloo en de omliggende dorpen

hebben een geometrisch ordeningsprincipe, waarin Anloo centraal lijkt te staan. Deze ordening

heeft te maken met zichtassen. Op vrijwel alle overgangen van es naar veld bij de omliggende

dorpen moet er vroeger zicht zijn geweest op de Magnuskerk van Anloo. Het wegenpatroon

onder steunt dit principe, met name bij de aanzet van de paden bij de esrand. De veldwegen

volgen in grote lijnen deze zichtassen. Wanneer je deze zichtmomenten op de esranden verbindt

met de Magnuskerk door een lijn, ontstaat een opvallende stervorm. De lijnen van deze ster

staan onder een gemiddelde hoek van 30 graden ten opzichte van elkaar. Bijna met wiskundige

precisie. Een regelmaat, een patroon? Maar waarom?

200 I

Coördinaten


Toponiem

Rodoveentie

VII De illusionist 8

VIII 201

Gedicht

Kappen nu!

Waarschijnlijk berust dit geometrisch patroon op toeval en moeten we er niets achter zoeken.

Het kerkje van Anloo was echter als baken in het dorpsensemble zeker belangrijk. Als je nu in

het landschap rondrijdt, blijkt het torentje van Anloo, hoe klein ook, op veel plaatsen in het veld

zichtbaar te zijn. De rood-oranje kleur van de pannen op het zadeldak steken bijna fluoriserend

af tegen het groen en blauw van het geboomte en de lucht.

Tijdens onze speurtochten door het het veld vingen we toevallig een gesprek op van een echtpaar

op de fiets. ‘Kijk daar is het torentje van Anloo.’ Mensen oriënteren zich dus ook in deze tijd

op dat oranje zadeldakje!

Bij het voortbouwen aan het landschap van het Eexterveld zijn de openheid en het uitzicht op

het torentje belangrijke kwaliteiten die je moet koesteren. Door hier en daar wat beplanting te

verwijderen, kun je die beleving zelfs versterken. Dat vraagt om veldwerk. Net als De Vroome

zul je in het veld moeten gaan kijken welk effect beplantingen in samenhang met de glooiingen

van het veld hebben. Het Eexterveld en de andere velden zijn niet plat. Het zijn delen van de

langgerekte dekzandruggen waartussen door de beken door hun dalen naar de randen van het

Drents Plateau lopen.

Buiten kun je plekken voor mooie uitzichtpunten opzoeken. Dat zijn plekken waar je een pad

naartoe kunt (laten) aanleggen. Wie weet dat een boer daar – uiteraard tegen betaling – zo’n

pad als groene dienst kan aanleggen en onderhouden…

Toren weg

Veldwegen zijn paden dóór deze ruimte. Dunne lijntjes in een groene open zee. Afhankelijk van

het seizoen verschiet deze zee van kleur. Van paars naar wit, grijs en weer groen. Natuurlijk is

niet elke veldweg hetzelfde, ze hebben juist allemaal een eigen verhaal, een eigen geschiedenis.

De één als lokale route, de ander als onderdeel van een regionaal netwerk. Een fraai voorbeeld

is de Kerkweg tussen Eext en Anloo. Vanaf de negende eeuw werden overledenen niet meer

bijgezet in grafheuvels, maar kregen ze een christelijke begrafenis in of bij de kerk. Er werden

vaste routes aangewezen, die vanaf de omliggende dorpen met hun essen rechtstreeks naar de

hoofdkerk voerden, de Magnuskerk.

Veldwegen zijn verschillend, maar de relatie met het veld is een gemeenschappelijke eigenschap.

Wat is de ruimtelijke karakteristiek van deze paden en wegen dóór deze velden. Waarin

verschillen ze? En is de onderlinge samenhang nog te lezen? De Vroome gebruikte alleen langs

historisch belangrijke wegen boombeplanting. Door het veld liepen de wegen als bevestiging

van de ruimte er omheen en niet als lijn van A naar B. Het was een aaneenschakeling van

plekken om het landschap te beleven. Als we die weidsheid ook in de toekomst willen, hoe gaan

we dan met de beplantingen langs de wegen over het veld om? Hoe ga je in deze tijd om met de

veldweg?

Gaande over de Torenweg in het Eexterveld lijkt er geen relatie te bestaan met welke toren dan

ook. Waarom heet deze weg dan Torenweg? Het Evertsbos ligt ertussen, waardoor je die relatie

in het veld niet kunt zien, maar uit kaartstudie blijkt dat de Torenweg wel degelijk recht op de

toren van Anloo afgaat. Zou De Vroome dat geweten hebben? Dat is vrijwel zeker. Iemand die

zo nauwkeurig kaarten heeft bestudeerd, moet dat gezien hebben. Het is niet duidelijk of de

Torenweg er al was voor de ruilverkaveling. Dat zou er op duiden dat de Torenweg stamt van

voor de aanleg van het Evertsbos. Of het is wel een nieuwe weg en heeft De Vroome ervoor

gezorgd dat het een Torenweg genoemd werd. Wie weet is er in de toekomst weer een zicht over

de Torenweg in het Eexterveld naar de Magnustoren mogelijk.

Of is de toren dan verdwenen achter de kruinen van de bomen op de brink en om de kerk? Hoe

gaan we om met die bomen? Werken aan het landschap is nooit af. Het is een zaak van lange

adem en steeds opnieuw zijn keuzes nodig. Kunnen we de bomen om de kerk zo beheren dat het

historische zicht op dat oranje zadeldakje straks ook nog mogelijk is?


Montage van de toekomst

De illusionist 8

Ikonen bij Anderen

Nu is het lente met een strakblauwe lucht boven het veld. De zon schijnt op de lichte bladeren

van de eiken, net uit de knop. Ik loop hier in gedachten weer met Harry de Vroome en we

voeren hele gesprekken, nog steeds over een ‘beheerbaar landschap’, over prachtige gelukkig

‘te ver doorgegroeide houtwallen’, over zandpaden die deel uitmaken van wandelroutes voor

dorpelingen die ‘s-avonds een ommetje willen maken, nog steeds over natuurbeheerders die op

hun knieën vallen voor een plantje, maar het beekdal niet zien.

Zoveel is er niet veranderd. We praten over iedere bocht in het pad, over elk hobbeltje in al die

percelen in het hele stroomdallandschap. Hij was mijn leermeester en ik luisterde, totdat we

ongemerkt bij het beekdal kwamen. Daar stopte zelfs Harry met vertellen. Daar is alleen het

landschap dat spreekt. Luister ernaar en blijf het verhaal van het landschap vertellen, steeds

opnieuw!

De Vroome vergeleek zich vaak met een middeleeuwse schilder. Het landschap is als een ikoon.

‘Madonna met kind’ bijvoorbeeld, nieuw leven, steeds opnieuw, eeuwenlang. De ikoon die bij

dit essay is afgebeeld, schilderde mijn vader. Eigenlijk schilderden velen deze ikoon, steeds

opnieuw. Zo’n ikoon is, net als het landschap een kopie, van een kopie, van een kopie, en dat

steeds opnieuw. Steeds opnieuw met toewijding en aandacht werken aan het landschap. Zonder

handtekening.

202 203

More magazines by this user
Similar magazines